Over treinen
330
plenaire vragen
0
voorstellen
meeste contributies
De spoorstaking
De zoveelste treinstaking
De spoorstaking
Treinstakingen en spoorprotesten
Gesteld door
N-VA
Dorien Cuylaerts
Open Vld
Irina De Knop
PS
Dimitri Legasse
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Dorien Cuylaerts en Irina De Knop bekritiseren de herhaalde spoorstakingen (32 in een jaar) als disproportioneel en schadelijk voor reizigers, eisen hervorming van het verouderde statutaire statuut (levenslange jobzekerheid) en waarschuwen dat de NMBS zonder modernisering in 2032 niet zal overleven door Europese liberalisering. Minister Crucke bevestigt dat de hervorming (einde statutaire aanwervingen, behoud bestaande rechten) doorgaat zoals gepland—geen heronderhandeling ondanks afgewezen syndicale akkoorden—en benadrukt dat concurrentie onvermijdelijk is, maar ontkent privatisering en belooft publieke controle. Dimitri Legasse (vakbond) beschuldigt de regering van een "aanval op arbeidersrechten", stelt dat de hervorming de NMBS verzwakt en wijst op onderbetaald, overwerkt personeel (2.000 agressies/jaar), terwijl De Knop een wetsvoorstel indient voor minimale dienstverlening (50% treinen, eventueel met personeelsopvordering) om reizigersleed te beperken. Crucke houdt vast aan het Europese tijdpad (2032) en verwerpt verdere onderhandelingen, ondanks Legasses bewering dat de plannen neerkomen op "stiekeme privatisering".
Dorien Cuylaerts:
Goedemiddag, mijnheer de minister. De treinreiziger wordt opnieuw gepest. Na 30 dagen staking op een jaar vraag ik me af wat de vakbonden nog willen bereiken. Draagvlak en begrip lijken hun doel, maar telkens is het de reiziger die de prijs moet betalen.
Laat me duidelijk zijn: de overgrote meerderheid van het spoorpersoneel werkt vandaag en zij verdienen respect en grote dank. Het is echter die kleine minderheid die het land telkens blokkeert met hun stakingen.
Deze keer gaat de staking over het statuut van het spoorpersoneel, met de vaste benoeming, een statuut dat al meer dan 100 jaar oud is. Wie statutair is, is quasi levenslang zeker van werk, met een aantrekkelijk loon. Statutairen moeten al best wat op hun kerfstok hebben om ontslagen te kunnen worden. We zijn een van de weinige landen waar nieuw personeel nog wordt aangeworven volgens dat statuut uit de vorige eeuw. Laten we eerlijk zijn, dat heeft zijn tijd gehad.
Hervormingen zijn broodnodig en het is hoog tijd dat de vakbonden dat gaan inzien en beginnen te beseffen. Tegen 2032 moet ons spoor immers klaar zijn voor de vrije spoormarkt. We moeten daarvoor vandaag beginnen met hervormen. Doen we dat niet, dan zal de NMBS niet klaar zijn en zal de concurrentie de NMBS verpletteren. In 2032 zullen er dan helaas geen NMBS-treinen meer rondrijden. Is dat wat de vakbonden willen?
Mijn vraag is eenvoudig, mijnheer de minister: hoe moet het nu verder en hoe zult u de broodnodige hervormingen doorvoeren? De reiziger rekent op u. Dank u wel.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, wij zitten midden in de zoveelste stakingsweek van de spoorbonden, de 32ste treinstaking in minder dan een jaar. De nieuwe actie is al aangekondigd. In februari staan er opnieuw drie stakingsdagen gepland. Ik verneem dat de directie er alles aan doet om dat te voorkomen.
Vandaag kreeg de CEO het eindelijk over haar lippen dat die nieuwe staking disproportioneel is. Wij zeggen dit al maanden. Men leidt de NMBS immers naar de afgrond, met reputatieschade, met reizigers die definitief afhaken en met een bedrijf dat voortdurend in crisismodus zit. Sommige bonden spreken over een definitieve vertrouwensbreuk.
Mijnheer de minister, terwijl hier in Brussel ruzie wordt gemaakt tussen uzelf, de directie en de bonden, staat de reiziger stil. De reiziger is absoluut de dupe van wat hier gebeurt. Ik wil u een verhaal vertellen over een pendelaar, Lars, een student die ik heel goed ken. Vandaag kwam hij te laat. Hij moest een trein nemen die een uur later reed. De trein die wel kwam, zat eivol. Ze zaten als sardientjes in een blik. Tot in de toiletten toe stonden er mensen, om toch maar met die ene trein op hun bestemming te geraken.
Het is goed dat u een vuist maakt tegen de vakbonden, mijnheer de minister. We hebben gehoord dat u dat doet, maar dat is niet genoeg. U moet in actie schieten. U moet stoppen met het overdreven geloof in de sociale dialoog. U moet de personeelsleden echt enthousiasmeren voor een toekomstvisie. We hebben nood aan een inspirerende leider die de liberalisering van het spoor waarmaakt.
Mijn vraag is eenvoudig, mijnheer de minister. Hoe gaat u de reiziger opnieuw centraal stellen?
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, cette semaine, tous les syndicats du rail – absolument tous – ont fait grève, et pas de gaieté de cœur, contrairement à ce que d'aucuns semblent croire, mais parce que les cheminots n'ont jamais été aussi durement attaqués par un gouvernement.
Monsieur le ministre, ouvrez les yeux. Vous rendez-vous vraiment compte de ce qu'est le métier de cheminot? Devoir se lever tôt le matin, revenir tard le soir, réparer les voies, travailler de nuit et par tous les temps, accompagner les usagers, avoir la responsabilité de conduire quelque 2 000 voyageurs, devoir subir 2 000 agressions par an, affronter un management toxique qui épuise les agents.
La situation est grave. Vous nous le disiez encore lors de la dernière commission et lors des précédentes. Vous nous le rappelez d'ailleurs à chaque commission, en parlant tantôt de Securail, tantôt d'HR Rail.
Mais que décidez-vous finalement pour les 28 000 travailleurs des chemins de fer? Vous décidez de casser le droit des travailleurs, de détruire la démocratie sociale. Vous décidez de préparer la fameuse privatisation souhaitée par vos alliés, qui viennent encore de s'exprimer. En outre, vous décidez de faire 700 millions d'euros d'économies dans le rail.
Derrière tout cela, c'est toujours la même chose. Toujours la même chose. Ces gouvernements, c’est pareil. Les services publics sont attaqués de toutes parts, ne sont pas respectés et les syndicats sont même méprisés. Pas moins de respect pour les travailleurs que pour les navetteurs.
Monsieur le ministre, arrêtez de faire semblant de prendre la défense des navetteurs et de les opposer aux cheminots! Sans cheminots, pas de trains. Avec vos réformes contre les travailleurs et vos économies sur le rail, absolument tout le monde sera perdant.
Monsieur le ministre, allez-vous enfin renouer le dialogue avec les syndicats? Allez-vous enfin développer des contre-propositions?
Jean-Luc Crucke:
Chers collègues, permettez-moi de commencer par rappeler l’essentiel.
Oui, les voyageurs sont les premiers touchés par cette nouvelle semaine de perturbations. Je veux leur dire que je regrette profondément les désagréments subis. Une grève de cinq jours, dans le contexte actuel, est déraisonnable. Heureusement, deux trains IC sur trois roulent et seuls 15 % des agents participent aux arrêts de travail.
Il y a un temps pour tout, et le temps de la renégociation est désormais dépassé. Depuis près d’un an, nous avons mené un dialogue intensif. À deux reprises, nous avons signé des accords avec des organisations syndicales. Ces accords ont été librement négociés, librement signés. À deux reprises, la base a choisi de les rejeter. C’est son droit, mais c’est aussi le rôle du gouvernement de dire qu'il prend ses responsabilités et avance.
Cela ne signifie pas la fin du dialogue social pour d’autres chantiers – notamment en ce qui concerne le recrutement, l'attractivité des emplois et la prévention des risques psychosociaux –, mais cela signifie clairement qu’il n’y aura pas de renégociation sur ces points. Je veux être explicite: la modernisation de la gestion du personnel et la contractualisation pour les nouveaux engagements ne seront plus renégociées. Nous avons négocié pendant des mois et conclu deux accords dûment signés par les représentants syndicaux.
Vous me demandez d’ouvrir les yeux. Ouvrez-les! Ces accords ont été signés par les syndicats. En avril, en octobre et dans une première version signée, ils acceptaient de mettre fin complètement aux recrutements statutaires à partir du 1 er janvier. La seconde fois, cela ne concernait plus que certaines professions. Et cela a également été refusé.
Moi, quand je signe un accord, je représente le gouvernement. Je prends mes responsabilités, et je les prendrai jusqu’au bout. Vous l’avez bien compris.
Ik wil de vele werknemers bedanken die ondanks de spanningen de openbare dienstverlening blijven verzekeren en te maken hebben met de onzekerheid en de druk die de situatie meebrengt.
Het is onze plicht om de toekomst van het Belgische spoor te verzekeren. Die toekomst is duidelijk. In 2032 moet de markt voor personenvervoer per spoor anders worden georganiseerd. Het volledige monopolie van de NMBS zal dan gewoonweg niet meer mogelijk zijn. Dit is geen Belgisch initiatief, maar een verplichting die voortvloeit uit een Europese verordening uit 2007, waarvan België alle mogelijkheden tot uitstel benut heeft. Deze deadline is niet theoretisch. Hij bepaalt vandaag al de strategische keuzes die nodig zijn om de continuïteit te verzekeren en de openbare dienst te versterken binnen het Europese wetgevingskader dat ons wordt opgelegd.
Je confirme que la réforme suivra le calendrier prévu: fin des engagements statutaires pour les nouveaux entrants selon les modalités arrêtées, sans impact pour le personnel statutaire actuellement statutaire. Nous ne reviendrons pas sur ce cap qui conditionne la capacité des chemins de fer à tenir sa place en 2032.
Het dossier ligt bij de Raad van State, die eind februari zijn advies zal uitbrengen. Daarna zullen de teksten opnieuw aan de regering worden voorgelegd, alvorens terug te keren naar het Parlement voor de inwerkingtreding, zoals gepland. Ik wil niet dat spoorwegmedewerkers morgen hun job verliezen omdat ons systeem nog niet flexibel of innovatief genoeg is, omdat we niet hebben geanticipeerd op de komst van concurrentie. Concurrentie komt er niet alleen van private exploitanten, maar ook van buitenlandse openbare exploitanten, zoals de SNCF of Deutsche Bahn. Het is onze plicht ervoor te zorgen dat de NMBS zowel klanten als overheden kan overtuigen om gebruik te maken van haar diensten in België, maar ook om morgen concurrerend te zijn op buitenlandse markten. Ik wil u er ook aan herinneren dat andere historische publieke Belgische operatoren dezelfde evolutie hebben doorgemaakt toen hun sector werd opengesteld voor concurrentie. Ik denk aan bpost en Proximus, die zich hebben aangepast.
Vandaag zijn er drie prioriteiten: een betrouwbare openbare dienstverlening garanderen, de budgettaire houdbaarheid verzekeren en ons onmiddellijk voorbereiden op de deadline van 2032. We zullen de liberalisering niet ondergaan en we spreken niet over privatisering. We zullen ons voorbereiden door de veiligheid, de kwaliteit van de dienstverlening en de volledige naleving van de verworven rechten te garanderen. Ik herhaal het nogmaals, want het is belangrijk dat de spoorwegen voor 100 % in publieke handen blijven. Ik zal dit tot het einde doen, stakingen of niet.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik deel uw analyse. Voor mij is het heel duidelijk en die boodschap moet ook duidelijk zijn voor de reiziger: er gaat te veel belastinggeld naar het spoor en de belastingbetaler mag dan ook verwachten dat die treinen rijden, vandaag, morgen, maar zeker ook in 2032. Ik wil de vakbonden dan ook oproepen om eindelijk hun verantwoordelijkheid te nemen, om mee na te denken over die toekomst en die mee voor te bereiden, in het belang van de NMBS, maar ook van het personeel en van de reiziger. Mijnheer de minister, u hebt gelijk. Het debat is gevoerd. De kaarten liggen op tafel. Het is tijd om de NMBS nu opnieuw op de rails te krijgen, met respect voor wie werkt, maar ook met duidelijke keuzes voor de toekomst. Beste vakbonden, de speeltijd is voorbij.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik wil eerst en vooral het personeel van de NMBS dat wel werkt proficiat wensen. Ik heb begrepen dat dat de grote meerderheid is en het is belangrijk om dat ook te vermelden.
Mijnheer de minister, wij twijfelen niet aan uw goede intenties, maar u moet verder gaan dan enkel de juiste analyse maken. Het is belangrijk dat u de reiziger opnieuw centraal stelt. Het is voor ons heel duidelijk dat de gegarandeerde dienstverlening niet volstaat. Vandaar dat wij een wetsvoorstel hebben ingediend om een echte minimale dienstverlening mogelijk te maken, waarbij 50 % van de treinen altijd rijdt. Op die manier hoeven de mensen niet meer als sardientjes in een blik te reizen, maar kunnen ze op een menswaardige en degelijke manier op hun werk geraken. Als dat nodig zou blijken, dan moet dat maar met opvordering van personeel. Zover willen wij ook gaan. Het is genoeg geweest, het is tijd om de reiziger opnieuw centraal te stellen. Het moet echt anders.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, vous ne préparez pas à l'avenir. Permettez-moi de vous le dire, vous cassez la machine, vous cassez les travailleurs, et maintenant vous vous attaquez même au droit de grève. Sans travailleurs et avec toutes ces économies, les chemins de fer n'arriveront pas à l'heure en 2032. Détrompez-vous! Cessez de dire qu'il ne s'agit pas d'une privatisation, car c'en est une! Les exemples étrangers nous montrent à quel point cela ne fonctionne pas. Regardez le Royaume-Uni! Monsieur le ministre, vous parlez de budget réaliste et, dans le même temps, vous parlez de 700 millions d'économies. On savait que ce gouvernement n'avait absolument aucune ambition pour le climat, on sait maintenant que les chemins de fer ne sont pas non plus une priorité. Je ne vous remercie pas.
De lamlegging van het land gedurende een week door de zoveelste staking van de NMBS
De spoorstaking in januari
De spoorstaking van eind januari
De spoorstakingen
De aanhoudende spoorstakingen en hun impact op het land
Gesteld door
MR
Gilles Foret
VB
Frank Troosters
PTB
Farah Jacquet
Les Engagés
Serge Hiligsmann
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De herhaalde stakingen bij SNCB/Infrabel (in 2025-2026, met een record van 27+ stakingsdagen) worden door oppositiepartijen (Foret, Troosters, Jacquet) toegeschreven aan een gefaald sociaal overleg en onaanvaardbare hervormingen van minister Crucke, met name de afschaffing van statutaire contracten, pensioenwijzigingen, slechte arbeidsomstandigheden (veiligheid, welzijn, onvoorspelbare dienstroosters) en een verzwakt HR-beleid. Jacquet (PTB) bekritiseert dat de regering "oorlog voert tegen spoorwerkers" en waarschuwt voor een exodus van personeel, terwijl Troosters (N-VA) stelt dat de spoorsector "op apegapen ligt" met 45.000 geschrapte treinen, achteruitgang in stiptheid en comfort, en geen voorbereiding op de liberalisering in 2032. Minister Crucke (MR) verdedigt de hervormingen als "noodzakelijk voor een competitief spoor in 2032", benadrukt dat bestaande statuten behouden blijven en dat de kosten van het huidige systeem (150 miljoen extra patronale bijdragen) onhoudbaar zijn. Hij wijt de stakingen aan syndicale basisweigeringen (tweemaal ondertekende akkoorden werden door de leden verworpen) en eist parlementssteun om de transitie door te voeren, met focus op veiligheid, efficiëntie en Europese concurrentie. Foret (MR) en Hiligsmann (MR) steunen de minister, terwijl Jacquet (PTB) de hervormingen als "aanval op de openbare dienst" bestempelt en verdere stakingen aankondigt.
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, ce dimanche soir débutera une nouvelle grève de cinq jours à la SNCB, avec une impression de déjà-vu. Après une année 2025 déjà marquée par un record de vingt-sept jours de grève, l’année 2026 commence sous le même signe, celui d’un rail imprévisible et de plus en plus difficilement praticable pour nos concitoyens.
Ces annonces syndicales d’actions en cascade sont révélatrices du niveau de rupture du dialogue social. Pendant ce temps, les navetteurs, les étudiants, les familles, les travailleurs et les entreprises subissent les conséquences d’un service ferroviaire instable.
Les motifs de ces grèves sont connus. Il s’agit des pensions et de la fin des engagements statutaires à la SNCB et à Infrabel. Ce ne sont pas les revendications en elles-mêmes qui posent problème, mais l’ampleur, la durée et la fréquence des actions, totalement déconnectées des réalités vécues par les usagers. La SNCB elle-même parle d’actions inacceptables, injustifiées et disproportionnées.
Certes, depuis 2018, nous disposons d’un service garanti qui amoindrit les conséquences préjudiciables de ces grèves. Je tiens d’ailleurs à saluer ici les membres du personnel de la SNCB et d’Infrabel qui se rendront disponibles pour assurer le service. En tant que libéraux, nous défendons le droit de grève, mais nous défendons tout autant le droit à la mobilité et à la liberté de se rendre sur son lieu de travail.
Malheureusement, aujourd’hui, ces droits sont frontalement mis en tension par des grèves à répétition. Alors, monsieur le ministre, mes questions sont les suivantes. Comment expliquez-vous la dégradation du dialogue social dans le rail? Comment comptez-vous faire pour le rétablir concrètement et durablement? Vous rencontrez régulièrement les syndicats. Avec quels objectifs précis? Quels résultats attendus? Comment comptez-vous les ramener dans une logique de concertation plutôt que d’affrontement? Je vous remercie.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, deze vraag gaat over de spoorstakingen. Ik had misschien niet veel sympathie voor uw voorganger, de heer Gilkinet, maar ik had soms wel te doen met hem, want hij werd eigenlijk een beetje uitgelachen. Het was eerder zuur lachen, misschien is het beter om het te hebben over groen lachen, omdat hij de minister was met de meeste stakingsdagen tijdens zijn beleid.
Dat record hebt u vorig jaar ruim gebroken en het lijkt in 2026 niet beter te worden. Volgende week komt er een vijfdaagse staking, wat ongezien is. Als er vorige legislatuur een staking kwam van twee of drie dagen, was dat al ongezien. Nu zijn het er vijf en wordt eigenlijk nog amper opgekeken. Als dit jaar de rekening van het aantal stakingsdagen verder oploopt ten opzichte van met 2025, komen we misschien wel op ongeveer een volle maand staking op jaarbasis uit. Dat is natuurlijk niet aangenaam voor de treinreizigers.
Er zijn een aantal oorzaken. In de eerste plaats is er het sociaal conflict van uw regering, waarvan u deel uitmaakt, met de mensen die actief zijn bij het spoor. U hebt daarvoor twee keer een oplossing aangekondigd, de eerste keer zelfs behoorlijk triomfantelijk. Die oplossingen zijn van tafel geveegd. Verder zijn er nog andere problemen, onder meer inzake welzijn en inzake de arbeidsomstandigheden van het spoorpersoneel. Er is een gebrek aan veiligheid, waarover we daarnet al spraken. Eerlijk gezegd zie ik heel veel redenen waarom het dit jaar wel eens veel verder zou kunnen foutlopen inzake spoorstakingen.
Wat de oorzaken ook mogen zijn of wie de schuldigen ook mogen zijn, de treinreizigers zijn er het slachtoffer van. Zij verdienen gewoon een veel betere dienstverlening dan degene ze nu krijgen, zelfs wanneer alles normaal zou verlopen.
Wat zult u doen om te voorkomen dat het aantal stakingsdagen bij het spoor dit jaar nog hoger oploopt dan het voorbije jaar en om ervoor te zorgen dat de treinreizigers verzekerd kunnen zijn van een goede en betrouwbare dienstverlening, waarop ze recht hebben?
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, comme le montre l’actualité, le dialogue avec les organisations syndicales est au point mort. En définitive, ce qu’ils obtiennent est pire que ce dont ils ne voulaient pas au début de vos négociations.
Votre gouvernement attaque le rail sur quatre fronts, monsieur le ministre. Tout d’abord, la fin des statuts débouche sur une moindre sécurité de l’emploi, alors que les horaires sont de plus en plus pénibles. Sans mentir, je peux vous montrer la fiche horaire d’un accompagnateur de train de Charleroi. On peut y lire: "Lundi: 6 h 30; mardi: 5 h 30; mercredi: réserve (mais on ne sait pas encore ce qu'il fait); jeudi: 5 h 25; vendredi: 3 h 55". Et je vous indique qu'il avait demandé congé! Faute de personnel en nombre suffisant, certains congés ne sont pas accordés. Par ailleurs, les agents sont de plus en plus exposés aux agressions. Dans ces conditions, soyons honnêtes: qui va encore souhaiter travailler pour les chemins de fer? À terme, c'est aussi la sécurité des voyageurs et la qualité du service public qui sont mises en péril.
Ensuite, vous contribuez à affaiblir les syndicats, avec pour conséquence d'empêcher un vrai dialogue avec les acteurs de terrain. Puis, le démantèlement de HR Rail éloigne les décisions des réalités vécues par les cheminots. Enfin, vous vous en prenez aux retraites, alors que les carrières sont déjà longues et pénibles.
Monsieur le ministre, une telle accumulation suscite de la colère chez les gens, mais pas seulement. Nous en avons déjà parlé ici et même discuté encore hier. Le mal-être dans les chemins de fer est profond. Toutes les décisions que vous prenez n'arrangeront rien.
Voici mes questions, monsieur le ministre. Quand allez-vous enfin entendre le malaise des cheminots et changer de cap? Quand allez-vous faire preuve d'ambition pour le rail et pour les voyageurs?
Serge Hiligsmann:
Monsieur le ministre, je vous remercie d’être présent pour écouter ces différentes interpellations que nous vous adressons aujourd’hui.
En tant que navetteur convaincu par l’intermodalité et par la mobilité durable – tout comme vous d’ailleurs –, je suis heureux et fier que vous soyez notre ministre responsable du service public ferroviaire. Vous avez pris à bras ‑ le ‑ corps l ’ orientation pour 2032 et la lib é ralisation du chemin de fer au niveau europ é en. Vous avez d é pos é des propositions qui ont é t é accept é es et approuvées par le Conseil des ministres concernant la modélisation de la gestion des ressources humaines ainsi que la continuité et la qualité du service.
Malheureusement, une énième grève est annoncée la semaine prochaine. Elle va plomber l’atmosphère des utilisateurs, des équipes d’opérateurs et également de la concertation. Certains utilisateurs pourraient se détourner du rail et de la mobilité publique. Cela ne sera évidemment pas mon cas.
Monsieur le ministre, pouvez ‑ vous nous rappeler les grandes orientations que vous d é fendez pour la transition apr è s 2032? Comment garantir que la SNCB sera pr ê te apr è s 2032, comp é titive chez nous mais aussi capable d ’ obtenir des parts de march é à l ’é tranger, notamment en France? Et surtout, comment assurer la s é curit é des utilisateurs et des é quipes d ’ op é rateurs sur le terrain?
Je vous remercie.
Jean-Luc Crucke:
Geachte Kamerleden, ik wil vooreerst duidelijk benadrukken dat het stakingsrecht een grondrecht is, maar dat het niet mag leiden tot een herhaalde en langdurige blokkade van het land.
De aangekondigde actie is van nationale omvang en zal een week lang een aanzienlijk impact hebben op alle reizigers. Ik begrijp de teleurstelling en de bezorgdheden van het personeel, maar ik wil er ook op wijzen dat de goedgekeurde hervormingen noodzakelijk zijn om de NMBS en Infrabel voor te bereiden op de grote uitdagingen die hen tegen 2032 te wachten staan. De deur voor dialoog heeft lang en wijd opengestaan en dat zal zo blijven voor andere dossiers die overleg en gezamenlijke uitwerking vereisen.
Chers collègues, il y a un temps pour tout. Le dialogue social a été tenté – et plus que tenté. À deux reprises, nous avons signé un accord avec les organisations syndicales reconnues. Je n'ai forcé aucun syndicaliste à signer. Personne n'a été lié sur sa chaise pour signer. Ils ont volontairement signé à deux reprises. J'étais prêt à prendre mes responsabilités avec le gouvernement. À deux reprises – et c'est son droit aussi – la base a refusé ces accords.
Mais il y a un temps pour tout. Le temps de la décision du Parlement est la bonne météo du jour. C'est ce que le Parlement fera, je l'espère, lorsque les textes viendront. C'est ce que le gouvernement a fait. On ne peut pas reprocher au gouvernement de ne pas vouloir avancer comme prévu dans l'accord de gouvernement.
Ce que nous faisons, c'est amener le rail à affronter 2032 de manière moderne, avec force et avec son personnel. Ce n'est pas une réforme contre le personnel. Ce n'est pas une réforme contre les usagers. C'est une réforme qui aurait sans doute dû débuter bien plus tôt. Mais le dossier était vide; et le dossier, nous le remplissons.
Une des mesures touchera effectivement aux statuts. Devons-nous accepter dans le rail 150 millions d'euros de charges patronales en plus pour les années à venir? Les statuts, comme les contrats, subissent des charges patronales.
Qui paye ces charges? Tout le monde. Ceux qui prennent le rail, comme ceux qui ne le prennent pas. Nous n'avons pas les moyens de payer cela. Et le rail le sait.
Oui c'est prendre ses responsabilités que de dire aux travailleurs, quand le statut n'existe plus en France, plus au Luxembourg, plus en Hollande, plus aux Pays-Bas, que nous sommes les derniers à vivre avec un statut qui manque de flexibilité! C'est prendre ses responsabilités, en amenant le rail en 2032, avec un personnel qui est certes courageux, je le reconnais, qui est certes volontaire, je le reconnais, mais qui doit accepter aussi des évolutions nécessaires, de sorte à éviter le sort de la Deutsche Bahn: 40 % des lots de la Deutsche Bahn sont aux mains d'opérateurs non historiques.
Peut-être y aura-t-il encore des grèves. Mais j'ai tenté la négociation. J’ai tenté jusqu'au bout de prendre mes responsabilités, mais il est temps maintenant de prendre nos responsabilités dans ce Parlement. Je conduirai le rail, avec le CEO, avec les syndicats, avec tous ceux qui veulent encore croire en une mobilité publique, en un transport public, qui est un transport reconnu. Je vais le faire pour qu'en 2032, même si je ne suis plus là, on puisse dire que ce gouvernement aura pris ses responsabilités. Je regarde devant et pas derrière.
Pour tous ceux qui sont tant attachés à leur statut, personne ne perdra son statut. C'est une réforme qui ne touche à aucun droit statutaire. Tous ceux qui ont leur statut, tous ceux qui ont leur contrat – mais oui, à la SNCB et chez Infrarail, il y a aussi du personnel sous un contrat; et ils ne s'en plaignent pas, comme vous le pensez tous les jours – le garderont. Rien ne change pour eux.
Nous changeons pour l'avenir, de manière à ce qu’à l'avenir, ce rail soit compétitif, compétent, mais aussi pour que ceux qui comme moi prennent le train tous les jours soient heureux de le prendre.
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse et surtout je vous suis reconnaissant d’assumer les réformes indispensables pour renforcer notre rail, le rendre plus confortable et surtout plus robuste, et faire en sorte qu’il soit pérenne, car notre transport public en a besoin. Nous devons en effet pouvoir garantir à nos concitoyens cette fiabilité, cette prévisibilité qu'ils attendent tous les jours pour se rendre sur leur lieu de soins ou leur lieu de travail et pour circuler librement dans notre pays. C'est important et nous prendrons notre responsabilité ici, au Parlement.
Nous maintiendrons évidemment, et vous aussi, un esprit de dialogue, mais il est important de prendre les décisions et de renforcer le rail. J'espère que ces décisions interviendront prochainement dans cet hémicycle. Vous pourrez en tout cas compter sur nous pour faire en sorte que ce rail soit renforcé pour l'avenir et pour nos concitoyens.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.
Dit is de eerste keer dat ik u zo vurig en zelfs een beetje boos heb gezien. Na een jaar schrik ik daar toch een beetje van.
Ik begrijp u echter wel. Er komen natuurlijk enorme uitdagingen op u af richting 2032. De Belgische markt voor het personenvervoer zal dan worden opengesteld voor andere operatoren, maar er is weinig tot niets voorbereid. Het spoor ligt op dit moment op apegapen. We hebben een recordaantal stakingen en een gebrekkige stiptheid, die een beetje wordt opgekalefaterd door haltes voorbij te rijden. We hebben meer dan 45.000 afgeschafte treinen. Er is een gebrek aan veiligheid en er zijn welzijnsproblemen bij het personeel. Er is een gebrek aan comfort, aan dataverbindingen en aan toegankelijkheid, om er maar enkele te noemen. Ik heb het voorbije jaar, het eerste jaar van de regering-De Wever, de toestand alleen maar verder zien achteruitgaan. Er komen dus ongelofelijke uitdagingen op u af. Ga aan de slag en zorg voor een omkeer. Zorg ervoor dat de treinreizigers de betrouwbare dienstverlening krijgen die ze verwachten.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, votre réponse ne me convient pas. Vous n’admettez pas que votre politique est mauvaise. Ce sont les travailleurs de terrain qui font fonctionner le service et il est normal qu’ils aient aussi leur mot à dire.
Ce sont vos réformes qui mettent en danger le personnel et les voyageurs. Vous vous étonnez ensuite qu’ils fassent grève, alors que vous ne les écoutez pas et que vous ne les respectez pas. Je dis vous, mais il n’y a pas que vous. Vooruit aussi est concerné. Membres de Vooruit, pourquoi n’êtes-vous pas intervenus cette semaine? La semaine dernière encore, face à la vague de suicides dans le rail, c’était l’émoi. Tout le monde demandait une audition. Or, cette semaine, c’est le silence radio. Pire encore, on quitte la salle avant le vote. Contrairement à ce que vous affirmez, vous ne protégez pas les travailleurs, bien au contraire.
L’objectif de l’Arizona, on le sait, est de démanteler le service public. Mais comptez sur nous pour ne pas nous laisser faire. Nous soutiendrons les travailleurs et les organisations syndicales lorsqu’ils se mettront en grève.
Serge Hiligsmann:
Merci, monsieur le ministre, pour vos démarches qui vont dans le sens d’augmenter la qualité de notre service public ferroviaire, de l’améliorer au jour le jour et de faire en sorte qu’il soit compétitif au-delà de 2032. Vous avez tout mon soutien, ainsi que celui de nombreux usagers et des équipes d’opérateurs.
De veiligheid in onze stations
De politieaanwezigheid in het station Luik-Guillemins
Veiligheid en politieaanwezigheid in stations
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 22 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Maaike De Vreese bekritiseert dat Securail-agenten en spoorwegpolitie (met bezettingsgraden onder 50% in Vlaanderen) onvoldoende beschermd zijn tegen escalerend geweld—inclusief wapenaanvallen—en eist concrete uitvoering van regeerakkoordmaatregelen, zoals een duidelijke taakverdeling tussen veiligheidsdiensten. Sophie Thémont beschuldigt de regering van bewuste onderfinanciering (o.a. sluiting opvangstructuren, Plan Grand Froid) die sociale nood in stations (bv. Luik-Guillemins) verergert, en noemt de veiligheidsinvesteringen (camera’s, politie-inzet) onvoldoende en neerwaarts gericht op personeelsrechten. Namens minister Quintin belooft Eléonore Simonet versterkt veiligheidscontinuüm (realtime cameratoegang voor lokale politie, 20 extra agenten in Brussel-Zuid, bodycams, betere juridische samenwerking) en gerichte acties (bv. drugscriminaliteit via TECOV-platform), maar De Vreese en Thémont ontkennen de effectiviteit: de eerste wijst op structurele onderbezetting en gebrek aan mandaat voor Securail, de tweede noemt het beleid "volkomen losgekoppeld van de realiteit" en eist budtaire herstelmaatregelen.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, ik sta hier vandaag om de stem te vertolken van alle mensen die in onze treinen en stations instaan voor de veiligheid van de treinreizigers. De veiligheidsagenten van Securail trekken niet voor de eerste keer aan de alarmbel. Deze dienst werd opgericht aan het begin van deze eeuw, maar is in 2025 niet meer aangepast aan de dagelijkse realiteit. De veiligheidsagenten worden immers steeds vaker geconfronteerd met verbale en fysieke agressie. Ze worden zelfs aangevallen met wapens en messen.
Kort na mijn verkiezing als Kamerlid benaderde een veiligheidsagent mij en hij vertrouwde me toe dat hij zich helemaal niet meer veilig voelde. Hij doet zijn job met hart en ziel, maar hij vraagt zich af of hij zijn job nog verder wil doen en of het nog verantwoord is ten opzichte van zijn gezin, aangezien hij vreest dat het vroeg of laat uit de hand zal lopen.
Ook de spoorwegpolitie slaakt een noodkreet, want zij zijn volledig onderbemand, zeker in Vlaanderen. De bezettingsgraad in Brussel bedraagt 110 %, in Wallonië 70 % à 80 % en in Vlaanderen nog geen 50 %. Zowel Securail als de spoorwegpolitie slaken een noodkreet. Minister, het regeerakkoord bevat heel wat maatregelen met betrekking tot deze problematiek. U bent daarmee bezig, maar op basis van wat ik hoor, kan ik alleen maar vaststellen dat dit nog niet doorwerkt op het terrein.
Op welke manier zult u ervoor zorgen dat de maatregelen die deze federale regering voorziet ook voelbaar zijn op het terrein?
Sophie Thémont:
Madame la ministre, nos gares sont un miroir de la société et sont des lieux publics en première ligne face à la politique d’exclusion et antisociale de votre gouvernement. Les coupes dans les services publics tels que la SNCB font mal. Les voyageurs et le personnel des chemins de fer sont inquiets parce que, depuis plusieurs mois, le sentiment d’insécurité en gare de Liège-Guillemins est bien présent, notamment à cause d’une situation psychosociale complexe, avec des personnes en grande détresse sociale et psychologique. Cette situation demande une réponse globale sur le plan sécuritaire et policier, mais pas seulement. Il faut aussi venir en aide à ces personnes.
La situation à Liège n’est qu’un exemple parmi tant d’autres. La fermeture par votre gouvernement de structures d’accueil et la suppression des financements fédéraux au Plan grand froid aggravent encore le problème et laissent une nouvelle fois les bourgmestres, la police locale et le secteur associatif assumer les devoirs du fédéral.
Malgré des interventions ponctuelles, le constat est celui-là. Malgré vos promesses et vos investissements dans des caméras, le gouvernement n’investit pas assez dans la police des chemins de fer (SPC) et préfère s’attaquer au statut du personnel ferroviaire et à ses conditions de travail. La situation chez Securail est catastrophique.
Dans ce contexte lourd, madame la ministre, quelles sont vos réponses quant à la situation en gare de Liège, mais aussi plus globalement en province de Liège, où je suis bourgmestre, et sur l’ensemble du territoire?
Des mesures particulières ont-elles été envisagées ou mises en œuvre par la SPC en collaboration avec Securail afin de renforcer la présence policière ou d’améliorer la coordination avec les autorités locales et les autres acteurs concernés, en ce compris dans une prise en charge psychosociale des personnes? Quelles pistes complémentaires sont-elles envisagées pour assurer un cadre sécurisant et apaisé?
Eléonore Simonet:
Mevrouw De Vreese, madame Thémont, ik wil u eerst namens minister Quintin bedanken voor uw vragen. Hij heeft mij verzocht u zijn antwoord te bezorgen.
Veiligheid op en rond onze stations is een absolute prioriteit. Agressie en geweld tegen reizigers, treinpersoneel, Securail-agenten en andere veiligheidsmedewerkers zijn totaal onaanvaardbaar. Dat tolereren we niet en daar zullen we consequent en kordaat tegen optreden. Onze stations zijn cruciale toegangspoorten tot ons land. Met de regering stellen we één duidelijke prioriteit, iedereen moet zich veilig voelen op het perron, in de trein en in de volledige stationsomgeving. Securail staat in voor de veiligheid van reizigers, personeel en klanten via preventieve patrouilles en zowel statische als mobiele bewaking in stations, treinen en NMBS-gebouwen. Met meer dan 30.000 interventies per jaar is hun rol essentieel.
Daarom wil minister Quintin inzetten op een echt veiligheidscontinuüm tussen de spoorwegpolitie, Securail en de lokale politiediensten. In dat kader werden in 2025 de camerabeelden van de NMBS in realtime toegankelijker gemaakt voor de lokale politiezones. Teneinde de veiligheid van treinreizigers, veiligheidspersoneel en politie in en rond het station Brussel-Zuid te garanderen, worden bijkomend 20 agenten ingezet. In 2026 blijft minister Quintin werken aan een sterke coördinatie van het integrale veiligheidsbeleid voor vervoer- en spoorweginfrastructuur en dat in nauwe samenwerking met de minister van Mobiliteit. Wij werken aan juridische instrumenten om de operationele samenwerking tussen politie en Securail beter te structureren. Om Securail-agenten beter te beschermen tegen agressie en geweld versterken we de uitrusting van de veiligheidsdiensten. Wij willen het gebruik van bodycams veralgemenen voor veiligheidsmedewerkers en treinbegeleiders vooral op kwetsbare lijnen. Met die maatregelen versterken wij de aanwezigheid, verhogen wij de zichtbaarheid en kunnen wij sneller en gerichter ingrijpen.
Madame Thémont, la police des chemins de fer est régulièrement engagée en soutien de Securail, tandis que la police fédérale participe à des opérations coordonnées et visibles dans les zones sensibles, notamment autour de la gare de Liège ‑ Guillemins, afin de lutter contre la criminalit é et le sentiment d ’ ins é curit é . Ces actions compl è tent efficacement le travail de Securail, en particulier lorsque des comp é tences de police administrative ou judiciaire sont requises.
Par ailleurs, la police fédérale mène une lutte ciblée contre les réseaux de trafic de stupéfiants à Liège, y compris dans le périmètre de la gare, notamment via la plateforme TECOV qui facilite l’échange d’informations et la coordination d’actions conjointes sous la direction de la direction de coordination et d'appui (DCA) de Liège.
Enfin, depuis 2025, les opérations "Full Integrated Police Action" (FIPA) Grandes Villes, lancées par le ministre Quintin, renforcent cette approche en ciblant la criminalité violente liée aux stupéfiants ainsi que les phénomènes générateurs d’insécurité.
Naturellement, si vous avez des questions statistiques plus précises, le ministre vous renvoie vers des questions écrites, auxquelles il réservera bien sûr la meilleure attention.
Maaike De Vreese:
Eén ploeg is er in Brugge, die de veiligheid van de stations moet bewaken in heel West-Vlaanderen. Die ploeg wordt dan nog eens opgeroepen naar de andere kant van Vlaanderen, om daar incidenten op te lossen. En dan zijn er de mensen van Securail, veiligheidsagenten die hun werk doen, maar men kan niet verwachten dat veiligheidsagenten, die in de eerste lijn staan, zonder mandaat en zonder middelen, dezelfde job doen als de politie. Daarom is het zo belangrijk de spoorwegpolitie te versterken en ook zeer duidelijk in een taakverdeling te voorzien
De rondzendbrief moet gewijzigd worden, mevrouw de minister, om in een zeer duidelijke taakverdeling te voorzien tussen de lokale politie, de spoorwegpolitie en Securail. Ik meen echt dat we dat die mensen verschuldigd zijn, die dag in, dag uit hun leven op het spel zetten om onze veiligheid te bewaken.
Sophie Thémont:
Madame la ministre, je ne vais pas vous dire merci parce que je ne pense pas avoir reçu de réponses à mes différentes interrogations. Vous dites que, pour vous, la sécurité est une priorité absolue, que des moyens sont mis en place et qu'en plus, ils sont efficaces. Franchement, je crois que vous êtes complètement déconnectée de la réalité. Je vous invite d'ailleurs, avec le ministre Quintin, à venir voir la gare des Guillemins. Vous coupez systématiquement dans les différents budgets, dans les budgets sociaux, dans les services publics, notamment avec les fermetures de guichets. Vous avez un bilan catastrophique. Vous savez également que la police des chemins de fer manque de moyens. Ce sont encore une fois les autorités locales et les zones de police qui doivent pallier le manque d’accomplissement des missions du fédéral, sans en avoir les effectifs et encore moins les budgets. Cette situation devient insoutenable.
Het welzijn op het werk van het treinpersoneel
De malaise bij het spoorwegpersoneel
Het welzijn en de uitdagingen van spoorwegmedewerkers
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 15 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Oskar Seuntjens (Vooruit) en Farah Jacquet (PTB) ontbreekt structurele psychologische ondersteuning voor treinbestuurders na traumatische incidenten zoals zelfmoorden op het spoor, wat bijdroeg aan het overlijden van Laurens Strubbe (29) en twee andere collega’s; getuigenissen wijzen op onvoldoende nazorg, bureaucratische obstakels (bv. geweigerd verlof) en een cultuur van verwaarlozing. Minister Jean-Luc Crucke belooft een strakke deadline (19/1) voor een anonymisé onderzoek door NMBS/Infrabel naar preventie, opvang en werkomstandigheden, inclusief evaluatie van acute psychologische hulp, maar benadrukt geen voorbarige oordelen over individuele gevallen. Seuntjens noemt Strubbes verhaal "het topje van de ijsberg" en wijst op systeemproblemen zoals overwerk, tijdsdruk en gebrek aan respect, waarvoor Vooruit nu hoorzittingen eist—wat Jacquet als te laat afdoet, aangezien PTB eerder al om een auditie vroeg die werd geblokkeerd; zij dringt aan op transparantie en roept: "Laurens moet de laatste zijn."
Oskar Seuntjens:
Laurens Strubbe was 29 jaar toen hij uit het leven stapte. Hij deed zijn job graag. Hij was een trotse treinbestuurder. Op een dag gebeurde de nachtmerrie van iedereen die ooit achter het stuur van een trein kruipt. Voor zijn ogen zag hij iemand die zich voor de trein wierp om er een einde aan te maken. Het was een dramatische gebeurtenis met een grote impact voor veel mensen, ook voor Laurens.
Collega’s, elke treinbestuurder maakt gemiddeld om de tien jaar een dergelijk drama mee. Men zou denken, of hopen, dat men na een dergelijk drama de nodige ondersteuning krijgt, dat men psychologische hulp krijgt en dat men begrip krijgt. Dat blijkt vandaag te weinig het geval. Dat is de reden waarom de familie van Laurens aan de alarmbel trekt. Velen volgden snel. Vandaag stonden in de krant meerdere getuigenissen. Van ondersteuning achteraf is niet echt sprake, zegt een collega. Een dag of twee thuisblijven en een brochure met hier en daar een telefoonnummer van een psycholoog die men misschien kan bellen, blijken niet voldoende. Dat vertelt het verhaal van Laurens. Hij is niet alleen. De afgelopen tijd zijn drie treinbestuurders uit het leven gestapt om gelijkaardige redenen.
Mijnheer de minister, ik wil dan ook heel graag mijn medeleven betuigen aan de vrienden en familie van Laurens, maar misschien nog belangrijker is te weten wat u zult doen met hun vraag om treinbestuurders beter te ondersteunen.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, aujourd'hui, j'ai le cœur lourd. Je vais commencer par présenter mes condoléances à la famille de Laurens, ce jeune conducteur de train de 29 ans qui a mis fin à ses jours et qui laisse derrière lui une famille brisée et des collègues vraiment marqués.
Ce drame ne peut pas être vu comme un fait isolé. Il y en a d'autres, dont celui intervenu chez Infrabel, dont on a déjà discuté ici. Ce drame s'inscrit dans un mal-être profond aux chemins de fer que mon groupe, le PTB, a déjà dénoncé à plusieurs reprises dans cette Assemblée. On a évoqué le stress, la fatigue, la pression constante, la souffrance psychologique.
Une collègue accompagnatrice me racontait justement, qu'après avoir vécu un accident de personne percutée par son train, son absence avait été refusée parce que le document qu'elle avait complété n'était pas le bon. Cela ne va pas du tout, c'est inhumain! Voilà pourquoi nous avons demandé qu'une audition soit organisée sur le sujet, ce que l'Arizona a refusé.
Aujourd'hui, ce refus fait mal, c'est un vrai désastre. Les témoignages de la famille et les articles de presse parlent de situations traumatisantes vécues en service, d'un besoin d'écoute, de repos, de soutien. La famille aurait même reçu un appel pour demander la restitution du GSM de service. Cela ne pouvait-il pas attendre? C'est vraiment inacceptable!
Être conducteur de train, cheminot, ce ne sont pas des métiers faciles. Ce sont des horaires difficiles avec des grosses responsabilités et parfois des scènes qui marquent à vie. Quand tout s'accumule, les dégâts peuvent être irréversibles.
Monsieur le ministre, quelles mesures comptez-vous mettre en place pour analyser et comprendre cette situation? Allons-nous enfin organiser une audition avec les responsables?
Jean-Luc Crucke:
Chers collègues, les événements dramatiques qui ont touché le personnel des chemins de fer dans la région de Bruges et d'Ostende requièrent gravité, humilité et détermination. Plusieurs situations de suicide au sein du personnel ferroviaire ont suscité une profonde émotion au sein des familles, des collègues et de l'ensemble du secteur.
Allereerst wil ik namens de regering en namens u allen onze steun en ons diep medeleven betuigen aan de families, naasten en collega's die een dierbare hebben verloren. Zij maken ongekend zware tijden door en onze gedachten gaan naar hen uit. Het is onze verantwoordelijkheid om beschikbaar te zijn, respectvol te blijven en niets overhaasts te doen wat betreft de begeleiding die zij wensen.
Il est de notre devoir d’agir avec sérieux et responsabilité. J’ai dès lors demandé à la SNCB, à Infrabel et à HR Rail de me transmettre pour le 19 janvier un état des lieux complet portant notamment sur les faits – de manière strictement anonymisée –, les dispositifs de prévention existants, l’accompagnement psychosocial des agents exposés, la gestion du travail et la prévention des expositions répétées, l’accompagnement des familles et les données permettant d’évaluer l’efficacité des mesures en place.
Ik heb ook gevraagd om duidelijkheid te verschaffen over de procedure die wordt gevolgd wanneer een personeelslid wordt getroffen door een dodelijk ongeval, om een evaluatie te maken in het licht van de huidige normen. De systematische psychologische begeleiding gedurende de eerste 24 uur zal worden onderzocht en er zullen concrete aanbevelingen worden gedaan.
Ik wil heel duidelijk zijn: het gaat hier geenszins om het voorbarig beoordelen van de individuele oorzaak van deze drama’s. Het is onze institutionele taak om elke werknemer een beschermend, humaan en aangepast kader te garanderen. In een context waarin België voor een grote uitdaging staat op het vlak van zelfmoordpreventie, moeten onze overheidsbedrijven het goede voorbeeld geven door extra waakzaam te zijn en effectieve menselijke steun te bieden.
J’informerai le Parlement des conclusions et proposerai, si nécessaire, des mesures complémentaires au gouvernement.
Ces drames nous rappellent que le service public ferroviaire repose avant tout sur des femmes et des hommes. Leur dignité, leur sécurité et leur accompagnement doivent rester au cœur de nos priorités. Je vous remercie pour votre écoute.
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de minister, het is goed dat u de problemen erkent er ook mee aan de slag wilt gaan. Tegelijkertijd hoop ik dat u beseft dat het verhaal van Laurens maar het topje van de ijsberg is. Een aanrijding is het ergste wat een treinbestuurder kan meemaken. De getuigenissen in de krant vandaag geven aan dat er meer aan de hand is, waaronder lange shiften, afgekeurde verlofdagen en gigantische tijdsdruk. Mensen die voor het spoor en op de trein werken, verdienen respect voor het belangrijke werk dat zij doen. Zij verdienen ook perspectief op oplossingen. Daarom zal de Vooruitfractie vandaag nog een verzoek indienen om hoorzittingen te organiseren over welzijn op het werk bij het spoorwezen.
Farah Jacquet:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses. J'entends que vous avez travaillé à quelque chose de concret et que vous avez demandé des comptes, ce qui est vraiment très bien. J'entends aussi cette demande de la part de Vooruit. À ce sujet, je voudrais leur dire qu'il aurait fallu le demander avant, et dire oui à notre demande d'audition. Vous le faites maintenant, mais cela arrive beaucoup trop tard. Dans ce cadre, le groupe PTB va à nouveau demander des auditions, pour que toute la lumière soit faite sur ce qu'il se passe réellement aux chemins de fer et sur les conditions de travail des agents. Laurens n'était pas le premier, hélas, mais il doit être le dernier!
De nieuwe hoofdzetel van de NMBS en Infrabel
Het nieuwe hoofdkantoor van de NMBS en Infrabel
De gemeenschappelijke hoofdzetel van de NMBS en Infrabel in Brussel
Een gemeenschappelijke hoofdzetel voor de NMBS en Infrabel in Brussel: rationalisering en synergieën
Gemeenschappelijke hoofdzetel NMBS en Infrabel in Brussel
Gesteld door
PS
Dimitri Legasse
PTB
Farah Jacquet
PS
Ridouane Chahid
MR
Gilles Foret
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jean-Luc Crucke bevestigt dat SNCB, Infrabel en HR Rail hun hoofdzetels willen bundelen in het voormalige Tri Postal (Fonsnylaan) als voorkeursoptie om synergieën en kostenbesparingen (tot ~100 miljoen euro) te realiseren, mede door gedeelde voorzieningen en aangepaste kantoorbehoefte post-covid. Hij benadrukt dat de verkoop van huidige gebouwen (120.000 m²) afhangt van de uitvoering, terwijl het hotelplan vervalt ten voordele van kantoorruimte; juridische, financiële en stedenbouwkundige haken (o.a. masterplan Brussel-Zuid) blijven onderhandelingspunt. Farah Jacquet (kritisch) stelt voor om de entiteiten volledig te fuseren (één bestuur, minder CEO’s) om coördinatie, veiligheid en kosten verder te optimaliseren, wijzend op hoge salarissen (bv. Infrabel-CEO: >30.000€/maand) en slecht management (rechtzaken, "team buildings"). Chahid onderschrijft de bundeling voor betere samenwerking, maar hamert op afstemming met het Brussels masterplan en federale inbreng voor wijkherwaardering.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, qu’en est-il des projets de construction de nouveaux sièges par la SNCB et Infrabel? Visiblement, les deux entreprises publiques réfléchiraient à regrouper leurs sièges centraux en un seul lieu, l’ancien Tri postal de l’Avenue Fonsny, plutôt qu’en deux lieux séparés. Le service des ressources humaines HR Rail rejoindrait également ce siège central unique.
Il me semble que, partenaires privilégiés l’une de l’autre, des synergies doivent être recherchées. On parle notamment d’un restaurant, d’un parking voire de salles de réunion communs mais il est probable que d’autres synergies pourraient être envisagées. Le nouveau siège de 75 000 m² serait aménagé différemment que ce qui avait été prévu préalablement par la SNCB. Le dossier date de 2017 et les temps ont bien changé. Le covid et la guerre en Ukraine sont passés par là.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous confirmer que le projet d’un siège unique est la piste privilégiée aujourd’hui? Quels sont les éléments qui pourraient faire capoter cette solution? Quand les travaux pourraient-ils commencer?
Pouvez-vous également nous confirmer que la SNCB tente toujours de vendre quatre bâtiments de quelque 120 000 m² au total mais ne trouve guère de candidats tant les conditions urbanistiques mises par le maître architecte bruxellois seraient contraignantes?
La SNCB comptait aussi construire un hôtel de quelque 8 000 m². Ce projet est-il définitivement enterré?
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, on apprend dans la presse qu’Infrabel, HR Rail et la SNCB souhaitent finalement se regrouper au sein d’un siège commun, situé dans l’ancien Tri postal de l’avenue Fonsny.
1/ Où en sommes-nous? Ce projet va-t-il se concrétiser et, si oui, selon quel calendrier?
2/ Quel serait le coût de ce déménagement? Combien d’économies ce regroupement pourrait-il générer en comparaison avec les autres alternatives envisagées?
3/ Qu’en est-il de la vente des bâtiments actuels?
Voorzitter:
Les choses vont vite, aujourd'hui.
Ridouane Chahid:
Pour ma part, je vais quand même dire quelques mots, monsieur le président.
D'abord, belle et heureuse année, monsieur le ministre! Je vous souhaite plein de beaux projets, et surtout une bonne santé. C'est la base de tout.
Monsieur le ministre, nous avons effectivement appris par la presse qu'Infrabel et la SNCB pourraient déménager dans un seul et même bâtiment afin de réaliser des économies. Votre cabinet a d'ailleurs souligné dans la presse que c'était la piste privilégiée, tout en indiquant que les modalités étaient encore à préciser, notamment entre avocats, architectes, et les différents acteurs.
Sans revenir sur l'historique de ce dossier qui a démarré en 2017, cette solution impliquerait l'abandon de facto du projet d'Infrabel, qui devait occuper une surface de 35 000 m². C'est le site de l'ancien tri postal qui devrait dès lors réunir les deux entreprises publiques, alors que le projet de l'hôtel tomberait à l'eau pour exploiter l'ensemble du bâtiment pour des bureaux.
Monsieur le ministre, le site du tri postal pourra-t-il permettre de loger l'ensemble des activités d'Infrabel? Pourrez-vous modifier juridiquement le projet initial de la SNCB sans toucher à la structure initiale? Quel sera l'impact de ces modifications sur le master plan? Quelles seront les conséquences financières potentielles en termes d'indemnités de retard, notamment pour les entreprises qui ont déjà réalisé des travaux?
Voorzitter:
Je ne vois pas M. Foret. Monsieur le ministre, je vous donne donc la parole.
Jean-Luc Crucke:
Encore merci, cher collègue, pour vos vœux.
Infrabel et la SNCB, actuellement, louent ou sont propriétaires de bâtiments dans le quartier de Bruxelles-Midi. Dans une logique de bonne gestion, les deux entités ont engagé une réflexion séparée visant à devenir propriétaires d'un bâtiment unique, regroupant certains services tels que bureaux administratifs, salles de réunion, salle de contrôle national du trafic ferroviaire, data center, ainsi que des services d'entretien des installations techniques.
Néanmoins, compte tenu de l'impact financier, la construction de deux projets distincts, compte tenu du fait que le projet d'Infrabel rend impossible une quelconque extension des capacités ferroviaires internationales à la gare du Midi, qu'il s'agit de projets destinés à accueillir le personnel des entreprises sans impact réel sur l'appareil industriel et la qualité du service offert aux voyageurs, j'ai mandaté la SNCB et Infrabel pour qu'elles travaillent ensemble à un projet visant à regrouper leurs sièges centraux sur un seul site, l'ancien tri postal situé avenue Fonsny n° s 47, 48 et 49 à Bruxelles. Cette option d'un siège commun est privilégiée, et fait l'objet d'une collaboration étroite afin de maximiser les synergies entre les entreprises.
Les besoins des sociétés ont été précisément recalculés et adaptés à l'évolution des modes de travail, notamment à la suite de la pandémie de Covid-19 et à la centralisation de certains services à Bruxelles. Le bien-être au travail et le bon fonctionnement des deux entreprises restent les priorités dans ce processus.
L'aspect financier du déménagement fait également l'objet d'une analyse approfondie. Aucun chiffre concret ne peut être communiqué à ce stade, mais l'objectif recherché est de s'inscrire dans une trajectoire de réduction des coûts opérationnels afin, notamment, de maximiser le retour sur investissement de l'opération.
Dans le contexte économique que l'on connaît, alors qu'il est demandé à chaque entité de notre pays de faire des économies, je ne pourrais concevoir que les deux entreprises publiques ferroviaires construisent chacune leur siège social de leur côté, sans avoir égard aux synergies qui peuvent s'envisager et aux économies d'échelle que ces synergies pourraient générer, sachant que chacune des entreprises doit pouvoir conserver son autonomie et que le partage d'un même bâtiment doit aussi pouvoir renforcer la complémentarité dans l'exercice de leurs missions respectives.
Concernant la vente des bâtiments actuels – Atrium, Delta-Zennewater, France-Bara et une partie du Fonsny n° 49 –, la SNCB a déjà reçu des offres. Cependant, la vente de ces immeubles dépend, comme vous le comprendrez, de la réalisation du nouveau siège, puisqu'ils sont actuellement occupés en grande partie par la SNCB, Infrabel et HR Rail. Si la décision de regrouper les sièges est prise, la partie du Fonsny n° 49 initialement mise en vente sera finalement nécessaire pour le nouveau siège et ne pourra donc pas être cédée à un tiers.
À propos du projet d'hôtel sur le site du Fonsny n° 49, la SNCB n'a jamais eu l'intention de construire elle-même un hôtel, n'étant pas un promoteur immobilier. Dans le cadre de cette étude, cette partie hôtel du bâtiment sera utilisée pour les besoins des entreprises et ne sera donc pas disponible pour un projet hôtelier, ce qui ne signifie pas pour autant qu'aucun projet immobilier d'hôtel ne pourrait voir le jour dans le quartier.
Par ailleurs, j'accorde aussi une attention particulière à la façon dont les projets de sièges viendront s'intégrer dans le quartier et dans quelle mesure ceux-ci peuvent être paramétrés au mieux pour tenir compte des enjeux de redynamisation du quartier Midi et ainsi améliorer l'image de la porte d'entrée européenne pour les voyageurs. Je n'oublie pas que cet endroit est l'entrée de Bruxelles.
Les aspects juridiques font bien partie des éléments actuellement étudiés dans le cadre du dossier. Par ailleurs, nous sommes en contact avec plusieurs acteurs politiques. J'ai rencontré la ministre Ans Persoons (Vooruit) ainsi que plusieurs acteurs politiques de la Région de Bruxelles-Capitale afin d'intégrer les enjeux liés au redéploiement du quartier. J'ai également rencontré la semaine passée certains bourgmestres qui sont directement concernés aussi par le projet. Quant aux conséquences financières potentielles, elles font l'objet de négociations en cours et seront intégrées à l'étude globale actuellement menée.
Comme vous l’aurez compris, au-delà des aspects financiers, ce projet constitue également une opportunité pour le quartier Midi. Le regroupement sur le site Fonsny permettra la réhabilitation d’un axe stratégique, l’amélioration de la sécurité et de l’image du quartier. En termes budgétaires – mais prenez le montant avec toute la réserve voulue, car les négociations sont vraiment encore en cours – il semblerait qu’on puisse établir une économie de l’ordre de 100 millions. Ça peut être un peu plus ou un peu moins. Ce sera sans doute un peu moins, mais on est quand même dans des montants substantiels.
En résumé, l’intégration des sièges sociaux sur le site de l’avenue Fonsny est la piste privilégiée. La décision finale dépendra de facteurs techniques, économiques et urbanistiques. La vente des bâtiments actuels et les projets annexes sont conditionnés par l’avancement du projet.
S’agissant du siège central, il n’est pas encore possible de fixer un calendrier du projet précis, car l’exercice préparatoire est toujours en cours. Toute option retenue devra naturellement s’inscrire dans les objectifs d’autonomie et de complémentarité des entreprises publiques, et être de nature à soutenir le processus de préparation à la libéralisation du marché ferroviaire, en garantissant notamment une trajectoire financière favorable.
Voorzitter:
Monsieur Legasse, pas de réaction? (Non)
Farah Jacquet:
D’abord, monsieur le ministre, meilleurs vœux.
Je vous remercie pour les différentes informations apportées. Nous allons continuer à suivre ce dossier. Je tenais néanmoins à dire que, quitte à vouloir réunir les différentes entités au sein d’un seul siège pour faire des économies, pourquoi ne pas tout simplement réintégrer ces entités au sein d’un même commandement? Cela apporterait des économies, notamment en divisant par trois le nombre de CEO et de CA, surtout quand on sait que le CEO d’Infrabel gagne déjà plus de 30 000 euros par mois, ce qui n’est d’ailleurs pas toujours un gage de bonne gestion: quand on voit ces procès, les team buildings et j’en passe, il pourrait peut-être se recycler dans l’événementiel, qui sait. Mais il n’y a pas que des économies à en retirer, car cela améliorerait également la coordination et la communication entre les différents services, avec moins de couacs organisationnels et moins de risques d’accident. Nous vous invitons donc à aller plus loin en la matière, et peut-être aussi à souffler aux députés du parti Les Engagés de soutenir notre résolution sur le sujet.
Ridouane Chahid:
Merci pour vos réponses, monsieur le ministre. Je comprends évidemment l'idée de rassembler les différentes entités, non seulement dans une logique d'économies mais permettant aussi d'avoir des entités qui se parlent au sein d'un même bâtiment. Nous avons connu Infrabel et la SNCB qui ne se parlaient pas beaucoup sur certains dossiers. Le dossier de la gare du Midi existe depuis plus de vingt ans. Gardez à l'esprit qu'un masterplan a été fait par la Région de Bruxelles-Capitale et qu'il est important. Ce quartier demande à être régionalisé et compte aussi sur le fédéral pour être un acteur important. Je vous remercie déjà pour le suivi du dossier.
De NMBS-verbinding Charleroi-Centraal – Couvin en de toekomst van het rollend materieel
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sarah Schlitz vraagt zich af of de dieseltreinen (serie 41) op de niet-geëlektrificeerde lijn Charleroi-Couvin – essentieel voor rurale mobiliteit maar verouderd en kostelijk – zullen worden vervangen, en of de lijn behouden blijft, gegeven de klimaatdoelen en gebrek aan publiek beleid. Minister Jean-Luc Crucke bevestigt dat de SNCB vanaf 2032 dieseltreinen vervangt door elektrische batterijtreinen (MR30), met infrastructuurwerken (€9,5 mln) vanaf 2026 en mogelijke EU-financiering (RRF), wat de lijn veiligstelt zonder nieuwe dieselinvesteringen. Schlitz noemt de plannen "hoopvol" voor lokale mobiliteit.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, le 8 décembre dernier, lors du dépôt de ma question, je souhaitais attirer votre attention sur l’avenir de la liaison ferroviaire Charleroi-Central – Couvin qui présente la particularité d’être exclusivement exploitée au moyen d’autorails thermiques de la série 41. Ces engins, construits entre 2002 et 2004, approchent déjà de la moitié de leur durée de vie théorique. À titre de comparaison, la génération précédente, mise en service en 1955, n’a été retirée qu’après près d’un demi-siècle d’exploitation.
Si Infrabel assure l’entretien de la ligne et mène actuellement des travaux de modernisation entre Jamioulx et Walcourt, des inquiétudes persistent quant à la pérennité de cette desserte, non en raison de l’infrastructure mais du matériel roulant. Le maintien d’un parc d’autorails thermiques représente en effet un coût important pour la SNCB: maintenance spécialisée, formation du personnel, approvisionnement en carburant, etc. Or, alors que la SNCB investit dans du matériel moderne de type M7, aucune information publique ne semble indiquer le remplacement des autorails de la série 41.
Sachant que la conception, l’acquisition et la mise en service de nouveaux matériels ferroviaires nécessitent des temps longs, il apparaît légitime de s’interroger sur la stratégie envisagée pour cette ligne exploitée en grande partie en voie unique et longue d’à peine 50 kilomètres.
Monsieur le ministre, quelles actions sont-elles menées afin d'investir dans de nouveaux autorails thermiques, ou dans des solutions bi-modes, pour une seule ligne non électrifiée? À défaut, doit-on craindre une remise en question de cette liaison, pourtant essentielle à la mobilité dans cette zone rurale, ce qui serait par ailleurs en contradiction avec nos objectifs climatiques?
Monsieur le ministre, la SNCB dispose-t-elle d’un plan de remplacement pour les autorails de la série 41 affectés à la ligne Charleroi-Couvin? Des études sont-elles en cours concernant l’électrification partielle ou totale de cette ligne, ou l’utilisation de matériels alternatifs (bi-modes, hydrogène, batteries)? Quelle garantie le gouvernement peut-il apporter à la population concernée quant au maintien de cette desserte, essentielle à l’accessibilité de ces territoires ruraux?
Jean-Luc Crucke:
Comme vous vous en doutez, j'ai posé votre question à la SNCB, qui m'a répondu privilégier l'utilisation de trains électriques, lesquels représentent déjà actuellement 95 % du matériel roulant affecté au transport des voyageurs. Cette orientation répond à des objectifs climatiques, environnementaux et opérationnels, notamment en matière de réduction des nuisances sonores et olfactives. Toutefois, une partie limitée du réseau d'Infrabel reste non électrifiée, ce qui rend encore nécessaire le recours à des trains diesel sur certaines lignes, dont celle reliant Charleroi à Couvin.
La SNCB exploite aujourd'hui encore 94 autorails diesel de la série AR41 sur les lignes non électrifiées du réseau, dont cette ligne que vous évoquez. Ces trains, mis en service en 2000, répondent aux normes européennes en vigueur et demeurent pleinement conformes à la réglementation. Leur maintien en exploitation s'inscrit dans une gestion responsable du matériel, compte tenu des investissements consentis et de leur durée de vie moyenne.
Le parc diesel actuel sera progressivement retiré du service à partir de 2032, les AR41 arrivant alors en fin de vie. Il est important de souligner qu'ils ne seront pas remplacés par de nouveaux trains diesel. La SNCB prévoit en effet de recourir à des trains électriques fonctionnant sur batterie. Ces rames offrent l'ensemble des avantages de la traction électrique tout en pouvant circuler sur des lignes dépourvues de caténaires sur l'ensemble du parcours. Le remplacement du matériel diesel s'opèrera avec la mise en service des automotrices MR30 à batterie. La concrétisation de cette commande revêt dès lors une importance stratégique pour assurer la transition vers des solutions de transport plus durables sur les lignes non électrifiées.
Il va de soi que ces nouveaux trains répondront aux exigences modernes en matière d'accessibilité et de confort. Cette évolution garantit non seulement la continuité de l'exploitation sur des lignes essentielles comme celle de Charleroi-Couvin, mais s'inscrit également dans une trajectoire cohérente avec les objectifs climatiques et la nécessité d'assurer une mobilité de qualité dans les territoires ruraux concernés. De plus, Infrabel m'informe qu'elle prévoit de faire les travaux d'infrastructure nécessaires à l'accueil des futurs trains bimodes AM30 à partir de la SNCB, sur la L132-134.
Il convient préciser que la SNCB et Infrabel ont proposé d'affecter une partie des moyens dégagés dans le cadre du RRF ( Recovery and Resilience Facility ), au financement des trains à batterie. Cette proposition est actuellement en cours d'analyse.
Les travaux seront entamés en 2026 avec un budget confirmé de 9,5 millions d'euros.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, je vous remercie de ces informations qui vont dans le bon sens de la pérennisation de cette ligne. Mes collègues locaux seront donc heureux de recevoir cette réponse.
De toegankelijkheid van het station Tielen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Crucke bevestigt dat station Tielen sinds 15 september 2025 beperkt toegankelijk is voor reizigers met een mobiliteitsbeperking (via assistentie en opstaphulpmiddelen), maar niet autonoom (geen hoge perrons), zoals het hof van beroep in de zaak-Rombouts oplegde. Hij wijt tegenstrijdige NMBS-informatie aan een menselijke fout en belooft betere communicatie, maar benadrukt dat infrastructuurwijzigingen afhangen van samenwerking met Infrabel. Cuylaerts erkent de vooruitgang maar bekritiseert dat de NMBS geen excuses aanbood aan de seniorenvereniging die door de fout werd misleid, en stelt dat dergelijke communicatietekorten het vertrouwen in toegankelijkheid ondermijnen. Beide partijen delen de prioriteit, maar de praktische uitvoering blijft problematisch.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, u herinnert zich waarschijnlijk wel het verhaal van de paralympiër Francis Rombouts, die een jarenlange juridische strijd voerde voor de toegankelijkheid van het station van Tielen. Begin dit jaar verplichtte het hof van beroep de NMBS om het station toegankelijk te maken, zodat de paralympiër zelfstandig de trein kan nemen. Wat blijkt echter? Die toegankelijkheid geldt blijkbaar niet voor iedereen.
Zo blijkt dat op 12 november een seniorenvereniging uit Kasterlee een groepsticket aankocht voor een uitstap naar Brussel, waarbij zich onder de deelnemers één mindervalide persoon bevond. Voor die persoon werd tijdig assistentie aangevraagd, met vertrek in Tielen. Het groepsticket op zich vormde geen probleem, maar de aanvraag voor assistentie wel. Volgens de NMBS was het niet mogelijk om in Tielen op te stappen en diende de betrokken persoon afzonderlijk in Herentals de trein te nemen. Eenmaal aangekomen in het station van Herentals werd evenwel bevestigd dat assistentie in Tielen wel degelijk mogelijk was. Daarbij werd aangegeven dat die assistentie telefonisch moest worden aangevraagd. Dat leidt tot onduidelijkheid, aangezien de betrokken persoon beschikt over verschillende bewijsstukken van die communicatie. Hij werd aldus het slachtoffer van tegenstrijdige informatie binnen het bedrijf. Dit wijst opnieuw op een belangrijk pijnpunt, namelijk de communicatie.
Ik heb hierover een aantal vragen.
Hoe verhoudt de huidige toegankelijkheid van het station van Tielen zich tot de uitspraak in de zaak van de paralympiër Francis Rombouts? Kunt u bevestigen dat het station van Tielen vandaag toegankelijk is voor reizigers met een beperkte mobiliteit? Hoe verklaart u dat binnen de NMBS tegenstrijdige informatie circuleert over de beschikbaarheid van assistentie in dat station? Welke duidelijke stappen kunnen worden gezet om te vermijden dat reizigers met een beperking opnieuw de dupe worden van foutieve en onduidelijke communicatie over de toegankelijkheid van dat station?
Jean-Luc Crucke:
Dank u, geachte collega, voor uw vraag over een belangrijk onderwerp als de toegankelijkheid van het spoor. Zoals u weet, is toegankelijkheid sinds het begin van de legislatuur een prioriteit van mijn mobiliteitsbeleid.
Daarom ben ik de bespreking gestart met de sector, dus met de NMBS en Infrabel, om enerzijds de ambities van het masterplan autonome toegankelijkheid, vermeld in de beheerscontracten, te verhogen en anderzijds een langetermijnvisie op de toegankelijkheid van het spoor uit te werken. Bij dat belangrijke werk wordt uiteraard rekening gehouden met de juridische geschillen, zoals het door u aangehaalde geschil met betrekking tot het station van Tielen.
In zijn arrest verplicht het hof van beroep de NMBS om op werkdagen te voorzien in de nodige hulpmiddelen en bijstand voor de heer Francis Rombouts, zodat hij eenmaal per dag de trein kan nemen en eenmaal per dag de trein kan verlaten in het station van Tielen.
De NMBS heeft de nodige opstaphulpmiddelen geïnstalleerd op beide perrons, zodat reizigers in een rolstoel er met behulp van door de NMBS georganiseerde assistentie sinds 15 september 2025 de trein kunnen nemen. Reizigers kunnen die assistentie tot 24 uur voor hun reis aanvragen. Deze dienstverlening geldt voor alle reizigers met beperkte mobiliteit en dus niet alleen voor de heer Francis Rombouts.
Het station van Tielen is uitgerust met hellingen en blindegeleidelijnen, maar beschikt niet over hoge perrons. Het wordt daarom niet beschouwd als een autonoom toegankelijk station volgens de criteria die zijn vermeld in het openbaredienstcontract en het performantiecontract.
De wet van 21 maart 2021 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven bepaalt dat de NMBS infrastructuurbeheerder noch eigenaar is van de perrons, de doorgangen onder de sporen en andere toegangen tot de perrons. Elke wijziging inzake toegang, perronhoogte en inrichting moet dus gebeuren in akkoord en samenwerking met de infrastructuurbeheerder Infrabel.
De tegenstrijdige informatie die zou hebben gecirculeerd over de beschikbaarheid van assistentie in dit station, betrof een menselijke fout tijdens de verwerking van de aanvraag.
Tielen werd pas recent toegevoegd aan de lijst van stations waar assistentie wordt aangeboden. Blijkbaar was de betrokken medewerker daarvan niet op de hoogte. Navraag bij het personeel dat de assistentie in Tielen uitvoert, leert dat ze wel degelijk op de hoogte zijn van het feit dat assistentie wordt georganiseerd voor alle reizigers met beperkte mobiliteit.
Ik hoop dat de assistentie die in Tielen en elders wordt aangeboden aan personen met beperkte mobiliteit alle reizigers in staat stelt om gemakkelijk de trein te nemen. Daarom heb ik de NMBS en Infrabel gevraagd om duidelijke en transparante informatie op te stellen voor het doelpubliek. De regels werden herhaald voor het betrokken personeel.
Weet in elk geval dat ik als goede democraat de beslissing van de rechter zal respecteren.
Dorien Cuylaerts:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw heel duidelijk antwoord. Ik ben blij dat u in het begin van uw antwoord ook aangaf dat die toegankelijkheid voor u een heel belangrijk gegeven is. Dat is een bezorgdheid die we delen. Wat ik ook belangrijk vond in uw antwoord, is dat het niet alleen voor de paralympiër is aangepast, maar dat het station van Tielen wel degelijk voor iedereen toegankelijk moet zijn. Uiteraard werken we allemaal met mensen en kan een menselijke fout altijd gebeuren. Mag ik dan wel vragen dat er vanuit de NMBS richting de vereniging die op 12 november het ticket boekte en de assistentie tijdig heeft aangevraagd excuses worden aangeboden? Uiteindelijk hebben zij de weg naar mij gevonden om me hierover een vraag te stellen. Het ligt dus wel heel gevoelig bij mensen die nood hebben aan begeleiding en aan toegankelijkheid van onze treinen.
De nieuwe NMBS-dienstregeling
De uitbreiding van het treinaanbod
De nieuwe dienstregeling van de NMBS voor de provincie Luxemburg
Verbeterd treinaanbod en dienstregeling NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Dorien Cuylaerts (Kempen) prijst de 5%-groei van het NMBS-aanbod tegen 2026 als positief, maar bekritiseert dat pendelaars in de Noorderkempen achterblijven door gebrek aan betrouwbare verbindingen (bv. laatste trein om 21.44u) en eist concrete oplossingen voor de regio. Minister Crucke benadrukt dat de uitbreidingen (late treinen, IC’s, S-aanbod) zowel pendelaars als vrijetijdsreizigers bedienen en dat de Noorderkempen al 2 treinen/uur heeft, maar Cuylaerts ontkent de praktische meerwaarde bij frequente vertragingen. Sarah Schlitz (Zuid-Luxemburg) hekelt de 61-minuten-wachttijd in Libramont door slechte aansluitingen op de lijn Athus-Meuse, wat pendelaars en studenten ontmoedigt en autogebruik stimuleert; zij eist kortetermijnoplossingen (bv. kleine horariumaanpassingen) ondanks de langdurige werken tot 2029. Crucke wijt de problemen aan Infrabel-werken en noemt busalternatieven (lijn 33), maar Schlitz betwist hun haalbaarheid en vraagt om maatschappelijke impactstudies. Beide parlementsleden stellen dat de NMBS-regio’s ongelijk behandelt en de ecologische transitie ondermijnt door onpraktische dienstregelingen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, de NMBS kondigde aan dat het treinaanbod vanaf 14 december opnieuw zal worden uitgebreid, wat natuurlijk zeer positief is. Over een uitbreiding zijn we altijd zeer verheugd. Samen met de eerdere uitbreidingen van het vervoersplan 2023-2026 betekent het een groei van 5 % van het treinaanbod tegen 2026. Die groei ligt in de lijn van de verwachtingen en de ambitie in het openbare dienstcontract om tegen 2032 10 % te halen. Dat is dus heel goed nieuws voor de reizigers, vooral voor wie 's avonds nog op een veilige manier thuis wil geraken of in het weekend sneller naar de grote steden wil reizen.
Tegelijkertijd blijft bij een groep pendelaars, zeker in de Kempen, het gevoel dat zij wat achterblijven in de nieuwe dienstregeling. Terwijl elders in het land het aanbod verder groeit, wachten zij nog steeds op betrouwbare en kwalitatieve verbindingen.
Mijnheer de minister, hoe beoordeelt u de uitbreidingen in het licht van het openbaar dienstcontract? Voldoet de NMBS hiermee aan de afgesproken groeipaddoelstellingen? Of blijft er de komende jaren toch een kloof, die nog moet worden gedicht?
Op welke reizigers mikt de NMBS met de uitbreidingen? Beoogt zij daarmee meer vrijetijdsverplaatsingen of komen de uitbreidingen ook de dagelijkse pendelaar ten goede?
Hoe zal de NMBS opvolgen of de uitbreidingen echt werken? Wordt bijvoorbeeld gemeten hoeveel reizigers de late treinen gebruiken? Wat gebeurt er met de resultaten? Zal er een evaluatie plaatsvinden?
Werd bij de opmaak van de nieuwe dienstregeling ook rekening gehouden met de noden van de reizigers uit de Noorderkempen? Waarom krijgt de Noorderkempen in tegenstelling tot andere regio's geen bijkomende versterkingen?
Sarah Schlitz:
Depuis le 14 décembre, la nouvelle grille horaire de la SNCB a des conséquences pénalisantes pour les habitants du sud de la province de Luxembourg, en particulier pour les navetteurs de la ligne Athus-Meuse – Virton, Florenville, Bertrix sont également concernées – qui doivent désormais patienter 61 minutes en gare de Libramont avant de poursuivre leur trajet, parce que la correspondance est supprimée vers et depuis Namur, Ottignies et Bruxelles. Cette perte de temps est d'autant plus difficile à comprendre que, selon les horaires annoncés, les trains continueront d'arriver et de repartir à seulement quelques minutes d'intervalle, parfois sous les yeux même des usagers, sans que la correspondance ne soit possible.
Cette modification pourrait entraîner un découragement massif des usagers, en particulier des étudiants et navetteurs quotidiens, qui voient leur trajet allongé inutilement. Elle aura aussi des effets contre-productifs en termes de mobilité durable, d'augmentation des kilomètres parcourus en voiture, de report vers les gares de Marbehan ou de Libramont, de congestion accrue, de baisse de fréquentation de la ligne et de potentielle mise en danger de son avenir. Une pétition a d'ailleurs été lancée le 9 décembre, qui avait déjà récolté 2 500 signatures au moment du dépôt de cette question.
Avec ce nouvel horaire, c'est toute une partie du territoire, vous l'aurez compris, qui se retrouve isolée. Nous avons écouté avec attention votre réponse en commission le 10 décembre. Vous y aviez déclaré chercher des alternatives, mais celles proposées aujourd'hui n'en sont pas, car le temps de parcours devient quasiment aussi long que si les voyageurs attendent pendant une heure à Libramont. Les bus de remplacement proposés ne peuvent en outre pas accueillir autant de passagers, ni se déplacer aussi vite que les trains, et ne représentent donc pas une alternative durable.
Mes questions sont donc les suivantes.
Rechercherez-vous, en concertation avec Infrabel et la SNCB, une façon de décaler certains horaires de train ne fût-ce que de quelques minutes, afin d'assurer cette correspondance?
Le gouvernement a-t-il demandé à la SNCB d'évaluer l'impact sociétal, environnemental et économique d'une attente obligatoire de plus d'une heure pour les navetteurs?
À la suite d'une question posée mardi dernier au Parlement wallon par mon homologue, M. Stéphane Hazet, nous savons qu'une rencontre avec le ministre Desquesnes était prévue. A-t-elle eu lieu et qu'en est le résultat?
Plus largement, comment concilier les objectifs de transition écologique et d'attractivité du rail avec des décisions horaires qui, dans les faits, incitent les usagers à abandonner le train?
Jean-Luc Crucke:
Ik herinnerde er in de vergadering van de commissie voor Mobiliteit van 9 december al aan dat de NMBS op 8 oktober in de door de commissie georganiseerde hoorzitting in primeur toelichting gaf bij de uitbreiding van de derde fase van het vervoersplan 2023-2026. Voor meer details verwijs ik dan ook naar de documentatie die de NMBS toen aan de commissie bezorgde.
L'ensemble du processus d'étude et de sélection des offres du plan de transport 2023-2026 a été expliqué à la SNCB au travers de road shows au printemps 2023. Dans la seconde partie de ces présentations, la SNCB revient sur l'évolution du contexte de la mobilité et du télétravail, sur le retour des voyageurs à bord des trains après la pandémie, sur les inputs dont elle dispose pour répondre aux besoins et aux attentes régionales, sur le processus de sélection qui a conduit l'entreprise à sélectionner et phaser les vingt-sept projets les plus pertinents à partir d'une liste globale de nonante-trois projets.
Sinds zondag 14 december is het treinaanbod van de NMBS verder uitgebreid. Op vrijdag en zaterdag worden extra late treinen ingelegd. Tijdens het weekend zijn er bijkomende IC-treinen. Ook het voorstedelijke S-aanbod rond Brussel, Antwerpen, Gent en Charleroi werd verder versterkt. Dankzij die uitbreiding groeit het treinaanbod in 2026 met 2 %.
Samen met de eerdere uitbreiding in het vervoersplan 2023–2026 ligt het totaal treinaanbod in 2026 ongeveer 5 % hoger dan in 2023. Dat groeipad is in lijn met de doelstellingen van het openbaredienstcontract 2023–2032, dat voorziet in een groei van het treinaanbod met 10 % tegen 2032. Met de bijkomende versterkingen heeft de NMBS verdere stappen gezet richting de afgesproken doelstellingen, al blijft bijkomende groei in de komende jaren noodzakelijk.
De uitbreidingen zijn gericht op zowel vrijetijdsverplaatsingen als op de verbetering van de dagelijkse pendel. De extra late treinen en het versterkte IC-aanbod in het weekend spelen in op de groeiende vraag naar flexibele verplaatsingen in de vrije tijd. Tegelijk werd het voorstedelijke aanbod op weekdagen rond de grote steden verder uitgebouwd, met hogere frequenties en bijkomende spitstreinen, wat een duidelijke meerwaarde betekent voor woon-, werk- en schoolverplaatsingen.
Lorsque la SNCB réalise les études d'amélioration de son plan, elle les soumet à Infrabel. En parallèle, cette dernière l'informe de ses grands chantiers prévus pour les trois ans à venir, conformément aux procédures officielles. De la sorte, une planification conjointe est rendue possible, tout comme l'ajustement du plan de transport. Des concertations systématiques sont menées pour définir des périodes d'exécution, éviter la concomitance des chantiers et chercher d'autres solutions. Cette coordination est encadrée par la réglementation européenne.
Quand cela est possible, des interventions sont programmées de nuit, le week-end ou durant les fêtes, démontrant ainsi une approche proactive pour préserver la robustesse. La SNCB retire systématiquement toutes les études qui se révèlent incompatibles avec l'infrastructure, que ce soit en raison de travaux majeurs ou par manque de capacités dans des zones denses. Les projets retenus sont donc toujours compatibles avec la capacité du réseau, même si cela implique parfois une circulation moins rapide. Toutefois, l'ensemble du réseau est entretenu par Infrabel, qui organise plus de 5 000 chantiers par an. Enfin, il convient de rappeler que ces travaux sont indispensables pour garantir la sécurité, la fiabilité et l'évolution du réseau.
Madame Schlitz, comme vous le savez, Infrabel entreprend depuis plusieurs années une grande modernisation de l'axe Bruxelles-Namur-Luxembourg. Ce projet, débuté en 2007, dure depuis près de vingt ans et s'appuie sur la reconstruction intégrale de l'ensemble des lignes ferroviaires. Pour ce faire, Infrabel travaille avec de grandes sections où le trafic ne circule que sur une voie, au lieu de deux, la deuxième voie étant complètement détruite et reconstruite. Cette organisation de services à voie unique a permis de maintenir un service de trains sur la ligne pendant ces vingt années de travaux au prix de ralentissements. Les trains roulent, certes, plus lentement dans les zones de chantier et d'instabilité horaire.
Depuis la mi-décembre 2025, la chantier d'Infrabel a changé de phase. La rénovation des voies entre Ciney et Haversin et entre Grupont et Hatrival, commencée en 2022, est à présent terminée. Infrabel commence la rénovation des infrastructures entre Haversin et Marloie ainsi qu'entre Rochefort, Jemelle et Grupont. Cette phase de chantier va durer jusqu'en 2029. Cela signifie en parallèle que les trains circulent de nouveau sur deux voies dans les zones de chantier terminé, mais ne circulent plus que sur une voie sur les deux nouvelles zones en chantier. Cette modification profonde des infrastructures pour les trois années à venir se traduit par des adaptations majeures des horaires, tant sur l'IC Bruxelles-Luxembourg que sur l'omnibus Ciney-Marloie-Libramont.
C’est cette modification de la zone de chantier qui explique la rupture de correspondance en question. La SNCB indique n’avoir aucune volonté de nuire à telle ou telle ligne de son réseau.
Au contraire, l’offre dans la province de Luxembourg n’a cessé d’augmenter depuis 2017, avec notamment le passage d’un train toutes les deux heures à un train par heure sur la ligne Libramont-Virton-Arlon. Toutefois, compte tenu des nouvelles contraintes induites par le chantier évoqué ci-dessus, il n’est pas possible de conserver la correspondance à Libramont. La modification de l’horaire du train Libramont-Virton-Arlon a également été étudiée, mais la correspondance à Libramont ne pouvait être maintenue qu’au prix d’une rupture de correspondance à Athus vers Luxembourg et d’une réduction importante du temps de correspondance à Arlon vers Luxembourg.
À l’analyse des titres de transport et des déplacements, les correspondances de la Gaume vers le Grand-Duché ont été privilégiées par rapport à celles via Libramont. Au départ de Virton, outre les solutions ferroviaires impliquant de longues correspondances ou un temps de parcours important, il existe également une alternative multimodale avec la ligne de bus 33 du TEC, qui permet de relier Virton et Saint-Mard à la gare de Marbehan, où des correspondances sur les trains IC vers Namur et Bruxelles sont organisées en neuf minutes. Le bus 33 circulant sept jours sur sept, y compris pendant les vacances, peut constituer une alternative efficace en fonction des besoins de déplacement. Au départ de Florenville, le trajet vers Namur est légèrement plus court en effectuant une correspondance à Bertrix sur la relation locale Namur-Dinant-Bertrix-Libramont.
Je note enfin que depuis le 4 janvier 2026, la SNCB a adapté l’horaire d’un train Arlon-Athus-Virton-Libramont le dimanche soir. Cette adaptation du train de 18 h 22 au départ de Virton permet d’optimiser la correspondance à Libramont avec le train IC, même si cela implique parfois des circulations moins rapides en raison de ralentissements dans les zones de chantier ou de correspondances non optimisées en raison d’un manque temporaire de capacité dans certaines gares.
Cette adaptation du train de 18 h 22 à Virton permet d’optimiser la correspondance à Libramont avec le train IC de 19 h 04 vers Namur et Bruxelles et de réduire ainsi les temps de parcours vers Namur, Bruxelles et Louvain-la-Neuve, moyennant une deuxième correspondance à Ottignies, ainsi que vers Liège, moyennant une deuxième correspondance à Namur.
Cette amélioration se fait toutefois au détriment de la correspondance à Athus pour le train en provenance de Luxembourg via Rodange, au départ de Luxembourg à 17 h 20.
Les clients de ce train devront dès lors attendre deux heures la correspondance à Athus, au lieu des cinq minutes initialement prévues. Partir deux heures plus tôt, 15h20 de la gare centrale de Luxembourg, partir deux heures plus tard, 19h20 de la gare centrale de Luxembourg. Ou uniquement pour ceux embarquant à la gare centrale de Luxembourg, voyager via Arlon, moyennant un supplément tarifaire de trois à 4,9 euros selon la classe de voyage choisie.
Si aucune autre solution ferroviaire n'est envisagée jusqu'à présent, compte tenu de l'importance des flux de voyageurs entre la Gaume et le Luxembourg, vous noterez qu'à la fin du chantier de modernisation, la SNCB fournira ses meilleurs efforts pour proposer le plus de correspondances fiables sur l'ensemble de la ligne et aspire également à développer la fréquence de l'offre entre Bruxelles, Namur et Luxembourg, permettant aussi de proposer de meilleures alternatives à l'ensemble de la province.
Cela confirme la volonté de l'entreprise ferroviaire d'attirer toujours plus de voyageurs dans ses trains, y compris en province de Luxembourg. Les extensions du plan de transport de la SNCB concernent toutes les régions et toutes les lignes.
Depuis 2014, la SNCB a développé ses offres transfrontalières vers la France (Maubeuge), vers le Luxembourg depuis Liège et depuis Arlon, vers l'Allemagne depuis Liège et vers les Pays-Bas (Eurocity, Eurocity Direct et Trains des Trois Pays). En parallèle, en dix ans, la SNCB a transformé toutes les offres, toutes les deux heures, en offres horaires hors de la zone travaux Ciney-Libramont. Il n'y a donc plus, en semaine, de lignes pouvant être considérées comme étant sous-desservies.
De NMBS volgt dagelijks de evolutie van de reizigersaantallen, onder meer via de verkorte vervoerbewijzen, de evolutie van de inkomsten en de globale bezettingsgraad van de treinen. In het kader van de evaluatiestudies van het driejaarlijkse vervoerplan stelde de NMBS zich vragen over de relevantie van al haar treinen, zowel dewelke er recent bij zijn gekomen, als dewelke al langer rijden, maar niet meer beantwoorden aan actuele behoeften. De NMBS voert aanpassingen door wanneer dat nodig is. De uitbreidingen van december 2025 zullen aan dezelfde analyse worden onderworpen en, indien nodig, worden herzien of aangepast.
Het station Noorderkempen werd geopend in mei 2009. In iets meer dan 15 jaar is het aanbod daar gefaseerd verbeterd. Aanvankelijk werd het station alleen bediend door een pendeltrein Noorderkempen-Antwerpen-Centraal met een frequentie van één trein per uur. In 2017 werd het station verbonden met Nederland door de reorganisatie van de IC-verbinding Brussel-Amsterdam, die de pendel verving.
Bij die gelegenheid werd een P-trein toegevoegd, waardoor tijdens de spitsuren een halfuurdienst tussen Noorderkempen en Antwerpen werd aangeboden. Sinds 2023 bedraagt het aanbod in Noorderkempen twee treinen per uur gedurende de hele dag, namelijk één IC-trein Brussel-Nederland per uur en één S35-trein Antwerpen-Noorderkempen per uur. In 2024 werd de IC Brussel-Nederland, een Eurocity, uitgevoerd met comfortabeler en moderner materieel. Bijgevolg is het terecht dat het aanbod in de Noorderkempen in december 2025 niet wordt uitgebreid. Het station heeft de voorbije 10 jaar verschillende verbeteringen gekend en beschikt vandaag over een kwalitatief aanbod van twee rechtstreekse treinen per uur naar Antwerpen en één trein per uur naar Nederland, Brussel en zelfs naar Brussels Airport.
Dorien Cuylaerts:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw uitgebreid antwoord. Ik ben wel niet tevreden met het antwoord op mijn vraag over station Noorderkempen. Ik begrijp dat dat in 2009 werd geopend en dat de frequentie inderdaad is opgevoerd. Men kan natuurlijk de frequentie op papier wel verhogen, maar als de trein in de realiteit niet rijdt, heeft de reiziger daar niets aan. Wat dat betreft, blijf ik heel fel op mijn honger, want ik ga ervan uit – en u hebt dit net ook bevestigd – dat de noden in de Kempen, en meer bepaald in de Noorderkempen, vandaag niet aan bod zijn gekomen in de gesprekken. Hoe kunnen we het probleem daar oplossen en ervoor zorgen dat het openbaar vervoer in die regio, waar veel mensen dagelijks de trein nemen, weer betrouwbaar en comfortabel wordt?
Laat ik ook positief zijn, want de uitbreidingen in de rest van het land zijn natuurlijk wel positief. Ik kom zelf uit de Kempen en mijn hart ligt daar net iets meer. Ik geef u nog een voorbeeld. Vanuit Antwerpen vertrekt de laatste trein richting Noorderkempen om 21.44 uur. In het weekend in de stad een pintje gaan drinken, is dus voor ons niet weggelegd. Dat is jammer.
Als we spreken over een groeipad en ambities in het openbare dienstcontract, dan moeten die ambities ook merkbaar zijn. We krijgen echter het gevoel dat sommige regio's vooruitgaan, maar andere helaas achterblijven, ook al zijn er de voorbije tien jaar op papier wijzigingen gebeurd. Mensen moeten er opnieuw van overtuigd worden om de trein te nemen. Die groei moet ook voelbaar zijn in een regio zoals de Kempen en dat is vandaag echter helaas niet het geval.
Sarah Schlitz:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse. Il est assez décevant d'entendre que les gens vont devoir attendre jusqu'en 2029 pour avoir des conditions de déplacement correctes. Investir c'est important. Effectuer des travaux, c'est pour améliorer le service. J'en conviens. Quand j'entends que les habitants concernés doivent courir entre deux correspondances et que le train leur passe sous le nez avec embarquement terminé, qu'ils doivent alors attendre 61 minutes pour avoir le suivant, je me dis que quelque chose ne tourne pas rond. J'espère que des solutions pourront être trouvées. Je comprends que parfois c'est impossible quand une seule voie est disponible mais cinq minutes d'attente pourraient améliorer la vie de dizaines ou de centaines de personnes. Espérons que la SNCB pourra entendre le désarroi de ces personnes. Trois ans de patience, c'est fort long!
Herhaalde incidenten met substanties op treinsporen en de mogelijke veiligheidsrisico’s
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tine Gielis vraagt om opheldering over herhaalde olieachtige besmetting op Antwerpense spoorwegen, die leidde tot grote hinder, en of sabotage (naast accidenten) mogelijk is, gelet op recente drone-incidenten bij kritieke infrastructuur. Minister Crucke bevestigt dat de analyse van stalen nog loopt—geen piste wordt uitgesloten—en wijst op bestaande veiligheidsmaatregelen (verhoogde inspecties, drones voor detectie) en structurele monitoring, maar kan nog geen oorzaak of opzet bevestigen. Gielis uit zorgen over het ontbrekende definitieve onderzoek, maar waardeert de genomen preventieve en reactieve stappen; ze eist wel nadere informatie zodra de resultaten bekend zijn. Drones voor systematische detectie zijn in testfase, maar afhankelijk van regelgevende toelatingen.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, in de voorbije maanden werd op verschillende tijdstippen in en rond het spoornetwerk van Antwerpen een vettige, olieachtige substantie vastgesteld. Het ging om een gladde filmlaag die zich op de rails had vastgezet. er werden stalen genomen door Infrabel, om te zien hoe de materie is samengesteld, maar ook hoe die daar was terechtgekomen.
Het incident heeft zich herhaaldelijk voorgedaan, wat tot langdurige en grootschalige hinder heeft geleid, waarbij er ter plaatse manueel met ontvetters en hogedrukstoom moest worden gereinigd. Dat heeft op het netwerk geleid tot heel wat omleidingen, vertragingen en geschrapte treinen.
Mijnheer de minister; ik heb hierover een aantal vragen. Ten eerste, kunt u toelichten wat de materie juist inhield? Wat zijn de resultaten van de stalen die door Infrabel werden genomen en hoe zijn die op het spoornetwerk terechtgekomen?
Ten tweede, ziet u deze incidenten als louter accidenteel, aangezien het zich toch wel herhaaldelijk op verschillende tijdstippen heeft voorgedaan? Denkt u dat er ook kwaad opzet of sabotage in het spel zou kunnen zijn?
Ten derde, zijn er bijkomende veiligheidsinspecties of maatregelen voor bijkomende monitoring afgesproken of opgestart om zulke incidenten in de toekomst te vermijden?
Ten vierde, dit is misschien een worstcasescenario, maar ik denk dat we niet naïef mogen zijn. Met het zicht op de recente drone-incidenten rond de strategische infrastructuur, werd er met de NMBS of Infrabel besproken of er specifieke voorzorgs- of beveiligingsmaatregelen moeten worden genomen om soortgelijke risico's voor het spoorverkeer te beperken? Wordt hieraan een systematische detectie gekoppeld of ervaart u dit eerder als accidenteel?
Jean-Luc Crucke:
Geachte collega, de laboratoriumresultaten van de twee recente stalen zijn juist binnen. Deze moeten echter nog grondig geanalyseerd worden, om na te gaan of er overeenkomsten bestaan tussen beide substanties. Op dit moment wordt geen enkele piste uitgesloten. Het kan gaan om twee toevallige gebeurtenissen in dezelfde regio, om een mogelijk spoor van smeervet afkomstig van treinstellen of om kwaad opzet.
In functie van de verdere analyse hopen we gelijkaardige elementen te identificeren die een verband kunnen verduidelijken en potentiële oorzaken kunnen helpen uitsluiten. Voorlopig kunnen we echter geen definitieve uitspraak doen.
Infrabel hecht bovendien groot belang aan veiligheid en aan de bescherming van zijn kritieke infrastructuur, materieel en informatie. Er zijn reeds diverse maatregelen van kracht, zoals de verhoogde inspectie van spoor, wissels en bovenleidingen en de permanente paraatheid van interventieteams, om snel te kunnen reageren bij incidenten. Deze bestaande veiligheidskaders, samen met initiatieven inzake cyberveiligheid en continue monitoring, illustreren dat Infrabel structurele maatregelen treft om intrusies en risico's voor gevoelige infrastructuur te beperken.
Infrabel experimenteert momenteel met het gebruik van drones om een veiligheidskader uit te werken. Deze drones kunnen instaan voor een geautomatiseerd detectiesysteem dat dergelijke fenomenen opspoort. Infrabel vraagt de nodige vluchttoelatingen aan bij het DGLV en rolt stapsgewijs deze capaciteit uit, rekening houdend met de geldende luchtvaartreglementering.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het doet mij plezier en geeft mij wat vertrouwen te horen dat er een heel gamma aan maatregelen bestaat om de veiligheid te kunnen garanderen en dat er zowel preventief als reactief wordt gewerkt.
Het baart mij echter wel zorgen dat er nog verder onderzoek moet worden gedaan naar de substanties en de oorzaak van hun aanwezigheid op het spoornetwerk. Misschien kunt u ons daarover op de hoogte houden. Als de resultaten gekend zijn, dan wil ik daarover zeker worden geïnformeerd, om alle bezorgdheden daaromtrent te kunnen wegnemen.
Voorzitter:
Vraag nr. 56011607C van mevrouw Meunier is omgezet in een schriftelijke vraag.
De aangekondigde spoorstaking
De spoorstaking
De stakingen bij de NMBS
De staking bij het spoor eind januari
Spoorstakingen bij NMBS eind januari
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jean-Luc Crucke verdedigt de hervormingsplannen voor de NMBS (o.a. stopzetting statutaire aanwervingen en pensioenmaatregelen voor nieuwe werknemers) als noodzakelijk voor de liberalisering in 2032, maar erkent dat onderhandelingen met de vakbonden (ACOD Spoor e.a.) mislukten – ondanks twee ondertekende voorakkoorden die door de syndicale basis werden verworpen. Hij wijst beschuldigingen van een "verborgen agenda" (Legasse, PS) af, maar bevestigt dat verdere onderhandelingsruimte ontbreekt en enkel consultatie resteert, wat Legasse bekritiseert als "een reductie van arbeidersrechten" en eenzijdig doordrammen. De vakbonden (gesteund door Legasse en deels Cuylaerts) noemen de hervormingen "een frontale aanval op de arbeidsvoorwaarden" en wijzen op chronische onderbezetting, onveilige werkomstandigheden (bv. bij Sécurail) en het risico op verdere rekruteringsproblemen, maar Crucke stelt dat alternatieve dienstregelingen (met 72-uursmeldingsplicht en 24-uurscommunicatie) de impact moeten beperken. Troosters (N-VA) en Cuylaerts (Open Vld) vrezen echter dat herhaalde stakingen (nu een volledige week in januari 2026) reizigers definitief naar de auto zullen drijven, wat de modal shift-doelstellingen ondermijnt. Crucke weigert toe te geven aan "onwettige druk", maar belooft een nieuwe bemiddelingsronde op 14 januari.
Frank Troosters:
De spoorvakbonden hebben het plan om van 26 tot 30 januari te gaan staken. Ze doen dit uit protest tegen de hervormingsplannen van de federale regering. Nadat er in 2025 reeds een record werd gevestigd inzake spoorstakingen lijkt deze betreurenswaardige trend zich verder te zetten in 2026.
Heeft de minister overleg gehad met de spoorbonden over de door hun aangekondigde staking? Zo ja, met welk resultaat? Zo neen, zal de minister trachten hen op andere gedachten te brengen?
Op welke wijze stroken de vele stakingen met de ambitie om meer reizigers naar de trein te leiden?
Welke andere acties zal de minister nog ondernemen om te voorkomen dat de treinreizigers opnieuw het slachtoffer worden van de onenigheid tussen het spoorpersoneel en de federale regering?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister,
De spoorbonden hebben opnieuw aangekondigd het werk neer te leggen, dit keer van maandag 26 tot en met vrijdag 30 januari. Het zou gaan om een beurtstaking, waarbij bepaalde regio's of beroepsgroepen op afwisselende dagen actievoeren. Na de vele stakingsdagen van het voorbije jaar dreigt het spoorverkeer dus ook in het nieuwe jaar opnieuw ernstig verstoord te worden.
In de media geven de vakbonden aan dat deze acties verband houden met onder meer de stopzetting van statutaire aanwervingen en bredere pensioenmaatregelen. Tegelijk wordt gesteld dat er de afgelopen maanden meerdere gesprekken met u hebben plaatsgevonden, maar dat die geen resultaat hebben opgeleverd.
Ik heb de volgende vragen voor mijnheer de minister:
Wat is de visie van de minister op de aangekondigde spoorstakingen van 26 tot en met 30 januari 2026?
In de media stelt ACOD Spoor dat er de voorbije maanden veel gesprekken zijn geweest, maar dat die niets hebben opgeleverd. Klopt deze bewering, en hoe beoordeelt u het verloop van dat overleg?
Welke initiatieven zal u nemen om te voorkomen dat reizigers opnieuw de dupe worden van vakbondsacties, en hoe zal u erop toezien dat de alternatieve dienstregelingen van de NMBS tijdig, duidelijk en betrouwbaar worden gecommuniceerd?
Dimitri Legasse:
Les grèves à la SNCB sont suffisamment importantes et graves que pour en parler. Dans quelques jours, les cheminots partiront à nouveau en grève pour une semaine. Bien sûr, les premiers pénalisés seront les navetteurs, mais ceux-ci se disent compréhensifs face à ces mouvements au vu de la situation des cheminots, dans la mesure où jamais ceux-ci n'ont été aussi durement attaqués par le gouvernement. Vous me direz sans doute le contraire, que vous avez essayé de négocier à plusieurs reprises, et que vous aviez même un préaccord signé. Mais le fait que celui-ci a été refusé par la base est révélateur.
Alors que le train devrait être la colonne vertébrale d’une réelle politique de mobilité, votre gouvernement semble vouloir sans cesse casser une fragile paix sociale – je ne reviendrai pas à cet égard sur la problématique des pensions. Il semblerait que vous refusiez à présent la négociation. Ce n'est pas votre tempérament mais, de guerre lasse semble-t-il, vous avancez maintenant vers les réformes que le gouvernement veut mener. Quelque 675 millions d'économies pour la SNCB, ce qui signifie pour les cheminots une pension moins importante, la fin du statut pour ceux à venir, les pénuries et les problèmes de recrutement, les conditions de travail qui, vous en conviendrez, ne sont pas les meilleures – il y a des métiers plus "confortables", une insécurité quotidienne et un certain climat délétère, notamment au sein de Sécurail. Dans pareil contexte, on peut comprendre que le rail n'attirera plus beaucoup de candidats. Vous vous disiez adepte du dialogue, avec l'ensemble des partenaires sociaux. Aujourd'hui, on a plutôt le sentiment que vous avez une sorte d'agenda caché – permettez-moi de le dire. Vous voulez réduire le dialogue social à un simple processus de consultation.
Qu'entendez-vous faire rapidement pour ramener la paix sociale – pas avant le 26 janvier sans doute mais au lendemain ou l'avant-veille – au sein de la SNCB? Combien de grèves faudra-t-il encore, subies par les navetteurs, pour que vous rouvriez un dialogue constructif avec les organisations sociales?
Serge Hiligsmann:
Monsieur le ministre, la modélisation de la gestion des ressources humaines au sein des chemins de fer belge, approuvée récemment par le Conseil des ministres sur votre proposition, constitue une étape essentielle pour préparer la SNCB et Infrabel à la libéralisation à venir, tout en garantissant la continuité et la qualité du service public ferroviaire. Dans ce contexte de réforme, un énième mouvement de grève est annoncé sur le rail du 26 au 30 janvier prochain. Cette situation suscite de vives inquiétudes chez de nombreux navetteurs – dont certains collègues, moi-même et vous-même, bien sûr, faisons partie –,qui dépendent quotidiennement du train pour se rendre au travail.
Dès lors, monsieur le ministre, pourriez-vous nous préciser où en est le dialogue social avec les organisations syndicales afin d'expliquer les objectifs de la réforme et de prévenir, autant que possible, des perturbations prolongées pour les usagers? On parle potentiellement de cinq jours de grève fin janvier, ce qui ne s'est plus présenté depuis près d'un an, avec des conséquences importantes.
Deuxième question: quelles mesures sont-elles envisagées pour limiter l'impact de ce mouvement sur les navetteurs et garantir un service alternatif efficace durant la période annoncée? Comment les opérateurs de transport se coordonnent-ils pour proposer des solutions de mobilité alternative, afin d'offrir des options concrètes aux citoyens pendant ces perturbations? Merci pour vos réponses.
Jean-Luc Crucke:
Chers collègues, comme je l’ai encore rappelé – et vous avez pu le lire dans la presse ce week ‑ end –, personne ne pourra dire que je n ’ ai pas tent é de n é gocier. J ’ ai sign é à deux reprises un accord avec les responsables des syndicats reconnus. Je ne renie rien de ces accords, sachant que, dans une négociation, chacun doit faire un pas. J’étais prêt à défendre ces accords devant le gouvernement. Il est sans doute plus facile pour la base syndicale de dire non – et quand je dis "facile" je mets des guillemets, car je comprends aussi les inqui é tudes –, mais ne reprochons pas non plus aux responsables politiques que cela n ’ a pas abouti alors que les accords é taient bel et bien sign é s. Et je suis aussi la feuille de route fixée par l’accord de gouvernement.
Ik herhaal het nogmaals. Het stakingsrecht bestaat en moet worden gerespecteerd, maar er waren al stakingen terwijl er nog niets was beslist. Vandaag is er geen onderhandelingsmarge meer mogelijk, omdat de onderhandelingen met de vakbondsverantwoordelijken mislukt zijn. Ik herhaal net nog eens. De genomen maatregelen zijn alleen gericht op de nieuwkomers en niet op de 25.000 werknemers die al in dienst zijn.
We moeten dit ideologische debat achter ons laten en de NMBS voorbereiden op 2032. De ons omringende landen hebben dit al voor ons gedaan, zelfs de Fransen die bekendstaan voor hun conservatisme. Alle verzoeningspogingen naar aanleiding van de stakingsaanzeggingen worden optimaal benut om de staking te vermijden, zodat de reizigers in normale omstandigheden van het treinaanbod kunnen genieten.
J'essaie toujours d'obtenir un résultat via le dialogue social, et ce dans les règles définies en concertation avec les syndicats, qui prévoient que, lorsqu'ils introduisent un préavis de grève, ce dernier doit répondre à plusieurs exigences. Comme chaque fois, HR Rail, qui est le gardien de la concertation sociale et qui le restera, va vérifier si un recours doit être introduit contre le préavis.
Zoals voor elke stakingsactie, zullen de NMBS en Infrabel de vastgelegde procedure in het kader van de gegarandeerde dienstverlening lanceren, waarbij de medewerkers die deel uitmaken van de essentiële populatie in het kader van de gegarandeerde dienstverlening en die geacht worden op een of meerdere stakingsdagen een prestatie te verzekeren, uiterlijk 72 uur voor de aanvang van de eerste dag van de staking hun intentie tot staking moeten meedelen. Op basis van die intenties worden alternatieve dienstregelingen opgemaakt, die volgens de gebruikelijke kanalen en timing worden gecommuniceerd.
De alternatieve dienstregeling tijdens de vorige staking heeft reizigers in veel gevallen een betrouwbaar alternatief geboden, binnen de beperkingen van een verminderd aanbod.
HR Rail, la SNCB et Infrabel poursuivent quotidiennement le dialogue social avec les syndicats. Ce sera aussi mon cas. Une nouvelle réunion de médiation est encore prévue avec eux le 14 janvier. La loi du 29 novembre 2017 relative à la continuité des services de transport ferroviaire de personnes en cas de grève est d'application depuis le 27 janvier 2018 en garantissant un service adapté pendant les périodes de grève. La SNCB et Infrabel la respectent scrupuleusement, de sorte que les trains roulent 365 jours par an, quelles que soient les circonstances.
Quant à la modernisation de la politique RH dans le cadre de la libéralisation du marché ferroviaire, elle me paraît indispensable. Cette évolution est nécessaire pour garantir la continuité opérationnelle et financière d'Infrabel, de la SNCB et de HR Rail à long terme, dans un environnement marqué par la concurrence, tant à l'échelle nationale qu'internationale. Dans ce contexte, les entreprises concernées ont l'ambition de conclure de nouvelles conventions collectives qui offrent la garantie d'un emploi durable et attrayant. Elles poursuivent quotidiennement leurs efforts en faveur d'un dialogue social constructif avec les syndicats. Je soutiens ces initiatives. En collaboration avec Infrabel, la SNCB me dit élaborer un service ferroviaire alternatif, basé sur le personnel disponible afin d'offrir une solution de déplacement au plus grand nombre de clients possible. Ce service est communiqué au plus tard 24 heures avant chaque jour de grève.
Dans le secteur public, la loi relative à la continuité des services en matière de transport ferroviaire de personnes en cas de grève impose certaines conditions pour permettre la planification d'un plan de transport alternatif. Premièrement, le préavis de grève doit être déposé au moins huit jours ouvrables avant le début de la grève. Deuxièmement, les membres du personnel essentiel doivent communiquer leur intention définitive de participer ou non à la grève au plus tard 72 heures avant le jour de grève. Troisièmement, en fonction de la disponibilité du personnel, un plan de transport est élaboré et communiqué aux voyageurs 24 heures à l'avance.
Je précise que la SNCB organise, fournit et garantit un service de trains qui dépend des ressources disponibles et, en particulier, du personnel. Elle déploie d'énormes efforts pour mettre en place un service alternatif pour tous ses clients. Lors d'une grève de plusieurs jours, où l'offre doit être adaptée quotidiennement, cela constitue un véritable défi. Compte tenu de la forte limitation du personnel disponible, cette offre reste toujours exposée à des défis en temps réel, par exemple des absences imprévues. Il est donc essentiel que tous les voyageurs suivent l'évolution de la situation via les canaux d'information habituels.
Pour conclure, je ne peux que répéter ce que j'ai mentionné plus haut. Je regrette cette semaine de grève qui risque d'impacter la qualité du service offert aux voyageurs, mais je ne veux pas céder devant une pression syndicale qui ne me paraît pas légitime au vu de la concertation qui s'est tenue jusqu'ici et compte tenu des énormes enjeux qui attendent les entreprises ferroviaires et face auxquels elles doivent être en capacité de se préparer.
Je rappelle que la libéralisation du rail en Allemagne a amené à ce que 40 % des lots soient aux mains d'opérateurs non historiques. Et, en France, sur les 13 lots qui ont été attribués, 3 ont aux mains d'un opérateur qui n'est pas historique. Il est plus que temps que l'entreprise se mette à niveau pour affronter 2032. Et, même si c'est la prochaine législature, 2032 c'est, pour moi, demain.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, daaraan heeft de treinreiziger natuurlijk niets. Tijdens de vorige legislatuur, onder de vorige federale minister van Mobiliteit, de heer Gilkinet, was er een recordaantal stakingen. Vorig jaar werd dat record nog eens veel scherper gesteld, met een waanzinnig aantal stakingsdagen. Dit jaar is amper begonnen en we weten nu al dat een volledige werkweek, wat eigenlijk behoorlijk ongezien is, zal gestaakt worden. De vraag die ik mij stel, is wat er daarna nog allemaal volgt.
Enige oplossing tussen de twee kampen is niet in zicht, maar de treinreiziger heeft daaraan geen boodschap. Hij betaalt belastingen en verwacht een correcte en goede dienstverlening. Dat is hetgeen we hem ook moeten geven. Finaal zal het zo zijn en ik kan dat begrijpen, dat steeds meer mensen die de trein willen nemen, afhaken en zullen kiezen voor alternatieve vervoerswijzen of misschien zullen terugkeren naar de wagen om zich te verplaatsen.
Ik vind dat bijzonder betreurenswaardig en maak mij echt zorgen over hoe dit verder zal evolueren in de loop van het jaar.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, het is goed dat u het signaal geeft dat de maat vol is. Vorige overlegmomenten en voorakkoorden zijn telkens op een dood spoor uitgedraaid. Het is duidelijk dat de vakbonden daarvoor niet openstaan. U haalt het aan, staken is inderdaad een recht, maar vorig jaar is het stakingsrecht echt wel misbruikt in deze.
Iedereen, elke reiziger zal hiervan weer hinder ervaren, nu ook weer. Op het gekozen tijdstip zullen de studenten het hardst getroffen worden. Zoals de voorzitter zei, uiteindelijk zal dit het vertrouwen ondergraven. Mensen kijken zelfs al niet meer op van stakingen en stappen gewoon over op andere vervoersmiddelen om toch maar op hun werk of examen te geraken. Dat is het jammere van het hele verhaal.
Dimitri Legasse:
Un mouvement ou des travailleurs qui ne paraissent pas légitimes et – vous l’avez dit entre guillemets mais vous l’avez dit quand même – "il est sans doute plus facile pour la base syndicale de dire non", monsieur le ministre, nous ne serons pas d’accord. Nous ne serons vraiment pas d’accord. En plus de cela maintenant, non seulement vous allez avancer, mais vous allez avancer plus vite, puisque l'agenda est revu et qu'on passera à 2026 pour certaines mesures. Cela devient non négociable. Il est désormais à peine question d'une consultation .
Je vous savais ouvert au dialogue, mais là, vous faites la démonstration contraire, même si vous avez essayé. Ce sont vos premiers mots: "J'ai tenté, j'ai signé deux accords, mais je suis la feuille de route fixée par le gouvernement."
Vous pouvez aussi leur dire non. Vous pouvez dire au gouvernement et à vos partenaires que les choses ne sont pas si faciles et qu'il n'est pas si facile que cela pour la base de dire non. Ils ont dit non après réflexion, parce que les mesures sont ce qu'elles sont.
Cependant, vous êtes clair, et vous avez le mérite de l'assumer. Il s'agit d'une réduction des droits des travailleurs. On ne peut pas dire autre chose, même si vous agitez – ce qui n'est peut-être pas un épouvantail – la libéralisation.
Plus de négociation, juste une consultation, et on avance désormais. Voilà le message que vous envoyez aux travailleurs, en leur demandant par ailleurs de réfléchir et de ne pas faire grève dans quinze jours. C'est un peu contradictoire.
Monsieur le ministre, redevenez vous-même. Reprenez votre bâton de pèlerin et retournez à la négociation, s'il vous plaît. C'est moi qui vous le demande, mais je ne sais pas si cela a une quelconque influence. Je vous remercie déjà.
Serge Hiligsmann:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.
Je comprends bien votre volonté de préparer l'avenir de nos services ferroviaires. Je suis vraiment convaincu de l'intérêt de poursuivre dans cette voie-là. Je déplore donc ces mouvements de grève, même si je les comprends, j'en suis conscient.
Heureusement que le système permet ce service minimum, car je reste persuadé qu'on peut arriver à se déplacer et à s'adapter, surtout dans ces circonstances-là, pour permettre l'utilisation de ces services. Merci pour votre continuation.
Voorzitter:
De vragen met nrs. 56011892C en 56011893C van de heer Bayet werden omgezet in schriftelijke vragen, net als diens samengevoegde vragen met nrs. 56011894C en 56011896C. De heren Bayet en Foret zijn niet aanwezig voor hun vragen met nrs. 56011895C en 56011954C. De vragen met nrs. 56011897C, 56011898C en samengevoegde vragen met nrs. 56011899C en 56011923C van de heer Bayet worden eveneens omgezet in schriftelijke vragen.
De afschaffing van de statutaire benoemingen bij de NMBS, Infrabel en HR Rail
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Minister Jean-Luc Crucke verdedigt de afschaffing van statutaire aanwerving bij SNCB, Infrabel en HR Rail per juni 2026 als noodzakelijke modernisering, ingegeven door EU-concurrentie en stijgende werkgeverslasten (38% vanaf 2026), en wijst op mislukte onderhandelingen met vakbonden die een eerder akkoord afwezen. Hij benadrukt dat flexibilisering (o.a. loonbeleid) en kostendruk (100-150 miljoen besparing) cruciaal zijn voor overleving, maar ontkent dat ontslaggemak het doel is; Dimitri Legasse bekritiseert de maatregel als "instabiel en onaantrekkelijk", vraagt zich af waarom de ingangsdatum versoepeld werd (2026 i.p.v. 2028) en betwist dat flexwerk de spoorcapaciteit verdubbelt – zoals beloofd in het regeerakkoord. Beide partijen verwijten elkaar gebrek aan sociaal overleg, met Legasse die eist de "basis van de vakbonden" serieus te nemen en Crucke die volhardt in "EU-verplichtingen en financiële noodzaak".
Dimitri Legasse:
Faute d’accord – encore – avec les syndicats, vous avez décidé de mettre fin au recrutement statutaire dès le mois de juin prochain. Cette mesure concerne la SNCB, Infrabel et HR Rail. La réaction des syndicats n’a pas tardé, puisqu’une grève d’une semaine est annoncée à la fin de ce mois.
Aujourd’hui, les entreprises ferroviaires comptent environ 25 000 statutaires pour 4 000 contractuels. Contredisez-moi si ces chiffres ne sont pas exacts. Ces statutaires ne constituent-ils pas, finalement, une garantie de fidélité et d’investissement du personnel? Fallait-il vraiment passer en force sur cette mesure si importante, dites-vous, pour l'avenir de nos entreprises? Quelles sont concrètement les économies qui seraient réalisées avec l’abandon de ce dispositif statutarisant? Que comptez-vous économiser en engageant des contractuels plutôt que des statutaires? Quelle flexibilité sera réellement gagnée avec ce passage aux contrats?
Qui dit contractuel dit aussi, potentiellement, une facilité accrue de licenciement. Est-ce là l’objectif poursuivi? Si tel était le cas, j’aimerais que cela soit clairement assumé. On sait également que le taux de syndicalisation est généralement plus faible chez les contractuels. Nous parlions à l’instant de la place des syndicats et je connais désormais le sort que vous leur réservez en termes de consultation plutôt que de négociation. Est-ce là votre véritable objectif? Je ne veux pas le croire.
Ne pensez-vous pas que la recherche de la paix sociale aurait été préférable? Pourquoi avoir, par ailleurs, avancé l’application de ces mesures?
Jean-Luc Crucke:
Si l’on remet les choses en perspective, l’accord de gouvernement prévoit explicitement la modernisation de la politique du personnel des entreprises ferroviaires belges. Le gouvernement a annoncé qu’il prendrait les mesures nécessaires à cet effet.
Dans la foulée de cet accord, des rencontres et des concertations ont eu lieu avec les parties concernées, y compris les organisations syndicales. Cette concertation s’est déroulée au printemps 2025 puis a été relancée durant l’été. Ce fut en vain, puisqu’à l’automne, il a fallu constater que le protocole d’accord, pourtant signé par les présidents des syndicats représentatifs, avait été rejeté par la base syndicale. Il s’agit d’un constat, pas d'un reproche.
Comme cela a déjà été déclaré dans la presse, les négociations ont été menées dans un esprit d’équilibre, de responsabilité et de concessions réciproques. Ici encore, il ne s’agit pas d’un reproche à l’égard des représentants syndicaux, avec lesquels les relations sont, pour certains, les plus cordiales.
Les réformes restent néanmoins nécessaires. La contractualisation complète s'impose pour anticiper les échéances européennes. La modernisation est indispensable dans le contexte européen. La Belgique est aujourd'hui le seul pays à maintenir un recrutement statutaire généralisé, ce qui limite la flexibilité et ralentit l'adaptation. À titre de comparaison, la SNCF en France, la Deutsche Bahn en Allemagne et Nederlandse Spoorwegen aux Pays-Bas ont déjà adopté des modèles contractuels. Même en Belgique, les autres opérateurs belges de transports publics, De Lijn, OTW, la STIB, recrutent également uniquement sous contrat et ces mesures n'ont pas toujours été prises par des gouvernements de droite.
En outre, le gouvernement a décidé d'augmenter la cotisation patronale à 38 % à l'avenir, afin de couvrir les coûts de pension du gouvernement pour les nouveaux engagés statutaires. Cette évolution constitue donc une étape essentielle pour garantir à long terme la continuité opérationnelle et financière d'Infrabel, de la SNCB et de HR Rail dans un environnement caractérisé par une concurrence accrue tant au niveau national qu'international.
Le Conseil des ministres a donc effectivement approuvé, le 23 décembre dernier, un avant-projet de loi visant à moderniser la stratégie des ressources humaines au sein des chemins de fer belges. Ce texte met en œuvre l'accord de gouvernement. HR Rail conservera son rôle d'employeur juridique et de garant du statut, tandis que les entités deviendront entièrement responsables de la gestion décisionnelle des ressources humaines.
La Belgique dispose désormais de moins de sept ans pour adapter son modèle ferroviaire. Ces réformes visent à préserver la pérennité du service public, à maintenir la compétitivité des opérateurs historiques et à préparer efficacement le secteur à la concurrence européenne.
L'avant-projet a été soumis ce jeudi 8 janvier en commission paritaire nationale des chemins de fer belge. Les entreprises ferroviaires ont, à l'occasion de cette réunion de commission paritaire, réaffirmé leur engagement en faveur d'un dialogue social constructif et de conventions collectives garantissant un emploi attractif et durable. On ne peut pas partager l'analyse, compte tenu des nombreux mois de discussions, des engagements pris par le gouvernement et les entreprises ferroviaires, je fais référence à plusieurs protocoles, des intentions exprimées récemment en commission paritaire par ces entreprises par rapport au dialogue social.
Par ailleurs, la volonté derrière la fin du recrutement statutaire est aussi celle d'avoir effectivement plus de flexibilité dans la politique salariale offerte aux agents recrutés contractuellement.
En conclusion, cette décision s'inscrit fidèlement dans l'accord de gouvernement et répond à la nécessité de moderniser la gestion du personnel afin d'assurer à long terme la continuité du service public ferroviaire et la compétitivité d'entreprises dans le cadre européen. Elle ne remplace pas le dialogue social, elle en fixe le cap et crée l'espace pour les conventions collectives ambitieuses chez la SNCB, Infrabel ainsi que chez HR Rail, cette dernière conservant son rôle d'employeur juridique.
Ce n'est pas seulement une législation stratégique pour permettre au rail d'être dans des capacités de concurrence du marché en 2032, c'est aussi une bonne règle de gouvernance économique. L'augmentation des cotisations patronales de manière à ce qu'elles soient égales entre le privé et le public, on ne peut pas l'abroger. Les cotisations patronales servent aussi à payer les pensions. À défaut ce seraient entre 100 et 150 millions d'euros qui pèseraient en plus sur les entités. Il n'y a pas beaucoup de citoyens – qu'ils prennent le train ou pas: tout le monde paye la dotation aux entités du rail que sont les entités autonomes et publiques – qui seraient disposés à payer entre 100 et 150 millions en plus pour la SNCB.
Dans les nombreux courriers que je reçois tous les jours de personnes qui veulent travailler dans ces entreprises publiques, à aucune reprise, quelqu'un m'a écrit qu'il voulait travailler chez HR Rail, à la SNCB, chez Infrabel, mais à une seule condition, c'est d'avoir un statut. Je n'ai pas eu un seul courrier qui m'en parle. Ce qui est demandé, c'est de pouvoir travailler dans une entreprise publique, autonome, performante et qui, en 2032, puisse garantir à tout le monde, pas seulement aux 25 000 qui garderont leur statut et leur contrat, de pouvoir continuer à avoir une place sur le marché ferroviaire, sous peine de se dire que ce sera l'étranger qui viendra chercher les parts de marché.
Dimitri Legasse:
Vous ne m'avez pas convaincu, monsieur le ministre, mais apparemment, je ne suis pas le seul. Vous essayez de faire croire que flexibiliser l'emploi – le rendre plus instable, plus insécurisant, moins valorisé – est attractif. Je rencontre moi aussi beaucoup de gens car, comme vous l'avez été, je suis municipaliste. Parmi les gens rencontrés, nombreux sont ceux qui cherchent un emploi. Ils sont toutefois un tant soit peu attentifs à la qualité et aux conditions de l'emploi. La flexibilisation – sans même parler de statutarisation – n'est, dans l'absolu, certainement pas plus attractive.
Je n'ai pas eu de réponse quant à savoir pourquoi avoir avancé l'application de cette mesure à juin prochain, si ce n'est qu'il faut anticiper 2032. La mettre en œuvre en 2026 au lieu de 2028 pour anticiper 2032, je ne suis pas sûr de saisir la logique chronologique.
Par ailleurs, dans l'accord de gouvernement figurent un tas d'éléments qui ne figuraient pas dans le programme des Engagés, j'en suis conscient, et vous vous tenez à cette feuille de route. Or vous avez déclaré, tant dans le programme des Engagés que dans l'accord de gouvernement, vouloir doubler l'offre ferroviaire. Je ne suis pas sûr, au risque de faire des liens qui n'en sont peut-être pas à vos yeux, que la fin de la statutarisation et la flexibilisation de l'emploi doubleront l'offre ferroviaire.
Finalement, quel résultat de la concertation? Le protocole a été rejeté: alors que vous aviez fait des concessions, la base a dit non. Pourquoi ne pas entendre la base, et pourquoi ne pas aller un peu plus loin dans la négociation? La flexibilisation et la fin de la statutarisation ne rendront pas le travail plus attractif et ne doubleront pas l'offre ferroviaire. Monsieur le ministre, ressaisissez-vous.
Voorzitter:
Vraag nr. 56011901C van de heer Bayet is omgezet in een schriftelijke vraag.
De voordelen van de combinatie fiets+trein
De tarifering, fietsstallingen en een coherent multimodaal fiets-treinbeleid
Fiets-treinintegratie: voordelen, tarifering en beleid
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Serge Hiligsmann bekritiseert dat de SNCB onvoldoende stimuleert om velo-treincombinaties te gebruiken door hoge toeslagen (€3–5 per rit), tekort aan veilige stalling en verouderde infrastructuur, ondanks het regeringsakkoord dat een fietsplan belooft. Hij vraagt om gereduceerde tarieven (bv. abonnementen) of betere voorzieningen, zoals in Vlaamse gemeenten. Minister Jean-Luc Crucke stelt dat de SNCB 100 beveiligde fietsenstallingen (met toegangssysteem) plant tegen 2032 – met 164.000 plaatsen (vs. 124.000 in 2022) – en 10.000 extra plaatsen tegen 2027, maar wijst kortingsabonnementen af. Wel wordt een nieuwe, goedkopere tariefstructuur (sinds 2025) geëvalueerd en samenwerkingen met deelfietsaanbieders (bv. Blue-Bike) uitgebreid, naast leasingpromoties voor werknemers. Hiligsmann reageert kort dat hij de toezeggingen over infrastructuur verwelkomt, maar hoopt op een integrale aanpak (inclusief autoparkings). Crucke benadrukt dat gedragsverandering centraal staat via fiscale stimulansen (80-20-regeling) en bedrijfscampagnes.
Serge Hiligsmann:
Monsieur le ministre, dans le contexte des grèves annoncées au cours du mois de janvier, certains navetteurs seront probablement tentés de recourir davantage au vélo afin de limiter les désagréments liés aux perturbations ferroviaires. Ces usagers viendront s’ajouter aux 14 % de Belges qui ont déjà fait le choix du vélo pour se rendre sur leur lieu de travail.
Dans le contexte actuel, l’intermodalité est pleinement encouragée, tant pour des raisons écologiques que sanitaires et pratiques.
Bien que la SNCB ait déjà pris des mesures en faveur de la combinaison vélo-train, elle pourrait aller encore plus loin dans la promotion des modes de transport combinés. En effet, pour chaque trajet effectué avec un vélo non pliable à bord du train, le navetteur doit s’acquitter d’un supplément de 3 euros aux heures creuses et de 5 euros aux heures de pointe. Sur une année, cette dépense représente un budget conséquent pour les personnes qui souhaitent combiner régulièrement, voire quotidiennement, le vélo et le train dans leurs déplacements domicile-travail, sans pouvoir, pour diverses raisons, recourir au vélo pliable, qui est heureusement gratuit.
À cela s’ajoutent le manque de places de stationnement pour vélos à proximité des gares, la vétusté de certains aménagements existants ainsi que des problèmes de sécurité. Dans ces conditions, peu de mesures concrètes semblent mises en œuvre pour encourager efficacement les usagers à adopter une mobilité multimodale.
Monsieur le ministre, l’accord de gouvernement prévoit un plan vélo. Des mesures en faveur de la combinaison vélo-train sont-elles envisagées dans ce plan? La SNCB envisage-t-elle la mise en place d’un abonnement spécifique ou d’un système de fidélité permettant aux usagers qui font le choix responsable du vélo de bénéficier, à défaut d’une gratuité, d’un tarif réduit ou d’une diminution de leur budget mobilité annuel? Enfin, si une telle solution tarifaire ne devait pas être envisagée, la SNCB prévoit-elle de moderniser et de sécuriser les infrastructures de stationnement pour vélos, à l’instar de ce qui se fait déjà au niveau local dans certaines communes flamandes, afin de permettre aux usagers de garer leur vélo en toute sécurité lorsqu’ils ne peuvent l’emporter à bord des trains?
Jean-Luc Crucke:
Dès le début de la législature et dans le cadre de la préparation du plan d'action fédéral Be Cyclist, j'ai demandé à la SNCB de continuer son engagement à renforcer l'intermodalité vélo-train également dans les gares périphériques. Pour ce faire, elle travaille activement au déploiement de parkings vélos sécurisés et couverts avec un objectif de 100 gares équipées de dispositifs à contrôle d'accès d'ici 2032.
Au 31 décembre 2025, la SNCB comptait plus de 35 parkings avec contrôle d'accès pour un total de 7 664 places. Ces parkings sont uniquement gérés par la SNCB – accès via MOBIB avec application du tarif préférentiel pour les voyageurs ferroviaires. Cette liste ne comprend donc pas les parkings à accès contrôlés gérés par les villes et communes ni les points vélos situés sur les terrains de la SNCB.
Par ailleurs, des projets pilotes de nouveaux parkings vélos sécurisés avec contrôle d'accès sont en cours et j'ai demandé à la SNCB de me faire un rapport pour le premier trimestre 2026. De plus, la possibilité de réduire l'offre de parkings voitures pour créer plus d'espaces vélo est également envisagée. L'objectif fixé dans le contrat de service public concernant l'augmentation systématique de la capacité cyclable a été atteint en 2025.
Son objectif suivant est d'augmenter encore la capacité de 10 000 places supplémentaires d'ici fin 2027. Les projets visant à atteindre cet objectif sont déjà concrets et ont été lancés. Un budget spécifique est prévu dans le cadre du plan pluriannuel d'investissement, incluant la création de nouveaux parkings sécurisés, l'installation de bornes de réparation et l'amélioration des accès.
Comme prévu dans le contrat de service public, la SNCB prévoit d'atteindre 164 000 places vélos d'ici 2032. De plus, le plan Be Cyclist 2.0 sera très prochainement soumis au gouvernement et ce dernier prévoit des mesures permettant de renforcer la combinaison vélo-train.
Afin de faciliter la combinaison vélo-train, il est prévu une augmentation substantielle du nombre de places de vélo, à savoir plus de 40 000 places en 2032 comparé à 2022, une meilleure accessibilité aux quais et aux trains et davantage de points vélo.
Parallèlement, la SNCB mène des actions de sensibilisation auprès des entreprises pour promouvoir les abonnements de train dans le cadre du système fiscal 80-20 qui permet une déductibilité avantageuse pour l'employeur et le salarié. Ces campagnes s'inscrivent dans une logique de mobilité durable et sont reliées via des partenariats avec des fédérations sectorielles et des plateformes RH.
La SNCB encourage également le recours au leasing vélo comme alternative à la voiture individuelle en mettant en avant la complémentarité avec l'offre ferroviaire.
La SNCB, Infrabel et HR Rail montrent également l'exemple en proposant à tous leurs employés d'opter pour un leasing de vélo. Par contre, la SNCB me dit ne pas envisager la mise en place d'un abonnement spécifique ou d'un mécanisme de fidélité pour la combinaison vélo-train. Cependant, comme prévu dans l'accord de gouvernement, en concertation avec la SNCB, nous étudierons l'efficacité de la nouvelle grille tarifaire de la SNCB. Depuis octobre 2025, il existe un tarif avantageux pour la combinaison vélo-train que nous devons pouvoir évaluer.
La SNCB me dit explorer activement des partenariats avec des opérateurs de vélos électriques et des services de leasing. Elle a conclu un accord de coopération nationale avec Blue-Mobility pour l'installation de Blue-Bikes à la gare. En outre, plusieurs gares proposent également les services d'autres organisations de vélos en libre-service, à savoir Villo, Voi, Bolt, Donkey Republic, Li Bia Vélo et Dott. Néanmoins, dans le cadre du plan Be Cyclist 2.0, la SNCB devra développer une stratégie globale pour les vélos partagés autour des gares. Nos ambitions de transition modale nécessitent une prise en considération de l'ensemble de la chaîne de déplacement.
Serge Hiligsmann:
Je vous remercie pour vos réponses et pour les décisions et mesures à venir concernant les parkings pour vélos et votre stratégie globale, impliquant également, je l'espère, les parkings pour les voitures et autres véhicules.
Voorzitter:
De vragen nrs. 56011903C en 56011912C van de heer Bayet worden omgezet in schriftelijke vragen.
Het station Tubeke
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Dimitri Legasse bekritiseert de jarenlange verwaarlozing van station Tubize, met name de defecte roltrappen (al 10 jaar in panne), gebrekkige verlichting en ontoegankelijkheid voor mindervaliden, plus het absurde fasering van werken (eerst perrons vernieuwd, daarna afdaken verwijderd zonder vervanging). Volgens minister Jean-Luc Crucke loopt een grootschalige renovatie (start 2025, afronding zomer 2026) met liften (ter vervanging van roltrappen), nieuwe afdaken en betere verlichting, maar vandalisme beperkt de openingstijden van het station; automatische, gratis toegankelijke toiletten volgen pas in 2027. Legasse noemt de situatie "roekeloos" en wijst op coördinatieproblemen tussen Infrabel, SNCB en aannemers.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, cette fois je ne vous interrogerai pas sur les syndicats et les négociations, mais bien sur quelque chose de plus local mais d'important, du moins pour l'ouest du Brabant wallon, à savoir la gare de Tubize. L'accessibilité des trains et des gares aux personnes à mobilité réduite doit être une priorité, comme nous en avons déjà discuté. Je vous ai posé des questions sur la gare de Tubize et le problème des escalators qui sont restés en panne pendant plusieurs années – une situation inacceptable.
Depuis, un vaste chantier a été lancé en gare de Tubize afin de surélever les quais, et des travaux sont désormais en cours afin de remplacer ces escalators défectueux sur les quais au profit d'ascenseurs. De manière assez peu logique, alors que les travaux sur les quais étaient terminés, la SNCB a procédé à l'enlèvement des abris. Il en découle une situation, certes temporaire, mais aussi très inconfortable pour les usagers, qui ne peuvent plus s'abriter, et aussi dangereuse car, faute d'éclairage suffisant, les quais et les escaliers en travaux se trouvent actuellement dans une quasi-obscurité.
Pouvez-vous, monsieur le ministre, faire le point sur les travaux déjà réalisés et à venir en gare de Tubize, ainsi que sur leur calendrier? Comment expliquez-vous ce phasage un peu particulier? Qu'en est-il plus précisément de la question de l'accessibilité aux quais, ainsi que du remplacement des escalators en panne depuis plusieurs années? Quelles mesures urgentes seront-elles prises, notamment pour éclairer comme il se doit les accès et les quais de la gare?
Enfin, des améliorations seront-elles prises pour assurer une meilleure accessibilité gratuite aux toilettes de la gare – ceci est un autre sujet – mais aussi, plus globalement, à l'intérieur du hall de gare, dont les heures d'ouverture sont actuellement très limitées malgré les températures que nous connaissions il y a quelques jours encore?
Jean-Luc Crucke:
Cher collègue, le phasage des travaux à la gare de Tubize est déterminé par les possibilités de mise hors service des voies. Ainsi, les travaux sur les quais ont été réalisés par Infrabel lors des coupures de lignes nécessaires à la rénovation des voies, tandis que les travaux de construction des ascenseurs et des auvents actuellement en cours n'étaient pas possibles durant ces coupures limitées.
À ce jour, Infrabel a procédé au rehaussement des quais. La SNCB poursuit actuellement l'installation des ascenseurs et le renouvellement des auvents. Sur les quais des voies 1, 2 et 3, cela comprend la démolition des anciens auvents et des escalators, le remplacement du quai, la construction d'escaliers et d'une rampe d'accès au quai 1, l'édification de cages d'ascenseurs à l'emplacement des anciens escalators, la construction de nouveaux auvents et l'adaptation de l'égouttage pour la récupération des eaux de pluie.
Du côté de l'accès à la gare, rue du Perroquet, les travaux incluent la démolition de l'auvent des abris pour vélos, le déplacement du module sanitaire TEC, la construction d'une cage d'ascenseur à l'emplacement du module sanitaire existant et la création d'un nouvel auvent pour les vélos.
La rénovation du couloir sous voies, incluant les aspects techniques et les escaliers, est également prévue.
Le chantier démarré en mars 2025 est en cours et la mise en service des nouvelles installations est estimée à l'été 2026, ce qui réjouira ma fille qui prend le train à Tubize. C'est un commentaire personnel.
À l'issue de ces travaux, les quais seront accessibles aux personnes à mobilité réduite grâce aux ascenseurs. Les escalateurs en panne depuis plusieurs années seront démontés. La SNCB vise à standardiser les infrastructures d'accueil dans ses gares et, dans ce contexte, la gare de Tubize ne remplit pas les conditions pour l'installation de nouveaux escalators.
Concernant l'éclairage, un défaut a effectivement été constaté à la suite de la défectuosité d'un disjoncteur qui a été remplacé. Un renforcement de l'éclairage du couloir sous voies est également prévu prochainement. Une vérification récente de l'éclairage en soirée à confirmé la conformité de l'ensemble des autres espaces.
En ce qui concerne l'accessibilité aux toilettes et au hall de gare, la SNCB fait face à Tubize à des actes répétés de vandalisme, notamment sur les portes d'accès, ce qui a des conséquences financières et motive la limitation des horaires d'ouverture de la salle d'attente.
Pour améliorer la situation, la SNCB prévoit l'installation d'un module sanitaire automatique accessible en continu à l'horizon 2027.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, je vous remercie. J'espère que Lucie comme Guy seront satisfaits, mais cela aura pris un temps certain et vous conviendrez avec moi que tout cela est quand même un peu rocambolesque, même s'il y a beaucoup d'opérateurs différents avec des phasages différents et des entreprises parfois en régie, parfois en interne, parfois en sous-traitance. Depuis quelques années, on ne doit pas être loin des 10 ans, les escalators étaient en panne. Cet été, on verra un fonctionnement tant des toilettes que de l'éclairage – tant mieux, il était temps, j'ai envie de dire – et le module sanitaire TEC sera remplacé par un module sanitaire SNCB. C'est parfait, nous verrons bien. Nous recontacterons Lucie et Guy pour savoir si tout va bien.
De consultancykosten bij het spoor
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jean-Luc Crucke bevestigt dat hij Infrabel en SNCB verplicht om consultancykosten met 20% te verlagen tegen 2026 (eerder 10%), ondanks nuanceringen van beide CEO’s—met name voor IT-consultancy. Farah Jacquet (parlementslid) prijst de opschaling van de doelstelling als "vooruitgang", maar blijft kritisch over de uitvoering en belooft opvolging, wijzend op een verwacht consultancybudget van ~1 miljard euro tot 2029. Crucke benadrukt dat overleg loopt om de maatregel conform het regeerakkoord te implementeren.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, je me permets de vous interroger une nouvelle fois sur les frais de consultance dans le rail. Dans votre réponse de décembre à ma dernière question écrite sur le sujet, vous indiquiez avoir adressé un courrier à M. Gilson lui demandant de réduire de 20 % les dépenses de consultance à partir de 2026.
Mes questions sont donc les suivantes. Cet objectif de réduction de 20 % s’inscrit-il sur l’ensemble de la législature? Quelle réponse avez-vous reçue de la part du CEO d’Infrabel et quelle a été votre réaction? Exigez-vous la même réduction de la part de la SNCB? Si oui, avez-vous déjà obtenu une réponse de leur part? Je vous remercie.
Jean-Luc Crucke:
Comme je l’ai indiqué lors de la commission précédente, j’ai envoyé, fin novembre, un courrier aux deux CEO leur demandant de diminuer de 20 % les dépenses de consultance en 2026. Entre-temps, j’ai reçu les réponses d’Infrabel et de la SNCB. Les deux entreprises apportent notamment des nuances concernant la consultance IT. Oui, mon objectif est bien que tant Infrabel que la SNCB se soumettent à cet exercice.
Les contacts avec ces deux entreprises se poursuivent afin de voir comment mettre en œuvre au mieux la demande initiale et respecter les dispositions prévues dans l’accord de gouvernement.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je tiens d’abord à saluer votre volonté de réduire les frais de consultance. Il y a près d’un an, à la suite de nos interventions, vous indiquiez que vous alliez demander une baisse de 10 % des frais de consultance aux directions du rail durant votre législature.
Nous avions salué cette volonté et demandé d’aller plus loin. Vous l’avez fait en demandant une baisse de 20 % le mois dernier, ce qui constitue une avancée, d’autant plus que l’on sait qu’environ un milliard d’euros de consultance pourraient être dépensés d’ici 2029. Nous avançons donc dans la bonne direction.
Nous sommes satisfaits de constater que les CEO vous écoutent enfin, mais nous reviendrons vers vous afin de nous assurer que cette baisse de la consultance soit effectivement appliquée sur le terrain. Je vous remercie.
Voorzitter:
La question n ° 56012032C de M. Hiligsmann est transformée en question écrite. Il en va de même pour les questions n ° 56012043C, 56012045C et 56012046C de M. Bayet.
Het treinverkeer bij winterweer
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Dorien Cuylaerts (burgemeester) vraagt minister Crucke om een evaluatie van het NMBS-winterplan na hevige sneeuwval, met kritiek op onveilige perrons (soms dagenlang niet sneeuwvrij), gebrekkige communicatie (te laat, onduidelijk, geen preventieve waarschuwingen) en treinschrappingen (o.a. P- en S-treinen). Crucke antwoordt met cijfers (stiptheid 73-89%, 73-91 treinen geschrapt op 5-7/01, vooral door defect materieel of Nederlandse problemen) en licht de organisatie toe: prioritaire stations (L/M/S-categorieën), expertcomité (NMBS/Infrabel) en communicatiemethoden (app, website, schermen), maar Cuylaerts bekritiseert dit als ontoereikend ("nooit preventieve berichten gezien") en wijst op het verlaten van platform X (voormalig Twitter) als gemiste kans voor snelle updates. Ze dringt aan op betere, gerichtere reizigersinformatie.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, de voorbije dagen werden we geconfronteerd met hevige sneeuwval, wat zorgde voor moeilijke verkeersomstandigheden en heel wat files. Het openbaar vervoer blijkt dan een betrouwbaar alternatief te zijn.
De NMBS beschikt over een winterplan, dat ook op de website staat. Dat plan bevat verschillende maatregelen om zowel de stiptheid van het treinverkeer als de veiligheid van de reizigers te waarborgen. Zo staat er onder meer dat het stationspersoneel 24 uur per dag paraat is om de perrons en stationsingangen sneeuw- en ijsvrij te maken.
Dat is moeilijk en als burgemeester weet ik dat ook. Men probeert alles zoveel mogelijk sneeuw- en ijsvrij te maken, maar dat is niet gemakkelijk. Ik wil dit toch even aankaarten, want we kunnen daarnaast ook lezen dat tijdens het winterweer bepaalde treinverbindingen, zoals de P-treinen en sommige S-treinen, tijdelijk kunnen worden afgeschaft om de doorstroming van het treinverkeer en de veiligheid te garanderen. De beslissing hierover wordt enkele dagen op voorhand genomen door een comité van deskundigen, op basis van een rapport van het KMI over de weersomstandigheden.
Ik heb daarover een aantal vragen. Hoe evalueert u de huidige winterperiode tot nu toe wat betreft het spoorverkeer? Hoeveel treinen konden er tijdens de sneeuwdagen normaal rijden – graag een percentage – en hoeveel treinen reden er met vertraging? Hoeveel treinen werden er tijdens deze periode volledig afgeschaft? Op welke lijnen deden zich de meeste problemen voor?
Het sneeuw- en ijsvrij maken van de perrons is belangrijk voor de veiligheid van de reizigers. Kunt u toelichten hoe dit concreet georganiseerd wordt? Ik heb immers stations en perrons gezien waar de situatie na vier dagen echt gevaarlijk was. Welke criteria worden gehanteerd om te bepalen in welke stations en perrons het eerst wordt gestrooid? Wat met de stations waar geen stationspersoneel aanwezig is? Hoe wordt ervoor gezorgd dat ook de reizigers in kleine stations niet uit de boot vallen op het vlak van veiligheid?
Wie zetelt in het comité van deskundigen dat bepaalt of treinen al dan niet worden afgeschaft? Hoe wordt er tijdens de sneeuwperiodes gecommuniceerd met de reizigers over mogelijke vertragingen, afschaffingen en veiligheidsmaatregelen in de verschillende stations? Ten slotte, hoe denkt u de communicatie sneller bij de reizigers te krijgen, zodat deze hun verplaatsingen beter kunnen plannen?
Jean-Luc Crucke:
Geachte mevrouw Cuylaerts, tijdens de dagen van 5, 6 en 7 januari, in afwachting van de meest recente gegevens, hield het spoorverkeer goed stand, ondanks winterse omstandigheden die andere infrastructuur, zoals wegen en sommige luchthavens, zwaar verstoorden. De stiptheid bedroeg respectievelijk 89,5 %, 85,8 % en 73,7 %.
De situatie verschilde per lijn, afhankelijk van de weersomstandigheden. Sommige verbindingen werden sterk getroffen, zoals LA2/3 naar Essen, IC 35 naar Brussel-Zuid en LA5 naar Antwerpen-Centraal, terwijl andere lijnen een stiptheid van 100 % behielden, waaronder IC 6/2 naar Aarlen, IC 19/1 naar Doornik, L 10 naar Ciney, LB 5/2 naar Mechelen en LB 4/1 naar Aalst.
Op 5, 6 en 7 januari werden respectievelijk 73, 83 en 91 treinritten volledig afgeschaft. Die afschaffingen waren op alle drie de dagen in één op de twee gevallen het gevolg van defect rollend materieel en in één op de vijf gevallen wegens problemen op buitenlandse netten, vooral in Nederland.
Wat Infrabel betreft, bleef de impact op de infrastructuur beperkt, met een lichte stijging van het aantal incidenten aan de assets, vooral bij de wissels. Ondanks de moeilijke omstandigheden bleven de ploegen van Infrabel volledig gemobiliseerd om zeer snel te reageren en de impact van de incidenten tot een minimum te beperken. Ik wil hen daarvoor danken en feliciteren.
Ik beschik ook over cijfers over de post midday- , after midday- en daluren, maar ik zal die cijfers bezorgen aan de commissievoorzitter, zodat ze in het verslag kunnen worden opgenomen.
Tussen november en eind maart is het winterplan van de NMBS van kracht voor de domeinen die zij beheert, namelijk de stations en de omgeving ervan, de perrons en de parkings.
Voor de ruimere omgeving van de stations worden afspraken gemaakt met de steden en gemeenten. Het strooien en sneeuwvrij maken van de openbare ruimte, zoals de stoepen en de onderdoorgangen, is veelal een taak van de lokale besturen.
In de periode dat het winterplan van kracht is, wordt in de lokale onderhoudsploegen van de NMBS een sneeuwverantwoordelijke aangesteld. Die volgt elke dag de weervoorspellingen op en plant en implementeert vervolgens de maatregelen die zich opdringen.
De reinigingsploegen strooien tijdens hun ronde preventief zout en indien nodig komen er gespecialiseerde firma's strooien en sneeuw ruimen. Tot enkele jaren geleden besteedde de NMBS dat uit aan de hand van vierjarige contracten. Momenteel is er een contract van acht jaar in voorbereiding. In afwachting van dat laatste contract worden jaarlijkse contracten toegekend.
De NMBS neemt de winterproblematiek ernstig en engageert zich om de risico's die verbonden zijn met de winterse omstandigheden zoveel mogelijk en op een redelijke manier te beperken door al het mogelijke te doen met de middelen die ter beschikking zijn.
De NMBS en Infrabel werken samen een winterplan uit, dat alle maatregelen bundelt die door Infrabel en de NMBS worden genomen om de gevolgen van winterse fenomenen te beheren.
De twee pijlers van het winterplan zijn de preventieve maatregelen en de beheersmaatregelen. Binnen die twee pijlers worden steeds vier weerfenomenen in beschouwing genomen: sneeuw, ijzel en rijm, ijs, koude en vriestemperaturen en condensatie.
Ter voorbereiding op het winterseizoen worden duidelijke afspraken met externe aannemers gemaakt. Men stuurt onder meer per station een plan waarop de locatie is aangeduid waar er zout moet worden gestrooid of sneeuw moeten worden geruimd, de controle op voorraden en de beschikbaarheid van het materiaal van externe aannemers.
Vanaf 1 november tot en met 31 maart evalueren de operationele diensten met het oog op het sneeuwvrij maken van de perrons en het strooien van zout de weervoorspellingen. Het tijdstip van de ingrepen hangt af van de categorie van het station: een L-station vóór 06.00 uur, een M-station vóór 08.00 uur en een S-station vóór 12.00 uur.
Ook zijn sommige stations gevoeliger voor vorst dan andere. Dat zijn de zogenaamde vorstgevoelige stations. Zij worden iets vaker aangepakt.
Het expertcomité bestaat uit diensten van de NMBS en van Infrabel. Binnen de NMBS wordt het expertcomité geïnitieerd door de dienst die verantwoordelijk is voor het vervoersplan en tevens instaat voor de opvolging van de weersomstandigheden, zowel tijdens hittegolven als bij winterse situaties. Daarnaast bestaat het comité uit de diensten die verantwoordelijk zijn voor de treinbestuurders, de treinbegeleiders, het stationspersoneel, de Securail-medewerkers, de reizigersinformatie en de dienst die instaat voor het realtime verkeersbeheer.
Samen analyseren die zeven NMBS-diensten, in samenwerking met Infrabel, de meteorologische gegevens die door het KMI worden aangeleverd. Op basis van de officiële weersvoorspellingen kan het comité een reeks maatregelen nemen om de impact van weer op het treinverkeer te beperken. De maatregelen die door het expertcomité worden genomen, kunnen inderdaad tot treinannuleringen leiden, maar dat is noch het eerste noch het enige instrument waarover het comité beschikt.
De communicatie aan de reizigers hangt in zulke gevallen af van eventuele beslissingen die door het comité van deskundigen worden genomen, waarvan het reizigersinformatieteam integraal deel uitmaakt.
De actiepunten hangen af van het risiconiveau en de mogelijke gevolgen voor het treinverkeer. Bij een laag risiconiveau wordt geen preventieve communicatie voorzien. NMBS communiceert in dat geval per incident over de incidenten die dag, door systematisch de oorzaak, locatie, gevolg, mogelijk alternatief en prognose te vermelden. Bij een medium risiconiveau worden geen preventieve maatregelen getroffen met betrekking tot het treinverkeer. Het zogenaamd winterplan wordt dus niet geactiveerd. De NMBS voorziet in dat geval wel in een algemene preventieve communicatie aan de reizigers, vanaf de dag voordien, om te waarschuwen voor mogelijke verstoringen door winterse omstandigheden.
Die communicatie omvat berichten via sociale media, de homepage op nmbs.be, de werken- en storingspagina, een pop-up in de NMBS-app en visuele berichten op de schermen in het station. Op de dag zelf blijft de NMBS, naast die algemene campagne, ook per geval communiceren door systematisch de oorzaak, locatie, gevolg, mogelijke alternatieven en prognose te vermelden.
Het comité van deskundigen neemt ook preventieve maatregelen met betrekking tot het treinverkeer, zoals snelheidsbeperkingen, het schrappen van treinen tijdens de spitsuren, trajectbeperkingen of -aanpassingen. In dat geval wordt de reiziger preventief geïnformeerd via alle mogelijke kanalen, zowel online, in het station als in de trein, waarbij de geplande aanpassingen worden vermeld. Op de dag zelf blijft men, naast die algemene campagne, per geval communiceren door systematisch de oorzaak, locatie, gevolgen, mogelijke alternatieven en prognose te vermelden.
Het weer is en blijft een onzekere factor en ondanks voorspellingen is het moeilijk om lang van tevoren concrete uitspraken te doen. Daarom wacht de NMBS tot een stabiele en betrouwbare periode om maatregelen te nemen en start zij daarna zo snel mogelijk de reizigerscommunicatie op. Vanaf het einde van de herfst plaatst de NMBS gedurende de hele winter een webartikel op haar website nmbs.be, waarin zij de maatregelen die ze tijdens winterse omstandigheden neemt aan het grote publiek uitlegt.
Dorien Cuylaerts:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw zeer uitgebreide antwoord. Het is positief dat de cijfers gemiddeld goed zijn gebleven. U hebt het ook over problemen op het Nederlandse spoor. Ik kan al raden welk station daar uiteindelijk de dupe van was, namelijk het station Noorderkempen.
U haalt aan dat er preventief wordt gecommuniceerd. Ik heb dat nog nooit gezien en zou daar graag een voorbeeld van krijgen.
Overigens betreur ik dat de NMBS het platform X heeft verlaten, want dat platform heeft een groot bereik onder reizigers en biedt de mogelijkheid om snel naar de vele volgers te communiceren over dergelijke situaties.
U werpt op dat men ook niet te lang op voorhand kan communiceren. In het aangehaalde dossier wisten we echter dat er een langere periode met sneeuwval en ijzel zou zijn.
Kortom, communicatie blijft een pijnpunt bij de NMBS. Er moet – ik zeg dit hier al anderhalf jaar – echt werk van gemaakt worden om gerichter te communiceren naar de reiziger, zeker in zulke situaties zodat de reizigers hun reis adequaat kunnen plannen.
Voorzitter:
Vraag nr. 56012052C van de heer Hugues Bayet is omgezet in een schriftelijke vraag.
Het treinaanbod in het station Mortsel-Oude-God
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Dorien Cuylaerts (Mortsel) is het treinaanbod in Mortsel-Oude God gehalveerd (1 trein/uur) ondanks herhaalde lokale bezorgdheden en een breed gedragen motie, met als reden capaciteitsgebrek door werken in Mechelen—ze vraagt om herstel naar 2 treinen/uur en dringt aan op spoedoverleg met NMBS/Infrabel. Minister Crucke bevestigt dat de werken in Mechelen (tot 2033) en beperkte spoorcapaciteit (o.a. Antwerpen-Centraal, Berchem) de halvering veroorzaken, en waarschuwt dat extra treinen in Mortsel andere (inter)nationale verbindingen dreigen te schrappen; hij pleit voor operationele optimalisaties (kortere stops, homogener patroon) maar ziet geen snelle oplossing zonder infrastructuuruitbreiding. Cuylaerts bekritiseert dat de Eurocity Direct—een weinig gebruikte internationale trein—voorrang krijgt op lokale bediening en suggereert hervorming van prioriteiten, terwijl Crucke benadrukt dat alle huidige verbindingen "noodzakelijk" zijn en Infrabel/NMBS een middellangetermijnplan moeten uitwerken.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, het stadsbestuur van Mortsel heeft begin dit jaar opnieuw haar bezorgdheid geuit over het sterk verminderde treinaanbod in het station Mortsel-Oude God. Ondanks eerdere gesprekken met de NMBS en Infrabel en ondanks een formele motie die breed gedragen wordt door de buurgemeenten, bleef een bijsturing van het aanbod tot vandaag uit. Als reden wordt verwezen naar de beperkte capaciteit als gevolg van de werken in Mechelen. Ik heb hierover een aantal vragen voor u, mijnheer de minister.
Bent u op de hoogte van de bezorgdheden van het stadsbestuur van Mortsel en dat van de omliggende gemeenten over de halvering van het treinaanbod?
Hoe beoordeelt u de huidige bediening met slechts één trein per uur op deze lijn?
Zal bij de opmaak van de nieuwe NMBS-dienstregeling expliciet rekening worden gehouden met de vraag opnieuw minstens twee treinen per uur te laten stoppen in Mortsel-Oude God?
Er wordt verwezen naar de werken in Mechelen als een groot knelpunt. Kunt u toelichten welke onderdelen van die werken zorgen voor een gebrek aan capaciteit op de sporen?
Wanneer wordt het einde van deze werken verwacht?
Bent u bereid op korte termijn opnieuw rond de tafel te gaan zitten met de NMBS, Infrabel en de betrokken lokale besturen, inclusief de stad Antwerpen, om toch tot een oplossing te komen?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, geachte collega, de NMBS heeft het aanbod tussen 2023 en 2026 met 5 % uitgebreid in het kader van het vervoersplan 2012-2026-2029. Toch is het inderdaad zo dat in december 2024 het aanbod op de as Brussel-Antwerpen is verminderd van vijf IC-treinen per uur, waarvan één via het station van Brussel Nationale Luchthaven, naar vier IC-treinen per uur, waarvan nog steeds één via Brussel Nationale Luchthaven. Als direct gevolg hiervan zag Mortsel-Oude God het aanbod halveren.
Om het aanbod te kunnen laten groeien, heeft de NMBS capaciteit op de sporen nodig. Op sommige plaatsen heeft de NMBS de aangevraagde rijpaden niet gekregen. De NMBS betreurt dat ze momenteel niet meer treinen kan aanbieden die ook stoppen in Mortsel-Oude God. Dit is een rechtstreeks gevolg van de beschikbare spoorcapaciteit op de as Antwerpen-Brussel en van de specifieke aanvraag voor rijpaden door de verschillende spoorwegoperatoren, waaronder de NMBS.
De werken in Mechelen, waarbij stelselmatig meerdere sporen buiten gebruik zijn, spelen hierin een belangrijke rol. Deze situatie heeft dus een grote impact op het treinverkeer tussen Antwerpen en Brussel en zal volgens de huidige planning zeker aanhouden tot 2030.
Naast de werken in Mechelen maken de beperkte capaciteit van niveau -2 in Antwerpen-Centraal, het beperkte aantal perrons in Antwerpen-Berchem op de as Brussel-Nederland en ook op de noord-zuidverbinding het zeer moeilijk om een nieuwe IC-verbinding Brussel-Antwerpen op korte termijn opnieuw te realiseren, zonder andere treinen te schrappen of substantieel te wijzigen.
De werken in Mechelen duren tot midden 2033. In Mechelen zijn er steeds twee à vier sporen van de twaalf buiten dienst. Operationeel gezien dient het snelle verkeer op de as Brussel-Antwerpen, IC-treinen en internationaal verkeer, gebruik te maken van de sporen 7 tot en met 12. In bepaalde periodes betekent dit dat men voor het organiseren van de dienstverlening over een derde tot de helft minder sporen beschikt op de as Brussel-Antwerpen.
Er wordt uiteraard getracht de impact op de dienstverlening tot een minimum te beperken, maar een impact is jammer genoeg onvermijdelijk.
De NMBS laat mij weten dat zij op de hoogte is van de bezorgdheden van het stadsbestuur van Mortsel en de omliggende gemeenten en dat ze daarover al meermaals overleg heeft gehad. De NMBS blijft openstaan voor overleg met alle betrokken partijen.
Zonder extra infrastructuurcapaciteit zal volgens de NMBS de toevoeging van een IC op de lijn vermoedelijk ten koste gaan van een andere binnenlandse IC- of S-verbinding, of van een internationale verbinding zoals de Eurocity Direct, of zelfs van een hogesnelheidsverbinding zoals de Eurostar Parijs-Brussel-Amsterdam of de Eurostar Londen-Brussel-Amsterdam.
Aangezien alle huidige verbindingen op de lijn Brussel-Antwerpen noodzakelijk zijn en er in de toekomst zelfs meer operatoren op deze as willen rijden, waaronder de NMBS met een extra IC, is het wel nodig om werk te maken van operationele en infrastructurele verbeteringen om tot een betere benutting van de bestaande capaciteit te komen. Daaronder vallen bijvoorbeeld een homogener stoppatroon van de verschillende treinen, kortere stops in de tussenliggende stations of aanpassingen van de keermogelijkheden.
Ik ben me ervan bewust dat er geen gemakkelijke voor de hand liggende oplossing bestaat, maar het is wel de taak van Infrabel en de NMBS om samen een realistische oplossing uit te stippelen op korte en middellange termijn en met een ernstig plan van aanpak te komen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Als ik het goed heb begrepen, zorgen de werken in Mechelen, die nog tot 2030 duren, alsook het niet bekomen van capaciteit op de rijpaden ervoor dat de komende tijd geen aanpassing mogelijk is op het traject station Mortsel-Oude God. Heb ik dat juist? Eén trein op die drukke lijn is echt wel te weinig. Dat zorgt voor problemen. Wanneer ik uw antwoord hoor, zou eventuele extra capaciteit op het traject ten koste gaan van een Eurocity Direct. Echter, met alle respect, er reist bijna niemand met die trein, die bovendien niet in het binnenland stopt en voor problemen zorgt. Misschien moeten de betrokken instanties dus toch eens durven bekijken om op dat vlak tot oplossingen te komen.
Het vandalisme op het spoor
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jean-Luc Crucke bevestigt dat vandalisme op treinen en spoorinfrastructuur (o.a. kabeldiefstal, vernielingen) tot 42,9% van de vertragingen veroorzaakt, met afschaffingen en gemiste aansluitingen als gevolg. Volgens hem zetten NMBS en Infrabel preventieve maatregelen in (cameratoezicht, patrouilles, sensibilisering, samenwerking met politie), maar benadrukt hij dat een gezamenlijke aanpak met overheden en lokale besturen essentieel is om het probleem structureel te bestrijden. Dorien Cuylaerts (parlementslid) erkent de inspanningen, maar bekritiseert dat vandalen te vaak ongestraft blijven, wat de impact op reizigers en spoorbedrijven verergert—ze hoopt op versterkte samenwerking om de daders sneller te pakken en het vandalisme terug te dringen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, in de afgelopen weken kwamen opnieuw meerdere gevallen van vandalisme op en rond het spoor aan het licht. Zo werd recentelijk een trein in Turnhout zwaar beschadigd. Ook het stationsgebouw van Essen bleef niet gespaard. Dat soort incidenten heeft natuurlijk een impact op de treinreizigers. Treinen worden afgeschaft, lopen vertragingen op of rijden met een verminderde samenstelling, met als gevolg dat mensen aansluitingen missen en vaak pas veel later thuis zijn.
Bent u op de hoogte van de recente incidenten op treinen en in stations? Welke impact heeft dat op het dagelijkse treinverkeer?
Hoe beoordeelt u de gevolgen van vandalisme voor de betrouwbaarheid en de stiptheid van het spoor, zeker voor pendelaars die hierdoor aansluitingen missen of die hun trein geschrapt zien?
Welke concrete acties ondernemen de NMBS en Infrabel vandaag om vandalisme actief te voorkomen? Volstaan de maatregelen volgens u? Bestaat er bijvoorbeeld een plan van aanpak tegen vandalisme op het spoor, met duidelijke doelstellingen op het vlak van preventie, toezicht en handhaving?
Jean-Luc Crucke:
Vandalisme, of het gaat om vernielingen aan stations, kabeldiefstal, of schade aan het materieel, is een realiteit. Die wandaden, waarvan Infrabel en de NMBS in de eerste plaats slachtoffer zijn, kunnen aanzienlijke verstoringen veroorzaken: lokale onderbrekingen, vertragingen, afschaffingen van treinen of opeenstapeling van vertragingen.
Bij een incident komen de technische teams snel in actie om de zone te beveiligen en het verkeer zo snel mogelijk te herstellen.
Infrabel werkt ook systematisch met de federale politie samen, wanneer een situatie dat rechtvaardigt.
De NMBS en ik betreuren ten zeerste de gevallen van vandalisme op haar materieel. Ze hebben niet alleen een negatieve visuele impact, maar ze beïnvloeden ook de beschikbaarheid van het rollend materieel en in sommige gevallen de stiptheid van het treinverkeer. Elke beschadiging kan bijkomende herstellingen noodzaken en leiden tot operationele hinder, wat de dienstverlening aan de reizigers bemoeilijkt.
Om de negatieve gevolgen zoveel mogelijk te beperken, zet de NMBS alle middelen in die zij ter beschikking heeft. Er wordt gewerkt met geïntegreerde veiligheidsplannen per site, waarbij preventie centraal staat. Zo'n plan omvat onder meer intensieve patrouilles door Securail, camerabewaking in en rond de stations, toegangscontrole, verbeterde verlichting en bewegingsdetectie. Daarnaast investeert de NMBS jaarlijks in camera's op gevoelig locaties en werkt ze nauw samen met de politiediensten voor handhaving en vervolging. Ook sensibiliseringscampagnes maken deel uit de aanpak. De maatregelen worden voortdurend geëvalueerd en versterkt waar nodig, met als doel de veiligheid van reizigers te garanderen en de stiptheid van het treinverkeer te vrijwaren.
Vandalisme op het spoor is een breder maatschappelijk fenomeen, dat de NMBS niet alleen kan oplossen. Men vraagt een gezamenlijke inspanning van alle betrokken actoren: de overheden, de politiediensten, de lokale besturen en de maatschappelijke organisaties. Alleen door samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid kunnen doeltreffende en duurzame oplossingen worden ontwikkeld, die zowel preventie als handhaving versterken.
Uit de gegevens op het platform opendata.infrabel.be blijkt dat onder andere het betreden van het spoor, het gooien van voorwerpen, kwaadwillige handelingen of diefstal van metalen, externe handelingen dus, een zeer groot deel van de vertragingen veroorzaken.
In bepaalde geanalyseerde periodes vertegenwoordigen die oorzaken tot 42;9 % van de geregistreerde vertragingen.
Die incidenten hebben een directe invloed op de aansluitingen, de afschaffing van treinen en de algemene betrouwbaarheid van het aanbod. Om de problemen aan te pakken, werken de teams van Infrabel voortdurend aan de versterking van de veerkracht van de infrastructuur en het versnellen van het herstel van het verkeer bij incidenten.
Infrabel deelt mee dat het een gecoördineerd pakket preventieve beschermings- en repressiemaatregelen heeft ingevoerd, dat regelmatig wordt aangescherpt. De maatregelen omvatten onder meer de installatie van extra camera's en de versterking van de aansluitingen. Infrabel voert ook sensibiliseringsacties uit in scholen, op sociale media en via educatieve programma's, waaronder virtual reality. Tegelijkertijd werkt het bedrijf nauw samen met de spoorwegpolitie voor gerichte operaties. Die acties maken deel uit van een algemeen plan ter bestrijding van indringers en vandalisme, dat regelmatig wordt aangepast aan de evolutie van het fenomeen.
In het kader van het project van medevoogdijschap van Securail en de spoorwegpolitie, dat tot doel heeft de samenwerking tussen spoorwegpolitie en Securail te versterken om vandalisme in stations en treinen te bestrijden, is het de bedoeling de samenwerking efficiënter te maken en de meest gepaste antwoorden te bieden op dat soort problematiek, zodat de dienstverlening aan de klanten niet in het gedrang komt.
Dorien Cuylaerts:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw zeer uitgebreid antwoord. Ik vind het goed dat u tijd maakt om duidelijk te maken hoe dit wordt aangepakt. Zoals u aanhaalt, zijn de samenwerking tussen de verschillende instanties alsook sensibilisering heel belangrijk. Het neemt niet weg dat het vandalisme er effectief is. Het probleem is dat de vandalen er vaak mee wegkomen, niet worden gevat en hun straf ontlopen, terwijl de gevolgen voor zowel de NMBS, Infrabel als de reizigers zijn. Het komt nog te vaak voor, maar door een sterkere samenwerking tussen de verschillende instanties hopen we samen met u dat vandalisme op de treinen of het spoor zal verminderen.
De al dan niet verplichte liberalisering van het spoor
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Crucke stelt dat de liberalisering van het Belgische spoorvervoer vanaf 2032 onvermijdelijk is door het vierde Europese spoorpakket, aangezien de juridische basis voor directe toewijzing aan de NMBS (art. 5§6) vervallen is en uitzonderingen (zoals netwerkspecificiteit) te onzeker of ontoepasbaar zijn voor België. Hij wijst erop dat complexe netwerken elders in Europa wél concurrentie toelaten en dat immobilisme het openbaar vervoer in gevaar brengt, terwijl gecoördineerde liberalisering de dienstverlening kan verbeteren – mits strikt tijdelijke, beperkte uitzonderingen. Farah Jacquet bekritiseert deze visie als een politieke keuze, niet als een juridische noodzaak: volgens haar is directe toewijzing wél mogelijk onder EU-regels, mits voldoende investeringen, duidelijke prestatie-doelstellingen (die al bestaan) en sancties bij falen. Ze benadrukt dat de jonctie Noord-Zuid en het ster-netwerk unieke geografische argumenten vormen voor behoud van een enkele exploitant, en ontkent dat liberalisering verplicht is.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, je me permets de revenir vers vous concernant l'obligation ou non d'ouvrir le transport ferroviaire intérieur de passagers à la concurrence.
Lors de notre dernier échange du 10 décembre 2025, vous indiquiez que certaines exceptions permettant de maintenir l'attribution directe ne sont objectivement pas applicables à la situation belge et que d'autres présentent une part élevée d'insécurité juridique. Pouvez-vous préciser les exceptions qui ne sont objectivement pas applicables à la situation belge, et celles qui présentent une part élevée d'insécurité juridique?
Vous expliquez également que la prétendue spécificité structurelle et géographique du réseau belge n'est pas telle qu'elle pourrait justifier une nouvelle attribution directe. Pourtant, la Belgique possède un réseau en étoile avec la jonction Nord-Midi, par laquelle transite un train sur trois en Belgique. Cela rend le réseau particulièrement complexe et justifie qu'un seul opérateur exploite l'offre de transport de voyageurs en Belgique. Qu'en pensez-vous?
Il me semble aussi que votre position sur la libéralisation a évolué ces derniers mois. Dans l'accord de gouvernement, vous laissiez la possibilité de prolonger l'attribution directe. Je vous cite: "Ce gouvernement prendra toutes les mesures nécessaires pour préparer à la fois la fin et la continuation de l'attribution directe." Alors qu'aujourd'hui cette option ne semble plus possible selon vous, comment justifiez-vous cette évolution?
Pouvez-vous m'expliquer concrètement ce que va apporter la libéralisation pour les usagers et en quoi cela va améliorer le service? Pouvez-vous également m'expliquer concrètement en quoi la libéralisation va améliorer les conditions de travail? Enfin, qu'a voté votre parti, au niveau européen, sur le quatrième paquet ferroviaire et la libéralisation du rail?
Jean-Luc Crucke:
Chère collègue, tout d'abord, il convient de rappeler que l'actuel contrat de service public de la SNCB entré en application le 1 er janvier 2023 et qui arrivera à échéance le 31 décembre 2032 a été attribué sur la base de l'article 5, § 6, du règlement n° 1370/2007 du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2007 relatif aux services publics de transport de voyageurs par chemin de fer et par route. Or, cet article qui permettait l'attribution directe sans contestation possible et moyennant le respect de certaines conditions n'est plus d'application depuis le 25 décembre 2023. Cette base légale n'existe donc plus pour l'attribution des prochains contrats de service public.
Le règlement n° 1370/2007, qui constitue donc le fondement juridique essentiel des contrats de service public de transport ferroviaire de voyageurs, prévoit en son article 5 (3) le principe selon lequel les contrats de service public sont attribués par voie de mise en concurrence, les autres modes d'attribution étant des exceptions à interpréter dès lors de manière stricte. Parmi ces exceptions, on retrouve l'exception liée à la présence de circonstances exceptionnelles, l'exception relative aux contrats de faible volume ou encore celle qui concerne la présence de certaines caractéristiques structurelles et géographiques propres au marché et au réseau pour des motifs d'amélioration significative de la performance.
Les différentes exceptions requièrent, pour pouvoir être invoquées, la démonstration du respect des conditions spécifiques qui les encadrent. Or, force est de constater que certaines de ces exceptions ne sont objectivement pas applicables à la situation belge, tandis que d'autres présentent une insécurité juridique significative. Ainsi, le recours à l'attribution directe fondée sur les caractéristiques du réseau et du marché, dans une optique d'amélioration significative de la performance, ne peut être envisagé qu'à la condition de disposer d'une justification préalable particulièrement robuste. Celle-ci doit être soumise à une autorité d'évaluation indépendante et demeure susceptible d'un contrôle par la Commission européenne, agissant d'office ou sur plainte. En l'absence de précisions détaillées quant aux modalités de mise en œuvre de cette exception, sa formulation large fait peser un risque important d'insécurité juridique susceptible de nuire à la continuité du service public.
L'existence d'un réseau assez densément utilisé, structuré en étoile autour d'une ville centrale dotée d'une traversée ferroviaire fortement sollicitée, implique naturellement de la prudence et une coordination minutieuse de l'utilisation de la capacité disponible. Pour autant, il ne s'agit pas d'une situation unique en Europe. Elle se rencontre à différents degrés dans de nombreux pays et régions. La plupart d'entre eux recourent déjà aujourd'hui, ou ont décidé de recourir à l'avenir, à l'attribution de contrats de service public après une procédure de mise en concurrence. Il serait donc dangereux, pour la continuité du service public, de se baser sur un tel a priori pour justifier le status quo . Je rappelle par ailleurs que le réseau belge, en ce compris la jonction Nord-Midi, est déjà aujourd'hui parcouru par des trains de différents opérateurs roulant sous le régime de l'accès libre, tel que l'Eurostar. La circulation sur un même réseau des services de différents opérateurs, pour autant que cela soit correctement organisé et coordonnée, est donc possible, à défaut d'être simple.
Je suis pour ma part soucieux de préparer la continuité des services ferroviaires au-delà du contrat actuel et de créer les conditions permettant d'améliorer le service fourni au public et aux différents clients du rail, dans le contexte du 4 e paquet ferroviaire européen. Celui-ci s'impose à nous, qu'on le veuille ou non. Je suis en cela parfaitement loyal à l'égard du gouvernement. Ce 4 e paquet implique d'identifier sérieusement les conditions nécessaires pour faire fonctionner correctement le système ferroviaire dès 2032. Cette mission implique de prévoir les modalités d'organisation des procédures d'appel d'offres pour les service ferroviaires, à l'instar de ce qui se fait, en général, pour toute commande publique, mais en tentant compte des spécificités et complexités propres au transport ferroviaire.
Ne pas le faire et opter pour l'immobilisme nous condamnerait à l'improvisation et mettrait en péril le service public que vous dites défendre.
Par conséquent, si le recours à des formes d'attribution directes demeure juridiquement possible dans certaines conditions spécifiques, il ne peut être envisagé, afin de préserver la continuité du service public de transport ferroviaire de voyageurs, que dans le cadre d'une interprétation restrictive, strictement limitée dans le temps et dans l'espace.
Il convient dès lors d'écarter toute attribution directe globale du service public de transport ferroviaire de voyageurs à un opérateur unique à partir de 2032, en dehors éventuellement d'une logique strictement transitoire.
Farah Jacquet:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses. Comme vous vous en doutez, nous ne partageons pas votre lecture des règles européennes. Nous ne prétendons pas que l’attribution directe serait simple ou automatique, mais qu’elle est bel et bien possible dans le cadre européen. La question n’est donc pas juridique, mais politique: il faut la volonté et le courage de tout mettre en œuvre pour y arriver. Je ne vais pas détailler toutes les conditions, mais permettez ‑ moi d ’ en rappeler quelques ‑ unes. L ’ attribution directe doit am é liorer le service: si l ’ on investit suffisamment, cette condition est remplie. Elle doit ê tre justifi é e par des r é alit é s g é ographiques particuli è res: avec la jonction Nord ‑ Midi, c ’ est incontestablement le cas. Elle doit pr é voir des objectifs clairs et mesurables: ils existent d é j à . Elle doit inclure des sanctions si les r é sultats ne sont pas au rendez ‑ vous: ces m é canismes existent également. Nous pourrions encore continuer la liste. Vous affirmez que la libéralisation est obligatoire. Pour ma part, je dis que ce n’est pas exact.
Een helse pendeltocht naar de Noorderkempen
De spoorproblemen in de regio Noorderkempen
Dagelijkse mobiliteitsuitdagingen in de Noorderkempen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tijdens een treinincident in Noorderkempen (9 januari) zaten reizigers vier uur vast door een defecte pantograaf, met gebrekkige communicatie, uitvallende voorzieningen (licht, verwarming) en een omgeleide trein die niet stopte in Essen/Roosendaal maar doorreed naar Rotterdam, ondanks beloofde haltes. Minister Crucke (NMBS/Infrabel) bevestigde technische problemen (mislukt koppelen hulploc, verouderde infrastructuur) en beloofde een interne analyse, maar erkende dat noodprocedures falikten en reizigers "ten onrechte" leed ondervonden; Dorien Cuylaerts en Frank Troosters bekritiseerden scherp het structurele falen (slechte communicatie, trage hulp vanuit Schaarbeek, "gegijzelde" reizigers) en het verloren vertrouwen in de lijn, met eisen voor concrete maatregelen (betere lokale coördinatie, modernisering). Troosters ironiseerde dat de minister het station beter niet per trein kon bezoeken.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, aan het begin van een nieuw jaar hebben we steeds een hoop goede voornemens, maar helaas valt daar in de Noorderkempen niets van te merken. Wat een eenvoudige treinrit van slechts 17 minuten had moeten zijn, is vorige week voor een aantal pendelaars uitgedraaid op een ware nachtmerrie. Een trein die op tijd vertrok in Antwerpen kwam door een defecte bovenleiding tot stilstand op nauwelijks twee kilometer van het station Noorderkempen. De treinreizigers zaten urenlang vast zonder eten, zonder drinken, zonder elektriciteit, maar vooral zonder duidelijke informatie. Zelfs de treinbegeleider beschikte over weinig informatie, waardoor de reizigers pas via toevallig aanwezige medewerkers van de NMBS en Infrabel enig zicht kregen op wat er aan de hand was. Gaandeweg werd de situatie problematischer: de luchtcirculatie viel uit, het werd koud, de verlichting viel weg en mensen wisten nog steeds niet hoe lang het zou duren. Uiteindelijk werd zelfs de politie gecontacteerd omdat de spanningen opliepen. Na meer dan vier uur werd beslist om de trein terug te slepen richting Antwerpen, waar een vervangbus zou worden voorzien.
Waarom moet het telkens zo lang duren voordat zo’n beslissing kan worden genomen? Wat het dossier nog ernstiger maakt, is dat dezelfde gebrekkige communicatie in de defecte trein ook werd doorgetrokken naar de andere trein. Een trein die omgeleid werd, met onder meer een aantal schoolkinderen aan boord, reed zonder te stoppen door tot in Rotterdam en maakte geen andere tussenstops. Op de infoborden stond nochtans wel degelijk dat de trein zou stoppen. Wat er afgelopen vrijdag is gebeurd, is ongezien.
Wat mijn vragen betreft, wil ik graag verwijzen naar de schriftelijke ingediende versie.
Mijnheer de minister, ik heb hierover de volgende vragen:
Kunt u uitleggen wat er die dag precies gebeurd is?
Hoe beoordeelt u het communicatieverloop tijdens deze incidenten, zowel naar de reizigers als naar de treinbegeleiders toe? Vindt u dit aanvaardbaar in situaties waarin mensen urenlang vastzitten?
Welke noodprocedure was op dat moment van kracht bij NMBS en Infrabel? Hoe hoort die procedure concreet te werken bij langdurige stilstand of omleiding? Waarom heeft die hier niet geleid tot duidelijke informatie en tijdige beslissingen?
Welke concrete maatregelen zult u nemen om te vermijden dat pendelaars in de Noorderkempen opnieuw geconfronteerd worden met dergelijke situaties waarin veiligheid, communicatie en respect voor de reiziger tekortschieten?
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de ingediende vraag.
Afgelopen vrijdag werden de treinreizigers die gebruik wilden maken van het station Noorderkempen getroffen door heel wat problemen op het spoor. Niet alleen de dienstverlening liet te wensen over, ook de communicatie naar de treinreizigers was ondermaats. Zelfs het personeel van de NMBS - de treinbestuurder en de treinbegeleider - bleven lange tijd in het ongewisse over de problemen die zich voordeden.
1. Acht de minister het normaal dat treinreizigers als het ware gegijzeld of ontvoerd worden tot een rit in Rotterdam toe?
2. Kan de minister toelichten waarom de communicatie bij de problemen mank liep?
3. Welke maatregelen zal de minister nemen opdat de communicatie in de toekomst wel correct en performant zou kunnen verlopen?
4. Acht de minister de problemen die zich voordeden een goede zaak om meer treinreizigers te bewegen tot het nemen van de trein in plaats van de auto?
5. Op welke wijze zullen de structurele problemen inzake dienstverlening die zich in de regio Kempen voordoen verholpen worden?
Jean-Luc Crucke:
Geachte collega's, vrijdag 9 januari rond 16.15 uur was er een tijdelijke uitschakeling van de bovenleiding op de HSL 4 ter hoogte van Noorderkempen. Infrabel heeft controles en tests uitgevoerd, maar er was geen probleem met de bovenleiding, aangezien andere treinen konden blijven rijden. Er was ook geen schade, waardoor geen herstelling nodig was.
Het probleem lag bij een reizigerstrein met een defect aan de pantograaf, de stroomafnemer, die daardoor niet meer verder kon rijden. Deze defecte trein meldde zich in nood en moest worden weggesleept, maar dat heeft zeer lang geduurd. De hulpelementen kwamen van Schaarbeek en het koppelen verliep niet vlot. Uiteindelijk is deze trein met 50 reizigers aan boord met ruim vier uur vertraging aangekomen in het station Noorderkempen.
Daarnaast is nog een andere trein omgeleid, maar die is pas in Nederland, voorbij Breda, gestopt in plaats van in Noorderkempen. De reizigersinformatie aan boord van die trein zou niet goed zijn geweest.
Ik kom terug op de concrete feiten. Een trein die onderweg was van Antwerpen richting Noorderkempen kreeg een technisch defect op spoorlijn 4, waardoor hij tot stilstand kwam op enkele kilometers van het station Noorderkempen. De NMBS heeft een hulplocomotief ter plaatse gestuurd met de bedoeling de trein verder te slepen naar een station, maar door het technisch defect lukte het koppelen van de hulplocomotief niet, waardoor de trein zeer lange tijd heeft stilgestaan.
Door dit probleem op spoorlijn 4 moest het treinverkeer worden omgeleid via spoorlijn 12. Het bleek technisch niet mogelijk om de omgeleide trein te laten stoppen in Essen en Roosendaal, waardoor die genoodzaakt was door te rijden naar Nederland. De reizigers in deze trein konden daardoor pas in Nederland uitstappen.
Beide incidenten, die met elkaar gelinkt zijn, hadden uiteraard een grote impact op de reizigers. De NMBS begrijpt de frustraties van de reizigers en biedt hun, net als ik, excuses aan. Ze betreurt ten zeerste dat dit is voorgevallen.
De interne analyse is lopende om na te gaan wat er precies is misgelopen en vooral welke lessen daaruit moeten worden getrokken voor de toekomst.
Deze analyse is nog niet afgerond, wat logisch is gezien de recente gebeurtenis. Ik stel voor dat we hierop terugkomen in onze volgende commissievergadering.
Dorien Cuylaerts:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Het gaat hier inderdaad om een noodsituatie, maar ik veronderstel dat een bedrijf als de NMBS ook noodprocedures heeft voor die situaties. Die noodprocedures moeten worden opgestart en ook worden uitgevoerd, zoals voorzien in de opgemaakte noodplannen. Ik heb echter het gevoel - en ik heb ook informatie ontvangen - dat daar iets aan schort en dat dit niet altijd gebeurt.
Elk incident is anders, dus men kan niet altijd een incident volgens het boekje behandelen, maar toch is dit niet het eerste incident op spoorlijnen waarbij het telkens uren duurt voordat er hulp geboden kan worden. U verwijst in dit verband naar hulp die moest komen uit Schaarbeek. Daarbij stel ik me ook de vraag of dat niet dichterbij kan worden gerealiseerd. Is het logisch dat de Kempen vanuit Brussel wordt aangestuurd? Dat zijn zaken die bekeken moeten worden.
Om nog even stil te staan bij het station Noorderkempen, ik ontvang dagelijks berichten van mensen die schrijven dat zij geen vertrouwen meer hebben in die lijn. Ze sturen mij een bericht als ze in hun auto zitten omdat hun trein weer eens niet is komen opdagen. Het kan immers echt zo zijn dat mensen ’s ochtends vertrekken, op de app kijken, 20 minuten naar het station rijden, daar aankomen en ontdekken dat de trein plots niet meer rijdt.
Wat afgelopen vrijdag gebeurde, maakt het nog pijnlijker: men denkt een treinreisje van 17 minuten te maken, maar het worden ineens vijf tot zes uren. U krijgt het ook niet meer verkocht dat oplossingen zo lang op zich laten wachten. Het vertrouwen is volledig weg, wat niemand zal verbazen. Op dat traject wordt ook heel vaak gesproken over verouderd materiaal en dat is de realiteit waarmee de reizigers dagelijks worden geconfronteerd.
Ik ben nog altijd zeer verheugd dat u zelf heeft aangegeven naar Noorderkempen te willen komen. Ergens in maart hebben we dat gepland. Ik dank u daar nu al voor, maar ik hoop echt dat het niet bij een bezoek blijft. Er moet effectief worden gesproken over alle mogelijke opties en oplossingen die daar kunnen worden doorgevoerd. Wat daar vandaag gebeurt, is namelijk niet stationwaardig en voor de reizigers niet langer houdbaar. Zij willen opnieuw treinen die rijden, waarop ze kunnen rekenen voor betrouwbare dienstverlening. De Noorderkempen verdient echt beter dan dit. Dank u wel.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het kan gebeuren dat er technische problemen optreden; een trein kan een technisch probleem krijgen. Dan is er echter een technisch probleem om een hulplocomotief gekoppeld te krijgen. Vervolgens zijn er technische problemen waardoor in twee stations niet kan worden gestopt en men verder moet reizen naar Rotterdam. Dat is allemaal wel heel veel. En dan is er nog het vaste onderwerp: de communicatie, die ook zeer gebrekkig verloopt. Het is dus inderdaad een goed idee om eens naar Noorderkempen te gaan. Ik geef u echter één persoonlijk advies mee: doe dat niet met de trein, maar neem de auto.
De aanvallen van de regering op het spoor
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Farah Jacquet (PTB) bekritiseert scherp de plannen van minister Crucke om het spoorwegstatuut af te schaffen, HR Rail te verzwakken en de syndicale invloed te beperken, wat ze ziet als een aanval op veiligheid, arbeidsrechten en de kwaliteit van het openbaar vervoer; ze beschuldigt de regering van een ontransparante versnelling (van 2028 naar 2026) en het negeren van de zware arbeidsomstandigheden van spoorwegpersoneel, terwijl stakingen volgens haar noodzakelijk zijn om de sector te beschermen. Crucke verdedigt de hervormingen als nodige modernisering om de spoorwegen toekomstbestendig te maken, ontkent dat de veiligheid in het gedrang komt en wijst op eerdere akkoorden met syndicaten; hij rechtvaardigt de versnelde timing (juni 2026) met budgettaire argumenten (besparing op patronale bijdragen) en benadrukt dat de wijzigingen de wervingsflexibiliteit moeten vergroten zonder de dienstverlening te schaden. Jacquet tegenwerpt dat het statuut concreet levens redt (bv. weigering onveilige treinen) en dat contractuele arbeid de veiligheid ondermijnt; ze beschuldigt Crucke ervan de stakingen te bagatelliseren en de verantwoordelijkheid voor het conflict af te schuiven op het personeel, terwijl de penibiliteit van het beroep (nachtdiensten, stress) genegeerd wordt—wat volgens haar leidt tot een "rail à deux vitesses" en verzwakking van het hele systeem. De kern van het conflict draait om vertrouwen vs. wantrouwen: Jacquet eist echte onderhandelingen en erkenning van het vakmanschap, terwijl Crucke volhardt in zijn hervormingsagenda, ondanks syndicale en politieke weerstand.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, à cause de ce que votre gouvernement annonce pour les chemins de fer, les cheminots déposent un préavis de grève pour la fin de ce mois.
Je voudrais commencer par mettre en avant le moment choisi: pendant les vacances de Noël, alors que les gens respirent un peu et que le débat public est au ralenti. On peut dire que vous avez gâché le Noël de beaucoup de monde.
Votre gouvernement a en effet décidé d'attaquer le rail: fin du statut, remise en cause de HR Rail et affaiblissement des syndicats. Concernant les syndicats, la suppression imposée de la règle des deux tiers constitue une attaque contre nos droits démocratiques et une remise en question de la concertation sociale telle qu'elle existe aujourd'hui en Belgique.
Avec vous, les chemins de fer seront la première entreprise dans laquelle la direction peut changer seule le règlement de travail, la convention collective et le statut. Ce n'est pas acceptable. Globalement, vos attaques posent des questions majeures concernant la sécurité, les coûts et la qualité du service public ferroviaire.
J'ai plusieurs questions pour vous, monsieur le ministre.
Vous aviez évoqué précédemment un horizon de janvier 2028 pour certaines réformes. Pourquoi parle-t-on aujourd'hui de juin 2026? Qu'est-ce qui justifie un changement de calendrier aussi brutal?
Cela signifie-t-il que ce qui était présenté comme possible hier ne l'est plus aujourd'hui ou que ces engagements n'étaient pas sincères dès le départ?
Pourquoi aucune exception n'est-elle prévue pour permettre malgré tout l'engagement de statutaires dans certaines fonctions essentielles à la sécurité et à la transmission des savoirs?
Si l'augmentation du taux est annoncée comme progressive et que le rail part déjà d'un niveau plus élevé que le reste de la fonction publique, pourquoi imposer une échéance aussi rapprochée?
Pouvez-vous confirmer ces projets en précisant leur contenu exact et le calendrier de leur mise en œuvre?
Comment justifiez-vous la fin de l'embauche sous statut alors que celle-ci garantit la stabilité des équipes, la transmission des savoirs et la sécurité dans un secteur à risque?
Quels sont les objectifs poursuivis par la réduction des compétences de HR Rail, et quelles en seront les conséquences concrètes pour les travailleurs et pour l'efficacité du service public?
Pourquoi vouloir affaiblir le rôle des syndicats dans la concertation sociale alors que le rail fait face à d'importants défis en matière de sécurité, de personnel et de qualité du service?
Enfin, êtes-vous prêt à suspendre ces projets et à ouvrir une véritable concertation avec les représentants du personnel afin de renforcer le rail plutôt que de l'affaiblir?
Jean-Luc Crucke:
Madame Jacquet, je crois avoir déjà répondu à la plupart de ces questions, grâce aux interventions de plusieurs de vos collègues. Néanmoins, je vais résumer mon propos. Le gouvernement a pris des décisions pour renforcer les chemins de fer. C'est nécessaire si nous voulons relever les défis du futur. Vous considérez que le turnover va augmenter. Cependant, des employeurs comme HR Rail, Infrabel et la SNCB restent convaincus du contraire, vu que les chemins de fer belges continueront à être un employeur attrayant.
S'agissant du transfert de certaines compétences HR Rail, cela n'entraîne aucune conséquence sur les travailleurs et le service public. Au contraire, le transfert des recrutements vers les entités permettra de fluidifier le processus de recrutement et de mieux comprendre les besoins du terrain, qui varient toujours selon les entreprises. Il n'y a aucune volonté de limiter le rôle des syndicats, mais mon but est de responsabiliser toutes les parties impliquées dans le dialogue social et d'apporter les transformations nécessaires pour relever les défis de demain. Je compte sur toutes les parties pour mettre tout en œuvre afin de négocier des mesures en faveur des travailleurs et des employeurs. Après plusieurs mois de concertation avec les entreprises ferroviaires et les syndicats, j'ai signé à deux reprises un accord avec les responsables des syndicats reconnus. Il traduisait une vision lucide et équilibrée de l'avenir du rail. Il marquait une étape importante vers une modernisation indispensable. Le temps de la décision est à présent advenu. Nous devons aller de l'avant.
Quant à la date de juin 2026, comme je l'ai également expliqué tout à l'heure, elle correspond à celle de l'augmentation des cotisations patronales. Ainsi que je l'ai indiqué, je ne crois pas que les Belges accepteraient de payer 100 à 150 millions durant les années à venir de charges patronales supplémentaires, alors que l 'ensemble des Belges ne prennent pas le train. C'est une mesure de bonne gouvernance économique; ce qui justifie la mise en parallèle avec la date de juin 2026.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, votre réponse confirme ce que les cheminots craignent depuis le début. Je voudrais rappeler une chose simple: les cheminots ne font pas grève par plaisir. Chaque jour de grève est une journée de salaire en moins. Et, si des travailleurs acceptent de faire un tel sacrifice, c'est que, dans vos projets, ils voient un danger réel pour eux, mais aussi pour les usagers. Vous dites que la suppression du statut est neutre. Ce n'est pas vrai car vous savez que le statut est une protection pour la sécurité. Récemment, un cheminot m'a expliqué qu'on avait voulu l'obliger à faire sortir une machine dont les freins n'étaient pas conformes. Il a subi des pressions de la part de l'employeur, de son chef. S'il a pu refuser, c'est parce qu'il est statutaire. Un contractuel, lui, sait que s'il refuse, il risque de ne plus venir travailler le lendemain, ce qui a pour effet que la machine sort quand même et que le risque d'accident augmente. C'est aussi simple que cela! Je vous ai entendu dire que vous respectiez la concertation sociale et le droit de grève, tout en affirmant que les grèves ne changeront rien. Ce discours est contradictoire car reconnaître un droit tout en le vidant de son sens, c'est se moquer quelque part de l'action collective. Quand vous parlez de voyageurs pris en otage, vous détournez la responsabilité du conflit vers les cheminots, alors que ces grèves sont la conséquence directe de décisions politiques prises ici. Cheminots et usagers ne sont pas opposés; ils subissent ensemble ces choix. Enfin, vous négligez la pénibilité du métier et la question des pensions, qui n'ont jamais été abordées ici. Pourtant, être cheminot implique des horaires décalés, du travail de nuit, du travail les week-ends et les jours fériés, une pression constante et de lourdes responsabilités en matière de sécurité. C'est un travail qui use le corps et l'esprit. Dire que cela ne change rien, c'est nier la réalité du terrain. Supprimer le statut pour les nouveaux engagés va aussi créer un rail à deux vitesses, fragiliser les équipes et rendre les métiers moins attractifs. À terme, c'est la sécurité et le service public qui en paieront le prix. Un service public ne fonctionne pas contre son personnel, mais il fonctionne avec lui. Aujourd'hui, votre discours ne calme rien, il alimente le conflit. Le groupe PTB, lui, continuera bien sûr à soutenir les cheminots parce que, sans reconnaissance de leur travail, il n'y aura pas d'apaisement social, pas de sécurité et pas d'avenir pour le rail.
Het aanhoudende geweld tegen het spoorpersoneel
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 7 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Alexander Van Hoecke bekritiseert het structurele geweld tegen NMBS-personeel (gemiddeld 6 incidenten per dag, verbaal/fysiek) en vraagt om nultolerantie, snelrecht en concrete maatregelen na een zware aanval op een conducteur (hersenschudding, werkonbekwaam). Minister Annelies Verlinden (Justitie) benadrukt dat geweld tegen maatschappelijke functies "onaanvaardbaar" is, belooft geen seponering meer door het OM en zwaardere straffen, en werkt aan betere bewijslast en technologische oplossingen, maar verwijst voor operationele maatregelen door naar collega-ministers (Veiligheid/Mobiliteit). Van Hoecke betwijfelt de effectiviteit van eerdere beloftes en eist systematische vervolging om zowel personeel te beschermen als daders af te schrikken, met de stelling dat "elke zaak moet worden uitgevoerd" om het signaal kracht bij te zetten.
Alexander Van Hoecke:
Op woensdag 3 december werd een conducteur het slachtoffer van ernstige fysieke agressie. Het voorval deed zich voor op een trein tussen Sint-Niklaas en Lokeren. Een treinreiziger die geen geldig vervoersbewijs had, sloeg de conducteur en bezorgde hem een hersenschudding. De man liep ook ernstige letsels op aan hoofd en keel. Door de mentale impact is de conducteur bovendien werkonbekwaam. Mevrouw de minister, u weet dat het helaas niet de eerste keer is dat een dergelijk afschuwelijk incident zich voordoet. De NMBS wijst er zelf op dat haar personeel voortdurend het slachtoffer wordt van geweld. Gelukkig slaagde men erin, nadat de politie was verwittigd, de dader meteen te vatten. De NMBS bevestigt, zoals daarnet gezegd, dat het om het zoveelste geval van fysieke agressie tegen een medewerker gaat. De woordvoerder van de NMBS stelt dat gemiddeld zes keer per dag een treinbegeleider wordt belaagd, zowel verbaal als fysiek. Ze pleit voor een zichtbare aanwezigheid van de politie en van de eigen veiligheidsmensen van Securail, evenals voor een strengere aanpak door Justitie.
Ik heb daarover de volgende vragen.
Ten eerste, welke maatregelen zult u als minister van Justitie nemen om het dagelijkse geweld tegen treinbegeleiders aan te pakken?
Ten tweede, wanneer kunnen de eerste resultaten worden verwacht en wat is uw plan van aanpak?
Ten derde, hoeveel mensen en middelen zullen daarvoor worden voorzien?
Ten vierde, is het niet dringend tijd om een echte nultolerantie te hanteren tegenover die vormen van criminaliteit en ervoor te zorgen dat de daders via snelrecht worden berecht? Graag uw visie daarover en een toelichting bij wat u zult ondernemen om dat ook effectief te realiseren.
Annelies Verlinden:
Collega, voor uw eerste drie vragen verwijs ik u door naar mijn collega van Veiligheid en Binnenlandse Zaken en naar mijn collega van Mobiliteit.
Met betrekking tot uw laatste vraag, ik herhaal met stelligheid – zoals ik daarstraks ook al zei – dat geweld en bedreigingen tegen personen met een maatschappelijke functie, onder wie het treinpersoneel, totaal onaanvaardbaar zijn. In de kadernota met betrekking tot integrale veiligheid, die momenteel wordt uitgewerkt, vormt de bescherming van personen met een maatschappelijke functie een duidelijke prioriteit. Justitie voorziet al in zwaardere straffen voor geweld tegen NMBS-personeel. Het OM treedt daarbij maximaal op, zeker wanneer er sprake is van letsels, en zorgt ervoor dat dergelijke feiten niet langer om opportuniteitsredenen worden geseponeerd. Mensen met een maatschappelijke functie moeten hun werk steeds veilig kunnen uitvoeren, met de volle steun van de overheid.
Ik werk in de regering samen met mijn collega’s om nog doeltreffender en kordater op te treden. Dat doen we door de capaciteit van bevoegd spoorwegpersoneel te versterken, zodat de pakkans stijgt, en door middelen efficiënter in te zetten om de bewijslast te verbeteren. Daarnaast onderzoeken we hoe innovatieve technologieën kunnen bijdragen aan een hogere veiligheid voor het personeel.
Alexander Van Hoecke:
Mevrouw de minister, ik woon zelf in Lokeren en naar aanleiding van dat voorval had ik een gesprek met een conducteur, die bevestigde wat ook door de NMBS wordt aangegeven. Zij wachten eigenlijk elk dag op een nieuw voorval, hetzij bij collega’s, hetzij bij henzelf. Meestal gaat het dan om verbale agressie, trouwens om heel zware verbale agressie. Regelmatig is er echter ook sprake van fysieke agressie. Het voorval van 3 december is slechts het zoveelste voorbeeld. Ik onthoud uit uw antwoord dat het openbaar ministerie niet langer om opportuniteitsredenen zal seponeren en dat al die gevallen daadwerkelijk zullen worden vervolgd. We zullen dat zeker blijven opvolgen, want daar knelt het schoentje. Het is enorm belangrijk dat justitie heel duidelijk het signaal geeft dat geweld tegen conducteurs en tegen spoorwegpersoneel niet door de beugel kan, hoe klein of onbenullig dat voor sommige daders ook mag lijken. Het kan absoluut niet door de beugel. Er moet elke keer worden overgegaan tot vervolging, want dat is de enige manier om ten eerste een duidelijk signaal te geven aan het spoorpersoneel dat zij ondersteuning krijgen en dat justitie achter hen staat en ten tweede een heel duidelijk signaal aan de daders te geven dat we ons hierbij nooit zullen neerleggen, dat we keer op keer zullen vervolgen en dat zij hun straf nooit zullen ontlopen.
De extra spoorwegpolitieagenten voor het station Brussel-Zuid
De extra spoorwegpolitieagenten voor het station Brussel-Zuid
Het evenwicht in de personeelsverdeling bij de spoorwegpolitie (SPC)
De personeelsverdeling bij de spoorwegpolitie
Het internationale statuut van het Zuidstation en de middelen voor de federale politie in Brussel
Veiligheid en personeelsbeheer bij internationale spoorwegstations in Brussel
Gesteld door
VB
Frank Troosters
VB
Frank Troosters
N-VA
Maaike De Vreese
VB
Frank Troosters
PS
Ridouane Chahid
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie), Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 17 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Parlementsleden bekritiseren de onevenwichtige inzet van de spoorwegpolitie (SPC), met name de tijdelijke versterking in Brussel-Zuid (20 agenten, herverdeeld, geen structurele oplossing) terwijl Vlaanderen kampen blijft met chronisch personeelstekort (bv. Limburg de facto gesloten, West-Vlaanderen met 1 ploeg voor heel de provincie). Frank Troosters (VB) en Maaike De Vreese (N-VA) eisen structurele versterking in alle zones, meer lokale posten en een terugdraai van eerdere afbouw, plus betere samenwerking met Securail; ze wijzen op inefficiëntie door overplaatsingen (bv. Limburg→Antwerpen) en motivatieverlies bij agenten. Minister Quintin (MR) benadrukt contextuele verschillen (bv. internationale drukte in Brussel vs. regionale stations) en kondigt beperkte oplossingen aan: herverdeling via mobiliteitscycli (resultaten pas in 2026), betere coördinatie met lokale politie/Securail (o.a. cameratoegang, gezamenlijke patrouilles), en een herziening van de taakverdeling (rondzendbrief 2002). Hij wijst een specifiek "internationaal station-statut" voor Brussel-Zuid af als "theoretisch" maar belooft gerichte inzet tegen grenscriminaliteit; nieuwe commissariaten staan niet op de agenda. Ridouane Chahid (PS) bekritiseert het gebrek aan structurele visie en beschuldigt de vorige regering van "afbraak" van de SPC, terwijl hij de minister steunt in zijn pleidooi voor meer budget maar de huidige "lapwerk"-aanpak onvoldoende noemt.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik heb u al enkele keren bevraagd over de spoorwegpolitie. Ik heb verschillende vragen, die ik zal samenvatten. Het gaat onder meer over de aangekondigde versterking. Er zouden twintig agenten van de spoorwegpolitie bij gekomen zijn in het station Brussel-Zuid. Mijn vraag daarbij is of het gaat om nieuwe agenten die recent werden aangeworven, dan wel om verschuivingen of overplaatsingen vanuit andere zones naar Brussel. Waar zijn die agenten precies ingezet in Brussel-Zuid? Zijn ze effectief actief op de werkvloer in het station, of gaat het om functies op directieniveau? Wat is de budgettaire impact daarvan? Welke verdere plannen hebt u wat de personeelscapaciteit van de spoorwegpolitie betreft?
Daarnaast stel ik mij vragen over de situatie in de andere zones, waar toch aanzienlijke verschillen bestaan. Hoe verklaart u die grote verschillen in de aanwezigheid van de spoorwegpolitie tussen de verschillende zones? Overweegt u eventueel om nieuwe spoorwegpolitieposten te openen in andere stations? Ik kijk uit naar uw antwoorden.
Maaike De Vreese:
Minister, ik heb u ook al verschillende keren vragen gesteld over de spoorwegpolitie. U kondigde aan om, naar aanleiding van de ernstige drugsproblematiek, de spoorwegpolitie in Brussel te versterken. Wanneer we vervolgens kijken naar het personeelsbestand daar, stellen we vast dat dit zelfs de organieke kaders zal overstijgen. Ik meen dat men op een bezetting van 111 % zal uitkomen. Daartegenover zien we echter dat er in Vlaanderen enorme tekorten zijn wat het personeel van de spoorwegpolitie betreft.
In Gent werden we recent nog geconfronteerd met de gevolgen van de structurele problemen waarmee de spoorwegpolitie daar te maken krijgt. Wanneer zich incidenten voordoen, zijn de responstijd en de zichtbare aanwezigheid cruciaal. Het mag niet zo zijn dat er een veiligheidsapparaat met twee snelheden ontstaat, waarbij de pendelaar in Vlaanderen op minder bescherming kan rekenen dan die in Brussel of in Wallonië.
Wanneer we de cijfers bekijken, zien we dat ook de bezettingsgraad in Wallonië een stuk hoger ligt dan in Vlaanderen. Ik kan u zeggen, minister, dat ik daarover van verschillende mensen bijzonder schrijnende verhalen hoor. Het gaat om mensen die sterk gemotiveerd zijn om bij de spoorwegpolitie hun taken en bevoegdheden ten volle uit te oefenen, maar die met de handen in het haar zitten omdat ze met zo weinig mensen moeten opereren.
Bij de spoorwegpolitie in Brugge is er vaak maar één ploeg aanwezig, die eigenlijk moet instaan voor heel West-Vlaanderen. Er zijn nochtans wel degelijk manieren om die antenne volledig in te vullen. De extra inzet in Brussel is dus een feit, maar hoe verklaart u het grote verschil in bezettingsgraad tussen de Brusselse en Waalse eenheden enerzijds en de posten in Vlaanderen anderzijds? Is die scheeftrekking een bewuste beleidskeuze geweest? Zo ja, waarom wegen bepaalde veiligheidsrisico’s dan zwaarder door dan andere? Dit gaat uiteraard terug tot vóór uw beleid, want het dateert van vroeger.
U stelt dat de versterking in Brussel er onmiddellijk komt, maar welk concreet plan ligt daarvoor op tafel? Welk concreet perspectief kunt u op korte termijn bieden aan de korpschefs? Ook lokaal vraagt men immers een volledige invulling van de antenneposten en van het personeel van de spoorwegpolitie in Vlaanderen.
Ridouane Chahid:
Monsieur le ministre, le 23 septembre dernier, ma proposition de résolution visant à créer un véritable statut de gare internationale pour des gares telles que la gare de Bruxelles-Midi a été rejetée en commission. Cette proposition visait pourtant à combler un vide législatif évident. Notre arsenal prévoit un statut protecteur et des moyens adaptés pour les aéroports internationaux, mais rien de comparable pour nos gares, alors même qu'elles constituent des hubs de mobilité tout aussi exposés, dans le cas ici de la gare du Midi, d'une frontière internationale.
Ainsi, alors que l'aéroport de Bruxelles-National concentre – à juste titre – des moyens policiers renforcés, la gare du Midi, elle, en connaissait moins, jusqu'à il y a quelques jours. En effet, le 3 décembre dernier, vous avez annoncé l'affectation de 20 policiers supplémentaires au sein du commissariat de la gare du Midi, et je ne boude pas mon plaisir en vous disant que c'est une bonne première étape. Cela dit, j'aimerais savoir s'il s'agit effectivement d'un accroissement des effectifs globaux ou plutôt d'une réaffectation des postes existants.
Par ailleurs, la police fédérale a, par la voix de son porte-parole, clairement indiqué que la gare du Midi était une gare internationale, et que cette réalité était donc à l'origine de demandes particulières. Monsieur le ministre, envisagez-vous la création de ce statut juridique spécifique pour la gare du Midi?
Comptez-vous y augmenter durablement les effectifs afin de garantir un niveau de sécurité équivalent à celui de l'aéroport de Bruxelles-National?
Étudiez-vous l'ouverture d'un commissariat de la SPC dans d'autres gares, bruxelloises ou pas?
Enfin, quelles sont les mesures prévues pour lutter contre les réseaux criminels, les agressions, en d'autres termes la délinquance qui se propage dans les différentes gares du pays? Merci d'avance pour vos réponses.
Bernard Quintin:
De tijdelijke versterking met 20 politieagenten, waar ik eerder naar verwees, is niet structureel. Het betreft politieagenten die voor een beperkte periode worden toegewezen aan de spoorwegpolitie (SPC) in Brussel, bij de dienst Interventie.
De versterking wordt geïntegreerd in de bestaande dispositieven en heeft tot doel een grotere zichtbaarheid van de SPC op het Brusselse werkterrein mogelijk te maken. De maatregel heeft dus geen budgettaire impact, aangezien het louter gaat om een heroriëntering van de capaciteit. De spoorwegpolitie in Brussel telt momenteel 253 operationele leden.
De SPC besteedt overal op haar werkterrein dezelfde aandacht aan de bestrijding van onveiligheid, maar het is belangrijk te benadrukken dat de veiligheidsproblemen in Brussel, Antwerpen en Gent niet met elkaar vergelijkbaar zijn. Verschillende factoren spelen daarbij een rol, zoals het aantal pendelaars en toeristen, de infrastructuur van de stations, de grenscontrole en de talrijke internationale verbindingen in Brussel, alsook de nabijheid van een metronetwerk en van gevoelige wijken.
De rekrutering van Nederlandstalig personeel blijft een cruciale succesfactor voor de gehele geïntegreerde politie. Bij de SPC wordt daarom een bijzondere inspanning geleverd in Antwerpen, waar zich het grootste capaciteitsgebrek situeert. Vanaf het tweede kwartaal van 2026 zullen nieuwe SPC-leden die momenteel in Leuven of Hasselt zijn tewerkgesteld in Antwerpen kunnen werken, zonder hun gebruikelijke werkplek op te geven.
Wat de personeelsbezetting van de SPC betreft, begin december is een nieuwe mobiliteitscyclus opgestart. Zoals gebruikelijk worden de beschikbare standplaatsen bij elke cyclus bekendgemaakt. Concreet tekent zich vandaag het volgende beeld af: de SPC Brussel en SPC Zuid zijn bijna volledig ingevuld. Bij de SPC Oost is de personeelsbezetting in orde, maar blijven er nog infrastructurele knelpunten die moeten worden opgelost. De SPC Noord en SPC West kampen daarentegen met een personeelstekort. We hopen dat tekort minstens gedeeltelijk op te vangen via deze mobiliteitscycli, naargelang de resultaten van de lopende vacatures. Een en ander zal duidelijker worden zodra de kandidaturen zijn ontvangen en de selecties begin 2026 zijn afgerond.
Ik voeg eraan toe dat de dringende politiehulp aan slachtoffers van misdrijven in het station niet uitsluitend afhankelijk is van de SPC-capaciteit, aangezien het mechanisme van wederzijdse operationele ondersteuning tussen de federale politie-eenheden en de lokale politiezones te allen tijde verzekerd is.
Ik heb u er al op gewezen dat de rondzendbrief van 2002 herzien wordt. Dat zal leiden tot een uniforme taakverdeling tussen de lokale politie, de spoorwegpolitie en Securail, en tot een efficiënter gebruik van de beschikbare capaciteit. Dat punt maakt deel uit van het Grootstedenplan, dat eveneens tot doel heeft de veiligheid van de burgers te verbeteren.
Bovendien moet in het kader van de toekomstige bevoegdheid van Binnenlandse Zaken voor de dienst Securail van de NMBS de samenwerking tussen politie en Securail op een zeer concrete wijze worden versterkt. Het betreft onder meer de organisatie van patrouilles, de dienstroosters en het gebruik van de gegevensbanken met meldingen, met inbegrip van de plaats en het tijdstip van feiten en overtredingen. Het doel is in de eerste plaats een nauwkeurig beeld te krijgen van de fenomenen die zich voordoen in de stations en op het spoorwegnet, zoals vastgesteld door zowel de politiediensten als de veiligheidsdienst van de NMBS.
Daarnaast moet ook de uitwisseling van al die informatie structureel worden gegarandeerd. Ik wens bovendien dat de lokale veiligheidsplannen voor stations, opgesteld door de NMBS, in nauwer overleg met de SPC tot stand komen.
Tot slot moet de geografische verdeling van de districten worden geanalyseerd, met het oog op een betere afstemming tussen de districten van de SPC en die van de veiligheidsdienst van de NMBS.
Enfin, pour répondre à votre question, monsieur Chahid, concernant l'octroi d'un statut de gare internationale à la gare de Bruxelles-Midi, je précise qu'un avis a effectivement été rendu sur la proposition de résolution visant à lui conférer un tel statut. Il me semble, et c'est également l'analyse des services de police, qu'un tel statut, essentiellement théorique, n'apporte pas en soi une réponse suffisante à la situation que nous connaissons.
Dans les faits, il est évident que la gare du Midi fait partie des grandes gares du pays et qu'elle occupe une place particulière compte tenu de l'importance des flux internationaux, tant via les lignes ferroviaires que par les arrivées de lignes de bus internationaux ainsi que par la présence d'un poste frontière Schengen. D'ailleurs, des missions spécifiques visant des phénomènes de criminalité internationale y sont régulièrement menées.
Il n'est à l'heure actuelle pas prévu d'ouvrir d'autres commissariats dans d'autres gares du pays. L'enjeu principal consiste dès lors à poursuivre le renforcement de la coordination entre les services de la police locale, de Securail et de la SPC sur l'ensemble du périmètre de la gare de Bruxelles-Midi et de ses abords immédiats.
À cet égard, une avancée importante a également été réalisée en ce qui concerne l'accès direct de la police locale aux images du réseau de caméras de la SNCB. Ce projet, évoqué depuis longtemps, vient d'être concrétisé. Il est essentiel tant pour la surveillance permanente que pour la protection du personnel, mais aussi pour la rapidité et l'efficacité des interventions. Il constitue en outre un outil utile dans le cadre des opérations planifiées menées conjointement par les services fédéraux et locaux.
Il convient évidemment de poursuivre le renforcement de la présence sur le terrain. Cela passe notamment par des décisions opérationnelles, comme celles annoncées en lien avec le Corps d'intervention (CIK), à savoir les 20 unités supplémentaires provenant du CIK.
Les services m'ont par ailleurs indiqué une baisse du nombre d'infractions, ce qui constitue un signal positif. Nous continuerons dès lors à renforcer la sécurité, tant pour les usagers que pour le personnel ferroviaire.
Pour conclure sur ce que je disais tout à l'heure et pour être allé plusieurs fois à la gare du Midi en 11 mois, celle-ci est en effet à la fois un point d'entrée et un accès de fixation suffisamment importants pour que l'on continue à y consacrer les moyens nécessaires.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord, dat wel eerlijk is. U geeft toe dat de versterking in Brussel-Zuid niet structureel is en maar voor een beperkte periode geldt. Dat is exact wat we in de vorige legislatuur ook gezien hebben onder uw voorgangster, mevrouw Verlinden, die toen ook 15 agenten had toegevoegd. Maar het ging natuurlijk gewoon om overplaatsingen en die mensen werden voor een groot gedeelte tewerkgesteld op directieniveau, niet op de werkvloer.
Dat zijn tijdelijke maatregelen. Het overplaatsen van agenten naar Brussel-Zuid omdat dat station in het nieuws komt, neemt niet weg dat er ook elders problemen zijn. We klagen al sinds de vorige legislatuur dat die andere zones ook met te weinig personeel kampen.
U verwijst nu naar agenten die opgeleid worden om vanuit Leuven en Limburg in Antwerpen te gaan versterken. Dat is vandaag al de praktijk. Er zijn bijna geen agenten meer in Limburg. De post van de spoorwegpolitie is daar de facto gesloten. Die was onderbemand en de weinige agenten die daar zijn, zitten in Antwerpen. Dan krijgt men dus verslagen van Securailagenten, die ik nu niet zal voorlezen, dat er gewoon geen politionele ondersteuning is, niet van de spoorwegpolitie en niet van de lokale politiezones, die andere prioritaire opdrachten hebben op dat moment. Dat is wat we dan doorkrijgen. Het werkt niet.
Wat wij van het Vlaams Belang vragen, al sinds de vorige legislatuur, is om de spoorwegpolitie effectief te versterken. Dat betekent meer agenten, overal, in alle zones. Draai ook de beslissing om de lokale politieposten van de spoorwegpolitie in de stations af te bouwen terug. Open die posten opnieuw en beman ze. Alleen op die manier zult u overal de veiligheid op uw spoorwegnet kunnen garanderen. Niet door in de marge te morrelen, wat mensen bijkomend rond te schuiven zoals op een schaakbord, heen en weer. Zo zullen we er niet komen. Zo zullen de mensen van Securail ook niet verder geholpen worden als ze nood hebben aan ondersteuning, die er voor de zoveelste keer niet is.
Maaike De Vreese:
Minister, nu al moeten de mensen van de spoorwegpolitie in Brugge bijstand geven als er iets gebeurt aan de andere kant van Vlaanderen. Daardoor gaat natuurlijk cruciale tijd verloren. De tijd waarin ze aan het reizen zijn, zijn ook verloren uren. Dat is dus geen efficiënte manier om die mensen in te zetten.
Wij zijn al heel lang vragende partij om in West-Vlaanderen de vacatures open te zetten met als standplaats Brugge. Men zal natuurlijk veel moeilijker mensen aantrekken die vanuit West-Vlaanderen Gent als standplaats krijgen, dan als men die mensen een standplaats dichter bij huis geeft, in Brugge. Dan zullen die vacatures veel gemakkelijker ingevuld worden.
Ik hoop dat u daar ook zeer pragmatisch naar kijkt, zodat er eindelijk verandering komt in de onmogelijke situatie waarin die mensen nu moeten werken.
De mensen haken natuurlijk ook af. Er moet ergens een mooi perspectief zijn van een spoorwegpolitie die functioneert. U staat voor die moeilijke en uitdagende taak, die ook in het regeerakkoord ingeschreven is. We weten de mensen van Securail heel vaak met de handen in de haar zitten omdat ze voor bepaalde zaken wel kunnen optreden maar voor andere niet. Dan is het lang wachten tot de politie ter plaatse kan zijn.
Er moet een duidelijke taakverdeling komen voor de lokale en de federale politie en hun samenwerking met Securail. Er is dus werk aan de winkel. Ik hoop toch dat we binnenkort verandering zien in de cijfers en dat de cijfers ook in Vlaanderen de juiste richting uitgaan, net zoals we dat gezien hebben in Brussel.
Ik hoop dat u een extra tandje zult bijsteken, want de mensen op het terrein vragen dat echt wel.
Ridouane Chahid:
Monsieur le ministre, une chose est sûre, vous êtes l'héritier de ce qui a été déstructuré ces dernières années. À un moment donné, il faut appeler un chat un chat. Oui, la police des chemins de fer a été déstructurée par certains qui défendaient une autre vision de ce que devait être la police fédérale dans ce pays. Bon, soit! C'est un constat. Vous essayez de coller des rustines à gauche et à droite. C'est un peu ce que je vous reproche, même si ce n'est peut-être pas de votre faute. En tout cas, les autres membres de la majorité ne vous accordent pas les moyens nécessaires pour qu'on puisse rétablir une véritable police des chemins de fer. Il est trop facile de dire qu'il faut des policiers des chemins de fer à Gand ou à Anvers. Or il ne faut pas les éparpiller à gauche et à droite. Ils ont besoin d'une structure reposant sur un véritable département et des moyens qui s'ensuivent, comme certains l'ont déjà écrit dans leur vision stratégique. Pour ma part, je ne peux que vous soutenir dans vos propos et votre positionnement. Il faut, et vous avez raison, une police fédérale forte et structurée. Mais, pour ce faire, vous avez besoin que ceux qui, aujourd'hui, vous attaquent engagent les moyens indispensables et vous accordent les budgets nécessaires afin que vous puissiez atteindre vos ambitions et vos objectifs en ce domaine.
De spoorcorridors en de bruggen over de Maas
De spoorverbinding via de brug over de Maas
Spoorinfrastructuur langs en over de Maas
Gesteld door
Gesteld aan
Theo Francken (Minister van Defensie)
op 12 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Frank Troosters (N-VA) waarschuwt voor de mogelijke afbraak van de Maasbrug in Maastricht, die een toekomstige rechtstreekse spoorverbinding Hasselt-Maastricht (cruciaal voor Limburgs sociaaleconomisch en volgens hem ook militair belang) zou blokkeren, en dringt aan op Belgische diplomatieke actie om dit te voorkomen. Minister Francken (Defensie) bevestigt dat spoorinfrastructuur militair strategisch is, maar spoorlijn 20 (Hasselt-Maastricht) niet als prioriteit wordt beschouwd omdat heropening voor 2034 onhaalbaar is door complexe werken in beide landen; hij verwijst voor details naar bevoegde minister Crucke en benadrukt investeringen in alternatieve NAVO/EU-corridors. Troosters stelt geen vervolgvragen, de discussie eindigt zonder concrete toezeggingen over diplomatieke interventie of heroverweging van de lijn.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.
Al sinds de vorige legislatuur waarschuwt mijn fractie in dit parlement voor de mogelijke afbraak van de Maasbrug in Maastricht. Deze afbraak zou het definitief onmogelijk maken om een rechtstreekse treinverbinding van Vlaanderen (via Hasselt) naar Maastricht te realiseren. Dit zou enorme maatschappelijke en sociaal economische gevolgen hebben voor Limburg en de achterliggende regio's. In het licht van de huidige geopolitieke situatie zou een spoorverbinding tussen Hasselt en Maastricht ook van groot militair belang kunnen zijn.
Het is dus belangrijk dat op elk mogelijk politiek niveau alles uit de kast gehaald wordt om onze buren uit Nederland te overtuigen van het belang van het behoud van de Maasbrug en dus niet tot de afbraak van deze brug over te gaan.
Wat is de visie van de minister van Defensie inzake een mogelijke rechtstreekse spoorverbinding tussen België (Hasselt) en Nederland (Maastricht)? Zou deze spoorverbinding van militair belang kunnen zijn? Is de minister van oordeel dat een afbraak van de Maasbrug langs Nederlandse zijde een goede zaak zou zijn?
Werd de mogelijke afbraak van de Maasbrug in Nederland reeds besproken binnen de regering? Zo ja, met welk resultaat? Zo neen, waarom niet? Zal dit alsnog gebeuren?
Zal er van uwentwege een diplomatiek initiatief genomen worden om de afbraak van de Maasbrug (trachten) te voorkomen, al dan niet met het oog op een mogelijk militair belang van een rechtstreekse spoorverbinding tussen Hasselt en Maastricht? Zo ja, welk en wanneer? Zo neen, waarom niet?
Theo Francken:
Het spoorwegnet is van cruciaal belang om grote hoeveelheden militair materieel vlot te laten bewegen over het Europese continent. Het is zowel cruciaal voor de ontplooiing en de ondersteuning van de eigen troepen die buiten onze landsgrenzen worden ingezet, als voor de rol die België heeft als ontvangst- en doorvoerland van de geallieerde troepen bij enablement .
Samen met de collega’s van de FOD Mobiliteit en Vervoer en met Infrabel heeft Defensie de strategisch belangrijke spoorcorridors in kaart gebracht en afgelijnd met de NAVO-landen, met de buurlanden en met de EU.
De knelpunten op die prioritaire spoorcorridors zullen voor 2034 worden aangepakt, en dat in overeenstemming met de militaire behoeften van de EU en de NAVO. Meer details over de knelpunten kunnen uit veiligheidsoverwegingen niet gecommuniceerd worden.
Op dit moment is spoorlijn 20 niet in gebruik. De spoorlijn werd ook niet meegenomen als strategisch belangrijke spoorcorridor voor militaire mobiliteit, daar de heropening op korte termijn – lees: voor 2034 – niet haalbaar is. Spoorlijn 20 behelst meer dan de brug over de Maas zelf, en zowel in België als in Nederland is daarvoor een reeks ingrijpende stappen vereist.
Voor verdere details daarover verwijs ik graag naar minister Crucke, die ervoor bevoegd is. We blijven investeren in alternatieve spoorcorridors boven op de geïdentificeerde prioritaire spoorcorridors. Dat blijft een terecht aandachtspunt en een absolute meerwaarde voor een efficiënte en snelle militaire mobiliteit vanuit de zeehavens op lange termijn.
Frank Troosters:
Ik dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister.
Voorzitter:
De heer De Smet is afwezig. Zijn vraag nr. 56010271C vervalt dus.
Militaire mobiliteit
Een betere militaire mobiliteit
De militaire mobiliteit en de oorlogsbestendigheid van onze spoorwegen
De uitwerking van een Europese militaire Schengenzone
De militaire mobiliteit
De verbetering van de militaire mobiliteit
Verbeterde Europese militaire mobiliteit en spoorwegbestendigheid
Gesteld aan
Theo Francken (Minister van Defensie)
op 10 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Theo Francken bevestigt dat België – als NAVO-transitland – drie duale infrastructuurprojecten (1 weg: N49 Maldegem; 2 spoor: Antwerpen-haven) subsidieert (€97 mln EU-steun) en werkt aan een Nationaal Actieplan Militaire Mobiliteit (onderdeel van het Enablementplan), dat procedures moet versnellen en kritieke corridors (noord-zuid) versterken. Hij ontkent dat slechts één project loopt en benadrukt regionale samenwerking (o.a. met Nederland/Duitsland) voor een "militair Schengen", maar Annick Ponthier (Vooruit) bekritiseert dat hij geen evaluatie geeft van de oorlogsbestendigheid van Belgische spoorwegen – naar aanleiding van Nederlandse waarschuwingen over kwetsbaarheid (sabotage, cyberrisico’s, gebrek aan rangeerruimte). Kjell Vander Elst (N-VA) en Koen Van den Heuvel (CD&V) dringen aan op meer gewestelijke betrokkenheid (Vlaanderen/Wallonië) en budgettaire coördinatie, terwijl Axel Weydts (VB) de 5%-NAVO-toewijzing voor interne veiligheid (drones, politie-helikopters) positief onthaalt. Het Enablementplan (eind 2024) moet België’s rol als NAVO-host nation concretiseren, maar Ponthier blijft vragen om een risicoanalyse spoorinfrastructuur, vergelijkbaar met Nederland.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, in verschillende Europese landen worden de laatste jaren aanzienlijke investeringen gedaan in de uitbouw en modernisering van de wegen-, spoorwegen- en waterwegeninfrastructuur, rekening houdend met de noodzaak om militaire transporten vlot te laten verlopen. Ons land is bovendien een transitland, mede door zijn cruciale ligging. Dat moet dan ook een absolute prioriteit zijn voor onze Defensie en vooral ook voor onze mobiliteitsdepartementen. Er moet aandacht voor zijn er actie worden ondernomen.
In uw beleidsnota gaf u aan dat een nationaal plan voor militaire mobiliteit zal worden opgemaakt. Het is dan ook schrijnend dat in Vlaanderen op dit moment slechts één wegenproject wordt opgestart waarbij die militaire reflex wordt gemaakt, namelijk de N49 tussen Damme en Maldegem. Dat is momenteel het enige project in Vlaanderen waarbij met militaire mobiliteit rekening wordt gehouden. Gelet op het plan dat in aantocht is en op de cruciale ligging van ons land, is dat mijns inziens veel te weinig.
Mijnheer de minister, wat is de stand van zaken met betrekking tot de opmaak van het nationaal plan inzake militaire mobiliteit?
Welke rol speelt Defensie bij het identificeren van infrastructuurprojecten die van strategisch belang zijn voor de militaire mobiliteit in ons land?
Wat vindt u van het feit dat momenteel slechts één project in Vlaanderen in opmaak of opgestart is?
Acht u bijkomende weg-, spoor- of waterprojecten noodzakelijk om tegemoet te komen aan de Europese technische vereisten?
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, ik trap een open deur in als ik zeg dat het hele Enablementverhaal een zeer belangrijk aspect vormt binnen onze collectieve defensie. België is, gelet op zijn geografische ligging op de kaart van Europa, een van de landen die de komende jaren aanzienlijke inspanningen zal moeten leveren.
Voor de inhoudelijke antwoorden verwijs ik naar de tekst van mijn vragen zoals ingediend.
Ik wil daaraan toevoegen dat ik een bijkomende vraag heb ingediend over de militaire Schengenzone. Die vraag is in het actualiteitsdebat opgenomen, maar ik wil het benadrukken, gelet op het groot belang ervan. Ik heb daarbij gevraagd welke initiatieven momenteel worden genomen en in hoeverre België daar zijn schouders onder zet. We beschikken over zeer capabele mensen die zich daarvoor inzetten. Ik had graag vernomen hoever het daarmee staat.
Voorzitter:
Mijnheer Weydts, uw beide vragen zijn alleszins opgenomen in dit actualiteitsdebat.
Annick Ponthier:
Mijnheer de minister, militaire mobiliteit is een belangrijk onderwerp in de huidige geopolitieke context. Een nationaal plan daaromtrent werd aangekondigd. We zien op het terrein – we waren daar eerder dit jaar in Antwerpen zelf getuige van – dat een en ander vaak rimpelloos verloopt.
Soms duikt echter ook bezorgdheid op, zoals recent in Nederland. Daar klonk ernstige bezorgdheid over de weerbaarheid van de spoorweginfrastructuur in oorlogstijd. Volgens een recent onderzoek kan een militair transport daar het spoorverkeer tot drie uur volledig lamleggen. De spoorwegen bleken bovendien niet oorlogsbestendig. Bruggen, tunnels en viaducten zijn, zo zei men in Nederland, onvoldoende berekend op grootschalig militair gebruik, wat de snelle verplaatsing van troepen en materieel in een crisissituatie ernstig zou kunnen hinderen. Bovendien is het spoor erg kwetsbaar voor cyberaanvallen en sabotage en zijn er te weinig rangeerterreinen voor laden en lossen. Dat is de situatie in Nederland.
Dat roept de vraag op hoe het in België is gesteld met de militaire mobiliteit via het spoor. België speelt binnen de NAVO een belangrijke rol als host support nation en enabling nation , met als expliciet doel om militaire verplaatsingen door en naar ons grondgebied te faciliteren. U hebt terecht grote investeringen gekoppeld aan het verhogen van onze militaire mobiliteit. Ik heb daarover de volgende vragen.
Hoe beoordeelt u, gezien de bezorgdheid in Nederland, vandaag de oorlogsbestendigheid van onze Belgische spoorwegen? Zijn de NMBS en Infrabel volgens u voldoende voorbereid op het transport van zwaar militair materieel in crisistijd? Welke concrete middelen of investeringen zijn sinds het begin van deze legislatuur vastgelegd om de militaire mobiliteit via het spoor te versterken? Zijn er specifieke projecten of prioritaire trajecten in uitvoering? Heeft de NAVO reeds richtlijnen of ramingen gegeven over de benodigde infrastructuur of het geraamde budget dat België daarvoor zou moeten voorzien om aan zijn verplichtingen als host support nation te voldoen? Tot slot, zal de regering, gezien de recente waarschuwingen uit Nederland, een evaluatie laten uitvoeren van onze spoorcapaciteit en interoperabiliteit met NAVO-partners in crisissituaties? Ik dank u alvast voor uw antwoorden.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, ik wil kort de vragen van de collega's over de militaire mobiliteit aanvullen. Enige tijd geleden heeft de Europese Commissie een strategie ontwikkeld rond militaire mobiliteit. Ik heb daarover een aantal vragen, aangezien Europa vraagt om in elke lidstaat een nationale coördinator aan te stellen om de militaire mobiliteit te optimaliseren.
Mijnheer de minister, is binnen ons land al duidelijk wie die rol zal opnemen en wie de lead voor die taak zal nemen? We leven in een federaal land. Dat betekent dat ook de deelstaten, zeker op het vlak van mobiliteit, een belangrijke partner zijn. In welke mate worden zij betrokken?
Theo Francken:
Geachte Kamerleden, Defensie onderschrijft de urgentie om de noodzakelijke transportinfrastructuurprojecten met een duaal karakter te ondersteunen en de impact op de militaire mobiliteit te verhogen. Daarvoor werkt Defensie reeds samen met de bevoegde infrastructuurbeheerders, de FOD Mobiliteit en Vervoer, de gewesten, Infrabel, de havens, enzovoort aan het in kaart brengen van alle noodzakelijke infrastructuurprojecten op de prioritaire mobiliteitscorridors die onder meer onze havens verbinden met de rest van Europa. Die analyse omvat zowel de noordelijke corridor richting Duitsland en Nederland als de zuidelijke corridor richting Frankrijk, Luxemburg en Duitsland. Het duaal karakter van dergelijke projecten betekent niet dat ze automatisch onder de noemer ‘militaire uitgaven’ vallen. Enkel het deel van het project dat aantoonbaar is of afscheidbaar is en voor puur militaire doeleinden wordt gerealiseerd, kan meetellen binnen de eerste korf die werd afgesproken op de top van Den Haag tijdens de zomer. Het andere deel valt onder korf twee, defensie- en veiligheidsgerelateerde uitgaven, dus die 1,5 %.
Mede dankzij een positief advies van Defensie werd reeds voor 96 tot 97 miljoen euro aan EU-subsidies vanuit de Connecting Europe Facility toegekend aan vier Belgische infrastructuurprojecten, waarvan drie in Vlaanderen, één op de N49 in Maldegem en twee projecten om de spoorverbinding vanuit de haven van Antwerpen aan te pakken. Het klopt dus niet dat er maar één project is, het zijn er drie.
Op 19 november kondigde de Europese Commissie haar Military Mobility Package aan, dat door middel van een bindend EU-regelgevend kader procedurele hindernissen wil wegnemen, procedures en regels wil harmoniseren, infrastructuur wil versterken en digitale systemen wil ontwikkelen om de militaire mobiliteit in Europa te faciliteren. Om de belangrijkste knelpunten, 500 hotspots op de prioritaire militaire mobiliteitscorridors, aan te pakken, voorziet de Europese Commissie 17,7 miljard euro voor de volgende CEF binnen het meerjarig financieel kader 2028-2034, een vertienvoudiging van het budget.
Zoals gezegd zijn er drie projecten, niet één: het N49-project in Maldegem en twee spoorprojecten vanuit de haven van Antwerpen.
Daarvoor hebben we een subsidie van 97 miljoen euro ontvangen.
De lijst van knelpunten op de strategisch belangrijke corridors op ons grondgebied werd opgesteld in samenspraak met de administraties van de federale en deelstatelijke infrastructuurbeheerders en met de defensiestaf. De gedetailleerde lijst kan niet publiek worden meegedeeld. Die kunnen we eventueel in de commissie bekijken, maar niet publiek. Er zullen dus wel degelijk ingrijpende extra infrastructuurprojecten nodig zijn, zowel in Vlaanderen, Brussel als Wallonië.
In het regeerakkoord en de Strategische Visie werd Defensie door de regering aangeduid om de leiding te nemen in de ontwikkeling van het Nationaal Verdedigingsplan en het Nationaal Enablementplan. Die plannen worden gezamenlijk uitgewerkt door Defensie, in samenwerking met de andere betrokken actoren en vertegenwoordigers van de federale en gefedereerde entiteiten.
In dat kader wordt momenteel ook gewerkt aan de eerste versie van het Nationaal Actieplan voor Militaire Mobiliteit. Dat plan zal, boven op de noodzakelijke infrastructuurverbeteringen, een vereenvoudiging van de procedures voor militair transport omvatten alsook acties voor een snelle en vlotte planning en uitvoering van militaire transporten op ons grondgebied, zowel in vredestijd als in tijden van crisis of conflict. Dat plan zal rekening houden met de inhoud van het Military Mobility Package en met de voorstellen tot harmonisatie en optimalisatie die ontwikkeld worden binnen een multinationale samenwerking, waarvoor België samen met Nederland, Luxemburg, Duitsland, Polen, Litouwen, Tsjechië en Slovakije op 13 november een intentieverklaring heeft ondertekend voor een Central Northern European Military Mobility Area. Dat Nationaal Actieplan voor Militaire Mobiliteit zal worden opgenomen in het Nationaal Enablementplan, dat onze rol als ontvangst- en doorvoerland voor de NAVO-plannen zal beschrijven.
Naast de bestaande top-downprojecten binnen de NAVO en de EU, zoals het PESCO-project voor militaire mobiliteit, heeft Defensie recent haar engagement verhoogd om, samen met gelijkgestemde naties, het voortouw te nemen om via regionale samenwerking sneller vooruitgang te boeken richting het objectief van een militair Schengen in Europa. Zo heeft onze Defensie op 13 november 2025, zoals ik al heb vermeld, samen met Nederland, Luxemburg, Duitsland, Polen, Litouwen, Tsjechië en Slovakije de intentieverklaring ondertekend voor een Central Northern European Military Mobility Area.
Daarnaast zal België samen met Nederland, Duitsland en Polen het voortouw nemen om de aanbevelingen en best practices van die regionale aanpak te bespreken binnen zowel de EU- als de NAVO-context en te onderzoeken waar we een meerwaarde kunnen betekenen voor de militaire mobiliteit op het Europees continent.
Het plan is dus bijna klaar.
Over de tender voor onze logistiek hebt u misschien al gehoord. We zullen een hele grote logistieke tender uitschrijven. Er hebben al informatievergaderingen plaatsgevonden in Evere. Daar is heel veel interesse voor. Onze logistieke bedrijven behoren tot de top, dus dat is chique. Die tender zou tegen het einde van het jaar klaar moeten zijn. Ik zou dus eind dit jaar of begin 2026 een brief kunnen richten aan Mark Rutte, zeggende dat wij ons ding hebben gedaan, dat we klaar zijn en dat we indien nodig heel snel kunnen schakelen. Dat is ongeveer de timing.
Defensie neemt in dezen de lead. Wat betreft het Weerbaarheidsplan, zijn wij dat niet, maar wel het Nationaal Crisiscentrum. Dat zit echter niet zo gemakkelijk. De regering heeft vorige week afgesproken om budgetten van Defensie te voorzien om bijkomende steun te geven bij de opmaak van het Nationaal Weerbaarheidsplan. Voor het Nationaal Enablementplan is Defensie de lead, net als voor het Nationaal Defensieplan. Voor het Nationaal Weerbaarheidsplan heeft het Nationaal Crisiscentrum van Binnenlandse Zaken de lead. Daar zijn echter te weinig personeelsleden voor aangesteld. Er is heel veel werk voor te weinig personeel, dus er komt versterking van Defensie. Dat werd twee weken geleden afgeklopt.
Er is afgesproken dat 5 % van het budget van Defensie naar interne veiligheid gaat. De heli's voor de politie, die wij kopen, zitten daarin. Ook de Belgica zit daarin. Zo zijn er heel veel projecten opgelijst, zoals de drones en counterdrones van de politie, de ondersteuning van het Nationaal Crisiscentrum bij het opstellen van het Nationaal Weerbaarheidsplan, en Westakkers. Terwijl veel ministers op hun sjiek moeten bijten, heb ik heel veel geld gekregen. In het kader van de interne veiligheid hebben we met het budget van Defensie dus toch wat vooruitgang kunnen boeken in een aantal projecten. De voorwaarde is dat de projecten aanrekenbaar moeten zijn aan de NAVO. Het duoproject in Sint-Niklaas is daarvan een mooi voorbeeld. Dat is een masterplan van de federale politie, maar wij kunnen daar perfect aan meedoen. Het gaat om een schietstand, om drones en counterdrones en om slippistes. Dat hebben wij ook voor onze mensen nodig.
In die zin kunnen we er een gezamenlijk project van maken en dan kunnen wij dat betalen. Dan gaat het eindelijk vooruit. Dan kan Peter Buysrogge ook aankondigen dat het asielcentrum daar dicht gaat. Sint-Niklaas heeft immers twee centra. Veel partijen, of zelfs de hele gemeenteraad, zeggen al jaren dat twee grote asielcentra voor één stad te veel is. Dat kunnen ze niet aan. In die zin is dat het compromis geworden.
Twee weken geleden hebben we daarover op het kernkabinet tot vrijdagavond laat gesproken. Dat is vervolgens finaal uit de bus gekomen.
Het National Enablement Plan is dus een heel belangrijk plan. Dat zal normaal gezien in orde komen. Dat is dus op te volgen.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, in alle neutraliteit wil ik u persoonlijk danken voor dat antwoord.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Eén wegproject en drie projecten in totaal, waarvan twee spoorwegprojecten, dat is alvast goed. Het is beter dan ik initieel dacht.
Het is absoluut noodzakelijk dat ook de regio’s, Vlaanderen en Wallonië, in dezen hun deel doen. De veiligheid van ons land is een gedeelde verantwoordelijkheid. Defensie is weliswaar een federale bevoegdheid, maar op Vlaams niveau wil men ook een Vlaams Defensieplan oprichten. Als de regio’s een steentje kunnen bijdragen, moeten ze dat in de eerste plaats op het mobiliteitsvlak doen. Ik ben blij dat dat toch voor een deel gebeurt.
Voor het overige kijk ik uit naar het Enablementplan, dat in een afrondende fase zit. Het wordt opgevolgd. Ik kijk uit naar het resultaat.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, ik dank u eveneens voor uw antwoord. Het Enablementverhaal is heel belangrijk. Het is interessant om te vernemen dat 5 % van het geplande defensiebudget naar interne veiligheid gaat. Dat wist ik nog niet. Het stelt mij gerust dat het aan de voorwaarde van NAVO-aanrekenbaarheid moet voldoen; anders creëren we elders een probleem.
U ziet waartoe vragen over militaire mobiliteit kunnen leiden. Het is goed dat de minister af en toe afwijkt van het voorbereid antwoord. Dank u daarvoor.
Voorzitter:
Ik weet niet of men daar op het kabinet ook zo over denkt.
Annick Ponthier:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. U stelt dat Defensie de noodzaak onderschrijft om de militaire mobiliteit op zoveel mogelijk vlakken te ondersteunen. U hebt het ook over drie voorbereidende trajecten gehad die prioritair worden behandeld.
Defensie wordt als leidende factor beschouwd in het Nationaal Verdedigings- en Enablementplan. Het is inderdaad uitkijken naar de resultaten die wij daar binnenkort uit zullen leren. Het is voor alle duidelijkheid goed dat Defensie daarin de lead neemt.
U stelt ook dat wij heel snel kunnen schakelen, wat in de huidige context heel belangrijk is.
U gaf alle details over het Enablementplan en andere aspecten, maar ik mis een antwoord op de vraag die ik u heb gesteld, namelijk een reflectie op de bezorgdheid bij onze noorderburen. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat die bezorgdheid ook voor ons land relevant is.
Dat geldt zeker voor mijn provincie, Limburg, die zoals u weet een heel belangrijke provincie is in het hele enablementverhaal. Er is nood aan dezelfde oefening. Nederland heeft die oefening gemaakt. We weten dat Nederland vaak vooroploopt op België. Ik had van u verwacht dat wij dat eveneens zouden doen.
Ik blijf dus op mijn honger zitten wat betreft de evaluatie die we hebben gemaakt en de lessen die we kunnen trekken over de oorlogsbestendigheid van onze Belgische spoorwegen. Spelen bij ons dezelfde problemen of niet? Daarop hebt u, tenzij ik mij vergis, geen antwoord gegeven. Dat betreur ik ten zeerste.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik wil nog even focussen op de rol van de deelstaten. Ze zijn een erg belangrijke partner inzake mobiliteitsinvesteringen. Zij hebben ook budgettair, de ene deelstaat misschien wat meer dan de andere, ruimte om mee te investeren. Dat geldt ook in het kader van de uitdaging om die 5 % op termijn te realiseren.
Ik wil u daarom aanmoedigen om de lijn met de deelstaten heel kort te houden, want zij kunnen op dat vlak een heel belangrijke partner zijn en een heel belangrijke rol spelen.
Voorzitter:
Collega's, die repliek beëindigt onze vier actualiteitsdebatten. Op de agenda staat nog een hele reeks vragen, die zowel vandaag als vrijdag zullen worden behandeld. Ik breng in herinnering dat de mogelijkheid bestaat om te verwijzen naar de tekst van de vraag zoals ingediend. Het punt is dat wij op die manier snelheid kunnen maken. U hebt echter uiteraard het recht om uw vraag voluit te stellen wanneer u dat wenst.
De plannen om de goederenspoorlijn Bergen-Valenciennes te heropenen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Éric Thiébaut bekritiseert het jaarlijks uitstel van de heropening van de goederenspoorlijn Valenciennes-Mons door wisselende politieke prioriteiten aan Belgische en Franse zijde, ondanks sterke industriële vraag (inclusief steun van de haven van Antwerpen) en herhaalde beloftes sinds 2007. Minister Jean-Luc Crucke benadrukt dat het dossier nu topprioriteit is, wijst op een onlangs getekende bilaterale verklaring met Frankrijk (4/12) en concrete stappen (o.a. terreinbezoek met Xavier Bertrand), maar erkent dat 2 km ontbrekend spoor in Frankrijk de blokkade vormt—met EU-steun (DG MOVE) als nieuwe hefboom. Thiébaut betwijfelt de geloftes, verwijzend naar eerdere mislukte studies (bv. de verdwenen haalbaarheidsstudie onder Gilkinet) en decennia aan leegloop, en eist duidelijke deadlines in plaats van "intenties". Crucke blijft optimistisch dankzij politieke stabiliteit in Frankrijk en EU-druk, maar concrete uitvoering ontbreekt nog.
Éric Thiébaut:
Monsieur le ministre, c'est la première fois que je vous interroge sur ce projet de réouverture de la ligne Valenciennes-Mons, mais ce n'est pas la première fois que j'interviens dans ce dossier au sein de ce Parlement, puisque je siège ici depuis 2007. J'ai dû interroger une dizaine de ministres de la Mobilité à ce sujet depuis que je suis parlementaire.
Il s'agit donc de penser à la réouverture de cette ligne très ancienne, principalement pour l'usage du fret. Or, depuis des années, j'assiste à une partie de ping-pong entre les ministres belge et français. Parfois, du côté belge, tout est en place pour débuter les travaux. À ce moment-là, les Français n'y sont pas préparés. Puis, quand ils sont prêts, nous changeons de ministre, de position et de politique. Donc, la Belgique n'est plus prête. Bref, c'est le même scénario qui perdure depuis une quinzaine d'années.
Pourtant, les attentes du monde industriel sont grandes. Le fret constitue en effet une solution d'avenir dans le domaine du transport. Toutes les entreprises du Nord de la France et une partie de celles du Hainaut sont très intéressées par cette réouverture. Par ailleurs, le port d'Anvers est également partie prenante. Précédemment, ses responsables avaient annoncé être disposés à investir 500 000 euros pour participer à la réouverture de cette ligne ferroviaire. En conclusion, tout le monde la souhaiterait, mais rien ne se passe.
Dans votre note de politique générale, j'ai lu que, dès 2025, vous alliez œuvrer "pour encourager davantage la coopération européenne en matière de transport ferroviaire, dans le but d'obtenir des liaisons ferroviaires européennes transfrontalières plus nombreuses et de meilleure qualité, tant pour le transport de marchandises que pour le transport de passagers". Fatalement, ma question est la suivante: ce dossier fera-t-il partie de vos priorités en la matière?
Jean-Luc Crucke:
Merci cher collègue pour cette question à laquelle j'attache énormément d'importance. La réouverture de la ligne Mons-Valenciennes est et restera l'une de mes priorités. Ce dossier, qui est certes complexe par nature, implique les autorités locales, régionales et nationales et appelle un véritable coup d'accélérateur.
Il constitue un élément concret dans l'établissement d'un accord politique que je souhaite établir avec mon homologue français, dans le cadre d'une coopération bilatérale renforcée en matière de transport. Compte tenu de la situation politique actuelle en France, ce n'est que très récemment que nous savons que le ministre des Transports, Philippe Tabarot, est confirmé dans sa fonction. Je l'ai rencontré fin octobre pour aborder notamment ce dossier et j'ai proposé de l'intégrer dans le texte de la déclaration d'intention qui prévoit de déployer plus largement des connexions transfrontalières entre nos deux pays.
J'ai eu le plaisir de signer cette déclaration d'intention, en présence de mon homologue français, ce jeudi 4 décembre, en marge du Conseil des Transports de l'Union européenne. Par ailleurs, j'ai également pu évoquer ce dossier lors de mon entrevue hier soir à Lille avec le préfet des Hauts-de-France et le président de la région Hauts-de-France, Xavier Bertrand. Comme vous, j'attends effectivement des avancées concrètes sur le projet, tant pour les intérêts économiques transfrontaliers que pour la consolidation d'un réseau ferroviaire résilient.
À mes yeux, cette ligne est un maillon essentiel. Nous avons convenu avec Xavier Bertrand hier soir que nous nous rendrions sur le terrain. C'est parfois une manière de donner de l'impulsion à un dossier, parce qu'objectivement, il faut reconnaître que du côté belge, tout est fait. Il reste, du côté français, deux kilomètres à opérationnaliser. Ça ne me semble pas, vu le budget de l'État français en matière de voies ferroviaires, impossible à atteindre. Avec Xavier Bertrand, nous avons même proposé – ce en quoi le préfet a dit qu'il nous aiderait – de rencontrer également le nouveau président de la SNCF, qui est un ancien premier ministre français.
J'ajoute un dernier élément, qui me permet d'être optimiste dans ce dossier. La première fois que j'ai rencontré la directrice générale de la DG MOVE européenne, elle m'a d'initiative parlé de ce dossier, pour une raison que vous connaissez aussi bien que moi. Une agence européenne est située à Valenciennes. Elle m'a dit qu’il était quand même incroyable que ses agents ne sachent même pas rejoindre Bruxelles directement par le train, car il manque en France ces quelques kilomètres que je viens d'évoquer.
Je crois que cet appui supplémentaire nous permettra aussi de concrétiser. Vous savez que j'essaie d'être pragmatique, mais dans ce dossier, je veux vraiment être optimiste.
Éric Thiébaut:
Merci monsieur le ministre. Ce sont des nouvelles fraîches, des bonnes nouvelles, et je retiens votre optimisme. Simplement, je suis devenu méfiant au fil des ans parce que ce type d'optimisme a déjà été affiché par des prédécesseurs – de nombreux prédécesseurs. Des accords ont même été signés. Des intentions ont été signifiées par le président de la République et un ancien premier ministre – Charles Michel, à l'époque – dans ce dossier. Cela ne date pas d'hier. Les volontés ont déjà été affichées de nombreuses fois. Il faudrait maintenant des résultats, et peut-être un timing clair de réalisation des travaux. Votre prédécesseur, Georges Gilkinet, avait annoncé une étude de faisabilité sur la réouverture de la ligne pour le transport de marchandises. A-t-elle été réalisée? Nous n’en avons plus jamais eu d'écho. Il y a toujours des intentions, des signatures, des accords annoncés, mais jamais de résultat concret. J’espère – et je vous le souhaite de tout cœur – que vous serez celui qui va enfin obtenir un résultat concret dans ce dossier important pour notre région.
De agressie tegen treinbegeleiders
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Éric Thiébaut bekritiseert de alarmende toename van agressie tegen SNCB-personeel (2.100 incidenten in 2024, 350 langdurige afwezigheden) en eist versterkte Securail-brigades, betere samenwerking met politie en heropening van politieposten in stations, met name na sluitingen onder minister Jambon die volgens hem de veiligheid ondermijnen. Minister Crucke bevestigt prioriteit voor veiligheid, meldt een recente uitbreiding van Securail met 50 ETP (totaal 700), bodycams in voorbereiding en een gepland akkoord met Binnenlandse Zaken voor betere afstemming, maar benadrukt dat politie-infrastructuur niet onder SNCB valt. Thiébaut beklemtoont de klachten van Securail-agenten: gebrek aan erkenning als handhavers, onvoldoende training (bv. omgaan met messen), beperkte middelen (alleen pepperspray) en pleit voor overname door Binnenlandse Zaken, terwijl Crucke belooft de operationele samenwerking te structureren via een nieuwe raad met de minister van Veiligheid, zonder expliciet in te gaan op de transfervraag.
Éric Thiébaut:
Monsieur le ministre, il y a quelques semaines, une contrôleuse de la SNCB a été agressée dans un train et a dû être hospitalisée. Ce qu'il s'est passé est totalement inacceptable. Depuis plusieurs années, j’ai réclamé, à de nombreuses reprises, des moyens supplémentaires pour la police du rail, une présence accrue et visible des forces de sécurité dans les trains et les gares, ainsi qu’un arsenal légal mieux adapté pour protéger les accompagnateurs et l’ensemble du personnel ferroviaire et des transports en commun en général.
Malheureusement, force est de constater que la situation ne s’améliore pas. En 2024, près de 2 100 agressions envers le personnel ont été rapportées par la SNCB, soit une moyenne de 6 agressions par jour. Certaines étaient plus graves que d’autres. L'an dernier, 350 travailleurs de la SNCB ont été absents suite à une agression. Il faut évidemment que cela cesse. Les accompagnateurs de train ne méritent pas un tel traitement.
Monsieur le ministre, un renforcement des brigades Securail est-il envisagé? Si oui, dans quel délai? Une amélioration de la collaboration entre les agents de Securail et les accompagnateurs de train est-elle enfin à l’ordre du jour? Où en sont les discussions avec votre collègue ministre de l’Intérieur concernant la répartition des tâches entre police locale, police des chemins de fer et Securail, dont le transfert a été annoncé par votre collègue de l’Intérieur? Enfin, à l’image de Bruxelles-Midi, l’ouverture de nouveaux postes de police dans les gares est-elle étudiée?
Jean-Luc Crucke:
Cher collègue, la lutte contre les agressions envers le personnel demeure, et doit demeurer, une priorité pour moi comme pour la SNCB, tant le phénomène reste préoccupant et parfois complexe. Qu’elles soient physiques ou verbales, ces violences sont parfaitement inacceptables. Elles portent atteinte au bien-être des collaborateurs, perturbent le bon fonctionnement de l’entreprise et altèrent le confort des voyageurs.
Chaque jour ouvrable, les collaborateurs de la SNCB assurent le bon déroulement du service auprès de 900 000 voyageurs. Dans ce cadre, les agents de Securail jouent un rôle essentiel, en étroite complémentarité avec les accompagnateurs de train, les équipes de contrôleurs mobiles, la police des chemins de fer et les services locaux de police. Ensemble, ils mènent des actions ciblées dans les lieux et aux moments identifiés comme sensibles. Ces opérations renforcent la visibilité sur le terrain et contribuent concrètement à la sécurité du personnel et des voyageurs.
Depuis l'entrée en vigueur du contrat de service public, les Corporate Security Services (CSS) Securail, ont déjà été renforcés et l'ont été, dernièrement encore, de 50 équivalents temps plein sur les 700 équivalents temps plein répartis entre les agents de terrain de Securail et le personnel des control rooms .
À travers la mise en œuvre de son masterplan Intégration, la SNCB poursuit le déploiement des mesures concrètes et assure un suivi rigoureux de la situation. Des analyses de terrain sont régulièrement organisées en concertation avec les partenaires concernés afin d'adapter les effectifs et les interventions en fonction des besoins constatés, tout en respectant les exigences opérationnelles et légales. Par ailleurs, des dispositifs d'alarme et de communication ont été installés pour permettre des interventions plus rapides en cas d'incident. La SNCB reste engagée dans le déploiement de bodycams pour les membres de son personnel les plus exposés aux agressions. L'expérience d'autres pays européens montre que ces dispositifs renforcent le sentiment de sécurité, favorisent la désescalade des situations conflictuelles et fournissent des éléments objectifs en cas d'enquête ou de poursuite judiciaire.
Les travaux préparatoires se poursuivent en vue d'identifier une solution conforme aux exigences légales. Je ne désespère pas de déposer ce dossier avec mon collègue de l'Intérieur sur la table du gouvernement avant la fin de l'année ou, au plus tard, au début de l'année prochaine.
Ce n'est pas la SNCB qui décide de l'installation d'un poste de police dans une gare, mais l'entreprise examine les demandes avec une grande bienveillance, car cela apporte une grande valeur ajoutée en matière de sécurité. Je continuerai donc à travailler à une meilleure coordination de la politique de sécurité intégrée dans les transports et l'infrastructure du réseau ferroviaire.
L'accord de coalition prévoit un regroupement des compétences de sécurité entre les mains du ministre de la Sécurité et de l'Intérieur. Concrètement, nous développerons les moyens juridiques susceptibles de mieux structurer la coopération opérationnelle entre la police et Securail, les deux organes étant actifs dans ce domaine. Dans le cadre d'une cotutelle conjointe avec le ministre de l'Intérieur, un Conseil sera installé afin d'assurer une synergie renforcée dans l'élaboration et l'application des plans stratégiques et opérationnels de Securail, en coordination avec les plans d'action intégrés de sécurité de la SNCB.
Éric Thiébaut:
Merci pour cette réponse assez complète, monsieur le ministre. J'aimerais encore relayer les revendications des agents de Securail. J'en rencontre énormément sur le terrain puisque, comme vous le savez, je prends le train pour venir à Bruxelles. J'ai donc souvent l'occasion de discuter avec eux. Les agents de Securail expriment leur souffrance du fait de la complexité de leur situation. Ils doivent souvent intervenir, sans toujours être identifiés, avec leur uniforme rouge, comme des agents des forces de l'ordre. Ils sont vraiment demandeurs d'une intégration au sein des services de l'Intérieur. Cette demande n'émane peut-être pas de leur direction, mais certainement des agents de terrain. Je pense qu'il faut aussi les écouter. Ils ne sont pas toujours non plus très bien formés par rapport aux problèmes auxquels ils sont confrontés. Un agent m'évoquait l'autre jour ses doutes quant à la bonne réaction face à un individu armé d'un couteau. Eux ne disposent que d'un spray au poivre, qu'ils ne peuvent d'ailleurs pas utiliser dans toutes les situations. Les environnements tels qu'un wagon fermé ou un quai comprennent des limites et des dangers qui les laissent un peu démunis au niveau des moyens d'action. En termes de gestion de la sécurité, leur travail est donc vraiment très particulier. Si je peux vous donner un petit conseil, je vous suggère donc d'aller peut-être à leur rencontre, et d'écouter les revendications du terrain – qui ne sont pas nécessairement celles de leur direction. Par rapport aux commissariats de police des chemins de fer, vous savez que le ministre Jambon a fait beaucoup de dégâts à ce niveau. Toute une série de commissariats ont été fermés, et on en ressent aujourd'hui les effets négatifs. Il peut arriver, par exemple, qu'un agent de Securail à Mons ayant immobilisé un individu doive attendre plus d'une demi-heure qu'un policier des chemins de fer arrive sur les lieux. Il est très compliqué de gérer ce genre de situations sur le terrain. Je suis dès lors un fervent défenseur du redéploiement de la police des chemins de fer dans les principales gares du pays. C'est vraiment nécessaire. J'espère que les choses bougeront à ce niveau-là, mais j'insiste aussi sur la nécessité de transférer carrément Securail au niveau du ministère de l'Intérieur.
De meting van de stiptheid door de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Irina De Knop is het Zwitserse spoormodel (met 93,2% stiptheid, 3-minutennorm en opname van afgeschafte treinen) een voorbeeld voor België, waar nu een ruimere 6-minutennorm en selectieve rapportage gelden; zij dringt aan op strengere stiptheidsdefinities en transparantie. Minister Crucke bevestigt dat België de stiptheid meet maar benadrukt dat internationale vergelijkingen moeilijk zijn door netwerkspecifieke factoren; hij staat open voor aanpassingen (inclusief afgeschafte treinen in rapportage), maar alleen na zorgvuldige studie en binnen de lopende contracten (tot 2032). Crucke wijst op bestaande transparantie (open data) en aankomende wijzigingen in de mid-term review (o.a. stiptheidsmeting per groot station ipv eindbestemming). De Knop aanvaardt de contractuele beperkingen maar kondigt parlementaire sturing aan voor toekomstige strengere normen, waarvoor Crucke niet principieel afwijzend staat.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, toen u onlangs samen met de CEO van de NMBS, mevrouw Dutordoir, op werkbezoek in Zwitserland was, was u zo onder de indruk van het succes van het openbaar vervoer per trein, dat u hier ook een aantal zaken wilt realiseren. Dat het openbaar vervoer per trein in Zwitserland heel goed werkt, kan ik overigens uit eigen ervaring bevestigen. U wilt, in samenwerking met uw gewestelijke collega's, werken aan een geïntegreerd aanbod, ticketing en tarieven. Dat thema ligt mij na aan het hart. Vandaar dat ik ook een voorstel van resolutie met betrekking tot de Brupass XL indiende. Dergelijke maatregelen zijn zeker nodig ter ondersteuning van de modal shift.
Het Zwitserse spoormodel is op nog veel andere vlakken een voorbeeld. Ook wat stiptheid betreft, is de nationale spooroperator een Europese koploper. Vorig jaar reed 93,2 % van de treinen er op tijd. Een stipte trein betekent voor de Zwitsers bovendien dat de trein niet meer dan 3 minuten vertraging heeft, terwijl er bij ons een ruime marge van 6 minuten wordt gerekend. Ook afgeschafte treinen worden in Zwitserland bij de stiptheidscijfers geteld, in tegenstelling tot bij ons.
Mijnheer de minister, ten eerste, waarom blijft België vasthouden aan een marge van 6 minuten voor het meten van de stiptheid, terwijl er in andere landen een strengere norm geldt? Het spoorbedrijf zou beter kunnen sturen.
Ten tweede, wordt overwogen om de definitie van stiptheid te herzien, zodat die beter aansluit bij de internationale standaarden?
Ten derde, overweegt de NMBS om ook het aantal afgeschafte treinen systematisch op te nemen in de stiptheidscijfers, zodat we een vollediger beeld kunnen krijgen van de betrouwbaarheid van de dienstverlening?
Ten vierde, wilt u in de mid-term review van het openbaredienstcontract de definitie van stiptheid aanpassen en strenger maken?
Jean-Luc Crucke:
Geachte collega, de stiptheid van de treinen is zowel voor mezelf als voor de NMBS en Infrabel een belangrijke uitdaging. De evolutie van de stiptheid wordt voortdurend en in alle transparantie opgevolgd, ten bewijze de publicatie van die informatie in een zeer uitgebreide dataset van Infrabel op de data.open.gov van Infrabel.
Het is echter van essentieel belang eraan te herinneren dat een internationale vergelijking rekening moet houden met de specifieke kenmerken van elk netwerk en met talrijke factoren die een invloed hebben op de stiptheid. Er moet dus worden gekozen voor een methode die afgestemd is op de realiteit van het Belgische netwerk, ook al moet er aandacht blijven voor internationale ontwikkelingen.
Samen met de spoorwegmaatschappijen wens ik de stiptheid en de betrouwbaarheid van de dienstverlening van het spoor te verbeteren, wat rechtstreeks ten goede komt aan de reizigers. Het is zeker geen taboe om de definitie van de stiptheid aan te passen, maar elke wijziging moet wel zorgvuldig bestudeerd worden om de vergelijkbaarheid van de gegevens in de tijd te waarborgen en rekening te houden met de specifieke nationale kenmerken. De infrastructuurbeheerder staat steeds open voor dialoog en voortdurende verbetering van de standaarden. Dat neemt evenwel niet weg dat hij samen met de stakeholders de voorkeur geeft aan een pragmatische en overlegde aanpak, in het belang van de reizigers.
Vandaag bestaat er geen unieke standaardmeting van de stiptheid van de treinen, maar wel verschillende praktijken, met eigen voor- en nadelen. Tijdens de mid-term review zal bekeken worden in welke mate de NMBS en Infrabel op basis van de prestatie-indicatoren hun doelstellingen behaald hebben en zullen ook de jaarlijkse progressiewaarden van de prestatie-indicatoren vastgelegd worden voor de periode 2028-2031, met een financiële bonus-malus.
De door Infrabel gehanteerde definitie voor stiptheid, een sinds jaar en dag historische maatstaf voor beide spoorbedrijven, is verankerd in zowel het openbaredienstencontract van de NMBS als in het performantiecontract van Infrabel, beide geldig tot en met 31 december 2032.
De indicatoren met betrekking tot stiptheid en afgeschafte treinen zullen sowieso ook aan bod komen tijdens de tussentijdse herziening. In België worden afgeschafte treinen reeds in aanmerking genomen in de extra indicatoren die elke maand op de site opendata.infrabel.be worden gepubliceerd. Omwille van een volledig overzicht van de betrouwbaarheid van de dienstverlening worden bij de berekening van het stiptheidspercentage ook de afgeschafte treinen geïntegreerd. Dankzij die transparante communicatie kan iedereen de evolutie van de stiptheid en van de afschaffingen nauwkeurig opvolgen.
Bovendien is in de contracten tussen beide spoorondernemingen en de Staat de bepaling opgenomen om vanaf de midterm review over te schakelen naar indicatoren die berekend worden op basis van de punctualiteit van de treinen in alle grote stations van het land, in plaats van de eindbestemming. Dat moet de ervaringen van de reizigers beter weerspiegelen.
Het Zwitserse model biedt interessante oplossingen, meer bepaald wat investeringen in de infrastructuur, frequentie en communicatie met de reiziger betreft. We moeten voorzichtig blijven bij de omzetting van die praktijk, aangezien elk netwerk eigen kenmerken heeft: dichtheid, organisatie, gemengd verkeer. Onze nationale spoorwegmaatschappij vindt inspiratie voor haar acties in internationale goede praktijken, die zij aan de Belgische context aanpast.
Irina De Knop:
Ik onthoud vooral uit uw antwoord dat u de definitie niet kunt aanpassen, zolang de beheerscontracten lopen. Dat is begrijpelijk. We moeten op een bepaald moment natuurlijk wel een kentering maken. Ik zal zelf ook eens nadenken over manieren waarop we een en ander vanuit het Parlement kunnen aansturen, want het zou niet slecht zijn om dat op termijn anders aan te pakken. Ik heb gehoord dat u daar niet weigerachtig tegenover staat.
De 'Death to the IDF'-graffiti op een trein
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy bekritiseert de NMBS en minister Crucke omdat treinen herhaaldelijk werden beklad met antisemitische leuzen ("Dead to the IDF" en "Israel terrorist state"), die hij ziet als oproepen tot geweld, terwijl daders volgens hem ongestraft blijven en België antisemitisme zou tolereren. Minister Crucke (NMBS) bevestigt dat de graffiti snel werd verwijderd, wijst op structurele beveiligingsproblemen (ondanks bewaking en camera’s) en benadrukt dat de NMBS kosten verhaalt op daders indien ze geïdentificeerd worden, maar erkent dat vandalisme een breder maatschappelijk issue is. Van Rooy repliceert dat de NMBS en België te laks optreden, verwijzend naar een dubbele standaard (vergelijking met reacties op Vlaamse vlaggen) en stelt dat antisemitisme in België "de facto wordt gedoogd". Crucke vermeldt preventieve maatregelen (camera’s, patrouilles), maar Van Rooy blijft beweren dat daders straffeloos blijven.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, mijn vraag dateert van enige tijd geleden en ondertussen is datgene wat ik aankaart al een aantal keren gebeurd. We zien beelden op sociale media, verspreid door de media maar ook door mensen die er getuige van zijn, onder meer in het centraal station van Antwerpen, waarop een trein van de NMBS rondrijdt met daarop de boodschap in graffiti, in koeien van letters: Dead to the IDF . Aangezien, helaas uit noodzaak, veruit de meeste Israëliërs in het IDF dienen, kan dat en moet dat worden gezien als een algemene oproep om Israëliërs te doden, mensen die zich allicht ook op onze treinen en in onze stations bevinden.
Een tiental dagen geleden was het opnieuw zover. We zagen opnieuw een trein rondrijden, opnieuw in koeien van letters bespoten, dit keer met Israel terrorist state erop. Dat kan toch niet blijven duren?
Mijnheer de minister, hoe kan het dat een trein van de NMBS rondrijdt met een dodelijke oproep als Dead to the IDF of met andere antisemitische leuzen? Hoelang blijven die boodschappen daarop staan?
Worden de daders opgespoord? Zo ja, hoe en door wie? Is er al iets bekend over de daders? Gaat het om externen of zouden het ook NMBS-medewerkers kunnen zijn? Dat is toch geen onbelangrijke vraag. Opent ook de NMBS een onderzoek daarnaar? Welke straf riskeren de daders van een dergelijk graffitivandalisme? Wie betaalt uiteindelijk het schoonmaken van de trein?
Wordt nagegaan wie de beelden heeft gemaakt? Ik heb het vermoeden dat er een verband zou kunnen bestaan tussen de makers van sommige beelden en de daders.
Dat is nu al twee keer gebeurd op korte tijd, twee keer waarvan wij weten. Hoe kan dat in de toekomst worden voorkomen?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Van Rooy, de NMBS en ik betreuren ten zeerste dat een trein werd gevandaliseerd met een boodschap die oproept tot geweld. Zodra de NMBS op de hoogte werd gebracht van die graffiti, werd onmiddellijk actie ondernomen om de trein te reinigen. De graffiti is inmiddels verwijderd.
U vraagt hoe dat kon gebeuren. Het rollend materieel dat buiten geparkeerd staat, bevindt zich weliswaar op privéterrein, maar is niet veilig voor gemotiveerde graffitispuiters, ondanks de inzet van bewaking. Helaas blijft graffiti, net als de beschadiging van sanitaire voorzieningen in de stations, een maatschappelijk probleem dat de NMBS niet alleen kan aanpakken. We moeten jammer genoeg vaststellen dat meerdere instituties in dit land daarvan slachtoffer worden, zoals ook al het geval is geweest voor de gebouwen van uw partij.
De NMBS beschikt over een gespecialiseerd team dat instaat voor het snel verwijderen van graffiti, zeker als het gaat om haatdragende of gewelddadige boodschappen. De schoonmaakkosten worden gedragen door de NMBS, maar indien de daders geïdentificeerd worden, verhaalt de NMBS de kosten op hen.
Om herhaling te voorkomen investeert de NMBS in preventie, camerabewaking, extra patrouilles en sensibilisering van reizigers en omwonenden. De NMBS blijft zich inzetten voor een veilige en aangename omgeving voor alle reizigers.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, dank u voor uw reactie, maar ik zal het toch moeten blijven herhalen: zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Als er ergens in dit land een aantal Vlaamse vlaggen worden opgehangen, staat het land in rep en roer, maar antisemitische vandalen hebben in België gewoon vrij spel. Steeds opnieuw slagen ze er blijkbaar in om treinwagons te vandaliseren en volledig te bekladden, zelfs met een antisemitische oproep tot moord. De miljarden verslindende NMBS ligt blijkbaar te slapen. De daders worden niet gepakt, of als ze al worden gepakt, komen ze er veel te goedkoop van af. De voorbeelden stapelen zich helaas op in dit land. België is een speeltuin voor jodenhaters. Antisemitisme wordt in dit land de facto gedoogd. Dat is een schande.
De aangekondigde spoorstakingen in november
De aangekondigde spoorstaking
De geplande spoorstakingen in november
Geplande spoorstakingen in november
Gesteld door
Open Vld
Irina De Knop
N-VA
Dorien Cuylaerts
VB
Frank Troosters
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jean-Luc Crucke benadrukt dat het kabinet intensief overlegt met vakbonden om spoorstakingen te voorkomen, maar dat twee voorgestelde akkoorden door de achterban werden afgewezen, met name om pensioen- en contractualiseringsmaatregelen uit het regeerakkoord. Dorien Cuylaerts bekritiseert het "misbruik van stakingsrecht" en wijst op falende communicatie (bv. Noorderkempen zonder treinen ondanks beloftes), terwijl Frank Troosters de 26 stakingsdagen in 2025 een "contractbreuk" noemt en pleit voor structurele compensatie voor getroffene reizigers. Crucke herhaalt dat compensatie enkel via bestaande NMBS-regels loopt (bij ≥60 min. vertraging) en dat stakingen enkel als "ultiem middel" mogen, maar erkent dat de sociale dialoog tot nu toe onvoldoende resultaat boekt.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, enkele weken geleden was er een driedaagse spoorstaking. Hoe beoordeelt u die zelf? Was de impact ervan groter dan voorzien? Een aanzienlijk aantal treinen reed niet. Hoe staat het met het overleg tussen de sociale partners? Zullen er nog stakingen volgen of nadert het conflict het einde?
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de ingediende vraag.
Op 24, 25 en 26 november zal er een nieuwe spoorstaking plaatsvinden. Daarmee wordt het triest record inzake spoorstakingen in eenzelfde jaar (2025) verder aangescherpt tot 23 stakingsdagen.
Opnieuw zullen de treinreizigers hiervan het slachtoffer worden. Velen van hen zullen mogelijk een verplaatsing per wagen verkiezen, wat regelrecht ingaat tegen de ambities die deze regering eerder geuit heeft: meer mensen aanzetten tot het nemen van de trein.
Acht de minister het hoge aantal stakingsdagen bevorderlijk voor het realiseren van de ambitie om meer mensen aan te zetten tot het nemen van de trein?
Kan de minister een overzicht geven van de maatschappelijke en sociaal economische schade die aangericht is door de vele stakingsdagen binnen het spoor?
Welke maatregelen gaat de minister nemen om nieuwe spoorstakingen in de toekomst te vermijden en aldus de treinreizigers te verzekeren van een volledige en correcte dienstverlening?
Overweegt de minister stappen te ondernemen om de door de herhaalde spoorstakingen getroffen treinreizigers te voorzien in één of andere vorm van compensatie? Zo ja, wanneer en hoe? Zo neen, waarom niet?
Jean-Luc Crucke:
Geachte collega's, ik betreur het dat er zo veel stakingen zijn, maar ik wil hier benadrukken dat het kabinet en de entiteiten veel tijd in het syndicale overleg hebben gestoken. Alle verzoeningspogingen met betrekking tot de stakingsaanzegging worden optimaal benut teneinde stakingen te vermijden, zodat de reizigers in normale omstandigheden kunnen genieten van het treinaanbod en om zoveel mogelijk financiële gevolgen voor iedereen te vermijden.
Door een vakbondsactie, gericht tegen bepaalde maatregelen uit het regeerakkoord, reden er van zondag 23 november om 22 uur tot en met woensdag 26 november minder treinen. Op basis van het personeel dat aangaf te zullen werken, werd door de NMBS en Infrabel elke dag in een alternatieve treindienst voorzien. De NMBS, Infrabel en HR Rail betreuren deze actie en de gevolgen ervan voor de reiziger ten zeerste.
Zoals steeds werd een alternatieve dienstverlening voorzien op basis van het resultaat van een intentiebevraging bij het essentiële personeel van de spoorwegen. Dit werd ook vooraf aan de reizigers gecommuniceerd. Ik verwijs dan ook naar deze communicatie voor de impact op elke individuele stakingsdag.
Door de staking organiseerde de NMBS een alternatieve treindienst van zondag 23 november om 22 uur tot en met de laatste trein op woensdag 26 november.
De communicatie aan de reizigers werd op twee momenten verspreid: op dinsdag 18 november om 14 uur via de gebruikelijke kanalen online en in de stations. De informatie werd ook gedeeld via een bericht op Facebook en Instagram op woensdag 19 november om 13 uur.
Op zaterdag 22 november werd meer gedetailleerde informatie verspreid over de alternatieve treindienst die de NMBS opstelde op basis van het beschikbare personeel. Op deze pagina konden reizigers het overzicht van de alternatieve treindiensten terugvinden.
De reisplanner hield met deze aanpassingen rekening. Voor de treindienst van maandag 24 november, vanaf zondag 23 november 's ochtends vroeg; voor de treindienst van dinsdag 25 november vanaf maandag 24 november 's ochtends vroeg en voor de treindienst van woensdag 26 november vanaf dinsdag 25 november 's ochtends vroeg.
De impact van de staking verschilde van dag tot dag. De NMBS raadde de reizigers aan om hun reis goed voor te bereiden door regelmatig de online reisplanner te raadplegen. Vanaf zondagochtend kon men de alternatieve treindiensten voor de daaropvolgende dag raadplegen. Voor de daaropvolgende dagen werd dezelfde aanpak gevolgd. Telkens één dag op voorhand werd de reisplanner bijgewerkt. Meer gedetailleerde informatie over de alternatieve treindienst was terug te vinden op de website van de NMBS.
Voor meer informatie over het internationale treinverkeer konden reizigers terecht op de website van NMBS Internationaal. Op zondag 23 november reden bijna alle P-studententreinen zoals normaal. Het ging om de treinen die op zondagavond het aanbod versterken naar onder meer Brussel, Leuven, Gent, Luik en Louvain-la-Neuve, zodat studenten vlot naar hun kot kunnen terugkeren. De meeste van die treinen vertrekken en komen aan voor de start van de stakingsactie en ondervinden geen hinder.
Op maandag 24 november en dinsdag 25 november reden één op de twee IC-treinen en één op de drie L- en voorstedelijke S-treinen. Er reden weinig P-treinen, dus de treinen die normaliter de ochtend- en avondspits versterken. Op woensdag 26 november reden drie op de vijf IC-treinen en twee op de vijf L- en voorstedelijke S-treinen. Er reden weinig P-treinen.
Voor de reizigers die door de herhaalde spoorstakingen hinder hebben ondervonden, blijven de bestaande compensatieregels van de NMBS volledig van toepassing. Concreet kan een financiële compensatie worden toegekend wanneer een reiziger een vertraging van minstens 60 minuten heeft opgelopen, ook op stakingsdagen.
Die compensatie gebeurde volgens de gebruikelijke procedures en voorwaarden. Er bestaat daarentegen geen automatische of forfaitaire compensatie specifiek voor de hinder die voortvloeit uit een stakingsactie. Reizigers die in aanmerking komen, moeten een aanvraag indienen binnen de voorziene termijn en met de nodige bewijsstukken. Alle praktische informatie over de toekenningsmodaliteiten en de procedure is beschikbaar op de website van de NMBS.
De stakingen hebben inderdaad een zware impact op het economische leven van onze maatschappij. Daarom heb ik gestreefd naar een akkoord met de vakbonden. Tot tweemaal toe zijn we tot een voorstel van protocolakkoord gekomen, maar jammer genoeg heeft de achterban dat telkens afgewezen. Binnen de Belgische spoorwegen wordt er altijd naar gestreefd om via sociale dialoog tot resultaat te komen.
Dat gebeurt volgens de regels die in overleg met de syndicale organisaties zijn vastgelegd en die erop gericht zijn te waarborgen dat een staking alleen als ultiem middel wordt ingezet.
Stakingsaanzeggingen die niet conform de reglementering zijn, kunnen dan ook als onontvankelijk worden gekwalificeerd. Sinds de wet van 29 november 2017 wordt de continuïteit van het reizigersvervoer per spoor zelfs in geval van staking gewaarborgd. Alles wordt in het werk gesteld opdat de sociale dialoog in de beste omstandigheden kan plaatsvinden.
De reglementaire procedure inzake werkonderbreking wordt eveneens nauwgezet opgevolgd. De Belgische spoorwegen proberen steeds resultaat te bereiken via sociaal overleg binnen het kader van de geldende regels, die in overleg met de vakbonden zijn vastgelegd om te waarborgen dat een staking uitsluitend als ultiem middel wordt ingezet.
Conform de geldende interne HR-regelgeving heeft een verzoeningsvergadering met de syndicale organisaties plaatsgevonden op 13 november 2025, die jammer genoeg niet heeft geleid tot het vermijden van de driedaagse staking. De reglementaire procedure inzake werkonderbreking werd correct gevolgd. Voor deze driedaagse staking hebben de vakbonden een geldige stakingsaanzegging ingediend, waarin zij – naar eigen zeggen – aangeven dat alle pogingen tot sociaal overleg niet hebben volstaan om hun bezorgdheden weg te nemen. Zij benadrukken daarin opnieuw hun verzet tegen de maatregelen die voortvloeien uit het regeerakkoord, in het bijzonder met betrekking tot hun pensioenrechten en de beoogde contractualisering.
Ik herinner eraan dat de sociale dialoog voor mij nog steeds de beste manier blijft om geschillen op te lossen. Wanneer de staking echter een niveau bereikt dat de continuïteit van de openbare dienstverlening per spoor bedreigt, is het noodzakelijk om beroepsmechanismen te overwegen om het algemene belang te beschermen. Als minister kan ik de overheidsinstantie interpelleren en met hen in gesprek gaan om evenwichtige oplossingen aan te moedigen. Het moet echter duidelijk zijn: HR Rail blijft als openbare entiteit de juridische werkgever en is als enige bevoegd om te beslissen over de procedures die moeten worden aangewend.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Het siert u dat u blijft inzetten op de sociale dialoog en op de verzoeningspogingen en dat u de reizigers centraal blijft stellen. Dat is een nobel doel en dat wordt zeker gewaardeerd, maar men moet stilaan ook beseffen dat het stakingsrecht wordt misbruikt en uitgebreid. Bij de aankondiging van de spoorstaking was het opzet heel duidelijk: een driedaagse staking op 24 november voor de spoorwegen, op 25 november voor alle openbare diensten in dit land en op 26 november een nationale staking. We weten allemaal dat de spoorwegen daar alle drie dagen onder vallen en we konden dus al op voorhand weten dat er heel wat hinder zou zijn voor de reizigers.
U verwijst in uw antwoord heel uitgebreid naar de alternatieve dienstregeling. Ik moet u toch van uw wolk halen, want die alternatieve dienstregeling geldt niet voor alle stations. Ik kom weer bij de Noorderkempen. U zei dat men dat telkens de dag voordien moet bekijken. Op zondagochtend kon men zien dat er op maandag op bepaalde uren een trein zou rijden, maar acht uur later bleek dat er op maandag geen enkele trein zou rijden. Zowel op zondag, maandag als dinsdag is er inderdaad geen enkele trein uitgereden in de Noorderkempen, waardoor die regio helemaal van de wereld was afgesloten, terwijl we daar eigenlijk al een beetje het einde van de wereld zijn. Dat is toch jammer.
De reizigers kunnen dus niet rekenen op de communicatie van de NMBS, die op dat vlak weer eens de bal heeft misgeslagen, want zelfs de app bracht geen soelaas. Ook die werd immers getroffen door de staking. De alternatieve dienstverlening is voor die regio dus een lege doos gebleken.
Het is heel duidelijk dat ook voor u de maat vol is en wij kijken halsreikend uit naar de volgende stappen die u zult ondernemen. Ik zou zeggen met de twee voeten vooruit en u krijgt mijn volle steun.
Frank Troosters:
Mijnheer minister, dat halsreikend uitkijken geeft mij vooral een blik op de volgende aangekondigde staking. Er is mogelijk sprake van een staking van een week. We zullen zien wat daarvan terechtkomt. Mijn zorg gaat voornamelijk uit naar de treinreizigers. Er is inderdaad een alternatieve dienstregeling, maar die verschilt uiteraard per locatie en per staking. De treinreizigers worden door die stakingen toch behoorlijk hard getroffen. Ik ben de tel kwijt, maar we zitten nu naar schatting aan 26 dagen staking dit jaar, inclusief de drie recente dagen. Mogelijk vergis ik mij enigszins, maar het gaat duidelijk richting een volledige maand aan stakingen in één jaar. Dat is fenomenaal. Ik ervaar het bijna als een contractbreuk tegenover de treinreizigers, de abonnementhouders en iedereen die gebruikmaakt van het openbaar vervoer. Ik vraag mij af hoe we meer mensen weer voor de trein kunnen winnen, wanneer men met dergelijke situaties te maken krijgt. Men verwijst naar de bestaande compensatieregeling en naar bepaalde regels waaronder men uiteraard valt. Maar bekijkt men het geheel, dan zouden de treinreizigers bijna beloond moeten worden voor hun doorzettingsvermogen om ondanks 26 stakingsdagen het openbaar vervoer te blijven gebruiken. Ik hoop dan ook dat er snel oplossingen komen en dat we in de toekomst van meer stakingen en meer treinellende gespaard zullen blijven.
De congestie door gebrek aan vernieuwing van transformatorstations door Elia
Netcongestie in België
Het Federaal Ontwikkelingsplan
Netcongestie en infrastructuuruitdagingen in België
Gesteld door
N-VA
Bert Wollants
Les Engagés
Luc Frank
Vooruit
Oskar Seuntjens
Gesteld aan
Mathieu Bihet (Minister van Energie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Bert Wollants en Luc Frank kritiseren Elia voor trage capaciteitsuitbreiding van transformatorstations, vooral in Vlaanderen, en beweren dat het wafelijzermodel (50/50-verdeling noord/zuid) niet aansluit bij de regionale elektrificatienoden, met risico’s op aansluitingsweigeringen. Minister Bihet bevestigt dat er geen structurele congestie is op het hoogspanningsnet, maar erkent lokale knelpunten bij distributie-overgangen en verwijst naar lopende planningsprocessen (2028-2038) met input van CREG, gewesten en industrie—geen concrete oplossingen voor acute capaciteitstekorten. Oskar Seuntjens dringt aan op strengere budgetcontroles in het ontwikkelingsplan om kostendervingen (cf. energie-eiland) te vermijden, terwijl Wollants en Frank vragen om versnelde coördinatie tussen federale en regionale netbeheerders om elektrificatie niet te blokkeren.
Bert Wollants:
Mijnheer de minister, van de distributienetbeheerders komen er alsmaar meer klachten over een tekort aan capaciteit op de transformatorstations van Elia. Alsmaar meer van die stations worden momenteel in overbelasting gebruikt, waardoor de dreiging toeneemt dat er geen aanvullende capaciteit meer beschikbaar zal zijn voor eventuele afnemers.
De distributienetbeheerders wijzen vooral naar Elia, die zijn transformatorstations te traag zou aanpassen om in extra capaciteit te voorzien. Bovendien wordt geklaagd dat Elia wafelijzergewijs de beperkte inspanningen 50/50 verdeelt over het noorden en het zuiden van het land. Dat is enigszins merkwaardig, omdat Vlaanderen verder staat op het vlak van elektrificatie dan Wallonië.
In het licht van het volgende federale ontwikkelingsplan moet de vraag worden beantwoord hoe daarmee kan worden omgegaan. Dat leidt tot een aantal vragen.
Ten eerste, bevestigt u dat er onvrede is bij de distributienetbeheerders over de capaciteit die ter beschikking wordt gesteld in de transformatorstations en over de beperkte investeringssnelheid van Elia?
Ten tweede, welke aanpak stelt u voor om de investeringen van Elia op een niveau te brengen dat aansluit bij de verwachtingen van Elia op het gebied van de toename van het stroomgebruik door elektrificatie?
Ten derde, klopt het dat Elia het wafelijzermodel gebruikt om beschikbare nieuwe transformatoren over de regio's te verdelen? Wat is uw standpunt daarover en zou het niet beter zijn rekening te houden met de werkelijke noden op dat vlak?
Luc Frank:
Monsieur le ministre, ces derniers mois, plusieurs gestionnaires de réseaux, tant pour le transport que pour la distribution, ont mis en évidence une saturation accrue de leur infrastructure. Les demandes de raccordement de nouveaux projets renouvelables, les besoins industriels liés à l'électrification ainsi que l'essor de la mobilité électrique exercent une pression importante sur la capacité du réseau, qui ne suit pas.
Dans certaines zones du pays, des files d'attente se constituent déjà, retardant des investissements essentiels pour la transition énergétique. Face à cette situation, de nombreuses voix plaident pour une utilisation plus systémique des solutions de flexibilité, qu'il s'agisse de pilotage, de consommation, de stockage, d'agréation, de flexibilité industrielle ou encore de contrats dynamiques, afin de réduire ou d'étaler les consommations et ainsi optimiser l'utilisation des infrastructures existantes.
Monsieur le ministre, disposez-vous d'une évaluation actualisée de la saturation du réseau, tant sur la haute tension que sur les réseaux de distribution? Quelles zones du pays sont les plus concernées? Étant donné que la distribution relève des régions, quels mécanismes de coordination fédérale sont mis en place pour traiter le problème à l'échelle du système énergétique dans son ensemble? Comment le gouvernement entend-il remédier à la saturation du réseau et éviter ainsi de freiner des projets industriels stratégiques ainsi que le déploiement de technologies bas carbone dans les ménages – pompes à chaleur, bornes de recharge, etc.?
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de minister, het federaal ontwikkelingsplan voor het transmissienet van elektriciteit is uiterst belangrijk om de integratie van grote, nieuwe energiebronnen en de versterking van ons net mogelijk te maken. Dit plan, dat werd opgesteld door netbeheerder Elia, schetst de noodzakelijke investeringen in ons hoogspanningsnet voor de komende 10 jaar. Met de ambitieuze doelstellingen van de energietransitie en de recente ervaringen met de kostenevolutie van grootschalige infrastructuurprojecten, zoals het energie-eiland, is het cruciaal dat dit ontwikkelingsplan tijdig wordt vastgesteld en op een kostenefficiënte manier wordt uitgevoerd.
Vanuit dat oogpunt heb ik de volgende vragen voor u. In welke fase bevindt het ontwerp van het volgende federaal ontwikkelingsplan 'hoogspanning' zich momenteel? Welke consultaties hebben er tot nog toe plaatsgevonden met relevante actoren, zoals de industrie, milieuorganisaties en de gewesten? Wat is de verdere tijdslijn voor de definitieve goedkeuring van de publicatie van dit plan? Tot slot, hebt u maatregelen overgenomen uit het CREG-rapport met betrekking tot de bevordering van de budgetopvolging in het kader van infrastructuurprojecten vastgelegd in het federaal ontwikkelingsplan?
Mathieu Bihet:
Mijnheer Seuntjens, gezien de sterke elektrificatie van bepaalde categorieën van netgebruikers, wordt Elia geconfronteerd met een groot aantal aanvragen voor extra netaansluitingen of aansluitingswijzigingen.
De façon globale, le réseau de transport fédéral – 110 kV à 380 kV – n'a pas connu de zones structurellement congestionnées ces dernières années. Pour les réseaux de transport locaux – 30 kV à 70 kV –, il existe des zones où, dans certaines circonstances, la production doit être limitée temporairement. Des travaux de renforcement sont généralement prévus pour limiter, à terme, ces situations.
Depuis le début de cette année, Elia a entamé des travaux préparatoires pour l'élaboration du plan de développement du réseau pour la période 2028-2038. Ce plan de développement est élaboré en collaboration avec la DG Énergie et le Bureau fédéral du Plan, via un comité de collaboration. La Commission de Régulation de l’Électricité et du Gaz (CREG) y est systématiquement invitée. Dans les prochaines étapes, il sera également examiné comment mieux organiser le suivi, notamment du budget des différents projets, comme le mentionne d'ailleurs le rapport de la CREG. Bien entendu, cela s'inscrit dans les limites des compétences de l'entité fédérale en la matière, à savoir toutes les tensions supérieures à 70 kV.
Dans ce cadre, Elia et Fluxys ont remis leur proposition de scenario le 5 novembre dernier, après avoir consulté les parties prenantes. Ces scénarios incluent notamment une estimation de l'augmentation de la consommation d'électricité par différents utilisateurs du réseau. Des réponses ont notamment été soumises par les représentants de l'industrie, des producteurs, des acteurs du stockage, des organisations environnementales, la CREG, le régulateur flamand et les gouvernements wallon et flamand. Le 5 décembre dernier, la DG Énergie et le Bureau fédéral du Plan ont remis leur avis sur la proposition faite par les gestionnaires de réseau. Selon l'arrêté royal du 12 mai 2024, sur la base de ces avis et d'une consultation avec les gestionnaires de réseau, j'ai 20 jours pour demander d'éventuelles analyses complémentaires et/ou l'inclusion de scénarios additionnels.
Op dit moment is de methodiek van first come, first served binnen verschillende categorieën van netgebruikers van toepassing in geval van aanvragen door specifieke netgebruikers van het transmissienet.
En ce qui concerne le développement du réseau lui-même, le besoin est le principal moteur. Pour ce qui est des investissements dans les points de couplage entre le réseau de transport et le réseau de distribution, Elia dépend évidemment des informations fournies par les gestionnaires de réseau de distribution.
Comme indiqué, il existe en Flandre l'initiative EnergieGRIP, tandis qu'en Wallonie, une enquête a été menée par les autorités et les gestionnaires de réseau via ce qu'on a appelé en Wallonie le Plan Puissance.
Uiteindelijk wordt al die informatie verzameld en verwerkt voor de netontwikkelingsplannen op elk niveau en worden dan op basis daarvan de behoeften geïdentificeerd.
Pour ce qui est du calendrier du prochain plan de développement du réseau, un projet de plan de développement du réseau sera attendu en mai 2026. En juin 2026, des avis de la CREG et de la ministre de la Mer du Nord seront rendus sur ce projet de plan. En août-septembre 2026, le projet de plan sera mis à jour sur la base de ces avis et de l'étude Strategic Environmental Assessment (SEA) pour débuter. Et, en octobre-novembre 2026, une consultation publique sera organisée sur le projet de plan mis à jour sur la base des résultats de cette consultation. Enfin, après avis du Bureau fédéral du Plan et de la DG Énergie, le plan fédéral de développement sera approuvé en mai 2027.
Bert Wollants:
Dank u wel, mijnheer de minister. Ik begrijp dat er geen structurele tekorten zijn op het net van Elia zelf, maar het probleem situeert zich natuurlijk op de overgang van het ene naar het andere net. Daarom maak ik mij zorgen over het feit dat structureel een aantal transformatiestations momenteel in overbelasting wordt gebruikt, terwijl de golf van elektrificatie nog grotendeels moet komen.
Het is belangrijk dat er voldoende capaciteit is op het Elia-net, maar ook dat de transformatiestations voldoende capaciteit hebben. Ik begrijp dat bij Elia hierover alarm wordt geslagen, maar dat daar geen gehoor aan wordt gegeven. Dat vind ik problematisch. We weten dat veel initiatieven op het gebied van elektrificatie ook op het distributienet zullen plaatsvinden. Niet alles wordt op het transmissienet georganiseerd. Ik kan u alleen maar aansporen om dat met Elia te bespreken, zodat dat aspect in ieder geval wordt meegenomen in het volgende ontwikkelingsplan.
Mijn grootste zorg is immers dat we op een bepaald moment moeten vaststellen dat een aantal aansluitingen niet meer mogelijk is. Er kan capaciteit zijn op het Elia-net, maar als de transformatiestations overbelast zijn, is die capaciteit op het hoger gelegen net nauwelijks bruikbaar. Dat is iets waar we aandacht aan moeten besteden.
Luc Frank:
Danke. Ich würde am liebsten auf Deutsch antworten.
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Je vois que c’est un challenge, pas seulement chez nous, mais aussi dans d’autres pays.
Je rejoins le collègue Wollants. Le plus important pour l'électricité est que d’un côté, il faut produire, et de l’autre côté, il faut qu’elle arrive. Nous avons encore pas mal de pain sur la planche pour cela, du côté des régions, ce qui n’est pas de votre responsabilité, mais aussi des communes, qui doivent installer les câbles.
Quand je parle d'électrification et des voitures électriques, c'est un problème concret dans les communes. Le plan, c'est bien, mais à partir du moment où on a un plan, il faut aussi le mettre en œuvre. Il faut avoir un comité de monitoring qui surveille que le plan soit exécuté pour qu'à la fin, on réussisse l'électrification.
Oskar Seuntjens:
Dank u wel, mijnheer de minister. Mijn vraag ging vooral over het federaal ontwikkelingsplan. Ik ben blij dat u al een aantal spelers, waaronder de CREG, hebt uitgenodigd. Ik zou bij dezen echter nog eens een oproep willen doen om echt te luisteren naar de aanbevelingen van de CREG, omdat we later in deze legislatuur of verder in de toekomst geen tweede case als het energie-eiland mogen meemaken. Het zou echt nuttig zijn om een aantal handvatten of grendels in het ontwikkelingsplan in te schrijven, zodat we daar altijd op kunnen terugvallen en we ervoor kunnen zorgen dat iedereen daarin zijn verantwoordelijkheid neemt.
Het verstoorde treinverkeer in en rond Antwerpen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Jean-Luc Crucke (Infrabel) werd de spoorverstoring in Antwerpen op 20 oktober 2025 veroorzaakt door smeervet dat tijdens weekendwerkzaamheden in de tunnel van Antwerpen-Centraal op de rails terechtkwam en zich via een spoorwegkraan verspreidde, ondanks toezicht. Oorzaak en oorsprong bleven onduidelijk door gebrek aan bewijs uit analyses of camerabeelden, maar het incident leidde tot spoorreiniging door brandweer en Infrabel, omleidingen en reizigerscommunicatie—zonder materiële schade aan sporen of treinen. Crucke benadrukt dat Infrabel dergelijke incidenten als "uitzonderlijke calamiteiten" beschouwt, maar erkent dat kleine onvoorziene omstandigheden op kritieke spoorassen grote verstoringen kunnen veroorzaken; feedback en analyse moeten herhaling voorkomen. Dorien Cuylaerts stelde kritische vragen over oorzaak, veiligheidsprocedures en preventie, maar reageerde niet inhoudelijk op Cruckes verklaring.
Dorien Cuylaerts:
Maandagochtend 20 oktober jl. liep het treinverkeer in en rond Antwerpen volledig in het honderd nadat een gladde, olieachtige substantie op de sporen terechtkwam ter hoogte van Antwerpen-Luchtbal. Treinen verloren hun grip, kwamen vast te staan en sleepten het goedje mee tot aan Antwerpen-Centraal en -Berchem. Het gevolg was dat honderden reizigers die maandagochtend in de kou bleven staan. Sommige treinen liepen tot een uur vertraging op, andere werden gewoon afgeschaft.
Volgens Infrabel werd onderzocht hoe de substantie precies op de sporen terechtkwam. Er zou mogelijk een verband zijn met werken die plaatsvonden in Luchtbal. De getroffen sporen werden dezelfde dag nog gereinigd door de brandweer, maar het duurde uren vooraleer het treinverkeer weer op gang kwam.
Mijn vragen aan u zijn de volgende:
Kan u toelichten wat de precieze oorzaak was van deze vervuiling en of er intussen duidelijkheid is over de oorsprong van de substantie?
Welke veiligheidsprocedures zijn in werking getreden om de situatie snel te stabiliseren en om reizigers te informeren?
Werd er schade vastgesteld aan het spoor of aan treinstellen als gevolg van de vervuiling?
Hoe wil u vermijden dat een gelijkaardig incident in de toekomst opnieuw tot zo een grote verstoring van het treinverkeer leidt?
Jean-Luc Crucke:
Mevrouw Cuylaerts, na grondig onderzoek is gebleken dat tijdens werkzaamheden in de tunnel van Antwerpen-Centraal op niveau min twee in het weekend van 18 en 19 oktober 2025 smeervet op een rail is terechtgekomen. Door het gebruik van een spoorwegkraan op dat spoor is het vet verder verspreid over de volledige lengte van de tunnel.
Ondanks de aanwezigheid van verschillende diensten tijdens de werken werd de substantie bij het opnieuw in dienst nemen van het spoor niet opgemerkt. Tijdens de reinigingswerken werden stalen genomen voor analyse, maar die hebben geen sluitend resultaat opgeleverd. Ook camerabeelden bieden geen uitsluitsel over de exacte oorsprong.
Zodra het probleem werd vastgesteld, is in overleg met het seinhuis Antwerpen-Berchem beslist om de betrokken sporen opnieuw buiten dienst te stellen. Het treinverkeer werd omgeleid om de veiligheid te garanderen. Tegelijkertijd werden de getroffen sporen gereinigd door de brandweer en de diensten van Infrabel. Reizigers werden via de gebruikelijke communicatiekanalen geïnformeerd over vertragingen en omleidingen. Na de reiniging werd geen schade vastgesteld aan de sporen of aan de treinstellen.
Over het algemeen stelt Infrabel alles in het werk om een robuuste en betrouwbare infrastructuur te garanderen. Ondanks alle expertise en alle toepasselijke procedures kunnen er zich soms toch incidenten voordoen. Die worden altijd geanalyseerd en er wordt feedback gegeven. In dit geval wordt het incident beschouwd als een uitzonderlijke calamiteit. Het heeft aangetoond dat zelfs kleine, onvoorziene omstandigheden op een cruciale, internationale spooras een grote impact kunnen hebben op het treinverkeer.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik bedank u voor uw antwoord.
De impact van de nieuwe NMBS-tarieven in de perifere gebieden en Picardisch Wallonië
De impact van het tariefsysteem van de NMBS op senioren
De impact van de NMBS-tarieven op perifere gebieden, Picardisch Wallonië en senioren
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jean-Luc Crucke verdedigt het nieuwe dynamische tariefsysteem van de SNCB (sinds okt. 2025) als vereenvoudigd en voordeliger voor de meeste reizigers, met name via de Train+-kaart (max. €5,5 per rit voor senioren, geen verplichte retour meer). Hij ontkent structurele ongelijkheid en wijst kritiek op hogere prijzen in landelijke gebieden (bv. Wallonië) af als désinformatie of selectieve vergelijkingen (bv. TGV-promoties vs. standaardtarieven), benadrukkend dat de hervorming neutraal is en gebaseerd op het dienstcontract van 2022. Hervé Cornillie (oppositie) houdt vol dat de tarieven perifere regio’s zoals Wallonië benadelen (bv. Comines-Bruxelles: €19,30 vs. Lille-Bruxelles TGV: €15), beschuldigt de minister van gebrek aan regionale aandacht en eist compenserende maatregelen (bv. aangepaste daluren, betere grensoverschrijdende afstemming). Hugues Bayet kritiseert vooral de communicatiestoornis rond de prijsstijging voor senioren (+200% in sommige gevallen), die volgens hem kwetsbare groepen ontmoedigt, en dringt aan op betere informatieverspreiding en sociale evaluatie. Beide parlementsleden betwijfelen de effectiviteit van de hervorming voor rurale en oudere reizigers, terwijl Crucke de succescijfers van Train+ (418.000 kaarten verkocht) als bewijs van slaagkans aanvoert.
Hervé Cornillie:
Monsieur le ministre, depuis octobre 2025, en commission et en séance plénière, de nombreux députés – toutes tendances confondues – ont exprimé leurs préoccupations quant au nouveau plan tarifaire de la SNCB, récemment entré en vigueur. Il a été rappelé que cette réforme vise une simplification et une adaptation de la tarification à la fréquentation réelle du réseau, avec une tarification dynamique que l'on peut, à certains égards, comprendre. Beaucoup ont néanmoins insisté sur les inégalités territoriales et sociales qu'elle pourrait aggraver.
Outre la hausse générale des prix, l'instauration du régime heures creuses à partir de 9 h du matin désavantage particulièrement les habitants des zones périphériques et rurales – dont je suis – et ceux qui effectuent souvent de longs trajets pour rejoindre les grands pôles d'emploi, dont Bruxelles. Les réductions Train+ deviennent dès lors largement inaccessibles pour ceux dont les déplacements débutent tôt, ce qui est souvent le cas.
La situation est particulièrement préoccupante pour les habitants de Wallonie picarde, région que vous connaissez fort bien et que, j'ose le croire, vous appréciez. Là-bas, certains navetteurs ont le sentiment d'être les naufragés du rail. Pour illustrer cette inégalité, un trajet Comines-Bruxelles en semaine et heures pleines coûte désormais 19,30 euros en deuxième classe et 31 euros en première classe, pour 1 h 52 de trajet, avec une correrspondance à Gand, en Flandre, et une attente d'environ 20 minutes. À titre de comparaison, un trajet Lille-Bruxelles en TGV première classe coûte15 euros pour 34 minutes de trajet direct. Faut-il en déduire que, demain, la France viendra au secours des navetteurs de Wallonie picarde en leur offrant des trajets plus rapides, plus confortables et moins chers que ceux de la SNCB?
Dès lors, monsieur le ministre, je souhaiterais obtenir des éclaircissements sur les points suivants. Quelle évaluation d'impact régional le gouvernement a-t-il demandée à la SNCB avant la mise en œuvre du nouveau plan tarifaire? La SNCB a-t-elle prévu des mesures compensatoires ou différenciées pour les régions périphériques, comme la Wallonie picarde, où les distances domicile-travail sont structurellement plus longues? Envisagez-vous de réviser la définition des heures creuses afin qu'elles tiennent compte des réalités géographiques et socio-économiques du pays, notamment les provinces de Hainaut, de Luxembourg, de la Flandre orientale ou de Limbourg? Le gouvernement fédéral compte-t-il renforcer la concertation avec les régions et les communes frontalières pour éviter que les tarifs belges deviennent dissuasifs au profit des solutions étrangères, comme les TGV français ou néerlandais? Monsieur le ministre, ne me faites pas dire ou conclure: "Loin des yeux, loin du cœur".
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, j'ai découvert dans un article de presse récent qu'une augmentation très importante des tarifs du train entrait en vigueur pour les seniors, y compris pour ceux qui disposent de la carte Train+. Des témoignages indiquent qu’un aller-retour qui coûtait environ 8,50 euros atteint désormais près de 20 euros, soit une augmentation dépassant les 200 %. Pour beaucoup de pensionnés, ces nouveaux prix deviennent impossibles, alors qu'il s'agit d'un public captif qui aime prendre le train et privilégie ce mode de transport à la voiture et au stress des embouteillages. Ne nous mentons pas, cette hausse s’ajoute à une série d’augmentations que subissent déjà nos pensionnés: le saut d'index que vous venez de décider, l'augmentation du coût de l'énergie, de l'alimentation, de la santé, l'augmentation de la TVA, et à présent une taxe supplémentaire pour un public dont le budget est particulièrement limité.
La SNCB vous avait-elle informé ou informé le gouvernement fédéral de la modification de la grille tarifaire avant sa mise en œuvre? Comment justifiez-vous une telle augmentation? Elle touche directement un public vulnérable et risque de le dissuader de prendre les transports en commun, alors qu'il s'agit d'un public particulier pour lequel il faut faire des efforts. Une évaluation sociale a-t-elle été réalisée pour mesurer l’impact financier réel de cette hausse sur les pensionnés? Le gouvernement entend-il intervenir pour demander à la SNCB de revoir ces tarifs ou de réintroduire un dispositif plus accessible pour les seniors? Enfin, comment garantir que la politique tarifaire de la SNCB reste compatible avec nos objectifs d’accessibilité sociale et ne se transforme pas en une série de taxes déguisées pour les publics fragilisés?
Jean-Luc Crucke:
Je vous remercie pour vos questions qui me permettent de répondre à ce qui est parfois de la désinformation. Je répète que la SNCB a révisé en profondeur sa politique tarifaire, avec un double objectif: simplifier le système et rendre les tarifs plus avantageux pour la majorité des voyageurs.
La nouvelle offre tarifaire de la SNCB a démarré en trombe. Au cours du premier mois, quelque 418 000 voyageurs ont acheté une carte Train+, dont la moitié en version annuelle. Cela signifie qu'un quart des voyageurs occasionnels, à savoir les voyageurs sans abonnement, on opté pour la carte Train+. Chez les seniors, il s'agit même de la moitié.
Train+ est l'une des nouveautés de la nouvelle offre tarifaire lancée le 15 octobre. Les voyageurs qui utilisent Train+ bénéficient d'une réduction supplémentaire pendant les heures creuses et le week-end, ainsi que d'un tarif maximal avantageux, y compris pendant les heures de pointe. Monsieur Bayet, proportionnellement au nombre de voyageurs, Train+ est le plus souvent acheté et utilisé par les seniors. Pas moins de la moitié de leurs déplacements occasionnels sont effectués avec Train+.
Train+ rencontre également un grand succès auprès d'autres groupes cibles, tels que les jeunes et les bénéficiaires d'interventions majorées. Ainsi, sur l'ensemble des voyageurs, en ce compris les adultes de 25 à 64 ans, un quart des voyages occasionnels ont été effectués avec la carte Train+.
Par rapport à l'illustration de prix de M. Cornillie, la comparaison ne tient pas, à moins de ne pas connaître la Wallonie picarde. Les 15 euros pour le TGV correspondent à un prix promotionnel exceptionnel. Le prix moyen d'un billet de TGV Lille-Bruxelles est en effet bien plus élevé – vous ne le prenez peut-être pas assez souvent –, souvent entre 23 et 30 euros. Il est donc trompeur d'opposer ce prix plancher au tarif standard de la SNCB. Tout en étant ouvert à tout input pertinent de la part des communes frontalières, il me semble que, pour l'heure, la SNCB ne doit pas trop craindre la concurrence d'opérateurs étrangers.
J'étais hier soir encore en présence du préfet et de M. Xavier Bertrand – qui doit être politiquement plus proche de vous que de moi – qui me demandait comment nous faisions pour avoir des prix aussi intéressants pour le train en Belgique. Les jeunes, les seniors et les bénéficiaires d'interventions majorées qui ont opté pour Train+ bénéficient de réductions sur un tarif déjà moins élevé. Contrairement à l'offre précédente, les seniors peuvent désormais voyager à un tarif réduit avant 9 h du matin et ne sont plus obligés d'acheter un billet aller-retour. Ils ne payeront jamais plus que 5,5 euros par trajet.
Je tiens également à souligner que cette réforme n'a pas pour but de créer une opposition entre zones rurale et urbaine, mais de rendre le train plus attractif, plus simple et plus équitable, en garantissant que personne ne paye plus que la valeur réelle de son trajet et que chacun bénéficie automatiquement du meilleur tarif disponible.
Pour finir, je rappelle que la SNCB met ainsi en œuvre le contrat de service public conclu avec le précédent gouvernement de tutelle en décembre 2022. Ce contrat fait une distinction entre les tarifs réguliers – domicile-travail, domicile-école – et l'offre commerciale, où la tutelle peut intervenir beaucoup moins.
Différencier la définition d'heures creuses en fonction de la province aurait ajouté à la complexité d'une nouvelle grille tarifaire qui, selon certains, est déjà assez compliquée. Finalement, une augmentation de prix de 8,5 euros à 20 euros vaut uniquement sans carte Train+. Pour les personnes qui voyagent régulièrement, un voyage aller-retour – retour qui, contrairement à la situation précédente, ne doit plus être effectué le même jour – avec une carte Train+ ne sera donc jamais plus cher que 11 euros.
J'ai entendu "loin des yeux, loin du coeur". Vous avez vu qu'on peut avoir des yeux et bien garder son cœur en Wallonie picarde, même si on y est peut-être moins souvent que certains.
Hervé Cornillie:
Monsieur le ministre, je ne dis pas que rien n'a été fait. Ces simulations sont bel et bien réelles. Elles ne relèvent pas de la désinformation. Il faut consulter le site internet, monsieur le ministre. Ces promotions sont valables à plusieurs créneaux horaires sur plusieurs jours.
Simplement, je dis que pour la cohésion du territoire, il est important d'avoir une attention particulière pour ces régions. Que cela vous plaise ou pas, que vous en riiez ou pas.
C'est un cas véritable qui est rapporté par plusieurs personnes – et des personnes que vous connaissez d'ailleurs fort bien, puisque vous avez travaillé avec certaines d'entre elles. Donc, c'est un cas avéré qui n'est pas anormal de devoir constater. Je le maintiens.
Et tant que la Wallonie picarde est au bout du territoire pour le ministre des Transports que vous êtes, tant que les Hauts-de-France sont au bout du territoire pour le ministre français des Transports, on n'aura jamais de solution valable de mobilité à l'échelle de l'Eurométropole. Et c'est là qu'il faut pourtant travailler, là où vous avez déjà assumé une responsabilité et là où cela n'a pas avancé. Je suis désolé de vous le dire.
Hugues Bayet:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Ma question n'était pas de faire du sous-localisme, mais de simplement penser à une tranche de notre population qui, a priori , devrait prendre le train encore plus souvent que les autres . Et ce qui m'interpelle vraiment dans votre réponse, vous le dites vous-même, c'est qu'il y a vraiment un problème de communication et de fausses informations. En effet, si on arrive jusqu'au Parlement où deux députés qui ne sont pas du même parti vous posent la question, si des articles de presse ont été écrits et qu'il n'y a pas de réaction, je trouve qu'il y a quand même un souci. Je crois qu'on est quand même tous d'accord, le vrai souci, c'est qu'on doit tout faire pour valoriser nos chemins de fer ainsi que le travail de la SNCB et d'Infrabel. Donc, il faut peut-être aussi revoir la politique de communication, car cela n'est quand même pas normal. Je ne vois pas pourquoi je remettrais en cause ce que vous venez de nous dire ici. Et l'objectif n'est pas de comparer, voire d'essayer de trouver le tarif qui serait le plus cher parce que j'ai pris tel jour et telle l'heure. Forcément, pour toute grille tarifaire, il y aura toujours un souci. La difficulté, c'est vraiment cette mauvaise communication. Et je pense que vous avez aussi un rôle à jouer pour faire en sorte qu'on valorise au maximum les moyens qui sont mis dans ces nouvelles grilles tarifaires de la SNCB pour nos publics. Manifestement, on voit quand même que l'information ne circule pas, ou en tout cas ne circule pas bien. J'espère pouvoir compter sur vous, monsieur le ministre, pour essayer d'améliorer les choses.
De bestelling van dubbeldekstreinen door Eurostar bij Alstom
Alstom en de beslissing van de raad van bestuur van de NMBS
Eurostar en NMBS' keuze voor Alstoms dubbeldekstreinen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Frank Troosters bekritiseert dat Eurostar’s 2 miljard euro-order voor 30-50 treinen naar Franse Alstom-fabrieken gaat, terwijl de Belgische vestiging in Brugge (en eerder ook de AM30-opdracht) wordt buitengesloten—ondanks de 18,5% NMBS-deelname in Eurostar. Minister Jean-Luc Crucke stelt dat Eurostar en Alstom autonoom beslissen op basis van industriële capaciteit en Europese aanbestedingsregels, en benadrukt dat België geen productiefaciliteiten heeft voor volledige treinstellen; hij betreurt de gevolgen maar ziet geen directe ingreepmogelijkheden, al pleit hij voor herziening van criteria (binnen EU-kader) om lokale economische impact mee te wegen. Troosters bekritiseert dat Frankrijk wel orders naar eigen fabrieken loodst—ondanks gelijke EU-regels—en noemt het “bijzonder jammer” voor de Brugge-werknemers, terwijl Crucke ontkent dat lokale voorkeur mogelijk is zonder inbreuk op aanbestedingswetgeving.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Eurostar heeft de bestelling van 30 dubbeldekstreinen bij Alstom bevestigd. Mogelijk wordt die bestelling nog uitgebreid tot 50 treinstellen. Aan het volledige order hangt een prijskaartje van 2 miljard euro.
Opvallend daarbij is dat deze treinen zullen geproduceerd worden in Franse fabrieken. De site van Alstom in Charleroi zal betrokken worden bij het leveren van statische omvormers en elektronische componenten. De site van Alstom in Brugge valt na het mislopen van het order van de AM30-treinstellen opnieuw uit de boot.
Hoe beoordeelt de minister het feit dat de treinstellen in Franse fabrieken zullen gebouwd worden en dat het fabriek van Alstom in Brugge opnieuw wordt uitgesloten? Acht de minister dit aanvaardbaar aangezien dit land via de NMBS financieel bijdraagt binnen de Eurostar groep?
Wat zullen hiervan de sociale en economische gevolgen zijn voor de fabriek van Alstom in Brugge en voor de werknemers aldaar?
Welke maatregelen zal de minister nemen om de werkgelegenheid binnen de fabriek van Alstom in Brugge te verzekeren?
De NMBS heeft een aandeel van 18,5 % in de Eurostar groep. Heeft de NMBS en/of de federale overheid bij Eurostar gepleit om dit order geheel of gedeeltelijk toe te wijzen aan de fabriek van Alstom in Brugge? Zo ja, wanneer en hoe? Zo neen, waarom niet?
In tegenstelling tot dit land slaagt men er in Frankrijk klaarblijkelijk wel in om grote industriële orders te laten uitvoeren in eigen land. Welke lessen trekt de minister uit de toewijzing van de recente treinorders voor de AM30-treinstellen en deze dubbeldekstreinen?
Zal de minister maatregelen nemen opdat toekomstige orders wel werk (en werkzekerheid) zullen opleveren in onze eigen lokale fabrieken? Zo ja, welke en wanneer? Zo nee, waarom niet?
Jean-Luc Crucke:
De bestelling van hogesnelheidstreinen en rollend materieel door Eurostar Groep, die recent werd aangekondigd, valt volledig onder de eigen beslissingsbevoegdheid van die onderneming. De minderheidspositie van de NMBS in de Eurostar Groep, goed voor 18,5 % van het aandelenkapitaal, verleent haar noch controle over de entiteit, noch enige specifieke beslissingsbevoegdheid op dat vlak. De locatie van de productie van de toekomstige treinstellen bij leverancier Alstom, die door Eurostar Groep voor de bestelling werd geselecteerd, is afhankelijk van de industriële capaciteit en productieorganisatie van de leveranciers en dat behoort tot zijn autonome bevoegdheid.
Bovendien beschikt geen enkele fabrikant van het hogesnelheidsrollendmaterieel momenteel over de productiefaciliteit voor volledige treinstellen in België. Ik betreur dat de vestiging in Brugge niet profiteert van de economische voordelen van de bestelling van nieuwe treinen door Eurostar. Ik kan echter op geen enkele manier ingrijpen in het beheer en de beslissingen van bedrijven als Eurostar of Alstom, noch rechtstreeks, noch via de NMBS, die volledig autonomie heeft op het vlak van beheer overeenkomstig de wet van 21 maart 1991 tot hervorming van bepaalde economische overheidsbedrijven.
Ik kan de sociale en economische gevolgen van de Alstomfabriek in Brugge voor haar werknemers niet inschatten. Ik kan ook geen werkgelegenheid garanderen. Ook Frankrijk moet de Europese regels naleven. Als Franse bedrijven daar overheidsopdrachten binnenhalen, komt dat doordat hun offertes als beste uit de bus komen. De verbetering van de prestaties en het concurrentievermogen van onze bedrijven moet het belangrijkste doel blijven om de industriële activiteit en de daarmee samenhangende werkgelegenheid in stand te houden en te ontwikkelen. De openstelling van de markt biedt ook een kans voor onze sterk op de export gerichte economie.
Wat mijn specifieke bevoegdheden betreft, zal ik altijd toezien op een strikte toepassing van de regels voor overheidsopdrachten. Ik ben voorstander van een herziening van de regelgeving waarbij we nagaan of daarin criteria kunnen worden opgenomen die rekening houden met de lokale economische gevolgen, de industriële ontwikkeling en de werkgelegenheid, met inachtneming van de Europese regelgeving.
Het aanbestedingsdossier werd niet behandeld tijdens de vergadering van de Raad van Bestuur van 5 december. Zoals ik al zei in de commissie op 22 oktober, bepaalt de procedure dat de Raad van Bestuur finaal zal moeten beslissen over de gunning van het dossier na het afronden van de onderhandelingen met de voorkeursbieder. Wat de lokale werkgelegenheid betreft, de NMBS mag geen voorkeur geven aan lokale productie of aan een inschrijver die bijvoorbeeld tot op zekere hoogte de lokale productie of de ontwikkeling van lokale kennis of banen zou garanderen. De plaats waar geproduceerd wordt, is geen relevant criterium voor de kwaliteit van de offertes. Criteria waarmee de herinvesteringen in de lokale economie worden beoordeeld, zijn evenmin aanvaardbaar.
De raad van bestuur van de NMBS heeft vastgesteld dat de offertes van de drie aanbieders elk melding maakten van een beroep op lokale leveranciers. De raad waardeert dat en heeft de voorkeursbieder uitgenodigd die plannen te concretiseren.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik vat het even samen. U betreurt dat de Alstomvestiging in Brugge naast het order grijpt. Betreuren helpt echter niet veel. U zegt dat u de gevolgen voor de vestiging van Alstom in Brugge niet kunt inschatten. U voegt eraan toe niet in staat te zijn de werkgelegenheid daar te helpen verzekeren. Voor de rest kan ik alleen vaststellen dat de regels die in België gelden voor de toewijzing van overheidsopdrachten, natuurlijk ook in Frankrijk gelden. In Frankrijk slaagt men er echter wel in om de eigen industriële sites van werkgelegenheid te voorzien door orders toe te wijzen. In België is dat blijkbaar niet mogelijk. Ik vind dat bijzonder jammer voor de werknemers bij Alstom in Brugge.
De plannen van de Europese Commissie voor de hogesnelheidstreinen
De Europese plannen voor hogesnelheidsverbindingen tussen hoofdsteden
Europese hogesnelheidsnetwerkplannen voor hoofdsteden
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jean-Luc Crucke bevestigt dat België’s bestaande hogesnelheidsnetwerk aansluit bij de EU-plannen (€345–546 mjd tegen 2030/2050) om korte vluchten te vervangen, maar waarschuwt dat concrete kosten, CO₂-besparingen en economische baten voor België nog onduidelijk zijn en afhangen van verdere EU-voorstellen en capaciteitsanalyses door Infrabel. Hij benadrukt dat internationale uitbreiding niet ten koste mag gaan van nationaal spoorvervoer, vooral op drukke knooppunten, en dat alternatieve financiering (o.a. private middelen) cruciaal is. Frank Troosters dringt aan op garanties dat de EU-ambities de dagelijkse pendelaars en nationale dienstregeling niet zullen benadelen, maar erkent dat details pas in 2026 verwacht worden. Crucke steunt het EU-plan principieel, mits evenwicht en overleg met NMBS/Infrabel.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
De Europese Commissie maakte bekend versneld werk te willen maken van de uitrol van een Europees netwerk voor hogesnelheidstreinen. Op deze wijze wil men van het spoor een valabel alternatief maken voor korte afstandsvluchten met het vliegtuig.
De ambitie is om tegen 2030 het treinverkeer aan hoge snelheid te verdubbelen tegenover 2015.
De kostprijs voor dit alles wordt geraamd op 345 miljard euro. In een latere fase, tegen 2050, wordt de kostprijs op 546 miljard euro geraamd.
Op welke wijze zal de minister erover waken dat de verdere uitrol van internationale hogesnelheidstreinen niet ten koste van het nationale spoorverkeer zal plaatsvinden?
Welk zal het aandeel van België zijn in de kosten van dit project?
Welk zal de economische return uit dit project voor dit land zijn?
Welk zal de totaal gerealiseerde besparing inzake CO2-uitstoot zijn voor dit land tegen 2030 als gevolg van dit project?
Welke infrastructurele werken zullen nodig zijn voor deze Europese plannen?
Welke kostprijs zullen de aanpassingswerken die hiervoor nodig zijn met zich meebrengen?
Voorzitter:
Mevrouw Gielis is niet aanwezig.
Jean-Luc Crucke:
Op 5 november 2025 heeft de Europese Commissie haar mededeling Europa verbinden via hogesnelheidstreinen gepubliceerd. Op die mededeling werd met spanning gewacht gezien het belang van een betere verbinding tussen de belangrijkste Europese steden, met name de Belgische steden, en van echte alternatieven voor vervuilende vervoerswijzen en korteafstandsvluchten. In de mededeling wordt een reeks initiatieven aangekondigd die niet allemaal betrekking hebben op infrastructuur.
Ik neem met belangstelling kennis van het plan van de Europese Commissie om de hogesnelheidsspoorverbindingen in Europa uit te breiden. Het project sluit volledig aan bij de strategie van onze regering, die erop gericht is de internationale verbindingen te versterken en de concurrentie in de hogesnelheidssector te stimuleren.
Het spreekt voor zich dat de voorgestelde maatregelen grondig moeten worden geanalyseerd, zodra de Europese Commissie de concrete elementen heeft voorgesteld. Ons hogesnelheidsnetwerk is al goed ontwikkeld en het plan voorziet specifiek in verbindingen via onze hoofdstad. Het is dus aan ons om te werken aan de randvoorwaarden die een echt aantrekkelijke verbinding met Brussel moeten garanderen. Het dossier staat duidelijk in mijn roadmap voor 2026.
Zoals ik al eerder heb aangegeven, mag ons doel om het aanbod van internationaal spoorvervoer te vergroten, niet ten koste gaan van het nationale aanbod. Er moet een evenwicht worden gevonden, met name op de drukste punten van het netwerk.
Voor de capaciteit van ons netwerk zal alles afhangen van de interesse die de spooroperatoren zullen tonen om er met een trein te rijden. De capaciteitsanalyses zullen door Infrabel moeten worden uitgevoerd op basis van concrete aanvragen. Eén zaak is zeker. Er zal moeten worden gezorgd voor een evenwicht tussen het aanbod van het internationale en het nationale treinverkeer, met name in de meest drukke zones van het netwerk.
Wij zullen, ten slotte, actief deelnemen aan de bespreking van de concrete maatregelen die de Europese Commissie volgens haar tijdschema zal voorstellen. Ik zal ervoor zorgen dat de NMBS en Infrabel volledig bij het proces worden betrokken in overeenstemming met de eisen inzake overleg.
Wat de kosten van het door de Europese Commissie ontwikkelde hogesnelheidsplan betreft, hebben de aangehaalde bedragen betrekking op de hele Europese Unie. Voor een ventilering van de bedragen over de lidstaten is het nog veel te vroeg. Het gaat trouwens om ramingen. Ikzelf stel vast dat België al goed voorzien is van hogesnelheidsinfrastructuur. België is al verbonden met onze buurlanden door hogesnelheidslijnen, die rechtstreeks van grens tot grens zijn aangelegd.
Zoals u weet, worden er momenteel werkzaamheden uitgevoerd aan de lijnen van ons netwerk die ons verbinden met onze buurlanden, waaronder Luxemburg, om de snelheid van de treinen te verhogen en zo de reistijden te verkorten.
Hoewel het niet om hogesnelheidstreinen in de eigenlijke zin van het woord gaat, past de snelheidsverhoging in het streven van de Europese Commissie om de reistijden aantrekkelijker te maken in vergelijking van die van andere vervoerswijzen.
Het door de Commissie voorziene plan voorziet niet in wonderoplossingen voor de financiering van nieuwe infrastructuur en maakt in grote mate gebruik van alternatieve financieringsoplossingen als particuliere financiering. De Commissie zal met de lidstaten besprekingen voeren om hierover te overleggen.
Wat het economische rendement van dit plan voor ons land betreft, het is nog veel te vroeg dat te beoordelen, net zoals dat het geval is voor de vermindering van broeikasgassen. Daar dit plan gericht is op alle grensoverschrijdende trajecten, is het duidelijk dat rekening gehouden moet worden met de impact van alle voorgestelde maatregelen, zowel op het gebied van infrastructuur als op het gebied van regelgeving.
Overigens worden in het plan van de Commissie niet rechtstreeks de investeringen genoemd die nodig zijn om hogesnelheidstreinen in Europa in te voeren. Dat is een taak voor de coördinator van de trans-Europese vervoersnetwerken, in het kader van een werkplan. Ik verwacht de voorstellen van de coördinatoren tegen het einde van dit jaar, of tegen begin volgend jaar. Op dat moment zal ik in overleg met Infrabel kunnen nagaan welke investeringen wenselijk zijn.
Tot slot sta ik zeer positief tegenover de door de Europese Commissie voorgestelde ontwerpplannen. Aangezien het eerste doel daarvan is de ontwikkeling te ondersteunen van de hogesnelheidsspoorverbindingen tussen de Europese hoofdsteden, is dat een stap die ik wens te ondersteunen en aan te moedigen. Ik zal natuurlijk aandacht hebben voor de manier waarop het plan een impact zal kunnen hebben op de modal shift in ons land en op de gevolgen voor het nationale spoorverkeer.
Ik heb trouwens de gelegenheid gehad het onderwerp ter sprake te brengen bij commissaris van Vervoer, de heer Apostolos Tzitzikostas, op woensdag 3 december in de marge van de Raad Vervoer. Hij steunt eveneens het plan van de Europese Commissie en hij heeft me aangemoedigd een nieuw dossier in te dienen om de voltooiing van as 3 te versnellen, iets wat hij ten zeerste wenst en waarbij hij niet zal aarzelen een standpunt in te nemen.
Frank Troosters:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw heel uitgebreide antwoord. Ik begrijp dat de meeste details duidelijk zullen worden in de loop van 2026. Ik wil u maar één opdracht meegeven: zorg ervoor, waak erover, om niet te zeggen garandeer, dat al die Europese plannen niet opnieuw ten koste gaan van het nationale spoorvervoer en van de dagelijkse pendelaars.
De diplomatieke contacten met Nederland over de Maasbrug
De contacten met Nederland over de afbraak van de Maasbrug in Maastricht
Het schrappen van de Nederlandse spoorweglijn Maastricht-Lanaken
Het schrappen van de spoorlijn Maastricht-Lanaken
De spoorlijn Maastricht-Lanaken
Maasbrug, spoorlijn Maastricht-Lanaken en Nederlands-Belgische betrekkingen
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking), Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Vlaamse en federale politici dringen er bij minister Jean-Luc Crucke (Buitenlandse Zaken) op aan om de geplande Nederlandse sloop van de Maasbrug in Maastricht – cruciaal voor de heractivering van spoorlijn 20 (Hasselt-Maastricht) – te blokkeren, wijzend op economische, strategische en grensoverschrijdende belangen. Crucke bevestigt intensief diplomatiek overleg (o.a. met Nederlandse ambtenaren, de ambassadeur en tijdens EU-raadsvergaderingen), maar benadrukt dat Nederland de eindbeslissing houdt, gemotiveerd door veiligheid, ruimtelijke ordening en scheepvaartbelangen; hij pleit voor behoud van de brug om toekomstige reactivering niet onmogelijk te maken. Kritiek en meningsverschillen komen scherp naar voren: Coenegrachts (N-VA) stelt voor juridische stappen te overwegen, verwijt Nederland "eenzijdig handelen" en vergelijkt het met Belgische dossiers waar Nederland juridisch ingreep, terwijl Troosters (sp.a) de eerdere Belgische desinvesteringen (o.a. buitendienststelling in 2020, Spartacus-tramkeuze) als eigen schuld afschildert en hypocrisie signaleert bij partijen die nu plots voorstander zijn. Yzermans (CD&V) en Raskin (Vooruit) hameren op diplomatie en samenwerking, met een oproep tot een gezamenlijk Limburgs overleg met stakeholders en Nederland, om de brug en toekomstige spoorprojecten (o.a. IJzeren Rijn/3RX-tracé) veilig te stellen. Crucke belooft verdere actie (o.a. plaatsbezoek, kabinetsoverleg) en bevestigt zijn komst naar Limburg, maar waarschuwt dat kortetermijnheropening onhaalbaar is door eerdere Belgische keuzes en Nederlandse procedures – de focus ligt op langetermijnbehoud.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, ik had de vraag gesteld aan de minister van Buitenlandse Zaken, want het gaat natuurlijk over een Nederlandse beslissing en wel een die heel belangrijk is voor onze regio, vandaar ook het Limburgs onderonsje. Het gaat over de toekomst van spoorlijn 20, de verbinding tussen Hasselt en Maastricht via het spoor, die volledig afhankelijk is van het oversteken van de Maas in het centrum van Maastricht.
Het is al enige tijd dat Nederland ermee dreigt die brug af te breken. Daarmee wordt ook een einde gesteld aan de droom van velen onder ons om die fameuze spoorlijn te heractiveren. Het is ook economisch – het Albertkanaal en de Maas – een zeer belangrijke verbinding, dus wij zijn daar allemaal grote voorstander van.
Wij willen ervoor pleiten dat u contact opneemt met uw Nederlandse collega om de afbraak te voorkomen, opnieuw overleg te plegen en te zorgen dat er een toekomst is voor die verbinding tussen de beide Limburgen, die voor ons zo cruciaal is. De opdracht van mijn kant aan u is om contact op te nemen met uw Nederlandse collega. Misschien hebt u dat al gedaan. Dan zouden wij zeer benieuwd zijn naar de terugkoppeling van dat gesprek.
Frank Troosters:
Al sinds de vorige legislatuur waarschuwt mijn fractie in dit parlement voor de mogelijke afbraak van de Maasbrug in Maastricht. Deze afbraak zou het definitief onmogelijk maken om een rechtstreekse treinverbinding van Vlaanderen (via Hasselt) naar Maastricht te realiseren. Dit zou enorme maatschappelijke en sociaa- economische gevolgen hebben voor Limburg en de achterliggende regio's.
Het is dus van groot belang dat op elk mogelijke politiek niveau alles uit de kast gehaald wordt om onze buren uit Nederland te overtuigen van het belang van het behoud van de Maasbrug en dus niet tot de afbraak van deze brug over te gaan.
Welke contacten heeft u vanuit uw bevoegdheid als minister van Buitenlandse Zaken over deze aangelegenheid gehad met uw Nederlandse collega's?
Heeft U gewezen op het groot strategisch belang van de Maasbrug en aangedrongen om niet tot de afbraak over te gaan? Zo ja, met welk resultaat? Zo neen, waarom niet?
Welke verdere acties heeft u inzake deze aangelegenheid gepland? Op welke wijze gaat u trachten de Nederlanders te overtuigen niet tot de afbraak over te gaan?
Reeds lange tijd is er sprake van een mogelijke afbraak van de Maasbrug in Maastricht. Deze brug is essentieel voor een spoorverbinding tussen Vlaanderen/Limburg/Hasselt met Maastricht.
De afbraak van deze brug zou een toekomstige spoorverbinding definitief onmogelijk maken.
Wat is uw reactie op de beslissing van het ministerie Infrastructuur en Waterstaat in Nederland om deze spoorlijn te schrappen?
Kan u bevestigen dat de indiener van deze vraag reeds meermaals parlementaire vragen en andere initiatieven genomen heeft en U meermaals ondervraagd heeft om te waarschuwen voor de dramatische gevolgen die een eventuele afbraak van de Maasbrug voor Vlaanderen zou hebben?
Welke acties heeft U, de premier, of een andere lid of vertegenwoordiger van deze regering recent genomen om de Nederlanders te overtuigen niet tot de afbraak van de Maasbrug over te gaan? Met welk resultaat?
Welke andere acties zal u dienaangaande nog nemen?
Alain Yzermans:
Mijnheer de minister, het is lang geleden dat we elkaar nog gezien hebben. Ik denk dat het belangrijk is dat wij een eenheid vormen, zeker bij een terechte vraag.
Het schrappen van de spoorlijn Maastricht-Lanaken is vanuit drie oogpunten toch wel een nederlaag. Ten eerste is het dat vanuit een internationaal verbindingsoogpunt. De economische ontsluiting en het goederenvervoer zijn essentieel. Ten tweede speelt uiteraard het aspect van de verbinding zelf, die nu voor een stuk gefnuikt wordt. Ten derde wordt hiermee ook een einde gemaakt aan een alternatief voor de fameuze Spartacus-trambus, die op de rails was gezet, maar het uiteindelijk niet zal halen. Om die drie strategische redenen vinden wij het dus belangrijk dat dit standpunt wordt heroverwogen.
U hebt contacten gelegd en aangegeven dat er momenteel geen federaal initiatief is. U hebt wel gezegd dat, zoals mijn collega daarnet ook stelde, mogelijk overleg op stapel staat. Met het oog op strategische en economische opportuniteiten en ook vervoersoverwegingen is het van belang dat deze lijn opnieuw geactiveerd wordt en de nodige kansen krijgt.
Mijn tweede vraag betreft de IJzeren Rijn of het alternatief daarvoor. Een belangrijke spoorwegverbinding vanuit Antwerpen naar het Roergebied verloopt nu via de Montzenlijn, de bekende Montzenroute. Het alternatieve tracé, het 3RX-tracé, is korter en creëert ook meer capaciteit. Zijn er mogelijkheden om stappen te zetten om de tonnages te verhogen?
Ik heb ook nog een algemene vraag aan u. Bent u bereid om een aantal Limburgse dossiers te bespreken, eventueel met een aantal fracties en stakeholders uit Limburg? Ik nodig u uit om dat op provinciaal niveau te doen. U bent daar bekend en wij zien u graag komen om gesprekken te voeren, ook met vertegenwoordigers van het ministerie zelf. Het is belangrijk dat de NMBS hierbij wordt betrokken, evenals een aantal stakeholders zoals Voka en andere partners en alle politieke fracties. Misschien kunt u dat overwegen.
Dank u.
Wouter Raskin:
Mijnheer de minister, die vraag komt hier om de zoveel tijd aan bod. De analyse is heel mooi geschetst door collega Coenegrachts. Ik heb daar niets aan toe te voegen. Wat de concrete vragen betreft, die zijn al in belangrijke mate geschetst. Gezien het belang ervan wil ik ze, in alle bescheidenheid, toch nog eens overlopen.
Mijnheer de minister, het is belangrijk dat u onze mening, die kamerbreed in Limburg wordt gedragen, ook deelt. De procedure die in Nederland is opgestart, zou de facto het einde kunnen inluiden van een toekomstige heropening van die spoorlijn. Het is belangrijk dat u daar als minister van overtuigd bent.
Ten tweede, bent u het ermee eens dat als die beslissing wordt genomen, ze indruist tegen de ambitie die wij samen in het federale regeerakkoord hebben neergeschreven voor meer en betere Europese treinverbindingen? Ik denk dat we het daarover ook eens moeten zijn.
Ten derde, aansluitend bij het slot van collega Yzermans. U weet dat ik altijd heb geweigerd om dat dossier als een geïsoleerd dossier te bekijken. Mijn vraag aan u is of u bereid bent om in dat dossier, net zoals in het dossier van de IJzeren Rijn en ook wat betreft de volgens mij vaak vergeten verbinding Hamont-Weert voor personenvervoer, in gesprek te gaan. Ik denk dat die beide projecten even belangrijk zijn als het voorkomen van de sloop van die brug, zodat spoorlijn 20 niet gehypothekeerd wordt. Bent u bereid daarover in gesprek te gaan met de Nederlandse regering? Hebt u een idee welke piste u dan moet volgen, gezien het ontbreken van een volwaardige Nederlandse regering? Het lijkt daar een beetje op zijn Belgisch te lopen. Het lijkt daar niet zo gemakkelijk te gaan. Ik stel daarom voor dat we niet wachten – 500 dagen of meer – maar dat u ons vertelt wie u, bij gebrek aan een volwaardige Nederlandse regering, zult aanspreken.
Jean-Luc Crucke:
Zoals ik eerder in deze commissie al heb aangegeven, maakt België zich zorgen over het mogelijk schrappen van deze lijn van de Nederlandse lijst van hoofdspoorwegen en over de eventuele sloop van de Maasbrug.
Ik kan bevestigen dat u mij hierover reeds meerdere keren hebt ondervraagd. Onlangs stuurde ik u een uitgebreid advies over het voorstel van de resolutie van 30 september 2025 betreffende het vermijden van een maatschappelijk en sociaal-economisch isolement van Limburg en zijn achterliggende regio’s in een bredere internationale context. Het betreft hier enkele amendementen op het voorstel van de resolutie van 12 december 2024 over hetzelfde onderwerp. In dat kader verwijs ik eveneens naar het schriftelijke advies van mijn administratie, dat op 6 maart 2025 aan u werd overgemaakt in verband met het voorstel van die resolutie van 12 december 2024.
Wat het personenvervoer tussen Hasselt en Maastricht betreft, verwijs ik u door naar mijn Vlaamse collega, minister De Ridder, aangezien de Vlaamse regio in het verleden heeft gevraagd en gekregen om de basis van de lijn te mogen hergebruiken in het kader van het Spartacusproject. Dit dossier valt vandaag dus grotendeels onder de bevoegdheid van Vlaanderen.
Niettemin wordt het dossier van Spoorlijn 20 sinds begin 2025 actief opgevolgd binnen de bestaande overlegstructuren. Tijdens een informele raad van de Europese ministers van Vervoer op 17 en 18 maart 2025 in Warschau heb ik een onderhoud gehad met de directeur-generaal Mobiliteit van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Daarbij kwam het dossier van Spoorlijn 20 aan bod. Ik heb onze bezorgdheid over deze kwestie gedeeld en meer bepaald ons verzoek om de brug over de Maas niet te slopen. Tevens heb ik voorgesteld om gezamenlijk een plaatsbezoek te organiseren om de situatie ter plaatse te bekijken.
Het dossier werd nadien ook binnen België besproken. Onder meer tijdens de interministeriële conferentie Mobiliteit van 25 maart 2025 heb ik mijn standpunten herhaald en mijn vernieuwde wens geuit om een gezamenlijk plaatsbezoek te organiseren. Op 4 april 2025 vond een briefwisseling plaats met de toenmalige Nederlandse minister Madlener en staatssecretaris Jansen. Ook in dat schrijven heb ik het belang van het dossier nogmaals benadrukt. Op 30 april 2025 had ik een onderhoud met de Nederlandse ambassadeur in België, de heer Schwachöfer, waarbij het dossier opnieuw werd besproken. Op 3 juni 2025 nam mijn beleidscel deel aan de Belgische-Nederlandse stuurgroep grensoverschrijdend spoorvervoer, waar Spoorlijn 20 eveneens aan bod kwam.
Een geplande ontmoeting met mijn Nederlandse ambtgenoot in de marge van de formele Europese Vervoersraad van 5 juni kon niet plaatsvinden wegens de val van de Nederlandse regering twee dagen eerder. Ik heb in alle contacten de nadruk gelegd op het belang van overleg en op de potentieel strategische waarde van de spoorverbindingen op lange termijn. Ik heb de bezorgdheid van België geuit over de mogelijke definitieve afbraak van de bruggen en de gevolgen daarvan voor toekomstige grensoverschrijdende spoorverbindingen.
Ik moet benadrukken dat de beslissing omtrent de sloop van de spoorbrug over de Maas volledig onder Nederlandse bevoegdheid valt. Nederland heeft op basis van eigen studies en een toekomstbeeld met betrekking tot de spoorbrug in Maastricht verschillende procedurele stappen in gang gezet. Zo lanceerde het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat eind september aan Nederlandse zijde een internetconsultatie, met als deadline 10 november 2025.
Het ontwerpbesluit wil de hoofdspoorwegen wijzigen en de spoorlijn Maastricht-Lanaken-Belgische grens verwijderen uit de lijst van hoofdspoorwegen. Deze wijziging zou het mogelijk maken de lijn formeel te onttrekken aan de hoofdspoorinfrastructuur, de grond over te dragen aan de gemeente Maastricht en de brug over de Maas te slopen. De Nederlandse overheid motiveert dit met het oog op gebiedsontwikkeling, het creëren van ruimte voor de rivieren en het oplossen van een veiligheidsprobleem voor de scheepvaart.
Tegelijkertijd moet ik er opnieuw op wijzen dat een eventuele reactivering van spoorlijn 20 ruimer is dan alleen de kwestie van de brug. Het traject omvat 400 onderscheiden lijndelen, waarbij beslissingen en investeringen aan beide zijden van de grens noodzakelijk zijn. Daarbij moeten eerdere Belgische beslissingen, zoals de formele buitendienststelling van de Belgische delen door Infrabel in 2020 en de Vlaamse keuzes binnen het Spartacusproject eveneens worden meegewogen.
Het is dus belangrijk te benadrukken dat een heropening van spoorlijn 20 op korte termijn niet haalbaar is. Ik zal deze kwestie echter blijven opvolgen en contacten onderhouden met mijn Nederlandse collega’s, om ervoor te zorgen dat de beslissing die nu wordt genomen, een eventuele reactivering op lange termijn niet onmogelijk maakt. Daartoe heb ik een brief gestuurd aan de directeur-generaal Mobiliteit van de Nederlandse regering, met wie ik dit dossier heb besproken tijdens de informele raad van 17 en 18 maart 2025 in Warschau.
Ik heb aan de heer van der Burg gevraagd om mij een update van het dossier te bezorgen, met name wat betreft de doelstellingen achter deze wijziging en herziening, de modaliteiten en de aanpak van de intussen afgesloten raadplegingen en het geplande tijdsschema.
Tijdens de formele vergadering van de Europese ministers op 4 december heb ik deze kwestie besproken met de Nederlandse minister Timmermans. We zijn tot de conclusie gekomen dat we onze kabinetschefs zullen bijeenroepen, evenals de kabinetschef van ministers De Ridder en Brouns. Ik heb dat dossier vanochtend besproken met minister Brouns. Mijn strategische cel blijft ook nauw contact houden met zijn Nederlandse tegenhanger.
Wat betreft een andere grensoverschrijdende verbinding, de 3RX, moet u weten dat deze een prioriteit blijft, vandaag nog meer dan gisteren, nu de alternatieve infrastructuur bij onze buren te kampen heeft met capaciteitsproblemen en het absoluut cruciaal is om efficiënte en snelle militaire corridors te ontwikkelen. Ik ben van plan om nauw samen te werken met de premier om de internationale onderhandelingen te hervatten, in de eerste plaats met Nederland, zodra daar een nieuwe regering is gevormd.
Tot slot bevestig ik, zoals ik dat al aan collega Cuylaerts heb gedaan in andere dossiers, mijn bereidheid om naar Limburg te komen en samen met lokale en regionale stakeholders alle belangrijke NMBS- en mobiliteitsdossiers grondig te bespreken. Voor België blijft het behoud en de versterking van grensoverschrijdende mobiliteit een prioriteit, met oog voor economische ontwikkeling, duurzaamheid en strategische infrastructuur. Ik weet dat de voorzitter van deze commissie een Limburger is, dus als u mij uitnodigt, zal ik persoonlijk met de NMBS en Infrabel naar Limburg komen, niet alleen voor dit dossier, maar ook voor andere dossiers.
Steven Coenegrachts:
Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister, ook om in te gaan op de prima suggestie van collega Yzermans. Beschouw u bij deze als uitgenodigd. Ik denk dat we, u kunt dat ook zelf, de gouverneur een coördinerende rol kunnen laten opnemen. Dan kan hij dat eventueel vastleggen. Anders steken wij wel iets in elkaar. Het komt helemaal goed.
Ik ben blij dat u ook stappen op diplomatiek vlak neemt, richting Nederland. De ervaring leert ons echter dat Nederlanders goed zijn in het praten over samenwerking, maar meestal toch gewoon de daad uitvoeren die ze oorspronkelijk al lang in gedachten hadden. Daarom is het, ik geef het ter overweging mee, misschien aan te raden dat we ons beraden over eventuele juridische acties om de Maasbrug te vrijwaren. We zien dat ook de Nederlandse kant niet te beroerd is om dergelijke acties te gebruiken, bijvoorbeeld wanneer wij ethaankrakers in de Antwerpse haven willen bouwen of zelfs in mijn regio een steenfabriek willen uitbreiden.
Ik denk dat we het volledige arsenaal aan opties open moeten houden, want dit is zo cruciaal voor onze regio, voor onze streek, voor de mobiliteit. Het is een toekomstgerichte investering en infrastructuur die we eigenlijk niet mogen kwijtspelen. Naast de diplomatieke stappen, waaraan ik prioriteit geef, zou ik toch ook willen suggereren om na te denken over eventuele verdere acties en juridische stappen, indien dat acuut of nodig zou worden.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, dank u voor uw uitgebreide antwoord. Er wordt heel veel over gesproken. Dat hoor ik graag. Dat u nog gesprekken plant, hoor ik heel graag.
Ik wil er toch ook nog op wijzen dat de stap die Nederland heeft genomen of nog wil nemen met betrekking tot de afbraak van de brug, niet zomaar gebeurt. Dit is het gevolg van het beleid dat wij in België hebben gevoerd. Het is een reactie daarop. Wij dragen daarin absoluut de verantwoordelijkheid. Daarom heb ik al initiatieven genomen om een duidelijk signaal te geven. Alleen praten volstaat niet. We moeten echt een signaal geven aan Nederland, zonder dat dit hen tot iets verplicht of onder druk zet, dat wij het echt menen met de mogelijkheid om lijn 20 naar Maastricht te reactiveren. Elk initiatief daartoe zal ik uiteraard steunen.
Als er een overleg of een plaatsbezoek kan plaatsvinden, is dat voor mij ook goed. Ik steun dat absoluut. Ik ben echter verbaasd om hier partijen te horen die destijds manifest hebben gekozen om het pad van een mogelijke reactivatie van lijn 20 niet te bewandelen, maar voor een minderwaardig en veel duurder alternatief met een sneltram te kiezen en daar jarenlang manifest aan vast te houden. Nu komen zij hier vertellen dat ze grote voorstanders zijn van de reactivatie van die lijn. Ik heb zelfs het woord 'droom' gehoord. Zij hebben recent nog eenzijdige stappen, zonder verplichting voor Nederland, die door ons diplomatiek waren voorbereid, als eenzijdig en onmogelijk afgedaan. Plots spreken zij over juridische acties. Het is maar goed dat mijn stoel een degelijke armleuning heeft, anders was ik er wellicht afgevallen.
Alain Yzermans:
Ik kan kort zijn. We moeten vooruitkijken en vooruitziend zijn. Ik wil de minister en de collega’s bedanken. Net zoals in het dossier van de Einsteintelescoop, waar we de krachten bundelen, moeten we bekijken wat hier haalbaar is. U hebt zelf voorgesteld om een aantal stakeholders samen te brengen.
Mijn vraag was heel pertinent. Als we het nu niet doen, is het politiek en fysiek dood. De brug gaat weg. De beslissing van overgave aan de stad is genomen.
Ik ben verheugd over de langzame druk die u uitoefent, via diplomatieke weg en de verschillende stappen die dit jaar al zijn gezet. Laten we samen de krachten bundelen en kijken hoe ver we kunnen geraken.
Wouter Raskin:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitgebreide antwoord. Ik wil mij aansluiten bij collega Yzermans. Dat is ook het pleidooi dat ik hier al meermaals heb gehouden. Ik pleit ook voor diplomatie. Eenzijdig stappen zetten en de partner bruuskeren waarmee men hoe dan ook tot een deal zal moeten komen, lost niets op. Ik ben daar heel consequent in. Wat betreft de sneltram, dat was een slechte keuze die in het verleden is gemaakt. Ik heb mij daar altijd tegen uitgesproken en dat is vandaag niet anders. De diplomatie loopt. U hebt heel nauwgezet aangegeven welke contacten er zijn geweest en met wie u allemaal hebt gesproken of correspondentie hebt gevoerd. We hebben het gehad over de nood om dit als een pakket te zien. Ik weet dat zelfs de premier zich bezighoudt met het dossier van de IJzeren Rijn. Ik denk dat de diplomatieke weg de enige weg is en ik ben heel tevreden met uw antwoord en kijk uit naar het moment waarop we samen met al die Vlaamse, Limburgse en wie weet ook Nederlandse stakeholders kunnen samenzitten. Alleen als we samen aan tafel zitten en samen afspraken maken, zullen we dit drama kunnen voorkomen.
De gelijke behandeling bij terugbetalingen door de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Carmen Ramlot bekritiseert dat de SNCB discrimineert in remboursementsvoorwaarden tussen fysieke (guichet/automaat) en digitale tickets (niet terugbetaalbaar), wat volgens haar de gelijkheidsbeginsel ondermijnt – vooral voor plattelandsgebruikers die al kampen met slechtere treindienstverlening. Minister Crucke bevestigt het verschil, maar wijt dit aan technische frauderisico’s (bv. hergebruik QR-codes) en belooft harmonisatie tegen 2026 via een nieuw antifraudesysteem; hij ontkent verschillen in vergoedingen bij vertraging, alleen in annuleringsvoorwaarden. Ramlot noemt dit "cynisch" en stelt dat de SNCB meervoudige ongelijkheid (toegang, service, financieel) verergert, met name voor kwetsbare groepen zoals pendelaars in rurale gebieden. Crucke erkent het probleem als "relevant" maar blijft bij de technische beperkingen als tijdelijke rechtvaardiging.
Carmen Ramlot:
Monsieur le ministre, un récent article de presse souligne une inégalité de traitement entre voyageurs de la SNCB lors du remboursement de titres de transport en cas de retard, d'annulation ou de correspondance manquée.
Confirmez-vous que les règles d'indemnisation diffèrent selon le type de billet? Quelles mesures la SNCB met-elle en place pour garantir une égalité de traitement entre les voyageurs, quelle que soit la modalité d'achat ou bien la nature de leurs titres de transport?
Un mécanisme de contrôle ou de recours uniforme existe-t-il pour les usagers estimant avoir été discriminés dans le traitement de leur demande de remboursement?
Comment la Belgique veille-t-elle à ce que le règlement européen sur les droits et obligations des voyageurs ferroviaires soit pleinement d'application?
Enfin, dans une perspective d'égalité des chances, envisagez-vous d'harmoniser les conditions d'indemnisation afin de renforcer la confiance dans le service public ferroviaire, notamment pour les usagers dépendants quotidiennement du train pour se rendre au travail?
Jean-Luc Crucke:
Chère collègue, j'avoue que, dans un premier temps, j'ai eu la même réaction que vous. Cette discrimination paraît d'autant moins compréhensible que l'on veut encourager les ventes en ligne.
Cependant, ce ne sont pas les règles d'indemnisation pour retard ou annulation de trains qui sont différentes selon le type de billet. Il convient de ne pas les confondre avec les règles de remboursement qui, quant à elles, diffèrent selon le format du billet. Ainsi, un voyageur qui a acheté son ticket à un automate de vente ou à un guichet peut demander le remboursement de son ticket jusqu'à la veille de la date de début de validité ou dans les 30 minutes après l'achat. À noter que le ticket n'est pas remboursable en cas de vol ou de perte ou s'il a été obtenu via un bon de compensation, un bon d'échange ou un chèque vert.
Pour obtenir ce remboursement, le voyageur peut s'adresser au service clientèle de la SNCB ou au guichet. Par contre, les tickets achetés en ligne ou via l'application de la SNCB ne sont ni échangeables ni remboursables. Cette différence de conditions de remboursement s'explique par des raisons purement techniques, afin de limiter les risques de fraude. La SNCB analyse actuellement les possibilités techniques pour mettre en place un système pouvant contrecarrer ces risques. Dans le courant de l'année 2026, un code barres lu par l'appareil de l'accompagnateur ne pourra plus être utilisé frauduleusement.
Après la mise en place du nouveau système, les conditions de remboursement entre les différents canaux seront parfaitement alignées et votre question est, en cela, parfaitement pertinente.
Carmen Ramlot:
Merci, monsieur le ministre.
Si je comprends bien, actuellement, l'égalité des Belges devant la SNCB est un peu comme l'égalité des Belges devant la loi: tout le monde l'affirme comme un principe inviolable mais dans les faits, chacun sait que c'est, au mieux, un vœu pieux, au pire, un mensonge ou souvent un leurre.
Les exemples d'inégalité des Belges devant le rail sont hélas légion. Ils constituent une sorte de florilège des discriminations de la mobilité embarquée. Je n'en citerai pas ici par peur d'être injuste ou d'en oublier. Mais dire à un Aubangeois qu'il est l'égal d'un Anversois, ou à un Bastognard qu'il est l'égal d'un Gantois, ou à un Couvinois qu'il est l'égal d'un Liégeois devant le rail... je pense qu'ils me et vous riront au nez.
J'en profite d'être à la tribune pour rappeler que l'égalité de service et d'accès pour de nombreux Belges, en particulier pour de très nombreux Belges ruraux, sont un peu comme le paradis céleste aux mille délices promis aux croyants soumis pour qu'ils acceptent en silence, et sans broncher, leurs souffrances et sacrifices dans l'enfer sur terre. Mais si à l'inégalité d'accès et de service, on ajoute la discrimination financière, on perfectionne. C'est là que je voulais en venir aujourd'hui: on confine à du raffinement. Non bis in idem dit aussi la loi; ne pas payer deux fois pour la même chose. Il est hélas des Belges à qui la facture de l'inégalité devant le rail est présentée deux fois, si pas trois.
Je vous remercie toutefois sincèrement pour votre réponse, et j'espère que le problème sera rapidement résolu. Merci de m'avoir permis de profiter de cette tribune pour, encore une fois, prouver qu'il y a de grandes inégalités devant le rail. Je sais que le conseil d'administration de la SNCB a grand pouvoir.
Voorzitter:
De vragen nrs. 56010152C en 56010153C van mevrouw Gielis zijn omgezet in schriftelijke vragen.
De toiletten van het Leuvense treinstation
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Els Van Hoof wijst op de succesvolle renovatie van de toegankelijke nachttoiletten in station Leuven (beheerd door 2theloo), maar bekritiseert dat rolstoeltoiletten vaak ontoegankelijk zijn door technische defecten of zoekgeraakte sleutels, wat mobiliteitsbeperkten discrimineert. Minister Crucke bevestigt dat 2theloo de afspraken niet nakomt, dat de NMBS herstel en een strenge deadline eist, en dat opvolging prioriteit heeft. Van Hoof dringt aan op snelle oplossing of ingebrekestelling, benadrukkend dat betaalde diensten moeten werken en dat ontoegankelijkheid sociaal uitsluitend is. Het probleem zou ook elders kunnen spelen, maar Leuven moet eerst verholpen worden.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, in de vorige legislatuur pleitte ik voor toegankelijke toiletten die dag en nacht open zijn in het station van Leuven. In 2024 is dat werkelijkheid geworden met gerenoveerde toiletten, waar vooral ook de horeca rond het station tevreden mee was, aangezien iedereen opnieuw in het station terechtkon. Eindelijk waren er ook nachttoiletten beschikbaar. Voor personen met een verminderde mobiliteit zijn er bovendien toegankelijke voorzieningen. De uitbating gebeurt door 2theloo, dat in België een 50-tal exploitaties verzorgt.
Helaas blijkt uit een bericht dat ik ontving van een rolstoelgebruiker dat de toiletten voor personen met een handicap niet altijd toegankelijk zijn door technische defecten, maar ook doordat de sleutel zoek is, zo werd haar meegedeeld. Het komt de concessionaris toe om die problemen op te lossen, en als dat niet gebeurt, moet die in gebreke worden gesteld.
Mijnheer de minister, bent u op de hoogte van die situatie? Wat is de oorzaak ervan? Werden ondertussen al maatregelen genomen om het gebrek te verhelpen? Doet dat probleem zich ook op andere locaties voor? 2theloo heeft immers verschillende exploitaties in diverse stations. Zult u bijkomende stappen zetten?
Jean-Luc Crucke:
Mevrouw Van Hoof, het blijkt inderdaad dat de concessionaris 2theloo moeite heeft om de afspraken inzake het inclusieve en toegankelijke toilet in Leuven na te komen door technische problemen. De NMBS heeft 2theloo aangemaand om de gebreken zo snel mogelijk te verhelpen en gevraagd om een duidelijke en ambitieuze deadline voor te stellen voor het herstel.
De opvolging van die situatie blijft prioritair om de toegankelijkheid en het comfort van alle reizigers in het station van Leuven zo snel mogelijk te garanderen.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het probleem wordt erkend. Ik hoop dat het zo snel mogelijk wordt verholpen. We zullen daar zeker op toekijken. Indien er geen oplossing komt, zal er een ingebrekestelling moeten volgen. Wij betalen immers voor die service. Ik hoop dat het euvel snel wordt verholpen, want het is problematisch indien personen met een beperking vandaag met hun rolstoel niet kunnen gaan en staan waar ze willen, indien ze niet kunnen uitgaan in Leuven omdat er geen toegankelijke toiletten zijn. Dat euvel geldt niet alleen in het station, maar ook op andere plekken, maar ik hoop dat het in het station van Leuven alvast snel kan worden opgelost.
Het 'contract van de eeuw' van de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Natalie Eggermont bekritiseert dat de NMBS een groot contract (met belastinggeld) wil gunnen aan CAF, een bedrijf dat volgens de VN-lijst betrokken is bij de illegale bezetting van de Westelijke Jordaanoever—wat ze als oorlogsmisdaad en schending van de NMBS-gedragscode bestempelt—terwijl het geweld tegen Palestijnen escaleert; ze eist een grondig onderzoek en ministerieel ingrijpen. Minister Crucke stelt dat de Raad van State eerdere bezwaren verwierp, de NMBS-raad CAF om bevestiging van mensenrechtenrespect vroeg en benadrukt dat de aanbestedingsprocedure (onder NMBS-verantwoordelijkheid) moet worden gerespecteerd, zonder lokale productie als criterium. Eggermont betwist dit: de VN-lijst toont CAF’s betrokkenheid bij illegale bezetting (internationaal erkend als misdaad), en vraagt waarom de NMBS dit niet als schending ziet; ze houdt Crucke medeverantwoordelijk en dringt aan op politiek ingrijpen, ondanks de NMBS-autonomie. De kernkwestie blijft of de NMBS juridisch-moreel mag samenwerken met CAF zonder schending van eigen regels en internationaal recht, terwijl Crucke procedurele afhankelijkheid benadrukt.
Natalie Eggermont:
Collega’s, we waren aan het wachten op een besluit van de raad van bestuur van de NMBS op 5 december, maar ik heb vernomen dat het onderwerp niet werd besproken. Het is nochtans belangrijk dat we dat nauwgezet opvolgen. Ik vat het nog even samen.
De NMBS, een overheidsbedrijf, heeft beslist om een zeer groot contract toe te kennen aan het Spaanse CAF, dat betrokken is bij de illegale bezetting van de Westelijke Jordaanoever. Als federaal Parlement vertegenwoordigen we een land dat samen met andere Europese en internationale partners bevestigt dat die bezetting illegaal is en dat we alles moeten doen om die tegen te gaan.
CAF werd in september bovendien toegevoegd aan de lijst van de Verenigde Naties met bedrijven die betrokken zijn bij die illegale bezetting van de Westelijke Jordaanoever. Wanneer de NMBS een contract van een dergelijke omvang, gefinancierd met belastinggeld, aan dat bedrijf gunt, maken we ons indirect medeplichtig aan die bezetting. De NMBS heeft een eigen gedragscode waarin staat dat leveranciers de mensenrechten moeten respecteren.
Een rechtszaak heeft ertoe geleid dat de Franstalige Raad van State heeft beslist dat indien het contract effectief aan CAF wordt gegund, de NMBS een grondig onderzoek dient te voeren gelet op de verplichtingen uit de gedragscode, in het bijzonder met betrekking tot mensenrechten, waarbij rekening moet worden gehouden met de actuele situatie.
Intussen blijft het stil, al lazen we in de pers dat het contract mogelijk zou worden gesloten op de voorbije raad van bestuur. Tegelijkertijd zien we in de berichtgeving steeds meer meldingen over de huidige situatie op de Westelijke Jordaanoever. Het geweld neemt er drastisch toe. Er zijn steeds meer militaire interventies in steden en dorpen en de aanvallen door kolonisten nemen toe. We zien brandstichting van woningen, van vee, van landbouwgronden en de ontheemding van Palestijnen. Dat zijn allemaal oorlogsmisdaden. In oktober 2025 waren er meer aanvallen door kolonisten dan in alle andere maanden sinds 2006, meer dan 260 incidenten. Tegen die achtergrond zou de NMBS dan een contract toekennen aan een bedrijf dat actief betrokken is bij de illegale bezetting.
Mijnheer de minister, mijn vragen zijn dan ook heel simpel. Waar staan we momenteel? Is het door de Raad van State gevraagde onderzoek al uitgevoerd en wat is het resultaat ervan? Zult u er persoonlijk op toezien dat de gedragscode wordt nageleefd? Waarom werd het dossier niet besproken op de raad van bestuur? Wat is het verdere stappenplan? Dank u wel voor uw antwoord.
Jean-Luc Crucke:
Mevrouw Eggermont, ik heb voor u een antwoord in het Frans, omdat de tekst van uw vraag in het Frans gesteld was. Ik denk echter niet dat dat voor u een probleem is. Mijn antwoord is eigenlijk ook bijna hetzelfde als dat van 20 oktober. Ik zal u dat nu in het Frans uitleggen.
Tant dans le dossier d'Alstom que dans celui de Siemens, le Conseil d'État a rejeté tous les moyens évoqués dans les recours en suspension, sans exception. Les dossiers introduits par les quatre ONG ont été déclarés irrecevables à deux reprises. Dans l'intervalle, Alstom et Siemens ont introduit, comme vous le savez, des recours en annulation. La procédure dispose que le conseil d'administration devra en définitive prendre une décision sur l'adjudication du dossier à l'issue des négociations avec le soumissionnaire préférentiel.
Concernant l'emploi local, la SNCB ne peut favoriser une production locale ou un soumissionnaire qui garantirait, par exemple, une certaine production locale ou le développement de connaissances ou d'emplois locaux. Le lieu de production ne constitue pas un critère pertinent pour la qualité de l'offre. Les critères qui évalueraient le taux de réinvestissement dans l'économie locale ne sont pas non plus acceptables au regard des normes européennes. Selon le conseil d'administration, les offres déposées par les trois soumissionnaires mentionnent chacune, en revanche, le recours à des prestataires locaux. Le conseil a invité le soumissionnaire préférentiel à concrétiser cette piste.
Le conseil d'administration a demandé de recueillir auprès de CAF la confirmation que ses activités respectent le droit international et les droits humains.
Il va de soi que je reste en contact avec la SNCB pour tous les dossiers importants, mais j'ai indiqué, dès le début, qu'il est primordial pour moi que la procédure d'appel d'offres en cours soit respectée sous l'entière responsabilité des organes de gestion de la SNCB.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. De bedenkingen waren onontvankelijk voor de huidige beslissing van de Raad van State in april, maar voor het echt toekennen van het contract aan CAF moet er ernstig worden onderzocht of zij de gedragscode daadwerkelijk respecteren. U poneert hier nu dat de raad van bestuur van de NMBS heeft beslist dat CAF de mensenrechten niet schendt, maar ze zijn opgenomen in de lijst van de Verenigde Naties, waar staat dat ze actief betrokken zijn bij de illegale bezetting van de Palestijnse gebieden. Dat zijn oorlogsmisdaden. Dat is illegaal volgens het internationaal recht. Wij hebben dat met ons land ondertekend. Het is de beslissing van de NMBS dat dit geen schending van de mensenrechten is. Ja, dan weet ik niet meer wat men nog moet doen om de mensenrechten te schenden. Dat gaat u mij dan toch wel moeten uitleggen. U blijft ook zeggen dat het de procedure van de NMBS is, maar u bent als minister wel verantwoordelijk en bevoegd. Het is een autonoom overheidsbedrijf. Als zij een contract aangaan met een bedrijf dat betrokken is bij mensenrechtenschendingen en dus hun eigen gedragscode niet respecteren, dan kan en moet u tussenkomen.
Het veiligheidsincident met een trein in Aalter
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Dorien Cuylaerts toont een incident in Aalter – waar een trein deels voorbij het perron stopte en deuren opende, waardoor reizigers levensgevaarlijk over de sporen liepen – zorgwekkende tekortkomingen in veiligheid en communicatie, ondanks NMBS’ bewering dat de deuren direct slotten. Minister Crucke (NMBS) bevestigt dat het ging om een combinatie van menselijke fouten en technische problemen, benadrukt dat dergelijke incidenten systematisch worden onderzocht en gevolgd door correctieve maatregelen (zoals procedureherinneringen en digitale controles), en stelt dat personeel getraind is in criscommunicatie—hoewel hij het voorval betreurt. Cuylaerts erkent de evaluatie maar kritiseert dat de communicatie opnieuw tekortschoot, waardoor reizigers onveilige beslissingen namen; ze twijfelt aan de effectiviteit van NMBS’ communicatiebeloften, ondanks recente toezeggingen. Beide partijen hopen op preventie van herhaling, maar Cuylaerts bljft sceptisch over de uitvoering.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de ingediende vraag.
Mijnheer de minister, op dinsdagavond 28 oktober deed zich aan het station van Aalter een verontrustend incident voor. Een trein die er moest stoppen, reed het station gedeeltelijk voorbij, maar opende vervolgens toch de deuren. Op beelden is te zien hoe reizigers langs de sporen terug naar het station wandelen, wat een levensgevaarlijke situatie inhield.
Volgens de NMBS werden de deuren meteen gesloten zodra duidelijk werd dat een deel van de trein niet aan het perron stond, maar het blijft bijzonder zorgwekkend dat de deuren in eerste instantie konden worden geopend.
Ik heb hierover de volgende vragen:
Heeft de NMBS intussen duidelijkheid over de oorzaak van dit incident? Ging het om een menselijke fout, een technisch probleem of een combinatie van beide?
Hoe wordt er binnen de NMBS omgegaan met zulke situaties? Worden procedurefouten systematisch onderzocht en intern geëvalueerd om herhaling te voorkomen?
Hoe garandeert u dat reizigers correct geïnformeerd en begeleid worden wanneer zich dergelijke incidenten voordoen, zodat zij niet op eigen initiatief het spoor betreden?
Jean-Luc Crucke:
Geachte collega, de NMBS beschikt intussen over volledige duidelijkheid over de oorzaak van het incident. De interne analyse heeft de feitenreconstructie afgerond en aangetoond dat het om een combinatie van menselijke fouten en een technisch element ging. Die combinatie heeft geleid tot een onvoorziene stop voorbij het perron en tot een onveilige situatie voor de reizigers. Alle betrokken elementen zijn duidelijk geïdentificeerd en gedocumenteerd in het interne onderzoek.
Binnen de NMBS worden situaties van die aard steeds volgens een gestructureerde en systematische methodologie behandeld. Bij elk veiligheidsrelevant incident worden er onmiddellijke maatregelen getroffen voor de duur van het onderzoek, gevolgd door een feitelijke analyse op basis van technische gegevens, verklaringen en registraties. Vervolgens wordt nagegaan of de operationele procedures correct werden nageleefd. Wanneer er tekortkomingen worden vastgesteld, worden passende correctieve maatregelen opgelegd.
Daarnaast worden structurele en preventieve acties ondernomen om herhaling te voorkomen, zoals procedureherinneringen, controles met het gebruik van digitale tools en gerichte technische opvolging. Op die manier leidt elk incident tot een grondige interne evaluatie en concrete verbeteracties.
Tot slot hecht de NMBS groot belang aan correcte informatie en begeleiding van de reizigers wanneer er zich een incident voordoet. Het treinpersoneel wordt daarvoor specifiek opgeleid. Deze opleidingen omvatten onder meer het duidelijk en gestructureerd informeren van reizigers, het begeleiden en oriënteren met het oog op hun veiligheid, het beheren van verstoorde situaties volgens de geldende procedures en het aanpassen van de communicatie wanneer snelle en gecoördineerde actie vereist is.
Die competenties, opgenomen in zowel de initiële als de permanente opleidingen, moeten garanderen dat reizigers adequaat en veilig worden begeleid en geen gevaarlijke initiatieven nemen.
Ik betreur vanzelfsprekend het incident, dat zonder ongelukken is afgelopen. Ik kan echter alleen de kwaliteit van het werk van de NMBS benadrukken met betrekking tot dergelijke incidenten, die niet zonder gevolgen blijven. Ze worden gedocumenteerd en de nodige acties worden ondernomen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, het is goed dat er een grondige evaluatie van het voorval is gemaakt. Menselijke fouten kunnen altijd gebeuren. We werken met mensen, we blijven mensen en we zijn nog altijd geen robots, dat is zeker te begrijpen. Wel was er opnieuw een probleem met de communicatie. Er wordt wel naar verwezen, maar ook bij dit incident bleef de communicatie te lang achterwege, waardoor passagiers zelf beslissingen namen, die in dit geval niet de slimste waren. Bij noodsituaties - en als burgemeester heb ik daar enige ervaring mee - is communicatie zeer belangrijk. Er bestaan procedures die uitgerold moeten worden. Zeker wanneer er passagiers of reizigers bij betrokken zijn, moet er korter op de bal worden gespeeld met betrekking tot communicatie. Onlangs werden we allemaal uitgenodigd bij de NMBS. Er werd heel duidelijk meegegeven dat zij inzet op communicatie, maar toch heb ik het gevoel dat er af en toe nog wat aan schort. Ik ben blij dat in dezen de evaluatie al grondig gebeurd is. Ik hoop dat dergelijke incidenten zich niet meer voordoen.
De tegen de spoorwegdirecties aangespannen processen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Farah Jacquet bekritiseert dat HR Rail en Infrabel herhaaldelijk vonnissen verliezen over niet-uitbetaalde toeslagen (zo’n 20 zaken lopende) en wijst op 1 miljoen euro aan advocatenkosten (betaald met publiek geld) voor verdediging van "illegale beslissingen", waarbij een derde van de vonnissen tegen de spoorbedrijven uitvalt. Ze eist transparantie over proceskosten en dat de directies en CEO’s strenger worden aangepakt voor wettenschendingen. Minister Crucke (ex-advocaat) benadrukt dat spoorbedrijven zich aan vonnissen houden en stelt dat twee derde van de zaken in hun voordeel wordt beslist, maar erkent dat recente arbeidsrechtelijke vonnissen (steeds in het voordeel van werknemers) hem noopten tot hernieuwde garantievragen aan HR Rail, Infrabel en SNCB over naleving. Hij belooft toezicht en eventueel extern juridisch advies, maar ontwijkt concrete sancties of kostentransparantie. Jacquet blijft kritisch: ze noemt het onaanvaardbaar dat de collectiviteit opdraait voor "foutieve directiebeslissingen" en dringt aan op absolute wettelijke naleving, zonder duidelijkheid of Crucke daadwerkelijk dwingende maatregelen zal nemen.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, nous apprenons qu’un jugement supplémentaire vient tout récemment d'être rendu en défaveur d'HR Rail et Infrabel concernant le non-octroi des suppléments de traitement prévus par la réglementation. Une vingtaine de jugements devraient d’ailleurs prochainement être prononcés pour le même motif. Que comptez-vous faire pour qu’HR Rail et Infrabel se conforment enfin à la législation?
Avez-vous finalement contacté le CEO d’Infrabel pour que cessent enfin les procès intentés contre HR Rail et Infrabel? Quelle a été la réponse du CEO?
Nous apprenons également que le cabinet d’avocats d'HR Rail et Infrabel qui est en charge des actions relatives aux suppléments de traitement aurait facturé près d’un million d’euros pour ses prestations à l’entreprise publique durant ces trois dernières années. Ce montant est-il exact?
Combien de procès intentés par les travailleurs ont-ils débouché sur la mise en cause des entreprises du groupe SNCB depuis 2023? Pour quel coût au niveau des frais d’avocat?
Jean-Luc Crucke:
Madame Jacquet, les entreprises ferroviaires s'attachent à tout mettre en œuvre pour respecter les législations qui leur sont applicables. Bien évidemment, chaque citoyen, chaque membre du personnel des chemins de fer est en droit de solliciter les cours et tribunaux s'il estime qu'il doit faire reconnaître ses droits. Il n'appartient pas aux chemins de fer d'interférer dans le droit fondamental dont chaque citoyen dispose de porter un litige, un différend devant le pouvoir judiciaire. Ce n'est pas l'avocat que j'ai été pendant 35 ans qui va dire le contraire.
Par ailleurs, les chemins de fer respectent les décisions de justice qui leur sont signifiées. Comme déjà communiqué en réponse à une question précédente, en moyenne, sous les cinq dernières années, le nombre de procédures où les chemins de fer étaient en litige avec des membres du personnel sur lesquelles le pouvoir judiciaire a été appelé à se prononcer est d'un peu plus d'une quinzaine par an. Cette tendance est assez linéaire sur cette période. Dans un peu plus de deux tiers des cas, le chemin de fer a eu gain de cause.
Pour le surplus, HR Rail ne tient pas de détails des frais d'avocat. Ceux-ci sont de natures diverses (études, conseils, recours et analyses diverses). Pour les recours intentés à son encontre, il est fait appel à un avocat en respect d'un contrat-cadre, conformément aux procédures internes.
Je vous confirme avoir reçu des assurances de la part de HR Rail, d'Infrabel et de la SNCB, que leurs pratiques respectent la réglementation en vigueur. Toutefois, les derniers jugements rendus par les tribunaux du travail, qui ont systématiquement donné raison aux agents, m'ont conduit à écrire à nouveau aux trois entités, afin qu'elles m'apportent toutes les garanties que toutes les mesures sont prises pour respecter la réglementation en vigueur et qu'elles m'exposent les changements et les actions concrètes qu'elles comptent mettre en œuvre pour tenir compte de ces décisions. Je veux qu'elles puissent me donner toutes les garanties que la loi et les réglementations qui s'appliquent sont bien respectées. J'y veillerai, vous pouvez compter sur moi. Au besoin, je solliciterai un avis extérieur sur le plan juridique.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. On apprend qu'on est quand même à un million d'euros de frais d'avocat pour Infrabel ces dernières années, c'est-à-dire que la collectivité paie pour défendre des décisions illégales venant des directions. Heureusement que les travailleurs sont là pour pointer les irrégularités des directions, puisqu'un tiers des décisions vont à l'encontre des directions. On aurait bien aimé connaître également le coût précis des différentes actions en justice, mais Infrabel avait refusé de vous les donner à la suite de nos différentes questions écrites. Je ne dispose toujours pas de l'information. Imposerez-vous une transparence à ce niveau-là? Alors, monsieur le ministre, je vous le redemande, pouvez-vous vous assurer que plus aucune décision ne sera contraire à la législation? Il est temps que les directions et les CEOs concernés soient remis à l'ordre. Ils ne sont pas au-dessus des lois.
Het nieuwe treinstation aan Pairi Daiza
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Frank Troosters vraagt bevestiging dat Infrabel en NMBS samen 4,4 miljoen euro (van 4,8 miljoen) investeren in de herinrichting van station Cambron-Casteau—met verplaatste, verlengde perrons en een onderdoorgang—en of de Waalse overheid bijdraagt, gezien de federale financiering. Volgens minister Jean-Luc Crucke draagt Pairi Daiza 400.000 euro bij (exclusief 10 miljoen voor een tweede ingang), terwijl Wallonië 14 miljoen steekt in wegmobiliteit rond het park; hij benadrukt dat het project—ontstaan na afwijzing van duurdere opties (zoals een tgv-halte)—zachte mobiliteit moet stimuleren, aangezien nu slechts 3% van de bezoekers met de trein komt (doel: 10%). Crucke stelt dat geen kosten-batenanalyse werd gemaakt, maar dat de gekozen oplossing veiliger, sneller en haalbaarder was.
Frank Troosters:
Het station van Cambron-Casteau, op de lijn tussen Aat en Jurbeke, zal volledig heringericht worden. Opvallend daarbij is dat de perrons 320 meter worden verplaatst richting Jurbeke, meer bepaald naar het dierenpark Pairi Daiza. De perrons worden ook met ca. 20 meter verlengd zodat meer reizigers zouden kunnen verwelkomd worden. Onderling zullen de perrons verbonden worden met een onderdoorgang van 3 meter breed en 2,5 meter hoog.
De totale kostprijs voor de spoorwerken die zullen worden uitgevoerd bedraagt 4,8 miljoen euro. Hiervan zal 2,6 miljoen euro worden geïnvesteerd door Infrabel, 1,8 miljoen euro door de NMBS en Pairi Daiza zal zelf 400.000 euro bijdragen.
Kan de minister bevestigen dat beide spoorbedrijven samen maar liefst 4,4 miljoen euro zullen bijdragen aan dit project?
Kan de minister aangeven of er een financiële bijdrage van de Waalse overheid voor dit project zal zijn? Zo ja, hoeveel? Zo neen, waarom is dit niet het geval en dient de bijna volledige kostprijs door de federale overheid gedragen te worden?
Werd er voorafgaand aan de opstart van dit project een kosten-baten analyse of een andere studie, onderzoek of analyse uitgevoerd? Zo ja, welke aspecten kwamen aan bod en wat was de conclusie? Zo neen, waarom niet?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, vandaag komt minder dan 3 % van de bezoekers van Pairi Daiza met de trein. Dat heeft niets te maken met het beschikbare aantal zitplaatsen in de treinen. Op weekenddagen stoppen hier 32 moderne treinen en 6 extra treinen tijdens het hoogseizoen. Elke dag zouden meer dan 1.200 extra bezoekers met de trein naar Cambron-Casteau kunnen komen, wat het aandeel bezoekers dat met de trein komt op 10 % zou brengen. Daarom was het nodig het traject tussen het station en het park te verkorten en daarbij ook mensen met een beperkte mobiliteit en gezinnen met kinderen niet uit het oog te verliezen.
Dit project is een mooi voorbeeld van hoe publieke en private spelers door samen te werken een project kunnen realiseren dat de zachte mobiliteit ten goede komt. De spoorwegwerken vertegenwoordigen een budget van 4,8 miljoen euro. 2,6 miljoen euro wordt door Infrabel geïnvesteerd in de ruwbouw voor de verplaatsing van de perrons en nieuwe gangen onder de sporen. 1,8 miljoen euro wordt door de NMBS gedragen, voor alle uitrusting. Pairi Daiza investeert 400.000 euro, zonder de 10 miljoen euro mee te tellen die het park heeft begroot voor de bouw van zijn tweede ingang.
De Waalse regering neemt niet financieel deel in het spoorwegproject. Het is een federale bevoegdheid. Het Waalse Gewest investeert wel meer dan 14 miljoen euro om de mobiliteit op de wegen rond het park te verbeteren.
Infrabel werd gevraagd zijn expertise in te zetten om het park te begeleiden bij de implementatie van efficiënte en snelle oplossingen voor de welbekende toegangsproblemen. De infrastructuurbeheerder heeft verschillende opties onderzocht, zoals de aanleg van een nieuwe tgv-halte, de aanleg van een verbindingsbocht tussen lijn 94 en lijn 90C en de aanleg van een aansluiting voor een kleine stoomtrein die het park met het station van Cambron-Casteau zou verbinden. Deze opties bleken duur en problematisch op het vlak van capaciteit en veiligheid, met complexe gevolgen voor het beheer van de bezoekersstromen.
Na een reeks productieve discussies werd een veelbelovend alternatief project ontwikkeld. De herinrichting van het station van Cambron-Casteau en de aanleg van een tweede ingang van Pairi Daiza bleek zowel financieel redelijk snel realiseerbaar als veiliger.
Frank Troosters:
Dank u wel, mijnheer de minister.
Het openen van een veiligheidspunt aan het station van Sint-Truiden
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Frank Troosters vraagt om verduidelijking over het veiligheidspunt in station Sint-Truiden, waaronder de bemanningstijden (niet permanent), de toegankelijkheid voor slachtoffers (niet mogelijk voor klachten) en de kosten (minimale vergoeding door NMBS). Minister Crucke bevestigt dat Securail en politie strategisch aanwezig zijn (tot eind 2025 verhoogd op vraag van de stad), maar benadrukt dat het lokaal uitsluitend als werkruimte dient, met meldingen via 101 of NMBS-noodnummer. Hij pleit voor een nationaal kader met lokale aanpassingen en noemt preventieve maatregelen (camera’s, verlichting, sensibilisering) als aanvullende oplossingen. Troosters reageert neutraal en belooft het antwoord nader te bestuderen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
De gemeente Sint-Truiden opende op 12 november een veiligheidspunt in het station om het onveiligheidsgevoel in de stationsbuurt aan te pakken.
Dit veiligheidspunt is in samenspraak met het lokale gemeentebestuur en de NMBS tot stand gekomen, waarbij de NMBS in haar station een lokaal van 10 vierkante meter voorziet voor de lokale politie, de gemeenschapswachten en veiligheidsdiensten zoals Securail. Voornoemde partners kunnen deze ruimte gebruiken om bijvoorbeeld discrete controles uit te voeren.
Kan de minister bevestigen dat het voornoemde lokaal niet permanent zal bemand worden? Op welke tijdstippen en voor hoe lang zullen veiligheidsagenten van Securail aanwezig zijn?
Klopt het dat burgers die in/aan het station van Sint-Truiden het slachtoffer werden van een misdrijf zich niet in het veiligheidspunt zelf kunnen aanbieden met het oog op het indienen van een klacht? Kan de NMBS een rol spelen om dit proces gemakkelijker te laten verlopen?
Werd er vanwege de stad Sint-Truiden bij de NMBS aangedrongen op een verhoogde aanwezigheid van Securail-agenten in/aan het station van Sint-Truiden? Zo ja, met welk resultaat?
Welk kostenelement is aan deze operatie verbonden? Werd het bewuste lokaal gratis ter beschikking gesteld? Zo ja, waarom? Zo neen, tegen welke vergoeding en wie zal deze kosten voor zijn rekening nemen?
Overweegt u een nationaal kader of richtlijnen voor veiligheidspunten in risicostations?
Welke andere initiatieven zouden volgens u het veiligheidsgevoel in de stations kunnen verhogen en zijn er reeds initiatieven lopende?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, het is cruciaal dat de partijen hun verantwoordelijkheid opnemen op het vlak van de veiligheid in en rond de stations. Elke partner heeft daarbij een eigen opdracht.
Het veiligheidspunt in het station van Sint-Truiden wordt niet permanent bemand. Zowel de lokale politie als Securail zullen op strategische momenten aanwezig zijn in en rond het station. De aanwezigheid van Securail wordt er wekelijks gepland op basis van de operationele noden en gedeeld met de politie om een maximale aanwezigheid van veiligheidsactoren na te streven.
Op vraag van de stad Sint-Truiden zal Securail tot eind 2025 meer dan gewoonlijk aanwezig zijn in het station. Die inzet wordt regelmatig geëvalueerd en bijgestuurd in overleg met alle betrokken partners. Het lokaal wordt door de NMBS ter beschikking gesteld tegen een minimale vergoeding.
Het veiligheidspunt is geen politiepost en is niet publiek toegankelijk. Het dient als werkruimte voor de veiligheidsactoren om discreet controles te kunnen uitvoeren. In geval van nood blijven de klassieke meldingskanalen van kracht, zoals het noodnummer 101 of het aanspreken van het aanwezige stations- of politiepersoneel. Die informatie staat duidelijk vermeld op de raamsticker van het lokaal, samen met de contactgegevens van de partners en het gratis noodnummer 0800/30 230 van het Security Operations Center van de NMBS.
Het veiligheidspunt kadert in de samenwerking met lokale veiligheidsactoren om de objectieve en subjectieve veiligheid in en rond stations te verbeteren. Het initiatief past binnen een bredere visie op preventie, veiligheid en samenwerking tussen verschillende diensten. In de verschillende stations kunnen de noden op het vlak van veiligheid anders liggen. Daarnaast zijn ook de mogelijkheden op het vlak van lokalen in elk station verschillend. Toch zou het goed zijn om te streven naar een algemene uniforme strategie voor de organisatie van veiligheidspunten in verschillende stations, met ruimte voor lokale accenten, afhankelijk van specifieke problematieken.
Het veiligheidspunt in Sint-Truiden is een voorbeeld van hoe lokale samenwerking kan bijdragen aan een geïntegreerde aanpak van veiligheid.
Naast de aanwezigheid van Securail en de samenwerking met politie en lokale partners neemt de NMBS via haar Corporate Security Services diverse initiatieven en projecten om zowel de objectieve als subjectieve veiligheid van reizigers en personeel te verhogen.
Dat gebeurt in nauwe samenwerking met federale en lokale partners en omvat onder meer preventie, preventieve patrouilles en infrastructurele aanpassingen, zoals verbeterde verlichting, het vermijden van dode hoeken en camerabewaking, waarvan de beelden sinds kort ook rechtstreeks door de lokale politiezone kunnen worden bekeken. Er worden eveneens sensibiliseringscampagnes opgezet en gedragsturende maatregelen genomen, bijvoorbeeld de aankleding van de ruimtes en het gebruik van specifieke bestickering, evenals gerichte acties in risicostations.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, dank voor uw zeer uitgebreide antwoord. Het was een hele boterham. Ik zal het zeker opnieuw beluisteren.
Consultancy bij de NMBS en Infrabel
De consultancykosten bij het spoor
Adviesdiensten voor spoorwegbeheer en -infrastructuur
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Cour des comptes bekritiseert het structureel misbruik van externe consultancy (€2,5 mjd bij 137 federale instellingen, met SNCB (€465 mln) en Infrabel (€320 mln) als grootste verbruikers), door gebrek aan centralisatie, onvoldoende rechtvaardiging en schendingen van aanbestedingsregels. Legasse en Jacquet (oppositie) beschuldigen de spoorbedrijven van verspilling (o.a. langdurige contracten zoals een Belg in de VS sinds 2015), gebrek aan kost-batenanalyses en onwil om expertise te internaliseren, ondanks een krappe IT-arbeidsmarkt waar profielen blijkbaar wel beschikbaar zijn maar niet in vaste dienst worden genomen. Minister Crucke erkent de hoge uitgaven (SNCB: €200 mln in 2025; Infrabel: €65 mln) maar verdedigt het selectieve gebruik voor specialistische IT-projecten (bv. digitalisering, scheiding SNCB-Infrabel) en wijst op stijgende interne capaciteit (YPTO-groei van 229 naar 434 FTE). Hij eist wel verdere vermindering (brief aan CEO’s), maar beklemtoont hun autonomie en beperkte ministeriële controle. Kritiekpunten: Infrabel reageert onbevredigend, en internalisering blijft trage ondanks dalende consultancybudgetten (-1,8%/jaar). Legasse bestrijdt Cruckes relativering ("consultancy is geen last voor spoorwegpersoneel") en dringt aan op maandelijkse druk op CEO’s, gezien de "exorbitante" bedragen. Jacquet noemt de voorziene besparing (1,8%) "lacherig" en eist drastische inkrimping (alleen nog essentiële consultancy), systematische evaluatie en volledige uitvoering van de aanbevelingen van de Cour des comptes, met name kost-transparantie en internaliseringsplannen. Hoofdconflict: politieke wil vs. bedrijfsautonomie – de oppositie eist harde afdwingbare doelen, terwijl de minister afhankelijk is van vrijwillige gehoorzaamheid van de spoorbedrijven.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, dans un rapport récent, la Cour des comptes dresse un inventaire des dépenses de consultance des institutions fédérales, regrettant qu'il n'y ait pas d'inventaire centralisé, fiable et exhaustif de ces missions de consultance.
La Cour a procédé à son propre recensement dans 137 organisations fédérales. Elle a étudié 101 contrats de marché public pour un montant de l'ordre de 2,5 milliards d'euros, et elle a constaté des manquements structurels à la réglementation des marchés. Le recours à des missions de consultance était souvent insuffisamment justifié.
La Cour des comptes a constaté que ce sont la SNCB et Infrabel qui ont mobilisé les montants les plus importants: quelque 465 millions pour la première et près de 320 millions pour la seconde. Le gouvernement actuel entend, conformément à l'accord gouvernemental, supprimer autant que faire se peut le recours à la consultance extérieure.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous dire si, aujourd'hui, la SNCB et Infrabel continuent à recourir à la consultance extérieure? Vous semblez déjà me le confirmer avec vos yeux. Si oui, dans quels domaines et pour quels montants? Quels sont les objectifs que vous avez fixés pour 2025 et 2026?
N'y a-t-il pas dans nos institutions fédérales des personnes suffisamment compétentes pour aider ces deux entreprises et d'autres organisations à trouver des solutions à leurs problématiques sans recourir à la consultance? Apparemment, ce sont souvent des problèmes de développement IT qui poussent les organisations fédérales à appeler à la consultance, à appeler à l'aide. Cela signifie-t-il qu'elles sont incapables d'attirer les profils nécessaires à leur développement? Quelles en seraient les raisons?
Farah Jacquet:
Dans l’article de Médor du 7 mars 2024, nous apprenons qu’Infrabel travaille, via la consultance, avec un Belge vivant dans le Vermont pour la gestion des plannings et des mises hors service des voies, et ce depuis au moins 2015.
Mes questions sont donc simples: cette personne est-elle toujours consultante chez Infrabel? Si oui, après 10 ans de consultance, a-t-il été envisagé de réinternaliser cette fonction?
De quelles façons les contrats de consultance sont-ils octroyés ou renouvelés? Pouvez-vous nous détailler la procédure suivie par nos entreprises du rail?
Suite à la parution du rapport de la Cour des comptes, comment expliquez-vous que les directions du rail ne justifient pas ce recours à la consultance et qu’on ne mesure même pas les avantages que pourrait comporter la consultance par rapport à l’utilisation du personnel interne ou à de nouvelles embauches? Allez-vous désormais exiger qu’une analyse "coûts-bénéfices" soit intégrée dans chaque contrat de consultance, avec la possibilité d’internaliser les missions au regard des résultats de cette analyse? Allez-vous également exiger que ces missions soient régulièrement évaluées dans le but, notamment, d’envisager la possibilité de réinternaliser certaines d’entre elles?
Globalement, qu'allez-vous exiger des entreprises du rail à la suite de la parution du rapport de la Cour des comptes, notamment lorsqu’elle pointe l’absence d’une définition claire de la consultance et le fait que des marchés publics ne sont pas réalisés lors de l’attribution de telles missions? Quelles initiatives comptez-vous prendre, notamment concernant les différentes recommandations mentionnées dans le rapport?
Comme je vous l'ai dit lors de ma dernière intervention en plénière, si les frais de consultance révélés par la Cour des comptes restent inchangés, et si l’on y ajoute les diminutions prévues de 1,8 % par an grâce à notre pression, la SNCB et Infrabel dépenseront plus d’un milliard d’euros en consultance au cours de votre législature, principalement au profit de multinationales telles que McKinsey ou le Boston Consulting Group. À l’heure des économies à tout-va, allez-vous diminuer massivement la consultance, la limiter là où elle est réellement indispensable et cesser de faire porter le poids de votre politique sur le dos des cheminots?
Jean-Luc Crucke:
Merci, chers collègues. La SNCB a participé en toute transparence à l'élaboration de l'audit mené par la Cour des comptes concernant le recours à la consultance (consultance en organisation, consultance juridique et, ceci a son importance, consultance IT) par des organismes fédéraux au cours de la période 2020-2022 et a donc fourni toutes les informations demandées par la Cour. Vous pourrez retrouver cela textuellement dans le rapport. La numérisation est cruciale pour la SNCB afin d'atteindre ses objectifs prioritaires, qu'il s'agisse de répondre à l'évolution des services aux voyageurs ou de devenir plus compétitive, plus efficace et plus flexible.
Comme vous le savez, les dépenses en consultance IT de la SNCB concernent, pour la majeure partie, les missions confiées à sa filiale YPTO. La SNCB considère que l'intégralité des prestations d'YPTO – on parle de 300 millions – pouvait être qualifiée de " in house ", échappant ainsi au champ d'application de la consultance externe, et non seulement les prestations du personnel interne d'YPTO (104 millions). En réalité, il reste donc une grande partie de consultance accomplie par le biais des marchés publics lancés par YPTO. Je partage plutôt la lecture de la Cour des comptes à ce sujet.
Ainsi, pour la période 2020-2022, les 104 millions d'euros de consultance " in-house " recouvrent en réalité les prestations effectuées par le personnel interne de la filiale YPTO. La SNCB dispose de nombreux collaborateurs informatiques internes via celle-ci. Leur proportion a fortement augmenté ces dernières années: de 2020 à 2024, le nombre d'équivalents temps plein est passé de 229 à 391,3. Fin octobre 2025, la filiale comptait 434 équivalents temps plein. Des recrutements sont encore prévus, d'une part, pour pallier des départs et, d'autre part, pour renforcer encore les équipes à plus long terme.
Par ailleurs, pour certains projets nécessitant une expertise très spécifique et/ou pour des besoins ponctuels non structurels pour lesquels le recrutement de profils internes n'est pas le plus opportun et parfois même très difficile, il est efficace de recourir à la consultance externe. En outre, comme d'autres entreprises, la SNCB est confrontée à la réalité du marché du travail. Des profils informatiques, comme vous le savez, sont souvent recherchés et souhaitent principalement travailler en tant qu'indépendants. Le marché du travail belge ne fait pas exception à cette tendance. Donc, oui, il est parfois difficile d'internaliser l'expertise via des CDI.
Durant la période 2020-2024, les 360 millions de contrats de marchés publics recouvrent les prestations des partenaires IT choisis en fonction des besoins spécifiques liés aux grands projets. Il s'agit, entre autres, du marché pluriannuel attribué en 2018 à Data Consulting Services pour l'outsourcing des opérations IT et le développement applicatif mis en place dans le contexte de la séparation des systèmes de réseaux entre la SNCB et Infrabel. Ensuite, il s'agit d'appels à des prestations en régie (IT technique). Ces prestations sont assurées par une série de petites sociétés.
Dans les prochaines années, le taux de couverture des contrats de services va encore croître et une part de l'utilisation externe en régie va subsister pour des besoins spécifiques. Le budget de la SNCB relatif à l'ensemble de la consultance s'élève en 2025 à 200 millions, prestations IT comprises et à 14,16 millions hors prestations IT.
Concernant Infrabel, il applique une gouvernance renforcée, limitation de la durée et du montant des missions, regroupement des profils pour optimiser les coûts et recrutement interne. Chaque mission fait l'objet d'une évaluation régulière. La réinternisation est privilégiée dès que possible mais le recours à la consultance reste indispensable pour les expertises spécifiques ou en tension sur le marché de l'emploi. Le gestionnaire d'infrastructures continue donc à recourir à la construction extérieure, principalement dans les domaines de l'ICT, c'est- à -dire les technologies de l'information, du conseil stratégique, de l'organisation et du juridique.
Cette démarche est encadrée par des procédures de marché public et fait l'objet d'un contrôle strict. En effet, les prix des consultants sont conformes au marché encadré par les procédures de marché public. Les missions sont attribuées après mise en concurrence, selon des critères choisis, conformité règlementaire, compétence, prix. Infrabel affirme donc respecter scrupuleusement la législation et les règles de marché public pour toutes les missions de consultance.
L'entreprise poursuit ses efforts pour rencontrer en transparence l'efficacité et la traçabilité des missions confiées. Par exemple, pour l'exercice 2024, l'Infrabel a eu recours à 652 marchés de consultance pour un montant total de 82 millions d'euros, dont les principaux postes sont les soutiens à l'implémentation du plan stratégique, l'exploitation des datacenters et les consultants ICT. Pour 2025, le montant est de 65 millions d'euros pour 625 marchés avec des objectifs de stabilisation et d'optimisation des coûts tout en renforçant l'activité interne et la gouvernance. De plus, l'entreprise veille à ce que le recours à la consultance ne pèse pas sur le personnel interne mais vienne en appui pour garantir la continuité et la performance du réseau.
Infrabel reconnaît la compétence de tous ses collaborateurs et s'efforce d'internaliser autant que possible les expertises nécessaires. Depuis 2020, plusieurs mesures ont été prises pour renforcer les compétences internes, notamment le recrutement de plus de 80 spécialistes IT en 2024; la limitation de la durée du montant d'émission de consultance et le regroupement de profils pour optimiser les coûts.
Les chiffres montrent une diminution constante des montants alloués à la consultance depuis 2021 malgré une légère hausse du nombre des contrats.
Concernant la SNCB, elle me dit évaluer et améliorer de manière structurée ses processus, ses validations des besoins et d'attributions des marchés publics en tenant compte notamment de l'évolution de la législation sur les marchés publics.
La SNCB dispose à ce jour d'une définition claire de la notion de consultance, ce qui permet de déterminer précisément les missions des prestataires externes et la nécessité de recourir à ceux-ci. La SNCB dispose également depuis 2023 d'un inventaire exhaustif et centralisé des prestations de consultance. Avec cet inventaire, la SNCB assure un suivi précis des prestations en cours.
Concernant le recours à la consultance IT par Infrabel, il s'explique principalement par la rareté des profils spécialisés sur le marché et la nécessité d'assurer la continuité des activités dans un contexte de digitalisation croissante. Infrabel met en œuvre des actions ciblées pour renforcer son attractivité: des stages, job fairs, partenariats avec des jeunes diplômés; et stabiliser le recours à la consultance. Malgré un marché du travail très tendu et de nombreux départs naturels, l'entreprise parvient à maintenir un niveau de compétence interne élevé.
La réalité est donc un peu plus nuancée qu'on peut le suggérer. Même s'il est manifestement faux de prétendre que le recours à la consultance fait porter un fardeau aux cheminots, et malgré les indéniables progrès que les deux entreprises ont fait, comme je l'ai dit, dans la gouvernance et le suivi de la consultance, je suis d'accord que le recours à la consultance reste élevé et qu'il faudra plus de rigueur. C'est la raison pour laquelle j'ai adressé fin novembre une lettre aux deux CEOs demandant de diminuer les dépenses de consultance en 2026.
Entre temps, nous venons de recevoir une lettre de la part d'Infrabel qui ne répond pas de manière satisfaisante à cette demande. J'envisage donc de réaborder la question avec le CEO d'Infrabel. Cependant, Infrabel et la SNCB n'étant pas des parastataux, mais des entreprises autonomes, je peux leur donner des orientations, mais non pas, comme vous le savez en tant que ministre, aller dans le détail de l'implémentation de ces économies, ni me substituer au management dans le choix des projets.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, "manifestement, la consultance est un fardeau pour les cheminots". Ce sont vos mots, je ne fais que les reprendre. Ce sont les mots que vous avez vous-même repris, mais vous sembliez y adhérer.
Je vous entends: les CEO ont leur autonomie. Il s'agit de sociétés autonomes. Vous avez écrit, vous allez réécrire et vous allez insister. Il va falloir insister lourdement, parce que les chiffres sont révélateurs et ils sont vraiment importants.
La pénurie du marché du travail dans certains secteurs ne peut justifier un tel excès. Il est encore heureux qu'ils aient répondu à la Cour des comptes de manière exhaustive et qu'ils se soient prêtés au jeu. Mais le fait qu'ils l'aient fait ne réduit pas les chiffres qui sont vraiment impressionnants.
Je fais le lien avec Ypto et avec la question de M. Troosters concernant Ypto. Parce que là, concernant le CEO d'Ypto… – d'ailleurs il est parti – on n'en sait pas plus et on n'en saura pas plus. C'est la conclusion.
Je vous invite à insister, à réécrire chaque mois aux CEOs d'INFRABEL et de la SNCB si nécessaire, parce que les chiffres sont vraiment, vraiment exorbitants. A priori , ce ne sont pas systématiquement des travailleurs belges qui travaillent dans ces sociétés de consultance. Ici, en l'occurrence, ce sont des travailleurs belges. La pénurie n'est pas à ce point problématique puisqu'ils existent. Il faudrait donc les engager dans nos sociétés. Je vous remercie.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, vous l'aviez déjà dit, mais grâce au fait qu'on a insisté plusieurs fois sur le sujet, les frais de consultances vont diminuer de 1,8% sous votre législature. Je tenais à souligner l'avancée. Vous vous rendez bien compte que c'est quand même largement insuffisant. Sous votre législature, malgré la baisse prévue, un milliard d'euros seront dépensés dans des multinationales comme Boston Consulting ou McKinsey. Oui, un milliard d'euros! C'est ce que nous avons calculé. Pour quoi? Les dépenses sont principalement faites dans l'informatique, mais également dans des conseils en fiscalité, stratégie, management, des domaines qui sont très sensibles et qui ne devraient pas être cogérés avec le privé, nous semble-t-il. J'entends néanmoins que vous avez demandé à la SNCB d'accélérer ses efforts pour diminuer les coûts. C'est bien, mais à quelle hauteur? Quant à INFRABEL, ils ne répondent pas. Quand comptez-vous réaborder cette question? Pour quel objectif? Nous reviendrons vers vous, c'est certain. Nous aimerions que vous réduisiez drastiquement les frais de consultance et les mainteniez uniquement pour ce qui est indispensable. Si vous le faites (parce que vous avez déjà demandé 1,8% en moins, ce qui signifie que c'est faisable et réaliste), nous serons d'accord avec vous. Ainsi, nous pouvons aussi être en accord sur certains points. On vous demandera aussi d'évaluer chaque mission de consultance et d'envisager sérieusement l'internalisation de ces missions. Nous vous demandons également de suivre les recommandations de la Cour des comptes.
De plaatsing van camera's aan de spooroverwegen in Heusden-Zolder door Infrabel
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Frank Troosters vraagt waarom Infrabel specifiek in Heusden-Zolder mobiele camera’s inzet voor verkeerstellingen aan spooroverwegen, of dit kadert in mogelijke sluitingsplannen, en of de gemeente werd geraadpleegd. Jean-Luc Crucke (Infrabel) stelt dat de tellingen landelijk gebeuren op geschikte locaties, zonder diepgaand overleg met gemeenten, en dat de data enkel dienen voor een risicomodel om veiligheidsmaatregelen prioriteit te geven; resultaten zijn op aanvraag beschikbaar. Volgens Crucke waren er in 2024 geen incidenten in Heusden-Zolder, en prijst hij de doelgerichte veiligheidsinvesteringen. Troosters aanvaardt het antwoord zonder verdere reactie.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Infrabel plaatst de komende weken tijdelijke mobiele camera's aan verschillende spooroverwegen in Heusden-Zolder. Het gaat niet om snelheidscontroles of boetes, maar om tellingen. Volgens Infrabel helpen de beelden om “het aantal voetgangers, fietsers en voertuigen nauwkeurig in kaart te brengen", zodat het veiligheidsrisico van elke overweg beter kan worden ingeschat.
Om welke redenen werden specifiek de spooroverwegen in Heusden-Zolder uitgekozen voor het uitvoeren van tellingen met behulp van mobiele camera's?
Heeft er voorafgaandelijk overleg met de gemeente Heusden-Zolder plaatsgevonden? Zo ja, wat was de inhoud van dat overleg? Zo neen, waarom niet?
Kadert het uitvoeren van deze tellingen binnen een project waarbij mogelijk één of meerdere spooroverwegen in Heusden-Zolder in de toekomst zullen afgesloten worden? Zal desgevallend voorafgaandelijk overleg met de gemeente Heusden-Zolder plaatsvinden?
Zullen de resultaten van de metingen en van de daarna gemaakte analyses publiek gedeeld worden? Zo neen, waarom niet?
Hoeveel verkeersincidenten hebben zich het voorbije jaar voorgedaan aan een spooroverweg van Infrabel in de gemeente Heusden-Zolder?
Jean-Luc Crucke:
Tellingen worden uitgevoerd op alle overwegen van het netwerk met behulp van mobiele camera’s, voor zover de locatie geschikt is voor de plaatsing van de mast. De telling die in de Heusden-Zolder werd uitgevoerd, past in dat algemene kader. Infrabel informeert vooraf per e-mail de betrokken gemeenten over de aanwezigheid en het doel van d camera’s. Buiten die informatie is er geen voorafgaand overleg.
De camera’s worden voor een korte periode, ongeveer tien dagen, op het domein van Infrabel geplaatst. Ze filmen alleen het oppervlak van de overweg met het oog op het tellen van zwakke en sterke weggebruikers. De omliggende privéterreinen in de buurt van de overweg worden afgeschermd.
De gegevens uit de tellingen worden gebruikt om de database van een risicomodel te voeden dat een risicoscore voor elke overweg in het netwerk berekent. Overwegen met een hoge risicoscore krijgen voorrang bij de invoering van bijkomende veiligheidsmaatregelen. De resultaten van de tellingen kunnen worden verstrekt wanneer daarover een specifieke aanvraag bij Infrabel wordt ingediend.
In 2024 hebben zich geen ongevallen of incidenten voorgedaan ter hoogte van de overwegen in Heusden-Zolder. Ik steun die aanpak, omdat die erop gericht is voorrang te geven aan investeringen die de grootste impact hebben op de veiligheid van het spoor- en wegverkeer.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord.
De aangekondigde nieuwe spoorstakingen
De spoorstakingen
De stakingen van het spoorpersoneel
Nieuwe en lopende spoorstakingen door personeel
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jean-Luc Crucke bevestigt dat het sociaal overleg met de spoorbonden (ACOD, ACV Transcom e.a.) over de hervorming van het statuut en pensioenen (o.a. pensioenleeftijd tot 67 jaar, einde statutair recruitment) tot nu toe geen stakingen heeft voorkomen, maar benadrukt dat de liberalisering van het spoor in 2032 deze aanpassingen noodzakelijk maakt—al blijft het huidige statutaire personeel gevrijwaard. Hij wijst op de bestaande compensatieregeling (enkel bij ≥60 min. vertraging, op aanvraag) en dat 26% van het personeel de recente 3-daagse staking steunde, met beperkte dienstregeling als gevolg. Frank Troosters uit zorgen over het recordaantal stakingsdagen (26 in 2024) en hoopt op actie om een nieuwe weekstaking af te wenden. Farah Jacquet (PTB) bekritiseert de hervormingen als een "aanval op arbeidsvoorwaarden" en ontkracht het liberaliseringsargument: het statuut compenseert volgens haar zware werkomstandigheden en gelijk loon voor vrouwen, terwijl afschaffing jongeren en woonkredieten zou treffen; ze eist behoud van het statuut.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
De spoorbonden zijn van plan om een week te staken als de hervormingsvoorstellen rond het pensioen of rond het statuut van het spoorwegpersoneel, in het parlement ter stemming zullen worden voorgelegd. Dat kondigde het gemeenschappelijk vakbondsfront ACOD, ACV Transcom, VSOA, ASTB en OVS donderdag 20 november aan op een gemeenschappelijk persconferentie.
Wat is de stand van zaken van het sociaal overleg tussen de minister en de spoorbonden? Vond er recent nog overleg plaats? Met welk resultaat?
Zal de minister acties ondernemen om een de nieuw aangekondigde spoorstaking van een week te vermijden? Zo ja, wanneer en welke? Zo neen, waarom niet?
Overweegt de minister andere maatregelen om nieuwe spoorstakingen in de toekomst te vermijden teneinde de treinreizigers een volledige en correcte dienstverlening te garanderen?
Op welke wijze passen de stakingsacties van de spoorbonden binnen de doelstelling om meer reizigers tot het nemen van de trein aan te zetten?
Overweegt de minister, gezien het buitengewoon recordaantal stakingsdagen dit jaar, om met de NMBS in overleg te gaan over het al dan niet verlenen van één of andere vorm van compensatie aan de getroffen treinreizigers? Zo ja, wanneer? Zo neen, waarom niet?
Voorzitter:
Mevrouw Cuylaerts is niet aanwezig.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, les cinq syndicats du rail annoncent 72 heures de grève et même une semaine supplémentaire si les réformes Arizona du statut et des pensions des cheminots sont votées. Ils dénoncent une attaque frontale contre leurs conditions de travail: recul de l’âge de la pension jusqu’à 67 ans, baisse de centaines d’euros par mois, fin du recrutement statutaire et risques de licenciements collectifs.
Alors que le rail souffre déjà d’un manque de personnel et de conditions de travail difficiles, pourquoi le gouvernement choisit-il d’imposer un démantèlement du statut et des pensions au lieu de renforcer le service public ferroviaire ?
Allez-vous entendre les revendications syndicales et revoir en profondeur vos plans pour le rail?
Jean-Luc Crucke:
Geachte Kamerleden, mijn kabinet zet zich heel erg in voor het syndicale overleg met de NMBS, Infrabel en HR Rail. Ik kan alleen maar betreuren dat dat niet heeft geleid tot minder stakingen.
Les chemins de fer belges essayent toujours d’obtenir un résultat via le dialogue social, et ce dans les règles définies en concertation avec les syndicats, qui prévoient que lorsque les organisations syndicales introduisent un préavis de grève, ce dernier doit répondre à un nombre d’exigences.
Voor de reizigers die door de herhaalde spoorstakingen hinder hebben ondervonden, blijft de bestaande compensatieregeling van de NMBS volledig van toepassing. Concreet, een financiële compensatie kan worden toegekend wanneer een reiziger een vertraging van minstens zestig minuten heeft opgelopen, ook op stakingsdagen. Die compensatie gebeurt volgens de gebruikelijke procedures en voorwaarden. Er bestaat daarentegen geen automatische of forfaitaire compensatie specifiek voor de hinder die voortvloeit uit een stakingsactie. Reizigers die in aanmerking komen, moeten een aanvraag indienen binnen de voorziene termijn, met de nodige bewijsstukken. Alle praktische informatie over de toekenningsmodaliteiten en de procedure is beschikbaar op de website van de NMBS.
Om te antwoorden op de vraag van mevrouw Cuylaerts, de vakorganisatie heeft nog geen definitief advies gegeven over een volledige weekstaking. Zij wensen in eerste instantie hun achterban te consulteren.
Door een vakbondsactie, gericht tegen bepaalde maatregelen uit het regeerakkoord, reden er van zondag 23 november om 22.00 uur tot en met woensdag 26 november minder treinen. Op basis van het personeel dat had aangegeven te zullen werken, werd door de NMBS en Infrabel elke dag in een alternatieve treindienst voorzien.
De NMBS, Infrabel en HR Rail betreuren die actie en de gevolgen daarvan voor de reizigers ten zeerste.
De impact van de staking verschilde van dag tot dag. De NMBS raadde haar reizigers aan om hun reis goed voor te bereiden door regelmatig de online reisplanner te raadplegen. Vanaf zondagochtend toonde die de alternatieve treindiensten voor maandag. Voor de daaropvolgende dagen werd dezelfde aanpak toegepast. Telkens een dag op voorhand werd de reisplanner bijgewerkt. Meer gedetailleerde informatie over de alternatieve treindienst was terug te vinden op de website van de NMBS. Voor meer informatie over het internationale treinverkeer konden reizigers terecht op de website van NMBS Internationaal.
Op zondag 23 november reden bijna alle P-studententreinen zoals normaal. Het ging om treinen die op zondagavond het aanbod versterken naar onder meer Brussel, Leuven, Gent, Luik en Louvain-la-Neuve, zodat studenten vlot naar hun kot konden terugkeren. De meeste van die treinen vertrokken en kwamen aan vóór de start van de stakingsactie en ondervonden geen hinder.
Op maandag 24 november en dinsdag 25 november reden een op de twee IC-treinen en een op de drie L- en voorstedelijke S-treinen. Er reden weinig P-treinen; de P-treinen zijn de treinen die normaal de ochtend- en avondspits versterken.
Op woensdag 26 november reden drie op de vijf IC-treinen en twee op de vijf L- en voorstedelijke S-treinen. Ook toen reden weinig P-treinen.
Het percentage personeelsleden dat het werk had neergelegd, bedroeg gemiddeld 26 % over de drie stakingsdagen. Dat percentage bleef nagenoeg gelijk op elke stakingsdag. Bij HR Rail en KGV hebben in totaal veertig personeelsleden het werk neergelegd tijdens die driedaagse staking. De NMBS zal informatie bezorgen over het aantal personeelsleden dat het werk had neergelegd, alsook over het aantal treinen dat reed.
L’offre de trains a été déterminée sur la base des intentions de grève.
Concernant les participants à la grève, Infrabel m’a communiqué les chiffres suivants: le 24 novembre, 1 699 personnes, soit 17,36 % de la population totale d’Infrabel; le 25 novembre, 1 634 personnes, soit 16,69 %; le 26 novembre, 1 469 personnes, soit 15,01 %.
Zoals u weet, heb ik sinds het begin van mijn mandaat besprekingen met de vakorganisaties en de spoorwegonderneming gevoerd die tot doel hadden het Belgische spoor voor te bereiden op een belangrijke wending, namelijk de liberalisering van het spoorvervoer van reizigers in het kader van de openbare dienst. Zoals ik u reeds heb geantwoord, zullen wij de nodige hervormingen voortzetten. Concreet betekent dat dat het ontwerp van protocolakkoord dat werd ondertekend door de vertegenwoordigers van de spoorwegonderneming en de representatieve vakbonden, gedeeltelijk zal worden uitgevoerd, onder andere het artikel over de contractualisering voor alle nieuwkomers, en steeds met als doel de spoorwegen voor te bereiden op de uitdagingen die zij zullen moeten aangaan met de liberalisering in 2032.
Voor het huidige statutair personeel komt er geen verandering.
Madame Jacquet, les discussions avec les syndicats et les compagnies ferroviaires visent à préparer les chemins de fer belges à une évolution majeure: la libéralisation du transport public de passagers par voie ferrée.
La possible modification de la loi vise à offrir à toutes les parties des chemins de fer (les organisations syndicales, les membres du personnel) plus de certitude juridique pour l'avenir, ainsi qu'une plus grande transparence.
La contractualisation fait partie des étapes nécessaires pour moderniser la politique, tel que le prévoit l'accord de gouvernement, et mettre les entreprises en capacité d'être compétitives dans un contexte d'ouverture du marché, mais je sais que vous ne partagez pas ce point de vue.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik wil niet te veel in herhaling vallen ten opzichte van het debat dat wij daarstraks al hebben gehad. Ik maak mij vooral zorgen over de treinreizigers, die met een recordaantal stakingsdagen, met name 26 dagen of bijna een volledige maand, werden geconfronteerd. Ik hoop dat alles eraan wordt gedaan om die reizigers opnieuw een hele week van stakingen te besparen.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Vous l'avez compris, nous ne partageons pas le même point de vue. Vous utilisez le prétexte de la libéralisation pour casser les droits des cheminots, les faire travailler plus longtemps, mettre fin au statut, etc. Je veux quand même rappeler que le statut n'est pas un privilège. C'est une compensation face à des conditions de travail difficiles et un salaire non négociable. Parmi tous les régimes, c'est celui qui assure le mieux l'égalité salariale entre les femmes et les hommes. Attaquer le statut, c'est aussi s'attaquer à cela. C'est aussi s'attaquer aux jeunes. Quand on est jeune, qu’on se lance dans la vie et qu’on choisit de travailler aux chemins de fer, les horaires ne sont déjà pas faciles, mais en plus, il est encore plus difficile aujourd'hui d'obtenir un prêt dans une banque, par exemple pour acheter une maison et s'installer. Je vous demande, pour calmer les tensions sociales, de plutôt maintenir le statut, les compétences et l'expertise au sein de l'entreprise publique, et donc de revoir vos projets. Je vous remercie.
De commerciële invulling van voormalige stationsloketten
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jean-Luc Crucke (SNCB) bevestigt dat 31 van de 44 stations zonder loketten al herbestemd zijn (19 concessies, 12 erfpacht/verkoop), vooral voor horeca, winkels en sociale initiatieven (o.a. via start-ups en verenigingen), terwijl 13 nog in studie zijn. Hij benadrukt het actieve beleid "La Vie en Gare" om stations om te vormen tot levendige knooppunten met commerciële en maatschappelijke functies, maar ontwijkt cijfers over commerciële faalkansen (o.a. vroegtijdige contractbreuken). Anthony Dufrane (vraagsteller) prijst de gedetailleerde antwoorden, maar stelt geen vervolgkritiek.
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, parmi les biens que la SNCB met actuellement en location, on retrouve de nombreux espaces commerciaux disponibles dans les gares. Outre les grandes gares du pays comme Bruxelles-Central, Liège-Guillemins, Charleroi-Central ou la gare de Mons, qui proposent des espaces locatifs, il y a des petites gares qui proposent également des lieux à la location. Ainsi, la gare de Mont-Saint-Guibert recherche un candidat concessionnaire pour aménager et exploiter les anciens guichets de gare, tandis que celle de Walcourt accueillera prochainement une nouvelle épicerie.
Deux questions se posent. Qu'en est-il des petites gares qui cherchent des personnes pour y proposer des magasins ou des services et qu'en est-il des gares dont les guichets ne sont plus en fonction? En effet, 44 gares ont vu leurs guichets être fermés en 2021. Ces lieux désormais désaffectés pourraient retrouver vie si on leur attribuait de nouvelles fonctions. Il est dès lors pertinent de réfléchir à la façon dont on pourrait réaffecter ces espaces dans les petites gares moins fréquentées.
Mes questions, monsieur le ministre, sont les suivantes.
Parmi les 44 gares dont les guichets ont été fermés, combien ont vu un nouvel établissement s'y installer? Le cas échéant, de quels types d'établissement s'agit-il?
La SNCB a-t-elle des difficultés à trouver des exploitants pour ses commerces en gare?
Avez-vous par ailleurs des statistiques concernant le turnover des commerces en gare ou les ruptures prématurées des contrats?
Et pour conclure, monsieur le ministre, comptez-vous renforcer dans les gares la présence d'organismes associatifs ou de services aux citoyens tels que la Croix-Rouge ou d'autres organismes organisant parfois des collectes de sang? Pourquoi ne pas travailler conjointement et régulièrement avec eux pour profiter du passage des navetteurs dans ces lieux?
Jean-Luc Crucke:
Les anciennes gares et bâtiments ferroviaires possèdent, il est vrai, un charme unique qui attire en effet des candidats à l'occupation.
La SNCB mène depuis plusieurs années une politique active de réaffectation de ces gares, notamment via le programme "La Vie en Gare". L'objectif est que les gares deviennent plus que des simples lieux de passage: de véritables lieux de vie et de destination.
L'accent est mis sur la présence en gare, la convivialité humaine et le service aux voyageurs. Dans cette optique, aussi bien les commerces que les services et les activités à finalité sociétale, comme je l'ai récemment vu encore à Soignies, ont leur place au sein des gares.
La SNCB reste engagée dans une gestion durable et socialement responsable de son patrimoine immobilier. La vacance est activement combattue par la revalorisation. Trois types de revalorisation sont mis en œuvre. Des locaux ou une gare entière peuvent être proposés au marché sous la forme d'un contrat de concession, d'un contrat d'emphytéose ou d'une vente.
Le mode de valorisation est réfléchi au cas par cas et est défini en fonction d'une méthodologie bien précise, une attention particulière étant gardée pour la préservation des infrastructures essentielles aux activités ferroviaires.
Sur les plus petites gares et en partenariat avec des acteurs locaux, des espaces libres sont composés pour des activités économiques et sociales utiles au territoire.
Sur les 44 gares sans guichet désormais, 31 ont déjà trouvé une nouvelle affectation: 19 concessions actives et 12 emphytéoses ou ventes. Sur les 19 concessions actives, deux sont des commerces alimentaires; deux, des commerces non alimentaires; quatre sont des services horeca; quatre offrent d'autres services et sept, des activités à finalité sociale. Ces initiatives sont souvent menées par des entrepreneurs start-up, des acteurs associatifs ou des coopératives. Sur les 12 autres, six gares sont en emphytéose et trois accueillent des services internes de la SNCB.
Les 13 gares restantes sont actuellement en phase d'étude ou de consultation de marchés publics. Le site Immo-SNCB centralise ces opportunités, illustrant une gestion dynamique et durable du patrimoine immobilier. Je vous invite à les découvrir sur le site Immo de la SNCB ou sur notre page LinkedIn.
Il n'appartient pas à la SNCB de communiquer les chiffres commerciaux de ses concessions. L'objectif est naturellement d'éviter autant que possible les réalisations prématurées. Le plan financier soumis par le candidat reste un élément essentiel à ce niveau.
Dans le cadre de son programme La vie en gare , la démarche de valorisation donne la priorité à l'occupation. L'objectif est d'attirer des candidats avec des projets qui permettent de faire de la gare un lieu vivant et utile à son territoire.
Une gare peut attirer plusieurs candidats, une autre moins. La SNCB répond toujours aux candidats qui s'adressent à elle et elle recherche également proactivement des candidats au sein de l'écosystème de la gare. Les activités à finalité sociétale souhaitant s'installer dans d'anciens guichets sous forme de contrat de concession bénéficient de conditions généralement spécifiques aux activités à finalité sociale qui se traduisent notamment dans des critères d'attribution du marché public.
Le candidat reste responsable de l'aménagement des locaux sur lesquels il candidate. De nombreux projets ont déjà vu le jour, comme le tiers lieu de la gare de Walcourt, témoignant de l'engagement de la SNCB à transformer ses gares en espaces vivants et utiles.
Anthony Dufrane:
Merci, monsieur le ministre pour ces chiffres bien détaillés, comme vous avez toujours l'habitude de les transmettre, ça fait plaisir. Merci également de votre intérêt par rapport à la matière, je ne serai pas plus long.
Voorzitter:
De samengevoegde vragen nrs. 56010832C van de heer Vander Elst en 56010873C van mevrouw Huybrechts zijn zonder voorwerp, aangezien de sprekers afwezig zijn. Vraag nr. 56010838C van mevrouw Huybrechts wordt uitgesteld. De heren Freilich is niet aanwezig om zijn vraag nr. 56010842C te stellen. De heer Hiligsmann is evenmin aanwezig om zijn vraag nr. 56010857C te stellen. Vraag nr. 56010977C van mevrouw De Knop wordt omgezet in een schriftelijke vraag. Ikzelf trek mijn vraag nr. 56010985C in, want ik heb ondertussen het schriftelijk antwoord op die vraag gekregen.
De veiligheid in het station Luik-Guillemins en de bezorgdheid van de reizigers en handelaars
De veiligheid in het station Luik-Guillemins
Veiligheid en zorgen in station Luik-Guillemins
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Frank Troosters wijst op groeiend onveiligheidsgevoel in Luik-Guillemins door illegaliteit, drugshandel en geweld en vraagt om concrete maatregelen, zoals meer Securail-personeel en politieoverleg. Minister Jean-Luc Crucke bevestigt de problemen en somt lopende acties op: verhoogde Securail-patrouilles, technologische bewaking (24/7-camera’s), een multidisciplinaire werkgroep (met politie en lokale overheden) en structurele verbeteringen (verlichting, reiniging, samenwerking). Hij benadrukt een "geïntegreerde, menselijke aanpak" die zowel veiligheid als kwetsbare groepen combineert. Troosters relativiseert het antwoord door te stellen dat onveiligheid in stations wijdverspreid is, met Brussel-Zuid als extreem voorbeeld.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.
In en rond het station van Luik-Guillemins blijken treinreizigers steeds meer een gevoel van onveiligheid te ervaren. Men kan er de aanwezigheid van illegalen en druggebruikers vaststellen waarbij crimineel geweld en drughandel welig tiert.
Welke maatregelen gaat de minister nemen om de veiligheid in het station van Luik-Guillemins te garanderen?
Zal de minister aandringen op een verhoogde aanwezigheid van het Securail veiligheidspersoneel in het station van Luik?
Zal hij in overleg treden met zijn collega-minister van Binnenlandse Zaken en het lokaal stadsbestuur inzake een verhoogde aanwezigheid van politiediensten in het station?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, ik antwoord ook op de vraag van de heer Foret.
La SNCB me dit être pleinement consciente des préoccupations exprimées par les voyageurs, les commerçants et les riverains concernant ce sentiment d'insécurité dans et autour de la gare de Liège-Guillemins. Pour l'avoir personnellement également vécu, cela me semble être une réalité dont il faut tenir compte.
La sécurité des voyageurs et du personnel ainsi que le maintien d'un environnement accueillant sont des priorités qui doivent être absolues pour l'entreprise. Afin de garantir la sécurité, le Corporate Security Service de la SNCB met en œuvre une politique intégrale reposant sur trois piliers: présence de personnel de la sécurité sur le terrain, utilisation de moyens technologiques, gare équipée d'un système de vidéosurveillance piloté par le Security Operation Center, accessible 24 h/24, 7 j/7. Ce centre coordonne les interventions et coopérations avec les partenaires locaux.
Considérant la complexité des facteurs en jeu, la SNCB a initié en juin dernier un groupe de travail multidisciplinaire réunissant Securail, la police locale et les autorités compétentes. Ce groupe vise une approche intégrée et humaine conciliant la prise en charge des personnes vulnérables avec la nécessité de garantir la sécurité des voyageurs.
Plusieurs opérations coordonnées ont été menées à Liège-Guillemins et se poursuivent. Elles permettent de contrôler un grand nombre de personnes, de dissuader les comportements perturbateurs et de rassurer les usagers par une présence visible.
Naast de onmiddellijke interventies voert de NMBS structurele maatregelen uit om het veiligheidsgevoel op duurzame wijze te versterken. Het betreft dan de modernisering en onderhoud van de openbare ruimte, versterkte verlichting, regelmatige reiniging van de omgeving, informatie en sensibilisering van reizigers, verhoging van het aantal patrouilles en controles, versterkte samenwerking met de lokale en federale overheden met het oog op een geïntegreerde aanpak van de sociale problemen.
Die inspanningen passen in een strategie die tot doel heeft de rol van Luik Guillemins als veilige, gezellige en symbolische ruimte te vrijwaren.
U kon al vaststellen dat Securail, CSS en de SPC, die ressorteert onder de minister van Binnenlandse Zaken, nauw samenwerken om de veiligheid op en rond het spoorwegdomein te waarborgen. Er wordt momenteel gewerkt aan een medetoezicht van Mobiliteit en Binnenlandse Zaken. Dat heeft reeds geleid tot de oprichting van werkgroepen die tot doel hebben de goede praktijken te verbeteren en te coördineren, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de locaties en met de algemene en bijzondere problematiek.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. We spreken vaak over veiligheidsproblemen in stations en Luik-Guillemins is in dat opzicht niet anders, net zoals ook kleine stations en stations in centrumsteden, ook al is Brussel Zuid wat dat betreft haast een symboolstation, waar onveiligheid troef is.
Fysiek geweld tegen NMBS-medewerkers aan het station Brussel-Zuid
Het geval van agressie bij Brussel-Zuid
Agressie en fysiek geweld tegen NMBS-personeel in Brussel-Zuid
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jean-Luc Crucke bevestigt dat agressie tegen NMBS-personeel—zoals de recente aanval op twee loketbedienden in Brussel-Zuid—een groeiend probleem is en wijst op lopende maatregelen zoals versterkte camerabewaking (795 camera’s), bodycams voor Securail, nachtelijke sluiting van het station en een succesvol politiebureau in Brussel-Zuid (20-25% criminaliteitsdaling). Hij benadrukt samenwerking met Binnenlandse Zaken en justitie, maar de dader is nog niet geïdentificeerd. Frank Troosters (kritisch) stelt dat bezuinigingen onder Jan Jambon (spoorwegpolitie van 724 naar 465 agenten) en sluitingen van politieposten (bv. Limburg, Leuven) de veiligheid ondermijnden, maar erkent dat zichtbare politiepresente en camera’s wel werken—preventie moet prioriteit krijgen via meer agenten, betere uitrusting en overleg tussen beleidsdomeinen.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de ingediende vraag.
Aan het station van Brussel-Zuid werden recent twee vrouwelijke NMBS-loketbedienden het slachtoffer van fysiek geweld. Een man die gewapend was met een ijzeren staaf viel hen aan waarbij beide NMBS-medewerkers slagen tegen hun hoofd te verwerken kregen. Ingevolge het trauma dat ze opliepen zijn beiden voor meerdere dagen arbeidsongeschikt.
Als reactie op het nieuwe en toenemende geweld en het uitblijven van een afdoend veiligheidsbeleid besloot het personeel van de internationale loketten in het station twee uur lang het werk neer te leggen.
Erkent de minister de veiligheidsproblemen die er zijn aan het station van Brussel-Zuid en bij uitbreiding meer algemeen binnen het spoorgebeuren?
Welke conclusies kan de minister trekken uit de feiten die voorvielen? Welke bijkomende beleidsmaatregelen zullen genomen worden om de veiligheid binnen het spoorgebeuren te verhogen? Zal de minister in overleg treden met zijn collega-minister van Binnenlandse Zaken om bijkomende veiligheidsmaatregelen overeen te komen?
Beschikt de minister over bijkomende informatie over de dader van deze feiten? Werd die geïdentificeerd en opgepakt? Desgevallend: is de dader nog steeds van zijn vrijheid beroofd of is de dader intussen terug op vrije voeten gesteld?
Voorzitter:
De heer Bayet is niet aanwezig. Zijn vraag is dus zonder voorwerp.
Jean-Luc Crucke:
Op 30 november 2025 om 08.01 uur werden twee loketbedienden van de NMBS aan de Horta-ingang van Brussel-Zuid het slachtoffer van fysieke agressie. Een persoon heeft zonder enige aanleiding beide medewerkers geslagen met een plastic voorwerp. De dader is onmiddellijk gevlucht. Beide slachtoffers werden met een taxi naar het Sint-Pieterziekenhuis gebracht voor verzorging.
Een van de internationale loketten werd kort – gedurende 51 minuten – gesloten, zodat de betrokken medewerkers konden recupereren en steun konden krijgen van collega’s. Overeenkomstig de procedure heeft de NMBS een klacht ingediend, zodat het onderzoek snel en grondig kan worden uitgevoerd.
De NMBS en ik stellen vast dat agressie tegen personeel een ernstig probleem vormt, niet alleen in Brussel-Zuid, maar ook op andere locaties. De veiligheid van reizigers en personeel blijft een absolute prioriteit. Er wordt continu geïnvesteerd in preventieve maatregelen, zoals camerabewaking, aanwezigheid van Securail en samenwerking met de politie.
Concernant la sécurité du personnel de la SNCB, j'ai récemment fait en sorte que les zones de police locale puissent avoir accès aux caméras de la SNCB.
Par ailleurs, je travaille actuellement à donner la possibilité aux accompagnateurs de train et aux agents de Securail de pouvoir disposer de bodycams dans le cadre de leur fonction. Enfin, les peines à l'encontre des agressions envers les fonctions sociétales ont été récemment augmentées. Ceci vaut également pour les agents de la SNCB.
Les faits montrent qu'il est nécessaire de maintenir et de renforcer l'attention portée à la sécurité. La SNCB collabore avec Securail et la police fédérale afin de renforcer la présence visible des services de sécurité. En outre, les procédures internes sont évaluées afin d'améliorer encore l'accueil des victimes et le suivi des incidents.
De NMBS verwelkomt de versterking van de spoorwegpolitie met 20 mensen in Brussel. De aanwezigheid van het politiecommissariaat in Brussel-Zuid werpt ook al vruchten af. De minister van Binnenlandse Zaken en de politie hebben een balans opgemaakt van het eerste jaar van het politiebureau. Meer dan 6.000 mensen zijn er in een jaar langs geweest, waarbij de helft van de gevallen heeft geleid tot een proces-verbaal. Meer dan 70 % van de opgemaakte processen-verbaal had voornamelijk betrekking op diefstal van bagage of documenten en iets minder dan 20 % op verlies van documenten. Een klein deel betrof inbreuken tegen personen. De cijfers tonen aan dat er een daling is met 20 tot 25 % van de feiten. Het commissariaat blijkt dus effectief te zijn.
Comme je l'ai déjà mentionné, la SNCB prend sa part de responsabilité très au sérieux. En plus du déploiement des agents de Securail, de nombreuses mesures infrastructurelles et organisationnelles ont été prises. La vidéosurveillance a été augmentée, avec 795 caméras.
Un contrôle d'accès a été mis en place et la gare est fermée la nuit entre 1 h 45 et 3 h 45. La fréquence de nettoyage a été également augmentée. Il est crucial que toutes les parties prennent leurs responsabilités en matière de sécurité dans et autour des gares.
La SNCB continue de suivre cette situation de près et reste ouverte à un renforcement supplémentaire des mesures en concertation avec les autorités compétentes.
Op dit moment is de dader nog niet geïdentificeerd. Het onderzoek door de bevoegde politiediensten is lopende. Zodra er nieuwe informatie beschikbaar is, zal deze worden gedeeld met de bevoegde instanties.
Je souhaite exprimer mon soutien à l'ensemble du personnel concerné et faire part de mon indignation face à cette violence injustifiée. Comme je l'ai déjà indiqué à plusieurs reprises, des groupes de travail sont en cours dans le cadre d'un cotutelle entre la Mobilité et l'Intérieur. Ces travaux, menés conjointement par la SPC et Securail, visent à renforcer les moyens, les outils et le processus afin de répondre aux attentes légitimes en matière de sécurité, particulièrement dans les lieux stratégiques tels que la gare du Midi, qui constitue la principale gare internationale de Belgique en termes de voyageurs.
Frank Troosters:
Minister, de problematiek komt vaak aan bod en alles ligt in dezelfde lijn. Veiligheid is een absolute prioriteit. Het belangrijkste element uit uw antwoord is dat het openen van een politiepost in Brussel-Zuid en extra agenten van de spoorwegpolitie leiden tot een daling van de criminaliteit. We zijn nog lang niet waar we moeten zijn. De problematiek beperkt zich niet tot de stations en strekt zich uit tot de stationsomgeving, maar het heeft wel effect. Dat bewijst dat daarop moeten worden ingezet. Er zou een stimulans in die richting moeten zijn, maar we moeten vaststellen dat al jaren het tegenovergestelde gebeurt. Onder Jan Jambon is het aantal agenten van de spoorwegpolitie afgebouwd van 724 naar 465, een kapitale fout. Er zijn posten van de spoorwegpolitie in verschillende stations gesloten. In Limburg werd die post de facto niet bemand. Logischerwijze had men verwacht dat werk werd gemaakt van een herbezetting, maar de post werd gesloten. De post in Leuven werd eveneens gesloten. Ik denk dat Brussel-Zuid aantoont dat de omgekeerde beweging wel degelijk resultaat kan opleveren. Met het oog op preventie zouden zichtbare camera’s en zichtbaar aanwezige agenten veel miserie kunnen voorkomen. Beter voorkomen dan genezen. Ik mag hopen dat deze regering daarop zeer sterk inzet. Niet alleen bodycams, maar ook betere uitrusting en opleidingen zijn nodig. Het gaat om een geheel van maatregelen, overkoepelend tussen verschillende beleidsdomeinen. Vooral de zichtbare aanwezigheid van personeel in de stations is een zeer belangrijk element in het vinden van oplossingen.
De problemen in de Kempen en in het station Noorderkempen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Frank Troosters bekritiseert de slechte stiptheid en betrouwbaarheid van de NMBS in de Kempen, wat reizigers volgens hem doet terugvallen op de auto—tegen de beleidsdoelstellingen in—en noemt het betalend maken van NMBS-parkings (bv. Noorderkempen) een extra drempel. Minister Crucke erkent de problemen maar wijst op 6% reiziersgroei (onder nationaal gemiddelde) en benadrukt dat betrouwbaarheid—niet parkeertarieven—de grootste hefboom is; hij belooft een herziening van het parkeerbeleid (eind Q1 2026), met lokale afwegingen en kostendekking als uitgangspunt. Troosters pleit voor gratis parkeren met geldig treinticket om oneigenlijk gebruik tegen te gaan en afstandsgebaseerde tarieven om autogebruikers gedeeltelijk naar de trein te lokken, wat volgens hem ook lokaal steun geniet. Crucke sluit dit niet uit maar koppelt het aan de lopende NMBS-strategie, zonder concrete toezeggingen.
Frank Troosters:
Ik verwijs opnieuw naar mijn schriftelijk ingediende vraag.
In de regio van de Kempen worden treinreizigers al jaren geconfronteerd met problemen inzake de dienstverlening van de NMBS. De ondermaatse stiptheid en het hoog aantal afgeschafte treinen heeft het vertrouwen van de treinreizigers in de NMBS aangetast.
Dat heel wat treinreizigers aangeven terug de auto te verkiezen boven een verplaatsing met de trein gaat regelrecht in tegen de beleidsdoelstelling om meer mensen aan te zetten tot het nemen van de trein voor hun verplaatsingen.
Bijkomend wordt het betalend maken van de NMBS-parking aan het station Noorderkempen aangeklaagd. 'Mensen betalen al voor hun vervoersticket en niet iedereen komt met de fiets naar het station', zo klinkt het.
Erkent de minister dat het gebrek aan stiptheid en het hoog aantal afgeschafte treinen het vertrouwen van de treinreizigers in de dienstverlening door en de betrouwbaarheid van de NMBS aantast?
Erkent de minister ook dat het afhaken van treinreizigers die terug de wagen verkiezen boven het nemen van de trein omgekeerd evenredig is met de beleidsdoelstelling om meer mensen de trein te laten nemen?
Welke oplossingen zal de minister voorstellen?
Wat is de visie van de minister op het tarievenbeleid dat de NMBS voert m.b.t. hun parkings? Vind de minister de optie om treinreizigers die beschikken over een geldig vervoersbewijs gratis gebruik te laten maken van de NMBS-parkings het onderzoeken waard?
Zal de minister over bovenstaande problemen met de NMBS in overleg treden?
Jean-Luc Crucke:
De NMBS analyseert dagelijks de stiptheid en probeert bij te sturen waar mogelijk, uiteraard ook voor de regio Kempen, onder andere via techniques of continuous improvement . Daarnaast volgen we samen met Infrabel het punctuality improvement program om verbeteringen op zowel korte als lange termijn te realiseren.
In uw tweede punt hebt u het over treinreizigers die zouden afhaken. Wanneer we 2022 vergelijken met 2024, zien we dat het aantal opstappende reizigers over de verschillende stations van de Kempen gestegen is met 6 %. Hoewel niet zo slecht, is de groei van het reizigersaantal in de Kempen lager dan het nationale gemiddelde. De kwaliteit van de dienstverlening is dan zeker een bijzonder aandachtspunt.
Tot slot pleit u tegen een betalende parking aan het station Noorderkempen. Ik herinner u aan het uitgangspunt waarbij we mensen willen aanmoedigen met de fiets of het openbaar vervoer naar het station te komen en zo de modal shift te stimuleren naar duurzame en groene mobiliteitsmodi. De NMBS vertelt me dat ze geen daling van het aantal treinreizigers heeft vastgesteld na het betalend maken van een parking. In het station Noorderkempen zien we integendeel dat het aantal opstappende reizigers bijna verdubbeld is in de voorbije twee jaar.
De werkelijke hefboom om nieuwe klanten aan te trekken, is dus eerst en vooral het treinaanbod en de betrouwbaarheid ervan.
De NMBS is van plan van haar strategie van de tarifering van de parkings volledig te herzien. Ik zal de NMBS vragen me een eerste overzicht te geven van het werk dat nu in uitvoering is, voor het einde van het einde van het eerste trimester van het jaar 2026. In ruimere zin bepaalt de NMBS de tarifering van haar parkeergelegenheid, met name op basis van de lokale situatie en de tarieven van de omliggende parkings, de benuttingsgraad van de parking en het belang van het station, met dien verstande dat het voor de NMBS-klant niet duurder mag uitvallen. In algemene zin is het de bedoeling dat de NMBS de operationele kosten van de parkings dekt met de opbrengst ervan, zoals bepaald in het openbaredienstcontract.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw vrij uitgebreide antwoord. Ik ga kort in op wat ik een hoopgevend antwoord vind, namelijk de herziening van het tarievenbeleid voor mensen die gebruikmaken van de betaalparkings van de NMBS. Ik begrijp dat men wil inzetten op fietsgebruik en mensen wil aanmoedigen zich per fiets naar het station te begeven. Die aanpak treft echter ook een publiek dat met de wagen naar het station komt omdat het voor hen niet haalbaar is om de verplaatsing per fiets te maken. Wanneer u het tarievenbeleid aanpast op basis van afstand, kunt u ook die mensen naar het station lokken, in plaats van dat ze de volledige verplaatsing met de wagen afleggen.
Ik heb altijd gepleit voor een koppeling tussen het gebruik van de NMBS-parkings en het bezit van een geldig vervoerbewijs. Mensen die kunnen aantonen dat ze zich met het openbaar vervoer verplaatsen, zouden gratis moeten kunnen parkeren. Mensen die oneigenlijk gebruikmaken van die parkings zouden wel moeten betalen, omdat ze een plaats bezet houden waar ze niet horen te staan. Dat is waar ik voor pleit. Ik hoop dat dat wordt meegenomen. Ik zal opvolgen hoe het tarievenbeleid verder evolueert. Ik merk dat op lokaal niveau ook stemmen opgaan in de richting die ik net heb aangegeven. Ik hoop dat dat een vervolg krijgt. Dank u voor uw antwoord.
Voorzitter:
Vraag nr. 56011128C van de heer Bayet is omgezet in een schriftelijke vraag. Aan de orde is vraag nr. 56011137C van de heer Van Hecke. Hij is niet aanwezig. De samengevoegde vragen nrs. 56011157C van de heer Legasse en 56011280C van mevrouw Jacquet zijn uitgesteld.
Het vernieuwde treinaanbod vanaf 14 december 2025
De uitbreiding van het treinaanbod in de regio Charleroi
De wijziging van de treinaansluitingen op lijnen 162 en 165 in het station Libramont
Wijzigingen en uitbreidingen in het Belgische treinaanbod vanaf december 2025
Gesteld door
VB
Frank Troosters
MR
Anthony Dufrane
Les Engagés
Carmen Ramlot
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Minister Crucke bevestigt dat de NMBS-plannen 2026-2029 in Limburg een uurtrein Hasselt-Mol (i.p.v. om de 2 uur) voorzien, maar dat extra piekuurtreinen (P-treinen) onhaalbaar bleken door capaciteitsgebrek – wat Troosters (Limburg) bekritiseert als "dode mus"-beleid met jarenlange vertraging. In Luxemburg erkent Crucke dat slechte aansluitingen in Libramont (1u wachttijd) door infrastructuurwerken het treingebruik ondermijnen; Ramlot (Luxemburg) beschuldigt de NMBS van opzettelijke "verslechteringsstrategie" om rurale lijnen te laten mislukken. Voor Charleroi belooft Crucke versterkte spitsverbindingen met Brussel (2026-2029), maar Dufrane (Charleroi) dringt aan op snellere uitvoering en betere weekdienstregeling. Kritiek richt zich op gebrek aan transparantie, vertragingen en streekverwaarlozing.
Frank Troosters:
Vanaf zondag 14 december zal de NMBS haar treinaanbod verder uitbreiden. Via de pers konden we al meer vernemen over diverse lokale aanpassingen die het treinaanbod zal ondergaan. Op de website van de NMBS kan men ook een overzicht vinden van de voornaamste aanpassingen.
Over het treinaanbod in de provincie Limburg valt echter niets te vernemen.
Kan de minister toelichten welke wijzigingen het treinaanbod in Limburg zal ondergaan vanaf 14 december?
Zullen de gebroken beloften van de NMBS voor het invoeren van twee extra piekuurtreinen (1x ochtend en 1x avond) op de verbinding Hasselt-Mol alsnog worden ingevuld?
Carmen Ramlot:
Monsieur le ministre, j'ai été contactée la semaine dernière par l'ASBL Les Amis du rail, en province de Luxembourg, au sujet des correspondances L162-165 en gare de Libramont. Dès le 14 décembre, les voyageurs en provenance de la ligne 165 Halanzy-Virton-Florenville devront attendre une heure en gare de Libramont pour avoir une correspondance pour rejoindre Namur ou Bruxelles.
Vous imaginez bien qu'un tel délai d'attente risquerait d'encourager les usagers de la ligne 165 à délaisser le train au profit de la voiture, afin de se rendre par exemple directement à la gare de Libramont – cette gare est à 40 minutes de chez moi – ou à la gare d’Arlon – à 35 minutes de chez moi – pour avoir une correspondance normale.
Monsieur le ministre, pouvez-vous confirmer que dès le 14 décembre, les voyageurs arrivant de la ligne 165 devront attendre environ une heure en gare de Libramont pour leur correspondance vers Namur ou Bruxelles? Quelle vision le gouvernement porte-t-il quant à l'avenir et au maintien des lignes ferroviaires rurales en province de Luxembourg?
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, à partir du 14 décembre 2025, la SNCB va élargir son offre de trains en province de Hainaut, notamment autour de Charleroi avec des trains IC supplémentaires le week-end et une offre suburbaine renforcée.
Ces améliorations, qui incluent des trains supplémentaires tard le soir entre Braine-le-Comte, Bruxelles et Louvain, ainsi qu'un doublement de la fréquence des trains IC entre Charleroi et Bruxelles le week-end, visent à promouvoir l'usage du train dans la région.
Bien que cette offre élargie soit bénéfique pour la région carolo, tant pour ses habitants que pour les touristes en citytrip , la question de la fréquentation en semaine demeure. En effet, une telle offre élargie en semaine serait bénéfique pour les travailleurs, les personnes en formation et les étudiants.
Monsieur le ministre, comptez-vous renforcer à terme la fréquence des trains vers Bruxelles durant la semaine pour les travailleurs et les personnes en formation? Si oui, selon quel calendrier?
Avez-vous reçu des demandes spécifiques pour améliorer l'offre ferroviaire le week-end sur d'autres lignes de la région de Charleroi? Pensez-vous que ces mesures suffiront à accroître significativement la fréquentation vers Charleroi? Quels indicateurs seront utilisés pour évaluer leur succès?
Quelles rames seront utilisées pour ces nouvelles dessertes? Comment la SNCB compte-t-elle garantir leur disponibilité et le confort des usagers? Pour conclure, monsieur le ministre, envisagez-vous des ajustements supplémentaires pour répondre aux besoins des voyageurs, notamment en termes d'horaire et de desserte locale?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, mevrouw Ramlot, mijnheer Dufrane, op 8 oktober jongstleden heeft deze commissie een hoorzitting georganiseerd met de NMBS over het vervoersplan. De NMBS heeft tijdens dat overleg in primeur de uitbreidingen van de derde fase van het vervoersplan 2023-2026 met de commissie gedeeld. Ik verwijs u dan ook naar de presentatie van de NMBS tijdens deze hoorzitting.
Mijnheer Troosters, u kunt in die presentatie zien dat in september 2026 het aanbod zal worden uitgebreid op zondag tussen Mol en Hasselt. Vanaf dan zal er elk uur een trein rijden in plaats van elke twee uur. Deze trein stopt onder meer in Leopoldsburg, Beverlo, Beringen, Heusden-Zolder en Zonhoven. Ook het dossier van de bijkomende P-terreinen op de verbinding Hasselt-Mol is daarbij ter sprake gekomen. Ik kan herhalen dat de NMBS dit heeft bekeken in het kader van de opmaak van het nieuwe vervoersplan 2026-2029. Ook al is dit plan nog niet goedgekeurd door de ministerraad, toch kan ik u al meegeven dat het wel degelijk de intentie was van de NMBS om de P-treinen daarin op te nemen. Dat bleek evenwel niet mogelijk voor de infrastructuurbeheerder wegens een gebrek aan voldoende capaciteit op deze spoorlijn.
Monsieur Dufrane, dans le cadre du plan de transport couvrant la période de décembre 2026 à décembre 2029, une amélioration de l’offre en heures de pointe entre Bruxelles et Charleroi a effectivement été étudiée. Le conseil d’administration de la SNCB a déjà validé ce plan. Le Conseil des ministres doit encore le faire. Une fois que l’offre de transport pour les années 2027, 2028 et 2029 aura été validée par le Conseil des ministres, la SNCB communiquera les évolutions retenues au travers de ses traditionnels roadshows .
C’est dans ce contexte qu’une éventuelle amélioration de l’offre durant les heures de pointe entre Bruxelles et Charleroi sera communiquée. Cela répond également aux discussions que nous avons eues avec les forces vives de Charleroi, auxquelles vous avez également pris part.
Madame Ramlot, comme vous, j'ai découvert la rupture des correspondances à Libramont entre le train L en provenance de Virton et le train IC vers Namur et Bruxelles. La bourgmestre de Florenville m’a d’ailleurs directement interpellé à ce sujet sur un ton furibard.
La SNCB m’a indiqué qu’il s’agissait là d’une conséquence indirecte des travaux de modernisation de la ligne 162 Namur-Arlon-Luxembourg. Ceux-ci franchiront une nouvelle étape à la mi-décembre 2025. Dans ce cadre, l’organisation des services à voie unique permanente est modifiée. Concrètement, les trains ne peuvent désormais plus se croiser entre Haversin et Marloie ainsi qu’entre Jemelle et Grupont, alors qu’auparavant cette contrainte concernait les sections entre Ciney et Haversin ainsi qu’entre Hatrival et Grupont.
Ces nouvelles contraintes d’exploitation imposent une adaptation des horaires des trains IC Bruxelles-Luxembourg et des trains Ciney-Libramont. Il est difficile de parler de correspondances lorsque le temps d’attente entre deux trains est porté à une heure et que le temps de trajet global augmente dans de telles proportions. Cela rend l’utilisation du train rédhibitoire depuis les gares de la ligne concernée vers le centre du pays.
J’ai donc insisté auprès des deux entreprises publiques pour qu’elles revoient leur copie, recherchent et mettent en œuvre une solution moins mauvaise dans les meilleurs délais. Il est par ailleurs essentiel que les travaux d’Infrabel sur la ligne 162 – qui se prolongent de manière inconsidérée depuis des décennies – soient enfin menés à terme afin de stabiliser et améliorer l’offre de trains. Il me semble que cela constituerait une avancée positive dans l’intérêt général, et des Luxembourgeois en premier lieu.
Frank Troosters:
Bedankt, mijnheer de minister.
U hebt gelijk, we hebben hier tijdens de hoorzitting een overzichtje gekregen. In Limburg blinken we niet echt uit inzake vervoersaanbod per trein. Toen het vervoersplan 2023-2026 werd voorgesteld, werden er heel wat piekuurtreinen tussen Hasselt en Genk geschrapt. Daartegenover stonden beloftes die later zouden worden ingevuld, onder andere op de lijn Hasselt–Mol. Die eerste belofte is dus ingevuld, zij het met een jaar vertraging. De tweede belofte van de P-treinen bleek volgens verklaringen tijdens de hoorzitting echter niet haalbaar. Ik vind het jammer dat men in 2023 al niet kon aangeven dat het niet haalbaar was. Men maakt immers niemand blij met een dode mus, zoals men in Vlaanderen zegt.
Ik had gehoopt dat er toch nog meer mogelijk zou zijn, maar ik zal mijn hoop moeten verleggen naar het nieuwe vervoersplan 2026-2029. We zullen de bekrachtiging van de raad van bestuur moeten afwachten en hopen dat er meer uit de bus komt voor Limburg. Ik ben er echter van overtuigd dat u daar nauw op zult toezien en dat u ervoor zult zorgen dat we in Limburg veel meer treinen krijgen.
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour ces informations. Nous avions effectivement eu l'occasion d'avancer sur le dossier à l'hôtel de ville de Charleroi avec les collègues de la commission. Je ne dois pas rappeler que la ligne Charleroi-Bruxelles est d'une importance capitale pour la métropole wallonne mais aussi pour ses navetteurs. Le sujet est en discussion depuis déjà plusieurs mois voire plusieurs années. Je me réjouis de voir Charleroi et ses environs mieux desservis le week-end, et ne désespère pas de voir le nombre de trains augmenter aussi en semaine. Comme vous l'avez dit dans votre réponse, on prévoit un roadshow qui va annoncer de bonnes nouvelles. Je serai très attentif à celui-ci et ne manquerai pas de suivre le dossier dans l'intérêt des navetteurs.
Carmen Ramlot:
Monsieur le ministre, soyez rassuré, le ton furibard ne fait pas partie de ma façon de communiquer et ce n'est pas ma marque de fabrique. J'aurais également pu vous téléphoner mais j'ai pensé qu'il était peut-être plus judicieux de vous poser une question orale, parce que j'en avais l'occasion. Je m'adresse à vous, mais surtout aux membres du conseil d'administration de la SNCB. La stratégie du pourrissement est une tactique ancienne, éprouvée et toujours aussi efficace, utilisée par ceux qui privilégient l'usure plutôt que l'attaque frontale pour amener l'adversaire à la reddition. Le moins que l'on puisse dire, c'est que les fins stratèges de la SNCB sont devenus d'habiles orfèvres qui ne cessent de nous étonner par leur inventivité. Vous direz peut-être que je me répète. Mais non, ce n'est pas moi qui me répète, ce sont les faits obtus, bruts et indéniables qui se répètent. Non, je ne me répète pas, mais je vous le redis: les dindons de cette sinistre farce, ce sont bien entendu les ruraux et, au premier chef, oserais-je dire en première ligne, les ruraux de cette terra incognita qu'est le Luxembourg pour les stratèges de Bruxelles et leurs protégés des grandes métropoles. Alors, dans cette stratégie du pourrissement, on a tout connu. Tout est bon pourvu que cela finisse par dégoûter l'usager et permettre, au bout du dégoût, au décideur de déclarer la main sur le cœur qu'il n'a pas d'autre choix que de décider, la mort dans l'âme, la fermeture de la ligne et du service. Après l'absence de réparation d'infrastructures devenues impraticables, le non-renouvellement du matériel roulant, la fermeture de gares et de points d'arrêt, les travaux qui n'en finissent pas, la réduction des cadences, voici maintenant la nouvelle arme de pourrissement à l'assaut du rail luxembourgeois: la destruction des correspondances! De qui se moque-t-on? Comment ose-t-on? Qui peut justifier de telles mesures, et au nom de quels critères? Monsieur le ministre, je sais que vous ne pouvez pas tout et que le conseil d'administration de la SNCB dispose d'une large indépendance ainsi que d'une autonomie de gestion – je le rappelle. Cependant, je vous le demande, tout ce que vous pourrez entreprendre pour épargner au voyageur luxembourgeois cette nouvelle mesure d'usure, faites-le, je vous en prie. Faites en sorte que cette décision aussi vexatoire que discriminatoire soit archivée dans le grand classeur des plans de campagne oubliés. Monsieur le ministre, faites en sorte que les usages luxembourgeois gardent encore quelque confiance dans la SNCB et, si possible, constatent qu'après tout, le train est aussi pour eux. Je vous remercie et vous félicite pour votre performance du jour qui a commencé à 11 h.
De productie van groene stroom door Infrabel en de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Serge Hiligsmann (SH) vraagt naar de voortgang van Infrabel en SNCB in hun ambitieuze plannen voor energietransitie (o.a. zonnepanelen, eigen groene stroom, CO₂-reductie), met name het cadastre énergétique (2025) en potentieel op taluds/viaducten. Minister Jean-Luc Crucke (JLC) meldt dat de SNCB haar doel verhoogde naar 40 MW zonnecapaciteit (vs. oorspronkelijk 10 GWh in 2027), met 3,1 MW al in aanbouw, en dat Infrabel actief terreinen onderzoekt (bv. parc Avernas, 2.700 MW voor 500 treinen/week), maar technische beperkingen benadrukt. SH prijst de inspanningen en suggereert lokaal private samenwerking (bv. in Herve) voor extra zonneprojecten. JLC bevestigt dat beide bedrijven de klimaatdoelen versneld nastreven, maar met pragmatische afwegingen (veiligheid, haalbaarheid).
Serge Hiligsmann:
Merci, monsieur le ministre, d'être encore présent à cette heure tardive.
Le rail constitue un mode de transport essentiel grâce à ses faibles émissions de CO 2 . Dans ce cadre, le contrat de performance d'Infrabel 2023-2032 mentionne des objectifs ambitieux en matière d'efficacité énergétique, de réduction de l'empreinte environnementale et de développement des énergies renouvelables, cela afin de contribuer à la société de demain et préserver les générations futures. L'entreprise prévoit notamment d'augmenter sa propre production d'énergie verte, de réduire sa consommation d'énergie fossile et de mettre en place un cadastre énergétique de ses bâtiments d'ici 2025.
Ses engagements s'inscrivent également dans le Plan national é nergie-Climat (PNEC), qui fixe notamment un objectif de production de 2 mégawatts-crête (MWc) d'énergie solaire sur les bâtiments d'Infrabel d'ici 2030. Le contrat de gestion de la SNCB prévoit, de son côté, d'augmenter sa production d'électricité verte via l'installation de panneaux solaires sur ses bâtiments, parkings et autres sites, avec un objectif de 10 gigawattheures (GWh) en 2027 et 16 GWh en 2032, et a l'ambition de couvrir, à terme, jusqu'à 20 % de ses besoins énergétiques non liés à la traction.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous informer de l'état d'avancement de ce cadastre, sur les résultats déjà engrangés dans le développement de la production renouvelable utilisée pour les bâtiments et la traction, ainsi que les perspectives à court et moyen terme? Le placement de panneaux photovoltaïques sur les terrains de lignes TGV et autres sites SNCB ou Infrabel, comme par exemple sur les talus, les viaducs et murs bien orientés, est-il envisageable et quelle serait la production attendue?
Jean-Luc Crucke:
Cher collègue, je vous remercie et je suis désolé pour le temps d’attente.
Suite à une analyse des surfaces disponibles, effectuée en 2023, la SNCB a décidé de porter à 40 MW son objectif de développement des capacités photovoltaïques. Cela revient à quintupler la capacité actuelle et à atteindre une production de l’ordre de 36 GW par an à partir de 2032. Plusieurs marchés publics ont récemment été attribués pour une capacité totale de 3,1 MW. Ces projets seront mis en service dans les prochains mois. D’autres marchés suivront d’ici la fin 2026 pour une capacité additionnelle d’environ 3 MW.
La SNCB dispose d’un parc immobilier de 852 bâtiments climatisés, représentant une surface brute d’environ 1 816 000 m². Un exercice est en cours pour évaluer la destination à long terme de ces bâtiments: conserver, rénover, remplacer, démolir, mettre en emphytéose ou vendre. La SNCB cherche à valoriser au mieux les surfaces disponibles en fonction des contraintes technico-économiques propres à ce type de projet. Sa stratégie photovoltaïque vise à exploiter les toitures des gares et des ateliers, mais aussi les terrains, les abris vélos, les parkings voitures et les auvents. Comme je l'ai déjà dit, son objectif est de déployer 32 MW additionnels de panneaux photovoltaïques d’ici 2032, soit un objectif nettement plus élevé que celui repris dans le contrat de service public.
J’ai également transmis votre question à Infrabel, qui m’a indiqué accorder une importance stratégique à la transition énergétique et à la production d’électricité renouvelable sur son patrimoine foncier. Infrabel a par exemple inauguré, en ma présence en mai dernier, le parc photovoltaïque d’Avernas, installé sur un terrain bordant la ligne à grande vitesse Louvain-Liège et l’autoroute E40 entre Bruxelles et Liège. Ce parc compte 3 828 panneaux solaires qui alimentent directement la caténaire voisine. Il produit quelque 2 700 MW et est directement connecté au réseau ferroviaire, permettant d’alimenter 500 trains par semaine. Infrabel entend augmenter encore de manière significative la part d’énergie renouvelable qu’elle produit, disposant à la fois de terrains et d’infrastructures électriques.
De façon générale, Infrabel étudie systématiquement le potentiel de ses terrains – y compris les talus, viaducs et murs – pour accueillir des installations solaires, tout en veillant à la compatibilité technique et à la sécurité ferroviaire. En effet, ces terrains et réseaux électriques ont été conçus avant tout pour des applications ferroviaires, et non pour accueillir de nouvelles sources de production et de stockage décentralisées. Leur applicabilité technique doit donc être vérifiée au cas par cas. Vous voyez donc qu’Infrabel s’adapte également à la transition climatique.
Serge Hiligsmann:
Monsieur le ministre, merci pour vos compléments d'information et pour l'intérêt que vous portez à la participation active de la SNCB et d'Infrabel à la transition énergétique. Infrabel est responsable de l'approvisionnement de l'ensemble du secteur ferroviaire et délivre sur son réseau l'équivalent de la consommation annuelle d’un demi-million de ménages, soit 1500 GWh. C'est donc relativement considérable. Vous savez que je viens d'une région aux nombreux vallons, sur lesquels de nombreuses surfaces sont disponibles pour accueillir des panneaux solaires, sur le plateau de Herve notamment. Nous espérons peut-être impliquer des sociétés privées locales pour le placement et éventuellement d'autres applications.
Het gebruik van een prognosetool voor de treindienst bij spoorstakingen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Serge Hiligsmann bekritiseert de herhaalde spoorstakingen in 2025, die navetteurs frustreerden, en stelt voor om 72–96 uur vooraf een probabilistische voorspelling van rijdende treinen te geven (gebaseerd op historiek en personeelsbeschikbaarheid), naast het bestaande 24-uurs "garantieplan". Minister Jean-Luc Crucke (SNCB/Infrabel) wijst op de wettelijke kaders (8 dagen opzeggrève, 72 uur definitieve deelneming personeel) en benadrukt dat het huidige 24-uurs "garantieservice" (geen minimumdienst) al maximaal haalbaar is door onvoorspelbare afwezigheden; hij sluit kortetermijnverbeteringen uit maar hoopt op toekomstige technologische oplossingen. Hiligsmann erkent de betrouwbaarheid van het 24-uursplan maar pleit voor experimenten met AI-voorspellingen (zonder garantie) om navetteurs eerder te helpen plannen, ondanks de operationele beperkingen.
Serge Hiligsmann:
Monsieur le ministre, le rail a pris part aux trois jours de grève nationale de fin novembre. D’autres actions pourraient suivre dans le secteur ferroviaire. Ces trois jours de grève se sont ajoutés à la longue liste de 2025 et, à nouveau, les navetteurs, dont je fais partie, étaient les premières victimes. Peut-être n'étais-je pas très impacté, étant sur une ligne très fiable entre Welkenraedt et Ostende, mais je sais que d'autres n'ont pas cette chance.
La multiplication des grèves sur le rail en 2025 a pesé lourdement sur ceux qui dépendent du train pour leurs déplacements, générant frustration et lassitude. Les difficultés de programmation du service minimum impliquent des cas de forces majeur, comme les maladies par exemple.
Je souhaiterais dès lors, monsieur le ministre, vous poser une question d’ordre pratique afin de faciliter l’organisation des voyageurs. Serait-il envisageable de fournir, 72 à 96 heures avant le jour de grève, un indicateur prévisionnel des trains circulant afin de faciliter l’organisation des voyageurs? On sait que ce qui est annoncé 24 heures avant est bien respecté. En l'occurrence, cet indicateur reposerait sur une analyse probabiliste intégrant l’historique des déclarations d’intention de grève et la présence effective du personnel le jour même, tout en garantissant la confidentialité des profils.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur Hiligsmann, en collaboration avec Infrabel, la SNCB élabore un service ferroviaire alternatif basé sur le personnel disponible afin d'offrir une solution de déplacement au plus grand nombre de clients possible. Comme vous l'avez précisé, ce service est communiqué au plus tard 24 heures avant chaque jour de grève.
Dans le secteur public, la loi relative à la continuité du service en matière de transport de personnes par chemin de fer en cas de grève impose certaines conditions pour permettre la planification d'un plan de transport alternatif.
Premièrement, le préavis de grève doit être déposé au moins huit jours ouvrables avant le début de la grève. Deuxièmement, les membres du personnel essentiel doivent communiquer leur intention définitive de participer ou non à la grève au plus tard 72 heures avant le début du jour de grève. Troisièmement, en fonction de la disponibilité de ce personnel, un plan de transport alternatif est élaboré et communiqué aux voyageurs 24 heures à l'avance.
Nous attirons votre attention sur le fait que la SNCB réalise un "service garanti", ce qui diffère de ce que l'on entend généralement par "service minimum". Ce point est particulièrement important dans ce contexte car le service que la SNCB fournit est garanti. Il dépend des ressources disponibles et en particulier du personnel.
La SNCB déploie donc d'énormes efforts pour développer un service alternatif pour tous ses clients en cas de grève de plusieurs jours, lors de laquelle l'offre doit être adaptée quotidiennement. Cela constitue un véritable défi. Compte tenu de la forte limitation du personnel disponible, cette offre reste toujours exposée à des défis en temps réel – par exemple, des absences imprévues. Il est donc essentiel que tous nos clients suivent l'évolution de la situation via nos canaux d'information habituels.
Au regard des technologies employées et étant donné que nous devons garantir les trajets – donc, plus qu'un service minimum –, il semble qu'à ce stade, ce soit quasiment impossible. Je ne désespère pas qu'à l'avenir, ces technologies puissent évoluer, mais ce n'est pas encore le cas.
Serge Hiligsmann:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos compléments d'information. Vous avez tout à fait raison de parler de service garanti. Comme il est annoncé 24 heures à l'avance, je confirme sa fiabilité. Tout comme les navetteurs, je souhaite cependant que l'on puisse aller un peu plus loin. En effet, on ne décide pas nécessairement de sa journée du lendemain. Si l'on pouvait, grâce à l'IA ou à des analyses probabilistes, recevoir davantage d'informations, peut-être pas garanties 24 heures à l'avance – disons à partir de 72 ou 96 heures –, ce serait parfait. En tout cas, je vous remercie pour vos démarches en ce sens .
De fysieke agressie tegen het spoorpersoneel op de trein Poperinge - Antwerpen-Centraal
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Frank Troosters bekritiseert de structurele onveiligheid van spoorpersoneel na een gewelddadige aanval op een treinbegeleider (hersenschudding, psychologische schade) en vraagt zich af of de minister fatale afloopscenario’s kan uitsluiten, wijzend op onvoldoende middelen, bevoegdheden en bescherming (bv. aanpassing staande-houdtijden) die niet aansluiten bij de toenemende, verhardende criminaliteit. Minister Jean-Luc Crucke veroordeelt het geweld als maatschappelijk probleem (brede trend tegen gezagsfiguren) en somt bestaande maatregelen op (bodycams, camera’s, opleidingen, juridische steun, strafverzwaring), maar benadrukt dat een Europese aanpak nodig is, gezien het grensoverschrijdende karakter. Troosters relativeert dit: Europa mag geen excuus zijn voor vertraging en eist concrete, snelle actie – zoals wettelijke aanpassingen en betere uitrusting – omdat de praktijkervaring van personeel haaks staat op het beleid van leidinggevenden, die volgens hem te traag of theoretisch reageren.
Frank Troosters:
Afgelopen woensdagnamiddag werd een treinbegeleider op de trein tussen Poperinge en Antwerpen-Centraal weer maar eens het slachtoffer van fysieke agressie ingevolge het niet bezitten van een geldig vervoersbewijs. De treinbegeleider hield er een hersenschudding en verwondingen aan hoofd en keel. Ingevolge de mentale impact is hij tijdelijk werkongeschikt.
Kan de minister zich inbeelden welke psychologische impact het op een persoon heeft wanneer men elke dag moet gaan werken met de vrees voor zijn eigen fysieke veiligheid?
Beseft de minister dat dit voor een groot deel van het operationeel spoorpersoneel het geval is?
Erkent de minister dat het ontbreken van een geldig vervoersbewijs veelal de aanleiding vormt tot incidenten?
Durft de minister garanderen dat het bij toekomstige incidenten met spoorpersoneel steeds bij de op zichzelf al onaanvaardbare verbale of fysieke geweldfeiten zal blijven, maw, dat een eventuele fatale afloop voor het spoorpersoneel uitgesloten is? Zo neen: welke maatregelen zal hij nemen om dit laatste te vermijden?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, weer moet ik zeggen dat agressie tegenover het personeel van het openbaar vervoer onaanvaardbaar is en ingaat tegen alle waarden van onze samenleving. Dit fenomeen beperkt zich niet tot het openbaar vervoer, het maakt deel uit van een bredere tendens waarbij agressief gedrag tegenover gezagsfiguren of eerstelijnsprofessionals toeneemt, of het nu gaat om gezondheidzorg, onderwijs of openbare diensten. Het is een maatschappelijke uitdaging, die onze collectieve capaciteit om samen te leven in respect en verantwoordelijkheid op de proef stelt.
De federale regering zal de operatoren en de ordediensten blijven ondersteunen in de strijd tegen dit geweld, want over de veiligheid van degenen die ons dagelijks vervoeren, kan niet onderhandeld worden. De NMBS, TEC, De Lijn en MIVB nemen tal van maatregelen om agressie tegen te gaan, zoals meer personeel op het terrein, een netwerk van bewakingscamera's en opleidingen voor medewerkers die rechtstreeks in contact staan met klanten, zodat zij potentiële conflictsituaties snel leren herkennen en er gepast op kunnen reageren. Elke daad van agressie wordt strikt opgevolgd. Naast onmiddellijke psychologische ondersteuning bij de vier maatschappijen bij elke daad van agressie is er ook juridische bijstand en wordt er klacht neergelegd bij de politie. In elk geval van agressie treden de maatschappijen op als benadeelde partij en bij vervolging door het parket stellen zij zich ook burgerlijke partij.
Dossiers die leiden tot strafrechtelijke vervolging kunnen uitmonden in gevangenisstraf, al dan niet met uitstel. Daders van agressie riskeren ook geldboetes of werkstraffen. Agressie tegen personeel van openbare diensten geldt bovendien als verzwarende omstandigheid.
De vier operatoren werken nauw samen om het gebruik van bodycams te bevorderen bij de personeelsleden die het meest blootgesteld zijn aan agressie. Ervaringen in sommige Europese landen suggereren dat deze toestellen het veiligheidsgevoel kunnen versterken, bijdragen aan de-escalatie van conflictsituaties en nuttige elementen kunnen opleveren bij onderzoek of gerechtelijke procedures. De voorbereidende werkzaamheden gaan verder, om een oplossing te definiëren die volledig voldoet aan de wettelijke vereisten.
Ik heb hierover vorige week nog gesproken met Europese collega’s. Duitsland, Nederland, Frankrijk en zelfs Luxemburg, elk land kent dergelijk geweld. Daarom denk ik meer en meer dat we niet alleen een Belgische oplossing moeten zoeken, maar mogelijk ook een Europees initiatief moeten overwegen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, over uw laatste punt ben ik zelfs van mening dat het nog verder gaat dan Europa. Daar kunnen wij echt niet op blijven wachten. U maakt op dat vlak een terecht punt, maar dat neemt niet weg dat wij hier zelf echt aan de slag moeten. De teneur van alle vragen die ik stel inzake veiligheid en de veiligheidsproblemen binnen het spoor en de punten die ik maak voor het veiligheidspersoneel en ook voor het niet-veiligheidspersoneel, zoals de treinbegeleiders en het spoorpersoneel in het algemeen, is dat wij heel veel kunnen praten, werkgroepen oprichten, overleg plegen, zaken veroordelen en dies meer. Wij kunnen ook uitkijken naar een betere strafuitvoering en andere zaken, maar het is vooral noodzakelijk dat wordt nagegaan of het werk van die mensen in de praktijk, namelijk hun mogelijkheden, hun middelen, hun bevoegdheden, hun uitrusting en hun verweermiddelen, wordt afgestemd op de realiteit. De criminaliteit neemt toe, net als de vormen daarvan, onder andere het wapengebruik. Er is een duidelijke verharding van wat zich manifesteert terwijl aan de andere kant mensen staan die bijna onbeschermd zijn en heel weinig mogelijkheden hebben. Ik heb in het verleden al aangegeven dat er heel wat zaken zijn die op een eenvoudige manier kunnen worden aangepakt, die niet veel geld kosten en die enkel tekstueel of wettelijk moeten worden aangepast, bijvoorbeeld hoe lang men iemand mag staande houden. Daar zijn op korte termijn echt wel winsten te boeken, zoals ik u al eerder heb aangegeven. Ik hoop dat er, behalve het bredere kader, de samenwerking en alles wat moet gebeuren inzake meer mankracht en dergelijke, al stappen worden gezet. Dat is immers heel erg nodig. In essentie stemt de praktijk die het veiligheidspersoneel dagelijks ervaart soms niet overeen met het beeld of de benadering op een hoger echelon bij de leidinggevenden. Ik dank u alleszins voor uw antwoord.
Het steunmechanisme voor het goederenvervoer per spoor
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Frank Troosters vraagt kritisch naar het budget (2026), de Europese aanmeldingsplicht en de haastige procedure rond het nieuwe steunmechanisme (1,2–2,4 €/treinkm) voor spoorgoederenvervoer, dat volgens hem onvoldoende onderbouwd is met impactanalyses of Raad van State-adviezen. Minister Crucke bevestigt dat het budget nog onbeslist is en dat een toekomstige EU-verordening (begin 2026) aanmelding overbodig zou maken, terwijl de wetsvoorstelprocedure gekozen werd om continuïteit te garanderen – Troosters betwist dit en noemt de aanpak "jammerlijk" en mogelijk Europesrechtelijk risicovol, vooral door de flexibele bedragsverhoging via KB. Beide benadrukken wel het belang van sectorsteun, maar Troosters bekritiseert het gebrek aan transparantie en voorbereiding.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de ingediende vraag.
Op woensdag 3 december jl. keurde de Kamercommissie Mobiliteit wetsvoorstel 56K1197 goed. Dit wetsvoorstel voorziet in de installatie van een steunmechanisme voor het goederenvervoer per spoor ten bedrage van 1,2 euro per treinkilometer. De hoogte van dit bedrag kan middels koninklijk besluit bijgesteld worden tot maximaal 2,4 euro per treinkilometer. Het systeem zal in voege gaan vanaf 2026 nadat het huidige steunmechanisme afloopt op 31 december 2025.
Kan de minister duiden welke financiële middelen voorzien zijn voor de uitvoering van het nieuwe steunmechanisme zoals voorzien in wetsvoorstel 56K1197? Welk totaalbudget is er voorzien? Welk budget is er ingeschreven in de uitgavenbegroting voor 2026?
Kan de minister duiden of dit steunmechanisme dient aangemeld te worden bij de Europese Commissie? Zo ja, is dit gebeurd? Wanneer is dat desgevallend gebeurd? Kreeg men goedkeuring vanwege de Europese Commissie? Was dat met opmerkingen en/of voorbehoud? Vormde de voorziene mogelijkheid tot het bij KB wijzigen van de hoogte van de vergoeding aanleiding tot opmerkingen? Zo neen, waarom niet? Beschikt men over een sluitende juridische zekerheid dat dit niet dient te gebeuren?
Vindt de minister de huidige werkwijze via een wetsvoorstel voor het installeren van een nieuw steunmechanisme voor het goederenvervoer per spoor vanaf 2026 de meest gepaste methode hiertoe?
Jean-Luc Crucke:
Het definitieve bedrag dat in de ontwerpbegroting voor 2026 is opgenomen, wordt nog besproken op regeringsniveau. Er moet een goed evenwicht worden gevonden tussen de werkelijke behoeften van de sector en de beperkingen op het gebied van de overheidsfinanciën. Een ontwerpverordening van de Europese Commissie waarin bepaalde steunmaatregelen, met name op het gebied van spoorvervoer, verenigbaar met de interne markt worden verklaard, wordt momenteel afgerond. Deze verordening, die naar verwachting begin 2026 zal worden gepubliceerd, zou het mogelijk maken om dit steunmechanisme niet bij de Commissie aan te melden. Er is gekozen voor een wetsvoorstelprocedure om de continuïteit van de steun tussen 2025 en 2026 zo goed mogelijk te waarborgen. Er is rekening gehouden met de onzekerheden en het risico op vertraging die gepaard gaan met een procedure voor opname in een programmawet, terwijl de procedure voor de goedkeuring van de begroting voor 2026 nog gaande was.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, dat was een summier antwoord. Het debat in de commissie was eigenlijk ook zeer kort. Ik was zelf enigszins verbaasd over de werkwijze. Plots werd een wetsvoorstel ingediend dat met urgentie moest worden behandeld. Daarvoor werd speciaal snel een commissievergadering georganiseerd, waarin dit voorstel niet de bespreking en aandacht heeft gekregen die het volgens mij had moeten krijgen. Als dat wel was gebeurd en de ontbrekende adviezen, waarnaar ik benieuwd was, waren opgevraagd, dan was dit niet voor het einde van het jaar klaar geraakt. Ik betreur dat. Vanochtend werden zelfs nog amendementen goedgekeurd om het steunmechanisme met een jaar te verlengen. U hebt gezegd dat er een goed evenwicht moet worden gevonden en dat de budgettaire impact nog niet duidelijk is, maar intussen zal men daar wel al een jaar mee belasten. We weten eigenlijk niet waarover we spreken. Ik heb woensdag tijdens de eerste bespreking aan de indieners gevraagd welk budget er beschikbaar is en wat er in de uitgavenbegroting van 2026 wordt ingeschreven. Dat wist men niet. Desalniettemin neemt men een bepaling op waarbij de 1,2 euro per treinkilometer bij koninklijk besluit kan worden gewijzigd tot zelfs 2,4 euro, een verdubbeling. We weten echter niet over welk budget we beschikken. U zegt dan hier nu wel dat er naar een goed evenwicht gezocht moet worden, maar ondertussen gaat men over tot een verlenging zonder te weten over welke bedragen het gaat. Ik vind het eigenaardig dat hier niet anders mee wordt omgesprongen. Ik betreur dat er geen wetsontwerp met impactanalyses, samen met een nuttig advies van de Raad van State over het voorontwerp van de teksten, werd voorgelegd, zoals wel vaker gebeurt. Ik heb bovendien mijn twijfels of het niet bij de Europese Commissie moet worden aangemeld. Men kan spreken van een verlenging in de zin dat de data gewijzigd worden, maar eigenlijk kan men het ook als een nieuw steunmechanisme beschouwen. De vorige regeling loopt af op 31 december 2025 en voor de periode van 1 januari 2026 tot – sinds deze morgen – eind 2030 wordt er een nieuw steunmechanisme gecreëerd. Misschien bekijken zij het zo wel. Vooral de voorwaarden die daarin zijn opgenomen, in het bijzonder de mogelijkheid om bij koninklijk besluit het steunbedrag aan te passen, zelfs tot een verdubbeling, lijken mij niet onbelangrijk. Ik heb er dus mijn twijfels bij of dat niet aangemeld had moeten worden. Persoonlijk denk ik van wel. Ik had daarover ook graag de Raad van State gehoord. Die heeft daarover in de vorige legislatuur immers ook opmerkingen gemaakt. Ik betreur dus hoe dit alles is verlopen, maar goed, we hebben het voorstel wel goedgekeurd. Het belangrijkste is uiteraard dat de betrokken ondernemingen niet in een vacuüm terechtkomen. We weten dat sommige onder hen het water aan de lippen hebben staan. Zo ver gaan we het niet drijven, maar ik vind dit eerlijk gezegd een wat jammerlijke manier van werken. Ik kom hier later nog op terug met bijkomende vragen. Wat de aanmelding en de bedragen betreft, zullen we het nodige vernemen. Voorlopig is de situatie gered en dat is het belangrijkste.
Het functioneren van Securail in het station Brussel-Zuid
De aanhoudende onveiligheid en overlast in en rond het station Brussel-Zuid
Veiligheid en werking van Securail in Brussel-Zuid
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Frank Troosters bekritiseert het gebrek aan veiligheid in Brussel-Zuid en andere stations, waar Securail-agenten onderbemand, slecht bewapend (tegenover gewapende criminelen) en monddood gemaakt zouden zijn via strikte zwijgorders, wat hun werk onmogelijk maakt. Minister Crucke (NMBS) benadrukt dat veiligheid een absolute prioriteit is, wijst op dalende incidentcijfers (2024 vs. 2023), verhoogde Securail-inzet (met spitsplannen), samenwerking met politie (bodycams, gecoördineerde controles) en infrastructurele maatregelen (camera’s, nachtsluiting), maar ontkent een algemene zwijgplicht—wel gelden interne communicatieregels. Troosters blijft kritisch: hij eist concrete acties in plaats van "woorden en werkgroepen" en dringt aan op snelle verbeteringen voor het terreinpersoneel, dat volgens hem dringend op oplossingen wacht. De minister belooft verdere evaluatie en gecoördineerde plannen met Binnenlandse Zaken, maar Troosters ziet nog te weinig tastbare resultaten.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.
In Het Nieuwsblad konden we op 25 oktober jl. opnieuw een artikel lezen over de onveiligheid in het station van Brussel-Zuid. Het is een zoveelste artikel in een lange rij die belicht hoe er een gebrek aan veiligheid heerst in dat station. Het station van Brussel-Zuid is echter geen alleenstaand geval.
De agenten van Securail worden dagelijks op veel plaatsen geconfronteerd met criminele feiten. Ze dienen in moeilijke omstandigheden, met gevaar voor hun eigen veiligheid, in te staan voor de veiligheid binnen het spoorgebeuren. Zo komen ze met beperkte verweermiddelen te staan tegenover gewapende criminelen (schietwapens, slagersmes…), zijn ze onderbemand en is het vaak (te) lang wachten op politionele steun.
Klaarblijkelijk hebben de agenten ook strikte orders ontvangen om te zwijgen wanneer het over het Securail-veiligheidsbeleid gaat.
Hoe beoordeelt de minister de verweermiddelen waarover de Securail-agenten actueel beschikken? Vind de minister dat deze in verhouding staan tegenover de wapenmiddelen waarover steeds meer criminelen lijken te beschikken? Beantwoorden deze verweermiddelen en de regels inzake het gebruik ervan aan de actuele uitdagingen waarmee de agenten tegenwoordig geconfronteerd worden?
Hoe verklaart de minister het lage aantal Securail-agenten dat tijdens de spitsuren aanwezig is in de stationshal van Brussel-Zuid? Welke doelen zijn er door de Securail-directie gesteld inzake de minimumbezetting in het station van Brussel-Zuid?
Kan de minister bevestigen dat de Securail-agenten zwijgplicht opgelegd kregen, oa. wanneer het gaat over het eventueel onderbemand zijn van hun dienst? Zo ja: door wie werd het verbod om vrij te kunnen spreken aan de Securail-agenten opgelegd? Vind de minister dit gepast? Zo neen: waarom niet?
Jean-Luc Crucke:
De NMBS en ik verzekeren u dat wij de veiligheid in en rond het station Brussel zeer ernstig nemen. Het blijft een complexe uitdaging, ook al zijn sinds 2023 reeds gerichte maatregelen genomen om zowel de zichtbaarheid als de daadwerkelijke veiligheid te versterken.
Specifiek voor het station Brussel-Zuid verbind ik mij ertoe een evaluatie te maken van het actieplan dat in 2024 werd opgestart om de veiligheid in en rond het station te versterken. De evaluatie moet duidelijk maken welke maatregelen zijn uitgevoerd en welke verder moeten worden ontwikkeld. De aanpak steunt op drie pijlers: verhoogde aanwezigheid op het terrein, technologische ondersteuning en intensieve samenwerking met interne en externe partners.
Het is eveneens belangrijk aan te geven dat de interventiecijfers in Brussel-Zuid tijdens de laatste zes maanden van 2024 een dalende trend lijken te tonen in vergelijking met 2023. Ook de inzet van Securailagenten met Brussel-Zuid als uitvalsbasis is het voorbije jaar sterk toegenomen.
Wat hun inzet en bescherming betreft, geldt dat zij 24 uur per dag en 7 dagen per week aanwezig zijn in het station. Tijdens de ochtend- en avondspits wordt een specifiek team ingezet in de commerciële zone. De bezetting wordt afgestemd op de operationele noden en gebeurt in overleg met de veiligheidsdiensten. De personele inzet wordt continu geëvalueerd en aangepast waar nodig.
Wat de verweermiddelen betreft, Securailagenten beschikken over de uitrusting die wettelijk is toegelaten en die is afgestemd op hun opdracht als niet-politionele veiligheidsdienst. De NMBS volgt nauwgezet de evolutie van de veiligheidsrisico’s en werkt samen met de federale overheid om uitrusting en procedures aan te passen aan de actuele uitdagingen.
De agenten opereren steeds in nauwe samenwerking met de politie, die verantwoordelijk is voor gewapende interventies. We werken eveneens samen met de minister van Binnenlandse Zaken, zodat Securailagenten over bodycams kunnen beschikken.
Wat de samenwerking en politionele ondersteuning betreft, er is een politiepost operationeel in het station, politiepost die een essentiële rol speelt voor de veiligheid. In overleg worden extra patrouilles en gerichte acties georganiseerd. Daarnaast zijn er gecoördineerde controles met de politie, de douane, de Dienst Vreemdelingenzaken en Securail, gericht op fraude, overlast, illegale migratie en drugsproblematiek.
Concreet werken we de juridische instrumenten uit die een betere structurering van de operationele samenwerking tussen de politie en Securail mogelijk maken, aangezien beide entiteiten in dat domein actief zijn.
In het kader van een cobeheer met de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken wordt een gezamenlijke bevoegdheid van de ministers van Veiligheid en Binnenlandse Zaken en van Mobiliteit ingesteld voor de uitwerking en uitvoering van het strategische en operationele plan van Securail en de afstemming met de geïntegreerde veiligheidsactieplannen van de NMBS.
Over transparantie en communicatie kan ik u meegeven dat geen algemene zwijgplicht is opgelegd aan Securailagenten. Zoals in elke organisatie gelden wel interne communicatieprotocollen en discretieplicht over operationele details in het belang van de veiligheid en de samenwerking met andere diensten. De NMBS moedigt open dialogen in de organisatie aan via de geëigende kanalen.
Het is cruciaal dat alle partijen hun verantwoordelijkheid opnemen op het vlak van veiligheid in en rond de stations. Elke partner heeft daarbij een opdracht. De politie focust op strafrechtelijke inbreuken. De Dienst Vreemdelingenzaken treedt op ten aanzien van personen zonder geldig verblijfsdocument. MIVB, De Lijn en TEC controleren op zwartrijden op trams en bussen. Drugsproblemen of conflicten in de ruimere omgeving worden opgevolgd door de lokale overheden en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ten slotte ziet Securail toe op de naleving van de spoorwegwetgeving en de veiligheid op het spoorwegdomein.
De NMBS neemt haar deel van de verantwoordelijkheid ernstig. Behalve de inzet van Securail zijn tal van infrastructurele en organisatorische maatregelen genomen. Het camerabewakingsnet werd uitgebreid tot 701 camera’s. Er is toegangscontrole en het station wordt ’s nachts gesloten tussen 1.45 uur en 3.45 uur. De schoonmaakfrequentie werd verhoogd. Zitbanken en fysieke barrières zijn aangepast om ongewenste installaties te voorkomen. Voor sociale problemen wordt gewerkt met casemanagement via het gespecialiseerde team van de federale spoorwegpolitie. Ten slotte wordt samengewerkt met gemeenten voor acties in de omliggende straten en de verbetering van de verkeersveiligheid.
De NMBS volgt de situatie nauwgezet op en staat open voor een bijkomende versterking van de maatregelen in overleg met de bevoegde autoriteiten.
Tot slot onderstreept ik dat de veiligheid in en rond onze stations en zeker in Brussel-Zuid een absolute prioriteit blijft.
Daarom stimuleer ik actief een nauwere samenwerking met de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie. Dankzij die gezamenlijke aanpak hebben de lokale politiezones inmiddels toegang tot de camerabeelden van de NMBS, wordt de samenwerking tussen Securail en de federale politie verder versterkt en zullen Securailagenten van de NMBS binnenkort bodycams kunnen dragen om zowel hun veiligheid als die van de reizigers te verbeteren.
Omdat die uitdaging de bevoegdheden van verschillende diensten en overheden raakt, is een gecoördineerde aanpak essentieel. Ik engageer mij dan ook ertoe om de uitwisseling met de minister van Binnenlandse Zaken te intensifiëren, zodat we gezamenlijk een concrete actieplan kunnen opstellen en uitvoeren. Alleen via een structurele samenwerking en een gedeelde verantwoordelijkheid kunnen we de veiligheid duurzaam versterken en ervoor zorgen dat elke reiziger zich in en rond onze stations veilig voelt.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.
Mijnheer de minister, ik heb vandaag heel veel vragen aan u gesteld. Tien daarvan gingen over de veiligheid bij het spoor en in het bijzonder van het personeel en vooral het Securailpersoneel. Ik denk dat hierover voldoende werd gezegd.
Ik hoop vooral op concrete acties. Ik denk dat de Securailagenten en het andere spoorpersoneel daar absoluut op wachten. Overleg en studie in werkgroepen, woorden, dat is allemaal wel goed, maar er moeten echt concrete acties komen. Ik denk ook dat ik in mijn antwoorden concrete pistes heb aangereikt, waar snel winst kan worden geboekt. Ik hoop dat u die in concrete resultaten kunt omzetten.
Voorzitter:
Vraag nr. 56009504 van de heer Daerden, vraag nr. 56010047 van de heer Van den Heuvel, vraag nr. 56010495 van de heer Thiébaut, de samengevoegde vragen nr. 56010832 van de heer Vander Elst en nr. 56010873 van mevrouw Huybrechts, vraag nr. 56010842 van de heer Freilich en vraag nr. 56011137 van de heer Van Hecke worden als ingetrokken beschouwd, volgens artikel 127, lid 10. Mijnheer de minister, ik bedank u en uw assistent voor uw komst. U hebt meer dan 7 uur vragen beantwoord. Dat is indrukwekkend. Ik wens u beiden een goede kerstvakantie en een deugddoend eindejaar. Ik bedank ook het commissiesecretariaat, de diensten van Kamer en de tolken oor het intensief vertalen gedurende zo veel uren. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.16 uur. La réunion publique de commission est levée à 18 h 16.
Het Eurostation
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 18 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Eurostation (Victor Hortaplein) kost 1,4 miljoen euro/maand aan huur maar staat voor 41% leeg, met uitstel van de geplande verhuizing van FOD Justitie naar zomer 2026 in plaats van 2025. De Regie der Gebouwen belooft efficiënter beheer via een masterplan (afronding oktober 2026) en herbestemming van de Blérot-vleugel na vertrek van FOD Werkgelegenheid, maar concrete plannen ontbreken nog. Huybrechts benadrukt dat leegstand en verval van historisch waardevolle federale gebouwen structureel zijn en dringt aan op versneld hergebruik. De Regie claimt een ommezwaai naar verantwoordelijkheid, maar kritiek blijft op het trage tempo en gebrek aan transparantie.
Britt Huybrechts:
Het Eurostation, gelegen op het Victor Hortaplein, is een enorm complex bestaande uit de Instruction-vleugel, de Blérot-vleugel en de Horta Galerij. Het complex wordt gehuurd door de Regie der Gebouwen om er enkele federale diensten te huisvesten. In 2023 bedroeg de huurprijs 1,4 miljoen euro per maand.
Toch wordt het Eurostation niet volledig benut, waarbij blijkt dat er al 5 jaar sprake is van leegstand in het eurostation. Met een leegstand van 41% is de situatie in het Eurostation momenteel een voorbeeld van inefficiëntie en verspilling binnen de Federale overheid.
De Regie der Gebouwen kondigde enkele jaren geleden aan dat de FOD Justitie in 2025 ging verhuizen naar het Eurostation om zo de leegstand en de verspilling tegen te gaan. Intussen spreekt de Regie nu over een verhuis in de zomer van 2026.
Daarom heb ik volgende vragen:
Hoe veel bedragen de maandelijkse huurkosten voor het Eurostation?
Welke diensten zijn momenteel gehuisvest in het Eurostation? Gelieve hierbij een indeling te maken tussen de Instruction-vleugel, de Blérot-vleugel en de Horta Galerij? Hoe veel bedraagt bijgevolg de leegstand in elk van deze drie vleugels?
Wat is de huidige stand van zaken omtrent de invulling van de Instruction-vleugel door de administratie van FOD Justitie? Welke impact zou deze nieuwe invulling hebben op de leegstand binnen de Instruction-vleugel en het Eurostation?
Wat is de huidige stand van zaken omtrent de leegstand binnen de Blérot-vleugel? Zijn er momenteel plannen om deze terug in te vullen?
Zijn er nog andere concrete plannen om de leegstand binnen het Eurostation te verminderen?
Vanessa Matz:
Met betrekking tot huurkosten, bewoners enzovoort heb ik hier alle informatie op papier om u nauwkeurig te kunnen antwoorden. Ik zal u het document bezorgen.
Om een einde te maken aan deze inefficiëntie heeft de Regie der Gebouwen een volledige oriëntatie van de bezetting van het complex opgestart. In dat kader zijn de werkzaamheden van het masterplan voor Justitie momenteel bezig in de Instructionvleugel. Het einde is voorzien voor oktober 2026.
Ten gevolge het vertrek van de FOD Werkgelegenheid bestudeert de Regie der Gebouwen verschillende scenario’s met betrekking tot de Blérotvleugel. Momenteel richt de Regie haar inspanningen op de uitvoering van de reeds geplande verhuizingen. Zodra deze afgerond zijn, beschikt de Regie over een precies beeld van de overblijvende ruimte en kan worden gekeken naar aangepaste optimaliserings- en rationaliseringsmaatregelen.
Samengevat, de situatie die u beschrijft, was reëel maar wordt momenteel rechtgezet. De beslissingen zijn genomen, de kalender ligt vast en de besparingen zullen er komen. Wij stappen af van een logica van verspilling en gaan naar een logica van verantwoordelijkheid en efficiëntie, ten dienste van de Staat en de burgers.
Britt Huybrechts:
Mevrouw de minister, het Eurostation is helaas geen uitzonderlijk geval. Ik heb van de Regie der Gebouwen een heel uitgebreid antwoord gekregen op andere vragen over leegstand. Er zitten zeer pijnlijke dossiers tussen, waarover ik nog vervolgvragen zal stellen. We moeten zo snel mogelijk af van al die gebouwen die leegstaan en staan te verkommeren. Heel vaak zijn het zeer mooie gebouwen, gebouwen met een heel sterke historische waarde, die nu staan te verkommeren. Die gebouwen hebben nood aan efficiënt beleid. Waarschijnlijk zal ik nog een aantal vervolgvragen stellen.
Het leegstaande gebouw van de spoorwegpolitie
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 18 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het leegstaande gebouw van de spoorwegpolitie in Gent (77% onbenut, al 5+ jaar) verkeert gedeeltelijk in slechte staat, maar beïnvloedt de politiewerking niet. De tijdelijke huisvesting (na mislukte terugkeer naar Gent-Sint-Pieters) blokkeert renovatie of verkoop, terwijl de Regie der Gebouwen enkel noodonderhoud pleegt en wacht op een definitieve verhuis—wat de leegstand en verval alleen verergert. Huybrechts kritiseert het ontbreken van een duurzaam plan en timing, waarschuwt voor stijgende renovatiekosten door uitstel, en eist structurele oplossingen voor aanslepende leegstandsdossiers. Matz bevestigt lopende gesprekken over verhuis, maar biedt geen concrete termijn of budget.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
In navolging van uw antwoord op schriftelijke vraag nr. 277 wens ik terug te komen op de situatie van het gebouw van de spoorwegpolitie aan de Pacificatielaan 35 te Gent, dat volgens de ontvangen informatie voor 77% leegstaat.
Concreet betekent dit dat slechts 1024,32 vierkante meter van de site in gebruik is terwijl de totale oppervlakte 3104 vierkante meter bedraagt. Deze leegstand zou al meer dan 5 jaar aanhouden en te wijten zijn aan de slechte staat waar de site zich in verkeert.
Daarom heb ik volgende vragen:
Kan u mij meer informatie geven over de huidige stand van zaken in verband met deze site? Welke delen verkeren in slechte staat? Wat houdt deze slechte staat in?
Hoe is deze situatie ontstaan en waarom is er tot heden nog geen oplossing gevonden voor deze leegstand?
Hoe beïnvloedt deze gedeeltelijke leegstand de werking van de spoorwegpolitie?
Is er een concreet plan om iets te doen aan deze aanslepende problematiek? Zo ja, tegen wanneer verwacht men een beslissing over eventuele werken of herbestemming?
Zijn er schattingen van de kostprijs en eventueel van de timing om het gebouw opnieuw volledig operationeel te maken?
Hoe staan de Regie en de minister tegenover het uitvoeren van renovatiewerken aan deze site?
Vanessa Matz:
Mevrouw Huybrechts, na het vertrek van de gerechtelijke politie kwam de site aan de Pacificatielaan in Gent volledig leeg te staan. De Regie der Gebouwen wilde de site verkopen. Op dat moment vroeg de federale politie om te bekijken of de spoorwegpolitie er tijdelijk kon worden ondergebracht, aangezien haar huisvesting in het station van Gent problematisch was.
Hoewel de huisvesting van de spoorwegpolitie normaal een verantwoordelijkheid is van de NMBS, is de Regie der Gebouwen hierop ingegaan aangezien het een federale dienst betreft. Er werd bijgevolg een overeenkomst gesloten tussen de NMBS en de Regie der Gebouwen voor een tijdelijke huisvesting, zonder de toekomstige verkoop van de site te hinderen. De bedoeling was dat de spoorwegpolitie na de renovatie van Gent-Sint-Pieters zou terugkeren naar het station, maar door plaatsgebrek is dat niet meer mogelijk. De leegstand betreft enkel de delen van de site die niet door de spoorwegpolitie worden gebruikt. Die ruimtes verkeren ook in slechte staat, maar hebben geen invloed op de werking van de politie.
Intussen zijn er gesprekken tussen de federale politie en de Regie der Gebouwen om de spoorwegpolitie eventueel op een andere locatie onder te brengen. Tot dan beperkt de Regie der Gebouwen zich tot het noodzakelijk onderhoud.
Bij een verhuis van de spoorwegpolitie zou de site opnieuw volledig leeg staan. Dan kan er een renovatie worden uitgevoerd in functie van een nieuwe bestemming of verkoop.
Britt Huybrechts:
Mevrouw de minister, dit is het zoveelste leegstanddossier waarvoor we geen duurzame oplossing vinden. Ik begrijp dat we de spoorwegpolitie in dat gebouw moesten plaatsen, want de situatie aan het station was echt erbarmelijk. Ik heb echter geen antwoord gekregen op mijn vraag naar hoelang het nog zou duren. Als de spoorwegpolitie er immers nog een paar jaar zit en we dan pas het gebouw kunnen renoveren, zal het enkel nog verder verkommeren, zal er nog meer schade zijn en zullen de renovatiekosten nog hoger uitvallen. Het is dus een soort vicieuze cirkel waarin u wel wilt renoveren, maar niet kunt omdat er nog diensten in zitten, en de leegstand daarmee enkel erger wordt. Er zijn zoveel dossiers die dezelfde problematiek kennen, dus ik denk dat u hieraan meer aandacht moet geven in uw beleid en moet zoeken naar duurzame oplossingen om sites als deze zo snel mogelijk te kunnen renoveren. Alleen dat zal voor betere en duurzamere oplossingen zorgen.
Visumvrije paspoorten
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 18 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Vlaams minister Demir waarschuwt dat Turkije via visumvrije "groene paspoorten" pro-Erdogan imams naar Vlaanderen stuurt, mogelijk voor politieke of religieuze beïnvloeding, zoals ook in Duitsland en Frankrijk gebeurt. Minister Prévot bevestigt dat het dossier vooral onder Binnenlandse Zaken en Justitie valt, maar dat de bezorgdheden bilateraal en in de EU worden besproken. Huybrechts dringt aan op een schriftelijk antwoord (ook voor de commissie) en herhaalt haar vragen bij de bevoegde ministers. Concrete acties of verdere toezeggingen blijven uit, behalve Prévots aanbod voor een vervolggesprek in de commissie.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Vlaams minister Zuhal Demir heeft publiek verklaard dat Turkije misbruik zou maken van visumvrije “groene paspoorten" om imams die het regime van president Erdogan gunstig gezind zijn, naar Vlaanderen te sturen. Via deze paspoorten kunnen Turkse staatsburgers tot 90 dagen zonder visum in de Schengenzone verblijven, waardoor de verplichting tot het aanvragen van een arbeidsvergunning in Vlaanderen wordt omzeild.
Ook in buurlanden zoals Duitsland en Frankrijk zijn gevallen bekend waarbij imams met dergelijke paspoorten werden onderzocht wegens spionageactiviteiten of politieke beïnvloeding in opdracht van Diyanet, het Turkse directoraat voor Religieuze Zaken.
Graag verneem ik van de minister het volgende:
Heeft u kennis van signalen of meldingen over het gebruik van deze Turkse “groene paspoorten" in België, al dan niet voor religieuze of politieke doeleinden?
Wordt dit onderwerp momenteel besproken binnen de Europese Raad of bilateraal met Turkije?
Hoe evalueert u het risico dat buitenlandse regeringen via visumvrije paspoorten religieuze of politieke beïnvloeding uitoefenen in België?
Welke stappen zal België ondernemen om eventueel misbruik te onderzoeken en te voorkomen, al dan niet in overleg met Binnenlandse Zaken en de Vlaamse overheid?
Wordt dit fenomeen ook opgemerkt bij andere landen die beschikken over gelijkaardige visumvrije of speciale paspoorten? En zo ja, bij welke landen stelt men zich gelijkaardige problemen vast?
Overweegt u om de Turkse ambassadeur hierover op het matje te roepen of ten minste formeel om verduidelijking te vragen over het vermeend misbruik van deze paspoorten?
Maxime Prévot:
Mevrouw Huybrechts, Vlaams minister Zuhal Demir heeft me over de zogenaamd groene Turkse paspoorten ook formeel aangesproken. Een antwoord op haar brief wordt weldra verstuurd.
De meeste aspecten van die problematiek vallen echter niet binnen mijn bevoegdheid, maar onder de bevoegdheid van mijn collega's, de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie. Onze respectievelijke diensten houden uiteraard nauw contact en die bezorgdheden worden aangekaart in politieke contacten met Turkije, alsook met collega's uit andere EU-landen.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, wat u zegt, is interessant. Ik zal mijn vraag dan ook opnieuw stellen aan de bevoegde ministers Quintin en Verlinden.
Ik kijk ook uit naar uw brief in antwoord op Vlaams minister Demir. Het is misschien interessant dat de leden van de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen die brief ook kunnen ontvangen, zodat we direct volledig op de hoogte zijn.
Maxime Prévot:
Madame la présidente, afin de faciliter le travail des parlementaires et puisqu'il est prévu que je vienne la semaine prochaine en commission pour débattre de projets de loi, je suis disponible après ceux-ci pour continuer la liste des questions si vous le souhaitez. C'est une proposition que je fais afin que les parlementaires puissent avoir réponse à leurs questions, sous réserve que le premier ministre ne convoque pas un kern à la même période pour débattre du budget. Mais, sous cette réserve, je propose de me tenir à la disposition de la commission pour, dans la foulée des textes de loi, continuer les questions-réponses. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 19.04 uur. La réunion publique de commission est levée à 19 h 04.
De consultancyuitgaven van de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 13 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Farah Jacquet kritiseert dat 700 miljoen euro aan consultancykosten (tot 9.000 euro/dag) bij spoorbedrijven wordt besteed—geld dat nu wordt bezuinigd op spoorwegpersoneel, zoals pensioenen en statuten. Ze noemt voorbeelden van onnodige inhuur (bv. een consultant die een ervaren medewerker "opleidt") en eist transparantie (lijsten van opdrachten, kosten, resultaten). Minister Crucke erkent overdreven uitgaven maar verdedigt dat sommige consultancy noodzakelijk is voor de SNCB/Infrabel, wijzend op gerespecteerde criteria uit de Cour des comptes. Hij belooft strengere controle op volumes, maar ontkent dat bezuinigingen op personeel rechtstreeks gelinkt zijn aan consultancykosten. Jacquet ontkracht dit: zelfs met een bezuiniging van 1,8%/jaar loopt het consultancybudget op tot >1 miljard euro deze legislatuur, terwijl gebrek aan transparantie en absurde tarieven (9.000€/dag) onverklaarbaar blijven.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, cela fait des mois que vous nous parlez des économies à faire dans le rail. Apparemment, vous allez attaquer les statuts et les pensions, parce qu’il n’y a plus d'argent.
En même temps, nous apprenons par la Cour des comptes que plus de 700 millions d'euros ont été payés à des multinationales pour de la consultance; pendant que vous prévoyez plus de 600 millions d'euros d'économies sur toute votre législature. En résumé, ce qui a été donné à la consultance, vous le retirez aux cheminots.
Sérieusement, pourquoi faire appel à des consultants? Pourquoi faire appel à des multinationales? Je vais vous donner un exemple concret. Patrick, 25 ans d'expérience comme accompagnateur de train, respecté, posé et compétent – un peu comme moi – passe des examens pour devenir instructeur. Il y a quelques mois, on décide de lui coller un consultant, qui ne connaît rien du rail, pendant un mois, pour lui apprendre le travail qu'il fait déjà. Où est le bon sens? Comment peut-on justifier cela?
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous donner la liste complète des consultants du rail, leurs missions, leurs résultats, leurs coûts? Pouvez-vous garantir que les recommandations de la Cour des comptes seront désormais suivies?
Grâce à notre pression – vous l'avez dit en commission –, vous allez diminuer les frais de consultance de 1,8 % dans le rail. Mais ce n'est pas assez. Ma question est simple, allez-vous vous engager (…)
Jean-Luc Crucke:
Madame la députée, ma réponse ne vous étonnera pas puisque, voici quelques semaines, vous me questionniez déjà à ce sujet. Vous cherchez le bon sens. Ce dont je suis sûr est que chercher le bon sens ne signifie pas aller à contre-sens. Cela demande sans doute un peu de nuance. Je puis comprendre que vous tentiez de caricaturer. Je vous connais assez pour savoir que ce n'est pas exactement votre sentiment. Dans le cas présent, vous l'avez toutefois fait.
Certaines missions impliquent que la SNCB et Infrabel doivent pouvoir recourir à de la consultance, et ce n'est pas contestable. Il en est d'autres, et je vous l'ai dit, pour lesquelles je considère que cette dépense est excessive. Cela étant, comparer les économies qu'il faut faire sur le rail avec des dépenses de consultance, cela revient à lancer des arguments confus à la face de ceux qui travaillent à la SNCB et à Infrabel et avec celles-ci.
Comme je vous l'ai dit, je souhaite, de part et d'autre, un éclaircissement des critères. Moi, j'ai lu le rapport en question. Je suis arrivé un peu en retard, et vous m'en excuserez – et, il est vrai, en train. À la lecture du rapport, on apprend que les critères sont respectés. Et cela devrait vous donner à réfléchir, car cela signifie que ces institutions publiques autonomes fonctionnent selon ces critères. En revanche, je vous rejoins sur le volume des dépenses et j'y serai attentif.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses. J'ai fait les calculs. Si l'on maintient ce niveau de consultance sous cette législature, même en appliquant un taux de 1,8 % par an à vos économies, il en résultera plus d'un milliard d'euros de consultance sous votre propre législature. Par conséquent, vous ne pouvez pas me répondre qu'il est normal d'engager quelqu'un qui travaille dans la consultance, alors qu'il est quand même payé jusqu'à 9 000 euros par jour! On va engager quelqu'un qui est payé jusqu'à 9 000 euros par jour pour apprendre à un cheminot qui est là depuis longtemps comment il doit accomplir son travail. Cela n'a aucun sens! C'est dépenser à tout va. Dans d'autres compétences, je ne dis pas, mais il y a un cahier des charges à respecter. Nous n'y trouvons aucune transparence, nous ne savons rien. Donc, cela ne va pas. Nous vous demandons de (…)
De aan de NMBS uitgekeerde bonus voor de behaalde doelstellingen in 2024
Het openbaredienstcontract en financiële bonussen voor de NMBS
Het gemengd rapport over de NMBS
Het gemengd beeld dat geschetst wordt in het rapport over de NMBS
De bonus voor de NMBS
De doelstellingen van de NMBS voor 2024
De aanbevelingen uit het jaarverslag 2024 van Ombudsrail
De financiële bonus voor de NMBS op basis van het jaarlijkse prestatierapport
De prestaties van de NMBS en Infrabel
De prestaties van de NMBS en de toegekende bonus
Evaluatie, bonussen en prestaties van NMBS en Infrabel in 2024
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS ontving een bonus van 417.000 euro voor drie behaalde prestatie-indicatoren (o.a. CO₂-uitstoot, reizigersinformatie), maar scoorde slecht op stiptheid, beschikbaarheid materieel en reizigerskilometers, wat niet aansluit bij de ervaring van reizigers en klachten bij *Ombudsrail* (stijging van 56%). Kritiek luidt dat het bonussysteem interne efficiëntie beloont, niet de reizigersbeleving, terwijl structurele problemen zoals afgeschafte treinen (duizenden/maand) en vertragingen (1 op 10 treinen >6 min te laat) onvoldoende worden meegewogen. De minister benadrukt dat de midterm review in 2028 de indicatoren kan herzien, met mogelijke aanpassingen voor stiptheid, afgeschafte treinen en reizigersgerichte metingen, maar waarschuwt voor onhaalbare doelen die het systeem ondermijnen. Remediëringsplannen (o.a. meer treinen, betere materieelplanning, antifraude) moeten de achterstand op treinkilometers en materieelbeschikbaarheid (24% onbruikbaar in 2024) wegwerken, met opvolging door de *FOD Mobiliteit*. Het bonusbedrag gaat integraal naar welzijnsprojecten voor personeel, maar parlementsleden eisen meetbare verbeteringen voor reizigers en een herziening van het "vervreemdende" beloningssysteem.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, de FOD Mobiliteit maakte op 23 september bekend dat de NMBS een bonus ontvangt van 417.000 euro voor haar prestaties in 2024. Volgens het prestatierapport behaalde de NMBS voor 3 van de 12 indicatoren een score boven de verwachtingen, met name voor reizigersinformatie bij verstoord treinverkeer, voor energieverbruik van de elektrische treinen en voor CO 2 -uitstoot. Voor 7 indicatoren, waaronder stiptheid en klantentevredenheid, bleef de NMBS binnen de drempelwaarden. Voor 2 indicatoren scoorde de NMBS onder de norm: de beschikbaarheid van het rollend materieel en het aantal reizigerskilometers.
Mijnheer de minister, sta me toe te zeggen dat we vinden dat deze resultaten niet helemaal overeenstemmen met het gevoel dat klanten hebben. Helemaal niet, eigenlijk. Wat ons betreft, is er dan ook weinig reden tot euforie. Ook volgens de belangenorganisatie TreinTramBus blijft 1 op 10 treinen meer dan 6 minuten te laat en worden maandelijks duizenden ritten geschrapt en haltes overgeslagen, problemen die niet in de huidige prestatie-indicatoren vervat zitten.
Ook Ombudsrail wijst erop dat het aantal klachten over afgeschafte treinen en ontbrekende communicatie structureel hoog blijft, terwijl deze elementen geen enkele rol spelen in het bonussysteem. Ik wil even in herinnering brengen dat Ombudsrail er ons op gewezen heeft dat er in totaal 2.334 klachten bij Ombudsrail zijn gemeld en dat er een stijging is met 56 % van het aantal binnenlandse klachten.
Zo lijkt het erop dat het bonussysteem vooral interne efficiëntieparameters evalueert, maar niet de reële ervaring van de reizigers weergeeft. Voor een openbaar bedrijf dat jaarlijks miljarden aan publieke middelen ontvangt, lijkt ons dat moeilijk te verantwoorden. Het openbaredienstencontract voorziet in midterm reviews in 2028, waarbij de prestatie-indicatoren en de bonusmalusregeling herzien kunnen worden. Die oefening lijkt ons dan ook het moment om het systeem realistischer en meer reizigersgericht te maken. Vandaar mijn vragen, mijnheer de minister.
Op welke manier zult u reizigers en Ombudsrail betrekken bij de voorbereiding van de midterm review?
Bent u van plan bijkomende prestatie-indicatoren toe te voegen tijdens de midterm review, waarvan de reizigers hebben aangegeven dat ze belangrijk zijn, zoals het aantal afgeschafte treinen en haltes die overgeslagen worden?
Bent u van plan ook prestatie-indicatoren te schrappen tijdens de midterm review? Zo ja, welke en waarom?
Bent u van plan de ambitie voor bepaalde prestatie-indicatoren aan te scherpen, bijvoorbeeld de stiptheid?
Overweegt u, ten slotte, om de bonus-malusbedragen te verhogen, zodat de financiële prikkels meer gewicht krijgen?
Ik heb nog een bijkomende vraag, nadat ik het rapport heb mogen ontvangen en de indicatoren heb kunnen inkijken. Wie bepaalt de klantentevredenheid? Wie bepaalt de andere KPI’s? Wie doet daarop de kwaliteitscontrole?
Voorzitter:
Collega’s, wij hebben vandaag een heel uitgebreide agenda. U weet dat ik altijd probeer heel soepel om te gaan met de spreektijd, zeker wanneer de minister antwoordt. Dat is goed. Parlementsleden stellen immers vragen om antwoorden te krijgen. Soms is het voor de minister moeilijk die antwoorden binnen de voorziene tijdsspanne te formuleren en dan laat ik meestal enige marge.
Iedereen wint bij een goed geïnformeerd debat, maar ik wil vandaag toch aandringen op tijdsdiscipline. Ik zal niet op de seconde afduwen, maar ik vraag wel om zowel de vragen als de replieken zoveel mogelijk binnen de voorziene tijd te houden, want de agenda is enorm lang.
Daarop wou ik nog even aandringen.
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de voorzitter, ik ben het helemaal eens met uw opmerking.
De context is al geschetst. Onlangs is een nieuw rapport gepubliceerd door de FOD Mobiliteit. Daaruit blijken enige positieve evoluties die hebben geleid tot een bonus van 417.000 euro, zijnde bijna een half miljoen euro. Dat is niet onaanzienlijk en dat kwam omdat op een aantal punten beter werd gescoord dan verwacht. Mevrouw De Knop gaf al aan dat onder meer de reizigersinformatie en de CO 2 -uitstoot zijn verbeterd.
Mijnheer de minister, tegelijkertijd voelt iedereen aan dat de essentie, namelijk de stiptheid en de betrouwbaarheid van de trein, nog steeds werkpunten blijven. Dat weet u ook. In dat opzicht heb ik enkele concrete vragen voor u.
Hoe beoordeelt u de resultaten van het rapport in verhouding tot de doelstellingen van het openbaredienstencontract?
Hoe zult u erop toezien dat de NMBS de nodige inspanningen levert om stap voor stap alle doelstellingen te halen, ook die doelstellingen die vandaag nog niet worden gehaald, in het bijzonder wat betreft stiptheid, betrouwbaarheid en beschikbaarheid van het materieel?
Welke concrete opvolging voorziet u om ervoor te zorgen dat de NMBS niet alleen verbeterplannen opstelt, maar ze ook daadwerkelijk uitvoert en rapporteert?
Ten slotte, hoe ziet u het traject voor de komende jaren? Wat zijn voor u de belangrijkste prioriteiten om de dienstverlening voor de reiziger merkbaar te verbeteren?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, de twee vorige sprekers hebben het probleem zeer goed geschetst. Ik wil even stilstaan bij de reiziger. Voor die reiziger, die in de kou blijft staan, is het telkens een slag in het gezicht. Het is moeilijk te begrijpen dat de NMBS dan nog een bonus krijgt.
Mijnheer de minister, hoe legt u aan de reizigers uit dat de NMBS voor 2024 een bonus krijgt, terwijl de stiptheid en de betrouwbaarheid precies de belangrijkste aspecten zijn voor de reizigers, maar uiteindelijk niet worden gehaald?
Welke concrete maatregelen zult u samen met de NMBS nemen om de stiptheid en de betrouwbaarheid in de toekomst te verbeteren?
Ten slotte moet de NMBS in 2025 een remediëringsplan opstellen voor twee prestatie-indicatoren, namelijk de treinkilometers en het percentage onbeschikbaarheid van het rollend materieel voor de planning van het referentieaanbod. De plannen werden midden augustus overgemaakt aan de FOD Mobiliteit en Vervoer.
Mijnheer de minister, kunt u een overzicht geven van de belangrijkste maatregelen die in dat plan zijn opgenomen en aangeven tegen wanneer ze concreet zullen worden uitgerold?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik zal de problematiek niet opnieuw schetsen, want die is al voldoende toegelicht. Ik kom meteen tot mijn vragen.
Hoe evalueert u de resultaten van de NMBS zoals die zijn weergegeven in het prestatierapport? Stemmen die resultaten van de prestatiedialoog volgens u overeen met de perceptie en de ervaring die bij het publiek van de treinreizigers leven over de prestaties en de dienstverlening van de NMBS?
Het prestatierapport vermeldt dat de NMBS goed scoort inzake communicatie bij verstoringen van de dienstverlening. Deelt u die vaststelling, gelet op de recente vragen en besprekingen in deze commissie over de communicatieproblemen bij de NMBS?
Hoe beoordeelt u het bonus-malussysteem zoals dat is opgenomen in de beheersovereenkomst tussen de federale overheid en de spoorbedrijven? Hoe beoordeelt u het feit dat de NMBS een bonus ontvangt, terwijl indicatoren die rechtstreeks van belang zijn voor de treinreizigers, zoals stiptheid, vertragingen en het aantal afgeschafte treinen, structureel slecht scoren?
Welke maatregelen zult u nemen om die prestaties te verbeteren en wat is de stand van zaken met betrekking tot de verplichte remediëringsplannen die de NMBS moet opstellen?
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, la SNCB nous informe dans un récent communiqué qu’elle recevra un bonus financier de 417 000 euros pour les objectifs atteints en 2024. Toujours selon l’entreprise publique, ces moyens supplémentaires seront entièrement investis dans des projets visant à améliorer le bien-être au travail. Des investissements que nous ne pouvons évidemment que soutenir.
Le 17 octobre dernier, vous déclariez à la presse que la SNCB devrait également faire des efforts dans le cadre des discussions budgétaires. Allez-vous faire de nouvelles économies dans le rail? Si oui, où? Quelles pistes sont sur la table?
Pouvez-vous garantir que le bonus sera bien octroyé à la SNCB et qu’il servira bien à améliorer le bien-être des travailleurs? Pouvez-vous nous confirmer que ce budget servira véritablement au bien-être des cheminots et non – comme le fait Infrabel par exemple, selon des retours du terrain – à inviter le top 200 du management en VIP au concert de Lady Gaga?
Malgré ce bonus, la SNCB fait encore face à de nombreux défis, en particulier l’indisponibilité du matériel roulant et le nombre de voyageurs-kilomètre. Que mettez-vous en place pour améliorer ces indicateurs? Ne pensez-vous pas qu'une amélioration de ceux-ci ne peut se faire que par des investissements et non des économies?
Voorzitter:
De heer Dufrane is niet aanwezig.
Dimitri Legasse:
Je ne vais pas répéter ce qui a été dit concernant ces 417 000 euros, sauf peut-être qu'il est heureux que cette évaluation ne soit pas le fait des cheminots ou des navetteurs, car je ne suis pas sûr que le résultat eût été identique. Cependant, nous devons nous réjouir de cette manne importante, d'autant qu'elle servira intégralement à améliorer le bien-être dans l'entreprise.
Dans ce contexte, je souhaiterais connaître votre position, monsieur le ministre, sur les questions suivantes. Quelles priorités allez-vous fixer en collaboration avec la SNCB pour remédier aux performances insuffisantes existant encore, notamment concernant l'indisponibilité du matériel roulant et la fréquentation des trains? Comment comptez-vous l'accompagner dans l'optimisation de ces indicateurs afin de mieux répondre aux objectifs du contrat de service public tout en assurant la qualité du service aux voyageurs?
Par ailleurs, quelles mesures seront mises en place pour garantir que les ressources du bonus soient utilisées efficacement au profit du personnel et contribuent réellement à l'amélioration du bien-être au travail?
Enfin, le gouvernement envisage-t-il de soutenir la SNCB dans la réalisation de ses objectifs à long terme, notamment ceux liés à la croissance du nombre de voyageurs et à la durabilité environnementale, dans le contexte budgétaire que nous connaissons et pour lequel nous attendons toujours une déclaration?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, geachte collega’s, op basis van het op 23 september 2025 gepubliceerde verslag ‘Prestatiedialogen 2025, Resultaat 2024’ blijkt dat de algemene beoordeling van Infrabel gemengd blijft. Ik erken dat Infrabel op verschillende vlakken vooruitgang boekt, maar wijs ook op blijvende structurele uitdagingen.
Infrabel heeft in 2024 opnieuw een groot deel van zijn prestatie-indicatoren gehaald, vooral wat betreft veiligheid, investeringsuitvoering en milieuprestaties. Het aantal ernstige ongevallen bleef uiterst laag en de CO ₂ -uitstoot ligt al onder de doelstelling voor 2027. Infrabel haalde op die manier de bonusdrempel voor 8 van de 15 contractueel vastgelegde prestatie-indicatoren, onder andere klantentevredenheid, veiligheid en CO ₂ -footprint . Dat resulteert in een bonus van 1,6 miljoen euro.
Het is inderdaad zo dat de NMBS, op basis van haar resultaat in 2024, een bonus zal ontvangen van 417.000 euro. De berekening hiervan gebeurt op basis van het al dan niet bereiken van een in het openbaredienstencontract vooraf vastgelegde bonusdrempel voor de prestatie-indicatoren die vallen onder het bonus-malussysteem.
Les critères et les quotas pour le bonus ou malus lié à la performance de la SNCB ont été fixés dans le contrat de service public entré en vigueur en 2023. Ce contrat prévoit un système de 12 indicateurs de performance avec, pour chaque indicateur, des valeurs minimales, des objectifs, des valeurs de progression et des valeurs de bonus. Il s'agit notamment de la ponctualité, des passagers-kilomètre, de la disponibilité du matériel roulant, de l'information aux voyageurs, de la satisfaction des clients et du développement durable.
Il est exact que, sur la base des résultats de l'année 2024, la SNCB n'a atteint l'objectif fixé que pour cinq des 12 indicateurs de performance, n'a atteint la valeur de bonus que pour trois indicateurs et a été en dessous du seuil de malus pour deux indicateurs. C'est précisément pour cette raison que le bonus ne correspond pas au maximum théorique de 5 millions d'euros, mais seulement à 417 000 euros, soit moins de 10 %.
Le bonus maximal n'est versé qu'en cas de performance exceptionnelle, c'est-à-dire si le seuil de bonus est atteint pour les 12 indicateurs de performance. Le mécanisme de bonus-malus n'est pas conçu comme une récompense automatique mais doit être considéré comme une incitation à l'amélioration continue. Ainsi, de bonnes performances en matière de satisfaction des clients – 7,1 sur 10 –, d'information aux voyageurs – 97,9 – et de réduction des émissions de CO 2 – moins 32 % – ont permis d'obtenir un bonus. Bien entendu, cela ne change rien au fait qu'il s'agit de domaines d'amélioration prioritaires. La prime ne doit pas être interprétée comme une récompense pour tout mais comme faisant partie d'un système convenu, établi contractuellement pour évaluer les performances dans tous les domaines.
Tegelijkertijd zijn er ook een aantal knelpunten. Het aantal passagierskilometers ligt onder de doelstelling en levert een malus op, wat de Ambitiehorizon 2032 in gevaar brengt. Ook de beschikbaarheid van het rollend materieel vormt een probleem. In 2024 was bijna 24% niet inzetbaar. Dat ondermijnt de stiptheid en de betrouwbaarheid.
Er is dus een duidelijke vooruitgang op het vlak van duurzaamheid, klantgerichtheid en reizigersgroei, maar het structurele probleem inzake capaciteit, stiptheid en beschikbaarheid van het materieel blijft een risico om de langetermijndoelstellingen van het openbaredienstencontract 2023-2032 te behalen.
De prestatie-indicator met betrekking tot de informatie in een verstoorde situatie wordt gemeten zoals beschreven in het openbaredienstencontract tussen de NMBS en de Belgische Staat. In eerste instantie moet deze informatie de volgende elementen bevatten: de oorzaak – wat er is gebeurd –, de locatie – waar het incident zich heeft voorgedaan – en de gevolgen van het incident. Nadien wordt deze informatie aangevuld met prognoses – de verwachte duur van het incident – en met een reisadvies waarin het mogelijke alternatief voor de reiziger wordt aangegeven. Wanneer al deze elementen aanwezig waren in de communicatie, werd de informatie als correct beschouwd.
Een volgende stap is uiteraard na te gaan of de verstrekte informatie juist was en of de prognoses van voldoende kwaliteit waren. Dat aspect wordt momenteel nog niet meegenomen in de berekening van deze indicator.
Voor de indicatoren passagierskilometers en beschikbaarheid van het rollend materieel stelde de NMBS in de zomer van 2025 al remediëringsplannen op. Die worden opgevolgd door de FOD Mobiliteit en Vervoer. Het remediëringsplan ‘Beschikbaarheid van het rollend materieel’ bevat verschillende acties die effect zullen hebben op twee domeinen: het verbeteren van de quota en het verminderen van de reserve.
Verschillende actieprojecten moeten de algemene betrouwbaarheid van het rollend materieel verbeteren. Het gaat daarbij om het wegwerken van de achterstand bij aanwervingen in de werkplaatsen, de implementatie van het plan “absenteïsme” in de werkplaatsen, de invoering van aangepaste werkweken en shiftwerk en het opstellen van een betere materieelplanning. Het remediëringsplan ‘Passagierskilometers’ focust op vier pijlers om de achterstand in het aantal passagierskilometers weg te werken: het inzetten van meer treinen, de invoering van een nieuw tariefgamma, marketinginspanningen op het vlak van vrijetijdsverkeer en woon-werkverkeer en de implementatie van het antifraudeplan.
Voor de monitoring van deze plannen zijn afspraken gemaakt tussen de NMBS en de FOD Mobiliteit en Vervoer voor tussentijdse overlegmomenten om de voortgang en implementatie van de plannen te bespreken.
S'agissant de l'utilisation du bonus, la SNCB consacrera ses moyens exclusivement à des projets visant à améliorer le bien-être du personnel, comme cela a été dit par certains d'entre vous. L'entreprise m'a confirmé que l'intégralité de la somme sera investie dans des initiatives portant sur la charge de travail, l'ergonomie et d'autres mesures favorisant le bien-être. Effectivement, un concert de Lady Gaga n'est probablement pas la meilleure manière d'optimiser l'efficacité opérationnelle. Comme je ne suis pas membre de la SNCB, je n'y ai pas été invité. Même si je l'avais été, je n'y serais pas allé.
Zoals u weet, beschouw ik de komende jaren als de ruggengraat voor duurzame mobiliteit, met prioriteit voor stiptheid, betrouwbaarheid en de modernisering van het materieel en de infrastructuur, een betere toegankelijkheid en sterke klantgerichte diensten. Het aanbod voor reizigers moet groeien, maar tegelijk moet de kwaliteit merkbaar verbeteren door minder afgeschafte treinen en betere aansluitingen.
Er is dus een duidelijke vooruitgang op het vlak van duurzaamheid, klantgerichtheid en reizigersgroei. Toch blijven de structurele problemen rond capaciteitsbeperkingen, stiptheid en de beschikbaarheid van materieel een risico om de langetermijndoelstellingen van het openbaredienstencontract te realiseren.
Le contrat de service public prévoit également que lors du mid-term review , c'est-à-dire avril 2028, les indicateurs peuvent être révisés. Cela permet d'éventuellement augmenter ou ajuster les objectifs et les seuils, en tenant compte de l'évolution réelle du trafic ferroviaire et des attentes sociétales. Des objectifs trop élevés ou inatteignables qui produiraient un malus systématique feraient cependant perdre au mécanisme son caractère incitatif, avec le risque d'une dégradation des performances de la SNCB.
Je souhaite rappeler que la SNCB a déjà des efforts à fournir au cours de cette législature. L'examen de l'équilibre global du contrat de service public, prenant en compte les différentes obligations et engagements, sera effectué lors du mid-term review en 2028 afin d'assurer une vision complète et cohérente des responsabilités de chacun. Je n'ai pas mis sur la table de nouvelles économies de la SNCB, mais je ne veux pas non plus anticiper sur les décisions d'un conclave.
L'indisponibilité du matériel roulant est un problème opérationnel que la SNCB doit être en mesure de résoudre en optimisant ses ressources internes. Pour ce qui est du nombre de voyageurs/km, je fais confiance au nouveau plan de transport que la SNCB élabore. Comme dans le passé, les gains d'efficacité ainsi que les nouvelles recettes des voyageurs supplémentaires devront couvrir le coût.
Je m'inscris donc en faux contre ceux qui prétendent que le moyen universel pour résoudre tous les problèmes est d'augmenter la facture à charge du contribuable.
De midterm review van april 2028 is een formeel overleg tussen de federale overheid en de NMBS om de doelstellingen te evalueren en bij te sturen.
Hoewel de reizigers en Ombudsrail niet rechtstreeks bij deze oefening betrokken zijn, hecht ik wel veel belang aan de signalen en opmerkingen die we van hen ontvangen. Deze feedback wordt meegenomen als waardevolle achtergrond bij de analyse en helpt om de dienstverlening verder te verbeteren.
De samenwerking tussen de NMBS en Ombudsrail is gebaseerd op wederzijds respect en een gedeeld engagement om de dienstverlening aan de reiziger te verbeteren. De NMBS neemt de aanbevelingen van Ombudsrail ernstig en engageert zich om, waar mogelijk, gevolg te geven aan aanbevelingen of voorstellen. Klachten en signalen van Ombudsrail worden bij de klantendienst en de betrokken directies systematisch besproken en leiden, waar mogelijk, tot concrete verbeteracties. Deze dialoog draagt bij tot een meer transparant en klantgericht spoorbeleid. De NMBS antwoordt steeds op de aanbevelingen van Ombudsrail en communiceert daarover in haar jaarverslag.
Het is de rol van Ombudsrail om aanbevelingen te formuleren. De NMBS dient die evenwel te toetsen aan de realiteit waarin zij moet werken, budgettair, juridisch, technisch en operationeel. Vandaar dat niet altijd positief kan worden geantwoord.
Tijdens de midterm review zal worden nagegaan in welke mate de NMBS haar doelstellingen voor de verschillende prestatie-indicatoren heeft gehaald en zullen tevens de jaarlijkse progressiewaarden van de prestatie-indicatoren met financiële bonus-malus voor de periode 2028-2031 worden vastgelegd. Dit gebeurt op basis van de evolutie in de periode 2023-2027. Het is dus mogelijk dat bepaalde streefwaarden eerder worden bereikt dan aanvankelijk verwacht, wat kan betekenen dat de doelstelling voor Horizon 2032 wordt bijgesteld.
Ook andere indicatoren, evenals de manier waarop die worden bepaald en gemeten, kunnen worden toegevoegd. Zo zullen de indicatoren met betrekking tot de stiptheid en de afgeschafte treinen ongetwijfeld tijdens de midterm review aan bod komen. Het aanpassen van objectieve indicatoren om dichter aan te leunen bij het subjectieve gevoel dat door reizigers wordt ervaren, is geen eenvoudige opdracht. Een globale indicator volgens een bepaalde definitie geeft echter het gemiddelde voor het hele spoornet weer, terwijl de reizigers vooral aandacht voor hun specifieke traject hebben.
De stiptheid zoals die wordt gemeten en gerapporteerd, geeft de stiptheid van de trein weer en toetst die aan hoe de stiptheid bij de reizigers wordt ervaren. Een reiziger die een traject met overstap aflegt en die overstap mist, zal in de realiteit een aanzienlijke vertraging oplopen zonder dat dit in de statistieken komt. In eerste instantie wil ik de spoorbedrijven dan ook aansporen om op het terrein inspanningen te leveren om een hogere stiptheid te realiseren en het aantal afgeschafte treinen te beperken.
Met betrekking tot de hoogte van de bonus-malus is in het openbare dienstcontract momenteel bepaald dat het totale bedrag van de jaarlijkse financiële bonus-malus beperkt is tot ongeveer 5 miljoen euro, afhankelijk van het bereikte prestatieniveau.
Enfin, je tiens à souligner que le gouvernement, tout comme moi-même, soutient la SNCB dans ses ambitions à long terme à travers le plan pluriannuel d'investissement. Nous prévoyons des moyens pour l'acquisition de nouveaux trains, l'amélioration des infrastructures et la numérisation. La durabilité demeure en outre une priorité centrale. Nous misons sur la décarbonation de l'offre ferroviaire et sur la promotion d'un report modal en faveur des transports publics.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, de conclusie blijft dezelfde, de NMBS krijgt 417.000 euro bonus. Wie dagelijks op het perron staat, weet dat zij dit niet verdient. Ze hebben drie doelstellingen gehaald en twee zwaar gemist. Ondertussen worden er nog steeds duizenden treinen per maand afgeschaft of rijden ze met vertraging.
Mijnheer de minister, u weet dat dit geen goed rapport is. Kinderen die geen goed rapport hebben, krijgen meestal ook geen zakgeld. Een bonus hoort prestaties te belonen. Reizigers willen stipte en betrouwbare treinen, geen statistieken die de werkelijkheid verdoezelen.
Dit geld zou dan ook beter besteed worden ter compensatie voor de reiziger, bijvoorbeeld met een Sorry Pass, want dat verdienen ze wel. Ze betalen abonnementen en treintickets, die vaak niet worden terugbetaald wanneer de trein afgeschaft is, niet stipt rijdt of overvol is.
Kortom, ik hoop dat u dit systeem grondig zult bekijken en de prestatie-indicatoren zult aanpassen, zodat ze ook representatief zijn voor de reiziger.
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, je tiens à vous remercier pour vos réponses, même si je n'étais pas présent tout à l'heure pour poser ma question. Le train est devenu un maillon important, même principal, de la mobilité. Lutter contre la suppression des trains est une priorité pour un service de qualité. Le voyageur ne doit pas être la variable d'ajustement de la SNCB. Cette dernière doit agir en gérant ses dépenses de manière saine, sans en faire pâtir le service aux usagers. Je ne manquerai pas de suivre le dossier à l'avenir.
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. Ik zal het zeker nog eens beluisteren en de details grondig herbeluisteren. Ik ben het eens met mevrouw De Knop als ze stelt dat het nog niet voldoende is. Ik ben het echter niet eens met haar stelling dat we daarom minder geld moeten geven aan de NMBS. Ik denk dat het tegendeel waar is. Als we investeren, kan ze hopelijk een betere dienstverlening aanbieden.
Verder is het belangrijk dat we blijven monitoren, zodat op het einde van deze legislatuur liefst alle, maar minstens meer doelstellingen worden gehaald. Dat is de uitdaging waar we samen met u onze schouders onder willen zetten.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, het blijft moeilijk uit te leggen waarom de NMBS een bonus krijgt, terwijl ze haar kerntaak niet haalt. Een op de tien treinen rijdt te laat, duizenden ritten worden afgeschaft en toch wordt het bedrijf beloond met een aanzienlijk bedrag. Het is alsof men een schoolrapport heeft met veel onvoldoendes en beloond wordt omdat men voor enkele vakken wel geslaagd is. Daarmee wil ik niet zeggen dat de CO ₂ -reductie en de energie-effici ë ntie niet van belang zijn. Die zijn zeker van belang, maar de treinreiziger voelt dat niet. Wij moeten die treinreiziger centraal stellen, want die ligt wakker van andere zaken, namelijk de stiptheid die niet gehaald wordt en de betrouwbaarheid van het openbaar vervoer. Daaraan is nog werk.
Mijnheer de minister, die bonussen zijn zeker zinvol, maar we moeten prestaties belonen waaraan de reiziger wel iets heeft. Vandaag is dat verband zoek en dat tast het vertrouwen in het spoorbeleid aan.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, het valt volkomen te begrijpen dat er vragen rijzen bij de bonus die de NMBS ontvangt. Die bonus is eigenlijk een beloning. Die staat natuurlijk haaks op de kwaliteit van de dienstverlening die de treinreizigers dagelijks ervaren.
Ik wil vooral - u hebt er zelf naar verwezen - de vinger op de wonde leggen. Ik heb in die zin een vreemd gevoel bij de vragen die hier vandaag werden gesteld en de verontwaardiging die daarin doorklinkt. U hebt terecht gezegd dat alles het gevolg is van de bepalingen die in het bonus-malussysteem in de beheersovereenkomst zijn opgenomen. Die beheersovereenkomst werd door de federale staat afgesloten met de spoorbedrijven in de vorige legislatuur.
Ik herinner mij dat dit toen al iets ongezien was. Er werd druk toen gecommuniceerd, de totstandkoming van die beheersovereenkomst met de spoorbedrijven was een nooit geziene samenwerking, met een ongeziene transparantie, over alle partijgrenzen heen. Het was minister Gilkinet die daarin het voortouw nam. Alle andere partijen, in het bijzonder die van de meerderheid, deden volop mee.
Ikzelf, gevolgd door mevrouw Vindevoghel van de PTB en uw betreurde ex-collega de heer Arens, stond op de banken omdat wij de voorontwerpen van de beheersovereenkomsten niet mochten inzien. Wij kregen ze pas achteraf, na de ondertekening, te zien. De zaken die erin stonden, hebben naderhand nog aanleiding gegeven tot een aantal opmerkingen. Dat is wat zich vandaag voltrekt. Ik vind het hallucinant dat sommige partijen die mee de pen hebben vastgehouden, vandaag verontwaardigd zijn.
Farah Jacquet:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. En fait, il y a quelques semaines, vous aviez dit ici que la SNCB ne devrait pas faire de nouvelles économies. Aujourd'hui, vous dites que ce n'est pas à l'ordre du jour "pour le moment". J'ai quand même envie de dire que le minimum est que l'on arrête, parce que 675 millions sur votre législature, c'est déjà beaucoup. Pour moi, cela n'a pas de sens. Je n'arrête pas de répéter ici, mais il n'y a rien à faire, que le personnel est en sous-effectif. Il y a une surcharge de travail. En 25 ans, c'est quand même un quart du personnel en moins. IDW l'a dit, et je rappelle que c'est un service qui est externe aux chemins de fer. C'est une entreprise privée qui s'occupe de la prévention et de la protection au travail. Ce sont plus que 4 cheminots sur 10 qui sont épuisés par leur travail. Une grosse partie risque de faire un burn-out. Je trouve que vous devez plutôt investir dans le personnel et dans l'infrastructure. S'il faut faire des économies, ce dont je suis consciente, pourquoi pas, mais cela doit être fait pour mieux investir. Faites plutôt des économies sur les consultances de McKinsey, Boston Consulting et d'autres multinationales, qui s’élevaient à 250 millions l'an dernier. Des économies peuvent également être réalisées, par exemple en réunifiant les entités qui ont été scindées autrefois. On économiserait ainsi les rémunérations de deux top managers. Pourquoi ne pas en garder un seul pour les trois entreprises en même temps?
De tariefhervorming bij de NMBS en de bereikbaarheid met de trein vanuit de provincie Luxemburg
Het invoeren van een eengemaakt vervoersticket
De nieuwe tarieven en kortingen van de NMBS
De invoering van de nieuwe tariefstructuur door de NMBS
Het combiticket en de nieuwe tarieven
Het combiticket en de nieuwe tarieven
Het nieuwe tariefplan van de NMBS voor fietsen en dieren
De nieuwe tarieven van de NMBS
Een eengemaakt nationaal vervoerbewijs en het geïntegreerde pay-as-you-gosysteem tegen 2026
De stand van zaken met betrekking tot de invoering van een nieuw tariefsysteem bij de NMBS
De nieuwe tarieven van de NMBS
Het fietssupplement op de trein
De nieuwe tarieven van de NMBS
Het nieuwe tarievensysteem Train+
De inwerkingtreding van de nieuwe tarieven van de NMBS
NMBS-tariefhervorming, geïntegreerde vervoerbewijzen en nieuwe tariefstructuur
Gesteld door
Les Engagés
Carmen Ramlot
VB
Frank Troosters
Open Vld
Irina De Knop
VB
Frank Troosters
Vooruit
Oskar Seuntjens
Vooruit
Oskar Seuntjens
MR
Anthony Dufrane
N-VA
Dorien Cuylaerts
MR
Gilles Foret
Groen
Staf Aerts
PTB
Farah Jacquet
VB
Frank Troosters
PS
Dimitri Legasse
Ecolo
Sarah Schlitz
Les Engagés
Serge Hiligsmann
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De hervorming van de NMBS-tarieven (ingegaan op 15 oktober 2025) vervangt oude kortingsformules (bv. senioren- en weekendtickets) door een kilometergebaseerd systeem met dynamische prijszetting (dal-/spitsuren, groepskortingen, Train+-abonnement). Hoewel de NMBS claimt dat 70-80% van de reizigers evenveel of minder betaalt, leidt de complexiteit (cumulregels, uiteenlopende kortingen) tot kritiek op ondoorzichtigheid en stijgende kosten voor specifieke groepen: senioren (tot +76% in sommige gevallen), grote gezinnen (afschaffing familiekaart), langafstandsreizigers (bv. Limburg/Luxemburg naar kust) en flexwerkers die buiten daluren reizen. Kernpunten van weerstand: gebrek aan regionale differentiatie (geen aangepaste uren voor afgelegen provincies), te late communicatie, en technische problemen (bv. automatische toekenning goedkoopste tarief werkt niet altijd). De geïntegreerde combiticket (trein-tram-bus) blijft uitgesteld tot 2026, terwijl de dienstverlening (stiptheid, comfort) als cruciaal wordt gezien om reizigers te behouden. De minister benadrukt simplificatie en automatische kortingen, maar oppositie en belangenverenigingen (OKRA, TreinTramBus) eisen bijsturing voor gedupeerden en betere gebruiksvriendelijkheid.
Carmen Ramlot:
Monsieur le ministre, la réforme tarifaire de la SNCB prévoit la fin des formules spéciales comme le ticket senior ou le ticket week-end. Elles seront remplacées par un système de réductions globales, dont certaines resteront liées à l'heure de départ du train ou au nombre de kilomètres. Si cette réforme répond à une volonté de simplification et d'accessibilité, elle ne règle toutefois pas un problème structurel qui touche particulièrement les habitants de la province de Luxembourg: les temps de trajet relativement longs ainsi que les nombreux kilomètres vers les grandes villes du pays.
Ainsi, un départ en matinée depuis Virton, Marbehan ou Arlon vers Bruxelles, Anvers, Bruges ou Ostende implique une arrivée en fin de matinée, bien après l'heure de l'apéritif, voire en début d'après-midi, réduisant considérablement le temps de séjour sur place, ce qui le rend moins attractif et moins convivial.
Avec le système actuel, la validité d'horaire différé des tickets spéciaux (par exemple, 9 h en semaine pour le ticket senior) empêche une réelle égalité d'accès aux formules avantageuses pour les citoyens de la province de Luxembourg.
Monsieur le ministre, dans le cadre de cette réforme tarifaire, ne serait-il pas opportun de réévaluer les conditions d'utilisation des réductions, en tenant compte notamment des réalités géographiques propres aux régions les plus éloignées? Concrètement, pourrait-on envisager une différenciation horaire par province (par exemple, une validité anticipée dès 7 h ou 8 h pour ces régions éloignées des grands centres touristiques intéressants) afin de garantir aux habitants du Sud du pays de profiter des réductions et d'organiser des excursions d'une journée comparables à celles des autres citoyens?
Frank Troosters:
Collega’s, mijnheer de minister, wat mijzelf betreft, heb ik een combinatie van twee gewone vragen en een interpellatie over het onderwerp. De twee gewone vragen zal ik eerst kort toelichten, ik zal ze niet helemaal overlopen.
De eerste vraag betreft het invoeren van een eengemaakt vervoersticket. Dat was een van de ambities die ook in het regeerakkoord waren opgenomen. Nu worden de eerste stappen gezet door het dossier, wat misschien niet onlogisch is, bij de verschillende vervoersmaatschappijen te leggen met de vraag om een voorstel uit te werken. Ik heb daarover enkele vragen gesteld van uiteenlopende aard, ook van technische aard. Ik denk bijvoorbeeld aan de scanning van een eengemaakt ticket, dat uiteraard bij de verschillende vervoersmaatschappijen op dezelfde manier moet kunnen worden gebruikt. Dat vergt uiteraard heel wat voorbereiding. Mijn vragen hebben betrekking op de technische en financiële aspecten, alsook op de timing van dat eengemaakt vervoersticket.
Mijn tweede vraag gaat over het fietssupplement op de trein. Ook dat was een van de ambities die nadrukkelijk in de regeerverklaring is opgenomen. In het regeerakkoord staat dat men het fietssupplement wil herbekijken, minstens binnen de daluren. We merken dat bij de recente aanpassing van de tarieven geen sprake is van een afschaffing. Wat vroeger 4 euro was, bedraagt nu 3 euro tijdens de daluren en 5 euro tijdens de spits. Ik zou dat trouwens liever omdraaien. Het lijkt mij immers dat men pendelaars juist moet aanmoedigen om de fiets te gebruiken en dat de tarieven in die zin eerder in omgekeerde richting hadden moeten worden aangepast. Ik heb daarover enkele vragen, zowel over de achterliggende redenering als over de afstemming met de regeerverklaring en over enkele technische aspecten.
Mijn interpellatie betreft het geheel van de nieuwe tarieven. We hebben het daar al uitvoerig over gehad. Het is een onderwerp dat al in de vorige legislatuur aan bod kwam, toen de eerste voorontwerpen van de nieuwe tariefplannen bekend raakten. We hebben daar toen uitgebreid over gedebatteerd.
De nieuwe tarieven zijn op 15 oktober jongstleden in werking getreden. In haar communicatie benadrukt de NMBS vooral dat het voor het merendeel van de reizigers goedkoper zal worden. Dat kan zo zijn, maar niet voor iedereen. De NMBS rekent erop dat er in het begin mogelijk een daling van de inkomsten zal zijn, maar dat de reizigers zo enthousiast zullen zijn over de nieuwe tarieven dat ze nadien massaal opnieuw de trein zullen nemen, wat op termijn tot hogere ontvangsten uit tickets en abonnementen zou moeten leiden.
Ik durf te betwijfelen of dat inderdaad zo zal zijn. We hebben het daarover ook in het eerdere actuadebat gehad. Ik denk dat mensen best bereid zijn om een redelijke prijs te betalen voor het openbaar vervoer, maar dat ze in ruil wel verwachten dat de trein rijdt, comfortabel en stipt is, stopt waar gepland en dat men veilig kan reizen. Ik ben ervan overtuigd dat de treinreiziger daar gerust voor wil betalen in ruil voor een degelijke dienstverlening.
Dat lijkt mij veel belangrijker dan te veronderstellen dat de nieuwe tarieven automatisch zullen leiden tot een massale toename van het treinverkeer. De toekomst zal dat uitwijzen.
Wat ik vooral betreur, is dat wij zowel tijdens de vorige legislatuur als tijdens de huidige legislatuur al verschillende keren hebben gedebatteerd over de nieuwe tariefplannen van de NMBS en dat daarbij bepaalde kritieken naar voren zijn gekomen. Ze werden niet enkel door parlementsleden in dit Huis verwoord, maar ook door externe organisaties. Het ging onder meer om belangenverdedigers van de treinreizigers en bijvoorbeeld ook OKRA.
De kritiek kwam erop neer dat lange ritten in vele gevallen veel duurder zouden worden en dat het systeem bijzonder onoverzichtelijk is. Nochtans was een van de uitgangspunten van de spoorplannen destijds dat alles eenvoudiger, duidelijker en gebruiksvriendelijker moest worden.
Ik betreur dat, wanneer wij nu kijken naar de situatie sinds 15 oktober 2025 toen de nieuwe tarieven van kracht werden, er eigenlijk niets lijkt te zijn gedaan met de opmerkingen die al lang geleden, zelfs vóór de huidige legislatuur, werden geformuleerd. Er is misschien overleg geweest, maar in wezen is alles gebleven zoals het was.
De senioren klagen nu ook dat het sinds 15 oktober 2025 ingevoerde systeem onoverzichtelijk is. Wat wij destijds hebben voorspeld, gebeurt nu ook. Dat blijkt ook uit de krantenartikelen en de commentaren van de belangenverdedigers van de treinreizigers.
Er is een korting van 40 %. Wie een bepaalde kaart heeft, krijgt daar nog eens 40 % korting bovenop. De kaart kost een bepaald bedrag, maar als een reiziger ze ineens voor een volledig jaar neemt, geldt een andere prijs. Het onderscheid tussen piek- en daluren begrijp ik wel, maar voor bepaalde treinreizigers is dat bijzonder moeilijk.
Sommigen dachten aanvankelijk dat zij 40 % korting kregen en nog eens 40 % met de treinkaart bij. Wanneer zij dan met een groep van meer dan vier tot vijftien personen zouden reizen, meenden zij dat zij nog eens groepskorting zouden krijgen. Dat is drie keer 40 %, dus 120 %, en dan zouden zij zelfs worden betaald om de trein te nemen. Ik begrijp dat dat een simplistische redenering is, maar het illustreert wel hoe verwarrend en moeilijk het systeem is.
De NMBS stelt dat elke treinreiziger automatisch het voor hem meest voordelige tarief zal krijgen. Dat zou er nog maar aan ontbreken. Ik meende dat dat altijd al het geval was. Dat kan ook kaderen in een bredere discussie over dienstverlening, loketten en TreinPunten. Hoe een en ander ook wordt aangepakt, online of via automaten, het lijkt mij vanzelfsprekend dat de NMBS een klant, een treinreiziger, niet te veel laat betalen, zeker niet als de dienstverlening dan nog te wensen overlaat.
Mijnheer de minister, daarom heb ik daarover een aantal vragen.
Hebt u of heeft iemand van uw kabinet de voorbije maanden overleg gehad met de NMBS over de invoering van de nieuwe tariefplannen? Indien ja, wat was de inhoud van het overleg?
Hebt u tijdens dat overleg de bezorgdheden over de gebruiksvriendelijkheid van het nieuwe systeem en het duurder worden van treinreizen over een lange afstand kenbaar gemaakt? Zo ja, met welk resultaat? Zo neen, waarom niet?
Hoe evalueert u de nieuwe tariefstructuur van de NMBS? Komt die tegemoet aan uw beleidsdoelstelling om meer mensen ertoe aan te zetten om de trein te nemen? Deelt u de stelling van de NMBS dat de nieuwe tariefstructuur ervoor zal zorgen dat meer mensen de trein nemen?
Is de groepskorting voor groepen van 4 tot 15 personen cumuleerbaar met andere kortingen? Hoe evalueert u de afschaffing van de meerrittenkaarten? Erkent u dat een dagtrip naar zee voor senioren vanuit Limburg moeilijker en duurder wordt binnen de nieuwe tariefstructuur van de NMBS? Zult u nog actie ondernemen om in overleg te gaan met de NMBS en te bekijken hoe bepaalde zaken eenvoudiger kunnen en hoe een forse prijsstijging voor langeafstandsritten kan worden verholpen?
Ik stel die laatste vraag om de volgende reden. Ik ben Limburger, maar er zijn wellicht nog andere plaatsen waar men met hetzelfde probleem wordt geconfronteerd, bijvoorbeeld als men vanuit Luxemburg de trein naar de kust wil nemen. Als een Limburgse senior dat wil doen, betaalt hij daar nu een pak meer voor dan voorheen. Bovendien wordt hij nog met een praktisch probleem geconfronteerd. Als hij bijvoorbeeld een dagje naar Blankenberge wil gaan, dan moet hij op tijd vertrekken. Dat is immers een lange treinrit en daardoor is hij verplicht om tijdens de piekuren te vertrekken, anders komt hij pas tegen de middag aan en is de dag al half voorbij. Als hij daar iets aan wil hebben, is hij dus verplicht om vroeg te vertrekken. Praktisch en prijstechnisch is dat geen verbetering.
De stelling van de NMBS is dat de tarieven beter zijn en dat meer mensen de trein zullen nemen, maar ik denk dat dat op bepaalde plaatsen zelfs het omgekeerde effect zal hebben.
Irina De Knop:
Dank u, meneer de voorzitter. U hebt de context van de vraag al duidelijk geschetst. Het spoorwegbedrijf verwacht dat 70 à 80 % van de reizigers minder of evenveel zal betalen. Tegelijkertijd verdwijnen echter een aantal rittenkaarten en ook de korting voor grote gezinnen. Dat laatste leidt tot de kritiek dat vooral grote gezinnen nu worden benadeeld.
Ook de reizigersorganisatie TreinTramBus heeft scherpe kritiek geuit. Volgens hen is het nieuwe systeem veel ingewikkelder dan aangekondigd, onder meer door de combinatie van piek- en daluren, verschillende kortingpercentages en cumulregels, die zelfs voor frequente reizigers moeilijk te begrijpen zijn.
Ik heb deze middag zelf de proef op de som genomen, mijnheer de minister, en ook wij waren redelijk verward over de talrijke parameters die je moet ingeven en over de reden waarom bepaalde tarieven worden toegepast. Ik begrijp ook de opmerking van de voorzitter dat er onvoldoende wordt gedifferentieerd in functie van het woon-werkverkeer.
Hoe beoordeelt u de kritiek op het nieuwe tariefsysteem, met name dat het te complex zou zijn en voor verwarring zal zorgen bij reizigers? Hoe zal de NMBS ervoor zorgen dat reizigers via loketten, automaten en online automatisch het voordeligste tarief krijgen, zeker bij gecombineerde kortingen?
Hoe wordt deze hervorming geëvalueerd op het vlak van betaalbaarheid, sociale rechtvaardigheid en toegankelijkheid voor gezinnen, frequente reizigers en mensen met beperkte middelen? En hoever staat het aangekondigde overleg over een intermodaal tarief met De Lijn, de MIVB en de TEC? Pas met zo’n geïntegreerd tarief zullen reizigers immers vlotter verschillende vervoersmodi kunnen combineren via één ticket. Dit wordt allang aangekondigd en we kijken uit naar het resultaat.
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de minister, er is inderdaad net een nieuwe tariefstructuur aangekondigd. In mijn omgeving vallen veel gemengde reacties te horen. Veel mensen zijn tevreden dat ze op een goedkopere manier de trein kunnen nemen, bijvoorbeeld in de daluren is er een aanzienlijk prijsverschil in vergelijking met vroeger. Ook voor jongeren zijn er interessante opties ingevoerd.
Anderzijds is er nog ruimte voor verbetering wat de communicatie betreft. Elke hervorming vergt een aanpassing van de reizigers, waardoor dat nooit helemaal vlot verloopt. Toch moet de overheid zorgen voor een heldere communicatie.
In dat verband wil ik vragen of u al hebt nagedacht over manieren om duidelijker te communiceren, zodat klanten gemakkelijk kunnen achterhalen welke optie het goedkoopst is wanneer ze een treinticket kopen. Kan dat bijvoorbeeld via de NMBS-app of aan de automaten in de stations, met een duidelijk overzicht? Daarover moet grondig worden nagedacht.
Het andere deel van mijn vragen betreft het combiticket, dat voor onze partij al lang een strijdpunt is. Wanneer mensen bijvoorbeeld een daguitstap naar de kust willen maken, moeten ze vaak verschillende vervoersmaatschappijen gebruiken. Het zou dus bijzonder nuttig zijn als men daarvoor één enkel, eenvoudig ticket kon kopen.
Ik heb vernomen dat de NMBS samen met De Lijn, de MIVB en de TEC een voorstel in die zin heeft uitgewerkt. Volgens de berichtgeving hebben de verschillende ministers van Mobiliteit dat voorstel ook positief onthaald en zou er in maart een concreet plan worden uitgewerkt. Mijn vraag, mijnheer de minister, is of u meer informatie kunt geven over de timing en over hoe ervoor gezorgd kan worden dat het combiticket zo snel mogelijk op de markt komt.
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, comme mes collègues l'ont annoncé et répété, la SNCB a récemment présenté ce qu'elle qualifie de la plus grande réforme tarifaire des 30 dernières années, laquelle entrera en vigueur le 15 octobre prochain.
Si cette nouvelle grille se veut plus transparente et avantageuse pour une majorité d’usagers, elle suscite néanmoins des interrogations quant à certains suppléments, notamment ceux appliqués au transport des vélos et des animaux. Les voyageurs accompagnés d’animaux domestiques continuent également de s’acquitter d’un supplément de trois euros, tandis que le tarif des vélos, pour sa part, évolue de différentes manières.
Alors que les pouvoirs publics encouragent activement la mobilité durable et l'intermodalité, le tarif appliqué aux bicyclettes, lui, connaît une hausse. Il passe de quatre à cinq euros en semaine, tandis que le prix sera de trois euros en heures creuses, les week-ends et jours fériés. Cette évolution contraste avec une volonté affichée de favoriser l'usage combiné du train et du vélo, pourtant essentielle à la transition écologique et à la réduction du trafic routier.
Monsieur le ministre, premièrement, quelles sont les raisons justifiant le maintien, voire l’augmentation du tarif pour le transport des vélos dans les trains, alors même que la mobilité douce est de plus en plus promue? Deuxièmement, combien de voyageurs ont-ils payé annuellement ce supplément vélo au cours des cinq dernières années? Quelle évolution observons-nous sur cette période? Qu'en est-il du tarif appliqué aux animaux domestiques? Troisièmement, quelle est la recette annuelle générée par ces suppléments, ventilée entre les vélos et les animaux domestiques ? Quatrièmement, une révision de ces tarifs est-elle envisagée dans le futur afin d’encourager davantage les combinaisons train-vélo? Pour conclure, monsieur le ministre, une taille minimale est annoncée concernant les suppléments pour animaux. Cependant, aucune mention n’est faite d’une taille maximale, qui pourrait pourtant encadrer certains excès liés notamment aux nouveaux animaux de compagnie.
Dorien Cuylaerts:
Vorige week is het nieuwe tariefsysteem van de NMBS in werking getreden. Het was de bedoeling dat dit systeem eenvoudig en voordelig zou zijn voor iedereen. In de praktijk blijkt het echter behoorlijk ingewikkeld te zijn. Ik denk dat de handleiding van een IKEA-meubel vaak eenvoudiger te begrijpen is. Wie korting wil, moet misschien een extra kaart aanschaffen. Maar dan rijst de vraag: hoe vaak neem ik de trein? Moet ik dan een maandelijkse of een jaarlijkse kaart kopen? Wordt het dan effectief goedkoper of kom ik achteraf bedrogen uit?
De doelstelling is om meer reizigers op de trein te krijgen. Een tariefsysteem kan daar zeker toe bijdragen en zal wellicht tot gevolg hebben dat meer reizigers de trein nemen. Belangrijker zijn echter de stiptheid, de kwaliteit en de betrouwbaarheid. Dat is wat de reiziger echt bezighoudt. Dat neemt niet weg dat de nieuwe tarieven zeker positieve aspecten hebben. Iets waar een treinreiziger echter wél van wakker ligt, is de communicatie. Als de NMBS slechts een week voor de inwerkingtreding van de nieuwe tarieven begint te communiceren, lijkt mij dat eigenlijk te laat. Er rijzen dan honderden vragen bij de reizigers. Ze moeten zelf uitzoeken hoe ze het goedkoopste tarief kunnen bekomen. Ik denk dat we daar toch wat meer aandacht aan moeten besteden. Die gebrekkige communicatie komt eigenlijk bij elk thema dat de NMBS aanbelangt terug.
Waarom communiceert de NMBS pas een week voor de start van de nieuwe tarieven? Het gaat hier om de grootste tariefwijziging in jaren en heel wat reizigers zitten met vragen. Hoe wordt ervoor gezorgd dat de treinreizigers binnen het nieuwe systeem steeds het goedkoopste treinticket aangeboden krijgen, zowel online, aan de loketten als aan de ticketautomaten? Zal de ticketautomaat bijvoorbeeld ook naar het geboortejaar vragen? Welke actoren waren allemaal betrokken bij deze nieuwe tariefbepaling?
Er is al geruime tijd sprake van een geïntegreerd combiticket voor trein, tram, bus en metro. Zult u hier verder werk van maken? Zo ja, tegen wanneer mogen we resultaat verwachten?
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, les quatre ministres belges de la Mobilité ont récemment annoncé leur volonté commune de concrétiser d'ici le printemps 2026 la mise en place d'un système pay-as-you-go, permettant d'utiliser tous les modes de transports – métro, bus, train et tram – avec un seul et même titre de transport.
Ce projet, discuté lors de la dernière conférence interministérielle de la Mobilité, vise donc à rendre le réseau belge plus fluide, plus interconnecté, plus cohérent pour les usagers. Il repose sur un principe simple: le voyageur paye automatiquement le meilleur tarif, quel que soit l'opérateur emprunté. Un modèle inspiré du SwissPass a été évoqué. L'alliance SwissPass, pour rappel, fédère 250 entreprises de transport et 20 structures tarifaires en Suisse. Les bénéfices d'un tel dispositif seraient considérables: simplification des déplacements multimodaux, réduction des barrières tarifaires, gain de temps et attractivité accrue des transports publics.
Cependant, ce chantier implique aussi d'importants défis techniques et institutionnels: l'harmonisation des systèmes de billetterie, l'interopérabilité numérique, la protection des données et la répartition des recettes entre opérateurs.
Dès lors, monsieur le ministre, permettez-moi de vous poser les questions suivantes: pouvez-vous préciser le rôle exact du niveau fédéral et plus particulièrement celui de votre cabinet dans la coordination du projet entre les différentes entités? Quelle méthodologie et quel calendrier sont envisagés pour aboutir à une proposition concrète d'ici le printemps 2026? La SNCB, en tant qu'acteur clé du réseau national, participe-t-elle déjà à des projets pilotes ou à des tests techniques visant à évaluer la faisabilité du système? Enfin, comment garantir que ce ticket unique n'entraîne pas de surcoût pour les voyageurs et respecte pleinement la neutralité tarifaire entre opérateurs régionaux et fédéraux?
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses et pour votre engagement en faveur d'une mobilité intégrée, fluide et accessible à tous, en ligne avec les objectifs européens de connectivité et de décarbonation des transports.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, la nouvelle grille tarifaire pour les usagers vient d'entrer en vigueur. Je dois avouer que cette nouvelle grille est plutôt complexe, et de nombreuses associations de navetteurs sont du même avis. En outre, avec l'instauration de cette nouvelle grille, nous assistons à la disparition des billets avantageux pour les seniors, qui sont remplacés par des tickets de week-end qui sont 20 % plus chers qu'avant, par des prix variables selon l'heure de départ, par des trajets qui sont plus longs ou plus chers, ou encore par la disparition des zones.
Pensez-vous que la majorité des travailleurs choisissent leurs heures de travail? Pourquoi pénaliser ces personnes et les faire payer plus cher quand elles voyagent en heure de pointe? De façon plus générale, comment justifiez-vous la hausse du prix des tickets pour certains trajets? Confirmez-vous les dires de la SNCB selon lesquels 80 % des voyages coûteront le même prix voire moins qu'avant? Quel rôle avez-vous joué dans l'élaboration de cette nouvelle grille tarifaire?
Comment expliquez-vous l'absence de concertation avec les associations de navetteurs et des organisations telles qu'OKRA, qui défendent nos aînés? Testachats et Unia dénoncent le fait que le Flex Abonnement ne reste disponible que sur l'application de la SNCB et non plus au guichet. Que faites-vous pour mettre fin à cette discrimination? Que comptez-vous faire pour rendre le train véritablement plus accessible dans les mois et les années à venir?
Enfin, est-ce exact qu'il existe un projet suivant lequel l'accompagnateur de train ne pourrait plus vendre de tickets à l'intérieur de son train, de sorte qu'il passera son temps à faire des constatations et encourra donc davantage de risques de se faire agresser? Je vous remercie.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, le nombre d'intervenants et de questions témoigne de l'importance du problème soulevé. Moi-même, j'ai reçu une avalanche de commentaires et de questions dans ma sous-région. Pourtant, je n'habite ni à Virton, ni à Trois-Ponts, ni dans le Limbourg. Donc, en théorie, le nombre de kilomètres ne devrait pas influencer autant. Il faut donc avoir le bon âge, être situé à la bonne distance et partir aux bonnes heures – ce qui n'est guère aisé si l'on prend les trois exemples ci-dessus. Enfin, soit!
La SNCB a lancé sa nouvelle offre tarifaire, laquelle n'avait jamais été revue dans de pareilles proportions depuis trente ans. Elle fut pourtant communiquée la veille ou deux jours avant par l'opérateur au grand public. Selon la SNCB, 80 % des voyageurs paieront leur trajet en train moins cher. Toutefois, à y regarder de plus près, si j'en crois également les nombreux commentaires et questions, non seulement cette nouvelle tarification est très complexe (Mme Cuylaerts proposait de faire vendre ses tickets par une préposée Panos, mais ce n'est pas gagné au vu de la complexité…), mais de surcroît certaines catégories de voyageurs paieront davantage. Les familles nombreuses seront pénalisées avec la fin de la carte famille nombreuse. Les seniors qui ne sont pas nés la bonne année verront le prix de leur ticket augmenter pratiquement dans tous les cas. Dans certains cas, les billets week-end seront, malgré tout, plus onéreux. J'ai d'ailleurs des témoignages et des chiffres à vous soumettre à ce propos. Par ailleurs, en supprimant les offres "Youth Ticket", "Multi" ou "Local Multi", ce sont les jeunes et même certains adultes qui verront également leur facture augmenter.
Si je prends l'exemple du trajet Tubize-Bruxelles, la carte "Multi" à 32 euros permettait auparavant d'effectuer un trajet pour 3,2 euros. Avec la nouvelle offre, ce même trajet passe à 5,4 euros en heure de pointe. Les nouveaux abonnements "Flex" reviennent toujours plus cher que la carte "Local Multi". Les abonnements intégraux sont moins onéreux, mais seulement si vous voyagez cinq jours par semaine et restent très coûteux à l’achat. Avec la carte "Train +", l’offre devient intéressante… seulement le week-end. En heures creuses, cela revient toujours plus cher que la carte "Local Multi".
La SNCB se défend en affirmant que le coût de la carte "Train+" est de 4 euros par mois ou de 32 euros à 48 euros par an ou encore que la tarification au kilomètre rendra les trajets plus intéressants. Un trajet aller-retour de Nivelles à Bruxelles coûte toujours 14,4 euros sans la carte "Train +" en heures pleines. C’est seulement en heures creuses que le tarif devient plus intéressant. Je vais arrêter là mes exemples, parce que j'en ai encore des dizaines.
Monsieur le ministre, jugez-vous opportun d’augmenter les tarifs pour les seniors, les familles nombreuses, les jeunes et certaines catégories d’adultes? Pensez-vous qu’en pénalisant toute une série d’acteurs, on parviendra à l’objectif de hausse de 30 % du nombre de voyageurs d’ici 2032? Poser la question, c'est y répondre. Pourquoi acheter une carte Train+ qui n’apporte pas de réduction en heures pleines et qui a un coût? Allez-vous renforcer l’offre de trains en heures creuses, là où les offres de la SNCB seront plus intéressantes?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, le 15 octobre dernier, la SNCB a lancé sa nouvelle grille tarifaire, accompagnée du nouveau système d’abonnement Train+. Selon la société, cette réforme vise à rendre les trajets plus avantageux pour les voyageurs réguliers et à simplifier l’offre. Mais dans les faits, les nouveaux tarifs sont globalement plus chers pour la majorité des usagers, à l’exception de ceux qui souscrivent à ce nouvel abonnement.
La SNCB prétend vouloir diminuer les coûts pour les voyageurs grâce à Train+, en proposant même une réduction de 50 % jusqu’à la fin de l’année. Cependant, derrière cette apparente promotion se cache une réalité moins flatteuse: les tarifs augmentent pour tous les autres. En d’autres termes, seuls les détenteurs du nouvel abonnement bénéficient de prix équivalents ou légèrement inférieurs à ceux d’avant, tandis que les voyageurs occasionnels ou non abonnés se retrouvent pénalisés.
Ce système, plus complexe et moins lisible, va donc à rebours de l’objectif de rendre le train plus accessible. Les trajets courts et non fréquents, comme ceux reliant les grandes villes à leurs périphéries, deviennent plus chers et donc moins attractifs. Or, ce sont précisément ces déplacements qu’il faudrait encourager pour réduire l’usage de la voiture et les émissions polluantes.
Par ailleurs, les seniors apparaissent comme les grands perdants de cette réforme. Plusieurs associations, dont Le Gang des Vieux en Colère, dénoncent une hausse des prix pouvant atteindre 76 % pour certaines catégories de voyageurs âgés. Cette augmentation injustifiée ne risque pas seulement de freiner leur mobilité, mais aussi d’accroître leur isolement — avec, à terme, un coût social et humain plus large pour la collectivité.
Monsieur le ministre,
Quelle est la position du gouvernement face à cette nouvelle grille tarifaire, qui semble contredire les ambitions fédérales en matière de mobilité durable et d’accessibilité sociale? Pouvez-vous nous indiquer combien de voyageurs ont déjà souscrit un abonnement Train+, et quelles sont les projections à moyen terme? Enfin, le gouvernement entend-il mettre en place des mécanismes de compensation ou de soutien pour les catégories de voyageurs pénalisées par ce nouveau système, en particulier les étudiants, les seniors et les usagers occasionnels?
Je vous remercie.
Serge Hiligsmann:
Monsieur le ministre, la nouvelle grille tarifaire de SNCB a supprimé les avantages liés à la carte famille nombreuse, qu'on pouvait considérer comme un acquis social soutenu depuis de nombreuses décennies par la Ligue des familles. Certes, les avantages en faveur des jeunes seront maintenus et étendus à tous les jeunes, c'est une bonne chose, mais la carte famille nombreuse s'adressait également aux parents de ces familles.
Pouvez-vous nous expliquer quelles sont les raisons qui justifient l'abandon de ce tarif, émanant de vos prédécesseurs notamment, ou quelles sont les réductions prévues pour ces familles? Je vous remercie pour votre réponse.
Jean-Luc Crucke:
Geachte collega’s, het is belangrijk dat het openbaar vervoer soepel en geïntegreerd functioneert voor de reizigers. Zij willen vooral een gemakkelijke manier om verschillende vormen van openbaar vervoer te combineren.
Dat betekent gecoördineerde uurroosters van trein, tram en bus, kwalitatieve realtime reisinformatie en de mogelijkheid om met één ticket te kunnen reizen. In dat kader neemt de NMBS actief deel aan de door de vier maatschappijen gevormde werkgroepen die zich buigen over de invoering van geïntegreerde ticketing. Deze samenwerking moet tegen het voorjaar van 2026 resulteren in een concreet voorstel dat niet enkel technische, maar ook financiële, commerciële en governanceaspecten zal omvatten. De vier operatoren zullen daarvoor een roadmap voorstellen.
Vanaf het moment dat ik minister van Mobiliteit werd, was de integratie van het vervoer een prioriteit. Ik heb een bespreking daarover opgestart met de operatoren en de gewestministers. Vervolgens hebben de vier operatoren samen een pay-as-you-go -oplossing voorgesteld, waarbij de reiziger met één ticket kan reizen, met ofwel de berekening van de correcte prijs aan het einde van de reis of een vooraf vastgelegde prijs. Dat ticket moet de reiziger in staat stellen om met één vervoerbewijs gebruik te maken van de diensten van de verschillende vervoermaatschappijen, zonder bijkomende kosten bij overstap.
Mijnheer Troosters, het is te vroeg om uw concrete vragen te beantwoorden. Alle technische, commerciële en financiële aspecten moeten nog bestudeerd worden. Ook de inkomstenverdeling tussen de operatoren vormt hierbij een belangrijk aandachtspunt dat verdere analyse vereist. Ik wil benadrukken dat de NMBS recent haar tariefbeleid betreffende de niet-gereguleerde tarieven grondig heeft herzien.
Het dubbele doel is het systeem te vereenvoudigen en het voordeliger te maken voor de meerderheid van de reizigers. Deze twee doelstellingen passen binnen het beleid om tegen 2032 30 % meer reizigers aan te trekken. De NMBS heeft mij een eerste feedback gegeven sinds de lancering op 15 oktober. Op enkele kleine kinderziekten na die erbij horen wanneer je een nieuw systeem van deze omvang opzet, zijn de aanpassingen zeer goed verlopen. Het is een mooi resultaat voor alle teams binnen de NMBS die hier hard aan hebben gewerkt.
Het trein-bustarief maakt deel uit van de niet-gereguleerde tarieven en valt dus onder de commerciële vrijheid van de NMBS.
Je résume brièvement la révision. Je rappelle qu'elle ne vaut pas pour les abonnements, parce que j'ai entendu des exemples donnés pour des abonnements. On n'a absolument pas touché aux abonnements. Il faut quand même, quand on pose des questions, vérifier un peu ses sources d'informations. On parle ici bien des tickets.
Désormais, tous les billets suivent une règle simple et transparente. Le prix dépend de la distance parcourue, sans formule complexe ni exception. Cette approche permet une meilleure lisibilité du tarif, tout en introduisant des réductions ciblées très intéressantes pour différents profils d'utilisateurs. Cela signifie aussi que, quel que soit le canal d'achat choisi, le système propose toujours automatiquement le tarif le plus avantageux pour le trajet demandé et qu'il n'y a pas de différence de prix entre les canaux d'achat. Concrètement, 70 à 80 % des voyageurs paieront moins cher, ou autant qu'aujourd'hui.
Les trajets en train seront moins chers, surtout pendant les heures creuses, le week-end et pour ceux qui voyagent régulièrement. Pour les longues distances, comme c'est souvent le cas pour les habitants de la province de Luxembourg, le prix maximal par trajet pour un billet standard en deuxième classe diminue de 20 %, parce que le plafond pour les calculs n'est plus fixé à 150 km, mais à 120 km.
Een belangrijke vernieuwing is de nieuwe Train+, die een bijkomende korting van 40% biedt tijdens bepaalde dagen, uren en weken, met een maximaal voordelig tarief van 14 euro per rit – zelfs tijdens de piekuren. Met andere woorden, hoe meer men reist, hoe groter de korting wordt. In het begin kan deze kaart misschien wat complex lijken, maar na één of twee ritten zal iedereen vertrouwd zijn met het systeem. Vaak hebben mensen het moeilijk met verandering.
Voor jongeren, senioren en personen met een verhoogde tegemoetkoming zijn de voordelen nog groter. Zij genieten een permanente korting van 40%, cumuleerbaar met een bijkomende korting van 40% tijdens de daluren en in het weekend. Dat komt neer op een totale korting tot 64%, met een maximale prijs van 5,50 euro per rit. Dit biedt ruimere mogelijkheden en meer flexibiliteit, zonder verplichting tot een heen- en terugbiljet of tijdsbeperking.
Prenons l'exemple d'une personne de plus de 65 ans qui souhaite voyager de Luxembourg vers la Côte. Grâce à la nouvelle offre, cette personne peut partir très tôt, et ce, pour seulement 5,5 euros l'aller simple. Celui ou celle qui souhaite séjourner – ce qu'il ne pouvait pas faire auparavant – celui ou celle qui souhaite séjourner un ou plusieurs jours n'a pas besoin d'acheter deux billets aller-retour et paie simplement 2 x 5,5 euros par trajet, ce qui était impossible auparavant. Pour ceux qui planifient des excursions d'un jour ou de voyages de plusieurs jours ou de longue distance, cette formule est donc souvent plus avantageuse qu'aujourd'hui.
De plus, cette nouvelle approche permettra à la SNCB de proposer des tarifs très compétitifs pour les courtes distances, ce qui est actuellement beaucoup moins le cas. On m'a encore aujourd'hui montré un calcul, en comparaison avec la France. Je pense que si vous étiez parlementaire français, vous mangeriez le ministre.
Het systeem wordt ook intuïtiever. Het voordeligste tarief wordt voortaan automatisch voorgesteld, ongeacht of men via de app, het loket of de automaat een ticket koopt. Elke reiziger kan bovendien zijn persoonlijk voordeel simuleren op de website van de NMBS.
Autres mesures accompagnant cette réforme pour encourager la mobilité durable: une réduction de 30 % le weekend pour tous, sans condition; combinée avec la carte train+, une réduction supplémentaire de 40 % est accordée, ce qui représente une réduction totale de 58 %, soit un avantage supérieur à celui en vigueur actuellement; une réduction pour groupe à partir de quatre personnes; un tarif vélo plus avantageux en dehors des heures de pointe; le voyage entièrement gratuit pour les enfants de moins de 12 ans, jusqu'à quatre enfants par adulte.
Tot slot wil ik benadrukken dat deze hervorming niet bedoeld is om een tegenstelling te creëren tussen landelijke en stedelijke gebieden, maar om de trein aantrekkelijker, eenvoudiger en eerlijker te maken, waarbij wordt gegarandeerd dat niemand meer betaalt dan de werkelijke waarde van zijn traject en dat iedereen automatisch het beste beschikbare tarief geniet.
Ik kom nu tot enkele specifieke vragen van collega’s.
Mijnheer Troosters, de groepskorting voor minigroepen is niet cumuleerbaar met andere kortingen. De korting die wordt toegekend aan een minigroep, geldt omdat men samen reist en staat dus los van bijvoorbeeld de voordeelkaart.
Monsieur Dufrane, le tarif pour le transport d'un vélo change également. Actuellement, les voyageurs payent 4 euros par trajet. Dans la nouvelle offre, ce sera 3 euros en heures creuses et le weekend et 5 euros en heures de pointe. Un vélo pliable peut toujours être transporté gratuitement quel que soit le moment. La SNCB souhaite encourager les voyageurs à emporter leur vélo, autant que possible en heures creuses, lorsque les trains sont moins fréquentés. Un tarif gratuit n'est pas envisageable, même si le nombre de places pour vélos augmente dans les trains et que notre ambition est de les augmenter encore. Ce nombre est encore, reconnaissons-le, limité.
Ook het aankoopproces van het huisdiersupplement is vernieuwd. Het supplement moet worden toegevoegd na het selecteren van de reizigers bij het boeken van het ticket. De regels zijn duidelijker gecommuniceerd en het aanbod blijft grotendeels hetzelfde, met een vaste prijs voor het supplement en gratis vervoer voor kleine dieren in een kooi of mand.
Mevrouw Cuylaerts, de verkoopautomaat vraagt inderdaad naar de geboortedatum of leeftijd van de reiziger, zodat het systeem kan bepalen of men recht heeft op bijvoorbeeld het jongeren- of seniorentarief. Dat is nodig om automatisch de juiste korting toe te passen. Ook online, via de website en de app, en aan het loket wordt gevraagd naar de relevante gegevens, zoals leeftijd, recht op verhoogde tegemoetkoming en bezit van een voordeelkaart. Op basis daarvan wordt automatisch het voordeligste tarief voorgesteld.
Het overleg en de communicatie over het nieuw tariefaanbod zijn al zeer lange tijd aan de gang. Al sinds 2023 is er intensief overleg met uiteenlopende stakeholders over de nieuwe aanpak en de impact ervan. Zowel met het RGCT als met de reizigersorganisaties en seniorenverenigingen vond herhaaldelijk overleg plaats. De NMBS heeft al meermaals gecommuniceerd over de veranderingen. In de lanceringscampagne ligt de focus op het zo breed mogelijk informeren van de reiziger via talrijke kanalen.
Nu antwoord ik op de vraag van de heer Aerts, ook al is hij afwezig. De NMBS heeft haar personeelsleden gemobiliseerd en bedankt om zich in te zetten als ambassadeurs bij de lancering van het nieuw tariefaanbod. Hun inzet is essentieel om de klanten te begeleiden en om van dat project een succes te maken.
De bijkomende tijdelijke kortingen op de Train+-kaart lijken me een zeer goede zaak en ik had niet verwacht dat de oppositie kritiek zou hebben op het feit dat we de reizigers minder laten betalen.
De aanpassingen aan de reglementering, bijvoorbeeld inzake de zones, houden verband met de noodzaak om controles op dalurentickets mogelijk te maken. Die aanpassingen gelden dan ook uitsluitend voor tickets, niet voor abonnementen.
De lancering wordt ondersteund door een grootschalige mediacampagne via televisie, radio, affiches, eigen schermen, websites, sociale media enzovoort. Op de website is ook een simulator beschikbaar waarmee men aan de slag kan met het nieuw productaanbod en de voordelige Train+-kaart, evenals verschillende tutorials en instructievideo’s.
De NMBS doet er alles aan om de reiziger optimaal te ondersteunen. De klantendienst en het callcenter worden versterkt. Sinds 15 oktober zijn er extra stewards aanwezig in de stations, ook op plaatsen waar normaal geen personeel is, om klanten te helpen bij hun aankoop. Er worden flyers verspreid met een duidelijke uitleg en voorbeelden.
In totaal zijn er 500 mensen actief in de stations om te helpen bij de lancering.
Mevrouw De Knop, het verdwijnen van het voordeel voor grote gezinnen is al eerder toegelicht. De samenleving is veranderd, en dus verandert het tariefaanbod mee. We evolueren naar een verhaal waarbij alle kinderen korting krijgen, niet enkel die van grote gezinnen.
Je passe aux questions concernant le tarif forfaitaire national. La SNCB reconnaît l'importance d'une offre de transport public fluide et intégrée pour les voyageurs.
Un tarif forfaitaire national n'est actuellement pas réalisable ou aurait un impact financier important. D'après les échanges avec la SNCB, ce n'est pas non plus ce que les voyageurs attendent. Ceux-ci souhaitent surtout une manière simple de combiner différents modes de transports publics, ce qui implique des horaires coordonnés pour les trains, trams et bus, des informations de voyage qualitatives en temps réel et la possibilité de voyager avec un seul billet. Ils souhaitent également qu'un voyageur passant d'un mode de voyage à un autre ne soit pas pénalisé financièrement. Ceci nécessite indéniablement une réintégration tarifaire au bénéfice des voyageurs.
Dans ce cadre, la SNCB participe activement, sur demande des ministres de la Mobilité des différentes entités réunis en Conférence interministérielle de la Mobilité, au groupe de travail formé par les quatre sociétés de transport public qui se penchent sur la mise en place d'un billet intégré.
Cette collaboration devrait aboutir au printemps 2026 à une proposition concrète qui inclura non seulement des aspects techniques mais aussi des aspects financiers, commerciaux et de gouvernance. Les quatre opérateurs proposeront une feuille de route qui sera soumise à l'approbation des ministres, du moins en ce qui concerne ses modalités.
Het is nog te vroeg om op uw concrete vraag te antwoorden. Het technische en financiële aspect moet, zoals gezegd, nog bestudeerd worden.
Tot slot, dames en heren, merk ik op dat bij elke hervorming de verliezers het hardst roepen, terwijl de zwijgende winnaars ruim in de meerderheid zijn. Ik hoop dat de vragenstellers enkele dagen geleden de lezersbrief van een tevreden 65-plusser hebben gelezen in Het Nieuwsblad. Hij durfde te wedden dat de meeste 65-plussers die regelmatig de trein nemen, zij die er eigenlijk voor zorgen dat er nog volk in de trein zit tijdens de daluren, ook tevreden zullen zijn.
Je rappelle que cette modification tarifaire a fait l'objet d'un accord unanime au sein du conseil d'administration. Parfois je me demande comment fonctionne la communication chez certains.
Je n'ai évidemment pas à donner de conseils aux parlementaires mais il y a visiblement, à juste titre, un intérêt pour le système intégré.
Mijnheer de voorzitter, in uw plaats zou ik een zending organiseren naar Zwitserland, ook met volksvertegenwoordigers van de gewesten. Ik raad u dat gewoon aan, ik kan niet in uw plaats beslissen. U doet met dat advies wat u wilt.
Concernant la remarque sur la majorité des travailleurs qui ne choisissent pas leurs heures de travail, vous avez tout à fait raison. Ils sont astreints à un horaire de travail, mais souvent ils disposent d'un abonnement. C'est la raison pour laquelle cette réforme n'impacte pas les abonnements. Ceux qui prennent le train souvent sont privilégiés car ils prennent un abonnement. Il n'y a pas de modification concernant les abonnements.
Carmen Ramlot:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Une fois de plus il s'agit du combat légitime pour la défense des intérêts du sud-est rural wallon, du Luxembourg et de leurs habitants. Le respect de tous les citoyens, cela ne se négocie pas. L'égalité des Belges devant la loi et devant l'État ne se négocie pas non plus. Il s'agit de respect et d'égalité. Je m'y attelle. Je ne parle pas de n'importe quelle égalité. Je parle d'une égalité différenciée, construite sur les spécificités et les différences de situation, mais remplissant l'exigence de justice pour tous au travers de solutions nuancées. Ce que nous réclamons, ce n'est ni plus ni moins que l'égalité dans la différence.
Sans mettre en cause la véracité de vos propos, je suis quand même dubitative. J'ai un doute lorsque vous parlez de 5,50 euros pour aller jusqu'à la mer au départ du Sud Luxembourg. J'ai plusieurs retours – en cette période de vacances – de personnes que je côtoie régulièrement qui me disent avoir payé 64 euros. S'y sont-elles mal pris? Logiquement, si elles s'y sont mal pris et que votre système autorise d'office la meilleure des solutions, c'est qu'il y a peut-être un problème de logiciel! C'est donc à vérifier.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, de antwoorden op mijn twee vragen en mijn interpellatie zal ik opnieuw beluisteren, omdat ik meen dat ik het antwoord heb gemist op mijn vragen over het fietssupplement op de trein, maar mogelijk heb ik mij onvoldoende geconcentreerd doordat ik soms met andere zaken bezig was. Als dat antwoord niet gegeven blijkt te zijn, zal ik de vraag eventueel opnieuw indienen. Ik ga daar dus niet nader op in.
Ik heb u horen spreken over het eengemaakt vervoerticket. Als ik het goed begrijp, is er al een voorstel. Er zijn echter nog een aantal zaken die moeten worden bekeken, zoals de verrekening vooraf of achteraf.
Ik begrijp dat het allemaal erg technisch is. Mogelijk ga ik in tegenstelling tot de NMBS wat te snel in de materie. Ook dat zal ik echter nader opvolgen. Het onderwerp valt in dit debat enigszins tussen de plooien, maar is wel een debat op zich waard.
Wat mijn interpellatie betreft, ben ik enigszins verbaasd over uw antwoord. Het gaat over de cumuleerbaarheid. Er moeten dus verschillende elementen worden opgeteld. Daarbij komen nog de percentages en de mogelijkheid om een kortingkaart te combineren, wat het geheel nog complexer maakt. De prijs varieert dan ook nog eens afhankelijk van de gebruikte basis. Ook de fietstarieven wisselen, afhankelijk van het tijdstip. Groepskortingen zijn dan weer niet cumuleerbaar, andere kortingen wel. Naar mijn mening voldoet dat niet aan de definitie van ‘eenvoudig.’ Wij zijn dagelijks met de materie bezig en kunnen dat nog volgen. Ik probeer mij echter te verplaatsen in het hoofd van Jan Modaal, die een uitstap wil maken en overweegt om daarvoor eens de trein te nemen en het openbaar vervoer te gebruiken. Hij wordt dan met die complexiteit geconfronteerd. Ik ben ervan overtuigd dat de tariefstructuur voor die mensen niet eenvoudig is.
Er is bovendien niet overal voldoende dienstverlening om de mensen duidelijk en goed te informeren. Sommige mensen zijn bovendien digitaal niet in staat om te doen wat vele anderen wel kunnen.
Ik ben er dan ook van overtuigd dat het systeem niet eenvoudig is. Onze partij wordt daarin bijgetreden door verschillende organisaties, onder meer OKRA en TreinTramBus. Dat zijn niet de eerste de beste. De heer Meukens, voorzitter van TreinTramBus, is bovendien behoorlijk beslagen inzake spoorwegkwesties. Ik durf dan ook te betwijfelen dat een en ander zomaar kan worden afgedaan met de stelling dat het systeem niet ingewikkeld is.
U geeft ook aan dat het niet de bedoeling is om een tegenstelling te creëren tussen landelijke en stedelijke gebieden. Nochtans gebeurt dat exact nu. In bepaalde landelijke uithoeken – ik laat in het midden of Limburg daartoe mag worden gerekend, zoals sommigen graag doen – ontstaat wel degelijk een tegenstelling in vergelijking met andere regio’s, aangezien die uithoeken te maken krijgen met prijsverhogingen voor langere afstanden. In mijn ogen wordt die tegenstelling net door het systeem gecreëerd.
Ik ben dan ook niet tevreden met het antwoord dat ik heb gekregen. Ik had gehoopt dat ter zake toch nog stappen zouden worden gezet.
In zekere zin had ik al gevreesd dat verwezen zou worden naar de midterm review in 2028, wat ik al veel te laat zou vinden. Ik zal het dossier blijven opvolgen. De eerste reacties van verschillende mensen tonen aan dat ze het systeem behoorlijk ingewikkeld vinden. Ik zal daar zeker de vinger aan de pols houden en daarover nog bij u terugkomen.
Ik neem nog twee opmerkingen mee. Ik neem akte van uw suggestie om met de commissie eventueel een bezoek te brengen aan Zwitserland. Dat ligt op tafel. Ik kan u wel zeggen dat wij dat met de trein zullen doen, niet met het vliegtuig.
Uw laatste opmerking, over de raad van bestuur van de NMBS, is zeer terecht. Die opmerking ligt in de lijn van het vorige actuadebat, waarin ik inzake de beheersovereenkomst heb gezegd dat sommige partijen hier nu oppositie voeren of verontwaardigd zijn over zaken die ze zelf mogelijk hebben gemaakt. Uw maakt een terechte opmerking over de raad van bestuur. Met Vlaams Belang maken we daarvan geen deel uit en ik voel me daardoor dus niet aangesproken, misschien andere leden wel.
Aangezien uw antwoord mij niet echt tevreden stelt, dien ik een motie van aanbeveling in.
Irina De Knop:
Het is nog altijd het recht van de oppositie om oppositie te voeren. Wanneer in het verleden mogelijkheden zijn gecreëerd, is het wel de bedoeling dat die correct worden toegepast. Mijnheer de minister, ik denk dat u mogelijkheden hebt om bijvoorbeeld rekening te houden met de key performance indicators uit het vorige punt, zowel bij de interpretatie als bij de toepassing.
Mijnheer de minister, wat het debat dat nu aan de orde is, betreft, aangezien ik geen nieuwe vraag i mijn repliek mag stellen, zal ik ze houden voor een volgende keer. Hoe dan ook ben ik heel benieuwd of de kostendekkingsgraad met het nieuwe tariefsysteem zal verbeteren. Ik veronderstel van wel. Daarmee kom ik bij de essentie van mijn repliek. Finaal zullen de tickets meestal duurder worden. Er worden verschillende mooie voorbeelden aangehaald waarin dat niet het geval is, maar als de kostendekkingsgraad stijgt, weten we wat het echte antwoord is.
Met betrekking tot de complexiteit, ik begrijp dat een modernisering nodig is en mogelijk is. Ik denk echter dat eenvoudige tarieven bijdragen aan een betere klantvriendelijkheid. Ik denk ook dat mensen bereid zijn om meer te betalen wanneer ze daarvoor kwaliteit terugkrijgen. Dat is vandaag bij de NMBS niet het geval. Daarom wordt elke nieuwe tariefstructuur sowieso met argusogen bekeken. Als we één ding moeten doen, dan is het volgens mij de dienstverlening optimaliseren.
Oskar Seuntjens:
Ik dank de minister voor zijn antwoord.
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je ne manquerai pas de revenir après l’analyse de certains éléments.
Dorien Cuylaerts:
Dank u wel, meneer de minister, voor uw antwoorden. De bedoeling van het nieuwe tariefsysteem is positief. Wij kunnen het alleen maar toejuichen dat reizigers goedkoper met de trein moeten kunnen reizen. Alleen horen we gemengde signalen: de ene reiziger is goedkoper af, de andere vindt zijn weg niet meer. Anderzijds is er inderdaad altijd een zwijgende meerderheid, die wel tevreden is.
In ieder geval blijven er een aantal pijnpunten. Een ervan is – ik blijf op deze nagel kloppen - de communicatie. Als ik het goed begrepen heb, is men reeds in 2023 gestart met overleg over het tariefsysteem. We zijn nu oktober 2025 en slechts een week voordat de tarieven ingaan, begint men pas aan de reizigers te communiceren. We willen allemaal meer reizigers op de trein, maar ze moeten wel gemakkelijker de weg vinden naar het juiste ticket. Waarom is het voor de NMBS zo moeilijk om meer met communicatie bezig te zijn? Communiceren kost geen geld en het helpt een groter draagvlak bij de reizigers te creëren. Ik denk dat daar opnieuw naar gekeken moet worden. Ik zal in mijn volgende vragen ook op de communicatie blijven hameren, en dat is jammer.
Ik betreur voorts dat de commissie zo laat mee in het bad genomen is. Wij moeten informatie uit de persberichten halen en het zelf uitzoeken, terwijl de vragen bij ons binnenkomen en wij geen deftig antwoord kunnen geven.
Ik hoop dat ook mijn opmerking wordt meegenomen naar een volgende actie van de NMBS. Ik vraag daarom dat de grondige evaluatie, die er komt, ook hier tijdig in commissie besproken wordt.
Tot slot herhaal ik mijn vraag naar het eengemaakte ticket voor trein, tram, bus en metro. Zolang de reiziger voor elk deel van zijn traject een ander systeem moet gebruiken, is er geen echte eenvoud. Ik hoop dat daar snel werk van wordt gemaakt.
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse et pour les initiatives et les démarches que vous ne manquerez pas de poursuivre et de soutenir pour lever les obstacles à l'intégration tarifaire.
Le projet de ticket unique national représentera une avancée majeure pour l'intermodalité en Belgique. Simplifier l'accès aux différents modes de transport, c'est non seulement améliorer la qualité du service, mais aussi renforcer son attractivité.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
J'ai bien entendu votre remarque concernant les abonnements; je vais donc me corriger. Il me semblait avoir dit que le problème avec les abonnements Flex, souligné par Unia et Testachats, n'avait pas été solutionné. Il est dommage de revoir entièrement une grille tarifaire sans penser à cela. Donc oui, je prendrai mes renseignements.
J’ai bien compris qu'on ne touche pas aux abonnements. Mais il y a aussi des travailleurs qui ont des emplois qui ne permettent pas d'avoir un horaire régulier; je pense aux intérimaires et aux flexi-jobs. Je trouve également dommage que l'on n'ait pas pensé à cela.
Oui, il y a des gagnants. Cependant, il y a beaucoup de discriminations dans cette grille tarifaire. Je n'ai pas l'impression que cela va attirer du monde. C'est pourtant ce qu'on veut. On veut que les gens prennent le train.
J’en profite pour ouvrir une brève parenthèse. L’urgence climatique est là, et la Belgique n'est toujours pas dans la bonne trajectoire pour respecter ses engagements internationaux. L’idéal serait quand même de donner envie aux gens de prendre le train.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, les députés de la majorité parlent d'un problème de logiciel (64,50 euros n'est pas 5 euros), ou de communication. Moi, je ne vous parlerai pas d'un problème d'abonnement. J'ai bien compris.
Ce sont les témoignages qui me reviennent. C’est dire si c'est complexe, et si les gens ont du mal, malgré le super logiciel qui calcule le meilleur prix.
Monsieur le ministre, ce que je retiens, c'est que la carte famille nombreuse est bien supprimée. Ce sera donc plus cher pour les familles nombreuses. Les tickets seniors sont supprimés. Pour certains seniors, ce sera plus cher également. Pour les jeunes, ce sera également plus cher, comme je vous l'ai dit tout à l'heure – dans certains cas, évidemment. Tous les utilisateurs de tickets Multi n'auront plus le droit de les utiliser, alors qu’ils sont pourtant bien utiles. Ce sera donc plus cher pour eux. Quant à la réduction pour les billets week-end, elle passe de 50 % à 30 %.
Pour tous ces utilisateurs, le train coûtera plus cher et il sera donc moins attractif.
On a fait une digression dans le débat; je vais me permettre d'en faire une également. Dans une vie antérieure, j'étais manager de mobilité en Brabant wallon pour une société de transport. Et déjà, en 2006 à l'époque, avant de devenir bourgmestre, on parlait des opérateurs qui allaient travailler ensemble pour avoir un tarif et des supports communs. Nous sommes 20 ans plus tard. Si vous nous nous parlez de cela d'ici le printemps 2026, je serai le premier à vous féliciter, et vous le savez, monsieur le ministre, parce que j'ai toujours été franc et sincère avec vous.
Serge Hiligsmann:
Merci, monsieur le ministre. Merci pour la densité et la richesse de votre réponse.
Il est vrai que si la grande majorité des voyageurs bénéficient de ces mesures, ce sont, comme souvent, les mécontents qui se font le plus entendre. J'estime qu'il faut laisser le temps au temps pour évaluer, sur la durée, l'impact réel de cette réforme tarifaire sur le report modal vers le train. Je rappelle que seuls les billets à l'unité sont concernés. Le prix des abonnements reste inchangé. Cela s'inscrit dans l'objectif du contrat de service public qui vise une hausse de 30 % de la fréquentation d'ici 2032. Encourager l'abonnement est, selon moi, le meilleur levier de fidélisation.
Enfin, cette nouvelle tarification découle directement du contrat de service public conclu sous la coalition Vivaldi. Il est donc étonnant de voir certains collègues d'Ecolo ou du PS s'indigner aujourd'hui d'une réforme qu'ils ont soutenue hier.
Petit complément. Je viens de vérifier: pour les personnes de plus de 65 ans, le prix entre Virton et Blankenberge ou Ostende est bien de 5,50 euros en heures creuses.
Moties
Motions
Voorzitter:
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Frank Troosters en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van de heer Frank Troosters en het antwoord van de minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, - overwegende de ambitie van deze regering om te rationaliseren inzake vrijstellingen en kortingen bij de tarieven van de NMBS; - overwegende de ambitie om tegen 2032 het aantal treinreizigers met 30 %te doen stijgen; - overwegende de opmerkingen gemaakt in de commissie voor Mobiliteit, Overheidsbedrijven en Federale Instellingen tijdens eerdere besprekingen van de nieuwe tariefplannen bij de NMBS; - overwegende gestelde doelstellingen in het met de federale overheid afgesloten openbaredienstcontract 2023-2032; - overwegende de hogere prijzen die o.a. senioren dienen te betalen bij het maken van een reis van langere afstand; - overwegende de moeilijke praktische reisorganisatie voor dagjesreizigers vanuit Limburg of andere gebieden naar bijvoorbeeld de kust; vraagt de regering: - opnieuw overleg op te starten met de NMBS teneinde de tekortkomingen inzake de overzichtelijkheid van de nieuwe tariefstructuur van de NMBS te laten wegwerken; - opnieuw overleg op te starten met de NMBS teneinde het duurder worden voor langere afstandsreizen te laten bijsturen." Une motion de recommandation a été déposée par M. Frank Troosters et est libellée comme suit: "La Chambre, ayant entendu l’interpellation de M. Frank Troosters et la réponse du ministre de la Mobilité, du Climat et de la Transition environnementale, - considérant l'ambition du gouvernement de rationaliser les remises et les réductions prévues dans les tarifs de la SNCB; - considérant l'ambition d'augmenter le nombre de voyageurs de 30 % d'ici 2032; - considérant les observations formulées en commission de la Mobilité de la Chambre au cours de discussions précédentes sur les nouveaux projets tarifaires de la SNCB; - considérant les objectifs fixés dans le contrat de service public 2023-2032 conclu avec l'autorité fédérale; - considérant l'augmentation des prix que les seniors, entre autres, sont tenus de payer lorsqu'ils entreprennent un plus long voyage; - considérant la difficile organisation pratique pour les voyageurs d'un jour qui se déplacent du Limbourg ou d'autres régions vers la côte, par exemple; demande au gouvernement: - de relancer la concertation avec la SNCB afin de remédier au manque de clarté de la nouvelle structure tarifaire de la SNCB; - de relancer la concertation avec la SNCB afin de faire rectifier le renchérissement des plus longs déplacements." Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Serge Hiligsmann en mevrouw Carmen Ramlot. Une motion pure et simple a été déposée par M. Serge Hiligsmann et Mme Carmen Ramlot. Over de motie zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur la motion aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
Het sociaal overleg met de vakbonden
De nieuwe verwerping van het protocolakkoord
Het verworpen ontwerpakkoord over het statuut van het spoorpersoneel
Het spoorakkoord
Het uitblijven van akkoorden met de vakbonden
De verwerping van het ontwerpakkoord over een gemoderniseerd statuut voor het spoorpersoneel
Looptijd en verwerping van spoorakkoorden met vakbonden
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De onderhandelingen over de modernisering van het spoorstatuut zijn vastgelopen nadat de vakbondsachterban twee voorstellen (behoud van statutaire aanwervingen voor sleutelfuncties en flexibele hervormingen) massaal verwierp, ondanks toezeggingen van de vakbondsleiding. Minister Crucke kondigt nu verplichte contractualisering van nieuwe aanwervingen vanaf 2028 af, met behoud van HR Rail als juridische werkgever (maar met beperkte bevoegdheden), en wijst op de noodzaak van hervorming voor de liberalisering in 2032—een Europese verplichting die volgens hem flexibiliteit vereist, terwijl critici (zoals Farah Jacquet) benadrukken dat liberalisering *geen* EU-opdracht is en het statuut een compensatie is voor zware arbeidsomstandigheden. De vakbonden roepen op tot een driedaagse staking in november, waar de minister geen formele garanties tegen kan bieden, maar hij houdt vast aan zijn besluit, ondanks waarschuwingen voor sociale onrust en verstoring voor reizigers. Het overleg is formeel gesloten, maar de minister benadrukt dat het dialogue social blijft bestaan binnen de uitvoeringsfase—zonder heronderhandeling—terwijl oppositiepartijen hem beschuldigen van eenzijdige besparingen, gebrek aan respect voor de arbeidersstem en het negeren van bredere welzijnskwesties (zoals pensioenen).
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik heb twee vragen ingediend, die ik kort zal samenvatten. Het is een actueel onderwerp sinds gisteren en vandaag. Ik wil het hebben over het sociaal overleg met de vakbonden. U bent al lang aan het onderhandelen met de vakbonden en u hebt eind april, met de nodige trots, een sociaal voorakkoord aangekondigd in de pers.
Dat voorakkoord werd echter massaal verworpen door de achterban van de verschillende vakorganisaties. Vervolgens is er verder onderhandeld en u gaf aan dat tijdens die onderhandelingen was overeengekomen dat er geen nieuwe spoorstakingen zouden volgen. Dat is ook zo geweest. Dat hebben we kunnen vaststellen.
Men is uiteindelijk op een bepaald moment tot een tweede akkoord gekomen. Dat betrof een voorontwerp van akkoord over de modernisering van het statuut van het spoorpersoneel, maar ook dat nieuwe akkoord werd verworpen door de achterban van de vakbonden. Het nieuwe akkoord zou HR Rail als juridische werkgever van het spoorpersoneel behouden en voorzag bovendien in het behoud van statutaire aanwervingen voor bepaalde groepen bij het spoor, in tegenstelling tot het eerste voorakkoord. Dat werd dus echter ook verworpen, vandaar heb ik deze vragen ingediend.
Wat is de stand van zaken en hoe moet het nu verder? Ik heb een straffe verklaring van u gelezen – dat is althans wat de pers schrijft – dat de tijd van overleg voorbij zou zijn en dat de tijd van beslissingen nemen eraan zou komen. U zei ook dat vanaf 2027 nieuwe aanwervingen alleen nog op contractuele basis mogelijk zouden zijn.
Intussen vernamen wij dat er eind november opnieuw nationale acties zullen plaatsvinden. Ik wilde u eigenlijk vragen of u kunt garanderen dat er geen nieuwe stakingen zullen plaatsvinden en hoe u dat zult garanderen, maar gisteren is die vraag onderuitgehaald. Er zal worden gestaakt. Vandaag is bovendien bevestigd dat er gedurende drie dagen gestaakt zal worden bij het spoor. Zoals ik al meermaals heb aangegeven, betreur ik dat ten zeerste voor de treinreizigers, die daar opnieuw de dupe van zullen zijn.
Ik wil vooral weten hoe het verder moet met de besprekingen met de vakbonden en het sociaal akkoord. Waar staan we? Wordt er nog gepraat? Gaan de gesprekken nog door? Wat vindt u van de stakingen, die ik ten zeerste betreur? Bent u van plan nog actie te ondernemen om te voorkomen dat er opnieuw spoorstakingen plaatsvinden, zodat de treinreizigers de normale dienstverlening krijgen waar zij recht op hebben?
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, les syndicats ont rejeté l'accord – du moins le protocole –soumis par votre cabinet.
Je pense que c'est un peu normal. Ils ont écouté leur base, laquelle a marqué son désaccord. Il faut tout dire: ils avaient le choix entre perdre leur statut ou le garder, mais vidé de sa substance, le but étant, sur le long terme, de procéder à des suppressions de postes pour raisons économiques.
Monsieur le ministre, allez-vous vous remettre autour de la table et véritablement prendre en compte les demandes syndicales, ou allez-vous imposer un plan que personne ne souhaite? Vous justifiez ce plan par l'obligation de libéraliser le secteur en 2032. Je me permets d’affirmer que rien n’oblige à libéraliser le transport de voyageurs. L’Europe ne l’impose pas. Elle permet de maintenir l’attribution directe sous certaines conditions. La Belgique pourrait très bien remplir ces conditions.
Par ailleurs, nous avions demandé une audition sur le sujet et elle a été refusée. Nous ne pouvons donc même pas en discuter. Allez-vous faire preuve de plus de nuance lorsque vous évoquez la libéralisation potentielle – mais non obligatoire – prévue pour 2032?
Il vous est toujours possible de changer d'avis.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, u bent een minister van overleg, dat siert u, maar toch springt het vernieuwde, aangepaste voorstel opnieuw af.
Het doel van de hervorming is nochtans duidelijk: meer flexibiliteit en een moderner HR-beleid, zodat de spoorbedrijven op de toekomstige uitdagingen kunnen inspelen. Denk maar aan de liberalisering van het reizigersvervoer tegen 2032.
Toch blijft de weerstand groot. Er klinkt kritiek dat het overleg opnieuw te snel is stopgezet.
Mijnheer de minister, hoe beoordeelt u het feit dat het aangepaste en meer evenwichtige voorstel door de achterban van de vakbonden is verworpen? Hoe ziet u het verdere traject om de noodzakelijke modernisering van het personeelsstatuut te realiseren, met het oog op een sterker en toekomstgericht spoorbedrijf?
Kunt u bevestigen dat u teruggrijpt naar het akkoord dat eerder werd gesloten met de vertegenwoordigers van de spoorbonden ACOD, ACV en VSOA?
In welke concrete timing voorziet u om de hervormingen door te voeren?
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, vos collègues députés nous refusent l'audition des organisations syndicales depuis un certain temps, de manière quasi systématique. Et, maintenant, c'est vous qui n'allez plus les rencontrer. Vous l'avez déclaré: le temps de la négociation est terminé. Vous allez mettre en œuvre finalement un plan qui, selon vous, ou pas, est le meilleur ou le moins pire.
Voici quelques semaines, vous aviez négocié et obtenu avec les syndicats un préaccord. Celui-ci prévoyait notamment le maintien d'engagements statutaires pour des fonctions qui représentent quelque 60 % des emplois. Toutefois, la plus grande flexibilité qui aurait été demandée aux travailleurs concernés ainsi que la possibilité de licenciement des statutaires, de ce nouveau type de statutaires, si la charge de travail venait à diminuer, ont eu raison de ce préaccord. Et c'est logique. Lorsque plus de trois quarts des travailleurs d'un secteur refusent un préaccord, on peut légitimement se dire qu'il n'était pas bon, qu'il n'était pas optimal. Convenez-en! D'ailleurs, ce ne sont pas les syndicats qui mènent la fronde, mais ce sont les travailleurs, la base qui réagit.
Monsieur le ministre, la libéralisation du transport des voyageurs est annoncée pour 2032. Vous le savez aussi bien, si pas beaucoup mieux que moi. Vous estimez que c'est déjà demain pour ce secteur et qu'il faut avancer rapidement. Vous avez donc claqué la porte, fermé la porte à un nouveau round de négociations après le rejet de ce préaccord.
N'est-il pas cependant de votre responsabilité de remettre les dirigeants et les syndicats du rail autour de la table? Il me semble que vous vous y étiez engagé. Il est donc, de mon point de vue, de votre responsabilité de faire cette offre et d’entamer à nouveau des négociations avec les syndicats, les travailleurs et les membres de la direction de la SNCB
En ouvrant la porte au licenciement du personnel statutaire, vous deviez vous douter que cela ne passerait pas auprès du personnel. Pourquoi dès lors ne pas envisager d'autres pistes? Vous savez par ailleurs que les travailleurs attendent aussi une réponse de votre collègue Jambon concernant les pensions. Ils nourrissent malheureusement peu d'espoir. Avez-vous d'autres informations à ce sujet? Et tenterez-vous de convaincre M. Jambon? C'est votre défi, monsieur le ministre!
Irina De Knop:
De context is al uitgebreid door de collega’s geschetst, met name dat de spoorbonden het ontwerpakkoord opnieuw hebben verworpen. Zoals wij het wij het hebben begrepen – misschien kunt u dat verduidelijken, mijnheer de minister – gaat de discussie vooral over de juridische werkgever van het spoorpersoneel en het behoud van de statutaire aanwervingen.
In een eerste ontwerp, dat al in mei was afgewezen, zou de statutaire aanwerving in 2028 stoppen en zouden de NMBS en Infrabel juridische werkgevers worden in de plaats van HR Rail. In het nieuwe ontwerp zou HR Rail wel de juridische werkgever blijven en zou het statuut voor bepaalde functies behouden blijven. Ondanks al die aanpassingen stemde de achterban opnieuw tegen: 79 % bij ACOD en 74 % bij ACV Transcom.
Mijnheer de minister, kunt u toelichten wat de concrete inhoud van het ontwerpakkoord was dat door de vakbonden is verworpen? Welke hervormingen stonden daarin?
In het eerste voorakkoord van voor de zomer stond dat de statutaire aanwervingen in 2028 zouden stoppen. In het nieuwe akkoord blijft er toch sprake van het behoud van statutaire aanwervingen voor bepaalde functies. Kunt u toelichten voor welke functies en waarom u die versoepelingen voorgesteld hebt?
Stoppen de gesprekken nu definitief, zoals u eerder aangaf, of gaat u toch opnieuw rond de tafel zitten? Als dat niet het geval is, zult u dan met een eigen voorstel naar de regering stappen, met daarin de stopzetting van de statutaire aanwervingen?
Hoe ziet u de rol van HR Rail als juridische werkgever? Wat is de timing van dit alles, mijnheer de minister?
Voorzitter:
Wensen nog andere leden zich bij deze discussie aan te sluiten? (Neen) Dan geef ik het woord aan de minister.
Jean-Luc Crucke:
Chers collègues, le préaccord de Leuven, signé le 23 avril 2025, prévoyait effectivement une contractualisation des recrutements à partir du 1 er janvier 2028 tout en maintenant un engagement statutaire pour environ 60 % des fonctions, notamment les métiers techniques et roulants. Ce compromis visait à concilier les impératifs de modernisation avec la préservation du statut pour les fonctions critiques.
Le protocole d'accord du 1 er octobre 2025 laissait, quant à lui, deux options ouvertes: soit le maintien d'un haut niveau d'engagement statutaire accompagné de mesures de flexibilisation du statut (temps de travail, mobilité, etc.), soit une contractualisation généralisée, avec des garanties en matière de carrière et de rémunération pour le personnel déjà en place.
Lors des négociations avec les présidents des organisations syndicales, chacun était pleinement informé du fait que le rejet du protocole par la base – ce qui est son droit – entraînerait l'application du principe de contractualisation. Cette position a été clairement exprimée et assumée dans mon communiqué de presse, où j'ai également salué le caractère constructif des échanges et le sens des responsabilités des représentants syndicaux.
Mijn doel was een evenwichtig voorstel te formuleren dat gesteund kon worden door de vakbondsvertegenwoordigers en tegelijkertijd afgestemd was op de behoeften van een moderne spoorwegsector. Het betrof geen eenzijdige tekst, maar het resultaat van overleg, luisteren en onderhandeling. Na verschillende maanden overleg tussen mijn kabinet, de spoorwegonderneming en de representatieve vakorganisaties werd een nieuw ontwerpakkoord over de modernisering van de spoorwegsector voorgelegd aan de vakbondsleden. Ze verzetten zich echter tegen dat ontwerpakkoord, dat hun vertegenwoordigers nochtans hadden goedgekeurd.
Met betrekking tot HR Rail blijft de onderneming de juridische werkgever van het spoorwegpersoneel, maar zijn taken zouden worden herzien. Het ontwerp voorzag erin dat die dienst vanaf 2027 niet langer verantwoordelijk zou zijn voor de aanwerving, selectie en opleiding. Die bevoegdheden zouden worden overgedragen aan de NMBS en Infrabel. HR Rail zou een centrale rol blijven vervullen en instaan voor de sociale dialoog, het beheer van het statuut en de loonadministratie.
In het voorstel van akkoordprotocol kregen de representatieve vakorganisaties de keuze tussen het behoud van statutaire wervingen voor sleutelberoepen, met een ingrijpende modernisering van het statuut, en een algemene contractualisering van de werving. Aangezien er geen akkoord werd bereikt over de modernisering van het statuut, zal vanaf 1 januari 2028 worden overgegaan op een contractualisering van de werving, in overeenstemming met de bepalingen van het ontwerp van protocolakkoord. Ook zal de hervorming van HR Rail worden doorgevoerd.
Mijnheer Troosters, het regeerakkoord bepaalde dat de kwestie van de juridische werkgever van het spoorwegpersoneel nader onderzocht zou worden. Uit de analyse bleek dat het wetgevende kader flexibiliteit biedt en het mogelijk maakt bepaalde bevoegdheden toe te wijzen aan hetzij de juridische hetzij de feitelijke werkgever, afhankelijk van de beoogde invulling. Elke structuur kent haar eigen voor- en nadelen.
La priorité a été donnée à une approche efficiente de la situation, car, dans les faits, le nombre de processus existant encore aujourd'hui en doublon s’est révélé très limité. Certains services gagnaient à être centralisés afin de réduire les coûts et d'améliorer la coordination. Je respecte bien entendu la décision de la base syndicale, mais je rappelle que la réforme du secteur ferroviaire est une nécessité dans le contexte de la libéralisation du transport de voyageurs prévue pour 2032. Il est de notre responsabilité collective de préparer les entreprises ferroviaires à cette échéance en leur donnant les outils RH adaptés.
Madame Jacquet, cet accord, bien que non retenu, traduisait, me semble-t-il, une vision lucide et équilibrée de l'avenir du rail. Il marquait une étape importante vers une modernisation indispensable. Le temps de la décision ne peut plus être différé. Le dialogue social reste ouvert, mais il s'inscrit désormais dans un cadre de mise en œuvre et non de renégociation. Il est exact que les trois organisations syndicales représentatives – CGSP Cheminots, SLFP Cheminots et CSC Transcom – ont rejeté le protocole d'accord proposé. J'en prends acte avec sérieux et responsabilité. Je tiens toutefois à rappeler que ce protocole est le fruit d'un long processus de concertation avec les partenaires sociaux. Il ne s'agit pas d'un passage en force, mais d'une tentative sincère d'adapter notre modèle ferroviaire aux réalités européennes, budgétaires et opérationnelles.
Sur le cadre européen, la mise en concurrence des services de transport de voyageurs est désormais la norme, conformément au quatrième paquet ferroviaire adopté en 2016. La Belgique devra justifier toute dérogation, ce qui devient de plus en plus difficile. Nos voisins ont déjà adapté leur modèle. La France a mis fin au recrutement statutaire dès 2020, l'Allemagne dès 1994 et les Pays-Bas n'ont jamais eu de statut comparable. Nous ne pouvons rester à l'écart de cette évolution et de cette nécessaire flexibilité.
Sur le statut du personnel, je tiens à être clair. Le protocole ne supprime pas le statut. Il propose une contractualisation progressive pour les nouveaux emplois à partir – ou au plus tard – du 1 er janvier 2028 avec un maintien d'un quota de recrutement sous statut. Il introduit également des garanties pour les contractuels, notamment une commission paritaire dédiée, tout en préservant les droits acquis des statutaires. Il s'agit d'une modernisation, pas d'un démantèlement.
Concernant la concurrence, il ne s'agit pas de privatiser, mais de préparer la SNCB à affronter un environnement concurrentiel. Le protocole vise à renforcer sa capacité à rester l'opérateur principal en lui donnant les outils RH nécessaires pour être compétitif. C'est une approche pragmatique, et non pas idéologique.
Enfin, je regrette que certains discours politiques instrumentalisent ces enjeux à des fins partisanes en occultant les défis réels du secteur: pénurie de personnel, digitalisation, performance. Ces défis exigent des réformes courageuses et responsables.
Le gouvernement fédéral entend tirer toutes les leçons du processus de concertation et poursuivre les réformes nécessaires. Les prochaines étapes incluent une note que je viendrai vous présenter pour accompagner les adaptations réglementaires nécessaires.
Enfin, concernant les pensions du personnel ferroviaire, je vous invite à adresser cette question à mon collègue, le ministre des Pensions, en charge de ce volet. Je suis conscient des attentes du personnel et je partage votre souci de clarté en cette matière.
Concernant Securail, je tiens à rappeler que ces activités restent pleinement intégrées au sein de la SNCB, conformément aux dispositions du protocole d'accord. L'ensemble du personnel concerné continue d'être employé par la SNCB, ce qui garantit la stabilité des missions de sécurité ferroviaire. Au-delà du maintien institutionnel, l'objectif est de renforcer la coordination opérationnelle entre Securail et la police des chemins de fer, afin d'améliorer l'efficacité des interventions sur le terrain et la sécurité des usagers. Cette coordination renforcée vise à mieux articuler les rôles respectifs, à fluidifier les échanges d'informations et à optimiser les ressources dans un contexte de mobilité en mutation.
Ces discussions sont menées en étroite concertation avec la direction de Securail, afin de rester au plus près des réalités du terrain et des besoins opérationnels. Il est essentiel que les décisions prises soient pleinement alignées avec les contraintes et les attentes des équipes de terrain.
Concernant les risques de grève, je suis bien entendu attentif aux risques de tensions sociales dans le secteur ferroviaire. Le rejet du protocole par les bases syndicales, bien que regrettable, ne doit pas être interprété comme une rupture du dialogue. Je tiens à souligner que les présidents des organisations syndicales ont participé activement et de manière constructive aux négociations. Tous étaient informés qu'en cas de rejet, la contractualisation deviendrait la voie par défaut.
Cette position a été clairement exprimée dans mon communiqué de presse. Je remercie évidemment les représentants syndicaux pour leur encouragement, mais je ferai ce que j'ai dit. Il y a un moment où les décisions doivent être prises et je les prends vraiment dans l'intérêt de la société, mais également de ses travailleurs.
L'année 2032, qu'on le pense ou pas, c'est demain. Je regrette que cette date n'ait pas été préparée plus tôt et je ne tiens pas à ce qu'en 2029, on dise, - peut-être plus à moi car je ne serai plus là -, que ça n'a pas été fait. Ma responsabilité, c'est d'amener une société publique vers les performances nécessaires pour qu'en 2032, nous ayons un rail opérationnel, un rail concurrentiel et surtout qui garde son personnel que je considère comme de qualité.
À ce stade, je n'ai pas reçu de garantie formelle quant à l'absence de grève, mais je reste confiant dans les capacités des partenaires sociaux à maintenir un dialogue responsable.
J'ai également lu presse; mais je n'ai, à ce stade, pas reçu de préavis.
Frank Troosters:
Bedankt voor uw uitgebreide antwoord, mijnheer de minister. Het positieve daaraan is dat we nu wat meer inzicht hebben gekregen in de inhoud van de gesprekken. U hebt dat steeds afgehouden, zolang de gesprekken aan de gang waren.
Ik heb vastgesteld dat uw houding ook meer vastberaden is geworden tegenover uw gesprekspartners. U onderstreept vastberaden de nodige stappen te zullen ondernemen om de spoorbedrijven voor te bereiden op de uitdagingen die zeker vanaf 2029 op ons afkomen. Ik heb het dan over de liberalisering van het spoor. Overigens is die voor het personenvervoer al een feit. Alleen heeft de toewijzing van het unieke operatorschap aan de NMBS dat proces enigszins op de lange baan geschoven. Men heeft zich daar ook nooit op voorbereid – we komen straks op dat onderwerp terug, als we daaraan toekomen – en u krijgt dat nu deels op uw bord. Het siert u dat u uw verantwoordelijkheid wilt opnemen. Ik vrees echter dat, als de houding verhardt en men bijvoorbeeld inzet op een progressieve invoering van de contractualisering van toekomstige aanwervingen, dat op heel wat weerstand zal stuiten.
De eerdere akkoorden getuigden toch van enige ambitie in een bepaalde richting. Maar men stuitte op een weigering. Vervolgens koos men voor versoepeling en kwam men meer tegemoet aan de verzuchtingen van de vakbonden en het spoorpersoneel. Ook die teksten werden afgewezen en nu kiest men opnieuw voor verharding.
Dat doet mij vermoeden dat het voorstel veel reactie zal uitlokken. Het is uiteraard positief dat u hoopt op verder overleg. Maar ik vrees - en dit aspect is onderbelicht gebleven- dat u in de tussentijd nog met heel wat stakingen geconfronteerd zult worden. Ik vrees dat, als de onenigheid zo groot blijft, daar de treinreiziger het slachtoffer van wordt.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, je ne peux me satisfaire de ce refus d'écouter le point de vue des cheminots, de la base. Vous avez dit cette semaine à la radio que les cheminots étaient privilégiés. J'entends que, pour vous, se lever à toute heure de la nuit, travailler dehors par tous les temps, dans des ateliers qui ne sont pas chauffés, avec des congés qui sont refusés; gérer les voyageurs qui sont en colère parce qu'ils subissent les économies que vous imposez; ce sont des privilèges.
Non, être statutaire n'est pas un privilège. C'est une compensation pour des conditions de travail difficiles. Vous le savez, mais vous essayez juste de diviser les gens. Votre sortie dans la presse est totalement inacceptable. Les cheminots ne vous font plus confiance, à raison. Ces discours ne vont pas apaiser les tensions sociales!
Les vrais privilèges ne sont, pour moi, pas sur le rail, mais plutôt ici, dans les bureaux des politiciens qui gagnent 11 000 balles par mois, avec appartement de fonction et indemnité de logement. C'est indécent! Vous pouvez compter sur nous: nous ne lâcherons pas l'affaire, et nous ne nous laisserons pas faire, c'est sûr!.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik ben heel blij u nogmaals te horen benadrukken dat de hervorming echt wel nodig is. Het verbaast mij dan ook dat het tweede, zelfs veel evenwichtiger voorstel opnieuw werd afgewezen. We spreken hier immers over een noodzakelijke modernisering. Er zijn wel degelijk privileges. Men kan naar links blijven kijken en doen alsof er niets aan de hand is, maar ik denk dat het goed is dat het eens werd benoemd.
Ik vind het bijzonder jammer dat de vakbonden de hervorming blijven blokkeren, want elke maand uitstel is een maand verloren in de voorbereiding van de liberalisering. Die is trouwens al van start gegaan.
Ik waardeer uw vastberadenheid in het dossier om een en ander niet los te laten en hoop dat de regering bij de verdere stappen de nodige ruggengraat toont. Het is tijd om voet bij stuk te houden. Wie in een toekomstgericht spoor gelooft, mag niet vasthouden aan privileges en structuren uit het verleden.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, vous dites que la concertation avec les partenaires sociaux est importante. Vous ne cessez de le dire. Et là, vous fermez la porte. Vous parlez de votre responsabilité, donc vous vous dites responsable, mais en fait vous abandonnez la négociation. Et quand je vous parle des pensions et de l'autre problème qui se présente aux cheminots, vous me renvoyez vers M. Jambon en disant "Je n'essaierai pas de le convaincre" alors que je vous lançais ce défi. C'est dommage!
La base des travailleurs n'est plus respectée. La flexibilité est pour vous nécessaire et même obligatoire. Votre seule ligne de conduite, en somme, ce sont moins de droits pour les travailleurs, plus d'économies, des économies massives, et prendre le bien-être des travailleurs en compte n'est pas pour vous prioritaire. Je le déplore!
Pour notre groupe, ce n'est pas une instrumentalisation. Les travailleurs vont donc devoir faire grève pour se faire entendre. Et puis, on les critiquera parce qu'ils font grève alors que finalement, c'est de votre responsabilité. Ils méritent pourtant le respect. Ce ne sont pas des privilégiés comme vous le dites, monsieur. le ministre, permettez-moi d'insister sur ce point!
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, ik heb begrepen dat u alles hebt gedaan om een goed akkoord tot stand te brengen en dat u ook zonder akkoord doorgaat. Ik heb genoteerd dat tegen 2028 in een volledige contractualisering wordt voorzien, ook al behoudt HR Rail wel een bepaalde rol behoudt. Het is mij niet duidelijk of HR Rail de juridische werkgever blijft. Het kan ook dat ik het wegens de taal niet goed heb begrepen. Als u dat nog wilt verduidelijken, graag. Kunt u dat nog eens verduidelijken? Ik zal een en ander zeker in de notulen nalezen. Ik wil u graag feliciteren met uw daadkrachtige houding. Ik denk dat het inderdaad van staatsmanschap getuigt om eerst te onderhandelen met vakbonden en daar respect voor te tonen. Als men echter niet tot een akkoord kan komen en onvoldoende op lange termijn kan denken, is het nodig dat er beslist wordt. Wellicht komt de driedaagse staking van november dan ook niet uit de lucht vallen. Ik zou u vooral willen vragen, mijnheer de minister, om niet op te geven en vol te houden.
De aanwezigheid van stationspersoneel in het station Aarlen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De SNCB sluit guichets in grensstations Arlon (tot 14u15) en Marbehan (permanent), wat kwetsbare groepen zoals ouderen en niet-digitalen problemen bezorgt, terwijl Brussel-Centraal wel volop bemanning heeft. Minister Crucke verdedigt de aanpassingen met dalende guichetverkopen (van 55% in 2015 naar <7% nu), wijst op digitale alternatieven en belooft betere automaten (2027) en gerichte hulp voor kwetsbare groepen, maar benadrukt prioriteiten als punctualiteit en productiviteit (+4,5%/jaar). Ramlot kaart aan dat de maatregelen de Waalse grensregio’s als tweederangs behandelen, ondanks hun strategische rol in de Grande Région, en eist gelijke maar aangepaste dienstverlening die rekening houdt met lokale behoeften en ruraliteit. De discussie draait uiteindelijk om respect en rechtvaardige mobiliteitsoplossingen voor periferie versus efficiëntiebeleid.
Carmen Ramlot:
Monsieur le ministre, un article de presse paru fin août relatait les difficultés rencontrées par plusieurs voyageurs à la gare d'Arlon, où les guichets ferment dorénavant à 14 h 15. Les constats sont similaires en gare de Marbehan, où les guichets sont en permanence fermés. Faute de présence humaine, certains usagers, souvent des personnes âgées, des touristes ou des voyageurs peu familiers avec le numérique, se trouvent désemparés face aux automates: écran en veille, destination introuvable, paiement refusé.
Une simple étiquette mentionne les coordonnées du Contact Center de la SNCB, mais celle-ci passe inaperçue pour la plupart des voyageurs. À la gare de Bruxelles-Central, total changement de décor, la situation est tout autre: ici, un agent de la SNCB et plusieurs étudiants jobistes sont présents pour accompagner les voyageurs et ainsi assurer une réelle assistance. À Arlon et Marbehan, en revanche, les usagers semblent abandonnés à leur sort et doivent compter sur la solidarité d'autres passagers.
Comment la SNCB justifie-t-elle que les gares d'Arlon et de Marbehan, nœuds ferroviaires transfrontaliers essentiels, n'aient plus de guichets ouverts après 14 h 15 voire plus de guichets du tout?
Des solutions alternatives sont-elles envisagées par la SNCB afin de maintenir une présence physique plus tard dans la journée dans les gares stratégiques que sont Arlon et Marbehan afin d'assurer information et accompagnement des voyageurs?
Jean-Luc Crucke:
Madame Ramlot, tout d'abord, aucune fermeture de guichets n'a eu lieu depuis 2021. Aujourd'hui, 91 gares disposent encore d'un guichet, bien que les horaires aient été adaptés. À Arlon, par exemple, les guichets ferment effectivement à 14 h15 en semaine, parce que cet horaire reflète l'évolution des habitudes de voyage et la baisse marquée de la fréquentation des guichets.
Les changements sont statistiquement contrôlables. En effet, la part des ventes réalisées aux guichets est passée de 55 % en 2015 à moins de 7 % aujourd'hui. Les voyageurs privilégient désormais – et je m'en réjouis – les canaux numériques comme l'application et le site web. Néanmoins, en tant que ministre fédéral de la Mobilité, je veille à ce que chaque citoyen puisse avoir accès à un canal d'achat qui réponde aux attentes.
Des mesures spécifiques sont prévues pour les publics plus vulnérables: brochures explicatives, assistance téléphonique, séances d'informations organisées en collaboration avec les autorités locales si les usagers le souhaitent.
En outre, de nouveaux automates, plus accessibles et intuitifs, seront déployés à partir de 2027. Mais à court terme également, la SNCB apporte des changements afin d'aider au mieux les voyageurs, afin d'améliorer l'expérience des clients pour les destinations vers le Luxembourg.
La SNCB va modifier sur l'écran principal des automates existants "de Luxembourg vers Luxembourg-toutes gares".
Les priorités exprimées par les voyageurs concernent avant tout la ponctualité, l'offre de trains, l'information et le confort. Ce sont ces aspects que la SNCB renforcera dans les années à venir. Elle doit également respecter son plan de performance convenu avec le gouvernement fédéral, qui prévoit une amélioration annuelle de la productivité de 4,5 %. Enfin, les gares restent ouvertes et accessibles. Les salles d'attente sont chauffées et ouvertes jusqu'à au moins 20 h – j'ai d'ailleurs pu encore en être témoin hier soir, lorsque j'ai pris le train de Luxembourg à Bruxelles –, et la présence de personnel est assurée quotidiennement. L'assistance aux personnes à mobilité réduite est maintenue et sera même étendue.
Enfin, je tiens à souligner que le contrat de service public de la SNCB prévoit des dispositions en matière de garanties offertes par l'entreprise publique en termes de services aux voyageurs. Ces garanties se reflètent notamment dans les chiffres suivants, qui permettent de comparer la situation avec celle de nos voisins. Ainsi, en Belgique, nous disposons de 91 gares avec guichet, soit un guichet pour 125 000 habitants. En France, il n'y a que 400 guichets, soit un pour 170 000 habitants. Et aux Pays-Bas, on ne compte qu'un guichet pour un million d'habitants. Je pense donc que la SNCB n'a pas à rougir.
Carmen Ramlot:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Il y a environ 50 ans, déjà, les leaders luxembourgeois des principales formations politiques ont décidé d'unir leurs forces pour entamer le combat de la défense et du redressement du Luxembourg, province négligée, oubliée, abandonnée, maltraitée par l'État. Ce combat a conduit à des succès dont nous, Luxembourgeois, sommes légitimement fiers. Le Luxembourg est aujourd'hui une province en plein développement économique, démographique, sociale, culturelle, ouverte sur le bassin transfrontalier de la Grande Région, avec Arlon comme ville pivot wallonne. Mais ce combat n'est pas terminé. Chaque jour, ou presque, nous nous heurtons à des nouvelles brimades contre lesquelles nous devons nous redresser. Depuis l'origine, ce combat s'appuie sur deux maîtres-mots qui combinent nos exigences, à savoir respect et égalité des droits. Le respect, c'est d'être considéré comme des citoyens à part entière et pas comme des citoyens de seconde zone ou, pour le dire en termes ferroviaires, comme des citoyens de bout de ligne, des riverains d'un cul-de-sac. L'égalité des droits, ce n'est pas l'égalité de traitement mais la recherche de solutions justes, adaptées, ancrées sur les spécificités du territoire et des ruralités de terrain. L'égalité dans la différence, comme je l'ai dit tout à l'heure. À chaque fois que ces deux exigences sont rencontrées, le combat s'est avéré victorieux. C'est pourquoi nous continuons à miser résolument sur cette recette. Ce combat pour la reconnaissance des besoins spécifiques du Luxembourg est connu sous le nom de "combat pour la ruralité" ou "défense du sud-est rural wallon". Laissez-moi vous dire que cela me fait sourire de penser que l'on inscrit aujourd'hui, dans ce combat pour la ruralité, la défense de la gare d'Arlon, soit la plus vieille ville de Belgique, avant Tongres et avant Tournai, fondée par les Romains dans un temps où Bruxelles consistait encore en quelques marais au bord de Senne. Je souris encore en rappelant qu'Arlon, au même titre que Luxembourg, Metz ou Sarrebruck, est regardée comme une des villes pôles de la Grande Région en plein développement. Ironie de l'histoire qui ne doit pas faire perdre de vue le sérieux du sujet et l'importance du combat. Monsieur le ministre, ce combat, nous le poursuivons résolument. Nous voulons compter sur vous pour qu'en matière de mobilité, cruciale dans le monde d'aujourd'hui, les Luxembourgeois, les Arlonais reçoivent le respect et l'égalité qu'ils méritent. Je vous en remercie par avance.
Onderhoud, verlichting en werken voor de aansluiting op het RAVeL-netwerk in het station Guillemins
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De onderhoudsplannen voor station Luik-Guillemins vertraagden door contractuele problemen: hoogfrequent schoonmaak (2x/jaar tot 1x/2 jaar) herstart pas in 2027, met een eenmalige opknapbeurt (tot Q1 2026) voor vitrages, perrons en metalen structuren. Het dagelijks onderhoud scoort nu 86% (boven contractuele norm), na eerdere tekortkomingen in 2024. LED-verlichting wordt gefaseerd vernieuwd (afronding H1 2026), terwijl de RAVeL-verbinding pas in lente 2026 operationeel wordt – later dan initieel gepland.
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, inaugurée en 2009, la gare de Liège-Guillemins est une porte d'entrée ferroviaire stratégique pour toute une région. Elle exige, à ce titre, un niveau d'entretien exemplaire, tant pour le confort des voyageurs que pour préserver son image et sa durabilité.
Dans une réponse précédente, vous aviez indiqué qu'un plan d'entretien spécifique était en place, notamment pour le nettoyage des structures en hauteur, des couvertures et des auvents. Ces opérations, de basse fréquence, sont-elles bien effectuées selon le calendrier annoncé, soit deux fois par an à une fois tous les deux ans? Des remises à niveau ponctuelles sont-elles également prévues dans ce cadre?
Par ailleurs, en 2024, le prestataire chargé du nettoyage avait connu des difficultés à remplir ses obligations. Vous indiquiez qu'un plan d'action correctif avait été mis en œuvre et commençait à porter ses fruits. Disposez-vous à ce stade d'éléments concrets ou de chiffres permettant d'attester de cette amélioration en 2025?
Concernant les projets d'investissement, le remplacement progressif de l'éclairage par des LED était prévu pour 2025. Peut-on en confirmer le calendrier et l'avancement? Des travaux de liaison avec le RAVeL, à l'arrière de la gare, étaient envisagés pour 2025-2026. Pouvez-vous me confirmer ce calendrier et la concrétisation prochaine de cette liaison essentielle pour les connexions vers et depuis la gare?
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses et pour votre engagement à préserver et valoriser l'une des plus belles gares d'Europe au bénéfice des voyageurs, des riverains et de toute la région liégeoise.
Jean-Luc Crucke:
Merci cher collègue. Concernant le plan d'entretien spécifique, les opérations de nettoyage à fréquence réduite – entre deux fois par an et une fois tous les deux ans – n'ont été réalisées que partiellement en 2023-2024 en raison de la non-disponibilité d'un contrat approprié. Une opération ponctuelle de remise à niveau est en cours, comprenant notamment le nettoyage des vitres après la dépose de l'œuvre de Buren, le nettoyage des auvents et margelles de quais, ainsi que le nettoyage d'éléments de la structure métallique en hauteur. Cette opération se terminera au cours du premier trimestre de 2026. Le programme de nettoyage à fréquence réduite reprendra son cours normal à partir de 2027.
De manière générale, les prestations de nettoyage quotidien se sont améliorées et stabilisées depuis 2024. La qualité du nettoyage mesurée par la méthode de contrôle normalisée est en permanence supérieure aux exigences du contrat de service public, puisqu'elle atteint le niveau de 86 %.
Pour les autres projets, la gare de Liège-Guillemins est déjà équipée de LED. Dans le cadre du plan d'entretien global, nous remplaçons les équipements défectueux, mais aussi les LED de première génération par du matériel moderne répondant aux dernières normes. Le programme de relighting sera terminé au premier semestre 2026. La mise en service de la liaison RAVeL est, quant à elle, prévue au printemps.
Gilles Foret:
Je suppose que ce sera bien le printemps 2026. Merci pour vos réponses.
De voortgang van het plan voor de uitrol van een netwerk van laadpalen op de NMBS-parkings
De gevolgen voor de treinreizigers van de geplande uitrol van laadpalen op stationsparkings
Impact van laadpalenuitrol op NMBS-parkings voor treinreizigers
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De SNCB plant 2.500 nieuwe laadpalen (5.000 punten) op 420 stations met parkeerruimte tussen september 2025 en 2027, via EnergyVision, naast de bestaande 2.500 punten van Allego. Tarieven blijven marktconform en goedkoper voor treingebruikers, maar verschillen per aanbieder; technische compatibiliteit en open betalingssystemen (OCPP-norm) zijn gegarandeerd. Uitrol hangt af van lokale omstandigheden (regels, netwerkaansluiting) en volgt vraaggestuurd, met monitoring om bij te schalen. Doel is CO₂-neutrale mobiliteit, met inkomstenverdeling tussen SNCB en EnergyVision, maar exacte cijfers blijven vertrouwelijk.
Hervé Cornillie:
Monsieur le ministre, fin 2024, j'interrogeais votre prédécesseur, le ministre Gilkinet, concernant l'avancement du plan de développement d'un réseau de bornes électriques supplémentaires sur les parkings de la SNCB.
En effet, la SNCB avait annoncé à l'été 2024 lancer, à l'automne 2025, un appel d'offre afin d'équiper les parkings de ses gares d'un vaste réseau de bornes supplémentaires pour véhicules électriques. Ces nouvelles bornes devaient compléter les bornes déjà installées dans 35 parkings de gares depuis 2020 par la société néerlandaise Allego, qui avait remporté la concession. Les gares présentant des bornes de rechargement sont d'ailleurs listées sur le site internet de la SNCB. A terme, il était question de déployer 2 500 bornes supplémentaires, pour atteindre un total de 5 000 bornes en 2032 et permettrait, à la SNCB, de générer des revenus complémentaires.
En décembre 2024, M. Gilkinet avait confirmé l'intention de concrétiser ce plan d'investissement en bornes de recharges électriques sur les parkings de la SNCB. Le cahier des charges était alors en cours de rédaction en vue de lancer le marché public, courant 2025.
Monsieur le ministre, je souhaite faire le point avec vous.
Pouvez-vous nous rassurer sur l'avancement de ce marché public?
Quelles seront les nouvelles gares équipées?
Le tarif préférentiel pour les utilisateurs du rail, annoncé, confirmé par M. Gilkinet en décembre 2024, sera-t-il bien maintenu?
Quel est, actuellement, le taux de véhicules rechargé par des utilisateurs du rail?
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, la SNCB a confié à la société EnergyVision l'installation de 2 500 nouvelles bornes de recharge sur les parking de ses gares, soit 5 000 points de recharge supplémentaires. L'objectif est d'équiper d'ici 2027 les 420 gares disposant de facilités de parking. Les premières installations sont prévues dès septembre 2025.
Ce projet vient compléter le contrat conclu en 2020 avec l'entreprise Allego qui gère déjà 2 500 points de recharge répartis sur 38 parkings. Cette nouvelle société assurera pour sa part la fourniture, l'installation, l'entretien et l'exploitation de nouvelles bornes pour une durée de 10 ans. Si cette initiative répond à une réelle demande et favorise l'intermodalité voiture-train, plusieurs points méritent des éclaircissements.
Monsieur le ministre, quel est le calendrier précis du déploiement de ces nouvelles bornes? Quelles modalités tarifaires sont prévues pour l'utilisation de ces bornes? Seront-elles harmonisées avec celles des infrastructures déjà déployées par Allego? Quels mécanismes de suivi ont été définis pour évaluer l'utilisation effective des bornes, leur taux d'occupation et la pertinence d'une éventuelle extension? Enfin, comment la SNCB et EnergyVision comptent-elles garantir la complémentarité et la compatibilité techniques entre les différents réseaux de bornes afin de simplifier l'expérience des usagers?
Jean-Luc Crucke:
Chers collègues, je voudrais tout d'abord souligner que je soutiens la SNCB dans l'écologisation de ses infrastructures de stationnement, une avancée pour une mobilité neutre en carbone.
La SNCB me fait savoir qu'en collaboration avec la société EnergyVision, elle installera au total jusqu'à 2 500 bornes de recharge supplémentaires sur les parkings entre septembre 2025 et 2027. Comme la plupart des stations contiennent deux points de recharge, il y aura donc jusqu'à 5 000 points de recharge. L'ambition est d'équiper l'ensemble des 420 gares avec parkings SNCB avec cette infrastructure.
Actuellement, 117 bornes, soit 231 points de charge, sont gérées par Allego. L'ordre d'installation des bornes dans les gares dépend de plusieurs facteurs: la situation réglementaire, les possibilités de raccordement au réseau du gestionnaire d'électricité ainsi que la réalité locale propre à chaque site.
Les gares et arrêts des trois Régions seront équipés en parallèle selon une approche équilibrée. Dans la plupart des cas, les installations se réaliseront en deux phases, la première consistant en l'installation de huit points de charge endéans de la première année. Chaque chantier ne démarre qu'après la validation de l'implantation par la SNCB, le gestionnaire du réseau de distribution et, le cas échéant, la commune concernée.
En ce qui concerne les tarifs pour les utilisateurs, le prix pour l'utilisateur final a été explicitement pris en compte lors de l'attribution de la concession. EnergyVision est arrivée en tête sur tous les critères, y compris le tarif le moins cher pour les voyageurs.
Les tarifs exacts dépendent des conditions du marché et sont déterminés par le concessionnaire dans les limites de l'accord.
Les modalités tarifaires sont affichées sur le site internet d'EnergyVision. Il est à noter que les tarifs des deux concessionnaires, EnergyVision et Allego, peuvent différer, chacun appliquant son propre modèle économique dans le cadre des concessions octroyées.
Le contrat conclu avec EnergyVision prévoit le suivi de plusieurs indicateurs, dont le taux d'utilisation des bornes. Lorsque la demande dépasse un certain seuil défini selon une formule objective, EnergyVision est tenue d'étendre son offre. Cette approche combinée à la présence d'au moins une borne de recharge dans chaque parking garantit que le déploiement des infrastructures suit effectivement la demande des usagers.
Sur le plan technique, l'offre d'EnergyVision, comme celle d'Allego, repose sur des systèmes dits ouverts, tant au niveau hardware, pour les bornes, qu'au niveau software, pour la plateforme de gestion des bornes et des paiements.
Les bornes sont conformes aux norme IEC en vigueur et sont compatibles avec les protocoles OCPP. Les bornes des deux fournisseurs acceptent donc les modalités de paiement fournies par des mobility service providers tiers.
La répartition des revenus est contractuellement fixée. Une partie de la compensation va à la SNCB, tandis qu'EnergyVision est responsable d'exploitation. La clé de répartition précise est confidentielle et fait partie du contrat de concession.
Étant donné que le projet doit encore être déployé, il est évidemment impossible de savoir combien de personnes l’utiliseront. Je continuerai à m'assurer que le timing du déploiement des bornes de recharge sur les parkings de la SNCB soit respecté et à encourager SNCB à mettre tout en œuvre pour y arriver.
Mes compétences, partagées entre la Mobilité et le Climat, me poussent à y être doublement attentif.
Gilles Foret:
Merci monsieur le ministre pour les précisions sur l'applicabilité de ces deux systèmes.
De status van de aanbesteding van de MR30-treinstellen van de NMBS aan CAF
De gunning van het 'contract van de eeuw' aan CAF
De NMBS-aanbesteding en gunning van treinstellen aan CAF
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Raad van State verwierp de schorsingsvorderingen van Siemens en Alstom tegen de NMBS-gunning aan CAF voor 100+ nieuwe treinstellen (AM30), waardoor de aanbesteding onherroepelijk wordt als ook Alstoms annuleringsberoep mislukt. De minister bevestigt dat lokale tewerkstelling of productie geen geldig gunningcriterium is onder EU-regels, maar moedigt CAF aan om lokale toeleveranciers in te schakelen. Toekomstige bestekken kunnen wel duurzaamheidscriteria (CO₂, onderhoud) integreren binnen het wettelijk kader. Timing en maatregelen voor betrokken werknemers (bv. Alstom Brugge/Charleroi) blijven onduidelijk, afhankelijk van de definitieve uitspraak en contractonderhandelingen.
Dorien Cuylaerts:
Ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Mijnheer de minister,
De Raad van State verwierp vrijdag 19 september jl. de vordering tot schorsing die Siemens Mobility ingesteld had tegen de beslissing van de NMBS om het Spaanse CAF aan te wijzen als voorkeurbieder bij de levering van honderden nieuwe treinstellen van het type AM30.
Het gaat om een uitspraak in de Nederlandstalige zaak bij de Raad van State. In een Franstalige zaak tekende ook Alstom, dat eveneens achter het net viste, beroep aan. Maar hier is er nog geen uitspraak.
Naar aanleiding van het arrest van 19 september 2025 wil ik graag volgende vragen stellen:
1. Wat is uw reactie op dit arrest?
2. Hoe schat u op basis van dit arrest de afloop in van het arrest in de andere zaak bij de Raad van State die Alstom aanspande?
3. Kunt u bevestigen dat wanneer ook in de zaak Alstom géén vernietiging van de beslissing van de NMBS wordt uitgesproken, de aanbesteding onherroepelijk wordt, en dat NMBS dan mag overgaan tot uitvoering van het contract met CAF volgens de oorspronkelijke gunningsvoorwaarden?
4. De aanbestedingsprocedure leidde tot sterke zorgen over de impact op lokale tewerkstelling, in het bijzonder bij Alstom in Brugge en Charleroi. Ondanks dat u herhaaldelijk hebt aangegeven dat EU-regels geen voorkeur voor een lokale aanbieder toestaan, ziet u mogelijkheden om in toekomstige bestekken wél criteria in te bouwen die de industriële verankering of duurzaamheid (zoals CO ₂ -voetafdruk, transportkosten, onderhoudsinfrastructuur) meenemen — binnen het wettelijk kader?
5. Welke maatregelen ziet u mogelijk om de betrokken werknemers en toeleveranciers te beschermen tegen economische onzekerheid, indien de keuze voor CAF bevestigd zou worden, en wat is de geschatte timing waarop duidelijkheid kan worden gegeven over de verdere ontwikkeling van deze bestelling (levering, productie, eventuele lokale onderdelen)?
Voorzitter:
Mevrouw Eggermont is niet aanwezig om haar vraag nr. 56008454C te stellen. Ik geef dus het woord aan de minister.
Jean-Luc Crucke:
Geachte Kamerleden, ik zal eerst antwoorden op de vraag over de lopende procedure.
Zoals u weet, heeft de Raad van State zich onlangs uitgesproken over het dossier. In zowel de zaak aangespannen door Alstom als in de zaak aangespannen door Siemens heeft de Raad van State alle middelen van de schorsingsberoepen zonder uitzondering verworpen.
De zaken van de vier ngo’s heeft de Raad van State tweemaal ontvankelijk verklaard.
Intussen zijn ook twee annuleringsberoepen ingediend, respectievelijk door Alstom en door Siemens.
Zoals voorzien in de procedure, zal de raad van bestuur finaal moeten beslissen over de gunning van het dossier na het afronden van de onderhandelingen met de voorkeursbieder.
Concernant la question relative à l'emploi local dont nous avons souvent débattu, la SNCB ne peut pas favoriser une production locale, sous quelque forme que ce soit, pour attribuer un meilleur score à un soumissionnaire, qui garantirait par exemple une certaine production locale ou le développement de certaines connaissances ou emplois locaux. Le lieu de production ne constitue pas un critère pertinent pour la qualité de l'offre. Les critères d'attribution qui évalueraient le taux de réinvestissement dans l'économie locale n'est pas acceptable pour les mêmes raisons.
Le conseil d'administration a constaté que les offres déposées par les trois soumissionnaires mentionnent chacune le recours à des prestataires locaux. Le conseil apprécie ce recours et a invité le soumissionnaire préférentiel à concrétiser dorénavant cette piste.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.
Voorzitter:
Aan de orde is vraag nr. 56008147C van de heer Bayet, maar hij is niet aanwezig.
De afschaffingen van treinen vanuit de Noorderkempen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Noorderkempen kampen met structurele treinuitval (stijging van 4-8% naar 11-12% in 2025), veroorzaakt door materieelgebrek, Nederlandse personeelsproblemen en infrastructuurstoringen, wat de NMBS-doelstelling (+30% reizigers tegen 2032) ondermijnt. Alternatieven ontbreken door schaarse verbindingen (1 trein/uur), en communicatie bij verstoringen blijft ontoereikend, vooral bij acute annuleringen. Minister Crucke erkent de crisis en belooft een terreinbezoek met NMBS/Infrabel om oplossingen te zoeken, na voorbeeld van een succesvol proefproject in Charleroi. Pendelaars eisen betrouwbaarheid en dreigen het vertrouwen in het openbaar vervoer volledig te verliezen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, zoals u weet, reis ik nu meerdere keren per week vanuit de Noorderkempen met de trein naar Brussel. Voor de reizigers en pendelaars die vanuit de Noorderkempen vertrekken, wordt het steeds moeilijker om op die trein te kunnen rekenen. Ik geef u enkele voorbeelden. Op dinsdag 30 september reed de trein van 07.33 uur niet. Op woensdag 1 oktober werd de trein van 07.33 uur opnieuw geschrapt; die reed pas vanaf Mechelen. De reizigers staan dan letterlijk in de kou en moeten zelf naar een alternatief zoeken. Diezelfde dag ging ook nog de trein van 11.01 uur niet door. In de app stond alleen dat de reizigers een andere aansluiting moesten nemen. Vanuit de Noorderkempen is dat echter niet eenvoudig, want daar rijdt slechts één keer per halfuur een trein. Daar dient zich dus niet om de tien minuten een nieuwe mogelijkheid aan. Als er eentje wegvalt, hebben de reizigers gewoon pech.
Mijnheer de minister, bent u op de hoogte van de vele afgeschafte treinen in de Noorderkempen? Door welke redenen gebeurt dat de laatste tijd zo vaak? Kunt u een overzicht geven van het aantal geschrapte treinen vanuit de Noorderkempen van januari 2025 tot heden? Hoe verhoudt dat cijfer zich tot dezelfde periode vorig jaar?
Hoe rijmt u de doelstelling uit het openbaredienstcontract om 30 % meer reizigers naar de trein te trekken tegen 2032 met die situatie? Geldt dat doel niet voor de Noorderkempen?
Bent u van mening dat de NMBS voldoende en tijdig communiceert ten aanzien van de reizigers? Waar ziet u kansen tot verbetering?
Jean-Luc Crucke:
Geachte mevrouw Cuylaerts, in 2025 constateren we inderdaad een verhoogde graad van afschaffing van treinen die de Noorderkempen bedienen, waaronder zowel Eurocity als de S35. Voor de S35 en IC35 stellen we vast dat het percentage afgeschafte treinen in de Noorderkempen hoger ligt in 2025 dan in 2024. Voor de S35 steeg het percentage van 4,12 % naar 8,39 %. Voor de IC35 steeg het van 5,82 % naar 11,57 %. Voor de P-trein daalde het cijfer dan weer van 7,47 % naar 4,30 %. Uw opmerkingen zijn dus correct.
Aan de grond daarvan ligt een mix van redenen, zowel in België als in Nederland. De Eurocity wordt mede door de NS uitgebaat, terwijl de S35 een binnenlandse verbinding is.
De voornaamste oorzaken voor de afschaffingen zijn problemen met het rollend materieel, personeelsuitdagingen in Nederland, incidenten met de infrastructuur en externe gebeurtenissen. Dat probleem is bekend bij de NMBS en er wordt actief aan gewerkt om de nadelige effecten ervan te verminderen. Door een combinatie van investeringen in nieuw materieel, operationele optimalisaties en het verbeteren van de planning wil de NMBS de betrouwbaarheid van het treinaanbod verhogen en de impact van verstoringen op de reizigers beperken.
In het openbaredienstcontract is vastgelegd dat de doelstelling, die een uitbreiding van het treinaanbod met 10 % in de periode 2023-2032 en een stijging van 30 % van het aantal reizigers voorziet, gepaard gaat met belangrijke investeringen in de vernieuwing van het rollend materieel, de modernisering van de stations, de verbetering van de toegankelijkheid, digitalisering en comfort aan boord.
Vanuit het reizigersinformatieteam wordt ernaar gestreefd om bij aanpassing van het treinaanbod ruim op voorhand te communiceren, steeds via de meest geschikte communicatiekanalen.
Uiteraard bestaat er een groot verschil tussen de communicatie bij geplande en ongeplande verstoringen. Bij een geplande aanpassing geldt een strikte deadline. De informatie wordt uiterlijk acht dagen op voorhand gecommuniceerd via alle gebruikelijke kanalen. Dankzij die voorbereiding kan een breed scala aan communicatiemiddelen worden ingezet, zowel online, in de stations als aan boord van de trein, en dat zowel preventief als op de dag zelf.
Bij ongeplande verstoringen is preventieve communicatie uiteraard niet mogelijk, omdat de impact in realtime wordt doorgevoerd. Het moment waarop een trein wordt afgeschaft of het aanbod wordt beperkt, verschilt sterk van geval tot geval. Soms gebeurt dat een uur van tevoren, soms slechts enkele minuten voor vertrek, zoals ik zelf deze week nog heb meegemaakt.
Zodra een wijziging wordt doorgevoerd, worden de automatische communicatiekanalen onmiddellijk geactiveerd en start de communicatie. In een dergelijk geval gebeurt dat via de volgende kanalen: de reisplanner, de schermen in de betrokken stations en aankondigingen in de betrokken stations.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Ik kijk er niet echt van op, maar de stijging is echt wel enorm. Dat is eigenlijk wel jammer. Ik vraag me daarbij meteen af, al is dat misschien niet helemaal correct, of het mogelijk is om de prioriteitsregels eens te bekijken voor binnen- en buitenland. Heel vaak immers komen er meldingen van problemen op het Nederlandse spoor. Kan dat nader worden bekeken?
Voor mij is het immers geen theoretisch dossier. Ik woon zelf in de Kempen en ik krijg dagelijks, letterlijk dagelijks, dezelfde berichten, maar ik heb daar geen antwoord op. U hebt daar ook geen pasklaar antwoord op, maar ik vind dat heel vervelend, want pendelaars, ouders en studenten rekenen op de treinverbindingen. Het is een onbetrouwbare verbinding en we hebben slechts een trein per uur. Wanneer er een trein wegvalt, is er dus niets om op te rekenen, maar er is evenmin een alternatief. Ik begrijp dat last minute een verbinding kan wegvallen, maar welke zijn de alternatieven? Er is ook niet direct een lijnbus in de buurt, dus die mensen staan daar.
Een mama van wie de zoon pas naar Antwerpen is gegaan, houdt al weken de cijfers bij en stuurt me die telkens door. Dat tart echt alle verbeelding. Als ik nog even mag, wil ik daar toch bij stilstaan, al overschrijd ik mijn spreektijd daarmee. Tussen 22 september en 1 oktober alleen al werden dagelijks meerdere treinen afgeschaft. Op 22 september reden de treinen van 09.01 uur, 15.01 uur en 16.01 uur niet. Op 23 september reden de treinen van 09.01 uur en 13.01 uur niet naar Antwerpen en de treinen van 11.45 uur en 18.45 uur van Antwerpen naar Brecht ook niet. De dag erna heeft de trein van 09.01 uur 32 minuten vertraging en worden de treinen van 15.01 uur en 19.01 uur volledig geschrapt.
Op 25 september werd de situatie nog erger, want de treinen van 05.49 uur, 07.01 uur, 08.01 uur, 15.01 uur en 16.33 uur werden geschrapt. Ook de treinen van 10.45 uur, 11.45 uur, 14.45 uur, 15.45 uur en 16.03 uur, evenals die van 20.45 uur, reden gewoon niet. De lijst is nog langer, maar ik zal u de rest besparen. Men kan daarop niet meer rekenen. Het gaat niet langer om uitzonderingen, dat is structureel.
Het lijkt erop dat de reizigers in die côté in de kou worden gelaten, en dat is jammer. Zo krijgen we de mensen uit die regio zeker niet op de trein. We mogen stilaan duidelijk stellen dat de Noorderkempen vandaag spoorwegkundig letterlijk is afgesneden van de rest van Vlaanderen. Dat is een bron van frustratie en wantrouwen. De reiziger vanuit de Kempen vraagt geen mirakels, alleen maar zekerheid, namelijk treinen die rijden, op tijd, en met zo weinig mogelijk uitval.
Daarom hoop ik dat er echt eindelijk met prioriteit naar die verbinding gekeken wordt. Ik heb daar al meermaals voor gepleit. De pendelaars uit de Kempen verliezen steeds meer het vertrouwen in het openbaar vervoer.
Jean-Luc Crucke:
Ik weet dat sommige Kamerleden van de Kempen zijn. Ik heb al een aantal keren vragen over die kwestie beantwoord. De cijfers zijn wat ze zijn, slecht.
Ik wil u het volgende voorstel doen. In Charleroi vond een proefproject plaats met zichtbare resultaten. U en uw collega’s mogen mij in de Kempen uitnodigen om de toestand grondig samen te bekijken. Ik zal de CEO’s van de NMBS en Infrabel vragen om mee te komen, want ik denk dat de reizigers duidelijke antwoorden moeten krijgen. Dat mag niet blijven duren. Ik zal dus zeker ingaan op uw uitnodiging om naar de Kempen te komen, om dat samen met de NMBS en Infrabel te bekijken.
Voorzitter:
Mevrouw Cuylaerts, als parlementslid krijgt u het laatste woord. U mag daarop dus nog reageren.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik ben zeer optimistisch over dat voorstel. De cijfers liegen niet. Ik ben blij dat daar wat grondiger naar zal worden gekeken. Ik ga niet graag naar huis zonder de reizigers een antwoord te kunnen bieden. De cijfers zijn er, maar wat is de oplossing? Ik denk dat er daadwerkelijk oplossingen moeten komen om het vertrouwen van de reizigers in de Kempen terug te winnen.
Voorzitter:
Dat toont aan dat mondelinge vragen soms ook tot resultaten kunnen leiden.
De stilstaande trein tussen Herent en Leuven
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een trein met 400 reizigers tussen Leuven en Herent viel drie uur stil door een technisch defect (tractieverlies, brandgeur), waarbij evacuatie te riskant werd geacht en slepen naar Leuven de enige optie was. Communicatie en gebrek aan duidelijke informatie (zoals gemiste vluchten en ontbrekende aansluitende treinen) werden scherp bekritiseerd, terwijl de NMBS toegeeft dat dit beter had gekund en extra coaching belooft. Compensatie blijft beperkt tot EU-regels (terugbetaling tickets), zonder specifieke regeling voor gemiste vluchten, wat reizigersvertrouwen in spoortransport naar Zaventem verder ondermijnt. Belangrijkste les: NMBS moet snellere, transparantere communicatie in noodsituaties prioriteren, met concrete follow-up (bv. regelmatige updates), om vertrouwen te herstellen.
Voorzitter:
Ik hoop dat u de minister niet zult vragen die trein weer in gang te duwen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister,
Op 30 september zaten zo'n 400 reizigers meer dan drie uur vast in een stilstaande trein tussen Leuven en Herent. De trein, die via Zaventem richting Antwerpen reed, had te kampen met een technisch defect en kon niet meer verder rijden. Uiteindelijk moest een hulplocomotief ter plaatse komen om de trein terug te slepen naar Leuven.
De gevolgen voor de reizigers waren groot. Mensen zaten urenlang vast in een overvolle trein met gebrekkige verluchting. Sommigen misten hierdoor zelfs hun vlucht op de luchthaven van Zaventem. Volgens de NMBS was het te onveilig om de reizigers onderweg te laten uitstappen. Volgens reizigers zelf had dit wel op een veilige manier gekund. Daarnaast klagen zij over een gebrek aan informatie. Er zou geen duidelijke communicatie zijn geweest over hoe het verder moest, en de beloofde aansluitende trein naar Zaventem zou niet klaar hebben gestaan.
Mijnheer de minister, ik stel hierover graag de volgende vragen:
Wat was precies de aanleiding van het stilvallen van deze trein?
Volgens reizigers was het perfect mogelijk om veilig uit te stappen. De NMBS vond dit te onveilig. Waarom werd er geen oplossing gezocht om reizigers met dringende bestemmingen, zoals een vlucht, toch op een veilige manier uit de trein te begeleiden?
Verschillende reizigers geven aan dat de communicatie totaal onvoldoende was. Ze kregen geen uitleg over hoe het verder moest en er stond ook geen trein klaar om hen alsnog naar de luchthaven te brengen. Hoe verklaart u dit gebrek aan communicatie?
Welke lessen trekt u uit dit incident voor de toekomst? Hoe kan de NMBS vermijden dat reizigers nog eens urenlang opgesloten zitten zonder perspectief of duidelijke informatie?
De NMBS spreekt van een compensatie. Op welke manier zullen de getroffen reizigers vergoed worden? Gaat het enkel om terugbetaling van het ticket, of komt er een ruimere regeling, zeker voor mensen die door dit voorval een vlucht hebben gemist?
Verschillende reizigers geven aan dat hun vertrouwen in de trein als betrouwbaar vervoermiddel naar de luchthaven een stevige deuk heeft gekregen door dit incident. Hoe kijkt u daarnaar, en hoe wil u dat vertrouwen herstellen?
Jean-Luc Crucke:
Geachte collega, de evacuatie van reizigers uit een stilstaande trein is een complexe operatie, die altijd maatwerk vereist en die afhankelijk is van de specifieke situatie. In het geval van het incident tussen Herent en Leuven verloor de trein IC2628 tractie, was er een spanningsverlies en werd er een brandgeur waargenomen.
Door de locatie van de trein en met het oog op de spoorwegveiligheid moest een hulplocomotief worden ingezet om de trein terug naar Leuven te slepen. Een evacuatie op het spoor kan immers pas plaatsvinden als het treinverkeer volledig stilgelegd is, de hulpdiensten aanwezig zijn en de infrastructuurbeheerder Infrabel de coördinatie op zich neemt.
De beslissing wel of niet te evacueren, wordt steeds genomen door een coördinator Interventie, samen met Infrabel en de hulpdiensten, waarbij rekening gehouden wordt met factoren als de locatie van de trein, het aantal reizigers, de aanwezigheid van minder mobiele personen en de weersomstandigheden. Het evacueren van honderden reizigers over de sporen is wat de logistiek en de veiligheid betreft een grote uitdaging. Daarom wordt er meestal voor gekozen de gestrande trein te slepen of een vervangende trein te laten rijden zodat de reizigers kunnen overstappen. Enkel als deze opties niet mogelijk zijn, wordt een evacuatie op het spoor overwogen, altijd onder begeleiding van de hulpdiensten.
De communicatie naar de reizigers is in elke situatie cruciaal, maar kan door de complexiteit soms als onvoldoende worden ervaren. De NMBS erkent dat de communicatie aan boord bij dit incident tussen Herent en Leuven beter kon en heeft bijkomende coaching ingepland.
De NMBS volgt strikte procedures en werkt nauw samen met Infrabel en de hulpdiensten om de veiligheid van reizigers te garanderen. Een evacuatie uit een stilstaande trein is alleen mogelijk als de veiligheidsvoorwaarden zijn vervuld. De gebruikelijke compensatieregeling van de NMBS blijft van kracht. Er zal binnenkort ook een informatiesessie plaatsvinden met de commissie om het thema reizigersinformatie ruimer te bespreken.
De NMBS heeft hetzelfde antwoord gegeven op de vraag over de aansprakelijkheid van de NMBS bij het missen van een vlucht. De verantwoordelijkheid van de spoorwegmaatschappij in geval van vertraging en schrapping van treinen wordt uitsluitend en volledig geregeld door verordening 2021/782 betreffende de rechten en verplichtingen van treinreizigers en de bijlagen daarvan. De NMBS leeft deze verordening nauwgezet na.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, het incident op 30 september was in eerste instantie vervelend voor de honderden reizigers, omdat zij zo lang vastzaten in de trein. De veiligheid moet echter altijd op de eerste plaats komen. Daarbij komt ook de communicatie. Uit uw antwoord leid ik af dat de NMBS erkent dat er onvoldoende gecommuniceerd is. Zelf ben ik burgemeester en in die hoedanigheid oefenen we vaak noodplanning. Ik heb het nog niet vaak nodig gehad. Als burgemeester is het belangrijk om in een noodsituatie te communiceren. Het is niet altijd mogelijk meteen de details te communiceren, maar u kunt de mensen wel geruststellen. Aankondigen binnen een halfuur nog eens langs te komen, volstaat vaak om rust te creëren, zeker wanneer men drie uur vastzit. Ik kom steeds terug op de communicatie die te wensen over laat. Ik begrijp niet waarom de NMBS niet vaker en sneller kan communiceren naar de reizigers om het vertrouwen in zulke situaties terug te winnen. Ik hoop dat uit dit spijtige voorval lessen worden getrokken en dat de NMBS aan de slag gaat met die communicatie.
De bijkomende treinen naar aanleiding van de klimaatmars
De extra treinen voor de klimaatmars
Aanvullende treindiensten voor klimaatevenementen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS legde drie extra treinen naar Brussel-Noord aan (vanuit Gent, Antwerpen en Luik) en verhoogde de capaciteit van S-treinen rond de hoofdstad voor de klimaatmars op 5 oktober, maar voegde geen extra terugtreinen toe. De treinen waren goed gevuld, maar specifieke cijfers over kosten, opbrengsten of bezetting werden niet vrijgegeven, met de melding dat de NMBS streeft naar kostendekking bij dergelijke evenementen. Minister Crucke benadrukte de duurzame en logistieke samenhang tussen mobiliteit en klimaatactie, terwijl spoorwerken elders het aanbod beperkten. Parlementsleden Cuylaerts en Troosters prezen de flexibele inzet maar kaartten regionale vervoersbehoeften (Noorderkempen, Limburg) aan voor toekomstige aandacht.
Dorien Cuylaerts:
Op 5 oktober vond in Brussel opnieuw een klimaatmars plaats. Naar aanleiding daarvan kondigde de NMBS aan een aantal extra treinen in te zullen leggen richting Brussel-Noord. Concreet ging het om bijkomende treinen vanuit Gent-Sint-Pieters, Antwerpen-Centraal, Luik-Guillemins, met extra haltes in Mechelen en Leuven. Ik heb hierover een aantal vragen.
Ging het bij deze maatregel uitsluitend om extra treinen richting Brussel of werden er ook bijkomende treinen voorzien in de omgekeerde richting, dus van Brussel naar andere grote steden?
Was de bezettingsgraad van deze treinen hoog?
Wat was de kostprijs voor de NMBS om deze extra treinen in te leggen?
Hoeveel extra inkomsten werden er gegenereerd door de ticketverkoop naar aanleiding van dit initiatief?
Ligt dit resultaat in lijn met de verwachtingen die de NMBS vooraf had?
Frank Troosters:
De NMBS heeft extra treinen ingelegd voor de deelnemers aan de klimaatmars van zondag 5 oktober in Brussel. In totaal werden er drie extra treinen ingelegd naar Brussel-Noord. Die vertrokken vanuit Gent-Sint-Pieters (11.21 uur), Antwerpen-Centraal (11.06 uur) en Luik-Guillemins (11.06 uur). De treinen maakten ook een extra stop aan de stations van Mechelen (11.26 uur) en Leuven (11.37 uur). Daarbovenop heeft de NMBS de capaciteit van de S-treinen in en rond de hoofdstad verhoogd.
Wat is de totale kostprijs (treinen, netstroom, personeel, …) voor het inzetten van deze extra treinen?
Wat is de ontvangen meeropbrengst (tickets, …) die deze extra treinen hebben opgebracht?
Welke criteria werden gehanteerd om te bepalen waar en hoeveel de treincapaciteit verhoogd werd?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, naar aanleiding van de klimaatmars van zondag 5 oktober 2025 heeft de NMBS verschillende maatregelen getroffen om haar treinaanbod van en naar Brussel te versterken. Duurzaamheid vormt een essentiële pijler van de strategie van de NMBS en de trein blijft een van de meest milieuvriendelijke en duurzame vervoerswijzen.
Concreet heeft de NMBS drie extra treinen naar Brussel-Noord ingelegd, met vertrek uit Antwerpen-Centraal om 11.03 uur, Luik-Guillemins om 11.06 uur en Gent-Sint-Pieters om 11.21 uur, met tussenstops in Mechelen om 11.26 uur en Leuven om 11.37 uur. Bovendien werd de capaciteit van meerdere S-treinen in en rond Brussel verhoogd om de verwachte toestroom van reizigers op te vangen.
Artikel 9, getiteld “Trein op maat van extra treinen” van het beheerscontract van de NMBS bepaalt het volgende: “Bij grote evenementen, festivals, optredens en manifestaties zal de NMBS op vraag van de organisatoren de nodige inspanningen leveren om op korte tijd een grote massa reizigers te vervoeren. In deze gevallen blijft haar beleid erop gericht om kostendekkend te zijn en een beperkte winstmarge te behalen, voor zover het gaat om louter commerciële initiatieven. De NMBS zal ook extra versterkingstreinen inleggen om occasioneel een niet-georganiseerde grote reizigersstroom alsook een structurele reizigersstroom” - bijvoorbeeld extra treinen naar de kust – “aan te kunnen. De kosten die voortvloeien uit een verhoging van het dagelijkse extra aanbod ten opzichte van het gewone aanbod kunnen worden gecompenseerd.”
Ik wens eerst en vooral de NMBS te bedanken voor haar snelle reactie. Zij is op mijn verzoek ingegaan en heeft extra treinen ingelegd, zodat de deelnemers aan de klimaatmars Brussel op een comfortabele en duurzame manier met het openbaar vervoer konden bereiken. Mobiliteit en klimaattransitie zijn uiteraard bondgenoten en dat initiatief illustreert dat perfect.
De NMBS raadde reizigers die met de trein naar de mars wilden reizen aan gebruik te maken van het weekendticket waarmee zij tegen een heel voordelig tarief, namelijk 50 % korting op het standaardtarief, konden reizen. Bovendien vroeg de NMBS de deelnemers zich over de verschillende treinen te verdelen om op die manier een goede spreiding van de reizigersstroom te verzekeren en het comfort aan boord te behouden.
Tegelijkertijd voerde Infrabel werken uit op verschillende spoorlijnen, waardoor het aanbod op sommige trajecten beperkt was en vervangbussen werden ingezet. De NMBS riep reizigers dan ook op hun reis vooraf te plannen via de website of de app, waarin de aanpassingen al waren geïntegreerd.
De NMBS deelt nooit specifieke gegevens over individuele treinen of verbindingen. Desalniettemin kan ik u verzekeren dat de treinen naar en vanuit Brussel goed gevuld waren op die zondag.
Dorien Cuylaerts:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Ik begrijp dat de NMBS zich moet voorbereiden op zulke grote evenementen om alles vlot te laten verlopen. Ik heb ook begrepen dat het op uw vraag gebeurde. Mag ik dan vragen dat u de NMBS vraagt om extra treinen in te zetten, of treinen die stipt rijden richting de Noorderkempen? Ik heb begrepen dat ze naar u luisteren. Alle gekheid op een stokje, het is goed dat de NMBS inspeelt op de vraag. We moeten er alleen op letten dat zulke zaken altijd goed onderbouwd zijn en dat de middelen op een verstandige manier worden ingezet. Uit uw antwoord heb ik begrepen dat dat zeker het geval is, waarvoor dank.
Frank Troosters:
Wat mij betreft gaat het ongeveer dezelfde richting uit. Ik was enigszins verbaasd dat het initiatief van u kwam. Het lijkt mij logisch dat de NMBS zelf anticipeert en weet wat er moet gebeuren om het treinvervoer vlot te laten verlopen. Dat u een initiatief hebt genomen waarop de NMBS is ingegaan, waardeer ik. Ik heb ook een lijstje voor Limburg met een aantal zaken. Ik zal die u per mail overmaken. Ik kijk uit naar beter openbaar vervoer in Limburg binnenkort.
De studie van Greenpeace die aantoont dat de trein nog steeds duurder is dan het vliegtuig in de EU
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een studie van Greenpeace toont aan dat vliegen in Europa tot 26 keer goedkoper is dan de trein door politieke keuzes, zoals fiscale voordelen voor de luchtvaart (o.a. 0% belasting op kerosine) en gebrek aan steun voor internationale treinen, waardoor België een rem vormt op het Europese spoornet. Minister Crucke benadrukt dat prijszetting liberaal is, maar investeert wel 1 miljard/jaar (o.a. in LGV-lijnen en nachttreinen) en stimuleert concurrentie om tarieven te drukken, terwijl hij duurzame mobiliteit verplicht voor ambtenaren. Schlitz dringt aan op extra maatregelen: gratis spoorcapaciteit voor nachttreinen, een klimaatticket (zoals in Duitsland/Oostenrijk) en nationale actie tegen de oneerlijke concurrentie van onbelast vliegen, met oog voor klimaaturgentie en reizigerscomfort.
Sarah Schlitz:
C'est une grosse journée, monsieur le ministre. Que de questions à répondre! Pour un peu se changer les idées, j'ai un petit quiz pour vous. Savez-vous pourquoi l'avion est si populaire auprès de la population et pas le train? Première réponse, parce que les voyageurs aiment payer un supplément pour être à côté de leurs amis quand ils voyagent. Deuxième réponse, parce qu'ils ont besoin d'un nouveau parfum et font d'une pierre deux coups en prenant l'avion. Troisième réponse, parce que l'avion est encore et toujours jusqu'à 26 fois moins cher que le train en Europe. Monsieur le ministre, vous ne répondez pas? Allez, je vous aide. La bonne réponse est évidemment la troisième.
C'est ce que révèle une nouvelle étude de Greenpeace. Elle révèle également qu'il s'agit de choix politiques. Pour le coup, c'est une bonne nouvelle, parce que cela veut dire que ce n'est pas une fatalité. C'est quelque chose sur lequel on peut agir et qu'on peut changer.
Malheureusement, on constate que, malgré le fait que la Belgique est véritablement le nombril de l'Europe, qu'elle héberge toute une série d'institutions et qu'il y a toute une sphère internationale qui gravite autour d'elle, elle fait partie des pires élèves de la classe. Et, vu que le rail international est un réseau interconnecté, on est en réalité un frein au développement de la mobilité ferroviaire à travers toute l'Europe. C'est un peu la gêne, admettez-le!
Alors, monsieur le ministre, 60 % des itinéraires étudiés depuis la Belgique sont moins chers en avion qu'en train. Pour quelles raisons? Il n'y a pas assez d'initiatives politiques. Les avantages fiscaux en faveur de l'avion sont encore trop nombreux. Et, paradoxalement, les avantages et le soutien au développement des trajets en train sont trop peu nombreux.
Monsieur le ministre, dans votre accord de gouvernement, vous vous êtes engagé à miser sur des liaisons ferroviaires européennes plus nombreuses et de meilleure qualité et sur une concurrence saine des prix des liaisons internationales. On touche au but. Monsieur le ministre, où en êtes-vous dans la mise en œuvre de ces engagements? Quelles mesures allez-vous prendre pour améliorer l'offre et démocratiser l'accessibilité des trains, en particulier les trains internationaux? Comment équilibrerez-vous la fiscalité injuste qui désavantage aujourd'hui le transport en commun? En vue de la confection du budget 2026, quelles demandes avez-vous mises sur la table? Vos collègues sont en train de négocier ardemment au moment où je vous parle. Des demandes ont-elles été adressées pour ce budget 2026? Enfin, comment votre gouvernement compte-t-il donner l'exemple? Vous êtes-vous, entre autres, fixé des guidelines pour déterminer vos moyens de transport en tant que ministre ou en tant que premier ministre, pour ce qui concerne M. De Wever?
Jean-Luc Crucke:
Je vous remercie chère collègue. Vous avez raison de dire que le surcoût du train par rapport à l’avion – et je connaissais la réponse à la question – sur certaines liaisons internationales est parfois très significatif. C’est une réalité, bien qu’une comparaison objective soit souvent difficile à réaliser, en raison de la diversité des offres.
Comme vous le savez, Le secteur des transports internationaux est totalement libéralisé. Il n'appartient donc pas au gouvernement d'intervenir sur les prix qui sont fixés librement par les opérateurs. Mon action se concentre principalement sur l'amélioration de l'infrastructure ferroviaire et de sa gestion pour permettre de libérer les capacités nécessaires à l'entrée de nouveaux opérateurs. La mise en place d'une saine concurrence entre les opérateurs ferroviaires internationaux permettra non seulement d'améliorer l'offre, mais aussi d'exercer une pression vers une baisse des tarifs.
Un meilleur équilibre des conditions de concurrence entre les différents modes de transport est toujours souhaitable. La fiscalité spécifique applicable au transport aérien est un paramètre qui pourrait certainement être ajusté, mais qui relève en grande partie d'accords européens et internationaux pour lesquels une évolution à court terme est difficile à garantir. Je plaidais déjà la chose, et je pense avoir été le premier à le faire, il y a quelques années, au sein du Conseil européen.
Dès lors, je me concentre sur les actions qui sont actuellement entre mes mains, à savoir concentrer les efforts sur l'amélioration de la compétitivité du rail. D'un point de vue budgétaire, une de mes priorités pour 2026 et les années suivantes est d'assurer un niveau de financement suffisant à Infrabel pour permettre d'améliorer la performance et la capacité du réseau ferroviaire belge, ainsi que ses connexions avec les pays voisins.
Je suis aussi particulièrement attentif à l'optimalisation de l'utilisation de ce financement. Dans le cadre du plan pluriannuel d'investissement 2023-2032, Infrabel bénéficie d'un financement fédéral conséquent, avec un budget d'investissement approuvé pour 2025 à hauteur de plus d'un milliard d'euros. Ce niveau d’investissement annuel, qui se maintient dans les projections pour 2026, permet à Infrabel de moderniser et de renforcer l’infrastructure ferroviaire belge, garantissant ainsi la sécurité, la ponctualité et la capacité du réseau. Ces investissements soutiennent également la transition écologique et la compétitivité du rail, conformément aux priorités gouvernementales.
Infrabel investit massivement dans la modernisation et le développement des grandes lignes ferroviaires internationales, conformément à son engagement pour un réseau performant et compétitif: entre autres sur l'axe 3 Bruxelles-Luxembourg, un budget global de plus de 360 millions d'euros est consacré à la modernisation sur la période 2023-2032, avec des montants supplémentaires alloués en 2025 pour accélérer certains travaux stratégiques. Pour la LGV 2 ( ligne à grande vitesse ), un investissement total de 59 millions d'euros est prévu jusqu'en 2031 afin de renouveler intégralement cette infrastructure essentielle au trafic international. Parallèlement, Infrabel poursuit le renouvellement de la LGV 1 Bruxelles-frontière française afin de garantir la fiabilité et la sécurité de cette liaison stratégique.
Dans le cadre des discussions budgétaires 2026, j'ai également prévu de pérenniser l'enveloppe budgétaire prévue pour le soutien au secteur du train de nuit, que je souhaite encourager autant que possible. Le dispositif qui permettra de pourvoir à ce financement est encore en cours d'élaboration et sera intégré aux dispositions dans mon programme.
Je tiens également à souligner que le SPF Mobilité et Transport privilégie l'utilisation des transports en commun pour les déplacements professionnels de ses membres. L'utilisation du train est imposée pour les déplacements internationaux, sauf si cette option n'est pas possible ou si elle engendre un temps de parcours exagérément long. Concernant mes propres déplacements et ceux des membres de mon cabinet, réalisés dans le cadre des différentes missions politiques, des guidelines ont été définies dans une procédure interne. Comme vous le savez, je me déplace en toute grande majorité en train depuis que j'ai pris mes fonctions de ministre, et c'était déjà le cas avant. Afin de limiter les impacts environnementaux, les différentes missions, les déplacements en Belgique et dans les pays limitrophes de la Belgique se font prioritairement en transports en commun (train, tram, bus). Bien entendu, en fonction des impératifs de lieu, de planning, de timing, un moyen de transport plus adapté peut être choisi. Les voyages et déplacements en 2025 font aussi l'objet d'une compensation CO 2 . Concernant le premier ministre, je ne peux pas vous répondre à sa place, mais je suppose que vous l'interpellerez aussi.
Sarah Schlitz:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je pense qu'il existe en effet des leviers permettant d'investir dans l'infrastructure, mais il y a aussi une série d'incitants qui permettraient de faciliter le retour des trains de nuit et des trains internationaux en Belgique. Par exemple, la gratuité des sillons pour les trains de nuit, qui avait été mise en place par Georges Gilkinet; ou le ticket climat, comme en Autriche, en Allemagne ou en Hongrie pour tous les transports en commun – un forfait bas pour inciter à prendre des transports à basses émissions. Certains incitants peuvent en effet jouer auprès des voyageurs. Par ailleurs, il faut remettre l'aviation à sa juste place. Il est tout à fait anormal en termes de concurrence – déloyale – que le kérosène soit encore taxé à 0 euro. Vous dites que c'est un enjeu européen. Bien entendu, il faut continuer à plaider à ce niveau-là, mais il y a aussi des actions qui peuvent être menées au niveau national pour faire en sorte de rééquilibrer la situation. Pourquoi? D'abord, parce que, souvent, les gens qui passent de l'avion au train sont émerveillés et se disent que, quand ils mettent le pied dans le train, ils sont déjà en vacances, alors que, quand on met le pied dans un avion de Ryanair, c'est plutôt le début des ennuis. Ensuite, investir dans le rail constitue un enjeu énorme dans la lutte contre le dérèglement climatique. C'est évidemment une urgence à ce niveau-là également.
De defecte liften in het station van Neerpelt
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De liften in station Neerpelt waren meer dan een jaar defect door waterschade en veroudering, terwijl de onderhoudsfirma contractuele verplichtingen niet nakwam, wat de NMBS met boetes en ingebrekestelling probeerde op te lossen. Sinds 10 oktober functioneren twee liften weer, en de derde wordt spoedig hersteld; op termijn volgt vollige vervanging voor betere betrouwbaarheid. Toegankelijkheid blijft een kritiek punt: minister Crucke benadrukt het Masterplan voor inclusieve mobiliteit, maar Troosters wijst op structurele tekortkomingen bij de NMBS, waar boetes onvoldoende zijn zonder concrete alternatieven om dienstverlening te garanderen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, in het station van Neerpelt zijn de liften al meer dan een jaar stuk. Daaromtrent zijn al verschillende lokale initiatieven genomen door de mandatarissen van mijn partij. Uiteindelijk hebben die geleid tot een officiële ingebrekestelling van de NMBS door de gemeente Pelt.
Ik heb daarover een aantal technische vragen opgesteld. Ik kijk uit naar uw antwoorden.
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, de situatie in Neerpelt, waar de liften gedurende meer dan een jaar buiten dienst zijn geweest, is zeer zorgwekkend. Een dergelijke duur van onbeschikbaarheid is onaanvaardbaar, vooral in een context waar de toegankelijkheid van de openbare infrastructuur voor alle burgers, zonder uitzondering, moet worden gewaarborgd.
De liften in het station van Neerpelt hadden te lijden onder waterschade, maar ze zijn ook bijna einde levensduur, wat maakt dat er meer nood aan herstellingen is. De NMBS doet daarvoor, net als in andere stations, een beroep op haar leverancier en een onderhoudsfirma. Helaas kwam die haar contractuele voorwaarden niet na, met de gekende nare gevolgen voor de reizigers. Al geruime tijd oefent de NMBS onophoudelijk maximale druk uit op de contractant om te zorgen voor bruikbare liften, gaande van ingebrekestelling tot de toepassing van alle mogelijke boeteclausules.
Toch is er goed nieuws, eindelijk. De NMBS deelt me mee dat lift 1 op perron 1 in de ochtend van 10 oktober hersteld en gekeurd werd. Ook lift 2 naar perron 2 en 3 is operationeel. Voor lift 3 naar de parking werd Schindler aangemaand om de herstelling zo snel mogelijk uit te voeren. De gemeente Pelt is op de hoogte van die evolutie en van de inspanningen van de NMBS ter zake.
De liften zullen overigens de eerstkomende jaren worden vervangen, wat tot meer bedrijfszekerheid en comfort voor de reizigers zal leiden.
De toegankelijkheid mag in geen geval een aanpassingsvariabele zijn. Het is een fundamentele pijler van mijn beleid voor een inclusieve mobiliteit. Daarom werken we actief samen met de verschillende betrokken partijen bij het platform Toegankelijkheid om in het Masterplan precies aan te geven welke stations toegankelijk zijn en welke stations verbetering nodig hebben. Die stap is bedoeld om een coherente en gestructureerde aanpak voor het hele netwerk te waarborgen. De toegankelijkheid moet een constante prioriteit blijven, die vertaald wordt in concrete toezeggingen en in testbare resultaten in de praktijk, wat niet het geval was in Neerpelt.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, uw antwoord stemt mij redelijk tevreden. De situatie is inderdaad zorgwekkend en onaanvaardbaar. Er is sprake van waterschade en liften die aan het einde van hun levensduur zijn. Niets rechtvaardigt dat de toegankelijkheid daar al meer dan een jaar niet kan worden gewaarborgd omdat de liften defect blijven. Ik wil ook ingaan op de niet-naleving van contractuele voorwaarden door partijen waarmee een overeenkomst wordt afgesloten. Dat gebeurt blijkbaar vaker bij de NMBS, zoals met de vertraagde levering van de M7-treinen. De opname van boeteclausules in contracten zijn de logica zelve. Het zou problematisch zijn als deze ontbraken. Toch zou er af en toe naar alternatieven moeten worden gekeken, zodat ondanks de boeteclausules de continuïteit gewaarborgd blijft. Als treinen niet geleverd worden, dan volgt er weliswaar een boete, maar daarmee zijn de treinen nog altijd niet beschikbaar. Op dezelfde manier, als er een boeteclausule voor liften bestaat, functioneren de liften nog altijd niet en blijft de toegankelijkheid voor bepaalde mensen onmogelijk. Los van de noodzakelijke boeteclausules zou de NMBS ook altijd naar alternatieven moeten kijken. Ik denk bijvoorbeeld aan de barstende tegels op de perrons in Hasselt, waarop we bij een volgende vraag nog ingaan. Boetes zijn slechts één aspect. De NMBS moet daarnaast ook in alternatieven voorzien, zodat de mensen voort kunnen.
De liberalisering van het personenvervoer per spoor
De pilootprojecten bij het spoor met een externe vervoersoperator
Alternatieve spoorvervoerconcepten en marktliberalisering
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De liberalisering van het Belgische spoorvervoer is al een feit, maar de NMBS behoudt tot 2032 het unieke operatorschap voor gesubsidieerd personenvervoer, waarna externe operators toegang krijgen. Minister Crucke bevestigt dat de regering de NMBS voorbereidt via hervormingen (o.a. modernisering personeelsbeleid) en tegen eind 2023 een strategische nota presenteert om de marktopenstelling te structureren, gebaseerd op eerdere studies en het regeerakkoord. Pilootprojecten met externe operators—zoals voorzien in *Spoorvisie 2040*—worden herbeoordeeld op haalbaarheid, maar concrete timing ontbreekt nog. Troosters benadrukt dat eerdere regeringen te weinig deden en dringt aan op snelle actie, terwijl Crucke belooft de continuïteit van de openbare dienst te waarborgen tijdens de transitie.
Frank Troosters:
In dit land werd de markt voor het organiseren van reizigersvervoer per spoor vrijgesteld in december 2020. De NMBS kreeg echter (éénmalig) het uniek operatorschap voor het aanbieden van personenvervoer per spoor toegewezen voor tien jaar. Na 2032 zullen externe spoorvervoersoperatoren definitief toegang krijgen tot ons spoornetwerk.
Wat is de stand van zaken m.b.t. de voorbereiding van een geliberaliseerde markt voor het personenvervoer per spoor? Welke concrete maatregelen heeft deze regering sinds uw aantreden genomen om de veranderende marktomstandigheden voor het spoor vanaf 2032 voor te bereiden? Bestaat er een actieplan of draaiboek? Wat is desgevallend de inhoud? Zo niet, waarom niet? Maakt de minister zich sterk dat ons land tegen 2032 organisatorisch, technisch en infrastructureel voorbereid zal zijn?
In Spoorvisie 2040 werd de ambitie geuit om in samenwerking met de regionale instanties in één vervoersregio een pilootproject op te zetten waar via tendering één operator voor het vraaggestuurd kern- en aanvullend net kon worden aangeduid met als doel de spoororganisatie van dit land te helpen zich voor te bereiden op de periode nadat het unieke operatorschap van de NMBS afloopt.
Tijdens eerdere bevraging hierover gaf de toenmalige minister van Mobiliteit aan dat een voorbereidende studie door de FOD Mobiliteit was afgerond zodat alles door de nieuwe/huidige regering kon worden geïmplementeerd.
Wat is de huidige stand van zaken m.b.t. het opzetten van een pilootproject met een externe spooroperator? Welke stappen werden hiervoor sinds uw aantreden genomen? Kan de minister de wil van deze regering tot het uitvoeren van zo'n proefproject bevestigen en daar een concrete timing aan verbinden of neemt men afstand van het in Spoorvisie 2040 opgenomen voornemen?
Jean-Luc Crucke:
Dank u, voorzitter. Allereerst merk ik op dat het personenvervoer per spoor op Belgisch grondgebied volledig geliberaliseerd is. Elke exploitant kan zich tot Infrabel wenden om capaciteit te verkrijgen om op commerciële basis, met andere woorden zonder subsidie, passagierstreinen te laten rijden. Wat het openbaar personenvervoer per spoor betreft, is de regering zich er ten volle van bewust dat de NMBS aan het einde van het huidige beheerscontract met concurrentie zal worden geconfronteerd. Ze zal de onderneming daar zo goed mogelijk op voorbereiden door verschillende hervormingen door te voeren, met name door de modernisering van het personeelsbeleid.
Zoals bepaald in het regeerakkoord zal ik erop toezien dat we ons op de toekomst voorbereiden door de nodige maatregelen te nemen om zowel de continuïteit van de openbare dienstverlening tot 2032 te garanderen, als de NMBS voor te bereiden op de openstelling van de markt. De vorige studies met betrekking tot het vierde spoorwegpakket en het pilootproject van de vorige regeringen zullen opnieuw worden geanalyseerd om de juridische, technische en operationele houdbaarheid ervan te onderzoeken. Tegen het einde van het jaar zal een door de FOD Mobiliteit en Vervoer opgestelde samenvattende nota het mogelijk maken om in de Kamer het debat op gang te brengen en de strategische doelstellingen te definiëren. Deze zullen vervolgens worden uitgevoerd in het kader van de contractualisering van de openbare dienstverlening inzake personenvervoer per spoor.
Frank Troosters:
Dank u wel, mijnheer de minister. We hebben het daar zonet al kort over gehad. De liberalisering is al een feit. Het unieke operatorschap werd aan de NMBS toegekend omdat de onderneming zich eigenlijk nooit op de liberalisering heeft voorbereid, misschien zelfs bewust om die richting uit te kunnen sturen. Wie zal het zeggen? Hoe dan ook, het moment komt dichterbij waarop dat unieke operatorschap afloopt. Ik heb tijdens het debat al gehoord dat u zich oprecht wilt voorbereiden. Het is geen gemakkelijke strijd, ik wil daar wel in meegaan, maar het resultaat zal er wel moeten zijn. Dat zal de toekomst uitwijzen. Ik kom daar later graag op terug. Nog één ding. U hebt een vervelende situatie geërfd van uw voorgangers, die eigenlijk niet veel gedaan hebben. Ik wou nog even terugkomen op de aangekondigde proefprojecten. Komen die er nog? U zegt dat die er komen. Hebt u een idee wanneer? Neen, zegt u, ze zitten in de pijplijn.
De staking van de treinbegeleiders in het depot van Bergen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Na een fysieke aanval door een familie zonder geldig ticket liep een treinbegeleider in Bergen meerdere verwondingen op (5 oktober), wat leidde tot een spontane staking uit solidariteit en onveiligheidsgevoel onder collega’s. De daders werden direct aangehouden, maar het slachtoffer is nog werkonbekwaam; de minister belooft versnelde aanpassing van de camerawet voor bodycams bij Securail en mogelijk treinbegeleiders op risicolijnen, naast verdere dialoog en justitiële opvolging. Critici benadrukken dat bodycams geen volledige oplossing zijn en pleiten voor betere psychologische begeleiding van slachtoffers en strengere strafmaatregelen, terwijl het lokale management al in overleg is met vakbonden voor structurele actie.
Frank Troosters:
Naar aanleiding van een incident waarbij een treinbegeleider het slachtoffer werd van agressie legden maandagochtend 6 oktober de treinbegeleiders in het depot van Bergen spontaan het werk neer.
Kan de minister de feiten die zich afspeelden verduidelijken?
Wat vormde de aanleiding tot het incident?
Werd de dader geïdentificeerd en aangehouden?
Kan de minister bevestigen dat de treinbegeleider meerdere breuken heeft opgelopen?
Is de treinbegeleider werk-onbekwaam tgv de agressie? Zo ja, voor hoe lang?
Heeft de minister begrip voor de spontane stakingsactie van de treinbegeleiders?
Welke concrete maatregelen heeft de minister genomen naar aanleiding van dit incident?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, ik begrijp de reactie van de treinbestuurders. Wanneer men zich tijdens het uitoefenen van zijn beroep in gevaar voelt, is het vanzelfsprekend dat men zijn bezorgdheid uit. Onze prioriteit is de dialoog te herstellen en de veiligheid te waarborgen. Samen met de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken zal ik de camerawet aanpassen, zodat agenten van Securail de mogelijkheid krijgen bodycams te dragen. Op die manier kan de veiligheid op de perrons en in de stations worden versterkt. We onderzoeken eveneens of deze mogelijkheid kan worden voorzien voor treinbegeleiders die dat wensen, op de lijnen waar zich regelmatig incidenten voordoen.
Op zondag 5 oktober werd een treinbegeleider fysiek aangevallen door een familie waarvan de zoon geen geldig vervoerbewijs had. De begeleider moest voor verzorging naar het ziekenhuis en liep verschillende verwondingen op, onder andere in het aangezicht. De politie werd onmiddellijk ingeschakeld en de betrokken daders werden aangehouden. De treinbegeleider kon dezelfde dag het ziekenhuis verlaten, maar is nog steeds werkonbekwaam. Dit incident veroorzaakte een schok en leidde tot een spontane staking en sterke solidariteit onder de collega-treinbegeleiders van het depot van Bergen, die vaker met moeilijke situaties worden geconfronteerd. Het lokale management was maandagochtend meteen aanwezig in het depot om in gesprek te gaan met de treinbegeleiders en de vakorganisaties. Er wordt nog een opvolgoverleg voorzien.
Ten slotte, ik vraag opnieuw dat dergelijke agressiegevallen door Justitie worden opgevolgd, zodat ze niet zonder gevolgen blijven.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, het is een spijtig voorval, het zoveelste. We praten daar al heel lang over. Het verhaal over de bodycams horen we ook al heel lang. Ik hoop dat het snel in orde komt. Ik hoop echter ook dat men zich daar niet op zal blindstaren. Vaste camera's of bodycams zullen bepaalde mensen niet tegenhouden. Het zal zeker resultaat hebben, maar we mogen zeker niet denken dat het alles zal oplossen. Het overleg en begeleiding voor die betrokken mensen, vind ik heel belangrijk. De begeleiding van mensen die dit meemaken, is belangrijk. Dat is niet min, het blijft soms heel lang doorwerken. Zo’n geval van agressie meemaken, moet vreselijk zijn. Elke dag gaan werken en daarbij schrik moeten hebben voor de fysieke integriteit, lijkt me weinig aangenaam. Uiteraard deel ik uw mening dat Justitie zijn rol moet spelen en dat de bestraffingen veel strenger moeten zijn voor plegers van feiten binnen het spoorgebeuren of elders. Hopelijk wordt het vervolgd en hopelijk zullen de bodycams er snel zijn.
De kennis van het Nederlands bij het personeel van het station Brussels Airport-Zaventem
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Britt Huybrechts kaart aan dat NMBS-personeel op Brussels Airport (Vlaams grondgebied) herhaaldelijk geen Nederlands spreekt, ondanks duidelijke taalwetgeving, en stelt dat reizigers dit vaak klachtloos accepteren. Minister Crucke benadrukt dat de NMBS de wet strikt naleeft, alle loketmedewerkers Nederlandstalig zijn en slechts 8 gegronde klachten (op 245 miljoen reizigers) werden geregistreerd, maar vraagt om concrete details van het incident voor nader onderzoek. Huybrechts betwist de representativiteit van de lage klachtencijfers, wijt dit aan Vlamingen die niet klagen en pleit voor meer bewustmaking om structurele taalschendingen bloot te leggen. De kern: taalcontroles falen door onderrapportering, terwijl de NMBS de schendingen minimaliseert.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, op zaterdag 4 oktober 2025 omstreeks acht uur wilde een reiziger met zijn treinticket vanuit de luchthaven via de automatische toegangspoorten het spoorwegstation betreden. Omdat één van de poorten defect bleek te zijn, wat altijd kan gebeuren, vroeg hij assistentie aan de aanwezige beambte. Tot zijn verbazing kon deze persoon niet helpen omdat hij geen Nederlands sprak. Hoewel de beambte zich beleefd en verontschuldigend opstelde en zei dat hij geen Nederlands sprak, is het totaal onaanvaardbaar dat een personeelslid van een federale overheidsinstelling op Vlaams grondgebied de landstaal niet beheerst.
De taalwetgeving is nochtans duidelijk: personeelsleden die in Vlaanderen tewerkgesteld zijn, moeten in staat zijn om de reiziger in het Nederlands te woord te staan.
Ik heb hier in het verleden al meermaals vragen over gesteld, maar helaas blijkt dat de situatie nog steeds niet structureel is verbeterd. Er bereiken mij regelmatig gelijkaardige meldingen van reizigers die in het station van Brussels Airport niet in het Nederlands worden geholpen.
Met het oog op de tijd verwijs ik naar mijn schriftelijke vragen, mijnheer de minister.
Jean-Luc Crucke:
Uw bezorgdheid over de naleving van de taalwetgeving door de NMBS is genoteerd. Laat mij u meteen geruststellen: de NMBS leeft de taalwetgeving strikt na en ziet toe op de naleving ervan. De medewerkers die aan het loket zijn tewerkgesteld, zijn allemaal Nederlandstalig. Hier wordt bij aanwervingen nauwlettend op toegezien.
De NMBS heeft tot heden niet kunnen achterhalen wat er bij het door u vermelde incident gebeurd zou kunnen zijn. Mocht u aanvullende informatie kunnen bezorgen, bijvoorbeeld of het wel over een medewerker van de NMBS ging, dan laat ik dit verder onderzoeken.
Alle officiële communicatie van de NMBS gebeurt conform de wettelijke voorschriften. Dit geldt voor vervoerbewijzen, vaststellingen van onregelmatigheden, benamingen van stations, het omroepen in stations en op treinen en alle andere vormen van communicatie met reizigers. Medewerkers worden bovendien actief opgeleid in het correct toepassen van de taalwetgeving.
Wat de controle op de naleving van de taalwetgeving in de stations betreft, sensibiliseert de NMBS haar personeel over het correct gebruik van de bestuurstaal, in overeenstemming met de geografische ligging van het station.
De Vaste Commissie voor Taaltoezicht ontving in 2024 acht gegronde klachten over de NMBS. Om dit in het juiste perspectief te plaatsen, de NMBS vervoert jaarlijks 245 miljoen reizigers, wat gemiddeld 9.000 reizigers per weekdag betekent.
Kortom, de NMBS respecteert de taalwetgeving en doet dat in een complexe operationele context, waarin tweetaligheid structureel is ingebed en waar klantgerichtheid centraal staat.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, ik zal zeker nog contact opnemen met mijn bron, opdat die eventueel zelf ook nog een klacht indient. Met betrekking tot het taaltoezicht waren er acht grondige klachten, wat relatief gezien zeer weinig is ten opzichte van de algemene cijfers. Ik vermoed echter dat zeer veel mensen geen klacht indienen, wellicht omdat ze niet weten dat het de moeite waard is. De Vlaming is van nature meestal nogal braaf en eerder geneigd om te zwijgen en gewoon ja te knikken. Ik ben zelf een Vlaming met een iets andere ingesteldheid. Ik durf harder op mijn strepen te staan voor de Nederlandse taal. De gemiddelde Vlaming denkt echter: oké, het is goed, volgende keer spreek ik toch maar Frans. Slechts enkelen beslissen om een volksvertegenwoordiger aan te schrijven. Misschien zou men mensen ertoe moeten aanzetten om telkens als zoiets gebeurt een klacht in te dienen. Daardoor zouden de klachtencijfers representatiever zijn en zal de NMBS moeten erkennen dat dit vaker voorvalt dan momenteel wordt beweerd.
De werking van NMBS-dochtermaatschappij Ypto
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Ypto nv, de IT-dochter van NMBS, nam 42 correctieve maatregelen (nog 4 gepland in 2025) om aanbestedingsfraude te bestrijden na kritiek van het Rekenhof, met strikte opvolging via auditcomités en NMBS-toezicht. Aankopen boven €130.000 lopen via NMBS, kleinere IT-opdrachten onder eigen verantwoordelijkheid met versterkte controles, terwijl een volledige integratie in NMBS *niet* aan de orde is—wel werden ondersteunende diensten (HR, finance) al overgeheveld. Troosters blijft skeptisch en wacht op de opvolgaudit (binnen 2-3 jaar) om de beloofde verbeteringen te verifiëren.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.
Ypto nv is een dochteronderneming van de NMBS die diensten verleent in de sector van digitale transformatie en ICT-infrastructuur. Het bedrijf kwam in het verleden reeds meermaals in opspraak omdat het de geldende regels inzake overheidsopdrachten niet respecteerde. Een verbetertraject werd gevolgd maar een rapport van het Rekenhof waarin het een algemene doorlichting voor 2023 en 2024 deed, gaf aan dat er nog steeds tekortkomingen waren in de correcte toepassing van de regelgeving bij het toekennen van overheidsopdrachten.
Welke nieuwe maatregelen om te komen tot een correcte toepassing van de geldende regelgeving inzake het toekennen van overheidsopdrachten heeft Ypto nv nog genomen sinds het laatste algemene rapport van het Rekenhof?
Kan de minister garanderen dat dienaangaande nu alles correct verloopt bij Ypto nv?
Worden de aankoopopdrachten die meer als 30.000 euro bedragen momenteel nog steeds beheerd door de aankoopdienst van de NMBS? Zo neen, waarom niet?
Is een scenario waarbij de dienstverlening van Ypto nv in de toekomst volledig door haar moederbedrijf NMBS wordt opgeslorpt in de nabije toekomst (deze legislatuur) mogelijk? Zo ja, wanneer zal dat gebeuren? Zo neen, waarom niet?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, ter herinnering geef ik mee dat het Rekenhof de rechtmatigheid van een selectie van overheidsopdrachten die werden geplaatst door de FOD Economie, de federale politie, het Studiecentrum voor Kernenergie, de FOD WASO, Beliris, Ypto, TUC RAIL en Infrabel onderzocht. De resultaten van dat onderzoek werden begin 2025 door het Rekenhof publiek gemaakt.
U verwijst in uw vraag naar de initiatieven die reeds werden genomen voor de publicatie van het desbetreffende rapport. Het Rekenhof erkende inderdaad de inspanningen en maatregelen die IT-dochteronderneming Ypto reeds had geleverd respectievelijk genomen om haar interne werking en aanbestedingsprocessen volledig in overeenstemming te brengen met de regelgeving.
Tegelijk formuleerde het Rekenhof ook een reeks aanbevelingen ten opzichte van Ypto. Ypto en de NMBS onderschrijven die volledig en hebben ook niet gewacht op het rapport van begin dit jaar om bijkomende verbeteringen uit te werken en door te voeren. In de voorbije 2 jaar werden 42 verschillende maatregelen genomen ter versterking van de aankoopprocessen, die tegemoetkomen aan de aanbevelingen van het Rekenhof, zoals de systematische toegeving van de raming van de opdracht en het gebruikmaken van het opdrachtdocument conform de wetgeving. Er zijn nog 4 maatregelen uit te voeren tegen het einde van 2025. Er zullen dan in totaal 46 maatregelen zijn uitgevoerd, waarmee alle aanbevelingen van het Rekenhof worden beantwoord.
Vandaag worden Yptoaankopen boven 130.000 euro door de NMBS uitgevoerd. Enkel de aankopen voor digitale prestaties in regie worden door Ypto uitgevoerd, met toepassing van de maatregelen zoals opgenomen in het actieplan en onder het toezicht en volgens de richtlijnen van de centrale aankoopdiensten van de NMBS.
De nodige maatregelen zijn dus genomen om een correcte toepassing van de regelgeving te verzekeren. De auditresultaten, het actieplan en de bijkomende interne controlemechanismen tonen aan dat de situatie aanzienlijk is verbeterd. Alles wijst erop dat de huidige procedures conform de wetgeving verlopen en dat er voortdurend wordt gemonitord.
Op verschillende niveaus wordt gewaakt over de strikte opvolging van de maatregelen. Er is een driemaandelijkse rapportering aan het Auditcomité van de NMBS over het dossier. Daarnaast heeft de procurement board van de NMBS, dat toezicht houdt op de governance en de naleving van de aanbestedingsverplichtingen, een ruimere rol op zich genomen en houdt die toezicht op de aankopen van Ypto.
Het actieplan werd tevens aan het Rekenhof bezorgd. Eind februari 2025 vond een overleg plaats tussen het Rekenhof, de NMBS en Ypto, waarbij het Rekenhof aankondigde binnen twee à drie jaar een opvolgaudit te organiseren, een initiatief dat door de NMBS en Ypto wordt verwelkomd.
Tot slot vraagt u of het mogelijk is dat de NMBS de dienstverlening van Ypto volledig opslorpt. De NMBS heeft in het afgelopen jaar een omvangrijke efficiëntieoefening gerealiseerd waarbij het aantal filialen is teruggebracht van 12 in 2016 naar 1 vandaag, met de naam Ypto. Dat toont aan dat de NMBS op zeer ernstige wijze de rol en de meerwaarde van de filialisering heeft geëvalueerd.
Het opslorpen van Ypto is op dit moment niet aan de orde. Ypto vervult een specifieke rol als gespecialiseerde IT-dochteronderneming bij de NMBS. De huidige prioriteit ligt bij het consolideren van de hervormingen, het versterken van de complianceprocessen en het optimaliseren van de samenwerking met de moedermaatschappij, niet bij een structurele integratie.
Wel werden centrale ondersteunende diensten in 2025 overgeheveld van Ypto naar de NMBS, zoals communicatie, HR-diensten, finance en facility management. Daartoe werd een dienstcontract gesloten tussen de NMBS en Ypto, waarin de diensten zijn vastgelegd die de NMBS voor Ypto uitvoert. Ook dat draagt bij aan de efficiëntieoefeningen die de NMBS onderneemt met uitvoering van het openbaredienstcontract.
Samengevat kan worden gesteld dat Ypto en de NMBS de aanbevelingen van het Rekenhof zeer ernstig hebben genomen, dat ze de uitvoering ervan rigoureus opvolgen en dat de nodige waarborgen zijn ingebouwd om de correcte toepassing van de regelgeving inzake overheidsopdrachten blijvend te verzekeren.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, dat was een heel uitgebreid antwoord. Ik heb er wel wat bedenkingen bij. Ik kijk alvast uit naar de volgende audit. Als ik mag geloven wat u zegt of wat men u laat zeggen, zal dat een vlekkeloos rapport zijn. We zullen zien.
De goede samenwerking tussen het spoorpersoneel en de politie
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Crucke bevestigt dat de samenwerking tussen Securail, politie (lokaal/federaal) en justitie structureel is verankerd via protocollen, realtime cameratoegang voor 124 zones en gecoördineerde risicoanalyses, met extra Securail-patrouilles op kwetsbare lijnen en tijdstippen. Nieuwe maatregelen omvatten bodycams voor personeel, sensibiliseringscampagnes en versterkte lokale samenwerking met steden/gemeenten voor complexe problemen zoals drugs en illegaliteit. Een juridisch kader in uitvoering (via het regeerakkoord) moet de operationele coördinatie tussen politie en Securail verder optimaliseren, met een nieuw bestuur voor strategische afstemming. De focus ligt op zichtbare preventie, technologische ondersteuning en integrale verantwoordelijkheidsverdeling.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Dankzij de alertheid en het goede handelen van een treinbegeleidster, het knappe optreden van Securail-agenten en de goede samenwerking met de politie konden drie mannen die de bagage van een treinreiziger op een ochtendtrein richting Luxembourg hadden gestolen gevat worden in Gembloux. Dit collectieve optreden verdient alle lof en toont het belang van een goede onderlinge samenwerking tussen de betrokken instanties aan. Helaas is dit niet altijd het geval en dient er werk gemaakt te worden van een betere samenwerking tussen Securail en politiediensten.
Welke acties heeft de minister recent nog genomen om de samenwerking tussen de veiligheidsdienst van de NMBS (Securail) en de Spoorwegpolitie en lokale politiezones te verbeteren?
Welke maatregelen dienaangaande zal de minister nog nemen?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, het is essentieel dat reizigers zich veilig voelen in het station en op de trein. De NMBS neemt daarvoor voortdurend bijkomende initiatieven binnen haar bevoegdheden en werkt daarvoor samen met verschillende partners.
De veiligheidsaanpak steunt op drie pijlers: de zichtbare aanwezigheid van veiligheidspersoneel, technopreventieve middelen zoals camera's, en samenwerking met de federale en lokale politiediensten en Justitie. De samenwerking tussen de NMBS, Securail en de politiediensten is structureel verankerd. Er zijn afspraken over informatie-uitwisseling, gecoördineerde acties en regelmatige overlegmomenten. Dat overleg maakt het mogelijk om snel en efficiënt te reageren bij ernstige incidenten en versterkt de gezamenlijke aanpak van veiligheidsproblemen.
Sinds deze zomer hebben 124 lokale politiezones en 32 federale politie-entiteiten operationeel toegang tot de camerabeelden van de NMBS in en rond de stations. Die beelden zijn enkel in realtime beschikbaar in het kader van bestuurlijke of gerechtelijke opdrachten. Elke politiezone heeft daarvoor een protocolakkoord ondertekend.
De inzet van Securailagenten werd versterkt, waardoor onder meer de up-frontticketcontrole is uitgebreid en extra patrouilles kunnen plaatsvinden op risicovolle treinen en lijnen met bijzondere aandacht voor vroege en late ritten. Securail werkt zonegericht en kan zo flexibel inspelen op lokale noden en hotspots.
Op basis van meldingen aan het Security Operations Center voert de NMBS regelmatig risicoanalyses uit om kwetsbare stations en verbindingen te identificeren. Er wordt ook onderzocht hoe het gebruik van bodycams voor veiligheidspersoneel en treinbegeleiders mogelijk kan worden gemaakt. Daarnaast overlegt de NMBS met regionale openbare vervoersoperatoren om via gezamenlijke acties reizigers en personeel te sensibiliseren en hun veiligheidsgevoel te versterken. Belangrijke elementen zijn het 24/7-bereikbare noodnummer van Securail, de rol van de treinbegeleider als eerste aanspreekpunt, extra Securailpatrouilles en het gebruik van camera's aan boord en in stations.
Tot slot werkt de NMBS structureel samen met steden en gemeenten. Met veel steden zijn er concrete afspraken gemaakt over de veiligheid in de stationsomgeving, vaak in samenwerking met de lokale politie en sociale diensten. Het blijft cruciaal dat alle betrokken partijen verantwoordelijkheid opnemen, zeker bij complexe problematiek zoals drugs, mensen zonder wettig verblijf of conflicten in de stationsomgeving.
Ik zal eveneens blijven inzetten op een betere coördinatie van het integrale veiligheidsbeleid op het vlak van vervoer en infrastructuur van ons spoorwegnet.
Het regeerakkoord voorziet in een bundeling van de bevoegdheden inzake veiligheid. Concreet zullen we de juridische middelen opstellen die het mogelijk maken om de operationele samenwerking tussen de politie en Securail beter te structureren, aangezien beide entiteiten actief zijn op dat domein. In het kader van een medevoogdijschap met de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken zal een bestuur worden ingevoerd dat voorziet in een versterkte synergie bij de uitwerking en uitvoering van de strategische en operationele planning van Securail in coördinatie met het geïntegreerd veiligheidsactieplan van de NMBS.
Frank Troosters:
Ik dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister.
De onveilige situatie in het station van Dendermonde
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Na een gewelddadige aanval door jongeren op een treinbestuurder in Dendermonde (gebroken neus, maand arbeidsongeschikt) en klachten over structurele onveiligheid, benadrukt minister Crucke dat de NMBS, Securail en lokale politie de situatie monitoren met gerichte patrouilles, cameratoezicht en fysieke afbakening van risicozones, zonder sprake van een "structureel onveilig" station. Hij bevestigt dat veiligheid prioriteit is om het vertrerouwen in de trein te behouden, in lijn met regeringsdoelstellingen om meer reizigers te trekken, maar belooft wel statistieken en verdere opvolging. De minister wijst op concrete acties (preventie, snelle interventie) in plaats van loze beloften.
Frank Troosters:
Recent werd een treinbestuurder na zijn werkshift door een groep jongeren aangereden en in elkaar geslagen aan het station van Dendermonde. De arme man hield er een gebroken neus aan over en is een maand arbeidsongeschikt.
De treinbestuurder gaf aan dat het steeds moeilijker wordt om in veilige omstandigheden de trein te nemen in Dendermonde: al jaren hangt er een groep van 'jongeren' rond die uit zijn op amok maken en bovendien zouden beschikken over illegale wapens. De camerabeelden die aan het station gemaakt worden schrikken hen helemaal niet af. Volgens de treinbestuurder zouden heel wat reizigers te kennen gegeven hebben voortaan de trein niet meer in het station van Dendermonde te willen nemen omwille van het gebrek aan veiligheid daar.
Welke maatregelen zal de minister binnen de mogelijkheden en in zijn hoedanigheid van minister van Mobiliteit nemen om veiligheid van de treinreizigers in het station van Dendermonde te garanderen?
Vindt de minister dat treinreizigers zouden afhaken omwille van een gebrek aan veiligheid in lijn met de regeringsambities om meer mensen tot het nemen van de trein aan te zetten?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, de NMBS volgt de veiligheidssituatie in en rond het station van Dendermonde nauwgezet en continu op. Binnen de bevoegdheden van de Corporate Security Service worden verschillende maatregelen getroffen om de veiligheid van de treinreizigers te waarborgen, in nauwe samenwerking met Securail, de lokale politiediensten en andere betrokken partners.
Inzake de maatregelen ter bevordering van de veiligheid voert de CSS regelmatig risicoanalyses uit op basis van meldingen aan het Security Operations Center. De analyses houden rekening met incidentstatistieken, reizigersstromen, infrastructuurkenmerken en meldingen van overlast. Op die manier worden kwetsbare stations en verbindingen geïdentificeerd en worden gepaste maatregelen getroffen.
Naar aanleiding van een geval van agressie tegen een treinbestuurder in Dendermonde werd onmiddellijk contact opgenomen met de lokale politie. Het betrof jongeren die zich ophielden aan de busperrons. De politie heeft daarop intensief gepatrouilleerd, zowel in uniform als in burger. Securail heeft bovendien dagelijkse passages ingepland in de late namiddag en avond. Daarenboven zal de doorgang tussen de fietsenstalling en het stationsgebouw visueel worden afgebakend om duidelijk te maken dat het niet toegelaten is zich daar op te houden. Dat draagt bij tot een vlotte en veilige reizigersstroom.
De inzet van Securailagenten gebeurt doelgericht en proportioneel. Zij kunnen bij overlast of ongepast gedrag processen-verbaal opstellen en indien nodig de politiediensten inschakelen. Hun opdracht omvat het waarborgen van de veiligheid van reizigers, personeel en infrastructuur, het voorkomen en aanpakken van overlast en crimineel gedrag en het ondersteunen van de politiediensten.
Naast fysieke aanwezigheid wordt ook gebruikgemaakt van camerabewaking via strategisch geplaatste camera’s, waardoor permanent toezicht mogelijk is, ook wanneer er geen agenten ter plaatse zijn.
Inzake de impact op het vertrouwen van de reizigers kan ik meegeven dat de NMBS en ik ernaar streven dat vertrouwen te behouden en te versterken, in lijn met de regeringsambitie om meer mensen ertoe aan te zetten om de trein te nemen.
De samenwerking met lokale en federale partners is gericht op het structureel verbeteren van de veiligheid en het comfort van zowel reizigers als omwonenden.
Op basis van de beschikbare gegevens kan worden gesteld dat er momenteel geen sprake is van een structureel onveilige situatie in en rond het station van Dendermonde. De situatie wordt opgevolgd en wanneer nodig worden gerichte acties ondernomen. De NMBS blijft inzetten op preventie, zichtbare aanwezigheid en snelle interventie, zodat reizigers en personeel zich veilig voelen en met vertrouwen gebruik maken van het openbaar vervoer. Zoals eerder gezegd, zal ik de NMBS vragen om mij de bestaande statistieken ter beschikking te stellen met betrekking tot de verschillende vormen van intimidatie en agressie in de trein gedurende de afgelopen jaren.
Zoals ik al vaker heb benadrukt en als regelmatige treinreiziger, besteed ik bijzondere aandacht aan de veiligheidsuitdagingen in en rond onze stations. De bescherming van reizigers, spoorwegpersoneel en omwonenden is een absolute prioriteit binnen het mobiliteitsbeleid dat ik verdedig. Ik sta volledig achter de maatregelen die spoorwegmaatschappijen in overleg met lokale autoriteiten en politiediensten nemen om een veilige en rustige omgeving te waarborgen.
De veiligheid in het openbaar vervoer kan niet worden samengevat in een slogan. Zij is gebaseerd op concrete acties, permanente waakzaamheid en strikte coördinatie tussen alle betrokken actoren. Als minister van Mobiliteit zet ik mij volledig in om deze eisen dagelijks waar te maken. Elke melding verdient een reactie, elke maatregel moet effect hebben en het vertrouwen van reizigers moet gebaseerd zijn op tastbare feiten, niet op beloften. In die geest zal ik de situatie in Dendermonde, net als elders op het net, op de voet blijven volgen.
Frank Troosters:
Ik zal het dossier ook blijven opvolgen. Voor het overige dank ik u voor uw antwoord.
De aanval op een treinbegeleider op de lijn Kortrijk-Welkenraedt
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De veiligheid van spoorpersoneel staat onder druk door dagelijkse agressieincidenten (gemiddeld zes per dag, zowel verbaal als fysiek), met recente gevallen zoals een gewelddadige aanval op een treinbegeleider. Minister Crucke benadrukt prioritaire maatregelen zoals uitbreiding van Securail, bodycams, psychologische begeleiding, betere coördinatie met politie/Justitie en systematische klachtindiening, maar cijfers over 2025 ontbreken nog—wat Troosters onaanvaardbaar noemt wegens trage dataverwerking ondanks automatisering. Overleg met Binnenlandse Zaken en Justitie leidde tot afspraken over sensibilisering en gerechtelijke opvolging, maar structurele vertraging in statistieken belemmert snelle beleidsaanpassingen.
Frank Troosters:
Ik heb opnieuw een vraag over de veiligheid in stations. Ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding.
Op de trein tussen Kortrijk en Welkenraedt viel een agressieve man afgelopen week een treinbegeleider aan. Naar aanleiding van het ontbreken van een geldig vervoerbewijs ontstond er een dispuut waarbij de treinbegeleider geschopt en geslagen werd.
De agressiepleger werd in het station van Gent-Sint-Pieters opgepakt door de Spoorwegpolitie (SPC).
Dit voorval is een zoveelste geval van agressie tegen spoorpersoneel. Volgens de NMBS-woordvoerder wordt men dagelijks geconfronteerd met gemiddeld zes incidenten waarbij verbaal of fysiek geweld tegen spoorpersoneel gebruikt wordt.
Hoeveel keer werd er in 2025 (tot op heden) een personeelslid van onze spoorbedrijven het slachtoffer van agressie? Kan de minister daarbij duiden hoeveel keer het verbale agressie betrof en hoeveel keer er fysiek geweld bij te pas kwam?
Welke maatregelen zal de minister nemen om de veiligheid binnen het spoor te verhogen en te komen tot een betere bescherming van het spoorpersoneel?
Heeft de minister ter zake recent nog overleg gehad met zijn collega-ministers van Binnenlandse Zaken (bevoegd voor de politiediensten) en Justitie (Strafbeleid)? Zo ja, met welk resultaat? Zo neen, waarom niet?
Jean-Luc Crucke:
De cijfers voor het jaar 2025 zijn nog niet beschikbaar. De strijd tegen agressie tegenover het personeel blijft een absolute prioriteit voor mij en voor de NMBS, aangezien het fenomeen zorgwekkend blijft. Of het nu gaat om fysieke of verbale agressie, alle vormen van geweld zijn onaanvaardbaar. Ze schaden het welzijn van de medewerkers, verstoren het functioneren van het bedrijf en verminderen het comfort van de reizigers.
Elke werkdag zorgen de medewerkers van de NMBS voor een vlotte dienstverlening aan bijna 900.000 reizigers. In dat kader spelen de Securailagenten een essentiële rol en betekenen zij een aanvulling voor de treinbegeleiders, de mobiele controleteams, de spoorwegpolitie en de lokale politiediensten. Samen voeren zij gerichte acties uit op plaatsen en tijdstippen die als gevoelig zijn geïdentificeerd. Die operaties versterken de zichtbaarheid op het terrein en dragen concreet bij tot de veiligheid van het personeel en de reizigers. Sinds de inwerkingtreding van het openbaredienstcontract zijn de diensten van Securail uitgebreid met vijftig personeelsleden.
Via de uitvoering van haar masterplan Antiagressie blijft de NMBS concrete maatregelen uitrollen en zorgt zij voor een rigoureuze opvolging van de situatie. Er worden regelmatig terreinanalyses uitgevoerd, in overleg met de betrokken partners, om de personeelsinzet en de interventies aan te passen aan de vastgestelde noden, met respect voor de operationele en wettelijke verantwoordelijkheden. Daarnaast zijn alarm- en communicatiesystemen ingevoerd om sneller tussenbeide te kunnen komen bij incidenten.
Tot slot blijft de NMBS zich ten volle inzetten voor de invoering van bodycams voor de personeelsleden die het vaakst worden geconfronteerd met agressie. De ervaringen in andere Europese landen tonen aan dat zulke toestellen het veiligheidsgevoel versterken, bijdragen aan de-escalatie van conflictsituaties en objectieve elementen aanreiken in het kader van onderzoek of gerechtelijke vervolging.
De voorbereidende werkzaamheden worden voortgezet om een oplossing te vinden die voldoet aan de wettelijke vereisten.
De veiligheid van het spoorpersoneel is een prioriteit. Ik steun ten volle het door de NMBS en HR Rail uitgewerkt beleid om fysieke of verbale agressie te bestrijden. Dat bestaat er onder andere in dat gevallen van agressie als arbeidsongeval worden erkend met een systematische juridische opvolging, dat er een specifieke verzekering wordt gesloten door HR Rail om persoonlijke schade te dekken die niet door de wetgeving wordt gedragen, dat er voorzien wordt in gestructureerde psychologische begeleiding voor medewerkers-slachtoffers, begeleiding die zowel een tweedelijnsondersteuning als een eerste opvang omvat, dat de coördinatie wordt versterkt met de huidige autoriteiten conform de omzendbrief 3/2008 van het College van procureurs-generaal en dat er een speciaal contactpunt in de NMBS werd geïnstalleerd.
Er vonden bovendien contacten plaats tussen de NMBS en het College van procureurs-generaal naar aanleiding van een interpellatie aan de minister van Binnenlandse Zaken en Justitie. Die uitwisselingen maken het mogelijk om concrete acties overeen te komen, zoals het sensibiliseren van de politiediensten, het delen van statistische gegevens en de systematische indiening van klachten om de toegang tot gerechtelijke dossiers te vergemakkelijken.
Tot slot onderstreep ik dat mijn kabinet en dat van mijn collega van Binnenlandse Zaken werken aan het instellen van een medevoogdijschap tussen de NMBS en de FOD Binnenlandse Zaken om de coördinatie tussen Securail en de spoorwegpolitie te versterken. Het initiatief heeft tot doel de opvang van slachtoffers te verbeteren, een adequate behandeling van klachten te waarborgen en een doeltreffende gerechtelijke reactie op agressie tegen spoorwegpersoneel te verzekeren.
Frank Troosters:
Dank u, mijnheer de minister, voor uw uitgebreide antwoord. Ik beperk mij nu – ik kom later terug met meer algemene opmerkingen naar aanleiding van een volgende vraag - tot de cijfermatige aspecten. U vermeldt zelf dat wordt gewerkt aan het delen van statistische gegevens. Tegenwoordig is alles sterk geautomatiseerd. Veel kan met ICT worden verwerkt, tickets worden gescand en alle gegevens worden ingevoerd in systemen. Ik vind het zeer vreemd – deze opmerking geldt ook voor uw collega, de minister van Binnenlandse Zaken - dat het moeilijk is om cijfers te verkrijgen. Wanneer men snel wil reageren op trends of veranderingen, is het immers essentieel om over de juiste cijfers te beschikken. Eens te meer moet u toegeven dat de cijfers van 2025 nog niet beschikbaar zijn. We zijn in oktober. Ik heb gewoon gevraagd naar cijfers tot op heden. Toen ik uw collega van Binnenlandse Zaken om gegevens uit de Algemene Nationale Gegevensdatabank vroeg, werd ik daar met hetzelfde probleem geconfronteerd. Of ik die nu eind november vraag, anticiperend op het einde van het jaar, of in maart, juni of juli, die cijfers zijn nog niet beschikbaar. Ik herhaal het: ik vind dat vreemd, zeker nu alles geautomatiseerd is. Ik vind dat zelfs niet verantwoord, want op die manier kan men met beleid niet snel op de bal spelen. Hetzelfde geldt voor Binnenlandse Zaken. Daar werd mij gezegd dat de gegevensverzameling wordt afgesloten op 25 januari, dus aan het begin van het jaar. Waarom ik dan in september nog steeds geen cijfers kan krijgen, vind ik heel vreemd.
Het gebruik van een rolstoel in de NMBS-stations
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het station van Niel is rolstoeltoegankelijk (verhoogde perrons), maar rolstoelgebruikers kunnen er geen trein nemen door ontbrekende assistentie en ongeschikte treinen (bv. Desiro-stellen), waardoor ze naar Boom (niet-toegankelijk) moeten reizen voor hulp. De NMBS erkent 116 toegankelijke stations (2024, doel: 176 tegen 2032) en investeert in infrastructuur en aangepast materieel, maar procedures en budgetbeperkingen vertragen erkenning en dienstverlening. Troosters dringt aan op pragmatische oplossingen voor Niel en kritiseert uitgestelde doelstellingen (154 stations pas in 2027 i.p.v. 2024). Crucke belooft versnelling via stroomlijning, betere samenwerking en prioritering, maar benadrukt realistische planning binnen budgettaire en technische grenzen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, deze vraag gaat over het gebruik van een rolstoel in NMBS-stations naar aanleiding van een spijtig voorval in het station van Niel., maar het probleem reikt verder dan Niel. Een station als Niel is toegankelijk gemaakt, maar een rolstoelgebruiker kan er de trein niet nemen omdat er geen aangepaste treinen passeren, zoals de Desirotreinstellen. Die rolstoelgebruiker moet zich verplaatsen naar het station van Boom, vijf kilometer verder, maar aangezien het station van Boom niet rolstoeltoegankelijk is, dient assistentie vanuit Antwerpen te komen om hulp te bieden. Het is bijna kafkaiaans.
Alles draait rond het feit dat het station van Niel blijkbaar nog niet officieel erkend is als rolstoeltoegankelijk.
Mijn vragen zijn daarom van technische aard. Het is een vreemde situatie die verband houdt met de erkenningsprocedure. Ik verwijs voor de vragen naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Het station van Niel is een rolstoeltoegankelijk station, met aangepaste/verhoogde perrons. Op zich goed nieuws ware het niet dat rolstoelgebruikers geen trein kunnen reserveren vanuit het station van Niel. Ze worden verplicht de trein elders te nemen, in dit geval in het station van Boom, waardoor een rolstoelgebruiker een gevaarlijke weg van 5 km dient af te leggen om dat station te bereiken. Het betreft hier een problematiek die zich niet enkel tot het station van Niel beperkt.
Opmerkelijk, het station van Boom is zelf niet aangepast aan rolstoelgebruikers zodat assistentie vanuit Antwerpen moet komen om de rolstoelgebruikers te helpen.
De NMBS beweert actief bezig te zijn met het screenen van haar stations inzake toegankelijkheid.
Wat is de actuele stand van zaken m.b.t. het screenen van de stations inzake toegankelijkheid door de NMBS? Hoeveel haltes van de NMBS verkeren in het geval zoals in Niel, waarbij rolstoeltoegankelijke stations en perrons nog niet officieel erkend zijn? Wat is de bestaande procedure voor die erkenning? Door wie of welke instantie gebeurt die erkenning, welke stappen moeten doorlopen worden, aan welke voorwaarden moet er voldaan worden en wat is de gemiddelde duur van zo'n erkenningsprocedure? Welke maatregelen zullen er genomen worden om dit hele proces bij te sturen en te vermijden dat haltes rolstoeltoegankelijk zijn maar wegens het uitblijven van een officiële erkenning niet overeenkomstig bediend worden?
Hoeveel rolstoeltoegankelijke haltes van de NMBS werden er in 2024 officieel erkend met daarbij aansluitend ook de voorziening in een daarop aangepaste dienstverlening?
Welke concrete maatregelen zullen er genomen worden om de rolstoelgebruikers in het station van Niel op korte termijn zelfstandig de trein in Niel te kunnen laten nemen? Op welke termijn zal dit het geval zijn?
Overweegt de minister om de reeds afgezwakte doelstellingen inzake het voorzien in autonoom toegankelijke stations die in de beheersovereenkomst met de NMBS werden opgenomen aan te scherpen? Zo ja, op welke wijze zal dit gebeuren en tegen welke termijn? Zo neen, waarom niet?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, het station van Niel is inderdaad uitgerust met verhoogde perrons, maar er wordt momenteel nog geen assistentie aangeboden. De grootste uitdagingen voor het aanbieden van assistentie aan rolstoelgebruikers zijn de toegang tot de perrons en, nog belangrijker, de toegang tot de trein. Afhankelijk van het type trein en materieel zijn opstaphulpmiddelen aan boord aanwezig of zijn er opstaphulpmiddelen nodig op het perron.
De NMBS onderzoekt of tijdelijke oplossingen mogelijk zijn om voor bepaalde treinen toch assistentie aan te bieden.
Intussen blijft, zoals u zegt, Boom het dichtstbijzijnde station waar assistentie gegarandeerd wordt. Daar kunnen reizigers zeven dagen per week, van de eerste tot de laatste trein, assistentie aanvragen, mits een reservatie 24 uur op voorhand.
Eind 2024 telde België 116 volledig toegankelijke stations, een stijging met 13 tegenover het jaar voordien. Het doel is om het aantal tegen 2032 te verhogen tot 176 stations, bijna een verdubbeling, in nauwe samenwerking met Infrabel. Met die 176 stations zal bijna 70 % van de reizigers worden bereikt.
In 2024 alleen al investeerde de NMBS 209 miljoen euro in stationsinfrastructuur, met bijzondere aandacht voor de toegankelijkheid van de onthaalfunctie.
Parallel daaraan worden ook de treinen zelf vernieuwd. De NMBS heeft 130 autonoom toegankelijke dubbeldeksrijtuigen besteld, waarvan de eerste exemplaren al geleverd zijn. Daarnaast worden de bestaande treinen tijdens revisies aangepast met multifunctionele ruimtes, automatische deuren, aangepaste toiletten en visuele en auditieve informatiesystemen.
Vandaag worden jaarlijks meer dan 53.000 assistentieaanvragen verwerkt in het binnenlands verkeer. Dat toont niet alleen de omvang van de vraag, maar ook het engagement van de medewerkers die die dienstverlening mogelijk maken.
Het openbaredienstcontract voorziet in een ambitieus groeipad, gekoppeld aan een meerjareninvesteringsplan 2023-2032. De prioriteit ligt bij stations met het grootste reizigerspotentieel, strategische knooppunten en regio’s waar verbeteringen de grootste impact hebben.
Het is belangrijk om dat stapsgewijs te verwezenlijken in een realistisch tempo, met respect voor het budget, de technische haalbaarheid en de veiligheid. Ik acht het momenteel noodzakelijk om prioriteit te geven aan een snellere uitvoering waar mogelijk. Dat is precies wat de NMBS en Infrabel vandaag doen: het proces stroomlijnen, de erkenningscriteria verduidelijken en nauwer samenwerken met lokale overheden om drempels sneller weg te werken.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Zoals ik al heb gezegd, gaat het om een kafkaiaanse toestand. Een station is rolstoeltoegankelijk, de perrons zijn verhoogd, maar omdat het type treinstellen niet geschikt is of het personeel onvoldoende is opgeleid om iemand te helpen, moet de betrokkene soms door weer en wind vijf kilometer verder reizen naar een station waar men wel assistentie laat komen om te helpen.
Ik wil erop aandringen dat men pragmatischer te werk gaat en ervoor zorgt dat de betrokkene voortaan gewoon in Niel geholpen kan worden. Ik heb begrip voor het feit dat men een bepaalde lijst systematisch wil afwerken en dat men start met de grootste stations of de stations met de meeste reizigers. In dit geval echter weet men dat men iemand concreet kan helpen, en daarom zou ik daarop uitdrukkelijk willen aandringen.
Voor de rest betreur ik de situatie. Ik herhaal dat die u niet kan worden verweten. Er worden stappen gezet om stations integraal toegankelijk te maken, maar ik blijf het betreuren.
De ambitie die uw voorganger tijdens de vorige legislatuur heeft uitgesproken, hield in dat het aantal toegankelijke stations zou verdubbelen, zodat er 154 toegankelijke stations zouden zijn eind 2024. Uw voorganger had daarvoor bepaalde budgetten beloofd, maar die bleken niet beschikbaar. Uiteindelijk moest een herschikking van projecten worden doorgevoerd. Dat is gebeurd op de kap van personen met een toegankelijkheidsbeperking. De ambitie is vervolgens verschoven naar 176 stations tegen 2032. De doelstelling van 154 stations waarvan sprake was, wordt pas in 2027 gehaald. Die mensen wachten al lang.
Ik hoop oprecht dat er bij de midterm review kan worden bijgestuurd en dat er meer vooruitgang kan worden geboekt. Het blijft uiteraard gekoppeld aan financiële middelen. Ik weet dat de situatie niet eenvoudig is. Laten we alvast beginnen met het station van Niel, om de betrokkene te helpen.
Voorzitter:
Mevrouw Van Hoof is niet aanwezig. De vragen nrs. 56009679C en 56009680C van de heer Seuntjens zijn omgezet in een schriftelijke vraag. Vraag nr. 56009687C van mevrouw Schlitz is verwezen naar de commissie voor Financiën.
Securail
Het gewelddadige optreden van Securailagenten in het station Brussel-Noord
Gewelddadig optreden van Securailagenten in Belgische stations
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 8 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de problematische werkomstandigheden bij Securail (slechte communicatie, ontevredenheid, racisme- en geweldsincidenten) en de geplande overdracht van bevoegdheid van Mobiliteit naar Binnenlandse Zaken om de veiligheid in stations beter te coördineren. Minister Quintin bevestigt dat onderhandelingen lopen over een gezamenlijke tutelle met collega Crucke (Mobiliteit), maar concrete stappen ontbreken nog, terwijl hij benadrukt dat racisme onaanvaardbaar is en technologische verbeteringen (cameratoegang voor politie) al zijn doorgevoerd. Kritiekpunten zijn het gebrek aan duidelijkheid voor Securail-agenten (onduidelijk statuut, toekomstige integratie) en de vrees voor taakverschuiving naar lokale politiezones, zonder structurele oplossing voor klachtenafhandeling (bv. via Comité P). Thiébaut en Chahid dringen aan op snelle transparantie en een onafhankelijk controleorgaan om vertrouwen te herstellen.
Éric Thiébaut:
Monsieur le ministre, que se passe-t-il chez Securail? Nous avons le droit de nous poser la question à la lecture des résultats de l'enquête sur le bien-être qui a été menée par la CGSP Cheminots et la CSC-Transcom auprès des agents de sécurité. Ainsi, 80 % des 376 agents interrogés disent être insatisfaits de la communication avec la direction. On parle ici d'une mauvaise gestion des plannings, du flou autour des congés, de la suppression des primes et j'en passe.
La gestion des ressources humaines est essentielle dans toutes les entreprises. Encore plus, sans doute, dès lors qu'il s'agit d'une entreprise publique dont les agents doivent œuvrer à la sécurité des voyageurs et du personnel de la SNCB.
Alors que l'accord de gouvernement prévoit à terme de vous remettre la tutelle sur Securail et que vous annoncez plusieurs initiatives afin de renforcer la coordination de la politique de sécurité dans nos gares, j'aimerais vous poser les questions suivantes.
Au regard des révélations que je viens de rappeler, quelles initiatives allez-vous prendre avec votre collègue chargé de la Mobilité pour rencontrer la direction de Securail, mais aussi les travailleurs et les représentants syndicaux face à la situation délétère qui est décrite?
Pouvez-vous faire le point sur l'idée d'intégration de Securail dans le cadre de vos compétences?
Dans votre note de politique générale pour 2025, vous indiquez vouloir mettre en œuvre une meilleure répartition des tâches entre la police locale, la Police des Chemins de Fer et Securail. Où en êtes-vous à cet égard et quelles sont vos intentions pour assurer la sécurité des voyageurs dans et autour des gares, sans provoquer une nouvelle fois un report des tâches vers les zones locales?
Enfin, je prends régulièrement le train et j'ai dès lors souvent l'occasion de discuter avec des agents de Securail. La semaine dernière encore, j'ai été interpellé par des agents qui avaient entendu les rumeurs de modifications et de transfert vers les compétences de l'Intérieur. Ce changement est, selon moi, favorablement accueilli par les agents. Ils se posent néanmoins des questions parce que pour l'instant, au-delà des annonces, ils sont un peu dans le flou. Je pense donc qu'il serait important de communiquer avec eux et de leur faire savoir quelle direction vous prendrez par rapport aux intentions annoncées.
Ridouane Chahid:
Monsieur le ministre, je vous ai interrogé sur les incidents qui se sont produits à la gare du Nord. Le parquet a ouvert une enquête, donc nous n’évoquerons pas le fond ici. La SNCB a fait pareil, tout en regrettant l’incident. L’avocate des deux femmes et le collectif citoyen de soutien aux victimes évoquent un comportement agressif voire des faits de violence aggravés et une attitude raciste de la part des agents de Securail. Je voulais vous interroger à ce sujet sans, évidemment, rentrer dans le fond de l’affaire, et me joindre aux questions de mon collègue quant au statut des agents de Securail. Quel statut auront-ils à l'avenir? Sera-t-il maintenu ou seront-ils intégrés dans un corps différent qui dépendrait alors du SPF Intérieur?
Je voudrais savoir s’il y a, à votre connaissance, une formation spécifique pour ces agents de Securail, sur le comportement qu’ils doivent adopter dans ce type de situations. On parle quand même d’un titre de transport qui n’aurait pas été validé. Cela se termine par un comportement assez difficile. Enfin, en termes de contrôle et de lutte contre ce genre de faits, qu’implique ce transfert? Est-ce votre volonté de rendre le Comité P compétent lorsque des voyageurs déposent une plainte en la matière?
Bernard Quintin:
Messieurs Thiébaut et Chahid, je dois d'abord vous préciser que la tutelle sur le service de sécurité Securail de la SNCB est actuellement exclusivement de la compétence du département de la Mobilité.
Pour répondre à vos questions, je peux vous informer que j'ai pris connaissance de l'enquête d’opinion interne des deux syndicats et de rapports internes liés aux faits mentionnés dans la question du député Chahid. Ces deux informations sont effectivement préoccupantes mais je n’ai pas plus d’informations sur de possibles procédures en cours, tant internes – au niveau hiérarchique – qu'au niveau du parquet, procédures sur lesquelles je ne me prononcerai de toute façon pas.
Plus précisément toutefois, j'espère évidemment que la situation pourra s'améliorer mais il n'est pas prévu que je rencontre la direction de Securail car je n'ai tout simplement, pour le moment, pas de compétence ni de tutelle en la matière.
Pour les autres questions, il est exact que l'accord de gouvernement, dans la perspective de mieux coordonner certains services de sécurité, prévoit de nouvelles compétences pour le ministre de la Sécurité et de l'Intérieur. C'est pourquoi le titre est à présent "ministre de la Sécurité et de l'Intérieur". Au sujet de Securail, j'ai d'ailleurs rencontré une première fois mon collègue le ministre Crucke.
Mon objectif n'est pas de reprendre une compétence supplémentaire par principe mais de pouvoir définir le périmètre de ce qui doit être fait pour augmenter le niveau d'efficacité, de coopération et d'opérationnalité des services de sécurité pour les usagers et le personnel de la SNCB, au travers du travail policier et des agents Securail.
On ne peut cependant rentrer dans les détails du dossier; c'est tout simplement trop tôt. Nous sommes occupés à discuter avec mon collègue Jean-Luc Crucke de la manière dont nous allons opérationnaliser cette cotutelle.
Enfin, pour ce qui concerne votre question sur la coordination des tâches des différents acteurs, la première chose à faire est d'adapter le cadre actuel de l'ensemble des missions de sécurité dans les gares et cela passe par la révision de la circulaire ministérielle du 15 avril 2002. Il faut la simplifier, la moderniser tout en clarifiant les collaborations structurelles entre les services. Ce travail est en cours et soyez certains que le but n'est pas de décharger ou de surcharger l'un ou l'autre mais de faciliter le travail de chacun des intervenants.
Par ailleurs, je peux vous informer que nous avons avancé aussi très concrètement sur deux projets précis: l'installation du mur vidéo au centre d'information et de communication (CIC) de Bruxelles et l'accès en direct aux images des caméras de la SNCB pour les services de police, et donc aussi ceux de la zone de Bruxelles-Midi. Vous aurez vu en effet qu'on a donné accès aux 8 000 caméras de la SNCB aux zones de police locale – et, si je ne me trompe pas, 118 ont une gare sur leur territoire – tandis que la SPC avait déjà cet accès. Ce partage technologique sera donc une aide supplémentaire mise à disposition de la police locale.
C'est une avancée importante pour le travail policier. Cela permettra d'augmenter la surveillance, la réactivité opérationnelle et de faciliter la coopération entre les services de sécurité intervenants sur le réseau ferroviaire (police fédérale, agents SNCB et police locale). Pour le Comité P, ce n'est pas à l'ordre du jour puisque ce n'est pas un service de police à proprement parler.
Pour ce qui est de l'incident à Bruxelles-Nord, au-delà du fait que je ne peux pas me prononcer sur une enquête en cours et que ce n'est pas non plus un service sur lequel j’ai la tutelle, je pense que nous serons tous d'accord ici pour dire que le racisme n'a pas sa place dans notre société, singulièrement pas quand on détient d'une manière ou d'une autre une forme d'autorité publique, qu'elle soit policière ou administrative. C'est un message que je passe évidemment le plus clairement possible à tous les services qui sont sous ma tutelle, mais qui me paraît être une évidence.
Éric Thiébaut:
Merci monsieur le ministre. Vous confirmez votre intention, mais dites qu'il faut encore négocier avec votre collègue pour voir comment vous allez mettre cela en place au niveau du gouvernement Arizona. J'espère que vous reviendrez bientôt avec un schéma plus complet à nous présenter.
Nous parlons ici aussi de la sécurité dans les trains, qui n'est pas optimale. Ce week-end encore, une accompagnatrice de train a été agressée et envoyée à l'hôpital. Il reste du travail. Vos prédécesseurs n'ont pas toujours été dans le bon sens, le ministre Jambon ayant commencé à détricoter la Police des Chemins de Fer, ce qu'a continué la ministre Verlinden.
Je ne voudrais pas que, pour améliorer la sécurité dans les gares et les trains, on soit obligé à nouveau, dans les zones de police concernées, de prendre la main sur la sécurité. Ces responsabilités doivent normalement rester du ressort du fédéral.
Ridouane Chahid:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Je prends acte du fait que des contacts doivent encore avoir lieu. Le ministre Crucke m'avait fait savoir que vous vous étiez rencontrés et qu'il pensait que rien ne changerait et que Securail resterait là où il est actuellement. Nous verrons ce qu'il en sera, tout pouvant évidemment changer.
Nous avons parlé du Comité P, qui n'est effectivement pas un service de police et n'est pas compétent en la matière. Mais il faudrait réfléchir à un organe indépendant qui puisse gérer ce type de plaintes et avoir un lien direct avec les citoyens concernés par ce genre de faits.
Voorzitter:
De vragen nrs. 56007138C en 56007158C van de heer Cornillie zijn zonder voorwerp. Vraag nr. 56007172C van de heer Vandemaele wordt ingetrokken. La question n° 56007188C de M. Hugues Bayet est reportée.
Problematische pro-Palestijnse betogingen
De pro-Palestijnse betogingen in het station Brussel-Zuid
De veiligheid bij de komende wielerkoersen
De willekeurige arrestaties van Palestijnen
De vaststelling van het OCAD over de steeds grimmigere pro-Palestijnse protesten in ons land
De opgepakte pro-Palestijnse actievoerders
De beteugeling van de betoging van 2 oktober jongstleden
De vreedzame steunbetoging voor de vloot naar Gaza
Het gewelddadige politieoptreden tijdens de Palestinabetoging
Het gewelddadige optreden van de politie tijdens de pro-Palestijnse betoging
Pro-Palestijnse protesten, veiligheid en politieoptreden in België
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken), Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 8 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om escalerend geweld en polarisatie rond pro-Palestijnse protesten in België, met twee tegenstrijdige visies: enerzijds klachten over agressie, antisemitisme en verheerlijking van Hamas (o.a. grafschennis, geweld tegen politici, bedreigingen bij wielerwedstrijden), anderzijds beschuldigingen van disproportioneel politiegeweld, etnisch profileren en onderdrukking van vreedzaam protest (o.a. arrestaties zonder duidelijke grond, geweld tegen journalisten, zelfmoord van een Palestijnse asielzoeker in detentie). De minister benadrukt wettelijk kader, proportioneel ingrijpen en interne evaluaties, maar critici (o.a. Amnesty, Comité P) wijzen op systematische overtredingen, gebrek aan transparantie en een patroon van repressie tegen Palestijnse activisten. Vrijheid van meningsuiting versus openbare orde blijft de kernspanning, met geen concrete oplossingen voor de onderliggende polarisatie.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, volgens het OCAD worden de pro-Palestijnse protesten in ons land grimmiger. Iedereen met ogen in zijn hoofd had dat natuurlijk al lang gezien en soms ook meegemaakt. Het OCAD zei dat na de schandalige ontering van het graf van voormalig MR-boegbeeld Jean Gol, eigenlijk Jean Goldstein. Hij had zijn naam aangepast, omdat hij toen helaas al wist waarom dat nodig was, maar zelfs dat was blijkbaar niet meer voldoende om te voorkomen dat zijn graf werd onteerd. Hij was dus een Joodse man.
Vervolgens waren er ook gewelddadige protesten tegen MR-politici – u zult dat vast hebben gevolgd, mijnheer de minister – waarbij honderden pro-Palestijnse activisten betrokken waren, nota bene bij de gebouwen van de universiteit van Luik. Daarbij werden partijleden en -medewerkers belaagd en raakten twaalf politieagenten gewond, van wie vijf naar de spoed moesten.
Op zondagavond 24 augustus vond er een zoveelste Palestina-betoging plaats in Brussel. Daar werd een man neergestoken. Dat zou gaan om een inter-Palestijns conflict over de rol van Hamas. Ik verneem – ik weet niet of dat klopt, maar u mag het me zeggen als u het weet – dat een Hamas-aanhanger een demonstrant zou hebben neergestoken omdat hij Hamas had bekritiseerd; een klein stukje Midden-Oosten op ons grondgebied dus.
Er was nog een zogenaamde Palestina-betoging waar moslimtieners opriepen om – ik citeer – “onze martelaars te eren”. Daarbij werden expliciet jihadisten genoemd, onder wie de moorddadige Hamasleider Yahya Sinwar, de architect van de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023. We gaan erop vooruit, mijnheer de minister.
Verder was er de Vuelta, waaraan ook de ploeg Israel - Premier Tech deelnam. Die werd dag na dag ontsierd door levensgevaarlijke taferelen, doordat anti-Israël-demonstranten met Palestijnse vlaggen herhaaldelijk het parcours bestormden. Zeker als voormalig wielrenner maakte mij dat extra woedend.
We stellen nu vast dat dit soort weerzinwekkende terreur – dat is het immers – helaas werkt. Nadat de Israëlische wielerploeg eerst werd gecanceld uit wielerkoersen, heeft de bezieler nu een stap opzijgezet en is Israël uit de naam van de ploeg geschrapt. Dat is de gele Jodenster anno 2025.
Mijnheer de minister, wat is uw reactie op deze tendens en evolutie? Wat onderneemt de regering om tijdens wielerkoersen in ons land de veiligheid van alle renners en hun omkadering te garanderen? Ik vraag dit nadat de bezieler van de Israëlische wielerploeg een stap opzij heeft gezet en nadat Israël uit de naam van de ploeg is geschrapt.
We weten immers dat die anti-Israëlactivisten daar geen genoegen mee zullen nemen. Zij zullen blijven proberen obstakels op te werpen en wellicht levensgevaarlijke taferelen te veroorzaken.
Wat onderneemt u om de veiligheid van onze wielerkoersen en van alle wielrenners te garanderen? Als er één valt, dan valt er immers vaak een hele hoop. Wat onderneemt u om die veiligheid te waarborgen? Wat vindt u van de verheerlijking van moorddadige Hamasterroristen zoals Yahya Sinwar door moslimtieners in België? Wat is uw reactie op de bevinding van het OCAD dat de pro-Palestijnse protesten in ons land grimmiger worden? Wat onderneemt u daartegen? Dit gebeurt natuurlijk stap voor stap. Er staat ook nog een vraag over Code Rood en andere radicale groeperingen op de agenda. Deze worden steeds gewelddadiger en agressiever, omdat ze voelen en weten dat ze in dit land met fluwelen handschoentjes worden aangepakt.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, depuis deux ans, chaque soir, des citoyennes et des citoyens se rassemblent à Bruxelles. Depuis de nombreux mois, ils se rassemblent à la Bourse pour exprimer pacifiquement leur solidarité avec le peuple palestinien: ils chantent, ils manifestent et exercent donc un droit fondamental.
Cependant, depuis quelques semaines, les témoignages se multiplient. La police ne se contente plus d'encadrer les manifestants mais semble cibler directement les Palestiniens qui sont présents. Cela résulte en des arrestations, y compris de personnes en ordre de séjour, qui voient leur intégrité menacée et qui risquent même l'enfermement en centre fermé.
Je tiens à citer ici les noms, car derrière chaque arrestation, il y a des humains: Fethi, Enes, Hamouda et Ossam sont quatre militants palestiniens récemment arrêtés à Bruxelles. Ensuite, il y a le drame de Mahmoud. Il avait survécu aux horreurs de Gaza mais s’est donné la mort il y a deux nuits, alors qu'il était enfermé au centre fermé du 127 bis . Il avait demandé à pouvoir sortir pour faire son deuil. Il a écrit et supplié pour sortir mais sans succès. Suite à cela, il a tragiquement mis fin à ses jours. Ce n’est pas la question ici, mais je tiens à souligner qu’il est décédé ici, en Belgique. Ce que la guerre n’avait pas pris, notre système, lui, l’a brisé.
J'en reviens à des considérations très simples, très actuelles et très concrètes. Monsieur le ministre, quelles sont aujourd’hui les instructions données aux forces de l’ordre pour encadrer les rassemblements pacifiques qui ont lieu sur le territoire de la ville de Bruxelles? Comment vous assurez-vous qu'aucune communauté ne soit spécifiquement ciblée en raison de son origine ou de son engagement politique? Quelles garanties concrètes pouvez-vous nous donner pour que les libertés d'expression et de manifestation – qui sont des droits fondamentaux de notre démocratie – soient respectées?
Voorzitter:
Madame Marouane. Je vous donne la parole pour votre deuxième question jointe.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, le 2 octobre, nous avons vu l'inacceptable à Bruxelles. Des citoyennes et des citoyens manifestaient pacifiquement pour la Palestine et alors qu’ils fuyaient effrayés, ils ont été exposés aux gaz lacrymogènes. Ils ont été brutalisés par la police. Ils ont été pourchassés, battus, humiliés.
Amnesty International parle d’un recours illégal et disproportionné à la force. Malheureusement, ce n’est pas un incident isolé. Comme je le dis depuis des mois, ces manifestations de solidarité sont systématiquement entravées, brutalement dispersées, parfois même interdites. C’est devenu une tendance lourde, inquiétante, qui met directement en cause les choix et les ordres donnés à la police.
Quels ordres exacts ont été donnés le 2 octobre? À quelle heure, par qui et avec quels suivis policier et politique? Étiez-vous informé de la décision de disperser la manifestation pacifique de la place du Luxembourg? Comment expliquer que des policiers soient intervenus sans matricule – comme nous le voyons apparemment sur les images – alors qu'il s'agit pourtant d'une obligation légale et d'une garantie minimale de transparence?
Enfin, j'aimerais avoir des explications sur la disproportion de la réponse qui a été donnée. Pourquoi des gaz lacrymogènes, des canons à eau, des matraques contre des manifestants qui fuyaient et qui ne représentaient ou semblaient ne représenter aucune menace?
Greet Daems:
Mijnheer de minister, mijn eerste vraag gaat over vier pro-Palestijnse actievoerders die de voorbije weken in Brussel na vreedzame betogingen werden opgepakt en ondergebracht in gesloten centra.
Volgens de politie en de DVZ ging het om een verstoring van de openbare orde, maar tot op vandaag blijft onduidelijk welke concrete feiten die zware ingreep rechtvaardigen. Een van de actievoerders is Houssam, een Palestijnse asielzoeker wiens asielprocedure loopt. Hij werd in een metrostation opgepakt en in een gesloten centrum geplaatst. Mensenrechtenadvocaten noemen dat ongezien en disproportioneel, aangezien asielzoekers enkel kunnen worden opgesloten na strafbare feiten en een rechterlijke veroordeling. De raadkamer heeft intussen geoordeeld dat de actievoerders moesten worden vrijgelaten wegens een gebrek aan enige bedreiging voor de openbare orde. Zelfs de processen-verbaal van de politie bleken niet in het dossier te zitten. Toch blijft de DVZ bij zijn beslissing en is de DVZ in beroep gegaan.
Ik heb daarover op 1 oktober al vragen gesteld aan de minister voor Asiel en Migratie, maar zij verwees mij voor de politionele zaken naar u door.
Mijnheer de minister, op basis van welke feiten werden Houssam en de andere actievoerders opgepakt? Wie heeft daartoe het bevel gegeven? Wat is de concrete motivering om te spreken van een verstoring van de openbare orde?
Waarom worden mensen wiens asielprocedure loopt opgesloten in een gesloten centrum?
Hoe garandeert u dat het grondrecht op vreedzaam protest niet wordt uitgehold door dat soort ingrepen?
Waarom ging de DVZ in beroep tegen de uitspraak van de raadkamer?
Waarom ontbraken de processen-verbaal in het dossier van de mannen die voor de raadkamer zijn verschenen?
Mijn tweede vraag gaat over het politiegeweld in Brussel tegen Palestijnse actievoerders. Na de betoging van vorige week donderdag in Brussel tegen de Israëlische aanval op de humanitaire flotilla zijn bij het Comité P al tien klachten binnengekomen over het buitensporig geweld door politieagenten. Niet alleen vreedzame betogers werden geconfronteerd met geweld, maar ook leden van de pers, ook al hadden zij zich duidelijk geïdentificeerd. Daar zijn verschillende getuigen van.
De politie spreekt over incidenten en vernielingen door een beperkte groep, maar het is een feit dat ook vreedzame deelnemers en journalisten zwaar werden aangepakt.
Een fotojournaliste van het internationaal onderzoekscollectief OCCRP heeft verklaard dat ze met de wapenstok werd geslagen toen ze vastlegde hoe agenten een vrouw op de grond sloegen. Dat is niet het eerste incident. In januari, tijdens de betoging tegen Jordan Bardella, werden journalisten eveneens geviseerd. Enkele maanden geleden belandde een journalist met perskaart ook een nacht in de cel. Het wordt stilaan een patroon dat bepaalde pelotons van PolBru optreden op een manier die persvrijheid en het recht op betogen ondermijnt.
Wij begrijpen dat ordehandhaving complex is, maar telkens buitensporig geweld vergoelijken met moeilijke omstandigheden ondermijnt de rechten van burgers. Als die incidenten blijven terugkeren, spreken we niet langer over individuele fouten, maar over een beleid dat die incidenten toelaat.
Mijnheer de minister, welke richtlijnen gelden voor het optreden van de politie tegenover journalisten en vreedzame betogers? Hoe garandeert u dat die richtlijnen in Brussel worden gerespecteerd?
Zult u gezien de herhaling van dergelijke incidenten een onafhankelijk onderzoek laten voeren door de AIG naar het optreden van PolBru tegenover de pers en burgers tijdens manifestaties?
Welke maatregelen zult u nemen om te vermijden dat de politie opnieuw zo reageert op vreedzaam protest, of het nu gaat over Palestina, sociale rechten of om het even welke andere zaak?
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, par centaines de milliers, et à plusieurs reprises, les citoyens et les citoyennes de ce pays, en ce compris en famille (grands-parents, parents, enfants), ont exercé un droit constitutionnel important, celui de manifester pacifiquement. Ils l’ont fait pour dénoncer un génocide – ce qu'il y a de plus terrible dans l'histoire de l'humanité –, un génocide en cours, mené par le gouvernement israélien contre la population civile à Gaza. Ils ont tracé une ligne rouge, alors que notre gouvernement n'a pas été capable de faire de même, et n'a pas une réponse suffisante, à mes yeux, face au drame humanitaire en cours.
Jeudi dernier, à nouveau, de nombreux citoyens – 5 000 – sont descendus, de manière tout à fait spontanée, dans les rues de la capitale – mais il y en avait aussi dans d'autres villes du pays –, pour manifester leur soutien à la flottille pour Gaza. Cette flottille a été raillée par certains hommes politiques, dont votre président de parti. Plusieurs Belges y participaient et ont été arrêtés par les autorités israéliennes.
La manifestation a commencé au SPF Affaires étrangères et s'est terminée à la place du Luxembourg pour dénoncer la non-protection par notre pays de la flottille.
Cette manifestation a donné lieu à des images difficilement justifiables. Je me suis demandé si j'étais bien en Belgique. J'ai vu, comme d'autres, des policiers qui gazaient des manifestants en fuite. D'autres étaient littéralement pourchassés dans les rues.
Je pense que toute la transparence doit être faite sur ces événements inacceptables, alors que la réponse de la police doit toujours être proportionnelle. C'est de cette proportionnalité qu'elle tire sa légitimité. Loin de moi l'idée d'accabler la police. Je sais que c'est un métier compliqué, et particulièrement que gérer et encadrer des manifestations s'avère de plus en plus complexe.
Monsieur le ministre, j'aimerais avoir votre avis et connaître les informations en votre possession concernant ces violences en marge des manifestations. Je voudrais également savoir si une enquête interne à la police intégrée a été demandée.
Bernard Quintin:
Mijnheer de voorzitter, ik vang mijn antwoord aan met de vraag van de heer Van Rooy over de verstoring van wielerwedstrijden. Bij een wielerwedstrijd hebben de lokale bestuurlijke overheden en de politiediensten uiteraard contact met de organisatoren. Bij het opstellen van de operationele risicoanalyse worden mogelijke protestacties besproken. Met betrekking tot de Israëlische wielerploeg Premier Tech wordt bijkomend door het NCCN voorzien in verhoogde waakzaamheid door de veiligheidsdiensten en worden gepaste maatregelen voorzien.
Het OCAD verwijst in algemene termen naar de evolutie van de wekelijkse kleinschalige pro-Palestijnse manifestatie in het Brusselse en naar de toenemende polarisatie rond de Palestijnse kwestie. De dramatische situatie in Gaza leidt tot uiteenlopende meningen binnen onze samenleving. De veiligheidsdiensten volgen die evolutie nauwgezet op via monitoring, dreigings- en risicobeoordeling en versterkte samenwerking tussen federale en lokale actoren. Daarnaast wordt ook gewerkt aan sensibilisering en preventie, onder meer via de Strategie T.E.R., om signalen van radicalisering tijdig te detecteren en een gepaste opvolging te voorzien.
Met betrekking tot de steekpartij tijdens de pro-Palestijnse manifestatie, het parket heeft gecommuniceerd dat uit de eerste elementen van het onderzoek blijkt dat de betrokken personen elkaar kenden. Het zou dus om een interpersoonlijke discussie gaan. Het 22-jarige slachtoffer verkeert niet meer in levensgevaar. Een 21-jarige verdachte werd ter beschikking gesteld van het parket.
Het verheerlijken van terrorisme wordt specifiek voorzien in het nieuw Strafwetboek, dat op 8 april 2026 in werking zal treden. Die strafbaarstelling wordt strikt afgebakend, met voorwaarden over omstandigheden en aannemelijkheid van de gevolgen. Het komt de minister van Justitie toe om te antwoorden op de vraag of heel jonge kinderen die op de schouders van volwassenen in het openbaar oproepen tot het verheerlijken van personen die zij martelaars noemen, binnen de definitie valt van strafbare deelneming aan het verheerlijken van terrorisme.
Madame Maouane, je vais répondre à vos questions en deux temps. D’abord, je répondrai en ce qui concerne les questions sur les arrestations arbitraires et ensuite je répondrai aux questions sur les instructions données à la police locale dans le suivi des manifestations.
Contactée par mes soins, la police de Bruxelles-Capitale/Ixelles, PolBru, m’a fait savoir qu’afin d’éviter les incidents, elle est toujours présente de façon plus discrète et n’intervient qu’en cas de commission de faits délictueux, surtout si ceux-ci menacent la sécurité publique ou l’intégrité physique des personnes.
Je tiens à être clair et à le rester. Chaque intervention policière qui serait basée sur l’origine ethnique ou sur l’engagement politique d’une personne est une discrimination strictement interdite par la loi et, comme je l’ai déjà répété quelques fois aujourd'hui, la loi est la loi. De wet is de wet. Bien sûr, les forces de l’ordre sont les premières à devoir respecter la loi dont elles veillent à la bonne mise en œuvre.
Le contrôle de cette interdiction est exercé par les fonctionnaires dirigeants de la police, les organes de contrôle des services de police, le ministère public et, bien sûr, la presse et le public. Plus spécifiquement, les règles en matière de profilage professionnel et d’interdiction du profilage ethnique sont reprises dans la circulaire ministérielle CP5 du 7 juillet 2023, établie par ma prédécesseure.
En outre, le contrôle d’une personne doit répondre aux critères légaux en la matière. En d’autres termes, si le policier ou la policière a des motifs raisonnables de croire, en raison d’indices matériels ou de circonstances de temps et de lieu, que cette personne est recherchée ou qu’elle a tenté de commettre une infraction, qu’elle se prépare à la commettre ou encore qu’elle pourrait troubler l’ordre public ou qu’elle l’a troublé, la police appliquera la loi. Si la personne contrôlée est en séjour illégal, les directives de l'Office des étrangers sont exécutées par la police. Ici aussi, le travail de la police peut faire l’objet de plaintes et de procédures en justice. Les libertés d’expression et de manifestation sont des droits fondamentaux mais elles ne sont pas des droits absolus. L’article 26 de la Constitution accorde aux Belges le droit de s’assembler paisiblement et sans armes en se conformant aux lois qui peuvent régler l’exercice de ce droit, sans néanmoins le soumettre à une autorisation préalable. Il va de soi que les lois de police s’appliquent en tous temps et en tous lieux.
J'en viens maintenant au suivi de la manifestation du 2 octobre dernier. Le 2 octobre – et je prends les informations reçues de PolBru – à 16 h 15, s’est formé à la hauteur du ministère des Affaires étrangères, dit SPF, un rassemblement de soutien à la flottille arraisonnée au large de Gaza. Aucune demande n’avait été introduite. Ni la police ni les autorités n’avaient été averties. Quatre mille personnes étaient rassemblées et la police a pris contact avec les responsables afin de négocier un scénario dans le respect du droit fondamental à la protestation pacifique.
Grâce à une concertation avec nos services de police, celle-ci a pu évoluer vers une action dynamique encadrée.
Un accord fut donc trouvé afin d'organiser une marche vers la place du Luxembourg face au Parlement européen.
Ce cortège s'est déroulé sans le moindre incident, en parfaite collaboration, mis à part un groupe plus radical qui a immédiatement été au contact des policiers au barrage protégeant le Parlement et dont certains membres ont tagué les bâtiments du Parlement, entre autres, de slogans antisémites.
Peu avant 18 h 45, les organisateurs ont appelé à se disloquer. C'est ce que 3 600 personnes environ ont fait dans le calme. Toutefois, un groupe de 200 à 300 personnes a décidé de former un nouveau cortège sans aucune concertation et dont les intentions n'étaient pas connues. Ce groupe a déambulé vers le centre-ville, causant des dégradations tant au domaine public qu'aux biens privés. Il a également bloqué temporairement les tunnels de la petite ceinture, s'en prenant aux automobilistes et aux installations des tunnels.
Une première apparition de la police, jusque-là discrète, a mis fin à ces agissements. Ce groupe a ainsi marché jusqu'à la Bourse, où il a rejoint le rassemblement, non autorisé mais toléré, qui s'y tient quotidiennement, comme vous l'avez souligné vous-même. Ici aussi, des dégradations furent commises le long du parcours.
Entre-temps, 100 à 150 personnes continuaient, sans concertation, à bloquer la place du Luxembourg, perturbant gravement la mobilité, en particulier les transports en commun.
Vers 20h, un groupe s'est reformé à la Bourse, toujours sans concertation, et a rejoint la petite ceinture.
La police a décidé de mettre fin à ce cortège sauvage. Elle a tenté de le stopper, mais cela a eu comme conséquence des jets de projectiles vers la police suivis d'un "jeu du chat et de la souris", si vous me permettez l'expression. À l'aide de patrouilles réactives, la police a fini par disperser ce groupe qui n'avait plus de "pacifique" que le nom.
Il est déjà près de 22h. La police a également demandé au groupe de la place du Luxembourg de libérer la place, ce qui a aussi eu comme conséquence des jets de projectiles. Les manifestants refusèrent de quitter la place et avouèrent l'intention d'y camper. Les jets de projectiles continuaient et les événements mettaient en danger les autres personnes sur ladite place.
Il a alors été décidé de disperser le groupe, et là aussi, il fut fait usage de gaz incapacitants et aussi d'une arroseuse. Ces moyens n'ont été utilisés que lorsque le dialogue n'était plus possible et dans le strict respect du cadre légal. Ces mesures, bien qu'impressionnantes visuellement, j'en conviens, sont prévues par la loi pour rétablir l'ordre public lorsque toutes les autres options ont échoué.
Le calme a été rétabli partout vers 23h.
Quatre personnes ont été arrêtées judiciairement et mises à disposition du procureur du Roi, entre autres pour rébellion armée. Cela démontre également les véritables intentions des groupes en question qui ne peuvent donc, à la lumière des événements que je viens de mentionner, être qualifiés ni de pacifiques ni de respectueux de la loi. Je parle bien des derniers groupes. Au demeurant, je vous rappelle qu'un policier a été blessé.
Mesdames et messieurs les députés, les manœuvres policières tant à Bruxelles qu'à Ixelles ont été approuvées par les autorités administratives compétentes. J'ajouterai que l'évaluation du caractère proportionné de toute intervention policière repose sur plusieurs critères, dont l'analyse de la situation sur le terrain, les risques pour la sécurité publique, le comportement des participants et le respect du cadre légal. A posteriori , une évaluation interne est systématiquement menée après chaque intervention d'envergure. Elle permet d'analyser les actions menées, d'identifier les points d'amélioration éventuels et de garantir que les futures interventions restent toujours proportionnelles, légales et transparentes. Voilà pour les faits.
Quant aux aspects d'ordre juridique, certains d'entre vous m'ont interrogé relativement à des plaintes adressées au Comité P. Je vous rappelle que celui-ci est un organe qui dépend du Parlement. Par conséquent, si vous souhaitez le saisir, cela relève évidemment de vos prérogatives.
S'agissant ensuite de la saisine de l'Inspection générale de la police, sur la base des informations qui m'ont été précisées par la zone PolBru, aucun élément ne me suggère, pour le moment, d'agir en ce sens.
Certains d'entre vous m'ont interrogé quant à la présence de journalistes dans la manifestation et à l'attitude de la police à leur égard. J'ai dit précédemment, et je le répète, que la liberté de la presse constitue un pilier fondamental de notre démocratie. Nos services de police sont pleinement conscients du rôle des journalistes, y compris lors de manifestations. Des directives claires sont en vigueur en ce qui concerne leur traitement par les forces de l'ordre. Elles insistent notamment sur l'identification correcte des journalistes sur le terrain, le respect de leur travail d'information et l'interdiction de toute entrave injustifiée à l'exercice de leur mission, sauf en cas de risque immédiat pour la sécurité. En pratique, ces directives sont rappelées régulièrement aux policiers, notamment en amont des manifestations importantes. De plus, lors des briefings opérationnels, l'attention est portée tout particulièrement sur la présence de journalistes, tandis que des consignes sont données pour garantir leur sécurité et leur liberté de mouvement, dans la mesure du possible et dans le respect des règles de sécurité publique.
En cas d'incident ou de plainte impliquant un journaliste, une procédure d'examen est systématiquement enclenchée. Toute plainte est prise au sérieux, transmise au parquet de Bruxelles, et peut faire l'objet d'un suivi disciplinaire ou judiciaire, si nécessaire.
La police reste engagée à maintenir un dialogue ouvert avec les représentants des médias et à améliorer en permanence nos pratiques, afin de garantir à la fois la sécurité publique et le respect des libertés fondamentales. Il s'agit là d'un sujet de tension permanent, mais aussi d'un sujet de tension au sens politico-légal du terme, bien entendu. La zone de police PolBru s'est déjà mise à table avec des représentants médias des deux côtés du pays afin de baliser au mieux leur présence lors des manifestations, en veillant à assurer leur droit à l'information, leur travail ainsi que leur intégrité physique et la protection de leur matériel face à des personnes et/ou des groupes hostiles.
Sam Van Rooy:
Minister, ik dank u voor uw antwoord.
Het OCAD waarschuwt dat de zogenaamde pro-Palestijnse protesten in ons land grimmiger worden. In de praktijk zien we – ik merk dat ook in Antwerpen – dat ze agressiever worden, dat zij overgaan tot vandalisme en zelfs grafschennis, zoals bij het graf van Jean Gol, alsook tot geweld tegen politici, recent nog tegen politici van uw partij, de MR. Zij doen dat ook omdat zij weten dat zij in dit land niets of hoogstens een fopstrafje riskeren.
Die zogenaamde pro-Palestijnse activisten brengen bovendien wielrenners in levensgevaar. Zij mogen in dit land al bijna twee jaar gewoon oproepen tot dodelijk jihadistisch geweld. Zij mogen op straat moorddadige jihadistische terroristen verheerlijken, zelfs Yahya Sinwar, de architect van de genocidale massaslachting van 7 oktober 2023.
Ondertussen worden de nuttige idioten van de jihad, die meevaren op de illegale Hamas- flotilla , door deze regering toegejuicht en zelfs geholpen. Belgistan doet zijn naam helaas weer alle eer aan.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, je répliquerai aussi en deux temps, si vous le permettez.
Concernant les manifestations et le ciblage des Palestiniens tous les soirs à la Bourse, vous évoquez un encadrement policier qui est conforme aux règles. Pourtant, des témoignages concordants font état d'interpellations ciblées sur des personnes avec un faciès d'origine arabe, des personnes qui sont parfois aussi en ordre de séjour.
Puisque je participe régulièrement à ces manifestations, à ces rassemblements à la Bourse, j'ai moi-même assisté à des interventions qui étaient un peu limites avec des policiers qui n'avaient pas de matricule apparent. Mais une fois que je leur ai fait la remarque, ils l'ont évidemment bien gentiment montré. Ces policiers utilisent la technique de la nasse qui est totalement illégale, pour laquelle l'État belge a été condamné, pour laquelle la Ville de Bruxelles a été condamnée et pour laquelle M. Close a été condamné personnellement.
Pour nous, il est extrêmement important de mesurer ce qui est en train de se passer. Vous avez en effet rappelé que les arrestations qui sont fondées sur l'origine ethnique étaient contraires à la loi. Cependant, au regard des événements récents, des témoignages et de mes propres observations, il semblerait que la base légale du motif "raisonnable" de croire à la commission d'un délit soit bien trop largement interprétée par certains membres des forces de l'ordre. Comme on le voit bien, ces arrestations sont parfois suivies de placements en centre fermé ou en cellule qui mettent en péril des parcours d'intégration, des demandes d'asile voire des vies, puisqu'on a assisté voici deux jours au suicide d'un réfugié palestinien.
S'agissant de la répression du 2 octobre, monsieur le ministre, on a assisté à une espèce de moment de bascule. Vous avez dit que la proportion d'une intervention se mesure à l'analyse de la situation sur le terrain. Alors, force est de constater qu'il y a eu ici une grave disproportion au cours des événements du 2 octobre, la réaction de la police étant totalement disproportionnée.
Vous avez évoqué ce qu'il s’est passé du côté de la place du Luxembourg. Je n’y étais pas, mais vers 20 h, j’étais avec des centaines de personnes aux environs de la Bourse et j’ai vu de mes propres yeux des passants recevoir des coups de matraque, des passants qui parfois n’avaient rien à voir avec la manifestation en cours. À un moment donné, la police anti-émeutes a chargé sans sommation et s’est déchaînée sur une foule de citoyens. Certains participaient à la marche, d’autres pas du tout. Il y avait des femmes, des hommes, des enfants, des personnes âgées, des personnes à mobilité réduite. Ces personnes ont été chargées sans distinction. Il semblerait que cela ait eu lieu en toute impunité. Quand des policiers en civil ou des policiers anti-émeutes insultent, pourchassent et finissent par encercler des manifestants, également sur la place des Martyrs et dans les rues avoisinantes, on se retrouve face à un grave problème de proportionnalité, qui est extrêmement inquiétant et pour lequel je n’ai pas obtenu de réponse satisfaisante, monsieur le ministre. Je poserai la question aussi au responsable de la police locale, M. Close.
Greet Daems:
Mijnheer de minister, u hebt niet geantwoord op mijn eerste vraag, over de vier opgepakte Palestijnse actievoerders die in een gesloten centrum werden geplaatst. Ik weet niet of er iets fout gelopen is? U hebt er niets over gezegd. Ik weet niet of u het vergeten bent.
Bernard Quintin:
Dat hangt af van minister Van Bossuyt. Als er vreemdelingen zijn opgepakt, is ook Dienst Vreemdelingenzaken erbij betrokken.
Greet Daems:
Dat is straf, want mevrouw Van Bossuyt verwijst voor de politionele aspecten naar u door. Ik heb dit vandaag nog al gehoord. Men trekt hiermee de paraplu open. Wij hebben toch het recht om te weten wat er is misgelopen. Wat hebben die mensen misdaan om in een gesloten centrum te worden opgesloten? Daar moet duidelijkheid over komen. De politie en niet de DVZ kiest wie zij op een betoging oppakt en zij valt onder uw bevoegdheid. Het verstoren van de openbare orde als reden blijft heel vaag. Nu ontstaat de indruk dat Palestijnen die hun stem laten horen tegen de genocide het risico lopen opgesloten te worden in gesloten centra. Dat is een directe ondermijning van het grondrecht op vrije meningsuiting en vreedzaam protest. Ik zal de vraag misschien later nog eens stellen om alsnog een antwoord te krijgen.
Wat betreft het politiegeweld in Brussel tegen de Palestijnse actievoerders, hebt u een verloop van de betoging op 2 oktober gegeven op basis van een verslag van PolBru. Daaruit blijkt dat alles correct verlopen zou zijn. Hoe verklaart u echter dat er inmiddels tien klachten zijn ingediend bij het Comité P, waaronder van journalisten die zich identificeerden? Wanneer burgers en leden van de pers met een wapenstok worden geraakt, is er op zijn minst reden om te onderzoeken of de proportionaliteit wel gerespecteerd werd. Ik vind het jammer dat u die intentie niet hebt.
Dat is wat er telkens gebeurt. Men belooft interne evaluaties, maar er verandert eigenlijk niets. Intussen stapelen de klachten zich op en wordt het geweld telkens opnieuw vergoelijkt.
U zegt dat de politie moest ingrijpen omdat er vernielingen waren en er projectielen werden gegooid. Niemand betwist echter dat de politie de openbare orde moet handhaven. De vraag is hoe dat gebeurt. Het probleem is niet dat er werd opgetreden, maar dat ook vreedzame deelnemers en journalisten werden geviseerd. Dat is het probleem, mijnheer de minister.
Christophe Lacroix:
Merci monsieur le ministre pour votre réponse, que j'ai trouvée franchement… très bonne! Je ne viens pas souvent dans cette commission, car je m'occupe plutôt des relations internationales, comme vous il fut un temps, mais je trouve que nous avons un ministre de l'Intérieur qui sait garder son sang-froid et qui prend ses responsabilités. Cela vaut la peine de le dire.
Deuxièmement, face au génocide qui se passe en Palestine, il y a évidemment une émotion qui est vivement ressentie par notre population, en particulier par les jeunes, des étudiants du secondaire, des étudiants universitaires qui se déplacent et qui souvent, parce qu'ils ont le cœur au bord des lèvres, ne sont pas habitués à des organisations cadrées, etc.
Vous avez bien précisé, dans votre réponse, que la police avait négocié, avec celles et ceux qui pouvaient encadrer le mouvement spontané, les conditions pour mener à bien la manifestation de manière pacifique. Et c'est en toute fin de parcours que la situation a dégénéré, comme très souvent. Je suis fils de syndicaliste, j'ai participé dès l'âge de 14-15 ans à de nombreuses manifestations, qui étaient toutes bien coordonnées par la police et les syndicats, et c'était toujours en fin de manifestation que des casseurs qui n'avaient rien à voir avec le mouvement syndical venaient à la fois pour discréditer ce mouvement, mais aussi pour casser du policier.
Cela ne justifie pas les réactions disproportionnées de la police. Ce qui me rassure, c'est que vous avez dit qu'une évaluation interne se faisait a posteriori , que tous les canaux qui sont à disposition des citoyens et des parlementaires pouvaient être actionnés, et que vous resterez vigilant à ce sujet.
Parce que, in fine , ont été décomptées 5 000 personnes selon le PS, et 4 000 selon la police. Ce sont des manifestants pacifiques qui étaient présents à Bruxelles le 2 octobre. Sur ces 4 000 ou 5 000 personnes, 150 ont créé des troubles et on ne dénombre que quatre arrestations, quatre personnes en détention judiciaire. Il est donc malheureux que ces 150 personnes aient minimisé l'impact positif de cette manifestation.
En outre, je pense que, si on calcule la proportion, il doit y avoir de temps en temps des dérapages de la part des policiers comme il y en a de la part des citoyens. Mais vous êtes là pour veiller à ce que les policiers, qui sont parfois lourdement armés et lourdement équipés, n'occasionnent pas des entraves manifestes à la liberté constitutionnelle de manifester pacifiquement. Je vous remercie.
Voorzitter:
Vraag nr. 56007460C van mezelf is omgezet in een schriftelijke vraag.
De vermelding van de voornamen in het Belgische paspoort en de gevolgen voor onze landgenoten
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische paspoorten vermelden slechts twee volledige voornamen + de beginletter van de derde omwille van strenge OACI- en EU-ruimtebeperkingen (leesbaarheid, standaardisatie), wat soms problemen veroorzaakt voor Belgen in het buitenland (bv. administratieve blokkades). Minister Prévot benadrukt dat deze regel sinds 2012 uniform is en zelden klachten oplevert, terwijl afwijken van de OACI-normen onmogelijk is zonder EU-brede aanpassing. Een wijziging staat niet gepland, tenzij het SPF Binnenlandse Zaken (identiteitskaarten) zijn beleid herziet. Cornillie aanvaardt de uitleg maar zal nagaan of de Latijns-Amerikaanse gevallen (oorsprong van de klacht) een uitzondering rechtvaardigen.
Hervé Cornillie:
Monsieur le ministre, le passeport belge officiel, le très beau passeport belge d'ailleurs, mentionne actuellement dans la rubrique prénoms, uniquement les deux premiers prénoms du titulaire, suivi de l'initial du troisième prénom. Cette pratique, bien que conforme aux usages administratifs nationaux, suscite certaines difficultés pour nos compatriotes établis ou en séjour à l'étranger; je pense aux diplomates ou aux expatriés de manière générale.
En effet, dans de nombreux pays, les autorités administratives, les employeurs ou encore les établissements bancaires exigent que les documents d'identité reprennent l'intégralité des prénoms, tels qu'ils apparaissent sur l'acte de naissance ou dans les registres de la population. L'usage d'une simple initiale pour le troisième prénom peut donc générer des incompréhensions voire – il s'agit là de cas avérés – des blocages lors de procédures d'embauche, d'ouverture de compte bancaire ou d'autres démarches officielles.
Dès lors, monsieur le ministre, quelle est la justification de cette règle limitant l'inscription des prénoms à deux suivis d'une initiale? Votre administration est-elle consciente des difficultés rencontrées par certains de nos compatriotes à l'étranger dans ce cadre? Une évolution est-elle envisagée afin de permettre l'inscription de l'ensemble des prénoms dans les passeports belges, à l'instar de ce qui se pratique dans plusieurs autres États membres de l'Union européenne?
Imaginez un instant que vous vous appeliez Maxime Ghislain Marie Antoine Hadrien, de la prévôté d'e-Prévot.
Maxime Prévot:
Le ministre Maxime Patrick Robert Albert Prévot va donc vous répondre, monsieur le député.
Conformément au règlement européen 2252/2004, la Belgique s'est engagée à afficher les données dans le passeport conformément aux spécifications de l'Organisation de l'aviation civile internationale (OACI). Les spécifications de l'OACI définissent l'emplacement et les dimensions de l'endroit où l'identité et d'autres données doivent être inscrites sur le passeport, ainsi qu'une taille minimale des caractères. Une taille minimale des caractères est en outre imposée pour la lisibilité du passeport.
En raison de ces contraintes, l'intégralité des prénoms de nombreux Belges ne peut pas être reprise dans le passeport. Tous les pays sont confrontés à cette limitation d'espace. C'est pourquoi les spécifications de l'OACI permettent de raccourcir le nom et le prénom, tout en conservant les éléments les plus significatifs pour l'identification, à savoir ceux qui permettent de distinguer une personne d'une autre.
En ce qui concerne les prénoms, le SPF Affaires étrangères a suivi l'exemple, peu ou pas contesté à sa connaissance, de l'impression des deux premiers prénoms et de l'initiale du troisième sur les cartes d'identité belges délivrées par le SPF Intérieur. Par ailleurs, l'Intérieur applique déjà cette règle depuis 10 ans, avant même les Affaires étrangères et pour un nombre plus important de documents.
En mentionnant les deux premiers prénoms au complet et l'initiale du troisième, le SPF Affaires étrangères a également pu répondre aux commentaires de citoyens selon lesquels le prénom figurant sur leur passeport s'affichait différemment du prénom figurant sur leur carte d'identité. Le SPF Affaires étrangères est très rarement informé de difficultés rencontrées par des Belges en lien avec la mention des prénoms dans le passeport. Le SPF Affaires étrangères est davantage confronté aux problèmes soulevés par des Belges lorsque le prénom figurant dans leur passeport actuel diffère de celui ou ceux repris dans leurs anciens passeports.
Jusqu'en 2012, les communes, les ambassades et les consulats disposaient d'une certaine latitude pour déterminer la manière dont les prénoms étaient repris dans le passeport, soit uniquement le premier prénom, soit l'ensemble des prénoms en toutes lettres, soit sous la forme d'initiales. De ce fait, les prénoms d'une même personne pouvaient différer d'un passeport à l'autre. Ce problème est aujourd'hui beaucoup moins répandu car la mention uniforme de deux premiers prénoms en toutes lettres et de l'initiale du troisième existe depuis plus de 10 années.
Compte tenu de ce qui précède, le SPF Affaires étrangères n'a pas l'intention de modifier l'affichage des prénoms sur le passeport belge. Toutefois, si le ministre de l'Intérieur devait revoir son approche, une évaluation pourrait être envisagée.
Hervé Cornillie:
Merci, monsieur le ministre, pour cette longue réponse circonstanciée. Je crois que nous devons être plusieurs à avoir découvert pas mal de choses sur le format des passeports. Je note que nous suivons les préceptes de l'OACI, ce qui homogénéise les pratiques entre les pays à une large échelle. Cela a solutionné, ou en tout cas prévenu, une série de problèmes. J'ai bien relevé qu'il y avait une concertation avec l'Intérieur sur les données d'identité, et que cela faisait 10 ans que l'on pratiquait de la sorte sans trop de problèmes. C'est surtout entre les différents passeports que cela a pu se poser. Je reviendrai avec ces éléments de réponse vers les personnes qui m'ont interpellé. De mémoire, je crois que cela concernait l'Amérique latine, mais je voudrais le vérifier pour être certain. Nous verrons si nous reparlerons de ce sujet à l'avenir.
De gevolgen van de pensioenhervorming bij het spoor (1)
De gevolgen van de pensioenhervorming bij het spoor (1)
Impact van pensioenhervorming bij de spoorwegen
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 30 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Farah Jacquet (ex-cheminote) bestookt minister Jan Jambon over de pensioenhervorming voor spoorwegpersoneel, die ze dodelijk, onrechtvaardig en onhaalbaar noemt: zware nacht- en shiftwerk verkort gezonde levensjaren met 10 jaar, terwijl 67-jarige pensioenleeftijd onrealistisch is voor uitputtende jobs—terwijl ex-ministers (bv. Maggie De Block) zelf eerder stoppen. Jambon verdedigt de geleidelijke verhoging van 55 naar 60-65 jaar (in lijn met EU-gemiddelden) en wijst op reeds bestaande praktijk (75% gaat nu al na 60), maar sluit aanpassing of intrekking uit, ondanks 24 stakingsdagen en 29% oversterfte bij spoorwegers. De kernconflict: sociaal onrecht (wie *kan* langer werken?) vs. budgettaire "noodzaak"—syndicale onderhandelingen lopen, maar de reform blijft. Protesten (14/10) aangekondigd.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, je pense que c'est la première fois que je viens dans cette commission. Je suis là spécialement pour vous poser quelques questions sur la réforme des pensions.
Allons-nous célébrer nos départs à la retraite directement au cimetière? J’ai l'impression que c'est ce qui va se passer si votre réforme est adoptée. Vous ne savez pas ce que cela représente de se lever à 2 h du matin ou de commencer à travailler dès 5 h le mardi. Je doute que vous sachiez ce que c’est que de ne pas avoir le loisir de profiter de sa famille. Vous ne connaissez pas non plus les effets sur la santé que cela implique. Voilà la réalité du terrain! Nous avons aujourd'hui la preuve que quand on travaille à horaires irréguliers, quand on travaille de nuit, quand on fait les pauses, on vit 10 ans de moins en bonne santé.
Les cheminots ne veulent pas de votre réforme, ce qui est tout à fait légitime. Ils ne se laisseront faire. Ils se mobiliseront et vous feront reculer. Je serai à leurs côtés, parce qu'avant d'être députée, j'ai été moi aussi cheminote. Je le suis toujours de cœur. Je vais donc continuer à me battre pour eux.
Le réforme que vous proposez est totalement injuste. Vous ne pouvez pas appauvrir des gens de la sorte, alors que les maisons de repos sont déjà impayables à l'heure actuelle. Faire travailler les gens plus longtemps, parfois même jusqu’à la mort, est une réalité récurrente dans le métier du chemin de fer. J’ai connu beaucoup de collègues qui sont partis, malheureusement, avant l’âge légal de leur pension. Ils sont décédés à cause des horaires complètement affolants.
Comment allez-vous faire face à la pénurie de personnel qui existe déjà? Le personnel sera impacté, mais les usagers aussi. Comment ferez-vous rouler les trains quand les travailleurs seront de plus en plus malades à cause de leur travail, et que les offres d’emploi resteront vacantes parce que le métier ne sera tout simplement plus attractif, uniquement à cause de votre réforme?
Nous voulons donc une autre politique, ce qui est vraiment possible. Vous prétendez que nos pensions sont impayables. Je pense que vous vous trompez. Vous parlez d’une fatalité budgétaire, mais c’est un choix que vous faites: celui de ne pas aller chercher l’argent dans la poche de ceux qui ont les moyens – dans la poche des ultra-riches –, celui de dépenser des milliards dans des F-35 et celui de vider les caisses de la sécurité sociale pour gonfler celles des multinationales.
Écoutez donc les gens qui travaillent et font fonctionner notre pays! Écoutez aussi les usagers qui prennent le train et veulent un service de qualité avec du personnel encore capable de faire rouler les trains. Je vous le demande donc: revoyez vos plans et retirez votre réforme.
J'en viens ainsi à mes deux questions principales auxquelles j'aimerais vraiment que vous répondiez. Allez-vous enfin vous asseoir avec les organisations syndicales des cheminots pour entamer des négociations? Allez-vous revoir votre réforme, qui est injuste?
Jan Jambon:
Madame Jacquet, il me semble que l'analyse que vous faites est vraiment trop rapide. J'aimerais profiter de l'occasion pour mettre plusieurs éléments en perspective.
Tout d'abord, la législation actuelle sur les pensions prévoit un âge de départ à la retraite de 55 ans pour le personnel roulant de HR Rail après 30 ans de service roulant. L'accord de coalition prévoit un relèvement progressif de cet âge de départ à la retraite et l'intégration de ce système dans le système général où la retraite anticipée n'est possible qu'à partir de 60 ans après une carrière de 44 ans, de 61 ou 62 ans après une carrière de 43 ans ou de 63 à 65 ans après une carrière de 42 ans ou, et c'est tout à fait nouveau, à partir de 60 ans si l'on a effectivement travaillé pendant 42 ans.
Or, nous constatons que déjà aujourd'hui – ce sont les chiffres de 2024 – la grande majorité, et je parle de 75 % du personnel roulant de HR Rail, prend sa retraite à l'âge de 60 à 65 ans.
Nous pensons qu'il est justifié d'augmenter progressivement l'âge de 55 ans qui figure dans la législation mais semble non pertinent dans les faits. Par ailleurs, dans d'autres pays comme l'Allemagne, l'âge moyen de la retraite du personnel roulant est déjà de 64 ans. Il n'y a pas de règle différente pour le personnel roulant là-bas. Il n'existe pas non plus de système de retraite séparé aux Pays-Bas. Comme les autres salariés néerlandais, ils ont droit à une pension de base à partir de 67 ans. En même temps, le personnel roulant a la possibilité de partir tôt. Aux Pays-Bas, cela signifie à partir de 64 ans. Même en France, le régime de retraite a récemment été réformé. Depuis la dernière réforme des retraites, le personnel roulant sera intégré dans le système général de retraite.
Le dernier rapport sur le vieillissement dans les États membres de l'Union européenne, établi par le Working Group on Ageing, montre que seuls cinq États membres de l'Union européenne, dont la Belgique et la France, prévoient un âge de départ à la retraite différent pour le personnel roulant. Pensez-vous vraiment que la grande majorité des États membres de l'Union européenne ont installé un système de retraite où le personnel roulant doit travailler plus longtemps, et je vous cite, "parfois jusqu'à la mort"?
Si cet âge préférentiel de 55 ans devait continuer d'exister pour le personnel roulant de HR Rail, il deviendrait en plus très difficile de demander à la grande majorité des travailleurs belges un effort supplémentaire pour rendre notre système de retraite financièrement viable.
Bien entendu, tout cela ne diminue en rien l'importance que nous devons accorder aux bonnes conditions de travail.
Surtout à un moment où l'âge de la retraite va augmenter, à l'avenir, les employeurs publics doivent accorder plus d'attention aux possibilités de réorientation professionnelle des travailleurs âgés. Bien sûr, le ministre des Pensions n'est pas compétent pour le travail faisable, mais nous pensons qu'il est plus que jamais important que la politique des ressources humaines se concentre sur le travail faisable, afin que les gens puissent travailler plus longtemps.
Donc, la réponse à votre deuxième question est non, nous ne retirerons pas nos réformes; ce serait faire preuve d'une absence totale de responsabilité. Nous sommes en concertation avec les syndicats des cheminots. Nous ne changerons pas l'accord de gouvernement sur ce point.
Enfin, je puis vous dire que je me lève chaque matin à 5 h 30.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, vous n'allez pas retirer votre réforme. D'accord, mais nous sommes déjà à 24 jours de grève depuis le début de votre législature. Je trouve cela énorme. C'est du jamais vu au niveau des chemins de fer. Si vous êtes d'accord avec cela, c'est bien. Mais vous ne dites pas tout. En effet, selon les chiffres de HR Rail, seules sept personnes ont pris leur retraite à 55 ans en 2023 et huit en 2024. Donc, la grande majorité, soit 95 %, le font à 60 ans et plus, comme une bonne partie des Belges, d'ailleurs. Travailler jusque 67 ans et même jusque 65 ans, ce n'est juste pas tenable. Vous vous levez à 5 h 30, mais cela fait 18 ans que je me lève à 2 h 30, et mes collègues aussi, ou à 3 h ou à 3 h 30, et cela change tout le temps. Vous devez quand même reconnaître ce fait. Ce ne sont pas horaires tenables sur du long terme.
Notre travail use, et les conditions de travail influencent directement notre espérance de vie. Chez les cheminots, le taux de surmortalité atteint 29 %, alors qu'un chef d'entreprise aura un taux de sous-mortalité de 33 %. Travailler jusque 67 ans est injuste car ceux qui ont les métiers les plus durs ne profiteront pas de leur pension. C'est aussi injuste parce que ceux qui nous ont imposé ces 67 ans partent avant. Prenons par exemple Maggie De Block, ou le MR Hervé Jamar, tous deux ministres sous le gouvernement Michel, ce même gouvernement qui nous a imposé de travailler jusque 67 ans. Le font-ils? Non. Maggie De Block prend sa pension à 61 ans. Pourquoi? Parce qu'ainsi elle peut encore profiter de la vie et s'occuper de ses petits-enfants. C'est la justification que ces ex-ministres ont donnée à la presse. Nous aussi, on veut pouvoir s'occuper de nos petits-enfants avant notre mort, et nous vous le ferons encore savoir dans les rues ce 14 octobre.
Voorzitter:
M. Bayet est absent pour poser sa question n° 56007341C.
De bestelling van nieuwe MR30-treinstellen bij het Spaanse CAF
De onzinnige beslissing om te kiezen voor CAF en niet voor Alstom
De onzinnige beslissing om te kiezen voor CAF en niet voor Alstom
Het beroep tegen de bestelling van de MR30-treinen bij CAF
De toewijzing van het contract van de eeuw aan CAF, ten koste van jobs en het internationaal recht
De aanbesteding voor de MR30-treinstellen
De megaorder van de NMBS bij CAF
Controverse rond NMBS-keuze voor Spaanse CAF-treinstellen
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de omstreden toewijzing van een NMBS-opdracht (3,4 miljard euro) voor nieuwe treinstellen (AM30) aan het Spaanse CAF, ondanks juridische twijfels, mensenrechtenbezwaren (betrokkenheid CAF bij illegale Israëlische nederzettingen) en lokale werkgelegenheidsrisico’s (Alstom België). Hoofdpunten: De NMBS verdedigt de keuze als juridisch correct en transparant, maar kritiek blijft op mensenrechtenschendingen, lokale banenverliezen (600 bij Alstom) en het negeren van alternatieven zoals lokale productie. De minister benadrukt de autonomie van de NMBS en wacht op een definitieve Raad van State-uitspraak, terwijl oppositiepartijen eisen dat de beslissing wordt herzien en lokale tewerkstelling wordt gegarandeerd.
Voorzitter:
Mevrouw Gielis, vermits ik een interpellatie heb, wil ik u vragen om mij te vervangen.
Voorzitster: Tine Gielis.
Présidente: Tine Gielis.
Frank Troosters:
Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, het onderwerp van mijn interpellatie is al vaker besproken. De raad van bestuur van de NMBS heeft op 23 juli 2025 het licht op groen gezet om de Spaanse treinconstructeur CAF aan te duiden als voorkeursbieder voor het opstarten van onderhandelingen over de bestelling van nieuwe treinstellen. De waarde van die bestelling zou kunnen oplopen tot circa 3,4 miljard euro.
Die beslissing is opvallend, aangezien de Raad van State in april 2025 besliste dat de onderhandelingen tussen de NMBS en CAF moesten worden opgeschort. Volgens de Raad van State was de NMBS onvoldoende duidelijk over de methode die ze had gebruikt bij de beoordeling van de ontvangen offertes. Het transparantiebeginsel zou geschonden zijn.
Intussen is dat verhaal geëvolueerd. De NMBS zou de beslissing om toch met het Spaanse CAF onderhandelingen op te starten beter hebben onderbouwd, met een nieuwe argumentatie en verschillende criteria. Volgens de NMBS zou dat tegemoetkomen aan de opmerkingen van de Raad van State.
We hebben intussen ook het advies gekregen van de auditeur van de Raad van State. Het is natuurlijk slechts het advies van de auditeur, maar die geeft wel aan dat het beroep dat werd ingesteld tegen de beslissing, verworpen zou mogen worden.
Mijnheer de minister, er is al geruime tijd veel ophef over deze kwestie, zowel in de pers als hier in dit Huis. Daarom wil ik van de gelegenheid gebruikmaken om kort nog eens op een rijtje te zetten wat er precies is gebeurd.
Verschillende klassieke partijen, die al jarenlang in wisselende slagordes het land besturen, hebben jarenlang ondergeïnvesteerd en bespaard op het openbaar vervoer en in het bijzonder het spoor en de NMBS. Men heeft jarenlang – en dat gaat verder terug dan vier jaar – nagelaten vooruit te kijken, te anticiperen en tijdig te investeren in wat essentieel is om succesvol openbaar vervoer aan te bieden, namelijk personeel, infrastructuur en bovenal degelijk rollend materieel. Dat kan zonder meer bestempeld worden als slecht beleid. Als gevolg van dat slecht beleid moet de NMBS het momenteel stellen met een verouderd contingent treinstellen, iets waarin stilaan verandering komt, met de verlate levering van de M7-treinstellen.
Intussen worden de treinreizigers – dat kunnen we alle dagen merken – getrakteerd op een ronduit ondermaatse dienstverlening, een gebrekkige stiptheid en een groot aantal afgeschafte treinen.
In die context moet hoogdringend worden overgegaan tot de aankoop van nieuwe treinstellen. De aankoop van de fameuze AM30-treinstellen valt in die context te plaatsen.
Binnen de organen van de NMBS werd daarvoor een bestektekst opgesteld en goedgekeurd. Er werd eveneens een openbare aanbesteding uitgeschreven waarop verschillende bedrijven hebben ingetekend. Conform de eveneens goedgekeurde scoring werd het Spaanse CAF uiteindelijk als voorkeuronderhandelingspartner aangeduid. Alles verliep dus via de normale weg bij de NMBS, zoals het hoort.
Dat deze toewijzing heel wat verontwaardiging oproept omdat er in eigen land een industriële vestiging is waar kwaliteitsvolle en bovendien goedkopere treinen worden gebouwd, is begrijpelijk vanuit de visie van Vlaams Belang. Eerst onze mensen en dus ook eerst lokale tewerkstelling. De verontwaardiging bij andere politieke fracties, fracties die vertegenwoordigers hebben in de raad van bestuur van de NMBS, waar het volledige proces is gepasseerd, is voor Vlaams Belang veel moeilijker te begrijpen. Lokale politici van partijen die zich in het verleden, wanneer het hen goed uitkwam, beriepen op het onafhankelijk en apolitiek opereren van hun vertegenwoordigers in overheidsbedrijven, schreeuwen nu namelijk plots moord en brand en roepen de NMBS en de raad van bestuur op om haar beslissing te herzien. Zij gaan daarbij voorbij aan de logistieke gevolgen voor de reizigers, de mogelijke juridische gevolgen voor de NMBS en de kosten die dat met zich mee zou kunnen brengen, die dan uiteindelijk bij de reizigers en de belastingbetalers zouden belanden.
Mijnheer de minister, samengevat gaat dit om politieke hypocrisie en onbezonnenheid. Na de kwestie van de Chinese bussen voor De Lijn is het voor Vlaams Belang een enorme schande dat het lokale Alstom over het hoofd wordt gezien. Men zal er maar werknemer zijn die er elke dag zijn brood verdient. Onze mensen worden gewoon in de steek gelaten.
De oorzaak ligt duidelijk bij de klassieke partijen die via hun vertegenwoordigers bij de NMBS deze zaak zo hebben laten escaleren. Indien zij niet hadden liggen slapen, dromen of leuteren tijdens de uitoefening van hun NMBS-mandaat, was dit nooit gebeurd. Met een beetje oplettendheid en inventiviteit had men hier een heel ander verhaal kunnen schrijven. Het feit dat lokale politici nu over elkaar heen rollen om in de pers hun verontwaardiging uit te schreeuwen, is intriest, schaamteloos en van een lamentabel niveau.
Mijnheer de minister, ik heb daarover enkele vragen voor u.
Garandeert u als minister dat de aangepaste argumentatie van de NMBS deze keer juridisch waterdicht is en een eventuele nieuwe toets van de Raad van State effectief zal doorstaan? Er is tot nu toe zeker al een advies in die zin. Wat zullen de gevolgen zijn indien dit niet het geval zou zijn?
Kunt u inhoudelijk duidelijkheid geven over de door de NMBS gehanteerde nieuwe argumentatie en puntentelling? Welke inhoudelijke aanpassingen zijn er gebeurd?
De volgende vraag is nog veel belangrijker wat mij betreft. Wat zullen volgens u de economische gevolgen zijn voor treinbouwer Alstom indien de verdere onderhandelingen van de NMBS met CAF uiteindelijk ook tot de definitieve toewijzing van de bestelling aan CAF zouden leiden?
Op welke wijze zult u als minister de tewerkstelling bij Alstom op lange termijn garanderen? Welke maatregelen zult u hiervoor nemen?
Welke tijdlijn en traject kunt u duiden voor de onderhandelingen die de NMBS met CAF zal opstarten? Welke elementen maken deel uit van die onderhandelingen? Wanneer zal er een definitieve beslissing genomen worden over de toewijzing van de order?
Welke garanties kan de minister bieden dat er bij een eventuele toewijzing van de order aan CAF toch een gedeelte van de order lokaal zal worden geproduceerd?
De voorzitster : Ik neem aan dat de vragen gebundeld beantwoord zullen worden? ( Ja )
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, we hebben al veel gediscussieerd over het contract van de eeuw, waarbij de NMBS gekozen heeft voor CAF, nu opnieuw in de zomer, terwijl heel veel mensen op vakantie waren. Op 23 juli heeft de raad van bestuur van de NMBS bevestigd het contract van de eeuw om nieuwe treinstellen te maken toe te zullen kennen aan het Spaanse CAF, een contract waarvan de prijs kan oplopen tot 3,4 miljard euro.
Voorzitter: Frank Troosters.
Président: Frank Troosters.
Het is een heel omstreden contract. Alstom is dan ook naar de rechtbank gestapt, maar ook ngo's als Vrede vzw en 11.11.11 hebben meegedaan met met die rechtszaak wegens de medeplichtigheid van CAF aan mensenrechtenschendingen.
Daarover gaat mijn eerste vraag. De NMBS is een openbare instelling. Bij openbare aanbestedingen moet rekening gehouden worden met mensenrechtenschendingen en er is uitvoerig bewijs dat dit Spaanse bedrijf, CAF, daar actief bij betrokken is. Het bouwt een tramlijn die Jeruzalem verbindt met de illegale nederzettingen in Palestina.
Het Internationaal Gerechtshof is glashelder: alle landen hebben de juridische verplichting om alle handel en investeringen die actief meewerken aan de illegale nederzettingen in Palestina te verbieden.
Het is voor de ngo’s en voor heel veel mensen dan ook onbegrijpelijk dat in de huidige context van de gebeurtenissen in Gaza een overheidsbedrijf een contract toekent aan een bedrijf waarvan bekend is dat het betrokken is bij mensenrechten–schendingen en illegale nederzettingen. Het gaat om oorlogsmisdaden en mensenrechten–schendingen en wij hebben de plicht er alles aan te doen om ze tegen te houden.
In de eigen gedragscode voor leveranciers van de NMBS staat bovendien dat elke leverancier zich ertoe verbindt de mensenrechten na te leven evenals alle principes en internationale verdragen. De ngo’s hebben een uitgebreide lijst opgesteld waaruit blijkt dat CAF de mensenrechten schendt.
In de lopende rechtszaak wachten we nog op de uitspraak, maar de adviseur heeft al aangegeven dat de NMBS de aanklachten van mensenrechtenschendingen door CAF ernstig moet onderzoeken en mogelijk de beslissing moet herzien.
Mijnheer de minister, bent u daarmee bezig bent of bent u dat van plan? Zult u dat onderzoek grondig voeren en vervolgens opnieuw bespreken in de raad van bestuur?
Het tweede onbegrijpelijke element is dat er een andere keuze bestaat. Die treinen kunnen namelijk ook in België worden geproduceerd. Het is dus niet te begrijpen dat 3,4 miljard euro belastinggeld naar het buitenland zou vloeien, terwijl wij dat bedrag ook in de lokale industrie zouden kunnen investeren. U merkt op dat dat volgens de Europese aanbestedingsregels niet kan, maar er is ter zake wel degelijk een marge die u niet hebt benut.
In andere landen wordt met die regels op een andere manier omgegaan en kan wél rekening worden gehouden met lokale tewerkstelling. Door de beslissing van de NMBS komen honderden jobs bij Alstom op de helling te staan. We stevenen af op een tweede Van Hool-scenario. Tijdens de verkiezingscampagnes hebben veel partijen reclame gemaakt voor het principe 'koop lokaal', maar wanneer voor openbare aanbestedingen puntje bij paaltje komt, houdt ons land daar geen rekening mee.
Hoe kunt u het rechtvaardigen dat een overheidsbedrijf met een belangrijke voorbeeldfunctie in de maatschappij een contract toekent aan een bedrijf dat actief betrokken is bij mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden, terwijl er bovendien een genocide aan de gang is?
Hoe kunt u rechtvaardigen dat u tegelijkertijd honderden lokale banen in België op de helling zet? Wat zegt u tegen de gezinnen van de werknemers bij Alstom die nu een onzekere toekomst tegemoet gaan?
Wat wilt u doen met de volledige lijst van mensenrechtenschendingen door CAF die in de rechtszaak door de ngo’s is aangebracht? Gaat u daarmee aan de slag? Wordt dat onderzocht en binnen welke termijn?
Bent u bereid de wetgeving inzake openbare aanbestedingen aan te passen, zodat daarin duidelijke criteria worden opgenomen inzake respect voor mensenrechten, lokale tewerkstelling en ecologische aspecten?
Voorzitter:
Ik zie mevrouw De Knop momenteel niet, dus geef ik het woord aan mevrouw Cuylaerts.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, de toelichting bij de vraag is daarnet al zeer uitgebreid aan bod gekomen in de uiteenzetting van de commissievoorzitter. Het contract in kwestie heeft de voorbije maanden heel wat stof doen opwaaien. Nu is er een uitspraak, dus hebben wij ook een aantal vragen voor u.
Hoe zal dat dossier verder worden aangepakt?
Wordt er in de onderhandelingen met CAF ingezet op het betrekken van de lokale leverancier en de werkgelegenheid in eigen land? Iedereen heeft er de mond van vol als het gaat over werkgelegenheid in eigen land, maar nu dat niet het geval is, vragen we ons af of dat misschien toch nog op de een of andere manier kan worden geregeld. Zijn er garanties gegeven of kunnen er engagementen worden vastgelegd?
Blijft de geplande levering van de eerste toestellen in 2029 realistisch? De treinreiziger heeft immers het recht om opnieuw centraal te staan. Bestaat er een risico op vertraging, nu er een uitspraak is gevallen?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, ik heb u al vaker ondervraagd over het aankoopdossier, het megaorder, bij CAF. Ik deed dat al in maart van dit jaar, omdat CAF actief blijkt te zijn in de bezette gebieden.
Afgelopen zomer is er enkel bijkomende bewijslast opgedoken. Begin juli stelde VN-rapporteur Albanese, die op dit ogenblik in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen aan het woord is, een rapport voor waarin 45 bedrijven worden genoemd die commercieel garen spinnen bij de oorlog in Gaza. Een ervan is duidelijk CAF. CAF wordt daarin zelfs een essentiële speler in de bezetting van Palestijns gebied genoemd. Die betrokkenheid bestaat volgens het rapport sinds 2019.
Mevrouw Albanese heeft als VN-rapporteur bovendien een brief gestuurd met haar juridische beoordeling aan u en aan minister Prévot. Daarin staat dat de NMBS, om te voldoen aan haar wettelijke verplichtingen onder het internationaal recht, zou moeten overwegen om CAF uit te sluiten van haar openbare aanbestedingsprocedure. Intussen heeft ook de auditeur van de Raad van State de NMBS geadviseerd om vóór de definitieve gunning meer onderzoek te doen naar de activiteiten van CAF in de bezette Palestijnse gebieden. Tot daar het formele.
Tijdens de pleidooien is de advocaat van de NMBS wat mij betreft volledig uit de bocht gegaan. Ik dacht altijd dat we op een respectvolle manier omgaan met het internationaal recht en met internationale instellingen. De advocaat zei daar echter: "Het is niet omdat een vrouw met briefpapier van de VN iets zegt, dat wij daar iets mee kunnen doen." Ik vind dat een schandalige uitspraak. Ik hoop dat onze overheidsbedrijven en regering meer respect hebben voor VN-instellingen, VN-rapporteurs en functionarissen. Mijn eerste vraag is dan ook of u afstand kunt nemen van die bewoordingen.
Gaat u er ook effectief op toezien dat de NMBS bij de definitieve gunning, aangezien dit immers nog maar het voorproces is, meer onderzoek zal doen naar de activiteiten van CAF in de bezette gebieden? Ik twijfel daar eerlijk gezegd aan, want de NMBS heeft al erkend te weten dat CAF daar actief is. Zal er toch nog onderzoek gebeuren, zoals u eerder hebt aangegeven?
Zult u voorstellen om bijvoorbeeld ook de FOD Mobiliteit en de FOD Buitenlandse Zaken te betrekken om een goed advies te verkrijgen? Dat is van belang, omdat nu blijkt dat het akkoord dat de NMBS maar pas met CAF heeft gesloten, al op 1 oktober 2025 in werking treedt. Dat blijkt uit een antwoord op een schriftelijke vraag. We discussiëren hier dus over, zoals u zelf hebt aangehaald, een eerder afgesloten overeenkomst tussen CAF en de NMBS, maar intussen is, in afwachting van het onderzoek, al een raamakkoord met CAF gesloten en beslist om op 1 oktober de samenwerking met CAF te starten. Dat haalt, wat mij betreft, al uw eerdere argumenten onderuit.
Ik zal de rest van mijn betoog voor mijn slotrepliek bewaren.
Voorzitter:
In een actualiteitsdebat kunnen leden die geen vragen hebben ingediend, aansluiten bij ofwel de vragen ofwel de replieken. Vraagt iemand van de leden nog het woord?
Dimitri Legasse:
Contrairement à d'autres, je ne vais pas rappeler tout l'historique de ce dossier, ni refaire l'histoire d'une manière qui me semble parfois retravaillée – tout du moins pour ce que j'en ai compris – en ce qui concerne les éléments de justice qui ont été mentionnés, qu'ils émanent du Conseil d'État ou de l'auditeur.
Néanmoins, j'aimerais, monsieur le ministre, avoir quelques précisions sur des éléments bien spécifiques. La SNCB a mentionné que le recours à des prestataires locaux était présent dans les offres déposées par les trois soumissionnaires. Pouvez-vous nous préciser combien d'emplois locaux nous allons, le cas échéant, perdre, en somme, à cause de ce choix industriel? Il serait intéressant d'avoir une précision, pour autant que vous disposiez d'éléments chiffrés ou indicatifs.
La SNCB a mentionné dans le cadre de la poursuite des discussions avec le soumissionnaire préférentiel, en vue de la décision d'attribution définitive, qu'ils allaient requérir auprès de la société CAF la confirmation que ses activités respectent le droit international et les droits humains. Vous conviendrez avec moi que cet élément est quand même essentiel, et d'autres l'ont mentionné avant moi. Que comptez-vous donc faire si ce n'était pas le cas? Savez-vous comment la SNCB va s'assurer, par exemple, que l'entreprise en question ne poursuit pas ses activités liées à la colonisation israélienne en Cisjordanie?
Et enfin, la non-remise en cause de ce choix est notamment expliquée par le fait de délais courts de livraison des premières rames dès 2029. Avez-vous, à tout le moins, l'assurance avec ce choix industriel que les premières rames seront bien livrées en temps voulu? Comme l'ont dit mes collègues, c'est essentiel puisque notre matériel, le charroi, est obsolète ou quasi.
Tine Gielis:
Mijnheer de voorzitter, ik spreek in naam van mijn cd&v-collega Franky Demon, die schepen is in de stad Brugge. Hij had graag aan dit debat deelgenomen, maar hij kon wegens andere verplichtingen niet aanwezig zijn, mede doordat de mondelinge vragen pas later in een actualiteitsdebat werden samengevoegd. Daarom zal ik proberen om zijn boodschap te vertolken.
Mijnheer de minister, hij vreest voor de lokale impact als het proces voortgaat in de richting die het tot nu toe loopt. Hij vreest voor een sociaal bloedbad, wat hij te allen prijze wil voorkomen.
In dat opzicht vinden we het belangrijk dat er zeker rekening gehouden wordt met de toekomst. De aanbesteding gaat niet alleen over vandaag. Door de opdracht aan te besteden in het buitenland zal ons land zich zeer kwetsbaar opstellen en zich afhankelijk maken van buitenlandse leveranciers. Als we dat kunnen vermijden, moeten we dat zeker doen.
Uiteraard zijn de Europese aanbestedingsregels daarbij belangrijke leidraden. We zien echter dat sommige buurlanden daar een andere draai aan geven om toch aan de lokale productie voorrang te geven. België staat bekend als een land dat de regels strikt naleeft, maar andere landen, bijvoorbeeld Frankrijk, Duitsland en Denemarken, voorzien soms in mogelijkheden om oog te hebben voor de lokale tewerkstelling bij dergelijke strategische aanbestedingen. Zo heeft een Deens overheidsbedrijf een aanbesteding enkel in het Deens uitgeschreven en daaraan taalvereisten gekoppeld, wat de drempel voor buitenlandse bedrijven natuurlijk verhoogt. In se komt het erop neer dat er achterpoortjes worden gezocht om vooral oog te blijven houden voor de lokale tewerkstelling.
Tot slot wil ik even aanhalen dat naast het sociale bloedbad en de lokale impact, die we zeker niet uit het oog mogen verliezen, door onze zuiderburen tussen 2011 en 2021 slechts 1 % van de openbare aanbestedingen aan buitenlandse bedrijven werd toegewezen, terwijl het in België om 10 % gaat. Dat is toch een aanzienlijk verschil. Het is het dubbele van het gemiddelde in heel Europa.
Mijnheer de minister, daarom vraag ik u of er toch enige creativiteit aan de dag gelegd kan worden en dat er andere accenten kunnen worden gelegd, in het bijzonder inzake de lokale impact en de lokale tewerkstelling.
Jean-Luc Crucke:
Chers collègues, comme je l'ai rappelé en réunion de commission du 9 juillet, je suis soucieux de respecter l'autonomie de gestion des entreprises publiques autonomes et la responsabilité des organes de gestion, qui en constitue la contrepartie. La SNCB dispose d'une autonomie juridique et décisionnelle, qui est régie par ses statuts, le contrat de service public et le droit applicable aux entreprises publiques autonomes. Les décisions relatives aux marchés publics, en l'occurrence pour le renouvellement d'une partie de la flotte du matériel roulant, relèvent donc de la compétence exclusive du conseil d'administration de la SNCB.
Le contrat de service public 2023-2032 conclu entre l' État belge et la SNCB en décembre 2022 stipule que 50 % de sa flotte sera renouvelée d'ici 2032, notamment pour répondre à la croissance attendue du nombre de voyageurs, à l'amélioration du confort pour les clients et au remplacement du matériel vieillissant – sensible, comme vous le savez, aux pannes – et ce, par du matériel roulant plus flexible et à moindre consommation énergétique.
De tijdige levering van nieuwe motorrijtuigen is in die context van zeer groot belang. In december 2022 keurde de raad van bestuur de aankoopstrategie, de selectie en de gunningscriteria goed en lanceerde een Europese aanbesteding voor een raamovereenkomst voor de levering van nieuwe treinstellen, met 54.000 zitplaatsen in een eerste bestelling. De treinstellen zullen al het nodige comfort bieden aan de reizigers, met autonome toegankelijkheid voor personen met een beperkte mobiliteit, stiltezones, informatieschermen, connectiviteit en voldoende plaatsen voor fietsen. De bestelling omvat eveneens batterijtreinen, die op termijn de huidige dieseltreinen zullen vervangen op niet-geëlektrificeerde lijnen.
Pour les AM30, tous les candidats, y compris CAF, ont correctement soumis le formulaire DUME requis, et il a été confirmé que pour chacun, aucun des motifs d'exclusion obligatoire ou facultatif ne s'appliquait. En outre, il répondait à tous les critères de sélection imposés. Pour rappel, le DUME est un outil permettant de faciliter la participation aux marchés publics. Il s'agit d'une auto-déclaration d'entreprise concernant les motifs d'exclusion, le statut financier de l'entreprise, ses capacités et compétences. Il est utilisé comme preuve a priori dans tous les marchés publics au-dessus du seuil d'adjudication européen, réduisant ainsi la charge administrative. Le DUME couvre les principales obligations du code de conduite de la SNCB pour les fournisseurs, y compris le respect de tous les droits de l'homme pertinents pour les activités de l'entreprise.
J'ai transmis vos questions à la SNCB, dont voici la réponse. La SNCB a toujours particulièrement veillé à respecter strictement les règles européennes en matière de marchés publics dans le cadre de cet appel d'offres en cours depuis décembre 2022. Cela a été, reste et restera sa ligne directrice. Dans ce contexte, la SNCB a donc respecté toutes les exigences légales requises.
De NMBS kan geen voordelen verlenen aan lokale productie, in welke vorm dan ook, om een inschrijver een betere score toe te kennen die bijvoorbeeld lokale productie, de ontwikkeling van bepaalde kennis of werkgelegenheid zou garanderen. De plaats van productie is geen relevant criterium voor de kwaliteit van de offertes. Een gunningscriterium waarbij wordt gepeild naar de herinvesteringsgraad in de lokale economie, is om dezelfde redenen niet aanvaardbaar.
Après la suspension par le Conseil d'État de sa décision unanime du 28 février de désigner CAF comme soumissionnaire préférentiel, le conseil d'administration a décidé ce 23 juillet 2025 de reconfirmer CAF comme soumissionnaire préférentiel sur la base d'une motivation qui tient compte de l'arrêt du Conseil d'État. Le Conseil d'État a suspendu la décision car la conversion du score pour la valeur technique, conversion d'une évaluation qualitative des moins-values ou plus-values pour chaque candidat en un score chiffré, n'était pas suffisamment transparente. Le Conseil d'État n'avait aucune objection fondamentale sur la méthode d'évaluation utilisée en tant que telle. Pour répondre aux remarques du Conseil d'État en matière de transparence, la SNCB a désormais exposé en détail la méthode d'évaluation. Le classement initial des candidats est explicitement reconfirmé.
Een bijkomend extern juridisch advies en een onafhankelijke externe technische analyse die op suggestie van de raad van bestuur werden ingewonnen, hebben bovendien de evaluatie door het management gevalideerd. De raad van bestuur heeft vastgesteld dat de offertes die door de drie aanbieders werden ingediend, melding maken van een beroep op lokale leveranciers. De raad waardeert dat en heeft de voorkeurspartner uitgenodigd om die piste te concretiseren.
Le conseil d'administration a chargé également le management, dans le cadre de la poursuite des discussions avec le soumissionnaire préférentiel, en vue de la décision d'attribution définitive, de requérir auprès de CAF la confirmation que ses activités respectent le droit international et les droits humains.
Alstom et Siemens ont à nouveau introduit un recours contre la seconde décision du conseil d'administration d'attribuer le marché à CAF. Quatre ONG ont également déposé une requête avant intervention dans le cadre des procédures engagées par Alstom et Siemens.
De NMBS kijkt met afschuw naar de gebeurtenissen in Palestina en leeft diep mee met de lokale burgerbevolking. Het is evenwel niet aan de NMBS om het buitenlandse of andere beleid van België of van Europese bedrijven te bepalen. Er bestaat bijvoorbeeld geen dwingend rechtsinstrument, zoals aangenomen door de Europese Unie voor Russische ondernemingen, dat van toepassing is op Israëlische ondernemingen of op ondernemingen die in Israël of Palestina actief zijn. De NMBS kan niet in de plaats treden van de Belgische of Europese politieke instanties om een dergelijk instrument uit te vaardigen.
De NMBS wijst erop dat deze zaak momenteel hangende is bij de Raad van State en bevestigt haar volle vertrouwen in de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van deze instantie. In zowel de zaken aangespannen door Alstom als die door Siemens heeft de auditeur van de Raad van State geadviseerd om het schorsingsberoep te verwerpen. Wat de tussenkomsten van de vier ngo’s betreft, heeft de auditeur tweemaal geadviseerd om deze onontvankelijk te verklaren. De NMBS wacht nu op de uitspraak van de Raad van State en wenst niet vooruit te lopen op verdere stappen.
La SNCB informe qu'une commande complémentaire de matériel M7 n'est pas une option. La commande de matériel AM30 vise notamment à renforcer la desserte ferroviaire suburbaine. Cela signifie que la SNCB a besoin de rames courtes, accouplables et offrant une forte accélération, d'où le choix en faveur d'automotrices. Il ne constitue pas non plus une alternative pour le remplacement des trains diesel, ce qui risquerait de mettre fin à l'exploitation de certaines lignes ferroviaires.
Pour les questions supplémentaires posées par M. Legasse, je crois l'avoir évoqué pour les recours aux prestataires locaux, je suis incapable de vous définir aujourd'hui quel serait le nombre d'emplois perdus si éventuellement une décision était prise en faveur de CAF par le Conseil d'État au détriment de l'entreprise que vous visez, Alstom, ni le nombre d'emplois qui pourraient être gagnés par le travail avec des entreprises locales. Il y a un engagement qui est demandé par le conseil d'administration à CAF, s'il devait être retenu, je veux rester prudent tant qu'aucune décision n'est prise.
Quant au risque par rapport aux droits internationaux et aux droits humains, là aussi je vous ai dit ce qu'il en était. Si ça ne devait pas être respecté, je ne veux pas anticiper. Face à une situation que vous connaissez comme moi en Palestine et que je déplore au plus profond de mon cœur, j'espère bien que l'entreprise publique, certes autonome, veillera aussi à respecter les droits internationaux et humains.
Enfin, quant au délai de livraison, oui, la date de 2029 est bien retenue comme indispensable au fonctionnement de l'entreprise et des besoins qu'elle a aujourd'hui largement fait connaître.
Voorzitter:
Bedankt, mijnheer de minister. We gaan nu over naar de antwoordenronde.
Is er bezwaar dat ik als lid een korte reactie geef zittend op de voorzittersstoel? (Nee)
Frank Troosters:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
De schade is uiteraard geleden; wat gebeurd is, is gebeurd. Het blijft nu vooruitkijken hoe de zaak zich verder zal ontwikkelen.
De algemene bezorgdheid betreft vooral de lokale tewerkstelling. Er is een engagement om eventueel gedeeltelijk of volledig met lokale arbeidskrachten te werken, maar niets is op dit moment zeker. De toekomst zal moeten uitwijzen wat er mogelijk is. Op dit moment zijn er absoluut geen garanties, en de lokale werknemers van Alstom zijn de slachtoffers van deze situatie. Dit had voorkomen kunnen worden.
Om die reden heb ik een motie ingediend.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoorden, waarvan we een deel al eerder hebben gehoord. Ik had gehoopt dat we in het vervolg van het debat verder konden bouwen op de verschillende argumenten.
Inzake de kwestie van de lokale tewerkstelling, hebt u zelf in de commissie gezegd dat er in de openbare aanbesteding clausules hadden kunnen worden toegevoegd om meer rekening te houden met lokale tewerkstelling, maar dat is niet gebeurd. Een marge in de wetgeving is zodoende niet gebruikt. Als we dat hier nu ter sprake brengen, zegt u opnieuw dat het niet mag volgens de wet. Daarover hebben we toch al gedebatteerd? Er was een marge, maar die is niet gebruikt. Wat antwoordt u daarop?
Ik vind het positief dat de lokale tewerkstelling nu blijkbaar ieders geesten en harten beroert. Het is evenwel ook belangrijk om in te zien dat de de-industrialisatie van het Europese continent en ook van België het gevolg is van het beleid dat de voorbije tientallen jaren is gevoerd door veel partijen die nu krokodillentranen laten vloeien. De liberalisering, waardoor bedrijven overal ter wereld op zoek gaan naar goedkope grondstoffen en goedkope arbeidskrachten, heeft ervoor gezorgd dat veel fabrieken zijn vertrokken. De desastreuze energiepolitiek, met eveneens een liberalisering, en de sancties tegen Rusland, waardoor we nu afhankelijk zijn van duur schaliegas uit de Verenigde Staten, zijn ook een doodsteek geweest voor heel veel bedrijven in België. Veel winsten worden bovendien uitgekeerd aan aandeelhouders in plaats van te investeren in technologie. De technologische vooruitgang in Europa blijft daardoor desastreus achter.
Er is de laatste jaren dus duidelijk een politieke keuze gemaakt door veel partijen die hier vandaag aanwezig zijn. Collega's, het is goed dat u nu uw bekommernis uit over de industrie in België. Ik hoop dan ook dat u zich aansluit bij ons wetsvoorstel om de openbare aanbestedingen te herzien.
Mijnheer de minister, u zegt dat de NMBS autonoom beslist. Dat klopt, maar als de raad van bestuur van de NMBS noch de internationale verdragen, noch de Europese wetgeving, noch zijn eigen gedragscode inzake respect voor de mensenrechten naleeft, dan komt het de bevoegde minister toe om in te grijpen. U kunt toch niet debat na debat blijven herhalen dat de NMBS beslist? U bent de bevoegde minister. Er zijn mensenrechtenschendingen gepleegd. In de gedragscode staat dat de mensenrechten moeten worden nageleefd. U kunt perfect ingrijpen, maar u weigert dat te doen.
Met betrekking tot de kwestie van de mensenrechtenschendingen heb ik u gevraagd wat u hebt gedaan met alle bewijzen van de mensenrechtenschendingen door CAF in de bezette Palestijnse gebieden. U zegt niet op de zaak te willen vooruitlopen en de beslissing van de Raad van State af te wachten.
Ondertussen vindt er wel een genocide plaats Voor de tweede keer zijn er meer dan 110.000 mensen op straat gekomen in Brussel. Zij verwachten van onze regering geen woorden, maar daden. Met veel poeha werd een akkoord afgesloten waardoor er geen producten uit de bezette gebieden meer zullen worden geïmporteerd. Vervolgens gaat men echter over tot de orde van de dag, wat blijkbaar inhoudt dat er miljarden worden gegeven aan een bedrijf dat actief betrokken is bij de illegale bezetting van Palestina. Een groter contrast tussen de woordenpolitiek en de business as usual, die gewoon doorgaat, was niet mogelijk.
Uit een vandaag gepubliceerd rapport van ngo’s blijkt dat de illegale bezettingspolitiek van Israël alleen mogelijk is door de steun van Europese landen en bedrijven. Als regering bent u op die manier medeplichtig aan wat er gebeurt. De mensen willen dat er gehandeld wordt. U kunt perfect ingrijpen. Europa is vandaag de belangrijkste handelspartner van Israël. Het gaat om een politieke beslissing van de raad van bestuur, een politieke beslissing van u als minister. U kunt perfect ingrijpen. De mensen verwachten vandaag daden.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, daarnet werd gezegd dat wij plots wakker geschoten zijn wat betreft de industrie. Ik denk dat mevrouw Eggermont de voorbije jaren enorm geslapen heeft, want als het aan de communisten lag, dan was er hier helemaal geen industrie meer. In de vorige commissievergaderingen heeft de N-VA-fractie al aangegeven te betreuren dat die omvangrijke bestelling niet naar Alstom is gegaan en dat de productie helaas niet in België kan blijven. Het is inderdaad een zeer spijtige zaak voor de werknemers in Brugge en in Charleroi. Iedereen weet dat het een gemiste kans is voor ons land. Daarover zijn we het allemaal eens.
De Raad van State heeft bevestigd dat de procedure juridisch correct is verlopen. Dat kunnen we alleen maar aanvaarden en het heeft dan ook weinig zin om te blijven stilstaan, achteruit te kijken en telkens naar het verleden te verwijzen. We moeten vooruitkijken.
Wat ook steeds naar voren komt, is dat het materiaal vernieuwd moet worden. Dat heeft de commissievoorzitter daarnet nog vermeld. Ik denk dat we daar allemaal achter staan, want het materiaal is sterk verouderd.
Dat noopt ons tot vooruitkijken. Wat telt, is dat de NMBS en de reiziger vooruit kunnen kijken. Dat is dringend, want de huidige treinstellen zijn verouderd. De reizigers hebben recht op modern, comfortabel en betrouwbaar materiaal. Daarom is het van belang dat de nieuwe levering van de AM30-treinstellen niet langer vertraagd wordt.
Mijnheer de minister, we hopen dus dat u er zeker over waakt dat CAF niet alleen de afgesproken timing respecteert, maar ook maximaal inzet op de samenwerking met de lokale leveranciers en toeleveranciers in ons land. Zodoende zorgen we op een of andere manier toch nog voor werkgelegenheid in eigen land en krijgen de reizigers uiteindelijk wat ze verdienen.
Staf Aerts:
Collega's, er wordt een genocide gelivestreamd, en we krijgen vooral beelden uit Gaza te zien, maar ondertussen is het in de nederzettingen niet veel beter. Daar worden nu huizen weggebulldozerd en mensen neergeschoten met als bewuste politiek de nederzettingen uit te breiden en de Palestijnse bevolking op de Westbank te verjagen. Daaraan draagt CAF bij. Het legt treinverbindingen aan tussen Jeruzalem en de bezette gebieden.
Mijnheer de minister, ik wil wel geloven dat u inzit met het lot van de Palestijnse bevolking, maar u verstopt zich daarna achter de NMBS door te zeggen dat de NMBS een autonoom bedrijf is en dat het niet de NMBS toekomt om het beleid van eender welk bedrijf in de wereld te bepalen. Dat klopt, maar de NMBS dient wel haar eigen beleid te bepalen, en dat doet ze ook. Sterker nog, we doen dat samen. U hebt daarmee ook een instrument in handen, want in de code of conduct staat dat leveranciers zich moeten houden aan het internationaal recht en aan de mensenrechten. Daar staat zelfs in dat wanneer de code of conduct in strijd is met nationale regels, men de nationale regels naast zich moet neerleggen.
Ondertussen gaat de NMBS gewoon voort en laat u eigenlijk maar betijen. U zegt zelfs dat er geen sancties zijn. Dat komt echter doordat de politiek niet in gang schiet en de NMBS daar niet bij helpt. Het is gewoon verstoppertje spelen achter verstoppertje spelen, en ondertussen gaat de nederzettingenpolitiek daar gewoon door.
We hebben instrumenten in handen, ook nog in deze fase van de procedure, om het niet te laten doorgaan. Ik vind het heel erg pijnlijk dat, terwijl we hier al zoveel debatten over die miljardeninvestering gevoerd hebben, de NMBS ondertussen onder de radar een nieuwe overeenkomst afsluit, die op 1 oktober ingaat, waarin de code of conduct als ondertekend beschouwd wordt, waarmee alles in orde is. De NMBS zegt dus dat de activiteiten van CAF niet strijdig zijn met het internationaal recht of niet strijdig met de mensenrechten. Dat laat u als minister over u heen gaan. Dat vind ik niet kunnen. In die code staat immers zeer duidelijk dat het de NMBS en ons toekomt om op te treden.
Moties
Motions
Voorzitter:
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Frank Troosters en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellaties van de heer Frank Troosters en van mevrouw Natalie Eggermont en het antwoord van de minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, - overwegende de inhoud van arrest 263.012 van 17 april 2025 van de Raad van State waarin die de beslissing van de NMBS van 28 februari 2025 om een voorkeurbieder aan te wijzen met het oog op de toewijzing van de opdracht tot levering van AM30-treinen schorst; - overwegende het advies van de auditeur van de Raad van State op 2 september jl. om het beroep van Alstom over de toewijzing van het contract van de AM30-treinstellen door de NMBS aan CAF als voorkeurspartner af te wijzen; - overwegende de dringende nood bij de NMBS aan nieuwe, moderne, comfortabele en betrouwbare treinstellen om de treinreizigers een kwalitatieve dienstverlening aan te kunnen bieden; - overwegende de gestelde doelstellingen in het met de federale overheid afgesloten openbaredienstcontract 2023-2032; - overwegende de doelstelling van de federale overheid om meer mensen te bewegen tot het nemen van de trein; - overwegende de ondermaatse stiptheid van de treinen; - overwegende het hoge aantal geheel of gedeeltelijk afgeschafte treinen; - overwegende de mogelijke negatieve gevolgen voor de lokale tewerkstelling bij toewijzing van de opdracht tot levering van AM30-treinen aan het Spaanse CAF; vraagt de regering onmiddellijk de nodige maatregelen te nemen om de industriële belangen van de Belgische vestigingen van treinbouwers te vrijwaren en de nodige stappen te ondernemen om de werkzekerheid van de lokale werknemers daar te verzekeren. " Une première motion de recommandation a été déposée par M. Frank Troosters et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu les interpellations de M. Frank Troosters et de Mme Natalie Eggermont et la réponse du ministre de la Mobilité, du Climat et de la Transition environnementale, - considérant le contenu de l'arrêt 263.012 du Conseil d'État du 17 avril 2025, suspendant la décision de la SNCB du 28 février 2025 consistant à désigner un soumissionnaire préférentiel en vue d'attribuer le marché pour la livraison des trains AM30; - considérant l'avis de l'auditeur du Conseil d'État du 2 septembre dernier prônant le rejet du recours d'Alstom concernant l'attribution par la SNCB du contrat des rames AM30 au constructeur CAF en tant que partenaire préférentiel; - considérant la nécessité urgente pour la SNCB de se doter de nouvelles rames modernes, confortables et fiables afin de pouvoir offrir un service de qualité aux voyageurs; - considérant les objectifs prévus dans le contrat de service public 2023-2032, conclu avec l'autorité fédérale; - considérant l'objectif de l'autorité fédérale d'inciter davantage de personnes à prendre le train; - considérant la ponctualité médiocre des trains; - considérant le nombre élevé de trains intégralement ou partiellement supprimés; - considérant les conséquences négatives potentielles pour l'emploi local de l'attribution du marché de la livraison des trains AM30 à la société espagnole CAF; demande au gouvernement de prendre immédiatement les mesures nécessaires afin de préserver les intérêts industriels des sites belges des constructeurs ferroviaires et de prendre les initiatives nécessaires pour assurer la sécurité de l'emploi des travailleurs locaux de ces sites. " Een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Natalie Eggermont en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellaties van de heer Frank Troosters en van mevrouw Natalie Eggermont en het antwoord van de minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, - gelet op het belang van het 'contract van de eeuw' voor de 600 banen bij Alstom in Brugge en het mogelijke banenverlies als de opdracht niet aan Alstom gegund wordt; - gelet op de noodzaak om ons industriële weefsel te behouden en te versterken; - gelet op het feit dat CAF actief betrokken is bij activiteiten in de Israëlische nederzettingen; - gelet op de oproep van de speciale VN-rapporteur Francesca Albanese om geen zaken te doen met genocideplegers; - gelet op de ecologische noodzaak om lokale productie te verkiezen; vraagt de regering - terug te komen op de beslissing van de raad van bestuur van de NMBS, teneinde voorrang te geven aan de Belgische productie en de lokale werkgelegenheid; - zich ervan te vergewissen dat onze overheidsbedrijven niet medeplichtig worden aan de gruwelijkheden van het Israëlische genocidaire regime; - de regels inzake de overheidsopdrachten te herzien ten gunste van onze industrie en ter bevordering van de eerbiediging van het internationaal recht. " Une deuxième motion de recommandation a été déposée par Mme Natalie Eggermont et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu les interpellations de M. Frank Troosters et de Mme Natalie Eggermont et la réponse du ministre de la Mobilité, du Climat et de la Transition environnementale, - considérant l'importance du "contrat du siècle" pour les 600 emplois d'Alstom à Bruges et les risques de licenciement en cas de non-attribution; - considérant la nécessité de maintenir et de renforcer notre tissu industriel; - considérant la complicité active de CAF dans les colonies israéliennes; - considérant l'appel de la rapporteuse spéciale des Nations Unies Francesca Albanese de ne pas faire affaire avec des génocidaires; - considérant la nécessité écologique de privilégier la production locale; demande au gouvernement: - de revoir le choix du conseil d'administration de la SNCB afin de privilégier la production belge et l'emploi local; - de s'assurer que nos entreprises publiques ne se rendent pas complices des atrocités du régime génocidaire d'Israël; - de revoir les règles relatives aux marchés publics en faveur de notre industrie et du respect du droit international. " Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Julien Matagne en mevrouw Anne Pirson. Une motion pure et simple a été déposée par M. Julien Matagne et Mme Anne Pirson . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
Het gebruik van het Frans aan het loket van de NMBS in Denderleeuw
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Werner Somers (N-VA) wijst op systematische schendingen van de taalwetgeving door NMBS-personeel in eentalig Nederlandstalig Denderleeuw, waar Frans gesproken wordt met anderstaligen, wat de eentaligheid ondermijnt en integratie bemoeilijkt. Minister Crucke (NMBS) stelt dat occasioneel Frans toelaatbaar is uit klantvriendelijkheid en dat de wettelijke eentaligheid niet in het gedrang komt, maar ziet geen actieve informatieplicht over het taalstatuut. Somers betwist deze ruime interpretatie, vreest een glibberige helling naar meertaligheid en eist concrete maatregelen (bv. borden, gericht beleid) om de Nederlandse taalnorm strikt te handhaven en uitholing tegen te gaan. De minister blijft vaag over handhaving, terwijl Somers structurele oplossingen vraagt om de eentaligheid te waarborgen.
Werner Somers:
Mijnheer de voorzitter, de NMBS is als autonoom overheidsbedrijf, op grond van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, volledig onderworpen aan de wetgeving op het gebruik van talen in bestuurszaken.
Denderleeuw is een eentalig Nederlandstalige gemeente zonder faciliteiten voor Franstaligen. Derhalve moet de NMBS zich in Denderleeuw voor haar betrekkingen met particulieren uitsluitend bedienen van het Nederlands. Zoals u weet, staat het Nederlandstalige karakter van Denderleeuw de laatste jaren in toenemende mate onder druk, door de inwijking van onder meer zwarte Afrikanen die het Nederlands niet of nauwelijks machtig zijn. Aan het loket van de NMBS schakelen bedienden dan ook vaak meteen, of na verloop van tijd, noodgedwongen over op het Frans, omdat reizigers die zich aan het loket aanmelden geen of onvoldoende Nederlands begrijpen. Die praktijk is, zoals u wellicht weet, in strijd met de taalwetgeving.
Mijnheer de minister, bent u op de hoogte van dergelijke overtredingen van de taalwetgeving?
Bent u het ermee eens dat Denderleeuw daardoor dreigt te worden gepercipieerd als een tweetalige gemeente of als een gemeente met faciliteiten voor Franstaligen? Bent u het ermee eens dat dit de integratie van anderstaligen in de lokale gemeenschap niet bevordert?
Welke maatregelen zult u nemen om erop toe te zien dat het loketpersoneel van de NMBS in Denderleeuw de taalwetgeving correct naleeft en dus geen Frans spreekt met particulieren?
Ten slotte, op welke wijze zal de aandacht van de reizigers worden gevestigd op het feit dat Denderleeuw een eentalig Nederlandstalige en geen tweetalige gemeente is?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, geachte collega, in antwoord op de gestelde vraag wens ik het volgende te verduidelijken binnen het wettelijke en bevoegdheidskader dat op deze materie van toepassing is. De NMBS is zich bewust van de wettelijke bepalingen inzake taalgebruik in bestuurszaken, waaronder ook de regelgeving die van toepassing is op haar loketpersoneel in stations gelegen in het Nederlandstalige gebied, zoals het station van Denderleeuw.
Conform die bepaling geldt dat het contact met particulieren in een eentalig gebied in principe moet verlopen in de taal van het gebied, in dit geval het Nederlands. De taalwetgeving voorziet evenwel in de mogelijkheid, maar niet in de verplichting, om in mondelinge communicatie te antwoorden in de taal waarvan de particulier zich bedient. Dat betekent dat het personeel uit klantvriendelijkheid en met respect voor de noden van de reiziger de vrijheid heeft om occasioneel in een andere taal te antwoorden, zonder dat dat indruist tegen de geldende regelgeving.
Wat de perceptie betreft dat Denderleeuw daardoor als tweetalig zou worden beschouwd, moet worden benadrukt dat het statuut van de gemeente juridisch en administratief ondubbelzinnig eentalig Nederlandstalig is. Het incidentele gebruik van een andere taal door het loketpersoneel op verzoek van de klant tast dat statuut geenszins aan. De regelgeving voorziet bovendien niet in een verplichting om reizigers actief te informeren over het taalkundige statuut van een gemeente, noch om hen expliciet te wijzen op de eentaligheid ervan.
Vor de controle op de naleving van de taalwetgeving binnen het station van Denderleeuw, wordt het personeel van de NMBS gesensibiliseerd over het correct gebruik van de bestuurstaal, in overeenstemming met de geografische ligging van het station.
Ten slotte wil ik benadrukken dat de toepassing van de taalwetgeving in stations en de omgang met reizigers op een correcte, pragmatische en wettelijk conforme wijze gebeurt, zonder afbreuk te doen aan het taalstatuut van de gemeente of aan de integratie van anderstaligen.
Werner Somers:
Dank u wel voor het antwoord, mijnheer de minister. Het blijft allemaal enigszins vaag, aangezien u verwijst naar de mogelijkheid die de taalwetgeving in bestuurszaken zou voorzien om occasioneel gebruik te maken van een andere taal dan het Nederlands. Ik vraag mij dan af of, als er morgen mensen in het Arabisch, Chinees of Russisch aan het loket komen, het loketpersoneel ook andere dan de officiële landstalen zou mogen gebruiken. Er bestaan bepalingen die toestaan om met mensen uit andere taalgebieden eventueel Frans of Duits te spreken – een van de andere officiële landstalen van België – maar ik denk dat het niet de bedoeling is dat de talrijke Franstaligen die het Nederlands jammer genoeg onvoldoende machtig zijn aan het loket in Denderleeuw – een eentalig Nederlandse gemeente – in het Frans worden aangesproken. Ik werp zeker geen steen naar het personeel, want ik heb begrip voor hun situatie. Wanneer er mensen aan het loket staan die geen jota begrijpen van wat er in het Nederlands wordt gezegd, moeten zij ofwel Oost-Indisch doof blijven en de mensen in de steek laten, ofwel overschakelen op het Frans. Er moet evenwel worden gezocht naar manieren om dat duidelijker te maken. Misschien moet er communicatie aan die loketten worden aangebracht om erop te wijzen dat Denderleeuw niet zomaar een tweetalige gemeente of een gemeente met faciliteiten is. U maakt zich er nogal gemakkelijk van af. U hebt het ook over sensibilisering, maar dat blijft zeer vaag. Daarom wil ik vragen dat er voor gemeenten zoals Denderleeuw, die grote anderstalige gemeenschappen herbergen, een gerichter beleid wordt gevoerd om ervoor te zorgen dat de eentaligheid geen dode letter wordt. Het officieel eentalige karakter van het gebied blijft dan wel bestaan, maar wordt uiteindelijk uitgehold wanneer er massaal Frans wordt gesproken aan de loketten.
De financiering van de aanleg van een tweede spoor op spoorlijn 19
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Infrabel diende in 2023 een CEF-subsidiedossier (€17 miljoen) in voor het tweede spoor op lijn 19 (Balen-Neerpelt), maar dit werd geweigerd door de EU wegens ontbrekende vergunningen en twijfels over de planning. Nederland indiende geen gelijkaardig subsidiedossier voor werken richting Weert. De minister belooft de spoorlijn prioriteit te geven in het herziene investeringsplan 2023-2032, gezien haar strategisch belang voor personen- en goederenvervoer (o.a. IJzeren Rijn). Raskin betuigt steun maar betreurt de vertraging door de EU-afwijzing.
Wouter Raskin:
Mijnheer de minister, in 2026 zal Infrabel beginnen met de aanleg van een tweede spoor op spoorlijn 19 tussen Balen en Neerpelt. De werken worden deels gecofinancierd door Vlaanderen. Door het grensoverschrijdende karakter van die verbinding richting Nederland en verder ook richting Duitsland heeft Infrabel bovendien een subsidiedossier ingediend op Europees niveau.
Wanneer heeft Infrabel haar subsidiedossier ingediend? Kunt u misschien de stand van zaken schetsen? Weet u wanneer er een beslissing mag worden verwacht?
Hebt u een idee van het subsidiebedrag?
Hebt u weet van een eventueel gelijkaardig subsidiedossier dat door Nederland zou zijn ingediend voor werken op hun grondgebied richting Weert?
Ik kijk uit naar uw antwoord.
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Raskin, het project voor de aanleg van een tweede spoor tussen Balen en Neerpelt op lijn 19 is inderdaad het onderwerp geweest van een aanvraag voor Europese cofinanciering in het kader van het CEF-programma. Het dossier werd ingediend door Infrabel tijdens de projectoproep van 2023.
Ondanks de kwaliteit van het ingediende dossier werd het echter niet geselecteerd door de Europese Commissie. De hoofdreden was dat Infrabel nog niet over alle nodige vergunningen beschikte om met de werken te starten. Dat zorgde voor onzekerheid over de naleving van de geplande timing en deed twijfelen aan de rijpheid van het project. Er werd 17 miljoen euro gevraagd.
Na analyse door de administratie blijkt dat Nederland geen subsidiedossier heeft ingediend voor spoorwegwerken op zijn grondgebied in de richting van Weert.
Ik ben momenteel in gesprek met Infrabel over een herziening van het meerjareninvesteringsplan 2023-2032. Ik zal bijzondere aandacht besteden aan de aanleg van twee sporen bij de toewijzing van de beschikbare financiële middelen.
Wouter Raskin:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw concrete antwoord. Het is jammer te moeten vaststellen dat het dossier afgevoerd is op Europees niveau wegens niet voldoende rijp. Toch juich ik uw voornemen toe om in uw gesprekken met Infrabel over het nieuwe meerjareninvesteringsplan de nodige aandacht te hebben voor die spoorlijn. Het is dan ook een strategische spoorlijn, zowel voor onze provincie, voor Limburg, als voor Vlaanderen, als voor dit land, gezien de opportuniteiten op het vlak van personenvervoer en het goederenvervoer in een eventuele latere fase in kader van de IJzeren Rijn, waar u vroeger al op hebt gewezen. Ik kijk uit naar de resultaten.
De laadpunten op de stationsparkings
De stand van zaken m.b.t. het plan om bijkomende laadpalen op de NMBS-parkings te plaatsen
Laadinfrastructuur op NMBS-stationsparkings
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS plant 2.500 laadpalen (5.000 laadpunten) op 420 stations tegen 2027, gefinancierd via een 10-jarig concessiecontract met EnergyVision—zonder directe NMBS-kosten, maar met inkomstenverdeling (details geheim). Tarieven worden marktconform vastgelegd door EnergyVision, met focus op voordelige prijs voor reizigers, maar gratis parkeren voor treingebruikers blijft uitgesloten—de NMBS zet in op fiets en OV als duurzame alternatieven. Troosters betwist dit afschrikbeleid voor autogebruikers met geldig treinticket, maar de minister benadrukt treinkwaliteit en Europese energierichtlijnen (RED II/III) als sleutel voor modal shift.
Voorzitter:
De heer Cornillie is niet aanwezig.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.
De NMBS wil de komende jaren zo'n 5.000 bijkomende laadpunten voorzien op haar stationsparkings. Na een openbare procedure werd EnergyVision aangewezen als partner die voor de uitrol van de nieuwe laadpunten moet instaan.
Volgens de NMBS wil men met dit project het voor de reizigers aantrekkelijker maken om de wagen te combineren met de trein.
Over hoeveel laadpunten gaat het precies?
Welk is de gebudgetteerde kostprijs voor de uitrol van de bijkomende laadpunten?
Welk zijn de tarieven die de gebruiker zal moeten betalen voor het gebruik? Zal deze vergoeding volledig naar de NMBS gaan? Zo neen: naar wie dan nog en op welke verdeelbasis?
Verwijzend naar het door de NMBS aangehaalde doel om de combinatie auto en trein aantrekkelijker te maken: zal de NMBS ook overwegen om haar stationsparkings gratis te maken voor zij die over een geldig vervoerbewijs beschikken?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, de NMBS zet actief in op de vergroening van haar parkeerinfrastructuur. In samenwerking met de firma EnergyVision zal de NMBS tussen september 2025 en 2027 in totaal 2.500 bijkomende laadpalen installeren op de stationparkings. Aangezien de meeste palen twee laadpunten bevatten, gaat het om 5.000 laadpunten. Het is de ambitie om 420 stations met NMBS-parkeerfaciliteiten uit te rusten met die infrastructuur.
En ce qui concerne le coût, le déploiement se fait via un contrat de concession dans lequel EnergyVision est responsable de la livraison, de l'installation, de l'entretien et de l'exploitation des bornes pendant 10 ans. La SNCB ne supporte donc pas directement le coût de l'investissement mais reçoit une compensation dans le cadre de la concession. La SNCB rachètera le solde non amorti après 10 ans.
Wat de tarieven voor gebruikers betreft, werd bij de gunning van de concessie expliciet rekening gehouden met de prijs voor de eindgebruiker. EnergyVision kwam als beste uit de bus op alle criteria, waaronder het voordeligste tarief voor reizigers. De exacte tarieven zijn afhankelijk van de marktomstandigheden en worden door de concessiehouder bepaald binnen de grenzen van de overeenkomst.
La répartition des revenus est contractuellement fixée. Une partie de la compensation va à la SNCB tandis qu'EnergyVision est responsable de l'exploitation. La clé de répartition précise est confidentielle et fait partie du contrat de concession. Étant donné que le projet doit encore être déployé, il est évidemment impossible de savoir combien de personnes l'utiliseront.
Wat de suggestie betreft om gratis parkeren aan te bieden aan reizigers met een geldig vervoerbewijs, hanteert de NMBS momenteel gedifferentieerde parkeertarieven waarbij treinreizigers al kunnen genieten van een voorkeurtarief. De NMBS wil reizigers aanmoedigen om met de fiets of het openbaar vervoer naar het station te komen en zo de modal shift te stimuleren naar duurzame en groene mobiliteit. Er zijn momenteel geen plannen om het parkeren volledig gratis te maken voor reizigers.
De NMBS stelt dat het treinaanbod en de kwaliteit van de dienstverlening de belangrijkste hefbomen zijn om de combinatie van auto en trein aantrekkelijker te maken.
Je veillerai à ce que la directive RED II soit correctement mise en œuvre au bénéfice des entreprises ferroviaires afin de permettre notamment à la SNCB de disposer de moyens supplémentaires pour investir dans des projets d'efficacité énergétique. Par ailleurs, je serai attentif à ce que la directive RED III intègre pleinement le secteur ferroviaire dans son champ d'application afin d'accélérer les investissements dans ce type d'initiatives.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, met betrekking tot het laatste punt blijf ik het jammer vinden dat mensen die met de wagen naar een station komen om daar de trein te nemen en die over een geldig vervoerbewijs beschikken, moeten betalen voor de parking. Wie met de fiets wil en kan komen, zal dat ook wel doen. Voor wie het station te ver is, zou zo kunnen worden aangemoedigd om de wagen op de stationsparking achter te laten en met de trein verder te reizen. Het is jammer dat men bij dat standpunt blijft. Hopelijk komt men tot een ander inzicht.
De aanval op een treinbegeleidster op de trein van Antwerpen naar Hasselt
De agressie tegen een treinbegeleidster
Geweld tegen treinpersoneel op Belgische spoorlijnen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Na een agressieincident door een 18-jarige reiziger op een NMBS-treinbegeleidster—die zich verdedigde met deodorant—benadrukt minister Crucke dat veiligheid prioriteit is, met plannen voor bodycams voor Securail (2024-2025), betere politiezichtbaarheid, alarmcommunicatie en psychologische ondersteuning, maar kritiek blijft op trage uitvoering (bv. ontbrekende alarmknoppen) en personeelstekorten bij Securail/politie. Oppositie (Troosters, Cuylaerts) wijst op herhaalde beloftes zonder concrete actie en pleit voor toegangspoortjes in stations om zwartrijden en conflicten te voorkomen, naast snellere implementatie van bodycams als preventief en bewijsmiddel. De NMBS ziet agressie als maatschappelijk probleem dat samen met Justitie en Veiligheid moet worden aangepakt, met focus op straffere sancties en sensibilisering. Real-time cameratoegang voor politie (vanaf sept. 2025) is een stap, maar directe interventie bij incidenten ontbreekt nog.
Frank Troosters:
Deze vraag wil ik graag toelichten.
Op zondag 3 augustus werd een treinbegeleidster op de trein van Antwerpen naar Hasselt aangevallen door een 18-jarige treinreiziger. De aanleiding tot het incident was een discussie over het mogelijk ontbreken van een geldig vervoerbewijs. Eerst was er wat duw- en trekwerk en uiteindelijk spoot de treinbegeleidster deodorant in de ogen van de treinreiziger om zich te verdedigen, zo heb ik vernomen. Nadat de trein halt hield in het station van Zichem, werd door een ploeg van de lokale politie een proces-verbaal opgesteld. Alle reizigers moesten overstappen op een andere trein, waarna ze, inclusief de 18-jarige, hun reis konden voortzetten.
Hebt u kennisgenomen van de feiten die zich voordeden? Hoe evalueert u de actie van de treinbegeleidster om zich met deodorant te verdedigen? Wijst dat volgens u op een gebrek aan zelfverdedigingsmiddelen bij het operationeel personeel van de NMBS, in het bijzonder bij de treinbegeleiders? Welke maatregelen zult u nemen om de persoonlijke veiligheid van het NMBS-personeel te garanderen? Op welke termijn mogen de eerste acties worden verwacht?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de voorzitter, u hebt de situatie correct geschetst, dus ik ga meteen over naar mijn vragen.
Mijnheer de minister, welke maatregelen neemt u vandaag om ervoor te zorgen dat de treinbegeleiders en het ander NMBS-personeel hun werk in veilige omstandigheden kunnen uitvoeren? Krijgt het NMBS-personeel vandaag opleidingen om met dergelijke conflictsituaties om te gaan? In het verleden werd al gesproken over het gebruik van bodycams voor de treinbegeleiders. Is dat een piste die nu werkelijk door u wordt bekeken? Wat is de stand van zaken daarbij?
Jean-Luc Crucke:
Dank u, geachte collega's.
Zoals u weet, is veiligheid een prioriteit voor mij. De minister van Binnenlandse Zaken, belast met Veiligheid, dient eveneens betrokken te worden bij dat beveiligingsproces. Ik veroordeel in ieder geval ten zeerste elke vorm van agressief gedrag en wil het belang benadrukken van respect voor de werknemers van de NMBS die hun job uitvoeren. De treinbegeleidster werd opgevangen door een NMBS-collega en kreeg medische verzorging.
Zoals eerder aangegeven, werkt de minister eraan om de agenten van Securail van bodycams te voorzien, zodat zij beschermd zijn bij de uitvoering van hun taken. Hoewel in 2024 een lichte daling van het aantal gemelde aanvallen op het spoorwegdomein werd vastgesteld, blijft het verschijnsel uiterst zorgwekkend. Of het nu fysiek of verbaal is, dat geweld heeft een diepe impact op de medewerkers van de NMBS, wat niet alleen hun welzijn, maar ook de algehele werking van het bedrijf beïnvloedt.
De NMBS neemt zelf heel wat maatregelen om dergelijke agressies te vermijden, maar benadrukt dat het een maatschappelijk probleem is dat zij niet alleen kan aanpakken. De NMBS herhaalt bij elk incident haar oproep tot respect, pleit voor strenge straffen en benadrukt het belang van een zichtbare aanwezigheid van de politiediensten in stations en treinen. De veiligheid van het personeel van de NMBS, meer bepaald aan boord van de treinen, is een constante bezorgdheid.
De recente gevallen van agressie zijn onaanvaardbaar. Daarom moet dringend actie worden ondernomen en steun ik de volgende concrete maatregelen: een zichtbaardere aanwezigheid van Securail in de treinen en stations, in het bijzonder op de lijnen die als gevoelig worden geïdentificeerd; gemengde patrouilles met de spoorwegpolitie wanneer dat relevant is; betere alarm- en communicatievoorzieningen voor treinbegeleiders en machinisten om een snelle interventie in geval van een incident te verzekeren; een systematische psychologische en juridische ondersteuning voor medewerkers die het slachtoffer zijn van agressie en een sensibiliseringscampagne om het publiek eraan te herinneren dat elke vorm van geweld tegen het spoorwegpersoneel strafbaar is.
Een werkgroep, geleid door de NMBS in samenwerking met de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, onderzoekt de mogelijkheid om Securailagenten bodycams te laten gebruiken. Dat zal hen beschermen bij de uitvoering van hun taken en tegelijk ook de pendelaars beter beveiligen.
Er werd al een akkoord bereikt tussen de NMBS en de regionale vervoersmaatschappijen om hun aanpak te harmoniseren. Samen met de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken werken we aan een verdere aanpassing van de bodycamwet dit jaar. Sinds september 2025 kunnen alle lokale politiezones gebruikmaken van de camerabeelden van de NMBS. De NMBS beschikt over een uitgebreid netwerk van camera’s in de stations. Dankzij dat akkoord krijgen de federale politie en alle lokale politiezones in real time directe toegang tot die beelden. Dat stelt de verschillende veiligheidsdiensten in staat sneller en efficiënter samen te werken.
Frank Troosters:
Dank u wel, mijnheer de minister.
Het begin van uw antwoord deed mij evenwel huiveren. Ik hoorde precies opnieuw de vorige regering, toen Annelies Verlinden en Georges Gilkinet veiligheid een topprioriteit noemden en agressie ten strengste veroordeelden. Daar bleef het evenwel altijd bij. Diezelfde woorden hoorde ik nu terug.
Concreet hebt u een goed akkoord gesloten om de politie in real time toegang te geven tot de camerabeelden van de NMBS. Zo kan men achteraf misschien sneller iemand terugvinden, maar op het moment zelf kan men uiteraard niet ingrijpen.
Het dossier over de bodycams sleept al heel lang aan.
Verder hoor ik dat Securail maximaal zichtbaar moet zijn. Er zijn vorig jaar netto veertien personeelsleden bijgekomen. Dat is niet de grote massa. Voor een grotere zichtbaarheid van de politie stuiten we eveneens opnieuw op personeelstekorten. Dat benadrukken we al heel lang. Toch zijn dat zaken die gewoon blijven bestaan.
De alarmcommunicatie werd al heel lang beloofd. De alarmknop, aangekondigd door uw voorganger, is er nog altijd niet of toch niet in alle treinstellen. Ik hoop dat het niet bij woorden blijft en dat er daadwerkelijk stappen worden gezet, want ook al zijn de cijfers misschien iets gedaald, er zijn nog steeds te veel agressiegevallen tegen het NMBS-personeel. Ik hoop dus echt dat er vooruitgang wordt geboekt om zowel Securail als de treinbegeleiders een betere bescherming te geven.
Dorien Cuylaerts:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Het incident maakt nog maar eens duidelijk hoe iets banaals, zoals een ongeldig vervoersbewijs, kan ontaarden in een dergelijk incident. Achter elke vraag die hier wordt gesteld, schuilt een persoonlijk verhaal. Elk incident is er één te veel. U hebt een aantal voorbeelden van maatregelen gegeven die al werden genomen en die zijn zeker positief. Elke stap is er één in de goede richting. Ik vind het wel bijzonder jammer dat we vorige week hebben moeten vaststellen dat u geen voorstander bleek te zijn van toegangspoortjes in de stations. Nochtans is dat een maatregel die ervoor kan zorgen dat de kans op zwartrijden, op discussies met treinbegeleiders en op incidenten kan worden vermeden. De toegangspoortjes zorgen ervoor dat de controle al plaatsvindt bij de ingang van het station, niet op het perron en niet op de trein, waardoor agressie, frustraties en angst kunnen worden vermeden. We moeten echt durven nadenken over de veiligheid van het personeel, maar ook die van de reiziger. Verder wil ik benadrukken dat de bodycams van groot belang zijn voor de treinbegeleiders. Zij kunnen een nuttige aanvulling zijn. Het is dus positief dat men daar verder mee aan de slag gaat. De bodycams werken preventief, ze verschaffen achteraf veel duidelijkheid en geven het personeel meer vertrouwen.
Het gebruik van eBox als communicatiekanaal door de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS gebruikt eBox voor boetebrieven, maar reizigers krijgen deze vaak niet omdat hun eBox inactief is of ze geen meldingen ontvangen, waardoor boetes pas bij de deurwaarder bekend worden. Volgens minister Crucke stuurt de NMBS eBox-berichten enkel naar actieve gebruikers (bevestigd door BOSA) en valt de rest terug op post, maar de NMBS evalueert haar communicatie en organiseert op 15 oktober een informatiesessie voor parlementsleden over verbeteringen. Ombudsrail waarschuwde al in haar jaarverslag 2024 voor dit probleem, maar concrete aanpassingen blijven vaag. Troosters aanvaardt het voorstel om het onderwerp tijdens de sessie aan te kaarten.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, vanochtend hoorden we de mensen van Ombudsrail in deze commissie. Er zijn blijkbaar wat problemen met de communicatie van de NMBS via eBox. Ik verwijs verder naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
In haar jaarverslag 2024 waarschuwt Ombudsrail voor het gebruik van eBox als communicatiekanaal voor het versturen van boetebrieven door de NMBS. De klantendienst van de NMBS zou dit kanaal nu ook gebruiken voor de invordering van de vaststelling van onregelmatigheid.
Heel wat reizigers geven aan Ombudsrail aan van nooit op de hoogte te zijn gesteld van hun boete omdat hun eBox niet actief was, ze niet wisten dat hun eBox geactiveerd was of ze geen melding ontvingen van hun nieuwe berichten. Op deze manier werden ze pas op de hoogte gesteld van hun boete als het dossier al bij de gerechtsdeurwaarder was.
Is de NMBS zich bewust van de beschreven problematiek? Zo ja: sinds wanneer is dit het geval?
Heeft de NMBS stappen ondernomen om het onnodig inschakelen van gerechtsdeurwaarders te vermijden? Zo ja: welke? Zo neen: waarom niet? Zal de NMBS alsnog hun beleid en communicatie hieromtrent bijstellen?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, ik heb uw vraag doorgegeven aan de NMBS en die deelde mij mee dat ze alleen herinneringen via eBox verstuurt naar reizigers die over een actieve eBox beschikken. Dat communicatiekanaal wordt alleen gebruikt indien de NMBS van de FOD BOSA de bevestiging ontvangt dat de betrokkene effectief over een actieve eBox beschikt. Indien een reiziger geen actieve eBox heeft, wordt de herinneringsbrief per post verstuurd.
De NMBS heeft mij bevestigd dat ze op de hoogte is van de opmerkingen van Ombudsrail over het gebruik van eBox. De NMBS blijft haar communicatiekanalen evalueren in het kader van een correcte en efficiënte dienstverlening aan alle reizigers. Volgens de website van eBox maken meer dan 800 overheidsdiensten gebruik van eBox om officiële documenten te versturen, waaronder heel wat federale overheidsdiensten, openbare instellingen voor sociale zekerheid en de Kamer van volksvertegenwoordigers.
De communicatie met de reizigers is volgens mij een essentiële problematiek. Daarom heb ik de NMBS gevraagd om over haar communicatiestrategie een specifieke informatiesessie te organiseren, bestemd voor de parlementsleden van de commissie voor Mobiliteit. Die sessie is vastgelegd op 15 oktober in de voormiddag. Ik verzoek u om uw punt aan te halen tijdens die gedachtewisseling. Ik zal bijzondere aandacht blijven besteden aan wat kan worden verbeterd.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik zal dat laatste zeker ter harte nemen.
De protestactie tegen Securail naar aanleiding van een incident met wanbetalers in Brussel-Noord
Het gewelddadige optreden van Securailagenten in het station Brussel-Noord
Het incident met Securail op het perron van Brussel-Noord
Gewelddadig optreden en protesten rond Securail in Brussel-Noord
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een incident op 8 augustus in Brussel-Noord, waarbij Securailagenten geweld gebruikten bij een identiteitscontrole van drie zwartrijders (twee Noorse vrouwen van Congolese afkomst), leidde tot beschuldigingen van racisme, buitensporig geweld en illegale arrestatie, verspreid via sociale media en gesteund door FreeCongo.be. NMBS en parket onderzoeken de zaak—resultaten ontbreken nog—maar de minister benadrukt dat Securailagenten (480 fte) essentieel zijn voor veiligheid (90% tevredenheid, 37.000 interventies/jaar) en dat voorbarige oordelen vermeden moeten worden, terwijl de toekomst van Securail binnen NMBS wordt bevestigd (geen overgang naar Binnenlandse Zaken, wel betere samenwerking met politie). Eisen om excuses en sancties tegen agenten of zwartrijders (o.a. weigering ticketverkoop aan boord) wachten op de uitkomsten, maar bodycams en cameratoezicht (12.000 camera’s, realtime politie-toegang) worden voorgesteld als oplossing voor toekomstige transparantie en veiligheid.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, een ploeg van Securailagenten moest op 8 augustus na een oproep optreden tegen drie zwartrijdens in het station Brussel-Noord. De interventie liep uit de hand. Nadat de agenten in de trein waren uitgescholden, zou het op het perron tijdens de identiteitscontrole tot een handgemeen zijn gekomen, waarna uiteindelijk een agressief persoon geboeid moest worden. Intussen circuleren op sociale media oproepen onder meer vanwege de organisatie FreeCongo.be tot een protestactie aan de gebouwen van de NMBS, waarbij de Securailagenten op een weinig fraaie manier worden afgeschilderd.
Hebt u kennisgenomen van de feiten? Zo ja, kunt u ze beschrijven? Kunt u toelichten op welke wijze er sprake zou zijn van een illegale arrestatie? Kunt u meedelen of aan de eis van de zwartrijders om excuses te krijgen van Securail tegemoetgekomen zal worden? Klopt het dat er buitensporig geweld door de Securailagenten zou zijn gebruikt of klopt het niet?
Ik heb begrepen dat zowel de NMBS als het parket een onderzoek heeft geopend. Wat is de stand van zaken? Zult u erop toezien dat het recht op verdediging van de betrokken Securailagenten in alle facetten wordt gewaarborgd? Wat gebeurde er met de zwartrijders? Kwam er een tussenkomst van de spoorwegpolitie? Welke inbreuken werden opgenomen in het proces-verbaal en welke sancties zullen hun eventueel worden opgelegd?
Ridouane Chahid:
Monsieur le ministre, le parquet de Bruxelles a ouvert une enquête à la suite d'un incident survenu le 8 août en gare de Bruxelles-Nord, au cours duquel des agents de Securail auraient violemment "maîtrisé" des voyageuses qui ne pouvaient présenter de titre de transport valide.
Des images diffusées sur les réseaux sociaux montrent quant à elles deux agents de Securail plaquant violemment au sol une mère et sa sœur, deux femmes norvégiennes d'origine congolaise.
L'avocate de ces deux femmes et le collectif citoyen de soutien aux victimes évoquent des comportements très agressifs, des faits de violences aggravés et une attitude raciste de la part des agents de Securail, avec notamment des propos humiliants et discriminatoires. La SNCB a d'ailleurs déclaré qu'elle regrettait vivement cet incident et a lancé une enquête interne.
Monsieur le ministre, il nous faut évidemment attendre les résultats de cette enquête et ne pas nous prononcer sur le fond. Je vous poserai dès lors des questions globales. La sécurité des usagers et des travailleurs du chemin de fer est une priorité. Que comptez-vous faire face à cette situation? Confirmez-vous que l'accompagnateur de train de la SNCB entre Vilvorde et Bruxelles-Nord a bien refusé de vendre des tickets à bord, alors que l'automate en gare de Vilvorde était en panne? Pouvez-vous également nous indiquer ce qu'il en est de l'avenir de Securail dans la réforme annoncée dans le cadre de votre accord de gouvernement dans laquelle il est question d'un regroupement de toutes les compétences en matière de sécurité, à l'exception du département de la Justice?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, wat is uw reactie op het incident op het perron van Brussel-Noord? Er is sprake van een onderzoek. Is dat intussen al afgerond? Staan de betrokken agenten vandaag nog steeds op non-actief? De NMBS liet weten het incident zeer ernstig te nemen. Kunt u daar al meer duidelijkheid over geven? Wat was de aanleiding? Klopt het dat het incident is ontstaan naar aanleiding van een discussie over een treinticket?
Jean-Luc Crucke:
Op 8 augustus was er een incident in het station Brussel-Noord tussen reizigers en Securailagenten.
Je regrette les événements qui se sont produits et j'en ai fait part à la SNCB en lui demandant de me faire un état de la situation. Je ne dispose pas encore des éléments, puisque l'enquête est en cours.
Immédiatement après les faits, à la demande de la CEO, une enquête interne a été ouverte afin d'établir les circonstances exactes, conformément aux procédures en vigueur. Parallèlement, une enquête judiciaire est en cours.
En attendant l'aboutissement de ces enquêtes, il me semble prématuré de tirer des conclusions quant aux faits ou aux suites à y donner.
Ik herinner eraan dat de 480 Securailagenten op het terrein dagelijks de veiligheid waarborgen van 900.000 reizigers en werknemers van de NMBS, waarbij ze vaak het slachtoffer van agressie zijn. Zij doen dat bovendien tot grote tevredenheid van de reizigers en dragen ertoe bij dat het veiligheidsgevoel in de treinen en in de stations boven de 90 % ligt.
Ils ont un rôle essentiel comme point de contact, que ce soit à bord des trains ou dans les gares, pour les voyageurs, le personnel ou encore en appui aux services de police. Leur action est significative. En 2024, ils ont organisé près de 37 000 interventions et rien que sur les sept premiers mois de 2025, ils en sont déjà à environ 22 000 interventions. Ces agents doivent réussir une formation de plusieurs mois, prévue par la loi, avant d'être assermentés. Ils bénéficient ensuite d'une formation continue afin de maintenir et de renforcer en permanence leurs compétences.
Ze vervullen eveneens een essentiële rol op het vlak van de strijd tegen fraude en de preventie van inbreuken door toe te zien op de naleving van de reglementering. Ze voeren veiligheidstaken uit op de perrons en de treinen. Ze voeren x-stralencontroles uit in de Channel Terminal. De veiligheidsdiensten van de NMBS verzekeren ook het toezicht via 12.000 camera's in de stations en in de treinen en ze beheren zowel de oproepen van de reizigers als die van het personeel naar het Security Operations Center, bijna 120.000 oproepen in 2024.
Sinds kort hebben de lokale politiezones en de federale politie, zoals ik daarstraks al gezegd heb, ook in real time toegang tot het cameranetwerk van de NMBS.
Concernant Securail, comme le prévoit l'accord de gouvernement, j'ai rencontré le collègue Quintin, ministre de l'Intérieur. Nous nous sommes mis d'accord sur le principe de maintenir le personnel de Securail au sein de la SNCB. Nous avons convenu de la mise en place d'une cotutelle et, pour ce faire, d'un groupe de travail chargé d'identifier les meilleures pistes de collaboration. Par ailleurs, nous identifions la meilleure manière d'organiser le travail des agents de Securail de façon à recentrer leurs missions sur leur core business , à savoir assurer la sécurité à bord des trains et dans les gares.
Il va de soi qu'en dehors des gares, cela me semble relever plus de la police locale et/ou fédérale.
Frank Troosters:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoorden. Ik ben tevreden over de algemene toon ervan.
Ik heb mij na het incident geërgerd aan bepaalde leden van dit huis die zeer voorbarige conclusies trokken en zelfs olie op het vuur gooiden op sociale media, waardoor de veiligheidsagenten sterk onder vuur kwamen te liggen en gestigmatiseerd werden. Niemand heeft daar baat bij.
Ik verneem hier verstandige taal en hoor zowel van u als van collega Chahid dat we eerst het onderzoek moeten afwachten om te weten wat er precies is gebeurd. Dat lijkt me de enige juiste houding die we moeten aannemen. Er loopt een onderzoek van de NMBS en van het parket. Ik kijk vooral uit naar de resultaten van dat laatste. Daarna zullen we zien hoe het verder wordt opgevolgd.
Ik ben ervan overtuigd dat de veiligheidsagenten een zeer belangrijke taak vervullen onder bijzonder moeilijke, absoluut niet evidente omstandigheden. Zij geven elke dag het beste van zichzelf.
Ridouane Chahid:
Monsieur le président, je ne sais pas de qui vous parlez. En tout cas, je n'ai pas réagi pour la bonne et simple raison que, par le passé, j'ai été vice-président d'une société de transport bruxelloise. Je sais donc comment cela fonctionne. C'est pourquoi, dans mon intervention, j'ai bien dit que nous attendions les conclusions de l'enquête interne avant de nous exprimer sur la question.
Monsieur le ministre, je vous remercie aussi de m'avoir répondu parce qu'il m'importait de connaître l'avenir de Securail et de savoir s'il allait rejoindre le SPF Intérieur. Vous venez de confirmer qu'il resterait au sein de la SNCB. C'est en soi une bonne nouvelle. Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse. Entre parenthèses, je tenais à vous apporter mon soutien pour votre sortie d'aujourd'hui relative aux trottinettes.
Dorien Cuylaerts:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Het is goed dat er precies wordt onderzocht wat er in het station Brussel-Noord is gebeurd en wat daarvan de aanleiding is geweest. Dergelijke incidenten zijn dagelijks realiteit. We moeten ze echt zien te beperken Veiligheid op en rond de treinen moet altijd vooropstaan en is prioriteit nummer één, niet enkel voor de reizigers, maar zeker ook voor het personeel. Het is niet bepaald motiverend voor werknemers om elke dag opnieuw met angst aan de werkdag te beginnen. Onze fractie vraagt al jaren om bodycams in te voeren. Daarover is daarnet al redelijk positief gesproken. Het is niet enkel voor het Securailpersoneel, maar zeker ook voor de treinbegeleiders. Bodycams helpen namelijk bij discussies en geven achteraf een duidelijk beeld, zeker wanneer er een conflict ontstaat. De veiligheid moet prioriteit nummer één zijn en daarom zullen wij blijven aandringen op het gebruik van bodycams.
De toegankelijkheid van de NMBS-stations voor personen met beperkte mobiliteit
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De accessibiliteit van Belgische treinstations blijft schrikwekkend laag: slechts 5% is volledig toegankelijk voor PMR, terwijl 18% mogelijk zou zijn als de SNCB assistentie zou aanbieden in alle *technisch* toegankelijke stations. Minister Crucke bevestigt dat er via de platform "Accessibilité" (met betrokkenen zoals CAWaB, SNCB en Infrabel) een strategie tot 2040 wordt uitgewerkt, met concrete middelen uit het herstelplan (RRF) en een volgende vergadering op 13 oktober 2025, maar geeft *geen harde deadlines*. De Smet dringt aan op snelle vooruitgang en belooft het dossier scherp te blijven volgen.
François De Smet:
Monsieur le ministre, selon l'étude du CAWaB, le Collectif Accessibilité Wallonie Bruxelles, le nombre de gares avec assistance PMR stagne à 115 sur 555 gares et points d'arrêt. Ce chiffre révèle que seules 28 gares sur les 555 que compte le réseau sont intégralement accessibles et proposent l'assistance pour les usagers à mobilité réduite, c'est-à-dire 5 %. Pourtant, le CAWaB estime que ce nombre pourrait rapidement grimper à 103 – ce qui correspondrait à 18 % des gares – si la SNCB proposait l'assistance dans les 75 gares intégralement accessibles qui ne la proposent pas.
Il est vrai que la SNCB poursuit ses efforts dans la mise en accessibilité de ses gares, mais elle doit alors impérativement pallier le manque d'accessibilité en offrant une assistance dans toutes les gares. Il est indéniable que ces travaux nécessitent des investissements considérables, mais le gouvernement, dans son accord de coalition fédérale, s'est engagé à donner la priorité, en matière d'accessibilité des transports publics aux PMR, aux gares touchant le plus grand nombre de PMR en analysant, avec le concours de la SNCB, quelles gares ne sont pas totalement accessibles de manière autonome.
Monsieur le ministre, avez-vous déjà rencontré les responsables de cette association? Est-ce que des objectifs concrets sont déjà fixés en termes d'accessibilité intégrale ou à tout le moins d'assistance? Si oui, dans quels délais?
Jean-Luc Crucke:
Cher collègue, comme vous le savez sans doute, mon prédécesseur a lancé début 2023 une plate-forme d'information et de dialogue appelée "Accessibilité". Cette plate-forme s'est d'ores et déjà réunie une fois lors de cette législature et est un endroit privilégié de discussion entre les différentes parties prenantes.
La plate-forme a pour objectif de faciliter les échanges entre l'autorité fédérale, la cellule stratégique du ministre fédéral compétent pour le transport ferroviaire et le SPF Mobilité, Infrabel, la SNCB et les parties prenantes en matière d'accessibilité dans le transport ferroviaire.
Elle est là aussi pour recueillir et relayer les signaux et problèmes venant du terrain via les parties prenantes, en vue d'améliorer la politique d'accessibilité.
Elle doit communiquer sur l'état d'avancement des dossiers institutionnels en cours au niveau de l'autorité fédérale et favoriser le travail institutionnel en émettant, le cas échéant, des recommandations conjointes sur la politique d'accessibilité dans le transport ferroviaire.
Les réunions de la plate-forme se déroulent en étroite collaboration avec les différentes parties prenantes, telles qu'Infrabel, la SNCB, le Conseil Supérieur National des Personnes Handicapées (CSNPH), le Collectif Accessibilité Wallonie Bruxelles (CAWaB), Unia, Dito, etc. Cette liste de parties prenantes n'est pas exhaustive et peut donc évoluer en fonction des sujets abordés ou des évolutions sociétales actuelles.
Toutes les parties sont libres de proposer d'approfondir les sujets, qu'il s'agisse de principes généraux ou de problèmes ou plans d'action spécifiques. Grâce à cette méthode de travail transparente, la plate-forme peut être représentative, tenir compte d'expertises des différentes parties prenantes et contribuer à tous les niveaux. La réunion la plus récente de cette plate-forme et le premier moment de concertation avec les parties prenantes depuis ma nomination comme ministre de la Mobilité a eu lieu le mardi 1 er juillet 2025.
En amont de cette plate-forme, j'avais d'ores et déjà rencontré des représentants desdites associations qui m'ont remis leurs priorités en matière d'accessibilité au niveau fédéral. Mon ambition est évidemment de permettre une mobilité accessible pour toutes et tous. Les points suivants ont été abordés lors de la réunion: présentation de la nouvelle vision politique en ce qui concerne les PMR, retour sur le contexte européen (European Advisory Body et STI PMR), mise à jour du plan national de mise en œuvre de l'accessibilité. Une prochaine réunion est d'ores et déjà fixée au lundi 13 octobre 2025.
En parallèle, Infrabel et la SNCB ont été sollicités pour élaborer une vision stratégique de l'accessibilité à l'horizon 2040, en intégrant à cette vision notamment les montants complémentaires reçus dans le cadre du plan de relance et de résilience (RRF). Cette démarche vise à garantir une cohérence entre les investissements réalisés et les objectifs à long terme en matière d'inclusion et d'accessibilité. J'espère ainsi que cette initiative pourra rejoindre celles qui avaient été prises par mon prédécesseur. Des moyens sont en effet disponibles. Il n'y a aucune raison de ne pas les affecter pour ce qui doit être non seulement un respect de notre part mais une priorité de la société et des responsables publics et politiques.
François De Smet:
Je remercie le ministre pour sa réponse. Le cadre de travail paraît fixé et les moyens ont l'air d'être présents. Nous suivrons donc avec attention l'évolution et l'amélioration de l'accessibilité du plus grand nombre de gares et de points d'arrêt possibles. Je reviendrai régulièrement sur le sujet.
De onfaire en onsamenhangende geografische rekruteringscriteria bij de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De SNCB weigert kandidaten voor conducteursjobs op basis van willekeurige postcodelijsten in plaats van reële reistijd, wat leidt tot absurde uitsluitingen (bv. Neufchâteau vs. Arlon) en tegenstrijdigheden met haar eigen wervingsnood. Minister Crucke verdedigt de regel als noodzakelijk voor veiligheid, punctualiteit en welzijn (korte woon-werkafstand), maar erkent oneffenheden in Luxemburg en belooft herziening na analyse (eind 2024) en individueel overleg met afgewezen kandidaten. Hansez aanvaardt de veiligheidsargumenten maar dringt aan op flexibilere criteria om gemotiveerde kandidaten niet onnodig uit te sluiten. De SNCB blijft open voor aanpassingen, mits operationele garanties behouden blijven.
Isabelle Hansez:
Monsieur le ministre, j'en viens à des questions de recrutement à la SNCB. Un jeune domicilié à Neufchâteau s'est vu refuser récemment sa candidature comme conducteur de train à la gare d'Arlon, non pas parce qu'il manquait de compétences ou de motivation, mais uniquement parce que sa commune n'était pas reprise dans une liste administrative établie par la SNCB. Pourtant, son temps de trajet, d'après ce que j'ai lu, était plus court que celui de plusieurs localités admises.
Cette situation illustre à la fois une absurdité administrative et une inégalité de traitement entre candidats. Elle interroge aussi sur l'efficacité d'un système qui écarte des personnes motivées, alors même que la SNCB affirme rencontrer de grandes difficultés de recrutement dans ce métier essentiel.
Dès lors, monsieur le ministre, partagez-vous le constat qu'il serait plus pertinent de se baser sur le temps réel d'accès aux lieux de travail plutôt que sur un listing arbitraire et, dans le cadre de votre dialogue avec la SNCB, êtes-vous disposé à encourager, à stimuler une révision de ces critères afin d'y réintroduire du bon sens, de l'équité et de l'efficacité au bénéfice tant des candidats que de l'opérateur et des voyageurs?
Je vous remercie pour votre réponse.
Jean-Luc Crucke:
Merci, chère collègue.
La SNCB m'a fait part du fait que la restriction géographique en termes de distance vise principalement à garantir le bien-être de ses employés, la sécurité des trains et la qualité du service pour ses clients. Un long trajet pour se rendre au travail présente des risques dans ces trois domaines. Concrètement, les candidats doivent résider dans certaines communes ou villes afin de limiter leur temps de déplacement avant et après leur service.
Cette approche vise à réduire la fatigue, à améliorer la ponctualité et à assurer la disponibilité opérationnelle des conducteurs, ce qui est essentiel pour la sécurité ferroviaire. Pour ce faire, la SNCB utilise une liste effectivement préétablie des codes postaux comme outil de présélection. Cela lui permet d'organiser le processus de recrutement de manière efficace et transparente.
La SNCB est toutefois consciente que des situations particulières peuvent se présenter. C'est pourquoi elle m'a dit rester ouverte à la discussion avec les candidats concernés afin d'examiner ensemble les solutions possibles. Et vous qui connaissez bien, tout comme moi, la province de Luxembourg, vous savez que cette province est assez grande et on imagine donc aisément qu'en fonction de l'élément pris en compte pour le calcul de la distance, il y ait effectivement des situations qui paraissent totalement disproportionnées ou en tout cas inéquitables.
Enfin, étant donné que des postes sont régulièrement ouverts dans différentes régions, il est tout à fait envisageable pour un candidat qui ne répond pas aux critères actuels de trouver une opportunité adaptée dans un délai raisonnable. La SNCB confirme suivre de près le nombre de candidatures et réexaminer régulièrement ses procédures de sélection, ses offres d'emploi et l'expérience des candidats pour voir si elle peut encore améliorer les choses.
Je soutiens pleinement la démarche de la SNCB visant à garantir la sécurité et le bien-être du personnel roulant. Même si cette approche géographique peut parfois limiter certaines candidatures, elle répond à des impératifs opérationnels clairs. J'encourage cependant la SNCB à rester ouverte au dialogue et à adapter ses procédures lorsque cela est possible ou devant un constat tel que celui que vous avez fait dans cette commission.
Par ailleurs, j'ai sollicité de la SNCB une analyse circonstanciée de la situation qu'elle me fera parvenir avant la fin de l'année.
Isabelle Hansez:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse détaillée. Je suis heureuse d'apprendre que le bien-être au travail est une priorité au niveau de la sécurité et de la fatigue que peuvent engendrer certains trajets. Je suis aussi heureuse d'apprendre que la SNCB reste ouverte à la discussion pour tenter de recruter des personnes non seulement motivées mais qui présentent les compétences nécessaires. Le fait de pouvoir revoir la procédure de sélection pour des décisions qui peuvent paraître arbitraires, surtout que la distance semble plus courte, va tout à fait dans le sens de la réponse que j'attendais.
De geplande treinstaking
De stakingsaanzegging van de spoorbonden ASTB en OVS
De staking van NMBS-personeel
Geplande treinstaking en spoorbondacties bij NMBS
Gesteld door
Open Vld
Irina De Knop
VB
Frank Troosters
Ecolo
Sarah Schlitz
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het mislukte sociaal voorakkoord (afgewezen door 99% ACOD- en 57% ACV-leden) leidde tot nieuwe stakingsdreiging door kleinere bonden (ASTB/OVS), maar hun aanzegging voor september werd niet-ontvankelijk verklaard en juridisch geblokkeerd. Minister Crucke onderhandelt nu opnieuw met grote bonden (exclusief pensioenkwesties) en hoopt op een snel akkoord in discrete sfeer, met garantie geen stakingen tijdens overleg, maar waarschuwt dat elke nieuwe aanzegging streng wordt beoordeeld op ontvankelijkheid. Treinreizigers bleven tot nu gespaard van stakingen, maar kleine bonden (met veel treinbestuurders) behouden grote impactpotentie, terwijl het geduld van grote bonden beperkt is—Troosters dringt aan op snelle oplossing om sociale onrust en vervoerschaos te voorkomen. De minister benadrukt langetermijnvisie: versterking spoorsector via sociaal overleg, modernisering en voorbereiding op post-2032, maar concrete inhoud nieuwe afspraken blijft onduidelijk.
Voorzitter:
De dames De Knop en Schlitz zijn niet aanwezig.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.
Eind april kondigde de minister trots een sociaal voorakkoord aan dat hij had bereikt met de grote spoorvakbonden. Nauwelijks een maand later bleek van dit akkoord niet veel in huis te komen: 99 procent van de leden van spoorbond ACOD en 57 procent van de leden van het ACV stemden het akkoord weg.
Volgens de minister zou er echter verder onderhandeld worden. Intussen zouden er geen nieuwe stakingen gehouden worden.
Uit onvrede met de aangekondigde sociale maatregelen van de Arizona-regering hebben de spoorbonden ASTB en OVS echter een stakingsaanzegging ingediend voor de tweede week van september. HR Rail verwierp echter deze aanzegging, waarna spoorbond ASTB naar de rechtbank trok. Het beticht HR Rail het stakingsrecht te schenden.
Wat is de stand van zaken betreffende het overleg van de minister met de spoorvakbonden? Is er een nieuw akkoord in de maak? Zo ja, tegen wanneer zal dit het geval zijn en wat zijn de inhoudelijke elementen van dat akkoord? Verwacht de minister deze keer de goedkeuring van de leden van de spoorvakbonden te krijgen over het nieuwe akkoord? Zo neen, wat zijn de redenen voor het uitblijven van een nieuw akkoord?
Heeft de minister garanties dat er geen nieuwe spoorstakingen zullen gehouden worden zolang de besprekingen voor het afsluiten van een nieuw akkoord lopende zijn?
Welke initiatieven zal u nemen om nieuwe spoorstakingen te vermijden indien er geen nieuw akkoord gevonden wordt?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, de stakingsaanzegging voor de periode van 7 tot 13 september van ASTB-SACT werd ingegeven door de ontevredenheid over de pensioenhervorming en was niet ontvankelijk. Ik ben zelf voorstander van het stakingsrecht, maar men mag niet overdrijven. Dat heb ik ook aan de vakbond gezegd. Het gaat trouwens vooral om twee kleinere vakbonden. Zoals ik in De Zondag zei, indien men wederom wil staken, zal men langs de rechter moeten passeren, want we zullen dat niet meer toelaten. Ik stel vast dat er sindsdien geen staking meer is geweest. Op het moment is er ook geen enkele stakingsaanzegging, dus ik wil optimistisch blijven.
De gewaarborgde minimale dienstverlening is een evenwicht tussen de naleving van de vakbondsrechten en de continuïteit van de dienstverlening van de spoorwegen. Zij waarborgt de juridische bescherming van de vakbond in het kader van stakingen en manifestaties.
Ik heb met het gemeenschappelijk front van de grote vakbonden afgesproken dat er geen stakingen zullen zijn tegen het beleid, zolang de onderhandelingen lopen. Ik verduidelijk dat elke aanzegging die wordt ingediend, grondig zal worden geanalyseerd om de ontvankelijkheid te evalueren, gelet op de geldende criteria. Wanneer blijkt dat er een probleem is, zal de aanzegging worden afgekeurd. De spoorwegen kunnen zo zorgen voor aangepast vervoer in geval van staking, volgens de beschikbare menselijke middelen, om de rechten van de gebruikers te beschermen zonder dat zij moeten opvorderen.
De onderhandelingen tussen de minister van Pensioenen en de vakbond over de pensioenhervorming zijn momenteel volop aan de gang op het niveau van Comité A. Ik wil in dat kader toch een onderscheid maken tussen het overleg over de pensioenmaatregelen en het overleg dat ik zelf heb opgestart met de vakbond, dat uitsluitend betrekking heeft op materies die onder mijn bevoegdheden vallen. De afspraken die daaruit voortvloeien, hebben dan ook alleen betrekking op mijn domein.
Le préaccord d'avril n'était pas encore un accord définitif. Il devait d'abord être approuvé par les parties prenantes. Cela ne s'est pas produit. C'est pourquoi nous continuons à chercher une solution acceptable pour toutes les parties. Nous avons en effet relancé ces négociations. Je compte également sur la bonne volonté de toutes les parties pour être en mesure de parvenir à un accord – et ce, le plus rapidement possible. Les négociations se poursuivent avec les principaux syndicats. Nous préférons un dialogue constructif qui se déroule dans un climat serein. C'est également le souhait des syndicats concernés. Les négociations ne peuvent être fructueuses que si elles se déroulent dans la discrétion.
Depuis le début de la législature, les démarches de concertation engagées avec les acteurs du secteur visent à renforcer la résilience de l'industrie ferroviaire et à soutenir le personnel des chemins de fer belges. Cette approche s'inscrit pleinement dans notre volonté de réussir un shift modal, en garantissant que le rail dispose des moyens humains et organisationnels nécessaires pour relever le défi d'une mobilité durable que nous soutenons. Le dialogue social, la modernisation des outils de gestion et l'adaptation des cadres réglementaires constituent autant de leviers mobilisés pour assurer une transition efficace et équitable avant de préparer l'après 2032.
Frank Troosters:
Monsieur le ministre, merci beaucoup pour votre réponse.
Ik ben vooral bezorgd over de treinreizigers. Zij hebben het afgelopen jaar al een recordaantal stakingsdagen moeten ondergaan. U onderhandelt al geruime tijd en u weet dat er geen akkoord is, zolang de tekst niet is goedgekeurd door de achterban van de drie grote vakbonden. U hebt dat al eens kunnen ervaren.
Ik hoop dat er snel een akkoord wordt bereikt, want ik denk niet dat het geduld van de grote vakbonden eindeloos is of dat ze eindeloos zullen blijven onderhandelen. Intussen zijn er geen stakingen, wat voor alle duidelijkheid zeer positief is. Ik hoop dus dat er daadwerkelijk een resultaat kan worden geboekt.
Ik wil u er ook voor waarschuwen dat de andere twee vakbonden, die u hier als kleinere vakbonden benoemt, in het verleden stakingen hebben georganiseerd die een zeer grote impact hadden, gezien de aanzienlijke aanwezigheid van treinbestuurders in hun ledenbestand. Ik zou daar dus voorzichtig mee willen omgaan. Hopelijk komt het snel tot akkoorden en blijft de sociale onrust de treinreizigers vooral bespaard. Daarop dring ik aan.
Voorzitter:
De heer Cornillie is niet aanwezig voor zijn vraag nr. 56007478C.
Het respecteren van de taalreglementering door de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Crucke ontkent structurele taalwetschendingen door de NMBS, wijst op de complexe tweetalige context (50% interregionaal verkeer) en bagatelliseert 8 gegronde klachten in 2024 als marginaal gezien 245 miljoen jaarlijkse reizigers, terwijl hij benadrukt dat opleidingen en officiële communicatie voldoen. Troosters reageert verontwaardigd: het ontkennen van het probleem—bevestigd door de Vaste Commissie voor Taaltoezicht—blokkeert elke oplossing, en hij kondigt verdere druk aan. De kern: NMBS houdt vol aan regels te voldoen, maar klachtenprocedure en toezicht worden door de minister genegeerd. Conflict draait om erkenning vs. ontkenning van systematische inbreuken.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, uit een antwoord dat ik ontving op een schriftelijke vraag aan de minister van Binnenlandse Zaken, blijkt dat de Vaste Commissie voor Taaltoezicht nog steeds op regelmatige basis klachten ontvangt over inbreuken op de taalwetgeving door de NMBS. In 2024 bleken acht van de negen ontvangen klachten bovendien gegrond te zijn.
Mijnheer de minister, bent u van oordeel dat de NMBS de taalwetgeving dient te respecteren? Indien ja, welke stappen zult u ondernemen om de NMBS daartoe te verplichten en binnen welke termijn zal dat gebeuren? Indien neen, waarom bent u die mening niet toegedaan?
Zult u contact opnemen met de Vaste Commissie voor Taaltoezicht om eventueel in overleg tot gerichte oplossingen te komen voor de herhaalde schendingen van de taalwetgeving door de NMBS? Indien ja, binnen welke termijn zal dat gebeuren? Indien neen, waarom zult u dat niet doen?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, uw bezorgdheid over de naleving van de taalwetgeving door de NMBS is genoteerd, maar ik kan u meteen geruststellen. De NMBS leeft de taalwetgeving strikt na. Alle officiële communicatie van de NMBS verloopt conform de wettelijke voorschriften. Dat geldt voor vervoerbewijzen, de vaststelling van onregelmatigheden, de benaming van stations, de omroepen in stations en treinen en alle andere vormen van communicatie met de reizigers. Bovendien worden medewerkers actief opgeleid in de correcte toepassing van de taalwetgeving.
De NMBS is een federale vervoermaatschappij die dagelijks tussen 1.000 en 1.200 treinen laat rijden tussen Vlaanderen en Wallonië. Dat komt neer op een derde van alle treinen. Bovendien rijdt meer dan een derde van alle treinen, namelijk 1.400 tot 1.500 treinen, door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In totaal is bijna 50 % van het Belgische treinverkeer interregionaal en meer dan een op twee reizigers steekt een gewestgrens over. Tweetaligheid is dus geen optie, maar een dagelijkse realiteit.
Inzake de klachten over het respecteren van de taalwetgeving verwees u naar acht gegronde klachten, die de Vaste Commissie voor Taaltoezicht ontving in 2024. Ter zake is enig perspectief nuttig. De NMBS vervoert jaarlijks 245 miljoen reizigers, wat neerkomt op gemiddeld 900.000 reizigers per weekdag.
Kortom, de NMBS respecteert de taalwetgeving en doet dat in een complexe operationele context waarin tweetaligheid structureel is ingebed en klantgerichtheid centraal staat. Klantgerichtheid betekent dat vragen beantwoord en klanten geïnformeerd worden.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, uw antwoord ontgoochelt mij, het maakt me zelfs een beetje boos, ook al is het moeilijk om boos op u te zijn. Het gaat hier om iets heel ernstigs. U begint en eindigt met te zeggen dat de NMBS de taalwetgeving strikt naleeft. Daarmee impliceert u dat mijn vraag onnozel is, dat in de Vaste Commissie voor Taaltoezicht zeveraars zetelen, die zomaar wat vertellen, en dat die commissie beter wordt opgedoekt, aangezien zij kennelijk een andere wetgeving hanteert dan de NMBS. Mijnheer de minister, klachten komen daar niet zomaar terecht. Ze worden er op een ernstige manier beoordeeld. Eigenlijk zegt u dat dat allemaal niet waar is. Ik kijk naar u als minister in de hoop dat u met oplossingen komt of dat u op zijn minst aan de slag gaat om een oplossing te vinden voor een probleem dat al heel lang aansleept. De allereerste stap om een probleem op te lossen, bestaat er natuurlijk in dat men het probleem erkent. Als u het probleem niet eens erkent, dan hoeft er uiteraard ook niets opgelost te worden. Ik ben dus echt enorm ontgoocheld door uw antwoord. Ik zal dat ook terugkoppelen naar de Vaste Commissie voor Taaltoezicht. Ik kom zeker met het onderwerp bij u terug.
De gevolgen van de aangepaste reistijden voor het station van Kiewit
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS paste de treintijden tussen Genk en Brussel aan, waardoor 400 leerlingen van Kindsheid Jesu (Kiewit) hun trein dreigden te missen door een vervroegde vertrektijd van 8 minuten. Na protesten herstelde de NMBS de oorspronkelijke vertrektijd (14:51 uur) en voegde extra rijtuigen toe, waardoor koppelen in Hasselt overbodig werd en de capaciteit behouden bleef. Voorafgaand overleg met de school ontbrak, maar een snelle oplossing werd alsnog gerealiseerd. Troosters kritiseert de initiële communicatie over "noodzakelijke" aanpassingen, die achteraf toch wel anders bleken opgelost te kunnen worden.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik heb begrepen dat intussen al bijsturing heeft plaatsgevonden. Over enkele elementen, zoals voorafgaand overleg, wil ik wel graag toelichting krijgen. Daarom heb ik mijn vraag gehandhaafd. Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
De NMBS paste recent de reistijden van de treinen tussen Genk en Brussel aan. Als gevolg van deze aanpassing passeert de trein voortaan acht minuten eerder aan het station van Kiewit waardoor vele leerlingen van de vlakbij gelegen school van Kindsheid Jesu moeilijkheden hebben, of er zelfs helemaal niet meer in slagen de trein tijdig te halen. Zowat 400 van de 2.000 leerlingen die naar de school van Kindsheid Jesu gaan doen dit per trein.
Bijkomend komen heel wat leerlingen die in het station van Hasselt een andere aansluiting moeten nemen in de problemen.
Met welke instanties heeft de NMBS voorafgaandelijk aan de ingevoerde wijzigingen overleg gepleegd? Was er voorafgaandelijk overleg met de school Kindsheid Jesu? Zo ja, hoe vaak, wanneer en met welk inhoudelijk resultaat? Zo neen, waarom niet?
Is het moeten rennen en drummen van de leerlingen om de trein alsnog te halen volgens de minister bevorderlijk voor de veiligheid en het reiscomfort van de treinreizigers/leerlingen?
De schooldirectie van Kindsheid Jesu geeft aan verder een oplossing voor het door de NMBS veroorzaakte probleem te zoeken. Zal er nieuw overleg tussen de NMBS en de school plaatsvinden?
Volgens de NMBS is deze wijziging nodig om meer tijd te creëren in het station voor Hasselt waar andere treinen aan de rijtuigen moeten gekoppeld worden om meer vervoerscapaciteit te genereren. Is deze creatie van bijkomende vervoerscapaciteit op geen enkele andere wijze te verwezenlijken zonder dat de vele leerlingen van school Kindsheid Jesu hier het slachtoffer van worden?
Wanneer zal de ingevoerde wijziging worden geëvalueerd? Welke oplossingen zal de NMBS aanbieden aan de getroffen leerlingen?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, zoals elk jaar aan het begin van het nieuwe schooljaar, past de NMBS de dienstregeling en de reisweg van bepaalde treinen aan. Die wijzigingen zijn bedoeld om het aanbod beter af te stemmen op de mobiliteitsbehoeften van de grootste groepen reizigers en zijn vooraf beschikbaar via de reisplanner op de NMBS-website en in de app. Dergelijke aanpassingen kunnen in sommige gevallen tot ongemak leiden, zeker wanneer ze impact hebben op groepen zoals schoolgaande jongeren.
In het geval van Kiewit had de vervroegde vertrektijd van de trein inderdaad ongewenste gevolgen voor een aanzienlijk aantal leerlingen van de school Kindsheid Jesu wat betreft reisgemak en betrouwbaarheid voor de terugrit naar huis. De NMBS werd van dat probleem bewustgemaakt en heeft in overleg met de betrokken school snel een oplossing uitgewerkt. Dat juich ik toe. Sinds maandag 8 september vertrekt in het station van Kiewit de IC-trein richting Blankenberge met haltes in Hasselt, Sint-Truiden en Leuven opnieuw om 14.51 uur in plaats van om 14.38 uur.
Vanaf nu rijdt de trein bovendien al vanaf het station van Genk, de eerste halte, met bijkomende rijtuigen. Daardoor is in het station van Hasselt geen extra tijd meer nodig en kan de trein opnieuw volgens de oorspronkelijke dienstregeling rijden. Dat werd intussen aangepast in de reisplanner op de app en website van de NMBS.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik blijf enigszins op mijn honger wat het voorafgaande overleg betreft, maar ik deel uw mening. Ik juich, net als u, toe dat er werd bijgestuurd en dat de NMBS snel gereageerd heeft. Ik ben al blij dat het in orde is. De situatie roept wel vragen op. Ik vond het vreemd dat er in eerste instantie werd gecommuniceerd dat de wijziging nodig was om treinen te koppelen om zo de vervoerscapaciteit te verhogen. De koppeling van treinen vergt tijd. Dat kon blijkbaar niet anders, maar binnen de kortste keren is er toch bijgestuurd, wat aantoont dat het blijkbaar wel anders kon. Ik ben blij dat de reistijden opnieuw veel beter en dus ook op een veiligere manier haalbaar zijn voor de studenten van mijn oude school in Hasselt.
De pro-Palestijnse betogingen in het station Brussel-Zuid
Het ontoereikende treinaanbod voor de steunbetoging voor Gaza
Pro-Palestijnse betogingen en treinaanbod in Brussel-Zuid
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS staat neutraliteit voorop en gaf geen toestemming voor pro-Palestijnse betogingen in Brussel-Zuid, maar kan zelf geen verbod opleggen—dat is de verantwoordelijkheid van de burgemeester van Sint-Gillis, die echter geen verbod afkondigde. Bij de grote Gaza-mars (7/9, 100.000 deelnemers) ontbraken extra treinen en afgestemde tarieven (ondanks vooraf bekende massale opkomst), wat leidde tot overvolle treinen en perrons, terwijl de NMBS voor andere grote evenementen (bv. festivals) wel specifieke maatregelen neemt. De minister benadrukt communicatiefalen tussen organisatoren en NMBS en dringt aan op betere afstemming in de toekomst, zonder concrete nieuwe maatregelen tegen betogingen in stations. Veiligheidsinzet (Securail/politie) bleef beperkt, met een oproep tot samenwerking tussen overheden voor toekomstige gebeurtenissen.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
In het station van Brussel-Zuid werd op 22 augustus een pro-Palestijnse betoging gehouden. De manifestanten zwaaiden er met Palestijnse vlaggen, pancartes en spandoeken en riepen anti-Israëlische leuzen. Deze betoging was niet eenmalig, het initiatief werd door de manifestanten meermaals herhaald.
Is de minister van oordeel dat het station van Brussel-Zuid een gepaste plaats is voor het houden van deze pro-Palestijnse betogingen?
Hebben de manifestanten toestemming aangevraagd en gekregen voor het houden van deze betoging in het station van Brussel-Zuid? Zo ja, wanneer en bij wie?
Gaf de burgemeester van Sint-Gillis zijn toestemming tot het houden van deze manifestatie? Zo neen, had hij een verbod afgekondigd en werd dit desgevallend overtreden?
Welke maatregelen nam de NMBS tegen deze manifestatie? Op welke wijze zal de NMBS verhinderen dat het station van Brussel-Zuid (en andere NMBS-stations) in de toekomst zullen gebruikt worden voor het houden van pro-Palestijnse of andere betogingen?
Op welke wijze benaderde de veiligheidsdienst van de NMBS (Securail) de pro-Palestijnse manifestatie die in het station van Brussel-Zuid gehouden werd? Welke actie werd ondernomen? Werd een tussenkomst van de lokale of spoorwegpolitie gevraagd? Zo ja, met welk resultaat? Zo neen, waarom niet?
Ridouane Chahid:
Monsieur le ministre, le 7 septembre dernier, plus de 100 000 manifestants ont défilé dans les rues de Bruxelles en soutien à la manifestation pour Gaza. Une foule immense était là pour tracer une ligne rouge en faveur de Gaza.
Alors même que les précédentes manifestations organisées pour le soutien à Gaza avaient déjà drainé des dizaines de milliers de manifestants – vous vous souvenez qu'aujourd'hui, c'est la deuxième manifestation avec plus de 100 000 personnes – il apparaît qu'aucune mesure n'a été réellement mise en place par la SNCB pour faire face à cette masse de manifestants venus en train à Bruxelles.
De nombreux témoignages font écho de trains complémentaires blindés et de personnes obligées de rester sur les quais.
Alors même que la SNCB prévoit parfois des actions spécifiques et promotionnelles quand il faut renforcer ces trains pour l'affluence des beaux jours à la mer du Nord ou encore pour les différents festivals de musique, rien de tout cela n'était prévu pour cette énorme manifestation, dont l'importante communication ne pouvait être ignorée.
Des précédents existent pourtant pour d'autres manifestations. Nous pouvons par exemple citer les marches pour le climat, que vous connaissez un peu, qui ont bénéficié d'ailleurs d'offres tarifaires spécifiques et de trains supplémentaires.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous dire pourquoi la SNCB n'a pas prévu des trains en conséquence et une offre spécifique pour une manifestation dont on savait à l'avance qu'elle allait être importante?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, beste collega, twee demonstraties vonden plaats ter ondersteuning van Gaza, de eerste op 22 augustus en de andere op 7 september. Ik wil eraan herinneren dat ik solidair blijf met de beslissing van de Belgische federale regering met betrekking tot de erkenning van Palestina en de te nemen maatregelen. Het lijkt mij belangrijk om te herinneren aan de toepassing van de internationale mensenrechten, die het kompas vormen van deze federale regering.
Om een duidelijk antwoord te geven op uw vragen heb ik een beroep gedaan op de NMBS, die mij de volgende elementen heeft meegedeeld. Het principe van neutraliteit ten aanzien van verenigingen met een duidelijk politieke, ideologische, filosofische of levensbeschouwelijke inslag past de NMBS toe op alle terreinen die haar eigendom zijn. Mijnheer Troosters, de NMBS gaf geen toelating voor de betoging waarnaar u verwijst. De NMBS kan evenwel geen verbod opleggen om het station Brussel-Zuid te betreden. Het is aan de burgemeester van de betrokken gemeente om een dergelijk verbod op te leggen. De NMBS staat hierover in contact met de gemeente en vroeg schriftelijk aan de burgemeester van Sint-Gillis om geen manifestatie toe te staan in het station en om de veiligheid van de reizigers en het respect voor de infrastructuur te garanderen.
Uw vraag met betrekking tot de openbare orde moet u richten aan mijn collega van Binnenlandse Zaken.
De vraag over een eventueel speciaal tarief voor de manifestatie van 7 september heb ik ook aan de NMBS gesteld. Zij heeft mij geantwoord dat zij in het weekend al een korting van 80 % aanbiedt via het weekendticket, wat een zeer voordelig tarief vormt. Daarom stelt de NMBS de laatste jaren geen specifieke tarieven meer vast voor dat soort manifestaties.
Met betrekking tot de bezetting van het terrein kan de NMBS alleen antwoorden op een aanvraag die door de organisatoren werd ingediend. Voor de manifestatie van 7 september heeft de NMBS geen enkele aanvraag ontvangen vanwege de organisatoren.
Ten slotte moedig ik de NMBS aan om flexibiliteit aan de dag te leggen bij de uitrol van haar vervoersaanbod, rekening houdend met dit soort uitzonderlijke gebeurtenissen waarvoor de belangen van de openbare dienstverlening een uitbreiding van het aanbod zouden kunnen rechtvaardigen. Daarnaast verzoek ik de bevoegde overheden, of het nu gaat om de gemeentelijke, regionale of federale overheden, om de NMBS te steunen bij de aanpak van gebeurtenissen zoals die waarop een van de vragen betrekking had.
Pour répondre plus spécifiquement à la question de M. Chahid, je crois qu'il y a vraiment eu un problème de communication entre l'organisation de la manifestation et la SNCB, ce qui a entraîné les conséquences que vous avez à juste titre évoquées. On pouvait légitimement s'attendre – et c'est même heureux – à ce qu'il y ait du monde à cette manifestation, mais sans avoir une évaluation plus précise, on se retrouve face à une organisation et face à des réalités de terrain que l'on doit continuer à assumer. Je crois que ce genre de choses n'arrivera plus.
J'insiste pour que tout le monde, dans ce type de manifestation, puisse réellement et profondément bien communiquer avec la SNCB. C'est la meilleure manière d'arriver à satisfaire le droit à la manifestation et le service que la SNCB doit poursuivre en termes d'autorité publique.
Frank Troosters:
Ik dank u voor uw antwoord.
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De pensioenhervorming voor spoorwegpersoneel stuit op sterke kritiek van vakbonden (verworven rechten, ongelijkheid, gebrek aan erkenning zware beroepen), terwijl onderhandelingen in Comité A constructief maar vertrouwelijk verlopen. Minister Crucke wijst bevoegdheid af naar Jambon (Pensioenen), benadrukt respect voor sociaal overleg en statuten, maar wil misbruik van stakingsrecht aan banden leggen via juridische stappen, zonder kernvrijheden aan te tasten. Tas eist een eerlijk akkoord met erkenning van vakbonden en waarschuwt dat stakingen alleen als laatste middel zullen worden ingezet, met oog voor reizigersimpact. De kans op een evenwichtig compromis hangt af van respect voor verleden, gezondheid/veiligheid en duurzame openbare dienst, maar concrete inhoud blijft onduidelijk.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, u hebt waarschijnlijk vernomen dat mijn goede collega, de heer Seuntjes, mijn rol in de commissie hier zal overnemen. Dat neemt niet weg dat ik u vandaag en later vragen zal stellen. Als schepen van Mobiliteit in Dendermonde hoop ik alvast u nog te mogen ontvangen bij de start of het einde van de werken aan ons station, want daar zijn wel enkele problemen.
De spoorwegvakbonden hebben in de laatste week van augustus in het Comité Overheidsbedrijven in gemeenschappelijk front een negatief advies over de geplande pensioenhervorming geformuleerd. Ze uiten daarin hun bekommering over de verworven rechten, het gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing, de ongelijkheid tussen de statuten en het feit dat er geen rekening gehouden zou worden met de zwaarte van het beroep van het spoorwegpersoneel.
De onderhandelingen in Comité A zijn inmiddels gestart. In september zijn in totaal acht onderhandelingsrondes gepland. De drie grote spoorbonden nemen heel de maand september deel en ze hopen op goede oplossingen waarbij de gezondheid van de medewerkers en de veiligheid van de reizigers niet in het gedrang komen en de engagementen uit het verleden gerespecteerd worden. Iedereen moet z’n steentje bijdragen aan de hervormingen van ons land, maar we moeten er natuurlijk ook voor zorgen dat de inspanningen eerlijk verdeeld zijn en dat onze openbare diensten sterk en doeltreffend blijven.
Ik ben me er uiteraard van bewust dat de specifieke onderhandelingen over de pensioenhervorming met minister Jambon gevoerd worden, maar gelet op de impact ervan zijn we ervan overtuigd dat het ook voor u belangrijk is de stand van zaken op te volgen en te bekijken welke rol u daarin kunt opnemen.
Kunt u ons een update geven in verband met de onderhandelingen met het spoorwegpersoneel inzake de geplande pensioenhervorming?
Hoe garandeert u dat de belangen van het spoorwegpersoneel voldoende worden verdedigd en beschermd in de gesprekken?
Wat is uw antwoord op de belangrijkste kritieken van de spoorbonden?
Hoe kijkt u naar uw kansen om een akkoord met de spoorbonden te bereiken en samen met het personeel tot een faire hervorming te komen?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Tas, de pensioenhervorming valt onder de bevoegdheid de minister van Pensioenen, Jan Jambon. Voor uw vraag over het pensioen verwijs ik u daarom naar hem door.
De onderhandelingen met de representatieve vakbonden van de spoorwegsector verlopen in een geest van constructieve dialoog. Ik zal erop toezien dat de gesprekken rekening houden met de specifieke kenmerken van de spoorsector, met name de verschillende statuten, de in het verleden aangegane verbintenissen en de realiteit op het terrein. Ik kan, uit respect voor het overlegproces en de sociale partners, niets zeggen over de exacte inhoud van de lopende besprekingen. Het is essentieel dat die in een sereen en vertrouwelijk klimaat plaats kunnen vinden. Tot slot heb ik er vertrouwen in dat we tot een evenwichtig akkoord kunnen komen.
De lopende gesprekken met de representatieve vakbonden en de CEO's van de NMBS en Infrabel, met de ondersteuning van de HR Rail, gaan de goede kant uit. Het stakingsrecht is een fundamenteel recht, dat ik volledig onderschrijf. Tegelijkertijd moet dat recht op een verantwoorde manier worden uitgeoefend. Ik heb dat ook duidelijk gemaakt aan de betrokken vakorganisaties. Het is belangrijk een onderscheid te maken tussen de representatieve vakbonden, die een essentiële rol spelen in het sociaal overleg, en kleinere vakbonden of bewegingen waarvan de acties soms de geloofwaardigheid van de sector ondermijnen. Zoals ik eerder heb aangegeven, zal wie opnieuw wil staken, langs de rechter moeten passeren, want misbruik wordt niet langer toegelaten. In dat kader heb ik HR Rail gevraagd te onderzoeken hoe misbruik van het stakingsrecht kan worden voorkomen, zonder de centrale vrijheden aan te tasten, wat recent helaas opnieuw is gebleken.
Het is niet aan mij om te antwoorden in naam van mijn collega bevoegd voor de pensioenen. Het beroep van spoorwegmedewerker is essentieel voor onze samenleving. Ik ben er me volledig van bewust dat bepaalde functies zwaar zijn en dat het belangrijk is om de veiligheid van de reizigers en de gezondheid van de werknemers te waarborgen.
Wat de vakorganisaties betreft die aanwezig zijn in comité A zijn expertise en inzet voor de openbare dienst waardevolle troeven om tot een rechtvaardige en evenwichtige hervorming te komen. De pensioenhervorming moet eerlijk zijn en moet de duurzaamheid van onze openbare dienst garanderen, met respect voor de rechten van de werknemers.
Niels Tas:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw nochtans vrij nietszeggend antwoord, maar ik had niets anders verwacht gelet op de stand van zaken in de procedure. Ik wil er gewoon wijzen dat er inderdaad een evenwichtig akkoord uit de bus moet komen met erkenning van en met respect voor de vakbonden. Het stakingsrecht is wat het is, met alle mogelijke gevolgen. Heel wat collega’s hebben al gesproken over de impact ervan op de treingebruikers. Ik denk dat veel spoorbonden zich daar ook van bewust zijn en een staking ook altijd als een laatste drukkingsmiddel zien. Laten we hopen dat er de komende weken een goed en rechtvaardig resultaat uit de bus komt. Wij zullen de kwestie met Vooruit alleszins blijven opvolgen.
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een reiziger verloor €3.000 door een NMBS-vertraging, maar kreeg enkel zijn treinticket terugbetaald omdat de NMBS gevolgschade standaard uitsluit—wat volgens Ombudsrail strijdig is met het recht. Minister Crucke verdedigt deze praktijk als wettelijk toegestaan en economisch noodzakelijk, verwijzend naar EU-regels die geen verplichte vergoeding voor indirecte schade voorschrijven, maar belooft wel betere reizigersbescherming te onderzoeken in de aanstaande EU-richtlijn voor multimodale reizigers. Tas dringt aan op strengere garanties om het vertrouwen in de trein als betrouwbaar alternatief te versterken.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, Het Laatste Nieuws berichtte begin deze zomer over een jonge reiziger die samen met zijn vriend een vlucht naar Canada miste door een vertraging bij de NMBS. Ze zijn daardoor meer dan 3.000 euro kwijt. De reiziger vertelt: "Ik heb maanden als jobstudent gewerkt om deze reis te betalen. Nu is bijna al dat geld opgegaan aan nieuwe tickets, omdat de trein uren te laat was." Hoewel ze netjes op tijd waren vertrokken en netjes een ticket voor de trein naar de luchthaven betaalden, inclusief de Diabolotoeslag, zegt de NMBS dat er formeel geen vertraging was, en dus ook geen vergoeding mogelijk is.
Volgens de ombudsdienst is dat geen uitzonderlijke situatie. In zijn recentste jaarverslag stelt Ombudsrail dat, zelfs bij vertraging, de NMBS vergoedingen beperkt tot de terugbetaling van het treinticket, terwijl de schade vaak veel hoger is, zoals de kosten van een nieuwe vlucht in het genoemde voorbeeld.
De NMBS schrijft zich in haar algemene voorwaarden weg van aansprakelijkheid, door gevolgschade standaard uit te sluiten. Volgens Ombudsrail is dat zelfs regelrecht strijdig met het recht.
Voor Vooruit is die praktijk zorgwekkend en incorrect. Reizigers vertrouwen op de NMBS om op tijd op hun bestemming te geraken, zeker als ze een dure vlucht hebben. Als er dan iets fout loopt aan de kant van de NMBS, moeten de reizigers als consumenten voldoende beschermd zijn.
Mijnheer de minister, vindt u het aanvaardbaar dat de NMBS elke verantwoordelijkheid voor gevolgschade afwijst, zowel juridisch als maatschappelijk?
Hebt u het oordeel van Ombudsrail al eerder ter ore gekregen, en in hoeverre wordt met de aanbevelingen van Ombudsrail aan de slag gegaan?
Tot slot, bent u bereid om de huidige regeling over gevolgschade te onderzoeken en te hervormen of daartoe opdracht te geven?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Tas, het geval is alleszins een spijtige en trieste gebeurtenis voor de betrokken jongen.
Ik heb de vraag aan de NMBS gesteld, die mij heeft geantwoord dat de aansprakelijkheid van spoorwegondernemingen met betrekking tot vertragingen en afschaffingen van treinen volledig en exhaustief wordt geregeld door verordening 2021/782 betreffende de rechten en verplichtingen van treinreizigers en de bijlagen daarbij. De NMBS leeft die regelgeving volledig na.
Het feit dat de NMBS boven op de vereisten van die regelgeving en van het openbaredienstcontract haar aansprakelijkheid tot een bepaald niveau beperkt, is zowel wettelijk toegestaan als volkomen normaal. Die praktijk wordt trouwens unaniem gedeeld binnen de sector. Het is een kwestie van economisch gezond verstand.
Het zou immers niet haalbaar zijn om spoorwegondernemingen systematisch te verplichten tot het volledig vergoeden van alle indirecte schade die treinreizigers ondervinden. Precies daarom heeft de Europese wetgever dat ook niet vastgelegd.
Ik wil verduidelijken dat de betrouwbaarheid van de dienstverlening uiterst belangrijk blijft.
Het zou interessant zijn, mocht de ombudsman voorstellen doen die een evenwicht vormen tussen de verschillende belangen.
Ik heb bovendien uitleg gevraagd aan de NMBS over de toenemende tendens om meer treinen op het eindpunt van de lijn af te schaffen, onder andere de lijn die de luchthaven Brussel-Nationaal bedient.
In het kader van de bespreking die op Europees niveau start over een richtlijn betreffende de bescherming van multimodale reizigers, verbind ik mij ertoe ervoor te zorgen dat de problematiek heel ernstig wordt behandeld en benadruk ik dat ik een proactieve aanpak ondersteun op het vlak van de bescherming van de reizigers, zodat zij kunnen worden beschermd in situaties waarop zij geen invloed hebben en waardoor zij in moeilijke omstandigheden terechtkomen.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord.
Ik begrijp alvast dat u, ondanks uw eigen inschatting en in tegenstelling tot Ombudsrail, niet meteen problemen ziet met de huidige wetgeving, maar dat u daar toch verder mee aan de slag gaat en bekijkt op welke manier reizigers beter kunnen worden beschermd. Dat is belangrijk, want als we meer mensen willen overtuigen om voor de trein te kiezen, moeten we ervoor zorgen dat niet alleen de dienstverlening optimaal is, maar ook dat de rechten van de treinreizigers optimaal beschermd zijn.
We zullen dat zeker verder opvolgen. Ik ben er bovendien van overtuigd dat minister Beenders op dat vlak een collega zal zijn die u daarin zal ondersteunen en helpen. Ga zeker met hem aan de slag.
Voorzitter:
Aan de orde is vraag nr. 56007651C van de heer De Smet. Hij is niet aanwezig.
De ongebruikte spoorweg op Schaarbeek-Vorming
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De 3,6 miljoen euro kostende heraansluiting van de Brusselse voorhaven op spoorlijn 26B (geen nieuwe lijn, maar herstel van bestaande infrastructuur) wordt niet gebruikt, ondanks EU-druk om vrachtverkeer van de weg te halen, omdat geen enkel bedrijf rijpaden aanvroeg en de containerterminal nog niet operationeel is. Geen haalbaarheidsstudie vooraf, wel een juridisch akkoord (2023) tussen federale overheid, Gewest, haven en Infrabel, maar concrete garanties op gebruik ontbraken—de minister wijt dit aan gebrek aan initiatief van havenspelers en belooft druk uit te oefenen. Troosters noemt het dossier "pijnlijk" en wijst op ontbrekende transparantie (geen studies, geen zicht op afspraken), terwijl miljoeneninvesteringen nu onbenut blijven. De minister bevestigt geen slotproblemen bij Infrabel, maar geen oplossing voor het ontbrekende vraaggestuurde gebruik.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Na een jarenlange twist tussen de federale overheid en het Brussels Gewest bouwde Infrabel in 2024 een nieuwe spoorlijn die de Haven van Brussel ontsluit. Het ontsluiten van de haven opende heel wat perspectieven voor het verduurzamen van de logistieke sector in Brussel met minder vrachtwagens op de weg. Daarnaast kwam men op deze wijze ook tegemoet aan de verplichting van de EU om de waterweg en het spoor meer te gebruiken en alzo het vrachtverkeer op de weg te verminderen.
Nu, meer dan een jaar later, blijkt deze nieuwe spoorlijn echter nog steeds niet gebruikt te worden.
Zowel problemen inzake de beschikbaarheid van slots om goederentreinen te laten rijden die bij Infrabel moeten worden aangevraagd en de uitbreiding van de containerterminal op de Monnoyerkaai die nog niet klaar is worden als redenen aangehaald waarom er nog geen treinen rijden.
Wat was de totale kostprijs voor de aanleg van deze nieuwe spoorlijn? Door wie werden deze kosten gedragen? Wat was de verdeelsleutel? Wie nam welk gedeelte voor zijn rekening?
Wat zijn de gemiste opbrengsten door het niet gebruiken van deze spoorlijn? Welke inkomsten werden vooraf begroot?
Beschikte men alvorens over te gaan tot de aanleg van deze nieuwe spoorlijn over de nodige garanties die het (intensief) gebruik van deze spoorlijn verzekerde?
Werd er voorafgaandelijk een haalbaarheidsstudie uitgevoerd over dit project? Zo ja, door wie, tegen welke kostprijs en wat was de conclusie/inhoud? Zo neen, waarom niet?
Welke maatregelen zullen er genomen worden opdat deze spoorlijn zo snel mogelijk in gebruik zal genomen worden? Wat zijn de vooruitzichten?
Kan de minister mogelijke problemen over de beschikbaarheid van slots bij Infrabel bevestigen? Zo ja, wat zijn deze problemen en op welke wijze zullen deze opgelost worden?
Jean-Luc Crucke:
Het herstellen van een toegangsweg voor de spoorverbindingen van de voorhaven van Brussel is een project dat deel uitmaakt van het meerjareninvesteringsplan 2023-2032 van Infrabel. Daarvoor werd 3,6 miljoen euro uitgetrokken, inclusief de ontmanteling van de oude spoorinfrastructuur.
Voor Brusselse projecten geldt er geen verdeelsleutel. Er werden geen inkomsten begroot. Elke spoorwegonderneming kan in principe rijpaden aanvragen bij Infrabel. Het gaat om het herstellen van bestaande spoorverbindingen en niet om een nieuwe spoorlijn.
Het herstellen van een toegangsweg voor de spoorverbindingen van de voorhaven van Brussel zorgt ervoor dat de aanwezige bedrijven in de voorhaven opnieuw worden aangesloten op het spoornet en gebruik kunnen maken van lijn 26B, die wordt gebruikt voor goederenvervoer.
Infrabel voerde geen voorafgaande haalbaarheidsstudie uit. Het kwam met de uitvoering van deze werken tegemoet aan de juridische verplichtingen zoals overeengekomen tussen de verschillende partijen in de overeenkomst die op 24 juni 2023 werd ondertekend door de federale Staat, de haven van Brussel, het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, SFPIM Real Estate en Infrabel.
Spoorwegondernemingen en economische spelers uit de voorhaven bereiden samen met de haven van Brussel en Infrabel momenteel de treintrafiek voor. Tot vandaag werd nog geen enkel rijpad aangevraagd door een spoorwegonderneming bij Infrabel voor het tracé tot aan de voorhaven van Brussel. Infrabel bevestigt dat er geen probleem is om een rijpad aan te vragen voor dat tracé.
Ik begrijp uw bezorgdheden. Het gaat hier om een spoorverbinding die het onderwerp was van een overeenkomst die in 2023 werd ondertekend door de haven van Brussel, die er ongetwijfeld alles aan zal doen om ervoor te zorgen dat haar concessiehouders de spoorinfrastructuur effectief benutten. Ik zal niet nalaten het ontbreken van treinbestellingen aan te kaarten bij mijn collega van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Bovendien kan ik de bedrijven die aanwezig zijn in de haven van Brussel alleen aanmoedigen om contact op te nemen met de terminal om de mogelijkheid van spoorvervoer te verkennen. Dit vormt immers een nieuwe kans om hun ecologische voetafdruk te verkleinen.
Frank Troosters:
Dank u wel voor uw antwoord. Het gaat hier eigenlijk om een heel pijnlijk dossier. We horen spreken over zinvolle verbindingen die bij de NMBS gemaakt zouden kunnen worden. Er wordt dan een studie gemaakt die we nooit te zien krijgen. Men zegt dan dat het om een negatieve businesscase gaat, dat het te duur is om toegangspoortjes te installeren enzovoort. Hier werd een paar miljoen euro tegenaan gesmeten en er rijdt geen trein. Dat is onvoorstelbaar. Ik vraag me af welke studies vooraf werden uitgevoerd, welk overleg er werd gepleegd, welke akkoorden er werden gesloten en welke er garanties werden gegeven alvorens men aan de slag ging. Dit is bijzonder pijnlijk. Ik hoop dat daar zeer snel treinen zullen rijden, maar ik vrees dat dat niet zal gebeuren.
De verhoging van het aantal controles van treinreizigers
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De SNCB wil fraude bestrijden met 40% meer controles in 2025, via gerichte acties met Securail, politie en bodycams, maar Dimitri Legasse vreest dat bezuinigingen en slechte arbeidsomstandigheden (o.a. onderbezetting, stress) de uitvoering ondermijnen. Minister Crucke benadrukt technologische oplossingen (cameratoegang voor politie, realtime monitoring) als preventieve maatregel, maar erkent dat evaluatie nodig is. Legasse hamerde op meer menskracht en betere werkomstandigheden, wijzend op syndicale signalen en de onvervangbare rol van personeel voor veiligheid en dienstverlening. Kernpunt: balans tussen fraudebestrijding, bezuiniging en welzijn van SNCB-medewerkers blijft onopgelost.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, la presse nous a appris que la SNCB prévoyait une hausse de 40 % du nombre de voyageurs contrôlés en 2025. Une première opération s'est déroulée début du mois de septembre dans plus de 400 trains et sur les quais. Ce genre d'opération devrait être répétée à plusieurs reprises durant les prochains mois. Les accompagnateurs de train et les équipes de contrôleurs se démultiplient. Les agents de sécurité sont concernés. La police des chemins de fer et les polices locales interagissent également dans ces opérations. L'an dernier, près de 700 000 voyageurs ont été contrôlés sans titre de transport, soit environ 7 % des voyageurs contrôlés.
Monsieur le ministre, les enquêtes menées auprès du personnel de la SNCB nous ont révélé des problèmes en matière de bien-être – que nous avons déjà évoqués tout à l’heure.
Si nous pouvons comprendre que la SNCB veuille s'attaquer à la fraude, ce qui est normal, comment compte-t-elle s'y prendre sur le moyen terme, alors que vous prévoyez des économies relativement importantes au sein de la SNCB? Comment comptez-vous faire pour que les accompagnateurs et le personnel de Securail puissent travailler dans de bonnes conditions? Sachant, par ailleurs, que ces contrôles sont en place, que comptez-vous faire pour améliorer les conditions de travail? Quels moyens le gouvernement envisage-t-il de mettre en œuvre pour soutenir le personnel et lui permettre de mener à bien l’ensemble de ses missions, qu'elles soient de contrôle ou plus ordinaires?
Jean-Luc Crucke:
Cher collègue, la lutte contre la fraude constitue une priorité stratégique pour la SNCB. Je partage cette priorité. Voyager avec un titre de transport valide est une règle fondamentale dont le respect garantit l'équité entre les usagers et contribue également à la sécurité des collaborateurs et au confort de l'ensemble des voyageurs.
Chaque jour, les collaborateurs de la SNCB sont présents dans les trains et les gares pour assurer la sécurité, informer les voyageurs et veiller au bon déroulement du service. Environ 900 000 personnes utilisent quotidiennement le train comme mode de transport.
Afin de renforcer l'efficacité de ces contrôles, des opérations ciblées sont effectivement menées aux moments et dans des lieux identifiés comme les plus sensibles. Ces opérations mobilisent non seulement les agents de Securail, qui jouent un rôle essentiel dans la lutte contre la fraude et les incivilités, mais également les accompagnateurs de train, les équipes de contrôleurs mobiles ainsi que la police des chemins de fer et la police locale.
Les préoccupations exprimées par les agents de Securail concernant leurs conditions de travail ont été abordées lors de la séance plénière du 3 juillet dernier, ainsi que dans le cadre du débat d'actualité tenu en commission le 9 juillet dernier. Par ailleurs, je peux vous informer qu’un accord a été conclu entre la SNCB, les sociétés de transport régionales et le ministre de la Sécurité et de l’Intérieur, portant sur la possibilité pour les agents de Securail d’être équipés de bodycams dans l’exercice de leurs fonctions.
Tout en ayant un effet dissuasif face à la violence à leur encontre, cela protègera également les navetteurs à bord des trains. Depuis septembre 2025, toutes les zones de police locales peuvent également avoir accès aux images des caméras de la SNCB. La SNCB dispose donc aujourd'hui d'un vaste réseau de caméras dans les gares.
Grâce à cet accord, la police fédérale et toutes les zones de police locales ont un accès direct à ces images en temps réel. Cela permettra aux différents services de sécurité de coopérer plus rapidement et plus efficacement. Par ailleurs, cela agira sur la sécurité de manière préventive car les passagers sont désormais au courant qu'ils sont filmés dans les gares et sur les quais et que ces images peuvent être utilisées par la police locale et fédérale. Bien évidemment, il faudra attendre quelques mois pour qu'on puisse tirer les premières conclusions de ces décisions, qui ne sont pas des expériences. Elles sont mises sur pied pour se poursuivre dans le temps mais j'ai bien demandé à ce qu'on puisse avoir une première analyse tant par rapport au respect de la vie privée mais aussi et surtout par rapport au besoin de sécurité supplémentaire que cela pourrait apporter aux uns et aux autres.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, je vous remercie. Je m'adresse non seulement au ministre mais aussi à l'ancien bourgmestre. L'outil caméra est un outil certes très intéressant et qui vient utilement compléter les autres outils que possèdent les différentes polices que vous venez d'énumérer. Cependant, ce ne peut être le cache-sexe du travail qui doit être fait par ces services. Ici, il est aussi question de ressources humaines, de personnel. Vous évoquez les caméras, les conditions de travail mais je pense – et vous serez sans doute d'accord avec moi – que rien ne vaut finalement la ressource humaine et le nombre, la qualité mais aussi la quantité. C'est à cet élément que je vous demande d'être particulièrement attentif. Les syndicats vous l'ont rappelé. Les conditions de travail ne sont pas idéales. Je vous demande d'être particulièrement vigilant tant au niveau des contrôleurs que des autres membres du personnel de la SNCB. Nous évoquions ce matin avec les deux personnes d'Ombudsrail les difficultés et l'intérêt des conditions de travail qui sont les leurs.
Het overslaan van NMBS-haltes bij vertragingen
Het manipuleren van de stiptheidscijfers
Het overslaan van NMBS-haltes bij vertragingen
Treinhaltes die overgeslagen worden
Problemen met NMBS-haltes en stiptheidscijfers
Gesteld door
Groen
Staf Aerts
VB
Frank Troosters
N-VA
Dorien Cuylaerts
PTB
Farah Jacquet
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Parlementsleden kaarten aan dat de NMBS systematisch haltes overslaat om stiptheidscijfers kunstmatig op te krikken, met 904 gevallen in de eerste helft van 2024 (gemiddeld 3 per dag), vooral buiten spitsuren. De minister bevestigt strikte criteria (min. 10 minuten vooraf communiceren, alternatief binnen 20 minuten), maar parlementsleden betwisten de transparantie, praktijk (bv. overstapstations als Mechelen/Lier) en betrouwbaarheid van de cijfers, wijzend op klachten over slechte communicatie en ontbrekende compensatie voor getroffene reizigers. Kritiek luidt dat de NMBS commercieel onverantwoord handelt en vertrouwen in het openbaar vervoer ondermijnt, terwijl de minister benadrukt dat de maatregelen noodzakelijk zijn om grotere vertragingen te voorkomen. De politieke druk om prestatiecontracten aan te passen groeit, om perverse prikkels (boetes bij vertraging) weg te nemen.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, reizigers geven steeds vaker aan dat treinen met vertraging plots bepaalde haltes overslaan. Ik ontvang dergelijke meldingen bijna dagelijks uit Herentals, Vilvoorde, Mechelen en Lier, toch geen kleine stations. Ook in Limburg, West-Vlaanderen, de Noorderkempen tot in Breda en volgens de ombudsman ook in Luik zou de praktijk voorkomen, opdat men bij de NMBS toch maar de algemene stiptheidscijfers op peil zou kunnen houden. Volgens de vakbonden zou die techniek de voorbije maanden alsmaar vaker worden toegepast. Hoe vaak het gebeurt, weten we niet.
Ik heb gevraagd naar gedetailleerde cijfers, maar nog geen antwoord ontvangen. Er zouden daarover geen gegevens verzameld worden en de ombudsman bevestigde dat er geen cijfers beschikbaar zijn. De NMBS bleek wel over cijfers voor de eerste helft van 2024 te beschikken. Verdere navraag leverde geen resultaat op. Men weet niet waarop die cijfers gebaseerd zijn. In die periode zou het 904 keer zijn voorgekomen dat de NMBS haltes oversloeg om de stiptheid te verbeteren. Het zou niet langer gebeuren tijdens de spitsuren, maar een en ander blijft vragen oproepen.
Ik herhaal hier mijn schriftelijke vragen. Zijn er cijfers beschikbaar, ja of nee? Indien niet, waarom is de NMBS gestopt met het verzamelen van de cijfers? Bent u het ermee eens dat er zo snel mogelijk opnieuw moet worden bijgehouden hoeveel keer haltes worden overgeslagen?
Zijn er richtlijnen vanuit de directie van de NMBS? Kunt u die toelichten? Wie neemt de beslissing om haltes over te slaan en hoe komt die beslissing tot stand? Is het de bedoeling om die praktijk voort te zetten of zelfs uit te breiden?
Via welke communicatiekanalen wordt het aan reizigers gemeld? En vooral, welke compensaties zijn er voor reizigers die geconfronteerd worden met een overgeslagen halte?
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Reeds langer bestaat het vermoeden dat de NMBS op regelmatige basis overgaat tot het schrappen van stopplaatsen van haar treinen om oplopende vertragingen te beperken. Op deze wijze tracht men het stiptheidscijfer in de goede richting te manipuleren.
Dit vermoeden wordt nu ook ronduit bevestigd door NMBS-personeel, alsook door reizigersorganisatie TreinTramBus.
Hoeveel treinen kregen in 2025 tot op heden plots de opdracht om met gesloten deuren voorbij stopplaatsen te rijden die normaal voorzien waren in de vervoersplanning?
Hoe is de evolutie van dit cijfer in vergelijking met de voorgaande jaren?
Waar en wanneer zijn precieze cijfers over het niet stoppen in stopplaatsen die voorzien waren beschikbaar?
Op welke wijze kunnen treinreizigers die het slachtoffer zijn van deze praktijk van de NMBS een schadevergoeding bekomen?
Is de minister van oordeel dat bovenstaande techniek van de NMBS om haar stiptheidscijfer op te poetsen commercieel klantvriendelijk is? Komt het de betrouwbaarheid van de NMBS ten goede? Zal het meer mensen aanzetten tot het nemen van de trein?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, vooreerst laat ik opmerken dat ik nog steeds geen antwoord heb gekregen op mijn schriftelijke vraag naar de gedetailleerde cijfers van begin juni. We hebben die cijfers echt nodig. Ik hoop dus dat we ze zeer snel zullen ontvangen.
Daarnet is al gezegd dat de voorbije maanden meer haltes werden overgeslagen dan voorheen. Wat is daar de specifieke reden voor?
Hoe vaak werd er de afgelopen twaalf maanden beslist om haltes te schrappen met als doel de vertragingen weg te werken? Wie beslist daarover? Is dat de treinbegeleider of de treinbestuurder?
Zijn er bepaalde lijnen waarop systematisch of vaker afschaffingen gebeuren? Zo ja, over welke lijnen gaat dat dan?
Welke instructies krijgen de treinbestuurders en -begeleiders concreet daaromtrent? Sinds wanneer gelden de criteria?
Hoe wordt ervoor gezorgd dat de reizigers die de dupe zijn van het overslaan van haltes, correct en tijdig worden geïnformeerd? Het is geen geheim dat de communicatie bij de NMBS nog steeds te wensen overlaat.
Vindt u het een eerlijk systeem om de stiptheid van de treinen te meten en erover te communiceren? Vanochtend heb ik immers gelezen dat u zeer tevreden bent over alles wat met de trein te maken heeft. Kunt u garanderen dat de stiptheidscijfers een correct en betrouwbaar beeld geven van de prestaties van de NMBS?
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, j'avais déjà posé des questions similaires les dernières fois que nous nous sommes vus. Les usagers continuent de subir des trains qui ne s'arrêtent pas à leur gare, sur ordre de la direction de la SNCB. Cela entraîne pour les voyageurs des retards, des rendez-vous manqués, des difficultés pour récupérer les enfants à la garderie etc. Les passagers qui sont bloqués dans le train jusqu'à l'arrêt suivant doivent parfois se débrouiller tout seuls pour revenir à leur gare d'origine, avec tous les désagréments que cela peut impliquer. Il n'y a pas que les usagers: les accompagnateurs de trains sont aussi impactés par cela. En général, on reçoit un ordre: "Aujourd'hui, tu ne t'arrêteras ni là ni là et tu vas récupérer ton retard." Or, donner une information sans se faire allumer par toute une voiture est tout de même assez compliqué. Je pense qu'il faut aussi penser à eux.
J'ai quelques questions par rapport à ce problème. Selon le rapport de Ombudsrail, la SNCB s'est engagée à ne plus recourir à de telles pratiques durant les heures de pointe. Qu'en est-il concrètement sur le terrain? Quelles consignes donnez-vous à la SNCB? Allez-vous exiger qu'elle arrête cette pratique tant aux heures de pointe qu'aux heures creuses?
J'aurais bien aimé connaître la moyenne de 2025. Combien d'arrêts ne sont-ils pas desservis, par jour?
Nous sommes nombreux à nous poser la question: n'y a-t-il pas une volonté de la SNCB d'améliorer artificiellement ses statistiques de ponctualité en faisant cela? De fait, elle éviterait les amendes prévues dans le contrat de gestion. Qu'allez-vous faire pour que ce contrat de gestion ne comporte plus de telles incitations perverses? Je vous remercie.
Jean-Luc Crucke:
Geachte collega's, het spoorsysteem staat onder druk, waardoor een incident snel zorgt voor een sneeuwbaleffect op andere treinen. Om dat zoveel mogelijk te vermijden, moeten er bij incidenten die voor grote vertragingen zorgen, op het moment zelf beslissingen worden genomen. Het gebeurt daarom, eerder uitzonderlijk, dat een trein niet zijn volledige traject aflegt of dat een tussenliggende halte wordt geschrapt.
Cette décision est parfois nécessaire pour éviter de poser davantage de désagréments à un plus grand nombre de voyageurs ou pour limiter les effets des perturbations. Il s'agit d'une décision prise en temps réel. Les voyageurs dans le train et en gare sont immédiatement informés via les haut-parleurs, les écrans, les planificateurs de voyage, l'application et le site internet. La décision n'est prise que lorsqu'il existe une solution de rechange pour les voyageurs concernés. Le nombre de cas s'élevant en moyenne à trois par jour, l'impact sur les chiffres de ponctualité de 3 800 trains par jour est donc – si vous me passez l'expression – assez négligeable. Cela ne signifie pas, pour autant, que ce ne soit pas désagréable.
De redenen waarom de stiptheidscijfers van de NMBS de voorbije maanden zijn verbeterd, hebben te maken met diverse structurele ingrepen die hun vruchten beginnen af te werpen. Zo werd het vervoersplan op verschillende assen bijgestuurd, onder meer in Luik, Bergen en Dendermonde. Er is sterk ingezet op stiptere eerste vertrekken, een robuustere operationele planning en een efficiënter gebruik van het realtime verkeersbeheerssysteem Linda.
Daarnaast werd een duidelijke lijn uitgezet voor incidentenbeheer en werd het personeel gesensibiliseerd over de vertragingen waarvoor zij zelf verantwoordelijk zijn. Hiermee werden de vertragingen gevoelig teruggedrongen en werd de algemene stiptheid merkbaar verbeterd. Er zijn specifieke criteria vastgelegd om de beslissing tot het overslaan van bepaalde haltes te kaderen.
De volgende criteria worden hiervoor in acht genomen: tussenstops mogen worden overgeslagen om een zwaar vertraagde trein tijdig op zijn eindbestemming te krijgen, zodat hij zijn retourrit normaal kan uitvoeren, op voorwaarde dat die maatregel minstens 10 minuten voor het laatst bediende station wordt aangekondigd aan boord en in het station. Bovendien moeten reizigers binnen 20 minuten alternatieven hebben vanuit dat station. Dat station moet over redelijke wachtfaciliteiten beschikken. De overstappen mogen geen grote stations betreffen en het aantal noodzakelijke overslagen moet strikt worden beperkt. Tussenstops mogen ook worden overgeslagen om overbezetting boven 120 % van de betrokken treinen zoveel mogelijk te vermijden. Dat is soms noodzakelijk om de veiligheid van de reiziger te waarborgen.
Le dispatching central communique numériquement et/ou par téléphone les mesures prises aux acteurs de terrain concernés. Cela s'effectue en quelques minutes, mais en tout cas au moins dix minutes avant l'application effective de la mesure. Le chef de train informe les voyageurs par des annonces à bord du train. Les voyageurs dans les gares sont informés par des annonces audio et sur écran, générées automatiquement après adaptation du sillon de train par le dispatching. Il en va de même pour le routeplanner , l'application et le site de la SNCB. En moyenne, l'accélération d'un train est communiquée 37 minutes à l'avance.
Behalve in gevallen waarin een sterk gereduceerde treinlengte een stop aan een druk station onmogelijk maakt, wordt een overstapstation doorgaans niet overgeslagen. Het versnellen van de trein heeft tot doel een aansluiting te garanderen die anders door de vertraging zou worden gemist.
Voor de andere reizigers streven we ernaar om in een station waar de reis wordt onderbroken binnen 20 minuten een alternatief te bieden. In de praktijk bedraagt de gemiddelde wachttijd 13 minuten.
Het bestaan van een alternatief binnen 20 minuten is een van de voorwaarden om een halte over te slaan. In sommige gevallen kan dat echter niet worden gegarandeerd, bijvoorbeeld wanneer de maatregel wordt genomen wegens een gebrek aan zitplaatsen aan boord.
Het kan ook gebeuren dat er op het moment van de beslissing een geldig alternatief bestaat, maar dat die aansluitende trein zelf vertraging oploopt.
In elk geval zijn de gebruikelijke compensatieregels van toepassing in dergelijke situaties.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, er bestaan dus criteria. Waarom kreeg ik dan geen antwoord toen ik die vraag in februari 2025 schriftelijk stelde? Het heeft maanden geduurd om een antwoord te krijgen en in dat antwoord werd bovendien niets over de criteria medegedeeld. Toch bestaan er dus criteria.
Wat doen wij hier nog? Dat is hier geen poppenkast. Wanneer we vragen stellen, behoren we antwoorden te krijgen. Na herhaaldelijke vragen krijgen we nu de melding dat er criteria zijn en worden ze opgesomd.
Grote stations worden niet overgeslagen. Ik verwees echter naar voorbeelden als Lier, Vilvoorde, Mechelen en Herentals. Dat zijn geen kleine stations zoals Duffel, al wil ik mijn eigen gemeente niet de grond in praten. Het gaat om stevige stations en zelfs overstapstations. De criteria lijken dus alvast niet overeen te komen met de praktijk. Dat betreft stap twee.
Ten derde, ik vroeg naar specifieke cijfers. De schriftelijke vraag was op dat punt heel gedetailleerd. Het enige wat we vandaag echter hebben gekregen, is de mededeling "drie per dag".
Waar komt dat getal vandaan? Hoe komt het dat dat cijfer eerder niet bekend was? Waarom worstelt de ombudsman met de herkomst van die cijfers? Waarom weten wij dat niet? Moeten wij al die vragen opnieuw indienen? Waarom is er over die cijfers niet meer transparantie? Dat is immers cruciaal.
Een trein waar niemand kan opstappen of uitstappen, kan wel verder rijden tot in Brussel en voor wie in Brussel moet zijn, is die trein niet afgeschaft. Als men echter in Vilvoorde of Mechelen moet zijn en men kan er niet afstappen, dan is dat hetzelfde als een afgeschafte trein. Men maakt de reiziger iets wijs als men die trein niet categoriseert als een afgeschafte trein. Als dat nergens in de statistieken wordt opgenomen, kunnen we wel allemaal zeggen dat de stiptheid is verbeterd, maar als er steeds meer treinen stations overslaan, dan gaat de stiptheid er helemaal niet op vooruit.
Het is dus van belang dat dit veel beter in kaart wordt gebracht. Dit moet worden toegevoegd aan de stiptheidscijfers, want het heeft een gigantische impact.
Het is bovendien van belang dat parlementsleden die vragen stellen, daar ook antwoorden op krijgen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, het is dat ik weet dat de NMBS u de antwoorden doorgeeft, want anders zou ik vragen of u nood hebt aan een kleine pauze. Daarstraks was er het antwoord over de taalreglementering en nu is er dit antwoord. Ik vind het werkelijk hallucinant wat hier verteld wordt.
Ik begin met de cijfers. er zijn wel cijfers, er zijn geen cijfers, het zijn er 904, dan 12, dan weer 3 per dag. En vandaag zegt met hier dat het om een verwaarloosbaar aantal gaat. De sleutel blijkt nu te zijn dat men een sneeuwbaleffect wil vermijden. Eigenlijk zouden we dus bijna blij moeten zijn dat de NMBS dat doet.
Voor mij is de basisopdracht van een vervoersmaatschappij om mij van punt A naar punt B te brengen. Nu stapt men echter in en men weet helemaal niet of men op punt B zal aankomen of wanneer. De basis van wat een vervoersmaatschappij moet doen, kan de NMBS dus eigenlijk niet garanderen. Dat is de boodschap die we hier vandaag horen.
Er is inderdaad wel communicatie. De reizigers worden op de hoogte gebracht. Dat zou er nog aan mankeren. Men zegt dat allemaal te doen voor de reizigers. Als in de trein dus plots wordt meegedeeld dat men pas vier haltes verder kan uitstappen, moet de treinreiziger nog net niet beginnen juichen omdat de NMBS zo goed voor hem zorgt. Dit is werkelijk hallucinant. Dat is heel oncommercieel.
Daarstraks sloot de ombudsvrouw af met te zeggen dat de directie van de NMBS onaantastbaar lijkt. Ik noem het altijd de ivoren toren. Dit is een grandioze commerciële arrogantie.
Dat de criteria niet overeenkomen met de praktijk, daar heb ik werkelijk geen enkel begrip voor. Ik ben net niet gechoqueerd over wat ik hier als antwoord te horen kreeg.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord.
Laten we eerlijk zijn, het overslaan van haltes is not done. Vele reizigers zien plots de trein voorbijrijden of zitten al in de trein, maar kunnen gewoon niet uitstappen. Het wordt niet altijd tijdig gecommuniceerd. Daar zit een probleem. Het gebeurt effectief dat mensen al in de trein zitten en dan pas te horen krijgen dat hun halte wordt overgeslagen. Men kan dan wel zeggen dat de treinen volgens de statistieken stipt rijden, maar eigenlijk is dat puur boerenbedrog. Dat geeft een heel vertekend beeld.
Een trein wordt pas als "te laat" beschouwd als hij meer dan zes minuten vertraging heeft. Dat op zich zou eigenlijk al genoeg marge moeten zijn om de veiligheid te garanderen. Dat argument wordt immers aangehaald: het is voor de veiligheid.
Stel u voor dat u als 14-jarige in de trein stapt richting Noorderkempen. Als u pech hebt, komt u niet aan in Brecht, maar in Breda, 50 minuten verder. Dan staat u daar als 14-jarige. Dan kan er binnen de 20 minuten wel een oplossing zijn, maar een 14-jarige weet waarschijnlijk niet wat te doen.
Zulke voorvallen zijn we vandaag effectief. Dat is niet bevorderlijk voor het vertrouwen en zeker niet voor de veiligheid of het veiligheidsgevoel. De reizigers hebben recht op duidelijkheid. Als er uitzonderlijk beslist wordt een halte niet te bedienen, moet dat minstens tijdig en duidelijk gecommuniceerd worden. Het komt heel vaak terug, dat is iets wat bij de NMBS te wensen overlaat.
Ik sta er dus van versteld dat de NMBS er in augustus heel trots over communiceerde dat de treinen wel stipt zijn, stipter dan in de voorbije vier jaar. Als we echter de stiptheidscijfers voor de Kempen bekijken, die ik al een jaar opvolg, dan moeten we concluderen dat de stations van Turnhout en van de Noorderkempen al meer dan een jaar onder het gemiddelde scoren. Voor de reizigers voelt de communicatie heel anders in de werkelijkheid. De perceptie is gewoon anders. Het wordt hoog tijd dat we aan onze Kempische reizigers denken en dat de cijfers niet mooier worden voorgesteld dan ze effectief zijn.
Farah Jacquet:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.
Trois trains par jour, ce sont les chiffres que vous donnez. Je trouve que c'est quand même énorme. Honnêtement, je me mets à la place de mes anciens collègues, parce que je l'ai fait aussi. Franchement, quand on vient d'avoir fait une annonce selon laquelle le train ne s'arrêtera pas dans telle gare pour récupérer un retard, on n'a plus envie de sortir du poste de conduite où l'on a fait cette annonce, c'est très gênant. C'est aussi catastrophique en termes d'image pour un service public. Parce que les gens qui sont à bord du train, ils sont là, ils étaient déjà installés en pensant aller à leur gare de prédilection. Et en fait, ils ne vont pas y aller. Je trouve ça un peu chaud quand même, parce qu'une fois que le train est parti, il n'y a plus possibilité de faire marche arrière.
C'est la direction qui impose cette pratique mais je pense que comme ministre de tutelle, vous êtes aussi censé veiller à ce que les usagers du train bénéficient d'un service de qualité. Nous attendons donc de vous que vous exigiez de la SNCB qu'elle mette fin à cette pratique. Je ne l'ai pas entendu de votre part et je le déplore.
Il faut tout de même dire que cette pratique est le fruit, au départ, d'un choix politique du précédent gouvernement. En rendant les subsides dépendants des performances de la SNCB – mesurées notamment par rapport aux retards enregistrés –, en introduisant la logique de marché dans notre entreprise publique, le précédent gouvernement a encouragé une telle pratique. Je vous demande donc de revoir l'accord de gestion pour que de telles dérives n'aient plus lieu.
Jean-Luc Crucke:
Ter verduidelijking, de schriftelijke vraag van collega Aerts werd beantwoord op 11 juli. Ik heb daarvan het bewijs.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, hebt u dat antwoord ook gelezen? Ik heb naar cijfers gevraagd, maar daar staat geen enkel cijfer in vermeld. Ik heb naar criteria gevraagd, maar er staat geen enkel criterium in vermeld. In antwoord op mijn eerstvolgende mondelinge vraag geeft u wel cijfers en wel criteria.
Jean-Luc Crucke:
Dat is helemaal juist, maar u hebt gezegd dat u geen antwoord had gekregen.
Voorzitter:
Ik stel voor dat u dat onderling uitklaart.
De samenwerking tussen Securail en de spoorwegpolitie
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De samenwerking tussen Securail (NMBS) en de Spoorwegpolitie (SPC) blijft een prioriteit, maar inkanteling van Securail bij de SPC is definitief van tafel—Securail blijft onder de NMBS met gemeenschappelijk toezicht door beide departementen. Concrete maatregelen zijn realtime-toegang voor politie tot 8.000 NMBS-camera’s, bodycams voor Securail-agenten en een werkgroep om operationele coördinatie en opleidingen te verbeteren. Kritiek blijft bestaan op de moeizame samenwerking en onderbemanning bij de SPC, met de eis dat beloften nu concrete resultaten moeten opleveren.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ook daarover heb ik u al ondervraagd. Ik verwijs dan ook naar de schriftelijke versie van de vraag.
Om de veiligheid binnen het spoorgebeuren te kunnen garanderen is een goede samenwerking tussen de veiligheidsdienst van de NMBS (Securail) en de Spoorwegpolitie (SPC) belangrijk. Reeds langer doen geruchten de ronde dat er wordt nagedacht om op termijn de diensten van Securail in te kantelen bij de SPC. In antwoord op een eerdere vraag hierover gaf de minister aan te streven naar een betere samenwerking tussen beide instanties.
Wat is de huidige stand van zaken m.b.t. de samenwerking tussen Securail en de SPC?
Welke concrete maatregelen of acties ter zake mogen in het vooruitzicht worden gesteld en op welke termijn?
Is de optie om Securail in te kantelen bij (of op een andere wijze onder te brengen bij) de SPC definitief van tafel? Zo ja, wat waren de elementen die hiertoe aanleiding gaven? Zo neen, op welke wijze zou dit kunnen gebeuren? Wat zijn de mogelijke struikelstenen? Wordt er desgevallend werk gemaakt van een opleidingsprogramma / bundel voor Securail-agenten?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, de veiligheid in en rond het spoorwegnetwerk vormt een absolute prioriteit. Ze steunt op een nauwe samenwerking tussen de verschillende betrokkenen, met name Securail, de veiligheidsdiensten van de NMBS en de federale politie via de spoorwegpolitie, evenals bepaalde sociale diensten.
Zoals ik aangekondigd heb, is er een akkoord gesloten waardoor zowel de lokale als de federale politie voortaan in real time toegang krijgt tot de camerabeelden van de NMBS in de stationsbuurten. Het gaat om ongeveer 8.000 vaste camera’s, verspreid over publieke plaatsen zoals perrons, wachtzalen, fietsenstallingen en parkings. Bijna 130 lokale politiezones krijgen toegang tot de beelden van de stations op hun grondgebied, terwijl de federale politie toegang heeft tot het volledige spoorwegnetwerk.
Tegelijkertijd wordt nauw samengewerkt met de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken om ervoor te zorgen dat Securailagenten op het terrein kunnen beschikken over bodycams. Op die manier kunnen ze de reizigers beter beschermen en incidenten op het terrein sneller en veiliger aanpakken.
Ik ben mij bewust van de uitdaging en ben recent met mijn collega-minister van Binnenlandse Zaken, de heer Bernard Quintin, overeengekomen dat het personeel van Securail geïntegreerd zal blijven bij de NMBS. Die beslissing waarborgt de continuïteit van de specifieke missies van Securail en versterkt de complementariteit met de politiediensten.
Om die gemeenschappelijke wil te concretiseren, hebben we beslist een gemeenschappelijk toezicht van de twee departementen in te voeren. Die aanpak heeft tot doel de dagelijkse werking en de strategische coördinatie tussen Securail, de spoorwegpolitie en de federale politie te vergemakkelijken.
Er moet aan worden herinnerd dat die samenwerking reeds bestaat op het terrein. Er vindt regelmatig uitwisseling plaats tussen de agenten van de twee diensten, zowel op het vlak van de veiligheid op de treinen en in de stations als in de naburige zones. Die synergie is waardevol en verdient het om nader te worden uitgediept.
Om ervoor te zorgen dat het gemeenschappelijk toezicht een echte toegevoegde waarde wordt, hebben wij een werkgroep opgericht die de verschillende stakeholders samenbrengt. De werkgroep heeft tot doel de concrete en structurele verbeterpunten te identificeren, zowel op het vlak van de operationele coördinatie als op het vlak van opleiding. Het is de bedoeling om de competenties van het personeel van Securail te versterken binnen een kader dat aansluit bij de vereisten van de openbare veiligheid, met respect voor hun statuut en hun verankering binnen de NMBS.
Indien er twijfels bestaan over een mogelijke overdracht van Securail naar de spoorwegpolitie, kan ik bevestigen dat die optie niet meer actueel is. Ik herbevestig dat Securail behouden blijft binnen de NMBS. Binnen het kader van dat medevoogdijschap lijkt ons dat momenteel de meest efficiënte aanpak en de aanpak die de specifieke kenmerken van iedereen het best respecteert.
Ik bevestig mijn engagement in het licht van de veiligheid en het veiligheidsgevoel van de reizigers om van het spoor voor iedereen een toegankelijke en geruststellende plaats te maken.
Frank Troosters:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Dat is duidelijk met betrekking tot Securail en de inkanteling. Die gebeurt dus niet. Dat sluit aan bij wat u eerder hebt meegedeeld. Ik zal met veel interesse de werkgroep volgen die opgericht wordt in het kader van complementariteit en medevoogdijschap. Het komt uiteindelijk neer op samenwerking. Er bestaan al jarenlang klachten, zeker bij het personeel van Securail, over de soms moeizame samenwerking met de spoorwegpolitie. Bovendien is de spoorwegpolitie al jarenlang onderbemand, zoals u weet. Daar ligt de moeilijkheid. Ongeacht hoe men het probleem aanpakt – medevoogdijschap en complementariteit, via een werkgroep – het belangrijkste is dat er resultaat volgt. De vorige vraag van de heer Seuntjens heeft duidelijk aangetoond dat we niets hebben aan een minister die veel beloften maakt, maar weinig realiseert, zoals de vorige minister. Ik geef de voorkeur aan minder beloften, maar wel concrete resultaten. Ik reken erop dat die zeker zullen volgen.
Overvolle treinen na de concerten in Antwerpen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS organiseerde extra nachttreinen voor het Ed Sheeran-concert (12 treinen, 40+ haltes) na een akkoord met de organisator, maar bij Drake ontbrak zo’n afspraak, wat leidde tot extreme overbezetting (warmte, zuurstofgebrek, noodremtrekking) ondanks beschikbare capaciteit in latere treinen. Afspraken met organisatoren zijn cruciaal maar niet verplicht, en de NMBS levert enkel extra dienst bij officiële aanvragen, buiten hun openbare dienstverplichting. Terreinbegeleiding was aanwezig in Antwerpen-Centraal, maar preventieve maatregelen zoals instapbeperkingen bleken ontoereikend. Structuur en verplichte samenwerking met evenementen worden als verbeterpunt naar voren geschoven.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Mijnheer de minister, in augustus vonden er in Antwerpen twee grote concerten plaats, zowel Ed Sheeran op Linkeroever als Drake in het Sportpaleis. Bij dergelijke evenementen is het vanzelfsprekend dat heel wat bezoekers de trein nemen, zeker omdat een treinticket vaak inbegrepen zit bij het concertticket. NMBS had aangekondigd hiermee rekening te houden en extra treinen in te leggen.
Toch kwamen er nadien heel wat klachten binnen. Zo zette reizigers beelden op sociale media van een overvolle trein tussen Antwerpen en Brussel. Passagiers stonden opeengepakt en sommige passagiers werden zelfs onwel. Een passagier gebruikte zelfs de noodrem, omdat mensen onwel werden door de drukte en warmte, want er was bijna geen zuurstof.
Ik heb hierover de volgende vragen voor mijnheer de minister:
Hoe evalueert u de organisatie van het treinverkeer bij dit soort grootschalige evenementen, waarbij vooraf al duidelijk was dat heel wat mensen het openbaar vervoer zouden nemen?
Welke afspraken bestaan er vandaag tussen NMBS en organisatoren om de mobiliteit rond dergelijke evenementen beter af te stemmen? Wat kan er volgens u in de toekomst beter?
Hoe wordt er in zulke situaties op het terrein zelf opgetreden om overvolle treinen te vermijden? Was er bijvoorbeeld begeleiding aanwezig om aan te geven dat er geen extra reizigers meer mochten instappen?
Jean-Luc Crucke:
Mevrouw Cuylaerts, ik heb de vraag voorgelegd aan de NMBS, die me de volgende elementen heeft meegedeeld.
Hoewel het gebruik van nachttreinen in het kader van de commerciële evenementen geen deel uitmaakt van de openbaredienstverplichting van de NMBS, zegt de NMBS dat zij wil meewerken wanneer de organisatoren haar een officiële aanvraag doen. Op dat ogenblik zullen verschillende opties worden overwogen, en op basis van een akkoord zal er een aangepast aanbod voorgesteld kunnen worden.
De NMBS zegt dat de grote organisatoren ingelicht worden over die mogelijkheid. Zo was er een akkoord tussen de NMBS en de organisatoren van het concert van Ed Sheeran om extra nachttreinen in te zetten. Er werden in totaal twaalf nachttreinen, zes per concert, ingezet, naar verschillende windrichtingen, met meer dan 40 haltes onderweg. De concertbezoekers konden bovendien gebruikmaken van de NMBS-parkeerterreinen in het vertrekstation.
Voor het concert van Drake daarentegen werd er geen akkoord afgesloten met de organisator. Dat heeft ervoor gezorgd dat één van de twaalf ingezette treinen een zeer hoge bezetting kende. Er was die avond in de daaropvolgende nachttrein daarentegen wel nog plaats beschikbaar.
Bovendien wil ik benadrukken dat er tijdens die concertdagen NMBS-personeel aanwezig was in het station Antwerpen-Centraal om de reizigersstroom in goede banen te leiden.
Ik wil ook nog meegeven dat meer dan 250.000 festivalgangers deze zomer met de NMBS reisden. Op vraag van de organisatoren werden voor een twintigtal festivals extra treinen ingelegd, waaronder een honderdtal nachttreinen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord, dat heel duidelijk en verhelderend was.
De defecte liften in het station Antwerpen-Centraal
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Crucke bevestigt dat Antwerpen-Centraal tien liften – cruciaal voor mindermobielen – aan het vernieuwen is binnen een bredere modernisering, met drie liften per perron als back-up bij defecten. Tijdelijke oplossingen (communicatie, alternatieve routes) worden ingezet, terwijl de structurele oplossing (moderne, normconforme liften) in 2024 afgerond moet zijn. Cuylaerts benadrukt het belang van toegankelijkheid en verwelkomt de genomen maatregelen.
Dorien Cuylaerts:
Ik verwijs opnieuw naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Mijnheer de minister, het station Antwerpen-Centraal is niet alleen een architecturaal pareltje, het is ook een van de drukste vervoersknooppunten van ons land. Elke dag passeren er duizenden reizigers: pendelaars, toeristen, studenten en gezinnen.
Maar wie minder mobiel is, geraakt daar niet altijd zomaar tot aan het perron. Denk aan mensen in een rolstoel, ouderen of ouders met een kinderwagen. Zij rekenen op goed werkende liften om zich veilig en zelfstandig te kunnen verplaatsen.
Ik heb hierover de volgende vragen voor mijnheer de minister:
Bent u op de hoogte van deze aanhoudende problemen met de liften in station Antwerpen-Centraal? En zo ja, welke acties zijn intussen ondernomen om ze te herstellen en de bereikbaarheid van de perrons te verbeteren?
Werden er tijdelijke maatregelen genomen zodat reizigers met een beperkte mobiliteit toch toegang hebben tot de perrons?
Is er intussen werk gemaakt van een structurele oplossing voor dit probleem?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, geachte collega, in het station Antwerpen-Centraal is momenteel een vernieuwingstraject aan de gang waarbij tien liften worden gerenoveerd, waaronder degene die toegang geven tot de perrons. Die werken zijn van essentieel belang om zowel de betrouwbaarheid als de toegankelijkheid van het station te verbeteren. Ik heb dat vandaag nog kunnen vaststellen. Ze maken deel uit van bredere inspanningen om de infrastructuur toekomstbestendig te maken voor alle reizigers.
Elk perron beschikt over drie liften. Dankzij die redundantie kunnen reizigers met een beperkte mobiliteit in principe steeds een lift gebruiken om het perron te bereiken. Bij langdurige defecten wordt bovendien steeds duidelijke communicatie voorzien en wordt er een alternatief traject aangeduid.
De structurele oplossing bestaat uit de volledige vernieuwing van de liften. Daarbij wordt gekozen voor moderne installaties die voldoen aan de huidige normen inzake toegankelijkheid, betrouwbaarheid en gebruiksgemak. Die vernieuwingen zijn ingepland voor het komende jaar.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw verhelderend antwoord. Het is echt noodzakelijk dat mensen met een beperking mobiel kunnen zijn en blijven. We zijn dan ook blij dat dit wordt aangepakt.
De realtime toegang van de politie tot de NMBS-camerabeelden in stationsbuurten
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het akkoord tussen NMBS en 130 politiezones zorgt voor realtime-toegang tot 8.000 camerabeelden in stations en omgeving (perrons, parkings, etc.), om snellere politie-interventies bij criminaliteit of overlast mogelijk te maken, zonder toegang tot treincamera’s—die blijven voorlopig uitgesloten maar bodycams voor Securail worden wel ingevoerd als alternatief. De samenwerking verloopt via een protocolakkoord onder de camerawet, met een evaluatie na één jaar op effectiviteit, terwijl de minister benadrukt dat zichtbare politieaanwezigheid cruciaal blijft naast cameratoezicht. De oppositie (Cuylaerts) juicht het akkoord toe als een belangrijke veiligheidswinst maar dringt aan op toekomstige uitbreiding naar treincamera’s en een strikte opvolging van de resultaten. Kernboodschap: realtime-cameratoegang versterkt veiligheid in stations, maar fysieke politiepresente en latere evaluatie zijn essentieel, met treincamera’s als mogelijke volgende stap.
Dorien Cuylaerts:
Ook voor deze vraag verwijs ik naar de schriftelijke versie.
Mijnheer de minister, onze fractie is al lang vragende partij voor een betere samenwerking tussen de politiediensten en de NMBS als het gaat over veiligheid in en rond de stations. Daarom ben ik ook tevreden dat er nu eindelijk een akkoord is afgesloten waardoor lokale en federale politiediensten in real time toegang krijgen tot de beelden van de NMBS-camera's in stations en stationsbuurten. Op deze manier kunnen we sneller reageren bij overlast of criminele feiten.
Het akkoord betreft bijna 130 politiezones en maakt beelden toegankelijk van zo'n 8.000 camera's. Het gaat om publieke plaatsen zoals perrons, wachtzalen, fietsenstallingen en parkings. De beelden uit treinen zelf vallen voorlopig buiten dit akkoord, al wordt er aangegeven dat dit in de toekomst mogelijk kan worden.
Mijnheer de minister, ik heb voor u enkele vragen:
Kan de minister wat meer duiding geven rond de samenwerking tussen de NMBS en de betrokken politiezones? Hoe zal dit concreet in zijn werk gaan?
Zal dit systeem in de toekomst geëvalueerd worden? Zo ja, op welke termijn en volgens welke criteria?
De camera's in de treinen vallen momenteel buiten het akkoord. Dat is volgens de NMBS niet aan de orde. Waarom is dit niet aan de orde? Wordt de mogelijkheid nog steeds onderzocht om dit in de toekomst ook mogelijk te maken? Welke stappen of voorwaarden ziet u daarbij?
Jean-Luc Crucke:
Geachte collega, zoals aangekondigd, is er een akkoord gesloten waardoor zowel de lokale als de federale politie voortaan in real time toegang hebben tot de camerabeelden van de NMBS in stationsbuurten. Het gaat om ongeveer 8.000 vaste camera's verspreid over publieke plaatsen, zoals perrons, wachtzalen, fietsenstallingen en parkings. Bijna 130 lokale politiezones krijgen toegang tot de beelden van de stations op hun grondgebied, terwijl de federale politie toegang heeft tot het volledige netwerk. De toegang is geregeld volgens de camerawet en verloopt via een protocolakkoord tussen de NMBS en de betrokken politiezones of de federale politie. Het gaat enkel om consultatie in real time en uitsluitend in het kader van de wettelijke opdrachten van de politiediensten.
Voor onderzoeksdoeleinden blijft de bestaande procedure gelden. De politie moet een aanvraag indienen waarop de NMBS binnen 24 uur reageert. De camerabeelden in de trein zelf vallen momenteel buiten dat akkoord. Het filmen in de trein is op dit moment niet het primaire doel van dit project. Tegelijkertijd wordt er nauw samengewerkt met de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken om ervoor te zorgen dat Securailagenten in de trein kunnen beschikken over bodycams. Zo kunnen zij de reizigers beter beschermen en incidenten in de trein sneller en veiliger aanpakken.
De veiligheid van reizigers en personeel blijft een absolute prioriteit. Met dit project willen we niet alleen sneller kunnen ingrijpen bij incidenten, maar ook een krachtig signaal geven: geweld tegen passagiers of tegen medewerkers van de NMBS wordt niet getolereerd. Het feit dat beelden in real time kunnen worden bekeken en later kunnen worden gebruikt in geval van een probleem, heeft bovendien belangrijke afschrikkende effecten. Mensen weten dat ze gefilmd worden en dat die beelden desnoods tegen hen kunnen worden ingezet.
De samenwerking met de geïntegreerde politie is een belangrijke stap vooruit. Ik blijf evenwel tegelijk het belang benadrukken van een zichtbare aanwezigheid van de politie – zowel in de stations als in de trein – ter ondersteuning van Securail.
Het is vandaag nog te vroeg om al conclusies te trekken. Ik zal er echter persoonlijk op toezien dat een eerste grondige evaluatie kan plaatsvinden na een jaar implementatie, in overleg met de betrokken partners.
Dorien Cuylaerts:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Voor onze fractie is wat we hier te horen kregen bijzonder goed nieuws. We zijn zeer verheugd dat dat akkoord er is gekomen, aangezien we al langer pleiten voor een betere samenwerking tussen de politiediensten en de NMBS. De realtimetoegang tot de camerabeelden in en rond de stations kan zeker een groot verschil maken. Het zorgt ervoor dat de politiediensten sneller, accurater en gerichter kunnen reageren op de overlast en de criminaliteit die er plaatsvinden. Het is ongetwijfeld een belangrijke stap in de goede richting voor de veiligheid van zowel de reizigers als het personeel, wat zeker een pluspunt is. Het is natuurlijk belangrijk dat dit systeem – u verwees daar zelf al naar – goed wordt opgevolgd en na verloop van tijd wordt geëvalueerd. We hopen dat de evaluatie zal aantonen dat het ook efficiënt is, zoals het nu op papier lijkt te zijn. Het is voor ons duidelijk dat het een stap in de goede richting is en we kijken ernaar uit om in de toekomst nog verder te gaan. We zouden het graag uitgebreid zien met de camera’s die in de treinen beschikbaar zijn, omdat dat het allemaal nog eenvoudiger zou maken.
De studie van de NMBS over het installeren van toegangspoortjes
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS weigert transparantie over een interne studie naar toegangspoortjes in stations, die een negatieve businesscase aantoonde (hoge kosten, architecturale complexiteit, commerciële schade en beperkte fraudebestrijding). Minister Crucke bevestigt dat vertrouwelijke commerciële en financiële gegevens de weigering rechtvaardigen, maar biedt Frank Troosters (parlementslid) inzage achter gesloten deuren aan, erkennend dat het parlement recht heeft op toegang tot dergelijke documenten. Troosters betwist de absolute afwijzing op basis van kosten, wijst op selectieve investeringskeuzes (bv. dure stationsprojecten) en dringt aan op verdere onderzoeken, met name naar veiligheidsimpact en gecombineerde oplossingen (poortjes + valideringstoestellen). De minister belooft samenwerking met Binnenlandse Zaken om beperkte proeven met poortjes te bekijken, maar blijft voorlopig inzetten op goedkopere valideringssystemen.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
De NMBS liet een studie uitvoeren over het mogelijk installeren van toegangspoortjes in haar stations. Het resultaat van deze studie was negatief.
In het antwoord dat ik ontving op mijn schriftelijke vraag nr. 293 werd aangegeven dat de NMBS zich niet verplicht voelde de inhoud van deze studie publiek te delen. Mijn vraag voor inzage werd niet ingewilligd omwille van het 'confidentieel karakter' van de studie waarbij men verwees naar afspraken ter zake in de beheersovereenkomst die met de federale overheid werd afgesloten.
Kan de minister de concrete bepalingen duiden waarop de weigering tot inzage van deze studie gebaseerd is?
Kan de minister toelichten welk het 'confidentieel' element is van deze studie? Kan de minister daarbij ook duidelijk en ondubbelzinnig de reikwijdte van het begrip confidentieel duiden?
Vind de minister het een goede zaak voor de werking van het parlement dat geweigerd wordt de inhoud van deze studie vrij te geven?
Zal de minister hierover in gesprek gaan met de NMBS-directie?
Welke andere maatregelen zal de minister nemen om het gebrek aan transparantie bij de NMBS aan te pakken?
Jean-Luc Crucke:
De NMBS informeert mij dat zij het project voor de installatie van toegangspoortjes in Belgische stations heeft bestudeerd. Het doel is de fraude te verminderen die gepaard gaat met het instappen in een trein zonder geldig vervoersbewijs.
De concrete businesscase die de NMBS heeft onderzocht behelst de installatie van toegangspoortjes en de mogelijke impact daarvan en bevat vertrouwelijke gegevens, bijvoorbeeld financiële gegevens of gegevens over commerciële activiteiten op de concurrentiële markt, zoals concessies in de stations. Daarom acht de NMBS het niet opportuun om die studie publiek te maken. Dat neemt niet weg dat de belangrijkste en uitgebreide conclusies zeer transparant met u en andere parlementsleden zijn gedeeld. Ik kom hierop terug en zal nog bijkomende elementen toevoegen, die ik ook verder zal bespreken in mijn reguliere overleg met de NMBS.
Ik wens eerst te benadrukken dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen twee verschillende voorzieningen: poortjes die zowel bij de ingang als bij de uitgang een slagboom en een individuele doorgang hebben en valideringstoestellen die zorgen dat een vervoersticket gevalideerd wordt zonder de reizigersstroom te hinderen.
Wat de poortjes betreft, heeft de NMBS een grondige studie uitgevoerd door het station Brussel-Zuid als concreet geval te nemen en de resultaten te extrapoleren naar een scenario dat 12 grote Belgische stations dekt: Brussel-Zuid, Brussel-Centraal, Brussel-Noord, Gent-Sint-Pieters, Antwerpen-Centraal, Leuven, Namen, Ottignies, Luik, Charleroi en Bergen, evenals verschillende naburige stations.
De studie heeft aangetoond dat de installatie van poortjes steunt op een negatieve businesscase, met een verlieslatende return on investment, zelfs in de meest optimistische scenario's. De installatie zou immers tot zeer hoge kosten leiden, niet enkel voor de initiële installatie, maar ook voor onderhoud, herstellingen, veiligheid en waardevermindering van de handelsconcessies.
De aanpassing zal complex zijn: de architecturale verscheidenheid van de stations, waarvan sommige geklasseerd zijn, grote werkzaamheden zoals de verplaatsing van loketten en de reorganisatie van de stroom, toegangsvereisten voor PMB en stedenbouwkundige vereisten, zoals bij het station Brussel-Zuid en het Fonsnygebouw, dat open moet blijven tussen de twee wijken, een negatieve sociale en commerciële impact door de daling van de reizigersstromen in de commerciële zones, waardeverminderingen van de concessies, logistieke hinder voor de handelszaken en verlies van aantrekkelijkheid van stations als leef- en doorgangsruimtes.
Rekening houdend met die elementen heeft de NMBS momenteel niet voor deze optie gekozen. Een dergelijke installatie is alleen haalbaar met aanzienlijke financiële steun van de Staat. Dat doet de vraag rijzen of zo de overheidsmiddelen, die al onder strenge begrotingsbeperkingen vallen, het meest efficiënt worden aangewend.
Samen met de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken en de NMBS zal worden onderzocht of het zinvol is om veiligheidspoortjes in bepaalde stations te installeren. Op dit moment zijn we echter van mening dat de prioriteit moet gaan naar de installatie van valideringstoestellen, met name in grote stedelijke stations waar validering voor het instappen verplicht is, in een systeem dat daadwerkelijk interoperabel is tussen de vier openbaarvervoerbedrijven, zodat opportunistische fraude kan worden tegengegaan, de reizigersstromen objectief kunnen worden vastgesteld en de inkomsten correct verdeeld worden bij intermodale tarieven, terwijl het systeem veel goedkoper en minder ingrijpend is, zonder de andere functies van de stations, winkels en verbindingen tussen wijken aan te tasten.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, u antwoordde zoals ik grotendeels had verwacht. Over de eventuele installatie van toegangspoortjes werd een studie uitgevoerd. Ik had graag de studie zelf gelezen, maar ik krijg ze niet te zien.
De NMBS heeft wel de moeite gedaan om in antwoord op een schriftelijke vraag een aantal elementen toe te lichten. Net die elementen roepen bij mij vragen op. Los van de algemene context, gaat het om politieke keuzes die worden gemaakt.
Men kan zeggen dat het een negatieve businesscase is. Ik had het daarnet over Schaarbeek-Vorming. Daaraan wordt een paar miljoen besteed, ondanks een negatieve businesscase. Daar rijdt geen enkele trein. We hebben het soms over wifi op te trein. Dat is te duur. Toegangspoortjes zijn te duur. Er werd echter wel een station van bijna een half miljard euro gebouwd in Bergen; dat kon blijkbaar wel. Niemand lijkt verantwoordelijk te zijn.
Wat is inzake de toegangspoortjes precies inhoudelijk onderzocht? Voor een aantal van de aangegeven elementen kan ik best begrip opbrengen. Wat is bijvoorbeeld de impact op het vlak van veiligheid?
Bij andere vragen horen we dat er vaak discussies ontstaan over het al dan niet hebben van een geldig vervoersbewijs. Welnu, dat kan via een valideringstoestel worden gecontroleerd. In een ideale wereld zijn de toegang en de validering gecombineerd. Ik begrijp dat dat misschien niet overal mogelijk is, aangezien elk station een andere ruimtelijke situatie kent. Dat zijn keuzes die men maakt. Wat is de impact daarvan op de veiligheid en op personeelsuitval bij treinbegeleiders die bij een incident betrokken zijn? De kwestie gaat heel breed. Daarom wil ik graag weten hoeveel dat allemaal kost, wat er onderzocht is en hoe ver men daarin is gegaan. Om die reden vraag ik naar de studie.
Ik ben blij met wat de NMBS laat weten, maar ik wil eigenlijk veel meer weten. Dat lukt echter niet, aangezien dat als confidentieel wordt aangemerkt en dat betreur ik. In andere landen zie ik dat toegangspoortjes in treinstations zijn geïnstalleerd. In eigen land zijn bij de metro toegangspoortjes ingevoerd, te openen met een toegangsbewijs. Het antwoord van een negatieve businesscase is best wel een valabel argument, maar het is in mijn ogen niet absoluut of zaligmakend om toegangspoortjes daarmee af te voeren. Daarom is dat antwoord voor mij onvoldoende. Mijn frustratie is dat ik daarop alweer geen volledig zicht krijg.
Uw overweging om eventueel toch met uw collega van Binnenlandse Zaken te onderzoeken of toegangspoortjes in bepaalde stations mogelijk zijn, stemt me hoopvol. Dat zou al een belangrijke stap kunnen zijn, al dan niet gecombineerd met een ticketvalidering. Ik wil u aanmoedigen om dat verder te bekijken en u bedanken voor uw bereidheid om dat te doen. Ik vind dat een ontzettend belangrijke stap, zowel commercieel als op het vlak van veiligheid voor de reizigers en het personeel. Daarom vraag ik om dat verder te bekijken. Het zal er niet van vandaag op morgen zijn; het vraagt veel werk. In mijn ogen mag dat niet worden afgedaan met één studie waarvan we niet weten wat precies werd onderzocht, alleen omdat het een negatieve businesscase betreft. Het mag daar echt niet bij eindigen. Ik reken op u om het werk verder te zetten.
Jean-Luc Crucke:
Ik dank u voor uw opmerking.
Ik ben altijd van mening geweest dat parlementen en volksvertegenwoordigers net zoals de minister de documenten van een openbare instelling moeten kunnen raadplegen. Ik wil u dan ook het hiernavolgende voorstel doen.
Stuurt u mij daarover een brief en misschien kunnen we met de NMBS een oplossing vinden om u dat verslag of die studie achter gesloten deuren te laten bekijken. Ik begrijp dat het belangrijke commerciële elementen bevat, maar de parlementsleden hebben mijns inziens het recht om documenten in te kijken. Indien u mij in uw hoedanigheid van voorzitter over dat document of over een ander rapport aanschrijft, zal ik zeker de bemiddeling verzorgen bij de NMBS.
Frank Troosters:
Ik waardeer dat initiatief enorm en zal daar zeker aan tegemoetkomen. Ik herhaal dat ik de vraag niet zomaar stel. We willen namelijk echt werk maken van een oplossing voor een problematiek waarmee we al jaren kampen. Het is immers onze rol als parlementsleden om te zoeken naar oplossingen om de hele samenleving, in dit geval het spoor, de veiligheid en de commerciële belangen, op een goede manier te dienen. Dat is deels onze taak hier. We moeten ons daarin verdiepen en kijken wat mogelijk is.
Als blijkt dat een en ander niet kan, moeten we ons daarbij neerleggen. Het antwoord dat we hebben gekregen, is echter behoorlijk frustrerend. Ik zou het dan ook enorm waarderen, mochten wij een en ander kunnen bekijken, zelfs al is het achter gesloten deuren.
Voorzitter:
We zijn aan het einde van deze vergadering gekomen. Conform artikel 127.10 van het Reglement worden de vragen nrs. 56007478C van de heer Cornillie en 56007510C en 56007511C van mevrouw De Knop vervallen verklaard. Ik wens de minister en zijn medewerkster te bedanken voor hun aanwezigheid en hun positieve insteek. Ik dank de parlementsleden voor hun inbreng. Verder dank ik het secretariaat voor de ondersteuning, de diensten van de Kamer en in het bijzonder ook de tolken, voor wie het soms vrij snel ging, zoals ik heb begrepen. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.24 uur. La réunion publique de commission est levée à 18 h 24.
De veiligheid van de treinbegeleiders en het spoorpersoneel
De veiligheid van de treinbegeleiders en van het spoorpersoneel
Veiligheid van trein- en spoorpersoneel
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Crucke erkent het groeiende geweld tegen spoorpersoneel—zoals de aanval op een treinbegeleider op de risicovolle lijn Rijsel-Antwerpen op 25 juni—en belooft strengere maatregelen via het herziene masterplan agressiebestrijding (preventie, digitale incidentregistratie, juridische opvolging en psychosociale ondersteuning), met extra focus op risicolijnen en -tijdstippen (o.a. Securail-inzet na 22u). Troosters kritiseert echter het gebrek aan concrete actie in het verleden en eist directe verbeteringen, zoals verplichte Securail-aanwezigheid ’s avonds, om vertrouwen bij reizigers en personeel te herstellen. De minister bevestigt overleg met vakbond Metisp-Protect (die een alarmbelprocedure startte) om stakingen af te wenden, maar Troosters waarschuwt voor de impact van eerdere stakingen en dringt aan op snelle, zichtbare resultaten. Kernpunt: veiligheid als voorwaarde voor treingebruik, met urgentie voor praktische uitvoering van plannen.
Frank Troosters:
Ik verwijs voor beide vragen naar de tekst zoals ingediend.
Op woensdag 25 juni jl. werd een treinbegeleider op een trein van Rijsel naar Antwerpen aangevallen. Deze lijn wordt in NMBS-kringen al langer als een 'risicolijn' omschreven.
De aanleiding tot het incident was eens te meer het niet hebben van een geldig vervoerbewijs door de dader. Evenmin had de betrokkene een identiteitskaart of bankkaart bij.
Dit incident kadert in een reeds lang aanhoudende problematiek van toenemend geweld binnen het spoorgebeuren en een onvoldoende functioneren van de daartoe bestaande veiligheidsdiensten.
Heeft de minister kennis genomen van de feiten die zich afspeelden?
Op welke wijze beoordeelt de minister het afwezig zijn van Securail-personeel na 22u 's avonds?
Welke maatregelen zal de minister nemen om soortgelijke incidenten in de toekomst te vermijden?
Welke maatregelen zal de minister nemen om de problematiek van het ontbreken van een geldig vervoerbewijs aan te pakken?
Welke begeleidingsmaatregelen werden genomen ten aanzien van de getroffen treinbegeleider?
Volgend op het incident met een treinbegeleider dat zich voordeed op woensdag 25 juni op een trein van Rijsel naar Antwerpen heeft de spoorbond Metisp-Protect een alarmbelprocedure in gang gezet. Dit is een eerste stap richting een mogelijke stakingsaanzegging. De spoorbond klaagt - wat mij betreft geheel terecht - het geweld tegen treinbegeleiders en ander spoorpersoneel aan.
Heeft de minister kennis genomen van de onvrede bij de spoorbond Metisp-Protect?
Welke maatregelen zal de minister nemen om:
het geweld binnen het spoorgebeuren aan banden te leggen?
het overleg met spoorbond Metisp-Protect te faciliteren?
een mogelijke staking door Metisp-Protect af te wenden?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, ik ben mij wel degelijk bewust van de agressie tegenover het spoorwegpersoneel, in dit geval specifiek tegenover een treinbegeleider. Zoals u weet, is veiligheid een prioriteit voor mij. Ik kan niet aanvaarden dat een treinbegeleider op zo’n laffe manier wordt aangevallen.
De inzet van het Securailpersoneel wordt bepaald op basis van een risicoanalyse, de beschikbaarheid van middelen en de prioritaire zones. Het klopt dat er na 22.00 uur op bepaalde lijnen minder aanwezigheid is. Dat vormt een gekende uitdaging. Momenteel wordt gewerkt aan een herziening van de inzetstrategieën, met als doel een betere afstemming op risicolijnen en risicotijdstippen.
Het incident waarbij een treinbegeleider op woensdag 25 juni werd aangevallen op de trein van Rijsel naar Antwerpen, wordt als bijzonder ernstig beschouwd. Dergelijke feiten krijgen de hoogste prioriteit in de opvolging. Elke aanval op spoorwegpersoneel is onaanvaardbaar en vereist de strengste reactie.
De NMBS evalueert het masterplan voor agressiebestrijding positief. Het is een evolutief actieplan, dat steunt op vier pijlers: anticipatie, preventie, reactie, en interventie en ondersteuning. Het plan biedt een coherent en geïntegreerd kader voor een doeltreffende bestrijding van agressie tegen het personeel, gebaseerd op een analyse van de situatie op het terrein.
Het plan wordt in 2025 voortgezet, met bijzondere aandacht voor de modernisering van het productaanbod, de opvolging van het fenomeen, de systematische melding van incidenten via een digitaal dossier en de versterking van de opleiding.
De digitale dossiers maken het mogelijk om elk incident systematisch op te volgen, waardoor het eenvoudiger wordt om agressie te analyseren en erop te reageren. Dat maakt deel uit van een algemene aanpak om de veiligheid te verbeteren en te zorgen voor een snelle en gepaste reactie.
Wanneer een NMBS-medewerker het slachtoffer van agressie wordt, kan hij of zij een beroep doen op psychosociale ondersteuning, zowel in eerstelijn via een buddy als via een interventiepsycholoog of een psychosociaal hulpverlener.
Er is altijd minstens één instantie, HR Rail of de NMBS, die een burgerlijke vordering instelt als het parket een procedure opstart.
De NMBS vraagt ook dat elke vorm van agressie door alle betrokkenen in de juridische keten ernstig wordt genomen. Elke klacht moet door de politie worden geregistreerd en op rigoureuze wijze worden afgehandeld, met oplegging van gepaste sancties. Daarvoor wordt samengewerkt met de verschillende parketten en het College van procureurs-generaal.
Wat de alarmbelprocedure betreft die door de vakbond METISP-Protect werd ingeleid, wens ik te verduidelijken dat ik daarover werd ingelicht. Tot op heden heeft de vakbond zich niet rechtstreeks tot mij gewend. Een ontmoeting tussen de directie van de NMBS en de vakbondsafvaardiging is binnenkort voorzien om concrete antwoorden te geven op de bezorgdheden van de vakbond in de context van het betreurenswaardige incident dat plaatsvond op 25 juni en omtrent de middelen die werden ingevoerd.
Frank Troosters:
Dank u wel, mijnheer de minister. Het is overbodig te zeggen dat veiligheid een absolute topprioriteit is binnen het spoorverkeer. Men kan eender welke dienstverlening aanbieden, zelfs met zeer comfortabele treinen, alles mag prachtig zijn, maar als de mensen zich niet veilig voelen, zullen ze de trein niet nemen. Ik heb daar al herhaaldelijk op aangedrongen. Nu hoor ik opnieuw veel over plannen, vergaderingen en dergelijke, maar eigenlijk is er in de vorige legislatuur op dat vlak weinig gebeurd. U weet uit eerdere vergaderingen dat ik bovendien niet wild was over het aspect persoonsgebonden veiligheid in uw beleidsnota. Ik hoop dan ook dat er eindelijk effectieve maatregelen op het terrein zullen worden genomen. U noemde er zelf een, namelijk de aanwezigheid na 22 uur. U zegt dat er dan minder aanwezigheid is, maar ik zeg dat het personeel vaak ervaart dat er helemaal geen aanwezigheid is. Dat is al een eerste stap die zou kunnen worden gezet. Wat de vakbond METISP-Protect betreft, hoop ik natuurlijk dat men alles in het werk zal stellen om nieuwe stakingen te voorkomen. Die vakbond heeft al eens gestaakt. Het is geen grote vakbond, maar hij is wel cruciaal en die actie had toch een aanzienlijke impact. Ik hoop dan ook dat er snel resultaat zal volgen.
Het inleggen van nachttreinen voor festivalgangers na afloop van de grote Belgische festivals
De schrapping van het budget voor de nachttreinen
De avond- en nachttreinen
Het steunsysteem voor nachttreinoperatoren
Avond- en nachttreinen voor festivalgangers en operatorenondersteuning
Gesteld door
Ecolo
Sarah Schlitz
Ecolo
Sarah Schlitz
Vooruit
Niels Tas
VB
Frank Troosters
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de ongelijkheid in nachttreinen voor festivalgangers (enkel Vlaamse bestemmingen, geen Wallonië) en het wegvallen van de 1-miljoen-subsidie voor nachttreinen in 2025, ondanks hun klimaat- en veiligheidsvoordelen. Minister Crucke belooft een actieplan voor betere festivalbereikbaarheid en hernieuwd budget voor nachttreinen vanaf 2026, maar erkent dat de impact van eerdere steun (2023-2024) niet meetbaar was. Kritiek blijft op het ontbreken van concrete resultaten (CO₂-reductie, toerisme) en traagheid in uitvoering, terwijl de oppositie dringt op snelle herinvoering van subsidies en internationale samenwerking.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, avec l'été qui est enfin arrivé, des centaines de milliers de personnes participent à des festivals belges, qui sont d'ailleurs une marque de fabrique de notre pays, notamment le Rock Werchter ou le Pukkelpop. Ces événements, qui sont soutenus par les pouvoirs publics et promus comme des vitrines culturelles belges, attirent un public très diversifié venant de toutes les régions du pays.
Pourtant, quand on examine les moyens de transport mis à disposition pour le retour en soirée ou de nuit, une inégalité flagrante apparaît. Les trains de nuit organisés par la SNCB ne desservent que des destinations flamandes. Pour le Rock Wertcher, uniquement des trains vers Ostende, Anvers-Central ou Genk; et pour le Pukkelpop, uniquement Gand-Saint-Pierre et Anvers-Central. Aucune desserte, donc, pour la Wallonie.
Cela pose deux problèmes majeurs. D’abord, un problème de sécurité. En ne prévoyant pas de solution de retour en transports publics, on pousse une partie des festivaliers à rentrer par leurs propres moyens en voiture, fatigués, voire sous l'effet de l'alcool. Ensuite, un problème d'équité et d'accessibilité. Comment justifie-t-on que les francophones soient écartés de ces dispositifs?
En parallèle, cette situation interroge aussi en matière de durabilité. Offrir des retours en train de nuit, y compris vers la Wallonie, serait une manière concrète d'encourager une mobilité plus écologique et sûre, en accord avec les objectifs environnementaux du pays.
Monsieur le ministre, quelles mesures avez-vous prises pour faire en sorte que les retours de festival en train de nuit soient accessibles à tous les Belges? Quels contacts ont-ils été pris avec les organisateurs de ces événements? Quelles initiatives comptez-vous prendre?
Ma deuxième question concerne les budgets relatifs à l'encouragement au développement des trains de nuit.
Monsieur le ministre, une nouvelle étude a montré que nous ne pourrons pas atteindre l'objectif de Paris de 2015 de rester sous la barre du réchauffement de la terre de 1,5 degré si des actions radicales ne sont pas prises dès maintenant.
Le transport pèse lourd dans nos émissions. C'est le premier secteur: il représente 25 %. Il y a une urgence à décarboner nos modes de déplacement. Pour cela, il faut des alternatives. Le train de nuit en est une. Il produit 28 fois moins de gaz à effet de serre qu'un avion. Or, quelle ne fut pas ma surprise de constater dans le budget 2025 que le subside de 1 million d'euros dédié au soutien des trains de nuit n'était pas reconduit pour cette année.
Monsieur le ministre, quelles sont les raisons de la suppression de ce subside? Sous la précédente législature, plusieurs trains de nuit sont réapparus en Belgique. Ils rencontrent un franc succès. Quelles sont vos ambitions en la matière? Avez-vous des contacts avec vos homologues européens à ce sujet pour poursuivre dans cette voie?
Voorzitter:
De heer Tas is niet aanwezig.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, in de vorige legislatuur keurden we hier een steunsysteem goed ten voordele van de kandidaten die actief zijn in het passagiersvervoer per nachttrein. Het steunsysteem voorzag in een volledige vermindering van de heffingen van de spoorweginfrastructuurbeheerder met betrekking tot het gebruik van de infrastructuur en de energiekosten. Voor dit steunsysteem werd, weliswaar via twee verschillende begrotingsposten van elk 1 miljoen euro, 2 miljoen euro voorzien.
Uit cijfers die ik opvroeg blijkt dat het systeem pas in werking trad op 1 juli 2023 en dat slechts 746.746 euro aan steun diende te worden uitbetaald. Dat is nog niet de helft van het voorziene budget.
Hoe evalueert u het steunsysteem zoals dat voorzien werd? Kunt u duiden of het steunsysteem ter ondersteuning van de nachttreinen heeft geleid tot een hoger bezoekersaantal in Brussel? Dat was namelijk prioritair. Zo ja, hoe werd dit gemeten en wat was de toename?
Een tweede objectief was de CO 2 -uitstoot. Welke reductie werd er inzake CO 2 -uitstoot gerealiseerd dankzij het steunsysteem voor de nachttreinen? Hoe werd dit gemeten? Voldeed dit resultaat aan de vooraf gestelde verwachtingen?
Ziet u een oorzakelijk verband tussen het wegvallen van de financiële steun vanaf begin 2025 en het stopzetten van de verbinding Brussel-Berlijn eind maart 2025 door Nightjet?
Welke toekomst dicht u de sector van de nachttreinen toe in ons land? Is het stimuleren van de nachttreinensector een beleidsprioriteit en denkt u daarbij aan een of andere nieuwe vorm van steunsysteem?
Jean-Luc Crucke:
Madame Schlitz, la mise en place de trains spéciaux se fait à la demande des organisateurs d'événements et n'est donc pas régie par le contrat de service public de la SNCB. Néanmoins, considérant le nombre important de festivaliers en Belgique, la question de la mobilité pour effectuer les trajets vers et depuis les festivals constitue une préoccupation importante pour moi. Les transports en commun, et en particulier le transport ferroviaire, ont un rôle central à jouer pour encourager une mobilité durable, sûre et accessible à tous. Je ne vous apprends rien.
C'est pourquoi mon équipe est en relation avec la SNCB et a demandé un plan d'action détaillé relatif à l'accessibilité des festivals en transports en commun. Dans l'attente d'informations complémentaires de la SNCB, les trains supplémentaires font l'objet d'un accord commercial entre la SNCB et l'organisateur de l'événement. Cet accord détermine les principaux lieux de départ des voyageurs ainsi que les trains à faire circuler. Soyez donc assurée que je serai proactif pour permettre à l'ensemble des festivaliers de disposer d'une solution de mobilité durable qui renforce également, comme vous l'avez précisé, la sécurité routière.
En ce qui concerne le subside en faveur des trains de nuit, ce dernier trouvait son fondement juridique dans le cadre de la loi du 7 juin 2023 portant soutien au transport de voyageurs par trains de nuit.
Overeenkomstig de wet trad de steunregeling in werking op 1 juli 2023 en liep ze af op 31 december 2024. Het budget voor de uitvoering van deze wet had alleen betrekking op de jaren 2023 en 2024.
De wet moet dus grondig geëvalueerd worden om de effecten ervan te analyseren op de ontwikkeling van de nachttreinen. Ondertussen heb ik ervoor gezorgd dat een nieuw budget voor de ondersteuning van nachttreinen in de begroting voor 2026 zal worden voorzien.
Néanmoins, pour poursuivre le soutien envers ce secteur en développement, une réflexion est entamée depuis le printemps 2025, afin d'envisager les mesures les plus appropriées à cet effet.
Enerzijds loopt er momenteel een evaluatie door de FOD Mobiliteit en Vervoer van dit ondersteuningssysteem dat eind 2024 afliep, anderzijds is er sinds het voorjaar van 2025 een evaluatie aan de gang om na te gaan welke maatregelen het meest geschikt zijn om deze groeiende vervoerswijze te ondersteunen.
De ontwikkeling van de Europese spoorverbindingen blijft een van mijn prioriteiten. Ik zet de dialoog met mijn collega’s op dit vlak voort en hoop deze snel te kunnen formaliseren. Concreet heb ik reeds de verlenging voorgesteld van de begrotingsenveloppe die bedoeld is voor de ondersteuning van de nachttrein. Dit zal tijdens het volgende begrotingsconclaaf worden besproken. Bovendien blijft mijn administratie zich inzetten voor de besprekingen om het proefproject Brussel-Barcelona, op initiatief van European Sleeper, op te starten.
Het is zeer moeilijk om in te schatten in welke mate nachttreinen het aantal bezoekers aan Brussel hebben beïnvloed. Er zijn geen cijfers of studies die aangeven hoeveel nachtreizigers naar België of Brussel zouden zijn gekomen met een alternatief vervoermiddel, dan wel helemaal niet. Om de CO ₂ -impact van het steunsysteem te meten, zouden we gegevens nodig hebben over het aantal reizigers dat zonder deze trein naar Belgi ë zou zijn gereisd en met welk vervoermiddel alsook over het aantal reizigers dat zonder deze trein niet naar België zou zijn gereisd. Helaas zijn dergelijke gegevens niet beschikbaar.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Concernant l'accessibilité des festivals, je me réjouis qu'un plan d'action soit lancé pour l'accessibilité en transports en commun des festivals. Il n'est pas trop tard puisque la saison n'est pas encore terminée. Werchter est passé et le Pukkelpop se déroule en ce moment. Si des contacts pouvaient encore avoir lieu cet été, ce serait une excellente nouvelle.
S'agissant du subside pour le développement des trains de nuit, ne cherchez pas midi à quatorze heures, monsieur le ministre. Une résolution votée sous la précédente législature par la commission de la Mobilité existe. On sait où se trouvent les solutions. Ce dont nous avons besoin aujourd'hui c'est de mettre des trains sur les rails avec de la collaboration au niveau international.
Couper le subside de 2025 – même si j'entends que ce n'est pas de votre chef mais un refus de prolongation du subside durant la période d'affaires courantes qui a été confirmé au moment de la négociation du budget 2025 – est une économie de bout de chandelle. J'entends que vous avez l'ambition de poursuivre sur la voie du développement des trains de nuit en 2026. Nous y serons évidemment attentifs, mais c'est d'ores et déjà une bonne nouvelle. Aujourd'hui, il faut avancer avec les solutions connues, avec l'accessibilité des sillons. Il n'y a plus de temps à perdre. Le projet d'une liaison Bruxelles-Barcelone est une excellente nouvelle et nous espérons qu'il pourra se concrétiser rapidement.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het is een bijzonder ontgoochelend antwoord, maar dat is totaal niet verrassend. Het komt erop neer dat u gewoon een cadeautje hebt uitgedeeld. Dat is wat er gebeurd is. Het systeem is pas op 1 juli 2023 in werking getreden, in de plaats van in het begin van het jaar. Tijdens de bespreking van het wetsontwerp hebben we het over die retroactiviteit gehad. Wij wisten toen al dat het niet ging lukken, dat het niet toegelaten zou worden. Eigenlijk was de vorige minister gewoon te laat met het wetsontwerp. Dat is wat er gebeurd is. Wat de doelstellingen betreft, zowel inzake het aantrekken van meer bezoekers naar Brussel als inzake de CO ₂ -reductie, hoor ik u zeggen dat er nog veel wordt ge ë valueerd, maar eigenlijk hebben wij toen al gezegd dat het allemaal gewoon niet meetbaar is. Op de vraag hoe men dat zou meten, kon er geen antwoord worden gegeven. Nu blijkt ook dat die gegevens er gewoon niet zijn. We kennen dus geen resultaten met betrekking tot de initiële doelstellingen, CO ₂ -reductie en meer bezoekers voor Brussel. Ik kan alleen maar besluiten dat er geld is uitgedeeld op basis van minimale voorwaarden. Ik weet dat het volstond dat een trein één keer in een Belgisch station stopte. Het mocht een heel lange trein zijn, als er maar één couchettewagen was aangekoppeld, was het al voldoende. Eigenlijk hebben we veel geld uitgedeeld, maar structureel hebben we niets gerealiseerd.
De treinverbinding tussen Erembodegem en Gent
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Frank Troosters kaart de aanhoudende onvrede aan over de geschrapte rechtstreekse trein Erembodegem-Gent (extra reistijd: +7’ naar Brussel, +15’ naar Gent) en dringt aan op een versnelde evaluatie—voor december 2025—om bijsturing in het vervoersplan 2026-2029 mogelijk te maken. Minister Crucke bevestigt dat de NMBS de impact *zal* evalueren, maar benadrukt capaciteitsbeperkingen (Brusselse Noord-Zuidverbinding, Gent-Zuid) en dat aanpassingen pas *na* december 2025 komen—wat Troosters te laat noemt voor het nieuwe plan. De kern: tijdige evaluatie vs. te late bijsturing, met lokale ontevredenheid over verlengde reistijden en ontbrekende structurele oplossingen.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Zes maanden nadat de rechtstreekse treinverbinding tussen Erembodegem en Gent door de NMBS geschrapt werd blijft de lokale ontevredenheid hierover bestaan. De vraag naar een evaluatie van de gewijzigde dienstregeling blijft groot.
De NMBS geeft aan in december 2025 de impact van de wijzigingen op vlak van stiptheid en dienstverlening naar de reizigers toe te zullen beoordelen en op basis daarvan nieuwe aanpassingen doen.
Hoe beoordeelt de minister de blijvende onvrede over de gewijzigde dienstverlening tussen Erembodegem en Gent? Vindt hij dat dat wijzigingen bijdragen aan het aantrekkelijker maken van de trein als vervoersalternatief voor de auto?
Vindt de minister, gezien de opmaak en nakende uitrol van het nieuwe vervoersplan 2026-2029, dat een evaluatie van de gewijzigde dienstregeling in Erembodegem in december 2025 op tijd komt? Zullen er volgens de minister dan nog structurele bijsturingen in het nieuwe vervoersplan mogelijk zijn? Indien neen, zal de minister er bij de NMBS op aandringen om de evaluatie van de gewijzigde dienstregeling eerder uit te voeren zodat er wel nog gepast kan bijgestuurd worden in de nieuwe vervoersplannen 2026-2029?
Zal de minister er desgevallend ook op aandringen dat alle andere evaluaties van recente wijzigingen in het vervoersplan tijdig dienen plaats te vinden zodat structurele bijsturingen of aanpassingen in het vervoersplan 2026-2029 kunnen worden opgenomen?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, de NMBS heeft haar treinaanbod met de nieuwe treindienstregeling, die op 15 december 2024 in werking trad, met bijna 2 % uitgebreid ten opzichte van 2024. Daarmee draagt de NMBS bij aan de verwezenlijking van de langetermijndoelstelling van het openbare dienstcontract tussen de NMBS en de federale overheid om tegen 2032 een reizigersgroei van 30 % te kunnen noteren.
Zoals werd toegelicht tijdens het overleg van 10 februari 2025 met de stad Aalst, ging de uitbreiding van het aanbod ook gepaard met noodzakelijke aanpassingen aan de dienstregeling. De NMBS heeft immers niet overal en altijd toegang tot de spoorcapaciteit die zij wenst. Daardoor werden bepaalde IC- en S-relaties aangepast. Dat heeft gevolgen voor de bediening van Erembodegem. Reizigers vanuit dat station moeten voortaan overstappen in Denderleeuw voor verbindingen naar Brussel en in Aalst voor verbindingen naar Gent. Dat betekent een extra reistijd van gemiddeld 7 minuten naar Brussel en 15 minuten naar Gent. De situatie werd uitvoerig besproken met de stad Aalst.
In het kader van de voorbereiding van het volgende vervoersplan 2026-2029 heb ik gevraagd dat de in december uitgevoerde aanpassingen aan de dienstregeling worden geëvalueerd. Die evaluatie moet uiteraard tijdig gebeuren om te kunnen bijsturen waar nodig. Dat geldt dus ook voor de bediening van het station van Erembodegem. De NMBS begrijpt de bezorgdheden van de stad en erkent de impact voor pendelaars en lokale bedrijven. De maatschappij blijft de situatie monitoren en onderzoekt waar verbeteringen mogelijk zijn, met blijvende aandacht voor het haltepatroon op de lijn Gent-Brussel. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de capaciteitsbeperkingen in de Brusselse Noord-Zuidverbinding en met de infrastructuurwerkzaamheden in Gent-Zuid.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het draaide mij slechts om het woord tijdig. Het nieuwe vervoersplan komt eraan en het is gewoon te laat als men pas naderhand evalueert wat de wijzigingen teweegbrengen. Ik verwacht gewoon van u als minister dat u erop toeziet dat de evaluaties op tijd gebeuren, niet alleen voor de verbinding Erembodegem-Gent, maar ook voor de verbindingen waaraan wijzigingen zijn aangebracht en waarover onvrede bestaat. Het nieuwe vervoerplan 2026-2029 zal allicht eind september of begin oktober 2025 in de raad van bestuur van de NMBS aan de orde zijn. Wanneer daarna nog moet worden geëvalueerd, is het natuurlijk veel te laat. Ik hoop dus dat alle evaluaties tijdig gebeuren en dat u daarop toeziet.
De verplaatsingen van jeugdverenigingen naar hun zomerkampen met de trein
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Staf Aerts kaart aan dat jeugdbewegingen structurele problemen ondervinden bij treinreservaties voor zomerkampen (te late boekingstermijn van 3 maanden, slechte afstemming met busvervoer en last-minute annuleringen), wat logistieke chaos veroorzaakt. Minister Crucke bevestigt dat de NMBS geen langere reservatietermijnen toelaat (omwille van wisselende materieelplanning), geen gedetailleerde cijfers bijhoudt over annuleringen of populaire routes, en geen formeel akkoord met jeugdsector heeft, maar wel alternatieven zoekt bij overboeking. Aerts dringt aan op structureel overleg tussen NMBS en jeugdwerk om planning te verbeteren, dubbele data in annuleringscijfers op te kuisen en onterechte annuleringen (bijv. door slechte voorbereiding) te voorkomen, zodat kampen niet in het gedrang komen. De 1-euro-tarief voor kinderen onder 12 is een stap, maar concrete afspraken ontbreken nog.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, deze zomer trekken opnieuw tienduizenden jongeren met hun jeugdbeweging op kamp. Dat is uiteraard het jaarlijkse hoogtepunt in het jeugdwerk. Vanochtend en gisteravond was het bij ons thuis nog druk inpakken, want deze morgen moesten de valiezen voor Chiro Duffel-Oost worden klaargemaakt en afgeleverd, want ook mijn kinderen vertrekken volgende week met de trein op kamp.
Heel wat groepen - dat zijn er echt heel veel - kiezen er bewust voor om zich per trein te verplaatsen. Het is aangenaam om dat op die manier te doen. Het is duurzaam, veilig en het is ook gewoon leuk om op die manier samen het kamp te starten. Dat moeten we dan ook maximaal stimuleren.
Die jaarlijkse beweging van jeugdgroepen is geen verrassing. We weten dat dit zich altijd in deze periode afspeelt, in deze maand en begin augustus. Dat is dus redelijk voorspelbaar. Toch botsen veel jeugdverenigingen op praktische uitdagingen, onder andere bij het reserveren van groepsvervoer. Grote groepen plannen hun kampen graag vooraf. Soms is een verplaatsing met de trein mogelijk, op voorwaarde dat er voor het aansluitende traject een bus kan worden geregeld, aangezien niet elk kampterrein vlak bij een station ligt. Dat vereist de nodige planning en dus ook transparantie en duidelijkheid. Dat aansluitende traject met de bus moet vaak meer dan drie maanden vooraf worden vastgelegd, terwijl men de trein niet langer dan drie maanden op voorhand mag vastleggen. Het lijkt me dan ook zinvol om te bekijken hoe die planning, samenwerking en dienstverlening beter op elkaar kunnen worden afgestemd en hoe er meer rekening kan worden gehouden met het jeugdwerk.
Mijnheer de minister, ik kreeg graag een zicht op de huidige situatie en op manieren om het systeem structureel te verbeteren. Zijn er structurele afspraken of samenwerkingsakkoorden? Houdt de NMBS structureel rekening met de typische wisseldagen van jeugdbewegingen, zoals 11 en 21 juli, waarop de drukte piekt?
Hoe staat u tegenover het voorstel om jeugdwerkorganisaties toe te laten hun treinritten voor zomerkampen meer dan drie maanden op voorhand te reserveren? Hebt u een zicht op het aantal groepsreservaties dat reeds gebeurde of in vorige zomers werd gemaakt? Wat zijn de populairste provincies van vertrek en bestemming?
Ik wil ook het probleem van geannuleerde groepsreservaties onder de aandacht brengen. Soms annuleert men op het laatste moment, wat uiteraard zeer problematisch is. Bestaan daar cijfergegevens over?
Tot slot, hoe kunnen we het nog aantrekkelijker te maken voor jongeren om met de trein op kamp te gaan?
Jean-Luc Crucke:
Collega, de NMBS heeft mij bevestigd dat er geen formeel samenwerkingsakkoord bestaat met de jeugdverenigingen. Wat de typische wisseldagen van de jeugdbewegingen betreft, op die dagen wordt het treinverkeer niet systematisch versterkt, aangezien niet alle treinen versterkt kunnen worden en het niet mogelijk is om alle treinen te identificeren die door jeugdbewegingen zullen worden gebruikt. Bij groepsreserveringen wordt echter een vergelijking gemaakt tussen het aanbod aan zitplaatsen en de geschatte bezetting, inclusief reserveringen.
In geval van overbezetting wordt een alternatief voorgesteld of, indien mogelijk, een versterking voorzien. Ik heb de NMBS gevraagd naar de mogelijkheid om groepsreizen meer dan drie maanden op voorhand vast te leggen voor jeugdverenigingen. De NMBS antwoordde me dat ze niet van plan is om dergelijke reserveringen mogelijk te maken, aangezien de planning van het rollend materieel vaak op korte termijn wordt aangepast, met talrijke wijzigingen tot gevolg.
Wat het aantal groepsreserveringen betreft voor de maanden juli en augustus: in 2023 waren dat er 3.729, in 2024 waren dat er 3.638 en tot begin juli 2025 gaat het om 2.210 reserveringen.
Uw vraag betreffende het soort organisaties, de provincies van vertrek en de populairste bestemmingen, heb ik aan de NMBS gesteld. Die antwoordde echter dat ze dergelijke spoorrapportering niet bijhoudt. Wat het aantal geweigerde dossiers betreft, stelt de NMBS in de mate van het mogelijke systematisch een alternatief voor. Ze volgt dus niet het aantal dossiers op dat niet overeenkomt met de oorspronkelijke vraag van de klant. Bovendien heeft de NMBS meegedeeld dat de cijfers met betrekking tot annuleringen niet bruikbaar zijn, omdat ze dubbels bevatten en het niet mogelijk is om de redenen voor de annulering duidelijk te identificeren.
Om het reizen met de trein aantrekkelijker te maken voor jeugdverenigingen heeft de NMBS haar tarieven aangepast. De prijs wordt vastgelegd op 1 euro per traject voor kinderen jonger dan 12 jaar. In elk geval vind ik het noodzakelijk dat er contact is tussen de jeugdverenigingen en de NMBS, zodat ze waar mogelijk oplossingen kunnen vinden voor de toekomst. Ik zal dat persoonlijk aan de NMBS vragen.
Staf Aerts:
Dank u wel, mijnheer de minister. Het is inderdaad cruciaal dat er een vorm van structureel overleg komt, zodat vooraf kan worden nagegaan of een treinrit kan doorgaan en het treinvervoer een nog aantrekkelijker alternatief wordt voor de vele jongeren die vandaag en de komende dagen op jeugdkamp vertrekken. Overleg is dus echt nodig. We moeten ook verdere stappen zetten. Als er vandaag geen cijfers beschikbaar zijn over het aantal geweigerde groepsreservaties omdat er dubbeltellingen in de gegevens zitten, dan is het zaak die eruit te filteren. Alleen op die manier kunnen we de dienstverlening aan jongeren verbeteren. Ik heb zelf al meerdere keren gekookt op kamp voor de Chiro Duffel.-Oost Er wordt dan letterlijk een dorp opgebouwd voor een groep van meer dan 300 mensen, die alles zelf regelen. Zij kunnen hun treinrit echter pas drie maanden op voorhand reserveren, waardoor ze hun busvervoer niet tijdig kunnen reserveren. We moeten daar echt oplossingen voor vinden, temeer omdat de impact van een annulering bijzonder groot kan zijn. Dat lost men niet zomaar op. Een scoutsgroep uit Scheldewindeke bijvoorbeeld wilde in mei naar zee gaan. De reservatie was gepland op zondag, maar op vrijdag kregen ze bericht dat de uitstap niet kon doorgaan en dat de reservatie geannuleerd werd. Het gevolg was dat ze alles moesten omgooien en naar de Blaarmeersen in Gent zijn gegaan. Uiteraard zullen ze daar ook een fijne dag beleefd hebben, maar dat is geen manier van werken. We moeten ervoor zorgen dat die reservaties kunnen doorgaan, zodat jongeren tijdig op hun kamp geraken. Een annulering is begrijpelijk als er sprake is van overmacht, bijvoorbeeld een brand naast het spoor waardoor een treinverbinding niet kan doorgaan. Uiteraard zullen ook jongeren op dat moment daardoor worden getroffen. Dat is niet het probleem. Het gaat om de reservaties van treinritten waarvan men op voorhand al weet dat ze niet zullen kunnen doorgaan. Dat mag niet meer gebeuren. Structureel overleg tussen de jeugdsector en de NMBS kan veel zoden aan de dijk zetten om zulke situaties zoveel mogelijk te vermijden.
De inzet van extra treincapaciteit bij manifestaties
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Staf Aerts kaart aan dat de NMBS bij de grote pro-Palestina-betoging (100.000 deelnemers) geen extra treinen inzette, wat leidde tot overvolle treinen en reisoverlast, terwijl dit bij vakbondsacties of goed weer wel gebeurt. Minister Crucke bevestigt dat de NMBS afhankelijk is van voorafgaande ramingen van organisatoren—die hier ontbraken—en pas dan capaciteit aanpast via extra treinen of versterkte dienstregeling. Aerts pleit voor proactieve communicatie van de NMBS naar bekende actiegroepen (zoals 11.11.11) om toekomstige ramingen af te dwingen, en belooft zelf de betrokken organisaties hierop te wijzen. Kernpunt: structurele afstemming tussen NMBS en demonstratie-organisatoren ontbreekt, terwijl dat bij vakbonden wel lukt.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, het is ondertussen een maand geleden. Toen zijn 100.000 mensen naar Brussel gekomen om te protesteren tegen de genocide die in de Gazastrook aan de gang is. Zij kwamen allemaal mee om de rode lijn te trekken. Uiteraard zijn zij in groten getale met de trein naar Brussel gekomen. Dat was ook duidelijk te merken op de perrons.
Toen ik zelf in Duffel opstapte en wat later in Mechelen aankwam, kon men daar rijen dik mensen zien staan – mensen die niet meer op de trein geraakten, want die zat gewoon overvol. Dat was uiteraard niet ideaal voor de reisomstandigheden van de mensen die naar de betoging in Brussel kwamen, maar evenmin voor de andere reizigers die iets gepland hadden en eveneens richting Brussel wilden gaan.
Die betoging was ruim op voorhand aangekondigd en goedgekeurd. Ik begrijp uiteraard dat de NMBS niet op voorhand precies weet hoeveel respons er zal zijn, maar dat er respons zou zijn, was op voorhand al duidelijk. Toch denk ik dat er geen extra treinen zijn ingelegd, terwijl dat bijvoorbeeld wel gebeurt bij zonnig weer – ook dan is het moeilijk om in te schatten hoeveel extra reizigers er zullen zijn –, of in het verleden ook al is gebeurd bij vakbondsbetogingen. Vandaar heb ik de volgende vragen.
Is er een manier om ervoor te zorgen dat er bij zulke grote manifestaties extra treinen worden ingelegd, zodat meer mensen met de trein vervoerd kunnen worden?
Op welke manier maakt de NMBS vandaag de afweging om al dan niet de capaciteit te verhogen?
Acht u het huidige kader daartoe nog toereikend of dringt een evaluatie ervan zich op?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Aerts, het is inderdaad belangrijk om onder alle omstandigheden een toereikende en aangepaste dienstverlening te waarborgen. Wanneer een grote manifestatie of een evenement gepland staat, is het in de eerste plaats aan de organisator om tijdig contact op te nemen met de NMBS, indien er een significante toename van het aantal reizigers wordt verwacht. Dat is essentieel om een comfortabele treinreis voor alle betrokkenen te kunnen garanderen.
Bij grootschalige betogingen, zoals deze die door de vakbonden georganiseerd worden, gebeurt dat doorgaans op een gestructureerde manier. De drie grote nationale vakbonden nemen dan contact op met de NMBS, met stadsbesturen en met de politie. De vakbond communiceert een raming van het verwachte aantal deelnemers, terwijl de NMBS op haar beurt de ticketverkoop per station en/of de aankoop van bulkbiljetten door de organisatie analyseert.
Op basis van al die informatie kan de NMBS beslissen om indien nodig haar vervoersplan aan te passen door het versterken van reguliere treinen, het inzetten van extra treinen of het voorzien van bijkomende haltes.
Ik betreur dat de dienstverlening van de NMBS niet was aangepast aan de vraag naar aanleiding van de manifestatie van 15 juni in Brussel. Ik heb dit meegedeeld aan de NMBS, die mij heeft laten weten dat geen enkele van de organisaties die hebben deelgenomen aan deze manifestatie, vooraf een raming had doorgegeven van het aantal verwachte deelnemers. Bijgevolg, aldus de NMBS, kon ze onmogelijk een realistische inschatting maken van de vervoersvraag en bepalen of een capaciteitsverhoging noodzakelijk was.
Staf Aerts:
Dank u wel voor uw antwoord. Het lijkt me logisch dat de vakbonden hun weg daarin beter vinden en dat ze op dat domein beter gestructureerd zijn. Het lijkt me wel aangewezen dat de NMBS, nadat zoiets is voorgevallen, uitreikt naar dergelijke organisaties en hun vraagt de volgende keer te laten weten hoeveel mensen ze verwachten, zodat ze haar aanbod daarop kan afstemmen. In dit geval zijn er vooraf geen ramingen bezorgd, maar dat kan de info ook achteraf bezorgen. Ik kan me ook voorstellen dat er binnen de NMBS mensen zijn wisten dat er een grote actie in Brussel zou plaatsvinden. Men kan dan ook proactief contact opnemen met de organisatie, en dat is niet gebeurd. Daar zijn de treinreizigers enigszins de dupe van geweest. Ik zal alvast zelf de organisaties die achter deze manifestatie zaten hiervan op de hoogte brengen. Het lijkt me echter aangewezen dat de NMBS een structureel signaal stuurt naar de organisaties die dergelijke acties organiseren in Brussel, of het nu gaat om jeugdwerkorganisaties, 11.11.11 of de grote koepelorganisaties. Die zijn immers gekend en identificeerbaar. De NMBS zou hun bij wijze van dienstverlening een vriendelijk signaal kunnen sturen met de boodschap: als NMBS willen wij absoluut faciliteren dat mensen bij zulke acties met de trein naar Brussel komen; bezorg ons daarom de ramingen en dan zullen wij daarmee aan de slag gaan. Zo’n signaal zal bij die organisaties ongetwijfeld vriendelijk onthaald worden.
De Japanse duizendknoop op het domein van Infrabel te Ninove
De verspreiding van de Japanse duizendknoop langs de treinsporen
Japanse duizendknoop langs treinsporen en Infrabel-domein in Ninove
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de verloedering van een Infrabel-berm in Ninove, overwoekerd door Japanse duizendknoop—een invasieve exoot die biodiversiteit verdringt, infrastructuur bedreigt (riolering, verkeersborden) en ongedierte aantrekt. Minister Crucke erkent het probleem maar stelt dat effectieve bestrijding moeilijk is (glyfosaat-injecties, maaien of nulbeheer zijn beperkt succesvol) en dat Infrabel enkel ingrijpt bij veiligheidsrisico’s, terwijl lokale overheden zelf oplossingen moeten zoeken voor verspreiding naar hun grondgebied. Kritiekpunt: Somers noemt dit "afschuiven van verantwoordelijkheid" en wijst op de hypocrisie van Infrabel’s biodiversiteitsclaims, terwijl de duizendknoop juist alle inheemse flora verdrijft—hij dreigt met verdere actie en schadeclaims. Testfases met alternatieve methodes (afdekking, elektriciteit) lopen nog, maar concrete oplossingen ontbreken.
Werner Somers:
Mijnheer de minister, het afgelopen jaar stelde ik een aantal vragen over de verloedering van een strook grond van Infrabel, gelegen naast spoorlijn 90, tussen de Zuidstraat en de Kloosterweg te Ninove.
Tussen het welig tierende onkruid heeft zich allerlei ongedierte genesteld, zoals ratten, muizen en marters. Dat ongedierte veroorzaakt heel wat schade aan opritten, tuinen en voertuigen. Tijdens de winter komt bovendien een ware vuilnisbelt tevoorschijn tussen het struikgewas.
Infrabel ontkent deze problemen. Op schriftelijke vraag nummer nr. 30 antwoordde u onlangs zelfs dat er geen sprake is van verloedering, aangezien volgens u – ik citeer – "dergelijke groenstroken van grote waarde zijn voor de lokale biodiversiteit". Wat blijkt echter? Tussen de Zuidstraat en de Kloosterweg is de spoorwegberm bijna volledig begroeid met Japanse duizendknoop, een invasieve exoot die, zoals bekend, inheemse flora verdringt.
Van biodiversiteit is er mijns inziens dan ook helemaal geen sprake. Het probleem dreigt zich bovendien uit te breiden tot de nabijgelegen hondenlosloopweide in de Kloosterweg en dus tot het openbaar domein van de stad Ninove. Een aantal verkeersborden aan het einde van de Zuidstraat zijn door de wildgroei van die Japanse duizendknoop zelfs helemaal niet meer zichtbaar. Op termijn dreigt er zelfs schade te ontstaan aan de riolering naast de spoorwegberm. Daarom heb ik de volgende vragen.
Blijft u volhouden dat die zone ecologisch waardevol is en dat de wildgroei een goede zaak is voor de lokale biodiversiteit? Wat bedoelt u precies wanneer u in uw antwoord op mijn schriftelijke vraag nr. 30 stelt dat de natuurlijke vegetatie weer de bovenhand heeft gekregen? Welke maatregelen zal Infrabel nemen om de Japanse duizendknoop in die zone uit te roeien? Binnen welke termijn zal dat gebeuren? Ten slotte, wat zijn de resultaten van de tests die Infrabel op een aantal locaties uitvoert met verschillende technieken om de Japanse duizendknoop te bestrijden?
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, tout comme mon collègue et de manière plus générale, je vous rappelle que la renouée du Japon est une plante invasive particulièrement agressive, dont la présence le long des voies ferrées est un phénomène régulièrement observé. Cette espèce pose d'importants risques écologiques et étouffe la biodiversité locale, mais présente également d'importants risques techniques avec leurs racines puissantes qui peuvent endommager des infrastructures, notamment des talus, des quais et des berges. Les méthodes pour éradiquer cette plante sont peu nombreuses tant sa capacité à se répliquer est élevée. Il est parfois conseillé ne pas y toucher ou de faucher régulièrement pour l'épuiser. Or, la moindre parcelle de cette plante, telle qu'une feuille, peut donner naissance à une nouvelle plante en se posant sur le sol. Les abords ferroviaires constituent des zones de risque élevé de dissémination, la renouée pouvant facilement s'étendre, happée par des wagons.
Quels projets Infrabel a-t-il mis en place pour lutter contre sa propagation? Quelles zones du réseau ferroviaire belge sont-elles actuellement identifiées comme problématiques en ce qui concerne la présence de cette renouée? Quels sont les protocoles actuellement mis en place par Infrabel pour endiguer la prolifération de cette espèce? Quelles sont les méthodes de contrôle et d'élimination utilisées? Comment traitez-vous les terres où la renouée poussait afin qu'elles ne présentent plus de risques de pollution biologique pour l'environnement? Existe-t-il des dispositifs de prévention spécifiques pour lutter contre les fragments de renouée qui s'accrochent aux wagons pour qu'ils ne soient pas transportés ailleurs? Infrabel collabore-t-il avec d'autres acteurs comme le SPW, les communes, les gestionnaires d'espaces naturels, pour une gestion coordonnée de cette espèce invasive à proximité du domaine ferroviaire?
Jean-Luc Crucke:
Als wandelaar ken ik de Japanse duizendknoop zeer goed. Die vormt niet alleen voor de NMBS een probleem.
De bermen worden onderhouden volgens een vaste frequentie. In principe wordt er niet ingegrepen in de natuurlijke begroeiing, tenzij er een veiligheidsprobleem ontstaat. De spoorwegbermen worden beschouwd als corridors voor fauna en flora en zijn in dat opzicht waardevol voor de lokale biodiversiteit.
Wat bedoel ik als ik zeg dat de natuurlijke vegetatie opnieuw de bovenhand krijgt? De laatste snoei- en kapwerken van het struikgewas zijn in februari 2019 uitgevoerd, zoals vermeld in mijn antwoord op uw schriftelijke vraag nr. 30. De natuurlijke vegetatie heeft zich inmiddels zodanig hersteld dat de onrechtmatige doorgang van buurtbewoners via het talud niet meer mogelijk is.
Quant aux zones de renouées du Japon identifiées comme problématiques, elles sont principalement situées dans des endroits où ces plantes constituent un problème de visibilité pour la signalisation ferroviaire et la circulation du personnel d'Infrabel. Je pense aux pistes de sécurité le long des voies.
Voor die specifieke zones waar Japanse duizendknoop voorkomt, zal Infrabel gebruikmaken van de generieke afwijking op het gebruiksverbod van pesticiden. Die afwijking laat toe om de duizendknoop te injecteren met glyfosaat. Die behandeling mag, overeenkomstig de afwijking, slechts plaatsvinden in de periode van half augustus tot half september.
Zoals u hebt uiteengezet, is de Japanse duizendknoop een invasieve exoot die moeilijk te bestrijden is. Onderzoek toont aan dat de momenteel beschikbare bestrijdingstechnieken vaak onvoldoende doeltreffend zijn en dat ingrepen als maaien de woekering van de plant zelfs kunnen bevorderen.
Op advies van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek wordt daarom doorgaans gekozen voor nulbeheer bij reeds gevestigde groeiplaatsen. Om toch een oplossing te vinden, test de infrastructuurbeheerder verschillende methoden, waaronder injectie met glyfosaat, afdekking, begrazing, elektrische behandeling en andere technieken, afhankelijk van de lokale omstandigheden. Die methoden tonen een zekere verzwakking van de plant, maar verdere opvolging is noodzakelijk om te beoordelen of ze uiteindelijk tot een effectieve bestrijding kunnen leiden.
Conformément aux recommandations des Régions, Infrabel évite des traitements dans les zones où les renouées ne sont pas problématiques. En cas d'intervention indispensable, Infrabel m'a informé que la fauche était la principale méthode d'intervention utilisée. À plus petite échelle, d'autres techniques sont également employées à titre de test: le bâchage, l'injection de glyphosate ou l'électricité.
Concernant le traitement des terres où la renouée poussait, des mesures de précaution sont prises, conformément aux recommandations applicables lors de l'évacuation des terres où les renouées sont présentes vers des centres de traitement agréés. J'ai demandé à Infrabel s'il existait des dispositifs de prévention spécifiques pour éviter que des fragments de renouées ne s'accrochent au wagon. Elle m'a répondu ne pas disposer d'informations confirmant une telle propagation.
Afin de mener une gestion coordonnée, des collaborations avec d'autres acteurs (Régions, communes, gestionnaires d'espaces naturels) peuvent être prévues localement. Des échanges d'informations avec les autorités régionales ont également lieu, en particulier en ce qui concerne l'approche à prévoir pour la gestion des plantes exotiques envahissantes.
Werner Somers:
Ik ben enigszins ontgoocheld in uw antwoord, mijnheer de minister. U neemt het probleem van de Japanse duizendknoop weliswaar ernstig, maar eigenlijk hoor ik u zeggen dat waar de Japanse duizendknoop al aanwezig is, er niet veel aan gedaan kan worden. Daarom wordt er voor nulbeheer geopteerd. U wentelt de problemen op het domein van Infrabel in feite volledig af op de gemeenten. Tegelijkertijd spreekt u over een gecoördineerde aanpak met de gemeenten. Die aanpak geldt dan om te vermijden dat de Japanse duizendknoop zich zou verspreiden naar het domein van Infrabel, maar in het omgekeerde geval, wanneer de plant aanwezig is op het domein van Infrabel, moeten de gemeenten hun plan trekken, omdat er nu eenmaal geen geschikte technieken beschikbaar zijn om de Japanse duizendknoop te bestrijden. Ik vind dat heel teleurstellend.
Ik vraag mij ook af of u in de toekomst niet geconfronteerd zult worden met schadeclaims van gemeenten wanneer die plant effectief schade toebrengt aan rioleringen of andere infrastructuur of wanneer ook op hun eigen openbaar domein Japanse duizendknoop opduikt. Ik vind het ronduit verbijsterend dat u stelt dat de zone tussen de Zuidstraat en de Kloosterweg in Ninove een corridor is voor fauna en flora en dat u belang hecht aan biodiversiteit, terwijl net die Japanse duizendknoop ervoor zorgt dat er van lokale biodiversiteit niets overblijft.
Ik zal dit dossier dus verder opvolgen en de nodige stappen ondernemen.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, terwijl u aan het antwoorden was, werd de heer Dufrane weggeroepen. Hij verontschuldigt zich en ik neem aan dat hij uw antwoord later nog zal beluisteren.
Afgeschafte treinen
Het recordaantal afgeschafte treinen bij de NMBS
De opvallende stijging van het aantal afgeschafte treinen in 2025
Afschaffing van treinen bij de NMBS in 2025
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De stijging van afgeschafte treinen in 2025 (24.419 in H1, meer dan in 2024/2023) baart zorgen, ondanks betere stiptheid (91,2%). Hoofdredenen zijn personeelstekort (ziekte, stakingen), materieelgebrek (vertraagde M7-leveringen, verouderde treinen), ETCS-implementatieproblemen en infrastructuurkwetsbaarheid (met name in Limburg/Kempen). Minister Crucke belooft actieplannen (materieelvernieuwing, ETCS-opleidingen, proactief onderhoud), maar kritiek blijft: structurele onderinvestering in capaciteit, personeel en materieel ondermijnt betrouwbaarheid, terwijl uitbreiding van het aanbod (nieuwe vervoersplannen) de problemen verergert. Oplossingsrichting: minder treinen rijden, maar wel betrouwbaarder, in plaats van blind groeien.
Voorzitter:
De heer Bayet is afwezig.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Tijdens de eerste helft van dit jaar werden maar liefst 24.419 treinen geheel of gedeeltelijk afgeschaft. Dit cijfer ligt opvallend veel hoger dan het cijfer voor de eerste zes maanden in 2024: 23.507. Ondanks en in tegenstelling tot de vele beloften die in het verleden gemaakt werden evolueren de cijfers dus in een negatieve richting.
Heeft de minister kennis genomen van de slechte cijfers inzake het aantal afgeschafte treinen bij de NMBS?
Welke oorzaken liggen aan de basis van deze slechte cijfers?
Welke (nieuwe) maatregelen zullen genomen worden om de negatieve evolutie om te buigen en het aantal afgeschafte treinen tot een minimum terug te dringen? Waarom zouden deze initiatieven deze keer wel tot succes leiden?
Vindt de minister dat het hoge aantal afgeschafte treinen het vertrouwen van de treinreizigers in de NMBS ten goede komt en dat al die afgeschafte treinen de aantrekkelijkheid van de trein vergroten?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, vooreerst breng ik even onder de aandacht dat ik op 28 februari al een schriftelijke vraag naar het aantal afgeschafte of gedeeltelijk afgeschafte treinen indiende en dat ik daarop nog steeds geen antwoord heb gekregen. Er is intussen wel een achterstand weggewerkt, maar sommige van mijn vragen zijn nog steeds niet beantwoord. Zoals ik in april al aanklaagde, kan ik niet anders dan herhalen dat het zeer moeilijk is om in die omstandigheden onze controletaak naar behoren uit te voeren.
Geachte minister, uit mijn analyse van de cijfers van Infrabel blijkt dat het aantal afgeschafte treinen in de eerste zes maanden van 2025 opvallend is gestegen. In totaal werden 24.419 treinen geschrapt tussen januari en juni. Dat zijn er meer dan in dezelfde periode in 2024 (23.507) én in 2023 (24.096), dat toen al bekend stond als een zwak jaar voor de spoorprestaties. De maand februari was een absoluut dieptepunt, met gemiddeld 179 afgeschafte treinen per dag. De NMBS geeft aan dat staking moeite hadden om de alternatieve dienstregeling rond te krijgen. Toch zien we over de hele jaarhelft een merkbare stijging van het aantal afgeschafte treinen. Opvallend is ook dat het aandeel afgeschafte treinen veroorzaakt door Infrabel en het aandeel afgeschafte treinen veroorzaakt door de NMBS fel gestegen is.
Gelukkig is er ook goed nieuws want de stiptheid van de treinen, die niet werden afgeschaft is toegenomen: van 87,6% in 2023 naar 89,2% in 2024 en 91,2% in 2025 (periode januari-juni). Helaas voor de reizigers in de provincie Limburg en de Antwerpse Kempen reden de treinen in hun regio het minst stipt.
Vandaar volgende vragen:
Wat zijn de oorzaken van het opvallend hoog aantal afgeschafte treinen in de eerste jaarhelft van 2025?
Hoe komt het dat er bij Infrabel een vooruitgang werd vastgesteld en bij de NMBS een achteruitgang?
Mogen de treinreizigers in de tweede jaarhelft van 2025 zich verwachten aan minder geschrapte treinen?
Wanneer zullen de treinreizigers in de provincie Limburg en de Kempen niet langer geconfronteerd worden met de slechtste stiptheidscijfers?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, ik zal ook antwoorden op de vraag van collega Bayet.
Chers collègues, sachez que la question de la suppression du train est évidemment essentielle et que je vise toujours une réduction de 30 % du nombre de trains. J'ai d'ailleurs écrit un courrier à l'attention des deux entreprises publiques pour leur demander d'objectiver la situation et de me communiquer le plan d'action qu'elles envisagent de mettre en œuvre afin de remédier à cette problématique. J'ai également sollicité mon administration pour qu'une analyse comparative puisse être réalisée entre le réseau belge et le réseau de pays voisins.
J'envisage par ailleurs de porter la discussion au niveau européen de façon à garantir que les données qui sont échangées au niveau européen soient comparables et à les faire évoluer, le cas échéant. En outre, les données suivantes m'ont été communiquées par les entreprises publiques sur lesquelles j'ai la tutelle.
De stiptheid is zoals altijd een prioriteit. De stiptheidscijfers worden elke maand gecommuniceerd, net zoals nu ook de cijfers over het aantal geschrapte treinen en de toewijzing van de schrappingen. Ik verzeker u dat het mijn bedoeling is om het vertrouwen van de reizigers in de trein te verbeteren en de aantrekkelijkheid van het spoor te verhogen.
Il arrive que certains trains soient limités dans leur parcours ou que certains arrêts soient supprimés, notamment lorsque la fréquence sur la ligne permet de garantir une alternative rapide aux voyageurs et que l'infrastructure autorise cette manœuvre, par exemple pour garer le train temporairement sans perturber les autres circulations. Ces mesures sont prises pour éviter une réaction en chaîne des retards sur le réseau en sautant certains arrêts et en gardant ainsi les retards sous contrôle. De telles décisions opérationnelles visent à éviter une détérioration plus large de la ponctualité et à garantir que le matériel roulant puisse repartir à l'heure sur un autre service prévu. Lorsqu'aucune alternative raisonnable n'est disponible ou que les caractéristiques de l'infrastructure ne le permettent pas, les arrêts sont maintenus. Ces suppressions partielles concernent plus fréquemment les lignes dites radiales, c'est-à-dire celles qui relient les grandes villes à Bruxelles. Il s'agit d'axes très fréquentés, comme vous le savez, où la densité de trafic rend le réseau plus sensible aux retards. Dans ces zones, une perturbation mineure peut rapidement s'amplifier si aucune mesure n'est prise pour en limiter les effets.
In absolute cijfers is het aantal volledig afgeschafte treinen toegenomen, terwijl het aantal gedeeltelijke afgeschafte treinen is gedaald. Het afschaffingspercentage is dus effectief gestegen.
In 2024 waren de geschrapte treinen op het netwerk in hoofdzaak te wijten aan derden, bijna 40 % en aan de NMBS eveneens bijna 40 %. Infrabel was goed voor 18 % en andere voor 3 % van de geschrapte treinen.
Wat de volledig afgeschafte treinen betreft, verklaren verschillende factoren de negatieve evolutie. Begin dit jaar rezen er operationele moeilijkheden onder andere tijdens bepaalde stakingsdagen en de golf aan ziekteverzuim bij het personeel van de NMBS. Daarnaast was er een probleem met de beschikbaarheid van materieel voor internationale verbindingen, vooral de EuroCity en de verbindingen naar Aken en Luik, wat leidde tot talrijke afschaffingen. De vloot die voor die diensten wordt ingezet, is beperkt en de vervangingsmarges zijn klein wegens technische defecten.
Pour les lignes ferroviaires évoquées par M. Bayet, cela ne diffère guère, puisque les cinq principales causes identifiées sont les données globalisées depuis 2022, les dommages au matériel roulant, les accidents de personnes, les réseaux étrangers, les accompagnateurs de train et les personnes sur les voies. Je vais transmettre les données demandées car il est difficile ici d'énumérer cette litanie de chiffres. Si on compare 2023 à 2024, on peut globalement constater moins de suppressions sur la ligne L36N et sur la ligne 124, une situation stable sur les lignes 94 et 96, mais moins favorable sur les lignes 34 et 36.
Het vooraf aankondigen van de afschaffing helpt ook om onaangename verrassingen voor de reizigers te voorkomen, zodat ze zich beter kunnen organiseren om een andere trein te nemen. Er loopt een specifiek actieplan dat gericht is op het verbeteren van de betrouwbaarheid van het rollend materieel en dat gebaseerd is op volgende prioritaire pijlers. Er wordt, ten eerste, ingezet op de vernieuwing van het materieel via de instroom van M7’s en de uitstroom van ouder, minder betrouwbaar materieel. Dat gaat gepaard met een reeks aanpassingen in de werkplaatsen, met investeringen in infrastructuur en opleiding van personeel. Door een vertraging van tweeënhalf jaar in de levering van de M7’s zag de NMBS zich genoodzaakt om ouder materieel langer in dienst te houden, met de bekende kwaliteits- en onderhoudsproblemen tot gevolg.
Ten tweede, tegen eind 2025 wordt daarnaast ook ETCS uitgerold, inclusief software-updates en hardwareaanpassingen op alle vloten. Die transitie veroorzaakt momenteel meer incidenten, onder meer door technische problemen, bedienings- of installatiefouten en de nood aan bijkomende opleidingen. Daarom voorziet men in een gestandaardiseerde ETCS-opleiding voor zowel technici als treinbestuurders.
Er zijn, ten derde, specifieke actieplannen per vloot, met technische upgrades en organisatorische verbeteringen in de werkplaatsen. In die werkplaatsen bedroeg het personeelsverloop de afgelopen vijf jaar meer dan 50 %.
Ten vierde moeten specifieke werkgroepen het aantal incidenten met het rollend materieel verminderen. De focus ligt onder meer op buitendeuren, snellere diagnoses, gebruik van telemetrie en betere opleidingen. Voertuigen die structureel storingen vertonen, worden proactief uit dienst genomen.
Enfin, pour améliorer durablement la fiabilité du service, le plan pluriannuel d'investissements prévoit une série de mesures concrètes visant à renforcer la capacité des réseaux, améliorer la ponctualité, moderniser l'accueil en gare et accompagner la croissance du nombre de voyageurs. Ces mesures sont essentielles pour faire face à la pression croissante sur le système ferroviaire et garantir un service de qualité auquel ont droit tous les usagers.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik hoor hier veel wat ik in het verleden ook al heb gehoord: actieplannen om te remediëren, actieplannen om de betrouwbaarheid van het rollend materieel te verhogen, technische problemen met het ECTS-systeem en vertragingen in de levering. Het onderwerp is niet nieuw. Er is al jarenlang een duidelijke negatieve evolutie merkbaar wat het aantal afgeschafte treinen betreft en die evolutie blijft zich doorzetten.
De analyse, die we in het verleden hebben gemaakt, is eigenlijk vrij eenvoudig. Wanneer er een vervoersplan wordt opgesteld, zijn er drie zaken van essentieel belang: de netcapaciteit, het beschikbare operationeel personeel en het rollend materieel. We hebben in het verleden al meermaals aangegeven dat aan die drie voorwaarden, die nochtans cruciaal zijn, eigenlijk niet voldaan is om het aanbod te blijven uitbreiden. Als we dus blijven inzetten op uitbreiding van het aanbod, zoals nu opnieuw het geval is, rijden we onszelf steeds meer vast. Soms is het beter om een stap terug te zetten, minder treinen te laten rijden, maar er wel voor te zorgen dat ze effectief rijden, dat ze op tijd zijn, dat ze niet afgeschaft worden, dat er sprake is van betrouwbaarheid en degelijkheid en dat het opnieuw aantrekkelijk wordt om de trein te nemen. Van daaruit kunnen we dan op een organische, goed onderbouwde en overlegde manier groeien.
Met het nieuwe vervoersplan zullen we de capaciteit echter vermoedelijk opnieuw verhogen, terwijl we momenteel problemen hebben met het rollend materieel, waardoor we technisch verouderd materiaal moeten inzetten. Dat materiaal veroorzaakt echter vaak pannes. We hebben dus ook weinig reservecapaciteit.
Dat zijn de structurele oorzaken en die moeten worden aangepakt om tot een beter resultaat te komen. Ik hoop dan ook dat we niet verdergaan met wat ik de zotte plannen van onze vorige minister noem, plannen die gericht waren op steeds meer treinen, treinen, treinen, ’s morgens, ’s middags en ’s avonds en dat we een en ander op een rustige, verantwoorde en goed overlegde manier aanpakken, zodat we dergelijke problemen deels kunnen ondervangen.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, het is goed nieuws dat de treinen gemiddeld genomen iets stipter hebben gereden. Het blijft echter een feit dat in bijvoorbeeld de provincie Limburg nog steeds één trein op vier treinen met meer dan zes minuten vertraging aankomt. Dat is nog altijd veel te veel om van een goede dienstverlening te kunnen spreken. Hoe dan ook, natuurlijk is het toe te juichen als de treinen stipter rijden. Als ondertussen echter een recordaantal treinen wordt geschrapt, wordt de treinreiziger daar uiteraard niet vrolijk van. U hebt wel een heel aantal redenen voor de afgeschafte treinen opgesomd, maar het gaat wel om een gigantisch aantal treinen, namelijk 24.419. In februari 2025 betekende dat 179 treinen per dag werden geschrapt. Dat is gigantisch veel. Dat gebeurde in een maand waarin er al sprake was van een minimumdienstverlening door de stakingsdagen. Treinreizigers hadden op dat moment dus al minder opties. Er moet toch werk worden gemaakt van een oplossing voor het aantal afgeschafte treinen, zodat de situatie er in de tweede helft van 2025 hopelijk veel beter uitziet. Wij hebben nu twee problemen opgesomd, namelijk de vertragingen en de geschrapte treinen. Er is nog een probleem. Sommige treinen worden in de statistieken wel geregistreerd als zijnde op tijd aangekomen, maar dat is omdat ze onderweg een aantal haltes overgeslagen zijn. Ik ben erg benieuwd naar het aantal treinen waarvoor de NMBS regelmatig aan de reizigers laat weten dat ze onderweg niet zullen stoppen in bijvoorbeeld Herentals, Lier of Vilvoorde. Die steden worden gewoon overgeslagen, zodat de reizigers op tijd in Brussel aankomen. Die treinen tellen dan niet mee als geschrapt; ze worden ook niet geregistreerd als te laat, maar de treinreiziger ondervindt daar wel degelijk heel veel hinder van. Ik wacht op het antwoord op mijn schriftelijke vraag daarover, zodat ik ook dat probleem in kaart kan brengen en een correct beeld krijg van de situatie.
Het station Brussel-Zuid
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De rénovation van het Tri Postal-gebouw in Brussel-Zuid (project *Fonsny*), bedoeld als nieuw SNCB-hoofdkantoor met uitbreidingen en groenzones, ligt stil door een beroep bij de Raad van State (feb. 2023) en budgettaire onzekerheid, ondanks voorbereidende werken (asbestverwijdering). Kleinere verbeteringen (escalators, schoonmaak, commerciële zones) lopen wel, net als plannen voor Infrabels nieuw operationeel centrum (permis verwacht in 2025), maar financiële haalbaarheid en ROI worden herbeoordeeld. Chahid linkt vertraging aan veiligheidsrisico’s, vreest dat afblazen van de herontwikkeling de leefbaarheid en beveiliging rond het station ondermijnt.
Ridouane Chahid:
Monsieur le ministre, je vous interroge aujourd’hui au sujet de la gare du Midi, après avoir interrogé hier le ministre de l’Intérieur concernant la sécurité qui doit y régner à l’intérieur comme autour. Comme vous le savez, la gare du Midi est une gare importante de par sa fréquentation et le nombre de passages qui y ont lieu.
Depuis plusieurs années, nous attendons le démarrage des travaux du bâtiment du Tri Postal de la gare du Midi, vide depuis près de vingt ans. Le but est d'y installer le nouveau siège de la SNCB et d'y centraliser plusieurs services. En plus de la rénovation du bâtiment, le projet prévoit la construction d’une extension verticale, des aménagements pour les voyageurs, ainsi qu’une verdurisation de ses abords. Ce projet est évidemment important pour la gare, laquelle constitue une porte d’entrée nationale et internationale, étant l’une des seules gares dotées d’une frontière Schengen.
Pouvez-vous nous fournir un planning clair des différentes étapes de ces travaux pour le bâtiment du Tri Postal? À ce jour, il semblerait que les travaux soient à l’arrêt. Pouvez-vous nous en dire plus? D’autres travaux d’aménagement et de modernisation sont-ils également prévus dans la gare, notamment en ce qui concerne les quais et les accès? Pouvez-vous également faire le point sur l'intégration de ce projet avec les autorités régionales et communales, ainsi qu’avec les sociétés de transport en commun présentes sur place, comme De Lijn, TEC et la STIB? Enfin, pouvez-vous également nous faire le point sur la construction du futur siège d’Infrabel dans ce même périmètre?
Jean-Luc Crucke:
Merci, cher collègue. Je suis d'accord avec vous sur le fait que le projet Fonsny constitue un enjeu stratégique pour les entreprises publiques, compte tenu de son impact sur l’entreprise, ses voyageurs et l’ensemble des acteurs concernés par le redéveloppement de la première gare internationale de Belgique et de son quartier. La SNCB souhaite contribuer à cette rénovation urbaine, indispensable tant pour la commune que pour la région.
Il n’est toutefois pas possible de déterminer précisément quand les travaux liés au projet Fonsny débuteront. En effet, un recours en annulation a été déposé en février 2023 au Conseil d’État contre ce projet. Par ailleurs, la SNCB doit composer avec un contexte budgétaire difficile et l’inflation récente des coûts de construction. Des travaux ont néanmoins été réalisés en 2022 dans le bâtiment du Tri Postal, notamment en matière d’assainissement et de désamiantage d’une partie des bâtiments existants.
Au sein même de la gare, des travaux sont en cours afin d’améliorer l’accueil des voyageurs internationaux dans le Channel Terminal. Des investissements ont également été réalisés pour les voyageurs nationaux, notamment le remplacement des escalators du couloir principal.
Une attention particulière est également accordée au nettoyage intensif de la gare et à l'aménagement plus convivial des zones considérées comme des hotspots . Enfin, une nouvelle concession commerciale contribue à une meilleure expérience client. Le projet Fonsny a fait l'objet d'une concertation étroite et suivie, avec les autorités tant régionales que locales. La SNCB a collaboré constructivement avec la région pour l'élaboration du projet de plan d'aménagement directeur. Perspective.brussels, urban.brussels, le maître-architecte de la Région de Bruxelles-Capitale et la commune de Saint-Gilles ont été intégrés au comité d'avis, qui a accompagné le marché, l'élaboration et la sélection du projet Fonsny.
Par ailleurs, les autres acteurs ont également été consultés régulièrement pendant tout le processus de conception. Bruxelles Mobilité, la STIB, Bruxelles Environnement, la commune d'Anderlecht ainsi que les habitants du quartier. Infrabel m'a indiqué avoir obtenu en février 2025 les permis de la Région de Bruxelles-Capitale pour son futur bâtiment opérationnel, dont le projet prévoit qu'il serait situé sur une parcelle propriété d'Infrabel à proximité de la gare du Midi, du côté de la rue de France.
Ce nouveau bâtiment pourrait abriter les bureaux dédiés aux services administratifs, mais aussi la salle de contrôle nationale destinée à la gestion du trafic ferroviaire, ainsi que le centre de traitement des données et les services d'entretien des installations techniques, éléments stratégiques essentiels pour garantir la sécurité et le bon fonctionnement du réseau ferroviaire national.
La construction de ce nouveau bâtiment permettrait à Infrabel de centraliser les différents services dispersés actuellement dans cinq bâtiments locatifs différents autour de la gare du Midi. Ce dossier, comme celui du siège social de la SNCB, est en cours d'étude, approfondi par mes services, sous l'angle de l'opportunité, de la bonne gestion financière et budgétaire, compte tenu notamment du retour sur investissement, de la valeur ajoutée par rapport à l'organisation du travail des équipes des deux entreprises publiques autonomes, et en matière d'incidence sur la redynamisation du quartier.
Mon cabinet s'est d'ailleurs fait accompagner par un expert externe afin que nous puissions effectivement vérifier l'ensemble des données, en ce compris les données budgétaires.
Ridouane Chahid:
Monsieur le ministre, en ce qui concerne le recours, nous n'avons pas le choix et devons attendre la décision qui sera prise. Je vous remercie malgré tout pour les réponses que vous apportez quant aux différents travaux prévus. Néanmoins, un des éléments de votre réponse m'inquiète. Vous avez dit que les travaux seraient mis en suspens, dans le cadre du contexte budgétaire difficile. Cela signifie-t-il que le gouvernement prévoit de suspendre le projet à un moment donné?
Ce projet ne figurerait donc pas dans les projets prévus pour la gare du Midi. Pourquoi cela m'inquiète-t-il? Parce que j'ai interrogé hier le ministre de l'Intérieur sur la question de la sécurité et que, selon moi, les deux aspects sont liés: l'amélioration de la sécurité passe également par l'aménagement de la gare et du périmètre autour de la gare. Si on laisse tomber l'aménagement de la gare et du périmètre autour de la gare, cela ne va pas forcément nous apporter des réponses complètes en matière de sécurité.
Voorzitter:
Merci monsieur Chahid.
De 'dienstverlening' van de NMBS in Luik-Guillemins voor festivalgangers na Les Ardentes
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sarah Schlitz kritiseert het hostiele en afschrikkende veiligheidsdispositief in Luik-Guillemins na festival *Les Ardentes*, waar festivalgangers via slangen van controles en fouilleringen moesten, wat de treinaantrekkelijkheid ondermijnt. Minister Crucke verdedigt het tijdelijke systeem (7:30–13u) als noodzakelijk voor crowdmanagement en biljetcontrole (4.920 gecontroleerd), zonder incidenten, maar erkent twee losstaande voorvallen (treinvertraging, dronken persoon op spoor). Schlitz pleit voor een positievere, flexibelere aanpak (bv. koffie, minder zware beveiligingsuitstraling) om treingebruik te stimuleren, in plaats van het huidige "afschrikwekkende imago" met gepantserde agenten. Crucke belooft een actieplan voor betere festivalmobiliteit deze zomer.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, quelle n'a pas été ma surprise de constater le lundi après les Ardentes qu'il y avait un dispositif de sécurité extrêmement renforcé dans la gare des Guillemins afin "d'accueillir" les festivaliers.
Pourriez-vous m'expliquer quel était l'objectif poursuivi par un tel dispositif? Je trouve cela particulièrement hostile pour des jeunes qui choisissent de prendre le train, en général assez exceptionnellement, pour se rendre à un festival. Avec ce comité d'accueil, ils ont été obligés de se placer dans des files où des fouilles étaient réalisées. Je ne comprends pas pourquoi on ne les accueille pas dans de bonnes conditions. Ces gens sont fatigués, ont dormi sous tente pendant parfois quatre jours.
Est-ce la bonne manière d'accrocher ces jeunes à la mobilité ferroviaire que de les recevoir comme des passagers différents des autres?
Jean-Luc Crucke:
Chère collègue, pour comme vous, sans doute, avoir fréquenté les Ardentes, j'ai vu un certain nombre de jeunes, et moins jeunes, très fatigués.
Ce lundi 7 juillet, la SNCB a mis en place un dispositif spécifique en gare de Liège-Guillemins entre 7h 30 et 13 h, afin d'encadrer l'arrivée des festivaliers de retour des Ardentes. Ce dispositif visait à gérer efficacement les flux des voyageurs et à procéder au contrôle des titres de transport. À cet effet, près de 4 920 billets ont été contrôlés. L'opération s'est déroulée sans incident et les voyageurs ont pu embarquer en toute sécurité à bord de leur train. Les objectifs fixés ont donc été atteints.
Il convient toutefois de mentionner deux événements survenus durant la même matinée, sans lien direct avec ce dispositif. À 11 h 39, l'IC 316 accusant un important retard a été limité à Liège-Guillemins. Cette situation a entraîné un changement de voie imprévu provoquant des déplacements de voyageurs. Néanmoins, tous les clients ont pu embarquer dans leur train comme prévu.
Vers 13 h 20, peu après la levée du dispositif, un voyageur sous influence est tombé sur la voie 1. Une alarme a immédiatement été déclenchée. La personne a été rapidement prise en charge par la brigade Securail. Cet incident n'a eu aucun impact sur la circulation ferroviaire.
Madame la députée, soyez assurée que j'ai demandé à la SNCB un plan d'action pour s'assurer que les festivals cet été soient correctement desservis et permettre aux festivaliers de choisir la mobilité douce pour y aller et en revenir.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, merci pour cette réponse qui se veut factuelle.
Pour prendre le train ce matin-là, je me suis retrouvée à devoir faire le tour de tout un serpentin de files, alors qu'il n'y avait pas un chat. Je pense qu'on peut aussi avoir une forme de souplesse par rapport au dispositif mis en place et ne pas obliger les navetteurs qui vont travailler à faire tout un parcours d'obstacles pour accéder à leur train. On peut avoir une forme d'agilité dans ce genre de contexte.
Par ailleurs, il s'agit d'un dispositif hostile, qui ne remplit pas les conditions pour inciter à prendre le train la prochaine fois. En fait, il est dissuasif. Certes, on peut mettre en place des dispositifs pour faire en sorte d'organiser les flux. Mais on peut le faire de façon positive, dans la bonne humeur, servir un petit café aux gens par exemple. Pourquoi pas? Je vous vois sourire.
Il serait préférable d'avoir une expérience positive avec le rail, plutôt que d'être accueilli par 10 agents de Securail portant des gilets pare-balles. Je comprends que dans le cadre de leurs fonctions, ils aient de tels équipements. Mais vu le public spécifique que sont les festivaliers, on pourrait adapter le dispositif pour qu'il soit positif et qu'il donne envie de reprendre le train dans d'autres contextes, en se disant: "Prendre le train, c'est quand même chouette." Ici, il ne donnait pas vraiment ce sentiment-là.
J'espère que l'on pourra, pour les prochains festivals, adapter quelque peu le dispositif mis en place.
Voorzitter:
De heren Tas en Daerden zijn niet aanwezig om hun vragen nrs. 56006806C en 56006823C te stellen.
Spoorlijn 19
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De elektrificatie en verdubbeling van spoorlijn 19 (Noord-Limburg–Antwerpen/Brussel) start in 2026 (einde 2030), gefinancierd via het SMIP, met focus op betere grensoverschrijdende verbindingen (o.a. IJzeren Rijn). Stopplaatsen Hamont, Lommel en Overpelt krijgen hogere/verlengde perrons (Hamont is al klaar), maar het laatste traject Neerpelt–Hamont blijft enkelsporig om operationele redenen. Overweg Hoeverdijk (Lommel) wordt vervangen door een fietsbrug; andere overwegen hebben nog geen concrete sluitingsplannen.
Wouter Raskin:
Mijnheer de minister, de investeringsplannen van Infrabel voorzien in de elektrificatie en de aanleg van een tweede spoor op lijn 19, inclusief een aantal noodzakelijke stopplaatsen. Dat hebt u vorige week nog bevestigd.
De verdubbeling van die spoorlijn staat al sinds ongeveer 2009 op de agenda. In 2016 werd het project ook in de Vlaamse spoorprioriteiten opgenomen. De bedoeling is niet alleen om een betere reizigersdienst tussen Noord-Limburg en Antwerpen en Brussel aan te bieden, maar ook om een verbeterde grensoverschrijdende spoorverbinding tot stand te brengen. Zo maakt lijn 19 deel uit van de IJzeren Rijn en zou het ons ook toelaten om met personenvervoer naar Weert te sporen. Ik heb hierover een aantal vragen, mijnheer de minister.
Oorspronkelijk zouden de werkzaamheden in 2024 van start gaan, maar die timing is niet gehaald. Wat is de huidige timing voor de start en het einde van de werken op die spoorlijn? Hoe wordt dit gefinancierd?
U zei vorige week ook dat de noodzakelijke stopplaatsen zullen worden aangepakt. Wat houdt dat precies in? Hoe moeten wij dat begrijpen?
Het stuk Neerpelt–Hamont, het laatste deel van de lijn, zou een enkel spoor blijven. Klopt dat? Wat is daarvoor de reden?
Wat zal er gebeuren met de overwegen op dat traject? Heeft Infrabel eventueel ook plannen om die op termijn af te sluiten?
Jean-Luc Crucke:
De start van de werken is momenteel gepland in de loop van 2026 en is afhankelijk van het verdere verloop van de procedures. De voorziene einddatum is 2030. De aanleg van het tweede spoor op lijn 19 wordt door het SMIP gefinancierd.
De stopplaatsen Hamont, Lommel en Overpelt maken deel uit van de perimeter van de noodzakelijke stopplaatsen. De werken aan de stopplaats Hamont zijn inmiddels uitgevoerd. De perronborden werden aangepast naar hoge perronborden, teneinde te voldoen aan de eisen inzake integrale toegankelijkheid. Bovendien werden de perrons verlengd.
Ook in Lommel en Overpelt worden de perrons verlengd en verhoogd. Indien de stopplaats in Overpelt op een nieuwe locatie zou moeten komen, wordt in volledig nieuwe perrons voorzien.
Het tweede spoor tussen Balen-Werkplaatsen en Neerpelt volstaat om de nodige uitwijk- en kruisingsbeweging uit te voeren.
In het kader van het project wordt overweg Hoeverdijk in Lommel door een fietsbrug vervangen. Voor de overige overwegen zijn er nog geen concrete plannen.
Wouter Raskin:
Mijnheer de minister, dank u voor uw duidelijk antwoord.
De elektrificatie van het treinaanbod
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De ontdieseling van Belgische spoorlijnen wordt aangepakt via elektrificatie (prioritair), batterijtreinen (MR30-bestelling na 2030) en beperkt onderzoek naar waterstof, met focus op kosten, haalbaarheid en CO₂-reductie. De drukste niet-geëlektrificeerde lijn (Ronse-Gent-Eeklo, 2,2 mln km/jaar) krijgt voorrang in studies, maar concrete plannen en timing ontbreken nog, evenals antwoorden over de ETS2-koolstoftaks en gedetailleerde budgetten. De NMBS behoudt dieseltreinen tot 2032 (levensduur 40 jaar) maar vervangt ze nadien door elektrisch/batterij-materieel, terwijl Infrabel alternatieven zoals waterstof en biodiesel test. Schriftelijke follow-up blijft nodig voor openstaande vragen over prioritering, investeringen en de Ronse-lijn.
Staf Aerts:
Geachte minister, in een studie van Transport & Mobility Leuven (dec 2020), in opdracht van de FOD Mobiliteit, werden de alternatieven voor dieseltreinen voor personenvervoer onderzocht. De huidige uitstoot van de dieseltreinen is aanzienlijk en valt moeilijk te rijmen met de ambitie om tegen 2030 de CO2 uitstoot met 55% te verminderen en om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn.
In de studie worden batterijtreinen, waterstoftreinen en volledige elektrificatie met elkaar vergeleken. De treinlijn Ronse-Eeklo zou volgens de studie prioritair in aanmerking komen voor elektrificatie. Met 2,2 miljoen treinkilometer per jaar is de treinlijn Ronse-Oudenaarde-Gent-Eeklo de drukst gebruikte niet-geëlektrificeerde spoorlijn voor personenvervoer in België. Dit is zelfs ruim meer dan alle andere niet-geëlektrificeerde lijnen voor personenvervoer samen: Charleroi-Couvin (650 000), Gent-Geraardsbergen (625 000) en Aalst-Burst (37 566) komen samen slechts aan 1 312 566 treinkilometer per jaar (zie studie)
Vandaar volgende vragen:
- Wat zijn de laatste en eerstvolgende stappen die de NMBS, Infrabel en de regering gezet hebben om de laatste dieselspoorlijnen voor personenvervoer te ontdieselen?
- Welke investeringsbudgetten zijn er gereserveerd voor de ontdieseling?
- Zet de NMBS nog in op verder onderzoek naar waterstoftreinen of krijgen de elektrificatie van spoorlijnen en batterijtreinen de voorrang?
- Kan de minister bevestigen dat er reeds een bestelling zou geplaatst zijn voor batterijtreinen? Zo ja, hoeveel treinen werden er besteld, voor welke treinlijnen precies en tegen welke kostprijs?
- Is er al een prioritering gemaakt van de treinlijnen die zullen ontdieseld worden? Welke criteria spelen hierbij een rol?
- Zal de NMBS ook door de koolstoftaks van ETS2 gevat worden?
- Heeft de ontdieseling van de spoorlijn Ronse - Oudenaarde - Gent - Eeklo op basis van de studieresultaten prioriteit gekregen? Welke volgende stappen kan u voor deze spoorlijn in het vooruitzicht stellen?
- Op welke termijn willen de NMBS, Infrabel en de regering de ontdieseling op de spoorlijn Ronse - Oudenaarde - Gent - Eeklo realiseren?
Jean-Luc Crucke:
Het Belgische spoorwegnet is een van de meest geëlektrificeerde van Europa, met 88 % van de lijnen uitgerust met bovenleiding, tegenover een Europees gemiddelde van 57 %.
Infrabel is een belangrijk reflectieproces opgestart om de relevantie van elektrificatie op lange termijn te evalueren, met name in het kader van de vervanging van bovenleidingen, waarvan de levensduur wordt geschat op 120 jaar. Dat betreft dus een investering op zeer lange termijn, die moet gebeuren met inachtneming van talrijke parameters.
Wat het standpunt van de NMBS betreft in het kader van de elektrificatie, heeft zij mij laten weten dat zij een sterke voorkeur heeft voor het gebruik van elektrische treinen. Dat is beter voor het klimaat, voor de geluids- en geurhinder en voor de efficiëntie bij het inzetten van materieel. Het NMBS-materieel dat wordt ingezet voor reizigersvervoer, bestaat vandaag voor 95% uit elektrische treinen. Toch is nog altijd een deel van het Infrabel-netwerk, bepaalde spoorlijnen, niet geëlektrificeerd. Er zijn nog vier resterende diesellijnen in Oost-Vlaanderen - de lijnen 58, 82, 86 en 122 - alsook één in Henegouwen en Namen - de lijnen 132 en 134.
Dieseltreinen zijn momenteel het enige alternatief voor die spoorlijnen. De NMBS beschikt over een kleine vloot dieselvoertuigen voor dat doeleinde. De MR41-dieseltreinen zijn in dienst gekomen in 2000 en voldoen aan de Europese UIC-normen met waarde 98. Die norm bepaalt aan welke eisen nieuwe en aangekochte systemen moeten voldoen. Normen evolueren soms in de tijd en vereisen soms retroactieve aanpassingen. Voor dieselmotoren zijn er echter geen retroactieve aanpassingen vereist. Bijgevolg voldoen die dieseltreinen aan de regelgeving. Treinen hebben een gemiddelde levensduur van 40 jaar en alle budgettaire voorzieningen zijn daarop afgestemd. Het huidige dieselpark van NMBS zal vanaf 2032 geleidelijk buiten dienst worden gesteld.
Als goede huisvader en gelet op de investeringen die in dit materieel zijn gedaan kan de NMBS niet anders dan het materieel blijven inzetten tot het einde van de geplande levensduur. Ze heeft deze treinen nodig om voldoende capaciteit te voorzien voor het vervoer van reizigers. Zoals aangegeven zullen de MW40-treinen binnen een tiental jaar het einde van hun levensduur bereiken. Op dat moment zullen ze niet vervangen worden door nieuwe dieseltreinen, maar door gewone elektrische treinen of door treinen die op batterijen rijden. Ook dat zijn elektrische treinen, met alle voordelen die daarmee gepaard gaan, maar het gaat wel om treinen die geen bovenleiding nodig hebben om stroom af te nemen. De vervanging van dit materieel is voorzien na 2030, met de indienststelling van de MR30's met batterijen.
Daarom is het belangrijk dat deze bestelling snel wordt afgerond. Vanzelfsprekend zullen deze nieuwe treinen voldoen aan de moderne vereisten op het vlak van toegankelijkheid en comfort. Naast de vernieuwing van de bovenleidingen wordt de huidige periode ook gekenmerkt door de komst van nieuwe technologieën op de markt en de noodzaak om de CO ₂ -uitstoot te verminderen, in overeenstemming met de Europese doelstellingen. Infrabel onderzoekt verschillende autonome technologieën zoals een pantograafbatterij, pantograafdiesel en pantograafwaterstof, evenals alternatieve brandstoffen zoals biodiesel, waterstof en ammoniak. Deze technologieën worden momenteel getest om hun haalbaarheid en effectiviteit te bepalen.
Het proces van de decarbonisatie van dieselspoorlijnen voor passagiersvervoer is dus goed opgestart, met een gerichte aanpak in plaats van een systematische elektrificatie. Infrabel legt de nadruk op samenwerking met belanghebbenden om een duurzame economische transitie te waarborgen. De prioriteitscriteria omvatten de economische en operationele haalbaarheid, maatschappelijke en regelgevende druk, evenals de beschikbaarheid van innovatieve technologieën. Samengevat is de decarbonisatie van het Belgische spoorwegnet volop bezig, door nieuwe technologieën te verkennen en te testen, terwijl de vernieuwing van de infrastructuur zorgvuldig wordt gepland voor een duurzame en efficiënte transitie.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, ik bedank u voor uw antwoorden. Ik heb veel vragen moeten stellen en zal nog een groot deel van de vragen opnieuw stellen via een schriftelijke vraag. Ik heb dus veel vragen gesteld, omdat we geen antwoord krijgen op onze schriftelijke vragen en de antwoorden lang op zich laten wachten. Ik heb op een aantal vragen nog altijd geen antwoord gekregen. Zal de NMBS onderworpen worden aan de koolstoftaks van ETS2 (Emissions Trading System)? Wat is de stand van zaken van de spoorlijn Ronse-Oudenaarde-Gent? Ik zal die vragen dus opnieuw stellen via een schriftelijke vraag, maar hoop dan ook dat u op korte termijn een antwoord kunt geven.
De verontreiniging in organisch afval en de risico's voor de bodemkwaliteit en de volksgezondheid
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 15 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De bodemvervuiling door microplastics in compost (tot 2.000 deeltjes/kg) wordt veroorzaakt door niet-afbreekbare verpakkingen (theezakjes, plastic zakken) in GFT-afval, ondanks strenge EU-doelstellingen (max. 0,25% vervuiling in 2026). De minister bevestigt dat federale regels voor composteerbare materialen (KB 2008) zullen worden aangepast aan nieuwe EU-verordeningen (2024/825, 2025/40), die composteerbare verpakkingen beperken tot essentiële gevallen (bv. theezakjes) en eisen dat andere verpakkingen recycleerbaar zijn. Italiës model (verplichte composteerbare winkelzakken, hergebruik als GFT-zak) wordt onderzocht als mogelijke oplossing, maar afvalbeheer blijft een gewestelijke bevoegdheid. Van Riet pleit voor verplichte composteerbare afvalzakken om consumentenverwarring tegen te gaan.
Katrijn van Riet:
Met deze vraag, mijnheer de minister, wil ik aandacht vragen voor de link tussen bodemgezondheid, afvalverwerking en verpakkingen. De kwaliteit van onze landbouwbodems is immers slecht. Zuivere compost kan de bodem herstellen, maar dan moeten we het aantal microplastics minimaliseren en het koolstofgehalte in de bodem maximaliseren.
De compoststromen zijn echter zwaar vervuild. Gft-afval bevat tot 17 % vervuiling, vooral door plastic uit onder andere theezakjes, plastic zakken, koffiecapsules enzovoort. Het onderscheid tussen composteerbare en zogenaamd composteerbare verpakkingen, die in werkelijkheid niet composteerbaar zijn, is onduidelijk. Daardoor komen er niet-composteerbare stoffen zoals plastic in ons organisch afval terecht, wat ertoe leidt dat onze compost gemiddeld 2.000 microplastics per kilo landbouwgrond bevat. Dat zorgt voor problemen met de bodemvruchtbaarheid, de biodiversiteit en de voedselveiligheid, want die microplastics komen ook in ons voedsel terecht.
Over twee jaar moeten we een vervuilingsgraad van 0,25 % halen in compost, terwijl we nu nog op 0,5 % zitten met compost uit huis-aan-huis opgehaald gft-afval. Wallonië moet daarin nog stappen zetten. Vlaanderen scoort beter, maar ook daar bevat het gft-afval nog altijd veel fout materiaal, zelfs na 30 jaar sensibilisering.
Het is dus tijd om producten die het probleem veroorzaken verplicht composteerbaar te maken. Interessante initiatieven komen onder andere van de universiteit van Wageningen, die aan productanalyses werkt om de bron van de vervuiling te elimineren, en uit Italië. In Italië zijn composteerbare zakken verplicht in winkels en wordt de bevolking gestimuleerd om die zakken opnieuw te gebruiken als gft-zak. Zulke zakken zijn veel minder problematisch dan gewone plastic zakken, die vaak niet worden leeggemaakt en volop in de gft-bak worden gedumpt. In Italië is de vervuiling in compost daardoor gedaald tot onder de 0,25 %.
Mijn vragen aan u zijn de volgende.
Hoe zult u de vervuiling bij de bron concreet aanpakken, hoewel afvalophaling een gewestelijke bevoegdheid is? Komt er een afdwingbare certificering en een verbod op misleidende verpakkingen die compostering hinderen? Dat valt wel onder onze federale bevoegdheid. Zult u de federale wet van 2009, die composteerbare materialen beschrijft, en de verpakkingswetgeving herbekijken in het kader van deze problematiek?
Hoe garandeert u dat composteerbare verpakkingen apart worden ingezameld en verwerkt, zodat we de verpakkingsdoelstellingen voor 2030 halen? Zult u het Italiaanse model met verplichte composteerbare winkelzakken en gft-gebruik, of andere Europese initiatieven, bekijken voor België?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, collega, wat uw eerste twee vragen betreft, er bestaat al een koninklijk besluit, namelijk het koninklijk besluit van 9 september 2008 tot vaststelling van productnormen voor de aanduidingen van composteerbare en biologisch afbreekbare materialen. Dat besluit heeft tot doel de voorwaarden voor markttoegang te specificeren waaraan vaste materialen die als biologisch afbreekbaar en composteerbaar worden beschouwd, moeten voldoen.
Daarnaast is er op Europees niveau de richtlijn 2024/825 inzake het versterken van de positie van consumenten in de groene transitie. Zoals u weet, wil men consumenten de middelen geven om te handelen ten gunste van de groene transitie, door hen beter te beschermen tegen oneerlijke praktijken en door betere informatie te verstrekken. Zo kunnen ze met kennis van zaken duurzame keuzes maken. De nieuwe Europese verordening 2025/40 betreffende verpakkingen en verpakkingsafval beperkt het gebruik van composteerbare en biologisch afbreekbare verpakkingen aanzienlijk.
Bepaalde soorten verpakkingen moeten composteerbaar zijn, zoals stickers op fruit en theezakjes. Alle andere verpakkingen moeten recycleerbaar zijn. Onder bepaalde voorwaarden inzake afvalinzameling kunnen lidstaten bepalen dat bepaalde soorten verpakkingen alleen toegestaan zijn als ze composteerbaar zijn, bijvoorbeeld lichte plastic zakken.
Die regels zijn ingegeven door het feit dat bio-afvalstromen vaak worden vervuild door conventionele kunststoffen, terwijl materiaalrecyclagestromen vaak worden verstoord door composteerbare kunststoffen. Het werd daarom noodzakelijk geacht om duidelijke regels vast te stellen voor composteerbare plastic verpakkingen, om verwarring bij consumenten te vermijden en om het gebruik ervan te beperken tot gevallen waarin ze een duidelijk voordeel bieden voor het milieu of de gezondheid, zoals bij theezakjes. Consumenten moeten op basis hiervan toegang hebben tot duidelijke en transparante informatie, zodat ze weloverwogen keuzes kunnen maken over producten, waaronder composteerbare verpakkingen.
Zullen de federale wet van 2009, die composteerbaar materiaal beschrijft, en de verpakkingswetgeving herbekeken worden in het licht van deze problematiek? Mijn administratie bestudeert momenteel in detail de impact van de Europese verordening inzake verpakkingen en verpakkingsafval, evenals van de richtlijn over het versterken van de positie van consumenten in de groene transitie, op de bestaande koninklijke besluiten. In dat kader is het zeer waarschijnlijk dat het KB van 9 september 2008 tot vaststelling van productnormen voor de aanduidingen van composteerbare en biologisch afbreekbare materialen en het KB van 25 maart 1999 tot vaststelling van productnormen voor verpakkingen gewijzigd zullen moeten worden, om ze in overeenstemming te brengen met de nieuwe Europese regelgeving.
Uw volgende vraag is hoe kan worden gegarandeerd dat composteerbare verpakkingen apart worden ingezameld en verwerkt, zodat we de verpakkingsdoelstellingen voor 2030 zo snel mogelijk hanteren en tijdig behalen. Afvalbeheer is een regionale bevoegdheid. Ik verwijs u dan ook graag door naar mijn collega's in de gewesten voor meer informatie daarover.
Naar aanleiding van uw vraag of we het Italiaans model rond verplicht composteerbare winkelzakken en het gebruik van gft-afval, of andere Europese initiatieven, zullen bekijken voor toepassing in België, heb ik mijn administratie de opdracht gegeven om het model dat in Italië wordt toegepast te evalueren en na te gaan welke nationale aanpassingen relevant zouden kunnen zijn voor België. Dat model was mij nog niet bekend, maar we zullen het nu onderzoeken.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, ik begrijp dat we ook in dit dossier nog wat geduld moeten oefenen, omdat u het zult onderzoeken. De verwarring tussen de composteerbare en de niet-composteerbare verpakking toont aan dat de burgers dat onderscheid heel moeilijk vinden. Daarom is het misschien raadzaam om te overwegen om de afvalzakken zelf composteerbaar te maken.
Het Zuidstation
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 15 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Ridouane Chahid kritiseert het ontbrekende engagement van premier De Wever voor Brussel en vraagt om een evaluatie van de *task force* Brussel-Zuid, met name over veiligheid, coördinatie tussen overheden en uitbreiding naar andere stations zoals Brussel-Noord. Minister Quintin bevestigt versterkte politiële inzet (FERES, SPC, lokale zones) met duizenden extra uren, lichte daling van criminaliteit (met name diefstal) en lopende samenwerking op dakloosheid, drugs en infrastructuur, maar benadrukt dat coördinatie en budgettaire middelen nog in ontwikkeling zijn. Chahid houdt vol dat Brussel-Zuid een nationaal/internationaal probleem is en pleit voor een statutaire erkenning als internationale gare, met de belofte van verdere opvolging. Conclusie: actieplan loopt, maar structurele oplossingen en politieke prioriteit blijven punt van zorg.
Ridouane Chahid:
Monsieur le ministre, permettez-moi tout d'abord d'exprimer mon étonnement. Je m'attendais à ce que ce soit le premier ministre Bart De Wever qui réponde à cette question, puisqu'elle concerne un dispositif mis en place par son prédécesseur, Alexander De Croo, en janvier 2024. Le fait qu'il ne soit pas là montre, selon moi, un manque d'intérêt persistant pour Bruxelles, et un certain mépris pour la capitale du pays.
Ma question s'inscrit dans le cadre de la task force dédiée à la gare de Bruxelles-Midi, lancée par le précédent gouvernement. Cette plateforme réunissait différents niveaux de pouvoir – communes, Région, État fédéral – afin de coordonner une réponse à la hauteur des enjeux, en particulier en matière de sécurité. La gare du Midi reste en effet un point névralgique, à la fois national et international: c'est la seule gare belge avec une frontière Schengen.
Monsieur le ministre, je souhaiterais connaître votre bilan de la mise en œuvre du plan d'action pour Bruxelles-Midi. Envisagez-vous d'étendre ce type de dispositif multi-acteurs à d'autres gares du pays et de la capitale, comme la gare de Bruxelles-Nord, qui connaît les mêmes difficultés sécuritaires? Pouvez-vous nous indiquer quels moyens humains et budgétaires les autorités fédérales prévoient de mobiliser pour améliorer durablement la sécurité et le fonctionnement des gares bruxelloises?
Bernard Quintin:
Monsieur Chahid, je réponds à vos questions, je suis là.
Le plan d'action engagé se poursuit. Comme vous le savez, la coordination des trois axes de ce plan se fait au niveau de la région de Bruxelles-Capitale et l'axe 1, piloté par le DirCo de Bruxelles en collaboration avec le chef de corps de la zone de police Midi, concerne la lutte contre les phénomènes criminels et l'illégalité dans et autour du bâtiment de la gare de Bruxelles-Midi. Plusieurs points d'action ont été identifiés dans le cadre de cet axe, comme une surveillance accrue et plus de répression par des actions policières.
Dans ce contexte, je peux vous confirmer que la police fédérale, mais également certaines autres zones de police locale bruxelloises, ont apporté un renfort conséquent et régulier au profit de la zone de police Midi, que ce soit lors d'opérations de police spécifiques, notamment dans les environs de la gare du Midi, ou dans le cadre de missions de patrouille et de surveillance.
En ce qui concerne la police fédérale, cet appui a été fourni par la réserve fédérale (FERES), le corps d'intervention (CIK) Bruxelles et la cavalerie. Ainsi, par exemple, la zone de police Midi a pu compter au cours des six premiers mois de l'année sur plusieurs milliers d'heures de prestations de la FERES. En outre, l'antenne de la police des chemins de fer (SPC) de la police fédérale dans la gare du Midi est opérationnelle durant toutes les heures d'ouverture de la gare, avec la présence d'un gradé et de deux ou trois inspecteurs de police. Une équipe de la SPC est également chargée en permanence de missions de patrouille dans la gare.
L'imagerie des phénomènes criminels et l'échange d'informations entre les services sont quant à eux réalisés au travers de l'envoi, via les services du DirCo de Bruxelles, d'un rapport journalier, ainsi que de la mise à jour des informations reprises dans le scan hebdomadaire de sécurité. Ce suivi de la criminalité enregistrée dans et autour de la gare montre un léger mieux, essentiellement en ce qui concerne les vols simples et avec violence. Par ailleurs, la présence policière accrue a aussi pour mission de cibler les faits d'incivilité.
Concernant les axes 2 et 3 du plan d'action, la situation des sans-abri, la problématique de la toxicomanie et de la santé, l'accompagnement du public qui cause des nuisances, ainsi que la propreté publique de la gare et de ses environs, d'une part, et d'autre part, les travaux d'adaptation de l'infrastructure pour améliorer la sécurité dans et autour de la gare, restent pilotés respectivement par safe.brussels et par la SNCB.
Enfin, je veux pouvoir améliorer la coordination des intervenants de la sécurité dans les infrastructures ferroviaires. Dans ce cadre, nous travaillons actuellement à la révision de la circulaire ministérielle relative à la coopération entre la police fédérale, Securail et la police locale.
Ridouane Chahid:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour les réponses que vous avez apportées. Je constate qu’un suivi a été effectué et que vous continuerez de porter une attention particulière à la gare du Midi. Je ne peux que regretter que le premier ministre ne se soit pas donné la peine de venir. Alexander De Croo avait à l’époque mis en place cette task force parce qu’il était conscient du fait que les problèmes à la gare du Midi ne concernaient pas uniquement les Bruxellois et les Bruxelloises, mais l’ensemble des personnes qui y transitent, dont des Belges qui y passent pour aller travailler. Pour le reste, je continuerai à vous interroger sur l’évolution du processus. Je rappelle que j’ai déposé un texte pour donner à la gare du Midi un statut de gare internationale. Cela me semble important. Wait and see!
De verwerping van het voorakkoord door de spoorvakbonden
Het voorakkoord van de minister met de spoorvakbonden
De verwerping van het voorakkoord door de spoorbonden
De verwerping van het voorakkoord door het spoorpersoneel
De aanwerving onder arbeidsovereenkomst bij het spoor
De gevolgen van de hervorming van de arbeidsmarkt voor het spoorwegpersoneel
De verwerping van het voorakkoord door de spoorvakbonden
Het ontbreken van een sociaal akkoord met de spoorvakbonden
Conflict en onderhandelingen over spoorakkoorden en arbeidsvoorwaarden
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het voorakkoord over spoorhervormingen (personeelsstatuut, HR Rail-herstructurering, pensioenen) werd massaal verworpen door de vakbondsachterban (99% ACOD, 57% ACV), ondanks onderhandelingen tussen minister Crucke, vakbonden en directies. Hoofdstruikelblokken zijn de afschaffing van het statuut (garantie voor stabiliteit en rechten), versnipperd personeelsbeleid, en onduidelijkheid over pensioenen – terwijl de regering 600 miljoen euro wil besparen en de sector moet liberaliseren tegen 2032. Crucke belooft nieuw overleg eind augustus met een "open agenda", maar weigert details vrij te geven, wat tot frustratie leidt in het Parlement (gebrek aan transparantie, controle). Geen stakingen zolang onderhandeld wordt, maar bij mislukking dreigt de minister "zijn verantwoordelijkheid te nemen" – zonder concrete plannen voor een plan B of garanties voor werknemersrechten. De kloof blijft: vakbonden eisen behoud van het statuut en sociale zekerheid, terwijl de regering efficiëntie en kostenbesparing nastreeft.
Voorzitter:
Goedemiddag allemaal, bienvenue dans la Commission de la Mobilité, des Entreprises publiques et des Institutions fédérales. Nous accueillons le ministre Crucke, ministre de la Mobilité, du Climat et de la Transition environnementale.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.
Na twee dagen van intensief overleg waarin een 'open en respectvol' debat plaatsvond over onder meer personeelsbeheer, juridische verantwoordelijkheden en de modernisering van het statuut van het personeel bereikten de minister en de spoorvakbonden een voorakkoord.
Intussen blijkt dat de achterban van de spoorbonden dit voorakkoord met overgrote meerderheid hebben verworpen.
Wat is de stand van zaken met betrekking tot het overleg met spoorvakbonden? Heeft er nog nieuw overleg plaatsgevonden? Zo ja, met welk resultaat? Zo neen, zal dit alsnog (en wanneer) plaatsvinden?
Wat waren de elementen van het voorakkoord dat de minister met de spoorvakbonden bereikte?
Wat waren de inhoudelijke struikelpunten voor de spoorvakbonden?
Welke garanties verkreeg de minister inzake het al dan niet organiseren van nieuwe stakingen?
Samengevat, het aangekondigde voorakkoord werd verworpen door de achterban van verscheidene spoorvakbonden. Wij hebben heel lang moeten wachten op de inhoud van dat voorakkoord; telkens werd ons opnieuw om geduld gevraagd.
Wat was de inhoud van het voorakkoord? Wat waren de struikelblokken voor de bonden en hun achterban? Mijnheer de minister, welke garanties hebt u gekregen dat er voorlopig niet zal worden gestaakt?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, uiteindelijk zal mijn toelichting grotendeels overeenkomen met die van de heer Troosters, maar ik wil toch enkele specifieke punten aanhalen.
Het voorakkoord dat op tafel lag en dat we in de pers moesten lezen, heeft uiteindelijk tot niets geleid, omdat 99 % van de ACOD-leden tegen hebben gestemd. Ik heb gisteren vastgesteld dat de ACOD-leden zich tegen veel zaken verzetten. Ook bij het ACV stemde 57 % tegen.
Hoe interpreteert u de afwijzing van het akkoord door de vakbonden? Plant u nieuwe overlegmomenten? Ik ga ervan uit van wel, want u hebt altijd aangegeven voorstander van dialoog te zijn.
Wat is de timing? Is daar al een planning voor opgesteld? Wordt het oorspronkelijke voorakkoord nu volledig verlaten, of vormt het een vertrekbasis voor verdere onderhandelingen? Blijven bepaalde elementen daaruit behouden?
Niels Tas:
Mijnheer de minister, dat 99 % van de ACOD-leden en de helft bij het ACV tegen heeft gestemd, stemt tot nadenken.
We hebben vernomen dat de gesprekken inmiddels hervat zijn, wat wij een goede zaak vinden en waarvoor wij ook blijven pleiten. Ik wil u danken voor uw constructieve houding op dat vlak, alsook de vakbonden voor het feit dat ze op het moment niet kiezen voor nieuwe stakingen.
Wij willen inhoudelijk wel dieper ingaan op enkele vragen en bedenkingen. Mijnheer de minister, kunt u, ten eerste, uitleggen waarom de stopzetting van statutaire aanwervingen vanaf 2028 en de overdracht van de taken van HR Rail naar zowel de NMBS als Infrabel belangrijk zijn voor een beter en efficiënter spoor? Hoe zal dat ervoor zorgen dat de rechten van de werknemers effectief gewaarborgd blijven, zoals u hebt beloofd?
Hoe wilt u, ten tweede, de bezorgdheid van de vakbonden aanpakken over het versnipperde personeelsbeleid? De organisatie van de NMBS en Infrabel is complex. Hoe zult u de versnippering aanpakken en gehoor geven aan de roep om een gezamenlijke leiding voor een efficiënter spoorbeheer, zonder een wirwar aan bevoegdheden tussen Infrabel en de NMBS? Wat is uw visie daarop?
Ten derde, welke stappen zult u zetten om het overleg met de vakbonden opnieuw op te starten en te zorgen voor een akkoord dat op brede steun kan rekenen bij het spoorpersoneel? Kunt u garanderen dat dat proces op een duidelijke en transparante manier verloopt, zodat iedereen zich gehoord voelt?
Hoe werkt u, ten slotte, samen met de vakbonden aan oplossingen voor het pensioen van spoormedewerkers, zeker nu daarover nog verder overleg nodig is met de minister van Pensioenen? Wij rekenen er namens Vooruit op dat u samen met de vakbonden naar concrete oplossingen voor het spoor en zijn personeel zoekt. Alleen zo kunnen we ervoor zorgen dat iedereen zich op een betaalbare manier kan blijven verplaatsen. Dankzij mensen die hun job met plezier doen en onder goede voorwaarden, kunnen we dat blijven waarmaken.
Voorzitter:
Madame Jacquet, vous pouvez regrouper vos deux questions.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, ces dernières années, et encore actuellement, nos sociétés de chemin de fer engagent de plus en plus de contractuels. Pour les cadres ordinaires, ces engagements sont exclusivement réalisés sur base de contrat de travail. Pour Infrabel, c’est le cas depuis près de 10 ans.
Mes questions sont donc les suivantes:
1/Au vu de l'article 67 §1 et §2, et au regard des quatre exceptions dérogeant à l'engagement statutaire, comment justifiez-vous/comment les chemins de fer justifient-ils ces embauches ? Que faites-vous pour veiller à ce que la loi soit correctement appliquée ? Rendre les chemins de fer attractifs sur base de contrat type Plan cafeteria n’est pas un justificatif du non-respect de la loi. D’autre part, les engagements statutaires ne sont-ils pas attractifs ?
2/ HR Rail aurait récemment mené une étude concernant la différence de "coût" entre un contractuel et un statutaire. Pouvez-vous nous révéler les conclusions de cette étude et nous la transmettre dans son intégralité?
3/ Quel est le taux de rétention des cadres engagés avec des contrats de travail ? Combien travaillent encore pour les chemins de fer après -- par exemple -- 2 ans ? Y a-t-il une différence entre les contractuels "classiques" et les contractuels NRP ? L’excès de turnover du personnel peut devenir néfaste. Il est important de capitaliser les acquis pour une société comme les chemins de fer et ses métiers techniques
Monsieur le ministre, le gouvernement est en discussion sur les réformes à mener en matière de travail. Et le moins que l’on puisse dire, c’est que les premières fuites interpellent: dérégulation du temps de travail, attaque sur le travail de nuit, contournement de la concertation sociale, affaiblissement des syndicats, ...
A ce stade, au niveau ferroviaire, les attaques contre le travail de nuit concerneraient les opérateurs marchandises.
Mes questions sont donc les suivantes:
1/ Quels seront les impacts concrets de la réforme Travail sur les cheminots?
2/ Quelles positions avez-vous défendues durant les discussions?
Je vous remercie.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, vous vous rappellerez certainement qu'il y a un mois et demi, vous étiez non pas moqueur, mais un peu rieur, lorsque je n'avais pas adapté ma question par rapport à l'évolution de la posture syndicale. Sans doute étais-je un peu devin, mais aujourd'hui, les chiffres sont effectivement clairs, avec 99 % dans un cas et plus de 50 % dans l'autre cas. Les syndicats – à l'exception du syndicat libéral – de la CGSP avaient rejeté votre préaccord. Les inquiétudes sont nombreuses, convenons-en. L'avenir de HR Rail, les économies annoncées sur le rail – à hauteur de plus de 600 millions d'euros –, la fin du statut, ou encore tout ce qui touche à la pension – même si cet aspect est du ressort de votre collègue Jan Jambon – sont autant de sujets d'inquiétude.
Avec les réformes annoncées, le dialogue social que vous avez pourtant voulu tisser n'en est nulle part, il est même plus que menacé. Quoi que vous en disiez, les droits des travailleurs sont réduits, et la poursuite vers la privatisation – ou libéralisation – du rail, demeure, en fin de compte, non pas votre stratégie, mais la stratégie du gouvernement, autrement dit celle qui vous est imposée. Les syndicats vous ont invité à de nouvelles négociations, selon mes informations. Pas plus tard qu'hier, nous avons d'ailleurs eu l'occasion d'échanger avec monsieur Lejeune.
Les syndicats se disent constructifs – et je les crois – et veulent donner toutes les chances à la concertation sociale. Leur objectif premier est d'améliorer le contenu du préaccord. À cet égard, nous souhaiterions mentionner votre déclaration, selon laquelle vous affirmez vouloir relancer les consultations, ce qui nous réjouit, bien sûr. Vous évoquez un calendrier clair préalablement à une reprise effective de la négociation, et nous sommes curieux de connaître les étapes et le contenu des négociations, parce que nous avons appris énormément de choses dans la presse, ce qui est plutôt regrettable.
Avez-vous entendu les préoccupations légitimes des travailleurs? Quelles garanties allez-vous pouvoir leur fournir?
Avez-vous associé au processus votre collègue chargé des Pensions?
Apprendrons-nous les choses autrement que dans la presse? Monsieur le ministre, merci d'avance pour vos réponses.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, het sociaal akkoord dateert inmiddels van enige tijd geleden. Eind april pakte u uit met een voorakkoord, maar dat werd duidelijk niet goed onthaald door de vakbonden. Het is al aangehaald: 99 % van de ACOD-leden heeft het verworpen. De resterende 1 % heeft zich onthouden. Kennelijk heeft dus letterlijk geen enkele persoon voorgestemd. Ook het ACV heeft het akkoord met een meerderheid verworpen. Dat betekent dat er nog heel wat werk op de plank ligt.
Mijnheer de minister, daaruit volgen toch een aantal vragen. Wat waren volgens u de belangrijkste redenen waarom de spoorvakbonden het akkoord verworpen hebben? Zult u het voorstel dat u aan de vakbonden hebt bezorgd ook aan het Parlement bezorgen? Die vraag leeft al langer. Hoe zult u tegemoetkomen aan de bezorgdheden van de werknemers? Wat zijn de krachtlijnen van uw nieuw voorstel? Waar zitten de aanpassingen? Hebt u een timing voor ogen? Ook niet onbelangrijk, moeten de treinreizigers nieuwe stakingen verwachten?
Nog geen jaar geleden heeft de NMBS aangekondigd haar openbaredienstcontract niet te kunnen naleven wegens een tekort aan treinpersoneel. Het gevolg was dat de dienstverlening erop achteruitging. Het contract werd niet nageleefd en de uitbreidingen werden uitgesteld. Ondertussen grijpt u wel drastisch in op het personeelsstatuut, met duidelijk veel ontevredenheid tot gevolg. Maakt u het op die manier voor de NMBS niet onmogelijk om extra mensen aan te werven en zo ook voor die extra dienstverlening te zorgen?
Voorzitter:
Wensen leden van andere fracties aan te sluiten bij de vragen?
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de voorzitter, gezien de afwezigheid van collega De Knop, vraag ik het woord.
Mijnheer de minister, de voorgaande sprekers hebben in hun inleiding al uiteengezet dat de vakbonden van het spoor uw voorakkoord hebben afgekeurd. Althans, dat hebben de leden van die vakbonden gedaan. U vraagt zich wellicht af wat de vakbondsvertegenwoordigers aan de onderhandelingstafel hebben besproken als er 99 % tegenstand was bij hun leden, maar daarover kunnen we hier niet uitweiden.
Een van de belangrijkste en meest gecontesteerde maatregelen is uiteraard de statutaire benoeming. Die benoeming zou worden afgeschaft, of minstens uitdoven. Nieuwe aanwervingen zouden niet meer onder het statuut gebeuren.
Mijnheer de minister, wat is uw reactie op de verwerping door de vakbondsleden? Zult u opnieuw aan tafel gaan zitten? Maar vooral, als u dat doet, zult u dan standhouden betreffende de statutaire benoeming? Kunt u hier bevestigen dat daaraan niet geraakt zal worden? Dat is toch een van de belangrijkste hervormingen, bovendien gebetonneerd in het regeerakkoord. Hopelijk kunt u dat bevestigen.
Voorzitter:
Wensen collega's van andere fracties nog aan te sluiten? (Nee)
Dan geef ik het woord aan de minister.
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, na de verwerping van het voorakkoord, niet mijn voorakkoord, maar het voorakkoord dat ik samen met de vakbonden en de directies heb onderhandeld, heb ik op 30 mei opnieuw overleg gehad met dezelfde vakbonden, ACV-CSC-Transcom, CGSP Cheminots en ACOD Spoor. Tijdens dat overleg zijn de voornaamste knelpunten in kaart gebracht. We hebben afgesproken om eerst een consultatieronde te organiseren alvorens de onderhandelingen daadwerkelijk te hervatten.
In die context wil ik mij constructief richten op de toekomst en de uitdagingen waarvoor ik bevoegd ben. Ik kies er bewust voor om niet in detail in te gaan op de afwijzing van het voorakkoord. Ik benadruk dat de regering bereid is om te luisteren naar het personeel en samen te werken aan werkbare oplossingen, zeker met het oog op de Europese liberalisering van het spoor tegen 2032.
Wat de concrete impact betreft van de hervorming van de werkzaamheden van het spoorwegpersoneel, kan ik u melden dat de bespreking van de relevante wetteksten nog steeds aan de gang is. Bijgevolg is het voorbarig om op de gestelde vraag nu reeds te antwoorden.
Daarnaast is afgesproken dat er geen nieuwe stakingen zullen plaatsvinden zolang de onderhandelingen lopen.
Ik betreur dat het voorakkoord door de drie vakbonden is verworpen, maar ik blijf openstaan voor overleg en ben vastbesloten om mij constructief te blijven inzetten voor een duurzame toekomst.
Inzake de aanwervingen zijn de voorstellen besproken met de vakbonden in het kader van het voorakkoord. Die voorstellen kaderen in het hervormings- en moderniseringsproces van de spoorwegsector. Ze hebben tot doel een solide basis te bieden die de stabiliteit en de toekomstperspectieven van de spoorwegen waarborgt en de jobs en verworven rechten van de werknemers vrijwaart. Ik ben dus bereid om de besprekingen te hervatten met die doelstelling in gedachte.
Na de verwerping van het voorakkoord heb ik, zoals gezegd, samengezeten met de vakbonden om de belangrijkste struikelblokken te identificeren. In het verlengde van die gesprekken zijn ontmoetingen georganiseerd met alle CEO’s en met de directie van HR Rail om een goed beeld te krijgen van ieders verwachtingen en om iedereen de kans te geven om de situatie afzonderlijk toe te lichten.
Vervolgens zijn we opnieuw allemaal samengekomen om een stand van zaken op te maken. Het werd duidelijk dat er meer tijd nodig was om iedereen de kans te geven om de nieuwe informatie te bestuderen. Daarom werd afgesproken om eind augustus opnieuw bijeen te komen om concrete oplossingen op tafel te leggen. Er zouden geen nieuwe stakingen moeten plaatsvinden zolang de onderhandelingen aan de gang zijn en er naar elkaar geluisterd wordt.
U weet dat ik veel waarde hecht aan het sociaal overleg en ik blijf ervan overtuigd dat een oplossing mogelijk is. Iedereen is zich ten volle bewust van de uitdagingen die de spoorwegen in de toekomst te wachten staan.
Madame Jacquet, conformément à l'article 67, § 2, de la loi du 23 juillet 1926 relative à la SNCB et au personnel des chemins de fer belges, le recrutement contractuel est autorisé depuis plusieurs années au sein des chemins de fer. Les recrutements dans des fonctions d'ingénieur, de profils universitaires et de profils IT, pour ne citer qu'eux, respectent les dispositions légales à l'article 67, § 1 et § 2, de la loi du 23 juillet 1926.
En ce qui concerne les chiffres demandés, 85,9 % des contractuels classiques engagés en 2023 sont encore présents au sein des chemins de fer belges en 2025. Pour les contractuels NRP, ce taux s'élève à plus de 80 %.
Het overleg dat momenteel plaatsvindt, heeft precies als doel een evenwichtige en duurzame oplossing te vinden om de toekomst van de spoorwegsector voor te bereiden. De bedoeling is om rekening te houden met de noodzakelijke evoluties en om de legitieme verwachtingen van de werknemers te respecteren.
Het debat over het statuut, ongeacht of iemand statutair dan wel contractueel benoemd is, kan niet worden herleid tot een tegenstelling. Elk van deze stelsels heeft immers specifieke voordelen, zowel op het vlak van flexibiliteit als op dat van zekerheid. In deze geest wordt de bespreking voortgezet, met de bedoeling te komen tot het best mogelijke compromis, in overleg met de sociale partners en met eerbiediging van de engagementen inzake kwaliteitsvolle dienstverlening en sociale stabiliteit.
Wat uw vraag over de pensioenen betreft, verwijs ik u door naar mijn collega, de minister van Pensioenen, de heer Jan Jambon.
Deux éléments supplémentaires. La difficulté du préaccord relève aussi du fait que notre ambition est d'adapter les trois entités à l'échéance de 2032.
Un certain nombre d'éléments en discussion ne se retrouvent pas forcément dans l'accord de gouvernement. Ce sont donc des éléments ouverts, supplémentaires à l'accord de gouvernement et qui nécessitent effectivement un débat approfondi et une compréhension plus complète de chacun des partenaires, que ce soient les directions, les syndicats ou nous-mêmes au sein du cabinet.
Deux, en ce qui me concerne, j'ai autant de respect et d'attention à l'égard des préoccupations des travailleurs qu'à celles des directions. Je conçois parfaitement que ces intérêts sont parfois contradictoires, mais je reste convaincu que pour la rentrée parlementaire, un accord doit pouvoir être trouvé entre l'ensemble des partenaires.
Si tel ne devait pas être le cas, j'ai clairement fait comprendre aux partenaires que je prendrais alors mes responsabilités; mais je considère que toute l'énergie doit être mise dans le fait de trouver un accord. Et comme je vous l'ai dit, je suis convaincu que nous le trouverons.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik ben ontzettend ontgoocheld door uw antwoord. Ik ben zelfs boos. Het lijkt me dat u de weg opgaat van uw voorganger: heel veel aankondigen en beloven, waarna er niets volgt.
Wij vragen al heel lang naar de inhoud van de onderhandelingen. We hebben moeten lezen dat u een voorakkoord bereikte met de vakbonden, maar uiteindelijk blijkt dat er gewoon niet te zijn. Er is ook beloofd in de beleidsnota dat we enkele dagen geduld moesten hebben. Die dagen zijn voorbij.
Tijdens de mondelinge vragensessie is er beloofd dat we enkele uren geduld moesten hebben. Die uren zijn ook voorbij. Maar we weten nog steeds niets. Ook vandaag wordt er niet in detail getreden. Ik betreur dat ten zeerste. U kunt beloften doen aan de vakbonden en u daaraan houden, maar de beloften die u aan de parlementsleden gedaan hebt, worden niet gehouden. Respect hebben voor het sociaal overleg is prima, maar er moet ook respect zijn voor de parlementaire werking hier.
Ik ben zeer ontgoocheld. Bovendien moeten we nu wachten tot eind augustus eer er opnieuw onderhandeld wordt. Intussen ligt het overleg gewoon stil. Eigenlijk moet men het gewoon opnieuw starten en dan kan er perfect gecommuniceerd worden.
Ik betreur uw antwoord ten zeerste.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Voor een stukje moet mijn repliek aansluiten bij die van mijn voorganger. Wat de inhoud betreft, blijven we inderdaad een beetje op onze honger zitten. Nochtans is daar al meer meermaals een vraag naar gesteld. Maar goed, ik wil het positief houden. Ik begrijp wel dat u niet in detail kunt treden omdat u respect hebt voor uw gesprekspartners. Maar ik vind dat de vakbonden toch stilaan hun asociale houding aan de kant moeten leggen. Ze blijven zich maar verzetten.
Ik ga nu mee in het gegeven dat de geesten nog moeten rijpen en dat dan eind augustus misschien een akkoord kan worden bereikt. Maar stel dat dit niet zo is. Dan vrees ik dat we in september opnieuw sociale onrust krijgen en dat we bij de start van het nieuwe schooljaar en het werkjaar opnieuw met stakingen geconfronteerd worden. Ik hoop toch dat u er alles aan zult doen om dat te voorkomen.
Verder zullen we afwachten en hopen dat we eind augustus meer nieuws van u kunnen krijgen.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw – wat mij betreft – politiek correcte antwoord, dat echter nog geen concrete oplossingen naar voren schuift. Ik heb begrip voor het feit dat u moeilijk uit de biecht kunt klappen over de lopende onderhandelingen, maar dat betekent ook dat u als minister de volle verantwoordelijkheid draagt voor het wel of niet slagen van die onderhandelingen. Ik vraag u dan ook om nadien minstens een gedetailleerd verslag uit te brengen over de verschillende stappen en posities en de documenten die circuleren, zodat het Parlement voldoende inzicht kan verwerven.
Tot slot, wat betreft de pensioenen, ik begrijp dat u verwijst naar uw collega, maar in dit overleg met de vakbonden gaat het niet over wie waarvoor verantwoordelijk is. We zijn als overheid één ten opzichte van de vakbonden en het personeel, dus ik reken erop dat u ook op dat vlak nauw samenwerkt, het juiste evenwicht bewaakt en samen tot een goede oplossing komt voor de reizigers en het personeel. Een sterk en betrouwbaar spoor in de toekomst is geen keuze, maar wel een noodzaak, zoals u zelf ook hebt gezegd.
Ik zal dit zeker blijven opvolgen in dit Parlement en wens u veel succes de komende maanden, want u zult het nodig hebben.
Farah Jacquet:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour votre réponse dont je suis assez satisfaite. En effet, je vois que vous poursuivez la voie des négociations. C’est une très bonne chose, car il ne faut pas vouloir aller trop vite.
En revanche, je relève que vous avez indiqué que les statuts de contractuel et de statutaire présentaient chacun leurs avantages respectifs. Dans les faits, j’ai eu de nombreuses discussions avec des contractuels au sein des chemins de fer, et je n’ai pas perçu autant d’avantages que ceux que vous avancez. Nous y reviendrons à un autre moment.
En ce qui concerne ce préaccord, un des éléments qui posent problème est le fait que les cheminots ne veulent pas voir leur statut disparaître. Il en va de même pour l’affaiblissement de HR Rail et les attaques aux fins de carrière. Ils vous l’ont bien montré en rejetant ce préaccord. C’est positif que vous retourniez à la table des négociations.
Il faut vraiment garder cela en tête pour vos futures négociations. Le statut leur tient profondément à cœur, car il permet de maintenir les compétences de l’entreprise en interne. Les métiers du rail ne s’apprennent pas spécialement ailleurs. Il est donc primordial pour l’entreprise de pouvoir garder un personnel stable et formé. Cela protège également des décisions politiques pouvant entraîner des licenciements massifs ou une privatisation du rail. Cela protège les lanceurs d’alerte, ceux qui osent dire lorsque quelque chose ne va pas. Vu ce que nous avons déjà observé, notamment chez Infrabel, cet argument n’a rien d’anodin et mérite toute votre attention.
En outre, le statut constitue un système assez juste puisque, en matière de recrutement et de salaire, tout repose sur des barèmes légaux clairs et identiques pour tous, que l’on soit une femme ou un homme. Il n’y a rien de plus équitable. Cela rend donc le métier plus attractif, ce qui est essentiel, car il existe encore un manque important de personnel. Un contrat à durée déterminée n’est pas très attrayant; avec un statut, les jeunes ont plus de facilité à obtenir un emprunt auprès des banques pour pouvoir s’installer et vivre comme tout un chacun. Enfin, le statut permet de garder le personnel en place et d’éviter le gaspillage d’argent en turnover et en formations à répétition.
Il importe que vous preniez tous ces arguments en considération lors des prochaines négociations.
Je termine en signalant que je n’ai pas reçu de réponse concernant l’enquête de HR Rail sur la différence de coûts entre les statutaires et les contractuels. Je déposerai une question écrite à ce sujet.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, contrairement à certains collègues qui m'ont précédé, je ne dirai pas que la réponse est politiquement correcte – c'est une expression qu'on peut utiliser à géométrie variable. En tout cas, en ce qui me concerne, je n'ai pas reçu de réponse, mais cela ne m'étonne pas, et je comprends votre malaise.
Vous parlez de consultations préalables à une reprise des négociations après cette longue période de négociation. Nous sommes donc dans une situation où on peut tout à fait comprendre que des éléments restent en négociation et soient confidentiels. Cependant, je n'ai pas entendu de réponse à ma question de savoir quelles étaient les garanties que vous aviez proposées aux syndicats. Je n'ai pas davantage reçu de réponse au niveau des procédures de votre négociation, si ce n'est la date limite de la rentrée, où là, menaçant, vous dites: "S'il n'y a rien, je prendrai mes responsabilités." Je ne sais si c'est la bonne attitude à adopter. Il vous appartient d'en juger.
Vous fixez par contre cette date limite – c'est bien cela dont il s'agit –, avec la pression que vous exercez. Allez-vous associer dans cet accord votre collègue Jan Jambon? Je ne l'ai pas entendu précisément, alors que la question des pensions constitue l'une des pierres d'achoppement.
Nous sommes pour le respect du dialogue social. Heureusement que les syndicats vous ont promis de ne pas faire grève, parce que vous considérez que c'est un acquis. J'ai le sentiment que c'est plus du ressort des syndicats que de votre ressort. Nous allons continuer à vous faire confiance sur la concertation, mais si nous respectons la concertation, vous devez également respecter les parlementaires. Or ici, aujourd'hui, c'est un peu la langue de bois, nous n'avons aucun élément. Vous ne pouvez pas, à chaque fois que nous discutons du dossier, parcelliser et renvoyer tantôt vers votre collègue des Pensions, tantôt vous abriter derrière le paravent de la confidentialité, tantôt vers les syndicats, sans nous donner le moindre élément.
Je pense que vous devez définir une vision globale pour le rail – ce qui semble manquer – et surtout pour les travailleurs, qui inclut toutes ces dimensions. Hier, nous parlions des gares et des points d'arrêt; demain, nous parlerons d'autre chose. Des chemins de fer fiables, ça marche avec des travailleurs qui se sentent bien, et avec lesquels vous dialoguez effectivement et réellement. Donc, s'il vous plaît, mettez les bouchées doubles, et entamez réellement des négociations constructives, plutôt que de marquer une date limite et de faire pression! Je vous remercie, monsieur le ministre
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, mevrouw Pas is blijkbaar tevreden met de rapportage achteraf. Ik ben daar eigenlijk niet tevreden mee. Ik wens de controlefunctie van het Parlement te kunnen uitoefenen. Op dit moment kan ik niet weten of de vakbonden zich, zoals mevrouw Cuylaerts beweert, asociaal opstellen dan wel of er door de NMBS en door u als minister misschien een asociaal akkoord op tafel is gelegd.
Wij hebben vandaag geen enkele krijtlijn om te weten waarop het voorstel is gebaseerd. Ik kan begrijpen dat u de toekomstige onderhandelingen niet wilt hypothekeren, maar er is al een voorstel geweest dat is afgeschoten. Zelfs dat voorstel dat in de prullenmand is beland, mogen wij als parlementsleden niet inkijken.
Dat is heel pijnlijk. Dat is ook geen manier om met het Parlement om te gaan. Wij hebben verschillende vragen gesteld. Ik heb bijzonder weinig antwoorden gehoord op de vragen van mezelf en van de andere vraagstellers. Het is bijzonder jammer dat u dan schermt met het argument van het sociaal compromis.
Ik vraag mij af wat wij hier eigenlijk nog zitten te doen. Vragen mogen wij stellen, maar wij krijgen er nooit antwoorden op. Ik vraag mij dan ook af of het Parlement is verworden tot een orgaan dat niet meer mag doen dan achteraf rapportage ontvangen. Dat is niet correct. Het Parlement heeft het recht om te weten wat de regering op tafel wil leggen. Dat lijkt mij een evidentie.
Wij zullen zeker nog vragen indienen over het thema in de hoop op een bepaald moment toch iets meer informatie te krijgen dan wij vandaag hebben gekregen.
Voorzitter:
Ik kijk specifiek in de richting van mevrouw De Knop. Wenst u nog te reageren? (Neen) Dan kijk ik in de zaal of er andere fracties zijn die nog niet hebben deelgenomen aan het debat en die alsnog willen aansluiten. (Neen) Dat kan dus niet, mijnheer Coenegrachts. De vraag van mevrouw De Knop is immers weggevallen en zonder voorwerp geworden. Het is de gewoonte dat bij een actualiteitsdebat elke fractie die nog niet aan bod kwam, de mogelijkheid krijgt om alsnog aan te sluiten, hetzij bij de vraag hetzij bij de repliek. Dat kan één keer. Ik wou mevrouw De Knop echter nog de mogelijkheid geven om te repliceren, omdat ze net binnenkwam. Zijn er nog andere fracties die willen repliceren? (Neen) Dan is het actualiteitsdebat gesloten.
De rvb van de NMBS en de beslissing over de MR30-treinstellen (Alstom, CAF of Siemens)
De stand van zaken in verband met de aanbesteding voor nieuwe NMBS-treinen
De beslissing van de raad van bestuur van de NMBS over het 'contract van de eeuw'
De beslissing van de raad van bestuur van de NMBS over het 'contract van de eeuw'
Het uitstel van de toewijzing van het contract voor de MR30-treinstellen
De aanwijzing van CAF voor de bestelling van MR30-treinstellen
De intentie van de NMBS om een megabestelling bij CAF te plaatsen
De overheidsopdracht voor de aankoop van rollend materieel voor de NMBS
De aanbesteding voor de aankoop van MR30-treinstellen
De bestelling van de MR30-treinstellen
De beslissing van de rvb van de NMBS inzake de MR30-toestellen
Het uitstel van de NMBS-beslissing inzake de gunning van de opdracht voor nieuwe treinstellen
Besluitvorming en aanbesteding NMBS MR30-treinstellen bij CAF, Alstom of Siemens
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de omstreden NMBS-aanbesteding van 3,4 miljard euro voor nieuwe treinen, waar CAF (Spaans) als voorkeursleverancier werd geselecteerd boven Alstom (Brugge), met risico op 700 banenverlies en ethische bezwaren (CAF’s betrokkenheid bij Israëlische nederzettingen). Kritiekpunten: de NMBS hanteert strikte Europese regels die lokale tewerkstelling uitsluiten (wat andere EU-landen wel omzeilen), terwijl Alstom beter zou scoren op prijs en kwaliteit; juridische twijfels over transparantie (Raad van State schorste eerdere beslissing) en vertragingsrisico’s dreigen (levering pas vanaf 2029, extra kosten tot 200 miljoen bij uitstel). Minister Crucke benadrukt de autonomie van de NMBS en de juridische grenzen, maar parlementsleden eisen politieke sturing om lokale industrie en ethiek te verdedigen, met een definitieve beslissing gepland op 23 juli.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, hier zijn we weer met vragen over Alstom. Er wordt soms gezegd dat CAF kwalitatief beter zou zijn en daarom de order heeft gekregen. Klopt het dat Alstom hoger scoorde dan CAF op het totaal van prijs plus technische kwaliteit plus energie-efficiëntie?
Ten tweede, wanneer is een nieuwe beslissing van de raad van bestuur van de NMBS gepland?
Ten derde, hoe verklaart u dat andere EU-lidstaten wel hun lokale economie beschermen en wij niet? Erkent u dat andere landen terecht kiezen voor lokale tewerkstelling bij aanbestedingen en dat zij hun regels daar wel aan aanpassen?
Ten vierde, hoe verklaart u dat tussen 2011 en 2021 slechts 1 % van de openbare aanbestedingen bij onze zuiderburen naar buitenlandse bedrijven ging, terwijl dat bij ons 10 % was? Dat zijn cijfers van de Europese Rekenkamer.
Ten vijfde, uit onderzoek van professoren blijkt dat aanbestedingen binnen Europa vaak zo worden opgesteld dat lokale bedrijven voordelen hebben. Waarom doen wij dat niet? Houdt u niet van lokale tewerkstelling, mijnheer de minister?
Ten zesde, bent u het met mij eens dat de procedure van openbare aanbesteding dringend hervormd moet worden, zodat beslissingen kunnen worden genomen in het belang van onze mensen en onze jobs?
Ten zevende, de Raad van State heeft de beslissing ten voordele van CAF geschorst. De Brugse gemeenteraad heeft onlangs unaniem zijn steun uitgesproken voor Alstom, over de partijgrenzen heen. Hoe zullen u en de NMBS daarmee omgaan?
Dit gaat om een miljardencontract. Het betreft een overheidsbedrijf en dus ons belastinggeld. Het is aangewezen dat u als minister hierin een veel actievere rol opneemt. Bent u bereid dat te doen, mijnheer de minister? Er staan 700 jobs op het spel. Wij rekenen op u.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, het dossier is alom gekend. Het kwam ook al bod in de plenaire vergadering. De inleiding kan ik dus achterwege laten. Ik ga meteen over tot mijn vragen. Ik heb er niet zoveel als mijn voorgangster, maar ze zijn daarom niet minder belangrijk.
Er is inderdaad een aanpassing gebeurd. De NMBS-directie heeft, na de eerdere klachten en kritiek, een aangepaste motivering en een nieuwe puntenscore gehanteerd, maar opnieuw wordt CAF als voorkeursbieder naar voren geschoven.
Hoe worden deze onderhandelingen nu verder aangepakt? Ze zijn on hold gezet, maar hoe moet het nu verder? Kunt u toelichten welke aanpassingen er aan het beoordelingskader zijn doorgevoerd?
Heeft de NMBS u als bevoegd minister geïnformeerd over de huidige stand van zaken van dit dossier? Wat is momenteel de status van het besluitvormingsproces?
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, ce vendredi 27 juin, le Conseil d’administration de la SNCB doit prendre une nouvelle décision concernant le contrat dit “du siècle”, relatif à la construction de nouvelles rames.
Si le CA venait à désigner CAF comme soumissionnaire préférentiel, l’impact pourrait être lourd pour l’industrie belge. Selon les syndicats, cela signifierait l’arrêt de mort d’Alstom Bruges et la perte de 600 emplois, sans parler des conséquences pour les sous-traitants.
Par ailleurs, contracter avec CAF soulève des questions éthiques et juridiques. L’entreprise est impliquée dans la colonisation israélienne, par sa participation active à l’extension du tramway de Jérusalem-Ouest vers les territoires palestiniens occupés. Cela constitue une violation du droit international et une complicité directe avec la politique coloniale et génocidaire du gouvernement israélien.
Mes questions sont donc les suivantes:
Que comptez-vous entreprendre si le CA de la SNCB choisit CAF?
Allez-vous remettre en question cette décision et défendre l’industrie ainsi que l’emploi local?
Je vous remercie.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Op de agenda van de Raad van Bestuur van de NMBS van vrijdag 27 juni jl. stond het dossier van de toewijzing van het mega-order van 3,4 miljard euro voor de aankoop van nieuwe treinstellen. Nadat in een eerdere fase de Raad van State de onderhandelingsprocedure van de NMBS met het Spaanse CAF on hold zette nam de Raad van Bestuur voorlopig geen beslissing in dit dossier. Er zal een extra Raad van Bestuur komen in juli waar er zal gestemd worden.
Wat is de reden die tot dit uitstel geleid heeft?
Was er een gebrek aan eensgezindheid binnen de Raad van Bestuur?
Welke elementen behoeven meer tijd alvorens tot een beslissing te komen?
Welke garantie heeft de minister dat er in juli wel tot een beslissing gekomen zal worden?
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, het is niet de eerste keer in commissie of plenaire vergadering dat we het onderwerp bespreken. Naar verluidt heeft de NMBS een nieuwe argumentatie en puntentelling op basis van 42 criteria gehanteerd, waarmee zij tegemoet zou moeten komen aan de opmerkingen van de Raad van State. Het resultaat blijkt hetzelfde te zijn: opnieuw komt het Spaanse CAF als beste kandidaat uit de bus.
Mijnheer de minister, op basis van welke criteria werden de offertes opnieuw beoordeeld? Gaat het enkel over de berekening van het onderdeel technische kwaliteit of werden er ook wijzigingen aangebracht in andere onderdelen? Wat het criterium technische kwaliteit betreft, op hoeveel punten werd dat beoordeeld in het aanbestedingsdocument?
Aangezien de inschrijvers op voorhand geen weet hadden van de nieuwe manier van evalueren, namelijk aan de hand van de 42 criteria, lijkt het risico op verdere juridische stappen ons groot. In welke mate is volgens u de huidige beslissing van de NMBS dan ook robuust te noemen?
Indien de beslissing opnieuw wordt aangevochten bij de Raad van State en opnieuw wordt geschorst, wat zijn dan volgens u de volgende stappen? Wordt er reeds overwogen om een nieuwe procedure op te starten?
Tot slot, komt de levering van de treinstellen in de offerte in het gedrang? Hoeveel tijd is er inmiddels verloren gegaan voor de levering?
Kunt u ons meegeven hoe u de toekomst ziet en welke volgende stappen volgens u noodzakelijk zijn?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, lokale werkgelegenheid verdient wat mij betreft altijd voorrang. Dat lijkt evident. Als 700 werknemers hun job dreigen te verliezen, is dat zeer pijnlijk.
Ik wil echter nog een ander aspect aanhalen. We noteren twee nieuwe feiten sinds onze vorige gedachtewisseling. Ten eerste, de raad van bestuur van de NMBS heeft zijn beslissing uitgesteld. Ten tweede, de VN-rapporteur Albanese heeft in haar nieuw rapport 48 bedrijven die bijdragen aan de genocide in Gaza en aan het illegale nederzettingenbeleid van Israël op de Westelijke Jordaanoever, met naam en toenaam genoemd.
Wat daar gebeurt, is niet min. Alle schijnwerpers staan op het drama in Gaza gericht, maar er zijn tegelijkertijd op de Westelijke Jordaanoever al meer dan 930 Palestijnse dodelijke slachtoffers gevallen, onder wie 200 kinderen. Dat is dus boven op de doden in Gaza zelf.
Daar worden dezelfde technieken gebruikt. De regio kreunt onder de luchtaanvallen en intussen werden al 40.000 mensen verdreven. Het Internationaal Gerechtshof heeft de Israëlische nederzettingenpolitiek een jaar geleden als illegaal bestempeld. Daarom is mijn vraag opnieuw: wat zult u intussen doen. CAF wordt immers genoemd als een van de 48 bedrijven die meewerken aan en mee de illegale Israëlische nederzettingen financieren, terwijl dat niet het geval is voor Alstom en Siemens, de twee andere aanbieders.
Welke stappen zult u ondernemen om ervoor te zorgen dat onze overheidsbedrijven niet samenwerken met bedrijven die actief zijn in illegale nederzettingen en dus bijdragen aan illegale activiteiten?
Bent u bereid een onderzoek te voeren naar de economische banden van overheidsbedrijven met Israël voor bepaalde infrastructuurprojecten en daar bij volgende procedures ook consequenties aan verbinden? Zult u dat argument gebruiken bij aanbestedingen om offertes te verwerpen?
Ten slotte, hoe problematisch is het uitstel van de bestelling van de treinen voor de operationele werking van de NMBS? Is er een tijdschema of deadline waartegen die bestelling echt zou moeten worden geplaatst?
Voorzitter:
Je ne vois pas Mme Schlitz, la parole est à M. Matagne.
Julien Matagne:
Monsieur le ministre, les épisodes de fortes chaleurs survenus la semaine dernière ont une fois de plus mis en lumière la vulnérabilité de notre réseau ferroviaire face aux conditions climatiques toujours plus extrêmes. Pannes de climatisation, suppression de trains, matériel roulant plus ancien laissé à quai: ces incidents illustrent la vétusté de certaines rames et soulignent l'urgence de leur renouvellement global. Ce contexte nous ramène évidemment au marché relatif aux nouvelles automotrices AM30. C'est un investissement majeur pour la SNCB mais également un enjeu industriel stratégique pour le rail belge.
J'ai trois questions à vous adresser. J'aimerais, à l'instar de certains de mes collègues, faire le point sur ce dossier des automotrices AM30, concernant le choix du soumissionnaire préférentiel. Quand la SNCB rendra-t-elle sa décision finale? Le conseil d'administration a procédé à un report de décision dernièrement.
Vous avez pointé à plusieurs reprises lors de vos réponses aux collègues l'absence de clause environnementale dans les cahiers des charges. Je sais que cela vous tient fortement à cœur. Comment peut-on expliquer l'absence d'une telle clause dans un cahier des charges, alors qu'aujourd'hui on sait que l'environnement doit être notre priorité?
Enfin, je pense que l'essentiel de la problématique tourne autour de la réforme des marché publics européens. J'aimerais donc savoir quels sont vos leviers pour systématiser une clause environnementale dans ces marchés publics européens afin que nos entreprises puissent profiter pleinement de ces opportunités industrielles qui nous sont chères. Je vous remercie d'avance pour l'ensemble des précisions que vous pourrez m'apporter.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, ce dossier a fait couler beaucoup d'encre, y compris au sein de la majorité, vu le nombre de questions qui sont posées aujourd'hui. On peut évidemment le comprendre, vu les enjeux. Je ne vais pas revenir sur toutes les remarques du Conseil d'État et sur le report de ce point et toutes nos considérations; on en a déjà parlé en plénière.
Ce qui m'intéresse vraiment maintenant, ce sont les prochaines étapes de ce dossier. Vous avez déclaré "que vous veillerez à ce que les décisions reposent à la fois sur des critères techniques, environnementaux et socioéconomiques". Jusque-là, je ne peux qu'être d'accord avec vous. Mais vous avez également adressé un courrier au président du conseil d'administration de la SNCB afin de rappeler le cadre légal qui régit les responsabilités de ce même conseil dans le traitement du dossier AM30.
Monsieur le ministre, je voudrais que vous nous expliquiez le contenu de votre courrier – puisque nous savons tous que vous avez envoyé un courrier – mais aussi le contenu des échanges que vous avez eus autour de ce dossier. Pouvez-vous nous préciser votre position, et surtout ce que vous pensez de la suite à donner? Quelles seront, selon vous, les prochaines étapes?
Franky Demon:
Mijnheer de minister, het gaat over meer dan een aanbesteding, het gaat over keuzes maken. Die keuzes zullen het verschil maken tussen het behoud van strategische industrie in België of gewoon een botte afbouw. Ofwel behouden we 600 jobs in Brugge, ofwel laten we ze zonder verweer verdwijnen. De Raad van State heeft terecht de onderhandelingen geschorst en de raad van bestuur van de NMBS heeft even terecht de finale beslissing uitgesteld.
Toch is het stilaan tijd om kleur te bekennen. Eerlijk gezegd begrijp ik uw reactie soms niet goed, mijnheer de minister. In de plenaire vergadering zei u dat het aan de raad van bestuur is om te beslissen. U voegde daar zachtjes aan toe – en terecht – dat Les Engagés geen vertegenwoordigers heeft in de raad van bestuur, maar zodra de raad van bestuur politieke beslissingen neemt – want het gaat over industrie, over werkgelegenheid – antwoordt u dat u hoopt dat de raad van bestuur zich niet verschuilt achter politieke beweegredenen. Dat vind ik eerlijk gezegd nogal schizofreen.
Ik had dus graag wat meer steun van u gezien. Weet u dat andere Europese landen wel hun industrie beschermen? Frankrijk, Duitsland en zo verder. Collega’s, ik roep op – en ik geloof dat we dat hier in deze commissie ook kunnen – om samen te handelen in de raad van bestuur van de NMBS.
Ik denk bijvoorbeeld aan een goede steun van de PS, met vier vertegenwoordigers in de raad van bestuur. Er zijn dus wel degelijk politieke vertegenwoordigers aanwezig. Ik hoop echt dat we hand in hand zullen kunnen opkomen voor de tewerkstelling in Wallonië en in Brugge.
Ik heb u heel wat vragen gesteld. In welke mate heeft de NMBS een analyse gemaakt van de economische en sociale impact? De NMBS hanteerde 42 beoordelingscriteria, maar de sociale impact en de duurzaamheid van uw eigen partijgenoot kwamen daar niet echt in terug. Wij steunen de vraag naar meer aandacht voor milieu. Hoe denkt u dat alsnog recht te trekken?
Zult u als minister van Mobiliteit de raad van bestuur aanmoedigen om ook de lokale tewerkstelling mee in het oog te houden? Ziet u parallellen met het Van Hool-dossier, waar een buitenlandse gunning werd gevolgd door een industrieel drama? Wat hebt u daaruit geleerd, en welke lessen past u toe op het NMBS-dossier? U zegt dat lokale tewerkstelling formeel geen criterium mag zijn, maar erkent u dat andere landen wel degelijk in staat zijn om binnen de aanbestedingsregels lokale tewerkstelling te integreren?
Hoe verklaart u dat België in 10 % van de aanbestedingen tussen 2011 en 2021 koos voor buitenlandse bedrijven, terwijl dat in Frankrijk amper 1 % is? In hoeverre vindt u dat ons land dringend werk moet maken van een strategische benadering binnen het Europese kader? Erkent u bovendien dat België blijft vasthouden aan een te strikte lezing van de Europese aanbestedingsregels, terwijl andere landen, zoals Denemarken, taalvereisten en andere drempels inbouwen om hun lokale industrie en tewerkstelling te beschermen? Werd die optie overwogen? Hebt u daarover contacten gehad met de NMBS?
Voorzitter:
De heer De Smet is niet aanwezig. Alle aanwezige fracties zijn tussengekomen. Ik geef dus het woord aan de minister.
Jean-Luc Crucke:
Allereerst wil ik een fundamenteel principe in herinnering brengen. Men kan niet tegelijk de autonome bedrijfsvoering van autonome overheidsbedrijven eisen en de minister vragen om in te gaan op de concrete gevolgen van een beslissing. De NMBS beschikt over een juridische en beslissingsautonomie. Die autonomie wordt geregeld door haar statuten, de beheersovereenkomst en het recht dat van toepassing is op autonome overheidsbedrijven.
Beslissingen over de plaatsing van overheidsopdrachten, in casu de zogenaamde deal van de eeuw voor de vernieuwing van het rollend materieel, vallen onder de exclusieve bevoegdheid van de raad van bestuur van de NMBS. Dat is geen schizofrenie.
Bien que j'éprouve le plus grand respect pour l'expression parlementaire, qui est pour moi sacro-sainte, il me semble évident que nous ne pouvons pas susciter le sentiment, même juridiquement, d'interférer dans une procédure de marché public en cours – ce qui est proscrit par la loi. Je n'ai fait que trente ans de droit dans ma vie. Ce n'est peut-être pas suffisant…
Het lanceren van de openbare aanbesteding op Europees niveau, inclusief de aankoopstrategie en de voorgestelde criteria voor de selectie van kandidaten, en de gunning van het contract voor het MR30-project, zijn op 23 december 2022 unaniem en in aanwezigheid van de regeringscommissaris goedgekeurd door de raad van bestuur van de NMBS. De NMBS heeft steeds binnen dit kader gewerkt.
Quel est l'état du dossier et quelle est la décision du conseil d'administration? Le 27 juin 2025, le conseil d'administration de la SNCB a pris connaissance des documents complémentaires soumis par le management, incluant les éléments de motivation supplémentaires et les réponses aux critiques formulées par le Conseil d' É tat. Un avis juridique externe et une analyse technique indépendante ont également été consultés, confirmant les évaluations internes. Le conseil d'administration en a pris acte et prendra une décision lors de sa prochaine réunion, qui est fixée en date du 23 juillet.
Ten tweede, wat betreft de juridische procedure en de beoordelingscriteria schorste de Raad van State de beslissing omdat de omzetting van de score voor de technische waarde, de omzetting van de kwalitatieve beoordeling van de min- en/of meerwaarden voor elke kandidaat naar een cijfermatige score, niet voldoende transparant was. De Raad van State had echter geen fundamentele bezwaren tegen de gehanteerde evaluatiemethode op zich. Om tegemoet te komen aan de transparantieopmerkingen van de Raad van State, heeft de NMBS nu voor elke min- of meerwaarde bij de drie kandidaten, die tussen februari en juni ongewijzigd zijn gebleven, voor de 42 relevante technische differentiators rekenkundige scores toegekend. De oorspronkelijke rangschikking van de kandidaten is expliciet herbevestigd.
La même hiérarchie entre soumissionnaires, CAF en tête, a été confirmée.
Een bijkomend extern juridisch advies van het kantoor Liedekerke en een onafhankelijke externe technische analyse door het kantoor Roland Berger, die op suggestie van de raad van bestuur werden ingewonnen, hebben de evaluatie door het management gevalideerd.
Par ailleurs, il est important de noter que le cahier des charges des AM30 comporte un certain nombre de clauses relatives à l'obligation de respecter les cadres légaux nationaux et internationaux. En tout état de cause, le soumissionnaire auquel le contrat sera finalement attribué devra respecter toutes les exigences légales applicables au contrat.
En ce qui concerne la favorisation de l'emploi local, en ce qui concerne les questions sur les critères d'attribution pour la production locale, la SNCB respecte strictement les règles en matière de marchés publics. Dans ce cadre et dans un contexte européen, elle ne peut accorder aucun avantage à une production locale sous quelque forme que ce soit dans le but d'attribuer un meilleur score à un soumissionnaire qui garantirait, par exemple, une certaine production belge, le développement de compétences spécifiques ou la création d'emplois au niveau local belge. Le droit européen ne le permet pas. La Cour de justice de l'Union européenne a depuis longtemps confirmé ce principe dans une jurisprudence constante.
Des critères d'attribution fondés sur la localisation de la production sont considérés comme discriminatoires à l'égard des soumissionnaires issus d'autres États membres. La localisation de la production n'est par ailleurs pas un critère pertinent pour évaluer la qualité d'une offre. De même, un critère d'attribution qui viserait à mesurer le niveau de réinvestissement dans l'économie locale n'est pas admissible pour les mêmes raisons.
Il va de soi que la SNCB doit établir des critères d'attribution conformes au droit européen et que tout critère d'attribution ayant pour but déguisé de favoriser un soumissionnaire local est interdit. L'interdiction de toute discrimination et l'obligation de définir des critères d'attribution en lien direct avec l'objet du marché sont des principes de droit applicables à l'ensemble des pouvoirs adjudicateurs de l'Union Européenne.
Ethische kwesties en mensenrechten. Vooreerst wil ik herhalen, zoals ook al gezegd in de commissie, dat België tot op heden diplomatieke betrekkingen onderhoudt met de staat Israël en dat er bij mijn weten geen sanctieregeling van kracht is tegen dat land als dusdanig of voor de activiteiten in kwestie.
En outre, selon des documents accessibles au public, les trois soumissionnaires ou des entités affiliées aux soumissionnaires du dossier AM30 ont des activités dans les territoires occupés.
Bij aanbestedingen boven de Europese aanbestedingsdrempel, zoals het geval is voor het project MR30, is het wettelijk verplicht voor kandidaten om tijdens de selectiefase een Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) in te dienen. Het UEA is een instrument om de deelname aan overheidsopdrachten te vergemakkelijken. Het is een eigen verklaring over de uitsluitingsgronden, financiële status, capaciteiten en bekwaamheden van bedrijven, die wordt gebruikt als voorlopig bewijs voor alle overheidsopdrachten boven de Europese drempel, waardoor de administratieve lasten worden verminderd. Het UEA dekt de voornaamste verplichtingen uit de NMBS-gedragscode van de leveranciers, inclusief het respecteren van alle mensenrechten die relevant zijn voor de bedrijfsvoering. Zo omvat het document de verplichte uitsluitingsgronden van de plaatsingsprocedure wanneer de kandidaten veroordeeld zijn voor misdrijven.
Il s'agit notamment de la participation à une organisation criminelle, la corruption, la fraude, les infractions terroristes ou les infractions liées à des activités terroristes ou l'incitation, la complicité ou la tentative de commettre un tel crime ou une telle infraction, le blanchiment d'argent et le financement du terrorisme, le travail des enfants et d'autres formes de traite des êtres humains, l'emploi de ressortissants de pays tiers en séjour irrégulier.
Daarnaast bestaan er onder meer de volgende facultatieve uitsluitingsgronden – deze lijst is niet exhaustief: schending van het milieu-, sociaal en arbeidsrecht; de aantoonbaarheid dat de kandidaat in de uitoefening van zijn beroep een ernstige fout heeft begaan, waardoor zijn integriteit in twijfel kan worden getrokken; de aanwezigheid van aanwijzingen dat de kandidaat handelingen zou hebben gesteld, overeenkomsten zou hebben gesloten of afspraken zou hebben gemaakt die gericht zijn op vervalsing van de mededinging in de zin van artikel 5, lid 2, van de wet inzake overheidsopdrachten; de aanwezigheid van een belangenconflict in de zin van artikel 6 van de wet inzake overheidsopdrachten dat niet kan worden verholpen met andere, minder ingrijpende maatregelen; wanneer zich wegens de eerdere betrokkenheid van de kandidaat bij de voorbereiding van de plaatsingsprocedure een vervalsing van de mededinging als bedoeld in artikel 52 van de wet inzake overheidsopdrachten heeft voorgedaan die niet met minder ingrijpende maatregelen kan worden verholpen.
Indien een verplichte of facultatieve uitsluitingsgrond van toepassing is op de kandidaat, moet de kandidaat bewijzen dat de corrigerende maatregelen die hij heeft genomen voldoende zijn om zijn betrouwbaarheid aan te tonen, ondanks de toepasselijke uitsluitingsgrond en dit op eigen initiatief, overeenkomstig artikel 70, § 2, en artikel 70, § 3, tweede lid, van de wet inzake overheidsopdrachten. Deze verplichting geldt voor alle verplichte en facultatieve uitsluitingsgronden.
Voor de MR30 hebben alle kandidaten, inclusief CAF, het vereiste UEA correct ingediend en bevestigd dat geen van de verplichte of facultatieve uitsluitingsgronden van toepassing waren. Verder voldeden ze aan alle opgelegde selectiecriteria.
En outre, avant l'attribution formelle, le soumissionnaire auquel le marché sera finalement attribué devra à nouveau démontrer qu'aucun motif d'exclusion ne s'applique à l'entreprise en question. À cette occasion, il sera également demandé de signer formellement le code de conduite des fournisseurs de la SNCB.
Ik kom nu tot de vragen over milieucriteria en duurzaamheid. In het kader van de maatregelen rond duurzaam aankopen, zoals overeengekomen in artikel 103 van het openbaredienstcontract, volgt de NMBS nauwgezet de CSR-prestaties van haar potentiële leveranciers op via EcoVadis. Dat is een internationaal beoordelingsplatform dat bedrijven evalueert op duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Op die manier wil het transparantie brengen in de duurzaamheidspraktijken van bedrijven. EcoVadis beoordeelt bedrijven op vier grote thema’s, waaronder het respect voor arbeids- en mensenrechten.
Naast de opvolging via het EcoVadisplatform verifieert de NMBS zelf op regelmatige basis de informatie uit het UEA van haar leveranciers die deel uitmaken van een erkenningsregeling, het kwalificatiestelsel.
De evaluatie van CO ₂ -uitstoot is complex. Dat was ook het standpunt van de inschrijvers, die aangaven dat deze gegevens onderling niet vergelijkbaar en prematuur zijn. Alle grote Europese spoorwegmaatschappijen, NS, DB, SNCF, SBB, delen de mening dat er vandaag geen mature, algemeen erkende berekeningswijze bestaat die toelaat de CO ₂ -uitstoot te berekenen over de hele levensduur van het rollend materieel.
In de offertefase voorafgaand aan de volledige ontwikkeling van het voertuig, is er nog onvoldoende duidelijkheid over waar en op welke manier alle onderdelen zullen worden gebouwd. De CO ₂ -uitstoot die voortkomt uit de productie van het rollend materieel is verwaarloosbaar in vergelijking met de CO ₂ -uitstoot die voortkomt uit de exploitatie van het materieel gedurende 40 jaar.
Daarom werd in de aanbestedingsprocedure besloten om te focussen op het energieverbruik. CAF scoort hier beduidend beter dan Alstom. Het energieverbruik ligt 4 % lager.
Ik vervolg met de vragen over de noodzaak om te beslissen en het risico van vertraging.
De NMBS beheert een industrieel apparaat dat op korte, middellange en lange termijn niet in gevaar mag worden gebracht. Tijdige beslissingen over de vervanging en vernieuwing van de treinvloot zijn daarom van essentieel belang, om veilig en betrouwbaar vervoer te kunnen aanbieden en om de groei van het aantal reizigers op te kunnen vangen.
In het openbaredienstcontract dat afgesloten is tussen de NMBS en de federale overheid, heeft de NMBS zich er onder meer toe verbonden om 50 % van de vloot te vernieuwen, het aanbod met 10 % uit te breiden en het aantal reizigers tegen 2032 met 30 % te doen stijgen. Elk van die doelstellingen van het contract word onhaalbaar zonder tijdige bestellingen van nieuw materieel.
En effet, il s'écoule en moyenne quatre à cinq ans entre la commande et la livraison du matériel roulant. Cela signifie que, si les rames sont commandées maintenant, elles ne seront livrées que progressivement à partir de 2029-2030. Si le marché n'est pas attribué sur la base de la procédure de passation actuelle, des mois, voire probablement des années de retard s'ensuivront, avec toutes les conséquences qui en découleront pour la qualité du service.
Ouder materieel kan niet buiten dienst worden gesteld, negatieve impact op veiligheid en betrouwbaarheid, daling stiptheid, stijging pannes en afschaffingen, geen verbetering van het reizigerscomfort, tekort aan 14.000 zitplaatsen, geen enkel alternatief voor uitfasering van het dieselmaterieel dat einde levensduur is, afschaffing bediening op niet-geëlektrificeerde lijnen, geen volledige uitrusting met airco, toegankelijkheid door het tenietdoen van investeringen voor verhoogde perrons voor gelijkvloerse en autonome toegankelijkheid van de treinen, want onvoldoende materiaal dat daaraan is aangepast.
Des liaisons ferroviaires touchées sur lesquelles la SNCB prévoit de déployer du nouveau matériel roulant, avec un focus particulier sur les liaisons RER passant par la jonction Nord-Midi à Bruxelles.
Liaisons IC qui sont encore assurées avec du matériel roulant ancien, notamment sur les liaisons Anvers-Charleroi, Turnhout-Binche, Bruges-Courtrai, Mons-Charleroi, Namur-Liège. Lignes diesels: Gand-Eeklo, Gand-Ronse, Gand-Geraardsbergen, Alost-Burst, Charleroi-Couvin.
Elke eventuele vertraging of laattijdige levering zou met aanzienlijke financiële kosten gepaard gaan. Ouder materieel, gevoeliger voor pannes, moet hierdoor langer in dienst worden gehouden.
Volgens de schatting van de NMBS zou een vertraging van acht maanden al leiden tot honderden miljoenen euro's aan extra onderhoudskosten voor het behoud van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de beschikbaarheid van het rollend materieel. Een vertraging van twee jaar zou zelfs aanleiding geven tot bijkomende onderhoudskosten tussen 170 en 200 miljoen euro voor het behoud van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de beschikbaarheid van de treinstellen.
Wat het horen van de NMBS betreft, heeft het bedrijf al aangegeven dat het zoals steeds openstaat om deel te nemen aan hoorzittingen, zoals vorige week nog over de treinpunten. Zolang een aanbestedingsprocedure lopende is, is dit echter niet mogelijk. De wet op overheidsopdrachten voorziet immers in de vertrouwelijke behandeling van de aanbestedingsprocedure door de aanbesteder. Kandidaten, deelnemers, inschrijvers of derden krijgen geen toegang tot de documentatie van de procedure zolang er geen beslissing over de gunning van de opdracht is genomen.
Permettez-moi, en conclusion, de souligner l'importance de mener à bien cette commande de matériel qui doit permettre d'assurer les relations de service public à travers le pays dans des conditions de confort et d'efficacité fortement améliorées. Par ailleurs, je ne puis que me réjouir d'un processus effectif de mise en concurrence qui engage plus de constructeurs européens.
En ce qui concerne la question de M. Bayet, qui n'a pas encore obtenu de réponse, au sujet du président de la SNCB, j'ai en effet invité ce dernier à un entretien à mon cabinet. Je lui ai rappelé ce dont je vous ai parlé au début de mon intervention, à savoir la responsabilité civile des administrateurs du conseil d'administration et le fait qu'ils ne pouvaient pas subir de pressions extérieures. C'est leur responsabilité civile, laquelle est engagée devant les tribunaux. J'ai également indiqué que je pouvais comprendre que le conseil d'administration souhaite prendre le temps nécessaire à une prise de décision, mais qu'il fallait trancher à un moment. C'est ainsi qu'il m'a communiqué la date du 23 juillet que je vous ai également transmise.
Il est clair que, lorsqu'on parle d'un marché du siècle, les décisions à prendre ne sont pas faciles, puisqu'elles entraînent en l'occurrence d'énormes conséquences sur la SNCB. Cependant, le rôle de l'administrateur est d'abord d'être administrateur sociétal au nom de l'intérêt général. J'ai cru nécessaire de le rappeler au président, qui m'a répondu qu'il avait bien émis les mêmes remarques au sein du conseil d'administration et qu'il les répéterait à la veille du 23 juillet.
Voilà, monsieur le président, mes réponses aux différentes questions.
Annick Lambrecht:
De NMBS is een overheidsbedrijf, het werkt met belastinggeld en in de aanbesteding is er sprake van een prijsverschil van 100 miljoen euro. Daar hebt u niet veel over gezegd. Ik wil graag enkele zaken rechtzetten en ik zou u willen vragen om uw diensten te verzoeken dit ook aan u te bevestigen.
Bij nieuwe aanbestedingen mogen bijkomende sociale criteria worden toegevoegd, conform de Europese richtlijn 2014/24/EU. Werkgelegenheid is daarbij niet strijdig met de Europese wetgeving. Ik vraag u dat op te zoeken, want u herhaalt telkens dat lokale tewerkstelling geen rol kan spelen. Dat is onjuist, want het speelt in Frankrijk, het speelt in Duitsland, het speelt in Denemarken en ook elders.
Dan wil ik nog iets rechtzetten. U spreekt over allerlei problemen indien deze aanbesteding niet doorgaat, u noemt het zelfs een ramp. Het klopt pertinent niet dat er dan geen nieuwe treinstellen zouden zijn. Bij vertraging heeft de NMBS nog steeds de mogelijkheid om onmiddellijk meer dan 600 M7-rijtuigen bij Alstom te bestellen, zonder bijkomende aanbestedingen. Die rijtuigen kunnen ook snel worden geleverd. Het klopt dus niet dat er geen treinen beschikbaar zouden zijn, indien de bestelling bij CAF niet doorgaat. Ik vraag u ook hierover uw diensten te raadplegen, want anders klopt onze informatie niet.
Mijnheer de minister, alstublieft, in België willen wij rijden met treinen die hier gebouwd zijn. In onze buurlanden gebeurt dat ook. Een Fransman rijdt met een Franse trein, een Duitser met een Duitse trein. In Denemarken worden aanbestedingen zelfs in het Deens opgesteld opdat ze sneller naar de eigen industrie zouden gaan en zo tot lokale tewerkstelling zouden leiden.
Ik apprecieer uw betoog, maar ik apprecieer niet dat u beweert dat er geen voldoende treinen meer zouden rijden, als de bestelling niet doorgaat. Dat klopt niet. Er kunnen onmiddellijk 600 treinen geleverd worden door Alstom. Ik apprecieer evenmin dat u stelt dat lokale tewerkstelling geen rol kan spelen bij Europese aanbestedingen. Dat is helemaal niet correct. Mijn collega en ikzelf hebben cijfers aangehaald van de Europese Rekenkamer, niet de eerste de beste instelling, waaruit blijkt dat bij onze zuiderburen slechts 1 % van de aanbestedingen naar een buitenlandse partij gaat. Bij ons is dat 10 %. Daar moeten we iets aan doen. We zijn dat verplicht aan de 700 werknemers van Alstom in Brugge, een bedrijf van zeer hoge kwaliteit.
Mijnheer de minister, u bent de voogdijminister, wij rekenen op u. U bent onze laatste kans. Ik vraag u om sterker in te zetten voor dat dossier.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw uitgebreide antwoord.
De procedures zijn complex en er zijn een aantal regels waaraan men zich moet houden. U merkt echter dat dat dossier bijzonder gevoelig ligt. Het komt telkens terug en er zijn altijd veel parlementsleden aanwezig in de commissie voor Mobiliteit wanneer dat dossier geagendeerd staat.
Het betreft uiteraard een enorme investering, een investering die nodig is. Dat hebben we vorige week opnieuw kunnen vaststellen, want bij extreme temperaturen ligt heel het spoorverkeer stil.
Los van die nodige investering is ook de tewerkstelling in eigen land, in Brugge en Charleroi, van groot belang. Mijn collega Maaike De Vreese heeft net als ik altijd op hetzelfde gehamerd. De expertise bevindt zich momenteel in ons land, in Brugge en in Charleroi. Waarom zouden we die verloren laten gaan? Het gaat immers om de nieuwe treinen, maar ook om onze industriële toekomst. Bovendien gaat het over mensen, mensen die hun job dreigen te verliezen. Ook daarnaar moeten we durven kijken. Het is nu het moment bij uitstek om de juiste keuzes te durven – en te moeten – maken.
Kort wil ik nog stilstaan bij het feit dat de NMBS, na de opmerking van de Raad van State, haar beoordelingskader heeft aangepast. Dat was nodig en het is goed. Juist daarom blijft transparantie belangrijk en wordt die nog belangrijker, zeker nu we van alle kanten horen dat het Belgisch aanbod effectief goedkoper was en ook beter scoort op kwaliteit. Onze vraag is dus legitiem en we moeten dat dossier vastnemen.
Ik kan mijn collega alleen maar bijtreden in haar oproep aan u en aan de NMBS om open en duidelijk te blijven communiceren, de elementen zorgvuldig en evenwichtig naast elkaar te blijven leggen, ze te blijven afwegen en nu de juiste keuze te maken.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses, que j'ai bien entendues.
Vous connaissez notre position, mais je vais la répéter: pour nous, choisir CAF au lieu d'Alstom est vraiment une erreur. Ce sera un coup de poignard dans le dos de l'emploi local.
Alstom produit des rames en Belgique, à Bruges. Comme l’ont clairement indiqué les syndicats, refuser leur offre, c'est l'arrêt de mort d'Alstom Bruges. Or, nous sortons d'une année marquée par une vague historique de faillites dans l'industrie manufacturière. Cela ne va pas!
Choisir CAF pose également une question éthique grave, que plusieurs collègues ont soulevée. Cette entreprise participe à l'extension du tramway des colonies israéliennes à Jérusalem-Ouest, dans les territoires palestiniens occupés. Nous ne pouvons pas accepter de financer une telle entreprise.
J'appelle l'ensemble des partis ici présents, qui dénoncent ce choix de CAF, de revoir aussi la position de leur administrateur et de véritablement faire le choix de l'emploi.
Voorzitter:
Mevrouw Eggermont is niet aanwezig.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. De essentie van uw antwoord is dat we moeten afwachten wat er finaal zal gebeuren.
Wat mij steeds weer verwondert, is het discours dat wordt aangehangen. De lokale werkgelegenheid is ongelooflijk belangrijk. Dat zagen we ook toen De Lijn Chinese bussen bestelde; een onbegrijpelijke beslissing. Ondertussen is er wel reeds schade aangericht, doordat in eerste instantie gescoord is door en gekozen werd voor CAF als voorkeursonderhandelingspartner. Wat mij daarin verbaast, is hoe het discours doorheen de jaren kan veranderen. Ik herinner mij dat er destijds problemen waren bij Proximus met toenmalig – en voorlopig ook nog huidig – voorzitter Stefaan De Clerck. Toen werd altijd gezegd dat een raad van bestuur autonoom en onafhankelijk moet werken. De bestuursleden die in de raad van bestuur zitten namens de politiek, zijn niet politiek gestuurd, maar werken onafhankelijk. Dat heette dan corporate governance. Diezelfde partijen hoor ik zich nu beroepen op de noodzaak van politieke bijsturing. Ik vind dat een wat tegenstrijdig verhaal.
Het was natuurlijk beter geweest als bij de eerste evaluatie van die aanbesteding niet beslist was om CAF aan te stellen als voorkeursonderhandelingspartner. Dan was er anders gescoord.
Eén ding is duidelijk: we moeten afwachten. We zitten sowieso in een scenario waarin we tijd verliezen, en dat gaat ten koste van de treinreizigers. We lopen vertraging op en welke richting het dossier ook uitgaat, ik vrees dat we nog veel meer vertraging zullen oplopen.
Natuurlijk hoop ik vooral dat de lokale werkgelegenheid alsnog gered kan worden. Dat is uiteraard een ongelooflijk belangrijke bekommernis. Alleen is de grootste fout helaas al gemaakt.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. We hebben uiteraard alle begrip voor de scheiding van bevoegdheden. Iedereen moet daarin zijn verantwoordelijkheid nemen. Daarbij zijn, zoals de voorzitter terecht stelt, de regels van corporate governance cruciaal. Het is goed dat u dat als minister bevestigt.
Daar staat weliswaar tegenover dat het om een bedrag van bijna 1,6 miljard euro gaat, een gigantische investering, die bovendien rechtstreeks voortkomt uit een federale dotatie.
We weten in welke constellatie we werken. Dat geldt voor de NMBS, dat geldt voor De Lijn op Vlaams niveau en het zal voor de TEC in Wallonië niet anders zijn.
Mijnheer de minister, laat dit dossier in elk geval opnieuw een uitnodiging zijn om mee te kijken naar het investeringsbeleid dat de autonome overheidsbedrijven voeren.
Ik hoop alvast dat u zich nu al ernstig bekommert om de toekomst en om toekomstige investeringsprogramma’s, en dat u de hier geuite bezorgdheden grondig – ook juridisch – laat onderzoeken, zodat we toekomstbestendig kunnen werken.
Ik ga nu even concreet op het dossier in. Als ik uw argumentatie hoor en als ik verneem welke vertraging en bijkomende kosten de huidige situatie met zich meebrengt, dan vind ik het heel vreemd dat de raad van bestuur eind juni geen beslissing nam, maar die belangrijke beslissing met een maand heeft uitgesteld. Welke argumenten hoopt men nog uit de lucht te zien vallen?
Ik begrijp de collega's die vragen dat het Parlement daar een blik op kan werpen. Ik wil dat ook heel graag, maar voor openbare aanbestedingen gelden nu eenmaal regels. Laten we het echter niet vergeten. Laten we, zodra er een beslissing is genomen in dat dossier, de NMBS zeker voor een hoorzitting uitnodigen. Ook wil ik de juristen bijzonder graag aan het woord horen over hoe we ons daarop beter toekomstbestendig kunnen voorbereiden.
Mocht ik minister van Mobiliteit zijn, zou ik toch zeker willen weten hoe het komt dat na de evaluatie van de 42 criteria toch exact dezelfde volgorde gehanteerd blijft. Ik hoor hier nochtans dat er belangrijke criteria zijn, onder ander op het vlak van de prijs, waar Alstom beter voor scoort. Het lijkt me aangewezen om op dat vlak juridisch meer ruggenspraak te houden, om ervoor te zorgen dat we finaal de juiste beslissing nemen.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, ik kan echt niet geloven dat de NMBS liever treinen zou bestellen bij een Spaans bedrijf, zonder lokale tewerkstelling, bij een bedrijf dat meewerkt aan de illegale Israëlische nederzettingen op grond die gestolen is van de Palestijnen. Gaan we echt 1 miljard euro aan belastinggeld geven aan een bedrijf dat meewerkt aan illegale Israëlische nederzettingen? Voor Groen is het helder: dat is onaanvaardbaar. Als de NMBS dat doet, werkt ze mee aan een genocide-economie. Dat zijn niet onze woorden, dat zijn de woorden van de VN-rapporteur inzake de mensenrechten in Palestina. Dat is geen detail, dat is een fundamentele fout.
De topman van CAF zei vandaag in de Belgische kranten dat het bedrijf de internationale wetgeving respecteert. Maar dat klopt dus niet. Het Internationaal Gerechtshof noemt de Israëlische nederzettingen illegaal. De VN-rapporteur heeft het expliciet over CAF, niet over Alstom of over Siemens, maar over CAF als bedrijf dat de illegale Israëlische nederzettingen steunt en eraan meewerkt door daar treinverbindingen aan te leggen.
In het contract tussen de Belgische regering en de NMBS staat dat de internationale wetgeving gerespecteerd moet worden. Welnu, ik verwacht van u, mijnheer de minister, dat u op basis van dat contract de NMBS wijst op haar verplichtingen. Door dat contract tussen de Belgische regering en de NMBS kan de NMBS die opdracht niet gunnen aan een bedrijf dat actief is in die illegale nederzettingen.
Naast de Palestijnen zullen er nog andere slachtoffers zijn, namelijk uiteraard de honderden Belgische werknemers die al jaren Belgische treinen bouwen. Zij worden opzijgeschoven voor een bedrijf dat meewerkt en zelfs winst maakt op de kap van Palestijnse mensenlevens. Uiteraard zijn er meer treinen nodig, maar niet ten koste van eender wat en ten koste van alle moraal en ethiek.
We kunnen ons dat niet permitteren. Ik hoop dus echt dat de NMBS de juiste keuze maakt en kiest voor een bedrijf met lokale tewerkstelling, in plaats van voor een bedrijf dat zich bezighoudt met illegale activiteiten.
Julien Matagne:
Merci monsieur le ministre pour les précisions que vous avez apportées. Je comprends les règles complexes avec lesquelles vous devez évoluer et la séparation des pouvoirs entre l'entreprise autonome et le ministre que vous êtes, mais il faut aussi pouvoir entendre les travailleurs belges. J'espère que vous resterez à leur écoute. Notre industrie mérite d'être soutenue. Soyons créatifs pour le futur de nos investissements, tentons d'imposer des clauses environnementales et sociales pour ces investissements. J'ai aussi hâte d'entendre la SNCB plus en détails sur ces points précis et sur les différents critères qui ont orienté la sélection, au-delà des explications que vous nous avez apportées.
Hugues Bayet:
Merci monsieur le ministre pour votre réponse. Une réponse très politique. Vous avez probablement 30 ans d'expérience en droit, mais vous en avez tout autant en politique. Vous commencez par nous rappeler l'autonomie de la SNCB, nous la connaissions déjà. Autonomie qui ne vous a pas empêché de leur écrire et qui est donc très circonstanciée.
Vous leur avez écrit pour leur dire qu'ils n'étaient pas là pour représenter leur parti politique, mais qu'ils étaient actionnaires de la société et devaient veiller au bon fonctionnement de celle-ci. Il y a 15 jours, vous m'avez déclaré que ce marché n'était pas de votre faute, que vous n'aviez pas d'administrateur des Engagés et que je devais aller voir auprès des quatre administrateurs socialistes. Je prends acte de votre réponse politique, selon laquelle, un jour, les administrateurs sont totalement indépendants et, pour me répondre, il y a quand même un choix politique qui peut être fait.
Pour le reste, nous n'avons pas appris grand-chose, monsieur le ministre. La prochaine réunion aura lieu le 23 juillet – j'aurais en effet pu le demander aux administrateurs socialistes. Ensuite, il faut respecter la loi sur les marchés publics et il ne faut pas oublier que tout retard occasionnera des problèmes financiers, de sécurité, etc. Je crois que vous avez compris que vous ne rassemblez pas grand monde, y compris dans votre majorité, derrière votre vision et votre analyse.
Je suis profondément déçu de ne rien avoir entendu sur l'avenir, sur ce que vous alliez faire comme ministre. Il y a plein de pays où, contrairement à ce que vous dites, on valorise l'emploi local, les travailleurs et l'expertise nationale. Mais en Belgique, ce ne serait pas possible, à vous entendre. Nous sommes bien d'accord que ce n'est pas vous qui avez écrit le cahier spécial des charges, monsieur le ministre, c'est cette entreprise publique autonome qui l'a réalisé. Moi, je crois que la première responsabilité d'un homme politique est de prévoir l'avenir: gouverner, c'est prévoir. Là-dessus, nous n'avons pas eu de réponse et, comme tous les collègues qui viennent de s'exprimer ici, j'espère que vous serez très attentif à garder un ancrage industriel chez nous.
Franky Demon:
Mijnheer de minister, ik zou graag een vergelijking maken met een commissie voor Defensie en de doelstelling om de NAVO-norm te halen. We waren de slechtste leerling van de klas wat betreft het halen van de NAVO-norm van 2 %, maar we waren wel de allerbeste leerling van de klas als het gaat over de strikte interpretatie van de Europese aanbestedingsregels. Ik vraag me nog altijd luidop af hoe landen als Frankrijk, Duitsland en Denemarken dat doen; die vragen zijn nog steeds onbeantwoord. In die landen telt strategische tewerkstelling namelijk wel mee. Daar zijn zelfs taalregels een criterium. Waar het over gaat, is de wil.
Mijnheer de minister, het is echt niet correct dat u mensen nu probeert te doen geloven dat als het order niet snel geplaatst wordt, er geen nieuwe treinen komen. Collega Lambrecht heeft opgemerkt dat een derde van het order van de vorige aanbesteding nog ingevuld kan worden bij Alstom. Daarmee kan nog een lange periode overbrugd worden. De bewering dat het spoorverkeer zou stilvallen, is dus niet correct.
Ik wil me nog tot twee collega's richten, eerst tot de heer Bayet, die momenteel niet meer aanwezig is. Wat de heer Bayet daarnet stelde, klopt helemaal. Eerst hoorden we in de plenaire vergadering dat we ons moesten richten tot de vertegenwoordigers in de raad van bestuur. Wanneer we dat deden, was de boodschap plots dat we ons niet moesten proberen te bemoeien. Dat is zeer moeilijk te vatten.
Ik richt me ook tot de heer Aerts. In wat de heer Aerts aanhaalt, zit waarschijnlijk wel enige grond, al wil ik het nog eens nalezen. Mijnheer Aerts, ik heb minister Crucke zien spreken met de NMBS-voorzitter. Ik ben niet zo thuis in alle partijen, maar als ik goed geïnformeerd ben, behoort de heer Georgin tot uw partij. Hij is als voorzitter afgevaardigd door Ecolo-Groen. Daarom stel ik voor dat u het verhaal ook eens overbrengt bij uw partijgenoot. Misschien helpt dat ook nog, want ik heb alvast niet bijzonder veel vertrouwen in de antwoorden die ik hier gehoord heb.
Voorzitter:
Alle aanwezige fracties hebben het woord kunnen nemen. We kunnen dit debat dus afsluiten.
De onvrede bij de Securailpersoneelsleden over hun opleidingen en trainingen
De angstcultuur bij de Securailagenten
De persoonlijke beschermingsmiddelen van het Securailpersoneel
De ontevredenheid binnen Securail
De arbeidsomstandigheden en de toekomst van de Securailagenten
Het slechte werkklimaat bij Securail
De toestand bij Securail
De welzijnsenquête bij de NMBS
De enquête over de werkomstandigheden van het spoorwegpersoneel
De zorgwekkende situatie bij Securail
Uitdagingen en werkomstandigheden binnen Securail en NMBS-spoorwegpersoneel
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De zorgwekkende enquêteresultaten bij Securail en de NMBS tonen diepgewortelde problemen: onveilige werkomstandigheden (verouderde steekwerende vesten – volgens de minister *technisch nog veilig* tot 2027, maar door personeel betwist), toxisch management (angstcultuur, slechte communicatie, gebrek aan overleg), werkdruk (burn-outrisico’s, onvoorspelbare plannings) en structureel wantrouwen tussen leiding en vakbonden. De minister belooft kortetermijnacties (overleg voor de zomer, vierpijlersplan voor welzijn) en streng toezicht, maar parlementsleden benadrukken dat eerdere beloftes faliekant tekortschoten en eisen concrete, meetbare verbeteringen—niet enkel pr-middelen—met verantwoordelijkheid voor het management en betrokkenheid van syndicalisten bij hervormingen. Kernpunt: Het veiligheids- en welzijnsbeleid voor frontlijnpersoneel (Securail) is acut disfunctioneel, terwijl de NMBS als werkgever juridisch en moreel verantwoordelijk is—de minister moet dwingend ingrijpen om vertrouwen, transparantie en basisveiligheid (materieel, training, mentale ondersteuning) te herstellen. Dringendheid: Vertraging is geen optie—personeel en reizigersveiligheid staan op het spel.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik zal het kort houden, want ik heb u hierover vorige week al ondervraagd in de plenaire vergadering. U weet dus in grote lijnen waarover het gaat. De enquête van de spoorwegbonden bij het Securailpersoneel leverde namelijk verrassend slechte resultaten op, die ik toen kort heb samengevat.
Over de ontevredenheid bij het Securailpersoneel heb ik nog een korte vraag. Op welke wijze evalueert u de nieuwe organisatiestructuur, Securail 2.0 genoemd? Welke maatregelen zullen er genomen worden om de onvrede bij het Securailpersoneel daarover weg te nemen?
Over de angstcultuur bij het Securailpersoneel heb ik het vorige week al met u gehad. Daarvoor verwijs ik naar mijn ingediende vraag.
Een volgende belangrijke punt zijn de persoonlijke beschermingsmiddelen van het Securailpersoneel. Het gaat over de steekwerende vesten die de Securailagenten ter bescherming dragen. Van veel vesten blijkt de houdbaarheidsdatum al lang overschreden. Dat betekent dat de kwaliteit van die vesten in twijfel kan worden getrokken, dus ook de bescherming van het personeel zelf. Bovendien heerst er ontevredenheid over het feit dat ze niet over een persoonlijke zaklamp beschikken, die ze nodig hebben voor de uitoefening van hun job.
Hebt u kennis van het feit dat de houdbaarheidsdatum van de steekwerende beschermingsvesten van de Securailagenten verstreken zou zijn? Erkent u dat het laten dragen van steekwerende vesten waarvan de houdbaarheidsdatum overschreden is, afbreuk doet aan de veiligheid van het Securailpersoneel? Om welke redenen is er niet tijdig voorzien in nieuwe steekwerende vesten? Hoe is dat mogelijk? Wat is de huidige stand van zaken van dit dossier? Is men aan de slag om ervoor te zorgen dat dat probleem snel wordt opgelost en er dus snel in degelijke, nieuwe vesten wordt voorzien?
Wie zal de verantwoordelijkheid dragen wanneer vandaag een Securailagent wordt neergestoken, die een steekwerend vest draagt waarvan de houdbaarheidsdatum is overschreden?
Een volgende aspect is de onvrede bij de Securailpersoneelsleden over hun opleiding en training. Ze vinden namelijk dat ze meer praktijkgerichte trainingen moeten volgen, omdat de theorie soms heel ver verwijderd is van de praktijk op de werkvloer. Hoe zult u gevolg geven aan hun vraag?
Ten slotte heb ik nog een extra vraag over een welzijnsenquête bij de NMBS. De NMBS zelf heeft IDW, de externe dienst voor preventie en welzijn op het werk, gevraagd een personeelsenquête te houden over tevredenheid, risico's op stress, burn-out, werkdruk en ongewenst gedrag. Ook daarvan waren de resultaten niet goed, zelfs zorgwekkend. Het is een goede zaak dat de NMBS zelf zo'n enquête organiseert. Ik verwijs daarvoor naar mijn ingediende vraag. Daarin vraag ik hoe u dat evalueert en welke acties daartegen zullen worden ondernomen.
Farah Jacquet:
Je vous ai déjà interpellé jeudi dernier sur une enquête précédente, mais je vais aujourd’hui concentrer ma question sur la plus récente, tout aussi interpellante, réalisée par IDEWE. Cette enquête, menée auprès de l’ensemble du personnel de la SNCB, révèle un profond malaise puisque 43 % des agents déclarent être épuisés par leur travail, et une large part d’entre eux est en risque de burn-out. La moitié pense que les conditions de travail vont encore se détériorer.
L’enquête pointe un management déconnecté, un manque d’écoute, d’empathie, et une pression constante exercée sur les travailleurs. J’ai aussi relevé un chiffre alarmant: 16 % des agents déclarent avoir subi du harcèlement sexuel dans certaines entités. Nous sommes en 2025, monsieur le ministre. Cela ne devrait plus exister. Nulle part.
Ces chiffres doivent vous interpeller. En effet, ils décrivent un système qui use les travailleurs jusqu’à l’épuisement, qui les rend malades. Vous ne pouvez pas rester sans réagir. La semaine dernière déjà, je vous ai parlé des propositions syndicales concrètes qui visent à améliorer ces conditions de travail.
Aujourd’hui, mes questions sont simples: Avez-vous pris connaissance personnellement des résultats de cette enquête? Qu’allez-vous faire pour que les recommandations syndicales soient appliquées à l’ensemble des cheminots? Avez-vous consulté les syndicats, et quels engagements concrets avez-vous pris?
Aurore Tourneur:
Monsieur le ministre, les résultats d'une enquête récente menée par les deux principaux syndicats ferroviaires auprès de 376 agents de Securail révèlent une situation particulièrement préoccupante en matière de conditions de travail et de climat organisationnel. Les témoignages collectés font état d'un management toxique, d'une communication autoritaire et inefficace ainsi que d'une culture de la peur généralisée. Les agents ont utilisé des termes forts tels que régime de terreur, leadership toxique, chasse aux sorcières… Ils traduisent donc un profond mal-être au sein du service chargé pourtant d'assurer la sécurité du réseau ferroviaire. À cela s'ajoutent des dysfonctionnements dans la gestion des plannings, avec des horaires communiqués tardivement ou peu adaptés aux contraintes individuelles, et qui compromettent fortement l'équilibre entre vie professionnelle et vie privée.
La SNCB dit s'engager à prendre des initiatives afin de remédier à cette situation. Pourriez-vous préciser la nature concrète de ces initiatives?
La SNCB prévoit-elle de mener une enquête interne au sein de Securail pour vérifier les faits signalés? Envisage-t-elle de confier cette enquête à un organe indépendant?
Enfin, un accompagnement psychologique ou des dispositifs de soutien spécifiques pour les agents concernés sont-ils mis en place à la SNCB ou chez Securail? Je vous remercie d'avance pour vos réponses, monsieur le ministre.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, que se passe-t-il chez Securail? Nous sommes en droit de nous poser la question à la lecture des résultats de l'enquête menée par la CGSP et par la CSC Transcom auprès des agents de sécurité. Ce sont tout de même 80 % des agents interrogés qui disent être insatisfaits de la communication avec le management. Visiblement, votre vision d’un "Securail 2.0" ressemble plutôt à un "Securail 0 point t" (zéro pointé).
Comment un management peut-il ne pas se rendre compte d'un tel malaise qui règne au sein de son entreprise? La gestion des ressources humaines est essentielle dans toute organisation, et singulièrement dans une entreprise publique, me semble-t-il. Encore plus lorsqu’il s’agit d’une entreprise publique dont les agents doivent œuvrer à la sécurité des voyageurs et du personnel de la SNCB.
Est-il normal, à vos yeux, qu’un management attende le résultat d’une enquête menée par les syndicats pour se rendre compte de la situation déplorable dénoncée par les travailleurs? Non, bien sûr! Il s’agit ici d’une mauvaise gestion, de plannings flous, d’un manque de clarté concernant les congés, de la suppression de primes et de bien d’autres dérives encore.
Monsieur le ministre, comptez-vous rencontrer la direction de Securail et les syndicats afin de faire la lumière sur les dysfonctionnements mis en évidence par cette enquête? En plus de l’enquête menée à Securail, nous disposons aussi de l’enquête IDEWE – indépendante – qui révèle un climat social déplorable et des tensions croissantes. Les agents dénoncent une ambiance de travail pesante et un dialogue quasi inexistant avec leur hiérarchie. Il est question de climat tendu, voire critique et de pression croissante.
Monsieur le ministre, comment allons-nous améliorer le rail belge avec des travailleurs qui n’en peuvent plus? Cela nous ramène aux deux débats d'actualité précédents, dans lesquels l’ensemble des groupes vous ont houspillé. Certes, la SNCB est une entreprise publique autonome, mais cela ne dispense pas le ministre de s’en préoccuper activement – de préférence avec les syndicats – et sans attendre des mois pour reporter à une date ultérieure, afin de revenir à un débat précédent.
Que comptez-vous faire, monsieur le ministre, pour améliorer la situation chez Securail? Je vous remercie.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, de resultaten van de welzijnsbevraging waren inderdaad zeer slecht en vergis u niet: een welzijnsbevraging is verplicht. Organisaties moeten dat doen. De NMBS feliciteren voor iets wat ze verplicht moet doen… Het is maar logisch dat de NMBS dat doet. Blijkbaar is het trouwens pas gebeurd na heel wat druk van de vakbonden.
Daardoor zijn de betreurenswaardige problemen bij Securail naar boven gekomen, waar mijn collega's al uitgebreid naar hebben verwezen. Ik denk dat dit eens te meer pijnlijk is, omdat het gaat over mensen die dagelijks instaan voor de veiligheid in onze stations, voor de reizigers en voor het personeel. Zij verdienen duidelijke communicatie, respect voor hun tijd en vertrouwen in hun professionaliteit. Wat ze vandaag echter krijgen, is juist het omgekeerde. Het feit dat ondertussen herstructureringen worden aangekondigd door teamleiders zonder enig sociaal overleg, is gewoonweg geen manier van werken. Integendeel, het zorgt er alleen voor dat het wantrouwen tussen het management van de organisatie en de werknemers alleen verder zal toenemen. Daarom heb ik enkele vragen voor u, mijnheer de minister.
Hoe kijkt u naar de huidige situatie bij Securail? Acht u de afspraken die tot heden al zijn gemaakt voldoende om de huidige problematiek bij te sturen? Hoe ziet u zelf de rol van de NMBS en van uzelf in het opvolgen en bijsturen van die knelpunten? Op welke manier zult u erop toezien dat hervormingen binnen Securail niet langer zonder overleg worden doorgevoerd, maar dat het personeel daarbij wordt betrokken? Tot slot, heeft deze erbarmelijke situatie ook gevolgen voor de verantwoordelijken en het management van Securail? Hoe kijkt u daarnaar?
Ik ben ervan overtuigd dat de mensen van Securail duidelijkheid en respect verdienen. Vooruit rekent op u om daarvoor te zorgen. Dank u wel.
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Tas. Ik kijk rond in de zaal om te zien of er fracties zijn die niet deelnemen aan het actualiteitsdebat en wensen aan te sluiten.
Mevrouw De Knop, u hebt het woord.
Irina De Knop:
Uiteraard hebben wij ook kennisgenomen van de resultaten van de heel zorgwekkende enquête. Dat meer dan 70 % van de medewerkers aangeeft dat zij niet vrijuit kunnen spreken, moet zeker zorgen baren.
Mijnheer de minister, daarom hebben wij een aantal vragen die gelijklopend zijn met de vragen van de andere vraagstellers. Bent u op de hoogte van de resultaten van de enquête? Wat is uw reactie daarop?
Welke stappen zullen er worden ondernomen door de NMBS en specifiek door Securail om de geconstateerde problemen aan te pakken?
Hoe wordt de betrokkenheid van externe preventiediensten zoals IDW gewaarborgd in het vervolgtraject?
Ik dank u alvast voor de bijkomende antwoorden.
Voorzitter:
Wensen nog andere fracties aan te sluiten? (Neen)
Jean-Luc Crucke:
Comme je l'ai récemment dit en séance plénière, je souhaite à nouveau exprimer ma considération pour le travail essentiel accompli par les agents de Securail qui veillent à la sécurité des usagers du rail chaque jour et souvent dans des conditions exigeantes. Leur engagement mérite d'être reconnu et leurs préoccupations doivent être entendues avec sérieux et respect. J'ai encore eu l'occasion de le leur dire ce matin dans la gare de Liège-Guillemins.
Voici les mesures concernant la sécurité des agents Securail.
Securail beschikt over kogelwerende vesten die zowel steek- als snijwerend zijn. De houdbaarheidsdatum waarvan sprake, verwijst naar de garantieperiode van de fabrikant op de beschermingsplaten in de vesten. De garantie dekt een periode van 10 jaar voor het behoud van de kogelwerende eigenschappen van de platen. Het overschrijden van de garantietermijn betekent niet automatisch dat de bescherming onvoldoende wordt. Bovendien loopt de garantieperiode voor de betreffende Securailvesten tot 2027. Er is dus geen sprake van vervallen vesten, noch van afbreuk aan de veiligheid van het Securailpersoneel.
In de zomer van 2024 werd een controle uitgevoerd op de garantiedatum van elke kogelwerende vest. Alle agenten beschikken over vesten die nog onder garantie vallen, op enkele uitzonderlijke gevallen na. De uitzonderlijke gevallen werden onmiddellijk aangepakt. Na analyse bleek dat oude platen van de vorige leverancier werden gebruikt, die door de betrokken agent op eigen initiatief in een nieuwe vest waren geplaatst. Om dergelijke situaties te vermijden, werd de procedure met betrekking tot uniformen en beschermingsmiddelen aangepast, met een strengere controle op het teruggeven van het materiaal.
De huidige kogelwerende vesten hoeven momenteel niet vervangen te worden. Het huidige raamcontract en de garantieperiode voor de kogelwerende vesten lopen tot 2027 en bevatten een optie tot verlenging met twee jaar. In het najaar van 2025 zijn ballistische testen gepland om na te gaan of het gebruik van de huidige kogelwerende vesten ook na 2026 nog conform de standaard van de betrokken firma is. De Securailagenten beschikken vandaag over kogelwerende vesten waarvan de garantie niet is verlopen. De geplande ballistische testen zullen uitwijzen of de garantieperiode verlengd kan worden. Indien niet zullen de gebruikte platen worden vervangen.
Met betrekking tot de zaklampen, de Securailagenten beschikken vandaag over collectieve zaklampen, die zij aan het begin van hun shift kunnen plaatsen in hun individuele lampenhouder. Per werkzetel is het aantal zaklampen afgestemd op het aantal agenten per shift. De jongste inventaris werd opgemaakt begin 2025 en eventueel ontbrekende lampen werden aangevuld.
Begin dit jaar heeft NMBS in het kader van haar welzijnsbeleid het initiatief genomen om een nieuwe enquête te lanceren via idewe, een erkende en onafhankelijke preventiedienst, om de risico’s die het welzijn in de onderneming kunnen beïnvloeden, te identificeren.
Er wordt conform de wet regelmatig een extern onderzoek uitgevoerd.
À partir des résultats de cette enquête, tous les départements de la SNCB ont été mobilisés pour travailler sur un plan d'action concret, basé sur quatre piliers essentiels: une culture d'entreprise ouverte, des conditions et des lieux de travail inclusifs, une collaboration renforcée entre départements et davantage d'opportunités de formation et d'apprentissage pour que les compétences de chacun puissent être pleinement développées. Ce programme d'action sera suivi de près par le comité de direction en coordination avec les partenaires sociaux au sein des comités de bien-être concernés.
Suite à plusieurs problématiques soulevées auprès des organisations syndicales par des agents de Securail, les organisations syndicales ont mené également une enquête auprès de ce personnel afin d'obtenir une vision plus globale de la situation. Cette enquête portait sur cinq thématiques: la planification et l'équilibre entre vie professionnelle et vie privée, Securail 2.0, la réorganisation de 2021-2022, la gestion des incidents et la communication, la culture managériale et les équipements de protection individuelle dont j'ai déjà parlé.
De resultaten van die enqu ê te werden op maandag 2 juni voorgesteld aan en besproken met het management van de NMBS.
Les constats qui en ressortent sont préoccupants. Je répète ce qui a été dit: climat de travail dégradé, difficultés de communication avec la hiérarchie, gestion des plannings affectant l’équilibre entre vie professionnelle et vie privée, et sentiment d’un manque de soutien et d’écoute.
Het management waardeert het initiatief en gaat aan de slag met de resultaten en conclusies die werden voorgesteld. Het management zal de resultaten ook nader analyseren en vergelijken met zijn eigen analyses van de resultaten van de uitgevoerde welzijnsenqu ête.
Er is afgesproken om net vóór de vakantie een eerste vervolgoverleg te organiseren waar mogelijke acties voor de belangrijkste thema’s gezamenlijk zullen worden besproken. Daarna zullen er zeker nog andere overlegmomenten met betrekking tot de verschillende thema’s tussen het management en de vakbonden volgen. De doelstelling van het management van Securail en van de vakbonden is tot verbeteringen in de verschillende domeinen te komen.
Un travail est en train d'être mené pour essayer de résoudre les problèmes auxquels se heurtent les agents de Securail. La direction va travailler sur la base des résultats et des conclusions présentés, enrichis de ses propres analyses. L'objectif, tant de la direction de Securail que des syndicats, est d'aboutir à des améliorations dans les différents domaines.
Comme je l'ai également indiqué en séance plénière, je suis en contact étroit avec la direction générale des ressources humaines de la SNCB. Celle-ci et les syndicats m'ont confirmé que des réunions se tenaient régulièrement et que les premiers échanges ont été constructifs. Je serai particulièrement attentif à ce que ces discussions débouchent sur des mesures concrètes, visibles et durables pour le personnel.
Het belang van de geestelijke gezondheid en het welzijn van de werknemers staat niet ter discussie. Het gaat om hun veiligheid en inzet, maar ook om de kwaliteit van de openbare dienstverlening, die we aan onze burgers verschuldigd zijn. Als de dialoog vastloopt, zal ik niet aarzelen om in te grijpen. De NMBS heeft een verantwoordelijkheid als werkgever en ik zal erop toezien dat ze die ten volle opneemt.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, men gaat dus aan de slag en de resultaten vergelijken met die uit eigen onderzoeken. Het zou er nog aan moeten mankeren! Alleszins ben ik tevreden dat er op korte termijn, nog voor de vakantie, al een eerste overleg plaatsvindt. Misschien kunnen daar al beslissingen met het oog op quick wins worden genomen. We zullen het verdere verloop van het proces uiteraard opvolgen.
Ik ben wel enigszins verbaasd over het verhaal rond de steekwerende vesten, vesten waarvan het Securailpersoneel klaagt dat er problemen mee zijn, terwijl u hier argumenteert dat er technisch gezien, dus wat de werking en de garantie- en houdbaarheidsdatum betreft, geen vuiltje aan de lucht is. We volgen het verder op.
Het feit is dat er in het verleden al kansen gemist zijn. Al sinds de vorige legislatuur is er sprake van een toename van criminele feiten op het spoor. We hebben herhaaldelijk aangedrongen op actie daaromtrent. Er zijn meerdere noodkreten geweest. Het Securailpersoneel heeft al vaker acties gevoerd, onder andere aan het station Brussel-Zuid; er is al herhaaldelijk overleg gepleegd. Kortom, er is al heel wat water door de zee gevloeid, maar uiteindelijk zijn er nog steeds geen concrete, doorgedreven acties op het getouw gezet of het beleid hervormd, althans niet op een manier die gedragen en gesteund wordt door het personeel. Ik mag dan ook hopen dat, hoe slecht de resultaten ook zijn, de enquête de aanzet mag zijn voor een degelijk en gedragen veiligheidsbeleid en beleid onder andere inzake welzijn, rust, stress en burn-voor het NMBS-personeel.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
J'entends que plusieurs concertations auront lieu en interne à la SNCB. C'est bien, mais je pense qu’il serait vraiment très intéressant que vous y participiez aussi, ou, en tout cas, que vous ayez un œil là-dessus.
Les cheminots comptent encore sur vous, pour le moment. Beaucoup de promesses leur ayant été faites par le passé n'ont pas été tenues. Beaucoup de choses sont restées lettre morte. Les travailleurs ont un peu été négligés à ce niveau. Cela se ressent dans les différentes enquêtes réalisées, parmi lesquelles celle de Securail, mais aussi celle d’IDEWE, qui est une entreprise externe. Il n'est pas anodin de le souligner, parce qu'il y a une tendance à faire croire que les cheminots se plaignent facilement, alors que ce n'est pas le cas.
Ils attendent vraiment des résultats ainsi que des mesures dont vous pourriez être à la source. On sait que vous êtes partisan des concertations, etc. Je vous demande de rester particulièrement vigilant à ce que fera la SNCB à ce niveau-là, afin d'éviter qu'il s'agisse d'une opération de communication, avec la présentation de très beaux slides, qui finalement n'aboutira à rien du tout. Je vous remercie.
Aurore Tourneur:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses qui font montre d'une prise en main de la problématique. Il est en effet important de prendre soin de ceux qui prennent soin des autres.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, comme vous venez de le dire, la SNCB va déployer un vaste plan d'action pour améliorer le bien-être du personnel autour de quatre piliers. On nous annonce dans ce cadre une attention particulière pour Securail. Parfait! J'espère sincèrement que vous vous assurerez que, cette fois, des mesures concrètes seront prises de manière globale. On ne parle pas que de vestes ou de lampes, même si c'est important.
J'espère que vous vous rendez réellement compte de la situation et de la dureté du travail assumé par les cheminots et des économies, par ailleurs, qu'on leur demande de faire. Il y a là un hiatus, vraiment.
Vous voulez assumer des réformes en termes d'économies, très bien, mais mettez en balance tout ce qu'on vient d'évoquer dans les questions précédentes et celle-ci par rapport au personnel et les économies. Comme déjà évoqué lors du premier débat d'actualité relatif au préaccord social, ce n'est pas au personnel de prendre en charge et de supporter les économies. La démonstration est encore faite ici.
Monsieur le ministre, vous fixerez sans doute une date limite et un calendrier. Nous comptons sur vous pour avoir un dialogue constant avec le personnel et ses représentants. Je vous remercie.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het siert u dat u de problematiek erkent, maar dat kan duidelijk ook niet anders, want de resultaten zijn zodanig onrustwekkend dat ze ook fundamenteel moeten worden aangepakt. Ik vind het wel vreemd dat het duurde tot de resultaten van een welzijnsbevraging bekend waren, vóór de NMBS en Securail inzagen dat er iets fundamenteel fout is. Mijns inziens draagt het management een grote verantwoordelijkheid dat het zover is kunnen komen. Het is dus belangrijk dat er twee zaken gebeuren. Ten eerste, er moet een bijsturing komen van het beleid en er moet structureel overleg komen tussen het management en de werknemersorganisaties over wat er vandaag is misgelopen. Ik begrijp uit uw antwoorden dat dat momenteel aan het gebeuren is. Ik hoop dat dat goed verloopt, omdat uit de bevraging immers duidelijk blijkt dat er een zeker spanningsveld bestaat. Dat is mijn eerste bezorgdheid, die ik wil delen. Ten tweede, ik hoop ook dat u als toezichtsminister het management hierover aanspreekt en vraagt op welke manier een en ander vanuit de organisatie in de toekomst kan worden voorkomen en of het beleid inzicht heeft in hoe de situatie tot stand is gekomen. Ik zal de evolutie van de situatie blijven opvolgen en hoop dat er daar snel beterschap komt, want die personeelsleden staan in voor de veiligheid in de stations. Ze staan vaak op de eerste lijn in moeilijke omstandigheden en verdienen dus onze steun.
De absurde situatie op de trein tussen Hasselt en Mol
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS halveerde treinen tussen Hasselt en Mol (van 4 naar 2 wagons), wat leidt tot chronische overbevolking, terwijl een medewerker reizigers zelfs opriep te klagen bij de klantendienst. Volgens minister Crucke is de capaciteitsvermindering tijdelijk en gebaseerd op "efficiënt materieelgebruik", met een evaluatie gepland deze zomer, maar concrete bezettingscijfers ontbreken. Frank Troosters betwijfelt of dit de reizigerservaring verbetert en hoopt op bijsturing, terwijl Wouter Raskin een eerdere gelijkaardige vraag aankaart die niet geagendeerd werd. De NMBS belooft bij te sturen *als* overbevolking blijkt, maar actie blijft vooralsnog uit.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, de NMBS heeft beslist de trein te halveren van vier naar twee wagons. Dat leidt regelmatig tot een grote overbevolking op de trein. Dat heeft een treinbegeleider tot enig cynisme aangezet. Hij deelde aan de verbaasde reizigers op een volgepakte trein het volgende mee: “Excuses voor de volgepakte trein, maar deze trein telt tot december nog maar twee rijtuigen in plaats van vier, wat wij betreuren. Mogen wij daarom jullie medewerking vragen door daarover een mail te sturen naar de klantendienst van de NMBS om het probleem aan te kaarten?” Dat is toch wel behoorlijk ongezien. Het is behoorlijk cynisch dat een NMBS-medewerker zelf aan de klanten vraagt om een klacht te formuleren tegen zijn werkgever.
Bent u van mening dat die te korte treinen, die bovendien ook nog overvol zitten, leiden tot een aangename reizigerservaring die mensen zal stimuleren om de trein te nemen?
Is de beslissing om de trein tussen Hasselt en Mol te halveren, inderdaad verankerd tot en met december 2025? Wanneer zal een evaluatie plaatsvinden van de bezettingsgraad? De NMBS beweerde ook zelf dat zij de bezettingsgraad op de voet volgt. Wat houdt het begrip ‘op de voet volgen’ in? Hoe doet zij dat?
Wat was de gemiddelde bezettingsgraad van de trein tussen Hasselt en Mol in de voorbije twee jaar?
Wouter Raskin:
Mijnheer de minister, neem mij niet kwalijk dat ik even het woord vraag.
Mijnheer de voorzitter, ik wil verwijzen naar mijn gelijkaardige vraag die ik op 2 juni 2025 heb ingediend, maar die ik niet op de agenda heb mogen terugvinden.
Voorzitter:
Ik kan daar weinig op antwoorden. De vraag staat nu niet op de agenda, maar ik zal de kamerdiensten vragen na te kijken waar de vraag eventueel is blijven hangen. Ik kan daar zelf weinig toelichting bij geven. Dat is aan de kamerdiensten, maar ik zal hen laten contact opnemen om dat met u uit te klaren.
Wouter Raskin:
Ik zou daar heel graag uitleg bij krijgen.
Voorzitter:
Dat lijkt mij evident, maar ik kan de uitleg op dit moment zelf niet geven. Ze zal u worden bezorgd door de kamerdiensten.
Wouter Raskin:
Ik wil het punt maken, omdat het om een heel relevante vraag gaat, zowel voor u als voor mij. Ik heb ze tijdig ingediend. Ik betreur dat ze niet werd geagendeerd. Dat ze per ongeluk niet werd gekoppeld, is nog tot daaraan toe. Ze is echter gewoon niet geagendeerd.
Voorzitter:
Ik kan daar nu niet nader op ingaan. Ik geef het woord aan de minister voor zijn antwoord. U zult daarover toelichting ontvangen.
Jean-Luc Crucke:
De NMBS heeft mij daarover het volgende meegedeeld.
De NMBS moet haar materieel uiteraard zo efficiënt mogelijk inzetten. Sinds kort heeft de NMBS, voor een aantal treinen op de verbinding Hasselt–Mol, en dus niet voor alle treinen, de inzet van haar treinmaterieel herschikt om zo goed mogelijk in te spelen op de werkelijke nood aan capaciteit.
Zoals steeds volgt de NMBS de bezettingsgraad van de treinen op de voet – dat is hier niet anders. Als blijkt dat het op deze treinen vaker te druk is, zoals u zegt, zal uiteraard worden bekeken welke oplossingen mogelijk zijn en dit zo snel mogelijk.
De evaluatie hiervan vindt plaats deze zomer.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het korte antwoord. Ik kan daar weinig aan toevoegen. De situatie is wat ze is, maar om zo goed mogelijk in te spelen, blijkt er toch nog niet voldoende te zijn bijgestuurd, gelet op de problemen die zich daar voordoen. We zullen de evaluatie afwachten. Hopelijk wordt de beslissing teruggedraaid en wordt er bijgestuurd ten behoeve van de treinreizigers.
Het heropenen van kleine stations in Antwerpen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tijdens de viermaandse sluiting (vanaf mei 2026) van de premetrotunnel tussen Linkeroever en Rechteroever in Antwerpen wordt Antwerpen-Linkeroever tijdelijk heropend als treinstation (2 treinen/uur op weekdagen, 1 in het weekend) als alternatief voor tramlijn 3, met verdubbelde capaciteit (S34) en verlengde dienstregeling (IC-treinen). Deze maatregel, resultaat van overleg tussen NMBS, Infrabel en lokale/federale overheden, kadert in een breder mobiliteitsplan met extra veerboten, pendelbussen en optimale benutting van de Sint-Annatunnel, gericht op minimale overlast voor 10.000+ dagelijkse reizigers. Vergunningsaanvragen lopen, met start werken in januari 2026 om de halte tijdig operationeel te maken. De minister benadrukt succesvolle interbestuurlijke samenwerking als sleutel voor een leefbaar en bereikbaar Antwerpen tijdens de werken.
Frank Troosters:
In Antwerpen staan grondige renovatiewerken aan het premetronet gepland. De werken op Linkeroever en Rechteroever zullen in verschillende fases plaatsvinden waarbij ook de tunnel tussen de Meir en Linkeroever gedurende vier maanden gesloten zal zijn. Dat de geplande werken een enorm effect zullen hebben op de lokale mobiliteit staat vast.
Een mogelijke oplossing zou het heropenen van verschillende kleiner lokale treinstations kunnen zijn zoals oa. het station van Antwerpen-Linkeroever.
Tijdens de mondelinge vragensessie in de Kamercommissie Mobiliteit van 06/12/2023 kon de minister nog geen verdere info geven over mogelijke (re)actie van de NMBS op het schrijven dat ze hierover van het Antwerpse stadsbestuur ontvingen.
Wat is de huidige stand van zaken? Heeft er overleg tussen de NMBS en het stadsbestuur in Antwerpen plaatsgevonden? Zo ja, wat was de inhoud en tot welk resultaat heeft dit geleid? Zo neen, waarom niet? Welke actie zal alsnog ondernomen worden?
Welke actie(s) zal de minister ondernemen om de Antwerpenaren te allen tijde degelijke openbare vervoersmodaliteiten te garanderen?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, in het licht van de geplande werken aan de premetrotunnel onder de Schelde in Antwerpen, waarbij er vanaf mei 2026 gedurende zes maanden geen trams zullen rijden tussen Linkeroever en Rechteroever, hebben de verschillende bestuursniveaus - federaal, Vlaams en stedelijk - gezamenlijk maatregelen genomen om de mobiliteit in de regio te waarborgen.
Een van de belangrijkste oplossingen in dit mobiliteitsplan is de tijdelijke heropening van een treinstopplaats aan Antwerpen-Linkeroever. Deze maatregel wordt genomen in samenwerking met de NMBS en Infrabel en moet dienen als volwaardig alternatief voor de reizigers die normaal gezien gebruikmaken van tramlijn 3. Voor deze tijdelijke halte zullen de NMBS en Infrabel de nodige vergunningsaanvragen indienen, met de bedoeling de werken in januari 2026 op te starten en tijdig af te ronden.
Op weekdagen zullen er in beide richtingen twee treinen per uur stoppen op Antwerpen-Linkeroever, een S34-trein en een IC-trein van De Panne via Gent naar Antwerpen. In het weekend is dat één S34-trein per uur. Op weekdagen in de zomervakantie van 2026 zal er één IC-trein per uur halt houden. Daarnaast wordt ook de capaciteit van de S34-trein verhoogd tijdens de ochtend- en avondspits. Deze trein zal van 280 naar 560 zitplaatsen gaan, wat een verdubbeling betekent. Deze trein bedient onder meer Melsele, Zwijndrecht en Antwerpen-Zuid en volgt vanaf Melsele vrijwel het volledige traject van de uitgevallen tramlijn 3, waardoor de overstap voor de reiziger intuïtief en vlot verloopt. Ook de dienstregeling wordt versterkt. Op weekdagen zal er een halfuurfrequentie zijn van 06.00 tot 23.00 uur voor de S24-verbindingen, met daarbij een halte in Antwerpen-Linkeroever. Voor de IC-verbindingen zal de amplitude tijdens de zomervakantie uitgebreid worden tot na 22.00 uur.
Deze maatregelen zijn het resultaat van een intense en constructieve samenwerking tussen alle betrokken actoren. Ze kaderen in een breder geheel van mobiliteitsoplossingen, zoals de inzet van extra veerboten, pendelbussen, het maximaal beschikbaar houden van de Sint-Annatunnel en een performante informatievoorziening via onder meer Slim naar Antwerpen.
Het doel is dus om duizenden reizigers op korte termijn een concreet en comfortabel alternatief te bieden. Met deze aanpak wordt niet enkel een mobiliteitsprobleem tijdelijk opgelost, maar wordt ook een belangrijke stap gezet naar een beter bereikbaar en leefbaar Antwerpen. Dit project is een mooi voorbeeld van hoe samenwerking tussen bestuursniveaus daadwerkelijk het verschil kan maken.
Frank Troosters:
Dank u wel voor uw antwoord. Dat volstaat voor mij.
Het gebruik van plaatsen in eerste klasse bij de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Crucke verdedigt het behoud van eersteklaszitplaatsen (5% NMBS-opbrengsten, gericht op zakelijke reizigers en automobilisten) en wijst structurele vermindering af wegens inkomstensverlies en hoge ombouwkosten. Bij overbezetting mogen treinbegeleiders *ad hoc* eerste klasse opengooien, maar vaste richtlijnen ontbreken—Cuylaerts pleit voor duidelijkere communicatie hierover om frustratie bij tweede-klassereizigers te verminderen. De minister benadrukt wel tools zoals de NMBS-app voor bezettingsinformatie, maar ziet geen heil in een flexibeler eersteklasbeleid. Cuylaerts blijft kritisch op de onderbenutting tijdens drukke periodes (bv. zomer) en stelt voor de beslissingsvrijheid van begeleiders te kaderen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, de Nederlandse Spoorwegen hebben recent beslist om in hun Sprintertreinen, het equivalent van de L-treinen bij ons, het aantal plaatsen in eerste klasse te verminderen. De reden daarvoor is duidelijk: tijdens de spitsuren wordt maar 10 % van die plaatsen benut, terwijl reizigers in tweede klasse op elkaar gepakt zitten en vaak moeten rechtstaan. Door het schrappen van die eersteklasplaatsen willen de Nederlandse Spoorwegen uiteraard meer zitplaatsen creëren voor wie daar op momenten van grote vraag echt nood aan heeft.
In ons land varieert het aantal eersteklasplaatsen volgens TreinTramBus tussen 8 en 21 %, afhankelijk van het type trein. Ook bij ons komt het geregeld voor dat reizigers met een tweedeklasticket moeten rechtstaan in een overvolle trein, terwijl er nog zitplaatsen beschikbaar zijn in eerste klasse.
Mijnheer de minister, erkent u het probleem van een overvolle tweede klasse, terwijl er in eerste klasse nog ruimte is? Wat is vandaag de officiële richtlijn voor treinbegeleiders om reizigers met een tweedeklasticket uitzonderlijk in eerste klasse toe te laten? Is die procedure volgens u voldoende duidelijk?
Bent u bereid om te onderzoeken of het aandeel eersteklasplaatsen bij de NMBS kan worden verminderd op specifieke treinverbindingen of tijdstippen waarop structureel sprake is van overbezetting?
Plant u initiatieven om het gebruik van de beschikbare zitcapaciteit efficiënter te organiseren, zodat overbezetting in tweede klasse en onderbenutting in eerste klasse beter worden opgevangen?
Jean-Luc Crucke:
Mevrouw Cuylaerts, zoals u weet, ben ik een dagelijkse gebruiker van de trein. Ik weet dus hoe belangrijk de reizigerservaring is.
Ik let er zeer goed op dat de NMBS inspanningen levert om elke treinrit zo aangenaam mogelijk te maken, met een sterke focus op veiligheid, stiptheid en duidelijke communicatie. Haar hoofddoel is het aanbieden van producten en diensten die voldoen aan de verwachtingen van de verschillende treinreizigers.
De eerste klasse vertegenwoordigt ongeveer 5 % van de opbrengsten van de NMBS. De NMBS moet op die ontvangsten kunnen rekenen. Die verhouding is de laatste jaren vrijwel ongewijzigd gebleven.
Het totale aantal zitplaatsen dat de NMBS in de eerste klasse aanbiedt, is niet precies te berekenen, omdat het exact aantal plaatsen per type materieel varieert en ook de samenstelling van het treinpark evolueert naarmate ouder materieel uit dienst wordt genomen en nieuw materieel instroomt.
Het behoud van de eerste en tweede klasse blijft relevant, aangezien daarvoor een duidelijke vraag bestaat bij de klanten, vooral bij de dagelijkse pendelaars en het zakelijk publiek.
Met het aangeboden comfort in de eerste klasse wil de NMBS ook extra reizigers aantrekken. Daarbij wordt vooral gedacht aan de grote groep automobilisten die duidelijk op comfort zijn gesteld. De NMBS kan eenzelfde comfortniveau aanbieden en biedt zo een duidelijk antwoord op de vraag van een zeer specifiek doelpubliek.
Een afschaffing of drastische inperking van de eerste klasse zou dan ook niet alleen ingaan tegen de vraag van een deel van de klanten, maar ook leiden tot een aanzienlijk verlies aan inkomsten. Daarbovenop zou een structurele ombouw van het bestaande eersteklasmaterieel aanzienlijke investeringen vergen.
Bij overbezetting kan het personeel dat de trein begeleidt, beslissen om de eerste klasse tijdelijk open te stellen voor reizigers met een tweedeklasbiljet. Die beslissing ligt bij de treinbegeleider, die als enige een inschatting kan maken van de bezettingsgraad en de haalbaarheid van een dergelijke maatregel op dat specifiek moment. Er zijn dus geen systematische richtlijnen om de eerste klasse standaard open te stellen. Het is de treinbegeleider die de concrete situatie het best beoordeelt.
Het is ook niet uitzonderlijk dat er vooraan en achteraan in de trein nog vrije zitplaatsen zijn. Bovendien is het mogelijk om de NMBS-app te gebruiken, waarin informatie beschikbaar is over de bezettingsgraad van de trein die men wenst te nemen. Op die manier wordt er samen met de reizigers gestreefd naar een optimale benutting van de beschikbare capaciteit.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik begrijp uit uw antwoord dat het niet aan de orde is om bij ons te bekijken hoe we de eersteklaszitplaatsen beter kunnen benutten. De timing van mijn vraag komt eigenlijk perfect uit, want in de zomervakantie zien we vaak een wijziging in onder meer de samenstelling van de treinen. We stellen vast dat opnieuw heel wat mensen in tweede klasse moeten rechtstaan. Niet iedereen heeft in juli en augustus vakantie, niet iedereen heeft die luxe. Uit uw antwoord begrijp ik ook dat het de treinbegeleider toekomt om te bepalen wanneer de capaciteit van eerste klasse wordt ingezet om reizigers uit tweede klasse toe te laten om daar plaats te nemen. Misschien is het toch interessant om te overwegen om daarover een soort van richtlijn op te stellen en daarover ook duidelijk te communiceren met de treinreizigers. Zo kunnen de reizigers meer begrip opbrengen voor het feit dat zij moeten rechtstaan naast een lege stoel, terwijl die eigenlijk benut zou kunnen worden. Misschien is dat een idee om mee te nemen.
De procedure voor de aanleg van extra fietsenstallingen aan het station van Nijlen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gemeente Nijlen erkent de nood aan extra fietsstallingen bij het station maar betreurt het ontbrekende voorafgaand overleg met de NMBS, dat volgens hen essentieel is voor brede mobiliteits- en ruimtelijke plannen. Minister Crucke bevestigt dat gemeenten standaard betrokken worden bij vergunningsplichtige projecten en stelt dat Nijlen in juni 2024 wel degelijk geraadpleegd is, wat wijst op een communicatiefal bij de lokale bestuurswissel. Cuylaerts concludeert dat dit eenrichtingsverkeer-gevoel versterkt en belooft de verslagen na te trekken. Kernpunt: samenwerking NMBS-gemeenten vereist betere afstemming.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, de gemeente Nijlen heeft beroep aangetekend tegen de plannen van de NMBS om extra fietsstallingen te plaatsen aan het station, waarbij een aantal parkeerplaatsen zouden verdwijnen. De gemeente maakt daarbij duidelijk dat extra fietsstallingen zeker welkom zijn en erkent de nood daaraan zeker, maar wijst erop dat de heraanleg van de stationsomgeving veel meer behelst dan alleen een fietsparking. Het lokaal bestuur betreurt vooral dat de NMBS de plannen heeft opgemaakt zonder voorafgaand overleg met het lokaal bestuur. Nochtans is het bestuur er sterk van overtuigd dat dergelijke ingrepen best samen worden voorbereid en besproken, waarbij duidelijkheid geboden wordt aan de buurtbewoners, handelaars en de gemeente zelf.
Nijlen blijft uiteraard constructief en waardeert dat de NMBS wil investeren in de stationsomgeving, maar vraagt dat dat in duidelijk overleg gebeurt. De gemeente wil daarbij actief betrokken worden en rekent op voldoende aandacht voor het breder lokaal belang in dergelijke dossiers.
Mijnheer de minister, wat is de gebruikelijke werkwijze van de NMBS bij de aanleg of de heraanleg van fietsstallingen aan stations? Wordt over dergelijke dossiers standaard vooraf overlegd – al blijkt dat in Nijlen veeleer zonder overleg te zijn – met de lokale besturen? Hoe verloopt de communicatie en de samenwerking tussen de NMBS en de betrokken gemeenten bij de vergunningsaanvragen voor infrastructuurwerken aan stations? Is in Nijlen de standaardprocedure gevolgd? Wordt het lokaal bestuur op enig moment actief betrokken bij het breder ontwerp van de stationsomgeving, bijvoorbeeld wanneer er ook impact is op parkeerplaatsen, groenvoorzieningen en mobiliteitspunten?
Jean-Luc Crucke:
Mevrouw Cuylaerts, het antwoord is kort. Het lokaal bestuur wordt bij elk vergunningsplichtig project betrokken. Vergunningsplichtige werken in stationsomgevingen worden dus systematisch met de betrokken gemeenten besproken.
In het specifiek geval van Nijlen, waarnaar u verwijst, en volgens de informatie die ik ontving, werd het ingediende ontwerp nog besproken met de gemeente in juni 2024.
Voorzitter:
Een kort, maar krachtig antwoord.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw kort en krachtig, maar vooral heel duidelijk antwoord. Het ontwerp werd besproken in juni 2024. Dat maakt dus heel duidelijk dat de overdracht van de dossiers misschien niet deftig is gebeurd bij de bestuurswissel. Door een dergelijke situatie leeft in Nijlen en mogelijk ook bij andere lokale besturen het gevoel dat er vaak maar eenrichtingsverkeer is. In dezen zal ik, mij beroepend op uw antwoord, terugkoppelen en de verslagen van juni 2024 laten opvragen.
De nood aan voldoende sleeptreinen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt met onvoldoende stroomonafhankelijke depannagecapaciteit (slechts 35 diesellocomotieven voor noodgevallen) ondanks 95% geëlektrificeerd net, terwijl landen als Spanje/Portugal wel snelle noodoplossingen hebben. NMBS en Infrabel beweren honderden noodprotocollen te hebben die vertragingen tot maximaal 30 minuten op hoofdassen moeten beperken, maar erkenning dat complexe incidenten (bv. bovenleidingbreuk) langere verstoringen veroorzaken. Geen concrete plannen voor extra hybride/depannagevoertuigen, al wordt diesel vanaf 2032 uitgefaseerd. Critici twijfelen aan paraatheid, vooral met zomerse drukte en hitte-risico’s in het vooruitzicht.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar het incident van 1 mei, toen een volle trein op weg naar de kust stilviel in Affligem. Heel wat hulpdiensten moesten toen ter plaatse komen om de reizigers op een correcte manier terug te brengen, hetzij naar de kust, hetzij naar hun huisadres.
Opvallend was dat het technisch perfect mogelijk had moeten zijn om de trein 500 meter verder te slepen met een hulplocomotief, als die beschikbaar was geweest, maar die dat in de praktijk niet was. Wij zien dat die paraatheid er niet is in crisissituaties. In Spanje en Portugal leidde een grootschalige stroompanne onlangs tot ernstige verstoringen van het spoorverkeer, maar daar konden noodprotocollen en stroomonafhankelijke depannagevoertuigen relatief snel ingrijpen, wat in België niet kon.
In België is meer dan 90 % van het spoornet geëlektrificeerd, maar er lijkt geen reservecapaciteit te bestaan in geval van stroomuitval. Nochtans rijden er in ons land nog wel wat diesellocomotieven rond, al zijn die vooral in handen van privéspelers in havengebieden.
Mijnheer de minister, kunt u toelichten of de NMBS en Infrabel vandaag over voldoende depannagevoertuigen beschikken die niet afhankelijk zijn van de bovenleiding?
Zijn er specifieke noodprotocollen uitgewerkt om snel te kunnen ingrijpen bij stroomonderbrekingen of andere calamiteiten? Acht u die toereikend?
Welke maximale vertragingstijd of impact op de reizigers wordt door de NMBS aanvaardbaar geacht in dergelijke gevallen?
Met betrekking tot het beschikken over voldoende depannagelocomotieven, overweegt u investeringen in stroomonafhankelijke en hybride depannagevoertuigen, zodat België beter voorbereid is op toekomstige incidenten?
Jean-Luc Crucke:
Mevrouw Gielis, ik ondersteun de voorkeur van de NMBS voor elektrische treinen, onder meer vanwege hun milieuvriendelijkheid en efficiëntie. Vandaag is ongeveer 95% van het reizigersmaterieel elektrisch aangedreven. Alleen op een beperkt, niet-geëlektrificeerd deel van het net zet de NMBS nog dieselvoertuigen in om reizigers te vervoeren. Die zullen vanaf 2032 geleidelijk worden uitgefaseerd en vervangen door elektrische treinen of batterijtreinen.
De NMBS beschikt daarnaast over een vloot van 35 diesellocomotieven van het type T77. Die locomotieven zijn actief in rangeerterreinen en worden bij incidenten, waarbij de stroomvoorziening is onderbroken, ingezet voor evacuaties. De NMBS deelt ook mee dat, om incidenten op het spoor snel en efficiënt aan te pakken, de NMBS en Infrabel gezamenlijk honderden noodscenario’s hebben uitgewerkt. Die protocollen vormen een leidraad voor de teams die het treinverkeer aansturen en worden voortdurend bijgestuurd op basis van ervaringen uit eerdere incidenten. De toepassing van die richtlijnen gebeurt steeds in functie van de specifieke omstandigheden ter plaatse.
Wat de impact op de reiziger betreft, streeft de NMBS ernaar om bij incidenten zo snel mogelijk een alternatief te voorzien, waar mogelijk binnen een half uur, zeker op de hoofdassen van het netwerk. Toch is het niet altijd mogelijk om grote vertragingen te vermijden. Bij bepaalde gebeurtenissen, zoals een trein die stilvalt op een open spoor na een breuk in de bovenleiding, kunnen de logistieke en veiligheidsuitdagingen van die aard zijn dat meer tijd nodig is.
Tine Gielis:
Dank u wel, mijnheer de minister. Ik leid daaruit af dat er voldoende middelen en goed uitgedachte protocollen zijn om het hoofd te bieden aan incidenten zoals die zich hebben voorgedaan. Ik ga ervan uit dat dat incidenten zijn die zich niet vaak meer zullen voordoen. De zomer staat weer voor de deur en we hopen dat het niet te warm wordt en dat dergelijke incidenten zich niet meer voordoen. Hopelijk is de NMBS klaar om, indien nodig, toch de nodige hulp te bieden en de reizigers op een veilige manier naar de kust of elders te brengen.
De door toplui bij het spoor gepleegde inbreuken
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Farah Jacquet wijst op herhaaldelijk wanbeleid bij NMBS/Infrabel, waaronder schendingen van de cao en loonwetgeving (o.a. voor kaderleden) en negeren van rechtspraak (zoals het arrest van de Raad van State over cafetariaplannen), wat syndicaal overleg en rechtsstatelijkheid ondermijnt. Minister Crucke benadrukt dat aanpassingen zijn doorgevoerd om aan de wetgeving te voldoen, maar erkent gebrek aan gedetailleerde data over gerechtelijke procedures en stelt dat 70% van de zaken in het voordeel van de spoorwegen uitvalt, terwijl hij verdere analyse belooft zonder concrete sancties. Jacquet bestempelt de cultuur als "straffeloos" en eist krachtdadiger optreden van de toezichthoudende minister, die volgens haar te laks reageert op structurele inbreuken door publieke topbedrijven.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre,
1/ Les directions du Rail ont à plusieurs reprises été mises en cause par la Justice suite à des infractions à la législation sociale. C'est par exemple le cas en ce qui concerne les rémunérations des cadres ordinaires. Comment justifiez-vous le fait que les directions s'entêtent à ne pas vouloir se conformer à la loi?
2/ Comment justifiez-vous, par exemple, que les directions du Rail ne respectent pas la Convention Collective qu'elles avaient elles-mêmes signée en ne rémunérant pas les nouveaux cadres ordinaires de la manière prévue dans cette convention collective? Serait-ce pour ne pas devoir négocier avec les organisations syndicales ? En effet la convention collective est soumise à la majorité des 2/3.
3/ Je vous ai récemment interpellé sur une décision du Conseil d'Etat du 19 novembre 2024. Dans son arrêt, le Conseil d’État annule l’extension des plans cafétérias aux cadres ordinaires de la SNCB et d’Infrabel. Vous nous aviez fait savoir que vous l'aviez lu, mais sans apporter davantage de précisions. Quelles conclusions avez-vous tirées à la lecture de cet arrêt?
Vous nous aviez également répondu que vous étiez en train d’analyser la situation en interne et que vous ne pouviez pas encore commenter. Quel contact avez-vous entrepris entre-temps? Quelle consigne avez-vous donnée? Pour quel résultat?
Jean-Luc Crucke:
Madame Jacquet, les chemins de fer belges ont choisi de privilégier une réglementation interne. Cette approche n'a toutefois pas été suivie par le Conseil d'État. Dès lors, les mesures nécessaires ont été prises afin d'adapter les contrats de travail du personnel concerné. Cette adaptation s'est faite dans le respect de la législation, ce qui témoigne de la volonté des chemins de fer de se conformer aux prescriptions des juridictions compétentes. On pourrait dire qu'il ne manquerait plus que çà!
Concernant les procédures en justice évoquées, après analyse, nous pouvons communiquer les informations suivantes. Par an, nous constatons en moyenne une vingtaine de procédures contre les chemins de fer belges. L'issue de 70 % des procédures est favorable aux chemins de fer belges, 30 % étant donc défavorables.
Mais il convient de rappeler que HR Rail ne dispose que de chiffres globaux relatifs aux frais d'avocats. Ces montants englobent l'ensemble des coûts liés aux études, conseils juridiques, recours et analyses diverses. Aucun suivi statistique n'est tenu quant au nombre de procédures introduites par des travailleurs à l'encontre de décisions administratives, ni quant au nombre de jugements rendus en faveur ou en défaveur des chemins de fer. En l'absence de telles données, il n'est donc pas possible établir un bilan chiffré précis tel que vous me le demandez.
Pour ce qui est de la rémunération des cadres ordinaires, les chemins de fer ne disposent pas d'éléments indiquant que la rémunération actuelle de ces cadres serait contraire à la législation.
Quant à la décision du Conseil d'État du 19 novembre 2024, je ne peux que vous répéter que cet arrêt ne porte pas atteinte à la régularité des contrats de travail de ces collaborateurs. C'est dans un souci de sécurité juridique qu'un avenant à leur contrat leur a été proposé, spécifiant de manière détaillée l'évolution de leurs rémunérations.
Nous pouvons vous assurer que HR Rail a pris des mesures nécessaires pour se conformer aux dispositions légales qui lui sont applicables. Je suis cette situation avec la plus grande attention. À ce stade, l'analyse de ces dossiers est en cours. Elle mobilise nos services ainsi que les autorités internes de HR Rail afin de garantir que toute la lumière soit faite dans le respect des procédures et des droits de chacun. Je tiens malgré tout à souligner que la complexité de cette affaire exige prudence et rigueur. Cependant, ce n'est pas pour ça que je ne souhaite pas disposer d'une réponse précise également, et je l'attends, comme vous l'avez compris.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos éléments de réponse. Le fait est qu'il y a un vrai problème au sein de la direction de nos chemins de fer. Le sentiment d'impunité des responsables d'Infrabel et de la SNCB face au non-respect de la législation demeure. Ils perdent leur procès, mais, en même temps, ils s'entêtent dans leurs pratiques illégales. Nous sommes face aux plus grandes entreprises publiques de notre pays, qui bafouent la législation sociale et contournent les syndicats. En tant que ministre de tutelle, vous devriez taper un peu plus du poing sur la table. Vous l'aurez compris, je ne suis pas tellement d'accord avec votre interprétation des pratiques des différentes directions. J'aurais espéré une autre réponse et des actions concrètes, mais nous reviendrons à nouveau vers vous.
De wisselende beschikbaarheid van de NMBS-abonnementen afhankelijk van het aankoopkanaal
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De SNCB biedt bepaalde abonnementen enkel via haar app aan, wat personen zonder smartphone (om financiële, leeftijdsgerelateerde of andere redenen) uitsluit van voordeligere opties en hen mogelijk naar vervuilendere transportmiddelen drijft. Minister Crucke verdedigt deze digitale focus als kostenefficiënt en innovatief, maar erkent de fractuurrisico’s en wijst op Europese regelgeving die digitale exclusiviteit toelaat, mits evenredige maatregelen zoals behoud van loketten, telefoonondersteuning en toegankelijkheidsinitiatieven (bv. samenwerking met AnySurfer). Hij benadrukt dat prijzen gelijk blijven per kanaal en belooft waakzaamheid voor kwetsbare groepen, onder meer via de European Disability Card, terwijl Dufrane de aandacht voor inclusie verwelkomt.
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, la SNCB possède différents produits selon les besoins des usagers. L'opérateur ferroviaire en ajoute et en supprime selon les demandes mais aussi selon la politique de l'entreprise. Cependant, parmi l'offre disponible, un problème est à mettre en évidence: l'absence de certains abonnements selon la plateforme utilisée. Certains produits ne sont disponibles que sur l'application "SNCB" et non pas sur le site.
Cette situation est problématique car elle discrimine les personnes n'ayant pas accès à l'application. Dans le cadre de la lutte contre la fracture numérique, une telle discrimination est impensable. Les guichetiers doivent fournir l'ensemble des produits, comme les automates, le site ou l'application. Certains individus n'ont pas accès à internet, ils peuvent cependant y accéder via un ordinateur dans une bibliothèque, une administration communale, etc. mais quid de l'accès à un smartphone?
Certaines personnes n'ont pas de smartphone pour différentes raisons (difficultés financières, âge, choix, etc.). Or, ces individus ne peuvent donc pas avoir accès à certains produit potentiellement plus avantageux pour eux. Dès lors, en plus du manque à gagner et de la discrimination, ces personnes risquent de se détourner du train pour d'autres moyens de transports carbonés, ce qui est une double peine climatique.
Mes questions, Monsieur le ministre, sont:
Comment expliquez-vous que la SNCB ne propose pas les mêmes offres aux mêmes endroits?
Considérez-vous cela comme une forme de discrimination?
Que fait la SNCB pour lutter contre la fracture numérique?
Comment la SNCB justifie-t-elle la présence de certaines offres sur certaines plateformes et pas ailleurs?
Y a-t-il des critères comme le public cible?
Jean-Luc Crucke:
Monsieur Dufrane, la SNCB explique que la promotion des canaux de ventes digitaux permet une réduction des coûts, une diminution de l'usage du papier, une amélioration de la qualité de service et une introduction d'innovations utiles aux voyageurs. Toutefois, personnellement, je me dois d'attirer l'attention sur la fracture numérique pour certains usagers du rail.
La différenciation des offres selon le canal de vente est une pratique répandue et encadrée légalement. Le règlement européen 2021/782 notamment, en son article 11, autorise explicitement les entreprises ferroviaires à recourir à un canal de vente unique, y compris digital. La SNCB assure mettre en œuvre cette stratégie de manière équilibrée et proportionnée. Elle veille à préserver l'accessibilité de ses services pour l'ensemble des voyageurs, y compris ceux qui ne maîtrisent pas très bien les outils numériques.
Dans ce cadre, la SNCB prend entre autres ces mesures et je l'encourage vivement en ce sens: proposer une large gamme de titres de transport pour tous les types de voyageurs qui sont dans tous les cas disponibles sans variation de prix en fonction du canal de vente utilisé, maintenir un nombre significatif de guichets, maintenir son centre d'appel qui est accessible 7 jours sur 7 pour accompagner les voyageurs dans leur achat, proposer des tutoriels d'utilisation et collaborer avec des organisations comme AnySurfer afin d'améliorer l'accessibilité des canaux digitaux, notamment pour les personnes en situation de handicap.
Le développement des canaux de vente digitaux par la SNCB promeut certes la modernisation du service et constitue donc un véritable engagement pour plus d'inclusion. Cependant, soyez assuré, monsieur le député, que je reste vigilant à ce que les publics vulnérables ne soient pas pénalisés. C'est une préoccupation que je souhaite relayer et que j'ai déjà relayée vers la SNCB dans le cadre de laquelle j'aimerais encourager le recours à l'utilisation de la European Disability Card.
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je note avec grand plaisir que vous restez vigilant et souhaitez continuer à lutter contre la fracture numérique. Je vous en remercie.
De stijgende vraag naar internationale spoorverbindingen
De plannen van Deutsche Bahn voor een nieuwe ICE-verbinding
Een strategische halte in Luik-Guillemins voor de hogesnelheidstreinen tussen Londen en Duitsland
De impact voor binnenlandse treinreizigers van de nieuwe treinverbinding naar Duitsland
Internationale hogesnelheidstreinverbindingen en hun impact op spoorvervoer
Gesteld door
Vooruit
Niels Tas
CD&V
Tine Gielis
MR
Gilles Foret
Groen
Staf Aerts
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de spanning tussen groeiende internationale treinverbindingen (zoals Eurostar, Deutsche Bahn en nachttreinen) en de bescherming van binnenlands treinverkeer, waar pendelaars onder druk komen door capaciteitsgebrek op drukke assen (bv. Antwerpen-Brussel). Minister Crucke benadrukt dat nieuwe internationale routes (zoals Antwerpen-Keulen) alleen mogen als ze het openbaredienstcontract niet aantasten, maar kritiek blijft dat eerdere projecten (bv. Eurocity Direct) al leidden tot verminderde binnenlandse frequenties—met name in de zuidrand (Mortsel). Liège-Guillemins wordt als strategisch knooppunt naar voren geschoven voor Eurostar-Londen-Duitsland, maar infrastructuur- en veiligheidskosten (Schengen-controles) vormen drempels. Conclusie: België wil internationale ambities combineren met garanties voor binnenlandse reizigers, maar concrete oplossingen en transparantie ontbreken nog.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, steeds meer mensen kiezen ervoor om met de trein naar het buitenland te reizen. De internationale trein zit duidelijk in de lift en dat is goed nieuws in een tijd waarin duurzame mobiliteit en klimaatdoelstellingen hoger dan ooit op de agenda staan.
De Eurostar speelt hier reeds op in met aangekondigde plannen om de capaciteit te verhogen. Er komen vijftig nieuwe hogesnelheidstreinen, er worden drie nieuwe routes toegevoegd en er zullen dus meer en frequentere ritten plaatsvinden. Vorig jaar vervoerde de Eurostar overigens 19,5 miljoen reizigers – een stijging ten opzichte van het jaar daarvoor.
Ook het federale regeerakkoord erkent het belang van vlotte en kwaliteitsvolle internationale verbindingen. De regering belooft het spoor beter af te stemmen op de reële behoeften van de reizigers en grensoverschrijdend samen te werken, conform de Europese afspraken over klimaat en mobiliteit. Die woorden moeten uiteraard worden omgezet in daden. De trein als volwaardig alternatief voor het vliegtuig of de auto vereist dan ook duidelijke keuzes en concrete investeringen. We moeten inzetten op betaalbare, gedeelde en duurzame mobiliteit. Voor Vooruit betekent dit dat we moeten investeren in treinen van topkwaliteit, ook internationaal.
Hoe wilt u, samen met de NMBS en Infrabel, inspelen op de groeiende vraag naar internationale treinreizen? Welke stappen zijn al gezet om bijkomende capaciteit aan te trekken voor die internationale verbindingen? Speelt België volgens u een actieve rol in de uitbouw van nieuwe nachttreinen en bijkomende Europese treinroutes? Hoe sluit uw beleid aan bij het regeerakkoord, dat inzet op mobiliteit op maat van de reiziger en op een sterke samenwerking tussen de verschillende beleidsniveaus? Op welke manier zijn de regio’s betrokken bij deze internationale spoorstrategie?
Tine Gielis:
In het verlengde van wat mijn collega zojuist aanhaalde, zoom ik even in op een recent bericht in de media over plannen voor een nieuwe hogesnelheidstreinverbinding tussen België en Duitsland. Die zou vanaf het najaar actief zijn op ons spoornetwerk.
Zoals ik al meermaals in de plenaire vergadering heb benadrukt, baart dit ons zorgen. België is immers een transitland en staat open voor internationale treinverbindingen, die positief kunnen bijdragen aan de Europese mobiliteit en connectiviteit. Tegelijkertijd is het van cruciaal belang dat het niet ten koste gaat van het aanbod voor de binnenlandse reiziger.
We hebben dit punt al eerder aangekaart en we hebben hierover een resolutie voorbereid, die binnenkort zal worden voorgelegd. We blijven erop hameren dat de binnenlandse verbindingen – waarop duizenden pendelaars, studenten en senioren dagelijks rekenen – niet de dupe mogen worden van de commerciële ambities van internationale spelers.
In die context heb ik voor u enkele vragen.
Was u op de hoogte van de aanvraag van de Deutsche Bahn voor die nieuwe verbinding? Heeft Infrabel reeds gereageerd op die aanvraag? Zo niet, wanneer verwacht men een beslissing?
Zijn er recent andere aanvragen voor nieuwe internationale verbindingen ingediend? Kunt u daaromtrent een stand van zaken geven evenals een inschatting van de mogelijke impact op bestaande verbindingen?
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, depuis plusieurs années, la gare de Liège-Guillemins a bénéficié d'investissements publics considérables pour en faire un pôle ferroviaire européen de premier plan. Dans ce contexte, le projet de liaison directe à grande vitesse entre Londres et l'Allemagne actuellement étudié par Eurostar représente une opportunité stratégique majeure.
Un arrêt à Liège renforcerait non seulement l'accessibilité internationale de notre région, mais servirait également à un large bassin de populations transfrontalières – puisque le Limbourg belge, les Néerlandais et le Grand-Duché de Luxembourg sont concernés –, tout en optimisant l'usage des infrastructures existantes. Or ce projet suppose une anticipation technique – stérilisation de quais, contrôle aux frontières – et un soutien politique clair de l'État belge, actionnaire d'Eurostar via la SNCB. Il serait donc incompréhensible que la Wallonie, et Liège en particulier, soit contournée malgré les enjeux économiques, touristiques et environnementaux majeurs.
Dès lors, monsieur le ministre, permettez-moi de vous poser les questions suivantes. Le gouvernement fédéral soutient-il activement l'idée d'un arrêt à Liège-Guillemins dans le cadre d'un projet de liaison Londres-Allemagne par Eurostar? Des discussions ont-elles été engagées avec Eurostar Group pour faire valoir cet arrêt comme un atout stratégique, notamment au regard de la participation de la SNCB dans le capital de l'entreprise? Une étude de faisabilité technique a-t-elle été lancée en ce qui concerne l'aménagement nécessaire à la gare de Liège-Guillemins? Un dialogue est-il prévu entre les Régions, les autorités locales et l'État fédéral pour renforcer cette candidature et intégrer pleinement Liège dans le réseau européen de grande vitesse?
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses et pour votre engagement en faveur d'une mobilité ferroviaire plus connectée, inclusive et tournée vers l'avenir.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, Deutsche Bahn plant vanaf het najaar 2026 een nieuwe IC-verbinding tussen Antwerpen en Keulen en dit via Brussels Airport, Leuven, Luik en Aken. Er is daarvoor al een formele aanvraag ingediend.
Die hogesnelheidstreinen zouden twee keer per dag rijden in beide richtingen, maar dat is trafiek op een al heel druk bereden traject. Dat maakt dat ik bevreesd ben voor de binnenlandse treinreiziger. We hebben al verschillende keren gediscussieerd over het effect van de Eurocity Direct vanuit Nederland op de treinbediening tussen Antwerpen en Brussel. Die legt een hypotheek op het spoorverkeer tussen de steden Antwerpen en Brussel, maar Mortsel is daar evengoed het slachtoffer van. Op die manier kan de NMBS niet meer garanderen dat ze de afspraken van het openbaredienstcontract nog kan naleven.
Vandaar mijn vraag over deze extra aankondiging. Welke impact zal dit hebben op het nationale treinverkeer? Ik denk dan concreet aan de lijnen 25 en 27. Zult u er bij de NMBS op aandringen dat we niet hetzelfde mogen zien als met de Eurocity Direct, waarbij we nadien moesten vaststellen dat het binnenlands verkeer daar het slachtoffer van is? Kunt u garanties geven richting de treinreizigers in de zuidrand? Vanuit verschillende gemeenten is er immers al communicatie geweest van de burgemeesters aan de NMBS, maar ook aan u. Op welke manier zult u ervoor zorgen dat we het binnenlands treinverkeer kunnen behouden, ook wanneer er extra internationale treinverbindingen worden aangelegd?
Jean-Luc Crucke:
Collega's, ik ben op de hoogte van de vraag van Deutsche Bahn voor deze nieuwe IC-verbinding tussen Antwerpen en Keulen via het station Brussels Airport. Deze concrete aankondiging van een nieuwe rechtstreekse internationale verbinding vanuit België is positief. Ze is perfect in overeenstemming met de doelstelling van de regering om de ontwikkeling te bevorderen van internationale treinverbindingen tussen de grote Europese steden en, daar waar dat technisch mogelijk en economisch te verantwoorden is, de verbinding tussen de spoorwegen en de luchthavens te verbeteren.
Op technisch vlak behandelt Infrabel de aanvragen voor rijpaden in het kader van de reglementair voorziene procedures. Vervolgens zullen we de eventuele impact op het nationaal grondgebied kunnen identificeren. Aangezien de NMBS in België voor rekening van Deutsche Bahn handelt, heeft zij in haar aanvraag voor rijpaden logischerwijs rekening gehouden met alle treinen die zij exploiteert, meer bepaald in het kader van het openbaredienstcontract.
De Europese Unie eist de opening van de spoorwegmarkt en wij moeten ons hierop voorbereiden, meer bepaald door samenwerking te organiseren tussen diensten die worden uitgevoerd door verschillende operatoren op het spoorwegnetwerk. De opening van de markt moet in het bijzonder de invoering vergemakkelijken van nieuwe, met name internationale diensten, zonder dat dit ten koste gaat van het aanbod van openbare dienstverlening voor de dagelijkse reizigers.
Ik zal erop toezien dat de NMBS de verbintenissen in haar openbaredienstcontract naleeft. Om deze ambities waar te maken, moet evenwel aan belangrijke structurele voorwaarden worden voldaan. Een van die voorwaarden is de nood aan een betere planning en benutting van de beschikbare capaciteit, zeker op de drukke assen. Die assen zijn ook degene die vaak door het internationale treinverkeer worden gebruikt. Daarvoor is een effectieve regie van het spoorsysteem nodig, om goed en op voorhand geplande en daardoor niet-conflicterende rijpaden ter beschikking te stellen van de operatoren die actief zijn in de verschillende marktsegmenten.
Reizigers- en vrachttreinen, internationale en binnenlandse treinen, commerciële en openbare dienst, dat is precies wat wordt voorzien in het performantiecontract van Infrabel. Daarin wordt gesteld dat de beheerder van het spoor in de toekomst de capaciteit zal plannen en verdelen door middel van een rijpadcatalogus, waarin de bruikbare trajecten worden vastgelegd en kunnen worden besteld door de verschillende operatoren.
Om deze nieuwe aanpak mogelijk te maken, wordt deze Europese regelgeving momenteel herzien met het zogenaamde Rail Capacity Initiative. Dat moet ervoor zorgen dat de infrastructuurbeheerders een betere afstemming van de noden van de verschillende gebruikers van het spoor verzekeren en alle actoren meer voorzienbaarheid verschaffen.
Verder heeft het internationale treinverkeer ook nood aan een vlotte interoperabiliteit tussen de verschillende spoornetten van de betrokken landen. Ook op dat vlak valt er nog een belangrijke weg af te leggen.
Wat de ontwikkeling van de nachttrein betreft, is de NMBS-partner betrokken bij de Nightjet-dienst die ÖBB in samenwerking met Deutsche Bahn en SNCF exploiteert tussen Brussel, Parijs en Wenen. Ook andere operatoren zijn actief in België, zoals European Sleeper.
Rendabiliteit van de nachttreindiensten is echter moeilijk te bereiken vanwege de hoge exploitatiekosten van deze treinen. Zonder enige vorm van steun zou de ticketprijs voor passagiers aanzienlijk hoger liggen dan die van andere vervoersmiddelen, met name die van het vliegtuig. In deze context heeft de NMBS tot heden nog geen rendabel nachttreinproject kunnen identificeren dat het financiële evenwicht bereikt dat essentieel is in een internationale spoorwegmarkt die al jarenlang volledig aan concurrentie onderhevig is.
Monsieur Foret, à l'heure actuelle, seul Eurostar assure une liaison ferroviaire sans rupture de charge à grande vitesse entre le continent – Paris, Amsterdam et Bruxelles – et Londres. Les annonces récentes d'Eurostar relatives à une nouvelle relation de Francfort vers Londres n'engagent qu'elle-même et se juxtapose par ailleurs à toute une série d'annonces similaires faites récemment par deux entreprises ferroviaires qui ambitionnent de concurrencer Eurostar.
À ce jour, la Belgique compte quatre gares où s'arrêtent les trains internationaux à grande vitesse, à savoir Bruxelles-Midi, Bruxelles-Nord, Antwerpen-Centraal et Liège-Guillemins. Seule Bruxelles-Midi dispose d'un terminal et de quais isolés des autres, qui permettent le contrôle des voyageurs aux bornes de l'espace Schengen et donc les opérations à destination et en provenance du Royaume-Uni.
Envisager de disposer aussi à l'avenir de cette infrastructure dans d'autres gares telles que Liège-Guillemins et Antwerpen-Centraal nécessiterait la réalisation d'une série de conditions étroitement liées au développement de l'offre, au potentiel de voyageurs concernés mais aussi aux capacités disponibles, tant en termes d'infrastructure – les terminaux de Schengen – qu'en termes d'effectifs de sécurité, de police et de douane.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, ik dank u voor deze stand van zaken. Ik denk dat we allemaal weten dat internationale treinverbindingen het op louter financieel vlak zeer moeilijk hebben om te kunnen concurreren met de luchtvaartsector. Daar hebt u zelf ook naar verwezen. Het is net daarom dat ze vaak een extra steuntje in de rug van de overheid nodig hebben. Ik roep u op om blijvend te kijken naar de mogelijkheden, niet alleen binnen ons land, maar ook met de omliggende landen. Als we mensen willen overtuigen om minder te vliegen tussen de Europese hoofdsteden, moeten we ervoor zorgen dat er een volwaardig aanbod bestaat. Ik begrijp dat dat niet evident is, maar als we vanuit België een duidelijk signaal geven dat er opportuniteiten zijn en kansen liggen, zullen we daar waarschijnlijk ook zelf of via private spelers op kunnen aantrekken om er werk van te maken. Wordt dus zeker vervolgd. Dank u.
Tine Gielis:
Dank u wel, mijnheer de minister. Ik hoor dat er heel wat op tafel ligt om tot een totaalaanpak te komen. Ik kan alleen maar herhalen wat ik al vaker heb gezegd: de objectieve criteria om tot een goed plan te komen moeten garanderen dat onze binnenlandse reiziger hier zeker niet de dupe van wordt. Ik begrijp dat er heel wat invalshoeken zijn waarmee we als transitland rekening moeten houden, maar laten we vooral onze eigen binnenlandse reizigers niet vergeten en hun de nodige prioriteit geven. Dank u wel.
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, merci pour les différents éléments de réponse. Je comprends bien les différents investissements nécessaires pour s’assurer que l’infrastructure, notamment à Liège, soit conforme aux mesures de sécurité.
Permettez-moi néanmoins d’insister sur le caractère transfrontalier et eurégional du pôle de Liège, qui brasse évidemment une forte population européenne. Au-delà de l’attractivité de Liège, il faut reconsidérer tout le bassin avec vos homologues néerlandais et allemands, pour voir comment en faire un pôle eurégional important sur le plan du trafic international.
Les prochains mois seront importants dans les discussions. J’entends bien que l’infrastructure ne répond pas aujourd’hui aux standards de sécurité requis, mais il faut pouvoir se projeter. Le trafic international et la dimension eurégionale sont importants dans la discussion, et surtout dans les décisions qui seront prises dans les semaines, les mois et les années à venir.
Staf Aerts:
Uw antwoord maakt me niet veel wijzer. Meer nog, u zegt zelfs dat er logischerwijze ook rekening is gehouden met het binnenlandse treinverkeer. Dat mag dan logisch lijken, het is blijkbaar niet het geval. Die Eurocity Direct is immers het voorbeeld bij uitstek dat er binnenlandse treinen zijn opgeofferd, waardoor we niet langer vier treinen per uur tussen Brussel en Antwerpen hebben en er in Mortsel maar één rechtstreekse verbinding naar Brussel overblijft. Als je nu de routeplanner gebruikt om de trein naar Antwerpen te nemen, vind je per uur nog maar één snelle verbinding naar Antwerpen, die er een halfuur over doet. Dat er tussen de twee grootste steden van België maar één snelle trein per uur overblijft, vind ik helemaal niet logisch. Ik ben ook niet gerustgesteld. Ik hoop dat erover gewaakt wordt dat we met Deutsche Bahn en andere internationale treinverbindingen niet hetzelfde zullen zien als met de Eurocity Direct naar Amsterdam. Dat is een kapitalisatie. Het is ten koste van het binnenlandse treinverkeer gegaan. Ik betreur dat daar niet meer antwoorden op gekomen zijn. Ik zal dus op dit punt blijven hameren. Begrijp me goed: u vindt in ons een partner voor meer treinverkeer, zowel binnen- als buitenlands. We kunnen echter niet zomaar de binnenlandse treinreiziger opofferen voor meer buitenlands treinverkeer, zoals hier gebeurd is. Ik hoor bovendien van alle kanten dat die Eurocity Direct – die trouwens in Nederland blijkbaar in elk station mag stoppen, in tegenstelling tot in België – zeer weinig gebruikt wordt. Ik heb daar maanden geleden cijfers over opgevraagd, maar ik krijg ze niet. Dat maakt me nog meer ongerust. Voor een buitenlandse trein met een problematische bezetting, wordt dus vandaag zoveel binnenlands verkeer opgeofferd. Ik ben dus niet gerustgesteld door uw antwoord.
De spoorlijn Antwerpen-Brussel
Het verminderde treinaanbod tussen Antwerpen en Brussel door werken in Mechelen
Renovatie en impact op treinverkeer Antwerpen-Brussel
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De zomerse vermindering van treinen tussen Antwerpen en Brussel door spoorwerken in Mechelen zorgt voor capaciteitsproblemen, vooral in de spits, waar pendelaars al kampen met overvolle treinen door eerdere bezuinigingen (o.a. schrapping van 1 op 4 IC-verbindingen voor de Eurocity Direct). Alternatieven zoals omleiding via Muizen of openstellen van de Eurocity Direct voor binnenlandse reizigers werden door NMBS/Infrabel afgewezen omwille van logistieke conflicten en beperkte meerwaarde, terwijl extra rijtuigen en betere communicatie (o.a. via lokale besturen) onvoldoende blijken – ondanks ministeriële beloftes om de dienstkwaliteit en reizigersvertrouwen te herstellen. Pendelaars en TreinTramBus vrezen een blijvende afname van treingebruik door onbetrouwbaarheid, met name als volgepropte treinen de auto aantrekkelijker maken.
Dorien Cuylaerts:
De treinverbinding tussen Antwerpen en Brussel is een van de drukste van het land, zeker tijdens de spits. Onlangs maakte de NMBS bekend dat er tijdens de zomervakantie tijdelijk minder treinen zullen rijden op dat traject, wegens werken aan de brug over de Leuvense Vaart in Mechelen. Door de beperkte beschikbaarheid van sporen en wissels wordt het aanbod aangepast. De IC-treinen blijven behouden tijdens de spits, maar het aantal S-treinen zal tijdelijk verminderen.
Treinreizigersorganisatie TreinTramBus vraagt aandacht voor de impact van die tijdelijke afbouw, zeker gezien de bestaande drukte op dat traject. Ze wijst erop dat de capaciteit sinds de invoering van de nieuwe dienstregeling al onder druk staat. Het is, zoals mijn collega eerder aanhaalde, ook het gevolg van het wegvallen van een op de vier IC-verbindingen tussen Antwerpen en Brussel. Die werd geschrapt om ruimte te maken voor de Eurocity Direct die rijdt tussen Brussel en Amsterdam.
Volgens TreinTramBus zijn er wel degelijk goede alternatieven. Een eerste mogelijkheid is om treinen tijdelijk om te leiden via Muizen. Op die manier kunnen de werken worden ontweken. Mocht dat niet mogelijk blijken, dan kan men overwegen om de Eurocity Direct tussen Antwerpen en Brussel open te stellen voor binnenlandse reizigers. Daarom heb ik een aantal vragen.
Meneer de minister, wat is uw visie op de beslissing om tijdens de zomervakantie minder treinen te laten rijden tussen Antwerpen en Brussel, zeker gezien het belang van die drukke verbinding voor pendelaars?
De NMBS geeft aan dat de Eurocity Direct tijdens de zomer vermoedelijk volledig bezet zal zijn en daarom niet kan worden opengesteld voor binnenlands verkeer. Kan het gebruik van die verbinding geëvalueerd worden? Als blijkt dat er toch ruimte is, wordt dan overwogen om ze alsnog open te stellen voor binnenlandse reizigers?
Een volgende vraag. TreinTramBus stelt ook voor om bijkomende rijtuigen in te zetten op de drukste momenten, zodat de reizigers comfortabel kunnen zitten. Is die mogelijkheid al onderzocht? Is die optie grondig bekeken? Bent u bereid om het over die optie verder met de NMBS op te nemen?
Tot slot, TreinTramBus suggereert om bepaalde treinen tijdelijk om te leiden via Muizen. Volgens de NMBS werd die piste onderzocht, maar niet weerhouden. Kunt u toelichten waarom dat alternatief niet haalbaar bleek te zijn?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, collega, mijn excuses. Ik had in mijn vorige tussenkomst al deels geanticipeerd op deze vraag. Dat was niet helemaal de bedoeling, maar soms lopen de zaken wat door elkaar. Mijn collega Cuylaert heeft het treinverkeer tussen Antwerpen en Brussel daarnet goed geschetst: het staat onder zware druk. Het gaat niet alleen om de intercity’s, maar evengoed om de lokale treinen.
Vorige week heb ik verschillende keren zelf de lokale trein genomen. Ik woon namelijk aan dat traject, in Duffel. Tijdens de spits is er nu slechts één trein per uur extra. Dat is niet bepaald handig, al kan men zich daar nog enigszins naar organiseren. Wat echter opvalt, is dat men telkens het bericht krijgt dat er zes treinstellen zullen zijn, terwijl ik vorige week telkens slechts drie treinstellen aantrof.
Wanneer men in de spits al terugvalt van twee naar één trein per uur, en die trein vervolgens ook nog eens uit slechts de helft van het voorziene aantal rijtuigen bestaat – op een moment waarop het bovendien behoorlijk warm is – dan kan men zich voorstellen hoe oncomfortabel dat is. Het is al vervelend om minder treinen te hebben, maar als die dan ook nog eens half zo lang zijn, wordt het bijzonder pijnlijk.
De vzw TreinTramBus heeft een aantal alternatieven voorgesteld om daar een mouw aan te passen. Wat is uw reactie op die alternatieve voorstellen? Is het mogelijk om de Eurocity Direct toch, eventueel tijdelijk, in te zetten? Kan een omleiding via Muizen alsnog worden overwogen? Hoe evalueert u de communicatie? Op welke manier kan ervoor gezorgd worden dat, ondanks de beperkte treinbediening, er op zijn minst een redelijke trein rijdt – met voldoende zitplaatsen – zodat reizigers niet als sardientjes in een blik vervoerd worden?
Het is echt tijd om het openbaredienstcontract er nog eens bij te nemen en te vragen wanneer de NMBS dat naar behoren zal naleven.
Jean-Luc Crucke:
Mevrouw Cuylaerts, mijnheer Aerts, in het openbaredienstcontract is vastgelegd dat de NMBS de continuïteit en de kwaliteit van de dienstverlening zoveel mogelijk moet waarborgen. In geval van werkzaamheden of overmacht mag de NMBS de treindienst echter tijdelijk aanpassen om werken aan het spoor te faciliteren of om de veiligheid te garanderen.
Die wijzigingen moeten vooraf gecommuniceerd worden. Reizigers moeten op passende wijze geïnformeerd worden, en er moet – voor zover praktisch haalbaar – een alternatief worden voorzien, zoals busdiensten, vervangingen of omleidingen, om de hinder te beperken.
Infrabel heeft samen met de NMBS en andere spooroperatoren verschillende scenario’s bestudeerd om de impact van deze omvangrijke werf voor de reiziger zo beperkt mogelijk te houden.
Op weekdagen omvat het uiteindelijk weerhouden scenario de volgende aanpassing: de S1 Nijvel-Antwerpen zal tijdens de spitsuren in de dominante richting niet rijden tussen Brussel en Antwerpen. De IC07 Charleroi-Antwerpen zal niet rijden tussen Brussel en Antwerpen. In de spitsuren zal er daarna een extra IC in één richting rijden tussen Brussel en Antwerpen.
In het weekend blijven de aanpassingen beperkt tot het inkorten van de S1 Nijvel-Antwerpen-Centraal tot Antwerpen-Berchem op zaterdag.
Ook zijn er aanpassingen aan de dienstregeling van de L23 Antwerpen-Leuven en de IC30 Turnhout-Antwerpen-Centraal. De aansluiting van laatstgenoemde lijn met de IC02 Antwerpen-Oostende zal iets krapper worden. Mortsel-Oude-God zal nog slechts één keer per uur worden bediend in plaats van twee keer.
De NMBS hecht belang aan proactieve en transparante communicatie, vooral bij werkzaamheden die de dienstregeling beïnvloeden. De NMBS informeert de reizigers bijvoorbeeld een maand op voorhand over de aankomende wijzigingen. Voor abonnees biedt de NMBS extra diensten, zoals e-mailmeldingen bij geplande aanpassingen van het treinaanbod. Er worden verschillende kanalen gebruikt om de reizigers te bereiken, zoals de NMBS-website, de app, sociale media en aankondigingen in de stations en op de perrons. Op die manier zorgt de NMBS ervoor dat de reizigers op de hoogte zijn vooraleer de werken van start gaan.
Die aanpak, waarmee op meerdere kanalen en op maat wordt gecommuniceerd, illustreert de transparantie en de klantgerichtheid die de NMBS nastreeft. Bovendien is de kwaliteit van de reizigersinformatie bij verstoringen een indicator in het openbaredienstcontract voor de periode 2023-2032. Op dat punt heeft de NMBS in 2023 zelfs beter gescoord dan verwacht. Dat toont aan dat zij de verwachtingen op het vlak van communicatie over werkzaamheden en wijzigingen in de dienstregeling vervult.
Wat betreft de alternatieven die door TreinTramBus zijn voorgesteld, werd het voorstel onderzocht om treinen te laten omrijden via Muizen en te laten stoppen in Mechelen-Nekkerspoel in plaats van in Mechelen.
Dit bleek niet realiseerbaar wegens conflicten met binnenlandse treinen en goederentreinen. Alle andere alternatieven die werden bestudeerd, bleken ofwel niet uitvoerbaar door Infrabel, ofwel penaliserend voor de reizigers.
Het openstellen van de Eurocity Direct tussen Antwerpen en Brussel voor binnenlandse treinreizigers is door de NMBS onderzocht sinds het begin van het project. De NMBS heeft op basis van de verschillende bestudeerde scenario's geoordeeld dat het openstellen ervan maar een zeer klein gedeelte van het binnenlandse gebruik zou kunnen dekken en dat er genoeg binnenlandse alternatieven zouden zijn voor de reizigers in de verschillende stations tussen Antwerpen en Brussel.
Bij de voorbereiding van het volgende transportplan heb ik de NMBS duidelijk het volgende laten weten.
Je souhaite restaurer la qualité du service et la confiance des usagers dans le service public sur l'axe Bruxelles-Anvers, y compris, si nécessaire, en envisageant de réintégrer l'offre internationale conventionnelle dans l'offre de service public, comme cela se fait d'ailleurs pour la desserte d'autres villes transfrontalières.
Ik heb erop aangedrongen dat er een evalutie wordt uitgevoerd van nieuwe internationale verbindingen en van de ingrepen in het binnenlandse aanbod die er het gevolg van zijn. Ik stel vast dat het ingrijpende karakter van de aanpassingen die tijdens de zomer worden gepland, deze vraag wegens infrastructuurwerken nog meer op scherp stelt. Er zijn werken die moeten plaatsvinden. Een deel van de bestaande beperkingen zijn precies het gevolg van de hernemings- en uittredingswerven die rond Mechelen aan de gang zijn. De exploitatiekeuzes moeten des te meer worden gemaakt met het oog op het optimaliseren van de blijvende capaciteit van het spoor, maar ook van het ingezette rollend materieel. Wat mij betreft is de enige maatstaf het belang van de reizigers.
Dorien Cuylaerts:
Zoals ik tijdens mijn vorige interventie ook al aanhaalde, heeft niet iedereen vakantie in juli en augustus. Heel wat mensen moeten dagelijks blijven pendelen tussen Antwerpen en Brussel. Wij begrijpen uiteraard dat werken aan de infrastructuur nodig zijn en dat die sowieso een impact hebben op de dienstregeling. We moeten echter oog blijven hebben voor het signaal dat we geven. Als we alle pendelaars in volle treinen steken, zullen die op den duur afhaken, zeker als het aanbod ook nog eens te beperkt is. De geloofwaardigheid van de trein als alternatief voor de auto komt dan onder druk te staan. Als zulke reizigers afhaken, winnen we ze helaas niet meer terug.
U verklaarde dat de alternatieven bekeken zijn, maar worden die effectief ook bekeken met TreinTramBus? Worden die organisaties vanaf het begin betrokken, zodat bepaalde zaken ondervangen kunnen worden?
Tot slot blijft het niet-openstellen van de Eurocity Direct, zoals we in december ook al aankaartten, een doorn in het oog. Je ziet een trein passeren, maar hij stopt niet voor binnenlandse reizigers. Nochtans hebben we die reizigers nodig. Het openbaredienstcontract stelt dat we er 30% meer moeten hebben. Gisteren tijdens de hoorzitting hoorde ik dat we daarvoor mikken op toerisme. Duidelijke communicatie blijft daarom van groot belang, want hoe kunnen we die mensen bereiken? Ik hoor dat er gebruik wordt gemaakt van e-mail en dergelijke, maar we moeten nieuwe mensen aantrekken. De reizigers willen een trein die rijdt, maar ook een trein die ze kunnen vertrouwen.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, u spreekt van een voldoende duidelijke en transparante communicatie vanuit de NBMS. Als treinreiziger heb ik dat bericht gekregen, maar er is ook een open brief verschenen van zeven burgemeesters op die lijn, waarin zij aangeven dat ze van niets wisten, dat ze uit de lucht vielen en dat zij waren gecontacteerd door de treinreizigers.
Het is misschien een goed idee dat de NMBS nu eindelijk eens gebruik zou maken van het netwerk van de lokale besturen. Zij staan immers dicht bij hun inwoners en hebben het meest gelezen magazine, namelijk het gemeenteblad, waarmee ze meer mensen kunnen informeren.
De NMBS kan nog grote stappen zetten op het vlak van communicatie, want telkens opnieuw zien we reacties vanuit de lokale besturen. Dat hebben we nu voor met deze tijdelijke treinverbinding, maar evengoed zijn er open brieven gekomen vanuit Mortsel, Boechout en Edegem omdat zij niet voldoende op de hoogte waren en natuurlijk ook omdat zij protesteren tegen de achteruitgang van het aanbod. Voor Mortsel en de zuidrand is dat permanent vanwege de keuze voor de Eurocity Direct, hier is dat gelukkig tijdelijk.
Ik kan er echter niet goed bij waarom nu alleen in de spits treinen geschrapt worden. Die werken gaan toch de hele dag door? Ik vind het moeilijk te begrijpen dat het aantal treinen in lokale stations als Duffel, Kontich, Lint en Hove net op de drukste momenten wordt gehalveerd, maar dat dit niet hoeft gedurende de rest van de dag. Bovendien wordt ook nog eens het aantal wagons gehalveerd, wat de situatie echt helemaal problematisch maakt. Ik hoop dat er ten minste voor wordt gezorgd dat die ene trein per uur die nog rijdt een degelijke trein is waar voldoende mensen kunnen opstappen, ook in de zomervakantie. Er zijn immers nog mensen die naar hun werk moeten.
Voorzitter:
Aangezien mevrouw Depoorter niet aanwezig is, vervalt haar vraag nr. 56005982C.
Het station Antwerpen-Berchem
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Meyrem Almaci kaart de toekomst van station Antwerpen-Berchem aan, een cruciaal maar verouderd knooppunt, waar geruchten over een mogelijke sluiting circuleren en vraagt om duidelijkheid over lopende studies, scenario’s en inspectieverslagen. Minister Crucke (via Infrabel) ontkent kennis van sluitingsplannen en benadrukt Berchems centrale rol in Routeplan 2030 (dubbel knooppunt: interregionaal + multimodaal), met bevestiging van een tweede onderdoorgang maar geen Infrabel-studie. Almaci houdt vol dat er wel een studie loopt (mogelijk door UAntwerpen/Maarten Van Acker) en dringt aan op opdrachtgever, scope en transparantie, terwijl de herkomst onduidelijk blijft. Conclusie: Infrabel ziet geen sluiting, maar onbevestigde academische studies houden de onzekerheid in stand.
Meyrem Almaci:
Mijnheer de minister, ik zit hier nog niet zo lang, maar ik ontwaar een thema in deze marathonsessie.
De lijn tussen Brussel en Antwerpen beroert de harten. Als iemand die dagelijks tussen Antwerpen en Berchem reist, kan ik u zeggen dat het al zeer lang een getroebleerde lijn is. Antwerpen-Berchem is het belangrijkste station in de provincie Antwerpen. Daar stappen de meeste pendelaars over. Velen vertrekken er of komen er aan. Het is een cruciaal treinstation. Antwerpen-Berchem is een van de belangrijkste knooppunten in ons spoorwegnet, zowel op Belgisch als internationaal niveau.
Wie het station bezoekt, merkt dat het behoefte heeft aan wat tender love and care . Het heeft nood aan vernieuwing. We weten dat onder meer de spoorwegbrug zal worden aangepakt en dat er een tweede onderdoorgang aan het station zal worden gecreëerd. We leven op hoop.
We hebben gehoord dat er een studie loopt over de toekomst van het station zelf, naar aanleiding van de staat van de spoorwegbrug. Daarbij zouden verschillende scenario’s op tafel liggen. Er wordt zelfs gesproken over een worstcasescenario, een sluiting, een fermeture de la gare . Dat zou een drama zijn.
Ik zie u al geruststellend neen knikken, maar precies daarom stel ik u vandaag deze vraag. Wat is er gaande? Loopt er een studie? Welke scenario’s worden onderzocht? Wie heeft die opdracht gegeven? Wat is de termijn van die studie? Gaat het alleen over de spoorwegbrug van Antwerpen-Berchem of ook over andere bruggen? Kortom, wat is de scope?
Mijnheer de minister, mag ik er van uitgaan dat u een sluiting uitsluit? Kunt u ons ook de inspectieverslagen van die spoorwegbruggen bezorgen?
Jean-Luc Crucke:
Infrabel deelt mij de volgende informatie mee. De infrastructuurbeheerder is niet op de hoogte van of betrokken bij een studie over de toekomst van het station Antwerpen-Berchem. Infrabel is ook niet op de hoogte van geruchten over een sluiting, integendeel.
Antwerpen-Berchem is een belangrijk knooppunt in het Routeplan 2030, de mobiliteitsvisie die aansluit bij het mobiliteitsplan voor de vervoerregio Antwerpen. Het station Berchem krijgt in dit plan een dubbele functie.
Enerzijds als interregionaal knooppunt voor de trein en anderzijds als multimodaal knooppunt. Berchem vormt in die visie een essentieel element in het voorstadsnetwerk van de vervoerregio Antwerpen.
Infrabel is samen met de NMBS en de stad Antwerpen betrokken bij de ontwerpen en de planning van een tweede onderdoorgang aan het station Antwerpen-Berchem. Het betreft een belangrijke investering, waarbij de sluiting van het station nooit ter sprake is gekomen. Er is bovendien nog nooit een signaal gekomen vanwege de stad of de vervoerregio om de sluiting van het station te onderzoeken.
Alle bruggen in het Infrabelnetwerk, dat er ongeveer 4.800 telt, worden regelmatig geïnspecteerd en op basis van de resultaten van die inspecties worden passende maatregelen genomen.
Meyrem Almaci:
Monsieur le ministre, votre réponse se concentre sur Infrabel. Mais d'autres études sont-elles menées? Wij hebben vernomen dat Maarten Van Acker van de Universiteit Antwerpen daarmee bezig zou zijn. Het lijkt ons interessant om bij Infrabel na te vragen of ze contact kunnen opnemen met die persoon om te bevestigen dat hij daadwerkelijk een studie uitvoert naar de toekomst van station Antwerpen-Berchem. Dat is althans wat wij hebben opgevangen. We krijgen echter geen bevestiging over wie de opdrachtgever is van die studie, die blijkbaar wel loopt. Ik heb genoteerd dat u aangeeft dat er geen signaal van de stad of van de vervoerregio is. Ik ga er dus van uit dat zij ook niet de opdrachtgever zijn. Ik weet niet of het bij de NMBS werd nagegaan. Mocht er vanuit de NMBS of vanuit de universiteit informatie beschikbaar zijn over de studie, mag die altijd schriftelijk of via mail worden bezorgd. In ieder geval horen wij dat er aan de Universiteit Antwerpen een studie zou lopen onder Maarten Van Acker, vandaar de vragen. Het betreft duidelijk geen studie van Infrabel. Dat weet ik, anders had ik het wel aangegeven. Gelet op het belang van dat station als knooppunt – u hebt het zelf benadrukt – is het interessant om te weten wat daar precies onderzocht wordt en door wie. De zoektocht gaat dus verder, maar het zou fijn zijn mocht u ook mee zoeken om te weten in wiens opdracht de Universiteit Antwerpen deze studie uitvoert. Ik zal dat ook zelf verder proberen uit te zoeken, maar bij dergelijke spookstudies is het altijd interessant om te weten waar ze precies vandaan komen. Dank u wel.
Het incident op een trein Luik-Oostende en de lering daaruit voor de veiligheid bij het spoor
Het incident op de trein Eupen-Oostende op 31 mei
Veiligheidsincidenten en lessen voor het spoorvervoer
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een trein tussen Eupen en Oostende werd op 31 mei in Leuven geëvacueerd na de aanhouding van een moordverdachte (betrokken bij een dodelijke steekpartij in Spa), op verzoek van een Luikse onderzoeksrechter, zonder direct gevaar voor reizigers. De actie verliep vlekkeloos dankzij samenwerking tussen politie, Securail en NMBS, waarbij bestaande protocollen effectief bleken maar verder geëvalueerd worden voor optimalisatie. De minister benadrukte het belang van betere coördinatie tussen justitie, veiligheidsdiensten en spooractoren, met name voor Securail’s rol *binnen* treinen. Transparantie en afstemming blijven prioriteiten om vertrouwen in spoorveiligheid te versterken.
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, le samedi 31 mai dernier, un incident est survenu à bord d'un train reliant Eupen à Ostende, en gare de Louvain. Tous les passagers ont été priés de débarquer, sous supervision policière, afin d'être redirigés vers un autre convoi. L'intervention s'est clôturée peu après 18h, mais aucune information officielle n'a, à ce jour, permis de connaître la nature exacte des faits.
Si la rapidité de l'intervention des services de sécurité est à saluer, cet événement, qui a mobilisé les forces de l'ordre et perturbé le trajet de nombreux voyageurs, soulève des interrogations quant aux dispositifs d'intervention prévus dans de telles circonstances, ainsi qu'à la coordination entre les différents acteurs concernés – SNCB, Infrabel, police fédérale et autorités judiciaires.
Dans un contexte où la sécurité dans les transports publics constitue un enjeu majeur de confiance pour les citoyens, une transparence minimale et un retour d'expérience sont essentiels pour renforcer l'efficacité des protocoles existants.
Monsieur le ministre, mes questions sont les suivantes:
Quelle est la nature exacte de l'incident survenu dans ce train en gare de Louvain, et quelles suites judiciaires ont été données?
Quels services ont été mobilisés pour gérer la situation, et quelles leçons opérationnelles en ont été tirées?
Existe-t-il un protocole standardisé pour ce type de situations dans les trains longue distance, et s'il y a eu déclenchement, a-t-il été respecté dans ce cas?
Des améliorations sont-elles envisagées dans la coordination entre la SNCB, la police et les autorités judiciaires dans le cadre de telles interventions à bord des trains?
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses et pour votre engagement à garantir la sécurité des usagers du rail, tout en assurant une transparence bienvenue sur les incidents qui peuvent affecter leur parcours.
Frank Troosters:
Op 31 mei jl. werden de treinreizigers op de verbinding Eupen-Oostende in het station van Leuven gevraagd de trein (onder politiebegeleiding) te verlaten. Ze dienden over te stappen in een andere trein.
Kan de minister toelichting geven over de aanleiding tot het evacueren van de desbetreffende trein?
Was er sprake van een (fysiek) veiligheidsrisico op de desbetreffende trein? Welk was dat risico? Hoe werd het gedetecteerd? Wanneer werd het gedetecteerd? Welke acties volgden na het detecteren van het risico?
Welke lessen kunnen getrokken worden uit het voorval? Welke maatregelen zullen genomen worden om herhaling te voorkomen?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Foret, mijnheer Troosters, het staande houden en evacueren van de trein tussen Eupen en Brussel werd uitgevoerd door de Leuvense politie, op verzoek van een onderzoeksrechter uit Luik. Die maatregel paste in een gerechtelijk onderzoek naar een dodelijke steekpartij die datzelfde weekend plaatsvond in Spa. De vermoedelijke dader bevond zich op dat moment op de trein en kon door de politie worden geïdentificeerd en gearresteerd op verdenking van moord.
De politie werd bijgestaan door Securail en personeel van de NMBS, die instonden voor de evacuatie van de reizigers en hun begeleiding naar alternatieve vervoersmogelijkheden.
Er bevond zich dus één persoon op de trein die verdacht werd van betrokkenheid bij de dodelijke steekpartij in Spa. Op bevel van de onderzoeksrechter werd die persoon van de trein gehaald en gearresteerd. Hoewel de aanwezigheid van een verdachte van een ernstig misdrijf op de trein een potentieel veiligheidsrisico inhield, is er op geen enkel moment sprake geweest van een direct fysiek gevaar voor de reizigers.
De situatie werd snel, professioneel en zonder incidenten beheerd door de politiediensten, in samenwerking met Securail en NMBS-personeel.
L'action policière s'est déroulée sans heurt et efficacement. Le suspect a été localisé et arrêté sans incident. Les passagers ont été évacués de manière ordonnée et renvoyés à d'autres trains.
Bien qu'il n'y ait pas eu de danger immédiat, cet incident montre l'importance d'une bonne coopération entre les autorités judiciaires, les forces de police et le personnel ferroviaire.
Les procédures existantes pour de telles interventions semblent manifestement efficaces, mais elles seront évaluées comme d'habitude afin d'identifier les optimisations possibles et de pouvoir gérer encore mieux les incidents futurs.
C'est aussi dans ce cadre que je travaille avec mon collègue Bernard Quintin pour qu'on puisse mieux coordonner encore les missions de Securail, à la fois pour la partie liée directement au train, mais aussi pour la partie extérieure au train. Comme on peut le voir ici, cela peut aussi se passer dans le train.
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, je vous remercie, ainsi que les services, pour la réponse et les détails des faits, et pour la volonté de mieux coordonner les différentes opérations.
Frank Troosters:
Ik sluit mij daar volledig bij aan.
De schrapping van de lijn Lokeren-Gent-Oudenaarde in de zomer
De open brief van de Antwerpse burgemeesters
De bezorgdheden over de zomerdienstregeling van de NMBS
Het schrappen van de trein Lokeren-Gent-Oudenaarde uit de dienstregeling
Bezorgdheden over NMBS-zomerdienstregeling en geschrapte treintrajecten
Gesteld door
VB
Alexander Van Hoecke
VB
Frank Troosters
N-VA
Dorien Cuylaerts
Groen
Staf Aerts
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS schrapt tijdelijk de S53-trein (Lokeren-Gent-Oudenaarde) en meerdere S-treinen op Antwerpen-Brussel door zomerwerken (o.a. Mechelen) en seizoensgebonden aanpassingen, ondanks protest van 2.000 dagelijkse pendelaars en lokale besturen die slecht geïnformeerd werden. Alternatieven (extra IC-treinen) stoppen niet in kleinere stations, wat mobiliteit voor reizigers zonder auto bemoeilijkt, terwijl de NMBS volhoudt dat communicatie via algemene kanalen (app, media) voldoende was—kritiek blijft hardnekkig op gebrek aan transparantie en overleg. De minister belooft betere afstemming met gemeenten en een evaluatie, maar herstel van de S53 voor september staat vast; structurele oplossingen blijven uit. Vertrouwen in NMBS daalt door jojo-beleid (eerdere schrapping in 2023) en onvoldoende compensatie voor getroffen regio’s.
Alexander Van Hoecke:
Mijnheer de minister, de S53-trein, de trein Lokeren-Gent-Oudenaarde, is sinds 30 juni verdwenen. Althans, volgens de NMBS gaat het om een ingreep die enkel tijdens de zomermaanden geldt. Vanaf september zou de trein dus opnieuw rijden.
Desalniettemin hoeven volgens mij maar heel weinig pendelaars twee zomermaanden lang niet naar hun werk te pendelen. Pendelaars uit de stations Gentbrugge, Eke-Nazareth, Gavere-Asper, Zingem en Eine, samen goed voor dagelijks zowat 2.000 reizigers, zullen in de zomermaanden slechts op één trein per uur kunnen rekenen. Wie pendelt vanuit Gent-Dampoort zal ook niet langer kunnen rekenen op een vlotte overstap in Gent-Sint-Pieters.
Ik las deze week nog dat de Gentse gemeenteraad bij de NMBS een motie heeft ingediend om die trein toch te behouden in de zomer. Als dat echt niet lukt, stelt de Gentse gemeenteraad als optie voor om een van de IC-treinen Gent-Antwerpen tijdelijk te laten stoppen in Gentbrugge.
In het najaar van 2023 verdween de S53-trein ook al eens, dus het is niet de eerste keer, maar eind 2023 konden pendelaars er opnieuw op rekenen. Verschillende buurtcomités hebben zich toen hevig verzet tegen het verdwijnen van die verbinding.
Mijnheer de minister, ten eerste, wat is de precieze reden waarom de S53-trein Lokeren-Gent-Oudenaarde in de zomermaanden geschrapt wordt? Gebeurde dat de afgelopen zomers ook? Indien niet, waarom deze zomer wel?
Ten tweede, werd er over die beslissing op enigerlei wijze publiekelijk gecommuniceerd ten aanzien van de reizigers? Ik heb het zelf moeten vernemen via de pers en vond niet meteen duidelijke communicatie van de NMBS.
Ten derde, zal de NMBS terugkomen op de beslissing om de trein in de zomer te schrappen, gezien het belang voor de pendelaars?
Ten slotte, om welke reden werd die trein in het najaar van 2023 al eens geschrapt?
Frank Troosters:
Door de geplande werken in Mechelen en de tijdelijke inperking van sporen en wissels wordt de treindienst op de drukke verbinding Antwerpen en Brussel afgebouwd. Tijdens de zomerdienstregeling van de NMBS zouden heel wat S-treinen geschrapt worden. Als compensatie voorziet de NMBS extra IC-treinen die echter niet stoppen in de lokale stations van oa. Lint, Hove, Kontich, Mortsel, Duffel, Sint-Katelijne-Waver en Zemst. In een open brief hebben de burgemeesters van deze gemeenten hun bezorgdheid geuit. Ze halen aan dat de extra IC-treinen geen alternatief bieden voor de plaatselijke stopplaatsen en dat betreuren dat de lokale besturen op geen enkele manier geïnformeerd werden over de situatie.
1. Heeft de minister kennis van de beperkingen in het aanbod van de S-treinen in de bovenvermelde regio?
2. Klopt de informatie dat de plaatselijke besturen niet op voorhand betrokken werden voor overleg en niet in kennis gesteld werden? Desgevallend, vindt de minister dit een goede aanpak vanwege de NMBS?
3. Welke maatregelen zal de minister nemen om in de toekomst tot een beter overleg en een betere communicatie tussen de NMBS en de lokale besturen te komen?
4. Behoort een wijziging of aanpassing aan de geplande zomerdienstregeling nog tot de mogelijkheden? Zo neen, waarom niet?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, in een open brief uitten de burgemeesters van Mortsel, Hove, Kontich, Lint, Duffel, Sint-Katelijne-Waver en Zemst hun bezorgdheid over de zomerdienstregeling van de NMBS. Door werken in Mechelen zullen deze zomer heel wat S-treinen tussen Antwerpen en Brussel niet rijden. Het gaat om treinen die als enige halt houden in een aantal kleinere stations op dat traject.
Volgens de betrokken burgemeesters is het voorziene alternatief, extra IC-treinen tussen Antwerpen en Brussel-Noord, ontoereikend voor hun inwoners. Die treinen stoppen enkel in grotere stations zoals Antwerpen-Centraal, Berchem, Mechelen en Vilvoorde. Voor reizigers uit bijvoorbeeld Mortsel, Hove, Kontich, Lint en Duffel betekent dat volgens hen in de praktijk geen alternatief. Velen beschikken niet over een wagen of kunnen zich geen extra parkeer- of brandstofkosten veroorloven. Wie wel met de auto naar een IC-station rijdt, wordt vaak geconfronteerd met dure parkings of een beperkte capaciteit.
De burgemeesters wijzen er bovendien op dat zij vooraf niet geïnformeerd werden over de impact van deze maatregel. Noch werd met hen overlegd, noch ontvingen zij officiële communicatie vanwege de NMBS. Volgens de brief kwamen zij pas via bezorgde reizigers en berichtgeving in de media te weten wat de gevolgen zouden zijn voor hun stations.
Ik heb hierover de volgende vragen:
1. Wat was de reactie van de NMBS op de open brief van de betrokken burgemeesters? En wat was uw eigen reactie als minister?
2. Is het de normale gang van zaken dat lokale besturen niet geïnformeerd worden over ingrijpende wijzigingen in de dienstregeling, ook al hebben die een grote impact op hun inwoners?
3. Werd er bij de opmaak van deze zomerdienstregeling voldoende rekening gehouden met het ontbreken van alternatieven voor reizigers uit de getroffen gemeenten?
4. Zijn er compenserende maatregelen voorzien voor de reizigers die nu hun trein of aansluiting verliezen?
5. Acht u het nog mogelijk om de zomerdienstregeling gedeeltelijk te herzien, zodat minstens tijdens de spits toch nog enkele S-treinen in de kleinere stations kunnen stoppen?
Staf Aerts:
Collega’s, ik wil er niet van beschuldigd worden dat ik het uitsluitend opneem voor de treinreizigers in de provincie Antwerpen, dus stel ik deze keer een vraag namens de treinreizigers in Oost-Vlaanderen. Daar wordt de treinverbinding tussen Lokeren, Gent en Oudenaarde op weekdagen opnieuw geschrapt. Het is daarnet al aangehaald, het gaat dagelijks om 2.000 reizigers die nu opnieuw terugvallen op slechts één trein per uur. De pendelaars die via Gent-Dampoort reizen, zien bovendien hun overstaptijd richting Gent-Sint-Pieters plots verdubbelen tot een half uur. Dat is geen marginale aanpassing meer, het is een stevige aderlating voor een hele regio.
Dat gebeurt trouwens niet voor het eerst, want in het najaar van 2023 was de S53 al eens tijdelijk spoorloos. Onder publieke druk is de verbinding toen stilletjes hersteld. Dat was uiteraard positief, maar het wijst ook op een jojobeleid dat het vertrouwen van reizigers ondermijnt en mensen frustreert. Men organiseert zijn leven immers op basis van een dienstregeling, op het al dan niet kunnen gebruiken van de trein.
Mijnheer de minister, wat is de reden voor het schrappen van die voorstadstrein op weekdagen tijdens de zomer? Waarom werd dat niet proactief gecommuniceerd aan de reizigers? Bent u bereid, als minister, om de NMBS op te roepen om die beslissing te herzien of minstens tijdelijke verzachtende maatregelen te nemen, zoals het laten stoppen van een IC-trein in Gentbrugge, zoals dat vandaag bijvoorbeeld in Beervelde reeds gebeurt? Welke structurele maatregelen neemt u om herhaling van dat soort plotse schrappingen te vermijden en het vertrouwen van de pendelaars in het openbaar vervoer te behouden?
Jean-Luc Crucke:
Geachte Kamerleden, u zult zeker kunnen opmerken dat ik geen voorrechten heb, want de trein van Gent naar Oudenaarde, heen en terug, neem ook ik. Ik leef dus met hetzelfde probleem als jullie.
De NMBS heeft de brieven waarnaar u verwijst, goed ontvangen en beantwoord. Mijn kabinet heeft goed kennisgenomen van de interpellatie aan de NMBS en van haar antwoord.
Zoals u weet, worden deze zomer omvangrijke spoorwerken uitgevoerd in en rond het station van Mechelen. Het gaat onder meer om de restauratie van de derde rivierendeelbrug, onderhoud aan de spoorinfrastructuur en de modernisering van de seininrichtingen. Die werken zijn noodzakelijk om de veiligheid en betrouwbaarheid van de sporen op lange termijn te verzekeren.
Om die ingrepen mogelijk te maken, heeft Infrabel na overleg met alle betrokken spoorvervoerders een aangepast dienstverleningsscenario uitgewerkt. Dat voorziet onder andere in een beperking van het aantal S-treinen tijdens de spits en het tijdig schrappen van bepaalde IC-verbindingen tussen Antwerpen en Brussel.
Tegelijk wordt een extra IC-trein ingelegd tijdens de spitsuren en worden in het weekend enkele aanpassingen aangebracht aan onder andere de S1 Antwerpen-Centraal-Mechelen-Brussel-Nijvel, de L23 Antwerpen-Centraal-Mechelen-Brussel-West-Denderleeuw en de IC30 Antwerpen-Centraal-Mechelen-Brussel-Charleroi-Centraal.
Ik ben mij bewust van de impact van de situatie op de reizigers in de kleinere stations, waar over het algemeen hoofdzakelijk S-treinen stoppen. De NMBS heeft verschillende alternatieve scenario’s bestudeerd met als uitgangspunt de hinder zoveel mogelijk te beperken.
Zo werd het voorstel van de belangenorganisatie TreinTramBus onderzocht om treinen om te leiden via Muizen en te laten stoppen in Mechelen-Nekkerspoel, maar dat bleek niet uitvoerbaar wegens conflicten met andere binnenlandse reizigerstreinen en andere goederentreinen.
Mijnheer Aerts en mijnheer Van Hoecke, zoals elk jaar past de NMBS haar vervoersplan aan tijdens de zomermaanden juli en augustus om zo goed mogelijk in te spelen op de veranderende mobiliteitsnoden. In de zomerperiode daalt het aantal woon-werk- en woon-schoolverplaatsingen aanzienlijk, terwijl het recreatief en toeristisch treinverkeer sterk toeneemt. Bovendien vinden in deze periode ook heel wat infrastructuurwerken van Infrabel plaats.
Vorig jaar maakten bijna 13 miljoen reizigers gebruik van het zomertreinaanbod van de NMBS. Daarom wordt het aanbod gericht aangepast. In de zomer rijden er minder piekuurtreinen, de zogenaamde P-treinen, en minder S-treinen, de voorstedelijke treinen rond de grote steden. Er worden daarentegen extra treinen ingelegd naar toeristische trekpleisters, evenementen en festivals. De beslissing om bepaalde treinen tijdelijk te schrappen, waaronder de voorstadstrein die Gentbrugge bedient, kadert binnen die zomerlogica. Het is dus geen geïsoleerde of uitzonderlijke maatregel, maar maakt deel uit van de bredere jaarlijkse aanpassing van het aanbod.
Die aanpassing is deze zomer inderdaad groter dan oorspronkelijk gepland in het transportplan van de NMBS wegens infrastructuurwerken en verschillende operationele redenen. De keuze gebeurt gericht, op basis van de reizigersdata en met aandacht voor de verschillende vakantieperiodes in Vlaanderen en Wallonië.
Omdat het hier niet gaat om een nationale aanpassing van het aanbod, wordt de communicatie niet per station gesegmenteerd, maar via een algemene campagne gevoerd. Die is opgestart op dinsdag 24 juni en omvat onder meer een gedetailleerd webartikel met het volledig overzicht, aankondigingen in de stations via audio en schermen, een nationale mailingcampagne, waarin ook de vele zomerwerven van Infrabel aan bod komen, berichten op sociale media, een bericht in de NMBS-app en een persbericht, dat door verschillende media werd opgepikt.
De NMBS kan niet terugkomen op de beslissing om een van beide S53-treinen deze zomer te schrappen.
Ook in 2023 werd de S53-trein tijdens de zomermaanden afgeschaft. Aldoor blijven de stations op de S53-lijn bediend via alternatieve verbindingen. Zo krijgt Beervelde tijdelijk een halte op de IC28 tussen De Panne, Gent en Antwerpen. Het laten stoppen van de IC-trein in Gentbrugge is operationeel-technisch niet mogelijk. Er is slechts ruimte om één halte toe te voegen. Aangezien Beervelde anders niet meer bediend zou worden, is de keuze daarop gevallen. De reden voor het wegvallen van de S53-treinen in het najaar van 2023 was een personeelstekort.
Ik begrijp dat dergelijke wijzigingen een impact hebben op sommige reizigers, maar ze maken deel uit van een evenwichtige aanpak waarbij het aanbod wordt afgestemd op de vraag in de verschillende periodes van het jaar. In het openbaredienstcontract tussen de NMBS en de Belgische staat, dat loopt van 2023 tot 2032, is bepaald dat de NMBS bij onvermijdelijke werken de dienstverlening tijdelijk mag aanpassen, op voorwaarde dat dat zorgvuldig gebeurt en de reizigers op gepaste wijze geïnformeerd worden.
De NMBS hecht dan ook groot belang aan transparante communicatie. Via diverse kanalen, zoals de website, de app, sociale media, e-mailmeldingen en aankondigingen in de stations, worden reizigers minstens een maand op voorhand ingelicht over geplande wijzigingen. Betrokken steden en gemeenten worden bij werkzaamheden geïnformeerd door de uitvoerder, met name Infrabel. De NMBS zal samen met de collega’s bekijken hoe dat nog fijnmaziger kan gebeuren.
Ik plan een ontmoeting tussen de NMBS en de geïnteresseerde leden van de commissie voor Mobiliteit om te bekijken welke maatregelen genomen kunnen worden om de communicatie met de NMBS-reizigers te verbeteren. Infrabel informeert, met betrokkenheid van de NMBS, de steden en gemeenten waar werkzaamheden plaatsvinden. Zoals aangegeven zullen we nagaan hoe we nog meer gemeenten kunnen informeren waar er een onrechtstreekse impact is van de werken.
Ik zal blijven samenwerken met de NMBS om een betrouwbaar en hoogstaand treinaanbod te waarborgen, ook voor de reizigers van de kleinere stations op deze as.
Ik zal ervoor zorgen dat de NMBS uw oproep om werk te maken van een structureel sterk aanbod aan S-treinen, ook tijdens de vakantieperiodes, ernstig neemt. Het moet evenwel mogelijk zijn om bijkomende treinen in te leggen, maar dat is bijvoorbeeld niet mogelijk zonder de nodige capaciteit op het spoor.
Net daarom is het zo belangrijk dat er gewerkt wordt aan de spoorinfrastructuur, zodat we het treinaanbod in de toekomst verder kunnen versterken. De S-trein tussen Brussel en Antwerpen rijdt overigens met Desiro-materieel, een van de modernste types waarover de NMBS beschikt.
Alexander Van Hoecke:
Mijnheer de minister, er zijn, zo lijkt het mij, veel vragen door elkaar over zeer specifieke eigenschappen. Als ik het goed begrepen heb, zijn de spoorwerken in Mechelen niet de oorzaak van het verdwijnen van de S-treinverbinding waar ik het over had, met name die tussen Lokeren, Gent en Oudenaarde. Dat is dus niet de oorzaak.
U zegt dat u begrijpt dat die beslissing een impact heeft voor de pendelaars. De pendelaars die deze zomer naar hun werk moeten, hebben daar echter bijzonder weinig aan. Uzelf bent een van hen, maar ik neem aan dat u als minister over meer alternatieven beschikt dan de doorsneependelaar. U stelt dat de aanpassing niet per station wordt gesignaleerd omdat het om een nationale aanpassing gaat.
Misschien moeten we dat toch heroverwegen en overwegen om per station te communiceren. Vandaag is het immers zo dat informatie pas verspreid wordt wanneer er protest is, wanneer er bijvoorbeeld een verbinding wordt geschrapt, en het nieuws daarna de media of sociale netwerken bereikt. Veel pendelaars vernemen het pas dan. Ik hoor u zeggen dat u de communicatie wilt verbeteren, en ik hoop dat dat ook effectief gebeurt. Alles wijst erop dat die communicatie vandaag niet op punt staat.
Als de reiziger echt centraal staat – zoals de NMBS graag beweert – dan zou dat zich ook moeten weerspiegelen in de communicatie en dienstverlening. Ik hoop dat de treinverbinding in september wordt hersteld, maar ik betreur het dat er deze zomer geen enkele tegemoetkoming wordt voorzien voor de pendelaars en dat vooral de kleinere stations niet goed bediend worden. Net daarmee staat of valt het vertrouwen van de reiziger in het openbaar vervoer en in de NMBS. Goede dienstverlening betekent ook dat het volledige grondgebied wordt bediend. Niet alleen de grote knooppunten moeten verzekerd blijven, maar ook de kleinere gebieden.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Wat mij vooral stoort in dit dossier is de manier waarop het tot stand is gekomen, zonder enig overleg of communicatie. Dat komt heel vaak terug in elke commissie. Er schort iets aan de communicatie bij de NMBS. Ik kijk daarom niet in uw richting, maar u bent wel onze spreekbuis. De vorige spreker heeft het ook al aangehaald.
Bij de NMBS lijkt men de dienstregelingen soms te beschouwen als een louter technische oefening op papier. Op papier is het vaak makkelijk, maar in werkelijkheid gaat het over mensen die elke dag op een verbinding rekenen.
Als dan blijkt dat burgemeesters via ongeruste reizigers of krantenartikelen moeten vernemen wat de impact op hun stations is, dan loopt er iets fundamenteel fout, zeker in de communicatie. Het mag dan ook niet verbazen dat het vertrouwen in de NMBS drastisch afneemt.
Ik pleit niet alleen voor een betere dienstverlening, maar ook voor een andere manier van werken. Er moet meer transparantie zijn, meer samenwerking en vooral meer respect voor de lokale besturen.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, de trein tussen Gent en Oudenaarde is wel degelijk plots verdwenen. Mensen hebben dat op een toevallige manier ontdekt. Een week voordat de trein werd afgeschaft, stond dat niet op de website van de NMBS. We kunnen wel zeggen dat de NMBS haar best doet om goed te communiceren, maar dit is toch een flagrant mislukt voorbeeld.
Ik heb uw uitnodiging gehoord om met de geïnteresseerde leden van de commissie met de NMBS in overleg te gaan over de communicatie. Ik zal daar zeer graag aan deelnemen, maar dat lost natuurlijk het probleem van de pendelaars niet op. Het is niet omdat iets op voorhand gecommuniceerd wordt, zoals het geval was op de treinlijn tussen Brussel en Antwerpen, dat het probleem ineens opgelost is. Het probleem blijft dat die mensen hun trein niet meer hebben.
U hebt daarnet vermeld dat u de nieuwe dienstregeling wilt evalueren. Ik hoop dat we dat met de parlementsleden mee kunnen opvolgen en dat we op de hoogte worden gehouden van de manier waarop tegemoetgekomen wordt aan de vele vragen die wij hier stellen.
Ik vrees dat ik voor de antwoorden op mijn honger ben blijven zitten, net als mijn collega's, maar voor de treinreizigers is het nog veel erger, want ook zij zullen op hun honger blijven zitten. Zij moeten zich deze zomer verplaatsen met een verminderde dienstverlening. Dat is jammer om vast te stellen.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, ik weet dat u een vlucht moet halen. Mevrouw Van Hoof zit al heel lang te wachten op een samengevoegde vraag. Wij hebben straks ook nog een interpellatie over de vliegtaks en de inschepingstaks. Lukt dat nog? Goed. Dan gaan we verder.
De toegankelijkheid van treinstations
De problematische toegankelijkheid van de Vlaamse stations
De toegankelijkheid van de Leuvense treinstations
Toegankelijkheid van treinstations in Vlaanderen en Leuven
Gesteld door
N-VA
Dorien Cuylaerts
Open Vld
Irina De Knop
CD&V
Els Van Hoof
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De toegankelijkheid van Vlaamse treinstations blijft zorgwekkend: slechts 30% is nu autonoom bruikbaar voor mensen met een beperking, terwijl de NMBS 176 stations tegen 2032 wil aanpassen—vooral grote knooppunten zoals Gent-Sint-Pieters, Mechelen en Hasselt krijgen voorrang, gekoppeld aan lopende spoorwerken. Kleinere stations (o.a. in de Kempen en Leuvense deelgemeenten) dreigen achterop te raken, ondanks hun cruciale rol voor lokale mobiliteit, wat tot ongerustheid leidt over concrete planning en langetermijnperspectief. Minister Crucke benadrukt prioritering via reizigersaantallen en efficiëntie, maar erkent dat dialogue met belangenverenigingen en jaarlijkse opvolging nodig zijn om de doelstelling te halen. Kritiek blijft dat gebrek aan transparantie voor kleinere stations de vrijheid van mensen met beperkingen onnodig beperkt.
Dorien Cuylaerts:
Onlangs verschenen er alarmerende cijfers in de pers. Maar liefst 70 % van de Vlaamse treinstations is vandaag niet autonoom toegankelijk voor mensen met een beperking en in geen enkele Vlaamse provincie is meer dan de helft van de stations volledig aangepast. De NMBS heeft zich tot doel gesteld om tegen 2032 176 stations autonoom toegankelijk te maken. Vandaag zijn amper 73 op een totaal van 253 stations, minder dan 30 % dus, autonoom toegankelijk. Als we de kaart van Vlaanderen erbij nemen, dan springt vooral de provincie Antwerpen er in negatieve zin uit en dan nog meer bepaald de regio Kempen.
Welke stations zullen de komende jaren autonoom toegankelijk gemaakt worden? Kunt u een overzicht geven van de geplande werken en het bijbehorende tijdschema?
Acht u het realistisch dat de NMBS haar doelstelling van 176 toegankelijke stations tegen 2032 zal halen?
Wat met de stations die vandaag al veel reizigers aantrekken, zoals Gent-Sint-Pieters, dat vandaag nog altijd niet volledig aangepast is? Staat dat op korte termijn op de planning?
Hoe wordt bepaald welke stations voorrang krijgen? Wordt er expliciet rekening gehouden met kleinere, minder drukke stations in regio’s als de Kempen?
Els Van Hoof:
Het Laatste Nieuws kopte dat 70 % van de Vlaamse treinstations niet autonoom toegankelijk is.Op het grondgebied van de Stad Leuven zouden het station van Leuven wel en de stations van Heverlee en Wijgmaal niet autonoom toegankelijk zijn. Een perron is autonoom toegankelijk als er een helling of lift naar elk perron is en de perrons 76 centimeter hoog zijn. Daarnaast moeten ze een geleidelijn voor slechtzienden hebben en moet er minstens één toegankelijke ticketautomaat met assistentieknop in het station staan. De NMBS-woordvoerder gaf aan dat tegen 2032 176 stations autonoom toegankelijk zullen zijn.
Toegankelijke treinstations zijn belangrijk om het treinverkeer toegankelijk te maken voor minder mobiele personen. In het verleden werd de toegankelijkheid van het station van Leuven beperkt door regelmatig defecte roltrappen en trage herstellingen daarvan. Ook vandaag liggen sommige roltrappen stil of wordt eraan gewerkt.
Ik heb voor u de volgende vragen:
Zijn er concrete plannen om de treinstations van Heverlee en Wijgmaal toegankelijker te maken? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn?
Kan u een update geven van de roltrappen in het station van Leuven? Zijn er intussen nog nieuwe problemen opgedoken met de roltrappen? Zo ja, wanneer mag een herstelling verwacht worden?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, collega's, toegankelijkheid is, zoals u weet, een prioriteit van mijn spoorbeleid. Iedereen moet onbelemmerd toegang kunnen hebben tot het openbaar vervoer, inclusief het spoorvervoer. Ik heb dit trouwens recent besproken met de verenigingen die personen met beperkte mobiliteit vertegenwoordigen. Mijn administratie heeft begin juli het eerste platform ‘Toegankelijkheid van het Spoor’ georganiseerd. Dialoog en overleg vormen de kern van mijn beleid om zo goed mogelijk te kunnen beantwoorden aan de legitieme vragen van personen met beperkte mobiliteit.
Om te bepalen hoeveel en welke stations de komende jaren autonoom toegankelijk zullen worden gemaakt, werkt de NMBS volgens de afspraken en met de budgetten die daarvoor door de federale regering worden toegekend. Volgens die afspraken zullen tegen 2032 in totaal 176 stations autonoom toegankelijk zijn. Dat zijn de stations waar ongeveer 70 % van de reizigers de trein neemt. Bij het bepalen van de prioriteiten wordt inderdaad rekening gehouden met de grootte van het station. Een ander element zijn spoorwerken door Infrabel, waarbij ingrijpende aanpassingen aan de perrons nodig zijn. Op dat moment zorgen Infrabel en de NMBS ervoor dat de perrons toegankelijk worden na de werken.
In Oost-Vlaanderen zijn er vernieuwingswerken aan de gang in de stations van Gent-Sint-Pieters, Denderleeuw, De Pinte en Landegem. Die stations zullen autonoom toegankelijk zijn. In Dendermonde wil de NMBS de werken dit jaar nog opstarten.
In West-Vlaanderen zijn vorig jaar de werken in het station van Blankenberge afgerond. De jaren daarvoor gebeurde dat ook in Oostkamp en Beernem. Momenteel zijn er werken aan de gang in het station van Heist, bij Knokke, waar hellingen naar de perrons worden aangebracht.
De komende jaren wil de NMBS vooral in Kortrijk een nieuw, autonoom toegankelijk station realiseren. Ze hoopt die werken zo snel mogelijk te kunnen opstarten.
In Vlaams-Brabant zijn momenteel in heel wat stations al werken aan de gang of staan ze op de planning. Zo worden in het station van Diest dit jaar nog de werken afgerond, waardoor het station autonoom toegankelijk zal zijn. In Vilvoorde zijn er het afgelopen jaar al grote investeringen gebeurd, met onder andere een nieuwe onderdoorgang en een lift naar elk perron. In Tienen zullen de werken spoedig worden gestart. Daarnaast wil de NMBS ook de stations van Landen en Wezemaal de komende jaren autonoom toegankelijk maken.
In de provincie Antwerpen zijn zowel in het station van Mechelen als dat van Antwerpen-Zuid grote vernieuwingswerken aan de gang, waardoor die stations ook autonoom toegankelijk zullen worden. In het station van Mechelen-Nekkerspoel wil de NMBS die werken de komende jaren opstarten. Die stations zijn stations met een groot aantal reizigers en de NMBS wil binnen de toegekende middelen van de federale overheid zoveel mogelijk reizigers bereiken, zoals ik daarnet gezegd heb.
In Limburg zullen de werken in de stations van Hasselt en Kiewit dit jaar nog worden afgerond, zodat beide stations autonoom toegankelijk zullen zijn. In de komende jaren zal de NMBS dat ook doen in de stations van Lommel, Overpelt en Sint-Truiden.
Ik zal erop toezien dat de NMBS een netwerk waarborgt waarin zoveel mogelijk reizigers, ongeacht hun handicap, op een vlotte en autonome manier de trein kunnen nemen. Die doelstelling wordt trouwens ook elk jaar opgevolgd in de prestatiedialoog tussen de NMBS en de overheid.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Wij zijn het erover eens dat toegankelijkheid geen luxe is. Ze is eigenlijk een basisvoorwaarde om gebruik te kunnen maken van het openbaar vervoer. De recente cijfers maken duidelijk dat de situatie zorgwekkend mag worden genoemd.
U hebt een heel aantal stations opgenoemd, maar ik mis daar toch enigszins de Kempen. Het lijkt alsof wij zowel op het vlak van de dienstregeling, nieuwe materialen als toegankelijkheid telkens in de kou blijven staan. Ik zal dus op die nagel blijven kloppen.
Voor mij is het belangrijkste dat mensen met een beperking massaal gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer. Zij moeten er zelfs in kleine stations op kunnen rekenen dat de stations toegankelijk zijn. Dat is immers net hun enige mogelijkheid tot vrijheid en zelfstandige mobiliteit.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, ook ik dank u voor uw antwoord. Toegankelijkheid is inderdaad een basisrecht. Het maakt het mogelijk dat mensen zich onafhankelijk kunnen verplaatsen en niet permanent afhankelijk moeten zijn van anderen om zich van het ene naar het andere punt te begeven. Het is goed dat u stelt dat dat een absolute prioriteit is. Ik heb vorige legislatuur ook heel wat vragen over de problematiek gesteld. Onder andere het station van Oud-Heverlee heb ik zelf bezocht. De afstand om daar tot bij de trein te geraken, is zodanig groot dat zelfs iemand met een goede mobiliteit er moeilijkheden zou kennen. Het is een problematiek die niet alleen tot de verbeelding spreekt, maar die ook heel reëel is en die heel veel zou kunnen oplossen voor mensen die een normaal leven willen leiden. Ik wil u dus aanmoedigen om daar prioritair werk van te maken. Dat is alvast een verschil met de vorige ministers. Wat het Leuvense betreft, ook aan de stations van Heverlee en Wijgmaal moet worden gewerkt. Dat zijn deelgemeenten. Het zou goed zijn om na te gaan wat een en ander betekent voor kleinere gemeenten en hoe de problemen in kaart kunnen worden gebracht wanneer het ooit zover zal zijn dat de NMBS begint te werken aan die stations. Ik begrijp heel goed dat u prioriteiten stelt op basis van de grootte van het station en dat u de werken afstemt op andere spoorwerken om efficiëntie te waarborgen. Een oplossing zou echter ook soelaas bieden aan de mensen die mij vragen, als de werken niet in 2032 gebeuren, of ze dan in 2036 zullen starten. Het is niet erg om de vraag op die manier te stellen. Op dit moment hebben zij immers geen antwoord en dat is misschien nog erger. Ik vraag mij dan ook af waarom het onmogelijk is om daar enig zicht op te krijgen voor de kleinere gemeenten.
De hittegolf en het klimaatplan dat op zich laat wachten
Het Belgische klimaatplan
Het treinverkeer in extreme weersomstandigheden
De hittegolf en de klimaatambities van België en Europa
De klimaatdoelstellingen 2040 en het Belgische klimaatplan
De tijdens de hittegolf afgeschafte P-treinen
Klimaatplannen, hittegolven, treinverkeer, klimaatambities, klimaatdoelstellingen.
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie), Bart De Wever (Eerste minister)
op 3 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De klimaaturgentie staat centraal in een felle kritiek op minister Crucke (Klimaat), die volgens oppositiepartijen het dossier verwaarloost door prioriteiten zoals koopkracht en defensie voorop te stellen—terwijl België achterloopt met het Nationaal Energie-Klimaatplan (PNEC) (deadline juni 2024 gemist) en hittegolven dodelijke gevolgen hebben voor kwetsbare groepen. Critici hekelen symbolische maatregelen (bv. CO₂-taks voor gezinnen) en uitgestelde investeringen (windenergie, spoorinfrastructuur), terwijl de NMBS faalt met verouderd materieel en gecancelde treinen tijdens extreme hitte, wat pendelaars naar de auto drijft. Crucke verdedigt zich door te wijzen op Europese flexibiliteit (90% reductiedoel 2040 met koolstofcompensatie) en coördinatieproblemen tussen gewesten, maar belooft het PNEC voor september 2024 in te dienen—zonder concrete oplossingen voor sociale ongelijkheid (hitte-arme huishoudens) of systeemverandering (publieke investeringen vs. marktafhankelijkheid). Kernpunt: klimaatbeleid ontbeert urgentie en rechtvaardigheid, terwijl de crisis levens kost.
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, "le climat n'est plus une priorité": c’est ce que je vous ai entendu dire cette semaine sur La Première. Vous regrettez peut-être, mais vous l’avez dit!
Franchement, nous savions déjà que les partis de l’Arizona abandonnaient l’ensemble de leurs promesses et de leurs priorités de campagne. Je ne reviendrai pas sur les 500 euros supplémentaires de pouvoir d’achat. Le climat était aussi dans votre programme, monsieur Crucke. Le climat, monsieur le ministre du Climat!
J’ai donc été consternée par vos propos, d’autant plus qu’au même moment, les Belges étaient littéralement en train de mourir de chaud. On a vu, partout dans le pays, des températures record, des personnes cloîtrées chez elles, des personnes en souffrance, de nombreux trains supprimés et des orages violents.
Comme nous le savons, ces pics de chaleur sont clairement liés aux émissions de carbone. Ce que nous attendons d’un ministre du Climat, c’est qu’il se batte et qu’il obtienne des avancées. Or, avec le retour des droites au pouvoir, les enjeux climatiques – qui sont aussi des enjeux sociaux – sont aujourd’hui totalement sacrifiés. Ceux qui en paient le prix sont les ménages à revenus modestes, les locataires et les pensionnés les plus sensibles aux hausses de température.
Nous le constatons en Wallonie avec votre réforme brutale des primes à l’isolation, pour laquelle les familles vous remercient ! Nous le voyons également à l’échelle européenne, où la Commission a revu à la baisse son objectif de réduction des émissions pour 2040, et où les États membres pourront désormais acheter des crédits carbone dans les pays du Sud au lieu de faire eux-mêmes les efforts nécessaires.
Maintenant, c’est au niveau fédéral que tous les plans semblent malheureusement bloqués. Je songe notamment au Plan national Énergie-Climat, pour lequel la Belgique a été mise en demeure le 12 mars dernier. Où en est-on, monsieur le ministre? Avez-vous soumis le Plan social pour le climat à la Commission européenne? Avez-vous pris connaissance d'une étude qui dit que les Wallons seront les plus touchés par le système des quotas carbone? Que faites-vous pour les protéger? Vous augmentez aussi la TVA sur les chaudières au gaz et au mazout et ce sont encore les Wallons qui vont payer.
Monsieur le ministre, il fait peut-être un peu moins chaud aujourd’hui, mais l’urgence climatique est bien là. Quelles sont les solutions de ce gouvernement face aux enjeux climatiques?
Natalie Eggermont:
Collega's, het was ongezien deze warm deze week. Maandagochtend kreeg ik het eerste berichtje op mijn telefoon van iemand die in een maatwerkbedrijf werkt. Er was een collega flauwgevallen en afgevoerd, maar extra pauzes werden geweigerd.
Wij hadden geluk want we hebben airco in het Parlement, maar heel veel mensen hebben hard gewerkt in de hitte, in de fabrieken, met veiligheidsvest, helm, schoenen, alles erop en eraan, of buiten in de volle zon, in de bouw. Al mijn respect voor die mensen. Zij zijn de eerste slachtoffers van de klimaatverandering. Ze zijn het ook beu om telkens het belerende vingertje van de politiek te zien.
Een metallo vertelde mij: “Wij moeten doorwerken in de hitte, en ondertussen komt men ons zeggen dat we met de elektrische fiets naar het werk moeten gaan of dat we onder de douche moeten plassen voor het klimaat. Intussen huurt Jeff Bezos Venetië af voor een bruiloft en laat hij 200 van zijn vrienden overkomen met de privéjet. Wij moeten wel met de fiets naar het werk om het klimaat te redden."
De huidige hittegolf is geen uitzondering meer. Dit is het nieuwe normaal, collega's. Voor veel jongeren is dat de toekomstvisie die ze van de politici vandaag meekrijgen. Wat doet de politiek dan? Ik heb een collage gemaakt. Men gaat afwachten.
Er is nog altijd geen Belgisch klimaatplan. De deadline is opnieuw gemist. Weten jullie wanneer die deadline was? Dat was 30 juni 2024, een jaar geleden. De ambities gaan dus achteruit. Gisteren, midden in de hittegolf, versoepelde de Europese Commissie haar klimaatdoelstellingen. Daar hadden ze blijkbaar ook last van de hitte. Deze week werd ook beslist dat investeringen in een nieuw windmolenpark op zee tot minstens 2032 worden uitgesteld.
Wat lukt er dan wel? De invoering van een Europese koolstoftaks voor Belgische gezinnen, die kan oplopen tot 650 euro per gezin per jaar. Voor dergelijke maatregelen zijn de traditionele partijen altijd te vinden, om in de zakken van de mensen te zitten. Dat is geen klimaatbeleid, dat is asociaal pestbeleid.
Mijnheer de minister, wat gaat u doen om verantwoordelijkheid te nemen voor het klimaat, zonder in de zakken van de mensen te zitten?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, de voorbije dagen was het puffen. Het was snikheet, dat hebben we allemaal gevoeld. Temperaturen liepen op tot 38 graden. Het was de warmste 1 juli ooit. Historisch dus eigenlijk. Wie met de trein moest reizen, heeft het geweten. Ik gooi het enigszins over een andere boeg, want mijn vragen gaan uiteraard over de treinen.
De treinen die vandaag rijden, zijn te oud, te onbetrouwbaar en te krap. Het resultaat daarvan is treinen zonder airco, veel afgeschafte treinen en haltes die zomaar worden overgeslagen, dat alles zonder duidelijke communicatie. Erger nog, de reizigers zitten opeengepakt als sardienen in een blik. Bij de huidige hitte is dat niet alleen oncomfortabel, maar ronduit gevaarlijk.
Wat creëert de NMBS daarmee? Wel, mensen die afhaken. Wanneer men letterlijk zit weg te smelten in de trein, dan begint men natuurlijk naar de auto te kijken en dan neemt men die gewoon weer. Dat terwijl in het openbaredienstcontract staat dat we 30 % meer reizigers op de trein moeten krijgen tegen 2032. Hoe valt die situatie nog uit te leggen?
Het is trouwens bijzonder toepasselijk, want vorige week lag de aanbesteding voor de nieuwe treinstellen op tafel bij de NMBS. De raad van bestuur besliste het dossier on hold te zetten. De voorkeur ging opnieuw uit naar het Spaanse bedrijf CAF, ondanks eerdere kritiek en het arrest van de Raad van State. Daardoor dreigt Alstom, met vestigingen in Brugge en Charleroi, opnieuw uit beeld te verdwijnen. Net nu is de nood aan nieuwe treinstellen nochtans bijzonder groot.
Mijnheer de minister, hittegolven kunnen we niet stoppen. Wat we wél kunnen doen, is zorgen voor modern en betrouwbaar materieel en niet pas binnen tien jaar. Mijn vraag is dan ook heel eenvoudig: kunt u toelichten wat de stand van zaken is in het aanbestedingsdossier?
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, les températures s'affolent. L'été est suffoquant. On vient encore de l'entendre, le seuil symbolique de 1,5°C a été dépassé. Nous souffrons tous de la chaleur et les scientifiques parlent aussi d'un dépassement de 3°C dans les scénarios les plus pessimistes.
Les risques sur la santé des plus vulnérables, l'impact de la sécheresse sur l'agriculture, nos forêts qui se dégradent, l'impact sur la biodiversité et même sur notre mobilité, la liste des impacts du réchauffement climatique sur notre vie est longue. L'épisode de chaleur que nous vivons cette semaine est un rappel supplémentaire, un énième rappel à l'urgence d'actions concrètes. Si certains veulent oublier le climat, lui, il ne vous oublie pas, comme vous le rappelez souvent.
Alors, comment avancer pour répondre à tous ces enjeux? Il faut plus que jamais développer une politique durable dans tous les domaines de façon transversale. Durable sur le plan budgétaire, le gouvernement y travaille. Durable sur le plan économique, l'appel des entreprises wallonnes pour un objectif clair montre que la demande des entreprises est bien réelle. Durable sur le plan des émissions carbone, vos efforts pour enfin aboutir à un plan climat vont dans ce sens.
Mais il ne suffit pas d'être volontariste. Il faut agir finement pour que la transition prenne en compte nos réalités territoriales et financières.
Monsieur le ministre, j'ai trois questions dans cette optique de répondre au réchauffement climatique et de nous faire avancer dans le bon sens. Que pensez-vous des objectifs de réduction de gaz à effet de serre que la Commission européenne a présentés hier? N'y a-t-il pas un risque finalement que ces objectifs s'enlisent à force de compromis et de flexibilité? Comment avance le Plan national Énergie-Climat dont on vient de parler? Le précédent gouvernement, je le rappelle, n'avait pas su aboutir et la Belgique traîne toujours ce dossier depuis trop longtemps. Enfin, quels sont vos objectifs pour faire de la transition un levier social qui diminue les inégalités plutôt que de les renforcer?
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, hier encore Bruxelles étouffait: 38 degrés sur la Grand-Place. La science l'affirme: sans actions fortes, ces températures extrêmes seront la norme. Quand il y a le feu, on ne demande pas aux pompiers de faire une pause. Or, face à l'urgence, votre gouvernement temporise et regarde les flammes monter.
Malheureusement, le dérèglement climatique tue. Chaque été, ce sont des dizaines de milliers de personnes qui meurent à cause des vagues de chaleur. Et ce sont toujours les mêmes qui en payent le prix: les ouvriers sur les chantiers, des livreurs à vélo, des aînés coincés dans des logements surchauffés, les travailleurs d'usine. Les précaires crèvent en silence pendant que le gouvernement perd du temps.
La Commission européenne vient d'annoncer d'ailleurs un objectif de moins 90 % d'émissions nettes d'ici à 2040. Alors, je suis d'accord, sur le papier, ça claque! Mais dans les faits, c'est rempli de passe-droits – crédits carbone à l'étranger, transfert d'efforts entre secteurs –, avec une trajectoire molle jusqu'en 2035. Résultat: on annonce l'ambition, mais on organise l'inaction. Mettre du vert sur des politiques qui foncent droit dans le mur, ce n'est pas du progrès, c'est du sabotage.
Monsieur le ministre Crucke, vous avez qualifié ce texte d'équilibré. Moi, j'y vois une ambition au rabais, et je suis sûre que Jean-Luc sera d'accord avec moi. Pendant ce temps, en pleine canicule, la Belgique souffle sa première bougie de retard pour son Plan national é nergie-Climat (PNEC) – retardé par la Flandre, dois-je le rappeler? Nous sommes derniers de la classe avec la Pologne, et je trouve ça un peu honteux. Je pense que vous pouvez être d'accord avec moi.
Monsieur le ministre, je vous pose des questions simples. La Belgique soutiendra-t-elle, oui ou non, enfin un vrai objectif climatique ambitieux, à savoir une réduction de 90 % des émissions ici, sans tricher avec des crédits carbone à l'autre bout du monde? Quand et comment le gouvernement arrêtera-t-il officiellement sa position sur l'objectif 2040 et sur l'objectif intermédiaire de 2035? Quelle est votre feuille de route concrète – date, état, arbitrages interrégionaux – pour déposer enfin un PNEC crédible et compatible avec l'accord de Paris?
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, dames en heren, als trouwe pendelaar heb ik deze week een nieuwe term geleerd: de saunatrein. Een saunatrein is een oudere trein zonder airconditioning die tweemaal per dag uitrijdt en tussendoor geparkeerd staat onder de volle zon. Voor het comfort van de reizigers en het personeel laat de NMBS die trein uitzonderlijk niet rijden bij extreme weersomstandigheden.
De NMBS verwijst dus naar het comfort, maar dat moeten we met een grote korrel zout nemen. Onze pendelaars hebben deze week immers extra hard gezweet, meer dan wie ook. Naast hittestress moesten ze ook afrekenen met treinstress. Ze zagen namelijk de ene trein na de andere geschrapt worden, waardoor van comfort helemaal geen sprake meer was. Wie was de pineut? Onze hardwerkende middenklasse, die elke dag pendelt naar het werk, want die middenklassers krijgen helaas geen hitteverlof van hun baas.
Mijnheer de minister, ik hou mijn hart alvast vast voor de winter die voor de deur staat. Dan leer ik wellicht een nieuwe term kennen: de iglotrein. Die term kan alvast ingeroepen worden als het te koud wordt.
Pendelaars in de kou laten staan – of in dit geval in de hitte – is voor cd&v helemaal niet oké. Ik pleit hier al langer voor een stipte dienstverlening van het openbaar vervoer. Dat zou een topprioriteit moeten zijn. Het moet het speerpunt vormen van uw beleid. Of het nu te koud of te warm is, probeer dat maar eens uit te leggen aan Jan Modaal die gewoon op zijn werk moet raken. Er is nood aan een beleid dat werkt bij elke weersomstandigheid.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le président, chers collègues, je me permettrai de commencer, car sinon je manquerais à toute civilité et à toute amitié, par souhaiter à Mme Maouane un merveilleux anniversaire, malgré les chaleurs que l'on connaît.
(Applaudissements)
(Applaus)
Madame Meunier, je suis certain que vous m'avez lu rapidement. Peut-être avez-vous cru, en prenant un mot, traduire une pensée qui n'est pas la mienne. Ce que j'ai dit, et je le maintiens, c'est qu'aujourd'hui, pour un certain nombre de personnes, peut-être, malheureusement majoritaires, la fin du mois et la dérégulation de notre géostratégie sont devenues à ce point des priorités qu'effectivement, parfois, elles ne mettent plus en premier lieu le climat. Ce n'est pas parce que je constate que c'est ainsi que je partage cette idée et que je considère qu'il n'y a pas lieu d'adopter encore une vitesse surdimensionnée en la matière. Mais être aveugle face à cela, c'est ne pas pouvoir objectiver une réponse.
On m'a posé des questions sur la planification, le Plan national é nergie-Climat. Comme je l'ai dit, et je le répète, ma collègue Melissa Depraetere dans le gouvernement flamand fait un travail qui n'avait pas été fait précédemment. Elle s'est engagée à le terminer pour fin juin, début juillet. Je n'ai aucune raison de penser qu'elle n'y arrivera pas et je la soutiens complètement.
En ce qui concerne le fédéral, nous pourrons décider également avant le 21 juillet. Je rappelle quand même que ce qui est en rade, c'est le précédent PNEC, qui a été recalé par l'Europe. C'est bien pour cela qu'on a dû s'y atteler. Je me suis engagé vis-à-vis du commissaire européen à déposer personnellement les quatre études ou projets avant le 21 juillet, et je le ferai. Il faudra ensuite faire ce qu'on appelle le réguler, ce qui sera fait par l'administration. Au mois de septembre, tout sera déposé. Rien n'est changé dans le timing.
S'agissant du Plan social Climat, vous avez raison, nous sommes en retard. Mais 26 des 27 pays européens sont en retard. Seule la Suède l'a remis. Les mesures sont connues tant par les Régions que par le fédéral. Nous devons encore nous coordonner, nous concerter, et arbitrer le pourcentage, la division des recettes entre les uns et les autres. J'ai reçu mandat du gouvernement pour qu'au nom du fédéral, je puisse négocier une fourchette de 10 à 20 % pour le fédéral. Cela me semble important parce que certaines compétences, tant au niveau économique, par rapport aux micro-entreprises, sur un plan fiscal, que vis-à-vis des citoyens, sur les aides sociales directes, ne relèvent que du fédéral. Je crois donc que les Régions pourront comprendre cela aussi.
Gisteren heeft de Europese Commissie, weliswaar met enige vertraging, ambitieus haar voorstel voor de klimaatdoelstellingen voor 2040 voorgesteld. Er wordt gestreefd naar een vermindering van de netto-uitstoot met 90 %, in overeenstemming met de aanbevelingen van de Europese wetenschappelijke raad voor het klimaat. Dat voorstel voorziet ook in drie flexibiliteitsmechanismen: een beperkte openstelling voor internationale kredieten, erkenning van permanente binnenlandse opslag en intersectorale flexibiliteit. Die doelstelling voor 2040 zal duidelijkheid en zichtbaarheid bieden aan onze burgers en bedrijven, die langetermijninvesteringen moeten kunnen plannen. Ik denk dus dat ons land die voorstellen kan volgen.
De gevolgen van de hittegolf beperken zich echter niet tot de gezondheid. Ook onze infrastructuur heeft eronder geleden. U hebt het zelf gemerkt en ik ook. Ik heb maandagavond namelijk meer dan drie uur nodig gehad om thuis te geraken.
Sinds 15 mei is het plan voor hittegolven en ozonpieken op nationaal niveau van kracht. Ondanks de inspanningen waren de verstoringen aanzienlijk. Ik heb de NMBS en Infrabel gevraagd om snel een gedetailleerd verslag en gestructureerd actieplan voor te leggen om dat soort van storingen te voorkomen.
Les perturbations observées sur notre réseau ferroviaire ne sont ni isolées ni propres à la SNCB. Elles s'inscrivent dans des tendances plus larges. En Belgique, plusieurs incidents ont été constatés. Lundi soir, un train est resté bloqué à Wuustwezel, en province d'Anvers. Il s'agissait d'un train néerlandais opérant sur notre réseau. Mardi, un train de marchandises est tombé en panne à Haecht. Des dommages ont également été constatés à la caténaire à Neerpelt et à Mol. Ces incidents sont qualifiés de mineurs. Pour ma part, ils ne le sont pas.
In Frankrijk heeft de hittegolf geleid tot vertragingen en afgelastingen in de treindienst. In heel Europa laten spoorweginfrastructuren beperkingen zien bij extreme weersomstandigheden.
Tout cela signifie qu'effectivement, plus que jamais, la Belgique – mais pas seulement elle – doit considérer que ces événements ne sont pas dus au hasard, mais qu'ils sont dus au réchauffement climatique. C'est donc avec confiance, mais détermination (…)
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, j'entends vos explications, mais je ne peux pas admettre qu'un ministre du Climat se résigne à déplorer que le climat ne soit plus une priorité. Ce n'est pas compréhensible, ni par moi ni par personne, à part peut-être par Trump ou d'autres climatosceptiques. Surtout quand on vit un épisode comme celui de cette semaine, où les températures étaient record. Cela semble être votre devoir, en tant que ministre du Climat, de ramener ce débat au premier plan.
Ce retrait des politiques climatiques nous paraît être une erreur pour les entreprises, parce que si on veut remettre l'Europe sur la carte, il faut au contraire miser sur la transition. Et c'est une erreur pour les citoyens, en particulier les plus fragiles, parce que ce sont eux, dans les quartiers denses, dans les passoires énergétiques, qui souffrent le plus des pics de chaleur.
Ensuite, je dois vous dire que les marchés internationaux du carbone nous inquiètent. J'attends, de ce point de vue, une position ferme de la Belgique sur l'objectif 2040. Je ne manquerai pas de revenir sur ce sujet en commission.
Natalie Eggermont:
Dank u wel, mijnheer de minister.
Ik meen dat we tot de kern van het probleem moeten gaan. We kunnen het klimaatprobleem niet oplossen met de recepten die we tot hiertoe hebben toegepast, namelijk verder vertrouwen op de markt en op de investeringen van de privébedrijven. Maar dat recept blijft u wel herhalen.
Hoe komt dat? Privé-investeringen gaan natuurlijk naar waar winst te halen is en de fossielebrandstofindrustrie windt er ook helemaal geen doekjes om dat ze zullen blijven investeren in fossiele brandstoffen. British Petrol, één van de grote spelers heeft het dit jaar nog gezegd. Ze schroeven de ambities voor hernieuwbare energie terug en gaan terug naar olie en gas.
Superveel winsten hebben de energiebedrijven gemaakt door de crisis in Oekraïne. Die winst is gegaan naar nieuwe investeringen in olie en gas en naar de aandeelhouders. Dus nee, de markt zal het probleem niet oplossen. We hebben grootschalige publieke investeringen nodig, investeringen in isolatie en openbaar vervoer, in hernieuwbare energie. Die komen er niet. Jullie vinden ineens miljarden, maar ze gaan niet naar het klimaat, ze gaan naar oorlog.
Een goede raad die nu circuleert op de sociale media is de volgende: stay cool, stay hydrated, and fight capitalism!
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik zou u willen danken voor uw antwoord, maar ik heb op mijn vraag helaas geen antwoord gekregen.
De realiteit duldt geen uitstel. Treinstellen van meer dan 50 jaar oud laten rijden zonder airco op dagen met 38°C, dat is niet meer verantwoord. We moeten dringend investeren in modern materiaal dat bestand is tegen de uitdagingen, ook tegen extreme hitte.
Maar het gaat niet alleen over goede treinen. Het gaat ook over een goed beleid. Wanneer we voor zo'n grote investering staan, moeten we kansen creëren voor jobs in eigen land. In Brugge en in Charleroi werken vandaag duizenden mensen in de spoorindustrie.
Zoals collega Maaike De Vreese al een aantal keren heeft aangekaart, is de tewerkstelling in Brugge van groot belang, zowel voor de regio als voor de toekomst van onze industrie. Nu is het moment om te kiezen voor goede treinen en voor maximale werkgelegenheid in eigen land.
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses et pour l'annonce des progrès que vous avez accomplis dans le Plan Énergie-Climat et qui prouvent que le climat se situe bien au centre de vos priorités.
Vous avez aussi rappelé la nécessité de réconcilier économie et écologie. Ce n'est pas toujours simple, mais je sais que vous y travaillez. De même, vous avez indiqué la difficulté de faire avancer l'agenda environnemental face aux conflits et aux populismes. J'estime qu'il en va de notre responsabilité collective. Chez Les Engagés, nous voulons avancer. Il faudra le faire avec nos entreprises et nos concitoyens, comme vous venez de le dire, au moyen d'une planification coordonnée et responsable.
Les politiques climatiques et environnementales qui punissent et attaquent la qualité de vie de nos concitoyens n'ont fait qu'encourager une levée de boucliers contre les politiques climatiques ambitieuses. Aujourd'hui, nous devons tous être unis, au lieu de nous diviser, dans le combat climatique. Vous y travaillez énormément, afin que nous gagnions ce combat.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, chers collègues, merci pour vos bons vœux! Monsieur le ministre, merci pour vos réponses.
Je ne vous apprends rien, mais 95 % des décès dus aux événements climatiques extrêmes sont causés par la chaleur. Avant-hier, une femme est morte à la plage, tandis qu'un homme est décédé voici quelques jours sur un chantier. Ce sont chaque fois des publics très vulnérables qui sont touchés.
Monsieur Crucke, j'étais triste de vous entendre dire à la radio, même si c'était pour le regretter, que le climat n'était pas une priorité. Ce n'est pas ce que pensent une majorité de Belges puisque, selon un sondage, 80 % d'entre eux estiment que le climat doit constituer une priorité. Les milliards accordés à la Défense devraient plutôt servir à la transition juste.
Monsieur le ministre, j'ai une suggestion à vous soumettre. Avoir quitté le MR vous a fait du bien. Avoir rejoint Les Engagés était ambitieux, mais peut-être pas assez. Alors, j'invite Jean-Luc à rejoindre les verts, le parti pour lequel la fin du monde et les fins de mois forment le même combat.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden. Ik heb vooral goed naar u geluisterd en stel vast dat u vanuit verschillende invalshoeken werk wilt maken van een robuuste dienstverlening op het spoor. We zullen u daarin alle vertrouwen moeten geven en in overleg moeten treden met verschillende actoren en stakeholders, zodat we samen kunnen werken aan een fundamentele aanpak. Het gaat daarbij om een goede infrastructuur, kwalitatief personeel en duidelijke communicatie met de reizigers. Ook de spelregels verdienen aandacht, want die moeten we misschien aanpassen om de capaciteit van het spoornet optimaal te benutten. In dat verband zal ik binnenkort een resolutie indienen. U zult daar in de commissie nog meer over horen. Voor cd&v is het belangrijk: te koud of te warm mag geen spelregel zijn voor Jan Modaal, die moet kunnen rekenen op een stipte en betrouwbare spoorwegdienstverlening. We geven u dan ook alle vertrouwen om daar de komende maanden werk van te maken. Dank u wel.
De tender voor de levering van 600 treinen en de gevolgen voor de werkgelegenheid in België
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 26 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Annick Lambrecht (Vooruit) dringt erop aan dat de NMBS de 3,4 miljard euro-treinenbestelling toekent aan Alstom Brugge (700 banen op spel) in plaats van Spaanse concurrent CAF, ondanks een prijsverschil van 100 miljoen euro, om lokale werkgelegenheid en expertise te behouden. Minister Crucke benadrukt de autonomie van de NMBS en wijst op lopende technische en juridische rapporten die de uiteindelijke beslissing bepalen, zonder zelf in te grijpen. Lambrecht blijft kritisch, verwijzend naar buurlanden die eigen industrie beschermen, en eist garanties voor Belgische jobs. De minister belooft transparantie en maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar stelt geen concrete oplossing voor.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, morgen is voor velen een dag als een andere, maar niet voor de 700 werknemers, de vele toeleveranciers en hun families van treinenbouwer Alstom in Brugge. Al hun jobs zijn bedreigd. De NMBS startte immers onderhandelingen met het Spaanse CAF. Onbegrijpelijk!
Alstom Brugge is een lokaal bedrijf met wereldfaam, met een expertise om trots op te zijn, om te koesteren. Maar morgen zou de raad van bestuur van de NMBS een beslissing nemen over een megabestelling van nieuwe treinen voor maar liefst 3,4 miljard euro.
Mijnheer de minister, het kwalitatieve verschil tussen het Spaanse bedrijf en Alstom Brugge is miniem. Het prijsverschil tussen de offerte van het Spaanse bedrijf en dat Alstom bedraagt 100 miljoen euro, 100 miljoen aan belastinggeld. Een keuze voor het Spaanse CAF zou de doodsteek betekenen voor Alstom Brugge, voor 700 werknemers, want een dergelijke aanbesteding zorgt voor jarenlange werkzekerheid.
Mijnheer de minister, Vooruit werkt elke dag keihard voor wie werkt. Ik herhaal mijn vraag: hoe garandeert u lokale werkgelegenheid in ons land in het kader van de betreffende aanbesteding, maar ook in het kader van toekomstige aanbestedingen?
Jean-Luc Crucke:
Mevrouw de volksvertegenwoordigster, ik dank u voor uw vraag. Allereerst wil ik een fundamenteel principe in herinnering brengen. Men kan niet de autonome bedrijfsvoering van autonome overheidsbedrijven eisen en tegelijk de minister vragen naar de concrete gevolgen van een beslissing. De NMBS beschikt over juridische autonomie en beslissingsautonomie. Die autonomie wordt geregeld door haar statuten, de beheersovereenkomst en het recht dat van toepassing is op autonome overheidsbedrijven.
Beslissingen over de plaatsing van overheidsopdrachten, in casu in de zogenaamde deal van de eeuw voor de vernieuwing van het rollend materieel, vallen onder de exclusieve bevoegdheid van de raad van bestuur van de NMBS. Die raad handelt volledig onafhankelijk. Overigens, geen enkele vertegenwoordiger van de partij Les Engagés heeft er zitting in.
Om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen, heeft de NMBS twee aanvullende rapporten laten opstellen, een technisch en een juridisch rapport, om allerlei elementen te onderzoeken alvorens haar oorspronkelijke keuze te bevestigen of te herzien. Als minister beschik ik momenteel niet over die rapporten. Het is dan ook onmogelijk om vooruit te lopen op of commentaar te geven over de inhoud van een conclusie die nog niet bekend is..
Ik zal uiteraard met grote aandacht de verdere stappen van de raad van bestuur volgen en ervoor zorgen dat, met inachtneming van de autonomie van de ondernemingen, de beginselen van transparantie, maatschappelijke verantwoordelijkheid en eerbiediging van het recht volledig worden gewaarborgd.
Tot slot, ik zal in het kader van de twee interpellaties ter zake straks uitgebreider terugkomen op aspecten die u in uw vragen aan de orde brengt.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, maar het stelt mij niet gerust. Voor de 700 werknemers van Alstom Brugge is het bang afwachten. Het is onbegrijpelijk, andere landen zorgen ook voor hun eigen werknemers. Kijk maar naar de buurlanden. Wij krijgen het niet uitgelegd dat onze NMBS zou kiezen voor een Spaans bedrijf in plaats van eigen kwaliteitsvolle werknemers. In België spoort men toch best met een trein die hier gemaakt is? Ja toch? Vooruit is de enige partij die steeds zal blijven opkomen voor alle werknemers van Alstom Brugge en wij rekenen op u.
De luchtvaartpolitie
De versoepeling van grenscontroles in Brussels Airport, de luchthaven van Zaventem
De grenscontroles op Brussels Airport
De grenscontroles in Zaventem
De instructie inzake versoepelde paspoortcontroles door de luchtvaartpolitie
De versoepeling van de grenscontroles op Brussels Airport
De grenscontroles door de luchtvaartpolitie
Grenscontroles en versoepelingen op Brussels Airport door de luchtvaartpolitie
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 11 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de versoepeling van grenscontroles op Brussels Airport (Zaventem) via een omstreden interne instructie (art. 9 Schengengrenscode), die illegaal en veiligheidsrisico’s bleek, leidend tot het ontslag van de directeur. Het structurele personeelstekort (23% bij Zaventem, 16% landelijk) en onvoldoende controleboxen veroorzaken lange wachtrijen, terwijl de minister kortetermijnoplossingen aankondigt: Frontex-steun, een zomerplan met extra capaciteit, en beloftes voor recrutering en uitbreiding controleposten. Kritiek blijft op traagheid, gebrek aan transparantie en de nood aan structurele versterking om veiligheid *en* efficiëntie te garanderen.
Ridouane Chahid:
Monsieur le ministre, depuis plusieurs mois déjà et à de nombreuses reprises, nos aéroports font l'objet de files d'attente assez longues aux contrôles policiers à la frontière des différents aéroports. La semaine dernière, j'ai soumis cette question en raison de longues files observées à l'aéroport de Bruxelles-National consécutives, entre autres, aux retours du week-end prolongé. L'attente a parfois atteint plus de 80 minutes. À cet égard, la police fédérale expliquait que cette situation était notamment due à l'afflux important de voyageurs lié en l'occurrence à la période du long week-end et à l'arrivée simultanée de plusieurs vols internationaux. Soit, on sait que cette situation se répète depuis plusieurs mois, pas uniquement en périodes de vacances ou de longs week-ends.
Vendredi dernier, le directeur de la police aéronautique aurait envoyé une communication interne au personnel de Brussels Airport dans laquelle il demande d'assouplir les contrôles aux frontières à l'aéroport de Bruxelles-National lorsque l'affluence y est élevée. Or, des informations qui ressortent de cette note, celle-ci ne semble pas conforme aux lignes directrices en vigueur. Par ailleurs, monsieur le ministre, on apprend que le directeur en question a démissionné de ses fonctions hier parce qu'il ne peut plus exercer ses fonctions "de manière sereine et adéquate". On ne sait pas trop ce que cela veut dire.
Monsieur le ministre, aviez-vous connaissance de cette note interne? Celle-ci est-elle la conséquence du manque d'effectifs à l'aéroport de Bruxelles-National?
Pouvez-vous faire le point sur les effectifs actuels de la police aéronautique des six aéroports Schengen que compte notre pays? Dans quelle mesure le cadre est-il actuellement rempli? Des recrutements sont-ils prévus ou en cours?
Concernant les deux principaux aéroports du pays, Bruxelles-National et Charleroi Bruxelles-Sud, quels moyens humains mais aussi matériels ont-ils été mis en œuvre pour éviter de telles files? Qu'en est-il des portiques automatiques commandés à l'époque par le ministre Jambon et qui ont malheureusement rencontré de nombreux défauts techniques depuis leur mise en œuvre? Leur remplacement était d'ailleurs prévu à partir de 2023. Qu'en est-il?
Enfin, monsieur le ministre, dans quelques semaines, une grande majorité des Belges partiront sans doute en vacances. Dans cette perspective, des dispositions seront-elles prises?
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, ik heb een interpellatieverzoek ingediend over deze onverkwikkelijke zaak, eerst en vooral omdat flagrante schendingen van onze veiligheidsprotocollen nooit te verantwoorden zijn, laat staan dat ze verantwoord zouden worden door commerciële redenen. Ik wil dan ook benadrukken dat de recente onthullingen over de versoepeling van grenscontroles op de luchthaven van Zaventem zeer zorgwekkend waren. Bij de luchtvaartpolitie van Brussel-Zaventem is vorige week intern commotie ontstaan nadat de directeur van de luchtvaartpolitie zijn korps het bevel had gegeven om artikel 9 van de Schengengrenscode structureel en preventief toe te passen bij de aankomstzone.
Artikel 9 van de Schengengrenscode bepaalt dat grenscontroles aan de buitengrenzen alleen in buitengewone en zeer onvoorziene omstandigheden tijdelijk kunnen worden versoepeld, dit alleen na maximale inzet van alle beschikbare middelen. De beslissing tot versoepeling moet bovendien worden genomen door de bevelvoerende grenswachter ter plaatse en mag niet systematisch of preventief worden toegepast.
De bedoeling van deze instructie was om wachtrijen te vermijden, ook wanneer er geen sprake is van onvoorziene omstandigheden of capaciteitsoverschrijding. Uit de interne communicatie bleek bovendien dat het debat over deze toepassing "gesloten is verklaard". Uiteraard snoert men zo onze agenten op het terrein de mond. De klokkenluiders hebben daarop zowel mijzelf als de pers gecontacteerd. Dat mag eigenlijk niemand verbazen, want dit kan absoluut niet door de beugel. Het is volstrekt onwettig en volledig onverantwoord.
Drukte op de luchthaven is geen geldige reden om grenscontroles te verzwakken. Op die manier geeft men een duidelijk signaal: wie slechte bedoelingen heeft of valse papieren gebruikt, hoeft alleen maar op een druk moment aan te komen en wordt zonder meer tot het land en de hele Schengenzone toegelaten. De gevolgen van deze beslissing voor de veiligheid zijn immens. Dat weet u, mijnheer de minister.
De klokkenluiders hebben dit kracht bijgezet, want concreet zouden met de huidige bezetting en de structurele toepassing dagelijks minstens 2.000 à 2.500 passagiers passeren, de zogenaamde derdelanders, die niet aan veiligheidscontroles en inreisvoorwaarden tot de Schengenzone worden onderworpen.
Als dit blijvend zou worden gehandhaafd tijdens de zomerperiode, dan spreken we over 6.000 tot 8.000 passagiers. Ook de vakbonden trekken terecht aan de alarmbel. De luchthaven investeert en breidt uit, maar met de veiligheidsdiensten wordt daarover hoegenaamd geen overleg gepleegd. De noodkreet van de luchtvaartpolitie op het terrein om versterking krijgt geen gehoor.
Mijnheer de minister, het is een oud zeer. Men kampt immers al decennia met personeelstekorten en men is aangewezen op een handvol controleboxen voor paspoortcontroles. Er worden meer controlepunten en extra personeelsleden beloofd, maar die komen er nooit.
Intussen zijn er alweer een aantal dagen verstreken en de situatie werd alleen erger. Na de hele saga die vorige week begon, vond de directie van de luchtvaartpolitie het blijkbaar ook nodig om de politievakbonden ervan te beschuldigen valse informatie te verspreiden. Iedereen die het wou het weten had nochtans de mail in handen waarin zwart op wit werd aangetoond dat de directeur van de luchtvaartpolitie om een versoepeling van artikel 9 had gevraagd. Dat is ontoelaatbaar en het verziekt de sfeer binnen de politie.
Ik ben dan ook verheugd gisterenavond vernomen te hebben dat de directeur van de luchtvaartpolitie zijn verantwoordelijkheid heeft genomen en zijn ontslag heeft aangeboden. In de pers lees ik dat men op zoek is naar een geschikte opvolger.
Ik veronderstel, zoals u trouwens al hebt verklaard, dat het versoepelen van artikel 9 ook voor u onmogelijk door de beugel kan en we dat onmiddellijk zullen blokkeren.
Zal u Brussels Airport Company wijzen op de dringende noodzaak om het aantal grenscontroleposten uit te breiden, zodat bijkomend personeel bij piekmomenten ook effectief kan worden ingezet? U weet, mijnheer de minister, dat er een tekort is aan grenscontroleposten. Om een of andere duistere reden sleept dat dossier al een half jaar aan en wordt er blijkbaar geen vooruitgang geboekt.
Mijnheer de minister, de volgende vraag betreft u. Gaat u extra personeel voorzien voor onze luchthavenpolitie? U hebt daarover tijdens de bespreking van uw beleidsnota en de beleidsverklaring een aantal ballonnetjes opgelaten, maar ik stel vast en hoor ook van mensen op het terrein dat er weinig schot in de zaak komt. Daarvan is eigenlijk nog niets concreets te merken.
Een mogelijke oplossing, mijnheer de minister, is dat er een passende vergoeding, een zogenaamde premie, wordt uitgeloofd voor LPA-agenten. Dat zou perfect wettelijk mogelijk moeten zijn. Dat is trouwens vergelijkbaar met wat andere gespecialiseerde politie-eenheden, zoals de cavalerie, ontvangen. Ook zij krijgen dergelijke premies. Het zou misschien soelaas bieden om extra personeel aan te trekken voor de luchtvaartpolitie op onze nationale luchthaven, maar ook in Charleroi en de andere luchthavens, en die zo op korte termijn te versterken.
Ik kijk alvast uit, mijnheer de minister, naar uw antwoorden op deze vragen.
Voorzitter:
De heer Vander Elst is nog niet aanwezig, dus het woord is aan de heer Vandemaele.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, het leek dit weekend wel een klassieke Vlaamse deurenkomedie. Het ene nieuws was nog niet koud of het volgende was er al. Eerst zouden er afgezwakte grenscontroles komen en kort daarna werd er gezegd dat dit helemaal niet waar was. Nog een beetje later kwam het document met de instructie boven water, waarna de federale politie niet anders kon dan zeggen dat het toch een beetje waar was, maar dat ze het toch niet zou doen en het document zou intrekken. Dit weekend was geen toonbeeld van goed bestuur.
Hoe komt het dat, al dan niet tijdelijk, iemand de instructie gaf voor soepeler grenscontroles? Wie had dat beslist? Was dat enkel van toepassing op Brussels Airport of ook op de regionale luchthavens? Ik heb op een schriftelijke vraag het antwoord gekregen dat er tussen 06.00 uur en 22.00 uur douanecontroles zijn in Wevelgem International Airport. Dat is de max, want daar vertrekken op een topdag wel 17 mensen, maar de douane is daar wel aanwezig omdat sommigen die luchthaven koste wat het kost willen openhouden. Was die minder strakke douanecontrole dus ook op die luchthavens van toepassing?
Wat is de huidige instructie? Verloopt de controle opnieuw zoals wettelijk werd bepaald, namelijk dat men gewoon zijn werk moet doen? Hoe zullen we omgaan met de zomerpiek? We weten dat we binnen enkele weken een heel grote piek zullen krijgen. Voor mijn fractie zijn commerciële belangen in ons land duidelijk altijd ondergeschikt aan de veiligheidsbelangen. Er kan daarover geen discussie bestaan, maar als overheid moeten wij ervoor zorgen dat er voldoende voltijdsequivalenten beschikbaar zijn om die controles te doen. Zult u daarvoor zorgen?
Franky Demon:
Mijnheer de minister, afgelopen weekend raakte bekend dat de federale politie een instructie uitstuurde om op basis van artikel 9 van de Schengengrenscode tijdens piekmomenten de paspoortcontroles op de luchthaven van Zaventem te versoepelen. Die mogelijke versoepeling roept ernstige vragen op over de impact ervan op de nationale veiligheid van ons land. Het zou concreet inhouden dat geseinde of veroordeelde criminelen zomaar in het lang en in het breed bij ons binnen kunnen wandelen.
De politiemensen op het terrein en de vakbonden trokken hiervoor terecht aan de alarmbel. Vanuit de directie van de federale politie werd ontkend dat dergelijke instructie bestond. Later moest men toegeven dat er toch een e-mail verstuurd was en dat er intern onderzoek werd opgestart.
Het vertrouwen tussen de vakbonden en de directie was hierdoor ernstig verstoord. Het ACV diende een stakingsaanzegging in, maar trok die opnieuw in, nadat de directie haar communicatie had bijgestuurd. Intussen raakte bekend dat de directeur van de luchtvaartpolitie naar aanleiding van de heisa opstapt. De federale politie verklaarde dat hij zijn functie niet langer op een geschikte en serene wijze kan uitoefenen.
Ja, mijnheer de minister, de luchtvaartpolitie kampt al een hele tijd met een personeelstekort. In de vorige legislatuur is al geprobeerd om extra personeel toe te voegen. Maar de krapte blijft. Laat ik duidelijk zijn: op de veiligheid van de luchthavenbezoekers en van het personeel mag niet bespaard worden.
Kunt u bevestigen dat de instructie waarvan sprake, definitief niet toegepast is of zal worden? Kunt u toelichting geven bij uw zomerplan om de luchtvaartpolitie op de luchthaven van Zaventem de komende maanden te versterken? Welke concrete maatregelen zult u nemen om de komende maanden lange wachtrijen te voorkomen? Kunt u garanderen dat er op geen enkel moment ingeboet zal worden op de bescherming van de nationale veiligheid?
In welke bijkomende maatregelen voorziet u om op langere termijn het personeelstekort bij de luchtvaartpolitie aan te pakken? Hoe verklaart u de communicatie van de federale politie, waarin het bestaan van de instructie eerst ontkend werd en nadien toch werd bevestigd?
Het vertrouwen tussen de vakbonden en de directie van de luchtvaartpolitie is mijns inziens deels geschaad. Welke maatregelen zult u nemen om de vertrouwensband te herstellen en sociaal overleg weer een kans te geven? Plant u zelf ook een overleg met de vakbonden?
Maaike De Vreese:
Mijnheer de minister, het is niet de eerste keer dat we het in onze commissie over de grenscontroles op onze luchthaven in Zaventem hebben. Jammer genoeg zien we daar bij piekmomenten zeer lange wachtrijen. De grenscontroles duren veel te lang. Dat is niet alleen economisch schadelijk, maar ook nefast voor het imago van onze luchthaven.
Plots gaat dan de instructie rond om toepassing te maken van artikel 9 van het Schengenverdrag, met als doel over te gaan tot soepelere controles aan de grens. Dat is natuurlijk absoluut niet de oplossing. Veiligheid moet altijd prioritair zijn. De rest is daaraan ondergeschikt. Als de politie de grens niet langer op een degelijke manier controleert en personen die voor ernstige feiten gesignaleerd staan, dus ongehinderd het land binnen kunnen, is zij toch niet goed bezig op het vlak van veiligheid, laat staan dat zij iets doet aan de toename van illegalen. Dan neemt zij haar taak niet au sérieux.
We hebben de saga uitgebreid kunnen volgen in de pers, tot en met het ontslag van de directeur. Er loopt ook een intern onderzoek naar de precieze feiten. Er zijn wel degelijk inspanningen geleverd om de capaciteit uit te breiden, maar de uitbreiding is slechts gedeeltelijk uitgevoerd; Wij blijven ook tijdens deze legislatuur inzetten op de versterking van de LPA, omdat we willen dat niet alleen onze nationale luchthaven, maar ook de andere luchthavens vlot grensverkeer garanderen.
Mijnheer de minister, kunt u bevestigen dat er een intern onderzoek loopt? Wat is er volgens u precies gebeurd? Hebt u zelf de instructie gegeven om de controles te versoepelen? In de pers lees ik van niet, maar kunt u dat hier nogmaals bevestigen in de commissie? Helaas lopen wij telkens weer een stuk achter de feiten aan.
Was de uitgestuurde instructie conform de geldende richtlijnen? Werd het artikel nog ingeroepen en wanneer dan precies? Hoe zit het in andere luchthavens? Hoe zit het met Schengengrenscontroles op andere locaties? In Brussel-Zuid voert de spoorwegpolitie ook grenscontroles uit. Hoe zit het daar met de personeelscapaciteit en de wachtrijen? Hoe wordt daar omgegaan met de piekmomenten?
U komt binnenkort met een zomerplan. Hoe zult u de komende zomerpieken opvangen? Bestaat daarvoor een specifiek plan, bijvoorbeeld voor Zaventem of voor Brussel-Zuid? Kan er eventueel geschoven worden met personeel? Hoe verhouden de personeelscapaciteiten zich tot elkaar en is het mogelijk om te schuiven of net niet? We moeten natuurlijk wel vermijden dat we de problemen gewoon verschuiven van de ene locatie naar de andere.
In hoeveel extra personeel voor de LPA werd er de voorbije vier jaar voorzien en hoeveel kwam effectief in dienst? Met welke maatregelen zult u ervoor zorgen dat de ambities bij de LPA ook daadwerkelijk worden waargemaakt?
De directeur heeft ontslag genomen. Ik veronderstel dat er intussen een waarnemend directeur werd aangesteld. Hoe verloopt de verdere procedure? Ik denk dat er zo snel mogelijk een goede chef aan het hoofd moet komen om orde op zaken te stellen.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, zoals mevrouw De Vreese al aangaf, ook al heb ik mijn vraag nog maar een week geleden ingediend, door de media-aandacht en het feit dat er intussen al heel wat is gebeurd, is zij enigszins achterhaald. Dat betekent niet dat het onderwerp minder belangrijk is geworden. De wachtrijen op de luchthaven van Zaventem vormen niet alleen een veiligheidsprobleem, ze schaden ook het imago van Brussels Airport, de toegangspoort tot onze hoofdstad en tot het hart van Europa.
We moeten er dus alles aan doen om de veiligheid op Brussels Airport te garanderen, zodat alles daar veilig en efficiënt kan verlopen. Het probleem is niet nieuw. Het sleept al jaren aan. Heel wat ministers, zeker de vorige, hebben al gezegd dat ze het probleem bij de luchtvaartpolitie zouden oplossen, dat er extra in geïnvesteerd zou worden en dat er extra personeel zou worden aangeworven, maar het blijft een pijnpunt. Ik denk dat daar de sleutel ligt. Ik veronderstel dat ook u ervan overtuigd bent dat we opnieuw in de luchtvaartpolitie moeten investeren en ervoor moeten zorgen dat daar voldoende personeel beschikbaar is.
Afgelopen weekend zijn een aantal opmerkelijke dingen gebeurd. Zo werd ervoor gekozen soepeler om te gaan met de grenscontroles bij een grote toeloop van passagiers. Het befaamde artikel 9 van het Schengenverdrag werd daarvoor ingeroepen. Dat artikel voorziet in een versoepeling van de grenscontroles bij onvoorziene omstandigheden. Dat is het principe van artikel 9 van het Schengenverdrag, maar ik denk niet dat dat de juiste oplossing is. Ik vermoed dat u daar hetzelfde over denkt.
We mogen de veiligheid niet in het gedrang brengen, ook niet als er lange wachtrijen ontstaan. De veiligheid moet continu gegarandeerd zijn, ook op Brussels Airport. Daarom heb ik drie vragen.
Ten eerste, bent u het met mij eens dat artikel 9 van het Schengenverdrag op het ogenblik niet kan worden ingeroepen door de luchtvaartpolitie? Hoe zult u dat realiseren?
Ten tweede, mijn vraag of u nog overleg met de directeur plant, is intussen zonder voorwerp, aangezien hij ontslag heeft genomen. Maar hoe zult u dan in overleg gaan met de luchtvaartpolitie, opdat de controles opnieuw ordentelijk verlopen en de situatie in orde komt?
Ten derde, hoe zult u het personeelstekort bij de luchtvaartpolitie op korte termijn oplossen, zodat de controles op onze luchthaven opnieuw veilig kunnen worden georganiseerd?
Voorzitter:
Zijn er collega's die wensen aan te sluiten bij dit actualiteitsdebat? (Neen)
Bernard Quintin:
Madame et messieurs les représentants, je vous remercie pour vos questions qui comportent, comme cela apparaît clairement, trois éléments essentiels: la sécurité nationale, le strict contrôle frontalier, notamment pour lutter contre l’immigration illégale, et la qualité du service aéroportuaire aux entrées internationales de notre pays, plus singulièrement à Bruxelles-National – un point qui, vu mon passé récent, me tient particulièrement à cœur.
Je tiens également à préciser, en guise d’introduction, qu’il n’existe, dans mon esprit comme dans mes actions, aucune contradiction entre les intérêts économiques et la sécurité, les deux devant aller de pair.
Il est un fait que la police aéronautique, et plus particulièrement l’entité de l’aéroport de Bruxelles-National, souffre depuis de nombreuses années d’un déficit capacitaire structurel. Le déficit capacitaire actuel global de la direction de la police aéronautique (LPA) s'élève à 16 %. Ce dernier se concentre essentiellement sur Bruxelles-National où il atteint les 23 %, ce qui signifie que l'on compte 408 agents au lieu des 534 prévus au cadre. Je pourrais peut-être vous envoyer les informations concernant le reste des effectifs, mais je peux déjà vous dire que le déficit à Deurne est de 22 %, avec 17 agents au lieu de 22. Nous constatons évidemment que la proportion est très différente en termes de possibilité d’affecter le personnel là où il est nécessaire.
Voor een internationale luchthaven als Brussel-Nationaal, die een onmisbare schakel vormt in het geïntegreerde grensbeheer, is het noodzakelijk dat de luchtvaartpolitie over voldoende capaciteit beschikt om al haar taken uit te voeren. Daarom zal ik de luchtvaartpolitie en haar uitrusting versterken. Dat is nodig om in te spelen op de veranderende aard van de activiteiten op luchthavens, de toename van het aantal vluchten buiten de Schengenzone en de stijging van het aantal passagiers.
Ik ben trouwens op 9 mei ter plaatse geweest om toe te lichten wat we zullen doen voor de luchtvaartpolitie, haar personeelsbezetting en de uitrusting waarmee zij moet werken met het oog op het identificeren van elke passagier, het controleren van alle mogelijke internationale signaleringen en het nagaan van het verblijfsrecht en de geldigheidsduur van de verblijfstitels van personen.
Zoals aangegeven in mijn algemene beleidsnota, zijn er aanvullende begrotingsmiddelen vrijgemaakt. Ondanks talrijke rekruteringsacties blijft het aantal Nederlandstalige kandidaten dat zich via mobiliteit en externe rekrutering bij de LPA op Brussel-Nationaal aandient echter ontoereikend. Er worden eventueel bijkomende maatregelen genomen en versterkt om aan de behoeften van de luchtvaartpolitie te voldoen.
Het eentalig karakter van de functies bij de luchtvaartpolitie op Brussel-Nationaal is een knelpunt dat de verantwoordelijke voor de rekrutering al jarenlang vaststelt. In dat kader heeft de federale politie, naast initiatieven op het vlak van rekrutering, ook een proefproject getest. Momenteel wordt nauwkeurig onderzocht welk kader het best aansluit bij de internationale realiteit van de luchthaven, met strikte inachtneming van de regels.
Wat de grenscontrole betreft, naast de rekrutering van nieuwe politiemensen en de versterking van de opleiding, zodat politiemensen bevoegd zijn voor zowel grenscontrole evenals repatriëring als escorteur, heb ik ook het koninklijk besluit gefinaliseerd ter uitvoering van de Frontexwet, die een jaar geleden, in mei 2024, werd aangenomen. Dat koninklijk besluit is intussen gepubliceerd en heeft ons in staat gesteld om Europese steun aan te vragen in de vorm van Frontexagenten, met name voor Brussel-Nationaal. Dat gebeurt ter ondersteuning en onder leiding van onze politiemensen.
En outre, pour les équipements, des portiques automatiques – les eGates – qui accompagnent le travail de la LPA ont bien été installés à l'aéroport de Bruxelles-National où ils sont opérationnels. Précisément, 18 eGates sont actifs aux arrivées – dont six pour les transferts intra-Schengen – et 18 sont actifs aux départs. Ils ont également été installés à l'aéroport de Charleroi Bruxelles-Sud ou ils sont au nombre de 12, soit 6 aux arrivées et 6 aux départs.
U begrijpt dat dit een van mijn prioriteiten is. Het regeerakkoord voorziet in een verscherping van de waakzaamheid aan onze internationale toegangspoorten. Ik ben daarmee nu al enkele weken bezig om een antwoord te bieden op die structurele uitdaging, ook op heel korte termijn, zodat we een oplossing kunnen vinden voor de situatie tijdens de drukke zomer- en vakantieperiodes.
Om de zomerpieken op te vangen, werkt de federale politie momenteel aan een specifiek versterkingsplan, zodat er voldoende capaciteit is om alle nodige controleposten te bemannen op de zogenaamde oranje en rode dagen. Dat versterkingsplan is nu beslist en zal binnen twee weken in werking treden. Zo wordt de wachttijd aan die posten beperkt en wordt een strikte en volledige grenscontrole gegarandeerd. Dat moet ook het geval zijn in moeilijke omstandigheden, zoals bij vluchtvertragingen die gevolgen hebben voor het vertrek van een andere vlucht buiten de Schengenzone.
Dat afgerond plan omvat capaciteiten die moeten voldoen aan de strenge veiligheidseisen, maar tevens moeten zorgen voor een goed onthaal van de passagiers op Brussel-Nationaal. Dat vereist overigens een gezamenlijke en gecoördineerde aanpak met de uitbater van de luchthaven, die de vluchtplanningen en vooral de dagelijkse wijzigingen moet doorgeven. Bovendien moet worden opgemerkt dat de uitbater ook verantwoordelijk is voor de controle van passagiers en hun bagage. Ik herhaal dat het dus om een gezamenlijke taak gaat en dat er regelmatig overleg plaatsvindt dat op dit niveau nog moet worden versterkt.
Wat betreft het intern onderzoek dat door de directie van de federale politie werd ingesteld naar aanleiding van de richtlijnen die vorige week in Brussel-Nationaal zouden zijn gegeven voor de grenscontrole, heeft de federale politie mij zondag laten weten dat een intern onderzoek wordt ingesteld naar het beheer van de controles. Dinsdag heeft ze mij meegedeeld dat de directeur zijn functie heeft neergelegd en dat een vervanger zal worden aangeduid. Ik geef verder geen commentaar op die individuele situatie, die onder de verantwoordelijkheid van de federale politie valt.
Het spreekt voor zich dat wij ervoor zorgen dat alle passagiers van buiten de Schengenzone systematisch aan een strikte grenscontrole worden onderworpen, met inachtneming van de geldende regels in het kwalitatief kader en via een duidelijk en transparant teammanagement voor de politiemensen van de LPA.
Op heel korte termijn zullen de diensten dus in staat zijn om het zomerplan voor Brussel-Nationaal af te ronden en te implementeren. Dat plan is essentieel in het licht van wat we al veel te lang vaststellen op onze internationale luchthaven Brussel-Nationaal, wat een negatieve invloed heeft op het imago van ons land. Het is ook een belangrijk element van onze economische en commerciële aantrekkingskracht, naast de prioriteit op het vlak van veiligheid en de strijd tegen illegale immigratie.
Pour être tout à fait précis, il est évident que l'article 9 – qui est très utile et important dans le cadre de Schengen – doit répondre à ce à quoi il doit répondre, c'est-à-dire des situations tout à fait exceptionnelles.
L'exemple que j'ai pris ces derniers jours, c'est le début de la guerre d'invasion de la Russie contre l'Ukraine. Face à un afflux à vos frontières de dizaines voire de centaines de milliers de personnes, il est évident qu'à ce moment-là, il faut ouvrir les frontières et faire les contrôles à l'arrière des frontières eu égard à la pression qui est exercée. C'est cela, l'esprit de l'article 9. Il ne peut en aucun cas être invoqué s'il y a une pénurie de personnel. Je n'étais pas informé de cette communication interne qui avait été donnée par le directeur, qui a tiré pour lui-même et pour son service les conséquences de cette situation.
Je souhaite insister sur le fait qu'il est pour moi – en fonction de ma qualité de ministre de la Sécurité et de l'Intérieur mais aussi d'ancien ministre des Affaires étrangères et d'ancien diplomate – évidemment très important que ces questions de files, qui peuvent parfois durer jusque trois heures, soient vraiment résolues. Je peux vous assurer que c'est un point très important dans ma politique pour toutes les raisons que je vous ai données.
Ridouane Chahid:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses assez précises et assez franches. Je suis aussi intéressé par les chiffres que vous avez donnés sur les effectifs. Pourraient-ils être envoyés à toute la commission?
J'entends que vous allez procéder à des recrutements et à un renforcement des contrôles. Nous sommes évidemment d'accord pour dire que la sécurité, surtout aux entrées des aéroports, doit être garantie. Elle ne peut pas être négociable. Il n'y a pas de discussion là-dessus.
J'entends aussi que la note est une initiative personnelle du directeur, qui en a tiré les conséquences. Je pense cependant que s'il a pris l'initiative de le faire, c'est parce que son service était dépassé par les événements et qu'il n'était plus en mesure d’assurer les missions légales qui étaient les siennes, en faisant en sorte que les contrôles soient faits. En soi, c’est une grave erreur. Je dis encore une fois qu'il a tiré les conséquences lui-même de cette erreur.
Je pense que, politiquement, nous devons aussi réfléchir à ce qu'un directeur ne puisse plus prendre cette initiative parce qu'il est en manque d'effectifs et parce qu'il se dit qu'il ne va pas pouvoir assurer les missions légales qui sont les siennes.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijke antwoorden. Een aantal antwoorden heb ik echter gemist.
Om te beginnen sluit ik me aan bij de vorige spreker. Het zal inderdaad van het grootste belang zijn om het effectieve aantal luchtvaartpolitieagenten op onze luchthavens te versterken en dat zou op zeer korte termijn moeten gebeuren. Verschillende collega's hebben ernaar verwezen: de zomervakantie komt eraan en wij kunnen het ons echt niet meer veroorloven om daarmee te talmen. U verwijst deels naar de taalvereiste, wat een probleem zou zijn. Ik zou u toch willen vragen om dat in acht te nemen. Het moet toch mogelijk zijn om voldoende tweetalig personeel te voorzien om de veiligheid te waarborgen.
U hebt ook gesproken over de inzet van Frontex-agenten. Ik kan daar alleen verheugd over zijn. Het gaat inderdaad over derdelanders die ons land binnenkomen en die wel degelijk systematisch gecontroleerd zouden moeten worden.
Het klopt inderdaad, mijnheer de minister, dat er nu 12 boxen zijn op de luchthaven van Brussel. Van de mensen op het terrein verneem ik echter dat dat veel te weinig is. Men kan personeel voorzien om die boxen te bemannen, maar ze volstaan blijkbaar niet om de verwachte grote toestroom op te vangen. Ik hoop dat u niet alleen bij de directie uw oor te luisteren legt, want ik heb daarin momenteel - toch wat de vorige directeur betreft - niet veel vertrouwen meer. Ik hoop dat u wel naar de politieagenten luistert, die uiteindelijk het werk op de vloer moeten uitvoeren.
Ik heb u een oplossing proberen aan te bieden, namelijk de toekenning van een premie om de versterking van de luchtvaartpolitie in een stroomversnelling te brengen. U hebt daar niets over gezegd. Ik hoop, mijnheer de minister, dat u dat toch in overweging zou durven nemen, want we moeten alles op alles zetten om dat effectief personeelskader, waarbij er nu meer dan 100 agenten te kort zijn, zo snel mogelijk in te vullen.
Ik heb naar aanleiding van uw antwoorden ook een motie van aanbeveling ingediend, waarin ik ongeveer hetzelfde vraag als wat ik in mijn uiteenzetting heb toegelicht, namelijk om de grenscontroleposten uit te breiden, de luchtvaartpolitie te versterken en te garanderen dat een dergelijke situatie zich niet opnieuw kan voordoen.
Verder vraag ik om de buitengrenzen veilig te houden en daarvan een prioriteit te maken binnen het veiligheidsbeleid.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, uw veiligheidsbeleid valt of staat natuurlijk met de buitengrenzen. We kunnen daar niet op toegeven. Ik meen dat het heel belangrijk is voor onze veiligheid dat we ze strikt blijven controleren.
Ik hoorde u op een bepaald moment zeggen dat u over wat er afgelopen weekend in Zaventem gebeurd is niet veel commentaar meer kunt geven en dat dit de federale politie toekomt. U bent baas van de federale politie. Ik ben fan van ministers en regeringen die toch een beetje daadkracht uitstralen. Ik meen dus dat u die mannen moet berispen. Ze maken ons land belachelijk, ze maken de politie belachelijk en ze spelen met onze veiligheid. Ik meen dat we dat niet zomaar blauwblauw mogen laten. Ik hoop dat u, minstens intern, hard op tafel hebt geklopt en dat u gezegd hebt dat het nu wel genoeg is met dat soort onnozelheden.
U verwees ook naar de exploitant van de luchthaven. Nu, de luchthaven van Zaventem exploiteren is zeer lucratief. Er worden tonnen geld verdiend met de exploitatie van de luchthaven. Het is voor de exploitant van de luchthaven dus maar een heel kleine moeite om budgetten vrij te maken en de nodige inspanningen te doen. Klop maar hard op tafel. Ze kunnen daar heel mooie plannetjes maken over hoe de luchthaven er over 20 jaar moet uitzien, maar de exploitant heeft nu ook verantwoordelijkheden. Die moet nu ook ingrijpen. Ik hoop dus dat u daarop aandringt.
Ik hoorde u zeggen dat er vandaag 126 voltijdsequivalenten te kort zijn. Hoe u dat tekort op korte termijn zult oplossen, met de zomervakantie voor de deur, zie ik niet. Ik weet niet hoe het moet, maar ik wens u er veel succes mee. Ik hoop dat het lukt. Anders komen we nog meer in de problemen.
Het wordt een klassieker van mezelf, maar het feit dat we voor zotternijen als Deurne en Wevelgem capaciteit moeten vrijmaken, voor bodemloze putten waar niets gebeurt, stoort me. U zou kunnen zeggen: weet u wat Vlaanderen, als u dat soort zotternijen nog wil, doe het dan zelf. Wij hebben de middelen niet meer. We hebben de capaciteit niet meer. We focussen op luchthavens die rendabel zijn en die een toekomst hebben. Dat is een suggestie van mijn kant.
Franky Demon:
Bedankt, mijnheer de minister. Ik begrijp het probleem. Het personeelsprobleem is immers al enkele jaren oud. Het kader staat open; het komt erop aan om mensen te vinden.
Ik volg de heer Depoorter, die aangeeft dat tweetaligheid de voorkeur geniet. Ik zal echter eerlijk zijn: nood breekt wet. Als het nu mensen zijn die uitsluitend Nederlands of uitsluitend Frans spreken – het zal waarschijnlijk eerder dat laatste zijn, dan zou ik uitzonderlijk toelaten dat zij worden ingezet. Onze veiligheid gaat immers boven alles. Liefst hebben we natuurlijk tweetalige mensen, maar als het niet anders kan...
Ik vind wel dat die poortjes goed functioneren op Zaventem. Als we echter kijken naar de zomerperiode – u zegt dat er rode en oranje dagen zijn – zou ik er toch ook voor pleiten om die dagen door te trekken naar het begin van de lente-, herfst- en krokusvakantie. Ook dan staan er immers lange wachtrijen. We stellen ook elke zomer opnieuw vast dat hetzelfde probleem zich voordoet. Laat ons dus vermijden dat we volgend jaar opnieuw in die situatie terechtkomen en laten we ook voorbereid zijn op onder andere de kerstperiode.
U hebt niet geantwoord op de vraag over de relatie met de vakbond. Ik heb Joery Dehaes van het ACV een aantal keer op het journaal gehoord. Het is belangrijk om die contacten goed te onderhouden. Er kunnen immers acties komen. Die mensen trekken alleen aan de alarmbel als het echt nodig is, want ze weten wat er op dat moment platgelegd wordt: het economische hart van ons land. Ik denk dat we elkaar daarin moeten vasthouden en dat die gesprekken moeten blijven doorgaan.
Ik wens u dus heel veel succes met de moeilijke opdracht om het personeelskader in te vullen.
Maaike De Vreese:
Bedankt, minister, voor uw uitgebreide antwoord. U gaf aan dat u de cijfers over de personeelsbezetting nog zult doorsturen. Ik heb evenwel geen echt antwoord gekregen op mijn derde vraag, over de personeelscapaciteit in Brussel-Zuid en bij de spoorwegpolitie. Dat antwoord mag mij echter gerust schriftelijk worden bezorgd.
Het is goed dat u volop inzet op de uitbreiding van die capaciteit en dat u mensen van Frontex aan onze grens wenst in te zetten. We mogen echter ook niet vergeten dat we voor enorme uitdagingen staan op het vlak van escortes. Er is immers eveneens een probleem om voldoende escorteurs te vinden om terugkeeropdrachten voor illegale vreemdelingen uit te voeren. Ook daarop wil deze regering inzetten. Het komt er dus op aan mensen te vinden – goede mensen, Nederlandstalige mensen – die ook op de luchthaven willen werken.
Het beheersen van de Nederlandse taal is wel belangrijk op de luchthaven van Zaventem in Vlaanderen. Zijn dat mensen die tweetalig zijn, dan is dat des te beter. Zijn ze drietalig, dan is dat nog beter. Voor mij mogen ze tien talen spreken. Dat zijn mensen met enorme capaciteiten. Op een internationale luchthaven kan dat alleen een meerwaarde betekenen voor de werking en de professionaliteit van onze politie.
U sprak ook over het interne onderzoek. Ik vraag me af of wij, zodra dat onderzoek is afgerond, ook het verslag daarvan zullen ontvangen dan wel of wij dat dan apart moeten opvragen. Dat interesseert ons uiteraard ook.
Ik hoop dat de zomerpiek kan worden opgevangen en dat u structurele maatregelen zal treffen om de problemen aan onze grens op te lossen.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw heel uitgebreide en duidelijke antwoord.
Ik ben blij dat u in dit verband de deur sluit voor het gebruik van artikel 9. Het imago van de luchthaven is belangrijk. Het is ook belangrijk dat grenscontroles snel en efficiënt verlopen. Dat mag echter nooit ten koste gaan van de veiligheid op de luchthaven. Dat mag er ook nooit toe leiden dat de veiligheidsgaranties op Brussels Airport versoepeld worden. Het garanderen van de veiligheid blijft de eerste prioriteit, ook op onze nationale luchthaven.
Het zomerplan komt eraan. Dat is goed. U hebt het koninklijk besluit inzake de inzet van extra Frontex-agenten blijkbaar uitgevaardigd. Dat is ook goed.
Er zijn echter structurele en langetermijnmaatregelen nodig, met name voor het wegwerken van de tekorten bij de LPA. U sprak over een tekort van 23 % op Brussels Airport, wat bijzonder veel is. Dat betekent dat de werking helemaal in het gedrang komt en dat het wel werkende personeel op zijn tandvlees zit. Dat kan niet anders. Het is dus hoog tijd dat daaraan iets gebeurt en dat er een inhaalbeweging komt.
U sprak ook over een proefproject rond het internationale karakter van de luchthaven. U hoeft daar nu niet op te antwoorden. Ik zal daarover een bijkomende vraag indienen om te vernemen hoe dat precies in elkaar zit en wat de finaliteit daarvan is, want ik had er nog niets over vernomen. Hopelijk brengt dat zoden aan de dijk. De prioriteit moet nu echter zijn om zo snel mogelijk personeel te vinden, zodat de problemen niet elke vakantie terugkeren.
Moties
Motions
Voorzitter:
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Ortwin Depoortere en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van de heer Ortwin Depoortere en het antwoord van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris, - overwegende dat Zaventem een belangrijke internationale toegangspoort is voor reizigers; - overwegende dat we ais Europese lidstaat de plicht hebben om de gedeelde Schengen-grens te bewaken en te beschermen; - overwegende dat Zaventem en Brussel reeds gruwelijke terreuraanslagen te verwerken kregen; - overwegende dat een land het aan haar burgers verplicht is om de veiligheid te garanderen, ook van buitenaf; vraagt de regering - het aantal grenscontroleposten uit te breiden op de luchthaven van Zaventem, in lijn met de uitbreidingsplannen van de luchthaven zelf; - de luchtvaartpolitie te versterken teneinde wachtrijen te kunnen vermijden en de veiligheid te kunnen garanderen; - na te gaan hoe deze gang van zaken betreffende de versoepeling van grenscontroles kon gebeuren, alsook wie daarvan weet had; - te garanderen dat dit in de toekomst niet opnieuw kan gebeuren en van veilige buitengrenzen een prioriteit te maken binnen het veiligheidsbeleid. " Une motion de recommandation a été déposée par M. Ortwin Depoortere et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de M. Ortwin Depoortere et la réponse du ministre de la Sécurité et de l’Intérieur, chargé de Beliris, - considérant que Zaventem est une porte d'entrée internationale majeure pour les voyageurs; - considérant qu'en notre qualité d'État membre européen, nous avons le devoir de surveiller et de protéger la frontière commune de l'espace Schengen; - considérant que Zaventem et Bruxelles ont déjà dû endurer d'horribles attentats terroristes; - considérant qu'un pays a le devoir d'assurer la sécurité de ses citoyens, en ce compris leur sécurité extérieure; demande au gouvernement - d'augmenter le nombre de postes de contrôle frontaliers à l'aéroport de Zaventem, conformément aux projets d'expansion de l'aéroport lui-même; - de renforcer la police aéronautique afin de pouvoir éviter les files d'attente et garantir la sécurité; - d'examiner comment cette situation et l'assouplissement des contrôles frontaliers ont pu se produire, et qui en avait connaissance; - de garantir que cela ne pourra plus se reproduire à l'avenir et de faire de la sécurisation des frontières extérieures une priorité de la politique de sécurité. " Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Victoria Vandeberg. Une motion pure et simple a été déposée par Mme Victoria Vandeberg . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
Het voorakkoord met de spoorbonden
Het voorakkoord met de spoorbonden
Het voorakkoord met de spoorbonden
De impact van de pensioenhervorming op de NMBS en Infrabel
Het voorakkoord van de minister met de vakorganisaties
De spoorstakingen
Het voorakkoord met de spoorvakbonden
Het sociaal voorakkoord bij het spoor
De gevolgen van de besparing op de pensioenen bij de NMBS
De gesprekken met de vakbonden bij de NMBS
Overeenkomsten, hervormingen en acties in de spoorsector
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het voorakkoord met de spoorbonden over de hervorming van het personeelsstatuut (stop statutaire aanwervingen vanaf 2028, overdracht HR-taken naar NMBS/Infrabel) wordt afgewezen door de Franstalige vakbonden, vooral om de afschaffing van het statuut en onduidelijkheid over pensioenen—een dossier dat bij Jambon ligt. Minister Crucke weigert details te geven tot officiële reactie van de bonden, maar benadrukt behoud van verworven rechten, jobgaranties en centrale rol HR Rail, terwijl hij efficiëntie en stabiliteit voor 2032 nastreeft—met risico op extra kosten (€300M+) en sociale onrust bij falen. Parlementariërs eisen transparantie en vrezen blokkering door vakbondsvertraging, terwijl de dienstverlening en liberalisering onder druk staan.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, de tijd haalt ons in, want enige tijd geleden hadden we een vraag ingediend over het voorakkoord met de spoorbonden, dat u op 23 april in de pers had aangekondigd. Ondertussen vordert het dossier en raken steeds meer elementen uit dat voorakkoord bekend. Daarom hebben we een geactualiseerde versie van de vraag ingediend. Ik focus op de meest recente vraag en bundel daarbij de twee eerder ingediende vragen.
Mijnheer de minister, na meer dan 20 stakingsdagen – de teller staat ondertussen op 25 – en weken van onderhandelingen is er blijkbaar eindelijk een voorakkoord met de spoorvakbonden gesloten, na maanden van onrust en ongemak voor de pendelaars. De noodzaak tot verandering in de sector is overduidelijk, maar de lange onderhandelingsperiode roept uiteraard vragen op. Het heeft ongetwijfeld veel tijd en moeite gekost om tot een akkoord te komen, wat aanzienlijke overlast heeft veroorzaakt voor de reizigers. De onderhandelingen met uw collega-minister Jambon, die wellicht het gevoeligst liggen, zijn blijkbaar nog gaande.
Ondertussen hebben we via de media heel wat informatie kunnen vergaren over de inhoud van het voorakkoord, maar, behoudens vergissing van mijnentwege, is er tot op heden nog geen tekst aan het Parlement bezorgd. De stopzetting van de statutaire aanwervingen binnen de spooronderneming springt het meest in het oog. Blijkbaar gaat die stopzetting niet onmiddellijk in, maar pas vanaf 2028. Daarnaast zouden heel wat taken van HR Rail worden overgeheveld naar Infrabel en de NMBS. Het is echter onduidelijk hoe het contractuele statuut van het spoorpersoneel er in de toekomst zal uitzien.
Mijnheer de minister, welke elementen zijn inmiddels opgenomen in het voorakkoord? Kunt u toelichten waarom ervoor gekozen is om pas in 2028 te stoppen met vaste benoemingen en niet onmiddellijk? Welke taken blijven in de tussentijd bij HR Rail? Welke taken zullen worden overgedragen naar Infrabel en de NMBS? Hoe zal het toekomstige contractuele statuut van het spoorpersoneel eruitzien? Onder welk paritair comité zullen de contractuele personeelsleden vallen? Dat laatste is belangrijk met het oog op de toekomstige liberalisering van het spoor.
Ik heb ook een eerder gestelde vraagstelling die ik wil hernemen. Hoe ziet u de modernisering van het statuut? Wat wordt er precies veranderd? Is het nieuwe statuut gebenchmarkt met voorbeelden van buitenlandse spoorondernemingen?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, de situatie is al heel goed geschetst door collega De Knop. Ik hoef er dus niet verder op in te gaan. Ik zal ineens overgaan tot mijn vragen. Ik heb er een aantal, dus ik zal ze bundelen.
Wij hebben allemaal het voorakkoord kunnen lezen in de media. Als ik me niet vergis, zullen de vakbonden vandaag, 27 mei, opnieuw overleg houden met het oog op een uitspraak over wat ze ervan vinden. Los daarvan heb ik een aantal vragen over de pensioenen bij de NMBS en Infrabel.
Mijn eerste reeks vragen gaat over het voorakkoord en de inhoudelijke afspraken ter zake. Mijnheer de minister, kunt u toelichten wat precies wordt verstaan onder "de verworven rechten" die gevrijwaard blijven? Het voorakkoord kwam er na een reeks stakingen. Kunt u toelichten welke thema's, naast de hervorming van het personeelsstatuut en de rol van HR-Rail, op tafel lagen tijdens de onderhandelingen met de vakbonden?
Is het voorakkoord inmiddels voorgelegd aan de achterban van de vakbonden? Zo ja, wat was de reactie? Is het ondertussen goedgekeurd? Wanneer wordt het akkoord dan voorgelegd aan de federale regering? Verwacht u dat dit akkoord de sociale rust zal herstellen? Hoe zult u de voortgang opvolgen, zeker met het oog op het overleg in verband met de pensioenregeling, dat nog gepland staat?
Dan heb ik nog een aantal vragen in verband met de uitvoering van het voorakkoord in de praktijk.
Mijnheer de minister, kunt u toelichten wat de rol van HR-Rail precies wordt in het nieuwe organigram en wat er verandert in de verdeling tussen de taken bij de NMBS en Infrabel? Welke concrete stappen zijn gepland om de hervormingen op het terrein te realiseren? Hoe ziet het tijdspad eruit voor de overheveling van de bevoegdheden, het personeel en dergelijke meer? Over hoeveel personeelsleden gaat het bij de verschuiving van HR-Rail naar de NMBS en Infrabel? Over welke functies en profielen spreken we dan?
Tot slot, op welke manier zullen de verworven rechten van het overgaande personeel gegarandeerd blijven bij hun overstap naar NMBS of Infrabel? Hoe zal erover gecommuniceerd worden aan het personeel?
Daarnaast heb ik nog twee vragen over de financiële impact. Klopt het dat de raming uitgaat van een extra kost van meer dan 300 miljoen euro voor de NMBS en Infrabel? Waarop is die raming gebaseerd?
Tot slot, hoe verhoudt deze hervorming zich tot de doelstellingen die aan de NMBS en Infrabel zijn opgelegd in het openbaredienstcontract?
Frank Troosters:
Enige tijd geleden kondigde de federale minister van Mobiliteit aan een voorakkoord te hebben bereikt met de drie grootste spoorvakbonden. In dit voorakkoord werden (volgens de minister) verschillende fundamentele principes opgenomen inzake de tewerkstelling en de verworven rechten van de spoorwerknemers. De betrokken vakorganisaties moesten dit 'voorakkoord' echter nog ter goedkeuring voorleggen aan hun achterban.
Tijdens de recente bespreking van zijn beleidsnota inzake mobiliteit kon/wou de minister nog geen verdere inhoudelijke details over het akkoord bekendmaken.
1. Kan de minister intussen duidelijkheid brengen over de inhoudelijke aspecten die in het akkoord werden overeengekomen? Welke afspraken werden concreet verankerd in het gemaakte akkoord?
2. Hoe beoordeelden de leden van de betrokken spoorvakbonden de inhoud van het gemaakte voorakkoord? Hadden zij bijkomende vragen, bezwaren of opmerkingen? Zo ja, welke?
3. Op welke wijze en op welke termijn zullen de inhoudelijke afspraken uit het akkoord uitgevoerd worden?
Vanaf maandag 19 mei (22u) tot dinsdag 20 mei (laatste trein) vind er een nieuwe spoorstaking plaats. Deze zoveelste staking is opnieuw gericht tegen het beleid inzake het spoor van de Arizona-regering.
1. Op welke wijze evalueert de minister deze nieuwe staking gezien het overleg dat hij met de spoorbonden had?
2. Welke bijkomende stappen gaat de minister ondernemen om toekomstige stakingen te vermijden?
3. Op welke wijze zal de minister het geschonden vertrouwen en de onvrede bij de getroffen treinreizigers in de toekomst trachten te herstellen?
In het licht van de aangekondigde plannen van de Arizona-regering over het hervormen van het pensioenstelsel geven de spoorbedrijven NMBS en Infrabel aan dat deze hervormingen hen allicht meer van 300 miljoen euro zullen kosten tegen 2032. Deze extra kost komt er bovenop de hen reeds opgelegde besparing van 675 miljoen euro.
Ondanks de opgelegde besparingen blijft deze regering toch vasthouden aan de doelstellingen die spoorbedrijven geacht worden te behalen zoals overeengekomen in de beheerscontracten die de overheid met hen afsloot.
Volgens de pers zou een lid van de Raad van Bestuur van de NMBS onomwonden spreken van een contractbreuk door de overheid.
1. Kan de minister duiden wat de financiële impact van de geplande pensioenaanpassingen door de Arizona-regering voor de spoorbedrijven zal zijn?
2. Laat de minister een opening om de afgesloten beheerscontracten met de spoorbedrijven aan te passen gezien de opgelegde besparingen en de mogelijke extra lasten voor de spoorbedrijven?
3. Zal de minister trachten compenserende maatregelen te nemen ten gunste van de getroffen spoorbedrijven? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?
Julien Matagne:
Monsieur le ministre, vous êtes en train de conclure un préaccord social important avec les représentants des entreprises ferroviaires ainsi que les principales organisations syndicales du secteur. Le texte aborde les volets de la mobilité et des ressources humaines, en affirmant plusieurs principes essentiels, tels que la garantie de l’emploi et le respect des droits acquis. Il prévoit également un transfert de compétences, tout en maintenant HR Rail.
Les Engagés sont convaincus de la nécessité de faire évoluer notre modèle pour garantir la viabilité de notre service public ferroviaire et les droits des travailleurs. Je me réjouis de l'équilibre que vous pourrez certainement nous présenter dans un futur plus ou moins proche. Vous avez toujours veillé à maintenir le débat entre vous et les instances, tant que le préaccord n'était pas formellement établi. Pouvez-vous nous éclairer sur l'état d'avancement des discussions ainsi qu'éventuellement sur la finalité de l'accord complet?
Enfin, quelles seront les prochaines étapes du processus, notamment en ce qui concerne la présentation officielle du projet au gouvernement fédéral?
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, lors de notre précédente réunion à ce sujet, vous m'aviez invité à adapter ma question parce que vous étiez assez fier du préaccord qui était intervenu la veille ou l'avant-veille, et que ma question n'en tenait, selon vous, que trop peu compte. Aujourd'hui, la situation est inversée car les syndicats francophones ont rejeté le préaccord que vous aviez conclu après d’âpres discussions. Nous savions que les deux principaux syndicats devaient se prononcer d’ici au 27 mai, mais ils ont été plus vite qu’attendu. À la veille d’une nouvelle journée de grève nationale, ils se sont donc prononcés négativement.
Ce préaccord social était fragile, vous-même l'aviez déclaré. Et le dossier des pensions reste toujours aussi brûlant. En ce qui concerne le statut, la fin de la statutarisation des agents risquait également de ne pas faire recette chez les cheminots. Pour rappel, près de 90 % des cheminots sont statutaires. Proposer, comme vous l’aviez fait, que les recrutements se fassent uniquement sous forme contractuelle dès le début de 2028 n’a visiblement pas été bien accueilli.
Face à la fin du statut et aux éventuelles craintes que le personnel contractuel pourrait avoir, vous auriez accepté qu’une convention collective pour ce personnel soit négociée au sein de la commission paritaire nationale.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous confirmer ces informations, tout comme le maintien de l’organe de dialogue social comme structure unique pour l’ensemble des cheminots, avec la règle des deux tiers pour l’approbation des décisions?
Dans votre plan, quel aurait été demain le rôle de HR Rail puisque, visiblement, le recrutement du personnel serait dorénavant de la responsabilité de la SNCB et d’Infrabel?
Pouvez-vous confirmer également qu’il n’y aurait pas eu de réquisition de personnel en cas de mouvement de grève et qu’on serait resté dans le modèle actuel du service minimum garanti, que nous évoquions tout à l'heure?
Qu’entendez-vous faire à présent face au refus des cheminots de suivre votre préaccord? Cela remet-il tout ce qui a été entrepris jusqu’ici en question? Quelle est votre marge de manœuvre dans ce dossier et pensez-vous réellement que tout le monde au sein du gouvernement veuille arriver à un accord qui permettrait de rassurer les syndicats, sinon sur le long terme, au moins sur le moyen terme?
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, ma question est assez simple. À présent que l'accord semble avoir été rejeté par les syndicats, qu'allez-vous faire? Allez-vous revoir vos plans et entendre ceux qui font rouler les trains tous les jours?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, tijdens de bespreking van de beleidsnota gaf u aan dat u pas over het akkoord met de vakbonden wilt spreken, zodra zij het intern hebben kunnen bespreken en u een antwoord van hen hebt ontvangen. Er zijn al duidelijke signalen dat het akkoord niet overal positief werd onthaald. Hebt u echter ook positieve signalen gekregen? Op welke manier gaat u ermee verder?
Het is ook belangrijk om de hele pensioenkwestie daarin mee op te nemen. Die raakt immers ook aan het sociaal statuut. Het is niet uw bevoegdheid, maar voor de vakbonden en de werknemers zijn regelingen inzake hun pensioenen ook onderdeel van hun personeelsstatuut
U mag geen voorafname doen, ook niet via een deelakkoord, waarna er nadien andere akkoorden over de pensioenen worden gesloten. Ik maak trouwens dezelfde opmerking in de commissie voor Landsverdediging: we moeten het sociaal statuut als een totaalpakket beschouwen en niet als een verzameling van afzonderlijke onderdelen.
Hoe ziet u het verdere verloop opdat ook de treinreiziger een rustige zomer tegemoet kan gaan en zo veel mogelijk gebruik kan blijven maken van de trein?
Ten slotte, u hebt tijdens de begrotingsbespreking gewaarschuwd dat de besparingen voor de komende jaren nog niet zijn uitgewerkt en dat u in dat verband nog oefeningen maakt. Voor 2025 hebt u de oefening wél gemaakt. Kunt u ons en vooral het personeel garanderen dat de efficiëntiewinsten die in de komende jaren moeten worden gerealiseerd, niet opnieuw op hun kap zullen worden afgewenteld?
Jean-Luc Crucke:
Zoals u wellicht weet, werden de leden van de vakorganisaties verzocht om zich in de loop van de dag uit te spreken over het sociaal voorakkoord.
Je n'ai reçu à ce jour – mais je n'ai peut-être pas les mêmes liens avec les syndicats que d'autres collègues – ni confirmation ni infirmation. Il n'y a aucune communication de la part de ceux avec qui j'ai débattu pendant 48 heures et conclu un préaccord, signé par l'ensemble des représentants des organisations syndicales. Pour que les choses soient claires: je n'ai pas, à ce stade, reçu quoi que ce soit.
Ik wil hier opnieuw de verbintenis bevestigen die ik ben aangegaan tegenover de vakbonds–afgevaardigden om geen commentaar te leveren tijdens de raadplegingsfase van hun basis. Het is niet omdat iemand hier zegt dat het zo is, dat het ook zo is. Als ik geen antwoord krijg van de vakbonden, zal ik ook geen commentaar geven, maar u mag erop rekenen dat ik daarna alle documenten openbaar zal maken. De resultaten worden de komende uren verwacht en ik wens niet vooruit te lopen op de aard ervan. Ik zal met het nodige respect het officiële standpunt van de werknemersafgevaardigden afwachten.
Naleving van het sociaal overleg is van fundamenteel belang. Sta mij echter toe om de fundamentele beginselen van dit voorakkoord te herhalen. De tewerkstelling wordt gewaarborgd. Dat heeft niets te maken met de financiële sanering. De verworven rechten van de werknemers blijven volledig behouden. Er wordt voorzien in een overdracht van competenties, meer bepaald inzake aanwerving, selectie en loopbaan. HR Rail behoudt een centrale rol en blijft instaan voor het sociaal overleg, de reglementering, het statuut van het personeel en de contracten. Tot slot zal er een gemoderniseerd kader worden ingevoerd met een evolutie naar contractuele relaties die meer aangepast zijn aan de realiteit van de sector.
Comme je viens de le préciser, je ne prendrai position sur l'avis formulé par les organisations syndicales que lorsque je recevrai un document écrit détaillé et circonstancié. Ce n'est qu'après en avoir pris pleinement connaissance que je serai en mesure d'adopter une position claire et de déterminer les suites à y donner. J'ai toujours agi de la sorte, quelles qu'aient été mes responsabilités ministérielles, et je n'entends pas changer ma manière de fonctionner.
Dès mon entrée en fonction, j'ai souhaité entamer le dialogue dans la transparence et le respect des positions de chacun. L'accord de gouvernement nous indique la direction à prendre. Nous devons préparer le secteur à l'après 2032, comme je l'ai dit tout à l'heure. Ce sont les données avec lesquelles nous devons tous composer. J'en appelle dès lors à la responsabilité de chacun pour que les démarches entreprises depuis le mois de février et les propositions formulées dans le cadre de ce préaccord puissent trouver écho auprès de l'ensemble des acteurs de cette réforme pour accompagner le secteur ferroviaire. Il faudra prouver à l'avenir que nous sommes les meilleurs pour opérer sur le réseau belge. Cela va de pair avec la stabilité sociale du secteur. Sans marge d'efficience pour 2032, il est effectivement à craindre qu'à ce moment-là, les difficultés sociales seront bien plus importantes que certains osent même l'imaginer.
Concernant les grèves intersectorielles des 19 et 20 mai, je tiens à préciser qu'elles ne sont pas liées à ce préaccord, mais en particulier – les syndicats l'ont dit eux-mêmes – aux problématiques concernant la réforme des pensions. Comme je l'a déjà indiqué, les syndicats ont entamé un dialogue avec le ministre des Pensions. La dernière réunion, qui s'est tenue le 28 avril dernier, s'est déroulée dans un climat constructif. J'espère que ces échanges permettront de rapprocher les positions et de soutenir le processus de préaccord en cours.
Vous m'avez également interrogé sur les coûts potentiels des réformes en matière de pensions. À ce stade, les estimations que vous mentionnez m'ont également été communiquées. Nous sommes en phase de vérification de ces montants. Ils sont effectivement importants et ils vont peser lourd sur le secteur. J'envisage dès lors de les mettre dans la balance des économies à réaliser sur la présente législature car on ne peut pas demander au secteur de suivre sa trajectoire de performances, de faire des économies et de prendre en plus en charge le coût des réformes. Ce serait injustifié et déséquilibré.
J'envisage d'aborder cette question avec mon collègue le ministre des Pensions dès que le dossier sera suffisamment avancé.
Enfin, je tiens à être clair: les économies prévues pour la SNCB et Infrabel ne remettront pas en cause les objectifs fixés dans le contrat de service public et le contrat de performance. Ces objectifs sont inscrits dans l’accord de gouvernement. Leur mise en œuvre fera l’objet d’une évaluation approfondie lors de la mid-term review prévue en 2027.
Le préaccord est le fruit d’un dialogue ouvert et responsable. Je suis convaincu qu’il constitue une base solide pour renforcer la stabilité sociale et préparer l’avenir du rail.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, u zegt al meer dan een maand hetzelfde. Ik begrijp dat onderhandelen met de vakbonden niet evident is en dat het moeilijk is om op de feiten vooruit te lopen. Anderzijds, u moet de leden van onze commissie ook ernstig nemen. Het kan toch niet dat wij in de pers en op de websites van de vakbonden wel heel wat elementen van dat voorakkoord kunnen lezen, terwijl u hier weigert om aan de commissie voor Mobiliteit nog maar de minste toelichting te geven, ook al kennen we de fundamenten, zoals verwoord in het regeerakkoord sinds februari.
Ik nodig u toch uit om een evenwicht te vinden tussen wachten op de vakbonden en voldoende informatie geven aan de commissie. Misschien kunt u de vakbonden ook eens een deadline geven, anders kan men tot het einde van het jaar onderhandelen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik moet aangeven dat ik op heel weinig vragen een antwoord gekregen heb, maar u kunt uiteraard niet vooruitlopen op de reactie van de vakbonden. Ik heb daar begrip voor.
Het siert u ook dat u gemaakte afspraken met hen naleeft. Het is echter wel belangrijk om op korte termijn, wanneer er duidelijkheid is, duidelijk te communiceren naar zowel het personeel als de spoorsector. Het akkoord heeft immers een grote impact. U moet, zodra er duidelijkheid is, transparant communiceren. Dat is in het belang van het personeel, dat met heel veel vragen zit. We moeten vermijden dat we opnieuw met sociale onrust worden geconfronteerd.
Voor eventjes wil ik nog genoegen nemen met uw antwoorden, maar ik volg voor een stuk mevrouw De Knop. Het is van belang dat de commissieleden, wanneer er uitsluitsel is, nauw betrokken worden bij het akkoord en dat we toelichting krijgen over de effectieve inhoud van de hervormingen, liefst voor we daarover in de media moeten lezen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik hou van mensen die een gegeven woord nakomen. Dat moet zeker ten opzichte van het Parlement. Eigenlijk worden we vandaag gegijzeld door de vakbonden. Zolang zij zich niet uitspreken en u niet officieel in kennis stellen van hun antwoord, kunnen wij hier blijven hengelen naar informatie en blijven onze pogingen om ons werk te doen onsuccesvol. Dat is onaanvaardbaar.
U hebt het in uw beleidsnota letterlijk over enkele dagen gehad. Wij zijn ondertussen al heel wat dagen verder. Nu hebt u het over enkele uren. We komen dus dichterbij.
Ik betreur in ieder geval dat wij geen informatie krijgen in antwoord op de vragen, die wij hier al meermaals hebben gesteld. Het is onze rol om hier vragen te stellen en wij moeten dus ook antwoord daarop krijgen.
Ik hoop vooral op sociale vrede. Dat betekent hopelijk geen stakingen meer en eindelijk de dienstverlening, die de treinreizigers verdienen. Ik verwacht zo snel mogelijk informatie in het Parlement en hoop dat het spelletje wachten op de vakbonden vlug voorbij is.
Julien Matagne:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos précisions. Je ne vous cacherai pas qu'à mon tour, je suis impatient d'obtenir des réponses plus claires et plus précises, même si je salue évidemment votre engagement et votre respect envers l'institution et les syndicats ferroviaires.
J'entends aussi les principes qui sont conservés dans votre préaccord: la garantie de l'emploi et des droits acquis, le transfert de compétences et le maintien de HR Rail, la préservation de la concertation sociale, le tout dans un cadre modernisé qui vise à correspondre à la réalité présente et future. Comme vous l'avez dit, il faut se préparer à l'avenir, 2032 en l'occurrence. Il faudra alors prouver toute notre compétence et notre performance pour assurer un service de qualité. Je pense que nous pouvons compter sur vous. Vous êtes bien parti et vous recevez donc tout notre soutien.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, une fois n'est pas coutume, je vais rejoindre Mme Cuylaerts et, indirectement, les premières paroles de M. Matagne. En effet, même vos partenaires de majorité disent que les informations sont insuffisantes et que nous sommes quelque peu pris en otage, au point que la commission ne peut pas travailler pour la raison toute simple que les informations ne filtrent pas jusqu'ici et que nous ne pouvons pas en débattre, si ce n'est par voie de presse. Vous n'êtes pas ministre des Pensions, vous le répétez, et c'est vrai. Vous ne m'apprenez rien. Toutefois, le fait est que nous n'avons toujours reçu aucune nouvelle au sujet des pensions. C'est là que le bât blesse, malgré le préaccord qui semble ne plus être. Vous êtes donc désormais le ministre des grèves ou celui de la libéralisation dont on ne peut pas parler. C'est quand même embêtant. Je vous ai posé plusieurs questions relatives au préaccord, mais vous vous refusez à aborder ce sujet, parce que tout cela est encore "secret" – bien que divulgué dans la presse – et pas encore adoubé par les cheminots. Nous nous trouvons dans l'impasse, monsieur le ministre. Par conséquent, je vous invite à reprendre le travail et à revenir vers nous afin que nous puissions en discuter à partir d'éléments concrets en commission, puisque c'est le lieu approprié. Je vous ai posé plusieurs questions quant aux termes du préaccord. J'aimerais obtenir des réponses, de sorte que nous puissions échanger ici. Cela fait des semaines, pour ne pas dire des mois, que cela dure. Les grèves se répètent. Vous étiez content d'avoir obtenu un préaccord, mais le fait est qu'aucune information ne nous est parvenue à ce sujet. Vous ne voulez pas répondre à plusieurs questions que je vous ai posées, au motif que ce préaccord n'est pas encore connu. Nous n'allons pas passer la législature à opérer de la sorte. Il faudra bien en sortir à un moment donné. Je vous remercie, monsieur le ministre.
De besparingen bij de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS en Infrabel moeten 50 miljoen euro besparen in 2025 (oplopend tot 675 miljoen in 2029), voornamelijk via terugbetaling van te veel geïnde exploitatiegelden (41M) en interne efficiëntie—zonder gevolgen voor dienstverlening, stiptheid of ticketprijzen, volgens minister Crucke. Hij benadrukt dat winsten uit 2024 de besparingen opvangen en dat het regeerakkoord kwaliteit, toegankelijkheid en werkgelegenheid waarborgt, met focus op schaalvoordelen en productiviteit. De Knop betwijfelt of dit op lange termijn haalbaar is zonder impact op reizigers, maar Crucke bevestigt dat tarieven en dienstverlening stabiel blijven dankzij voldoende inkomsten. Concreet: besparen zonder zichtbare gevolgen voor de gebruiker, maar de houdbaarheid blijft onduidelijk.
Irina De Knop:
Mijnheer de voorzitter, ik ben nu al een tijdje actief in het Parlement, maar ik verbaas mij er toch nog over dat die actuele debatjes eigenlijk non-debatten zijn. Dat is niet de eerste keer, maar we houden vol, mijnheer de minister. Volgende week zullen we over hetzelfde onderwerp opnieuw een vraag stellen.
Ik kom dan bij de besparingen bij de NMBS. We zullen misschien in herhaling vallen, maar ik hoop dat u wat meer gedetailleerde informatie hebt dan bij de bespreking van de beleidsnota zelf. We vernamen dat de spoorwegen dit jaar 50 miljoen euro moeten besparen binnen een traject dat in 2029 zal oplopen tot 675 miljoen euro. De NMBS zal het grootste deel van die besparingen moeten verwezenlijken. Dit jaar alleen al zou de NMBS blijkbaar 45 miljoen euro moeten vinden, waarvan 41 miljoen euro afkomstig van de exploitatievergoeding die de spoorweg–maatschappij krijgt. De resterende schijf van 9 miljoen euro op het bedrag van 50 miljoen euro zou dan gelijk verdeeld worden tussen de NMBS en de spoornetbeheerder Infrabel.
Over de manier waarop die besparingen worden gerealiseerd, wil noch de NMBS, noch Infrabel eigenlijk veel commentaar geven. We stellen ons uiteraard vragen over de directe gevolgen voor de reizigers die dagelijks afhankelijk zijn van een betrouwbare en betaalbare dienstverlening.
Welke maatregelen zullen de NMBS en Infrabel nemen om die besparing te verwezenlijken?
Welke stappen zet de regering van haar kant om ervoor te zorgen dat die besparingen niet zullen leiden tot hogere ticketprijzen voor reizigers?
Hoe garandeert de regering dat de stiptheid en de frequentie van de treindiensten ondanks die opgelegde besparingen niet zullen afnemen? Wordt er daarbij ook rekening gehouden met de impact van mogelijke wijzigingen in het aanbod op pendelaars en andere dagelijkse gebruikers van het openbaar vervoer?
Hoe wil de regering vermijden dat reizigers geconfronteerd worden met langere wachttijden, verminderde comfortstandaarden of minder beschikbare zitplaatsen? Dat laatste element blijkt de laatste tijd immers absoluut een heikel punt. Ik dank u alvast voor uw antwoord.
Jean-Luc Crucke:
Collega, zoals ik reeds gezegd heb tijdens de commissievergadering van 13 mei, zullen de besparingen van 50 miljoen euro die in 2025 zullen worden uitgevoerd als volgt verdeeld worden: een terugbetaling van 41 miljoen euro die de NMBS in 2024 te veel heeft geïnd, een investeringsinspanning van 4,5 miljoen euro van de NMBS en een operationele inspanning van 4,5 miljoen euro van Infrabel.
In 2024 hebben beide ondernemingen winst geboekt. Dat betekent dat de inspanningen die in 2025 worden gevraagd geen impact op de uitgevoerde taken zullen hebben.
Zoals ik eerder heb gezegd, werden de bepalingen en de ambities van de contracten tussen de openbare spoorwegondernemingen en de Staat in het regeerakkoord vastgelegd, zowel wat betreft de stiptheid en het aanbod als de kwaliteit van de dienstverlening.
In het kader van het nieuwe vervoersplan 2026–2029 bereidt de NMBS, in goede samenwerking met de gewesten, de ontwikkeling van een vervoersaanbod voor, dat een toereikend mobiliteitsproduct waarborgt door de verschillende vervoersaanbiedingen te combineren.
Wij zullen de beste manier analyseren om de doelstellingen die in het regeerakkoord werden vastgelegd te behalen, zonder de verworven rechten opnieuw ter discussie te stellen of de tewerkstelling of het welzijn van de werknemers in gevaar te brengen en door de nadruk te leggen op het behoud van een toegankelijke, betrouwbare en kwaliteitsvolle dienstverlening voor de reizigers.
Wat betreft uw vraag over de verhoging van de ticketprijzen kan ik bevestigen dat de reizigers niet voor de nieuwe tariefstructuur van de NMBS, die voor eind dit jaar is gepland, zullen moeten opdraaien. De trein moet als ruggengraat van onze mobiliteit toegankelijk zijn, ook financieel. De nieuwe tariefstructuur biedt echt voordelen voor iedereen.
Tot slot zet ik in op verdere productiviteits–verhogingen en schaalvoordelen om deze besparing te realiseren. Daarom zal ik erop toezien dat de ondernemingen een serieuze economische analyse uitvoeren, waarbij rekening wordt gehouden met de vaste kosten, de schaal- en netwerkvoordelen en de vermeende kosten en voordelen voor de maatschappij inzake files, vervuiling enzovoort.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Als ik u goed begrepen heb, hebt u gezegd dat er in 2025 totaal geen impact is op hun werking. Alle inkomsten zijn dus afkomstig uit de vervoersopbrengsten meen ik uit uw antwoord te kunnen opmaken. U zegt, opnieuw als ik goed geluisterd heb, dat er ook voor de komende jaren geen impact mag zijn, noch op het vlak van dienstverlening, noch op het vlak van tarifering. Ik kan dan ook niet anders dan concluderen dat u ook in de komende jaren rekent op voldoende inkomsten van beide organisaties om het plaatje te laten kloppen. Jammer genoeg kunt u niet meer antwoorden, want het benieuwt mij wel te vernemen wat u van mijn conclusie vindt.
De afschaffing van de 10 identiekerittenkaart bij de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De 10-rittenkaart voor identieke trajecten werd afgeschaft als onderdeel van de NMBS-herziening naar een vereenvoudigd tarievensysteem met procentuele kortingen, waarbij Flex Abonnementen (voor 2-3 ritten/week) als alternatief worden gepromoot. Minister Crucke benadrukt dat de kaart geen financieel voordeel bood en dat de aanpassing past in de doelstelling om spitsgebruik te spreiden en reizigersaantallen te verhogen, ondanks kritiek op het ontbreken van een flexibel betaalbaar alternatief voor occasionele pendelaars. Cuylaerts kaart aan dat herhaalde stakingen het vertrouwen in de NMBS hebben ondermijnd, waardoor reizigers huiverig zijn voor abonnementen, en dringt aan op een snel herstel van vertrouwen via een concreet alternatief om de trein aantrekkelijk te houden versus de auto. De kernspanning blijft: flexibiliteit versus tariefvereenvoudiging in een context van dalend vertrouwen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, sinds 2 april 2025 is de 10 identiekerittenkaart van de NMBS afgeschaft. Die kaart bood een flexibel en betaalbaar alternatief voor pendelaars die zich niet dagelijks met de trein verplaatsen maar wel op regelmatige basis dezelfde route afleggen.
In de context van de recente en herhaalde stakingen bij de NMBS stellen we vast dat steeds meer pendelaars huiverachtig zijn geworden om een abonnement aan te schaffen, uit vrees dat hun aankoop niet rendeert aangezien er vaak treinen worden afgeschaft. Voor deze reizigers was de 10 rittenkaart een ideaal alternatief.
Wat zijn de specifieke redenen voor de afschaffing van de 10 identiekerittenkaart? Werd er bij de beslissing rekening gehouden met het veranderde vertrouwen van reizigers als gevolg van de vele stakingen? Wordt er nagedacht over een alternatief product dat tegemoetkomt aan de noden van de occasionele pendelaars? Bent u bereid om bij de NMBS aan te dringen op een herziening van die beslissing, of op zijn minst op de invoering van een evenwaardig alternatief?
Ik dank u alvast voor uw antwoord.
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw Cuylaerts, de nieuwe aangekochte Standard Multi en Youth Multi-kaarten zijn sinds begin april nog zes maanden geldig; voorheen bedroeg de geldigheidsduur een jaar. Die aanpassing kadert in de voorbereiding van het nieuwe tarievengamma, waarbij de huidige kaarten zullen worden vervangen door producten met procentuele kortingen. De overgrote meerderheid van de Standard Multi- en Youth Multi-kaarten wordt trouwens binnen de zes maanden opgebruikt. De wijziging in het aanbod van de NMBS die u aanhaalt, kadert in de doelstelling van het nieuwe tarievengamma. Het principe daarvan werd u trouwens voorgesteld door het management van de NMBS.
Ik kan enkel instemmen met de vereenvoudiging van de tarieven, de toename van het aantal reizigers en het gebruik van de trein buiten de spitsuren. In dit kader, zoals u terecht opmerkt, zijn de 10 rittenkaarten voor 10 identieke ritten sinds begin april niet langer te koop. Voor alle duidelijkheid, die kaarten boden geen financieel voordeel ten opzichte van de afzonderlijke ritten, ze vormden geen echte hybrideoplossing voor reizigers. Door de afschaffing ervan verdwijnen er dus ook geen flexibele en betaalbare alternatieven voor pendelaars die zich niet dagelijks met de trein verplaatsen.
Twee jaar geleden hebben we de Flex Abonnementen gelanceerd. Die vormen wel een flexibel en betaalbaar alternatief voor pendelaars die geen voltijds abonnement nodig hebben, maar wel regelmatig – twee tot drie keer per week – dezelfde route afleggen. Het groeiende succes van het Flex Abonnement toont aan dat deze hybride formule inspeelt op een reële behoefte.
Dorien Cuylaerts:
Ik begrijp dat dit kadert in het nieuwe tarievengamma, maar ondertussen is de situatie veranderd. Door al die stakingen hebben de mensen hun vertrouwen in de NMBS verloren en schaffen ze zich geen abonnement meer aan. Misschien moet dat worden bekeken wanneer er nog eens over de tarieven wordt gedebatteerd. Het vertrouwen in de NMBS keldert, net wanneer we het allemaal hebben over 'de reizigers centraal stellen', zoals ook in uw beleidsnota staat. We moeten een manier vinden om het vertrouwen op te krikken, dus ik hoop dat er snel een alternatief komt voor het afschaffen van de 10 rittenkaart. We moeten die groep gebruikers ervan blijven overtuigen dat het openbaar vervoer, en meer bepaald de trein, een goed alternatief vormt voor de wagen.
Recuperatief remmen bij treinen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De SNCB zet in op energieterugwinning bij treinremmen als onderdeel van haar transitie naar duurzame energie, waarbij remenergie (tot 30% op drukbereden lijnen zoals het RER) wordt hergebruikt door andere treinen of het eigen systeem. Technische beperkingen (afstand tot onderstations, netspanning, lijnprofiel) bepalen de efficiëntie, met lagere opbrengsten (10-20%) op lijnen met minder stops. Nieuw materieel moet verplicht remenergie-recuperatie en energiezuinige systemen (LED, isolatie) integreren, terwijl korttrajectlijnen prioriteit krijgen voor optimale terugwinning. De focus ligt op lokaal evenwicht in het spoornet als "elektrisch systeem", met het RER als meest veelbelovende toepassing.
Hervé Cornillie:
Monsieur le ministre, je me suis permis de vous adresser deux questions sur des initiatives originales, alternatives, innovantes du milieu ferroviaire par rapport à l'énergie.
La première porte sur le freinage des trains. J'étais certainement un mauvais chimiste, contrairement à Lavoisier que vous connaissez. C'était aussi un philosophe et un économiste, ce que l'on sait moins, à qui l'on prête la formule: "Rien ne se crée, rien ne se perd, tout se transforme". Il est souvent présenté comme le père de la chimie moderne, notamment par la mise au point, dans son domaine d'expertise, d'une méthode scientifique à la fois expérimentale et mathématique.
Je fais cette analogie car je voulais l'appliquer en matière d'énergie car tout ce qui concourt à sa production, sa récupération ou son utilisation rationnelle doit attirer notre attention et mérite que l'on s'y attarde. L'énergie est effectivement un thème stratégique.
J'ai pu constater qu'il y a une stratégie de développement de la récupération de l'énergie au freinage des trains au sein de la SNCB dans l'optique de produire de l'électricité, puisqu'il s'agit bel et bien d'un projet nourri par le gestionnaire du réseau et la société de transport ferroviaire.
Monsieur le ministre, pouvez-vous faire le point sur ce dossier? S'agit-il d'un projet pilote? Comment se décline-t-il? À quel horizon? Avec quels espoirs? La société et le gestionnaire de réseau ont-ils l'ambition de l'élargir si c'était concluant?
Jean-Luc Crucke:
Monsieur Cornillie, c'est effectivement une question originale et intéressante. La SNCB est pleinement engagée dans une politique de transition énergétique et la récupération d'énergie au freinage des trains s'inscrit dans cette dynamique.
Ce principe, qui consiste à réutiliser une partie de l'énergie générée lors du freinage, constitue une piste prometteuse pour améliorer l'efficacité énergétique du rail. Concrètement, les trains actuellement équipés d'un système de freinage électrodynamique sont capables de réinjecter dans la caténaire 3 kV d'électricité générée au moment du freinage. Cette énergie peut ensuite être immédiatement utilisée par d'autres trains présents sur la même section du réseau tant pour l'accélération que pour les équipements de confort à bord.
Cependant, il faut préciser que ce mécanisme de récupération rencontre certaines limites techniques. Sur un réseau alimenté en 3 kV, comme c'est le cas pour la grande majorité du réseau belge, la distance entre les trains et les sous-stations joue un rôle essentiel. Si aucun autre train ne consomme à proximité, l'énergie ne peut pas être réinjectée efficacement et doit alors être dissipée sous forme de chaleur via une résistance de freinage.
D'autres contraintes techniques entrent également en ligne de compte telles que l'adhérence maximale admissible au freinage et la tension limite de la caténaire. Sur des lignes à arrêts fréquents, comme celle du RER, le potentiel de récupération d'énergie peut atteindre jusqu'à 30 % de l'énergie consommée.
Sur les lignes où les arrêts sont plus espacés, ce potentiel est plus réduit, autour de 10 à 20 %. Cela montre bien que le profil de la ligne influence fortement le rendement énergétique global.
C'est pourquoi la SNCB privilégie l'utilisation de rames automotrices sur les liaisons à courte distance et à arrêts fréquents. Cela permet non seulement une meilleure flexibilité d'exploitation en fonction de la fréquentation mais également une consommation énergétique optimisée.
Pour toutes les acquisitions de nouveau matériel roulant, la SNCB exige qu'il y ait un système de récupération d'énergie électrique lors du freinage et que, via ce mécanisme de récupération d'énergie, l'énergie produite soit prioritairement utilisée par ce même train lors du freinage.
Dans cette logique, les cahiers des charges pour les nouvelles commandes incluent également des exigences en matière de rendement de la chaîne de traction, l'installation d'éclairages LED peu énergivores, une isolation thermique optimisée, une limitation de la chaleur solaire à travers les vitrages et la fermeture automatique des portes pour éviter les déperditions.
L'ensemble de ces mesures vise à limiter autant que possible la consommation d'énergie des véhicules, tout en renforçant l'efficacité et la durabilité du service ferroviaire.
Hervé Cornillie:
Merci monsieur le ministre pour ces éléments de réponse. Je suis mauvais chimiste, sans doute pas très bon ingénieur non plus, mais je crois les avoir compris. Avec toutes les remarques que vous faites par rapport à la distance entre le train et la sous-station, quelque part, votre réseau ferré est aussi un réseau électrique. Vous savez, parce que dans votre vie antérieure, vous vous êtes préoccupé de ces questions, que c'est un réseau qu'il convient donc d'équilibrer. Il ne s'agit pas non plus d'injecter – en tout cas nous ne sommes pas en mesure de le faire de manière optimale – cette quantité d'énergie partout, avec un risque de chauffe, si j'ai bien compris. Le RER est quant à lui une option bien plus intéressante à ce propos. Vous avez aussi complété votre réponse par l'adaptation du cahier des charges lors de l'acquisition de matériel, qui permet de tenir compte de tous ces aspects et de faire de la production locale et de l'autoconsommation, comme un réseau électrique.
De aanpassingen in het station Dendermonde met het oog op een vlottere verbinding richting Brussel
De aanpassingen in het station Dendermonde voor een vlottere verbinding richting Brussel
De veiligheid aan het station Dendermonde
Verbeteringen aan station Dendermonde voor veiligheid en vlotte verbindingen
Gesteld door
VB
Alexander Van Hoecke
VB
Alexander Van Hoecke
VB
Frank Troosters
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS-maatregelen in Dendermonde (spoorwijzigingen IC26 en wachttijd S-trein) werken niet in de praktijk: treinen stoppen nog steeds op verafgelegen perrons (8/9), waardoor overstappen moeilijk blijft, en de beloofde verbeteringen voor Waaslandse pendelaars (zoals behouden reistijd) falen. Van Hoecke eist het herstel van de rechtstreekse verbinding als enige oplossing voor de "dagelijkse miserie". Op veiligheid (na geweldsincidenten) belooft minister Crucke een nationaal actieplan met meer politie, cameratoegang en preventie, maar Troosters betwijfelt de effectiviteit van camera’s en dringt aan op concrete, snelle maatregelen om vertrouwen in het spoor te herstellen.
Alexander Van Hoecke:
Mijnheer de minister, volgens communicatie van de NMBS – inmiddels ruim twee maanden geleden – zou vanaf maandag 14 april de IC26-trein van en naar Brussel in het station van Dendermonde voortaan op spoor 5 stoppen, in plaats van op spoor 8 of spoor 9. Daardoor zouden pendelaars uit Sint-Niklaas, Belsele, Sinaai, Lokeren of Zele vlotter kunnen overstappen. U weet – ik heb het de vorige keer ook aangehaald – dat de overstap in het station van Dendermonde een bijzonder penibele situatie vormt. Als de perrons voor de overstap dichter bij elkaar zouden liggen, zou dat die situatie enigszins kunnen verhelpen.
Beide treinen op hetzelfde perron laten stoppen, werd volgens de woordvoerder van de NMBS grondig onderzocht, maar bleek om operationele redenen onmogelijk. In de praktijk stopt de trein vanuit Brussel echter niet op spoor 5. De trein naar Brussel stopt standaard op spoor 8 of spoor 9. De trein van Brussel stopt normaal gezien wel op spoor 5, maar in de praktijk – althans in mijn ervaring en ik pendel er regelmatig – wordt er zo goed als altijd een spoorwijziging doorgevoerd. Uiteindelijk stopt die trein dus telkens op spoor 8 of spoor 9. In de praktijk verandert er dus niets.
Sinds maandag 22 april is volgens de NMBS de S-trein richting Antwerpen in Dendermonde ook genoodzaakt om 5 minuten langer te wachten op de IC-trein vanuit Brussel, indien die laatste vertraging oploopt. Die maatregel zou volgens de NMBS later worden geëvalueerd.
Waarom wordt die aangekondigde wijziging in de praktijk niet uitgevoerd? Waarom vindt er steeds een spoorwijziging plaats waardoor de trein toch op het verder gelegen perron terechtkomt? Waarom wordt ’s ochtends geen spoorwijziging doorgevoerd? ’s Ochtends is het immers erg druk in het station van Dendermonde. Dat station heeft een bijzonder nauwe gang waar alle pendelaars door moeten, wat soms tot gevaarlijke situaties leidt.
Hoe beoordeelt de NMBS de genomen maatregelen tot nu toe en hoe wordt die evaluatie precies gemonitord? Op basis waarvan gebeurt dat? Is het aantal gemiste overstappen intussen gedaald dankzij die twee maatregelen van de NMBS, of is er in de praktijk nog steeds geen effect merkbaar?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, mijn vraag gaat ook over het station van Dendermonde, zij het vanuit een andere invalshoek. Ze gaat over een zestienjarige jongeman uit Dendermonde die de voorbije week het slachtoffer werd van extreem geweld aan het station van Dendermonde. Blijkbaar is daar al geruime tijd meer aan de hand. Het ging niet om een geïsoleerd feit. Blijkbaar zijn er daar de voorbije tijd meerdere incidenten geweest met vechtpartijen en diefstallen.
Mijn vragen daarover zijn de volgende. Hebt u kennisgenomen van de betreurenswaardige feiten die zich hebben afgespeeld? Hebt u zelf eventueel al maatregelen getroffen om de veiligheid aan het station van Dendermonde te garanderen? Hebt u daarover eventueel overleg gepleegd met uw collega-minister van Binnenlandse Zaken? Is er overleg geweest? Worden er maatregelen getroffen? Indien niet, waarom gebeurt dat niet?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, de aanpassingen die de NMBS en Infrabel recent hebben doorgevoerd, tonen duidelijk aan dat de reiziger centraal staat en dat in functie van wat mogelijk is de nodige aanpassingen gebeuren om in te gaan op de vragen van reizigers.
De spoorwijzigingen zijn doorgevoerd voor één trein elke twee uur. De IC26-treinen Kortrijk-Brussel-Dendermonde hebben een keertijd van 1 u 08. Dat houdt in dat het ene uur de trein aankomt uit Brussel op spoor 5 en de trein naar Brussel vertrekt op spoor 8 of 9. Het andere uur vertrekt de trein naar Brussel op spoor 5 en komt de trein uit Brussel aan op een ander perron. Mijnheer Van Hoecke, uiteraard kunnen er real time nog steeds spoorwijzigingen plaatsvinden, zoals u hebt opgemerkt.
Zoals zij dat voor elk van haar bedieningen doet en gelet op de aanpassingen die zij voor haar reizigers uit het Waasland doorvoert, blijft de NMBS alle ontwikkelingen in haar aanbod opvolgen. In de aanloop naar de volgende fase van het vervoerplan in december 2025 zullen wij de impact van de wijzigingen op zowel de stiptheid als de dienstverlening aan de reizigers kunnen beoordelen.
Mijnheer de voorzitter, in antwoord op uw vraag kan ik u meegeven dat ik mij er ten volle van bewust ben dat het waarborgen van de veiligheid in en rond de stations, ook in het station van Dendermonde, essentieel is om gebruikers een kwalitatief hoogstaand openbaar vervoer aan te bieden in een gastvrije en veilige omgeving, zowel aan boord van de trein als in de infrastructuur in het station. Zoals vermeld in het regeerakkoord, zal een nationaal actieplan voor de veiligheid in de stations en hun omgeving worden opgesteld. Een van de maatregelen die wordt overwogen, is de versterking van de aanwezigheid van politie in de stations evenals de toegang voor de ordediensten tot camerabeelden van de openbare-vervoersoperator.
De NMBS wordt eveneens gevraagd om preventieve maatregelen te nemen, zoals de eventuele uitbreiding van het cameranetwerk. Zoals u in uw vraag benadrukt, moet de minister van Binnenlandse Zaken, belast met Veiligheid, eveneens betrokken worden bij die beveiligingsprocessen. Ik heb minister Quintin reeds ontmoet om de mogelijke synergieën rond dat thema te evalueren.
U kunt dus vaststellen dat de problematiek van de onveiligheid in het station zeer ernstig wordt genomen, zodat iedereen zich veilig kan voelen in en rond die plaats. Ik zal een specifiek verslag vragen over de toestand in Dendermonde. Nu kan ik geen verdere toelichting geven, maar ik zal dat voor u navragen.
Alexander Van Hoecke:
Mijnheer de minister, uw antwoord verbaast mij eigenlijk een beetje. U zegt dat de spoorwijziging slechts bij de helft van de treinen wordt doorgevoerd. Dat strookt volgens mij niet met wat de NMBS twee maanden geleden heeft gecommuniceerd. U zegt ook dat de situatie nog altijd aangepast kan worden, maar als het spoor waarop de trein toekomt zomaar kan wijzigen, vraag ik me af wat het nut is van de remediërende maatregelen die u wilt invoeren.
De rechtstreekse treinverbinding vanuit het Waasland naar Dendermonde is afgeschaft. Nochtans werd beloofd dat de reistijd dezelfde zou blijven. Ook werd beloofd dat niemand zijn aansluiting zou missen. Dat blijkt niet het geval te zijn. De aangepaste maatregelen werken niet, of worden eenvoudigweg niet uitgevoerd. Ik denk dat de pendelaars uit het Waasland beter verdienen. Daarom wil ik u nogmaals vragen ervoor te zorgen dat de rechtstreekse treinverbinding wordt hersteld. Dat is uiteindelijk de enige oplossing om de dagelijkse miserie van al die pendelaars te verhelpen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Al vaker heb ik gezegd dat, om het even welke dienstverlening, welk comfort, welke stiptheid ook, zelfs al rijden er treinen met gouden zitbanken, als de veiligheid niet gegarandeerd is, zal een reiziger de trein niet nemen. Dat is, zoals u terecht stelt, absoluut essentieel. Veiligheid is een prioritaire voorwaarde voor het succes van het spoorvervoer. Ik verneem dat in overleg met Binnenlandse Zaken overwogen wordt om de politieaanwezigheid in het station van Dendermonde te versterken. Ik hoop dat dat effectief gebeurt. U verwijst ook naar preventieve maatregelen bij de NMBS, zoals het gebruik van camera's. Natuurlijk zijn we daar niet tegen, maar camera’s houden niemand tegen, zoals in het verleden al is gebleken. Ik wil de kost niet geven aan mensen die slachtoffer werden van criminaliteit, ondanks de aanwezigheid van camera’s. Ik hoop dus dat dat nauwgezet wordt opgevolgd en dat er kort op de bal wordt gespeeld in Dendermonde, maar ook elders, want anders zal van de fameuze modal shift naar de trein nooit veel in huis komen.
De mogelijkheden om spoorlijnen om te vormen tot zonnecentrales
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België onderzoekt – geïnspireerd door Zwitsers pilootproject met zonnepanelen *tussen spoorstaven* – de haalbaarheid ervan op het eigen 3.600 km-netwerk, maar Infrabel mikt eerst op grootschalige zonneparken *langs* spoorlijnen (bv. 2,7 MW-park in Avernas) met directe aansluiting op eigen infrastructuur en minimale operationele impact. Technische uitdagingen (onderhoud, veiligheid, reflectie) en kosten-efficiëntie zijn cruciaal; Zwitserse ervaringen worden bestudeerd (bezoek september 2024) om autoconsumptie van groene stroom voor treinen te versterken, in lijn met CO₂-doelen (-15% tegen 2032). Infrabel prioriteert rendabele, onderhoudsvriendelijke oplossingen zonder extra belasting van het spoorbeheer, maar blijft open voor lokale partnerschappen. Concrete beslissing over spoor-integratie volgt na analyse van het Zwitserse model.
Hervé Cornillie:
Monsieur le ministre, on sait depuis peu que la Suisse est capable de gagner et d'organiser l'Eurovision. Elle est connue pour son couteau suisse, son couteau appelé économe, mais elle sait aussi faire preuve d'audace dans d'autres domaines, et on n'en doutait pas, les petits pays se démarquent en général de cette manière, comme la Belgique. Et j'ai pu découvrir à travers mes lectures la première centrale solaire construite en Suisse sur les rails à Buttes, dans le canton de Neuchâtel. En fait, les panneaux solaires sont installés entre les rails des voies ferrées ouvertes au trafic – un espace habituellement inutilisé. C'est donc une manière de l'utiliser de manière opportune et donc de produire de l'énergie. Ici aussi, en référence à ma question précédente, l'énergie produite serait directement réinjectée dans le courant qui sert pour la traction des trains, favorisant ainsi l'autoconsommation d'une énergie durable ainsi créée. Les panneaux solaires sont d'ailleurs installés par un train spécialisé de façon ultra-rapide.
Alors, bien évidemment, toute une série de conditions techniques ont dû être levées. Il a fallu éviter par exemple des soucis quant à la stabilité des panneaux pour la sécurité des convois, mais aussi l'éblouissement lié à la réverbération du soleil, si le terme est du moins correct. La gêne pour l'entretien du réseau et des voies pose aussi des questions fondamentales. Ce projet pilote, rejeté une première fois en 2023, a donc répondu à toutes les observations qui ont été soulevées; toutes les difficultés techniques ont été rencontrées et toutes les questions de faisabilité ont été progressivement résolues. La Suisse ambitionne d'étendre cette technique à l'ensemble des 5 000 km de voies ferrées de son territoire national, ce qui permettrait de produire, selon mes lectures, 1 TWh par an. Il s'agit de quantités difficilement imaginables.
Selon les données disponibles sur le site de notre gestionnaire de réseau, nous avons un réseau de 3 602 km, donc assez comparable. Monsieur le ministre, y a-t-il autant de possibilités et d'opportunités pour développer en Belgique une approche similaire? Existe-t-il tout simplement d'autres projets? Celui-ci a-t-il déjà été traité d'une manière ou d'une autre?
Le train et l'énergie durable sont deux thématiques qui vous sont chères. J'aimerais connaître votre point de vue sur ce projet pilote. Quelles sont les possibilités pour un tel projet en Belgique, s'il y en a? Quelles autres pistes seraient-elles à l'étude via Infrabel?
Jean-Luc Crucke:
Monsieur Cornillie, Infrabel dispose d'une expertise reconnue en matière d'énergie et est en train de réfléchir à la possibilité de la valoriser, tant sur le plan de la production d'énergie que de sa mise à disposition. Ce travail poursuit également des objectifs de réduction de CO 2 , fixés dans le contrat de performance: - 10 % en 2027 et - 15 % en 2032 par rapport à 2019. Comme vous le savez, ce contrat a été signé entre l' É tat belge et Infrabel.
L'entreprise poursuit actuellement plusieurs projets photovoltaïques de grande envergure, que ce soit en appel d'offres ou en phase d'étude. L'objectif visé à terme est d'augmenter la puissance crête et de développer des projets photovoltaïques jusqu'à atteindre la consommation propre d'Infrabel.
Le gestionnaire d'infrastructure s'efforce de construire des parcs photovoltaïques avec une puissance crête assez élevée sur des terrains bien situés afin d'obtenir un rendement élevé et un coût par quantité d'énergie produite plus bas. Le long du réseau ferroviaire d'Infrabel, il est généralement impossible de se raccorder aux installations techniques propres à Infrabel. Lors de l'accomplissement des ambitions photovoltaïques d'Infrabel, la société a recherché des lieux où existeraient des possibilités de raccordement aux installations techniques propres à Infrabel et où l'on note un taux d'autoconsommation élevé. C'est ainsi qu'elle travaille non seulement à rendre plus durable sa consommation propre d'énergie électrique, mais également à contribuer activement à la transition énergétique des entreprises ferroviaires.
J'ai appris qu'Infrabel avait eu des contacts voici quelque temps avec l'entreprise qui est chargée du projet pilote en Suisse. Je souhaite qu'elle vienne me soumettre les conclusions qu'elle en aura tirées pour identifier dans quelle mesure nous pourrions déployer le même type de projet sur notre réseau ferroviaire. En tout cas, je me rendrai en Suisse au mois de septembre. Au cours de cette visite, je compte bien, dans la mesure du possible, me rendre compte de l'expérience menée par les Suisses. Du reste, l'accord de gouvernement est explicite sur l'étendue des missions que le gestionnaire d'infrastructure peut être amené à développer pour soutenir des projets vertueux de production d'énergie.
Pour le réseau ferroviaire belge, Infrabel vise moins d'actifs sur les voies, moins de prestations de maintenance nécessaire afin de minimiser l'engagement du personnel et de maximiser la capacité de trafic ferroviaire. Les interruptions de trafic pour la maintenance et le renouvellement ont lieu aussi efficacement que possible. Autant d'inspections que possible sont effectuées au moyen de techniques de reconnaissance d'images. La fiabilité opérationnelle des installations d'Infrabel est maintenue à un niveau aussi élevé que possible en vue de favoriser la ponctualité du trafic ferroviaire.
Le gestionnaire d'infrastructure estime qu'avec les projets réalisés aujourd'hui, de grands pas sont faits dans la transition énergétique, avec un coût d'investissement minimal et un rendement élevé, sans augmenter les coûts opérationnels de maintenance et de renouvellement des voies elles-mêmes et en maintenant la fiabilité opérationnelle des installations d'Infrabel aussi élevée que possible. Infrabel suit de près de nombreux développements autour des énergies renouvelables, dont ce projet pilote suisse.
Concernant les autres pistes relatives à la production d'énergie, Infrabel développe déjà des solutions photovoltaïques dans des endroits dont la localisation est mûrement réfléchie pour des raisons de facilité de raccordement, et de façon à éviter toute emprise directe sur le domaine ferroviaire et réduire à néant tout impact négatif sur les activités opérationnelles telles que l'entretien, le renouvellement et le contrôle.
J'ai d'ailleurs eu l'occasion d'inaugurer le 22 mai dernier un nouveau grand parc photovoltaïque à Avernas, dont la puissance de production peut atteindre 2,7 mégawatts-crête.
Hervé Cornillie:
Merci, monsieur le ministre, pour vos éléments de réponse. Je suis content d'entendre que ce projet fait l'objet de contacts entre Infrabel et le gestionnaire de réseau suisse. Vivement que nous puissions disposer des conclusions pour voir si elles peuvent inspirer Infrabel dans le cadre de ses actions en matière d'énergie. Nous ne doutons pas que celles-ci soient très développées, comme vous l'avez explicité. Je reviendrai certainement vers vous à ce sujet. Je connais par ailleurs la bourgmestre d'une petite commune qui a de nombreuses propriétés le long du réseau d'Infrabel. Si vous cherchez des partenaires pour des projets énergétiques, n'hésitez jamais à frapper à notre porte!
De toekomst van het station Stockem
De inrichting van een stopplaats in Ransart
De toekomst en inrichting van spoorweghaltes
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De plannen voor een treinstation in Ransart (nabij luchthaven Charleroi) blijven onderzocht, maar zijn nog niet concreet: de SNCB moet kost-batenanalyses maken (o.b.v. passagierspotentieel, impact op netwerk en alternatieven zoals de intermodale hub in Fleurus, 15 minuten per bus van de luchthaven). Financiering, scenario’s of overleg met BSCA zijn nog niet uitgewerkt; beslissingen vallen pas in het Plan Transport 2026-2029 na raadpleging lokale actoren. De minister benadrukt flexibiliteit in aanbod (openen/sluiten haltes) en samenwerking met regionale vervoerders voor continuïteit, maar concrete stappen ontbreken nog. Kritische criteria zijn passagiersdichtheid, netwerkcapaciteit en bestaande alternatieven.
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, le plan de mobilité de Charleroi, dans sa version soumise à enquête publique, évoquait l'implantation d'une gare à Ransart. Ce projet de création d'une halte ou d'une gare ferroviaire à Ransart n'est pas nouveau.
Lors de la mandature 2014-2019, le ministre fédéral de la Mobilité avait annoncé vouloir étudier la faisabilité et le coût de l'aménagement d'un point d'arrêt ferroviaire à Ransart, notamment pour renforcer la desserte de l'aéroport de Bruxelles-Sud-Charleroi (BSCA).
Il s'agirait d'un point d'arrêt là où la ligne 140 croise la nationale 568 qui mène à l'aéroport. À cet endroit, la distance en bus avec l'aéroport pourrait être de trois kilomètres et demi.
Ce projet représente une opportunité complémentaire pour renforcer la mobilité sur et aux alentours du plateau nord de Charleroi.
À l'époque, un groupe de travail devait être constitué, comprenant l'autorité fédérale, la Société régionale wallonne du Transport (SRWT) et le BSCA, afin d'étudier cette connexion. Pour diverses raisons, ce projet n'a pas été poussé plus en avant.
Aujourd'hui, je souhaiterais comprendre la nature exacte du projet d'aménagement d'une gare à Ransart.
Monsieur le ministre, quels sont les scenarii éventuels sur la table? Quelles sont les pistes de financement envisagées? Des consultations ont-elles été menées, notamment avec le BSCA? Quelles sont les démarches actuelles pour faire aboutir ce projet?
Jean-Luc Crucke:
Cher collègue, comme je l'ai dit lors de la dernière commission de la Mobilité, l'accord du gouvernement prévoit que la desserte ferroviaire soit adaptée aux évolutions de la demande, qu'elle soit actuelle ou potentielle. Cela signifie concrètement qu'il doit être possible d'ouvrir de nouveaux arrêts là où se développent de nouvelles concentrations de logements mais aussi de fermer certains arrêts.
En réponse à la question de Mme Ramlot, je peux assurer de notre volonté d'accorder une attention toute particulière à la problématique essentielle de l'accès aux transports en commun, en particulier pour les territoires ruraux, tels que l'arrêt de Stockem, par exemple. Sur ce point, je compte bien respecter les dispositions de l'accord de gouvernement aussi.
Tenant compte des autres dispositions de l'accord de gouvernement, qui réaffirment les ambitions des contrats avec les entreprises publiques ferroviaires, et conformément à l'article 9 du contrat de service public de la SNCB, cette dernière est donc autorisée à lancer des projets de modification de service, qu'il s'agisse de l'ouverture ou de la fermeture, sur la base d'analyses coûts-bénéfices rigoureuses menées en collaboration avec le SPF Mobilité et Transports.
Monsieur Dufrane, en ce qui concerne l'étude d'un nouvel arrêt à Ransart, l'accord de gouvernement prévoit que la desserte ferroviaire soit adaptée aux évolutions de la demande, qu'elle soit actuelle ou potentielle. Cela signifie concrètement qu'il doit être possible d'ouvrir de nouveaux arrêts là où se développent de nouvelles concentrations de logements mais aussi de fermer certains arrêts aujourd'hui désertés par les usagers.
Par rapport à la meilleure connectivité avec l'aéroport de Charleroi, la nouvelle gare SNCB de Fleurus se veut déjà intermodale depuis juin 2023. La SNCB a investi de manière non négligeable en concertation avec les partenaires concernés, tels que le TEC. Elle a été pensée pour que les voyageurs puissent passer facilement d'un mode de transport à l'autre jusqu'à l'aéroport, de façon confortable et en toute sécurité.
En effet, située seulement à 15 minutes en bus de l'aéroport, la gare SNCB de Fleurus est désormais directement reliée à l'aéroport de Charleroi, permettant une intermodalité fluide entre le train et le bus au bénéfice de la mobilité, tant des touristes que des voyageurs réguliers.
Cette gare se trouve, comme vous le savez, à environ trois kilomètres de l'endroit que vous avez mentionné, mais j'ai parfois des informations très contradictoires sur le succès de cette ligne.
Pour répondre à la question de Mme Ramlot, les critères de la législation sont le nombre de passagers potentiels dans un rayon de deux kilomètres autour de l'arrêt prévu; les projets visant à augmenter la densité ou à développer des services susceptibles d'attirer de nouveaux usagers; l'impact en termes de passagers gagnés ou perdus par jour et par train; les coûts marginaux d'exploitation et d'investissement; l'impact sur la vitesse commerciale, sur les performances globales du réseau et sur la capacité de la ligne concernée; les services de transport alternatif existants; la distance jusqu'à la gare le plus proche et l'accessibilité de la zone concernée par le rail.
Ces critères sont pour moi primordiaux, mais également pour mes collègues ministres régionaux de la Mobilité, puisque nous avons échangé sur le sujet en CIM le 25 mars dernier et que j'ai adressé un courrier à la SNCB sur la nécessité d'une alternative intermodale concrète pour les voyageurs dont l'arrêt ne serait plus desservi par la SNCB.
Je reste donc en contact étroit avec la SNCB par rapport à cet enjeu, notamment dans le cadre de la préparation du plan de transport 2026-2029. Toutes les propositions formulées dans ce cadre feront l'objet d'une concertation avec les pouvoirs locaux, mon administration et mon cabinet avant d'être soumises au Conseil des ministres qui aura le dernier mot.
Dans ce cadre, conformément à l'accord de gouvernement, des synergies doivent être envisagées avec les opérateurs de transport régionaux afin de garantir une continuité du service public en cas d'adaptation de la desserte ferroviaire, notamment par la fermeture d'une gare.
Enfin, à ce jour, et je le répète une nouvelle fois ici, je n'ai reçu aucune liste, que ce soit pour initier des projets de desserte de gares ou pour l'arrêt de la desserte de gares. Néanmoins, je reste particulièrement attentif à ce que la question de la desserte des points d'arrêt soit intégrée dans une démarche plus globale de définition du nouveau transport public – train plus transport régional – qui sera la plus efficiente possible au service des voyageurs.
Carmen Ramlot:
Monsieur le ministre, même si je n'ai pas tout entendu, cela a l'air plutôt rassurant. Je suis donc très satisfaite de la réponse. Ces propos vont rassurer de nombreux acteurs du monde ferroviaire en province de Luxembourg, province que m'est chère, vous le savez bien. Nous attendons de voir, mais nous comptons sur vous pour tenir compte des spécificités de notre ruralité. Merci.
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponse, notamment par rapport à Ransart et à l'étude que vous allez poursuivre. J'ai noté, lors d'une précédente interpellation, une visite de terrain à Charleroi. J'ai l'impression que nous aurons encore l'occasion de discuter du dossier.
De renovatie van het voormalige ondergrondse station Luik-Sint-Lambertus
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De verplaatste bovengrondse gare Liège-Saint-Lambert verbetert veiligheid, toegankelijkheid en duurzaamheid, maar de gesloten ondergrondse gare (sinds 2023) dreigt een problematische braakliggende ruimte te worden door illegale bezetting en overlast. SNCB heeft veiligheidsmaatregelen genomen (versterkte bewaking, cameratoezicht, sociale bemiddeling) en onderzoekt herbestemmingsopties (concessie, erfpacht, gedeeltelijke verkoop), maar een concreet plan of tijdpad ontbreekt nog door afhankelijkheid van Infrabel, hulpdiensten en technische beperkingen. Lokale overheden worden betrokken, maar definitieve beslissingen en budgetten voor duurzame transformatie blijven onduidelijk. Foret benadrukt de urgentie om de ruimte nuttig te hergebruiken en toegankelijkheid voor ongewenst gebruik te blokkeren.
Gilles Foret:
Merci, monsieur le président. Monsieur le ministre, le modernisation de la gare de Liège Saint-Lambert, désormais déplacée en surface, s'inscrit dans une dynamique de sécurité, de durabilité et d'accessibilité accrues. L'ancienne gare souterraine, fermée depuis l'été 2023, a longtemps souffert d'un déficit d'image en raison de son état de délabrement: éclairage vétuste, pannes d'équipement, sentiment d'insécurité. Sa fermeture et le basculement vers une gare en surface, plus lumineuse, verdurisée et accessible, représentent un réel progrès pour les usagers. Cependant, la désaffectation de la gare souterraine présente de nouvelles problématiques. Des témoignages évoquent la présence régulière de groupes y pénétrant illégalement, ce qui engendre nuisances pour le voisinage et inquiétudes en matière de sécurité.
Or, aucune annonce claire n'a encore été faite quant à l'affectation future de cet espace fermé, pourtant situé en plein cœur de la ville. L'accord de gouvernement met l'accent sur la valorisation du patrimoine ferroviaire, la sécurité des infrastructures et leur intégration urbaine. Dans ce contexte, il est crucial d'assurer la réhabilitation rapide de cette gare souterraine afin d'éviter qu'elle ne devienne une friche urbaine problématique.
Monsieur le ministre, mes questions sont les suivantes. Quelles mesures ont-elles été prises pour sécuriser l'ancienne gare souterraine de Liège Saint-Lambert depuis sa fermeture? La SNCB – ou un autre acteur public – prévoit-elle un projet de réaffectation de cet espace et selon quel calendrier? Une concertation est-elle envisagée avec les autorités locales pour intégrer cette infrastructure dans un projet urbain cohérent et utile à la collectivité? Enfin, des budgets sont-ils prévus pour assurer la sécurisation immédiate et la transformation de cette infrastructure dans le respect des engagements environnementaux et sociaux du gouvernement? D'avance, merci pour vos réponses.
Jean-Luc Crucke:
Cher collègue, la gare de Liège Saint-Lambert est définitivement fermée au public depuis plusieurs mois, comme vous l'avez précisé. Cette fermeture s'inscrit dans le cadre du projet de réaménagement complet de l'environnement de la gare, comprenant la construction d'un bâtiment standardisé, la rénovation des quais et des accès ainsi qu'une mise en conformité en matière d'accessibilité.
Depuis cette fermeture, seuls les prestataires en charge des travaux et le personnel de la SNCB y accèdent, pour des raisons techniques. Aucun incident n'a été signalé à Securail depuis lors, hormis la présence occasionnelle de personnes en errance sur les quais. Dans ces situations, Securail intervient rapidement en coordination avec le SPC (la police des chemins de fer) et la police locale.
Afin de renforcer le sentiment de sécurité dans la gare et autour de celle-ci, plusieurs mesures concrètes ont été prises par la SNCB en collaboration étroite avec ses partenaires. Des patrouilles virtuelles sont désormais activées et actives dès quatre heures du matin. Elles sont rendues possibles par le renforcement du système de vidéosurveillance. Cela permet une détection rapide et une intervention immédiate en cas de besoin.
Parallèlement, la présence sur le terrain des agents de Sécurail a été intensifiée, notamment aux heures jugées les plus sensibles: tôt le matin et tard le soir.
La police locale a été informée et mobilisée et des actions conjointes sont régulièrement organisées pour assurer une présence coordonnée. Un référent social a également été déployé en gare. Sa mission consiste à aller à la rencontre des personnes vulnérables – je l'ai vu fonctionner –, à évaluer leur situation et à les orienter vers les services sociaux appropriés, en concertation avec les autorités communales.
En outre, le personnel chargé de l'ouverture et de la fermeture de la gare a été sensibilisé à la remontée systématique des incidents via le Security operations center de la SNCB. L'ensemble de ces mesures fait l'objet d'un suivi continu, en concertation régulière avec la police locale, la police des chemins de fer et les autorités communales. Ces efforts conjoints portent leurs fruits, contribuant à une amélioration tangible, me semble-t-il, de la sécurité et du confort pour les usagers et les riverains.
La nouvelle gare de Liège-Saint-Lambert sera opérationnelle dans les prochains mois. Quant à l'ancien bâtiment souterrain, sa destination future fait actuellement l'objet d'une étude au sein de la SNCB. Plusieurs scénarios sont envisagés: la mise en concession, le bail emphytéotique ou la vente, même partielle. La décision finale dépendra de l'accord d'Infrabel et des services de secours, compte tenu de la localisation du bâtiment sous les voies ferrées et de la présence d'installations techniques indispensables à l'exploitation ferroviaire. Une analyse approfondie sera menée en ce sens. La SNCB reste en dialogue actif avec les acteurs locaux afin d'identifier la solution la plus adaptée à cet environnement urbain.
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, merci pour ces différents éléments de réponse, notamment sur cette nouvelle gare en surface qui, en effet, apporte du confort, et sur toutes les différentes actions qui sont entreprises pour assurer la sécurité des passagers et des usagers de cette gare-là. Merci aussi de rester vigilant quant au sort de l'ancienne gare. Je comprends qu'elle est en dessous des rails et qu'on ne se déleste pas de biens comme cela, mais c'est important de voir s'il y a une affectation possible, en tout cas de faire en sorte qu'elle ne soit pas accessible à certains citoyens qui pourraient l'occuper. Il est important que ça ne devienne pas un point mort. N'hésitez pas non plus à revenir, avec Infrabel et la SNCB bien évidemment, vers les autorités locales pour voir s'il y a une possibilité, avec des partenaires privés ou publics, pour un nouvel élan à cet espace souterrain.
De treinverbindingen vanuit het station Genk
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De treinverbinding Genk-Brussel kampt met chronische vertragingen (Genk is het minst stipte station van België) en te lange reistijden (theoretisch 1,5 uur, vaak 1u45 in praktijk), ondanks Genks status als grote centrumstad (67.000 inwoners) en knooppunt voor Oost-Limburg. Structurele problemen—enkelsporige trajecten, beperkte capaciteit op de Noord-Zuidverbinding, en een dienstregeling die overstappen in Hasselt onrendabel maakt—blokkeren snelle oplossingen; de NMBS wijst op gebrek aan middelen en infrastructuurbeperkingen, maar belooft kleine aanpassingen (bv. vertrektijd IC-29 in 2025) zonder fundamentele verbetering. Raskin benadrukt de urgente nood aan betere ontsluiting voor de economisch cruciale regio Maaskant/Oost-Limburg, waar treinpendelaars afhankelijk zijn van Genk, en herhaalt zijn langlopende kritiek op historisch onderinvestering in Limburgs spoor. Hij eist expliciete politieke aandacht bij de volgende dienstregeling en meerjarenplannen, maar concrete maatregelen blijven uit.
Wouter Raskin:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de ingediende vraag.
De trein is altijd een beetje reizen. Die slogan is vandaag zeker van toepassing op wie met de trein vanuit meer afgelegen gebieden naar het centrum van dit land pendelt. Vooral in mijn provincie Limburg komen treinen vaak te laat aan. Het station Genk spant daarbij de kroon. In 2024 mocht het zich het minst stipte treinstation van het land noemen: één op de vier treinen die in Genk arriveerde, deed dat met minstens zes minuten vertraging.
Genk is nochtans geen klein dorpje, maar een flinke centrumstad met meer dan 67.000 inwoners. Bovendien stappen ook heel wat mensen uit Oost-Limburg en de Maaskant er op de trein.
Maar wie met de trein vanuit Genk naar Brussel wil pendelen, doet daar maar liefst anderhalf uur over. De rechtstreekse treinverbinding passeert immers tijdens elke rit langs verschillende kleinere stations zoals Bokrijk, Kiewit en Alken. Anderhalf uur is weliswaar de theoretische reistijd, want in realiteit ligt de pendeltijd door vertragingen vaak hoger.
In het verleden was een sneller traject mogelijk, mits een overstap in Hasselt. Maar ik begrijp van veel treinreizigers dat een slechte dienstregeling ervoor zorgt dat deze optie eigenlijk geen voordeel oplevert. Door het trage stuk tussen Genk en Hasselt en de wachttijd op de volgende trein is de reistijd nagenoeg identiek. Ook bij de terugreis na het werk doet dit probleem zich voor. Wie in Brussel op de snellere trein naar Hasselt stapt (via Aarschot en Diest), moet in Hasselt alsnog wachten op de tragere IC-trein naar Genk, die men dus al rechtstreeks in Brussel had kunnen nemen. In het verleden zou het wel mogelijk geweest zijn om 's avonds vlotter naar Genk te sporen.
Mijn vragen aan u:
1. Bent u op de hoogte van de slechte stiptheidscijfers van het station in Genk? Hoe denkt u deze cijfers terug op te krikken?
2. Heeft de NMBS ooit de mogelijkheid bestudeerd om een snellere treinverbinding te creëren tussen Genk en Brussel, bijvoorbeeld door tijdens de spitsuren de kleinste stations op het traject over te slaan?
3. De lange reistijd wordt niet alleen veroorzaakt door vertragingen, maar ook door een slechte dienstregeling die het voordeel van een overstap in Hasselt op een snellere trein volledig wegneemt. Is de NMBS hiervan op de hoogte? Klopt het dat deze dienstregeling recent veranderd is?
4. Welke maatregelen zal de NMBS nemen om de Genkse treinreizigers vlotter van en naar Brussel te laten sporen? Is het mogelijk om de dienstregeling aan te passen zodat de combinatie van de trein Genk-Hasselt en de snellere trein Hasselt-Brussel opnieuw voordelig wordt?
Jean-Luc Crucke:
De NMBS en Infrabel zijn zich bewust van de bezorgdheden inzake de stiptheid en de reistijden op deze verbinding en volgen de situatie van nabij op.
Wat de stiptheid betreft, noteren we dat de IC-03 en de IC-29 op hun traject naar Genk een stiptheid halen die merkelijk lager is dan het gemiddelde op netniveau. Daarmee kan niemand tevreden zijn. Daarom worden vanaf juni 2025 concrete aanpassingen doorgevoerd aan de IC-29-verbinding Gent-Genk. Zo zal de trein een minuut vroeger vertrekken in Gent.
Dergelijke ingrepen kunnen bijdragen tot een betere operationele stabiliteit en betere stiptheid op het volledige traject. We moeten daarbij wel kijken naar de structuur van het spoornet, waarbij in Limburg een aantal spoorlijnen over een deel van het traject over slechts één spoor beschikken. De structuur van het net zorgt er dus voor dat incidenten daar minder goed opgevangen kunnen worden. De NMBS en Infrabel kunnen wel maatregelen nemen om de stiptheid te verbeteren, maar plaatsen waar slechts één spoor beschikbaar is, zijn veel vatbaarder voor congestieproblemen.
Inzake de suggestie om tijdens de spitsuren een snellere verbinding tussen Genk en Brussel te creëren door kleinere stations over te slaan, kan ik meegeven dat de NMBS bij het opstellen van haar vervoersplannen steeds zoekt naar een evenwicht tussen commerciële snelheid en toegankelijkheid voor de reizigers. Stations als Kiewit en Bokrijk tellen dagelijks respectievelijk 759 en 283 opstappende reizigers. Gelet op deze aantallen en het belang van onder meer de nabijgelegen Corda Campus en de middelbare school Kindsheid Jesu in Kiewit blijft een bediening om het halfuur gerechtvaardigd. Het overslaan van deze haltes tijdens de spits zou de bereikbaarheid van deze centra aantasten. Bovendien zijn er nu geen bijkomende middelen beschikbaar om een extra sneltrein tussen Hasselt en Genk in te leggen.
Er werd ook gewezen op de reistijd tussen Genk en Brussel en het beperkte voordeel van een overstap in Hasselt. In december 2024 heeft de NMBS effectief enkele wijzigingen aangebracht aan de dienstregeling. Tijdens de piekuren blijft de overstapmogelijkheid in Hasselt bestaan, maar de tijdwinst ten opzichte van een rechtstreekse trein is beperkt gebleven.
In vergelijking met vorig jaar is de totale reistijd met overstap slechts licht toegenomen, met enkele minuten.
De mogelijkheid om de dienstregeling aan te passen zodat de combinatie Genk–Assen met overstap op de snellere trein naar Brussel aantrekkelijker wordt, is momenteel niet haalbaar. De spoorlijnen tussen Landen en Alken en ter hoogte van de bocht van Leuven zijn enkelsporig. Daarnaast is de capaciteit op de Noord-Zuidverbinding in Brussel zeer beperkt. Hierdoor zijn bijkomende of snellere overstapmogelijkheden op dit moment niet mogelijk.
De NMBS blijft zich echter engageren om, binnen het kader van de bestaande infrastructuur en de beschikbare middelen, voortdurend te werken aan de verbetering van de stiptheid, de betrouwbaarheid en het algemene comfort voor de reizigers van en naar Genk.
Wouter Raskin:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw gedetailleerde antwoord, maar de situatie vormt wel degelijk een dubbel probleem, want het minst punctuele van alle Vlaamse stations gaat gepaard met een erbarmelijke dienstverlening. Op papier zou dat traject namelijk in anderhalf uur afgelegd moeten kunnen worden, terwijl het in de praktijk – zoals toegegeven door de NMBS – veelal een uur en drie kwartier in beslag neemt. We mogen niet uit het oog verliezen dat het hier gaat om de verbinding tussen Brussel en een centrumstad, namelijk Genk. Met ruim 60.000 inwoners is dat geen dorp. Daar moet dringend werk van gemaakt worden, want deze situatie verdient uw aandacht. De hele regio van de Maaskant en Oost-Limburg, die vandaag de dag compleet onvoldoende ontsloten is, is voor het treinverkeer aangewezen op Genk. Het gaat dus om een groot aantal mensen. Bovendien is er nog de tewerkstellingsuitdaging in die regio. Hopelijk luisteren de mensen van de NMBS mee, met het oog op de aankomende nieuwe dienstregeling, zodat er zeer kritisch naar deze verbinding gekeken wordt. U verwijst terecht naar een van de problemen, maar het is in werkelijkheid een samenloop van talrijke problemen. In Limburg ligt er op vele plaatsen nog steeds een enkel spoor. Ik herhaal dan ook mijn pleidooi, dat ik al jaren houd. Limburg is historisch onderbedeeld wat betreft investeringen in treininfrastructuur. Wanneer de NMBS en Infrabel binnenkort aan de slag gaan met de nieuwe dienstregeling in functie van het nieuwe meerjarenplan, is het essentieel dat ook de bevoegde minister expliciet verwijst naar Limburg. Daar zijn er nog steeds tal van problemen die dringend aandacht vragen.
Het uitstel van de verplichte invoering van ETCS-onlytreinverkeer
Het uitstel van de ETCS-onlydatum tot eind 2027
Het uitstel van de ETCS-verplichting tot 2027
Het uitstel van de invoering van het ETCS-onlysysteem
Uitstel van de verplichte ETCS-only invoering tot eind 2027
Gesteld door
Open Vld
Irina De Knop
VB
Frank Troosters
Les Engagés
Julien Matagne
Vooruit
Niels Tas
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De ETCS-only-invoering in België is uitgesteld van eind 2025 naar december 2027 om internationale HST- en goederenvervoerders (waaronder SNCF, pas klaar in 2029) meer tijd te geven, maar Infrabel en NMBS halen de oorspronkelijke deadline wel. Het uitstel kost beperkt extra (onderhoud TBL1+), maar 78% van het goederenmaterieel en 70% van het HST-verkeer zou zonder uitstel verloren gaan; sanctie- en subsidiemechanismen (zonder retroactiviteit) worden onderzocht om vertragingen tegen te gaan. België blijft Europees koploper (na Zwitserland/Luxemburg), maar de vakbondelijke afwijzing van een gerelateerd voorakkoord en gebrek aan transparantie naar het Parlement toe zetten de discussie onder druk.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, ik ben zelf burgemeester in Lennik, een van de gemeenten die niet onmiddellijk grenst aan Buizingen, maar wel in de onmiddellijke nabijheid ervan ligt. De treinramp van een aantal jaar geleden zindert in onze regio nog steeds na. Daarom hebben wij een grote belangstelling voor het concept van het European Train Control System .
Wij begrepen dat er na de treinramp in Buizingen een heel grote consensus was om van veiligheid op het spoor een absolute topprioriteit te maken. Een belangrijk doel daarbij was ook om het Belgische spoorwegennet tegen 2026 ETCS-only te maken. In uw beleidsverklaring en in uw beleidsnota gaf u reeds aan dat tegen eind 2025 zowel het spoorwegnet als voldoende rollend materieel van de NMBS zou zijn uitgerust met het systeem, zodat het voor Infrabel en de NMBS mogelijk is om te voldoen aan de verplichting om vanaf 2026 ETCS-only te rijden. Dat is geen dag te vroeg, want ondertussen is het treinongeval meer dan tien jaar geleden. Wij hebben dus al zoveel tijd nodig gehad om het systeem uit te rollen.
Uit overleg met de sector van het goederenverkeer en het internationale HST-verkeer is gebleken dat het voor die sectoren blijkbaar niet mogelijk is om tegen eind 2025 ETCS-only te rijden. Indien die verplichting voor het HST-verkeer vanaf 2026 toch zou gehandhaafd blijven, zou blijkbaar ongeveer 30 % van het HST-potentieel niet mogelijk zijn in België. Wij kunnen in de pers lezen dat SNCF Voyageurs geen ECTS-treinen zal voorzien in België voor eind 2029. Ook voor het goederenvervoer zou slechts 78 % van het rollend materieel tegen eind 2025 beschikken over het noodzakelijke systeem.
U zou daarom aan de regering voorleggen om de betrokken partijen nogmaals twee jaar extra te geven om hun rollend materieel aan te passen. Begin 2028 zou het volledige spoornet dan ETCS-only moeten zijn. Mijnheer de minister, mijn vragen aan u zijn de volgende.
Kunt u bevestigen dat het Belgische spoorwegennet volledig over het ETCS zal beschikken tegen eind 2025? Kunt u verzekeren dat het uitstel met twee jaar zal volstaan voor de operatoren van het goederen- en internationaal reizigersvervoer?
Wilt u op Europees niveau ervoor pleiten om de migratie naar het ETCS op het volledige Europese netwerk te versnellen? U kunt ter zake dus een belangrijke voortrekkersrol spelen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, tijdens de ministerraad van 16 mei werd de ETCS-onlydatum, die aanvankelijk was vastgelegd op 14 december 2025, uitgesteld tot 12 december 2027. Dit uitstel moet meer ruimte bieden aan verschillende spoorwegondernemingen om te voldoen aan de verplichting om te rijden met rollend materieel dat uitgerust is met ETCS-technologie. De beslissing van de ministerraad gaat gepaard met het twee jaar langer onderhouden van het TBL1+-systeem. Bijkomend zal een denkoefening opgestart worden over doeltreffende aanmoedigings- en sanctiemechanismen, zodat spoorwegondernemingen verplicht zullen zijn zich tijdig in orde te stellen tegen de nieuwe deadline van 12 december 2027.
Kunt u een stand van zaken geven over de mate waarin spoorwegondernemingen zich reeds geconformeerd hebben aan de ETCS-onlyvereisten? In welke mate blijkt dat bepaalde spoorwegondernemingen zich niet tijdig zullen kunnen conformeren? Hebt u zicht op de totale kostprijs die de verplichte ETCS-technologie voor de operatoren uit de goederensector per spoor met zich zal meebrengen? Wat zal de budgettaire impact zijn van het langer onderhouden van het TBL1+-systeem?
Aan welke vormen van aanmoediging denkt u wanneer het gaat over doeltreffende aanmoedigingsmechanismen? Aan welke vormen van sancties denkt u wanneer het gaat over doeltreffende sanctiemechanismen? Zal retroactief gebruik worden gemaakt van aanmoedigingssystemen voor ondernemingen die zich wel al geheel of gedeeltelijk in orde hebben gesteld?
Voorzitter:
M. Matagne a retiré sa question n° 56005133C.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, de federale regering heeft uw voorstel goedgekeurd om de invoering van het ETCS-onlysysteem op het Belgische spoor met twee jaar uit te stellen tot december 2027. In de tussentijd blijft het oude veiligheidssysteem nog in gebruik. Door dat uitstel zou men de tijd hebben om praktische, economische en veiligheidsoverwegingen beter in evenwicht te brengen. Tegelijkertijd roept het uiteraard ook een aantal bezorgdheden op. De overstap is immers belangrijk voor de veiligheid en de modernisering van ons spoor. Het is daarom essentieel dat dit geen uitstel wordt dat nodeloos aansleept.
Kunt u aangeven welke spoorwegbedrijven hun verplichtingen uit het koninklijk besluit van 6 december 2020 nog niet hebben uitgevoerd? En wat zijn de exacte redenen voor die achterstand?
U kondigde aan dat u werkt aan nieuwe aanmoedigingsmechanismen en mogelijke sancties voor wie de nieuwe deadline niet haalt. Welke maatregelen overweegt u en vanaf wanneer zullen die van kracht zijn?
Zult u spoorwegbedrijven verplichten om regelmatig te rapporteren over hun voortgang? Hoe frequent moet dat gebeuren? Zal die informatie ook publiek worden gemaakt?
Brengt dit uitstel bijkomende kosten mee voor de overheid, bijvoorbeeld voor het langer in dienst houden van het oude systeem of voor andere technische aanpassingen?
Wat betekent dit uitstel voor de spoorveiligheid? Werd daarover advies gevraagd aan onafhankelijke experten of veiligheidsinstanties?
Het ETCS is een Europees systeem en België hinkt op dat vlak achterop. Hoe wordt dit uitstel verantwoord tegenover de rest van Europa? Kan België hierdoor klachten of straffen krijgen van de Europese Commissie?
Voor Vooruit is het belangrijk dat we bouwen aan een veilig, duurzaam en performant spoor als ruggengraat van een sociaal en klimaatvriendelijk mobiliteitsbeleid. De uitrol van het ETCS-systeem is daarin een onmisbaar puzzelstuk. Elk bijkomend uitstel kan negatieve gevolgen hebben voor de veiligheid op het spoor en voor de noodzakelijke investeringen in modernisering. Daarom moeten we de nieuwe deadline van eind 2027 zonder fout halen. Dat vereist een strikte opvolging door u en Vooruit rekent daarop.
Jean-Luc Crucke:
Geachte Kamerleden, de Belgische Spoorwegen investeren al sinds het einde van de jaren negentig volop in spoorwegveiligheid. Die inspanningen zijn nog in een stroomversnelling gekomen na het tragisch ongeval in Buizingen in 2010. Zeer recent heb ik trouwens nog de families van de slachtoffers van dat tragisch ongeval in Buizingen ontmoet om hen de beslissing uit te leggen die de regering heeft genomen en om te luisteren naar hun verhalen. Ook al werd de toepassing van ETCS-only uitgesteld van eind 2025 naar eind 2027 – een beslissing die op 16 mei door de federale ministerraad werd goedgekeurd, mijnheer Tas – toch blijft België een pionier op het vlak van spoorwegveiligheid in Europa. Ik wil onverminderd op dat elan doorgaan, in samenwerking met de buurlanden en andere Europese landen.
In de loop van 2024 werd duidelijk dat in het bijzonder de operatoren van internationaal reizigersvervoer aan hoge snelheid en die van goederenvervoer, moeilijkheden ondervinden om de ETCS-onlyverplichting tegen eind 2025 te respecteren. Ook werd duidelijk dat de installatie en de upgrades van ETCS op het rollend materieel een niet te verwaarlozen financiële impact hebben op de spoorwegondernemingen, waaronder de goederenoperatoren.
Om die redenen organiseerde de FOD Mobiliteit en Vervoer in het najaar van 2024 een sectoroverleg om een zo goed en volledig mogelijk inzicht te krijgen in de huidige en toekomstige uitrusting met ETCS van de spoorweginfrastructuur en het rollend materieel van alle operatoren die actief zijn in België. Daaruit bleek dat de situatie zeer verschillend is per segment van de spoorwegsector. Infrabel bevestigt dat het Belgisch spoorwegnet tegen eind 2025 volledig met ETCS zal zijn uitgerust. Ook de NMBS, op dit moment de enige operator van nationaal reizigersvervoer, bevestigt dat zij tegen eind 2025 over voldoende rollend materieel met ETCS zal beschikken om haar transportplan vanaf 2026 te realiseren.
Op basis van de ontvangen informatie van eind 2024 over het rollend materieel van de andere vooral privéoperatoren blijkt dat alle operatoren van goederenvervoer tegen eind 2027 over voldoende rollend materieel met ETCS zullen beschikken.
Voor de operatoren van internationaal reizigersvervoer is de situatie minder uniform. De meeste operatoren hebben momenteel al ETCS aan boord van hun vloot of zullen er tegen eind 2025 mee uitgerust zijn. Een operator zal tegen eind 2027 over voldoende rollend materieel met ETCS beschikken. Een andere operator zal pas tegen eind 2029 rollend materieel met ETCS inzetten. Tegen eind 2025 is 77,92 % van het rollend materieel van de operatoren van goederenvervoer met ETCS uitgerust. De transportplannen van alle operatoren zullen naar verwachting worden beïnvloed door het gebrek aan rollend materieel dat met ETCS is uitgerust.
Volgens schattingen kan bij een overstap in december 2025 het verkeersverlies worden geraamd op 17 % van het huidige verkeer. De achterstand kan grotendeels worden verklaard door de grote afhankelijkheid van de meeste operatoren van goederenvervoer van een zeer beperkt aantal constructeurs en ETCS-leveranciers en door het gebrek aan industriële capaciteit en onderdelen bij laatstgenoemden.
Het uitstellen van de ETCS-onlydeadline impliceert ook het uitstel van de buitendienststelling van het nationale systeem TBL1+. Infrabel schat dat de kosten hiervan beperkt blijven, zolang het uitstel niet langer dan de recent goedgekeurde twee jaar oploopt.
Er is geen sprake van concurrentievervalsing, aangezien het gaat om concurrentie tussen spoorwegoperatoren per trafieksegment en er geen verschil is in behandeling tussen de operatoren binnen eenzelfde segment.
Op basis van de informatie van het sectoroverleg van eind 2024 zal slechts één operator niet aan de ETCS-onlyverplichting tegen eind 2027 kunnen voldoen.
Om te voorkomen dat de spoorwegonderneming die momenteel achterloopt met de uitvoering van de verplichtingen, bepaald in het KB van (6 december) 2020, opnieuw een nieuw verzoek tot uitstel indient, zal tegelijk met het herzien van de deadline zoals vastgelegd in de regelgeving, een reflectie over doeltreffende aanmoedigings- en sanctiemechanismen worden gestart.
Aangezien die denkoefening nog maar net werd aangekondigd, is het momenteel te vroeg om de resultaten of de modaliteiten ervan al toe te lichten. Het is mijn intentie om al de mogelijkheden te laten onderzoeken, waaronder het opzetten van overdracht en gedifferentieerde subsidiesystemen.
Uit eerdere ervaringen blijkt dat de retroactiviteit een van de belangrijkste struikelblokken is bij de invoering van een subsidiesysteem. De Europese Commissie staat erop en ziet erop toe dat de investeringen doorgevoerd worden door het aanmoedigende effect van het subsidiesysteem en dus pas nadat het subsidiesysteem van toepassing wordt. Dat beperkt de mogelijkheden van subsidies voor installaties en upgrades van ETCS op rollend materieel die al gestart of uitgevoerd zijn.
Zijn er momenteel rapporteringsverplichtingen? Privéoperatoren en in het algemeen ondernemingen die niet door het Belgische Staat worden gefinancierd, hebben geen rapporteringsverplichting ten opzichte van de Belgische Staat. In het kader van de reflectie ben ik van plan de mogelijkheden te bestuderen om de rapporteringsverplichting uit te breiden binnen een kader dat echt rekening zal moeten houden met de regels die van toepassing zijn op het bedrijfsgeheim.
We moeten beklemtonen dat zelfs in het geval van een uitstel met twee jaar van de deadline van ETCS België een van de eerste Europese landen zal blijven dat zijn spoorverkeer volledig naar ETCS omschakelt. Enkel Zwitserland en Luxemburg zijn ons land voorafgegaan. De Europese wetgeving bepaalt dat de wijziging van de nationale regeling in verband met de datum eerst moet worden gevalideerd door het Spoorwegbureau van de Europese Unie en door de Europese Commissie. Zonder die validatie kan de betreffende wijziging eenvoudigweg niet op een geldige manier worden doorgevoerd. De aanvraag tot validatie zal zo spoedig mogelijk door mijn administratie bij die instanties worden ingediend, in overeenstemming met de van toepassing zijnde regelgevingsprocedure.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, wij twijfelen absoluut niet aan uw goede intenties. Ik zal uw antwoord ook in detail nalezen. Ondertussen vraag ik mij wel af wat wij met uw antwoorden kunnen. Wij vernemen hier immers heet van de naald dat uw voorakkoord massaal is weggestemd door de vakbonden, maar liefst 99 % moet er blijkbaar niets van weten.
Ondanks uw belofte om het Parlement te informeren en te betrekken, ook vandaag nog, hebben wij de tekst van dat voorakkoord nooit ontvangen. Wij weten dus eigenlijk niet wat de vakbonden vandaag hebben weggestemd. Wij hadden daarnet een actuadebat; we hadden dat toen grondig kunnen bespreken, maar u hebt nagelaten om de informatie met ons te delen.
Ongetwijfeld zullen er nu weer heel wat acties volgen door de vakbonden. Zij hebben hier een hele grote verantwoordelijkheid. Maar ook u, mijnheer de minister, faalt toch wel in uw opdracht om het Parlement grondig te informeren. Dat ontgoochelt mij wat, want u geeft altijd de indruk dat u het Parlement nauw wil betrekken. Wat we nu lezen in de pers, stelt me heel erg teleur.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, uiteindelijk heeft het geen uren meer geduurd, vooraleer u het antwoord van de vakbonden kreeg, een antwoord dat een ontgoochelend resultaat is voor u, maar ik zal mijn repliek beperken tot het onderwerp.
Mijnheer de minister, ik vind het dossier, dat u van de vorige regering hebt geërfd, zeer pijnlijk. Retroactiviteit van een subsidiemechanisme is inderdaad zeer moeilijk, maar men kan wel werken met een dergelijke tool, zolang men dat maar op tijd op het getouw zet. De vorige regering heeft, toen alle operatoren van goederenvervoer verplicht werden om de postuitrusting van hun wagons aan te passen om te geluidsoverlast aan te pakken, veel te laat een subsidiemechanisme in het leven geroepen, maar werd teruggefloten wat de retroactiviteit betreft die zij erin had geslepen. Dat was toen een financiële streep door de rekening van de goederenoperatoren. Dezelfde goederenoperatoren trekken aan de alarmbel dat daar nog de aanzienlijke kosten als gevolg van de verplichtingen in verband met ETCS bij komen en dat Europa slechts beperkt in de financiering tussenkomt. Wij waren steeds spreekbuis van de sector en kaartten de kwestie al bij de vorige regering aan.
We vroegen om tijdig werk te maken van een subsidiemechanisme, omdat de goederenoperatoren Europese regelgeving in de praktijk moesten omzetten, argumenterend dat zij een van de eersten waren en de voordelen van de investeringen pas jaren nadien zouden genieten, terwijl dat toch enorme kosten waren. De vorige regering besliste om niet op dat voorstel in te gaan en nu lopen we dus helemaal vast.
Ik betreur dat ten zeerste. Dat had kunnen vermeden worden en ik hoop dat men goed beseft hoe diep dat inhakt op de operatoren, zeker die van het goederentransport per spoor. Ik hoop dat er snel een degelijke oplossing uit de bus komt om die sector verder te helpen.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Voor Vooruit is veiligheid cruciaal. U hebt gezegd dat er door de maatregelen op zich geen sprake is van concurrentievervalsing. We moeten dat zeker blijven bewaken, want ik vraag mij toch af wat er zal gebeuren als er verschillen zijn in de termijnen. Ik heb geen duidelijk antwoord gekregen op mijn vraag of het feit van de verschillende systemen op ons net niet extra kosten met zich zal brengen. Veiligheid is en blijft voor ons heel belangrijk. U zegt dat we op dat vlak nog altijd het derde land in Europa zijn. Dat is positief, maar daartegenover staat dat we ook een land zijn met relatief veel overwegen, in vergelijking met andere landen. Dat is ook een reden waarom het belangrijk is om daar snel mee aan de slag te gaan. U hebt gezegd dat u het dossier van nabij zult opvolgen. We zullen daarover blijven waken en ik hoop dat u de daad bij het woord zult voegen.
Palestijnse vlaggen aan het station Brussel-Centraal
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
In oktober 2024 werden Palestijnse vlaggen illegaal gehijst op het dak van Brussel-Centraal, waarna de NMBS maatregelen nam (toegangsbeperkingen, cameracontrole) en klacht indiende, maar de daders en precieze toegangsmethode blijven onduidelijk. Minister Crucke (niet in functie tijdens het incident) bevestigt dat er sinds oktober geen herhaling was, maar erkent de veiligheidsrisico’s. Van Rooy uit bezorgdheid over de kwetsbaarheid van het station en de mogelijke herhaling van dergelijke acties. Crucke belooft verdere aandacht voor stationveiligheid, maar het politieonderzoek loopt nog.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, in een filmpje is te zien – en dat is niet voor het eerst – dat er meerdere vlaggen wapperden boven het centraal station van Brussel. Als het effectief om een nieuwe, recente opname gaat, zou dit niet de eerste keer zijn. In oktober 2024 gebeurde dat namelijk al eens. Toen verklaarde de NMBS in een reactie deze actie te betreuren, waarna de vlaggen werden verwijderd. De NMBS zou toen ook hebben onderzocht hoe het mogelijk was dat NMBS-medewerkers of derden zich toegang konden verschaffen tot het dak van het stationsgebouw, om vervolgens zonder toestemming Palestijnse vlaggen te hijsen aan de aanwezige vlaggenstokken, acht in totaal.
Is het inderdaad opnieuw kunnen gebeuren? Zo ja, wanneer vond dit plaats? Onderzoekt de NMBS ook deze nieuwe illegale actie? Wat was het resultaat van het NMBS-onderzoek naar hetzelfde euvel in oktober 2024? Wie waren de daders en hoe kon is het mogelijk dat zij zich illegaal toegang konden verschaffen tot het dak van het Brusselse centraal station?
In het kader van de veiligheid wil ik graag horen wat u ervan vindt dat het kennelijk mogelijk is om op het dak van het centraal station eender welke vlag op te hangen. Ik vind dat zeer zorgwekkend, ook in het kader van de veiligheid van de reizigers en van onze stations.
Jean-Luc Crucke:
Inzake de Palestijnse vlaggen aan het centraal station in oktober 2024 zal het u niet ontgaan zijn dat ik op dat moment nog niet in functie was.
Zoals u weet, is veiligheid een prioriteit voor mij en voor de spoorwegonderneming. Bijgevolg meldt de NMBS me dat er gepaste maatregelen werden genomen met de concessiehouders - sluiting van de noodtrappen, beperkte toegang van de badges, controle van de sloten, versterking van de cameracontrole enzovoort - om ervoor te zorgen dat de veiligheid verhoogd werd. Tot heden hebben er geen gelijkaardige incidenten meer plaatsgevonden, sinds oktober 2024.
Tot slot, de NMBS heeft klacht ingediend wegens deze indringing in oktober 2024. De voortgang van het onderzoek valt onder de verantwoordelijkheid van de politiediensten.
Mijnheer de volksvertegenwoordiger, u kunt rekenen op mijn volledige inzet om onze stations veiliger te maken. Ik zal deze bezorgdheid zeker doorgeven aan de diensten van de NMBS.
Sam Van Rooy:
Dank u voor uw antwoord.
De wateroverlast in de stationsparking van Gent-Sint-Pieters
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De wateroverlast in de ondergrondse parking van Gent-Sint-Pieters blijft een structureel probleem door lekkende tijdelijke dakbedekkingen en grondwaterdruk op wanden, ondanks lokale injecties met PU-hars (2023-2025) en dakherstellingen. Oplossingen worden bemoeilijkt door gedeeld eigendom (syndicus/NMBS) en verplaatsende lekken door waterdruk, terwijl parkeerplaatsen tijdelijk zijn afgezet door corrosierisico’s. Monitoring en onderhoud (slibgoten, lekdetectie) beperken schade, maar een definitieve oplossing ontbreekt nog, al blijft de capaciteit voldoende. Critici wijzen op gebrek aan doorbraak en onvoldoende aantrekkelijkheid voor treinreizigers.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, in 2024, op het einde van zijn ambtstermijn, ondervroeg ik uw voorganger over de wateroverlast in de parking van het station van Gent-Sint-Pieters. Volgens de minister was er toen sprake van 'waterinsijpeling' waarvoor eerst voorlopige maatregelen zouden worden genomen. Daarna zou men kijken welke verdere maatregelen er zouden moeten worden genomen om het probleem ten gronde aan te pakken.
Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de wateroverlast in de stationsparking van Gent-Sint-Pieters? Werd de oorzaak van de wateroverlast gedetecteerd? Werden er maatregelen genomen om het probleem structureel op te lossen? Zo ja, welke? Zo neen, waarom niet?
Jean-Luc Crucke:
Wat de wateroverlast in de stationsparking van Gent-Sint-Pieters betreft, de ondergrondse parking valt onder het regime van gedwongen mede-eigendom en is dus geen volle eigendom van de NMBS. Het beheer wordt gevoerd door een externe syndicus, aangesteld door de vereniging van mede-eigenaars. Elke grote investering vereist dus de voorafgaande goedkeuring van de mede-eigenaars, die wordt gevraagd tijdens de jaarlijkse statutaire algemene vergadering.
Wat de problematiek betreft, waterinsijpeling in ondergrondse constructies is een gekend fenomeen. In Gent is er sprake van twee hoofdbronnen van infiltratie. Enerzijds zijn er tijdelijke dakbedekkingen aangebracht bovenop de dakplaat ter hoogte van de evacuatiekern. Door veroudering zijn daarin lekkages ontstaan die hemelwater laten binnensijpelen. Anderzijds staan de wanden van de parking onder druk van het grondwaterpeil, vooral ter hoogte van de voegen, waarlangs water binnensijpelt. Slibgoten zorgen voor opvang en afvoer van dat water, maar bij hevige of langdurige infiltratie kan het water onvoldoende worden afgevoerd, met natte rijpaden tot gevolg. Het insijpelende water bevat bovendien mineralen, zouten en zuren. Daarom zijn parkeerplaatsen waar dit risico bestaat voorlopig afgezet.
Op enkele locaties zijn opvanggoten aangebracht zodat die plaatsen opnieuw veilig kunnen worden gebruikt. De syndicus voorziet een regelmatige preventieve reiniging van de slibgoten om verstoppingen door sedimenten te vermijden.
Daarnaast werd in 2022 een expert aangesteld om de situatie verder op te volgen.
Sindsdien zijn verschillende structurele maatregelen genomen. In 2023 werd een deel van de slibwanden geïnjecteerd met een flexibele PU-hars. In 2024 volgde een bijkomende injectieronde. Tijdens de algemene vergadering van mei 2025 werd beslist om opnieuw een extra zone te injecteren. Wel moet worden opgemerkt dat het plaatselijk dichten van een lek op locatie A door de verhoogde waterdruk elders nieuwe infiltraties kan veroorzaken. In 2024 werd ook de roofing van de vrijstaande trappenkernen vernieuwd, waar nodig. Verder werd bij elk gebouw boven op de dakplaat nagegaan of er buitensporig waterverbruik was, wat zou kunnen wijzen op lekken in toevoerleidingen. Er werd echter geen abnormaal verbruik vastgesteld.
De vereniging van mede-eigenaars blijft inspanningen leveren via een eliminatietechniek. Er wordt lekdetectie uitgevoerd via de dakplaat, afvoeringen worden gecontroleerd en er worden rondgangen georganiseerd. Tot op heden heeft dat echter nog niet geleid tot een volledige oplossing. Waterinfiltraties worden intussen wel actief gemonitord. Ondanks het feit dat bepaalde parkeerplaatsen tijdelijk buiten gebruik zijn, is er vandaag nog steeds voldoende vrije parkeercapaciteit in de ondergrondse parking van Gent-Sint-Pieters.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, dat toch al wat gedetailleerder is dan het antwoord dat ik van uw voorganger ontving. Vooreerst, u spreekt over waterinsijpeling, maar er is volgens mij wel wat meer aan de hand dan insijpeling. Die situatie bestaat overigens al geruime tijd, want we zijn nu meer dan vijf maanden verder. Toch hoor ik geen concrete oplossing in het vooruitzicht. Het lijkt alsof het om een slechte knie gaat, waarvoor men een injectie geeft, dan nog een en als het dan nog niet beter is, nogmaals een injectie. Die injecties veroorzaken mogelijk weer andere problemen in de knie of in dit geval, andere lekken in die garage. De problemen die zich daar voordoen, veroorzaakt door grondwater dat tegen de wanden duwt, zijn ernstig en structureel. De situatie is weinig aantrekkelijk voor wie daar wil parkeren of daar door moet, voor wie bereid is om in de modal shift mee te gaan en het station van Gent-Sint-Pieters te gebruiken om de trein te nemen. Ik hoop dat er zeer dringend een oplossing komt. Ik blijf het opvolgen en over enkele maanden zal ik u nog eens dezelfde vragen stellen.
Een betere communicatie over afgeschafte treinen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Crucke bevestigt dat de SNCB streeft naar 30% minder treinannuleringen en erkent dat gebrekkige communicatie—ondanks bestaande kanalen (app, omroep, sociale media)—frustratie veroorzaakt bij reizigers. Hij belooft verbeterde realtime-informatie (inclusief oorzaken) en een specifiek actieplan na kritiek op ondoorzichtige annuleringen, zoals de 7:16-uurtrein Ciney-Brussel, maar ontkent strategische schrappingen voor punctualiteitscijfers. Pirson benadrukt dat betere transparantie essentieel is voor vertrouwen in het openbaar vervoer, vooral in ecologische transitie.
Anne Pirson:
Monsieur le ministre, presque tous les navetteurs sont confrontés au problème de la suppression de trains. Ce problème peut s'expliquer par une série d'aléas techniques, humains ou opérationnels liés à la gestion d'un réseau ferroviaire d'une telle ampleur.
Néanmoins, ce qui interpelle aujourd'hui de nombreux navetteurs, c'est l'absence d'information. Le plus souvent, lorsqu'un train est supprimé, aucune justification n'est communiquée, ni via les annonces sonores ni via l'application de la SNCB.
Cette absence de communication entraîne une frustration croissante et alimente un sentiment d'opacité qui nuit à la confiance du public envers notre service ferroviaire. Elle est d'autant plus regrettable que, dans un contexte de transition écologique, la nécessité du report modal vers le rail suppose un service fiable et transparent.
Je prends pour exemple le train de 07 h 16 à Ciney en direction de Bruxelles. Moi-même, j’ai été confrontée au problème. Quelques minutes avant le départ de ce train, il est supprimé. On ne sait pas pourquoi. J'ai été interpellée plusieurs fois par des citoyens confrontés à ce problème.
Par ailleurs, certaines sources indiquent que la suppression de trains pourrait parfois être utilisée de manière stratégique par la SNCB. Cette pratique viserait à préserver les indicateurs de ponctualité, dont dépend au moins une partie du financement de la SNCB.
Monsieur le ministre, quelles sont les procédures en vigueur en matière de communication aux usagers en cas de suppression d'un train? Pour quelle raison les motifs de suppression ne sont-ils pas communiqués de manière systématique et automatisée via les canaux d'information disponibles? Quelles pistes d'amélioration sont envisagées pour assurer une meilleure transparence envers les usagers, en particulier en ce qui concerne l'origine des perturbations? La mise en place d'un système en temps réel, précisant les causes des perturbations, comme cela existe dans certains pays voisins, est-elle à l'étude ou envisagée à court terme? Pouvez-vous nous éclairer sur l'existence d'une éventuelle stratégie consistant à supprimer certains trains afin de ne pas altérer les statistiques de ponctualité?
Jean-Luc Crucke:
Chère collègue, je mettrai tout en œuvre pour qu'une réduction de 30 % du nombre de trains supprimés soit atteinte, ce qui me semble être le principal.
Au-delà de cet objectif, la communication auprès des usagers quand un train est supprimé est essentielle, je vous rejoins. La SNCB attache une grande importance à une communication rapide, claire et en temps réel avec les voyageurs lorsqu'un train est supprimé.
Pour informer les voyageurs de manière optimale, la SNCB utilise différents canaux et méthodes de communication.
S'agissant du planificateur de voyage et des applications, les voyageurs peuvent consulter les informations de voyage actuelles via l'application officielle SNCB et son site web. En cas de suppression d'un train – prévue ou en temps réel –, cela est indiqué dans le planificateur de voyage. L'application propose également des alternatives pour permettre aux voyageurs d'ajuster facilement leur trajet.
S'agissant des annonces en gare, les voyageurs sont informés directement via des messages sonores. Ce système garantit que les voyageurs sans accès à l'application ou au site web soient rapidement informés.
S'agissant des écrans en gare, ils affichent les trains prévus et sont immédiatement mis à jour lorsqu'un train ne circule pas.
S'agissant du personnel, dans les gares où du personnel est présent, celui-ci joue un rôle clé dans la communication. Les agents sont disponibles pour assister les voyageurs personnellement et les aider à trouver des alternatives.
S'agissant des notifications push , les voyageurs utilisant l'application SNCB et ayant activé les notifications push peuvent recevoir les alertes concernant les trains supprimés.
S'agissant de la page d'information aux voyageurs, les informations en temps réel sont accessibles via la page des perturbations et travaux qui donnent un aperçu des incidents en cours. En cas d'incident prolongé, par exemple une suppression ponctuelle, une raison claire est fournie sur cette page.
S'agissant des réseaux sociaux, en cas d'incident majeur ou prolongé, la SNCB peut communiquer activement via Facebook, X (précédemment Twitter) et d'autres canaux de médias sociaux.
Grâce à cette stratégie de communication, la SNCB démontre l'importance qu'elle accorde à l'information rapide et précise des voyageurs en cas de perturbation du trafic ferroviaire.
L'utilisation des différents canaux, tant numériques que personnels, témoigne des efforts constants déployés pour minimiser l'impact des perturbations et garantir une expérience de voyage positive.
Le contrat de service public de la SNCB pour la période 2023-2032 impose des obligations spécifiques en matière de communication avec les voyageurs en cas de perturbation du trafic ferroviaire.
L'un des indicateurs de performance du contrat concerne les informations aux voyageurs. La SNCB est évaluée chaque année sur cet indicateur, lequel mesure la rapidité et l'exhaustivité des informations fournies lors des perturbations. Pour l'année 2023, première année du contrat, la SNCB a obtenu de meilleurs résultats que ceux convenus sur cet indicateur. Néanmoins, j'ai bien conscience des retours du terrain qui nécessitent encore des efforts de la SNCB. Soyez assurés que je suivrai cet indicateur de près pour que tous les voyageurs puissent recevoir une information de qualité claire et en temps réel. Et, pour l'avoir moi-même vécu, je confirme que ce n'est pas toujours le cas.
De plus, la SNCB propose différentes formules d'indemnisation aux voyageurs lorsque les trains ne circulent pas comme prévu, en fonction de la cause, de la durée de la perturbation et du type de billet détenu par le voyageur. Un aperçu de ces dispositions est disponible sur le site web dans la rubrique "Compensation pour retard".
Concernant la suppression du train de 7 h 16 passant par Ciney en direction de Bruxelles, que vous avez personnellement observée, la SNCB reconnaît que, sur la ligne Ciney-Bruxelles, comme sur toutes les autres lignes, il peut y avoir des annulations de dernière minute. Je vous rassure, si cela peut vous rassurer, ce n'est pas que sur celle-là. Dans ces cas, la SNCB applique les stratégies de communication que je viens d'expliquer.
Actuellement, il est techniquement et pratiquement impossible de fournir des explications détaillées sur de telles suppressions ponctuelles et de donner des conseils de voyage concrets dans le planificateur de la SNCB. Comme mentionné précédemment, des annonces sont faites dans les gares concernées.
Pour les incidents ayant un impact majeur sur plusieurs trains, des explications supplémentaires sont fournies via les canaux numériques de la SNCB. Celle-ci examine actuellement comment améliorer encore son information aux clients pour de tels cas individuels à l'avenir. La SNCB est consciente que chaque incident entraîne des désagréments et estime que les informations aux voyageurs dans ces cas doivent être cohérentes et toujours de la plus haute qualité.
Enfin, pour l'année 2023, qui, je l'ai dit, est la première année du contrat, les statistiques étaient meilleures que ce qui avait été envisagé. Malgré tout, ces constats sont préoccupants car, comme vous l'avez souligné, au-delà de l'inconfort, c'est la confiance dans le service public ferroviaire qui est en jeu. Je tiens à vous informer que, suite à ces constats, j'ai personnellement demandé qu'un travail spécifique soit amorcé en collaboration étroite avec la SNCB, et plus précisément sur les mécanismes de communication envers les voyageurs.
La SNCB m'a assuré que plusieurs projets sont en cours de développement afin d'améliorer l'information des voyageurs. Je suivrai donc cette évolution de près. Comme vous, je pense que si beaucoup de choses sont prévues et envisagées, il reste un palier de progression que la SNCB est en droit, en capacité et en devoir d'atteindre.
Anne Pirson:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
La communication est extrêmement importante, en tout secteur. En communiquant mieux, on peut régler de nombreux problèmes et frustrations. J'entends que dans le contrat entre la SNCB et l'État, l'aspect communication entre en ligne de compte. Cela me semble être une bonne chose. Je suis aussi rassurée par le travail spécifique d'amélioration que vous avez demandé à la SNCB et j'espère que, dans les mois et les années à venir, ce genre d'incident, pas très grave mais toujours irritant et frustrant, sera beaucoup moins fréquent pour les usagers.
Voorzitter:
Les questions n° 56005156C et n° 56005177C de M. Julien Matagne sont transformées en questions écrites. La question n° 56005185C de M. Hervé Cornillie est reportée.
Het negeren van een rood licht aan spoorwegovergangen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De veiligheid aan spoorwegovergangen blijft een maatschappelijk probleem, met 50% van de ongevallen door roekeloos negeren van signalen (rood licht, slagbomen) en 35% door gevaarlijk gedrag zoals geforceerd oversteken, vooral door lokale bewoners die risico’s onderschatten. Sensibiliseringscampagnes worden als effectief beoordeeld, maar ANPR-camera’s en waarschuwingsboxen (met wettelijke aanpassingen) moeten de pakkans verhogen; Infrabel verwijderde sinds 2005 422 overwegen, maar streeft geen vast aantal na, wel risicoreductie. Het noodnummer 1711 (voor vastzittende voertuigen) werd in 2024-2025 maandelijks 200-350 keer gebeld en voorkwam meerdere incidenten, terwijl 12 treinstilstanden volgden op alarmen. Preventie (gedragsverandering) en repressie (technologie) blijven beide cruciaal.
Irina De Knop:
Recentelijk hebben we opnieuw meerdere zorgwekkende incidenten gezien waarbij bestuurders van verschillende voertuigen, waaronder een tractor en een bus met kinderen aan boord, het rode licht en andere waarschuwingssignalen aan spoorwegovergangen hebben genegeerd. Infrabel uitte zijn verontwaardiging en benadrukte het levensgevaar van dergelijke overtredingen. De afgelopen jaren vonden meerdere ongevallen plaats door het negeren van een rood licht aan spoorwegovergangen, soms met fatale gevolgen.
Daarom heb ik de volgende vragen voor u:
Hoe evalueert de minister de huidige sensibiliseringscampagnes rond veiligheid aan spoorwegovergangen? Zijn deze voldoende effectief gebleken?
Hoeveel van de 1.621 overwegen plant Infrabel nog af te schaffen gedurende deze legislatuur?
Hoe vaak wordt het nummer 1711 gebeld op een jaar door mensen die vaststaan op een spoorwegovergang?
Zijn er plannen om de pakkans voor bestuurders die het rode licht negeren te verhogen? Zou de minister technologie zoals camera's kunnen inzetten om dit te verbeteren?
Jean-Luc Crucke:
Geachte collega, zoals ik reeds herhaaldelijk in deze commissie heb gezegd, is het probleem van ongevallen aan spoorwegovergangen in de eerste plaats een maatschappelijke kwestie. Om gevaarlijk gedrag op en nabij spoorwegovergangen te bestrijden, werkt Infrabel – naast de afschaffing van overwegen – op drie fronten: preventie, sensibilisering en repressie.
Wat betreft sensibilisering, bij de analyse van de cijfers over ongevallen aan overwegen kan worden vastgesteld dat bij het merendeel van de ongevallen buiten het havengebied – ongeveer 80 % – mensen betrokken zijn die in de buurt van de overweg wonen en ten onrechte denken dat hen niets kan overkomen. Het niet-naleven van de verkeersregels en van de signalisatie – rood licht, slagboom en belsignaal – blijft de belangrijkste oorzaak van ongevallen. Ongeveer 50 % valt daaraan te wijten.
Het roekeloze gedrag van weggebruikers die toch proberen de overweg over te steken terwijl er te veel verkeer is om dat veilig te doen, vormt een andere belangrijke oorzaak van ongevallen aan overwegen. Ongeveer 35 % van de ongevallen heeft daarmee te maken. Het is dus vooral dat gevaarlijk gedrag dat moet veranderen. Daarom beoordeel ik de huidige bewustmakings–campagnes over de veiligheid aan overwegen als positief. Ze zijn cruciaal om deze verkeerde perceptie te veranderen en de veiligheid te verbeteren.
Infrabel stelt geen specifieke doelstellingen vast voor het aantal overwegen dat tijdens deze legislatuur moet worden verwijderd. De nadruk ligt op het verminderen van het risico op ongevallen, eerder dan op het bereiken van een bepaald aantal verwijderingen.
Infrabel heeft 260 overwegen verwijderd sinds 2010 en 422 sinds de oprichting in 2005. Het verwijderen van een overweg hangt af van verschillende factoren, onder andere de toegewezen budgetten, de verstrekking van vergunningen en de beschikbare spooronderbreking. Infrabel werkt samen met de lokale autoriteiten en belanghebbenden voor elk verwijderingsproject, rekening houdend met de mobiliteitsdoelstellingen van verschillende weggebruikers.
Het nummer 1711, bedoeld voor mensen die vastzitten op een overweg, is een essentieel veiligheidsinstrument. Vorig jaar werd over dat nummer een campagne gelanceerd om de kennis over dit nummer bij het grote publiek te verbeteren. Op nationaal niveau voerde Infrabel vier evaluaties uit van de oproepen via 1711, gedurende 10 dagen in 2024 en 2025. In februari 2024 ontving Infrabel 227 oproepen via dit nummer. In augustus 2024 waren dat er 195, in november 2024 253 en in januari 2025 341.
Het gebruik van het nummer 1711 heeft inderdaad geholpen om verschillende incidenten te vermijden als gevolg van gevaarlijk gedrag bij een spoorwegovergang. Van half oktober 2024 tot januari 2025 waren er 12 gevallen waarbij het treinverkeer moest worden stilgelegd na het alarm GSM-R en 10 gevallen waarbij het treinverkeer moest worden stilgelegd zonder het alarm GSM-R.
Infrabel is van plan om bepaalde overwegen uit te rusten met ANPR-camera’s en warning boxen om de veiligheid te verbeteren.
In het kader van het proefproject is echter gebleken dat sommige specificaties, door de wetgever voorzien, een aanpassing van de wetgeving vereisen. Volgens de ontvangen informatie van de infrastructuurbeheerder is de goedkeuring van het wijzigingsproject van het KB aangenomen.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Ik onderschrijf mee het enorme belang om verder aan de problematiek te werken. In dit geval is het gebruik van ANPR-camera’s, of andere camera’s, inderdaad aangewezen. We moeten echter ook preventief blijven werken om mensen ervan te vergewissen dat het negeren van het rode lichtsignaal nefast is.
Het beheer van stations in een geliberaliseerde context
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Crucke benadrukt dat het beheer van spoorwegstations voorlopig bij de NMBS blijft (tot 2032) maar dat pilootprojecten met aanbesteding onderzocht worden, in lijn met EU-regels en intermodaliteitsdoelen. Hij stelt dat het nog te vroeg is om concrete keuzes te maken over toekomstige beheermodellen (NMBS, Infrabel of private partijen), maar dat commercialisering en stadsplanning wel meegenomen zullen worden in de analyse. De focus ligt op geleidelijke hervormingen na evaluatie van lopende studies, zonder directe wijzigingen tijdens de huidige legislatuur. De NMBS behoudt vooralsnog de concessie, ook tijdens proefprojecten.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, in uw beleidsnota haalt u aan dat u in 2025 de resultaten zult analyseren van de studie van de FOD Mobiliteit en Vervoer over pilootprojecten in het binnenlandse reizigersvervoer in België. Op basis daarvan zullen opties worden geïdentificeerd die het best tegemoetkomen aan de specifieke kenmerken en behoeften van het openbaar spoorvervoer in ons land.
Die scenario's voorzien een geleidelijke invoering, op experimentele basis, van een concurrerende aanbestedingsprocedure voor openbaredienstcontracten voor spoorvervoer. Het uiteindelijke doel is een nauwkeurig tijdschema opstellen voor de hervormingen die nodig zijn om de toekomst van de openbare dienst te verzekeren na 2032, wanneer het huidige contract van de NMBS afloopt.
Hoe ziet u het beheer van de stations in een geliberaliseerde context? Zal dat bij de NMBS, bij Infrabel, blijven of komt dat in de handen van het bedrijf dat het contract wint? Zult u kijken naar de manier waarop andere landen dit organiseren? Houdt u rekening met de commercialisering van stations en hun rol in de bredere stadsplanning? Zullen de stations tijdens de mogelijke pilootprojecten die deze legislatuur worden georganiseerd in concessie van de NMBS blijven?
Jean-Luc Crucke:
De verschillende mogelijkheden die in de studies van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer worden opgesomd, moeten worden onderzocht om na te gaan wat de meest geschikte zijn, rekening houdend met de kenmerken van het spoornet en de verplichtingen om te voldoen aan de Europese regels die van toepassing zijn op de organisatie van het openbare personenvervoer per spoor.
Het onderzoek is nog maar net begonnen. Daarom is het te vroeg om commentaar te geven op de principes die aangenomen zullen worden voor het beheer van stations. Momenteel maakt het beheer van de stations deel uit van de openbaredienstverplichtingen toevertrouwd aan de NMBS in het kader van het openbaredienstcontract 2023-2032. De nadruk ligt op de verbetering van de intermodaliteit in en rond de stations. Dat is echter niet in tegenspraak met de eventuele uitvoering van een proefproject rond de uitvoering van bepaalde spoorwegdiensten na een concurrerende inschrijvingsprocedure.
Irina De Knop:
Bedankt voor uw antwoorden, mijnheer de minister.
Het miljardencontract met CAF, een onderneming die de illegale bezetting steunt
De schorsing door de RvS van de NMBS-keuze om onderhandelingen op te starten met het Spaanse CAF
De schorsing door de Raad van State van de gunning aan CAF
De schorsing door de Raad van State van de aanwijzing van CAF voor de bestelling van AM30-treinen
De opschorting door de Raad van State van de beslissing van de NMBS over het contract van de eeuw
De door de Raad van State geschorste mega-order van AM30-treinstellen van de NMBS
Het arrest van de RvS over de opdracht voor de vernieuwing van het rollend materieel van de NMBS
De schorsing door de RvS van de aanbesteding voor de aankoop van MR30-treinstellen door de NMBS
De schorsing door de Raad van State van de beslissing van de NMBS ten gunste van het Spaanse CAF
De aanbesteding voor de aankoop van treinstellen en de recente beslissing van de Raad van State
Juridische geschillen rond NMBS-aanbesteding aan CAF voor nieuwe treinen
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS’ aanbesteding van 600 nieuwe treinen (€3 miljard) aan het Spaanse CAF is geschorst door de Raad van State wegens gebrek aan transparantie in de beoordeling van technische criteria, terwijl Alstom (met Belgische vestigingen in Brugge/Charleroi) €100 miljoen goedkoper bood (verschil: 0,4%). Politici eisen herziening van de procedure, benadrukken lokale tewerkstelling (700+ banen in Brugge) en vragen verantwoording van de NMBS, die tot nu toe ontbreekt. De minister verwijst naar de autonomie van de NMBS-raad van bestuur, maar belooft opvolging en overweegt geen volledige herstart (vertragingsrisico: 3-4 jaar), terwijl de definitieve uitspraak nog tot een jaar kan duren.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, op 17 april 2025 heeft de Raad van State de beslissing van de NMBS geschorst om de onderhandelingen te starten met het Spaanse bedrijf CAF voor de aankoop van een groot aantal nieuwe treinstellen.
Collega's, dit is de grootste bestelling ooit van de NMBS, voor verschillende types treinen, gaande van intercity, regionale tot lokale treinen. Het kan gaan tot en met 600 treinen en maar liefst 170.000 zitplaatsen. In haar geschiedenis maar misschien ook voor de komende 15 à 20 jaar stelt dit heel wat voor inzake het rollend materieel van de NMBS. Die bestelling is belangrijk, want ze zal ook moeten bijdragen aan de doelstellingen die in het regeerakkoord zijn opgenomen: 30 % meer reizigers, stiptheid boven 90 %, 50 % nieuwe treinen en een verlaging van het aantal afgeschafte treinen met 30 %.
De Raad van State heeft de schorsing opgelegd, omdat de NMBS onvoldoende transparantie aan de dag heeft gelegd bij de beoordeling van de technische kwaliteit van de ingediende offertes. Het is nochtans opmerkelijk dat het Franse bedrijf Alstom, met productiesites in Brugge en Charleroi, een offerte had ingediend die meer dan 100 miljoen euro goedkoper was. Toch koos de NMBS voor CAF, terwijl het totale verschil zeer klein was, slechts 0,4 %. De grootste oorzaak van dat verschil bestaat uit zes open vragen, waarover nu geoordeeld werd dat die punten niet transparant tot stand kwamen. De Raad van State oordeelde dat de NMBS daarmee het beginsel van transparantie, dat essentieel is bij overheidsopdrachten, heeft geschonden.
De schorsing roept veel vragen op, zoals ook blijkt uit de vragen van de collega's. Een maand geleden stelde ik zelf en verschillende collega's ook al talrijke vragen daarover.
Hoe legt u uit dat de NMBS kiest voor een veel duurdere aanbieder, terwijl er een goedkopere piste was?
Ten tweede, is het eventueel een optie om de procedure nu stop te zetten en vervolgens opnieuw aan te vatten?
Ten derde, welke stappen zult u zetten om ook in de toekomst dat te doen?
Tot slot, Vooruit pleit voor openheid en vraagt alleszins om de NMBS uit te nodigen om hier in de commissie de aanbesteding verder te komen toelichten.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, ik hoop dat we hier niet elke maand opnieuw moeten staan. Ik sta hier als Bruggelinge omdat ik voor de werknemers van mijn stad wil opkomen. Zoals de collega heeft gezegd, zijn we de heel grote bestelling nog niet kwijt, maar ze hangt aan een zijden draadje. Alstom, dat een site in Brugge heeft die kan bogen op ervaring en vakmanschap, deed een voorstel dat 100 miljoen goedkoper was dan dat van het Spaanse bedrijf CAF.
Vooruit vindt dat bij openbare aanbestedingen lokale tewerkstelling een heel belangrijk criterium moet zijn. Dat kan immers jobs in eigen land opleveren. Ook andere landen hanteren dit criterium. In Brugge en Charleroi is er heel veel onbegrip. Het gaat in Brugge om 700 werknemers, maar indirect staan ook elders heel wat jobs op het spel. Honderden gezinnen zijn daarvan afhankelijk voor hun inkomen. Het gaat niet om eender welk bedrijf, het gaat om Alstom, een hoogtechnologisch bedrijf dat kan bogen op jarenlange ervaring en heel bekwaam personeel, maar dat ook een voorstel indiende dat 100 miljoen lager ligt dan dat van het Spaanse CAF. Ik wil dat nogmaals benadrukken. Toch zal het deze bestelling niet binnenhalen als alles blijft zoals het nu is. Wij hebben echter een sprankeltje hoop gekregen door de schorsing van de Raad van State. Nu heeft men in Brugge maar werkzekerheid tot 2026. Dat zou een drama zijn. De stad is bang, de werknemers van Alstom zijn bang, de gezinnen zijn bang.
Ik heb de volgende drie vragen. Ten eerste, hebt u al contact gehad met de NMBS over de uitspraak van de Raad van State? Ten tweede, in antwoord op mijn vorige vraag beloofde u mij de premier te zullen aanspreken over de lokale tewerkstelling wanneer het gaat over openbare aanbestedingen. Hebt u dat reeds gedaan? Ten slotte, kunnen wij de NMBS in deze commissie ter verantwoording roepen?
Dorien Cuylaerts:
Goedemiddag, mijnheer de minister, de collega's hebben de situatie al duidelijk geschetst. Ik ga onmiddellijk over naar mijn vragen.
Welke gevolgen heeft deze schorsing voor de geplande vernieuwing van de treinstellen van de NMBS? Komt het tijdschema in gedrang? Overweegt de NMBS alternatieve pistes?
Wat is de verwachte duur van deze schorsing? Wanneer wordt een definitieve uitspraak verwacht? Kan de aanbestedingsprocedure nog worden hervat?
Welke impact heeft dit op korte en middellange termijn voor de reizigers? Worden er vertragingen verwacht in de inzet van het nieuw materiaal? Worden de bestaande treinstellen langer in dienst gehouden en met welke gevolgen voor het comfort en de betrouwbaarheid?
Hoe wordt in dit dossier omgegaan met de opmerkingen van Alstom en Siemens Mobility? Ziet u in hun bezwaar een indicatie van bredere problemen in de aanbestedingsprocedure of het beoordelingsproces van de NMBS?
Irina De Knop:
Goedemiddag, mijnheer de minister, ook bij Open Vld zijn wij zeer bezorgd over dit dossier over de aanwijzing van CAF voor de bestelling van de AM30-treinen. Zoals mijn collega's al uitvoerig hebben geschetst, heeft de NMBS op 28 februari beslist om van de drie inschrijvers de vennootschap naar Spaans recht CAF als voorkeurbieder aan te wijzen. Die aanwijzing bleek het gevolg te zijn van een rangschikking van offertes die door de raad van bestuur van de NMBS is gemaakt. De twee andere inschrijvers, Alstom en Siemens Mobility, zijn ondertussen in de wachtkamer geplaatst.
Wij hebben begrepen dat er een verzoek of een vordering tot schorsing bij de Raad van State is ingediend, die op 17 april de schorsing van de tenuitvoerlegging van die beslissing heeft bevolen. Dit betekent dat het volledige dossier on hold is gezet. Dit is inderdaad, zoals een collega van de N-VA zegt, redelijk problematisch, enerzijds voor de NMBS en anderzijds voor de mensen die een dossier hebben ingediend.
De Raad van State zal nu moeten beslissen of de bestelling effectief wordt vernietigd. Wij hebben ons laten vertellen dat die beslissing ook nog eens tot een jaar kan duren. De hele procedure heeft dus een enorme impact. Ons is enorm opgevallen dat de Raad van State van oordeel is dat de methode die de NMBS heeft toegepast, voorbijgaat aan het beginsel van transparantie dat een overheidsbedrijf krachtens de wetgeving op de overheidsopdrachten in acht moet nemen.
Met name is in het arrest het volgende te lezen: “De aldus opgeworpen bevindingen en vragen, na een uiterst spoedeisend onderzoek van de schriftelijke stukken en de processtukken, nopen ons tot de erkenning dat het zowel voor de inschrijvers als voor de Raad van State bij lezing van de beschreven akte niet mogelijk is de evaluatiemethode te begrijpen die in casu is toegepast en heeft geleid tot de toekenning van punten met betrekking tot het betrokken gunningscriterium. De documenten in het administratief dossier laten ons evenmin toe deze methode te begrijpen.” Wanneer de Raad van State dat schrijft, betekent dat wel wat
Voorzitter:
Mevrouw De Knop, kunt u tot uw vragen komen?
Irina De Knop:
Mijnheer de voorzitter, ik kom tot mijn vragen.
Ten eerste, hoe werd het criterium technische kwaliteit beoordeeld bij de overheidsopdracht? Wie heeft de beoordeling uitgevoerd? Op basis van welke gegevens uit de offerte gebeurde ze?
Ten tweede, wie moest zijn of haar goedkeuring of advies geven voor de aanwijzing van CAF als voorkeursbieder bij de overheidsopdracht? Was dat de Inspectie van Financiën? Waren dat de regeringscommissarissen? Wie anders kan het zijn geweest?
Mijnheer de voorzitter, heel belangrijk is de hiernavolgende vraag. Kunnen de adviezen worden bezorgd aan de commissie voor Mobiliteit? De commissieleden moeten daarvan inzage kunnen krijgen om een grondige beoordeling te maken van het dossier.
Ten derde, lopen er nog andere overheidsopdrachten bij de NMBS met het risico om te worden geschorst wegens onduidelijkheden over de toegepaste criteria?
Voorzitter:
Mevrouw De Knop, hebt u nog veel vragen? U bent immers al aan het dubbele van uw spreektijd. Een beetje meer spreektijd is geen probleem, maar u zit aan het dubbele. Kunt u dus nu afronden?
Irina De Knop:
Mijnheer de voorzitter, ik was mij daar niet van bewust. Ik zal voor de andere vragen verwijzen naar mijn ingediende vraag. Ik verontschuldig mij, maar we bespreken hier wel een belangrijk dossier.
Voorzitter:
Mevrouw De Knop, daarmee ben ik het zeker eens.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, Alstom, qui emploie quelque 1 500 personnes en Belgique, vous avait demandé une réaction. La lui avez-vous fournie? Que répondez-vous aux ouvriers qui craignent pour leur emploi?
Que répondez-vous à celles et ceux qui pensent qu’un critère d’ancrage local aurait dû être pris en compte, ce qui n'a pas été le cas?
Vous disiez récemment que relancer complètement le marché entraînerait un retard de trois à quatre ans dans l’acquisition de ce nouveau matériel. Qu’en est-il au regard de l’arrêt du Conseil d’État ?
Pensez-vous que la SNCB pourrait se contenter de mieux motiver sa décision? Comme vous êtes juriste, je vous pose directement la question car cette éventualité est réelle.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, de situatie is goed beschreven.
Wat betekent de schorsing uitgesproken door de Raad van State voor het dossier? Wat zal gebeuren indien op termijn, blijkbaar lange termijn, de Raad van State zou overgaan tot het volledig nietig verklaren van het dossier?
Mijn derde vraag is breder. De NMBS treedt bij herhaling de regelgeving bij overheidsaanbestedingen met voeten. Ik denk dan aan de ICT-contracten, de consultancycontracten bij YPTO en de vaststellingen in het dossier met betrekking tot het station van Bergen. De transparantiebeginselen worden niet altijd gerespecteerd, nu weer niet. Wat is uw mening daarover? Zult u daarover een gesprek hebben met de NMBS? Of zal er ingegrepen worden? Kan dat zomaar passeren?
François De Smet:
Monsieur le ministre, nous revoilà donc avec ce dossier CAF, à la faveur d'un arrêt en suspension du Conseil d' État, dont je vais lire un court extrait: "La SNCB, pour l’évaluation des offres au regard du critère 'Valeur technique', dans le dossier administratif, ne livre pas d’explication à propos de facteurs susceptibles d’avoir déterminé l’attribution des notes pour le critère d’attribution concerné (...) Il n’est pas possible, à la lecture de l’acte attaqué, de comprendre la méthode d’évaluation qui a été appliquée en l’espèce."
En clair, le Conseil d' État reproche à la SNCB de ne pas avoir respecté le principe de transparence nécessairement applicable dans le cadre de la législation sur les marchés publics. On sait que l'entreprise va étudier les conséquences de cet arrêt, sans préjudice d'un recours toujours pendant devant la chambre néerlandophone du Conseil d'État. Elle a néanmoins fait savoir que, selon une première analyse, cet arrêt ne justifiait pas une nouvelle procédure d'appel d'offres.
Bon, d'accord, mais il est quand même frappant de constater que les arguments du Conseil d'État reflètent tout de même assez fort ceux que nous avons échangés lors du dernier débat sur cette question et que les mêmes questions relatives à la compréhension de la décision de la SNCB et à la pondération des critères subsistent.
Monsieur le ministre, vos services ont-ils sollicité de la SNCB une analyse juridique approfondie de cet arrêt de suspension? Ensuite, vous a-t-on bien confirmé qu'une nouvelle procédure d'appel d'offres ne devait pas être réalisée dans le cadre de ce marché public?
Franky Demon:
Mijnheer de minister, we weten allemaal dat de NMBS besliste het akkoord van 3 miljard euro voor nieuwe treinstellen aan CAF toe te wijzen. Bombardier had het daar heel moeilijk mee. Wij hadden het er ook moeilijk mee.
Het is goed dat de NMBS wordt teruggefloten, aangezien de Raad van State de keuze voor het Spaanse CAF heeft geschorst. De Raad van State is duidelijk. De NMBS heeft haar werk niet gedaan, zeker niet wanner het gaat over de technische aspecten. Dat zijn belangrijke zaken.
Ik heb de eerste minister gezien toen hij Volvo heeft bezocht. De eerste minister verklaarde daar dat hij het liefst met een Belgische wagen rijdt. Welnu, ik zit het liefst in een wagon die in België is gemaakt. Ik heb dan ook slechts enkele vragen voor u.
Wat zullen de gevolgen zijn van de schorsing voor de bestelling van de NMBS? Wat is de verwachte duur van de schorsing?
Wat zullen de gevolgen zijn, mocht de Raad van State de aanbesteding nietig verklaren?
Welke instructies of richtlijnen geeft u als minister aan de NMBS om transparantie en objectiviteit te waarborgen bij zulke aanbevelingen?
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, le Conseil d'État suspend le choix de la SNCB de considérer CAF comme soumissionnaire préférentiel pour le marché public d'achat d'automotrices. Un choix qui, je le rappelle, avait été posé à l'unanimité par le conseil d'administration de la SNCB, où siègent l'ensemble des partis traditionnels.
Pour le PTB, ce choix nous posait doublement question dès le départ. Premièrement, il ne tient pas compte de l'emploi local et de nos sites de production à Bruges et à Charleroi. Et à l'heure où on ne cesse de parler de réindustrialisation, où les différents gouvernements ont laissé advenir la fermeture de Van Hool ou d'Audi, on aurait espéré un sursaut.
Ensuite, en posant ce choix, la SNCB se rendrait complice de la colonisation israélienne en territoire occupé. En effet, comme je l'avais déjà signalé lors de la dernière commission, CAF construit notamment un tramway qui relie Jérusalem aux colonies, ce qui constitue une violation fondamentale du droit international, comme vous l'ont encore rappelé des universitaires dans une carte blanche.
Monsieur le ministre, un nouvel appel d'offres sera-t-il mis en place? Dans la négative, quand la SNCB remettra-t-elle sa décision? Que faites-vous pour vous assurer que ce marché favorise l'emploi local, tout en ne se rendant pas complice de la colonisation israélienne?
Jean-Luc Crucke:
Je remercie Mme Jacquet d’avoir rappelé qu’effectivement, la décision du conseil d’administration a été prise à l’unanimité. Il ne s’agit pas d’une décision d’attribution mais d’une décision de faire appel à un soumissionnaire préférentiel. Dans ce conseil d’administration, tous les partis traditionnels, sauf le mien, sont représentés.
La lecture par la SNCB de l’arrêt de la chambre francophone du Conseil d’État est que la décision n’était pas suffisamment motivée, ce que plusieurs d’entre vous ont répété.
De Nederlandstalige kamer heeft geoordeeld dat het geen voorwerp meer had aangezien de beslissing reeds geschorst was.
La SNCB analyse bien évidemment à ce stade l'arrêt et ses conséquences. À première vue, l'arrêt ne nécessite pas une nouvelle procédure d'appel d'offres. La commande de nouvelles automotrices AM30 est d'une grande importance pour le renouvellement de la flotte de matériel roulant de la SNCB, pour répondre à la croissance du nombre de voyageurs, telle que prévue dans le contrat de service public 2023-2032 signé avec l'État belge.
De beslissing in dit dossier komt toe aan de raad van bestuur van de NMBS. Het spreekt voor zich dat ik de evoluties in dit dossier op de voet volg.
Het MR30-dossier is het enige met betrekking tot de bestelling van nieuwe treinen dat momenteel in de aanbestedingsfase zit. Andere lopende dossiers zijn ofwel al in levering, zoals de M7, of zijn reeds gegund, zoals de locomotieven T17, beiden bij Alstom.
Elke inschrijver betrokken bij een aanbestedingsprocedure heeft de mogelijkheid om een beroep in te dienen en zijn argumenten voor de Raad van State te bepleiten. In het verleden werden er ook beroepen aangetekend bij de Raad van State in het kader van aankopen van rollend materieel, maar die hebben nooit geleid tot een herziening van de gunning van de opdracht. De complexiteit van het onderwerp maakt dat er veel elementen bestaan in een opdracht die aanleiding kunnen geven tot een klacht. Het is dan ook aan de NMBS om telkens aan te tonen dat de evaluatie correct is gebeurd.
Mijnheer Tas, wat uw specifieke vraag betreft, verwijs ik naar mijn antwoord in de vorige commissievergadering. Zoals ik toen al heb gezegd, zijn er volgens publiek beschikbare documenten ook andere marktspelers betrokken bij activiteiten in de bezette gebieden. Ik heb de FOD Buitenlandse Zaken gecontacteerd om te vernemen in welke mate verschillende ondernemingen die op de overheidsopdracht ingeschreven hebben van de procedure zouden moeten worden uitgesloten op grond van argumenten die verband houden met de economische activiteiten die zij in de bezette gebieden uitoefenen.
Volledigheidshalve kan ik ook zeggen dat Alstom en Siemens beiden een verzoekschrift hebben ingediend tot nietigverklaring van de beslissing van de raad van bestuur van 28 februari 2025, waarbij CAF als voorkeursbieder werd aangeduid. Alstom deed dat op 24 april en Siemens op 28 april.
Ik begrijp dat er nog veel andere vragen zijn en verwijs in deze naar de brief van de NMBS van 18 maart 2025 aan de voorzitter van deze Kamercommissie. Daarin gaf de NMBS te kennen aan deze commissie toelichting te willen geven over het afronden van de aanbestedingsprocedure. Artikel 13, § 1 van de wet op de overheidsopdrachten voorziet immers in de vertrouwelijke behandeling van een aanbestedingsprocedure door de aanbesteder. Kandidaten, deelnemers, inschrijvers of derden hebben geen toegang tot de documentatie van de procedure alvorens een beslissing genomen is over de gunning van de opdracht.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, het is inderdaad juist dat dit een beslissing van de raad van bestuur betreft, maar gelet op de grote impact ervan is het toch wel logisch dat hierbij heel veel vragen rijzen. In die zin moeten wij toch ook een toelichting kunnen krijgen van de NMBS.
U zei het zelf, in het verleden heeft het nog nooit geleid tot een bijkomende motivatie of een vernietiging, vandaag wel. Dan lijkt het mij ook evident en logisch dat de NMBS op dat vlak de nodige toelichting komt geven, zeker omdat de punten zo dicht bij elkaar liggen, het gaat over een verschil van amper 0,4 punten, dat dan nog wordt gemotiveerd vanuit zes of acht open vragen waarvoor eigenlijk geen criteria zijn bepaald.
Ik ben geen jurist, maar in hoeverre kan men dat op een goede manier motiveren? Daarover kan er toch een juridische boom worden opgezet. Ik ben heel erg benieuwd naar de toelichting. Die openheid en transparantie zal Vooruit ook steeds blijven vragen.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord maar ik blijf enorm op mijn honger zitten. U verwijst continu naar de raad van bestuur van de NMBS, maar de NMBS valt onder de verantwoordelijkheid van de federale regering en u bent de bevoegde minister. Er moet toch iemand zijn die uitleg wil geven? Waar zit de CEO? Waar zitten al die CEO's? Waarom komt er niemand? Ik vind dat vreemd en ik vind dat qua transparantie ten aanzien van het Parlement absoluut niet kunnen.
Net als mijn collega wil ik in België in een Belgische trein rijden, het liefst zelfs in een Brugse trein. We weten dat die van superkwaliteit zijn, dat er jarenlange ervaring is bij Alstom en dat de offerte 100 miljoen goedkoper was dan die van het Spaanse bedrijf CAF.
Mijnheer de minister, mijn verstand staat daar eigenlijk stil. Hoe kan het dat de job van 800 mensen in Brugge op het spel staat en dat de NMBS zich wegsteekt en bezig is met het lezen van het arrest? Hoeveel tijd heeft men nodig om dat arrest te lezen? Hoeveel tijd heeft men nodig om in België een antwoord te geven aan de Belgische onderdanen die uitleg vragen, aan de Brugse onderdanen die uitleg vragen, aan de Waalse onderdanen die uitleg vragen?
Ik ben dus niet tevreden met uw antwoord, het spijt mij. Ik heb ook geen antwoord gekregen op mijn vraag of u de eerste minister al hebt aangesproken om er in de toekomst toch voor te zorgen dat er druk is op Europa, zodat in de Europese wetgeving lokale tewerkstelling bovenaan het lijstje van de criteria staat.
Ik wil ook nog benadrukken dat de NMBS in het verleden in alle klantentevredenheidsonderzoeken heeft gezegd dat het werken met Alstom uitmuntend is. Zij kregen een score van 8 op 10 en 9 op 10. Ik kan u deze gegevens bezorgen. Waarom we nu plots voor de treinen naar Spanje gaan, blijft voor mij een raadsel.
Dorien Cuylaerts:
Dank u wel, mijnheer de minister. Het is hier al een aantal keer gezegd, de impact van dit dossier is enorm groot. Het brengt vooral ook onzekerheid met zich mee voor de werknemers van de twee bedrijven. De transparantie van de NMBS is echt wel onvoldoende. Dit gebeurt inderdaad in meerdere dossiers. Er moet nu echt wel duidelijkheid worden geboden, ook tegenover ons. Wij volgen dit dossier op de voet op. Dit gaat nog een staartje krijgen, denk ik.
Een evaluatie is zeker nodig om dergelijke fouten in de toekomst te vermijden. Mijnheer de minister, ik hoop dat u samen met de NMBS alles in het werk stelt om dit in de toekomst te vermijden, want we dreigen echt wel achterop te lopen met het vernieuwen van de treinstellen. Dit zal sowieso gevolgen voor de treinreizigers hebben. We moeten er toch voor zorgen dat we een betrouwbare dienstverlening aan de reiziger kunnen aanbieden.
Irina De Knop:
Collega's, ik deel dezelfde bekommernis als jullie. Er moet transparantie in dit dossier komen. Daarom wil ik nog eens mijn vraag herhalen om met de commissie, indien nodig achter gesloten deuren en met de nodige vertrouwelijkheid, te vergaderen om toch een zicht te krijgen op de documentatie op basis waarvan de raad van bestuur van de NMBS dit heeft beslist. Om dit dossier op een juistere manier te kunnen beoordelen, lijkt mij dit erg nuttig te zijn. Het is immers niet zomaar een dossier. Het gaat over heel veel geld. Het verschil tussen de aanbieders is ook heel erg groot.
Mijnheer de minister, ik wil u vragen om hieraan prioritair aandacht te schenken en te proberen om meer zicht op dit besluitvormingsproces te krijgen. Ik hoop ook dat u ervoor zorgt dat de juiste aanbieder de offerte krijgt toegewezen.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, quel constat d'impuissance finalement! Je suis vraiment navré d'entendre votre réponse, même si elle ne fait que reprendre des éléments déjà évoqués précédemment.
Que répondre à ces 1 500 personnes en Belgique? La question des critères d’ancrage local semble définitivement écartée. En tout cas, je n'ai entendu aucune réponse à ce sujet.
Recevoir la SNCB en commission est la moindre des choses que l'on puisse faire, même s'il s'agit finalement d'un un État dans l’État, comme le disait autrefois l’adage. Quand bien même aucun administrateur de votre couleur ne siège au conseil d'administration, cela n’excuse en rien cette décision qui reste critiquable et discutable.
J’ai hâte d’assister à cette commission, qu’elle soit confidentielle ou à huis clos, car elle est essentielle.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden die echter geen nieuwe elementen bevatten. Het zijn allemaal antwoorden die we al in het verleden hebben gekregen.
Wat betreft de gevolgen voor de treinreizigers, het is duidelijk dat dit al voor vertraging zal zorgen. Ik mag er niet aan denken dat de hele procedure nietig zou worden verklaard. Dan zal het nog veel langer duren tegen dat die nieuwe treinen, die broodnodig zijn, er zouden zijn.
Ook op mijn vraag over de vele problemen bij de NMBS bij het toekennen van consultancycontracten of andere contracten heb ik geen antwoord gekregen. Ik stel opnieuw vast dat dit het typische verhaal van de NMBS is: er komen geen antwoorden en wellicht is er ook weer niemand verantwoordelijk.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. J’ai deux questions. Je m’adresse d’abord au président de la commission: une réunion à huis clos pour entendre le point de vue de la SNCB serait-elle possible, sans mettre en danger le marché? La question pourrait être posée aux services de la Chambre.
Ensuite, je m’adresse au ministre pour un élément d’information. À la suite du dernier débat, j’ai été contacté par des riverains de Woluwe-Saint-Lambert. De nombreuses personnes y souffrent du bruit lié à la ligne 1 du métro, en raison de rames et de roues livrées à la STIB par le même entrepreneur, à savoir l’entreprise CAF. Une riveraine se demandait si d'autres chantiers en Belgique avaient rencontré des problèmes avec du matériel livré par cette société espagnole.
La STIB tente actuellement de régler le problème, il est donc trop tôt pour en tirer des conclusions. J’aimerais toutefois savoir si la SNCB, dans l’examen des offres, tient compte des chantiers déjà effectués en Belgique, en ce compris les problèmes techniques qui ont pu apparaître. Pour le cas de la STIB, la situation empêchant des centaines de gens de dormir, c’est un véritable problème qui est aujourd’hui constaté sur les lignes 1 et 5. Mais peut-être poserai-je une question séparée au ministre à ce sujet.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, je suis arrivée un peu tard vu les difficultés sur le rail aujourd'hui. Je ne manquerai pas de lire votre réponse et je suivrai ce dossier avec attention.
Franky Demon:
Mijnheer de minister, ik hoop dat u met mij beseft dat die 3.000 mensen bij Alstom, waarvan 700 mensen in Brugge werken, hoop gekregen hebben. Ze hebben hoop gekregen om die lokale productie, lokale industrie en lokale tewerkstelling verder te kunnen ontplooien, ook onder andere bij ons in Brugge.
Ik zeg het u, mijns inziens is het niet moeilijk. Er is immers het verschil in prijs en als we een afgewerkt toestel geen duizenden kilometers moeten verplaatsen, maar gewoon op het spoor kunnen zetten om bij de NMBS af te zetten, moet dat toch enorm goed scoren, bijvoorbeeld qua milieu-impact? Ik geloof dus dat het kan slagen als er een wil is.
Ik wil ook nog iets zeggen over die hoorzitting. Alles wat we gevraagd hebben, is een hoorzitting, eventueel achter gesloten deuren, met de NMBS. De NMBS zei eerst zelf dat ze niet kon komen, omdat ze wachtten op een arrest van de Raad van State. Dat arrest is er nu, dus wat houdt de NMBS dan nog tegen om hier naar de commissie te komen? Dat mag achter gesloten deuren, dat kan ons allemaal niet deren, zolang we maar helderheid krijgen. Ik wil ook heel duidelijk zeggen dat alle procedures correct zullen moeten worden gevoerd, maar wat mij betreft zal dat met een hart voor Alstom zijn.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, vous n'avez pas répondu à ma question sur votre rôle et sur ce que vous allez faire pour vous assurer que le marché favorise l'emploi local tout en ne se rendant pas complice de la colonisation israélienne. Ce gouvernement dit qu'il favorise l'emploi ou même le droit international mais si, dans les faits, rien ne se passe en amont, cela n'ira pas. Je dois dire aussi que ce n'est pas en précarisant davantage les chômeurs et en les envoyant vers les CPAS qu'on va garantir les bons de commande dans nos entreprises et donc l'emploi. Il faudrait prendre le problème par le bon bout, ce que notre gouvernement ne fait pas. Nous allons soutenir la demande des autres députés d'organiser des auditions avec la SNCB.
Een betere treinverbinding tussen Charleroi en Brussel
De voltooiing van de GEN-werken tussen Nijvel en Brussel-Zuid en het scenario in Linkebeek
De voltooiing van het Waalse GEN en in het bijzonder lijn 124 (Charleroi-Brussel)
Het Gewestelijk Expresnet en spoorlijn 124 in Linkebeek
De spoorverbinding tussen Charleroi en Brussel
De door de gemeenteraad van Linkebeek aangenomen motie en de impact ervan op het GEN Brussel-Nijvel
Verbetering GEN- en spoorverbindingen Brussel-Charleroi-Nijvel-Linkebeek
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De vertraging op spoorlijn 124 (Charleroi-Brussel) en het RER-project staan centraal, met als hoofdknelpunten: de traagheid van de verbinding (50 km in ~60 minuten vs. 33 minuten voor Gent-Brussel), belemmerende procedures in Linkebeek (veto tegen vier sporen, alternatief voorstel met twee sporen en sluiting station Linkebeek), en vertraagde vergunningen (RER-voltooiing nu voorzien in 2033). Minister Crucke belooft een diepgaande haalbaarheidsstudie (Plan 2026-2029) voor een versnelde verbinding (40 minuten is "theoretisch"), overleg met lokale actoren en een terreinbezoek, maar benadrukt dat capaciteitsbeperkingen (Nord-Midi, RER-werken) en impact op tussengelegen stations (Nivelles, Luttre) cruciale hindernissen blijven.
Julien Matagne:
Monsieur le ministre, l'ensemble des bourgmestres, députés et représentants du monde socioéconomique de Charleroi Métropole, qui compte 600 000 habitants, vous ont sensibilisé via une lettre ouverte concernant la vitesse commerciale des trains entre Charleroi et Bruxelles-Midi. Cela prend en effet presque une heure pour parcourir 50 kilomètres, alors que pour rejoindre Gand, qui est à peine plus proche de Bruxelles que Charleroi, le temps de trajet est réduit à 33 minutes.
La SNCB et Infrabel m è nent actuellement une analyse approfondie de la faisabilité d'une amélioration des liaisons dans le cadre du Plan de transport 2026-2029. Monsieur le ministre, pourriez-vous nous en dire plus sur les premières considérations de la SNCB dans ce dossier? Quel est le calendrier à cet égard, les échéanciers sont-ils déjà connus?
Comment la SNCB envisage-t-elle de surmonter les contraintes d'exploitation actuelles, notamment en lien avec les travaux du RER et la congestion de la jonction Nord-Midi? Quelles seront les conséquences potentielles d'un sillon accéléré sur les gares intermédiaires – Luttre, Nivelles ou encore Braine-l'Alleud? Envisagez-vous de prévoir des investissements spécifiques afin d'améliorer les infrastructures nécessaires à l'optimisation de cette liaison ferroviaire? Comment le gouvernement prévoit-il d'impliquer les acteurs locaux dans la définition des priorités du Plan de transport pour ce projet?
Frank Troosters:
Infrabel heeft een voorstel op tafel gelegd om het GEN-dossier te deblokkeren. In dat voorstel zou spoorlijn 124 tussen Eigenbrakel en Holleken op vier sporen worden gebracht. Vanaf Holleken tot Brussel-Zuid zouden de twee bestaande sporen behouden worden. De treinhalte Linkebeek zou sneuvelen, waardoor pendelaars zouden moeten uitwijken naar de nabijgelegen en pas vernieuwde halte Moensberg. Ter compensatie is er sprake van een veilige en verlichte voetgangersbrug.
Intussen heeft de gemeenteraad van Linkebeek het voorstel van Infrabel goedgekeurd.
Op welke termijn zal het plan van Infrabel uitgevoerd worden? Wat is de stand van zaken?
Vanaf wanneer zal de treinhalte in Linkebeek geschrapt worden? Zal dit pas gebeuren nadat eerst de veilige voetgangersverbinding naar het station van Moensberg gerealiseerd is?
Op welke wijze beschikt Infrabel over de garantie dat bestaande beroepsprocedures zullen worden stopgezet en geen nieuwe procedures zullen worden opgestart?
Op welke wijze garandeert Infrabel dat de sporen tussen Holleken en Brussel-Zuid in de toekomst toch niet zullen ontdubbeld worden?
Hugues Bayet:
Pouvez-vous nous expliquer quand sera finalisé le RER wallon et l'amélioration de la connexion ferroviaire entre Charleroi et Bruxelles ?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, les élus de Linkebeek ont acté, lors du conseil communal du lundi 31 mars, un accord de principe pour lever le veto contre les aménagements du RER dans la commune.
L’idée serait de supprimer la gare de Linkebeek et de maintenir 800 mètres de tronçons sur le territoire communal à deux voies, par rapport aux 4 voies prévues dans les plans historiques.
Il semble que cette solution, qui s’éloigne des projets historiques et du plan pluriannuel d’investissement d’Infrabel, ait été élaborée suite à des discussions entre représentants communaux et d’Infrabel.
On peut néanmoins douter de sa solidité, dès lors que le bourgmestre de Linkebeek a voté contre cette proposition, que la commune voisine d’Uccle le conteste et que d’autres recours sont annoncés.
D’où mes questions, monsieur le ministre :
- Quel est votre point de vue sur cette motion?
- Infrabel vous a-t-elle concerté avant d’entreprendre ces démarches vis-à-vis de la Commune de Linkebeek? Lui avez-vous donné mandat de remettre en question les plans historiques du RER?
- Si la solution proposée devait être mise en œuvre, quel impact cela aurait-il sur les permis à obtenir par Infrabel, sur le calendrier des travaux du RER, sur le coût de ces travaux, sur le temps de parcours sur cette ligne RER, sur la connexion de Linkebeek au quartier européen (Bruxelles-Schuman) et sur l’accessibilité au train pour les citoyens qui utilisent actuellement la gare de Linkebeek?
- Quel est la nature de l’engagement pris par la commune de Linkebeek par rapport aux recours actuellement déposés? Seront-ils retirés? Dans quel délai doivent-ils être réglés?
- Quelles sont les prochaines étapes administratives dans ce dossier, afin d’assurer le respect du calendrier prévu?
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, je vais essayer de faire gagner du temps à l'assemblée en résumant mes deux questions.
Le projet de Réseau Express Régional (RER) est un dossier de longue haleine, évoqué depuis les années 80 et dont les travaux ont débuté dans les années 2000. La mise en service initiale était annoncée pour 2012, mais force est de constater que le projet est loin d'être achevé.
Concernant la ligne 124 Charleroi-Bruxelles, la mise à quatre voies entre Nivelles et Bruxelles ainsi que l'amélioration des équipements sont des éléments clés du projet RER qui n'ont pas encore abouti.
Selon les dernières informations disponibles, les travaux sur la ligne entre Bruxelles et Nivelles progressent conformément au planning annoncé, à l'exception du tronçon Rhode-Saint-Genèse-Linkebeek, où l'opérateur indique ne pas avoir obtenu les permis nécessaires pour l'élargissement de deux à quatre voies. La fin des travaux sur cette ligne est désormais annoncée pour 2033, sous réserve de l'obtention de ces permis.
Comme vous le savez, Charleroi Métropole, par le biais de certains élus de la région carolo, ont récemment exprimé leur volonté de réduire le temps de parcours entre Charleroi et Bruxelles à 40 minutes et d'instaurer une ligne directe entre les deux villes. Cependant, certains analystes estiment qu'une telle réduction est impossible sans la finalisation du projet RER.
Monsieur le ministre, où en sont les demandes de permis pour le tronçon entre Rhode-Saint-Genèse et Linkebeek? Quelles sont les démarches entreprises pour accélérer leur obtention? De manière générale, quel est l'état de l'avancement des chantiers du RER, en particulier sur la ligne 124? Quelles sont les principales difficultés rencontrées? Pouvez-vous me fournir un calendrier actualisé des travaux et des étapes clés à venir?
Quels sont les principaux arguments avancés par la commune de Linkebeek pour s'opposer au développement d'un tronçon à quatre voies sur son territoire? Qui est à l'origine de cette proposition alternative consistant à abandonner la mise à quatre voies à Linkebeek? Quels seraient les impacts négatifs de la mise en œuvre de cette alternative sur le trafic ferroviaire sur l'ensemble de la ligne jusqu'à Nivelles? Et pour conclure, quelle serait la distance concernée par ce tronçon à deux voies?
Voorzitter:
S’il n’y a pas d’autre groupe qui veut intervenir, je donne la parole à M. le ministre.
Jean-Luc Crucke:
Tout d'abord, il est important de préciser qu'en ce qui concerne les négociations avec, entre autres, la commune de Linkebeek, rien n'a encore été décidé. Les discussions sont toujours en cours.
Infrabel tente de dégager un accord avec les trois plaignants – la commune, un comité de riverains et un particulier. L'objectif de cet accord est double: sécuriser l'obtention du GRUP valable sur les communes de Rhode-Saint-Genèse et de Linkebeek, qui aura pris six ans au lieu de trois ans prévus raisonnablement, lors de la relance des chantiers RER et établir une collaboration plus sereine avec la commune de Linkebeek en vue de l'obtention des permis.
Indien er een princiepsakkoord is tussen de verschillende partijen zullen de overheden geraadpleegd worden, net zoals nu al het geval is.
De stap die de infrastructuurbeheerder doet, heeft tot doel de impasse te breken die al enkele jaren bestaat in Linkebeek, waar men van mening is dat de werkzaamheden voor het op vier sporen brengen op Linkebeeks grondgebied, niet nodig zijn om te kunnen profiteren van de werkzaamheden die werden uitgevoerd in de andere gemeenten van lijn 124 die hebben ingestemd met het op vier sporen brengen.
Concernant les questions sur la liaison Bruxelles-Charleroi, la SNCB et Infrabel m'ont récemment adressé un courrier conjoint qui répond aux préoccupations des bourgmestres, députés et représentants socioéconomiques de Charleroi Métropole concernant l'amélioration des liaisons ferroviaires entre Charleroi et Bruxelles.
À partir de ces éléments, je souhaite organiser une visite de terrain avec l'ensemble des parties prenantes. Je vous y convierai d'ailleurs également. Concrètement, cette demande sera examinée dans le cadre de l'élaboration du Plan de transport 2026-2029 en conformité avec les règles applicables. Ce plan actuellement en préparation sera soumis au conseil d'administration de la SNCB et au gouvernement fédéral d'ici la fin de l'année.
La faisabilité d'un sillon accéléré fera l'objet d'une analyse approfondie tenant compte de plusieurs paramètres clés tels que la capacité de l'infrastructure, les impacts sur les voyageurs existants et potentiels ainsi que la qualité globale de l'offre. Cette étude devra également intégrer les contraintes opérationnelles propres à l'axe concerné, notamment les travaux en cours dans le cadre du projet RER et la congestion structurelle de la jonction Nord-Midi.
La SNCB et Infrabel attirent mon attention sur le fait que le temps de parcours de 40 minutes évoqué dans la lettre ouverte constitue un calcul théorique réalisé hors circulation réelle sur le réseau. Ce chiffre ne tient donc pas compte des conflits potentiels avec les autres trains, des cisaillements en gare ni de la capacité résiduelle disponible, particulièrement en Région bruxelloise. L'intégration d'un tel sillon dans le trafic existant nécessite donc une étude rigoureuse de ses implications opérationnelles.
Par ailleurs, les impacts potentiels sur les gares intermédiaires, notamment celles de Luttre, Nivelles ou Braine-l'Alleud, seront également pris en compte. Une attention particulière sera portée à l'équilibre entre le gain de temps pour certains usagers et la préservation de la desserte pour d'autres.
Comme vous pouvez le constater, j'ai pris le dossier en main et j'espère trouver une solution équilibrée alliant vitesse commerciale, desserte ferroviaire et offre attractive. Mais tant la SNCB qu'Infrabel pourront détailler cela plus minutieusement lors de la rencontre qui sera programmée sur le terrain et pour laquelle je fixerai une date avec le bourgmestre de Charleroi.
Julien Matagne:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour toutes vos précisions. Je me réjouis à l'idée de me rendre sur le terrain afin de constater les améliorations potentielles. Les 40 minutes restent effectivement très théoriques, mais si le temps de parcours pouvait être amélioré de cinq à 10 minutes, cela constituerait une avancée significative.
Nous savons que c’est cette vitesse commerciale qui nous encourage à abandonner notre voiture, et je parle en tant qu’expert automobile. Il y a donc matière à y travailler.
En tout cas, je vous remercie pour l’intérêt que vous portez à ce dossier important pour l’ensemble du bassin carolorégien.
Anthony Dufrane:
Je vous remercie monsieur le ministre.
Il me reste à me joindre aux remerciements de mon collègue Matagne pour le bon suivi de ce dossier ainsi que pour vos réponses.
J'ai hâte de noter à l'agenda la date de cette visite de terrain à vos côtés.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik wil u ook gewoon danken voor uw antwoord.
Hugues Bayet:
Je remercie le ministre pour le caractère volontariste dont il fait preuve pour essayer de trouver une solution à ce problème. En effet, des trajets de 40 minutes entre Charleroi et Bruxelles existaient déjà il y a des dizaines d’années. Cela mérite donc d’être analysé. Je le remercie tout particulièrement de bien vouloir nous associer à cette réflexion.
Sarah Schlitz:
Ce dossier dure en effet depuis très longtemps et a une incidence sur le quotidien et les possibilités de développement de nombreuses personnes et de toute une région. Il est urgent que ce projet aboutisse. J’espère pouvoir compter sur tout votre volontarisme – et il semblerait que ce soit le cas – pour que ce dossier puisse avancer et développer tous ses effets. C’est fondamental pour notre pays et pour la Wallonie.
De stiptheidscijfers tijdens de stakingen
De stakingen bij de NMBS
De spoorstakingen
Niet-rijdende treinen bij spoorstakingen
De spoorstakingen
De spoorstakingen
Het tripartiete overleg met de vakbonden en de CEO's van de openbare spoorbedrijven
De toekomst van Securail
De stakingen en de vakbondsactie op 29 april
Stakingen, stiptheid en toekomst van het spoorvervoer in België
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De herhaalde spoorstakingen in 2025 (23 dagen tot nu toe), voornamelijk tegen de pensioenplannen van de federale regering, veroorzaken enorme operationele ontwrichting (33.000 minder treinen in Q1, schijnbare stiptheidsstijging door geschrapte ritten) en financiële verliezen (miljoenen voor NMBS/Infrabel, €1M verlies per weekdagstaking). Een voorakkoord tussen regering, NMBS/Infrabel en vakbonden garandeert behoud van jobs en verworven rechten, moderniseert het statutair kader en verschuift bevoegdheden (bv. werving) naar de spoorbedrijven, maar mijdt het kernpunt: de pensioenen—waarover minister Jambon nu onderhandelt met de bonden in een "constructieve sfeer". Critici vragen transparantie over geschrapte treinen en kosten, betwijfelen het draagvlak voor verdere stakingen (publiek en politiek "zat") en dringen aan op minimale dienstverlening of snellere oplossingen, terwijl de minister hoopt op ratificatie van het akkoord en een einde aan de acties, maar Securail (veiligheid) en pensioenkwesties blijven onopgeloste knelpunten.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, volgens recente cijfers van NMBS en Infrabel reden er in het eerste kwartaal van dit jaar zo'n 33.000 treinen minder dan in dezelfde periode van vorig jaar. Tegelijkertijd stijgt de gemelde stiptheid naar 91 % in het eerste kwartaal van 2025 tegenover 88,9 % vorig jaar. Die hogere stiptheid is echter grotendeels het gevolg van de vele stakingen, waardoor er minder treinen reden en er dus ook minder vertragingen konden optreden.
Op welke manier wordt het stiptheidspercentage berekend wanneer er door stakingen massaal treinen geschrapt worden? Wordt er hierbij een onderscheid gemaakt tussen effectief gereden en afgeschaft materieel?
Vindt u het correct dat deze hogere stiptheidscijfers, die vooral het gevolg zijn van het feit dat er minder treinen reden, gebruikt worden om te beoordelen of de NMBS haar afspraken uit het openbaredienstcontract naleeft? Wat betekent dit voor de bonus-malus die in het openbaredienstcontract is opgenomen?
Waarom maken de NMBS en Infrabel geen exacte cijfers bekend over het aantal geschrapte treinen door de stakingen? Bent u bereid om erop toe te zien dat deze informatie voortaan transparant wordt gedeeld, zodat we een volledig beeld kunnen krijgen van de situatie?
Op 8 april vond de twintigste stakingsdag van 2025 bij het spoor plaats. Maar liefst vijf van de zes spoorvakbonden riepen op tot een staking uit protest tegen de pensioenplannen van de federale regering. De gevolgen voor de reizigers zijn groot, maar ook de financiële impact is niet te onderschatten. Infrabel maakte een eerste raming van de inkomstenverliezen in januari en februari: ongeveer 1 miljoen euro per stakingsdag tijdens de week en 300.000 euro op stakingsdagen in het weekend. Dat verlies komt voornamelijk doordat rijpaden, waarvoor de NMBS normaal een vergoeding betaalt, bij een staking niet gebruikt worden en dus ook niet gefactureerd kunnen worden.
De NMBS heeft nog geen concrete raming gegeven, maar volgens berichten zou ook daar de schade in de miljoenen lopen. Alsof 20 stakingsdagen nog niet voldoende zijn, kondigen de vakbonden aan dat er nog meer acties zitten aan te komen. Intussen is het al de drieëntwintigste stakingsdag dit jaar.
Is er op dit moment nog steeds overleg tussen de federale regering en de spoorvakbonden? Zo ja, kunt u de stand van zaken toelichten? Bent u ook zo bezorgd over de economische impact van de stakingen op Infrabel en de NMBS? Is er op dit moment al meer duidelijkheid over de financiële verliezen bij de NMBS als gevolg van deze stakingen?
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, le front commun syndical ne baisse pas pavillon et continue son mouvement malgré les menaces de l'employeur, HR Rail. Celui-ci a indiqué étudier toutes les possibilités de lutter contre l'abus du droit de grève. Il répondait ainsi à votre demande de faire en sorte que les préavis de grève inconsidérés ou excessifs, pour reprendre vos propos, ne soient plus reconnus.
Derrière cette demande, vous vouliez en particulier bloquer les actions de deux petits syndicats de cheminots. Rappelez-vous, nous en discutions en séance plénière, il y a un certain temps déjà. Mais ceux-ci ont finalement rejoint le front commun. Vos déclarations ont eu le don d'énerver certains syndicats, et je les comprends. Le président de la CGSP-Cheminots n'a pas hésité à dire que votre déclaration était tout à fait inopportune face aux problèmes qui se posent. Elle jette au contraire de l'huile sur le feu. Tels sont ses propos. Pour lui, vous devriez surtout vous atteler à mettre en place une vraie concertation, car il est inacceptable de venir avec des mesures brutales et d'essayer en parallèle de diminuer les possibilités d'action des organisations syndicales. Il dément par ailleurs que vous ayez obtenu des accords.
Monsieur le ministre, où en êtes-vous dans la concertation avec les syndicats? Quel est l'agenda des prochaines réunions alors que les grèves se poursuivent? Que répondez-vous au front commun qui craint que les mesures anti-abus visant les petites organisations s'imposent à toutes dans un avenir prochain? Avez-vous des discussions avec votre homologue des Pensions qui reste, finalement, la principale cible des revendications des cheminots? Enfin, pensez-vous que faire entrer le privé dans le capital de la SNCB, comme le suggère la N-VA, soit de nature à calmer les travailleurs, histoire d'avoir les embarras du public et du privé cumulés?
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, zoals al door een aantal collega's is gezegd, is het vandaag de drieëntwintigste stakingsdag van dit jaar. Op het ogenblik waarop ik de vraag schreef, was het 8 april en toen hadden we reeds de twintigste stakingsdag beleefd.
Mijn vraag is gelijklopend met die van mevrouw Cuylaerts.
Hoeveel treinen hebben er gereden volgens de alternatieve dienstregeling vergeleken met de voorziene dienstregeling tijdens de stakingsdagen in 2025? Wat is hiervan de financiële impact?
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de lopende onderhandelingen die u hebt met de vakbonden? Hebt u al zicht op een mogelijke uitkomst en eventueel ook een einde van de talrijke stakingen, die stilletjes aan toch wel een pest beginnen te worden voor de mensen die werkwillig zijn? We hadden in onze vraag ook een opsplitsing gevraagd per stakingsdag, maar het is geen enkel probleem als ons dat schriftelijk zou worden bezorgd.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik heb zelf drie vragen ingediend.
Wat betreft de aspecten van de spoorstakingen vind ik mij helemaal terug in de vragen die de voorgaande sprekers hebben gesteld. Er is één aspect dat ik wel nog wil toelichten en dat betreft de toekomst van Securail. Ik heb begrepen dat u overleg hebt gehad met de drie grote spoorvakbonden en dat daar ook gesproken zou zijn over de mogelijke overheveling van de spoorwegbeveiliger Securail naar Binnenlandse Zaken.
Kunt u mij bevestigen dat daarover is gesproken? Zo ja, wat was de inhoud van de gesprekken hierover? Wat is uw visie op de veiligheidsdienst van de NMBS? Op welke wijze zou een eventuele overheveling plaatsvinden? Wat zou dat betekenen voor het statuut en de werkvoorwaarden van de werknemers van Securail? Op welke wijze zal een overheveling naar Binnenlandse Zaken de veiligheid binnen het spoorgebeuren ten goede komen? Tot slot, welke verdere stappen zullen er inzake deze mogelijke overheveling of inzake de toekomst van Securail worden ondernomen?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, vous avez récemment mené des négociations avec les syndicats du rail (CGSP-Cheminots, CSC-Transcom, SLFP-Cheminots), ainsi qu'avec les directions de la SNCB, d'Infrabel et de HR Rail. Ces discussions ont, semble-t-il, abouti à un préaccord social visant à apaiser les tensions sociales persistantes dans le secteur ferroviaire belge.
Ce préaccord concerne la garantie de l’emploi et les droits acquis, des transferts de compétences entre HR Rail et les entreprises ferroviaires et une modernisation du statut. Par contre, vous n’avez pas abordé la question centrale, celle des pensions du personnel roulant, qui est pourtant le point principal de préoccupation sur le plan social.
J’entends bien que ces questions concernent en premier lieu votre collègue ministre des Pensions, mais, en tant que membre du gouvernement, vous avez, me semble-t-il, votre part de responsabilité dans ce dossier. Vous ne pouvez pas lui renvoyer la balle, car vous êtes également partie prenante de ces discussions. Vous devez vous y atteler et intégrer les discussions menées par votre collègue chargé des Pensions.
Monsieur le ministre, quelle est la nature des accords que vous avez conclus avec les représentants des travailleurs? Quelles sont les étapes suivantes? De quelle façon et dans quel délai ces accords doivent-ils être mis en œuvre? Quels engagements avez-vous pris à l’égard des représentants des travailleurs dans le dossier relatif aux pensions? Entendez-vous faire pression sur votre collègue des Pensions pour qu’il modifie son approche du dossier et préserve l’attractivité et la prise en considération de la pénibilité du travail au sein de la SNCB?
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, comme vous avez encore pu le constater ce matin, la colère des travailleuses et des travailleurs face au plan de votre gouvernement ne faiblit pas. Faire des économies dans les services publics et dans notre sécurité sociale, travailler plus longtemps pour moins d'argent, flexibiliser davantage le monde du travail, elles et ils n'en veulent pas et l'ont fait savoir ce matin. J'en reviens justement. Il y a beaucoup de monde dans les manifestations et sur les piquets, aussi bien en Flandre qu'en Wallonie.
Concernant plus spécifiquement le rail, mes petites oreilles m'ont laissé savoir qu'un préaccord avec les organisations syndicales serait sur la table. Monsieur le ministre, que pouvez-vous nous dire à ce sujet? Comment voyez-vous la suite?
Par ailleurs, que répondez-vous aux manifestants qui étaient présents par milliers dans les rues des différentes villes du pays aujourd'hui? Quelles initiatives comptez-vous prendre plus spécifiquement concernant les pensions des cheminots?
Voorzitter:
D'autres collègues souhaitent-ils intervenir? (Non) Monsieur le ministre, vous avez la parole.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, comme nous avons eu l’occasion d’en discuter depuis le début de la législature, les mouvements de grève perturbent lourdement le réseau et pénalisent des milliers de citoyens. Ces grèves trouvent leur origine, en toute grande majorité, dans des mesures prises sur la base de l’accord de gouvernement, fruit d’une négociation démocratique et reflétant la volonté d’une majorité politique claire.
In geval van staking wordt een aangepast vervoersplan opgemaakt in functie van het beschikbare personeel, zoals voorzien in de wet van 29 november 2017 op de gegarandeerde dienstverlening. De keuze om te werken met een aangepast vervoersplan heeft als gevolg dat de informatie zo snel mogelijk moet worden bezorgd aan de reizigers in de applicaties, waardoor er niet moet worden vertrokken van een standaard vervoersplan, waarbij trein na trein wordt geschrapt. We kunnen de methode niet bekritiseren.
Mevrouw Cuylaerts, u legt terecht een verband tussen de verbetering van de stiptheid door het schrappen van treinen en de evaluatie van de prestaties waarin het contract voorziet. Ik heb niet onderhandeld over het prestatiecontract. De prestatie-indicatoren zijn gebaseerd op een contractuele methodologie, maar ik zal niet nalaten deze kwestie aan te halen tijdens de tussentijdse evaluatie in 2027, op dezelfde manier als de wens die in het regeerakkoord werd geuit om actie te ondernemen om het aantal afgeschafte treinen te verminderen.
En matière de statistiques concernant les grèves, je demanderai aux deux entités de faire un rapport détaillé sur l'efficacité du service garanti d'ici à la fin de cette année, en prenant particulièrement en compte la sécurité.
La concertation sociale étant primordiale pour moi, nous avons pris le temps avec les syndicats et les entreprises publiques de nous pencher pendant 48 heures sur les dispositions de l'accord de gouvernement qui relèvent de mes compétences.
Cette concertation a permis de déboucher sur un protocole de préaccord social, comme cela a été largement relayé dans la presse. Certains d'entre vous y ont d'ailleurs fait référence, et je suppose que le texte de M. Legasse a par contre été rédigé avant, car je n'ai vraiment pas eu le sentiment d'être un voyou aux yeux des syndicats. Ces échanges ont permis d'aboutir à une meilleure compréhension mutuelle. Je souligne l'importance d'un dialogue continu et rappelle que la réforme du secteur ferroviaire doit être portée collectivement par l'ensemble des partenaires.
Je rappelle ici les principes fondamentaux qui sous-entendent le préaccord qui a été conclu. Premièrement, l'emploi et les droits acquis des travailleurs sont garantis. Deuxièmement, un transfert des compétences est prévu, notamment en matière de recrutement, de sélection et de gestion des carrières vers les entités. Troisièmement, HR Rail reste garant de la concertation sociale, de la réglementation, du statut du personnel et des contrats. Et, quatrièmement, un cadre adapté aux défis actuels du secteur sera mis en place avec l'inévitable modernisation du statut et le développement des relations contractuelles.
Dans les prochains jours, les syndicats soumettront la proposition à leurs affiliés. Leur approbation constitue bien évidemment une étape essentielle avant que je vous la présente plus officiellement et peut-être de manière plus détaillée. Nous avons mené des discussions ouvertes, dans un esprit de responsabilité. Ce préaccord constitue une base solide porteuse de stabilité et de perspectives pour l'avenir du rail. À la suite de ce préaccord, METISP-Protect a également décidé de renoncer à son préavis de grève déposé pour l'action du 4 mai 2025, 22 h 00, au 9 mai 2025, à la même heure.
Au sujet de Securail, une rencontre entre le ministre de l'Intérieur, M. Quintin, et moi-même a eu lieu. Nous avons convenu qu'un groupe de travail sera mis sur pied afin de déterminer la meilleure manière d'avancer sur les collaborations possibles. Nous nous sommes alignés sur le principe de maintenir le personnel de Securail au sein de la SNCB.
Enfin, concernant les pensions, les syndicats ont entamé une discussion avec le ministre des Pensions, M. Jan Jambon, lors d'une première rencontre en mars. Une nouvelle réunion a eu lieu ce 28 avril, dont j'ai appris qu'elle s'était déroulée dans une atmosphère constructive. Je ne peux qu'espérer que, sur la base des concertations qui sont intervenues, les mouvements de grève pourront être suspendus. J'espère qu'un accord pourra également être conclu dans le cadre des pensions avec mon collègue Jambon.
Dorien Cuylaerts:
ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister. Ik ben blij te horen dat de mogelijkheid bestaat dat de vastberadenheid van de vakbonden misschien toch bijna ten einde komt, want tot vandaag blijven zij vol enthousiasme met hun asociale stakingsacties doorgaan. Laat ons eerlijk zijn, de maat is vol, maar daarover hebben wij al genoeg gediscussieerd. Ik vrees alleen dat de vakbonden elk draagvlak verloren hebben. Het vertrouwen van de treinreizigers wordt immers keer op keer onderuitgehaald.
Wat mij het meest verontrust als er cijfers naar boven komen, zeker als men de cijfers van Infrabel hoort, zijn de serieuze bedragen. Het is erg dat de NMBS daarover opnieuw in alle talen zwijgt. Ook dat zal wel oplopen. Dat zullen geen kleine bedragen zijn. Wie gaat dat gelag betalen? Ik veronderstel dat het de belastingbetaler zal zijn.
Ik ben heel blij te horen dat u inzet op de dialoog, zeker als u verwijst naar het overleg van 48 uur waar een solide basis is gelegd. Ik ben zeer blij dat we dan toch vertrokken zijn. Ik hoop dat daar heel mooie resultaten uit gekomen zijn. Ik ben in blijde verwachting van de details die we binnen enige tijd hopelijk te weten zullen komen.
Dimitri Legasse:
En effet, monsieur le ministre, ma question n'était pas tout à fait adaptée ou méritait une mise à jour. Néanmoins, vous n'évoquez pas l'évolution du dossier, si ce n'est la réunion du 28 avril avec le ministre Jambon ainsi qu'un espoir dans votre chef. Nous attendons donc l'évolution de ce dossier avec M. Jambon ainsi que les détails du préaccord auquel vous faites référence, comme vient de le dire ma collègue. Je suis également impatient d'obtenir ces détails. Je vous remercie.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, u lijkt mij een man te zijn met veel geduld. Ik apprecieer uw rustige standvastigheid zeker en vast. Ik zou zelf wat minder geduld hebben. Ik hoop dat we nu inderdaad snel duidelijkheid zullen krijgen over de plannen van de regering en of de vakbonden het daar wel of niet mee eens zijn.
Zoals de collega van de N-VA al meegaf, wij denken ook dat het draagvlak voor deze stakingen ruim overschreden is. Het geduld is op bij de gemiddelde Vlaming, Waal en Brusselaar. Wat ons betreft moet dit stoppen.
In dat verband heb ik vanochtend een wetsvoorstel toegelicht in deze commissie om te zorgen voor een systeem van minimale dienstverlening. Mijnheer de minister, ik hoop dat u daar met veel interesse naar wil kijken, want deze gijzeling moet eindelijk stoppen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik ben natuurlijk blij dat er toenadering is. Ik heb daar ook van in het begin al naar gevraagd. Het betreft een staking die niet gericht is tegen de NMBS, maar tegen de arizonaregering en de plannen van die regering. Ik ben heel blij dat er constructief overleg geweest is en dat er ook een voorakkoord is gekomen. Men mag echter het vel van de beer niet verkopen voordat hij geschoten is. Het is natuurlijk slechts een voorakkoord. Zonder de goedkeuring van de achterban van de vakbonden en het spoorpersoneel stelt dit natuurlijk niks voor. Dat blijft dus even afwachten.
Ik begrijp dat er een werkgroep wordt opgericht met betrekking tot Securail. Ik denk uit uw antwoord te mogen begrijpen dat Securail bij de NMBS blijft en dus niet zomaar overgeheveld wordt richting Binnenlandse Zaken. Ik veronderstel dat die werkgroep zich zal richten op de onderlinge samenwerking, op hoe een aantal praktijken en de aanpak kunnen worden verbeterd. Ik hoop natuurlijk ook dat er op dat vlak snel resultaat zal worden geboekt. Dat is natuurlijk een heel ander onderwerp, want dan spreken we over specifieke veiligheid bij het spoorgebeuren. Ik kijk vol verwachting vooruit.
Sarah Schlitz:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.
Vous évoquez des discussions constructives entre le ministre Jambon et les syndicats. Je pense néanmoins que vous devez également prendre part à ces discussions et être beaucoup plus proactif dans le sort qui sera réservé aux travailleurs et aux cheminots. Le service du rail en dépend. Si l’attractivité du métier continue de diminuer, si les cheminots sont moins bien traités, si la pénibilité de leur emploi n’est pas mieux prise en considération, nous allons au-devant d’un vrai problème au niveau du recrutement, une responsabilité qui vous incombe. Vous devez davantage prendre part aux discussions et ne pas vous contenter de vous cacher derrière la responsabilité du ministre des Pensions.
Farah Jacquet:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.
J’entends qu’un préaccord sur le rail avec les organisations syndicales est bien sur la table. Il reviendra aux affiliés cheminots de le valider. Nous suivrons ce dossier et analyserons le potentiel de cet accord avec une grande attention, car il ne peut y avoir qu’une seule issue à ce conflit, à savoir un dialogue constructif avec les organisations syndicales.
Voorzitter:
Ik kijk opnieuw rond in de zaal. Zijn er andere fracties die zich wensen aan te sluiten bij de replieken? ( Neen ) Dan is ook dit actualiteitsdebat afgesloten.
De impact van de NMBS-dienstregeling op het station Liedekerke
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De hervormde NMBS-dienstregeling sinds december 2024 degradeert het treinaanbod voor pendelaars in Liedekerke: rechtstreekse verbindingen naar Gent, Leuven en Aalst vervallen, overstappen verlengen reistijden, en overvolle treinen op lijn 60 (Brussel-Dendermonde) verergeren de problemen—terwijl de modal shift in de Brusselse rand dringend is door ringwerken. Minister Crucke benadrukt dat de wijzigingen noodzakelijk zijn door spoorcapaciteitsbeperkingen (Infrabel) en wijst op beperkte verbeteringen (bv. 3 treinen/uur naar Brussel-Schuman), maar erkent geen structurele oplossingen. De Knop eist concrete herzieningen in de dienstregeling 2025, met herstel van rechtstreekse verbindingen en betere afstemming op lokale noden, en kaart falende communicatie met gemeenten aan—dreigend met verergerd fileleed zonder adequate OV-alternatieven.
Irina De Knop:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, met de hervormde dienstregeling van de NMBS die midden december 2024 is ingevoerd, zijn er voor pendelaars in verschillende stadions en dus ook in Liedekerke aanzienlijke wijzigingen doorgevoerd. Bijvoorbeeld, de rechtstreekse trein naar Gent-Sint-Pieters is afgeschaft, waardoor alle reizigers nu via Brussel moeten reizen, wat hun traject aanzienlijk verlengt. Ik druk het even uit in een mogelijk voorbeeld voor de andere kant van het land. Indien u naar Charleroi zou willen reizen, zou dat betekenen dat u iedere keer via Namen moet omrijden. Daarmee wil ik u even meegeven hoe gek de regeling is.
Een andere aanpassing is gebeurd aan Lijn 60 tussen Brussel en Dendermonde. Die wijziging zorgt ook voor tal van problemen. Er is daardoor slechts één stoptrein per uur, waardoor de huidige treinen overvol zijn. Het lijken geen treinen meer voor personenverkeer, maar veeleer beestenwagons.
In eerdere antwoorden, ook van uw voorganger, werd gesteld dat de NMBS haar vervoersplan had aangepast op basis van de spoorcapaciteit, het beschikbare materieel en de infrastructuurwerken, alsook dat beslissingen werden genomen door de raad van bestuur en de NMBS. Ik had echter zelf ook een brief overhandigd aan de CEO van de NMBS. Zij had meegegeven dat zij zeker zouden zoeken naar mogelijkheden om aanpassingen te maken en ervoor te zorgen dat de dienstregeling opnieuw beter en kwalitatiever voor de reiziger zou verlopen.
Mijnheer de minister, u bent nieuw. Daarom wil ik nu graag aan u de problematiek voorleggen en het volgende vragen. Wat is uw evaluatie van de dienstregelingswijzigingen inzake de impact op de pendelaars in Liedekerke? Op welke manier wordt specifiek rekening gehouden met de behoeften van kleinere strategisch gelegen stations in de rand rond Brussel?
Welke concrete stappen zult u samen met de NMBS en Infrabel ondernemen om verbindingen vanuit Liedekerke te verbeteren? Ten slotte, kunt u ons iets mededelen over de manier waarop u de communicatie aan de lokale besturen zult versterken?
Jean-Luc Crucke:
Mevrouw De Knop, het nieuwe treinaanbod voor 2025 is sinds 15 december 2024 van kracht. Het omvat een uitbreiding van het treinaanbod met bijna 2 % ten opzichte van 2024, wat bijdraagt aan de langtermijndoelstelling van 10 % groei tegen 2032, zoals vastgelegd in het openbaredienstcontract tussen de NMBS en de federale overheid. Een gestage uitbreiding van het treinaanbod gedurende de looptijd van het contract moet er mee voor zorgen dat de NMBS een reizigersgroei van 30 % kan realiseren tegen 2032.
Samen met die uitbreiding van het aanbod was de NMBS evenwel genoodzaakt om ook enkele aanpassingen aan de bestaande dienstregeling door te voeren. Om haar treinen in te leggen zoals zij dat zou willen, moet de NMBS kunnen beschikken over de daartoe benodigde spoorcapaciteit. Dat kan echter niet altijd en niet overal. Daardoor veranderde het traject voor een aantal IC- en S-treinen. Dat is nodig ingevolge een haalbaarheidsstudie van Infrabel om zowel het nationaal als het internationaal treinaanbod van de verschillende operatoren op het net te kunnen verzekeren. Ook het treinaanbod in Liedekerke werd daardoor geïmpacteerd. De NMBS heeft het volledige overzicht bezorgd van het aanbod voor reizigers die de trein nemen in Liedekerke. Dat zal ik u zo dadelijk laten bezorgen.
De NMBS communiceert op haar website duidelijk over de voornaamste nieuwigheden en informeert tevens de lokale besturen van steden en gemeenten en alle stakeholders. De NMBS is een vaste deelnemer van de Vlaamse vervoerregio's en is steeds bereid om daaromtrent te overleggen. De uitdaging blijft evenwel om de zeer vele vragen die overal leven, te verzoenen met de beperkingen op het vlak van spoorcapaciteit, operationele en budgettaire middelen.
Concreet, op weekdagen richting Brussel-Zuid, Brussel-Centraal en Brussel-Noord behouden de reizigers vanuit Liedekerke met de S8-verbinding twee snelle rechtstreekse treinen per uur via de snellijn 50C. Die trein stopt ook in Anderlecht. De S10-verbinding via Jette blijft eveneens behouden. Richting Brussel-Schuman en Brussel-Luxemburg is er sinds december 2024 een verhoogd rechtstreeks aanbod naar drie treinen per uur. Richting Ternat, Groot-Bijgaarden, Dilbeek en Jette zijn er minimale aanpassingen in de spreiding van de S4- en S10-treinen tussen Liedekerke en Jette. Richting Gent en Aalst zullen, tijdens de daluren, de reizigers voortaan in Denderleeuw moeten overstappen, wat een extra reistijd van ongeveer vijf minuten met zich meebrengt.
Richting Aalst en Erembodegem vermindert het rechtstreekse aanbod van 3 naar 2 S-treinen per uur. Richting Leuven is er een overstap in Brussel-Zuid nodig op de IC01 Oostende-Brussel-Eupen of de IC12 Kortrijk-Brussel-Welkenraedt. De reistijd blijft vrijwel ongewijzigd.
Tijdens het weekend richting Brussel-Zuid, Brussel-Centraal en Brussel-Noord vermindert het treinaanbod naar één rechtstreekse trein per uur via de snellijn 50C met stop in Anderlecht. Richting Gent, Wetteren, Lede en Aalst is een overstap in Denderleeuw nodig, met een extra reistijd van ongeveer 5 minuten via de IC20 of 21 minuten via de IC29. Richting Brussels Airport is een overstap in Brussel-Zuid nodig, wat de reistijd met ongeveer 17 minuten verlengt.
Dat was de inlichting van Infrabel en de NMBS daarover.
Irina De Knop:
Er is eigenlijk sinds eind vorig jaar, sinds wij de vragen hebben gesteld en de hoorzittingen hebben gehouden, niets gewijzigd in het vervoersaanbod bij de NMBS. Ik zou u toch echt heel expliciet willen vragen om die vragen mee te nemen. Men heeft dus in de rand rond Brussel de lijnen van en naar het station Liedekerke, dat recent gerenoveerd werd en waar vroeger heel wat treinen rechtstreeks én naar Brussel én naar Gent én naar Leuven gingen, veranderd naar lijnen waar moet worden overgestapt. Dat zorgt voor een degradatie van dat aanbod. Ik begrijp niet goed dat dit gebeurt in de rand rond Brussel, waar de nood aan de modal shift enorm groot is. Er zijn nu immers werken gaande aan de ring en er zullen nieuwe werken aan de ring starten ter hoogte van het op- en afrittencomplex in Dilbeek. Dat zal de situatie enkel verergeren. Als wij dus op het vlak van openbaar vervoer geen flankerende maatregelen nemen, zal het fileleed in de Brusselse regio alleen nog maar toenemen. Ik wil u dus heel beleefd maar met aandrang vragen, mijnheer de minister, om dit verder op te nemen zodat de NMBS een wijziging opneemt van haar aanbod naar het einde van dit jaar toe met het oog op de nieuwe dienstregeling volgend jaar. Ik kan me niet voorstellen dat dat niet kan gebeuren. Dit is namelijk een degradatie van een station dat al jarenlang de draaischijf is voor het openbaar vervoer in onze regio.
Het station van Herentals en het beleid van de NMBS met betrekking tot de stationsparkings
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS houdt vast aan betalende stationsparkings (inclusief Herentals) om autogebruik te ontmoedigen en de modal shift naar fiets/openbaar vervoer te stimuleren, wat volgens cijfers werkt (25% stapt over bij betaling). Gratis parkeren voor personen met een beperking is niet automatisch gegarandeerd op betalende NMBS-parkings, maar waar mogelijk worden gratis plaatsen buiten de betaalzone voorzien, afhankelijk van lokale regelgeving. Gebrek aan afstemming met De Lijn ondermijnt de modal shift, terwijl concrete bezettingscijfers niet worden vrijgegeven omwille van concurrentie. Toekomstige betalende parkings blijven mogelijk, maar criteria (zoals stationstype) worden niet gespecificeerd.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, het station van Herentals kwam in het verleden al regelmatig aan bod in deze commissie. De aanleiding daarvoor was de parking voor wagens, die in 2023 betalend werd gemaakt, inclusief de blauwe parkeerplaatsen voor personen met een beperking, terwijl zij elders in Herentals gratis mochten parkeren.
Naast de autoparking werd ook de fietsenstalling opgewaardeerd en uitgebreid met een beveiligde, weliswaar betalende parking. Uit eerdere vragen hierover in deze commissie bleek dat het aantal wagens die de autoparking gebruiken daardoor was teruggelopen, maar dat wel een hoger aantal fietsers nu gebruikmaakt van de fietsenparking.
Hoe is het aantal gebruikers van de stationsparking in Herentals sinds 2023 geëvolueerd, zowel wat de wagen als de fiets betreft?
Mijn tweede vraag is of u bij de beslissing van de vorige minister van Mobiliteit blijft om deze autoparking betalend te maken.
Aangezien we vaststellen dat dit tot een daling van het gebruik leidt, bent u van plan om in de toekomst nog meer autoparkings aan stations betalend te maken? Zo ja, voor welke stations zal dat het geval zijn?
Hoe staat u ten slotte tegenover het idee om de blauwe parkeerplaatsen voor personen met een beperking gratis te maken op de betalende stationsparkings?
Jean-Luc Crucke:
Mevrouw Gielis, zoals dat in haar openbaredienstcontract is bepaald, past de NMBS een strategie toe die gebaseerd is op de volgende zes principes: prioritaire toegang voor treinreizigers in de parkings met toegangscontrole; een voordeliger tarief voor regelmatige en occasionele treingebruikers wanneer de parking betalend is; een gedifferentieerd tariefbeleid dat rekening houdt met het stationstype, het gebruiksprofiel en de lokale markt; een dekking van de operationele kosten door de inkomsten; aanmoediging van het gebruik van het openbaar vervoer of de fiets tussen de woonplaats en het station door concurrentie op het vlak van tarieven te vermijden; een aanbod van een ruim scala aan intermodale diensten zoals deelauto's en deelfietsen, oplaadstations en fietsenpunten.
Ik geef u de volgende verduidelijking bij die principes. De NMBS wil mensen aanmoedigen om met de fiets of de bus naar het station te komen en zo de modal shift te stimuleren naar duurzame en groene mobiliteitsmodi. De NMBS heeft daarbij vastgesteld dat tarifering werkt om het gebruik van de wagen tegen te gaan. De NMBS kan daarmee ook de dienstverlening aan haar klanten verbeteren door hun een parkeerplaats te garanderen.
Het is belangrijk in te zetten op een mentaliteitswijziging om de wagen los te laten wanneer dat kan. De ervaring leert immers dat 25 % van de treinreizigers bij het betalend maken van een autoparking de overstap maakt naar de fiets. We moeten niet het gebruik van de auto maar wel de modal shift verder stimuleren. De grootste moot van de gebruikers van de parkings van de NMBS woont immers binnen een afstand van 3 kilometer of minder van het station.
Dat is ook het geval in Herentals. Dit zijn in hoofdzaak pendelaars met een abonnement, ouder dan 17 jaar. Het aantal opstappende reizigers wijzigt zich niet wanneer een stationsparking betalend wordt. Het is immers het treinaanbod dat de aantrekkelijkheid van het station bepaalt, niet het feit of de parking betalend is of niet.
De NMBS krijgt regelmatig vragen over de bezettingscijfers en inkomsten van haar verschillende parkings. Aangezien het beheer van parkings deel uitmaakt van een zeer concurrentiële markt is het niet opportuun om daarover te communiceren. De NMBS laat mij weten dat de bezetting van de autoparkings sinds de opening in juni 2023 in stijgende lijn gaat.
Ik erken het belang van de toegankelijkheid en inclusiviteit voor personen met een beperking. Volgens de huidige wetgeving in België hebben houders van een parkeerkaart voor personen met een handicap het recht om te parkeren op voorbehouden plaatsen en in een blauwe zone zonder tijdslimiet. Dit geldt echter niet automatisch voor betalende parkeerplaatsen.
Aan de stations bevindt de blauwe parkeerplaats voor personen met een beperking zich steeds zo dicht mogelijk bij de perrons. Indien mogelijk en operationeel haalbaar, in functie van de structuur van de parking en van de mogelijkheden in de stationsbuurt, is een aantal plaatsen voorzien voor personen met beperkte mobiliteit buiten de betaalzone en is parkeren gratis. De mogelijkheid moet dan wel bestaan dat de stad of gemeente het reglementaire gebruik ervan kan controleren.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijke antwoord. Ik neem de zes parameters mee die vermeld zijn in het openbaredienstcontract, maar ik heb toch enkele bedenkingen. Wat de modal shift betreft, u verwijst naar de perimeter van de pendelaars. Die zouden binnen een afstand van drie kilometer van het station wonen. Ik spreek nu even uit eigen ervaring. Ik zou gebruik moeten maken van het openbaar vervoer, met name van De Lijn, om in het dichtstbijzijnde station te geraken. We hebben dat al eens nagekeken. Dat is in de praktijk niet mogelijk. Wij zouden in overleg moeten gaan met een andere overheid, die verantwoordelijk is voor De Lijn, om die zaken op elkaar af te stemmen, zodat we een antwoord kunnen bieden wat betreft de modal shift. Dat is inderdaad een bekommernis die zowel de lokale als de hogere overheden moeten meenemen. We moeten daarop blijven inzetten en er ook over waken dat de verschillende vervoersmodi matchen. Wat de betaalzones voor de personen met een beperking betreft, stemt uw antwoord mij enigszins tevreden. Ik zal zeker in overleg gaan met de lokale overheid om na te gaan of die daarop kan toekijken en er op die manier een tegemoetkoming kan worden georganiseerd, in samenspraak met de NMBS.
Het experiment met reizigerstreinen zonder treinbegeleiders
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Crucke overweegt experimenten met treinen zonder begeleiders (geïnspireerd op buitenlandse voorbeelden) om het personeelstekort aan te pakken, maar benadrukt dat veiligheid en essentiële functies (assistentie, controle) gegarandeerd moeten blijven—wat de NMBS en vakbonden nu onhaalbaar achten. Hij stelt geen directe invoering voor, maar wil eerst buitenlandse systemen bestuderen en pas later sociaal overleg voeren, terwijl nieuwe treinen al wel technisch worden voorbereid op éénpersoonsbediening. De Knop concludeert dat concrete invoering deze legislatuur uitblijft, maar de deur openstaat via toekomstige technologie. Het spanningsveld tussen efficiëntie (kostenbesparing) en veiligheidszorgen blijft centraal.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, in uw beleidsverklaring hebt u voorgesteld om met experimenten te starten met reizigerstreinen zonder treinbegeleiders, zoals het one-man-carsysteem op landelijke en voorstedelijke lijnen. U geeft aan dat dit een oplossing voor het personeelstekort zou kunnen bieden, mits er aan de nodige veiligheidsvoorwaarden wordt voldaan. Het is inderdaad geen nieuw idee. Ook voormalige spoorbazen hebben dit laten onderzoeken. Zij hebben zich daarbij laten inspireren door voorbeelden uit Frankrijk, Duitsland en Zwitserland.
Volgens eerdere studies kunnen one-man-cartreinen al vanaf 2020 worden ingezet. De financiële winst werd toen op 28 miljoen euro berekend. Het idee werd echter door de nieuwe treinbaas – wat is nieuw – in 2019 van tafel geveegd. Het lijkt er ook op dat de NMBS bij dit standpunt blijft. In hun reactie hebben ze duidelijk gemaakt dat de inzet van treinbegeleiders essentieel blijft, zolang cruciale functies zoals een veilig vertrek, assistentie enzovoort niet op een andere manier kunnen worden ingevuld.
Mijnheer de minister, op welke manier rijmt uw voorstel met het openbaar dienstencontract en het ondernemingsplan, waarin wel degelijk expliciet is opgenomen dat de aanwezigheid van treinbegeleiders behouden moet blijven? Hoe wil u de essentiële functie van treinbegeleiders garanderen, zoals aangegeven door de NMBS? Hoe wil u rekening houden met de zorgen van de vakbonden en de reizigersorganisaties, die ook eerder al sterk gekant waren tegen de invoering van treinen zonder treinbegeleiders?
Mijnheer de minister, wij willen graag van u weten of u standhoudt en dit voorstel zult doorzetten en op welke manier u dit verder zult aanpakken.
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw De Knop, treinbegeleiders spelen zeker een cruciale rol op onze treinen. Ze zorgen voor een veilig vertrek en de algemene veiligheid van de reizigers, duidelijke reizigersinformatie en assistentie, zeker voor personen met een beperkte mobiliteit en de controle van vervoersbewijzen. Zolang deze functies niet op een andere manier kunnen worden gegarandeerd, blijven treinbegeleiders natuurlijk noodzakelijk.
Noch de Belgische en Europese wetgeving, noch het contract van openbare dienst legt een begeleidingsnorm op aan boord van de trein. Ik ben daarom van plan om experimenten te overwegen om op termijn bepaalde passagierstreinen te laten rijden met slechts één persoon aan boord. Daarbij moet natuurlijk aan alle veiligheidsvoorwaarden worden voldaan. Ik stel immers vast dat deze praktijk vrij courant is elders in Europa, bijvoorbeeld op regionale lijnen in Nederland en Denemarken en op de lijnen van de RER in Parijs.
Zoals ik heb vermeld tijdens de voorstelling van mijn beleidsverklaring, ik ben mij bewust van de gevoeligheid van het onderwerp. Ik heb de gelegenheid gehad om dit rechtstreeks te bespreken met de vertegenwoordigers van de vakorganisaties. Deze maatregel maakt momenteel geen deel uit van de programmatie van de aangegane sociale onderhandelingen en ligt dus niet op tafel. Voordat ik dit op de agenda zet van een later sociaal overleg tussen vakbonden en directie, ga ik naar het buitenland om de eventuele voor- en nadelen van dit voorstel te bestuderen. Alleen dan kan dit het voorwerp worden van sociaal overleg. Dat is het kader waarbinnen ik de debatten wil voeren.
Een dergelijke maatregel vereist onder andere een aanpassing aan het rollend materieel. We hebben beslist om bij elke aankoop van nieuwe treinstellen, die een levensduurverwachting hebben tot 2070, de nodige technische uitrusting te voorzien. Die specificatie werd daarom ook opgenomen in het lastenboek met betrekking tot de aankoop van de MR30.
Mijn engagement is duidelijk. Samen met de NMBS wil ik blijven investeren in een veilig, betrouwbaar en betaalbaar treinvervoer voor iedereen op het gehele grondgebied.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, kort samengevat zal er deze legislatuur geen sprake zijn van een invoering van dit soort treinen, maar zal bij de aankoop van de nieuwe toestellen in de technologie worden voorzien. Dat is de korte samenvatting.
De nieuwe NMBS-dienstregeling en de afschaf van de S9-verbinding in Herent en Kortenberg
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De S9-verbinding stopt sinds december 2023 niet meer in Herent en Kortenberg, wat leidt tot overvolle treinen en gemiste overstappen in Diegem door te korte aansluitingstijden. De NMBS wijst herinvoering van de stops af omwille van capaciteitsbeperkingen, conflicten met andere treinen (IC14/IC35) en de robuustheid van de dienstregeling, terwijl ook Desiro-treinen geen oplossing bieden. Tine Gielis betwist het ontbreken van alternatieven en pleit voor infrastructureel overleg met Infrabel om een prioritaire oplossing voor lokale reizigers te vinden, maar concrete maatregelen blijven vooralsnog uit. De kernproblemen (overvolle treinen, overstapmisloop) blijven onopgelost, met enkel een toezegging voor verdere gesprekken.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, de S9-verbinding stopt sinds 15 december van vorig jaar met de nieuwe NMBS-dienstregeling niet meer langer in Herent en Kortenberg. Dat heeft tot heel wat reacties en onvrede in de regio geleid. De gemeenten Herent en Kortenberg verstuurden hierover reeds een open brief aan de NMBS.
Intussen zijn we wel enkele maanden verder en maken we graag een eerste stand van zaken op. Een bezorgdheid die lokaal leeft, is vooral die over de overstap in Diegem. Daar is slechts in een beperkte overstaptijd voorzien, waardoor heel wat reizigers hun aansluiting missen, zodra er sprake is van enige vertraging, wat leidt tot oplopende reistijden. Bovendien rijden er sinds de aanpassing van de dienstregeling nog slechts twee treinen per uur richting Brussel in plaats van drie, waardoor ze overvol zouden zitten. Het is dus begrijpelijk dat de gemeenten een brief naar de NMBS hebben gestuurd met de vraag naar bijkomend overleg.
Mijnheer de minister, hebt u kennis kunnen nemen van de brief van de betrokken gemeenten? Wordt er al dan niet een overleg ingepland?
Kan daarin de korte overstaptijd in Diegem aan bod komen? Is er een oplossing bespreekbaar om te verhelpen dat al te veel reizigers hun overstap missen?
Werd de verzadigingsgraad van de resterende treinen gemeten? Wordt de capaciteit van de resterende treinen zo nodig nog verhoogd?
Jean-Luc Crucke:
Mevrouw Gielis, de NMBS laat me weten dat ze nauw contact heeft met de steden en de gemeenten. Zo heeft de NMBS inderdaad het nieuwe schrijven van de gemeenten Herent en Kortenberg goed ontvangen en ook al beantwoord.
Na de analyse van de voorstellen van de gemeenten Herent en Kortenberg heeft de NMBS in haar antwoordbrief toegelicht waarom de voorgestelde oplossingen, de herinvoering van de stopplaatsen Herent en Kortenberg, op het moment jammer genoeg niet haalbaar zijn. Ik zal u die toelichting van de NMBS bezorgen.
Het vervroegen van de S9 vanuit Leuven is niet mogelijk wegens de huidige planning van de IC14-verbinding Tongeren-Quiévrain. Tussen Aarschot en Brussel-Noord rijdt de IC14 vanaf de vertakking Diegem tot Brussel-Noord vlak achter de IC35 Rotterdam-Brussel-Zuid. Infrabel staat hierbij geen extra buffertijd toe, daar dat zou leiden tot conflicten en vertragingen op de vertakking Diegem. Bijgevolg is het onmogelijk het rijpad van de IC14 aan te passen en dus ook de S9 vroeger te doen vertrekken.
Bij de opmaak van het vervoersplan werd al onderzocht of het mogelijk was de stops in Herent en in Kortenberg te behouden door de stilstand tot een minimum te beperken.
Helaas bleek tijdens de haalbaarheidsstudies dat er geen oplossing kon worden gevonden zonder het schrappen van deze haltes. Bovendien wenst Infrabel, om de robuustheid van de dienstregeling te garanderen, het aantal stops met minimale stilstand te beperken, daar elke bijkomende stop zonder buffer bijkomende vertragingen kan veroorzaken.
Ook het inzetten van Desiro's zou het niet mogelijk maken de S9 te laten stoppen in Herent en in Kortenberg. Bovendien kunnen we vandaag jammer genoeg geen Desirotrein inzetten op de S9-verbinding. We hebben om operationele en technische redenen onze Desirotreinen elders meer nodig.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Het stemt me enerzijds heel blij dat er wel geantwoord wordt en dat de gemeenten een brief krijgen van de NMBS. Anderzijds is het een beetje teleurstellend, zoals u zelf aangeeft in uw antwoord, dat er geen oplossing gevonden kan worden die tegemoetkomt aan de noodzaak die daar toch bestaat. Wij zouden vanuit deze commissie, en u vanuit de regering, toch een infrastructurele oplossing moeten zoeken. Misschien moeten we dat doen in een later overleg, waar Infrabel gehoord kan worden. We moeten op die manier toch een antwoord kunnen bieden waarmee we onze eigen treinreizigers enige voorrang kunnen geven. U gaf aan dat er op dit moment toch een belemmering is om onze eigen mensen een aanbod te bieden waardoor ze tijdig op het werk of op school raken. Jammer, maar helaas. Ik moet ook die bewoording gebruiken. Er is nog geen antwoord op deze vraag, in die zin dat er geen oplossing kan worden geboden. We moeten misschien naar alternatieve manieren zoeken om een antwoord te kunnen bieden. Dank u wel, alleszins.
De rol van de NMBS en Infrabel in het vervoer van ammoniak van de site van Yara in Tertre
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Crucke bevestigt dat lijn 100 (cruciaal voor Yara’s ammoniaktransport) niet bedreigd is en geen belemmering vormt, met regelmatig overleg tussen Infrabel en Yara over onderhoud (zoals wisselvernieuwing). De SNCB heeft geen rol in deze lijn. Prévot aanvaardt de geruststelling over de logistieke zekerheid, maar blijft afwachten hoe Yara na de Renault-procedure (dreigende sluiting/banenverlies) reageert op de gegarandeerde spoorcapaciteit.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, le 15 octobre 2024, la direction de l’entreprise chimique Yara à Tertre, près de Mons, annonçait son intention de transformer le site en arrêtant sa production d’ammoniac à partir de 2026. Quelque 115 employés sont menacés de licenciement et, à l’heure d’écrire ces lignes, sauf erreur de ma part, la procédure Renault est toujours en cours.
Comme vous pourrez le lire dans l’intitulé de ma question, la SNCB a un rôle à jouer dans la continuité des activités industrielles de Yara et la sauvegarde d’un maximum d’emplois. En effet, le principal enjeu de la crise est d’avoir la certitude de la possibilité logistique d’acheminer l’ammoniac sur le site par voie ferroviaire, via la ligne 100.
Le 27 novembre 2024, j'avais interrogé en commission votre prédécesseur, le ministre Georges Gilkinet. Celui-ci m'avait fait savoir que la ligne était parfaitement conforme aux règles en vigueur. Je le cite: "Infrabel, le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire, maintient un dialogue constant avec Yara, son client raccordé, conformément à ce qui est inscrit dans son contrat de performance. Des réunions pourront être tenues pour accroître, le cas échéant, le développement du transport ferroviaire. Le rail n'est donc pas, tout au contraire, un obstacle à la poursuite de l'activité sur ce site important, d’autant plus grâce aux moyens que nous lui avons accordés et pour autant que ces moyens soient perpétués dans le futur."
Monsieur le ministre, pourriez-vous me faire un état des lieux des dialogues entre la SNCB, Infrabel et Yara? La question de l’acheminement de l’ammoniac sur le site de Tertre a-t-elle été abordée? Comment l’entreprise a-t-elle réagi face à cette sécurité d’acheminement?
Dans les années à venir, la ligne 100, qui assure la logistique ferroviaire de cet ammoniac, continuera-t-elle à être tout sauf un obstacle? Pouvez-vous me confirmer que les moyens seront assurés en ce sens? Vous vous doutez que si je vous pose la question, c'est parce que j'ai entendu des informations reprenant quelques doutes à propos de cette ligne et de la sécurité de l'acheminement et de l'entreposage des wagons d'ammoniac.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur Prévot, je vais essayer de vous rassurer. Permettez-moi d'abord de vous remercier pour l'intérêt que vous portez au transport des marchandises par rail.
Comme vous avez pu en prendre connaissance lors de mon exposé d'orientation politique, qui était assez clair en matière de promotion du transport de marchandises, je peux vous rassurer sur le fait que la ligne 100 n'est pas menacée et ne représente en aucun cas un obstacle au transport. D'ailleurs, Yara n'est pas la seule entreprise raccordée à cette ligne.
Infrabel entretient des contacts réguliers avec Yara. Les contacts portent actuellement sur les travaux de renouvellement de l'aiguillage menant directement au site de l'entreprise.
Il m'importe également de préciser que la SNCB n'a pas de lien avec l'exploitation de la ligne 100, et n'a donc pas de contact avec Yara.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse, notamment sur le fait que la ligne 100 n’est pas menacée. J'avais eu une série d'informations selon lesquelles il pourrait y avoir des soucis dans l'acheminement et parfois dans l'entreposage à proximité des habitations. Mais vous êtes rassurant, en tout cas sur ce pan de la question. Pour le reste, nous allons attendre de voir l'attitude de Yara à l'issue de la procédure Renault.
De geplande opslagplaats voor spoorwegafval in Châtelineau
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Bewoners van Châtelineau maakten zich zorgen over Infrabels plannen voor een opslagsite van spoorwegafval in hun wijk, vrezend extra geluidsoverlast, stof en mogelijke asbestvervuiling. Minister Crucke ontkrachtte deze angsten: het gaat om enkel inert afval (ballast, metaal, hout, plastic), geen asbest, met geen toename in activiteiten en enkel tijdelijke, aangekondigde laadwerkzaamheden. De huidige overlast (stof, geluid) blijft beperkt tot spooronderhoudsprojecten, met strenge controles volgens Walloonse regelgeving. Prévot noemde de antwoorden geruststellend, vooral omdat volume en samenstelling van afval ongewijzigd blijven.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, un nombre important de riverains de Châtelineau, en particulier ceux de la rue du Vieux-Pont et de ses environs, sont inquiets. Cette inquiétude fait suite à la demande d'un permis unique déposé par Infrabel, visant à exploiter la cour à marchandises pour en faire un site de stockage de déchets ferroviaires. Des articles de presse ont relayé cette information et plusieurs riverains m’ont directement contacté. Une pétition a même été lancée afin de s’opposer à ce projet.
Ce projet risque d’aggraver une situation déjà difficile à vivre pour les riveraines et les riverains en raison des nuisances sonores et des amas de poussière déjà présents dans la zone. Il y a donc effectivement de quoi s’interroger. L’information relative aux nuisances sonores est plutôt vague, alors même qu’il est écrit que les activités pourront avoir lieu de jour comme de nuit, en semaine comme le week-end.
Ce surplus d’activités et de décibels ne ferait qu’empirer une qualité de vie dégradée. Le habitants du quartier nous disent qu'ils ouvrent rarement leurs fenêtres. D’autres risques inquiètent également les riverains. Je vais les reprendre point par point dans mes questions.
Monsieur le ministre, quel message pouvez-vous adresser aux riveraines et aux riverains de la localité de Châtelineau?
L’information concernant les nuisances sonores est jugée ambiguë. Pourriez-vous nous apporter des précisions sur les nuisances sonores possibles si ce site de stockage de déchets ferroviaires venait à voir le jour?
Pourriez-vous nous donner de plus amples de détails sur la composition des déchets qui s'y trouveraient? Il est notamment fait état de la possible présence d’amiante. Un contrôle régulier sera-t-il effectué en cas de concrétisation du projet?
Enfin, dispose-t-on d'une vision claire sur la sécurité liée à une possible contamination des sols et des eaux souterraines? Cette dernière question n'est pas négligeable.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le député, pour votre première question, le permis qui a été déposé à Châtelet a pour objet l'exploitation de la cour à marchandises pour le stockage de matériaux et de déchets liés au chantier ferroviaire. Il n'est pas prévu de les augmenter ni de stocker plus de matériaux ou de déchets. Les activités ne sont donc absolument pas modifiées ni amplifiées. Les données indiquées dans le formulaire de demande de permis ont été calculées sur la base des chiffres existants.
Concernant votre deuxième question, parmi les activités exercées sur le site, les nuisances sonores proviennent principalement du chargement du ballast dans les wagons, qui a lieu dans la zone de transbordement. Ces opérations sont cependant liées à des chantiers de maintenance des voies ou de renouvellement de l'infrastructure et, par conséquent, très ponctuelles. Le cas échéant, les riverains en sont prévenus. Tout est mis en œuvre pour limiter les nuisances autant que faire se peut.
Pour vos troisième et quatrième questions, les déchets stockés sont issus de chantiers ferroviaires, à savoir des déchets inertes: des granulats dans les bétons, des métaux, du plastique, du bois de traverse. Aucun déchet d'amiante ne sera stocké sur ce site. Les déchets sont gérés comme l'exige la législation en vigueur et sont évacués régulièrement via des containeurs enregistrés et agréés par la Wallonie.
Patrick Prévot:
Merci, monsieur le ministre, pour ces réponses qui sont évidemment rassurantes pour les riverains. La situation était relativement floue et laissait craindre une suractivité ou, en tout cas, une augmentation d'activités. À cette question précise, vous avez répondu que le volume d'activité n'augmenterait pas. C'est non négligeable pour les riveraines et les riverains. S'agissant des nuisances sonores, vous nous en avez expliqué la source. Il est également important que vous puissiez nous dire aujourd'hui que ce ne seront que des déchets inertes et qu'aucun matériau tel que de l'amiante susceptible de polluer les sols n'y sera entreposé. C'est aussi de nature à rassurer les riveraines et les riverains. Je suis donc content de vous avoir posé la question afin de dissiper tout flou. Merci, en tout cas, pour vos réponses.
De veroordeling van de NMBS wegens een gebrek aan toegankelijkheid
De assistentie in de treinstations
Toegankelijkheid en assistentie in het openbaar vervoer
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS werd veroordeeld voor discriminatie omdat stations en treinen ontoegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers, zoals paralympiër Francis Rombouts en pendelaar Tim, die door infrastructuurtekorten en onvoldoende assistentie hun werk en trainingen vaak missen. Minister Crucke bevestigt dat slechts 116 van de 555 stations autonoom toegankelijk zijn (2025) en dat tegen 2032 176 stations (twee derde van het reizigersvolume) aangepast zullen zijn, met uitbreiding van assistentie naar 152 stations voor rolstoelgebruikers—maar een derde blijft buiten boot, wat Lanjri en Tas onaanvaardbaar vinden. De NMBS zet in op geleidelijke verbeteringen (nieuwe M7-rijtuigen met uitschuiftreden, digitale tools, kortere reservatietermijnen) en samenwerking met Infrabel en belangenorganisaties, maar structurele oplossingen (zoals vliegende assistentieteams of herbestemming van ex-loketpersoneel) ontbreken nog voor stations die *nooit* in het investeringsplan zijn opgenomen (bv. Tielen). Lanjri dringt aan op grondwettelijk verankerde "redelijke aanpassingen" en snellere, creatieve oplossingen, terwijl Tas benadrukt dat toegankelijkheid een *basisrecht* is dat prioriteit verdient boven budgettaire beperkingen.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, iedereen heeft recht op vlot, veilig en toegankelijk openbaar vervoer. De realiteit is echter jammer genoeg vaak anders. Voor veel reizigers met een beperking is de trein heel vaak geen optie.
Het Brusselse hof van beroep heeft de NMBS nu veroordeeld voor discriminatie en verplicht om haar dienstverlening toegankelijk te maken. Paralympiër Francis Rombouts uit Tielen, die vlakbij het station woont maar door het hoogteverschil van het perron de trein nooit zelfstandig kan nemen, diende daarvoor terecht een klacht in. Voor Vooruit is het onaanvaardbaar dat reizigers in een rolstoel zo hun leven moeten plannen rond een simpele treinrit.
Ik ken ook Tim, een partijgenoot en rolstoelgebruiker uit Dendermonde. Hij pendelt meerdere keren per week tussen Dendermonde en Brussel. Weken vooraf maakt hij zijn planning, maar als de trein om welke reden dan ook in Dendermonde niet op spoor 1 geraakt, moet hij wachten. Meerdere keren per jaar – ze zijn niet meer op één hand te tellen – moet hij aan zijn werkgever uitleggen dat hij alweer niet tijdig op zijn werk is geraakt. Hij heeft al een waslijst mails met verontschuldigingen van de NMBS. Die mails helpen hem echter jammer genoeg niet op zijn bestemming.
Hoewel de NMBS plannen heeft om tegen 2032 een aantal stations autonoom toegankelijk te maken, blijft de huidige situatie voor veel rolstoelgebruikers problematisch. Mobiliteit is geen gunst. Het is een basisrecht. Als wij een eerlijke samenleving willen waarin wij niemand achterlaten, moeten wij er alles aan doen om zo snel mogelijk te handelen.
Daarom heb ik enkele vragen voor u. Welke concrete stappen zal u zetten om ervoor te zorgen dat de NMBS het vonnis zo snel en zo volledig mogelijk uitvoert? Hoe garandeert u dat toegankelijkheid niet langer een bijzaak maar een absolute prioriteit is in het mobiliteitsbeleid? Bent u bereid om de NMBS en Infrabel samen aan tafel te brengen, zodat perrons en treinen versneld toegankelijk worden?
Mijnheer de minister, Vooruit zal altijd blijven strijden voor een openbaar vervoer dat voor iedereen werkt. Wij hopen dat ook u daarnaar handelt.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de minister, het openbaar vervoer zou voor iedereen toegankelijk moeten zijn. Helaas is dat niet vanzelfsprekend voor mensen met een beperkte mobiliteit. Laatst lazen we in de krant dat paralympiër Francis Rombouts zijn rechtszaak tegen de NMBS heeft gewonnen. Hij raakte niet op zijn werk en op zijn trainingen. Deze zaak is slechts een van de vele voorbeelden van mensen die niet op hun werk raken omdat ze minder mobiel zijn.
Niet iedereen heeft echter de energie en de moed om zo'n lange juridische strijd te voeren met de NMBS. Nochtans heeft de NMBS een systeem dat voorziet in assistentie voor personen met een beperkte mobiliteit. Afhankelijk van de locatie van het station dient er weliswaar 24 uur op voorhand een assistentieaanvraag ingediend te worden. In de grotere stations kan het soms slechts drie uur op voorhand zijn. De NMBS voorziet echter niet in alle stations assistentie. Ik begrijp dat de middelen van de NMBS niet onbeperkt zijn, maar ik denk dat er met gezond verstand en wat goede wil al heel wat mogelijk is. Mobiliteit is immers een basisrecht.
Hoeveel aanvragen voor assistentie ontving de NMBS van 2023 tot heden? Op hoeveel van die aanvragen kon de NMBS ingaan? Ziet u een bepaalde tendens de afgelopen vijf of tien jaar? Kan men nu op meer of minder assistentieaanvragen ingaan?
Kunt u een overzicht geven van de volledig autonoom toegankelijke stations voor mensen met een beperkte mobiliteit? Zijn dat er slechts 106 van de 555 stations, minder dan één op vijf, zoals ik online heb gelezen? Wat is de concrete timing om alle stations toegankelijk te maken, met uiteraard prioriteit voor stations met veel reizigers?
Kunt u een overzicht geven van de treinstations in België waar geen assistentie wordt voorzien? Welke oplossing voorziet u om alle stations op aanvraag toegankelijk te maken? Kunt u daarvoor een timing geven? Kan daarover onderhandeld worden bij het opstellen van het beheerscontract met de NMBS en Infrabel?
Heeft u of de NMBS plannen om in afwachting van verbeterde infrastructuur andere maatregelen te nemen, zoals het bijscholen van personeel opdat zij aan minder mobiele personen assistentie kunnen verlenen? De afgelopen jaren zijn er immers zeer veel loketten definitief gesloten. Misschien kan het loketpersoneel worden bijgeschoold of kunnen treinbegeleiders voorlopig helpen om personen te assisteren.
Jean-Luc Crucke:
Mevrouw Lanjri, mijnheer Tas, zoals toegelicht in de commissie voor Mobiliteit op 2 april 2025, handelt de NMBS binnen het kader van het openbaredienstcontract, dat eind december 2022 door de federale regering werd goedgekeurd. In samenhang met het performantiecontract van Infrabel werden ook de meerjareninvesteringplannen voor de periode 2023-2032 vastgelegd. De investeringsprioriteiten zijn afgestemd op de beleidsdoelstellingen die in beide contracten zijn opgenomen, waaronder die inzake toegankelijkheid.
De NMBS is zich ten volle bewust van het belang van toegankelijke stations en treinen voor alle reizigers, inclusief personen met een beperkte mobiliteit. Autonome toegankelijkheid is een essentieel kenmerk van moderne stationsinfrastructuur.
De realiteit blijft echter dat investeringen alleen mogelijk zijn binnen de grens van de beschikbare middelen. Zo is het station van Tielen bijvoorbeeld niet in het MIP 2023-2032 opgenomen als een station dat volledig autonoom toegankelijk zal worden gemaakt.
In 2024 werd in assistentie voorzien in 138 stations voor rolstoelgebruikers, ten opzichte van 115 in 2023, en in 162 stations voor reizigers die zonder middelen kunnen instappen, tegenover 142 in 2023. Sinds 2017 is het aantal assistentiehandelingen gestaag toegenomen. In 2023 behandelde de NMBS 120.000 vragen tot assistentie bij het in- en uitstappen. In 2024 steeg dat aantal verder tot 128.000. De tevredenheid over deze dienstvereniging ligt hoog. Maar liefst 83 % van de gebruikers waardeerde de aangeboden hulp. In 2024 werden meer dan 128.000 assistentiehandelingen uitgevoerd: in- en uitstappen, overstappen enzovoort.
Mevrouw Lanjri, ik kom tot uw vraag over het aantal autonoom toegankelijke treinstations in België. Begin 2025 waren 116 treinstations integraal toegankelijk in België. Momenteel kunnen reizigers in 116 stations rekenen op assistentie, van de eerste tot de laatste trein. 43 stations bieden deze assistentie aan met een reservatietermijn van slechts 3 uur. Dat is een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de eerdere standaardtermijn van 24 uur. Indien een reiziger zich zonder reservatie aanbiedt, probeert de NMBS steeds om hulp te voorzien in de mate van het mogelijke.
De NMBS voorziet bovendien in een ruimer aanbod via 17 satellietstations, die vervoer per taxi organiseren naar nabijgelegen assistentiestations. In 27 bijkomende stations kunnen reizigers zonder rolstoel assistentie krijgen, afhankelijk van de personeelsbeschikbaarheid.
Het contract van openbare dienst voorziet een verdere uitbreiding van de assistentie tegen 2032, naar minstens 152 stations voor rolstoelgebruikers en 237 stations voor reizigers zonder rolstoel. Dat verschil is te verklaren door de infrastructuurvereisten en de Belgische regulering, die bepaalt dat een rolstoelbrug alleen mag worden gelegd onder toezicht van gecertificeerd veiligheidspersoneel.
Verder werkt de NMBS ook aan structurele verbeteringen, met onder andere aanpassingen aan het rollend materieel, vereenvoudigde assistentieprocedures en de ontwikkeling van gebruiksvriendelijke digitale tools. Zo werd in 2023 een nieuwe app gelanceerd in samenwerking met gebruikersgroepen. De NMBS neemt trouwens deel aan de studiedag van de organisaties voor de verdediging van personen met een handicap en betrekt dit publiek in klantenonderzoeken, meer bepaald bij de invoering van nieuwe technologieën of rollend materieel.
De NMBS en Infrabel werken samen aan een masterplan met betrekking tot autonome toegankelijkheid, dat tegen 2032 tot 176 autonoom toegankelijke stations moet leiden, goed voor meer dan twee derde van het aantal dagelijkse reizigers.
Nu kom ik tot het arrest waarnaar u verwijst. De toegankelijkheidsmanager en de verantwoordelijke voor de assistentieverlening van de NMBS hadden op vrijdagmiddag 25 april een constructief gesprek met de betrokken reiziger. De NMBS onderzoekt op welke manier de assistentie het best georganiseerd kan worden en welke opstapmiddelen nodig zijn. Tielen beschikt immers nog niet over verhoogde perrons en er zal dus personeel ter plaatse moeten komen.
In het arrest wordt ook verwezen naar de inspanningen die de NMBS levert om zowel de toegankelijkheid als de assistentie te verbeteren binnen haar opdracht en de middelen die daarvoor ter beschikking worden gesteld. De NMBS heeft nieuwe M7-rijtuigen besteld die uitgerust zijn met uitschuiftreden, zodat personen met een rolstoel vanop een hoog perron zelfstandig de trein in kunnen rijden. Ook de oprijplaten van de Desirotreinen werden aangepast, zodat ze gemakkelijk door een persoon kunnen worden gelegd, waardoor de treinbegeleider rolstoelgebruikers mee kan assisteren in toegankelijke stations met hoge perrons. Dat levert als resultaat op dat treinbegeleiders sinds 1 december mee assisteren in 24 stations, waardoor het aantal stations met assistentie voor rolstoelgebruikers voor het eerst sinds 2016 is gestegen. De nodige aanpassingen in het reservatiesysteem zijn lopende om die dienstverlening gaandeweg uit te breiden.
Zoals ik heb vermeld in mijn algemene beleidsnota 2025 is het trouwens essentieel om de toegankelijkheid voor kwetsbare groepen niet enkel als een apart politiek domein te beschouwen, maar ook als een fundamenteel aspect van een ruimer mobiliteitsbeleid. Daarom heb ik aan mijn administratie gevraagd om de werkzaamheden van het informatie- en uitwisselingsplatform betreffende de toegankelijkheid in de spoorwegsector verder te zetten. De vergaderingen van het platform verlopen in nauwe samenwerking met de verschillende stakeholders, zoals Infrabel, de NMBS, de NHRPH, de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap, CAWaB, Collectif Accessibilité Wallonie Bruxelles, Unia, Dito enzovoort.
Zo bespreken de NMBS en Infrabel bijvoorbeeld het masterplan Toegankelijkheid met de stakeholders. Samen zullen we erin slagen om mobiliteit toegankelijker te maken voor iedereen.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het stemt mij tevreden dat u dit de komende jaren hoog op de agenda zult blijven plaatsen. Het is een heel lang en complex traject, waarvan iedereen weet dat het veel centen kost, maar in de stations waar de toegankelijkheid vandaag beperkt is en mensen dus geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer is dat niet altijd een antwoord dat op veel waardering kan rekenen.
Toch zult u in ons altijd de steun vinden om ook de komende jaren daaraan keihard te blijven werken en daarvan blijvend een prioriteit te maken.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord en voor de inspanningen die u wilt leveren met de werkgroep om dat masterplan verder op te volgen en werk te maken van toegankelijkheid voor iedereen. U zegt dat u tegen 2032 152 stations toegankelijk wilt maken. Dat omvat dan twee derde van de reizigers, maar dat komt er ook op neer dat een derde van de mensen met een beperking of mensen die minder mobiel zijn geen recht op toegankelijkheid of mobiliteit heeft. Zij blijven dan immers verstoken van toegankelijke stations. We moeten daar inzetten op assistentie, eventueel vliegende assistentie zoals dat vandaag al bestaat en waarbij mensen eventueel naar een ander station worden gebracht. Dat gaat vandaag al met taxi's, maar men kan daarvoor ook personeel inzetten. Ik heb ook gewezen op de mogelijkheid om bijvoorbeeld personeel in te zetten dat vroeger loketpersoneel was of om andere mensen op te leiden, zodat zij die taak kunnen vervullen. Er moet echt een tandje worden bijgestoken, zodat we ook iets doen in die andere stations. Ik kan er niet akkoord mee gaan dat een derde van de mensen geen recht op mobiliteit heeft. Iedereen, ook minder mobiele mensen of mensen met een handicap hebben recht op mobiliteit. Iedereen heeft recht op een volwaardige deelname aan de samenleving en moet kunnen werken, sporten en een sociaal leven opbouwen. Dat impliceert ook mobiel zijn en daarvoor moet men op het openbaar vervoer kunnen rekenen. Redelijke aanpassingen moeten dus mogelijk zijn. Ik heb er in een vorige legislatuur mee voor kunnen zorgen dat het aspect 'redelijke aanpassingen' in de Grondwet werd verankerd. Een redelijke aanpassing op het vlak van werk, maar ook van mobiliteit staat nu in de Grondwet. Dat is een recht waarop iedereen zich kan beroepen. Het is niet onredelijk wanneer iemand zegt dat hij naar zijn werk moet en dat 24 uur op voorhand aanvraagt, dat men hem daarbij moet helpen. Ik hoop dat u in de stations die niet toegankelijk zijn, zult inzetten op assistentie want we zullen ze echt nodig hebben. Ik hoop binnenkort positief nieuws van u te krijgen wat dat betreft.
De NMBS en de deportaties tijdens de Tweede Wereldoorlog
Het rapport van de Groep van Wijzen over de verantwoordelijkheid van de NMBS bij deportaties
De aanbevelingen betreffende de rol van de NMBS in de deportatie van Joden en Roma
De rol van de NMBS bij deportaties tijdens de Tweede Wereldoorlog
Gesteld door
PS
Christophe Lacroix
Les Engagés
Aurore Tourneur
Ecolo
Sarah Schlitz
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De SNCB’s historische rol in de deportatie van >25.000 Joden, Roma en verzetsleden tijdens WOII staat centraal, met bevestigde betalingen door nazi-Duitsland en passieve medewerking onder het "mindere-kwaad"-beleid. Het rapport van de Groep der Wijzen (jan. 2025) beveelt officiële excuses, herstelmaatregelen (o.a. educatieve projecten, tentoonstellingen in Train World) en een herdenkingsdag aan, waarvoor de SNCB-raad al groen licht gaf—excuses volgen in 2025, met steun van HR Rail (Infrabel aarzelt nog). De regering analyse momenteel de juridische en budgettaire haalbaarheid van de 30 aanbevelingen (o.a. herstelbetalingen voor de 50 mln. frank ontvangen in 1942-’44), terwijl kritiek blijft op het risico van minimumacties en het ontbreken van structurele inclusiebeleid (bv. wettelijk verankeren van diversiteit bij SNCB). Parlementariërs benadrukken dat herdenking gepaard moet gaan met weerstandsverhalen en waarschuwen voor hedendaagse dreigingen (antisemitisme, autoritarisme).
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, c'est un plaisir de vous retrouver cette fois-ci dans un rôle inversé. Nous nous croisons depuis 2014 et ensuite 2017 mais c'est la première fois que je vais avoir l'honneur et le plaisir de vous poser une question. Cela me rappelle un temps où c'est vous qui étiez à ma place et qui m'"asticotiez" au gré de votre bon vouloir mais assidûment avec beaucoup d'intelligence et d'acuité.
Le sujet est ici fondamentalement sérieux. En janvier dernier, le Groupe des Sages mis sur pied par le gouvernement fédéral a présenté au Sénat ses propositions sur les initiatives à prendre suite à l'implication des chemins de fer belges dans l'organisation de convois de déportation qui ont mené plus de 25 000 Juifs, Roms, prisonniers politiques et travailleurs forcés vers les camps durant la Seconde Guerre mondiale.
En décembre 2023 déjà, une étude du CegeSoma apportait des éléments concrets sur l'implication des chemins de fer belges dans cette déportation. Il en ressortait notamment que la SNCB avait reçu "quasi à coup sûr" des fonds allemands pour déporter des Juifs.
Le rapport des Sages formule 30 recommandations. Parmi elles figurent les excuses aux victimes: "En ce qui concerne la reconnaissance des victimes, la SNCB doit non seulement exprimer des regrets mais aussi présenter des excuses officielles pour le rôle joué par les chemins de fer belges de l'époque dans l'organisation des convois ferroviaires de déportation", peut-on ainsi lire. La SNCB est également invitée à mettre en œuvre diverses initiatives mémorielles et à organiser une journée du souvenir afin de rappeler le drame des déportations.
Je souhaiterais donc faire le point sur les initiatives concrètes prises par la SNCB depuis lors. Quels budgets sont ou seront débloqués à cette fin? Plus largement, quelles suites comptez-vous donner au sein du gouvernement aux différentes recommandations et à leur mise en œuvre? Une collaboration entre la SNCB et le War Heritage Institute (WHI) est-elle envisagée en ce sens notamment dans la politique muséale fédérale?
Aurore Tourneur:
Monsieur le ministre, le 17 janvier dernier, le Groupe des Sages a rendu un rapport sur l'implication des chemins de fer belges dans l'organisation de convois de déportation, mettant en lumière la responsabilité collective de l'État belge et de la SNCB dans ces événements.
Je sais, monsieur le ministre, toute l'importance que vous accordez à ce dossier. Vous y faisiez déjà référence dans votre exposé d'orientation générale à juste titre. Et ce rapport a une résonance d'autant plus lourde dans un contexte politique marqué par des tensions mémorielles mais aussi par la montée inquiétante des actes d'antisémitisme au sein de notre société.
Selon le communiqué du gouvernement du 15 avril dernier, le Conseil des ministres a pris acte des recommandations du rapport et vous a chargé de préparer la mise en œuvre des recommandations formulées par le Groupe des Sages en intégrant les analyses budgétaires et juridiques nécessaires.
Monsieur le ministre, quelles sont les perspectives de travail de votre ministère en concertation avec la SNCB concernant les analyses budgétaires et juridiques? D'un point de vue pratique, comment comptez-vous veiller au suivi de la mise en œuvre de ces recommandations? Par ailleurs, pourriez-vous nous indiquer si la SNCB est prête à reconnaître publiquement sa responsabilité, à présenter ses excuses dans un avenir proche? Envisagez-vous d'organiser un acte officiel symbolique en présence des représentants des survivants et des communautés concernées afin de renforcer la portée de cet acte de reconnaissance?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, ma question porte sur l'état d'avancement de la mise en œuvre par la SNCB, Infrabel et HR Rail des recommandations du Groupe des Sages par rapport au rôle joué par la SNCB dans la Déportation de Juifs et Roms pendant la seconde guerre mondiales.
Entre 1942 et 1944, la SNCB a organisé 28 convois de déportation depuis Malines vers Auschwitz, transportant 24 906 Juifs et 353 Roms. Des recherches menées par le CegeSoma grâce au financement assuré par votre prédécesseur ont révélé que la SNCB a été rémunérée pour ces transports par le Mitteleuropäisches Reisebüro, recevant environ 50 millions de francs belges de l'époque. La direction de la SNCB n’a pas protesté contre ces déportations, s’inscrivant dans une politique dite du « moindre mal ».
Un Groupe des Sages a été constitué à l’initiative de votre prédécesseur pour réfléchir à la façon de donner suite au résultat de ces recherches, aboutissant à la formulation en janvier 2025, de 30 recommandations articulées autour de trois axes : vérité, transmission et réparation.
Il importe à présent de mettre en œuvre ces recommandations, ce qui depuis lors a fait l’objet, selon la presse, d’une décision du gouvernement et d’une délibération du conseil d’administration de la SNCB.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous faire un état des lieux de ce dossier? Les décisions prises impliquent-elles la formulation future par la SNCB d’excuses par rapport à sa responsabilité historique? Quand et dans quel cadre seront-elles formulées? Qu’en est-il de l’action et de l’implication d’Infrabel et d’HR Rail également héritières de la SNCB de l’époque? Est-il également prévu de les impliquer dans ce cadre? Ce point sera-t-il également porté à l’ordre du jour de leur conseil d’administration? Qu’en est-il des 50 millions de francs belges perçus à l’époque par la SNCB? Feront-ils l’objet d'un acte de réparation à poser par la SNCB conformément aux recommandations du Groupe des Sages? Vous engagez-vous personnellement à tout mettre en œuvre pour faire aboutir ce dossier?
Jean-Luc Crucke:
Je remercie les députés pour les quelques mots qui font référence à notre passé commun au sujet duquel les débats, je vous le confesse, n’ont pas toujours été aussi agréables. Même si j’ai compris que je vous asticotais de temps en temps, ce n’était évidemment pas le but, puisque le but est d’avancer.
Le 17 janvier 2025, le Groupe des Sages a remis au gouvernement son rapport "Vérité, Transmission, Réparation - La SNCB et les déportations durant la Seconde Guerre mondiale ". Le Groupe a estimé que ses travaux ne pouvaient pas se limiter au passé de guerre de la SNCB mais qu’il devait aussi s’attacher à dégager des enseignements pour le présent et le futur. Partant d’une responsabilité historique collective, il contient au total 30 recommandations à l’attention du gouvernement fédéral pour faire connaître la vérité, assurer la transmission et proposer des formes de réparation. Il précise que si la plupart des recommandations sont adressées au gouvernement fédéral, les conclusions de l’étude historique et les principaux enseignements doivent également interpeler les autres niveaux de pouvoir et le secteur privé.
Sur les 30 recommandations, 11 concernent la SNCB. Celle-ci travaille activement à leur mise en œuvre. Dans l’attente des suites qui seront accordées par le gouvernement aux recommandations du Groupe des Sages, le conseil d’administration de la SNCB a déjà marqué son accord sur une série d’actions actuellement en préparation et qui sont également reprises dans les recommandations du Groupe des Sages, dont:
- l’actualisation de la scénographie permanente du musée Train World consacré à la Seconde Guerre mondiale pour y intégrer les résultats des recherches de Nico Wouters et du CegeSoma. Elle devrait être terminée puisqu’elle était prévue pour mars 2025;
- l’organisation d’une exposition temporaire à Train World, intitulée "La SNCB occupée, entre collaboration et résistance". Cette exposition se tiendra à Train World de septembre 2025 à juin 2026 et est réalisée avec l’appui de Nico Wouters et du CegeSoma;
- l’organisation d’un programme de conférences pendant la durée de l’exposition temporaire, comprenant aussi bien des témoignages de survivants que des exposés historiques;
- la création de paquets éducatifs à destination des écoles primaires et secondaires permettant une réflexion sur le thème de la responsabilité, illustrés au travers du rôle de la SNCB durant la Seconde Guerre mondiale. Ces paquets éducatifs seront disponibles à partir du lancement de l’exposition temporaire à Train World en septembre 2025 et sont réalisés avec le soutien de Kazerne Dossin et du World Heritage Institute;
- l’organisation d’ateliers éducatifs par des animateurs spécialisés, soit dans les écoles soit à Train World. Ces ateliers éducatifs seront disponibles à partir du lancement des expositions temporaires à Train World en septembre 2025 et sont réalisés avec le soutien de Kazerne Dossin et du World Heritage Institute;
- la mise en place d'un site web dédié regroupant toutes les ressources disponibles – archives, documentation, collections historiques en lien avec la SNCB durant la Seconde Guerre mondiale. Ce site web dédié sera lancé en septembre 2025.
La SNCB, à travers son soutien aux activités de Train World, a libéré les moyens humains et financiers nécessaires à la préparation et la mise en œuvre des actions mémorielles reprises ci-dessus. Au sein du gouvernement fédéral, le Conseil des ministres a pris acte des recommandations du rapport du Groupe des Sages le 11 avril dernier. Le gouvernement m'a chargé de préparer la mise en œuvre des recommandations formulées par le Groupe des Sages en intégrant les analyses budgétaires et juridiques nécessaires. Suite à cette décision, mes services examinent actuellement les 30 recommandations au regard des implications induites de ces dernières pour différents niveaux de pouvoir.
De plus, considérant que les réglementations sont adressées à différents acteurs publics et privés, il est nécessaire d'étudier les conséquences juridiques et budgétaires pour l'État. Lorsque cette analyse sera finalisée, je redéposerai un dossier sur la table du gouvernement.
Sur la question des excuses, je peux vous dire que le conseil d'administration de la SNCB a donné son accord pour exprimer publiquement ses excuses lors de sa réunion du 24 janvier dernier. Le conseil d'administration de HR Rail a répondu favorablement à la sollicitation de la SNCB de se joindre à ces excuses. Quant à Infrabel, la réponse du gestionnaire de l'infrastructure est encore à l'étude.
D'autre part, j'ai pu constater que la rédaction du rapport du Groupe des Sages n'avait pas mis fin à toute polémique sur cette douloureuse problématique. C'est ainsi que la question relative à la responsabilité éventuelle de l'État n'a pas été juridiquement instruite. Sachant que sur le plan de la recherche historique, l'ouvrage de Nico Wouters Le rail belge sous l'Occupation peut être considéré comme la synthèse précise des faits de cette période critique de l'histoire belge, j'envisage de demander à une équipe de juristes compétents d'analyser la question et de me faire ensuite rapport.
J'ai moi-même rencontré l'historien Nico Wouters qui m'a confirmé accepter de se mettre à disposition desdits juristes pour tout document ou explication complémentaire dont ils auraient besoin. Ledit rapport sera, dès sa réception, soumis à la lecture du gouvernement, sachant qu'il dépasse stricto sensu la compétence de la Mobilité sur laquelle j'ai la tutelle.
Je peux vous donner mon engagement quant au fait que je suis pleinement investi dans le suivi de ce dossier, pour apporter évidemment à cet essentiel et primordial travail de mémoire toutes les réponses nécessaires.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, merci pour la qualité et la précision de vos réponses. Je crois qu'il est important de rappeler que le travail de mémoire, indépendamment du rapport des Sages, on ne le fait pas parce qu'il le faut, mais parce qu'on le doit et parce qu'on doit être convaincu de transmettre un relais aux nouvelles générations qui n'ont pas connu ces temps troublés, mais qui pourraient les connaître avec la situation internationale actuelle.
Deuxièmement, il y a la mémoire sur la déportation et sur les responsabilités historiques, mais il ne faut jamais faire oublier et il faut mettre en relation la mémoire de la Résistance. Parce qu'à côté de celles et ceux qui ont collaboré avec l'ennemi, il y a aussi celles et ceux qui ont résisté au prix de leur vie. Et là aussi, on aura besoin de rappeler toute l'importance de résister aux dictatures de quelque bord qu'elles soient.
Troisièmement, une des craintes formulées par certaines associations actives dans le domaine de la mémoire était que la SNCB se contente – pour caricaturer et être simple – du strict minimum syndical, sans associer continuellement dans la perspective des travaux les secteurs de la société civile qui sont spécifiques au travail sur la mémoire, et évidemment les familles des victimes de cette déportation.
Je terminerai en rappelant que je porte une proposition de loi sur la reconnaissance du fort de Huy comme mémorial national de la Résistance. Je peux vous dire qu'il est très compliqué de faire passer ce dossier ici au Parlement, il y a de nombreuses réticences, en ce compris parfois et de manière assez étonnante dans le gouvernement. Je pense que vous pouvez être le fer de lance d'un changement radical pour faire comprendre à toutes et tous que la responsabilité échoit à tous les démocrates.
Aurore Tourneur:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse étayée qui témoigne d'un engagement sincère sur ce dossier d'une portée historique et humaine considérable.
Ce rapport n'est pas une fin en soi, c'est un point de départ. La responsabilité historique ne doit pas être seulement un constat: elle doit permettre des actes visibles, durables et partagés. Nous comptons sur vous pour mener ce travail avec tout le sérieux qui vous caractérise.
Sarah Schlitz:
Merci, monsieur le ministre. Je ne partage pas tout à fait l'enthousiasme de Mme Tourneur sur la passion qui vous anime dans ce dossier. Je comprends que la séance est longue aujourd'hui, mais la lecture un peu fastidieuse de la réponse ici ne permet pas d'avoir un éclairage très complet du dossier. La responsabilité de la SNCB dans cette affaire est pleine et entière. C'est dingue que ce soit seulement en 2024 qu'on ait enfin fait la lumière sur ce dossier grâce à la volonté de Georges Gilkinet, qui a lancé cette étude. En effet, ce n'est que d'un début. Je vous invite non seulement à mettre en œuvre les recommandations en question qui ont déjà été lancées, mais aussi à, vous-même, mettre en place une série d'actions pour aller plus loin et à continuer à mettre en place une robustesse au niveau de la SNCB pour faire en sorte que ce genre de chose n'arrive plus jamais. Il peut s'agir du sujet de la guerre 40-45, mais ça peut être dans d'autres domaines aussi. Pour moi deux choses doivent être faites. Il y a évidemment la mise en place des recommandations et on peut voir comment aller plus loin dans ce dossier. D'autre part, il faut faire en sorte que la SNCB soit un acteur qui construise une société inclusive qui permet de faire en sorte que la haine et l'horreur de la guerre 40-45 ne se reproduisent pas. Je pense en particulier aux questions de diversité et d'inclusivité dont on a beaucoup parlé ces derniers temps avec les attaques de Trump envers les entreprises qui pratiquent des politiques inclusives. Monsieur le ministre, vous pourriez par exemple réviser la loi de 1991 pour faire en sorte que les politiques d'inclusion et de diversité qui sont actuellement menées à la SNCB soient inscrites dans la loi et ne puissent donc pas être détricotées par des régimes futurs qui seraient hostiles à ce type de politique, comme c'est le cas aujourd'hui aux États-Unis. Je vous remercie.
De stations van Essen en Wildert
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het station van Essen blijft ontoegankelijk voor rolstoelen/kinderwagens (geen liften naar perron 3) en staat niet in de NMBS-investeringsplannen (2023-2032), terwijl de minister erkent dat toegankelijkheid prioriteit *had* moeten zijn. Voor Wildert is wel een fietsparkeervernieuwing gepland, maar de timing blijft onzeker door afwachting van begrotingsbesparingen—uitvoering kan dus pas na 2027. Tine Gielis dringt aan op concrete actie, maar krijgt enkel vaag beleidsjargon als antwoord.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, het station van Essen kent vandaag een specifieke problematiek met betrekking tot de toegankelijkheid. Perron 3 is namelijk enkel bereikbaar per trap, wat problematisch is voor personen in een rolstoel of personen met een kinderwagen. In het verleden is hierover al uitgebreid overleg geweest met het lokaal bestuur van Essen. Tot op heden bleef dat echter altijd zonder resultaat.
Anderzijds werd er tijdens het overleg met het lokaal bestuur over de vernieuwing van de fietsparking aan het station van Wildert, stationsomgeving die recent op initiatief van een privaat ontwikkelaar werd opgewaardeerd, eerst middelen voor de nieuwe fietsenstalling in 2025 in het vooruitzicht gesteld, maar daar werd op teruggekomen en zouden de middelen pas ten vroegste in 2027 of 2028 beschikbaar worden.
Zijn er investeringen gepland om de toegankelijkheid van het station van Essen, en in het bijzonder de toegankelijkheid van perron 3, te verbeteren? Zo ja, wanneer worden ze gepland? Zo nee, bent u bereid die werken in de investeringsplanning op te nemen? Wanneer zullen in dat geval de werken dan starten?
Zijn er investeringen gepland om de fietsparking van het station van Wildert te vernieuwen? Zo ja, wanneer zullen die werken starten? Zo nee, bent u bereid die werken in de investeringsplanning op te nemen?
Jean-Luc Crucke:
Toen de federale regering in december 2022 het openbaredienstcontract van de NMBS en het performantiecontract van Infrabel goedkeurde, werden ook de meerjareninvesteringsplannen van beide bedrijven voor de periode 2023-2032 vastgesteld. De prioriteiten van de meerjareninvesteringsplannen zijn afgestemd op de strategische doelstelling van beide contracten.
De NMBS begrijpt heel goed het belang van de toegankelijkheid van stations zoals dat van Essen. Er wordt inderdaad verwacht van stations dat ze volledig en autonoom toegankelijk zijn, dat ze knooppunten zijn voor intermodaliteit en dat alle beslissingen daarover in openheid gebeuren. Helaas werden die thema's in het verleden niet altijd prioritair behandeld, wat maakt dat er op dat vlak nog waanzinnige inspanningen nodig zijn.
De realiteit is dat het station van Essen niet opgenomen is in de meerjareninvesteringsplannen 2023-2032, wat de conditio sine qua non is voor de NMBS en Infrabel om aan stations te kunnen werken.
Wat het station van Wildert betreft, zijn er inderdaad investeringen voor de vernieuwing van de fietsenstalling gepland. De bestaande stallingen zullen worden gemoderniseerd en de totale fietscapaciteit wordt verhoogd.
Het project is opgenomen in het meerjareninvesteringsplan van de NMBS. Zolang er geen zicht is op de specifieke besparing die van de NMBS wordt gevraagd in het kader van het regeerakkoord, kan hiervoor echter geen concrete timing naar voren worden geschoven.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, uw antwoord is nog niet heel duidelijk. Ik begrijp dat er spanningsvelden zijn. Wij zullen dan ook vragen blijven stellen over die specifieke dossiers op basis van wat de begrotingsbesprekingen ons zullen brengen.
Voorzitter:
Aan de orde is vraag nr. 56004053C van de heer Tonniau. Hij is niet aanwezig. Vraag nr. 56004150C van de heer Cornillie wordt omgezet in een schriftelijke vraag.
De klachten van treinreizigers bij Ombudsrail
Het jaarverslag van Ombudsrail
Het jaarverslag 2024 van Ombudsrail
Het jaarverslag 2024 van Ombudsrail
Het jaarverslag 2024 van Ombudsrail
Jaarverslagen en klachtenafhandeling Ombudsrail
Gesteld door
N-VA
Dorien Cuylaerts
Vooruit
Niels Tas
PS
Hugues Bayet
PS
Dimitri Legasse
Ecolo
Sarah Schlitz
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De stijgende klachten over NMBS (4.000+ in 2024, vooral over vertragingen, geschrapte treinen en ingewikkelde compensaties) wijzen op structurele problemen, ondanks "verbeteringen" zoals de aangescherpte compensatieregeling (alleen abonnees krijgen nog vergoeding bij 30-60 min. vertraging, occasionele reizigers vallen buiten). De NMBS benadrukt dat 97% van de klachten intern wordt afgehandeld en dat hun compensatie ruimer is dan de EU-norm, maar critici vinden de procedures te complex en de dienstverlening (communicatie, toegankelijkheid, bagageafhandeling) onvoldoende klantgericht. Parlementsleden dringen aan op concrete acties—zoals vereenvoudigde compensatie, betere opvolging van klachten en kleine maar impactvolle aanpassingen (bv. flexibelere eerste-klasse-toegang)—om het vertrouwen in het openbaar vervoer te herstellen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, uit het jaarverslag van Ombudsrail blijkt dat het aantal klachten over de spoorwegen voor het derde jaar op rij toeneemt. In 2024 ging het om meer dan 4.000 dossiers, voornamelijk over vertragingen, geschrapte treinen, gemiste aansluitingen en administratieve boetes, die vaak betwist worden.
Reizigers botsen dagelijks op tal van problemen, die iedereen in de commissie wel kent: gemiste overstappen, lange wachttijden, haltes die zonder enige waarschuwing worden overgeslagen, en een dienstregeling die in bepaalde regio's nauwelijks nog betrouwbaar te noemen is. Voor velen heeft dat niet alleen praktische, maar ook persoonlijke gevolgen: werkafspraken komen in het gedrang, gezinnen moeten telkens weer hun planning omgooien, omdat de trein te laat of helemaal niet rijdt. Alsof dat nog niet volstaat, blijkt het aanvragen van een compensatie zo ingewikkeld en omslachtig dat het voor een doorsnee reiziger bijna onbegonnen werk is. Bovendien zijn sommige vormen van compensatie sinds vorig jaar beperkt tot de abonnees, waardoor occasionele reizigers vaak uit de boot vallen.
Hoe verklaart u de aanhoudende stijging van het aantal klachten, ondanks de aangekondigde verbeteringen aan het aanbod en de informatievoorziening?
Vindt u het aanvaardbaar dat enkel abonnees nog in aanmerking komen voor een compensatie bij herhaaldelijke vertragingen?
Zult u erop toezien dat de klachten van reizigers zowel via Ombudsrail als via andere kanalen systematisch worden meegenomen in de bijsturing van het treinaanbod en de verbetering van de dienstverlening?
Niels Tas:
Mijnheer de minister, het jaarverslag van Ombudsrail legt de vinger op een aantal hardnekkige pijnpunten in de werking van de NMBS. Ik heb bijvoorbeeld in mijn vorige vraag al problemen in verband met de toegankelijkheid voor mensen met een beperking aangekaart. Voorts zijn er heel wat opmerkingen over de klantgerichtheid van de dienstverlening en worden er structurele klachten zoals het gebrek aan informatie bij vertragingen, ontoereikende communicatiekanalen en onduidelijkheden bij terugbetalingen en compensaties herhaald.
Hoewel er ontegensprekelijk al duidelijke inspanningen zijn geleverd, blijkt uit het rapport toch dat de perceptie van de reiziger niet zo positief is en dat het aantal klachten van de reizigers hoog blijft.
Welke concrete acties zult u ondernemen naar aanleiding van het jaarverslag van Ombudsrail en hoe zullen die resulteren in structurele verbeteringen bij de NMBS?
Hoe garandeert u dat de stem van de reiziger, in het bijzonder ook van kwetsbare groepen, echt gehoord wordt in het beleid en in de werking van de NMBS?
Tot slot, hoe evalueert u de opvolging van de aanbevelingen uit eerdere jaarverslagen van Ombudsrail? Is er voldoende systematische opvolging en transparantie op dat vlak?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, de NMBS wil dat iedereen zo vlot mogelijk in de beste mogelijke omstandigheden de trein kan nemen. Als reizigers om bepaalde redenen moeilijkheden ondervinden, is het de missie van de NMBS om die reizigers zo goed mogelijk te helpen en te begeleiden via de klantendiensten.
Het door Ombudsrail gepubliceerde verslag bevestigt dat. Het aantal ontvankelijke dossiers dat Ombudsrail in 2024 ontvangen heeft, is net als voorgaande jaren zeer beperkt. Het betreft 1.089 dossiers, of minder dan drie per dag. Het merendeel van de dossiers die Ombudsrail ontvangt, betreft eerstelijnsklachten, die dus aan de NMBS moeten worden gericht. In dezelfde periode kreeg de NMBS 170.000 reacties. Een heel erg grote meerderheid van dossiers wordt dus afgehandeld door de NMBS. De teams van de NMBS blijven hun inspanning verdubbelen om de dienst te versterken en de betrokkenen de best mogelijke communicatie en bijstand te bieden.
Sinds 17 oktober is de NMBS-regeling voor de compensatie van treinvertraging aangepast, volgens de bepalingen opgenomen in het openbaredienstcontract 2023-2032. De compensatieregeling van de NMBS is gebaseerd op de Europese wetgeving over de rechten en plichten van treinreizigers, maar is veel genereuzer. De Europese verordening vereist dat een vertraging van 60 tot 120 minuten voor 25 % wordt gecompenseerd en een vertraging van minstens 120 minuten voor 50 %. Bij de NMBS wordt onmiddellijk voor 100 % gecompenseerd vanaf een vertraging van meer dan 1 uur, dus een langdurige vertraging. Volgens de nieuwe regeling voor compensatie wordt vertraging tussen 15 en 30 minuten niet langer gecompenseerd. Compensatie voor vertraging tussen 30 en 60 minuten zal voortaan alleen door abonnees kunnen worden aangevraagd. De NMBS zal ook geen minimumdrempel van 4 euro hanteren, in tegenstelling tot Europa, dat een dergelijke drempel waaronder geen enkele compensatie hoeft te worden toegekend, toelaat.
De NMBS heeft daarover gecommuniceerd via de website. Reizigers met een MyNMBS-account ontvingen ook een bericht in de sectie gewijd aan compensatie. Dat informeert hun dat een compensatie voor een vertraging van 15 minuten niet langer beschikbaar is. Dat bericht bevat ook een link naar alle facqs over het onderwerp.
Comme je l’avais déjà précisé en commission de la Mobilité du 2 avril dernier, la SNCB a agi dans le cadre du contrat de service public conclu fin 2022 avec l’État fédéral. Ce contrat, en lien avec le contrat de performance d’Infrabel, définit les priorités d’investissement pour la période 2023-2032, notamment en matière d’accessibilité.
Elke opmerking, vraag of klacht van reizigers wordt vanzelfsprekend meegenomen in de werking van de NMBS. De aanbevelingen van Ombudsrail worden ook besproken tijdens het driemaandelijkse overlegmoment tussen de klantendienst en de ombudsdienst.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, wanneer het over meer dan 4.000 klachten in een jaar gaat, spreken we niet meer over een detail. Dan moeten alarmbellen afgaan. Het is ook al het derde jaar op rij dat de klachten stijgen.
Als blijkt dat de procedures zo omslachtig zijn om een compensatie aan te vragen, dan wil ik daar toch een vervolgvraag aan koppelen. Kunt u niet onderzoeken hoe die procedures kunnen worden vereenvoudigd? Op de huidige manier lijkt het wel dat we de reiziger opnieuw ontmoedigen. Compensatie is in sommige gevallen nog enkel mogelijk voor abonnees. De occasionele reiziger valt uit de boot. Is het niet juist de bedoeling meer reizigers op het openbaar vervoer te krijgen? Dat maakt dat we hun toch moeten meegeven dat het openbaar vervoer, in dit geval de NMBS, een goed alternatief is. Ik voel dat momenteel alvast niet.
Ik noteer dat er driemaandelijks overleg is met de klantendienst. Het wordt tijd dat de NMBS stilaan luistert naar de klachten en er daadwerkelijk iets mee doet. Dat is mijn hoop.
Niels Tas:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
De stijging van de klachten is toch een teken aan de wand. U werpt op dat er misschien maar drie klachten per dag zijn, maar er is ook een heel hoge drempel om klacht in te dienen. Als treinreizigers gefrustreerd heel lang aan het wachten zijn op hun trein, denken er niet veel aan om dan maar eens formeel een klacht in te dienen. Het feit dat, ondanks die drempel, toch nog altijd zoveel mensen een melding maken, maakt duidelijk dat er problemen zijn. Ik hoop dat de NMBS dat sterk signaal ook oppikt en dat men daar verder consequent mee aan de slag gaat.
Sarah Schlitz:
Merci pour votre réponse, monsieur le ministre. Il me semble vraiment important d'avoir un dialogue continu avec les passagers et passagères. Si l'on veut que le train reste attractif, il est essentiel de maintenir un bon taux de satisfaction des voyageurs. Certaines choses demandent des investissements et relèvent d'un plan plus large ou de moyens budgétaires dépendant de choix politiques. Mais il y a aussi des petites choses qui pourraient changer assez facilement la perception que les utilisateurs ont de la SNCB. Je pense, par exemple, à la perte des bagages et au mauvais suivi par la SNCB des objets perdus. Un service dédié existe pourtant, avec un site internet et du personnel affecté. Il suffirait d'une évaluation et d'un réajustement du service pour recréer un lien de confiance entre les voyageurs et la SNCB. Un autre dossier assez frustrant concerne la première classe. J'entends souvent les gens râler quand le train est bondé et que le contrôleur ne leur permet pas d'aller s'installer en première classe. Il est assez révoltant en effet de savoir qu'il y a des sièges disponibles alors que des mamans sont debout dans les couloirs avec des enfants. Ces petites choses ne coûteraient pas d'argent à la SNCB et permettraient de renforcer l'attractivité et l'image de cette entreprise publique. J'espère donc que vous pourrez travailler sur ces petites choses qui ne coûtent pas grand-chose.
De privatisering van de NMBS
Het voornemen van de N-VA om 50 % van de overheidsaandelen in de NMBS te verkopen
De verkoop van overheidsaandelen in de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Crucke ontkent privatiseringsplannen voor de SNCB en benadrukt dat de regeringsakkoorden dit uitsluiten, maar bevestigt dat vanaf 2033 dienstverlening via aanbesteding (met beperkte uitzonderingen) verplicht wordt om efficiëntie en kwaliteit te verbeteren—zonder privatisering. Schlitz waarschuwt voor mislukte privatiseringsmodellen (bv. het UK) die leiden tot slechtere dienstverlening en klimaatschade, en noemt concurrentie riskant in crisistijd. De kern: geen privatisering, wel voorbereiding op verplichte aanbesteding post-2032.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, nous avons pu lire dans la presse une nouvelle provocation de votre partenaire de majorité, la N-VA, pour privatiser la SNCB. Ils décrivent ce projet comme une possibilité de réduire le pouvoir des syndicats, et donc les droits des travailleurs.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous dire s'il s'agit simplement du dépôt d'une proposition de loi performative, qui permet de visibiliser la position qu'on connaissait déjà de la N-VA, ou si ces discussions sont en cours au sein du gouvernement?
Jean-Luc Crucke:
Madame la députée, votre question fait référence à une proposition de loi effectivement déposée par des députés auprès de la Chambre des représentants. Il convient de souligner que cette proposition de loi ne s'appuie pas sur l'accord de gouvernement, qui ne contient en effet aucun élément allant dans le sens d'une possible ouverture de l'actionnariat de la SNCB à des partenaires privés.
Comme je l'ai mentionné dans la presse, je ne suis absolument pas favorable à une ouverture de l'actionnariat de la SNCB à des partenaires privés. De plus, comme je le mentionnais dans mon exposé d’orientation politique, la mise en concurrence des contrats de service public ne signifie pas la fin du service public ferroviaire ni la privatisation de la SNCB. C'est au contraire l'occasion de définir plus clairement dans le chef des autorités publiques et des entreprises ferroviaires le service à rendre en échange les subsides alloués. Et c'est bien sûr l'occasion d'améliorer, au moyen d'une procédure bien pensée et maîtrisée, le rapport qualité-prix, au profit tant du contribuable que des voyageurs, et ce, à l'instar d'autres commandes publiques complexes.
Concrètement, le contrat de service public en vigueur confie à la SNCB l'intégralité de l'organisation de la mission de service public relative au transport intérieur de voyageurs sur l'ensemble du territoire. Il couvre la période allant du 1 er janvier 2023 au 31 décembre 2032. À l'issue de cette période, cette modalité d'organisation du service public ferroviaire n'est plus possible. À partir de cette date, la contractualisation des missions de service public au moyen d'une procédure de mise en concurrence devient la règle générale, et le recours à l'attribution directe sans mise en concurrence est limité à des cas particuliers spécifiques. J'entends dès lors préparer, dès à présent, cet avenir.
Je ne manquerai pas de revenir devant cette assemblée parlementaire pour échanger sur cet enjeu crucial de la préparation de la mise en concurrence, qui est le réel enjeu de cette législature, et non d'une ouverture à l'actionnariat de la SNCB à des partenaires privés.
Quant aux économies à réaliser sous cette législature, comme je vous l'ai déjà dit dans ce même hémicycle, je suis actuellement en concertation avec les entreprises publiques pour les définir.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. En observant les expériences malheureuses de certains pays, nous voyons notamment que le Royaume-Uni revient aujourd’hui sur la privatisation de son rail après des décennies catastrophiques, tant sur le plan environnemental que sur celui des services aux voyageurs. Procéder aujourd'hui à une telle action serait une erreur totale en pleine crise climatique, à l'heure où nous avons plus que jamais besoin de transports publics efficaces et confortables. En tant que ministre de la Mobilité, vous n'êtes pas sans savoir que ce dossier est éminemment important. Cette question de l'ouverture et de la mise en concurrence n'est évidemment pas souhaitable, vu les dérives constatées dans certains pays. Nous pourrons y revenir ultérieurement.
De onderbenutting van het station Binche op het nationale spoorwegnet
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gare van Binche, een architectonisch juweel met slechte spoorverbindingen (1u16 naar Brussel, ontoegankelijke perrons), krijgt 2,64 miljoen euro voor restauratie (marquise, abri’s, wachtruimte) met werkzaamheden gepland tussen 2028-2029, maar perronverhoging staat nog niet op de planning en wordt herbeoordeeld in 2027. De SNCB werkt samen met de gemeente aan stedenbouwkundige plannen (parkeergelegenheid, mobiliteitshubs) en herbestemming van leegstaande ruimtes, met recente overlegmomenten in maart/april 2024. De reistijd naar Brussel blijft een knelpunt, terwijl de minister lokale betrokkenheid benadrukt voor toekomstige projecten. Follow-up op perrontoegankelijkheid en dienstregeling wordt beloofd.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, comme vous le savez, notre pays compte plusieurs gares majestueuses. Parmi celles-ci, on peut assurément citer celle de la ville de Binche – vous aurez remarqué qu'il y a un peu d'égo d'homme du Centre qui parle – avec son style néogothique qui a d'ailleurs attiré par le passé plusieurs cinéastes pour y tourner des scènes historiques.
Malheureusement, les Binchoises et les Binchois ne bénéficient pas d'un service ferroviaire digne de ce nom. C’est le moins qu’on puisse dire. Actuellement, il faut une heure et seize minutes pour se rendre à la capitale. Les diligences au XIX e siècle mettaient le même temps, pour reprendre les propos du bourgmestre de Binche, Laurent Devin. Les quais ne sont pas adaptés aux nouveaux modèles de trains, ce qui rend la montée et la descente difficiles; je pense aux personnes âgées ou aux parents avec enfants en bas âge. En outre, en cas de retard, les navetteurs sont bloqués à La Louvière. Tant pis, dès lors, si on doit descendre à Leval ou à Binche. Il faut évidemment trouver une solution.
Nous savons que la SNCB a déjà investi 1,6 million d’euros pour sécuriser le bâtiment de la gare et que des travaux sont censés commencer en 2027 pour la réfection complète des verrières sur les quais 1 et 3 ainsi que de l’abri pour les voyageurs.
Monsieur le ministre, mon souhait est simple. Comme vous l'aurez compris, je souhaiterais que les riverains de la Cité du Gille puissent avoir un service de train de qualité. Mes questions seront dès lors également très simples. Les travaux précités sont-ils toujours d’actualité? Existe-t-il une stratégie pour mieux exploiter la gare de Binche, ce qui serait en cohérence avec les budgets débloqués pour sa sécurisation et sa réfection?
Jean-Luc Crucke:
Monsieur Prévot, cher ami, des investissements importants ont déjà été réalisés pour sécuriser le bâtiment de la gare et d'autres projets sont bien prévus. Un budget de 2,640 millions d'euros est actuellement inscrit au plan pluriannuel d'investissement (PPI) 2023-2032. Ce montant permettra notamment la restauration de la marquise du quai 1, la réfection des auvents et abris voyageurs des quais 2 et 3, ainsi que la rénovation de la salle d'attente et de ses vitraux.
La SNCB m'informe que le calendrier actuellement envisagé prévoit un lancement des études en 2027 pour l'exécution des travaux entre 2028 et 2029.
S'agissant de l'accessibilité des quais et de leur rehaussement, à ce jour, ces travaux ne sont pas planifiés dans le PPI 2023-2032. Il s'agira alors de suivre leur éventuelle intégration dans les futurs plans d'investissement ainsi que lors de la mid-term review prévue dans le contrat de service public de la SNCB en 2027.
En ce qui concerne une stratégie plus vaste d'exploitation de la gare, la SNCB est attentive au projet porté localement. Un dialogue régulier est entretenu avec les autorités communales, notamment autour d'un projet de réaménagement urbain du quartier de la gare et de la mise à disposition éventuelle de terrains pour développer le stationnement. Des réflexions se poursuivent également pour dynamiser les espaces encore inoccupés en gare, avec un intérêt particulier pour des activités en rapport avec la mobilité douce comme le vélo. À cet égard, une réunion s'est tenue fin mars avec les autorités communales. Une visite complète du site a eu lieu le 22 avril. La SNCB reste donc ouverte à toute collaboration permettant d'améliorer l'expérience des voyageurs à Binche, dans le respect de ses missions et des moyens disponibles.
Comme je vois que vous vous intéressez au Centre, ce qui ne m'étonne pas, mais également à la gare de Binche que j'ai quand même bien connue durant ma période estudiantine, car je me rendais au carnaval de Binche et en revenais le lendemain, n'hésitez pas à faire passer le message au bourgmestre, que vous connaissez mieux que moi. C'est toujours avec plaisir, s'il m'invite, que je vous accompagnerai pour examiner les projets qui tournent autour de la gare et dans celle-ci. Je me ferai accompagner de qui de droit pour être certain que tout cela puisse être suivi d'effet.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, pour le dernier volet de votre réponse, c'est bien évidemment avec plaisir que nous irons visiter le chantier des futurs travaux. J'ai entendu, et c'est une bonne chose, que 2,640 millions d'euros sont inscrits au budget pour restaurer la marquise, les auvents et la salle d'attente. Quant aux quais, les travaux ne sont pas encore programmés, mais nous ne manquerons pas de revenir sur ce sujet lors d'une prochaine réunion. Il reste, bien sûr, ce délai très long pour rejoindre la capitale, à savoir une heure et seize minutes. D'un autre côté, comme vous le savez, je suis sonégien; je mets trente-deux ou trente-trois minutes pour rejoindre la capitale. C'est assez confortable. En tout cas, c'est une situation qu'il faudra monitorer. J'entends aussi qu'est développée une stratégie plus vaste d'aménagement urbain, impliquant des places de parking supplémentaires. C'est aussi fortement demandé aux abords des gares. Donc, merci également pour cela.
De ontwikkeling van het internationale spoorvervoer
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Frank Troosters kritiseert het ontbreken van een rechtstreekse spoorverbinding tussen Hasselt en Maastricht (2u5 reistijd via Luik), waardoor Vlaanderen geen aansluiting heeft op de Drielandentrein (Luik-Maastricht-Aken) en internationale ontwikkelingen zoals de nachttrein naar Schiphol misloopt. Minister Crucke bevestigt dat de trambus als alternatief nog in studiefase is en belooft het dossier, inclusief heropening spoorlijn 20 (Lanaken-Maastricht), te bespreken met Nederlandse en Vlaamse collega’s. Troosters waarschuwt voor mobiliteits- en economisch isolement van Vlaams-Limburg door het ontbreken van deze cruciale spoorlink, terwijl Maastricht juist uitgroeit tot internationaal knooppunt. De focus ligt op dringende heroverweging van de spoorinfrastructuur boven de geplande trambus.
Frank Troosters:
Vanaf 11 april jl. rijdt de laatste RE18-trein (de Drielandentrein tussen Luik, Maastricht en Aken) op vrijdagavond verder door tot Sittard (NL). Dit geeft de mogelijkheid om vanuit Sittard aan te sluiten op de nachttrein richting Schiphol/Amsterdam. Op deze wijze slaagt men erin om in Nederland de internationale verbindingen te verbeteren.
Door het ontbreken van een rechtstreekse spoorverbinding tussen Hasselt (BE) en Maastricht (NL) via de vroegere spoorlijn 20 heeft Vlaanderen geen rechtstreekse connectie met de Drielandentrein. Men dient zich hiervoor steeds naar het station in Luik te begeven.
Vindt de minister het feit dat er vanuit Vlaanderen geen rechtstreekse verbinding is met de Drielandentrein, en daardoor een aantal internationale mobiliteitsontwikkelingen per spoor gemist worden, aanvaardbaar?
Acht de minister de lange reistijd per spoor van 2u5 minuten tussen Hasselt (BE) en Maastricht (NL) een factor die de aantrekkelijkheid tot het nemen van de trein ten goede komt?
Vormt een verbinding met een trambus tussen Hasselt (BE) en Maastricht (NL) volgens de minister een volwaardig alternatief voor het ontbreken van rechtstreekse spoorverbinding tussen deze twee steden? Zo ja, in welke zin biedt een spoorverbinding dan geen meerwaarde? Zo neen, waarom niet?
Jean-Luc Crucke:
De grensoverschrijdende verbinding tussen Luik en Maastricht, met haltes in Luik-Guillemins, Bressoux, Wezet, Eijsden, Maastricht Randwijck en Maastricht over een afstand van 31,6 km, waarvan 10,6 km in Nederland en 21 km in België, werd tot 29 juni 2024 gerealiseerd door de NMBS met de MR80 breaks, die het traject Hasselt-Luik-Maastricht reden met NMBS-personeel. Er waren lang tijd plannen om de bestaande verbinding tussen Maastricht en Aken tot Luik te verlengen. Sinds 30 juni 2024 rijdt die drielandentrein tussen Duitsland en België via Nederland.
De trein verbindt de steden Luik, Maastricht, Heerlen en Aken en biedt reizigers een directe verbinding tussen Duitsland, Nederland en België. De trein is een belangrijke mijlpaal voor het internationaal treinverkeer en vergemakkelijkt reizen in de euregio. Met de introductie behoort de overstap tussen de trein vanuit Luik naar Maastricht en vanuit Maastricht naar Aken tot het verleden. De drielandentrein rijdt op het netwerk van drie infrastructuurbeheerders en valt onder vier inrichtende autoriteiten. Het traject tussen Maastricht en Aken maakt deel uit van de openbaarvervoersconcessie die Arriva uitvoert in opdracht van de provincie Limburg en go.Rheinland. Voor het trajectdeel tussen Maastricht en Luik wordt samengewerkt met NS en de NMBS.
Op 11 april 2025 werd er een proefproject opgestart, waarbij de laatste Arrivatrein vrijdagavond vanuit Aken niet meer tot Heerlen rijdt, maar verder doorrijdt naar Sittard. Deze uitbreiding biedt een rechtstreekse aansluiting op de nachttrein richting Amsterdam-Schiphol. Dit proefproject loopt tot 2031 en zal tussentijds geëvalueerd worden.
Hoewel de Vlaamse regering in mei 2022 besloot om de initieel geplande sneltram tussen Hasselt en Maastricht te vervangen door een elektrische trambus, bevindt dit project zich op dit moment nog in de studiefase, onder andere bij de werkvennootschap. Ik kan me zonder over de resultaten van deze studies te beschikken niet uitspreken over het feit of een toekomstige trambusverbinding tussen beide steden al dan niet een valabel alternatief is voor een spoorwegverbinding. Ik heb volgende week een afspraak met de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken, Annick De Ridder. Ik zal hier zeker naar vragen.
Zoals ik eerder al zei, ontmoet ik binnenkort mijn Nederlandse homoloog om te spreken over de huidige stand van zaken van de Belgisch-Nederlandse spoorwegdossiers, waaronder spoorlijn 20 Lanaken-Maastricht en de drielandentrein. De mogelijke grensoverschrijdende toekomstperspectieven zullen tijdens dit gesprek zeker aan bod komen.
Frank Troosters:
Ik dank u voor het uitgebreide antwoord, mijnheer de minister, waarin u de huidige situatie nog eens beschrijft. Ik heb deze vraag ingediend omdat ik nog altijd dankbaar ben voor het feit dat de Maasbrug niet direct wordt afgebroken. Ik heb genoeg gewezen op het belang van deze enige nog mogelijke treinverbinding naar Nederland, naar Maastricht. Als die zou verdwijnen, zou dat een ramp zijn. Wat hier gebeurt, is precies de reden waarom ik een voorstel van resolutie heb ingediend, waarmee ik wil voorkomen dat Hasselt, Limburg, Vlaanderen, vooral Limburg, in een mobiliteits-, maatschappelijk, sociaal en economisch isolement in een ruimere internationale context terechtkomen. Dat is wat hier gebeurt. Wij hebben geen aftakking op die belangrijke drielandentrein. Wij moeten dus omrijden via Luik. Dat is een verbinding van twee uur en vijf minuten vanuit Hasselt naar Maastricht. Wat gebeurt er nu? Maastricht wordt een internationaal knooppunt. Men wil het spoor in Nederland meer ontwikkelen. Men trekt de lijn nu door naar Sittard, met aansluiting op een nachttrein naar de internationale luchthaven Schiphol in Amsterdam. Wij missen hier dus letterlijk de trein. Met dit project rijden we ons vast met een trammetje richting Maastricht. Binnen tien of 15 jaar zullen wij zeggen: hoe dom zijn wij geweest. Wij zijn de internationale ontwikkeling aan het missen door het feit dat wij in een totaal verkeerd project zitten. De partijen die daarvoor verantwoordelijk zijn, zitten helaas niet meer in de zaal. Ik kan alleen hopen dat u dit zult aankaarten en dat u op het belang van een goede rechtstreekse spoorverbinding vanuit Hasselt, vanuit Limburg en Vlaanderen, naar Maastricht wilt wijzen.
De problemen op de spoorverbinding Hamont-Brussel
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS erkent de problemen met gemiste aansluitingen op de Hamont-Brussel-verbinding (slaagpercentage steeg van 81% naar 86% in 2024) en wijt verbeteringen aan dienstregelingaanpassingen, snellere treinen (Breaks i.p.v. M5) en infrastructuurwerken (o.a. dubbelspoor Balen-Hamont, station Mechelen). Korte termijn: wachttijden van 5 minuten in avondspits, lange termijn: betrouwbaarder materieel en infrastructuurupgrades (Infrabel), maar drukte op Noord-Zuidverbinding en Lier blijft knelpunt. Geen concrete termijnen of extra middelen genoemd.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
In het jaarverslag 2024 van Ombudsrail wordt de spoorverbinding tussen Hamont en Brussel bestempeld als een probleemlijn. Reizigers dienen over te stappen in het station van Lier of Herentals maar worden door vertragingen dikwijls geconfronteerd met gemiste aansluitingen.
Ombudsrail roept de spoorbedrijven op om werk te maken van een betere dienstverlening op deze spoorverbinding.
Op welke wijze zal de NMBS gevolg geven aan de oproep van Ombudsrail? Welke maatregelen zullen genomen worden om de dienstverlening te verbeteren? Op welke termijn zal dit gebeuren? Welke bijkomende middelen denkt de NMBS nodig te hebben om tot een effectieve verbetering van de dienstverlening te kunnen komen?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, het slaagpercentage van de aansluiting in Herentals tussen de IC-verbinding Binche-Brussel-Turnhout en de IC-verbinding Antwerpen-Hamont was 81 % in 2024. Voor de eerste drie en een halve maand van dit jaar is dat slaagpercentage verbeterd naar 86 %. Meer specifiek voor de treinen in de avondspits met vertrek om 16.33 uur en 17.33 uur uit Brussel-Zuid is er een verbetering merkbaar, respectievelijk van 77 % naar 86 % en van 81 % naar 84 %.
Om de aansluiting in de avondspits komende van Brussel meer slaagkans te geven, is er voor enkele aansluitingen een wachttijd van vijf minuten ingevoerd. In de ochtendspits richting Brussel is er geen wachttijd voorzien, om een sneeuwbaleffect bij vertraging te vermijden.
De verbetering van het slaagpercentage van de aansluiting is voornamelijk het gevolg van een verbetering van de stiptheid van de betreffende verbindingen, wat in overeenstemming is met de algemene verbetering van de stiptheid op netniveau. Dat toont aan dat de aanpassingen van het vervoersplan die in december 2024 zijn ingevoerd, effectief bijdragen aan de verbetering van de stiptheid.
Voor de betreffende verbinding heeft onder meer het wegvallen van een tijdelijke snelheidsbeperking ter hoogte van Herentals, de herstructurering van het aanbod op lijn 25 Brussel-Antwerpen, de inzet van Breaks op de IC-verbinding Antwerpen-Hamont in plaats van M5-rijtuigen en de aanpassing van de dienstregeling tussen Mol en Hasselt een positief effect. Niettemin geeft de NMBS toe dat het aansluitingspercentage beter kan. Een maatregel die de NMBS daartoe neemt, is onder meer de verhoging van de betrouwbaarheid van het ingezette rollend materieel. Ook de vernieuwing van het station van Mechelen, inclusief de vernieuwing van de spoorinfrastructuur door Infrabel, zal op lange termijn de betrouwbaarheid van het treinverkeer verbeteren. Toch stelt de NMBS vast dat het drukke treinverkeer in een aantal zones, waaronder de Brusselse Noord-Zuidverbinding en de zone rond Lier, de stiptheid van het treinverkeer ook in de toekomst onder druk zal blijven zetten.
Tot slot heeft Infrabel mij eveneens elementen meegedeeld die het spooraanbod verbeteren tussen Hamont en Brussel, door de spoorlijn tussen Balen-Werkplaatsen en Hamont op twee sporen te brengen.
Infrabel zal alles in het werk stellen om infrastructurele oplossingen te vinden om de stiptheid van de betrokken verbinding te verbeteren.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.
De structurele problemen in het station van Dendermonde
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS verdedigt de splitsing van de IC-26-verbinding Waasland-Brussel (met verplichte overstap in Dendermonde) als noodzakelijk voor betere stiptheid, ondanks klachten over overvolle treinen en gemiste aansluitingen. Korte-termijnmaatregelen (o.a. kortere overstaptijden door perronaanpassingen en verlengd wachten bij vertragingen) zijn sinds april 2025 ingevoerd, terwijl piekuurtreinen rechtstreeks blijven rijden. Structurele oplossingen (zoals gelijke perrons) bleken operationeel onhaalbaar door treinlengte en spoorlogistiek. Evaluatie en bijsturing volgen na een testfase, maar extra middelen of langetermijnplannen werden niet gespecificeerd.
Frank Troosters:
Sinds de invoering van het nieuwe vervoersplan in december 2024 vormen de problemen op de geknipte spoorverbinding tussen het Waasland en Brussel een voortdurende bron van discussie. Heel wat treinreizigers klagen over overvolle treinen, een gebrekkige stiptheid en gemiste aansluitingen in het station van Dendermonde.
Het jaarverslag van Ombudsrail maakt ook vermelding van de structurele problemen m.b.t. de verbinding Waasland-Brussel met de verplichte overstap in het station van Dendermonde. Ze roepen de spoorbedrijven op om snel werk te maken van een betere dienstverlening en een efficiëntere communicatie.
Op welke wijze zal de NMBS gevolg geven aan de oproep van Ombudsrail? Welke maatregelen zullen genomen worden om de dienstverlening en de communicatie te verbeteren? Op welke termijn zal dit gebeuren? Welke bijkomende middelen denkt de NMBS nodig te hebben om een effectieve verbetering van de dienstverlening te kunnen komen?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, de NMBS en Infrabel hebben een aantal maatregelen genomen om de overstap in het station van Dendermonde vlotter te maken voor reizigers van en naar Brussel. Zoals bekend moeten sinds december reizigers die vanuit Sint-Niklaas, Belsele, Sinaai, Lokeren en Zele van en naar Brussel sporen, overstappen in Dendermonde. Dat komt door een wijziging die deel uitmaakt van het nieuwe treinaanbod, zorgde voor stiptere treinen en niets veranderde aan de reistijd. De IC-26 Kortrijk-Dendermonde-Sint-Niklaas verbond, tot het nieuwe vervoersplan in december 2024, het Waasland rechtstreeks met Brussel, maar zorgde tegelijk voor talrijke vertragingen op verschillende spoorlijnen richting Dendermonde, aangezien de IC-trein in Dendermonde het volledige station moest doorkruisen en daar ook nog eens van rijrichting moest veranderen. De splitsing van het traject van de trein had als doel de impact van die beperking te verminderen en de stiptheid te verbeteren. Sindsdien is de stiptheid van de IC-26 en de L02 Zeebrugge-Mechelen ook effectief sterk verbeterd. Reizigers vanuit het Waasland maken gebruik van de S34 Antwerpen-Lokeren-Dendermonde om in Dendermonde over te stappen op de IC-26 van en naar Brussel. Om die overstap te verbeteren, hebben Infrabel en de NMBS nu een aantal maatregelen uitgewerkt. Het gaat om maatregelen die losstaan van de inspanningen van de NMBS en Infrabel op meerdere plaatsen op het spoornet om de stiptheid van zowel de IC-trein tussen Kortrijk en Brussel als van de S-trein tussen Antwerpen en Lokeren te verbeteren. Een aantal van deze maatregelen is sinds begin deze maand van kracht of wordt de komende week uitgerold. De situatie wordt zowel door Infrabel als de NMBS nauw opgevolgd, zodat in het belang van de treinreizigers waar nodig en mogelijk zaken kunnen worden bijgestuurd. Daarnaast kunnen reizigers blijven gebruikmaken van de rechtstreekse piekuurtrein tussen Sint-Niklaas, Lokeren, Gent-Sint-Pieters en Brussel. Sinds december rijdt deze trein in de ochtendspits opnieuw volgens zijn originele dienstregeling met aankomst in Brussel-Noord om 8.45 uur. Een eerste maatregel bestaat erin dat sinds maandag 14 april op sommige tijdstippen de IC-26-trein van en naar Brussel in het station van Dendermonde voortaan stopt op spoor 5 in plaats van op spoor 8 of 9. Daardoor hebben de reizigers in het station minder tijd nodig om van de ene op de andere trein over te stappen. Beide treinen laten stoppen op hetzelfde perron werd grondig bekeken, maar bleek om operationele redenen niet mogelijk. Daarvoor is de IC-trein van en naar Brussel te lang en moet ook rekening worden gehouden met treinen die elkaar in het station moeten kruisen. De overstap bleek vooral tijdens de avondspits de grootste zorg voor reizigers vanuit Brussel die in Dendermonde de S34-trein richting Antwerpen willen nemen. Daarom zal vanaf dinsdag 22 april de S-trein richting Antwerpen-Dendermonde, in geval van vertraging van de IC-trein vanuit Brussel, vijf minuten langer wachten op de IC-trein. Deze maatregel wordt sinds 22 april getest en zal nadien worden geëvalueerd.
Spoorlopen
De maatregelen tegen kabeldiefstallen op het spoor
Het blijvende gevaar dat spoorlopen inhoudt voor de veiligheid en stiptheid op het spoor
Veiligheid en preventie op het spoor
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie focust op twee hoofdproblemen op het Belgische spoor: kabeldiefstallen (vooral in Wallonië, met 255 gevallen in 2024, 1,6 miljoen euro schade en zware vertragingen) en intrusies op spoorwegen (646 incidenten in 2024, 5 doden, stijgende vertragingen). Infrabel zet in op technologie (GPS-trackers, drones, slimme hekken, camera’s), sensibilisering (VR-campagnes, escape games, getuigenissen) en repressie (boetes tot €500, samenwerking met politie en justitie), met lokale hotspots als prioriteit (bv. Walibi, stations in Henegouwen/Luik). De minister benadrukt versterkte grensoverschrijdende samenwerking (met Frankrijk/Nederland, EU-brede afstemming) en uitbreiding van surveillancetechnologie, maar erkent dat georganiseerde criminaliteit en mobiliteit van daders blijvende uitdagingen zijn. Concrete acties zijn onder meer extra camera’s in 2025, meer Securail-agenten en gerichte controles bij evenementen.
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, les vols de câbles continuent de nuire gravement à la sécurité et à la ponctualité ferroviaires. Le réseau belge, bien que pionnier en matière de modernisation, reste régulièrement ciblé. Début février 2025, un vol de câbles à Quévy a paralysé la circulation entre Mons et la frontière française. En novembre 2024, le même phénomène avait déjà touché la ligne Charleroi-Erquelinnes. En mars dernier, une opération conjointe franco-belge a permis la saisie de 3,6 tonnes de câbles volés dans des entreprises de recyclage, dont une partie appartenait à la SNCB. Ces faits ne sont malheureusement pas isolés.
Si Infrabel se réjouit d'une baisse notable du nombre de vols – passant de 451 en 2023 à 255 en 2024 – le fléau persiste, particulièrement en Wallonie, qui concentre près de 60 % des incidents, notamment dans les provinces de Liège (73 faits) et du Hainaut (69). Le préjudice financier reste lourd : 1,6 million d'euros en 2024, auxquels s'ajoutent 10.781 minutes de retards cumulés sur l'année.
Face à cela, Infrabel déploie plusieurs solutions : remplacement du cuivre par de l'aluminium, détection par boîtiers dissimulés, plaintes systématiques et poursuites judiciaires. En 2024, 22 condamnations ont été obtenues, avec des peines allant jusqu'à deux ans de prison.
Monsieur le ministre, quels moyens supplémentaires le gouvernement prévoit-il de mobiliser pour renforcer la prévention et la répression de ces vols? Le recours à la technologie (capteurs, drones, surveillance nocturne) va-t-il être intensifié à l'image de ce que fait la SNCF? Une meilleure coopération transfrontalière, notamment avec la France ou les Pays-Bas, est-elle envisagée pour endiguer ces réseaux souvent mobiles et organisés? Enfin, une campagne de sensibilisation est-elle prévue pour souligner les risques encourus et les conséquences de ces actes pour les auteurs comme pour les usagers?
Monsieur le ministre, les intrusions sur les voies ferrées restent une problématique sérieuse, tant du point de vue de la sécurité que de celui de la ponctualité du trafic ferroviaire. Début avril, Infrabel a tiré la sonnette d'alarme : en 2024, 646 intrusions ont été recensées sur le réseau, un chiffre en légère hausse par rapport à 2023 (632). Cette augmentation est en partie liée à une amélioration de la détection grâce à l'installation de nouvelles caméras et dispositifs de surveillance.
Derrière ces chiffres, ce sont surtout des vies humaines perdues. Cinq décès ont été déplorés en 2024, ainsi que trois blessés graves. En parallèle, l'impact sur le réseau est lourd : en moyenne, près de 11 heures de retards par jour ont été enregistrées, soit une hausse de 9 % sur un an. Ces incidents engendrent des conséquences importantes pour les usagers et pour la fluidité du trafic.
La répartition régionale est également interpellante: près de la moitié des signalements concernent la Flandre (48 %), contre 34 % en Wallonie et 18 % à Bruxelles. Infrabel et la Police des chemins de fer collaborent pour intervenir en flagrant délit, avec une attention accrue cette année sur les zones proches des événements à grande affluence comme les concerts ou parcs d'attractions.
L'accord de gouvernement met l'accent sur la sécurité ferroviaire, la modernisation des infrastructures et la prévention. Dans ce cadre, cette problématique mérite une attention prioritaire.
Monsieur le ministre, mes questions sont les suivantes:
Quelles mesures sont actuellement mises en œuvre pour renforcer la prévention des intrusions, notamment autour des zones à risque identifiées?
La couverture du réseau par les systèmes de surveillance sera-t-elle élargie, et selon quel calendrier?
Existe-t-il un plan de sensibilisation à destination des jeunes et du grand public pour rappeler les dangers de tels comportements?
La coordination entre Infrabel, la police et les communes pourrait-elle être renforcée pour prévenir ces actes, particulièrement en période d'événements publics?
Jean-Luc Crucke:
Monsieur Foret, aussi bien les intrusions sur les voies que les vols de câbles entraînent des répercussions négatives sur le réseau ferroviaire. La ponctualité pâtit encore parfois d'éléments extérieurs aux sociétés ferroviaires. La réduction de ces externalités négatives constitue donc une priorité pour garantir le service ferroviaire aux voyageurs et voyageuses.
En ce qui concerne les intrusions sur les voies, Infrabel envisage dans son plan d'action trois types de mesure. Outre les dispositifs de prévention relatifs à la sécurisation physique de l'infrastructure, caméras et clôtures, Infrabel prend un grand nombre de mesures visant la sensibilisation au danger que constituent les intrusions sur les voies. Le volet en rapport avec la répression complète ce plan d'action.
Sont tout d'abord prévues des mesures préventives, avec l'installation de clôtures intelligentes le long des voies et entre celles-ci: des tapis obstacles, des blocs de béton et des caméras. En 2024, Infrabel a équipé plusieurs gares et points d'arrêt de caméras de détection d'intrusions, comme Morlanwelz, Bockstael et Han. De plus, des opérations de contrôle ciblées sont menées en collaboration avec la police des chemins de fer. La couverture du réseau par des systèmes de surveillance sera étendue. En 2024, Infrabel a installé 607 mètres de clôtures et de portails pour sécuriser les hotspots des zones telles que L15 Herentals, L35 Holsbeek et L58 Gand. Le projet d'installation de caméras de détection d'intrusions va se poursuivre cette année. Cette extension est basée sur des études de sécurité réalisées en vue d'identifier et sécuriser les zones potentiellement critiques.
Infrabel prend également un grand nombre de mesures visant à sensibiliser au danger des intrusions sur les voies. Les actions suivantes sont entreprises:
- campagne basée sur la réalité virtuelle dans les écoles à proximité des hotspots ;
- campagne Not Spot réalisée à la fin 2024 et diffusée sur l'ensemble des réseaux sociaux à destination du grand public afin de sensibiliser au fait de ne pas se trouver à proximité d'un domaine ferroviaire;
- le jeu Code Rails . Infrabel propose un escape game sur son site internet, jeu d'aventure coopératif à destination des 12-18 ans;
- La parole à ceux qui restent . Infrabel a recueilli le témoignage de six personnes ayant vécu de près des drames liés aux comportements dangereux aux abords des voies. Ces témoignages sont disponibles sur la chaîne YouTube.
En termes de répression, Infrabel collabore activement avec la SNCB, Securail et la police ferroviaire (direction de la police des chemins de fer SPC) pour agir dans les hotspots afin de verbaliser les comportements incorrects et dangereux. Depuis 2025, la police des chemins de fer, en concertation avec Infrabel, lance ses contrôles répressifs à proximité des centres de loisirs et de parcs à thème, ce qui a par exemple été le cas il y a quelques semaines à proximité directe de Walibi.
Je tiens à rappeler que les personnes prises en flagrant délit d'intrusion sur les voies et dans les parties d'infrastructures ferroviaires non accessibles au public s'exposent à une lourde amende de 300 à 500 euros, en cas de récidive. Pour les mineurs, le montant peut atteindre 175 euros.
En ce qui concerne la coopération transfrontalière, je me suis entretenu la semaine dernière avec le CEO d'Infrabel en demandant qu'une analyse soit réalisée sur les pratiques des pays au sein de l'Union européenne. Ce retour sera pour moi une occasion d'identifier les différents éléments qui pourraient être portés au niveau de l'Union européenne en matière de coopération.
En ce qui concerne les vols de câbles, Infrabel poursuit ses importants efforts, notamment le recours à différentes technologies, ce qui inclut l'utilisation des traceurs GPS pour faciliter l'intervention rapide des forces de l'ordre. Ces traceurs ont d'ailleurs montré toute leur utilité en permettant, en collaboration avec les forces de police, l'arrestation de voleurs il y a quelques semaines de cela. Infrabel plaide également pour l'utilisation de drones pour des missions de surveillance plus efficaces. Un panel important de dispositifs est mis en place pour améliorer la détection et la prévention des vols de câbles sur les réseaux ferroviaires.
Étant donné l'implication des bandes organisées qui franchissent parfois les frontières, la coopération internationale peut constituer un élément pour anticiper et réprimer ces délits de manière plus efficace. Il est en tout cas certain qu'une bonne coopération avec les forces de l'ordre constitue un élément important pour mieux anticiper et réprimer les délits de vol de câbles. Les retours d'expérience des années passées montrent que la collaboration avec la police et la justice a déjà permis de réduire temporairement le nombre de vols. Comme je l'ai dit plus tôt, je me suis entretenu avec le ministre de l'Intérieur, M. Quintin, de manière à pouvoir utiliser les agents de Securail dans le cadre d'une meilleure collaboration entre l'Intérieur et la Mobilité.
Infrabel transmet régulièrement des informations aux forces de l'ordre et plaide pour une utilisation accrue de moyens de détection plus précis et de drones. Des actions coordonnées dans les zones les plus touchées ont également montré leur efficacité. Enfin, Infrabel prévoit des campagnes de sensibilisation pour renforcer la vigilance des citoyens, en particulier des riverains du domaine ferroviaire. Infrabel mène en outre, via une pluralité de canaux, de très nombreuses campagnes de sensibilisation aux dangers de l'intrusion sur les voies. Je souhaite encourager le gestionnaire à poursuivre et intensifier autant que possible ses programmes de sensibilisation à la problématique des intrusions sur les voies et à lutter contre les fléaux que constituent le vol de câbles et autres atteintes à l'infrastructure ferroviaire.
Gilles Foret:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses.
Het prijsplafond voor senioren bij de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS voert een nieuwe tariefstructuur in met kortingen voor senioren, jongeren (<26) en BVT-rechthebbenden, waaronder een plafond van 5,5 euro per rit (dalender dan het oorspronkelijke seniorenplafond van 14 euro) en een goedkopere voordeelkaart (32 euro/jaar) voor extra daluurkorting. Minister Crucke bevestigt dat het voorstel van het RGCT (uitbreiding plafond) deels is overgenomen, maar niet expliciet voor het plafond zelf, alleen voor algemene kortingen en lage maximumtarieven. Troosters blijft ontevreden over het ontbreken van een duidelijk antwoord op de plafonduitbreiding voor alle drie de groepen. Overleg met het RGCT vond plaats, maar concrete toezeggingen over het specifieke plafondvoorstel blijven uit.
Frank Troosters:
Ik verwijs opnieuw naar de ingediende vraag.
De NMBS maakte recent de details van haar toekomstige aanpassingen aan haar tariefstructuur bekend. Senioren zullen in de toekomst 40 procent van het standaardtarief voor een tweede-klasse ticket moeten betalen. Tegen een meerprijs van 6 euro per maand of 48 euro per jaar zullen ze een bijkomende voordeelkaart kunnen aanschaffen. Die kaart zou hen een bijkomende korting van 40 procent opleveren voor reizen tijdens de daluren. Bijkomend zou er een tariefplafond op 14 euro per rit vastgesteld worden (tweede klasse op elk tijdstip geldig).
Het Raadgevend Comité van de Treinreizigers (RGCT) beveelt echter aan om dit prijsplafond voor senioren uit te breiden tot jongeren onder de 26 jaar en voor mensen met een BVT-statuut (Begunstigde Verhoogde Tegemoetkoming).
Heeft de minister kennis genomen van bovenvermeld voorstel van het RGCT?
Is de NMBS bereid om dit voorstel in overweging te nemen? Zo ja, zal hierover overleg met het RGCT gehouden worden? Zo neen, waarom niet?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, zoals ik tijdens de vergadering van 12 maart 2025 heb gezegd, zal de NMBS op het einde van het jaar een nieuw tarievengamma introduceren dat is goedgekeurd door de raad van bestuur. Globaal gezien worden treinreizen goedkoper, vooral tijdens de daluren, in het weekend en voor frequente treinreizigers. Voortaan zullen voor alle afstanden procentuele kortingen gelden, met extra voordelige tarieven voor jongeren, senioren en rechthebbenden op een verhoogde tegemoetkoming. De hervorming geldt voor tickets maar niet voor de abonnementen.
Ik kan u garanderen dat het voorstel van de NMBS veel voordeliger is voor senioren, jongeren en rechthebbenden op een verhoogde tegemoetkoming, wat u ook meegeeft. Zo zal de voordeelkaart voor die drie groepen geen 6 euro per maand of 48 euro per jaar kosten maar wel respectievelijk 4 euro en 32 euro. Daarmee krijgen zij inderdaad recht op een bijkomende korting van 40 % tijdens de daluren en op een extra laag maximumtarief van 5,5 euro per rit.
De voordelen gelden dus voor drie specifieke doelgroepen, waardoor zij in een dergelijk geval vaak minder betalen dan vandaag. Daarmee is de NMBS in grote mate tegemoetgekomen aan een aantal bezorgdheden die het CCVF heeft geuit. Het doel van de tariefhervorming is de trein aantrekkelijker te maken, vooral voor de doelgroepen jongeren en senioren.
Tot slot heb ik op 25 april 2025 een ontmoeting gehad met de voorzitter van het CCVF. Ik heb het belang van de adviezen van het CCFV in de context van het spoorwegbeleid en uiteraard in de context van de tarievenhervorming kunnen herhalen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik blijf enigszins op mijn honger. De vraag ging vooral over het tarievenplafond voor senioren. Het Raadgevend Comité van de Treinreizigers had aanbevolen dat plafond ook uit te breiden naar jongeren jonger dan 26 jaar en naar mensen met het statuut van begunstigde verhoogde tegemoetkoming. Ik heb daar op zich geen bevestiging van gehoord. Wij zullen dus blijven opvolgen hoe een en ander evolueert. Ik dank u voor uw antwoord.
Het station Hasselt
Het station van Hasselt
Hasselt station
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De energetische renovatie van station Hasselt is opgenomen in het NMBS-masterplan, maar hangt af van beschikbare investeringsmiddelen—risico’s blijven onder de Arizona-regering, zonder garanties op behoud van budget. Concrete timing en budget zijn nog onbekend, maar recente upgrades (verhoogde perrons, liften, ledverlichting, extra spoor) verbeterden toegankelijkheid en capaciteit. Een volledige stationrenovatie staat niet gepland en heeft geen budget. De minister bevestigt enkel de energiefocus, zonder zekerheid over uitvoering of middelen onder de nieuwe regering.
Frank Troosters:
De NMBS bevestigt plannen te hebben om het station van Hasselt energiezuiniger te zullen maken. Dit zal gebeuren binnen het masterplan voor de 'energetische renovatie van alle stationsgebouwen'.
De nodige financiële middelen zijn in het kader van dit masterplan voorzien. De NMBS stelt echter dat indien de nieuwe Arizona-regering aan de investeringsmiddelen van de NMBS zou raken het hele energie-renovatieproject mogelijk niet uitgevoerd zal kunnen worden.
Bijkomend verduidelijkt de NMBS ook om helemaal geen plannen te hebben om het station van Hasselt zelf te renoveren: ' er is hiervoor geen plan en evenmin zijn hiervoor financiële middelen voorzien', klinkt het.
Is er intussen zicht op de concrete timing voor de energie-renovatiewerken aan het station van Hasselt?
Welk is de aard van de werken die zullen uitgevoerd worden?
Welk is het voorziene budget voor de energetische renovatie van het station van Hasselt?
Garandeert de minister dat de Arizona-regering niet zal raken aan de investeringsmiddelen voor de NMBS? Op welke wijze garandeert de minister het effectief uitvoeren van de energie-renovatieplannen in het station van Hasselt?
Kan de minister bevestigen dat er onder de Arizona-regering geen middelen voor de NMBS zullen beschikbaar zijn om het station van Hasselt zelf helemaal te renoveren?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, ik kan u meegeven dat de volledige energierenovatie van het stationsgebouw van Hasselt is opgenomen in het masterplan van de energierenovaties in de stationsgebouwen van de NMBS. De energierenovatie past in de bredere toepassing van de NMBS om haar patrimonium energie-efficiënter en toekomstgericht te maken. De uitvoering van het project blijft echter onder voorbehoud van de beschikbaarheid van de nodige investeringsmiddelen. Op dit moment is het dan ook nog te vroeg om een concrete timing te communiceren.
In afwachting van de energierenovatie zijn er de voorbije maanden en jaren al belangrijke verbeteringen aan het station van Hasselt gerealiseerd. Alle perrons werden een halve meter verhoogd tot een hoogte van 76 cm. De perrons werden overdekt en uitgerust met nieuwe schuilhuisjes, zitbanken en energiezuinige ledverlichting. Vanuit de onderdoorgang, die samen met de perrons de komende maanden wordt afgewerkt, is elk perron bereikbaar met een lift en een roltrap. Voor de toegankelijkheid van blinden en slechtzienden werden geleidingslijnen en speciale tegels aangebracht.
Bovendien kreeg het station een tiende doorlopend spoor. In april 2024 werd daarvoor perron A in gebruik genomen, waaraan voornamelijk treinen van en naar Mol stoppen. De treinen hebben Hasselt als eindhalte en veranderen van rijrichting. Dankzij die capaciteitsuitbreiding kan het treinverkeer in Hasselt vlotter verlopen en is er ruimte voor een uitbreiding van het treinaanbod in de toekomst.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Voorzitter:
Vraag nr. 56004405C van mevrouw De Knop is uitgesteld. Aan de orde zijn de samengevoegde vragen nrs. 56004429C en 56004701C van de heer Thiébaut. Ik zie hem niet in de zaal.
Het verplaatsen van het station Charleroi-West
Het station Charleroi-West
Het station Charleroi-West: verplaatsing en ontwikkeling
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het verplaatsen van station Charleroi-Ouest (naar La Planche/Dôme) – onderdeel van *Charleroi-Métropole’s mobiliteitsplan* – staat niet in de investeringsplannen 2023-2032 van SNCB/Infrabel, maar wordt herbeoordeeld bij de tussentijdse evaluatie (*mid-term review*) van hun contracten, op vraag van het stadsbestuur en om de bereikbaarheid (o.a. voor studenten richting Louvain-la-Neuve) te optimaliseren. De minister belooft actief druk te zetten voor een objectieve haalbaarheidsstudie, inclusief financieringsopties en dienstcontinuïteit, maar benadrukt de complexiteit (infrastructuur, wegaanpassingen, reizigersimpact).
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, lors de la précédente mandature, la SNCB avait confirmé avoir été informée d’une demande pour déplacer la gare de Charleroi-Ouest, située actuellement dans l’intra-ring carolo, et la replacer en dehors de celui-ci, entre le quartier de LaPlanche et le complexe du Dôme. À l’époque, la SNCB avait indiqué qu’il s’agissait d’une décision complexe.
Ce déplacement est l’un des éléments du plan de mobilité de la Charleroi- Métropole. L’objectif derrière celui-ci est, entre autres, d’imposer une plus grande distance avec la gare de Charleroi-Central et de renforcer ainsi le rayon d’attraction du réseau SNCB et d’améliorer le service aux usagers et navetteurs.
Sous la précédente mandature, la ville de Charleroi avait été concertée sur le sujet de ce déplacement et le projet avait fait l’objet d’une première étude d’opportunité par la SNCB.
Mes questions, monsieur le ministre, sont:
- Quel est le suivi de cette étude d’opportunité?
- Quels sont les scénarios actuellement envisagés?
- Quelles sont les pistes de financement envisagées pour ce projet de déplacement?
- Étant donné que la gare de Charleroi-Ouest est fréquentée, notamment par des étudiants qui doivent rejoindre Louvain-la-Neuve en passant par Ottignies, et que le confort de cette ligne est essentiel, quelles sont les mesures envisagées pour garantir un service optimal aux usagers pendant et après ce potentiel déplacement?
Voorzitter:
M. Bayet étant absent, je donne la parole à monsieur le ministre.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur Dufrane, l'éventuel déplacement de la gare de Charleroi-Ouest est un dossier complexe, et ce depuis le début de son étude en 2017. Il ne s’agit pas uniquement de la fermeture de cette gare de Charleroi-Ouest et de l’ouverture d'une nouvelle halte à La Planche. Le projet inclut également la suppression du passage à niveau, la construction d’un contournement routier et l’aménagement d’une nouvelle gare.
La SNCB a pris acte de la demande reprise dans le plan urbain de mobilité de Charleroi-Métropole, visant à étudier la pertinence de la fermeture de la gare de Charleroi-Ouest et la création d’un point d’arrêt au niveau du passage à niveau actuel, au lieu-dit La Planche.
La SNCB agit dans le cadre du contrat de service public approuvé par le gouvernement fédéral fin décembre 2022. En lien avec le contrat de performance d’Infrabel, les plans d’investissement pluriannuels 2023-2032 ont été établis.
Les priorités d’investissement sont alignées sur les objectifs politiques définis dans les deux contrats. Le déplacement de la gare de Charleroi-Ouest ne figure pas dans ces plans d’investissement. Néanmoins, dans le cadre du mid-term review , les contrats de gestion des deux entreprises ferroviaires seront évalués et certains projets d'investissement pourraient être étudiés.
Je demanderai évidemment à la SNCB et à Infrabel de tenir compte des données objectives afin d’étudier la possibilité de déplacer la gare de Charleroi-Ouest. Je le ferai dès maintenant, sans attendre la réunion sur place, car je crains qu’il ne soit trop tard autrement. Soyez donc assuré de mon engagement sans tabou pour répondre aux attentes légitimes des voyageurs et voyageuses carolos.
Anthony Dufrane:
Je vous remercie, monsieur le ministre, de vous inquiéter de ce dossier et ne manquerai pas de rester attentif au suivi de celui-ci. Je vous remercie également pour vos réponses.
De heropening van een stopplaats in Bomerée
De sluiting van NMBS-stations
Heropening en sluiting van NMBS-stopplaatsen en -stations
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de (her)opening en sluiting van spoorwegstations in Wallonië, met focus op Bomerée (potentiële heropening als knooppunt) en 20 minder gebruikte stations (waaronder Hourpes, waar sluiting dreigt). Het beleid baseert zich op criteria uit het dienstverleningscontract (passagierspotentieel, intermodaliteit, kosten, impact op netwerk), waarbij overleg met lokale actoren en alternatieven (bv. TEC-bussen) centraal staan, maar concrete cijfers (besparingen, kostenschattingen) en tijdslijnen ontbreken. Kritiek luidt dat sluitingen klimaatdoelen ondermijnen en dat revitalisering van stations (samen met lokale partners) beter is dan vervanging door bus/auto. De minister benadrukt geen definitieve lijsten te hebben, maar houdt alle opties open binnen de vastgelegde kaders.
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, dans le cadre du plan de mobilité de Charleroi Métropole, une des demandes portées par la ville de Charleroi consiste en la réouverture du point d’arrêt de Bomerée.
Il n’est pas inutile de rappeler que la gare de Bomerée est une ancienne gare ferroviaire belge, aujourd’hui détruite, de la ligne 132 Charleroi-Couvin, située sur le territoire de la commune de Montigny-le-Tilleul. Deux voies sont toujours présentes et les trains y circulent toujours, mais aucun point d’arrêt n’a subsisté.
Bomerée présente un potentiel de nœud de correspondance secondaire majeur pour le sud de l’agglomération de Charleroi. Sa position géographique, à l’intersection d’axes routiers importants et sur la ligne ferroviaire 132, en fait un lieu idéal pour un point d’arrêt. Cela permettrait d’améliorer l’accessibilité ferroviaire au sud de Charleroi, de faciliter les correspondances avec le réseau de bus, de desservir les zones résidentielles et commerciales, et d’offrir une alternative à la voiture pour rejoindre le centre-ville et le réseau ferroviaire national.
À l’époque, les coûts de réalisation d’un point d’arrêt avaient été estimés, notamment par le SPW Mobilité.
Monsieur le ministre, la réouverture du point d’arrêt de Bomerée est-elle actuellement envisagée ou en cours de réflexion? Si la réouverture n’est pas actuellement envisagée, serait-il possible d’obtenir l’avis de la SNCB et d’Infrabel sur le sujet ainsi que les estimations de coûts qui avaient été formulées à l’époque?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, dans le journal Le Soir du 5 avril 2025, en réaction au projet de fermeture potentielle de 20 gares de la SNCB, vous indiquiez qu’une telle décision ne pourrait être prise que si “un certain nombre de critères assez précis” étaient rencontrés. Pourriez-vous me préciser la nature exactes de ces critères?
Dans ce cadre, vous évoquiez, notamment, des synergies potentielles qui pourraient être mises en place avec le TEC en cas de fermeture d’une de ces gares. Pourriez-vous pour les gares m’indiquer quelles sont les alternatives concrètes qui sont analysées pour les cas spécifiques des gares de : Marchienne-Zone, Hourpes, Erquelinnes-Village, La Buissière, Hainin, Masnuy-Saint-Pierre, Harchies et Callenelle?
Quel est par ailleurs votre calendrier de travail?
En outre, pourriez-vous m’indiquer quel est le montant des économies qui seraient réalisées par la SNCB en cas de fermeture de ces 20 gares?
Enfin, pour ce qui concerne, précisément, le point d’arrêt de Hourpes où la route d’accès au hameau ne permet probablement pas à un bus de fréquenter les lieux, quelles sont les solutions envisagées?
Je vous remercie pour vos réponses.
Jean-Luc Crucke:
L’accord de gouvernement prévoit que la desserte ferroviaire soit adaptée aux évolutions de la demande, qu’elle soit actuelle ou potentielle. Cela signifie concrètement qu’il doit être possible d’ouvrir de nouveaux arrêts là où se développent de nouvelles concentrations de logements, mais aussi de fermer certains arrêts aujourd’hui désertés par les usagers.
Lors de mon intervention en séance plénière du 13 mars dernier à la Chambre, j’ai rappelé que l'accord de gouvernement prévoit également la confirmation du contrat de service public avec la SNCB, du contrat de performance Infrabel, ainsi que des plans pluriannuels d’investissement. Dans ce cadre, la SNCB est donc autorisée à lancer des projets de modification des services, qu’il s’agisse de l’ouverture ou de la fermeture de gares, conformément aux critères repris au fameux article 9 du contrat de service public que vous commencez sans doute à connaître par cœur – moi aussi. Les critères pris en compte incluent notamment le nombre de passagers potentiels dans un rayon de deux kilomètres autour de l’arrêt prévu, les projets visant à augmenter la densité ou à développer des services susceptibles d’attirer de nouveaux usagers, l’impact en termes de passagers perdus par jour et par train, les coûts marginaux d’exploitation et d’investissement, l’impact sur la vitesse commerciale, sur la performance globale du réseau et sur la capacité de la ligne concernée, les services de transport existants, la distance jusqu’à la gare la plus proche et l’accessibilité de la zone concernée par le rail.
À partir des critères repris, j’ai échangé avec mes collègues régionaux compétents en matière de mobilité lors de la Conférence interministérielle (CIM) de la Mobilité du 27 mars dernier. Les ministres régionaux de la Mobilité et moi-même nous sommes entendus, d’une part sur l’importance d’une véritable concertation avec les acteurs locaux pour tout projet d’arrêt et de desserte d’arrêt, et d’autre part sur la nécessité d’une alternative intermodale concrète pour les voyageurs dont l’arrêt ne serait plus desservi par la SNCB. Cette décision de la CIM a été transmise par courrier à la SNCB le 23 avril dernier. Dans ce cadre, et conformément à l’accord de gouvernement, des synergies peuvent être envisagées avec des opérateurs de transports régionaux, comme le TEC, afin de garantir une continuité de service public en cas d’adaptation de la desserte ferroviaire. Le dialogue avec les autorités locales est également primordial.
Enfin, à ce jour, je peux vous garantir que je n’ai reçu aucune liste, que ce soit pour lancer des projets de desserte de nouvelles gares ou pour l’arrêt de la desserte d’autres gares. Je reste néanmoins particulièrement attentif à la desserte des points d’arrêt, et sans tabou. J’étudierai toutes les possibilités qui respectent les critères énoncés dans le contrat de service public.
Anthony Dufrane:
Merci monsieur le ministre. Je prends bonne note de votre réponse. Je tiens à dire que beaucoup de critères que vous avez énoncés sont ici remplis, soit l'augmentation de la densité de la population, les activités commerciales et aussi l'intermodalité, avec le bus qui est prévu à cet arrêt. Je ne manquerai pas de suivre le dossier et de revenir avec des questions sur celui-ci.
Sarah Schlitz:
Merci monsieur le ministre. Vous avez repris les éléments des réponses que vous m'avez déjà données sur des questions similaires. Je ne dirai pas que j'ai appris grand-chose cet après-midi, malheureusement. La concertation avec les acteurs locaux me semble un peu plus présente que les fois précédentes. Non? Laissons tomber. Par contre, je n'ai pas reçu de réponse concernant les montants des économies qui seraient réalisées en cas de fermeture des 20 gares en question ni sur le point d'arrêt de Hourpes. Fermer des gares en 2025, à l'heure de la crise climatique, est une hérésie. Quand une gare va mal, il faut se demander pourquoi et mettre en place un plan d'action avec les acteurs locaux, les commerces et autres forces vives pour la revitaliser et en faire une vraie alternative à la voiture, et non pas proposer le bus ou la voiture en remplacement. C'est vraiment aller contre le sens de l'histoire. Nous continuerons donc à poser nos questions concernant ce projet qui continue d'être extrêmement flou et qui inquiète beaucoup sur le terrain.
Bosbranden en de veiligheid langs het spoorwegnet
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om incendies langs spoorwegtaluds in Luik tijdens droogte, met vragen over preventieve maatregelen van Infrabel. Minister Crucke benadrukt dat Infrabel risicoactiviteiten (zoals lassen) strikt reguleert, taluds onderhoudt als brandwerende zone en samenwerkt met hulpdiensten, maar dat het recente vuur op privéterrein lag en geen spoorinfrastructuur trof. Hij kondigt een federaal klimaatrapport aan om regio’s en federale actoren beter voor te bereiden op toekomstige bosbranden door klimaatverandering. Foret onderstreept het belang van proactieve coördinatie tussen overheden en sectoren om risico’s te beperken.
Gilles Foret:
Vous avez perçu un bon petit rapport! Cela fait toujours du bien de rire à cette heure-ci!
Monsieur le ministre, ma question se rapporte à différents incendies qui se sont déclarés en région liégeoise, dont certains aux abords des talus du réseau ferroviaire.
Quelles sont les mesures prises pour y remédier? Nous connaissons actuellement des épisodes de grande sécheresse. Bien évidemment, les talus sont propices à ces différents départs de feu, puisque des étincelles peuvent provenir de l'activité ferroviaire ou de certains travaux. C'était l'occasion de pouvoir faire le point avec vous et de connaître les réponses qu'Infrabel pourrait nous apporter en précisant les précautions qu'elle prend en la matière.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur Foret, l’incendie que vous évoquez a débuté dans un bois privé, à proximité d’un chantier géré par la commune de Vielsalm. Ce chantier consistait en la pose de clôtures et n’impliquait aucune ressource d’Infrabel. L’infrastructure ferroviaire n’a subi aucun dommage.
Le plan de maintenance d’Infrabel prévoit des visites périodiques de la voie et de ses abords. Ces visites visent notamment à identifier les zones à désherber, les pistes et la plateforme de la voie, ainsi que les arbustes à couper, notamment sur les talus, par les équipes d’entretien.
En outre, concernant la prévention des incendies, Infrabel a identifié les activités à risque et, en corollaire, les mesures de prévention à appliquer. Parmi ces activités à risque figurent le soudage et le meulage des rails. Pour ces activités, les fiches de travail définissent les modes opératoires et les équipements à prévoir, tels que la présence d’extincteurs pour les opérations de soudage ou d’une citerne d’eau pour le train meuleur.
Enfin, le personnel de surveillance d’Infrabel est formé pour appeler les services de secours ou le centre de dispatching en charge de la coordination entre les services secours et les autorités compétentes.
Le modèle organisationnel d’Infrabel repose sur 11 régions couvrant l’ensemble du réseau ferroviaire. Ces régions assurent un rôle de proximité et de centralisation avec les différentes autorités concernées et sont aptes à intervenir en cas d’urgence.
Infrabel collabore régulièrement avec le DNF. Le domaine ferroviaire est par ailleurs considéré comme un coupe-feu vu l'absence de végétation qui caractérise la plateforme ferroviaire.
Plus fondamentalement encore, mon administration du Climat a sorti un rapport assez intéressant sur les risques d'incendie liés à la sécheresse et la lutte contre le réchauffement climatique. Je vais demander à cette cellule de mon cabinet de communiquer ce document à l'ensemble des Régions, de manière à ce qu'elles puissent prendre les mesures d'adaptation nécessaires, car ce phénomène va se poursuivre, j'en suis persuadé. Cela vaut également pour le fédéral. La SNCB est, comme vous l'avez vu, déjà engagée en la matière. Cela me permettra également d'avoir une vue globale sur l'ensemble des compétences fédérales en termes d'adaptation aux incendies de forêt.
Gilles Foret:
Merci pour vos réponses. Nous devons en effet adapter notre territoire et nos processus à ces changements climatiques. Les incendies en font partie: même s'il y en a déjà eu par le passé, ils vont malheureusement s'accélérer. Il est important d'avoir des processus qui anticipent et qui permettent une coordination efficace entre les différents acteurs concernés. Je vous remercie d'avoir intégré cette problématique dans votre approche plus globale en termes d'adaptation du territoire et de la prévention des risques liés aux incendies liés à la sécheresse.
Het aantal seinvoorbijrijdingen door treinen en de perspectieven voor meer veiligheid
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
In 2024 registreerde België 51 signaloverschrijdingen (daling t.o.v. 2023), vooral door menselijke fouten (distractie, observatie, routine), met ETCS als cruciale veiligheidsbarrière die collisies voorkwam. Het systeem dekt nu 79% van het hoofdnet en moet tegen december 2025 100% operationeel zijn, met verplichte compatibiliteit voor alle treinen via het *AR Sillons*-kader. Naast technologische upgrades ligt de focus op risicobeheer en menselijke factoren, met aangepaste trainingen (via *SSICF*) en tweemaandelijkse werkgroepen (Infrabel) om kennisuitwisseling en bewustwording bij spooroperators te versterken.
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, en 2024, 51 trains ont franchi un signal rouge sur les lignes principales du réseau ferroviaire belge, sur un total d'environ 1,5 million de circulations. S'il s'agit d'une légère diminution par rapport à 2023 (54 cas), chaque franchissement représente un risque majeur en matière de sécurité ferroviaire.
Parmi ces incidents, 14 se sont produits à hauteur d'intersections, où le risque de collision devient critique. Heureusement, aucun accident n'a été à déplorer, notamment grâce à l'intervention du système européen de contrôle des trains (ETCS), qui a permis de stopper les trains avant qu'ils ne deviennent dangereux.
La Belgique reste l'un des pays les plus avancés en Europe pour le déploiement de l'ETCS : à la fin 2024, 79 % des lignes principales (soit plus de 5.000 km) en étaient déjà équipées. Ce système, capable de surveiller la vitesse et d'intervenir automatiquement sur les freins, a prouvé son efficacité : selon Infrabel, il a empêché toute collision lors de franchissements accidentels de signaux rouges.
L'accord de gouvernement prévoit la poursuite des investissements dans la sécurité ferroviaire et l'accélération de la modernisation du réseau, notamment par l'extension de l'ETCS à l'ensemble du territoire d'ici 2025.
Monsieur le ministre, mes questions sont les suivantes:
Pouvez-vous dresser un bilan précis des franchissements de signaux rouges en 2024, en détaillant les causes principales et les types de trafic concernés (voyageurs/fret)?
Quels enseignements tirez-vous de l'efficacité de l'ETCS dans la prévention des accidents, et dans quelle mesure les objectifs de couverture totale pour fin 2025 seront-ils respectés?
Quel accompagnement est prévu pour les opérateurs ferroviaires afin de s'assurer que tous les véhicules roulants soient compatibles avec l'ETCS dans les délais?
Enfin, quelles campagnes de sensibilisation ou dispositifs de formation sont envisagés pour renforcer la vigilance des conducteurs de train face à ce type d'incident, même en présence de systèmes automatisés?
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses et pour votre engagement à garantir un réseau ferroviaire toujours plus sûr pour les passagers, les marchandises et les personnels de terrain.
Jean-Luc Crucke:
En 2024, 51 franchissements de signaux rouges se sont produits en voie principale, dont sept franchissements de trains de travaux, 15 franchissements de trains de marchandises et 29 franchissements de trains de voyageurs.
Sachant que plusieurs causes peuvent être à l'origine d'un seul franchissement, 90 causes ont été identifiées pour ces 51 franchissements. Les causes principales sont, par ordre de grandeur, une erreur de distraction (38), une erreur d'observation (16) et une erreur due à l'habitude (15). Les contributions des autres causes sont limitées à une à cinq par cause.
Le système ETCS, comme vous l'avez dit, contribue à réduire le nombre d'atteintes du point dangereux lors d'un franchissement de signal.
Au 31 décembre 2024, 79 % des voies principales étaient déjà équipées de l'ETCS. L'objectif reste d'atteindre 100 % d'équipement des voies principales d'ici au 14 décembre 2025, comme indiqué dans l'arrêté royal du 6 décembre 2020 déterminant les exigences applicables au matériel roulant pour l'utilisation des sillons, en abrégé l'AR sillons. L'AR sillons détermine, dans le point 12.2.1 de son annexe, les systèmes de sécurité et les dates limites permises aussi bien au niveau de l'infrastructure qu'à bord du matériel roulant de tous les opérateurs.
Cet arrêté royal prévoit depuis 2018 que le seul système de sécurité autorisé à partir du 14 décembre 2025 est l’ETCS. Il y a trois technologies d'ETCS prévues en Belgique, notamment l'ETCS L1 LS, l'ETCS L1 FS et l'ETCS L2 FS.
La carte technologique de l'infrastructure est publiée par Infrabel. L'opérateur est responsable pour la vérification et la compatibilité de son matériel utilisé avec l'itinéraire prévu.
L'introduction de l'ETCS entraîne en effet une modification de risque. L'ETCS fournit une intervention technologique qui réduit considérablement le risque d'une collision de train et le risque de déraillement suite à une survitesse. Pour que ces technologies soient pleinement efficaces, il est nécessaire d'adapter la gestion des risques des utilisateurs ferroviaires.
En outre, il y a un changement d'orientation vers plus d'attention pour les facteurs humains et organisationnels, en particulier pour les situations qui peuvent causer une défaillance d'une ou de plusieurs fonctionnalités ou interventions appropriées dans leurs établissements. Il s'agit d'une tâche pour les usagers du rail qui conduit également à une adaptation substantielle de la formation des conducteurs de train, en mettant particulièrement l'accent sur la sensibilisation aux nouveaux facteurs de risque. Le Service de Sécurité et d'Interopérabilité des Chemins de Fer (SSICF), également connu sous le nom de NSA Rail Belgium, placé sous la tutelle de ma collègue Mme Matz, joue un rôle important de sensibilisation et de formation à cet égard.
Infrabel organise par ailleurs deux fois par an un groupe de travail dédié au franchissement de signaux rouges auquel toutes les entreprises ferroviaires sont invitées à participer. Cette réunion essentielle exerce un impact positif offrant une occasion précise d'échanges constructifs ainsi que de partages de connaissances et de méthodes.
Gilles Foret:
Merci, monsieur le ministre, pour la précision de vos réponses. J'en profite aussi pour remercier vos équipes pour l'ensemble des réponses qui ont été apportées aux différentes questions. Je vous souhaite une excellente soirée.
Voorzitter:
Vraag nr. 56004606C van mevrouw Gielis werd omgezet in een schriftelijke vraag.
De massale uitstroom van treinbestuurders
De uitstroom van spoorpersoneel wegens de aangekondigde pensioenhervorming
Pensioenhervorming en personeelsuitstroom bij de spoorwegen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sarah Schlitz waarschuwt voor verhoogde uitstroom van SNCB-treinbestuurders door aantrekkelijkere privésector-voorwaarden en dreigende pensioenaanpassingen (verlaging leeftijd/toegang), maar minister Crucke ontkent massale vertrekken: slechts 1,7% (54/3.300) stopte jaarlijks, vooral omwille van jobinhoud, niet loon. Hij benadrukt succesvol wervingsbeleid (400+ in 2023, gelijkaardige doelstellingen voor 2025) en blijvende aantrekkingskracht van de functie, hoewel Schlitz vreest voor toekomstige effecten door recente regering-Arizona-maatregelen en belooft opvolging met nieuwe vragen.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, nous avons déjà évoqué cette question lors de notre précédente commission, au moment où les nouvelles sur les pensions venaient de tomber. Vous m'aviez alors répondu que vous n'aviez pas encore d'informations concrètes sur les potentiels départs suite aux annonces de réduction des droits, de réduction de l'accès à la pension et du statut des travailleurs cheminots. Or, moi j'ai des retours du terrain qui montrent qu'il y a des départs en raison des conditions plus attractives dans le privé qu'à la SNCB.
Depuis lors, monsieur le ministre, avez-vous obtenu des informations supplémentaires? Ou devrais-je revenir avec une question dans quelques semaines?
Jean-Luc Crucke:
Vous pouvez toujours revenir à toutes les questions, c'est votre droit le plus strict. J'ai bien pris connaissance de vos constats, mais des retours que j'ai et que je continue à avoir de la SNCB, il faut nuancer ce propos. Il n'y a pas de départs massifs des conducteurs de train à la SNCB. Comme je vous le disais lors de la dernière commission parlementaire, les constats actuels sont que les sélections se déroulent bien et que les entreprises publiques ont encore beaucoup de candidats intéressés.
Sur les quatre dernières années, le nombre maximal de démissions enregistrées s'élève à 54 conducteurs, soit à peine 1,7 % de l'ensemble des conducteurs de train; ils sont plus ou moins 3 300. Il s'agit donc d'un pourcentage, reconnaissez-le, très limité. Les raisons évoquées lors des entretiens de sortie concernent principalement le contenu même de la fonction.
Il est à noter que les conducteurs qui démissionnent ne nous communiquent pas systématiquement leur nouvel employeur. Par ailleurs, la SNCB a réussi à recruter un grand nombre de conducteurs de train ces dernières années et à combler les besoins. Plus de 400 recrutements ont été réalisés l'année dernière et les perspectives pour 2025 s'inscrivent dans la même dynamique.
Cela montre que la profession de conducteur de train reste, me semble-t-il, attractive. Je peux vous assurer que je continuerai à assurer l'état des recrutements et veillerai à ce que la SNCB reste compétitive sur le marché du travail, mais je sais que vous y serez également attentive.
Sarah Schlitz:
Merci, monsieur le ministre. J'entends que vous n'avez pas de chiffres récents à propos des départs qui auraient eu lieu pendant les quelques semaines qui viennent de s'écouler, en fait depuis la formation du gouvernement Arizona. Selon les retours que j'ai du terrain, il y a des personnes qui saisissent d'autres opportunités en voyant la future réduction de l'accès à une pension anticipée ou la réduction du montant de la pension. Il faut vraiment y être très attentif. Je reviendrai donc vers vous avec d'autres questions dans les semaines qui viennent.
Voorzitter:
Vraag nr. 56004635C van mevrouw Cuylaerts wordt uitgesteld.
Het opnemen van uitgaven voor spoorweginfrastructuur in de Belgische defensie-uitgaven
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België wil militaire uitgaven (2% BBP-doel OTAN) gedeeltelijk besteden aan strategische spoorinfrastructuur, zoals versterkte bruggen, tunnels, toegang tot havens/luchthavens en capaciteit voor lange militaire treinen. Een werkgroep (Defensie, Infrabel, SNCB) identificeerde prioritaire projecten, maar deze tellen *nog niet* mee als defensie-investering—onderzoek loopt om dubbel gebruik (civiel/militair) te laten meetellen, ook via EU-financieringskanalen zoals *CEF*. Financiering en budgettaire impact (bv. 60/40-regel) zijn onduidelijk, maar de minister bepleit integratie op nationaal *en* Europees niveau. Concreet besluitvormingstijdstip ontbreekt.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, un des grands objectifs budgétaires de ce gouvernement est d’augmenter à 2 % du PIB les dépenses militaires.
Quoi qu’on pense du bien fondé de cet engagement, il importe qu’une partie la plus importante possible de ces dépenses puisse également servir à des objectifs civils, par exemple dans le domaine ferroviaire, où les besoins en infrastructure sont très importants, ne serait-ce que pour assurer la sortie du Port d’Anvers ou pour finaliser les travaux du RER vers Ottignies et Nivelles ainsi que la modernisation de la ligne Bruxelles-Luxembourg.
Monsieur le ministre, est-il envisagé d’intégrer des dépenses d’infrastructure ferroviaire à l’effort d’augmentation à 2 % des dépenses fédérales en matière de Défense? Qu’avez-vous entrepris dans cet objectif.
Le cas échéant, quels projets, quelles portions du réseau seront concernés?
Comment seraient financés ces travaux ? Des moyens supplémentaires pourront-ils être obtenus?
Ou, au contraire, risquent-ils d’être prélevés sur d’autres budgets inscrits au Plan Pluriannuel d’Investissement d’Infrabel?
Ces budgets devront-ils respecter la règle de répartition 60/40?
Quel est le calendrier de décision sur cette question importante?
Jean-Luc Crucke:
Je partage entièrement votre point de vue sur l’importance de pouvoir intégrer la Mobilité dans les dépenses militaires prévues. Cette question est importante, étant donné que le rail constitue un mode de transport stratégique, autant pour le transport de troupes que pour celui du matériel militaire.
Jusqu’hier, cette information demeurait assez confidentielle, mais nous avons assisté lundi à une première européenne: des militaires anglais en route vers la Lettonie ont transité par Bruxelles. Pour des raisons que vous pouvez bien imaginer, tout cela devait rester confidentiel. L'ensemble du transport s’est parfaitement bien passé.
Un groupe de travail réunissant la Défense, Infrabel et la SNCB est actif sur ce dossier. La coopération entre ces acteurs existait déjà mais est maintenant approfondie. Une liste détaillée des investissements prioritaires liés aux corridors de mobilité militaire a été établie.
Ces investissements concernent plusieurs types d’infrastructures prioritaires: le renforcement des ponts ferroviaires, l’élargissement et le rehaussement des tunnels ferroviaires, l’amélioration de l’accès ferroviaire aux terminaux portuaires et aéroportuaires ainsi que amélioration et l’extension des capacités d’accueil des trains longs.
Actuellement, les investissements dans le réseau ferroviaire ne sont pas pris en compte dans l’effort de défense destiné à atteindre le seuil de 2 % d’investissement fixé par l’OTAN. La possibilité de comptabiliser les investissements à double usage comme dépenses de défense est actuellement à l'étude par la Défense.
Je plaide également pour la même approche au niveau européen, dans le cadre du plan ReArm Europe de la Commission européenne. Je serai particulièrement attentif au lancement du nouvel appel à projets du Connecting Europe Facility (CEF).
Soyez assurés de mon engagement pour faire en sorte que la Mobilité soit prise en compte dans les investissements importants qui sont prévus.
Sarah Schlitz:
Je vous remercie pour cette réponse volontariste, monsieur le ministre. Il me semble fondamental, alors que des milliards vont être investis dans la défense, que le rail ne soit pas oublié.
Par ailleurs, nous savons à quel point ces investissements sont stratégiques en matière de défense. Il serait donc incompréhensible qu’ils ne soient pas pris en compte. Affaire à suivre!
Voorzitter:
De vraag nr. 56004785C van de heer Julien Matagne wordt omgezet in een schriftelijke vraag.
Het wegnemen van de opklapbare tafeltjes in de M5-treinstellen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De tablettes in M6-dubbeldekswagons (niet M5) op de lijn Luik-Brussel bleken verwijderd door vandalisme en verouderde onderdelen, wat reizigers hinderde bij werken of laptopgebruik. Minister Crucke bevestigde dat herstellingen moeilijk waren door verouderde leveranciers, maar dat een technische oplossing nu herstel van de tablettes mogelijk maakt, met geleidelijke terugplaatsing in de hele M6-vloot. Schlitz reageerde opgelucht, benadrukkend het belang voor woon-werkverkeer. Geen sprake van bewuste afschaffing, maar van tijdelijke overlast door logistieke problemen.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, j'ai pu constater ces dernières semaines que, dans plusieurs wagons à double étage M6, et non M5, les tablettes avaient été supprimées sur la ligne Liège-Bruxelles. C'est évidemment assez ennuyeux quand on veut travailler, lire ou manipuler un ordinateur. Est-ce une volonté de supprimer ces tablettes ou de rénover ces wagons?
Jean-Luc Crucke:
Madame Schlitz, les tablettes escamotables présentes à certains endroits dans les voitures M6 subissent malheureusement fréquemment des dégradations importantes suite à des actes de vandalisme et à des utilisations qualifiées d'inappropriées. De plus, le marché des pièces de rechange a fortement évolué ces dernières années. Étant donné que le concept de ces tablettes date des années 2000, cela complique considérablement le processus de remplacement des pièces endommagées. Une étude technique a donc été nécessaire pour revoir les références d'approvisionnement et la procédure de réparation. Grâce à ces efforts, les approvisionnements et les remises en état des voitures sont à nouveau possibles. La flotte des voitures M6 est progressivement remise en état afin de garantir le confort des voyageurs. On ne m'a pas dit si c'était uniquement sur votre ligne, mais je suppose que ce n'est pas le cas.
Sarah Schlitz:
Merci pour cette bonne nouvelle, monsieur le ministre. Les navetteurs seront heureux de savoir qu'ils vont pouvoir travailler dans de bonnes conditions à bord du train.
Het gehalveerde treinaanbod voor Mortsel en de Antwerpse Zuidrand
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Staf Aerts kritiseert de NMBS-keuze om in de dienstregeling 2024 een IC-trein tussen Antwerpen-Brussel te schrappen ten voordele van de leegrijdende Eurocity Direct, wat leidt tot overvolle treinen en minder verbindingen voor Mortsel (van 2 naar 1 trein/uur). Minister Crucke bevestigt dat capaciteitsbeperkingen (o.a. in Mechelen) en conflicterende rijpadtoewijzingen door Infrabel herstel onmogelijk maken, maar Aerts wijst erop dat de NMBS bewust prioriteit gaf aan internationale reizigers—terwijl de vorige regeling wel vier treinen toeliet—en eist terugdraaiing van die keuze zonder te wachten op infrastructuurwerken. De Eurocity Direct (amper gebruikt in België) staat centraal in de controverse, met Aerts’ vraag om transparantie over het daadwerkelijk gebruikersaantal.
Staf Aerts:
Mijnheer de voorzitter, ik wil u en mijn collega bedanken om een aantal vragen in te korten zodat ik deze laatste vraag van de agenda nog kan stellen. Ik wil ook de collega's danken die tactisch naar huis vertrokken zijn zodat deze vraag nog aan bod kan komen.
Mijn vraag gaat over de treinbediening vanuit Antwerpen en vanuit Mortsel. Het recente jaarverslag van Ombudsrail is immers duidelijk over de nieuwe dienstregeling van december 2024. Daarin is bijvoorbeeld sprake van perron 23 in Antwerpen-Centraal, waar de pendelaars zich 's ochtends in overvolle treinen moeten wringen, terwijl de duurdere Eurocity Direct nagenoeg leeg richting Brussel vertrekt, zonder de kans om in te stappen. Ook de ombudsman zelf zegt dat de NMBS er na het njet van Infrabel voor had kunnen kiezen om de verdwenen IC-trein te behouden in plaats van de Eurocity Direct in te zetten.
Het gevolg van die keuzes was dat een trein op de vier tussen Antwerpen en Brussel geschrapt werd. In Mortsel is er echter een van de twee rechtstreekse treinen naar Brussel uitgehaald.
Het stadsbestuur van Mortsel heeft zich daartegen uitgesproken, samen met andere gemeentebesturen uit de zuidrand. Ze hebben moties naar u en de NMBS verstuurd, waarin met aandrang wordt gevraagd dat treinaanbod weer tot twee treinen per uur te verhogen, zoals dat ook in de beheersovereenkomst voorzien is. Zij vragen niet meer dan wat werd afgesproken, zowel voor Antwerpen als voor Mortsel.
Deelt u de analyse van de ombudsman dat de huidige regeling problematisch is voor heel wat treinreizigers tussen Antwerpen en Brussel?
Hebben u en de NMBS al overleg gehad met het stadsbestuur van Mortsel en de andere gemeentebesturen uit de zuidrand? Op welke manier hebt u gereageerd op hun moties?
Zult u bij de NMBS aandringen op snelle bijsturingen om deze knelpunten, zoals de overvolle IC-treinen en het gebrek aan connectie voor steden als Mortsel, aan te pakken? Op welke termijn kan deze treinverbinding hersteld worden?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Aerts, u stelt pertinente vragen. De NMBS erkent de opmerkingen van sommige klanten over de huidige reiservaring tussen Antwerpen en Brussel. Ze heeft in dat verband al meerdere keren overlegd met haar belangrijkste stakeholders.
We willen graag uitleggen waar we momenteel staan. In de richting van Antwerpen moet al het treinverkeer van lijn 25 en lijn 25N over één spoor het station van Mechelen passeren, wat neerkomt op tien rijpaden per uur. Een studie van Infrabel heeft echter aangetoond dat binnen de huidige dienstregeling en door de beperking te wijten aan werkzaamheden in onder andere Mechelen tien rijpaden niet mogelijk zijn op lijn 25. Daar doet zich vanwege de spoorinfrastructuur dus een capaciteitprobleem voor.
In april 2024 heeft de NMBS rijbanen gevraagd voor vier binnenlandse IC-treinen, de IC-trein Brussel-Rotterdam, de Eurocity en de nieuwe Eurocity Direct. In augustus bleek echter na analyse van de aanvragen van de in België actieve treinoperatoren dat er een conflict ontstond tussen het rijpad van IC-22 en de internationale treinen van Eurostar.
De arbitrageprocedure van Infrabel verloopt als volgt. Een treinoperator bestelt in april van het jaar X alle gewenste rijpaden bij Infrabel voor het jaar X+1. Tussen april en augustus van jaar X onderzoekt Infrabel of de aanvragen conform zijn en of er geen concurrerende aanvragen zijn. Bij concurrerende aanvragen start Infrabel een coördinatieprocedure en stelt alternatieve rijpaden voor. Als er geen oplossing wordt gevonden, weegt Infrabel de concurrerende aanvragen tegen elkaar af en wijst capaciteit toe op basis van prioriteitsregels.
Als gevolg van deze arbitrageprocedure heeft de NMBS de gevraagde rijpaden voor IC-22 niet gekregen. De NMBS heeft de inzet van sneller materiaal voor IC-22 bekeken, maar beschikt over onvoldoende Desiro-motorstellen. Zelfs met sneller materiaal en het schrappen van haltes konden er geen werkbare rijpaden heen en terug worden verkregen voor de IC-22.
Naast de NMBS zijn er andere treinoperatoren actief op de spoorlijn tussen Brussel en Antwerpen. Zonder infrastructuurupgrades zullen bijkomende aanvragen leiden tot meer conflicten en coördinatieprocedures, met mogelijk negatieve gevolgen voor het binnenlands treinaanbod of andere operatoren. Daarom blijven we bij Infrabel en de overheden aandringen op investeringen in de spoorinfrastructuur om de modal shift naar binnenlands en internationaal treinverkeer te bevorderen.
Wat betreft uw specifieke vraag naar een bijkomende stop in Mortsel-Oude God, laat de NMBS mij weten dat het niet mogelijk is om de IC-08 Antwerpen Centraal-Brussel Airport-Leuven-Hasselt een bijkomende stop te geven in Mortsel-Oude God zonder conflicten te veroorzaken.
Ten eerste maakt het drukke treinverkeer ter hoogte van Brussels Airport het niet mogelijk om daar wijzigingen aan de dienstregeling aan te brengen. Ten tweede is ter hoogte van Antwerpen-Centraal en het uitwijkpunt Luchtbal, ten noorden van Antwerpen-Centraal, ook geen ruimte om wijzigingen toe te laten door de reeds strakke opeenvolging van IC-05 Antwerpen-Centraal-Charleroi-Centraal, IC-08 Antwerpen-Centraal-Hasselt en S32 Essen-Antwerpen-Puurs.
De IC moet bij aankomst in Antwerpen-Centraal uitwijken naar Antwerpen-Luchtbal om perroncapaciteit vrij te maken voor de andere treinen in Antwerpen-Centraal. Ook die dienstregeling kan niet worden aangepast zonder kruising te creëren op lijn 12 Antwerpen-Essen. De beschikbare tijd voor het uitwijken van IC-08 is vandaag reeds het uiterste minimum.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, uit uw antwoord leid ik af dat een vierde trein tussen Antwerpen en Brussel die stopt in Mortsel, nooit meer mogelijk zal zijn. Maar tot begin december, zolang de vorige dienstregeling van toepassing was, kon dat wel. De NMBS heeft hier in het Parlement toegegeven dat zij bewust voor Eurocity Direct hebben gekozen, ten koste van die extra trein. Dat is ook exact wat de ombudsman in zijn verslag schrijft.
Als de NMBS ervoor kiest om één trein te schrappen voor Eurocity Direct, dan kan zij er ook voor kiezen om die beslissing in te trekken. Dan kan zij ook kiezen voor de binnenlandse reizigers, de reizigers die opgepropt staan in de treinen, de treinreizigers die in de kou blijven staan. We hoeven niet te wachten tot er nieuwe spoorlijnen worden aangelegd, want dat zal nog zeer lang duren.
Nog niet eens zo lang geleden, minder dan een half jaar geleden reden er vier treinen tussen Antwerpen en Brussel en stopten er twee in Mortsel. Het kan dus. Mijn oproep blijft om toch druk te blijven uitoefenen opdat de NMBS haar beslissing terugschroeft.
Overigens hoor ik wel vaker dat de Eurocity Direct bijzonder weinig gebruikt wordt. In Nederland stopt die overal, in Vlaanderen stopt die bijna nergens. Ik heb schriftelijke vragen gesteld om zicht te krijgen op het gebruik van de Eurocity Direct. Ik hoop dat ik daarop binnenkort een antwoord krijg. We hebben allemaal het recht om te weten hoeveel internationale treinreizigers – het lijken er zeer weinig te zijn – de Eurocity Direct bedient, des te meer omdat de NMBS voor die verbinding heeft gekozen en niet voor de binnenlandse treinreiziger.
Voorzitter:
Daarmee zijn alle vragen afgehandeld en zijn we aan het eind van deze vergadering gekomen. Ik dank de minister, zijn medewerkster, alle vraagstellers, mijn commissiesecretariaat, de andere diensten en in het bijzonder de tolken. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.58 uur. La réunion publique de commission est levée à 18 h 58.
De voedselveiligheid en de recall van Coca-Colaproducten wegens een te hoog chloraatgehalte
Chloraat in Coca-Colaproducten
De verontreiniging van frisdranken van Coca-Cola met chloraat
Voedselveiligheid en chloraatverontreiniging in Coca-Cola frisdranken
Gesteld door
MR
Anthony Dufrane
VB
Katleen Bury
Les Engagés
Jean-François Gatelier
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid), David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 9 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De contaminatie van Coca-Cola met chloraat (door een fout van een leverancier bij waterdesinfectie) werd ontdekt via het eigen autocontrolesysteem van het bedrijf, dat de AFSCA waarschuwde, waarna een terugroepactie volgde met risicoanalyse en opvolging. Kritiekpunten bleven de gebrekkige transparantie (niet-vrijgegeven chloraatgehaltes) en de afhankelijkheid van zelfcontroles door bedrijven, hoewel de AFSCA de procedures en traçage bevestigde als correct maar verbeterbaar via strengere opvolging en actieplannen. De volksgezondheidsrisico’s van suikerrijke dranken (obesitas, diabetes) werden aangestipt, maar doorverwezen naar bevoegd minister Vandenbroucke.
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, le récent rappel des boissons Coca-Cola dû à une contamination au chlore soulève des inquiétudes concernant les contrôles sanitaires effectués avant leur mise sur le marché. Cet incident met en lumière des failles potentielles dans les contrôles alimentaires.
Quels contrôles sanitaires ont-ils été effectués avant la commercialisation des lots de Coca-Cola concernés, et comment la contamination au chlore a-t-elle pu passer inaperçue? Quelles mesures le gouvernement envisage-t-il pour renforcer les protocoles de contrôle et prévenir de telles contaminations à l’avenir? Existe-t-il un suivi des rappels de produits alimentaires pour évaluer leur efficacité et améliorer les procédures en cas de crise alimentaire?
Katleen Bury:
Mijnheer de minister, ik kan grotendeels verwijzen naar de ingediende vraag.
Bijkomend heb ik nog een vraag over de interne analyses. Die zijn uitgevoerd zonder de exacte meetwaarden van het chloraat openbaar te maken. Hoe beoordeelt u dat specifieke geval eigenlijk? Is het voor de consument niet belangrijk om daarover geïnformeerd te worden?
We kijken ook naar precedenten zoals het fipronilschandaal van 2017. Daarom is de vraag naar de gedetailleerde cijfers ook belangrijk.
Hebt u tot slot nog een beoordeling van de standaardprocedure voor bedrijven als Coca-Cola, om dat in de toekomst anders te behartigen?
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, comme vient de le dire mon collègue Anthony Dufrane, nous avons appris que Coca-Cola avait procédé, fin janvier, au retrait de plusieurs lots de ses boissons en Belgique, en raison d'une contamination au chlorate, une substance classée comme indésirable, notamment pour ses effets potentiels sur la fonction thyroïdienne et sur la santé mentale. Cette situation interpelle à plusieurs titres.
D'une part, elle met en lumière la vulnérabilité de certains produits très consommés, notamment par les jeunes, alors qu'ils sont déjà problématiques sur le plan nutritionnel en raison de leur teneur élevée en sucres ajoutés, de leur effet acidifiant et de leur contribution à l'obésité, au diabète et aux autres pathologies chroniques.
D'autre part, cette contamination au chlorate pose des questions de sécurité alimentaire, de traçabilité des ingrédients et de contrôle des procédés industriels, d'autant plus que Coca-Cola est une marque massivement distribuée sur notre territoire – et d'ailleurs aussi dans cette institution.
Monsieur le ministre, avez-vous été informé officiellement du retrait de ces produits? Des analyses indépendantes ont-elles été demandées pour vérifier l'ampleur de la contamination? Comptez-vous, en concertation avec le ministre de la Santé publique, adopter des mesures pour renforcer la surveillance de ce type de boissons, à la fois en matière de sécurité sanitaire, mais aussi dans une logique de santé publique, au vu de leur nocivité bien documentée? Si oui, lesquelles?
David Clarinval:
Madame la présidente, je vous prie d'excuser mon petit retard, mais j'étais retenu par une réunion importante et je n'ai malheureusement pas pu être ici à l'heure.
Madame et messieurs les députés, tout opérateur qui met des produits sur le marché est responsable de ces produits et doit disposer d'un système d'autocontrôle qui lui permet d'en garantir la sécurité.
L'Agence fédérale pour la sécurité de la chaîne alimentaire (AFSCA) contrôle les systèmes d'autocontrôle. La non-conformité – en l'occurrence, une teneur trop élevée en chlorate ؘ– a été identifiée par l'opérateur Coca-Cola lui-même suite à une analyse effectuée dans le cadre de son système d'autocontrôle. Coca-Cola l'a ensuite communiquée officiellement à l'AFSCA. La cause de l'incident provient du biocide l'hypochlorite de soude utilisé par Coca-Cola pour la désinfection de l'eau employée comme ingrédient dans ses différentes boissons. Il s'agit d'une erreur du fournisseur qui a entraîné un surdosage du biocide. Cela a eu comme conséquence une teneur trop élevée en chlorate dans les boissons produites par Coca-Cola.
À la suite de cet incident, Coca-Cola a pris contact avec le fournisseur du biocide. L'AFSCA a immédiatement pris des mesures après la notification de Coca-Cola. Une analyse de risques a été réalisée afin d'évaluer correctement ce risque. Un suivi actif a été effectué auprès de l'opérateur concerné afin de lui rappeler sa responsabilité d'organiser un rappel de produits et de publier un communiqué de presse. La traçabilité des produits chez l'opérateur a été suivie afin de s'assurer que le rappel avait été correctement effectué. Enfin, l'analyse des causes de la contamination et les mesures préventives mises en place ont également été suivies afin d'éviter qu'un tel incident ne se reproduise.
Concernant la fréquence des contrôles, l'AFSCA, en tant qu'organisme de contrôle, effectue des contrôles chez chaque opérateur à une fréquence basée sur le risque lié au type d'opérateur. Les analyses requises dépendent de l'origine de l'eau, de l'analyse des dangers et des volumes d'eau utilisés.
Dans le cadre de son système d'autocontrôle, Coca-Cola assure un suivi de la teneur en chlorate du biocide fourni. Cette analyse n'est pas exigée par loi, mais elle est effectuée pour identifier les tendances possibles. Le programme d'analyses de l'opérateur prévoit également des analyses de routine mensuelles de l'eau, complétées par une analyse complète trois fois par an. Pour cet incident, l'exploitant a lui-même pris les mesures nécessaires.
L'AFSCA effectue des contrôles sur l'eau potable de deux manières. D'une part, dans le cadre du programme de contrôle basé sur les risques, elle prélève des échantillons d'eau pour vérifier le respect de la législation en vigueur. D'autre part, des contrôles physiques sont également effectués en vérifiant les rapports d'analyse de l'eau. Lorsqu'un opérateur identifie un risque lié à la consommation de ses produits, il est dans l'obligation de notifier l'AFSCA. Il doit aussi effectuer une analyse de risques, informer ses clients et mettre en place une procédure de rappel. Si l'Agence confirme la présence d'un risque avéré, l'opérateur est tenu d'en avertir les consommateurs via un communiqué de presse.
Ik kan u geruststellen, het FAVV houdt actief toezicht op de hele voedingsketen op basis van het traceerbaarheidsonderzoek. De verschillende sectoren van de verschillende betrokken lokale controle-eenheden worden op de hoogte gebracht van de distributie van de teruggeroepen producten. Ook de distributie in het buitenland wordt opgevolgd via de creatie van de RASFF-melding.
Als er fouten worden vastgesteld in de traceerbaarheid van de terugroeping, gaat het FAVV de oorsprong ervan na en controleert het of er corrigerende maatregelen zijn genomen. Deze fouten kunnen beschouwd worden als een inbreuk die eventueel kan leiden tot een proces-verbaal van inbreuk voor die operatoren. Het FAVV voert geen nieuwe analyses uit op de producten betrokken in een melding van een levensmiddelenbedrijf, omdat de niet-conformiteit ervan al werd vastgesteld.
In geval van een risico voor de consument moet er snel geschakeld worden, zonder de nodige maatregelen te vertragen door bijkomende analyses. Toch zal er in het kader van de opvolging van het niet-conforme dossier samen met de operator een actieplan worden opgesteld, zoals de herziening van zijn autocontrolesysteem, om de veiligheid van de voedselketen te verzekeren.
Wat betreft de communicatie ten aanzien van de consument, daar kan best altijd zorgvuldig mee worden omgesprongen. Het is van belang om een duidelijke en nuttige boodschap mee te geven aan de consument. De boodschap bij een terugroeping moet precies, kort en doeltreffend zijn: "Dit product is niet geschikt voor consumptie en kan teruggebracht worden naar de winkel."
Monsieur Gatelier, vous m'avez posé deux autres questions. Il s'agit en réalité de politique nutritionnelle, laquelle relève de la compétence de mon collègue Frank Vandenbroucke.
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, je tiens à vous remercier pour la qualité de vos réponses et pour toute la transparence que vous avez apportée.
Je peux noter que les analyses qui ont été réalisées avec les différents opérateurs et l'AFSCA ont bien fonctionné et ont directement relevé ce qui n'allait pas. De même, je peux constater que la procédure fonctionne tant sur le plan du contrôle que sur celui de la communication vers les consommateurs. Je ne serai pas plus long et vous remercie de vos réponses, monsieur le ministre.
Katleen Bury:
Mijnheer de minister, dank voor uw antwoorden. U hebt de frequentie van de controles goed uiteengezet en dat is blijkbaar een interne zaak. Hopelijk komt het bedrijf er altijd mee naar buiten. Als Coca-Cola het zelf moest meedelen aan het FAVV omdat de situatie duidelijk te ernstig was, zal het in de andere gevallen misschien net niet ernstig genoeg geweest zijn om ermee naar buiten te komen.
U hebt het ook over een actieplan om de zaak op te volgen. Dat is heel belangrijk om te belijken hoe de veiligheid voor de consumenten gegarandeerd kan worden. Ik volg dat zeker verder op.
Spijtig genoeg is er geen antwoord gekomen over de exacte cijfers en het chloraatgehalte, want dat is eigenlijk nooit vrijgegeven. Waarom is dat niet gebeurd? Dat is trouwens niet zomaar een kleine bemerking.
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je suis heureux d'apprendre que les procédures mises en place sont efficaces et ont permis de retirer rapidement les produits contaminés de la consommation. J'aime à rappeler que les taux de chlorate sont un élément important. Nous ne sommes pas spécialistes en ce domaine, mais nous savons qu'il importe de connaître les dosages dans ce type d'application. Certes, une partie du dossier dépend du ministre de la Santé, M. Vandenbroucke. Je rappelle néanmoins que ce produit fait l'objet de nombreux débats, étant en lui-même un concentré de problèmes de santé publique. Le hasard veut, monsieur le ministre, que les surtaxes douanières imposées par le président Trump entrent en vigueur aujourd'hui. Nous devrions en profiter pour qu'un produit aussi fort qui représente nos partenaires américains puisse être surtaxé abondamment par la Commission européenne. Je suis sûr que vous ne manquerez pas de courage – je vous connais – pour peut-être poser un geste fort suite à cette question.
De inzet van militairen voor politionele opdrachten
De oprichting van een begrotingsfonds CrimOrg
Het Kanaalplan
Het budget voor de geïntegreerde politie
Het budget voor de hulpverleningszones en de Civiele Bescherming
De schietincidenten in Brussel en de bekogelde treinen
De aanhoudende schietincidenten in Brussel
De fusie van de Brusselse politiezones
De restcapaciteit van de Brusselse politiezones bij een fusie
De oprichting van een federale taskforce in de strijd tegen de drugscriminaliteit
De door de arizonaregering voorgenomen fusie van de Brusselse politiezones
Het budget voor de FOD Binnenlandse Zaken en de Civiele Veiligheid
Drugs(sporen) in het rioolwater van Vlaamse steden en gemeenten
De war on drugs
De coördinatie van het veiligheidsbeleid in Brussel
De oprichting van een drugsfonds en een fiscale en financiële opsporingsdienst
Veiligheidsbeleid, politiehervormingen en bestrijding van drugscriminaliteit in België
Gesteld door
N-VA
Maaike De Vreese
PS
Khalil Aouasti
N-VA
Maaike De Vreese
PS
Éric Thiébaut
PS
Éric Thiébaut
N-VA
Jeroen Bergers
N-VA
Maaike De Vreese
N-VA
Maaike De Vreese
DéFI
François De Smet
VB
Ortwin Depoortere
PS
Ridouane Chahid
PS
Éric Thiébaut
VB
Ortwin Depoortere
Les Engagés
Xavier Dubois
N-VA
Maaike De Vreese
N-VA
Maaike De Vreese
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken), Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het actualiteitsdebat over de drugscriminaliteit draait om drie kernthema’s: de bestrijding van drugsgeweld en -handel (via het versterkte *Kanaalplan 2.0*, een *taskforce*, en de inzet van *militairen* voor statische bewaking om politiecapaciteit vrij te maken), de fusie van de 19 Brusselse politiezones (omstreden door gebrek aan lokale steun en vrees voor verlies van *proximiteitspolitie*, maar door de minister verdedigd als noodzakelijke hervorming met behoud van lokale bevoegdheden), en financiële middelen (o.a. een *drugsfonds* voor herinvestering van crimineel geld, *follow-the-value*-aanpak, en budgettaire immunisering van veiligheidsdiensten, hoewel concrete cijfers nog ontbreken). Critici benadrukken tekorten aan middelen, coördinatie en urgentie, terwijl de minister stapsgewijze plannen aankondigt (o.a. 200-250 extra politiemensen via defensie-inzet, uitrol Kanaalplan *eerst in Brussel*, en overleg met burgemeesters), maar concrete timing en budgetten blijven vaag tot de *beleidsnota (29/4)*. De ketenaanpak (van productie tot gebruiker) en samenwerking met justitie worden als cruciaal bevestigd, maar actie op het terrein blijft uit.
Voorzitter:
Collega's, het eerste punt op de agenda is een actualiteitsdebat met vragen, die het kabinet samengevoegd heeft, over de strijd tegen drugs. Er zijn verschillende invalshoeken. Alle vragen werden samengevoegd.
Éric Thiébaut (PS): Monsieur le président, vous indiquez que le débat a pour thématique la problématique du trafic de drogue mais sa portée est beaucoup plus large, puisque j'ai notamment des questions sur la Protection civile.
Voorzitter:
Je fais le même constat que vous mais cela relève du choix du cabinet.
Maaike De Vreese:
Minister, door de beleidsverklaring is het een tijdje geleden dat we gewone vragen hebben kunnen stellen in de commissie. Daarom zijn er enkele gebundeld. Mijn eerste vraag gaat over drugsgerelateerd geweld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Samen met de regering heeft de eerste minister beslist om een federale taskforce op te richten om de strijd tegen de drugscriminaliteit nog te versterken. Ook in het regeerakkoord staat een hele resem maatregelen met hetzelfde doel. Ik ga ze niet allemaal opnoemen. Wie meer details wil lezen, verwijs ik naar mijn ingediende vragen.
De vragen gaan over verschillende zaken: de schietincidenten, het Kanaalplan, de fusie van de Brusselse politiezones en de oprichting van het drugsfonds.
Kunt u iets meer zeggen over de taskforce? Welke maatregelen worden er genomen op korte, middellange en lange termijn? Op welke manier wordt er afgestemd met de Brusselse Veiligheidsraad, de Veiligheidscel en de initiatieven van de lokale besturen? Hoe worden in de strijd tegen de drugscriminaliteit de FGP’s van Antwerpen en Brussel versterkt op het vlak van middelen en mensen? Wat is de huidige federale steun in het algemeen en aan het lokale politiekorps in Brussel-Zuid? Zult u die steun aanhouden?
De vraag is ook hoe witwaspraktijken effectiever en efficiënter aangepakt kunnen worden. Hoe gebeurt de handhaving op bestuurlijk en gerechtelijk niveau? Zult u daar ook nieuwe technologie voor inzetten? Hoe kunnen de inbeslagnames verbeterd worden? We kunnen daarvoor de mosterd halen in bijvoorbeeld Frankrijk en andere Europese landen? Zult u dat bekijken of doet u dat nu al?
Kunt u toelichten hoe het Belgische systeem voor de ontneming en confiscatie van vermogensbestanddelen eruit zal zien? Hoe wordt de aanpak follow the value versterkt en geoptimaliseerd?
Voor statische bewakingsopdrachten zouden militairen ingezet worden, zodat er politionele capaciteit vrijkomt en er dus meer blauw op straat komt. Het regeerakkoord is daar zeer duidelijk over.
Er zijn een aantal cumulatieve voorwaarden waaraan voldaan moet worden om de mensen van defensie in te zetten, namelijk bij een OCAD-dreiging niveau 4, na een risicoanalyse, na een regeringsbeslissing en binnen een duidelijk gedefinieerd juridisch en operationeel kader. Dat kader is er op dit moment nog niet. De territoriale verdedigingsreserve moet eveneens nog gevormd worden.
Als de territoriale verdedigingsreserve gevormd is en de nodige kaders uitgewerkt zijn, hoeveel militairen zouden dan volgens u de statische beveiligingsopdracht uitvoeren? Ik wil met die vraag gewoon nagaan hoeveel politiemensen er op die manier zouden vrijkomen om meer veiligheid in onze straten te garanderen. Voor welke taken zou u de vrijgekomen politiecapaciteit gebruiken? In welke specifieke buurten wil u extra mensen inzetten? Is er nog overleg geweest met de minister van Defensie? Wat is het resultaat van dat overleg? Plant u een dergelijk overleg nog in de komende weken?
Naar het Kanaalplan zijn wij heel erg benieuwd, zeker en vast naar het Brusselse gedeelte. Ik weet niet of mijn collega, de heer Bergers, daarover ook nog iets zal vragen. Voor welke steden zal dit Kanaalplan uitgerold worden? Welke ondersteuning zal er voorzien worden? Binnen welke termijn zal het versterkte federale Kanaalplan uitgerold worden? Met welke middelen zal dat gebeuren?
Ik kom dan bij de fusie van de politiezones. U weet dat wij zeker en vast grote voorstander van die fusie zijn. Mijn vraag is opgesteld op het moment waarop uw collega Annelies Verlinden gecommuniceerd had dat de fusie er op middellange termijn moet komen. Wat is die middellange termijn? Voor ons is de fusie geen project dat op heel korte termijn kan worden uitgevoerd. Voor ons moet van de huidige regering er wel absoluut prioriteit aan geven. U hebt zelf ook aangegeven dat u daar werk van zult maken. Wat is de stand van zaken ter zake? Hoe ziet u bijvoorbeeld het verruimde politiecollege en de politieraad? Hebt u daarop al meer zicht?
U hebt ook overleg met de negentien burgemeesters. Hebt u ze ondertussen al alle negentien gesproken? Kan u meer toelichting geven bij de algemene lijnen die op dat overleg zijn besproken? Wat maakt u op uit het overleg? Hebt u ook overleg gehad met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest? Kunt u hen ook van het belang overtuigen?
Welke concrete stappen zult u zetten en wat is het tijdschema, want u kunt wel starten met het wetsontwerp, maar hoe zit het met de rest?
De nationale drugscommissaris zou de opdracht hebben gekregen om een drugsfonds uit te werken teneinde misdaadgeld via dat fonds te laten terugvloeien naar bijvoorbeeld hulpverlening, politie en justitie. De regering wil ook een multidisciplinaire fiscale en financiële opsporingsdienst oprichten. Die dienst moet zich focussen op het opsporen, analyseren en lamleggen van criminele circuits en op de strijd tegen fraude. Kunt u bevestigen dat de nationale drugscommissaris die opdracht heeft gekregen? Wat is de precieze opdracht? Hoe staat het drugsfonds ten opzichte van de op te richten fiscale en financiële opsporingsdienst?
Wat zijn de ambities om bij de jaarlijkse begrotingsopmaak de meeropbrengsten in te zetten om de budgettaire noden en investeringen bij de veiligheidsdepartementen Binnenlandse Zaken en Justitie op te vangen? Hoe zullen die middelen worden verdeeld?
Het betreft heel wat vragen, maar we moeten hieraan de nodige aandacht besteden gezien de problematiek en de bezorgdheid bij veel burgers, niet alleen in Brussel maar ook in andere steden en gemeenten, over drugs en drugscriminaliteit.
Khalil Aouasti:
Monsieur le ministre de l'Intérieur, cette question revient effectivement régulièrement, car depuis de très nombreuses années, nous constatons malheureusement une forte augmentation des faits de violences liés au trafic de drogue et aux réseaux nationaux et internationaux.
Parallèlement, comme en témoignent les discussions des deux dernières semaines sur les notes d’orientation, la justice et la police fédérale souffrent d'un manque de moyens. Les services de la police judiciaire fédérale et les parquets ont demandé à maintes reprises d'être refinancés et d'avoir davantage de moyens, notamment pour la mise en œuvre du plan DGJ 3.0.
Lors de la législature précédente, mon groupe avait déjà déposé une proposition de loi visant à mettre en place un fonds "Crime org", qui est effectivement une exception budgétaire à la manière dont sont allouées les recettes de l'État, avec la volonté de pouvoir, grâce à ce fonds "Crime org", avoir une destination précise et refinancer ces départements spécifiques nécessaires notamment à la lutte contre ces narcotrafiquants.
Ce fonds avait reçu un accueil assez positif, bien que certains aient suggéré de l’étendre à d'autres services, tels que l’OCAM, qui œuvrent également dans cette chaine complexe de la lutte contre la criminalité organisée. Il avait bénéficié du soutien d’un ministre à l’époque.
Monsieur le ministre de l’Intérieur, pourriez-vous nous indiquer votre position quant à cette proposition de créer un fonds "Crime org" notamment mais pas exclusivement au bénéfice de la PJF? Pouvez-vous nous faire le point sur les moyens additionnels qui seront dégagés dans le cadre de la lutte contre le crime organisé pour réaliser et mettre en place ce plan DGJ 3.0? Je vous remercie.
Éric Thiébaut:
Merci, monsieur le président. J'ai quelques questions à poser, ayant essentiellement trait au budget de votre département. Je ferai tout d'abord une petite précision. Lors des débats parlementaires sur la déclaration du gouvernement, votre collègue Vanessa Matz a précisé que les départements liés à la sécurité seraient immunisés contre les économies prévues par l'ensemble du gouvernement. Me le confirmez-vous? En effet, visiblement, ce qui me revient des discussions dans d'autres commissions est que l'immunisation ne concernerait que le budget police, et pas l'ensemble des départements Justice et Intérieur. C'est d'autant plus important qu'hier, nous avons entendu le premier ministre, qui était assis physiquement à votre place. Il était interrogé par rapport à la Chancellerie et il nous a précisé à nouveau que l'objectif était des augmentations structurelles de 1,8 % dans tous les départements. J'aimerais donc savoir si ce 1,8 % va être appliqué aussi à tout ce qui concerne le SPF Intérieur et à la Sécurité civile.
Par rapport à la Sécurité civile, j'aimerais savoir si vous progressez dans votre projet, dont vous avez parlé lors de votre précédente présentation, sur l'indexation automatique des dotations fédérales. Vous savez qu'il y a une grosse attente au niveau des zones de secours par rapport à cette disposition qui avait déjà été envisagée lors de la précédente législature. Planifiez-vous également une augmentation des dotations aux zones de secours? L'attente est grande parce que dans la déclaration du gouvernement, il est indiqué que l'on tendra vers le 50/50, ce qui était prévu dans la loi de 2007 qui a créé les de secours, comme vous le savez. Toutes les zones de secours du pays sont donc dans l'attente d'un refinancement.
Vous savez que la Protection civile est un domaine qui m'inquiète beaucoup depuis des années. Comptez-vous réinvestir dans ce département-là, qui est en souffrance depuis la réforme du ministre Jambon avec la suppression de quatre casernes sur six?
Et puis, pour parler de la police, puisque visiblement on est certain que le département sera immunisé des économies qui seront imposées par l'Arizona, avez-vous déjà une idée des budgets qui y seront consacrés? Mon collègue, Khalil Aouasti, a évoqué une partie de la question.
On est dans une police structurée à deux niveaux. Il y a donc le refinancement de notre police fédérale avec de gros besoins qui ont été exprimés par différents PJF. Ensuite, il y a évidemment l'attente des zones de police. Dans votre exposé de politique, vous avez parlé de revoir la norme KUL. On en parle depuis longtemps et c'est une très bonne idée. Mais vous avez dit aussi, et je m'en suis réjoui, que cette révision de norme KUL irait de pair avec une augmentation de l'enveloppe.
Il est clair que, si on redéfinit la façon de calculer la répartition de cette enveloppe dans les zones du pays, certaines zones auront plus qu'avant mais d'autres auront moins qu'avant. Et cela va clairement vous poser un problème politique.
Bernard Quintin:
Encore un de plus!
Éric Thiébaut:
Si j'ai bien compris, votre idée est d'augmenter l'enveloppe. Mais envisagez-vous un système de cliquet, de telle sorte que finalement l'augmentation de l'enveloppe avec le nouveau mode de calcul fera que certaines zones auront plus et que d'autres, peut-être, vont rester au même niveau qu'avant mais ne vont pas perdre, si vous voyez ce que je veux dire. Voilà, en synthèse, monsieur le ministre, l'ensemble de mes questions.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, mijn vraag gaat vooral over het Kanaalplan, naar aanleiding van alle schietincidenten in Brussel. Tussen Vilvoorde en Schaarbeek werd ook een trein bekogeld. Het blijft jammer genoeg actueel, want vandaag was er weer een aanslag, deze keer in Antwerpen. Het blijft dus een heel actueel feit.
Ik heb hierover al gesproken tijdens het debat over de beleidsverklaring al gezegd in de plenaire vergadering. U wil de problematiek aanpakken, waarvoor ik u zeer dankbaar ben. De N-VA zal u daarin steunen. Het is echter tijd om ook maatregelen te treffen en we mogen niet te veel tijd verliezen met discussies.
Hebt u een tijdlijn klaar? Kunt u al wat meer zeggen over de timing voor de uitrol van dat versterkt Kanaalplan? Welke politiezones zullen op extra steun voor ondersteuning van dit Kanaalplan kunnen rekenen? Welke middelen voorziet u daarvoor? Op welke manier wil u dit Kanaalplan precies inzetten tegen de drugscriminaliteit?
Hebt u al contact gehad met de zones die vroeger onder het Kanaalplan vielen, namelijk de Brusselse politiezones, de luchtvaartpolitie en de politiezone VIMA, over de uitwerking van dit plan. Ik heb gisteren de korpschef van VIMA nog gesproken. Hij wil er ook invliegen, want hij vindt het verschrikkelijk dat hij de problematiek nu moet aanpakken met een tekort van 30 vte's. In de politiezone VIMA zijn momenteel 30 vte's van het kader niet ingevuld en slechts twee mensen in de politiezone kunnen ingezet worden tegen drugscriminaliteit. Zult u ook contact opnemen met de politiezone Zennevallei en/of andere politiezones die ik nog niet vermeld heb?
François De Smet:
Monsieur le ministre, ma question ne porte pas sur le trafic de drogue, même si ce sujet m'intéresse beaucoup, mais sur la fusion des zones. Ceci dit, cela ne m'étonne pas que vous ayez regroupé ces deux thèmes, parce que je sais bien que tout le wording du gouvernement consiste à tenter absolument d'établir un lien entre les deux et de suggérer que si on se tire dessus dans les rues de Bruxelles, c'est parce qu'il y aurait six zones de police. Non, si on se tire dessus, c'est parce qu'il y a du trafic de drogue, que la drogue arrive par l'aéroport de Bierset, ou surtout par le port d'Anvers, et que les polices judiciaires d'Anvers et de Bruxelles manquent de moyens. Au contraire, on peut légitimement se dire que, noyés dans une structure massive et bureaucratique, l'efficacité de terrain des zones de police locale sera compromise.
Mais ma question porte davantage sur les modalités de l'accord. L'accord de gouvernement, que nous connaissons par cœur désormais, est assez sobre. Il explique: "Nous fusionnons les zones." Punt aan de lijn . Heureusement, certains de vos collègues sont plus bavards. Jan Jambon a dit, dans la presse, que l'accord de gouvernement prévoyait que chacune des zones de police actuelles pourrait garder 75 % de ses capacités pour les tâches locales, les autres étant mutualisées.
Il y a d'autres déclarations, par exemple celle des Engagés – ceux qui veulent défendre la fusion –, qui insiste sur le fait que les 19 bourgmestres garderont leur pouvoir dans la future zone unique. Ce qui m'intrigue un peu, c'est que sauf erreur, je ne trouve nulle part dans un document officiel les deux éléments que je viens de citer. Je ne les trouve ni dans l'accord de gouvernement ni dans votre note d'orientation.
Il faut donc se rendre à l'évidence: il semble exister un accord, un document qui traduit de manière plus opérationnelle cette fusion que la seule ligne qui explique dans l'accord de gouvernement le fait de fusionner les zones.
Monsieur le ministre, mes questions sont simples. Existe-t-il un tel accord décrivant les modalités de cette future zone unique? Si oui, il me paraît évident que le Parlement pourrait en avoir connaissance. Par ailleurs, puisque vous êtes un homme ouvert et que vous rencontrez en ce moment les différents acteurs pour les convaincre, êtes-vous aussi ouvert à la possibilité que ce soit eux qui vous convainquent que cette fusion n'est finalement pas une bonne idée?
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, ik heb zelf ook twee vragen ingediend die eerder drugsgerealateerd zijn.
De eerste gaat over de taskforce die is opgericht in de schoot van de regering naar aanleiding van de toch zeer zware incidenten, de aanslagen, in Brussel.
Deze taskforce valt onder de auspiciën van de eerste minister, maar intussen is de oprichting al geleden van 21 februari, en nu is het begin april. Ik moet eerlijk zeggen, mijnheer de minister, dat ik daar niet veel meer over gehoord heb.
Dat kan twee dingen betekenen. Ofwel is er weinig gebeurd, en is er weinig te zeggen, o. Ofwel werkt die taskforce in alle stilte aan de strijd tegen drugs.
Wellicht zult u mij overtuigen van het tweede, maar ik wil toch de vraag stellen hoe die taskforce in elkaar zit, wat die taskforce van plan is te doen, en vooral welke maatregelen er zullen worden genomen. U weet dat de nood zeer hoog is, zowel bij de politiediensten als bij jJustitie. Ik was eerder voorstander van een Nationale Veiligheidsraad, maar ik hoop dat die taskforce, waarbij andere ministers zich kunnen aansluiten wanneer het nodig is, resultaten zal behalen.
Ik hoor de noodkreet van de minister van Justitie. Ook zij heeft een tekort aan middelen om jJustitie op het juiste spoor te zetten.
Wordt dit ook besproken binnen de taskforce? Het gaat inderdaad om een ketenaanpak. Het kan niet dat enkel de politie de strijd tegen drugs aangaat, en dat jJustitie niet volgt. Omgekeerd geldt uiteraard hetzelfde.
Zijn de budgettaire inspanningen op dit moment dus voldoende? Zal er in bijkomende middelen worden voorzien? Zo ja, op welke termijn?
Mijn tweede vraag die ik aan u wil stellen, mijnheer de minister, is een vraag die intussen al een tijdjeenigszins gedateerd is.
U hebt wellicht gelezen dat het Europees Drugsagentschap (EDA) onderzoek doet naar drugsresidu's in het drinkwater. Men moet spijtig genoeg vaststellen dat Antwerpen de slechtste leerling van de klas is in Europa. Ik ken er zelf wetenschappelijk niet zoveel van, maar ik lees wat ik lees, en ik zie dat daar bijna 200.000 microgram cocaïne per 1.000 inwoners per dag werd aangetroffen.
U zult mij wellicht kunnen uitleggen of dat zeer dramatisch of gewoon dramatisch is. Dramatisch is het alleszins als men de slechtste leerling van Europa is. Brussel staat ook in de top tien van Europese steden. Voorts blijkt uit dat onderzoek ook dat er meer wordt aangetroffen in de weekends, van vrijdag tot en met zondag, wat er eigenlijk op wijst dat het recreatief gebruik stijgt.
Mijnheer de minister, heeft de overheid hier een zicht op? Hebt u deze cijfers volledig tot uw beschikking? Welke maatregelen kunt u daar tegenover zetten?
Er wordt hier en daar luidop geroepen dat men het drugsgebruik strenger moet aanpakken. Het is nu eenmaal een feit dat als er vraag is, dat er ook aanbod is. Als men de vraag kan tegengaan en beteugelen, dan zal het aanbod ook verminderen. Mijnheer de minister, zult u het drugsgebruik aanpakken? Op welke manier zult u dat doen? Zult u strenger bestraffen?
Ik vind - dat is de stelling van mij en mijn partij - dat wij als ambtenaren en politici een voorbeeldfunctie hebben, maar misschien hebben ook de publieke instellingen dat. Als er verplichte drugstests van publieke functionarissen zouden worden afgenomen, dan zou ik dat een goede zaak vinden.
Ridouane Chahid:
Monsieur le ministre, je reviens sur la question de la fusion des zones de police. Vous le savez, que ce soit au cours d'auditions à la Chambre ou lors de différentes prises de parole dans la presse, l'ensemble du monde policier et judiciaire bruxellois s'oppose à la fusion de ces zones de police.
Une étude de l'Université de Gand – sur laquelle je ne m'étendrai pas – indique clairement qu'il n'y a aucune plus-value en la matière. Comme je l'ai déjà dit, cette fusion répond surtout à des objectifs idéologiques, voire communautaires, et non opérationnels et mettra à mal la police de proximité et le service aux citoyens.
Cette fusion qui est annoncée dans votre accord de gouvernement sans concertation est imposée à l'ensemble des acteurs bruxellois et aux bourgmestres. Vous avez fait le tour des 19 bourgmestres de la capitale. Il me revient que vous les avez beaucoup écoutés mais que vous n'avez pas entendu leurs préoccupations, notamment quant aux conséquences négatives de cette fusion. Parmi ces préoccupations, demeure entière la question de l'impact de la fusion sur les politiques de proximité, sur le manque de policiers pour assurer une réelle sécurité au sein des 19 communes bruxelloises ou encore sur les priorités qui diffèrent d'une commune à une autre.
Vous n'avez pas évoqué avec eux la question qui fâche, à savoir le budget, l'argent, la quote-part de chaque commune dans le cadre de cette fusion et l'apport financier de votre gouvernement. Vous n'avez pas abordé non plus une question qui revient assez souvent par rapport aux petites communes bruxelloises, à savoir: comment garantirez-vous à ces petites communes qu'elles puissent disposer d'un vrai poids de négociation dans l'élaboration des stratégies RH, d'investissement ou encore sur les orientations politiques au niveau budgétaire? Je rappelle qu'un Collège ou un Conseil de police gère le fonctionnement de la zone, il ne gère pas le maintien de l'ordre public. Comment donc garantirez-vous aux bourgmestres, qui ont, eux, cette prérogative dans la loi, de pouvoir continuer à maintenir et garantir l'ordre public sur leur territoire en disposant des policiers nécessaires pour ce faire?
Monsieur le ministre, quel est le calendrier précis de la réforme? Qu'en est-il exactement des concertations que vous avez eues avec les différents acteurs concernés? Quel modèle de gouvernance post-fusion sera-t-il mis en place?
Concernant le financement apporté actuellement par les communes, celles-ci continueront-elles à financer la zone de police? Quid de l'apport du fédéral en la matière?
Voorzitter:
M. Xavier Dubois étant absent, nous passons à la réponse du ministre.
Bernard Quintin:
Mesdames et messieurs les députés, merci pour vos questions, et d'avoir accepté le regroupement de celles-ci selon une certaine logique. Aux questions liées à la drogue et à la fusion, j'ai ajouté celles concernant le budget, car je ne vais pas pouvoir vous dire grand-chose sur ce troisième sujet. En effet, les négociations budgétaires sont en cours, et je vais très bientôt présenter la note de politique générale dans laquelle il y aura davantage d'informations concernant les échéances, le calendrier et les budgets. En rhétorique, il est bon de commencer par les points faibles pour après continuer avec les plus forts.
Ik kom dan bij het Kanaalplan, de vragen van mevrouw De Vreese en de heer Bergers. In overeenstemming met het regeerakkoord zal er een nieuw Kanaalplan, een Kanaalplan 2.0, met een nieuwe naam die nog niet bekend is, worden ingevoerd teneinde een concreet operationeel plan op te stellen met het oog op de bestrijding van de verschillende vormen van criminaliteit in en rond Brussel. Het eerste Kanaalplan had voornamelijk terrorisme en extremisme als insteek. We moeten er evenwel voor zorgen dat we wendbaar zijn en dat we kunnen inspelen op andere en opkomende fenomenen.
CrimOrg is ons startpunt voor dat nieuwe Kanaalplan. Brussel is ook ons startpunt, maar het plan zal voor heel België moeten gelden, wat een andere aanpak dan in het Kanaalplan 2015-2016.
Tijdens de presentatie van de beleidsverklaring die binnenkort, zal plaatsvinden, als ik me niet vergis op 29 april, zal ik de verschillende aspecten die we in het kader van dat nieuwe Kanaalplan willen aanpakken gedetailleerd uiteenzetten. Ik deel zeker uw bekommernissen en ik zal uw vragen zo snel mogelijk proberen te beantwoorden.
Om een goed nieuw plan te kunnen opstellen, hebben wij evenwel een goed beeld van de situatie nodig.
J'avais demandé cette image à la police fédérale, qui me l'a fournie vendredi dernier. Je vais donc relire le document. Nous allons organiser un séminaire, un workshop , avec tous les acteurs concernés pour voir comment nous pouvons utiliser cette image qui reflète la situation.
Dat was ook nodig om een nuttig, nodig en goed plan te kunnen opbouwen.
Dan kom ik bij de vragen van mevrouw De Vreese en de heer Aouasti. Geld is inderdaad de drijvende kracht achter een criminele organisatie. De effectieve bestrijding van de activiteiten van een organisatie vereist daarom een follow-the-money-aanpak, al is dat nu meer een follow-the-value -aanpak geworden.
Daarvoor zijn vier zaken nodig. Ten eerste, de identificatie van het criminele vermogen. Ten tweede, een inbeslagname en verbeurdverklaring van het vermogen. Ten derde, een efficiënt beheer van de inbeslaggenomen en/of verbeurdverklaarde goederen om hun waarde te behouden. Ten vierde, ervoor zorgen dat de criminelen betalen voor de schadeloosstelling van de slachtoffers, voor de versterking van de diensten die deze criminele verschijnselen bestrijden en voor het opbouwen van de veerkracht van de samenleving.
Het nationaal drugscommissariaat heeft als doelstelling om voorstellen aan de regering voor te leggen om de follow-the-value- keten in haar geheel te versterken en een systeem te ontwikkelen voor het correct gebruik van het geld en de criminele activa die via deze versterkte follow-the-value -aanpak worden teruggevorderd.
Het regeerakkoord maakt eveneens, zoals mevrouw De Vreese aanhaalt, gewag van de oprichting van een multidisciplinaire fiscale en financiële opsporingsdienst. De oprichting hiervan valt evenwel onder de gedeelde bevoegdheid van de minister van Financiën en de minister van Justitie.
Les moyens supplémentaires octroyés dans le cadre de la lutte contre la drogue par décision du Conseil des ministres d’octobre 2023 ont déjà permis de financer 22 projets couvrant les différents aspects de la lutte contre ce phénomène: résilience des principaux hubs logistiques, renforcement et professionnalisation du processus de saisie de drogue, outils de détection et d’analyse de données, renforcement des outils pour l’approche "follow-the-value", prise en charge de l’accompagnement des consommateurs, etc.
Les crédits octroyés sont en cours d’utilisation par les différents bénéficiaires et un suivi est assuré par le Commissariat national aux drogues qui est également chargé d’analyser l’impact des différents projets financés. Pour conclure et pour répondre à votre dernière question, Monsieur Aouasti, comme vous l’avez dit, la police judiciaire a connu une réorganisation majeure en 2014. C’était la DGJ 2.0 avec la réduction des arrondissements judiciaires et la décentralisation de certaines ressources et fonctions.
Aujourd’hui, pour accomplir sa mission, elle évolue vers un nouveau cadre: la DGJ 3.0. Elle sera structurée autour de cinq piliers: 1.enquête spécialisée; 2.renseignements; 3.techniques et technologies; 4.coordination, 5. stratégie. Ce gouvernement s’est engagé à renforcer la police fédérale judiciaire pour soutenir la mise à œuvre de cette stratégie.
Je pourrais y revenir aussi dans des discussions sur la note de politique générale et aussi sur la question du fonds "Crime org" et son organisation. C’est en effet une possibilité. Cela existe dans différents ministères d’avoir des articles particuliers permettant de déroger au principe de l’unicité du budget de l’ État. La commissaire nationale aux drogues doit nous faire une proposition en ce sens.
Vervolgens is er de inzet van militairen. Ik wil graag mijn intentie bevestigen om de bepalingen in het regeerakkoord uit te voeren, namelijk het overdragen van bepaalde opdrachten aan Defensie, die momenteel door de politie, de DAB, worden uitgevoerd. Mijn doel is om op dit vlak concrete stappen te zetten door middel van een protocolakkoord met de minister van Defensie. Dit protocol zal ons in staat stellen om snel vooruitgang te boeken bij het hervatten van bewakingsopdrachten op gevoelige sites. Hierbij krijgen kerncentrales de hoogste prioriteit.
Er moet worden opgemerkt dat dit protocol voor de overdracht van bevoegdheden geen wetswijzigingen vereist. Het maakt deel uit van hetzelfde kader dat Defensie in staat heeft gesteld om de bewakingsopdrachten tot 1 mei 2024 over te nemen. Deze operatie zal mij in staat stellen om meer dan 200 politiemensen elders in te zetten. Ze zullen onder meer worden ingezet bij de diensten van de hoven en rechtbanken en voor de overbrenging van gevangenen.
Ik had het over de DAB. Door het domino-effect zal dit mij in staat stellen om een vergelijkbaar aantal inspecteurs op het terrein aan te stellen. Wij zullen dit stap voor stap doen. Ik wil graag met de kerncentrales beginnen. Ik kan een 250-tal mensen van de DAB inzetten. Dit zal al een eerste stap in de goede richting zijn.
We hebben een voorstel van protocolakkoord aan het kabinet van Defensie bezorgd. Het overleg met de diensten is bezig. We hopen dat naarmate dit dossier evolueert, we in staat zullen zijn om onze politiemensen te reoriënteren naar meer essentiële missies.
Monsieur Thiébaut, en ce qui concerne les questions relatives au budget de la police intégrée, ainsi que les autres questions que vous avez posées à ce sujet, sachez que pour le moment nous sommes en train d’analyser tous les éléments pour voir comment opérationnaliser les objectifs de l’accord de gouvernement au sein des services de police.
Des discussions budgétaires sont en cours ainsi que la préparation de ma note de politique générale. Ces études me permettent de voir comment on peut réaliser l’indexation et augmenter les dotations des zones de secours dans un contexte plus large de restructurations et de réformes. Je vous garantis que mon intention est bien de réinvestir dans la sécurité civile plus largement et en particulier dans la protection civile.
Pour ce qui concerne les 1,8 % d’économies linéaires, des discussions sont également en cours au sein du gouvernement. La police fédérale est en soi immunisée de ces économies et le SPF est lui aussi en grande partie immunisé mais pas dans toutes ses parties.
Ces discussions sont encore en cours au sein du gouvernement autour de la confection du budget. Le concept est d’immuniser autant que possible les départements de sécurité tout en considérant (ce qui est la volonté du gouvernement) qu’il faut mettre de l’ordre dans les finances publiques. Des économies doivent aussi y être faites. Vous connaissez mieux que moi ce genre de discussions: ce n’est pas facile mais nous le faisons de bonne volonté.
Wat de taskforce betreft, is het niet zo dat wij niets doen. Wij zijn bezig en we hebben vanmorgen onze eerste vergadering met de eerste minister, de minister van Justitie, mijzelf en onze ploegen gehad. Dat betekent niet dat we voor deze vergadering niets gedaan hebben. We hebben die vergadering voorbereid, om zeker te zijn dat we een goed kader hebben.
Je rappelle que l'objectif de cette task force n'est pas de créer une nouvelle couche ou un nouveau système, mais bien de nous assurer que la lutte contre le crime organisé, qui figure au cœur de l'accord de gouvernement et qui constitue l'une de mes tâches principales en tant que ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, soit – et vous avez parlé de ketenaanpak – partagé évidemment par tout le monde, chacun à son niveau de responsabilité dans cette approche de la lutte contre le crime organisé. Donc, de ce point de vue, le travail avance.
Monsieur le président, je vais parler un peu plus que les douze minutes qui me sont assignées, mais c'est pour aborder la fusion des zones de police à Bruxelles, qui se fera de manière en effet non volontaire – contrairement au reste du pays. Pour sortir de mes notes, je puis vous annoncer avoir rencontré 18 des 19 bourgmestres. Celle de Molenbeek étant malade, je n'ai pu la voir. Malgré deux demandes, on ne m'a pas indiqué une autre personne que je pourrais rencontrer. Cela dit, je reste à la disposition et je réintroduira ma demande. Mon objectif était bien de faire le tour, comme je l'ai dit, pour exposer les éléments à ma disposition relativement à la fusion de ces zones de police, mais aussi, monsieur Chahid, pour écouter. J'ai ainsi écouté très attentivement les 18 bourgmestres. Nos rendez-vous ont chaque fois duré entre une petite heure et une bonne heure pour écouter leurs préoccupations que j'ai bien entendues et que vous avez, du reste, relayées. Ils ont évoqué, et M. De Smet vient d'en parler également, l'importance de la proximité et les questions budgétaires. Pour être très clair, nous travaillons sur ces dernières, comme sur le reste.
S'agissant de la police de proximité, monsieur De Smet, il n'y a pas, à ma connaissance, d'accord secret ou d'Atoma. Pour être très honnête, en tout cas, je n'en dispose pas. Par conséquent, je me sens parfaitement libre de conduire cette réforme. J'ai bien entendu également ce que mes collègues du gouvernement ont pu en dire, mais – jusqu'à preuve du contraire – c'est un projet qui est piloté par le ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, pas par le ministre des Finances ni par un autre ministre fédéral. C'est moi qui vais m'en charger. Dans les deux semaines à venir, je présenterai mon plan au premier ministre pour voir si nous sommes sur la même longueur d'onde. J'avance relativement vite. Une fois que j'aurai pu fine-tuner , pour parler en bon français, ce plan avec le premier ministre, je reprendrai langue avec les bourgmestres, probablement avec la Conférence des bourgmestres pour le faire en une fois. Je vous avoue que je ne vais pas recommencer le pèlerinage alors que j'ai déjà établi mon top 3 des plus beaux bureaux de bourgmestre bruxellois.
Mais j'ai donc bien l'intention de continuer cette concertation. Ce que je voulais quand même dire, c'est que la zone de police Bruxelles-Ville/Région – je ne sais pas quel nom elle prendra – reste une zone de police locale, au même titre que les autres zones de police locales du Royaume. Cela signifie également que je ferai des propositions en termes d'organisation mais le rôle du ministre de la Sécurité et de l'Intérieur s'arrête à un certain moment dans ce qui est de l'organisation et du fonctionnement des zones de police locales.
Je ne suis pas bégueule: c'est une zone de police locale avec 19 communes, ce sera donc clairement la zone de police locale pluri-communale la plus grande du Royaume. Elle devra toutefois continuer à assumer les 7 fonctionnalités de la police locale au même titre que toutes les autres zones de police locale du Royaume tout en faisant face à un certain nombre de spécificités de la ville de Bruxelles.
Mes deux mois de fonction comme ministre de la Sécurité et de l'Intérieur me font dire qu'il y a des spécificités tant géographiques, politiques que de sécurité qui doivent être prises en compte pour déterminer ce que cette future zone de Bruxelles-Ville/Région – de nouveau, ce n'est pas à moi à déterminer le nom qu'elle prendra – devra faire. Mais je sais que nous y reviendrons certainement très prochainement.
In verband met het cocaïnegebruik is ook een ketenaanpak nodig, du producteur au consommateur . De drugsgebruikers moeten hun verantwoordelijkheid nemen en krijgen. Dat is dus een belangrijk deel van onze aanpak.
Maaike De Vreese:
Minister, dat laatste is inderdaad belangrijk. Ook de drugsgebruiker heeft een enorme verantwoordelijkheid. Als er geen gebruikers zijn, zijn er ook geen dealers en zonder dealers is er geen overlast. Daar moet je dus zeker op inzetten maar er is nog een lange weg te gaan.
Coördinatie van de taskforce en overleg zijn natuurlijk belangrijk, maar nog liever zien wij de stappen, de veranderingen die op het terrein gezet en waargemaakt worden. Er is sprake van om 200 tot 250 inspecteurs vrij te maken via het domino-effect, door militairen in te zetten. Dat zal inderdaad een belangrijke stap zijn. Ik ben benieuwd wanneer die mensen effectief op straat hun werk zullen kunnen doen.
Ik hoor u graag zeggen dat u volop bezig bent met de fusie en dat u daaraan voortwerkt. Natuurlijk blijft er dan een lokale politiezone, met alle bijbehorende verantwoordelijkheden die daarbij te pas komen.
We willen graag meedenken over een nieuwe naam voor het Kanaalplan, want u bent daar al een tijdje op aan het sjieken. We willen daar dus gerust mee over brainstormen.
Khalil Aouasti:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre brève réponse, et pour l'ouverture que j'ai pu entendre sur la question du fonds "Crim org". J'entends que les débats budgétaires ne sont pas clos; en effet, on ne sait pas quel périmètre sera concerné, quel périmètre sera ou ne sera pas impacté par les 1,8 %.
En tout cas, la proposition de notre groupe est là. Elle est discutable. Elle permet d'offrir une solution concrète de financement à des services essentiels. Je sais et j'entends que Mme la commissaire nationale aux drogues fera également une proposition, vraisemblablement dans les semaines à venir. Je pense qu'il est urgent, dès lors qu'il y a un accord pour financer ces services-là, de se mettre autour de la table avec des textes, qu'il s'agisse du nôtre ou d'autres. Je suis totalement ouvert. Pour moi, le principe est important. La nécessité d'affecter des moyens à ces politiques et à la lutte contre ces criminels est vraiment capitale.
Je salue l'ouverture et je vous donne rendez-vous dans au maximum quelques semaines, juste après votre note de politique générale et les budgets qui y correspondent, pour revenir avec notre texte.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Het is heel goed dat u met nagenoeg elke burgemeester in Brussel al hebt gesproken over het Kanaalplan en dat u contact hebt opgenomen met de federale politie om u een stand van zaken te geven.
Ik wil een warme oproep doen om ook met de politiezones in de Vlaamse Rand die ik al heb aangehaald samen te zitten, alsook met de luchtvaartpolitie. Voor een plan dat de lokale opvolging van de criminaliteit moet verbeteren is het belangrijk dat niet alleen de federale politie gehoord wordt maar ook de lokale zones. Daartoe wil ik een warme oproep aan u doen.
Ik kan altijd helpen om dat ten minste in mijn eigen zone te faciliteren. U moet echter zeker niet alleen met de politiezone VIMA spreken. Ik sprak al over de zone Zennevallei maar ook over andere zones die heel relevant zijn. U kan die zones ook horen. Ik ben minder goed geplaatst om dat daar te faciliteren.
Ten slotte, ik heb het misschien niet goed begrepen, omdat alles op een hoopje wordt gegooid, maar u zei dat u wou beginnen met de uitrol van het Kanaalplan in Brussel en in de omgeving van Brussel en dus de Vlaamse Rand, maar dat het de bedoeling was om via dat plan in het hele land tot een aanpak te komen. Dat lijkt mij zeker nuttig om de drugscriminaliteit in het hele land strenger aan te pakken. Ik was echter enigszins bezorgd over de manier waarop u dat verwoordde. Het Kanaalplan heeft immers de vorige keer extra vte's op het veld gebracht. Ik ben uiteraard voorstander van meer rekruteringen en van het voornemen om in het hele land meer politiemensen te hebben. Wij moeten dat echter ook koppelen aan de realiteit. Wij zullen dit de komende maanden wel nog bekijken, maar ik vroeg mij in dat verband af hoe u dat voornemen concreet zag. Ik wil ook oproepen om echt te focussen op de plaatsen waar de noden het hoogst zijn.
François De Smet:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse assez claire.
Il n'y a pas de carnet Atoma. Donc lorsque un ministre affirme que chacune des six zones pourra conserver 75 % de ses capacités, il se peut qu'il ait inventé cette information. En tout cas, ce n'est pas confirmé. Dont acte.
Bernard Quintin:
Je n'ai pas vu de carnet Atoma.
François De Smet:
Vous n'en avez pas vu? Sans doute faut-il être croyant et non pratiquant.
Et quand Les Engagés nous disent que 19 bourgmestres pourront garder leurs prérogatives, ce n'est pas non plus confirmé!
Vous dites que vous allez présenter votre plan au premier ministre puis à la Conférence des bourgmestres. Nous pourrions nous demander s'ils auront une marge de manœuvre et s'il y aura une vraie discussion. Tant mieux si vous êtes prêt à faire des amendements.
Vous dites que "la zone de Bruxelles-Ville/Région reste une zone de police locale". Je trouve cela très intéressant. J'adore cette phrase, mais ne vous prouve-t-elle pas l'absurdité de ce qui s'annonce? Bruxelles est en effet une Région composée 19 communes et de beaucoup de quartiers extrêmement différents. Vous dites que des spécificités géographiques doivent être prises en compte. Nous en sommes bien conscients. C'est d'ailleurs la raison pour laquelle il y six zones de police, et non une seule.
Nous marchons donc sur la tête. Je continue à dire que nous nous retrouvons avec une concession irrationnelle, simplement parce qu'une série de partis flamands et le MR voulaient absolument cette fusion. Les Bruxellois ne la demandent pas.
Vous êtes en train, avec beaucoup de consultations et de sympathie, de chercher des arguments pour justifier cette fusion. Vous allez tenter de la réaliser contre l'avis, mais surtout contre l'intérêt des Bruxellois. Je ne désespère pas de vous convaincre avant qu'il ne soit trop tard.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, ik blijf wat op mijn honger. Op 21 februari is er een taskforce opgericht en de eerste vergadering gaat door op 2 april. Men heeft dus een maand de tijd nodig gehad om een vergadering voor te bereiden en dat noemt u vooruitgang. Ik hoor echter vooral geen enkele concrete maatregel. Ik hoor niets over wat er op het terrein zal gebeuren. Ik zie of hoor ook niet welke budgetten daarvoor uitgetrokken worden. Het blijft wachten op uw beleidsnota en op de budgetten die daarin hopelijk zullen worden voorgesteld.
Uiteraard moeten we die ketenaanpak in acht nemen en de vraagzijde verminderen om het aanbod te doen dalen. Ik heb echter uw visie op ons voorstel niet gehoord, namelijk om verplichte drugstests op te leggen aan ambtenaren en ook politici – waarom niet? We hebben een voorbeeldfunctie en het Vlaams Belang is daar zeer duidelijk over. We zullen dit voorstel nog voorleggen in het Parlement. Als de regering het niet zelf doet, moeten we het heft in eigen handen nemen en een verplichte drugstest opleggen aan politici, maar ook aan andere beroepscategorieën zoals de magistraten.
Ridouane Chahid:
Monsieur le ministre, vous nous dites que vous avez rencontré 18 des 19 bourgmestres et que vous les avez écoutés. Nous verrons dans la proposition de fusion que vous allez transmettre au Parlement si vous les avez entendus, car là réside notre principale demande: avez-vous entendu les bourgmestres? Je rappelle, comme j'ai déjà eu l'occasion de vous le dire, qu'un bourgmestre a des prérogatives légales avec des conséquences pénales s'il ne les remplit pas. Si vous ne donnez pas les conditions qui lui permettent de remplir ses missions de bourgmestre, la question est de savoir à qui revient la faute, notamment en termes de sécurité. Je rappelle aussi, et vous l'avez dit d'ailleurs dans votre réponse, qu'il y a 19 réalités différentes. Lorsque, demain, une seule zone de police concentrera l'ensemble de ses moyens sur des quartiers plus difficiles que d'autres, comment ferez-vous en sorte que la sécurité soit assurée dans des quartiers où la sécurité se traduit par des réalités hétérogènes, où on parle plus de sécurité routière que de cambriolage ou de trafic de drogue? Par exemple dans une commune comme la mienne, la présence de véhicules garés en double-file dans une rue est plus préoccupant que dans d'autres communes puisque nous n'avons pas les mêmes problèmes de sécurité. Je sais que vous avez reçu de la part de bourgmestres un certain nombre de motions, de documents, d'études. J'espère que vous pourrez en tenir compte et revenir sur un certain nombre de choses que j'ai pu lire dans la presse. Je sais aussi que votre préoccupation est que la sécurité soit assurée partout. Nous sommes évidemment d'accord. Sur ce point, nous vous suivrons et serons toujours derrière vous. Il reste à voir les modalités de ce projet de loi. Je vous remercie, en tout cas, des réponses que vous avez apportées.
De agressie tegen treinbegeleiders
De veiligheid in de stations
Veiligheid en agressie in het openbaar vervoer
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Na een hevige agressie op een treinbegeleider in Mons (maart 2025) en 2.298 incidenten in 2023 eist Éric Thiébaut versterkte veiligheid in openbaar vervoer, met meer Securail- en spoorwegpolitiepersoneel en strengere strafrechtelijke maatregelen. Minister Quintin belooft tolerantie nul, met directe politietoegang tot bewakingsbeelden (SNCB, De Lijn, STIB, TEC), betere samenwerking tussen diensten via een herziene taakverdelingscirculaire (2002), en een video-muur in Brussel (2025) voor snellere interventies, maar benadrukt pragmatisme boven structurele hervormingen. Thiébaut waarschuwt echter voor gevaarlijke centralisatieplannen (bv. opheffing spoorwegpolitie in Mons ten voordele van Charleroi), die specialistische kennis (veilig interveniëren op spoorwegen) en snelle respons in gevaar brengen, en pleit voor behoud van lokaal geschoolde eenheden in plaats van verdere verschuiving naar lokale politiezones.
Éric Thiébaut:
Monsieur le ministre, les agressions contre le personnel des transports publics, tant dans les trains, les bus ou les trams, sont malheureusement très fréquentes.
Tout récemment, en gare de Mons, dans la nuit du 25 mars 2025, un accompagnateur a été violemment agressé par un voyageur. Ces faits sont évidemment inacceptables. Ce dernier s'est retrouvé avec des lésions physiques au visage, au cou, au dos, aux poignets et aux genoux et a été contraint de suivre un accompagnement psychologique.
Bien qu'interpellé par la police, l'agresseur a été aussitôt relâché, provoquant la colère des accompagnateurs du dépôt de Mons.
Face à ces situations qui se multiplient (2 298 agressions en 2023), une réponse forte doit être apportée pour mieux les protéger. C'est une des raisons pour laquelle, au cours de la précédente législature, j'avais déposé et fait adopter à l'unanimité une proposition de résolution pour renforcer la police des chemins de fer.
Monsieur le ministre, face à la recrudescence d'agressions contre le personnel des transports en commun, plus spécifiquement à la suite de celle intervenue en gare de Mons, un renforcement des effectifs de Securail et de la police des chemins de fer est-il prévu? L'accord de gouvernement prévoit que vous repreniez la tutelle de Securail. Quelles sont vos priorités en la matière et comment s'organisera la collaboration avec la police des chemins de fer? Plus généralement, envisagez-vous une collaboration avec votre collègue chargée de la Justice, afin de renforcer le cadre pénal pour poursuivre les auteurs d'agressions sur le personnel des transports publics?
Bernard Quintin:
Monsieur Thiébaut, je vous remercie pour votre question. Permettez-moi d'abord d'exprimer toute ma solidarité à cet accompagnateur de train spécifique, mais je dirais à travers lui aussi aux autres victimes. Comme vous l'avez cité vous-même, il y a eu, en 2023, 2 298 cas rapportés de gravité évidemment différente. Mais, qu'il n'y ait pas de doute, et je l'ai répété à plusieurs reprises, c'est non seulement inacceptable mais il est dans mes intentions de mettre en œuvre une politique de tolérance zéro par rapport aux agressions envers les policiers, les pompiers, les ambulanciers, les accompagnateurs de train et toutes les personnes qui sont au service de la communauté. Cela figure d'ailleurs dans l'accord de gouvernement.
Il faudra donc apporter une réponse forte à la hauteur des enjeux. Plusieurs initiatives concrètes sont en cours ou en préparation pour renforcer la sécurité dans les transports publics et, plus particulièrement, dans les gares.
Premièrement, nous finalisons actuellement la mise en œuvre de l'accès en temps réel des services de police aux images de vidéosurveillance de la SNCB. Cet accès permettra à la police d'agir plus rapidement et efficacement lors d'incidents car elle aura directement accès aux images relatant les faits.
Nous prenons également les initiatives nécessaires pour élargir cet accès en temps réel aux images des autres sociétés de transport en commun comme De Lijn, la STIB et le TEC.
Deuxièmement, je cherche à réviser la circulaire ministérielle du 15 avril 2002. Cette révision visera à clarifier et optimiser la répartition des tâches entre la police locale, la police des chemins de fer et Securail. Il s'agit de mieux coordonner les efforts, de renforcer les synergies et d'utiliser au mieux les capacités disponibles pour garantir la sécurité des voyageurs et du personnel.
Comme vous le savez, je fais le tour de tous les services qui dépendent de moi. J'avais déjà rencontré la police des chemins de fer pour avoir renforcé la présence dans le métro bruxellois. Je pense que, là, il faut s'autoriser à sortir des schémas habituels pour effectuer des révisions. Pour plusieurs questions, j'aurais pu répondre que des projets de réforme de la police fédérale sont en cours.
Pour répondre votre question sur Securail, je suis en contact avec mon collègue Jean-Luc Crucke, dont ce service dépend encore. Comme j'ai eu l'occasion de le dire en commission il faut privilégier le pragmatisme au dogmatisme. Voyons comment organiser, de la manière la plus pragmatique et surtout la plus efficace possible, la coopération entre l'ensemble de ces services.
Pour renforcer l'efficacité des poursuites, je compte évidemment sur ma collègue chargée de la Justice qui est compétente en la matière. Cela fait partie de cette chaîne de la sécurité dont nous avons déjà parlé.
À Bruxelles, nous prévoyons d'installer en 2025 un mur vidéo au Centre d'Information et de Communication (CIC) de Bruxelles pour améliorer le suivi en direct de la situation dans les gares bruxelloises et réagir plus rapidement. Cela s'étend bien sûr en termes d'attention, sinon en termes de technologie, à toutes les gares, y compris celle de Mons.
Toutes ces mesures traduisent ma volonté d'agir avec fermeté et pragmatisme pour protéger celles et ceux qui assurent un service public essentiel au quotidien. Je répète que je ne veux laisser aucun doute sur ma volonté de faire en sorte que ces personnes puissent travailler dans un environnement apaisé.
Éric Thiébaut:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. La question de la police des chemins de fer me préoccupe depuis déjà plusieurs années, et même plusieurs législatures, puisque c'est le ministre Jambon qui avait entrepris une réforme qui n'a pas été abandonnée par la ministre Verlinden. En clair, il est prévu de recentrer la police des chemins de fer en certains endroits. Ainsi, en province du Hainaut, on la supprime à Mons pour recentrer tout le monde à Charleroi. À mon sens, cela pose de gros problèmes. En effet, comme pour la protection civile, l'éloignement provoque des désagréments. Quand un incident se produira en gare de Tournai, s'il faut venir de Charleroi pour y remédier, il est bien évident que ce seront les policiers de la zone de Tournai qui interviendront bien avant ceux des chemins de fer. Vous allez me rétorquer: "Bon, ce sont quand même des policiers." Oui, mais il ne faut pas oublier une chose, qu'on ne vous a peut-être pas encore dite, à savoir que les agents de la police des chemins de fer reçoivent une formation spécifique relativement au risque d'intervention dans ce milieu bien particulier, par exemple quand il faut courir après quelqu'un sur des lignes ferroviaires en tenant compte de l'électrification, avec aussi le risque d'être percuté par un train. Ce sont des gens qui sont formés pour intervenir sur les voies et dans les gares. Il ne faut donc pas le perdre de vue ni partir sur un nouveau transfert de charges vers les zones locales, qui est déjà en cours depuis quelques années. Par conséquent, je vous demande d'y rester attentif. En tout cas, il est bon d'envisager d'ores et déjà les concertations entre Securail, la police des chemins de fer et les zones.
De toewijzing van het AM30-contract aan het Spaanse CAF
De gesprekken tussen Alstom en de NMBS
De activiteiten van CAF in de illegale Israëlische nederzettingen
De activiteiten van CAF in de bezette Palestijnse gebieden
De rol van spoorwegbedrijven CAF en Alstom in contracten en bezette gebieden
Gesteld door
CD&V
Franky Demon
VB
Frank Troosters
PTB
Farah Jacquet
Groen
Staf Aerts
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS-plannen om 600 treinstellen (AM30) aan CAF (Spanje) te gunnen worden fel bekritiseerd omdat CAF betrokken is bij illegale Israëlische nederzettingen via de Jeruzalem-tram, wat indruist tegen internationaal recht en België’s officiële standpunt tegen bezetting. Alstom en Siemens betwisten de aanbesteding bij de Raad van State, terwijl de NMBS volhoudt dat CAF juridisch niet uitgesloten kan worden (geen sancties, geen strafrechtelijke veroordeling) en voldoet aan de wettelijke aanbestedingscriteria—hoewel ethische bezwaren (mensenrechten, "peace"-pijler in NMBS-gedragscode) onbeantwoord blijven. De minister benadrukt procedurele correctheid (anonyme evaluatie, geen fouten in dossier), maar parlementsleden eisen concrete stappen om België’s medeplichtigheid aan Israëlische schendingen te voorkomen, met verwijzing naar de NMBS-eigen CSR-verplichtingen en het Internationaal Gerechtshof (illegale bezetting). Beslissing uitgesteld tot uitspraak Raad van State, maar politieke druk voor heroverweging blijft hoog.
Frank Troosters:
We hebben al een actualiteitsdebat gehad over de bestelling van de AM30-treinstellen. Tot nu toe is de voorkeurspartner CAF uit Spanje. Ik heb begrepen dat Alstom in het verleden had gehoopt om de deal binnen te halen en meer uitleg had gevraagd over de beslissingsprocedure bij de NMBS. Dat gesprek heeft uiteindelijk niet plaatsgevonden. Intussen hebben Alstom en de Duitse treinbouwer Siemens een procedure opgestart bij de Raad van State.
Waarom heeft het geplande gesprek met Alstom niet plaatsgevonden? Is dat het gevolg van de procedure of is de procedure het gevolg van het niet plaatsvinden van het gesprek? Wat is daaromtrent de stand van zaken?
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, vous le savez, la SNCB a choisi l'entreprise CAF (Construcciones y Auxiliar de Ferrocarriles) pour la construction des nouveaux trains AM30 au détriment d'Alstom et des sites de production en Belgique. Aujourd'hui, nous apprenons que CAF travaille dans les colonies israéliennes illégales. Elle construit l'extension du tramway de Jérusalem reliant ces colonies à Jérusalem-Ouest.
La Cour internationale de Justice a rappelé en 2024 que l'occupation de Gaza, de la Cisjordanie et de Jérusalem-Est par Israël est illégale. Israël est donc un acteur de l'apartheid, un crime contre l'humanité. Le mouvement BDS souligne qu'en attribuant ce contrat à CAF, la SNCB deviendrait complice de l'occupation illégale et du régime d'apartheid d'Israël.
J'aimerais donc vous poser les questions suivantes: comment expliquez-vous le manque de vigilance du conseil d'administration de la SNCB composé des partis traditionnels. La SNCB ayant une responsabilité éthique et légale d'exclure les entreprises impliquées dans le système d'oppression israélien, allez-vous reconsidérer l'attribution de ce contrat de plusieurs milliards d'euros? Le 12 mars dernier, vous avez expliqué que le conseil d'administration aurait pu inclure des critères environnementaux pour privilégier la production locale, pourriez-vous nous en dire plus? Vous avez également mentionné que les offres des différentes entreprises avaient été analysées de manière anonyme mais des retours du terrain indiquent que ce ne serait pas la règle dans les marchés publics. Pourquoi avoir opté pour une telle méthode? Je vous remercie.
Staf Aerts:
In een nog niet zo lang verleden is inderdaad het debat gevoerd over de toekenning van dat contract, waarbij de nabijheid van tewerkstelling als een van de argumenten werd aangehaald. Ik wil daar graag een extra laag aan toevoegen, namelijk de betrokkenheid van CAF in de bezette gebieden. Het is overduidelijk dat dat bedrijf meewerkt aan de uitbreiding van de Jerusalem Light Rail, die een connectie maakt tussen verschillende Israëlische nederzettingen in de Palestijnse gebieden, die door het internationaal recht als illegaal worden beschouwd.
Ondertussen heb ik het openbaredienstcontract nader bestudeerd. Hoofdstuk 9 van dat contract handelt over 'maatschappelijk verantwoord ondernemen'. Artikel 101 verwijst naar de Corporate Social Responsibility, met 'Peace' als een van de vijf pijlers daarvan. Het is heel belangrijk dat vrede een van die vijf pijlers is. Artikel 103 vermeldt zelfs specifiek duurzame aankopen en stelt dat alle leveranciers aan een gedragscode moeten beantwoorden. Ik heb die gedragscode geprint en nog eens grondig doorgenomen. Daar staan een aantal verregaande zaken in. Zo zijn zowel de huidige als de toekomstige leveranciers verplicht om de gedragscode na te leven. Daarnaast verbindt de leverancier zich ertoe om de mensrechten en alle internationale geldende wetten na te leven. Als dat niet gebeurt, dan is dat een reden om contracten te ontbinden, zowel huidige contracten als toekomstige contracten. Een interne auditdienst voert hierop controle uit.
We weten in welke situatie CAF zich bevindt, we weten dat het bedrijf bijdraagt aan die nederzettingen. Ik heb dan ook een vraag over het contract, dat nog niet is toegekend, maar in de lopende procedure zit.
Hoe zal men onderzoeken of het respect voor het internationale humanitaire recht zowel in het openbaredienstcontract als in de code van de NMBS hoog in het vaandel wordt gedragen? Hoe zult u ervoor zorgen – of de NMBS erop aanspreken – dat ze dat ook zal naleven bij de toewijzing van dat grote, uitgebreide contract voor 600 treintoestellen? Het gaat toch over een miljardencontract, vandaar mijn vragen.
Voorzitter:
Zijn er andere leden die zich wensen aan te sluiten bij de vragen in dit actualiteitsdebat? U hebt het woord, mijnheer Tas.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, het feit dat de NMBS op het punt staat om een contract van 3 miljard toe te wijzen aan een onderneming die meewerkt aan de verbinding van een tramrailnetwerk tussen Jeruzalem en de bezette Westelijke Jordaanoever, draagt rechtstreeks bij aan de schending van het internationaal recht.
Als België trouw wil blijven aan zijn principes tegen de bezetting, tegen de oorlogsmisdaden en voor het internationaal recht, dan kunnen we dat niet zomaar laten passeren.
Onze regering heeft zich trouwens altijd duidelijk uitgesproken tegen de Israëlische kolonisatie en voor het respect voor het internationaal recht. Hoe valt dat te rijmen met het feit dat wij met publieke middelen een bedrijf zullen steunen dat die principes schaamteloos ondermijnt? Het is voor ons dus niet alleen een ethische kwestie, het is ook een gevaar voor de geloofwaardigheid van ons land.
Op welke manier kan de regering dit contract rijmen met haar officiële standpunt tegen de Israëlische schendingen van het internationaal recht?
Welk concrete stappen zult u effectief zetten om te vermijden dat België zich medeplichtig maakt aan deze schendingen?
Voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Neen)
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, d’abord, je voudrais juste rappeler, pour la précision des choses, madame Jacquet, qu’à ce stade, CAF n’a pas été choisi comme fournisseur. Nous sommes toujours dans une procédure où la société a été désignée comme soumissionnaire préférentiel. Comme vous le savez, il y a un contentieux devant le Conseil d'État. Mais on n’a pas encore – le conseil d'administration n’a pas encore – désigné de fournisseur.
Ik herhaal hier graag mijn antwoorden die ik al in de commissievergadering van 12 maart heb verstrekt. Ten eerste, ik herinner eraan dat de raad van bestuur de gunningsmethode, de aanbestedingsstrategie en de voorgestelde criteria voor de selectie van kandidaten en de gunning van het contract voor het MR30-project op 23 december 2022 unaniem goedkeurde, dat de toenmalige regeringscommissaris daarbij aanwezig was, de destijds bevoegde minister tegen de beslissing niet in beroep ging en de regeringscommissaris ook aanwezig was op de vergadering van de raad van bestuur van 28 februari 2025. Het is dus volkomen logisch dat de NMBS binnen dat aangenomen kader heeft gewerkt.
Ten tweede, wat een eventuele ontmoeting tussen de NMBS en Alstom betreft, de enige afspraak die Alstom op 14 januari 2025 aan de CEO van de NMBS vroeg, betrof de opvolging van het project in uitvoering M7 en de aankoop van locomotieven. Het bedrijf gaf toen zelf bij monde van de managing director van Alstom Benelux expliciet aan niet over de offerte te willen praten – ik citeer: " Bien entendu, nous resterons focalisé sur les projets en cours d'exécution et pas sur les offres ." De vergadering werd vastgelegd op 7 maart. Gezien de actualiteit vond de NMBS het aangewezen om de geplande werkvergadering met een paar weken uit te stellen om te vermijden dat de indruk zou ontstaan dat gesprekken over lopende contracten en gesprekken over het MR30-dossier door elkaar zouden lopen. Op die boodschap van de NMBS heeft Alstom niet gereageerd. Alstom heeft niet om een onderhoud verzocht, noch met de voorzitter van de raad van bestuur, noch met de CEO.
Met betrekking tot het MR30-dossier heeft de NMBS schriftelijk gereageerd op de opmerkingen die Alstom via zijn advocaten heeft geuit op de genomen beslissing. De NMBS bereidt momenteel ook haar antwoord voor op het beroep dat zowel Alstom als Siemens bij de Raad van State heeft ingediend.
Concernant la question de Mme Jacquet et de M. Aerts, en vertu de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics, et notamment ses articles 67 à 69, la SNCB a dû s'assurer de la fiabilité des soumissionnaires. Dans ce cadre, la SNCB a notamment vérifié les aspects suivants:
1. L'absence de condamnation prononcée par une décision judiciaire ayant force de chose jugée pour les infractions visées dans la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics, notamment en cas de corruption, de fraude ou de travail des enfants et d’autres formes de traite des êtres humains;
2. l'absence de dette fiscale ou sociale;
3. le respect des obligations dans les domaines du droit environnemental, social et du travail;
4. l'absence de fautes professionnelles graves remettant en cause l'intégrité des soumissionnaires;
5. l'absence de conflits d'intérêts;
6. l'absence de pratiques anticoncurrentielles.
La SNCB a dès lors vérifié que les soumissionnaires impliqués dans le cas du marché AM30 étaient fiables et que le marché AM30 pouvait, de ce point de vue, leur être attribué. Avant l'attribution, le soumissionnaire retenu devra à nouveau confirmer que celle-ci ne relève d'aucun motif d'exclusion. La SNCB a dès lors respecté la législation relative aux marchés publics.
België onderhoudt tot op heden diplomatieke betrekkingen met de staat Israël en bij mijn weten geldt er geen sanctieregeling voor dat land als dusdanig of voor de betreffende activiteit. Bovendien hebben, volgens publiek beschikbare documenten, alle drie de bedrijven die een offerte hebben ingediend voor het MR30-dossier, activiteiten in de bezette gebieden.
D’un point de vue juridique, et si on comprend bien votre question, la SNCB devrait exclure CAFde la procédure de passation pour raison de faute professionnelle grave au sens que lui confère la loi sur les marchés publics. Selon la Cour de justice de l’Union européenne, la notion de faute professionnelle grave couvre tout comportement fautif qui a une incidence sur la crédibilité professionnelle de l’opérateur en cause. C’est un arrêt de la Cour de justice du 13 décembre 2012. Or, vu les éléments mentionnés, je ne conçois pas en quoi le seul fait d’avoir des activités telles que vous les mentionnez constituerait un comportement fautif qui porterait atteinte à la crédibilité professionnelle de CAF. Concernant l’anonymat, il est important de souligner que l’identité du soumissionnaire privilégié et des soumissionnaires placés dans la salle d’attente a bien été communiquée au Conseil d’administration lors du traitement du dossier.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, de communicatie tussen Alstom en de NMBS lijkt mij een beetje vreemd en moeilijk te verlopen, maar we zullen zien hoe het dossier evolueert na de beraadslaging van de Raad van State daarover komende dinsdag. Laten we afwachten wat daar uit de bus komt.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Début mars, je vous avais déjà interpellé à ce sujet. Je vous avais dit alors qu’en Belgique nous avons les travailleurs, le savoir et les outils pour le faire.
Malgré le fait que l’on pouvait garantir l’emploi durablement sur ce site, vous n’avez pas voulu interférer dans le marché public. Aujourd’hui, j’explique qu’accorder le contrat à CAF rendrait la SNCB complice de l’occupation illégale, de la ségrégation raciale et du régime d’apartheid d’Israël sur le peuple palestinien.
Vous n’avez pas l’air de saisir ou de vouloir y faire quelque chose. Je me demande donc ce qu’il vous faut de plus. Selon nous, la faute n’est pas juridique mais plutôt éthique et morale. C’est bien une faute. Quand on a à faire à une entreprise complice d’un régime d’apartheid, on est face à un cas de force majeure. Vous ne pouvez pas rester sans rien dire. Nous reviendrons donc vers vous plus tard mais je tenais simplement à vous dire d’essayer quelque chose.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, wat er op het moment in Gaza gebeurt, is verschrikkelijk. Terwijl er op tien dagen tijd 322 kinderen werden vermoord en doodgeschoten hulpverleners in hun ambulances werden begraven, argumenteert u dat Israël nog niet voor dat geweld is veroordeeld. Jammer genoeg is de internationale gemeenschap veel te stil. Hoe dan ook, ik herinner u aan wat de internationale gemeenschap wel al gezegd heeft, namelijk dat de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever in Palestijns gebied illegaal zijn. België heeft dat zelfs mee onderschreven in september met de bevestiging van de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof. Die nederzettingen gaan in tegen de internationale wetten. U verwijst naar een aantal criteria en daarin was alvast geen sprake van respect voor internationale wetten. Mijnheer de minister, ik verwees naar het openbaardienstcontract, waarin de NMBS zich akkoord heeft verklaard om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Peace is een van de vijf belangrijke criteria. In de gedragscode opgesteld door de NMBS zelf staat dat huidige en toekomstige leveranciers zich aan het internationale recht moeten houden. Hoe kunt u concluderen dat CAF een betrouwbare partner is en een betrouwbaar bod heeft gedaan, als het bedrijf activiteiten ontplooit in illegale nederzettingen. Hoe kunt u dat laten passeren? Ik heb het niet over de inhoud van dat bod, maar over de betrokkenheid van het bedrijf in illegaal bezette gebieden, terwijl België met de NMBS heeft afgesproken dat men maatschappelijk verantwoord zal ondernemen, en de NMBS zelf een gedragscode heeft opgesteld om situaties zoals we nu aankaarten, terecht e vermijden. Een document opstellen is één ding, ernaar handelen is twee. Dus ik verwacht echt nog inspanningen van zowel de NMBS als van u, mijnheer de minister, om ervoor te zorgen dat die clausule wordt nageleefd, want dit kan echt, echt niet.
De stakingen bij de NMBS
De compensatie voor treinreizigers vanwege de stakingen bij de NMBS
De stakingsgolf bij de NMBS
Compensaties voor de treinreizigers omwille van de spoorstakingen
De aanvallen op het stakingsrecht
De stakingscompensatie voor de treinreizigers
Vertragingen en compensaties door NMBS-stakingen en discussies over stakingsrecht
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De spoorstakingen tegen bezuinigingen (pensioenmalus, nachtpremies, austeriteit) en de regeringsplannen (o.a. verplichte minimaldienst) leidden tot felle discussies over stakingsrecht, compensatie voor reizigers en onderhandelingen met vakbonden. De minister benadrukt dialoog met "verantwoordelijke" vakbonden (CGSP, CSC, SLFP) en wijst "misbruik" van stakingen af, terwijl hij juridische stappen overweegt en geen Sorry Pass belooft, maar wel compensatie bij vertragingen in de alternatieve dienstregeling. Kritiek komt van alle kanten: vakbonden eisen erkenning van alle syndicaten en betere arbeidsvoorwaarden, reizigersorganisaties dringen aan op financiële tegemoetkomingen (abonnementverlenging, vergoedingen), en oppositiepartijen noemen het gebrek aan compensatie een "gemiste kans" die het vertrouwen in openbaar vervoer verder ondermijnt. De pensionenkwestie (overleg met minister Jambon) en toekomstige stakingen (8-29 april) houden de spanning hoog, met onderhandelingen om de twee weken als enige concreet perspectief.
Farah Jacquet:
Monsieur le président, monsieur le ministre, ce lundi 31 mars, des milliers de travailleurs et travailleuses se sont mis en grève à l'appel des organisations syndicales. Des femmes et des hommes choisissent de sacrifier une partie de leur salaire pour dire stop au malus pension, stop à la suppression de nos primes de nuit, stop à l'austérité qui frappe les services publics.
La grève est un droit fondamental. La grève est aussi ce qui a permis les plus grandes avancées sociales de notre pays. Je reprends: le droit de vote, la sécurité sociale, la journée de huit heures, les congés payés et encore bien d'autres.
En 2018, nous avions réussi à faire reculer le gouvernement Michel sur la réforme de la pension à points. Aujourd'hui, grâce à la grève, notamment du 31 mars, du 29 avril et toutes les suivantes, nous ferons reculer le hold-up de nos pensions et la casse sociale que vous tentez d'imposer avec ce nouveau gouvernement.
La grève est un des principaux leviers dont les travailleurs disposent pour obtenir des avancées et pour améliorer leurs conditions de travail. Et pourtant, nous avons le sentiment que ce gouvernement semble vouloir attaquer cela.
Si je prends l'exemple du rail, votre accord de gouvernement prévoit le service garanti sur l'ensemble du réseau. Le 19 mars dernier, je vous ai déjà posé la question, pour obtenir un peu plus de clarté sur le sujet. Vous m'avez répondu qu'il valait mieux répartir les lignes en fonction du personnel disponible, sans plus de précision.
Le lendemain, en plénière, vous avez ajouté que: "Le droit de grève n'est pas absolu. Les grèves actuelles sont une ingérence illicite dans le fonctionnement de la SNCB. La jurisprudence nationale et européenne reconnaît qu'il est possible de limiter le droit de grève pour préserver d'autres droits, comme la liberté de circulation ou d'entreprendre. C'est pourquoi j'ai demandé à HR Rail de refuser tous les abus de l'outil de la grève."
Mes questions sont les suivantes. Pouvez-vous garantir qu'il n'y aura pas de réquisition de personnel durant les grèves dans le secteur ferroviaire? Qu’entendez-vous exactement par "abus de l'outil de grève"? Qu'avez-vous concrètement demandé à HR Rail?
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, sur les réseaux sociaux j'ai lu hier que le gouvernement avait reculé et qu'il changeait d'avis par rapport à une série d'économies sur le réseau ferroviaire. Mais hier, c'était le 1 er avril et c'était donc un mauvais canular!
Il y a quelques jours, je vous interrogeais sur vos intentions de négocier avec les syndicats…
Jean-Luc Crucke:
(…)
Dimitri Legasse:
C'est une mauvaise blague pour les ouvriers, les travailleurs, les salariés ainsi que pour les navetteurs, il me semble.
Je reviens au sujet qui nous occupe. Pardonnez-moi pour cette distraction!
Je vous interrogeais sur vos intentions de négocier avec les syndicats alors que ceux-ci ont déposé plusieurs préavis de grève. À présent, on apprend que cinq syndicats cheminots – dont les petits que vous vilipendiez récemment, nous en parlions en séance plénière, et que ne portiez pas en haute estime, vous étiez même assez sévère à leur encontre les traitant de "petits" syndicats – se sont réunis en front commun pour plusieurs grèves de 24 heures sur le rail. Ils entendent arrêter le travail les 8, 15, 22 et 29 avril. Avouez que cela fait beaucoup, en particulier pour les navetteurs! Mais, cela montre aussi toute la détermination des syndicats, à présent regroupés en front commun, face aux projets du gouvernement.
Qu’advient-il du calendrier que vous aviez fixé avec les syndicats? Si ce calendrier est maintenu, inviterez-vous le front commun syndical c'est-à-dire l'ensemble des syndicats en ce compris les "petits" que vous n’avez pas en haute estime et qui, selon vous, ne respectent pas les règles de conciliation?
Quand comptez-vous organiser des réunions en mobilisant également le ministre des Pensions? Comptez-vous, comme vous l’avez laissé entendre, ester en justice afin de casser les mouvements de grève?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, vorige week hebben we in de plenaire vergadering gediscussieerd over de spoorstakingen en hoe het stakingen waren niet tegen NMBS-beslissingen, maar tegen Arizonabeslissingen of toekomstige Arizonabeslissingen. Ik heb toen gevraagd welke compensatie u voorziet voor de treinreizigers. U hebt daar toen niet op geantwoord.
Ik heb die vraag dus opnieuw ingediend. Spoorstakingen hebben natuurlijk een gigantische impact op de pendelaars, de treinreizigers, de abonnementhouders. Het lijkt mij, maar zeker ook TreinTramBus, aangewezen om een compensatie te geven aan de treinreizigers, zoals een Sorry Pass of het verlengen van hun abonnement.
Daarover gaan mijn volgende vragen dus. Hoe staat u tegenover compensaties? Kunt u vanuit de regering de NMBS stimuleren, of zelfs steunen, om die compensaties te geven?
Ik heb begrepen dat de NMBS ondertussen zelf al heeft aangekondigd – ik ga ervan uit zonder toegift van uwentwege – dat compensaties niet mogelijk zijn. De NMBS verwijst daarbij naar de situatie tijdens de gewone dienstverlening en nu naar de alternatieve dienstverlening. Als een trein rijdt en meer dan een uur vertraging heeft, kan men een compensatie krijgen. Een groot aantal treinen reed echter niet. Wat doet men dan? Hoe kan iemand die een abonnement heeft een beroep doen op een trein die niet rijdt? Op welke manier wordt hij daarvoor dan gecompenseerd? Hij kan niet verwijzen naar het gewone aanbod en hij kan ook niet verwijzen naar het minimale aanbod.
Het gaat echter wel om mensen die een treinticket nodig hebben en dus een ticket of een abonnement gekocht hebben. Mijn vraag is dus welke inspanningen u daarvoor gaat doen, bovendien liefst met minder inspanningen van de treinreiziger die dan al die paperassen moet invullen om zijn compensatie effectief te krijgen. Ik hoop dat u een geste kunt doen. Ik meen dat dit het vertrouwen van de treinreiziger in het openbaar vervoer kan herstellen. Ik meen dat wij dat met zijn allen zoveel mogelijk moeten ondersteunen.
Voorzitter:
Madame Jaquet, je crois que vous avez déjà posé votre deuxième question concernant le droit de grève?
C'est déjà fait? Ok.
Frank Troosters:
Ik zal verwijzen naar de ingediende vraag. Ik heb in de pers al kunnen vernemen dat de NMBS niet bereid is een compensatie te geven, dus blijft eigenlijk alleen de tweede vraag over.
Reizigersorganisatie TreinTramBus (TTB) vraagt de NMBS om abonnementhouders die in februari en maart jl. getroffen werden door de talrijke treinstakingen een compensatie te geven onder vorm van een Sorry Pass.
Heeft de NMBS plannen om de treinreizigers die getroffen werden door de talrijke spoorstakingen een compensatie aan te bieden?
Zo ja, onder welke vorm zal dit gebeuren? Wanneer? Voor wie?
Zo neen, waarom niet? Acht de NMBS een commerciële geste om het gedeukte imago van het spoorvervoer op te waarderen en het herstellen van het vertrouwen bij de treinreizigers niet nodig?
Voorzitter:
Zijn er andere fracties die willen aansluiten in dit actualiteitsdebat? ( Neen .)
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le président, chers collègues, comme je le disais lors de la séance plénière du 27 mars dernier, depuis l'entrée en fonction du gouvernement, le secteur ferroviaire est secoué par des grèves. Ces mouvements perturbent et pénalisent des milliers de citoyens. Dans leur grande majorité, ces grèves trouvent leur origine dans les mesures prises sur la base de l'accord de gouvernement, qui sont le fruit d'une négociation démocratique et reflétant la volonté d'une majorité politique claire.
In geval van staking stellen de NMBS en Infrabel een alternatieve treindienst op op basis van de werkintenties die door het betrokken personeel worden meegedeeld. Er is dus een treindienst op elke stakingsdag, vooraf gecommuniceerd aan de pendelaars via alle NMBS-informatiekanalen. De dienstregeling voor elke stakingsdag kan 24 uur op voorhand worden geraadpleegd op de reisplanner van de NMBS via de app en de website.
Het compensatiesysteem is identiek aan het systeem dat gebruikt wordt op normale dagen en heeft betrekking op eventuele vertragingen van treinen ten opzichte van de specifieke stakingsdienstregeling die de dag voor elke stakingsdag aan de reizigers wordt aangekondigd en twee dagen ervoor in beknopte vorm wordt gepubliceerd op de NMBS-website.
Als een trein die is opgenomen in de dienstregeling van de alternatieve dienst meer dan 60 minuten vertraging heeft of als hij afgeschaft wordt en de pendelaar een andere trein moet nemen die een vertraging van meer dan 60 minuten heeft ten opzichte van de geplande dienstregeling in de alternatieve dienst, is een forfaitaire compensatie van 100 % van de prijs van de betrokken rit voorzien. Specifiek voor abonnees kan een verzoek om compensatie worden ingediend voor een vertraging van meer dan 30 minuten, die aanleiding zal geven tot een vergoeding van 50 % van de betrokken rit en voor een vertraging van meer dan 60 minuten, die aanleiding zal geven tot een terugbetaling van 100 % van de betrokken rit.
Wat het klimaat betreft, blijft het openbaar vervoer met de NMBS in het bijzonder vanzelfsprekend een sleutelrol spelen. Zoals u weet, heeft deze regering de doelstelling uit het openbaredienstcontract van de NMBS bevestigd.
Zo behoudt de NMBS haar doelstelling om het aanbod tegen 2032 met 10 % uit te breiden, net als de stijging van het aantal reizigers met 30 %, terwijl het spoorbedrijf haar verbruik van tractie-energie met 10 % en van energie voor gebouwen met 25 % zal verminderen.
En ce qui concerne la question de Mme Jacquet, je voudrais rappeler que certaines préoccupations sont compréhensibles, mais elles doivent être traitées dans un dialogue social respectueux et constructif. Je tiens à réaffirmer mon attachement indéfectible à la concertation sociale, mais avec des partenaires responsables et représentatifs du personnel. C'est pourquoi j'ai pris l'initiative d'entreprendre un dialogue avec la CGSP Cheminots, la CSC Transcom et le SLFP, qui ont privilégié, dès le début, le dialogue plutôt que la confrontation et qui sont les seules organisations à siéger à la commission nationale paritaire.
Onze gesprekken verlopen goed, in een sfeer van wederzijds respect, in dialoog en met een constructieve houding. We hebben al afspraken gemaakt over belangrijke punten, zoals de geleidelijke overdracht van de taken van HR-Rail aan overheidsbedrijven om een grotere verantwoordingsplicht te garanderen. Ik geef er echter de voorkeur aan om in huidig stadium discreet te blijven over de details, in lijn met onze toezeggingen om niet te communiceren totdat de onderhandelingen zijn afgerond. Tout est dans tout .
De regering zal standvastig blijven tegenover blokkades en gijzelingen op ons spoorwegnet. We zullen blijven opkomen voor een verantwoordelijke en evenwichtige visie op openbare dienstverlening waarbij dialoog het haalt op confrontatie. Daarom heb ik, zoals ik vorige week al aankondigde, HR-Rail, het juridische HR-instrument voor de spoorwegsector, de opdracht gegeven om voor alle nieuwe stakingsaanvragen alle mogelijkheden te bestuderen om misbruik van een stakingsaanzegging te weigeren met behulp van dat juridische instrument dat die dienst tot zijn beschikking heeft. Als de vakbonden die uitspraak weigeren, is het aan hen om naar de rechter te stappen en een genomen beslissing aan te vechten.
Une nouvelle rencontre avec les syndicats est prévue pour ce vendredi 4 avril 2025 et, par la suite, les rencontres auront lieu tous les quinze jours. Comme vous le savez, l'un des points de revendication des syndicats concerne les pensions des cheminots. Ce dossier relève de la responsabilité du ministre en charge des Pensions. J'ai eu des échanges téléphoniques avec mon collègue Jambon dans le cadre de cette négociation. Celui-ci m'a confirmé qu'il appliquerait l'accord du gouvernement, rien que l'accord. Toutefois, le ministre Jambon reste ouvert à des dispositions transitoires. Il a donc tendu la main aux syndicats. Il m'a d'ailleurs proposé de mener cette concertation ensemble avec les syndicats du ferroviaire sur les questions relatives à la réforme des pensions qui le concernent, même si cela ne relève pas de ma compétence. Dans la mesure où je peux servir d'intermédiaire et si cela peut aider à trouver des accords, je suis bien évidemment disponible.
Les grèves préalablement programmées ne sont donc pas requalifiées mais j'espère une issue positive et rapide de ces négociations. En ce qui concerne le financement, je me réfère à la réponse donnée précédemment sur les économies dans le rail et le budget de la SNCB.
Enfin, je profite également de cette réponse pour vous informer que, certes, l'idée du Sorry Pass me semble intellectuellement intéressante, mais je dois aussi, à l'analyse, respecter le cadre dans lequel nous fonctionnons, à savoir que la SNCB est une entreprise publique autonome qui, seule, peut prendre ce type de décision. Et j'avoue qu'à titre personnel, je suis plus soucieux d'un service garanti plus important sur l'ensemble du territoire que de cette question qui relève strictement de la compétence du conseil d'administration et de la SNCB. Clairement, pour ce qui est du service garanti, comme je l'ai déjà dit aux syndicats, et après que ces grèves seront terminées, je solliciterai un rapport sur la manière dont les choses se sont passées, afin de négocier également qu'un service garanti plus large puisse être redessiné.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Je comprends que vous privilégiez la concertation sociale, ce qui est très bien, mais il est également important de vous mettre à la place des travailleurs du rail. Si j'étais encore accompagnatrice de train, je serais certainement en grève à chaque mouvement, c'est certain.
Je ne sais pas si vous mesurez vraiment l'ampleur des mesures que ce gouvernement souhaite imposer aux travailleurs du rail. Pour moi, qui ai travaillé là-bas pendant 18 ans, c'est du jamais vu. Certaines de ces mesures manquent de sens.
Bien sûr, je soutiens la concertation sociale, c'est clair, mais je soutiens également les cheminots qui sont actuellement en grève. Faire grève demande beaucoup courage et de détermination, surtout quand cela signifie renoncer à une part importante de son salaire en fin de mois.
Ayant été cheminot à l'origine, je sais que les raisons de cette grève sont compréhensibles et qu'elles vont également dans le sens des voyageurs. La grève n'est pas uniquement menée pour défendre des intérêts personnels, mais aussi pour les voyageurs de la SNCB.
Ce n'est pas en s'attaquant au droit de grève que les trains rouleront. En effet, lorsque les travailleurs seront usés par leur travail, malades ou incapables de continuer, ils ne s'arrêteront pas seulement quelques jours par an, mais toute leur vie.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, il ne faut pas confondre causes et conséquences. Vous dites que des milliers de navetteurs ont été perturbés mais des milliers de travailleurs sont actuellement perturbés par ce qui se prépare. Je rejoins en cela ce qui a été dit précédemment.
Je n'ai pas exactement compris, mais peut-être ai-je été inattentif une fois de plus, que les petits syndicats allaient être associés. Je vous croyais plus magnanime, monsieur le ministre. Nous nous sommes connus dans une vie antérieure. Certes, vous êtes adepte de la concertation, mais c'est une concertation sélective. Soit! Vous maintenez le calendrier. Très bien. Vous associez le ministre des Pensions avec des échanges téléphoniques et il va tendre la main. Quand M. Jambon tend la main, nous savons ce que cela donne! C'est plutôt le point qu'il tend!
Pour ce qui est de la justice ou d'ester en justice, vous vous réservez finalement le droit encore de l'envisager. Je n'ai pas entendu la réponse précise. Apparemment, vous attendez un rapport pour mieux pouvoir, le cas échéant, ester en justice. Je note que vous restez ouvert à la concertation. En cela, je vous sais sincère. J'espère donc que vous aboutirez. C'est en tout cas le souhait des travailleurs et des navetteurs parce qu'ils sont dans le même train! Je vous remercie.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, wij zijn nog geen drie maanden ver en u bent al recordhouder in het aantal treinstakingen. Wij kampen dus duidelijk met een uitzonderlijke situatie. Voor mij vraagt een uitzonderlijke situatie ook uitzonderlijke antwoorden. Ik ben al blij dat u de Sorrypas een intellectueel interessant model vindt. Ik zou er echter op willen aansturen dat u dat model dan ook mee propageert en ter zake tegemoetkomt aan de NMBS om dat effectief mogelijk te maken. Immers, voor de mogelijke vergoedingen verwijst u naar de standaardvergoedingen, zij het ten opzichte van de alternatieve treinbediening. De alternatieve treinbediening is echter veel minder goed.
Ten eerste, reizigers kopen een abonnement voor een normale treinbediening. Zij stellen vast dat zij die keer op keer niet krijgen. Wanneer ik voor iets betaal, zou ik verwachten dat ik dan dat geld terugkrijg. Wanneer de bediening of het product niet ideaal is, kan een geste worden gedaan, door tegemoet te komen aan de reiziger.
Ten tweede, er wordt ook verwezen naar de treinen die wel rijden en naar de vertragingen op die lijnen. Wat doet u echter met de treinen die niet rijden? Op welke manier kunnen die mensen een vergoeding vragen? Hun trein rijdt immers gewoon niet. Er is dus geen sprake van vertraging. De trein is immers niet opgenomen in de minimumdienstverlening.
Wij moeten de zaak dus blijven uitspitten, zodat het mogelijk is de gedupeerde treinreiziger tegemoet te komen. Hij heeft immers recht op een tegemoetkoming, teneinde ten minste het vertrouwen in het openbaar vervoer op die manier te herstellen. Ik ben er echt van overtuigd dat die tegemoetkoming van belang zal zijn, indien wij de aantrekkelijkheid willen behouden.
Ik herhaal wat ik al vaak heb aangegeven. De treinreiziger en het treinpersoneel zijn in se bondgenoten. Wie vandaag echter goed rondhoort op de perrons, hoort wie de grootste dupe is van het scenario. Het probleem is niet veroorzaakt door de NMBS. Dat is veroorzaakt door de beslissingen die de huidige arizonaregering zal nemen. Ik verwacht dus een tussenkomst van de regering.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik ben ook ontgoocheld over uw antwoord. Ik had gehoopt dat men een duidelijk signaal zou geven aan de treinreizigers, die toch al met heel wat te verduren hebben gehad de afgelopen jaren. Het lijkt wel alsof men een auto koopt met maar drie in plaats van vier wielen. Tot op heden werden treinreizigers met een abonnement een vierde van de tijd geconfronteerd met stakingsdagen. Het is een ongelooflijke flater dat men voor hen geen commerciële, gemakkelijke en goede geste doet, te meer omdat men tijdens de covidperiode zeer gul was met het uitdelen van 12 rittenkaarten, de Hello Belgium Railpass, aan iedereen. Trouwe abonnementhouders die voor een bepaalde dienstverlening betalen, maar die niet krijgen, worden niet gecompenseerd. Dat vind ik absoluut een gemiste kans.
Het sluiten van stopplaatsen
De dreigende afschaffing van het station Hainin
De dreigende afschaffing van de stopplaatsen Sclessin en Leman
De afschaffing van stopplaatsen in Waals-Brabant
De impact van de hervormingen op de openbare dienstverlening bij het spoor
De sluiting van de stopplaats Masnuy-Saint-Pierre
Het voornemen van de regering om stations te schrappen
De NMBS-haltes Bambrugge en Aalst-Kerrebroek
Dreigende sluiting van NMBS-stopplaatsen en stations in België
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om plannen om 20 weinig gebruikte treinhaltes (17 in Wallonië, 3 in Vlaanderen) mogelijk te sluiten om 250 miljoen euro te besparen, ondanks kritiek op de milieu-impact, mobiliteitsongelijkheid en gebrek aan alternatieven. Minister Crucke benadrukt dat geen lijnen sluiten, maar haltes beoordeeld worden op kosten-batenanalyse (aantal reizigers, alternatieven, sociaaleconomische impact) in overleg met lokale overheden—zonder taboes, maar met focus op betere intermodale samenwerking (trein-bus-tram). Kritiek blijft bestendig: sluitingen dreigen mobiliteit in rurale gebieden te verslechteren, zullen autogebruik stimuleren en raken vooral Wallonië, terwijl concrete criteria en beslissingsdata ontbreken.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, nous pouvons lire dans votre accord de gouvernement que des arrêts de train pourraient être fermés faute de fréquentation suffisante.
Mes questions sont donc les suivantes:
1/ Quels sont vos critères de fréquentation?
2/ Quels sont les arrêts qui pourraient potentiellement être supprimés?
3/ Qui allez-vous concerter?
4/ Quand prendrez-vous une décision?
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, il y a quelques semaines, nous avons une nouvelle fois appris par voie de presse l'existence d'accords dont on ne trouve pas trace dans la déclaration gouvernementale qui a été débattue à la Chambre. La presse évoque ainsi l'existence d'une liste d'arrêts de train menacés de fermeture. Nous avons, en effet, eu l'occasion d'entendre vos réponses en séance plénière.
Cette liste ressemble fort à celle que la direction de la SNCB avait déjà dressée en 2023. Une nouvelle fois, c'est la Wallonie qui passe à la caisse pour réaliser des économies sur le dos des navetteurs: dix-sept arrêts wallons menacés pour trois flamands.
La région liégeoise n'est pas épargnée, avec les menaces de fermeture des arrêts de Sclessin et plus particulièrement de Leman situé sur ma commune à Flémalle. Ces arrêts figurent sur cette liste.
Lors de la décision du gouvernement wallon l'été dernier de ne pas étendre la ligne de tram, il avait pourtant été avancé comme argument l'existence d'arrêts et de gares qui auraient fait double emploi. En 2023, la Vivaldi avait écarté cette liste et plusieurs administrateurs francophones s'étaient opposés à ce plan, plan qui s'insère parfaitement dans les objectifs budgétaires fixés au sein des tableaux budgétaires remis au Parlement: effectuer 250 millions d'euros d'économie à charge de la SNCB.
Ce projet va se faire au détriment de navetteurs qui prennent le train chaque jour, privilégiant ainsi un moyen de transport public, respectueux de l'environnement, plutôt que la voiture. Il est, à la fois, injuste et injustifiable pour les défenseurs de la mobilité douce. Il ne répond qu'à des objectifs budgétaires, pour atteindre des "gains d'efficacité" pour reprendre vos termes, monsieur le ministre.
Pouvez-vous me confirmer que vous vous opposerez à un tel projet? Pouvez-vous me confirmer, plus particulièrement, que les points d'arrêts de Sclessin et de ma belle commune de Flémalle, Leman, ne seront pas visés par une suppression?
Éric Thiébaut:
Monsieur le ministre, nous avons déjà pas mal débattu de ce projet de fermeture des petites gares. Déjà en 2023, ce dossier fut amené par la direction de la SNCB sur la table du conseil d'administration de l'entreprise. Le projet de fermeture de 23 gares avait été rejeté par les administrateurs, parmi lesquels des socialistes. Nous nous en étions réjouis. Or, voilà qu'il revient à nouveau sur le tapis. L'accord du gouvernement Arizona prévoit ainsi la possibilité de fermer et d'ouvrir de nouveaux points d'arrêt dans le pays. Je dis "dans le pays", mais ce qui est majoritairement évoqué, ce sont des fermetures en Wallonie, puisqu'il n'y en a quasiment aucune qui soit prévue en Flandre. Le critère retenu est le nombre de navetteurs qui utilisent le train aux points d'arrêt en question.
Ma question porte plus particulièrement sur un point d'arrêt dans ma commune, car je suis aussi bourgmestre. J'ai été fort surpris de constater qu'on pouvait envisager de fermer un arrêt tel que celui de la gare de Hénin, qui existe depuis pratiquement 130 ans. Chaque jour, 70 navetteurs pour un village de 400 logements y prennent leur train. Autrement dit, ce sont quasiment 17 % des ménages qui prennent le train chaque jour à cet endroit. De plus, plusieurs personnes sont venues y habiter parce qu'une gare y était installée. Par conséquent, je ne comprends pas l'opportunité que représenterait la fermeture d'une telle gare. Au demeurant, si le train continue d'y circuler, que gagne-t-on à l'empêcher de s'y arrêter? Que va y gagner la SNCB? Sur le plan économique, cela n'a pas de sens, je suis désolé. Et cette mesure va contraindre 70 personnes à prendre leur voiture pour aller prendre le train ailleurs. Ce n'est quand même pas rationnel et n'engendrera aucun résultat économique.
En outre, ce qui est dingue, c'est qu'on vient d'investir. La SNCB a, en effe,t installé des bancs et remplacé tous les coffrets électriques qui sont situés à cet arrêt. Donc, pour moi, cela n'a aucun sens. Je ne comprends pas comment on peut envisager de telles inepties. En tout cas, je vais m'y opposer. Énormément de pétitions de citoyens vont sans doute vous parvenir. En conséquence, j'espère que vous soutiendrez le bon sens populaire dans ce dossier.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, lors de notre séance plénière de jeudi dernier, nous avons évoqué la décision qui aurait été prise par votre gouvernement de fermer 20 points d'arrêt de la SNCB, dont 17 en Wallonie.
Votre réponse m'a laissé pantois. En effet, non seulement vous n'avez pas démenti l'information, mais vous prenez en outre comme référence le nombre de voyageurs par jour, sans aucune considération pour la réalité de terrain. M. Thiébaut vient d'évoquer la situation de Hainin, qui est révélatrice en termes de proportionnalité par rapport à la population qui habite cette commune.
En ce qui concerne le Brabant wallon, plus spécifiquement, le dernier rapport de fréquentation de la SNCB fait ressortir que certains arrêts sont, eux aussi, peu fréquentés. Si on excepte la troisième gare de Wallonie qu'est Ottignies, voire Braine-l'Alleud, Louvain-la-Neuve, Nivelles, Tubize ou encore Waterloo, les autres points d'arrêts sont peu fréquentés. En effet, 12 des 28 gares de notre territoire enregistrent moins de 300 voyageurs par jour. Vous me direz qu'il n'y a pas de souci à se faire, puisque cela fait trois fois plus que la norme envisagée. Pour certains arrêts, néanmoins, on parle d'une centaine de montées et descentes par jour. C'est le cas, notamment, de l'arrêt Bierges-Walibi, qui connaît moins de 100 montées par jour les jours de moindre activité du parc de loisirs, avec des pics à 1 500 passagers les jours de forte activité du parc.
Sur la base de votre réponse en séance plénière, nous nous inquiétons pour certains arrêts du Brabant wallon. Notre province est déjà un parent pauvre en matière de transports en commun. Il est par exemple impossible d'aller de Rebecq, à l'extrême ouest de la province, près de la province de Hainaut, à Hélécine, près de la province de Liège, sinon en prenant deux bus, deux trains et quatre pirogues.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous assurer qu'aucun arrêt ne sera supprimé en Brabant wallon? Cela semble avoir été votre propos, ou celui de votre cabinet, lors d'une interview par un journaliste brabançon.
Qu'est-ce qui a justifié le choix des 17 suppressions annoncées? Ce choix est-il définitivement arrêté? Doit-on s'attendre à voir ce nombre réévalué à la hausse pour effectuer les 250 millions d'euros d'économies à charge de la SNCB?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, ce lundi, j'étais à Liège aux côtés des cheminots, qui sont très inquiets, notamment en ce qui concerne leur pension et les différentes attaques de votre gouvernement.
L'une de questions qu'ils m'ont demandé de poser est de savoir si vous envisagez de mener une étude sur l'impact des mesures Arizona sur la qualité du service rendu aux usagers, notamment dans les zones rurales et dans les petites gares?
En réalité, votre gouvernement a tendance à présenter les cheminots et les fonctionnaires en général comme des profiteurs du système. Pourtant, ce sont des personnes concernées par leur travail et par l'outil qu'elles utilisent, en l'occurrence le transport public, avec pour objectif de rendre un service aux usagers. Elles sont très inquiètes, notamment pour les voyageurs qui se trouvent en milieu rural.
J'aimerais aussi obtenir, tout comme mes collègues, davantage d'informations sur les critères qui seront appliqués pour déterminer le potentiel d'une gare, étant donné votre projet de supprimer des points d'arrêt. Qui sera mandaté pour réaliser cette évaluation? Est-ce la SNCB qui s'en chargera ou bien un acteur privé? Est-ce McKinsey qui va réaliser cette étude de potentiel? Un marché public va-t-il être lancé? J'aimerais en savoir plus sur la façon dont cette évaluation va être réalisée.
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, on a appris une nouvelle fois par la presse l'existence d'accords dont on n'avait pas discuté précédemment à la Chambre. La presse évoque ainsi l'existence d'une liste de 20 arrêts qui sont menacés, 17 en Wallonie et trois en Flandre.
C'est un projet qui va se faire au détriment de navetteurs qui prennent le train chaque jour, privilégiant ainsi un moyen de transport public respectueux de l'environnement plutôt que la voiture. Cela nous semble à la fois injuste et injustifiable pour les défenseurs de la mobilité.
Monsieur le ministre, pouvez-vous confirmer que vous allez vous opposer à un tel projet? Pouvez-vous confirmer que la gare de Masnuy-Saint-Pierre, qui est une gare de ma région, n'est pas visée par une suppression, contrairement à ce qui est annoncé?
Francesca Van Belleghem:
Mijn vraag gaat over de eventuele sluiting van de stations Bambrugge, in Erpe-Mere, en Aalst-Kerrebroek. Dat zijn twee haltes van het zogenaamde scholierentreintje. In onze gemeente is er heel wat te doen over die sluiting, aangezien zeer veel scholieren van die trein gebruikmaken om naar school te gaan. De kwestie kwam ook al aan bod in de gemeenteraad. Daar stelde de bevoegde schepen dat de stations wellicht niet zullen sluiten.
Mijn vraag is dus zeer eenvoudig. Zullen deze stations sluiten?
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le président, chers collègues, je comprends que cette question suscite de nombreuses réactions. Comme j'ai déjà eu l'occasion de l'indiquer, je souhaite l'aborder de façon rationnelle et équilibrée.
L'accord de gouvernement prévoit - et ne prévoit rien d'autre - que toute modification des services ferroviaires doit faire partie d'une approche cohérente globale qui tient compte de différents critères. Ces critères figuraient déjà dans le contrat de service public conclu par le gouvernement précédent avec la SNCB, accepté et approuvé par son conseil d'administration. Je rassure tout le monde: il n'y a aucun membre du groupe Les Engagés dans le conseil d'administration. L'accord de gouvernement confirme le contrat de service public conclu avec la SNCB, le contrat de performance conclu avec Infrabel et les plans pluriannuels d'investissement.
La SNCB peut – elle ne doit pas – adapter son offre en adoptant la desserte des gares sur la base d'analyses coûts/bénéfices strictes en coopération avec le SPF Mobilité. Dans ce cadre, un grand nombre de facteurs sont pris en considération, tels que le nombre potentiel de voyageurs, l'effet sur la vitesse commerciale, les performances du réseau, la capacité des lignes, les autres services de transport disponibles, la distance par rapport à la gare la plus proche et la desserte ferroviaire du territoire. On est donc loin du seul critère systématiquement évoqué, qui est celui du nombre de navetteurs par jour. La fermeture et l'ouverture de gares ne font donc l'objet d'aucun dogme ni d'aucun tabou en ce qui me concerne.
L'objectif que je poursuis est de faire coïncider le réseau avec les besoins de la population et d'augmenter l'efficacité du service. Ma vision repose sur un écosystème de mobilité publique, dans lequel les moyens de transport public se complètent, permettant aux usagers de se déplacer facilement, quel que soit le mode de transport ou l'opérateur.
Je me concerterai donc avec mes collègues régionaux lors des conférences interministérielles de la Mobilité à cette fin. Et je peux dire que cela a déjà été fait. Toute modification éventuelle de la desserte ferroviaire n'est envisageable que si les voyageurs disposent d'une réelle alternative pour se déplacer.
Il faut également engranger des progrès en matière de tarification intermodale pour éviter que le voyageur ne soit pénalisé lorsqu'il doit emprunter différents modes de transport public.
En ce qui concerne plus spécifiquement les points d'arrêt évoqués, toute conclusion est prématurée. Le prochain plan de transport 2026-2029 est encore au début de son processus d'élaboration. Je veillerai, bien entendu, à ce que les évolutions constatées ces dernières années soient intégrées dans les analyses. Certaines gares ont vraisemblablement connu une augmentation notable de leur fréquentation et ont vu leur importance confortée par la densification de l'habitat ou des activités à leurs abords.
C'est pourquoi, lors de la Conférence interministérielle des ministres de la Mobilité du 25 mars dernier - c'est assez récent -, les ministres régionaux de la Mobilité et moi-même nous nous sommes entendus, d'une part, sur l'importance d'une véritable concertation avec les acteurs locaux pour tout projet de fermeture d'arrêts et, d'autre part, sur la nécessité d'une alternative intermodale concrète pour les voyageurs dont l'arrêt serait supprimé.
C'est donc ce type d'instructions que je relaie également à l'égard de la CNCP, puisque c'est un accord entre les quatre ministres de la Mobilité de ce pays, qu'il s'agisse des ministres régionaux ou du ministre fédéral. En outre, la coopération entre les opérateurs de transports et les autorités locales est également primordiale. C'est essentiel pour coordonner une offre de transport qui réponde aux besoins, mais aussi pour faire connaître et valoriser l'offre existante, dans une approche qui intègre une répartition équitable des recettes supplémentaires.
Chacun des opérateurs ayant, dans ce cadre d'un accord gagnant-gagnant, un intérêt à optimaliser le fonctionnement du transport public et du service public. J'ai déjà dit dans ce Parlement que je me rendrais à l'étranger pour voir comment les choses fonctionnent de manière pratique, puisque cela fonctionne comme cela à l'étranger, même dans des pays qui sont fédéralisés. Je ne citerai que la Suisse à titre d'exemple.
Vous l'avez compris, ma vision ne concerne pas uniquement le rail, mais le transport public dans son ensemble, car il faut une vue globale des transports publics, et ne pas considérer chacun de ces transports individuellement, en tant que train, tram ou bus. C'est un engagement de la coalition Arizona de travailler à une coordination renforcée entre les Régions et le niveau fédéral, aussi pour ce qui concerne les différents transports publics. Et le jour où cette coordination sera complète, il sera possible de répondre aux questions d'efficience en matière de service, et aux questions ayant trait à l'efficacité que l'on recherche dans le transport public. Alors, nous serons en mesure de rendre le meilleur service dans une coordination globale.
Je vous confirme donc qu'en l'absence de tabou et de fétichisme par rapport à des études qui devront être complètes et vérifiées, ce qui existe déjà de par le contrat de service, l'Arizona n'a strictement rien inventé. La Vivaldi avait approuvé le contrat de service. Si les critères qui sont repris dans le contrat de service permettent de considérer que soit il faut ouvrir, soit il faut fermer certains arrêts, dans la logique de ce que j'ai exposé, c'est évidemment, une fois de plus, comme je l'ai dit, sans tabou que nous travaillerons en collaboration avec les collèges, les communes et les Régions.
Pour toutes les gares que vous évoquez, chers députés de Wallonie of van de Vlaanderen, je serai attentif à la juste application des critères énoncés ci-dessus pour toutes les autres gares du pays.
Enfin, en ce qui concerne la question de M. Legasse relative aux économies, il n'est nullement question de les réaliser à travers des coupes claires dans la desserte ferroviaire des territoires. L'accord de gouvernement mentionne textuellement qu'"aucune ligne ne sera fermée". C'est, au contraire, l'attrait du service rendu aux voyageurs qui doit être amélioré, notamment par une meilleure structuration de l'offre entre services rapides du type IC et services de desserte plus fine de type S ou L.
Les économies seront prioritairement réalisées grâce à des gains d'efficacité dans les structures existantes. Cela n'a rien d'impossible, d'autant que les résultats financiers engrangés par les deux entreprises ont été meilleurs ces deux dernières années que ce qui était prévu dans leur plan financier. Il ne s'agit donc pas de détériorer le service aux voyageurs. Les gains d'efficience sont, au contraire, essentiels pour préparer l'avenir et pérenniser le service public dans la perspective d'une libéralisation du rail qui interviendra, qu'on le veuille ou non, en 2032. Mon objectif est de faire en sorte qu'à la fin de la législature, le rail soit en parfaite condition pour affronter cette étape qui sera d'autant plus décisive qu'elle est ardue.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses.
J'entends que peu de choses ont déjà été décidées. Par ailleurs, je m'interroge puisque votre accord de gouvernement prévoyait que vous alliez augmenter le nombre de voyageurs de 30 % sous la présente législature. Je me demandais comment vous alliez vous y prendre en fermant les points d'arrêt, parce que ce sont quand même les petites lignes qui alimentent les grandes lignes. Pour vous donner un exemple, si l'on prend la ligne qui relie l'aéroport de Zaventem à Charleroi, le train s'arrête à la petite gare de Roux. Si l'on supprime celle-ci, je vois trois faits que je voudrais mettre en avant. Premièrement, ce sera merci et au revoir pour les voyageurs. Pas de chance! Deuxièmement, ceux qui vont vers Courcelles-Motte et les arrêts suivants gagneront deux minutes, mais du point de vue de la vitesse commerciale. Troisièmement, la ponctualité sera-t-elle améliorée pour autant? Autrement dit, le train respectera-t-il ce nouvel horaire? Pas forcément, parce que la ponctualité et la vitesse commerciale sont deux choses très différentes. On ne sait jamais ce qui peut arriver en cours de route, d'autant que le matériel n'est pas tout neuf.
C'est en augmentant l'offre de trains et en améliorant la ponctualité que de nouveaux usagers seront incités à délaisser leur voiture, et non en rendant la vie plus difficile à ceux qui prennent les petites gares comme le rappelait le collègue du PS tout à l'heure en parlant des 70 personnes qui empruntent la gare près de chez lui. Pourquoi punir une catégorie, et pas d'autres? Cela ne va pas!
Je ne serai pas plus longue. Nous attendrons et resterons vigilants en la matière.
Éric Thiébaut:
Merci monsieur le ministre pour ces éclaircissements. Vous avez été un peu plus précis qu'en séance plénière, avec en plus de nouveaux éléments. Je suis content d'entendre que vous allez à chaque fois concerter les pouvoirs locaux.
Vous parlez de l'étude des possibilités d'alternatives multimodales. En zone rurale, si on supprime une gare, l'alternative est la voiture et on rate donc l'objectif d'utilisation des transports en commun. Dans ma région, on me dit que, si l'on supprime la gare, on mettra un bus à la place. Cela va à contre-courant de l'histoire, qui veut qu'on développe de plus en plus le rail et qu'on limite la circulation sur les routes. Quand il y a un train, je pense qu'il faut tout faire pour le maintenir.
Vous confirmez que, dans l'accord de gouvernement, il n'y a pas de suppression de ligne. De nombreux voyageurs ont peur que des lignes qui desservent de petites gares soient supprimées. J'ai le sentiment désagréable depuis des années que la SNCB néglige les petites gares, les laisse tomber en ruine et n'y organise pas d'accueil, pour pousser les navetteurs qui utilisent ces petites gares à aller vers de plus grandes gares. Dans ce cas, il serait facile de dire que ces petites gares ne sont plus utilisées et qu'on peut les supprimer. Mais cette politique ne va pas dans le sens de la réduction de la production de CO 2 .
Je reste confiant, car vous avez du bon sens et la fibre municipaliste. Je surveillerai l'évolution de ce dossier, et j'espère que le bon sens gagnera à la fin.
Sophie Thémont:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse. Je suis un tout petit peu rassurée de vous entendre dire que vous allez consulter les autorités locales.
Je suis bourgmestre de Flémalle et resterai donc attentive parce que je suis concernée par la suppression d'un point central à Flémalle, puisqu'il dessert cet arrêt, le centre de ma commune, avec l'administration communale, l'école, les banques, les commerces, les bibliothèques. Ce point constitue donc un enjeu essentiel pour nous.
Vous parlez de modes alternatifs. Effectivement, il peut y avoir un mode alternatif avec les bus. Or, vous savez qu'avec le tram à Liège, on nous avait aussi promis, dans des communes telles que celle de Flémalle, des bus complémentaires. On voit aujourd'hui que le TEC est sous-financé et qu'il est impossible de prévoir des bus supplémentaires, au contraire. Je pourrais débattre de ce sujet avec vous pendant des heures.
On vient de supprimer des lignes TEC essentielles qui desservent en amont et qui ne desservent pas en aval. C'est un véritable non-sens. Je vous invite vraiment, si votre objectif est de mettre sur pied une mobilité combinée train-TEC, à inviter vos homologues régionaux à refinancer le TEC. Les communes de la deuxième couronne telles que Flémalle ont réellement besoin de ce mode de transport.
Ma commune est particulièrement étendue et englobe sept anciennes communes ainsi que des villages dans lesquels il n'y a pas de transports en commun. Dès lors, si vous décidez de supprimer un arrêt supplémentaire, je ne vois vraiment pas comment je vais pouvoir expliquer cela aux habitants. J'attends donc une proposition en cas de mode de transport alternatif. Nous vous réinterrogerons à ce sujet et comptons sur vous.
En tout état de cause, j'espère vraiment que vous consulterez les autorités locales dans le processus que vous allez enclencher. Je pense que c'est impératif. Si vous ne le faites pas, je me permettrai de vous réinterroger sur la question.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, je suis un peu moins rassuré ou confiant que les collègues qui m'ont précédé parce que vous en êtes déjà à parler de concertation avec les pouvoirs locaux. D'un côté, c'est rassurant, mais d'un autre côté, c'est inquiétant.
Je suis partagé entre deux sentiments car il s'agit bien de fermer des gares et, prétendument, de garantir une alternative. Je sais que François Desquesnes vous est proche et que vous avez de bons contacts avec lui, mais parler d'alternatives garanties quand on sait les difficultés financières que sont les difficultés de la Région, je n'en suis pas du tout convaincu. Vous insistez sur le fait qu'aucune ligne ne sera supprimée, mais vous ne garantissez jamais que des points d'arrêt ou des gares ne le seront pas.
Vous parlez de l'accord de gouvernement auquel vous resterez fidèle – c'est votre ligne de conduite –, mais cet accord prévoit bien des économies massives pour la SNCB. Point n'est besoin d'être devin pour savoir que la SNCB adaptera son offre pour pallier le manque de moyens. D'ailleurs, c'est écrit noir sur blanc: il s'agit de répondre non pas à la demande, mais de rencontrer l'offre.
Vous serez donc quelque part obligé de supprimer des gares et des points d'arrêt. Je vous remercie pour votre franchise, mais vous indiquez quand même qu'il y aura des fermetures. Vous vous dites sans tabou, mais je suis curieux de voir. Pour ce qui est des ouvertures de gares, là aussi , je suis vraiment curieux de voir, très sincèrement. Nous en reparlerons assurément.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Je constate que le flou persiste par rapport aux zones concernées et à la méthode qui sera utilisée pour déterminer les points d'arrêt qui seront amenés à fermer. Pourtant, cette liste de 20 points, elle était bien sur la table du gouvernement, monsieur le ministre. Vous nous dites que c'est l'ancien gouvernement qui a établi cette possibilité dans son contrat.
Mais justement, ne faites pas un aveu de faiblesse là où il n'y a pas à en faire! En effet, vous avez la possibilité, en tant que ministre, d'intervenir dans ce dossier pour que cela ne se produise pas. Il est clair qu'il faudra bien que ces économies à hauteur de 680 millions d'euros sur cinq ans soient réalisées quelque part. Vous ne me ferez pas croire qu'on va faire plus avec moins. Il faut que vous fassiez la lumière sur l'endroit où seront réalisées ces économies, ces coupes.
Vous nous parlez d'alternatives là où les points d'arrêt seront fermés. Je vous ai déjà dit ma façon de penser: c'est un mauvais calcul. Remplacer des gares, des rails et des trains qui sont déjà là par des bus... Je me demande bien dans quel monde les Régions accepteront de financer des bus pour remplacer des trains que le fédéral va supprimer!
Bref, c'est de nouveau un report de charge vers les Régions. Et je ne vois absolument pas, dans une configuration comme celle-ci où les extensions du tram de Liège ont été supprimées par le gouvernement wallon, pourquoi tout à coup, celui-ci se dirait: "Maintenant que c'est le ministre Crucke, on va lui faire plaisir et lui payer des bus pour remplacer les arrêts qu'il va fermer." Je n'y crois absolument pas.
On va se retrouver avec des personnes qui seront soit abandonnées, soit devront faire des dépenses supplémentaires dans leur ménage pour remplacer le transport public – qui est bon pour le climat – par des voitures qu'en plus, elles devront acheter. C'est donc aussi un report de charge sur le portefeuille des familles, ce qui est inacceptable.
Nous suivrons ce dossier de près. J'entends aussi que le prochain plan de transport est en cours de réalisation. En fait, c'est exactement le moment où il convient de s'inquiéter de son contenu. On ne va pas le faire quand il sera déjà sur la table des communes et des Régions. Nous reviendrons avec des questions plus spécifiques.
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses, qui sont en partie rassurantes et qui vous permettent de gagner un peu de temps avant d’annoncer la douloureuse. Oui, au final, il y aura quand même une douloureuse. Mon collègue l’a souligné à juste titre.
Je ne suis pas bourgmestre de la commune dans laquelle se situe la gare de Masnuy-Saint-Pierre. Je ne suis pas bourgmestre de Jurbise. D’ailleurs, la bourgmestre n’est pas de ma couleur politique. Mais je suis certaine qu’elle aura une attention toute particulière, si elle est conviée, à ce que sa gare ne soit pas supprimée.
Voorzitter:
Indien geen andere fractie zich nog wil aansluiten is het actuadebat volledig afgesloten.
Het sociaal overleg bij het spoor
Het hr-beleid in drievoud
Het einde van het statuut van het spoorwegpersoneel
Modernisering van arbeidsvoorwaarden en personeelsbeleid in de spoorsector
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De hervorming van HR Rail—waarin HR-taken worden overgedragen aan SNCB en Infrabel—moet leiden tot efficiëntere personeelsbeheer *zonder afschaffing van HR Rail of het statutair kader*, benadrukt minister Crucke, maar syndicaten vrezen een uitholling van het sociaal overleg en het risico op verlies van uniformiteit in arbeidsvoorwaarden. Hij belooft volledige concertatie met vakbonden voordat definitieve besluiten vallen, maar critici—zoals Jacquet en Schlitz—betwijfelen of hun stem echt weegt en waarschuwen voor een mogelijke machtsverschuiving naar de raden van bestuur, die bij gebrek aan consensus *eenzijdig* kunnen beslissen. De mobiliteit tussen SNCB/Infrabel dreigt bovendien moeilijker te worden, terwijl de toekomst van het statutair statuut onduidelijk blijft.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, votre accord de gouvernement prévoit d’harmoniser la concertation sociale dans le rail avec d’autres entreprises publiques.
Que prévoyez-vous concrètement? Quels engagements avez-vous pris auprès des syndicats? Pouvez-vous garantir que les conseils d’administration ne pourront pas court-circuiter le dialogue social?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, vous annoncez que certaines tâches RH seront exécutées entre HR Rail, la SNCB et Infrabel.
Plutôt que de supprimer HR Rail, pourquoi ne pas simplement renforcer sa mission centrale pour éviter les doublons, au lieu de multiplier les entités RH en interne?
Pouvez-vous ensuite confirmer que le recrutement sous statut va progressivement disparaître pour les cheminots?
Si la gestion du personnel est confiée à chaque entité séparée (SNCB/Infrabel), comment garantissez-vous l'uniformité des conditions de travail pour les cheminots, aujourd'hui couverts par un statut unique HR Rail?
Jean-Luc Crucke:
Mesdames les députées, en tant que membre du gouvernement Arizona, je me dois de rester fidèle aux mesures prévues dans l'accord de coalition largement négocié par des partis élus démocratiquement.
En ce qui concerne la réforme de HR Rail, et pour que nous soyons bien d'accord sur le contenu de la phrase, l'accord de gouvernement indique ceci: "Une modification de l'objet social de HR Rail s'impose afin que les compétences de sélection, de recrutement et de gestion du personnel soient transférées aux entités opérationnelles de la SNCB et d’Infrabel. Ceci vise une plus grande efficacité et une gestion fonctionnelle mieux adaptée aux besoins spécifiques des entités respectives. D’autres rationalisations ainsi que la question de l’employeur légal du personnel ferroviaire seront étudiées." Je ne lis donc nulle part dans cet accord qu'il est question de supprimer HR Rail ou le statut. Certaines tâches sont exécutées à la fois par les entités et par HR Rail, avec pour conséquence inévitable de nombreuses consultations supplémentaires, voire des duplications et parfois des triples emplois.
La transformation de HR Rail s'inscrit donc dans un exercice de rationalisation et de responsabilisation des différentes entités. Chacune d'elles devient responsable de la mise en œuvre des processus RH relatifs à son propre personnel. Nous savons en effet qu'ils n'exercent pas les mêmes fonctions et ne remplissent pas les mêmes occupations.
Beaucoup de ces processus sont discrétionnaires, il est donc normal qu'elles puissent prendre leurs propres décisions dans le respect de la réglementation. J'examine avec HR Rail, la SNCB et Infrabel la meilleure manière de concrétiser l'accord de gouvernement dans ce domaine. Une telle analyse ne peut se réaliser en quelques jours, vous en conviendrez. Comme je l'ai déjà exprimé à plusieurs reprises ici, l'objectif est clair mais le chemin pour y arriver doit encore être défini.
En l'occurrence, les missions et la représentation de l'employeur juridique qui seraient transférées, ainsi que les modalités de ce transfert, font l'objet de la concertation en cours avec les organisations syndicales reconnues et les représentants des trois entreprises publiques. Il n'est en tout cas certainement pas question de court-circuiter ce dialogue social de quelque façon que ce soit.
Je peux donc entendre que vous ne disposiez pas de la réponse totale aux questions que vous vous posez légitimement mais j'ai un engagement à l'égard des organisations syndicales dans le cadre de la concertation, c'est de communiquer sur des accords – et il y a des accords qui sont à ce jour déjà conclu – mais de communiquer lorsqu'on aura un accord global. Comme j'ai dit tout à l'heure, tout est dans tout.
Farah Jacquet:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Vous dites le contraire mais l'accord de gouvernement prévoit que les conseils d'administration puissent prendre des décisions s'il n'y a pas de consensus au sein de la commission paritaire. Cela signifie en fait la fin de la démocratie sociale au sein d'une des plus grandes entreprises publiques du pays, mais j'entends que des concertations sont en cours avec les syndicats. Fort heureusement, c'est le minimum que vous puissiez faire parce que vous touchez au cœur de leur mission, à savoir le dialogue social. Cela ne nous rassure pas pour autant parce que rien ne garantit qu'ils seront entendus et que vous n'imposerez pas finalement vos réformes. Nous resterons donc attentifs sur le sujet.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, j'entends la volonté d'arriver à un accord et de communiquer l'ensemble à la fin. Je pense que c'est louable dans votre chef qu'il y ait ce dialogue qui soit en cours. Maintenant, nous serons attentifs – et c'est ce qui inquiète fortement les travailleurs – à ce qu'il n'y ait pas de perte de droits à travers cette suppression d'HR Rail et que la concertation sociale soit bien respectée dans ses principes fondamentaux. En effet, il ne faut pas que cela soit un dialogue qui, finalement, se résume par un passage en force. Ce seront les balises que nous regarderons dans les prochains mois sur ce dossier. On regrette aussi la suppression d'HR Rail qui permettait une mobilité entre les deux entreprises, qui sera du coup plus compliquée. On pense que cette décision ne va pas dans le bon sens, mais elle vous appartient.
De besparingen bij het spoor
De evolutie van de NMBS-begroting
De evolutie van de NMBS-begroting
De resultaten van de NMBS in 2024 en de werkgelegenheidsvooruitzichten
Financiële ontwikkelingen en toekomstperspectieven van de NMBS
Gesteld door
PTB
Farah Jacquet
PS
Hugues Bayet
PS
Sophie Thémont
PS
Hugues Bayet
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De 250 à 675 miljoen euro aan spoorbesparingen tegen 2029 (cumulatief vs. jaarlijks) roept kritiek op, omdat ambitieuze doelen (+30% reizigers, +50% treinen, 90% punctualiteit) botsen met personeelstekort en onderinvestering. Het ministerie belooft geen ontslagen, lijnsluitingen of lokettenvermindering, maar 1.100 aanwervingen in 2025 (vs. 1.337 in 2024) en efficiëntiewinsten via HR-herstructurering (overdracht taken van HR Rail naar SNCB/Infrabel) wekken twijfel over realistische uitvoering en klimaatambities. Kritiek benadrukt het spanningsveld tussen bezuinigingen, werkdruk voor spoorwegpersoneel en betrouwbare dienstverlening, terwijl de minister concertatie met vakbonden en gefaseerde plannen (deadline juni 2025) als oplossing naar voren schuift.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, vos économies dans le rail sont en totale déconnexion avec le terrain, notamment avec les attentes des cheminots qui demandent simplement de pouvoir travailler dignement avec suffisamment de personnel. Ce qui n'est pas le cas aujourd'hui!
Votre accord de gouvernement prévoit des économies dans le rail. Monsieur le ministre, à combien précisément ces économies dans le rail s'élèveront-elles d’ici 2029? En effet, deux chiffres ont circulé: celui de 250 millions d'euros et celui de 675 millions d'euros.
Par ailleurs, selon les retours du terrain, les protocoles d'accords sociaux ne savent plus être respectés en termes de recrutement car, d'une part, on applique des économies et, d'autre part, on prévoit une augmentation de l'offre de trains. En quoi appliquer de nouvelles économies facilitera-t-il les choses? Ces économies s'appliqueront-elles au niveau du budget de l'exploitation ou des investissements? Pour quel pourcentage?
Vous prévoyez également de transférer des compétences d’HR Rail vers Infrabel et la SNCB. Pouvez-vous garantir qu’il n’y aura pas de licenciement? Prévoyez-vous d’autres rationalisations? Quelles sont-elles? Enfin, quelles économies allez-vous dégager en modernisant la politique du personnel?
Hugues Bayet:
Merci monsieur le président. En entendant la réponse du ministre, je pense que ma première question était plutôt liée au troisième thème. Mais nous allons suivre les recommandations du service.
Monsieur le ministre, dans l'accord de gouvernement, la coalition Arizona souligne que "les chemins de fer constituent l'épine dorsale de notre système de transport public. Leur importance sociale, climatique et économique est incontestable". Vous confirmez également les objectifs précédemment annoncés d'une augmentation de 30 % des voyageurs, d'une ponctualité supérieure à 90 %, de 50 % de nouveaux trains et d'une réduction de 30 % du nombre de trains supprimés. Pour parvenir à tout cela, votre accord indique expressément prévoir "les ressources et le personnel nécessaires à sa mise en œuvre". Nous partageons bien sûr ces ambitions.
Cependant, le tableau budgétaire transmis en marge de la déclaration gouvernementale aux membres de la Chambre des représentants nous interpelle. Le premier tableau prévoit, en effet, une économie de 250 millions d'euros à l'horizon 2029. Et, à d'autres moments, sont indiqués 675 millions. J'y reviendrai.
Monsieur le ministre, quels sont ces "gains d'efficacité" que vous évoquez? Pouvez-vous nous indiquer comment vous arriverez à augmenter ceux-ci d'année en année entre 2025 et 2029? J'ai pu avoir l'impression que les chiffres étaient donnés au vogelpik par le ministre des Finances. J'entends que l'accord de gouvernement a été longuement réfléchi et discuté. Je suppose donc que vous pouvez nous dire ce que sont ces gains d'efficacité et quelle est votre feuille de route de 2025 à 2029.
Pouvez-vous nous garantir qu'aucune fermeture de ligne n'est envisagée dans ce plan d'économie? Si j'ai bien compris, vous venez de répondre qu'il n'y aura aucune fermeture de ligne.
Pouvez-vous nous garantir qu'aucune suppression d'arrêts n'est envisagée? Vous connaissez bien Farciennes, même si vous n'êtes pas encore venu nager à Siréna, mais je vous invite quand vous voulez. Si vous supprimez le point d'arrêt, je ne sais pas comment vous viendrez, vous qui êtes un grand navetteur et voyageur. Des dizaines de travailleurs y prennent le train tous les matins. On ne peut pas dire qu'il faut que les Wallons travaillent plus, tout en supprimant les transports en commun.
Pouvez-vous nous garantir qu'aucune suppression de gares n'est envisagée? Il faudrait peut-être déjà régler le problème de toutes les gares qui sont à l'abandon depuis des années.
Pouvez-vous nous garantir qu'aucune suppression de guichets n'est envisagée?
Ma question suivante porte sur le chiffre de 250 millions ou de 675 millions d'économies. Lequel est le bon? Ce serait bien que les ministres des Finances et du Budget soient là avec vous afin de répondre, ainsi que ceux de la Défense et de la Justice. Cela permettrait d'avoir une vision claire, parce que nous avons parfois l'impression que vos réponses ne correspondent pas. Si cet accord de gouvernement prévoit réellement 675 millions d'économies pour la SNCB, je crains l'impact sur le recrutement.
Je voudrais donc savoir quelles sont vos perspectives d'engagement durant les prochaines années. Allez-vous répondre aux objectifs? En effet, nous savons tous que, pour l'instant, les engagements compensent juste et à peine les départs. Mais puisque vous avez travaillé autant de temps sur votre accord Arizona, et que vous êtes tellement fiers de le suivre à la lettre, j'imagine que vous avez bien évidemment plein de réponses concrètes et précises à nous donner et je vous en remercie par avance, monsieur le ministre.
Jean-Luc Crucke:
Chers collègues, peut-être pour la boutade, monsieur Thiébaut, vous m'avez dit que j'étais un grand navetteur, et c'est vrai, mais je suis aussi un grand marcheur.
Madame Jacquet, l'accord de gouvernement prévoit d'économiser un montant de 250 millions d'euros à l'échéance de 2029. Pourquoi le chiffre de 675 millions n'est-il pas un chiffre erroné? C'est parce que vous additionnez les efforts effectués. La première année, donc cette année-ci, soit un effort de 50 millions, et l'année suivante, un effort de 100 millions. C'est donc 100 millions moins les 50 millions qui ont déjà été effectués et qui sont structurels. C'est comme cela qu'on arrive à ces deux montants qui sont parfaitement cohérents.
Par rapport au transfert de certaines missions d'HR Rail vers les entreprises publiques de la SNCB et vers Infrabel, je pense déjà m'en être expliqué. Les discussions, comme je vous l'ai dit, sont en cours dans le cadre de processus de concertation que j'ai souhaités mettre sur pied avec les organisations syndicales reconnues et les trois entreprises publiques. L'intention est de transférer vers la SNCB et Infrabel les tâches de sélection, de recrutement et de gestion du personnel. HR Rail continuera à exister pour les autres missions.
Je dois respecter ici, comme je l'avais déjà dit, les engagements du gouvernement, mais je confirme que l'accord est très clair sur le fait que les réformes en cours n'affecteront pas les droits acquis et les avantages sociaux du personnel en place. L'exercice d'identification des économies qui seront mises en place progressivement dans le courant de la législature est en cours, en bonne collaboration avec les entreprises publiques.
Nous devrions pouvoir aboutir avant l'échéance de fin juin, date à laquelle nous aurons identifié la meilleure manière d'atteindre ces objectifs fixés en la matière par l'accord de gouvernement. Je serai alors en mesure d'être plus explicite sur la façon dont ceux-ci seront mis en œuvre. Mon intention est de me concerter avec les entreprises publiques pour évaluer la manière la plus efficiente d'atteindre cet objectif sans pénaliser les voyageurs, en veillant au bien-être des travailleurs et en maintenant un niveau approprié d'investissement.
Je compte me concerter avec l'ensemble des parties impliquées, que ce soit HR Rail, la SNCB, Infrabel, mais aussi les organisations syndicales, pour évaluer ensemble les avantages et inconvénients des différents scénarios possibles. L'heure est à ce stade, comme vous l'avez compris, encore à la concertation, et il est donc prématuré de décrire plus avant les réformes qui doivent encore prendre forme.
Monsieur Bayet et madame Thémont, je le répète une nouvelle fois ici, aucune fermeture de lignes n'interviendra sous cette législature.
Il n'est donc pas question de fermer ou de démanteler des lignes ferroviaires. Si vous avez bien lu l'accord du gouvernement, ce dont je ne doute pas, vous aurez constaté que celui-ci évoque la possibilité d'ouverture et de fermeture de points d'arrêt. Je vous renvoie aux réponses apportées aux questions précédentes sur le sujet.
Pour ce qui est de la fermeture de guichets, le gouvernement ne l'envisage pas. Enfin, Monsieur Bayet, sur les perspectives d'emploi, en 2024, 1 300 recrutements étaient nécessaires, et ce sont 1 337 recrutements qui ont été effectués.
Au 1 er janvier 2025, la SNCB comptait 16 953 équivalents temps plein, soit une hausse nette d'environ 100 employés sur une année. D'ici à la fin 2025, 1 100 recrutements sont prévus, dont plus de 400 conducteurs de train, 120 accompagnateurs de train et 200 techniciens. Il n'y a aujourd'hui aucun signe qui nous permettrait de penser que l'engouement à l'égard de la SNCB en matière d'offres et de demandes d'emploi s'est estompé.
Farah Jacquet:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. J'entends qu'aucune décision n'a encore été prise, mais votre objectif est tout de même de réaliser des économies non négligeables. Comme je l'ai dit au début de mon intervention, nous observons un décalage entre ce que veulent les travailleurs et ce qu'ils vivent sur le terrain. Mais il n'y a pas que cela, car les économies sont également en décalage avec les attentes des usagers, qui ne demandent qu'à rejoindre leur lieu de travail sans retard ou suppression de train.
Ces économies sont également en total contraste avec le véritable bouleversement que nous sommes en train de vivre, à savoir le dérèglement climatique. On se croirait un peu dans le film Don't Look Up : nos gouvernements détournent le regard et préfèrent regarder ailleurs et ne rien faire, alors que tous les scientifiques nous alertent sur la nécessité d'investir dans la transition. J'ai le sentiment que ce gouvernement préfère investir de l'argent pour aller faire la guerre que pour sauver notre planète, et je trouve cela dommage.
Hugues Bayet:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses. A priori, j'ai confiance, mais comme mes autres collègues, nous allons vérifier que vous n'essayez pas de nous avoir sur les chiffres. Monsieur le ministre, vous réalisez une économie de 50 millions en 2025, vous allez en faire 100 en 2026, dont 50 qui sont déjà faits. Cent cinquante et cinquante, cela fait deux cents millions, et ainsi de suite. Vous allez bien économiser 675 millions d'euros sur la SNCB. Quant aux 250 millions, ils s'entendent bien entendu facialement. La différence est quand même importante. Que les choses soient claires, vous allez réaliser 675 millions d'économie. Ma crainte est de voir le personnel impacté par cette mesure. On ne peut pas dire que d'un côté, il faut absolument augmenter le taux d'emploi pour arriver à 80 % - mesure que nous soutenons pleinement - mais en même temps tout faire pour essayer de faire en sorte qu'il y ait le moins de travailleurs partout, en supprimant les trains ou en engageant moins. Vous parlez de 1 337 collaborateurs en 2024. Soyons honnêtes, ce n'était pas grâce à l'Arizona, mais à la Vivaldi! En 2025, vous nous annoncez 1 100 recrutements. Cela fait 237 en moins. Si le nombre global de départ en 2025 était moins important qu'en 2024, peut-être que cela pourrait se justifier. Mais s'il y a encore plus de départs à la retraite pour un autre job, etc. en 2025 qu'en 2024, les 1 100 recrutements sont clairement en dessous des besoins de la SNCB, puisque déjà maintenant ils sont à la limite. Je me permettrai donc de revenir sur le sujet pour connaitre combien de départs auront été actés pour 2025. C'est à ce moment que l'on pourra vraiment constater, monsieur le ministre, si vous avez réellement engagé les moyens pour le personnel ou pas.
De consultancykosten bij het spoor
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Farah Jacquet kritiseert de miljoenenuitgaven aan consultancy bij de spoorwegen, waaronder een nieuw contract van 1 miljoen euro voor salarismodernisering, en vraagt om concrete beperkingen en herinternalisering. Minister Crucke verdedigt de ad-hoc-inzet van externe expertise (bv. digitalisering, punctualiteit) voor niet-recurrente taken en benadrukt de autonomie van de SNCB, maar belooft zuinigheid gezien het budgettaire klimaat. Jacquet werpt tegen dat consultancybedrijven privatiseringsagenda’s pushen (bv. salarisplannen ten nadele van sociale zekerheid) en minder deskundig zijn dan eigen personeel, eist stopzetting om kosten te drukken. Crucke houdt vast aan niet-inmengen, maar erkent kritische noodzaak tot beheerste inzet.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre,
Parmi les choses qui déraillent dans notre chemin de fer, il y a bien évidemment les frais de consultance.
J’aurais donc quelques questions:
1/ Il nous revient qu’un nouvel appel d’offre de consultance de plus d’un million d’euro est en cours en vue de “moderniser” davantage la politique salariale dans le rail. Que pouvez-vous nous dire à ce niveau?
2/ Quels sont les appels d'offres de consultance en cours? Pour quel montant?
3/ Votre accord de gouvernement prévoit de limiter la consultance. Très concrètement, dans quels domaines allez-vous interdire la consultance? Comptez-vous réinternaliser certaines missions? Si oui, lesquelles?
4/ Dans quels domaines allez-vous autoriser la consultance? Comment le justifiez-vous?
Jean-Luc Crucke:
En ce qui concerne votre premier point, je vous invite à consulter la réponse que j'ai donnée à Mme Cuylaerts lors de la dernière commission parlementaire du 12 mars 2025.
Concernant votre deuxième question, il me revient que les chemins de fer ont mis en place une nouvelle politique HR afin d'être suffisamment attractifs par rapport à la concurrence dans un marché de l'emploi qui reste tendu en ce qui concerne les profils dont ils ont besoin. Il s'agit en l'occurrence d'un contrat-cadre pour une durée de quatre ans qui permettra de mieux pondérer le poids des fonctions, de créer de nouvelles descriptions de fonctions spécifiques et d'être en phase avec l'offre du marché.
En ce qui concerne les points trois et quatre de votre question, il n'est pas dû rôle du ministre de limiter la consultance dans les domaines spécifiques qui relèvent de l'autonomie de la SNCB ni de me substituer à la gestion quotidienne d'une entreprise publique autonome.
En ce qui concerne la consultance de la SNCB, il s'agit de missions ad hoc que la SNCB confie à différents prestataires externes afin de disposer d'expertises nécessaires pour effectuer certaines tâches non récurrentes, pour obtenir un avis impartial et neutre sur certains dossiers ou pour affiner des stratégies, par exemple dans le cadre de la digitalisation, du transport international ou de la ponctualité.
J'estime que la consultance doit être utilisée avec parcimonie, lorsque le recours à des prestataires externes le nécessite. Il est évident qu'une gestion consciencieuse de la consultance est une source d'économies ô combien utiles au regard du contexte budgétaire actuel. J'y serai donc particulièrement attentif.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Contrairement à la dernière fois où l'on avait abordé ce sujet, j'entends qu'aujourd'hui vous ne voulez pas interférer dans les missions de consultance de la SNCB. Pourtant, ce sont des multinationales qui empochent de juteux bénéfices alors que leur expertise est moindre que celle des travailleurs du rail. Elles ont une vision claire de notre service public: le démanteler pour le revendre au privé. Elles instaurent par exemple des politiques de modernisation salariale, c'est-à-dire des plans cafétéria et un définancement de notre sécurité sociale. Je vous demande de revoir votre position à ce sujet et de mettre fin à cette consultance à tout-va. Cela ferait des économies pour le rail.
De salariswagens bij het spoor
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Farah Jacquet kritiseert dat SNCB, HR Rail en Infrabel via omstreden leasingwagenplannen (verdubbeld in 2024) milieu, sociale zekerheid en rechtspraak ondermijnen, terwijl ze syndicaten en Raad van State (arrest 19/11/2024) negeren door contractwijzigingen op te dringen. Minister Crucke verdedigt de plannen als nodige marktconformiteit en claimt juridische correctheid via avenanten, maar erkent het arrest niet te kennen. Jacquet hamert op illegaliteit (schending sociale wetgeving, overlegplicht) en eist dat Crucke als toezichthouder de CEO’s tot orde roept, gezien publieksectoren het goede voorbeeld moeten geven. Kern: stelselmatige ontduiking van regels en statuten ten koste van duurzaamheid en werknemersrechten.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, dans le cadre des plans cafétérias, la SNCB, HR Rail et Infrabel permettent à leurs contractuels de choisir un véhicule de leasing en échange d’une partie de leur salaire. D’après La Libre, le nombre de voitures octroyées ne cessent d’augmenter, au point qu’il aurait doublé rien que pour ce début d’année. Un choix des directions de sociétés de chemin de fer qui peut poser question, tant au niveau de l’impact environnemental que du financement de notre sécurité sociale.
Mais pas que: les syndicats se sont opposés à l’octroi de ces voitures-salaires. Pourtant, les directions ont décidé de contourner la concertation sociale et ont imposé cette rémunération alternative.
Le 19 novembre 2024 dernier, le Conseil d’Etat a d’ailleurs annulé l’extension des plans cafétérias, dont font partie ces voitures-salaires, aux cadres ordinaires. Mais les directions concernées contournent l’arrêt et proposent à la place des avenants aux contrats de travail.
J’ai à maintes reprises interpellé le ministre Gilkinet sur le sujet, sans toutefois obtenir de réponses satisfaisantes.
1/ Que faites-vous pour vous assurer que les décisions de justice soient respectées?
2/ Confirmez-vous bien que les conseils d’administrations d’Infrabel et de la SNCB n’ont pas autorisé l’octroi de ces voitures-salaires?
Jean-Luc Crucke:
Chère collègue, afin d'être compétitives sur le marché du travail, les entreprises ferroviaires doivent être en mesure d'offrir un package salarial conforme aux embauches contractuelles des autres employeurs. L'arrêt du Conseil d'État du 19 novembre dernier a annulé, pour des raisons de procédure, divers avis relatifs à la rémunération des collaborateurs contractuels de classe 7. Je m'empresse de dire que je n'ai pas lu l'arrêt, mais que j'ai demandé qu'on m'en adresse copie, puisque j'aime lire les textes des magistrats, que ce soit un arrêt ou un jugement.
Cet arrêt ne porte cependant pas atteinte à la régularité des contrats de travail de ces collaborateurs. C'est dans un souci de sécurité juridique qu'un avenant à leur contrat a donc été proposé à ces collaborateurs spécifiant de manière détaillée l'évolution de la rémunération. Pour être juriste depuis 40 ans, cela me semble logique. Nous pouvons vous assurer que HR Rail a pris les mesures nécessaires pour se conformer aux dispositions légales qui lui sont applicables.
Farah Jacquet:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Malheureusement, on connaît les stratégies des directions du rail, qui cherchent à casser les statuts qui assurent la garantie d'emploi et l'attractivité pour les remplacer par des contractuels avec des plans cafétérias qui sont beaucoup moins attractifs. Ce seront les mêmes, après, qui diront que c'est difficile de recruter. Les décisions qui sont prises par les directions d'Infrabel et de la SNCB sont illégales, parce qu'elles ne respectent ni la législation sociale, ni la concertation sociale, ni les décisions de justice. Comme ministre de tutelle, vous devez remettre au pas les CEO concernés. Il y a des droits et des obligations en Belgique, sur lesquels personne ne peut s'asseoir, et encore moins une entreprise publique qui est censée montrer l'exemple. Il est de votre devoir de mettre fin à ces pratiques, et j'espère que vous le ferez.
Het stopzetten van het X-account door de NMBS
De beslissing van de NMBS om X te verlaten
De beslissing van de NMBS om X te verlaten
NMBS stopt met gebruik van X-platform
Gesteld door
Open Vld
Irina De Knop
N-VA
Dorien Cuylaerts
VB
Frank Troosters
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS verliet X (Twitter) omdat het platform volgens hen niet langer aansluit bij hun waarden (o.a. desinformatiebeleid) en het gebruik door reizigers zou zijn gedaald, ondanks 64.300 volgers en de cruciale rol bij realtime storingcommunicatie. Kritiek uit de oppositie benadrukt dat directe, transparante reizigerscommunicatie nu wegvalt en dat de beslissing politiek gemotiveerd lijkt (o.a. tegen Elon Musk) in plaats van klantgericht, terwijl alternatieven zoals WhatsApp en de NMBS-website als minder toegankelijk worden gezien. Minister Crucke verdedigt de autonomie van de NMBS en wijst op andere kanalen (app, website, stationsschermen), maar geeft geen concrete voorbeelden van waardenschendingen door X. De discussie draait uiteindelijk om de spanning tussen waardenbeleid en dienstverlening, met twijfel of de NMBS haar publieke taak (bereikbaarheid en transparantie) niet ondergeschikt maakt aan ideologische overwegingen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, recent kondigde de NMBS aan dat ze het socialemediaplatform X heeft verlaten. Volgens de NMBS sluit het platform niet langer aan bij haar waarden. De reizigers worden daarom doorverwezen naar alternatieve kanalen zoals Facebook, Instagram en LinkedIn.
Nochtans is X vandaag een cruciaal informatiekanaal voor de treinreizigers. Het NMBS-account telt 64.300 volgers, waarmee X het op één na grootste platform is. Bij storingen, afgeschafte treinen en vertragingen raadplegen veel reizigers X om snel en rechtstreeks informatie te verkrijgen. Onze fractie stelt zich dan ook vragen bij die beslissing, zeker gelet op de klantvriendelijkheid en de inspanningen van de NMBS om haar reizigers vlot en transparant te informeren.
Daarom heb ik volgende vragen.
Kunt u meer duidelijkheid geven over de exacte redenen waarom de NMBS beslist heeft om X te verlaten?
Vindt u niet dat een openbaar bedrijf dat met publieke middelen werkt, er alles aan moet doen om zoveel mogelijk reizigers te bereiken via de breedst mogelijke communicatiekanalen?
Beschikt de NMBS over cijfers van het aantal reizigers dat X gebruikt om informatie over storingen en vertragingen te raadplegen? Wat is de impact van de beslissing op de reizigerscommunicatie?
Hoe past de beslissing binnen de bredere communicatiestrategie van de NMBS? Zou het niet net de bedoeling moeten zijn om zoveel mogelijk reizigers te bereiken via diverse kanalen, in plaats van een groot informatieplatform op te geven?
Frank Troosters:
Mevrouw Cuylaerts heeft de vraag perfect ingeleid. Ik verwijs dus naar mijn ingediende tekst.
Op woensdag 19 maart jl. kondigde de NMBS aan zich terug te trekken van communicatieplatform X. Ze deden dit omdat dit platform niet langer zou aansluiten bij hun waarden.
Nochtans was het account van de NMBS op dit platform uitgegroeid tot een populair medium met bijna 65.000 volgers. Het account van de NMBS vormde voor veel treinreizigers een uitstekend middel om snel geïnformeerd te worden bij storingen, vertragingen of afgeschafte treinen.
Hoe beoordeelt de minister het verlaten van het communicatieplatform X door de NMBS?
Wat zijn de precieze redenen? Welke concrete waarden schrijft de NMBS zichzelf toe waarmee het communicatieplatform X niet zou stroken? Waren er bepaalde concrete berichten, meningen, tweets of andere elementen die tot deze conclusie aanleiding gaven? Zo ja, welke?
Vindt de minister het een goede zaak dat een communicatiekanaal waar duizenden, veelal geplaagde, treinreizigers zich laten informeren door een openbare vervoersmaatschappij zomaar wordt afgesloten?
Zal de minister acties ondernemen opdat de NMBS-volgers op X niet langer in de kou blijven staan? Zo ja, welke? Zo neen, waarom niet?
Jean-Luc Crucke:
Het lijkt mij, ten eerste, essentieel te beklemtonen dat het openbaredienstcontract tussen de NMBS en de federale overheid aan de NMBS vraagt haar informatiekanalen te diversifiëren. Over de concrete invulling daarvan beslist de NMBS autonoom. Het komt mij niet toe om in de plaats te treden van het dagelijks bestuur van autonome overheidsbedrijven.
De NMBS heeft een aanzienlijke daling vastgesteld van het aantal reizigers dat het platform X gebruikt om haar informatie in realtime te raadplegen. De NMBS stelt tal van andere communicatiekanalen ter beschikking. Zo is de informatie die vroeger op X stond, nu systematisch beschikbaar op de pagina’s Verkeersinformatie, Storingen en werken op het net, de NMBS-reizigersinformatie, Werken aan en aanpassingen van de dienstregeling van de NMBS, alsook op de reisplannerapp en -website en de schermen en via aankondigingen in de stations.
Het sociaal netwerk X beantwoordt, naar het schijnt, niet langer aan de waarden die de NMBS promoot. Tijdens de meest recente Europese Mobiliteitsraad was ik getuige van een toespraak van een specialist over het zorgwekkende beleid van desinformatie dat door die sociale media wordt gevoerd. Er is in dat verband veel stof tot nadenken.
De NMBS zal haar communicatie blijven doen op de kanalen die het best zijn aangepast aan de behoeften van haar reizigers, zodat zij altijd over de meest correcte en meest betrouwbare informatie beschikken. Haar klantendienst zal niet langer toegankelijk zijn via X. Klanten die de NMBS digitaal wensen te contacteren, worden uitgenodigd om gebruik te maken van andere kanalen, zoals WhatsApp of het contactformulier op de website van de NMBS.
Ten slotte, ik heb persoonlijk dat informatiekanaal al lang geleden verlaten, omdat ik de waarden ervan niet deel. Dat was echter uw vraag niet.
Dorien Cuylaerts:
Bedankt voor de persoonlijke toets in uw antwoord.
Mijnheer de minister, u antwoordt dat het aantal treinreizigers dat X gebruikt, is gedaald. Hoe wordt dat vastgesteld? Voorts verwijst u naar het zorgwekkende beleid van X. Daar draait het nochtans niet alleen om. Voor ons en zeker voor onze fractie draait het om het feit dat het directe contact nu wegvalt. X is een platform waarop de reizigers direct, vlot en transparant een antwoord krijgen. De communicatie van de NMBS wordt hier vaker aan de kaak gesteld, maar X was een platform waarop de treinreiziger kon rekenen.
De NMBS is inderdaad een autonoom overheidsbedrijf, waarvoor we met zijn allen wel heel veel belastinggeld betalen. Reizigers moeten dan ook kunnen rekenen op snelle, vlotte en zeer toegankelijke dienstverlening en communicatie. Dat de waarden van X niet met die van de NMBS stroken, kan wel goed zijn, maar dat is een geopolitieke beoordeling en die mag niet de drijfveer zijn voor bepaalde beslissingen. Het doel moet blijven dat men de reizigers zo goed mogelijk informeert. Ik hoop dat de andere kanalen een even vlotte en transparante communicatie naar de treinreiziger verzekeren.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, uw antwoord was helemaal niet bevredigend. Ik ben er trouwens over verbaasd dat de vorige spreker er dan maar op hoopt dat een ander communicatiekanaal even goed werkt. Mijnheer de minister, u hebt geen enkele deftige reden gegeven welke waarden X nu zou schenden. U verwijst naar een specialist, maar tegenwoordig wordt iedereen die waar dan ook uitspraken over doet, als specialist opgevoerd. Als men het heeft over desinformatie, wat bedoelt men daarmee dan? Ik ga er toch van uit dat op zijn minst overheidsbedrijven zoals de NMBS en Infrabel niet aan desinformatie deden op dat kanaal. Dus dat slaat toch niet op hen? Over de waarden heb ik niets, maar dan ook niets gehoord. Ik vind de beslissing onbegrijpelijk. We kennen natuurlijk allemaal de ware reden: de beslissing is gericht tegen de eigenaar van X, Elon Musk, die wel eens de rechterhand wordt genoemd van Donald Trump. Dat is natuurlijk wat erachter zit. Trouwens, over welke waarden heeft men het dan? Gaat het over de waarden bij de NMBS, die o zo stipt is, die zo veel trainen afschaft, die niet voorziet in een deftige compensatie of een commerciële geste doet voor abonnees die minstens 2,5 keer op 10 met staking worden geconfronteerd, die projecten à la Eurogare en het station van Bergen opzet waarvan de kosten tot een half miljard explodeerden, of die een ICT-consultancycontract toekende, waarover het Rekenhof zich vernietigend uitsprak? Ik vraag me echt af welke waarden volgens de NMBS met voeten worden getreden. Ik vind de beslissing onbegrijpelijk.
De stationsparking in Harelbeke
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS bevestigt haar bijdrage van €20.000 voor het masterplan van de stationsomgeving in Harelbeke en benadrukt dat zij eigenaar is van 82% van de parkings (P1 & P2), waardoor *zij*—niet het stadsbestuur—beslist over betalend of gratis parkeren, gebaseerd op zes principes (o.a. modal shift, kostendekking, fietsgebruik). Hoewel gratis parkeren geen invloed heeft op treingebruik (treinaanbod is doorslaggevend), stelt Vlaams Belang voor om parkings gratis te maken voor treinreizigers met geldig bewijs, terwijl oneigenlijk gebruik wel betaald moet blijven—een voorstel dat de minister openstaat voor verder debat. Lokale partijen zoals Vooruit en Groen pleiten nu voor gratis parkeren, maar creëerden eerder regels die dit juist belemmeren, wat Troosters hypocriet noemt; minister Depraetere (Vlaams) claimt ten onrechte dat de stad beslist, terwijl de NMBS de bevoegdheid heeft. Kern: NMBS houdt vast aan betaald parkeren (met uitzonderingen) om fietsgebruik te stimuleren, maar blijft open voor evaluatie—met spanning tussen lokaal beleid en NMBS-autonomie.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de ingediende vraag.
In de stad Harelbeke willen het plaatselijk stadsbestuur, de provincie West-Vlaanderen en vervoersmaatschappijen De Lijn en de NMBS samen de stationsomgeving aanpakken. Ze maken samen 65.000 euro vrij voor de opmaak van een masterplan. Hiervan zou de NMBS 20.000 euro voor zijn rekening nemen.
De plaatselijke Vooruit-fractie vraagt expliciet om de parking bij het station gratis te houden. Volgens hen dient de parking gratis te blijven indien men de reizigers wil aansporen om de trein te nemen.
Socialistisch en Vlaams minister van Wonen en Energie, Melissa Depraetere, treedt hen daarin bij met dezelfde argumentatie en voegt eraan toe dat “zij als stad daarin beslissen, niet de NMBS".
Kan de minister bevestigen dat de NMBS 20.000 euro voor zijn rekening neemt van de kosten voor de opmaak van het masterplan voor de stationsomgeving in Harelbeke?
Deelt de minister de visie dat een gratis parking aan het station de mensen zal aansporen om de trein te nemen?
Kan de minister duiden wie de eigenaar van de parking aan het station in Harelbeke is?
Klopt de bewering van de Vlaamse minister van Wonen en Energie dat het stadsbestuur, en dus niet de NMBS, beslist of de parking aan het station al dan niet betalend zal zijn?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, wat betreft uw eerste vraag, ja, dit werd overeengekomen tussen de NMBS en de stad Harelbeke. Het is belangrijk om in te zetten op een mentaliteitswijziging en het gebruik van de wagen te verminderen waar dat mogelijk is. De ervaring leert immers dat bij het invoeren van een betalende autoparking 25 % van de treinreizigers op de fiets overstapt. Het doel is dus om niet het autogebruik te bestraffen, maar wel om de modal shift te bevorderen. Bovendien woont het merendeel van de gebruikers van de parking van de NMBS op drie kilometer of minder van de station. Het gaat hierbij voornamelijk om pendelaars met een abonnement, ouder dan zeventien jaar.
Het aantal opstappende reizigers wijzigt niet wanneer een stationsparking betalend wordt, aangezien de aantrekkelijkheid van een station in de eerste plaats door het treinaanbod en niet door het parkeerbeleid wordt bepaald. In Harelbeke is de NMBS de eigenaar van de parkings P1 en P2. Samen vertegenwoordigen deze twee parkings 82 % van de totale capaciteit van de autoparkeerplaatsen in de stationsomgeving van Harelbeke.
Zoals bepaald in het openbaredienstcontract past de NMBS een strategie toe die gebaseerd is op de volgende zes principes: prioritaire toegang voor treinreizigers in de parkings met toegangscontrole, een voordelig tarief voor zowel regelmatige als occasionele treingebruikers indien de parking betalend is, een gedifferentieerd tariefbeleid, afhankelijk van het stationstype, het gebruikersprofiel en de lokale marktomstandigheden, een dekking van de operationele kosten door de inkomsten, aanmoediging van het gebruik van het openbaar vervoer en de fiets tussen de woonplaats en het station door concurrentie op het vlak van tarieven te vermijden en het aanbod van een ruim scala aan intermodale diensten, deelauto's en fietsen in stations en fietspunten.
De NMBS beslist dus of een parking aan het station betalend wordt op basis van de zes principes en kiest hierbij steeds voor samenspraak en een goede samenwerking in coördinatie met de lokale overheid. Ik begrijp de moeilijkheden die de reizigers ondervinden die geen andere mogelijkheden hebben om zich naar het station te begeven. Ik ben bereid om een aanzet te geven tot een debat in goede samenwerking en op basis van de gegevens waarover de NMBS beschikt over de mogelijkheden om het tariferingsbeleid van de stationsparking te laten evalueren.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, zeker met dat laatste zou ik heel blij zijn. Het Vlaams Belang is er altijd voorstander van geweest om de autoparkings aan de stations gratis te maken voor wie beschikt over een geldig vervoersbewijs. U verwijst naar statistieken die zeggen dat je door ze betalend te maken mensen kunt doen overstappen op de fiets. In dat geval zou ik de parkings volledig weghalen. Dan blijven er alleen maar mensen met de fiets over. Mensen die oneigenlijk gebruikmaken van die parkings mag je gerust laten betalen, maar gratis parkeren voor wie een geldig vervoersbewijs heeft zou een stimulans kunnen om nog meer mensen naar de trein te leiden. In verband met Harelbeke vind ik het onbegrijpelijk dat sommige politieke fracties lokaal actie gaan voeren en pleiten voor een gratis parking, hoewel ze hier in de vorige legislatuur het kader hebben gecreëerd om te beletten dat er gratis parkings zouden kome, en dat ook zo hebben laten opnemen in de beheersovereenkomst. Groen heeft dat eerder gedaan, Vooruit doet het nu. Als ik de media mag geloven, vertelt de Vlaamse minister voor Wonen en Energie dat je daar lokaal kunt over beslissen. Nochtans weet iedereen dat de NMBS daarover beslist. Dat vind ik frappant. Ik dank u voor uw antwoord en ik hoop dat men zal nadenken over de vraag om gratis parkeren te koppelen aan een geldig vervoersbewijs.
De problemen met de tegels in het station Hasselt
Het station van Hasselt
Onderhoudsproblemen en uitdagingen in station Hasselt
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De problemen met losspringende tegels in station Hasselt blijken veroorzaakt door een fabricagefout (niet een verkeerde keuze) en worden kosteloos door de aannemer hersteld voor de afronding van de werken. De renovatie loopt in de laatste fase, met perrons 2 en 3 operationeel vanaf 7 april 2025 en volledige afwerking (inclusief mobiliteitsaanpassingen) na de zomer. Kritiek blijft op eerdere vertragingen en communicatie, maar de focus ligt nu op tijdige oplevering.
Frank Troosters:
Dit is een zeer belangrijke vraag. Ik zal ze kort samenvatten. Er zijn werken bezig in het station van Hasselt. Er zijn heel veel tegels die vrij snel kapot springen op de perrons 4, 5, 6 en 7 en in de tunnel. Er zijn waarschuwingspapieren opgehangen. Die waren na een tijd weg. Misschien zijn ze er ondertussen opnieuw. Ik ben er recentelijk niet meer geweest, dus ik weet het niet.
Enerzijds wordt er gecommuniceerd dat het zou gaan om een productiefout van de fabrikant. Als een slecht lot tegels wordt vervangen door een goed lot, is het probleem opgelost. Anderzijds lees ik in een communicatie van de NMBS dat men een foute inschatting heeft gemaakt van het type tegels dat men gekozen heeft.
Kunt u opheldering geven over wat aan de basis ligt van de problemen met de tegels in Hasselt en wat de gevolgen zullen zijn?
Wouter Raskin:
Ik wil de collega graag bevestigen in zijn stelling dat dit een zeer belangrijke vraag is, althans een zeer belangrijk dossier.
Jaren hebben we in de hoofdstad van onze provincie gewacht om eindelijk vanuit een meerjarenplan van de NMBS middelen te krijgen om iets aan het bouwvallige station te doen. Al jaren wordt er gerenoveerd en nu het einde van de werken stilaan in zicht is, blijken er al perrons aan een opknapbeurt toe te zijn. Zoals de collega schetste, worden we op tal van plekken geconfronteerd met losliggende tegels die ronduit gevaarlijke situaties creëren.
Mijn vragen zijn ongeveer dezelfde als die van de collega. Waar ligt het probleem precies? Klopt het dat het gaat om een productiefout bij één lot tegels die gevoelig blijken voor warmte en zonlicht of is er een ander probleem?
Welke oplossing wordt gezocht? Tegen wanneer zal er een oplossing zijn? Kan het opgelost worden?
Welke invloed heeft dit op de kostprijs van de werken? Wie draait er op voor de meerkost?
Nu u hier toch bent, mijnheer de minister, kunt u misschien een stand van zaken geven van het totale renovatieproject van het station van Hasselt? Wanneer zullen de werken in Hasselt definitief afgerond zijn?
Jean-Luc Crucke:
De problemen met de perrontegels zijn veroorzaakt door een fabricagefout in een of meerdere loten van de geleverde tegels. De tegels zonder fabricagefout worden ook gebruikt bij de resterende perronaanleg in Hasselt. Dit heeft geen impact op de kosten en timing voor de NMBS. De vervanging zal immers gebeuren op kosten van de aannemer en moet voltooid zijn tegen het einde van de werkzaamheden.
De affiches werden jammer genoeg gevandaliseerd. De NMBS vervangt deze.
Het renovatieproject bevindt zich in de laatste fase. De perrons 2 en 3 gaan in dienst op 7 april 2025. De resterende werkzaamheden, waaronder de renovatie van de onderdoorgang en de uitgang Runkst, inclusief toegangslift, worden afgerond na de zomer. Daarna zal het treinstation van Hasselt volledig autonoom toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit.
Frank Troosters:
Ik noteer dus dat het niet om een foute keuze zou gaan, maar om een productiefout. Dat is iets anders dan wat er op sociale media gecommuniceerd werd door de NMBS. Maar goed, dat is dan opgehelderd. Ik kan alleen hopen dat het zo snel mogelijk in orde komt
Wouter Raskin:
Mijnheer de minister, u moet mij verontschuldigen dat ik zoveel belang hecht aan dat dossier. Ik herinner mij echter de tijd dat mevrouw Galant hier bevoegd minister was. U kent mevrouw Galant ongetwijfeld. Er waren namelijk ooit middelen voorzien om eindelijk te doen wat gedaan moest worden aan het station in Hasselt. Mevrouw Galant heeft toen echter het bord proper geveegd en het heeft bloed, zweet en tranen gekost om uiteindelijk in de Zweedse periode te komen tot voldoende middelen, vanuit een meerjarig investeringsplan, voor die renovatie van het station in Hasselt. Dat was gigantisch dringend nodig. Het was een pure schande om onze provincie binnen te rijden. Iedereen die van buiten Limburg kwam en in Hasselt aankwam, wilde zo snel mogelijk terug weg, want die dacht dat heel Limburg er zo uitzag. Gelukkig hebben wij dat kunnen rechtzetten. Ik hoor gelukkig van u dat het project afgerond moet zijn aan het einde van de zomer. Ik kijk ernaar uit.
De aanhoudende problemen op de treinverbinding van het Waasland naar Brussel
Het verdwijnen van de rechtstreekse treinverbinding tussen het Waasland en Brussel vanaf 15 december
Problemen met treinverbindingen tussen Waasland en Brussel
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De schrapping van de rechtstreekse treinverbinding Waasland-Brussel (met verplichte overstap in Dendermonde sinds december 2024) zorgt voor structurele problemen: gemiste aansluitingen, overvolle perrons en langere reistijden, ondanks beloftes van gelijke reistijd en betere stiptheid. Minister Crucke belooft een evaluatie na zes maanden (juni 2025) op basis van stiptheid, bezetting en geslaagde overstappen, maar kortetermijnmaatregelen (wachttijden, betere aansluitingen) worden onderzocht—zonder concrete datum voor herstel. Van Hoecke benadrukt dat 300.000 inwoners onvoldoende worden meegenomen in de beslissing en dat infrastructuur primeert boven reizigersbelang, terwijl de huidige "oplossing" (één piekuurtrein) onpraktisch is. Actie blijft uit tot 2026/2027, ondanks aanhoudend protest en duidelijke tekortkomingen.
Frank Troosters:
Het schrappen van de rechtstreekse treinverbinding tussen het Waasland en Brussel gaf reeds aanleiding tot heel wat discussie. De onvrede bij de getroffen treinreizigers blijft aanhouden. Reeds eerder werd aangegeven dat de verplichte overstap in het station van Dendermonde op regelmatige basis gemist werd waardoor pendelaars met flink wat vertraging op hun bestemming aankomen.
De in het verleden beloofde verbeteringen blijven tot op heden uit. Een vakbondsdelegatie kaartte de aanhoudende problemen daarom opnieuw aan bij de federale minister van Mobiliteit.
Welke acties of maatregelen zal de minister nemen om de aanhoudende problemen op de treinverbinding tussen het Waasland en Brussel uit de wereld te helpen?
Zal de NMBS een vervroegde evaluatie uitvoeren over de knip die op deze verbinding werd ingevoegd sinds het nieuwe vervoersplan in december 2024 van start ging? Is deze evaluatie op zich zelfs nog nodig? Is de situatie - en het slecht functioneren van het nieuwe vervoersplan - intussen niet voldoende duidelijk genoeg om meteen tot actie over te gaan?
Tegen wanneer belooft de minister beterschap aan de getroffen treinreizigers?
Alexander Van Hoecke:
Mijnheer de voorzitter, het thema van het verdwijnen van de rechtstreekse treinverbinding tussen het Waasland en Brussel is minstens even belangrijk als het station in Hasselt. Het is niet de eerste keer dat daarover vragen worden gesteld. Het is ook niet de eerste keer dat ik daarover vragen stel.
U weet dat sinds december 2024 heel veel is veranderd voor de pendelaars die vanuit het Waasland naar onze hoofdstad Brussel willen sporen. De IC-treinen tussen het Waasland – in de praktijk tussen Sint-Niklaas – en Brussel werden geknipt in Dendermonde. Dat betekent dat reizigers moeten overstappen in Dendermonde of in een ander station, bijvoorbeeld via Antwerpen-Berchem.
Ik kan u uit persoonlijke ervaring meegeven dat die overstap geen evidentie is. Een overstaptijd van een paar minuten in het station van Dendermonde laat amper ruimte voor vertragingen. Bovendien heeft wie zijn trein mist in Dendermonde, ook niet binnen het kwartier of binnen twintig minuten opnieuw een trein naar Brussel. De reiziger zit op dat moment vast in Dendermonde.
Ik raad u ook aan om eens tijdens het spitsuur naar het station van Dendermonde te gaan. De toestanden daar zijn hallucinant. Honderden pendelaars worden door een smalle gang geduwd. Op dit moment gaan de werken aan het station van Dendermonde bijna beginnen. Ik heb al vaak gedacht dat het niet goed zal aflopen wanneer daar iets gebeurt met honderden gehaaste pendelaars in die smalle gang.
Het verzet tegen de beslissing is dan ook van bij het begin enorm geweest. Onze fractie heeft zich altijd verzet tegen de plannen en tegen het afschaffen van de rechtstreekse treinverbinding. Wij hebben er ook actief protest tegen gevoerd. Duizenden pendelaars uit Sint-Niklaas, Lokeren en Zele rekenen op die treinverbinding.
Trouwens, pendelaars die vanuit Dendermonde sporen, zien ook dat hun trein veel voller is. Ook zij ondervinden duidelijk hinder van de beslissing. Ik blijf het onaanvaardbaar vinden dat een hele regio van 300.000 inwoners geen rechtstreekse verbinding naar onze hoofdstad heeft.
Wij zijn bijna zes maanden later. Na die periode zou het wegvallen van de verbinding worden geëvalueerd. Dat is echter een heel magere troost voor alle getroffen reizigers. Immers, pas tegen december 2026, dus eigenlijk 2027, zal een aanpassing mogelijk zijn.
Ik heb u de vraag schriftelijk gesteld, omdat ik geen antwoord had gekregen op mijn vragen. U hebt daarop geantwoord, maar ik heb nog altijd geen antwoord op een aantal gestelde vragen. Ik zal mij dus beperken tot de vragen waarop ik geen antwoord kreeg.
Ik had u gevraagd hoe de evaluatie zou plaatsvinden. Ik neem aan dat ze in juni 2025 zal gebeuren, zijnde dus zes maanden na de knip. U hebt geantwoord dat zou worden gekeken naar de gewenste stiptheid en naar de evolutie van het aantal reizigers, bijvoorbeeld aan de hand van de verkoopcijfers. Echter, de meeste treinreizigers die de lijn gebruiken, reizen met een abonnement. U kan dus de verkoopcijfers niet gebruiken.
Ik heb geen antwoord gekregen op de belangrijkste vraag, namelijk wanneer we de resultaten van die evaluatie kunnen verwachten. Is daarvoor een datum of termijn vastgesteld? Krijgt het Parlement die resultaten meteen? Worden die meteen publiek gemaakt?
Een andere belangrijke vraag die niet werd beantwoord, is of de NMBS aan de lokale besturen input heeft gevraagd. U verklaart dat de beslissing aan de lokale besturen werd aangekondigd en dat die lokale besturen en alle lokale stakeholders toelichting hebben gekregen bij die beslissing. Dat is natuurlijk iets anders dan advies vragen aan een lokaal bestuur. Daarom is mijn vraag of aan de lokale besturen van Sint-Niklaas, Lokeren en Zele is gevraagd wat zij van die beslissing vonden, wat volgens hen de impact ervan zou zijn en of ze daarop een visie hadden die de NMBS kon meenemen in haar beslissing. Nog een belangrijke vraag is of zij zich toen hebben verzet tegen die beslissing en dat kenbaar hebben gemaakt. Ook op die vraag kreeg ik geen antwoord.
Voorzitter:
Mijnheer Van Hoecke, hebt u nog veel vragen of kunt u afronden? U hebt uw toegekende tijd al sterk overschreden.
Alexander Van Hoecke:
Mijnheer de voorzitter, het is mijn allerlaatste vraag, mijn excuses.
Ten slotte had ik het over de regio van 300.000 inwoners. U verklaarde dat er niet wordt gekeken naar de bevolking, maar enkel naar de infrastructuur. Hoe kadert u dat in de visie dat de reiziger centraal zou moeten staan bij de NMBS?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Van Hoecke, mijn kabinet heeft op 20 maart een delegatie van het ACV ontmoet om dat probleem goed of beter te begrijpen. We hebben de NMBS van dat gesprek ook op de hoogte gebracht.
La SNCB a répondu qu'entretemps un rendez-vous avait été pris avec l'ACV et Infrabel le 14 avril prochain.
Op 14 april was er de discussie met Infrabel over mogelijke oplossingen en over de volgende aspecten: een zo dicht mogelijke aansluiting van de trein in het station van Dendermonde, een verbeterde stiptheid van de IC- en S-treinen bij aankomst in Dendermonde en een eventuele invoering van wachttijden. De NMBS volgt sinds 16 december de impact van de wijzigingen in het vervoersplan. Het is echter noodzakelijk om alle effecten gedurende meerdere maanden te bestuderen om onderscheid te maken tussen structurele en tijdelijke veranderingen. In dit kader wenst de NMBS samen met Infrabel na 6 maanden een volledige evaluatie uit te voeren over de opsplitsing van de rechtstreekse IC-verbinding Brussel-Dendermonde-Sint-Niklaas.
De analyse zal zich richten op stiptheidswinsten van de twee verbindingen IC-26 Kortrijk-Brussel-Dendermonde en S34 Dendermonde-Antwerpen-Berchem, de evolutie van het aantal reizigers aan de hand van de verkoopcijfers, de bezettingsgraad van de treinen en het percentage geslaagde aansluitingen tussen de IC-26 en S34 in Dendermonde. Op basis van al deze elementen zullen de NMBS en Infrabel lessen trekken uit deze wijziging in de structuur van de rijpaden en het treinaanbod.
Het neemt niet weg dat de NMBS op basis van de eerste ervaring aan infrastructuurbeheerder Infrabel heeft gevraagd om te bekijken of de aansluitende treinen dichter bij elkaar kunnen worden gebracht en of er wachttijden kunnen worden ingevoerd. Deze vraag wordt voor het ogenblik geanalyseerd. De complexiteit van de rechtstreekse verbinding tussen Sint-Niklaas en Brussel ligt aan het feit dat de trein in Dendermonde het volledige station moet doorkruisen en daarbij de lijn Gent-Mechelen blokkeert, die zowel door reizigerstreinen als goederentreinen wordt gebruikt.
Bovendien kan de trein niet rechtdoor rijden en moet deze in het station van rijrichting veranderen, wat een halte van minstens 10 minuten aan het perron veroorzaakt. Deze organisatie, hoewel ze ervoor zorgde dat het Waasland verbonden was met Brussel, was erg kwetsbaar en veroorzaakte talrijke vertragingen op de drie genoemde spoorlijnen. De in december 2024 doorgevoerde wijziging heeft als doel de beperking te verminderen en zo de stiptheid van de verbindingen te verbeteren. De stiptheid van deze verbindingen is ook sterk verbeterd. Reizigers uit het Waasland kunnen Brussel bereiken via een overstap in Antwerpen-Berchem of in Dendermonde. De reistijd via Dendermonde met overstap is gelijkwaardig aan die van de vroegere rechtstreekse verbinding. We stellen evenwel vast dat vooral tijdens de piekuren deze overstap niet altijd haalbaar is, vandaar ook de vragen aan Infrabel om dit te vergemakkelijken.
Ik herinner er ook aan dat sinds december 2024 reizigers op weekdagen opnieuw kunnen gebruikmaken van de rechtstreekse piekuurtrein tussen Sint-Niklaas, Lokeren, Gent-Dampoort en Brussel.
Frank Troosters:
Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister.
Alexander Van Hoecke:
Sorry dat ik daarnet mijn spreektijd overschreed. Ik neem een paar dingen mee die ik wel interessant vind. De invoering van wachttijden lijkt mij een zeer goed idee. Over die overstap heb ik onlangs ergens– ik weet niet meer in welke bron – gelezen dat die al meer dan 25 keer was gemist en dat we dus officieel weten dat die overstap niet gehaald kan worden. Wachttijden zouden daaraan tegemoet kunnen komen, maar dan wel voor alle duidelijkheid als kortetermijnoplossing. Ik neem ook mee dat de evaluatie enkele maanden zal duren. Naar die resultaten kijk ik uiteraard ook wel uit. De perrons dichter bij elkaar brengen zou toch al heel wat kunnen oplossen, vooral voor die smalle gang waarover ik sprak. Het is niet evident om in volle spits van spoor 8 of 9 naar spoor 1 te raken. Ik hoor heel vaak het argument dat de reistijd gelijkwaardig blijft: “Er is dan wel een knip, maar de reistijd blijft hetzelfde.” Als de overstap een of twee keer per week gemist wordt, hebben reizigers zeer weinig aan de mededeling dat in optimale omstandigheden de reistijd gelijkwaardig blijft. Tot slot wil ik nog iets fundamenteels aanhalen uit mijn vraag. Zeggen dat we in een regio van 300.000 inwoners niet naar de bevolking kijken om trajecten te bepalen en uit te maken of zij al dan niet recht hebben op een rechtstreekse treinverbinding met onze hoofdstad, vind ik een fundamenteel verkeerde visie. Als we zeggen dat het van de infrastructuur afhangt en niet van de bevolking, dan denk ik dat we verkeerd bezig zijn. Als de NMBS beweert dat de reiziger centraal staat, moeten we wel naar de bevolking kijken. Dan kijken we naar de honderden pendelaars die dagelijks vertrouwen op die lijn. Er is inderdaad één rechtstreekse lijn ’s morgens en één rechtstreekse ‘s avonds. Het is niet evident om die trein te nemen. Heel veel mensen raken niet op tijd in het station ’s avonds en ook ’s ochtends is het geen evidentie om op dat uur de trein te nemen. Ik vind dat absoluut geen oplossing. Ik hoop dat we na die evaluatie weer bij zinnen komen en dat we terugkeren naar de oude situatie wat die lijn betreft.
Het naleven van de taalwetgeving door de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een Vlaamse reiziger kreeg van de NMBS een gedeeltelijk Franstalig antwoord op zijn Nederlandstalige compensatieaanvraag na treinannuleringen, wat schending van de taalwetgeving suggereert. Minister Crucke bevestigde dat het om een incident ging, dat de NMBS de regels kent en excuses aanbood, maar onderzoekt wat er misliep. Cuylaerts benadrukte dat dit onacceptabel en onprofessioneel is, omdat taalwetten respect voor reizigers en wettelijke plichten waarborgen. De NMBS belooft toekomstige naleving en herhaling te voorkomen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, vertragingen en lastminuteafschaffingen van treinen komen regelmatig voor. In sommige gevallen worden zelfs meerdere treinen naar dezelfde bestemming uiteindelijk geschrapt.
Onlangs ontving ik een klacht van een Vlaamse reiziger die door dergelijke annuleringen een compensatieaanvraag indiende bij de NMBS. Tot zijn verbazing, maar ook tot mijn verbazing, ontving hij een gedeeltelijk antwoord in het Frans, ondanks het feit dat hij Nederlandstalig is en hij zich in het Nederlands tot de NMBS had gewend.
Concreet luidde het bericht als volgt: "Door het verstoord treinverkeer kon u op 12 maart 2025 uw geplande treinreis van Bruxelles-Centrale naar Duffel niet afleggen. Onze oprechte excuses voor de hinder die u hierdoor ondervond.
We kunnen helaas niet ingaan op uw verzoek om compensatie, want un autre train en correspondance aurait pu vous mener à destination avec moins de 60 minutes de retard . U kunt de details van uw aanvraag bekijken op My NMBS." Bij deze ook mijn excuses voor mijn slechte Frans.
Mijnheer de minister, kunt u bevestigen dat dit een eenmalig incident is of is dit een systematische schending van de taalwetgeving binnen de NMBS? Acht u het aanvaardbaar dat een federale instelling Nederlandstalige reizigers op deze manier te woord staat? Welke maatregelen zult u nemen om ervoor te zorgen dat dergelijke communicatie in de toekomst correct in het Nederlands verloopt?
Jean-Luc Crucke:
Collega, uw Frans is helemaal niet slecht, vind ik.
Het geval dat u aanhaalt staat inderdaad op zichzelf. Zoals elke publieke overheid is de NMBS onderworpen aan de op 18 juli 1966 gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken. De NMBS heeft uiteraard geen plannen om klanten niet in hun eigen taal te woord te staan of een antwoord te geven dat een mengeling is van het Frans en het Nederlands.
De NMBS kijkt na wat er in dit geval is misgelopen. De NMBS heeft ondertussen excuses aangeboden voor het ongemak dat dit met zich meebracht. Daaruit blijkt duidelijk dat het niet haar bedoeling was om de relevante wetgeving te overtreden.
Dorien Cuylaerts:
Ik ben blij dat het om een alleenstaand feit gaat. Ik wil immers toch zeker benadrukken dat de bovenstaande communicatie volgens onze fractie absoluut niet kan. De taalwetgeving is er immers niet voor niets gekomen en garandeert de burgers in dit land dat ze in hun eigen taal worden geholpen. Dat is zeker belangrijk als het gaat om een overheidsbedrijf zoals de NMBS. Het gaat hier niet om een detail, maar wel om het respecteren van de wetgeving en het respect voor de reizigers. Het antwoord zoals wij het ontvangen hebben is niet alleen onprofessioneel, maar ook onaanvaardbaar. Ik ben dus blij dat er ondertussen reeds excuses werden geformuleerd naar deze reiziger en dat dit in de toekomst niet meer zal voorvallen.
De onrechtmatige toegang tot spoorinfrastructuur
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Crucke bevestigt dat spoorveiligheid prioriteit heeft, maar erkent dat vollige afsluiting van spoorterreinen onmogelijk is door de omvang ervan—wel worden fysieke barrières, toezicht en sensibiliseringscampagnes (zoals *Not Spot*) ingezet, met focus op sociale media en scholen om *urban exploring* tegen te gaan. Gerechtelijke stappen tegen de betrokken jongeren in Schaarbeek-Vorming worden niet bevestigd, al benadrukt hij het belang van een krachtig afschrikwekkend signaal. Cuylaerts sluit af met tevredenheid over de preventieve maatregelen en hoopt op strengere vervolging na dergelijke incidenten.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, recent verscheen op het YouTubekanaal KC-explores een video waarin jongeren het terrein van Schaarbeek-Vorming binnendringen. Ze betreden daarbij een loods en steken verschillende sporen over. Zowel de NMBS als Infrabel hebben het incident veroordeeld en wijzen op levensgevaar bij dit soort gedrag.
Volgens Infrabel konden de jongeren het terrein betreden via een gat in de omheining naast een natuurgebied. Er wordt gesproken over een herstelling van de omheining, maar men geeft ook aan dat het onmogelijk is om alle spoorlijnen volledig af te sluiten. De NMBS onderzoekt momenteel de beelden om na te gaan welke verdere stappen nodig zijn.
Wordt er momenteel actief toezicht gehouden op kwetsbare en verlaten spoorterreinen zoals Schaarbeek-Vorming? Zo ja, hoe verloopt dat toezicht concreet? Wordt het systeem geëvalueerd?
Zijn er nog andere locaties waar regelmatig sprake is van onbevoegde betreding van de spoorinfrastructuur? Zo ja, welke beveiligingsmaatregelen worden daar genomen of overwogen?
Werkt u samen met de NMBS en Infrabel om jongeren bewust te maken van de risico's van urban exploring ? Wordt bijvoorbeeld ingezet op gerichte sensibiliseringscampagnes of samenwerking met socialemediaplatformen?
Op de beelden is heel duidelijk te zien wie deze jongeren zijn. Worden er gerechtelijke stappen overwogen of genomen tegen hen? Op welke manier wordt daarmee omgegaan? Het lijkt me essentieel dat een krachtig signaal wordt gegeven dat dit zeer gevaarlijk en ontoelaatbaar gedrag is.
Jean-Luc Crucke:
Collega, ik kan u geruststellen, de bescherming van de spoorweginfrastructuur wordt zeer ernstig genomen. De site van Schaarbeek-Vorming hangt af van de NMBS, maar deze illegale inbraken kunnen inderdaad ook op andere locaties gebeuren, ondanks de beveiligings- en bewakingsmaatregelen die zijn geïmplementeerd.
Met betrekking tot de ongeoorloofde toegang tot de spoorweginfrastructuur op andere locaties, er worden wel degelijk veiligheidsmaatregelen genomen. Deze maatregelen omvatten de installatie van fysieke barrières, verbeterde signalisatie en actief toezicht. Het is echter belangrijk op te merken dat het onmogelijk is om het hele spoorwegnet volledig af te sluiten, vanwege de omvang en complexiteit ervan.
Om jongeren bewust te maken van de risico’s van dit soort van ' urban exploring ' van spoorwegterreinen, spaart Infrabel kosten noch moeite. Er worden regelmatig gerichte sensibiliseringscampagnes gevoerd met initiatieven zoals onderwijsprogramma’s voor scholen en de verspreiding van preventieboodschappen via digitale platformen. Zo werd de campagne Not Spot gelanceerd om jongeren te informeren over de gevaren van het betreden van spoorzones of van ongepast gedrag in de buurt van de sporen.
Het is ook belangrijk om de publiciteit rond deze incidenten te beperken om te voorkomen dat anderen worden aangemoedigd om dergelijk gedrag te imiteren. We blijven waakzaam en vastberaden om de veiligheid van de spoorweginfrastructuur te garanderen en tegelijk het publiek bewust te maken van de gevaren van en het respect voor de spoorwegomgeving.
Ik heb geen precieze inlichtingen over de identiteit van die mensen. Daar kan ik niet op antwoorden.
Dorien Cuylaerts:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw heel duidelijke antwoord. Ik heb gehoord dat men blijft inzetten op de veiligheid en dat dat prioriteit nummer 1 is. Maar ik heb ook gehoord dat er sensibiliseringscampagnes blijven lopen, vooral via de sociale media, omdat zo de jeugd goed te bereiken is. We hopen dat er duidelijke lessen getrokken worden uit dit incident, op het vlak van beveiliging en vervolging. Uw antwoord was bevredigend.
Spoorlijn 20
De IJzeren Rijn
De Limburgse spoordossiers
Limburgse spoorlijnen en dossiers
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Crucke bevestigt dat de spoordossiers IJzeren Rijn (3RX), spoorlijn 20 en Hamont-Weert hoog op de agenda staan, met dringende afspraken voor snel besluitvorming, plaatsbezoeken en geopolitieke inbedding (militaire mobiliteit, Einsteintelescoop, Europese financiering). Nederland aarzelt over kosten-baten maar wil samenwerken, terwijl Vlaanderen en het federale niveau de kar trekken met hernieuwde onderhandelingen, studies (o.a. *second opinion* Hamont-Weert) en bilateraal overleg. Troosters en Raskin benadrukken actie in plaats van nieuwe studies, met focus op behoud Maasbrug (lijn 20), Europese defensiegelden en grensoverschrijdende connectiviteit als hefboom. Concreet resultaat wordt verwacht via ministeriële bezoeken, Duitse betrokkenheid en het regeerakkoord 2025-2029.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, er was gisteren overleg tussen Vlaanderen en Nederland over de Ijzeren Rijn en spoorlijn 20, twee Limburgse dossiers. Aangezien dat belangrijke federale dossiers zijn, neem ik aan dat er daarover toch vooraf afstemming is en achteraf communicatie. Kunt u vandaag al een stand van zaken geven?
Wouter Raskin:
Mijnheer de minister, graag kreeg ik na de interministeriële conferentie onlangs en de Vlaams-Nederlandse top gisteren een stand van zaken met betrekking tot de IJzeren Rijn, 3RX en spoorlijn 20.
Jean-Luc Crucke:
Ik deel uw mening dat er drie grote spoordossiers in Limburg op tafel liggen, namelijk 3RX, spoorlijn 20 en de spoorverbinding Hamont-Weert. Het punt 3RX is aan bod gekomen tijdens de jongste vergadering van de IMC van 25 maart 2025.
Op dinsdag 1 april was er een Vlaams-Nederlandse top gepland, waarbij de Vlaamse en de Nederlandse minister, Matthias Diependaele en Dick Schoof, samenkwamen om de samenwerking tussen de beide regio's te versterken. Ik plan in de loop van de komende maanden ook een overleg met mijn Nederlandse collega om onder meer over dossier 3RX, spoorlijn 20 en Hamont-Weert te spreken. Ik heb voorgesteld aan mevrouw De Ridder om samen een bezoek te organiseren om de situatie ter plekke te bekijken.
Ik sprak in de marge van de informele bijeenkomst van de minister van Vervoer in Warschau op dinsdag 18 maart met Nederlands secretaris-generaal Dronkers. Het dossier 3RX kwam daar ook aan bod. Nederland beklemtoont het belang van een win-win-winsituatie en wees erop dat de vorige minister zich coöperatief had opgesteld, maar dat de tegenstand vooral vanuit de provincies kwam, waar enkele uitdagingen liggen. Ik heb toen aangegeven dat het dossier geen jaar meer kan aanslepen en dat er snel een beslissing moet worden genomen. Ik heb eveneens voorgesteld om, gezien de huidige geopolitieke context, ook het thema militaire mobiliteit in de discussie te betrekken en dus ook de minister bevoegd voor defensie. Dat voorstel werd positief onthaald door secretaris-generaal Dronkers.
In het regeerakkoord 2025-2029 staat 3RX tweemaal vermeld, een eerste keer onder de rubriek Mobiliteit/Spoorweg. De onderhandelingen over de realisatie van 3RX IJzeren Rijn worden zowel op politiek niveau in België als met de betrokken buurlanden en regio's opnieuw opgestart. Dat is ook al gebeurd op ambtelijk niveau. De tweede vermelding is onder de rubriek Open strategische autonomie. Samen met de buurlanden en in samenspraak met de deelstaten zetten we in op een Europese, grensoverschrijdende infrastructuuragenda, met in het bijzonder energie- en waterstofcorridors, digitale en transportnetwerken (3RX) en de Einsteintelescoop.
Ik zal de komende weken en maanden dan ook de nodige contacten leggen op nationaal niveau, onder andere met het kabinet van de eerste minister, met het kabinet van Defensie, waarmee ik al sprak, en wat Vlaanderen betreft onder andere met het kabinet van minister De Ridder. Samen zullen we bekijken hoe we het dossier opnieuw op de rails kunnen zetten, onder andere op basis van de draftnotepaper die minister Gilkinet nog heeft opgesteld. Vervolgens zullen ook de contacten met de Duitse deelstaten en met Nederland (Rijk en Provincies) opnieuw opgestart worden.
Daarnaast kwam het dossier van spoorlijn 20 aan bod. Secretaris-generaal Donkers gaf aan dat Nederland dat onderwerp opnieuw zou opnemen. Ik heb voorgesteld om een bezoek ter plaatse te organiseren om de situatie te bekijken.
Over de spoorverbinding Hamont-Weert is er de voorbije jaren heel wat studiewerk verricht. Er waren constructieve gesprekken tussen België en Nederland, onder andere tijdens specifieke werkgroepvergaderingen rond het dossier en tijdens de bijeenkomsten van de bilaterale stuurgroep België-Nederland.
Het studiebureau Rebel heeft op vraag van het Nederlandse ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) een studie uitgevoerd naar de meest kansrijke optie voor die verbinding. Die studie was in april 2023 klaar. Voormalig minister Gilkinet heeft in het voorjaar van 2024, op verzoek van Nederland, aan Infrabel gevraagd een second opinion uit te voeren op de resultaten van de studie van Rebel. Die second opinion werd begin 2025 door Infrabel aangeleverd aan de beleidscel van toenmalig minister Gilkinet. Ik zal die op korte termijn opnieuw opnemen met Infrabel alvorens onze noorderburen te informeren over de resultaten van de second opinion.
Tijdens de interministeriële conferentie (IMC) van 25 maart 2025 heb ik het onderwerp kunnen aankaarten bij mijn regionale collega's. We kwamen toen overeen om samen verder te werken aan dat belangrijke onderwerp, in overeenstemming met het regeerakkoord.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik ben blij met uw antwoord, vooral uw stelling dat het dossier geen jaren meer mag aanslepen. Ik ben blij dat u de sense of urgency ziet. Het zijn zeer belangrijke dossiers. De eventuele piste om er een militair dossier van te maken en alles wat het kan doen vooruitgaan, zal absoluut onze steun krijgen.
Ik juich de organisatie van plaatsbezoeken zowel voor Hamont-Weert als voor spoorlijn 20 toe. Ik hoop dat die snel plaatsvinden, zodat we kunnen vaststellen wat de mogelijkheden zijn. Voor Hamont-Weert waren er al plaatsbezoeken. Ik hoop dat het niet weer bij studies blijft. Er waren studies; nu gaat het second opinions. Binnenkort zijn er misschien zelfs third- en fourthopinionstudies. Zo kunnen we bezig blijven. Ik hoop echt dat er knopen zullen worden doorgehakt. Ik begrijp dat er veel overleg gepland is en ik kan dat alleen maar toejuichen. Ik hoop vooral dat er snel resultaat wordt geboekt.
Wouter Raskin:
Mijnheer de minister, mijn dank voor uw engagement. Dat verheugt mij zeer. Ik heb nog eens contact gehad met het kabinet-De Ridder, voor ik naar de commissie kwam. Er is gisteren inderdaad over dat 3RX-tracé gesproken. Voor Nederland ligt die kosten-batenverhouding een beetje moeilijk. Men kijkt daarvoor naar u om initiatief te nemen. U hebt gezegd dat u dat zult doen en dat is zeer goed.
Tijdens de vorige sessie, bij de bespreking van uw beleidsverklaring, hadden we het erover dat de geopolitieke context een gamechanger kan zijn. U hebt ondertussen contact daarover met de minister van Defensie. Dat is zeer goed. Sta me toe u de volgende suggestie doen. Het dossier is zeer complex, het project is zeer duur en de kosten-batenverhouding is niet voor iedere partner even comfortabel. In de huidige geopolitieke context zijn er misschien opportuniteiten om een deel van de financiering op Europees niveau te halen, in het kader van een breed Europees defensieverhaal. U gaat ook naar Duitsland, waar de regering binnenkort ook wel op kruissnelheid zal komen. Dat komt dus goed.
De verbinding Hamont-Weert is een eerste essentiële stap in het kader van het 3RX-tracé. Die trein moet in Hamont immers de grens over richting Weert. De verbinding Hamont-Weert voor personenvervoer is dan handig meegenomen. Ik heb begrepen dat u ook daar verder aan wilt werken.
Ik wil ook een suggestie voor lijn 20 geven. Ik denk dat het superbelangrijk is dat de Maasbrug niet afgebroken wordt. Zo niet is het foutu , forever gedaan en dat moeten we vermijden. Het grote argument dat u zou kunnen gebruiken om Nederland te overtuigen, is misschien de Einsteintelescoop. De connectie tussen de twee Limburgse hoofdsteden en de twee universiteiten, in Hasselt en in Maastricht, is wat mij betreft, een uitstekend argument dat u in het debat kunt gebruiken om in Nederland voldoende middelen en coöperatie te krijgen om die historische verbinding opnieuw te realiseren.
Jean-Luc Crucke:
In verband met de brug hebben we het akkoord van Nederland gekregen dat de brug dit jaar zeker niet wordt afgebroken. Daarom heb ik daarstraks gezegd dat ik ter plaatse zal gaan met Vlaams minister De Ridder om de situatie grondig te bekijken.
De sluiting van de wachtzaal van het station Merelbeke
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De wachtzaal van station Merelbeke werd gesloten door de NMBS wegens herhaald vandalisme, ondanks camerabewaking, verhoogd Securail-toezicht en politie-inzet, met geen duidelijke daders geïdentificeerd. De NMBS onderzoekt een alternatieve wachtzone bij de perrons en een herbestemming van het leegstaande stationsgebouw, maar concrete timing ontbreekt, terwijl lokale overheden (waaronder de burgemeester) slecht geïnformeerd bleken en betere afstemming eisen. Kritiekpunt: de sluiting is een drastische maatregel zonder voldoende voorafgaande coördinatie, terwijl sociale controle (bv. herbestemming met behoud wachtruimte) en kortetermijnoplossingen nog onbenut blijven.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de minister, de wachtzaal van het station van Merelbeke werd definitief gesloten door de NMBS. Een briefje aan de deur maakt melding van veelvuldig vandalisme. Er zou worden bekeken of er in de toekomst alternatieve wachtruimtes kunnen worden voorzien.
Dit is bijzonder jammer en niet erg klantvriendelijk, want vooral bij slecht weer en in de winter is de wachtzaal de enige optie om beschut en in de warmte op de trein te wachten. De treinreiziger is de dupe van deze eenzijdige beslissing.
Mijnheer de minister, is er sprake van vandalisme? Hoe vaak werd er schade aangericht? Wat was telkens de kostprijs van de herstellingen? Welke acties werden er ondernomen nadat er vandalisme werd vastgesteld? Is er contact geweest met de gemeente of de politie? Is er camerabewaking in het station van Merelbeke? Sommige reizigers beweren van wel en zeggen dat vandalisme op die manier dus snel kan worden opgemerkt, waarna de politiediensten zouden kunnen optreden. Werden er daders van vandalisme betrapt of geïdentificeerd?
Zijn er andere maatregelen overwogen alvorens tot de sluiting over te gaan? Dat is immers een drastische maatregel. Wat verstaat de NMBS onder alternatieve wachtruimtes? Wanneer worden die voorzien? Ten slotte, zijn er plannen om het stationsgebouw een nuttige herbestemming te geven? Door het sluiten van de loketten staat het gebouw immers leeg. Zijn er contacten met de gemeente of andere stakeholders?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Van Hecke, de NMBS heeft de burgemeester van Merelbeke op de hoogte gebracht van het feit dat de wachtzaal in het stationsgebouw van Merelbeke tot nader order gesloten is wegens herhaaldelijk vandalisme.
Ondanks diverse maatregelen zoals camerabewaking, verhoogd toezicht door Securail en herstellingen, bleken deze maatregelen jammer genoeg niet voldoende. De NMBS begrijpt dat dit een ongemak betekent voor de reizigers en werkt aan een alternatief om hen in de toekomst een geschikte wachtruimte te bieden.
In de afgelopen periode is er herhaaldelijk schade en overlast vastgesteld in de wachtzaal. De exacte kosten van de herstellingen variëren per incident. Na elke vaststelling van vandalisme heeft de NMBS herstellingen uitgevoerd, een camera in de wachtzaal geplaatst en de veiligheidsroutes van Securail verhoogd. Daarna is de lokale politie ingeschakeld en werd het station opgenomen in een toezichtroute. De samenwerking tussen de NMBS en de politiediensten verloopt goed.
In het station van Merelbeke is camerabewaking aanwezig in de wachtzaal en aan de achterkant van het stationsgebouw. Indien er klacht bij de politie wordt ingediend, verstrekt de NMBS de nodige informatie om de identificatie van daders te ondersteunen. De NMBS onderzoekt momenteel de mogelijkheid om een afgeschermde wachtzone dichter bij de perrons te voorzien. Dat zou een veiliger en toegankelijker alternatief moeten bieden voor de reizigers.
Daarnaast wordt gekeken naar de herbestemming van het stationsgebouw. Geïnteresseerde partijen zullen worden gecontacteerd. Dat traject zou in nauwe samenwerking met de gemeente en andere stakeholders worden uitgewerkt.
Tot slot betreuren wij dat de NMBS geconfronteerd wordt met dergelijke maatschappelijke overlast, die niet alleen hinder voor reizigers veroorzaakt, maar ook aanzienlijke kosten met zich meebrengt. Desondanks blijft de NMBS zich inzetten om een veilige en comfortabele omgeving voor alle treinreizigers te garanderen.
Stefaan Van Hecke:
Ik noteer dat de burgemeester op de hoogte is gebracht. Voordien of achteraf? Gisteren werd in de gemeenteraad immers meegedeeld dat niemand op de hoogte was gebracht. Bij dergelijke zaken is een goede communicatie tussen de NMBS, de burgemeester en de politiezone essentieel. Ik denk dat lokaal ook het een en het ander zal worden uitgezocht. Het station ligt op de grens met Gent, waardoor de politie van Gent vaak oproepen krijgt en niet de politie van de politiezone waarvan de gemeente Merelbeke deel uitmaakt. Het is inderdaad heel erg te betreuren dat er schade wordt aangericht en dat er vandalisme is. De sluiting is de verregaandste maatregel die men kan nemen. Vandaar dat er moet bekeken worden of er geen andere maatregelen nodig zijn. Indien er een herbestemming komt en het gebouw een andere bestemming gegeven kan worden terwijl de wachtzaal behouden kan blijven, zal er ook een vorm van sociale controle zijn. Dat lijkt mij inderdaad een interessante structurele piste. Toch vraag ik dat de NMBS, de lokale overheden en de politie opnieuw rond de tafel gaan zitten om te bekijken of er geen oplossingen mogelijk zijn op korte termijn.
Het actieplan van Infrabel tegen spoorlopers en incidenten bij overwegen
De Warning Box van Infrabel
Infrabel-beveiligingsmaatregelen tegen spoorincidenten
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Warning Box—een goedkoop infraroodalarmsysteem voor gesloten spooroverwegen—blekt na tests doeltreffend (50% minder overtredingen aan overwegen, 30% bij stations) en wordt door de minister positief onthaald als innovatieve oplossing tegen gevaarlijk gedrag en treinvertragingen. Infrabel plant uitrol tegen 2025 op tientallen risicolocaties (bv. Gent, Geel, Berchem), geselecteerd op basis van ongevallen, scholen en stedelijk karakter, met verdere uitbreiding volgens dezelfde criteria. Troosters juicht het initiatief toe, wijst op het afschrikkende effect en dringt aan op versnelde implementatie na eigen waarnemingen van roekeloos gedrag ondanks campagnes. Het systeem—eenvoudig maar effectief—past in Infrabels brede veiligheidsstrategie, naast maatregelen als ledverlichting en bewustmaking.
Voorzitter:
Mevrouw De Knop is afwezig.
Frank Troosters:
Infrabel introduceerde aan een spoorovergang in Wevelgem recent de Warning-Box. Dit is een alarmsysteem dat in werking treedt wanneer personen toch trachten een gesloten spoorovergang over te steken. Het systeem werkt op basis van een infraroodsignaal.
De Warning Box is een relatief goedkoop, maar efficiënt middel.
1. Wat waren de indrukken van de minister bij zijn bezoek in Wevelgem waar hij het nieuwe veiligheidssysteem ging bekijken?
2. Op welke termijn en aan welke kostprijs zou het systeem op brede schaal kunnen uitgerold worden?
3. Bestaan daar plannen toe?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, ik heb inderdaad een presentatie van de Warning Box kunnen bijwonen in Wevelgem. Mijn indruk over de Warning Box is zeer positief aangezien het, zoals u vermeldt, een eenvoudig en doeltreffend toestel is volgens vooraf uitgevoerde tests. Het extra veiligheidssysteem zorgt ervoor dat 50 % van de overtreders aan een overweg op zijn stappen terugkeert en 30 % aan een stationsoverweg. Het systeem werd intern bij Infrabel ontwikkeld wat een bewijs is, voor zover dat nodig was, van de interne competenties waarover de infrastructuurbeheerder beschikt.
Hoewel gevaarlijk gedrag de oorzaak is van ongevallen aan overwegen, wil ik toch het innovatief karakter van dat systeem benadrukken. Spoorlopers zijn daarnaast ook een belangrijke oorzaak van treinvertraging. De Warning Box zorgt daarom voor meer veiligheid en minder vertraging door dat gevaarlijk gedrag.
Infrabel spaart kosten nog moeite om het respect voor het spoorwegdomein en zijn omgeving te verzekeren. De infrastructuurbeheerder heeft tal van initiatieven genomen, zoals de installatie van ledlampen, de uitrusting van bepaalde overwegen met geblokte wegmarkeringen, de bewustmaking op scholen, het telefoonnummer 1711 enzovoort. De Warning Box illustreert nog maar eens de aandacht die Infrabel besteedt aan veiligheid.
Tegen 2025 wil Infrabel het Warning Boxsysteem in tientallen stations installeren, zoals in Berlaar, Dilbeek, Geel, Gent, Wandre, Ottignies, Limal, Cambron-Casteau, Berchem en Ganshoren. Bij de keuze van de overwegen wordt rekening gehouden met de volgende criteria: voorgeschiedenis van ongevallen met zwakke weggebruikers ter hoogte van de overweg, aantal boetebrieven uitgegeven door SPC Securail tijdens controles, aanwezigheid van treinstations in de buurt, aanwezigheid van scholen in de buurt, overweg gelegen in stedelijk gebied. Infrabel is van plan om in de komende jaren andere overwegen van het netwerk uit te rusten volgens de genoemde criteria.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Met dat antwoord ben ik heel blij. Ik vind het ook een geweldig initiatief. Ik was zelfs verrast, want hoewel het innovatief is, is het op zich ongelooflijk eenvoudig. Ik vroeg me bijna af hoe het komt dat we daar nooit eerder op gekomen zijn. Het is eigenlijk een geweldige ontwikkeling.
Sta me toe te vertellen dat ik gisteren in het station van Schulen stond waar, blijkbaar door een oponthoud met de treinen, de slagboom naar beneden was en men echt lang moest wachten. Het verkeer nam toe en ik zag een aantal mensen de afweging maken om de overweg al dan niet over te gaan.
Ik ben ervan overtuigd dat het door de sociale controle van alle anderen was dat zij het niet hebben gedaan. Indien de betrokkene er alleen had gestaan, had hij het wel gedaan. Het is heel fijn te horen dat de maatregel op een tiental plaatsen zal worden uitgerold. Ik hoop dat ze zo snel mogelijk op basis van alle criteria overal zal worden doorgevoerd.
Ik heb gisteren met eigen ogen gezien hoe hard het ondanks alle campagnes en ondanks de negatieve berichten en de zware ongevallen die er zijn geweest, nog steeds nodig is dat daarop sterk wordt ingezet. Ik geloof heel hard in die oplossing en in het afschrikkend effect ervan. Ik steun ze dus ten volle en hoop dat de komende jaren heel hard daarop wordt ingezet. Dat is immers heel fijn om vast te stellen.
Voorzitter:
Vraag nr. 56003803C van de heer Prévot is uitgesteld.
De aanpassing van de stationsomgeving in Tielen
Het station van Tielen
De veroordeling van de NMBS door het Brusselse hof van beroep
De stationsomgeving en juridische kwesties rond het station van Tielen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De heraanleg van station Tielen (fietsenstallingen, kiss-and-ride, groen) sluit verhoogde perrons voor rolstoelgebruikers uit, omdat het niet in het NMBS-meerjarenplan 2023-2032 is opgenomen—ondanks de verplichting uit het Brussels hof van beroep (na klacht van paralympiër Francis Rombouts) om binnen 3 maanden toegankelijkheid te garanderen onder dreiging van dwangsommen. Critici noemen dit een gemiste kans en wijzen op uitgestelde ambities (van 154 naar 176 toegankelijke stations tegen 2032 door budgettekorten), terwijl assistentie in onbemde stations zoals Tielen ontbreekt—terwijl dit elders (Herentals, Turnhout) wel geregeld is. De NMBS belooft analyse van de uitspraak en geleidelijke uitbreiding van assistentie, maar concrete plannen voor Tielen blijven uit.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vragen.
De gemeente Kasterlee maakt in samenwerking met de NMBS werk van de aanpassing van de omgeving van het station van Tielen (Kasterlee).
Er zullen nieuwe fietsenstallingen en een nieuwe kiss-and-ridezone worden aangelegd. De stationsparking zal er worden onthard en de fietsstalling zal worden vernieuwd.
Bijkomend zal de NMBS ook de schuilhuisjes op de perrons vernieuwen. Helaas zal er geen werk worden gemaakt van verhoogde perrons die gebruikers van een rolstoel of mensen met een buggy gemakkelijker toegang tot de trein hadden kunnen verschaffen.
Om welke redenen wordt er bij de aanpassingen in het station van Tielen geen werk gemaakt van het verhogen van de toegankelijkheid door het verhogen van de perrons?
Bestaan er hiervoor plannen in de (nabije) toekomst? Zal er alsnog werk gemaakt worden van het verhogen van de toegankelijkheid?
Het Brussels hof van beroep veroordeelde de NMBS in een zaak die een paralympiër samen met Unia tegen hen had aangespannen. Volgens het hof overtreedt de NMBS de antidiscriminatiewet door de betrokkene niet in staat te stellen om met zijn elektrische rolstoel de trein te nemen.
Op straffe van een dwangsom moet de NMBS nu binnen de drie maanden zorgen dat de nodige hulpmiddelen en assistentie wordt voorzien.
Zal de NMBS de nodige maatregelen nemen conform de beslissing van het hof van beroep? Zo ja, welke en op welke termijn? Zo neen, waarom niet? Op welke wijze zou de NMBS verantwoorden de beslissing van het hof van beroep niet uit te voeren en hiervoor zelfs een dwangsom te betalen?
Zal de NMBS ingevolge deze uitspraak van het hof van beroep maatregelen nemen om te anticiperen op een mogelijke navolging in andere niet bemande stations?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister , in de media konden we vernemen dat de stationsomgeving in Tielen wordt heraangelegd. De gemeente investeerde aanzienlijk in de verbetering van de mobiliteit en de publieke ruimte rond het station. Er komt een Hoppinpunt, een nieuwe fietsenstalling, een kiss-and-ridezone, extra parkeerplaatsen voor mindervaliden en meer groen.
Het is opvallend dat de spoorinfrastructuur zelf niet wordt aangepakt. De perrons worden niet verhoogd. Dat betekent dat die nog steeds niet toegankelijk zullen zijn voor personen met een beperking, terwijl er toch extra parkeerplaatsen voor mindervalide personen komen. Ik kom hierop terug omdat paralympiër Francis Rombouts – stelde daarover inderdaad al een vraag op 30 januari - door de gebrekkige toegankelijkheid van het station van Tielen daar niet eens de trein kan nemen.
In het openbaredienstcontract staat dat het de bedoeling is om tegen 2032 maar liefst 176 stations autonoom toegankelijk te maken voor personen met een beperkte mobiliteit. Vindt u het geen gemiste kans dat station Tielen niet wordt aangepakt?
Is er volgens u een reden waarom de NMBS de heraanleg van de omgeving niet aangrijpt om ook werk te maken van toegankelijke perrons?
Kunt u toelichten of en wanneer het station Tielen op de planning staat voor aanpassingen in het kader van het toegankelijkheidsbeleid van de NMBS?
Jean-Luc Crucke:
Toen de federale regering eind december 2022 het openbaredienstcontract van de NMBS en het performantiecontract van Infrabel goedkeurde, werden ook de meerjareninvesteringsplannen van beide bedrijven voor de periode 2023-2032 aangenomen. De prioriteiten van die meerjareninvesteringsplannen zijn afgestemd op de doelen die in beide contracten zijn opgenomen.
De NMBS begrijpt zeer goed het belang van de toegankelijkheid van stations zoals het station van Tielen. Een van de belangrijkste kenmerken die men tegenwoordig van stations verwacht, is volledige en autonome toegankelijkheid, intermodaliteit en openheid.
De realiteit vandaag is dat het station van Tielen in die meerjareninvesteringsplannen 2023-2032 niet is opgenomen in de lijst met stations die volledig autonoom toegankelijk zouden worden gemaakt. Het mag duidelijk zijn dat NMBS en Infrabel alleen stations kunnen aanpassen en autonoom toegankelijk maken, voor zover zij over de nodige middelen daartoe beschikken.
Om de toegang tot de trein mogelijk te maken organiseert de NMBS assistentie voor personen met een beperkte mobiliteit of alternatief vervoer in bijna een op de drie stations. In 138 stations, tegenover 115 in 2023, organiseert de NMBS assistentie voor personen in een rolstoel. In 162 stations, tegenover 142 in 2023, organiseert de NMBS assistentie voor personen die zonder opstaphulpmiddelen in de trein kunnen stappen.
Afhankelijk van het station wordt deze assistentie verleend door de treinbegeleider of het personeel ter plaatse. Er wordt voorzien in een minimum overstaptijd van 8 en 15 minuten, afhankelijk van het type assistentie. In 2024 werden meer dan 128.000 assistenties uitgevoerd op een totaal van meer dan 52.000 aanvragen. Het aantal stations waar assistentie mogelijk is zal geleidelijk verhogen naarmate de toegankelijkheid van de infrastructuur verbetert en de noodzakelijke aanpassingen aan het rollend materieel gebeuren.
Het openbaredienstcontract voorziet dat het aantal stations met assistentie voor reizigers met een rolstoel wordt uitgebreid naar minstens 152 tegen 2030. Het aantal stations waar assistentie op aanvraag mogelijk is voor reizigers zonder rolstoel wordt volgens ditzelfde contract uitgebreid naar 237 stations. Dat verschil is hoofdzakelijk te verklaren door de toegankelijkheid van de infrastructuur en het feit dat het leggen van een rolstoelbrug in België wettelijk alleen onder toezicht van gecertificeerd veiligheidspersoneel mag gebeuren.
Door een aantal aanpassingen aan het rollend materieel, de assistentieprocedure en de assistentievoorwaarden voorziet de NMBS een verdere uitbreiding van de assistentie aan rolstoelgebruikers. De NMBS verbetert voortdurend haar kanalen om assistentie aan te vragen. In 2023 werd een nieuwe app gelanceerd die in samenwerking met de doelgroep werd ontwikkeld.
De NMBS heeft het arrest van het hof van beroep ontvangen en is bezig dit te analyseren. Ik heb zelf een kopie opgevraagd aan de NMBS.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ook de vorige spreekster verwees naar de doelstelling om 176 stations integraal toegankelijk te maken tegen 2032. Ik heb al eerder aangegeven dat ik niet wild word van die doelstelling. We zijn daarmee de vorige legislatuur begonnen en toen zaten we aan ongeveer 70 stations met integrale toegankelijkheid. We hadden toen een minister die zei dat we tegen het einde van de legislatuur, in 2024-2025, zouden zorgen voor een verdubbeling en zouden eindigen op ongeveer 154 integraal toegankelijke stations.
Er werd toen veel geld beloofd voor het spoor. Alleen bleek dat geld er niet te zijn en er is maar een habbekrats gekomen voor de jaren 2023 en 2024, terwijl het grote geld beloofd was vanaf 2025 en 2026. Dat heeft als gevolg gehad dat men een aantal projecten heeft moeten uitstellen. Een daarvan was dat integraal toegankelijk maken van de stations. Als er toen werd gezegd dat men streefde naar 155 integraal toegankelijke stations tegen eind 2024, dan vind ik een streefdoel van 176 tegen 2032 een echte afzwakking van de ambities die de vorige minister toen uitsprak.
Een van de stations die op de lijst stond en waar men klaar was om de werken aan te vatten, was het station van Waregem. Ingevolge die financieringsproblemen werd dat van de lijst gehaald. Als men stations van de lijst kan schrappen, dan is het misschien ook mogelijk om het meerjareninvesteringsplan aan te passen en een station opnieuw toe te voegen, zoals dat van Tielen.
Concreet heeft in Tielen een paralympiër echt een probleem omdat hij dat station echt nodig heeft voor zijn verplaatsingen. Ik vind het schrijnend dat er een proces van tien jaar moet voorafgaan, voor het Brussels hof van beroep de NMBS veroordeelt en dat de NMBS de uitspraak nu zal analyseren. Ik vind dat intriest, zeker als ik hoor dat de NMBS beweert alle begrip te hebben voor die man. Alle begrip hebben voor iemand die tien jaar lang moet procederen, vind ik hallucinant. Ik hoop dus echt dat men in Tielen concreet aan de slag gaat, zeker gelet op de situatie van die man.
Het lijkt mij ook logisch dat men de doelstelling om voor een goede toegankelijkheid te zorgen, opneemt in het grotere masterplan.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, onze fractie vindt het ook een gemiste kans. Er zijn plannen voor een heraanleg. Het zou eigenlijk van efficiëntie getuigen om ook het perron aan te pakken, zeker gelet op het voorval en de recente uitspraak van het hof van beroep, dat geoordeeld heeft dat de NMBS de antidiscriminatiewet schendt. Het zou dus een win-win geweest zijn om dat nu samen te doen. Ik begrijp dat er prioriteiten gesteld worden in een meerjarenplan, maar bijsturingen zouden eigenlijk wel moeten kunnen. Tegelijk heb ik begrepen dat er wel oprijplaten aanwezig zijn in Tielen, maar dat het probleem is dat het station onbemand is, waardoor er gewoon geen assistentie mogelijk is. Dat geldt evenwel ook voor Herentals en Turnhout en naar die stations komt wel iemand vanuit Antwerpen. Mijn vraag is dus waarom dat dan niet kan voor het station van Tielen, vermits het daar wel echt een noodzaak is. Zo is er het voorbeeld van paralympiër Rombouts. We hopen dat dit toch wel kan bekeken worden. Dat zal nodig zijn, want de NMBS zal het moeten doen, er zullen immers dwangsommen tegenover staan. Desalniettemin blijft het een gemiste kans. We begrijpen dat er prioriteiten zijn, maar soms moet ook eens naar efficiëntie worden gekeken.
Het station Kortrijk
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Raad voor Vergunningsbetwistingen (RVV) vernietigde de sloopvergunning voor station Kortrijk omdat de erfgoedwaarde onvoldoende gemotiveerd was in de beslissing, en eist een herbeoordeling binnen drie maanden door de Vlaamse regering. Minister Crucke bevestigt dat de planning van het project voorlopig ongewijzigd blijft, maar de regering moet nu erfgoedcriteria strenger toepassen in een nieuwe beslissing. Het dossier keert terug naar de Vlaamse regering, die onder tijdsdruk een juridisch solide alternatief moet formuleren. De uitspraak benadrukt de spanning tussen infrastructuurplannen en erfgoedbescherming.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de ingediende vraag.
De Vlaams regering verleende de NMBS vorig jaar een vergunning voor de sloop van het station in Kortrijk. Daar ging heel wat protest aan vooraf.
De Vlaamse Vereniging voor Industriële Archeologie (VVIA) trok uiteindelijk samen met een andere erfgoedvereniging naar de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RVV) om de vergunning aan te vechten
De RVV heeft de vergunning voor de sloop van het stationsgebouw in Kortrijk intussen vernietigd. Volgens de Raad werd er onvoldoende rekening gehouden met de erfgoedwaarden van het oude gebouw.
Het dossier zal nu terugkeren naar de Vlaamse regering die drie maanden de tijd krijgt om opnieuw tot een beslissing te komen.
Wat zal de impact van de uitspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het verder verloop van het stationsproject in Kortrijk zijn?
Wat waren de argumenten die maakten dat de RVV tot deze beslissing kwam?
Jean-Luc Crucke:
De vergunning werd vernietigd door de Raad voor Vergunningsbetwistingen;, om redenen die verband houden met een onvoldoende motivering op het vlak van het erfgoed. De Raad beveelt een herstelbeslissing binnen een termijn van drie maanden. De vergunningverlenende overheid, in casu de Vlaamse overheid, dient dus inderdaad binnen de gestelde termijnen een herstelbeslissing te nemen, rekening houdend met de uitspraak van de Raad.
De uitspraak van de Raad heeft op dit ogenblik geen invloed op de huidige planning van het project.
Frank Troosters:
Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister.
Voorzitter:
De vraag nr. 56003811C van de heer Prévot wordt uitgesteld.
Het personeelsbestand en de veiligheid bij het spoor
Het gevaar voor een personeelstekort
Risico's voor spoorpersoneel en veiligheid
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sarah Schlitz vraagt zich bezorgd af over personeelstekort en spoorveiligheid bij SNCB/Infrabel, wijzend op vertrekkende medewerkers door aantrekkelijkere voorwaarden elders (bv. Lineas) en de impact van de Arizona-hervorming op kennisbehoud en dienstverlening. Minister Crucke ontkent een massale uitstroom en benadrukt dat werving nog goed verloopt, maar erkent dat de toekomstige impact van de hervorming onduidelijk is omdat de plannen nog niet definitief zijn. De attractiviteit van spoorbanen blijft een knelpunt, met concurrentie om gespecialiseerd personeel, terwijl Schlitz waarschuwt voor groeiende ontevredenheid en dreigende vertrekken. Kern: spanning tussen behoud van expertise en externe concurrentie, met onzekerheid over de gevolgen van beleidswijzigingen.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, ma première question porte sur les effectifs et la sécurité ferroviaire. En l'absence de nouvelles embauches sous statut et avec le recours accru aux contractuels, comment garantirez-vous la sécurité du réseau ferroviaire et la pérennité du savoir-faire technique interne à la SNCB et à Infrabel?
Jean-Luc Crucke:
On s'emmêle un peu tous dans les questions et les réponses.
Voorzitter:
Ce sont deux questions jointes de madame Schlitz: l'une, sur la pénurie de personnel et l'autre, sur la sécurité férroviaire
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, le métier de cheminot souffre déjà d'un manque d'attractivité. Les recrutements ne sont pas toujours simples, ce sont des profils qui sont très recherchés. On a vu, avec le ministre Gilkinet, les difficultés rencontrées à trouver les perles rares. Avez-vous estimé combien d'agents supplémentaires quitteront le rail en anticipant leur départ à cause des mesures prévues par l'Arizona? Quel impact cela aura-t-il sur la continuité du service public et, donc, in fine, sur les voyageurs? Pas plus tard que ce matin, j'ai reçu d'une personne de l'interne l'information selon laquelle des travailleurs de la SNCB sont déjà en train de quitter la SNCB pour aller vers des secteurs qui offrent des conditions plus favorables, notamment chez Lineas. Monsieur le ministre, pouvez-vous me dire si vous avez déjà remarqué en interne un mouvement de départ collectif ou massif de la SNCB et d'Infrabel?
Jean-Luc Crucke:
Merci, chère collègue, pour votre question. Faire des emplois, des postes attrayants reste toujours un objectif important, mais il est encore trop tôt pour mesurer l'éventuel impact de la réforme sur notre afflux de candidats. D'autant plus que les contours de ces réformes n'ont pas encore été strictement définis. Nous constatons que nos sélections se déroulent bien et que de nombreux candidats sont encore intéressés. Nous suivons cela en permanence et ajustons régulièrement nos pratiques pour rester compétitifs sur le marché du travail. J'ai cité tout à l'heure des chiffres dans la question identique que me posait M. Bayet sur les perspectives en termes d'emploi pour le secteur ferroviaire. Les services ne constatent, aujourd'hui, aucune désaffection ni même, dans le cadre de l'offre et de la demande, aucune diminution de la demande.
Sarah Schlitz:
En effet, les informations dont je vous parlais sont toutes récentes et nous suivrons donc la situation de près. En effet, vu le mécontentement grandissant dans les rangs de la SNCB, que des personnes puissent être tentées de quitter la SNCB ne semble pas complètement dénué de sens et de lien avec la réalité. Affaire à suivre!
De veiligheid bij de spoorwegen en een mogelijk hoog personeelsverloop
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sarah Schlitz waarschuwt dat afschaffing van de spoorwegstatuten kan leiden tot personeelsinstabiliteit, hoger verloop en veiligheidsrisico’s doordat gekwalificeerd en gemotiveerd personeel verdwijnt, wat onderhoud en expertise ondermijnt. Minister Crucke benadrukt dat er geen definitief besluit is, maar wel onderhandelingen gaande zijn over een verschuiving naar contractueel werk, waarbij geen details worden vrijgegeven om misinterpretatie te voorkomen en volledige akkoorden af te wachten.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, il s'agit à nouveau d'un sujet qui préoccupe très fortement les cheminots, qui m'ont demandé de vous interroger.
La suppression des statuts ne risque-t-elle pas de générer une instabilité du personnel, avec un turnover élevé, préjudiciable à la sécurité ferroviaire à long terme?
J'ai discuté lundi avec un technicien du rail, qui m'a expliqué que, par le passé, les statuts permettaient de se projeter bien plus longuement dans une carrière. En effet, avoir des statutaires permet de former un personnel qui devient, par la suite, très qualifié pour le métier et motivé à rester dans la fonction. Selon ce technicien, le fait de détricoter les statuts aura tendance à provoquer une plus grande mobilité du personnel et donc à générer des véritables difficultés au niveau de l'entretien du matériel.
Monsieur le ministre, avez-vous déjà un avis à ce sujet?
Jean-Luc Crucke:
Chère collègue, bien que j'aie un avis sur de nombreuses questions, ce qui importe avant tout en cette matière, c'est l'avis du gouvernement. Ceci dit, les mesures que vous évoquez font, aujourd'hui, l'objet de négociations avec les organisations syndicales. Il n'y a donc pas, stricto sensu , de disparition affirmée du statut, même s'il y a une volonté d'aller vers de l'emploi contractuel. Toutes les modalités liées à cette problématique sont en cours de discussion avec les syndicats. Nous avons convenu, avec les syndicats et les représentants des entreprises publiques – y compris les trois CEO –, de ne pas communiquer sur les mesures. Des accords sont en train d'être conclus, mais ils restent partiels et ne couvrent pas l'ensemble des enjeux. Plusieurs semaines de négociations sont encore nécessaires. Nous avons convenu de ne pas communiquer sur le fond des négociations afin d'éviter toute interprétation partielle, ou parfois même partiale, comme cela peut se produire dans certains cas.
Een oproep tot responsabilisering van de vakbonden naar aanleiding van de treinstaking
De treinstakingen
Het syndicaal overleg met betrekking tot de spoorstakingen
De aanhoudende spoorstakingen
De spoorstakingen
De spoorstakingen
Stakingen in spoorsector
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De herhaalde, gecoördineerde stakingen bij de NMBS (65+ dagen aangekondigd) leggen het spoorvervoer plat, met overvolle treinen, geannuleerde ritten en gegijzelde reizigers als gevolg, terwijl vakbonden protesteren tegen regeringsplannen (pensioenhervorming 55→67 jaar, opheffing HR Rail, besparingen). Minister Crucke benadrukt constructieve gesprekken met drie matige vakbonden en dreigt juridische stappen tegen misbruik van stakingsrecht, maar concrete oplossingen (zoals automatische opening eerste klasse of compensatie zoals een *Sorrypas*) blijven uit, ondanks oproepen tot uitgebreidere minimale dienstverlening en herstel van vertrouwen. Kritiek richt zich op het falend overlegklimaat en het ontbreken van tastbare resultaten, terwijl reizigers en oppositie eisen dat de regering verantwoordelijkheid neemt voor de chaos die voortvloeit uit haar eigen beleid.
Julien Matagne:
Monsieur le ministre, reconnaissons que depuis quelques semaines, le tableau de la SNCB n'est pas très réjouissant: trains supprimés, trains retardés, trains bondés, horaires limités, réseau perturbé, service dégradé, collaborateurs non-grévistes débordés et navetteurs fatigués. Prendre le train est devenu un véritable parcours du combattant. En tant que navetteur presque quotidien, vous en savez quelque chose!
Bien sûr, défendre ses droits est légitime, mais assumer ses devoirs l'est tout autant, surtout lorsqu'il s'agit d'assurer un rôle de service public de qualité. Ces grèves à répétition non coordonnées donnent une impression de surenchère, une surenchère inutile qui ne tient pas compte de la concertation sociale qui vous est chère, qui nous est chère et que vous avez souhaité initier dès le début de votre mandat de ministre.
Monsieur le ministre, quel est l'état d'avancement du dialogue social que vous menez? Je suis d'ailleurs persuadé que vous le menez avec soin. Avez-vous pu rencontrer l'ensemble des organisations sociales concernées?
Il me revient que lors des grèves, la première classe n'est pas systématiquement ouverte à toutes et à tous pour améliorer le confort dans les trains. Pouvez-vous garantir qu'à l'avenir, cette première classe sera ouverte à l'ensemble des voyageurs pour leur confort au quotidien dans nos trains?
Je vous remercie d'avance pour l'ensemble de vos précisions.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, weet u hoeveel stakingen er voor de komende maanden aangekondigd zijn en over hoeveel stakingsdagen het gaat? Omdat ik vermoed dat u het niet weet, heb ik dat even voor u uitgeteld: 65 dagen staking zijn aangekondigd. Enkele weken geleden stond ik hier al om dat opbod aan stakingen aan te kaarten, maar samen stellen we vast dat de situatie alleen maar escaleert. Ik heb voor mezelf even in kaart gebracht hoe de planning er de volgende maanden zou uitzien. Ik heb een stakingsplanner gemaakt, waarop ik in een roze kleur die 65 stakingsdagen heb aangeduid. Ik geef u dat mee als geheugensteuntje, want ik begrijp dat u ook een actief gebruiker bent van het spoor.
De reizigers zijn het kotsbeu. Ze zien hun vakantie in het water vallen, bijvoorbeeld omdat het vliegtuig gewoonweg niet opstijgt, of ze zijn te laat in de les, omdat ze een verbinding hebben gemist, of ze zien hun kinderen niet meer, omdat ze 's avonds gewoonweg niet tijdig thuis geraken.
Mijnheer de minister, ik bezorg u zo dadelijk de stakingsplanner en ik doe ook drie oproepen. Mijn eerste oproep is gericht tot de vakbonden. Ik moedig de vakbonden aan om verstandig om te springen met het stakingsrecht, want zij dreigen door de gecreëerde chaos het draagvlak te verliezen.
Mijn tweede oproep is gericht tot de NMBS, die ik vraag om de dienstverlening te verbeteren en overleg met de bonden te faciliteren.
Mijnheer de minister, u roep ik op om samen met collega-minister Jambon met de vakbonden te overleggen om duidelijkheid te creëren voor de toekomst. Ik hoop dat u dat ter harte neemt.
Voorzitter:
De volgende vier leden stellen hier een vraag die in de commissie hangende was.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, ik heb een déjà-vugevoel en ik denk u ondertussen ook. Ik sta hier namelijk weer en u zit hier weer.
On pourrait dire que vous le regardez comme les vaches regardent passer le train.
De situatie is echter niet grappig. Ze is heel ernstig, vooral voor de treinreiziger, die elke keer weer het slachtoffer is van de talloze stakingen. Gelukkig is er op initiatief van de liberalen de gegarandeerde dienstverlening, die ervoor zorgt dat er toch enige dienstverlening is, hoewel dat lang niet genoeg is.
We zijn er nog niet van af. We staan nog voor weken van zwaar verstoord spoorverkeer. Het Laatste Nieuws berichtte dat de vakbonden van plan zijn de krachten te bundelen en er nog eens stevig tegenaan te gaan.
Mijnheer de minister, ere wie ere toekomt: u was vorige week echt streng voor de vakbonden en dat was goed. Uw geduld was op en u hebt dat duidelijk getoond. Alle grenzen van de redelijkheid worden dan ook overschreden. Wij kopen daar echter jammer genoeg weinig mee.
Vorige week gaf u aan dat u de juridische mogelijkheden om dat trauma te stoppen laat onderzoeken.
Daarom is mijn vraag ook heel logisch.
Hebt u daar al nieuws over?
Voorbije vrijdag, 21 maart 2025, hebt u meer dan twee uur samengezeten met de vakbonden.
Wat is uit dat overleg gekomen? Dat is een logische vraag.
Hoe evalueert u de gegarandeerde dienstverlening? Wilt u ter zake nog nieuwe initiatieven nemen?
Wij zouden ze toejuichen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de ene staking was nog niet eens afgelopen of de andere schoot al bijna uit de startblokken. Deze week wordt opnieuw gestaakt door een kleine vakbond. Diens actie loopt zondagavond af.
Eindelijk, zouden we denken. Het einde is in zicht, maar helaas is niets minder waar: een nieuwe week, een nieuwe staking en zo gaan we nog een tijdje door, zoals de vorige vraagstelster al is aangehaald. Het stopt niet.
De gevolgen zijn genoegzaam gekend en zijn hier al regelmatig aangehaald. Studenten, werknemers en pendelaars geraken niet tijdig of zelfs niet op hun bestemming.
Ik vraag mij af of de vakbonden ook wel eens denken aan de mensen die niet over een auto beschikken of aan de studenten die niet over een kot beschikken of aan wie die geen familie of kennissen heeft om op terug te vallen. Zij geraken nergens; zij zijn geïsoleerd.
Het spoor is er voor iedere reiziger, maar het lijkt er steeds meer op dat de bonden en hun eigen belang centraal staan en niet langer de treinreiziger.
Wij stellen hier elke week opnieuw vragen.
Mijnheer de minister, u doet uw best. U zit met de vakbonden rond te tafel, maar wat haalt het uit? Er verandert helemaal niets. Ze blijven verder doen, zonder gevolg.
Mijn geduld, het geduld van mijn collega's maar ook van vele pendelaars is op. Bij u is dat net hetzelfde. Wij hebben dat vorige week gehoord. U hebt de spoormaatschappijen opgeroepen om juridisch uit te zoeken op welke manier het misbruik van het stakingsrecht kan worden aangepakt.
Mijn vraag is dan ook heel simpel.
Is die oefening intussen gebeurd? Welke stappen zult u nemen om de treinen weer aan het rijden te krijgen?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik feliciteer u. Ik wil u feliciteren, maar bedoel dat wel sarcastisch. U bent nu al de kampioen. U hebt het record van het aantal spoorstakingen tijdens een ambtstermijn overgenomen van uw voorganger. Bovendien loopt de teller van het aantal stakingsdagen nog op. U loopt dus nog uit en lijkt wel de Eddy Merckx van de spoorstakingen.
Dat record kan nog veel hoger worden. Een collega van mij heeft een telling gemaakt. Indien alle aangekondigde spoorstakingen waren uitgevoerd zoals voorzien, zouden we eind augustus 88 spoorstakingsdagen hebben bereikt. Dat zou hebben betekend dat op dat moment een kwart van het jaar zou zijn gestaakt binnen eenzelfde overheidsbedrijf. Dat is ongezien.
Gelukkig is er ook goed nieuws. Sinds deze ochtend is bekend dat vijf spoorbonden de koppen hebben bijeengestoken. Zij hebben beslist hun acties te coördineren en samen actie te voeren. Dat heeft twee gevolgen, een goed en een slecht gevolg. Het goede is dat het aantal stakingsdagen wat minder zal zijn. Het slechte is dat de impact groter zal zijn wanneer actie wordt gevoerd. De impact zal dan over het hele net worden gevoeld. Vanaf 8 april zullen die bonden elke dinsdag een staking organiseren en om beurt op een bepaalde regio focussen. Op zich is dat dus goed nieuws, maar dat minder zal worden gestaakt, is voor alle duidelijkheid niet uw verdienste.
Mijnheer de minister, die stakingen komen voort uit onvrede bij de spoormensen. We hebben het al gehad over de plannen voor het spoor van de arizonaregering waarvan u deel uitmaakt en over de hervormingen die zij wil doorvoeren. Daarom voeren de bonden actie. Ik benadruk echter dat de acties zich ditmaal niet tegen de NMBS richten maar wel tegen de arizonaregering en tegen u. Daarom worden de treinreizigers gebruikt. Ze worden bijna gegijzeld om bepaalde zaken af te dwingen. Dat kan echt niet langer duren.
Daarom stel ik vandaag opnieuw de vraag die ik al zo vaak heb gesteld.
Hoe zult u het probleem oplossen? Hoe zult u verdere stakingen voorkomen?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, collega's, vanochtend viel iemand bijna flauw op de trein van Kortrijk naar Brussel, omdat de trein overvol zat. Hij werd letterlijk en figuurlijk rechtgehouden door alerte treinreizigers. Onze collega, de heer Matti Vandemaele, heeft dat vanochtend vastgesteld.
Zelf zat ik ook op een overvolle trein. Ik moest gedurende drie kwartier rechtstaan van Duffel tot Brussel.
Bovendien zijn wij nog de gelukzakken, want heel veel mensen geraakten niet op hun werk en misten belangrijke afspraken. Scholieren die vandaag examens hadden, geraakten niet op school.
De reden zijn de treinstakingen. De treinreiziger is daarvan altijd het grootste slachtoffer. Dat is overduidelijk. De reden van die stakingen is echter de door uw regering gecreëerde onzekerheid bij het personeel over hun statuut. De tweede reden zijn de besparingen en de efficiëntiewinsten die op hen afkomen. Het is nog steeds heel onduidelijk of ze er zullen komen op de kap van het personeel. Wij vermoeden van wel.
De vakbonden reageren daartegen. Ik begrijp dat ze ongerust zijn en reageren. Het is ook goed dat de vakbonden vandaag samenzaten om de acties op elkaar af te stemmen in de hoop dat er dan ook minder hinder is voor de vele treinreizigers. Zij hebben hun portie immers gehad. Het zijn en blijven echter acties tegen de arizonaregering, tegen uw beleid en niet tegen dat van de NMBS.
Voor Groen is de maat vol. Er moet minstens een compensatie worden geboden.
Mijnheer de minister, zult u zorgen voor compensaties?
Wij denken bijvoorbeeld aan een Sorrypas en dus een dag genieten van de trein, om opnieuw het vertrouwen in de trein te herstellen. Het verlengen van de abonnementsduur is ook een optie. Wij verwachten dergelijke zaken van de regering. Er wordt immers gestaakt tegen uw beleid en niet tegen het beleid van de NMBS.
Mijnheer de minister, welke compensaties voor de treinreizigers zult u uitwerken?
Jean-Luc Crucke:
Chers collègues, depuis la prise de fonctions de notre gouvernement, le secteur ferroviaire est, comme vous l'avez signalé, secoué par une série de grèves. Ces mouvements perturbent lourdement le réseau et pénalisent des milliers de citoyens, souvent les plus fragiles. Ces grèves trouvent leur origine en toute grande majorité dans des mesures prises sur la base de l'accord de gouvernement, fruit d'une négociation démocratique et reflétant la volonté d'une majorité politique claire.
De vakbondseisen, ongeacht om welke vakbond het gaat, hebben voornamelijk betrekking op de geleidelijke verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd voor spoorwegpersoneel van 55 jaar naar 67 jaar, de hervorming van de berekening van de pensioenen op basis van de gehele loopbaan in de plaats van de laatste paar jaren en het geplande einde van HR Rail als werkgever van het spoorwegpersoneel.
Si certaines préoccupations sont compréhensibles, elles doivent être traitées dans le cadre d'un dialogue social respectueux et constructif. Je tiens à réaffirmer ici mon attachement indéfectible à la concertation sociale, mais avec des partenaires responsables et représentatifs. C'est pourquoi j'ai entamé d'initiative un dialogue avec la CGSP Cheminots, la CSC-Transcom et la CGSLB, qui ont certes privilégié le dialogue plutôt que la confrontation et qui sont les seules à siéger à la commission nationale paritaire.
Onze gesprekken verlopen goed, in een klimaat van wederzijds respect, dialoog en constructiviteit. We hebben al afspraken gemaakt over belangrijke punten, zoals de geleidelijke overgang van de taken van HR Rail aan overheidsbedrijven en het garanderen van een grotere verantwoordingsplicht. Ik geef er echter de voorkeur aan om in dit stadium discreet te blijven over de details, in overeenstemming met onze toezegging om niet te communiceren totdat de onderhandelingen zijn afgerond.
Met betrekking tot de pensioenen steun ik mijn collega die verantwoordelijk is voor dit dossier. Ik ben bereid om hem te steunen bij het faciliteren van de dialoog met de vakbond, zoals ik hem heb gezegd. Ik heb hem vanmorgen opnieuw aan de telefoon gesproken en hij was heel duidelijk. Hij zal het regeerakkoord toepassen, het gehele akkoord, maar niets meer dan het akkoord. Minister Jambon blijft echter openstaan voor overgangsregelingen. Zijn hand is dan ook uitgestoken naar de vakbond.
Sur le plan financier, il est primordial de souligner les conséquences financières dramatiques que ces grèves entraînent pour la SNCB: pertes de recettes, indemnisation des voyageurs, déviations vers d'autres modes de transport. Ce sont autant d'efforts supplémentaires qui s'imposeront au secteur du rail ultérieurement.
Enfin, pour répondre à la question de M. Matagne, sachez que pour l'heure, les accompagnateurs ont la possibilité de déclasser la première classe en fonction de leur ressenti. Toutefois ce déclassement n'est pas automatique, c'est pourquoi je vais demander à la SNCB d'examiner la possibilité d'un déclassement automatique de la première classe en période de grève, pour autant, bien évidemment, que le besoin s'en fasse sentir. Nos citoyens ne doivent en effet pas être les seuls à subir les effets des actions syndicales.
De regering zal standvastig blijven tegenover de blokkades en gijzelingen op ons spoorwegnet. We zullen blijven opkomen voor een verantwoordelijke en evenwichtige visie op de openbare dienstverlening, waarbij dialoog boven confrontatie gaat. Daarom heb ik, zoals ik vorige week al heb aangekondigd, HR Rail, het juridische HR-instrument voor de spoorwegsector, de opdracht gegeven om voor alle nieuwe stakingsaanvragen alle mogelijkheden te bestuderen om misbruik van stakingsaanzeggingen te weigeren met behulp van de juridische instrumenten die het tot zijn beschikking heeft. Als de vakbonden deze uitspraak weigeren, is het aan hen om naar de rechter te stappen en de genomen beslissing aan te vechten.
Les grèves préalablement programmées, donc celles qui sont prévues au moins jusqu'au 31 mars, ne seront pas requalifiées. Mais gare à la suite! Je ne lâcherai rien. Je reste ouvert à la concertation avec ceux qui souhaitent négocier de manière responsable, mais je n'accepterai jamais que la continuité des services stratégiques soit sacrifiée pour des motifs idéologiques. Les trains doivent avancer, pas les égos.
Julien Matagne:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Ces grèves affectent en effet des dizaines de milliers d'usagers chaque jour. Nous appelons les syndicats à agir avec responsabilité en évitant les actions désordonnées. Il en va de la crédibilité du transport ferroviaire. Aussi, dans un contexte économique morose – et vous avez cité des mesures qui font grincer des dents, mais qui sont certainement des mesures nécessaires –, dans un contexte climatique inquiétant, dans un contexte d'immobilité autour des grandes villes, j'espère que vous réussirez à ramener la sérénité au cœur de notre entreprise ferroviaire.
La concertation sociale est lancée. J'entends que les échanges sont constructifs. Vous êtes sur la bonne voie. Je vous remercie, en tout cas, pour votre investissement.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, wij zijn ons ervan bewust dat er een zware taak op uw schouders rust, maar u hebt al zeer kordate taal gesproken. U hebt constructief en in alle sereniteit opgeroepen om daarover te overleggen. Wij kunnen u alleen maar het vertrouwen geven en hopen dat u spoedig enig resultaat kan boeken door in dialoog te blijven gaan met de NMBS, met de vakbonden en met uw collega-ministers om iedereen op dezelfde lijn te brengen en weer naar een goed werkend spoorverkeer te evolueren. Dank u voor uw inzet daarvoor.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord, al vind ik wel dat we er niet zo erg veel mee kunnen. Wat u hebt gezegd, is een beetje meer van hetzelfde. Het is zeer duidelijk dat wat we vandaag zien, eigenlijk de beste reclame is voor een echte liberalisering van het spoor. Week na week krijgen we daarvan de bevestiging. Het is echt tijd dat we de reiziger opnieuw centraal stellen en dat we die niet als een soort van vervelende bijkomstigheid zien.
Daarnaast is het toch wel echt nodig om eens grondig te onderzoeken wat we kunnen doen om de minimale dienstverlening uit te breiden om ervoor te zorgen dat meer treinen rijden, ook in het geval van stakingen. Want inderdaad, de komende weken zal de impact nog groter zijn. Ik raad u dus aan om daarvoor en voor de sociale dialoog echt actie te ondernemen. U moet echt op tempo komen opdat de treinreiziger erop kan rekenen dat zijn trein rijdt en niet overvol zit.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, u verwees in uw antwoord naar een constructieve dialoog en naar wederzijds respect. Ik hoop dat de vakbonden ook respect hebben voor de treinreizigers. Wanneer er bijna meer stakingsdagen dan gewone werkdagen bij het spoor zijn, kunnen we immers niet meer spreken over een recht op staken. Dan gaat het duidelijk om misbruik van het stakingsrecht. De treinreizigers moeten daar steeds de prijs voor betalen. Het is nu tijd om daar iets aan te doen. Het land platleggen omdat men zijn goesting niet krijgt, is totaal onverantwoord. Staken mag, daar gaat het eigenlijk niet over, maar wat hier gebeurt, is allesbehalve normaal.
De reizigers zijn elke keer de dupe zijn en sporen noodgedwongen verder. De vakbonden sporen helaas niet meer. Ik kijk uit naar uw overleg met hen en hoop op een goed resultaat.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik heb ook een beetje een déjà-vugevoel. Wij vragen al heel lang naar concrete oplossingen en ik stel vast dat uw antwoorden evolueren. In het begin was u vrij laks, daarna was u verontwaardigd, dan werd u boos, een paar weken daarna was uw geduld bijna op – intussen is het volledig op -, een week gelezen zou u bestuderen hoe u aan de stakingen een eind kon maken en nu hoor ik weer nieuwe aankondigingen, maar ik zie geen concrete oplossingen. Dat is nochtans wat de treinreizigers willen. Ze willen niet langer gegijzeld zijn in een dispuut tussen de arizonaregering en het spoorpersoneel.
Treinreizigers willen dat het niet over spoorstakingen, maar over treinbeleid gaat, dat er werk gemaakt wordt van een betrouwbaar openbaar vervoer, betere dienstverlening, minder afgeschafte treinen, grotere stiptheid en meer veiligheid. Dat is ook waar ze recht op hebben. Doe dat alstublieft.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, collega Matagne sust dat u op de goede weg bent, maar ik betwijfel of de treinreiziger daar dezelfde mening over heeft. Ik vind die opmerking zelfs wat cynisch, aangezien u eigenlijk nu al recordhouder bent in aantal stakingsdagen. Ik snap de mindswitch niet helemaal. Laten we immers niet vergeten – ik blijf het herhalen – dat de stakingen niet gericht zijn tegen de NMBS, maar wel tegen de beslissingen van de arizonaregering, tegen de maatregelen die u zult nemen. Daarom komt het u toe om het vertrouwen te herstellen. Ook al restte u nog twintig seconden spreektijd, u nam niet de moeite om te reageren op mijn vraag welke compensatie u zult voorzien voor de treinreizigers. Met Ecolo-Groen denken we duidelijk aan een sorrypas en een verlenging van de treinabonnementen. Zulke compensaties zijn cruciaal om het vertrouwen van de treinreizigers te herstellen. Op die manier kunnen we ervoor zorgen dat de treinreiziger zich niet afkeert, want ik denk dat we er allemaal van overtuigd zijn dat de trein nog altijd een heel fijne manier van reizen is, als de treinen rijden, uiteraard.
De aanhoudende stakingen bij de NMBS
De nieuwe stakingen bij de NMBS, de staking te veel?
De stakingen bij de NMBS
De stakingen bij de spoorwegen
NMBS stakingen en hun impact
Gesteld door
Open Vld
Irina De Knop
MR
Gilles Foret
PS
Dimitri Legasse
Groen
Staf Aerts
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 20 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De recordaantal spoorstakingen (19 dagen in 3 maanden, met 88 geplande stakingsdagen tot augustus) verlamt het openbaar vervoer, waarbij minoritaire vakbonden (met radicale eisen zoals pensioen op 55) reizigers gijzelen als politiek pressiemiddel tegen de bezuinigingsplannen van de regering (700 miljoen euro efficiëntiewinst, minder personeel, afbouw pensioenen). Minister Crucke belooft juridische stappen tegen misbruik van stakingsrecht en versterking van het minimale dienstverleningsgarantie, maar weigert structureel in te grijpen in het sociaal overleg, ondanks draagvlakverlies voor vakbonden en strategische risico’s (bv. logistieke verdedigingscapaciteit). Kernconflict: regeringsplannen (minder kosten, meer flexibiliteit) botsen met vakbondseisen (behoud statuut, pensioenen), terwijl reizigers en bedrijven de hoofddupe zijn—zonder concrete oplossing op korte termijn.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, laten we eerlijk zijn, de stakingen waarmee de vele tienduizenden reizigers de voorbije weken en maanden af te rekenen hebben, zijn echt een schande. Sommigen spreken zelfs over pestgedrag en ik kan hun geen ongelijk geven. De ene vakbond wil nog straffer doen dan de andere als het gaat over syndicale acties.
Ik vraag me trouwens af hoe het eraan toegaat bij de vakbonden. Vraagt de ene bij de bespreking van de te voeren acties of twee dagen volstaan om de regering te treffen, waarna de andere er een schep bovenop doet door zes dagen te willen staken en een derde ten slotte oproept om twee weken te staken, zodat men wel zal moeten luisteren. Zou het er zo aan toegaan?
Mijnheer de minister, ondertussen is er natuurlijk de harde realiteit: de acties volgen elkaar in snel tempo op. In het regeerakkoord lezen we dat de arizonaregering er alles aan wil doen om de vakbonden hun historische rol te laten spelen. Dat nemen ze bij de vakbonden natuurlijk heel serieus. Verder staat in het regeerakkoord dat het stakingsrecht gegarandeerd moet blijven. Ook dat nemen ze heel serieus. Maar wat met de rechten van de treinreiziger? Waar is het respect voor hen?
Mijnheer de minister, hoelang zult u het sociaal overleg nog kansen geven? Hoelang zult u het nog aanzien? Wanneer zult u eindelijk ingrijpen?
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, quelle belle cravate! Dommage pour la couleur…
"Quand la grève devient la norme et les trains qui roulent l'exception…" Voilà le titre de l'édito de Sudinfo ce matin. Il faut malheureusement bien reconnaître, monsieur le ministre, que la formule employée résume parfaitement la situation que doivent endurer des milliers de travailleurs, des étudiants, des touristes et d'autres usagers du rail depuis plusieurs semaines. Et les perspectives des cinq prochains mois ne sont guère plus réjouissantes quand on fait le compte des grèves annoncées: une grève du 23 au 30 mars, une grève générale le 31 mars, six autres journées en avril, deux semaines supplémentaires en mai et puis un peu en juin, évidemment. Et pourquoi ne pas aller plus loin en juillet et en août et proposer des grèves estivales les vendredis et samedis pour bien plomber les vacances de ceux qui en auront bien besoin?
Je ne peux que rejoindre les directions de la SNCB et d'Infrabel, qui condamnent fermement ces grèves. Ces actions sont inacceptables, irresponsables et disproportionnées. Elles pénalisent les 900 000 voyageurs transportés chaque jour ainsi que, ne l'oublions pas, les entreprises qui font le pari du fret ferroviaire pour transporter leurs marchandises. Si l'on voulait plomber le shift modal, on ne s'y prendrait pas autrement! Les raisons de ces grèves préventives, punitives, restent les mêmes: les pensions, alors même qu'aucune mesure gouvernementale n'a encore été prise ni même discutée!
Je n'ose pas non plus imaginer quelle serait la situation, monsieur le ministre, si votre prédécesseur n'avait pas mis en place le service garanti. Je tiens aussi à saluer le personnel de la SNCB et d'Infrabel qui se rendent disponibles durant ces jours de grève afin d'assurer une certaine continuité du service de transport ferroviaire de personnes.
Monsieur le ministre, où en sont les consultations avec les syndicats? Avez-vous encore prise sur le dialogue social, qui semble hors de contrôle? Comment comptez-vous limiter l'impact de ces grèves à répétition pour les usagers? Allez-vous renforcer rapidement la législation sur le service garanti?
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, les grèves continueront, parce que vous n'avez pas pu rassurer les travailleurs. Vous n'avez d'ailleurs pas vraiment répondu à leurs questions. Non, aujourd'hui, ce n'est pas le 1 er mai, c'est théoriquement la Journée mondiale du bonheur. Mais, pour les gens qui travaillent sur le rail, ce ne l'est vraiment pas. Les travailleurs s'inquiètent de vos projets de restructuration du rail. Thierry, un accompagnateur de ma commune, m'en parlait encore il y a quelques jours; Gérald, mon cousin qui travaille chez Infrabel, m'en parlait également.
Votre gouvernement a confirmé sa volonté d'économiser 700 millions sur les entreprises du rail. Et, hier, vous avez confirmé en commission ces économies, tout en reprenant les termes du contrat de votre prédécesseur, c'est-à-dire renforcer le réseau, élargir l'offre, améliorer la ponctualité. Mais, pour cela, vous demandez aux travailleurs d'en faire plus, en leur garantissant moins de moyens. Ce n'est pas crédible. La recette proposée aux 28 000 travailleurs, c'est plus de flexibilité, plus de productivité, moins de droits. Monsieur le ministre, on parle de métiers qui fonctionnent 365 jours sur 365, par tous les temps, pour préparer les trains et accompagner les usagers. Être disponible la nuit et le jour, travailler à pauses, et ce, en subissant près de 2 000 agressions par an selon les derniers chiffres.
Vos réformes, monsieur le ministre, c'est moins de trains, moins de services en gare, moins d'arrêts et une dégradation de la qualité du service ferroviaire. Vous avez encore la possibilité d'inverser les choses. Un calendrier de négociations avait été fixé. Quand allez-vous défendre vraiment les travailleurs et les usagers du rail? Les deux sont indissociables. Que comptez-vous faire pour sortir de cette situation de crise?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, de arizonaregering en uw ministerschap zijn nog geen drie maanden ver. Op die drie maanden telden we al 19 dagen spoorstaking. Dat is nu al een record. Is dat veel? Ja, dat is veel. 2025 is nu al een recordjaar in vergelijking met de voorgaande tien jaren en het is nog geen drie maanden ver! Als we alle aangekondigde stakingsdagen in het overzicht opnemen, dan komen we tegen eind augustus aan 88 stakingsdagen, gedurende dewelke de treinreiziger in de kou blijft staan. Protesteert het personeel vandaag tegen de NMBS, zoals meestal het geval is? Nee, die mensen protesteren tegen uw beleid, tegen uw ingrijpen in hun sociaal statuut, tegen uw ingrijpen in hun pensioen.
Wat zullen we zeggen tegen al wie vandaag in de kou blijft staan? Ik ken werknemers die door de staking niet op hun werk geraken. Wat moeten zij doen? Moeten zij verlof nemen? Wie heeft er 88 vakantiedagen? Wat zegt u aan de studenten die niet in de les geraken? Wat zegt u tegen de families die een uitstap naar zee willen maken?
Men heeft het over 675 miljoen euro efficiëntiewinsten, maar het is geen geheim op wiens kap die worden gemaakt, namelijk op die van het personeel.
We moeten net kunnen rekenen op een sterker openbaar vervoer, een groter aanbod, betere dienstverlening en meer stiptheid. Hoe zult u dat verwezenlijken? Uw beleid is daarvoor alvast geen optie.
Mijnheer de minister, u mag de treinreiziger niet langer meer in de kou laten staan. U moet erover waken dat de besparingen het NMBS-personeel en de treinreizigers via de stakingen niet treffen. Mijnheer de minister, hoe gaat u met mijn oproep aan de slag?
Jean-Luc Crucke:
Depuis l'entrée en fonction du gouvernement, notre pays a été effectivement confronté à une série de mouvements de grève dans le secteur ferroviaire, totalisant à ce jour, contrairement à ce qui a été dit, 11 jours d'arrêt de travail, avec une projection de 18 jours d'ici la fin du mois de mars. Ces actions, principalement initiées par les syndicats minoritaires, ont fortement perturbé le réseau ferroviaire, suscitant un mécontentement croissant parmi les usagers et l'ensemble de la population.
Je tiens à rappeler que les grèves qui surviennent actuellement dans le secteur ferroviaire sont exclusivement motivées par des mesures prises sur la base d'un accord de gouvernement. Cet accord a été négocié dans le cadre d'un exercice démocratique. Il a été adopté après les élections qui ont dégagé des majorités politiques claires et qui ont été suivies d'une négociation gouvernementale rigoureuse. Dès lors, il n'appartient pas à de petits syndicats, représentant une minorité de travailleurs du rail, de bloquer aujourd'hui tout un pays et de prendre en otage la majorité de nos concitoyens. J'entends que l'on dit "Ça, c'est vrai". Quand on dit ça, c'est que ce qu'on dit normalement n'est pas vrai. Mais cela, c'est vrai aussi: je rencontre des travailleurs du matin au soir qui me disent qu'ils veulent travailler.
Niettemin wil ik opnieuw mijn onwrikbaar engagement bevestigen voor het sociaal overleg, de hoeksteen van onze democratie en de arbeidsverhoudingen. Het is essentieel een onderscheid te maken tussen de representatieve vakbonden, die de stem van de meerderheid van het spoorwegpersoneel vertegenwoordigen, en de kleine vakbonden, die slechts een kleine fractie van het personeel vertegenwoordigen en niet geïntegreerd zijn in de officiële structuur van het sociaal overleg. Laatstgenoemde vakbonden nemen een radicale houding aan die erop is gericht de regering te destabiliseren en dat is onaanvaardbaar. Eén beweging voert geen traditionele sociale staking, maar een politieke staking. Ze weigert te erkennen dat een pensioen op 55 jaar in de huidige sociaal-economische context niet langer houdbaar is.
Het is zorgwekkend vast te stellen dat er momenteel meer stakingsdagen dan werkelijk gewerkte dagen zijn. De situatie is dat degenen die hun beroep willen uitoefenen, dat niet kunnen doen, waardoor de continuïteit van de openbare dienst wordt belemmerd. In een tijd waarin de spoorwegmaatschappijen voor grote uitdagingen staan, zoals de voorbereiding van de liberalisering van de sector en het garanderen van een efficiënte dienstverlening, ondermijnen die verstorende acties de fundamenten van ons spoorwegsysteem en de sociale dialoog die daaraan ten grondslag ligt. Dergelijk gedrag is suïcidaal voor het bedrijf.
Mijn geduld heeft net als het geduld van de pendelaars zijn grenzen. Het stakingsrecht is niet absoluut. Een staking op een dergelijke schaal is een onredelijke en onrechtmatige inmenging in de goede werking van de openbare dienst van de Belgische spoorwegen. De nationale en de Europese rechtspraak erkennen dat grenzen kunnen worden gesteld aan het stakingsrecht om de rechten en vrijheden van anderen te vrijwaren, in het bijzonder het recht op vrij verkeer en de vrijheid van ondernemerschap. Daarom heb ik de juridische afdeling van HR Rail de opdracht gegeven om alle mogelijkheden te bestuderen om misbruik van stakingsattesten te weigeren met behulp van de juridische instrumenten waarover de dienst beschikt.
Enfin, le contexte géopolitique actuel est marqué par des tensions accrues en Europe, ravivant les préoccupations concernant la sécurité sur notre continent. Des voix s'élèvent pour alerter sur la possibilité d'un conflit majeur en Europe, incitant les nations à renforcer leur préparation militaire.
La Belgique, en tant que membre de l'Union européenne et de l'OTAN, se doit de prendre ces avertissements au sérieux et d'adapter ses infrastructures en conséquence.
Le secteur ferroviaire joue un rôle crucial dans la logistique militaire, notamment pour le transport des troupes et du matériel. Il est donc impératif que notre réseau ferroviaire demeure opérationnel et fiable, surtout en période de tensions internationales. Les grèves répétées compromettent cette capacité stratégique et mettent en péril notre aptitude à répondre efficacement à d'éventuelles crises.
Le gouvernement reste fermement engagé en faveur de la concertation sociale et de l'équilibre budgétaire. Mais notre priorité est aussi de garantir un service ferroviaire efficace et fiable pour tous les citoyens, tout en assurant une gestion responsable des finances publiques et en préservant les droits fondamentaux. Le monde syndical doit le comprendre, et nous persisterons.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, het is hartverwarmend om te merken dat u dezelfde analyse maakt, maar het is natuurlijk wel uw verantwoordelijkheid en die van uw regering om ervoor te zorgen dat deze gijzeling stopt. Dat is wat onze reizigers verdienen.
Collega's, waarvoor strijden die vakbonden nu eigenlijk? In onze buurlanden is de pensioenleeftijd veel hoger dan in ons land. Is dat beroep daar dan zoveel minder zwaar dan hier?
Mijnheer de minister, het zal u misschien verrassen, maar ook wij vinden dat de vakbonden een rol te spelen hebben. Vandaag spelen ze echter een verkeerde rol. Hetgeen sommige vakbonden vandaag doen is syndicaal fundamentalisme en dat haalt het draagvlak voor het sociaal overleg volledig onderuit. Reizigers gijzelen om het onverdedigbare te verdedigen, dat is wat zij doen.
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses et les différents éléments que vous avancez.
Les annonces des prochains jours de grève nous inquiètent tous, qu'on soit travailleur, parent, étudiant. Il faut absolument trouver des solutions. Il faut reprendre un véritable dialogue social. Il faut mettre fin à l'exercice du droit de grève qui est utilisé abusivement. Il faut restaurer la liberté de pouvoir se déplacer et de se rendre rapidement sur son lieu de travail ou d'apprentissage. Il faut aussi permettre qu'en cas de grève, le service garanti soit plus efficace. Nous comptons sur vous pour renforcer ce dispositif qui a été mis en place par votre prédécesseur, M. Bellot.
Monsieur le ministre, vous pouvez compter sur le groupe MR pour avancer avec vous et avec tous les utilisateurs du rail pour faire en sorte que ce soit un mauvais souvenir et que le rail redevienne attractif, comme on le souhaite.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, votre seule réponse, c'est d'opposer les syndicats et les travailleurs aux usagers. Vous laissez les 28 000 travailleurs inquiets sans réponse et vous attaquez les prérogatives des syndicats. Ce n'est pas en envisageant les choses comme cela que vous arriverez à rétablir le dialogue. Ce n'est pas non plus en envisageant de fermer des points d'arrêt et des gares dans les zones rurales que vous augmenterez l'attractivité du rail.
Nous avons entendu vos ambitions, mais je crains qu'il ne reste que des slogans, que ce ne soit que des slogans. Monsieur le ministre, je vous appelle vraiment à rétablir le dialogue avec les syndicats, autrement que vous le faites aujourd'hui, et à ne pas les opposer les uns aux autres. Il y a encore effectivement de nombreux jours de grève devant nous. Il ne tient qu'à vous d'entrer en contact avec eux différemment qu'en les insultant parfois littéralement, me semble-t-il. Je vous remercie.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, u verwijst naar het aantal vakbonden en naar het feit dat er grote en kleine vakbonden zijn. Zou het handig zijn mochten die acties meer op elkaar afgestemd zijn? Ja. Maar die verschillende vakbonden waren er de afgelopen jaren ook al. Toen was er ook al die tendens waarbij ieder zijn eigen boodschap wil uitdragen. Nu zien we echter dat er veel stakingen uitbreken omdat er nu heel veel onrust is door uw plannen. Het is dus van groot belang om met al die mensen aan tafel te gaan zitten en te zorgen voor een veel sterker openbaar vervoer, met een betere en stiptere treinbediening. Ik ben ervan overtuigd dat het personeel en de treinreizigers dat willen. Het zal aan u zijn om dat voor de treinreizigers waar te maken, zodat zij niet langer in de kou blijven staan, want zij zijn het allergrootste slachtoffer.
De invoering van het nieuwe tariefplan bij de NMBS
De geplande tariefwijziging voor senioren en jongeren bij de NMBS
Het nieuwe tariefsysteem
Het nieuwe tarievenoverzicht
De nieuwe tarieven voor de NMBS-abonnementen voor woon-werkverkeer
De nieuwe NMBS-tarieven
De nieuwe tarieven van de NMBS
De nieuwe tarievenstructuur van de NMBS
Het advies van de CRB inzake de tariefaanpassingen bij de NMBS
Het tarievenbeleid van de NMBS voor meereizende huisdieren
Het nieuwe tarievensysteem van de NMBS
Het nieuwe tarievenbeleid van de NMBS
Het nieuwe tarievensysteem van de NMBS
De nieuwe tarieven van de NMBS-abonnementen voor woon-werkverkeer
Wijzigingen in het NMBS-tariefbeleid en nieuwe tarievenstructuur
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De nieuwe NMBS-tariefstructuur (eind 2024 van kracht) vereenvoudigt prijzen via afstandsgebaseerde kortingen (40% voor senioren/jongeren, 30% weekendtarief) en een voordeelkaart voor extra daluurkortingen (tot 64%), maar schrapt forfaitaire producten zoals het senioren- en Multiticket, wat complexiteit en kostenstijgingen (bv. lange afstanden, gezinnen) veroorzaakt. Kritiekpunten: gebrek aan overleg met CRB/NAR, nadelige gevolgen voor piekreizigers (bv. Limburgers) en senioren (geen afstemming met De Lijn), terwijl communicatie en technische omschakeling (automaten, app) cruciaal zijn om reizigers te gidsen. De minister benadrukt budgettaire neutraliteit en reizigersgroei als doel, maar sociale partners (CCE/CNT) en oppositie vrezen hogere lasten voor werknemers en toegankelijkheidskloof voor digitale zwakkere groepen. Evaluatie volgt in 2026, met aandacht voor flexibiliteit (bv. senioren) en prijsplafonds (max. €14/€5,50 voor enkel traject).
Voorzitter:
Leden die meerdere vragen hebben ingediend, mogen hun vragen in één uiteenzetting combineren.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik heb vier vragen ingediend over de nieuwe tariefstructuur van de NMBS, die wij in de Kamercommissie al meermaals besproken hebben. Intussen heeft de raad van bestuur van de NMBS de nieuwe structuur goedgekeurd. Nog voor het einde van het jaar zou de NMBS haar nieuwe tarieven introduceren.
Mijnheer de minister, wat zal de financiële of budgettaire impact zijn van die nieuwe tariefstructuur op de inkomsten uit de ticketverkoop voor de NMBS?
Op welke wijze garandeert men een vlotte technische omschakeling van de huidige tariefstructuur naar de nieuwe? Ik denk onder meer aan automaten en de onlineverkoop. Zullen daarvoor maatregelen genomen worden?
Welke communicatie zal de NMBS nog voeren? Het lijkt me toch belangrijk om de treinreizigers te informeren over de wijzigingen in de tarieven.
Hoe evalueert u het onderscheid dat gemaakt wordt tussen de piek- en de daluren? Is dat onderscheid niet soms nadelig voor wie een lange afstand moet overbruggen en daardoor gedwongen wordt om vroeger te vertrekken?
Een laatste aspect betreft een advies over de tariefaanpassingen dat op voorhand werd afgeleverd door de CRB, de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, en de NAR, de Nationale Arbeidsraad. Blijkbaar is dat advies niet echt ter harte genomen door de NMBS bij haar nieuwe tariefstructuur. Op welke wijze werd de CRB door de NMBS betrokken bij het vormgeven van de nieuwe tariefstructuur? Heeft de NMBS enkel dat afgeleverde advies ontvangen of is er wel degelijk overlegd? Heeft er al dan niet een gedachtewisseling plaatsgevonden?
Voorzitter:
De heer Bayet is niet aanwezig. De heer Aerts heeft het woord.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, het is ondertussen al een jaar geleden dat de NMBS een nieuwe tariefstructuur aankondigde met als doel de tarieven te vereenvoudigen en transparanter te maken. Er werden al een aantal wijzigingen voorgesteld, maar het hele jaar lang is er toch wel wat ongerustheid geweest. De senioren, bijvoorbeeld, haalden aan dat er geen afstemming is met het seniorenabonnement van De Lijn, TEC en de MIVB. Er is wel een korting op de ticketprijs voorzien en als men een kortingkaart koopt, kan men in de daluren eventueel nog een extra korting krijgen, maar dat maakt het allemaal complex.
De beslissing over de tariefstructuur is genomen op 14 februari 2025, maar de nieuwe tarieven zijn er nog niet. Het zal van belang zijn om in de tussentijd maximaal in te zetten op de begeleiding van de treinreiziger naar het voor hem of haar voordeligste ticket. Dat zal heel moeilijk zijn op deze manier, denk ik, en ik ben benieuwd hoe de NMBS dat zal aanpakken.
In het algemeen heb ik hierover de volgende vragen.
Kunt u ons informeren over de globale uitkomsten van de raad van bestuur van de NMBS van 14 februari 2025?
Hoe evalueert u de tarieven? Zijn die volgens u te complex?
Welk type reiziger gaat erop vooruit en welk type reiziger gaat erop achteruit?
Welk communicatieplan voorziet de NMBS hierover?
Tot slot, er zijn alternatieve voorstellen geformuleerd, onder andere door de seniorenadviesraden. Er zijn bezorgdheden. Hoe beoordeelt u die en op welke manier worden ze meegenomen in de evaluatie van de besliste tarieven?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, er is al heel veel gezegd en geschreven over de nieuwe tarieven, dus het is heel goed dat er een akkoord werd gesloten en dat er duidelijkheid komt voor de treinreizigers.
Mijnheer de minister, hoe beoordeelt u de nieuwe tarieven? Denkt u dat de NMBS met die nieuwe tarieven nog voldoende inkomsten zal genereren? Wanneer worden de nieuwe tarieven van kracht?
Voorzitter:
De heren Legasse en Dubois zijn niet aanwezig.
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, le nouveau gouvernement a confirmé l'objectif de plus de 30 % de voyageurs d'ici 2032. Votre accord de gouvernement n'est pas rassurant pour des milliers de navetteurs. Vous voulez faire plus en réduisant les moyens de la SNCB. Vous promettez de supprimer des lignes et des points d'arrêt et de "rationaliser les remises pour les adapter à la société moderne".
La SNCB vient à présent de valider une nouvelle grille tarifaire concernant l'achat des titres de transport, qui doit entrer en vigueur avant la fin de cette année. L'objectif annoncé est de rendre plus attractif le train à certains moments – les fameuses heures creuses – pour attirer des usagers moins habitués et les fidéliser. Un symbole important est la création d'une carte "avantage" qui ajoute une réduction supplémentaire aux tarifs payés par les usagers du train.
Bien que la grille tarifaire finale ne soit pas encore disponible, certains profils d'utilisateurs risquent d'être des grands perdants. Je pense aux seniors qui bénéficiaient d'un aller-retour à 8,50 euros et qui vont devoir payer plus cher. Je pense aux utilisateurs réguliers des cartes Multi pour de longs trajets qui disparaissent. Les familles risquent également de passer à la caisse. Les réductions aux familles nombreuses, qui bénéficiaient d'un avantage de 50 %, disparaissent alors que les réductions aux petits groupes ne débuteront qu'avec quatre personnes.
Monsieur le ministre, je m'inquiète des conséquences de ces choix. Quelle est votre stratégie pour que tous les ménages puissent acheter des tickets?
Les nouveaux tarifs des abonnements domicile-travail de la SNCB suscitent des inquiétudes au sein du Conseil Central de l'Économie (CCE) et du Conseil National du Travail (CNT). Le conseil d'administration de la SNCB a validé une nouvelle gamme de tarifs. Celle-ci inclut notamment une réduction de la distance maximale prise en compte pour les abonnements domicile-travail passant de 150 km à 120 km, ainsi qu'une hausse des tarifs pour les distances inférieures à 120 km. Si ces changements devaient prendre effet en février 2026, il s'agit d'une information étonnante. Une modification de la structure tarifaire de ces abonnements aura en effet des répercussions sur les accords conclus entre les partenaires sociaux concernant le remboursement des déplacements domicile-travail effectués en train.
Si votre accord de gouvernement vise une augmentation significative du train, la nouvelle grille tarifaire risque de pénaliser toute une série de travailleurs.
Monsieur le ministre, comment expliquez-vous que la SNCB s'écarte des recommandations du CCE et du CNT concernant la structure tarifaire des abonnements domicile-travail? Quelles sont les conséquences financières pour les entreprises, pour les travailleurs et pour le budget de l'État?
Voorzitter:
Wensen er nog leden aan te sluiten bij de vragen in dit actualiteitsdebat? (Nee)
De minister heeft het woord.
Jean-Luc Crucke:
Geachte leden, de NMBS zal voor het einde van het jaar een nieuw tarievengamma introduceren, zoals goedgekeurd door de raad van bestuur. Globaal gezien wordt de trein goedkoper, vooral tijdens de daluren en het weekend, en voor frequente treinreizigers. Voortaan zullen er voor alle afstanden procentuele kortingen gelden, met extra voordelige tarieven voor jongeren, senioren en rechthebbenden op een verhoogde tegemoetkoming. De hervorming geldt voor tickets en de huidige Multi's of tienrittenkaarten, niet voor de abonnementen.
Het grote doel is om meer reizigers aan te trekken en duurzamer reisgedrag te stimuleren. Vandaag biedt de NMBS een breed gamma van producten aan. Enerzijds zijn er tickets en abonnementen waarvan de prijs afhankelijk is van de afgelegde afstand en anderzijds producten met een vaste prijs, ongeacht de afstand. Vaak moet de reiziger zelf uitzoeken wat het voordeligst is. Forfaitaire tarieven zijn niet altijd voordelig, zeker niet voor korte afstanden. Aan sommige producten zijn ook voorwaarden verbonden. Het huidige seniorenticket, bijvoorbeeld, moet verplicht heen en terug op dezelfde dag worden gebruikt en is pas na 9 uur ‘s ochtends geldig.
Dankzij het nieuwe gamma worden voor elke treinreis automatisch de beste prijzen gesuggereerd. Wat verandert er? Alle tarieven worden voortaan voor alle tickets berekend op basis van de afgelegde afstand. Voordeelproducten met forfaitaire prijzen, zoals de Multi's, het Youth Ticket en het Senior Ticket, worden vervangen door procentuele kortingen zodat reizigers ook voor kortere afstanden van een prijsverlaging kunnen genieten.
De tariefvoorwaarden voor jongeren, senioren en rechthebbenden op een verhoogde tegemoetkoming worden vereenvoudigd en geharmoniseerd. Ze krijgen altijd een basiskorting van 40 % op tickets, ongeacht het tijdstip van hun reis of het traject. De reistijdbeperkingen van het seniorenticket verdwijnen, waardoor die altijd, dus ook voor een enkele reis en voor 9 uur ‘s ochtends, recht geven op die korting.
Voor volwassenen van 26 tot en met 64 jaar is er het vernieuwde weekendticket, met 30 % korting. Nieuw is dat deze korting, in tegenstelling tot het huidige weekendticket, ook geldt voor een enkele reis. Nog nieuw voor volwassenen is het kortingstarief wanneer ze samen reizen in een kleinere groep vanaf vier personen tijdens het weekend en tijdens de daluren; dan genieten ze van een korting van 40 %.
De maximumprijs wordt voortaan berekend op basis van een reisafstand van 120 km in plaats van 150 km, wat neerkomt op een tariefverlaging van 20 % voor de zeer lange afstand. De maximumprijs daalt bijgevolg van 26 euro naar 20,99 euro. De tarieven van de abonnementen zullen begin 2026 geplafonneerd worden op 120 kilometer.
Om reizigers aan te moedigen vaker gebruik te maken van de trein om te reizen tijdens de daluren en het weekend, introduceert de NMBS een nominatieve voordeelkaart. Daarmee genieten alle reizigers bijkomende kortingen tijdens de daluren en het weekend en van een voordelige maximumprijs, ongeacht het tijdstip.
Grâce à la carte de réduction, tous les voyageurs bénéficieront d'une réduction supplémentaire de 40 % pendant les heures creuses et le week-end. Pour les jeunes, les seniors et les bénéficiaires de l'indemnité majorée, cette réduction s'ajoutera à celle dont ils bénéficient déjà, de sorte qu'ils bénéficieront d'une réduction totale de 64 %. Les voyageurs titulaires d'un ticket pour le week-end pourront également cumuler cette réduction, ce qui leur permettra de voyager avec une réduction totale de 58 %.
En outre, les voyageurs en possession d'une carte de réduction bénéficieront d'un tarif maximal avantageux, quelle que soit la distance parcourue au moment du voyage, y compris pendant les heures de pointe. Pour les adultes, ce tarif sera de 14 euros pour un trajet simple en train. Les jeunes, les seniors et les bénéficiaires de l'indemnité majorée paieront grâce à la carte de réduction un maximum de 5,5 euros pour un trajet simple. Les nouveaux tarifs entreront en vigueur, comme vous l'avez précisé, d'ici la fin de l'année.
La SNCB a entamé une vaste campagne de communication à ce sujet auprès de ses parties prenantes, tout comme elle l'a fait au cours des deux dernières années. De même, elle mène une campagne de communication étendue auprès des clients et autres parties concernées. En ce qui concerne les inquiétudes du Conseil Central de l' É conomie et du Conseil National du Travail, la SNCB souligne que les répercussions financières globales de la nouvelle offre tarifaire seront neutres pour les employeurs.
Par ailleurs, l'adaptation des tarifs pour les abonnements n'interviendra qu'en 2026. Néanmoins, les partenaires sociaux auront le temps d'ajuster leur tableau. C'est pour cette raison qu'il n'y a pas encore de réponse sur le deuxième avis. Je souligne d'ailleurs que le CCE a même émis trois avis. Il y a eu un avis conjoint émis par le CCE et le CNT, mais il y a eu deux avis supplémentaires, qui ne concernent pas les tarifs en vigueur.
Nous rencontrerons demain les représentants des seniors. Je considère que ces personnes sont, à plusieurs titres, bénéficiaires de cette modification des tarifs, et qu'ils bénéficient d'avantages substantiels en matière de flexibilité. Il est probable qu'ils soulèvent d'autres critiques mais, quoi qu'il en soit, cette rencontre est inscrite à l'ordre du jour de demain.
Frank Troosters:
Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister.
Ik heb alleen akte genomen van de ontgoocheling bij de CRB en de NAR over het feit dat hun adviezen toch niet gevolgd zijn. Maar goed, ik kan daar alleen maar akte van nemen.
Ik betreur wel dat mensen die in een afgelegen gebied wonen, zoals in mijn eigen regio, Limburg en Genk, gedwongen zijn om ‘s morgens tijdens de piekuren te vertrekken als ze een dagje naar zee willen gaan. Dat is een lange rit en men gaat dan natuurlijk niet laat vertrekken om daar pas tegen de middag aan te komen. Het is toch wel bijzonder dat die financieel nadeel zullen ondervinden.
De mensen moeten ook gaan tellen. Ik heb toch wel wat vragen over de eenduidigheid, over het gebruiksgemak van het systeem. Het is niet echt praktisch werkbaar. Tot mijn tevredenheid hoor ik dat er al wel gecommuniceerd wordt. Ik heb ook begrepen dat die nieuwe tarieven pas tegen het einde van het jaar geïntroduceerd worden, dus er zijn nog wel wat maanden tussen. Ik hoop dat die communicatie zeker goed wordt volgehouden, zodat mensen niet voor verrassingen komen te staan, alles goed voorbereid is en ze geen problemen ondervinden aan de automaten.
Staf Aerts:
Dank u wel voor het antwoord, mijnheer de minister.
Beste collega's, we moeten erkennen dat er ook goede elementen in die tariefhervorming zitten. Het zou fout zijn om alles met oppositietaal of vanuit eender welke kritische invalshoek zomaar weg te schieten.
Tegelijkertijd ben ik toch ook bijzonder verontrust over de complexiteit, vooral voor senioren. Men zal een rekenmachine en een glazen bol bij zich moeten hebben, want men weet niet hoeveel verplaatsingen men nog gaat doen. Ik ben ook benieuwd of die software voor de reiziger kan berekenen hoeveel verplaatsingen men de komende maanden nog op zijn agenda heeft staan.
De grote uitdaging zal zijn om de reiziger zo goed mogelijk te informeren, zodat hij het goedkoopste ticket ontvangt, waar hij eigenlijk recht op heeft. Ik heb begrepen uit uw antwoord dat er een programma wordt uitgewerkt, ik vermoed een softwareprogramma, om dat te vereenvoudigen. Maar ik roep dus echt op om dat grondig te bekijken, zodat effectief het goedkoopste tarief berekend wordt, met alle mogelijke opties, en dat het systeem dus echt op maat is afgesteld.
Dat vraagt dan ook begeleiding, zowel intensief aan het loket als via de app en aan de automaat. Ik hoop dus dat er echt voldoende tijd wordt voorzien om dat helemaal op punt te zetten en ook zeer grondig te communiceren aan de treinreizigers, zodat al wie erop vooruitgaat dat ook effectief voelt en het juiste ticket heeft. Als iemand het foute ticket heeft, gaat hij er immers misschien op achteruit.
Naast die maximale begeleiding is het ook belangrijk om dit maximaal te evalueren, zodat we zeer goed kunnen bekijken of het nu voor een extra inkomstenstroom voor de NMBS zorgt of voor meer reizigers, want dat is niet per se hetzelfde. We moeten vooral op meer reizigers mikken.
Dorien Cuylaerts:
Wij zijn vooral heel opgetogen dat er nu duidelijkheid is over de verschillende tarieven, zodat de onzekerheid bij de reiziger kan worden weggenomen.
U hebt ook verwezen naar het feit dat er breed over wordt gecommuniceerd. Reizigers moeten tijdig op de hoogte blijven en de communicatie moet helder en gestructureerd verlopen.
Onze bezorgdheid is ook wel – beide collega's hebben dat ook al aangehaald – dat het nieuwe tariefsysteem echt gebruiksvriendelijk geïntegreerd moet worden in alle verkoopkanalen. Ik heb het dan over de website, de app, maar ook over de loketten. Die zijn heel belangrijk voor de senioren en andere reizigers die minder digitaal vertrouwd zijn. Zij moeten ook eenvoudig op de hoogte blijven van wat hun voordeligste tarief is. Dat is de enige bezorgdheid die wij willen meegeven. We hopen dat daaraan ook voldoende aandacht besteed wordt.
Voorzitter:
Ik zie de heren Bayet, Legasse en Dubois niet. Het woord is dus aan mevrouw Thémont.
Sophie Thémont:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je ne remets pas ici en cause les avantages de cette grille tarifaire, mais je voudrais surtout en souligner les écueils pour le public, notamment les seniors. Pour nous, le train doit être accessible pour toutes et tous, seniors, travailleurs, étudiants, que vous sachiez ou non utiliser les moyens numériques. Vous pourrez toujours compter sur notre groupe pour vous aider à améliorer l'accessibilité du rail à des prix abordables pour tous. Ma deuxième question concernait les inquiétudes au sein du Conseil Central de l'Économie et du Conseil National du Travail. À ce sujet, vous avez évoqué le fait qu'il n'y aurait pas de conséquences financières pour la SNCB. Sera-ce également le cas pour le budget de l'État et pour les travailleurs? (Signe d'assentiment du ministre) Merci. Nous serons attentifs à ce que le nouveau système ne pénalise surtout pas les travailleurs.
Het contract van 3 miljard euro waar Alstom en zijn productiesites in België naast grijpen
De ongerustheid bij Alstom over een order van meer dan 3 miljard euro
De gunning van de opdracht voor de vernieuwing van een deel van de treinvloot aan het Spaanse CAF
De beslissing om CAF als voorkeursbieder te kiezen voor de bestelling van nieuwe treinstellen
De bestelling van nieuwe treinen door de NMBS
De toewijzing van het AM30-contract door de NMBS
De aankoop van MR30-treinstellen door de NMBS
De aanbesteding voor de aankoop van nieuwe treinen door de NMBS
De toewijzing van het AM30-contract door de NMBS aan het Spaanse CAF
NMBS-treinbestelling en toewijzing AM30-contract aan Spaanse CAF
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS kiest unaniem voor Spaanse treinbouwer CAF (1,7 miljard euro, uitbreidbaar tot 3,4 miljard) ondanks een 100 miljoen euro goedkopere offerte van Alstom (lokaal verankerd, 1.900 Belgische jobs). De keuze baseert zich op een miniem technisch kwaliteitsverschil (0,4%), terwijl prijs en lokale werkgelegenheid ondergeschikt bleven door Europese aanbestedingsregels die geografische voorkeur verbieden. Minister De Smet (Mobiliteit) benadrukt dat de beslissing nog niet definitief is (onderhandelingsfase, mogelijk beroep bij Raad van State), maar pleit voor toekomstige aanpassing van criteria om lokale economische impact beter te integreren—zonder de huidige procedure te kunnen wijzigen. Alstom en lokale politici (o.a. Brugge/Charleroi) vrezen banenverlies en eisen transparantie over de evaluatie, terwijl de minister een debat met de premier aankondigt om industrieel behoud in toekomstige aanbestedingen te verzekeren.
Voorzitter:
Mevrouw Jacquet is afwezig.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, de ongerustheid bij trein- en trambouwer Alstom in Brugge is bijzonder groot. Het bedrijf dreigt een megaorder van 3,4 miljard euro van de NMBS mis te lopen ten voordele van de Spaanse concurrent CAF. Dat contract zou nochtans voor heel wat werkgelegenheid kunnen zorgen en werkzekerheid garanderen op langere termijn. Uit de berichtgeving blijkt dat het bod van Alstom 100 miljoen goedkoper is dan dat van de Spaanse concurrent en dat de treinen dan ook effectief gebouwd zouden worden door werknemers hier in dit land. Het gaat natuurlijk om een bestelling gefinancierd met overheidsgeld, wat de vraag doet rijzen waarom geen voorrang wordt gegeven aan de lokale werkgelegenheid en de economische belangen. Het is inderdaad een Europese aanbesteding, maar moeten wij als Vlaamse of als Belgische federale overheid niet durven opkomen voor onze eigen industrie en jobs?
Mijnheer de minister, hoe evalueert u de mogelijke toewijzing van dat miljardencontract aan een buitenlandse firma, terwijl een eigen bedrijf een goedkoper en lokaal verankerde optie aanbiedt? Welke stappen zal de arizonaregering eventueel zetten om de werkgelegenheid bij Alstom te beschermen en die bestelling, die dus grotendeels met belastinggeld wordt gefinancierd, zoveel mogelijk in eigen land te houden?
Hoe ziet de toekomst van Alstom en de treinbouwsector in dit land eruit wanneer dat order aan een buitenlandse fabrikant zou worden toegewezen?
Ook belangrijk, op welke wijze wordt een betere technische score van slechts 0,4 % – op papier dan nog – verantwoord als zijnde belangrijker dan een prijsverschil van 100 miljoen euro en het stimuleren van lokale werkgelegenheid?
Voorzitter:
M. Ducarme n'est pas présent.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, de NMBS heeft gesprekken opgestart met het Spaanse treinbouwbedrijf CAF voor een bestelling van minstens 180 treinstellen, goed voor 54.000 zitplaatsen. De bestelling bedraagt 1,7 miljard euro, met de mogelijkheid ze te verlengen om in totaal 3,4 miljard euro aan treinstellen te bestellen.
De aanbesteding werd eind 2022 uitgeschreven door de NMBS, die tegen eind 2032 de helft van haar vloot wil vernieuwen. Op basis van drie offertes heeft de raad van bestuur van de NMBS onlangs unaniem beslist het Baskische CAF als voorkeursaanbieder te kiezen.
Mijnheer de minister, dit stuit op veel onbegrip bij de Belgische werknemers van de Franse producent Alstom, die zowel in Brugge als Charleroi fabrieken heeft. Er werken 700 arbeiders in de Alstom-fabriek in Brugge, mijn thuisstad, en er werken 1.200 werknemers in Charleroi. Opvallend is dat CAF niet de goedkoopste offerte heeft ingediend.
Klopt het dat CAF niet de goedkoopste offerte had? Welke parameters hebben dan de doorslag gegeven voor de raad van bestuur om voor CAF te kiezen? Speelde bijvoorbeeld ook kennis een rol? Speelde taal een rol? Het gaat om een Spaanse partner. Speelde communicatie een rol?
Was Belgische tewerkstelling dan geen criterium binnen de raad van bestuur? Is de beslissing definitief? Of welke stappen moeten nog worden ondernomen om het contract effectief toe te wijzen?
Heeft uw regeringscommissaris u vooraf en nadien ingelicht over deze beslissing? Welke instructies hebt u hem gegeven?
U, als minister van Mobiliteit, hebt tegenover Belga benadrukt dat “het contract nog niet formeel is gegund" en dat "die beslissing pas binnen enkele maanden wordt verwacht". U meldde ook dat elke onderneming die de wettelijkheid van deze procedure betwist, de mogelijkheid heeft beroep aan te tekenen. Is deze opmerking van u gebaseerd op een vermoeden dat er fouten zijn gebeurd?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, de problematiek werd al heel goed geschetst door de vorige sprekers. De NMBS heeft recent bevestigd dat de raad van bestuur unaniem heeft gekozen voor het Spaanse bedrijf CAF voor de toekenning van het AM30-contract, een investering ter waarde van maar liefst 3,4 miljard euro.
Opvallend is dat Alstom, dat meer dan 1.000 mensen tewerkstelt in België, naast het contract grijpt. Volgens de berichten in de pers zou Alstom een goedkoper bod hebben ingediend, naar verluidt 107 miljoen lager dan dat van CAF, maar toch kreeg CAF een hogere totaalscore op basis van de evaluatiecriteria van de NMBS. De NMBS verdedigt haar keuze door te stellen dat de selectie gebeurde op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding en dat lokale verankering geen doorslaggevende factor kon zijn vanwege de Europese regelgeving. De CEO van Alstom Benelux heeft de beslissing publiekelijk bekritiseerd en politieke reacties geëist.
Klopt dat het bod van Alstom 107 miljoen lager lag dan dat van CAF? Zo ja, waarom heeft de NBMS dan alsnog voor het duurdere bod gekozen? Welke kwalitatieve criteria maakten dat de voorkeur werd gegeven aan CAF? Hoe zwaar wogen die ten opzichte van de prijs? Waarom wordt lokale tewerkstelling niet meegenomen in de Europese regelgeving?
Wat is uw standpunt over de beslissing van de raad van bestuur van de NMBS om te kiezen voor CAF? Bent u bereid om een gedetailleerd rapport over de evaluatie van de offertes en de gemaakte keuzes aan het Parlement over te maken? Welke stappen moeten nog doorlopen worden voor het contract definitief wordt toegewezen?
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, la SNCB a développé un marché public pour le remplacement de 600 automotrices AM30. Ce marché est déjà surnommé "le contrat du siècle" et évoque un montant de plus de 3 milliards d'euros sur une dizaine d'années de travail.
La presse nous apprend que la SNCB a donné sa préférence à un groupe espagnol, qui n'a aucune présence industrielle en Belgique, au détriment d'offres qui auraient permis de renforcer la production locale et d'avoir un vrai retour sur l'économie belge.
Monsieur le ministre, cette décision aura un impact majeur sur des entreprises en Belgique, le soumissionnaire, mais également les sous-traitants. Je pense, par exemple, au site d'AGC à Seneffe et aux travailleurs qui ont fait de gros efforts pour pouvoir rester compétitifs, pour s'adapter et qui voient une entreprise publique faire le choix d'une entreprise qui ne produit pas en Belgique pour un marché à plus de 3 milliards d'euros.
Monsieur le ministre, nous savons que tant que l'accord cadre n'est pas conclu, des recours peuvent être introduits. Nous avons néanmoins de nombreuses questions sur ce dossier très important, tant pour la mobilité de notre pays que pour l'avenir de notre politique industrielle.
Nous avons appris par la presse que le soumissionnaire préférentiel ne produirait pas en Belgique et ne serait pas le moins cher. Allez-vous dès lors valider la décision de la SNCB? Dans votre communiqué de presse en réaction à cette décision de la SNCB, vous indiquez qu'il faut travailler sur les préoccupations exprimées quant aux retombées économiques locales des marchés publics.
Des milliers d'emplois sont ainsi perdus pour notre industrie. Pensez-vous vraiment que cela aurait eu lieu dans les pays voisins? Qu'allez-vous faire concrètement pour défendre notre industrie, pour intégrer dans les marchés publics des critères, notamment de retours industriels sur le tissu économique national et l'emploi?
Maaike De Vreese:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik ben geen effectief lid van deze commissie maar ik ben wel een Brugs politica. Dat wil zeggen dat ik door verschillende ongeruste mensen werd gecontacteerd.
Alstom, het vroegere Bombardier en in een verder verleden La Brugeoise et Nivelles, heeft een zeer grote verwevenheid met Brugge. Mijn eigen grootvader was tewerkgesteld bij Bombardier als technisch tekenaar. Hij heeft daar bijvoorbeeld de eerste containers mee getekend. Als er boterhammetjes op tafel kwamen bij mijn vader, dan was dat dankzij de tewerkstelling bij Bombardier, nu Alstom.
Ik wil daarmee maar even duiden hoe belangrijk die tewerkstelling in Brugge is. Het is dan ook normaal dat de ongerustheid groot is, evenals de ontgoocheling op het moment dat de NMBS bekendmaakte dat ze met het Spaanse bedrijf CAF in gesprek ging.
Ik wil het even schetsen. In Brugge werken ongeveer 500 mensen voor Alstom. Als men de toeleveranciers meerekent, dan gaat het zeker en vast over 800 mensen die bij ons in de regio tewerkgesteld worden. De collega's hebben natuurlijk ook over de tewerkstelling in Wallonië gesproken.
We lezen veel in de pers over dat contract, over de aanbesteding en dergelijke meer. Dus daarom wil ik u enkele vragen daarover stellen.
CAF zou weinig ervaring hebben met betrekking tot de Belgische spoormarkt en heeft weinig personeel aan de slag in België, en alleszins geen operationele teams. Volgens mijn informatie zou CAF bijvoorbeeld geen ervaring hebben met de homologatie van treinen en ETCS in België. Dat is toch niet onbelangrijk met het oog op de veiligheid van het spoorverkeer. In welke mate werd met dit aspect rekening gehouden bij de aanbesteding?
CAF heeft op dit moment geen ateliers in België. Valt niet te vrezen dat dat voor problemen zal zorgen met de oplevering, ingebruikname en herstellingen onder garantie? In welke mate werd met deze aspecten rekening gehouden bij de aanbesteding?
Werd bij de opmaak van de aanbesteding en bij de toewijzing op de een of andere manier rekening gehouden met de economische impact voor ons land? Heeft men bij de aanbesteding bijvoorbeeld rekening gehouden met een minimaal percentage aan lokale toelevering van onderdelen? Of vindt u dat men dat had moeten doen? Hoe ziet u dat met betrekking tot volgende aanbestedingen?
Hebt u zicht op de eventuele impact van de genomen beslissing op de lokale tewerkstelling?
U hebt ook gezegd dat het helemaal nog geen definitieve beslissing is. Ik heb ook de reactie van onze burgemeester Dirk De fauw in de pers gelezen. Hij zegt dat hij ontgoocheld is en dat alle argumenten moeten worden geanalyseerd, zodat alles wel op een zeer correcte manier verloopt. Dat kan ik niet genoeg benadrukken: het is een aanbesteding, het moet gewoon op een correcte manier verlopen.
Wij zijn hier vandaag met drie politici uit het Brugse aanwezig. Het zal u niet verbazen dat wij onze ongerustheid hierover uitdrukken en dat wij meer informatie willen.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, l’accord de gouvernement confirme l’objectif dans le contrat de service public de la SNCB d’acheter 50% de nouveaux trains ce qui doit correspondre à l’objectif d’accessibilité, de ponctualité et de diminution du nombre de trains supprimés.
Pour ce faire, un premier marché public a été lancé dans le courant de la législature passée avec pour objectif de disposer du nouveau matériel à l’horizon 2030.
Dans le cadre de la procédure, le CA de la SNCB a décidé de retenir pour la poursuite des discussions une candidature: celle du constructeur espagnol CAF. La société Alstom qui dispose d’unités de production basées en Belgique a regretté par communiqué ne pas avoir été retenue.
Pouvez-vous nous indiquer le budget prévu pour ce marché public? Dans quelle mesure les offres reçues sont-elles supérieures ou inférieures aux montants prévus initialement? Combien de nouvelles places ce marché public vise-t-il? Quels sont les critères pour évaluer l’offre des différents soumissionnaires pour ce marché? À quelle hauteur ont-ils été comptabilisés?
Dans quelle mesure la performance énergétique et l’impact CO 2 ont-ils été pris en compte dans le cadre de ce cahier des charges? Quels sont les critères ayant conduit à choisir le soumissionnaire retenu? Le cas échéant, où seront construits les trains concernés?
Dans quelle mesure peut-on considérer que les candidatures non retenues à ce stade sont définitivement abandonnées et que c’est l’opérateur choisi comme soumissionnaire préférentiel qui remportera in fine le marché?
Quelles sont les possibilités de recours pour les opérateurs non retenus? Dans quel délai doivent-elles être mises en œuvre? Avez-vous connaissance de recours qui seraient introduits?
Quelle est la réponse apportée par la SNCB aux questions posées par la société Alstom qui n’a pas été retenue dans ce marché? Pouvez-vous nous la communiquer? La jugez-vous concluante? Quels sont les autres marchés dont bénéficie par ailleurs Alstom avec la SNCB ou Infrabel?
Je pose beaucoup de questions mais vu le nombre de députés à en poser à ce sujet, je ne doute pas que j’en recevrai les réponses.
Franky Demon:
Mijnheer de minister, ik was gisteravond te laat met het indienen van mijn vraag. Dat overkomt mij wel vaker.
De Belgische spoorwegmaatschappij NMBS geeft de voorkeur aan het Spaanse bedrijf CAF om 600 nieuwe treintoestellen te bouwen, boven dat mooie bedrijf Alstom Belgium. De Europese aanbesteding werd eind 2022 uitgeschreven. Ik lees dat de offerte van Alstom maar liefst 107 miljoen euro goedkoper zou zijn dan die van de Spaanse concurrent.
Ik woon op nog geen 100 meter van het bedrijf Alstom, dat zijn expertise in het maken van treintoestellen bewees. Wij zijn daar nog over de vloer geweest deze zomer. We mogen er zeker van zijn dat ze daar kwalitatieve producten maken.
In de vorige legislatuur hebben we hetzelfde meegemaakt in het Parlement. Het ging toen ook tussen CAF en Alstom Belgium. We hebben hier toen ook gepleit en we hebben toen stukken binnengehaald. De productie van de M7-treinen, waarmee Alstom vandaag bezig is, is kwalitatief werk.
Een dergelijke aanbesteding moet volgens de Europese wetgeving verlopen. Laat ons daarover duidelijk zijn. Als deze aanbesteding 100 % correct is gebeurd, dan kan ik niet anders dan me daarbij neerleggen, maar weet dat de keuze voor CAF zware gevolgen zal hebben voor 1.900 werknemers, waarvan 700 in Brugge, voor het bedrijf, maar ook voor heel veel onderaannemers en voor de lokale economie. Ik hoop dat we goed weten waar we mee bezig zijn. We mogen ook niet vergeten dat hier enorm veel overheidsgeld door de NMBS wordt besteed. Ik denk dat we met alles rekening moeten houden: met de economie, met de financiële gevolgen, maar ook met de sociale gevolgen.
Mijnheer de minister, werd bij de aanbesteding en de toewijzing ook rekening gehouden met de economische impact voor onze regio's? U hebt zelf aangegeven dat er misschien wel werk moet worden gemaakt van die Europese aanbesteding. Zult u daarin zelf stappen ondernemen mocht het hier verkeerd lopen? Ik hoop dat het niet fout afloopt en dat het de laatste keer is dat we dergelijke zaken moeten meemaken.
Roberto D'Amico:
Monsieur le ministre, qu’apprend-on? Que le Conseil d’administration de la SNCB où tous les partis traditionnels sont présents de la gauche à la droite, a décidé de passer un contrat de trois milliards d'euros avec une entreprise étrangère pour la construction de nouveaux trains. Pourtant, la Belgique en a déjà produits. Il existe des sites comme Alstom à Bruges et à Charleroi cités par mes collègues, qui justement à l'instant où je vous parle, finalisent déjà une commande de la SNCB. En choisissant de délaisser les sites de production belges, vous menacez des centaines d'emplois, là où existe un réel savoir-faire, comme c'était le cas avec Van Hool par exemple.
Monsieur le ministre, arrêtez de sacrifier notre industrie et de suivre aveuglément les règles du libre marché qui ne tiennent compte ni de l'emploi et ni de l’environnement! Revoyez cette décision et garantissez l'emploi à long terme pour nos entreprises! Je vous remercie pour la réponse qui va suivre.
Irina De Knop:
In een vorig leven ben ik nog bestuurder bij De Lijn geweest en ook daar hebben we dat soort discussies helaas moeten voeren. Denk maar aan busbouwer Van Hool. Ik ga de reeds door mijn collega’s gestelde vragen niet herhalen. Ik deel immers de bekommernissen
Mijnheer de minister, is er nog een mogelijkheid om het contract niet toe te wijzen en om de aanbestedingsprocedure opnieuw te voeren?
Jean-Luc Crucke:
Geachte leden, dank u voor al uw vragen.
Ik zal het overheidscontract voor de MR30-treinstellen van de NMBS, waarover de laatste dagen veel gediscussieerd is, verduidelijken. We moeten niet vergeten dat de NBMS een autonoom overheidsbedrijf is. Ze heeft haar eigen raad van bestuur, die tot taak heeft de onderneming op onafhankelijke wijze te besturen, met inachtneming van de geldende regels. Als minister van Mobiliteit zetel ik niet in deze raad en kom ik niet tussen in de operationele beslissingen. Mijn rol is beperkt tot het toezicht op de naleving van het dienstverleningscontract tussen de Staat en de NMBS, wat elke inmenging in het dagelijks beheer of de gunning van overheidsopdrachten uitsluit.
Wat het MR30-contract betreft, wil ik een fundamenteel punt benadrukken. In dit stadium spreken we het niet over een definitieve gunning van het contract, maar over de aanwijzing van een voorkeursgegadigde. De NMBS heeft het Spaanse bedrijf CAF geselecteerd als voorkeursgegadigde. Dat betekent dat de onderhandelingen nog lopen. Er is dus geen enkele firma definitief gekozen en de definitieve gunningsbeslissing zal het voorwerp moeten uitmaken van een nieuwe beraadslaging door de raad van bestuur. Deze onderhandelingen zullen ook discussies kunnen omvatten over de mogelijkheid om banen te creëren in België als onderdeel van het betreffende contract.
Het is belangrijk op te merken dat deze beslissing unaniem werd genomen door de raad van bestuur van de NMBS, waarin bestuurders van verschillende politieke overtuigingen zetelen. Voor alle duidelijkheid, de partij Les Engagés heeft geen bestuurders in deze raad. Als iemand meer details wil over het besluitvormingsproces, kan hij contact opnemen met de bestuurders die zijn eigen politieke partij vertegenwoordigen in het betrokken orgaan.
Dit besluit is gebaseerd op specificaties die zijn opgesteld en gevalideerd tijdens de vorige zittingsperiode. Die specificaties zijn op geen enkel moment opgeschort door mijn voorganger, wat betekent dat dit contract het kader is dat onder de vorige regering is vastgesteld.
Wat de rol van de regeringscommissarissen betreft, herinner ik u eraan dat die strikt gereglementeerd is door specifieke federale wetgeving. Hun belangrijkste taak is het verzekeren van de wettelijkheid van de beslissingen die worden genomen binnen de autonome overheidsbedrijven. De commissarissen kunnen enkel onregelmatigheden of de niet-naleving van de regels voor deze bedrijven melden. In dit specifieke geval vond geen enkele regeringscommissaris het echter nodig om de zaken aan mij voor te leggen nadat de raad van bestuur van de NMBS had beraadslaagd. Er is dus nooit geoordeeld dat er in dit stadium van het proces reden was voor een interventie van een minister of van de regering.
En réponse à la demande d’un rapport circonstancié sur ce marché – j’irai même au-delà de cette demande –, la direction de la SNCB est pleinement disponible pour justifier ses choix. Si la commission parlementaire souhaite entendre la CEO de la SNCB afin d’obtenir davantage de précisions sur les motivations ayant conduit à la désignation du soumissionnaire préférentiel, cette audition pourrait être organisée dans les meilleurs délais.
Enfin, j’attire votre attention sur les conséquences d’une éventuelle suspension de la décision du conseil d'administration. Une telle démarche, en contradiction avec l’unanimité qui s’est dégagée au sein de cette instance et avec le principe même de gouvernance des entreprises publiques, aurait pour effet immédiat de relancer complètement le marché, avec à la clé un retard de trois à quatre ans dans l’acquisition de ce matériel ferroviaire dont la SNCB a un besoin urgent afin d’assurer la modernisation de son parc roulant et d’améliorer la qualité du service offert aux usagers. Les autres questions de l’assemblée qui vont suivre le prouvent.
Par ailleurs, en ce qui concerne la demande du député Denis Ducarme – qui n'est pas présent – visant à obtenir une version digitale du marché public octroyé à CAF, je rappelle qu’aucune attribution définitive du marché n’a encore eu lieu. Il est donc prématuré de parler de marché finalement octroyé dans la mesure où nous sommes encore dans une phase de désignation préférentielle et de négociations. En revanche, s’il souhaite obtenir des précisions sur la décision du conseil d'administration qui a amené à cette désignation, je l’invite à s’adresser aux administrateurs du Mouvement Réformateur qui siègent dans ce conseil.
Enfin, soucieux de la transparence et du respect des règles en vigueur, j’ai demandé à la SNCB de répondre de manière circonstanciée aux courriers qui lui ont été adressés par l’entreprise qui estime avoir été lésée par cette décision. Les entreprises publiques sont des acteurs majeurs de notre économie tant par les services essentiels qu’elles assurent que par l’impact de leurs marchés publics sur l’industrie et l’emploi en Belgique. Il est donc compréhensible que le marché public AM30 de la SNCB suscite un débat important.
Je tiens à rappeler que la SNCB, en tant qu’entreprise publique autonome, est soumise aux réglementations strictes des marchés publics belges et européens qui garantissent la transparence et l’égalité de traitement entre soumissionnaires. La désignation de CAF en tant que soumissionnaire préférentiel a été prise à l’unanimité par le conseil d'administration, je le répète.
La SNCB a évalué les offres sur base de critères objectifs prédéfinis: le prix, la qualité technique, la consommation énergétique, les termes contractuels.
La différence de points entre les offres démontre que la compétition a été serrée et que la procédure a été menée en toute transparence. À ce stade, il ne s'agit que de la désignation d'un soumissionnaire préférentiel, une décision qui peut d'ailleurs être combattue devant le Conseil d'État. L'attribution définitive du contrat n'interviendra qu'à l'issue de la procédure, laissant la possibilité aux entreprises de former des recours si elles estiment que leurs droits ont été bafoués.
J'entends parfaitement les préoccupations relatives aux retombées économiques locales des marchés publics. Cependant, soulignons qu'aucune clause n'a été intégrée dans le cahier des charges initial – rédigé sous la précédente législature – qui aurait permis de favoriser une production locale. En outre, les règles européennes interdisent de conférer un avantage basé sur l'origine géographique de la production, qui serait considéré comme une discrimination contraire au principe du marché unique.
Toutefois, cette situation met en évidence la nécessité d'un débat sur l'évolution des règles en matière de marchés publics. C'est pourquoi j'ai immédiatement interpellé le premier ministre afin d'examiner comment des critères liés aux retombées économiques locales, au développement industriel et à l'emploi pourraient être mieux intégrés dans les futurs cahiers des charges tout en restant conformes aux directives européennes.
À la question de savoir si cette situation avait pu se produire dans les pays voisins, je vous indique que contrairement à certaines perceptions, les règles européennes sont les mêmes pour tous les États membres. Si certains pays semblent mieux tirer leur épingle du jeu, c'est souvent en intégrant d'emblée des critères stratégiques – notamment environnementaux – qui favorisent indirectement une production locale. Nous devons nous en inspirer, mais cela n'a pas été le cas.
Que vais-je faire concrètement pour défendre notre industrie? J'ai saisi, comme je l'ai dit, le premier ministre, afin d'ouvrir un débat sur l'évolution des critères, notamment pour intégrer ces exigences environnementales.
Vous me demandez également s'il faut s'attendre à de nouvelles pertes pour notre industrie. L'objectif est précisément d'anticiper et d'éviter ces situations à l'avenir en adaptant nos stratégies d'attribution des marchés publics. Cela nécessite une révision des pratiques et une action concertée à l'échelle européenne pour garantir que nos industries bénéficieront d'un cas de concurrence équitable.
Le montant de l'estimation initiale du marché pour la première commande, dans le cas d'un contrat-cadre, s'élevait à 1,811 milliard d'euros prévus dans le programme pluriannuel d'investissement. La commande finale représente un montant d'1,695 milliard d'euros, soit un montant inférieur à l'estimation budgétaire visée.
Le nombre de véhicules et de nouvelles places prévues, c'est 180 automotrices pour 54 000 places assises pour la première commande, comme prévu dans la précédente attribution décidée par le conseil d'administration le 23 décembre 2022.
Pour ce qui concerne les critères, je les ai évoqués: valeur financière de l'offre, valeur technique de l'offre, conditions générales et calendrier de livraison, consommation d'énergie.
Quant à savoir si nous pourrons, dans ce dossier, publier la réponse qui a été faite par la SNCB à Alstom, la réponse est non, vu que la procédure est toujours en cours. À l'heure où je vous parle, je n'ai pas connaissance d'un recours qui a été introduit. Cela ne veut pas dire qu'il ne le sera pas mais, à ce stade-ci, je n'en ai pas connaissance.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik vind uw antwoord verwarrend. Op mijn hoofdvraag heb ik geen antwoord gekregen. Als men een bestek opstelt om zo’n contract toe te wijzen, moet men toch ook aan de lokale verankering denken, ook al mag men dat er officieel niet in zetten volgens de Europese regelgeving.
Wat ik niet begrijp – en wat niemand begrijpt – is dat de opdracht op basis van 0,4 % betere technische kwaliteit naar het buitenland gaat, terwijl een lokaal bedrijf, waarvan geweten is dat het goede kwaliteit levert, 100 miljoen euro goedkoper is dan die concurrent. Voor die betere technische kwaliteit moet men bovendien nog afwachten hoe het loopt, denk maar aan het verhaal van de Fyra. Daar kan ik niet bij.
Voor de rest klinkt uw antwoord wel hoopgevend. Het zou maar om een voorkeurspartner gaan, er moet nog onderhandeld worden, het kan in de toekomst nog naar de Raad van State. Tegelijk staat het mes wel op de keel om hiermee door te gaan, want anders komt er drie of vier jaar uitstel. En we weten dat de treinen nu al kampen met technische problemen, dat er veel technische uitval is, dat het rollend materieel verouderd is. Ik weet dus niet goed wat ik hieruit moet begrijpen.
Deze regering streeft naar een hoge werkzaamheidsgraad van 80 %. In het regeerkakoord staat letterlijk: "Bij het aankoopbeleid hebben we oog voor maatschappelijke en industriële return, met aandacht voor kmo’s, en streven we naar verankering van productie, onderzoek en ontwikkeling in ons land en in Europa". Dat gebeurt hier echter totaal niet.
Europese regelgeving is natuurlijk goed, maar ik zou willen dat de NMBS die altijd respecteert, ook bij Eurogare, bij Ypto op het vlak van ICT, maar daar steekt het blijkbaar allemaal niet zo nauw, zoals het Rekenhof heeft vastgesteld.
Ik hoop dat dit verhaal goed afloopt.
Annick Lambrecht:
Dank u wel, mijnheer de minister.
Ik ben een van die drie Bruggelingen en ben heel erg bezorgd. Wij kennen allemaal families die er zijn tewerkgesteld. Het gaat over 800 werknemers.
Uit uw antwoord begrijp ik dat, als u uw hart zou laten spreken, u ook zou zeggen dat het onaanvaardbaar is. Het gaat immers om een hoogtechnologisch bedrijf dat jarenlang hoogstaande kwaliteit heeft geleverd, en dat met een kwaliteitsverschil van 0,4 %, zoals mijn collega heeft vermeld, een order zou verliezen. Het bedrijf zorgt al jarenlang voor de tewerkstelling in Brugge van honderden mensen en in Wallonië van 1.200 mensen.
Dat is onbegrijpelijk, mede omdat, zoals u zelf hebt gezegd, de prijs van Alstom 100 miljoen euro lager is dan die CAF. Het gaat om 100 miljoen euro belastinggeld. U zegt wel dat de NMBS een autonoom overheidsbedrijf is, maar CAF krijgt massa's geld van ons waarvan iedereen, over de partijgrenzen heen, wil dat het naar tewerkstelling in ons land gaat en niet naar Spanje.
Soms mogen we wat chauvinistisch zijn als we zo'n goede kwaliteit leveren. We zullen nu massa's geld geven aan een Spaans bedrijf, terwijl ik informeel weet dat er zeer veel problemen zijn met de levering van hun bussen aan De Lijn. Die zijn vaak defect en hun garantievoorwaarden zijn niet goed. We bestellen dus niet bij het beste bedrijf.
Ik kan alleen met aandrang vragen, mijnheer de minister, dat de NMBS op korte termijn uitleg komt verschaffen en verantwoording aflegt in het Parlement over wat ze unaniem heeft beslist. Ik raad de raad van bestuur aan om ook aan de lokale economie en de lokale werkgelegenheid te denken. De regels moeten zeker worden gevolgd, maar ook in buurlanden Frankrijk en Duitsland worden de regels gevolgd en wordt er altijd lokale tewerkstelling aan gekoppeld. Wij doen alsof we heiliger zijn dan de paus in tijden waarin er zware besparingen op komst zijn, waarbij elke job telt.
Het siert u, mijnheer de minister, dat u hebt gezegd dat er een debat moet komen over de vraag of het wel kan dat lokale tewerkstelling niet meespeelt en dat u het aan de eerste minister hebt gevraagd. Ik dank u om dat debat te voeren. Ook milieucriteria moeten meespelen. Ik heb het dan nog niet gehad over de andere taal, die voor moeilijkheden zal zorgen. Als er in het begin problemen zijn, kan een lokaal bedrijf daar veel sneller op inspelen.
Mijnheer de minister, ik begrijp dat u terughoudend bent en dat u zegt dat de regels moeten worden gevolgd. Ik lees echter ook tussen de lijnen dat uw hart hiervan bloedt. U zegt dat het niet definitief is. We zullen u als minister allemaal steunen om dit om te draaien. Als het niet definitief is, wil dat voor ons zeggen dat er nog een mogelijkheid is dat de lokale tewerkstelling kan blijven. Ik dank ook mijn beide collega's die hier vandaag zijn om zo te vechten voor onze Brugse tewerkstelling.
Dorien Cuylaerts:
Hoewel het inderdaad om een Europese aanbesteding gaat, is het wel een gemiste kans voor de lokale economie. Het is dan ook bijzonder pijnlijk mocht een bedrijf als Alstom, dat meer dan 1.000 mensen tewerkstelt in België, naast het contract grijpen, zeker omdat zijn bod ook behoorlijk lager was. Het werd hier al vermeld: het gaat om belastinggeld. We moeten daarmee zeer voorzichtig omgaan.
Vandaag konden we eveneens lezen in de pers dat ook Siemens Mobility overweegt om juridische stappen te ondernemen. Dat betekent dat dat bedrijf ook bedenkingen heeft bij de procedure. Ook Siemens heeft in het verleden aangetoond dat lokale verankering of tewerkstelling in ons land van belang is. Het bedrijf is immers gekend voor de Desirotreinstellen en heeft destijds 200 van de 305 treinstellen geassembleerd in Brugge. Het lijkt er dus op dat dit dossier nog wel een staartje zal krijgen.
U haalde daarnet aan dat er momenteel nog geen beroepen werden ingediend. Tot wanneer kunnen de bedrijven echter beroep aantekenen? Wat zouden daarvan de gevolgen zijn qua vertraging? U zei daarnet immers dat we tot vier jaar vertraging kunnen oplopen. Stel echter dat die bedrijven beroep aantekenen, wat gebeurt er dan met de vernieuwing van de treinstellen, die toch wel van belang is?
Het is dus heel belangrijk dat we in de commissie een gedetailleerd rapport krijgen, zodat er transparantie komt in dit dossier.
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses.
J’ai aussi été interpellée par des travailleurs du site AGC de Seneffe. Cette entreprise est en perpétuelle recherche de marchés, aussi pour garantir sa viabilité. Aujourd'hui, la perte de ce marché au profit d'Alstom va vraiment être une perte sèche, en tout cas pour AGC Seneffe, mais aussi pour les différents sous-traitants qu’il ne faut pas oublier.
Il faut savoir que pour ce site, cela représente 5 % de production. Cela veut dire une perte de 3,9 millions d'euros de chiffre d'affaires. On sait que le marché du verre en Europe est un marché très difficile. C'est aussi une perte très importante qui va mettre en péril l'avenir des travailleurs du site.
Je ne vais pas revenir sur le cas d'Audi, mais quand on a des entreprises performantes sur le territoire, avec des produits de qualité, pourquoi aller chercher ailleurs?
J'entends vos explications qui renvoient vers le CA et la SNCB, mais depuis que vous êtes ministre, nous avons appris la possible fermeture de points d'arrêt, et à présent, la perte pour des entreprises présentes en Belgique.
J'espère, en tout cas, une chose, monsieur le ministre: c'est que vous en tirerez les leçons et que vous mettrez sur la table toutes les solutions possibles pour que ce genre de choses n'arrivent plus. Nous avons des entreprises en Wallonie et en Flandre qui sont des fleurons pour notre pays.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, je vous remercie d'avoir répondu à peu près à toutes mes questions.
En effet, on peut regretter que ce ne soit pas une production locale. Je le regrette également. Maintenant, comme vous l'avez souligné, les règles européennes sont ce qu'elles sont. Par ailleurs, on peut aussi regretter que l'offre d'Alstom n'ait pas été la meilleure, dans cet ordre d'idée.
Vous me confirmez que, de toute façon, le dialogue est en cours et que cette décision n’est pas clôturée. Nous resterons évidemment attentifs à ce dossier. Nous espérons que les autres pays jouent le jeu et sélectionnent également Alstom quand ils rendent les meilleures offres dans leur pays. C'est cela qu'il faut souhaiter dans un marché ouvert, ce qui ne constitue pas mon option. On sait à quel point il y a des défauts en matière de marchés ouverts comme ceux-là, mais c'est la réalité dans laquelle on se trouve.
Nous continuerons à suivre le dossier de près.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de minister, in de krant van 3 mei las ik een artikel waaruit blijkt dat CAF in Frankrijk ook een 28-tal toestellen moet leveren, maar dat die levering meer dan een jaar vertraging zal oplopen. Het kwaliteitsverschil waarover we lezen in de pers is minimaal, en dan zit Alstom ook nog eens meer dan 100 miljoen euro beneden de prijs. Ik begrijp absoluut dat u zeer voorzichtig bent met de Europese aanbesteding, maar het enige wat wij kunnen vragen is dat er toch zeer nauwgezet wordt nagekeken dat alles op een correcte manier verloopt.
We hebben er al op gewezen hoe belangrijk dat is voor onze lokale economie en voor de tewerkstelling in Brugge. In de pers was ook te lezen dat, als Alstom het contract misloopt, er een zeer grote impact is en er waarschijnlijk een sluiting van de afdeling in Brugge zit aan te komen.
Ik kan alleen maar zeggen dat het voor ons als politici, voor zoveel Bruggelingen en ook voor burgers van daarbuiten een ontgoocheling is. Ik ben zeer blij, collega's, dat we hier vandaag aanwezig waren in de commissie en dat u zo ernstig naar onze vragen hebt geluisterd, mijnheer de minister. Ik hoor ook dat u het zult opvolgen en dat u de Europese aanbestedingen zult bekijken met de eerste minister.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je souhaitais attendre votre réponse pour intervenir.
J'entends vos précautions et le respect des attributions et des compétences. Vous faites bien de les rappeler. J'entends aussi que nous sommes toujours dans une phase de négociation avec la SNCB qui doit respecter les règles de marchés publics. Ce qui pose question, c'est la pondération entre les critères. Si j'ai bien compris, l'offre d'Alstom est de 117 millions moins chère et la différence de qualité avec son concurrent n'est que de 0,4 %. Il y a un éclairage à obtenir – que nous n’avons pas – de la part du conseil d'administration sur son choix et sur son unanimité. Celle-ci est étonnante puisqu’à l'heure où nous parlons, ni nous, ni les travailleurs concernés, ni la population ne disposent de l'ensemble des éléments qui permettent de comprendre cette décision. La démocratie, c'est la transparence qui permet de comprendre qu'une décision est juste ou légitime.
En ce qui concerne le conseil d’administration, vous renvoyez chacun à son administrateur de sa couleur. Cela nous fait une belle jambe, nous n'avons pas d'administrateur DéFI à la SNCB. Les Engagés non plus. Pour le moment, c'est peut-être d'ailleurs le cas d'autres partis.
Il faut une approche moins particratique. Comme chacun d'entre nous, chaque député représente toute la population. C'est pourquoi je pense que c'est une bonne idée – monsieur le président, j'espère que la commission va s'en emparer rapidement – de demander à la CEO mais également au président du conseil d'administration de venir simplement s'expliquer non pas pour intervenir, faire pression ou leur demander de réviser leur choix qui leur appartient in fine , mais pour nous permettre de comprendre la raison pour laquelle nous nous retrouvons dans cette situation où apparemment, malgré des critères qui pourraient légitimement faire pencher la balance vers un soumissionnaire avec de l'emploi local, cela ne semble pas possible
Je crois que votre attitude est la bonne. Il nous faut veiller à ce qu'à l'avenir, les règles de marchés publics puissent beaucoup mieux intégrer la question de l'ancrage local tout en maintenant le respect des réglementations de marchés publics et des réglementations européennes.
Voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit actualiteitsdebat.
De inzet van consultants bij een dochterbedrijf van de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Rekenhof bevestigde systeemfouten bij Ypto (NMBS), waar jarenlang contracten zonder aanbesteding werden toegekend, waaronder een omstreden lucratief contract (€2.200/dag) aan een vriend van ex-CEO Dutordoir—hoewel justitie *geen strafbare feiten* vaststelde. Ypto en NMBS erkennen de tekortkomingen, implementeerden al een actieplan (versterkte controles, *procurement board*-toezicht, driemaandelijkse rapportage) en werken de Rekenhof-aanbevelingen verder uit, met een opvolgingsaudit binnen 2-3 jaar. Crucke benadrukt dat de genomen maatregelen (o.a. transparantere procedures) voldoende zijn, maar Cuylaerts hamerde op blijvende opvolging om herhaling met belastinggeld te voorkomen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, wie bij de overheid een contract wil binnenhalen, moet een strikte selectie doorlopen om verspilling van belastinggeld en fraude te voorkomen. Bij Ypto, een IT-bedrijf van de NMBS, legde men die regel weleens naast zich neer. In 2023 raakte bekend dat Brit Hamid Aghassi, een persoonlijke vriend van spoorbaas Dutordoir, zonder aanbesteding een lucratief contract kreeg van maar liefst 2.200 euro per dag. Een interne audit bevestigde dat de toewijzing niet correct was verlopen, waarna de NMBS het Rekenhof om een grondig onderzoek vroeg.
Dat onderzoek is nu afgerond en bevestigt dat Aghassi niet de enige was. Bij Ypto was het jarenlang een standaardpraktijk om contracten zonder aanbesteding toe te kennen. Het nieuwe management van Ypto en de NMBS erkennen dat er fouten uit het verleden weggewerkt moeten worden en stellen dat ze werken aan een herstel. Er is een actieplan uitgerold om de contracten correct toe te wijzen en nieuwe maatregelen moeten fraude en belangenvermenging tegengaan.
Ik heb daarover de volgende vragen, mijnheer de minister.
Hoe beoordeelt u de conclusies van het Rekenhof?
Kunt u toelichten welke concrete maatregelen in het actieplan worden opgenomen? Acht u die voldoende om herhaling te voorkomen?
Hoe zal de NMBS haar controles verstrengen en hoe wordt gegarandeerd dat dat effectief gebeurt?
Tot slot, gelet op de ernst van deze zaak en gelet op het rapport van het Rekenhof, worden verdere maatregelen of gevolgen overwogen?
Jean-Luc Crucke:
Geachte collega, het lijkt me essentieel vooreerst een aantal elementen uit uw vraag te preciseren, gelet op uw verwijzing naar 2023.
Op vraag van de CEO zelf en met het akkoord van de raad van bestuur van de NMBS heeft het auditcomité eind juni 2023 beslist een audit te laten uitvoeren op een IT-dienstverleningscontract uit 2018, dat destijds werd afgesloten door de nv Ypto, het IT-filiaal van de NMBS. De audit sloeg enerzijds op de naleving van de wetgeving op de overheidsopdrachten door het toenmalige management, en anderzijds op de eventuele rol van de CEO in de gunning van het contract.
Wat het eerste punt betreft, er werd door het management van Ypto een actieplan opgesteld, dat werd opgevolgd door het auditcomité.
Wat het tweede punt betreft, de audit heeft geen enkele vorm van inmenging of druk vastgesteld vanwege de CEO. Bovendien heeft het toenmalige management van Ypto aangegeven dat in dit dossier de geëigende regels en de budgettaire contouren gerespecteerd moesten worden.
Ook het parket van Brussel is een onderzoek gestart over dit dossier. De NMBS heeft daaraan haar volle medewerking verleend. De conclusie van het parket was zeer duidelijk. Dat stelde ook mevrouw Dutordoir tijdens een hoorzitting in deze commissie op 19 december 2023: "Op 13 november 2023 heeft het parket aan de NMBS meegedeeld dat het na grondig onderzoek van de feiten en documenten, waaraan wij onze volledige medewerking hebben verleend, besloten heeft het dossier te klasseren omdat er geen sprake is van enig strafbaar feit." Het is uw en mijn taak om kritisch te staan tegenover de werking van de autonome overheidsbedrijven, maar tegelijk moeten we erover waken dat we geen onrechtmatige insinuaties in stand houden.
Ik kom tot uw vragen met betrekking tot het onderzoek van het Rekenhof, getiteld Onderzoek van de naleving van de overheidsopdrachtenregelgeving via een selectie van uitgaven . Meer concreet onderzocht het Rekenhof de rechtmatigheid van een selectie van overheidsopdrachten die werden geplaatst door de FOD Economie, de federale politie, het Studiecentrum voor Kernenergie, de FOD WASO, Beliris, Ypto, TUC RAIL en Infrabel.
De resultaten van dat onderzoek werden op 24 januari 2025 door het Rekenhof publiek gemaakt. Enerzijds erkent het Rekenhof de inspanningen en maatregelen die Ypto reeds heeft geleverd en genomen om zijn interne werking en aanbestedingsproces in overeenstemming te brengen met de regelgeving. Anderzijds formuleert het ook een reeks aanbevelingen tegenover de IT-dochteronderneming Ypto. Ypto en de NMBS onderschrijven de aanbevelingen van het Rekenhof volledig en hebben niet gewacht op het verslag om verbeteringen uit te werken.
In de afgelopen twee jaar heeft Ypto effectief maatregelen uitgerold ter versterking van zijn aankoopproces, zoals toegelicht in het eerste deel van mijn antwoord. De actieplannen die Ypto had toegezegd uit te voeren op korte termijn werden intussen geïmplementeerd. De overige maatregelen en aanbevelingen zullen ook volgens een strikte timing worden afgerond. Er is een driemaandelijkse opvolgingsrapportering ten behoeve van het auditcomité van de NMBS met betrekking tot dit punt.
Ook zal de procurement board van de NMBS, die toezicht houdt op de naleving van de openbareaanbestedingsverplichtingen, tijdens het hele aankoopproces een bredere rol krijgen en de aankopen van Ypto bestrijken. De NMBS zal Ypto ondersteunen bij de uitvoering van het actieplan, dat ook aan het Rekenhof werd bezorgd.
Twee weken geleden heeft er eveneens een ontmoeting plaatsgevonden met het Rekenhof, de NMBS en Ypto, waarbij het Rekenhof heeft gesteld binnen twee tot drie jaar een opvolgingsaudit te zullen organiseren. De NMBS en Ypto verwelkomen dat initiatief.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, het is inderdaad van belang dat zulke situaties niet meer voorvallen. Ik ben heel blij te horen dat er verbeteringen werden doorgevoerd en dat het actieplan ondertussen ook al geïmplementeerd is. De opvolging blijft echter cruciaal, want het betreft hier wederom belastinggeld en dat moet zeker op een transparante en verantwoorde manier besteed worden.
Het ziekteverzuim bij het spoor
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om vermoedens van georkestreerd ziekteverzuim bij spoorwegpersoneel als stille protestactie tegen impopulaire regeringsmaatregelen, ondanks ontkenning door de vakbond. Minister Crucke benadrukt dat wettelijke stakingsprocedures (8 dagen vooraankondiging, 72u persoonlijke bevestiging) en gegandeerde dienstverlening (geen minimale, maar *beschikbaarheidsafhankelijke* treinen) reizigers moeten beschermen, maar spontane acties (zoals massale ziektemeldingen) dit systeem ondermijnen. Hij wijst op seizoensgebonden ziektepieken en juridische beperkingen (artsgeheim), zonder hard bewijs voor opzet, maar erkent de disruptieve impact op pendelaars. Cuylaerts dringt aan op duidelijke afkeuring van wilde acties door vakbonden en betere afstemming om herhaling te voorkomen.
Dorien Cuylaerts:
Deze vraag dateert al van een aantal weken geleden, maar ze is wel nog van toepassing. Anders had ik ze laten schrappen.
Een aantal weken geleden zat het treinverkeer volledig in de knoop. De pendelaars werden geconfronteerd met afgeschafte treinen, lange vertragingen en overvolle wagons. De oorzaak bleek een opvallend hoog ziekteverzuim bij het spoorwegpersoneel, toevallig net na de aankondiging van de regeringsmaatregelen die niet in de smaak vielen bij de vakbonden. Nochtans was er volgens de socialistische spoorvakbond geen sprake van een georganiseerde actie. Tegelijkertijd erkennen zij wel de onvrede wegens de nieuwe maatregelen. Ongetwijfeld heeft dat meegespeeld bij deze golf van ziektemeldingen.
Volgens mijn informatie werd in diverse besloten groepen op de sociale media onder het personeel afgesproken om zich ziek te melden. Gelet op de reactie van de socialistische spoorbond kan het niet zijn dat zij hiervan niet op de hoogte waren. Dit soort spontane acties, die zogezegd niet vanuit de vakbond komen, treffen steevast de pendelaars en maken het openbaar vervoer minder betrouwbaar. Het is een steeds terugkerend patroon. We kunnen niet verwachten dat de reizigers daar continu vrede mee nemen. Zij raken natuurlijk gefrustreerd.
Mijnheer de minister, wat is uw visie over de massale ziektemeldingen die samenvielen met de aankondiging van de sociale inspanningen? Gelooft u dat het puur toeval was?
Acht u de bestaande actiemiddelen, zoals de georganiseerde spoorstaking met een minimale dienstverlening, voldoende om het personeel het recht te garanderen om hun ongenoegen te uiten? Treedt u onze visie bij dat vakbonden in dergelijke situaties een voorbeeldrol moeten opnemen en zulke spontane en wilde acties dus beter zouden veroordelen in de plaats van er begrip voor te tonen? Vindt u ook dat zij hun vertegenwoordigers moeten aansporen om dergelijke acties af te remmen en te ontraden in besloten groepen op de sociale media? Gaat u samenzitten met de vakbonden om dat duidelijk te maken? Welke maatregelen zult u nemen om te garanderen dat het spoorwegpersoneel zijn verantwoordelijkheid blijft nemen en de reizigers niet opnieuw de dupe worden?
Jean-Luc Crucke:
Iedereen moet een voorbeeldrol vervullen: in een vakbond, bij de directie; net zoals wij eigenlijk.
Tijdens de voorbije stakingsdagen hebben treinreizigers niet kunnen genieten van de dienstverlening die ze terecht verwachten. Dat betreuren het spoorbedrijf en ikzelf ten zeerste. Samen met Infrabel heeft de NMBS een alternatieve treindienst uitgewerkt op basis van het beschikbare personeel, om zoveel mogelijk klanten oplossingen te bieden voor hun verplaatsing. Die alternatieve treindienst wordt uiterlijk 24 uur v óó r iedere stakingsdag gecommuniceerd.
In de openbare sector legt de wet betreffende de continuïteit van de dienstverlening inzake personenvervoer per spoor in geval van staking bepaalde voorwaarden op om de planning van een alternatief vervoersplan mogelijk te maken. Ten eerste moet de stakingsaanzegging minstens acht werkdagen v óó r het begin van de staking worden ingediend. Ten tweede moeten essentiële personeelsleden uiterlijk 72 uur v óó r het begin van de stakingsdag een definitief voornemen om al dan niet aan de staking deel te nemen doorgeven. Ten derde wordt afhankelijk van de beschikbaarheid van het personeel een alternatief vervoersplan opgesteld dat 24 uur van tevoren aan de reizigers wordt gecommuniceerd.
We vestigen er uw aandacht op dat de NMBS dus een gegarandeerde dienstverlening dient te organiseren, wat iets anders is dan wat meestal wordt begrepen onder minimale dienstverlening. Ik maak het onderscheid omdat dat niet onbelangrijk is in die context. De dienstverlening die de NMBS levert en garandeert, wordt bepaald door de beschikbare middelen en vooral de beschikbare personeelsleden.
De NMBS levert enorme inspanningen om een alternatieve dienstverlening uit te werken voor al haar klanten. Zeker bij een meerdaagse staking, waarbij het aanbod van dag tot dag veranderd dient te worden, is dat een huzarenstukje. Gelet op de sterke vermindering van beschikbaar personeel houdt dat aanbod steeds het risico in van uitdagingen in real time, zoals onverwacht absenteïsme. Voor al onze klanten blijft het dus zaak om de evoluties te volgen via onze gekende informatiekanalen.
In verband met uw vraag over de ziektemeldingen, is het te vroeg om een definitieve uitspraak te doen over een eventuele onnatuurlijke stijging van het ziekteverzuim. De winterperiode zorgt natuurlijk elk jaar voor een toename van de ziektegevallen. Bovendien kent de werkgever de reden van de ziektemeldingen niet en moet hij vertrouwen op het correct handelen van de arts die het ziekteattest afgeeft.
De regelgeving betreffende de sociale relaties binnen de spoorwegen voorziet in een procedure voorafgaand aan stakingen. Zij wordt systematisch uitgevoerd en gevolgd.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, dat alweer heel duidelijk is.
De gegarandeerde dienstverlening wordt inderdaad heel vaak verward met de minimumdienstverlening. Daaraan maak ik me soms ook schuldig. Ik zal op dat punt in het vervolg meer oplettend zijn.
Het mag inderdaad niet zo zijn dat de reizigers maar het slachtoffer blijven. Ter zake ging het mogelijks om spontane acties, al dan niet toch geweten door de vakbonden. Het komt de komende maanden nog wel eens tot stakingen. Ze zijn al aangekondigd. Laten we echter hopen dat het dan telkens georganiseerd is en dat niet nog eens dergelijke spontane acties op poten worden gezet.
Voorzitter:
Vraag nr. 56002470C van de heer Bayet en vragen nrs. 56002496C, 56002498C en 56002499C van mevrouw Jacquet vervallen omdat de vraagstellers niet aanwezig zijn.
Het indienen van klachten via de NMBS-app
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Crucke bevestigt dat klachten digitaal (via responsive website, niet de app) of fysiek (brief of papierformulier aan loketten) kunnen worden ingediend, maar Dorien Cuylaerts dringt aan op integratie in de NMBS-app voor meer gebruiksgemak. Ze benadrukt dat een laagdrempelige klachtenprocedure het vertrouwen van pendelaars versterkt, vooral omdat de app al veel gebruikt wordt voor tickets. Crucke wijst op bestaande opties, maar belooft geen concrete verbeteringen. Hoofdpunt: app-functie ontbreekt, terwijl Cuylaerts dit essentieel vindt voor toegankelijkheid.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, treinreizigers met klachten kunnen nu via de website van de NMBS online een contactformulier invullen. Dit formulier vereist eerst een omschrijving van de feiten, gevolgd door persoonlijke informatie van de klager. Voor reizigers die minder digitaal onderlegd zijn of die liever een andere methode gebruiken, blijft het mogelijk een klacht per brief te sturen naar NMBS Marketing & Sales in Brussel.
Waarom biedt de NMBS niet de mogelijkheid om klachten eenvoudig via de NMBS-app in te dienen?
Kunnen reizigers die liever niet digitaal of per post een klacht indienen met hun klacht ook terecht aan een fysiek loket?
Tot slot, heeft de NMBS plannen om het klachtenproces toegankelijker te maken, bijvoorbeeld door een functie in de app toe te voegen of door in andere laagdrempelige kanalen te voorzien?
Jean-Luc Crucke:
Dank u wel voor de interessante vragen, mevrouw Cuylaerts. De NMBS hecht veel belang aan haar reizigers en biedt verschillende kanalen aan om een klacht in te dienen. Reizigers kunnen online een klacht indienen via een contactformulier op de website van de NMBS, waar ze de feiten kunnen beschrijven en hun persoonlijke gegevens opgeven. Voor wie liever een andere methode gebruikt, blijft het mogelijk om een klacht per brief te versturen.
Reizigers kunnen wel degelijk een klacht indienen via hun smartphone. Ze kunnen dat eenvoudig doen door het online klachtenformulier op de NMBS-website in te vullen. De website is volledig responsive , wat betekent dat de inhoud zich automatisch aanpast aan het schermformaat van de gebruiker, inclusief dat van smartphones.
Bovendien hebben reizigers de mogelijkheid om een klachtenformulier op papier op te halen aan het loket, het in te vullen en het gratis in te dienen bij een loket naar keuze. De formulieren worden vervolgens bezorgd aan de klantendienst van de NMBS.
Dorien Cuylaerts:
Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister. Men kan dat inderdaad doen via de smartphone, maar ik vraag me af of het niet mogelijk is om iets te voorzien in de app zodat mensen de app kunnen openen en daar veel vlugger hun klachten of hun opmerkingen kunnen meedelen. Misschien is dat iets dat bekeken kan worden? We merken immers dat een vlotte en toegankelijke klachtenprocedure bijdraagt tot vertrouwen en gemoedsrust bij de pendelaars. We zien dat reizigers veel vaker de NMBS-app gebruiken, ook voor de aankoop van tickets. Het moet echt wel laagdrempelig blijven. Misschien kan dit toch meegenomen en bekeken worden.
De overweg aan het station Heizijde
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De overweg bij station Heizijde blijft te lang gesloten doordat langere treinen aan perron 2 de spoorstroomkring (die tot het begin van het perron loopt) blijven bezetten, wat reizigers hun trein doet missen. Minister Crucke bevestigt dat er geen infrastructuurwijzigingen zijn, maar dat het probleem ontstaat door langere treinen dan voorheen. Geen directe oplossing wordt voorgesteld, enkel de vaststelling dat de perronlengte ontoereikend is. De discussie sluit af zonder verdere actiepunten.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik heb nog een vraag over de overweg aan station Heizijde. Aan dat station worden de twee perrons gescheiden door een overweg die ook motorvoertuigen kunnen gebruiken. Normaal gezien zou die overweg opnieuw geopend moeten worden zodra een trein die aan perron 2 halt houdt de overweg gepasseerd is. In de praktijk blijkt dat evenwel niet te gebeuren. Telkens wanneer er een trein aan perron 2 staat, treedt er een storing op waardoor de overweg onnodig lang gesloten blijft. Dat zorgt ervoor dat reizigers hun trein missen, hoewel die al voorbij is.
Bent u op de hoogte van deze problematiek? Wat is de oorzaak van deze storing? Welke maatregelen kunnen worden genomen om dit probleem in de toekomst te verhelpen?
Jean-Luc Crucke:
Mevrouw Cuylaerts, de spoorstroomkring die de overweg beveiligt, loopt tot het begin van het perron. De resterende nuttige perronlengte is te kort om zeer lange treinen te ontvangen. Wanneer een zeer lange trein halt houdt aan het perron blijft die trein de overweg bezetten. Infrastructureel is er in Heizijde niets gewijzigd. Mogelijk rijden er nu langere treinen dan voordien, waardoor dit probleem van blijvende bezetting van de overweg plots rijst.
Mijn antwoord is kort.
Dorien Cuylaerts:
Dat vergt dan ook een korte repliek. Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
De stiptheid en betrouwbaarheid van het treinverkeer in het station Noorderkempen
De gebrekkige stiptheid in het station Noorderkempen
Vertragingen en betrouwbaarheid van het treinverkeer in Noorderkempen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De stiptheid in station Noorderkempen blijft kritiek (slechts 70%, vs. doel 90,6% in 2027), vooral door prioriteit voor internationale treinen en congestie op hogesnelheidslijnen, wat lokale treinen (zoals S35) systematisch vertraagt en frustreert door gebrekkige realtime-communicatie (foute app-meldingen, late annuleringen). De NMBS en Infrabel wijzen op algemene verbetering (91,3% stiptheid in jan. 2025) en een actieplan met korte/lange-termijnmaatregelen, maar concrete oplossingen voor Noorderkempen ontbreken nog, ondanks beloftes van betere informatie (pushmeldingen, schermen) en jaarlijkse evaluaties. Reizigers en politici eisen gerichte maatregelen (bv. prioriteitsherziening) en nauwkeurigere communicatie om frustratie te verminderen, maar blijven skeptisch over de voortgang, ondanks licht stijgende cijfers.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, de stiptheid van de treinen in het station Noorderkempen blijft een hardnekkig probleem. In het station Noorderkempen had vorig jaar maar liefst een op de vier treinen minstens zes minuten vertraging. Dat is geen uitzondering, maar een wekelijks terugkerende realiteit voor pendelaars en reizigers.
De belangrijkste oorzaak is de impact van internationale treinen richting Nederland die op hetzelfde traject rijden. Wanneer die treinen vertraging oplopen, moeten de lokale treinen wachten, wat het probleem natuurlijk vergroot.
Daarenboven worden regelmatig treinen afgeschaft. Dat zorgt echt voor frustratie. In eerste instantie komt de melding dat een trein vertraging heeft, waarop die dan uiteindelijk helemaal geschrapt wordt. Op dat moment staat men al op het perron en moet men wachten op de volgende trein, die dan overvol zit. Dat is frustrerend, omdat men ook onvoldoende geïnformeerd wordt.
Pendelaars en reizigers klagen over de gebrekkige communicatie bij vertragingen en afschaffingen. Hoe zal de NMBS zorgen voor een betere en tijdige communicatie met reizigers bij lange vertragingen en uiteindelijk afschaffingen, zodat ze tijdig en correct geïnformeerd worden? Wat is uw visie daaromtrent?
Het openbaredienstcontract bepaalt dat de NMBS tegen 2027 een stiptheid van maar liefst 90,6 % moet behalen. Hoe denkt u dat die doelstelling gerealiseerd kan worden, gezien de problemen op het traject van de Noorderkempen?
Welke gerichte maatregelen kunnen de regering, de NMBS of Infrabel nemen om de stiptheid en de betrouwbaarheid van het treinverkeer in en rond het station Noorderkempen te verbeteren?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Het station Noorderkempen blijkt zeer slecht te scoren inzake stiptheid. Ruim 25 % van de treinen die in dat station aankwamen liep minstens 6 minuten vertraging op. Inzake stiptheid is het station Noorderkempen al langer een pijnpunt. Regelmatig moeten lokale treinen er wachten om voorrang te geven aan de internationale trein van/naar Nederland.
Wat zijn de oorzaken van de aanslepende ondermaatse stiptheid in het station Noorderkempen?
Welke maatregelen en oplossingen zal de NMBS bieden opdat de stiptheid in het station Noorderkempen zal verbeteren? Op welke termijn zullen er effectieve verbeteringen in die stiptheid zijn?
Jean-Luc Crucke:
De stiptheid van de treinen bij de NMBS blijft stelselmatig verbeteren. In januari 2025 reed 91,3 % van de treinen stipt. Dat is een duidelijke verbetering ten opzichte van januari vorig jaar, toen dat 88,2 % was. Die positieve evolutie toont aan dat de inspanningen van de NMBS en Infrabel hun vruchten afwerpen.
Toch zijn er nog plaatsen, zoals het station Noorderkempen, waar de stiptheid minder goed is. De S35 naar de Noorderkempen kampt soms met vertragingen, omdat er veel treinen zijn, zowel internationale als binnenlandse, die zorgen voor een grote drukte in de stations en op de spoorlijnen. De S35 rijdt bovendien op een hogesnelheidslijn, waar die trein de laagste prioriteit heeft. De belangrijkste reden voor de vertraging van de S35 is dat die trein wordt beïnvloed door de algemene congestie van het spoornet op bepaalde plaatsen.
De NMBS en Infrabel volgen dagelijks de stiptheid op van de treinen in de betrokken stations en hebben samen een actieplan ontwikkeld om de stiptheid te verbeteren. Dat plan bevat concrete acties op korte en lange termijn.
De NMBS hecht veel belang aan een snelle en duidelijke communicatie met de reizigers bij verstoord treinverkeer. Om de reizigers zo goed mogelijk te informeren, maakt de NMBS gebruik van verschillende communicatiekanalen en methoden, zoals de NMBS-app, de aankondigingen en digitale schermen in de stations en pushmeldingen. Die uitgebreide communicatiestrategie toont aan hoe belangrijk de NMBS het vindt om reizigers bij verstoord treinverkeer tijdig en accuraat te informeren.
Het openbaredienstcontract van de NMBS voor de periode 2023-2032 legt specifieke verplichtingen op met betrekking tot de communicatie met de reizigers bij verstoord treinverkeer. De NMBS wordt jaarlijks geëvalueerd op de prestatie-indicator 'informatie aan de reizigers', waarbij de tijdigheid en de volledigheid van de verstrekte informatie tijdens de verstoring wordt beoordeeld.
Voor het jaar 2023 behaalde de NMBS een beter resultaat dan overeengekomen, wat aangeeft dat de communicatie met de reizigers tijdens verstoord treinverkeer boven de verwachtingen presteert.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, als treinreiziger vanuit station Noorderkempen kan ik u echt wel meegeven dat niet alleen ik, maar zeer veel reizigers daarover gefrustreerd zijn. Het doet me plezier te horen dat de NMBS en Infrabel inspanningen leveren. Ik geloof dat ook, want anders zouden de cijfers niet stijgen. In dat specifieke station bedraagt de stiptheid echter slechts 70 %. Dat zit erg ver onder die 90,6 % die in 2027 behaald moet worden, en ik blijf een klein beetje op mijn honger zitten. Wat zal er specifiek gebeuren voor dat station, waar de stiptheid beduidend lager dan 90 % is? Er zou een actieplan op korte en lange termijn zijn. Misschien zitten daar ook wel zaken voor de Noorderkempen in vervat.
Naast alle mogelijke maatregelen hebt u ook aangegeven dat de communicatie zeer belangrijk is, wat ik onderschrijf. Communicatie zorgt er immers voor dat de frustratie bij de reizigers daalt en dat er een beetje begrip kan worden opgebracht voor de NMBS en Infrabel. De communicatie in de app stemt echter vaak niet overeen met de realiteit. Men zou dus meer aandacht moeten besteden aan de afstemming en nauwkeurigheid van de informatie in de app. Op die manier kan worden vermeden dat men nodeloos op een trein wacht die vertraging heeft opgelopen of helemaal niet komt opdagen, wat nogal zuur is. Als dat probleem wordt opgelost, zouden zeer veel reizigers die gebruikmaken van het station Noorderkempen zeer blij zijn.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik blijf ook wel wat op mijn honger zitten, vooral omdat we al meermaals over deze problematiek hebben gesproken, met uw voorganger welteverstaan. Er is al zeer veel gezegd over de problematiek van de prioriteitsregels en het stemt me tevreden dat er actieplannen zijn of komen. Dat is mijns inziens de logica zelve. De cijfers gaan inderdaad een beetje de goede richting uit, maar ze zijn nog helemaal niet wat ze moeten zijn. De frustraties zijn nog groot. Het moet echt nog wel beter. Zoals men in Nederland zegt: de NMBS moet nog een tandje bijsteken. Ik heb er echter alle vertrouwen in dat u daarop zult toezien.
De aangepaste dienstregeling van de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS paste op 3 februari 2024 beperkte aanpassingen door, vooral tijdsverlengingen (2-3 minuten) op lijnen 78 (Blaton-Doornik), 130 (Auvelais-Namen) en in station Luttre, plus een extra minuut op lijn 54 (Mechelen-Sint-Niklaas) door slechte spoorstaten en Infrabel-werken. Reizigersklachten leidden wel tot concrete verbeteringen, zoals een betere aansluiting (IC 3427 Turnhout-Herentals) voor ploegenwerkers richting Antwerpen. Infrabel’s werken zijn meestal tijdelijk, met terugkeer naar de oorspronkelijke dienstregeling na afronding, maar langdurige beperkingen (bv. snelheidsverminderingen) worden structureel opgenomen; communicatie verloopt via de NMBS-app, stationsomroep en digitale kanalen, maar de minister bevestigt dat zichtbaarheid van de wijzigingskalender kan verbeteren.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, op 3 februari heeft de NMBS de nieuwe dienstregeling licht aangepast. Volgens de NMBS gebeurde dat enerzijds om het treinverkeer op bepaalde lijnen te optimaliseren en anderzijds om te anticiperen op de impact van de werken die Infrabel uitvoert.
Op de website van de NMBS staat een kalender met de geplande wijzigingen, waaronder aanpassingen van het treinaanbod op 3 februari, 7 april, 8 juni, 1 september en 14 december. Deze veranderingen kunnen mogelijk een impact hebben op de dienstverlening en op de reizigers.
Mijnheer de minister, welke concrete aanpassingen werden er op 3 februari doorgevoerd? Kunt u toelichten welke lijnen en welke verbindingen specifiek werden aangepast? Werd bij deze aanpassing rekening gehouden met de aanhoudende klachten die de reizigers hebben geuit na de invoering van de nieuwe dienstregeling op 15 december?
In welke mate spelen de werken van Infrabel een rol bij deze aanpassingen? Kunt u verduidelijken over welke werken het precies gaat? Is het de bedoeling om na afloop van deze werken terug te keren naar de oorspronkelijke dienstverlening? Zo ja, binnen welke termijn? Acht u de communicatie van de NMBS voldoende zichtbaar en duidelijk voor de treinreizigers? Is de kalender, met onder andere de aanpassing van het treinaanbod, voldoende gekend bij de gebruikers? Zo niet, neemt u maatregelen om deze bekender te maken?
Jean-Luc Crucke:
Elk jaar worden op Europees niveau datums vastgelegd waarop de spoorwegmaatschappijen hun dienstregeling kunnen aanpassen. De belangrijke aanpassingen gebeuren jaarlijks in december, februari, april en juni. Het gaat wel om 15 juni 2025 en niet om 8 juni 2025, mevrouw.
In september is het mogelijk om tussentijdse aanpassingen aan te te brengen in functie van onder meer werken uitgevoerd door Infrabel, de verbetering van de stiptheid, de verbetering van aansluitingen, klachten en vragen van reizigers en operationele behoeften, bijvoorbeeld het voorzien in voldoende haltetijd wanneer in een bepaald station de aflossing van een bestuurder plaatsvindt.
Er zijn ook aanpassingen ingevoerd als gevolg van vragen en klachten van reizigers. Een voorbeeld daarvan is het vervroegen met 10 minuten van de IC 3427 Turnhout-Binche tussen Turnhout en Herentals, om zodoende in Herentals een aansluiting mogelijk te maken met de IC 4325 richting Antwerpen-Centraal, zodat reizigers uit Turnhout en Tienen die in ploegen werken nog voor 6 uur 's ochtends in Antwerpen kunnen zijn.
De aanpassingen voor het grootste deel van de werken die Infrabel uitvoerde, worden behandeld als een korte, tijdelijke aanpassingen op de seizoensdienstregeling. Daarnaast maakten Infrabel en de NMBS ook een lijst over met werken die langer duren, ter opname in de seizoensdienstregeling. Dat gaat dan bijvoorbeeld over de opname van bijkomende minuten in de dienstregelingen omdat er bijvoorbeeld snelheidsverminderingen zijn op bepaalde baanvakken. Bij langdurige werken kan het ook zijn dat bepaalde treinen tijdelijk niet meer kunnen rijden door infrastructuurbeperkingen en dat die aanpassing structureel wordt opgenomen in een van de tussentijdse aanpassingen. Na afloop van de werken is het dan de bedoeling om terug te keren naar de oorspronkelijke dienstregeling.
Op 3 februari waren de aanpassingen die doorgevoerd werden ten gevolge van werken eerder beperkt. Het ging om de volgende lijnen en stations: lijn 78, opname van twee bijkomende minuten in de dienstregeling tussen Blaton en Doornik; lijn 130, verschil van twee bijkomende minuten in de dienstregeling van het baanvak Auvelais-Châtelet naar Namen-Auvelais; herinrichting van het station Luttre, opname van twee bijkomende minuten in de dienstregeling tot 15 juni 2025.
Daarnaast legt Infrabel soms tijdelijke snelheidsbeperkingen op vanwege de slechte staat van de spoor. Dat was bijvoorbeeld vanaf december 2024 het geval op lijn 54 Mechelen-Sint-Niklaas. De dienstregeling werd daar ook aan aangepast. Na een evaluatie van de stiptheid bleek die aanpassing onvoldoende en werd er bij de aanpassing van 3 februari nog een bijkomende minuut toegevoegd aan de rijpaden over lijn 54.
De NMBS hecht veel belang aan duidelijke en toegankelijke communicatie met de reizigers. Om hen zo goed mogelijk te informeren over treinvertragingen, afschaffingen en aanpassingen van de dienstregeling, gebruikt de NMBS verschillende manieren om met de reizigers te communiceren. Reizigers kunnen realtime-informatie raadplegen via de NMBS-app en -website, waar de reisplanner direct wordt bijgewerkt bij storingen. Daarnaast worden omroepen in de stations en digitale schermen gebruikt om reizigers ter plaatse te informeren. In bemande stations spelen ook het loketpersoneel en de stewards een belangrijke rol in de communicatie en beweging van reizigers. Wie pushmeldingen op de NMBS-app heeft ingeschakeld, ontvangt bovendien gepersonaliseerde waarschuwingen over treinuitval. Voor nog betere informatie over storingen en werkzaamheden kunnen reizigers terecht op de pagina ‘Storingen en werken’.
Wat uw derde vraag betreft, onderhoudswerkzaamheden en verbeteringen aan de spoorweginfrastructuur zijn nodig om de robuustheid van het verkeer op de middellange en lange termijn te verbeteren. De werkzaamheden van de infrastructuurbeheerder worden, behalve in noodgevallen zoals kabeldiefstal, ruim op voorhand gepland om een goede coördinatie met de spooroperatoren mogelijk te maken en om de best mogelijke alternatieve oplossing aan te bieden en aan de reizigers mee te delen wanneer het verkeer geheel of gedeeltelijk onderbroken moet worden naargelang de aard van de uit te voeren werkzaamheden of wanneer de dienstregelingen aangepast moeten worden. Die communicatie over hinder en beperkingen op het spoornet wegens werkzaamheden gebeurt in het kader van een dialoog tussen Infrabel en de NMBS. Die wordt op geregelde basis georganiseerd en is ook van toepassing op de data vermeld in de inleiding van de vragen. De NMBS past haar dienstregeling aan die beperkingen aan en mag terugkeren naar de oorspronkelijke dienstregeling zodra de periode van beperkingen voorbij is.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw zeer uitgebreid en zeer duidelijk antwoord. U hebt al mijn vragen beantwoord.
De gebrekkige stiptheid in het station Genk
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De slechte stiptheid in station Genk (slechtste van België in 2024, 25% vertragingen) wordt veroorzaakt door enkelsporige infrastructuur op lijn 21 (Landen-Genk) en drukke knooppunten op de IC-routes, waardoor vertragingen zich opstapelen. Structurele oplossingen vereisen infrastructuurinvesteringen, maar de NMBS wijst op een algemene stiptheidsverbetering (van 88,2% naar 91,3% in 2025) door lopende inspanningen. Concrete verbeteringen voor Genk blijven onzeker op korte termijn, hoewel de minister hoopt op vooruitgang tegen 2026. Klachten van de stad Genk werden niet gekwantificeerd in het antwoord.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Het station van Genk blijkt in 2024 het minst stipte treinstation van het land. Ruim 25% van de treinen die in dat station aankwamen liep minstens 6 minuten vertraging op. Inzake stiptheid is het station van Genk al langer een pijnpunt, wat volgens de Genkse burgemeester Wim Dries al meermaals werd aangeklaagd.
Wat zijn de oorzaken van de aanslepende ondermaatse stiptheid in het station van Genk?
Welke maatregelen en oplossingen zal de NMBS bieden opdat de stiptheid in het station van Genk zal verbeteren? Op welke termijn zullen er effectieve verbeteringen in die stiptheid zijn?
Hoeveel keer ontving de NMBS een melding en/of een officiële klacht van de stad Genk inzake de ondermaatse stiptheid in het treinstation daar?
Jean-Luc Crucke:
De stiptheid van de treinen bij de NMBS blijft stelselmatig verbeteren. In januari 2025 reed 91,3 % van de treinen stipt, wat een duidelijke verbetering is ten opzichte van januari 2024. Zoals ik daarstraks heb aangegeven, was de stiptheid toen 88,2 %. Die positieve evolutie toont aan dat de inspanningen van de NMBS en Infrabel hun vruchten afwerpen.
Niettemin zijn er op bepaalde trajecten nog uitdagingen. Op de verbinding naar Genk bediend door IC03 Knokke-Gent en IC29 Gent-Sint-Pieters-Genk, is de stiptheid minder goed. U hebt helemaal gelijk. Dat komt door de beperkte spoorinfrastructuur op lijn 21 Landen-Genk, waar treinen over een enkelspoor rijden. Daardoor kunnen zelfs kleine vertragingen zich snel opstapelen. Bovendien passeren die treinen drukke knooppunten zoals Gent, Brussel, Leuven en Hasselt, wat de kans op vertragingen vergroot.
Ondanks die uitdagingen blijft de NMBS werken aan de verbetering. De algemene stijging van de stiptheid met 3,1 % toont aan dat inspanningen effect hebben. Daarentegen is het een feit dat enkelsporige baanvakken de robuustheid van het treinverkeer verzwakken. Enkel bijkomende investeringen in de infrastructuur kunnen daarbij een oplossing ten gronde bieden.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijke en heel eerlijke antwoord, waaruit ik afleid dat de totale stiptheid enigszins is verbeterd, maar nog altijd vrij laag blijft. Ik stel vast dat er bepaalde pijnpunten zijn. Het station van Genk is echt wel de kampioen. Het is het slechtste station van het land qua stiptheid. Er is inderdaad dat enkelspoor. U hebt het in uw antwoord over bijkomende investeringen die noodzakelijk zijn en lange verbindingen waarop allerlei zaken kunnen voorvallen en de vertragingen zich kunnen opstapelen, maar daar hebben de reizigers zelf op dit moment weinig aan. Ik hoop dat ik in 2026 mag vaststellen dat ook in het station van Genk een betere stiptheid wordt gerealiseerd dan heden het geval is. Ik dank u voor uw antwoord.
De spoorstaking van 31 maart
De stakingen bij het spoor
De spoorstaking
De chaos tijdens de treinstaking
De landelijke spoorstakingen en gevolgen
Gesteld door
VB
Frank Troosters
PTB
Farah Jacquet
Les Engagés
Aurore Tourneur
Open Vld
Irina De Knop
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Crucke bevestigt dat de aangekondigde stakingen (tot juli) voortkomen uit vakbondsvragen over pensioenen (niet zijn bevoegdheid) en modernisering NMBS, zoals de toekomst van HR Rail en arbeidsomstandigheden. Hij onderhandelt om de 15 dagen met de grote vakbonden (90% personeel) om de NMBS voor te bereiden op liberalisering (2032) en de dienstverlening te garanderen, maar sluit niet uit dat acties blijven doorgaan. De gegarandeerde dienstverlening faalde door real-time storingen (bv. treinen met minder wagons), terwijl compensatie beperkt blijft tot bestaande EU-regels—weliswaar "genereuzer" dan elders. Kritiek blijft op het verlies aan reizigersvertrouwen en het risico dat stakingen de NMBS definitief schaden, ondanks de ministeriële belofte van structureel sociaal overleg.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
De vakbonden ACOD Spoor en ACV Transcom kondigden na een overleg met minister van Mobiliteit Crucke aan om tot juli over te gaan tot een reeks acties waaronder ook stakingen. Een eerste staking zou doorgaan op 31 maart. De treinreizigers zullen hiervan hinder ondervinden.
Kan de minister het verloop en de inhoud van de gesprekken die hij met de vakorganisaties had toelichten?
Zal de minister nog acties ondernemen om de aangekondigde acties te vermijden? Zo ja, welke en wanneer? Zo neen, waarom niet?
Aurore Tourneur:
Monsieur le ministre, les dernières actions syndicales, durant lesquelles les navetteurs ont eu l'impression d'être pris en otage, ont eu des conséquences directes sur la continuité du service public. La confiance des usagers à l'égard des chemins de fer risque d'en être affectée. La SNCB et vous-même avez condamné cette action des syndicats indépendants, qui, rappelons-le, représentent à peine 5 % du personnel de la SNCB.
Vous appelez à un dialogue constructif. Vous avez d'ailleurs pris l'initiative de rencontrer les deux grands syndicats du rail. Cependant, l'absence d'une ligne syndicale unifiée complique la gestion de la situation sociale au sein du secteur.
Monsieur le ministre, vous avez évoqué l'importance de la concertation avec les syndicats. Quelle est votre stratégie pour désamorcer la situation et garantir un dialogue social efficace? Quelles actions peut-on mettre en place afin d'assurer un équilibre entre les revendications syndicales et la nécessité d'éviter une paralysie prolongée du réseau ferroviaire?
Irina De Knop:
Deze vraag werd al enkele dagen geleden ingediend en ik ben blij dat we het toch hierover kunnen hebben. We hebben de negendaagse staking op het spoor tegen de plannen van de nieuwe regering goed gevoeld. Ze zorgde voor grote hinder en chaos.
Door de wet op de gegarandeerde dienstverlening zouden de reizigers 24 uur op voorhand zicht moeten hebben op welke treinen al dan niet rijden. Reizigers moeten kunnen vertrouwen op deze alternatieve treindienst, maar we merkten dat ze dat niet konden, ondanks het feit dat deze dienstverlening gegarandeerd zou moeten zijn. Zo reden er op zaterdag 22 februari geen treinen tussen Kortrijk en Brugge, terwijl ze wel aangekondigd waren.
Daarnaast horen we veel klachten van reizigers over de verminderde samenstelling van treinen. Ook daarover wil ik het hebben. Niet alleen wij hebben dat vastgesteld, ook TreinTramBus maakte melding van treinen tussen Antwerpen en Brussel, een van de hoofdlijnen van ons land, met slechts één treinstel. In Liedekerke, in de buurt vanwaar ik afkomstig ben, werd er geroepen, getrokken en geschreeuwd om op een trein te stappen met slechts zes rijstellen in plaats van de gebruikelijke negen. Uiteindelijk kon daar niemand opstappen.
Dat er minder treinen rijden tijdens een staking is logisch, maar dat de gegarandeerde dienstverlening niet kan worden gegarandeerd en het aantal treinstellen wordt beperkt wanneer minder dan de helft van de treinen rijdt, kunnen wij heel moeilijk begrijpen. Als we de reizigers willen aanmoedigen om zich met de wagen te verplaatsen, dan is de NMBS heel goed bezig.
Ondertussen vernam ik in de media dat er nieuwe acties worden aangekondigd tussen nu en juli. Opnieuw zou het gaan over kleinere vakbonden, maar we zijn heel erg bezorgd, gelet op de negen dagen die we achter ons hebben, dat we tot en met de zomer zullen sukkelen en dat mensen die een abonnement hebben gezien zijn en echt gestraft worden door de vele vakbonden.
Waarom reden zoveel treinen met een verminderde samenstelling, dus met minder wagens dan normaal? Waarom reed slechts een op de drie?
Zullen de reizigers gecompenseerd worden voor deze chaos? Zal er een speciale compensatie voorzien worden?
Jean-Luc Crucke:
Geachte leden, tout d'abord, je tiens à insister sur le fait que je ne veux pas faire d'amalgame pour ce qui concerne les syndicats. Je suis en contact régulier avec les grandes organisations syndicales reconnues, qui représentent plus de 90 % du personnel, et les contacts sont bons, mais j'y reviendrai.
De manière générale, les syndicats ont deux types de revendications. Celles-ci concernent d'une part les pensions, un domaine pour lequel je ne suis pas compétent. Je sais que les organisations syndicales reconnues rencontrent ce jour mon collègue chargé des Pensions, et nous verrons ce qui ressortira de cette rencontre. Les autres revendications portent sur la modernisation de la SNCB. À cet égard, les questionnements des syndicats sont légitimes puisqu'il s'agit d'obtenir des éclaircissements sur certaines dispositions de l'accord de gouvernement, et en particulier sur l'évolution de HR Rail, la modernisation de la politique du personnel et la concertation sociale.
Mon ambition consiste donc à préparer la SNCB à l'après-2032 – date de la libéralisation du rail – et à mettre en place le cadre et les conditions nécessaires pour que la SNCB puisse réaliser ses missions de service public telles qu'elles lui sont confiées aujourd'hui, dans la trajectoire de productivité qui lui est assignée dans ce contrat, afin de devenir performante au terme de celui-ci. Comme toujours, je pense qu'il faut d'abord négocier, et je négocierai avec eux et avec ceux qui acceptent les conditions de la négociation.
De onderhandelingen zijn nog gaande. Er staat zoveel op het spel dat we nog maanden zullen onderhandelen.
Ik heb regelmatige bijeenkomsten gepland met de vakbonden die lid zijn van de NPC en met de overheidsbedrijven. We hebben een nauwkeurig tijdschema opgesteld.
Specifiek voor u, voorzitter, we hebben gepland te spreken over de overdracht van een deel van de activiteiten van HR Rail aan de overheidsbedrijven, de reikwijdte van de activiteiten van HR Rail en de herdefiniëring van het bedrijfsdoel, maar ook over ontwikkeling van de werkgelegenheid bij de spoorwegen, de ontwikkeling van een statuut van het personeel, de arbeidsomstandigheden, het welzijn van het spoorwegpersoneel en de ontwikkeling van de sociale dialoog.
Wat de gegarandeerde diensten betreft, stelt het regeerakkoord dat deze moeten worden versterkt, maar dat ze het hele netwerk moeten dekken.
We zullen ons ook buigen over de kwestie van de financiering van de sector en over de beste manier om te voldoen aan de vereisten van het regeerakkoord op het vlak van besparingen, zonder de werkgelegenheid of het welzijn van het personeel in het gedrang te brengen. Tegelijkertijd willen we garanderen dat de NMBS en Infrabel de uitdagingen kunnen waarmaken die ze in hun respectieve contracten hebben vastgelegd.
Le dialogue social est donc désormais mis en place et sera poursuivi à un rythme régulier, à savoir tous les 15 jours, pendant plusieurs mois. C’est à l’occasion de celui-ci que j’entends que chacune des parties puisse s’exprimer également.
Mevrouw De Knop, waarom rijden zoveel treinen met een verminderde samenstelling ondanks dat slechts een op de drie IC-treinen tijdens de garandeerde dienstverlening rijdt? Het treinverkeer blijft ook tijdens stakingsdagen onderhevig aan realtime evenementen. Een trein die plots dienst weigert, kan nooit worden uitgesloten.
Zullen de reizigers voor deze chaos worden gecompenseerd? Zal in een speciale compensatie worden voorzien, zoals een Sorry Pas? De standaardcompensatieregeling is van toepassing. Volgens de bepalingen opgenomen in het openbaredienstcontract 2023-2032, is dat gebaseerd op Europese wetgeving over de rechten en plichten van de treinreizigers. Ik kan u zeggen dat de compensatieregeling van de NMBS genereuzer is.
Frank Troosters:
Dank u wel voor uw uitgebreid antwoord, mijnheer de minister.
Dit heeft niets met de staking te maken, maar ik ben blij te horen dat u de aankomende liberalisering voor 2032 zult voorbereiden. Dat heb ik regelmatig aan de vorige minister van Mobiliteit gevraagd – niet alleen ik trouwens –, maar ik heb nooit enige ambitie in die zin gehoord. Ik maak me daarover wel zorgen, want dat komt er zeer snel aan. Ik ben blij te horen dat u dat zegt. Ik hoop natuurlijk ook dat u slaagt.
U bent niet bevoegd voor de pensioenen, maar dat zal wel een groot struikelblok blijven. Ik hoop dat u er met uw sociaal overleg in slaagt om een aantal bezorgdheden waar het personeel over struikelt – terecht of onterecht, dat laat ik in het midden – weg te nemen, zodat die treinen kunnen rijden.
Er zijn nog heel wat stakingen aangekondigd. Dat is echt desastreus voor het imago van de NMBS, maar ook voor het vertrouwen dat de mensen hebben. Ik kan me voorstellen dat heel veel mensen afhaken met alle spoorellende die er is. Ik kan hun geen ongelijk geven.
Tot slot, ik denk dat het absoluut nodig is om de gegarandeerde dienstverlening ruimer uit te rollen. Ik denk dat er inderdaad toch wel wat pijnpunten zijn. Ondanks de inspanningen, ondanks de moeilijke organisatie, zijn er toch nog plaatsen waar mensen in de kou blijven staan. Ik hoop dat u daarvan ook werk maakt en dat u daarin slaagt.
Aurore Tourneur:
Monsieur le ministre, nous saluons votre engagement en faveur du dialogue social. Vous avez démontré que la concertation et la recherche d’un compromis sont au cœur de votre approche. Il est essentiel de garder ce cap pour maintenir la confiance des usagers dans le transport ferroviaire.
La pérennité du service public ferroviaire dépend de cette capacité à concilier les intérêts des travailleurs et ceux des usagers. Le droit de grève est fondamental, mais ne peut contribuer à paralyser un pays qui, plus que jamais, doit pouvoir compter sur la dynamique de ses services publics.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ook ik was blij gestemd te horen dat u de NMBS wilt voorbereiden op de liberalisering en dat u dat engagement duidelijk uitspreekt. Dank daarvoor. Ik blijf natuurlijk ongerust en sluit me aan bij wat de collega van Les Engagés zegt, met name dat mensen vertrouwen moeten behouden in de NMBS, maar ik vrees dat dat momenteel niet het geval is. Ik heb zo het gevoel dat wij in deze commissie al enigszins berusten in het feit dat die stakingen plaatsvinden en dat die gevolgen met zich meebrengen. De gevolgen zijn echt verstrekkend. Heel veel mensen zoeken nu alternatieven en ik ben er niet zeker van dat we die reizigers nog terugkrijgen bij de NMBS. Kortom, het is cruciaal dat we die stakingen zo snel mogelijk tot het verleden kunnen laten behoren. Dat u regelmatig met de NMBS samenzit, stemt me gelukkig, maar ik vraag me af of één keer om de twee weken volstaat als we op korte termijn resultaten willen zien.
De toegankelijkheid voor PBM's, de netheid en de onveiligheid in het station Luik-Guillemins
De toegankelijkheid van het station Luik-Guillemins
De bereikbaarheid van het station Luik-Guillemins per fiets
Toegankelijkheid, netheid en veiligheid van station Luik-Guillemins
Gesteld door
Les Engagés
Isabelle Hansez
Ecolo
Sarah Schlitz
Ecolo
Sarah Schlitz
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gare Liège-Guillemins kampt met chronische storingen aan roltrappen en liften, wat de toegankelijkheid voor kwetsbare groepen ernstig beperkt, vooral naar belangrijke perrons zoals spoor 3. De SNCB belooft herstel tegen Q1 2025 (met uitzondering van twee roltrappen) en onderzoekt contractuele claims tegen de onderhoudsaannemer, maar concrete deadlines ontbreken nog. De fietsverbinding (Laveu-Cointe) start in lente 2025 met een looptijd van 1,5 jaar, na jarenlange vertraging. Kritiek blijft dat daden (snelle oplossingen, betrouwbare infrastructuur) ontbreken ondanks "goede wil", wat het treingebruik ontmoedigt.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, à peine arrivé, vous êtes déjà interpellé par les Liégeois. Et, pour cause, la gare des Guillemins est l'une des plus belles gares de Belgique. Pourtant, son accessibilité cause d'énormes problèmes.
Le matériel de type escalators et ascenseurs est perpétuellement en panne, causant de graves difficultés aux personnes à mobilité réduite, aux personnes avec poussette, aux personnes qui se déplacent difficilement, aux personnes avec enfants pour pouvoir accéder aux quais. En plus, ce sont souvent les escalators qui donnent vers les quais les plus utilisés qui sont en panne.
Monsieur le ministre, un plan de rénovation est-il prévu? Quel sont les montants nécessaires? Cette gare n'étant pas vieille, il est anormal que ce matériel, qui – vous me le direz peut-être – a dû coûter un certain montant, soit déjà obsolète. J'ai carrément entendu parler de remplacement car ce ne serait plus réparable. Serait-il possible de se retourner contre les fabricants au vu de la durée de vie très courte des appareils en question?
Les plans initiaux de la gare des Guillemins prévoyaient un accès à la gare à vélo depuis les quartiers du Laveu et de Cointe. Malheureusement, sur l'ensemble des travaux qui ont été réalisés, seul cet accès n'a pas été concrétisé. On nous a dit, année après année, qu'il n'y avait plus à convaincre la SNCB sur les enjeux cyclables, que c'était vraiment dans le pipeline et que cela allait arriver. Cela fait maintenant six ans que j'entends cela. Monsieur le ministre, disposez-vous d'éléments tangibles qui peuvent nous permettre de croire que cette liaison sera bien réalisée un jour – j'espère dans pas très longtemps?
Jean-Luc Crucke:
Chère collègue, merci pour votre question.
Vous savez, j'aime bien Liège. Je vous avais vue dans la gare, où vous vous occupiez d'une personne sans domicile fixe. Je vous félicite pour cela.
À la gare de Liège-Guillemins, l'accès aux quais est facilité par entre autres 50 escalators et trottoirs roulants ainsi que 12 ascenseurs. Depuis 2009, ces équipements font l'objet d'un entretien régulier pour garantir leur bon fonctionnement pendant toute leur durée de vie. Ces dernières semaines, jusqu'à 19 de ces dispositifs ont été indisponibles à la suite de pannes, ce qui a fortement affecté le confort des voyageurs, en particulier les personnes à mobilité réduite, et confirme votre propos.
Il s'avère que le prestataire externe, chargé de leur maintenance, rencontre des difficultés pour assurer leur bon fonctionnement. S'il est vrai que certaines pièces doivent parfois être fabriquées, ce motif ne justifie qu'une petite minorité des retards dans les interventions. L'entretien de ces ascenseurs et escalators est primordial. La SNCB considère cette situation comme inacceptable et mène depuis plusieurs semaines des discussions intensives avec le prestataire concerné.
Un plan d'action a été mis en place et commence déjà à porter ses fruits. Au cours du premier trimestre 2025, il est prévu que tous les équipements soient à nouveau opérationnels, à l'exception de ces deux escalators dont la réparation est retardée par un problème d'approvisionnement en pièces détachées. La SNCB continue de suivre la situation de très près, tout en veillant à ce que le prestataire respecte ses engagements contractuels. L'objectif est un retour à la normale dans les plus brefs délais et une disponibilité optimale des équipements sur le long terme.
Concernant la propreté des gares, la SNCB y porte une grande attention et la considère comme une priorité. Le niveau de propreté est évalué régulièrement selon une norme européenne en vigueur dans le domaine du nettoyage. Conformément au contrat de service public, la SNCB doit atteindre un score de qualité minimum de 86 %. La gare de Liège-Guillemins dépasse systématiquement ce seuil, avec des évaluations allant de 80 à 92 % au cours des six derniers mois.
À propos de la sécurité des parkings, la SNCB met en place des mesures structurelles pour améliorer en permanence cette sécurité, notamment à Liège-Guillemins. Cela passe par un renforcement progressif des dispositifs de surveillance, incluant l'installation de caméras supplémentaires, un meilleur éclairage du site et de ses accès ainsi que des contrôles d'accès plus efficaces.
De plus, les patrouilles préventives de Securail ont été renforcées afin d'assurer une présence dissuasive sur le terrain. La sécurité dans et autour de la gare a fait l'objet d'un suivi attentif de la part de la SNCB. Un plan de sécurité intégré a été élaboré pour répondre aux problématiques spécifiques du site, en concertation avec toutes les parties concernées: autorités communales, services sociaux, SPC, police locale, etc.
La sécurité sur le chemin de et vers le parking extérieur dépend de plusieurs facteurs qui, pour la plupart, ne relèvent pas de la responsabilité de la SNCB. Toutefois, elle collabore étroitement avec les autorités locales et leurs services de police.
Concernant l'accessibilité cyclable de la gare de Liège-Guillemins, à partir du printemps 2025, des travaux de liaison RAVeL à l'arrière de la gare de Liège-Guillemins devraient débuter pour une durée d'environ un an et demi, améliorant ainsi, comme vous le souhaitez, l'accessibilité cyclable vers la gare.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Tout cela me ne dit pas si c’est le 21 mars ou le 21 juin. Je connais la technique. On espère en tout cas que cela sera fait avant l'été et pourra être opérationnel assez rapidement. Pour le reste, je suis heureuse d'entendre qu'il y a un plan d'action pour l'accessibilité. Au-delà des personnes qui sont concernées tous les jours et qui n'ont pas d'autre choix que de prendre le train, ne pas pouvoir accéder facilement et confortablement aux quais est un élément dissuasif, voire un empêchement pur et simple de prendre le train. C'est souvent d'ailleurs les escalators de la voie 3 qui permettent de prendre les grandes lignes comme celles pour Namur et Bruxelles qui sont concernés. Ne pas avoir accès à ce confort est un immense problème pour le switch modal. J'espère que des initiatives volontaristes et rapides pourront être mises en place. J'entends souvent de la bonne volonté, et c'est tant mieux. Mais il faut aujourd'hui que les problèmes se résolvent et qu'il n’y ait plus de mauvaises surprises en arrivant aux Guillemins.
De minimale dienstverlening en personen met een beperking
Assistentie voor mensen met een beperkte mobiliteit tijdens stakingen bij de NMBS
Toegankelijkheid en ondersteuning voor personen met beperkingen bij openbaar vervoer
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de ontoegankelijkheid van de gegarandeerde NMBS-dienstverlening tijdens stakingen voor reizigers met een beperking, ondanks het recht op mobiliteit. De NMBS benadrukt dat assistentie wel mogelijk is, maar alleen voor treinen die daadwerkelijk rijden en mits herbevestiging 24u vooraf—wat door critici als een onredelijke extra drempel wordt gezien. Hoewel de NMBS proactief contact belooft met vooraf geregistreerde reizigers, blijft de complexiteit door onvoorspelbaar personeelsverzuim en gebrek aan structurele oplossingen een knelpunt. Toegankelijkheid voor kwetsbare groepen moet prioriteit krijgen, maar concrete maatregelen ontbreken nog.
Dorien Cuylaerts:
De kleine spoorbonden legden het werk neer van 21 februari tot en met 2 maart. Ze protesteerden tegen de plannen van het nieuwe regeerakkoord en het zal mogelijk ook niet de laatste staking zijn. Gelukkig was er de gegarandeerde dienstverlening, zodat er toch wel een aantal treinen bleef rijden, weliswaar een beperkt aanbod.
Maar wat bleek nu? Mensen met een beperking kunnen daar helemaal geen gebruik van maken. De NMBS aanvaardt geen reservaties voor assistentie omdat er geen permanentie is en het treinaanbod last minute kan veranderen. Wat is het gevolg? Voor deze treinreizigers is er niks voorzien, geen trein, geen alternatief. Zij raken niet op hun werk, zij kunnen niet naar hun afspraken en zij dreigen in sociaal isolement te belanden.
Hoe kan het dat net de reizigers die extra ondersteuning nodig hebben volledig buitenspel worden gezet? Wat is uw visie daarover?
Wat zult u doen om ervoor te zorgen dat ook zij tijdens een staking gebruik kunnen maken van een gegarandeerde dienstverlening? Zult u in de toekomst maatregelen nemen zodat een gegarandeerde dienstverlening voor iedereen geldt, dus ook voor mensen met een beperking?
Irina De Knop:
Het thema is al goed ingeleid door de collega. Ondertussen ligt die staking achter ons, maar het probleem blijft actueel. Ook wij zijn erg bezorgd omdat de gegarandeerde dienstverlening blijkbaar niet gegarandeerd is voor mensen met een beperking. Uiteraard is dat voor hen nog belangrijker dan voor andere mensen, omdat het openbaar vervoer voor hen vaak de enige manier is om zich te verplaatsen.
Waarom wordt er tijdens een staking geen assistentie verleend aan mensen met een beperkte mobiliteit, ondanks de verplichting om minimale treinvoorzieningen te garanderen? Welke maatregelen worden er overwogen of zijn ondertussen al ingevoerd om ervoor te zorgen dat mensen met een beperkte mobiliteit in de toekomst toch geholpen kunnen worden, ook tijdens stakingen?
Jean-Luc Crucke:
Geachte leden, de NMBS wenst de bewering dat er tijdens stakingen geen assistentie wordt verleend aan mensen met een beperkte mobiliteit resoluut te ontkrachten. We begrijpen dat de huidige situatie frustrerend kan zijn voor reizigers die extra ondersteuning nodig hebben, maar we benadrukken dat de NMBS zich dagelijks inzet om een zo goed mogelijke dienstverlening te garanderen, ook tijdens sociale acties.
Bij elke staking werkt de NMBS samen met Infrabel een alternatieve treindienst uit op basis van het beschikbare personeel. Dat laat toe om zoveel mogelijk reizigers een oplossing te bieden voor hun verplaatsing. De alternatieve dienstregeling wordt uiterlijk 24 uur voor elke stakingsdag gecommuniceerd.
In deze context willen we verduidelijken dat de NMBS niet de minimale dienstverlening organiseert, zoals dat soms wordt begrepen, maar een gegarandeerde dienstverlening. Dat betekent dat het aanbod wordt bepaald door de beschikbare middelen en personeelsleden. De NMBS blijft assistentie aanbieden aan mensen met een beperkte mobiliteit, maar altijd binnen het kader van de treinen die daadwerkelijk rijden voor zo'n alternatieve treindienst.
We delen de overtuiging dat alle reizigers, inclusief mensen met een beperkte mobiliteit, recht hebben op toegang tot het openbaar vervoer. De organisatie van assistentie tijdens een staking is evenwel een complex proces, omdat de NMBS pas zicht krijgt op het beschikbare personeel wanneer de werkintenties van de medewerkers bekend zijn. Daardoor kan assistentie pas vanaf 24 uur voor een stakingsdag definitief worden toegezegd.
Aan reizigers die assistentie nodig hebben wordt daarom gevraagd om vanaf 24 uur voor hun reis contact op te nemen met het NMBS-contactcenter om een aanvraag in te dienen. Met reizigers die vooraf al assistentie hadden aangevraagd, wordt actief contact opgenomen met de vraag om hun aanvraag telefonisch opnieuw te bevestigen, zodra de alternatieve dienstregeling bekend is.
De NMBS streeft ernaar om elke assistentieaanvraag maximaal in te vullen. Indien een aanvraag niet kan worden beantwoord, wat soms het geval is, wordt de betrokken reiziger daar rechtstreeks over geïnformeerd. We betreuren dat er in de media een ander beeld is ontstaan en begrijpen dat dat verwarring heeft veroorzaakt. Ik begrijp dus ook uw vragen. De klant die haar verhaal in de pers deed, kreeg in eerste instantie niet de juiste en volledige informatie.
De NMBS levert aanzienlijke inspanningen om tijdens stakingen een alternatieve dienstverlening te garanderen voor alle reizigers. Zeker bij een meerdaagse staking, waarbij de dienstregeling van dag tot dag kan veranderen, blijft dat een grote uitdaging. De sterke beperkingen van het beschikbaar personeel maken dat extra complex en brengen steeds het risico met zich mee van een realtimeaanpassing, bijvoorbeeld door onverwacht absenteïsme. Daarom is het van cruciaal belang dat alle reizigers, zeker ook personen met beperkte mobiliteit en hun begeleiders, de actuele informatie raadplegen via de officiële NMBS-kanalen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, deze vraag dateert inderdaad van een aantal weken geleden. De NMBS had ook al gecommuniceerd dat het om een misverstand ging. Desalniettemin was het van belang om de vraag te behouden, omdat er wel heel wat commotie over is geweest. Het is immers wel van belang dat net de mensen met een beperkte mobiliteit ook gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer. U gaf heel duidelijk aan dat dat nog mogelijk is, mits een aanvraag tot assistentie 24 uur op voorhand.
Wat me heel aangenaam verrast, is dat mensen proactief gecontacteerd worden door de NMBS wanneer ze op voorhand assistentie hebben aangevraagd. Dat vind ik zeker een pluspunt om mee te nemen. Het is aangenaam om te horen, want die assistentie is voor die mensen echt wel van belang. De toegankelijkheid van het spoorvervoer tout court is prioritair.
Irina De Knop:
Ik maak uit de toon van uw antwoord op dat u het zelf ook absoluut anders zou willen en dat we de NMBS daarop moeten blijven aanspreken.
Over één dingetje ben ik wat ongeruster. Ik dacht in uw antwoord gehoord te hebben dat zelfs wanneer mensen op voorhand de afspraak hebben gemaakt, ze bij een staking opnieuw contact moeten opnemen. Die stap zou er eigenlijk tussenuit moeten. De NMBS zou proactief mensen die vooraf de moeite hebben gedaan om een afspraak te maken, moeten kunnen contacteren. Zelfs wanneer het slecht nieuws is, komt het toch beter over wanneer de NMBS zelf contact opneemt met de klant dan wanneer de klant er zelf achteraan moet gaan.
Voorzitter:
De vragen nrs. 56002719C en 56002721C van de heer Cornillie zijn uitgesteld.
De liberalisering bij het spoor
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Crucke bevestigt dat de NMBS zich moet voorbereiden op marktliberalisering (na 2032) via hervormingen zoals modern personeelsbeleid, transparantie en synergie met regionale maatschappijen, maar houdt zowel een einde als verlenging van het NMBS-monopolie open door haalbaarheidsstudies van pilootprojecten. De Knop (oppositie) kritiseert dit als dubbelzinnig: de minister lijkt liberalisering te omarmen, maar laat via juridisch/technisch onderzoek een achterdeur voor behoud van de status quo open, wat zij ziet als gebrek aan vastberadenheid. De focus ligt op spanning tussen voorbereiden op concurrentie versus mogelijke verlenging van het NMBS-monopolie. Concreet tijdspad of onomkeerbare stappen ontbreken.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, u hebt de liberalisering van het spoor al even aangehaald in een antwoord op een andere vraag. De liberalisering van het spoor is in ieder geval een heel belangrijk onderwerp en kan zeker en vast, als het van onze fractie afhangt, helpen om de efficiëntie en kwaliteit van het openbaar vervoer te verbeteren. Zoals we jammer genoeg kunnen vaststellen, is de dienstverlening van de NMBS niet altijd wat ze behoort te zijn. In een vorige versie van het regeerakkoord werd dit onderwerp expliciet vermeld, maar we hebben begrepen dat het niet zo expliciet wordt vermeld in het huidige regeerakkoord, vandaar mijn vraag.
Welke plannen hebt u inzake de liberalisering van het spoor? Ik heb daarnet al uw intentie daarover gehoord, maar kunt u toelichten welke de volgende stappen zijn om de liberalisering verder voor te bereiden? Wanneer verwacht u daarvan resultaten?
Jean-Luc Crucke:
Mevrouw De Knop, ik zal zo expliciet mogelijk zijn. De regering is er zich ten volle van bewust dat de NMBS aan het einde van het huidige beheerscontract geconfronteerd zal worden met meer concurrentie, door de liberalisering van de markt. Ze zal de onderneming daar zo goed mogelijk op voorbereiden door verschillende hervormingen door te voeren, met name door een modernisering van het personeelsbeheer. Ik zeg dat ook altijd aan de vakbond bij ons overleg.
Ik ben ook voornemens de efficiëntie van de door de NMBS aangeboden spoorwegdiensten te verhogen door de financiële en operationele transparantie te vergroten en synergieën met regionale vervoersmaatschappijen aan te moedigen. Zoals bepaald in het regeerakkoord, zal ik erop toezien dat we de toekomst voorbereiden door alle nodige maatregelen te nemen om zowel het einde als de voortzetting van de rechtstreekse toewijzing aan de NMBS voor de periode na 2032 voor te bereiden. Dat houdt in dat de studie van de pilootprojecten van de vorige regering zal worden geanalyseerd om de juridische, technische en operationele haalbaarheid ervan te onderzoeken.
Irina De Knop:
Neem het me niet kwalijk, mijnheer de minister, het ligt misschien aan mijn interpretatie, maar zoals ik uw antwoord beluisterd heb, blaast u een beetje warm en koud tegelijk. Enerzijds geeft u aan dat de NMBS zich moet voorbereiden op het einde van het monopolie. Anderzijds hoorde ik u in een volgende zin zeggen dat zowel het einde als de voortzetting van het openbaredienstcontract moet worden voorbereid. Het is dus niet helemaal duidelijk. Tot slot heb ik u ook horen zeggen dat de juridische, technische, en operationele consequenties verder onderzocht moeten worden. Wat mij betreft, is dat geen duidelijke 'ja, we gaan ervoor en er is geen weg terug'. U laat een opening. Ik meen dat die sowieso gebruikt zal worden.
Spoorlijn 20
Spoorlijn 20
Spoorwegverbindingen en trajecten
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De spoorbrug over de Maas in Maastricht dreigt gesloopt te worden door Nederland, wat de reactivering van spoorlijn 20 (Hasselt-Maastricht) – cruciaal voor kortere reistijden, economische groei en internationale aansluitingen – onmogelijk maakt. Minister Crucke erkent het strategisch belang en belooft kortetermijngesprekken met Nederland (o.a. op de Vlaams-Nederlandse top en Europese Raad), maar Raskin en Troosters dringen aan op onmiddellijke actie om de sloop te blokkeren, wijzend op jarenlange vertraging en het acute gevaar dat de brug verloren gaat. Troosters benadrukt dat de brug essentieel is voor Vlaanderen, Limburg en de Euregio, terwijl Raskin vreest dat het dossier verliest als de sloop doorgaat. Conclusie: woorden zijn niet genoeg – concrete stappen nu zijn nodig om de brug en spoorlijn te redden.
Wouter Raskin:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, vorig jaar raakte bekend dat Nederland wil doorzetten met zijn plannen om de spoorbrug over de Maas in Maastricht te slopen. Onze noorderburen willen die spoorbrug vervangen door een fietsbrug. Het slopen van die brug is geen goed nieuws voor iedereen die ijvert voor de reactivering van spoorlijn 20 tussen Hasselt en Maastricht. Die reactivering zou niet alleen zorgen voor een aanzienlijk kortere reistijd tussen de twee Limburgse hoofdplaatsen, maar ook bijdragen aan de economische ontwikkeling van onze provincie.
Erkent u het belang van de reactivering van spoorlijn 20?
Voor uw voorganger was de kous af: de bal lag niet in zijn kamp. Bent u wel bereid om dit dossier in handen te nemen en de dialoog met Nederland aan te gaan? Zult u die dialoog op korte termijn aangaan, gezien de plannen voor de sloop van de spoorbrug? Het moet natuurlijk gebeuren voor de sloop.
Ook de Vlaamse regering wil het dossier ter sprake brengen op de Vlaams-Nederlandse top die in april plaatsvindt in Gent. Zult u over dit dossier contact opnemen met uw collega, mevrouw De Ridder?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs opnieuw naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Spoorlijn 20 is een belangrijke treinverbinding tussen Vlaanderen (Brussel/Leuven/Antwerpen) via Hasselt met het station van Maastricht. Van daaruit - Maastricht wordt in Nederland verder uitgebouwd tot een internationaal treinknooppunt - is er een verdere aansluiting met de belangrijke Euregio Maas-Rijn. Helaas kozen Vlaamse politici ervoor om de verbinding met het Nederlandse Maastricht met een onrendabele (eerst) sneltram en vervolgens trambus te gaan organiseren in de plaats van te kiezen voor de voor de hand liggende en veel goedkopere renovatie van Spoorlijn 20.
Ik brak in het verleden reeds meermaals een lans voor het herstel van- en het terug in gebruik nemen van Spoorlijn 20. Eveneens drong ik meermaals aan op 'bewarende maatregelen' om de mogelijke afbraak van de oude Maasbrug langs Nederlandse zijde te voorkomen. Ik duidde bij uw voorganger meermaals op het grote strategische belang van deze brug voor Vlaanderen/Limburg en de catastrofale gevolgen die een afbraak voor Vlaanderen zou hebben.
Heeft de minister kennis van de mogelijke afbraakplannen van de Maasbrug in Nederland? Op welke wijze evalueert de minister de Nederlandse plannen?
Zal (of heeft de minister al) de minister stappen ondernemen om zijn Nederlandse collega's te overtuigen van het belang van het behouden van de Maasbrug? Zo ja, hoe en wanneer?
Zou het terug op de netkaart opnemen van Lijn 20 door Infrabel volgens de minister een belangrijk signaal zijn naar de Nederlandse overheid die het strategisch belang van de Maasbrug extra in de verf zet? Is de minister bereid de nodige actie te ondernemen om Infrabel hiervan te overtuigen?
Jean-Luc Crucke:
Geachte leden, in het regeerakkoord 2025-2029 is er sprake van de stimulering van de Europese samenwerking op het vlak van treinverkeer om meer en betere Europese treinverbindingen te bekomen, zowel voor goederen- als voor personenvervoer. Samen met de buurlanden en in samenspraak met de deelstaten dient eveneens ingezet te worden op een Europese grensoverschrijdende infrastructuuragenda, met in het bijzonder energie- en waterstofcorridors, digitale en transportnetwerken en de Einsteintelescoop.
In dat licht zal ik onder andere het gesprek aangaan met mijn collega's uit de ons omringende landen om de mogelijke opportuniteiten op het vlak van grensoverschrijdende spoorverbindingen te onderzoeken, zo ook wat betreft de toekomst van spoorlijn 20. Ik hoop dat ik dat dossier volgende week op de Europese Raad Vervoer informeel zal kunnen bespreken met mijn Nederlandse collega.
Ten slotte, indien dat nodig zou zijn, verwijs ik ook naar het uitgebreide antwoord van mijn voorganger op vragen van collega's Yzermans en Troosters over dit dossier tijdens de commissievergadering van 21 januari 2025.
Wouter Raskin:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
De bepaling in het regeerakkoord zou ons hoopvol kunnen stemmen, ondanks het gegeven dat ook dit niet evident is, aangezien het een grensoverschrijdend project is en er veel partners bij betrokken zijn. Het is goed dat u ervoor openstaat om op zijn minst het gesprek te voeren.
Het grote verschil met veel andere interessante projecten is dat hier de klok tikt. De sloophamer staat klaar in Maastricht en u moet absoluut daar geweest zijn, het gesprek gevoerd hebben en de brug vrijwaren voor de sloop, want anders is dit verhaal voorbij. Hier tikt de klok en ik hoop dat u zich daarvan heel goed bewust bent.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, waarover ik ditmaal minder enthousiast ben. Zoals de heer Raskin opmerkt, tikt de klok. Het betreft een onderwerp waarover ik al heel veel vragen heb gesteld, zowel mondeling als schriftelijk, en waarover ik interpellaties heb gehouden. Er ligt nu een resolutie daarover op tafel in de commissie voor Mobiliteit. Ik doe dus al het mogelijke om te beletten dat de Maasbrug wordt gesloopt. Buitenstaanders zullen denken "daar is hij weer met zijn Maasbrug", maar die is gewoon ontzettend belangrijk, niet voor de verbinding Hasselt-Maastricht – Maastricht is een internationaal treinknooppunt – maar voor Limburg en bij uitbreiding Vlaanderen en de regio’s Leuven en Brabant. Zelfs richting Antwerpen is ze ontzettend belangrijk. Wanneer de brug dichtgaat, komt er geen spoor en kan er geen trein meer rijden. Ik heb ontzettend veel op het behoud van de brug aangedrongen. Ik hoor u nu met de beste intenties vertellen en verwijzen naar de bepalingen in het regeerakkoord inzake de internationale spoorontwikkeling en spoorverbindingen. Die stonden echter ook in het regeerakkoord van de vivaldiregering. Er is dus niets nieuws onder de zon. Ik hoor u ook verwijzen naar een Europese agenda inzake het internationale spoorverkeer. Dat is allemaal prima, maar in dit geval kan ik daarop niet wachten. Ik wil er bij u echt op aandringen ter zake stappen te ondernemen. U moet er alles aan doen om het scenario van de sluiting te vermijden. Ik kijk er verder naar uit en hoop dat er iets volgt.
De waterinsijpeling in het station Brussel-Luxemburg
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gare Bruxelles-Luxembourg kampt met waterinfiltratie door verouderde afdichting onder de trappen naar het Europees Parlement, waar emmers de lekkages opvangen. De SNCB plant een vollige renovatie voor zomer 2025 (offertes onderhandeld), zonder aansprakelijkheid bij derden of staatssteun. Structuurprobleem (geen schuldige partij) wordt opgelost via eigen middelen, terwijl huidige onderhoudsmaatregelen onvoldoende zijn. Schlitz benadrukt het belang van een representatieve uitstraling voor deze internationale knoop.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministe, le hall intérieur de la gare de Bruxelles-Luxembourg est jonché de seaux de couleurs diverses manifestement destinés à récolter des eaux d'infiltration.
Cela donne une image particulièrement peu flatteuse à cette gare internationale, située par ailleurs au pied du Parlement européen. C'est d'autant plus étonnant au regard du caractère relativement récent de sa construction.
D'où, mes questions:
Qu'est-ce qui justifie la présence de ces seaux dans le hall de la Gare de Bruxelles-Luxembourg?
Une solution structurelle est-elle à l'étude pour supprimer les causes justifiant l'utilisation de ces seaux? Si oui, laquelle et dans quels délais sera-t-elle mise en oeuvre?
Qui porte la responsabilité de cette situation? La SNCB en tant que telle, l'entrepreneur qui a réalisé les travaux, le gestionnaire de l'esplanade Solidarność 1980 qui surplombe la gare? Le cas échéant, des poursuites ont-elles été entreprises pour faire valoir les droits de l'Etat belge par rapport à cette situation?
Jean-Luc Crucke:
La gare de Bruxelles-Luxembourg est effectivement confrontée à des infiltrations d’eau causées par un problème d’étanchéité au niveau des deux escaliers reliant l’esplanade du Parlement européen à la gare. Bien que les opérations de maintenance de la SNCB permettent d’en atténuer partiellement les effets, elles ne suffisent pas à éliminer complétement les désagréments occasionnés.
En parallèle, la SNCB a initié avec son bureau d’études un projet de rénovation complète de ces deux escaliers. Les offres ont été reçues et se trouvent actuellement en phase de négociation. La SNCB prévoit de débuter les travaux avant l’été 2025. Il n’y a pas de responsabilité spécifique. Les infiltrations sont dues à la vétusté du système d’étanchéité placé sous les escaliers, qui doit donc être remplacé.
La SNCB procèdera aux travaux et ne se tournera pas vers l’État pour leur prise en charge.
Sarah Schlitz:
Je vous remercie pour cette réponse précise. J’espère que notre gare de Bruxelles-Luxembourg pourra retrouver toute sa superbe assez rapidement car notre transport ferroviaire, c’est aussi pouvoir passer par des gares agréables. On se réjouit que cela avance.
De eventuele vervolgingen in het dossier over het station Bergen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De nieuwe gare van Bergen (Mons) – in januari 2025 geopend – staat centraal in een juridisch onderzoek naar kostenoverschrijdingen en onregelmatigheden bij aanbestedingen, blootgelegd door een rapport van het Rekenhof. Minister Crucke bevestigt dat noch hij noch de SNCB rechtstreeks op de hoogte werd gebracht van het onderzoek, maar dat het parket Bergen-Tournai het dossier onderzoekt op mogelijke strafbare feiten en verjaringsTermijnen, zonder verdere details te geven. Hij ontwijkt een eigen klacht in te dienen, verwijzend naar de scheiding der machten en het lopende justitieel onderzoek. De kernkwestie blijft of er fouten of fraude zijn gepleegd bij de projectuitvoering en financiële afhandeling.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, la nouvelle gare de Mons a été inaugurée en ce mois de janvier 2025.
Elle a fait l'objet de plusieurs polémiques, notamment au regard de son coût final et au mode d'attribution des marchés publics, qui a été étudié par un rapport de la Cour des Comptes à la demande de notre Parlement.
Maintenant qu'elle a été inaugurée, la question d'éventuelles poursuites sur le plan civil au regard notamment des constats posés par la Cour des Comptes se pose.
D'où mes questions, monsieur le ministre:
Avez-vous, ou la SNCB, été informé d'une procédure judiciaire entamée relativement à ce dossier?
Si ce n'est déjà fait, envisagez-vous de saisir la Justice d'une plainte, sur la base des éléments en votre connaissance ou du rapport de la Cour des Comptes?
Quel que soit votre choix, positif ou négatif, quels sont les arguments qui vous y ont conduit?
Jean-Luc Crucke:
Merci, chère collègue, pour cette question.
Il convient de répéter que ce projet, bien qu'important, est un héritage du passé qui ne répond plus aux actuels critères conceptuels de gestion, de gouvernance et budgétaires du gouvernement et de la SNCB.
Tous les éléments se trouvent dans le dossier qui a été remis à la Cour des comptes en 2022 dans le cadre de l'enquête qu'elle a diligentée à la demande du Parlement fédéral sur la modernisation et l'aménagement du site et des bâtiments de la gare de Mons. Ni la SNCB, ni moi-même, n'avons été directement informés de la procédure juridique. Nous l'avons appris par voie de presse. Ce lundi encore, le procureur du roi de Mons-Tournai a confirmé qu'il y avait bien une information sur la gare de Mons et que le parquet s'intéressait déjà au dossier. Je souligne qu'il s'agit d'un dossier extrêmement technique et que l'objectif est de déterminer, au-delà du facteur temps, si oui ou non, des infractions ont été commises dans la gestion du dossier et si ces éventuelles infractions sont susceptibles de faire l'objet de poursuites. Il y a également lieu d'examiner les éventuels délais de prescription.
Le procureur du roi n'a pas souhaité donner d'autres détails à ce stade sur l'évolution du dossier d'information. Par conséquent, étant donné que cette affaire est traitée par le SPF Justice, je m'abstiendrai également de tout autre commentaire par respect pour la séparation des pouvoirs dans ce pays, principe que vous connaissez bien.
Sarah Schlitz:
Je vous remercie pour votre réponse.
Het verminderde treinaanbod in Mortsel
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS schrapte in december een trein tussen Antwerpen en Brussel, waardoor Mortsel (dichtstbevolkte Vlaamse stad) nog maar één trein per uur naar Brussel heeft—met overvolle treinen en perrons als gevolg. Infrabel weigert extra rijpaden door capaciteitsproblemen (o.a. werken in Mechelen) en prioriteit voor internationale verbindingen (Eurocity Direct), wat de NMBS toeschrijft aan infrastructuurbeperkingen, maar Aerts wijt aan een *bewuste keuze* van de NMBS om Nederlandse belangen boven Vlaamse pendelaars te stellen, ondanks alternatieven zoals uitstel tot na de werken. Korte-termijnoplossingen (bv. extra stop in Mortsel voor IC08) zijn technisch onhaalbaar door drukte in Antwerpen en Brussel-Airport, terwijl langetermijndoelen (vier treinen/uur, waarvan twee in Mortsel) contractueel verplicht zijn maar pas in 2026 realistisch lijken. Aerts eist politieke druk op de NMBS om creatieve oplossingen af te dwingen en de binnenlandse dienstverlening te herstellen, zonder internationale ambities ten koste van pendelaars te laten gaan.
Staf Aerts:
Met het nieuwe treinaanbod schrapte de NMBS in december een van de vier treinen tussen Antwerpen en Brussel. Het gevolg zijn elke ochtend overvolle treinen en overvolle perrons, zelfs in Antwerpen. Daar zouden dus heel wat vouchers per dag kunnen worden uitgedeeld.
Mijn vraag gaat meer specifiek over Mortsel, want daar komt de beslissing natuurlijk nog harder aan. De trein die geschrapt werd, is namelijk een van de twee treinen die elk uur in Mortsel richting Brussel vertrokken. Mortsel is de dichtstbevolkte stad van Vlaanderen. Die stad werd dus in december op één trein per uur gezet.
Dat heeft uiteraard grote gevolgen voor iedereen die daar woont, elke pendelaar en elke student. Die gevolgen zijn duidelijk merkbaar. 900 treinreizigers hebben bijvoorbeeld een 'valentreinskaart' naar mevrouw Dutordoir gestuurd om te vragen om opnieuw een extra trein in te lassen. Ook het gemeentebestuur is in gang geschoten. Het heeft unaniem een motie goedgekeurd om het treinaanbod terug te herstellen. Dat wordt getrokken door onze groene burgemeester ter plaatse, maar hij krijgt ook de steun van de gemeentes rond Mortsel, namelijk Edegem, Hove en Boechout. Dat is niet toevallig, want Mortsel is niet alleen voor Mortsel een belangrijk treinstation, maar eigenlijk voor de hele dichtbevolkte regio, die heel dichtbevolkte zuidrand. Net daarom is het zo belangrijk om dat aanbod terug te herstellen.
In die motie worden twee belangrijke zaken gevraagd. De eerste vraag is uiteraard om zo snel mogelijk opnieuw twee treinen per uur te laten stoppen in Mortsel-Oude-God. Zij mikken ten laatste tegen de dienstregeling van 2026, dus december 2026. Ze geven ook aan dat er een snellere tussentijdse oplossing is. Vandaag passeert er immers een trein in Mortsel-Oude-God die van Antwerpen naar Mechelen rijdt. Die zou dus daar kunnen stoppen. Als de deuren daar zouden openen, zouden heel wat treinreizigers gebruik kunnen maken van die trein. Dat biedt dan een oplossing, want dan hebben ze via een overstap een inferieure oplossing. Dan hebben ze echter wel een oplossing om meer treinen te hebben en om opnieuw met twee treinen per uur richting Brussel te gaan. Dat is dus hun tweede vraag.
Dat zijn zeer pertinente vragen. Een vraag om op een iets langere termijn de treinverbinding te herstellen en een vraag om op korte termijn ervoor te zorgen dat de treinreiziger vanuit Mortsel op een deftige manier in Brussel geraakt.
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Aerts, dat zijn inderdaad pertinente vragen. De NMBS erkent de opmerkingen van sommige klanten over de huidige reiservaring tussen Antwerpen en Brussel. Ze heeft in dat verband al meerdere keren overleg gehad met haar belangrijkste stakeholders.
We willen graag uitleggen waar we momenteel staan. In de richting van Antwerpen moet al het treinverkeer van lijn 25 en lijn 25N over één spoor het station van Mechelen passeren, wat neerkomt op tien rijpaden per uur. Een studie van Infrabel heeft echter aangetoond dat binnen de huidige dienstregeling en door beperkingen door werken in onder andere Mechelen, tien rijpaden niet mogelijk zijn op lijn 25. Daar is dus een capaciteitsprobleem met de spoorinfrastructuur.
In april 2024 heeft de NMBS rijpaden aangevraagd voor vier binnenlandse IC-treinen, de IC Brussel-Rotterdam, de Eurocity en de nieuwe Eurocity Direct. In augustus bleek echter, na analyse van de aanvraag van de in België actieve treinoperatoren, dat er een conflict ontstond tussen het rijpad van IC22 en de internationale trein van Eurostar.
De arbitrageprocedure van Infrabel verloopt als volgt. Elke treinoperator bestelt in april van jaar X alle gewenste rijpaden bij Infrabel voor het jaar X plus 1. Tussen april en augustus van jaar X onderzoekt Infrabel of de aanvragen conform zijn en of er geen concurrerende aanvragen zijn. Bij concurrerende aanvragen start Infrabel een coördinatieprocedure en stelt alternatieve rijpaden voor. Als er geen oplossing wordt gevonden, weegt Infrabel de concurrerende aanvragen tegen elkaar af en wijst capaciteit toe op basis van prioriteitsregels.
Als gevolg van die arbitrageprocedure heeft de NMBS de gevraagde rijpaden voor de IC22 niet gekregen. De NMBS heeft de inzet van sneller materieel voor de IC22 bekeken, maar beschikt over onvoldoende Desiromotorstellen. Zelfs met sneller materieel en het schrappen van haltes konden geen werkbare rijpaden heen en terug voor de IC22 worden verkregen.
Naast de NMBS zijn nog andere treinoperatoren actief op de spoorlijn tussen Brussel en Antwerpen. Zonder infrastructuurupgrades zullen bijkomende aanvragen leiden tot meer conflicten en coördinatieprocedures, met mogelijk negatieve gevolgen voor het binnenlandse treinaanbod of andere operatoren. Daarom blijven we bij Infrabel en de overheid aandringen op investeringen in spoorinfrastructuur om de modal shift naar binnenlands en internationaal treinverkeer te bevorderen.
Op uw specifieke vraag naar een bijkomende stop in Mortsel-Oude-God laat de NMBS me weten dat het niet mogelijk is IC08 Antwerpen-Centraal-Brussels Airport-Leuven-Hasselt een bijkomende stop te geven in Mortsel-Oude-God zonder conflicten te veroorzaken.
Ten eerste is er het drukke treinverkeer ter hoogte van Brussels Airport, wat het niet mogelijk maakt om daar wijzigingen aan de dienstregeling aan te brengen.
Ten tweede is er ter hoogte van Antwerpen-Centraal en het uitwijkpunt Luchtbal, ten noorden van Antwerpen-Centraal, ook geen ruimte om wijzigingen toe te laten, dit door de reeds strakke opeenvolging van IC05 Antwerpen-Centraal-Charleroi-Central, IC08 Antwerpen-Centraal-Hasselt en S32 Essen-Antwerpen-Puurs. IC08 moet bij aankomst in Antwerpen-Centraal uitwijken naar Antwerpen-Luchtbal om perroncapaciteit vrij te maken voor de andere treinen in Antwerpen-Centraal.
Ook deze dienstregeling kan niet aangepast worden zonder kruisingen te creëren op lijn 12 Antwerpen-Essen. De beschikbare tijd voor het uitwijken van IC08 is vandaag reeds het uiterste minimum.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, ik begrijp dat dit antwoord voor een stuk voorbereid is door de NMBS. Ik vind het op zich pijnlijk dat de NMBS het blijft herhalen. Ook in de kranten zegt ze vaak dat het niet haar schuld is en dat het bij de toekenning van de rijbanen door Infrabel fout is gelopen.
Het is natuurlijk fout gelopen op het moment dat de NMBS ervoor gekozen heeft samen met de NS een Eurocity Direct in te leggen, waardoor de rijbanen verschoven zijn. De NMBS heeft dat ook erkend in de hoorzitting. In de hoorzitting is letterlijk gezegd dat men heeft gekozen voor die Nederlandse Eurocity Direct, goed wetende dat er een capaciteitsprobleem is. Dat is dus een bewuste keuze. Dan heeft men gezegd: we moesten wel, voor Nederland. Nee, ook dan waren er mogelijkheden genoeg om het uit te stellen tot na de werken in Mechelen. Die opties waren er. De NMBS had die hefbomen in handen, maar ze heeft ervoor gekozen dat niet te doen.
Wie is daar het slachtoffer van? De binnenlandse reiziger.
Begrijp me niet verkeerd. Ik zal altijd pleiten voor meer internationaal treinverkeer. Maar niet ten koste van zoveel binnenlandse reizigers. Dan moet er toch naar oplossingen gezocht kunnen worden.
Die Eurocity Direct stopt in Nederland wel in verschillende stations. Niet in België, wel in Nederland. Een reden te meer waarom ik echt geloof dat de NMBS zich zwaar heeft laten rollen en dat de binnenlandse reiziger daar de dupe van is.
Ik hoop echt, mijnheer de minister, dat u dit ter harte neemt en dat u mee op zoek gaat naar een oplossing. Ik kan niet oordelen of die trein wel of niet zijn deuren kan openen, maar ik hoop echt dat er een creatieve oplossing gezocht wordt op korte termijn en dat er ook gezocht wordt naar een manier om het op lange termijn opnieuw mogelijk te maken dat er vier treinen per uur tussen Antwerpen en Brussel rijden.
De NMBS zegt daar zelf over dat dat noodzakelijk is. Dat is als voorwaarde opgenomen in het openbaredienstcontract. Van die vier treinen zouden er twee in Mortsel moeten stoppen. Ook dat is opgenomen in het openbaredienstcontract. Het is heel belangrijk om daar meer werk van te maken en ik hoop dat u meer druk zult zetten op de NMBS om haar beloftes uit het beheerscontract ten aanzien van zoveel reizigers waar te maken. De dichtstbevolkte stad van Vlaanderen verdient een betere dienstverlening dan één trein per uur richting Brussel. Ik vermoed dat u het met me eens bent wanneer ik zeg dat drie treinen tussen Antwerpen en Brussel veel te weinig is. Ik hoop dat u bij de NMBS op tafel zult kloppen wat dit betreft.
Voorzitter:
Les questions n° 56003078C, n° 56003083C, n° 56003085C et n°56003087C de M. Cornillie sont reportées.
De brief van de maatschappelijke actoren van de regio Charleroi voor een betere treinverbinding
De treinverbinding Charleroi-Brussel
Betere treinverbindingen in de regio Charleroi-Brussel
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De vertragingen op de treinlijn Charleroi-Bruxelles (50 km in ~51 minuten, zelfs trager dan in 1920) worden veroorzaakt door beperkte snelheid, te veel stops, gemengd verkeer en werken aan het RER-netwerk, aldus minister Crucke. Hij belooft 47 minuten na afronding RER-werken (vier spoorwegen) en mogelijk 45 minuten bij aanpassing van de stopstrategie, maar benadrukt complexe afwegingen met andere treinen. D’Amico betwist de theoretische tijden (in praktijk altijd langer), wijst op snellere alternatieven zoals Brussel-Gent (zelfde afstand, half zo lang) en eist concrete actie voor tijdswinst en betere kwaliteit, zonder duidelijke termijn voor het RER.
Roberto D'Amico:
Monsieur le ministre, depuis des années, notre réseau ferroviaire est sous-financé et cela se ressent. Les trajets en train sont parfois longs voire très longs. Les usagers qui font le voyage entre Charleroi et Bruxelles – je parle notamment pour moi – passent ainsi une heure dans le train, pour seulement 50 km, ce qui signifie deux heures de transport par jour pour se rendre au travail, soit autant de temps en moins pour la vie de famille, les différentes obligations ou les loisirs.
On aurait pu s’attendre à ce que ce temps de trajet diminue au travers des décennies, mais il n’en n’est rien. En 2025, on met autant de temps à faire Charleroi-Bruxelles qu’en 1920. Pourtant, si on rendait cette liaison plus rapide, tout le monde y gagnerait. Les gens auraient plus de temps pour eux. Il y aurait moins de voitures sur les routes, donc moins d’embouteillages, et on renforcerait l’attractivité de Charleroi.
Monsieur le ministre, que faites-vous pour renforcer la ligne Charleroi-Bruxelles en transport en commun? Que faites-vous pour rendre le trajet en train plus court?
Jean-Luc Crucke:
Monsieur D'Amico, les temps de parcours sont liés à la vitesse commerciale de la ligne, à la politique d'arrêt de l'exploitant ferroviaire, à la densité et à l'hétérogénéité du trafic – mélange de trains lents et rapides – sur une même voie. Les temps de parcours constituent un élément parmi d'autres (prix, qualité de l'offre, sécurité et confort) de la satisfaction des clients finaux.
En cas de travaux, comme sur la ligne 124, la vitesse commerciale de la ligne peut aussi être diminuée afin d'assurer la sécurité du personnel et des circulations.
En 2011, le temps de parcours était entre Charleroi et Bruxelles-Midi d'environ 46 minutes. À partir de 2013, d'une part, à la suite du nouveau plan de transport de la SNCB avec entre autres une nouvelle politique d'arrêt des trains IC et, d'autre part, avec les travaux de mise à quatre voies de la ligne dans le cadre du RER, le temps de parcours entre Charleroi et Bruxelles est passé progressivement à 53 minutes.
Le temps de parcours actuel entre Charleroi et Bruxelles-Midi est de 51 minutes. Il a été optimisé autant que faire se peut compte tenu d'une adaptation de la politique d'arrêt et du type de matériel qui, l'un comme l'autre, restent des priorités de la SNCB. Le temps de parcours actuel de 51 minutes pourra être réduit à 47 minutes dès la suppression des minutes "travaux" nécessaires à la bonne exécution des travaux du RER – donc à la fin desdits travaux. Il pourrait éventuellement passer à 45 minutes en revoyant la politique d'arrêt de la SNCB par la diminution du temps d'arrêt dans certaines guerres et/ou par la suppression de certains arrêts commerciaux pour certains types de trains du ressort unique d'opérateurs ferroviaires.
Le reste du temps pourrait théoriquement être gagné dans une homogénéité de la circulation et une uniformité du matériel roulant ainsi que par une augmentation de la vitesse commerciale de la ligne, pour autant que les quatre voies du RER soient en service dans leur globalité, c’est-à-dire entre Moensberg et Nivelles. Il faudrait alors encore examiner s'il est possible de résoudre d'éventuels conflits avec d'autres trains sur le réseau que ce changement d'horaire pourrait provoquer. En d'autres termes, ce n'est pas simple!
Roberto D'Amico:
Merci monsieur le ministre, mais les temps que vous m'avez donnés sont vraiment théoriques car je fais trois fois par semaine Charleroi-Bruxelles et je n'ai jamais mis 45 minutes, même jusqu'à la gare du midi. Il y a donc moyen d'améliorer puisqu'entre Bruxelles et Gand, donc pratiquement la même distance, ils mettent la moitié du temps. Il y a moyen de raccourcir ce temps précieux pour tout le monde. On attend le RER – je ne sais pas pour quand – et on attend d'autres mesures qui visent à améliorer la qualité et le temps.
De toegankelijkheid van het station Welkenraedt tot 2032
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De foutieve hoogte (30 cm te laag) van de recent gerenoveerde perrons in Welkenraedt (2006-2009, volgens verouderde normen) blokkeert de installatie van liften voor PMR tot 2032, met een geschatte kost van €5 miljoen voor aanpassingen. De SNCB mikt tegen 2032 op 176 volledig toegankelijke stations (dekkend voor 2/3 van de reizigers), maar Welkenraedt staat niet op de prioriteitenlijst, ondanks lokale urgentie en kritiek op de 48-uurs reserveringsplicht voor PMR. Schlitz noemt de vertraging "onacceptabel" voor een cruciale station in de Duitstalige Gemeenschap en dringt aan op tussentijdse oplossingen, terwijl minister Crucke benadrukt dat het een politieke keuze is binnen de vastgelegde budgetten en planning.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, la SNCB vient d'annoncer que les ascenseurs pour permettre aux personnes à mobilité réduite (PMR) d'accéder aux quais de la gare de Welkenraedt ne seraient pas installés avant 2032!
Vous comprendrez la sidération des habitants, des acteurs locaux dans le coin de Welkenraedt qui ne comprennent pas pourquoi ces investissements ne peuvent pas être réalisés plus tôt. En effet, la raison invoquée pour ces délais est que les quais, refaits récemment, ont été construits 30 cm trop bas. C’est dommage!
Monsieur le ministre, comment une telle erreur a-t-elle pu être commise aujourd’hui? À combien s'élevait le montant de ces travaux? Quel serait le montant nécessaire pour réaliser l'installation de ces ascenseurs dans des délais plus raisonnables? Plus globalement, quelle est la stratégie en matière d'accessibilité de la SNCB? Pourrait-il y avoir d’autres solutions pour débloquer la situation avant 2032?
Actuellement, l’accessibilité aux trains est hyper-problématique. Les PMR sont obligées de faire des réservations plus de 48 heures à l’avance. Il n’est pas normal quand on est en chaise roulante de ne pas pouvoir monter dans un train pour se rendre à la mer ou rendre visite à un ami et de devoir le prévoir deux jours à l’avance. C’est inadmissible quand on sait que des travaux ont eu lieu et que les PMR vont devoir en payer le prix.
Monsieur le ministre, quelles solutions seront-elles mises en place?
Jean-Luc Crucke:
Chère collègue, les travaux de rénovation des quais en gare de Welkenraedt datent de la période 2006-2009. Ils ont été réalisés par Infrabel selon les règles PMR en application à cette époque à la hauteur standardisée de 55 cm par rapport au rail. Entre-temps, depuis 2018, la seule hauteur standardisée est fixée à 76 cm.
La SNCB et Infrabel ont élaboré un plan 2023-2032 pour améliorer l’accessibilité autonome des quais. Ce plan est repris dans les contrats de gestion 2023-2032 des deux entreprises. L’objectif est de disposer de 176 gares accessibles en autonomie fin 2032 et d’ainsi couvrir les besoins en accessibilité des deux tiers des voyageurs montés.
L’accessibilité de la gare de Welkenraedt n’est pas reprise dans les contrats 2023-2032 tels qu’approuvés par le gouvernement en décembre 2022.
La SNCB estime l’intervention pour l’installation d’ascenseurs, le rehaussement des quais à 76 cm et leur définition à 5 millions d’euros.
Pour ce qui est de la politique à l’égard des PMR et des temps de réservation, j’ai répondu plus tôt très spécifiquement à une question. Je vous renvoie à la réponse.
Sarah Schlitz:
Je vous remercie, monsieur le ministre. Même si je sais que ce n'est pas de votre faute, il est quand même extrêmement problématique de devoir attendre au plus tôt 2032, si j'entends bien, pour que l'accessibilité de la gare de Welkenraedt, qui est une gare avec un rayonnement très important en communauté germanophone, soit réalisée. Ce n'est pas acceptable. Dès lors, si en effet l'installation d'ascenseurs coûte cher, même si je pense qu'au regard des budgets de la SNCB, c'est quelque chose qu'on pourrait se permettre – c'est un choix politique –, d'autres solutions pourraient-elles être envisagées afin d'améliorer l'accessibilité de cette gare? Nous ne pouvons pas laisser les usagers dans cette situation pendant encore toutes ces années.
De wantoestanden bij NMBS-dochtermaatschappij Ypto
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Rekenhof onthulde grove wanpraktijken bij Ypto (IT-dochter NMBS), zoals voorkeursleveranciers, kunstmatige opsplitsing van opdrachten, dubbele facturering en 24-voudige verlenging van bestelbonnen, ondanks eerdere ontkenningen en gebrek aan transparantie door de NMBS. Minister Crucke bevestigt dat Ypto en NMBS de bevindingen erkennen en beloven herstelmaatregelen (strikter toezicht, actieplan, driemaandelijkse rapportage), met een opvolgingsaudit door het Rekenhof binnen 2-3 jaar, maar Troosters blijft sceptisch over de gelijke belangenverstrengeling (NMBS-bestuurders zitten in Ypto) en het structurele ontwijken van parlementaire verantwoording via dochterconstructies. Kern: systeemfalen bij aanbestedingen blijft onbestraft, transparantie ontbreekt, vertrouwen in NMBS-herstelminiem.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Ypto, de IT-dochtermaatschappij van de NMBS, kwam reeds meermaals negatief in het nieuws. In 2023 gaf dat aanleiding tot het stellen van heel wat vragen over de toekenning van lucratieve Consultancy-opdrachten aan het IT-bedrijf van de Dhr. Aghassi, een persoonlijke vriend van NMBS-CEO Sophie Dutordoir.
Ondanks het veelvuldig aandringen voor antwoorden op de gestelde vragen verkoos de NMBS geen duidelijkheid te verschaffen door te verwijzen naar het feit dat Ypto geen administratieve overheid zou zijn en dus bijgevolg niet onderworpen werd aan de Wet op Openbaarheid van Bestuur van 11 april 1994.
Intussen maakte een onderzoek van het Rekenhof duidelijk dat Ypto structureel de regels rond overheidsaanbestedingen niet volgt. Zo blijkt Ypto gebruik te maken van een lijst van voorkeursondernemingen om mee samen te werken, waardoor andere bedrijven geen gelijke kansen kregen om mee te dingen op de opdrachten van Ypto. Verder werden ook opvallend verkeerde inschattingen gemaakt van kosten waarbij in één geval zelfs het dubbele gefactureerd werd van wat op de bestelbon werd aangegeven.
Eveneens werden bepaalde bestelbonnen automatisch meermaals vernieuwd. In één geval gebeurde dit zelfs 24 keer. Op die wijze werden opdrachten kunstmatig opgesplitst waardoor bedragen lager leken.
Heeft de minister kennis van de vaststellingen die het Rekenhof bij Ypto deed? Wat is zijn reactie daarop?
Vindt de minister het prima dat verantwoordelijken voor de wansmakelijke toestanden die plaatsvonden bij de NMBS-dochteronderneming Ypto niet geduid worden en buiten schot blijven?
Hecht de minister veel geloof aan de aankondiging van de NMBS om de wantoestanden bij Ypto aan te zullen pakken?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, met het Onderzoek van de naleving van de overheidsopdrachtenregelgeving via een selectie van uitgaven toetste het Rekenhof concreet de rechtmatigheid van een selectie van overheidsopdrachten in opdracht van de FOD Economie, de federale politie, het SCK CEN, de FOD WASO, Beliris, Ypto, TUC RAIL en Infrabel. De resultaten van dit onderzoek werden op 24 januari 2025 door het Rekenhof publiek gemaakt. Enerzijds erkende het Rekenhof de inspanningen en maatregelen die Ypto reeds heeft gedaan en genomen om zijn interne werking en aanbestedingsprocessen in overeenstemming te brengen met de regelgeving. Anderzijds formuleert het ook een reeks aanbevelingen tegenover IT-dochteronderneming Ypto. Ypto en de NMBS onderschrijven volledig de aanbevelingen van het Rekenhof en hebben niet gewacht op het verslag om verbeteringen uit te werken.
In de afgelopen twee jaar heeft Ypto maatregelen ter versterking van zijn aankoopproces effectief uitgerold, zoals toegelicht in het eerste deel van mijn antwoord. Het actieplan dat Ypto had toegezegd uit te voeren op de korte termijn werd intussen geïmplementeerd. De overige maatregelen en aanbevelingen zullen ook volgens een strikte timing worden afgerond. Er is een driemaandelijks opvolgingsrapport ten behoeve van het auditcomité van de NMBS met betrekking tot dit punt. Ook zal de procurement board van de NMBS, die toezicht houdt op de naleving van de openbareaanbestedingsverplichtingen, tijdens het hele aankoopproces nu een bredere rol krijgen en de aankopen van Ypto bestrijken. De NMBS zal Ypto ondersteunen bij de uitvoering van het actieplan, dat ook aan het Rekenhof is bezorgd.
Twee weken geleden heeft een ontmoeting plaatsgevonden tussen het Rekenhof, de NMBS en Ypto, waarbij het Rekenhof heeft gesteld binnen twee tot drie jaar een opvolgingsaudit te zullen organiseren. De NMBS en Ypto verwelkomen dit initiatief.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, er is hier al veel over gezegd. Het is een behoorlijk frustrerend dossier en ik was zeer verontwaardigd over het rapport van het Rekenhof. De bal is aan het rollen is gegaan door het uitstekende werk van een journalist, Jeroen Bossaert van Het Laatste Nieuws , die naar aanleiding van de consultancyopdrachten die aan het IT-bedrijf van de heer Aghassi waren toegewezen een artikel heeft geschreven in de krant. Er was daar toen heel wat heisa rond en ik heb daar veel vragen over gesteld, maar tot mijn grote frustratie kreeg ik daar geen antwoorden op. Waarom kreeg ik daar geen antwoorden op? Dat was zo omdat het ICT-gebeuren is ondergebracht bij Ypto. Ypto is een dochtermaatschappij, maar valt niet onder de wet betreffende de openbaarheid van bestuur. In feite komt het erop neer dat zodra er iets aan de hand is, er een dochtermaatschappij wordt opgericht en een bepaald segment van het beleid daaronder wordt geparkeerd. Dan kan een parlementslid daar nog amper dingen over te weten komen. De vragen die ik hier stelde, zowel mondeling als schriftelijk, bleven bijna allemaal onbeantwoord of werden naast de kwestie beantwoord. Dat is heel frustrerend, zeker als men moet vaststellen dat zoveel jaar later het Rekenhof een rapport uitbrengt waaruit blijkt dat er weliswaar stappen vooruit zijn gezet – het zou er nog aan mankeren –, maar dat er toch nog heel wat zaken fout lopen. Zo is er bijvoorbeeld een lijst met voorkeursondernemingen of worden bestelbonnen tot 24 keer hergebruikt en telkens vernieuwd, een techniek die bij wel meer openbare besturen gehanteerd wordt. Dat is allemaal ongelooflijk frustrerend. Nu krijgen we te horen dat de NMBS zus en zo zal doen, toezicht zal houden enzovoort, maar het zijn net de mensen van de NMBS die in die dochterondernemingen zitten, onder andere bij Ypto. Net zoals in het rapport over het station van Bergen met Eurogare en de raad van bestuur, heeft men hier precies diezelfde constructie, met allemaal mensen met een dubbele pet. Ik ben daar zeer kritisch over en heb er heel weinig vertrouwen in, maar we zullen ongetwijfeld moeten afwachten hoe de zaken evolueren en of er nog beterschap komt.
Het spoorvervoer in het Kristalpark te Lommel
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Infrabel voert een tweejarige studie uit naar de heringebruikname van het overslagstation in Lommel voor glasproducent Ciner Glass en andere bedrijven, met betrokkenheid van LRM, VLAIO en de stad Lommel via overleg en een stuurgroep. De resultaten worden niet automatisch gedeeld met de Kamercommissie Mobiliteit, maar wel met de lokale stakeholders. Het project hangt af van technische haalbaarheid en samenwerking tussen Infrabel en de eigenaars (LRM/Lommel). Timing en transparantie blijven onduidelijk voor externe partijen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Glasproducent Ciner Glass bouwt een nieuwe fabriek op het industrieterrein Kristalpark in Lommel. Voor de aan- en afvoer van grondstoffen en producten denkt het bedrijf aan het opnieuw in gebruik nemen van een bestaand overslagstation. Ook andere bedrijven zijn daarin geïnteresseerd. Infrabel zou een studie opgestart hebben om de mogelijke heringebruikname van het overslagstation te onderzoeken.
Wat is de vooropgestelde timing voor de studie die door Infrabel wordt uitgevoerd? Zal de studie tegen eind dit jaar afgerond zijn? Welke actoren worden door Infrabel betrokken bij de uitvoering van hun studie? Wordt er ook overleg gepleegd met de stad Lommel en de Limburgse Reconversie Maatschappij (LRM) die de eigenaars zouden zijn van de spoorkade? Zullen de resultaten van de studie integraal beschikbaar worden gesteld voor de leden van de Kamercommissie Mobiliteit? Zo neen, waarom niet?
Jean-Luc Crucke:
In de overeenkomstige technische studie staat dat Infrabel twee jaar de tijd heeft om deze studies af te ronden. Er wordt overleg gepleegd met alle actoren: de LRM, VLAIO en de stad Lommel. Verschillende afdelingen van Infrabel leveren de technische expertise die nodig is om dit project tot een goed einde te brengen. Er is ook een stuurgroep waar Infrabel actief aan deelneemt. De resultaten van deze studies worden in elk geval meegedeeld aan de LRM, VLAIO en de stad Lommel.
Frank Troosters:
Dank u wel voor uw antwoord.
De studie naar het toekomstige spoorexploitatiemodel
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De FOD Mobiliteit onderzoekt sinds eind 2023 toekomstige spoorexploitatiemodellen (o.a. Zwitsers model) voor een herziening van het spoorbeleid tegen 2050, met focus op klimaatdoelen, modal shift en budgettaire efficiëntie—de studie loopt tot zomer 2025 en resultaten worden *na regeringstoetsing* mogelijk gedeeld met de Kamercommissie. Het Arizona-regeerakkoord sluit aan op deze studie door het Zwitserse cadansmodel te evalueren, maar concrete beslissingen over een nieuw model (en betrokken actoren zoals NMBS/Infrabel) volgen *pas na afronding*—Troosters benadrukt urgentie om voor 2032 (liberalisering) stappen te zetten en een vraaggericht model te overwegen, in plaats van eindeloos te blijven studeren.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Reeds tijdens de vorige legislatuur startte de FOD Mobiliteit een studie op naar de verschillende mogelijke toekomstige spoorexploitatiemodellen. Intussen heeft de nieuwe arizonaregering aangegeven samen met de spoorbedrijven NMBS en Infrabel te zullen onderzoeken in welke mate het overstappen naar een gecadanceerd aanbod tussen spoorknooppunten naar Zwitsers model realiseerbaar is.
Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de door de FOD Mobiliteit opgestarte studie naar de mogelijke spoorexploitatiemodellen? Wanneer werd de studie opgestart? Zijn er reeds tussentijdse resultaten/vaststellingen beschikbaar? Wanneer zal deze studie afgerond worden? Zullen de finale resultaten integraal gedeeld worden met de leden van de Kamercommissie Mobiliteit?
In welke mate sluit het aangekondigde onderzoek van de arizonaregering naar het Zwitsers spoormodel aan op de bovenvermelde studie?
Wanneer zal u/de regering-De Wever een definitieve beslissing nemen inzake de keuze voor een bepaald spoorexploitatiemodel?
Welke actoren zullen tijdens het evaluatie/keuzeproces betrokken worden?
Jean-Luc Crucke:
Om de toekomst van het Belgische spoor voor te bereiden, lanceerde de FOD Mobiliteit eind 2023 een studie naar mogelijke exploitatiemodellen voor het spoor in België op lange termijn. Het doel van de studie is de weg vrij te maken voor een algemene herziening van de gewenste treindienst in 2050. De studie moet het mogelijk maken om duidelijke, gemeenschappelijke doelstellingen voor de NMBS en voor Infrabel op lange termijn vast te leggen met betrekking tot het nationale en internationale reizigers- en goederenvervoersaanbod, door op een coherente manier de nodige investeringen te identificeren die een optimaal gebruik van de middelen en een betere benutting van het net mogelijk maken, om zo tegemoet te komen aan de uitdagingen van de mobiliteit van goederen en personen en tegelijk de doelstellingen inzake klimaat en modal shift te halen.
Die studie, geleid door een stuurgroep en ondersteund door een technisch comité waarvan Infrabel en de NMBS deel uitmaken, onderzoekt de toepassing op het Belgische net van de exploitatiemodellen die in verschillende Europese landen worden gebruikt. De analyse van met name het Zwitserse model, zoals is voorzien in het regeerakkoord van Arizona, en de theoretische toepassing ervan in België, hebben het mogelijk gemaakt om exploitatiescenario’s op te stellen waaruit verschillende lessen kunnen worden getrokken.
Door die scenario’s te vergelijken aan de hand van een multicriteria-analyse wordt een hybride model bestudeerd dat rekening houdt met de specifieke kenmerken van het Belgische netwerk en met de ambities van de regering op het vlak van het reizigersvervoer, het goederenvervoer en de budgettaire efficiëntie. Op basis van dat exploitatiemodel kan een referentiescenario voor spoorwegexploitatie voor 2050 worden opgesteld, samen met de fasen die nodig zijn voor de invoering ervan. De studie zou afgerond moeten zijn in de zomer van 2025. Zodra de studie klaar is en de belangrijkste resultaten goedgekeurd zijn door de regering, kunnen ze desgevallend worden meegedeeld aan de commissie voor Mobiliteit.
Er dient te worden opgemerkt dat de studie wordt uitgevoerd binnen een specifiek kader, met name om een exploitatiemodel voor de spoorweg te bestuderen dat op lange termijn kan worden overwogen. De studie gaat niet in op een reeks meer specifieke aspecten, zoals de vereisten voor rollend materieel, personeelskwesties enzovoort. Die aspecten zullen later het onderwerp van specifieke studies moeten uitmaken. Het gaat om een iteratief proces waarvan we ons nu in de eerste fase bevinden, namelijk het vaststellen van doelstellingen door middel van een streefdienstregeling, een instrument met gedeelde ambities.
Op basis van die langetermijnvoorstelling kunnen de implementatie en aanverwante aspecten worden bestudeerd en kan de fasering in detail worden vastgelegd en geanalyseerd.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik stel natuurlijk veel vragen.
Tijdens de vorige legislatuur gingen wij uit van een aanbodgericht model voor het spoor. Nu zou het meer om een vraaggericht model gaan, waarbij stations en stopplaatsen misschien worden herbekeken.
U hebt echter nu al meer duidelijkheid gegeven dan ik van uw voorganger heb gekregen. U weet immers dat de studie eraan komt tegen de zomer van 2025 en welke aspecten in de studie worden meegenomen. Daar wordt natuurlijk naar uitgekeken.
We kunnen immers blijven bestuderen. Dat gevoel had ik tijdens de vorige legislatuur. Er moet een ei worden gelegd. We moeten vooruit. Immers, ook 2032 en de liberalisering komen dichterbij. Dat is ook nog een grote werf. Het huidige dossier is dat ook. Ik kijk dus uit naar het vervolg.
Voorzitter:
Nous arrivons à la question n° 56003268C de M. Bayet mais il est absent.
De slechte dienstverlening van de NMBS op de spoorverbinding Waasland-Brussel
De geschrapte rechtstreekse treinverbinding tussen Sint-Niklaas en Brussel
Vertraagde en geschrapte NMBS-treinen tussen Waasland en Brussel
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie), Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS schrapte de rechtstreekse treinverbinding Sint-Niklaas-Brussel (met overstap in Dendermonde), wat leidt tot gemiste aansluitingen (27+ gevallen) en klachten van Waaslandse reizigers, terwijl de NMBS pas in 2026 een evaluatie belooft. De minister verdedigt de maatregel als nodig voor betere stiptheid (de oude verbinding blokkeerde andere lijnen en veroorzaakte vertragingen), maar erkent dat Infrabel onderzoekt of aansluitingen in Dendermonde kunnen worden verbeterd (bv. kortere overstaptijden). Piekuurtreinen keren vanaf december 2024 tijdelijk terug, maar de structurele oplossing blijft uitgesteld, ondanks kritiek dat het schrappen treingebruik ontmoedigt. De NMBS houdt vast aan haar langetermijnplanning en weigert een publieke tussentijdse evaluatie.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vragen.
Sinds de invoering van de nieuwe dienstregeling van de NMBS dienen reizigers uit het Waasland die richting Brussel reizen over te stappen in het station van Dendermonde. Dit geldt voor alle reizigers uit Sint-Niklaas, Lokeren, Belsele, Sinaai en Zele. De rechtstreekse treinverbinding van Sint-Niklaas naar Brussel werd immers geschrapt.
Sinds deze nieuwe dienstregeling zou de aansluiting in het station van Dendermonde op de trein naar Brussel al veelvuldig (ca. 27 keer) gemist zijn. Dit leidde tot een officiële klachtenbrief aan zowel de NMBS alsook aan Infrabel.
Heeft de minister kennis van bovenvermelde slechte dienstprestaties van de NMBS?
Is de minister van oordeel dat de bovenvermelde ondermaatse prestaties van de NMBS bijdragen aan het aantrekkelijk maken van de trein als vervoersmiddel?
Op welke wijze reageren de NMBS en Infrabel op de problemen ter zake en de klachtenbrief die ze ontvingen?
Welke maatregelen zullen er genomen worden opdat het missen van de aansluiting naar Brussel in het station van Dendermonde in de toekomst vermeden zal worden? Vanaf wanneer zal deze aansluiting gegarandeerd zijn?
Het schrappen van de rechtstreekse treinverbinding tussen Sint-Niklaas en Brussel deed al heel wat stof opwaaien. Heel wat treinreizigers bleken in de problemen te komen om hun aansluiting in Dendermonde tijdig te kunnen halen.
Intussen vond hierover een overleg plaats tussen de stad Lokeren en de NMBS die echter aangaven geen noemenswaardige aanpassingen in hun vervoersplan te zullen doorvoeren tot 2026. De rechtstreekse treinverbinding zal dus niet terugkeren tot en met 2026.
Evalueert de minister het schrappen van de treinverbinding tussen Sint-Niklaas en Brussel als een stap in de goede richting voor de betrokken treinreizigers? Wordt volgens haar het reiscomfort van de treinreizigers die tot een overstap in het station van Dendermonde gedwongen worden (en hun aansluiting soms missen) verhoogd?
Zal de minister aandringen bij de NMBS om op korte termijn een grondige evaluatie van het schrappen van de rechtstreekse treinverbinding tussen Sint-Niklaas en Brussel te maken en deze analyse publiek te maken? Zo neen, waarom niet?
Op welke wijze vindt de minister het schrappen van de rechtstreekse treinverbinding tussen Sint-Niklaas en Brussel compatibel met zijn doelstellingen om meer mensen tot het nemen van de trein te bewegen?
Jean-Luc Crucke:
De NMBS volgt sinds 16 december de impact van de wijzigingen in het vervoersplan. Het is echter noodzakelijk om alle effecten gedurende meerdere maanden te bestuderen om een onderscheid te kunnen maken tussen structurele en tijdelijke veranderingen. In dit kader wenst de NMBS na zes maanden een volledige evaluatie uit te voeren van de opsplitsing van de rechtstreekse IC-verbinding Brussel-Dendermonde-Sint-Niklaas. De analyse zal zich richten op de winsten in stiptheid van de twee verbindingen IC26 Kortrijk-Brussel-Dendermonde en S34 Dendermonde-Antwerpen-Berchem, de evolutie van het aantal reizigers aan de hand van de verkoopcijfers, de bezettingsgraad van de treinen en het percentage geslaagde aansluitingen tussen IC26 en S34 in Dendermonde. Op basis van al deze elementen zal de NMBS lessen trekken uit deze wijzigingen in haar exploitatiemodel.
Dit neemt niet weg dat de NMBS op basis van de eerste ervaring aan infrastructuurbeheerder Infrabel heeft gevraagd om te bekijken of de aansluitende treinen dichter bij elkaar kunnen worden gebracht en of er wachttijden kunnen worden ingevoerd. Deze vraag wordt geanalyseerd.
De complexiteit van de rechtstreekse verbinding tussen Sint-Niklaas en Brussel ligt in het feit dat de trein in Dendermonde het volledige station moet doorkruisen en daarbij de lijn Gent-Mechelen blokkeert, die zowel door reizigerstreinen als goederentreinen wordt gebruikt. Bovendien kan de trein niet rechtdoor rijden en moet hij in het station van rijrichting veranderen wat een halte van minstens 10 minuten aan het perron veroorzaakt. Deze organisatie, hoewel ze ervoor zorgde dat het Waasland verbonden was met Brussel, was erg kwetsbaar en veroorzaakte talrijke vertragingen op de drie genoemde spoorlijnen.
De wijziging die in december werd doorgevoerd, heeft als doel de beperking te verminderen en zo de stiptheid van de verbinding te verbeteren. Reizigers uit het Waasland kunnen Brussel bereiken via een overstap in Antwerpen-Berchem of in Dendermonde. De reistijd via Dendermonde met overstap is gelijkwaardig aan die van de vroegere rechtstreekse verbindingen.
Ik herinner er ook aan dat sinds december 2024 reizigers op weekdagen opnieuw kunnen gebruikmaken van de rechtstreekse piekuurtreinen tussen Sint-Niklaas, Lokeren, Gent-Dampoort en Brussel.
Frank Troosters:
Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister.
De dienstregeling van de NMBS tussen Geraardsbergen en Edingen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS paste in december 2024 de dienstregeling Geraardsbergen-Eddingens aan (treinen een halfuur verschoven), wat leidde tot lange wachttijden voor scholieren en lokaal protest, ondanks een algemene uitbreiding van 2% in het treinaanbod. Initiële operationele beperkingen (spoorcapaciteit) zouden extra treinen onmogelijk maken, maar na druk van gemeenten en een petitie met 3.000 handtekeningen werden vanaf 10 maart 2025 toch twee extra S5-treinen in de spits toegevoegd. Troosters vraagt zich af waarom de oplossing oorspronkelijk "onmogelijk" was maar nu wel haalbaar bleek, zonder duidelijkheid over de gewijzigde criteria. De aanpassing lost de acute problemen op, maar de onderliggende besluitvorming blijft onduidelijk.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Op 15 december voerde de NMBS een nieuwe dienstregeling in tussen Geraardsbergen en Edingen, een lijn die heel veel scholieren nemen om vanuit de stations van Herne, Tollembeek en Galmaarden naar school te gaan in Geraardsbergen. Leerlingen moeten sindsdien veel vroeger de trein nemen om op tijd op school te zijn en 's avonds moeten ze een uur wachten in het station om terug naar huis te sporen.
Deze gewijzigde vervoersplanning leidde tot heel wat protest bij zowel de plaatselijke schooldirecties alsook bij het stadsbestuur van Geraardsbergen, Pajottegem en Lierde. Er werd lokaal een motie goedgekeurd en er werd een petitie opgestart die meer dan 3.000 handtekeningen telde.
Finaal heeft de NMBS nu de vervoersplanning aangepast door vanaf 10 maart elke weekdag tussen 16u en 18u het treinaanbod uit te breiden.
Op basis van welke criteria was de eerdere beslissing om het vervoersaanbod in te krimpen vanaf 15 december 2024 genomen?
Welke criteria maken plots mogelijk wat eerder niet kon?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, sinds 15 december 2024 is het nieuwe treinaanbod voor 2025 van kracht. Dat betekent een uitbreiding met bijna 2 % ten opzichte van 2024. Dat past binnen de langetermijndoelstelling om tegen 2032 een groei van 10 % te realiseren, zoals is vastgelegd in het openbaredienstcontract tussen de NMBS en de federale overheid, door het aanbod geleidelijk uit te breiden binnen de NMBS en de reizigersaantallen met 30 % te laten stijgen tegen 2032. Omdat de NMBS niet op alle momenten beschikt over de spoorcapaciteit die ze wil, waren bij die uitbreiding enkele aanpassingen aan de dienstregeling onvermijdelijk.
Voor onze reizigers rond Geraardsbergen, inclusief scholieren, betekent dat dat de dienstregeling met een halfuur werd verschoven, zoals u aanhaalt. Een extra aanbod was ook geen optie wegens operationele beperkingen. Door positieve evoluties op dat vlak is nu toch een oplossing gevonden voor de specifieke noden van de scholieren en andere reizigers op die momenten.
Vanaf maandag 10 maart 2025 rijden twee extra S5-treinen, namelijk 3366 en 3367, tussen Geraardsbergen en Edingen rond het einde van de schooldag. Daardoor zijn er tussen 15.55 uur en 17.55 uur twee treinen per uur in plaats van een.
Vorige week zijn de burgemeesters van Pajottegem, Geraardsbergen en Edingen op de hoogte gebracht. Zij hebben ook gezorgd voor de verdere communicatie naar de scholen. Er is ook gecommuniceerd in de lokale media.
Frank Troosters:
Dank u wel, mijnheer de minister. Ik ben enigszins verbaasd. Er was een probleem en vervolgens werd de dienstregeling aangepast volgens bepaalde criteria die men daarvoor in aanmerking nam. Dat leidde evenwel tot problemen en dan bleek er toch een oplossing te zijn gevonden. Dat maakt me heel blij, maar ik vraag me af op basis van welke elementen u eerst zei dat het niet mogelijk was en dan plots wel. Ik ben in elk geval verheugd over de oplossing en dank u voor uw antwoord.
Het misplaatste commerciële initiatief van een treinbegeleider
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Crucke bevestigt dat de NMBS verplicht is de taalwetgeving (1966) te respecteren, maar vindt de huidige regels te star en pleit voor een klantgerichtere, soepelere interpretatie—met name voor interregionale en toeristische treinen—om concurrentieel te blijven in een geliberaliseerde markt. Hij noemt 30 klachten in 2024 "beperkt" en overweegt beleidsaanpassingen, maar benadrukt dat de NMBS-personeelsregels (zoals nevenactiviteiten) geen belangenconflicten of imagoschade mogen veroorzaken. Frank Troosters verwerpt elke flexibilisering, wijst op systematische laksheid bij NMBS en vorige ministers, en noemt de commercialisering van een taalovertreding (koffiebeker) door een begeleider—met medeweten van de NMBS—onacceptabel, ongeacht klantgerichte argumenten. Wet is wet, stelt hij, en de NMBS moet prioriteit geven aan naleving in plaats van deze te ondermijnen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
In december 2024 ontstond er heisa over het feit dat een treinbegeleider de geldende taalregelgeving niet zou gerespecteerd hebben tijdens zijn ambt als treinbegeleider. Op een trein die op dat ogenblik nog in Vilvoorde stond begroette hij de treinreizigers oa. in het Frans. Tegen deze overtreding werd een klacht ingediend bij het Vast Comité van Taaltoezicht dat zich hierover nog moet uitspreken.
Ergerlijk was het feit dat dit taalincident door zowel de vorige minister van Mobiliteit alsook de NMBS-directie werd aangegrepen om te pleiten voor het niet respecteren van de taalregelgeving.
De treinbegeleider in kwestie ontwierp intussen een koffiebeker met verwijzing naar de taalovertreding die hij maakte en commercialiseert die intussen - met kennis van de NMBS-directie - openlijk.
1. Pleit U in uw hoedanigheid van minister van Overheidsbedrijven ook voor het niet respecteren van de geldende taalwetgeving door de NMBS en haar personeel?
2. Vindt U het commercieel exploiteren van een overtreding tegen de taalwetgeving door een treinbegeleider in dienst van een overheidsbedrijf gepast?
3. Hoeveel klachten inzake het overtreden van de taalwetgeving door de NMBS werden er het afgelopen jaar (2024) ingediend? Met welk resultaat? Tot welke beleids- en/of handhavingsmaatregelen heeft dit geleid?
4. Hoeveel keer werd de NMBS door het Vast Comité van Taaltoezicht sinds 2020 op de vingers getikt voor het niet respecteren van de taalwetgeving?
5. Op welke wijze zal de NMBS er zorg voor dragen dat in de toekomst de geldende taalwetgeving binnen haar werking zal gerespecteerd worden?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, als overheidsbedrijf is de NMBS onderworpen aan de bepalingen van de wetgeving inzake het gebruik van talen in administratieve aangelegenheden van 18 juli 1966. Dat is niet betwistbaar, al laat het advies van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht enkele afwijkingen toe.
Om u een idee te geven van het aantal keren dat de taalwetgeving concreet wordt toegepast, de NMBS laat dagelijks tussen de 1.000 en 1.200 treinen rijden tussen Vlaanderen en Wallonië, dat is een op de drie treinen. Meer dan een derde van alle treinen, tussen 1.400 en 1.500, rijdt dagelijks door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In totaal is bijna 50 % van het Belgische treinverkeer interregionaal en meer dan een op de twee reizigers steekt een gewestgrens over. De NMBS vervoert dagelijks ongeveer 900.000 reizigers. In 2024 kreeg haar klantendienst een dertigtal klachten over het vermeend verkeerd gebruik van talen aan boord van haar treinen.
Dat neemt niet weg dat de NMBS de reizigers nog meer centraal wil stellen en haar reizigers correct wil kunnen informeren in meerdere talen, met name voor toeristische bestemmingen. In dat opzicht laat de NMBS me weten dat ze de huidige regelgeving onvoldoende klantgericht vindt. Als we de trein een centrale plaats in ons vervoersmodel willen geven, dan dringt een meer soepele en klantgerichte interpretatie zich op. Een meer klantgerichte interpretatie, al dan niet gepaard gaande met een beperkte dergelijke wijziging van de regelgeving, zou bovendien passen in de evolutie waarbij autonome overheidsbedrijven steeds meer moeten opereren in een geliberaliseerde context. Het is daarbij opportuun dat de NMBS kan werken binnen een level playing field vergeleken met haar concurrenten. Ik zal samen met de NMBS bekijken welke stappen kunnen worden gezet.
Aangaande uw HR-vraag, personeelsleden van de NMBS hebben de mogelijkheid om onder andere professionele activiteiten uit te oefenen zolang die de correcte en veilige uitvoering van hun taak niet in de weg staan, niet tot een belangenconflict leiden, het imago van de NMBS niet schaden en de NMBS niet benadelen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, het is eigenlijk een beetje frappant. Wij hebben vorige legislatuur vastgesteld dat de NMBS vrij laks of laconiek reageerde wanneer wij spraken over het toepassen van de taalwetgeving. En ja, de NMBS kan vinden wat ze wil en zeggen dat het onvoldoende klantgericht is, maar de wet is wel de wet. Er is een taalwetgeving en die moet worden gerespecteerd. Dat geldt zeker voor een overheidsbedrijf.
Vorige legislatuur hadden we dan ook nog een minister van Mobiliteit die het ook niet zo nauw nam met die wet en eigenlijk een beetje laks was. Het betreft een regelgeving die moet worden toegepast, ook door een treinbegeleider. Of er nu 1.000 of 1.200 treinen van Vlaanderen naar Wallonië over en weer rijden, regels zijn regels en die taalwetgeving moet worden toegepast.
Er was een treinbegeleider die blijkbaar een inbreuk had gepleegd op die regelgeving. Hij kwam ermee weg, tot daaraan toe. Hij vindt het echter ook nog nodig om een mok te commercialiseren over het feit dat hij het reglement bij wijze van spreken heeft overtreden, en dat met medeweten van de NMBS. Ik vind dat bijzonder ongepast.
En als de NMBS echt inzit met klantgerichtheid, zijn er andere werven waarmee ze aan de slag kan in plaats van te spelen met de taalwetgeving.
Voorzitter:
M. Legasse n'est pas présent pour poser sa question n° 56003379C.
De toekomst van de pensioenen van het rijdend personeel van de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de verhoging van het pensioenleeftijd voor SNCB-personeel (van 55 naar de wettelijke leeftijd), waarbij Sarah Schlitz de penibiliteit van het beroep en beloften aan werknemers benadrukt als reden om de huidige regels (vroegpensionering onder voorwaarden) te behouden, en waarschuwt voor versnelde uittreding en personeelstekorten. Minister Crucke stelt dat anticipatie op pensioen beperkt blijft (cijfers tonen gemiddelde uittreding op 60+), wijst op succesvolle wervingscampagnes (1.337 aanwervingen in 2024) en vertrouwt op sociaal overleg, maar erkent geen directe bevoegdheid over pensioenvoorwaarden. Schlitz kritiseert de regering voor gebrek aan erkenning van zware arbeidsomstandigheden en wisselende afspraken, die ze als "verraad" bestempelt, en betwijfelt de oprechtheid van het overleg.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, votre accord de Gouvernement prévoit ceci en matière de pension du personnel de la SNCB:
L’âge de la retraite des militaires (56 ans) et du personnel de la SNCB (55 ans) est progressivement porté à l’âge légal de la retraite des autres salariés et fonctionnaires. A partir du 01/01/2027, l’âge de la retraite sera progressivement relevé de 1 an par an, tout en respectant les attentes légitimes des personnes proches de l’âge de la retraite pour lesquelles nous prévoyons une période et des mesures transitoires suffisantes, en concertation avec les organisations sectorielles.
Les mesures nécessaires en matière de travail adapté seront prises. La pension basée sur l’âge pour les militaires et à la SNCB sera transformée en "pension sur demande". À l’avenir, ils pourront donc toujours prendre une retraite anticipée selon les conditions de carrière et d’âge en vigueur. Nous reconnaissons ici la spécificité du statut militaire, où leur participation à des missions extérieures et à des unités opérationnelles est valorisée positivement et prise en compte.
En tant que Ministre de la Mobilité, la partie relative au personnel de la SNCB vous concerne au premier chef, étant entendu que les dispositions actuelles ne concernent que le personnel roulant de la SNCB et sont d’ores et déjà conditionnées et que leur révision suscite légitimement beaucoup de questions parmi les travailleurs concernés.
Monsieur le ministre:
- Pouvez-vous nous rappeler quelles sont les dispositions actuelles précises concernant les pensions du personnel roulant de la SNCB?
- Pouvez-vous nous indiquer, pour les 5 dernières années, le nombre de travailleurs de la SNCB qui ont fait valoir leur droit à la pension à 55, 56, 57, 58, 59 ou 60 ans?
- Disposez-vous, de la même manière, de prévision pour ce qui concerne les prochaines années en terme de départ à la pension de ce personnel roulant? Pouvez-vous me les communiquer?
- Ne craignez-vous pas, vu cette partie de l’accord de Gouvernement, que ça ne conduise à des décisions personnelles d’anticipation des départs chez les travailleurs concernés, aggravant l’actuelle pénurie parmi le personnel roulant?
- Que comptez-vous mettre en œuvre pour préserver et renforcer l’attractivité de ces métiers essentiels pour la mobilité?
- Comment comptez-vous vous impliquer dans ce dossier en tant que Ministre de la Mobilité, afin d’obtenir, comme c’est le cas pour les militaires, des dispositions qui tiennent compte de la pénibilité effective des carrières des travailleurs concernés?
Jean-Luc Crucke:
Madame Schlitz, les dispositions légales les plus importantes concernant le personnel roulant de la SNCB sont la loi de 1961, et plus précisément son article 115; la loi du 28 décembre 2011 portant des dispositions diverses, titre 8, chapitre 1 er , et notamment les articles 88 et 105, tels que modifiés par la loi du 13 décembre 2013.
En ce qui concerne les cinq dernières années et le nombre de travailleurs de la SNCB qui ont fait valoir leur droit à la pension entre 55 et 60 ans, l'âge moyen des membres du personnel de la SNCB, toutes fonctions confondues, ayant sollicité leur mise à la retraite était de 60,6 ans en 2021, 60,7 ans en 2022, 61,1 ans en 2023 et 62 ans en 2024.
En 2024, 32 conducteurs de train ont demandé leur mise à la retraite. Le tableau précise la répartition suivante: 3 à 55 ans; 4 à 56 ans; 1 à 57 ans; 1 à 58 ans; 1 à 60 ans; 7 à 61 ans; 2 à 62 ans; 2 à 63 ans; 5 à 64 ans; 6 à 65 ans.
En 2024, 37 accompagnateurs de train ont demandé leur mise à la retraite. Le tableau de répartition me permet de vous fournir les renseignements suivants: 6 à 55 ans; 1 à 57 ans; 2 à 60 ans; 4 à 61 ans; 3 à 62 ans; 8 à 63 ans; 2 à 64 ans; 11 à 65 ans.
En ce qui concerne les prochaines années, en termes de départ à la pension, il n'est pas possible de faire des prévisions fiables pour l'avenir, compte tenu, entre autres, des modifications de la législation concernant l'âge légal de la retraite, le bonus pension, les retraites pour raison médicale et d'autres critères encore.
Vous me demandez si je crains, vu l’accord de gouvernement, que ça ne conduise à des décisions personnelles d’anticipation des départs chez les travailleurs concernés, aggravant l’actuelle pénurie parmi le personnel roulant.
Je dois vous dire que je n'ai pas cette crainte, mais je suis persuadé que la concertation sociale permettra également de clarifier certains propos qui, parfois, ne coïncident pas avec l'esprit et la lettre de l'accord de gouvernement.
Vous me demandez ce que je compte mettre en œuvre pour préserver et renforcer l'attractivité de ces métiers essentiels pour la mobilité. La SNCB applique à cet égard une stratégie de marque employeur très puissante. Tout au long de l'année, des campagnes, des événements propres, des salons de l'emploi, une collaboration avec des partenaires et de nombreuses autres actions garantissent un afflux suffisant. L'année dernière, la SNCB a enregistré un nombre record de candidatures et a d'ailleurs atteint son objectif de recrutement. En effet, 1 300 recrutements étaient nécessaires en 2024 et la SNCB en a réalisé 1 337. Pas plus tard que cette semaine, une session de formation organisée au sein d'Infrabel sur le recrutement de personnel spécifique a rencontré un franc succès.
Enfin, sur l'intégration des dispositions qui tiennent compte de la pénibilité effective des carrières des travailleurs concernés, je n'ai pas été impliqué dans la compétence qui relève exclusivement d'un collègue chargé du dossier des pensions, mais si j'avais une suggestion à lui faire, c'est de faire confiance au dialogue social. C'est d'ailleurs ce qu'il a commencé à faire, semble-t-il, aujourd'hui.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Les chiffres montrent bien à quel point les départs anticipés à la pension sont modérés, contrairement à ce que certains de vos collègues au sein du gouvernement Arizona ont tendance à dire. Ils caricaturent la fonction publique, les fonctionnaires, sans évoquer, à aucun moment, la pénibilité de ces métiers ni le fait que ces personnes ont des carrières longues. Elles se sont projetées dans cette carrière-là, parfois en se disant que ce n'était peut-être pas le métier de leurs rêves, mais qu'elles allaient l'exercer car il présente certains avantages, mais aussi d'autres inconvénients. Dès lors, changer les règles du jeu en cours de route, c'est une véritable trahison. Et c'est valable dans d'autres domaines en matière de pension. Ces personnes ont planifié leur carrière sur la base du fait qu'elles pourraient partir plus tôt et ont mordu sur leur chique, se disant qu'il y aura quand même une carotte au bout du chemin. La transformer en bâton, pour moi, c'est un véritable problème. J'entends votre volonté de dialogue et je la salue, vraiment. Maintenant, je compte sur vous pour convaincre vos collègues de l'Arizona de cette nécessaire mise en dialogue, parce que ce n'est pas ce qu'on entend. On entend des clichés sur les syndicats, sur la fonction publique, sur les travailleurs mais on n'entend pas une volonté de trouver des solutions pour chacun et chacune en fonction de la pénibilité de son métier et de ses réalités. J'entends votre parole mais je vois aussi le projet dans l'accord de majorité et les propos des autres. Permettez-moi dès lors de douter un peu de l'effectivité de cette bonne volonté.
Het traject voor de NMBS en Infrabel
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sarah Schlitz wijst op een duidelijke tegenstrijdigheid tussen de ambitieuze spoordoelen (30% meer reizigers, 90% punctualiteit, 50% nieuwe treinen) en 675 miljoen euro bezuinigingen (2025-2029) op SNCB/Infrabel, die het railvervoer dreigen te ondermijnen als budgettaire variabele. Minister Crucke bevestigt de jaarlijkse verdeling (50-250 miljoen/jaar) en benadrukt efficiëntieverhoging zonder investeringsbezuinigingen, maar erkent dat concrete maatregelen nog worden uitgewerkt, met geen afbouw van kilometerdoelen of toegankelijkheidswerken. Schlitz kritiseert dat enkel het spoor wordt geraakt (niet fossiele subsidies of salariswagens) en waarschuwt voor toekomstige mobiliteitsproblemen door onderinvestering, terwijl sluiting van kleine stations (besproken in plenaire zitting) een verkeerd signaal is zonder eerst oplossingen voor dalend gebruik te zoeken.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, les tableaux budgétaires du gouvernement Arizona prévoient des économies à réaliser chaque année sur le budget de la SNCB et d’Infrabel. Au total, de 2025 à 2029, ce sont au minimum 675 millions qui devraient être épargnés.
L’accord de Gouvernement confirme quant à lui les ambitions établies lors de la précédente législature en considérant « Le train est un maillon essentiel dans un réseau de mobilité durable et efficace » ou en se fixant des objectifs élevés, je cite: « une augmentation de 30% des voyageurs », « une ponctualité supérieure à 90% », « 50% de nouveaux trains » et « une réduction de 30% du nombre de trains supprimés ». Le même accord prévoit également que « les ressources et le personnel nécessaires » à la mise en œuvre de ces objectifs seront prévus.
Il y a une contradiction manifeste entre les chiffres et les mots de l’accord de Gouvernement qui refait du rail une simple variable d’ajustement budgétaire pour l’État fédéral.
Monsieur le ministre:
- Pouvez-vous nous indiquer la ventilation année par année de la législature entre la SNCB et Infrabel des coupes budgétaires annoncées?
- S’agit-il d’économies sur les moyens opérationnels ou sur les moyens d’investissement?
- S’agit-il d’un total de 675 millions d’économies ou d’un objectif de 675 millions de coupes structurelles à partir de la fin de la législature?
- Comment les entreprises publiques ferroviaires seront-elles en mesure d’absorber de telles coupes structurelles tout en assurant la réalisation des objectifs ambitieux confirmés dans l’accord de Gouvernement et dans les contrats de gestion signés par le Gouvernement avec Infrabel et la SNCB?
- Pouvez-vous confirmer que le nombre de trains/kilomètres réalisés par la SNCB augmentera chaque année conformément à la trajectoire définie dans le contrat de service public?
- Pouvez-vous confirmer la poursuite des travaux de mise en accessibilité des gares et points d’arrêt SNCB tels qu’inscrits dans le contrat de performance d’Infrabel et dans le contrat de service public de la SNCB?
- Sur quelles autres objectifs de ces contrats ferroviaires reviendrez-vous afin d’absorber ces coupes budgétaires?
Jean-Luc Crucke:
Je vous remercie pour cette question portant sur les économies prévues dans le budget de la SNCB et d'Infrabel, ainsi que sur leur impact sur les objectifs fixés par l'accord de gouvernement et les contrats de gestion en cours. Permettez-moi tout d'abord de rappeler que l'accord de gouvernement confirme le rôle essentiel du rail dans un réseau de mobilité durable et efficace. Les objectifs ambitieux fixés en termes de fréquentation, de ponctualité et de modernisation du matériel roulant restent au cœur de notre vision pour la SNCB et Infrabel. Par ailleurs, cet accord stipule que les ressources et le personnel nécessaires seront prévus afin de garantir leur mise en œuvre.
Concernant les économies budgétaires évoquées, il est important de préciser que les arbitrages définitifs n'ont pas encore été arrêtés. La trajectoire budgétaire doit s'inscrire dans un cadre plus large de redressement des finances publiques, un effort auquel tous et tous les secteurs doivent contribuer. Cependant, mon engagement en tant que ministre de la Mobilité est de veiller à ce que ces ajustements soient réalisés de la manière la plus respectueuse possible des travailleurs, des usagers et des entreprises ferroviaires.
S'agissant des modalités précises de répartition de l'effort entre la SNCB et Infrabel ainsi que la distinction entre moyens opérationnels et investissements, ces aspects sont encore en discussion.
Toutefois, il convient de rappeler que le 14 février dernier, le gouvernement a validé les notifications budgétaires relatives à l'accord de gouvernement. Dans ce cadre, la mesure intitulée "Gains d'efficacité structures SNCB" précise que des opérations plus efficaces avec moins de structures et moins de frais généraux permettront de réduire le subside au secteur ferroviaire. Il est également précisé qu'aucune économie ne sera réalisée sur les investissements d'Infrabel afin d'éviter un vieillissement des composants du réseau.
Ainsi, l'amélioration attendue de la trajectoire budgétaire du gouvernement par rapport à celle définie initialement par le comité de monitoring se ventile comme suit: en 2025: 50 millions; en 2026: 100 millions; en 2027: 125 millions; en 2028: 150 millions et en 2029: 250 millions.
En réponse à votre question sur le montant total des économies, l'objectif annoncé de 675 millions d'euros s'étale donc sur l'ensemble de la législature. La nature exacte de ces économies, qu'il s'agisse de coupes structurelles ou de réductions progressives des dépenses, devra être précisée à l'issue des discussions budgétaires en cours.
Quant à l'impact sur les prestations ferroviaires, notre volonté reste de garantir l'augmentation progressive du nombre de trains et de kilomètres parcourus, conformément aux engagements pris dans le contrat de service public de la SNCB. De même, l'accent mis sur les travaux de mise en accessibilité des gares et points d'arrêt SNCB doit se poursuivre, et cela aussi bien dans le contrat de performance d'Infrabel que dans le contrat de service public de la SNCB. Enfin, s'il concerne d'éventuelles adaptations aux objectifs des contrats de gestion, nos priorités sont d'assurer une rationalisation des dépenses sans remettre en cause les ambitions fixées pour le rail en Belgique.
Toute décision sera prise en concertation avec les acteurs concernés afin de garantir un équilibre entre la soutenabilité budgétaire et les attentes des citoyens en matière de mobilité.
Sarah Schlitz:
Merci, monsieur le ministre. J'entends que tous les secteurs doivent contribuer à l'effort. Cependant, on a vu les tableaux budgétaires. Tous les secteurs ne vont pas contribuer de la même manière à cet effort, et il est même possible que certains ne vont pas contribuer du tout, et que d'autres vont contribuer beaucoup. En l'espèce, j'entends donc que l'on va réaliser des économies conséquentes – même si j'ai bien noté que les équilibres n'étaient pas encore fixés –, et j'espère que cela sera moins important que ce qu'on a pu entendre il y a quelques semaines au moment des débats budgétaires. Ces 675 millions d'économies dans le rail ne sont pas du tout une bonne nouvelle. Par conséquent, si on ne touche pas à l'investissement, il faudrait réinvestir cet argent dans le rail et fonctionner en enveloppe fermée, et non les grappiller dans le rail parce que l'on sait à quel point investir dans les alternatives à la voiture représente à la fois un enjeu de santé publique mais aussi un enjeu économique. On sait que les embouteillages coûtent à la Belgique, on entend parler du carrefour Léonard tous les jours, – et vous encore plus souvent que moi –, et l'on sait donc à quel point il est indispensable que le rail devienne encore davantage une alternative pour un maximum de citoyens. On voit par ailleurs que l'on ne touche pas à la voiture salaire ni aux énergies fossiles, et par contre on va toucher aux alternatives qui sont nécessaires pour aujourd'hui, mais aussi pour demain. Gardons à l'esprit que les investissements que l'on réalise aujourd'hui, ce sont également des paris sur l'avenir. On sait que si on n’investit pas maintenant, on hypothèque l’avenir d’une mobilité durable et donc celui des générations futures. Je ne vous rejoins pas sur les nécessaires répartitions et contributions de tous les secteurs. Par ailleurs, demain en séance plénière, nous aurons une discussion sur les fermetures de gares. C’est un très mauvais signal de vouloir fermer certaines petites gares. Si certaines d’entre elles manquent d’attractivité, il faut se poser la question de savoir pourquoi et comment contrer ce problème plutôt que de fermer certains points d’arrêt.
Het nieuwe station Luik-Sint-Lambertus
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De vernieuwing van station Luik-Saint-Lambert loopt vertraging, maar wordt in twee fasen afgewerkt: het reizigersgebouw opent deze zomer, de perrons met roltrappen en overkappingen volgen in herfst 2025, aldus minister Crucke. Sarah Schlitz benadrukte de lange overlast en verwaarloosde omgeving, maar verwelkomde de concrete planning. De inauguratie vindt plaats na voltooiing, met een uitnodiging voor Schlitz—die als lokale toch al van plan was aanwezig te zijn.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, la gare de Liège-Saint-Lambert, dite aussi "Liège-Palais", est en travaux. C'est une bonne nouvelle, parce que c'est une vraie galère. Les travaux s'éternisent. Les abords sont fort tristounets. Le quartier et les Liégeois aimeraient savoir quand ils pourront enfin participer à l'inauguration de leur nouvelle gare Liège-Saint-Lambert.
Jean-Luc Crucke:
Madame Schlitz, nous allons donc terminer par une bonne nouvelle.
La nouvelle gare de Liège-Saint-Lambert sera opérationnelle en deux phases. Le bâtiment "voyageurs" sera accessible dès cet été. Ensuite, à l'automne 2025, les accès aux quais seront finalisés avec la mise en service des escalators. Cette étape comprendra également l'achèvement des auvents au bout des quais.
Nous pourrons donc l'inaugurer ensemble, puisque je veillerai à ce que vous y soyez invitée.
Sarah Schlitz:
Merci, monsieur le ministre. C'est trop aimable de votre part! De toute façon, je serais quand même venue, puisque j'habite à côté.
Voorzitter:
Je remercie le ministre et son administration pour leur disponibilité en vue de répondre à toutes les questions. Merci aussi aux membres pour leurs questions ainsi qu'aux différents services. La réunion publique de commission est levée à 18 h 46. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.46 uur.
De 9-daagse spoorstaking
De stakingen bij de spoorwegen
De stand van zaken met betrekking tot de 9-daagse spoorstaking
De spoorstakingen
Spoorstakingen van 9 dagen
Gesteld door
CD&V
Tine Gielis
Groen
Staf Aerts
N-VA
Dorien Cuylaerts
VB
Frank Troosters
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De langdurige spoorstakingen (tot 29 dagen, mogelijk tot juli) van vakbonden—met name kleinere, radicale groepen—lamleggen het openbaar vervoer, met enorme gevolgen voor pendelaars, studenten en het spoorpersoneel dat *wel* wil werken, terwijl de NMBS en regering in gebreke blijven om de crisis op te lossen. De kern van het conflict ligt in onrust over pensioenhervormingen, het HR-statuut en arizonaplannen, waarbij vakbonden hun privileges verdedigen en de regering te traag of onvoldoende communiceert—ondanks tweewekelijks overleg met de grootste bonden (CSC, CGSP). Alternatieve diensten functioneren slecht: treinen vallen uit, reizigers staan uren in de kou, en regio’s raken geheel geïsoleerd. Critici (o.a. CD&V, N-VA) eisen dringend resultaat: concrete compensatie (bv. abonnementsverlenging), breder overleg (ook met kleine vakbonden) en duidelijke regeringstegenmaatregelen om de continuïteit van de spoordienst te garanderen, in plaats van louter symbolische dialoog. De sociale en economische schade dreigt tot diep in 2024 door te woeden zonder ingrijpen.
Tine Gielis:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de ene vakbond staakt 9 dagen. De andere vakbond staakt 29 dagen. Dames en heren, wie biedt er meer? Het lijkt wel een stakingsopbod. De vraag die we ons hierbij moeten stellen, is hoever dit staat van de dagelijkse realiteit van de treinreiziger. De impact van al die acties op de treinreizigers, de pendelaars, de studenten en de senioren is gigantisch. De staking is volstrekt onverantwoord volgens de cd&v-fractie.
Mijnheer de minister, ik hoop dat uw collega in zijn overleg met de bonden heel duidelijk maakt dat die acties onaanvaardbaar zijn. Ze schaden niet alleen de reizigers, maar ook het vertrouwen in ons openbaar vervoer. Want wie is naast de reizigers ook de dupe? Laten we dat niet vergeten. Dat zijn de vele spoorwegmensen die wel willen werken, die elke dag met veel passie hun job doen, maar die ook aangeven dat het niet altijd evident is om langer te werken. Daarvoor moeten we ook begrip hebben. Sterker nog, we moeten hen daarbij helpen.
Iedereen weet dat er hervormingen nodig zijn. We moeten de mensen geen blaasjes wijs maken, we mogen dat niet ontkennen. Het is dus tijd om in gesprek te gaan en samen te zoeken hoe we kunnen zorgen voor een deftig pensioen enerzijds en tegelijkertijd het werk werkbaar kunnen houden anderzijds. Maar zorg er alstublieft voor dat de reizigers niet langer in de kou staan of het slachtoffer zijn.
Mijnheer de minister, hoe gaat u ervoor zorgen dat de mensen op hun werk geraken de komende dagen? Hoe gaat u ervoor zorgen dat onze spoormensen hun werk kunnen blijven doen?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, elke dag worden honderdduizenden reizigers geraakt door de spoorstakingen: werknemers raken niet op tijd op hun werk, studenten missen lessen, een fijn weekenduitstapje blijkt ineens moeilijk te plannen. Dat is een drama voor de spoorwegen en voor de reizigers. De pendelaars zitten ook met de handen in het haar. Ik heb het zelf ook mogen ervaren. Het is niet zo praktisch om negen dagen lang maar een dag op voorhand zijn rit van een dag later te kunnen plannen.
Als die trein dan komt, dan heeft men geluk, want vaak wordt hij een kwartier voor aankomst toch nog geannuleerd. Eigenlijk valt dat dan nog mee, want er zijn ook delen van het land, zoals de Antwerpse Kempen, West-Vlaanderen en Limburg, van waaruit mensen er helemaal niet meer geraken met de trein.
We mogen echter niet vergeten dat er een reden is waarom er gestaakt wordt. Die stakingen komen niet uit de lucht vallen. Het spoorpersoneel is ongerust over uw plannen met hun pensioen en met hun personeelsstatuut. De onrust is groot, want er lijken de komende maanden nog verschillende stakingsdagen aan te komen. Mijn oproep is dan ook om de staking als een alarmsignaal te zien, want de NMBS moest haar vervoersplan al terugschroeven wegens te weinig personeel. Het is toch overduidelijk dat de stakingen ook duidelijk maken dat de huidige plannen het treinberoep nog minder aantrekkelijk maken, net op een moment dat we meer treinbestuurders nodig hebben.
Vorige week verweet de minister de kleine vakbonden actie te voeren zonder te overleggen. Zijn er ondertussen wel al gesprekken geweest of zijn die gepland? Hoe staat de regering tegenover compenserende maatregelen voor de treinreizigers? Kan het abonnement worden verlengd voor de periode van de stakingen? Tot slot, hoe gaat u ervoor zorgen dat de besparingen (…)
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Aerts.
Dorien Cuylaerts:
Ik sta hier voor de zesde keer dit jaar met een vraag over het spoor. Toevallig is het vandaag de zesde dag van de fameuze negendaagse spoorstaking. U zou zich kunnen afvragen waar ik nog inspiratie haal voor een vraag. Wel, die kleine vakbonden inspireren mij. Ze hebben het toch mooi voor mekaar. Ze maken een compleet zootje van het spoorverkeer, omdat ze het niet eens zijn met de plannen van een democratisch verkozen regering. Ze willen vooral hun onverdedigbaar geworden privileges behouden.
Iedereen kent het resultaat: pendelaars, studenten en andere reizigers geraken niet op hun bestemming. Als zij toch een trein vinden, hebben ze geluk dat ze op die trein geraken, al zitten ze dan op elkaar gepakt als sardienen in een blik. Dat is onaanvaardbaar, we kunnen dat niet langer pikken.
Mijnheer de minister, naast de reizigers is er nog een andere groep die van die situatie de dupe is, met name het spoorwegpersoneel dat er wel voor kiest om te werken. Die personeelsleden krijgen deze dagen alle frustraties en alle klachten over zich heen, terwijl net zij de schade proberen te beperken.
Hoe lang kunnen de vakbonden nog staken zonder rekening te houden met de reizigers? Hoe lang kunnen ze dat volhouden zonder rekening te houden met hun collega’s die ook dupe zijn van de staking?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, dank u om uw collega Crucke, de minister van Mobiliteit, te vervangen. Ik twijfelde om deze vraag vandaag te stellen, want ik had ze heel graag aan minister Crucke zelf gesteld, maar gezien de spoorellende van de voorbije dagen stel ik ze toch aan u. Het is te belangrijk.
Vorige week ondervroeg ik minister Crucke over de spoorstaking aan de vooravond van de negendaagse spoorstaking. Vandaag is het de zesde dag en heeft de staking al voor veel ellende gezorgd. Er zijn nog veel meer acties door de grote spoorvakbonden aangekondigd, die zelfs tot juli zouden duren. We staan dus door een lange periode van sociale onrust. Er wordt nu zelfs gesproken over een zeer lange staking. Het is duidelijk dat de treinreiziger daarvan het slachtoffer zal worden.
De acties komen er uit onrust over wat men leest over het spoor in de arizonaplannen en het regeerakkoord. Er is dus niemand beter geschikt dan een minister van de arizonaregering om die onrust bij het spoorpersoneel weg te nemen. Ik heb minister Crucke verleden week gevraagd om alles uit de kast te halen om de onrust weg te nemen, zodat de lopende acties mogelijk zouden kunnen worden ingekort of andere aangekondigde acties worden opgeschort.
Mijn vraag is eenvoudig. Wat is er sinds vorige week gebeurd? Is er overleg geweest en met welk resultaat? Ik zie er tot op heden geen, maar is er resultaat? Wat is er gebeurd? Wat mogen we nog verwachten? Op welke manier gaat men ervoor zorgen dat de treinreiziger niet tot juli gegijzeld blijft?
Maxime Prévot:
Mijnheer de voorzitter, geachte Kamerleden, het stakingsrecht is een grondrecht in onze democratie, maar het moet worden uitgeoefend in het kader dat zowel de sociale dialoog als de continuïteit van de openbare diensten respecteert. De negendaagse staking die momenteel de spoorwegsector treft, heeft veel reacties en vragen opgeroepen, met name over de motivatie en de impact ervan op de gebruikers en de economie van het land.
Ik wil u eraan herinneren dat de NMBS en Infrabel autonome overheidsbedrijven zijn. De sociale dialoog binnen die bedrijven is hun verantwoordelijkheid en die van de representatieve vakbonden. Niettemin heeft Jean-Luc Crucke als federale minister van Mobiliteit het initiatief genomen om een regelmatige dialoog te onderhouden met de vertegenwoordigers van het spoorwegpersoneel. Sinds het begin van deze legislatuur heeft hij tweewekelijks vergaderingen georganiseerd met de twee belangrijkste vakbondsorganisaties in de sector, de CSC en de CGSP, om een constante en constructieve uitwisseling te garanderen. Die periodiciteit maakt het mogelijk om een doeltreffende opvolging van de bezorgdheden van het personeel te garanderen en te voorkomen dat spanningen escaleren door een gebrek aan dialoog.
Het is belangrijk op te merken dat die twee vakbonden de geldende procedures hebben gerespecteerd. Ze hebben kennisgevingen ingediend en deelgenomen aan de besprekingen waaruit de bereidheid tot overleg blijkt. Daartegenover hebben andere vakbondsorganisaties, van minderheden, gekozen voor een radicalere oppositiestrategie die zelfs zo ver gaat dat ze het hele spoorwegnet blokkeert. Een dergelijke houding is onaanvaardbaar. Het stakingsrecht mag geen instrument worden van totale blokkade van het land, vooral niet wanneer het wordt uitgeoefend door een minderheid die zeker niet alle spoorwegarbeiders vertegenwoordigt.
De eisen van de vakbond gaan veel verder dan het kader van mobiliteit. Ze hebben betrekking op bredere kwesties, zoals de hervorming van de pensioenen, de reorganisatie van HR Rail of de toekomst van de sociale dialoog in overheidsbedrijven. Die vragen zijn van belang voor de federale overheid in zijn geheel en er zijn besprekingen gaande om evenwichtige antwoorden te geven.
Het regeerakkoord voorziet in hervormingen die op een verantwoorde manier en in overleg worden doorgevoerd. De minister van Mobiliteit verbindt zich ertoe ervoor te zorgen dat de veranderingen worden doorgevoerd met respect voor de werknemers en de continuïteit van de openbare spoorwegdienst.
Om de impact van de staking op de gebruikers te beperken, werd een alternatieve spoordienst opgezet. De NMBS past haar reisplanner dagelijks aan in functie van de beschikbaarheid van het personeel. Passagiers worden uitgenodigd om die informatie te raadplegen om hun reizen zo goed mogelijk te organiseren.
De regering blijft openstaan voor dialoog en zal ervoor zorgen dat de genomen beslissingen zowel de toekomst van het spoor in België verzekeren als het begrotingsevenwicht van het land vrijwaren. Het is van essentieel belang dat alle belanghebbenden hun verantwoordelijkheid nemen en de voorkeur geven aan overleg in plaats van confrontatie. Het is in die geest dat we het werk dat we zijn begonnen, zullen voortzetten.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden.
Ik ben blij te vernemen dat uw collega, minister Crucke, kiest voor de dialoog en niet voor de blokkade, en er effectief mee aan de slag gaat, in samenspraak met de NMBS, om zekerheid te bieden aan de pendelaars. Het kan echt niet langer dat werkende mensen op deze manier gegijzeld worden.
Ik hoop dat uw collega-minister het vertrouwen van de pendelaars kan terugwinnen en dat we dergelijke situaties de komende jaren kunnen vermijden. Het spoorpersoneel moet gewaardeerd worden, maar dat geldt ook voor de pendelaars.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, het spoor heeft stabiliteit nodig: zekerheid voor het personeel en voor de treinreizigers. Zonder die stabiliteit zullen stakingen en personeelstekorten hand in hand blijven gaan en elkaar blijven versterken.
In naam van uw collega verwijst u naar de structuur van de NMBS om te zeggen dat het eigenlijk niet aan u is om te overleggen, maar aan de NMBS. Collega’s, we mogen echter niet vergeten dat deze staking niet gericht is tegen de NMBS, maar tegen de beslissing van de arizonaregering. Het is normaal dat de minister zijn verantwoordelijkheid neemt. Wat mij betreft, mag hij die verantwoordelijkheid ruimer nemen, niet enkel met de twee grootste spoorwegvakbonden, maar ook met de andere spoorwegvakbonden. Enkel via overleg kunnen we ervoor zorgen dat die mensen misschien gerustgesteld kunnen worden. Dat zal cruciaal zijn.
Ik begrijp dat mensen ongerust zijn, want op dit moment gaan zowel het personeel als het budget van de NMBS erop achteruit. Voor de rest blijft het een groot vraagteken waar de huidige regering naartoe wil.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik hoorde onlangs nog de woordvoerder van de OVS in een interview met ATV zeggen dat hij een bondgenoot is en bruggen wil bouwen, dus in dialoog wil gaan. De manier waarop deze asociale actie georganiseerd is, zorgt er echter voor dat de dienstverlening maximaal geïmpacteerd wordt, waardoor niet alleen de reizigers de dupe zijn, maar ook het spoorpersoneel dat wel wil werken en ervoor kiest om de reiziger niet in de steek te laten.
Zaterdag is het complimentendag en onze fractie wil het spoorpersoneel dat blijft doorwerken en zich elke dag inzet voor de treinreiziger een dikke pluim geven. Wij danken hen omdat zij de reiziger niet in de kou laten staan. Zij verdienen oprecht een compliment.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik hoor u graag zeggen dat u tweewekelijks overleg pleegt met het spoorpersoneel, maar het is het resultaat dat mij interesseert. Ik stel vast dat er de afgelopen dagen, ondanks de minimale dienstverlening, heel veel problemen waren. Een aantal treinen rijdt niet en de reizigers wachten met velen op een andere trein. In Leuven bijvoorbeeld stonden mensen zes rijen dik op het perron te wachten op een trein die al overvol zat. Mensen geraken vanuit Limburg met de trein tot in Brussel, maar zien dan dat er geen enkele trein meer terugrijdt naar hun vertrekstation. Die mensen staan letterlijk in de kou. Dat zijn onaanvaardbare toestanden. De treinreiziger heeft niets aan al die discussies tussen de arizonaregering en het spoorpersoneel, maar wil zijn trein kunnen nemen. Ik herhaal mijn oproep van vorige week. Ga aan de slag, ga opnieuw in overleg en neem de onrust weg, zodat de treinreizigers geholpen worden.
De komende 9-daagse staking bij de NMBS
De staking van het spoorpersoneel
De spoorstakingen
Spoorstakingen bij de NMBS
Gesteld door
Open Vld
Irina De Knop
N-VA
Dorien Cuylaerts
VB
Frank Troosters
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 20 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een negendaagse roterende spoorstaking, georganiseerd door kleine vakbonden (OVS, ASTB), treft doelbewust pendelaars, studenten en kwetsbare reizigers, terwijl zelfs grote vakbonden en de NMBS de actie als onverantwoord en onevenredig afwijzen. Minister Crucke (Mobiliteit) benadrukt dat de staking niet overlegd is en belooft dagelijkse communicatie over beperkt treinverkeer (58% op zaterdag, minder op weekdagen), maar stelt dat sociale dialoog met de grote vakbonden (nog niet met stakende partijen) prioriteit heeft, zonder concrete maatregelen tegen toekomstige acties. Oppositieleden (Open Vld, N-VA, Vlaams Belang) eisen hardere maatregelen om herhaling te voorkomen, wijzen op structurele problemen (onbetrouwbaarheid, personeelstekort) en verdedigen de hervormingsplannen van de regering-Arizona, terwijl ze de vakbonden beschuldigen van privilegeverdediging en het gijzelen van werkwillend personeel. De treinreiziger blijft de hoofddupe, met afnemend draagvlak voor de NMBS.
Irina De Knop:
Meneer de minister, ik ben een beetje gevat door de tijdswijziging, maar goed.
We staan aan de vooravond van een treinstaking, dames en heren, van maar liefst negen dagen. Enkele kleinere spoorvakbonden zijn voor een keer wel heel erg creatief geweest. Ze hebben nagedacht over hoe ze de pendelaars zo veel mogelijk kunnen treffen met zo weinig mogelijk inzet van de vakbonden. Daarom staken ze niet één dag, maar negen. Bovendien hebben ze bepaald dat ze één en ander roterend zouden doen, zodat iedereen overal ten lande geraakt wordt door hun actie. Als zelfs het ABVV die actie erover vindt, wil dat wel wat zeggen.
Bij Open Vld vinden we trouwens, net als de NMBS zelf, dat dit totaal onaanvaardbaar, onverantwoord en buiten proportie is. Want wie zal hiervan het slachtoffer zijn? Opnieuw de treingebruiker, de mensen die gaan pendelen, de studenten en zelfs de mensen met een beperking. Nu, die mensen zijn al wat gewend bij het spoor. De treinen komen meestal niet op tijd, zijn meestal veel te laat en zitten overvol, maar dit slaat toch wel alles.
Gelukkig, meneer de minister, hebben we sinds een aantal jaren onder liberale impuls de gegarandeerde dienstverlening. Dat is een klein hulpje. Al zal het voor de NMBS natuurlijk zaak zijn om erop toe te zien dat die gegarandeerde dienstverlening echt gewaarborgd wordt. Aan u zal het zaak zijn om erop toe te zien dat die vakbonden er niet iedere keer opnieuw voor zorgen dat het spoor lam ligt. Vandaar ook mijn vragen aan u, meneer de minister.
Wat zult u doen om ervoor te zorgen dat die gegarandeerde dienstverlening echt gewaarborgd wordt? Moeten we deze niet uitbreiden om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking ook op hun bestemming geraken?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, toen ik zes maanden geleden aantrad in het Parlement, had ik nooit verwacht dat de NMBS zo vaak het onderwerp van discussie zou zijn. Hier staan wij echter opnieuw, net als vorige week wegens een nieuwe staking. De twee kleine vakbonden, OVS en ASTB, plannen een staking van maar liefst negen dagen. Ik had gehoopt dat zij na overleg alsnog bij hun zinnen zouden komen, maar helaas is dat niet gebeurd. Zij houden vast aan hun negen dagen. Zij noemen dat een braaf compromis. Ik ben benieuwd of de pendelaars dat ook op die manier zien wanneer zij hun trein alweer zien wegvallen. Zullen zij dat dan ook een braaf compromis vinden? Ik twijfel daaraan.
Het spoorpersoneel dat wel wil werken, wordt immers simpelweg ook gegijzeld door die kleine minderheid. Het zijn immers vooral de treinbestuurders die zullen staken. Dat maakt dat een flink pak treinbegeleiders die dagen zelfs niet zal kunnen werken. De grote vakbonden vinden die staking hallucinant. Laten wij echter niet vergeten dat ook een overgrote meerderheid van het spoorpersoneel wel haar job met passie en toewijding uitvoert. Aan hen willen wij even onze expliciete dank uitspreken. Immers, slechts een handvol vakbondsmilitanten stookt de boel op en sleurt iedereen mee in die staking, die buiten proportie is.
Mijnheer de minister, laat het dus duidelijk zijn. Niemand wil dat dit land geblokkeerd wordt door een kleine vakbond zonder verantwoordelijkheidszin. Welke maatregelen overweegt u om ervoor te zorgen dat dergelijke buitensporige acties niet langer het hele land kunnen platleggen?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, mijn eerste vraag aan u als nieuwe minister van Mobiliteit is geen aangename. Morgen start een negendaagse spoorstaking, die wordt georganiseerd door de vakbond OVS. Zoals u weet, zijn er bij die vakbond zeer veel treinbestuurders aangesloten. Een treinbestuurder - het woord zegt het al - bestuurt de trein. Als de treinbestuurders actie voeren, dan rijdt de trein niet. Wie gaat daar de dupe van zijn? Dat zijn natuurlijk de treinreizigers.
Het blijft niet bij die actie van OVS. Ook de grote spoorvakbonden ACOD Spoor en ACV-Transcom hebben aangekondigd dat ze heel wat acties zullen voeren, tot zelfs in juli. Daar zullen ook stakingen bij zijn. De eerste staking werd al aangekondigd voor 31 maart.
Zij doen dat omdat ze een signaal willen geven aan u als minister van Mobiliteit, die deel uitmaakt van de arizonaregering. Ze zijn namelijk een beetje ongerust en ontevreden over de plannen van de arizonaregering, waarover ze lezen in het regeerakkoord. Dat maakt dat er een lente en zomer van sociale onrust zal zijn bij het spoor.
De treinreizigers zullen daar de dupe van zijn. Die treinreizigers werden de voorbije jaren al allerminst verwend inzake stiptheid, performantie, betrouwbaarheid en veiligheid. Nu krijgen ze dit er nog bij. Bovendien zorgen die acties ervoor dat het spoor als alternatief vervoermiddel minder aantrekkelijk wordt. Bovendien zullen ook weinig mensen zich geroepen voelen om treinbestuurder te worden, een job waaraan grote nood is.
Ik heb begrepen dat u overlegd hebt met de vakbonden. Daaruit valt alleszins af te leiden dat dit niet heeft geleid tot het opschorten van de aangekondigde acties. Ik hoop dat daar nog beterschap in komt. Mijn bezorgdheid gaat echter vooral uit naar de treinreizigers. Mijnheer de minister, wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat zij niet langer de dupe zullen zijn van de sociale onrust die uw arizonaregering bij het spoorpersoneel creëert?
Jean-Luc Crucke:
Geachte collega's, hartelijk dank voor uw vragen over de stakingsactie in de spoorwegsector. Ik heb het al benadrukt in mijn vorige interventie, de NMBS en Infrabel zijn autonome overheidsbedrijven. De sociale dialoog is een bevoegdheid die in de eerste plaats toekomt aan het bestuursorgaan en de sociale partners.
Als minister van Mobiliteit ben ik echter alert voor de gevolgen van deze acties voor de gebruikers en voor het goede verloop van de sociale dialoog.
Wat de status van de huidige staking betreft, is het belangrijk te benadrukken dat het een beweging is, geïnitieerd door een onafhankelijke vakbond. Die acties zijn gericht op bepaalde maatregelen waarin het regeerakkoord voorziet. Volgens de informatie van de NMBS, Infrabel en HR Rail worden deze stakingen als onaanvaardbaar, onverantwoord en onevenredig beschouwd, vooral omdat er geen voorafgaande overlegd werd gevraagd door de initiatiefnemers van de beweging. Ik deel dat standpunt helemaal.
Wat het vervoersaanbod tijdens deze stakingsperiode betreft, geef ik u de beschikbare gegevens voor zaterdag 22 februari. Drie IC-treinen op de vijf en drie L- of S-treinen op de vijf zullen rijden. In totaal zal 58 % van de treinen rijden, vergeleken met een normale zaterdag. De impact van de staking varieert per dag en zal tijdens de weekdagen groter zijn dan tijdens het weekend. De NMBS-reisplanner wordt elke dag vóór een stakingsdag bijgewerkt om de reizigers zo goed mogelijk te informeren over de verkeersomstandigheden. De NMBS is van plan om gedurende de hele sociale beweging dagelijks te communiceren over het beschikbare vervoersaanbod.
Ik benadruk het belang van de sociale dialoog en wijs erop dat overleg de beste manier is om deze problemen aan te pakken. Mijn inzet blijft die van een constructieve en open dialoog, om zowel de continuïteit van de openbare dienstenverlening als het respect voor de werknemers in de spoorwegsector te waarborgen. Het is zeker geen geschenk om met een staking van enkele dagen te leven, maar de slachtoffers van de staking zijn niet alleen degenen die u aanduidt, mevrouw De Knop, maar ook het publieke bedrijf, en wij moeten het publieke bedrijf verdedigen. Dat zal ik ook doen.
Mevrouw Cuylaerts, het overleg is nog niet begonnen, hoewel enkele vakbonden al staken. Het gaat om enkele kleine vakbonden, dat is niet voor alle vakbonden het geval. Dat moet u weten en beseffen. Met de grote vakbonden zal ik het sociaal overleg zeker voortzetten.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, moeten ons ervan bewust zijn dat het draagvlak voor de NMBS bij iedere staking afneemt. Het geduld van de mensen is werkelijk op.
De vakbonden blijven de privileges uit het verleden verdedigen, privileges die absoluut onhoudbaar zijn. Om het in de andere landstaal te zeggen: ça suffit , mijnheer de minister. De vakbonden hebben 8 maanden de tijd gehad het regeerakkoord naar links op te schuiven. Het is genoeg. Trop is te veel.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Het is heel duidelijk. De hervormingen zijn absoluut nodig en ik ben dan ook heel tevreden dat de nieuwe regering het lef heeft om verantwoordelijkheid te nemen. De maatregelen hadden al tientallen jaren geleden moeten zijn genomen. Zonder die ingrepen zullen de sociale zekerheid en de pensioenen simpelweg onbetaalbaar worden. De volgende generaties zullen de regering heel dankbaar zijn en ik ben blij dat we met de arizonacoalitie voor het juiste spoor kiezen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. U mag verontwaardigd zijn, maar daar schieten de treinreizigers niets mee op. Uw voorganger, de heer Gilkinet, was een kampioen. Hij heeft namelijk het record gevestigd van het aantal treinstakingen tijdens zijn ministerschap. Dat is een negatief record en ik hoop dat u tijdens uw ministerschap dat record niet zult breken. Het Vlaams Belang verwacht geen negatieve records, maar hoopt dat u deze legislatuur zult zorgen voor positieve records op het vlak van stiptheid, veiligheid en performantie bij het spoor. De treinreizigers mogen absoluut niet de dupe worden van wat er bij het spoor gebeurt. Ik hoop dat u de dialoog kunt voortzetten en ervoor zorgt dat de aangekondigde acties worden opgeschort. De treinreizigers zijn al veel getroffen. Ze moeten sinds februari meer betalen, maar krijgen daarvoor alleen maar meer spoorellende in de plaats. Dat is onaanvaardbaar.
De voor mindervalide personen niet waargemaakte minimale dienstverlening van de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
op 20 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de uitgesloten minimale dienstverlening voor mensen met mobiliteitsbeperkingen tijdens de NMBS-staking, waarbij de NMBS assistentie weigert en honderden reizigers negen dagen zonder vervoer vallen. Minister Beenders erkent het probleem, belooft samen met collega Crucke en vakbonden een oplossing af te dwingen en benadrukt dat de minimale dienstverlening voor iedereen moet gelden, maar concrete maatregelen ontbreken nog. Fatima Lamarti (Vooruit) vindt de situatie onacceptabel en discriminerend, omdat basisverplaatsing een recht is en de NMBS deze groep negeert met een "kom over negen dagen terug"-houding. Een losstaand urgentieverzoek van Sofie Merckx (PTB) eist afschaffing van parlementaire vertrekvergoedingen als symbool van politieke zuinigheidsmaatregelen, maar wordt verworpen.
Fatima Lamarti:
Mijnheer de minister, we hebben het daarnet gehad over de stakingen bij de NMBS. Ik zal het nu hebben over een doelgroep die in de kou dreigt te blijven staan. Zich kunnen verplaatsen naar zijn werk en terug naar huis na een lange dag is geen luxe, het is een basis. Voor niet iedereen is dat echter evident. Vele mensen hebben hulp nodig van anderen om ergens te geraken, anders geraken ze er niet.
Vanaf morgen wordt er gestaakt. Dat is een recht. Dat moet men respecteren. Wat we echter ook respecteren in dit land is de minimale dienstverlening bij een staking. Niet iedereen heeft de luxe om voor negen dagen een taxi te boeken. Niet iedereen kan zich überhaupt zelfstandig verplaatsen per wagen.
De minimale dienstverlening moet gelden voor iedereen. Of men goed te been is, of hulp nodig heeft, zich verplaatsen is een basisrecht. De NMBS zegt nu tegen honderden mensen: niet voor u, verplaats u maar niet, blijf maar negen dagen aan de kant staan.
Voor Vooruit is dit onacceptabel. Met meer dan 130 aanvragen per dag is deze dienstverlening essentieel. Ze moet worden gegarandeerd. Mijnheer de minister, de wet is duidelijk. Het vervoer moet worden gegarandeerd. Als we solidair zijn met de stakers, moeten we ook solidair zijn met de mensen die nergens heen kunnen. Voor ons van Vooruit is het essentieel dat ook hun recht gegarandeerd wordt. Wat zult u daarvoor doen als minister van Gelijke Kansen?
Rob Beenders:
Collega Lamarti, de afgelopen dagen kwamen er verschillende reacties van mensen die assistentie nodig hebben bij het nemen van de trein. De NMBS antwoordde hen dat er tijdens de staking geen reservaties voor assistentie mogelijk zullen zijn. Dat heeft een grote impact op die mensen. Er is het grondrecht om te staken, maar daar bestaan een aantal uitzonderingsprincipes op. Daarom is er bij de NMBS de minimale dienstverlening. Het kan natuurlijk niet de bedoeling zijn dat die minimale dienstverlening weer een uitzondering op zichzelf gaat realiseren, waardoor de grondrechten van andere mensen in het gedrang komen.
Wat ons betreft is het zeer duidelijk dat de minimale dienstverlening voor iedereen moet gelden, ook voor mensen die assistentie nodig hebben. Het feit dat die verhalen de voorbije dagen vrij talrijk naar buiten zijn gekomen, betekent dat dit een groot probleem is. Ik heb intussen de eerste contacten gelegd met mijn collega-minister Crucke, die bevoegd is voor Mobiliteit. Ik heb ook reeds samengezeten met de administratie.
We zullen effectief stappen moeten ondernemen met de NMBS om aan te geven dat de minimale dienstverlening voor iedereen geldt en niet voor een bepaalde groep. Dat lijkt me een kwestie van gezond verstand. We zullen dit de volgende dagen bovenaan de agenda plaatsen en we hopen op de korte termijn een oplossing te vinden. Ik reken ook op het gezond verstand van de vakbonden. We hebben de eerste contacten met hen gehad. Zij zullen ook inspanningen moeten doen om bij die minimale dienstverlening deze oproep te ondersteunen, opdat mensen die assistentie nodig hebben die ook effectief zullen krijgen.
Fatima Lamarti:
Negen dagen lang, negen dagen niet mee mogen doen, negen dagen voelen dat je er niet bij hoort. Een persbericht van de NMBS is snel geschreven, maar het leed dat het veroorzaakt wordt nu langzaam verwerkt. Wel of geen handicap, iedereen doet ertoe. Vooruit staat voor een samenleving waarin iedereen mee kan, waarin iedereen die zijn best doet, moet worden gezien en beloond. Deze mensen verdienen het ook om op hun bestemming te raken. Zij verdienen meer dan een simpel persbericht. "Kom over negen dagen maar weer terug." Niet voor ons. Goed dat u er werk van maakt, mijnheer de minister. Dank u.
Voorzitter:
Dank u wel, collega's. Dit is het einde van de mondelinge vragen.
In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.
Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.
Indien er geen bezwaar is, beschouw ik de inoverwegingneming van die voorstellen als aangenomen. Overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.
S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considère la prise en considération de ces propositions comme acquise. Je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
Urgentieverzoek
Demande d'urgence
Sofie Merckx:
Monsieur le président, nous demandons l'urgence pour la proposition de modification du Règlement de la Chambre des représentants en ce qui concerne la suppression de l'indemnité parlementaire de sortie et de départ, n° 712/1.
Nous savons tous à présent que ce gouvernement a décidé de mettre au régime la population dans son ensemble, de couper dans nos services publics si essentiels, de faire prester aux gens des heures supplémentaires sans qu'ils soient payés davantage, de les faire travailler plus longtemps sans sursalaire et avec une pension moindre. En revanche, ceux qui ne sont pas au régime, ce sont finalement les politiques. En effet, quel travailleur reçoit 125 000 euros d'indemnités après cinq ans de travail? Quel travailleur? Aucun! Mais les politiques vont continuer à se les octroyer. Donc, au lieu de mettre la population au régime, nous proposons de mettre les politiques au régime et de faire comme tout le monde. Fini les indemnités de sortie! Et si vous perdez votre emploi, vous n'avez qu'à aller au chômage!
Voorzitter:
Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken. Je vous propose de nous prononcer sur cette demande. De urgentie wordt verworpen bij zitten en opstaan. L'urgence est rejetée par assis et levé.
De aangekondigde spoorstakingen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 13 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De nieuwe mobiliteitsminister benadrukt dialoog met vakbonden over noodzakelijke NMBS-hervormingen (HR Rail, pensioenen, besparingen), maar wijst overdreven stakingen (9 dagen door OVS) af als onaanvaardbaar en schadelijk voor pendelaars. Hij bevestigt een eerste gesprek met syndicalisten, maar stelt dat sociale onderhandelingen primair bij NMBS/Infrabel liggen—de overheid grijpt niet in, tenzij het openbaar belang in het gedrang komt. Kritiek blijft op het gebrek aan respect van vakbonden voor reizigers en misbruik van ziektecertificaten, terwijl de minister minimale dienstverlening wil versterken zonder het stakingsrecht aan te tasten. N-VA eist hardere stellingname tegen "privileges", MR pleit voor balans tussen protestrecht en werkbaarheid spoor.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, allereerst wil ik u feliciteren en veel succes wensen met uw nieuwe functie. Met Mobiliteit in uw portefeuille rust er weliswaar een last op uw schouders. In de eerste plaats is er crisis bij de NMBS, die efficiënter gemaakt moet worden. Daarnaast moet het vertrouwen van de pendelaars opgekrikt worden.
Bij dat laatste aspect wil ik even stilstaan, want de kleine spoorvakbond OVS krijgt het maar weer eens voor mekaar, zoals daarnet al werd aangehaald. Naast de nationale stakingen plant die bond ook nog eens een staking van maar liefst negen dagen. Dat is eigenlijk buiten proportie, het is onaanvaardbaar. Het toont totaal geen respect voor de pendelaars. Daarenboven ondergraaft een dergelijke staking ook het vertrouwen in onze spoorwegen. Waarom doet de vakbond dat? De reden is uiteraard blijvend verzet tegen de noodzakelijke hervormingen. Die vakbond vindt de pensioenhervorming, flexibilisering of de afbouw van HR Rail niet nodig.
Gelukkig is onder impuls van N-VA tijdens de Zweedse regering de minimale dienstverlening ingevoerd, wat maakt dat er tijdens die negen dagen nog wel enkele treinen zullen rijden. Dat mag echter geen excuus zijn om op onze lauweren te rusten. Integendeel, de pendelaars verdienen zekerheid. Waar de vorige minister nog vrolijk meehuppelde met de betogers, verwachten wij van u een serieuze aanpak. In de media hebben we gelezen dat u met de vakbonden al afspraken gemaakt hebt om samen te zitten.
Mijnheer de minister, heeft dat gesprek met de vakbonden al plaatsgevonden? Zo ja, hoe is het verlopen? Zo neen, wanneer zal het plaatsvinden? Wat zult u concreet ondernemen zodat het voor de vakbonden heel duidelijk wordt dat zulke acties niet kunnen?
Gilles Foret:
Ce mardi, un syndicat de cheminots a déposé un préavis de grève de neuf jours pour la fin février. Préavis de grève que les directions de la SNCB et d'Infrabel ont qualifié de prématuré et disproportionné. Cette annonce, qui s'ajoute à une série de mobilisations ayant déjà fortement perturbé le rail, suscite de vives inquiétudes auprès des usagers qu'ils soient travailleurs, étudiants ou bien des entreprises dépendant du fret ferroviaire.
Alors que notre nouveau gouvernement annonçait des investissements ambitieux pour moderniser l'infrastructure, améliorer la ponctualité et garantir un service de qualité aux citoyens, nous craignons une multiplication des grèves qui interroge sur l'état du dialogue social au sein des entreprises du rail. Il est essentiel que ces discussions entre directions et syndicats se déroulent dans un cadre constructif et responsable afin d'épargner les usagers du rail. Cette mobilisation s'accompagne également d'une polémique sur l'usage abusif par certains de certificats médicaux lors de périodes de grève. Cette pratique, si elle est avérée réelle, pose un problème et met en péril la transparence des mouvements sociaux.
Dès lors, quelles initiatives comptez-vous prendre pour assurer un dialogue social constructif et éviter les conflits à répétition? Comment entendez-vous renforcer la mise en œuvre du service garanti qu'un de vos prédécesseurs, François Bellot, avait mis en œuvre pour assurer la continuité du transport ferroviaire lors des journées de grève? Et enfin, quelles mesures prendrez-vous pour éviter les abus liés aux certificats médicaux en période de mobilisation sociale et garantir une gestion rigoureuse de l'absentéisme? Je vous remercie.
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw Cuylaerts, mijnheer Foret, ik zou het kort kunnen houden, door te stellen dat ik uw redenering volg. Dat zou een kort antwoord opleveren.
Je vous remercie pour vos questions.
Ik wil er ten eerste aan herinneren dat de NMBS en Infrabel onafhankelijke overheidsbedrijven zijn. Het is dus niet aan de minister van Mobiliteit om zich te bemoeien met de sociale dialoog, die de relatie tussen het management en de vakbonden regeert. Hooguit heb ik de rol van doorgeefluik tussen beiden.
Je vais néanmoins vous répondre un peu plus précisément. Le droit à l'expression, d'une manière générale, m'est cher. En ce sens, le droit de grève est un mode d'expression démocratique et je tiens sincèrement à ce qu'il le reste.
Overdrijven is geen recht meer.
Toutefois, vous me connaissez, je suis un homme de dialogue. Aussi ai-je proposé, comme vous l'avez rappelé, aux représentants syndicaux qui ont tiré la sonnette d'alarme il y a quelques jours, de les rencontrer afin d'échanger sur leurs craintes. Quelles sont ces craintes?
U kent ze: de toekomst van HR Rail, het statuut van het personeel, het budgettaire traject met 250 miljoen euro besparingen tegen 2029, de sociale dialoog, de toekomst van de pensioenen, de impact van de pensioenmalus en dies meer.
Ik kan absoluut nog niet antwoorden op de vragen. De regering is vandaag nog maar tien dagen gevormd. Ik verdiep mij nog in de dossiers. U weet dat ik een man van de dialoog ben, maar ook een man van de dossiers.
Cependant, j'ai tenu à les rassurer. Quand je dis cela, je les ai quittés il y a à peine une heure. Nous avons dialogué honnêtement et de façon approfondie pendant deux heures afin de les rassurer sur la teneur de l'accord de gouvernement. J'appliquerai cet accord, tout l'accord et rien que l'accord, mais je le ferai en bonne intelligence avec les partenaires sociaux, les directions et les syndicats. Le dialogue social doit se poursuivre entre la SNCB et Infrabel, d'une part, et les syndicats, d'autre part.
En tout cas, ce que je ne veux pas, c'est que des tensions se fassent sentir à propos d'accords de principe, avant même que le travail n'ait commencé. Je comprends que les efforts soient difficiles sur papier, mais ils sont nécessaires. Si nous voulons garder une situation budgétaire tenable pour notre pays, il en va de l'avenir de nos finances publiques, et donc de l'avenir de nos enfants. Je suis sûr que les gestionnaires et les gens de raison comprendront que c'est ce que nous faisons. Et, s'il y a, en termes sociaux, des abus dans l'emploi de mécanismes de protection, il appartient bien évidemment à l'entreprise de prendre toutes les mesures nécessaires pour faire respecter les droits, mais aussi les obligations, des uns et des autres. Mon engagement est d'être clair avec tout le monde, mais aussi d'être sérieux avec tout un chacun.
Eerst en vooral moet er een dialoog zijn, maar als een organisatie het publiek bedrijf op het spel zet, dan zeg ik drie keer nee.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
De vakbonden blijven maar om solidariteit vragen voor hun situatie, maar tonen zelf geen greintje respect voor de pendelaars. Integendeel, ze zullen hen negen dagen gijzelen. U geeft aan voor dialoog te zijn, wat ik alleen maar kan toejuichen. Alleen zo komen we verder, maar het moet ook heel duidelijk worden meegedeeld dat dergelijke asociale vakbondsacties onaanvaardbaar zijn. Het gaat niet meer over rechten, zoals u zelf zegt, maar wel over privileges. Die privileges zijn echter niet langer houdbaar. De pendelaar moet de prijs betalen. Het is goed dat er nu een regering is die eindelijk moed toont en de nodige maatregelen neemt om ons land letterlijk en figuurlijk opnieuw op de rails te krijgen.
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour les éléments de réponse et pour votre engagement dans la poursuite d’un dialogue social constructif. Ce que nous regrettons, c’est qu’il y ait eu, avant la mise en place du gouvernement, des grèves préventives, et puis, aujourd'hui, des grèves prématurées. L’important, c’est ce dialogue social, et de pouvoir avoir un équilibre entre le droit de la grève et le droit de celles et ceux qui veulent se rendre sur leur lieu de travail, sur leur lieu de soin, sur leur lieu d’apprentissage. Il importe, en tant que ministre de la Mobilité, d’y veiller, dans tout le respect de l’autonomie des entreprises du rail. Quant au service garanti, il sera important de le renforcer et de veiller à ce que, lors de mouvements de grève, les travailleurs puissent bénéficier de la continuité du service ferroviaire. Nous verrons ensemble, en commission de la Mobilité, comment évaluer le service aujourd'hui et comment le faire évoluer pour le bien de tous, dans le respect du dialogue social. Je vous remercie, et bon travail!
De schietincidenten in Brussel
Het (drugs)geweld in Brussel
De drugsdealers en de herhaalde schietpartijen met kalasjnikovs aan het metrostation Clemenceau
De dodelijke schietpartijen in Brussel
De schietincidenten en de fusie van de politiezones in Brussel
De schietincidenten in Brussel
De dodelijke schietpartijen in Brussel
Het drugsgeweld
De schietincidenten in Brussel
De schietpartijen aan het Brusselse metrostation Clemenceau
Het geweld en de schietpartijen in Anderlecht
De coördinatie tussen de verschillende beleidsniveaus
De ondersteuning van de slachtoffers van drugscriminaliteit
Geweld, schietpartijen en drugscriminaliteit in Brussel en omgeving
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 12 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gedachtewisseling in de Kamer draaide rond de escalerende drugsgerelateerde schietpartijen in Brussel, met name in Anderlecht, en de structurele aanpak van georganiseerde criminaliteit en drugshandel door de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken, Bernard Quintin. Quintin benadrukte een nultolerantiebeleid, versterkte politieaanwezigheid (o.a. 24/7-patrouilles op hotspots), samenwerking met Justitie en Defensie (voor statische bewaking), en een ketenaanpak (van productie tot consumptie), maar erkende dat structurele oplossingen (zoals fusie van Brusselse politiezones, financiële ontmanteling van bendes en preventie) tijd en gecoördineerde inspanningen vereisen. Kritische punten waren tekort aan middelen, snelle inzetbaarheid van militairen (omstreden door minister Francken), en de rol van Justitie om straffeloosheid tegen te gaan, terwijl oppositiepartijen meer repressie en concrete timing eisten.
Voorzitter:
Ik verwelkom de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid, de heer Bernard Quintin. Ik feliciteer hem nogmaals met zijn aanstelling.
Ik heb tot deze gedachtewisseling beslist naar aanleiding van de verzoeken van de Vlaams Belangfractie en de fractie van Les Engagés met toepassing van artikel 24. Er worden ook vragen en een interpellatie aan toegevoegd.
Ik stel de volgende werkwijze voor. De minister zou graag een korte inleiding willen geven van een tiental minuten. Daarna zou ik de fracties aan het woord laten in volgorde van de grootte. Daarna kan de minister antwoorden en kan er worden gerepliceerd.
Mijnheer de minister, mag ik u vragen om binnen die tijd te blijven? Er zijn ook zeer veel fracties hier vertegenwoordigd, dus ik zou willen vragen om de uiteenzettingen van de fracties te beperken tot 10 à 15 minuten. Ik ben daarin nogal soepel, maar in der Beschränkung zeigt sich der Meister .
Bernard Quintin:
Mijnheer de voorzitter, dames en heren volksvertegenwoordigers, bedankt voor de flexibiliteit. Ik wil u vooreerst bedanken om mij in uw commissie te verwelkomen als nieuwe minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris. Uw rol en die van alle leden van de Kamer is voor mij essentieel. Ik verheug me dan ook om samen met u van gedachten te wisselen en kijk uit naar onze samenwerking.
Évidemment sans me faire trop d’illusions, car je sais que nous ne serons pas toujours d’accord et que nos débats seront vifs mais c’est précisément ce qui fait la richesse de notre démocratie. Une chose toutefois nous rassemble au-delà de nos divergences: notre pleine volonté de mieux garantir la protection et la sécurité de nos concitoyens. Sur ce point, vous pouvez compter sur mon engagement total.
Venons-en aux faits qui se sont déroulés la semaine dernière. Le mercredi 5 février dans les premières heures du matin, deux fusillades ont eu lieu dans la capitale. Une première à Saint-Josse-ten-Noode aux alentours de 1 h 25 avec deux blessés et une seconde à la sortie de la station de métro Clemenceau à 6 h sans faire de blessés. Le lendemain, le jeudi 6 février, une nouvelle fusillade a eu lieu à Clemenceau. Une personne a été blessée et s’est trouvée quelques jours dans un état critique. Ce vendredi 7 février, une fusillade a eu lieu dans le quartier anderlechtois du Peterbos. Une personne y a perdu la vie.
Enfin, selon les informations dont je dispose à l’heure actuelle, hier soir aux alentours de 22 h 00, un individu armé d’une arme longue est sorti d’un véhicule à proximité de la station Clemenceau où se trouvait une équipe de police en poste statique. À la vue de celle-ci, l’individu est remonté dans son véhicule et a pris la fuite. Cet évènement démontre l’importance de la présence policière renforcée dans nos rues.
Na de gebeurtenissen van vorige week trad ik onmiddellijk in contact met de betrokkenen en stond ik aan de zijde van de politieteams ter plaatse. Daarvoor wil ik hen bedanken. Eerst en vooral had ik een gesprek met de burgemeester van Anderlecht, de heer Fabrice Kumps, en de procureur des Konings, de heer Moinil. Vorige week had ik ook ontmoetingen met nationaal drugscommissaris, mevrouw Ine Van Wymersch, en de commissaris-generaal van de federale politie, de heer Eric Snoeck.
Toujours vendredi matin, après les événements dans le quartier du Peterbos, une réunion d'urgence a eu lieu au cabinet de la ministre de la Justice, ma collègue Annelies Verlinden, en présence du commissaire général de la police fédérale, des représentants des forces de police locales, de la commissaire nationale aux drogues, du parquet général et du procureur du Roi de Bruxelles. Il s'agissait d'une réunion importante et utile pour faire le point sur la situation mais surtout pour mettre tous les acteurs concernés autour de la table et coordonner les informations récoltées.
Gisteren heb ik met de burgemeester van Brussel de Gewestelijke Veiligheidsraad van Brussel bijgewoond. Het belangrijkste doel van die ontmoetingen was de identificatie van concrete en snelle maatregelen voor de verhoging van de veiligheid van onze burgers, wat vandaag nog steeds onze absolute prioriteit is. Ze boden ook de gelegenheid om de balans op te maken en te onderzoeken hoe we de aanwezigheid van de politie in en rond de metrostations en in de politiezone Zuid kunnen versterken.
Ces échanges ont été l’occasion de témoigner mon soutien et ma gratitude envers les forces de l’ordre, dont l’engagement sans faille mérite d’être salué. J’ai été profondément touché par la détermination et la persévérance des agents rencontrés sur le terrain, et je tiens à leur adresser ici une fois encore mes plus sincères remerciements.
Mes pensées vont aussi évidemment aux concitoyens innocents, directement ou indirectement affectés par ces violences. Je mesure pleinement leur crainte et leur sentiment d’insécurité qui est d'ailleurs, pour la plupart d’entre eux, plus qu’un sentiment. Il faut leur dire que nous entendons leur appel à plus de sécurité. Ils veulent vivre en sécurité et en paix dans leur quartier. Ils peuvent compter sur ma détermination et celle de l’ensemble du gouvernement pour agir.
Samen zullen we ons onvermoeibaar blijven inzetten om de situatie te verbeteren. Ik herhaal het keer op keer: de straten zijn niet van de dealers, maar van onze medeburgers.
Comme vous le savez, le problème lié au phénomène de vente de stupéfiants en Belgique n'est pas nouveau. Notre pays est connu pour être devenu un hub logistique pour l'Europe. Deux points d'entrée principaux ont été identifiés: le port d'Anvers et l'aéroport de Liège-Bierset, lesquels permettent l'importation de cocaïne et de drogues de synthèse. Ces dernières années, la vente de drogue s'est structurée sous la tutelle des mafias étrangères, notamment au sein du quartier Peterbos.
Het gebruik van verdovende middelen is ook veranderd. Voor 2020 werd de politie voornamelijk geconfronteerd met cannabishars. Sinds de structurering van de drugsnetwerken zien we een toename in de verkoop van cocaïne, die blijft stijgen vanwege de rentabiliteit op de drugsmarkt. Een straatverkoper verdient veel meer met de verkoop van cocaïne dan met de verkoop van cannabishars, waardoor meer verkopers die drug aanbieden.
Notre service de police de recherche a déjà pu identifier plusieurs réseaux de trafiquants présents dans plusieurs régions de notre pays. À Anvers, ce sont des narcotrafiquants liés et sous la tutelle de la Mocro Maffia et de la mafia albanaise. À Liège, les réseaux de stupéfiants sont moins structurés et disposent de moins de capacités logistiques, comme par exemple l'accès aux armes à feu. Cependant, cela n'empêche pas une guerre de territoire avec les différentes organisations qui se conclut par des règlements de comptes violents à l'arme blanche.
Depuis la fin de l'année 2021, nous faisons le triste constat de l'augmentation de la violence avec armes à feu dans les rues de Bruxelles. Les différentes organisations se livrent, aux yeux de tous, à des règlements de comptes dans les rues de nos quartiers. Ce que nous avons vu la semaine dernière n'est que la pointe de la partie émergée de l'iceberg.
Ik kan u verzekeren dat ik niet zal blijven stilzitten in mijn bureau, maar dat ik bij onze ordediensten op het terrein zal zijn. Het regeerakkoord is duidelijk. Il faut le souligner . De veiligheid in onze straten en het einde van de straffeloosheid zijn de prioriteiten voor alle actoren, ook voor de mensen die ik sinds vorige week heb ontmoet.
Vous allez me demander, à juste titre, quelles mesures seront prises. Nous allons décliner notre approche en deux phases.
Premièrement, il est impératif de regagner l'espace public. Afin d'atteindre cet objectif, la Zone de police Midi a été renforcée, depuis le 28 octobre 2024, par six inspecteurs qui composent trois patrouilles de sécurisation du service DAS de la police fédérale présents 24 sur 7. Ils sont venus en renfort sur les six hotspots de la Zone de police Midi: Peterbos, Cureghem-Aumale, Gare du Midi, Porte de Hal, Square Jacques Franck, et Saint-Antoine.
Depuis les fusillades de la semaine dernière, un renfort supplémentaire a été déployé dans le cadre d'un mécanisme de coopération policier renforcé, notamment par l'appui de la Zone de police Bruxelles Capitale Ixelles et de la police fédérale: 20 inspecteurs en appui sur les lieux identifiés comme hotspots au sein des zones de police assurent des patrouilles 24 sur 7, et 30 inspecteurs au service de la police des chemins de fer (SPC) renforcent la sécurité dans les stations de métro. Parallèlement, des enquêtes judiciaires approfondies sont menées, afin de cibler les responsables de ce trafic.
Deuxièmement, une série de mesures visant le démantèlement des réseaux doivent être envisagées de manière structurelle et pérenne. Je vous en liste quelques-unes que je compte étudier.
Je voudrais d'abord un renfort supplémentaire qui sera destiné aux zones confrontées au trafic de drogue, pour des patrouilles de sécurisation.
Comme inscrit dans l'accord de gouvernement, j'entends étudier la manière dont nous pouvons organiser nos formations au sein des écoles de police de manière plus concrète et efficace. Mon attention se portera notamment sur le bon fonctionnement des directions de la police judiciaire fédérale, afin que les enquêteurs puissent travailler de manière plus optimale.
Je vais renforcer le travail commun avec les SPF Justice, Asile et Migration, Finances ainsi qu'avec la commissaire nationale aux drogues, pour nous attaquer ensemble à toutes les chaînes du trafic.
In overeenstemming met het regeerakkoord zullen bewakingsopdrachten op gevoelige locaties, zoals kerncentrales en ambassades, uiteindelijk overgenomen worden door Defensie. Hierdoor kunnen de agenten die nu gemobiliseerd zijn weer in hun oorspronkelijke diensten worden opgenomen, zodat ze zich op hun primaire opdracht kunnen toeleggen. Ik ben daarover in overleg met mijn collega van Defensie, de heer Theo Francken. Wij hebben allebei de vaste wil om dit te doen conform het regeerakkoord.
Om de drugshandel te bestrijden moeten we ook de gebruikers bewuster maken. In het belang van de openbare veiligheid, gezondheid en rust zullen administratieve maatregelen worden genomen tegen kopers van verdovende middelen.
Mesdames et messieurs les députés, je mettrai tout en œuvre pour éradiquer le trafic de drogues de nos rues. Toutefois, cette lutte ne pourra être menée efficacement et sur le long terme qu'avec l'implication de tous les pouvoirs compétents. Je pense ici aux autorités locales, mais également aux autorités régionales ainsi qu'à mes collègues de la Justice, de l'Asile et de la Migration, ou encore des Affaires étrangères. Nous serons en contact régulier et coordonnerons nos actions.
Samen zullen we een eenvoudig principe toepassen: nultolerantie ten opzichte van criminaliteit. Over de rust in onze wijken en de veiligheid van onze inwoners valt niet te onderhandelen. Er is geen diplomatie tegenover criminaliteit of, met andere woorden, geen diplomatie met dealers. Ook – en dit wil ik benadrukken – wordt geweld tegen onze politieagenten, brandweerlieden en ambulanciers niet getolereerd.
Inutile de revenir en détail sur le bilan de la nuit de la Saint-Sylvestre, mais une chose est certaine, celles et ceux qui s'engagent chaque jour pour protéger nos concitoyens doivent pouvoir remplir leurs missions en toute sécurité et ceux qui s'attaquent à eux doivent être punis fermement.
Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, je suis conscient que le travail qui nous attend est un parcours de longue haleine qui nécessitera un plein engagement et une bonne dose de persévérance et de patience. J'y suis prêt, tout comme l'ensemble des acteurs concernés.
Al na één dienstweek zie ik een sterke bereidheid om samen vooruitgang te boeken. Ik kijk er dan ook naar uit om dat werk constructief met jullie voort te zetten.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw inleiding. Het woord is aan de fracties.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de minister, collega's, op drie dagen tijd vonden vier schietpartijen plaats in Brussel, waarmee we echt een escalatie van het drugsgeweld in onze hoofdstad zien. Een dode en een gewonde zijn de ons bekende slachtoffers, maar er zijn heel wat meer slachtoffers van die incidenten, want door die incidenten heerst een onveiligheidsgevoel bij de burgers, bij mama's en papa's die hun kinderen naar school moeten brengen, bij oma's en opa's die gewoon met hun hondje op straat willen wandelen. Al die mensen zijn slachtoffers van het drieste drugsgeweld in de straten van Brussel.
Op beelden zien we mannen gewapend met kalasjnikovs op straat, bij de metro. Dat is geen onveiligheidsgevoel meer, maar onveiligheid. Mensen zijn niet meer veilig op straat. In de kranten lees ik dat het slachtoffer dat in het been geschoten werd op het verkeerde moment op de verkeerde plaats geweest zou zijn. Daardoor stellen mensen zich natuurlijk de vraag 'wat als ik mijn wandelingetje maak over straat'?
Of het nu overdag of 's nachts is, de straten in Brussel moeten veilig worden. We moeten law-and-order bereiken. Daarvoor zijn verenigde krachten nodig, mijnheer de minister, daarmee ga ik akkoord. Als minister van Binnenlandse Zaken kunt u dat niet alleen doen. Ik ben dan ook zeer blij dat u ondertussen al zoveel stappen hebt gezet om met verschillende partners aan tafel te gaan zitten en ook om met collega-ministers te spreken. Dat zal ook in de komende maanden, zelfs jaren, noodzakelijk zijn.
Hoe moeten we de veiligheid herstellen? Daarop is niet slechts één antwoord mogelijk. Met N-VA hebben we al vaker een fusie van de politiezones in het Brusselse aangekaart. Ik denk dat we moeten komen tot een efficiënte politie, tot een politiezone die niet versnipperd, maar echt slagkrachtig en flexibel is en die zeer aanwezig kan zijn op de nodige momenten.
Er moet meer blauw op straat zijn door samen met de minister van Defensie te bekijken welke andere opdrachten eventueel aan militairen kunnen worden gegeven. Ik hoor dat er nog wel wat werk aan de winkel is voordat men hiermee van start kan gaan. Daar zal ik u straks een aantal vragen over stellen. Een gecoördineerd veiligheidsbeleid is ook nodig. Er zijn zoveel structuren, overleggroepen, taskforces en dergelijke die allemaal op elkaar moeten worden afgestemd.
Wat zero tolerance betreft, een harde aanpak is absoluut noodzakelijk. Het gaat hier niet meer om een kleine drugsdealer, een jongetje van negentien dat wat zakgeld wil verdienen. Het gaat om zware drugscriminelen en georganiseerde criminaliteit waarvoor we een nationaal actieplan nodig hebben. Dit deint immers ook uit naar andere steden en gemeenten. Door dat nationale actieplan zal de veiligheid van onze stations en onze steden er fel op vooruitgaan.
Om die georganiseerde bendes te raken, moeten we inderdaad aan de centen zitten. Dit komt nu misschien niet onmiddellijk op de voorgrond, maar is minstens even belangrijk. De nationale drugscommissaris wijst er ook telkens op: follow the value . In het regeerakkoord is er ook sprake van de FIOD, de multidisciplinaire fiscale en financiële opsporingsdienst. Dat is immers wat we moeten doen, namelijk het lamleggen van de criminele circuits en beletten dat crimineel geld wordt witgewassen, waarna alles gewoon verdergaat.
We zijn in de Zweedse regering gestart met de uitrol van een volledig kanaalplan. Ook nu staat in het regeerakkoord dat daar fors op ingezet zal worden om de criminele circuits op ieder niveau actief en gericht tegen te gaan. Dat brengt mij bij mijn vragen, mijnheer de minister.
Kunt u bijkomende uitleg aan ons geven over de geplande fusie in Brussel? Wij zijn er immers van overtuigd dat zo'n fusie veel voordelen biedt. Dat wordt trouwens ook bevestigd door wetenschappelijk onderzoek.
Er zullen uiteraard heel grote uitdagingen mee gepaard gaan. We moeten er echter niet voor terugdeinzen om zo snel mogelijk stappen vooruit te zetten. Deelt u die mening? De brandweerzones zijn immers gefusioneerd en tonen aan dat een bepaalde manier van werken in de toekomst mogelijk is.
Meer blauw op straat brengt ons ook bij wat de DAB binnen de politie doet. Hoe verhouden die zaken zich tegenover elkaar, namelijk de DAB ten opzichte van de militairen die op straat komen? Op dat vlak blijf ik nog met een aantal vragen zitten. Hoeveel mensen komen vrij bij de politie, mochten de militairen worden ingezet voor statische bewakingsopdrachten? Dat is heel strikt omschreven in het regeerakkoord. Hoeveel militairen zijn daarvoor nodig? Hebt u nu al een zicht daarop en kunt u dat aan ons meegeven?
Ik hoor dat er overleg is geweest met uw collega-minister van Defensie, Theo Francken. Kan er daarover al meer worden medegedeeld?
Er is een taskforce bij het parket van Brussel. Wat is de rol van de lokale en federale politie in die taskforce? Hoe worden de zaken op elkaar afgestemd?
Inzake zero tolerance ben ik er echt van overtuigd dat er een kordaat lik-op-stukbeleid moet komen met een onmiddellijke reactie en een nultolerantie ten opzichte van drugs. De federale politie levert inderdaad gerichte steun, onder meer bij het identificeren en ontmantelen van druggerelateerde bendes, natuurlijk in overleg met de lokale politie. De samenwerking zou echter in december 2024 worden geëvalueerd. Hebt u extra informatie voor ons daarover? Welke conclusies en aanbevelingen hebben de evaluatie van de samenwerking tussen de federale en de lokale politie in Brussel opgeleverd?
Welke acties worden opgenomen in het Nationaal Actieplan voor de veiligheid in de stations en in de grote steden? Hoeveel middelen hebt u daarvoor beschikbaar?
Hoe wilt u heel concreet werk maken van een kordaat lik-op-stukbeleid met een onmiddellijke reactie en nultolerantie, natuurlijk ook tegen het geweld aldaar? Hoe zullen we er zeker en vast voor zorgen dat onze politiediensten tegen het geweld gewapend zijn?
We hebben de agressie en het geweld gezien tijdens de rellen op oudejaarsnacht. We hebben hier toen ook een enorme discussie gevoerd in de commissie. Op welke manier zorgen wij ervoor dat de politie zelf krachtig genoeg kan optreden tegen dergelijk enorm agressief geweld?
Ik heb nog een bijkomende vraag. Kunt u wat meer uitleg geven over de SIOD? Ook de drugscommissaris heeft daarover een aantal zaken in de pers medegedeeld, met name dat ze ook de opdracht heeft gekregen om een drugsfonds uit te werken. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar? Klopt het dat die opdracht al is gegeven?
Mijn collega Jeroen Bergers – nieuw in de commissie en schepen in Vilvoorde – was samen met collega’s uit de Vlaamse Rand betrokken bij het federale Kanaalplan. In hoeverre zult u dat federale Kanaalplan verder uitrollen? Zult u ervoor zorgen dat het niet uitdijt naar de Brusselse en Vlaamse Rand? Want dat is een echte bron van ongerustheid.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, als u me toestaat zal ik vanop mijn voorzittersstoel de tussenkomst houden voor de Vlaams Belangfractie. Ik spreek dus niet in mijn hoedanigheid van commissievoorzitter, waarin ik een neutrale rol opneem.
Terwijl we deze gedachtewisseling aan het voeren zijn, komt er een recent krantenartikel binnen waarin staat dat er opnieuw een man met een kalasjnikov is opgedoken aan hetzelfde metrostation, Clemenceau. Hij is weggevlucht en nog steeds voortvluchtig. Misschien kunnen mevrouw De Vreese en de meerderheidspartijen u veel lof toezwaaien voor uw snelle aanpak, maar veel impact heeft die blijkbaar nog niet gehad op het terrein, gezien het nieuwe incident gisteren. Ik wil niet in herhaling vallen. Mevrouw De Vreese heeft de gebeurtenissen beschreven, de situatie is duidelijk en vooral ernstig en is helaas niet tot Brussel beperkt.
Mevrouw De Vreese, u bepleit terecht ook een aanpak buiten Brussel, zodat het niet uitdijt naar de Rand, maar ik vrees dat het te laat is. Ik zeg niet dat het de schuld is van de huidige meerderheid, maar we hebben het veiligheidsthema niet enkel in Brussel maar ook in andere grootsteden al veel te lang verwaarloosd. Ik verwijs ook naar de vele aanslagen van de afgelopen jaren in Antwerpen. Er is dringend nood aan versterking van het repressief apparaat. Er werd door de politiek te veel ingezet op een preventieve aanpak, terwijl er te weinig nadruk werd gelegd op repressie.
Dan kom ik tot de essentie van deze gedachtewisseling met u, mijnheer de minister. Hoe zullen we dit aanpakken?
Ik denk dat we twee zaken moeten doen, mijnheer de minister. Op zeer korte termijn moeten we een aantal zeer dringende maatregelen treffen. Dan denk ik aan de fusie van de Brusselse politiezones. Het kan immers niet dat, als men feiten pleegt in een bepaalde politiezone, de politiezone ernaast daar geen weet van heeft en daar niet mee verder kan. Die fusie moet er komen.
U hebt me wat ongerust gemaakt bij de bespreking van de regeerverklaring van vorige week, mijnheer de minister. U zei toen: "Mijnheer Depoortere, ik ga daar mijn tijd voor nemen. Ik zal eerst een keer gaan babbelen met de burgemeesters. Ik zal nog een keer overleggen met de verschillende korpschefs. Ik zal dan kijken of dat we daar ook politiek nog iets mee kunnen doen. Dan moet er uiteraard nog een wetsontwerp worden gemaakt. Dat moet aan allerlei instanties en werkgroepen worden voorgelegd en dan moeten er ook nog adviezen worden aangevraagd. Ik denk niet dat dit allemaal dit jaar rond kan zijn." Ik denk daarentegen net wel dat dit een quick win is, die men onmiddellijk zou moeten aanpakken. Stop het gepalaver over die eenmaking van de Brusselse politiezones.
Ten tweede – ik herhaal wat ik vorige week al heb gezegd –, de regering voorziet budgettair voor dit jaar in 75 miljoen euro. Mijnheer de minister, dat is compleet ontoereikend als men weet hoeveel noden er bij de politie zelf zijn. U zegt dat u op het terrein bent geweest. U zegt dat u in de toekomst geen minister achter een bureau wilt zijn, maar een minister tussen de politiemensen. Luister dan eens goed naar de politiemensen en luister vooral naar wat hun noden zijn. Hun materiaal is allang niet meer gemoderniseerd. Ze hebben een tekort aan personeel. U hebt nu wel beslist om bijstand te verlenen met de federale politie en u hebt beslist om lokaal extra ondersteuning te geven, maar de vraag werd u ook door een journalist gesteld: hoelang zult u die inspanning volhouden, mijnheer de minister? Een maand, twee maanden, een jaar, een legislatuur? Dit is geen structurele oplossing, het is kurieren am Symptom .
We spreken hier niet over een fait divers, maar wel over georganiseerde criminelen die rondlopen met oorlogswapens. Er is nu al een dode gevallen en iedereen hoopt dat er geen onschuldige slachtoffers meer zullen vallen. Ik kan dus niet anders dan de Bart De Wever van twee jaar geleden gelijk te geven. Toen was er nog een Bart De Wever die naar aanleiding van een schietpartij in Antwerpen, waarbij een onschuldig meisje van 11 jaar het leven liet, zei dat het gedaan moest zijn met rond de pot te draaien. Hij vroeg om een onmiddellijke aanpak en om desnoods het leger in te zetten.
We zijn intussen twee jaar verder, met een nieuwe regering waarvan de N-VA nu wel deel uitmaakt. Echter, de N-VA is plots van koers veranderd. Mijnheer de minister, u zegt wel met Defensie te willen werken, maar nog geen uur later hoor ik een zekere heer Francken, minister van Defensie, zeggen dat dat niet zal pakken, dat het niet zal lukken, dat we geen wettelijk kader hebben, dat het leger daar niet voor is opgeleid en dat Defensie zelf noden heeft. Hij zegt dat dit nog helemaal niet aan de orde is, want dat er eerst een wettelijk kader moet komen en tegen dat dat allemaal rond is, we nog wel zullen zien. En dat alles terwijl de nood vandaag heel hoog is. Dat is geen oplossing zoals de bevolking die vraagt.
Ik kom tot een derde luik. Ik hoor al vijf jaar lang in deze commissie het woord nultolerantie vallen. Intussen is iedereen, van extreemlinks tot rechts, ervan overtuigd dat er een nultolerantie moet komen ten aanzien van dergelijke criminelen, maar tussen de woorden en de daden is er nog een heel groot verschil. Mijnheer de minister, ik heb aan uw voorgangster, mevrouw Verlinden, die nu de rol van de heer Van Tigchelt heeft overgenomen, ook steeds gezegd dat er geen aanpak van georganiseerde criminaliteit kan zijn als Justitie niet volgt. Anders blijft het dweilen met de kraan open voor onze politiemensen. Dat werkt demotiverend voor onze politie en het werkt de straffeloosheid of zeker het gevoel van straffeloosheid in de hand bij de burger.
Ik wil u dus alleszins vragen om te overleggen, niet alleen met de minister van Defensie over de inzet van het leger, maar ook met de minister van Justitie. Zij weet intussen zeer goed hoe de situatie in elkaar zit. Ze heeft drie jaar de tijd gehad om daaraan vanuit politioneel oogpunt iets te doen. Ik hoop dat ze nu vijf jaar de tijd zal nemen om daar ook justitieel iets aan te veranderen.
Er kunnen zeer veel vragen gesteld worden over de politiestructuur zelf. De eenmaking van de Brusselse politiezones is een van die vragen. Daarnaast zijn er vragen over de opleiding van politieagenten, aangezien agenten eigenlijk helemaal niet voorbereid zijn om dergelijk geweld aan te pakken. Een andere vraag is of de politieagenten voldoende in staat zijn om overal te lande, niet enkel in Brussel, in te grijpen. Daarom pleit ik ervoor om ook de federale politie te versterken, overeenkomstig een van de conclusies van de Staten-Generaal van de politie van de vorige legislatuur. Op federaal vlak moet er eigenlijk een gespecialiseerde eenheid komen die ingezet kan worden bij dergelijke fenomenen.
Tot slot wil ik ingaan op een taboe dat leeft in deze politiek correcte wereld, namelijk het taboe van de vreemdelingen. Men moet niet rond te pot draaien: veel van die georganiseerde criminelen zijn van een andere etnische afkomst. Dat mogen we niet wegmoffelen. Integendeel, we moeten dat serieus onder de loep durven te nemen. Dat taboe moet sneuvelen. Minister Verlinden heeft dat in het verleden spijtig genoeg niet willen doen, maar ik hoop dat het onder deze regering wel zal gebeuren. Mijnheer de minister, ik durf ervoor te pleiten om van vreemdelingen die zware criminele feiten plegen en die de dubbele nationaliteit hebben, de Belgische nationaliteit af te nemen.
Ik kom tot mijn conclusie. Ik wil een totaalpakket op korte termijn om die georganiseerde criminaliteit aan te pakken. Daarbij moet nagedacht worden op structureel, financieel en materieel vlak, over het opleidingsniveau en de structuur van het politielandschap, zodat dergelijke fenomenen in de toekomst beter aangepakt kunnen worden.
Voorzitter:
Je donne la parole à Mme Delcourt pour le groupe MR.
Catherine Delcourt:
Monsieur le président, si vous le permettez, j'occuperai la moitié du temps de parole pour laisser l'espace à mon collègue Denis Ducarme, qui devrait nous rejoindre dès que possible.
Monsieur le ministre de l'Intérieur, les récents événements bruxellois qui nous occupent aujourd'hui ne constituent malheureusement pas une nouveauté. Ce dont il est question ici, c'est de la sécurité à Bruxelles évidemment, mais aussi sur l'ensemble de notre territoire.
Je cite quelques chiffres. L'année dernière, 89 fusillades ont été recensées par le parquet à Bruxelles, au cours desquelles on a pu déplorer neuf morts et 48 blessés. La situation s'aggrave. Elle empire d'année en année. Elle risque de s'étendre à d'autres territoires qu'à celui de Bruxelles.
La commission de l'Intérieur s'est plusieurs fois penchée sur ce phénomène, en entendant des acteurs de terrain de première ligne: le procureur général, la police locale, la police fédérale, la police judiciaire. Nous avons aussi bénéficié d'un excellent exposé de la commissaire nationale aux drogues concernant la lutte contre le trafic de drogue. Nous avons pu entendre régulièrement Mme Verlinden, qui est maintenant en charge de la Justice. On peut espérer que cette chaîne s'avèrera efficace et que cette succession permettra une bonne coordination entre vous.
Le tout fraîchement nommé procureur du Roi de Bruxelles se demandait dernièrement: "Combien de morts faudra-t-il pour qu'on ait une réaction à la hauteur de la gravité de la situation?" Des morts il y en a eu beaucoup trop. Il n'en faut plus. C'est une évidence. Je pense que l'accord de gouvernement fait une place large à la sécurité de tous les citoyens. Il s'agit d'une priorité, c'est démontré, dans cet accord Arizona, qui a pris conscience de l'ampleur et de la gravité de la situation.
Les acteurs de terrain ont été entendus. La population qui subit cette violence liée à la drogue, qui appelle aussi à davantage de sécurité, à ce qu'elle soit respectée, à ce qu'elle puisse se déplacer en toute liberté, a besoin de mesures fortes.
L'accord contient au moins 50 mesures qui permettront de lutter ensemble contre des événements tragiques de ce type, en bonne coordination.
Notre chef de groupe Benoît Piedboeuf l'a évoqué en débat la semaine dernière: la sécurité est un point central pour notre formation politique.
Un tel renforcement de la sécurité a depuis longtemps été demandé, exigé, sollicité par le MR, particulièrement par mon collègue Denis Ducarme qui plaide depuis des années dans ce sens. On a constaté dès votre prise de fonctions, monsieur le ministre, que vous n'aviez perdu aucune seconde. Vous êtes descendu sur le terrain, vous avez constaté la situation, vous avez entendu les doléances, les craintes et les peurs, vous avez constaté les besoins, vous en avez déjà fait la synthèse et pris des décisions pour pallier les manques les plus criants.
Je ne doute évidemment pas que vous vous attellerez avec la même conviction au déploiement de l'ensemble de la politique qui a été négociée et à la mise en œuvre de l'accord de gouvernement. La mise en place d'un plan Canal fédéral, d'abord à Bruxelles et ensuite dans les villes qui subissent les mêmes difficultés, ou le début de ces mêmes difficultés, permettra aux zones de police, dont je rappelle qu'elles sont un acteur central de la proximité, d'assurer un suivi dynamique et rapproché des individus et des organisations problématiques, ainsi que de contrer les actes criminels auxquels se livrent ces mêmes organisations.
De plus, un vaste plan d'action national, sollicité pour sécuriser nos gares et nos trains, sera élaboré et appliqué avec fermeté. C'est un nœud de votre politique en la matière. Ce plan vise à renforcer la présence policière dans et autour des gares, à octroyer l'accès aux images des caméras de surveillance à la police et à permettre aux agents d'effectuer des patrouilles numériques dans les gares.
L'accord de gouvernement met l'accent sur la collaboration dont devront faire preuve les différents acteurs de la mobilité ferroviaire.
Comme notre proposition de résolution visant une évaluation des phénomènes de délinquance et de criminalité aux abords des grandes gares l'indique, mon collègue Denis Ducarme et moi-même sommes particulièrement sensibles à la question de l'insécurité dans nos gares, mais aussi dans nos ports intérieurs et extérieurs. Le thème central que représente la sécurité implique une multiplication des tâches. Nous nous réjouissons de l'initiative de charger des acteurs privés de missions non policières et administratives. Une fois le cadre légal adapté, ces tâches qui conservent toute leur importance, permettront de dégager de la capacité policière. C'est évidemment un soulagement pour les services de police de pouvoir déléguer certaines tâches et d'augmenter les capacités opérationnelles sur le terrain.
La fusion des zones de police, avec la garantie d'un ancrage local et le maintien de la proximité entre les zones et le citoyen, apporte un outil efficace.
Dans ce cadre, la mutualisation des compétences, du matériel, des moyens n'est pas à prendre à la légère en termes de gain d'efficacité. L'unité prônée impliquera une politique globale plus efficiente. Et, monsieur le ministre, s'il ne doit pas y avoir de place pour la diplomatie avec les délinquants et la drogue, il y a nécessité de diplomatie pour que les accords se passent au mieux et qu'on aboutisse à une situation meilleure. Le processus compte aussi.
En parallèle, un refinancement et un renforcement de la police fédérale permettra d'étendre l'action de nos forces de l'ordre dans tous les domaines d'activité des criminels. La commissaire nationale aux drogues, comme de nouveaux acteurs d'ailleurs, a récemment rappelé que la lutte contre la drogue, contre la criminalité dans son ensemble nécessite une approche coordonnée et multidisciplinaire. Votre action est un des piliers essentiels comme le sont les actions de prévention et de répression.
En matière de répression, l'accord de gouvernement prône une tolérance zéro vis-à-vis du trafic de drogue, avec des sanctions plus dures contre les dirigeants de ces trafics ou de la criminalité organisée, avec à la clé une possibilité de déchéance de nationalité.
Pour Bruxelles, vous avez en tout cas un allié inconditionnel en la personne du nouveau procureur du Roi qui a également pris différentes mesures pour que son parquet puisse s'attaquer à ce fléau. Nous comprenons, monsieur le ministre, que vous ne pourrez mettre en œuvre l'accord de gouvernement que grâce à la collaboration active des autres ministères impliqués dans le domaine de la lutte contre les organisations criminelles et la drogue. Ces ministères (Finances, Travail, Migration, Défense, Affaires étrangères, Santé et évidemment Justice) pourront directement agir sur les maillons de la chaîne que constitue le circuit du producteur au consommateur.
Votre prise de fonction s'est faite dans des circonstances à la fois dramatiques et exigeantes. Nous avons réellement apprécié les rencontres que vous avez réalisées dans les quartiers et auprès des policiers qui se sont déployés la semaine passée ainsi que leurs dirigeants et autorités. Nous sommes convaincus que l'approche pragmatique et ambitieuse que vous avez choisie est la bonne pour diriger ce vaste portefeuille ministériel. Nous sommes aussi tout à fait conscients que votre travail, s'il est essentiel, ne pourra à lui seul contrer des phénomènes aussi complexes que les trafics de drogue, les mafias et les violences.
La multidisciplinarité de l'approche doit prévaloir si nous voulons reprendre le dessus sur cette situation terriblement dégradée. Toute la chaîne de prévention, de répression doit être mobilisée de manière coordonnée. Attaquons le phénomène des drogues de toute part sans relâche. C'est un véritable fléau pour l'ensemble de notre société, les plus fragiles en particulier. Nous ne devons pas laisser continuer de se développer une société criminelle parallèle.
Monsieur le ministre, je vous remercie encore pour vos explications et le début de votre action en faveur de notre sécurité à tous.
Khalil Aouasti:
Monsieur le ministre, je vous adresse mes sincères félicitations pour votre accession.
J'aimerais commencer en indiquant qu'effectivement, et tristement, ces derniers jours ont été marqués par une recrudescence inquiétante des violences dans les rues de Bruxelles. J'aimerais avant toute chose, puisque je sais que le débat agite les passions politiques, avoir aussi une pensée sincère pour les riverains et habitants de ces quartiers qui sont les premières victimes de ces troubles de la sécurité dans nos quartiers à Bruxelles.
Ceci étant dit, il convient de rappeler les faits. On déclare beaucoup de choses mais, derrière les lignes écrites avec des lettres, il y a celles écrites avec des chiffres. Quand je vais parler d'Intérieur, je vais parler de service public de sécurité, et à dessein, puisque les services publics sont ceux que l'on considère trop souvent comme coûtant trop cher et où il faut couper.
Lorsque l'on dit que l'on fait de la sécurité une priorité – et nous partageons pleinement cet objectif politique –, on doit pouvoir rappeler que, sous la Suédoise – il n'y a pas si longtemps –, il y a eu des coupes linéaires de 4 % en 2015 et de 2 % chaque année à partir de 2016. Il y a eu un définancement en valeur absolue du budget de l'Intérieur de 206 millions d'euros sur cette législature, pour un gouvernement qui considérait que la sécurité devait être la priorité.
On a effectivement tenté de pallier, après les attentats du 22 mars 2016, avec un plan Canal, en disant qu'il fallait améliorer les choses à Bruxelles, à Vilvorde et ailleurs, et amener des moyens complémentaires. Mais il aura fallu, malheureusement, le fait des attentats, pour pouvoir avoir un financement, qui a d'ailleurs été supprimé par après.
Ici, que voit-on? L'accord de gouvernement comporte des mesures en ce sens, sur lesquelles nous avons rapidement eu l'occasion de donner notre avis. Nous reviendrons sur le sujet dans le cadre de la note de politique générale. Les budgets alloués à l'ensemble des services qui concernent la Migration, la Justice et l'Intérieur sont définis par une ligne budgétaire. Si on prend la clé de répartition qui a été soufflée par M. Jambon à Mme Matz à la suite de la question que j'ai posée à M. Piedboeuf qui vous l'a renvoyée, on se retrouve, pour l'année 2025, avec 26 millions d'euros de plus pour l'Intérieur; pour 2026, 35 millions; pour 2027, 70 millions; pour 2028, 157 millions; et, pour 2029, 157 millions.
Le cumul sur 5 ans nous donne 445 millions d'euros, c'est-à-dire moins que la seule hausse du financement (635 millions) du département de l'Intérieur sur l'année 2024 sous la Vivaldi. Cela veut dire que la croissance du budget en 2024 sous la Vivaldi a amené sur le seul exercice à un refinancement largement supérieur au cumul des 5 prochaines années pour le département de l'Intérieur.
Je vous souhaite sincèrement de réaliser tout ce que vous avez écrit dans votre accord de gouvernement, mais je pense que les conclaves budgétaires dureront tard la nuit parce qu'il va vous falloir aller chercher des budgets dont vous ne disposez pas aujourd'hui pour réaliser les ambitions qui y sont contenues, alors que les chiffres sont les chiffres et les chiffres, eux, ne mentent pas.
Ensuite, je sais que ce service public de sécurité est important mais il y a des confusions, je suis désolé de vous le dire, monsieur le ministre. La solution à tout cela serait la fusion des zones de police.
La solution ne serait pas le refinancement de la police judiciaire fédérale. Cette dernière est refinancée à Anvers, ce qui est une bonne chose parce qu'il y a malheureusement aussi des grenades et des fusillades à Anvers. On sait que le port d'Anvers a besoin de moyens pour pouvoir travailler et endiguer l'entrée de cette drogue sur le territoire belge.
La solution ne serait pas non plus le refinancement des services de douane. On n'en parle pas mais on sait que ces services ont besoin d'être refinancés pour jouer leur rôle, notamment au port d'Anvers.
On n'entend pas parler du refinancement de la police judiciaire fédérale de Bruxelles alors qu'elle en a clairement besoin. Dans ce cas-ci, je pense qu'on se trompe dans les missions parce c'est la police judiciaire fédérale qui est compétente pour le métro et pour le rail, et non pas les zones de police locale.
J'aimerais qu'on en revienne à un peu de science dans ce Parlement et à moins d'émotions, qu'on revoie la loi sur la police intégrée à deux niveaux et qu'on relise les sept missions légales de la police locale. Peut-être faut-il les rappeler ici. Je vais les citer. Le travail de quartier – ce n'est pas la lutte contre les narcotrafiquants –; l'assistance aux victimes – ce n'est pas la lutte contre les narcotrafiquants –; le travail d'enquête et de recherche locale – ce n'est pas la lutte contre les narcotrafiquants –; le maintien de l'ordre public – ce n'est pas la lutte contre les narcotrafiquants –; l'accueil; la régulation de la circulation routière et, de manière résiduaire, l'intervention.
Pensons-nous sérieusement qu'une fusion des zones de police de Bruxelles qui ne s'accompagne pas d'un refinancement de la police judiciaire fédérale de Bruxelles, d'un refinancement des douances, d'un remplissage des cadres du parquet bruxellois, pourtant exigé et obtenu en même temps que la désignation de M. le procureur du Roi de Bruxelles, mais qui n'est pas encore effectif, sera la réponse à la lutte contre le narcotrafic? Non. Pour lutter contre ces organisations criminelles, il faut pouvoir disposer d'un service public de sécurité et d'un service public de police qui soit adéquatement équipé à Arlon, à Bruxelles, à Malines, à Anvers. Je ne mets pas en concurrence la sécurité de nos concitoyens. Il faut que le service soit adéquat, y compris à Bruxelles, au lieu de renvoyer vers un schéma mental que serait la fusion des polices, considérée comme la réponse à toutes choses. Je pense que c'est mentir aux gens et se mentir à soi-même, notamment ici même au Parlement.
Monsieur le ministre de l'Intérieur, face à ces faits qui sont terribles et tragiques pour les citoyens qui les vivent quotidiennement, une initiative a été prise conjointement par les bourgmestres d'Anderlecht et de la Ville de Bruxelles afin de réunir l'ensemble des bourgmestres, le ministre-président, le procureur du Roi, la commissaire nationale aux drogues et vous-même, puisque je pense que vous avez assisté au Conseil régional de sécurité. Il s'agissait, en réalité, de pallier l'absence de police judiciaire fédérale. En effet, c'est le renfort des autres zones de police locale qui sera apporté, à travers la solidarité intrabruxelloise, de manière à renforcer les effectifs policiers de la zone Midi pour leur permettre de garantir la sécurité là où, aujourd'hui, le problème est le plus prégnant. La police judiciaire fédérale doit et va intervenir, mais reste sous-financée à Bruxelles pour remplir ses missions.
Je ne serai pas beaucoup plus long, monsieur le ministre. Voici donc mes questions. Quelles initiatives ont-elles été prises depuis la semaine dernière pour venir concrètement en aide aux zones de police locale bruxelloises? Quel soutien fédéral concret, en hommes et en moyens techniques, allez-vous engager afin de pouvoir répondre à cette urgence et à cette nécessité de solidarité fédérale entre zones de police locale et police fédérale?
Quels développements seront-ils réalisés par vos autres collègues? Je pense à nouveau aux douanes, parce qu’il importe d’essayer de bloquer les entrées de produits illégaux sur notre territoire. Il est beaucoup question d'amener la Défense dans les rues. Je ne pense pas que la Défense soit la solution au problème, mais y a-t-il eu des contacts? J'ai cru comprendre qu'il y avait là aussi des divergences de points de vue entre vous et votre collègue de la Défense, arbitrées par votre président de parti, qui interprète les accords et les déclarations des uns et des autres.
Plus largement, pourriez-vous nous exposer votre vision sur les politiques à très court terme, à moyen terme et à plus long terme en termes de lutte contre le trafic de stupéfiants et, de manière plus globale, de lutte contre le trafic d'armes et de lutte contre les trafics financiers? Malheureusement, tout est souvent lié.
Éric Thiébaut:
Monsieur le président, dans l'attente de l'arrivée de mon collègue M. Ducarme, je prends la parole, très brièvement, pour demander au ministre de l'Intérieur s'il ne pourrait pas demander à son président de parti d'ajouter une ligne dans l'accord secret qu'il a avec le premier ministre, pour solliciter un meilleur financement des zones de police des trois Régions de notre pays. Ce ne serait pas mal, en plus de ce qu'il a prévu pour limiter la contribution des plus larges épaules de ce pays.
Greet Daems:
Mijnheer de minister, ik wil beginnen met mijn steun uit te drukken voor de inwoners van Anderlecht. Al maandenlang moeten zij leven met schietpartijen in hun straten. Recent gebeurde dat vier keer op een week tijd.
Veilig kunnen leven is een fundamenteel recht en toch lukt het ons niet om dat te garanderen. Niet bang hoeven te zijn wanneer de kinderen naar school vertrekken, zou eigenlijk vanzelfsprekend moeten zijn. Steeds meer inwoners en verenigingen in onze hoofdstad laten hun stem horen en klagen aan dat ze aan hun lot worden overgelaten in hun strijd tegen drugsgeweld. Wie kan hun ongelijk geven?
Hoelang blijven we nog toekijken terwijl het drugsgeweld en het drugsgebruik gewoon doorgaan? Wanneer komt er eindelijk een echte aanpak, van bij het begin tot het einde van de keten? Wanneer wordt de veiligheid in gemeenten zoals Anderlecht eindelijk serieus genomen?
Als er een Europese top is, dan wordt alles uit de kast gehaald voor de beveiliging. Dan wordt geen enkel detail over het hoofd gezien. Waarom krijgen gezinnen in onze Brusselse volkswijken dan niet diezelfde aandacht?
Voor deze nieuwe regering zijn het inzetten van militairen en een fusie van de Brusselse politiezones de oplossing. Daar heb ik twee opmerkingen over.
Ten eerste geloven politieagenten, korpschefs en burgemeesters er zelf niet in, ook niet de burgemeesters die tot de regeringspartijen behoren. MR-burgemeester De Wolf van Etterbeek herhaalde onlangs nog in de pers dat er geen objectieve redenen zijn om een fusie te overwegen. Daarvoor baseerde hij zich op een studie van de UGent.
Ten tweede zijn het dezelfde partijen die nu in de regering zitten, die in het verleden volop hebben bespaard op de federale gerechtelijke politie. In de regering-Michel, toen minister Jambon minister van Binnenlandse Zaken was, ging er 200 miljoen euro van het budget verloren en daalde het personeelsaantal met meer dan 400 mensen. Ook bij de FOD Financiën verdwenen er tussen 2016 en 2022 bijna 500 fiscale controleurs, die mee ingezet kunnen worden om criminelen te kunnen raken waar het pijn doet, namelijk in hun portemonnee.
Voor de PVDA is het duidelijk. Er moet veel meer geïnvesteerd worden in de douane, in financiële inspectie en in de federale gerechtelijke politie. Maar ook in de straten van Brussel is actie nodig: meer wijkinspecteurs en mensen die de buurt kennen en op terrein aanwezig zijn, meer samenwerking met het middenveld en meer aandacht voor preventie en de cruciale sociale investeringen. De problemen in de wijken zullen niet verdwijnen door her en der shockreacties toe te passen. De Brusselaars die zich verenigen in wijkcomités zijn heel duidelijk: het geweld verwoest hun dagelijkse leven en het is tijd voor actie en structurele maatregelen.
Mijnheer de minister, ik heb vier vragen voor u. Op welke manier zult u in overleg gaan met de burgemeesters, de politiekorpsen en de buurtcomités om de heersende problemen aan te pakken? Met welke gewestelijke instanties zult u in overleg gaan? In het regeerakkoord staat dat er een nieuw Kanaalplan zal komen. In welke mate zal preventie daarin een rol spelen? Hoe reageert u op de bezorgdheid over het voorstel van de federale regering om de Brusselse politiezones te fuseren?
Pierre Kompany:
Monsieur le président, nous parlons effectivement ici pour que les choses aillent au mieux dans ce pays. Particulièrement, pour le moment, une commune de ce pays, la Belgique, vit des drames insoutenables, des fusillades.
Au début, on aurait pu dire que ce sont des faits passagers. Aujourd'hui, on en parle comme des faits à bannir. Voilà où nous en sommes. Et, si tout est bien fait pour Anderlecht, cela le sera pour les autres communes dans le pays.
Monsieur le ministre, j'ai déjà questionné votre prédécesseur sur les phénomènes de criminalité, plus particulièrement sur le trafic de drogue qui touche la commune d'Anderlecht. Le quartier Aumale, par exemple, situé sur la commune d'Anderlecht est le théâtre d'une guerre de territoire sans précédent que se livrent les acteurs du milieu de la drogue. La semaine dernière, deux nouvelles fusillades ont eu lieu en moins de vingt-quatre heures à proximité de la station de métro Clemenceau.
Bien que le trafic de drogue est un phénomène criminel qui touche l'ensemble de notre territoire, force est de constater cependant que la récurrence des faits dans la commune d'Anderlecht et leur gravité nécessitent que des mesures fortes soient prises.
Je reviens à mon interpellation antérieure car, dans ce contexte, c'est du remake. Je suis contacté par de nombreux citoyens et citoyennes qui craignent pour leur vie et celle de membres de leur famille. En tant qu'autorité, il est essentiel que nous puissions répondre à ce sentiment d'insécurité qui ne cesse de grandir et que nous montrions que de tels actes font l'objet de poursuites.
Monsieur le ministre, je vous ai entendu. Aujourd'hui, vous étiez convaincant car vous faites de la drogue une bataille qui ne s'arrêtera que quand vous gagnerez. C'est appréciable! Vous avez cité la nouvelle commissaire nationale aux drogues. Je crois qu'il faut l'encourager pour que vos dires deviennent une réalité. Parler de tolérance zéro, d'éradiquer le trafic de drogue, ce n'est pas une mince affaire. Tout ce que je peux vous souhaiter, c'est que, sous peu, on puisse parler de rebondissement afin que les acteurs qui pourrissent la vie de nos concitoyens se sentent aussi déséquilibrés. C'est ce que nous voulons.
Monsieur le ministre, confirmez-vous qu'il y a une recrudescence des faits criminels à Anderlecht, en comparaison avec les années précédentes? Comment réagissez-vous face à la montée de cette violence? Quelles mesures sont-elles adoptées auprès de nos concitoyens pour réduire leur sentiment d'insécurité? Il y a bien entendu des mesures répressives, avec toute la chaîne pénale, mais il faut également mener une politique de prévention dans ces quartiers.
Vous en avez d’ailleurs fait part et vous avez des compétences qui peuvent y répondre. Ce que je souhaiterais, c’est que vous touchiez aussi le cœur des quartiers parce que d’un côté on peut toujours penser à l’assaut contre tout ce qui ne va pas, mais je crois qu’il faut aussi en même temps penser à donner une vie à ces quartiers.
Donner une vie c’est quoi? C’est l’approche vers la jeunesse. C’est la conscientisation des jeunes. Cela fait assez longtemps que j’en parle à vos prédécesseurs compétents pour l’Intérieur et je le maintiens. Je le dis ici: j’avais parlé des grands frères et des grandes sœurs qui se retrouvent dans le programme des Engagés. Exploitons un peu cette voie-là. Elle est difficile mais c’est l’une des meilleures voies pour arriver à conscientiser nos jeunes, à les éloigner de ce qui les menace et à faire de ces quartiers leur quartier, où tout le monde peut se sentir heureux quel que soit l’endroit d’où l'on vient et quel que soit la volonté de s’y promener.
Voilà, monsieur le ministre, j’entends que tous mes collègues recherchent l’apaisement des quartiers. On va vous étouffer avec nos prétendues solutions mais ce sera à vous de faire la part des choses et donner à cette nation la capacité d’être respectée ailleurs, comme souvent cela a été le cas.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre intervention et pour les informations que vous avez déjà pu communiquer en introduction de cette séance.
Je ne vais pas revenir sur le détail des faits. Nous avons fait face à des scènes d’une violence inouïe dans la commune d'Anderlecht. Des personnes armées de kalachnikovs, donc des situations inacceptables, suscitent la peur auprès de l'ensemble de la population. C'est intolérable.
Face à cela, toute une série d'actions ont été prises à différents niveaux. Si nous soulignons la rapidité avec laquelle cela a été fait, nous avons néanmoins l'impression que ces actions ont été prises de manière non coordonnée.
D'un côté, le Haut fonctionnaire de l'Agglomération bruxelloise réunit les chefs de corps. De votre côté, il y a une réunion avec la commissaire nationale aux drogues, le commissaire général, le procureur du Roi, qui prend des initiatives. Vous avez évoqué, de votre côté aussi, une réunion avec votre collègue la ministre de la Justice.
Pour que nous ayons un plan de lutte vraiment efficace afin de venir à bout de ce fléau important que nous rencontrons à Anderlecht, mais pas uniquement, cette problématique se développant malheureusement sur l'ensemble de notre territoire, il faut une action coordonnée avec les différents niveaux.
Monsieur le ministre, j’en viens à mes questions. Comment comptez-vous assurer concrètement la nécessaire coordination, au-delà des réunions qui ont été organisées dans l'urgence suite aux situations que nous avons vécues? Comment allez-vous organiser et structurer cette coordination de manière pérenne?
Au niveau de la Région bruxelloise, quels contacts avez-vous eus avec le ministre-président? Quelles actions concrètes a-t-il entreprises à son niveau?
Concernant les renforts, vous avez déployé rapidement des policiers de la réserve fédérale pour venir en appui des services locaux. Comptez-vous renforcer davantage encore la présence policière, et dans quelle mesure? Combien d'effectifs policiers sont-ils affectés à cette problématique en particulier, à l'heure actuelle? Pourriez-vous ventiler par catégorie (police fédérale, agents locaux, agents de sécurisation), pour connaître de manière exacte le nombre de forces mobilisées par rapport à cette situation?
Le plan Canal a été évoqué par plusieurs collègues. Cela fait partie de notre accord de gouvernement. De manière très concrète, comment comptez-vous avancer dans ce projet important, et à quelle vitesse? Je pense qu'il est très important de le développer très rapidement.
La commissaire nationale aux drogues a eu l'occasion de venir présenter son plan d'action à cette commission. Concernant son action, il est prévu qu'un fonds Drogues soit créé. C'est une initiative qui a déjà été imaginée lors de la précédente législature. De manière très concrète, quand viendrez-vous avec un texte pour le mettre en œuvre rapidement? Des moyens sont nécessaires et doivent être mobilisés au plus vite.
Plusieurs collègues ont aussi mis en avant un manque de moyens. Le procureur du Roi l'a dénoncé au niveau de la police judiciaire fédérale. Quand comptez-vous renforcer ces services?
Concernant la vente de drogue, nous voyons qu'il est malheureusement très facile de s'en procurer en toute impunité dans les rues de nos villes. Ne pourrions-nous pas organiser des actions coup de poing pour marquer le coup avec ces renforts de police qui ont été mobilisés?
Nous avons évoqué l'existence de la problématique de la drogue dans d'autres territoires, dans d'autres villes, et même dans d'autres communes, celle-ci étant aussi présente en zone rurale. Ce ne sont fort heureusement pas les mêmes violences.
Enfin, dans l'accord du gouvernement est aussi prévue la révision de la norme KUL.
Il importe de traiter ce sujet rapidement, parce que les moyens sont nécessaires partout en Belgique. Comment comptez-vous vous y prendre? C'est un dossier complexe, mais il faut pouvoir avancer rapidement. Quelles concertations allez-vous mettre en place pour prendre en compte la réalité de l'ensemble de nos villes et communes, étant donné qu'il faut tenir compte de toutes ces spécificités, en ce compris en zone rurale?
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, in Brussel wordt een drugsoorlog uitgevochten tussen criminele bendes, zo klonk het vrijdag bij de procureur van Brussel, die zei dat de schietpartijen in Anderlecht gelinkt zijn aan afrekeningen in het drugsmilieu. Die escalatie van geweld toont aan dat het probleem van de georganiseerde drugscriminaliteit in onze hoofdstad ernstige proporties aanneemt. Brussel dreigt een speelveld te worden voor criminele bendes die zonder schroom het openbaar domein gebruiken voor dodelijke afrekeningen. Sint-Joost-ten-Node, Clemenceau, opnieuw Clemenceau en Peterbos: in drie dagen tijd vonden vier schietpartijen plaats in onze hoofdstad. Daarbij viel een dode en raakte een persoon gewond.
Mijnheer de minister, de eerste taak van de overheid is haar burgers te beschermen. Er is dus nog veel werk aan de winkel.
Mijnheer de minister, ik wil u bedanken voor uw toelichting en voor uw aanwezigheid hier. U hebt al heel wat zaken vermeld. Een aantal van de vragen die ik heb ingediend, hebt u al beantwoord, maar ik heb nog een aantal vragen waarop ik van u graag een dieper, concreter antwoord krijg en ik zal die vragen toch nog even herhalen.
Mijn eerste vraag gaat over de fusie van die Brusselse politiezones. Er is daarover al heel veel verteld. Naar aanleiding van de dodelijke schietpartijen zijn de 19 Brusselse gemeenten overgeschakeld op de eenheid van commando tussen de verschillende politiezones, om de veiligheid te waarborgen. Dat wil zeggen dat de politie op dit moment vanuit één zone wordt aangestuurd. In het regeerakkoord staat dat de zes Brusselse politiezones zullen worden gefusioneerd tot één zone, om de versnippering en inefficiëntie tegen te gaan. Welke concrete stappen zult u zetten om die fusie door te voeren? Welke tijdshorizon hebt u daarbij voor ogen?
Wat de nultolerantie betreft, u sprak over de politieke wil om dat zerotolerancebeleid te hanteren voor drugscriminaliteit. U hebt er daarnet in uw toelichting ook al naar verwezen. Kunt u dat ook concreet maken? Hoe zult u dat concreet realiseren?
Met betrekking tot de integrale ketenaanpak, in het regeerakkoord wordt gesproken over een gecoördineerde whole-of-governmentaanpak en een casusoverleg via gebiedsgerichte werking. Kunt u ook toelichten hoe dit zich zal vertalen in concrete maatregelen voor de veiligheid in Brussel?
De regering heeft aangekondigd dat het Kanaalplan uit 2015 versterkt wordt om het drugsgeweld en de georganiseerde misdaad aan te pakken.
Hoe zal dat nieuwe Kanaalplan er concreet uitzien? Welke extra middelen en mankracht worden hiervoor ingezet? Wordt er binnen het vernieuwde Kanaalplan expliciet ingezet op de financiële ontmanteling van drugsbendes, bijvoorbeeld door het verbeurdverklaren van crimineel vermogen? We hebben hier onlangs mevrouw Van Wymersch gehoord, die daar haar stokpaardje van heeft gemaakt.
Welke juridische of operationele aanpassingen zijn daarvoor nodig? Het eerdere Kanaalplan was heel sterk op radicalisering en terreurdreiging gericht. Wordt het nieuwe plan louter een veiligheidsaanpak of bevat het ook sociale maatregelen om te voorkomen dat jongeren in het criminele circuit belanden?
Het mag dus duidelijk zijn dat voor Vooruit de fusie van de Brusselse politiezones, een integraal actieplan veiligheid, absolute nultolerantie, een sterk Kanaalplan en een nationaal actieplan voor veiliger stationsbuurten heel belangrijk zijn. Mijnheer de minister, ik kijk uit naar uw visie en uw antwoorden op mijn vragen.
Franky Demon:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, laat me u allereerst feliciteren met uw aanstelling als minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken. Dat is een mooie, maar zware verantwoordelijkheid. U brengt een pak ervaring als diplomaat mee en die zult u in uw functie goed kunnen gebruiken.
Wittebroodsweken werden u alvast niet gegund. Vorige week werd onze hoofdstad opnieuw opgeschrikt door verschillende zware schietincidenten, waarvan zelfs een met dodelijke afloop. Die incidenten hebben een duidelijke link met de georganiseerde drugscriminaliteit. De beelden van de mannen die in het midden van de stad met zware automatische wapens staan te zwaaien en vervolgens een metrokoker invluchten, leken wel uit een slechte actiefilm geknipt. Jammer genoeg is dit vandaag de dag de bittere realiteit in onze hoofdstad. Ingrepen dringen zich op.
De Brusselse politiek heeft onzes inziens te lang weggekeken van de problemen. Het stemt ons dan ook hoopvol dat het regeerakkoord de nodige handvatten biedt. De problemen in de betreffende wijken in Anderlecht, ook gisterenavond nog, zijn allesbehalve nieuw. Begin dit jaar konden we de korpschef van politiezone Zuid in de commissie ondervragen over de aanpak die hij voor die wijken zou uitrollen naar aanleiding van eerdere gewelddadige incidenten. Er werden vier hotspots geïdentificeerd waarop specifiek gewerkt zou worden en waarvoor samengewerkt zou worden met de federale politie.
Loopt die samenwerking tot op de dag van vandaag verder? Hoe wordt die tot nu toe geëvalueerd? Wordt die aanpak eventueel uitgebreid naar aanleiding van de recente incidenten?
In de media hebt u aangekondigd dat u de inzet van de federale politie in onder meer de stations zou opdrijven. Daarnaast pleitte u ervoor om Defensie te kunnen inzetten voor statische bewakingsopdrachten, in de hoop daarmee meer mensen te kunnen vrijmaken voor politiewerk op het terrein.
Het regeerakkoord is op dat vlak volgens ons wel duidelijk. De inzet van Defensie dient beperkt te blijven tot het beveiligen van de nucleaire sites, ambassades met een statische beveiliging, sites die permanent onder terreurniveau 3 vallen en de petrochemische sector. De minister van Defensie temperde al de verwachtingen over een snelle inzetbaarheid van Defensie, maar ook de militaire vakbonden uitten hun bezorgdheden.
Daarnaast moeten we ons ervan bewust zijn dat de bewakingsopdrachten uitgevoerd worden door de directie DAB van de federale politie. Dat zijn geen politieagenten maar beveiligingsagenten, zij hebben dus niet dezelfde bevoegdheden en zijn niet bijzonder breed inzetbaar.
Ik begrijp het niet goed, dus ik krijg van u graag wat toelichting over hoeveel politiecapaciteit u meent te kunnen winnen voor de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit door middel van het inzetten van Defensie voor statische bewakingsopdrachten. Hoe kan de DAB volgens u het verschil maken in die strijd?
De Brusselse burgemeesters hebben besloten om de zes politiezones tijdelijk onder een gemeenschappelijk commando te plaatsen om de situatie te beheren. Dat is een goede zaak. De georganiseerde misdaadbendes en de drugsproblematieken in de hoofdstad laten zich immers niet tegenhouden door de gemeentegrenzen. De verschillende gemeenten worden met gelijksoortige uitdagingen geconfronteerd die om een eensgezind antwoord vragen. Daarom voorziet het regeerakkoord ook in de fusie van de zes Brusselse politiezones.
Mijnheer de minister, u gaf de afgelopen dagen reeds aan die passage zeker te zullen uitvoeren, maar dan wel op basis van overleg. Dat is volgens mij een goede aanpak. Kunt u concreet toelichten welke initiatieven u hieromtrent zult nemen en welke tijdlijn u hierbij hanteert? Tegen wanneer moet er sprake zijn van één geïntegreerde politiezone voor onze hoofdstad?
Intussen beschikt u reeds over een wettelijk instrument om de bestuurlijke aansturing van de politie in de hoofdstad alvast te stroomlijnen. Begin vorig jaar hebben we in dit Parlement immers een aanpassing van de GPI-wet goedgekeurd die de minister-president toelaat om in uitzonderlijke gevallen de aansturing voor de opdrachten van de bestuurlijke politie over te nemen. Hiermee kan de minister-president dus zijn verantwoordelijkheid opnemen in het kader van acute en gemeentegrensoverschrijdende veiligheidsproblemen. Voor de activering van die wet is echter een koninklijk besluit nodig dat tot nu toe jammer genoeg werd tegengehouden door de partij van diezelfde minister-president. Zult u de komende maanden werk maken van de activering van die wet door het daartoe noodzakelijke KB uit te vaardigen?
Het regeerakkoord zet in het kader van de strijd tegen drugs en de georganiseerde criminaliteit duidelijk en terecht in op een multidisciplinaire whole of governement approach . Extra inzet van politie volstaat immers niet. Men moet ook inzetten op preventie, buurtopbouw, verslavingszorg en armoedebestrijding om ervoor te zorgen dat men die problematieken ook structureel het hoofd kan bieden. De misdaad is voor sommige jongeren en anderen in onze hoofdstad een te aantrekkelijk alternatief. Om dat aan te pakken is samenwerking met de deelstaten absoluut noodzakelijk.
Kunt u toelichten hoe u die whole of governement approach concreet wilt invullen? Zult u daartoe de noodzakelijke initiatieven nemen en welke rol kan het nationaal drugscommissariaat hierin vervullen?
Zoals reeds gezegd, om de drugsbendes echt te treffen, moeten we hen raken waar hen dat het meest pijn doet, kortweg in hun portemonnee. De nieuwe regering wil daarom ook verder inzetten op de follow the money approach . De nationale drugscommissaris is er al langer voorstander van om in beslag genomen middelen te laten terugvloeien naar de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit. Afgelopen vrijdag gaf mevrouw Van Wymersch in het VRT-nieuws aan dat ze van de regering een mandaat heeft gekregen om een dergelijke aanpak uit te werken.
Kunt u toelichten wat dat mandaat van de nationale drugscommissaris specifiek inhoudt? Welke opdracht heeft zij gekregen? Binnen welke termijn worden resultaten verwacht?
Deze regering voorziet ook in een actieplan voor veiligheid in stations en van een versterkt federaal Kanaalplan voor Brussel. Wat is uw visie op de uitwerking van beide actieplannen? Welke maatregelen wenst u in die plannen op te nemen?
De veiligheid van onze hoofdstad vergt duidelijk extra inspanningen. Het regeerakkoord is op dat vlak bijzonder ambitieus. Uw voorgangster heeft al heel wat zaken voorbereid waarop u kunt voortbouwen. We mogen nu niet aarzelen. We moeten er gezamenlijk onze schouders onder zetten en die uitdagingen aanpakken.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, collega's, er is de voorbije dagen en weken in Brussel een stevige opflakkering van het drugsgeweld. Wij hebben het de voorbije maanden en jaren gezien in Antwerpen en zien het nu ook in Brussel. Zo ontstaat het beeld dat de politie de situatie niet meer onder controle heeft.
Mijnheer de minister, ik heb u de voorbije dagen beluisterd. U zei dat u veel overlegt. Daarna zei u dat de eenmaking van de Brusselse politiezones de oplossing is. Een beetje later zei u dat militairen moeten zorgen voor meer capaciteit, dat u het op die manier gaat oplossen. De eenmaking van de politiezones en de inzet van militairen zullen dit acuut veiligheidsprobleem niet op korte termijn oplossen.
Onze fractie vraagt twee zaken. Enerzijds willen wij een snelle oplossing voor de acute veiligheidsproblemen op het terrein. Anderzijds willen wij ook structurele oplossingen. Ik breng in herinnering wat onze nationale drugscommissaris hier twee weken geleden deelde met ons. Zij stelde een aanpak voor gaande van preventie tot repressie. Dat kunnen wij allen onderschrijven. Ik hoor in de oplossingen die u op tafel legt, voorlopig alleen repressieve elementen. Komen er ook structurelere oplossingen?
Wat zegt u trouwens tegen de bewoners als u op het terrein gaat? U zegt namelijk dat u veel op het terrein gaat. Wat zegt u tegen de inwoners, tegen de mensen die de metro moeten nemen om hun kinderen naar school te brengen en die bang zijn? Wat zegt u tegen de handelaars die bang zijn? Wat zegt u tegen de mensen die een kogelinslag hebben in de kamer van hun kind? Wat zegt u eigenlijk tegen die mensen? Ik vraag het mij af. Naast deze retorische vragen heb ik ook een aantal concrete vragen waarop ik graag een antwoord zou krijgen.
U zegt dat er momenteel al tijdelijke versterkingen zijn van de politieaanwezigheid op het terrein. Over hoeveel versterkingen gaat het? Hoelang zal die capaciteit ter beschikking blijven? Is dat een kwestie van een aantal dagen? Zult u dat weken volhouden? Zult u dat maanden volhouden? Hoe moeten wij dat inschatten?
Daaraan gekoppeld, als men ervoor zorgt dat op plaats A heel veel politie aanwezig is, hoe zorgt men er dan voor dat het probleem zich niet gewoon verplaatst naar de wijk ernaast of naar een andere stad?
Ten tweede, veel collega’s hadden het al over de statische beveiligingsopdrachten, waarbij militairen taken overnemen van de politie. Ik heb minister Francken heel duidelijk horen zeggen dat dat niet zo rap zou gebeuren en dat dat niet echt een oplossing is voor het probleem.
Welnu, regering-De Wever, ik vraag me af hoe het eigenlijk zit. Is het een deel van de oplossing of is het dat niet? En op welke termijn ziet u dat haalbaar? Mijnheer Francken zei op de radio dat er nog veel wetgevend initiatieven nodig zijn voordat we dat in de praktijk kunnen omzetten. Het gaat namelijk ook over bevoegdheden geven, opleiding enzovoort. Hoeveel tijd denkt u dat daarvoor nodig is? Ik hoor dat ook cd&v er niet zo wild van is. Er is misschien wel eenheid van commando in de Brusselse politiezones, maar het is mij niet duidelijk of er eenheid van commando is in de regering.
Dan kom ik terug op wat de nationaal drugscommissaris ons heeft verteld, namelijk dat het geld dat in het milieu circuleert sneller in beslag moet kunnen worden genomen en ingezet worden. In de commissie was er grote overeenstemming over dat dat een goed idee is. Dat idee is er nu, maar wanneer verschijnt u hier met teksten? Dan zal het namelijk nog een aantal maanden duren voor er op het terrein iets merkbaar is.
Volgens u is een fusie van de politiezones een deel van de oplossing. Mijn partij is daar niet tegen. We denken dat er een aantal voordelen aan verbonden zijn, maar wat is een realistische timing daarvoor? Is het een kwestie van maanden, van jaren? Komt die er tegen het einde van de legislatuur? Hoe moeten we dat zien?
De rechterzijde hoort dit niet graag, maar ook hier zijn er structurele oorzaken. Het is niet toevallig dat die dingen vandaag in die specifieke wijken gebeuren. Het gaat om wijken met hoge armoedecijfers, met veel achterstelling. De drugscommissaris zei hierover dat een deel van de middelen die terugvloeien, moeten worden ingezet om die wijken weer op te krikken. Zodoende bieden criminele taakjes geen interessant perspectief meer voor wie daar opgroeit. Wie moet daar welke rol spelen? Moet de nationale drugscommissaris dat initiëren? Of de premier, in overleg met de deelstaten? Of gaan we allemaal naar elkaar kijken om uiteindelijk niets te doen?
Ten slotte, er was nu een Gewestelijke Veiligheidsraad waaraan u hebt deelgenomen. Ik kom uit West-Vlaanderen en de situatie rond het station van Roeselare is ongezien. Roeselare is de drugshoofdstad van West-Vlaanderen. De drugsproblematiek stelt zich dus niet alleen in Brussel en Antwerpen, het zit ook elders. Is het niet belangrijk om niet alleen de Gewestelijke Veiligheidsraad te laten samenkomen, maar om ook de Nationale Veiligheidsraad in te schakelen om coördinerend op te treden?
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, quelle entrée en matière! À peine intronisé ministre et déjà un gros dossier à gérer. Je voudrais commencer par exprimer mon soutien et mes pensées aux habitants et aux habitantes qui sont secoués par cette flambée de violence liée à ce trafic de drogue, avec une situation qui sème la peur. Ce sont des événements tragiques qui témoignent d'une situation qui échappe au contrôle, qui laisse des familles dans l'angoisse et des quartiers entiers sous tension.
L'impression qui se dégage est que la police, malgré ses efforts, n'arrive pas à contenir cette escalade criminelle. Pendant ce temps, le gouvernement, malgré vos actions volontaristes, tarde à apporter une réponse plus forte et encore plus immédiate. Malgré les mesures prises, on voit que la situation devient de plus en plus difficile. Face à cette menace quotidienne, il est impératif de renforcer immédiatement les moyens policiers sur le terrain et d'engager une coordination rigoureuse entre tous les niveaux de pouvoir. On demande un action rapide et ciblée. Laisser cette violence s'enraciner reviendrait à abandonner Bruxelles aux mains des criminels. J'ai entendu dans votre exposé, monsieur le ministre, que des renforts ont déjà été mis en place. C'est une bonne chose, mais ce n'est visiblement pas suffisant.
J'entends aussi qu'on vante la fusion des zones de police comme si elle allait apporter la solution magique à tous les problèmes. Ce n'est pas un scoop. En tant qu'écologiste, je ne suis pas fermée à la discussion sur la question de la fusion mais je doute vraiment que cette fusion apportera la réponse et la solution à tous ces problèmes.
On l'a dit, une des priorités de votre gouvernement est la sécurité, et c'est un objectif que je partage. Il faut protéger les familles, rassurer les habitantes et les habitants. On en arrive à des situations inacceptables aujourd'hui où des enfants qui vont à l'école ont peur de sortir de chez eux, où des gens ont peur d'aller travailler. Il faut vraiment que toutes les parties prenantes se mettent autour de la table et que vous réunissiez tous les acteurs: la police bien sûr, mais aussi la Justice, et les acteurs et les actrices de prévention, de la drogue et de la santé publique, pour avoir une approche transversale. Parce que la seule réponse ne peut pas être que répressive.
Bruxelles, comme Anvers, gère les conséquences d'un problème mondial et mondialisé. Il faut de la répression, il faut retrouver de la sécurité dans les quartiers, mais il ne faut pas que la seule réponse soit répressive, surtout qu'on voit que ce sont les quartiers populaires qui en pâtissent, or les premiers consommateurs et les premières consommatrices ne viennent pas de ces quartiers populaires. Donc, là aussi se trouve un enjeu de justice sociale.
Certains collègues ont évoqué la question budgétaire, qui est essentielle. La police et la Justice manquent cruellement et structurellement de moyens. Ce qu'on paie aujourd'hui, c'est aussi – je suis désolée de le dire car je n'aime pas ressasser le passé – le définancement de ces services publics sous la Suédoise.
Il y a eu une volonté de correction sous la Vivaldi, et nous serons attentifs à ce que ce définancement ne soit pas poursuivi. Il faut continuer à refinancer et à donner des moyens à ces services. Aujourd'hui, on manque aussi cruellement d'effectifs à Bruxelles: environ 800 policiers font défaut, il faut remplir le cadre.
Ensuite, il faut se donner les moyens suffisants pour lutter contre la criminalité financière. Certains ont évoqué le port d'Anvers. La moyenne est actuellement d'un conteneur contrôlé sur 40. Autant dire que c'est une passoire.
Monsieur le ministre, disposiez-vous d'informations avant les fusillades? Y avait-il des indices ou une tension latente faisant penser que cela pouvait dégénérer?
Jusqu'à quand ce renforcement des effectifs est-il prévu?
Le Conseil national de sécurité (CNS) a été évoqué. Pourrait-il jouer un rôle plus spécifique?
Pourriez-vous faire l'état des lieux de votre collaboration avec les bourgmestres de la Région bruxelloise?
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, wanneer we over de veiligheid en het drugsgeweld in Brussel spreken, komen veel zaken samen. Ik zal niet op alles terugkomen. Tijdens onze nachtelijke marathon hebben we al van gedachten kunnen wisselen, ook over de budgettaire tabel. De investeringen in politie en justitie zijn echter enigszins ontgoochelend, zeker voor 2025.
Mijnheer de minister, u hebt meteen gereageerd en aangegeven dat geweld onaanvaardbaar is. U hebt uiteraard gelijk. U hebt dat goed gedaan. U bent ook meteen op het terrein gegaan en u hebt gesproken met de partners en de veiligheidsactoren.
Collega’s, helaas is het probleem van het drugsgeweld niet nieuw. Wij kennen het al lang. De heer Vandemaele heeft nu even de zaal verlaten, maar het drugsgeweld is geen Roeselaars probleem, het is geen Brussels probleem, het is geen Antwerps probleem, het is geen Belgisch probleem, het is geen Europees probleem, het is een mondiaal probleem. U moet eens kijken naar Stockholm, bij mijn weten een beschaafde stad. Er is geen sprake van Zweden als een narcostaat, maar kijk toch eens hoe Zweden wordt geconfronteerd met geweld. Kijk ook eens naar Marseille.
Mijnheer de minister, mijn eerste vraag gaat over het criminele beeld. Wij hebben niet laten betijen en dus weten we dat we de drugmaffia slagen hebben toegebracht. Wanneer we het over Brussel hebben, dan weten we dat de Albanese maffia hier nogal goed gehuisvest was. Brussel werd gebruikt als standplaats voor de Albanese maffia. We hebben die maffia slagen toegebracht. Er was toen ook sprake van infiltratie van de maffia uit Marseille. Zijn er aanwijzingen dat bij de recente geweldfeiten de maffia uit Marseille op een of andere manier betrokken is? Dat is mijn eerste punctuele vraag.
Mijn tweede vraag is eigenlijk al gesteld door de heer Demon. Indien we militairen zouden inzetten voor de statische opdrachten, zullen zij mensen van de DAB vervangen. Dat zijn mensen met een specifieke politionele bevoegdheid. Zij kunnen inderdaad worden ingezet. Is er echter een plan dat bepaalt hoe zij effectief zouden kunnen worden ingezet voor de veiligheid in onze hoofdstad of in het land tout court ?
Collega’s, over de fusie van de Brusselse politiezones herhaal ik dat ik blij ben in het regeerakkoord te lezen dat die fusie zal worden doorgevoerd. Dat zal niet alle problemen oplossen, een mirakeloplossing voor het probleem bestaat niet. Mocht ze bestaan, dan hadden wij ze al lang uitgevonden en was het probleem opgelost. Een mirakeloplossing is er dus niet, het zal dan ook sowieso hard werken zijn. Een stukje van de puzzel van de oplossing is echter wel degelijk de fusie van de Brusselse politiezones, omdat ze gaat over eenheid van commando en over een efficiënte en effectieve inzet van de politiecapaciteit.
Ik heb tijdens de nachtelijke vergadering de vergelijking gemaakt met de NYPD, het New York Police Department. Als we het Brussels politie-effectief optellen, zijn er volgens mij niet te weinig Brusselse politieambtenaren. Het is dus geen kwestie van meer blauw op straat, het is een kwestie van blauw meer op straat. J'ignore si la nuance est claire en français. Alleszins, blauw meer op straat is iets anders dan meer blauw op straat. Dat is wat vooral moet gebeuren.
We weten allemaal dat de fusie van de Brusselse politiezones een zekere tijd in beslag zal nemen. Die tijd krijgt u uiteraard ook, mijnheer de minister, dat hoort zo. De burgemeester van Brussel zei echter dat hij wil werken aan een eenheid van commando. Zou dat de voorloper kunnen zijn van die eengemaakte Brusselse politiezone? Is die eenheid van commando, zoals aangekondigd door de burgemeester van Brussel, er momenteel? Wat betekent die precies?
De bestrijding van de drugsmaffia is werk voor de federale gerechtelijke politie. Dat is duidelijk. Het werd ook aangehaald door collega Aouasti. Law-and-order in de Brusselse straten, in de Brusselse wijken en op de Brusselse pleinen, is echter een taak van de lokale politie. We moeten die wijken terugwinnen, en dat kan, door middel van VIP, very irritating police . Het betreft dan een politie die patrouilleert en die controles doet in de wijken, niet driemaal per maand maar driemaal per dag. Er zijn politiezones, ook in Brussel, die dat kunnen waarmaken. Als die eenheid van commando wordt gerealiseerd, in afwachting van de fusie, kunnen we al komen tot zo'n very irritating police . Eenheid van commando is belangrijk, wars van de verschillende bestuurslagen in Brussel, die het werk inderdaad niet gemakkelijker maken, met 19 burgemeesters en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Ik heb nog een specifieke vraag. Ik denk dat ik het antwoord ken, want ik vind het niet terug in het regeerakkoord. De Brusselse MR stelde een jaar geleden voor om een speciale commissaris aan te stellen die de problemen van Brussel beter kan aanpakken. Volgens mij is dat geen goed idee, want dat creëert een nieuwe bestuurslaag. We hebben geen speciale commissaris nodig in Brussel om die problemen aan te pakken, we hebben eenheid van commando nodig. Hoe staat u tegenover dat voorstel van een jaar geleden? Vermits het niet in het regeerakkoord staat, veronderstel ik dat u daarvan afstand hebt gedaan.
Dan wil ik nog ingaan op het Kanaalplan. Dat was een plan in de strijd tegen terrorisme en radicalisering. Wat betekent het Kanaalplan in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit? Hoe verhoudt het Kanaalplan zich tot de bestaande plannen en de specifieke acties die er al zijn geweest of die er op bepaalde hotspots zoals Peterbos en Hallepoort zijn? Die plannen zijn er de voorbije maanden gekomen, in een samenwerking van de lokale en federale politie met het parket van Brussel, dat versterkt is, dat een nieuwe procureur heeft, waar extra magistraten en juristen zijn, met de medewerking van de DVZ.
U hebt ook verschillende malen overleg gepleegd. Wat waren de resultaten van de Gewestelijke Veiligheidsraad? Werd daar ook over de totaalaanpak gesproken? Collega's hebben daarop terecht de aandacht gevestigd. Het is niet alleen een kwestie van justitie en politie. Het is niet alleen een kwestie van repressie. We moeten de zaken ook structureel aanpakken. Is in de Gewestelijke Veiligheidsraad aan bod gekomen hoe we jongeren weghouden van de marginaliteit, hoe we door infrastructuurwerken de marginaliteit kunnen aanpakken enzovoort? Is er ook gesproken over de rol van Brussels Prevention and Security van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest? Vorige week vrijdag was er op het kabinet van de minister van Justitie ook een overleg met mensen van het parket en de politie. Was is daar precies afgesproken?
Voorts wens ik u veel succes als minister, bevoegd voor Binnenlandse Zaken én Veiligheid. Dat is een mooie uitvinding.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre exposé et votre mobilisation. Comme vous, je suis bruxellois et, durant toute la dernière législature, j'ai interpellé au moins une demi-douzaine de fois votre prédécesseure sur ces fusillades qui, durant ce temps-là, n'ont cessé d'augmenter et d'empirer, en recevant des réponses parfois encourageantes mais parfois aussi convenues.
Je dois souligner que, dans votre accord de gouvernement, il y a un vrai volontarisme vis-à-vis de la lutte contre les stupéfiants. Vraiment! Cela donne un espoir. C'est en tout cas un volontarisme que je n'ai pas ressenti depuis un bon moment. Notre pays est connu pour être un hub via le port d'Anvers et l'aéroport de Liège Bierset. Je vous remercie de l'avoir rappelé clairement. Et, entre les deux, on sait tous que c'est Bruxelles qui sert de plaque tournante de distribution.
Les remèdes, on les connaît. Bien sûr qu'il faut reprendre le contrôle des rues. Qui serait contre cela? Très bien! Mais le profil de ces délinquants qui se battent pour un point de deal et pour gérer un morceau de trottoir est bien connu, c'est de la "chair à canon" utilisée par les mafias qui peut être remplacée très rapidement.
Si nous ne regardons ce phénomène que sur ses apparences en se disant seulement qu'il y a des types avec des kalachnikovs, qu'on les arrête, qu'on nettoie les rues avec les polices locales, la police judiciaire fédérale et que les gens seront contents, non! On va se faire plaisir peut-être un moment mais cela ne fonctionnera pas car, malheureusement, ces jeunes sont remplacés du jour au lendemain. Si vous voulez vraiment combattre le marché de la drogue, il faut frapper les bras mais surtout les têtes et les portefeuilles. Il faut du bleu dans les rues, monsieur le ministre. Il faut aussi du bleu derrière les écrans. Il faut les effectifs qui permettent de remonter les filières, démanteler les réseaux de financement, de blanchiment et démanteler les réseaux de corruption qui existent aussi.
Cela veut dire, selon nous, créer un parquet national financier indépendant, ce qui ne figure malheureusement pas dans votre accord. Vous voulez juste créer une filière spécialisée. J'espère que cela suffira. Cela veut dire confisquer les avoirs et les utiliser contre ces criminels. Cela se trouve dans votre accord et c'est vraiment très bien.
Et puis, à mon avis, sans vouloir refaire le débat que j'ai déjà eu notamment avec le premier ministre, il faut peut-être quitter ce fétichisme de la fusion forcée – si elle n'avait pas été forcée, ce ne serait pas un problème –, contre leur gré, de zones de police. Moi, j'observe, monsieur le ministre, que, dans votre présentation, vous n'avez pas cité cette fusion des zones comme solution et je m'en réjouis. Cela veut dire que vous avez abordé ce sujet de manière rationnelle et non politicienne.
Voorzitster: Maaike De Vreese.
Présidente: Maaike De Vreese.
Vous avez surtout parlé de la police judiciaire fédérale comme acteur clé, et c'est normal. C'est elle qui, pour rappel, est compétente pour lutter contre le grand banditisme, le trafic d'armes et le trafic de drogues. C'est elle qu'il faut renforcer, que ce soit à Anvers ou à Bruxelles et si possible en ne les mettant pas en concurrence.
Certains de mes collègues – vous l'aurez compris – ne vous lâcheront pas tant que vous n'aurez pas parlé de cette fusion avec un calendrier extrêmement clair. Ne vous laissez pas impressionner, parce que c'est une diversion. La drogue est un sujet d'abord fédéral, de la responsabilité de la police judiciaire fédérale. C'est à elle de démanteler les réseaux et l'heure n'est pas à faire diversion mais plutôt à s'unir.
D'ailleurs, si on veut aider les zones de police locale, qu'on commence – cela aussi figure dans votre accord – par revoir enfin la norme KUL qui pénalise non seulement les zones bruxelloises mais celles de toutes les grandes villes de ce pays. C'est l'une de mes deux seules questions. Moi, ce qui m'intéresse, c'est le calendrier de révision de cette norme qui est inscrite dans votre accord de gouvernement. Me confirmez-vous que les zones urbaines – Bruxelles mais aussi Anvers – seront mieux traitées?
J'ai également une question spécifique, vu votre profil de diplomate parce que celui-ci peut aider dans notre combat en matière de drogues. En effet, l'élément clé dans ce combat est la collaboration internationale, qu'il s'agisse des zones de transit, de la lutte contre les armes à feu et de l'échange d'informations. Envisagez-vous des contacts bilatéraux ou internationaux dans votre plan? Je pense que vu sa position géographique, mais aussi, hélas, son rôle actuel de plaque tournante, la Belgique pourrait être un acteur essentiel qui pourrait prendre une série d'initiatives.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, een aantal collega’s schrijven alle veiligheidsproblematieken in ons land aan u toe. Dat is nogal origineel, aangezien u nog maar een week aan de slag bent. In die week zat u ook 40 uur vast in de Kamer tijdens de plenaire vergadering. U hebt het in uw eerste week als minister van Binnenlandse Zaken dus al zeer druk gehad. De N-VA-fractie zal u wat meer tijd geven om voor belangrijke en broodnodige hervormingen te zorgen en zal daar met veel plezier aan meewerken.
Ik ben zeer tevreden dat u hamert op nultolerantie. Hoe zult u die concreet uitwerken? Collega Depoortere gaf aan dat iedereen, van extreemrechts tot extreemlinks, overtuigd is van de noodzaak van nultolerantie. Volgens mij is helaas niet iedereen daarvan overtuigd. Tijdens de vele debatten waaraan ik deelneem, ben ik steeds weer verbaasd over de ingenomen standpunten. De voorzitter van de Jongliberalen pleitte in een debat immers voor de legalisering van heroïne. Dat lijkt me ver verwijderd van nultolerantie. We moeten niet alleen drugscriminaliteit strenger aanpakken, maar ook het druggebruik zelf. Wat is uw visie daarop? Moeten we het totaalplaatje niet strenger bekijken? Nu zijn we immers strenger voor drugscriminaliteit, terwijl we het gebruik van zware drugs goedpraten en zelfs aanmoedigen.
Het Kanaalplan was zeer belangrijk voor de N-VA in de regeringsonderhandelingen en dat is het voor mij ook als Vilvoordenaar. Collega’s van andere partijen geven u de schuld van alle problemen die zich momenteel voordoen, terwijl ik meen dat die veeleer te wijten zijn aan de afbouw van het Kanaalplan door de vivaldiregering. We merken daar vandaag zeer sterk de gevolgen van.
Op welke termijn kan er opnieuw leven worden geblazen in het Kanaalplan en kan het worden versterkt? Welke gemeenten wilt u betrekken bij de versterking van het Kanaalplan? Welke middelen voorziet u voor de concrete uitwerking? U zult in de N-VA-fractie steeds een partner voor de opmaak van een grondig en serieus plan vinden.
Denis Ducarme:
Madame la présidente, je suis désolé pour le retard. Je présidais la commission des Affaires sociales. Anderlecht y était aussi au cœur des débats, non pas pour la station Clemenceau mais pour son CPAS. Je vous rejoins évidemment avec beaucoup d'intérêt parce que je pense que nous allons enfin pouvoir tourner une page bruxelloise.
Il y a quelques années – comme nous pouvons le voir sur le site de la RTBF –, Rudi Vervoort, ministre socialiste et ministre-président, nous disait qu'il n'y avait pas de problèmes de sécurité à Bruxelles. Il y a quelques mois, il nous disait aussi qu'il n'y avait pas de zones de non-droit à Bruxelles. C'est un peu surréaliste de voir ça, surtout quand nous constatons la prise de possession de l'espace public par le narcotrafic. La réalité, c'est celle-là! Ce n'est pas seulement la sécurité des habitants d'Anderlecht! Ce n'est pas seulement la sécurité des usagers du métro! C'est le narcotrafic! Il menace naturellement l'État de droit.
Je vous suis donc très reconnaissant d'être allé sur le terrain comme vous l'avez fait, monsieur le ministre. Vous avez sans doute été en quelques jours autant sur le terrain que certains de vos prédécesseurs en quelques mois. C'est aussi comme ça qu'on juge de la difficulté. Vous avez surtout pu mobiliser les services de la police fédérale. Vous avez pu vous coordonner avec les zones de police locales pour déjà voir un certain nombre de résultats émerger. En effet, la dernière personne que nous avons vue avec une kalachnikov – je pense que c'était la nuit dernière – a fui. Elle n'est pas restée ainsi à tirer comme les précédentes. Elle a fui parce qu'elle a été confrontée aux services de police et donc aux renforts.
Vous nous direz probablement comment vous allez monter en puissance en termes de mobilisation et de présence sur le terrain, que ce soit via le corps d'intervention (CIK) ou via la Direction de la sécurisation (DAB), en attendant que nous puissions avoir un cadre légal qui nous permette de rencontrer l'accord de gouvernement sur le fait que la Défense nationale puisse, dans un certain nombre de cas, également prêter main forte aux policiers On peut attendre, heureusement, de ce gouvernement que Bruxelles ait autant d'importance que le port d'Anvers.
J'aimerais attirer votre attention sur un point, monsieur le ministre. Vous souvenez-vous de la série télévisée Les Brigades du Tigre ? Bien sûr. Si je vous en parle, c'est parce que nous nous trouvons dans une situation similaire. En fait, leur vrai nom n'était pas "les Brigades du Tigre", mais "les brigades mobiles". Pourquoi les a-t-on appelées de la sorte? Parce qu'en 1907, Georges Clemenceau a décidé de voir la police, non plus à cheval, mais équipée de véhicules automobiles pour suivre les malfrats qui se servaient d'engins puissants. La police fédérale se trouve dans une situation un peu comparable, puisqu'on vous l'a laissée dans un très mauvais état. En effet, l'équipement de nos policiers, c'est une arme semi-automatique: la FN 300. En face, ce sont des armes automatiques. Cela signifie qu'on est en train de faire la course en 2CV contre une Porsche. S'agissant donc de la sécurité de nos policiers et de la manière dont ils se confrontent à ces narcotrafiquants, je vous demande d'évaluer si nous devons revoir à la hausse l'équipement de nos policiers.
Voorzitter: Ortwin Depoortere.
Président: Ortwin Depoortere.
Voorzitter:
Gezien er geen andere collega’s wensen aan te sluiten, geef ik het woord aan de minister om te antwoorden op de vele vragen.
Bernard Quintin:
Monsieur le président, je vais essayer de répondre à toutes les questions. J'espère que personne n'avait prévu d'aller au cinéma ce soir. Si je dois répondre à tout, cela va nous prendre beaucoup de temps! Mais je vais m'y efforcer.
Je vais faire quelques considérations liminaires avant de tenter de répondre plus précisément aux différentes questions. Comme cela a été dit, cela fait dix jours que j'ai pris mes fonctions, qui ont été dix jours intenses. J'apporterai les réponses que je peux apporter après une telle période à la fonction de ministre de la Sécurité et de l'Intérieur.
Nous aurons d'ici quatre à six semaines une discussion intense sur la présentation de la note de politique générale. Ce sera l'occasion de revenir sur tous ces sujets plus précisément. Et il y aura bien sûr un bilan à tirer, d'ici environ quatre ans, à propos de l'action que j'aurai pu mener à ce poste. Cela ne signifie pas que je ne serai pas très régulièrement présent ici, avec vous, pour faire le point, que ce soit en commission ou en plénière.
Ik zeg niet dat u me met rust moet laten de komende vier jaar.
Nous allons travailler. Cela nous donne quand même un horizon de travail important.
Je mets à votre disposition, comme je mets à disposition de mon département et des autres départements, mes différentes expériences de service de l’État… Quand on parle de service public, c’est le service au public, donc aux citoyens.
De kwestie van de onveiligheid en de consequenties ervan heb ik tijdens mijn carrière van heel dichtbij meegemaakt.
Il y a en effet une différence entre l'insécurité et le sentiment d'insécurité. Ce sont deux choses différentes, intimement liées. Je ne néglige pas non plus le fait que certains aspects psychologiques doivent être mieux pris en compte, pour les victimes.
Dans les fusillades des derniers jours, les victimes, c'est la personne qui est blessée et la personne qui est morte, mais ce sont aussi toutes les personnes qui ont pris le métro, et certainement cette famille qui a vu un impact de balle dans la chambre de son enfant. Ce sont aussi nos forces de l'ordre, qui sont confrontées tous les jours à cela.
Je le dis avec un peu d'émotion. J’ai moi-même eu, dans certaines missions que j'ai pu faire à l'Est du Congo il y a 20 ans, mon lot de cadavres et d’autres choses. J'aurai à cœur de tenir compte de ces aspects traumatisants.
J'ai aussi, dans différents postes que j'ai occupés, dû faire des économies, parce que nous devons être les plus efficaces et les plus efficients possible. Ce n'est pas toujours facile. Mais j'ai la chance, comme ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, de ne pas devoir en faire, au contraire, puisque le département de la Sécurité est immunisé des économies qu'il faut faire par ailleurs. Je ne reviens pas sur le long débat sur le programme de gouvernement.
Mais quoi qu'il en soit, je crois qu'il y a toujours moyen, et que c'est une obligation comme serviteurs de l'État, de voir comment être les plus efficaces et les plus efficients possible. Les deux concepts sont tout à fait importants.
Par ailleurs, comme je l'ai dit, il n'y aura pas de diplomatie avec le crime et les criminels. Je tenterai néanmoins d'être diplomate dans tout ce que je dois faire avec les différents partenaires, que ce soit au niveau fédéral, avec les entités fédérées, les communes, etc. C'est écouter et décider.
Mijnheer de voorzitter, overleggen is niet babbelen. Ik babbel graag, maar op andere plaatsen en in andere omstandigheden. Hier zal ik overleggen, want adhesie is belangrijk.
Aussi, comme remarque liminaire, un fait divers est, selon le Larousse , "un événement sans portée générale qui appartient à la vie quotidienne". Il est donc assez clair que ce n'est pas ce qui s'est produit la semaine dernière. Et lorsqu'on parle de lutte contre le crime organisé, il s'agit singulièrement de celui qui est lié au trafic de drogue.
Dat zeg ik tegen iedereen. Ik zeg dat tegen de bevolking, ik zeg dat tegen onze politie, ik zeg dat tegen de politici. Het zijn geen faits divers. We moeten die criminaliteit aanpakken. We moeten ertegen vechten, ik durf dat zo te zeggen. We zullen dus een globale en multidisciplinaire aanpak hanteren en uitvoeren, van producenten tot consumenten.
"Du producteur au consommateur", pour reprendre une phrase plutôt liée au monde de l'agriculture, mais nous n'en sommes finalement pas très éloignés lorsque nous parlons des producteurs, puisqu'il faut bien produire tant le pavot que la feuille de coca. Il y a bien sûr par ailleurs toutes les drogues de synthèse.
Dat betekent ook dat we voor de hele keten, van de producenten tot de consumenten, een globale aanpak zullen moeten hanteren. Preventie en repressie zijn voor mij niet strijdig. Repressie alleen heeft geen zin. Als we dat elke dag doen, zullen we verliezen. Preventie is dus ook belangrijk. We moeten goede politieke krijtlijnen uitzetten en uitvoeren. Repressie is daar een belangrijk onderdeel van. Dat is mijn taak in die keten. Daarvoor moeten we ook met iedereen samenwerken. Ik ben daarover al in gesprek met mijn collega's van Justitie en Defensie. Ik zal daar straks op terugkomen.
On a parlé de cohésion sociale et en même temps, j’en profite pour réitérer ma compassion au sens premier du terme pour les victimes et les citoyens de ces faits. Dans cette cohésion sociale, M. Kompany a parlé du rôle des grands frères. Je crois en effet qu’outre la présence policière, des forums communautaires ont été créés qui permettent et qui offrent aux citoyens des espaces où ils peuvent partager leurs préoccupations et échanger avec les zones de police et la police locale ainsi qu’avec les autorités. C’est important qu’il y ait, et vous l’avez tous et toutes souligné, des rencontres citoyennes qui soient faites et qu’un accès au service de soutien psychologique qui est assuré par le BAV, soit proposé aux citoyens qui en ressentent le besoin.
Je voudrais repréciser la question des fonctionnalités de la police locale. Il y en a en effet sept fonctionnalités comme vous les avez citées. La recherche locale et le service de recherche s’attaquent aux problématiques liées aux moyens d’enquête spéciaux. Vous n’êtes d'ailleurs pas sans savoir que le vendeur de rue est lié à un clan de narcotrafiquants. C’est la raison pour laquelle j’ai insisté aussi sur la nécessité du travail en synergie entre les différents services de recherche, aussi bien de la police locale que de la police fédérale. Je vais y revenir tout à l’heure.
Pour ce qui est de la collaboration internationale, il est évident qu’elle est absolument essentielle. J’ai déjà parlé lors de ma remise-reprise avec le ministre Prévot de cet élément important de travail que nous devons aussi faire avec nos postes diplomatiques pour qu’ils soient suffisamment sensibilisés à ces questions-là mais qu’ils aient également le personnel nécessaire pour pouvoir y faire face. Vous savez qu’on a déjà renforcé la présence d’attachés de police dans un certain nombre de postes en Afrique, en Afrique du Nord et en Amérique Latine. On doit continuer à le faire – je vais d'ailleurs revenir sur le mandat de la commissaire nationale aux drogues – mais il est évident que si on veut renforcer cette approche globale, il faut qu’on aille, comme je le disais, s’attaquer aussi aux producteurs, or ces derniers sont en grande partie à l’étranger. Je dis bien "en grande partie" parce que tout cela est beaucoup plus complexe qu’il n’y paraît.
Je peux aussi vous dire que nous collaborons avec un certain nombre de services de police, entre autres en Italie, qui ont une certaine expérience de la lutte contre la mafia, pour former nos policiers avec les policiers italiens qui ont une expérience plus longue et relativement probante en la matière.
J'en viens à la question de savoir si nous avions des informations avant les fusillades. Si nous avions su des choses extrêmement précises, nous aurions évidemment mis les forces de police nécessaires en place pour déjouer ces attaques-là. Sur ces attaques précises, nous n'avions pas de renseignements suffisamment précis pour pouvoir les contrer. Mais bien sûr, au sein de nos services de recherche et d'information, nous réussissons à prévenir un tas d'attentats, ce qui me permet une note plus générale. Le combat contre le narcotrafic est bien ce qui nous occupe à Anderlecht. Les trois événements à Anderlecht sont liés entre eux et sont liés au narcotrafic et à la mafia algéro-marseillaise. Voilà, c'est dit. C'est un combat qui va durer. Si je vous disais que je connaissais une date à laquelle nous aurions gagné la guerre contre le narcotrafic, vous auriez raison de rire, parce que cela n'aurait aucun sens.
Je fais un parallèle, bien que comparaison ne soit pas raison, entre ce combat et le combat contre le radicalisme ou le djihadisme. Ce n'est pas parce qu'on ne gagnera probablement jamais définitivement la guerre qu'il ne faut pas mener ce combat. Il ne faut pas que les narcotrafiquants aient dix longueurs d'avance sur nous. Il faut qu'ils n'en aient même pas une mais seulement une demie. C'est ça que l'on doit faire. Je vais revenir sur les questions financières: il faut que ces trafics coûtent de plus en plus. C'est comme cela que nous pourrons gagner un nombre important de batailles.
Il existe une task force , une stratégie de solidarité entre les différents services de police des zones de police de Bruxelles, à laquelle la police fédérale apporte évidemment son appui et son expertise, tant par la mise à disposition de forces humaines que par la logistique, en fournissant des moyens spéciaux à la demande des zones.
Je vais prendre un peu de temps pour répondre à la question du plan Canal.
Het Kanaalplan werd in 2016 uitgerold in de strijd tegen radicalisme en terrorisme. Het plan voorzag 116 medewerkers in de vijf politiezones langs het kanaal en in een zone buiten Brussel, namelijk Vilvoorde. Er staan nog een paar mensen ter beschikking van de zones in het kader van dat plan, maar in dat plan waren ook veel elementen voorzien die nu geïntegreerd zijn in het werk van de politiezones. Het Kanaalplan was nodig in 2016, maar nu maken veel aspecten ervan deel uit van de dagelijkse taken van de politiezones.
De ontwikkeling van het Kanaalplan, waarbij verschillende partners uit het maatschappelijke veld betrokken waren, leidde tot het globale drugsplan, dat vervolgens werd verfijnd tot het arrondissementele drugsplan onder leiding van de gerechtelijke directeur, waarin momenteel 14 projecten lopen. Een nieuw plan is voorzien. Ik moet de komende dagen en weken de modaliteiten van dat plan uitwerken, maar het drugsaspect ervan moet belangrijker zijn dan dat acht jaar geleden het geval was, zelfs als alles gelinkt is. Er is geen immers firewall tussen drugscriminaliteit en radicalisering. Tout est dans tout et inversement . Het is misschien een idee om een nieuwe naam te zoeken voor het nieuwe Kanaalplan, niet als een gadget, maar men zal door die naam steeds aan het eerste Kanaalplan blijven denken, terwijl we nu iets anders op poten moeten zetten. Ik zal daaraan werken.
Nous allons travailler avec la police fédérale et les zones de police afin de cibler les besoins nécessaires et d'avoir un bon plan, qui ne soit pas un gadget. L'un des éléments fondamentaux de ce plan global antidrogue est évidemment le partage d'informations, ou plutôt de renseignements.
Je tenterai de répondre plus largement aux questions concernant les statistiques, les chiffres et les tendances lors du débat sur la note de politique générale. N'hésitez pas à m'adresser des questions écrites à ce sujet, celles-ci permettant de répondre de manière substantielle sans que ces réponses soient trop ennuyeuses, ce qui peut arriver quand on aligne les chiffres dans une réponse à une question orale.
Cela dit, il y a bien une hausse générale des faits de criminalité, à peu près à tous les niveaux à Anderlecht mais aussi dans d'autres communes. Ce qu'il s'est passé à Anderlecht est lié à la mafia marseillaise et à des questions d'occupation ou de réoccupation de territoire par des bandes rivales.
Il nous paraissait important de pouvoir mettre plus de moyens à disposition de la Zone de police Midi, ce que nous avons fait. Comme je l'ai dit dans mon introduction, un peu moins de 20 agents de la réserve fédérale sont déjà sur place. D'autres zones de police, singulièrement celle de Bruxelles Capitale Ixelles, ont mis un certain nombre d'agents à disposition de la Zone de police Midi.
Comme cela a été souligné par M. Ducarme, nous avons déjà constaté un effet direct de cette augmentation, à savoir que la personne qui est sortie de son véhicule avec une kalachnikov cette nuit a vu les policiers en faction et est repartie. Elle a été poursuivie, mais n'a malheureusement pas pu être arrêtée. Des effets de cette présence se font donc déjà sentir. La question de sa durée a été posée.
Verschillende volksvertegenwoordigers vroegen hoelang het zal duren. Het zal duren zolang het nodig is, maar we moeten duidelijk zijn: we zitten nu in een systeem waarin on déshabille Pierre pour habiller Paul . Ik ken de uitdrukking in het Nederlands niet. Het is een kwestie van communicatie. Het zal zeker in mijn beleidsnota staan dat – ik ben het volledig met u eens, mijnheer Van Tigchelt – er niet meer blauw op straat moet, maar dat blauw meer op straat moet. We hebben genoeg politieagenten als we de verhouding met andere steden bekijken, maar ze zijn misschien niet genoeg op straat om dingen te onderzoeken.
C'est toute l'idée, et j'y viens maintenant, qui est dans l'accord de gouvernement et que nous devons mettre en œuvre, celle d'avoir l'appui de l'armée. Ce n'est pas écrit et je n'ai jamais dit, dans aucune interview ni intervention, qu'il fallait des militaires dans la rue.
Ik heb dat nooit gezegd en nooit geschreven.
Parfois, on nous pose plutôt des réponses que des questions et tant que la réponse ne convient pas… Ik zal het herhalen: ik heb het nooit geschreven, noch gezegd.
C'est d'ailleurs ce qui se trouve très clairement dans l'accord de gouvernement et que j'ai discuté avec mon collègue Theo Francken lors d'un entretien téléphonique. Je ne vais pas vous dire que nous avons déjà tout le texte et que tout est là, mais j'ai pris mon téléphone et je lui ai donc posé la question.
Ik vroeg hem of hij akkoord ging om te bespreken hoe wij militairen kunnen inzetten voor statische bescherming.
Donc, il s'agit de la protection statique, c'est-à-dire ce que vous voyez quand vous passez rue Ducale devant l'ambassade des É tats-Unis. En français, on appelle ces hommes des plantons, ce sont eux qui gardent les lieux, comme nous avons des militaires qui gardent les casernes, même si je sais que ce n'est plus toujours le cas aujourd'hui.
L'idée est de créer une espèce d'effet dominos: si nous pouvons mettre des militaires qui gardent certains sites tels que les centrales nucléaires, plusieurs industries Seveso, des ambassades placées au niveau 4 comme celles des États-Unis , d'Israël et d'autres, je peux libérer des membres de la DAB. Ce ne sont pas eux qui iront en rue, parce que ce n'est pas leur travail. En revanche, certaines tâches de la DAB sont exercées par des policiers. Si je déploie des militaires, cela libère de la DAB qui peut notamment travailler au transfert de prisonniers, si je ne me trompe pas. Les policiers qui, eux, ont la capacité légale d'aller en rue et de mener leurs activités ne doivent plus servir au transfert des prisonniers. Il y a quand même une logique. Nous avons besoin de textes, c'est vrai.
Omdat we nog een rechtsstaat zijn. Dus moeten we de geschikte teksten hebben en gebruiken om dat te doen.
Pour ce qui est du Fonds spécial drogues, à travers l'accord de gouvernement, mais aussi grâce à la réunion que nous avons pu avoir, ma collègue Annelies Verlinden et moi-même avec la commissaire nationale aux drogues, nous l'avons mandatée dans sa lutte contre les stupéfiants pour qu'elle puisse travaille à partir de ce Fonds spécial.
Dit is wat ik gezegd heb: de trafikanten in de portemonnee treffen.
Il faut vraiment pouvoir les attaquer là, saisir un certain nombre de biens, réaliser ces biens et réinjecter l'argent dans la lutte contre les trafiquants de drogue.
Je ne peux pas vous dire aujourd'hui quels sont les montants des fonds mais il est clair qu'il faudra un système de coffre-fort virtuel, qui permettra de visualiser au fur et à mesure ce qui est réalisé dans ces différentes saisies.
Je fais totalement confiance à la commissaire nationale aux drogues, que j'ai déjà rencontrée plusieurs fois. Elle m'a expliqué ses plans et sa vision des choses pour qu'elle nous revienne rapidement avec les textes nécessaires.
Daarna is het aan jullie als volksvertegenwoordigers om de gepaste teksten, wetten en reglementen goed te keuren, zodat wij ons werk kunnen uitvoeren en volbrengen.
Il faudra bien parler de la fusion des zones de police, pour laquelle il y a deux temps.
Dans l'accord de gouvernement, il est décidé de procéder à la fusion des zones de police pour la Région de Bruxelles-Capitale. C'est écrit dans l'accord de gouvernement et je suis un serviteur de l'État. Je mettrai donc en œuvre l'accord de gouvernement, puisqu'il a reçu la confiance de la Chambre.
Ce n'est pas pour autant que je le ferai à la hussarde, ce qui n'aurait aucun sens. C'est quelque chose qui doit être concerté, être expliqué avant d'être mis en œuvre. Je vais m'y employer dans les semaines qui viennent. Je ne vais pas vous donner de calendrier aujourd'hui. Je pourrai probablement avoir une idée un peu plus précise quand on discutera de la note de politique générale dans quatre ou six semaines, car je n'ai pas non plus l'intention de perdre du temps pour mener les discussions et les concertations que je dois avoir sur le sujet en réunissant l'ensemble des acteurs concernés.
De fusie van de Brusselse politiezones is echter geen politiek gadget. Mijn doel is om efficiëntiewinst te boeken.
C'est une question de rationalisation. Il faut voir quelles sont les économies d'échelle qui peuvent être faites et comment cette chaîne de commandement peut être améliorée dans une ville-région qui a quand même une spécificité physique relativement particulière, qui demande que cette fusion soit réalisée. Elle se fera, en concertation, pour être efficace et efficiente.
Le deuxième temps de la question de la fusion des zones de police est que ce n'est pas parce qu'elle n'est pas obligatoire en Wallonie...
Het is niet omdat het niet verplicht is in Wallonië of Vlaanderen, dat het niet kan gebeuren. Ter verduidelijking, het is mijn doel om dat in Brussel te doen, zoals het ook in het regeerakkoord staat. Daarna zal ik een vergelijkbare oefening proberen te doen in Vlaamse en Waalse politiezones.
Et de même en Wallonie pour expliquer pourquoi dans certaines zones, je pense qu'il n'est pas inintéressant d'effectuer un exercice similaire. Ce ne sera pas obligatoire, mais je ferai mon travail de ministre de la Sécurité et de l'Intérieur.
Vous ne m'aurez jamais entendu dire ni vu écrire nulle part que je pense que la fusion des zones de police à Bruxelles est "la" solution, comme l'a dit votre collègue Paul Van Tigchelt. S'il y avait une solution, moi, je ne l'ai pas. Si quelqu'un dans cette salle l'a, de grâce, donnez-là moi. Je vous jure que je la mettrai en œuvre. Mais "la" solution n'existe pas. Il n'y a pas de solution miracle. Il n'y a même à mon sens, et j'ose le dire ici, pas de solution définitive. Il faudra évoluer.
C'est quelque chose que je voudrais aussi partager avec vous aujourd'hui. Vous remarquerez que je suis peut-être un peu candide et j'espère que vous ne m'en tiendrez pas rigueur, et surtout que vous ne l'utiliserez pas contre moi. On a fait une réforme des polices il y a 25 ans parce que nous vivions une situation, il y a entre 30 et 25 ans, qui nécessitait une réforme des polices parce que le monde avait changé. Il se fait que dans les cycles historiques, le monde change de plus en plus vite. Ici, en 25 ans, le monde a aussi fort changé. Je parle à cet égard de mon expérience précédente où le SPF Affaires étrangères a été redessiné il y a 25 ou 30 ans sur la base de La Fin de l'histoir e de Fukuyama et sur l'idée que nous étions désormais dans un monde unipolaire, etc. La structure de ce ministère ou de ce SPF ne correspond plus à la réalité d'aujourd'hui et il faut changer. Je pense qu'il faut avoir le courage de dire que c'est la même chose aussi pour les services de sécurité.
Dat wil niet zeggen dat we alles moeten heruitvinden, want dat heeft geen zin, maar we moeten de moed hebben om te hervormen waar het nodig is.
Pour terminer sur la question de la fusion des zones, je constate qu'un certain nombre de concertations ont été mises en place ces derniers jours; elles sont d'ailleurs prévues dans le système actuel. Les bourgmestres se sont réunis. Le système gold-silver a été mis en place. Le ministre-président a réuni le Conseil Régional de Sécurité (CORES), auquel la gouverneure de Bruxelles-Capitale m'a invité. Je m'y suis rendu, même si je n'ai pas de décision à prendre dans ce forum-là. Pour connaître les décisions qui y ont été prises, il faudra poser la question aux personnes qui en sont responsables. J’ai dû partir avant la fin de la réunion, mais j’ai vu comme vous que les hotspots ont été prolongés de six mois.
L’important est que cette coordination a lieu. Nous ne partons pas de rien. Je constate que nous avons le même objectif, qui est de renforcer la sécurité à Bruxelles. Si vous me permettez ce petit clin d'œil: pour ce qui est du financement des zones de police, je n'ai même pas besoin d'un quelconque accord secret sur n'importe quel papier. C'est écrit. Nous allons réviser la norme KUL.
Je reviens ici sur ma candeur. Laissez-moi d'abord le temps de comprendre exactement comment fonctionnait la norme KUL. C'est toujours bien de savoir comment fonctionne ce que l'on veut réviser pour être certain qu'on le fait le mieux possible.
À propos des armes, il s’agit d’un élément absolument fondamental. Je parlais de connexion. Il y a une connexion évidente entre le trafic d'armes et le trafic de drogue. Les routes suivies sont d'ailleurs souvent identiques. Vous pouvez y ajouter le trafic d'êtres humains et le trafic de cigarettes, dont nous n’avons pas parlé mais qui fait partie de cet ensemble. Il est clair que le trafic de drogue est largement plus rentable que le trafic d'armes, mais ces trafics sont liés parce que les trafiquants ont besoin de ces armes comme moyen de protection.
Avant de revenir sur le type d'armes, je voudrais préciser ici que, s'agissant du trafic d'armes, je compte porter une attention très particulière aux polices judiciaires fédérales, comme la DR1, qui en est en charge.
Il faut aussi réfléchir à l'équipement que l'on donne à nos policiers, qui doivent faire face à des kalachnikovs et à des armes de guerre. Je ne suis pas encore suffisamment certain de pouvoir me prononcer sur la question. Concernant la différence entre les armes semi-automatiques et les armes automatiques, il faut que je veille à ce que le cadre légal dans lequel on travaille soit respecté.
Lors de mon deuxième jour de fonction, je suis allé visiter le quartier général de la zone de police de Bruxelles-Capitale-Ixelles (PolBru), à l'Amigo. J'ai pu constater qu'il serait peut-être nécessaire de rénover les bâtiments, car il est plus sympathique de travailler dans un environnement agréable. J'y ai rencontré des policières et des policiers extrêmement motivés, et aussi la brigade anti-agression (BAA). J'y ai reconnu un certain matériel, que j'avais vu par ailleurs, dans d'autres fonctions que j'ai pu occuper dans d'autres lieux. Donc, c'est faisable.
Je ne vais pas revenir sur la fusion, mais je comprends aussi que ce n'est pas le cas de toutes les zones de police de Bruxelles. Or nous serons tous d'accord pour dire que, à Bruxelles, il y a une concentration des faits dans certains lieux, mais que ce n'est pas parce qu'il y a des hotspots que les lieux ou les communes bruxelloises où il n'y a pas de hotspot sont totalement déconnectés de ce qu'il se passe dans ces hotspots .
Zoals het ook al door enkelen werd aangehaald, mogen we niet denken dat het alleen om Brussel gaat, of om Brussel en Antwerpen, en zelfs niet om Brussel, Antwerpen en Luik Bierset. Het gaat over allerlei plaatsen. Er zijn mensen die veel geld verdienen en die gaan niet – je ne vais pas citer de commune belge, sinon je vais me faire enguirlander – in arrondissement 93 wonen, om een ander land als voorbeeld te nemen. Ze gaan eerder wonen in Uzès – ik blijf in Frankrijk, want dat is voor mij veiliger. We moeten dus niet denken dat we alleen maar kunnen en mogen werken op die hotspot. Ik ga terug naar de ketenaanpak, naar de globale en holistische aanpak die we nodig hebben.
C'est d'ailleurs le sens – et je terminerai par-là ma réponse dont je vous prie d'excuser la longueur, monsieur le président – de l'approche Iceberg, qui m'a été présentée tout comme à vous par la commissaire nationale aux drogues, partie émergée/partie immergée/environnement. Tout est là, il n'y a pas besoin d'aller plus loin dans les explications de ce qu'il faut faire et comment il faut le faire. Maintenant, il faut le faire, cela nécessite des moyens. Il est indispensable que tout le monde s'y attèle de concert. C'est donc un appel à la collaboration que je réitère.
Si la prévention est absolument fondamentale, elle ne ressort pas de l' É tat fédéral. C'est ainsi, c'est la structure de notre É tat. La politique de logement, la politique psychosociale, la lutte contre la pauvreté: nous devons travailler main dans la main. Avec mes services, je me trouve dans la partie émergée de l'iceberg. Mon travail ressort du maintien de l'ordre ( law and order) . Beaucoup de travail doit être fait dans la partie immergée.
Nous avons la chance d'avoir aujourd'hui une forme d'alignement des planètes en ce que nous voulons tous lutter contre le narcotrafic et tout ce qui y est lié.
Het werd tijd dat Brussel een nieuwe, voltijdse en gevolmachtigde procureur des Konings kreeg. Dat is nu gebeurd. U hebt hem gehoord. Hij is heel assertief, kunnen we wel stellen. Dat is volgens mij heel belangrijk.
Ik heb ook het geluk om met collega Annelies Verlinden te werken als minister van Justitie.
Je ne dois pas passer beaucoup de temps à lui expliquer les défis du ministre de l'Intérieur. C'est un très grand avantage pour moi. Je le dis en souriant, mais c'est quand même une réalité.
Par ailleurs, la commissaire nationale aux drogues a présenté le Clean & Safe Plan . Tout y figure. Vous pouvez compter sur moi pour continuer à travailler. Je vous donne rendez-vous pour la note de politique générale, mais c'est plutôt vous qui allez m'inviter. Je viendrai donc volontiers. Je ne suis pas encore très habitué à tous ces exercices, mais il faut que je respecte l'ordre; sinon, comment pourrais-je le faire respecter dans mes fonctions de ministre de la Sécurité et de l'Intérieur?
Ik zal terugkomen met meer cijfers, een duidelijkere kalender en nauwkeurigere antwoorden. Dat is belangrijk.
Je viendrai avec la même volonté de pouvoir faire la différence sur les années qui viennent, avec toute l'équipe gouvernementale. Je me sens très à l'aise de le faire et je me réfère ici à ce qui a été dit par le chef de l'État, dans son discours de vœux aux Corps constitués: "La sécurité est le fondement premier de la liberté." J'ai donc là un mandat très clair et j'ai bien l'intention de le mettre en œuvre.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het is uiteraard de taak van het Parlement om u over de kwestie verder te bevragen in de toekomst en ik ben blij dat u nu al aankondigt daarop te willen ingaan.
Het woord is opnieuw aan de fracties voor een repliek, bijkomende vragen of opmerkingen.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de minister, eerst en vooral wil ik u bedanken om zo snel uw agenda vrij te maken, zodat u vandaag in de Kamer toelichting kunt komen geven. Ik ben nog niet lang lid van de Kamer, maar ik weet wel dat we bij voorgaande incidenten soms een tijdje moesten wachten. Ik vind het goed om als parlementsleden voldoende geïnformeerd te zijn, ook al geeft u vandaag nog niet op alle vragen een antwoord. Daar kan ik met onze fractie begrip voor opbrengen, als het gaat over vragen naar cijfers en gedetailleerde planning. Op die vragen zullen we terugkomen in de volgende weken en we zullen erop toezien dat u de timing die u vooropstelt ook haalt.
Ik wil niet meegaan in het spelletje van links versus rechts, waarbij links staat voor preventie en rechts voor louter repressie. Ik denk dat repressie en preventie naast elkaar staan. Daarin spelen de deelstaten een heel belangrijke rol. In overleg met de deelstaten moet worden bekeken hoe via psychosociale weg preventie mogelijk is. Daarbij denk ik ook aan de problematiek van druggebruik door heel jonge kinderen, minderjarigen, in heel wat steden en gemeenten. Er worden bijvoorbeeld drugs gedeald aan de schoolpoorten. Het stijgende druggebruik moet ons als maatschappij enorm verontrusten. Ook daartegen is sterke preventie nodig.
Op het terrein dienen stappen te worden gezet die resulteren in meer blauw op straat. De wijze waarop dat gebeurt, maakt mij allemaal niet uit. Wat wij willen verkrijgen, is dat de bevolking zich veiliger voelt op straat. We moeten de politieagenten dus uit hun kantoren halen. Dat kan op verschillende manieren gebeuren. Een van de mogelijkheden voor meer blauw op straat, is dat militairen de taken van de DAB overnemen.
We kunnen echter ook kijken naar andere manieren om aan efficiëntie te winnen, zoals structurele hervormingen, waardoor er politiecapaciteit vrijkomt. We kunnen ook bekijken op welke manier we hun werk administratief kunnen verlichten. Daardoor kunnen ze andere taken verrichten en de straat opgaan.
Ik had net tegen collega Matti Vandemaele gezegd dat het helemaal geen probleem was om het Kanaalplan een nieuwe naam te geven. In Roeselare is er ook een kanaal, dus het kan perfect. Ik denk dat het Kanaalplan inderdaad verwaterd is. We kunnen dan stellen dat dit ingebed is in de normale taken van de politie. Ik hoor echter toch een aantal andere signalen, met name dat er niet meer zo hard op dat plan gewerkt wordt en dat de diensten die erbij zouden moeten worden betrokken, dat niet meer zozeer zijn. Dan verwijs ik bijvoorbeeld naar de Dienst Vreemdelingenzaken.
Daar is dus een nieuw en goed plan nodig, waarbij de waterbedeffecten zeer goed in het oog worden gehouden. Ik hoor u graag zeggen dat het geen zaak is van Brussel of Antwerpen alleen. Anderzijds zijn er beperkte middelen, die we dan ook effectief moeten inzetten. Er zal dus eerst en vooral gefocust moeten worden op bepaalde problematische plekken, hotspots of probleemwijken. We moeten in het oog houden of een en ander niet verschuift naar andere plaatsen. Ik ben er een voorstander van en het staat ook zo beschreven in het regeerakkoord.
De inspanningen zullen dus moeten worden aangehouden. U zult er jammer genoeg niet van verlost zijn over een jaar. Dit zal een probleem zijn voor de komende tientallen jaren. Dat wil niet zeggen dat we bij de pakken moeten blijven zitten of dat we ons hiervoor niet voor de volle honderd procent moeten inzetten, vanuit het Parlement, en u als minister, om hier een antwoord op te bieden.
Ik hoor u graag zeggen dat de fusie van de politiezones vermeld staat voor Brussel. Als we naar het hele grondgebied kijken, dan zijn er echter een aantal zones die ook met een tekort aan mankracht kampen waarvoor een schaalvergroting wel een oplossing zou zijn. Het mag geen taboe zijn om daarover te spreken, ook al is het geen verplichting uit het regeerakkoord. Daarom moeten we in overleg gaan met de verschillende zones en kunt u als minister bekijken op welke manier u dit kunt faciliteren.
Voorzitter:
Mijnheer Bergers, ik heb u gezien, maar ik zou eerst alle fracties aan bod willen laten komen om u vervolgens het woord te geven. Dat lijkt me billijker en rechtvaardiger.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, ik dank u voor de vele antwoorden die u vandaag al hebt gegeven. Ik hoop dat we inderdaad aan de hand van cijfers meer duidelijkheid zullen krijgen over uw toekomstige aanpak. Ik ben ervan overtuigd dat we ruim de tijd zullen vrijmaken om daarover van gedachten te wisselen. Als parlementsleden nemen we de taak op ons om u daaraan te houden, maar ook om u naar de resultaten daarvan te vragen.
Mijnheer de minister, ik hoor een aantal zaken van onder andere mevrouw De Vreese, maar ook van andere partijen, namelijk dat die strijd een ketenaanpak moet zijn met zowel preventie als repressie. Ik ben het er uiteraard mee eens, alleen heeft men in het verleden te veel de nadruk gelegd op die preventie en te weinig op die repressie. Door de onveiligheid, maar meer nog door het onveiligheidsgevoel dat bij de burgers leeft, lijkt het alsof er straffeloosheid ontstaat omdat justitie niet volgt. Leg uw oor te luisteren bij de politieagenten, want ik hoor momenteel dat ze dweilen met de kraan open. Aangehouden drugsdealers, hoe klein ook, lopen de volgende dag vrij rond op straat. Dat is niet de manier waarop een deftige rechtsstaat zou moeten functioneren, wat veiligheid betreft.
Ik heb een zeer belangrijke passage gelezen in het regeerakkoord in verband met het kerntakendebat van de politie. Ik ben het daar volledig mee eens. Naar mijn mening moeten we een aantal niveaus herbekijken. Ik hoop dat we elkaar daarin kunnen vinden.
Op lokaal niveau is er de lokale politie. We moeten teruggaan naar de essentie van de lokale politie: de nabijheidspolitie. De wijkagent die patrouilleert in de straten en die de inwoners van zijn of haar wijk kent. Daarnaast is er de federale politie, waarin we veel meer moeten investeren, omdat ze meer gespecialiseerd te werk moet gaan. Het gaat niet alleen om de strijd tegen georganiseerde criminaliteit, maar bijvoorbeeld ook de strijd tegen de cybercriminaliteit, wat een zeer gespecialiseerde aanpak vergt van onder andere IT-specialisten.
Ik hoor velen spreken over de DAB, maar de dienst DAB klaagt nu al vijf jaar – als het al niet langer is – over tekorten aan manschappen en middelen. Hoe kan men in godsnaam op korte termijn die dienst inzetten om dergelijke fenomenen tegen te gaan?
U zegt heel terecht dat dit geen fait divers is. Dat is het ook niet, het zijn criminelen die rondlopen met oorlogswapens. Onze lokale politie is daar letterlijk en figuurlijk niet tegen gewapend. De DAB is een mogelijkheid om daartegen op te treden, maar dan moet er meer worden geïnvesteerd in personeel en materieel. Het is daarom dat ik een pleidooi hield om militairen te kunnen inschakelen als daar nood toe is, niet omdat het mooi staat op papier. Ik meen dat die nood er vandaag is. Als er doden en gewonden vallen bij schietpartijen op klaarlichte dag, dan kan men niet doen alsof er niets is gebeurd. Dan moeten er extra maatregelen worden genomen. Ik zal blijven herhalen wat de partijvoorzitter van de N-VA daarover in het verleden zei.
Mijnheer de minister, ik heb een interpellatie ingediend en ik koppel daar ook een motie van aanbeveling aan. Ik vraag daarin aan de regering om een aantal maatregelen te nemen op korte termijn. Ik heb ze reeds opgesomd. We moeten zwaarbewapende agenten kunnen inzetten in de wijken waar dat nodig is, we moeten militairen kunnen inzetten in crisissituaties, we moeten meer patrouilles voorzien in die wijken, we moeten onmiddellijk werk maken van de eenmaking van de zes Brusselse politiezones. We moeten een actieplan uitwerken. Dat verwacht ik ook van deze regering, dat moet de cesuur met het verleden zijn. Er moet een echte nultolerantie zijn, waarbij de criminelen daadwerkelijk worden aangepakt, opgesloten en vervolgd.
Op lange termijn – en daarover zullen we het in de toekomst nog hebben – moeten er een aantal structurele maatregelen worden genomen. Er moet een uitbreiding van de DAB zijn, er moet een federale reserve zijn die onmiddellijk en altijd inzetbaar is, er moet een gepaste opleiding worden voorzien voor de lokale politie in de strijd tegen georganiseerde misdaad. De financiering moet worden verhoogd. Ik heb verwezen naar de ontoereikende 75 miljoen van dit jaar, maar zoals collega Aouasti ook al zei, zullen die middelen zelfs in het geheel van de vier jaar ontoereikend zijn als we dit probleem grondig willen aanpakken.
Ten slotte – ik ben ongeveer de enige die het hier benoemt en het ook vraagt –, kijk naar de nationaliteiten van de criminelen. Als daar criminelen met een dubbele nationaliteit bij zijn, neem dan de Belgische nationaliteit af en stuur ze terug naar het land van herkomst.
Dat is in een notendop wat in mijn motie staat. Ik overhandig die nu aan het commissiesecretariaat.
Moties
Motions
Voorzitter:
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.
Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Ortwin Depoortere en luidt als volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellatie van de heer Ortwin Depoortere
en het antwoord van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris,
- overwegende dat criminele bendes met toenemende regelmaat schietpartijen uitvoeren in onze steden, waarbij zware wapens gebruikt worden;
- overwegende dat de politie- en veiligheidsdiensten onderbemand en ondergefinancierd zijn in de strijd tegen de georganiseerde misdaad;
- overwegende dat agenten geen voldoende opleiding krijgen om tegen zwaarbewapende drugscriminelen te strijden;
- overwegende dat er een onmiskenbare link bestaat tussen de georganiseerde criminaliteit en de etnische afkomst van de daders;
vraagt de regering
- op korte termijn:
- zwaarbewapende agenten in te zetten in de wijken die het slachtoffer zijn van georganiseerde criminaliteit;
- de inzet van militairen in deze wijken mogelijk te maken;
- meer patrouilles te voorzien in deze wijken;
- onmiddellijk werk te maken van de eenmaking van de zes Brusselse politiezones,
- een actieplan uit te werken om echte nultolerantie toe te passen, waarbij betrokken misdadigers onmiddellijk opgesloten worden en gepaste effectieve straffen krijgen.
- op lange termijn en structureel:
- een grote reserve van middelen en specifiek hiervoor opgeleide manschappen op te bouwen binnen de federale politie, die gewapend is om de strijd tegen georganiseerde (drugs)misdaad op het terrein aan te gaan;
- in bijkomende gepaste opleiding te voorzien voor de lokale politie in de strijd tegen georganiseerde misdaad;
- de financiering van de veiligheidsdiensten te verhogen teneinde in de noden te voorzien;
- de inzet van militairen mogelijk te maken met gerichte missies in probleemwijken en -gebieden, waarbij hun bevoegdheden, gevechts- en inzetregels duidelijk gedefinieerd en wettelijk verankerd zijn;
- de Belgische nationaliteit af te nemen van personen met de dubbele nationaliteit die ernstige criminele feiten plegen. "
Une motion de recommandation a été déposée par M. Ortwin Depoortere et est libellée comme suit:
" La Chambre,
ayant entendu l'interpellation de M. Ortwin Depoortere
et la réponse du ministre de la Sécurité et de l’Intérieur, chargé de Beliris,
- considérant que des bandes criminelles sont de plus en plus régulièrement à l'origine de fusillades à l'arme lourde dans nos villes;
- considérant que les services de police et de sécurité sont en sous-effectifs et ne sont pas suffisamment financés pour lutter contre le crime organisé;
- considérant que les agents ne sont pas suffisamment formés pour lutter contre les criminels lourdement armés actifs dans les milieux de la drogue;
- considérant le lien indéniable pouvant être établi entre la criminalité organisée et l'origine ethnique des auteurs;
demande au gouvernement:
- à court terme
- de déployer des agents lourdement armés dans les quartiers où sévit le crime organisé,
- de permettre le déploiement de militaires dans ces quartiers,
- de prévoir davantage de patrouilles dans ces quartiers,
- de concrétiser sans délai la fusion des six zones de police bruxelloises,
- d'élaborer un plan d'action visant à appliquer une véritable tolérance zéro, dans le cadre de laquelle les criminels concernés feront l'objet de mesures d'enfermement immédiates et de peines effectives adéquates;
- à long terme et structurellement
- de constituer, au sein de la police fédérale, une réserve importante de moyens et d'agents spécifiquement formés à ces missions et armés pour lutter contre la (narco)criminalité organisée sur le terrain,
- de prévoir, pour la police locale, une formation supplémentaire adéquate en matière de lutte contre le crime organisé,
- d'accroître le financement des services de sécurité en vue de couvrir les besoins,
- de permettre le déploiement de militaires qui seraient chargés de missions dans les quartiers et zones à problème, leurs pouvoirs et les règles de combat et de déploiement étant clairement définis et prévus dans la loi,
- de retirer la nationalité belge aux personnes détenant la double nationalité qui commettent des faits criminels graves.
Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Catherine Delcourt.
Une motion pure et simple a été déposée par Mme Catherine Delcourt.
Over de moties zal later worden gestemd.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement.
Catherine Delcourt:
Monsieur le ministre, vous n'avez pas eu d'autre choix que de prendre conscience de plein fouet de la situation dramatique du trafic de drogue et de ses conséquences à Bruxelles et ailleurs sur notre territoire. Là où vous aviez le choix, c'est dans les actions que vous alliez mener. Immédiatement, vous avez pris des mesures qui semblent déjà porter leurs fruits. J'apprécie que vous ayez réagi à court terme, tout en vous inscrivant dans une politique à moyen et long terme qui sera nécessaire.
Cinquante mesures sont prévues dans l'accord de gouvernement de l'Arizona. Certains collègues les prennent isolément et s'appliquent à démontrer que, seules, elles ne vont pas fonctionner. Pour que tout le monde comprenne bien, vous êtes le ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, pas le ministre de la Sécurité et des miracles. C'est un ensemble de mesures qui vont permettre d'agir et de contrer progressivement ce phénomène.
Nous sentons une réelle volonté de ce gouvernement d'avancer sur ces questions. Et nous pouvons souligner, dans votre approche, le fait que vous ayez bien perçu cette notion de police intégrée, la nécessité de combiner l'action d'une police locale forte, qui fait de la proximité et qui rencontre les fonctionnalités de base de la police, avec une police spécialisée qui permet de lutter à d'autres niveaux contre ce genre de phénomène.
Votre objectif, nous l'avons bien compris, est de dégager de la capacité à la fois au niveau budgétaire mais aussi au niveau structurel, notamment via les fusions des zones de police. J'ai aussi apprécié vous entendre sur le fait que ces fusions pourraient, devraient s'appliquer à d'autres endroits du territoire, et pas uniquement à Bruxelles.
Vous avez aussi évoqué le fait de ne pas travailler seul. Vous avez compris que ce phénomène ne peut pas être attaqué par un seul angle. Cette collaboration interdépartementale sera essentielle pour la sécurité. Celle-ci est votre affaire, c'est sûr, mais aussi l'affaire de tous. Chaque acteur doit prendre sa part. Je ne doute pas, grâce à votre exposé et aux réponses que vous nous avez données, que votre approche sera diplomatique, mais surtout ferme. Je vous remercie.
Khalil Aouasti:
Je vous remercie, monsieur le ministre. Je dois aussi apprécier que vous ayez évoqué la situation avec lucidité. Pas avec émotion, pas en jouant au shérif comme certains l'attendent peut-être, mais avec lucidité et humilité, et je pense que c'est important dans ce cadre. Je pense qu'il y aura beaucoup d'embûches sur votre chemin. Je le disais, il n'y a pas si longtemps – en 2023, de mémoire –, au port d'Anvers, on a intercepté 122 tonnes de cocaïne. En valeur marchande, cela représente plus de six milliards d'euros. C'est plus que les budgets réunis de la Justice et de la police en Belgique. Et cela n'a pas changé le prix du gramme en rue d'un seul centime. Ceci démontre que, malheureusement, le flux de drogue engendre des moyens financiers colossaux pour ces organisations. Celles-ci disposent de moyens financiers bien supérieurs parfois à ceux d'un État organisé comme le nôtre.
C'est là où il faut faire attention. Je pense effectivement et sincèrement que la Justice et la police ont besoin de moyens. Je suis convaincu, je suis désolé de le dire, que contrairement à ce qui est écrit dans l'accord de gouvernement, les tableaux budgétaires ne permettront pas de réaliser les renforts suffisants pour les services nécessaires à la lutte contre ce narcotrafic. Je suis aussi convaincu que ce n'est pas une bataille que nous allons mener seuls, la zone de police bruxelloise dans son coin, la police judiciaire fédérale dans l'autre, la Belgique d'un côté et les États européens de l'autre. Il sera nécessaire de conjuguer les forces également au niveau européen.
Je songe notamment à la sécurité sur internet, où il faut définir les flux financiers avec le secteur bancaire, ou aux communications, qui sont de plus en plus cryptées et difficiles à obtenir. Nous y arriverons par le renforcement des unités comme la Computer Crime Unit dans les différents États européens et par la collaboration avec les États européens, mais aussi avec d'autre États – il y a eu notamment des émissaires en Colombie et des accords avec le Maroc – pour pouvoir avoir une stratégie concertée au niveau international. Tout cela sera nécessaire. Mais aujourd'hui, je reste persuadé que les moyens qui ont été évoqués lors de la déclaration de politique générale de la semaine dernière seront insuffisants.
Dès lors que j'ai apprécié l'humilité et la lucidité dont vous avez fait preuve, j'ai envie de vous souhaiter bonne chance. Bonne chance parce que vous êtes bruxellois, bonne chance parce que vous êtes francophone et parce qu'au premier problème, tout le monde va vous tomber dessus! La solidarité intergouvernementale interne à l'Arizona risque de rapidement voler en éclats si les propos ne correspondent pas aux résultats – pour lesquels je pense qu'on ne vous donne pas les moyens de les obtenir.
J'ose espérer que nous réussirons toutes et tous, parce que la nécessité de sécurité est une préoccupation conjointe, majorité comme opposition. J'ose aussi espérer que nos services de police, soutenus politiquement, pourront réussir. J'ose espérer qu'il y aura des renforts à la police judiciaire fédérale de Bruxelles aussi, puisque je pense qu'il est nécessaire de la renforcer et de compléter les cadres au parquet, il faut pouvoir le répéter ici. Attendons de voir ce qu'il en sera.
Je verrai déjà les tableaux budgétaires au moment de la présentation de votre note de politique générale et on y verra déjà plus clair sur la ventilation et l'attribution des 25 premiers millions supplémentaires pour 2025.
Greet Daems:
Mijnheer de minister, iedereen verdient om het zich veilig te kunnen voelen en veilig te zijn, ook de inwoners van Antwerpen. De veiligheid is niet langer gegarandeerd en daarom zijn er structurele maatregelen nodig.
U pleit voor een globale aanpak. U zegt dat preventie en repressie niet tegengesteld zijn aan elkaar. Ik ben het daarmee eens. Preventie is belangrijk, maar repressie ook. U zegt er echter bij dat repressie uw deel van de keten is. Bedoelt u dan dat alleen repressie deel is van uw keten? Daarover ben ik het dan niet met u eens. U bent als minister van Binnenlandse Zaken uiteraard ook verantwoordelijk voor preventie. U kunt werken aan meer nabijheidspolitie. Er staat ook in het regeerakkoord dat nabijheidspolitie een cruciale rol speelt in het waarborgen van de veiligheid en het welzijn van de samenleving. Daarmee ben ik het voor 100 % eens.
We horen nu van sommige rechercheurs in Brussel dat ze blindvaren en dat er geen informatie vanuit de straten naar hen doorstroomt, precies omdat de kloof tussen de politie en de wijken op dit moment erg groot is. U kunt ervoor zorgen dat de politie en de sociale hulporganisaties beter kunnen samenwerken. U kunt ook inzetten op overleg tussen de ordediensten en de wijkcomités. Ik roep u dan ook op om daar zo snel mogelijk werk van te maken.
Wat de geplande fusie van de Brusselse politiezones betreft, u hebt niet gereageerd op het feit dat politieagenten, korpschefs en ook jullie eigen burgemeesters niet geloven in een fusie als oplossing. Daar kunt u toch niet blind voor blijven?
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour ces nombreuses réponses à ces nombreuses questions.
Je pense que tout le monde partage le fait que vous êtes face à un énorme chantier. L'avantage est que l'accord de gouvernement comporte énormément de solutions, de pistes, de mesures à mettre en œuvre. La difficulté résidera dans le fait de les mener de front, puisqu'il faudra avancer en parallèle sur toutes ces actions pour apporter une réponse complète à la problématique.
Concernant le fonds spécial drogue, vous avez donné mandat à la commissaire nationale aux drogues de travailler sur des projets de textes, que nous aurons l'occasion d'examiner. Cependant, aucun montant n'a été évoqué pour mener à bien ces actions. A-t-on une idée du montant que pourrait générer ce fonds? Je réalise en le disant que cette estimation est très compliquée à réaliser, mais pour éviter de trop belles attentes, il serait nécessaire de savoir concrètement de quels moyens on pourrait disposer avec cette mesure importante.
En ce qui concerne la norme KUL, j'ai entendu certains se réjouir en disant que cela pourrait profiter à un refinancement des zones de police en zone urbaine. De grâce, n'oubliez pas les zones rurales! Avant d'avancer dans ce dossier, vous allez prendre connaissance du fonctionnement actuel de la norme KUL. Mais surtout organisez des concertations avec les acteurs locaux, avec les bourgmestres et les responsables dans les zones! Et je le répète, n'oubliez pas les zones rurales! En effet, on oublie régulièrement que ces zones sont des zones de repli pour quantité d'acteurs, que ce soit des mafias liées au narcotrafic, mais aussi en matière de terrorisme. Cet aspect me semble vraiment important.
Il y a deux questions sur lesquelles je n'ai pas eu de réponse. La première concerne la coordination de toutes ces actions. De nombreuses mesures ont été prises en urgence par les différents niveaux de pouvoir. Comment allez-vous organiser cette coordination de manière structurelle pour assurer l'efficacité de l'ensemble des mesures avec les moyens mis à disposition?
La deuxième concerne la prévention. Vous avez répondu que ce n'était pas nécessairement la compétence du fédéral. Mais il y a quand même une compétence importante, ce sont les plans stratégiques en matière de prévention, qu'il va falloir renouveler. Quelle est votre approche par rapport à cela? Y aura-t-il une évolution? Des accents nouveaux seront-ils mis dans les moyens destinés aux communes pour mettre en œuvre toute une série d'actions de prévention? Il importe d'agir aussi rapidement sur ce point.
Merci et bonne chance pour la mise en œuvre de tout ce travail très important!
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, ik zal de prioriteiten van Vooruit niet herhalen. U vliegt er stevig in en zet heel wat zaken in de steigers. Ik kijk uit naar de uitwerking ervan in de komende maanden en jaren.
Tot slot wil ik nog iets zeggen over de toekomst van het politielandschap. We spraken daarnet nog over de KUL-norm. Ik zal me niet beperken tot mijn controlerende rol als parlementslid, maar ik zal in alle bescheidenheid ook mijn inzichten en adviezen als burgemeester van een kleine grensgemeente met stedelijke uitdagingen de komende maanden en jaren meegeven en influisteren.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, als nieuw parlementslid ben ik gretig om er snel in te vliegen. Ik voel bij u dezelfde goesting om de problemen in de diepte aan te pakken. Dat is al wat geruststellend. Ik deel uw analyse dat repressie zonder preventie zinloos is. Het klopt dat het luik over preventie zich voornamelijk op het niveau van de deelstaten bevindt, maar ik denk wel dat de politie op straat in de wijken een belangrijke rol heeft op het vlak van preventie. Dat staat ook zo in het regeerakkoord. Ik ben dus benieuwd naar de uitwerking daarvan in uw beleidsnota.
Alle partijen zijn het eens over de ketenaanpak, maar wie coördineert die? Wie volgt het op? Wie zorgt ervoor dat we komen tot een ketenaanpak van preventie tot en met repressie? We moeten vermijden dat we allemaal naar elkaar kijken en dat iedereen denkt: ik doe mijn stukje. Iemand of iets moet toch het overzicht bewaren. Dat is misschien iets om over na te denken in het kader van uw beleidsnota.
Het klopt dat veel producten uit het buitenland komen. Toen minister Van Peteghem nog verantwoordelijk was voor Financiën, had ik hem een schriftelijke vraag gesteld over het functioneren van de scanners bij de douane in Antwerpen. Ik kreeg immers signalen dat het daar niet zo vlot verliep.
Zijn antwoord was heel verdoezelend, terwijl de mensen op het terrein aangeven dat er echt problemen zijn en dat veel van die scanners, bijvoorbeeld, voor heel lange tijd uitvallen en niet inzetbaar zijn. Een paar weken geleden heb ik zelf het probleem van de luchthaven van Wevelgem, waar nauwelijks controles zijn, aangehaald. Zolang wij openingen toelaten in de Schengenzone, waarvan wij weten dat ze er zijn, blijft het dweilen met de kraan open. Goede afspraken met de minister verantwoordelijk voor de douane zijn daarom erg belangrijk. Ik houd dan ook mijn hart vast als ik zie wat het extra budget is dat beschikbaar is om in te zetten over alle veiligheidsdepartementen heen.
U bent een week bezig, dus ik kan niet verwachten dat u voor alles al een uitgewerkt antwoord hebt, maar misschien kunt u zich engageren om tegen de voorstelling van uw beleidsnota voor de drie aangehaalde dossiers, namelijk de statische beveiliging, de fusie van de politiezones en de inbeslagnames, minstens een concreet tijdspad naar voren te schuiven, zodat we weten op welke termijn u die wilt aanpakken.
Op een element hebt u niet geantwoord. Gezien de alomvattendheid van het probleem zou de Nationale Veiligheidsraad misschien wel een rol kunnen spelen.
Voor de rest dank ik u voor uw antwoorden.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Merci aussi d'avoir partagé avec nous, avec honnêteté, votre candeur un peu rafraîchissante. Mais je ne doute pas que vous ne ferez pas preuve de candeur face aux criminels.
Merci aussi d'avoir souligné que la prévention est aussi importante que la répression dans la résolution de ce problème.
Beaucoup d'éléments ont été apportés. Je sais que nous aurons l'occasion d'y revenir. En guise de réplique, j'avais envie de partager avec vous les discussions que j'ai eues sur place avec des habitants, avec des éducateurs, éducatrices, des employés.
À la question de savoir ce dont ils et elles avaient besoin, Hayat, une éducatrice spécialisée d'Anderlecht, m'a répondu ceci: "Nous avons besoin d'être rassurés. Les familles veulent que leurs enfants s'endorment sans entendre de coups de feu. Les gens veulent aller et rentrer de leur travail, de leur formation, de l'école, sans changer d'itinéraire, sans avoir la peur au ventre. Il y a beaucoup d'écoles, rien qu'autour de ce métro, et tout le monde a peur."
Je sais que vous avez sans doute entendu aussi ces messages et ces témoignages, mais je voulais le partager ici, parce que cela me semblait important. Je vous souhaite bon courage et bonne chance dans la mise en œuvre de tout ce plan.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, ik vond de meeste delen van uw antwoord zeer bevredigend en zeer hoopvol. Eén element baart mij wel een beetje zorgen. U zei over het Kanaalplan dat veel elementen in dat plan geïntegreerd zijn in de lokale werking van de politiezones.
Ik kan het best spreken over de politiezone die ik ken, de politiezone Vilvoorde-Machelen. Daar is dat in elk geval echt niet zo. Die politiezone heeft nu bijna 20 % minder voltijdsequivalenten dan toen het Kanaalplan op volle kracht was. Het hoeft natuurlijk niet te verbazen dat men een heleboel taken niet kan uitvoeren als men het personeelsbestand met 20 % ziet afnemen.
De nood aan een grondige versterking van het Kanaalplan is aangetoond, onder andere door de huidige situatie in Brussel, met de verschillende schietincidenten. In Vilvoorde was er eind december ook een incident, waarbij een 18-jarige in een park verschillende messteken kreeg naar aanleiding van drugscriminaliteit. Die versterking is noodzakelijk. Het plan mag uiteraard gerust een andere naam krijgen. Ik kan echter alleen vaststellen dat de lokale politie die werking niet heeft kunnen integreren, puur door een tekort aan mankracht.
Met betrekking tot bijvoorbeeld drugs heeft de politiezone VIMA momenteel twee mensen die drugscriminaliteit kunnen aanpakken. Dat is natuurlijk veel te weinig. Vandaag, as we speak, is er trouwens een gecoördineerde opkuisactie bij het station van Vilvoorde bezig, een samenwerking tussen de lokale politie VIMA en de federale politie. Dergelijke initiatieven zullen veel meer nodig zijn. Wij moeten ons er echt bewust van zijn dat die lokale politiezone versterking nodig heeft. Dat geldt ook voor de Brusselse politiezones.
Wat heel positief is, is dat u een minister wilt zijn met boots on the ground en dat u de handen uit de mouwen wilt steken. Ik snap dat deze eerste weken voor u heel druk zijn. Als u echter tijdens uw eerste maanden een studiebezoek wilt brengen aan Vilvoorde, dan wil ik dat met veel plezier voor u organiseren.
Voorzitter:
Mijnheer Bergers, u hebt handig gebruikgemaakt van de situatie om de minister uit te nodigen. Dat is uw goed recht. Ik wil iedereen bedanken voor de inbreng en de vragen. Ik wil ook de minister uitdrukkelijk bedanken voor de antwoorden die hij vandaag al heeft kunnen geven en die waarschijnlijk vervolgd zullen worden tijdens volgende vergaderingen. De bespreking is gesloten. La discussion est close. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.24 uur. La réunion publique de commission est levée à 17 h 24.
Het onderbroken treinverkeer op de lijn Ottignies-Brussel tijdens de werken aan het Leonardkruispunt
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 30 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De sluiting van de Léonardtunnel (overdag vanaf april) en spoorlijn 161 (25/4–5/5) zorgt voor grote overlast, met onvoldoende alternatieven zoals extra treinen of tijdige communicatie. Minister Gilkinet wijt de verantwoordelijkheid aan Vlaanderen (beheer tunnel) en verdedigt de versnelde RER-werken (4 spoorwegen Ottignies-Brussel) als noodzakelijk, ondanks overlast, met bussen als alternatief tijdens paasvakantie (minder drukte). Dubois kaatst de bal terug: federale coördinatie ontbreekt (geen Interministeriële Mobiliteitsconferentie), terwijl Wallonië wel actie onderneemt (extra bussen, overleg Vlaanderen), en noemt Gilkinet "minister van Onbeweeglijkheid" door gebrek aan anticipatie of oplossingen. Kern: regionale schuivende verantwoordelijkheid en gebrek aan gecoördineerde crisiscommunicatie overschaduwen urgente mobiliteitschaos.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, la semaine dernière, je vous interpellais ici-même sur l'évolution des travaux au carrefour Léonard puisque nous avons appris qu'à la suite de travaux dans le tunnel, il serait fermé à la circulation durant la nuit. Nous avons également appris qu'à partir du mois d'avril, le tunnel sera fermé pendant la journée.
Ces fermetures auront des répercussions importantes pour tous les usagers.
La semaine dernière, je vous demandais si vous aviez anticipé cette situation et si vous aviez demandé à la SNCB de prévoir des trains supplémentaires pour offrir une véritable alternative aux usagers. Vous m'aviez répondu que ce n'était pas nécessaire étant donné que l'offre de trains avait déjà été renforcée. Or, si on doit se rendre à Bruxelles, on ne perçoit pas que cette offre a été renforcée.
Et la situation va encore se dégrader puisqu'entre le 25 avril et le 5 mai, aucun train ne circulera entre Ottignies et Bruxelles. La nouvelle est importante et aura de graves répercussions pour les usagers. En outre, cette annonce a été faite très tardivement puisque les autorités flamandes n'en ont été informées que début de cette année, en janvier, alors que d'après ce que nous relate Infrabel, ces travaux sont prévus depuis trois ans!
Monsieur le ministre, à qui la faute cette fois-ci? Est-ce la faute du gouvernement flamand? Celle du gouvernement wallon? Celle d'Infrabel? Celle des usagers peut-être? Quelle est votre responsabilité en la matière? Quelles actions avez-vous prévues? Apparemment pas grand-chose!
Pourquoi avez-vous tardé à transmettre cette information? Quelles seront les alternatives? Un plan alternatif de mobilité sera-t-il prévu? Quand sera-t-il communiqué aux usagers? Il est important de rassurer les usagers face à cette problématique cruciale.
Georges Gilkinet:
Monsieur Dubois, ne renversons pas les rôles. Les problèmes de mobilité au carrefour Léonard sont une responsabilité régionale, en l’occurrence du gouvernement flamand et de la ministre de la Mobilité flamande. J’entends que mon collègue wallon va la rencontrer pour lui proposer de surseoir aux travaux. Il va mettre en place des bus supplémentaires. C’est de bon aloi.
Quant à Infrabel, je vous confirme que des travaux massifs seront mis en œuvre sur la ligne 161 entre Ottignies et Watermael-Boitsfort durant la première moitié des vacances de Pâques francophones, du 25 avril au 5 mai.
Il s’agit d’une option prise de longue date, il y a plus de trois ans, avec des plannings et des marchés publics établis avec des sous-traitants pour accélérer la finalisation du RER jusqu'à Ottignies et mettre en service les quatre voies au bénéfice des voyageurs.
Est-ce nécessaire et utile? Absolument! Avec cette massification des travaux, on progresse beaucoup plus vite, beaucoup plus efficacement en travaillant pendant deux semaines continues plutôt que six mois pendant la nuit.
Évidemment, cela génère des désagréments. Pour les minimiser autant que possible, une offre alternative de bus sera mise en service par la SNCB. C’est aussi pourquoi la période des vacances a été choisie pour réaliser ces travaux d’envergure. En toute logique, il y a moins de navetteurs pendant cette période.
Ces travaux sur la voie sont avant tout le résultat des investissements que nous avons obtenus avec l’objectif de mettre enfin à fruit un service attendu de longue date. Reporter ces travaux serait absolument déraisonnable parce qu’un tel report viendrait retarder encore la mise en service du RER, parce que la facture serait alourdie, parce que, en l’occurrence, le problème vient du gestionnaire flamand qui n’a pas tenu compte des plannings préexistants.
Évidemment, s’il n’y avait pas d’investissement, il n’y aurait pas de travaux sur la ligne. Mais sans travaux, il n’y aurait ni amélioration durable de la mobilité ni solution aux embarras de circulation de la Région la plus embouteillée du pays. C’est pour cela que je souhaite fermement que les engagements pris et les plannings décidés soient respectés.
Xavier Dubois:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse. Encore une fois, vous reportez la responsabilité sur quelqu'un d'autre. Vous ne prenez pas vos responsabilités. Votre rôle à vous est justement d'anticiper ces problèmes qui concernent plusieurs Régions. Il existe un outil pour cela: la Conférence interministérielle en matière de Mobilité. D'après mes informations, cela fait très longtemps qu'elle n'a pas été organisée. Vous auriez pu et vous auriez dû convoquer aussi cette Conférence interministérielle de la Mobilité pour parler de ce problème de manière concrète. Au niveau wallon, comme vous l'avez dit, l'initiative est prise pour rencontrer les autorités flamandes et voir quelles solutions pourraient être développées. Des bus vont être mis en service de manière plus importante au niveau wallon. Il y a une action, une réaction. De votre côté, pas d'action, pas de réaction, pas d'anticipation. En termes de bilan et de conclusion, je me permettrai de reprendre les mots de mon regretté prédécesseur Josy Arens: vous êtes définitivement le ministre de l'Immobilité.
De toegankelijkheid van de treinen
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 30 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Gilkinet benadrukt dat toegankelijkheid van treinen zijn toprioriteit is, maar erft verouderd, ontoegankelijk materieel uit vorige regeringen, met een vervangingsplan (50% in 10 jaar) en kleine verbeteringen zoals stations en reservatiesystemen—onvoldoende volgens critici. Dorien Cuylaerts wijst op concrete mislukkingen (bv. station Tielen, slechts 2 toegankelijke Kempen-stations) en prioriteitsverschuivingen (480 miljoen voor Bergen vs. achterstallige inclusie), waarna ze het beleid als "gefalied" bestempelt. Gilkinet kaart ook toekomstige bezuinigingsrisico’s (Arizona-plannen) aan die de vooruitgang bedreigen. Kernpunt: beloftes botsen met een structureel ontoegankelijk systeem, terwijl kwetsbare reizigers de dupe blijven.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, deze week werd het weer pijnlijk duidelijk hoe ontoegankelijk onze treinen nog steeds zijn voor mensen met een beperking. We zagen het verhaal van de paralympiër Francis Rombouts, die de NMBS voor de rechter daagt wegens discriminatie. Hij kan de trein in het station van Tielen niet nemen omdat daar een hoogteverschil is tussen het perron en de trein. Daardoor geraakt hij niet op zijn wekelijkse training in Gent en dreigt zijn deelname aan de Paralympische Spelen in 2028 in het water te vallen.
Tielen is geen alleenstaand geval. In mijn regio, de Kempen, zijn er slechts twee stations toegankelijk voor rolstoelgebruikers. Dat is onaanvaardbaar. De beloftes blijven zich opstapelen, maar de realiteit blijft pijnlijk achter. U beloofde de reizigers in de afgelopen jaren meer en zij hebben meer gekregen: meer afschaffingen, meer vertragingen en sinds kort ook meer overvolle treinen.
Hoewel de belastingbetalers jaarlijks elk maar liefst 750 euro bijdragen aan de spoorwegen, krijgen zij steeds minder waar voor hun geld. In tegenstelling daarmee staat het nieuwe station van Bergen. Dat prestigeproject wordt morgen ingehuldigd. U zult daar een toespraak houden met een kritische noot, werd gezegd in de commissie. Dat station heeft een prijskaartje van 480 miljoen euro. En terwijl er honderden miljoenen euro naar prestigeprojecten gaan, blijven de mensen met een beperking in de kou staan.
Mijn vraag is heel eenvoudig. Bent u tevreden over de resultaten van uw beleid?
Voorzitter:
Dat zullen wij vernemen van de minister.
Georges Gilkinet:
Mevrouw Cuylaerts, uw vraag gaat over een essentieel onderwerp, namelijk de toegankelijkheid. Toegankelijke treinen waren vanaf dag één van mijn aantreden een absolute prioriteit. Mobiliteit moet immers inclusief zijn. Niemand mag in de kou blijven staan, zeker niet de meest kwetsbaren onder ons.
De situatie die ik erfde, was onvoldoende. Het materieel dat voor ons werd gekocht, onder andere tijdens de N-VA-MR-regering, was namelijk niet geschikt voor personen met een beperkte mobiliteit. Een trein heeft daarbij een levensduur van veertig jaar. Dat verandert nu, treinen worden vervangen. De helft van het rollend materieel wordt binnen een periode van tien jaar vernieuwd dankzij het nieuwe contract met de NMBS, inclusief M7-dubbeldektreinen en toekomstige bestedingen aan integrale, toegankelijke rijtuigen.
Wij hebben het reservatiesysteem verbeterd en de verkoopautomaten en reizigersinformatie toegankelijker gemaakt. Datzelfde geldt voor stations en perrons op verschillende plaatsen in ons land. Is dat genoeg? Neen. Is er nog veel te doen? Jazeker.
Het is volkomen gerechtvaardigd dat reizigersverenigingen en of iedere andere belanghebbende druk blijven uitoefenen. Ik wil zelfs beklemtonen dat wij die mensen en verenigingen nodig hebben om zaken in beweging te zetten en om bovenal mensen te beschermen, zeker nu de dorre woestijn van Arizona eraan zit te komen. Om zaken op lange termijn te veranderen, moet toegankelijkheid een prioriteit blijven. Dat lees ik niet in de arizonanota’s. De middelen moeten ook op peil blijven. Ik lees het tegenovergestelde in de begrotingstabellen van Arizona.
Er ligt dus veel werk op de plank voor u en de andere arizonapartijen op dit moment van de waarheid. (…)
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Helaas was dat antwoord toch weer voorspelbaar. U blijft herhalen dat uw beleidsplannen oké waren, maar de werkelijkheid op het terrein spreekt dat regelrecht tegen. Door uw beleid kunnen mensen als Francis hun activiteiten niet terdege uitvoeren. Uiteraard hebt u uw paraplu weer opengetrokken door te blijven verwijzen naar het verleden en naar een toekomstige regering. Het is heel duidelijk dat uw beleid heeft gefaald. Het is mij op die korte tijd nog meer duidelijk dat u uw trein gemist hebt.
Het nieuwe tariefsysteem van de NMBS
Het nieuwe tarievensysteem van de NMBS
De nieuwe tarieven van de NMBS
De hervorming van de gereguleerde NMBS-tarieven
De nieuwe tarieven bij de NMBS en de gevolgen voor senioren
De nieuwe NMBS-tarieven
De hervorming van de NMBS-tarieven
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS-tariefhervorming 2025 belooft kortingen voor jongeren (<26), senioren (65+) en BIM-ontvangers, met cumulatieve voordelen (bv. daluren + voordeelkaart) en een maximumprijs voor lange afstanden, maar concrete cijfers (kortingspercentages, kaartprijs, plafond) ontbreken nog. Minister Gilkinet benadrukt dat niemand duurder uit zal zijn en dat de hervorming—gepland voor invoering in juni 2025 (beslissing uiterlijk eind februari)—de trein aantrekkelijker moet maken, maar communicatie en gebruiksvriendelijkheid (bv. voor digibeet-senioren) blijven kritieke punten. Seniorenorganisaties en oppositie vrezen stijgende kosten en complexiteit, en eisen transparantie en een geïntegreerd abonnement met andere openbaar vervoer. De autonomie van de NMBS en politieke druk in de raad van bestuur bepalen de uiteindelijke uitvoering.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, début d'année 2024, nous apprenions que la SNCB allait revoir sa grille tarifaire en 2025. Suite à cette annonce, les associations de défense des usagers vous ont alerté du risque de voir les jeunes, les familles et les seniors, notamment, payer plus cher leurs tickets de train. Vous vous êtes alors justifié en expliquant qu'un "plafonnement sera appliqué à partir d'un certain montant, même si les modalités doivent encore être finalisées".
Mes questions sont donc les suivantes:
1/ Ou en sommes-nous dans la mise en place de cette nouvelle grille tarifaire?
2/ Quel rôle jouez-vous dans la modification de cette grille tarifaire?
3/ Pouvez-vous vous engager à ce que personne ne paie plus cher son ticket de train avec cette nouvelle grille tarifaire?
Dorien Cuylaerts:
Vanaf 1 februari 2025 past de NMBS haar tarieven aan. In de commissie voor Mobiliteit van 27 november werd naast de indexering van de tarieven en de stijging van de abonnementen ook een nieuwe voordeelkaart voor senioren besproken. Hiermee zouden de senioren buiten de piekuren kunnen genieten van een extra korting.
In het openbaredienstcontract werd bepaald dat de NMBS een ticket moet aanbieden aan senioren vanaf 65 jaar met een korting van 40 % op de prijs van een standaardticket in tweede klas. Voor lange afstanden werd daarvoor een maximumprijs voorzien.
Is er al meer informatie beschikbaar over die nieuwe voordeelkaart voor senioren? Wat zal de kostprijs van die kaart bedragen?
Welke kortingen zullen senioren met die voordeelkaart kunnen krijgen en op basis van welke criteria worden die kortingen berekend?
Kunt u ons meer duidelijkheid verschaffen over de plannen rond een specifiek jongerentarief?
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, ma question porte sur la réforme des tarifs régulés de la SNCB. L'actuel contrat de service public est entré en vigueur le 1 er janvier 2023. Celui-ci prévoit que la nouvelle offre doit être proposée au plus tard dans les 26 mois, soit dans un mois maintenant.
Nous vous avons déjà interrogé à plusieurs reprises sur ce sujet, et revenons aujourd'hui avec ces questions. De nombreuses informations sont encore manquantes, dont le prix de la carte avantage, le montant de la réduction à laquelle elle donnera droit, le montant du prix plafond qui ne pourra pas être dépassé pour les bénéficiaires d'intervention majorée (BIM), les jeunes et les seniors, etc.
Vous avez affirmé à plusieurs reprises que les voyageurs ne perdraient en rien dans cette réforme. Mais ceux-ci sont malgré tout inquiets puisqu'ils ne voient pas venir les informations et se tracassent pour leur pouvoir d'achat.
Monsieur le ministre, je vous repose donc les mêmes questions qu'il y a un mois. Combien coûtera la carte avantage et à quelles réductions donnera-t-elle droit? Quel sera le plafond tarifaire fixé? Quand informera-t-on les voyageurs de l'évolution de cette grille tarifaire?
Il est plus que temps de communiquer clairement sur le sujet. Merci d'avance pour votre réponse.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, er werd al naar verwezen dat in de commissie voor Mobiliteit reeds meermaals werd gedebatteerd over de nieuwe tariefplannen van de NMBS. Die zouden reizen over langere afstanden flink duurder maken voor senioren.
Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de nieuwe tarieven voor senioren? Zijn de details van de nieuwe tarieven die zij zullen moeten betalen intussen bekend?
Hoeveel voordeel zal de aangekondigde voordeelkaart voor senioren die reizen buiten de piekuren bieden?
Zal er een aangepaste regeling komen voor senioren indien zij langere reizen maken die starten tijdens de piekuren maar bijvoorbeeld grotendeels verder verlopen tijdens de daluren? Zullen zij een voordeel kunnen genieten? Welk zal dat dan zijn en hoe zal dat werken?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, in februari 2024, bijna een jaar geleden, maakte de NMBS al de grote lijnen van haar toekomstige tariefhervorming bekend. Meer details zijn nog altijd niet bekend. Er was wel al een halfslachtige communicatie van de NMBS, bijvoorbeeld over het afschaffen van de voordeelkaart, wat voor onrust en zeker voor onduidelijkheid zorgt.
Toen ik u hierover ondervroeg, gaf u aan dat de hervorming voordelen kan bieden, maar dat de duivel in de details zit, namelijk de concrete uitwerking, die essentieel is om uiteindelijk ook effectief voordelig te zijn voor de senioren zelf. U verwees in dat verband naar het kortingspercentage en het maximumtarief. Die zullen doorslaggevend zijn.
De seniorenverenigingen zijn er alvast niet gerust op dat de NMBS die details goed genoeg zal uitwerken en vrezen er bekaaid van af te komen. Op vrijdag 13 december trokken ze naar het NMBS-hoofdkwartier, waar die dag de raad van bestuur van de NMBS vergaderde. De senioren lijken door de toekomstige regeling met duurdere treintickets te worden geconfronteerd. Ze kaartten ook aan dat er geen afstemming is met het seniorenabonnement van De Lijn, de TEC en de MIVB. De introductie van een voordeelkaart voor senioren lijkt het ook nodeloos complex te maken, want men moet op voorhand inschatten hoeveel ritten men in een jaar zal doen om te weten wat de voordeligste formule is.
Ik heb dan ook enkele vragen.
Hoever staat de NMBS op dit moment met de uitvoering van de geplande tariefhervorming?
Is er daarover voldoende overlegd met u? Welke feedback hebt u daarover gegeven? Welke stappen kunt u als minister ondernemen?
Welk toekomstperspectief ziet u voor één aantrekkelijk combiabonnement voor senioren geldig op trein, tram, bus en metro?
Georges Gilkinet:
Merci pour vos questions. Je comprends votre impatience parce que je la partage. La réforme tarifaire que la SNCB prépare est réellement de nature à renforcer l'accessibilité du train avec différents principes que vous connaissez à présent parce qu'ils ont été présentés dans la presse et dans cette même commission.
Il y a tout d'abord une série de réductions tarifaires, d'une part, par rapport à certains publics, à savoir les jeunes jusque 26 ans – cela n'existait pas –, les aînés et les bénéficiaires d'intervention majorée et, d'autre part, par rapport à certaines heures de la journée avec des réductions importantes pour les voyageurs qui utilisent le train pendant les heures creuses et qui disposent d'une carte avantage.
Die kortingen zullen cumulatief zijn, wat moet leiden tot aantrekkelijke tarieven. Ook wordt een maximumtarief vastgelegd voor de langste afstanden.
Het doel van deze ambitieuze hervorming is om meer personen de stap naar de trein te laten maken. Ik ben ervan overtuigd dat deze tariefhervorming daartoe zal bijdragen.
Il n'est donc aucunement question de multiplier les prix par deux ou par trois pour certaines catégories, comme je l'ai lu dans certains commentaires, mais tout au contraire, d'offrir des tarifs encore plus attractifs qu'aujourd'hui, notamment pour des trajets courts, pour des petits groupes, en heure creuse – ce qui est totalement neuf.
Reste à fixer les derniers éléments de la réforme, qui sont évidemment très attendus, notamment pour ce qui concerne les pourcentages exacts de réduction, les prix des cartes avantage ou le prix maximum du billet pour les longues distances, avec une attention particulière – que j'ai exprimée à plusieurs reprises, non seulement ici, non seulement médiatiquement, non seulement à l'égard de la SNCB elle-même – par rapport aux jeunes, aux aînés et aux bénéficiaires d'intervention majorée (BIM).
Ce sont des choix qui ne sont évidemment pas anodins et pour lesquels j'ai communiqué à plusieurs reprises mes attentes à la SNCB, sachant que le nouveau contrat de service public prévoit une plus grande autonomie tarifaire pour l'entreprise au-delà des tarifs réguliers.
In het openbaredienstcontract is bepaald dat het nieuwe tariefaanbod binnen 26 maanden na de inwerkingtreding ervan moet worden vastgelegd. Dat betekent uiterlijk in februari 2025. Dat zal van kracht gaan in de loop van 2025. Het is de bedoeling om dat samen met de modernisering van de verkoopkanalen van de NMBS te doen. Dat maakt hiervan een groot en ambitieus project. De NMBS heeft bevestigd dat men van plan is om de verbintenissen na te komen. In die zin zitten we dus nog steeds op schema.
On est toujours dans les temps et dans les engagements temporels du contrat de service public avec une décision au plus tard dans le courant du mois de février et une entrée en vigueur dans le courant de l'année, avec effectivement la nécessité d'une bonne campagne de communication par rapport à toutes les questions qui se posent et que vous relayez ici.
C'est un dossier à suivre de près qui est quasi abouti. S'il aboutit, il constituera, comme je le souhaite, une étape supplémentaire dans le renforcement de l'attractivité du train, une des réformes essentielles de cette législature en matière ferroviaire, sachant qu'il restera ensuite des chantiers importants à attaquer comme l'intégration tarifaire avec les autres modes de transport. C'est une attente très forte des voyageurs et un chantier que nous avons déjà entamé avec les formules tarifaires intégrées dans la zone de Bruxelles et avec des possibilités d'abonnement pour les jeunes pendant l'été. Mais je suis convaincu, comme certains d'entre vous, qu'il faut aller plus loin en la matière. On y est presque.
Ce sera une très bonne réforme vraiment de nature à révolutionner les politiques tarifaires de la SNCB. Je comprends l'impatience et je la partage. En tout cas, mon message est clair à l'égard de la SNCB. Il faut effectivement que les maximums ne soient pas trop élevés, que la carte soit vraiment à un prix avantageux et que ces formules soient non seulement connues mais faciles d'accès pour les voyageurs.
Je comprends que toute nouveauté suscite de l'inquiétude et je me réjouis de l'intérêt notamment des aînés par rapport à ce qui va se passer. J'ai la conviction que la réforme est très bonne. Et si les derniers détails vont dans le sens de ce que j'espère, elle sera très très bonne.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Vous avez l’air sûr de vous. Malgré tout, je vous demanderai quand même, comme vous en avez l’occasion, de mettre tout votre poids dans la balance pour faire en sorte que nos transports en commun soient plus accessibles, surtout pour les jeunes, les travailleurs et les seniors.
Nous vous demandons d’être ambitieux, parce que l’objectif à terme est que les prix soient abordables, comme dans certaines grandes villes de France ou au Luxembourg, pour que les gens délaissent la voiture au profit du train.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, maar wil mijn bezorgdheid uiten over het ontbreken van communicatie over de nieuwe tarieven.
U geeft net zelf aan dat nieuwigheden veranderingen geven, wat vaak op wrevel en angsten stuit. Ze kunnen echter worden uitgeklaard wanneer er een duidelijke communicatiecampagne aan voorafgaat. We zijn exact tien dagen voor de inwerkingtreding van de nieuwe tarieven en er is nog steeds een schrijnend gebrek aan transparantie en informatie tegenover de reiziger.
Het verbaast me dan ook niet dat de senioren en de jongeren in actie schieten. Zij worden immers het ergst getroffen. Het blijft onduidelijk welke prijs zij zullen moeten betalen voor hun treinticket. Er wordt hier telkens over een maximumprijs gesproken, maar een exact cijfer is er niet. Wij hebben naar dat cijfer gevraagd in november 2024. Nu kom ik erop terug. Ik heb het nog altijd niet gehoord – tenzij ik het daarnet heb gemist, dat kan aan mij liggen.
Voorts verwoord ik hier graag de bezorgdheid van senioren, met name over de gebruiksvriendelijkheid van de nieuwe kaart. Niet iedereen is digitaal geletterd. Voor hen is het dus zeker belangrijk dat de kaart eenvoudig toegang geeft tot het voordeligste tarief.
Ik blijf oproepen tot helderheid in communicatie over de wijziging. 1 februari 2025 zal er immers heel snel zijn.
Georges Gilkinet:
Ik wou graag het volgende rechtzetten. De beslissing moet worden genomen voor eind februari 2025 en niet voor 1 februari 2025. Het nieuwe tarief komt er in de loop van 2025. Het is niet voor morgen. Na de beslissing hebben we dus nog enkele maanden om over de tarieven te communiceren, zodat iedereen goed begrijpt hoe positief en interessant het nieuwe tariefbeleid is.
De beslissing moet dus worden genomen voor eind februari 2025. De start van het nieuwe tariefbeleid is gepland voor mei of juni 2025.
Voorzitter:
Dat leek me een belangrijke verheldering voor alle aanwezige leden.
Xavier Dubois:
Merci, monsieur le ministre, pour les réponses apportées. Bien sûr, la réforme est très attendue. Elle comprendra de nouvelles réductions pour les jeunes jusqu'à 26 ans. Elles seront cumulatives et c'est très bien. Vous dites qu'il reste quelques éléments à fixer, mais il s'agit quand même d'éléments essentiels parce qu'il s'agit du prix, du montant de la réduction et du montant du plafond. J'imagine quand même que vous disposez de quelques informations, même s'il y a une autonomie importante de la SNCB. On ne peut pas imaginer que vous ne soyez pas associé à une décision qui va être prise d'ici la fin février et que vous n'ayez pas d'informations sur les prix. Je m'étonne que l'on n'ait pas la possibilité d'avoir des informations plus précises sur ces éléments.
J'entends que la décision d'adaptation arrivera fin février, avec une entrée en vigueur plus tardive. Mais que signifie "plus tardive"? Une option est-elle tout de même fixée à fin juin ou à la fin de l'année? Quelque chose à ce sujet est-il fixé dans le contrat de service public? Quelle autonomie a la SNCB par rapport à ce délai? Je pense qu'il est important de communiquer sur ce sujet. Beaucoup de craintes concernant la modification viennent de certaines personnes qui imaginent que celle-ci va entrer en vigueur tout de suite. C'est un élément assez important. Il conviendrait de communiquer et de dire: "Non, n'ayez crainte, nous allons décider. Il y aura une communication dans deux, trois ou quatre mois." Je pense qu'il serait intéressant de communiquer à ce sujet.
Georges Gilkinet:
Je viens d'être très explicite en néerlandais et je peux l'être aussi en français. Une décision doit être prise pour la fin février. C'est le contrat. L'entrée en vigueur se fera quelques mois plus tard. Je ne veux pas m'engager car les discussions sont en cours avec la SNCB. On parle plutôt de juin, ce qui permet une information complète des voyageurs. Franchement, si elle suit jusqu'au bout les principes dont nous avons discuté avec la SNCB, ce sera une excellente réforme. Je regrette d'ailleurs qu'elle n'ait pas pu être décidée plus tôt, parce que j'en suis très fier.
Xavier Dubois:
Il serait alors intéressant d'informer les voyageurs que cela ne sera peut-être pas avant le mois de juin. C'est une information intéressante à communiquer à la population.
Frank Troosters:
Het tijdstip waarop het meegedeeld moet worden, kan nog enkele weken ver zijn en dat blijft natuurlijk jammer. Het is immers een onderwerp dat zeer veel mensen beroert, niet alleen ons, maar ook alle treinreizigers en alle belangenorganisaties, zoals die van de senioren. We zijn hier al meer dan een jaar vragen over aan het stellen en op dit moment weten we eigenlijk nog altijd even weinig als een jaar geleden, wat te betreuren valt.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, dank dat u de timing nog eens herhaalde, zodat daar geen misverstanden over bestaan. Het is belangrijk te weten dat de beslissing nog moet vallen en dat de nieuwe tarieven pas een periode nadien zullen worden ingevoerd. Dat betekent dat we nog twee fases hebben. De eerste fase is de beslissing nemen. De algemene principes van de hervorming zitten goed, maar het is wachten op de details. Ik hoop dat u bij de NMBS zeer sterk benadrukt hoe belangrijk die details zijn, opdat die ook voor de senioren effectief een verbetering zijn. Eigenlijk is dat niet alleen aan u, mijnheer de minister, maar horen alle politieke partijen die vertegenwoordigd zijn in de raad van bestuur van de NMBS die taak op zich te nemen. Het is immers daar dat de beslissing zal vallen. Dit is dus ook een oproep aan mijn collega's om de zaak daar mee op te volgen. Dan komt de tweede fase, de uitvoering. Ik durf op te roepen om daarvoor voldoende tijd te voorzien. Dat is een oproep aan de NMBS. Dit is een belangrijke hervorming. Trek dan ook voldoende tijd uit om die duidelijk te communiceren aan de treinreizigers. Dat is beter dan zo rap mogelijk na de beslissing de nieuwe hervorming effectief in te voeren. Onze treinreizigers zullen gebaat zijn met een brede communicatiecampagne, te beginnen bij de partners die vandaag zeer ongerust zijn. Ik denk dan aan Grootouders voor het Klimaat en aan OKRA, ervan uitgaand dat raad van bestuur van de NMBS een wijze beslissing neemt en ervoor zorgt dat het ook voor senioren een goed en sterk systeem wordt waarvan zij de voordelen kunnen genieten. Bovendien moet het een zeer eenvoudig systeem worden, want we hebben niets aan moeilijke tickets als we met abonnementsformules moeten vergelijken wat nu de goedkoopste manier van reizen is. Ik hoop dat de raad van bestuur een goede beslissing zal nemen, zodat er een helder en duidelijk tariefkader is waardoor men op voorhand kan weten hoeveel een rit zal kosten.
De inhuldiging van het station Bergen
De werken aan het station Bergen
De inhuldiging van het nieuwe station in Bergen
De vernieuwing en inhuldiging van station Bergen
Gesteld door
VB
Frank Troosters
Les Engagés
Xavier Dubois
N-VA
Dorien Cuylaerts
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het fiasco van station Bergen—oorspronkelijk begroot op 37 miljoen, maar uiteindelijk 480 miljoen kostend met 10 jaar vertraging—wordt scherp bekritiseerd omwille van budgetoverschrijdingen, onregelmatige aanbestedingen (met name bij Calatrava’s selectie) en onverantwoorde besteding van belastinggeld. Minister Gilkinet (Ecolo) bevestigt de finale kost (63,7% NMBS, 23,1% Infrabel, rest Waalse overheid/stad Bergen), jaarlijks onderhoud (€1,04M) en een sobere inhuldiging (31/01), maar distantieert zich van het project als "spectaculair doch onverantwoord"—hoewel hij als toezichthouder geen juridische stappen zette ondanks Rekenhof-rapport (2021) over onregelmatigheden. Oppositie (Dubois, Troosters, Cuylaerts) eist verantwoordelijken voor de rechter en transparantie over besluitvorming, terwijl Gilkinet parlementsleden doorverwijst naar Rekenhof-documenten (toegankelijk via hun mandaat). De symbolische inhuldiging—met kritische toespraak—wordt door sommigen als "cynisch" bestempeld, gelet op de mislukte kostenefficiëntie en gebrek aan verantwoording.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, op 31 januari wordt het vernieuwde station van Bergen officieel ingehuldigd. Dat project, dat aanvankelijk voorzag in een renovatie ter waarde van 37 miljoen euro, evolueerde met tien jaar vertraging tot een volledig vernieuwd station, waarvoor de belastingbetaler bijna 480 miljoen euro moest ophoesten. We hebben dit dossier al heel veel besproken en er is een rapport van het Rekenhof en een hoorzitting geweest.
Vindt u het organiseren van een officieel inhuldigingsmoment voor het station van Bergen gepast, gezien het verloop en de kostprijs van het project? Kunt u de precieze finale kostprijs voor het project meedelen? We horen immers verschillende bedragen. Zult u, indien nog in functie, zelf aanwezig zijn bij de inhuldiging op 31 januari? Indien ja, zult u bij die gelegenheid een kritische boodschap over het project van het station van Bergen overbrengen?
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, on a déjà eu l'occasion de parler de ce dossier à maintes reprises. Je reviens sur les chiffres: 500 millions d’euros alors qu’initialement, il était question de 37 millions d’euros. Le coût démesuré de ce chantier est indigne et inacceptable pour un tel type de projet. On attend beaucoup plus de la part de gestionnaires publics comme la SNCB. On a eu l'occasion de discuter de l'évolution de la méthodologie de gestion de projets. J'espère bien entendu que ce type de problème n'apparaîtra plus à l'avenir.
De manière très concrète, un élément doit encore être abordé sur ce dossier. C'est la question de la légalité ou plutôt de l'irrégularité des marchés publics qui ont été passés, notamment le marché public de désignation de l'auteur de projet, le bureau Calatrava. En 2021, la Cour des comptes a pointé des problèmes importants dans la désignation initiale du bureau, en ce sens qu'il aurait bénéficié d'informations particulières qui l'auraient avantagé dans la remise de son offre. Par ailleurs, comme on l'a vu, le projet a fortement évolué et, lors de l'évolution de ce projet, il aurait fallu remettre en concurrence aussi l'auteur de projet en charge de ce projet pharaonique de rénovation de la gare de Mons.
On a relu le rapport en entier et on vous a interpellé sur cette question, monsieur le ministre. On a interpellé aussi les responsable de la SNCB. Personnellement, je vous ai demandé de faire en sorte de déposer ce dossier dans les mains de la justice. Vous avez refusé de le faire. Vous avez également été questionné par la presse à ce sujet et avez affirmé que c'était compliqué car on ne pouvait pas déterminer qui était responsable. C'est justement le rôle de la justice de déterminer qui est responsable. Ce n'est pas à vous de le faire.
Bref, je vous le redemande. Votre position a-t-elle évolué? Allez-vous déposer, oui ou non, ce dossier dans les mains de la justice? C'est important de pouvoir déterminer l'ensemble des responsabilités. Il faut que les responsables, s'ils sont bien identifiés, en assument les responsabilités.
Si ce n'est pas le cas, je m'engagerai à le faire moi-même. Pour cela, je vous demande de me transmettre l'ensemble des pièces justificatives en lien avec l'attribution de ce marché de désignation de l'auteur de projet. Il importe de faire la lumière et je continuerai à aller jusqu'au bout concernant ce dossier.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, de leden van de commissie voor Mobiliteit hebben een uitnodiging ontvangen voor de inhuldiging van het nieuwe station van Bergen volgende week vrijdag. Dat project moest oorspronkelijk voltooid zijn in 2015, maar kreeg te maken met aanzienlijke vertragingen en enorme budgetoverschrijdingen. De plannen werden alsmaar ambitieuzer, wat resulteerde in een eindprijs van maar liefst 480 miljoen euro. Volgende week wordt het station officieel geopend met onthaal, toespraken en een receptie.
Mijnheer de minister, kunt u een gedetailleerd overzicht geven van de totale kostprijs van het station van Bergen, inclusief de opdeling per financierende partij?
Hebt u zicht op de jaarlijkse onderhoudskosten van het station?
Wat is de kostprijs van het evenement op 31 januari? Wie draait voor die kosten op?
Zal er een evaluatie plaatsvinden om de meerwaarde van dat station in kaart te brengen in verhouding tot de gemaakte kosten?
Georges Gilkinet:
Chers collègues, il est bon, à chaque fois que ce dossier est abordé, de rappeler que ses prémices datent de 2004, année de l'étude de faisabilité. La période de réalisation de cette gare de Mons a vu se succéder pas moins de sept ministres avant moi – dont deux membres de votre parti, monsieur Dubois –, de pratiquement toutes les couleurs sauf le vert.
En ce qui me concerne, deux choses me semblaient essentielles à ce sujet au début de la législature. La première était que les travaux entamés soient terminés – car laisser ce chantier inachevé n'était pas une option –, bien évidemment sans dérapage budgétaire supplémentaire par rapport aux engagements pris avant cette législature. C'est le cas, puisque cette gare est enfin en fonction.
La deuxième était qu'il fallait que la politique d'investissement de la SNCB dans ses gares et points d'arrêt soit diamétralement revue pour laisser la place à des choix beaucoup plus efficaces dans leur rapport qualité/prix et permettant dès lors d'intervenir dans davantage d'endroits où les conditions d'accessibilité doivent être améliorées le plus rapidement possible.
Vous me le rappelez régulièrement et je vous dis chaque fois que je partage votre point de vue. Je pense par exemple, dans la région concernée, à la gare de Tournai, au sujet de laquelle j'ai été régulièrement interrogé. Si on a investi des centaines de millions d'euros à Mons, il devient compliqué d'obtenir des budgets pour d'autres gares. Vous connaissez mon avis sur ce dossier. Il s'agit, à cause des choix posés initialement, d'une utilisation inadéquate des moyens publics au profit d'un projet, certes spectaculaire. Ceux qui ont visité la gare de Mons considèrent être face à quelque chose de spectaculaire – pour le prix, c'est normal – mais de démesuré par rapport aux besoins. Je l'ai dénoncé et je le dénoncerai encore. Ce n'est vraiment pas la manière dont je conçois l'action publique et dont j'ai travaillé.
Monsieur Dubois, concernant votre question écrite, je remarque que vous êtres très créatif dans la presse comme à l'oral. L'ensemble des éléments se trouvent dans le dossier qui a été remis à la Cour des comptes dans le cadre de l'enquête qu'elle a diligentée à la demande du Parlement fédéral et d'un député écologiste, sur la modernisation et les aménagements du site et des bâtiments de la gare de de Mons. Les règles applicables à l'accès aux documents de la Cour des comptes sont claires et permettent, selon l'article 33 de son règlement d'ordre, aux membres de la Chambre de consulter et d'obtenir copie des documents qui ont permis la rédaction de ce rapport. Par contre, la Cour des comptes refuse logiquement, en application de cette disposition, l'accès à ces documents à toute personne étrangère à la Chambre, y compris lorsqu'il s'agit d'un ministre, ce que la Cour m'a confirmé la semaine passée.
Cela signifie donc aussi que vous êtes parfaitement à même d’obtenir sur simple demande les pièces évoquées dans votre question. J’ai même cru comprendre que vous aviez introduit cette demande, ce qui est de très bon aloi. Il s’agit d’une disposition dont j’ai fait plus d’une fois usage par le passé en tant que député. J'espère que la lecture de ces documents vous apportera les renseignements que vous souhaitez obtenir. À vous de décider ensuite des suites que vous souhaitez y apporter.
Je ne dispose pas pour ma part, à ce stade, d’autres documents ou pièces justificatives qui ont conduit à l’attribution du marché d’architecte visant à la modernisation de la gare de Mons à l’architecte concerné dès l’étude de faisabilité de 2004. C’est un temps que les moins de 20 ans ne peuvent pas connaître.
Mevrouw Cuylaerts, mijnheer Troosters, voor de totale kosten voor het station van Bergen verwijs ik naar hetzelfde verslag van het Rekenhof in het kader van het eerder genoemde onderzoek en naar de uitleg van de NMBS tijdens de hoorzitting van 19 november 2024.
Wat de verdeling van het budget betreft, de NMBS draagt 63,7 % bij, Infrabel 23,1 %, Opérateur de Transport de Wallonie (OTW) en het Waalse Gewest 9,6 % en de stad Bergen 3,6 %.
Volgens het geactualiseerde bedrijfsplan voor de periode 2023-2032 worden de jaarlijkse onderhoudskosten voor het nieuwe station van Bergen geraamd op ongeveer op 1.040.000 euro. Die kosten omvatten onder andere de dagelijkse en specifieke schoonmaak, het onderhoud van het gebouw en de technische installaties en de afvalverwijdering. Het totale bedrag voor stationsonderhoud binnen dezelfde reikwijdte van activiteiten is 46.582.000 euro jaar.
De opening van een volledig nieuw station van die grootte is ook voor de NMBS een uitzonderlijke gebeurtenis. De vorige keer dateert van 2009, met de opening van het nieuwe station van Luik-Guillemins. Het is dus ook niet meer dan logisch dat dat gepaard gaat met een officiële inhuldiging, die zal plaatsvinden op 31 januari. De NMBS organiseert daarvoor geen groot spektakel, maar waakt vanzelfsprekend over een rationele besteding van haar budgetten. Het gaat om de hulpmiddelen die worden ingezet bij elk evenement, zoals de huur van enkele schermen, receptietafels en de aankoop van een drankje en een broodje voor de aanwezigen. Het gaat om een 180-tal personen, zowel externe genodigden als medewerkers.
J'y serai sans doute également présent, en tant que ministre de tutelle, pour autant que je sois toujours en fonction le 31 janvier. J'y prendrai la parole de façon évidemment critique, mais cette gare existe. Si j'avais été ministre de tutelle à l'époque, sans doute aurais-je agi pour éviter un tel gaspillage d'argent. Je ne vois pas de raison de ne pas l'inaugurer et de ne pas l'utiliser telle qu'elle est, dans la reconnaissance – pour le prix, c'est bien normal – d'un geste architectural qui est spectaculaire.
Frank Troosters:
Over de grond van de zaak hebben we natuurlijk al heel veel discussies gevoerd. Uit het rapport van het Rekenhof blijkt dat er heel wat regelgeving met voeten is getreden en dat er heel veel vragen zijn. De vragen die we tijdens de hoorzitting hebben gesteld, zijn niet beantwoord. Ik heb het dan specifiek over het element van de verantwoordelijkheden. Wie heeft wat goedgekeurd? Wie heeft wat ondertekend? Ik denk dat daar nog heel veel vragen rond zijn. Ik ben ervan overtuigd dat het laatste over het station van Bergen nog niet is gezegd.
Wij van het Vlaams Belang vinden de inhuldiging behoorlijk misplaatst. Het is bijna alsof men de treinreizigers in hun gezicht uitlacht, terwijl daar heel veel van hun belastinggeld naartoe is gegaan. Ik kan er nog begrip voor opbrengen dat u er als minister van Mobiliteit naartoe gaat, maar ik reken er zeer hard op dat u daar uw woorden van daarnet zult waarmaken en dat u zich daar ondubbelzinnig zeer kritisch over het hele project zult uitlaten.
Xavier Dubois:
Merci, monsieur le ministre, pour les éléments de réponse que vous avez fournis.
Pour ce qui est de l'histoire du projet et des différents ministres qui sont intervenus, bien entendu il y a eu différents ministres de différentes couleurs et différentes décisions. Mais le fait est que le rapport de la Cour des comptes est sorti en 2021 et qu'à cette date, vous étiez en charge de cette compétence. C'est vous qui avez obtenu l'information de la Cour des comptes relative à des irrégularités mises en avant concernant l'attribution des marchés. C'était à vous d'intervenir et d'agir à ce moment-là.
Par rapport au fait que vous n'avez pas les documents, je suis assez étonné. Vous ne pouvez évidemment pas demander l'accès au dossier et aux documents de la Cour des comptes en tant que ministre puisque la Cour des comptes est le conseiller budgétaire du Parlement mais, vous venez de le dire, vous avez la tutelle sur la SNCB. Je pense donc que vous pourriez – ou plutôt vous auriez dû – demander à votre commissaire de transmettre les documents ou, en tout cas, demander un rapport détaillé sur ce qui s'est passé. Cela aurait dû être demandé depuis au moins 2021, date de la réception du rapport de la Cour des comptes.
Soit, vous ne souhaitez pas aller plus loin en la matière. Nous en prenons acte. Comme vous le disiez, il y a une manière d'obtenir les informations. Je connais bien les procédures au sein de la Cour des comptes puisque j'en proviens. J'attends donc la réponse à ma demande, introduite via le droit de regard dont je bénéficie, d'accès aux documents qui me permettront d'approfondir l'analyse de ce dossier et d'enfin faire la lumière sur les responsabilités. Je pense que c'est tout à fait logique et que la population est en droit d'avoir les informations et de connaître ce qui s'est passé de manière concrète dans ce dossier d'attribution d'un marché public au bureau Calatrava.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, over het station van Bergen is het laatste inderdaad nog niet gezegd. Het blijft ongelooflijk dat er een prijskaartje van 480 miljoen hangt aan het station van Bergen. Dat bedrag komt volledig op kosten van de belastingbetaler en staat eigenlijk in schril contrast met het aantal reizigers, namelijk minder dan 10.000 per dag. Ik wil het een beetje in perspectief plaatsen. Met die middelen hadden alle treinen in ons land twee keer van wifi voorzien kunnen worden en dan was er nog zeer veel geld over geweest. Dat was misschien een betere keuze geweest. Ik ben wel blij dat u ook heel kritisch naar het dossier kijkt. Ik kan zelf niet aanwezig zijn, maar ik ben benieuwd naar de kritische noot in uw toespraak volgende week vrijdag.
De staking van de spoorvakbonden op 12 en 13 januari 2025
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Gilkinet bevestigt dat de spoorstaking van 12-13 januari een protest was tegen dreigende pensioen- en bezuinigingsplannen (zoals regionalisering en budgettaire aanpassingen) van een toekomstige regering, waarbij spoorpersoneel vreest voor verlies van verworven rechten. Hij erkent de overlast voor reizigers (bv. studenten tijdens examens) maar steunt de vakbonden, wijzend op de zware arbeidsomstandigheden en het belang van het personeel voor het spoorsysteem. Negen nationale stakingsdagen vonden plaats sinds oktober 2020 (geen in 2020 of 2024). De staking draagt niet bij aan vertrouwen of treingebruik, maar is een politiek signaal tegen onzekerheid over toekomstig beleid.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijk ingediende vraag.
Uit vrees voor een mogelijke aanpassing van de pensioenvoorwaarden voor het NMBS-personeel door de volgende regering beslisten de spoorvakbonden een staking te organiseren van 12 januari (22u) tot 13 januari (22u). Hiervoor dienden ze in december 2023 een stakingsaanzegging in.
Vindt de minister het organiseren van een spoorstaking tegen de mogelijke plannen van een nieuwe regering een goede zaak voor het bevorderen van het vertrouwen in de NMBS bij de treinreizigers?
Zal deze stakingsactie ertoe bijdragen om meer mensen te bewegen tot het nemen van de trein?
Hoeveel spoorstakingen hebben plaatsgevonden sinds oktober 2020?
Georges Gilkinet:
Mijnheer Troosters, zoals ik al vermeldde tijdens de laatste plenaire vergadering, waren de spoorwegarbeiders in groten getale aanwezig op de staking afgelopen maandag om hun verzet te uiten tegen de plannen van de toekomstige arizonameerderheid. Er zijn veel kwesties die het spoorwegpersoneel zorgen baren: het in vraag stellen van het begrotingstraject en de ambities voor de trein die tijdens deze legislatuur werden beslist, het risico om van de trein opnieuw een budgettaire aanpassingsvariabele te maken, de wensen van sommigen om de spoorwegen te regionaliseren, maar ook de zeer onrechtvaardige maatregelen die de toekomstige meerderheid heeft aangekondigd op het vlak van pensioenen.
Het spoorwegpersoneel vormt de hoeksteen van ons spoorsysteem. Hun werk is niet evident, met onregelmatige werktijden, werken in de kou of in de warmte, zeer vroeg 's morgens of zeer laat 's avonds en ook gedurende het weekend. Ook zijn er de veranderingen die moeten worden doorgevoerd om de spoorwegdienst te verbeteren.
Ik sta aan hun zijde. Niemand ontkent de ongemakken en moeilijkheden die een staking voor reizigers veroorzaakt. Ik denk vooral aan de studenten die zich hebben moeten organiseren om hun examens af te leggen.
Sinds oktober 2020 tellen we negen dagen van nationale spoorstaking, geen in 2020 en in 2024.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
De stiptheid van de treinen in 2024
De prestaties inzake stiptheid en afgeschafte treinen bij de NMBS
Punctualiteit en prestaties van NMBS-treinen in 2024
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De stiptheid van Belgische treinen steeg in 2024 naar 89,7% (vs. 87,5% in 2023), maar 46.000 treinen werden (deels) geschrapt—vooral door verouderd materieel, capaciteitsgebrek en personeelsproblemen bij NMBS/Infrabel. Minister Gilkinet wijst op operationele verbeteringen (beter incidentbeheer, nieuwe M7-treinen) en infrastructuurinvesteringen, maar parlementsleden benadrukken dat structurele oplossingen ontbreken en reizigers dagelijks hinder ondervinden van overvolle en afgeschafte treinen. Gilkinet belooft doorzetting van huidige plannen, maar critici eisen concretere, snellere maatregelen om het vertrouwen in het spoor te herstellen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, de officiële stiptheid van de treinen op het Belgische spoornet is in 2024 gestegen tot 89,5 %, een verbetering ten opzichte van de slechte cijfers in 2023. Het is wel belangrijk om op te merken dat de officiële stiptheidscijfers geen rekening houden met afgeschafte treinen.
In de eerste 11 maanden van 2024 werden maar liefst 42.442 reizigerstreinen geschrapt, hetzij volledig, hetzij voor een deel van het traject. Dat zijn er ruim 400 meer dan op hetzelfde moment in 2023. De oorzaak van het schrappen van treinen ligt in bijna 60 % van de gevallen bij de NMBS en Infrabel, voornamelijk door een onevenwicht tussen het aanbod en de capaciteit van het spoornet, door verouderd of defect rollend materieel en personeelsproblemen.
Mijnheer de minister, worden er in 2025 maatregelen genomen om zowel de stiptheid als het aantal geschrapte treinen aan te pakken? Worden er concrete acties ondernomen om structurele problemen, zoals defect rollend materieel en personeelsproblemen, effectief aan te pakken? Hoe zal in de toekomst worden voorkomen dat de reizigers blijvend de dupe zijn van een structureel hoger aantal geschrapte treinen?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, aangezien mevrouw Cuylaerts de situatie al goed heeft geschetst, verwijs ik naar de ingediende vraag.
De stiptheid van de treinen bij de NMBS bedroeg het voorbije jaar 89,7%. De stiptheid verbeterde daarmee licht tegenover het vorige jaar (87,5%) maar blijft nog steeds op een onaanvaardbaar laag niveau. Bovendien blijkt er met 45.944 geheel of gedeeltelijk afgeschafte treinen van een ommekeer inzake het aantal afgeschafte treinen geen sprake.
Hoe evalueert de minister de prestaties van de NMBS in 2024 inzake stiptheid en inzake het aantal afgeschafte treinen?
Zijn deze resultaten volgens de minister in lijn met de ambities die hij inzake zijn spoorbeleid aan de dag legde?
Welke maatregelen/acties plant de minister om in de toekomst tot een beter stiptheidcijfer en minder afgeschafte treinen te komen?
Georges Gilkinet:
De stiptheid bereikte het afgelopen jaar 89,7 %, een verbetering met 2,2 % in vergelijking met 2023. Sinds september 2024 worden de kleine vertragingen gepubliceerd. Die nieuwe methodologie verschaft een meer volledig beeld van de verdeling van de oorzaken van de niet-stiptheid. Vertragingen die bijvoorbeeld te wijten zijn aan een trein die iets te laat vertrekt, problemen met de verkeersregeling, een grote toestroom aan reizigers op het perron of een ongeplande kruising met een andere trein, worden voortaan opgenomen. Volgens die analyse was van de 10,3 % niet-stiptheid in 2024 bijna een kwart, namelijk 24,6 %, te wijten aan een gebrek aan systematische robuustheid, 21,9 % een gevolg van derden, 13,7 % ten laste van Infrabel, 36,7 % voor rekening van de NMBS en 3,2 % als gevolg van andere oorzaken. De verbetering wordt vastgesteld bij alle oorzaken van de niet-stiptheid, op de eerste plaats bij de oorzaken ten laste van de NMBS.
Van de bovenvermelde verbetering van de stiptheid met 2,2 % tussen 2023 en 2024, is inderdaad meer dan de helft toe te schrijven aan de NMBS. Een meer gedetailleerde analyse toont aan dat de verbetering vooral tijdens de avondspits te merken is, dankzij een betere capaciteit om de tijdens de ochtendspits opgelopen vertragingen te absorberen. Dat is met name te danken aan verschillende verbeteringen van de operationele procedure, een doeltreffender beheer van incidenten en bepaalde optimaliseringen van de dienstregelingen.
Een blik op het hele jaar toont aan dat vooral het begin van het jaar 2024 een moeilijke periode was op het spoor, met verstoringen die in de eerste plaats te wijten waren aan de winterse omstandigheden. De sneeuwval in januari heeft de stiptheid die maand doen dalen. Spoorlopers en persoonsaanrijdingen waren voor het hele jaar dan weer goed voor bijna 100.000 minuten vertraging. Het afgelopen jaar bevestigt de tendens van een structurele verbetering van de stiptheid sinds 2010.
De teams van de NMBS en Infrabel blijven werken aan de verbetering van de stiptheid, om op die manier de vastgelegde doelstellingen te behalen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, maar ik blijf wel op mijn honger zitten met betrekking tot het antwoord op een hele simpele vraag. Welke maatregelen zullen er genomen worden om die stiptheid te verbeteren?
Ik kan niet anders dan opnieuw mijn bezorgdheid uiten over de huidige situatie. De NMBS communiceert op haar website dat de stiptheid het afgelopen jaar verbeterd is, maar dat is niet het hele verhaal. De reizigers voelen vooral de afgeschafte treinen en de overvolle treinen.
Ik krijg dagelijks berichtjes van reizigers die daardoor in de problemen komen. Vanochtend kreeg ik er een van iemand die vanuit Herentals naar Brussel moest. De trein zou eerst komen in een verkorte samenstelling. Uiteindelijk werd de trein volledig geschrapt. Dat is geen uitzondering meer. Dat is helaas de dagelijkse werkelijkheid geworden, de realiteit voor de pendelaars. Mensen raken niet meer op tijd op hun werk en in sommige gevallen raken ze gewoon niet meer op hun werk.
Ik wil dus toch wel met aandrang vragen om te zoeken naar en te werken aan structurele oplossingen. Het gaat hier niet alleen om het defect materieel of de personeelsproblemen, maar ook over het gebrek aan vertrouwen in onze spoorwegen. Het kan niet langer dat reizigers voortdurend de dupe zijn van een systeem dat faalt in de basisopdracht, namelijk mensen betrouwbaar en tijdig op hun bestemming brengen.
Frank Troosters:
Ik sluit me daar deels bij aan. Er moeten inderdaad absoluut bijkomende en structurele maatregelen worden genomen om de stiptheid verder in de goede richting te duwen.
Ik heb gemerkt dat er in de berichtgeving lichtelijk gekleurd wordt gecommuniceerd. Er ontstaat bijna een hoerastemming omdat we het 2 % minder slecht doen dan het jaar voordien. We glijden niet verder af. Zoals gezegd wordt een vertraging van zes minuten niet eens meegeteld. Er worden bovendien massaal treinen afgeschaft. We zitten nog steeds rond 46.000 geheel of gedeeltelijk afgeschafte treinen op jaarbasis. In die dramatische cijfers is er absoluut geen ommekeer gekomen.
We mogen niet vergeten dat we in het begin van de vivaldilegislatuur, in december 2020 – december is altijd een moeilijke maand –, een stiptheid hadden van 95,1 %, en nu zijn we bij wijze van spreken blij dat we aan 89,7 % zitten. De weg is nog lang en er zijn absoluut bijkomende inspanningen nodig.
Georges Gilkinet:
Nog een toevoeging, want ik wil mevrouw Cuylaerts niet op haar honger laten. Ik kan twee voorbeelden geven van genomen maatregelen die naar mijn mening belangrijk zijn.
We hebben nieuw materieel nodig en we zijn nieuw materieel op het spoor aan het zetten, vooral de nieuwe M7-treinen. We hebben daar al vaak over gesproken in deze commissie. De levering van die nieuwe treinen liep vertraging op, maar zodra ze op het spoor worden gezet, winnen we aan efficiëntie. Dat is een deel van de verbetering.
Mijn tweede voorbeeld is de blijvende investering in de infrastructuur. Zoals gezegd hebben we een verouderde infrastructuur ten gevolge van budgettaire keuzes en daardoor onvoldoende investeringen in de trein. Wij hebben daar verbetering in gebracht. We hebben nu een richting, een contract met de NMBS en Infrabel. Er zijn veel privébedrijven die daaraan meewerken en winsten maken.
We moeten daar ook in de toekomst mee verdergaan. Dat is ook een boodschap voor een deel van de toekomstige regering. Jullie moeten niet zo pessimistisch zijn. De situatie is niet perfect – ik heb dat nooit gezegd, men moet beter doen –, maar we zijn de situatie aan het verbeteren dankzij de keuze die we hebben gemaakt. Dat neemt veel tijd in beslag. Ik ben als minister ook niet blij als ik vragen krijg over mensen die in de kou blijven staan. We hebben echter de goede keuze gemaakt. Nu zijn we dat aan het implementeren.
Mevrouw Cuylaerts, als u een beetje invloed hebt op de onderhandelingen, op uw partij, dan vraag ik u om dat te blijven doen in de toekomst. We gaan in de goede richting. We moeten het beter doen, maar we hebben de juiste keuze gemaakt.
Voorzitter:
Dank u wel, meneer de minister. Ik geef het laatste woord aan de leden van het Parlement. Als u nog kort wilt reageren, mag dat, mevrouw Cuylaerts.
Dorien Cuylaerts:
Dank u wel voor de toevoeging, mijnheer de minister. Uiteraard begrijpen wij dat dit heel veel tijd vergt. Dit is een tanker die gekeerd moet worden. Ik wil niet per se naar u als huidig minister kijken, maar ik denk dat er in het verleden een aantal verkeerde keuzes gemaakt zijn op het vlak van de investeringen. Dan kijk ik even naar een aantal andere vragen op de agenda. Ik denk dat we in de toekomst andere beslissingen moeten nemen. Ik zal op het vlak van mobiliteit mijn kiezeltjes verleggen en mijn stempel drukken op de volgende regering, maar zover zijn we uiteraard nog niet.
De bereikbaarheid van Pairi Daiza per trein
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Pairi Daiza, het topattractiepark in Brugelette met 2,3 miljoen bezoekers, kampt met mobiliteitsproblemen (files, geluidsoverlast) ondanks wegwerk-investeringen. De bestaande treinaansluiting (gare Cambron-Casteau) faalt door een oncomfortabel 1 km-voetpad, terwijl slechts 3% van de bezoekers de trein neemt—terwijl 10% haalbaar zou zijn. Minister Gilkinet bevestigt dat een TGV-halte niet in federale plannen zit en wijst naar private TGV-operators, maar benadrukt wel verbeteringen aan het voetpad (lokaal bevoegd). Cornillie blijft pushen voor een TGV-oplossing, wijzend op economische en leefbaarheidsbelangen.
Hervé Cornillie:
Monsieur le ministre, je vais vous emmener en Hainaut, en Wallonie picarde, et plus précisément à Brugelette, où le parc Pairi Daiza, d'année en année, bat tous les records: prix internationaux, labels, nombre de visiteurs, nombre d'animaux, chiffre d'affaires, investissements, modernisation du parc, etc., au point de se classer meilleur zoo d'Europe et devenant une attraction touristique phare, faisant la renommée auprès des visiteurs du monde et de notre petit pays.
Avec près de 2,3 millions de visiteurs en 2023, la question de la mobilité et de l'accessibilité vers ce site unique en Belgique est un enjeu crucial. Les riverains de Brugelette, de Gages et des villages voisins se plaignent d'ailleurs d'embouteillages et de nuisances sonores liées au transport automobile vers le parc.
Des investissements ont déjà été réalisés en matière routière. Le gouvernement wallon a d'ailleurs annoncé, en décembre dernier, débloquer 14,7 millions de plus pour améliorer la mobilité autour du parc. La finalisation des voiries de contournement et de délestage est un sujet de débat quant à l'itinéraire à retenir.
Le recours au train semble être une alternative intéressante. Je ne crois pas que vous direz le contraire. À ce propos, il y a, à Cambron-Casteau, sur la ligne Mons-Ath, une gare, mais elle est située à un kilomètre du parc. Convenons que c'est un peu éloigné pour des visiteurs. Certes, un parcours piéton balisé existe; cependant, n'étant pas très confortable pour les visiteurs, il ne remporte pas un franc succès. Il n'existe aucun autre moyen de transport entre la gare et l'entrée du parc, raison pour laquelle cela ne fonctionne pas très bien. La SNCB propose également un ticket combiné avantageux pour l'accès au parc et le trajet en train.
Depuis 2015, le président et fondateur de Pairi Daiza, M. Domb, plaide pour la création d'un arrêt TGV, à l'instar de celui qui existe pour Disney, en France, une autre grosse locomotive du tourisme. Il prétend que rien n'a été fait.
Monsieur le ministre, je voudrais faire le point avec vous sur ce dossier.
Quels rétroactes officiels recense-t-on dans ce dossier? Est-il vrai que depuis 10 ans rien n'évolue? A-t-on entendu la demande du fondateur du parc?
Quelle est la position du gouvernement dans ce dossier? Quelles sont les possibilités de développer une gare TGV à proximité du site? Des études existent-elles?
Y a-t-il plusieurs sites potentiels? On pense à un site technique sur la ligne, mais aussi à un espace près d'un viaduc. À l'évidence, il n’est pas question d'une gare permanente ni d'un arrêt permanent.
Georges Gilkinet:
Monsieur Cornillie, cet été, de nombreux voyageurs ont opté pour le train durant les vacances et je m'en réjouis. La SNCB a comptabilisé 9,3 millions de voyages de loisirs pendant cette période estivale, soit près de 25 % de plus qu'il y a cinq ans. Il y a un vrai potentiel d'utilisation du train pour les loisirs. Nous sommes en train de l'activer et nous l'activerons encore mieux avec la réforme tarifaire qui entrera en vigueur en 2025.
Les parcs animaliers, les parcs d'attractions et les lieux de loisirs sportifs ont également figuré parmi les sorties les plus prisées. En juillet et août, la SNCB a ainsi accompagné de nombreux voyageurs de loisirs, notamment vers les jardins zoologiques de Planckendael et Pairi Daiza, le zoo d'Anvers, les parcs d'attractions Plopsaland et Walibi ainsi que la commune de Houyet, point de départ pour la descente de la Lesse en kayak, sans faire de publicité pour tous ces lieux de loisirs bien belges.
En 2024, une étude du gouvernement wallon a révélé qu'environ 3 % des voyageurs actuels de Pairi Daiza viennent en train. La capacité actuelle des trains pourrait couvrir, selon les estimations, environ 10 % des visiteurs de Pairi Daiza. La première étape semble donc de persuader les visiteurs actuels de Pairi Daiza d'opter pour le train. Mon cabinet a bien veillé à mettre en contact les acteurs pertinents. De cette manière, des contacts ont pu avoir lieu entre le parc et les entreprises ferroviaires, notamment Infrabel.
L'étude wallonne montre également que la réticence des visiteurs à utiliser le train s'explique aussi par la faible attractivité, ressentie ou perçue, du trajet piéton entre la gare de Cambron-Casteau et l'entrée de Pairi Daiza. Le parcours actuellement balisé comporte de nombreux points noirs rendant l'accès difficile, voire impossible, pour les personnes à mobilité réduite.
Il me revient que des solutions sont en cours d'étude à ce sujet, en concertation avec les représentants du parc et les autorités locales, ce qui serait tout à fait positif pour la mobilité active et ferroviaire. Mais il ne s'agit en l'occurrence aucunement d'une compétence fédérale. Je me réjouirais effectivement que le trajet piéton soit organisé et que davantage de personnes prennent le train pour se rendre dans ce parc.
Dans le plan d'investissement de la SNCB, approuvé par le gouvernement, la construction d'une gare de trains à grande vitesse n'est pas incluse. Il appartient donc aux opérateurs de trains à grande vitesse d'en évaluer l'opportunité, avant toute chose.
Nous avons parlé plus tôt dans cette commission de la gare de Mons, qui est très proche du parc, mais qui a aussi capté une part importante des moyens publics disponibles, ce que je regrette car ils ne peuvent, par définition, pas être utilisés deux fois.
Hervé Cornillie:
Merci, monsieur le ministre, pour ces éléments de réponse. Bien entendu, vous avez fait le tour des attractions wallonnes et de leur fréquentation. Tant mieux. Vous avez convenu que l'accès en train de Pairi Daiza, en tout cas ce dernier kilomètre piéton, peut être perçu comme inconfortable, dangereux, et que cela ne doit pas encourager les personnes à prendre le train pour s'y rendre, alors qu'il faut le faire. Vous avez raison de vous battre pour cela. Et tant mieux si des travaux vont améliorer ce kilomètre de sentier. Par contre, vous n'avez pas vraiment répondu à ma question sur la gare TGV. Ou alors j'ai mal compris votre réponse. Vous avez renvoyé vers les opérateurs de trains à grande vitesse. J'aurais dû m'en douter. Je ne manquerai pas de revenir sur le sujet, parce que je crois que la SNCB doit se préoccuper du train dans toute son ampleur et, notamment, de l'accès en train de ce parc. Toute une série de retombées et d'emplois en dépendent en effet, ainsi que la qualité de vie des riverains.
Laadpalen op de parkings van de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De SNCB plant 2.500 extra laadpalen (totaal 5.000 tegen 2032) in stationparkings via een toekomstige concessie (nu nog in RFI-fase), waarbij de daadwerkelijke uitrol afhangt van de vraag en het investeringsplan van de geselecteerde partij. Alle SNCB-stations komen in aanmerking, maar concrete locaties zijn nog onbekend; de spoorgebruikerskorting blijft behouden en parkeertarieven wijzigen niet. Minister Gilkinet bevestigt dat de aanbesteding dit jaar wordt afgerond, terwijl Cornillie zijn voorbarige vraag erkent en in 2025 een update belooft. Het project kadert in de duurzame mobiliteitsdoelstellingen uit het nieuwe openbaarvervoercontract.
Hervé Cornillie:
Monsieur le président, j'ai six questions. Donc, les collègues peuvent se sentir libres de faire ce qu'ils veulent entre-temps!
Monsieur le ministre, l'automne dernier, la SNCB a lancé un appel d'offres afin d'équiper les parkings de ses gares d'un vaste réseau de bornes supplémentaires pour véhicules électriques. C'est quelque chose de sensé dans le maillage: vous vous parquez et au cours du voyage, vous rechargez votre véhicule. Tout ce qui contribue à une mobilité au sens large, globale et intelligente, doit être soutenu.
Ces nouvelles bornes complèteront celles qui sont déjà installées, si mes lectures sont bonnes, dans 35 parkings de gares depuis 2020 par la société néerlandaise Allego, qui avait remporté la concession. Les gares présentant des bornes de rechargement sont, au demeurant, listées sur le site internet de la SNCB. Je vous en épargne évidemment la lecture. À terme, il serait question de déployer 2 500 bornes supplémentaires, pour atteindre un total de 5 000 bornes en 2032. De la sorte, la SNCB pourra générer des revenus supplémentaires. C'est toujours ça de pris, surtout si l'on veut promouvoir le train.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous rassurer quant à l'état d'avancement de ce marché public? Quelles seront les nouvelles gares équipées? Le tarif préférentiel pour les usagers du rail sera-t-il maintenu? Quel est actuellement le taux de véhicules rechargés par des utilisateurs du rail?
Georges Gilkinet:
Monsieur Cornillie, la SNCB m'informe avoir lancé une RFI ( request for information ) – et donc pas encore un appel d'offres – en vue de la mise sur le marché d'une concession pour l'installation, l'exploitation et le financement d'une infrastructure de recharge en courant alternatif pour véhicules électriques dans les parkings de gares SNCB. Les résultats de cette consultation ont été réceptionnés mi-octobre et ont permis de confirmer les orientations prises par la SNCB en concertation avec mon cabinet, en vue d'atteindre l'un des objectifs du contrat de service public que nous avons signé. Par conséquent, le cahier des charges est en cours d'achèvement et sera, comme prévu, soumis au marché. L'attribution est prévue pour le courant de cette année.
L'étude de potentiel de la SNCB estime en effet la demande à environ 2 500 bornes, soit 5 000 points de recharge, dans les 10 prochaines années. Le déploiement effectif se fera toutefois en fonction de la demande réellement observée, laquelle pourra être inférieure ou supérieure aux estimations. Il sera également demandé aux candidats concessionnaires de proposer un plan d'investissement sur lequel ils s'engagent.
Pour ces raisons, il n'est pas possible à l'heure actuelle d'indiquer quelles gares seront équipées prochainement. Il faut néanmoins noter que le périmètre de la concession couvre tous les parkings de gares de la SNCB. Cette concession pour les bornes de recharge n'aura aucun impact sur les tarifs payés par les usagers pour l'utilisation du parking. Le tarif préférentiel des utilisateurs du rail sera donc maintenu.
Hervé Cornillie:
Monsieur le ministre, je vous remercie de vos éléments de réponse et aussi d'avoir recadré la question dans le calendrier de son exécution. Je suis allé un peu plus vite que la musique. C'est parfois un de mes défauts. Je reviendrai donc tout simplement dans le courant 2025 pour faire le point sur ce dossier.
Het onderhoud van stations en de transparantie over en controle op de kosten van het spoorbeheer
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de kosten en efficiëntie van onderhoud aan Belgische treinstations, met name de balans tussen publieke middelen en kwaliteit voor reizigers. Gilkinet (SNCB) benadrukt een 10-jarig onderhoudsplan met jaarlijkse evaluaties, gestructureerde verantwoordelijkheden, kwaliteitscontroles en verbetercycli via eigen teams of onderaannemers. Foret vraagt om concrete cijfers en inzicht in operationele processen, aangezien burgers onvoldoende zicht hebben op de kosten (tags, schoonmaak, herstellingen) en efficiëntiemaatregelen. Toekomstige vragen zullen dieper ingaan op budgettaire ordegroottes en optimalisatie van samenwerking met lokale overheden.
Gilles Foret:
monsieur le vice-premier ministre, lors des auditions, notamment sur le chantier de la gare de Mons, nous avons reçu toute une série d'informations très intéressantes sur le coût d'entretien et sur les enjeux liés à l'entretien des gares en Belgique qui sont multiples, tant au niveau du coût de la gestion des tags, du coût des réparations garanties et des équipes mobilisées quotidiennement pour la propreté et les entretiens mineurs et majeurs.
Il a aussi été rappelé qu'il était essentiel d'avoir un équilibre entre, évidemment, l'utilisation des fonds publics et le maintien de ces gares propres et accueillantes pour les usagers. J'aurais souhaité avoir quelques précisions sur les mesures concrètes qui ont été mises en place pour améliorer la gestion et le contrôle des coûts liés à l'entretien des gares en Belgique et aussi avoir quelques détails sur le dispositif actuel qui est déployé par les équipes sur le terrain au quotidien pour entretenir les gares et voir quelles seraient les évolutions dans le futur pour optimiser toutes ces opérations et les collaborations qui sont mises en œuvre avec, notamment, les autorités locales.
Georges Gilkinet:
La définition des besoins de la SNCB en termes de maintenance fait l'objet d'une programmation sur le long terme via un plan pluriannuel sur 10 ans. Cette vision fait l'objet d'une adaptation et d'une révision annuelle. Les opérations de maintenance sont régies par l'application d'un processus qui définit les rôles et responsabilités de chaque intervenant. Ce processus permet de garantir que l'exécution des opérations de maintenance respecte les règles et procédures.
Les services de la SNCB travaillent en mode d'amélioration continue. Si des besoins d'ajustement sont détectés, ceux-ci sont immédiatement mis en œuvre. Les opérations de maintenance sont soit exécutées via les ressources propres de la SNCB, soit via des contrats de sous-traitance.
Un contrôle systématique de la qualité des prestations est organisé et le résultat de celui-ci est incorporé à la facturation mensuelle. Si des manquements sont détectés, ceux-ci sont communiqués aux prestataires et la SNCB assure le suivi des améliorations visant à lever ces manquements. Des contrôles permettant de mesurer l'efficience des prestations de la SNCB sont également mis en place via des services indépendants.
Voici en tout cas ce que m'a communiqué la SNCB comme projet de réponse à vos questions.
Gilles Foret:
Merci, monsieur le vice-premier ministre pour ces différentes considérations sur les processus. Il serait intéressant de disposer de davantage de détails ou d'ordres de grandeur sur le coût de l'entretien des gares et sur la manière dont on s'y prend. Je pense en effet que les citoyens ne se rendent pas toujours compte de tous ces dispositifs qui sont mis en œuvre. Je reviendrai donc peut-être avec des questions plus précises en la matière afin de pouvoir disposer de ces ordres de grandeur et voir comment on améliore de manière continue les processus pour une qualité d'accueil dans les gares en Belgique.
Het benutten van ongebruikte ruimtes in stations, in het bijzonder in het station Ans
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De SNCB lanceerde een mislukte oproep voor het invullen van 203 m² in station Ans (17.000 reizigers/week) met focus op reizigersgerichte, duurzame activiteiten (fietsenwinkels, afvalbeheer, toegankelijkheid). Criteria omvatten toegevoegde waarde, dienstverlening en duurzaamheidscharters (energiebesparing, inclusie, veiligheid), gekoppeld aan het programma *"La Vie en gare"* om leegstand en onveiligheidsgevoel tegen te gaan. Gilkinet bevestigt dat soortgelijke marktconsultaties (via RFI’s) ook voor andere stations gepland zijn, maar concrete locaties werden niet genoemd. Foret benadrukt het belang van snelle invulling om sociale controle en nuttige diensten voor reizigers te waarborgen.
Gilles Foret:
Monsieur le vice-premier ministre, la SNCB a récemment lancé un appel à projets pour la location des espaces vacants dans la gare d’Ans, un lieu stratégique qui accueille environ 17 000 voyageurs par semaine. Avec ses 203 m² disponibles, la SNCB espère attirer des activités liées aux besoins des voyageurs et apporter une valeur ajoutée à cet espace. Il est évidemment fondamental de promouvoir des initiatives qui dynamisent les infrastructures publiques, tout en garantissant leur accessibilité et leur utilité pour les voyageurs.
Monsieur le vice-premier ministre, mes questions sont les suivantes. Sur quels critères précis, notamment sur le plan de la durabilité et de l'accessibilité, la SNCB s'appuie-t-elle? Envisagez-vous d’étendre ce modèle d’appel à projets à d’autres gares en Belgique et si oui, lesquels?
Georges Gilkinet:
Monsieur Foret, la SNCB utilise les Requests for Information (RFI), si besoin est, dans le but d'étudier et d'identifier le potentiel local d'une gare. De la sorte, il est possible de définir précisément le concept de la future consultation de marché.
S'agissant de la gare d'Ans, un appel à projets a été lancé le 23 septembre dernier et s'est malheureusement clos sans candidat le 1 er décembre. Avec cet appel à projets, la SNCB souhaitait explorer le marché en invitant le public à soumettre des idées intéressantes pour dynamiser le tissu local.
Les critères de ces Requests for Information sont au nombre de trois: la valeur ajoutée par rapport aux concessions éventuelles dans la gare; une activité liée aux voyageurs (par exemple, un magasin de cycles ou de réparation de cycles); une offre adaptée et un service efficace.
Ce type de procédure permet à la SNCB d'organiser ultérieurement une consultation de marché au moyen du concept le plus adéquat pour les navetteurs, la gare ainsi que le quartier. Dans le cadre des consultations de marché, les concessionnaires doivent signer la charte de durabilité et de responsabilité sociétale de la SNCB, reprenant des aspects tels que l'accessibilité des personnes à mobilité réduite, la réduction et le tri des déchets, l'aménagement durable et l'économie circulaire, la réduction des consommations d'eau et électriques. Au moyen du contrat de service public, nous avons encouragé une telle démarche, notamment avec le programme "La Vie en gare", qui permet d'utiliser des espaces disponibles pour créer du mouvement, offrir des services utiles aux voyageurs, mais aussi un meilleur sentiment de sécurité. En effet, nous savons que ce sont les bâtiments inoccupés qui génèrent davantage, et le plus naturellement du monde hélas, un sentiment d'insécurité.
Gilles Foret:
Monsieur le vice-premier ministre, merci pour vos précisions. Espérons que les espaces laissés vacants en gare d'Ans trouveront acquéreur dans les prochains mois et semaines. Il importe en effet de maintenir une activité pour garantir ce contrôle social et atténuer ce sentiment d'insécurité, ainsi que pour apporter évidemment aux voyageurs des services utiles en vue de leur cheminement quotidien ou de loisir.
De verbetering van de reizigersbeleving in de NMBS-treinen
Het verbeteren en optimaliseren van de verbinding met een mobiel netwerk in de treinen
Betere reizigerservaring en mobiele netwerkdekking in treinen
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De SNCB scoort hoog in betrouwbaarheid (12e van 27 Europese spooroperators) maar schort in passagierscomfort, met name door gebrek aan wifi, stopcontacten (deels opgelost in nieuwe M7-treinen) en horeca, volgens een externe studie. Wifi werd afgewezen (€160 mln investering, €13 mln/jaar operationeel) ten voordele van goedkopere windowfilms (€40 mln, €0,4 mln/jaar) die mobiel signaal verbeteren (10-15% sterkere connectie, langere batterijduur), maar afhankelijk blijft van slechte netwerkdekking langs spoorwegen—waar Infrabel en telecomoperators samenwerken (masten op spoorterreinen, antennes in tunnels) om gaten te dichten. Korte afstanden (bv. Brussel-Luik) rechtvaardigen volgens de overheid geen volwaardige horeca, terwijl innovatie (nieuwe treinen, klanttevredenheid) centraal staat in het nieuwe openbaar-dienstcontract. Foret dringt aan op structurele evaluatie via interne SNCB-studies en passagiersfeedback om treinaantrekkelijkheid te vergroten.
Gilles Foret:
Monsieur le vice-premier ministre, un récent classement établi par une organisation internationale place la SNCB parmi les opérateurs ferroviaires les plus fiables. On doit s'en réjouir. Il pointe néanmoins quelques lacunes importantes, notamment sur l'expérience des passagers à bord, que ce soit à propos de l'absence de connexion Wi-Fi, d'un confort jugé insuffisant ou de services à bord limités.
Concernant la connexion, il a été décidé récemment d'abandonner l'idée d'équiper les trains d'une connexion Wi-Fi en raison d'un coût jugé prohibitif. Je pense que c'était 173 millions d'euros. Il a été décidé de plutôt se concentrer sur des adaptations des fenêtres des wagons pour permettre une meilleure connectivité et ainsi proposer quelque chose de moins coûteux et de plus pragmatique.
Même s'il y a en effet un frein dû au vitrage des wagons, il existe aussi un problème de couverture mobile le long des différents chemins ferroviaires. Je voulais savoir s'il existait des collaborations renforcées avec les opérateurs télécom et/ou avec le réseau Infrabel pour permettre une meilleure connectivité de ces différents espaces ferroviaires.
Concernant les autres aspects, je voudrais savoir s'il y a des projets concrets envisagés par la SNCB pour améliorer les expériences des passagers à bord. Je voudrais savoir aussi si on pouvait s'inspirer des meilleures pratiques européennes pour tester certains services à bord.
Georges Gilkinet:
Monsieur Foret, les résultats de cette étude relèvent évidemment de la responsabilité de ses auteurs et dépendent des choix qu'ils ont faits et des critères qu'ils ont utilisés.
À ce sujet, la SNCB me communique quelques réflexions. Selon cette étude, la SNCB occupe la 12 e place parmi 27 opérateurs ferroviaires européens, ce qui pourrait démontrer ses solides performances notamment dans plusieurs domaines clés, tels que le régime d'indemnisation ou la politique cyclable, qui est très appréciée par les auteurs de l'étude.
Cette étude met également en avant certains domaines pouvant être améliorés, comme l'expérience des voyageurs, où la SNCB obtient effectivement un score plus faible en tirant argument notamment de l'absence de connexion Wi-Fi, de l'absence de prises électriques – du moins à bord de certains trains puisque les nouveaux trains en sont équipés – et de service de restauration à bord. Ce sont les critères des auteurs de l'étude.
Il faut replacer cette étude dans le contexte spécifique du réseau belge qui est axé sur des trajets courts avec une fréquence élevée, ce qui diffère des compagnies avec lesquelles il est comparé et qui se concentrent principalement sur les longues distances. Je ne pense pas que nous devions demander à la SNCB de fournir des services de restauration pour des trajets d'une heure ou moins entre Liège et Bruxelles ou entre Bruxelles et Namur.
Comme je l'ai dit, les nouvelles voitures à double étage M7 sont équipées d'au moins une prise pour deux voyageurs, ce qui permettra une nette amélioration sur ce point à l'avenir. Celles-ci sont progressivement mises en service et améliorent fortement la qualité de voyage. Je pense que vous les utilisez également régulièrement.
La SNCB est sur la bonne voie et continue de miser sur l'innovation et la satisfaction des voyageurs. Ce sont des objectifs inscrits dans son nouveau contrat de service public.
Spécifiquement concernant l'utilisation du Wi-Fi, dont on a déjà débattu dans cette commission, je répète que la SNCB a fait le choix d'améliorer le signal des smartphones dans les trains, une piste également soutenue par les experts. Cette méthode consiste à adapter le revêtement des fenêtres pour mieux laisser passer le signal mobile tout en préservant les propriétés thermiques des vitres. Cette technique est moins onéreuse en termes d'investissement et de coûts opérationnels et elle améliore de manière économique la connectivité mobile dans les trains.
Les avantages du décapage pour les voyageurs sont nombreux. Le niveau de signal est augmenté de 10 à 15 %. La durée de vie des batteries des appareils est également prolongée de 10 à 15 %. Il y a une réduction de 10 à 15 % des changements entre antennes-relais et l'envoi des e-mails est accéléré de plus de 15 %. C'est notamment utile si on doit déposer une question parlementaire avant 11 h dans son trajet en train.
Pour illustrer les différences de coûts, les coûts d'investissement estimés pour le Wi-Fi s'élèvent à 160 millions d'euros, contre seulement 40 millions d'euros pour le décapage; les coûts opérationnels sont respectivement de 13 millions d'euros pour le Wi-Fi et seulement 0,4 million d'euros pour le décapage. Il est également important de souligner que l'efficacité des deux technologies dépend fortement de la qualité du signal mobile des opérateurs publics et non publics le long de l'infrastructure ferroviaire. Là où il n'y a pas de couverture mobile, le signal ne sera pas disponible dans le train, qu'il y ait un Wi-Fi ou qu'il n'y en ait pas.
Lorsque ces opérateurs adressent une demande d'assistance à Infrabel, un soutien leur est évidemment apporté, c'est prioritaire. Infrabel aide les opérateurs dans la recherche d'emplacements pour héberger des pylônes sur ses terrains et partage dès lors un tiers de ces pylônes avec les opérateurs de téléphonie mobile. Infrabel apporte aussi son soutien dans le cadre de la réalisation des travaux d'installation des antennes dans les tunnels, dans le respect bien évidemment des règles de sécurité qui encadrent l'activité ferroviaire.
J'allais conclure en disant que c'est une responsabilité partagée avec ma collègue Petra De Sutter. Nous avons fait des appels au marché pour compléter la couverture du réseau ferroviaire. C'est un dossier qui n'est pas encore totalement abouti, qu'il sera utile de continuer à soutenir dans le futur de façon à améliorer la connexion mais avec ce choix clair qui est plutôt de favoriser la connexion au départ des téléphones mobiles des voyageurs qui sont de plus en plus nombreux à en être équipés, surtout s'ils disposent également d'un ordinateur.
Gilles Foret:
Monsieur le vice-premier ministre, merci pour ces différentes précisions. Il est vrai qu'il faut continuer à s'engager dans un processus d'amélioration pour que l'expérience à bord soit optimale et pour permettre de retenir les voyageurs au travers de ce mode de transport, ou d'attirer de nouveaux voyageurs vers l'usage de ce moyen de transport. Nous savons bien que le train est aussi un moyen de se rendre sur son lieu de travail et de travailler en toute quiétude et surtout en toute efficacité. L'appel au marché pour avoir une meilleure couverture est important. Il faudra suivre cela de près. Il s'agissait en effet d'une étude externe mais je suppose qu'il y a aussi des études propres à la SNCB dans le processus d'évaluation interne. Il est aussi important d'avoir des études vis-à-vis des voyageurs de la SNCB dans ce processus d'évaluation et d'amélioration. Je pense qu'il y en a, mais je reviendrai vers vous pour savoir comment ce processus d'évaluation interne s'effectue au sein de la SNCB.
De kosten van de veiligheid in stations en de middelen voor een efficiënte en duurzame aanpak
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om verhoogde veiligheid in Belgische stations, met focus op het nieuwe politiekantoor in Brussel-Zuid, betere verlichting, cameratoezicht en samenwerking tussen SNCB, Securail en politiediensten. Gilkinet benadrukt dat investeringen (o.a. meer Securail-personeel, beelduitwisseling met politie) en lokale aanpak (per station) cruciaal zijn, maar waarschuwt tegen overheveling van Securail naar Binnenlandse Zaken, om de mobiliteitslogica te behouden. Efficiëntie wordt gemeten via incidentenstatistieken, kostenbesparingen (minder vandalisme) en halfjaarlijkse veiligheidsenquêtes, met plannen voor uitrol naar andere grote stations zoals Luik-Guillemins en Antwerpen-Centraal. Foret onderstreept het belang van blijvende optimalisatie en evaluatie, ondanks de hoge kosten, om vertrouwen in het spoorwegnet te behouden.
Gilles Foret:
Monsieur le vice-premier ministre, l'ouverture récente du poste de police à la gare de Bruxelles-Midi marque une avancée significative en matière de sécurité pour les usagers et le personnel. Ce poste, pleinement opérationnel, répond à une demande croissante de visibilité et de réactivité policière dans l'une des principales gares du pays. Parallèlement, des mesures comme l'amélioration de l'éclairage, l'installation de mobilier adapté et la facilitation des échanges d'images entre la SNCB et les services de police montrent une volonté de renforcer la sécurité de manière globale.
La sécurité dans les gares est une priorité absolue pour beaucoup d'entre nous, mais elle doit s'accompagner d'une gestion rigoureuse des moyens alloués et d'une coordination optimale entre les parties prenantes.
Monsieur le vice-premier ministre, quel est le coût annuel global des mesures de sécurité dans les gares belges, et comment ces coûts sont-ils répartis entre la SNCB, les pouvoirs publics et les partenaires locaux?
Quelles mesures sont-elles envisagées pour évaluer l'efficacité des dispositifs de sécurité?
Envisagez-vous une extension des collaborations ou investissements similaires dans d'autres grandes gares belges, comme Liège-Guillemins ou Anvers-Central?
Je vous remercie pour les réponses que vous voudrez bien m'apporter.
Georges Gilkinet:
Monsieur Foret, la sécurité dans et aux abords des gares est effectivement un enjeu primordial, tant pour les voyageurs que pour le personnel. Il ne s'agit pas seulement de prévenir les risques, mais aussi de créer un environnement où chaque voyageur, membre du personnel ou passant se sent respecté et en confiance. Une collaboration efficace entre les différents acteurs assurant cette mission est indispensable.
La SNCB et le gouvernement investissent dans cette sécurité. Je peux vous citer, par exemple, l'augmentation du nombre de membres du personnel de Securail sous cette législature ou le financement, dans le cadre du budget 2024, de l'échange d'images entre la SNCB et les services de la police locale, avec une prise en charge structurelle qui permet d'identifier à distance la gravité d'un problème ou la nécessité d'une intervention.
Pour le reste, ce sont les services de la police locale et/ou fédérale, notamment la police des chemins de fer, dont le nombre de membres a également été augmenté, qui interviennent quand cela se justifie. C'est le cas notamment à la gare de Bruxelles-Midi, où nous avons décidé de réimplanter un commissariat, vu le nombre de voyageurs et le caractère international de la gare.
Pour permettre une bonne coopération, il est essentiel que la SNCB puisse disposer de son propre service de sécurité au sein de ses activités opérationnelles. Je m’adresse aussi à un des partis qui est en train de discuter de la formation d’un gouvernement. J’ai vu la tentation de placer les services de Securail sous la tutelle du ministre de l’Intérieur. Je ne suis pas sûr que ce soit une bonne idée. J’ai plutôt la conviction inverse. Il faut que les services de Securail restent attachés à l’entreprise publique et à une logique de mobilité. Mais nous verrons ce qu’il en advient.
En matière de sécurité, l’efficacité potentielle d’une mesure peut s’apprécier soit en termes d’économies – par exemple en réduisant les incidents de graffitis ou de vandalisme, ce qui diminue les frais de nettoyage, ou encore en limitant le nombre d’agressions envers le personnel, ce qui permet de réduire les coûts liés aux incapacités de travail –, soit en évaluant différents indicateurs, tels que le sentiment de sécurité des voyageurs, ce qui se fait au travers d’enquêtes régulières, tous les six mois; la situation dans les gares et sur les lignes, surveillée en permanence grâce à des rapports d’incidents de sécurité; les concertations avec les services de police, afin d’avoir une image parfaite des problèmes spécifiques; la performance technique d’un outil après son implémentation.
Les différents axes de collaboration visant à lutter contre l’insécurité dans et autour de la gare de Bruxelles-Midi, notamment par le renforcement de la surveillance et de la répression, mais aussi par des mesures préventives, l’amélioration des conditions sociosanitaires, de l’éclairage, de la propreté, et l’adaptation des infrastructures, peuvent également être transposés à d’autres gares du pays confrontées à des phénomènes de société similaires qui peuvent impacter négativement la sécurité, que ce soit à Bruxelles même ou dans d’autres régions que vous avez citées. Je pense que la bonne méthode est la coordination, l’échange et la coopération.
Ces actions s’inscrivent parfaitement dans l’approche intégrale et intégrée de sécurité appliquée par la SNCB. Cette approche repose sur le développement de plans de sécurité adaptés à chaque site, avec l’implication de toutes les parties prenantes en fonction des besoins spécifiques identifiés dans chaque gare.
Gilles Foret:
Monsieur le vice-premier ministre, je vous remercie pour vos réponses. Nous espérons que ces initiatives et cette coordination, qui sont parfois coûteuses mais nécessaires, continueront d’être optimisées et évaluées pour offrir un service de sécurité efficace à nos concitoyens. La sécurité dans les gares reste un facteur essentiel pour attirer et fidéliser les usagers du rail.
De ambities van de NMBS en Infrabel inzake open data bij het spoor
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Belgische spooractoren SNCB en Infrabel zetten sterk in op open data, met concrete stappen zoals real-time reizigersinformatie (SNCB) en een dedicated platform met 100+ datasets (Infrabel) onder EU-conforme licenties (Creative Commons 0). Beide voldoen aan toegankelijkheid, hergebruik en interoperabiliteit, met strikt toezicht op privacy (geen persoonsgegevens) en kwaliteitsborging, maar sommige lokale datastromen (bv. Luiks voorstadsverkeer) werden stopgezet ondanks eerdere samenwerkingen. Gilkinet benadrukt de 700+ actieve open-data-contracten (SNCB) en toekomstige standaardisatie (DCAT-AP bij Infrabel), terwijl Foret pleit voor herstel van lokale datadeling om stedelijke mobiliteitsmonitoring (bv. City Pass) te verstevigen, mits garanties voor anonymisering en commerciële belangen.
Gilles Foret:
Monsieur le vice-premier ministre, l' open data ou données ouvertes, est un levier essentiel pour améliorer la transparence, l'innovation et la collaboration entre acteurs publics et privés. Bien que la Belgique ait progressé dans ce domaine, son classement reste modeste à l'échelle internationale: elle se positionne 22 ᵉ avec un score de 56 % selon l'Open Data Index. Le secteur ferroviaire, avec des acteurs majeurs comme la SNCB et Infrabel, représente une opportunité stratégique pour développer davantage cette pratique et favoriser une meilleure utilisation des données, notamment pour améliorer les services aux usagers.
L' open data est un outil fondamental pour optimiser la gestion publique, stimuler l'innovation et rendre les données ferroviaires accessibles pour répondre aux attentes des citoyens et des entreprises.
Monsieur le vice-premier ministre, mes questions sont les suivantes. Quels efforts spécifiques sont-ils actuellement déployés par la SNCB et Infrabel pour rendre accessibles leurs données, et dans quelle mesure ces initiatives répondent-elles aux principes de l' open data (accessibilité, réutilisation, participation)?
Existe-t-il une feuille de route pour renforcer l'ouverture des données ferroviaires en Belgique, et comment comptez-vous aligner ces ambitions avec les bonnes pratiques européennes et les directives de l'Union européenne? D'avance, merci.
Georges Gilkinet:
J'ai l'impression, monsieur Foret, que nous ne sommes pas mauvais en matière d' open data au niveau de nos entreprises ferroviaires. De gros progrès ont été réalisés en la matière. C'est plus qu'une impression, c'est une conviction. C'est ce que la SNCB et Infrabel me communiquent en réponse à vos questions.
La SNCB facilite le shift modal et, à cet effet, continuera à améliorer les informations aux voyageurs en temps réel, tant avant le voyage qu'au cours de celui-ci, en tenant compte des besoins des clients. La SNCB veille à une amélioration de la cohérence et de la qualité des informations aux voyageurs, y compris des informations relatives aux autres modes de transport pour les trajets d'approche ou de correspondance, ainsi que des informations personnalisées grâce à une combinaison de projets de digitalisation et d'innovation. Quand on consulte l'application de la SNCB pour prendre son train et vérifier qu'il est à l'heure, on a aussi accès à la composition de ce train, pour savoir où se trouve l'accès facilité, l'emplacement vélos ou d'autres choses. Je pense que c'est appréciable. La SNCB améliore ses informations aux voyageurs en temps réel et partage ses données conformément à la législation nationale et européenne en matière de données ouvertes, y compris pour ce qui concerne le format numérique.
En termes de confidentialité, il n'est en principe jamais prévu que les données ouvertes contiennent des données à caractère personnel. Depuis 2017, pour la mise à disposition des données ouvertes, la SNCB utilise des fonctionnalités standard du format GTFS.
Toutes les informations relatives aux données partagées par la SNCB, la description des services et la procédure à suivre pour accéder aux données sont décrites sur le site web de la SNCB.
À la date du 31 décembre 2024, la SNCB a signé plus de 700 contrats open data avec des tiers, que ce soient des entreprises, des start-up, des universités, des instituts de recherche ou des particuliers. Elle reçoit en moyenne une quarantaine de demandes de contrat open data par mois, qui sont approuvées le jour même.
Depuis 2019, Infrabel a déployé une plateforme dédiée open data répondant à la directive (UE) 2019/1024 et au règlement délégué (UE) 2017/1926 supplémentant la directive 2010/40/UE. Y sont publiés une centaine d'ensembles de données et entrées aux différentes activités opérationnelles d'Infrabel incluant, sans s'y limiter, la description physique géolocalisée de l'infrastructure ferroviaire; des données brutes; statistiques et rapports de ponctualité; des chiffres clés sur les ressources humaines de l'entreprise; les rapports financiers ou encore les offres d'emploi géolocalisées de la société. Cette plateforme est disponible en trois langues via l'adresse Accueil > infrabel > opendata.
Toutes les données sont publiées en adéquation avec les grands principes de l' open data . Accessibilité et accès: les données sont facilement disponibles en ligne via le portail dédié, sous une forme pratique. Réutilisation et redistribution: les données sont publiées sous licence Creative Commons 0, donnant à toute personne le droit d'utiliser, modifier, combiner et distribuer l'œuvre sans aucune restriction, même à des fins commerciales, sans avoir à demander la permission ou à donner crédit à l'auteur. Les utilisateurs sont cependant encouragés à faire part à l'équipe open data d'Infrabel de leur réutilisation en les publiant sur une page dédiée. Troisième élément, la disponibilité pour tous: des jeux de données ouverts sont accessibles à tous, qu'il s'agisse d'entreprises du secteur privé, de particuliers, de chercheurs ou d'organismes publics.
En ce qui concerne Infrabel, la feuille de route consiste en l'étude des demandes des utilisateurs ou des suggestions des collaborateurs en vue de la mise à disposition de nouveaux ensembles de données pertinents. Infrabel reste également attentif aux évolutions sociétales, technologiques et légales afin de pérenniser son approche pionnière de l' open data en Belgique. Dans cette optique, l'équipe open data d'Infrabel participe activement au point d'accès national belge pour les systèmes de transport intelligents tel que prévu par la directive 2010/40/UE.
Le projet open data et le processus de publication de nouveaux ensembles de données par Infrabel sont régis par une stricte gouvernance interne. À chaque étape du processus de validation, les différentes parties prenantes sont impliquées afin de s'assurer que les données envisagées pour publication sont suffisamment qualitatives, qu'elles ne menacent pas l'intégrité du réseau ferroviaire, qu'elles ne mettent pas en péril les relations commerciales d'Infrabel avec ses clients et autres parties prenantes ou encore qu'elles ne contreviennent à aucune loi belge ou directive européenne comme le RGPD.
Enfin, bien que les données soient déjà publiées sous forme machine-readable , Infrabel a pour ambition d'implémenter les standards de métadonnées tels que le Data Catalog Vocabulary - Application Profile (DCAT-AP), afin de les rendre davantage interopérables.
Gilles Foret:
Merci. Les améliorations de la politique d' open data de la SNCB ou d'Infrabel sont une évidence. Nous l'avons constaté ces dernières années en tant que passagers. Il y a par contre quelques données qui étaient partagées auparavant et qui ne le sont plus, notamment avec les pouvoirs locaux. Concernant la réalité du trafic suburbain, par exemple, nous n'avons plus la possibilité d'alimenter le monitoring du transport suburbain en région liégeoise. Je le regrette, parce qu'il y avait une bonne dynamique qui était en place, qui permettait justement de montrer l'intérêt de ces collaborations, de suivre l'évolution et de rendre cette réalité concrète grâce aux chiffres. Je voudrais savoir comment ces échanges de données pourraient être réinstaurés, en restant dans le cadre de l' open data , avec toutes les considérations d'usage que vous avez données quant à l'anonymisation et au caractère confidentiel. Je pense que nous y gagnerons tous, entre autres dans le cadre des City Pass pour les grandes villes.
Spoorlijn 20
Spoorlijn 20
Spoorwegverbindingen en trajecten
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De heropening van spoorlijn 20 (Hasselt-Maastricht) botst op structurele obstakels: de nakende sloop van de Nederlandse Maasbrug (om veiligheids- en vaarredenen) en eerdere Vlaamse beslissingen om de lijn buiten dienst te stellen (onder Weyts/Bellot) ten voordele van alternatieven zoals de trambus. Minister Gilkinet benadrukt dat heractivering een complex, omvangrijk project vereist—inclusief het terugdraaien van Vlaamse en Nederlandse ontmantelingsbeslissingen—maar zijn invloed is beperkt door voorgaande politieke keuzes en Nederlandse autonomie in het brugdossier. Ondanks intentieverklaringen voor grensoverschrijdend spoorverkeer (o.a. Luik-Maastricht-Aken) en parlementaire druk van oppositie (Troosters) om de lijn te redden, ontbreekt nu zowel politieke als operationele draagvlak om de sloop tegen te houden of de spoorbedding te herstellen. Samenwerking tussen Vlaanderen, Wallonië en Nederland blijft cruciaal, maar concrete stappen zijn vooralsnog afhankelijk van politieke wil en prioritering.
Alain Yzermans:
Mijnheer de minister, het reactiveren van lijn 20 is belangrijk voor de provincie Limburg, in de eerste plaats omdat de lijn voor de mobiliteit een onmisbare schakel in de Vlaamse en euregionale as Gent-Antwerpen-Hasselt is. Daarnaast is de lijn belangrijk voor de economische ontsluiting. Doordat de lijn bovendien drie landen met elkaar verbindt, is er ook een internationaal aspect. De ontsluiting van de provincie voor vervoer per spoor tussen Luik, Maastricht en Aken vormt dus een belangrijke uitdaging voor onze provincie.
Er staan echter nog steeds obstakels in de weg. Zo is er de nakende beslissing van de Nederlandse overheid om de spoorbrug te Maastricht te slopen en te vervangen door een fietsbrug. Dat betekent niet alleen de vernietiging van kapitaal, maar daarmee verdwijnt er ook een belangrijk strategisch punt waardoor lijn 20 nadien onmogelijk wordt. Er moet dus alles op alles worden gezet om dat te voorkomen. Dat de lijn 20 op de netkaarten is geschrapt, roept ook vragen op.
Om de lijn te heropenen, moet er een stuk spoor van ongeveer 14 kilometer weer in werking worden gesteld. In werkelijkheid gaat het om 9 kilometer, omdat het laatste gedeelte al vernieuwd is en dus maar kleine aanpassingen vergt. Enkel nog een missing link tussen Beverst en Lanaken in Limburg moet worden weggewerkt.
Mijnheer de minister, hoe zult u de Nederlandse autoriteiten ervan overtuigen om de spoorbrug niet te slopen in het belang van lijn 20?
Welke stappen zet u als minister van Mobiliteit om die oude spoorlijn weer op de netkaart en figuurlijk op de kaart te zetten?
Wat is uw visie op de verbetering van de spoorwegverbindingen tussen Vlaanderen en de buurlanden? Is er ruimte om via die connectie het drielandenvervoer een extra dimensie te geven?
Frank Troosters:
Spoorlijn 20 is een belangrijke verbinding tussen de regio's Brussel, Leuven, Antwerpen en Hasselt en Maastricht, tussen Vlaanderen en Nederland, des te meer omdat Maastricht uitgebouwd wordt tot een internationaal knooppunt in Nederland. Vanuit Maastricht is er een aansluiting met de belangrijke Euregio Maas-Rijn. Helaas kozen Vlaamse politici er in het verleden voor om de verbinding met het Nederlandse Maastricht met eerst een onrendabele sneltram en vervolgens een trambus te organiseren in plaats van te kiezen voor de voor de hand liggende en veel goedkopere renovatie van spoorlijn 20.
Ik brak hier in de commissie in het verleden reeds meermaals een lans voor het herstel en het opnieuw in gebruik nemen van spoorlijn 20. Eveneens drong ik meermaals aan op wat ik toen bewarende maatregelen noemde om de mogelijke afbraak van de oude Maasbrug aan Nederlandse zijde te voorkomen. Ik wees ook meermaals op het grote strategische belang van de brug, teneinde Vlaanderen en Limburg voor de catastrofale gevolgen van een afbraak te behoeden.
Mijnheer de minister, welke acties hebt u sinds mijn heel recente vorige pleidooi van december 2024 ondernomen om uw Nederlandse collega’s te overtuigen niet tot de sloop van de Maasbrug over te gaan? Welk resultaat hadden die acties?
Hebt u over het opnieuw onderhouden en dus op de officiële netkaart zetten van het geschrapte gedeelte van spoorlijn 20 nog een onderhoud gehad met de spoorbedrijven? Zo ja, wat was het resultaat van dat onderhoud? Zo neen, waarom hebt u dat niet gedaan?
Georges Gilkinet:
Collega’s, u hebt het zelf al in uw vraag aangehaald. Het reactiveren van de spoorverbinding Hasselt-Bilzen-Lanaken-Maastricht gaat verder dan het punt van het al dan niet slopen van een Nederlandse brug in Maastricht. Eigenlijk zijn er vier lijndelen: de bestaande spoorlijn tot in Beverst, het opgebroken stuk van de verbinding tussen de vertakking Beverst en Lanaken, het deel tussen Lanaken en de Belgisch-Nederlandse grens en het deel tussen de Belgisch-Nederlandse grens en Maastricht. De brug bevindt zich op het laatste spoordeel, op Nederlands grondgebied.
Voor wat betreft de delen tussen Beverst en Lanaken en Lanaken en de Nederlandse grens, heeft de toenmalige Vlaamse minister Weyts erop aangedrongen bij mijn voorganger, minister Bellot, om de bedding van de lijn ter beschikking te stellen van Vlaanderen voor de bouw van het Spartacusproject. Hij drong daarbij erg aan op het buiten dienst stellen van de spoorlijn tussen de terminal en Lanaken en Lanaken en de grens. Dat zelfs in de wetenschap dat Vlaanderen een paar jaar voordien een aanzienlijk budget had geïnvesteerd in het opnieuw openen van de lijn. Ik kan u de briefwisseling daarover laten bezorgen, indien u dat wenst.
Na die vraag van minister Weyts heeft Infrabel de verschillende actoren in het dossier geraadpleegd en bleek de lijn " niet langer opportuun" . Infrabel heeft in dat verband in juni 2020, na de beslissing van zijn raad van bestuur in mei 2020, de vraag gesteld aan de toenmalige voogdijminister, de heer Bellot, om de lijn buiten dienst te mogen stellen. Op basis van een advies van zijn administratie heeft de minister dan aan Infrabel de toelating gegeven om de lijn effectief buiten dienst te stellen. Alle adviezen daaromtrent werden gegeven vóór de huidige legislatuur. Ook daarover kan ik u de correspondentie bezorgen.
Het is dus niet correct te zeggen of te schrijven dat ik de toelating voor de ontmanteling heb gegeven, zoals ik heb gelezen in Het Belang van Limburg . Ondertussen werd ook aan Nederlandse kant de spoorinfrastructuur buiten dienst gesteld en liep het debat over de sloop van de brug. Na intern Nederlands overleg en het vrijmaken van de budgetten werd in Nederland besloten om tot de sloop over te gaan. De argumenten die men in Nederland aanhaalt, zijn de veiligheid van het vaarverkeer en het feit dat het waterniveau na de verwijdering van de brug tot 5 centimeter kan dalen, wat een enorm verschil kan maken.
Zoals ik in november 2024 in deze commissie ook al heb aangegeven, ben ik de grootste voorstander van meer en betere treinverbindingen, ook grensoverschrijdende verbindingen. Ik verwijs daartoe naar de intentieverklaring die ik in april 2022 heb ondertekend met toenmalig Nederlands staatssecretaris Vivianne Heijnen in Maastricht en waarin onder andere afspraken werden gemaakt over de grensoverschrijdende spoordossiers, de drielandentrein Luik-Maastricht-Aken, de verbetering van de verbinding Antwerpen-Rozendaal, vervolgstappen inzake de verbinding Hamont-Weert na de elektrificatie tot Hamont, een verkennend onderzoek naar de verbinding Amsterdam-Brussel, de uitrol van ERTMS-ETCS en het op elkaar afstemmen van de projecten aan de grensovergangen.
Wat een verbinding per spoor tussen Hasselt en Maastricht betreft, is het dus zo dat het dossier breder is dan de sloop van de brug alleen. Het behelst het terugdraaien van een reeks genomen beslissingen in België, het opnieuw vrijgeven van de spoorbedding door Vlaanderen enzovoort. Met andere woorden, het opstarten van een nieuw, omvangrijk project dat breder gaat dan het al dan niet slopen van een brug in Maastricht.
De Nederlandse beslissing om de infrastructuur buiten dienst te stellen en nu ook, gelet op de veiligheidsrisico's, over te gaan tot het slopen van de brug, ligt helemaal in het kamp van Nederland.
Vanzelfsprekend ben ik steeds bereid tot het einde de zaken te doen bewegen indien het gaat over factoren waarop ik invloed heb of kan hebben, maar in dit geval zijn er heel wat factoren waar ik geen invloed op heb, door oude beslissingen die genomen zijn door de vorige regering, maar ook door andere elementen.
Alain Yzermans:
Ten eerste, ik ben verheugd dat u ook pleit voor internationale verbindingen en voor belangrijke ontsluitingen over de grens heen.
Ten tweede, ik ben geïnteresseerd in die brieven. Ook gezien het belang ervan voor Antwerpen en ook voor Leuven, meen ik dat de spoorverbinding naar Hasselt en Maastricht opnieuw attentie verdient op de prioriteitenlijst.
Laten we daar dus verder samen aan werken.
Frank Troosters:
Zelf ben ik een beetje verbaasd over het discours dat ik hier vandaag hoor. Het is correct, mijnheer de minister, dat dit het resultaat is van beslissingen die in het verleden genomen zijn. Er zijn in het verleden beslissingen genomen door allerlei Vlaamse partijen om een alternatief project op te starten met een sneltram of een trambus. Dan is het niet verbazend dat men op zeker moment bij Infrabel zegt: als dat spoor toch niet meer gebruikt wordt, onderhouden wij geen sporen meer die toch niet bereden worden, maar investeren wij in sporen die wel bereden worden. Dan ziet men vanuit Nederland dat men daar toch niet meer op zal rijden, want men onderhoudt het spoor zelfs niet meer. Daar komt geen trein meer en er zijn mogelijk andere projecten aan Nederlandse zijde waarvoor de Maasbrug misschien afgebroken moet worden. Dat is eigenlijk allemaal een gevolg van de besluitvorming die eerder hier bij ons heeft plaatsgevonden. Ik heb het al meermaals aangekaart. Ik heb daar mondelinge vragen over gesteld en schriftelijke vragen. Ik heb aanbevelingen ingediend. Wij hebben in de vorige legislatuur ter zake een wetgevend initiatief ingediend in de commissie voor Mobiliteit, dat door diezelfde Vlaamse partijen weggestemd werd. Men wou daar niet van weten. Wij hebben gevochten op leven en dood voor een hoorzitting over die spoorlijn 20. Die mocht er echter niet komen. Vervolgens heb ik u over de Maasbrug geïnterpelleerd en ik heb er een motie over ingediend, maar ook die werd door al die partijen weggestemd. Ik ben dus een beetje verbaasd over het discours van vandaag, maar ik kan dat alleen maar toejuichen. Wij zijn absoluut bereid om samen te werken om die spoorlijn 20 te herstellen en opnieuw in gebruik te nemen. Dat is immers enorm belangrijk. Wij zullen daarvoor op heel korte termijn een wetgevend initiatief nemen in de commissie voor Mobiliteit en ik hoop dat dat dan de nodige steun zal krijgen.
De toegankelijkheid van de treinen en een gegarandeerde inclusieve mobiliteit voor allen
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De accessibiliteit van Belgische treinstations (nu slechts 5%) blijft een kritiek punt, ondanks beperkte vooruitgang. Vicepremier Gilkinet belooft 176 stations (30%) autonomie-toegankelijk tegen 2032 (via geïnvesteerd nieuw materieel *M7*, hogere perrons en digitale hulp zoals *SNCB Assist* met kortere reserveringstijden), maar erkent dat 25% van de reizigers nog steeds onvoldoende bediend zal worden. Naast infrastructuur benadrukt hij inclusieve dienstverlening (training personeel, betere communicatie) en een vernieuwd nationaal toegankelijkheidsplan. Foret dringt aan op snelle uitvoering, wijzend op de wettelijke plicht en gelijkheidsprincipe voor *allen*, niet enkel PMR.
Gilles Foret:
Monsieur le vice-premier ministre, l'accessibilité des gares et des trains en Belgique reste un enjeu crucial pour garantir une mobilité réellement inclusive. Selon les données les plus récentes, seules 28 gares sur 555 sont aujourd'hui intégralement accessibles et offrent une assistance aux personnes à mobilité réduite, soit à peine 5 % des gares. Bien que des efforts aient été réalisés, notamment avec une augmentation du nombre de gares en accessibilité intégrale, ces progrès demeurent insuffisants pour répondre aux besoins des usagers PMR.
Quelles mesures concrètes sont envisagées pour étendre l'assistance PMR sur les autres gares belges et un calendrier est-il prévu pour améliorer cette accessibilité tant des gares que du matériel roulant?
Georges Gilkinet:
Monsieur Foret, je tiens à rappeler l'importance cruciale de l'accessibilité autonome dans le transport ferroviaire, particulièrement pour les personnes à mobilité réduite, mais aussi pour les jeunes parents et les personnes malades ou momentanément plâtrées. La SNCB, dans le cadre de son contrat de service public pour la période 2023-2032, a pris des engagements ambitieux pour rendre les voyages en train plus simples, plus confortables et véritablement inclusifs.
C'était un de nos objectifs importants dans la négociation du contrat de service public. L'objectif est clair: permettre à un plus grand nombre de citoyens et de citoyennes de voyager de manière autonome. À cet effet, des investissements significatifs ont été réalisés, notamment dans le matériel roulant avec le nouveau matériel M7 dont la deuxième partie du contrat prévoit des voitures entièrement accessibles, ainsi que dans la modernisation et le relèvement des quais et la modernisation du matériel existant.
Ces efforts ont pour objectif de permettre d'ici 2032 de porter à 176 le nombre de gares accessibles de manière autonome, une augmentation impressionnante de 80 % par rapport à 2023, qui touchera trois quarts des voyageurs, ce qui veut dire qu'il restera des points d'arrêt qui sont insuffisants en termes d'accessibilité. Pour y arriver, il faudra aussi que l'on maintienne la trajectoire d'investissement que nous avons déterminée. C'est un nouveau message envoyé vers un des partis négociateurs d'un potentiel futur accord de majorité.
Par ailleurs, le service d'assistance sera amélioré, avec une réduction des délais de réservation à seulement une heure dans certaines gares et le développement de solutions innovantes, telles que l'application SNCB Assist par laquelle on peut réserver un trajet dans des délais raccourcis.
L'accessibilité ne se limite pas à l'adaptation physique des infrastructures, c'est également une question d'accueil et de respect. La formation des collaborateurs de la SNCB à des services inclusifs et une meilleure communication jouent un rôle essentiel dans cette optique. Nous voulons que chaque voyageur, quel que soit son profil, se sente non seulement pris en charge, mais également valorisé.
Enfin, le SPF Mobilité travaille à une mise à jour du plan national de mise en œuvre d'accessibilité qui offrira un aperçu détaillé de tous ses efforts et des avancées réalisées. Permettez-moi de réaffirmer que la mobilité inclusive est une priorité. Non seulement elle répond à un impératif sociétal, mais elle contribuera aussi à la transition vers des modes de transport plus respectueux de l'environnement et plus agréables.
C'est ensemble, en prenant en compte chaque citoyenne, chaque citoyen, que nous pourrons atteindre nos ambitions pour cette mobilité libérée.
Gilles Foret:
Merci, monsieur le vice-premier ministre pour vos réponses. Nous espérons en effet que ces mesures ambitieuses seront mises en œuvre rapidement pour garantir que chaque citoyen, quelle que soit sa mobilité, puisse profiter pleinement des infrastructures ferroviaires. Une accessibilité intégrale et une assistance généralisée dans les gares ne sont pas seulement des obligations légales, mais également une question de respect et d'égalité pour tous les usagers.
Het verbeteren van de afvalscheiding in stations
De afvalscheiding in de stations
Afvalscheiding in stations optimaliseren
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De SNCB heeft afvalscheiding in 100 drukste stations (van 555) geïmplementeerd (90% van het totale afvalvolume), met uitbreiding naar alle stations tegen 2032, maar regionale kleurverschillen in zakken bemoeilijken uniformiteit, terwijl 50% van het afval afkomstig is van concessies (vervuilt data). Controles gebeuren visueel door ophaalteams en via steekproeven (bv. studie in Gent, Brussel-Noord, Charleroi), maar precieze vergelijkingscijfers ontbreken door eerdere schattingsmethodes, terwijl sensibilisering (affichecampagnes, samenwerking met Fost Plus) en interne communicatie worden opgedreven om foutief sorteren tegen te gaan. Foret benadrukt het risico op gebruikersfrustratie door slechte ervaringen en pleit voor transparantere rapportage en blijvende harmonisatie-inspanningen.
Gilles Foret:
Monsieur le vice-premier ministre, la SNCB a fait du tri des déchets un axe majeur de sa stratégie de durabilité. Des poubelles spécifiques à quatre ou cinq compartiments sont désormais installées dans de nombreuses gares du pays – 70, je pense – accueillant plus de 10 000 voyageurs, permettant ainsi de séparer les différents matériaux. Cependant, plusieurs témoignages, dont un repris hier dans un journal liégeois, remettent en question la bonne exécution de la gestion quotidienne du tri, bien que ces affirmations aient déjà été récusées par la SNCB.
Monsieur le vice-premier ministre, quid des codes couleurs, qui varient d'une Région à l'autre et d'une ville à l'autre? Quelles sont les contrôles effectués pour garantir la qualité et l'efficacité du tri? Comment le dispositif est-il évalué? Enfin, plus en amont du processus, quelles campagnes de sensibilisation la SNCB entend-elle programmer à destination des citoyens qui fréquentent nos gares?
Georges Gilkinet:
Monsieur Foret, je vous remercie pour vos questions relatives au tri des déchets dans les gares. Je suis ravi que vous vous intéressiez à un sujet aussi important et j'espère que toutes les questions ayant trait à l'environnement ne seront pas mises de côté par le futur gouvernement.
Pour répondre précisément à votre question sur l'impact de la campagne de 2020, la SNCB me communique qu'il est très difficile d'établir des comparaisons. Néanmoins, je vous transmettrai par écrit des tableaux qui reprennent les chiffres qui étaient disponibles en 2018, en comparaison avec ceux de 2023.
En 2018, le tri sélectif avait lieu dans 21 gares. En 2023, il s'appliquait dans 84 gares. En janvier de cette année, il est organisé dans 100 gares – qui sont les plus fréquentées du pays –, à savoir 20 gares L (large) et 80 gares M (médium).
Actuellement, les poids sont mesurés par les prestataires de notre contrat-cadre déchets. En 2018, seule une partie de la production était pesée. La majorité des conteneurs sur roue ne l'était pas. Les volumes collectés étaient disponibles. Une conversion des volumes en poids était estimée. Les statistiques sont meilleures aujourd'hui mais on ne dispose donc pas d'éléments de comparaison suffisamment précis. Ce sera davantage le cas dans le futur.
Par ailleurs, la production de déchets de nombreuses concessions est déposée dans les conteneurs SNCB, ce qui peut fausser les données. On estime que près de 50 % de la production totale des gares L et M est issue de ces concessions. La qualité du reporting est en augmentation continue, comme je l'ai dit.
La SNCB a développé une classification des gares sur base des chiffres de fréquentation hebdomadaires. Il y a 20 gares L, 80 gares M et 455 gares S qui sont de simples points d'arrêt.
En 2025, le tri sélectif est possible dans les 100 gares les plus fréquentées, comme déjà dit. Ces gares représentent plus de 90 % du poids de la production totale des 55 gares SNCB. Le contrat de service public fixe à la SNCB l'objectif d'étendre le tri sélectif à l'ensemble des gares d'ici la fin de contrat, soit 2032.
Des évaluations sont toujours en cours afin de déterminer la stratégie à adopter en matière de gestion des déchets issus des gares S, qui sont plus nombreuses mais qui représentent une proportion moindre de la production annuelle de déchets.
Ce sont les équipes en charge de la collecte des sacs de déchets qui effectuent le contrôle visuel du contenu des sacs afin de juger de la qualité du tri réalisé par le public. Ponctuellement, d'autres équipes effectuent un contrôle de la qualité du tri. Des tests plus détaillés ont également été menés en 2024. En collaboration avec le prestataire du contrat-cadre déchets, une étude de caractérisation des déchets résiduels de trois gares L du pays (Gent-Sint-Pieters, Bruxelles-Nord et Charleroi-Central) a également été menée afin de documenter le contenu de cette fraction, mais aussi d'évaluer la qualité du tri.
Le problème du respect des règles en matière de tri de déchets dans le domaine public est complexe. La SNCB étudie la question de près et cherche des solutions pour améliorer la qualité du tri. Des discussions sont également en cours avec Fost Plus afin d'organiser des événements ponctuels en gare pour rappeler les consignes en matière de tri des PMC.
La SNCB envisage bien de renforcer la sensibilisation sur le tri sélectif envers les voyageurs. Comme je viens de le dire, des discussions sont en cours avec Fost Plus pour organiser des événements de sensibilisation. Au niveau du personnel, la problématique des déchets constitue un des éléments sur lesquels la communication interne se fait régulièrement, avec un plan dédié. Les actions de communication se font essentiellement par différents canaux digitaux, mais aussi des affiches physiques et des articles dans le magazine du personnel.
En 2024, de nouvelles affiches consacrées au tri des déchets ont été produites avec un focus sur les déchets faisant l’objet d’erreurs de tri fréquentes. Une mise à jour et un rappel des consignes de tri a aussi été diffusé.
En ce qui concerne vos questions sur les sacs poubelles, la SNCB étant active sur tout le territoire belge, les couleurs de sac diffèrent d’une Région à l’autre, voire d’une commune à l’autre. Une harmonisation des sacs par commune n’est pas facilement envisageable. J’aimerais bien, mais je n’ai pas de pouvoir sur les communes ou les Régions.
Par ailleurs, un nombre significatif d’usagers du train voyagent entre les différentes Régions du pays. Nous avons même des lignes qui traversent le pays en passant d’une Région à l’autre.
Enfin, les couleurs varient également d’un État membre à l’autre, alors que les grandes gares drainent un flux de plus en plus important de voyageurs internationaux.
Des poubelles sélectives sont présentes dans les 100 gares les plus fréquentées du pays. Je pense que c’est la troisième fois que je le dis. Le tri des fractions PMC, papier carton et déchets résiduels est possible. Chaque fraction dispose de son propre sac coloré.
La fréquence des tournées, deux fois par jour par exemple à Bruxelles-Midi, et le devenir des sacs varient d’une gare à l’autre. D’une manière générale, les sacs pleins sont ramassés par les sociétés de nettoyage et remplacés par des sacs vides. Les sacs de déchets sont ensuite transportés jusqu’au parc à conteneurs SNCB avant d’être entreposés dans le conteneur dédié.
En plus du contrat-cadre de nettoyage, la SNCB dispose aussi d’un contrat-cadre déchets, avec des professionnels agréés enregistrés du secteur. Ces firmes mettent à disposition de la SNCB des conteneurs qui servent donc à évacuer les sacs de déchets collectés en gare. Périodiquement ou à la demande, les conteneurs sont vidés et remplacés et les sacs sont transportés par les firmes contractées jusqu’à la destination de leur choix, en fonction du type de déchet.
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, je ne peux qu'être heureux de la précision de la réponse en tant qu'échevin de la Propreté dans ma commune. Il est également rassurant d'entendre que l'on remplace les sacs pleins par des sacs vides. Merci de nous le confirmer. Je voulais simplement insister sur l'importance du reporting et de l'objectivation du dispositif. Il est important qu'un sentiment d'inutilité ne se propage pas au sein des utilisateurs des gares par des expériences malheureuses ou des témoignages qui font que l'on met tout, finalement, dans le même panier. Pour le reste, il faut continuer à harmoniser les dispositifs et à sensibiliser. C'est un travail de tous les jours. J'y serai attentif au niveau communal mais aussi au niveau de la commission de la Mobilité.
De daklozen in stations
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om daklozen rond treinstations, waar sociale noden (digniteit, opvang) botsen met veiligheids- en comfortzorgen van reizigers. Vice-premier Gilkinet benadrukt een geïntegreerde aanpak: SNCB werkt samen met lokale actoren (o.a. via *Security Operation Prevention*-teams die daklozen doorverwijzen), versterkt schoonmaak/veiligheid (bv. alcoholverbod in Brussel-Zuid) en houdt stations bij extreme kou open, maar wijst op de beperkte bevoegdheid van SNCB – structurele oplossingen vereisen overheidsbrede coördinatie. Foret sluit af met de noodzaak van blijvende samenwerking tussen overheden, spoorbeheer en sociale organisaties voor concrete resultaten.
Gilles Foret:
Monsieur le vice-premier ministre, la présence de sans-abri autour des gares reste une problématique préoccupante, particulièrement visible dans les grandes gares du pays. Cette situation soulève des enjeux complexes: d'une part, la nécessité de garantir la dignité et l'accompagnement des personnes sans abri et, d'autre part, les attentes des voyageurs qui expriment des préoccupations croissantes liées à l'hygiène, à l'insécurité et au confort des espaces publics. Si les gares sont des lieux de transit essentiels, elles sont aussi des espaces de vie qui doivent rester accueillants pour tous.
Il est indispensable d'adopter une approche équilibrée et concertée, mêlant action sociale et gestion de l'espace public, pour répondre à cette problématique. Les gares doivent être des lieux sûrs et fonctionnels, tout en respectant les valeurs humaines et les besoins des populations en situation de précarité.
Monsieur le vice-premier ministre, quelles actions concrètes le gouvernement, en collaboration avec la SNCB et les autorités locales, entend-il mettre en place pour améliorer les conditions de vie des sans-abri, tout en garantissant la sécurité et le confort des usagers dans et aux abords des gares?
Existe-t-il des programmes spécifiques ou des collaborations avec des associations pour fournir un hébergement ou un accompagnement à ces personnes en détresse autour des gares?
Comment la SNCB et les autorités locales prévoient-elles de mieux gérer l'espace public autour des gares pour concilier les attentes des voyageurs et les impératifs sociaux?
Georges Gilkinet:
Monsieur Foret, la présence de sans-abri au sein ou autour de nos gares, et dans notre société en général, dépasse les seules compétences de la SNCB. Combattre ce phénomène nécessite une approche globale et coordonnée, tenant compte des défis sécuritaires et sociaux qu'il suscite, et qui implique l'ensemble des parties prenantes concernées.
Même si ce n'est pas son rôle principal, la SNCB apporte sa pierre à l'édifice en la matière, notamment en laissant par grand froid des gares ouvertes et accessibles à Bruxelles ou à Liège.
Dans l'optique de la prise en compte de ce phénomène du sans-abrisme, la SNCB développe des plans de sécurité intégrés basés sur une collaboration multidisciplinaire et une coordination entre les différents niveaux de compétence. Ces plans d'action adaptés aux enjeux spécifiques de chaque site reposent sur une combinaison de mesures ciblées. Cela se traduit concrètement par des mesures physiques visant à améliorer l'environnement des gares, telles qu'un renforcement de la fréquence de nettoyage, ainsi que des interventions ayant un impact sur les comportements de façon générale; une approche sociale reposant sur l'implication de tous les acteurs locaux qui disposent d'une connaissance approfondie des situations spécifiques vécues par les personnes vulnérables que sont les sans-abri; des mesures légales, à l'instar de celles mises en place à la gare de Bruxelles-Midi, comme l'interdiction de la consommation d'alcool en dehors des établissements horeca; une collaboration engageant concrètement tous les partenaires au partage de leurs données, la réalisation d'actions coordonnées et des consultations régulières pour assurer une réponse commune et efficace. Il s'agit notamment de ce que nous avons mis en œuvre au niveau de la gare de Bruxelles-Midi, en mettant autour de la table l'ensemble des interlocuteurs concernés, y compris du niveau régional.
Ces dernières années, la SNCB a développé la fonction de Security Operation Prevention (SOP). C'est un expert de terrain qui intervient directement dans les gares en allant à la rencontre des personnes en situation de précarité pour établir un premier contact. Cet expert va ensuite orienter ces personnes vers les structures sociales existantes au sein des villes et communes, afin de répondre au mieux à leurs besoins spécifiques et de rechercher des solutions adaptées à leur situation. Le développement de cette approche sociale et le déploiement de SOP dans les gares du pays se poursuivra en fonction des réalités rencontrées sur le terrain.
Gilles Foret:
Je vous remercie, monsieur le vice-premier ministre, ainsi que vos collaborateurs, pour les différentes réponses et précisions que vous avez bien voulu m'apporter cet après-midi concernant cette problématique. Vous avez souligné l'importance de la collaboration et de cet équilibre pour conjuguer dignité et sécurité. Il est en effet important que les acteurs et les autorités publiques puissent opérer en ce sens, dans la même direction, et de voir comment apporter des solutions concrètes à cette problématique.
De beloofde verbeteringswerken aan het station Dendermonde
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De renovatie van station Dendermonde, al 15 jaar beloofd maar herhaaldelijk uitgesteld, blijft steken in vertragingen: perronsverhoging, liften, een passerelle en fietsenstallingen zouden pas in 2024 (eerste werken) startten, maar zelfs die timing is onzeker door vergunnings- en studiewerk. Het stationsgebouw valt volledig uit de plannen, terwijl de NMBS-budgetten vaag blijven. Barbara Pas hekelt het gebrek aan concrete actie ondanks dringende noden (toegankelijkheid, veiligheid), terwijl minister Gilkinet enkel herhaalt dat voorbereidende stappen lopen—zonder garanties op tijdige uitvoering. Vertrouwen in snelle oplossingen is zo goed als verdwenen.
Barbara Pas:
Mijnheer de minister, het is niet de eerste keer dat ik u ondervraag over het station van Dendermonde. In 2013 al maakte de NMBS een masterplan op voor de stationsomgeving van Dendermonde. In 2018 keurde de Dendermondse gemeenteraad unaniem de conceptstudie voor de stationsomgeving goed. De verbeteringswerken worden ons dus al jaren beloofd, maar in de praktijk is er aan de situatie van een van de oudste stationsinfrastructuren van het land nog niet veel veranderd. Renovatie is dringend nodig.
Ondertussen zijn de plannen al afgeslankt en telkens ik u daarover ondervroeg, werd de vooropgestelde timing opgeschoven. De vorige keer werd ons de aanvang van de werken beloofd in 2024, maar ik heb vernomen dat die door vergunningsproblemen alweer met een half jaar uitgesteld zou zijn. Er zijn wel wat noodzakelijke tijdelijke maatregelen genomen in afwachting van de werken. In de onderdoorgang werden vier permanente pompen geïnstalleerd om overtollig water weg te pompen. Bij regenweer konden de reizigers niet zonder natte voeten op de perrons geraken. Het water spoot letterlijk uit de muren.
Mijnheer de minister, ik verneem graag van u wat de nu geplande fasering van al die werken is. Wanneer zullen de werken aan een nieuwe overdoorgang, een oversteek over de rails, en een verhoging van de perrons worden aangevat? Wanneer zullen de werken voltooid zijn? Wat met de vernieuwing van de stationshal? Die was immers in de oorspronkelijke plannen voorzien, maar daar is nu geen sprake meer van. Wat is de toekomst van het stationsgebouw? De NMBS heeft in haar meerjareninvesteringsplan 2023-2032 budgetten ingeschreven voor het station Dendermonde. Wat is daarvan de precieze samenstelling?
Georges Gilkinet:
Het station van Dendermonde zal autonoom toegankelijk worden gemaakt door de vernieuwing en verhoging van de perrons, die bereikbaar zullen worden gemaakt met liften en roltrappen. Er komen een passerelle en nieuwe perronluifels en -uitrusting. Ook de capaciteit van de fietsenstalling zal worden uitgebreid.
In de plannen die nu op tafel liggen, zijn geen werken aan het stationsgebouw zelf opgenomen.
De werken aan de Vondelbrug zouden in het eerste trimester van dit jaar starten, net als de voorbereidende werken voor de fietsenstalling aan de voorzijde. Voor de fietsenstalling aan de kant van Sint-Gillis zal een nieuwe omgevingsvergunning worden aangevraagd. De uitvoering ervan is gepland voor het einde van dit jaar, maar dat zal afhangen van de ontvangst van de vergunning.
Voor de perrons en de passerelle loopt de aanbesteding nog. In de tweede helft van dit jaar zouden de eerste werken kunnen starten. Voordien zullen er vooral voorbereidende studiewerken gebeuren. Infrabel heeft al voorbereidende werken uitgevoerd.
Barbara Pas:
Mijnheer de minister, u hebt gezegd wat er allemaal zal gebeuren, maar dat weten we intussen al enkele jaren, want die beloftes worden telkens opnieuw gemaakt. Het is bijzonder frappant dat er nog voorbereidende studies moeten plaatsvinden, terwijl de werken al 25 keer werden uitgesteld. De ingrepen aan de stationsomgeving van Dendermonde worden intussen al 15 jaar beloofd. Elke keer weer geeft u om andere redenen een nieuwe startdatum en soms geeft u ook geen reden voor het verschuiven van de start van de werken. Ik weet niet wat ik er überhaupt nog mag van geloven, als er telkens op korte termijn een aanvang van de werken wordt beloofd, maar er in de praktijk niets van in huis komt. Nochtans vragen we geen grote luxe. We vragen geen station zoals dat van Bergen. We vragen alleen maar toegankelijke perrons voor de duizenden reizigers, in het bijzonder voor mensen die minder goed te been zijn, en een veilige parking voor fietsen en wagens. Ik denk absoluut niet dat dat te veel gevraagd is, maar uw antwoord boezemt me bijzonder weinig vertrouwen in dat dat alles er op korte termijn komt.
Het beheer van de NMBS-parkings bij stations
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De disparate tarieven voor SNCB-parkings (van gratis tot €15/dag) roepen vragen op over multimodaliteit en billijkheid, met recettes die stegen van €7,8M (2021) naar €15,6M (2023) maar waar de focus ligt op treinen financieren, niet parkings. Prijsverschillen worden verklaard door vraag, garetype en lokale markt (bv. Soignies vs. Binche), met als doel autogebruik ontmoedigen (STOP-principe: lopen > fiets > OV > parkeren), terwijl abonnements (met garantie op plaats en lagere kost) vanaf 2024 ook deeltijds beschikbaar worden. Externalisering blijft onderzocht, maar er is geen concreet plan of aanbesteding; harmonisatie en extra stimulansen (bv. werkgeversbijdragen) zijn in studie, maar rurale gebruikers vrezen dat hoge kosten treingebruik afremmen.
Aurore Tourneur:
Monsieur le ministre, la gestion des parkings aux abords des gares SNCB suscite depuis plusieurs années des interrogations de la part des usagers. En effet, les tarifs journaliers et d’abonnement pour les parkings SNCB varient fortement d'une gare à l'autre. À Soignies, on est à un peu plus de 8 euros par jour et à Liège un peu plus de 15. D’autres parkings SNCB sont entièrement gratuits, comme à Binche par exemple.
Face aux prix élevés des parkings, certains usagers pourraient se garer dans les parkings privés des commerces alentour, ce qui peut engendrer des conflits avec les commerçants. Je ne conteste évidemment pas le droit de la SNCB de rendre payants certains terrains dont elle est propriétaire. Néanmoins, je m’interroge sur les disparités tarifaires et sur l'impact de ces prix sur la multimodalité.
Monsieur le ministre, quelles sont les recettes générées par les parkings payants de la SNCB pour ces trois dernières années?
Depuis plusieurs années, la SNCB étudie la possibilité d’externaliser la gestion de ses parkings payants en la confiant à une société privée. Cette option est-elle toujours à l’étude? Un appel d’offres a-t-il été lancé?
Quels sont les facteurs qui justifient une telle disparité de prix entre les différents parkings? Comment expliquer qu’une différence de prix si marquée puisse encourager la multimodalité? Ne risque-t-elle pas au contraire de dissuader certains usagers de prendre le train?
Les usagers peuvent actuellement souscrire à des abonnements pour ces parkings. Quels avantages concrets ces abonnements leurs offrent-ils par rapport à un ticket unique? Envisagez-vous de nouvelles incitations pour rendre ces parkings plus attractifs, tout en garantissant qu’ils favorisent réellement l’usage des transports en commun? Des mesures sont-elles prévues pour harmoniser les tarifs?
Georges Gilkinet:
Madame Tourneur, je vous remercie de vos questions. Ce sujet est régulièrement abordé dans cette commission, reflétant certainement les préoccupations de plus d'une personne.
Je puis vous indiquer que le total des recettes générées par les parkings payants pour les années 2021, 2022 et 2023 s'élevaient respectivement à 7 806 920 euros, 12 097 929 euros et 15 643 124 euros. Les chiffres pour 2024 ne sont pas encore finalisés. Vous m'interrogez sur les recettes, vous auriez aussi pu m'interroger sur les coûts. Il importe pour moi, en tant que ministre de tutelle, de dire que les moyens publics accordés à la SNCB doivent prioritairement servir à faire rouler les trains, et non à équiper ou à entretenir des parkings. Nous devons aussi viser une activité qui tend le plus possible vers l'équilibre budgétaire.
La possibilité d'externaliser l'exploitation des parkings payants est toujours à l'étude. Aucun appel d'offres n'a été lancé et aucune décision n'a été prise en la matière.
Différents paramètres entrent en ligne de compte pour expliquer les différences de prix entre les parkings, conformément à l'article 71 du contrat de service public. C'est important que vous puissiez l'expliquer aux personnes qui vous ont interrogée. Ces paramètres incluent notamment le type de gare, le profil des utilisateurs et les particularités du marché local. Vous comparez Binche, qui est un bout de ligne, à Soignies, alors que la fréquentation et la demande sont bien plus élevées pour cette dernière, puisqu'il s'agit d'un nœud ferroviaire.
Les prix appliqués n'ont évidemment pas pour objectif de décourager les usagers de prendre le train. Au contraire, ils visent à inciter à réfléchir à l'opportunité de recourir à d'autres modes de transport que la voiture pour se rendre à la gare, en cohérence avec un principe inscrit dans le contrat de service public: le principe STOP ( stappen, trappen, openbaar vervoer, parking ). La priorité est donc la marche à pied, suivie par le vélo, les transports publics et puis seulement le parking.
L'abonnement offre évidemment des avantages concrets par rapport à l'achat d'un ticket unique. Il garantit une place disponible 24 h/24, 7 j/7, ce qui est l'un des principaux objectifs des utilisateurs des parkings de la SNCB qui veulent une place disponible. Un parking gratuit dans lequel il n'y a pas de place ne génère pas un confort pour l'usager. Le ticket est, lui, soumis à la disponibilité quotidienne. La SNCB vend un nombre d'abonnements qui lui permet de garantir aux abonnés une place, sauf circonstance exceptionnelle.
De plus, l'abonnement est plus économique pour les usagers qui utilisent le parking plusieurs jours par mois. Je peux même vous annoncer que la SNCB va enfin mettre en place un abonnement à temps partiel pour les parkings, comme ce qui existe déjà pour le Flex Abo. Une étude est en cours pour déterminer si la tarification des parkings doit être adaptée. Je pense qu'il y a une réflexion permanente sur le sujet au sein de la SNCB pour trouver la situation optimale, étant entendu aussi que certains employeurs remboursent les frais de parking de leurs travailleurs au-delà de l'abonnement de train.
Aurore Tourneur:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Vivant dans une zone très rurale, je ne peux pas me passer de la voiture. Il faut quand même être très attentif à ces personnes qui utilisent les transports en commun, qui font l'effort de les utiliser. Dès lors, pour moi, le parking doit faire partie intégrante de la réflexion.
De toegankelijkheid van het station Dinant voor personen met een beperkte mobiliteit
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gare van Dinant is sinds 1 december deels operationeel, maar niet toegankelijk voor personen met beperkte mobiliteit (PMR) door ontbrekende liften, een afgeschaft begeleid voetpad en weggevallen hulp van een agent. Minister Gilkinet bevestigt dat de liften naar quai 1 en 2 in het eerste semester van 2025 in gebruik zullen zijn, met tijdelijke oplossingen (zoals omleidingen) tot dan, maar geen herstel van de begeleide oversteek. Hij benadrukt dat de volledige PMR-toegankelijkheid tegen eind 2025 gerealiseerd moet zijn, ondanks de complexe infrastructuur, en dat SNCB/Infrabel hierop toezien. Tourneur hamerde op autonome toegang als absolute prioriteit en hoopt op nakoming van de termijnen.
Aurore Tourneur:
Monsieur le ministre, la nouvelle passerelle permettant d’accéder aux voies de la gare de Dinant est en partie fonctionnelle depuis le 1 er décembre dernier. Malheureusement, cette passerelle n'est pas encore équipée d'ascenseurs, rendant l'accès aux quais difficile, voire impossible, pour les personnes à mobilité réduite. L'accès au quai par la rampe qui traversait les voies a été supprimé tout comme l'agent pour accompagner les navetteurs à passer d'un quai à l'autre. La gare de Dinant n’est actuellement pas une gare PMR. La SNCB et Infrabel se sont engagés conjointement à assurer une accessibilité totale de la gare aux personnes à mobilité réduite d’ici la fin de l’année 2025.
Voici mes questions: La SNCB et Infrabel, responsables respectivement des ascenseurs et de la passerelle, ont annoncé que les ascenseurs devraient être mis en service d'ici février 2025. Pouvez-vous nous confirmer ce timing? N'était-il vraiment pas possible de poursuivre cette traversée piétonne accompagnée d’un agent jusqu'à la mise en service des ascenseurs? En ce qui concerne l’accessibilité totale de la gare de Dinant aux PMR, pouvez-vous confirmer que le délai de la fin 2025 sera respecté et préciser les mesures prises pour garantir son aboutissement?
Georges Gilkinet:
Madame Tourneur, je vous remercie particulièrement pour cette question sur l'accessibilité de la gare de Dinant. Je suis moi-même namurois et je ne peux pas me satisfaire de la situation. Celle-ci est aussi liée à des travaux d'investissements mais les voyageurs, surtout ceux à mobilité réduite, n'ont pas à en être les victimes.
Heureusement, les choses sont en train de bouger. La SNCB et Infrabel ont rencontré le collège dinantais il y a quelques jours pour évoquer ce dossier et dégager les meilleures pistes de solutions quant à l'accessibilité de la gare dans l'attente de la finalisation des travaux. La mise en service des ascenseurs desservant les quais 1 et 2 est prévue durant le premier semestre 2025, selon les prévisions de la firme chargée de leur installation. Je suis désolé de ne pas avoir de plus grandes précisions sur l'engagement temporel. Dans l'attente de la mise en œuvre des ascenseurs qui seront la solution, la SNCB a coordonné des mesures temporaires afin de garantir la prise en charge et, le cas échéant, la redirection des personnes à mobilité réduite vers le quai 1 pour faciliter les déplacements. Tout est effectivement mis en œuvre pour respecter les délais que vous mentionnez.
Je peux vous assurer de mon attention particulière mais aussi de celle de la SNCB et d'Infrabel pour ce dossier un peu emblématique. Il est vrai que le site est particulier, avec des ouvrages d'art situés très en hauteur. Mais ceux-ci permettent aussi une liaison vers une école secondaire en surplomb de la gare. Cependant, pour les personnes à mobilité réduite, il s'agit d'un obstacle infranchissable sans ascenseur ou sans aide humaine. La SNCB et Infrabel prévoiront celle-ci dans l'intervalle.
Aurore Tourneur:
Merci beaucoup, monsieur le ministre. Pour moi, l'accès autonome au transport ferroviaire pour les personnes à mobilité réduite doit en effet rester une priorité. J'espère que le timing que vous nous avez annoncé sera respecté.
De toiletten in het station van Hasselt
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Frank Troosters kaart aan dat de toegankelijkheid van de NMBS-toiletten in Hasselt problematisch is door het muntsysteem (50 cent), vooral voor mensen met beperkte mobiliteit, en vraagt om opheldering over de Europese marktconsultatie en concessieovereenkomst. Minister Gilkinet bevestigt dat 2theloo sinds begin 2023 de toiletten in 14 grote stations (inclusief Hasselt) beheert via een concessie, terwijl voor 56 kleinere stations een overheidsopdracht loopt (gunning eind 2025), met automatische modules die minimaal tot 20 uur toegankelijk moeten zijn. Troosters kritiseert de trage implementatie, die mensen met een beperking nog jaren met onvoldoende voorzieningen opscheept. De oplossing voor Hasselt komt pas met de geplande twee automatische toiletmodules, maar de exacte datum blijft onduidelijk.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijk ingediende vraag.
Ik stelde in het verleden reeds meermaals mondelinge vragen over de gebrekkige toegankelijkheid van de toiletten in het station van Hasselt. Waar vroeger een vriendelijke toiletdame een vlotte toegang en propere sanitaire installaties garandeerde, zijn de toiletten momenteel enkel nog toegankelijk mits het betalen van een muntstuk van 50 eurocent in het slot van de deur.
In uw antwoord stelde u dat de NMBS streeft naar één uniforme uitbatingsmodule van de toiletten in haar stations door middel van een concessieovereenkomst. Hiervoor zou een Europese marktconsultatie worden gelanceerd.
Wat is de stand van zaken betreffende de aangekondigde Europese marktconsultatie? Werd deze afgerond? Welke partner zal in de toekomst de uitbating van de NMBS-toiletten in de stations voor zijn rekening nemen?
Werd er reeds een concessieovereenkomst voor de uitbating van de toiletten in de stations van de NMBS getekend? Zo ja, wanneer? Voor welke duur? Welke zullen de wederzijdse financiële verplichtingen van de ondertekenaars zijn? Welke andere verplichtingen voor de contractanten werden in de overeenkomst opgenomen? Werden er afspraken in de overeenkomst opgenomen betreffende de prijszetting aan de gebruikers van de toiletten in de stations? Zo ja, welke?
Wanneer zal er een einde gesteld worden aan de klantonvriendelijke situatie inzake het gebruik van de stationstoiletten in het station van Hasselt?
Georges Gilkinet:
Ik geef u het antwoord dat de NMBS mij bezorgde.
Het exploitatiemodel voor de toiletten voorziet in een verschillende aanpak, afhankelijk van de grootte van het station. Voor stations met meer dan 65.000 reizigers per week wordt gewerkt met een concessiecontract voor de uitbating van de toiletten. Het gaat om veertien stations. Het concessiecontract werd na een nieuwe Europese marktconsultatie in juli 2022, begin 2023 toegewezen aan de firma 2theloo, een expert in de uitbating van het publiek sanitair. Voor 56 andere stations wenst de NMBS over te gaan tot het plaatsen van sanitaire modules via een overheidsopdracht. De overheidsopdracht voor de aankoop, de installatie en het onderhoud van de sanitaire modules in 56 stations werd gepubliceerd in november 2024. De gunning van het contract is gepland voor het einde van 2025.
De overeenkomst voorziet erin dat de toiletmodules toegankelijk dienen te zijn 15 minuten voor het vertrek van de eerste trein tot minstens 20 uur en waar mogelijk 24/7.
Het sanitair van het station van Hasselt maakt deel uit van de afgesloten raamovereenkomst. Er zullen in Hasselt twee automatische modules geïnstalleerd worden.
Frank Troosters:
Dank u voor uw duidelijke toelichting, mijnheer de minister. Ik heb hier al veel vragen over gesteld. We zitten met een vrij ongelukkige situatie in Hasselt. Men moet de deur daar met een muntstuk openen. Dat is allesbehalve vanzelfsprekend voor mensen met een beperkte mobiliteit. Ik betreur dat we nu opnieuw met een marktraadpleging zitten, die pas eind 2025 zal worden gegund. Dat betekent dat mensen met een beperkte mobiliteit die dat toilet willen gebruiken toch een tijdje op hun honger zullen moeten blijven zitten.
De slechte bereikbaarheid van het station Ottignies
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Farah Jacquet kaart het acute tekort aan betaalbare parkeerplaatsen bij station Ottignies aan, verergerd door bouwwerken en hoge tarieven (tot €18/dag), wat pendelaars naar de auto drijft en de toegankelijkheid ondermijnt. Minister Gilkinet erkent het probleem als tijdelijk (door werken) en kondigt 20-40 extra plaatsen aan (lente 2024), maar benadrukt dat SNCB-prioriteit bij treinen ligt—niet bij gratis parkeren—en hanteert het STOP-principe (stimuleren van voet, fiets en OV). Jacquet kritiseert het gebrek aan structurele oplossingen, terwijl Gilkinet wijst op gereduceerde tarieven voor abonnees (€3,96/weekenddag, €42,40/maand) en €15,6 miljoen SNCB-parkeerinkomsten (2023)—geen gedetailleerde cijfers per station. De spanning blijft: gebruikers betalen dubbel (parkeren + trein), zonder compensatie.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, il semble qu'il y ait des problèmes et des manquements au niveau des parkings à Ottignies. Il n'y a pas assez de places disponibles. Les parkings sont trop chers et souvent complets. Il y a des zones bleues partout autour de la gare. C'est un problème pour le quotidien des usagers qui doivent se rendre à la gare d'Ottignies pour aller travailler.
Vous me direz que ce n'est pas nouveau. Des travaux en cours à la gare d'Ottignies ont cependant renforcé ce problème de disponibilité de places étant donné qu'une partie des parkings est occupée par des containers et des machines.
L'alternative proposée par la direction de la SNCB est de prendre le train dans une autre gare, comme par exemple dans celle de Louvain-la-Neuve. Toutefois, cette dernière est, elle aussi, inaccessible, que ce soit par manque de places ou en raison du coût exorbitant des parkings l'entourant. De plus, cela augmente le temps de trajet des usagers, avec un train supplémentaire à prendre, et donc un temps d'attente supplémentaire, et au final moins de temps libre à passer en famille ou à faire ce qu'on a envie.
Je ne suis pas certaine que la direction de la SNCB dédommagera la perte en essence ou remboursera les tickets de train. De mémoire, quand j'étais accompagnatrice de train, il fallait payer le trajet "Louvain-la-Neuve-Ottignies" pour, par la suite, utiliser son abonnement. Le prix n'est donc pas tout à fait le même.
Le contrat de service public met une priorité à rendre nos gares plus accessibles.
Monsieur le ministre, existe-t-il des données sur le nombre de places de parking manquantes autour de la gare d'Ottignies?
Quelles solutions d'urgence allez-vous mettre en place pour libérer les places de parking autour de la gare d'Ottignies?
Le prix du parking étant assez élevé (environ 18 euros pour la journée, avec une réduction si on dispose d'un abonnement ou d'un ticket de train), qu'allez-vous faire de façon structurelle pour rendre plus accessibles et idéalement gratuits les parkings?
Avez-vous plaidé pour la gratuité des parkings? Si oui, quel résultat avez-vous obtenu? Si non, pourquoi?
Quelles sont les recettes annuelles des différents parkings de la SNCB à Ottignies?
Enfin, quelles sont les recettes annuelles de l'ensemble des parkings de la SNCB? Il me semble que cette question vous a déjà été posée et que vous n'avez pu y répondre pour ce qui est de l'année 2024.
Georges Gilkinet:
Merci, madame Jacquet. Comme vous l'avez développé, la situation structurelle est compliquée à Ottignies, mais il s'agit surtout d'un contexte lié aux travaux de la gare, qui génèrent des désagréments. L'objectif de ces travaux est bien évidemment d'améliorer de façon structurelle la gare.
L'installation de la gare provisoire a temporairement réduit le nombre de places disponibles sur le parking dit P1, ce qui devrait être stabilisé pour le printemps. Les mesures ont été mises en œuvre pour répondre à l'urgence et atténuer les difficultés liées au stationnement. Une partie de la zone de travaux sur le parking P1 a été réaménagée, permettant de récupérer 17 places. Par ailleurs, l'ouverture d'une nouvelle zone de stationnement au printemps offrira entre 20 et 25 places supplémentaires.
En ce qui concerne les tarifs de stationnement, je pense que j'ai été assez complet dans la réponse que j'ai donnée à Mme Tourneur, que vous avez pu entendre étant présente dans la commission. La logique est de garantir des tarifs plus avantageux aux usagers réguliers ou occasionnels du train. Par exemple, le coût d'une journée de stationnement dans le parking P2 de la gare d'Ottignies est de 3,96 euros le week-end, et un abonnement mensuel à temps plein, offrant un accès illimité, revient à 42,40 euros.
La politique des parkings a été développée selon le principe STOP, et le fait que les moyens publics accordés à la SNCB doivent prioritairement être consacrés à faire rouler des trains et à rémunérer le personnel nécessaire pour ce faire. La politique des parkings, selon le contexte local, cherche par priorité à favoriser l'accès aux parkings par la voie pédestre, la voie cyclable ou les autres transports en commun dans le cadre de la multimodalité.
Sur les recettes de parking, j'ai déjà communiqué les chiffres globaux. D'une façon générale, la SNCB ne donne pas d'informations spécifiques pour un site en particulier, mais bien les recettes globales de tous ses parkings. En 2023, celles-ci s'élevaient à 15 643 124 euros. Les chiffres de 2024 ne sont, quant à eux, pas encore disponibles.
Farah Jacquet:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Pour le moment, il n'y a vraiment pas de solution, rien de bien concret n'est prévu pour rendre les places plus disponibles; il s'agit d'une dizaine ou d'une quinzaine de places tout au plus. En tant que ministre, vous êtes supposé défendre l'accessibilité des gares. J'aurais espéré mieux comme réponse.
Les gens préfèrent à présent prendre leur voiture; cela arrive assez fréquemment. Nous continuerons à suivre la situation des parkings de la SNCB et nous reviendrons sur le sujet.
Voorzitter:
De heer Freilich is afwezig voor zijn vraag nr. 56001999C.
De toekenning van rijpaden voor het treinverkeer
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om capaciteitsproblemen op het spoor door verouderde rijpadtoewijzingsregels, vooral op de drukke lijn Antwerpen-Brussel, waar de NMBS een IC-trein schrapte ten voordele van de Eurocity Direct naar Amsterdam. Minister Gilkinet bevestigt dat huidige Europese regels prioriteit geven aan snelle en internationale treinen, wat conflicten en inefficiëntie veroorzaakt, en kondigt een hervorming aan via de Spoorvisie 2040 en EU-initiatieven (Rail Capacity Initiative) om transparante, langetermijnplanning in te voeren, geïnspireerd op landen als Zwitserland. Aerts benadrukt dat misbruik van de regels door concurrentie de stiptheid ondermijnt en pleit voor snelle aanpassingen, met een opvolgmoment in juni 2025. Kernpunt: de huidige regels zijn ontoereikend, maar hervormingen zijn in gang gezet.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, zoals we verwacht hadden, zorgt de invoering van het nieuwe vervoersplan op een heel aantal plekken voor problemen voor de treinreizigers.
TreinTramBus communiceerde al over de verbinding tussen Antwerpen en Brussel – dat kwam daarnet ook al aan bod –, waar een op de vier treinen werd geschrapt om plaats te maken voor de nieuwe Eurocity Direct naar Amsterdam. Dat zorgt, zeker in de spits, voor capaciteitsproblemen. Er is net nog een artikel verschenen op de nieuwswebsite van Gazet van Antwerpen waarin staat dat de treinreizigers er soms met de schoenlepel moeten worden ingepropt, omdat het er zo druk is.
In haar externe communicatie naar klanten verwees de NMBS tot dusver altijd naar de toewijzing van de rijpaden door Infrabel, maar in een hoorzitting in december 2024 gaf de NMBS uiteindelijk toch toe dat ze voor de Eurocity Direct koos, ook al wist ze dat er een capaciteitsprobleem is. Dat heeft de NMBS zelf letterlijk gezegd. De NMBS schoof voor de komst van de Eurocity Direct met de rijpaden van haar IC-treinen, waardoor een van die treinen in concurrentie ging met een internationale trein van een ander bedrijf. Dat lijkt me een handigheidje. Infrabel paste vervolgens de toewijzingsregels van de rijpaden toe, maar moest daardoor de internationale trein laten voorgaan, met de huidige situatie en de schrapping van een van de vier IC-treinen tussen Antwerpen en Brussel tot gevolg.
Ik wist niet dat de rijpaden zo cruciaal waren – dat heb ik op mijn korte tijd in het Parlement geleerd. Wij hadden het al eerder over de NMBS-keuze, die wat mij betreft de foute keuze is geweest. Ik zou nu echter meer willen inzoomen op de toekenningsregels van de rijpaden door Infrabel. De lijn Antwerpen-Brussel is immers vandaag al een bottleneck, maar tegelijk ook heel interessant voor nog meer internationale treinen.
Hoe schat u de huidige toewijzingsregels in en wat zijn de voor- en nadelen ervan?
Worden zij vandaag ook strategisch gebruikt om problemen te creëren bij concurrenten of treinritten onmogelijk of duurder te maken? Dat is dan toch misbruik van het systeem?
In het performantiecontract van Infrabel is een hervorming van de toewijzingsregels ingeschreven door de uitwerking van een rijpadcatalogus. Wat is de stand van zaken? Zit dat op schema? Moeten er nog belangrijke stappen worden gezet?
Hoe verhouden de rijpadvergoedingen die Infrabel ontvangt voor de internationale treinen zich ten opzichte van de rijpadvergoedingen voor dezelfde treinen in andere Europese landen? Liggen die op een gelijkwaardig niveau? Of hoe moet ik dat zien?
Georges Gilkinet:
Mijnheer Aerts, ik dank u voor uw vraag over een uiterst relevant onderwerp, aangezien wij hiermee de kern raken van het spoorvervoersaanbod in België, of het nu gaat over het vervoersplan van de NMBS of van andere spooroperatoren, actief in personen- en/of goederenvervoer. De regels inzake de toewijzing van rijpaden spelen bovendien een directe rol in tal van kwesties waarover de commissie zich heeft gebogen en zich nog steeds buigt, onder andere de Dampoortexpress, de schrapping van een op de vier treinen op de verbinding Antwerpen-Brussel vanwege een conflict met een internationale trein, de stiptheid en de robuustheid.
Vraag is niet alleen of de bestaande, verouderde regelgeving herzien moet worden, maar vooral hoe men die kan herzien. Volgens de Europese regelgeving moeten spoorwegmaatschappijen elk jaar een aanvraag indienen voor een rijpad voor elke trein die ze in hun toekomstige dienstregeling willen opnemen. De infrastructuurbeheerder, in dit geval Infrabel, vertaalt vervolgens de aanvragen van de operatoren in werkbare rijpaden. Daarbij moet rekening worden gehouden met de beperkingen en de bestaande en toekomstige capaciteit van het netwerk. Een spoor kan uiteraard niet door meer dan één trein tegelijkertijd worden gebruikt. Hoe meer kandidaten er zijn, hoe groter het risico van capaciteitsconflicten is, zelfs zonder toename van het verkeer. Bij een conflict tussen meerdere aanvragen werkt Infrabel aan een oplossing. Indien er geen aanvaardbare oplossing mogelijk is, zijn er verschillende regels van toepassing om de prioriteit van concurrerende aanvragen vast te stellen.
In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, heeft internationaal verkeer niet per se voorrang op binnenlands verkeer. Vandaag hangt dat onder andere af van het type trein. Personenvervoer krijgt bijvoorbeeld voorrang op goederenvervoer. Snelle treinen hebben voorrang op tragere treinen die aan veel haltes stoppen, wat problematisch is voor onze gedeelde ambitie om meer Belgen in de trein te krijgen. Treinen die onder het openbaredienstcontract van de NMBS vallen, hebben inderdaad niet altijd voorrang op treinen die niet onder die overeenkomst vallen. De Europese Commissie hanteert namelijk een bijzonder strikte interpretatie van de concurrentieregels in het spoorvervoer.
Mijnheer Aerts, u wijst terecht op het reële risico op misbruik van de regels, bijvoorbeeld om een treinrit onmogelijk te maken of de kosten ervan aanzienlijk te verhogen voor concurrenten, of, erger nog, om omstandigheden te creëren waarin treinen die gepland zijn in het kader van de openbare dienstverlening, niet kunnen rijden. Die praktijken zijn schadelijk voor het spoor. Ze leiden tot inefficiënt gebruik van de spoorcapaciteit en ondermijnen het vertrouwen van spoorwegondernemingen en hun klanten in het spoorvervoer.
Daarom moeten we het paradigma omkeren en een nieuwe werkwijze hanteren. Die ommekeer hebben we ingezet. Dat begint met het eerst rekening houden met de noden van de verschillende gebruikers van het spoor. De infrastructuurbeheerder moet evolueren naar een echte publieke regie die vooraf en op transparante wijze een uurregeling opstelt voor alle rijpaden voor alle soorten treinen: goederentreinen, internationaal, nationaal, langeafstandsverkeer, regionaal en voorstadsverkeer. Dat moet gebaseerd zijn op een meerjarige visie op de infrastructuur met als doel die zo efficiënt mogelijk te gebruiken en verder te ontwikkelen volgens de doelstellingen voor de uitbreiding van het spooraanbod.
Dat concept is niet nieuw. De filosofie is reeds terug te vinden in landen die vaak als model worden genoemd, zoals Zwitserland, Oostenrijk en Nederland. Dat maakt – ik denk dat dit de onderhandelaars van de volgende meerderheid zal aanspreken – meer efficiënte, objectieve en rationele investeringsbeslissingen mogelijk.
Onder het Belgische voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie hebben wij een akkoord bereikt over het Rail Capacity Initiative dat beoogt de Europese regelgeving te moderniseren en dat precies die nieuwe filosofie hanteert. Die verordening wordt nu onder het Poolse voorzitterschap onderhandeld met het Europees Parlement en de Europese Commissie om de nieuwe gemeenschappelijke Europese wet te worden.
Op mijn initiatief heeft België, conform het regeerakkoord, voor het eerst in zijn geschiedenis een langetermijnvisie ontwikkeld voor het spooraanbod voor alle verschillende soorten verkeer. De Spoorvisie 2040 voorziet niet alleen in een ambitieus aanbod, meer treinen, betrouwbaarder, maar ook in de nodige aanpassingen aan de infrastructuur om dat te realiseren, door middel van betere planning en duidelijke keuzes. We hebben daarvoor een oefening gelanceerd, inclusief de tussentijdse stappen die nodig zijn voor de ontwikkeling van de infrastructuur, waarvan de resultaten in juni 2025 worden verwacht. Ik hoop dat mijn opvolger daarvan goed gebruik zal maken.
Die nieuwe aanpak voor de planning en verdeling van capaciteit is ook opgenomen in het performantiecontract van Infrabel. Dat omvat onder andere de verplichting om een catalogus van rijpaden voor te bereiden en om investeringsbeslissingen te nemen in de midterm review op basis van het gewenste basispatroon van de toekomstige dienstregeling. Tijdens het mandaat heb ik me ingezet om de fundamenten te leggen voor een nieuw systeem dat de uitrol van het ambitieus spooraanbod van België mogelijk maakt en daarnaast ons spoorwegnet efficiënter en optimaler gebruikt.
Wanneer al die initiatieven hun vruchten afwerpen, zal het aan de volgende regering zijn om de Belgische regelgeving op dat vlak aan te passen.
Staf Aerts:
Het is pijnlijk vast te stellen dat de algemene regels rond de toewijzing van die rijpaden misbruikt worden in een concurrentiestrijd. Dat zijn eigenlijk spelletjes die de performantie van ons openbaar vervoer schade berokkenen. We moeten dat aanpakken om te komen tot een zo goed mogelijk openbaar vervoer. Ik dank u voor uw inspanningen die u in deze legislatuur daarrond reeds hebt geleverd. Het is een belangrijk dossier, dat we hier in commissie moeten opvolgen. Ik hoor u verwijzen naar juni 2025, wanneer de resultaten van de oefening bekend zullen worden gemaakt. Ik zal er zeker voor zorgen dat dan hier in commissie het dossier opnieuw aan bod zal komen. Ik kijk alvast uit naar de resultaten van dat onderzoek.
De problemen op de treinverbindingen van en naar de Kempen
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Kempense treinreizigers kampen sinds januari met chronische overbezetting, afgelaste treinen en overgeslagen stations (o.a. Mechelen, Vilvoorde, Lier) door oud, defect materieel en operationele problemen, wat het vertrouwen in de NMBS ondermijnt. Volgens minister Gilkinet ligt dit niet aan het nieuwe vervoersplan, maar aan vertraagde levering van nieuwe M7-treinen, weersomstandigheden en nasleep van de staking op 13 januari, met een intern actieplan als oplossing op korte termijn. Aerts benadrukt dat onvoorspelbare dienstregeling en gebrek aan transparantie (last-minute wijzigingen) het probleem verergeren en dringt aan op snelle, concrete verbeteringen om de betrouwbaarheid te herstellen. De NMBS belooft meer capaciteit en punctualiteit, maar structurele oplossingen (bv. extra treinstellen) blijven onduidelijk.
Staf Aerts:
De maand januari is nog maar net halfweg, maar er bereiken me opvallend veel klachten over de treinverbindingen vanuit de Kempen, zowel naar Antwerpen als naar Brussel. Ik geef een korte bloemlezing van de jongste week.
Op 14 januari werd een trein afgelast, waarna de volgende trein slechts vier enkele wagons had in plaats van acht dubbele wagons. U kunt zich voorstellen welke impact dat had. Een dag later stopte de trein vanuit Antwerpen naar Turnhout enkel nog in Lier. De halte in Mortsel werd onverwacht overgeslagen. Op 17 januari stopte de trein van Turnhout naar Binche niet in de stations van Lier, Mechelen en Vilvoorde. Bovendien telde hij maar een kwart van het aantal wagons dat oorspronkelijk gepland was. Een week eerder sloeg de spitsuurtrein het station Mechelen over. Diezelfde trein, die om 7 uur in Turnhout vertrekt, zit na de eerstvolgende halte, in Tielen, vaak al vol, waardoor er vanaf dan geen treinreizigers meer kunnen opstappen. Om het helemaal rond te maken, kreeg ik de melding dat gisteren in de spits tussen Turnhout en Brussel de treinen niet stopten in Mechelen en Vilvoorde, en vandaag niet in Herentals en Lier.
Sinds het nieuwe vervoersplan borrelen de problemen vaker op. De Kempense treinreizigers stellen vast dat er in de Kempen oudere treintoestellen worden ingezet. Bovendien zijn deze korter en het gaat ook niet om de gebruikelijke dubbeldekstreinen, waardoor er veel overbezetting op de treinen is. De mensen moeten rechtstaan in een overvolle trein. Soms moeten zelfs treinreizigers op het perron achterblijven.
Bovendien blijken die treinen grote stations zoals Mechelen, Vilvoorde, Herentals en Mortsel over te slaan. Dat is nefast voor het comfort en voor het vertrouwen. Men moet op het openbaar vervoer kunnen rekenen en dat blijkt voor de treinreizigers in de Kempen vandaag niet het geval te zijn.
Welke vaststellingen heeft de NMBS zelf gedaan over de treinverbindingen in de Kempen? Wat is de verklaring voor de plotse achteruitgang in die regio? Is die een gevolg van het nieuwe vervoersplan? Zullen daar op korte termijn opnieuw treinen met meer capaciteit worden ingezet? Tot slot, op welke manier kan en zal de NMBS voorkomen dat treinen die grote en belangrijke stations last minute overslaan?
Georges Gilkinet:
Mijnheer Aerts, ik kan u het antwoord geven dat ik van de NMBS heb gekregen.
Uw vragen over de situatie in de Kempen zijn terecht. Door vertraging in de levering van nieuw rollend materieel, de M7, moeten oudere treinen langer dan gepland worden ingezet. Deze treinen zijn gevoeliger voor technische storingen, wat de operationele uitdagingen vergroot. De NMBS stelt vast dat de recente problemen op de lijnen naar de Kempen kaderen in een ruimere context van algemene verstoringen op het spoorwegnet. Deze storingen zijn niet specifiek voor de Kempen, maar treffen meerdere regio's door uitzonderlijke omstandigheden. Deze omvatten de impact van moeilijke weersomstandigheden en de gevolgen van de nationale staking op 13 januari, die de beschikbaarheid van rollend materieel aanzienlijk verminderde. Dit is geen gevolg van het nieuwe vervoersplan. De verstoringen van de afgelopen dagen houden geen verband met de structurele of organisatorische keuzes in dit plan.
De NMBS stelt alles in het werk om deze problemen te verhelpen. Er is een intern actieplan opgesteld om de beschikbaarheid van het rollend materieel snel te verbeteren en ervoor te zorgen dat de treinen volgens schema rijden. Het doel is om tegemoet te komen aan de behoeften van de passagiers door voor alle betrokken routes een voldoende en betrouwbare capaciteit aan te bieden.
Het is nooit de bedoeling van de NMBS geweest om de diensten naar grote stations zoals Mechelen, Mortsel of Vilvoorde op te schorten. In uitzonderlijke gevallen of in het geval van overmacht, zoals een plotse panne van uitrustingen of onvoorziene operationele beperkingen, kunnen dergelijke beslissingen echter wel worden genomen.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, de grote afname van het aantal treinen en het aantal stations dat wordt overgeslagen, is opvallend. Ik ben blij dat het niet aan het vervoersplan ligt. U hebt naar de nationale stakingsdag verwezen. Ik heb verschillende voorbeelden aangehaald, maar de nationale stakingsdag zat daar niet tussen. Het is opvallend dat die stakingsdag gisteren en vandaag nog een effect had op de beschikbaarheid van treinen of op de keuze om bepaalde stations niet te bedienen, temeer omdat vaak op voorhand wordt aangekondigd of een trein uitzonderlijk niet zal stoppen in een bepaald station. Dat is bijzonder problematisch, aangezien treinreizigers daardoor er niet meer op kunnen vertrouwen om op tijd op het werk te geraken.
Ik kijk reikhalzend uit naar het intern actieplan en ik hoop dat dat op korte termijn gebeurt. Het probleem van de beschikbaarheid van rollend materiaal kan niet een-twee-drie opgelost worden, maar het is wel veel erger geworden deze maand. De NMBS moet daar echt werk van maken, want als de trein nemen een soort loterij wordt, waarbij men niet op voorhand weet of de voorziene trein zal rijden of halt zal houden in een bepaald station, dan tast dat het vertrouwen in de NMBS aan. Ik hoop – ik zal daar ook zelf naar informeren bij de NMBS – dat dat intern actieplan een plan op korte termijn en niet op lange termijn is, wanneer er ook extra treinstellen worden aangekocht. Ik denk immers niet dat de problemen van de treinreiziger daarmee worden opgelost.
Voorzitter:
De vragen nr. 56002015C en nr. 56002016C van mevrouw Gielis worden omgezet in schriftelijke vragen.
De door TreinTramBus voorgestelde oplossing voor de overvolle treinen tussen Antwerpen en Brussel
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 16 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Gilkinet erkent het onacceptabele overbezette treinen op Brussel-Antwerpen door prioriteit voor internationale verbindingen, belooft korte-termijnoplossingen (meer materieel, maximale capaciteit) na overleg met NMBS, maar waarschuwt dat bezuinigingsplannen van de volgende regering (N-VA) de crisis verergeren. Gielis (CD&V) eist onmiddellijke actie, wijst op structurele verwaarlozing van pendelaars ten voordele van internationale reizigers, en kaart lokaal protest (o.a. Mortsel) aan als bewijs van falend beleid, met scherpe kritiek op gebrek aan concrete stappen.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, er is een probleem, een groot probleem. Een op de vier treinen tussen Brussel en Antwerpen is geschrapt omwille van een nieuwe internationale verbinding. Ik word dagelijks bestookt met mailtjes, foto’s, filmpjes en WhatsAppberichtjes van reizigers in overvolle treinen. Deze mensen begrijpen niet waarom er minder en kortere treinen rijden. Zij vragen zich luidop af of ze nu echt weer de auto moeten nemen om de files te trotseren. TreinTramBus wees er in een persbericht zelfs op dat er dagelijks mensen achterblijven op onze perrons: “De NMBS drijft reizigers tussen Antwerpen en Brussel tot wanhoop.”
Mijnheer de minister, ik naam van de duizenden gedupeerde reizigers vraag ik u en eis ik zelfs van u om op korte termijn een oplossing te vinden. Voor cd&v is er immers één zaak glashelder: het is onaanvaardbaar dat internationale reizigers voorrang krijgen op binnenlandse pendelaars, studenten en senioren. Wij moeten die voorrangsregels durven aanpassen. Ik heb u in december hier al deze vraag gesteld. U gaf toen niet echt een concreet antwoord, maar dat verwacht ik vandaag wel.
Wat zult u doen om dit op korte termijn zo snel mogelijk opgelost te krijgen?
Georges Gilkinet:
Mevrouw Gielis, ik ben me zeer bewust van de overbezetting op de lijn Antwerpen-Brussel, zoals aangekaart door TreinTramBus. Dat is onaanvaardbaar voor de betrokken reizigers, die soms letterlijk in de kou blijven staan of die in omstandigheden moeten reizen die absoluut niet comfortabel zijn.
De NMBS heeft zich vanmorgen bij hen verontschuldigd en ik sluit me daarbij aan, want dit is het tegenovergestelde van het doel waar ik vier jaar naartoe heb gewerkt, namelijk de reisomstandigheden van de treinreizigers verbeteren. Wie voor de trein kiest, moet een zitplaats hebben. Dat is simpel.
Als we structurele oplossingen voor het spoor willen, zoals een betere dienstverlening, kan dat alleen met respect voor de doelstellingen van het nieuwe beheerscontract en op voorwaarde dat de volgende meerderheid het contractueel vastgelegde investeringsritme behoudt. Dat is niet exact wat de arizonaregering voorbereidt. Jullie plannen dreigen te leiden tot nog veel meer reizigers in de kou.
U weet dat ik niet helemaal tevreden was met het nieuwe vervoersplan van de NMBS, vooral met betrekking tot het aantal treinen tussen deze twee grote steden. We hebben daarover moeilijke gesprekken met de NMBS gehad. De legitieme eis van veel reizigers en reizigersorganisaties voor de trajecten tussen Antwerpen en Brussel is opnieuw onderwerp van het overleg dat ik de komende dagen met de directie van de NMBS zal hebben.
Ik verwacht nu van de NMBS een snelle en adequate oplossing, in het bijzonder met betrekking tot het beschikbare materieel op deze lijn. De maximale capaciteit moet worden gegarandeerd. Ik zal dit op de voet volgen. Daar kunnen u en de betrokken reizigers op rekenen.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik onthoud vooral uit uw antwoord dat u het in de tijd zult verschuiven, dat u het op de voet zult volgen en dat ik hier op deze plaats niet meer moet komen pleiten. Dan ga ik u enkele boodschappen meegeven, die u hopelijk goed in het achterhoofd houdt. U weet dat uw zusterpartij Groen in Vlaanderen één burgemeester heeft, namelijk in Mortsel. Uitgerekend daar zien we al maanden protest tegen de vernieuwde dienstregeling. Misschien kunt u naar hem eens een telefoontje plegen om na te gaan wat er precies scheelt. Tot slot, ik verweet u enkele weken geleden dat u ernaar staat te kijken als een koe naar een trein. Vandaag stel ik vast dat de reizigers in onze treinen opgesloten zitten als sardientjes in een blik. Ik verwacht van u op korte termijn veel meer actie.
De staking bij de NMBS en de gegarandeerde dienstverlening
De staking van 13 januari
De spoorstaking van 12 en 13 januari 2025
Spoorstakingen en dienstverlening bij NMBS januari 2025
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 16 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de spoorstaking tegen het pensioen- en hervormingsplan "Arizona", waarbij 70% van het SNCB-personeel meedeed, wat leidde tot grote verstoringen ondanks een alternatief vervoersplan (1/3 IC-treinen, 1/5 lokale verbindingen). Minister Gilkinet verdedigt het behoud van het speciale statuut voor spoorwegpersoneel (vroegpensioen op 55, zware arbeidsomstandigheden) en steunt de protesten, terwijl Cuylaerts (N-VA) het statuut oneerlijk en onhoudbaar noemt en Foret (MR) pleit voor verbetering van het "service garanti"-systeem om reizigers beter te beschermen. Jacquet (PTB) benadrukt de slechte arbeidsomstandigheden en onderinvestering als oorzaak van het conflict.
Voorzitter:
De vragen nrs. 56001679C van mevrouw Jacquet en 56001763C van mevrouw Cuylaerts, ingediend in de commissie, worden toegevoegd aan deze vraag.
Gilles Foret:
Monsieur le président, chers collègues, monsieur le vice-premier ministre, ce début de semaine a été marqué par une énième grève, une grève nationale qualifiée de préventive contre les futures réformes de notre système de pension. Une fois encore, cette action a eu des répercussions très importantes sur de nombreux travailleurs, sur des étudiants en période d'examens mais aussi sur les citoyens devant se rendre sur leur lieu de soins. Une fois encore, des milliers d'utilisateurs du rail n'ont pas pu compter sur leur mode de déplacement quotidien et indispensable.
L'objet de mon interpellation ne sera pas de vous demander votre avis sur le positionnement de votre parti ou le vôtre sur le bien-fondé des revendications des grévistes ou sur la légitimité du droit de grève – qui demeure un droit fondamental. Je voudrais revenir sur le service garanti qui a été mis en place par votre prédécesseur, François Bellot, dans une loi que, selon moi, vous n'avez pas votée à l'époque.
Quel bilan pouvons-nous dresser sur la mise en œuvre de ce service garanti lors des dernières grèves de lundi? Quel est le pourcentage de grévistes du côté de la SNCB et d'Infrabel? Dans quelle proportion ce plan de transport a-t-il pu être mis en place lundi? Y a-t-il une certaine équité sur le territoire ou y a-t-il des disparités dans son application? Le trafic de fret ou le trafic international ont-ils été perturbés?
Enfin, il importe pour le futur de savoir comment ce service garanti est évalué. Comment peut-on le faire progresser? Comment peut-on le consolider pour qu'il soit encore plus efficace pour permettre à chacune et à chacun de se rendre sur son lieu de travail, sur son lieu d'enseignement malgré les mouvements de grève? Je vous remercie de nous répondre et de nous dire si vous avez déjà engagé la réflexion et l'évaluation de ce système.
Farah Jacquet:
Monsieur le président, monsieur le ministre, comme ma collègue l'a dit tout à l'heure, plus de 30 000 personnes étaient dans les rues de Bruxelles ce lundi pour dire non au plan Arizona. Il y avait des professeurs, des pompiers, des puéricultrices, etc. ainsi que des cheminots! Oui, les cheminots sont solidaires de cette action. Et moi, je tiens à féliciter les cheminots, les travailleurs et les syndicats pour cette belle mobilisation de lundi. C'était vraiment magnifique!
Et qu'ont dit les travailleurs dans les rues ce lundi? Ils ne peuvent plus travailler jusqu'à 67 ans, ils ne peuvent pas terminer leurs mois avec des salaires bloqués, ils souffrent du manque d'investissements dans nos services publics. Avez-vous bien compris ce message? C'est bien pour cette raison qu'il y a eu un préavis de grève.
Comme ex-accompagnatrice de train, je pense évidemment à nos chemins de fer, aux travailleurs et aux usagers. Bien sûr! Le MR, Les Engagés et la N-VA veulent réduire les investissements prévus dans le rail et rendre la vie impossible aux usagers, supprimer le statut des travailleurs, limiter leur droit à partir à la retraite avant qu'ils ne soient usés par leur travail et couper dans leurs primes de nuit! Et après, ce sera quoi? On va travailler gratuitement?
Comme ils l'ont montré, ils ne se laisseront pas faire!,Ils peuvent compter sur nous, PTB, pour relayer leur combat et nous opposer à ce gouvernement de casseurs!
Mes questions sont les suivantes. Pensez-vous qu'en réduisant les droits des travailleurs, comme le veut l'Arizona, les métiers du rail seront plus attirants, alors qu'on peine déjà à recruter? Pensez-vous sincèrement qu'en réduisant les investissements dans (…)
Dorien Cuylaerts:
Mevrouw Jacquet, met een micro hoeft u niet te roepen, men verstaat u sowieso al.
Mijnheer de minister, staken is een fundamenteel recht in onze democratische samenleving en dat respecteren wij allemaal. Toch wil ik vandaag uw aandacht vragen voor de manier waarop de vakbonden van het spoorpersoneel keer op keer gebruik of misbruik maken van dat recht. Afgelopen maandag werden opnieuw honderdduizenden reizigers de dupe van stakingen bij het spoor. Nochtans geniet het spoorpersoneel in ons land een uitzonderlijk statuut, waarbij ik toch even wil stilstaan.
Het statuut biedt talrijke voordelen, zoals werkzekerheid, de mogelijkheid om op 55 jaar met pensioen te gaan en een royaal pensioen, een regeling waar heel veel werknemers en zelfstandigen alleen maar van kunnen dromen. Het is echter niet langer van deze tijd en het is financieel ook niet meer houdbaar, zo blijkt.
Tegelijkertijd is het spoor cruciaal voor veel burgers. Mensen moeten op hun werk geraken en studenten moeten hun examens kunnen afleggen. Deze staking legde het land letterlijk en figuurlijk plat en heeft heel veel reizigers gegijzeld.
Mijnheer de minister, in eerste instantie wilde ik polsen naar uw visie in dit dossier, maar ik zag maandag in de media dat u meteen uw wagonnetje had aangehaakt bij de betogers en vrolijk meestapte met de menigte.
Mijn vraag is dus hoelang we deze wanverhoudingen nog kunnen tolereren en hoe u uw steun voor de hoge eisen van de vakbonden rijmt met de noodzaak van eerlijke, duurzame en vooral broodnodige hervormingen.
Georges Gilkinet:
Chers collègues, ce lundi, effectivement, les travailleurs, notamment des chemins de fer, ont été très nombreux à marquer leur opposition aux projets de la future majorité Arizona. Permettez-moi d'être d'emblée très clair: je suis et je serai à leurs côtés pour défendre un service public ferroviaire de qualité et des conditions de travail soutenables.
Beaucoup de sujets sont effectivement de nature à inquiéter les cheminots et d'autres travailleurs: la remise en cause de la trajectoire budgétaire et des ambitions pour le train décidées sous cette législature, le risque de faire à nouveau du train la variable d'ajustement budgétaire de l'État fédéral, la volonté de certains de régionaliser le rail mais aussi les mesures très injustes annoncées par la future majorité en matière de pensions.
Het spoorwegpersoneel vormt de hoeksteen van ons spoorsysteem. Hun werk is niet evident: onregelmatige werktijden, werken in kou of warmte, heel vroeg ’s ochtends of heel laat ’s avonds werken, ook tijdens het weekend, en veranderingen die moeten worden doorgevoerd om de spoorwegdienst te verbeteren. Ik sta aan hun zijde.
Les conditions spécifiques d'accès à la pension des conductrices et des conducteurs de la SNCB se justifient. Elles tiennent compte de la pénibilité de leurs conditions de travail avec des services très matinaux ou très tardifs, irréguliers, y compris le week-end et les jours fériés, avec de grosses responsabilités. C'est pour cette raison que je les ai toujours défendues, y compris face aux attaques au sein de l'actuelle majorité Vivaldi.
Chers collègues, monsieur Foret, la meilleure grève est celle qu'on aura pu éviter, en continuant à investir et à transformer le rail belge, en entendant les inquiétudes des travailleuses et des travailleurs et en y répondant.
Je constate que leurs craintes ne sont pas apaisées. Elles sont plutôt attisées par les déclarations des partenaires de la potentielle future majorité. Face à ce manque de considération, je suis aux côtés des travailleuses et des travailleurs du rail.
Monsieur Foret, je dois vous préciser qu'en cas de grève, la loi prévoit non pas un service minimum, comme incorrectement annoncé par certains, mais bien un plan de transport alternatif. Elle exige que le personnel essentiel annonce sa participation à la grève au moins 72 heures avant le début de celle-ci.
Sur les 6 500 conducteurs et accompagnateurs de la SNCB, c'est-à-dire ceux que la SNCB a consultés pour connaître leur intention de participer ou non à la grève, 70 % ont exprimé leur intention de se mettre en grève. C'est le chiffre le plus élevé de ces dernières années. Les grèves contre le futur gouvernement Arizona sont bien plus suivies que celles qu'a connues le gouvernement Vivaldi.
Le service est alors organisé sur une base volontaire, le droit de grève étant, vous l'avez tous répété, un droit essentiel dans une démocratie.
Niemand ontkent de ongemakken en moeilijkheden die een staking voor reizigers veroorzaakt. Ik denk vooral aan de studenten die zich hebben moeten organiseren om hun examen af te leggen. Vanaf afgelopen zondag werd er een alternatief vervoersplan opgesteld om reizigers een, zij het beperkt, aanbod aan te bieden. Ongeveer een op de drie treinen op de IC-verbindingen en ongeveer een op de vijf lokale L- en S-verbindingen reden. Hier en daar rees een probleem, maar over het algemeen werd het aangekondigde alternatieve vervoersplan goed nageleefd.
Een dergelijke reorganisatie van het aanbod is zeer complex en vergt veel werk. Ik wil de medewerkers van Infrabel en de NMBS bedanken voor de gedrevenheid die ze hebben getoond.
J'espère maintenant que ces inquiétudes – qui ne sont d'ailleurs pas seulement celles des cheminots, mais aussi de l'ensemble des travailleurs, des enseignants, du personnel des services publics – seront entendues par les partis qui négocient un futur accord gouvernemental, monsieur Foret, madame Cuylaerts. Parce que notre monde a besoin de services publics efficaces et d'une sécurité sociale forte, parce qu'il existe des alternatives au désert que nous annonce la future coalition Arizona, des alternatives qui passent par des réformes équilibrées et surtout beaucoup plus justes que ce qui est sur la table.
Gilles Foret:
Monsieur le président, je me joins évidemment aux différents intervenants pour remercier les travailleurs du rail qui ont pu assurer un service garanti ce lundi. C'est important, car il faut que notre pays continue à tourner, que la mobilité soit possible parce que des gens en ont besoin.
Pour cette raison, je souhaitais intervenir aujourd'hui à propos du service garanti, qui a sept ans. Il avait alors été mis en place par votre prédécesseur, François Bellot. Il importe d'évaluer ce service, de voir comment on peut l'améliorer, en respectant le droit de chacune et de chacun. C'est un équilibre, et il faut que celles et ceux qui ont besoin de ce moyen de transport puissent en bénéficier, de manière équitable sur l'ensemble du territoire. Je serai très vigilant, avec mes collègues, lors de cette mandature, sur le fait de le faire évoluer. Nous déposerons une proposition de loi en ce sens.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Pour ce qui est de mon intonation, si tout le monde arrêtait de parler pendant que l'orateur s'exprime à la tribune, je pense que cela irait déjà mieux. Sinon, il conviendrait peut-être d'investir dans les soins de santé pour les appareils auditifs car personne ne m’empêchera de parler!
J’entends qu’on s’attaque au statut des travailleurs. Comme vous, monsieur le ministre, les travailleurs ne veulent pas de ces mesures Arizona. Vous venez d'en parler.
Mais qu’en est-il du statut des députés? Parce que c’est vous, les privilégiés, pas les cheminots! Pas les travailleurs! Là, on n’entend rien. Des salaires de 9 000 euros brut, des pensions à 8 000 euros. Mais non, rien, silence! De cela, on ne peut pas parler. Pour vous, c’est normal. J’ai envie de dire: regardez dans votre assiette avant de regarder dans celle des autres!
Dorien Cuylaerts:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Afgelopen zondag las ik op X het verhaal van een moeder die een hotel moest boeken om haar zoon tijdig op zijn examen te krijgen. Dat is een ingrijpende keuze, veroorzaakt door een treinstaking. Gelukkig bestaat er sinds 10 jaar een gegarandeerde minimumdienstverlening, die onder de Zweedse regering onder impuls van de N-VA werd goedgekeurd. Dankzij die maatregel zijn er maandag toch heel wat mensen op hun bestemming geraakt. Wij willen het spoorpersoneel natuurlijk ook bedanken, maar u pleit voor het behoud van het statuut. Hoe legt u dat uit aan andere mensen die tewerkgesteld zijn in een ander statuut? Het getuigt niet meteen van een solidaire houding. We vragen solidariteit, maar dan geldt dat ook wel voor iedereen. Mijnheer de minister, hoe u zich hier manifesteert in dit hele gebeuren is op zijn minst opvallend te noemen. U gaat zij aan zij met de betogers. U lijkt echt wel het spoor bijster.
De malaise bij de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 9 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Dorien Cuylaerts (oppositie) valt minister Gilkinet aan omdat zelfs zijn zusterpartij Groen met een petitie zijn mislukte spoorbeleid (onhaalbare beloften, slechte dienstverlening, stakingen) afwijst, wat zijn isolatie blootlegt. Gilkinet schuift de schuld op de toekomstige "Arizona-meerderheid" en benadrukt weliswaar beperkte vooruitgang (nieuwe treinen, stations), maar erkent tekortkomingen in het vervoersplan, waarschuwt voor verdere verslechtering door bezuinigingen en verdedigt zijn langetermijnvisie. Cuylaerts pareert dat vijf jaar loze beloften de reiziger teleurstellen en spot met Groens ommezwaai, vraagt retorisch of Gilkinet zijn eigen beleid nu ook afwijst. Kern: *spoorcrisis als symptoom van falend beleid en politieke tweespalt*.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, sinds een aantal maanden reis ik met de trein naar Brussel. De voorbije dagen circuleert er echter iets vreemds in de stations van de NMBS. Het gaat om een flyer, die oproept om een petitie te tekenen tegen het huidige spoorbeleid. (Toont flyer.) De flyer roept op die manier op om druk te zetten op de minister van Mobiliteit.
Op zich is er niets mis met een flyer en zeker niet met een petitie tegen het spoorbeleid. Wat echter heel speciaal is aan de flyer, is dat hij van uw zusterpartij Groen komt, zijnde de partij waarmee u al jaren een fractie vormt hier in het halfrond en een partij die al jaren uw spoorbeleid verdedigt. Zij keert nu haar kar. Mijnheer de minister, dat is een wake-upcall die kan tellen. Wat blijkt immers? Niemand maar dan ook niemand, zelfs uw eigen partij niet, staat achter uw spoorbeleid.
Zij hebben gelijk. We hebben daarvoor gewaarschuwd. Mijn voorganger heeft tijdens de vorige legislatuur herhaaldelijk opgemerkt dat uw plannen onhaalbaar waren: meer treinen, elk half uur een trein, meer nachttreinen en meer weekendtreinen. U beloofde meer. De reiziger kreeg echter minder. Bovendien wordt komende zondag 12 januari 2025 gestaakt. Alweer is de reiziger de dupe alsook de studenten, die in de examenperiode zitten.
Het is tijd voor eerlijkheid. De reiziger heeft nood aan een efficiënt en vraaggestuurd aanbod, alsook aan een betrouwbare dienstverlening.
Mijnheer de minister, ik heb een heel eenvoudige vraag. Bent u bereid eindelijk werk te maken van een haalbare dienstverlening of blijft u halsstarrig vasthouden aan een beleid dat de reizigers blijft teleurstellen?
Georges Gilkinet:
Collega, ik ben wat verrast door uw vraag. Als er vandaag een malaise bestaat binnen de NMBS en Infrabel, dan is dat vooral te wijten aan de plannen van de toekomstige arizonameerderheid en aan het in vraag stellen van het vele werk en de projecten waaraan ik als minister van Mobiliteit vier jaar lang heb gewerkt voor de reiziger, voor extra middelen voor het spoor, om meer treinen in betere omstandigheden te laten rijden met een duidelijk visie op lange termijn.
Wat is de situatie vandaag? Er zijn positieve zaken: er rijden nieuwe treinen, er zijn nieuwe toegankelijke stations, er bestaan nieuwe internationale verbindingen naar buurlanden en ook vandaag rijden de treinen overal ondanks de sneeuwval overal in België. Er zijn ook zeker objectieve moeilijkheden op het spoor: overbezetting op bepaalde lijnen, concurrentie met het internationaal verkeer, minder treinen sinds 15 december tussen Antwerpen en Brussel.
Het is geen geheim dat ik niet helemaal tevreden ben met het nieuwe vervoersplan van de NMBS. Er is namelijk nog marge voor verbetering. Echter, verbetering kan alleen met respect voor de doelstellingen van het nieuwe beheerscontract en op voorwaarde dat de volgende meerderheid het contractueel vastgelegde investeringsritme handhaaft, het tegenovergestelde van wat Arizona voorbereidt. De arizonaplannen voor het spoor zullen de door u aangehaalde malaise alleen maar verder doen toenemen, ook in andere sectoren. Het is logisch dat dit tot grote onrust leidt bij het spoorwegpersoneel. Hierdoor zullen ook files blijven toenemen, waarvan de gevolgen nu catastrofaal zijn.
Vandaar mijn oproep (…)
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik heb jammer genoeg maar een minuut om te antwoorden. Ik kan alleen maar vaststellen dat er de voorbije vijf jaar niets is gekomen van een betere dienstverlening voor de reizigers. Het is bij loze beloften gebleven en de reiziger blijft in de kou staan. U bent verbaasd over mijn vraag, maar ik ben verbaasd over uw zusterpartij Groen. Zij heeft u al die jaren ingedekt en elke kritiek op uw beleid weggewuifd, maar kijk nu, de rollen zijn omgekeerd. De partij wisselt het geweer van schouder en start zelfs een petitie tegen de groene minister. Daaruit blijkt voortschrijdend inzicht. Mijnheer de minister, ik heb nog een eenvoudige vraag voor u. Hebt u die petitie al ondertekend? Ik zou denken van wel, want u lijkt volledig ontspoord in dit dossier.
De naleving van de taalwetgeving
De naleving van de taalwetgeving
Het gebruik der talen door de treinbegeleiders van de NMBS
Taalnaleving door NMBS-treinbegeleiders
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 19 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de strikte handhaving van de taalwetgeving bij de NMBS na een incident waarbij een treinbegeleider in Vilvoorde reizigers in zowel Nederlands als Frans begroette. Eva Demesmaeker (N-VA) en Sammy Mahdi (CD&V) verdedigen de wet als fundamenteel voor de Nederlandse taal- en cultuuridentiteit, waarschuwen voor verdere versoepeling (leidend tot eentaligheid Frans) en kritiseren de NMBS voor het misbruiken van het voorval om de regels te ondermijnen. François De Smet (Défi) en minister Gilkinet (Ecolo) pleiten voor pragmatisme en meertaligheid in de praktijk, zolang de regionale taal prioriteit behoudt, en zien vriendelijkheid en toegankelijkheid als essentieel voor moderne dienstverlening. De spanning toont de communautaire tegenstelling tussen juridische striktheid en sociaal-culturele flexibiliteit.
Eva Demesmaeker:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik ben opgelucht en misnoegd tegelijk. Ik ben opgelucht, want we hebben de voorbije dagen kunnen ontdekken dat de NMBS vriendelijk en hardwerkend personeel heeft, dat elke dag in de frontlinie staat, het aanspreekpunt is voor vele frustraties. Er zijn de voorbije weken heel veel frustraties bijgekomen. Tegelijkertijd ben ik enorm misnoegd, want helaas is de laatste dagen ook duidelijk geworden hoeveel belang de NMBS en u, mijnheer de minister, hechten aan onze taalwetgeving.
Laat er geen misverstand over bestaan, ik sta hier vandaag niet om de treinbegeleider die zich versprak bij een hartelijke begroeting, met het vingertje te wijzen. Een vergissing is begrijpelijk en wordt ook vergeven. Vriendelijkheid wordt geapprecieerd, maar de reactie van de NMBS is onjuist. De NMBS maakt gebruik van deze situatie om op te roepen om onze taalwetgeving minder streng te respecteren en dat gaat te ver. Onze taalwetgeving is geen vodje papier, het gaat over de fundamentele waarborg van onze rechten en culturele identiteit.
Wanneer zal dit stoppen? Wanneer gaat u eindelijk onze taalwetgeving respecteren?
Sammy Mahdi:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, een treinconducteur zegt bonjour en goedendag in de mooiste stad van Vlaanderen, in Vilvoorde. Dat is op zich een banaal gegeven. Het is geen ramp en het is al helemaal geen misdrijf. Het zou goed zijn als mensen vaker goedendag zeggen op straat. Het zou fijn zijn als er meer respect is voor elkaar. De man met pek en veren overladen, is het laatste dat we moeten doen.
Mijnheer de minister, u moeten we daarentegen wel met pek en veren overladen. Schaamteloos maakt u misbruik van dit voorval om te pleiten voor het herzien van de taalwetgeving. Schaamteloos maakt u gebruik van dit voorval om het Nederlands en het belang van het Nederlands in Vlaanderen helemaal weg te duwen.
Jaarlijks vestigen duizenden mensen zich in Vlaanderen. Wij proberen er in Vlaanderen voor te zorgen dat de mensen die naar Vlaanderen komen de taal leren, zich integreren, deel kunnen uitmaken van onze Vlaamse gemeenschap. En u zegt dat de taalwetgeving misschien moet worden herbekeken. Die vervreemding in de samenleving mag u bij u proberen te organiseren, maar niet in Vlaanderen. Het enige dat we vragen, is respect voor het Nederlands, zodat mensen hun kansen kunnen benutten.
De volgende spreker staat klaar, met een brede glimlach. De heer François De Smet van Défi denkt nu al dat hij een bondgenoot heeft gevonden voor de rechten van de Franstaligen in Vlaanderen, in de Vlaamse Rand. Dan kunnen ze eindelijk weer Frans spreken in Vlaanderen en dan moeten ze zich niet aanpassen en één gezamenlijke gemeenschap vormen.
Mijnheer de minister, vindt u het normaal dat men in Vlaanderen in het Frans bediend wordt? Wat bezielt u om de taalwetgeving in vraag te stellen en hier communautaire spelletjes te spelen?
François De Smet:
Monsieur le président, monsieur le ministre, je remercie le collègue Mahdi pour le teasing . Nous vivons une période assez morose et il se produit parfois des événements terribles. En effet, il semble que du côté de Vilvorde, un accompagnateur de train ait osé dire "bonjour". Il aurait même osé dire "goeiemorgen, bonjour" aux voyageurs.
Que lui a-t-il pris? Ce contrôleur s'est-il dit qu'il allait envahir la Flandre? S'est-il dit qu'il allait tenter de franciser les quelques voyageurs qui se trouvaient là? Je ne crois pas. Je crois qu'il a simplement fait preuve de courtoisie, de politesse et que c'est très bien ainsi. Son seul crime est sans doute d'avoir oublié que, dans quelques situations, les lois linguistiques sont peut-être appliquées en dépit du bon sens.
Moi, je crois qu'il est temps de changer de siècle. Un "bonjour" dans un train, monsieur Mahdi, ce n'est pas une convocation électorale. Ce n'est pas quelque chose d'officiel. Ce n'est que de la bonne entente. Vraiment! Quant à votre réaction, que la N-VA monte sur le sujet, je le comprends mais que vous montiez sur ce sujet, alors que cela fait six mois que vous devriez être en train de faire un gouvernement et que très objectivement on a autre chose à faire, cela montre que le nationalisme est quelque chose de poreux, malheureusement. Cela montre que le "tradinationalisme" peut avoir de l'influence même sur des esprits aussi brillants et rationnels que le vôtre. Je ne vous cache pas que cela m'inquiète pour la future Arizona.
Monsieur le ministre, je trouve que c'est une peccadille qui ne devrait même pas être traitée ici, si ce n'est qu'il y a la réaction de la SNCB qui me semble intéressante.
Monsieur le ministre, comptez-vous diligenter une enquête interne sur cet incident? Je suppose que non. Par contre, en tant que ministre, vous avez le pouvoir d'interroger la fameuse Commission permanente de Contrôle linguistique sur une série de choses. Peut-être pourriez-vous lui demander si, dans un certain nombre de cas, il serait vraiment grave que, de Knokke à Durbuy, on fasse des annonces en français et en néerlandais et pourquoi pas en anglais dans tout ce pays? (…)
Georges Gilkinet:
Goeiendag, bonjour. Chers collègues: je pense qu'un bonjour n'a jamais tué personne, que du contraire.
Vanochtend nog had ik het genoegen om reizigers te mogen begroeten op de eerste trein van de nieuwe verbinding tussen Parijs en Brussel. Ja, onze Nederlandse, Franse, Duitse, Luxemburgse en zelfs Britse buren nemen de trein om ons mooi land te bezoeken en er zijn ook Vlamingen die elke dag de trein nemen naar Wallonië en Brussel en Franstaligen die de trein nemen naar Vlaanderen en Brussel.
Et je le constate chaque jour quand je prends le train. Ce matin encore, entre Namur et Bruxelles, des accompagnateurs de train font de leur mieux pour être au service des voyageurs et les informer, qu'ils soient usagers quotidiens ou touristes; qu'ils soient Flamands en Wallonie, francophones en Flandre ou citoyens étrangers.
En tant que voyageur, et surtout en tant que ministre de la Mobilité, je trouve ça bien! Ce que nous attendons de la SNCB au 21 e siècle, c'est d'offrir un accueil de qualité à tous les voyageurs en veillant à leur sécurité et en leur communiquant une information aussi bonne, complète et compréhensible que possible.
Als het op een vriendelijke manier gebeurt, is het nog beter. Ik wil iemand citeren die u goed kent, mijnheer Mahdi, de CEO van de NMBS: "Dank aan onze treinbegeleiders om professioneel en enthousiast met onze reizigers te communiceren en voor hun goeiedag, bonjour , guten Tag, en nog een goed aantal meer. Informatie, veiligheid, en controle zijn essentieel; men kan niemand ooit genoeg een fijne dag toewensen." Ik moet u zeggen dat ik deze mening deel. Het choqueert mij absoluut niet dat een treinbegeleider de reizigers in het Nederlands en in het Frans begroet in Vilvoorde.
Si des voyageurs flamands sont accueillis en français et en néerlandais à Durbuy ou à Dinant, cela ne me choque pas.
Als hij Franstalige reizigers in het Frans en in het Nederlands begroet in Oostende, choqueert mij dat ook niet.
Plaider pour appliquer de façon souple et pour dépoussiérer une législation datant du siècle dernier pour qu’elle soit plus en phase avec la société d’aujourd'hui me semble être simplement une question de bon sens.
Dat lijkt me een kwestie van gezond verstand, veel meer dan een strikte, blinde toepassing van de taalwetgeving in het kader van het spoorvervoer, waarvoor sommigen pleiten.
Ik wil duidelijk zijn. De NMBS moet uiteraard voorrang blijven geven aan het gebruik van de taal van de regio waarin zij opereert om de passagiers te informeren. Het zou echter volledig gepast zijn, mocht zij ook in andere talen, waaronder de nationale talen, met hen kunnen communiceren om hen met respect te informeren. Dat zou ook bijdragen aan de aantrekkelijkheid van onze regio’s op het kruispunt van Europa.
Certains se disent attachés au multilinguisme dans ce pays. Je le suis. Depuis le début de la législature, je m'exprime, en Flandre comme en Wallonie, en néerlandais et en français. Au lieu de courir après les collègues nationalistes, je vous invite plutôt à vous réjouir que, tout en respectant la langue du territoire dans lequel elles se trouvent, des personnes au service de la société accueillent les citoyens dans plusieurs langues. C'est dans cette diversité que se trouve notre richesse.
Je pense que si nous étions plus nombreux à agir de la sorte, notre société se porterait mieux. En attendant, permettez-moi de m'étonner que certains considèrent que c'est la priorité du jour, alors qu'ils ont aussi un gouvernement à former! Permettez-moi également de souhaiter beaucoup de plaisir à leurs futurs potentiels partenaires!
Dames en heren, goeiemiddag, bon après-midi.
Eva Demesmaeker:
Mijnheer de minister, u maakt er een karikatuur van. Nogmaals, het gaat hier niet over de treinbegeleider die gewoon vriendelijk wou zijn en zich versprak. Het gaat om de reactie van de NMBS nadien, die oproept tot een versoepeling van de taalwetgeving.
Laat ik duidelijk zijn. Ik ben van de Brusselse Rand, zoals sommigen hier, en wij weten tot wat versoepeling leidt. Dat leidt tot taalfaciliteiten en die leiden uiteindelijk tot eentaligheid, waarbij het Nederlands niet meer van belang is en waarbij Nederlandstaligen cruciale informatie missen als de hulpdiensten hen niet begrijpen. Het leidt er ook toe dat Nederlandstaligen niet met hun bestuur kunnen communiceren.
Mijnheer de minister, ik heb het grootste respect voor ons spoorpersoneel, maar ik verwacht van u hetzelfde voor onze taal en onze identiteit.
Sammy Mahdi:
Mijnheer de minister, u verstopt zich achter de treinbegeleider om zelf voorstellen te doen voor de aanpassing van de taalwetgeving. Daarmee hebt u uiteindelijk uw eerlijke mening gegeven, namelijk dat er een soepelere wetgeving moet komen. Iedereen weet heel goed wat dat betekent.
Mijnheer de minister, ik zal mij meteen na de vraag inderdaad met belangrijke zaken bezighouden, maar ik geef u toch nog een tip mee. Wat voor mij belangrijk is, is dat u zich focust op uw taak: ervoor zorgen dat de treinen op tijd rijden. Als u dan toch niet meer in het Parlement bent, had u, in plaats van anderen de les te spellen, er de voorbije vijf jaar voor kunnen zorgen dat de kinderen in de scholen in Franstalig België verplicht Nederlands leren. Daarvoor had u kunnen zorgen. Het is een pure schande dat kinderen in het Franstalig onderwijs vandaag niet verplicht zijn om Nederlands te leren. Dan komt u ons hier de les spelen. Dag en bedankt. Bij deze de boodschap die ik graag meedeel. (Luid protest)
Rustig, collega's aan de linkerzijde, het komt allemaal goed. Ik weet dat het pijn doet, maar dat is niet erg. Sta me toe uit te spreken (…)
François De Smet:
Merci monsieur le ministre, pour votre réponse. Je pense que si une recommandation vient de la SNCB elle-même – qui, elle, ne favorise ni les francophones ni les flamands –, il faut quand même l'écouter. J'ai une anecdote. Cela se sait peut-être, j'ai un seul collaborateur parlementaire. Il s'appelle Christophe et je le salue. Il me racontait l'anecdote suivante. Hier, il a pris le train. Il a le bonheur d'habiter une commune appelée Jurbise dans le Hainaut. Son train s'arrête à Huizingen. Pour laisser passer des trains à grande vitesse, ce qui se fait fréquemment sur cette ligne, le conducteur de train fait quelque chose qui est visiblement interdit, mais à mon avis, cela se fait souvent. Il explique d'abord en néerlandais, mais aussi en français, la raison pour laquelle le train est arrêté quelques minutes. C'est simplement une question de sécurité, et il le fait aussi pour rassurer les voyageurs. Est-ce grave que cette annonce soit faite dans les deux langues? Cela va-t-il vraiment empêcher des gens d'apprendre le néerlandais ou le français? Je ne crois pas. Il est temps de passer à ce siècle-ci, d'encourager un maximum le bilinguisme et surtout d'être cohérent. L'emploi des langues dans les transports en commun peut se faire en deux, trois ou quatre langues, ça ne tuera personne!
Het station Bergen
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 19 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tine Gielis kritiseert het Bergen-treinstation als een peperduur prestigeproject (480 miljoen voor 9.000 reizigers, 10 jaar vertraging) en wijst op falende toegankelijkheid van NMBS-stations (doelstellingen 2027/2032 dreigen niet gehaald). Minister Gilkinet beaamt de verspilling (beslissingen uit het verleden, slecht beheer) en benadrukt nieuwe regels (prioriteit voor toegankelijkheid, transparantie en kostenefficiëntie via het NMBS-contract) om herhaling te voorkomen. Gielis eist minder prestige, meer actie en betere samenwerking met lokale besturen voor levendige, toegankelijke stations. Kern: NMBS-misbeheer verleden vs. toekomstige herstelplannen.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, een gebrek aan transparantie, een vertraging van bijna tien jaar, een initiële kostprijs van om en bij de 40 miljoen euro die uiteindelijk is geëvolueerd naar een kostenplaatje van 480 miljoen euro, en dat voor 9.000 treinreizigers. Omgerekend komt dat neer op een investering van meer dan 50.000 euro per reiziger. Proficiat. Met dat bedrag had de NMBS nochtans 200 nieuwe rijtuigen kunnen aankopen of had ze 100 stations kunnen renoveren. Zij had ook wifi kunnen installeren op de trein.
Nochtans zijn investeringen broodnodig om de NMBS weer op de rails te krijgen en dat begint bij toegankelijke stations in heel het land. Ik ga even de rekening erbij halen: als we de NMBS mogen geloven, dan komen er 154 toegankelijke stations in 2027 en 176 tegen 2032. Momenteel zitten we aan 106 toegankelijke stations die gerealiseerd zijn, terwijl het er al 120 zouden moeten zijn. Als we aan dat tempo verdergaan, dan zullen er in 2027 125 toegankelijke stations gerealiseerd zijn en geen 154 zoals voorzien.
U stond erbij en keek ernaar, mijnheer de minister, zoals een koe naar een trein. Wat is hier gaande?
Georges Gilkinet:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw Gielis, ik heb er al meermaals op gewezen dat de bouw van het station van Bergen het toppunt is van een ongeziene verspilling van publiek geld. (Gelach)
Zoals u weet, is dat het resultaat van beslissingen die lang voor mijn aantreden werden genomen en die verschillende legislaturen overspannen, waarvan ik de buitensporige gevolgen voor de begroting alleen maar kan betreuren evenals het slechte voorbeeld op het gebied van het beheer van overheidsmiddelen.
Ik hoef u niet te herinneren aan de verantwoordelijkheid, die ook uw partij de voorbije legislaturen heeft gehad in het dossier.
Ik wil nog duidelijker zijn. De budgetten die voor het station zijn uitgetrokken, hadden duidelijk beter kunnen worden besteed aan de verbetering van de toegankelijkheid en de ontvangstfaciliteiten in tal van andere stations, die daaraan dringend behoefte hebben. Ik veroordeel die keuze uit het verleden ten zeerste.
In de toekomst moeten we een dergelijke verspilling vermijden. We hebben de nodige richtlijnen vastgelegd in het openbaardienstcontract van de NMBS. Het geeft prioriteit aan het standaardiseren van de onthaalinfrastructuur en het versnellen van de ontwikkeling van de toegankelijkheid voor de beste prijs-kwaliteitverhouding. Het nieuwe contract biedt ook instrumenten voor een doeltreffende en transparante opvolging van de investeringen. Met de huidige regels, die ik heb opgenomen in het contract met de NMBS, zal er nooit meer een puinhoop zoals het station van Bergen zijn.
Ik heb echter nog een laatste boodschap voor u. Voor een efficiënt en voorbeeldig spoorwegsysteem moet de toekomstige meerderheid vasthouden aan de genomen engagementen om de spoordienst en de toegankelijkheid te verbeteren.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik ben blij dat u het met mij eens bent dat het station van Bergen een kaakslag is voor elke pendelaar. Zulke peperdure prestigeprojecten moeten tot het verleden behoren. Het is goed dat u die regels op scherp hebt gesteld, maar ik had er wel graag wat meer actie rond gezien en eventueel enige terughoudendheid over de oplevering van onderhavig station. Minder architecturale prestigeprojecten en meer levendige en toegankelijke stations. Dat moet het doel zijn. We doen dat uiteraard in samenspraak met de lokale besturen, want zij zijn daar aan zet.
De vervangbussen van de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Gilkinet verdedigt de hoge kosten (€16,8 miljoen) van 60.400 vervangbussen in 2023 door achterstallig spooronderhoud (90% van de gevallen) en chauffeurstekort, wat marktprijzen opdrijft. De SNCB werkt met contracten met 10 busmaatschappijen, maar bij weigering (door capaciteitsgebrek) moet ze duurdere noodoplossingen zoeken via openbare aanbesteding. Hij benadrukt dat treinen de prioriteit blijven, maar onvoorziene omstandigheden (incidenten, werken) en marktmechanismen de kosten verzwaren. Tourneur uit verrassing over de prijs, maar aanvaardt de uitleg.
Aurore Tourneur:
Monsieur le ministre, je ne vais pas traîner sur cette question parce que vous avez déjà répondu à l'une de mes questions écrites où je demandais des informations plus précises par rapport à une région en particulier. J'aimerais cependant faire seulement un commentaire: je suis un peu étonnée du coût, qui me paraît relativement élevé, de 16,8 millions d'euros, et je voulais savoir si cela était dans la ligne du budget que la SNCB souhaitait consacrer à ce service.
Georges Gilkinet:
D'abord et avant tout: la SNCB essaie de transporter des personnes d'un point A à un point B, normalement avec un train, parfois avec un bus quand il n'y a pas d'autre choix, parce qu'il y a par exemple des travaux sur la ligne ou un accident de personne, et elle essaie de répondre à son obligation et à la mission qui lui est conférée par l'État fédéral. Cela peut avoir un coût, mais celui-ci est la conséquence de circonstances difficiles à éviter.
J'ai déjà répondu à la question, notamment, du président de cette commission. C'était, la dernière fois, le 15 octobre. La SNCB est effectivement obligée de mettre en service des dizaines de milliers de bus de remplacement chaque année. Le coût total figure dans la réponse. Pour rappel, environ 90 % de ces bus de remplacement sont mis en service lorsque des travaux sur la voie rendent la circulation des trains impossible. Il y a beaucoup de travaux à réaliser et beaucoup de retard d'entretien à rattraper. Les 10 % de bus restants sont mis en service en cas d'incident, comme un passage à niveau bloqué ou un accident de personne plus dramatique.
Il est question de quelque 60 400 bus de remplacement pour ce qui concerne 2023. Je ne vais pas vous fournir – ce n'était pas votre demande – les détails sur chacun de ces bus. La SNCB dispose d'un contrat-cadre pour les bus de remplacement qui a été conclu avec une dizaine de sociétés de bus dans tout le pays. Le contrat a été attribué sur la base de plusieurs critères comme cela se passe dans ces cas-là: le prix, la taille de la flotte, la durabilité de la flotte de bus. Les sociétés de bus retenues dans le contrat-cadre ne sont pas obligées d'accepter chaque commande de bus émise par la SNCB. Elles reçoivent en effet les demandes de la SNCB et peuvent les accepter ou non en fonction de la disponibilité de leur matériel et de leurs chauffeurs.
Les principales raisons pour lesquelles les commandes ne sont pas acceptées par les sociétés sont la pénurie de chauffeurs de bus combinée à une demande accrue de transport par bus dans différents secteurs depuis la fin de la période covid. Cela a conduit à une situation où les sociétés de bus n'ont pas toujours les ressources nécessaires pour répondre à toutes les demandes et choisissent donc les commandes les plus intéressantes financièrement et/ou opérationnellement, ce qui peut expliquer en partie l'augmentation du coût, dans la loi économique bien connue de l'offre et de la demande. Si la commande de bus de remplacement pour la SNCB n'est pas acceptée dans le cadre du contrat-cadre, la SNCB recherche une société de bus en dehors du contrat-cadre, conformément aux règles de marché public en vigueur. Par conséquent, plusieurs devis sont demandés aux entreprises de bus et la commande est attribuée à l'entreprise dont le devis est le moins cher. Mais évidemment, les prix hors contrat-cadre sont sensiblement plus élevés que les tarifs dont bénéfice la SNCB pour ses commandes réalisées dans le cadre du contrat-cadre.
Chercher les meilleurs rapports qualité/prix et d'autres formes de coopération avec le marché des bus représente un travail permanent pour la SNCB. Mais dès lors que les besoins sont difficilement prévisibles, sauf en cas de travaux sur la ligne qui sont programmés, et dès lors qu'il y a une pénurie de chauffeurs de bus dans le secteur, nous ne sommes pas en position de force pour négocier les meilleurs prix. Mais à chaque fois, la SNCB réalise un marché public et veille à ce que cela ne soit pas trop coûteux, l'idéal étant d'avoir des personnes dans les trains, ce à quoi nous travaillons de façon continue.
Aurore Tourneur:
Merci beaucoup, monsieur le ministre, pour votre réponse exhaustive aussi bien à l'écrit qu'à l'oral.
Het in kaart brengen van kwetsbare spoorweginfrastructuur door Infrabel
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische spoorinfrastructure wordt geëvalueerd op klimaatbestendigheid, met focus op stabiliteit van taluds bij extreme neerslag, geïdentificeerd als grootste risico (o.a. na incidenten zoals Bruxelles-Ottignies). Twee lopende studies (2024) inventariseren eerst alle spoorlichamen en analyseren vervolgens risico’s in overstromingsgevoelige zones, maar concrete aanpassingsprojecten zijn nog niet gedefinieerd. Nieuwe infrastructuur moet al wel rekening houden met klimaatrisico’s, terwijl een tussenrapport over federale aanpassingsmaatregelen begin 2025 verschijnt. Dubois benadrukt dringendheid en hoopt op snelle integratie van bevindingen in lopende bouwprojecten.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, je fais référence au plan pour une société résiliente au changement climatique d'ici 2050, élaboré sous la houlette de votre collègue ministre du Climat. Il prévoit plusieurs mesures à prendre dans le cadre de vos compétences. Parmi celles-ci, la mesure n° 7 visant à cartographier la sensibilité des infrastructures ferroviaires aux phénomènes météorologiques extrêmes en vue d’une planification à long terme.
Dans ce cadre, il est prévu qu'une analyse de l’impact possible des phénomènes météorologiques extrêmes soit menée sur la base de la littérature et des expériences concrètes en Belgique et à l’étranger. Suite à cette analyse, plusieurs projets potentiels pour l’adaptation des infrastructures devraient être identifiés.
Monsieur le ministre, où en est la mise en œuvre de cette mesure? L'analyse a-t-elle été réalisée? Si oui, des projets concrets pour adapter les infrastructures ont-ils été imaginés? Si oui lesquels?
Georges Gilkinet:
Monsieur Dubois, une évaluation à mi-parcours des mesures fédérales d'adaptation 2023-2026 est en cours de réalisation. Le rapport devrait être publié dans le courant du premier trimestre 2025.
Concernant la mesure n° 7, "cartographier la sensibilité des infrastructures ferroviaires aux phénomènes météorologiques extrêmes en vue d’une planification à long terme", voici un état des lieux des mesures prises jusqu'à aujourd'hui. Une analyse de la littérature des rapports d'experts a été réalisée afin d'identifier les mesures et projets possibles susceptibles de limiter la vulnérabilité de l'infrastructure ferroviaire à la suite de phénomènes météorologiques extrêmes.
Voici notamment deux études qui ont été utilisées: - l'étude ARISCC ( Adaptation of Railway Infrastructure to Climate Change ) réalisée par l'Union internationale des chemins de fer en 2011, à laquelle plusieurs entreprises ferroviaires et gestionnaires d'infrastructure ont contribué. Cette étude a notamment permis d'établir un classement des impacts du changement climatique sur l'infrastructure ferroviaire;
- la note stratégique publiée début 2024 par le groupe de travail PRIME ( Platform of Rail Infrastructure Managers in Europe ), forum ouvert aux gestionnaires d'infrastructure ferroviaire européens, et la Commission européenne, intitulée "Adaptation au changement climatique pour les gestionnaires d'infrastructure au niveau européen"; l'accent étant mis sur la résilience du réseau ferroviaire européen structurant, le RTE-T.
Ces recherches, combinées à l'expérience du passé du gestionnaire d'infrastructure, ont permis de mettre en avant que le plus grand risque pour la circulation des trains lors d'inondations ou de fortes précipitations est la stabilité des talus. Si vous vous en souvenez, pas très loin de chez vous, nous l’avons vécu sur la ligne entre Bruxelles et Ottignies. Une interruption du trafic très longue et des travaux très lourds ont été nécessaires pour restabiliser le talus.
L'impact possible est fortement lié à la structure locale du sous-sol, à la pente du talus, aux drains naturels et aux systèmes de drainage déjà présents. Cela implique que pour chaque ensemble d'éléments d'infrastructure, dans ce cas tous les différents remblais, une étude doit être réalisée sur l'impact, par exemple, de fortes pluies sur la stabilité de ces actifs et donc sur la résilience de l'ensemble du réseau ferroviaire.
C'est pourquoi deux études ont été initiées. La première étude, externalisée et initiée en 2024, a permis de réaliser l'inventaire et le paramétrage des remblais ferroviaires, tant en élévation qu’en enfouissement: hauteur, pente, type de trottoir, largeur de trottoir, etc. Au cours de cette phase, des zones inondables ont également été identifiées.
La seconde étude vient de commencer. Il s'agit d'une analyse des risques, qui porte principalement sur la stabilité des accotements de talus dont la pente est supérieure à deux mètres et qui se situent dans des zones inondables, sur la base d'analyses régionales des risques d'inondation, dans le climat actuel et futur.
La durée de cette étude n'est pas encore définie car elle dépend de l'inventaire qui sera réalisé et des priorités. Il est important de noter que toute nouvelle infrastructure, y compris les renouvellements d'infrastructure, est soumise à une prise en charge complète de ces phénomènes liés au réchauffement de la planète et au dérèglement du climat.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, merci pour ces réponses très complètes. Il y a effectivement eu un cas malheureux à Mont-Saint-Guibert, pas loin de ma commune. J'entends que les études sont en cours. Nous en attendons les résultats concrets. Dans l'attente de ces résultats, j'espère que ce risque important est déjà pris en compte dans le cadre des projets de construction ou d'extension en cours. C'est une bonne chose d'avoir identifié ce risque majeur concernant la stabilité des talus. Nous reviendrons plus tard sur cette thématique.
Drainagesystemen voor de treinsporen
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de klimaatbestendigheid van Belgische spoorinfrastructuur, met focus op drainagesystemen die kwetsbaar zijn voor extreme neerslag en overstromingen. Infrabel herziet momenteel (tot 2025) de technische voorschriften voor drainage, gebaseerd op risicoanalyses (o.a. ARICC-studie), en past nieuwe infrastructuur al aan met moderne oplossingen waar nodig. Minister Gilkinet benadrukt dat het spoor cruciaal is voor de Belgische klimaatdoelen (reductie CO₂ via modal shift), maar erkent dat bestaande kwetsbare zones nog niet volledig zijn aangepakt. Concrete status per lijn (behalve lijn 12) blijft onbeantwoord, wat leidt tot een vervolgvraag.
Xavier Dubois:
Ma question est en lien avec le sujet que nous venons d'aborder, à savoir la résilience de notre société et, en particulier, des infrastructures ferroviaires.
Le rapport d'activités 2023 d'Infrabel a relevé que les conditions météorologiques extrêmes deviendront plus fréquentes en raison du changement climatique et présenteront des risques pour l'infrastructure ferroviaire. Les recherches internationales montrent que ce sont surtout les inondations, les fortes précipitations à intervalles rapprochés et les pluies prolongées qui auront le plus de répercussions. Dans ce contexte, les systèmes de drainage sont confrontés à un risque accru.
La mesure 8 du plan élaboré en vue d'une société plus résiliente porte sur l'adaptation des directives techniques pour le dimensionnement et la construction de nouveaux ouvrages de drainage ferroviaire, avec la prise en considération des zones inondables et l’intégration des bassins tampons et des oueds.
Qui est chargé de la mise en œuvre de cette mesure numéro 8 et, surtout, où en est ce travail?
Dans le rapport 2023 d'Infrabel, il est précisé que la ligne 12 dispose d'un système de drainage adapté. D'autres lignes sont-elles équipées de ce dispositif essentiel?
Georges Gilkinet:
La question de la résilience des infrastructures est effectivement cruciale. Nous l'avons d'ailleurs inscrite à l'ordre du jour des travaux de la dernière présidence belge du Conseil de l'Union européenne, avec nos collègues ministres de la Mobilité. Par ailleurs, les entreprises publiques – en l'occurrence Infrabel, vu qu'il s'agit d'une question d'infrastructure – doivent intégrer autant que faire se peut cette dimension.
Le réseau ferroviaire doit constituer avant tout un élément de base de la politique climatique belge, puisqu'il permet d'éviter chaque année 100 millions de voitures et 2,4 millions de camions sur nos routes, soit entre 2,3 et 2,8 % des émissions totales de CO 2 pour ce qui concerne la Belgique.
Comme toutes les infrastructures, le rail est également soumis aux conséquences de plus en plus tangibles dès à présent du dérèglement climatique et du réchauffement de la planète; notamment à la multiplication et l'intensification des phénomènes de pluies intenses qui génèrent un risque important d'inondation. Infrabel a donc réalisé, il y a quelques années déjà, la cartographie des vulnérabilités ferroviaires et ce, dans le cadre du Plan national d'adaptation au changement climatique.
L'étude internationale ARICC – que j'ai citée tout à l'heure – a servi de base à cette analyse afin de déterminer les risques pour l'infrastructure ferroviaire. Le dimensionnement du drainage en cas de fortes précipitations a été détecté comme un élément critique sur le long terme.
C'est pourquoi, premièrement, la révision des prescriptions techniques en matière de dimensionnement et de mise en œuvre des ouvrages de drainage ferroviaire est en cours d'exécution au sein des services techniques d'Infrabel et devrait s'achever courant 2025. Dans le cadre de ce projet, Infrabel a également fait appel à d'autres bureaux spécialisés.
Deuxièmement, la révision des prescriptions techniques en matière de dimensionnement et de mise en œuvre des ouvrages de drainage ferroviaire vise également à mitiger le risque sur les zones du réseau ferroviaire identifiées comme vulnérables.
Troisièmement, dans le cadre de la conception de l'infrastructure ferroviaire, il est évidemment tenu compte des exigences en matière de drainage. Au fil du temps, ces exigences et les techniques déployées ont évidemment évolué. Les extensions récentes ou les infrastructures récemment renouvelées bénéficient donc des solutions techniques les plus modernes, du moins en cas de nécessité avérée.
Xavier Dubois:
Merci, monsieur le ministre, pour ces éléments de réponse. J'entends que des études et analyses sont en cours. C'est très bien mais je n'ai pas eu de réponse à ma dernière question qui portait de manière plus précise sur le fait que des lignes disposent ou pas de systèmes de drainage qui répondent aux normes. Je reviendrai donc avec une question plus précise sur cette thématique.
Het station Bergen
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Cour des comptes stelt zware onregelmatigheden vast bij de aanbesteding van de nieuwe gare van Mons (500 miljoen, 10-13x duurder dan gepland): oneerlijke architectenselectie (Calatrava) en geen nieuwe aanbesteding na wijziging naar een multimodale gare, in strijd met EU-regels. Dubois eist dat minister Gilkinet alsnog strafklacht indient wegens overtreding marktregels en verspilde belastinggeld, maar Gilkinet wijst verantwoordelijkheid af (beslissingen genomen voor zijn ambtstermijn) en stelt dat concrete daders ontbreken voor juridische stappen. Gilkinet belooft strengere controle via nieuwe contracten met SNCB/Infrabel om herhaling te voorkomen, maar Dubois houdt vol: de wet verplicht melding bij vermoedens van fraude, onafhankelijk van schuldvragen—het niet-handelen is volgens hem ambtsmisdrijf.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, c'est aujourd'hui le grand jour, les voyageurs peuvent enfin découvrir la nouvelle gare de Mons! Elle est grande, très belle, bien entendu, et je suppose qu'elle aura la chance de faire partie de décors de films comme sa grande sœur la gare de Liège. Nous savons que sa construction a duré longtemps, a coûté très cher et je souhaiterais revenir ici sur des éléments pointés par la Cour des comptes dans son rapport de 2022, qui portent sur les procédures suivies pour les marchés publics.
Concernant la désignation de l’architecte du projet initial, la Cour des comptes relève que "le principe d'égalité entre les candidats n'a pas été assuré. Un avantage de nature à fausser les conditions normales de la concurrence aurait dû conduire à écarter la participation du bureau Calatrava."
Concernant la transformation du projet de passerelle en projet de gare multimodale, un deuxième concours pour désigner l'auteur du nouveau projet aurait dû être organisé. La Cour considère que "les modifications ont introduit des conditions qui, si elles avaient figuré dans la procédure de passation initiale, auraient peut-être permis de retenir une autre offre si elles avaient été connues dès le début du concours". Citée par la Cour des comptes, la Cour de justice de l'Union européenne est précise sur ce sujet: "Une modification à un marché en cours d'exécution, qui revêt un caractère substantiel, implique en principe l'organisation d'une nouvelle procédure d'attribution".
Le marché d'auteur de projet est donc entaché d'au moins deux erreurs manifestes, qui constituent autant de non-respects de la loi sur les marchés publics, donc autant d'irrégularités.
Lors de la commission du 19 novembre dernier, nous avons eu l'occasion d'entendre les responsables de la SNCB et d'Infrabel, et nous avons pointé le coût du projet et la lenteur de celui-ci. Nous y avons surtout appris que cette gare allait coûter 500 millions d'euros, soit 10 à 13 fois plus cher en fonction du montant initial. Et, sur ce montant, le bureau d'études, qui aurait été désigné de manière irrégulière selon la Cour des comptes, va toucher 14 % d'honoraires. C’est énorme et inacceptable.
En 2022, ma collègue Catherine Fonck vous avait demandé de vous constituer partie civile et de saisir la justice en la matière. Vous aviez esquivé la question en disant que nous ne disposiez pas du rapport définitif. Ce rapport définitif est à présent disponible, et le coût final du projet ne vient qu'aggraver l'impact des irrégularités pointées. Deux ans après la réception du rapport définitif, nous vous demandons de vous constituer enfin partie civile et de saisir la justice au sujet de ces irrégularités pointées par la Cour des comptes.
Georges Gilkinet:
Monsieur Dubois, le rapport final de la Cour des comptes sur la gare de Mons, qui fait suite à une résolution parlementaire déposée à l'époque par le député Nicolas Parent, contient une série de constatations accablantes, tant pour ce qui concerne l'application des règles de marché public qu'en ce qui concerne la maîtrise financière du projet. Il s'agit du résultat de décisions bien antérieures à ma prise de fonction, s'étalant sur plusieurs législatures, dont je ne peux que déplorer l'impact budgétaire démesuré ainsi que le mauvais exemple donné en termes de gestion des deniers publics.
Il est clair que les budgets consacrés à cette gare de Mons auraient été utiles à la mise en accessibilité, à l'amélioration de l'accueil de nombreuses autres gares dans la région qui en ont bien besoin, et je ne peux que le dénoncer.
Cela dit, dès lors que le mal était fait, nous avons convenu avec la SNCB qu'il s'agissait de terminer ce qui avait été commencé, ce qui est le cas depuis ce matin puisque la nouvelle gare de Mons est en activité. Il paraît qu'elle est très belle, et pour ce prix-là, c'est évidemment la moindre des choses.
Ainsi que j'ai déjà pu l'exprimer devant cette commission en tant que ministre, la bonne gouvernance est une priorité. Il faut tout faire pour éviter des schémas similaires à l'avenir. C'est pourquoi le nouveau contrat de service public de la SNCB donne la priorité à la standardisation des infrastructures d'accueil et au développement accéléré de l'accessibilité pour le meilleur rapport qualité-prix, comme dans de nouvelles gares à Nivelles ou Rixensart.
Dans ce cadre, je veux souligner également l'importance d'un suivi efficace et transparent des investissements. Pour ce faire, les mêmes nouveaux contrats de gestion que nous avons conclus à la fin de l'année passée imposent aux entreprises publiques ferroviaires un certain nombre de balises claires et contraignantes pour éviter à l'avenir de telles gabegies budgétaires. Nous avons posé les balises nécessaires pour que ce type d'investissement appartienne réellement au passé.
En ce qui concerne les erreurs et possibles irrégularités commises dans le passé pour ce qui concerne la gare de Mons, l'État fédéral se réserve évidemment le droit de prendre toutes les mesures ou initiatives nécessaires, d'autant plus maintenant que les travaux sont finis. Et je ne doute pas, le cas échéant, que la SNCB prêterait toute sa collaboration par rapport à celles-ci, comme elle l'a fait à l'égard de la Cour des comptes.
D'éventuelles procédures en justice doivent cependant pouvoir s'appuyer sur des éléments concrets et tangibles, notamment par rapport aux responsables de l'époque, qui n'apparaissent pas de façon évidente à la lecture du rapport de la Cour des comptes. Et en tous cas, les procédures visées dans le rapport de la Cour des comptes n'ont, à ma connaissance et à ce jour, pas fait l'objet de plaintes, alors que différentes voies de recours existaient.
En conclusion, et comme je l'ai déjà dit, je veux souligner avec vous l'importance de processus mieux balisés en termes de gouvernance interne et externe, encadrant la genèse et l'exécution de grands projets publics, de grands projets ferroviaires en l'occurrence, afin de garantir la bonne utilisation des moyens publics au bénéfice d'un service ferroviaire attractif et performant. C'est ce à quoi je me suis attaché tout au long de la législature non seulement par rapport à des dossiers concrets qui pouvaient m'être soumis par la SNCB, mais en l'inscrivant dans un cadre qui était longtemps attendu, qui est celui des contrats de service public avec la SNCB, et du contrat de performance avec Infrabel. Il faudra, par la suite, continuer à assurer le suivi de ceux-ci en donnant notamment les moyens au SPF Mobilité de le faire.
Xavier Dubois:
Merci pour votre réponse. Concernant l'avenir et la méthodologie, nous avons bien compris, suite à la réunion que nous avons eue avec la SNCB et Infrabel, qu'il y avait des mesures prises pour éviter, et fort heureusement, ce genre de débordement lors de projets futurs. C'est évident, c'est nécessaire. Concernant les problématiques des marchés publics, vous faites référence au fait qu'il s'agit de choses qui ont été décidées avant vous, mais selon le Code d'instruction criminelle, lorsqu'un fonctionnaire – a fortiori un ministre – a connaissance de faits qui sont a priori illégaux – en l'occurrence, qui ne respectent pas la réglementation en matière de marchés publics –, il y a obligation de dénoncer ces faits à la justice. Il ne faut pas pouvoir dire qui est responsable pour pouvoir dénoncer les faits, c'est le travail de la justice. Il faut dénoncer les faits et la justice déterminera justement qui est responsable. La Cour des comptes définit des irrégularités, qu'elle motive. Vous en avez connaissance, vous devez donc les dénoncer devant la justice. Cela fait déjà deux ans qu'on vous le dit, vous ne le faites pas encore, et en décidant de ne pas le faire aujourd'hui, vous manquez à votre devoir, ce qui est bien entendu extrêmement grave.
De recuperatie van bouwmaterialen op plaatsen waar de NMBS werken uitvoert
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De SNCB en Infrabel integreren circulariteit actief in aanbestedingen en projecten, met 85-90% recyclage/valorisatie van bouwafval (o.a. inert materiaal) en hergebruik van elementen zoals deuren en dakbedekking, ook op het station Ottignies, waar materialen worden aangeboden voor hergebruik. Het contract met de staat verplicht duurzaam beheer (art. 106-107), met focus op afvalreductie, selectieve inzameling en samenwerking met leveranciers. Monitoring gebeurt via jaarlijkse rapporten (SPF Mobilité) met indicatoren voor recyclage en sorteerinfrastuctuur in stations. Dubois bevestigt de hoge cijfers (met scepsis over haalbaarheid), maar juicht de ambitie toe en belooft opvolging.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, cette question concerne l'économie circulaire. Bien entendu, comme partout en Belgique, il y a quantité de chantiers sur toute une série de thématiques. Il en va de même au niveau des infrastructures ferroviaires. Nous venons, du reste, d'évoquer un de ces chantiers d'ampleur. Ils comportent très souvent des phases de déconstruction, de rénovation et de reconstruction du patrimoine immobilier. L’impact environnemental et climatique de ces travaux est considérable. L'optique développée dans toute une série de chantiers est de pouvoir réutiliser des matériaux issus de la destruction des infrastructures concernées.
Monsieur le ministre, dans les projets poursuivis par la SNCB et Infrabel, la circularité des chantiers est-elle une réelle préoccupation et est-elle intégrée dans les marchés publics? Sur quels chantiers est-elle appliquée concrètement? Ma question porte également sur des travaux en gare d'Ottignies. Un appel d'offres a-t-il été lancé pour la récupération des matériaux et biens mobiliers ou immobiliers en rapport avec ce chantier?
Georges Gilkinet:
Monsieur Dubois, je vous remercie de vos questions qui touchent à des enjeux importants, à la croisée des préoccupations environnementales et patrimoniales. Ces enjeux figurent, du reste, dans le contrat de service public conclu voici deux ans entre la SNCB et l'État fédéral. Ainsi, les articles 106 et 107 portent explicitement sur la gestion des déchets et la construction durable. Il s'agit de deux articles nouveaux.
Voici ce dont m'informe la SNCB en réponse à vos questions. Elle agit pour réduire la quantité de déchets issus de ses activités industrielles, administratives ou commerciales. Elle cherche à diminuer ses emballages et encourage tant ses fournisseurs que ses concessionnaires à faire de même. Dernièrement, jusqu'à 80 % de ses déchets ont pu être recyclés ou valorisés.
La SNCB développe également une approche d'économie circulaire dans ses chantiers pour contribuer à maintenir la Belgique dans le top européen de la gestion des déchets, avec 85 à 90 % des déchets inertes produits recyclés ou valorisés. Cette approche vaut aussi pour le chantier en gare d'Ottignies. À cet égard, la SNCB recherche très concrètement des acheteurs de matériaux utilisables tels que des portes ou des toitures qui peuvent être valorisés et réutilisés. Les déchets de construction deviennent ainsi des matières premières. Ces ressources diminuent le gaspillage en recourant au maximum aux matériaux présents sur le site ou en les intégrant dans le circuit de recyclage.
En parallèle, le SPF Mobilité a publié son rapport annuel d'évaluation des performances de la SNCB. Ce rapport inclut des indicateurs liés au recyclage des déchets et au déploiement de la collecte sélective dans les gares. À cet égard, le pourcentage de recyclage des déchets et l'augmentation du nombre de gares dotées d'infrastructures de tri sont des aspects suivis de près. Par ces efforts, la SNCB s'inscrit dans une démarche de durabilité et continue à chercher des solutions novatrices afin de contribuer positivement à l'environnement et à la société. Je suis sûr qu'il reste du travail à faire en la matière et que nous n'avons pas encore activé tout le potentiel.
Xavier Dubois:
Merci pour vos réponses positives. En effet, si j'ai bien compris, entre 85 et 90 % des déchets de chantier sont déjà recyclés, ce qui me semble être une proportion très élevée, même si je ne connais pas les chiffres pour les autres pays. Apparemment, c'est également le cas à Ottignies, et je m'en réjouis. Nous resterons attentifs à la mise en œuvre et à la finalisation de ce chantier important à Ottignies, en espérant que le même taux de 85 à 90 % – taux qui m'étonne et me réjouit s'il est réel – pourra y être atteint. Merci.
Het treinongeval in Veldegem
Het noodnummer 1711
Noodoproep en treinincident in Veldegem
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het noodnummer 1711 voor gevaarlijke situaties op spoorwegoverwegen werd na het busincident in Veldegem onder de loep genomen: het nummer is sinds februari 2024 actief, wordt maandelijks 150 keer gebeld (waarvan 35% kritiek), maar is onvoldoende bekend bij het publiek ondanks stickers, campagnes (tot 2025) en gerichte acties voor risicogroepen zoals buschauffeurs. Minister Gilkinet kondigde extra maatregelen aan: betere zichtbaarheid van het nummer, obstakeldetectiecamera’s op risico-overwegen, en samenwerking met De Lijn/TEC voor snellere meldingen, maar parlementsleden Frank Troosters en Dorien Cuylaerts benadrukten dat bewustmaking dringend moet opschalen—zoals via treinschermen—en beloofden als ambassadeurs mee te werken. De evaluatie van de procedure gebeurt regelmatig, maar onterecht gebruik (13%) en onnodige oproepen (52%) blijven uitdagingen, terwijl de zichtbaarheid van stickers op overwegen vaak ontoereikend is. Kernpunt: 1711 moet net zo bekend worden als 112, met versterkte communicatie via lokale kanalen, sociale media en infrastructuur.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, op vrijdag 29 november viel een bus van De Lijn in panne op een overweg in Veldegem. Dankzij de koelbloedige en alerte reactie van de chauffeur konden alle jongeren aan boord van de bus tijdig worden geëvacueerd en kon een groot drama worden vermeden.
Voor noodsituaties aan een overweg bestaat het noodnummer 1711, zodat het aankomende treinverkeer tijdig kan worden stilgelegd.
Mijnheer de minister, kunt u de 1711-noodprocedure uitleggen? Wordt die procedure op regelmatige basis geëvalueerd? Zo ja, wanneer en met welk tijdsinterval? Welke aspecten worden geëvalueerd?
Is het noodnummer 1711 voldoende bekend? Is een informatiecampagne zinvol?
Is het noodnummer 1711 voldoende zichtbaar? Zijn daar verbeteringen mogelijk?
Welke acties of maatregelen zal Infrabel nemen als gevolg van het ongeval aan de overweg?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik sluit mij aan bij de inleiding van de vorige spreker. Ik kom meteen tot mijn vragen.
Mijnheer de minister, bent u van mening dat het noodnummer 1711 voldoende bekend is bij het brede publiek?
Op 17 november 2024 lanceerde Infrabel nog een nieuwe campagne om het gratis nummer beter bekend te maken. Worden er in de toekomst nog initiatieven gepland om het noodnummer beter bekend te maken bij de brede bevolking? Zo ja, om welke initiatieven gaat het dan?
Welke acties worden ondernomen om het onrechtmatig gebruik van het noodnummer tegen te gaan?
In de treinen hangen informatieschermen waarop onder meer de stopplaatsen worden weergegeven. Ziet u een mogelijkheid om die schermen in te zetten om het noodnummer te promoten? Hoe staat u tegenover het integreren van veiligheidsinformatie op die manier?
Georges Gilkinet:
Mijnheer Troosters, mevrouw Cuylaerts, wanneer een derde getuige is van een gevaarlijke situatie op een overweg, kan die het gratis nummer 1711 bellen en zo in contact komen met de Central Dispatch van Infrabel. Afhankelijk van de situatie kan de Central Dispatch vervolgens het treinverkeer stilleggen. Een belangrijke verduidelijking daarbij is dat een automobilist eerst moet uitstappen en zich in veiligheid brengen voordat hij het nummer 1711 belt, als hij pech krijgt op een overweg.
Sinds de lancering van het nummer 1711 half februari 2024 is de procedure drie keer geëvalueerd. Sinds het nummer in gebruik is genomen, krijgt 1711 gemiddeld 150 oproepen per maand. 35 % van de oproepen wijst op een mogelijke kritieke situatie en wordt daarom als relevant beschouwd. 52 % van de oproepen betreft een situatie waarin een getuige te goeder trouw het nummer 1711 belt, maar de operator informeert over een niet-spoedeisende situatie of een situatie die geen verband houdt met overwegen. In de resterende 13 % betreft het mensen die het verkeerde nummer hadden gebeld.
Sinds eind oktober hebben verschillende oproepen van derden naar 1711 een gevaarlijke situatie helpen te voorkomen. Bij acht oproepen moest het treinverkeer dringend en onmiddellijk worden stilgelegd. De Central Dispatch van Infrabel stuurde daarbij een alarm uit om een ongeval met een naderende trein op een overweg te voorkomen. Het ging bijvoorbeeld om voertuigen die stilstonden op een overweg en niet verder konden rijden.
Bij zeven oproepen moest de Central Dispatch van Infrabel het treinverkeer stilleggen voor voertuigen die stilstonden op een overweg en niet meer verder konden rijden, maar was er geen noodsituatie omdat er geen trein in aantocht was.
Er zijn stickers met het nummer 1711 geplaatst op alle openbare overwegen van het spoornet. Het nummer staat ook op de website van de FOD Binnenlandse Zaken en via de app 112 wordt naar dit nummer verwezen. Op 15 februari 2024 lanceerde Infrabel het nummer 1711 in de pers. Later dit jaar lanceerde Infrabel een nationale communicatiecampagne met de steun van NMBS. Die communicatiecampagne loopt nog tot 2025.
Verder komen er ook gerichte communicatiecampagnes voor bepaalde groepen die beroepsmatig veel op de weg zijn, zoals buschauffeurs of landbouwers. In 2025 volgt een tweede grote campagne. Daarnaast zal Infrabel het nummer 1711 opnemen in zijn bestaande communicatiekanalen voor de omwonenden van spoorweglijnen en in elke opleiding die het geeft in scholen. Het nummer 1711 zal ook te zien zijn op dienstvoertuigen van Infrabel.
Ik wil ook graag gebruikmaken van deze parlementaire vragen om van parlementsleden ambassadeurs te maken voor het nummer 1711, dat echt levens kan redden. Ik zou in het bijzonder iedereen met een lokaal mandaat willen aanmoedigen om dit nummer beter bekend te maken, bijvoorbeeld via de gemeentelijke nieuwsbrief of andere initiatieven.
Er zijn stickers met het nummer 1711 aangebracht op elke verkeerslichtpaal op alle openbare overwegen. Het is niet de bedoeling dat het grote publiek de identificatiestickers van de overweg kent. Wanneer een derde een van de noodnummers of het nummer 1711 belt, zal de dispatchingoperator de derde naar de verkeerslichtpaal van de overweg leiden om de informatie op de sticker door te geven met het nummer van de overweglijn, de straat en de gemeente.
Naar aanleiding van het ongeval in Veldegem zal Infrabel de volgende nieuwe maatregelen nemen. Infrabel zal verder overleg plegen met De Lijn en TEC om hen bewuster te maken van het belang van de prioritaire oproepprocedure naar de Central Dispatch van Infrabel in geval van een incident op een overweg.
In 2025 zal Infrabel de identificatiestickers aanbrengen op alle verkeerslichtpalen aan elke publieke overweg. Infrabel start ook een studie om alle overwegen in kaart te brengen waar bussen van De Lijn en TEC over rijden. Verder wordt bekeken om op sommige van deze overwegen een obstakeldetectiecamera te plaatsen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik schrik wel een beetje van uw uitgebreide antwoord. Het spreekt misschien niet in mijn voordeel, maar hoewel we er toch veel mee bezig zijn, kende ik 1711 niet tot het ongeval in Veldegem. Ik geef dat grif toe.
Ik schrik ook van de cijfers, 150 oproepen, dat zijn er bijzonder veel. 52 % van de bellers belde te goeder trouw en 13 % misschien niet. Veel mensen weten blijkbaar niet wanneer ze al dan niet moeten bellen. Ik ben dus blij te horen dat er geïnformeerd wordt via de pers en de nationale informatiecampagne. In 2025 zal er ook nog informatie verstrekt worden per doelgroep en op wagentjes, dienstvoertuigen en bij omwonenden. Dat is allemaal zeer goed, maar ik ben van oordeel dat het grote publiek dat ook moet weten. Het is namelijk het grote publiek dat daar het vaakst staat te wachten op de treinen of in de buurt is. Ik wil uw oproep dus tegemoetkomen – het gebeurt niet dikwijls – om ambassadeur te zijn en de 1711-nummers bekend te maken. Ik wil daaraan gerust meewerken.
Tot slot wil ik erop aandringen om de nummers toch wat zichtbaarder of groter te maken. Ik ben er immers op beginnen te letten en op sommige plaatsten moet men toch goed kijken om het nummer te kunnen zien. Het is niet altijd goed zichtbaar.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, het blijkt dus nog maar eens dat de 1711 heel belangrijk is. Ik sluit mij ook aan bij de repliek van de voorzitter: voor het ongeval was het nummer mij ook onbekend. Pas nadien ben ik erop beginnen te letten. De campagnes zijn dus zeker wel van belang. Ik hoop dat ik het verkeerd gehoord heb of dat u het verkeerd hebt gezegd dat het minder van belang is dat het nummer bij het grote publiek bekend is. Het is namelijk even belangrijk om 1711 te kennen als 112. We moeten dat nummer gewoon in ons geheugen hebben zitten. Ook wij zullen lokaal daaraan meewerken en het vaker op onze sociale media posten. Ik vind het wel jammer dat ik geen antwoord heb gekregen over de informatieschermen. Het is niet erg om het nummer in de trein ook nog eens te zien passeren.
De levering van de nieuwe M7-treinstellen
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS heeft 512 van de bestelde M7-treinstellen in gebruik, met een belofte van volle levering door Alstom tegen eind 2026, waardoor de M7 de meest voorkomende trein in België wordt. Vertragingen in levering hebben geen expliciete impact op de vervoersplannen gehad, maar de M7 vervangt wel oude, storingsgevoelige treinen, wat de betrouwbaarheid ten goede komt. De nieuwe treinen bieden betere veiligheid (ETCS), comfort (interieur, beenruimte) en toegankelijkheid, met binnenkort ook autonoom toegankelijke rijtuigen. De minister benadrukt de positieve ervaringen en toekomstige dominantie van de M7 in het aanbod.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
In het initiële vervoersplan 2023-2026 werd een verhoging van het treinaanbod met 7,4% voorzien. Om dit te kunnen realiseren is het noodzakelijk dat er voldoende netcapaciteit, voldoende personeel en voldoende rollend materieel beschikbaar zijn. Het tijdig aanleveren van de bestelde M7-treinstellen is daarom van groot belang.
Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de aanlevering van de bestelde M7-treinstellen (besteld versus geleverd versus nog te leveren met leveringstermijn)?
Heeft de verlate leveringstermijn van de M7-treinstellen invloed gehad op de vervoersplannen van de NMBS? Zo ja, in welke mate/zin en met welk gevolg?
Georges Gilkinet:
Mijnheer de voorzitter, de NMBS laat mij weten dat ze al 512 M7-rijtuigen in gebruik heeft genomen. Steeds meer reizigers kunnen daardoor gebruikmaken van die trein, die zowel qua veiligheid als qua comfort en toegankelijkheid beter voldoet aan de huidige en toekomstige noden. Binnenkort zal bijvoorbeeld ook de instroom starten van de autonoom toegankelijke M7-rijtuigen.
Dankzij de M7 kan de NMBS oudere treinen, die gevoeliger zijn voor pannes, buiten dienst nemen. De leverancier, Alstom, belooft om tegen eind 2026 alle rijtuigen te hebben geleverd. De M7 zal dan de meest voorkomende trein in ons land zijn.
Voor de reizigers heeft de M7 heel wat troeven. Qua veiligheid is de trein standaard uitgerust met het Europese veiligheidssysteem ETCS, dat voor een continue snelheidsmeting zorgt en dat de trein indien nodig automatisch afremt of tot stilstand brengt. Ook op het vlak van comfort is er een merkbare evolutie, namelijk op het vlak van het interieur, beenruimte en informatieschermen. Ik neem bijna dagelijks een M7-trein en ik kan getuigen dat het om een heel aangename trein gaat, die wij hebben gekocht.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
De NMBS-engagementen in het kader van het energietransitieplan
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS voert het Energietransitieplan uit met zonnepanelen (o.a. Nijvel, 2 MW gepland via derde investeerders met 15-jarige contracten en latere eigendomsoverdracht), 83 laadpalen (sinds 2022) en versnelde LED-verlichting. De maatregelen leveren directe energiekostenbesparingen op, zonder directe financiële last voor de NMBS. Gilkinet bevestigt de fortuinlijke samenwerking en de afstemming op de regeringsdoelstellingen. Troosters aanvaardt het antwoord zonder verdere opmerkingen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
In maart 2022 keurde de regering het Energietransitieplan goed. Het plan bestond uit drie pijlers. Eén daarvan was het aangaan van partnerschappen met o.a. de NMBS en de Regie der Gebouwen. De regering rekent op hen om hun gebouwen uit te rusten met zonnepanelen en laadstations. Bijkomend dient ook de niet-LED-verlichting vervangen te worden.
Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot dit engagement bij de NMBS? Welke projecten werden reeds uitgevoerd, welke zijn in uitvoering en welke zullen nog worden uitgerold?
Wat was/is of zal de financiële impact zijn van deze projecten?
Georges Gilkinet:
De NMBS heeft belangrijke stappen gezet in het kader van energietransitie met concrete acties rond zonnepanelen, laadstations en de vervanging van niet-ledverlichting. In 2023 werd de strategie voor de installatie van zonnepanelen opgesteld en goedgekeurd door de NMBS. Er werd een pv-installatie uitgevoerd in het station van Nijvel. In 2024 werden verschillende aanbestedingen uitgeschreven voor in totaal ongeveer 2 megawatt aan installaties, in het kader van een financieringsmodel met een derde investeerder. Dit model voorziet in contracten met een looptijd van 15 jaar, wat onmiddellijk besparingen op de energiekosten oplevert.
Na afloop van de contracten worden de installaties eigendom van de NMBS. De NMBS zet haar inspanningen voor de ‘ledificatie’ voort. Sinds maart 2022 heeft de NMBS 83 laadpalen in dienst genomen via haar contract met een charging point operator . De NMBS toont zich een sterke partner in de energietransitie en blijft zich inzetten voor duurzame verbetering, in lijn met de doelstellingen van de regering.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik neem genoegen met dit antwoord.
De ongerustheid over het nieuwe tarievensysteem van de NMBS
De ongerustheid over het nieuwe tarievensysteem van de NMBS
De nieuwe tarieven bij de NMBS en de gevolgen voor senioren
De NMBS-tarieven voor 2025
De ongerustheid over de nieuwe NMBS-tarieven en de gevolgen voor reizigers
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS-tariefhervorming voor senioren blijft onduidelijk, ondanks herhaalde vragen in de Kamer: minister Gilkinet belooft een voordeliger systeem (geen tijdsbeperkingen, extra dalurenkorting, maximumprijs), maar concrete details zoals kostprijs en kortingspercentage van de nieuwe *voordeelkaart* ontbreken nog steeds, omdat de NMBS-raad van bestuur nog geen beslissing nam. Seniorenorganisaties en parlementariërs uiten frustratie over het langdurige uitblijven van duidelijkheid, terwijl de minister druk uitoefent maar geen harde deadlines stelt. De onzekerheid over de uiteindelijke voordelen voor senioren blijft bestaan, ondanks herhaalde toezeggingen dat het "beter" wordt.
Voorzitter:
De vragen nrs. 56001333C en 56001334C van de dames Farah Jacquet en Annik Van den Bosch zijn ingetrokken.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Reeds meermaals werd er in de Kamercommissie Mobiliteit gedebatteerd over de nieuwe tariefplannen bij de NMBS. Deze zouden reizen over langere afstanden flink duurder maken voor senioren. Eerder overleg met de seniorenorganisaties kon niet leiden tot een akkoord. Intussen houdt hun protest verder aan.
Heeft er sinds onze bespreking in de Kamercommissie Mobiliteit op 27 november jl. nog nieuw overleg van de NMBS met seniorenorganisaties plaatsgevonden? Zo ja, met welk resultaat? Zo neen, zal dat alsnog gebeuren?
Xavier Dubois:
Nous avons eu l'occasion de discuter de la grille tarifaire lundi avec les représentants de la SNCB, mais nous n'avons pas obtenu de réponse à la question car nos discussions portaient essentiellement sur le plan de transport. La question reste donc d'actualité.
Nous attendons toujours les informations relatives à la nouvelle grille tarifaire et surtout à cette fameuse carte avantage, qui a été annoncée voilà plusieurs mois. Cette carte devrait permettre de bénéficier de réductions supplémentaires en heures creuses. Cependant, nous ne savons pas combien coûtera cette carte ni à quel niveau de réduction elle donnera droit. La question se pose principalement pour les seniors, les jeunes et les bénéficiaires de l'intervention majorée. Nous espérons que cette nouvelle carte leur procurera un réel avantage.
Combien coûtera la carte avantage et à quelles réductions donnera-t-elle droit? Quel plafond tarifaire a-t-il été fixé? Quand ces informations seront-elles communiquées aux voyageurs? Ceux-ci ont besoin d'être rassurés au plus vite.
Georges Gilkinet:
Cher collègue, je ne le répéterai jamais assez: l'accessibilité financière du train est un facteur majeur pour accroître son attractivité. À cet égard, il est stipulé dans le contrat de service public conclu entre la SNCB et l' É tat fédéral que la gamme de titres de transport à tarif régulé de la SNCB doit entrer en vigueur au plus tard dans les 26 mois qui suivent l'entrée en vigueur du contrat. Dans ce même article sont énoncées plusieurs diminutions tarifaires prévues pour différents usagers et à différents moments de la journée, y compris pour les petits groupes.
Ainsi que j'ai déjà pu le dire à de multiples reprises, la SNCB travaille à la mise en œuvre de cette nouvelle gamme tarifaire, qui devra être approuvée par son conseil d'administration. Pas plus tard que la semaine dernière, je lui ai rappelé par courrier les délais dans lesquels elle devait prendre cette décision, mais aussi mes attentes en tant que ministre, attentes que j'ai déjà formulées à plusieurs reprises et que je souhaite répéter ici. Il s'agit, notamment, d'une proposition d'un équivalent au ticket senior pour l'aller-retour en heures creuses, en plus des autres réductions prévues pour les seniors et pour le public jeune pendant ces heures creuses.
Voor het seniorenticket zullen in het nieuwe systeem de huidige beperkingen wegvallen. Senioren zullen op eender welk moment, dus niet pas vanaf 9 uur ’s morgens, en voor eender welke afstand voordelig kunnen reizen zonder dat ze een retourticket moeten kopen.
Met de nieuwe voordeelkaart zullen de senioren buiten de piekuren een extra korting kunnen genieten. Daarnaast zal er steeds een maximumprijs van toepassing zijn voor lange afstanden. De prijs van de voordeelkaart en het eraan verbonden kortingspercentage moeten binnenkort door de raad van bestuur van de NMBS worden besproken en vastgelegd.
C'est à ce sujet, comme je l'ai dit, que j'ai écrit à la SNCB avant son dernier conseil d'administration pour exprimer mon inquiétude par rapport à l'agenda et ma volonté de prendre les meilleures décisions en faveur des voyageurs. Pour ma part, je resterai mobilisé jusqu'au bout par rapport à cet enjeu de l'attractivité du rail. Cette réforme, je le répète, et j'en suis convaincu, comporte, dans ses principes, de très nombreux avantages. Mais évidemment, tant que les derniers arbitrages ne sont pas réalisés, il y a des inquiétudes et beaucoup de voyageurs souhaitent savoir ce qu'il en sera. La SNCB, je le répète, connaît très bien mon point de vue sur le sujet. Je ne doute pas que les meilleures décisions en la matière seront prises le plus rapidement possible pour lever ces incertitudes ou ces questions dans un système qui, je le répète, sera beaucoup plus avantageux après sa mise en place qu'avant celle-ci.
Frank Troosters:
Eigenlijk is er sinds ons laatste debat over die kwestie op 27 november in commissie niets nieuws onder de zon. We horen hier wat we al bijna een jaar horen. Het is steeds hetzelfde: men is er mee bezig, het zal voor de raad van bestuur komen, maar eigenlijk weten we niets. Dat wij niets weten, zijn we al een beetje gewend, maar het is veel erger dat de senioren en de treinreizigers nog steeds niets weten.
Men zegt dat er geen onderscheid wordt gemaakt voor senioren, dat het beter wordt tussen piek- en daluren, maar wanneer de senioren tijdens de daluren reizen, krijgen ze wel een extra korting. Dan wordt er dus toch een onderscheid gemaakt. Hoeveel bedraagt die korting? We wachten al bijna een jaar op antwoorden. We weten nog altijd niets.
Ik hoop dat er zeer snel duidelijkheid komt, niet alleen voor ons, maar ook voor al die treinreizigers. Wat we echter tot nu toe horen met betrekking tot de senioren doet mij sterk betwijfelen of de hervorming voor hen voordelig zal zijn.
Xavier Dubois:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour les différentes informations, mais cela ne m'apporte effectivement rien de nouveau. Après des questions récurrentes posées par plusieurs collègues à propos de ce point important, je voudrais vous faire part de mon désarroi, mais surtout de celui des voyageurs.
Je pense qu'il est important de pouvoir leur donner des informations le plus vite possible. Nous sommes régulièrement interpellés à ce propos, notamment par des représentants des voyageurs âgés. Il est vraiment important d'avancer rapidement. Il est particulièrement décevant qu'aucune décision ne soit prise.
Vous avez envoyé un courrier. C'est bien mais c'est la moindre des choses. Il faudrait peut-être aussi demander à votre commissaire de gouvernement d'agir et de faire en sorte qu'il accélère les choses au sein du CA pour qu'une décision soit enfin prise. Nous serions ainsi en mesure de rassurer ces voyageurs qui sont légitimement en attente d'informations.
Nous allons donc très certainement réitérer la question.
Vous dites que cela sera encore mieux! Si c'est le cas, il faut effectivement les en informer le plus vite possible.
Voorzitter:
M. Bayet n'est pas présent pour poser sa question n° 56001384C.
De roltrappen in het station Tubeke
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De toegankelijkheid van station Tubize blijft problematisch door defecte roltrappen (jarenlang buiten gebruik) en vertraagde aanpassingen voor mindervaliden (PMR). Volgens minister Gilkinet zijn fietsenstallingen en perronverhogingen al uitgevoerd, maar liften (als vervanging voor de roltrappen) komen pas in 2025-2026, ondanks eerdere beloftes voor 2023. Legasse kritiseert de trage uitvoering en dringt aan op concrete actie in plaats van "voorbereidende werken". De SNCB bevestigt de planning maar blijft afhankelijk van goedkeuringen (Infrabel, TEC).
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, cette question est un peu plus locale, ou sous-régionale. Elle concerne la région dans laquelle je réside.
L’accès aux trains pour tous est une priorité, en ce compris à la gare de Tubize. Un vaste chantier a été lancé dans cette gare afin de surélever les quais. On parle là aussi de travaux importants. Cependant, force est de constater qu'après de très nombreuses années sans fonctionner, les escalators sont toujours systématiquement hors service.
Vous aviez été interrogé par ma collègue Laurence Zanchetta en janvier 2023. Vous lui répondiez alors que la SNCB vous informait également que "la réalisation des travaux d'accessibilité aux quais de Tubize est bien prévue dans son plan pluriannuel d'investissement (PPI). Ces travaux prévoient l'enlèvement des escalators défectueux sur les quais au profit d'ascenseurs. En effet, après une étude de faisabilité menée conjointement avec Infrabel, il est apparu qu'il n'était pas faisable techniquement de réaliser des rampes d'accès pour personnes à mobilité réduite sur les quais. Le bureau d'études est en train de finaliser les plans de demande de permis d'urbanisme pour les accès PMR aux quais. Cependant, l'accord d'Infrabel et du TEC est souhaité avant d'introduire la demande. La demande sera donc déposée dans le courant du premier trimestre 2023".
Voorzitter:
Monsieur Legasse, vous parlez trop vite pour les interprètes.
Dimitri Legasse:
Excusez-moi!
Monsieur le ministre, l'agenda que vous aviez communiqué en 2023 n'étant visiblement pas tenu, pouvez-vous faire le point sur les travaux déjà réalisés et à venir en gare de Tubize, ainsi que sur leur agenda? Qu'en est-il plus précisément de la question de l'accessibilité des quais, ainsi que du remplacement des escalators en panne depuis des années?
Georges Gilkinet:
Monsieur Legasse, je ne répète pas combien l’accessibilité de nos gares et de nos trains est importante à mes yeux, et combien nous devons y investir plus encore dans le futur qu’aujourd'hui, même si nous avons fait des pas énormes dans cette direction, mais qui ne sont pas suffisants.
Je vais vous répondre concernant la gare de Tubize en vous indiquant que depuis la question de Mme Zanchetta, plusieurs travaux ont déjà été réalisés ou sont en cours de planification dans le cadre de son réaménagement global.
Tout d’abord, le parking pour vélos a été finalisé, ce qui améliore l’intermodalité en facilitant l’accès à la gare pour les cyclistes. Par ailleurs, des travaux de rehaussement des quais ont également été entrepris afin de garantir un meilleur confort et une accessibilité accrue.
En ce qui concerne l'accès aux quais, les équipements et aménagements nécessaires, y compris l'installation d'ascenseurs, sont en cours de préparation. Ces travaux permettront de répondre aux besoins des personnes à mobilité réduite et de finaliser pleinement l'accessibilité PMR de cette gare de Tubize.
Selon le calendrier actuel, les travaux débuteront au cours du premier semestre 2025 et s'achèveront dans le courant de 2026. La SNCB me dit rester attentive à leur évolution et veiller au respect du calendrier.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, nous y veillerons ensemble. Vous conviendrez avec moi que parler de "travaux en cours de préparation" est une belle formule, mais j'aimerais mieux qu'ils soient réalisés quant à moi. Je vous remercie.
Het aanbieden van een wificonnectie in de stations van de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS biedt beperkt wifi in 27 stations (2021), maar evalueert de meerwaarde omdat gebruik minimaal is (reizigers prefereren 4G/5G), klanten het geen prioriteit vinden en de jaarlijkse kosten (€2.100/station) niet opwegen tegen het nut. Minister Gilkinet benadrukt dat technologische vooruitgang (betaalbare data-abonnementen) en lage vraag verdere uitrol onnodig maken, zonder concrete plannen voor verbetering. Ambitie voor wifi in treinen ontbreekt in de beheersovereenkomst 2023-2032, ondanks eerdere proeven. De focus ligt op kostenefficiëntie en klanttevredenheid, niet op uitbreiding.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
In het verleden werden al heel wat vragen gesteld over het uitrollen van wificonnectie in de treinen. Ondanks een positief proefproject in 2016 besloot men niet langer te investeren in de uitrol van wifi op de treinen. Over het aanbieden van wifi in de treinen is bijgevolg ook geen ambitie terug te vinden in de beheersovereenkomst 2023-2032 dat met de NMBS werd afgesloten.
Ook inzake het aanbieden van wificonnectie in haar stations scoort de NMBS niet goed.
In 2021 bestond die mogelijkheid in 27 stations.
Erkent de minister het belang van het aanbieden van een goede en stabiele wifiverbinding in de stations van de NMBS?
Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot het aanbod van wifiverbinding in de stations?
Hoeveel stations beschikken momenteel over gratis wifiverbinding voor de treinreizigers?
Zal de minister actie of maatregelen nemen om het gebrek aan ambities inzake het aanbieden van wifi in de stations bij te sturen? Zo neen, waarom niet? Zo ja, welke acties?
Georges Gilkinet:
Mijnheer Troosters, de NMBS evalueert haar aanbod van gratis wifi in haar stations. Hierbij worden de volgende vaststellingen in overweging genomen.
Ten eerste, we moeten het perspectief bekijken. De NMBS biedt al jaren wifi aan in de stations met de meeste reizigers. Het aantal reizigers dat daadwerkelijk gebruikmaakt van die mogelijkheid is echter uiterst beperkt. Wellicht surfen de reizigers eerder met behulp van 3G, 4G en 5G. Een tweede belangrijk aspect is de evolutie van de mobieledata-abonnementen. De technologische evolutie van de mobiele netwerken 4G en 5G en de betaalbaarheid van data-abonnementen maken dat consumenten steeds minder afhankelijk zijn van gratis wifi. Ten derde is er het belang voor onze klanten. Uit klantenonderzoek blijkt dat gratis wifi niet als een uitgesproken meerwaarde wordt ervaren. Ten vierde zijn er ook nog de operationele kosten. De directe jaarlijkse kosten voor het aanbieden van gratis wifi bedragen ongeveer 2.100 euro. De kosten worden jaarlijks geëvalueerd in een globale financiële context waarin de NMBS ernaar streeft haar productiviteit te verbeteren en de kosten onder controle te houden.
De NMBS evalueert daarom de toekomst van gratis wifi in haar stations, met als doel een optimale balans te vinden tussen klanttevredenheid en de effectieve meerwaarde van haar investeringen.
Frank Troosters:
Ik dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister.
Het aanbieden van een wificonnectie aan boord van de treinen
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS kiest bewust niet voor wifi in treinen (kost: €160M + €13M/jaar) maar voor goedkopere decoating (€40M + €0,4M/jaar), die het gsm-signaal met 10-15% verbetert – mits voldoende dekking langs het spoor, wat vaak ontbreekt. Troosters bekritiseert dit als een gemiste kans: wifi is cruciaal voor reizigerscomfort (NMBS scoort slechtst in Europa) en het budgetprioriteit (bv. €500M voor Bergen-station) is onlogisch. Gilkinet benadrukt dat decoating kostenefficiënter is, maar erkent dat zonder betere gsm-infrastructuur (verantwoordelijkheid telecomoperators) geen technologie volstaat. De afwezigheid van wifi-ambitie in het beheerscontract tot 2032 blijft een struiselblok.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
In het verleden werden al heel wat vragen gesteld over het uitrollen van wificonnectie in de treinen. Ondanks een positief proefproject in 2016 besloot men niet langer te investeren in de uitrol van wifi op de treinen. Over het aanbieden van wifi in de treinen is bijgevolg ook geen ambitie terug te vinden in de beheersovereenkomst 2023-2032 dat met de NMBS werd afgesloten.
Nochtans scoort de NMBS op het vlak van reizigerservaring erg slecht in de recent gepubliceerde studie van de NGO Transport & Environment. Ze eindigt er als laatste en is samen met de Griekse spooroperator Hellenic Train de enige die geen wifi aanbiedt aan boord van de trein.
Heeft de minister kennisgenomen van de bevindingen in de hoger aangehaalde studie inzake het aanbod van wifi aan boord van de trein?
Erkent de minister het belang van het aanbieden van een goede en stabiele wifiverbinding aan boord van de treinen?
Zal de minister actie of maatregelen nemen om het gebrek aan ambities inzake het aanbieden van wifi aan boord van de treinen bij te sturen? Zo neen, waarom niet? Zo ja, welke acties?
Georges Gilkinet:
Mijnheer Troosters, de NMBS wil haar reizigers niet alleen veilig, maar ook comfortabel en kwaliteitsvol naar hun bestemming brengen. Vandaag omvat dat comfort voor veel van onze reizigers ook een goede internetverbinding in de trein. Om aan de verwachtingen te voldoen, werden twee opties bestudeerd: wifi en decoating.
De wifi-oplossing bestaat uit de installatie van systemen die een gsm-signaal omzetten naar een wifinetwerk in de trein. Die optie vereist echter ook investeringen en operationele kosten, het immobiliseren van treinen alsook extra personeel voor onderhoud en beheer. Deze factoren maken wifi minder aantrekkelijk voor de NMBS, die daarom heeft besloten niet te kiezen voor deze oplossing.
Na analyse besloot de NMBS te investeren in de decoatingtechniek. Deze methode bestaat uit het aanpassen van de raamcoating om het gsm-signaal beter door te laten, terwijl de thermische eigenschappen van de ramen behouden blijven. Die techniek is goedkoper in termen van CapEx en OpEx en verbetert op een kostenefficiënte manier de mobiele connectiviteit in de treinen. De voordelen van decoating voor de reizigers zijn talrijk: het signaalniveau wordt verhoogd met 10 tot 15 %, de batterijduur van hun apparaten wordt met 10 tot 15 % verlengd, er is een vermindering van het aantal overschakelingen tussen zendmasten met 10 tot 15 % en een versnelde verzending van e-mails met meer dan 15 %.
Ter illustratie van de kostenverschillen tussen de twee opties: de geschatte investeringskosten voor wifi bedragen 160 miljoen euro, tegenover 40 miljoen euro voor decoating. De operationele kosten bedragen 13 miljoen voor wifi en slechts 0,4 miljoen voor decoating. Het is echter belangrijk te benadrukken dat de effectiviteit van beide technologieën sterk afhankelijk is van de kwaliteit van het gsm-signaal van de openbare operatoren langs de spoorweginfrastructuur. Waar er geen gsm-dekking is, zal het mobiele signaal ook niet aanwezig zijn in de trein, ongeacht de toegepaste technologie. Dat is de verantwoordelijkheid van de telecomoperatoren, onder toezicht van mijn uitstekende collega, mevrouw Petra De Sutter.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik ben niet verbaasd, want de communicatie over mijn vraag heb ik al in de pers kunnen lezen. U hebt hier hetzelfde verklaard als wat de voorbije dagen in de pers te lezen viel. Niettemin is het straf. Ik hoor u hier zeggen dat reizigers wifi niet echt als een meerwaarde ervaren in de stations. Ik betwijfel dat ten zeerste. Voor de treinen ben ik heel erg zeker dat de behoefte aan een stabiele dataverbinding op de treinen heel groot is. Reizigers willen met hun gsm, tablet of computer kunnen werken en communiceren in de trein. Ik stel vast dat niet wordt gekozen voor wifi. Het komt erop neer dat u daaraan geen geld wilt uitgeven. Het gaat om 173 miljoen euro. Ik stel evenwel vast dat een half miljard euro over de balk wordt gegooid in het station van Bergen voor één waanzinnig project. Met dat geld had u op alle treinen twee keer wifi kunnen installeren. U wilt dat niet doen en wilt enkel een klein bedrag aan decoating geven, waardoor er misschien 10 tot 15 % wordt gehaald en er misschien wat sneller kan worden gemaild, als er al dekking is. Dat is trouwens de essentie: er is gewoon geen dekking. Ook mobiel is er amper of geen dekking op heel veel plaatsen, ook niet op de hoofdlijnen. De NMBS mist op dat vlak een enorme kans. Wifi is een heel belangrijk aspect van de reizigerservaring. In het rapport van Transport & Environment stond de NMBS op de laatste plaats van de Europese operatoren inzake reizigerservaring. Ze had de slechtste score. Een van de hoofdredenen daarvan was het gebrek aan wifi voor de reizigers. Ter zake moet er een totaal andere opvatting komen. Er staat daarover ook niks in de beheerscontracten tot 2032. Er wordt dus gekozen voor coating, daarvoor moeten treinen evenzeer binnenrijden in werkplaatsen. Ik ben dus heel ongelukkig – ik ben niet de enige – over de hele situatie. De NMBS mist ter zake echt de bal.
Het einde der werken in het station Gent-Sint-Pieters
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De renovatie van station Gent-Sint-Pieters wordt opnieuw uitgesteld, nu tot 2029 (eerder 2027), door aanhoudende problemen zoals waterinsijpeling in de ondergrondse parking, ondanks genomen herstelmaatregelen. De minister bevestigt de vertraging maar geeft geen concrete oorzaken of budgettaire gevolgen van het uitstel. Frank Troosters stelt vast dat de deadline verschuift en dat een eerdere vraag over verloedering onverwacht wordt beantwoord. De focus ligt op structurele gebreken en chronische vertragingen zonder duidelijke oplossing of financiële impact.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs opnieuw naar mijn schriftelijk ingediende vraag.
Toen in 2005 de werken voor de renovatie van het station van Gent-Sint-Pieters werden opgestart, werd het einde der werken voorzien voor 2014. Deze deadline is intussen reeds 10 jaar overschreden. In 2020 schoof de NMBS het jaar 2027 naar voor als nieuwe deadline.
Tijdens de ministerraad van 6 december jl. werd een capaciteitsvergrotingsplan voor de spoorinfrastructuur in het station van Gent-Sint-Pieters goedgekeurd. In de marge viel te noteren dat het afronden van de werken nu voorzien wordt voor 2029.
Kan de minister bevestigen dat de nieuwe deadline voor de renovatiewerken aan het station van Gent-Sint-Pieters 2029 is?
Wat zijn de redenen/oorzaken van deze nieuwe vertraging?
Wat zijn de budgettaire gevolgen van dit nieuwe uitstel van het einde der werken?
Georges Gilkinet:
2029 wordt vooropgesteld als einddatum van de werken, conform de plannen in het meerjarig investeringsplan 2023-2032.
Verder klopt het dat er in de ondergrondse autoparking van Gent-Sint-Pieters op een aantal plaatsen sprake is van waterinsijpeling. De NMBS heeft daartegen al een aantal maatregelen genomen. Zo is een aantal wanden geïnjecteerd en is waar nodig de roofing vernieuwd. Het probleem is echter nog niet volledig van de baan. De NMBS is daarom aan het bekijken wat de precieze oorzaak is en waar nog bijkomende maatregelen genomen kunnen worden.
In afwachting van bijkomende maatregelen kan een aantal parkeerplaatsen tijdelijk niet gebruikt worden. Dat zorgt op zich niet voor problemen, vermits er elders in de parkeerruimte nog voldoende parkeerplaatsen zijn.
Frank Troosters:
Dank u wel voor uw antwoorden op mijn vragen, mijnheer de minister. Ik stel vast dat bevestigd wordt dat de einddatum van de werken niet langer 2027 maar 2029 is. Ik stel ook vast dat u ineens mijn vraag nr. 56001520C over de verloedering van het station Gent-Sint-Pieters beantwoord hebt, waarvoor mijn dank. Ik kom daar later op terug.
De treinverbinding tussen het Waasland en Brussel
Het verdwijnen van de rechtstreekse treinverbinding tussen het Waasland en Brussel vanaf 15 december
De impact van internationale treinen op binnenlandse verbindingen
De gevolgen van het uitstel van het vervoersplan van de NMBS
De gevolgen van het nieuwe vervoersplan van de NMBS
Gevolgen van wijzigingen in treinverbindingen tussen Waasland en Brussel en NMBS-plannen
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS-dienstregeling 2024 zorgt voor massale kritiek door het schrappen van rechtstreekse IC-verbindingen (o.a. Waasland-Brussel via knip Dendermonde) en prioriteit voor internationale treinen (Eurocity Direct Brussel-Amsterdam), wat lange reistijden, overvolle treinen en gemiste overstappen veroorzaakt. Minister Gilkinet erkent problemen met stiptheid en communicatie, maar verdedigt de aanpassingen als noodzakelijk voor robuustheid—hoewel de legaliteit (art. 14 openbaardienstcontract) en financiële gevolgen nog onduidelijk zijn, twee maanden na invoering. Pendelaars en politici (o.a. Van Hoecke, Cuylaerts) verwerpen de maatregelen principieel, wijzen op contractschendingen en eisen herstel van rechtstreekse verbindingen en snellere evaluatie. De NMBS belooft betere stiptheid, maar reizigers ervaren chaos, met overvolle treinen, vertragingen en onduidelijke communicatie.
Voorzitter:
De heer Buysrogge is niet aanwezig.
Alexander Van Hoecke:
Mijnheer de minister, sinds 15 december is er heel wat veranderd voor pendelaars die vanuit het Waasland naar onze hoofdstad Brussel willen sporen. De IC-treinen tussen het Waasland en Brussel, maar ook andere spoorlijnen, worden geknipt. Voor het Waasland gaat het om een knip in Dendermonde. Dat betekent dat reizigers daar moeten overstappen of via een andere route naar Brussel moeten sporen. Dat verlengt de reistijd natuurlijk aanzienlijk. De kans dat een overstap wordt gemist in Dendermonde en dat men daar dus een aanzienlijke vertraging oploopt, is groot.
Het verzet tegen de beslissing was van in het begin enorm groot. Onze fractie heeft zich ook van in het begin verzet tegen het afschaffen van de rechtstreekse treinverbinding en we hebben er actief protest tegen gevoerd. Eind oktober werd door een delegatie van het ACV-Waasland, samen met een aantal gedupeerde treinreizigers, een petitie afgeleverd aan de hoofdzetel van de NMBS. Die werd op korte tijd meer dan 2500 keer ondertekend.
Duizenden pendelaars uit onder meer Sint-Niklaas, Lokeren en Zele rekenen op deze treinverbinding, mijnheer de minister, om naar hun werk te sporen. Bovendien is het ook principieel onaanvaardbaar dat een hele regio haar rechtstreekse treinverbinding met de hoofdstad verliest.
Na zes maanden zal het wegvallen van de treinverbinding geëvalueerd worden, maar dat is een magere troost voor de reizigers, want pas tegen december 2026 is er een aanpassing mogelijk.
Wat is uw visie, mijnheer de minister, op de beslissing van de NMBS? Steunt u die en, zo ja, waarom? Op welke manier zal de evaluatie van de knip gebeuren na zes maanden? Wie zal er daarbij gehoord worden en op basis van welke parameters zal men evalueren? Wanneer mogen we het resultaat van die evaluatie verwachten? Is het mogelijk om die al vroeger te laten plaatsvinden? Zo ja, hoeveel vroeger?
Volgens het ACV hebben lokale besturen nooit tijdig gereageerd op de vraag van de NMBS om rond het voorstel van de knip samen te zitten. Klopt dat en aan welke lokale besturen werd die vraag gesteld? Werd de vraag meermaals herhaald?
Vindt u het als minister van Mobiliteit aanvaardbaar dat een hele Vlaamse regio, met meer dan 300.000 inwoners, een rechtstreekse treinverbinding met de hoofdstad ontzegd wordt?
Dorien Cuylaerts:
Afgelopen zondag, 15 december 2024, ging de nieuwe dienstregeling van de NMBS in. Hoewel de NMBS die presenteerde als een vooruitgang, gaf de aanpassing aanleiding tot heel wat kritiek en bezorgdheden.
Met de nieuwe dienstregeling werden twee internationale verbindingen gelanceerd: de Eurocity Direct tussen Brussel en Amsterdam en de OUIGO-treinen tussen Brussel en Parijs. In artikel 14 van het openbaardienstcontract staat duidelijk vermeld dat de NMBS enkel treinen mag inleggen buiten haar opdracht van de openbare dienst indien dat geen negatieve impact heeft op de kwantiteit en de kwaliteit van het binnenlandse aanbod. Toch wordt er elk uur één snelle IC-trein tussen Antwerpen en Brussel geschrapt als gevolg van deze nieuwe buitenlandse verbinding. De impact van de Eurocity Direct reikt dus tot Limburg en West-Vlaanderen. Tijdens de hoorzitting van afgelopen maandag, 16 december 2024, werd daar al dieper op ingegaan.
Na de hoorzitting heb ik nog een aantal vragen, mijnheer de minister.
Hoe rijmt de NMBS de nieuwe Eurocity Direct met de bepaling in artikel 14 van het openbaardienstcontract? Wat is de officiële reactie van de NMBS daarop? Wat is uw visie op de mogelijke schending van artikel 14?
Was uw kabinet ervan op de hoogte dat de NMBS artikel 14 van het openbaardienstcontract naast zich zou neerleggen door de ondertekening van het memorandum met de Nederlandse Spoorwegen over het inleggen van de Eurocity Direct? Zo ja, sinds wanneer was het kabinet op de hoogte van die ondertekening? Welke stappen hebt u gezet omtrent het al dan niet inleggen van de Eurocity Direct?
Xavier Dubois:
Monsieur le président, lundi, nous avons eu l’occasion de discuter du plan de transport avec les représentants de la SNCB et d’Infrabel ainsi que des représentants des voyageurs et des syndicats.
Nous avons évoqué le report de la phase 2 du plan de transport. Cette décision a été prise au mois de septembre. Suite à cela, votre commissaire du gouvernement est intervenu, puisqu’il y avait apparemment un problème au niveau de la légalité.
C’est bien ce sur quoi porte ma question puisque depuis lors, la SNCB a confirmé en octobre son souhait de déroger au contrat de service public et au plan de transport validé par le Conseil des ministres. Cette proposition est, depuis le 11 octobre, à l’analyse au niveau du SPF Mobilité. Nous n’avons pas de nouvelles depuis. Qu’en est-il? Depuis deux mois, l’analyse est toujours en cours.
Or cette phase 2 adaptée est entrée en vigueur le 15 décembre, avec des impacts parfois importants sur les possibilités des différents voyageurs. La communication a été défaillante. Je pense que beaucoup de voyageurs n’ont pas été tenus au courant, pas à temps, des modifications impliquées par cette phase 2 adaptée.
Monsieur le ministre, ma question porte sur la légalité de cette pratique. Il y a une décision du conseil d'administration qui n’a pas fait l’objet d’une validation par le Conseil des ministres. Or elle est mise en œuvre. Y a-t-il des conséquences par rapport à cela? Que dit le contrat de service public là-dessus?
Le corollaire, c’est aussi le financement de tout cela. Des dotations ont été prévues, notamment pour la mise en œuvre de cette phase 2. Des dotations ont déjà été versées. Demain, les douzièmes provisoires seront présentés en séance plénière. S’ils sont votés, ils prévoient des moyens supplémentaires pour mettre en œuvre ce plan de transport.
Mais si les objectifs sont revus à la baisse, les moyens financiers ne doivent-ils pas aussi être revus à la baisse? Le cas échéant, les moyens financiers déjà versés ne doivent-ils pas être remboursés par la SNCB?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, als minister van Mobiliteit moet het altijd een spannende dag zijn wanneer een nieuw vervoersplan in werking treedt. Het is altijd een beetje afwachten wat de impact ervan zal zijn, zeker als de trein zo belangrijk is dat hij de ruggengraat moest worden van het vervoersmodel dat u voorstaat. Vandaar dat ik aanneem dat u als minister van Mobiliteit nauwgezet hebt gevolgd hoe de eerste dagen na de invoering ervan zijn verlopen.
Er is een latere evaluatie van het vervoersplan gepland, maar hoe hebt u de eerste dagen van het nieuwe vervoersplan ervaren, concreet inzake de afschaffing van één IC-trein per uur op de verbinding Antwerpen-Brussel, de afschaffing van een rechtstreekse verbinding tussen Sint-Niklaas en Brussel, de inperking van de rechtstreekse IC-trein Blankenberge-Genk, die tijdens de week niet verder rijdt dan Hasselt, de langere wachttijden op de aansluitingen in de stations van Kortrijk, Roeselare en Brugge, en ten slotte het terugschroeven van het aanbod op de lijn Dendermonde-Brussel?
Georges Gilkinet:
J'espère que vous avez bien profité lundi de la présence du représentant de la SNCB pour l'interroger sur le sujet, puisque le cadre est défini dans le contrat de service public. La mise en œuvre est de la responsabilité opérationnelle de la SNCB, de son comité de direction et de son conseil d'administration. J'ai déjà eu l'occasion de détailler devant cette commission le processus de mise en œuvre du plan de transport. Je reviens sur les éléments essentiels avant de répondre aux questions plus spécifiques.
Le contrat de service public, que nous avons signé il y a deux ans, après dix ans d'attente, pour la première fois depuis dix ans, prévoit, en ligne avec les trajectoires financières convenues, un schéma de production et d'augmentation progressive de l'offre afin de réaliser progressivement des améliorations de fréquence et d'amplitude nécessaires à soutenir l'utilisation du train et le report modal, qui est notre objectif. Il prévoit aussi des objectifs de recettes et d'amélioration de la productivité qui sont vitaux pour garantir à la SNCB un avenir dans un environnement de plus en plus ouvert à la concurrence.
Ces objectifs chiffrés d'offre sont modalisés dans un plan de transport détaillé pour une première période de trois ans. Le premier plan de transport, en application du contrat pour dix ans, a été adopté par le conseil d'administration de la SNCB en mars 2021 et approuvé par le Conseil des ministres en juillet 2023. Ce premier plan de transport met en particulier l'accent sur l'offre suburbaine, notamment sur les lignes du RER à et autour de Bruxelles, et sur le renforcement de l'offre de week-end pour laquelle on constate une augmentation structurelle de la demande, ce qui est positif.
La SNCB a souhaité, pour différentes raisons opérationnelles, modifier l'offre de transport relative à la phase 2 du plan de transport, pour les horaires de décembre 2024 et juin 2025, d'une part en ce qui concerne la structure de l'offre, c'est-à-dire en modifiant les horaires de train déjà existants, et d'autre part en reportant d'un an la grande majorité des extensions d'offre initialement prévues pour le prochain horaire de service.
Vous avez eu l'occasion d'avoir un échange sur le sujet avec le responsable de la SNCB qui était présent lundi, sur ces aspects et sur leurs conséquences.
Comme vous le savez, j'ai eu l'occasion d'exprimer, pour ma part, à plusieurs reprises et sous différentes formes, mes préoccupations par rapport à ces orientations, d'abord en ce qui concerne les impacts sur les voyageurs mais également sur les risques que ces modifications font courir au respect par la SNCB de plusieurs engagements du contrat de service public, notamment son article 14.
Cela a conduit à l'annulation de la première décision à ce sujet, ce qui n'est pas anodin. Le commissaire du gouvernement présent peut saisir le ministre, en disant qu'il estime que quelque chose n'est pas correct. Le ministre peut prendre la décision d'annuler une décision, ce que j'ai fait avant que la SNCB prépare une nouvelle décision.
La SNCB a ensuite décidé de notifier ce changement d'offre de référence en octobre dernier, en vue de son approbation par le Conseil des ministres, ce qui est la règle. Une fois qu'un point a été convenu avec le gouvernement, on doit revenir devant celui-ci pour en obtenir l'approbation.
Le processus d'analyse de cette demande suit son cours et sera soumis en Conseil des ministres, en ce compris les conséquences financières pour la SNCB des changements apportés, dès que le dossier sera complet. Il ne l'est pas à l'heure actuelle. Un dialogue se poursuit entre la SNCB et la SNCF.
Ce processus ne s'oppose pas à la continuité du service public, qui prévaut bien évidemment. Je ne peux que regretter, comme vous, que ces modifications en gestation de longue date n'ont été communiquées, selon les formes prévues par le contrat de service public, que moins de deux mois avant l'entrée en vigueur du nouvel horaire de service. Pour ce qui concerne le futur, le processus a déjà été entamé plus tôt et se fera beaucoup plus normalement.
Ik kom tot de vraag over Dendermonde.
Van en naar het station van Dendermonde is het traject van een aantal treinen gewijzigd om de robuustheid en op die manier ook de stiptheid van de treinen in de regio te verbeteren.
Voor de reizigers uit Zele, Lokeren, Sinaai, Belsele en Sint-Niklaas van en naar Brussel is een overstap noodzakelijk om die reizen te voltooien. De reistijd wordt niet verlengd. De NMBS verwacht door de beslissing de stiptheid te kunnen opkrikken.
Bovendien werd de dienstregeling van de trein Dampoort-Express opnieuw aangepast met een aankomst in Brussel-Zuid om 8.28 u in plaats van 7.28 u. Die rechtstreekse trein naar Brussel stopt in Sint-Niklaas, Lokeren, Beervelde, Gent-Dampoort, Merelbeke en Melle.
Waarom nam de NMBS die beslissing? In het station van Dendermonde loopt de IC26-verbinding Kortrijk-Doornik-Brussel-Dendermonde-Sint-Niklaas volledig door het station van Dendermonde en kruist daarbij de L002-verbinding Zeebrugge-Brugge-Gent-Dendermonde. Kruisingen kunnen een negatieve impact op de robuustheid van het treinverkeer hebben. Ze beïnvloeden ook de stiptheid op de lijn 53 Gent-Mechelen, omdat vertragingen aan elkaar worden doorgegeven met een mogelijk sneeuwbaleffect tot gevolg.
Bovendien is de lijn tussen Dendermonde en Lokeren een enkelspoorlijn met slechts één kruisingsmogelijkheid, in het station van Zele. Tijdens de piekuren kruist in Zele de IC26 met de S34. De vertraging aan één trein wordt doorgegeven aan de trein in de andere richting. De IC26 heeft een traject dat via de Brusselse Noord-Zuidverbinding loopt. Een laattijdige aankomst uit de Noord-Zuidverbinding in Dendermonde zorgt er ook voor dat er weinig bijsturingsmogelijkheden zijn voor de IC26 op het enkelspoor. In de omgekeerde richting betekent dat een laattijdige aankomst in Brussel, waardoor de vertraging van dat enkelsporige baanvak zich dus voortzet op een hele reeks andere lijnen.
Bovendien moet de trein een manoeuvre uitvoeren, namelijk frontkering, in minder dan tien minuten. Elk manoeuvre dat een trein moet uitvoeren, brengt een risico voor de robuustheid van het treinverkeer met zich mee. De treinbestuurder moet zich immers verplaatsen van de stuurpost van de ene kant van de trein naar de stuurpost aan de andere kant. Gezien het drukke treinverkeer in Brussel en het enkelspoor tussen Dendermonde en Lokeren kan er echter niet in extra haltetijd worden voorzien in Dendermonde. Indien de IC26 beperkt wordt tot Dendermonde, kan er in een ruime keertijd worden voorzien, waardoor kan worden vermeden dat vertragingen in de ene richting worden meegenomen in de andere richting.
De nieuwe structuur van verbindingen rond Dendermonde heeft dus twee voordelen, die de stiptheid en robuustheid van het treinverkeer alleen maar ten goede kunnen komen. Ten eerste worden kruisingen van rijpaden ter hoogte van Dendermonde vermeden en ten tweede vermijden we een frontkering in het station van Dendermonde, die in minder dan tien minuten moet gebeuren.
De NMBS wil u en haar reizigers dus geruststellen, want de reistijd Brussel-Sint-Niklaas met een overstap in Dendermonde zal niet langer duren dan momenteel het geval is. De overstaptijd van tien minuten zal even lang zijn als de tijd die momenteel nodig is om de trein te keren in Dendermonde en geeft reizigers de kans op een goede manier over te stappen. Het blijft dus mogelijk om via Dendermonde tussen Sint-Niklaas en Brussel te sporen mits een overstap.
Tijdens de piekuren kunnen de reizigers van Sint-Niklaas en Lokeren nog altijd de P-trein Dampoort-Express gebruiken, die Sint-Niklaas en Lokeren rechtstreeks met Brussel verbindt.
We zijn ons er ook van bewust dat de opheffing van een rechtstreekse verbinding tussen Brussel en Sint-Niklaas een ingrijpende maatregel is voor de bestaande klanten. De NMBS is dan ook niet over één nacht ijs gegaan om tot een oplossing te komen. We verwachten dat de positieve effecten op het vlak van een betere stiptheid voor de reizigers zullen doorwegen en hebben daarom deze aanpassing opgenomen in het vervoersplan.
Alexander Van Hoecke:
Mijnheer de minister, ik heb op een groot deel van mijn vragen geen antwoord gehad. Ik zal ze dan maar schriftelijk stellen.
U zegt dat de overstaptijd van tien minuten in Dendermonde ongewijzigd blijft. Ik heb die lijn deze week al een paar keer genomen. Het is nooit tien minuten geweest. Die trein heeft in het station van Lokeren al vaak een vertraging van vier tot vijf minuten.
Ik raad u ten zeerste aan om eens op het spitsuur te gaan kijken in het station van Dendermonde om te zien wat die beslissing juist heeft teweeggebracht: gestreste en gehaaste reizigers die zich door een smalle gang haasten en overvolle treinen in Dendermonde.
Daarnaast kan ik er nog altijd niet bij, principieel, dat we een hele regio van 300.000 inwoners, met duizenden pendelaars die elke dag naar Brussel moeten, een rechtstreekse treinverbinding met onze hoofdstad ontzeggen. Ik kan daar principieel gewoon niet bij.
Ik heb heel veel vragen gesteld, onder andere over het overleg met de gemeenten in het Waasland. Daarop hebt u niet geantwoord.
Ik betreur deze beslissing. Dit vervoersplan is een catastrofe voor heel veel mensen.
Dorien Cuylaerts:
Ik dank u voor het antwoord, zou ik willen zeggen, mijnheer de minister, maar net als mijn collega heb ik geen antwoord op mijn vragen gekregen.
U hebt wel elke gelegenheid aangegrepen om uw bezorgdheden mee te delen, maar ik blijf helaas op mijn honger zitten wat mijn vragen betreft.
Afgelopen maandag heb ik dezelfde vraag gesteld aan de NMBS tijdens de hoorzitting, maar ook daar bleef ik op mijn honger zitten en heb ik geen antwoord gekregen op mijn vraag over artikel 14 in het openbaardienstcontract. Ik blijf mij nog altijd afvragen of u en uw kabinet op de hoogte waren van de trucs die de NMBS heeft uitgehaald en van het feit dat ze het contract naast zich neergelegd heeft.
Ik wil bij deze echt wel mijn verontwaardiging over de gang van zaken uitdrukken. Een contract negeren en gewoon naast zich neerleggen, dat kan niet. De Eurocity Direct voorrang geven op het bestaande binnenlandse aanbod is betreurenswaardig.
Mijn conclusie? U staat erbij, u kijkt ernaar en de treinreizigers zijn wederom de dupe.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Nous avons en effet eu un échange avec les représentants de la SNCB lundi, mais je n'ai pas reçu de réponse à ma question. C'est pourquoi je vous l'ai posée.
Concernant la légalité de la procédure, ils nous ont répondu qu'ils ne pouvaient pas faire autrement. La question de la légalité n'en est pour autant pas évacuée, puisque nous sommes ici face à un contrat. Si la SNCB peut modifier son offre et la mettre en œuvre sans accord du Conseil des ministres, s'agit-il toujours d'un contrat? Nous pouvons légitimement nous poser la question. Il en va de la force et de la réalité de ce contrat de service public.
Je ne comprends pas pourquoi l'analyse du SPF Mobilité est en cours depuis deux mois, alors que l'offre a été mise en œuvre. Je pense qu'il faut absolument que cette analyse aboutisse et que ce dossier passe en Conseil des ministres. Il faut surtout que les éléments du contrat et les éléments financiers soient adaptés. J'entends que vous actez qu'il y aura très probablement des adaptations du financement de la SNCB en fonction des projets mis en œuvre. C'est bien normal mais il faut que cette décision soit prise le plus vite possible, au vu des futurs travaux budgétaires qui nous attendent.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, op mijn vragen over wat er zich de voorbije dagen heeft afgespeeld op de plaatsen die ik heb beschreven, heb ik geen antwoord gekregen. Ik zal het daarom deels zelf geven. In Antwerpen waren er overvolle perrons en treinen. De situatie rond Sint-Niklaas werd goed beschreven door collega Van Hoecke. Wat betreft de lijn Genk-Brussel, de trein die om 08.06 uur in Genk vertrok is om 10.30 uur aangekomen in Brussel. Hij zat overvol en mensen stonden recht in de gangen. Ook op mijn trein, Diest-Quiévrain, stonden de mensen recht. Bovendien werd tussen Diest en Aarschot dan nog in het Frans aangekondigd dat we in Brussel-Zuid zouden aankomen. Een aantal mensen waren boos omdat ze hun overstap die zogenaamd voor robuustheid moet zorgen, niet zouden halen. De treinreizigers zijn echt wel de dupe van heel wat ingrepen die gebeurd zijn en verdienen absoluut veel beter dan dit.
Het station en de stationsomgeving in Ronse
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Staf Aerts kaart de verwaarloosde toestand van het beschermde station Ronse (Passerelle-brug, goederenloods, stationsgebouw, parking) aan en vraagt om concrete plannen voor restauratie, herbestemming en valorisatie, inclusief samenwerking met de stad. Minister Gilkinet bevestigt dat de overdracht van de brug aan Ronse (april 2024) is afgerond, maar dat renovatie pas in 2025 start met een studie, terwijl het stationsgebouw is toegewezen aan een erfpachtnemer (plannen nog onbekend) en de NMBS overlegt met de stad. Aerts kritiseert de beperkte antwoorden en kondigt een schriftelijke navraag aan voor gedetailleerdere reacties. De kernproblemen (erfgoedverval, gebrek aan visie en coördinatie) blijven grotendeels onopgelost.
Staf Aerts:
Mijnheer de voorzitter, toen ik in het begin van de week de planning zag, dacht ik dat ik hier niet zou geraken wegens een andere commissie. Ik ben hier echter toch geraakt. Anders had ik mij zeker aangesloten bij de bezorgdheden die we maandag uitten tegen de NMBS. Hoe dan ook, in de praktijk draaide de nieuwe dienstregeling gisteren en vandaag helemaal in de soep.
Nu gaat het echter over een concreter dossier, mijnheer de minister, namelijk het station in Ronse. Dat is al langer een punt van discussie, als gevolg van de slechte staat van het station. Dat gebied bevat echter heel wat waardevolle erfgoedelementen. Het is een van de oudste stations in ons land, dus ik wil graag een aantal punten onder de aandacht brengen.
De stalen wandelbrug, de Passerelle, een stuk beschermd erfgoed dat werd overgedragen van Infrabel aan de stad Ronse, verkeert in zeer slechte staat en is al jarenlang niet toegankelijk. Welke concrete stappen zullen worden genomen om de restauratie te realiseren? Is de overdracht aan de stad volledig afgerond en is er een startdatum gepland voor de renovatie?
De aanpalende goederenloods, eveneens beschermd erfgoed maar ondertussen verkocht, staat leeg en is in slechte staat. Hebben de NMBS en Infrabel nog een visie over de toekomst van dat gebouw? Wordt er een recht van toegang toegestaan om een herontwikkeling mogelijk te maken? Wat zijn daarrond de plannen?
Het stationsgebouw, eveneens beschermd erfgoed, wordt sinds de sluiting van de loketten niet meer gebruikt. Kunt u bevestigen dat er een kandidaat-erfpachtnemer is gevonden na een biedingsprocedure? Wat zijn de geplande functies voor het gebouw? Indien er geen erfpachtnemer gevonden is, hoe zal men ervoor zorgen dat het niet verkommert? Wordt er een nieuwe invulling aan gegeven?
De parking en de plaats waar het vroegere perron zich bevond liggen er troosteloos bij. Hoe ziet de NMBS de toekomst van deze gronden? Zijn er plannen om die ruimte te valoriseren of op een andere manier nieuw leven in te blazen, al dan niet in samenwerking met de stad Ronse?
Er werd ook een conceptstudie over de stationsomgeving afgesloten met de Vlaamse regering. Er zou echter geen consensus gevonden zijn. Zijn er nog mogelijkheden om dat vlot te trekken? Welke obstakels staan daar nog in de weg?
Georges Gilkinet:
Dank voor uw vragen, mijnheer Aerts, en ik wil mij alvast verontschuldigen, want het antwoord dat ik kreeg van de NMBS en Infrabel, steekt bijzonder mager af bij uw zeer precieze en complete analyse van de situatie in het station van Ronse.
Ik begin met de antwoorden die Infrabel me bezorgde. Infrabel zegt me dat de akte met de stad Ronse voor de overdracht van de brug en de bijbehorende gronden getekend werd op 19 april 2024. Voor de renovatie is er nog geen startdatum. Er is afgesproken dat de stad nu – begin 2025, neem ik aan – een renovatiestudie bestelt bij een in erfgoed gespecialiseerd bureau, in overleg met Infrabel. Infrabel zegt me ook dat het de perrons recent heeft vernieuwd.
Het antwoord van de NMBS herinnert me eraan dat ik in deze commissie op 15 oktober een stand van zaken heb gegeven met betrekking tot de toekomst van het stationsgebouw van Ronse. De erfpachtoproep leverde twee kandidaten op. Na een tweede ronde werd het stationsgebouw toegewezen aan een kandidaat-koper. De stad Ronse is goed op de hoogte van de situatie. De visie van de stad en de voorwaarden van de NMBS werden samengelegd. Het is aan de erfpachtnemer om te communiceren over zijn plannen en om een renovatiedossier op te bouwen met de dienst Erfgoed. De NMBS overlegt geregeld met de stad en blijft positief meewerken.
Staf Aerts:
De NMBS en Infrabel hebben dus, kort samengevat, een niet zo uitgebreid antwoord bezorgd. Ik zal mijn vraag herwerken tot een schriftelijke vraag, zodat ze meer tijd hebben om uitvoerig te antwoorden. Het gaat immers niet op om niet te antwoorden.
De zwakke score van de NMBS op reizigerservaring in een Europese studie
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS scoort matig (6,1/10) in een Europese studie, met een slechte reizigerservaring (2,7/10) door gebrek aan wifi, stopcontacten en comfort, terwijl stiptheid en fietsbeleid wel positief scoren. Minister Gilkinet erkent de tekortkomingen maar benadrukt dat de NMBS zich richt op korte trajecten en al verbeteringen doorvoert, zoals betere mobiel dekking (in plaats van wifi) en stopcontacten in nieuwe M7-rijtuigen, met focus op innovatie en frequentie. Cuylaerts vindt de laagste Europese score onaanvaardbaar en dringt aan op snellere modernisering (wifi, comfort) om de trein aantrekkelijker te maken voor pendelaars, studenten en werkende reizigers. De kernkwestie blijft: moet de NMBS meer investeren in reizigerscomfort om het spoorconcurrentiëler te maken?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, een recente studie van Transport & Environment plaatst de NMBS met een score van 6,1 op 10 in de middenmoot van de Europese spoorwegmaatschappijen. Hoewel de betrouwbaarheid en het fietsbeleid positief scoren, eindigt de NMBS met het criterium reizigerservaring op de laatste plaats met 2,7 op 10. Dat is echt wel een slecht resultaat, dat wordt toegeschreven aan het ontbreken van voorzieningen zoals wifi aan boord en comfortabele zitplaatsen met stopcontacten, waardoor de reizigers minder mogelijkheden hebben om tijdens hun reis te werken of te ontspannen.
Mijnheer de minister, hebt u kennisgenomen van de studie?
Hoe beoordeelt u de resultaten die de NMBS in de studie behaalt?
Zal de NMBS concrete maatregelen nemen om de reizigerservaring te verbeteren? Indien ja, welke specifieke maatregelen worden overwogen?
Georges Gilkinet:
Mevrouw Cuylaerts, een studie is een studie. De resultaten van de studie zijn voor rekening van de auteurs en afhankelijk van de keuzes die zij hebben gemaakt. Er zijn positieve en minder positieve resultaten voor de NMBS.
De studie is een indicator. Ze is positief voor een optimist en negatief voor een pessimist. U moet echter weten dat wij een nieuw contract met de NMBS hebben, waarin veel doelstellingen zijn opgenomen. Wij zijn het spoor ook aan het vernieuwen en attractiever aan het maken om elke dag meer reizigers te vervoeren.
Graag geef ik enkele bedenkingen mee. De NMBS staat volgens de studie op de twaalfde plaats van 27 Europese spoorwegoperatoren en toont daarmee haar solide prestatie op verschillende belangrijke domeinen, zoals stiptheid en betrouwbaarheid, de compensatieregeling en het fietsbeleid. Dat is heel belangrijk.
De studie schuift ook een aantal domeinen naar voren die voor verbetering vatbaar zouden zijn, zoals de reizigerservaring, waarop de NMBS minder scoort door het gebrek aan wifi, stopcontacten en catering aan boord.
Het is belangrijk die analyse te plaatsen in de specifieke context van het Belgische net, dat is gericht op korte of relatief korte trajecten en een hoge frequentie. Dat verschilt van de maatschappijen waarmee wordt vergeleken. Die zijn vooral gericht op lange afstanden.
Ik denk niet dat we de NMBS moeten vragen om voor de reizigers in catering te voorzien op een traject van een uur.
Voor het gebruik van wifi heeft de NMBS de keuze gemaakt om het signaal van de smartphone in de trein te verbeteren, een piste die ook door experts wordt ondersteund.
De nieuwe M7-dubbeldekrijtuigen zullen minstens een stopcontact per twee reizigers bevatten, waardoor ook de situatie op dat vlak sterk zal verbeteren. De NMBS toont hiermee aan dat ze blijft inzetten op innovatie en reigerstevredenheid en op de goede weg is.
Dorien Cuylaerts:
ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister. Een studie is een studie. Dat klopt. Een 6,1 kan men positief of negatief bekijken. Ik was nooit tevreden met een 6 op 10, ook al is dat meer dan de helft. Op een onderdeel krijgen we 2,7 op 10 en staan we onderaan in Europa. Dat lijkt mij toch wel onaanvaardbaar. We zijn 2024. Ik denk dat wifi geen overbodige luxe is. We moeten het altijd beter willen doen. We moeten niet gewoon berusten en tevreden achterover in onze zetel leunen. Onze aller doelstelling is toch om zo veel mogelijk reizigers op de trein te krijgen. Dan moet het comfort en het gebruiksgemak stijgen. Mijnheer de minister, ik roep u daarom op om de trein echt wel aantrekkelijker te maken voor iedereen, de pendelaars, de studenten en de reizigers, die onderweg willen ontspannen of onderweg werken.
De veiligheid van spoorwegovergangen
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Gilkinet bevestigt dat spooroverwegen (ondanks dalende ongevalcijfers) een dodelijk risicopunt blijven, met afschaffing als beste oplossing—al is dit kostelijk en langetermijn (10/jaar bij >1.600 overwegen). Kortetermijnmaatregelen omvatten risicogestuurde upgrades, het noodnummer 1711 (sinds 17/11, nog onvoldoende bekend), samenwerking met De Lijn (evacuatieprocedures bij blokkades) en pilootprojecten, maar weggebruikersverantwoordelijkheid blijft cruciaal. Cuylaerts kritiseert het trage tempo en pleit voor prioritaire herallocatie van middelen (weg van stations) en moderne alarmeringstechnieken in 2024, ondanks Infrabels langetermijnplannen. Sensibilisering en preventie blijven centraal, maar structurele oplossingen ontbreken nog.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, in amper 11 dagen tijd gebeurden er drie incidenten op onze spoorwegen. Er werd daarstraks al verwezen naar het ongeval in Veldegem. Een aantal dagen later vond een gelijkaardig voorval plaats in Zottegem, gelukkig met goede afloop, maar in Antwerpen gebeurde er helaas een tragisch incident.
Mijnheer de minister, hoewel Infrabel heel wat maatregelen neemt, zoals noodnummers, identificatiestickers en verbeterde verlichting, komen dergelijke ongevallen nog te vaak voor. Vindt u dat Infrabel voldoende inspanningen levert om de veiligheid op overwegen te garanderen? Welke bijkomende maatregelen vindt u nog noodzakelijk om de overgangen veiliger te maken?
Georges Gilkinet:
Het spoorvervoer is een veilige vervoersmodus waar veel minder ongevallen voorkomen dan bijvoorbeeld bij wegvervoer. Zowel in als buiten de havens is er in de loop van de jaren gemiddeld gezien een daling van het aantal ongevallen aan de overwegen.
Toch blijven de overwegen, waar spoor- en wegverkeer elkaar kruisen, een zwakke plek in de veiligheid van het spoorsysteem, waar de ongevallen meestal wel ernstig zijn en vaak dodelijke slachtoffers tot gevolg hebben. De beste oplossing om het risico van een ongeval aan een overweg te reduceren is de afschaffing ervan. Dat is echter vaak duur en complex. Infrabel heeft hiervoor een langetermijnvisie en een actieplan dat verder wordt uitgevoerd.
Verder zet Infrabel in op sensibiliseringscampagnes en preventiematerieel. Zo werd recentelijk het u bekende nummer 1711 geïntroduceerd, waarvan verwacht wordt dat het de reactietijd bij incidenten, en hierdoor ook het aantal ongevallen aan de overwegen, zal verminderen. Aangezien dit nummer pas werd geïntroduceerd op 17 november, moet de bekendheid ervan nog groeien en moet het volle potentieel van deze maatregel zich nog ontwikkelen.
Bovendien lopen er pilootprojecten om de veiligheid aan de overwegen verder te verbeteren. Daarbij worden de overwegen gerangschikt volgens hun risico en worden de overwegen met het hoogste risico eerst aangepakt.
Tevens heeft Infrabel reeds begin 2023 de procedure bij een blokkering op een overweg met De Lijn besproken. Er is toen een procedure uitgewerkt waarbij de evacuatie prioriteit krijgt en onmiddellijk de centrale dispatching van Infrabel verwittigd wordt om het treinverkeer stil te leggen. Die procedure werd ondertussen herhaaldelijk ingeoefend samen met De Lijn.
Naar aanleiding van de recente ongevallen zitten Infrabel en De Lijn eerstdaags samen om de procedure scherp te stellen en dergelijke voorvallen te vermijden.
Ten slotte is het belangrijk te benadrukken dat veiligheid aan de overwegen in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de weggebruikers is en dat incidenten veroorzaakt door bijvoorbeeld pannes van bussen op overwegen moeilijk te vermijden zijn door de plaatsing van veiligheidsinrichtingen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, u verwijst naar de afschaffing van de spooroverwegen en de langetermijnvisie daarop van Infrabel. Dat betreft tien overwegen per jaar en er zijn er nog meer dan 1.600. Dat is dus een visie op zeer lange termijn. Toch is het een goede zaak dat er een langetermijnvisie bestaat. U verwijst ook naar sensibilisering. Er worden veel middelen aan mobiliteit en de spoorwegen besteed. Ze zouden evenwel beter en anders kunnen worden ingezet dan voor bepaalde stations. De veiligheid moet prioritair zijn. We vragen ons toch af of er in 2024 geen andere technieken voorhanden zijn om te alarmeren wanneer dergelijke situaties zich voordoen op spoorwegen. Wij kijken dus uit naar de toekomst.
De toegankelijkheid van het station Eigenbrakel voor personen met een beperkte mobiliteit
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gare van Braine-l’Alleud, een cruciale knooppunt tussen Brussel en Charleroi, kampt al 20 jaar met ontoegankelijkheid voor personen met beperkte mobiliteit, ondanks eerdere beloftes (oorspronkelijk gepland voor 2023). Minister Gilkinet bevestigt dat slechte planning, te hoge offertes en vertragingen de werken blokkeerden, maar belooft nu accessibiliteit uiterlijk eind 2026 via nieuwe aanbestedingen (start 2025-2026), mits behoud van SNCB-financiering. Hij kritiseert ook misplaatste prioriteiten (bv. de megaprojecten zoals Mons) die middelen afleiden van noodzakelijke toegankelijkheidsinvesteringen. Scourneau aanvaardt het nieuwe tijdschema, maar benadrukt de urgentie en maatschappelijke noodzaak voor een snellere oplossing.
Vincent Scourneau:
Monsieur le président, monsieur le ministre, en attendant mon tour, je parcours la presse du jour. On patiente comme on peut, étant donné qu'il y a beaucoup de questions aujourd'hui. Et puis, je vois l'édito de L'Avenir : "La gare de Mons ou la folie des grandeurs". Je passe ensuite à La Libre et je vois "La gare de Mons, ce délire mégalomane." Et, ensuite, très modestement, j'arrive avec la gare de Braine-l'Alleud qui est loin de tout cela et à propos de laquelle je vous interrogeais déjà en 2021 et me permettais de vous questionner sur son avenir.
En effet, la gare de Braine est peut-être la gare la plus importante en termes de voyageurs entre Bruxelles et Charleroi. C'est donc une gare qui me semble importante et qui justifie pas mal d'investissements, notamment liés au RER qui fera, d'ailleurs, l'objet d'une prochaine question. Or, on attend toujours pour certains quais l'accessibilité aux personnes à mobilité réduite.
Voici quatre ans, j'avais déjà le même souci – mais rassurez-vous, monsieur le ministre, voilà vingt ans que je pose la question, je ne me suis donc pas exclusivement circonscrit à vous. À l'époque, vous m’indiquiez que l'amélioration de l'accessibilité des PMR était l'une de vos préoccupations, ce que je peux admettre, et que des ascenseurs équiperaient le couloir sous voies principal, assurant ainsi la desserte aux quais depuis les environs de la gare. Vous précisiez ensuite que, sous réserve de l'obtention d'un permis d'urbanisme modificatif favorable à ces aménagements, la date de fin des travaux de ces accès était prévue pour le premier quadrimestre 2023. Mais, aujourd'hui, force est de constater que rien n'a été fait. On est encore loin du compte et je ne sais pas du tout vers quoi on va. C'est la raison pour laquelle je me suis permis d'introduire cette question pour peut-être avoir des informations complémentaires.
Georges Gilkinet:
Cher collègue, votre question est légitime, comme toutes les questions qui ont trait à l'accessibilité des gares, qui est un aspect prioritaire. On a trouvé une situation vraiment problématique dans le cas présent. Il y a quelques jours, j'ai inauguré, pas loin de chez vous, la nouvelle gare de Rixensart, qui est très accessible. De même, dans votre région, d'autres gares ont été rendues plus accessibles récemment. Je pense notamment à la gare de Nivelles.
Plus tôt dans cette commission, nous avons également abordé la gare de Mons, qui est une véritable gabegie. Le budget alloué à ces travaux est le résultat de décisions antérieures à mon entrée en fonction. Avec ce budget, nous aurions pu rendre de très nombreuses gares plus accessibles, mais nous sommes confrontés à de mauvais choix posés par le passé, des choix qui nous retardent dans la poursuite de notre objectif majeur, à savoir rendre le train plus accessible.
Cet objectif est heureusement inscrit dans le contrat de service public conclu avec la SNCB, et nous en avons donc prévu le financement. Il va sans dire que si le futur gouvernement décide de revoir les moyens de financement et d'investissement de la SNCB et d'Infrabel – c'est son droit, malgré tout –, cette décision aura des conséquences sur la mise en œuvre des objectifs en matière d'accessibilité pour toutes les gares, y compris la vôtre. Je vous vois sensible à la question de l'accessibilité, et j'espère que vous plaiderez en faveur du maintien du financement de la SNCB et d'Infrabel lors des discussions futures.
Pour ce qui concerne la gare de Braine-l'Alleud, voici ce que me communiquent la SNCB et Infrabel, dont je suis dépendant. Les travaux d'amélioration de l'accessibilité de la gare de Braine-l'Alleud sont menés conjointement par la SNCB et Infrabel, avec le soutien de TUC RAIL, gestionnaire du dossier. Malheureusement, le calendrier n'a pas été respecté comme annoncé, et la deuxième procédure de marché conjoint a dû être abandonnée début 2024 en raison de prix bien trop élevés. Cette situation a conduit la SNCB et Infrabel à estimer qu'une annulation de l'adjudication était nécessaire.
TUC Rail a depuis lors revu sa stratégie et de nouveaux marchés sont en cours d'étude ou en phase de publication.
Les nouvelles étapes prévues sont les suivantes: pour TUC RAIL et Infrabel, un marché de construction sera lancé en 2025 avec un démarrage prévu en juin. Un marché de finition suivra en 2026 avec un début des travaux en janvier. Pour la SNCB, les finitions et les équipements nécessaires seront exécutés dans le courant de l'année 2026, y compris l'accessibilité pour les personnes à mobilité réduite qui est planifiée pour au plus tard la fin 2026.
"Ces délais, bien que contraignants, reflètent notre volonté" – c'est la SNCB et Infrabel qui parlent – "de garantir des infrastructures accessibles et de haute qualité. Nous continuerons à suivre ce dossier de près et à collaborer étroitement avec toutes les parties concernées pour atteindre cet objectif crucial".
Je suis désolé, monsieur Scourneau, que le calendrier qui m'avait été communiqué et que je vous avais relayé n'ait pu être tenu. J'espère qu'il en ira différemment pour le nouveau, même si vous auriez voulu, comme moi, que cela ait été fait il y a dix ans plutôt que dans deux ou trois ans. J'espère vraiment qu'au-delà des décisions opérationnelles de la SNCB et d'Infrabel, les moyens seront préservés pour ce type d'investissement qui est sociétalement bien nécessaire.
Vincent Scourneau:
Merci, monsieur le ministre. Je retiens finalement le nouveau calendrier d'exécution que vous avez présenté pour nourrir tous nos espoirs afin de répondre aux personnes qui, très souvent d'ailleurs, prennent contact avec nous pour dire "mais que se passe-t-il? Comment est-il possible que dans une gare aussi importante, nous, personnes à mobilité réduite, ne puissions pas accéder à deux quais sur quatre?" Je pourrai donc leur répondre qu'un nouvel agenda permet d'espérer remplir cette mission fin 2026.
Het proefproject in verband met de liberalisering van het spoor
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De pilootprojecten voor vraaggestuurd openbaar vervoer in Vlaanderen en Wallonië, beloofd in de Vivaldi-formatienota, zijn niet gerealiseerd tijdens deze regeerperiode, maar een studie met scenario’s is afgerond en gepubliceerd door FOD Mobiliteit. Minister Gilkinet stelt dat concrete uitvoering en wetswijzigingen afhangen van de volgende regering, terwijl Troosters kritiseert dat de afspraak niet is nagekomen en dringt op versnelde actie om de 2032-doelstellingen te halen. De regio’s en timing blijven onzeker, hoewel voorbereidend werk klaarligt. Troosters benadrukt het noodzakelijke leereffect van de proefprojecten voor toekomstige mobiliteitsplannen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
In de formatienota van de vivaldiregering stond geschreven dat er zowel in Vlaanderen als in Wallonië in samenwerking met de gewestelijke instanties in één vervoersregio een pilootproject zou worden opgezet waar via tendering één operator voor het vraaggestuurd kern- en aanvullend net kon worden aangeduid. Van zodra alle modaliteiten voor deze projecten zouden zijn gedefinieerd, zou de scope van het grondgebied waarop de directe toewijzing van toepassing is, worden aangepast.
Kan de minister de garantie geven dat de aangekondigde pilootprojecten effectief zullen uitgevoerd worden?
Wat is de huidige stand van zaken van deze pilootprojecten? Zijn de modaliteiten voor deze projecten intussen gedefinieerd? Zijn de regio's waar deze pilootprojecten zullen plaatsvinden al gekend? Heeft er desgevallend al overleg plaatsgevonden met de lokale overheden?
Welke timing is voorzien voor het concreet uitrollen van deze pilootprojecten?
Georges Gilkinet:
De FOD Mobiliteit heeft met de hulp van een consultant een eerste studie gefinaliseerd over de uitvoering van die pilootprojecten. Het verslag werd gepubliceerd op de website van de FOD. Het brengt verschillende mogelijke scenario's in kaart. Het zal dan aan de volgende regering zijn de strategische aanzet te geven voor de implementatie van de gekozen scenario's. Afhankelijk van de gekozen strategische keuze kunnen de wetswijzigingen die nodig zijn voorbereid worden voor goedkeuring.
Andere concrete uitvoeringsmaatregelen zullen dan goedgekeurd moeten worden. Vervolgens zullen de regionale overheden hierbij betrokken worden, afhankelijk van de strategische keuzes die gemaakt zijn. De timing zal daarom afhangen van de gekozen scenario's, maar het voorbereidende werk is klaar en beschikbaar op de site van de FOD Mobiliteit.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Ik ben wel een beetje verrast dat er een ministapje ondernomen is. De studie naar de mogelijke scenario's is er. Dat is echter iets heel anders dan wat wij initieel meekregen. Volgens de formatienota zou de regering dat in de ambtstermijn van de vivaldiregering realiseren. Zo stond het erin. Intussen is het dus geëvolueerd naar wat in artikel 138 van het beheerscontract staat: de volgende regering kan … Ik meen dat hier dringend werk van gemaakt moet worden. Ik heb hier al herhaaldelijk vragen over gesteld. 2032 komt heel snel dichterbij. Ik meen dat die proefprojecten ons veel kunnen leren en dat die heel waardevol zullen zijn – en eigenlijk zelfs noodzakelijk – om 2032 voor te bereiden. Ik kan alleen maar hopen dat daar door de volgende regering, wie dat ook moge zijn, zeer snel werk van gemaakt zal worden.
Het vervoersplan van de NMBS
Het nieuwe vervoersplan van de NMBS
Het verdwijnen van de rechtstreekse treinverbinding tussen het Waasland en Brussel vanaf 15 december
NMBS vervoersplannen, treinverbinding Waasland-Brussel
Gesteld door
N-VA
Dorien Cuylaerts
CD&V
Tine Gielis
VB
Alexander Van Hoecke
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 12 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS-hervorming prioriteert internationale hogesnelheidstreinen ten koste van binnenlandse pendelaars, die kampen met geschrapte rechtstreekse verbindingen (bv. Sint-Niklaas-Brussel), onhaalbare overstappen en overvolle treinen, ondanks eerdere beloftes van betere dienstverlening. Minister Gilkinet erkent de problemen, wijst naar de autonomie van de NMBS en zijn eigen annulatie van het eerste plan, maar biedt geen concrete oplossing—behalve een oproep aan de toekomstige regering om de herfinanciering veilig te stellen, wat oppositiepartijen als N-VA en cd&v afdoen als verantwoordingsontwijking. Kritiek spitst zich toe op de structurele achterstelling van binnenlandse reizigers ten opzichte van internationaal verkeer (bv. Amsterdam-Brussel, nieuwe Groningen-verbinding), terwijl pendelaars—die bewust voor de trein kiezen—nu gedwongen worden de auto te nemen, wat de files, klimaatdoelen en het vertrouwen in de NMBS verder ondermijnt. De minister ontkent zijn beleidsfaling, maar de oppositie eist onmiddellijke herstelling van de prioriteitsregels en een realistisch plan dat de dagelijkse mobiliteitsnoden centraal stelt.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, internationale spoorverbindingen met onder andere hogesnelheidstreinen zijn belangrijk, daar is iedereen het over eens, maar dat die voorrang krijgen op de mobiliteitsnoden van de eigen inwoners, is onbegrijpelijk.
De nieuwe vervoersregeling van de NMBS, die aanstaande zondag ingaat, veroorzaakt onrust over heel Vlaanderen, van Limburg tot West-Vlaanderen. Dagelijkse planningen worden overhoopgehaald door onhaalbare overstappen, geschrapte treinen en verdwenen verbindingen. Zo verliest Sint-Niklaas een rechtstreekse verbinding met Brussel, net zoals het station Mortsel-Oude-God, dat ook een trein richting Brussel per uur zal verliezen. Dat zijn maar enkele voorbeelden, terwijl er net meer aanbod beloofd was. Hoe zult u dat uitleggen aan de reizigers? Dat alles komt natuurlijk boven op de vertragingen en de problemen die we vandaag al kennen.
Mijnheer de minister, wie betaalt de prijs van dat beleid? Dat zijn de hardwerkende mensen die elk jaar gemiddeld 700 euro aan belastinggeld betalen aan het treinvervoer. Daarbovenop moeten zij dan ook nog hun ticketjes of hun abonnement betalen. Die mensen rekenen op vlot en betrouwbaar openbaar vervoer. Vaak kiezen ze bewust voor de trein om bij te dragen aan de groenere toekomst, die u ook zo belangrijk vindt. Door dat soort beslissingen jaagt u hen echter weer regelrecht de auto in. Dat is best straf voor een Ecolominister. Mijn vraag is dan ook simpel. Zult u dat rechttrekken of zult u onze inwoners in de kou laten staan?
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ook ik trek vandaag aan de alarmbel. Wij van cd&v vinden het onaanvaardbaar dat de binnenlandse treinreizigers, de pendelaars die elke die elke dag naar en van hun werk reizen, nu achtergesteld worden tegenover de internationale reizigers, die ons land vluchtig met de trein doorkruisen. De inzet van meer capaciteit op de internationale verbinding tussen Brussel en Amsterdam zal namelijk zeker een impact hebben op de binnenlandse verbindingen, aangezien internationale verbindingen nog altijd prioriteit krijgen op de treinen die de pendelaars hier elke dag van en naar hun werk nemen. Vandaar dat de organisatie TreinTramBus en onze cd&v-collega's op diverse locaties in Vlaanderen heel wat acties hebben ondernomen.
En daar blijft het niet bij. Gisteren vernamen wij nog dat een Nederlandse maatschappij een nieuwe aanvraag voor bijkomende treinen vanuit België naar Groningen heeft ingediend. Ook die zullen ongetwijfeld een impact hebben.
Ik ben een rasechte Kempenaar. In de Kempen is het spoornet nu al erg verzadigd. Ik ben dus heel bezorgd over de impact van de extra buitenlandse treinen voor mijn regio.
Mijnheer de minister, in november sneuvelde het filerecord opnieuw. Zullen wij pendelaars, die dus een alternatief voor de auto gebruiken om zich van en naar het werk te verplaatsen en op die manier files helpen beperken, in de kou laten staan? Onze eigen binnenlandse reizigers moeten kunnen rekenen op een betrouwbare verbinding.
In april kwam de problematiek al zeer uitgebreid aan bod in een hoorzitting. Hebt u intussen al initiatieven genomen om de prioriteitsregels te wijzigen en ervoor te zorgen dat de binnenlandse verbindingen niet achtergesteld worden ten opzichte van de buitenlandse verbindingen?
Voorzitter:
We komen nu tot een vraag van collega Van Hoecke die in de commissie niet aan de orde kwam, maar verwezen werd naar onze plenaire vergadering.
Alexander Van Hoecke:
Mijnheer de minister, vanaf volgende week zal er voor duizenden pendelaars heel wat veranderen in dit land.
Voor reizigers uit verschillende landsdelen zal het een pak moeilijker en omslachtiger worden om op hun einddoel te geraken. In tientallen stations zal het vervoersplan van de NMBS voor problemen zorgen bij de pendelaars. Gisteren nog waarschuwden de gemeenten Asse, Lebbeke, Merchtem en Opwijk voor overvolle treinen richting Brussel door dit vervoersplan.
In het Waasland zullen pendelaars die opstappen in de stations van Sint-Niklaas, Belsele, Sinaai, het wonderschone Lokeren en Zele geen rechtstreekse verbinding meer hebben met onze hoofdstad, Brussel. Hun lijn wordt in twee geknipt in Dendermonde, met alle gevolgen van dien. Limburg wordt nog stiefmoederlijker behandeld in dit vervoersplan dan in het verleden al het geval was. Dat zal zorgen voor gemiste overstappen, treinen die te traag zullen rijden en treinen die zullen wachten op een vorige trein vol pendelaars die een overstap zullen moeten maken. Er zal met andere woorden heel veel ochtendlijke miserie zijn.
Voor de getroffen pendelaars is er geen goede kant aan dit vervoersplan. Er zit ook geen enkele visie achter, het zal zorgen voor meer frustratie bij de reizigers en uiteindelijk ook voor minder reizigers en een gedaald vertrouwen in de NMBS. Mijnheer de minister, herinnert u zich nog dat dit werd aangekondigd als het meest ambitieuze vervoersplan ooit?
Mijnheer de minister, wat zult u ondernemen om te verhinderen dat dit vervoersplan volgende week zoals voorspeld een nachtmerrie wordt voor veel pendelaars? Wat zult u als minister van Mobiliteit ondernemen om ervoor te zorgen dat die duizenden getroffen pendelaars opnieuw vertrouwen kunnen hebben in het openbaar vervoer?
Georges Gilkinet:
Geachte collega’s, bedankt voor uw vragen over het zeer belangrijke onderwerp van de dienstverlening per spoor die de NMBS maandag aan het grote aantal treingebruikers in ons land zal aanbieden. Ik heb, eerst en vooral, alle begrip voor de mensen die de gewijzigde dienstverlening en in het bijzonder de verdwijning van rechtstreekse verbindingen naar Brussel en andere grote steden betreuren. Iedereen wil logischerwijze directe en snelle treinverbindingen ter beschikking hebben.
Als lid van dit Parlement krijgt u maandag de kans om uw vragen in de commissie voor Mobiliteit direct aan de NMBS-vertegenwoordigers te stellen. Als autonoom overheidsbedrijf is de NMBS, en haar raad van bestuur, in de eerste plaats verantwoordelijk voor het vervoersplan. Elk jaar in december past de NMBS haar vervoersplan aan op basis van het beschikbare materieel en personeel en de treinpannes, maar ook op basis van haar nieuwe openbaredienstcontract met de Staat, dat voorziet in een geleidelijke toename over tien jaar van het aantal treinen dat dagelijks en wekelijks rijdt. Ook dit jaar deed de NMBS dat in het nieuwe vervoersplan. De door de NMBS gemaakte keuzes hebben geleid tot meer treinen op het spoor, tot een verbetering voor veel passagiers, maar ook tot een verslechtering voor anderen, zoals in de gevallen die u hebt genoemd.
Het zal u niet ontgaan zijn dat ik als bevoegd minister niet helemaal tevreden was met het voorstel van de NMBS. Ik heb zelfs besloten om de eerste beslissing van de NMBS te annuleren, wat niet elke dag of elk jaar gebeurt. De NMBS heeft vervolgens een nieuw vervoersplan opgesteld en ter goedkeuring aan de regering voorgelegd. Mijn administratie, de FOD Mobiliteit, is momenteel dat plan aan het analyseren. Daarna zal het plan op de agenda van de ministerraad worden gezet.
Het klopt dat de NMBS onderhevig is aan externe beperkingen.
Als minister verwacht ik echter dat de NMBS de beste service biedt aan iedereen. Wij hebben als regering, en ik als minister in het bijzonder, meer dan ons deel gedaan door een nieuw contract met de NMBS en Infrabel te ondertekenen en zo een aanzienlijke herfinanciering te garanderen.
Als u, net als ik, wilt dat het aantal treinen in de toekomst toeneemt en dat de dienst nog verbetert, dan komt het de toekomstige regering toe om de verplichtingen inzake herfinanciering na te komen en ervoor te zorgen dat de NMBS eveneens haar engagement naleeft. Mevrouw Cuylaerts en mevrouw Gielis, als potentieel deel van een nieuwe meerderheid is dat het beste antwoord dat u kunt geven aan de passagiers wier ontevredenheid u hier vandaag hebt doorgegeven.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, u verschuilt zich achter het feit dat de NMBS een autonoom bedrijf is. Uiteindelijk is het nog altijd een overheidsbedrijf en dus draagt u mee de verantwoordelijkheid.
Voorts vind ik dat u praatjes verkoopt. U wilde destijds een ruimer treinaanbod zonder dat u daarbij rekening hield met de vervoersvraag en de situatie op het terrein, denk maar aan de aanwervingsproblemen rond het boordpersoneel. Al die factoren moeten mee in rekening worden gebracht. De malaise is een rechtstreeks gevolg en het resultaat van uw desastreuze beleid. Het is jammer dat ik het weer moet aanhalen.
Ik kan me alleszins niet van de indruk ontdoen dat de NMBS hier een stukje weerstand tegen uw onrealistische plannen biedt. Wie is hier opnieuw de dupe van? Dat zijn de reizigers. Zopas verwees u naar de toekomstige regering. Voor de N-VA is de maat vol (…)
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik betreur ten zeerste dat u nog geen initiatief hebt genomen met betrekking tot de prioritering van het internationale transport op het nationale. In de praktijk betekent dat dus dat de internationale toeristen voorrang zullen krijgen op onze eigen pendelaars. Onze pendelaars, studenten en senioren zijn voor cd&v de prioriteit en wij zullen voor hen blijven strijden.
Alexander Van Hoecke:
Mijnheer de minister, u zegt nu eigenlijk dat dit vervoersplan zorgt voor meer treinen, dat het een verbetering is voor veel passagiers en dat men voor alle problemen een mail moet sturen naar de NNBS. U komt hier doodleuk zeggen dat er geen problemen zijn waaraan u iets kunt doen, terwijl u als minister van Mobiliteit ook kunt zien dat een hele regio zijn rechtstreekse verbinding met onze hoofdstad ontzegd wordt. Pendelaars worden aan hun lot overgelaten en moeten zich maar behelpen. De impact zal ook breder zijn dan alleen die getroffen stations. Er zullen meer pendelaars op een beperkt aantal treinen gepropt worden en treinen zullen vaker moeten wachten. Ik hoop vurig - en dan richt ik mij ook tot de sprekers van cd&v en N-VA - dat dit op de agenda van de volgende regering geplaatst zal worden. Mijnheer de minister, uw aankondigingsbeleid heeft in de praktijk alvast tot één ding geleid, namelijk een dalend vertrouwen en een minder performant openbaar vervoer in dit land.
De hervorming van het tarievenbeleid van de NMBS
De vervanging van het Senior Ticket
Het nieuwe tarievensysteem van de NMBS
De afschaffing van de vaste treintarieven voor senioren
De herziening van het seniorentarief bij de NMBS
De nieuwe NMBS-tarieven
De vervanging van het Senior Ticket
De hervorming van NMBS-tarieven voor alle reizigersgroepen
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De herziening van de SNCB-tarieven in 2025 zorgt voor bezorgdheid bij senioren en jongeren, die vrezen duurdere tickets door de afschaffing van vaste kortingen (zoals het heen-terugticket voor €8,30) en de overstap naar een 40%-korting op standaardprijzen met een nog onduidelijk maximumprijs en voordeelkaart. Minister Gilkinet benadrukt dat het nieuwe systeem flexibeler moet worden (geen tijdsbeperkingen, extra daluurkorting) en de trein aantrekkelijker maken, maar erkent dat concrete prijzen en details nog door de NMBS-raad moeten worden vastgelegd, met overleg met seniorenorganisaties. Kritiek blijft bestendig: langere afstanden worden duurder (bv. Antwerpen-Oostende: +€26,16), terwijl korte ritten goedkoper worden, wat de sociale toegankelijkheid ondermijnt. Transparantie en communicatie ontbreken, wat tot protesten (bv. 300 senioren in Oostende) en wantrouwen leidt, terwijl de NMBS haar tariefautonomie behoudt. De minister belooft toezicht, maar oppositie en senioren eisen garanties dat niemand meer zal betalen en pleiten voor lagere, eenvoudigere tarieven.
Voorzitter:
MM. Xavier Dubois et Hughes Bayet ne sont pas présents.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, en début d'année, nous apprenions que la SNCB allait revoir sa grille tarifaire d’ici le 1 er février 2025. À la suite de cette annonce, les associations de défense des usagers vous ont alerté du risque de voir les jeunes et les seniors, notamment, payer plus cher leurs tickets de train. Vous vous êtes alors justifié en expliquant qu'un "plafonnement sera appliqué à partir d'un certain montant, même si les modalités doivent encore être finalisées".
Le mois dernier, nous vous avons interpellé sur le sujet et vous nous avez alors expliqué qu'une décision devait être prise au sein du conseil d'administration de la SNCB d'ici février. Si votre réponse était plutôt enthousiaste, il faut dire que les associations d'usagers, elles, ne le sont pas. Il y a encore eu récemment un rassemblement de seniors à Ostende qui dénoncent le risque bien réel de voir le ticket de train coûter plus cher pour eux.
Monsieur le ministre, où en sommes-nous dans la mise en place de cette nouvelle grille tarifaire? Quel rôle jouez-vous dans la modification de la grille tarifaire? Pouvez-vous vous engager à ce que personne ne paie plus cher son ticket de train avec cette nouvelle grille tarifaire?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, reizigers van 65 jaar en ouder kunnen momenteel voordelig met de trein reizen dankzij het heen- en terugticket voor 8,30 euro. Het openbaredienstcontract bepaalt dat de NMBS een ticket zal aanbieden aan senioren vanaf 65 jaar met een korting van 40 % op de prijs van een standaardticket voor tweede klas.
Tijdens de vergadering van de commissie voor Mobiliteit van 7 februari 2023 werd reeds van gedachten gewisseld over de aanpassing van de seniorentarieven. U gaf toen aan dat er voor lange afstanden een maximumprijs zou komen en voor korte afstanden een korting met daarbij de bijkomende korting voor de daluren.
Voor de lange afstanden wordt een maximumprijs voorzien. Kunt u toelichten hoe die prijs zal worden berekend? Wordt er overleg gepleegd door de NMBS met de belanghebbenden, zoals seniorenorganisaties, bij de ontwikkeling van een nieuw tariefstelsel? Welke impact verwacht de NMBS van de aanpassing voor het voordeelsysteem op haar inkomsten?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, op 19 november was het barslecht weer, met regen en wind. Toch verzamelden 300 senioren in het station van Oostende om te protesteren tegen de afschaffing van het seniorentarief, omdat ze echt bezorgd zijn over de geplande wijzigingen van de NMBS. Die heeft namelijk aangekondigd dat het kortingsticket voor jongeren en senioren wordt afgeschaft en dat er een nieuw tarief zal gelden, met 40 % korting op de standaardprijs, en er een voordeelkaart wordt ingevoerd. Over de exacte kostprijs of de voordelen van die voordeelkaart is nog altijd weinig bekend. Dat zorgt vooral voor veel verwarring en ongerustheid. Die onwetendheid is problematisch.
Hetzelfde geldt voor andere communicatie van de NMBS, namelijk rond de stopzetting van de kaart voor grote gezinnen. De betreffende mail was getiteld: "Stopzetting kaart grote gezinnen: wat je moet weten." Dan denkt men alle antwoorden te krijgen. Ik parafraseer de essentie van die nieuwsbrief: de kaart wordt niet langer uitgegeven, de korting blijft nog wel enige tijd geldig tot ze wordt vervangen door nieuwe kortingen, waarover de NMBS nu nog niets weet. Ik weet niet of u allemaal op de hoogte bent van de plannen, maar ik vind dit bijzonder intransparant en weinig klantgericht, terwijl de reizigers juist duidelijkheid nodig hebben.
Hoe staat u tegenover die actie en de vraag van de seniorenorganisaties om het seniorentarief te behouden? Hebt u daarover overleg gehad met de NMBS? Op welke manier verantwoordt de NMBS haar keuze? Wanneer verschaft ze duidelijkheid?
Hoe staat u tegenover de stopzetting van de kaart voor grote gezinnen? Welke andere kortingen voorziet de NMBS? Kunt u daarover al meer informatie verstrekken?
Hoe staat u tegenover die onduidelijke communicatie over de timing en de toekomstige nieuwe kortingen?
Voorzitter:
De heer Legasse is niet aanwezig.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Mijnheer de minister, op het stationsplein van Oostende hielden enkele honderden senioren een protestactie tegen het nieuwe tarievensysteem voor 2025 van de NMBS. Vanaf dan zullen senioren niet langer een heen- en terugticket kunnen kopen aan een vast tarief van 8,30 euro tijdens de daluren. In ruil krijgen ze een korting van 40 % op de vaste ticketprijs, ongeacht tijdstip of afstand. Voor de senioren betekent dat dat voor sommige (langere) ritten een hogere prijs zal moeten betaald worden.
Bijkomend vinden ze het systeem ingewikkeld en oordelen ze dat het nieuwe systeem hen niet automatisch het meest voordelige tarief zal aanbieden.
Kan de minister het standpunt delen dat het nieuwe tarievensysteem voor senioren bij langere ritten op een prijsverhoging zal neerkomen? Vindt hij dat desgevallend een goede zaak?
Op welke wijze zal het nieuwe tarievensysteem van de NMBS bijdragen aan een grotere aantrekkelijkheid van de trein?
Georges Gilkinet:
Je vous remercie pour vos questions sur un sujet essentiel dont nous discutons régulièrement en commission. La SNCB est d’ailleurs venue expliquer les principes de la réforme tarifaire, et vous savez l’importance que j’y accorde. En effet, l’accessibilité financière du train est un facteur majeur pour accroître son attractivité. A cet égard, nous avons connu des avancées réelles pour ce qui concerne les abonnements domicile-lieu de travail au cours de cette législature.
Le contrat de service public conclu entre la SNCB et l’ É tat fédéral prévoit que la SNCB adapte sa gamme de titres de transport à tarif régulé le plus rapidement possible, au plus tard dans les 26 mois à dater de l’entrée en vigueur du contrat de service public, et se conforme soit en une fois, soit progressivement, aux obligations relatives aux titres de transport régulés et leurs principes tarifaires stipulés dans ce contrat.
La SNCB m’informe qu’elle travaille à la mise en œuvre de cette nouvelle gamme tarifaire, dont les principes sont définis dans le contrat de service public. Ces principes seront par ailleurs validés par le conseil d’administration de la SNCB. Je vous cite ici un extrait du contrat de service public: "La SNCB fait évoluer sa gamme de produits et mène une politique tarifaire de manière à augmenter l’attractivité du train, à stimuler le shift modal et à augmenter le nombre de voyageurs et leur fréquence de voyage".
En outre, "la SNCB s'efforce de proposer des produits qui répondent aux besoins de chaque client, simplifier la gamme de produits et l'offre tarifaire, offrir des conditions très attractives pour les seniors, les jeunes et les enfants, lancer de nouveaux produits et tarifs pour stimuler l’utilisation du train en dehors des heures de pointe".
Afin d’améliorer l’expérience client, la SNCB associe l’introduction de la nouvelle gamme tarifaire à une modernisation significative de ses systèmes informatiques de vente. Il s’agit là d’un projet ambitieux et complexe.
Une première étape est prévue d’ici à la fin de l’année et consistera à faire basculer une partie de ses systèmes de vente. Cette première étape sera suivie d’une seconde phase de basculement début 2025. La réalisation de ces étapes sera déterminante pour la fixation de la date effective du lancement de la nouvelle offre tarifaire.
In het nieuwe systeem zullen de huidige beperkingen van het seniorenticket wegvallen. Senioren zullen op eender welk moment, en dus niet pas vanaf 9.00 uur ‘s morgens, en voor eender welke afstand voordelig kunnen reizen zonder een retourticket te moeten kopen. Met de nieuwe voordeelkaart zullen de senioren buiten de piekuren van een extra korting kunnen genieten en er zal steeds een maximumprijs van toepassing zijn.
La combinaison de ces trois éléments, c'est-à-dire une réduction automatique, une réduction supplémentaire pendant les heures creuses et un tarif maximum pour les longues distances, est très importante et doit rendre l'usage du train pour les aînés plus attractif. Par ailleurs, les mêmes règles vaudront pour les jeunes et pour les bénéficiaires d'une intervention majorée.
De prijs van de voordeelkaart en het eraan verbonden kortingspercentage zullen binnenkort door de raad van bestuur van de NMBS worden besproken. Mijn kabinet en de NMBS zijn daarover in overleg. Dat overleg is niet gemakkelijk. Het lijkt me evident dat de NMBS in dialoog moet gaan met de desbetreffende stakeholders, waaronder de seniorenverenigingen aan beide zijden van de taalgrens.
Met het nieuwe tariefgamma bevestigen we de doelstelling om de komende jaren de reizigersaantallen fors te doen stijgen, met 30 % tegen 2032. Dat is ambitieus. Daarom willen we aan alle segmenten aantrekkelijke tarieven aanbieden, met speciale aandacht voor senioren, jongeren en rechthebbenden op de verhoogde tegemoetkoming, en voor wie veelvuldig de trein gebruikt, zoals vastgelegd in het openbaredienstcontract.
De NMBS zal vervolgens ook ruim communiceren over die belangrijke beslissing via de daartoe bestaande kanalen. Ik heb er alvast op aangedrongen om de communicatie zo tijdig en helder mogelijk te doen, onder andere aan alle betrokken verenigingen en doelgroepen, waaronder die van de meest kwetsbaren.
Quelques détails, qui sont effectivement plus que des détails, doivent encore être décidés, mais les grandes lignes et les principes sont connus.
Je continuerai bien sûr à veiller à ce que cette réforme se fasse dans le respect des principes énoncés dans le contrat de service public et qu’elle contribue à renforcer l’attractivité du train, le report modal vers les transports publics et l’augmentation du nombre de passagers. Ce qui déterminera cela, c’est effectivement le pourcentage de réduction et le prix maximum pour les aînés.
Je comprends l’inconfort, les doutes et les questions tant que les derniers arbitrages ne sont pas réalisés par les instances de la SNCB et communiqués largement au grand public. Il est particulièrement compliqué de comparer des pommes et des poires, un ancien système et un nouveau système qui fonctionnera de façon différente, et de prendre en compte chaque situation particulière.
Pour ma part, je resterai mobilisé jusqu’au bout par rapport à cet enjeu de l’attractivité du rail. Je suis persuadé que cette réforme comporte dans ses principes de nombreux avantages. Je suis tout aussi conscient que les derniers arbitrages sont essentiels pour que ce potentiel d’avantages soit concrétisé. Vous pouvez compter sur mon total engagement en la matière. La SNCB connaît très bien mon point de vue sur le sujet. Je l’ai déjà exprimé publiquement à plusieurs reprises.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, en fait, vous ne m'avez pas répondu concrètement quant à cette nouvelle grille tarifaire. Je demandais ce que vous faisiez, à votre niveau, pour vous assurer que les prix soient vraiment attractifs pour la population. Je le rappelle: sous votre législature, les tickets ont quand même augmenté de 20 %. C'était déjà 2 % de plus que l'inflation. Aujourd'hui, pour nous PTB, vous avez l'occasion de renverser la balance et de peser de tout votre poids pour que les transports en commun soient plus accessibles pour les jeunes, les travailleurs, les seniors. Nous vous demandons d'être plus ambitieux. L'objectif à long terme devrait être des prix abordables, comme dans certaines grandes villes de France, etc. Nous vous demandons de faire vraiment votre maximum. Vous avez le pouvoir de le faire. Vous pouvez le faire. Il suffit d'interpeller la direction de la SNCB. Je pense que vous devez, en tout cas, le faire, en votre qualité de ministre.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. We begrijpen de bezorgdheden van de senioren en ik heb zonet gehoord dat u die ook erkent. We kunnen alleen maar hopen dat er op korte termijn beslissingen zullen worden genomen, zodat het de doelgroepen duidelijk wordt wat het maximumtarief zal zijn.
Wij vinden het tevens belangrijk dat de NMBS autonoom kan werken wat de tarieven betreft. Het is positief dat er dankzij het openbaredienstcontract in de daluren bijkomende korting mogelijk is. Onze fractie blijft voorstander van tariefautonomie voor de NMBS en vraaggestuurd aanbod, dat beter inspeelt op de noden van de reiziger.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is voor de groenen duidelijk dat het openbaar vervoer de meest logische keuze moet zijn, maar dat betekent ook dat de prijzen transparant en laag moeten zijn. Ik ben heel blij dat u aandringt op heldere communicatie daarover, maar de NMBS heeft al een jaar geleden een schot voor de boeg gegeven en nu zitten de seniorenorganisaties met de handen in het haar. Ze vragen zich af wat het zal worden. Er komt een voordeelkaart, maar welke voordelen zijn daaraan gekoppeld? Het is net die onzekerheid over het seniorentarief die maakt dat de mensen defensief worden.
U hebt een aantal uitdagingen geschetst. De senioren moeten erop vooruitgaan. Er zijn een aantal mogelijkheden, maar door die onzekerheid is het heel moeilijk. Hetzelfde geldt voor de kaart voor grote gezinnen. Ook daar hebben we meer transparantie nodig en geen vage mail die niet voor zekerheid en betrouwbaarheid zorgt. Betrouwbaar openbaar vervoer betekent ook dat men weet hoeveel men moet betalen voor een ticket, zodat het de moeite wordt om bijvoorbeeld naar zee te gaan met de trein. Men staat dan niet alleen minder lang in de file, het is ook een goedkopere oplossing. Ik ben blij dat u aangeeft dat u daarover zult waken tot op het einde. Ik hoop dat de raad van bestuur van de NMBS snel het licht op groen zet voor goedkopere treintickets.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, we hebben in het verleden hierover al verscheidene malen gediscussieerd in de commissie. De rode draad in het verhaal was dat niets definitief was. Er zou verder onderhandeld en onderzocht worden, om daarna te zien waartoe dat zou leiden. Vandaag vertelt u eigenlijk hetzelfde verhaal, namelijk dat er verder contact moet worden gehouden met seniorenorganisaties en dergelijke meer. Dat overleg heeft destijds reeds plaatsgevonden en was niet echt succesvol, aangezien zij achteraf protestacties hielden. Uiteindelijk is het opnieuw afwachten. Voor mij is de financiële toegankelijkheid van de trein voor die doelgroepen, waaronder de senioren, zeer belangrijk, onder andere ook om sociaal isolement te vermijden. Het vooropgestelde systeem hield een vaste korting van 40 % op het standaardtarief in. Daarbij kon tijdens de daluren een bijkomende korting verrekend worden. Kortingen optellen lijkt me behoorlijk ingewikkeld voor deze mensen. Hoe men het ook draait of keert, korte afstanden zullen enkele euro’s goedkoper worden, maar de langere afstanden worden meerdere euro’s duurder. Die balans zal dus alleszins in het nadeel van de senioren uitvallen. Het traject Antwerpen-Oostende zal 26,16 euro kosten. Het traject Hasselt-Blankenberge zal 30,60 euro kosten. Daarop kan eventueel nog een korting worden gegeven, afhankelijk van het tijdstip van de reis, maar het blijft een behoorlijke tariefverhoging voor die mensen. Dat kan volgens mij niet de bedoeling zijn, want dat staat haaks op de ambitie om het nemen van de trein aantrekkelijker te maken.
De impact van het verhoogde internationale treinaanbod op binnenlandse verbindingen
De afschaffing van een aantal rechtstreekse treinverbindingen van en naar Erembodegem
Fase twee van het vervoersplan 2023-2026
De gevolgen van het niet uitvoeren van het vervoersplan 2023-2026
De gevolgen van de nieuwe dienstregeling van de NMBS voor treinlijn 60
De afschaffing van treinen tussen Dendermonde en Brussel
De gevolgen van de nieuwe dienstregeling voor de verbinding tussen Erembodegem en Gent-Sint-Pieters
De nieuwe dienstregeling van de NMBS
Het treinaanbod in Erembodegem
De hervormde dienstregeling van de NMBS
De afschaffing van treinen in Erembodegem
De afschaffing van treinen in Erembodegem
Wijzigingen in NMBS-dienstregeling en gevolgen voor regionale treinverbindingen
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De nieuwe NMBS-dienstregeling vanaf 15 december leidt tot verminderd binnenlands treinaanbod (o.a. Antwerpen-Brussel, Dendermonde-Brussel, Erembodegem-Gent) door capaciteitsbeperkingen en prioriteit voor internationale verbindingen (EuroCity Direct), wat lange reistijden, overvolle treinen en extra overstappen veroorzaakt. Minister Gilkinet erkent de problemen, benadrukt dat de NMBS haar openbaredienstcontract (30% meer reizigers) dreigt te schenden, en heeft eerdere beslissingen van de raad van bestuur geannuleerd, maar structurele oplossingen blijven uit—pendelaars en lokale besturen (o.a. via petities met duizenden handtekeningen) vrezen een verslechterde bereikbaarheid en gedwongen autogebruik. Kernpunt: Internationale uitbreiding (Amsterdam-Brussel) gaat ten koste van binnenlands comfort, terwijl de NMBS wijst op infrastructuurbeperkingen (Infrabel) en materieelgebrek—zonder duidelijke compensatie voor getroffen reizigers. Hoorzitting op 16 december moet verdere verduidelijking bieden.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, vanaf 15 december wordt het treinaanbod tussen België en Nederland uitgebreid met een extra EuroCity Directverbinding per uur. Dat initiatief van de NMBS en de Nederlandse Spoorwegen zorgt ervoor dat reizigers tot 45 minuten sneller van Amsterdam naar Brussel kunnen reizen. Die uitbreiding lijkt evenwel ten koste te gaan van de binnenlandse treinverbindingen tussen Antwerpen en Brussel.
Reizigersvereniging TreinTramBus heeft haar bezorgdheid geuit over het feit dat het binnenlandse treinaanbod vermindert. Terwijl Nederlandse reizigers de nieuwe internationale treinen wel binnenlands mogen gebruiken, kunnen Belgische reizigers dat volgens de reizigersvereniging niet. Bovendien wordt het aantal treinen tussen Antwerpen en Brussel met een kwart verminderd, wat neerkomt op slechts drie treinen per uur in plaats van vier.
Wat is uw visie op de vermindering van het aantal treinen tussen Antwerpen en Brussel?
Komt de ambitie om 30 % meer reizigers te winnen, zoals vastgelegd in het openbaredienstcontract tussen de NMBS en de Belgische Staat, in het gedrang door de vermindering van het binnenlandse aanbod?
Waarom mogen Nederlandse reizigers de internationale treinen binnenlands gebruiken, terwijl die mogelijkheid in België ontbreekt?
Kemal Bilmez:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, vanaf 16 december zal er nog maar één stoptrein rijden tussen Dendermonde en Brussel-Centraal. Dat heeft een impact op de pendelaars uit Dendermonde, Merchtem, Opwijk, Asse, Zellik en nog meer plaatsen. Terwijl de reizigers in die stations tot drie keer per uur een trein konden nemen om van huis naar Brussel-Noord en Brussel-Centraal te gaan, wordt dat nu verminderd naar slechts één trein per uur.
Ik neem aan dat uzelf die treinverbinding nooit hebt gebruikt, aangezien u niet in die regio woont, maar ik kan u garanderen dat die rit nu al elke ochtend vol zit. Mensen moeten dagelijks rechtstaan. Ik vraag me daarom af welke de logica achter een dergelijke beslissing is.
De pendelaars zijn dan ook in actie geschoten. Ondertussen hebben zij een petitie opgestart waarmee al meer dan 4.700 handtekeningen werden opgehaald. De ondertekenaars brengen zeer terechte punten naar voren. Het autogebruik voor ritten naar Brussel en andere grote steden wordt keihard ontmoedigd door onder meer hoge parkeertarieven, LEZ-zones, enorme files in de Brusselse tunnels of op de ring, maar tegelijkertijd worden treinritten afgeschaft die nu al overvol zitten.
In het begin van uw ambtstermijn hebt u heel veel beloftes uitgesproken. U zou de aantrekkelijkheid van treinreizen verhogen. Ik vrees dat door te besparen op bestaande treinritten de mensen alleen maar minder de trein zullen nemen.
Mijnheer de minister, weet u hoeveel pendelaars geraakt worden door die beslissing? Zult u zich tegen die beslissing verzetten? Zo ja, op welke manier en op welke termijn?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de inleiding bij deze vraag zal ik laten voor wat ze is, want die is dezelfde als bij de vraag van mijn collega Bilmez. Ik kom dus meteen tot mijn vragen.
Mijnheer de minister, wat is uw visie ten aanzien van de nieuwe dienstregeling van de NMBS? Hoe motiveert de NMBS die beslissingen? Waarom werden die genomen? Werd degelijk onderzocht welke de vervoersvraag in de genoemde stations is en wat de gevolgen zijn van de inperking van het aanbod in die stations op de vervoersvraag?
Volgens de burgemeester van Asse werd het gemeentebestuur niet ingelicht door de NMBS. Heeft het bestuur geen enkele vraag ontvangen of geen advies mogen geven? Heeft de NMBS ondertussen wel een gesprek aangevat met de getroffen gemeenten? Zo ja, wat zijn de conclusies van dat overleg?
Hoe wil de NMBS vermijden dat pendelaars tijdens de spitsuren te maken krijgen met onaanvaardbare omstandigheden, zoals overvolle treinen en het moeten rechtstaan tijdens de rit? Kan de inzet van extra wagons of dubbeldektreinen een oplossing bieden?
Staf Aerts:
Op 16 december zal een nieuwe NMBS-dienstregeling van kracht worden en jammer genoeg zullen aardig wat plaatsen in het land er niet op vooruitgaan. Integendeel zelfs, op een aantal plaatsen hakt de NMBS stevig in op haar aanbod. Ik heb in het verleden al aangekaart dat een op de vier binnenlandse IC-treinen op de drukbezette lijn Antwerpen-Brussel worden afgevoerd. Ook in Mortsel, de dichtstbevolkte stad van Vlaanderen, wordt het treinaanbod gehalveerd, terwijl die stad al zeer lang sterk inzet op het openbaar vervoer.
In Aalst is heel wat beroering ontstaan, aangezien de treinreizigers in het station van Erembodegem er vanaf 16 december heel wat slechter voor zullen staan. Erembodegem telt ongeveer 11.000 inwoners en er nemen zo’n 1.000 mensen dagelijks de trein in dat station. Het aantal rechtstreekse treinen naar Brussel halveert en de treinen naar Gent verdwijnen helemaal. De reistijd richting Gent en Brussel loopt op en ook de rechtstreekse trein naar de luchthaven valt weg.
Dat komt duidelijk hard aan, want de groene gemeenteraadsleden in Aalst hebben vorige maand een online petitie gelanceerd die tien dagen later reeds 1.500 keer ondertekend werd. Bovendien nam de gemeenteraad ook nog eens een unaniem voorstel aan om die beslissing terug te schroeven en om nog een overleg met u en de NMBS te vragen. Ook daar viel het lokale bestuur uit de lucht en ik kan de positie van de NMBS niet begrijpen. We hebben immers net meer en betere treinen nodig. Daarom moeten we de trein net zo toegankelijk mogelijk maken voor zoveel mogelijk reizigers.
Wat is uw visie op de beslissing om het aanbod in het station van Erembodegem te verminderen? Bent u daarover in overleg getreden? Staat dat nog op de planning? Hoe kwam de NMBS tot deze beslissing en op welke manier past dat in de ambitie om het aantal treinreizigers te verhogen?
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, mijn vraag betreft het station van Erembodegem.
De nieuwe dienstregeling van de NMBS treedt in werking op 15 december. De rechtstreekse treinverbinding tussen Erembodegem en Gent wordt geschrapt en er zullen tijdens de spitsuren enkel nog rechtstreekse treinen rijden tussen Erembodegem en Brussel. Dat betekent ook geen rechtstreekse treinen tijdens de vakantieperiodes.
Dat heeft een aanzienlijke impact op de inwoners van Erembodegem, een deelgemeente van Aalst met 13.000 inwoners, en zorgt voor heel wat beroering. De reistijd zal daardoor met 15 tot 20 minuten toenemen, tenminste als de aansluiting geen vertraging heeft. Dat zorgt voor extra ongemak en duwt de mensen richting de wagen.
Burgerplatform Erembodegem heeft een petitie opgestart en de stad Aalst heeft u gisteren per brief gevraagd om deze beslissing te herzien. Ik vind dat die beslissing indruist tegen de algemene doelstelling om het openbaar vervoer aantrekkelijker en toegankelijker te maken. Bent u bereid om bij de NMBS te pleiten voor een herziening van die beslissing, zodat er opnieuw rechtstreekse verbindingen zullen zijn tussen Erembodegem en Gent-Sint-Pieters en Brussel?
Ik heb nog een meer algemene vraag, die ook geldt voor de andere vragen die hier worden gesteld over andere stations. Men vindt die informatie nergens terug. Zal die aangepaste dienstregeling vooraf worden gepubliceerd per station of per lijn? Worden daarvan folders verspreid? De pendelaars die elke dag de trein nemen naar hun werk of school worden met dit probleem geconfronteerd en moeten het maar zelf uitvissen, waardoor ze natuurlijk ontdaan zijn en actie ondernemen.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, ook ik pendel vandaag tussen twee commissievergaderingen, maar ik ben wel heel blij dat wij vandaag onze vragen tot u kunnen richten. Enkele collega's hebben reeds meegegeven dat er – zacht uitgedrukt – wat consternatie bestaat over de hervormde dienstregeling van de NMBS, die ingaat in december. Ik heb begrepen dat de komende dienstregeling deel uitmaakt van de tweede fase van het nieuwe vervoersplan van de NMBS. Kerstmis is in zicht, maar de aangekondigde dienstregeling is in ieder geval geen kerstcadeau voor de pendelaars die iedere dag de trein nemen om naar Brussel te komen.
Meer specifiek wil ik vragen stellen over lijn 60 tussen Brussel en Dendermonde, die absoluut problematisch is voor inwoners en pendelaars uit de Brusselse Rand. Als u toevallig denkt dat die regio dunbevolkt is, moet ik u teleurstellen, want het is dichtbevolkt gebied rond Brussel en het gaat om een drukke lijn waar heel wat pendelaars dagelijks leed moeten doorstaan om hun werk te kunnen bereiken. Door de overstap in Jette zijn er in die regio tegenwoordig nog twee treinen per uur, maar vanaf midden december zal nog slechts één trein van en naar Brussel overblijven. De twee thans rijdende treinen zitten nu echter al eivol, want reizigers moeten erin rechtstaan. Daarvan kan ik zelf getuigen omdat ik de trein regelmatig neem vanuit Ternat. Ik moet vaststellen dat die treinen tijdens de spitsuren absoluut overbezet zijn, als ze al niet worden afgeschaft.
Ik heb begrepen dat de problematiek zich niet beperkt tot de Brusselse Rand. Ook tussen Brussel en Antwerpen worden treinen geschrapt en in de regio Aarschot is de capaciteit eveneens verminderd in het weekend. Kortom, heel wat mensen zitten met de handen in het haar.
Bij de NMBS, zo heb ik begrepen, wordt voor de aanpassing verwezen naar spoorbeheerder Infrabel, die aangeeft dat uit een haalbaarheidsstudie blijkt dat bepaalde treinen niet langer ingelegd hoeven te worden. Er loopt al een petitie, maar misschien kunt u een officiële analyse en bevraging doen bij treinreizigers met een abonnement. U zult dan zeker kunnen vaststellen dat de lijnen waarover wij hier vragen stellen, absoluut druk gefrequenteerd worden en dat veel mensen in de kou blijven staan.
Voorzitter:
Mevrouw De Knop, mag ik u vragen om uw vraagstelling af te ronden?
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, wat zijn uw bevindingen uit de haalbaarheidsstudie van Infrabel? Wat maakt precies dat de capaciteit vermindert? Het is immers wat in tegenstelling met wat ik lees in het nieuwe vervoersplan. Hoe wordt bepaald welke aanbieder voorrang krijgt? Kan deze haalbaarheidsstudie ook gedeeld worden met het Parlement?
Welke acties zult u ondernemen om samen met de NMBS en Infrabel een oplossing te zoeken voor de vele pendelaars?
Hebt u ook met andere aanbieders van openbaar vervoer, zoals De Lijn en de TEC, overlegd om mogelijke gaten in de dienstverlening op te vullen?
Hoe komt het dat er niet gecommuniceerd wordt met de lokale besturen noch met de vervoerregio's? Hoe kunnen zij beter betrokken worden bij deze beslissingen? Ik wil hier nog onderstrepen dat er ook een initiatief gekomen is vanuit de vervoerregio Vlaamse Rand om u te vragen om de dienstregelingen te herzien.
Voorzitter:
Collega's, ik wil coulant zijn met betrekking tot de klok, ik klok niet af op de seconde, een goed debat is nodig, maar meer dan het dubbele van de spreektijd is wel heel ruim. Probeer uit collegialiteit een beetje synthese te maken binnen de voorziene spreektijd. Een beetje erover gaan is niet zo erg, maar let op.
Irina De Knop:
Mijnheer de voorzitter, ik zal er in de toekomst zeker rekening mee houden, maar het thema ligt ons gewoon heel na aan het hart.
Voorzitter:
Alle thema's hier liggen ons na aan het hart.
Ik merk dat de heer Tonniau niet aanwezig is.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, le 6 septembre dernier, la SNCB a annoncé qu'elle introduirait un nouvel horaire à partir du 15 décembre prochain. Un nouvel horaire ou des économies cachées, je ne sais pas.
J’aimerais parler ici d’Erembodegem, la plus grande localité d'Alost, qui compte plus de 13 000 habitants et plus de 1 165 voyageurs qui prennent le train chaque semaine pour se rendre à l’école ou sur leur lieu de travail. À partir du 16 décembre, le nouvel horaire aura de fortes répercussions sur tous ces navetteurs, car les trains directs d’Erembodegem vers Gand seront supprimés. Désormais, les voyageurs en provenance d'Erembodegem devront d'abord se rendre à Denderleeuw ou à Alost pour ensuite prendre un train vers Gand.
Inversement, le train direct d'Erembodegem à Bruxelles sera supprimé, sauf aux heures de pointe, soit 7 h 41, 8 h 36, 15 h 49 et 16 h 49. Cette suppression implique des trajets plus longs pour se rendre au travail ou à l’école, sans compter le stress que peuvent engendrer les correspondances. Nous ne sommes d’ailleurs pas les seuls à le dénoncer: les citoyens d’Erembodegem ont lancé une pétition pour s’opposer à cette suppression des trains.
Monsieur le ministre, avez-vous donné votre accord à cette suppression de train? Combien la SNCB espère-t-elle économiser sur cette suppression de train? Allez-vous vous opposer à cette suppression? Dans l’affirmative, comment?
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Mijnheer de minister, op 16 december wijzigt de dienstregeling van de NMBS. Als gevolg hiervan zal er nog maar één stoptrein per uur tussen Dendermonde en Brussel-Noord rijden. Tegen deze wijziging ondertekenden meer dan 1.500 personen een petitie.
Heeft de minister kennis genomen van de gevolgen van de wijziging van de dienstregeling bij de NMBS voor treinlijn 60 en het protest dat daartegen gevoerd wordt?
Vindt de minister dat het afbouwen van het aantal stoptreinen op lijn 60 een goede zaak is voor de lokale treinreizigers? Zo ja, op welke wijze? Draagt deze wijziging volgens de minister bij aan de doelstelling om meer mensen tot het nemen van de trein te stimuleren?
Als gevolg van de nieuwe dienstregeling die half december in voege gaat zal de rechtstreekse treinverbinding tussen Erembodegem en Gent-Sint-Pieters geschrapt worden. Een verplichte overstap zal de reistijd voor dit traject behoorlijk doen toenemen.
Heeft de minister kennis genomen van de gevolgen van de wijziging van de dienstregeling bij de NMBS voor de rechtstreekse verbinding tussen Erembodegem en het station van Gent?
Vindt de minister dat deze aanpassing een goede zaak is voor de lokale treinreizigers? Zo ja, op welke wijze? Draagt deze wijziging volgens de minister bij aan de doelstelling om meer mensen tot het nemen van de trein te stimuleren?
Georges Gilkinet:
Chers collègues, je vous remercie pour vos différentes questions sur un thème évidemment essentiel.
Il me semble tout d’abord utile de rappeler le cadre général. C’est la responsabilité de la SNCB d’opérationnaliser ses objectifs contractuels en matière d’offre à travers son plan de transport. C’est ainsi que chaque année, au mois de décembre, la SNCB adapte son plan de transport.
Les raisons des adaptations sont diverses: disponibilité des sillons en fonction des demandes des différents opérateurs, matériel et personnel disponible, travaux sur le réseau ferroviaire ou extension du service tel que c’est prévu dans le cadre du nouveau contrat de service public.
De NMBS moet inspelen op de spoorrealiteit.
Un changement à un endroit du réseau peut avoir des conséquences ailleurs sur l’offre.
Zo zijn er enkele wijzigingen in het traject van IC- en S-treinen en voor de reizigers in bijvoorbeeld Erembodegem. Daar komt er een extra overstap in Denderleeuw voor verbindingen naar Brussel en in Aalst voor verbindingen naar Gent.
D'autres voyageurs sont également confrontés à des changements qui conduisent soit à des améliorations, soit à l'obligation de correspondances supplémentaires ou à un allongement du temps de parcours. Nous avons déjà abordé dans cette commission le cas de Waremme.
Les propositions de modification sont précédées d'une demande de sillon auprès d'Infrabel. Sur les demandes introduites par la SNCB pour l'offre de transport à partir de décembre 2024, toutes ont été acceptées sauf les demandes relatives à deux relations. Il me paraît important de le préciser eu égard à la capacité de notre réseau ferroviaire.
En ce qui concerne le processus de décision, c'est le conseil d'administration qui décide, sur proposition du comité de direction. Ce n'est donc pas le ministre qui décide; le rôle de son représentant, un commissaire du gouvernement, se limite à s'assurer de la légalité de la décision et de sa conformité au contrat de service public. Plusieurs députés qui m'interpellent aujourd'hui sont représentés au sein du conseil d'administration. C'est le cas de Mme Vanrobaeys, Mme De Knop et M. Aerts.
C'est ce qui s'est passé en l'occurrence, au-delà des questions et des inquiétudes que j'ai pu formuler en direct à l'adresse de la direction de la SNCB quant aux conséquences de ses choix sur le service rendu aux voyageurs et sur le respect de son contrat de service public. Les choix de la SNCB s'éloignent de ses engagements sur le maintien de l'extension de l'offre de service public de transport que les voyageurs attendent et demandent. C'est le cas des voyageurs à Waremme et plus récemment à Erembodegem, qui ont fait entendre leurs craintes et leur mécontentement. Je ne peux que les rejoindre.
Comme nous avons déjà eu l'occasion d'échanger longuement à ce sujet dans cette commission, j'ai à plusieurs reprises fait part de mon désaccord à l'égard des choix de la SNCB et j'ai agi en conséquence. Pour rappel, le 4 septembre dernier, le conseil d'administration de la SNCB composé de représentants de l'actuelle majorité, prenait la décision de valider les adaptations unilatérales de la SNCB au plan de transport 2023-2026 approuvé par le gouvernement. Cette décision, comme je l'ai expliqué, était en contradiction non seulement avec les engagements qu'avait pris l'entreprise publique sur l'offre aux voyageurs mais aussi avec la forme, étant entendu que la SNCB ne peut décider seule de changer les objectifs qui lui sont assignés en vertu de son contrat. C'est pourquoi le 11 septembre, dans cette même commission, je vous annonçais avoir été saisi du recours de la commissaire du gouvernement contre la décision prise par le conseil d'administration de la SNCB. Je n'ai pas le souvenir d'avoir entendu beaucoup d'écho dans cette assemblée des inquiétudes que j'ai formulées quant à la révision de l'offre ferroviaire.
Conforté par les conclusions de l'analyse juridique du SPF Mobilité, j'ai pris la décision d'annuler la décision du conseil d'administration, notamment en ce qu'elle remettait en cause la courbe de production au-delà de décembre 2024 et qu'elle ne respectait pas la procédure prévue et dans la loi et dans le contrat de service public de la SNCB. Suite à cela une nouvelle décision a été prise par le conseil d'administration de la SNCB le 4 octobre, respectant mieux les procédures et confirmant son engagement à respecter les courbes de production fixées contractuellement.
Dit nieuwe vervoersplan wordt momenteel geanalyseerd door de FOD Mobiliteit.
Je proposerai au gouvernement une décision sur la suite à apporter à cette demande d'approbation en fonction de l'analyse du SPF Mobilité.
Voor mij is het essentieel dat het in overeenstemming is met de verbintenissen die de NMBS is aangegaan in het kader van haar openbaredienstcontract.
Hoewel we tevreden kunnen zijn dat bepaalde treinen opnieuw in dienst zullen worden genomen en dat de dienstverlening op heel wat lijnen zal worden verbeterd, vraag ik aan de NMBS en Infrabel dat zij al het mogelijke doen om het ongemak voor de reizigers van wie de dienstregeling wordt gewijzigd tot een minimum te beperken. Ik begrijp dat dat ongemakken met zich meebrengt voor de treinreizigers uit onder meer Erembodegem. Ik wil u echter verzekeren dat de NMBS op mijn uitdrukkelijke vraag alles in het werk stelt om een zo breed mogelijk treinaanbod te blijven garanderen. Dat is conform het engagement dat zij is aangegaan en als voogdijminister zal ik daarover blijven waken.
Je rejoins en tout cas l'avis des membres de cette commission qui souhaitent qu'une communication complète et rapide soit assurée à l'égard des voyageurs. J'ai insisté auprès de la SNCB pour que ce soit le cas, au mieux, au-delà des communiqués de presse qui ont pu être publiés ou des horaires qui peuvent être dès à présent consultés sur l'application de la SNCB.
De uitbreiding van het NMBS-aanbod is fundamenteel om meer reizigers naar het spoor aan te trekken, dat de meest gunstige vervoerswijze voor het milieu en het klimaat blijft. Het is ook noodzakelijk om de doelstellingen van het openbaredienstcontract waartoe de NMBS zich heeft verbonden te bereiken en zo het overheidsbedrijf voor te bereiden op de openstelling van de markt in 2032. Ik verwacht van de NMBS dat ze de komende jaren duidelijke verbintenissen aangaat voor de uitbreiding van het vervoersplan. Ze heeft substantiële nieuwe middelen gekregen om dit uit te voeren. Veel passagiers verwachten 's ochtends een vroegere, 's avonds een latere en in het weekend een betere dienstverlening, wat ook een goede zaak is voor de performantie van de spoorbedrijven.
De NMBS moet voorts haar binnenlands aanbod ontwikkelen om onze ambitieuze doelstellingen op het vlak van de modal shift te bereiken. Tegelijkertijd kan ze ook haar internationaal aanbod ontwikkelen.
De NMBS blijft zoeken naar manieren om een volledig aanbod tussen Antwerpen en Brussel te ontplooien, rekening houdend met de voortgang van de werken in het station van Mechelen en met de inname van de capaciteit op deze as.
Wat het binnenlands gebruik van de internationale treinen betreft, verandert er voor de reizigers niets. Vandaag kunnen ze gebruikmaken van de bestaande IC-trein naar Nederland voor alle binnenlandse haltes: Brussel-Zuid, Brussel-Centraal, Brussel-Noord, Brussels Airport, Vilvoorde, Mechelen, Antwerpen-Berchem, Antwerpen-Centraal en Noorderkempen. In de toekomst blijft de EuroCity naar Nederland dezelfde haltes bedienen. Deze trein zal ook voor binnenlandse reizigers toegankelijk zijn.
Daarentegen stopt de nieuwe EuroCity Direct alleen in Brussel-Zuid en Antwerpen-Centraal en zal hij niet voor het binnenlands verkeer toegankelijk zijn. De keuze van de NMBS om het medegebruik van de EuroCity Direct door binnenlandse reizigers tussen Antwerpen en Brussel-Zuid niet te voorzien, is gebaseerd op verschillende argumenten, zo deelt de NMBS mij mee. Zo heeft deze trein op het Belgische traject slechts twee haltes: Brussel-Zuid en Antwerpen-Centraal. Voor reizigers van en naar Brussel-Noord en Brussel-Centraal is hij dus geen optie, wat het potentieel voor binnenlandse medegebruikers sterk beperkt. Daarnaast is de aankoop van het nieuwe materieel, 100 % eigendom van de Nederlandse Spoorwegen, gedimensioneerd op het internationale reizigerspotentieel en niet op het Belgische binnenlandse gebruik. De NS heeft overigens de verplichting om op 1 januari 2025 met deze verbinding te starten, aangezien dat is opgenomen in haar concessie met de Nederlandse overheid. De NMBS heeft gekozen voor de EuroCity Direct, een commerciële trein die buiten de openbaredienstverplichting valt. Dit heeft ook een andere prijszetting dan een binnenlandse trein. Het is niet haalbaar om binnenlands medegebruik mogelijk te maken zonder meerkosten voor de reiziger.
Le nouveau contrat de service public prévoit la mise en service de nouveaux trains, une augmentation de 10 % du nombre de kilomètres roulés dans les dix ans – qui est conditionnée par l'achat de nouveau matériel –, mais aussi des travaux en infrastructure au niveau d'Infrabel. Nous n'avons jamais autant investi au niveau ferroviaire en Belgique, avec une telle programmation.
Cependant, pour réaliser les travaux nécessaires qui conduiront à une amélioration du service pour tous les voyageurs, il faudra aussi que le prochain gouvernement maintienne la trajectoire d'investissement que nous avons établie. C'est aussi un message que je veux lancer à l'ensemble des membres de la future majorité.
Het gaat misschien onder anderen om mevrouw Cuylaerts en mevrouw Vanrobaeys, die hier aanwezig zijn.
Tot slot wil ik verwijzen naar de hoorzitting met de CEO's van de NMBS en Infrabel, alsook de vakbonden en verenigingen, op 16 december, over de gevolgen van het nieuwe vervoersplan voor de specifieke lijn, waaronder Erembodegem. Zij zullen meer in detail kunnen antwoorden op uw bezorgdheden en die van de reizigers, die ik overigens volledig deel.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, het blijft wel onduidelijk waarom het voor de Nederlandse reizigers wel kan en voor de Belgische reizigers net iets minder. Al bij al was uw antwoord redelijk positief. Ik hoop echt, zeker in het licht van de ambitie om 30 % meer reizigers aan te trekken, dat de dienstregeling ten goede uitdraait. Dienstwijzigingen zijn zeker noodzakelijk en wij begrijpen die ook, maar voor onze fractie is het wel enorm belangrijk dat de dienstverlening optimaal aansluit bij de vervoersvraag van de reizigers. Dat geldt voor alle stations in heel het land.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, ik vind dat u warm en koud blaast. Wat moet ik nu aan de inwoners van Erembodegem zeggen? Zij geraken met de trein sneller in Amsterdam dan op hun werk, op school of terug thuis. Die boodschap willen zij natuurlijk niet horen. Veel mensen kiezen voor Erembodegem net vanwege de goede treinverbindingen en omdat het station er goed uitgerust is. Door het feit dat de rechtstreekse treinen daar niet meer stoppen en mensen veel langer over hun reisweg doen, duwt u meer mensen in de wagen. Vanmorgen stond nog in de krant dat er nog nooit zoveel files zijn geweest als tegenwoordig.
Ik heb gehoord over de opening via de analyse van de FOD Mobiliteit en hoop dat we langs die weg de beslissing nog kunnen terugdraaien. Door die nieuwe dienstregeling worden mensen terug de auto in geduwd, maar tegelijk zijn er ook mensen zonder auto, waaronder bijvoorbeeld de vele studenten die een trein naar Gent nemen omdat niet al die ouders een studentenkot kunnen betalen. Ook zij moeten op hun bestemming kunnen geraken en zij rekenen net op die rechtstreekse treinverbindingen naar Gent en Brussel vanuit Erembodegem.
Kemal Bilmez:
Mijnheer de minister, het openbaredienstcontract dat met de NMBS is gesloten, gaat inderdaad uit van een toename van het aantal reizigers. Zal dat worden bereikt door de diensten te verminderen? Neen. Of door de prijzen te verhogen in februari? Zeker niet, integendeel zelfs. De pendelaars zijn zich daar goed van bewust en komen niet voor niets in actie. Meer dan 4.600 pendelaars uit Opwijk, Merchtem en Asse hebben de petitie al ondertekend. Ik vind dat u naar die signalen moet luisteren en dat u er alles aan moet doen om de treinen naar de hoofdstad te behouden.
Ik geef toe dat ik mijn hart vasthoud voor de volgende regering. Als dit – een kleiner aanbod, 20 % duurdere ritten en de laagste stiptheidsgraad aller tijden – het resultaat is van vijf jaar Ecolo-Groenbestuur van onze spoorwegen, wat wordt dat dan met een arizonaregering, die op bijna alle openbare diensten wil besparen?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, wij blijven geloven in een sterk openbaar vervoer, dat ook een concurrentieel openbaar vervoer moet zijn. Ik ben het met u eens dat het onbegrijpelijk is dat de NMBS kiest voor de internationale treinen en niet voor de nationale treinen, waardoor de mensen die vanuit Antwerpen richting Brussel willen in de kou blijven staan.
Evengoed gaan de keuzes die gemaakt worden en waardoor reizigers in Erembodegem, Mortsel, Dendermonde of elders in het land in de problemen komen, lijnrecht in tegen wat we nodig hebben. Veel mensen rekenen nu eenmaal op een sterk openbaar vervoer. Wat we nodig hebben, zijn niet minder, maar net meer en sterkere treinverbindingen, waar men niet extra hoeft over te stappen of recht hoeft te staan in overvolle treinen. Net het tegenovergestelde is nodig.
Ik ben heel blij met de bijkomende budgetten die deze regeerperiode zijn vrijgemaakt: 3 miljard euro extra voor de komende tien jaar. Ik kan dan ook enkel oproepen om daar niet op te beknibbelen en te blijven investeren, want we zullen de NMBS nodig hebben en zullen haar moeten blijven versterken om zoveel mogelijk reizigers te bedienen.
Dat betekent tot slot ook dat we de hoorzitting met de NMBS en Infrabel in december best aangrijpen om beide organisaties eens goed op de rooster te leggen. Veel treinreizigers die vandaag in de kou blijven staan, verdienen immers antwoorden en het is hun verantwoordelijkheid om die reizigers niet in de kou te laten staan.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoorden. Ik ben een beetje ontgoocheld, in die zin dat u eigenlijk wel uw verontwaardiging uit, maar u verwijst heel sterk naar de raad van bestuur van de NMBS. Ik stel me dan onmiddellijk de vraag wie die raad van bestuur samenstelt. Ik denk niet dat u de politieke verantwoordelijkheid kunt ontlopen om hen te wijzen op de tekortkomingen in hun besluitvorming. Zoals u terecht aangeeft, gaat een aantal besluiten recht in tegen de doelstellingen die in het vervoersplan zijn opgenomen. Het lijkt me nuttig te bekijken over welke juridische en wettelijke mogelijkheden u in dezen beschikt.
Tenzij ik me vergis, heb ik in uw antwoord geen enkele keer iets gehoord over lijn 60 tussen Dendermonde-Brussel, of het moet zijn dat Erembodegem op die lijn ligt, want die plaats hebt u zes of zeven keer vermeld, maar voor zover ik geïnformeerd ben, is dat niet het geval. Ik zal dus zeker via andere wegen, desnoods via nieuwe vragen, een antwoord proberen te bekomen op die vragen.
Vandaag staan pendelaars uit de Vlaamse Rand immers absoluut in de kou als gevolg – blijkbaar – van een beslissing van de NMBS om de hst voorrang te geven op de pendelaars, die dagdagelijks het openbaar vervoer gebruiken, die jaarabonnementen betalen en die dus bijdragen aan de financiering van de NMBS. Ik denk niet dat ik me te sterk uitdruk wanneer ik zeg dat de mensen in onze regio het absoluut gehad hebben met het tekort aan openbaarvervoersaanbod, en dat terwijl wij op nog geen 20 kilometer van Brussel wonen en we heel veel lasten maar heel weinig lusten ondervinden van de aanwezigheid van spoorwegen op ons grondgebied. We volgen dit zeker verder op.
Voorzitter:
De heer Tonniau is intussen in de zaal aangekomen. Hij krijgt het woord voor een repliek.
Robin Tonniau:
Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik zat even opgesloten in de commissie voor Sociale Zaken, maar vond het toch belangrijk om naar deze commissievergadering te komen. De dienstverlening van de NMBS is voor de burgers immers zeer belangrijk.
Ik ben al een paar keer naar het museum Train World geweest. Misschien hebben een aantal commissieleden dat museum ook al bezocht. Daar kan men de kaart zien van hoe het vroeger was en hoe het vandaag is. Daarmee bedoel ik hoeveel treinlijnen er honderd jaar geleden waren in vergelijking met vandaag. Dat is nu vele malen minder. Dat is nochtans ook dienstverlening. Dat is ook belangrijk, vooral voor de mensen uit de rurale gebieden. Of het nu gaat om Erembodegem, Dendermonde of de provincie Luxemburg, veel lijnen verdwijnen. Alle dienstverlening wordt geconcentreerd op de grote lijnen. Dat is fout, want de kleine lijnen moeten de grote stations en de grote lijnen bevoorraden. Als we die kleine lijnen laten verloederen en kapotgaan, dan zullen minder mensen de trein nemen en komen er meer wagens op de wegen. Dat willen we toch allemaal vermijden.
Ik dring erop aan om toch te reageren, actie te ondernemen en ook aandacht te schenken aan de kleine stations waar de dienstverlening al sterk achteruit is gegaan, niet alleen qua aanbod maar ook qua loketten en veiligheid. Met het bedrag dat is uitgegeven voor het station van Bergen bijvoorbeeld kunnen tal van kleine stations worden gerenoveerd. Een half miljard euro is uitgegeven voor één station, terwijl het station van Ronse staat te verloederen. Wij zouden heel blij zijn met 1 miljoen euro om dat station op te knappen en weer levendig te maken. De mensen spreken u aan over de situatie in Erembodegem en Dendermonde. Ik vraag u naar hen te luisteren.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, je vous vois souffler, pourtant, même si c'est embêtant, mon collègue a raison. Nous espérions que des solutions alternatives soient mises en place pour qu'il n'y ait pas de suppression de train. Vous rendez-vous compte des désagréments que cela occasionne pour les travailleurs et les étudiants? Ils doivent se lever plus tôt, ils reviennent à la maison plus tard, voient leur vie de famille diminuer et leur stress augmenter à cause des correspondances qui sont ou ne sont pas assurées. Sans parler des accompagnateurs de train, des guichetiers, des sous-chefs qui vont probablement devoir expliquer eux-mêmes la raison de ces changements alors qu'ils n'en sont en rien responsables.
Quand est-ce que les partis traditionnels auront un véritable sursaut et se rendront compte de l'importance d'avoir un investissement massif dans le service du rail, ainsi que de valoriser le métier des cheminots pour recruter plus facilement?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, u hebt gelijk dat bepaalde Kamerleden die u hier vragen stellen over de verhoging van het vervoersaanbod lid zijn van partijen, zeker de vivaldipartijen, die dit alles mee hebben gefaciliteerd. Het zijn de partijen die het openbaredienstcontract hebben goedgekeurd. Het debat werd gevoerd en er werden vragen gesteld over bepaalde opgenomen bepalingen, de gebruikte bewoordingen en de eventuele gevolgen. We botsen nu op de beperkingen. Het is immers zeer makkelijk te zeggen dat het vervoersaanbod verhoogd moet worden, maar het is maar de vraag in welke mate dat haalbaar is. Het gaat dan niet alleen over personeel, rollend materieel en infrastructuur, maar men moet zich ook de vraag stellen ten koste waarvan dat allemaal gaat. De gevolgen van de aanbodverhoging op het lokale niveau worden bijna als collateral damage beschouwd, hoewel de gevolgen voor de getroffen treinreizigers niet min zijn. In Limburg zijn reeds 25 piekuurtreinen geschrapt. Naast Erembodegem en lijn 60 zijn er nog andere plaatsen getroffen. Hebben die mensen iets aan de verhoging van het aantal internationale treinverbindingen? Ze mogen hier niet eens op die treinen stappen, terwijl dat in Nederland wel mag. Is dat de juiste manier om het vervoersaanbod te verhogen? Ik heb begrepen dat men tracht om de ongemakken zo klein mogelijk te houden – dat zou er nog aan mankeren –, maar dat is ongeveer hetzelfde als zeggen dat er niets aan veranderd kan worden. Er wordt ook verwezen naar de hoorzitting van 16 december. Er zal daar allicht wel over gesproken worden, maar ik verwacht niet dat daar oplossingen of bijsturingen zullen komen.
Palestijnse vlaggen aan het station Brussel-Centraal
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Daders drongen via brandtrappen van een concessiehouder het dak van Brussel-Centraal binnen, waar Palestijnse vlaggen werden geplaatst. NMBS en de concessiehouder blokkeerden de trappen, versterkten slot- en badgesystemen en beloofden strengere toegangscontrole en cameratoezicht; het onderzoek loopt nog. Troosters benadrukte dat alle stations dezelfde veiligheidsupgrades moeten krijgen om dergelijke inbreuken en kwaadwillende daden te voorkomen. Gilkinet bevestigde dat directe actie werd ondernomen, maar concrete uitrol naar andere stations bleef onbesproken.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Vrijdagnamiddag 18 oktober jl. waaiden in de namiddag Palestijnse vlaggen op het dak van het Centraal-Station in Brussel. Onbekenden slaagden erin om zich de toegang te verschaffen tot het dak van het station.
Op welke wijze hebben de daders zich toegang kunnen verschaffen tot het dak van het station? Welke veiligheidsmaatregelen zijn er ter zake en waar ging het mis? Werden er bijkomende veiligheidsmaatregelen genomen? Zo ja, welke? Zo neen, waarom niet?
Wat is de stand van zake in het onderzoek dat geopend werd naar aanleiding van dit incident?
Georges Gilkinet:
Om zich toegang tot het dak te verschaffen werd gebruikgemaakt van brandtrappen van een concessiehouder die een afgescheiden deel van het stationsgebouw uitbaat. De bestaande beveiliging werd onmiddellijk door de NMBS en door de concessiehouder geanalyseerd. De toegang tot de betreffende brandtrappen werd afgesloten wegens niet noodzakelijk in het kader van de veiligheid. Verder werden alle toegangsdeuren, sloten en badges gecontroleerd op hun werking en kwaliteit. Met de concessionaris werden afspraken gemaakt om bijkomende maatregelen te treffen inzake toegangscontrole en camerabewaking. Het onderzoek over de feiten is lopende.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, het betreft een spijtig incident dat bijkomende vragen doet rijzen inzake beveiliging. Het lijkt maar logisch dat er inderdaad maatregelen worden getroffen. Hopelijk zullen bij uitbreiding alle andere stations dezelfde oefening ondergaan en zullen ook daar de nodige maatregelen worden genomen, niet alleen tegen het aanbrengen van Palestijnse vlaggen, maar ook tegen andere daden die van een minder goede inborst zouden getuigen.
Voorzitter:
De heer Crucke is niet aanwezig voor de volgende vraag, nr. 56000601C. Vraag nr. 56000613C van mevrouw Tourneur wordt uitgesteld. De heren Raskin en Dubois en mevrouw Tourneur zijn niet aanwezig voor hun samengevoegde vragen nrs. 56000626C, 56000995C en 56001143C. Ook de heer Jadoul is niet aanwezig voor zijn vraag nr. 56000661C. Vraag nr. 56000710C van mevrouw Tourneur wordt uitgesteld. De heer Cornillie is niet aanwezig om zijn twee vragen nrs. 56000781C en 56000782C te stellen.
De uitbreiding van het systeem van de salariswagens tot het kaderpersoneel van de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Farah Jacquet kaart aan dat Infrabel en SNCB herhaaldelijk illegale cafetariaplannen voor kaders doorvoeren, zonder overleg met vakbonden en in strijd met wetgeving en rechterlijke uitspraken (o.a. vernietiging door Raad van State in nov. 2024), terwijl de directies nu via contractwijzigingen de regels proberen te omzeilen. Minister Gilkinet stelt dat hij niet kan ingrijpen in het interne beleid (wet 1991), maar verwacht wel voorbeeldgedrag en respect voor de rechtspraak, met een waarschuwing dat HR Rail de uiteindelijke beslissing moet herzien—zonder concrete sancties te noemen. Jacquet eist dwingend ministerieel optreden om de systematische ontduiking van sociale wetten en collectieve onderhandelingen te stoppen, plus een halt aan voordeelregelingen (zoals salariswagens) die indruisen tegen duurzame mobiliteit. De kern: publieke spoorbedrijven schenden structureel arbeidsrecht, terwijl de minister zijn toezichthoudende rol ontwijkt.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, quand je suis arrivée aux chemins de fer en 2006, mes nouveaux collègues m’ont dit: "Ici, aux chemins de fer, il n’y a pas de lois. Tu verras, les lois, ils s’assoient dessus." Moi, je trouve que cela ne devrait pas être le cas. En tant que ministre, je pense que vous devriez penser la même chose et faire appliquer les lois.
Je vous explique. En 2019, les chemins de fer, sous l’impulsion de la direction d’Infrabel et de son CEO, ont mis en place des plans cafétéria pour les cadres supérieurs, avec l’accord de leur conseil d'administration.
En 2023, ils ont décidé, seuls, d’étendre ces plans cafétéria aux cadres ordinaires. À ce moment-là, les syndicats ont dit: "Non, il faut négocier et trouver un accord sur le sujet, comme la législation le prévoit." Les directions n’en ont pas tenu compte. Un syndicat a alors introduit une requête au Conseil d'État pour obtenir une décision de justice.
En 2024, les directions des chemins de fer vont encore plus loin. Elles décident d’inclure, de nouveau seules, les voitures-salaire dans des plans cafétéria pour l’ensemble des cadres. Une nouvelle décision qui est donc contraire à la législation.
Le 19 novembre 2024, dans son arrêt, le Conseil d'État annule l’extension des plans cafétéria aux cadres ordinaires. Ces types de contrats sont donc bel et bien illégaux, car non négociés avec les organisations syndicales. Les directions vont-elles se conformer à la décision? Non. Nous apprenons maintenant qu’elles veulent contourner la décision du Conseil d'État en incluant des avenants aux contrats de travail, et cela, sans respecter le règlement de travail, les conventions collectives, la hiérarchie des normes et les décisions de justice, etc.
Monsieur le ministre, quand ces manœuvres, qui sont contraires à la législation, à la concertation sociale et aux décisions de justice, vont-elles cesser? Avez-vous pris contact avec les directions des chemins de fer pour mettre fin à ces pratiques illégales? Avez-vous eu un résultat?
Enfin, pour mettre en application ces contrats avec un plan cafétéria, il a été fait appel à une multinationale de consultance, Hudson. Combien cela a-t-il coûté?
Georges Gilkinet:
Madame Jacquet, comme vous vous en souvenez, je vous ai indiqué lors de la dernière commission que la politique de rémunération de la SNCB, des entreprises ferroviaires et, en général, des entreprises publiques relève de la gestion interne des entreprises conformément à la loi de 1991. Ainsi, il ne m'appartient pas, en tant que ministre, d'intervenir directement dans celle-ci.
Néanmoins, j'attends évidemment de la SNCB, d'Infrabel et d'HR Rail d'être exemplaires comme entreprises publiques et donc comme employeurs. Je les encourage à ce titre à promouvoir les modes de mobilité les meilleurs pour le climat, la santé et l'environnement, ce que font largement ces entreprises en offrant à leurs travailleurs des abonnements et tickets de train mais aussi une nouvelle politique de remboursement des déplacements vers le lieu de travail par la voie cyclable. Je ne pense pas devoir vous rappeler la position que je défends systématiquement sur le sujet.
C'est pourquoi la commissaire du gouvernement qui me représente auprès des entreprises publiques a interrogé HR Rail sur la légalité de sa décision du 14 février 2022 quant à son plan de rémunération pour les cadres. Une réunion a été organisée. Des explications ont été données et nous en avons pris acte.
Le Conseil d'État, comme vous l'avez dit, par sa décision récente du 19 novembre, a une interprétation différente de celle d'HR Rail à ce sujet et a annulé la décision en la matière. Il revient à présent à HR Rail d'analyser la décision du Conseil d'État et d'y accorder la suite nécessaire. Je resterai évidemment vigilant sur les actions qui seront entreprises. Les travailleurs des chemins de fer sont essentiels pour assurer la qualité des services aux voyageurs et pour attirer encore davantage de Belges vers le rail. Il est dès lors primordial que les entreprises publiques puissent développer des politiques de rémunération justes et suffisamment intéressantes pour engager et garder des talents qui feront rouler les trains d'aujourd'hui et de demain, et ce, pour l'ensemble des maillons de la chaîne ferroviaire.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, les décisions qui sont prises par les directions d'Infrabel et de la SNCB sont illégales. Elles ne respectent ni la législation sociale, ni la concertation sociale ou les décisions de justice. En tant que ministre de tutelle, vous devez remettre au pas les CEO concernés. En Belgique, il y a des droits et des obligations qui existent et on ne peut pas s'asseoir dessus. Une entreprise publique, en outre, est censée montrer l'exemple.
Je connais la stratégie de la direction: casser les statuts, casser la garantie d'emploi, casser l'attractivité et les remplacer par des contrats contractuels avec des plans cafétéria, qui sont beaucoup moins attractifs. Ensuite, ce seront les mêmes qui diront qu'ils n'arrivent pas à recruter.
Concernant l'élargissement du système des voitures-salaire, je m'étonne que vous laissiez faire une entreprise qui est pourtant censée défendre une mobilité douce et durable. Il est de votre devoir de mettre fin à ces pratiques. Prenez vos responsabilités et allez trouver les directions d'Infrabel et de la SNCB afin de leur dire d'arrêter!
Voorzitter:
Aan de orde is vraag nr. 56000820C van heer Raskin, maar die is niet aanwezig.
De agressie tegen een treinbegeleider in Lokeren
De veiligheid van het spoorpersoneel
De stavaza inzake de noodzakelijke maatregelen voor meer veiligheid in de Belgische stations
Veiligheid en agressiepreventie voor spoorpersoneel in België
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de toenemende agressie tegen spoorpersoneel (2.300 incidenten in 2023, 57.000 uren arbeidsongeschiktheid) en de nood aan concrete veiligheidsmaatregelen. Minister Gilkinet bevestigt uitbreiding van Securail, automatische deling van camerabeelden met politie, en lopende plannen voor bodycams (positief advies, maar trage implementatie), plus strafverzwaring voor daders, maar verwijst politie-inzet door naar Binnenlandse Zaken. Critici (Cuylaerts, Troosters) vinden de voortgang te traag en dringen aan op snellere, krachtdadigere actie, zoals versnelde bodycam-invoering en strengere handhaving, om het vertrouwen in het openbaar vervoer te herstellen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, elke dag met angst naar het werk vertrekken, dat kennen wij gelukkig niet. Helaas is het een harde realiteit voor spoor- en treinpersoneel. Het krijgt er steeds vaker mee te maken. De incidenten van agressie in zowel stations als treinen blijven toenemen. Zo werd op 5 november een treinbegeleider op de lijn van Antwerpen-Centraal naar De Panne het slachtoffer van geweld.
De NMBS veroordeelt deze gewelddaden en stelt dat er stappen moeten worden ondernomen om dergelijke incidenten te voorkomen. De maatschappij pleit niet alleen voor strengere straffen, maar dringt ook aan op een zichtbaardere aanwezigheid van politiediensten op de perrons en in de treinen. Dat zijn maatregelen die volgens de NMBS noodzakelijk zijn om het spoorpersoneel beter te beschermen.
Welke concrete maatregelen acht u op dit moment het meest effectief om de veiligheid van het spoorpersoneel te verhogen? De NMBS pleit voor een grotere zichtbaarheid van politie in de stations en in de treinen. Wat is uw standpunt over dit voorstel? Acht u het haalbaar politiediensten zichtbaarder in te zetten op de verschillende locaties?
De NMBS heeft een duidelijk standpunt inzake bodycams voor Securailpersoneel. Die zijn volgens de spoorwegmaatschappij noodzakelijk om de veiligheid van de werknemers te waarborgen. Staat u ervoor open deze optie opnieuw te bekijken?
Voorzitter:
De heer Foret had ook een vraag, maar ik zie hem niet in de zaal.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Op 5 november jl. werd een treinbegeleider op de trein tussen Antwerpen-Centraal en De Panne het slachtoffer van agressie. De trein moest door het incident halt houden in het station van Lokeren waar alle passagiers dienden over te stappen op een andere trein. Het slachtoffer kreeg er de eerste zorgen alvorens afgevoerd te worden naar het ziekenhuis.
Kan de minister toelichting geven over het incident dat plaatsvond? Wat was de aanleiding? Wat waren de verwondingen die de treinbegeleider hierbij opliep? In welke mate was/is de treinbegeleider arbeidsongeschikt als gevolg van dit incident?
Wat gebeurde er met de dader? Werd hij gearresteerd? Wat is zijn huidige status? Is hij momenteel op vrije voeten? Zo ja, waarom? Wat zullen de verdere gevolgen/bestraffing zijn voor de dader?
Welke bijkomende maatregelen heeft de minister genomen (zal hij nemen) naar aanleiding van de feiten die plaatsvonden?
Georges Gilkinet:
Mijnheer de voorzitter, collega's, elke vorm van agressie tegen treinpersoneel is onaanvaardbaar en vraagt dan ook de strengste aanpak.
Mevrouw Cuylaerts, u vraagt naar concrete maatregelen om de veiligheid in het station en op de trein op te krikken. De NMBS heeft het contingent van Securail uitgebreid. Daarnaast zullen camerabeelden automatisch met de politie worden gedeeld. Uw vraag naar meer politie in de stations moet u richten aan mijn goede collega bevoegd voor Binnenlandse Zaken, mevrouw Verlinden.
Noteer dat de minister van Binnenlandse Zaken de adviesraad met betrekking tot particuliere beveiliging om een advies over de uitbreiding van het gebruik van bodycams naar beveiligers van het openbaar vervoer heeft gevraagd en dat het advies positief is. De komende weken moet er een werkgroep worden opgericht. De vier openbaarvervoerbedrijven hebben in maart 2023 aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie gevraagd om zo snel mogelijk wetgevende maatregelen te nemen om het gebruik van bodycams door veiligheidsdiensten mogelijk te maken. De minister van Justitie steunt het verzoek. Een herinnering van de vier bedrijven werd verstuurd naar de minister van Binnenlandse Zaken om de urgentie van het verzoek te beklemtonen.
Daarnaast moeten daders snel en streng vervolgd worden. Ik verwijs ook naar de intussen goedgekeurde strafverzwaring voor daden van agressie tegen onder meer treinpersoneel.
Mevrouw Cuylaerts, mijnheer Troosters, doordat een treinbegeleider op 5 november jongstleden naar aanleiding van de controle van een MOBIB-kaart in de trein van Antwerpen-Centraal naar De Panne het slachtoffer werd van zware agressie, moest de trein stoppen in het station van Lokeren en werd alle reizigers gevraagd daar op een andere trein over te stappen. Zonder te diep in te gaan op de persoonlijke en medische toestand van de NMBS-medewerker, die nog steeds arbeidsonbekwaam is, geef ik wel mee dat de treinbegeleider volgens de NMBS ter plaatse eerste hulp kreeg en vervolgens naar het ziekenhuis voor verdere zorg werd overgebracht.
In 2023 leidde agressie, waarbij 348 vte's betrokken waren, tot ongeveer 57.000 uren arbeidsongeschiktheid. Dat is dus gemiddeld 163 uur per persoon.
Uw vragen over vervolging en bestraffing moet u, zoals gebruikelijk, aan de minister van Justitie stellen. Als werkgever vraagt de NMBS – en ik steun die vraag uiteraard – dat elke vorm van agressie waarmee het personeel wordt geconfronteerd, door alle actoren in de justitiële keten ernstig wordt behandeld, steeds in een klacht wordt geverbaliseerd en gevolgd wordt door een gepaste straf aan de dader. Daarvoor wordt samengewerkt met de verschillende parketten en staat de NMBS in contact met het College van procureurs-generaal. Indien een medewerker van de NMBS het slachtoffer van agressie is geworden, dan zal minstens HR Rail of de NMBS zich burgerlijke partij stellen wanneer het parket tot vervolging besluit.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, het antwoord stemt me positief, waarvoor dank. Veiligheid is immers ons hoogste goed, zeker als men zijn job uitoefent. Het is jammer dat men met angst moet gaan werken.
Wij zullen ook uw collega-ministers ondervragen. Die cijfers over agressie blijven immers zorgwekkend. In 2023 waren er 2.300 incidenten. Dat is meer dan zes per dag. We moeten het fenomeen heel streng opvolgen. Ik ben heel blij dat de maatregelen zullen worden versterkt en dat bijkomende initiatieven worden bekeken. Onze spoorwerknemers verdienen het om hun werk zonder angst en in alle veiligheid te kunnen verrichten.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord; maar ik kan uw antwoorden intussen ongeveer bijna zelf schrijven. Meestal komt in uw antwoorden hetzelfde terug. Ik stel alleen vast dat het zeer traag gaat. Als voorbeeld verwijs ik naar het verhaal van de bodycams. Zowat iedereen is er voorstander van, maar nog steeds worden adviezen opgevraagd en comités opgericht. De cijfers worden ondertussen steeds zorgwekkender. Het gaat ermee de verkeerde kant op. Echt krachtdadige maatregelen inzake veiligheid mis ik, ook al vragen we er al heel lang naar. Voor mij zijn die essentieel om van de trein een succesverhaal te maken, want wie niet veilig de trein kan nemen, neemt die niet. Ik hoop dat er toch nog stappen gezet zullen worden, liefst op korte termijn.
De stand van zaken betreffende het absenteïsme bij het rijdend personeel van de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Gilkinet bevestigt dat het absenteïsme in 2024 bij treinbegeleiders daalde (van 11,96% naar 11,21%) maar bij treinbestuurders licht steeg (van 6,66% naar 6,77%), met een structurele stijging sinds 2018 (+2% gemiddeld, +2,5% voor bestuurders), in lijn met de bredere arbeidsmarkttrend.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Om de correcte uitvoering van het vervoersplan te kunnen garanderen is er voldoende personeel noodzakelijk.
Kan de minister een stand van zaken geven betreffende het absenteïsmecijfer voor 2024 bij zowel treinbegeleiders alsook treinbestuurders? Wat is de evolutie tegenover 2023?
Georges Gilkinet:
Wanneer we de actuele verzuimcijfers – verzuim vanwege ziekte, privéongevallen en arbeidsongevallen – voor de beroepscategorieën treinbegeleider en treinbestuurder vergelijken met dezelfde periode vorig jaar, dan stellen we een lichte stijging vast bij de treinbestuurders, terwijl we voor de treinbegeleiders een lichte daling noteren. Voor de treinbegeleiders bedroeg het cijfer in 2023 11,96 % en in 2024 11,21 %. Voor de treinbestuurders ging het in 2023 om 6,66 % en in 2024 om 6,77 %.
Sedert 2018 zien we echter dat het verzuimpercentage bij de NMBS een constante stijgende trend vertoont, met een toename van bijna 2 %. Bij de treinbestuurders is dat zelfs nagenoeg 2,5 %. Deze trend is geheel in lijn met de andere activiteitensectoren van de Belgische arbeidsmarkt. De toename van het ziekteverzuim blijft dan ook een grote maatschappelijke uitdaging.
Frank Troosters:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw duidelijke antwoord.
De stand van zaken betreffende het aanwerven van rijdend personeel bij de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Gilkinet bevestigt dat de NMBS in 2024 (tot 1 november) 294 treinbegeleiders en 343 treinbestuurders in dienst nam, maar tegelijk 187 begeleiders en 195 bestuurders verloor, vooral door pensionering of falen in de opleiding. De instroom blijft dus nauwelijks de uitstroom voor, wat de personeelskrapte voor het vervoersplan benadrukt. Troosters vraagt om transparantie over de arbeidsmarktpositie; Gilkinet levert concrete cijfers zonder verdere toezeggingen. De kern: structureel tekort dreigt ondanks wervingsinspanningen.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Om de correcte uitvoering van het vooropgestelde vervoersplan te kunnen garanderen is er voldoende personeel noodzakelijk.
Kan de minister een stand van zaken geven betreffende de in- en uitstroom van zowel treinbegeleiders alsook treinbestuurders bij de NMBS?
Hoeveel treinbegeleiders kwamen er in 2024 in dienst? Hoeveel treinbegeleiders verlieten de NMBS in 2024?
Hoeveel treinbestuurders kwamen er in 2024 in dienst? Hoeveel treinbestuurders verlieten de NMBS in 2024?
Georges Gilkinet:
Mijnheer Troosters, ik geef u de situatieschets op datum van 1 november 2024.
359 treinbegeleiders werden geselecteerd, van wie er op dat moment 294 gestart waren. Binnen het volledige contingent treinbegeleiders waren er 187 treinbegeleiders (176 voltijdsequivalenten) die de NMBS hadden verlaten. Meestal is dat door pensionering of door het niet slagen in de opleiding.
472 treinbestuurders werden geselecteerd, van wie er 343 gestart waren. Binnen het volledige contingent treinbestuurders waren er 195 treinbestuurders (189 voltijdsequivalenten) die de NMBS hadden verlaten. Net zoals bij de treinbegeleiders is dat meestal door pensionering of door het niet slagen in de opleiding.
Frank Troosters:
Ik dank de minister opnieuw voor zijn heel duidelijke antwoord.
De aanpassing van het systeem van overuren bij de spoorwegen
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Vanaf 2025 schaft de NMBS overuren voor rijdend personeel grotendeels af (max. 520 uur/kwartaal) na eerdere sociale inspectie, wat Frank Troosters vraagt naar de impact op het vervoersplan, stiptheid en afgeschafte treinen. Minister Gilkinet benadrukt dat de NMBS de nieuwe regels al verwerkte in haar planning en wijst op verbeterde stiptheid (89,5% in okt. 2024 vs. 85,5% in 2023), maar erkent dat meerdere factoren meespelen. Troosters uit bezorgdheid over dienstverlening en personeelsvragen, maar stelt dat de praktijk de gevolgen zal tonen. De focus ligt op het garanderen van kwaliteit en stiptheid zonder overuren als buffer.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Vanaf 1 januari 2025 mag het rijdend personeel van de NMBS nog maximaal 520 uur per kwartaal presteren. Overuren zijn vanaf dan niet meer toegelaten, uitgezonderd bij zeer specifieke situaties.
De nieuwe regel is een gevolg van de sociale inspectie die drie jaar geleden uitgevoerd werd.
Wat zal de impact zijn van de aanpassing van het systeem van de overuren op de uitvoering van het vervoersplan?
Zal de correcte uitvoering van het vervoersplan kunnen gegarandeerd worden en een toename van de stiptheid en een daling van het aantal afgeschafte treinen kunnen gerealiseerd worden?
Georges Gilkinet:
Mijnheer de voorzitter, de NMBS heeft bij de uitwerking van het vervoersplan rekening gehouden met de nieuwe regelgeving op het vlak van overuren van haar rijdend personeel.
Zoals u weet worden de stiptheid en het aantal afgeschafte treinen door een veelheid aan factoren bepaald en dus niet enkel door de personeelsinzet. De meest recente cijfers inzake stiptheid waren bemoedigend. Het ging om 89,5 % in oktober 2024, wat gevoelig beter was dan in oktober 2023, toen 85,5 % van de treinen stipt reed.
De NMBS en Infrabel blijven hard werken aan de continue verbetering van de kwaliteit en de stiptheid van het treinverkeer.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is belangrijk dat de dienstverlening niet achteruitgaat. Dat is geen bezorgdheid van mij alleen, maar ook van het personeel, dat zich toch enige vragen stelt bij de nieuwe regeling. Het is eigenlijk geen nieuwe regeling maar de toepassing van de bestaande regeling. De toekomst zal uitwijzen hoe een en ander verder zal evolueren.
De stiptheid van de treinen in oktober
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De stiptheid van treinen bereikte in oktober 2024 een recordhoogte van 89,5%, maar de Kempen scoort structureel slechter door enkelsporige trajecten, kruispunten (Mol/Herentals/Lier) en tijdelijke werken (Mechelen/Diest) die capaciteit beperken. Minister Gilkinet benadrukt kortetermijnmaatregelen (dagelijkse analyses, *Punctuality Improvement Program*) en langetermijnsamenwerking NMBS-Infrabel, maar erkent dat de problemen in de Kempen niet tijdelijk zijn en structurele oplossingen vereisen. Cuylaerts dringt aan op gelijke betrouwbaarheid voor alle regio’s, wijzend op het terugkerend patroon van lagere stiptheid in de Kempen. De minister belooft opvolging, maar concrete termijnen of maatregelen ontbreken.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, als het goed is, mag het ook gezegd worden. In de pers van 7 november konden we heuglijke cijfers lezen over de stiptheid van de treinen. In oktober 2024 bereikte die een niveau van maar liefst 89,5 %, het hoogste niveau in meer dan tien jaar. Dat is heel positief nieuws en tevens een mijlpaal voor het openbaar vervoer. Hopelijk zal die verbetering ook het vertrouwen van de treinreizigers vergroten.
Tegelijkertijd moeten we ook durven aan te geven dat de perceptie bij heel veel treinreizigers toch is dat ze veel problemen ervaren, al verschilt dat per regio en per station.
Op de website van Infrabel staan alle stiptheidscijfers. Uit die cijfers blijkt dat de treinen in de Kempen aanzienlijk minder stipt rijden dan in de rest van de provincie Antwerpen. Wat zijn de oorzaken van die verschillen? Bent u bereid maatregelen te overwegen om de stiptheid in de Kempen dichter bij het gemiddelde te brengen?
Bent u van mening dat er maatregelen nodig zijn om regionale verschillen in stiptheid te verkleinen, zodat reizigers over het hele land kunnen rekenen op een betrouwbaar spoornetwerk?
Kunt u toelichten hoe we de positieve trend van oktober 2024 kunnen uitbreiden naar alle regio's en alle stations?
Georges Gilkinet:
Mevrouw Cuylaerts, de stiptheid wordt door heel wat factoren bepaald, zowel interne als externe factoren, zoals verouderd materieel of spoorlopers. De capaciteit in de regio Kempen is fors geïmpacteerd door de hoeveelheid aan enkelsporige baanvakken op de lijnen Hamont-Mol, Hasselt-Mol, Turnhout-Herentals en Lier-Kontich-Lint en door de kruisingen en koppelingen in Mol, Herentals en Lier. Daarenboven moet het treinverkeer naar Brussel over lijnen waaraan momenteel belangrijke werken worden uitgevoerd. Deze werken in Mechelen beperken het treinverkeer voor de Antwerpse Kempen en die in Diest voor de Limburgse Kempen. Het is dus een tijdelijk fenomeen.
De NMBS analyseert dagelijks de stiptheid en probeert bij te sturen waar mogelijk, uiteraard ook voor de regio Kempen, via de techniek van continuous improvement . Daarnaast volgt de NMBS samen met Infrabel het PIP, het Punctuality Improvement Program, om verbeteringen op zowel korte als lange termijn te realiseren. Een goede samenwerking tussen de NMBS en Infrabel is dus essentieel om de stiptheid overal in ons land te verbeteren. Het is een belangrijk onderwerp dat ik regelmatig aanhaal in mijn contacten met de CEO’s van beide spoorbedrijven. Uiteraard volgt mijn kabinet dit mee op de voet op. De reizigers hebben namelijk recht op een stipte en vlotte dienstverlening.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik heb in uw antwoord het woordje 'tijdelijk' gehoord. Hoelang is tijdelijk? Dat zal de tijd waarschijnlijk wel uitwijzen.
De verbetering van de stiptheid in oktober is sowieso een positieve evolutie en het is belangrijk dat we dit 'spoor' kunnen aanhouden. Toch blijven de cijfers in de Kempen opvallend achter. Het is geen eenmalige afwijking, maar een terugkerende tendens.
Reizigers in de Kempen hebben echter recht op een even betrouwbaar treinaanbod als in de rest van het land. Ik wil daarom toch vragen dat u blijft inzetten op de stiptheid van alle treinverbindingen, zodat alle reizigers tijdig op hun bestemming aankomen. Ik heb echter gehoord dat uw kabinet dat ook blijft opvolgen.
Voorzitter:
De volgende twee vragen met nrs. 56000869C en 56000870C van de heer Dubois worden uitgesteld.
Het NMBS-account op Twitter/X
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sarah Schlitz vraagt waarom de SNCB enkel op X (Twitter) actief is en pleit voor een verhuizing naar neutrale alternatieven (Mastodon, Bluesky, Threads) om ideologische afhankelijkheid te vermijden. Minister Gilkinet bevestigt dat de SNCB diversificatie onderzoekt, maar benadrukt dat X nog steeds cruciaal is voor bereik en dat een overstap technisch en gebruikersgerichte analyse vereist. Schlitz dringt aan op collectieve actie om X te verlaten en vraagt dat andere overheidsdiensten volgen. Gilkinet belooft verdere reflectie en coördinatie met Infrabel.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, les réseaux sociaux, et notamment le réseau X – anciennement Twitter – sont devenus des outils incontournables pour la communication des autorités et des services publics tels que la SNCB. Ces comptes officiels permettent de diffuser rapidement des informations pratiques particulièrement utiles en cas de crise ou de perturbation. Il est donc louable que la SNCB prenne la peine d’informer ses utilisateurs par le biais des réseaux sociaux.
Ce qui me préoccupe, personnellement, est de constater que la SNCB est présente uniquement sur X et non sur d’autres plateformes telles que Bluesky, Mastodon ou Threads, qui offrent aujourd’hui les mêmes possibilités techniques que X.
Monsieur le ministre, dans une perspective de neutralité et d’intégrité des services publics, la SNCB envisage-t-elle – à l’instar de nombreux utilisateurs – de se retirer de la plateforme X en faveur d’une relocalisation sur des plateformes moins prosélytes et qui ne s’inscrivent pas dans une perspective de lobbying politique et idéologique, comme le fait désormais X?
Georges Gilkinet:
Madame Schlitz, je vous remercie pour cette question aussi intéressante que pertinente, que j’ai relayée par courrier à la SNCB.
Dans sa réponse, la SNCB souligne l’importance stratégique des réseaux sociaux comme outils de communication pour informer rapidement les citoyens, notamment en cas de perturbation ou de crise. Sa présence sur la plateforme X s’inscrit dans cet objectif, compte tenu du fait qu’elle reste aujourd'hui, quoi qu’on en pense, une plateforme largement utilisée par un grand nombre d’usagers pour accéder à des informations pratiques en temps réel.
Il est important de souligner que la SNCB est engagée dans une approche qui garantit l’accessibilité et la neutralité de ses communications publiques, conformément à sa mission de service public.
En ce qui concerne la diversification des canaux de communication, la SNCB m’informe qu’elle évalue régulièrement les outils numériques et les plateformes qu’elle utilise. Elle suit également avec attention l’émergence de nouvelles alternatives, telles que Mastodon, Bluesky ou Threads. La synchronisation des communications sur plusieurs plateformes est effectivement une option envisagée pour atteindre un public plus large et diversifié tout en renforçant la neutralité et l’accessibilité de ces messages.
Toutefois, un éventuel retrait de la plateforme X ne peut, selon l’avis de la SNCB, être décidé à la légère. Cela nécessite une analyse approfondie, notamment en ce qui concerne les habitudes des usagers actuels (une transition devrait garantir que l’information reste facilement accessible à tous), les capacités techniques (la synchronisation des messages sur différentes plateformes implique des moyens humains et technologiques) et l’impact sur la visibilité des messages (il est essentiel que les messages de service public atteignent efficacement un large éventail d’utilisateurs.
J'ai demandé à la SNCB de réaliser cette analyse approfondie dans le courrier que j’ai envoyé aux CEO de la SNCB et d’Infrabel. Plus précisément, j’ai demandé une réflexion approfondie et proactive sur la diversification des canaux de communication, dans le respect des principes de neutralité, d’éthique et de diversité.
Avec vous, j’attends avec impatience les résultats de cette réflexion, et à tout le moins une présence de la SNCB, mais aussi d’Infrabel, à qui je me suis également adressé, sur d’autres plateformes que la plateforme X.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses ainsi que pour votre proactivité. Je suis heureuse d'entendre que vous avez d'ores et déjà contacté la SNCB pour l'encourager à lancer cette réflexion en interne sur le sujet. Évidemment, si tout le monde continue à rester sur X, on en reste dépendant. Si nous décidons tous collectivement, comme c'est en cours, de passer vers d'autres plateformes qui aujourd'hui sont matures comme Threads ou Bluesky, nous pouvons y arriver. Nous devons sortir de cette dépendance à cette plateforme toxique qui, aujourd'hui, assume carrément d'être antidémocratique. La SNCB doit jouer ce rôle dans une perspective de neutralité et participer à ce départ collectif de chez X. Le terrain se travaille. Si, déjà maintenant, la SNCB s'implique sur ces plateformes, sa communauté pourra grandir et le passage n'en sera que moins douloureux. Je vous invite, monsieur le ministre, à partager cette bonne initiative que vous avez prise avec vos collègues ministres pour que d'autres organismes publics s'engagent dans la même dynamique.
De registratie van wanbetalers
Onbetaalde boetes bij de NMBS
Wanbetaling en onbetaalde boetes bij transportdiensten
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Slechts 12% van de 497.000 vastgestelde inbreuken op vervoerbewijzen in 2023 leidde tot een boete (60.367 gevallen), waarvan 80% onbetaald bleef, terwijl de NMBS slechts €6,5 miljoen innam via minnelijke schikkingen of invordering. 28.000 recidivisten (meerdere inbreuken) werden geïdentificeerd, maar 19% ontbrak aan voldoende gegevens voor vervolging, en 11% bleek achteraf wel een geldig abonnement te hebben, waardoor sancties vaak wegvielen. Minister Gilkinet benadrukte dat de NMBS proactief betalingsmogelijkheden faciliteert (app/automaten) en wanbetalers via gerechtsdeurwaarders of het parket aanpakt, maar Dorien Cuylaerts kaartte aan dat het systeem ongeloofwaardig en oneerlijk is voor betalende reizigers, en drong aan op structurele, afschrikkende maatregelen om zwartrijden risicovoller te maken.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, bijna 500.000 boetes werden vorig jaar door de NMBS uitgeschreven aan zwartrijders, goed voor een totaalbedrag van 44 miljoen euro. Maar wat blijkt? Amper een op de vijf boetes wordt effectief geïnd. Maar liefst 344.000 boetes bleven onbetaald.
Hoewel de NMBS aangeeft alles binnen haar wettelijke mogelijkheden te doen, blijft de vraag hoe deze situatie kan blijven voortduren. De huidige aanpak mist duidelijk effectiviteit en afschrikkend vermogen. Recidivisten lijken nauwelijks ontmoedigd te worden, terwijl de stapel onbetaalde boetes alleen maar groeit.
Mijnheer de minister, hoe is het mogelijk dat de NMBS er niet in slaagt deze boetes effectief te innen? Welke maatregelen zult u nemen om de betalingsmoraal van de zwartrijders te verhogen en dit misbruik structureel aan te pakken? En tot slot, hoe zorgt u ervoor dat de recidivisten voortaan wel stevig gestraft worden, zodat zwartrijden niet langer een schijnbaar risicoloze keuze blijft?
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
De NMBS heeft in 2023 boetes voor reizigers zonder geldig vervoerbewijs uitgeschreven voor 44 miljoen euro. In totaal schreef men 497.000 administratieve boetes uit.
Opvallend daarbij is dat 8 op de 10 betrapte zwartrijders hun boete niet betaalden.
Kan de minister een overzicht geven van het aantal uitgeschreven boetes (incl. bedragen) per gewest?
Kan de minister een overzicht geven van de betaalde boetebedragen per gewest?
In hoeveel gevallen gaat het over recidivisten die al eerder betrapt werden op zwartrijden?
Op welke wijze worden de gegevens van de betrapte wanbetalers geregistreerd? Welke aspecten/info wordt daarbij genoteerd?
Op welke wijze worden deze geregistreerde gegevens verder beheerd en op welke wijze worden ze doelmatig aangewend in het voeren van een gericht en efficiënt beleid tegen wanbetalers teneinde de hierdoor gederfde inkomsten voor de NMBS te reduceren?
Georges Gilkinet:
Collega's, ik wil om te beginnen een belangrijke nuance aanbrengen in de vraagstelling. In 2023 werden 497.000 inbreuken vervoerbewijs vastgesteld, onder andere reizen zonder geldig vervoerbewijs of het vergeten hebben. Daarvan hebben tot op heden 60.367 inbreuken geleid tot een administratieve boete.
Niet alle vaststellingen van een inbreuk vervoerbewijs geven aanleiding tot een administratieve boete, onder andere door een gunstig verloop van de minnelijke fase. In 2023 heeft de NMBS een bedrag van 6,5 miljoen teruggevorderd. In 2023 werden voor 28.000 derden meer dan 2 inbreuken vervoerbewijs vastgesteld. De NMBS registreert de nodige gegevens van de betrapte wanbetalers, zoals naam, voornaam, geboortedatum en woonplaats. Ze verwerkt deze gegevens in overeenstemming met de GDPR-regels om herinneringen te versturen bij wanbetaling.
De NMBS zet proactief in op het faciliteren van de aankoop van vervoerbewijzen, bijvoorbeeld via de app en de automaten. Ze blijft echter geconfronteerd worden met een belangrijk aantal personen dat zonder een geldig vervoerbewijs reist. In 19 % van de gevallen zijn er onvoldoende identificatiegegevens om een administratieve vervolging op te starten. Aan elke betrokkene die betrapt wordt op reizen zonder geldig vervoerbewijs wordt de mogelijkheid geboden zich te regulariseren. In 11 % wordt de regularisatie geannuleerd omdat de reiziger over een geldig abonnement beschikt. De resterende regularisaties doorlopen een minnelijke fase.
In geval van niet-betaling van de regularisatie in de minnelijke fase kan een proces-verbaal worden opgesteld. Dit proces-verbaal wordt overgemaakt aan de bestraffende beambte. Indien de opgelegde administratieve boete niet wordt betaald, wordt het dossier ofwel overgemaakt aan een gerechtsdeurwaarder voor verdere invordering, ofwel aan het parket voor strafrechtelijke afhandeling.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, hoe dan ook, de cijfers blijven schokkend. Het feit dat slechts een fractie van de boetes geïnd wordt en dat recidivisten zelden stevig aangepakt worden, ondermijnt niet alleen de geloofwaardigheid van het systeem, maar ook het vertrouwen van de trouwe reizigers, die wel een ticket kopen. Waarom zouden deze mensen nog correct een ticket kopen als zwartrijden nauwelijks gesanctioneerd wordt? Dit probleem raakt niet alleen aan de financiën van de NMBS, maar ook aan het principe van rechtvaardigheid. Bovendien betreft het alleen de vastgestelde gevallen. Dat betekent dat het aantal zwartrijders in werkelijkheid waarschijnlijk nog hoger ligt. Daarom wil ik oproepen om structurele maatregelen te nemen die de praktijk doeltreffend aanpakken en ervoor zorgen dat zwartrijden niet langer een risicoloze keuze is.
Het vervoersplan van de NMBS (2026-2029) in de vervoerregio Kempen
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De vervoerregio Kempen kaart structurele tekortkomingen aan bij de NMBS (onbetrouwbaarheid, verouderd materieel, geschrapte treinen) en dringt aan op concrete verbeteringen in het vervoersplan 2026-2029: halfuursfrequentie, uitgebreidere dienstregeling en stationopwaarderingen. Minister Gilkinet bevestigt dat de NMBS alle regionale vragen beoordeelt op haalbaarheid en capaciteit, wijst op recente verbeteringen (o.a. IC-verbindingen, Desiromaterieel) en benadrukt de landelijke ambitie (10% meer treinen tegen 2032), maar geeft geen specifieke toezeggingen voor de Kempen. Cuylaerts blijft kritisch: de regio loopt achter en verdient prioritaire aandacht, niet enkel algemene beloftes. De kernvraag—of de Kempen daadwerkelijk meetelt in het nieuwe plan—blijft onbeantwoord.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, de NMBS heeft het Vlaamse spoorteam van het mobiliteitsbeleid gevraagd om de Vlaamse prioriteiten uit de 15 regionale mobiliteitsplannen voor te stellen, met de bedoeling deze mogelijk op te nemen in het nieuwe vervoersplan 2026-2029. Uit de verschillende plannen zijn meer dan 300 maatregelen geselecteerd, die tot een realistisch aantal moeten worden gereduceerd. Er wordt voorgesteld om voor heel Vlaanderen ongeveer 30 maatregelen naar voren te schuiven.
De vervoerregio Kempen heeft gevraagd om haar dossier op te nemen in de selectie van Vlaamse prioriteiten. De regio kampt echter al jaren met problemen die eigenlijk onder het openbaredienstcontract van de NMBS vallen. De belangrijkste punten die nog steeds voor veel hinder zorgen zijn de stiptheid van treinen, de kwaliteit van het rollend materieel, het schrappen van treinen en het realiseren van eerder beloofde verbeteringen. Hoewel deze kwesties van groot belang voor de regio blijven, betreft het fundamentele verplichtingen van de spoorwegmaatschappij.
Naast de noodzakelijke verbeteringen heeft de vervoerregio Kempen ook concrete voorstellen voor het nieuwe vervoersplan geformuleerd om een betere dienstverlening te waarborgen: het verhogen van de frequentie van de treinen in de Kempen naar minstens een halfuurdienst, inclusief een onderzoek naar het reizigerspotentieel en de benodigde maatregelen hiervoor, en het verruimen van de amplitude op zowel weekdagen als in het weekend. Indien een nieuw infrastructuurplan wordt opgesteld, vraagt de regio prioritaire aandacht voor de opwaardering van de stations en hun omgeving, met de focus op gebruik en overstapmogelijkheden.
Mijnheer de minister, erkent u de specifieke noden van de vervoerregio Kempen? Is er bereidheid om met de NMBS in overleg te treden om de noden op te nemen in het nieuwe vervoersplan 2026-2029?
Hoe staat u tegenover het voorstel om de treinen in de Kempen op te waarderen naar een halfuurfrequentie en de amplitude uit te breiden?
Georges Gilkinet:
Mevrouw Cuylaerts, de NMBS heeft de belangrijke en essentiële opdracht gekregen om het treinverkeer aantrekkelijker te maken en het aantal reizigers tegen 2032 met 30 % te doen groeien. Om dat doel te bereiken is een geleidelijke verhoging van het treinaanbod met 10 % met dezelfde horizon gepland. Dat hebben wij afgesproken in het kader van de nieuwe ambitieuze contracten die eind 2022 met de NMBS en Infrabel werden afgesloten.
De NMBS dient de vragen naar bijkomend aanbod steeds te bekijken in functie van de beschikbare spoorcapaciteit en de beschikbare operationele middelen, zoals treinpersoneel en materieel. De uitwerking van het aanbod gebeurt via de driejaarlijkse vervoersplannen. Bij elke voorbereiding van een nieuw vervoersplan onderzoekt de NMBS de verzoeken van alle stakeholders, zoals gemeenten, regio's en andere betrokkenen. Die verzoeken worden door transportplanningsexperts beoordeeld op basis van duidelijke criteria, zoals praktische haalbaarheid en financiële impact. In dat kader zal uiteraard ook rekening worden gehouden met de specifieke noden van alle regio's, waaronder die van de Kempen.
Ook blijft de NMBS zoeken naar de meest geschikte oplossingen om te voldoen aan de verwachtingen van alle reizigers in ons land en om het openbaar vervoer per trein te versterken als duurzaam vervoermiddel. Dat is conform het regeerakkoord en ik hoop dat de volgende regering minstens even ambitieus zal zijn op dat vlak.
Zo is in de afgelopen jaren gezorgd voor een vroegere IC-trein vanuit Antwerpen naar Turnhout, de nieuwe IC-verbinding Antwerpen-Hasselt, de verlenging van de P-trein tot Neerpelt, een uurdienst tussen Mol en Hasselt op zaterdag en een bijkomende studenten-P-trein vanuit Neerpelt-Mol-Lier naar Leuven. Om de stiptheid te verbeteren wordt nu ook Desiromaterieel ingezet in plaats van gesleept materieel.
Dat zijn allemaal maatregelen om de dienstverlening te verbeteren, met ook aandacht voor de regio Kempen, zoals voor alle regio’s in het land.
Dorien Cuylaerts:
Dank u voor uw antwoord, al was het eerder een standaardantwoord zoals we er vandaag al een aantal hebben gehoord. Het is niet uit de lucht gegrepen dat de Kempen wat achterstand hebben. We zitten daar met verouderd materieel, we kampen met lage stiptheid en de geschrapte treinen zijn gewoon onaanvaardbaar voor een regio als de Kempen. Ik hoor u graag zeggen dat het voor het hele land moet opgaan, maar die regio an sich laat toch wel te wensen over. Ik doe een oproep om de noden van de Kempen te aanhoren. Ik hoop dat die noden echt worden meegenomen in een nieuw vervoersplan.
Het vervoer van ammoniak per spoor naar de site van Yara in Tertre
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De sluiting van Yara’s ammoniakproductie in Tertre (2026) hangt sterk af van logistieke zekerheid voor spoorvervoer van ammoniak, waarover Patrick Prévot vragen stelt aan mobiliteitsminister Georges Gilkinet. Deze bevestigt dat de bestaande spoorinfrastructuur (lijn 100) en veiligheidsprotocollen (RID-normen) volledig operationeel zijn, met continue investeringen van Infrabel en regelmatige noodoefeningen, terwijl directe aansluiting op Yara’s site en dialoog met het bedrijf verzekerd zijn. Prévot noemt de antwoorden "bemoedigend" en benadrukt dat behoud van banen nu afhangt van Yara’s bereidheid om de spoorlogistiek als haalbare optie te omarmen. De kwestie blijft afwachten, maar de technische en regelgevende drempels lijken volgens de minister geen belemmering.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, le 15 octobre dernier, la direction de l'entreprise chimique Yara à Tertre, près de Mons, annonçait son intention de transformer le site en arrêtant sa production d'ammoniac à partir de 2026.
J'ai déposé une question sur le respect de la procédure Renault auprès de votre collègue, le vice-premier ministre Pierre-Yves Dermagne. Je me ferai donc l'économie des grandes lignes de ce dossier pour me concentrer sur un élément précis qui concerne votre portefeuille ministériel. En effet, le principal enjeu qui permettrait de sauvegarder un maximum d'emplois serait d'avoir la certitude de la possibilité logistique d'amener l'ammoniac sur le site par voie ferroviaire.
Monsieur le ministre, mes questions sont très simples. La SNCB, son administration et le ministre de la Mobilité, qu'il s'agisse de vous ou de votre successeur après les affaires courantes, ont-ils un rôle à jouer? Disposent-ils d'une marge de manœuvre, fût-elle mince, pour faciliter cette logistique qui pourrait sauvegarder l'emploi sur le site Yara à Tertre?
Georges Gilkinet:
Merci, monsieur Prévot, pour cette excellente question. La logistique nécessaire pour acheminer l'ammoniac jusqu'au site de Yara par voie ferroviaire via la ligne 100 est en place, bien heureusement, depuis de nombreuses années. Elle fait l'objet d'investissements continus de la part d'Infrabel grâce aux moyens que nous avons pu dégager afin d'entretenir le réseau ferroviaire et de favoriser le transport de marchandises par le train.
Concernant la sécurité et le suivi du transport de matières dangereuses, conformément au règlement concernant le transport international ferroviaire de marchandises dangereuses, l'ammoniac est transporté en sécurité le long de la ligne 100 depuis de nombreuses années. Les dossiers relatifs à ces transports sont parfaitement conformes à la réglementation en vigueur. Des exercices de simulation sont régulièrement menés en collaboration étroite avec le centre d'urgence 112 et la zone de secours Hainaut Centre afin de garantir une préparation optimale en cas d'incident.
En ce qui concerne l'infrastructure ferroviaire spécifique permettant l'accès direct au site de Yara, elle est pleinement fonctionnelle et opérationnelle. Le faisceau ferroviaire de Saint-Ghislain, qui est utilisé notamment pour composer les trains de fret desservant les sites industriels de la ligne 100, est également équipé dans le respect des normes RID (règlement concernant le transport international ferroviaire de marchandises dangereuses).
Il est à noter que le transport ferroviaire joue un rôle quotidien dans l'approvisionnement du zoning de Tertre, y compris pour l'entreprise Yara. Infrabel, le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire, maintient un dialogue constant avec Yara, son client raccordé, conformément à ce qui est inscrit dans son contrat de performance. Des réunions pourront être tenues pour accroître, le cas échéant, le développement du transport ferroviaire. Le rail n'est donc pas, tout au contraire, un obstacle à la poursuite de l'activité sur ce site important, d'autant plus grâce aux moyens que nous lui avons accordés, et pour autant que ces moyens soient perpétués dans le futur.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse qui est, somme toute, encourageante. En effet, l'une des raisons invoquées par la direction est l'acheminement de l'ammoniac par voie ferroviaire. Vous nous confirmez dans votre réponse que cette ligne est pleinement opérationnelle. Les discussions sont en cours avec Infrabel. Donc, j'espère que tout sera mis en œuvre par la direction pour maintenir un maximum d'emplois dans une région qui en a cruellement besoin. Bref, affaire à suivre! Mais votre réponse se montre encourageante pour la suite de l'activité de l'entreprise.
De realisatie van een rechtstreekse spoorverbinding tussen Vlaanderen en Maastricht
De mogelijke afbraak van de spoorbrug in Maastricht
Een directe spoorverbinding tussen Vlaanderen en Maastricht en de toekomst van de spoorbrug
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Frank Troosters benadrukt het cruciale belang van een rechtstreekse spoorverbinding Hasselt-Maastricht (en het Ruhrgebied) via de bestaande, maar bedreigde Maasbrug, waarvan sloping toekomstig treinverkeer onmogelijk maakt, ondanks haalbare en goedkope reactivering van spoorlijn 20. Minister Gilkinet wijst de verantwoordelijkheid af, verwijzend naar Vlaamse bevoegdheden (mislukte tram/trambusplannen onder vorige regeringen) en Nederlandse autonomie (brug ligt in NL), maar bevestigt wel zijn steun voor grensoverschrijdende treinen *waar hij invloed heeft*—wat hier niet het geval is. Troosters dringt aan op dringend overleg met Nederland om de brug te behouden, gezien haar strategische rol voor internationale verbindingen (Brussel-Leuven-Limburg naar Aken/Keulen), en stelt dat een concreet Belgisch plan voor spoorlijn 20 Nederland zou kunnen overtuigen de sloping af te blazen. Actie blijft uit, terwijl de brug acuut bedreigd is.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
In haar beleidsverklaring heeft de federale regering aangegeven dat ze meer mensen tot het nemen van de trein wil aansporen, dat ze het spooraanbod gevoelig wil uitbreiden, dat ze de verbindingen met buitenlandse spoornetwerken wil verbeteren en dat ze nadrukkelijk wil inzetten op multimodale en collectieve mobiliteit. In het licht van die doelstellingen is het onbegrijpelijk en niet aanvaardbaar dat Vlaanderen (en meer specifiek Limburg) geen enkele rechtstreekse spooraansluiting heeft naar het economisch belangrijke Duitse Ruhrgebied. Evenmin heeft Vlaanderen een rechtstreekse aansluiting op de internationaal belangrijke drielandenroute. Die spoorverbinding verbindt het Duitse Aken met het Nederlandse Maastricht en het Belgische station in Luik.
Nochtans is de noodzakelijke infrastructuur om een spoorverbinding tussen Hasselt en Maastricht te realiseren voor een groot gedeelte beschikbaar. Immers, van Hasselt tot Bilzen wordt spoorlijn 20 momenteel elektrisch bereden. Van het overige gedeelte tot Maastricht is de bedding grotendeels intact. Een studie gemaakt door een onderlegd team van oud medewerkers van de spoorbedrijven, herdenkingscomité Lijn 20, toont aan de het reactiveren van het spoorgedeelte dat op dit ogenblik niet meer bereden wordt, mogelijk moet zijn aan een relatief beperkte kostprijs.
Het is echter van cruciaal belang dat de plannen voor het slopen van de Maasbrug door de Nederlandse overheid geen doorgang vinden. De effectieve afbraak van deze strategisch belangrijke brug zou toekomstig treinverkeer naar Maastricht via spoorlijn 20 definitief onmogelijk maken. Het is belangrijk dat hiervoor met hoogdringendheid een doortastend initiatief genomen wordt door de regering, teneinde de dreigende en permanente sociale, economische, maatschappelijke en mobiliteitsschade voor Vlaanderen af te wenden.
Daarom: Welke acties heeft de regering het voorbije jaar ondernomen om de Nederlandse plannen voor het afbreken van de voor Vlaanderen belangrijke brug over de Maas (de Maasbrug) te voorkomen?
Op welke wijze ziet de regering een mogelijkheid om voor Vlaanderen snel een rechtstreekse spoorontsluiting naar Maastricht te realiseren?
Voorzitter:
De heer Raskin is niet aanwezig om zijn vraag nr. 56001120C te stellen.
Georges Gilkinet:
Ik heb vanmorgen zoals elke dag aandachtig Het Belang van Limburg gelezen en dus ook het artikel van de heer van Diepen. Ik moet bekennen dat ik enigszins verrast ben door de vragen. Het gaat immers over een dossier waarin mijn voorganger, François Bellot, contacten heeft gelegd en beslissingen genomen, en dat in de periode 2017 tot de zomer van 2022, toen de partij van de heer Raskin deel uitmaakte van de toenmalige Zweedse regering, dus voor mijn aantreden. Bovendien bleef elke actie in verband met een tramverbinding tussen Hasselt en Maastricht een bevoegdheid van eerst Vlaams minister Weyts en vervolgens Vlaams minister Peeters, in een regering waarvan de partij van de heer Raskin ook deel uitmaakt, om nog maar te zwijgen van het feit dat de brug niet op Belgisch maar op Nederlands grondgebied ligt. Ik respecteer alvast de autonomie van elk land. Ten bewijze daarvan heb ik hier voor mij het overzicht van alle contacten op politiek en bestuurlijk niveau tussen de FOD Mobiliteit, Infrastructuur en Waterstaat in Nederland en ProRail tot de zomer van 2020.
U zult in mij altijd de grootste voorstander van meer en betere treinverbindingen vinden, ook grensoverschrijdende verbindingen. Echter, door de beslissingen in het verleden, het uitblijven van actie op Vlaams niveau en de veiligheidsrisico’s in verband met de brug, ligt de bal simpelweg niet in mijn kamp. Vanzelfsprekend ben ik steeds bereid de zaken te doen bewegen, indien het gaat over factoren waarop ik invloed heb of kan hebben, wat hier dus niet het geval is.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, u schetste de situatie voor een stuk goed. Het is inderdaad zo dat we een bijzonder slecht signaal hebben gegeven aan Nederland door een totaal mislukt en zinloos, bijna niet-verdedigbaar project voor te stellen. Er werd namelijk eerst een sneltram en daarna een trambusproject op Vlaams niveau voorgesteld. Alle Vlaamse meerderheidspartijen hebben volhard in de boosheid. Sommigen zijn de plooien zelfs nog gaan gladstrijken in Nederland in 2017. Het probleem van de Maasbrug gaat echter verder dan dat. De brug ligt inderdaad in Nederland. Ik heb u echter in het verleden daarover reeds mondelinge vragen gesteld. Ik heb u ook geïnterpelleerd en ik heb daarover moties en een resolutie ingediend. Die resolutie werd door alle partijen, ook de N-VA, weggestemd. Ik wilde daarmee echter wijzen op het ongelooflijk grote belang van de Maasbrug. Ik heb toen gevraagd om in gesprek te gaan met de Nederlanders om hen te wijzen op het ongelooflijk strategische belang van de Maasbrug. Als het uw ambitie is om internationale treinverbindingen te realiseren, zou u wakker moeten liggen van de eventuele verdwijning van de Maasbrug. Indien de Maasbrug immers verdwijnt, is er geen enkele mogelijkheid meer om ons in de toekomst nog te verbinden met Maastricht. We weten ook dat Maastricht in Nederland een heel belangrijk station wordt. Het wordt een internationaal knooppunt. Het gaat dan ook niet over de verbinding tussen Hasselt en Maastricht, maar over de verbinding tussen Hasselt, Limburg, Leuven, Brussel en Vlaanderen met Maastricht, Aken, Keulen en andere steden in de Rijnregio. Het is dus ontzettend belangrijk. Ik hoor nu, ondanks alle vragen die ik toen gesteld heb, dat de verdwijning van de Maasbrug opnieuw op tafel ligt. Het beste signaal dat we kunnen geven is dat we bereid zijn om te praten over de heringebruikname van spoorlijn 20 van Hasselt naar Maastricht. Het zou de Nederlanders kunnen inspireren om misschien toch terug te komen op hun plannen om de brug te slopen, want zodra die brug weg is, is er in de toekomst geen enkel spoorvervoer naar Nederland meer mogelijk. Ik doe dus een beroep op u om, zolang u nog in functie bent, alles uit de kast te halen om de Nederlanders op andere gedachten te brengen. De vergadering wordt gesloten om 16.22 uur. La séance est levée à 16 h 22.
De aanhoudende problematiek van lange wachttijden bij de paspoortcontrole op Brussels Airport
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)
op 14 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België’s internationale rol als Europese draaischijf wordt ondermijnd door chronische wachttijden (tot 82 minuten) en een 30% personeelstekort bij de luchtvaartpolitie op Zaventem, wat veiligheid, connecties en het imago schaadt. Minister Verlinden wijst op multipele oorzaken (vluchtplanning, ziekteverzuim) en noemt tijdelijke oplossingen (40 extra agenten, e-gates, Frontex-ondersteuning), maar erkent dat structurele versterking nodig is. Vander Elst eist concrete, snelle maatregelen om het imagoverlies te stoppen en de luchthavenoperatie te herstellen, ondanks de lopende-zaken-status van de regering. Kernpunt: acute nood aan structurele capaciteitsuitbreiding en efficiëntere grenscontroles om Zaventems rol als Europese toegangspoort te vrijwaren.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, België is de draaischijf van Europa. Ons land huisvest de Europese Unie, de NAVO en tal van internationale instellingen. Onze ligging is cruciaal. De diplomatieke rol van ons land is van wereldwijd belang.
Cruciaal voor die ligging is de toegangspoort naar ons land, namelijk de luchthaven van Zaventem. Brussels Airport is de toegangspoort naar de hoofdstad van Europa. Om door die poort te geraken, moet men vandaag echter bijzonder veel tijd en geduld hebben. 82 minuten, bijna anderhalf uur, bedroeg de gemiddelde wachttijd aan de paspoortcontroles tijdens de zomermaanden op Brussels Airport. Dat is veel te lang. En dat is eigenlijk een blamage voor de luchthaven van de hoofdstad van Europa.
De oorzaak is een personeelstekort bij de luchtvaartpolitie. Van de 530 mensen die bij de luchtvaartpolitie te Zaventem werkzaam zouden moeten zijn, zijn er meer dan 150 mensen niet aan het werk. Dat is een tekort van 30 %. Dat is onaanvaardbaar. Het is slecht voor de veiligheid in en rond de luchthaven. Het zorgt er ook voor dat passagiers hun connecties missen, dat doorvoer vanuit Brussels Airport zeer moeilijk loopt. Dat is onaanvaardbaar. En het zorgt voor een imagoverlies voor de luchthaven en ook voor de hoofdstad van Europa.
Mevrouw de minister, dit is geen nieuw fenomeen. De tekorten bij de luchtvaartpolitie slepen al jaren aan. Ondanks de aanwervingspolitiek van de voorbije jaren bij de politie bent u er echter niet in geslaagd om de tekorten bij de luchtvaartpolitie weg te werken. Erger nog, de tekorten zijn groter geworden.
Wat hebt u de voorbije jaren gedaan om die tekorten bij de luchtvaartpolitie terug te dringen?
Wat kunt u de komende weken en maanden nog doen om dat acute probleem op de luchthaven van Zaventem (…)
Annelies Verlinden:
Collega, ik was ietwat verrast door het actualiteitsgehalte van uw vragen, want ze zijn vooral ingegeven door de vaststelling in de zomermaanden. Ik kan enkel afleiden dat de kranten goed gelezen worden en dat is uiteraard prima.
Er zijn heel wat factoren die een impact hebben op de wachttijden. Oorzaken voor lange wachttijden zijn bijvoorbeeld de aankomst van Schengen- en niet-Schengenpassagiers, net als veel aankomende en vertrekkende vluchten op hetzelfde moment. Soms zijn er ongeplande en onvoorziene vertragingen waardoor een grote groep passagiers op hetzelfde moment toekomt. Uiteraard kan ook de politie geconfronteerd worden met onaangekondigde uitval van personeel, bijvoorbeeld door ziekte.
Dat op bepaalde momenten wachttijden kunnen oplopen, is dus niet enkel aan de politie toe te schrijven. Ook de uitbater van de luchthaven kan daarin een rol spelen, onder meer door de planning van de aankomst- en vertrekuren en de afspraken die zij maken met de airlines.
Ik heb al meermaals gezegd dat de capaciteit van de luchtvaartpolitie moet worden verhoogd. Dat betekent evenwel niet dat de verschillende grensposten onder- of niet bemand waren tijdens de zomerperiode. Integendeel, we hebben gewerkt aan oplossingen. Zo hebben we tijdens de afgelopen zomermaanden elke maand gemiddeld 40 bijkomende personeelsleden ingezet, precies om die passagiersstroom in goede banen te leiden. We hebben de huisvesting verbeterd en we rekruteren ook bijkomend personeel. Daarnaast is het essentieel dat de volgende regering uitvoering geeft aan het voornemen om Frontexpersoneel in te zetten aan onze grensposten, zodat de luchtvaartpolitie kan worden versterkt in de taken die zij moet uitvoeren.
Tot slot voorzien we ook nieuwe technologie met e-gates, die vanaf september geïnstalleerd werden en die ook een vlottere en meer geautomatiseerde doorstroming zouden moeten kunnen bewerkstelligen, zodat de luchtvaartpolitie efficiënter kan worden ingezet.
Uiteraard zullen we de situatie op de voet blijven volgen, ook tijdens de eindejaarsperiode, want natuurlijk moet Zaventem een draaischijf blijven voor passagiersverkeer in Brussel.
Kjell Vander Elst:
Mevrouw de minister, u vindt het misschien geen actueel probleem, maar ik wel. Er komen opnieuw vakanties aan en ik hoop dat die doorloop- en wachttijden korter worden. U zegt wel dat er maatregelen werden genomen en ik geloof u, maar een gemiddelde wachttijd van anderhalf uur bij paspoortcontroles is te lang. Die wachttijden in drukke periodes moeten korter worden. Een goed imago van de luchthaven komt te voet, maar gaat te paard. We moeten daar dus op inzetten. Dit probleem kan niet in een-twee-drie worden opgelost en dat verwacht ik ook niet. Ik verwacht wel maatregelen. De regering is in lopende zaken, maar dat betekent niet dat men alles op zijn beloop moet laten. We moeten concrete maatregelen nemen om LPA te reanimeren en te versterken, om zo het imagoverlies een halt toe te roepen en vooral om de vlotte en veilige werking van Brussels Airport weer te garanderen.
De toegang van de politie tot camerabeelden van de NMBS of Infrabel
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)
op 13 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS en politie werken sinds eind 2023 aan een nationaal project om 118 lokale zones en 30 federale entiteiten realtime, gratis toegang te geven tot stationscamerabeelden, mits een individueel protocol per zone (of één voor federale politie), met standaardontwerp in afwachting van GBA-akkoord. Doel: efficiënter digitaal patrouilleren en sneller fysiek ingrijpen bij criminaliteit (diefstal, drugs, vechtpartijen), met oplevering gepland in voorjaar 2025. Huidige knelpunten (vertraging bij beeldopvraging) moeten hiermee opgelost worden, terwijl de juridische en technische voorbereidingen lopende zijn. Lokale zones juichen de verbetering toe, gezien gedeelde problemen rond stationsveiligheid.
Eva Demesmaeker:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, stationsomgevingen zijn kwetsbare punten als het aankomt op criminaliteit. Ik denk dan aan zakkenrollers, fietsdiefstallen, openbare dronkenschap met vechtpartijen of het dealen van drugs. De NMBS en Infrabel hebben vele stationsgebouwen, stationsparkings, stationspleinen of perrons uitgerust met camera's. De beelden van deze camera's kunnen opgevraagd worden door de politie, maar dit gaat naar verluidt niet altijd even vlot.
Zijn er protocollen afgesproken tussen de politiediensten en de NMBS en Infrabel voor toegang tot deze camerabeelden? Wat bepalen deze protocollen over de snelheid van terbeschikkingstelling van deze beelden door de NMBS? Moet er betaald worden voor deze beelden? Waar ziet u ruimte voor verbetering in dit uitwisselingsproces? Welke hinderpalen dienen nog weggewerkt te worden?
Werken deze protocollen nationaal of zijn er bepaalde politiezones die individueel een protocol afsloten? Zo ja, welke zones en met welke inhoud?
Zijn er politiezones die momenteel de beelden van het NMBS-Infrabelnetwerk live kunnen bekijken? Zo ja welke zones zijn dit, en hoe is dit geregeld?
Annelies Verlinden:
Mijnheer de voorzitter, collega Demesmaeker, in het kader van de doelstelling van de federale regering voor leefbare en veilige stations heeft de NMBS eind 2023 in nauwe samenwerking met de geïntegreerde politie een gemeenschappelijk project opgezet om lokale politiezones en de entiteiten van de federale politie toegang te geven tot de beelden van het cameranetwerk van de NMBS. Daarvoor was een operationele connectie nodig tussen de bekabeling en de camera's zelf. Die toegang zal het mogelijk maken om de beelden in en rond de stations in realtime te bekijken en zo efficiënter digitaal te kunnen patrouilleren, om dan vervolgens fysiek uit te rukken naar de plekken waar een interventie nodig zou zijn.
Overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 van de camerawet zal de toegang tot de beelden voor de politiediensten vrij en kosteloos zijn. Vanuit de geïntegreerde politie wordt op een zeer actieve manier meegewerkt aan de realisatie van het project. Zij heeft een beheersstructuur op drie niveaus opgezet voor een efficiënte coördinatie van het project. De beelden krijgen is een eerste stap, ze vervolgens opvolgen is uiteraard iets anders. Zo zal de geïntegreerde politie in realtime de beschikbare beelden kunnen bekijken, via rechtstreekse toegang, en dat uiteraard uitsluitend in het kader van haar opdrachten van bestuurlijke of gerechtelijke politie.
De volgende politiediensten zullen toegang hebben tot de beelden: 118 lokale politiezones met stations en spoorweginfrastructuur op hun grondgebied en 30 verschillende entiteiten van de federale politie. De toegang tot die beelden is enkel mogelijk wanneer een protocolakkoord is ondertekend tot regeling van de toegang tot de camerabeelden in realtime voor de politiediensten. Concreet betekent dit dat alvorens de toegang tot de camerabeelden effectief zal worden verleend voor elk van de 118 lokale zones een uniek protocolakkoord dient te worden ondertekend tussen de NMBS en de korpschef van de lokale zone. Voor de federale politie zal één protocolakkoord kunnen worden getekend voor die 30 entiteiten tussen de NMBS en de commissaris-generaal.
Een standaardontwerp van protocolakkoord is opgesteld door de politiediensten en de NMBS. Daarover werd advies ingewonnen en verkregen van het Controleorgaan op de politionele informatie (COC). Het ontwerp ligt momenteel voor advies voor bij de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) omdat het gaat over het delen van beelden.
Het verloop van het project zit op schema. Op juridisch en technisch vlak worden alle voorbereidingen getroffen, zodat de technische uitrol op een gefaseerde wijze kan gebeuren. De doelstelling is om het project te finaliseren voor het einde van dit jaar met een officiële oplevering in het voorjaar van volgend jaar. Als het goed gaat, zou het dus snel moeten kunnen gaan.
Eva Demesmaeker:
Dat zou een hele verbetering zijn voor de lokale zones. Veel steden en gemeenten kampen immers met dezelfde problematiek.
De situatie in en bij het Zuidstation
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)
op 13 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gare du Midi in Brussel kampt nog steeds met structurele onveiligheid (10 misdrijven/dag, drugscriminaliteit, overlast), ondanks het 22-puntenplan van vorig jaar en beloftes zoals een politiepost in de gare (nu in uitvoering met extra budget en personeel). Minister Verlinden benadrukt samenwerking tussen federale/lokale politie, gemeenten en justitie, met maatregelen als alcoholverboden en horecasluitingen, plus buurtcomités voor sociale cohesie, maar erkent indirect dat de voortgang traag is. Criticus Nuino (Les Engagés) waarschuwt dat pure repressie (meer agenten) onvoldoende is: de wortels—grootschalige narcocriminialiteit, volksgezondheid (verslaving) en justitiële tekortkomingen—vragen een langetermijnstrategie (5+ jaar) die verder gaat dan louter veiligheidsmaatregelen.
Ismaël Nuino:
Madame la ministre, l’insécurité présente à la gare du Midi perdure et continue de préoccuper les usagers et le voisinage. Le 11 septembre 2024 est paru un article dans le média international Politico , qui n'était évidemment pas le seul à traiter ce sujet, mais qui mettait en lumière l'insécurité et le danger perçus à la gare du Midi. Une nouvelle fois, la situation y est décrite longuement. L’article rassemble notamment de nombreux témoignages très préoccupants et décrivant une situation qui ne semble pas avoir évolué.
Entre 2018 et 2022, la gare du Midi connaissait un nombre de crimes annuels d'environ 3 500, chiffre immense qui équivaut à 10 crimes par jour. L'année dernière, cette situation avait pris place au cœur de nombreux débats, poussant le gouvernement à agir et à proposer notamment l'installation d'un commissariat de police à l'intérieur de la gare. Des mesures plus fortes avaient été annoncées, puisque l'on parlait d'un plan en 22 points, si je ne m'abuse.
Pourtant, force est de constater que, plus d'un an après, la situation y est toujours aussi préoccupante. Ce statu quo est inquiétant pour les voyageurs, qu'ils soient belges ou non, puisque cette gare sert énormément au trafic international, mais également pour tous les citoyens qui passent par là et qui vivent aux alentours, subissant donc cette insécurité.
Madame la ministre, comment comptez-vous répondre à ces préoccupations? Surtout, où en êtes-vous dans le déploiement des 22 mesures annoncées l’année dernière? Comment la coopération avec les autorités régionales et locales se déroule-t-elle, étant donné que ce territoire concerne plusieurs communes? Allez-vous prendre des mesures complémentaires, vu que la situation ne s'améliore pas?
Annelies Verlinden:
Cher collègue, en ce qui concerne la gare du Midi, le plan d'action continue de se développer. Comme vous le savez, la coordination des trois axes de ce plan se fait au niveau de la Région de Bruxelles-Capitale.
L'axe 1 est piloté par le directeur coordinateur (DirCo) de la police fédérale de Bruxelles en collaboration avec le chef de corps de la zone de police locale Bruxelles-Midi. Cet axe concerne la lutte contre les phénomènes criminels et l'illégalité dans et autour du bâtiment de la gare de Bruxelles-Midi.
La police fédérale m'a également informée que les dernières réalisations sont en cours en vue de l'ouverture d'un poste de police à la gare du Midi. Lors du conclave budgétaire d'octobre 2023, les fonds nécessaires ont été libérés à cet effet, en ce compris le renforcement des effectifs de la police fédérale des chemins de fer, pour assurer le fonctionnement de ce poste.
En matière de prévention et de cohésion sociale, des comités de quartier sont régulièrement mis en place au sein de la zone de police pour permettre aux habitants d'exprimer leurs besoins et de discuter des problématiques locales. Ces rencontres favorisent également une meilleure compréhension des enjeux de sécurité par la population.
En ce qui concerne les mesures complémentaires, le ministre-président de la Région de Bruxelles-Capitale a prolongé l'arrêté permettant aux communes de mettre en œuvre des mesures administratives spécifiques pour lutter contre certaines nuisances. Cela inclut par exemple l'interdiction de consommer de l'alcool sur la voie publique et la fermeture des établissements horeca à 1 heure du matin. Ces décisions ont été prises dans le but de préserver la tranquillité et le bien-être des habitants, notamment dans les environs de la gare du Midi.
En outre, un conseil zonal de sécurité spécifique a entre autres été consacré à cette problématique ce 21 octobre 2024. Le service du DirCo, la police judiciaire fédérale de Bruxelles et les autorités judiciaires étaient présents à ce conseil. Cette réunion a été positive et constructive. Le DirCo de Bruxelles est en contact régulier avec le Haut fonctionnaire de l'agglomération bruxelloise. Une nouvelle réunion de travail a lieu aujourd'hui.
Ismaël Nuino:
Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je me réjouis d’entendre que l’ouverture du commissariat à la gare du Midi aura lieu prochainement. Je suis ravi d’entendre également que les fonds ont pu être obtenus pour ce faire. L’augmentation des effectifs de la police des chemins de fer est aussi très importante. Mais, au nom des Engagés, je veux rappeler que l’on ne devra pas – et ce n’est pas que votre responsabilité – se limiter à la question sécuritaire. Inévitablement, vous avez cette responsabilité sécuritaire que vous essayez de traiter le plus efficacement possible. Cependant, dans ce genre de cas, il faudra, à l’avenir, pour les cinq prochaines années, lutter fortement contre les réseaux qui sont beaucoup plus larges, en Belgique et particulièrement à Bruxelles, du narcotrafic et de la criminalité de manière générale. Ce n’est pas uniquement en ajoutant des policiers à la gare du Midi que l'on réussira à faire face à ces problèmes-là. Il y a aussi des problèmes de santé publique qu’il faut traiter. Santé publique, prévention, sécurité, et justice, ce sont des priorités sur lesquelles je ne manquerai pas de réintervenir dans les années qui viennent.
De verontreiniging in de interconnector afkomstig van National Grid
Gesteld door
Gesteld aan
Tinne Van der Straeten
op 22 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De interconnector UK-België (Zeebrugge-Bacton) kampt sinds 2022 met terugkerende verontreiniging (stofdeeltjes uit Britse transportleidingen) die filters en kleppen beschadigt, leidt tot capaciteitsverlies en zelfs dagenlange onderbrekingen (aug. 2022/2024), met gevolgen voor de gasmarkt en bevoorradingszekerheid. Ofgem (UK-regulator) blokkeert structurele oplossingen (zoals extra filters) omwille van kosten, ondanks politieke druk van beide landen, waardoor het probleem onopgelost blijft en afhankelijk is van Britse investeringsgoedkeuring. De tariefrapportage door de interconnector was initieel foutief maar werd gecorrigeerd na CREG-interventie; huidige rapportage lijkt juist. Tegoeden op egalisatie- en veilingrekeningen worden jaarlijks gereserveerd en afgewogen over de regulatoire periode, volgens Europese regels, om marktbelangen te beschermen. Wollants benadrukt de urgentie van een oplossing, gezien de marktdisruptie bij onverwachte stilstanden, en steunt de minister in haar aandringen op Britse actie.
Bert Wollants:
Mevrouw de minister, een passage in de beslissing van de CREG met betrekking tot de egalisatierekening en de rekening met betrekking tot de veilingpremies trok mijn aandacht. Daarin beschrijft de CREG dat in 2023 meermaals hoge niveaus van verontreiniging in de interconnector terechtkwamen, wat leidde tot een minder efficiënt gebruik van de interconnector, die daardoor minder capaciteit van de markt ter beschikking had, wat voor die gebruikers aanzienlijke gevolgen had.
Er lijkt met de interconnector ook een probleem te zijn met een soort 'verontreiniging' van het tariefverslag zelf dat de interconnector aanvankelijk opstelde. Dat werd nadien wel gecorrigeerd, maar de oplettendheid van de CREG leek nodig om de juiste cijfers te krijgen.
Mevrouw de minister, ik heb hierover drie vragen.
Ten eerste, welke analyse maakt u van de verontreiniging in de interconnector? Welke oplossingen ziet u hiervoor en werden ze al toegepast? Uit uw vorig antwoord begrijp ik dat daar nog werk aan is.
Ten tweede, blijft er een probleem bestaan op het vlak van correcte cijfers met de interconnector? Welke oplossingen ziet u daar?
Ten derde, hoe moeten we het opbouwen van de tegoeden op de egalisatierekening en de rekening voor veilingpremies exact inschatten? Zijn er maatregelen nodig in het belang van de gebruikers van de interconnector?
Tinne Van der Straeten:
Mijnheer Wollants, dit leunt aan bij de vraag van de heer Ravyts over de problemen op de interconnector die ik besproken heb met Ed Miliband. Daarvoor besprak ik het al met zijn voorganger, Andrew Bowie, en daarvoor zelfs nog met Kwasi Kwarteng. Dit gaat dus al een tijdje mee.
Het probleem van de verontreiniging is in 2022 naar boven gekomen. Toen zijn er grote hoeveelheden gas uit de UK naar België gekomen via de interconnector tussen Bacton en Zeebrugge, ten gevolge van de oorlog. Toen bleek dat er onvoldoende aardgas kon worden aangevoerd via de upstreampijpleidingen uit de lng-terminals en de gasvelden in de Noordzee. Daarom werd in Bacton bijkomend gas aangevoerd uit het transportnet van het Verenigd Koninkrijk. Het gas dat via die oude leidingen aangebracht werd, bevat stof dat de filters van de interconnector vervuild heeft. Het heeft ook schade toegebracht aan de kleppen van de interconnector.
Het was destijds een zeer onverwachte ontwikkeling in de gasstromen, waarbij Russisch gas nauwelijks nog via pijpleidingen naar Europa werd getransporteerd, wat veel structureler bleek te zijn dan aanvankelijk gedacht.
De omkering van de gasstromen heeft dus letterlijk heel wat stof doen opwaaien. Sindsdien zijn er vier periodes met incidenten geweest, door verontreinigd gas met vaste deeltjes, met vooral drukproblemen en beschadigde filters en kleppen tot gevolg. In de meeste gevallen was de impact op de gasstromen beperkt. In augustus 2022 en in augustus 2024 waren er ook echt onderbrekingen gedurende enkele dagen, al dan niet voor herstellingswerken.
Deze situatie kan opnieuw plaatvinden telkens wanneer National Gas aardgas moet afleiden uit het transportnet. De hoeveelheid gas die door de interconnector stroomt, heeft daarbij nauwelijks invloed op de hoeveelheid stof die wordt afgezet. Hoewel er een verhoogd risico op verontreiniging is bij hogere gasstromen, kan dit ook optreden bij lagere debieten.
Het is dus een terugkerend probleem, waarvoor verschillende oplossingen mogelijk zijn. National Gas heeft er twee voorgelegd aan Ofgem, de Britse regulator. Ofgem verkiest een relatief goedkope oplossing om het op te lossen. Een tweede oplossing is voldoende filtercapaciteit plaatsen op de leidingen vanuit het transportnet. Die optie is wel duurder en lijkt niet de voorkeur te genieten van Ofgem.
Het probleem is het volgende. Ofgem geeft geen toestemming voor die herstellingswerken. Daardoor wil National Gas die niet uitvoeren. Daardoor blijft dat probleem structureel van aard. Ik heb daarover een gesprek gehad met de heer Ed Miliband. De heer Andrew Bowie had al een brief verstuurd aan Ofgem, stellende dat het moet worden opgelost, ook in het belang van de bevoorraaddingzekerheid van het Europese continent. Wij wachten nu op de investering van National Gas, na goedkeuring van Ofgem. Ik heb begrepen van mijn collega dat het voor hen ook een grote politieke prioriteit heeft.
Het initieel tariefverslag over het boekjaar 2023 van de interconnector werd aangepast, zoals gevraagd door de CREG. Het recente halfjaarlijkse tarievenverslag lijkt dat ook correct te rapporteren.
Dankzij de tariefmethodologie en de beslissingen van de CREG worden meeropbrengsten en veilingpremies van de interconnector jaarlijks gereserveerd op aparte rekeningen. Gunstige en ongunstige jaren kunnen elkaar afwisselen. Op het einde van de regulatoire periode beslist de CREG over de toewijzing van de geaccumuleerde saldi, conform de tariefmethodologie en conform de Europese netwerkcode, waardoor de verschillende belangen kunnen worden afgedekt.
Ik ben van mening dat de belangen van de gebruikers van de interconnector beter worden gediend met een betrouwbare werking van de interconnector, dus met stofvrij gas vanuit het netwerk van National Gas en dus ook met een snelle beslissing van Ofgem om de nodige investeringen in de filterinstallaties goed te keuren.
Bert Wollants:
Mevrouw de minister, ik dank u voor de duiding. Het is absoluut noodzakelijk dat zo snel mogelijk een knoop wordt doorgehakt. Een interconnector brengt immers enige belangen mee voor de verschillende gebruikers die op dat gas rekenen. Het stilleggen van een interconnectie zorgt er namelijk voor dat de markt suboptimaal werkt – om het zacht uit te drukken –, zeker wanneer dat onverwacht gebeurt. Ik steun u dus in uw voornemen om te blijven aandringen op een oplossing. Het probleem rijst immers al meer dan twee jaar en kent nog altijd geen beslissing. Dat is net te lang om een dergelijk euvel op te lossen. Wij moeten aandacht blijven hebben voor het probleem.
De bijzondere pensioenstelsels bij onder meer de politie, het leger en de spoorwegen
Gesteld door
Gesteld aan
Karine Lalieux
op 17 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om twee hoofdthema’s: (1) de omstreden pensioenhervorming van de "Arizona-coalitie", die voor veiligheids- en openbare-dienstberoepen (politie, brandweer, militairen, spoorwegpersoneel) de pensioenleeftijd met 10 jaar opschuift en pensioenen met tot €936/mnd verlaagt, wat minister Lalieux (PS) en Sophie Thémont (sp.a) sociaal onaanvaardbaar noemen voor fysiek zware jobs, en (2) misbruik van parlementaire vragen over het Midden-Oostenconflict, waar PVDA-volksvertegenwoordigers volgens critici (o.a. Benoît Piedboeuf) herhaaldelijk dezelfde kwesties (Israël-sancities) inbrengen onder mom van "actualiteit", terwijl de Voorzitter benadrukt dat de lopende-zakenregering beperkt is tot acute crises. *Kern*: Pensioenaanval op vitale sectoren en politiek gekibbel over procedurele integriteit.
Sophie Thémont:
Madame la ministre, imaginez-vous une conductrice de 66 ans démarrer son train à 4 h du matin. Imaginez-vous des pompiers de 66 ans éteindre le feu. Imaginez-vous des soldats de 66 ans partir en mission. Imaginez-vous des policiers de 66 ans poursuivre des narcotrafiquants.
Les représentants des travailleurs et le chef de la Défense sont très inquiets. Ils ont raison de l'être puisque, selon les informations qui leur reviennent, l’âge de la pension de ces travailleurs reculerait de dix ans. Dix années, c’est injustifiable. Or, ici, on parle de plusieurs milliers de travailleurs de l’État qui font un métier pénible et qui ne comptent pas leurs heures pour assurer notre sécurité et notre santé.
Partir à la pension, quand on a un métier pénible, ce n’est sûrement pas un privilège. Supprimer ce régime, c’est démotiver nos agents. Et quel signal? Quel signal envoyons-nous à tous ces jeunes qui rêvaient sans doute de rejoindre leurs rangs?
Madame la ministre, pendant quatre ans, nous, socialistes, et vous en particulier, nous avons fait rempart contre les attaques de la droite. Le réveil va être brutal dans ce désert de droits sociaux. Votre collègue de la Défense a d'ailleurs fait part de son inquiétude.
Madame la ministre, que pensez-vous de ces propositions surréalistes de la coalition Arizona telles qu’elles ont fuité dans la presse?
Voorzitter:
Collega's, mag ik u vragen om de sprekers uw volle aandacht te schenken?
Karine Lalieux:
Chers collègues, je ne peux que confirmer les réponses, qui ont été apportées par mon administration, aux différentes questions concernant l'impact des réformes avancées par la note du formateur.
En effet, alors que tout le monde s'accorde sur l'importance de renforcer les corps de métier qui assurent notre sécurité au quotidien, les propositions formulées attaquent frontalement les droits relatifs aux pensions tant des agents en place que des futurs agents. Je pense, tout comme vous, aux policiers, aux pompiers, aux militaires, mais également aux cheminots, qui font un travail remarquable pour garantir la sécurité du chemin de fer.
Avec les mesures envisagées par l'Arizona, ces hommes et ces femmes seront obligés de travailler plus pour une pension moindre, comme je l'ai annoncé pour les enseignants la semaine dernière. Ainsi, un militaire ou un cheminot, âgé aujourd'hui de 40 ans, devra travailler de 11 à 12 années en plus, tout en perdant jusqu'à 380 euros par mois. Un policier ou un pompier, du fait de la suppression des tantièmes préférentiels et du nouveau mode de calcul des pensions, verra sa pension diminuer de 936 euros par mois.
Dans la réforme que nous avons approuvée sous la Vivaldi, nous avions précisément veillé à préserver les droits des corps essentiels à la sécurité de toutes et de tous et leurs conditions de travail, comme l'ont d'ailleurs souligné les syndicats et le chef de l'armée. Leurs conditions de travail justifient du reste un régime particulier.
Il est à espérer, chers collègues, que la prochaine majorité n'avancera pas sur les propositions formulées au détriment des travailleurs et de notre sécurité à toutes et à tous, et qu'elle ne fera pas des pensions une simple variable d'ajustement budgétaire, comme je l'ai trop souvent entendu dire par la droite durant cette législature.
Sophie Thémont:
Merci pour votre réponse, madame la ministre. Il est vrai que nous avons besoin de services publics forts à l’heure où tout le monde réclame un renforcement de la sécurité, notamment. Vous l’avez dit, nous avons besoin de nos cheminots, de nos pompiers, et ils veulent sacrifier les travailleurs sur l’autel de l’austérité. C’est certainement comme cela qu’ils comptent valoriser le travail.
En tout cas, je pense que la coalition Arizona formera vraiment un gouvernement anti-services publics, de régression et de violences sociales. Nous utiliserons tous les moyens à notre disposition pour faire barrage à cette vague antisociale.
Voorzitter:
We merken dat er al vragen worden gesteld aan de volgende regering. Dat is erg interessant. Laten we erop rekenen dat ze ook zo snel mogelijk tot stand komt.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le président, je voulais revenir à cette séance de questions parce qu'il y a eu hier une longue commission avec des questions à la ministre Lahbib sur Israël, le Hezbollah, la Palestine, le Liban, etc. Et, au cours de cette matinée, le facétieux collègue Hedebouw a introduit une nouvelle question sur le sujet, alors que cela avait été débattu en long et en large la veille. L'argument utilisé pour que les services acceptent cette question, alors qu'il y avait eu un débat d'actualité, était que le point qui allait être évoqué, c'était l'évacuation du Liban.
Vous avez entendu la question comme moi. Cela n'a pas été évoqué du tout par M. Hedebouw qui en a évidemment profité pour faire la diatribe habituelle qui est captable et diffusable sur les réseaux sociaux. Cette question n'était donc pas une question d'actualité puisque l'actualité datait de la veille. À un moment donné, il faut mettre des limites et il faut aussi que les parlementaires soient honnêtes par rapport à la façon d'amener des questions d'actualité.
Voorzitter:
La parole est à M. Boukili, qui était présent hier lors du débat.
Nabil Boukili:
Oui, j'étais présent hier au débat et je vais me permettre de répondre à M. Piedboeuf, parce que mon collègue Hedebouw n'est pas encore de retour.
Je pense que la question avait tout d'une question d'actualité, monsieur Piedboeuf. Parce que les réponses de la ministre, hier, étaient insuffisantes sur une question centrale, qui est toujours d'actualité. Vous avez parlé de l'évacuation de la population au Liban. Mais s'agissant des massacres qui sont perpétrés aujourd'hui au Moyen-Orient et du génocide qui est en train d'être commis aujourd'hui au Moyen-Orient, il y a une question d'actualité à laquelle la ministre n'a toujours pas répondu depuis un an: pourquoi la Belgique ne prend-elle pas de sanctions contre l'État d'Israël? Cette question est toujours d'actualité parce qu'il n'y a toujours pas de réponse!
Voorzitter:
We hebben contact gehad met de PVDA-fractie. De kwestie die collega Piedboeuf aansnijdt, betreft een terechte vraag. We hebben de collega's van de PVDA gevraagd wat het nieuwe element is. Laten we eerlijk zijn, de toestand in het Midden-Oosten is spijtig genoeg van die aard dat men bijna elk uur een nieuw element kan aangrijpen. Dat maakt dat daar misbruik van kan worden gemaakt. Daar kan ook gebruik van worden gemaakt. Ik zal me daarover in dit concrete geval niet uitspreken. Ik wil er wel op wijzen dat de ingediende vraag en het thema dat daarin wordt aangesneden, de vraag hoort te zijn. We zullen de komende weken, zolang we een regering in lopende zaken hebben – hopelijk niet te lang –, natuurlijk een heel moeilijke vragensessie hebben. Laten we eerlijk zijn, het is vooral wanneer de regering wel iets doet dat dit vragen oproept in deze omstandigheden, eerder dan wanneer de regering niets doet. Eigenlijk kan de regering in lopende zaken alleen in acute omstandigheden optreden. Dat is een zeer moeilijk evenwicht. Ik spreek dan ook de hoop uit dat er binnenkort een regering met volheid van bevoegdheden bevraagd kan worden over toekomstige initiatieven of het gevoerde beleid.
Het kanaal waarlangs vervoerbewijzen aangekocht worden
Het discriminerende tariefbeleid van de NMBS
De verschillende verkoopkanalen van de NMBS en de tariefdifferentiatie
De discriminatoire tarieven van de NMBS
Discriminerende tarieven bij de NMBS
NMBS-verkoopkanalen en discriminerend tariefbeleid
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 15 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De SNCB/NMBS wordt beschuldigd van discriminerende tarieven (bv. 3€ duurder aan loket dan via app, exclusieve app-abonnementen), wat Unia en Test-Aankoop tot een rechtszaak dwong wegens digitale uitsluiting van kwetsbare groepen. Minister Gilkinet bevestigt dat mobiliteit een universeel recht is en eist dat de SNCB in de nieuwe tariefstructuur (te verwachten tegen februari 2025) rekening houdt met gelijke toegang, maar stelt dat de SNCB de kritiek juridisch verdedigt en wijzigingen afwacht tot de rechter oordeelt. Parlementsleden kritiseren het gebrek aan concrete actie en dringen aan op onmiddellijke bijsturing, terwijl de minister benadrukt dat dialogue met de autonome SNCB vooropstaat en annulatie van beslissingen enkel achteraf mogelijk is.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, le 26 septembre dernier, nous avons eu un échange à propos des différences de tarifs pratiquées par la SNCB sur ses différents canaux de ventes. Cette pratique a également été dénoncée par Unia et Testachats et a fait l’objet d’une plainte.
Vous nous aviez répondu que vous aviez demandé à la SNCB de prendre en considération les préoccupations d'Unia et de Testachats dans la préparation de la future grille tarifaire.
Pouvez-vous apporter plus de détails quant à vos demandes? Avez-vous également insisté pour que tous les titres de transports soient disponibles via tous les canaux de vente? Il me revient que ce ne serait pas le cas.
La SNCB a-t-elle répondu à votre courrier? Quelle est la teneur de cette réponse?
Avez-vous posé d’autres actes depuis pour tenter de rétablir l’égalité de traitement entre les différents canaux de vente?
Dorien Cuylaerts:
In juli van dit jaar dreigden consumentenorganisatie Testaankoop en het Interfederaal Gelijkekansencentrum Unia de NMBS aan te klagen, omdat bepaalde vervoerbewijzen goedkoper zijn via de app dan aan het loket. De NMBS kreeg tot 31 augustus de tijd om te stoppen met het aanbieden van digitale voordeeltarieven. Indien de NMBS daarop niet zou ingaan, zou er volgens Unia en Testaankoop een rechtszaak volgen.
We keken er dus niet van op dat we in september vernamen dat Unia en Testaankoop de NMBS voor de rechter daagden wegens het discriminerende tariefbeleid.
Concreet gaat het onder andere over de Standard Multi, de tienrittenkaart die in de NMBS-app 3 euro goedkoper is dan aan het loket. Voor de Youth Multi, hetzelfde product voor jongeren onder de 26 jaar, is het verschil 2 euro. Daarnaast is het Flex-abonnement, waarmee reizigers twee tot drie keer per week op hetzelfde traject kunnen reizen, uitsluitend beschikbaar via de app.
Ik heb enkele vragen voor u in dit verband.
U vermeldde in de plenaire vergadering van 26 september laatstleden dat u de NMBS hebt gevraagd de zorgen van Unia en Testaankoop mee te nemen bij de voorbereiding van het nieuwe tarievenstelsel, dat nog moest worden voorgelegd aan de raad van bestuur van de NMBS. Hebt u intussen al een reactie van het management? Wat was die reactie? Wanneer zal het nieuwe tarievenstelsel besproken worden op de raad van bestuur? Kunt u daarover een update geven?
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, le 20 septembre dernier, Testachats et Unia attaquaient la SNCB en justice pour sa politique tarifaire discriminante. Les tickets aux guichets ou aux bornes coûtent en effet beaucoup plus cher que sur internet, ce qui pose évidemment question. Il n'est pas normal que des personnes en situation de fracture numérique – qui n'ont par exemple pas de connexion internet ou ne savent pas l'utiliser – devraient payer plus cher que les autres pour se déplacer.
Vous avez annoncé le 26 septembre dernier que vous aviez demandé à la SNCB de prendre en considération les préoccupations exprimées par Unia et Testachats dans les travaux sur la nouvelle grille tarifaire. Cette nouvelle grille tarifaire devait encore être validée par le conseil d'administration. Nous aimerions bien connaître le statut actuel de l'exécution de cette demande.
D'autre part, avez-vous eu la garantie que cette discrimination va prochainement prendre fin? Si oui, quand? Si non, comment allez-vous vous assurer qu'il n'y aura plus de discrimination à l'avenir?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Consumentenorganisatie Testaankoop en Gelijkekansencentrum Unia dreigen een rechtszaak tegen de NMBS te zullen opstarten. De aanleiding hiervoor is het feit dat de NMBS verschillende verkooptarieven hanteert voor de tickets die ze online of aan het loket verkopen. Beide organisaties omschrijven deze handelswijze als uitsluitend en oneerlijk.
Testaankoop en Unia stellen de NMBS een ultimatum tot 31 augustus. Als de spoorwegmaatschappij tegen dan haar discriminerende beleid niet bijstuurt, dan komt er een rechtszaak.
Vindt de minister het aanrekenen van hogere tarieven aan personen die niet over de nodige digitale vaardigheden beschikken een correcte handelswijze?
Vindt de minister het aanrekenen van hogere tarieven aan personen die niet over de nodige digitale vaardigheden beschikken stimulerend om hen tot het nemen van de trein te bewegen?
Heeft de minister hierover overleg gehad met de NMBS? Zo ja, wat was de inhoud van dat overleg? Zo neen, zal de minister hierover nog contact nemen met de NMBS?
Is de NMBS bereid haar prijsbeleid bij te sturen om tegenmoet te komen aan de eisen van Testaankoop en Unia? Zo ja, hoe en wanneer? Zo neen, waarom niet?
Voorzitter:
De fracties die nog geen vraag hebben gesteld in het actualiteitsdebat kunnen eenmalig aansluiten, nu bij de vraag ofwel straks bij de repliek, die keuze maakt u zelf. Voor de PS stelt de heer Bayet nu een vraag.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, vous vous rappelez qu'en 2021, la SNCB a malheureusement fermé les guichets de 44 gares et que vous y étiez opposé, tout comme nous. À cela est venu s'ajouter en mars 2024 une forte réduction des plages d'ouverture des guichets, ce qui fait que sur les 91 gares qui disposent encore de guichets, 59 sont concernées par des modifications qui poussent les voyageurs à se tourner vers l'achat en ligne. Ces changements viennent renforcer encore les inégalités d'acc è s au train, alors que c'est pour nous une priorité.
Le Barom è tre numérique de la Fondation Roi Baudouin de juin dernier soulignait en effet qu'en 2023, 40 % des Belges âgés de 16 à 74 ans se trouvent en situation de vulnérabilité numérique. Pour compléter ce tableau déj à bien sombre, n ous apprenons que la SNCB applique depuis plusieurs mois une politique tarifaire qui favorise les utilisateurs de son application mobile.
J'en donnerai deux exemples: la carte de dix trajets Standard Multi coûte 3 euros plus cher au guichet que via l'application; quant à l'abonnement Flex, qui permet de voyager deux à trois fois par semaine, il n'est disponible que via l'application mobile de la SNCB.
Je crois que le message est tr è s clair: à défaut de maîtriser les outils digitaux et/ou de disposer d'un smartphone, il est selon la SNCB logique que l'on paie plus cher ou que l'on soit privé de certaines offres de la SNCB. Cette situation est intolérable.
Monsieur le ministre, que ferez-vous pour enrayer cette dynamique d'exclusion de certains utilisateurs du train? Apr è s la disparition de nombreux guichets et la réduction de leurs horaires d'ouverture, que ferez-vous pour lutter contre ces pratiques tarifaires jugées discriminatoires par Testachats et Unia?
Georges Gilkinet:
Chers collègues, il n'y a pas vraiment de nouveaux éléments depuis la réponse que j'ai donnée à ce sujet en séance plénière le 26 septembre dernier. Je répète donc que la mobilité est un droit universel. Le transport public joue un rôle essentiel afin que chacun puisse exercer ce droit et être libre de se déplacer. C'est la raison pour laquelle le transport public a fait l'objet d'un réinvestissement majeur sous cette législature. J'espère qu'il sera confirmé par la prochaine majorité – même si j'ai des craintes en la matière – car ce réinvestissement est vital.
La mobilité est un droit universel. C'est pourquoi l'accessibilité tant aux gares qu'aux moyens d'achat de tickets de transport doit être assurée. L'accessibilité constitue d'ailleurs un élément clé du contrat de service public de la SNCB signé fin 2022 pour une durée de dix ans.
Mobiliteit moet nog inclusiever worden, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarste burgers, die vaak ook digitaal kwetsbaar zijn.
J'ai donc demandé à la SNCB de prendre en considération les préoccupations exprimées par Unia et Testachats dans leurs travaux sur la nouvelle grille tarifaire sur laquelle le conseil d'administration de l'entreprise doit encore se prononcer, et ce, conformément aux principes du contrat de service public exposé et présenté dans cette commission sous la précédente législature. Je signale ici que le rapport est en ligne.
Si la poursuite du développement des canaux digitaux est nécessaire, dès lors qu'il s'agit d'une évolution notable des habitudes de consommation comportant de nombreux avantages potentiels à la fois pour les utilisateurs et l'entreprise elle-même, cela ne peut se faire au détriment de l'accès de personnes victimes de la fracture numérique. Un équilibre est à trouver en la matière.
Niemand mag in de kou blijven staan, zeker niet de meest kwetsbaren onder ons. Het gaat erom dat ook zij het universele recht op mobiliteit, essentieel in onze samenleving, moeten kunnen uitoefenen.
À ce stade, la SNCB a pris acte de ma demande en justifiant les raisons pour lesquelles la différenciation remise en question avait été mise en œuvre et en l'estimant tout à fait légale, utilisant des arguments de comparaison avec d'autres réseaux de lutte contre la fraude aux titres de transport.
Ce dossier a fait l'objet d'une plainte en justice à l'initiative d'Unia et de Testachats. La SNCB pourra exposer ses arguments et la légalité de cette disposition (ou son illégalité) pourra être établie. Je m'abstiendrai, dès lors que la question est traitée en justice, de faire quelque commentaire que ce soit sur la procédure en tant que telle. Je rappelle que c'est le droit de chaque citoyen ou groupement de citoyens d'ester en justice contre l'État ou une entreprise publique.
Pour ce qui concerne le calendrier, la nouvelle grille tarifaire doit être adoptée dans les 26 mois de l'adoption du contrat de service public signé en 2022, soit au plus tard en février 2025. Le comité de direction et le conseil d'administration de la SNCB ont la main dans ce cadre dans le respect des balises définies via le contrat de service public et dans le dialogue avec le ministre. J'ai déjà exprimé à la SNCB mes attentes en la matière.
Monsieur Dubois, la façon d'agir d'un ministre de tutelle avec une entreprise autonome se fonde avant tout sur le dialogue. Si une décision n'est pas conforme à la loi de 1991 sur les entreprises publiques ou au contrat de service public ou à toute autre norme de droit, la possibilité d'annuler cette décision existe. Mais cela se fait rarement et jamais de manière anticipée car c'est impossible.
J'espère dans ce dossier qu'une solution à la fois conforme au droit et aux attentes en matière d'accessibilité pourra être trouvée.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse.
Trois semaines plus tard, il n’y a pas d’évolution. La discrimination est toujours en cours, malheureusement. Je suis bien sûr déçu par la réponse, puisque nous attendons une décision de justice. De manière assez claire, on peut voir qu’il y a un problème par rapport à cette pratique.
Je suis aussi étonné du fait que, dans d’autres circonstances, vous utilisez d’autres outils pour suspendre voire annuler des décisions. Ce n’est pas le cas ici. Nous attendons. Il ne se passe rien. Il n’y a pas de réponse et la discrimination est toujours en cours. C’est bien triste.
J'espère qu’au minimum, il y aura une nouvelle interpellation pour que la SNCB puisse avancer sans attendre une décision de justice, parce que je pense qu’il en va de sa responsabilité d’entreprise qui met en œuvre un service au public. C’est bien de cela dont il est question. J'espère qu’il y aura une autre réaction que votre attitude attentiste.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, j’entends des promesses et des engagements mais dans les faits, il n’y a aucune garantie que cette discrimination prenne fin. Je n’entends pas vraiment un engagement de votre part et cela me pose vraiment problème.
Nous l’avons déjà répété de nombreuses fois. Beaucoup, ici, le disent aussi: quatre Belges sur dix n’ont pas accès à un ordinateur ou à internet. C’est souvent un public qui est précarisé et qui doit faire face à différents obstacles.
La SNCB qui fait payer plus cher le ticket justement du fait de leur difficulté, je trouve que ce n’est pas un très bel exemple pour une entreprise publique.
Malgré les actions en justice de Testachats et Unia, je n’entends pas d’engagement ferme de votre part. Dans ce cadre, nous allons suivre de près l’évolution du dossier. Nous ne manquerons pas de revenir vers vous.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoorden.
In augustus waarschuwden zowel Unia als Testaankoop reeds voor de rechtszaak. Het feit dat er ondertussen niets werd aangepast aan de tarieven, heeft geleid tot deze rechtszaak. Dat had vermeden kunnen worden. We vragen ons af of u als minister uw mogelijkheden hebt uitgeput om het management op andere gedachten te brengen. Door de goedkopere tarieven alleen online aan te bieden, blijft immers een deel van de treinreizigers in de kou staan. Dat moeten we te allen tijde vermijden. We hopen zo vlug mogelijk vooruitgang in dit dossier te zien, zodat de ongelijkheid wordt weggewerkt.
Frank Troosters:
Mevrouw Cuylaerts, ook wij betreuren dat de kans om via overleg een en ander bij te sturen niet werd aangegrepen en dat het tot een rechtszaak is gekomen. Dat straalt nooit goed af op een overheid en een overheidsorganisatie zoals de NMBS. We wachten af wat er zal verteld worden. We hopen vooral dat bij de volgende tariefplannen een bijsturing kan gebeuren inzake de toegankelijkheid van tickets voor bepaalde zwakkeren, zoals de digibeten, en ook inzake het prijsverschil tussen aankopen aan het loket en online.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, het werd al herhaaldelijk toegelicht. Vanuit cd&v kan eveneens gesteld worden dat digitalisering er niet toe mag leiden dat mensen worden uitgesloten en geen gebruik kunnen maken van hun rechten. In dat opzicht ben ik blij dat de minister op dezelfde lijn zit. We rekenen op zijn slagkracht, zodat hij in het voortraject naar een uitspraak van de rechtbank zijn verantwoordelijkheid neemt en de organisatie erop attent maakt dat het zover niet hoeft te komen, zodat iedereen gelijke rechten kan behouden.
De verkoop van internationale treintickets bij de NMBS
De toekomst van de stationsloketten
Internationale treintickets
De stopzetting van de verkoop van tickets voor internationale treinreizen in Ottignies
De stopzetting van de verkoop van tickets voor internationale treinreizen in negen stations
De stopzetting van de verkoop van tickets voor internationale treinreizen in negen stations
Internationale treinticketverkoop en loketwijzigingen bij NMBS-stations
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 15 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De SNCB schaft de fysieke verkoop van internationale treintickets af in negen stations (o.a. Ottignies, Arlon, Hasselt), onder meer door dalende guichetverkopen (nu slechts 10% van het totaal) en digitalisering (40% online, 45% via automaten). Kritiek focust op ontoegankelijkheid voor digibeten (40% van de Belgen) en regionale uitsluiting (bv. hele provincies Luxembourg en Limburg zonder enkel verkooppunt), terwijl alternatieven zoals het contactcenter (€0,30/min) of verre *travel stores* ontoereikend zijn. Minister Gilkinet verdedigt de beslissing als efficiëntie-maatregel van de autonome SNCB (buiten zijn beheersovereenkomst), maar belooft geen verdere sluitingen en benadrukt uitbreiding van grensoverschrijdende tickets (bv. Lille, Aachen) via automaten. Parlementsleden eisen herziening, wijzend op tegenstrijdigheid met mobiliteitsbeleid en verzwakking van openbaar vervoer voor kwetsbare groepen.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, depuis le 1 er octobre, la SNCB a arrêté de vendre des tickets internationaux dans neuf gares, dont celle d'Ottignies qui était encore la seule gare du Brabant wallon à offrir ce service. Le voyageur devra soit acheter son billet en ligne soit se rendre dans l'un des douze points de vente du pays, lesquels sont évidemment fort éloignés de celui d'Ottignies.
Monsieur le ministre, comment cette décision a-t-elle été motivée? Est-ce pour une raison d'économie? Si c'est le cas, à quelle hauteur sera-t-elle réalisée? Plus précisément, disposez-vous de chiffres relatifs au nombre de tickets internationaux vendus aux guichets en Belgique en 2022-2023, et plus particulièrement en gare d'Ottignies?
Quid si l'achat en ligne est impossible? Comment les voyageurs vont-ils pouvoir se procurer leur titre de transport? Pour rejoindre la précédente question, je pense en particulier aux personnes vulnérables sur le plan numérique et qui sont isolées. Le personnel de la SNCB pourra-t-il les aider? Une solution de vente à bord est-elle prévue? En tout cas, il est nécessaire de proposer quelque chose de concret en ce domaine.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, depuis ce 1 er octobre, les billets pour les trains internationaux ne sont plus en vente dans neufs gares: Arlon, Eupen, Ottignies, Bruxelles-Luxembourg, Anvers-Berchem, Courtrai, Hasselt, Malines et Ostende.
Lors de la fermeture des 44 guichets, vous aviez parlé de nouvelles mesures pour éviter la désertification des gares. Ces nouvelles fermetures constituent-elles l'une de vos solutions? Avez-vous approuvé cette nouvelle attaque contre l’accessibilité des transports en commun? Si oui, pourriez-vous justifier ce choix? Avez-vous consulté les syndicats? Dans la négative, que faites-vous pour vous opposer à ces deux mesures?
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, cela vient d'être dit, la justification de la SNCB est que la baisse continue des ventes physiques de tickets internationaux aux guichets a mené à la suppression des guichets dans neuf gares – Ottignies et huit autres, dont Farciennes depuis bien longtemps, mais nous ne sommes pas l à pour faire du sous-localisme. La vraie question est de savoir comment nos concitoyens devront procéder pour acheter des tickets en ligne ou pour obtenir un conseil personnalisé au guichet. C'est d'autant plus difficile que durant cette législature, nous nous sommes battus pour le retour des trains de nuit internationaux. Si nous voulons continuer à développer la mobilité douce, nous devons mettre tous les outils à disposition de nos concitoyens.
Qu'allez-vous faire, monsieur le ministre, pour arrêter de réduire les canaux de vente physique? Comment procéder pour, au contraire, redéployer nos gares pour qu'elles servent à nos concitoyens, avec par exemple un série d'autres services publics? Les guichets sont, quoi qu'il en soit, un service essentiel pour obtenir des tickets de train!
Benoît Piedboeuf:
Monsieur Gilkinet, je suis interpellé suite à la parution de plusieurs articles de presse qui confirment tous les propos du porte-parole de la SNCB:
" La SNCB arrêtera dès le mois d'octobre la vente physique de billets de trains internationaux dans neuf gares. L'achat de tickets internationaux ne sera donc plus possible dans les gares d'Arlon, d'Eupen, d'Ottignies, de Bruxelles-Luxembourg, d'Anvers-Berchem, de Courtrai, de Hasselt, de Malines et d'Ostende. La société belge des chemins de fer souhaite concentrer la vente de ces tickets internationaux dans douze "travel stores". Le porte-parole de la SNCB, Bart Crols, a confirmé l'information .
Le porte-parole explique cette décision par une baisse du nombre de billets de ce type vendus en gare. "Les clients suivent la tendance générale de la numérisation et de l'achat en ligne. Une partie de notre gamme internationale sera par ailleurs disponible via nos automates", justifie Bart Crols. La SNCB concentrera la vente physique de billets pour des trajets internationaux dans douze gares : Anvers-Central, Bruges, Brussels Airport-Zaventem, Bruxelles-Central, Bruxelles-Midi, Bruxelles-Nord, Charleroi-Central, Gand-Saint-Pierre, Liège-Guillemins, Louvain, Mons et Namur.
Pouvez-vous me donner le coût de l'impression d'un billet international? Est-ce que les guichets qui ne vont plus vendre physiquement ces billets vont faire des économies importantes?
La province de Luxembourg, si je lis bien, ne sera plus en capacité de fournir ces billets, puisque aucune gare de la Province ne pourra en délivrer, quelle solution allez-vous mettre en place pour ne pas défavoriser mes concitoyens?
Je vous remercie de vos réponses.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn twee vragen.
Mijnheer de minister, vanaf oktober zal de verkoop van internationale treintickets gecentraliseerd worden in twaalf 'travel stores'. In heel wat stations waar men nu wel nog zo'n ticket kan kopen, zoals onder andere de stations van Oostende, Kortrijk, Mechelen of Hasselt, zal dat niet langer het geval zijn.
De NMBS wijt deze nieuwe aanpak aan een daling in de fysieke verkoop.
Vindt de minister de door de NMBS aangekondigde maatregel een goede zaak voor de dienstverlening aan de treinreizigers?
Ligt de genomen beslissing van de NMBS in lijn met de ambitie om meer mensen te bewegen tot het nemen van de trein?
Valt deze beslissing te kaderen binnen de ambitie om het internationaal treinverkeer te stimuleren?
Hoe beoordeelt de minister het feit dat er in geen enkel Limburgs station nog een internationaal treinticket kan worden aangekocht?
Begin 2021 was er veel ophef over de eenzijdige beslissing van de NMBS om over te gaan tot het sluiten van de loketten in 44 van haar stations. Bijkomend werd er beslist om de openingsuren van de loketten in 37 andere stations af te bouwen. Er ontstond hierover zelfs een open oorlog tussen de minister van Mobiliteit en de CEO van de NMBS.
Begin dit jaar ontstond er opnieuw ophef toen de NMBS aankondigde om vanaf maart de openingsuren van de loketten in 54 van haar stations verder af te bouwen.
Intussen wordt de verkoop van internationale treintickets afgebouwd. Vanaf oktober zal dit enkel nog mogelijk zijn in twaalf 'travel stores'. Onder andere in het station van Hasselt zal geen internationaal treinticket meer kunnen aangekocht worden. Op heel wat plaatsen, en in het bijzonder in Limburg, wordt de beslissing van de NMBS negatief onthaald. Er wordt gevreesd voor een verder afbouw en/of sluitingsscenario van de stationsloketten.
Acht de minister de genomen beslissing van de NMBS in lijn met de afspraken die er gemaakt werden bij het afsluiten van de beheersovereenkomst met de NMBS?
Heeft de minister enige kennis en/of informatie over een mogelijk scenario waarbij de NMBS op korte termijn de openingsuren van de loketten in diverse stations verder zal afbouwen of zelfs over zou gaan tot het volledig sluiten van bepaalde stationsloketten? Zo ja, welke informatie is daarover beschikbaar?
Kan de minister garanderen dat er geen verdere afbouw van de openingsuren van de loketten in de stations zal plaatsvinden en/of dat er geen bijkomende stationsloketten zullen gesloten worden? Zo ja, op welke wijze garandeert de minister dit? Zo neen, waarom niet?
Heeft de minister specifieke informatie inzake de toekomstplannen voor de stationsloketten in het station van Hasselt? Zal daar nog een verdere beperking van de openingsuren plaatsvinden en/of zou er overgegaan worden tot een volledige sluiting van de loketten daar?
Welke specifieke informatie inzake de toekomstplannen voor de stationsloketten in Limburg heeft de minister? Zullen daar nog verdere geheel of gedeeltelijke sluitingen plaatsvinden?
Georges Gilkinet:
Monsieur le président, chers collègues, je précise d'emblée que le trafic international n'est pas réglé par le contrat de service public de la SNCB puisque c'est une activité soumise à la concurrence contrairement au service ferroviaire interne et à tout ce que nous avons inscrit dans le contrat de service public.
Je précise également que c'est le comité de direction et, le cas échéant, le conseil d'administration de cette entreprise publique autonome, où sont représentés les différents partis membres du gouvernement dont des représentants du PS de M. Bayet et du MR de M. Piedboeuf – pas encore des Engagés mais cela pourrait arriver –, qui prend les options en matière d'équilibre entre le service rendu aux clients de la SNCB et la recherche de la meilleure efficience, du meilleur coût par rapport au service rendu.
L'évolution sur laquelle vous m'interrogez s'inscrit dans un contexte bien connu. Les préférences des voyageurs évoluent clairement. La digitalisation et l'utilisation d'internet et des nouvelles technologies touchent l'ensemble de la société. Toutes les formules internationales de la SNCB sont donc disponibles en ligne et c'est par ce biais qu'une grande majorité des voyageurs les achètent. Mais ce n'est pas une raison pour oublier ceux qui ne sont pas connectés. C'est pourquoi les billets internationaux peuvent être achetés via un contact center téléphonique pour ce qui concerne toutes les destinations européennes disponibles via les guichets concernés.
De stopzetting van de verkoop van internationale tickets beperkt zich tot negen stations en tot de treinen waarvoor wordt gereserveerd; de tickets blijven te koop in de travel centers van de NMBS. De NMBS rechtvaardigt die reorganisatie met drie hoofdargumenten. Ten eerste, in de travel stores zullen klanten terechtkunnen bij medewerkers die gespecialiseerd zijn in de verkoop van alle internationale vervoerbewijzen. Ten tweede, de transactietijd in de negen stations neemt gemiddeld meer tijd in beslag dan in een geroutineerde travel store , waar bovendien nauwgezetter informatie gegeven kan worden. Ten derde, in de negen stations is vaak maar een loket open of maar een medewerker aanwezig, waardoor de duurtijd van een reservatie kan leiden tot een file ten koste van alle andere reizigers.
Il y a par ailleurs aussi des évolutions positives dans cette réorganisation. La possibilité d'acheter des tickets transfrontaliers a été étendue à toutes les gares, aussi bien aux distributeurs de billets qu'aux guichets. Des billets transfrontaliers pour Roosendaal, Aix-la-Chapelle, Luxembourg, Lille et de trains des trois pays sont disponibles dans toutes les gares. En outre, les tickets pour les futurs EuroCity et EuroCity direct vers Rotterdam et Amsterdam sont également disponibles dans toutes les gares, à la fois via des distributeurs de billets et aux guichets.
Pour répondre à la réponse précise de M. Dubois, les ventes digitales dépassent maintenant les 40 % et les ventes via les automates en gare représentent 45 %. Les transactions via le guichet, quant à elles, représentent aujourd'hui 10 % des ventes, contre 55 % en 2015 et 17 % en 2021. La même tendance se traduit pour les consultations du Route Planner de la SNCB, qui est en forte augmentation depuis cinq ans. Il y a eu une augmentation de plus de 100 % entre 2018 et 2023.
Benoît Piedboeuf:
Je suis sidéré car M. le ministre n'a même pas cité les mots "province de Luxembourg". Or, dans cette province, nous n'avons plus un seul guichet accessible pour les billets internationaux. On doit donc prendre sa bagnole pour aller à Namur afin d'aller chercher un billet. Ça n'a aucun sens! Cette vision est donc totalement insatisfaisante. Je veux bien qu'on organise les choses, mais le fait qu'il n'y ait plus rien du tout en province de Luxembourg va conforter l'image de certains citadins qu'il n'y a rien en province de Luxembourg, alors que nous sommes pourtant dynamiques et que nous nous développons bien. Cela renforce une perception qui est totalement inadmissible de la part du ministre par rapport à une province comme celle de Luxembourg.
Xavier Dubois:
Je rebondis sur la réponse de M. Piedboeuf puisque c’est la même chose pour la province du Brabant wallon, où il n’est pas plus acceptable qu’on ne puisse plus s’y procurer de billets de ce type. Vous n’avez par ailleurs pas répondu à la question concernant une éventuelle économie réalisée et son montant. S’agit-il d’une économie suffisante pour justifier cette idée?
Vous évoquez par ailleurs la diminution importante du nombre de tickets vendus au guichet. Or il est normal, lorsque des guichets sont supprimés, que moins de tickets y soient vendus. Ceci révèle aussi un échec au niveau de l’accessibilité des transports en commun, en particulier du transport en train.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, je rejoins les positions de mes collègues.
Dans votre réponse, je n’entends pas que vous vous opposez à ces fermetures et à la suppression de vente de tickets internationaux. Quelqu’un qui habite à Arlon devra aujourd’hui peut-être acheter un ticket de train pour se rendre à Namur pour acheter un ticket international, ce qui n’a aucun sens.
Il y a eu la fermeture de guichets, puis la réduction des horaires, puis les tickets vendus moins chers en ligne. On est en droit de se poser des questions. Un coup est porté à l’accessibilité des transports publics et à nos services publics en général. On a trop tendance à oublier les personnes qui ne savent pas se servir d’un ordinateur ou qui n’ont pas accès à internet. Cela concerne encore actuellement quatre Belges sur dix, une donnée à prendre en considération. En tant que ministre, vous avez votre mot à dire et il me semble que le moment est venu de rappeler certains à la réalité. Si tout est fermé ou accessible uniquement par ordinateur, cela n’ira jamais plus. Il faut prendre des décisions et nous vous demandons d’agir en ce sens en tant que ministre.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, je vous remercie beaucoup pour vos réponses, bien que, comme ma collègue, je regrette de ne pas avoir obtenu les chiffres qui ont motivé cette décision.
Je comprends qu'elle ait été prise hors contrat de gestion. Toutefois, le contact avec le call center coûte 30 cents par minute. De plus, si l'on passe par un guichet – même si l'on en compte de moins en moins –, on ajoute encore des frais de dossier.
Je pense que vous connaissez bien le président Ecolo du conseil d'administration. Pourriez-vous donc en parler avec lui afin qu'il parvienne à convaincre d'autres administrateurs de revenir sur cette décision?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik bedank u voor uw antwoord. Over bepaalde aspecten en deelvragen heb ik geen informatie verkregen, maar ik zal die met een schriftelijke vraag proberen te achterhalen.
De gevolgen voor lijn 25 van de extra intercitytrein tussen Brussel en Amsterdam
De gevolgen voor Limburg van de extra intercitytrein tussen Brussel en Amsterdam
De impact van de extra intercity Brussel-Amsterdam op het spoorvervoer
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 15 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De nieuwe intercitytrein Brussel-Amsterdam (vanaf december 2024)—enkel stoppend in Antwerpen-Centraal en niet toegankelijk voor binnenlands verkeer—leidt tot verminderd aanbod op lijn 25 (Brussel-Antwerpen) en in Limburg (IC Blankenberge-Genk inkort tot Hasselt). Minister Gilkinet kritiseert de eenzijdige aanpassingen door NMBS, wacht op juridische analyse van de wijzigingen en benadrukt dat het treinverkeer aantrekkelijk moet blijven voor modal shift. Troosters betreurt de prioriteit voor internationale verbindingen ten koste van binnenlands vervoer en belooft strenge opvolging. Alternatieven en gevolgen voor autoverkeer blijven onduidelijk tot verdere goedkeuring.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vragen.
Vanaf december 2024 zullen de NMBS en de NS een extra intercitytrein tussen Brussel-Zuid en Amsterdam laten rijden. In België zal deze trein enkel een tussenstop maken in het station van Antwerpen-Centraal. Deze nieuwe internationale verbinding zal - in tegenstelling tot in Nederland - in ons land niet toegankelijk zijn voor binnenlandse verplaatsingen tussen Brussel en Antwerpen.
De komst van de nieuwe intercitytrein tussen Brussel-Zuid en Amsterdam zou mogelijk heel wat gevolgen hebben voor het binnenlandse treinverkeer.
De komst van de nieuwe trein zou mogelijk capaciteitsproblemen veroorzaken op de lijn 25 tussen Brussel en Antwerpen waar momenteel vier IC-treinen per uur rijden, aangevuld met twee S-treinen. Eén van deze IC-treinen zou de haltes Mechelen-Nekkerspoel en Mortsel-Oude-God niet meer bedienen bij de komst van de nieuwe intercitylijn Brussel-Amsterdam. In Mortsel-Oude-God zou nog maar één trein per uur stoppen en ook Vilvoorde zou nog maar één snelle trein per uur naar Antwerpen krijgen.
Kan de minister hierover duidelijkheid geven?
Vindt de minister het beperken van het binnenlandse treinverkeer voor een bijkomende snelle internationale treinverbinding een goed idee?
Welke maatregelen zullen er genomen worden om een evenwaardig vervoersalternatief aan de treinreizigers die getroffen worden door de afbouw van het vervoersaanbod aan te bieden?
Wat zullen de gevolgen van de mogelijke aanpassingen zijn voor het autoverkeer?
Vanaf december 2024 zullen de NMBS en de NS een extra intercitytrein tussen Brussel-Zuid en Amsterdam laten rijden. In België zal deze trein enkel een tussenstop maken in het station van Antwerpen-Centraal. Deze nieuwe internationale verbinding zal - in tegenstelling tot in Nederland - in ons land niet toegankelijk zijn voor binnenlandse verplaatsingen tussen Brussel en Antwerpen.
De komst van de nieuwe intercitytrein tussen Brussel-Zuid en Amsterdam zou mogelijk heel wat gevolgen hebben voor het binnenlandse treinverkeer.
In Limburg zou de komst van de nieuwe intercitytrein tussen Brussel en Amsterdam leiden tot een inkorting van het traject van de IC-trein tussen Blankenberge en Genk. Deze trein zou voortaan stoppen in het station van Hasselt. Enkel in de piek of in het weekend zou er nog doorgereden worden tot in Genk.
Kan de minister hierover duidelijkheid geven?
Vindt de minister het beperken van het binnenlandse treinverkeer voor een bijkomende snelle internationale treinverbinding een goed idee?
Welke maatregelen zullen er genomen worden om een evenwaardig vervoersalternatief aan de treinreizigers die getroffen worden door de afbouw van het vervoersaanbod aan te bieden?
Wat zullen de gevolgen van de mogelijke aanpassingen zijn voor het autoverkeer?
Georges Gilkinet:
Ik zal later op het onderwerp kunnen terugkomen, wanneer ik de andere vragen over het vervoerplan van de NMBS beantwoordt.
U hebt al vernomen dat ik de eenzijdige wijze waarop de NMBS in het eerder gevalideerde vervoerplan wijzigingen aanbracht en zo verschillende clausules van haar contract schond, helemaal niet apprecieerde. De raad van bestuur van de NMBS heeft hierover op 6 oktober een nieuwe beslissing genomen na de door mij geactiveerde annulering van de vorige beslissing.
Vorige week ontving ik een brief van de NMBS waarin ze mij officieel op de hoogte stelde van de wijzigingen in fase 2 van het vervoerplan 2023-2026, die zij nu wenst te formaliseren. Ik wacht op de analyse van de FOD Mobiliteit, die moet nagaan of die wijzigingen voldoende zijn gerechtvaardigd in het licht van de wijzigingsclausule in het contract en of ze kunnen worden goedgekeurd door de ministerraad en onder welke voorwaarden. Ik zal u dan meer kunnen vertellen over het toekomstige vervoerplan van de NMBS.
De NMBS heeft de belangrijke opdracht gekregen om meer mensen te laten kiezen voor de trein, zowel voor binnenlands als voor internationaal verkeer. Dat is essentieel om een duurzame modal shift tot stand te brengen waarbij het gebruik van auto’s en vliegtuigen voor korte afstanden wordt verminderd. Dat vergt een aantrekkelijk aanbod voor alle reizigers. Ik zal me daarvoor tot het einde van mijn mandaat blijven inzetten.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, wij kijken uit naar het vervolg inzake het vervoerplan. We betreuren evenwel dat er een internationale trein wordt ingelast die niet toegankelijk is voor binnenlands vervoer. Het binnenlandse vervoeraanbod moet daarvoor op verschillende plaatsen, en deze keer opnieuw in Limburg, inboeten. We stellen dat soort ontwikkelingen geenszins op prijs en zullen nauwgezet opvolgen hoe een en ander evolueert.
De erbarmelijke toestand van het station van Genk
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 15 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De vervuiling in station Genk na festival *Genk on Stage* (100.000+ bezoekers) leidde tot overvolle vuilbakken, etensresten, urine en een verwaarloosde inkomhal, ondanks dagelijkse schoonmaak op basis van reizigersaantallen. Minister Gilkinet (NMBS) bevestigde dat er extra nachttreinen werden ingelegd maar noemde het een maatschappelijk probleem door asociaal gedrag, met beperkte mogelijkheden voor extra poetsbeurten. Troosters kaartte aan dat het station dagen later nog smerig was, wat het imago van treinreizen schaadt en afbreuk doet aan stimuleringsdoelstellingen. Conclusie: NMBS erkent tekortkomingen maar wijt vuil vooral aan reizigers, zonder concrete oplossingen voor toekomstige drukke evenementen.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Van vrijdag 28 juni t.e.m. zondag 30 juni vond in Genk het muziekfestival Genk on Stage plaats. Zoals ieder jaar kwamen muziekliefhebbers van overal daarvoor naar Genk afgezakt. De editie van 2024 mocht meer 100.000 bezoekers verwelkomen.
Heel wat bezoekers maakten hun verplaatsing met het openbaar vervoer en kwamen met de trein naar Genk. Zowel tijdens als na het weekend viel er in het station van Genk enorm veel vuil te bespeuren. De overdekte inkomhal leek wel een stort en de trappen naar de perrons waren bezaaid met vuil. Idem voor de perrons en de zitbanken aldaar. De vuilbakken puilden uit, en rondom de vuilbakken lag de vloer bezaaid met vuil en etensresten. Op diverse plaatsen was er ook geürineerd.
Wie is verantwoordelijk voor de orde en netheid in het station van Genk? Op welke tijdstippen/frequentie wordt er gekuist? Was er naar aanleiding van de te verwachten grote toestroom naar Genk voorzien in extra poetspersoneel of extra kuismomenten? Zo neen, waarom niet?
Vindt de minister dat een vuil station bijdraagt aan zijn doelstelling tot het verhogen van het aantal treinreizigers?
Welke maatregelen zullen genomen worden volgend uit voormelde vaststellingen?
Georges Gilkinet:
Mijnheer Troosters, de NMBS juicht het vanzelfsprekend toe dat alsmaar meer festivalgangers de trein gebruiken om zich naar het festival te begeven, zoals ook het geval was bij Genk On Stage. De NMBS heeft voor dat festival speciale nachttreinen ingelegd om de deelnemers veilig van het festival naar huis te brengen. De NMBS bekijkt ook graag een soortgelijke samenwerking met andere organisaties.
Jammer genoeg wordt de NMBS geconfronteerd met reizigers die hun vuilnis achterlaten op het spoorwegdomein. Indien een station zoals dat van Genk na een festival wordt geconfronteerd met een toevloed van reizigers die hun verantwoordelijkheid niet nemen en hun vuilnis zomaar ergens achterlaten, dan hebben we te maken met een maatschappelijk probleem. Zoals in het kadercontract is bepaald, wordt het station van Genk dagelijks gepoetst. De frequentie van het poetsen wordt bepaald door het aantal reizigers dat er de trein neemt. Indien dat mogelijk is, worden er extra poetsbeurten ingelast.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik ben het helemaal met u eens dat het een maatschappelijk probleem is als reizigers hun vuilnis en dergelijke achterlaten in de stations. Het is bijna logisch dat er extra poetsbeurten worden ingelast, maar ik heb de indruk dat er in het station van Genk een en ander fout is gelopen inzake die poetsbeurten. Ik heb immers gezien dat het station een of twee dagen na dat festival nog heel smerig was. Dat straalt natuurlijk niet af op een station als dat van Genk en dat moedigt mensen er zeker niet toe aan om de trein te nemen.
Het stationsgebouw in Ronse
De toestand van het station te Ronse
De staat van het stationsgebouw in Ronse
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 15 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het historisch stationsgebouw van Ronse (tweede oudste van Europa, beschermd monument) is door de NMBS in erfpacht gegeven aan een onbekende koper na twee kandidaturen, met instemming van de stad maar zonder concrete plannen voor dienstverlening (loket, wachtzaal). Renovatiekosten en verantwoordelijkheid liggen bij de erfpachter, terwijl de NMBS kritiek krijgt omdat ze kleine stations verwaarloost (vs. grote investeringen elders) en haar publieke taak ontloopt door patrimonium af te stoten. De vervallen passerelle, goederenloods en gesloten station symboliseren jarenlange achterstallige zorg, ondanks het culturele en praktische belang voor pendelaars. Toekomstige functie en openstelling blijven onduidelijk, met vrees voor verdere afbouw van NMBS-diensten in het station.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, wie met de trein Ronse binnenrolt, waant zich enigszins in oorlogsgebied. Eerst ziet men onze kapotgeroeste voetgangersbrug, de passerelle, die al decennialang afgesloten is. Vroeger was die eigendom van Infrabel, maar Infrabel heeft die brug compleet verwaarloosd. Mijn dochter van twaalf kon nog nooit over die voetgangersbrug wandelen, zo lang al is die afgesloten. Wie wat verder rolt, ziet vervolgens onze goederenloods staan, goed voor 3.500 vierkante meter verwaarloosde goederen. Op het dak liggen zandzakjes, opdat de panelen van het dak niet zouden wegwaaien. Door de muren groeien struiken en bomen. Met andere woorden, die loods is compleet afgeleefd. Wie uiteindelijk aankomt in het station en uitstapt, ziet het dichtgetimmerde historisch stationsgebouw. Het is het op een na oudste stationsgebouw van Europa. De NMBS heeft dat compleet laten verloederen.
Vooraleer u aantrad als minister, was ons station open. De loketbediende, Bernard, kon de mensen helpen en info geven. Men kon in het stationsgebouw iets eten en drinken en er was een verwarmde wachtzaal. Nu is er niets meer.
Ronse verdient een station met dienstverlening, niet een bushokje zoals nu. De NMBS moet haar verantwoordelijkheid nemen voor de renovatie van het station, het onderhoud en het openhouden ervan. Dat vragen de mensen.
De NMBS heeft al gezegd dat zij het stationsgebouw niet meer nodig heeft. Dat is best mogelijk, maar de reizigers en pendelaars hebben dat stationsgebouw wel nodig. De NMBS wil het gebouw nu verkopen onder erfpacht. Daarover gaan mijn vragen.
Mijnheer de minister, hebben zich kandidaat-overnemers of kopers onder erfpacht gemeld? Ze hadden tijd tot 14 augustus. Welk gevolg zal gegeven worden aan de eventuele kandidaturen? Hoeveel kandidaturen zijn er?
Heeft de NMBS zelf reeds de kosten voor de renovatie geschat? Zo ja, hoeveel bedragen de renovatiekosten van dat beschermd gebouw?
Welke afspraken zijn er gemaakt met de stad Ronse inzake de erfpachtregeling?
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Mijnheer de minister, het stationsgebouw van de NMBS in Ronse is het oudste stationsgebouw op het Europese vasteland. Oorspronkelijk stond het van 1844 tot 1879 in Brugge. Daarna werd het daar afgebroken en in 1881 terug opgebouwd in Ronse. Het gebouw is beschermd als monument. Er werden de voorbije legislatuur al heel wat vragen gesteld over dit station. Het ging dan over de toekomst van het station, het plaatselijk vandalisme, de passerelle of de onveiligheid. Nadat de NMBS het station van Ronse sloot, werd beslist om het station in erfpacht te geven.
Wat is de stand van zaken met betrekking tot die erfpacht? Is de vooropgestelde inschrijvingsdatum tot 14 augustus nog steeds van kracht? Ontving de NMBS al kandidaturen?
Bestaat er een plan B in geval er geen aanvaardbare kandidaturen tot het nemen van een erfpacht zouden ontvangen worden? Zo ja, welk plan?
Wat is de huidige staat van het gebouw? Wat zijn de belangrijkste renovaties die zullen moeten uitgevoerd worden en wat zullen de geschatte renovatiekosten zijn die een erfpachtnemer(s) zal moeten dragen?
Zal de NMBS het stadsbestuur van Ronse betrekken bij de verdere toekomstplannen van het stationsgebouw? Zo neen, waarom niet?
Wanneer zal een definitieve beslissing inzake de bestemming van het stationsgebouw kenbaar gemaakt worden?
Wat is de geschatte renovatiekost van het stationsgebouw?
Georges Gilkinet:
Mijnheer de voorzitter, de NMBS heeft twee kandidaturen ontvangen na haar oproep tot erfpacht. Na een tweede ronde werd het gebouw ondertussen toegewezen aan een kandidaat-koper. De stad Ronse is op de hoogte. Het is nu aan de erfpachtnemer om te communiceren over zijn plannen.
Het is inderdaad zo dat een grondige renovatie van het gebouw nodig is. Het is aan de erfpachtnemer om een eigen renovatiedossier op te bouwen, samen met de dienst Erfgoed van de stad. De NMBS zat samen met de dienst Erfgoed, zodat zijn voorwaarden mee konden worden opgenomen in de marktconsultatie, om zo de kandidaat-erfpachtnemers correct te informeren.
Voor de NMBS de marktconsultatie met betrekking tot het erfpacht opstartte, zijn er ook verschillende constructieve vergaderingen geweest met de stad Ronse, waarin de mogelijke toekomstige invullingen van het stationsgebouw werden besproken. De visie van de stad werd meegedeeld aan de kandidaat voor het erfpacht.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, er waren twee kandidaten en het werd toegewezen, maar wij weten nog niet aan wie en wat de functie zal zijn. In alle voorgaande vragen aan u hebben wij gemerkt dat er één groot probleem is, namelijk de dienstverlening bij de NMBS. Er zijn stationsgebouwen die leegstaan. Zo'n erfpachtregeling komt er opdat de NMBS de verantwoordelijkheid van zich kan afschuiven. Het wordt gerenoveerd en na 50 jaar krijgt de NMBS het terug in goede staat. Ondertussen kunnen de mensen nog steeds geen treinticket kopen in dat station. Wij zullen later pas weten wat het zal worden.
Er worden honderden miljoenen euro's gespendeerd aan de renovatie van de stations Gent-Sint-Pieters en Mons. De kleine stations laat men echter gewoon verloederen, terwijl de bedragen daar veel lager liggen. Met 1 of 2 miljoen euro kan men een fantastische renovatie doen en een historisch en beschermd gebouw terug in ere herstellen. Het station van Ronse stond eerst in Brugge, werd daar afgebroken en steen per steen per trein vervoerd naar Ronse, waar het terug werd opgebouwd. Dat is een historisch belangrijk verhaal voor onze stad. Het is trouwens ook de toegangspoort tot de stad.
Ik wil de NMBS toch aanmoedigen om haar verantwoordelijkheid te nemen om haar patrimonium aan historische gebouwen te onderhouden en open te houden. Het is een openbaar bedrijf, wij hebben daar ook iets over te zeggen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
De steekpartij op een trein in Brussel
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 15 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Gilkinet veroordeelt het mesgeweld in de Brussel-Zuid-trein (8 juli, vier verdachten opgepakt) en verwijst voor juridische details naar Binnenlandse Zaken/Justitie, maar benadrukt versterkte veiligheidsmaatregelen: 260 extra Securail-agenten (totaal 558) en 50 extra politieagenten voor snellere interventie, vooral in Brussel. Preventie en repressie worden opgedreven via betere coördinatie, automatische cameratoegang voor politie (eind 2024) en zwaardere straffen, terwijl hij geweld als "bedreiging voor treinaantrekkelijkheid" ziet. Concrete acties zijn lopende werving en systeemupdates, maar specifieke dadersgegevens of een directe link met treingebruik ontbreken.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Maandagavond 8 juli vond er een steekpartij met een mes plaats op de trein tussen Brussel-Centraal en Brussel-Zuid. Een minderjarige jongen werd zwaargewond afgevoerd.
Het incident was reeds eerder begonnen in het station van Brussel-Centraal. Finaal werden er vier verdachten opgepakt en ter beschikking gesteld van het parket.
Kan de minister toelichten welke feiten exact hebben plaatsgevonden (tijdlijn, aanleiding, betrokkenen…)? Hoeveel tijd zat er tussen de start van het incident en het finaal oppakken van de verdachten? Wat is de huidige status van de vier verdachten? Waar verblijven zij momenteel? Zijn ze op vrije voeten? Kan de minister meer duiding geven over de afkomst/nationaliteit van de daders?
Zal de minister maatregelen nemen om het toenemend geweld waarbij een steekwapen gebruikt wordt een halt toe te roepen? Zo ja, welke maatregelen en wanneer zullen die uitgerold worden? Zo neen, waarom niet?
Vindt de minister het toenemend geweld in de stations, op de perrons en in de treinen een element dat de aantrekkelijkheid van de trein als vervoermiddel ten goede komt?
Georges Gilkinet:
Ik veroordeel heel duidelijk en op de strengste manier iedere vorm van agressie. Hier moet een einde aan komen.
Wat uw vraag naar de feiten en de vervolging van het voorval betreft, verwijs ik u naar mijn collega’s bevoegd voor Binnenlandse Zaken en voor Justitie.
Als minister van Mobiliteit handel ik om de veiligheid van reizigers en personeel te garanderen en te versterken. We versterkten de aanwezigheid op het terrein. Sinds begin vorig jaar zijn er daarom 160 bijkomende Securailagenten in dienst genomen. Dat brengt het totale aantal veiligheidsagenten van de NMBS op 558 vte’s. Ook dit jaar werft de NMBS 100 nieuwe veiligheidsagenten aan.
Het klopt dat de NMBS niet alleen focust op een effectieve interventie, maar ook meer dan vroeger inzet op een preventieve aanpak. Ook al is het niet mijn bevoegdheid maar die van de minister van Binnenlandse Zaken, toch kan ik bevestigen dat het aantal politieagenten, toegewezen aan de spoorwegen, met 50 wordt verhoogd. Die vraag heb ik herhaaldelijk op de regeringstafel gelegd. Ik ben blij dat ze ingewilligd wordt. Hierdoor kan de politie sneller ingrijpen, als dat nodig is, aanvullend op Securail en vooral in de Brusselse stations.
We zorgen voor een betere coördinatie tussen alle diensten, in het bijzonder met de politie, en we voorzien in een verzwaring van de straffen voor iedereen die hun integriteit schendt. We willen een duidelijk signaal geven. Elk geval van agressie is er een te veel. Dat zal systematisch worden opgevolgd met gerechtelijke stappen tegen de daders en steun aan slachtoffers.
Securail beheert meer dan 10.000 bewakingscamera’s in stations en treinen, en op het spoorwegdomein. De politie kan die beelden opvragen in het kader van een onderzoek. Binnenkort zullen die beelden automatisch beschikbaar zijn dankzij de middelen die ik heb kunnen vrijmaken. Die tool zal tegen het einde van het jaar overal ter beschikking zijn. Iedereen zo goed mogelijk beschermen, verhoogt de algemene veiligheid, op de trein en in de stations. Het is een essentiële voorwaarde voor een goede dienstverlening aan de reizigers.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
De tevredenheidsscore van de treinreizigers over de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 15 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De tevredenheidsscore van NMBS-reizigers daalde licht van 7,26 (2022) naar 7,17 (2023), vooral door minder stiptheid en het wegvallen van covidvoordelen (rust, ruimte, netheid). Minister Gilkinet wijst op het Punctuality Improvement Program (PIP) en maatregelen zoals betere reisinformatie, comfortverhoging (zitplaatsen, toegankelijkheid, schoonmaak) en modernere verkoopkanalen om de doelstelling van 7,36 tegen 2027 te halen. Veiligheid werd niet genoemd, terwijl Troosters dat als cruciale factor voor tevredenheid benadrukt.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Mijnheer de minister, uit het activiteitenrapport van de NMBS blijkt dat de treinreizigers in 2023 een tevredenheidscore van 7,17 op 10 gaven aan de NMBS. Daarmee wordt een lichte daling genoteerd tegenover de score van 7,26 in 2022.
Hoe evalueert de minister deze mindere score inzake tevredenheid?
Wat zijn de mogelijke oorzaken van deze mindere score?
Welke maatregelen zullen er genomen worden om de tevredenheidscore te laten evolueren naar de beoogde 7,36 op 10 tegen 2027?
Georges Gilkinet:
De mogelijke oorzaken van de lagere score kunnen als volgt worden samengevat. Het resultaat is lager in vergelijking met de periode van de covidpandemie. Destijds lag de tevredenheid hoger door verschillende factoren. Er waren veel minder reizigers, waardoor reizigers steeds konden beschikken over veel ruimte en rust en de treinen netter waren. Door het lagere reizigersaantal en een beperkte afschaling van het aanbod reden de treinen ook stipter. De daling in 2023 wordt voornamelijk gedreven door een lagere tevredenheid over de stiptheid, wat een grote impact heeft op andere dimensies.
Verschillende maatregelen kunnen worden genomen om onze klantentevredenheid verder te verbeteren. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de stiptheid. Stiptheid is logischerwijze een belangrijk aandachtspunt voor de reizigers. De NMBS en Infrabel hebben het punctuality improvement program (PIP), met als doel om de oorzaken van de niet-stiptheid grondig te analyseren en de hefbomen te identificeren en te prioriteren.
De kwaliteit en de frequentie van de informatie zijn essentieel om het vertrouwen van de reizigers te winnen en te behouden. Daarom investeert de NMBS samen met Infrabel in de verbetering van technologieën die informatie kunnen inzamelen en verspreiden bij de reizigers.
Het comfortniveau van de treinen moet gevoelig worden verhoogd. Comfort is uiteraard van groot belang om reizigers aan te trekken en aan ons te binden. De NMBS wil het verschil maken en wedijveren met de andere verplaatsingsmodi. De NMBS heeft zichzelf ambitieuze doelstellingen opgelegd voor de komende jaren: voldoende zitplaatscapaciteit bieden; voor elke categorie van diensten het type treinmaterieel en de samenstelling ervan uniformiseren, om nog meer duidelijkheid te scheppen voor de reizigers; zorgen voor het efficiëntste onderhoud van de treinen, met inbegrip van de schoonmaak van de buiten- en binnenkant; het aandeel autonoom toegankelijk rollend materieel verhogen, door ten minste een toegankelijk rijtuig aan te bieden per trein; het comfort aan boord verbeteren, onder meer dankzij meer zitcomfort, opbergruimten en plaats voor plooifietsen onder de zitplaatsen; schermen met realtime informatie in de rijtuigen; het productaanbod vereenvoudigen en personaliseren tegen aantrekkelijke prijzen en verkoopkanalen moderniseren en diversifiëren.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. U hebt heel veel facetten aangehaald die inderdaad logischerwijs een invloed op de tevredenheid kunnen hebben. Het enige wat ik niet hoor in het antwoord en waarvoor ik graag aandacht zou zien, is de verhoging van de veiligheid, want ook dat leidt tot een hogere tevredenheid. We zullen over een jaar kunnen meten in welke richting de tevredenheid is geëvalueerd.
Het verstoorde treinverkeer door een computerpanne
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 15 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een menselijke fout bij werken aan het glasvezelnetwerk in Antwerpen-Berchem legde op 24 juli 2024 het spoorverkeer plat, blootleggend hoe kwetsbaar de digitale infrastructuur is, ondanks dubbel uitgevoerde telecomnetwerken en strikte veiligheidsprotocollen die niet werden gevolgd. Infrabel belooft extra maatregelen om IT-weerbaarheid te versterken, maar de impact was groot: 9.900 minuten vertraging en 113 geannuleerde treinen, met langdurige gevolgen door onderlinge afhankelijkheid van systemen. Het incident toont aan dat digitalisering de spoorsector efficiënter maakt, maar ook risico’s vergroot door interconnectie, terwijl toezicht en werkinstructies faliekant tekortschoten. De financiële schade werd niet gekwantificeerd, maar de focus ligt op preventie via strengere controles en robuustere systemen.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Op 24 juli 2024 werd het treinverkeer in dit land ernstig verstoord door een computerpanne. Door een probleem in het seinhuis van Antwerpen-Berchem lag het hele Antwerpse spoorverkeer een tijd lang stil. Ook andere regio's werden door de storing getroffen, informatieschermen in de stations vielen uit, de online ticketverkoop was onmogelijk en de routeplanner in de NMBS-app liet het afweten. Volgens Infrabel lag de oorzaak bij een menselijke fout tijdens werken aan het glasvezelnetwerk. Het voorval toont de kwetsbaarheid waaraan onze spoorinfrastructuur onderhevig is.
Welke veiligheidsmaatregelen zijn voorzien om de goede werking van het spoorgebeuren te allen tijde te garanderen bij werken aan gevoelige technische installaties?
Werden deze veiligheidsmaatregelen bij bovenstaand voorval gerespecteerd? Zo ja, waren deze dan niet voldoende? Zo neen, waarom niet?
Zullen er naar aanleiding van het voorval op 24 juli bijkomende maatregelen genomen worden om te allen tijde de goede werking van het spoor te garanderen? Welke maatregelen zullen genomen worden om herhaling van de feiten te voorkomen?
Wat is de financiële impact van de storing op 24 juli?
Georges Gilkinet:
Mijnheer Troosters, telecomnetwerken zijn een essentieel onderdeel van de treinexploitatie. Zij bestaan uit verschillende afzonderlijke netwerken, afhankelijk van het kritieke karakter van de toepassingen of de specifieke aard van de toepassingen, zoals GSM-R. Als veiligheidsmaatregel zijn alle netwerken ook dubbel uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de communicatie doorgaat, ondanks het wegvallen van een verbinding.
Met de digitalisering wordt de goede werking van de telecommunicatienetwerken steeds belangrijker om de treinen op het spoorwegnet probleemloos te laten rijden. De toenemende interconnectie tussen verschillende toepassingen kan ze kwetsbaarder maken voor het slecht functioneren van een andere toepassing. Daarom stelt Infrabel alles in het werk om over een veilig en performant telecommunicatienetwerk te beschikken en om zijn informaticasystemen robuust te maken. Interventies op de telecommunicatienetwerken worden uitgevoerd door opgeleid personeel, volgens nauwgerichte werkinstructies en onder toezicht van een extern technisch team.
Tijdens het incident op 24 juli week het technische team dat verantwoordelijk was voor het verplaatsen van een glasvezelkabel echter af van deze werkinstructie. Het team dat belast was met het toezicht op de operatie realiseerde zich onmiddellijk dat er een vergissing was gemaakt. Er werden zeer snel maatregelen genomen om de situatie te herstellen. Helaas had het incident echter gevolgen voor verschillende toepassingen, die nog langere tijd voelbaar waren, verschillende storingen veroorzaakten en fysieke interventies noodzakelijk maakten.
Infrabel zal verschillende acties ondernemen om zijn weerbaarheid tegen IT-incidenten verder te verbeteren.
Het treinverkeer moet na een onderbreking geleidelijk worden hervat, dus ook al werd de situatie op zeer korte tijd hersteld, toch was de impact op het verkeer aanzienlijk. Er werden ongeveer 9.900 minuten vertraging geregistreerd en 113 treinen werden geheel of gedeeltelijk geannuleerd.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Betere treinaansluitingen tussen Ottignies en Louvain-la-Neuve
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 15 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De correspondentieproblemen in Ottignies (met name tussen IC-treinen uit Brussel en S8-treinen naar Louvain-la-Neuve) worden sinds december 2023 niet meer opgelost door wachttijden, om de algehele punctualiteit te behouden—ondanks een gemeentemotie die om aanpassingen vroeg. Minister Gilkinet bevestigt dat infrastructuurbeperkingen (werken, ontbrekende sporen/wissels) en capaciteitsproblemen elke kortetermijnoplossing blokkeren, terwijl de SNCB wijst op het alternatief van het volgende train (2x/uur)—al leidt een gemiste aansluiting tot wachttijden tot 30 minuten. Dubois kaart structurele investeringskeuzes aan en kondigt verdere vragen over de werkvoortgang in Ottignies aan.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, Ottignies est une gare centrale, une gare carrefour. De nombreux navetteurs changent de train à cet endroit. Ce qui pose problème, c'est notamment la correspondance vers Louvain-la-Neuve. Il semble que les trains n'attendent pas lorsqu'il y a de légers retards; les navetteurs manquent alors leur correspondance vers Louvain-la-Neuve.
En mars dernier, le conseil communal d'Ottignies-Louvain-la-Neuve, soutenu par l'UCL, a adopté une motion qui demandait à la SNCB d'améliorer les correspondances entre Ottignies et Louvain-la-Neuve. Une solution serait que les trains vers Louvain-la-Neuve partent un rien plus tard d'Ottignies.
Monsieur le ministre, avez-vous pu étudier les pistes de solution évoquées dans la motion? La SNCB y a-t-elle répondu de manière détaillée? Est-il envisageable qu'il y ait un départ retardé pour attendre ces navetteurs en gare d'Ottignies?
Georges Gilkinet:
Monsieur Dubois, cette question n'est pas neuve. J'ai effectivement reçu cette motion de la Ville d'Ottignies-Louvain-la-Neuve et je l'ai relayée personnellement auprès de la SNCB lui demandant d'étudier les pistes de solution évoquées dans cette motion.
Voici ce que m'indique la SNCB en réponse à ces questions et à cette motion. La SNCB a informé la Ville d'Ottignies-Louvain-la-Neuve et l'UCLouvain le plus précisément possible par rapport à l'organisation actuelle de ces correspondances en gare d'Ottignies. Avant décembre 2023, certains trains S vers Louvain-la-Neuve attendaient quelques minutes les trains IC en provenance de Bruxelles lorsque ces derniers étaient en retard. Depuis le changement d'horaire de décembre 2023, la SNCB ne propose plus de délai d'attente à Ottignies pour les axes qui bénéficient de deux trains par heure afin de préserver la meilleure ponctualité possible à l'échelle globale dans l'intérêt de tous les voyageurs, y compris ceux qui ne s'arrêtent pas à Ottignies pour prendre un autre train. Pour les liaisons qui comportent au moins deux trains par heure, comme c'est le cas entre Ottignies et Louvain-la-Neuve, il est toujours possible, si on rate sa correspondance, d'emprunter le train suivant dans un délai ne dépassant pas la demi-heure (mais je peux témoigner personnellement que cela peut être beaucoup). La SNCB a souhaité privilégié cette option plutôt que de générer du retard au niveau du train qui reprend la correspondance. La SNCB contribue ainsi à préserver la meilleure ponctualité générale possible et permet aussi aux autres voyageurs transitant par Ottignies d'arriver à Louvain-la-Neuve dans les délais impartis.
Par ailleurs, et c'est surtout cela la difficulté, les travaux en cours en gare d'Ottignies réduisent la capacité de l'infrastructure. Il n'est donc pas possible d'y organiser pour le moment plus de correspondances ni de faire attendre plus longtemps des trains à quai, au risque de congestionner la gare et d'entraîner des retards en cascade.
Quant aux retards de certains trains IC Bruxelles-Ottignies, ils sont en partie induits par les travaux RER sur ce tronçon. À ce stade, plusieurs réunions ont été organisées avec Infrabel afin de proposer des délais d'attente sur les trains S8 vers Louvain-la-Neuve qui affichent les moins bons taux de correspondances réussies avec les trains venant de Bruxelles.
Il ressort que, dans la configuration actuelle de la gare en travaux, et compte tenu de l’organisation des circulations et roulements, aucune solution satisfaisante n’a pu jusqu’à présent être trouvée. Il manque soit une voie à quai à Ottignies, soit un jeu d’aiguillages en ligne entre Ottignies et Louvain-la-Neuve. Dès lors, en forçant les correspondances vers Louvain-la-Neuve dans un sens, on rompt de facto les correspondances de Louvain-la-Neuve vers Bruxelles dans l’autre sens.
Au vu de ces éléments, aucune mesure à court terme n’a pu être identifiée et prise jusqu’à présent. La SNCB et moi sommes tout à fait conscients des désagréments que ce type de situation peut engendrer pour certains voyageurs et mettons tout en œuvre pour tenter d’offrir le meilleur service possible à tous, même si nous devons trouver des compromis. Nous sommes dans cette situation, comme à d’autres endroits, victimes des investissements qui sont réalisés pour améliorer structurellement la situation. De façon temporaire, cela peut générer des désagréments. Il est effectivement peu agréable d’attendre une correspondance pendant près d’une demi-heure en gare d’Ottignies pour rejoindre Louvain-la-Neuve. Mais si les trains sont à l’heure, par contre, tout va bien. C’est ce que je souhaite ardemment et ce à quoi je travaille avec la SNCB et Infrabel.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Quand il y a deux possibilités de correspondance par heure, on pourrait se dire d’attendre; je peux entendre cet argument. Cependant, s'agissant en l'occurrence d’une gare terminus, le train pourrait tout de même attendre.
S’il y a des soucis physiques et structurels liés aux travaux, la question se pose sur les choix en matière de travaux d’infrastructure et d’investissements à la gare d’Ottignies. Cela me donnera l’occasion de revenir vers vous pour vous interroger sur l’avancement des travaux dans cette gare. Je préparerai ma question bientôt pour une prochaine commission.
Voorzitter:
Mijn vraag nr. 56000149C is ondertussen schriftelijk afgehandeld en wordt dus ingetrokken.
De stationsverboden bij de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 15 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Frank Troosters vroeg om cijfers over stationsverboden (2020-2023), controles erop en inbreuken, waarna minister Gilkinet antwoordde dat er 38 verboden waren (meest domeinbreed, slechts 3 stationspecifiek), met dalende recidive. Controles zijn beperkt door GDPR-beperkingen en praktische uitdagingen bij domeinbrede verboden. Inbreuken blijven voorkomen, maar herhalingsmisbruik neemt af.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
1. Graag een overzicht van het aantal stationsverboden dat werd uitgesproken in 2020, 2021, 2022 en 2023 (met vermelding van betrokken station).
2. Kunt u een inzicht geven over de wijze waarop zo'n uitgesproken stationsverbod wordt gecontroleerd? Welke specifieke maatregelen zijn hiervoor genomen?
3. Hoeveel inbreuken werden voor diezelfde periodes (inclusief vermelding betrokken station) vastgesteld op een uitgesproken stationsverbod?
Georges Gilkinet:
Mijnheer Troosters, ik geef u een overzicht op jaarbasis van de stationsverboden waarvan de NMBS in kennis werd gesteld. In 2020 – volop covidperiode – ging het om 0 stationsverboden, in 2021 om 8, in 2022 om 15 en in 2023 om 15 verboden. In totaal gaat het dus om 38 stationsverboden. Vijfendertig stationsverboden hadden betrekking op het volledige spoorwegdomein, 3 op specifieke stations.
De opvolging van de stationsverboden is niet eenvoudig, zeker niet wanneer ze betrekking hebben op het volledige spoorwegdomein. Er moet ook rekening gehouden worden met de geldende GDPR-wetgeving, waardoor de identiteit van de betrokkene niet zomaar kan worden verspreid onder de NMBS-werknemers.
Zowel tijdens de periode van het stationsverbod als daarna worden er inbreuken vastgesteld. De NMBS merkt evenwel op dat de recidivegraad daalt en in bepaalde gevallen zelfs verdwijnt.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
De renovatiewerken aan het station van Hasselt
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 15 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De verzakking in de ondergrondse spoortunnel van station Hasselt (eind augustus) bleek veroorzaakt door een historisch constructiefout (niet-conforme vloerplaat uit de oorspronkelijke bouw), blootgelegd tijdens renovatiewerken aan perrons 2-3. De herstellingen (tijdelijke vloer, nieuwe plaat volgens normen + versteviging andere perrons) lopen, maar de exacte kost en impact op timing (afronding voorzien in 2025) zijn nog onduidelijk. Minister Gilkinet benadrukte dat de full renovatie (perrons, liften, roltrappen voor toegankelijkheid) in uitvoering is, maar Raskin uitte skepsis over de vage deadline.
Voorzitter:
Deze vraag ligt mij heel na aan het hart, omdat ze over de renovatiewerken aan het station van Hasselt gaat. Ik kan op de heer Raskin rekenen om daar een vraag over te stellen.
Wouter Raskin:
Mijnheer de voorzitter, ik wist dat het onderwerp u geweldig na aan het hart ligt.
Mijnheer de minister, ik verwijs graag naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Eind augustus zakte de vloer van de ondergrondse spoortunnel in het station van Hasselt in, mogelijk als gevolg van graafwerkzaamheden. Als gevolg van de verzakking was de onderdoorgang tijdelijk onderbroken. In afwachting van de nodige herstellingen werd een loopbrug over de beschadigde vloer geplaatst.
Mijn vragen aan u:
1. Wat is de oorzaak van de verzakking? Is deze inderdaad het gevolg van werken ter hoogte van perron 2-3?
2. Hoe ziet de situatie er vandaag uit? Zijn de nodige herstellingen uitgevoerd?
3. Wat zijn de gevolgen van de verzakking, op financieel vlak, maar ook voor de timing van de renovatiewerken aan het station? Lopen deze vertraging op?
4. Kan u een stand van zaken geven van de werken aan het station? Welke werken zijn reeds afgerond? Welke werken moeten er nog uitgevoerd worden en op welke termijn zal dit gebeuren?
Georges Gilkinet:
Mijnheer Raskin, de NMBS en Infrabel investeren samen in de vernieuwing van het station van Hasselt. Het gaat om de renovatie van alle perrons en het plaatsen van nieuwe liften en roltrappen om het station integraal toegankelijk te maken.
De laatste fase van de werkzaamheden, namelijk de vernieuwing van perron 2 en perron 3 en de afwerking van de reizigersonderdoorgang, is in volle gang. De afwerking is gepland in de loop van 2025.
Het is bij die werkzaamheden dat een verborgen gebrek aan het licht kwam. Het gebrek dateert van bij de bouw van de oorspronkelijke tunnel. De vloerplaat bleek niet uitgevoerd volgens de plannen en was daardoor onvoldoende bestand tegen de trillingen die gepaard gingen met de sloop van de trap.
Een tijdelijke vloer zorgt er nu voor dat de onderdoorgang veilig kan worden gebruikt. De afgebroken plaat werd uitgebroken. Er is in een nieuwe vloerplaat voorzien conform de huidige normen. Uit voorzorg wordt ook de vloerplaat ter hoogte van de andere perrons verstevigd. De exacte kostprijs daarvan is nog niet bekend.
Wouter Raskin:
Mijnheer de minister, ik wil u bedanken voor uw antwoord. Ik moet echter vaststellen dat u bij het antwoord op de vraag over het einde van de werkzaamheden, namelijk 2025, een wel heel erg ruime marge neemt. Een en ander zal echter wel blijken. Anders zal ik u aan deze vraag herinneren.
Het terugdraaien van de beslissing van de raad van bestuur van de NMBS
Het uitstel van het vervoersplan 2023-2026
De in juli 2023 aan de ministerraad voorgelegde beslissing over het vervoersplan 2023-2026
Besluitvorming en uitvoering van het NMBS-vervoersplan 2023-2026
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 15 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Gilkinet bevestigt dat het SNCB-transportplan 2023-2026 (goedgekeurd in juli 2023) risico’s bevatte rond infrastructuur, materieel en personeel, maar dat de SNCB verantwoordelijk blijft voor de uitvoering. Op 11 oktober 2024 ontving hij de officiële melding van de SNCB over uitgestelde aanpassingen in fase 2, waarna het SPF Mobiliteit de rechtvaardiging en voorwaarden onderzoekt voordat het naar de ministerraad gaat—timing onbekend. Dubois benadrukt het gebrek aan transparantie voor reizigers en dringt aan op snelle duidelijkheid. Gilkinet stelt dat de procedure strikte formaliteiten volgt, maar erkent dat dit vertraging veroorzaakt.
Voorzitter:
La question n° 56000192C de M. Crucke est retirée.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, le 8 octobre dernier, j'ai eu l'occasion de vous interroger concernant la décision confirmée de la SNCB de reporter une partie de la mise en œuvre de son plan de transport 2023-2026. Je ne vais pas refaire le développement de tout ce que nous avons pu évoquer à l'époque. En réponse, vous aviez précisé avoir demandé au SPF Mobilité d'analyser cette décision de la SNCB. Mes questions visent simplement à savoir si vous avez reçu ou non une réponse du SPF sur cette question. Quelles sont ses conclusions? Quel plan sera proposé au Conseil des ministres et quand sera-t-il disponible pour que nous puissions informer correctement les voyageurs?
S'agissant des conditions fixées lors de l'approbation de ce plan de transport en 2023, j'avais posé la question en séance plénière et, sauf erreur, je pense ne pas avoir reçu de réponse. Ces conditions avaient-elles bien été présentées au Conseil des ministres? Avaient-elles été prises en considération de manière correcte lors de la décision prise par le Conseil des ministres à l'époque?
Georges Gilkinet:
Merci de me permettre de revenir, de façon un peu plus posée qu'en séance plénière, sur cette question importante.
Le plan de transport 2023-2026 qui définit les horaires de service public ferroviaire pour les années 2024, 2025 et 2026 a été élaboré par la SNCB. Il a fait l'objet de concertations avec la tutelle, c'est-à-dire le ministre de la Mobilité et le SPF Mobilité, en début d'année 2023, comme le prévoit la procédure d'adoption inscrite dans le contrat de service public. Ce projet de plan de transport a ensuite été validé en mars 2023 par le conseil d'administration de la SNCB, puis soumis à l'analyse approfondie du SPF Mobilité, ce qui est un préalable à une approbation en Conseil des ministres.
Ce plan de transport, qui engage la SNCB pour trois années et qui a fait l'objet de larges concertations, a été approuvé par le Conseil des ministres en juillet 2023. Le dossier transmis à l'époque par la SNCB a été intégralement repris comme annexe à la note au Conseil des ministres. Dans cette annexe de 165 pages, le chapitre 5 reprend les risques identifiés par la SNCB concernant la disponibilité de l'infrastructure, du matériel roulant et du personnel, indiquant que les mesures adéquates étaient prises pour contrôler l'absentéisme et que le nécessaire était mis en place pour recruter jusqu'à 246 équivalents temps pleins au lieu des 217 prévus dans le plan d'entreprise pour la réalisation du plan de transport. Ce plan de transport a été validé de part et d'autre et est alors devenu une annexe, l'annexe 2, au contrat s'imposant aux deux parties, toute modification nécessitant un accord bilatéral préalable.
Des risques avaient donc été identifiés et communiqués mi-2023, de même que les mesures mises en place pour les maîtriser.
Le contrat de service public prévoit la possibilité que la SNCB ne soit pas en mesure de réaliser l'entièreté de son plan de transport pour des cas de force majeure ou pour cause d'indisponibilité de l'infrastructure. Dans ce cas, une procédure de notification doit être activée vis-à-vis de la tutelle.
La disponibilité du matériel roulant et du personnel adéquat est par contre de la responsabilité de l'entreprise publique autonome qui a reçu, pour ce faire, des financements supplémentaires en volume suffisant pour acquérir les moyens de production nécessaires à la réalisation de ses obligations de service public.
J'ajoute que des représentants de la SNCB ont participé aux deux intercabinets préalables à l'adoption du plan de transport. Tout s'est fait en toute transparence.
Concernant votre première question, j'ai reçu très récemment, le 11 octobre 2024, une notification de la SNCB m'informant officiellement des modifications de la phase 2 du plan de transport qu'elle souhaite formaliser. J'attends à présent l'analyse du SPF Mobilité qui doit vérifier si ces modifications sont suffisamment justifiées au regard des clauses de modification prévues dans le contrat et si celles-ci peuvent, le cas échéant, être approuvées par le Conseil des ministres et à quelles conditions. C'est là où en est le dossier, géré de la façon la plus rigoureuse qui soit dans l'intérêt de l'entreprise, de ses travailleurs et de ses voyageurs présents et futurs.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Vous étiez posé et j'étais aussi posé en séance plénière, je crois.
Par rapport aux différents éléments de réponse concernant les conditions, j'entends que toute une série d'éléments ont été mis en œuvre pour bien informer le Conseil des ministres des implications et des risques que vous évoquez et que la SNCB a évoqués.
Quant aux derniers éléments, vous parliez d'une notification le 11 octobre 2024. Mais, lorsqu'on s'est parlé, c'était le 8 octobre. Je pense donc que vous étiez quand même déjà informé de la décision de la SNCB. Parlez-vous d'une communication officielle dans ce cas-là?
Georges Gilkinet:
Je suis représenté au conseil d'administration de la SNCB par une commissaire qui m'a informé des résultats de la discussion au sein du conseil d'administration. J'en ai donc été informé et j'en ai été saisi officiellement par la SNCB postérieurement à votre question en séance plénière, c'est-à-dire le 11 octobre. Et, depuis lors, le dossier est traité. Je ne vais pas traiter un dossier si je n'en ai pas été saisi officiellement. Copie a été donnée au SPF Mobilité qui a commencé à l'étudier.
Xavier Dubois:
De quand date la demande d'analyse au SPF Mobilité? D'avant ou d'après la séance plénière?
Georges Gilkinet:
Le SPF Mobilité savait – puisque cela se trouve dans le contrat de service public – qu'il devait analyser le dossier, mais il ne pouvait pas l'analyser avant de l'avoir officiellement reçu, ce qui a eu lieu le 11 octobre. La demande date d'avant, mais l'opérationnalisation de la demande nécessitait la réception du dossier, qui a été introduit le 11 octobre. Les choses suivent leur cours normalement. Il s'agit toutefois d'une matière complexe, qui est traitée avec tout le sérieux nécessaire.
Xavier Dubois:
Nous n'avons pas de timing officiel, donc nous ne savons pas quand l'analyse sera réalisée ni quand cela sera présenté au Conseil des ministres. Nous ne pouvons pas donner de réponse à la SNCB ou aux voyageurs et, en attendant, le temps passe. J'espère que nous aurons rapidement une réponse afin de communiquer les informations nécessaires à l'ensemble des personnes qui souhaitent simplement prendre un train au quotidien.
Het tariefbeleid van de NMBS
De mogelijke kortingen dankzij de voordeelkaart in het nieuwe tarievenbeleid van de NMBS
NMBS-tarievenbeleid en voordeelkaartkortingen
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 15 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS moet tegen februari 2025 haar tariefstructuur vereenvoudigen en aantrekkelijker maken om modale verschuiving (van auto naar trein) te stimuleren, met focus op daluren, frequentieverhoging en doelgroepen zoals jongeren (12-25), senioren en BIM-rechthebbenden (standaard 40% korting). Een voordeelkaart met extra kortingen buiten piekuren, een maximumprijs voor lange afstanden en groepskortingen (vanaf 4 personen) moet treingebruik buiten drukke momenten bevorderen, maar concrete prijzen en voorwaarden zijn nog niet bekend—de NMBS-raad van bestuur beslist hierover uiterlijk in 2025. Kritische parlementariërs dringen aan op snelle transparantie over kosten en uitvoering, vrezen vertraging en eisen duidelijke communicatie naar reizigers toe. De minister benadrukt dat de hervorming meer kortingen voor meer mensen zal brengen, maar blijft vaag over de exacte timing en garanties.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, de NMBS moet binnen de 26 maanden na de inwerkingtreding van het openbaredienstcontract haar gamma vervoerbewijzen in overeenstemming brengen met haar tariefbeginselen. Dat is dus uiterlijk tegen februari 2025.
Daarbij schuift de NMBS de volgende doelen naar voren: de NMBS zal bijdragen aan een modal shift, het reizigersaantal moet opgedreven worden, de gebruiksfrequentie moet verhogen, reizen buiten de piekuren moet gestimuleerd worden en er moet ingespeeld worden op de behoeften van groepen.
Mijnheer de minister, zal de NMBS de vooropgestelde doelstelling kunnen behalen? Welke maatregelen worden genomen, indien dat niet het geval blijkt te zijn?
Er is sprake van een voordeelkaart, een maximumprijs en bijkomende kortingen. Hoe zal die voordeelkaart precies werken? Waar zal een voordeelkaart bijvoorbeeld gekocht kunnen worden? Wanneer komt daarover verduidelijking voor de reizigers? Op basis waarvan zal de NMBS de te betalen bedragen vastleggen?
Xavier Dubois:
Ma question rejoint celle tr è s concr è te de ma coll è gue sur la carte avantage: quelles en sont les conditions, comment peut-on se la procurer, quels en seraient les impacts pour les publics cibles, notamment les jeunes de 12 à 25 ans et les seniors? Je ne développerai pas davantage et vous remercie d è s à présent pour votre réponse.
Georges Gilkinet:
J'ai une réponse assez longue.
Comme vous êtes deux nouveaux parlementaires, avec tout le respect et mes félicitations renouvelées, peut-être puis-je vous inviter à regarder en ligne les auditions de la SNCB sur la nouvelle politique tarifaire o ù, sous la précédente législature, beaucoup d'informations ont été données. Vous y trouverez un complément à la réponse que je vais bien entendu vous donner. Les conseillers de vos groupes pourront sans difficulté vous fournir le rapport de l'époque.
Merci pour vos questions sur la politique tarifaire de la SNCB. Rendre le rail plus attractif et opérer un shift modal majeur de la voiture individuelle vers les modes de mobilité durables – en particulier le train – et les autres transports publics passent par une série d'actions, à commencer par un réinvestissement dans le réseau et le matériel roulant que nous avons inscrit dans le contrat de la SNCB et d'Infrabel et financé, ainsi que dans leurs plans pluriannuels d'investissement effectifs. Cela passe également par des évolutions tarifaires, dont la prochaine est inscrite dans le contrat de service public de la SNCB. Elle vise à la fois une simplification et une plus grande accessibilité.
Pour élaborer cette nouvelle offre, la SNCB s'est appuyée sur différentes études client, a éliminé les points faibles de l'offre actuelle, particuli è rement les incohérences et le fait pour les clients d'arbitrer entre les produits. Ainsi, les utilisateurs ont du mal à identifier le meilleur produit disponible compte tenu des différents mécanismes de tarification ou encore des tarifs basés sur le volume. Un point essentiel est que les tarifs horaires actuels ne sont pas favorables aux courtes distances sur lesquelles il y a un potentiel important d'attraction des voyageurs.
Supprimer certaines contraintes peut encourager à voyager plus. Ainsi, le ticket senior oblige les seniors à acheter un aller-retour et à partir apr è s 09 h 00. Aujourd'hui, la SNCB n'offre pas de prix plus avantageux en dehors des heures de pointe ni de tarif plus avantageux pour les personnes voyageant ensemble, sauf au-del à de 15 personnes. Aujourd'hui, 60 % des Belges ne prennent le train qu'une fois par an et 75 % tr è s occasionnellement, c'est- à -dire maximum une fois par mois. Il serait intéressant d'augmenter la fréquence de voyage le week-end et en dehors des heures de pointe afin de contribuer à ce transfert modal.
Enfin, il faut rappeler que les tarifs standard de la SNCB proposent des réductions plus importantes pour certains segments de client è le comme les jeunes, les seniors et les bénéficiaires d'intervention majorée. Cela doit rester, c'est une priorité.
La nouvelle offre qui sera mise en place en 2025, c'est-à-dire dans les 26 mois de la signature du contrat, est en ligne avec les ambitions du contrat de service public. Elle est basée sur les principes suivants.
D'abord, offrir aux voyageurs le meilleur prix en limitant les arbitrages nécessaires entre les tarifs possibles. Dans ce contexte, les prix forfaitaires seront remplacés par des réductions exprimées en pourcents et cumulables, ce qui permet de bénéficier de ces réductions sur toutes les distances. En conséquence, il y aura moins de simulations et de calculs compliqués pour déterminer quel ticket acheter.
Ensuite, maintenir globalement des prix attractifs pour tous et garantir des tarifs très attractifs pour les segments spécifiques qui méritent une attention particulière – les jeunes, les seniors, les bénéficiaires de l'intervention majorée –, avec une réduction de base cumulable en heures creuses, et un plafond pour les longues distances. C'est inscrit dans le contrat de service public.
Wij willen betere prijzen aanbieden, met een hogere frequentie, en een gedifferentieerde tarifering invoeren voor reizen buiten de piekuren.
Er zal een NMBS-voordeelkaart aangeboden worden om mensen aan te moedigen om vaker de trein te nemen. Verschillende spoorwegmaatschappijen maken al gebruik van een dergelijk mechanisme, bijvoorbeeld Deutsche Bahn, de NS enzovoort. Deze kaart zal recht geven op zeer voordelige tarieven tijdens het weekend en buiten de piekuren tijdens de week. Deze modaliteit komt zowel de consumenten ten goede, die een lager tarief betalen, als de NMBS, die het gebruik van de trein stimuleert op momenten waarop de bezetting lager ligt.
Deze kaart zal beschikbaar zijn voor alle reizigers, met een aangepaste versie voor senioren, jongeren en rechthebbenden op een verhoogde tegemoetkoming. Buiten de piekuren krijgen zij dus een extra korting boven op de basiskorting.
Wij willen een aantrekkelijk alternatief bieden voor reizigers die lange afstanden afleggen, door de afschaffing van de forfaitaire tarieven en door het combineren van een voordeelkaart met niet alleen extra korting op het standaardticket buiten de piekuren maar ook met een maximumprijs op alle tijdstippen, dus ook tijdens de piekuren. Deze kaart zorgt ervoor dat de klanten die nu forfaitaire producten gebruiken, profiteren van een aantrekkelijke maximumprijs op lange en zeer lange afstanden, terwijl zij ook voor kortere reizen kortingen krijgen.
Wij willen een nieuwe tarifering voor kleinere groepen, vanaf 4 personen, tijdens het weekend en buiten de piekuren.
Dankzij het nieuwe tariefgamma zullen de 65-plussers en de jongeren, maar ook de rechthebbenden van het BIM-statuut, voor een voordeliger prijs met de trein kunnen reizen. Zij krijgen standaard een korting van 40 %, ongeacht het moment waarop zij de trein nemen en ongeacht de gekozen reisweg. Deze korting is opgenomen in het nieuwe openbaredienstcontract.
Voilà les principes que j'ai expliqués à plusieurs reprises. La nouvelle gamme fait disparaître les restrictions. Il sera également très avantageux pour les plus de 65 ans de parcourir de courtes distances en train et de voyager aux heures de pointe sans devoir acheter un ticket aller-retour. Le prix maximum pour les longues distances offrira un avantage très appréciable.
De korting blijft echter niet beperkt tot de 40 % die is overeengekomen in het openbaredienstcontract. In het kader van de globale tariefhervorming van 2025 wil de NMBS een voordeelkaart invoeren om extra kortingen toe te kennen aan reizigers die buiten de piekuren reizen en regelmatig de trein nemen. Dankzij die kaart zullen senioren en jongeren extra korting krijgen tijdens de daluren. Voor jongeren en senioren komt die korting boven op de korting van 40 % die zij nu al krijgen. Voor die reizigers wordt ook een maximumtarief ingevoerd, wat concreet interessant is voor de langere verplaatsingen. Op die manier willen wij de genoemde categorieën reizigers stimuleren om regelmatig de trein te nemen.
Les principes finaux doivent être arbitrés par le conseil d'administration de la SNCB dans les 26 mois, au plus tard en février 2025. Cette réforme tarifaire suscite de nombreuses questions. J'ai eu l'occasion de l'expérimenter personnellement. Elle offrira beaucoup plus de réductions que ce qu'elle offre actuellement et ce, à un public plus large. Par exemple, actuellement, seuls les jeunes ayant une carte famille nombreuse bénéficient d'une réduction. Dorénavant, tous les jeunes en bénéficieront pour toutes les distances avec l'idée d'attirer de nouveaux publics durant les heures creuses et un tarif maximum pour les longues distances.
Je comprends que cela suscite des questions, voire des fantasmes. De fausses informations ont été publiées quant aux tarifs qui seront appliqués. Il est clair que ce sera une fois la décision finale prise que l'on pourra en juger définitivement. Je l'appelle de mes vœux. Elle ne tardera plus puisque chaque jour nous rapproche de l'échéance des 26 mois de la signature du contrat de service public.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik zal de overlegmomenten waarnaar u verwees raadplegen, zodat ik daarover goed ben geïnformeerd. Desalniettemin vind ik het heel belangrijk dat u al deze troeven, die u net nog eens heel uitgebreid hebt voorgesteld, ook op elk forum toelicht. Dat hebt u gedaan en dat lijkt mij een goede insteek, maar mijn concrete vraag blijft wel dat de effectieve uitrol hiervan kan worden gerealiseerd tegen februari 2025. Daarop blijft u mij het antwoord schuldig. Ik zal dat blijven benadrukken.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je n'ai en effet pas réécouté tout ce qui avait été dit lors de l'audition. Mais ma question était assez concrète et portait sur les prix, notamment celui de cette carte avantage. J'entends bien que ceux-ci n'ont pas encore été fixés. J'espère que ce sera fait assez rapidement, car le temps passe. Il faut que les voyageurs sachent à quoi s'en tenir, et l'échéance approche. Je vous invite à interpeller de votre côté, afin que ces informations soient communiquées le plus rapidement possible.
De veiligheid bij spooroverwegen
De veiligheid op het spoor
Spoorwegsveiligheid en overwegbeveiliging
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 15 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Gilkinet bevestigt dat roekeloos gedrag (50% regelovertredingen, 35% filevorming) de hoofdoorzaak is van dodelijke ongevallen op spoorwegoverwegen, met lokale bewoners als grootste risicogroep. Infrabel zet in op preventie (23 LED-slagbomen in 2024, 100+ wegmarkeringen, 36 AI-camera’s op risicolocaties zoals Namen en Waver), sensibilisering (VR-ervaring voor 12-18-jarigen in 3 scholen, escape games, campagnes) en handhaving (samenwerking met politie), maar structurele aanpassingen vertragen door een doorlooptijd van 7 jaar. Gielis (cd&v) dringt aan op versnelde infrastructurele maatregelen *en* repressieve handhaving, terwijl Dubois kritiseert dat praktische info over de VR-campagne ontbreekt – Gilkinet belooft de procedure alsnog te delen.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, het is al jaren duidelijk dat onze overwegen gevaarlijke punten zijn. We moeten echter nog te vaak lezen dat er incidenten zijn ter hoogte van een spooroverweg. Gevaarlijk gedrag leidt vaak tot ongevallen met in vele gevallen jammer genoeg doden of gewonden tot gevolg. Dat proberen we dus te vermijden. Het is verboden om een overweg over te steken wanneer de slagbomen in beweging of gesloten zijn, maar we moeten vaststellen dat dit nog te vaak gebeurt. Ongevallen aan spoorwegovergangen hebben daarenboven een nefaste impact op ons treinverkeer.
Begin dit jaar heeft Infrabel een globaal actieplan gelanceerd om de spoorveiligheid ter hoogte van de overwegen te verhogen. Dat zou gebeuren door ledverlichting en stickers met het oproepnummer 1711 voor noodgevallen aan te brengen. Op deze manier wil Infrabel dus de veiligheid en stiptheid op het Belgische spoornet verhogen.
Mijnheer de minister, Infrabel heeft het doel om de komende 10 jaar 176 extra overwegen uit te rusten met ledverlichting, waarvan 20 in 2024. Is dat ook gebeurd?
Daarnaast wil Infrabel camera's met artificiële intelligentie installeren om stilstaande voertuigen te herkennen aan overwegen. Op welke 70 overwegen worden dergelijke camera's geplaatst? Op basis waarvan maakt Infrabel hier een keuze? Deze plannen werden in mei jongstleden aangekondigd. Hoeveel AI-camera's zijn er intussen al geplaatst?
Welke maatregelen plant Infrabel nog om de veiligheid aan overwegen te verhogen?
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, au-delà de la problématique des passages à niveau, il y a aussi celle des comportements imprudents à proximité des voies ferrées.
Les chiffres sont frappants, puisqu’en 2023, onze personnes sont décédées et neuf ont été blessées à la suite d’accidents impliquant un choc avec un train. Hier encore, un accident mortel s’est produit en gare de Nivelles, si mes informations sont correctes.
Par rapport aux actions évoquées par ma collègue, il en est une qui m’interpelle plus spécifiquement, à savoir une action de sensibilisation auprès des 12-18 ans, consistant en une expérience de réalité virtuelle. En dehors d’un article dans le journal, je n’ai toutefois pas trouvé d’informations sur la manière de concrétiser cette action dans les écoles.
Comment organiser cette expérience dans une école? Faut-il faire une demande particulière? Combien de temps dure l’expérience? Des écoles l’ont-elles déjà mise en œuvre? Peut-on imaginer d’élargir cette expérience, par exemple, aux élèves de sixième primaire?
Georges Gilkinet:
Madame Gielis, monsieur Dubois, il s’agit d’initiatives nouvelles prises dans le courant de cette législature et qui se déploient petit à petit. Elles ont pour but à la fois d’améliorer la sécurité des riverains des chemins de fer, mais aussi de travailler sur une des causes de la non-ponctualité, à savoir les accidents de personne. Une série d’initiatives ont été prises à cet égard avec Infrabel.
Uit de analyse van de cijfers betreffende de ongevallen op de overwegen blijkt dat bij ongeveer 80 % van de ongevallen buiten het havengebied omwonenden uit de buurt betrokken zijn. Zij menen ten onrechte dat hun niets kan overkomen. De niet-naleving van de verkeersregels en van de signalisatie, zoals rode lichten, slagbomen en belsignalen, blijft met 50 % de belangrijkste oorzaak van ongevallen. Het roekeloze gedrag van weggebruikers die toch de overweg proberen over te steken, terwijl er te veel verkeer is om dat te doen, is ook een belangrijke oorzaak van ongevallen op overwegen, aangezien dat 35 % van de gevallen uitmaakt. Het is dus in de eerste plaats een maatschappelijk probleem, dat Infrabel niet alleen kan oplossen, ondanks alle inspanningen die het op drie fronten levert.
Ten eerste implementeert en test Infrabel ter preventie een aantal maatregelen om de veiligheid van de weggebruikers op de overwegen te verbeteren. Sommige maatregelen worden nog onderzocht op hun haalbaarheid, zoals de plaatsing van waarschuwingsborden om weggebruikers te wijzen op de gevaren van filevorming op de overwegen en de plaatsing van ledknipperlichten op slagbomen. Het Infrabelnetwerk telt momenteel 23 overwegen waarvan de slagbomen uitgerust zijn met ledknipperlichten. Ik zal u de lijst schriftelijk bezorgen.
Daarnaast brengt Infrabel op sommige overwegen wegmarkeringen aan. In 2024 rustte Infrabel vier overwegen in Groot-Bijgaarden, Herzele, Wetteren en Lokeren uit met nieuwe, geblokte wegmarkeringen om weggebruikers eraan te herinneren dat het strikt verboden is om te stoppen of te parkeren op een overweg. De komende jaren zullen nog een honderdtal andere overwegen van die wegmarkering worden voorzien.
Dit jaar plaatst Infrabel identificatiestickers met het nieuwe noodnummer 1711 op alle openbare overwegen van het netwerk, zodat derden in geval van een gevaarlijke situatie op de overwegen rechtstreeks kunnen bellen naar de centrale dispatching van Infrabel. In november wordt een nationale campagne gelanceerd om derden te informeren over het nieuwe nummer.
Bovendien zijn er momenteel 36 overwegen van de lijst met geselecteerde overwegen uitgerust met camera’s voor obstakeldetectie die werken op basis van artificiële intelligentie.
Sinds augustus zijn camera's op zes locaties, Namen, Waver, Bierges, Basse-Wavre, Morlanwelz en Izegem, aangesloten op het centrale dispatchsysteem van de infrastructuurbeheerder voor het opvolgen van alarmen, wanneer een geïmmobiliseerd voertuig wordt gedetecteerd.
De overwegen worden geselecteerd op basis van de volgende criteria: het risico van blocking back , het regelmatig blokkeren van voertuigen als gevolg van filevorming, en het risico dat zware voertuigen tot stilstand komen als gevolg van regelmatige manoeuvres om een weg in de buurt van de overweg op te draaien of een bedrijf binnen te rijden. Tot slot is er de warning box , een bewustmakingsinstrument om zwakkere gebruikers, voetgangers en fietsers, ervan te weerhouden een gesloten overweg over te steken.
Een tweede luik betreft de sensibilisering.
S’agissant de la sensibilisation, Infrabel déploie des efforts importants pour mener des actions de sensibilisation via des programmes ludiques et éducatifs ainsi que des campagnes de communication relativement aux dangers encourus en cas de comportements inappropriés aux abords des voies en général et à proximité des passages à niveau en particulier. Différents canaux sont utilisés pour toucher au mieux le public ciblé: campagne nationale, campagne de not spot (sensibilisant au danger qu'il y a à traîner près des voies ferrées), campagnes locales dans les zones problématiques. La campagne "La Parole à ceux qui restent" vise à prévenir les comportements dangereux. Des programmes éducatifs pour les 6-12 ans sont également prévus, avec une présentation théorique, un carnet de jeu et un jeu des sept familles; pour les 12-18 ans, un cours théorique, un escape game et des vidéos de témoignages. Un programme pour les personnes sourdes et malentendantes a également été spécialement développé. C'est évidemment essentiel.
Sur le site internet d'Infrabel se trouvent toutes les informations pratiques concernant ces programmes destinés aux écoles.
Une expérience de réalité virtuelle a également été développée. Lancée en septembre, elle a pour but d'être déployée dans les écoles des zones à risques et est proposée par Infrabel. Trois interventions ont déjà eu lieu, à Jambes, De Pinte et Esneux. L'expérience dure environ dix minutes et est réalisée de manière individuelle, via le recours à un casque de réalité virtuelle qui permet d'immerger totalement les participants dans l'expérience. Ceci doit être accompagné d'un cours de sensibilisation pour être pleinement efficace.
Ce concept a été développé pour les élèves des écoles secondaires, l'histoire pouvant être considérée comme choquante pour des enfants trop jeunes. D'autres modes de sensibilisation existent bien pour les enfants des écoles primaires. De nombreuses informations à ce sujet sont disponibles sur le site internet d'Infrabel. Cette société souhaite d'ailleurs poursuivre cet important travail et intensifier ses efforts en la matière à travers le pays.
Ten derde, wat betreft de samenwerking met de veiligheidsdiensten, Infrabel werkt bij controleacties samen met de spoorwegpolitie, de lokale politie en Securail.
Je peux par exemple déjà vous dire qu’une action de ce type sera menée ce vendredi 18 octobre, mais je ne vous dirai pas où.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik heb vooral goed naar u geluisterd en uit uw antwoord afgeleid dat ook het gedrag van de mensen een aanleiding kan zijn tot ongevallen. Ik kan u daar enigszins in volgen.
Ik hoop echter dat u daarnaast ook nadenkt over de mogelijke handhaving, over hoe wij mensen niet alleen op het vlak van preventie en sensibilisering maar ook op een repressieve manier kunnen aangeven dat veilig gedrag in de buurt van spoorwegen aangewezen is voor hun eigen veiligheid.
Enerzijds is het gedrag een factor. Ik wil echter anderzijds nog kort ingaan op de infrastructurele ingrepen die u uitvoert om de veiligheid te kunnen garanderen. U hebt daartoe ook een aanzet gegeven en daarop een antwoord geformuleerd. Wij moeten ter zake echter vaststellen dat de doorlooptijd om dergelijke ingrepen te doen ongeveer zeven jaar bedraagt. Daarom pleit cd&v ervoor om sneller tot actie te kunnen overgaan, zodat een gedragswijziging enerzijds en de infrastructurele ingrepen anderzijds een garantie kunnen bieden voor de veiligheid van de gebruikers van de spoorwegen.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse.
Je suis heureux d’entendre qu’une panoplie d’activités sont organisées, notamment en matière de sensibilisation, pour toute une série de publics, en fonction de l’âge. C’est très bien.
Mais ma question portait spécifiquement sur l’activité d’expérience de réalité virtuelle. Nous venons de vérifier encore sur le site. Nous ne trouvons pas ces informations. Peut-être ne cherchons-nous pas bien. La question était de savoir comment, avec quelles écoles? Une sélection est-elle faite par Infrabel ou bien les écoles peuvent-elles se porter candidates? Comment cela se passe-t-il?
L’information semble en tout cas manquante sur le site. Il faudrait bien entendu pouvoir préciser la chose. Ou alors, il y a une page mystère que nous ne trouvons pas sur le site internet.
Georges Gilkinet:
J’ai lu docilement la réponse préparée par Infrabel qui, comme je le dis, travaille beaucoup sur le sujet. Je n’ai moi-même pas vérifié sur le site, mais je vous enverrai en complément de ma réponse orale les liens concernés et la procédure pour pouvoir bénéficier de cette expérience en réalité virtuelle.
Xavier Dubois:
Nous attendons l’information avec impatience.
De studie van de FOD betreffende klokvaste treinen
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 15 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De studie naar haalbaarheid van treinsynchronisatie met regionale openbaarvervoerknopen (gestart in oktober 2023) loopt nog en moet realistische, budgettair verantwoorde scenario’s opleveren om het spoorverkeer efficiënter te maken en de modal shift van weg naar spoor te stimuleren. De resultaten worden verwacht in lente 2025, maar wie ze zal presenteren hangt af van de politieke situatie dan. Dubois benadrukte het belang voor Wallonië en België om zo het OV-aantrekkelijker te maken, terwijl Gilkinet de langetermijnplanning en ambitie onderstreepte.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, ma question est assez simple, mais néanmoins importante. Vous aviez annoncé qu'il y aurait une étude sur la faisabilité technique et budgétaire du cadencement sur les réseaux ferroviaires autour des nœuds de correspondance avec un ajustement des horaires par rapport aux modes de transports publics gérés par les Régions. Cette étude a-t-elle été réalisée? Est-elle terminée? Peut-on disposer de ses conclusions? Si non, quand pensez-vous que cette étude sera terminée? C'est important pour inciter un maximum de Belges, et de Wallons aussi bien entendu, à utiliser les transports publics.
Georges Gilkinet:
Monsieur Dubois, c'est très important, en effet. Le SPF Mobilité réalise actuellement cette étude technique des différents modèles d'exploitation ferroviaire envisageables sur le moyen et le long terme en Belgique ainsi qu'une étude sur leur impact sur le réseau. Cette étude, qui a débuté en octobre 2023, résulte d'une nécessité reconnue par tous les acteurs de terrain et de la société civile d'une planification à long terme des investissements ferroviaires, basée sur des ambitions en termes d'offre, pour améliorer le service, et provoquer un transfert modal du transport routier au transport ferroviaire.
Les scénarios étudiés se veulent ambitieux, mais réalistes en termes budgétaires, voire intéressants pour améliorer l'efficience de l'exploitation ferroviaire. L'étude est toujours en cours. Les résultats sont attendus pour le printemps 2025. Si je suis toujours en fonction, je viendrai avec plaisir vous les présenter. Si je ne le suis plus, je les lirai avec autant de plaisir.
Xavier Dubois:
Merci pour ces informations, monsieur le ministre. Nous attendrons donc la finalisation de cette étude et le printemps 2025 pour pouvoir analyser ces différentes conclusions. Nous interpellerons le ministre qui sera en fonction à ce moment-là.
De stiptheid bij de NMBS in 2023
De aan de NMBS opgelegde boete wegens het niet halen van de doelstellingen
De boete voor de NMBS wegens ondermaatse prestaties in 2023
Vertragingen, boetes en prestatieproblemen bij de NMBS in 2023
Gesteld door
Les Engagés
Aurore Tourneur
VB
Frank Troosters
N-VA
Dorien Cuylaerts
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 15 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De SNCB/NMBS haalde in 2023 9 van de 12 prestatie-indicatoren, maar scoorde slecht op stiptheid (87,5%), geannuleerde treinen en vertragingsminuten, wat leidde tot een malus van €416.660 (geen boete, maar een aftrek van de subsidie). Hoofdredenen zijn defect materieel, weersomstandigheden, spoorlopers, agressie tegen personeel en personeelstekort, met remediëringsplannen verplicht. De bonus-malussysteem (geïnspireerd op verzekeringen) moet prestaties stimuleren, maar kritiek blijft of subsidievermindering de dienstverlening niet verder ondermijnt. Veiligheidsmaatregelen (zoals alarmknoppen voor personeel) lopen vertraging door technische issues, terwijl extra Securail-agenten werden aangeworven.
Aurore Tourneur:
Le rapport du SPF Mobilité et Transports sur la SNCB pour l’année 2023 indique que la société ferroviaire a atteint les objectifs fixés par le contrat de service public pour neuf indicateurs de performance. En ce qui concerne deux indicateurs, la SNCB a même fait mieux que ce qui avait été convenu, à savoir pour l’information des voyageurs durant les situations perturbées et pour la consommation d’énergie des véhicules.
Cependant, la SNCB a obtenu des résultats inférieurs aux attentes pour trois indicateurs majeurs: les trains annulés, la ponctualité et les minutes de retard. Cela a conduit à un malus de 416 000 euros que la SNCB doit payer à l'État belge.
Monsieur le ministre, comment se calcule le taux de ponctualité? Peut-on avoir un indicateur de comparaison par rapport aux trois dernières années? Pouvez-vous m’indiquer la répartition des causes de ces retards?
L'amende est-elle automatique ou votre administration doit-elle l'envoyer après avoir reçu votre approbation? Le montant du malus de 416 000 euros est-il réinvesti dans des initiatives spécifiques pour améliorer la qualité du service ferroviaire? Dans quelle mesure cette amende est-elle la conséquence de la décision de la SNCB de reporter l'extension du plan de transport 2023-2026?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, voor mijn inleiding sluit ik me aan bij mijn collega. Ik kom verder rechtstreeks tot mijn vragen.
Hoe werd het bedrag van 416.660 euro precies berekend? Kunt u toelichten hoe de overheid tot die specifieke malus is gekomen? Wat zijn de voornaamste oorzaken van het niet-behalen van de drie prestatie-indicatoren, namelijk de geannuleerde treinen, de stiptheid en de vertragingen? Hebt u het management al gesproken omtrent de boete en haar oorzaken en wat was het resultaat van dat gesprek? Welke maatregelen acht u noodzakelijk om dergelijke boetes in de toekomst te vermijden?
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Uit een rapport van de FOD Mobiliteit blijkt dat de NMBS niet voldoet aan 3 van de 12 doelstellingen uit het openbare dienstcontract. Het behaalt niet de beoogde resultaten inzake de stiptheid van de treinen, het aantal minuten vertraging en het aantal afgeschafte treinen.
Volgens de FOD Mobiliteit zouden de slechte resultaten vooral te wijten zijn aan de betrouwbaarheid van het rollend materieel, de slechte weersomstandigheden, spoorlopers, persoonsaanrijdingen en agressie tegenover het treinpersoneel.
Als gevolg van deze tegenvallende resultaten dient de NMBS een boete van 500.000 euro aan de overheid te betalen.
Op welke wijze zal de praktische afhandeling van deze financiële sanctie worden afgehandeld? Dient de NMBS effectief 500.000 euro te betalen aan de overheid of wordt er een aftrek gedaan van de uitkeringen in het kader van de dotatie aan de NMBS?
Op welke wijze draagt het terugbetalen van 500.000 euro door de NMBS aan de overheid bij in het streven naar een betere dienstverlening, het verbeteren van de stiptheid, het verminderen van het aantal afgeschafte treinen, het verhogen van de betrouwbaarheid en het realiseren van een modal shift richting de trein?
Eén van de aangehaalde redenen voor de mindere resultaten van de NMBS is de agressie tegenover het treinpersoneel. Kan de minister duiden welke concrete maatregelen en acties hij (al dan niet in overleg met zijn collega-ministers) ondernomen heeft om de persoonsgebonden veiligheid van het spoorpersoneel de laatste jaren te verbeteren? Is de door de minister in 2022 beloofde alarmknop in de treinstellen intussen geïnstalleerd?
Georges Gilkinet:
Vos questions me permettent de développer un point novateur et intéressant du nouveau contrat de service public de la SNCB. Ce système vise à inciter la SNCB (même chose pour Infrabel d'ailleurs) à améliorer son niveau de performance et de robustesse selon différents indicateurs, dans le cadre d'un dialogue avec une tutelle administrative, le SPF Mobilité, qui s'est vu conférer depuis décembre 2022 un rôle plus important qu'il ne l'était.
Les indicateurs de ponctualité sont largement disponibles en ligne de manière entièrement transparente sur le site d'Infrabel. J'espère que vous aurez plus de chance que votre collègue de gauche. Ces indicateurs vous permettront de constater une amélioration des niveaux de performance qui sont moins insatisfaisants ces derniers mois. Il y a encore du progrès à réaliser mais le niveau de performance en matière de ponctualité s'améliore même s'il reste loin d'être optimal, ce qui explique l'application de ce malus.
J'insisterai sur les mots: il est impropre de qualifier d'amende ( boete ) le montant concerné. Je préfère que l'on parle ici d'un bonus-malus, comme le système appliqué dans le secteur des assurances, qui est destiné à encourager la performance. Si elle est au-delà de ce qui est attendu, il y a un bonus; si elle est inférieure, il y a un malus (une moindre subvention). Le montant est relativement symbolique eu égard à la dotation annuelle de la SNCB, et n'est pas payé par la SNCB mais déduit de sa dotation annuelle.
Madame Tourneur, le débat sur le plan de transport à partir de décembre 2024 n'est pas lié au non-respect de la trajectoire de production en train/kilomètre, par contre, dans le cadre d'un mécanisme distinct, la SNCB pourra voir sa dotation diminuer si elle n'assure pas ses engagements contractuels en matière de kilomètres roulés. C'est logique. En effet, une dotation lui est promise en fonction d'un certain nombre de trains qui roulent et d'une distance roulée. Si la distance est moindre, la dotation est corrigée.
Het bedrag van de jaarlijkse bonus-malus van de NMBS op basis van de resultaten van de prestatie-indicatoren, zoals opgenomen in het openbaredienstcontract, wordt telkens bevestigd tijdens de prestatiedialoog, die wordt georganiseerd tussen de NMBS en de FOD Mobiliteit. Voor de resultaten van het jaar 2023 gebeurde dat tijdens de prestatiedialoog die plaatsvond op woensdag 12 juni 2024.
Volgens de bepalingen van het openbaredienstcontract van de NMBS gebeurt de berekening en de betaling van de financiële bonus-malus in één keer, uiterlijk op 30 december van het jaar T+1 of T+2. De malus voor het jaar 2023 werd in mindering gebracht van de betaling door de FOD Mobiliteit van de exploitatiesubsidie aan de NMBS in juli 2024.
Voor negen van de twaalf prestatie-indicatoren met een financiële impact boekte de NMBS in 2023 resultaten die in grote lijnen in overeenstemming waren met de verbetertrajecten vastgesteld in het openbaredienstcontract. Twee daarvan sloten het jaar 2023 af met een bonus. De resultaten van drie prestatie-indicatoren lagen echter onder de minimumdrempel die in het contract voor 2023 was vastgelegd, wat resulteerde in een malus. Het gaat over de indicatoren "PI2: totaal afgeschafte treinen toe te schrijven aan de NMBS", "PI5: stiptheid van het binnenlands reizigersvervoer" en PI6: minuten vertraging toe te wijzen aan de NMBS".
Ik kom dan bij de redenen voor het niet-bereiken van de drempels voor de drie voormelde indicatoren. De stiptheid in 2023, zijnde 87,5 %, werd in oktober 2023 met 85,5 % en in november 2023 met 82 % sterk beïnvloed door incidenten met het rollend materieel in het bijzonder en door ongunstige weersomstandigheden, verergerd door werkzaamheden die de robuustheid van het systeem aanzienlijk verminderden.
Het aantal afgeschafte treinen – PI2 – ten laste van de NMBS is in 2023 met 0,59 % gedaald ten opzichte van 2022 (0,65 %). Het cijfer in 2023 ligt evenwel boven de drempel. Met uitzondering van het resultaat van februari 2023 schommelden de maandelijkse resultaten rond de doelstelling van 0,55 %. Als gevolg daarvan ligt de waarde voor 2023 boven de bodemwaarde, waardoor deze indicator leidt tot een malus voor de NMBS en het verplicht opstellen van een remediëringsplan.
Ten slotte, voor het aantal minuten vertraging ten laste van de NMBS ligt de waarde van de indicatoren voor 2023 hoger dan de waarde van 2022. Dat geldt vooral voor de eerste helft van het jaar, waarvoor de waarden van de indicator steeds hoger zijn dan die voor dezelfde maanden in 2022. Het niet-behalen van de doelstelling is vooral te wijten aan de toename van het aantal defecten aan rollend materieel en aan een lagere beschikbaarheid van het operationele personeel. De waarden voor 2023 liggen boven de drempel, waardoor deze indicator leidt tot een malus voor de NMBS en het verplicht opstellen van een remediëringsplan.
Wat de strijd tegen agressie betreft, heb ik al meermaals benadrukt welke maatregelen de regering heeft genomen, waaronder de bijkomende aanwerving van Securailagenten. De lancering van stille alarmen maakt deel uit van het nieuwe platformontwerp dat de verwerking en opvolging van de oproepen die binnenkomen bij het security operations center efficiënter zal maken. Dit is een enorm technisch project, dat helaas achterloopt op schema, omdat het bedrijf dat verantwoordelijk is voor het platform meer tijd nodig heeft gehad dan verwacht voor de technische ontwikkelingen die de NMBS had gevraagd.
Het systeem zal rekening houden met de noodzaak om in bepaalde situaties discreet te kunnen alarmeren. Het is ook belangrijk te voorkomen dat het systeem een vals gevoel van veiligheid geeft, moeilijk te gebruiken is, op bepaalde plaatsen niet bruikbaar is enzovoort. De NMBS zal voorzien in een informatiecampagne om de reizigers op de hoogte te stellen.
Aurore Tourneur:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Comme vous l'avez dit tout à l'heure, nous sommes des néophytes et nous découvrons la matière. Je m'interroge sur ce principe de diminution des dotations. Comment ensuite pouvoir atteindre les objectifs? J'ai un peu l'impression que c'est le serpent qui se mord la queue. Mais je vais découvrir cela tout au long de mon mandat.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.
Wij kunnen zeker begrijpen dat bepaalde zaken vertraging opleveren of dat defecte voertuigen gewoonweg geannuleerde treinen tot gevolg hebben. We weten echter ook dat u als minister graag inzet op extra treinaanbod. Herhaaldelijk hebben wij al aangehaald dat volgens ons niet alleen het materiaal een medeoorzaak is, maar misschien ook wel het feit dat de NMBS kampt met serieuze problemen met het personeel. Wij vragen dan ook dat de dienstregeling in de toekomst met open vizier wordt bekeken.
Voorts hebben wij zeker begrip voor de wens om meer treinverbindingen in te leggen in de landelijke gebieden. Wel vragen wij om mee in overweging te nemen dat op rustige momenten misschien minder treinen hoeven te rijden of dat treinen dan misschien aan minder haltes hoeven te stoppen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Over de stiptheidscijfers is al heel wat gezegd en geanalyseerd. Ik hoop gewoon dat er zeer snel beterschap komt, dat het niet alleen bij woorden en heel veel beloften blijft, maar ook tot daden komt.
De uitbreiding van het systeem van de salariswagens tot het kaderpersoneel van de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 15 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Gilkinet (Ecolo) stelt dat de SNCB-autobeleid (ook voor lagere kaderleden) een interne aangelegenheid is waar hij als minister niet in kan ingrijpen, maar benadrukt dat het bedrijf *wel* duurzame mobiliteit (trein- en fietsvergoedingen) moet promoten. Farah Jacquet kaart scherp aan dat de uitbreiding van salariswagens (zonder overleg met vakbonden of raden van bestuur) en fiscale optimalisatie door een *publieke* spoorwegmaatschappij die groene mobiliteit voorstaat hypocriet en onaanvaardbaar zijn, en eist concrete actie—die volgens haar uitblijft. Gilkinet wijst op zijn inspanningen voor beter openbaar vervoer, maar ontwijkt een directe interventie. Kernpunt: *SNCB’s salariswagenbeleid botst met klimaatambities en transparantie, terwijl de minister zijn handen aftrekt*.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, les conseils d’administration autorisent le groupe SNCB à octroyer des voitures-salaires aux cadres supérieurs uniquement, en contrepartie d'une partie du salaire brut. Il nous est néanmoins revenu récemment que la pratique avait évolué. Tous les cadres, dont ceux de rang inférieur, peuvent maintenant en bénéficier. Pourtant, rien ne le justifie. La décision d'étendre les voitures-salaires à tous les cadres a été prise sans l'accord des syndicats, sans même celui des conseils d'administration d'Infrabel et de la SNCB.
Comme ministre Ecolo de la Mobilité, trouvez-vous normal qu’une entreprise qui promeut pourtant une mobilité douce et durable octroie des voitures-salaires à ses travailleurs? Comme ministre d’une entreprise publique, trouvez-vous normal que nos sociétés de chemins de fer opèrent de l’optimisation fiscale? Si ce n’est pas le cas, qu'allez-vous faire pour y mettre fin?
Georges Gilkinet:
Madame la députée, la politique de rémunération de la SNCB relève de la gestion interne de l'entreprise, conformément à la loi de 1991. Ainsi, il ne m'appartient pas, comme ministre, d'intervenir dans celle-ci.
J'encourage évidemment la SNCB, Infrabel et HR Rail à être exemplaires et à promouvoir les modes de mobilité les meilleurs pour le climat, la santé et l'environnement, ce que font largement les entreprises en offrant à leurs travailleurs des abonnements et tickets de train, mais aussi une nouvelle politique de remboursement des déplacements vers le lieu de travail par la voie cyclable.
Comme ministre Ecolo de la Mobilité, je me suis attaché, depuis quatre ans, à mettre tout en œuvre pour améliorer l'offre de transport, tant la robustesse de celle-ci que la quantité de services fournis. C'est pourquoi il y a tout un débat sur le plan de transport. C'est la priorité que nous avons définie et inscrite dans les contrats à long terme signés avec la SNCB et Infrabel, qui permettront également aux travailleurs de bénéficier d'une sécurité de l'emploi.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, vous n'allez rien faire ici non plus, si je comprends bien. Nous voudrions qu'il soit mis fin à cette extension, car il est aberrant qu'aujourd'hui on pousse les gens à utiliser des voitures. À ce sujet, je vois également que la direction de la SNCB et d'Infrabel font ce qu'elles veulent. Elles s'en fichent des procédures légales. En tant que ministre Ecolo de la Mobilité, j'imagine que vous attendez des entreprises publiques qu'elles soient irréprochables. Ce n'est pas le cas ici. Notre société de chemins de fer propose des voitures-salaires à ses travailleurs et opte pour de l'optimisation fiscale, ce n'est pas normal! J'aimerais que vous soyez ferme dans ce dossier-là et que cette extension des voitures-salaires prenne fin.
De dienstregeling van de NMBS
Het vervoersplan van de NMBS
De dienstregeling van de NMBS
De impact van het gedeeltelijke uitstel van de uitvoering van het vervoersplan 2023-2026 van de NMBS
De recente beslissing van de NMBS om de uitvoering van vervoersplan 2023-2026 uit te stellen
NMBS vervoersplan 2023-2026 en dienstregeling.
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 8 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS schort haar beloofde uitbreiding van het treinaanbod (december 2024) op door acute tekorten aan treinbestuurders en netwerkcapaciteit, ondanks het beheerscontract (43 mjd investering) dat meer treinen afdwong. Minister Gilkinet (Ecolo) handhaaft het contract strikt, dreigt met sancties en eist naleving, maar de NMBS houdt vol dat de plannen onhaalbaar zijn zonder extra personeel, wat leidt tot verzuurde verhoudingen en geschrapte verbindingen (bv. Brussel-Sint-Niklaas, Antwerpen-Brussel). Kritiek uit alle hoeken: oppositie en vakbonden wijzen op chronisch onderbezet personeel, overwerkte medewerkers en realiteitsvreemd beleid, terwijl Gilkinet blijft hameren op contractuele verplichtingen en toekomstige concurrentie (2032). De ministerraad moet nu een geactualiseerd, haalbaar plan goedkeuren, maar de praktische oplossingen (werving, werkomstandigheden) blijven uit, terwijl reizigers en werknemers de dupe zijn.
Frank Troosters:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, mijnheer de minister, welk verhaal schrijft u? In december, over twee maanden dus, zou normaal gezien het nieuwe vervoersplan van de NMBS in werking moeten treden waarmee het aanbod verhoogd zou worden. Meer treinen, dat stemde u gelukkig. Een toename van het aantal treinen was lange tijd de rode draad in uw beleid, aangezien u meende dat mensen hierdoor de overstap van vervuilende wagens naar de trein zouden maken. Elke kritische opmerking of vraag van de oppositie over de haalbaarheid, later ook van de meerderheid gleed van u af als water van een eend. Er moesten meer treinen komen, ook als daardoor lokaal piekuurtreinen geschrapt werden. Dat was geen probleem voor u. Zo werden in Limburg per week 25 piekuurtreinen geschrapt tussen Hasselt en Genk.
Het wegvallen van de rechtstreekse treinverbinding tussen Brussel en Sint-Niklaas vanaf december, waarover ik u in februari een vraag stelde, vond u dat ook geen probleem. Het was geen probleem voor u dat treinreizigers in Sint-Niklaas, Zele, Belsele, Sinaai en Lokeren in de kou blijven staan, zolang er maar meer treinen kwamen.
Enkele weken geleden stelde de NMBS plots dat ze dat plan niet zou kunnen uitvoeren wegens een gebrek aan capaciteit op het net en door onvoldoende treinbestuurders. Toen werd u plots wel boos en dreigde u met sancties tegen de NMBS. U zei zelfs dat u gebruik zou maken van de regeringscommissaris, wat mogelijk is via de wet op de overheidsbedrijven, om die beslissing te schorsen. Dat hebt u ook gedaan en dat is redelijk ongezien. Hierdoor is de relatie met de NMBS behoorlijk verzuurd. De NMBS verklaarde zich niets van de minister aan te trekken en bij haar beslissing te blijven. Daardoor zal alles beslecht worden in de ministerraad.
Wat zult u in de ministerraad zeggen? Wat mogen de treinreizigers verwachten en hoe gaat u verder werken met de NMBS?
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, un train sur sept est soit supprimé, soit en retard. Les gens arrivent donc en retard au travail ou se lèvent parfois plus tôt afin de prendre le train précédent pour être certains d'arriver à l'heure au travail. Dans d'autres cas, ils préfèrent malheureusement la voiture. En tant que ministre, vous aviez promis que la situation s'améliorerait, mais aujourd'hui nous apprenons qu'il n'y aura pas de trains supplémentaires par manque de personnel. La situation ne va donc pas s'améliorer, ni pour les usagers, ni pour le personnel. Cela vous étonne? Moi, cela ne m'étonne pas. J'ai travaillé pendant 18 ans aux chemins de fer et je pense donc savoir de quoi je parle. Il n'y a pas assez de personnel. On supprime des postes et les autres collègues doivent les remplacer. Les conducteurs ne savent pas prendre congé et on a du mal à recruter du personnel. Vous savez, à l'origine, nous ne sommes pas engagés au chemins de fer pour supprimer des trains, mais bien pour les faire rouler.
Qu'ont fait le gouvernement et la direction de la SNCB? Vous avez poussé à toujours plus de productivité et les moyens ne suivent pas. Le personnel tourne donc forcément sur lui-même et est à bout. Les travailleurs n'ont plus de congés et la pression managériale est constante. Soit ils tombent malade car leur corps est à bout, soit ils quittent simplement l'entreprise. Comment voulez-vous, aujourd'hui, assurer l'offre dans de pareilles conditions et l'élargir demain? C'est juste impossible. Quelles seront les victimes? Les usagers et les cheminots!
Qu'allez-vous faire pour valoriser le statut des cheminots? Cette valorisation est indispensable pour pouvoir recruter du personnel. Si on veut ensuite renforcer l'offre de train et enfin répondre aux besoins (…)
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, laat ik beginnen met een compliment. Uw spoorbeleid is perfect wat wij verwachten van uw partij, Ecolo, namelijk onrealistisch en fundamentalistisch. Dat heeft schrijnende gevolgen voor de treinreizigers. Ik kan als voorbeeld mezelf geven. Ik ben nog maar pas aan het reizen per trein en ik heb al vaker staan wachten dan dat ik met de trein gereisd heb, door veelvuldige afschaffingen en door heel veel vertragingen.
U bent nu al weken verwikkeld in een patstelling met de NMBS, omdat u haar een ambitieus opschalingsplan wil opleggen op een moment waarop ze een chronisch en een acuut personeelstekort heeft. Een tekort aan treinbestuurders, bedoel ik daarmee.
Uw groene idealen botsen voor de zoveelste keer met de feitelijke haalbaarheid ervan. Nu legt de NMBS de bal weer in uw kamp. Ze vraagt u dringend een nieuw, haalbaar, treinaanbod voor te leggen aan de ministerraad. Ze wil immers kunnen voortwerken.
Echter, in plaats van snel te handelen, kiest u ervoor te vertragen, net zoals de treinen vertragen. U kiest ervoor tijd te rekken bij het opmaken van een analyse door de FOD Mobiliteit.
Mijnheer de minister, ik meen dat het genoeg geweest is. Stel u alstublieft nederig op en luister naar de mensen op het terrein. Zij hebben nood aan realisme. De groene luchtkastelen van een minister die electoraal geen slagkracht meer heeft, kunnen zij missen.
Zult u een nieuw plan voorleggen aan de ministerraad? Of niet? Zowel de politiek als de treinreizigers zijn uw vertragingen grondig beu.
Xavier Dubois:
Monsieur le président, chers collègues, monsieur le ministre, il y a un peu plus d’un mois, la SNCB a décidé du report de la seconde phase de son plan de transport 2023-2026. Nous l’avons évoqué il y a deux semaines: en réaction, vous avez en quelque sorte sorti l’artillerie lourde. Vous avez demandé au commissaire du gouvernement de suspendre cette décision, que vous avez ensuite vous-même annulée.
Bien entendu, nous regrettons fortement le report de l’augmentation de l’offre de trains, mais il convient d’admettre qu’il est difficile de faire rouler des trains sans conducteur à bord.
Suite à cela, nous avons appris la semaine passée que la SNCB a décidé de confirmer cette décision de report de son plan de transport. Elle justifie cette décision en mettant en avant que lorsque ce plan de transport a été présenté en 2023, il était assorti de conditions d’augmentation du nombre de personnes et du nombre de sillons.
Monsieur le ministre, pouvez-vous confirmer que ces conditions avaient bien été présentées lorsque vous avez présenté cette augmentation du plan de transport au Conseil des ministres?
Allez-vous présenter auprès du Conseil des ministres la demande de la SNCB de valider cette modification du plan de transport? Allez-vous le faire? Quand allez-vous le faire? Si ce n’est pas le cas, quelles solutions allez-vous proposer? Allez-vous proposer finalement que des trains soient créés et que ceux-ci soient ensuite annulés faute de conducteur à bord?
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.
Staf Aerts:
Mijnheer de voorzitter, voor ons, ecologisten, is het duidelijk: de meest ecologische keuze moet ook de meest logische keuze zijn. Daar hoort ook een sterk openbaar vervoer bij. Dat is cruciaal.
Vergeten we niet dat er voor het eerst sinds 12 jaar weer een beheerscontract op tafel ligt. Bovendien heeft de NMBS zelf meegeschreven aan dat ambitieuze beheerscontract. In ruil daarvoor is de minister met 43 miljard euro over de brug gekomen. Als de NMBS die ambities eenzijdig en zonder overleg in de prullenmand dreigt te gooien, dan vind ik het normaal dat de minister in opstand komt. Wat is een beheerscontract anders nog waard?
De NMBS schroeft niet alleen haar beloftes terug, neen, er wordt ook ingegrepen, zonder overleg, in het huidige treinaanbod. Tussen Antwerpen en Brussel wordt een op vier IC-treinen geschrapt. Vanaf januari kan men in Antwerpen dus een half uur op een trein naar Brussel staan wachten. In het IC-station in Mortsel, de dichtstbevolkte stad van Vlaanderen, wordt het treinaanbod gehalveerd tot een trein per uur, en dat terwijl de stad Mortsel zich helemaal op een snelle verbinding naar Brussel heeft georiënteerd.
Ook in de andere provincies delen de treinreizigers in de klappen. Waarom? Omdat de NMBS ook beslist heeft om een internationale trein, waarop geen enkele binnenlandse reiziger kan opstappen, voor te laten gaan. Collega's, voor ons is het duidelijk. Wij zeggen ja tegen meer internationale treinen, maar niet ten koste van volle binnenlandse treinen.
Mijnheer de minister, hoe kunnen we voorkomen dat het binnenlandse treinverkeer, de binnenlandse treinreizigers, de dupe zijn van meer internationale treinen?
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u hebt vijf minuten om te antwoorden.
Georges Gilkinet:
Collega's, dank u voor uw vragen over de toekomstige dienstverlening van de NMBS. De kwestie die de voorbije weken in mijn gesprekken met de NMBS naar voren is gekomen, is de naleving van het openbaredienstcontract van de NMBS dat in december 2022 met de Belgische Staat werd gesloten.
L'un des points fondamentaux de ce contrat, si pas le point fondamental, est de progressivement faire rouler davantage de trains sur le réseau belge, notamment en soirée, le week-end, entre et autour des grandes villes, pour offrir un meilleur service aux voyageurs et donc attirer davantage de voyageurs vers le mode de transport le plus respectueux de l'environnement et le plus sûr.
Cette augmentation progressive de l'offre de trains qui s'est traduite par une évolution de la courbe de production inscrite dans le contrat de service public de la SNCB permettra également de réaliser des gains d'efficience via, notamment, un meilleur amortissement du matériel roulant. C'est donc une question centrale.
In de beslissing van 7 september, die ik nietig heb verklaard, heeft de raad van bestuur van de NMBS eenzijdig besloten om de productiecurve, die wij met kennis van zaken en zwart op wit in het contract hadden vastgelegd voor na december 2024, ter discussie te stellen. Een contract is een wederzijdse verbintenis tussen partijen. Een partij alleen kan de voorwaarden van haar verplichtingen niet herzien. Na mijn optreden is dat rechtgezet. De NMBS herbevestigt haar engagement om de in het contract vastgelegde doelstellingen te respecteren en verbindt zich ertoe alles in het werk te stellen om het nodige personeel aan te werven. In overeenstemming met het contract en het Europese kader vraagt de NMBS anderzijds aan de regering om de wijzigingen aan het vervoersplan goed te keuren.
Ce sont deux modifications essentielles, entre les décisions de septembre et celles d'octobre: confirmer les objectifs de production en trains-kilomètres et respecter la procédure qui prévoit qu'une des deux parties ne peut pas unilatéralement remettre en cause ses engagements.
Anderzijds bevestigt de NMBS dat ze niet in staat is om de nieuwe verbindingen aan te bieden die gepland waren voor december 2024. Dat komt deels door werken aan de infrastructuur – wij investeren daarin –, maar vooral door moeilijkheden bij het aanwerven van de bestuurders die daarvoor nodig zijn. Ik kan begrip hebben voor dat laatste. Niemand is gehouden tot het onmogelijke.
Het dossier volgt nu verder de procedure, waarbij de FOD Mobiliteit de beslissing zal analyseren, met inbegrip van de gevolgen van de door de NMBS genomen opties voor de interne diensten in België. Vervolgens zal de regering het al dan niet goedkeuren.
Mais j'en reviens à la question essentielle du respect, par la SNCB, et demain par le futur gouvernement, du contrat de dix ans signé en décembre 2022. Le respect de ce contrat est de première importance. D'abord pour les voyageurs concernés qui attendent un service accessible, robuste et étendu, un service sur lequel ils peuvent compter. Ensuite pour l'entreprise elle-même, qui doit s'adapter au cadre européen et se préparer, que vous le vouliez ou non, à l'ouverture à la concurrence en 2032. Faire l'autruche n'est pas une option. La meilleure façon d'être prêts à ce changement de paradigme est de respecter le plus strictement possible la courbe de production et d'efficience que nous avons négociée et qui a été acceptée par les deux parties, car elle est la clé de voûte de l'amélioration attendue du service ferroviaire.
Être du côté des travailleurs de la SNCB, comme je le suis depuis quatre ans, c'est d'abord lui donner les moyens d'engager de nouveaux collaborateurs – les moyens sont là. Mais c'est surtout mettre en place les conditions du succès, afin de réussir ce basculement et d'assurer l'avenir de nos entreprises ferroviaires.
Dat is ook van fundamenteel belang voor de Belgische economie.
C'est la raison pour laquelle je me battrai jusqu'au bout, et au-delà, en faveur du train, en étant très souvent aligné avec nos deux entreprises ferroviaires et leurs dirigeants; parfois un peu moins, dès lors qu'ils ne feraient pas tout ce qui est nécessaire pour respecter leur part de contrat. Je pense que, jusqu'à la fin, c'est mon devoir de ministre de tout mettre en œuvre pour éviter cet enterrement de première classe des ambitions que j'ai défendues avec le reste du gouvernement depuis quatre ans pour faire du train la colonne vertébrale de la mobilité.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, u hebt geen 43 miljard gegeven, maar 43 miljard beloofd, die iemand anders zal moeten geven, maar die allicht niet voorhanden zal zijn. Daarnaast lijkt het mij dat in de beheersovereenkomst ook wel wat bepalingen staan die de NMBS toelaten om van bepaalde afspraken af te wijken.
De cirkel lijkt me wel rond. U bent uw mandaat begonnen met een hevige ruzie met de NMBS over de sluiting van de loketten, waarbij de CEO u op een ongeziene wijze met een open brief in de media aan de schandpaal heeft genageld. Nu lijkt u uw ambtstermijn ook af te sluiten met een stevige ruzie.
Eigenlijk is een van uw groene ballonnetjes doorprikt. De toekomst zou weleens kunnen uitwijzen dat meer van die ballonnen of mogelijk zelfs alles van tafel moet. Dat zou betekenen dat we onder uw ministerschap vier jaar stilstand hebben gehad. Dat is niet waar de treinreiziger en het NMBS-personeel op zaten te wachten.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses, si j'ose dire.
Vous répétez toujours la même chose: vous dites que vous voulez quand même y arriver. Mais la situation s'aggrave. Tous ces trains ne sont pas supprimés pour rien! Ce n'est pas par plaisir que les conducteurs et les accompagnateurs le font. Il n'y a pas assez de personnel, dans quelle langue devons-nous le dire? Vous n'écoutez pas les travailleurs! À moins que vous n'ayez une nouvelle idée et que certaines personnes, ici présentes, n'arrêtent leur mandat pour aller postuler aux chemins de fer. Peut-être qu'alors ils travailleront enfin convenablement. Il faut écouter les gens.
Voorzitter:
Merci, chère collègue. C'était votre première intervention dans cet hémicycle. (Applaudissements)
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, dit is eenzelfde slecht scenario als uw plan om de Boeing 777 van DHL op Zaventem te verbieden. De kiezer heeft u afgestraft, u bent zelfs niet meer verkozen tot Kamerlid en toch slaagt u erin om vuurtjes te blijven stoken, als een echte pyromaan. Ik vroeg het eerder al in de commissie: kunt u de treinreiziger een plezier doen, onmiddellijk stoppen met uw spelletjes, een correcte overdracht van uw dossiers voorbereiden en dan de Wetstraat verlaten, alstublieft?
Voorzitter:
Mevrouw Cuylaerts, ik feliciteer u met uw maidenspeech. (Applaus)
Xavier Dubois:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse qui me déçoit une nouvelle fois. Vous mettez en avant le contrat qu'il faut respecter, c'est entendu, mais il convient également de regarder la réalité en face: si les moyens ne sont pas l à , si les outils ne sont pas disponibles pour mettre en œuvre l'obligation, on ne peut pas demander de réaliser l'impossible.
Vous dites que la SNCB fait l'autruche, mais vous faites en quelque sorte de même en vous cachant derrière ce contrat de service public. Je pense qu'il est maintenant temps d'avancer et de trouver des solutions, il ne suffit plus de dire que nous allons analyser et que nous verrons bien. Il faut mettre en œuvre ces solutions, faire en sorte que les trains soient l à , que l'offre de trains soit effectivement augmentée afin de répondre aux besoins de l'ensemble de la population qui souhaite venir travailler en train, qui souhaite tout simplement vivre.
J'espère donc que l'analyse du SPF interviendra rapidement et que vous proposerez rapidement au Conseil des ministres les moyens nécessaires pour mettre en œuvre cet objectif important d'augmenter l'offre de trains.
Staf Aerts:
Collega's, we kunnen niet blijven wachten op meer ambities voor het spoor, tot elke trein stipt rijdt. We moeten daarvan nu al werk maken. Ik hoor echter dat er besparingen bij de NMBS op de onderhandelingstafels liggen. Daarmee zullen de treinen dus niet stipter of frequenter rijden. Daarmee maken we de treinreiziger toch niet gelukkig? Voor mij is het heel duidelijk: we moeten samen met de NMBS ambitieus zijn en blijven. We mogen de drukke binnenlandse treinen niet opofferen voor een extra internationale trein waar de binnenlandse reiziger geen baat bij heeft. Nieuwe treinreizigers overtuigt men met meer en stiptere treinen en niet met het tegenovergestelde.
De toestand aan het Brusselse Zuidstation
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)
op 2 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De veiligheidsproblemen in station Brussel-Zuid blijven ondanks verbeterde politiepresentie en een actieplan (augustus 2023) onvoldoende opgelost, volgens commerçanten en gebruikers. Minister Verlinden bevestigt dat het plan loopt: versterkte controles, alcoholverbod en betere samenwerking met het parket, maar infrastructuur (o.a. het beloofde politiekantoor) en socio-sanitaire maatregelen vertragen door bevoegdheidsverdeling (SNCB, safe.brussels). Het politiekantoor komt er "zo snel mogelijk", met lopende werken en constructieve samenwerking, terwijl een cameranetwerk (pilot in 3 zones) de digitale patrouilles moet optimaliseren. Concrete deadlines ontbreken, maar alle partijen benadrukken urgente uitvoering.
François De Smet:
Madame la ministre, je sais que vous avez abordé le sujet en plénière depuis que j’ai déposé la question donc peut-être aurez-vous quelques réponses complémentaires.
La presse s’est fait l’écho de témoignages de commerçants et d’usagers travaillant au sein et fréquentant la gare de Bruxelles-Midi estimant qu’un an après les opérations sécuritaires, le sentiment d’insécurité s’est quelque peu atténué. La présence policière s’est certes améliorée mais, globalement, la situation n’a pas assez évolué dans le bon sens.
Le 25 août 2023, le premier ministre et vous-même aviez, dans un communiqué, annoncé la mise en place d’un plan d’action particulier autour de trois axes sur le court et le moyen termes en vue de restaurer la sécurité à la gare du Midi, tout en sachant que le Centre de crise national en assurerait la coordination stratégique. D’après les informations, un commissariat serait créé d’ici septembre.
Madame la ministre, qu’est-ce qui justifie l’apparente lenteur du processus d’exécution du plan? Un point de police sera-t-il bel et bien créé?
Annelies Verlinden:
Monsieur De Smet, je me réfère tout d'abord aux informations formulées en séance plénière la semaine passée.
Je peux également vous communiquer les éléments de réponse suivants. Concernant le plan d'action et son exécution, la coordination des trois axes est actuellement assurée au niveau de la Région de Bruxelles-Capitale.
L'axe 1, piloté par le directeur-coordinateur de Bruxelles en collaboration avec le chef de corps de la zone de police Midi, concerne la lutte contre les phénomènes criminels et l'illégalité dans et autour du bâtiment de la gare de Bruxelles-Midi. Plusieurs points d'action ont été identifiés dans ce cadre: une surveillance renforcée ainsi qu'une répression accrue par le biais d'actions policières. Certains instruments pour appuyer cette lutte ont été mis en place, par exemple une interdiction d'alcool, des heures de fermeture adaptées dans le périmètre, une concertation opérationnelle renforcée avec le parquet, mais aussi une capacité supplémentaire pour le poste de police des chemins de fer de Bruxelles.
L'axe 2, concernant la problématique socio-sanitaire et la propreté, et l'axe 3, concernant l'infrastructure, ne relèvent pas de ma compétence mais respectivement de celle de safe.brussels et de la SNCB.
L'ouverture d'un poste de police était une autre mesure phare découlant de l'engagement du gouvernement fédéral pour des gares vivables et sûres. Le lieu a été déterminé depuis longtemps. Les besoins de la police fédérale ont été communiqués à la SNCB qui est responsable de la mise en œuvre et de l'adaptation des locaux. Les travaux d'aménagement se poursuivent. Dans ce dossier, la coopération entre la SNCB et la police fédérale se déroule de manière positive et constructive. En concertation mutuelle et compte tenu des travaux en cours, tout est mis en œuvre pour ouvrir ce poste de police dans les meilleurs délais. Je vous renvoie vers le ministre concerné pour obtenir de plus amples détails à ce sujet.
Le développement du réseau de caméras, qui permet de mettre les images des caméras de la SNCB à la disposition des zones de police, se poursuit également. Un projet pilote sera lancé à court terme dans trois zones de police et dans des unités de la police fédérale. Cette initiative permettra d'améliorer l'efficacité des patrouilles numériques. Je reste bien entendu à votre disposition pour vous informer du déploiement complet de ce réseau de caméras.
François De Smet:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse complète. Nous n’avons pas d’échéance claire pour le commissariat, mais j’entends que ce sera le plus rapidement possible. Merci aussi pour l’information concernant les caméras.
De rechtszaak van Testaankoop en Unia over de tariefdifferentiatie bij de NMBS
De rechtszaak van Unia en Testaankoop tegen de NMBS
Rechtszaken van Unia en Testaankoop tegen NMBS over tariefdifferentiatie
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 26 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De SNCB wordt beschuldigd van prijsdiscriminatie door hogere tarieven aan te rekenen voor tickets gekocht aan loketten in plaats van digitaal, wat kwetsbare groepen (zoals ouderen) benadeelt en de digitale kloof verergert. Minister Gilkinet erkent het probleem, verwijst naar het contract van openbare dienst dat toegankelijkheid vereist, en claims de SNCB te hebben aangespoord om in de nieuwe tariefstructuur rekening te houden met deze kritiek—zonder concrete maatregelen af te dwingen of de autonomie van de SNCB in vraag te stellen. Testaankoop en Unia dienden een klacht in na een onbeantwoord ultimatum, terwijl oppositiepartijen (zoals Vlaams Belang) falend beleid hekelen: jarenlange loketsluitingen en digitale verplichte kanalen straffen juist degenen die de trein moeten aantrekken. Gilkinet schuift de verantwoordelijkheid door naar de toekomstige regering, waarschuwend dat bezuinigingen de mobiliteitsrechten van kwetsbaren verder zullen ondermijnen.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, en juillet dernier, Testachats et Unia ont posé un ultimatum à la SNCB en raison d'une politique discriminatoire en matière tarifaire. En effet, il semble que différents titres de transport soient vendus à un prix moindre lorsqu'ils le sont sur internet ou au moyen de l'application de la SNCB. Cela témoigne donc d'une pratique discriminatoire, qui ne respecte pas l'égalité de traitement et qui renforce la fracture numérique, dont souffre une grande partie de la population. Je pense, bien entendu, à nos aînés, mais pas uniquement puisque d'autres personnes éprouvent également des difficultés à utiliser ces technologies. Pour toute réponse, la SNCB a simplement indiqué qu'elle était autorisée à recourir à cette pratique et que le contrat de service public ne l'en empêchait pas. Donc, elle se cache derrière ce contrat. En réaction, Testachats et Unia ont décidé de déposer plainte le 20 septembre dernier.
Monsieur le ministre, mes questions seront assez simples. Tout d'abord, que pensez-vous de cette situation? Jugez-vous également cette pratique discriminatoire? Le contrat de service public l'autorise-t-il en définitive? Comment allez-vous réagir à cette plainte? Allez-vous prendre des initiatives, vous et la SNCB? L'avez-vous interrogée à ce propos? Enfin, comment allez-vous lutter concrètement contre cette discrimination et rétablir l'égalité de traitement?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, collega's, u weet uit de voorbije legislatuur dat de NMBS voor de ticketverkoop een politiek hanteert waarbij men de treinreizigers zoveel mogelijk ertoe tracht te bewegen om tickets te kopen langs digitale of geautomatiseerde weg. De NMBS heeft daartoe ook een aantal beleidsdaden genomen, onder andere het sluiten van 44 loketten.
Voor de loketten die nog open zijn, heeft men de openingsuren systematisch afgebouwd. Bovendien zijn bepaalde producten alleen langs digitale weg verkrijgbaar. Helaas zijn er onder de treinreizigers en in de samenleving een aantal mensen die de nodige vaardigheden niet hebben om langs digitale weg, met een gsm of een computer, een ticket aan te kopen. Die mensen, die dus digitaal kwetsbaar zijn, worden daarvoor door de NMBS zowaar bestraft omdat ze dan een hogere prijs moeten betalen. Het Vlaams Belang vindt dat onaanvaardbaar en we staan daarmee niet alleen. Ook externe organisaties, zoals Testaankoop en Unia, zijn dezelfde mening toegedaan.
In de debatten die we daarover gehad hebben in het Parlement heb ik ook vastgesteld dat ook andere partijen zich daar vragen bij stellen. Testaankoop en Unia hebben onlangs aangekondigd dat ze willen dat de NMBS haar beleid op dat vlak verandert. Ze vinden dat discriminerend en willen in overleg gaan. Ze willen dat de NMBS bijstuurt en gaven de maatschappij daartoe de tijd tot 31 augustus. Als dat tegen dan niet gebeurd was, zouden ze desnoods naar de rechtbank stappen. Ze vinden dat ze daarvoor argumenten hebben die sterk genoeg zijn om hun slag thuis te halen.
Wat hebt u als minister gedaan? Hebt u met een van de betrokken partijen overleg gehad? Hebt u getracht bij te sturen? Hebt u geprobeerd dat te voorkomen? Als digitaal zwakkeren met hogere prijzen en een moeilijkere of geen toegang tot bepaalde vervoerstickets worden bestrafd, zal dat hen stimuleren om de trein te nemen, wat toch een van uw grote beleidsdoelstellingen was?
Georges Gilkinet:
Monsieur Dubois, merci pour cette excellente première question sur le thème essentiel de l'accessibilité et bonne chance dans vos nouvelles fonctions de député!
La mobilité est un droit universel. Le transport public joue un rôle majeur à cet égard afin que chaque concitoyen puisse exercer ce droit et être libre de se déplacer.
Nous avons beaucoup travaillé au cours des quatre dernières années sur le sujet avec la SNCB. Nous avons décidé de mesures essentielles en matière d'accessibilité physique et tarifaire, qu'il s'agisse de l'information aux voyageurs, de l'accompagnement de ceux-ci, du rehaussement des quais, de l'offre tarifaire, des services en gare, du matériel roulant ou de l'obligation de consulter les organes représentatifs des voyageurs et des publics concernés. Même si nous progressons, il y a encore beaucoup de travail en la matière.
Mobiliteit moet nog inclusiever worden, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarste burgers, die vaak ook digitaal kwetsbaar zijn.
L’accessibilité constitue un élément-clé du contrat de service public que nous avons conclu avec la SNCB à la fin 2022 pour une durée de dix ans. Je discute régulièrement de la mise en œuvre de ce contrat – et encore davantage ces jours-ci – avec la direction de l’entreprise, afin d’assurer que les principes, les ambitions et les objectifs que nous avons inscrits ensemble et sur lesquels nous nous sommes accordés il y a moins de deux ans se concrétisent – pas à pas mais de façon certaine. C’est dans l’intérêt des voyageurs mais aussi de l’avenir de la SNCB proprement dite.
Dans ce cadre, en rapport avec la question précise que vous avez posée, j’ai demandé à la SNCB de prendre en considération les préoccupations exprimées en juillet par Unia et Testachats dans les travaux de l’entreprise sur la nouvelle grille tarifaire sur laquelle son conseil d’administration – il s’agit d’une entreprise publique autonome – doit encore se prononcer dans les prochains mois. Ce serait, à mes yeux, la façon la plus élégante de répondre à ces associations et, surtout, aux personnes qu’elles représentent, sans attendre le résultat de l’action intentée auprès de la justice par Unia et Testachats, action sur laquelle je ne me prononcerai bien évidemment pas.
Si la poursuite du développement des canaux numériques est inscrite dans les astres et peut être à l’origine de progrès considérables, elle ne peut se faire au détriment de l’accès des personnes victimes de la fracture numérique. Cela me semble essentiel.
Niemand mag in de kou blijven staan, zeker niet de meest kwetsbaren onder ons. Het gaat om de uitoefening van het universele recht op mobiliteit, dat essentieel is in onze samenleving.
Pour la suite, il reviendra au prochain gouvernement de continuer sur cette trajectoire d'amélioration, ce que je souhaite bien sûr ardemment, même si j'ai des craintes avec les coupes budgétaires envisagées par les partis qui essaient de constituer un futur gouvernement. Ces coupes budgétaires seraient catastrophiques en matière de mobilité mais également en matière d'accessibilité, d'impact économique ou de sécurité routière. J'espère évidemment me tromper.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse qui m'étonne et me déçoit. En effet, vous avez rappelé tout ce que vous avez réalisé pendant cette législature mais vous ne répondez finalement pas de manière très concrète à la question. Vous dites que vous avez interpellé la SNCB mais nous n'avons pas non plus sa réponse. Vous vous retranchez derrière l'autonomie de la SNCB alors que dans d'autres circonstances, vous sortez "l'artillerie lourde" puisque vous n'hésitez pas à faire intervenir le commissaire du gouvernement pour annuler ou suspendre des décisions ou vous les annulez vous-même. Dans ce cas-ci, vous interpellez et attendez que la SNCB fasse quelque chose – et j'espère qu'elle le fera. Vous renvoyez au prochain gouvernement – et j'espère qu'il y aura aussi du concret à ce niveau-là.
Tous les autres services publics pourraient être concernés par cette problématique. Je renvoie à la proposition de loi qui sera déposée par ma collègue Vanessa Matz visant à prévoir à toute alternative numérique une alternative physique afin de garantir le contact humain – ce qu'il y a de plus important.
Voorzitter:
Cher collègue, je vous félicite d'être intervenu sans l'aide d'un document écrit, d'autant plus qu'il s'agissait de votre maiden speech .
(Applaudissements)
(Applaus)
04.05
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, u zegt terecht dat we ervoor moeten zorgen dat treinreizen inclusiever worden en dat we aandacht moeten hebben voor de zwakkeren. Dat is net wat hier niet gebeurt. Er zijn heel veel maanden verloren gegaan waarin we dit hadden kunnen ontmijnen en bijsturen. Dat is helaas niet gebeurd en dat heeft geleid tot een rechtszaak van Testaankoop en Unia. Die laatste is een organisatie waarvan ik voor alle duidelijkheid geen fan ben. Unia hangt af van de overheid en spant dus een rechtszaak aan tegen een ander overheidsbedrijf. In die situatie zitten we nu. Dit had vanuit het beleid, in overleg met de NMBS, bijgestuurd kunnen worden. Dat is niet gebeurd. Ik vind dat ongelooflijk jammer. We zullen nu moeten afwachten wat er zal gebeuren. Intussen zijn die digitaal kwetsbare personen echter het kind van de rekening. Zij worden gestraft voor hun kwetsbaarheid, zij moeten intussen hogere tarieven betalen en hebben minder toegang tot bepaalde producten en dus eigenlijk ook minder toegang tot de trein.
De onveiligheid in en rond het station Brussel-Zuid
De drugsproblematiek in de steden
De veiligheid in het station Brussel-Zuid
Veiligheidsproblemen in Brussel-Zuid en stedelijke drugsproblematiek
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet, Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)
op 26 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De politiepost in Brussel-Zuid, beloofd na geweldsincidenten en drugsoverlast, is na een jaar nog steeds niet gerealiseerd, ondanks 22 aangekondigde maatregelen, wat kritiek uitlokt op trage uitvoering en gebrek aan concrete planning. Minister Verlinden benadrukt een multidisciplinaire aanpak (repressie, preventie, nazorg) met 500 miljoen extra investeringen in veiligheid, versterkte politiecapaciteit en internationale samenwerking, maar erkent dat lokale besturen en regionale overheden hun verantwoordelijkheid moeten nemen voor structurele oplossingen (huisvesting, gezondheidszorg, armoedebestrijding). Drugsoverlast en geweld in stationsomgevingen (o.a. openlijke drugshandel, messenincidenten) blijven acute problemen, ondanks cijfermatige successen (recordinbeslagnames cocaïne, 2.130 gevangenisjaren voor drugscriminaliteit in 2023), terwijl lokale besturen om meer bevoegdheden en financiering vragen voor ketenaanpak en bestuurlijke handhaving. Vertraging en coördinatietekorten tussen federale, regionale en lokale overheden ondermijnen het vertrouwen in de beloften, met name bij NMBS-personeel en reizigers die dagelijks met onveiligheid geconfronteerd worden.
Frank Troosters:
Mevrouw de minister, ik neem u mee naar een dik jaar geleden in de tijd. Toen strandde een Antwerps gezin 's avonds laat met de trein in het station Brussel-Zuid. Bij het verlaten van het station werd het gezin geconfronteerd met zeer harde feiten van geweld, waarbij de messen in het rond vlogen.
Daarover ontstond toen heel veel ophef in de pers. Daar was veel over te doen, en bij uitbreiding ook over de criminaliteit in dat station en over de verloedering errond. Het bleef voor de politici dit keer niet bij het spreekwoordelijk veroordelen van de daders en bij gespeelde verontwaardiging, er zou eindelijk iets gebeuren. Het was de eerste minister, Alexander De Croo, die het dossier naar zich toe trok. Hij verzamelde iedereen die iets met het dossier te maken had rond zich en men kwam tot een groot actieplan.
Er werden 22 maatregelen aangekondigd. Eén essentiële maatregel was dat in het station Brussel-Zuid een politiepost zou worden opgericht. Vlaams Belang was daar heel blij mee. Wij zijn absoluut voorstander van handhaving. Wij zijn voorstander van een harde aanpak van criminaliteit. We hebben in het Parlement zeer veel vragen gesteld over de onveiligheid bij het spoor. Ik heb u regelmatig bevraagd over de spoorwegpolitie.
We waren dus blij en we keken hoopvol uit naar die politiepost. Nu, een dik jaar later, stellen we echter vast dat die politiepost er nog steeds niet is. We zijn daar uiteraard niet vrolijk om. We vinden het een beetje jammer. Dat is de reden waarom ik van u, mevrouw de minister, wil horen hoe dat komt. Waarom is die politiepost er nog niet? Wat zijn de redenen voor de vertraging?
Wanneer zal die post er wel zijn? De NMBS kondigde hem eerst aan voor het einde van de zomer, maar geeft nu geen duidelijkheid meer. De NMBS spreekt nu van "over enkele weken." Kortom, wanneer komt die post er?
Tot slot, wat voor post zal dat zijn? Gaat het echt om een volwaardige post, die liefst permanent bemand wordt, of zal het eerder een soort onthaalpost van de politie zijn?
Franky Demon:
Mevrouw de minister, mannen staan op de Brusselse pleintjes aan te schuiven om drugs te kopen, zoals u en ik ’s zondags staan aan te schuiven bij de bakker. Ook de stationspleinen in onze steden worden geteisterd door drugsdealers, die als het ware van het ene naar het andere station gaan. Er is overlast door gebruikers en er zijn veel te goedkope en diverse drugs. Al die zaken gebeuren aan de stations in onze steden.
Dit zette de cd&v-burgemeester van Roeselare, Kris Declercq, ertoe aan een brief te schrijven aan de formateur. Daarin vroeg hij een betere toepassing van het snelrecht, meer bestuurlijke bevoegdheden voor de burgemeesters, een adequatere financiering van de lokale politie, een betere aanpak van wachtlijsten voor verslavingszorg en een betere spreiding van dag- en nachtopvang. Cd&v vindt een ketenaanpak met samenwerking tussen politie, Justitie en gezondheidszorg belangrijk. Dat is de afgelopen legislatuur zeer veel gebeurd, bijvoorbeeld door de toename van het aantal politiemensen, de bestuurlijke handhaving en de oprichting van het nationaal drugscommissariaat.
Ook onze burgemeesters zijn creatief. In mijn stad, Brugge, werd deze week beslist om een alcoholverbod voor de volledige stationsomgeving in te voeren. De ingeslagen weg moet verder worden gevolgd. Cd&v pleit dan ook voor een soort toolbox voor de lokale besturen om krachtdadiger te kunnen optreden. In de tijd van lopende zaken, terwijl we op een nieuwe regering wachten, heb ik hierover maar één vraag.
Mevrouw de minister, hoe kunt u er samen met uw collega-ministers voor zorgen dat de lokale besturen beter worden geholpen in de strijd tegen drugs?
Ridouane Chahid:
Madame la ministre, la gare du Midi occupe tristement l'actualité depuis plusieurs mois. Je ne vous ferai pas l'affront ici de vous rappeler quelles sont les compétences de l'État fédéral et de la ministre de l'Intérieur que vous êtes pour garantir la sécurité au sein des gares, qu'elles soient à Bruxelles ou ailleurs. Malheureusement, l'État fédéral a abandonné la gare du Midi; il n'y a aujourd'hui quasi aucune présence de l'État fédéral au sein de la gare du Midi.
Madame la ministre, il y a quelques mois, le premier ministre a réuni un certain nombre d'acteurs pour apporter des solutions afin de garantir la sécurité au sein de la gare du Midi. Quelles sont les suites de cette initiative et des mesures qui ont été annoncées? Quels moyens humains et financiers avez-vous débloqués afin d'apporter des solutions structurelles pour garantir la sécurité au sein de la gare du Midi? Qu'en est-il du commissariat sur place et du recrutement?
Enfin, on dit que la gare du Midi a un statut international, tout comme l'aéroport de Bruxelles-National. Quand allez-vous mettre les mêmes moyens qu'à Bruxelles-National pour garantir la sécurité au sein de la gare du Midi?
Voorzitter:
Dan geef ik het woord aan de minister, die vijf minuten de tijd krijgt voor haar antwoord omdat er drie vraagstellers zijn.
Annelies Verlinden:
Mijnheer de voorzitter, dank u voor uw generositeit.
Uiteraard is de aanpak van overlast en drugsgeweld breder dan alleen de stationsomgevingen. Ik zal zo volledig mogelijk proberen te antwoorden.
U weet dat de strijd tegen drugshandel en drugsgerelateerd geweld in de voorbije legislatuur een absolute prioriteit voor de regering is geweest. Ik vind dat ook de volgende regering voldoende middelen en capaciteit moet vrijmaken om die strijd te blijven voeren, zowel voor de versterking van de federale politie als voor de versterking van de lokale politie, om ervoor te zorgen dat ook die lokale politiekorpsen voldoende mensen en middelen hebben om de overlast tegen te gaan. Dat is ook de reden waarom we het voorbereidend werk voor een herfinanciering van de lokale politiezones hebben gedaan. Voor mij maken de budgetten en de nieuwe tabellen voor een volgende legislatuur zeker deel uit van die afspraken.
Er is in de hele problematiek van drugs en overlast voor mij maar één aanpak die kans van slagen heeft en dat is een multidisciplinaire aanpak, want met meer repressie alleen zullen we er niet komen. Er moet ook preventie zijn en er moet nazorg gebeuren. Dat betekent dat alle verschillende beleidsdomeinen, ook die van de regionale en de gemeenschapsbevoegdheden, mee aan boord moeten zijn in de aanpak van dat grootstedenbeleid. Het gaat over huisvesting, over armoede, over kansarmoede, over jeugdzorg, over onderwijs, over gezondheidszorg. Alle aspecten zijn nodig om die verslavingsproblematiek aan te pakken.
Het is misschien af en toe stoer om te praten over strengere straffen, maar ik denk dat we dweilen met de kraan open als we niet ook die andere elementen bekijken en als lokale en regionale besturen daarin hun verantwoordelijkheid niet nemen. Het is niet alleen de federale politie die bijvoorbeeld de problematiek in Brussel-Zuid kan oplossen.
We hebben er ook een speerpunt van gemaakt. België heeft dit punt tevens hoog op de internationale agenda gezet. We hebben met Justitie en Binnenlandse Zaken maar liefst 500 miljoen euro extra in veiligheid geïnvesteerd. We hebben zeer kordaat opgetreden tegen onder meer de internationale drugscriminaliteit.
We hebben eveneens de federale gerechtelijke politie versterkt en het Havenbeveiligingskorps opgericht, om ervoor te zorgen dat de instroom vanuit een logistieke hub in Antwerpen beter kan worden tegengehouden. We hebben het Nationaal Drugscommissariaat opgericht, dat al met enkele concrete projecten gekomen is. Daarnaast hebben we geïnvesteerd op het gebied van cryptocurrency, zoals bitcoins, om ervoor te zorgen dat we die follow-the-value -aanpak kunnen waarmaken.
We hebben daarenboven geïnvesteerd in internationale samenwerking – de Ports Alliance – om ook te kunnen samenwerken met de private sector. Dat is ontzettend belangrijk, want zij hebben natuurlijk ook veel informatie die ons kan helpen. We hebben meer verbindingsofficieren van de politie in het buitenland, zodat we boots on the ground hebben, ook in Latijns-Amerika, en kunnen samenwerken met de verschillende veiligheidsdiensten en alle mogelijke relevante informatie te delen.
Tot slot hebben we – dat heeft bloed, zweet en tranen gekost, dat moet ik niet verhullen – de wet houdende bestuurlijke handhaving goedgekeurd. Die is nu beschikbaar voor onze lokale besturen, waardoor zij ook op die manier preventief meer tools in handen hebben om overlastzaken of zaken waar crimineel geld wordt witgewassen te kunnen sluiten of minstens de activiteiten te kunnen schorsen.
We hebben met de cijfers van 2023 gezien dat al die inspanningen lonen. De cijfers voor 2023, bijvoorbeeld van de inbeslagname van cocaïne, zijn eerder indrukwekkend, net als de cijfers van het aantal arrestaties en de uitgesproken celstraffen. Zo zijn er in 2023 maar liefst 4.087 nieuwe onderzoeken gestart, gericht op de georganiseerde criminaliteit. Er werd in totaal 213.670.000 euro in beslag genomen in lopende onderzoeken. Verder is 24,8 % van de onderzoekscapaciteit van de federale politie gegaan naar dossiers met betrekking tot de georganiseerde drugscriminaliteit. Dat wil zeggen dat vandaag in ons land één speurder op vier bij de federale politie zich bezighoudt met drugscriminaliteit en georganiseerde misdaad. Er zijn in totaal 2.130 jaren gevangenisstraf uitgesproken voor drugsgerelateerde feiten, wat overeenkomt met ongeveer 45 % van het aantal opgelegde jaren gevangenisstraf voor onderzoeken uitgevoerd door de federale politie.
Ik ben het helemaal met u eens, mijnheer Demon, dat we daarmee moeten voortgaan. Lokale besturen moeten goed worden uitgerust en daarom moeten de korpsen ook voldoende groot en gefinancierd zijn. Dat is belangrijk.
Ik wil ook nog even ingaan op het Zuidstation. We hebben de leefbaarheid vorig jaar aangepakt omdat het duidelijk werd dat de gemeente en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een noodkreet slaakten binnen hun bevoegdheden om de leefbaarheid te garanderen. We hebben onmiddellijk gehandeld. We hebben niet geaarzeld. Het Nationaal Crisiscentrum heeft actieplannen gemaakt op verschillende domeinen. (…)
Frank Troosters:
Mevrouw de minister, een jaar geleden ondervroeg ik uw collega van Mobiliteit, minister Gilkinet, hier over een steekincident op de trein in Brussel-Zuid. Op het moment waarop ik hier de vraag stelde, vond er een nieuw incident plaats in het station Antwerpen-Centraal, waarbij een vrouw werd neergestoken. Dat gebeurde enkele weken na een steekincident dat had plaatsgevonden in het station van Hasselt.
Wat is er op een jaar tijd veranderd? De feiten zijn veelzeggend. In Brussel-Zuid heeft er minder dan een week geleden een incident met een mes plaatsgevonden. Het NMBS-personeel heeft uit protest de loketten een tijd gesloten. Er zijn daar daklozen, illegalen, mensen met een drugsproblematiek. Er gebeuren diefstallen, al dan niet met fysiek geweld. Dat is daar schering en inslag. De mensen staan erbij en kijken ernaar. Zoals het spreekwoord zegt, veel beloven en weinig geven, doet de zotten in vreugde leven. Dat is wat de vivaldiregering heeft gedaan. Het NMBS-personeel en de treinreizigers hebben daar niets aan.
Franky Demon:
Mevrouw de minister, de drie recepten zijn duidelijk. Eerst en vooral gaat het om de ketenaanpak, waarbij gezondheidszorg, politie en Justitie samenwerken. Een tweede punt is de lokale besturen meer slagkracht en meer bestuurlijke handhaving geven. Het derde punt is de financiering waarover u het hebt gehad. Het is uiterst belangrijk dat die kan worden doorgevoerd, want kleine steden smeken bijna om hulp voor acties tegen geweld en drugsgeweld.
Ridouane Chahid:
Madame la ministre, je vous remercie d'avoir essayé d'apporter des réponses à mes questions, même si je n'en ai pas obtenu.
Je vous rappellerai simplement que nous nous étions rencontrés en novembre 2022 dans ma commune, puisqu'un de nos policiers avait été lâchement abattu alors qu'il effectuait sa ronde à la gare du Nord. Je n'ai pas envie que cela se reproduise à la gare du Midi. Oui, les communes doivent disposer de moyens parce que ce sont elles qui, aujourd'hui, suppléent au manque d'investissement de l' É tat fédéral.
Voorzitter:
Je précise que le collègue Chahid a, lui aussi, posé sa première question en séance plénière. (Applaudissements) (Applaus)
De uitvoering van het vervoersplan van de NMBS
Het tempo van de aanwervingen van treinbestuurders bij de NMBS
De beslissing van de NMBS om de voorziene uitbreiding van het treinaanbod in te perken
Het uitstel van de uitbreiding van het NMBS-aanbod
NMBS-beleid en uitdagingen in treindienstuitbreiding en personeelswerving
Gesteld door
VB
Frank Troosters
VB
Frank Troosters
N-VA
Dorien Cuylaerts
Les Engagés
Jean-Luc Crucke
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 11 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De NMBS schrapt 30% van de geplande extra treinritten (2023-2026) door personeelstekort (te weinig treinbestuurders) en netwerkcapatciteitsproblemen, ondanks ambitieuze regeringsplannen (+10% aanbod tegen 2032) en recordinvesteringen (44 miljard euro). Minister Gilkinet (Ecolo) betreurt de unaniem genomen beslissing van de NMBS-raad van bestuur, noemt het een risico voor de toekomst van het spoor en overweegt juridische stappen via de regeringscommissaris, maar partijen en vakbonden steunen het uitstel als realistisch, gezien de huidige operationele problemen (3% treinen geschrapt, stiptheid op dieptepunt). Kernpunt: ambitie botst met haalbaarheid – NMBS prioriteert stabiliteit boven uitbreiding, terwijl Gilkinet vasthoudt aan het contract maar weinig concrete oplossingen biedt voor werving of capaciteit.
Voorzitter:
Chers collègues, nous accueillons le vice-premier ministre et ministre de la Mobilité, M. Gilkinet, que je remercie de s'être rendu disponible pour notre commission.
Bij het commissiesecretariaat was het verzoek van de Vlaams Belangfractie binnengekomen om over dit onderwerp met de minister van gedachten te wisselen.
De werkwijze is dezelfde als in de vorige vergadering. Ik geef de fracties het woord in volgorde van hun grootte. Aangezien het een gedachtewisseling is, zal ik niet tot op de seconde timen, maar vraag ik om de uiteenzettingen tot 10 à 15 minuten te beperken. Binnen die tijdspanne moet u uw punt kunnen maken en uw vragen om informatie formuleren. Er werden ook enkele mondelinge vragen ingediend.
Chers collègues, veuillez s'il vous plaît incorporer les questions orales aux interventions.
Ik zal eerst de Parlementsleden het woord geven, in de volgorde van de grootte van hun fractie. Daarna is het aan de minister en dan kunnen alle fracties nog kort repliceren.
Zijn er opmerkingen? ( Neen ) Dan kunnen we van start gaan.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, collega's, goedemorgen. We kunnen het inderdaad kort en bondig houden, want iedereen weet waarom we vandaag samengekomen zijn.
De NMBS zou namelijk plannen hebben om het aantal bijkomende treinritten dat aanvankelijk voorzien werd in het vervoersplan 2023-2026 met ongeveer 30 % terug te schroeven. De voornaamste redenen hiervoor zouden de moeilijkheden zijn bij de aanwerving van treinbestuurders en de netcapaciteit. Ook de langetermijnplanning op basis van het openbaredienstcontract richting 2032 zou worden bijgesteld. Dat alles zou zijn besproken op een vergadering van de raad van bestuur afgelopen vrijdag.
We hebben hierover dan ook enkele vragen voor u, mijnheer de minister.
Klopt de informatie die we in de pers vernamen? Indien ja, hebt u kennis genomen van die beslissing bij de NMBS?
Hebt u intussen contact gehad met het management van de NMBS als reactie op die beslissing? Indien ja, wat hebt u ondernomen en wat hebt u voorgesteld?
Zult u nog iets ondernemen tegen deze beslissing en, indien ja, wat?
Vindt u de plannen die u wilde doordrukken voor de verhoging van het treinaanbod, overal op het net en op alle tijdstippen, nog steeds realistisch?
Kunt u eveneens een stand van zaken geven over uw aanpak van de aanwervingsproblemen voor het boordpersoneel? Wat zult u op dat vlak nog ondernemen?
Ten slotte, welke capaciteitsproblemen op het net erkent u en wat zult u doen om die te verhelpen?
Voorzitter:
Bedankt, mevrouw Cuylaerts. Er is niemand van de MR-fractie aanwezig. Ik zal mijn tussenkomst als laatste houden. Ik volg verder de volgorde van de fracties en kom dan bij de heer Legasse van de PS-fractie.
Dimitri Legasse:
On peut effectivement déplorer l'information qui a été confirmée vendredi dernier par la SNCB et on peut aussi voir la situation comme un verre à moitié vide ou à moitié plein. La décision prise à l'unanimité, semble-t-il, par le conseil d'administration de la SNCB est celle qui vient d'être évoquée. Comme vous le savez, notre groupe a toujours soutenu le développement et le renforcement du rail. Pour nous, les transports en commun sont un maillon essentiel de la politique de mobilité. Nous soutenons le renforcement de l'offre de transports en commun mais aussi leur qualité.
Une augmentation de 5 %, c'est certes appréciable, mais c'est moins que ce que prévoit le contrat de gestion qui évoquait 7 % et la décision dont on parle ici est critiquable. Je vous parle d'un verre à moitié vide ou à moitié plein. Cependant, nous voulons rester constructifs. Quand nous prenons le train – pour ceux qui le prennent – et que nous rencontrons des navetteurs, ils nous disent qu'ils sont d'accord sur le fait qu'ils signeraient à deux main pour pouvoir avoir une place assise, pour pouvoir acheter un billet au guichet ou pour que le prix n'augmente pas. Le navetteur veut un service de qualité, un meilleur service, un service qui s'améliore.
Je retiens que la SNCB garde son objectif final mais elle le module en fonction d'une forme de principe de réalité. Au-delà des chiffres, monsieur le ministre, ce sont les raisons évoquées par l'entreprise qui nous interpellent. Nous sommes particulièrement interpellés par la problématique du recrutement du personnel. Les syndicats soulignent en effet que la priorité absolue pour la SNCB est de stabiliser et de consolider l'offre actuelle, notamment en parvenant à recruter des conducteurs en nombre suffisant. Ils évoquent dans la presse que seulement 300 d'entre eux ont été recrutés en 2024, soit la moitié à peine de l'objectif qui était fixé à 625. Il ne faut pas être ingénieur, ni même ingénieur ferroviaire, pour comprendre que pour faire rouler des trains, il faut d'avantage de conducteurs et le problème se situe bien là.
Monsieur le Ministre, notre groupe a toujours soutenu vos ambitions en termes d'augmentation de l'offre de transport. Je me demande toutefois quelles sont les mesures que vous allez pouvoir prendre pour assurer le recrutement demain afin qu'il aille vraiment mieux et pour qu'il ait vraiment lieu. Comment comptez-vous rendre la fonction de conducteur plus attractive?
Enfin, monsieur le ministre, un membre de votre cabinet a déclaré "examiner toutes les actions contre la décision du conseil d'administration". Que comptez-vous faire? J'aimerais comprendre et recevoir des précisions de votre part à ce sujet.
Farah Jacquet:
Monsieur le président, monsieur le ministre, c'est peut-être difficile à comprendre mais, pour faire rouler des trains, il faut du personnel. Je pense, d'ailleurs, que c'est ce que Maria Vindevoghel, qui m'a précédée, vous a répété pendant toute la législature précédente et c'est ce que les syndicats n'ont eu de cesse de vous répéter aussi. Il n'y a pas de véritable service public sans travailleurs et sans véritables investissements.
Tous les jours, on remarque ce qu'implique le manque d'investissement de ces dernières années: des trains en retard ou annulés, du personnel en insuffisance ou des travailleurs surchargés qui ne peuvent pas prendre leurs congés... Je ne vous apprendrai rien en vous disant que j'ai été accompagnatrice de train durant dix-huit ans et aussi déléguée syndicale. Je pense, dès lors, que je sais mieux que personne ici ce que c'est de travailler dans des conditions lamentables.
Personne ici, je pense, ne sait ce que c'est de se lever à 2 h 30 ou 4 h 30 du matin tous les jours pendant sept jours consécutifs, d'avoir ses horaires modifiés au jour le jour et de ne pas pouvoir prendre ses jours de congé. Personne ne s'intéresse à ce que pensent les conducteurs de train ou les accompagnateurs de train ni n'écoute les syndicats.
Devons-nous être étonnés de la décision de reporter les objectifs fixés voici à peine un an? Non! C'est le résultat des économies imposées par la Suédoise, du financement insuffisant sous la Vivaldi et du manque d'écoute des syndicats et des acteurs de terrain. On nous promettait une gouvernance différente avec un ministre écolo mais il n'en est rien. Les acteurs de terrain n'ont toujours pas été écoutés. Enfin, c'est aussi le résultat d'une direction grassement payée – il faut le dire – et qui fait tout pour revoir à la baisse la qualité d'emploi en cassant les statuts, en dégradant les conditions de travail des travailleurs et en rendant les emplois de moins en moins attractifs.
On peut dire qu'il s'agit d'une belle porte ouverte pour les libéraux qui veulent encore faire des économies. Ils vont pouvoir dire qu'il faut tout laisser aux mains du secteur privé car les services publics ne fonctionnent pas, alors qu'on en connaît les impacts négatifs. Partout où on a libéralisé le rail, cela s'est traduit par de moins bonnes conditions de travail, moins de trains et des lignes fermées. Des pays comme le Royaume-Uni reviennent en arrière en remettant le rail dans les mains du secteur public.
La position du PTB est claire: nous avons besoin d'un plan de sauvetage du rail pour que les usagers retrouvent confiance dans les trains, que ceux-ci soient à l'heure au lieu d'être annulés. Pour cela, il faut des moyens humains en lieu et place des promesses vides que nous n'avons cessé d'entendre sous votre législature. Vous avez prétendu à longueur d'interviews qu'il y aurait des trains en plus, or il n'en est rien et ce sont encore les usagers qui en pâtiront. Des usagers qui, faute de personnel, voient leurs trains annulés et arrivent de ce fait en retard pour récupérer leurs enfants à la cr è che, par exemple.
Mes questions sont les suivantes: quelle solution allez-vous trouver avec la direction et les syndicats pour garantir l'offre actuelle, sachant que nous ne parvenons déj à pas à faire rouler les trains promis aujourd'hui, et permettre l'extension de l'offre dans les prochaines années? Comment expliquez-vous la difficulté persistante à recruter dans le rail? Quel lien y voyez-vous avec la dégradation des conditions de travail? Que comptez-vous faire pour améliorer ces conditions de travail et l'attractivité des emplois?
La SNCB explique qu'une partie de l'extension de l'offre est annulée suite à des probl è mes de sillon d'Infrabel. J'aimerais que vous m'expliquiez comment il se fait que personne n'ait anticipé ce probl è me lors de la préparation concomitante des contrats de gestion de la SNCB et d'Infrabel? La SNCB maintient son intention d'augmenter son offre de 10 % à l'horizon 2032. Comment s'y prendra-t-elle concr è tement vu le retard annoncé? Que mettez-vous en place pour que l'Arizona ne coupe pas dans les futurs investissements? En effet, les dizaines de millions d'économies voulues par le MR et les Engagés auront pour effet de mettre encore davantage le personnel sous pression et dégrader le service aux usagers. Les syndicats et les associations de navetteurs ont de grosses craintes à ce sujet.
Je profite donc de ma première prise de parole au sein de cette commission pour dire que nous serons à leurs côtés pour résister aux lourdes attaques contre les travailleurs, les usagers et les services publics en général.
Je terminerai par quelques questions complémentaires. Nous apprenions lundi dans un article de La Libre Belgique que le Centre Intégrité du Médiateur fédéral a mené une enquête suite à des faits interpellants au sein de la direction d'Infrabel. Que pouvez-vous nous en dire? Pourrions-nous disposer du rapport d'intégrité? Qu'a-t-il été mis en place depuis sa rédaction? Toujours au sujet de cet article, le CEO aurait tenu des propos qui posent vraiment question. J'aimerais donc vous demander votre réaction aux déclarations du CEO d'une des plus grandes entreprises publiques qui considère qu'aller en justice contre son employeur – un droit constitutionnel – est une ligne rouge?
Enfin, dernière question. Il nous revient que de plus en plus de travailleurs du rail peuvent bénéficier de voitures salaires au lieu d’une partie du salaire brut, ce qui peut poser question. Qu’avez-vous à dire là-dessus?
Je vous remercie pour vos réponses.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le président, je crois qu’il faut remettre la balle au centre, comme souvent, et apporter un peu de nuance à ce que je viens d’entendre. Je n’ai évidemment pas un passé de syndicaliste, monsieur le ministre. Vous me connaissez suffisamment pour le savoir. Je me limite à avoir ce passé – toujours présent, d’ailleurs – de navetteur, ce qui me permet d’avoir aussi un regard sur les choses.
Or, je fais quand même confiance à ce que je lis aujourd'hui de ceux qui sont encore syndicalistes, et qui le sont au sein de la SNCB, lorsqu’ils évoquent la difficulté qui fait l’objet de ce débat. Ils disent que ce n’est pas un problème budgétaire. C’est un problème de recrutement, de ressources humaines. Ce n’est pas un problème matériel, c’est une insuffisance dans le recrutement, et sans doute une insuffisance dans la manière dont ce recrutement a été effectué. En effet, il y a eu recrutement, mais pas suffisamment pour pouvoir ouvrir cette deuxième phase d’extension du service, qui est donc reportée. En cela, je peux peut-être aussi me joindre à l’image d’un de mes collègues: le verre à moitié vide et le verre à moitié plein. On n’efface pas tout, mais on reporte de quelques mois.
Les syndicats ne sont d’ailleurs pas étonnés, puisqu’ils disent eux-mêmes: "Nous savions qu’on n’arriverait pas à remplir les cadres à la vitesse souhaitée exprimée." C’est peut-être là la vraie question, monsieur le ministre, ou le vrai débat qui doit avoir lieu, parce qu’une ambition est exprimée pour l’augmentation de service. La Palice en aurait dit autant: il faut du matériel, il faut des ressources humaines, il faut donc du personnel. Comment expliquer qu’on n’a pas pu atteindre ce chiffre nécessaire? Qu’est-ce qui a été fait, bien fait ou pas suffisamment fait, pour pouvoir l’atteindre?
Toujours selon notre lecture, mais aussi d'après l'avis des syndicats au sein de l'entreprise, la difficulté se situerait plus au Nord du pays. C'est là qu'on n'aurait pas réussi à recruter le nombre suffisant de personnes pour garantir l'offre de service. Est-il exact que cela se soit présenté de la sorte?
Ensuite, je suppose qu'un dialogue est établi entre le ministre et la CEO de l'entreprise, que vous avez vu le problème se profiler et donc que vous n'en avez pas été informé du jour au lendemain. Comment les relations se déroulent-elles? Quand avez-vous été informé que l'entreprise n'arriverait pas à recruter suffisamment de personnel? En fonction de cela, quelles sont les mesures qui ont été prises pour tenter de combler cette carence ou bien, et c'est ma troisième question, d'informer les navetteurs en leur indiquant qu'un report allait être décidé? Ce n'est pas le langage que vous tenez, puisque vous dites: "Je suis déçu et je n'accepte pas la décision prise à l'unanimité par le conseil d'administration." Cette unanimité signifie que toutes les familles politiques qui y sont représentées ont adopté la même lecture. N'aurait-il donc pas fallu développer une meilleure communication à l'égard des navetteurs en leur annonçant que ce service ne pourrait pas, en tout cas dans l'immédiat, être assuré? N'avez-vous pas fait preuve d'une forme de témérité? Je connais votre ardeur namuroise et votre volonté de travailler. N'y a-t-il pas eu un excès de confiance? Ou alors considérez-vous n'avoir pas pu bénéficier des renseignements utiles? En ce cas, cela apporterait un autre éclairage sur votre relation avec l'entreprise.
Enfin, dernière question, un report a été décidé. Disposez-vous à présent des informations suffisantes – et si c'est le cas, quelles sont-elles? – pour considérer qu'il s'agit bien d'un report et que les mesures prises pourront alors permettre cette extension de service dans les délais évoqués par le conseil d'administration?
Joris Vandenbroucke:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, deze gedachtewisseling gaat over een realiteit die we al een hele tijd zien op de perrons. Steeds vaker vragen steeds meer mensen zich af of de trein op tijd zal zijn en of de trein überhaupt wel zal rijden. Dat is al meer dan een jaar de situatie.
De cijfers zijn gekend. Het aantal afgeschafte treinen heeft een recordhoogte bereikt, bijna 3 % van het aanbod rijdt vandaag gewoonweg niet. Het aantal vertragingen heeft eveneens een recordhoogte bereikt. De stiptheid was nog nooit zo slecht. Dat is de realiteit.
De oorzaken kennen we ook al een tijdje, althans degenen die hier al langer zetelen dan sinds de voorbije verkiezingen.
Ten eerste wacht de NMBS op nieuwe treinstellen, die hebben nu al 2,5 jaar vertraging. Constructeurs leveren niet op tijd wat jaren geleden besteld werd. Die nieuwe treinstellen zijn nodig om de capaciteitsverhoging te realiseren. Daardoor moet de NMBS vandaag met oud materieel rijden, materieel dat eigenlijk al lang is afgeschreven en dat ook geregeld defect is.
Dan kom ik bij het grootste probleem. Om treinen te laten rijden, heeft men natuurlijk treinbestuurders en treinbegeleiders nodig. Er worden heel veel inspanningen gedaan om personeel te vinden. Er zijn middelen om mensen aan te werven en te betalen. De instroom is echter onvoldoende. Dat is de realiteit vandaag.
Mijnheer de minister, de Vooruitfractie heeft u de voorbije jaren steeds consequent gesteund in de ambitie om het spoorbeleid over een andere boeg te gooien dan de Zweedse regering. Die zag het spoorbeleid inderdaad als een grote besparingspost. Wij hebben de ambitie hoog gelegd: 10 % meer aanbod, 30 % meer reizigers, 50 % nieuwe treinstellen. We hebben daarvoor ook de middelen vrijgemaakt. Het spoor beschikt vandaag over meer middelen dan ooit, collega's van de PTB. Dat is ook de realiteit. Het doemscenario dat u schetst, strookt niet met de realiteit, met het beleid dat werd gevoerd.
Mijnheer de minister, er zijn evenwel ambities en er is ook de realiteit. Die realiteit klopt nu al een aantal maanden en zelfs meer dan een jaar aan de poorten van het Parlement.
In november 2023 voerden we tijdens de plenaire vergadering een interessant debat naar aanleiding van een treinstaking waarbij vakbonden aan de alarmbel trokken en aangaven dat de elastiek van het personeel op springen stond. Zij wezen erop dat zij niet konden waarmaken wat u van hen verwachtte, noch wat 900.000 reizigers elke dag van de NMBS verwachten, namelijk dat hun trein komt opdagen en liefst op tijd.
Mijnheer de minister, we konden het dus zien aankomen; er waren waarschuwingen. Vooruit is ervan overtuigd dat de raad van bestuur een verstandige beslissing heeft genomen, die trouwens in overeenstemming is met eerdere beslissingen van de raad van bestuur. Die beslissing is dat het vervoersplan, dat terecht ambitieus is, alleen kan worden uitgevoerd wanneer er voldoende personeel en materieel voorhanden is.
Moeten de ambities worden losgelaten? Absoluut niet. Moeten we rekening houden met de realiteit? Absoluut wel. In die zin heeft de ACOD natuurlijk gelijk wanneer zij in haar persbericht het volgende schrijft: “Een dienstverlening beloven die je niet kunt waarmaken, is een slechte dienstverlening. De pendelaars hebben niets aan de aankondiging van treinen, die uiteindelijk worden afgeschaft.”
Ik stel vast dat de raad van bestuur unaniem heeft beslist fase 2 van het vervoersplan uit te stellen. Ik hoor de vakbonden die beslissing toejuichen en aangeven dat het inderdaad nodig is om meer stabiliteit te vinden, vooraleer bijkomende beloftes inzake extra aanbod worden gemaakt. Ik stel vast dat ook TreinTramBus – niettegenstaande die organisatie de communicatie van de NMBS heeft betreurd en van oordeel is dat er meer transparantie nodig is – aangeeft dat er gegronde redenen zijn waarom de beslissing is genomen. Ik heb tot nu toe ook geen enkele fractie in het Parlement die realiteit in twijfel horen trekken.
Mijnheer de minister, de enige die zich de voorbije dagen met luide stem tegen de beslissing heeft verzet, bent u. Mijn eerste vraag is dan ook de volgende. Op basis waarvan maakt u zich sterk dat de tweede fase van het vervoersplan met een uitbreiding van het aanbod over twee maanden, namelijk in december 2024, mogelijk is? Met welk personeel en met welk materieel moet de NMBS dat aanbod effectief uitbreiden?
Ten tweede, u kondigde in de pers aan dat u verzet zou aantekenen. Zult u dat effectief doen? Zult u in beroep gaan tegen de beslissing van de raad van bestuur?
Tot slot, de regering waarvan u nog steeds deel uitmaakt, bevindt zich in lopende zaken. Ik vind het ongepast en ik betreur dat u van het dossier een politiek spel maakt. Indien u ons kunt bewijzen dat er goede redenen zijn om tegen de beslissing verzet aan te tekenen, hebben we daar geen probleem mee. U voert echter een intentieproces tegen een nog niet gevormde regering, tegen partijen zoals de mijne die nog in onderhandeling zijn. U zegt nu al dat het hun bedoeling is om het spoor uit te kleden. Ik apprecieer dat totaal niet. Het is ongepast om als minister in lopende zaken dergelijke uitspraken te doen. De pendelaars en het personeel van de NMBS hebben er evenmin iets aan dat er een politiek spel van wordt gemaakt.
Tine Gielis:
Mijnheer de voorzitter, wat een mens zaait, zal hij ook oogsten, lezen we in een brief van Paulus aan de Galaten, maar die zinsnede had ook in een brief van de CEO van de NMBS aan de minister kunnen staan. Bijna een jaar later moeten we herhalen wat eind vorig jaar al werd geschreven en gezegd. We kunnen het niet beter zeggen dan met de woorden van de CEO zelf in de commissie. Ik citeer: ʺ Laten we eerst die stretch wegnemen, de druk op onze mensen wegnemen alvorens we meer even oude treinen in het net gaan injecteren en de problemen gaan vergroten ʺ .
De realiteit is dat de stretch op het treinsysteem vandaag nog steeds aanwezig is. Meer nog, de minister wou koste wat het kost de stretch nog meer uitrekken. Misschien was dat met het oog op de verkiezingen een half jaar later of misschien was dat omdat het vervoersplan vooral uitbreidingen in Wallonië bevat? Bovendien was het vervoersplan van december 2023 al grotendeels het uitgestelde vervoersplan van december 2022.
Het gevolg is dat de NMBS noodgedwongen haar uitbreiding van het treinaanbod moet uitstellen. Zoals ik al zei, wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. Met een gebrek aan treinbestuurders en -begeleiders kan de NMBS onmogelijk uitbreiden. U brengt dus zowel de reiziger als de NMBS in de problemen.
Ik vat nog even samen. Mijnheer de minister, de toekomstplannen van de NMBS werden keer op keer aangekondigd onder voorwaarden, namelijk voldoende personeel, materiaal en infrastructuur. Dat werd onderstreept in de commissievergaderingen van oktober 2022 en december 2023; de CEO heeft daarvoor herhaaldelijk gewaarschuwd en u hebt die boodschap meermaals te horen gekregen. Waarom bent u de uitbreiding dan blijven doorduwen?
Laat ik nog kort inzoomen op de stretch zelf. We stellen een toenemende vraag naar internationaal reizigersverkeer vast. Wanneer ik goed geïnformeerd ben, houdt dat voor 2023 en 2024 een stijging in van de gevraagde rijpaden met meer dan 18 %. Daarnaast weten we dat de injectie van twee internationale verbindingen als gevolg heeft dat tien openbare diensten van de treinen in de piekuren verdwijnen. Mijnheer de minister, welke initiatieven hebt u genomen om de voorrangsregels in het voordeel van de internationale treinen te wijzigen? Hoe zult u ervoor zorgen dat ons binnenlands vervoer niet hoeft te wijken? Welke investeringen staan er binnenkort op de plank om de capaciteit te verhogen, bijvoorbeeld op de as Antwerpen-Brussel?
Ik wil de positie van cd&v duidelijk samenvatten. Wij kunnen de beslissing van de NMBS om de invoering van extra treinverbindingen uit te stellen, begrijpen, maar we moeten het spoorbedrijf aanporren om vast te houden aan zijn ambitie van het meerjarenplan. De reiziger zit niet te wachten op een grote uitbreiding van het aanbod, maar wel op de zekerheid van het huidige aanbod. We moeten ervoor zorgen dat het bestaande aanbod van reizigersvervoer goed en betrouwbaar is. Pas daarna kunnen we uitbreiden, zodat de stretch kan worden weggewerkt en de druk op de reiziger en het personeel kan worden weggenomen.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, allereerst bedank ik u omdat u zich op zo'n korte tijd kon vrijmaken om hierover met ons te debatteren. Dat toont niet alleen aan dat u het Parlement respecteert, maar ook dat u dit een zeer ernstige kwestie vindt. Dat is het ook, heb ik in alle betogen van de collega's gehoord. De recente beslissingen van de NMBS gaan in tegen het ambitieuze beheerscontract dat u met de NMBS hebt afgesloten.
Ik heb zowel de heer Crucke als de heer Vandenbroucke horen zeggen dat die beslissing door de NMBS unaniem genomen werd. Dat is ook wat ik in de pers heb gelezen. Naar wat ik hoor, is dat echter niet wat er effectief in de raad van bestuur gebeurd is. Daar werd geen stemming gehouden. Er werden daar kritische vragen gesteld, maar dat kunnen we niet afschilderen als een unanieme beslissing.
Dat is echter niet de essentie. De essentie is hoe we ervoor zorgen dat de eerdere ambitieuze plannen van de NMBS door kunnen gaan.
Voorzitster: Tine Gielis.
Présidente: Tine Gielis.
Het is dus heel goed dat wij zonet beslist hebben hoorzittingen met de NMBS te organiseren. Het is immers door de beslissing van de NMBS – dat wil ik toch even in de verf zetten – dat we hier vandaag debatteren. Niet door beslissingen die u als minister genomen hebt, maar wel degelijk door beslissingen die de NMBS heeft genomen.
Collega's, het zal u niet verbazen dat voor de Groen-Ecolofractie een sterk openbaar vervoer cruciaal is. Het is de meest ecologische keuze en het moet ook de meest logische keuze zijn. Daarvoor is een ambitieuze NMBS nodig. Die moet wat ons betreft uiteraard ambitieus blijven.
Voor mij zijn er drie lagen in dit debat.
Een eerste laag is het terugschroeven van de eerdere ambities, onder meer door het wegvallen van de aangekondigde extra treinverbindingen. Daarop is al uitvoerig ingezoomd.
Een tweede laag is het schrappen in het huidig aanbod, waarover we deze zomer te horen kregen, door een nieuwe internationale treinverbinding, de zogenaamde EuroCity Direct, die ook wel eens de IC-snel genoemd wordt.
Een derde laag is het totale gebrek aan overleg van de NMBS met de getroffen gemeentebesturen en met de belanghebbende organisaties als TreinTramBus.
Ik wil inzoomen op de eerste laag, het terugschroeven van de eerdere ambities. Het is bijna twee jaar geleden dat er voor het eerst in twaalf jaar een nieuw beheerscontract werd afgesloten. Het was een contract met gefaseerde inspanningen, maar ook met de nodige extra financiële middelen. De collega van PVDA-PTB is blijkbaar vergeten dat er in meer dan 43 miljard euro op tien jaar tijd werd voorzien om die plannen mogelijk te maken. Dat is bewust en terecht een stevige investering in ons openbaar vervoer.
Wat we ook niet mogen vergeten, is dat de NMBS zich achter dat ambitieus plan heeft geschaard. Van in het begin heeft de NMBS gezegd dat het een gefaseerd plan is, zodat personeel kan worden aangeworven en middelen kunnen worden aangekocht. De NMBS is zelfs mee op roadshow getrokken en is mee de boer op gegaan naar gemeente- en provinciebesturen, om dat mooie plan in de verf te zetten.
Vandaag, twee jaar later, vindt geen overleg plaats en wordt alles teruggeschroefd. Ik vind het niet correct dat nu beweerd wordt dat de NMBS daarvoor van in het begin gewaarschuwd heeft, want van in het begin heeft de NMBS zich achter het plan geschaard en die ambitie mee ondersteund. Volgens ons is het nu ook van belang dat de resultaten zichtbaar worden. Er is heel veel extra geld gegeven, maar de NMBS doet naar onze mening nu het tegenovergestelde. Dertien projecten die eind dit jaar moesten starten, worden uitgesteld. Het gaat over laatavondtreinen en weekendtreinen. De ambitie om te groeien, wordt verlaagd. Het uiteindelijke doel blijft gelukkig hetzelfde, maar dit uitstel betekent dat het risico dat het uiteindelijke doel niet behaald wordt alleen maar groter wordt.
Het gaat om een deel van een overeenkomst in het beheerscontract. In een beheerscontract zegt de regering te voorzien in extra middelen en de NMBS zegt wat ze daar tegenover stelt. Volgens ons is dit uitstel dan ook een soort contractbreuk. Als een van de twee kanten het engagement niet nakomt, moet toch bekeken worden wat daar tegenover staat? Moet de regering al haar engagementen op dezelfde manier blijven nakomen of staat daar een drukkingsmiddel tegenover?
Mijnheer de minister, daarom vraag ik u welke acties de regering op dat vlak kan ondernemen. Hebt u al acties ondernomen? Welke mogelijkheden ziet u?
De tweede laag is dat gehakt wordt in het bestaande aanbod naar aanleiding van een nieuwe treinverbinding naar Amsterdam. Uiteraard ben ik niet tegen nieuwe treinverbindingen, maar het is wel pijnlijk om vast te stellen dat de nieuwe treinverbinding naar Amsterdam, waarvan binnenlandse reizigers geen gebruik kunnen maken, ervoor zorgt dat Oost-Limburg geen rechtstreekse treinverbinding meer heeft met de kust, dat een op de vier treinen tussen Antwerpen en Brussel geschrapt wordt en dat in Mortsel, de dichtstbevolkte gemeente van Vlaanderen, het aantal intercitytreinen terugvalt naar een per uur in plaats van het huidige aanbod van twee per uur.
Wij vinden dat een zeer jammere keuze, des te meer omdat de binnenlandse reiziger hiervan geen enkel gebruik kan maken. Ook dat gaat in tegen het openbaredienstcontract. In artikel 14 staat immers dat de NMBS wel een treinaanbod mag ontwikkelen buiten haar opdracht voor de openbare dienst, maar dat dit de kwaliteit en kwantiteit van de openbare dienst niet mag beïnvloeden. Een heel aantal van de binnenlandse treinverbindingen die nu geschrapt worden, zijn ook opgenomen in het referentieaanbod van dat openbaredienstcontract.
Mijnheer de minister, bent u het dus met mij eens dat dit in strijd is met het contract dat is afgesloten tussen de regering en de NMBS? Welke instrumenten hebt u om de NMBS hierover aan te spreken?
De derde laag waarnaar ik verwees, gaat over het overleg. Ik verwees naar de roadshows waarin de NMBS in 2023 maar wat graag uitpakte met de ambitieuze plannen. Nu werden de lokale besturen echter niet op de hoogte gebracht. Dat is jammer, want de lokale besturen zijn cruciale partners voor een goed en duurzaam mobiliteitsbeleid. Ze moeten er namelijk voor zorgen dat de stations goed bereikbaar zijn. Ze moeten de routes naar de stations en de fiets- en autoparkings goed in de verf zetten en hun inwoners stimuleren om de trein te gebruiken. Hun inwoners zijn de potentiële treinreizigers. Zo'n samenwerking is dus cruciaal. Deze keer zwijgt de NMBS echter in alle talen.
Ik vind het dan ook heel pijnlijk dat er een open brief moet verschijnen waarin zeven burgemeesters uit verschillende politieke families hun ongenoegen uiten over het schrappen in dat binnenlandse treinaanbod. Vijfhonderd treinreizigers uit Mortsel hebben eveneens een klachtenmail gestuurd naar de NMBS om aan te klagen dat hun verbinding in dergelijke mate verslechtert. Ik begrijp niet dat de NMBS op die manier te werk gaat met haar cruciale partners, de lokale besturen. TreinTramBus was een mede-initiatiefnemer voor de open brief aan de NMBS. Zij geven ook aan in al hun communicatie dat zij hierover niet gehoord werden.
Overleg is cruciaal. Welke verplichtingen zijn er daarover in het openbaredienstcontract opgenomen? Wanneer mogen we overleg verwachten? Wordt dat nog gepland tussen nu en december? Hoe ziet de NMBS dat?
De voorzitster : Er is niemand aanwezig van Open Vld of Défi. Ik geef dan ook het woord aan de heer Troosters van de Vlaams Belangfractie.
Frank Troosters:
Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, collega's, wie de voorbije legislatuur in het Parlement zitting had, kent de rode draad in het beleid dat vier jaar lang werd gevoerd door de regering. Dat beleid bestond erin om meer treinen in te leggen om het vervoersaanbod te verhogen en zo de modal shift van de vervuilende wagen naar het meer ecologische openbaar vervoer met de trein te verwezenlijken.
Kort inpikkend op de geschiedenis hebt u bij uw aantreden, mijnheer de minister, een situatie geërfd die niet fraai was, wegens een gebrek aan investeringen in het verleden. Uw grote ambitie was om het vervoersaanbod te verhogen. U deed meteen de uitspraak dat tegen eind 2024 het vervoersaanbod met 5 % zou zijn verhoogd.
Wil men een uitgebreid vervoersaanbod en wil men treinen laten rijden, dan moet men rekening houden met drie cruciale factoren. Ten eerste moet er genoeg netcapaciteit zijn. De toestand van het spoornet in ons land was niet direct fraai. Ten tweede moet er voldoende betrouwbaar rollend materieel zijn. Ten derde moet er het nodige operationeel personeel zijn om de treinen te kunnen laten rijden.
Mijnheer de minister, ik ga even in op de twee laatste factoren. Op het moment dat u uw belofte deed, was bijna de helft van het contingent rollend materieel aan zijn vervaldatum of daar zelfs al ver voorbij, met talrijke pannes als gevolg.
Bovendien was er toen al een personeelstekort. De personeelsleden moesten in heel moeilijke omstandigheden heel veel presteren, konden heel moeilijk vrijaf nemen en voelden zich uitgeperst. De absenteïsmecijfers waren hemelhoog en meer dan 90.000 compensatierustdagen konden niet worden toegestaan. Kortom, toen al was het duidelijk dat de noodzakelijke factoren om op een succesvolle manier het vervoersaanbod te verhogen, niet waren ingevuld.
Toch werd het aanbod een eerste keer gedeeltelijk verhoogd. Maar wat heeft dat teweeggebracht? Vanaf dat moment zijn de stiptheidscijfers in vrije val gegaan en is het aantal afgeschafte treinen spectaculair toegenomen. Dat komt omdat men nog meer verouderd materieel het spoor op moest jagen, omdat de pannes toenamen en men niets achter de hand had om een en ander bij te sturen.
De tweede verhoging van ongeveer 1,9 % heeft men uitgesteld, omdat de oppositiepartijen, waaronder onze partij, aangaven dat de noodzakelijke voorwaarden om het aanbod succesvol uit te breiden, niet vervuld waren. Erger nog, de eerste uitbreiding die u hebt doorgeduwd, mijnheer de minister, had een negatief effect.
Dat werd onder andere door mevrouw Dutordoir, de CEO van de NMBS, in onze commissie en naderhand in Terzake bevestigd. Zij waarschuwde dat eerst de stretch van de organisatie moest worden afgehaald. Ik betoogde toen dat men, als men iets wil opbouwen, met de fundamenten moet beginnen en niet met het dak, omdat anders alles op uw hoofd valt. Ik heb opgeroepen om eerst de fundamenten te verstevigen, zodat de organisatie opnieuw stevig was, het personeel kon herademen en fatsoenlijk kon werken, de infrastructuur optimaal was en het nodige rollend materieel voorhanden was. Dat laatste was ook al niet het geval, want de nieuw bestelde M7-treinen komen nu nog met vertraging binnen. Die argumenten werden onderschreven door het personeel en de vakbonden. Verschillende oppositiepartijen in dit Huis namen mijn discours over en drongen aan op voorzichtigheid.
Toch steunde de Spoorvisie 2040 op meer treinen, een visie die de basis vormde voor de beheersovereenkomst met de NMBS en Infrabel, waarin de overheid en de spoormaatschappij mekaar vonden. Wat werd er beslist? Het kwam er eenvoudig op neer dat de overheid het overheidsbedrijf zei wat zijn publieke taken zijn, wat zij verwacht en daarvoor de nodige middelen ter beschikking stelt.
Wat die middelen betreft, mijnheer Aerts, werd 43 miljard euro beloofd vanaf 2025. Tijdens de bespreking van de beheersovereenkomst werd meermaals opgemerkt dat het heel gemakkelijk is om van alles te beloven voor een volgende legislatuur, als men zelf misschien geen deel meer van de meerderheid uitmaakt, als andere partijen misschien andere accenten leggen en de algemene budgettaire situatie anders is. De meerderheidspartijen, die de visie nochtans allemaal hebben gesteund, erkenden toen trouwens dat er geen garantie was dat de visie in de praktijk zou worden uitgevoerd. Vandaag is er minder dan ooit de garantie dat het plan wordt uitgevoerd.
Mijnheer de minister, u hebt een beheersovereenkomst gesloten waarvan u beweerde dat die in een ongeziene transparantie tot stand was gekomen en waarover iedereen zijn zeg hadden kunnen doen. Dat is niet waar. De beheersovereenkomst was al ondertekend alvorens het fundamentele debat in de plenaire vergadering kon worden gevoerd.
Vandaag komen we tot de vaststelling dat er in het vervoersplan 2023-2026 met de verhoging van het treinaanbod barsten komen. Betreft het een enkele barst of volgen er meer scheuren, tot het hele dak naar beneden komt? Op termijn zouden misschien alle plannen onhaalbaar kunnen worden.
Collega Vandenbroucke gebruikte daarnet al het woord realiteit. Iedereen, van oppositie tot meerderheid, van personeel tot vakbonden en zelfs de CEO van de NMBS, had al gewaarschuwd voor de realiteit die vandaag aan het licht komt. Dat is jammer, want de treinreiziger is hiervan de dupe.
Mijnheer de minister, ik heb enkele vragen onder andere naar aanleiding van uw reacties in de media. Allereerst, wanneer en hoe hebt u kennisgenomen van de intentie van de raad van bestuur van de NMBS om het overeengekomen vervoersplan 2023-2026 niet uit te voeren? Hebt u daaromtrent contacten gehad of zult u die nog hebben?
Ten tweede, acht u de plannen van de NMBS-directie in overeenstemming met wat werd afgesproken in de beheersovereenkomst? Zo niet, op welke artikelen of passages vormen die plannen een flagrante inbreuk? In de pers zegt u ook dat u liever de wortel dan de stok gebruikt. Ik ben het daarmee volledig eens. Maar u dreigt wel met de stok. Dat klinkt als sanctioneren. Op basis waarvan zou u sanctioneren? Aan welke sancties denkt u en waarop zijn die gebaseerd? Zijn er bepalingen daaromtrent opgenomen in de beheersovereenkomst? Hoe kunt u die uitspraak hard maken?
Ten derde, hoe zult u het tekort aan treinbestuurders oplossen? Dat probleem bestaat trouwens voor al het operationeel personeel. Hoe zult u dat verhelpen? Welke oplossingen ziet u om alle gemaakte plannen te vrijwaren en ervoor te zorgen dat, zoals ik daarstraks opmerkte, het spreekwoordelijke dak niet volledig naar beneden komt?
Mijnheer de minister, ik heb u in december 2023 ondervraagd over de haalbaarheid van het vervoersplan 2023-2026. Iedereen wist immers dat het niet zou lukken. U hebt toen verzekerd dat alle noodzakelijke voorwaarden die daarstraks werden opgesomd, waren vervuld en dat een en ander dus kon. Blijft u bij uw woorden?
Aangezien er toen al signalen bij de NMBS kwamen dat men de nodige nieuwe treinbestuurders niet zou vinden, diende ik een schriftelijke vraag in naar de cijfers van eind 2022 en eind 2023 over de in- en uitstroom. Hoewel we van een performante organisatie met tal van ICT-mogelijkheden mogen verwachten dat zij de cijfers slechts uit het systeem moet halen, heb ik tot nu toe – we zijn al half september 2024 – nooit een antwoord gekregen.
Er zijn trouwens nog meer vragen onbeantwoord gebleven en de NMBS heeft wel meer zaken vaag of niet gecommuniceerd. Zowel oppositiepartijen als meerderheidspartijen stelden dat hier aan de kaak; er zijn zelfs wetgevende initiatieven genomen om het probleem te verhelpen. Dat passeerde echter allemaal en bleef zonder gevolg.
Nu moet ik in de krant lezen uw verklaring lezen, mijnheer de minister, dat u verontwaardigd bent dat de NMBS vaag communiceert over de cijfers van de treinbestuurders. Indien mijn schriftelijke vraag door uw kabinet au sérieux was genomen, zou u eerder op de hoogte zijn geweest. Er had dan eerder kunnen worden ingegrepen en er had misschien eerder kunnen worden bijgestuurd. Wat zijn de huidige cijfers inzake de treinbestuurders? Hoeveel waren er eind 2022 en hoeveel eind 2023? Ik heb een deel van de cijfers in de pers gelezen. Het verbaast mij dat ze wel beschikbaar zijn, maar dat wij, parlementsleden, geen antwoord krijgen.
Hoeveel treinbestuurders zijn er vertrokken? Hoe groot is de uitstroom? Hoe groot is de natuurlijke uitstroom? Hoeveel vertrekken er vrijwillig? Het is heel interessant om die cijfers te vernemen.
Georges Gilkinet:
Madame la présidente, chers collègues, je vous remercie pour ces différentes questions qui vont me permettre de faire le point sur un sujet très important, sans doute un des sujets les plus importants de la législature passée, c'est-à-dire la poursuite de la mise en œuvre des accords inscrits dans le contrat de service public de la SNCB, plus particulièrement pour ce qui concerne l'augmentation de l'offre de trains – c'est un des éléments importants de ce contrat de service public. Ce n'est pas le seul – et de l'amélioration du service. Tout cela est attendu par les voyageuses et les voyageurs.
Cela constitue la première concrétisation de la Vision 2040 pour le rail. Cette législature a apporté, pour la première fois, un document de vision largement partagé et adopté par le gouvernement. L'engagement pris via le contrat de service public de la SNCB est accompagné d'un financement à dix ans pour la première fois avec une visibilité budgétaire et une augmentation des moyens qui donnent à la SNCB, mais aussi à Infrabel, une perspective à long terme légitimement attendue depuis très longtemps par nos entreprises publiques.
Que disent ces textes? Ils disent notamment que nous voulons plus de trains pour encourager les citoyens à prendre le train plus souvent et pour offrir aux voyageurs un service ferroviaire à la hauteur de ce qu'ils peuvent décemment en attendre pour répondre aux enjeux multiples de mobilité, de santé publique, de sécurité routière et de soutien à l'économie.
J'insiste sur le fait que ce contrat, par définition, n'est pas unilatéral. Il a fait l'objet d'un engagement des deux parties. C'est le résultat d'une négociation entre le gouvernement, que j'avais le plaisir et l'honneur de représenter, et la SNCB, en tant qu'opérateur public de transport. Il a aussi été nourri par la consultation des différentes parties prenantes au rail du monde social et économique.
Dès lors, les ambitions qui y figurent en termes d'augmentation de l'offre de transport ne viennent pas de nulle part. Ce n'est pas quelque chose que j'ai imaginé un jour sur mon vélo ou dans un train entre Namur et Bruxelles. C'est le résultat d'un dialogue, avec une première proposition qui a, d'ailleurs, été mise sur la table par la SNCB elle-même, puisque c'est ce que prévoit la loi sur les entreprises publiques. Cette proposition d'augmentation de l'offre de transport a été challengée . Elle est graduelle. Elle ne se fait pas du jour au lendemain. Elle est tout à fait soutenable, comme l'avait expliqué la SNCB à l'époque. Elle est surtout souhaitable, notamment eu égard aux enjeux de mobilité, à la volonté d'améliorer encore la performance de notre modèle ferroviaire mais aussi en vue de nous préparer à l'échéance de 2032 et à l'ouverture du service ferroviaire à la concurrence.
Voorzitter: Frank Troosters.
Président: Frank Troosters.
En tant que ministre de tutelle, même et surtout en affaires courantes, monsieur Vandenbroucke – vooral in lopende zaken – je suis le garant et gardien du contrat.
À ce titre, je me dois de m’assurer que les engagements pris par la SNCB, en tant qu’entreprise publique qui œuvre au service de la collectivité, soient respectés au mieux, dès lors que le gouvernement a fait sa part de travail avec un refinancement substantiel et nécessaire de nos deux entreprises publiques et, pour la première fois, avec cette perspective à dix ans.
Je voudrais vous rassurer: les engagements sont respectés dans de nombreux cas. On avance sur la création de nouveaux parkings pour les vélos, en termes d’information des voyageurs, d’amélioration de la ponctualité. Les derniers chiffres sont les meilleurs de la législature. J’aurais préféré que cela arrive plus tôt, mais bon, c’est comme cela. Il y a plus de transparence, vous l’avez entendu, sur les causes des retards.
Or, la remise en question par la SNCB de plusieurs engagements du contrat à court et moyen terme comporte un risque important pour la réalisation de nos objectifs en matière de mobilité, pour l’avenir de l’entreprise elle-même et de l’emploi au sein de l’entreprise, et face à la concurrence qui s’annonce.
Leur remise en question ne serait pas conforme aux options très claires prises par le gouvernement encore en exercice et par la SNCB elle-même. Cela ne répondrait pas non plus aux attentes et besoins des voyageurs, des entreprises et des travailleurs à l’égard du rail, de la SNCB et des choix de mobilité dans leurs déplacements.
C’est la raison pour laquelle je réagis. C’est mon rôle en tant que ministre, jusqu’au moment où un nouveau gouvernement se mettra en place.
Ik verwacht dat de NMBS op haar beurt alles in het werk stelt om haar verbintenissen na te komen, wat des te belangrijker is gelet op de mobiliteitsuitdagingen waarmee België wordt geconfronteerd en het risico dat het ambitieus beheerscontract, waarvan iedereen benadrukt dat het essentieel is voor de toekomst van het Belgische spoor, in vraag wordt gesteld.
Talrijk zijn dan ook de vele vragen en reacties die ik in de afgelopen dagen ontving naar aanleiding van de beslissing van de NMBS. Die vragen en reacties kwamen uit verschillende hoeken: reizigers, het economisch middenveld, lokale besturen, burgers enzovoort. Het gaat om de modal shift naar het spoor en, breder, het openbaar vervoer. Die modal shift is een belangrijke doelstelling voor onze samenleving vanuit het oogpunt van het klimaat, de economie, de volksgezondheid en het milieu.
Daartegenover staan uiteraard meer financiële middelen voor de spoorbedrijven, een engagement van de regering voor meer dan 44 miljard euro in de komende jaren. Nooit eerder heeft een federale regering zoveel middelen uitgetrokken voor het spoorvervoer.
Vanzelfsprekend heb ik begrip voor de uitdagingen op het vlak van personeelsaanwervingen. De treinen kunnen maar rijden dankzij dat personeel. Ik ben het personeel daarvoor dan ook erkentelijk. De NMBS heeft inderdaad meer treinbestuurders en treinbegeleiders nodig om haar treinaanbod te laten groeien. Binnen de regering heb ik dan ook steeds het voltallig personeel beschermd wanneer maatregelen op tafel werden gelegd die het personeelsstatuut of de pensioenrechten bedreigden. Ik vraag aan de NMBS en Infrabel dan ook om hun inspanningen op het vlak van aanwervingen voort te blijven zetten.
À ce sujet, et en toute transparence, je peux vous communiquer quelques chiffres que j'ai reçus ce mardi de la SNCB.
Ik geef een overzicht van het aantal treinbestuurders in dienst in de NMBS. Op 31 december 2022: 3.077 fte's. Op 31 december 2023: 3.141 fte's. Op 30 juni 2024: 3.160 fte's. We zien dus een stijging van bijna 100 treinbestuurders sinds 2022.
On peut dire que ce n'est pas énorme, mais c'est le premier gouvernement qui, depuis très longtemps, a permis une augmentation du nombre de conducteurs et également d'accompagnateurs, conformément à nos ambitions relatives à l'augmentation des services.
De instroom van nieuwe treinbestuurders bedroeg 275 fte's in 2023, en 184 fte's tot en met 30 juni 2024. De uitstroom van treinbestuurders bedroeg 152 fte's in 2023, en 113 fte's tot en met 30 juni 2024.
En tout cas, le budget est disponible et les moyens le sont aussi pour engager du personnel. Pour la première fois, le personnel roulant est en augmentation. Ce n'est pas le ministre ni son cabinet qui réalisent les engagements ou la formation mais c'est évidemment le travail de la SNCB. Tout ce que je peux faire en ce qui me concerne, c'est prévoir les moyens pour pouvoir le faire et parler très positivement du train. Les fonctions du personnel, même s'il peut y avoir des horaires inconfortables – j'en suis tout à fait conscient en tant qu'usager quotidien et en tant que ministre –, sont des fonctions de service tout à fait intéressantes avec des conditions salariales et sociales tout à fait correctes.
En ce qui concerne la capacité, il existe en effet des problèmes, mais ils sont très localisés, voire très ponctuels. Il y a une difficulté de capacité sur l'axe Anvers-Bruxelles puisque beaucoup de trains y roulent. Il y a des problèmes ponctuels quand il y a des travaux, comme par exemple à Carsoel sur la commune d'Uccle ou entre Bruxelles et Ottignies pour la finalisation des travaux du RER. Des moyens d'investissement sont cependant prévus au niveau d'Infrabel pour lever ces difficultés et les travaux sont en cours. Paradoxalement, pendant les travaux cela peut provoquer des difficultés, mais c'est pour un mieux.
J'insiste sur le fait que la plupart des sillons demandés pour mettre en œuvre le plan de transport, qui devaient commencer en décembre 2024, sont disponibles puisqu'il s'agit de nouvelles liaisons du jeudi soir, du vendredi soir ou du week-end.
Cela fait quelques semaines, si pas quelques mois, que je suis en dialogue sur le sujet avec la direction de la SNCB et que j'insiste sur l'importance de conserver, autant que possible, le niveau d'ambition en termes d'offre de transport, qui devrait notamment se concrétiser à partir de décembre 2024 par la mise en service de nouveaux trains, par le renforcement de relations IC entre grandes villes, par le renforcement des relations de type S autour des grandes villes en Wallonie et en Flandre – suivant la règle 60/40 bien connue – ainsi que par le renforcement de l'offre en soirée, en fin de semaine et le week-end, répondant à l'attente de nombreux voyageurs.
Le plan de transport 2023-2026, validé par le gouvernement, comprend la mise en service en juin 2025 de trains S sur les infrastructures RER qui seront finalisées grâce aux moyens que nous avons dégagés. Il est important de valoriser les investissements réalisés, en faisant rouler les trains sur des nouvelles infrastructures, en mettant à fruit les investissements dans l'infrastructure qui ont été réalisés. Il ne sert à rien d'investir dans l'infrastructure sans à la suite mettre en œuvre l'offre de trains.
À l'approche du conseil d'administration du 6 septembre dernier, j'ai pris connaissance de la proposition de la direction de reporter une partie du nouveau plan de transport à partir de décembre 2024, d'apporter des modifications substantielles au plan de transport, dégradant le service ferroviaire pour un nombre important de voyageurs, comme par exemple à Waremme ou entre Anvers et Bruxelles, mais aussi d'annoncer unilatéralement une remise en cause de la courbe de production future de la SNCB, des projets d'extension prévus après 2024. Tout cela est phasé , inscrit dans le contrat.
Ik heb daarop de directie en de raad van bestuur van de NMBS laten weten dat ik niet tevreden ben met de voorgestelde beslissing, die niet in overeenstemming is met de verbintenissen aangegaan door de NMBS en met de bijhorende middelen.
Ik heb gevraagd om de voorgestelde beslissing te herzien. Dat is niet gebeurd, aangezien het voorstel bij consensus – enkele leden spraken over unanimiteit – werd aanvaard, met slechts enkele marginale wijzigingen, die bevestigen dat de voor december 2024 geplande verlengingen niet zullen worden uitgevoerd. Het bevat ook een substantiële wijziging van het vervoersplan en de wens om de toekomstige productiecurve van de NMBS in vraag te stellen. Dat betreur ik uiteraard.
À ce sujet, je vous informe que j'ai été saisi ce mardi d'un recours de la commissaire du gouvernement en rapport avec cette décision, tel que le prévoit la loi sur les entreprises publiques. Elle relève des contradictions potentielles avec la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques, le statut de la SNCB, le contrat de service public, mais aussi avec le règlement n° 1370/2007 du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2007 relatif aux services publics de transport de voyageurs par chemin de fer et par route. Cela suspend de facto la décision du conseil d'administration. J'ai à présent dix jours pour analyser ce recours avec le soutien juridique du SPF Mobilité et pour prendre une décision à ce sujet. Comme depuis le début de la législature, je compte poursuivre le dialogue avec l'entreprise publique dans ce dossier. Même si c'est difficile, nous nous parlons.
Au cours de cette législature, et j'en conclus, nous avons tout mis en œuvre pour que la SNCB se prépare aux défis de l'avenir, pour qu'elle attire plus de voyages et joue un rôle encore plus central dans la mobilité nationale et internationale. Jamais notre société ferroviaire n'a été dotée d'autant de moyens et de perspectives claires, en bénéficiant d'un rôle aussi central dans nos transports. Il incombe à présent à la SNCB de remplir son rôle, de saisir cette opportunité et de s'organiser pour atteindre ces objectifs, avec autant de moyens pour la première fois depuis une décennie.
Bien sûr, si nous ne le faisons pas – et c'est peut-être une considération politique, mais je suppose que nous faisons un peu de politique en ce lieu – le risque est que nos ambitions soient revues à la baisse et que les contrats que nous avons signés soient remis en cause par le futur gouvernement, dont les projets de démantèlement des chemins de fer semblent déjà clairs – si j'en crois ce que je lis dans la presse. Je pense notamment à un tableau budgétaire qui prévoit une remise en cause des moyens de la SNCB à hauteur de 200 millions d'euros. Ce serait dramatique pour l'entreprise et ses salariés, mais surtout pour les voyageurs. C'est précisément la raison pour laquelle nous devons faire un pas en avant qui répond aux attentes légitimes des voyageurs et du monde économique, comme en témoigne le succès des extensions déjà réalisées, telle la liaison entre Louvain et Charleroi.
Des problèmes ponctuels peuvent survenir. Le marché de l'emploi est évidemment difficile mais cela ne peut, toutefois, pas être prétexte à remettre en cause les ambitions et un contrat signé par les deux parties en toute connaissance de cause avec un effort plus que substantiel décidé par l'actuel gouvernement fédéral.
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer de minister. Zijn er replieken van de leden?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoorden.
Voor onze fractie komt dit natuurlijk niet uit de lucht vallen. Mijn collega, Tomas Roggeman, heeft u in de vorige legislatuur regelmatig gewaarschuwd dat uw spoorvisie een luchtkasteel op drijfzand was, maar u wou toch mordicus extra treinen laten rijden op een net dat in sommige secties al op zijn limieten botste. Ik denk daarbij aan de Brusselse Noord-Zuidverbinding en aan het traject Antwerpen-Brussel. U wou in elk station een trein in elke richting om het halfuur, op elk moment van de dag meer treinen, extra treinen 's morgens vroeg, 's avonds laat en in het weekend. Dat is gewoon een utopie. Het heeft gewoon geen zin – dat is hier al vaker aan bod gekomen – dergelijke onrealistische plannen door te duwen wanneer het bestaande aanbod niet eens gewaarborgd kan worden. Om dit laatste kracht bij te zetten, wil ik graag meedelen dat de stiptheid van de treinen in de belangrijkste stations van het land het vaakst te wensen overlaat in Limburg en in de Antwerpse Kempen. Van de tien stations met de minste stipheid liggen maar liefst zes stations in die regio's.
Bovendien, mijnheer de minister, legde u al die wilde plannen op, terwijl de NMBS een enorme uitstroom van personeelsleden op pensioenleeftijd kende en terwijl zij aanwervingsproblemen voor nieuw boordpersoneel begon te ervaren.
Wat het personeelstekort betreft, hebben wij in het verleden al voldoende aangekaart dat de aanwervingspolitiek bij het spoor drastisch moet veranderen. Het verouderde statuut is al sinds de jaren 80 niet meer gemoderniseerd en kent dan ook inherente problemen. Ik denk daarbij aan de overuren die niet uitbetaald mogen worden. Daarbij komt nog dat België het enige land in West-Europa is dat ambtenaren aanwerft om op de treinen kaartjes te knippen. Dat is misschien ook iets om eens ernstig over na te denken.
Het resultaat van uw beleidskeuzes was overigens al in de volle vivaldiperiode goed te merken. Er werden heel veel recordcijfers behaald op het vlak van de stiptheid, of moeten we zeggen, de niet-stiptheid, en uiteraard ook op het vlak van het massale aantal afgeschafte treinen. Kortom, u trakteerde de burgers op de slechtste spoorservice van de NMBS van de voorbije decennia.
Mijnheer de minister, nu zit u met de gebakken peren. Uw vleugels als minister zijn geknipt door de lopende zaken. Het management van de NMBS maakt van dat nieuwe klimaat uiteraard gebruik om een nieuw realisme toe te voegen aan de vervoersplannen. Onze fractie kan de NMBS geen ongelijk geven.
Ik noteerde zonet dat u de beslissing van de NMBS, die in consensus werd genomen, betreurt. Ik vraag mij dan het volgende af. De regering heeft ook bestuurders bij de NMBS. Een aantal van hen heeft een groene signatuur. Het lijkt mij dus tegenstrijdig dat uw eigen bestuurders de beslissing mee hebben goedgekeurd.
Het lijkt ons het best dat u nog zo weinig mogelijk initiatieven neemt. Verknoei alstublieft de boel niet verder. Tref enkel nog voorbereidingen om uw dossier aan uw opvolger door te geven en daarna de Wetstraat achter u te laten.
Voorzitter:
Er is niemand van de MR aanwezig en ook niemand meer van de PS-fractie.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, si je résume bien ce que vous avez dit, vous parlez beaucoup de vos investissements.
Moi, ce que je remarque, c’est qu’en 2023, pas moins de 46 000 trains ont été supprimés. Un train sur sept est soit supprimé, soit en retard, avec une ponctualité plus basse que jamais. Je remarque aussi que les prix des billets de train de la SNCB ont augmenté de 20 % depuis 2020, soit 2 % de plus que l’inflation. Je remarque aussi que 44 guichets ont été fermés et que selon les plans actuels, en 2032, un train sur dix roulera toujours en retard ou sera supprimé, et que la SNCB et Infrabel devront se débrouiller avec 2 000 employés de moins dans les dix prochaines années.
Mais oui, vous avez raison: vous avez investi. Les quais sont beaux, maintenant; mais les quais sont vides. Vous n’arrivez toujours pas à faire une autocritique. Je ne comprends pas comment on peut être aussi déconnecté.
Monsieur le ministre, je vous invite à aller travailler pendant un mois pour la SNCB, avec un conducteur de train. On ne va pas commencer méchamment. Vous commencerez votre service à 4 h 30 et vous ferez ce qu’on appelle la boucle aéroport. Vous irez jusque Dinant. De Dinant, vous irez jusque Brussels Aiport-Zaventem, et de là jusque Charleroi, sans pause. Et vous reviendrez à Namur de la même manière. Puis après, nous en reparlerons. Faites cela pendant un mois. On verra.
Aussi, vous êtes en affaires courantes, mais ce n’est pas une raison pour ne pas répondre aux questions que nous vous posons. Vous avez déjà fait la même chose la fois dernière avec mon collègue Kemal Bilmez.
Je vous réitère ma question. Nous apprenions lundi dans La Libre Belgique qu’il se passe des choses plus qu’interpellantes au sein de la direction d’Infrabel. Je vous ai posé des questions, notamment relatives à l’enquête du Centre Intégrité et des propos du CEO, et j’aimerais bien avoir des réponses. Je vous remercie.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le président, je remercie monsieur le ministre pour sa réponse. Il y a deux éléments.
Premièrement, le contrat de service public n'est pas remis en cause, et même politiquement parlant, il n'est pas remis en cause pour l'avenir par le conseil d'administration. Comme le disent bien ses termes, il peut être dérogé à un contrat de service public, notamment par urgence ou nécessité. Dans ce cas-ci, reconnaissons que le problème qui nous intéresse est d'apprécier si tout a été mis en œuvre pour atteindre l'objectif recherché – auquel tout le monde souscrit par ailleurs – en termes de recrutements! Et si pas, pourquoi? Or, dans votre réponse, nous n'avons pas reçu de réponse sur ce point. Vous ne nous éclairez pas sur la raison pour laquelle il y a, à cet égard, un échec. Est-il grave ou non? Je considère que c'est un report en temps et je préf è re un report – en cela je soutiens la décision du conseil d'administration – pour que cela puisse fonctionner lorsque réellement le service sera opérationnel, c'est- à -dire qu'il disposera du personnel nécessaire pour le faire fonctionner car, heureusement aujourd'hui encore, nous avons besoin de conducteurs et de personnel pour faire fonctionner les trains.
Vous avez annoncé qu'un recours a été introduit par la commissaire du gouvernement. Je ne vais évidemment pas vous demander quelle sera votre décision mais il y a deux manières d'aborder la situation: rester frontalement en opposition avec le conseil d'administration ou, en disposant des éléments qui ont fondé la décision du conseil d'administration – et j'ai l'impression que, de deux choses l'une, vous ne les avez pas ou vous ne les donnez pas – reconnaître qu'il y a, peut-être, une nécessité impérieuse de reporter dans le temps comme la sagesse l'indiquerait.
Je terminerai sur ce déficit en personnel qui est le réel problème. J'aurais aimé vous entendre dire: " À telle date, on m'a signalé qu'on n'y arriverait pas parce que telle et telle difficulté en matière de recrutement se posait et j'ai proposé de prendre contact avec les ministres de l'Emploi aux niveaux fédéral et régional; j'ai proposé d'alerter les services de recrutement". Vous avez vu qu'entre-temps, certaines entreprises ont dû licencier du personnel. Y a-t-il eu des démarches volontaires effectuées envers ces personnes? Vous savez qu'il faut un certain temps pour former du personnel afin qu'il soit opérationnel au sein de la SNCB.
Tout cela a-t-il été fait? Si c'est le cas, nous ne pouvons rien reprocher au conseil d'administration. À l'impossible, nul n'est tenu. Nous savons bien que la situation sur le plan de l'emploi est tendue en ce moment, tant au Nord qu'au Sud du pays. Or, nous n'avons pas obtenu de réponses à ce sujet. Pour ce qui me concerne, vous comprendrez ma déception. Je ne suis pas venu, aujourd'hui, pour polémiquer afin de savoir si la faute est imputable ou non au ministre. Toutefois, tant que nous n'aurons pas obtenu les réponses aux questions posées, nous pouvons difficilement considérer que le travail a été rempli contractuellement et dans le respect de la concertation.
Pour terminer, je rappelle que les syndicats eux-mêmes estiment que la décision prise par le conseil d'administration était la seule raisonnable et utile aujourd'hui.
Joris Vandenbroucke:
Mijnheer de minister, de heer Aerts en uzelf gebruiken zware woorden. U wrijft de NMBS contractbreuk aan. Hoe kan er sprake zijn van contractbreuk door de NMBS, wanneer die zelf niet verantwoordelijk is voor de problemen waarmee ze kampt om uit te voeren wat afgesproken is? Wat is immers de verantwoordelijkheid van de NMBS met betrekking tot de vertraagde levering van nieuwe treinstellen?
Met betrekking tot het personeel gaf u zelf aan dat de regering – terecht en met de volle steun van de Vooruitfractie – de middelen op tafel heeft gelegd om de NMBS toe te laten om extra personeel aan te werven. U hebt cijfers aangehaald. Niettegenstaande dat er extra treinbestuurders zijn aangeworven, moeten we vandaag vaststellen dat meer dan 10 % van de treinen niet op tijd rijdt en dat 3 % van het aanbod zelfs wordt afgeschaft. Hoe kunt u dan van de NMBS eisen om in die omstandigheden, wanneer het aanbod van vandaag niet eens kan worden gerealiseerd, over twee maanden nog eens extra treinen te laten rijden? Ofwel toont u aan dat er contractbreuk gepleegd is, dat de NMBS ergens een inspanning niet doet, die ze nochtans wel zou kunnen leveren. We zullen de NMBS daarover ondervragen. Ofwel moeten wij besluiten dat de heer Aerts en u geen oog hebben voor de realiteit.
Ik keer terug naar uw betoog. De reiziger verwacht in de eerste plaats dat de aangekondigde treinen effectief rijden en op tijd rijden. Dat is vandaag al niet het geval of niet genoeg het geval.
Mijnheer de minister, ik roep u op, zoals andere collega's voor mij. Staak uw verzet tegen de beslissing, die genomen is door omstandigheden waarvoor de contracterende partij, zijnde NMBS, niet verantwoordelijk is, maar waarmee ze wel rekening moet houden. Beloof geen dienstverlening, die niet kan worden waargemaakt. ACOD Spoor heeft groot gelijk. Een dienstverlening beloven die men niet kan realiseren, is een slechte dienstverlening. Daaraan heeft niemand iets.
Ik kijk uit naar de hoorzitting met NMBS en Infrabel om in detail te vernemen, mijnheer Aerts, wat de omstandigheden precies zijn om tot de beslissing te komen die vrijdag werd genomen.
Vandaag heb ik van u, mijnheer de minister Gilkinet, helaas geen informatie gekregen waaruit ik kan besluiten dat de NMBS wel over de mogelijkheden beschikt om over twee maanden haar aanbod uit te breiden.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, u onderstreepte dat er in middelen is voorzien om ook voor de lijn Antwerpen-Brussel investeringen uit te voeren. Kunt u nader verduidelijken welke oplossingen zich zullen aandienen?
Voorts bent u inderdaad ingegaan op mijn vraag over de rijpaden, maar volgens onze informatie zijn die niet of slechts in beperkte mate toegekend. Klopt die informatie of niet? Kunt u daarover meer duidelijkheid verschaffen?
Ten slotte zou de regeringscommissaris beroep aantekenen tegen de beslissing van de raad van bestuur. Dat is wel een bijzondere werkwijze, want zo verschuilt u zich achter het initiatief van de regeringscommissaris, die toevallig ook lid is van uw kabinet. Die handelwijze lijkt ons merkwaardig. De raad van bestuur van de NMBS heeft de beslissing genomen, die we hier aan het bespreken zijn, wegens gebrek aan capaciteit en personeel. Hierbij wordt opnieuw de reiziger getroffen, terwijl het onze kerntaak is om een oplossing voor de problemen aan te reiken. We zijn benieuwd naar uw antwoorden, mijnheer de minister.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, de NMBS moet ambitieus zijn en blijven. Nieuwe treinreizigers overtuigt men met meer, stiptere en frequentere treinverbindingen, niet met het tegenovergestelde. Ik heb uiteraard begrip voor de moeilijkheden die uw pad kunnen kruisen. Het gebrek aan treinbestuurders is er daar een van, maar tegelijk een internationale trein inleggen, met desastreuze gevolgen voor de treinverbindingen in de provincies Antwerpen en Limburg en de kust, is er daar geen van. Ik kan er niet bij dat dit allemaal is gebeurd zonder het minste overleg.
Als we een sterk openbaar vervoer willen, dan moeten de regering en het Parlement de druk hoog houden. Ik zal zeker mijn kansen grijpen om dat in deze commissie te doen. Het is cruciaal dat de NMBS het onderste uit de kan blijft halen om dat sterk openbaar vervoer te realiseren. Als de NMBS aangeeft dat ze haar engagementen niet zal naleven, dan moeten wij meer doen dan enkel onze schouders ophalen. Ik ben heel tevreden dat via de regeringscommissaris de druk op de NMBS hoog wordt gehouden, want een ambitieus openbaarvervoerbeleid krijgt men alleen maar als ook de operator zelf zijn ambities zo goed mogelijk probeert te realiseren.
Voorzitster: Tine Gielis.
Présidente: Tine Gielis.
Tot slot heb ik een boodschap voor de collega's die rond de onderhandelingstafel zitten. In de laatste supernota van de formateur staat voor de NMBS een besparing van 200 miljoen euro ingeschreven. Wie denkt dat hij daarmee een beter en performant openbaar vervoer zal realiseren, maakt zichzelf iets wijs. U kunt zichzelf iets wijsmaken, maar de reiziger zal daarvan de dupe zijn. Met die besparingen zullen de treinen niet stipter rijden en zullen er niet minder treinen wegvallen. Integendeel, het zal de situatie nog veel pijnlijker maken.
De voorzitster : Ik ga ervan uit dat de leden van Open Vld en DéFI het woord niet vragen voor een repliek. Ik geef het woord aan de Vlaams Belangfractie.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik ben blij dat ik na 9,5 maanden wachten cijfers heb gekregen over de in- en uitstroom van treinbestuurders bij de NMBS. Het is wel jammer dat het zo lang geduurd heeft. De vraag die nu rijst, is of er te weinig treinbestuurders in dienst zijn, dan wel of u te veel treinen wilt laten rijden. Dat is een beetje het verhaal van de kip of het ei. Er zijn dus 100 treinbestuurders bij gekomen, maar we zijn nog lang niet waar we moeten zijn. Ook bij het ander operationeel personeel zijn er nog tekorten. Bovendien moeten we op sommige bestellingen van rollend materieel tot 2026 wachten. Het is niet duidelijk wie zijn engagementen niet nakomt en men schuift elkaar steeds de zwartepiet toe.
Hoe dan ook luidt de kernvraag of de in de beheersovereenkomst gemaakte afspraken wel realistisch waren. Mijnheer de minister, u herhaalt alsmaar dat de middelen beschikbaar zijn. Er is echter een verschil tussen beloofd geld en geld dat er effectief is. Met beloofd geld kan men immers niets kopen. Dat geld werd overigens pas beloofd vanaf 2025. De vaste dotatie voor de NMBS is in realiteit namelijk gedaald van 1,2 miljard naar 980.000 euro. De NMBS heeft op voorhand aangegeven dat dat een probleem vormt voor haar werking en dat ze nood heeft aan 808 miljoen euro voor 2023 en 2024 om de werking, die vandaag al gebrekkig is, nog maar te kunnen handhaven. Dat bedrag is dus niet toereikend om meer te kunnen doen, te investeren of meer werknemers te kunnen aanwerven! Voor 2023 kreeg de NMBS 80 miljoen en voor 2024 55 miljoen. Dan moeten we natuurlijk niet verbaasd zijn dat er problemen opduiken en de aanwervingen niet zo vlot lopen. Zoals ook al werd aangegeven tijdens de begrotingsbesprekingen, werden er wel meer projecten achteruitgeschoven door het gebrek aan financiering. Men botst daar dus op.
Ik herhaal het, de vraag is of het dak naar beneden aan het vallen is, dan wel of er een barst in zit. Het lijkt erop dat het dak naar beneden aan het vallen is. Er is bovendien nooit een garantie gegeven dat alle gemaakte plannen effectief zullen worden uitgevoerd. Misschien moet op termijn heel de beheersovereenkomst wel van tafel geveegd of herbekeken en met addenda bijgestuurd worden. Ze moet afgestemd worden op de realiteit. Dat ervaart de raad van bestuur van de NMBS nu.
Mijnheer de minister, het verwondert mij een beetje dat dat u gebruikmaakt van uw recht conform artikel 192 van de wet van 1991 op de overheidsbedrijven om de regeringscommissaris op te dragen de beslissing van de raad van bestuur van de NMBS te schorsen. Dat is wel redelijk ongezien. Ik herinner mij aan het begin van de voorgaande legislatuur een hele rel, met zelfs open brieven in de pers heen en terug tussen de CEO en uzelf over de sluiting van de loketten. Toen u gesuggereerd werd om de regeringscommissaris in te schakelen, hebt u toen beslist om dat niet te doen. Nu doet u dat wel en dat vind ik vreemd. Maar nogmaals, we zullen zien wat die tien dagen beraad zullen brengen en welke richting het uit zal gaan.
Mijn fractie heeft alvast de indruk, zoals wij al meermaals hebben aangegeven, dat de realiteit uw plannen en uw overeenkomst inhaalt. Misschien moet in de toekomst nog veel meer ter discussie worden gesteld.
Ik besluit met een woordje over Limburg. Ik hoor de heer Aerts hier zijn bezorgdheid uitdrukken over de situatie in Limburg. Die bezorgdheid kwam in het Parlement al ettelijke keren aan bod. In 2023 werd het vervoersplan gewijzigd en werden maar liefst 25 piekuurtreinen per week tussen Genk en Hasselt – een hoofdas in Limburg en een van de weinige Limburgse assen – geschrapt. Daarover werden in het Parlement vragen gesteld, wij hebben daarover interpellaties gehouden en moties ingediend. Mijnheer Aerts, uw partij en alle andere partijen, ook bezorgde Limburgers, hebben dat allemaal van tafel geveegd door onze moties weg te stemmen. Sta me toe om de bezorgdheid over de situatie in Limburg, die men nu – toevallig enkele weken voor de lokale verkiezingen – aankaart door met open brieven naar Brussel te trekken, nogal selectief en ongeloofwaardig te noemen.
Voorzitter: Frank Troosters.
Président: Frank Troosters.
Voorzitter:
Ik had begrepen dat er onder andere vanuit de cd&v-fractie nog bijkomende vragen werden gesteld. Mijnheer de minister, wilt u nog reageren?
Georges Gilkinet:
Monsieur le président, j'ai entendu plusieurs questions, également de la part du PTB. Je ne peux pas apporter en séance des éléments de réponse à des questions portant sur un autre sujet – important, certes. Pour le reste, il me semble avoir été suffisamment clair sur le débat en cours.
Le problème est clairement la remise en cause des ambitions à terme en termes de service. Il peut y avoir des difficultés ponctuelles en matière de recrutement. Il y a néanmoins un solde positif, du matériel roulant qui arrive, certes avec du retard, et une position que je dois prendre à la suite du recours introduit comme de droit par la commissaire du gouvernement et auquel je vais apporter une réponse dans les dix jours.
Mon seul et unique point est d'éviter un enterrement de première classe des ambitions qui figurent dans les contrats que nous avons signés et par rapport auxquels nous avons apporté tous les moyens.
Je resterai évidemment à la disposition de la commission dans les prochaines semaines, comme je le fais depuis le début de la législature, jusqu'au moment où un nouveau gouvernement sera mis en place pour répondre aux questions qui se posent, en fonction aussi parfois des informations qui me sont communiquées par la SNCB et Infrabel car j'en suis dépendant pour une série d'informations que vous souhaitez obtenir.
Voorzitter:
Zoals het hoort in dit Huis is het laatste woord voor de leden. Ik kijk even of er nog fracties het woord wensen te nemen? (Nee) In dat geval wil ik de minister bedanken voor zijn aanwezigheid en is de vergadering gesloten. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.44 uur. La réunion publique de commission est levée à 11 h 44.