topic

Over islam

55

plenaire vragen

0

voorstellen

meeste contributies

De islamitische lokale geloofsgemeenschap Ayasofya te Hasselt

Gesteld door

VB Frank Troosters

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 21 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Frank Troosters (Vlaams Parlementslid) bekritiseert de schijnbare tegenstrijdigheid tussen het gunstige federale veiligheidsadvies (door Justitie/OCAD) voor de Turks-islamitische geloofsgemeenschap Ayasofya in Hasselt – ondanks vastgestelde buitenlandse inmenging (Turkse ambassade) en discriminatie door de Vlaamse Informatie- en Screeningsdienst (ISD) – en vraagt of veiligheidsdiensten deze risico’s onvoldoende wegen of slecht geïnformeerd waren. Minister Annelies Verlinden (Justitie) benadrukt dat federale en Vlaamse instanties verschillende criteria hanteren (dreigingsanalyse vs. erkenningsvoorwaarden) en dat het OCAD-advies niet bindend is, maar wijst wel op goede samenwerking tussen diensten; ze ontwijkt specifieke casusdetails. Troosters kondigt verdere schriftelijke vragen aan, suggereert procedurale haast als excuus voor late indiening.

Frank Troosters:

Mevrouw de minister, ik kom vandaag naar deze commissie met een vraag over de islamitische lokale geloofsgemeenschap Ayasofya te Hasselt. Die verkreeg geen erkenning van de bevoegde Vlaamse minister, Hilde Crevits.

Uit haar ministerieel besluit blijkt dat de Informatie- en screeningsdienst lokale geloofsgemeenschappen heel wat ernstige tekortkomingen vaststelde, onder andere in verband met buitenlandse inmenging, een structurele rol van diplomatiek personeel van de Turkse ambassade en een schending van de non-discriminatieverplichtingen. Opvallend daarbij is dat de federale minister van Justitie, ondanks die vaststellingen, een gunstig veiligheidsadvies afleverde op 18 december 2023 en dat dit gunstige advies in 2025 bevestigd werd. Die inconsistenties en vastgestelde tekortkomingen roepen bij mij een aantal vragen op.

Hoe verklaart u dat de federale minister van Justitie een gunstig veiligheidsadvies afleverde en dat later ook nog eens bevestigde, terwijl de Informatie- en screeningsdienst duidelijke vaststellingen deed van haatzaaierij en structurele inmenging door een buitenlandse mogendheid? Werden de vaststellingen die de Informatie- en screeningsdienst deed, meegenomen in die federale veiligheidsanalyse? Moet daaruit worden afgeleid dat de federale veiligheidsdiensten dergelijke elementen, die toch niet van de minste zijn, niet beschouwen als een veiligheidsrisico, dan wel dat ze daarover misschien niet volledig of correct geïnformeerd waren?

Daarnaast heb ik nog een vraag over de informatie-uitwisseling. Zijn er inzake het uitwisselen van informatie en de onderlinge communicatie zaken die anders of beter kunnen? Ik verwijs daarbij zowel naar de Vlaamse controle door de ISD als naar het federale niveau en naar de lokale steden en gemeenten die betrokken zijn.

Tot slot, welke contacten vonden er plaats met het lokale bestuur van Hasselt met betrekking tot de lokale geloofsgemeenschap Ayasofya? Was er contact of communicatie? Wat werd er gezegd?

Ik dank u alvast voor uw antwoord.

Annelies Verlinden:

Collega Troosters, bij wijze van inleiding wil ik nog even de aandacht vestigen op het feit dat u uiteraard vragen kunt indienen tot 11.00 uur, de dag voor de commissievergadering, maar deze vraag werd exact om 11.00 uur ingediend. Ik zeg dat uit respect voor de diensten en voor de vele mensen die zich dagelijks inzetten voor Justitie. Snel moeten antwoorden, brengt namelijk een grote druk met zich mee. Dat maakt de werkzaamheden, die ook betrekking hebben op andere dossiers, voor de mensen bij Justitie er niet makkelijker op.

Wat uw vraag betreft, vanzelfsprekend kan ik niet ingaan op individuele dossiers. Wat de procedure betreft, kan ik wel melden dat het federale veiligheidsadvies tot stand komt op basis van een dreigingsanalyse. Sinds september 2024 is het OCAD bevoegd voor het afleveren van die evaluatie. In de evaluatie wordt beoordeeld of lokale geloofsgemeenschappen een dreiging vormen voor de veiligheid van de staat en voor de openbare orde.

Voor de dreigingsanalyse wint het OCAD deeladviezen in bij de Veiligheid van de Staat, de ADIV, de Dienst Vreemdelingenzaken, de geïntegreerde politie en de Cel voor Financiële Informatieverwerking. De diensten voeren die opdracht uit conform de wet en rekening houdend met de actuele situatie. Een erkenningsaanvraag van een lokale geloofsgemeenschap wordt ook steeds geagendeerd op de bevoegde local taskforce (LTF).

Het is belangrijk om op te merken dat de federale veiligheidsdiensten en de Informatie- en screeningsdienst lokale geloofsgemeenschappen verschillende bevoegdheden hebben en bijgevolg bepaalde elementen op een andere manier kunnen evalueren. In het kader van een erkenningsprocedure geeft de ISD advies over de mate waarin een erkenning zoekende lokale geloofsgemeenschap voldoet aan de erkenningscriteria uit het Vlaams erkenningsdecreet. De federale dreigingsevaluatie is niet bindend. Ook al is het advies gunstig, dan nog moet een lokale geloofsgemeenschap voldoen aan tal van voorwaarden en criteria die uitsluitend door de ISD worden beoordeeld.

De bestaande informatie- en overlegkanalen tussen de betrokken veiligheidsdiensten en de regionale diensten functioneren evenwel goed en worden blijvend geëvalueerd. Naast het federale veiligheidsadvies zijn er nog een aantal andere adviezen die opgesteld worden en mee aan de basis liggen van de finale beslissing van de regionale minister, zoals de adviezen van de provincie, het lokale bestuur en het representatieve orgaan.

Zoals gezegd, kan ik niet ingaan op individuele dossiers, maar in het algemeen steunt het federale veiligheidsadvies op een ernstige, globale en actuele beoordeling van alle beschikbare informatie. Alle betrokken diensten voeren die opdrachten uit met de grootste zorgvuldigheid en in overeenstemming met de wettelijke bepalingen. Ik wil hen in dit kader zeker danken voor hun inspanningen, in het licht van onze collectieve veiligheid.

Frank Troosters:

Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ik heb begrip voor wat u zegt. Mijn vraag werd inderdaad vrij laat ingediend. Ik had ze eigenlijk iets eerder ingediend. Ik zou u uw inbox kunnen laten nakijken, maar ze is ergens blijven hangen. Ik heb dus gisteren nog letterlijk door de gang gespurt om ze voor 11.00 uur te kunnen indienen, omdat ik wist dat ik dan vandaag mijn vraag kon komen stellen. Ik zit soms in andere commissies, en dan is dat soms moeilijk. Ik begrijp dus ook dat de antwoordtermijn zeer kort is. Ik zal het antwoord sowieso nog eens herbeluisteren. Ik zal misschien via een aantal schriftelijke vragen verder op deze kwestie terugkomen, maar ik begrijp dat het voor vandaag misschien moeilijk is. Ik heb alvast al iets en ik wil u daarvoor danken. Wordt vervolgd. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 14.59 uur. La réunion publique de commission est levée à 14 h 59.

De oproep van Islamitische Staat tot het plegen van aanslagen in België
De beveiliging van de Joodse gemeenschap in Antwerpen
De dreigende oproep van Islamitische Staat om aanslagen te plegen in ons land
Veiligheidsdreigingen en terrorismebestrijding in België

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 13 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy bekritiseert dat België ondanks de IS-oproep tot aanslagen door moslimvluchtelingen op kerken, synagogen en feesten het dreigingsniveau niet verhoogt (blijft op 3) en eist zichtbare, zwaarbewapende politie bij Joodse instellingen, zoals in Frankrijk/Nederland. Hij noemt de eerdere aankondiging om federale agenten uit de Antwerpse Joodse wijk terug te trekken "schandalig" en beschuldigt de regering van "weerzinwekkende politieke koehandel" met veiligheid, wat paniek zaait. Minister Quintin weerlegt dat er "geen concrete dreiging" is voor niveau 4, benadrukt dat niveau 3 al zware maatregelen inhoudt, en ontkent slechte communicatie over de Antwerpse beveiliging. Van Rooy herhaalt zijn bewering dat "islamisering" de terreurdreiging verergert, wijkt in naar "islamitische hellholes" en eist een "minister tegen islamisering", anders dreigt België volgens hem "Midden-Oostense toestanden".

Voorzitter:

M. De Smet n'est pas présent pour poser sa question.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, naar aanleiding van de jihadistische aanslag in Sydney roept terreurgroep Islamitische Staat op tot meer aanslagen in het Westen. Daarbij vermelden die moslimterroristen specifiek moslimvluchtelingen in België, die worden opgeroepen om feesten, synagogen en kerken aan te vallen.

Naar wij vernamen, zou het terreurdreigingsniveau evenwel op niveau 3 blijven. Dat is nog altijd ernstig maar het niveau zou dus niet worden verhoogd. Graag kreeg ik enige toelichting daarbij.

Waarom is er na een dergelijke jihadistische oproep geen verhoging van het terreurdreigingsniveau? Worden of werden er extra veiligheidsmaatregelen getroffen aan feesten, synagogen en kerken? Worden moslimvluchtelingen extra gescreend en in de gaten gehouden? Tot slot, waarom wordt volgens u door Islamitische Staat specifiek ons land, België, genoemd?

Mijn tweede vraag sluit daar uiteraard bij aan. Tijdens de plenaire vergadering van 18 december 2025 verklaarde u dat de bewaking voor de Joodse wijk in Antwerpen – ik citeer – "gehandhaafd blijft, of dat nu gebeurt door de Antwerpse of de federale politie". Dat antwoord kwam er na uw toch wel schandalige communicatie dat u de aanwezigheid van de federale agenten die in Antwerpen mee instaan voor de broodnodige beveiliging van de Joodse wijk vanaf 1 januari 2025 zou intrekken. U communiceerde dat nota bene vlak na de moorddadige antisemitische jihadistische aanslag in Sydney. Dat is compleet waanzinnig.

Ondertussen heb ik ook begrepen dat het eigenlijk om een politiek spel gaat tussen coalitiepartners, waarbij behalve de MR en de N-VA ook cd&v is betrokken. Het is weerzinwekkend dat de veiligheid van de Joodse gemeenschap, nota bene bij het begin van Chanoeka, als pasmunt wordt gebruikt voor politieke koehandel.

Dat gezegd zijnde, hoe zit het nu eigenlijk? Wie staat nu precies in voor de beveiliging van de Joodse wijk in Antwerpen en voor hoelang? Graag kreeg ik dus toelichting bij de beslissing die werd genomen of zal worden genomen. Ik herhaal dat die communicatie echt schandalig was.

Veel Joodse mensen waren daardoor in paniek, dat kan ik u wel zeggen.

Ten tweede, mijnheer de minister, ik zal dat hier blijven vragen, ik doe dat ook in Antwerpen uiteraard, waarom wordt er niet voor gezorgd dat aan elke synagoge en aan elke joodse school, instelling en evenement, zichtbare, zwaarbewapende politie staat? Zeker op momenten dat er veel mensen bij elkaar komen. Dat is hier nog altijd niet het geval. Ik zie dat niet alleen met mijn eigen ogen, ik krijg dat ook te horen van joodse mensen die daarover bezorgd zijn. Dat soort zwaarbewapende politiebeveiliging zien we wel in onze buurlanden. Gaat u kijken aan de joodse scholen en synagogen in Nederland en Frankrijk, daar staan, zeker op momenten dat er veel volk is, zichtbaar zwaarbewapende politieagenten. Hier niet. Men zou toch denken, zeker na die moorddadige antisemitische jihadaanslagen in Manchester en in Sydney, en dus na de oproep van Islamitische Staat aan moslimvluchtelingen om hier aanslagen te plegen op kerken en synagogen, dat dit geen overbodige luxe is, mijnheer de minister? Nogmaals, zichtbare, zwaarbewapende politieagenten aan elke synagoge en joodse school, dat is wat we nodig hebben in dit land en in Antwerpen.

Tot slot, daarop aansluitend, vraag ik u wat nu eigenlijk de stand van zaken is met betrekking tot de inzet van militairen voor zulke bewakingsopdrachten. Zoals ik daarnet al aanhaalde, heb ik begrepen dat daarover binnen de regering onenigheid bestaat; vandaar dus die schandalige communicatie van u een aantal weken geleden over het terugtrekken van die federale agenten.

Dank u alvast voor uw antwoorden.

Bernard Quintin:

Mijnheer Van Rooy, dreigingsniveau 3 is het op een na hoogste niveau. De keren dat er in ons land voor een plaats niveau 4 werd toegekend, werd er een soort lockdown ingesteld, met drastische veiligheidsmaatregelen die het vrij verkeer van personen ernstig beperken.

Dat mag alleen het geval zijn wanneer er concrete informatie over een imminente dreiging tegen een bepaalde plaats of persoon is. Over het bestaand veiligheidsdispositief worden geen details gecommuniceerd. Dat IS specifiek ons land noemt, is opmerkelijk en zorgwekkend, maar het is niet de eerste keer dat België op deze manier wordt geviseerd. Er is echter geen sprake van een concrete dreiging, dus we zullen geen zwaar bewapende agenten of militairen voor elk huis in België zetten.

Er bestaan verschillende fora om informatie uit te wisselen, in het bijzonder het OCAD, dat ervoor moet zorgen dat we een goed zicht krijgen op terroristische dreigingen en op de uitdagingen. Zoals gezegd, het is niet de eerste keer dat de Islamistische Staat ons land aanduidt na aanvallen in andere landen.

Voor het overige, mijnheer Van Rooy, ik heb niet gecommuniceerd over de beveiliging van de Joodse gemeenschap in Antwerpen of elders. U hebt dat misschien slecht gelezen of gehoord.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, door de islamisering is de terreurdreiging in dit land permanent hoog en ernstig. Door de islamisering roept de Islamitische Staat moslimvluchtelingen in dit land op om jihadistische aanslagen te plegen op evenementen, kerken en synagogen. Door de islamisering verworden hele wijken in dit land tot islamitische hellholes waar jonge moslims op oudjaar een straatjihad voeren. Door de islamisering wordt dit land steeds onveiliger voor niet en ex-moslims. Toch wil deze regering niet de islamisering bestrijden, maar wel de islamofobie. Weet u wat dit land dringend nodig heeft? Een minister ter bestrijding van de islamisering van onze samenleving. Zo niet, dan is het een kwestie van tijd voor wij hier ook verworden tot het Midden-Oosten en tot we hier ook Iraanse toestanden zullen kennen.

Het aanmerken van de moslimbroederschap als terroristische organisatie

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy dringt aan op een verbod op de Moslimbroederschap in België, verwijzend naar Trumps terrorisme-label en beschuldigend dat de beweging – met haar jihadistische ideologie – al decennia "woekert" dankzij "islamgepamper" door de regering, wat een bedreiging voor de democratie vormt. Minister Bernard Quintin bevestigt dat de Ligue des Musulmans de Belgique (LMB) als Belgische tak geldt en dat zo’n 100 individuen en 10 organisaties de ideologie verspreiden, maar benadrukt dat formeel lidmaatschap moeilijk aantoonbaar is door de gedecentraliseerde, discrete werkwijze. Van Rooy bekritiseert scherp dat België de beweging niet verbiedt (in tegenstelling tot Arabische landen) en eist uitzetting van aanhangers, terwijl Quintin geen standpunt inneemt over een verbod maar de ideologische risico’s (separatisme, kalifaatstreven) schetst.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, de Amerikaanse president Donald Trump heeft aangekondigd dat de Moslimbroederschap als een terroristische organisatie zal worden bestempeld. Dat zal in de krachtigste bewoordingen gebeuren, aldus Trump.

Wat is uw reactie daarop, mijnheer de minister?

Welke activiteiten en filialen heeft de Moslimbroederschap in België? Ik hoop dat u dat weet. De Moslimbroederschap is al decennialang in België aan het woekeren. Hoeveel bewegingen, organisaties, scholen en moskeeën in ons land hebben banden met de Moslimbroederschap? Welke zijn dat? Hoeveel bewegingen, organisaties, scholen en moskeeën in ons land delen de ideologie van de Moslimbroederschap? Welke zijn dat? Ik vraag dat u dat toelicht, want de veiligheid van het land staat op het spel.

De hamvraag is uiteraard wanneer België eindelijk de Verenigde Staten volgt, want de Moslimbroederschap had in dit land al lang verboden moeten zijn.

Bernard Quintin:

Mijnheer Van Rooy, de Moslimbroederschap vormt een ideologische beweging, waarvan het langetermijndoel bestaat uit de uitbouw van een samenleving waarin religieuze normen elk aspect van het leven bepalen. De grootste gevaren van de ideologie bestaan erin om een kalifaat te vestigen en haat tegen anderen te bevorderen. Het gaat dus om een vorm van separatisme die zich uit via prediking, onderwijs, sociopolitiek activisme, entrisme en lobbying.

De Ligue des Musulmans de Belgique, LMB, wordt beschouwd als de koepelorganisatie van de Moslimbroederschap in België. Zij kan worden gezien als de Belgische tak van de beweging.

Het is uitermate moeilijk om organisaties formeel te labelen als deel van of gelieerd aan de Moslimbroederschap. Er bestaan geen lidkaarten, formele structuren of officiële verklaringen van verbondenheid. Personen en organisaties die ideologisch dicht bij de Moslimbroederschap staan, ontkennen doorgaans publiekelijk elke formele band.

De beweging is heterogeen en werkt bewust discreet en gedecentraliseerd.

Op basis van de beschikbare informatie evalueren onze veiligheidsdiensten dat in België ongeveer honderd individuen en een tiental organisaties actief proberen om de ideologie van de Moslimbroederschap te verspreiden. Het gaat daarbij om een ideologische inschatting en niet om een formeel lidmaatschap.

Voor het aantal organisaties die de ideologie van de Moslimbroederschap delen, geldt dezelfde nuance. Organisaties of instellingen kunnen een ideologische affiniteit vertonen zonder formele band. De grens tussen ideologisch geïnspireerd door en formeel gelieerd aan is vaak niet objectief bepaalbaar.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. U weet evenwel wat het motto van de Moslimbroederschap is: "Allah is ons doel, de profeet is onze leider, de Koran is onze wet, jihad is onze weg, sterven op de weg van Allah is onze hoogste hoop." Die jihadistische organisatie vormt een existentiële bedreiging voor onze democratische rechtsstaat en vrije samenleving. Het is dan ook onvoorstelbaar dat zij nog altijd niet verboden is. Sterker nog, terwijl de Moslimbroederschap in diverse landen in de Arabische wereld keihard wordt aangepakt, werd ze hier met open armen ontvangen en kan ze hier woekeren. Door het globalistisch beleid en het islamgepamper van de beleidspartijen, zoals de uwe, kan de Moslimbroederschap hier al decennia woekeren en onze samenleving islamiseren. Ik roep u op om de Moslimbroederschap te verbieden en haar leden en aanhangers het land uit te zetten. Dat is wat nodig is.

De komst van de antisemitische jihadist Omar Barghouti voor een workshop in Leuven

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy beschuldigt minister Quintin van een "dubbele moraal" en bekritiseert dat Omar Barghouti – door hem bestempeld als antisemiet, complotdenker en "soft jihadist" – ongestraft een BDS-workshop (vergeleken met "Kauft nicht bei Juden") mag geven in Leuven, zelfs voor overheidspersoneel, terwijl soortgelijke uitingen tegen andere groepen volgens hem wel zouden worden bestraft. Minister Quintin stelt dat toegang weigeren niet zijn bevoegdheid is en dat er geen concrete signalen zijn van wettenschendingen tijdens het evenement, maar benadrukt dat lokale autoriteiten of politie kunnen ingrijpen bij aantoonbare overtredingen. Van Rooy beticht de regering ervan selectieve verontwaardiging te tonen, afhankelijk van of de dader een Vlaamse naam of Palestijnse achtergrond heeft, wat volgens hem woede en wantrouwen zaait.

Sam Van Rooy:

U bent nog niet van mij af, mijnheer de minister van Veiligheid, een titel die u eigenlijk niet verdient.

Op donderdag 27 november kwam Omar Barghouti naar België. Hij is geboren in Qatar en noemt zichzelf een Palestijnse mensenrechten–verdediger. Daar zijn ze goed in, in misleiden. Hij is echter een jihadist, niet van het type dat terreuraanslagen pleegt, maar wel van het type dat aan soft jihad doet.

Als oprichter van de BDS-beweging, die eigenlijk een Kauft nicht bei Juden 2.0 is, kwam hij op 27 november naar Leuven. Barghouti pleit voor de vernietiging van Israël en is ook niet vies van het verkondigen van antisemitische bloedsprookjes, zoals vorig jaar nog in Amsterdam. Hij heeft het over de Joodse lobby, legitimeert jihadistische terreur en verspreidt complottistische nonsens, zoals dat Israël en de VS Islamitische Staat zouden hebben gecreëerd.

Niet toevallig in Leuven – we weten immers wie daar burgemeester is –, wordt hij op orwelliaanse wijze als volgt aangekondigd: "Tijdens een workshop reikt hij praktische tools en strategieën aan om de principes van BDS te vertalen naar concrete maatregelen, solidair te zijn met het Palestijnse volk en de Palestijnse mensenrechten te respecteren. De workshop is bedoeld voor stadsmedewerkers, beleidsmakers, de culturele sector en iedereen die binnen een organisatie werkt aan mensenrechten, duurzaamheid of internationale solidariteit." Dat is allemaal newspeak en orwelliaanse onzin.

Mijnheer de minister, wetende wat voor een sujet die Omar Barghouti is, wat vindt u ervan dat hij naar ons land reist om hier een workshop te geven, zelfs voor overheidspersoneel? Wilt u hem de toegang tot ons land ontzeggen? Zo neen, waarom niet?

Bernard Quintin:

Mijnheer Van Rooy, ik herhaal nogmaals dat iemand de toegang tot het grondgebied ontzeggen, behoort tot de bevoegdheid van de minister van Asiel en Migratie. Voor alle duidelijkheid, dat ben ik niet. Deze beslissing kan niet zomaar genomen worden, maar vereist elementen als signalering, bedreiging van de openbare orde en verblijfsverbod.

De administratieve autoriteiten van Leuven – en ik ben ook niet de administratieve autoriteit van Leuven – kunnen evenwel op basis van een analyse beslissen om het evenement al dan niet te verbieden.

Ik heb geen informatie ontvangen over het verloop van dat evenement. Indien er antisemitische inhoud zou zijn verspreid, moeten de bevoegde politiediensten daarvan een proces-verbaal opstellen. Op dit moment zijn er echter voor alle duidelijkheid geen aanwijzingen in die richting voorhanden.

Ik dank u.

Sam Van Rooy:

Minister, mocht Omar Barghouti Omer Barbier heten, dus een Vlaamse naam dragen, en dezelfde complottistische, antisemitische onzin verspreiden, dan zouden u en de hele regering op de achterste poten staan. Mocht Omar Barghouti Omer Barbier heten en eenzelfde postmoderne versie van " Kauft nicht bei Juden " organiseren, dan zou u, zo mag ik hopen, met uw verontwaardiging geen blijf weten. Nog meer ophef zou er zijn indien die zogenaamde BDS-beweging niet tegen Joden was gericht, maar tegen moslims, of misschien nog erger, tegen Palestijnse moslims. Mocht Omar Barghouti Omer Barbier heten en dodelijke terreur legitimeren, dan zou u als minister van Veiligheid ingrijpen. Omdat het echter om de Palestijn Omar Barghouti gaat, laat u begaan. Het is precies die dubbele moraal, minister, die steeds meer mensen in dit land terecht zeer boos maakt en ernstig verontrust.

De aanval op onze cultuur in Brussel ten faveure van de islam

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy bekritiseert de Brusselse kerststal met uitgewiste gezichten als een "inclusieve" aanpassing aan islamitische normen (haram-afbeeldingsverbod) en suggereert druk van moslimfundamentalisten, zelfgekozen islamisering of westerse "zelfhaat", terwijl hij de kosten (€65.000) en culturele "verwatering" (o.a. Zwarte Piet, wintermarkten) aanhaalt als bewijs van een "overheidsbeleid dat de westerse cultuur degradeert". Minister Bernard Quintin ontkent kennis van jihadistische dreigingen en wijst elke stellingname, inclusief de culturele kritiek, af als niet zijn bevoegdheid, zonder de beschuldigingen te weerleggen.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, het is helaas wereldnieuws geworden dat de stad Brussel een kerststal, of eigenlijk eerder een tent, heeft geplaatst, waarbij de gezichten van de christelijke figuren Maria, Jozef en het kindje Jezus zijn uitgewist en er zelfs verminkt uitzien. De reden daarvoor is dat dit, ik citeer, "inclusief" zou zijn.

Het afbeelden van menselijke gezichten is in de islam haram, waarvoor ik naar meerdere hadiths verwijs. Veel mensen vragen zich dan ook af of dat gebeurd is onder druk of zelfs bedreiging van moslimfundamentalisten of jihadisten, dan wel of dat is wat men zelfislamisering noemt, waarbij de stad Brussel er zonder enige druk voor kiest om zich aan te passen aan voorschriften van de islamitische doctrine. Een derde mogelijkheid is dat de islam er helemaal niets mee te maken heeft, waardoor dat een flagrant geval is van de typisch westerse oikofobie of zelfhaat.

Mijnheer de minister, hebt u dat onderzocht? Wat is uw reactie daarop?

Bernard Quintin:

Mijnheer Van Rooy, ik kan heel kort zijn. Onze veiligheidsdiensten volgen dreigingsmeldingen altijd op. Ik heb geen informatie over jihadistische bedreigingen tegen de kerststalindustrie, noch tegen zij die kerststallen bestellen in Brussel of daarbuiten. Wat uw andere vragen betreft, ik heb daarover geen mening.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, dat u geen mening hebt over iets wat toch heel fundamenteel is voor onze cultuur, zegt veel. Dat is een verminkte kerststal, een tent die de belastingbetaler 65.000 euro heeft gekost, exclusief de afbraak. Op de afbraak zou dus nog kunnen worden bespaard, want talloze mensen zeggen dat zij die tent maar al te graag zouden afbreken. Zaken zoals de afschaffing van Zwarte Piet, en de kerstmarkt die een wintermarkt moest worden, in combinatie met niet alleen de opmars, maar ook het door de overheid en de media promoten van islamitische tradities, leidt ertoe dat steeds meer mensen terecht het gevoel hebben dat ze hun cultuur kwijtraken. De verweesde samenleving, zo noemde Pim Fortuyn het dertig jaar geleden al. Ook vandaag voeren de diverse overheden in dit land een wereldvreemd beleid dat onze cultuur degradeert en uiteindelijk zal vernietigen.

De jihadistische dreiging tegen christelijke doelwitten

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy wijst op een jihadistische moord op een christen in Lyon en een Franse DGSI-waarschuwing over groeiende dreiging tegen christenen, vraagt of Belgische diensten dit rapport kennen en welke beschermingsmaatregelen tijdens kerst genomen worden. Minister Quintin (OCAD) bevestigt kennisname, benadrukt dat christenen – net als joden en LHBTQ+’ers – langere tijd doelwit zijn, en verwijst naar lokaal dreigingsbeheer en de Strategie T.E.R. voor radicalisering. Van Rooy bekritiseert dat "islamisering" Europa onveilig maakt voor niet-moslims, waarschuwt voor "genocide op christenen" zoals in islamitische landen, en voorspelt een gelijksoortige toekomst voor België bij onveranderd beleid. De voorzitter sluit de mondelinge discussie af.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, op 10 september vond er een jihadistische moord plaats in Lyon op Ashur Sarnaya, een Iraakse christen in een rolstoel. Daarna waarschuwde de Franse binnenlandse veiligheidsdienst, de DGSI, voor een toenemende jihadistische dreiging tegen christenen. Dat staat in een vertrouwelijk rapport, dat via Le Figaro naar buiten kwam. Onderzoekers zien de moord op de christen Sarnaya als een voorbeeld van een blijvende jihadistische fixatie op christenen en christelijke symbolen, zoals kerken en kerstmarkten.

Volgens de Franse veiligheidsdienst richten islamistische netwerken zich al jaren op christenen. In het rapport staat dat zij christenen – hoe kan het ook anders, helaas – neerzetten als ongelovigen of afgodenaanbidders. De DGSI stelt dat die woorden terugkomen in zowel oude als recente jihadistische propaganda.

Mijnheer de minister, namen onze veiligheidsdiensten kennis van dat zorgwekkend rapport? Hoe kijken onze veiligheidsdiensten naar de jihadistische dreiging tegen christelijke doelwitten? Welke maatregelen worden desgevallend genomen om christelijke doelwitten, zeker tijdens deze kerstperiode, te beschermen tegen islamitische jihad?

Bernard Quintin:

Mijnheer Van Rooy, het OCAD laat weten kennisgenomen te hebben van die tragische gebeurtenis. Het feit dat christelijke belangen doelwit kunnen zijn van de jihadistische beweging is niet nieuw. Ook joodse belangen en de LGTB+-gemeenschap zijn al langer potentiële doelwitten. Wanneer er christelijke evenementen worden georganiseerd en de lokale autoriteiten een dreigingsevaluatie wensen, kunnen zij dat aan het OCAD vragen. Het Nationaal Crisiscentrum zal daarop maatregelen aanbevelen.

Indien er signalen van extremisme of radicalisering zijn, worden die in het kader van de Strategie T.E.R. opgevolgd.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, op 10 september werd in Lyon Ashur Sarnaya vermoord, een Iraakse christen in een rolstoel. De dader is een Algerijnse moslim. Na die jihadistische moord waarschuwt de Franse binnenlandse veiligheidsdienst voor een toenemende jihadistische dreiging tegen christenen.

Het is symptomatisch. De toenemende islamisering leidt ertoe dat onze maatschappij voor niet-moslims steeds onveiliger wordt. Een Arabisch spreekwoord luidt: na zaterdag komt zondag, oftewel, na de joden zijn de christenen aan de beurt.

In de islamitische wereld worden genocides en ethnocides op christenen gepleegd. Bij gelijkblijvend beleid zal dat helaas ook de toekomst zijn van Europa, van België. Lees het nationaal veiligheidsrapport van de VS-minister en trek daaruit de enige juiste conclusie.

Voorzitter:

Vraag 56011100C van de heer Vander Elst is omgezet in een schriftelijke vraag.

De verheerlijking van dodelijke jihadistische terreur én van Samidoun door Bob Vylan in Brussel

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy bekritiseert minister Bernard Quintin hevig omdat artiest Bob Vylan volgens hem ongestraft haat en moord verheerlijkt (o.a. "death to the IDF", steun aan Samidoun en intifada), wat hij ziet als een dubbele standaard: terwijl pro-Israëlische uitingen hard worden aangepakt, zou Vylan’s extremisme genegeerd worden – hij spreekt van "Belgistan" en beschuldigt de media van partijdigheid. Quintin benadrukt dat vrijheid van meningsuiting grenzen heeft bij geweldsverheerlijking, maar stelt dat het parket moet oordelen over strafbaarheid; hij ontkent concrete signalen van ordeverstoring of radicalisering door Vylan’s optreden.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, ik heb de regering al herhaaldelijk kritisch bevraagd over de optredens van Bob Vylan – nomen est omen, zoals natuurlijk ook zijn bedoeling is. Ik heb u een link gestuurd waarin u hem aan het werk hebt kunnen zien op 2 december in Brussel. Toen was reeds bekend uit vorige optredens, zowel in Nederland als in België, dat hij oproept tot moord op zowat elke Israëli, want zowat elke Israëli dient namelijk in het IDF. Hij roept 'death to the IDF', hij verheerlijkt dodelijke jihadistische terreur door 'intifada' te roepen. Hij verheerlijkt ook Samidoun, een organisatie die deze regering nota bene wil verbieden. Hij verheerlijkte ook de executie van Charlie Kirk.

Mijnheer de minister, wat is uw reactie daarop? Vindt u niet dat die Bob Vylan, die zijn artiestenpodium misbruikt om moord te verheerlijken en mensen aan te zetten tot haat en moord, een bedreiging vormt voor de veiligheid in dit land van joden, maar ook van niet-joden, van mensen zoals Charlie Kirk? Zo niet, waarom niet?

Bernard Quintin:

Mijnheer Van Rooy, de vrijheid van meningsuiting is fundamenteel in onze democratie, zoals eerder gezegd. Kritische standpunten over bijvoorbeeld beslissingen van de Israëlische regering moeten geuit kunnen worden. Het verheerlijken van geweld tijdens een optreden of enige andere publieke bijeenkomst zou echter niet als vrijheid van meningsuiting mogen worden beschouwd.

Het komt het parket toe om te beslissen een gerechtelijk dossier te openen wanneer er indicaties zijn van strafbare feiten. Haatzaaien en antisemitisme zijn, zoals u weet, in België verboden.

Ik heb nog geen signalen ontvangen dat dat optreden tot een verstoring van de openbare orde of veiligheid heeft geleid, noch dat dat een vector van radicalisering is geweest.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, mocht die als artiest vermomde neanderthaler Bob Vylan niet 'death to the IDF' maar 'death to the Belgian army' scanderen, en mocht hij niet de moord op Charlie Kirk maar op een linkse persoon verheerlijken, zou u dan ook de schouders ophalen zoals u nu doet? De vraag stellen is ze beantwoorden. Van de gepalestiniseerde Vlaamse media krijgt Bob Vylan veel sterren. Mocht een zionistische artiest zo’n moorddadige oproep doen, het kot in dit land zou te klein zijn. Terwijl op aanvuren van Hezbollahagent Abou Jahjah twee jonge IDF-militairen al feestend op Tomorrowland werden gearresteerd, wordt Bob Vylan in dit land geen strobreed in de weg gelegd. Dit is Belgistan.

De poging tot uitzetting van de Tunesische moslimterrorist Nizar Trabelsi
De werkelijke omvang van de dwangsommen aan Nizar Trabelsi
Dwangsommen en uitzettingspoging van Tunesische terrorist Nizar Trabelsi

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 16 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Volgens Sam Van Rooy (N-VA) faalt de regering door de vrijheid van veroordeelde terrorist Nizar Trabelsi—door de VS als gevaarlijk bestempeld—die ondanks geen verblijfsrecht interviews geeft en vrij rondloopt, terwijl premier De Wever zijn kritische vragen ontwijkt. Minister Van Bossuyt (N-VA) wijt Trabelsi’s aanwezigheid aan Amerikaanse en Belgische rechterlijke beslissingen (folterrisico in Tunesië) en bevestigt dat hij nergens is ingeschreven, maar ontkent verantwoordelijkheid voor dwangsommen (doorverwezen naar Justitie-minister Verlinden). Francesca Van Belleghem (Vlaams Belang) bekritiseert het lage terugkeerpercentage van Tunesiërs (14,5% in 2025: 57 verwijderd vs. 831 illegale BGV’s) en noemt het gebrek aan transparantie over Trabelsi’s dwangsommen (€350.000) en familiestatus "belachelijk", terwijl ze de N-VA hypocriet noemt omwille van gebrek aan migratiebeperkingen in het regeerakkoord. Van Rooy herhaalt dat de "rechterlijke muur" dringend moet worden gesloopt voor strenger migratiebeleid.

Voorzitter:

Collega’s, ik heet de minister van Asiel en Migratie van harte welkom.

Sam Van Rooy:

Minister, de veroordeelde Tunesische moslimterrorist Nizar Trabelsi, die door België was uitgeleverd aan de VS, is afgelopen zomer teruggekeerd naar België. Hij heeft hier echter geen verblijfsrecht en werd overgebracht naar het gesloten centrum voor illegalen in Merksplas. Ondertussen loopt hij vrij rond, zoals we konden zien op televisie. U hebt vast ook zijn interviews die hij aan islamofiele Vlaamse media als illegaal geeft, kunnen lezen.

Minister Van Bossuyt, ik heb mijn vraag ondertussen meer dan 2,5 maanden geleden ingediend aan premier Bart De Wever. Ik stelde hem volgende vragen. Ik lees ze voor: "Wij ondervroegen hierover de minister van Justitie en van Asiel en Migratie, die kennelijk niet in staat zijn deze volgens de VS nog altijd gevaarlijke moslimterrorist direct het land uit te zetten. Wat is uw rol als premier geweest in de terugkeer van Trabelsi naar België? Hij heeft hier geen verblijfsrecht, waarom werd hij door de VS niet uitgezet naar Tunesië? Welke rol speelt u bij de poging om Trabelsi uit te zetten naar Tunesië?"

De premier is blijkbaar, zoals tegenwoordig wel vaker gebeurt, echter te laf om op lastige vragen van parlementsleden te antwoorden. Hij stuurde mij dus weer naar u.

Ik kan u enkel vragen, in zoverre u niet wilt antwoorden op de vragen die ik voor de heer De Wever had, wat de stand van zaken is in dat toch wel schandalige dossier. Minstens even belangrijk is mijn vraag aan u, minister Van Bossuyt – ik volg natuurlijk uw mediaoptredens over de kwestie –, wat u en de regering ondernemen om de rechterlijke muur, waar u steeds op botst, te slopen, zodat dat in de toekomst nooit meer kan gebeuren.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, ik sluit mij aan bij collega Van Rooy. Ik probeer al een tijdje te reconstrueren hoeveel dwangsommen en hoeveel schadevergoedingen de terrorist Trabelsi ontvangen heeft. Ik word daarbij van het kastje naar de muur gestuurd, maar ik zal de vraag blijven stellen, dus nu bent u opnieuw aan de beurt.

Tot hoeveel dwangsommen en schadevergoedingen werd de Belgische Staat veroordeeld in 2022, in 2016 en in 2014 en bij nog andere eventuele veroordelingen, graag opgesplitst per jaar? Welke bijkomende stappen heeft de regering gezet om Trabelsi alsnog terug te sturen naar het land van herkomst? Zijn er op dit moment nog procedures lopende of hangende voor hoven en rechtbanken waarbij Trabelsi betrokken is?

Ik wil het ook graag ruimer benaderen. Rechtspraak verhinderde de gedwongen terugkeer van Trabelsi, maar hoe staat het met de gedwongen terugkeer van andere Tunesische illegalen naar dat land? Is er op dit moment een terugkeerakkoord? Wordt dat akkoord uitgevoerd? Laat de rechtspraak dat toe? Kunt u de gedwongen en de vrijwillige terugkeer in verhouding plaatsen met het aantal bevelen om het grondgebied te verlaten? Komt u dan ook op een terugkeerratio van ongeveer 17 %, zoals het gemiddelde, of is die ratio hoger of lager?

U verzekerde dat Trabelsi geen leefloon zou krijgen. Uiteraard, hij heeft 350.000 euro aan dwangsommen gekregen, dat is genoeg om van te leven. Kunt u datzelfde ook verzekeren voor zijn familieleden? Heeft zijn vrouw wel een verblijfsrecht? Aangezien hij illegaal is in dit land, weet u op dit moment waar hij verblijft? Hij kan zich als illegaal immers nergens inschrijven in een gemeente. Waar woont hij? Betaalt hij belastingen? Aangezien hij illegaal is in dit land, betaalt hij vermoedelijk geen belastingen. Kunt u dat bevestigen?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, mijnheer Van Rooy, ik zal eerst de vragen van de heer Van Rooy beantwoorden. U stelt dat onze premier laf is. Ik ben van oordeel dat onze premier allesbehalve laf is en integendeel bijzonder veel lef toont. Dat blijkt onder meer uit wat hij momenteel onderneemt met betrekking tot de Euroclearmiddelen. Dat getuigt van heel veel lef.

In antwoord op jullie vragen, op 30 augustus 2024 heeft een Amerikaanse immigratierechter een vonnis geveld in een beroepszaak die Nizar Trabelsi had ingesteld om zijn uitzetting naar Tunesië tegen te houden. De rechter besliste om België aan te wijzen als het belangrijkste land van bestemming en oordeelde dat de heer Trabelsi het gevaar op foltering in geval van een terugkeer naar Tunesië voldoende had aangetoond. Daardoor werd zijn verwijdering naar Tunesië opgeschort in uitvoering van het verdrag tegen foltering.

Op 24 september 2024 heeft het Department of Homeland Security tegen die beslissing beroep aangetekend. Op 28 februari 2025 bevestigde de beroepsrechter het vonnis van 30 augustus 2024 en beval hij de uitzetting van Nizar Trabelsi naar België.

De beslissing tot vrijlating van Nizar Trabelsi uit het gesloten centrum voor illegalen in Merksplas is een beslissing die ik geenszins onderschrijf. Integendeel, de man verblijft volledig illegaal op ons grondgebied, zoals u terecht opmerkt.

Voor uw vragen over de dwangsommen moet ik u, mevrouw Van Belleghem, doorverwijzen naar minister van Justitie Verlinden, aangezien ik ter zake geen bevoegdheid heb.

Op uw vragen over de stappen die zijn gezet om Nizar Trabelsi alsnog naar Tunesië terug te sturen, kan ik meedelen dat zijn procedure nog altijd loopt. Die beroepsprocedure heeft een schorsende werking. De rechterlijke beslissingen verplichten ons de Tunesische autoriteiten te raadplegen over een aantal specifieke punten alvorens kan worden overgegaan tot een verwijdering naar Tunesië, want mijn diensten dan ook hebben gedaan.

Inzake de vragen over de terugkeer naar Tunesië in het algemeen kan ik mededelen dat er in 2025, meer bepaald in de periode van januari tot en met november, 831 BGV’s werden afgeleverd aan Tunesiërs. De Dienst Vreemdelingenzaken organiseerde tussen januari en november 2025, dus in diezelfde periode, voor 45 gevallen een gedwongen terugkeer.

Het feit dat voor een individueel geval de terugkeer op dit ogenblik niet mogelijk is, betekent niet dat er in het geheel geen terugkeer mogelijk zou zijn naar Tunesië. Tot en met oktober keerden in 2025 12 personen vrijwillig terug naar Tunesië.

Voor uw vragen over de situatie van de familie van de heer Trabelsi en zijn verblijfplaats begrijpt u wellicht dat ik geen persoonlijke informatie kan meegeven over de individuele situatie van familieleden. Ik kan u wel bevestigen dat hij nergens is ingeschreven.

Sam Van Rooy:

Minister, ik begrijp dat premier De Wever niet heeft willen antwoorden op mijn kritische vragen aangezien de situatie te gênant voor woorden is. Nizar Trabelsi, een veroordeelde moslimterrorist die nauwe banden had met Osama bin Laden en volgens de Amerikaanse veiligheidsdiensten nog altijd gevaarlijk is, mag vrij rondlopen in dit land en interviews geven aan islamofiele media. Belgistan doet zijn naam opnieuw alle eer aan.

U kunt telkens opnieuw jammeren over de rechterlijke muur waarop u botst, maar het zou een topprioriteit moeten zijn voor u en voor de regering om die rechterlijke muur eindelijk te slopen, zodat u de volledige regie krijgt over asiel en migratie in dit land.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, dat gepingpong tussen ministers is werkelijk hemeltergend. Minister Verlinden weigert te antwoorden op mijn vraag over hoeveel dwangsommen hij al gekregen heeft. Zij stelt dat het schadevergoedingen waren, dat we die hebben uitbetaald aan de advocaat en dat de advocaat soms erelonen afhoudt, waardoor ze niet kan zeggen hoeveel Trabelsi heeft gekregen. Dat is compleet belachelijk en u doet daaraan mee en laat minister Verlinden gewoon haar gang gaan. Ik dacht dat de N-VA vroeger voor transparantie stond, maar blijkbaar is dat niet het geval. Ik zal terugpingpongen naar Verlinden en zeggen dat u mij opnieuw hebt doorverwezen, want het is niet de eerste keer dat u dat doet. Wat betreft de terugkeer naar Tunesië, heb ik het even snel uitgerekend. Er zijn dit jaar 57 Tunesiërs teruggestuurd, 45 gedwongen en 12 vrijwillig en er zijn 831 illegale Tunesiërs bijgekomen. Dat wil dus zeggen een terugkeerpercentage van amper 14,5 %. Dat is symbolisch voor het hele asiel- en migratiebeleid. De instroom is altijd veel groter dan de uitstroom en dat zal ook zo blijven tot u zegt dat er hier geen nieuwe immigranten mogen binnenkomen. Daar moet werk van worden gemaakt, maar dat zie ik niet in het regeerakkoord. Ik zie daar niet in dat massa-immigratie gestopt zal worden. Die problemen zullen zich dus blijven stellen en dat is erg omdat uit studies blijkt dat immigranten de schatkist gemiddeld genomen geld kosten. We zitten al met een dieprode begroting en toch maken we de put steeds dieper.

De erkenning van de Moslimraad als representatief orgaan van de islamitische eredienst

Gesteld door

VB Alexander Van Hoecke

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 9 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Alexander Van Hoecke bekritiseert dat de Moslimraad—wiens tijdelijk mandaat tot 2026 werd verlengd—nog steeds geen definitieve erkenning kreeg, ondanks hervormingen zoals een nieuwe voorzitter (Hassan El Bouchttaoui) en statutenwijzigingen. Hij beschuldigt minister Verlinden ervan buitenlandse inmenging (Diyanet, Milli Görüş) te facilteren door een "breed draagvlak" na te streven, en bekritiseert de financiering van de Raad ten koste van Justitie’s begroting. Minister Verlinden benadrukt dat de Moslimraad zelf verantwoordelijk is voor hervormingen, maar meldt vooruitgang (infodagen, transparantie, inclusie van stromingen) en constructieve gesprekken over representativiteit, zonder buitenlandse sturing te bevestigen of ontkennen. Van Hoecke blijft fel gekant tegen elke rol voor Diyanet/Milli Görüş en eist een duidelijke afbakening van buitenlandse invloed.

Alexander Van Hoecke:

Mevrouw de minister, er is niet heel veel toelichting nodig, maar er zijn wel heel veel vragen.

We zijn intussen bijna een half jaar verder nadat de beslissing werd genomen om de vzw Moslimraad van België niet definitief te erkennen als representatief orgaan van de islamitische eredienst. Het tijdelijk mandaat van de Moslimraad werd verlengd met een jaar, tot en met 25 juni 2026. Ik heb hierover een aantal vragen.

Kunt u een stand van zaken geven met betrekking tot wat de Moslimraad de afgelopen maanden heeft ondernomen en welke hervormingen nog gepland staan?

Hoe vaak hebt u overleg gehad met de Moslimraad sinds de beslissing werd genomen om niet over te gaan tot een definitieve erkenning en wat werd er toen besproken?

Hoe regelmatig en op welke manier rapporteert de Moslimraad over zijn werkzaamheden en over het traject dat wordt afgelegd? U herinnert zich dat hierover vorig jaar enige onduidelijkheid bestond.

Wie staat momenteel aan het hoofd van de Moslimraad, na het afzwaaien van Esma Uçan als voorzitter.

Hebben er sinds de beslissing om niet tot definitieve erkenning over te gaan nog andere wijzigingen plaatsgevonden in de samenstelling van het bestuur van de Moslimraad?

Tot slot, hebben er in de tussentijd afzonderlijke gesprekken plaatsgevonden met vertegenwoordigers van Diyanet, Milli Görüş of andere groeperingen met het oog op de samenstelling van een definitief representatief orgaan?

Annelies Verlinden:

Mijnheer Van Hoecke, het is uiteraard aan de moslimgemeenschap zelf om de organisatie van het representatief orgaan op te nemen. Zoals ik reeds meermaals aangaf, staat de FOD Justitie evenwel ter beschikking om de moslimgemeenschap en het representatief orgaan daarbij te ondersteunen. Sinds juni van dit jaar hebben verschillende constructieve gesprekken plaatsgevonden. Daarbij wordt bestudeerd hoe de representativiteit kan worden verhoogd, met het oog op de erkenning van een definitief representatief orgaan van de islamitische eredienst.

De Moslimraad zet intussen zijn traject verder en garandeert de continuïteit van de dienstverlening. Zo werden de statuten aangepast, werd een nieuwe voorzitter aangesteld en werd een nieuwe algemene vergadering en raad van bestuur samengesteld. De nieuwe voorzitter is de heer Hassan El Bouchttaoui. Er wordt gewerkt aan een nog meer representatieve vertegenwoordiging. Deze ontwikkelingen tonen aan dat er vooruitgang wordt geboekt en dat er bereidheid bestaat tot hervorming.

De Moslimraad organiseerde samen met de koepelorganisaties ook diverse informatiemomenten. Zo vond een infodag plaats voor de zeventien recent erkende moskeeën in Vlaanderen. In december is een gelijkaardige infodag gepland in Wallonië. Zowel erkende als niet-erkende moskeeën worden uitgenodigd om toelichting te krijgen over de werking en over de erkenningsprocedure voor lokale geloofsgemeenschappen. Daarnaast informeerde de Moslimraad de administratie over hun werkzaamheden, om een overzicht te realiseren van alle erkende en niet-erkende moskeeën.

De Moslimraad wil een organisatie zijn die losstaat van buitenlandse invloeden en onderneemt initiatieven om alle stromingen en etnische achtergronden binnen de Belgische moslimgemeenschap rond de tafel te brengen. Verder onderhoudt de Moslimraad constructieve contacten met diverse overheidsinstanties over lopende dossiers.

Wat betreft de relaties met de stromingen en etniciteiten binnen de gemeenschap in ons land ligt het initiatief bij de Moslimraad. De Moslimraad geeft aan open te staan voor samenwerking met alle stromingen en de statuten leggen dat ook structureel vast. De statuten bieden een garantie op permanente plaatsen binnen de algemene vergadering voor federale koepels die specifieke etnisch-culturele minderheden vertegenwoordigen.

Voor de overheid is het belangrijk te kunnen rekenen op een transparant representatief orgaan met een breed draagvlak. De wijze waarop dit wordt gerealiseerd, ligt in de handen van de moslimgemeenschap en de Moslimraad zelf. De diensten van de administratie beraden zich verder over de toekomst, de uitgangspunten en de ambities. Het streefdoel is in elk geval dat zoveel mogelijk leden van de moslimgemeenschap zich vertegenwoordigd voelen door het representatief orgaan.

Alexander Van Hoecke:

Er is ondertussen wel wat gebeurd, zoals de aanstelling van een nieuwe voorzitter. Dat mag ook wel, we zijn er ondertussen bijna twee jaar over bezig. U spreekt over samenwerking met alle stromingen. Ik hoop dat u beseft wat dat betekent. Dat betekent samenwerking met Diyanet en Milli Görüş, twee instrumenten van buitenlandse inmenging. Wij kunnen daarover heel duidelijk zijn. Daar lijkt het nu heen te gaan.

Ondertussen financieren wij een orgaan waarvan we nog steeds niet weten hoe het exact zal worden samengesteld, op kap van de noodlijdende begroting van Justitie. Terwijl Justitie geen geld heeft om zijn werk te doen, blijft men geld pompen in zogenaamd representatieve organen van religies. Ik vind dat zeer problematisch.

Mevrouw de minister, los daarvan, ik hoop echt dat u ten volle beseft dat een pleidooi voor een moslimraad met een groter draagvlak, die de hele islamitische gemeenschap in dit land vertegenwoordigt, een pleidooi is voor buitenlandse inmenging. Dat is een pleidooi voor Diyanet en Milli Görüş aan de knoppen in die Moslimraad, bij de erkenning van moskeeën en de aanstelling van imams. U ijvert er actief voor om op die manier buitenlandse invloeden toe te staan. Ik blijf dit zeer problematisch vinden. Het gaat er bij mij absoluut niet in.

Ik hoop dat u een lijn durft te trekken en aan die Moslimraad duidelijk zult meegeven dat het niet de bedoeling is dat wij actief buitenlandse inmenging aan boord halen. U moet ook duidelijk maken dat er geen plaats is voor Diyanet en Milli Görüş in dit land.

Voorzitter:

Les questions jointes n° 56010915C de Mme Barbara Pas et n° 56010918C de M. Alain Yzermans sont transformées en questions écrites. La question n° 56010942C de Mme Marijke Dillen est reportée. Les questions jointes n° 56010996C de Mme Sophie De Wit et n° 56011087C de Mme Marijke Dillen sont reportées. La question n° 56011103C de Mme Victoria Vandeberg est reportée. Les questions jointes n° 56011114C de Mme Victoria Vandeberg, n° 56011243C de M. Stefaan Van Hecke et n° 56011271C de M. Alexander Van Hoecke sont reportées. La question n° 56011129C de M. Alexander Van Hoecke est transformée en question écrite.

Het Duitse verbod op een islamitische organisatie die oproept tot de stichting van een kalifaat
De Hamasdreiging in België
Een mogelijk bij het bloedbad op 7/10 betrokken Hamasfan die opduikt bij een sit-in in A'dam (1)
Een mogelijk bij het bloedbad op 7/10 betrokken Hamasfan die opduikt bij een sit-in in A'dam (2)
De screening en opvolging van Mohaned al-Khatib en de Palestijnse asielzoekers
Extremisme, Hamas en islamitische radicalisering in Europa

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 3 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy bekritiseert dat België onvoldoende optreedt tegen Hamas-sympathisanten en jihadistische organisaties, waaronder Mohaned al-Khatib—een verdachte van betrokkenheid bij de aanslagen van 7 oktober 2023—die volgens hem niet dagelijks wordt opgevolgd door veiligheidsdiensten, ondanks zijn openlijke jihadistische uitingen. Hij stelt dat de screening van Palestijnse asielzoekers falen (o.a. door signalen van het Joods Informatiecentrum in plaats van eigen inlichtingen) en waarschuwt dat het merendeel Hamas/Hezbollah-steunt, wat de veiligheid bedreigt. Minister Bernard Quintin bevestigt dat er gerechtelijk onderzoek loopt naar al-Khatib en dat Hamas prioriteit heeft voor de diensten, maar ontkent structurele banden met Duitse extremistische groepen in België. Hij verwijst voor asielscreening naar Van Bossuyt (Migratie) en benadrukt dat dreigingsniveau 3 geldt, met focus op jihadisme—zonder concrete maatregelen tegen individuen of organisaties te specificeren. Van Rooy blijft kritisch en eist strengere actie tegen "terreurverheerlijkers".

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, ik heb veel vragen voor u.

Ten eerste, Duitsland verbiedt de islamitische organisatie Muslim Interaktiv omdat die oproept tot de stichting van een kalifaat. Om dezelfde reden worden Generation Islam en Realität Islam mogelijk ook verboden.

Mijnheer de minister, hebben Muslim Interaktiv, Generation Islam en Realität Islam vertakkingen in België of onderhouden ze banden met organisaties in België? Wordt onderzocht of zich in België islamitische organisaties bevinden die oproepen tot de stichting van een kalifaat en zullen die desgevallend, zoals in Duitsland, verboden worden?

Ten tweede, een rapport van het Meir Amit Intelligence and Terrorism Information Center stelt dat Hamas in Europa een netwerk heeft uitgebouwd en tracht te versterken om hier aanslagen te plegen. Zo werd reeds een wapendepot ontdekt en zijn al verschillende gewapende Hamasleden en -aanhangers opgepakt, onder meer in onze buurlanden. Volgens de Duitse inlichtingendienst is het aantal Hamasleden tussen 2008 en 2023 met 50 % toegenomen, tot meer dan 450. U weet dat die vrij kunnen reizen in Europa binnen de Schengenzone. Ze kunnen zich dus ook op ons grondgebied bevinden.

Mijnheer de minister, weet u hoeveel Hamasleden en -agenten zich momenteel op ons grondgebied bevinden? Hoe verloopt de veiligheidsscreening van Palestijnse asielzoekers en migranten op een eventueel lidmaatschap van Hamas of spionage voor Hamas?

Ten derde, wat die screening betreft, die verloopt blijkbaar op zijn zachtst gezegd niet goed, want een Palestijnse Hamasfanaat die betrokken is bij de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 in Israël blijkt nu gewoon in België te verblijven. Hij werd eerst gespot op een pro-Hamasdemonstratie in Brussel. U hebt de beelden intussen wellicht gezien. Ik heb daarover ook al mevrouw Van Bossuyt, de minister van Asiel en Migratie, en mevrouw Verlinden, de minister van Justitie ondervraagd. Minister Van Bossuyt heeft me gisteren bevestigd dat de man hier nog steeds verblijft, met name in een asielcentrum in Sint-Niklaas. Er is bovendien een dossier van 65 pagina’s opgesteld – niet door onze veiligheidsdiensten, maar door het Joods Informatie- en Documentatiecentrum (JID) – over dat verschrikkelijk jihadistische sujet Al-Khatib. Ik hoop dat u het ondertussen al hebt gelezen. Het staat gewoon op de site van het JID.

De vraag is hoe het mogelijk is dat zo iemand, met wat hij op 7 oktober 2023 heeft gedaan en met de openlijke jihadistische oproepen die hij nog altijd doet op zijn sociale media, zich op Belgisch grondgebied bevindt. Hij is hier nog altijd, in Sint-Niklaas. Zal hij nu wel worden gescreend door de veiligheidsdiensten, is dat al gebeurd, naar ik hoop, of wordt hij ten minste op dit moment opgevolgd door de veiligheidsdiensten? Ik herinner mij dat de zogenaamde Syriëstrijders zouden worden opgevolgd, wat dat ook moge betekenen. Ik veronderstel dat agenten of mensen van de veiligheidsdiensten zo iemand volgen in zijn of haar dagelijkse praktijken, onder andere op sociale media. Wordt die Mohammed Al-Khatib vandaag dagelijks opgevolgd door onze veiligheidsdiensten?

Ondertussen zagen we ook beelden van Palestijnen die uit Gaza België worden binnengevlogen, waaronder Palestijnse tieners die een trui dragen waarop in het groot een M16-machinegeweer staat. De M16 is, naast de Kalasjnikov, het geliefkoosde wapen van jihadisten en ook van Hamas. Het werd onder andere gebruikt bij de verschrikkelijke massaslachtingen in de Israëlische kibboets. Zij komen hier gewoon binnengewandeld.

U weet dat België een favoriete bestemming in Europa is van Palestijnse asielzoekers. Het merendeel van hen heeft sympathie voor Hamas en Hezbollah en juicht de genocidale massaslachting op 7 oktober 2023 toe . Dat blijkt uit onderzoeken, bevragingen en peilingen. Zij delen dus het zieke jihadistische wereldbeeld van de persoon over wie ik u specifiek ondervraag, Mohammed Al-Khatib.

Tot slot, welke stappen zet u om ervoor te zorgen dat Hamas-terroristen, maar ook Hamas-fanaten en verheerlijkers van de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 onze samenleving niet kunnen verzieken of onveilig maken voor joden, maar ook voor niet-joden?

Bernard Quintin:

Mijnheer Van Rooy, u weet dat het niet mijn gewoonte is om details te geven over individuele dossiers, zeker niet wanneer ze zich in de onderzoeksfase bevinden.

Ik kan u wel meegeven dat ik op 7 november 2025 op de hoogte ben gebracht van de aanwezigheid van de betrokkene op ons grondgebied en van de open bronelementen die zouden kunnen wijzen op diens aanwezigheid tijdens de terroristische aanslag van Hamas op 7 oktober 2023.

Justitie voert momenteel een onderzoek dat moet uitwijzen of dat klopt en desgevallend in welke hoedanigheid dat gebeurde.

Het dossier is ook in behandeling bij de Dienst Vreemdelingenzaken. Voor informatie daarover, evenals over de maatregelen voor het groot aantal Palestijnen dat naar België komt of over de screening moet u minister Van Bossuyt nog eens bevragen.

Op de vraag over de bewegingsvrijheid van personen binnen de Schengenzone of de Benelux is het antwoord eenvoudig. Wanneer iemand niet is geseind, mag hij of zij zich vrij verplaatsen.

Op de concrete onderzoeksdaden van de veiligheidsdiensten ga ik niet in.

Het spreekt voor zich dat wanneer wordt vastgesteld dat de betrokkene effectief banden met Hamas zou hebben, het parket een gerechtelijk onderzoek moet openen. Vragen daarover stelt u het best aan mijn collega Verlinden. Ook zal het OCAD in een dergelijk geval overgaan tot opvolging in het kader van de nationale Strategie T.E.R.

Onze veiligheidsdiensten hebben geen indicaties die erop wijzen dat Muslim Interaktiv, Generation Islam en Realität Islam vertakkingen hebben in België of dat er structurele banden bestaan tussen die organisaties en organisaties in België.

U weet dat ik een wetsontwerp voorbereid om te beschikken over een instrument om in overeenstemming met het regeerakkoord gevaarlijke radicale organisaties te kunnen verbieden. Ik kan niet vooruitlopen op dat wetsontwerp, aangezien de Raad van State nog geen advies heeft kunnen afleveren.

De Veiligheid van de Staat en het OCAD zijn bevoegd voor het onderzoek naar en de analyse van zowel religieus als ideologisch extremisme. Wanneer er in ons land organisaties zijn die oproepen tot het stichten van een dergelijke organisatie, zal dat via het VSSE en het OCAD aan het licht komen.

Al sinds 7 oktober 2023 houden onze veiligheidsdiensten rekening met de mogelijkheid dat leden van Hamas hun toevlucht zouden zoeken in België of andere Europese landen. Hamas wordt prioritair behandeld door de inlichtingendiensten en de inlichtingen over Hamas worden steeds meegenomen in de dreigingsanalyses die door het OCAD worden opgesteld.

Het dreigingsniveau staat in België op niveau 3 sinds oktober 2023. Dat betekent dat de dreiging ernstig is. De religieus geïnspireerde dreiging voor West-Europa komt voornamelijk uit islamistische en jihadistische hoek. Voor het Westen blijft de dreiging van IS en IS-geïnspireerde actoren volgens het OCAD momenteel de belangrijkste.

Aangezien de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijk onderzoek – om de redenen die u aanhaalt, mijnheer Van Rooy – kan de politie geen details geven. Voor meer informatie verwijs ik naar de magistraat die belast is met het dossier. Sta me toe om op te merken dat het bestaan zelf van dat dossier aantoont dat de veiligheidsdiensten adequaat hebben gereageerd.

Wat betreft de vraag inzake de administratieve situatie van die persoon en de mogelijke maatregelen in geval van terugkeer, mocht hij naar Griekenland worden teruggestuurd, heb ik al gezegd dat u zich moet richten tot de Dienst Vreemdelingenzaken. Ook de FOD Justitie zou kunnen worden geraadpleegd, indien een meer gedetailleerd overzicht van de geldende regelgeving moet worden gegeven.

Wat de politie betreft, geldt het algemeen toezicht op de openbare ruimte en het opstellen van processen-verbaal voor alle inbreuken die haar ter kennis worden gebracht, ook voor dit soort feiten. Het openbaar ministerie kan een vervolging instellen. De bestuurlijke opvolging door de politie van groeperingen en hun leden is mogelijk binnen een zeer strikt regelgevend kader.

Over het algemeen wordt het toezicht op extremistische individuen en groeperingen georganiseerd door de Strategie T.E.R. en wordt het risiconiveau dat zij vormen, vastgesteld door het OCAD, dat beschikt over alle informatie van de politie, de Veiligheid van de Staat en andere instanties. De politie kan zich uiteraard niet uitspreken over andere maatregelen die door de regering worden genomen en die niet onder haar bevoegdheid vallen.

Sam Van Rooy:

Minister, dank u voor uw antwoord. De situatie is helaas helder. Ik zeg 'helaas', want Mohaned al-Khatib wordt vandaag dus niet opgevolgd. Dat is wat u hebt gezegd. Er wordt wel onderzoek gedaan, terwijl de info al weken bekend is.

Bernard Quintin:

(…)

Sam Van Rooy:

Wordt hij dagelijks opgevolgd in zijn doen en laten en in zijn socialemediaposts? Ik dacht het niet. Ik verwijs ook naar uw antwoord op mijn andere vraag. U moet radicale organisaties niet verbieden. U moet daarentegen jihadistische en moslimfundamentalistische organisaties viseren en verbieden, want daar zit het probleem. Jihadisten en moslimfundamentalisten, maar ook verheerlijkers van jihadistisch terreur moeten buiten dit land worden gehouden. Als ze hier toch aanwezig zijn, dienen ze te worden uitgezet of – zoals in het geval van Mohaned al-Khatib – te worden opgevolgd om na te gaan waar ze mee bezig zijn. U zegt dat de diensten goed werk leveren, maar ze hebben dat moeten vernemen van het onvolprezen Joods Informatie- en Documentatiecentrum. Als die organisatie niet aan de alarmbel had getrokken, dan wisten de diensten vandaag waarschijnlijk nog nergens van. Dat is een bewijs dat de screening faalt. Ik vraag me dus af hoe u dat ziet, met al die Palestijnen die hier wekelijks binnenkomen. Nogmaals, ons land is een topbestemming. In 2025 zijn er al 3.000 Palestijnse asielzoekers binnengekomen. Het merendeel heeft op zijn minst sympathie voor Hamas en voor Hezbollah. Ik herhaal dat. De meesten juichten de genocidale jihadistische terreuracties van 2023 gewoon toe. U, als minister van Veiligheid, stond erbij en u keek ernaar. Dat is de realiteit.

De jihad die Afrika teistert

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 2 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy beweert dat gewelddadige islamitische jihad Afrika historisch islamiseert en kritiseert dat de regering christenen onvoldoende beschermt tegen systematische vervolgingen (o.a. 125.000 doden in Nigeria sinds 2009), terwijl ze volgens hem wel opkomt voor "Palestijns-islamitische cultuur". Minister Prévot ontkent dat het om geloofsvervolging gaat (noemt het een grondconflict in Nigeria), benadrukt Belgische/EU-steun voor algemene antiterreurmaatregelen (capaciteitsopbouw, radicaliseringsbestrijding) en bekritiseert Van Rooys "te simplistische" framering. Van Rooy beschuldigt Prévot vervolgens van weggaan voor jihadistische genocides en partijdigheid (pro-islam, anti-christelijk beleid). Prévot houdt vast aan een neutraal veiligheidsdiscours, Van Rooy eist expliciete erkenning van islamitisch geweld als religieus gemotiveerd.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, grote delen van Afrika werden historisch geïslamiseerd door middel van de gewelddadige jihad. Daardoor werden reeds 32 landen gedeeltelijk of sterk islamitisch, vooral in Noord-, Oost- en West-Afrika. Denk aan de afscheiding van Soedan en Zuid-Soedan in 2011. Pas nog werd in Mali een jonge vrouw, een populaire influencer op TikTok, publiekelijk geëxecuteerd door moslimterroristen. Die landen in Centraal-Afrika, Zuidelijk Afrika en enkele in Oost- en West-Afrika worden vandaag geteisterd of bedreigd door de islamitische jihad en zouden dus aan islamisering ten prooi kunnen vallen. Denk aan de jihadistische groepering Boko Haram, die in 2002 is ontstaan in Nigeria, maar nu ook de landen Niger, Tsjaad, Kameroen en Benin bedreigt. Denk aan de jihadistische beweging Al-Shabaab, die is ontstaan in Somalië in 2006 en nu ook actief is in Tanzania, Oeganda, Ethiopië en Kenia. President Trump dreigde met militaire acties tegen de jihadistische terreurgroeperingen in Nigeria, als de regering van dat land niet snel een einde maakt aan de aanhoudende moorden en slachtpartijen op christenen.

Mijnheer de minister, ik wil graag uw reactie hierop horen. Wat is het standpunt van de regering over de islamitische jihad in Afrika, die op termijn heel het continent dreigt te islamiseren?

Wil de regering een beleid voeren dat tot doel heeft de niet-moslims, met name de christenen, in Afrika te beschermen tegen de jihad en dus tegen islamisering?

Maxime Prévot:

Mijnheer Van Rooy, ik betreur ten zeerste dat er door gewelddadig extremisme en terroristische groeperingen in Afrika slachtoffers vallen. De uitzichtloze sociaal-economische situatie van heel wat jongeren op het continent maakt hen wellicht vatbaar voor radicalisering. Voor de plaatselijke overheden en veiligheidsdiensten vormt dat een grote uitdaging. De FOD Buitenlandse Zaken draagt samen met andere bevoegde Belgische autoriteiten zijn steentje bij in de strijd tegen terrorisme op het Afrikaanse continent, onder meer door onze bijdrage aan de EU, de Verenigde Naties, de coalitie tegen Daesh en steun aan de Afrikaanse Unie.

Daarenboven zetten we onder meer in op capaciteitsopbouw in de regio via nationale experten in het EU Security and Development Initiative. Ons land schrijft zich in in het Europese beleid dat op dat gebied talloze initiatieven in verschillende landen neemt, niet enkel om regionale samenwerking tussen Afrikaanse landen in de strijd tegen terrorisme te bevorderen, onder meer via de Intergovernmental Authority on Development, maar ook door steun aan het National Counter Terrorism Centre in Kenia voor de preventie van gewelddadig extremisme, het bestrijden van terrorismefinanciering en het gebruik van digitale platformen om radicalisering tegen te gaan.

Het thema is eveneens een vast bestanddeel van de politieke dialoog met onze Afrikaanse partners.

In het licht van de recente uitspraken van president Trump hebben de EU-ambassadeurs in Abuja een gezamenlijk referentiekader met lines to take over de kwestie opgesteld om met een eenduidige EU-stem te kunnen spreken.

Het gaat in Nigeria in essentie immers niet om christenvervolgingen, maar om een conflict tussen nomadische veehouders en sedentaire boeren dat al jaren aansleept en waarbij hele dorpsgemeenschappen worden aangevallen in een wedkamp om grondstoffen en grasland. De veehouders zijn weliswaar voornamelijk moslim en de boeren voornamelijk christen, maar om het conflict daarom te kwalificeren als een geloofskwestie, is te kort door de bocht.

De strijd tegen terrorisme en gewelddadig extremisme heeft tot doel de dreigingen in al hun vormen te bestrijden en de burgerbevolking in haar geheel en zonder onderscheid te beschermen.

De inspanningen voor counterterrorisme en de strijd tegen gewelddadig extremisme moeten erin resulteren dat alle burgers in alle regio’s in alle veiligheid van hun fundamentele rechten en vrijheden kunnen genieten, zonder dat zij voor hun leven of welk geweld ook hoeven te vrezen.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, zoals wij u kennen, hebt u in uw antwoord uiteraard de term islam niet eens uitgesproken. U kent niets van de geschiedenis van de islamisering en van de islamitische jihad in de wereld, zeker in Afrika. Christenen worden in de islamitische wereld systematisch onderdrukt, vervolgd of afgeslacht. Alleen al in Nigeria werden sinds 2009 maar liefst 125.000 christenen vermoord door jihadisten. Dat is niet toevallig. Voor hen zijn er geen betogingen, bezettingen, rode lijnen, BV-campagnes of fel verontwaardigde ministers. Nochtans is de islamitische jihad het christendom in het Midden-Oosten en in Afrika aan het vernietigen. Terwijl u samen met velen hier in het Parlement geobsedeerd bent door Gaza en terwijl u opkomt voor de Palestijns-islamitische cultuur, waarin christenen tweederangsburgers zijn, kijkt u weg van de jihadistische, etnische en religieuze zuiveringen en van de etnocides en genocides die worden gepleegd door de islamitische jihad op christenen en andere niet-moslims. Wij kunnen helaas niets anders verwachten van een minister die behoort tot een partij die het christendom heeft verraden en die de islamisering elke dag in dit land importeert en faciliteert.

De bij de massaslachting van 7 oktober 2023 betrokken Hamasjihadist die nu in België woont
De toekenning van de status van erkend vluchteling in België aan een Hamasterrorist
Mohaned al-Khatib en Palestijnse asielzoekers
Palestijnse asielzoekers en Hamasterroristen in België

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 2 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy bekritiseert scherp dat België de Hamas-sympathisant Mohaned al-Khatib—verdacht van betrokkenheid bij de aanslagen van 7 oktober 2023—niet uitlevert of weert, ondanks zijn asielafwijzing (omdat Griekenland zijn vluchtelingenstatus al erkende). Hij beschuldigt de regering ervan Palestijnse migranten met extremistische opvattingen massaal toe te laten, zonder effectieve controles, en noemt België een "speeltuin voor jihadisten". Minister Van Bossuyt bevestigt dat al-Khatib in afwachting van zijn beroep (met schorsende werking) nog in België verblijft (Fedasil Sint-Niklaas), maar stelt dat hij geen opvang meer zou krijgen onder nieuwe regels. Ze wijst verantwoordelijkheid voor veiligheidsonderzoek door naar Justitie/Binnenlandse Zaken en ontwijkt concrete cijfers over Palestijnse migranten, maar beaamt maatregelen om instroom te beperken—met name voor wie elders in de EU al bescherming geniet. Ducarme (N-VA) kritiseert dat al-Khatibs afwijzing niet gebaseerd is op zijn vermeende Hamas-band of terrorisme, maar louter op de Griekse vluchtelingenstatus—een "gat in het beleid". Hij vraagt om strengere screening van Palestijnse asielzoekers op radicalisme, maar erkent vooruitgang in Van Bossuyt’s voorstel om terrorismeverdachten permanent uit te sluiten.

Sam Van Rooy:

Minister, de Hamasjihadist Mohaned al-Khatib, die betrokken was bij de genocidale massaslachting van 7 oktober 2023 in Israël, werd – ik hoop dat u het dossier intussen al wat kent –. gespot op een pro-Hamasdemonstratie in Brussel op 11 oktober 2025. In video's van de genocidale massaslachting in Israël is hij lachend en juichend te zien op Israëlisch grondgebied. Hij poseerde ook lachend met moorddadige topleiders van Hamas en verheerlijkt vandaag op zijn sociale media, zoals veel Palestijnen en moslims in dit land, openlijk 7 oktober 2023. Het Joods Informatie- en Documentatiecentrum heeft daarover een rapport van 65 pagina’s met al zijn uitlatingen en beeldmateriaal opgesteld, waaruit duidelijk blijkt wat voor een verderfelijk en potentieel gevaarlijk figuur hij is.

In dat licht wil ik er nogmaals op wijzen dat België meer dan de helft van alle Palestijnse asielzoekers in Europa ontvangt – indien ik het fout heb, mag u mij corrigeren – en benadruk ik opnieuw dat het merendeel van de Palestijnen die hier binnenkomen, op zijn minst sympathie hebben voor de moslimterroristen van Hamas of Hezbollah. De meesten juichten ook de genocidale, jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 toe. De meerderheid van de Palestijnen deelt dus de verwerpelijke en potentieel gevaarlijke opvattingen van Mohanad al-Khatib.

Op 20 november zei u in de plenaire vergadering dat Mohanad al-Khatib zich nu in een asielcentrum van Fedasil bevindt. In welk asielcentrum bevindt hij zich? Is hij vrij om dat centrum te verlaten? Wordt hij minstens opgevolgd door de veiligheidsdiensten, zolang hij nog op Belgisch grondgebied is?

U gaf aan dat zijn beroepsprocedure om hier een asielstatus te verkrijgen, zal worden teruggebracht naar Griekenland. Wat is de stand van zaken? Mocht hij inderdaad worden teruggebracht naar Griekenland, dan kan hij vandaar uiteraard terugkeren naar België. Wat zal er gebeuren, indien hij terug naar België reist?

Kamerlid en partijgenoot Michael Freilich beweert dat de regering de instroom van Palestijnen afbouwt. Dat hoor ik graag, maar klopt dat wel? Welke maatregelen neemt u om de instroom daadwerkelijk af te bouwen?

Waarom zou u specifiek de instroom van Palestijnen willen afbouwen? Ik vermoed de reden wel, maar ik hoor het graag van u. Indien u daarmee bezig bent, wat is dan uw streefcijfer per jaar of per maand?

Tot slot heb ik nog enkele cijfermatige vragen, minister. U mag mij de antwoorden daarop ook schriftelijk bezorgen, maar kreeg wel graag de grote lijnen mondeling. Hoeveel Palestijnen zijn sinds 7 oktober 2023 in ons land binnengekomen? Hoeveel mochten er sindsdien in België blijven? Hoeveel Palestijnen werden er Belg?

Tot slot, minister, zou ik toch graag een antwoord krijgen op een blijkbaar moeilijk te beantwoorden vraag – ik heb zelf al naar die gegevens gezocht –, namelijk hoeveel Palestijnen er eigenlijk in totaal in België zijn. Ik ben zeer benieuwd naar uw antwoord.

Denis Ducarme:

Madame la ministre, la question a été déposée il y a un mois. Vous avez déjà pu donner certains éléments en plénière, mais vous n'avez pas encore pu répondre à l'ensemble des questions qui se posent sur ce dossier. J'ai vu le projet que vous avez déposé en Conseil des ministres. Votre volonté d'éloigner les opportunités de demandes de protection pour les personnes qui se rendent auteurs de faits de radicalisme ou de faits de terrorisme est actuellement temporaire, vous voulez la rendre définitive.

Il y a une question qui se pose, compte tenu des dispositions légales qui sont les nôtres aujourd’hui, concernant le cas de Mohaned al-Khatib. En effet, ce personnage a fait une demande en Belgique. Il est sans doute rentré par un autre pays en Europe, la Grèce, vous confirmerez. En tout cas, il a fait une demande secondaire au niveau de la Belgique. Il est suspecté de complicité avec le Hamas et suspecté également d’avoir participé aux événements atroces du 7 octobre.

Nous devons donc nous poser la question, compte tenu de ces faits, si, au niveau de votre administration, on a analysé la demande de Mohaned al-Khatib à la lumière de sa collaboration et de sa complicité avec le Hamas. Aujourd’hui, si je ne m’abuse, il y a un rejet de la demande, mais sur quelle base? Sur la base d’une seconde demande après celle introduite en Grèce ou sur la base des suspicions de faits terroristes?

Les candidats réfugiés issus de Palestine sont évidemment à accueillir comme les autres. Néanmoins, il y a un fait qu’il faut considérer, c’est qu’on a plusieurs groupes terroristes actifs dans cette zone: le FPLP, le Hamas. Donc la question est de savoir si, en collaboration avec les services de renseignement, vous faites analyser par votre administration leurs demandes de protection également à la lumière de la proximité, en Palestine, de groupes tels que le FPLP et le Hamas.

Anneleen Van Bossuyt:

Messieurs, en ce qui concerne ce dossier, je puis vous communiquer ce qui suit.

Ik herhaal daarmee wat ik tijdens de plenaire vergadering van 20 november heb gezegd.

De betrokken man heeft als Palestijn op 4 maart 2025 in Griekenland een verzoek ingediend om internationale bescherming. Hij heeft op 6 maart, dus twee dagen later, het statuut van erkend vluchteling gekregen. Op basis van dat statuut kan hij reizen binnen de Schengenzone.

Op 7 april heeft hij opnieuw een verzoek om internationale bescherming ingediend, ditmaal in België. Zoals gebruikelijk voor elke verzoeker, heeft de Dienst Vreemdelingenzaken voor hem controles uitgevoerd in de Europese databanken Eurodac en het visuminformatiesysteem. Er werden ook screenings gevraagd aan de Staatsveiligheid, de ADIV en de politiediensten. Op het moment van zijn aanvraag was de persoon nog niet gekend bij de veiligheidsdiensten.

Op 25 september heeft het CGVS zijn verzoek als niet-ontvankelijk beoordeeld wegens zijn erkenning als vluchteling in Griekenland. Hij heeft tegen die negatieve beslissing van het CGVS op 7 oktober beroep ingesteld bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, en dat beroep is nog altijd hangende, mijnheer Van Rooy. Dat beroep heeft ook een schorsende werking. Met andere woorden, eventuele andere procedures of de aflevering van een bevel om het grondgebied te verlaten, worden op pauze gezet.

Momenteel krijgt de man opvang in het centrum van Fedasil in Sint-Niklaas. Pas sinds de inwerkingtreding van onze crisismaatregelen op 2 augustus weigert Fedasil de opvang van verzoekers die al een status hebben gekregen in een andere lidstaat. Mocht zich vandaag dus een soortgelijke situatie voordoen, dan zou de man in de regel geen opvang krijgen. Daarmee is meteen ook uw vraag beantwoord, mijnheer Van Rooy, over wat er zou gebeuren indien hij na zijn eventuele uitwijzing naar Griekenland opnieuw naar ons land zou reizen en hier een verzoek tot bescherming zou indienen.

Dès que cela sera possible, je mettrai évidemment tout en œuvre pour renvoyer cette personne vers la Grèce. Entre-temps, il appartient avant tout aux services de sécurité d'examiner plus en profondeur si les accusations formulées, notamment sur les réseaux sociaux, sont véridiques. Je ne peux, dans le cadre de mes compétences, m'exprimer à ce sujet. Ce sont mes collègues de la Justice et de l'Intérieur qui sont désormais en première ligne pour mener d'éventuelles enquêtes supplémentaires concernant l'aspect sécuritaire, si cela s'avère opportun.

Mijnheer Van Rooy, u vroeg heel veel specifieke cijfers, maar voor het verkrijgen van de gedetailleerde cijfermatige informatie verwijs ik u naar de mogelijkheid om een schriftelijke vraag in te dienen. Ik denk dat het niet correct als ik hier talrijke cijfers zou voorlezen.

We hebben maatregelen genomen om de instroom in zijn geheel te beperken, bijvoorbeeld de zonet genoemde maatregel om de opvang te beperken van personen die in een ander EU-land bescherming genieten. Het bleek dat in die groep hoofdzakelijk personen van Palestijnse origine zaten.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, u denkt dat u mij een rad voor de ogen kunt draaien, maar niets is minder waar. U zegt dat u Mohammed Al-Khatib naar Griekenland wilt brengen. Dat is vooralsnog niet gebeurd, want hij verblijft momenteel nog altijd op het Belgisch grondgebied,. Als u hem terugbrengt naar Griekenland en hij keert vervolgens terug naar België per trein, vliegtuig of auto, wie gaat hem dan aan de grens tegenhouden? U wilt hem geen opvang geven – het zou er nog aan mankeren! – maar dat is irrelevant. Hij zal en kan opnieuw naar België terugkeren om hier zijn antisemitisch en jihadistisch gif te spuien. Dat is uw beleid in de praktijk.

Hebt u de beelden van de kerstmarkt in Brussel gezien, die werd gekaapt door pro-Palestijnse jihadisten en hun linkse nuttige idioten? Dat is wat u massaal blijft binnenhalen.

Het is eigenlijk nog erger, want Palestijnse Hamasfanaten en jihadverheerlijkers zoals Mohammed Al-Khatib kunnen gewoon naar België komen en hier verblijven, legaal of illegaal. Dat is de realiteit van uw migratiebeleid. België blijft een topbestemming, een speeltuin voor jihadisten en moslimfundamentalisten.

Ik herhaal wat ik al eerder heb gezegd. Als u er niet eens voor kunt zorgen dat een misselijkmakend en potentieel gevaarlijk sujet, een jihadist zoals Mohammed Al-Khatib, buiten België blijft, als u er niet voor kunt zorgen dat zulke lieden geen voet meer in België binnenzetten, dan bent u de titel van minister van Asiel en Migratie in feite niet waardig.

Denis Ducarme:

Madame la ministre, votre réponse me rassure. Je sais que vous êtes attentive. Je pense en effet que M. Mohaned al-Khatib ne recevra jamais de protection en Belgique, mais sans doute pas pour les bonnes raisons. Le rejet par votre administration de la demande d'octroi d'une protection repose sur le fait qu'il avait demandé l'accueil dans un autre pays, à savoir la Grèce, selon mes informations. Cette décision n'est donc pas motivée par l'existence de complicités avec le Hamas ou par sa participation au 7 octobre. Voilà le problème. Par ailleurs, si je puis me permettre, et en toute amitié, vous ne pouvez pas, d'une part, communiquer de manière flatteuse à propos du projet que vous présentez en Conseil des ministres et dans lequel vous indiquez, tout comme moi, que les auteurs de faits de radicalisme ou de terrorisme ne pourront plus demander asile en Belgique et, d'autre part, répondre au Parlement que tout cela relève de la responsabilité des ministres de la Justice et de l'Intérieur, et non de la vôtre. Donc, il y a encore des trous dans la raquette. Vous ne pouvez pas mettre en lumière que, grâce à vous, il sera désormais impossible aux auteurs d'actes radicaux ou terroristes de demander asile en Belgique et, lorsqu'on vous parle d'un personnage qui a sans doute participé au 7 octobre, renvoyer vers la Justice et l'Intérieur. Donc, il y a encore beaucoup de trous dans la raquette, raison pour laquelle nous sommes ici. En l'occurrence, nous ne pouvons pas nous satisfaire que ce personnage se voie refuser le titre de protection parce qu'il en a introduit la demande en Grèce. Il devrait être refusé compte tenu de sa participation au 7 octobre. C'est mon avis, et je me tiens naturellement à disposition pour continuer à travailler avec vous sur ces questions difficiles.

De islamisering van de gevangenis in Haren

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 2 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy beweert in Doorbraak dat de gevangenis van Haren gekenmerkt wordt door islamisering en radicalisering, met intimidatie van niet-moslims, vrouwen en LHBTQ+-personen, en stelt dat moslimgedetineerden en -personeel islamitische normen opleggen, terwijl de minister volgens hem geen actie onderneemt. Minister Verlinden benadrukt dat neutraliteit en professioneel gedrag verplicht zijn, verklaart dat Arabisch soms noodzakelijk is voor communicatie met niet-Nederlands/Franstalige gedetineerden, en wijst op bestaande klachtenprocedures en diversiteitstraining, zonder de beschuldigingen van systematische radicalisering te bevestigen of ontkennen. Van Rooy herhaalt zijn kritiek, linkt criminaliteit expliciet aan de islam als leer die "ongelovigen" als doelwit zou legitimeren, en waarschuwt voor een "tikkende tijdbom" bij vrijlating van geradicaliseerde gevangenen. De minister reageert niet op zijn polariserende stellingnames.

Sam Van Rooy:

"Een grotendeels Maghrebijnse gevangenispopulatie, pro-Palestijnse T-shirts, biddende cipiers en personeelsleden die gevangenen regelmatig in het Arabisch aanspreken." Tot zover een hallucinante getuigenis uit de gevangenis van Haren.

Mevrouw de minister, in Doorbraak staat een alarmerende getuigenis over de radicalisering en islamisering in de gevangenis van Haren. De titel luidt: “In onze gevangenissen speelt zich een discrete radicalisering af.” Ik hoop dat u ze hebt gelezen. U weet waar het over gaat, minister, want u werd door Doorbraak om een reactie gevraagd, maar u besloot niet te reageren.

Samengevat komt het erop neer dat, doordat de overgrote meerderheid van de gedetineerden moslim is, evenals een substantieel en groeiend deel van de cipiers en van het andere personeel, islamitische regels en wetten steeds meer domineren in de gevangenis en niet-moslims, vrouwen en homoseksuelen worden geïntimideerd of weggepest.

Enkele citaten. "Zo heb ik weet van een gevangenismedewerker met joodse roots die, zodra de gevangenen daarvan op de hoogte waren, gepest en gechanteerd werd en finaal is overgeplaatst."

Tweede citaat: "Homoseksuele gevangenen worden uitgelachen en zelfs geslagen. Vrouwelijke personeelsleden die een blijkbaar te kort rokje dragen, worden door hun eigen collega's terechtgewezen. Ik heb al meermaals gehoord dat moslim-medewerkers gevangenen met Maghrebijnse roots in het Arabisch aanspreken. Sterker nog, er zijn bewakers die in Haren nu oude jeugdvrienden treffen die achter de tralies zijn beland. Ik hoef je niet te vertellen dat dit geen gezonde situatie is."

Nog een citaat: "Je merkt dat de onverdraagzaamheid toeneemt. Gaat het tijdens de middagpauze bijvoorbeeld over het conflict in Gaza, dan is het not done om pro-Israël uit de hoek te komen. Maar moslim-collega's die met een T-shirt met daarop ‘ Les enfants de Gaza’ en een afbeelding van een watermeloen naar het werk komen, worden ongemoeid gelaten. Terwijl dit natuurlijk niet toegelaten is voor federale ambtenaren."

"Collega’s zijn bang als islamofoob of als racistisch te worden weggezet. In de gevangenis. Ik vrees dat er een discrete radicalisering bezig is in onze gevangenissen.” Enzovoort.

Minister, graag uw reactie hierop. Welke stappen onderneemt u om de islamisering en de radicalisering in de gevangenis van Haren en bij uitbreiding in al onze gevangenissen tegen te gaan?

Annelies Verlinden:

Mijnheer Van Rooy, van personeel wordt verwacht dat zij zich gedurende de uitvoering van hun functie professioneel en neutraal opstellen, ongeacht hun afkomst en religie. Het bewakingspersoneel draagt een uniform dat de neutraliteit mee vorm dient te geven. Het is voor bewakend personeel daarom ook niet toegelaten om T-shirts zichtbaar te dragen. Ze dragen een hemd of polo van hun uniform. Het geloof openbaar praktiseren, wordt tijdens de werkuren niet toegestaan.

Het klopt dat er een stijgende populatie Maghrebijnse gedetineerden is. Een deel van die gedetineerden spreekt geen Frans of Nederlands en kan zich enkel bedienen van de Arabische taal. Het personeel heeft soms geen andere mogelijkheid dan deze populatie in een andere taal wegwijs te maken of te antwoorden. Het principe hierbij is dat de gedetineerde het antwoord krijgt in zowel de taal die hij kent als in het Frans of het Nederlands. Dat geldt uiteraard niet enkel voor de Arabische taal, want ook bij gedetineerden die enkel andere talen spreken dan het Nederlands of het Frans wordt getracht in hun eigen taal te antwoorden indien het personeel die taal machtig is, zoals het Engels of het Spaans. Dat is nodig om de leefbaarheid binnen de gevangenissen te behouden.

De onthaalbrochure is ook in meerdere talen beschikbaar. Op die manier wordt de informatie aangeboden in een begrijpbare taal en wordt ingezet op een begrip van de vigerende principes in het kader van het handhaven van de orde en de veiligheid. Bij de competenties van penitentiair bewakend personeel wordt het hebben van kennis van vreemde talen net als een pluspunt genoteerd. Het kennen van andere talen en het begrijpen van andere culturen met hun gewoonten en gedragsregels kan inderdaad goed zijn om dynamische veiligheid in de detentieomgeving te garanderen. Er wordt in de opleiding van de penitentiaire medewerkers dan ook aandacht besteed aan het aspect van multiculturaliteit en diversiteit en aan de wijze waarop hiermee correct moet worden omgegaan binnen de penitentiaire context.

Het arbeidsreglement geldt voor alle personeelsleden van het DG EPI, evenals het waardekader van de FOD Justitie. De directie van de gevangenis van Haren is zich ervan bewust dat de multiculturele omgeving ook uitdagingen met zich meebrengt en heeft daar bijzonder veel aandacht voor. Wanneer medewerkers klachten of bezorgdheden hebben, kunnen zij altijd bij hun leidinggevenden terecht, die desgevallend de nodige stappen zullen ondernemen. Het kan gaan om inbreuken, intimidatie of pestgedrag van collega's of van gedetineerden.

Sam Van Rooy:

Minister, om te beginnen, het is geen toeval dat moslims sterk oververtegenwoordigd zijn in onze gevangenissen. De islam leert hen immers dat de ongelovigen, de kuffar, een legitiem doelwit zijn van criminele daden en dus mogen worden aangevallen en beroofd.

Onze gevangenissen zijn broeihaarden van radicalisering, waarbij de islamitische wetten en regels domineren en het overnemen, waarbij niet-moslims, vrouwen en homoseksuelen worden geïntimideerd of weggepest en waarbij moslims elkaar islamiseren en nog radicaler worden. U bent er niet op ingegaan. Homoseksuele gevangenen worden uitgelachen en zelfs geslagen, vrouwelijke personeelsleden die volgens hun collega's een te kort rokje dragen, worden terechtgewezen en uit getuigenissen blijkt dat een joodse gevangenismedewerker werd weggepest.

Mevrouw de minister, moslims in onze gevangenissen zijn een tikkende tijdbom. Ze nemen onze gevangenissen over en wanneer ze vrijkomen, wat helaas in dit land veel te snel gebeurt, dan vormen ze een groot gevaar voor onze samenleving.

Voorzitter:

La question n° 56010210C de Mme Schlitz est reportée.

De Hamas-jihadist Mohaned al-Khatib en Palestijnse asielzoekers

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 2 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy bekritiseert scherp dat Mohaned Al-Khatib, een vermeende Hamas-jihadist betrokken bij de aanslagen van 7 oktober 2023, vrij in België verblijft en openlijk geweld verheerlijkt, terwijl volgens hem ook andere Palestijnse asielzoekers met sympathie voor Hamas/Hezbollah ongehinderd worden toegelaten – wat hij een "schande" noemt en als toekomstig veiligheidsrisico bestempelt. Minister Annelies Verlinden bevestigt dat potentiële terroristische dreigingen via de T.E.R.-strategie (JIC/JDC) worden opgevolgd, maar kan geen details geven over individuele dossiers of concrete maatregelen, verwijzend naar collega’s voor asielbeleid. Van Rooy beschuldigt de regering van onverschilligheid en gebrek aan actie tegen wat hij ziet als een groeiende jihadistische dreiging binnen de asielstroom. De minister benadrukt procedurele opvolging, maar biedt geen geruststelling over directe uitlevering, opsluiting of preventieve stappen.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Een Hamas-jihadist die betrokken was bij de massaslachting van 7 oktober 2023 in Israël, bevindt zich nu in België. Mohaned Al-Khatib werd gespot op een pro-Hamasdemonstratie in Brussel op 11 oktober 2025 (ziehier de beelden: https://www.v-1.co.il/news-magazine/2025-m11_w02/shorts-c62161dd2136a91027.htm)

In video's van de massaslachting in Israël is hij lachend en juichend te zien op Israëlisch grondgebied. Hij poseerde ook lachend met moorddadige topleiders van Hamas. Vandaag verheerlijkt hij op zijn sociale media openlijk 7 oktober 2023. JID overhandigde daarover een dossier van 65 pagina's aan politie/justitie. (https://stopantisemitisme.be/wp-content/uploads/2025/11/File-Mohanad-Alkhatib.pdf)

Ondertussen zagen we ook beelden van Palestijnen die uit Gaza België worden binnengevlogen, waarbij een Palestijnse tiener te zien is die een trui draagt met daarop een M16 machinegeweer (zie: https://x.com/HartvoorIsrael/status/1987472638168400356?t=I11KbsBAe-Ft3HaC4OWL9g&s=19)

België ontvangt meer dan de helft van alle Palestijnse asielzoekers in Europa. Een deel daarvan heeft echter op zijn minst sympathie voor de moslimterroristen van Hamas en/of Hezbollah, en de meesten juichten de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 toe. Zij delen dus de zieke opvattingen van Mohaned Al-Khatib.

Volgens minister Van Bossuyt zit Mohaned Al-Khatib nu in een asielcentrum van Fedasil en zal hij na zijn beroepsprocedure worden teruggebracht naar Griekenland. Mocht hij inderdaad worden teruggebracht naar Griekenland, zal hij nadien mogelijk terugkeren naar België. Wat zal er met hem gebeuren als hij terugkomt? En wordt hij opgesloten of minstens opgevolgd door de veiligheidsdiensten zolang hij nog op Belgisch grondgebied is?

Wat kunt en wilt u vanuit uw bevoegdheid doen om ervoor te zorgen dat Mohaned Al-Khatib, en bij uitbreiding alle Palestijnen die zulke jihadistische en antisemitische opvattingen delen, onze samenleving niet verzieken of onveilig maken?

Mevrouw de minister, ik hoop dat u de ernst van de situatie voldoende inschat. Het gaat om een Hamasverheerlijker, een jihadist die betrokken was bij 7 oktober 2023. Vandaar dat ik de vraag ook aan u richt. Ik heb ze ook al aan minister Van Bossuyt gesteld en aan minister Quintin. Ik hoop dat er toch één minister in deze regering is die me kan geruststellen dat die figuur, die hier nog steeds is en eigenlijk zo snel mogelijk ons land zou moeten verlaten, nauw wordt opgevolgd.

Annelies Verlinden:

Wat uw vraag over de mogelijke terugkeer van de betrokkene naar Griekenland of de vasthouding in een gesloten centrum in België betreft, verwijs ik u naar mijn collega bevoegd voor asiel en migratie.

Wat uw vraag over de opvolging van de betrokkene door de veiligheidsdiensten betreft, ik kan niet ingaan op een concreet dossier ten aanzien van een welbepaalde persoon. In het algemeen kan ik wel bevestigen dat wanneer iemand de intentie heeft om geweld te gebruiken of geweld ondersteunt als handelingswijze in een context van extremistische ideologie, welke dan ook, de structuren van de strategie T.E.R. in werking treden om de meest effectieve opvolging te verzekeren.

De opvolgingsoriëntering van terrorismedossiers gebeurt via het joint information center (JIC) en het joint decision center (JDC). Dat zijn veiligheidsgeoriënteerde platformen wier opdracht erin bestaat om continu informatie uit te wisselen in het kader van gerechtelijke dossiers of inlichtingendossiers met betrekking tot terrorisme. Ze beslissen samen welke strategie het best kan worden gevolgd wanneer informatie over mogelijke terroristische activiteiten beschikbaar is. Een van de opties daarbij is het openen van een strafonderzoek.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, Mohammed al-Khatib is een Hamasfanaat die betrokken was bij de genocidale massaslachting van 7 oktober 2023 in Israël en die dodelijke jihadistische terreur verheerlijkt. Hij loopt ondertussen al maanden vrij rond in België. Palestijnse tieners die een trui dragen met daarop een M16-machinegeweer, een van de machinegeweren die werden gebruikt bij de genocidale jihadistische massaslachting in Israël, in de kibboets, worden gewoon België binnengevlogen. België is de favoriete bestemming van Palestijnse asielzoekers en het merendeel daarvan heeft volgens mij op zijn minst sympathie voor de moslimterroristen van Hamas of Hezbollah en de meesten juichten de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 toe. Ze delen dus de zieke, potentieel gevaarlijke opvattingen van Mohammed al-Khatib, maar ik hoor daarover bij u, net zoals bij alle andere ministers die ik hierover bevraag, geen afschuw en geen bezorgdheid. Mevrouw de minister, ik vind dat een schande en we zullen zien wat ons dat in de toekomst nog oplevert.

De bij de aanvallen van 7 oktober 2023 betrokken Hamas-jihadist die nu in België woont
Een bij het bloedbad van 7 oktober aanwezige Hamasfan die opduikt bij een sit-in in Amsterdam (1)
Een bij het bloedbad van 7 oktober aanwezige Hamasfan die opduikt bij een sit-in in Amsterdam (2)
Hamas-aanhangers betrokken bij 7 oktober 2023 in Europa opgedoken en actief bij pro-Palestina protesten

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 20 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Mohaned al-Khatib, een Palestijnse man die op sociale media de Hamas-aanvallen van 7 oktober 2023 verheerlijkte en nu in België verblijft dankzij een Grieks vluchtelingenstatuut, maar wiens asielaanvraag hier werd afgewezen. Minister Van Bossuyt bevestigt dat hij in beroep is en niet uitgezet kan worden zolang de procedure loopt, terwijl Van Rooy (N-VA) eist dat hij en "jihadisten" massaal worden gedeporteerd en de Schengenzone verlaten. Freilich (N-VA) nuanceert dat er geen bewijs is dat al-Khatib Hamas-lid was, maar benadrukt wel de nood aan strengere screening van Palestijnse asielzoekers, die door een vorige regeringsbeslissing massaal naar België komen. De kern: asielbeleid, veiligheidsrisico’s en de omgang met extremistische profielen binnen Schengen.

Sam Van Rooy:

Ambtsgenoten, minister, dit keer gaat het niet over de jihadist Mohammed Khatib van Samidoun die in onze samenleving de geesten vergiftigt met antisemitisme en de verheerlijking van dodelijke jihadistische terreur, maar wel over Mohaned al-Khatib. Hij is een Hamas-jihadist die betrokken was bij de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 in Israël. In video-opnames van die massaslachting is hij lachend te zien op Israëlisch grondgebied. Juichend van blijdschap filmde hij het antisemitische bloedbad en hij poseerde trots met hooggeplaatste Hamasterroristen.

Vandaag loopt dat misselijkmakende tuig gewoon vrij rond op ons grondgebied. Hij was te zien op pro-Hamasdemonstraties in Brussel en in Gent. Op zijn sociale media verheerlijkt hij openlijk de martelingen, verkrachtingen en moorden van 7 oktober 2023, net zoals trouwens talrijke Palestijnen en andere moslims op ons grondgebied. Hij is daarin helaas zeker niet de enige. Het Joods Informatie- en Documentatiecentrum overhandigde over deze Mohaned al-Khatib dit document van 65 pagina's waarin hij wordt beschreven volgens wat hij is: een moorddadige, jihadistische Hamasterrorist. ( Sam Van Rooy toont een document )

Minister, ik heb twee vragen.

Ten eerste, hoe is het mogelijk dat zo'n moordlustige jihadist zich op ons grondgebied bevindt en dan ook nog openlijk dodelijke jihadistische terreur verheerlijkt?

Ten tweede, wordt hij opgespoord en direct het land uitgezet?

Michael Freilich:

Mevrouw de minister, op 7 oktober, toen in alle vroegte vanuit Gaza raketten werden afgevuurd op Israël en honderdduizenden gezinnen naar de schuilkelders moesten vluchten, terwijl op datzelfde ogenblik in Israëlische steden niet heel ver van de grens families werden afgeslacht en iets verder op een festivalweide jongeren werden verkracht, gekidnapt en vermoord, zat een zekere Mohaned al-Khatib te vieren. Hoe weten we dat? Hij plaatste een video op zijn sociale media.

Even fastforwarden naar vandaag, want twee jaar later is diezelfde man is in België. Voor alle duidelijkheid, dat is niet uw schuld, mevrouw de minister, en ook niet die van mijn partij of van deze regering. Hoe komt het trouwens dat meer dan de helft van alle Palestijnse asielaanvragen in de Europese Unie in ons land worden ingediend? Ik heb het antwoord opgezocht. Dat is de verdienste – als men het zo mag noemen - van de vorige regering. Op 8 maart 2023 werd een besluit aangenomen, waarbij behandeling van alle aanvragen van de Palestijnen als groep werd versoepeld. Als één land in Europa dat zo doet, dan krijgt men natuurlijk dergelijke situaties.

Er zijn trouwens heel veel andere groepen in de wereld waarvoor dat niet werd gedaan, zoals de jezidi's, de Oeigoeren, de Koerden en de Grieks-Cyprioten. Enkel aan de Palestijnen werd toen duidelijk gemaakt dat ze hier allemaal welkom zijn. Nogmaals, men kan voor of tegen die beslissing zijn, maar als slechts één land dat doet in een Europese context, dan krijgt men problemen.

Terug naar Mohaned al-Khatib. Ik heb gehoord dat uw diensten zijn aanvraag hebben afgewezen. Kunt u dat bevestigen?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van Rooy, mijnheer Freilich, het is eerst en vooral belangrijk om een misverstand recht te zetten dat ik vooral afleid uit berichten op sociale media. De man waarvan sprake beschikt namelijk niet over een beschermingsstatuut in België.

Mijnheer Freilich, ik kan ook zeggen dat elke aanvraag van een Palestijn individueel wordt beoordeeld door het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen.

Over het concrete dossier kan ik u mededelen dat de betrokkene als Palestijn op 4 maart 2025 in Griekenland een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Hij heeft daar twee dagen later het statuut van erkend vluchteling gekregen. Op basis van dat statuut kan hij binnen de Schengenzone reizen.

Op 7 april 2025 heeft hij in België opnieuw een verzoek om internationale bescherming ingediend. Zoals gebruikelijk voor elke verzoeker werden over hem controles uitgevoerd door de Dienst Vreemdelingenzaken in de Europese databank Eurodac en in het Visuminformatiesysteem. Er werden ook screenings gevraagd aan de Veiligheid van de Staat, de ADIV en de politiediensten. Op het moment van zijn aanvraag bij de DVZ was de persoon nog niet gekend bij de veiligheidsdiensten.

Op 25 september 2025 heeft het CGVS geoordeeld dat zijn verzoek om internationale bescherming niet-ontvankelijk was, omdat hij al een erkenning had gekregen in Griekenland. Hij heeft echter op 7 oktober 2025 tegen die negatieve beslissing beroep aangetekend bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Dat beroep is momenteel hangende.

Zoals u weet, werkt een dergelijk beroep opschortend, wat betekent dat eventuele andere procedures of het afleveren van een bevel om het grondgebied te verlaten op pauze worden gezet. Dat kunnen wij dus niet doen zolang de procedure bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen loopt.

Momenteel heeft de betrokkene opvang in een centrum van Fedasil. Het is pas sinds de inwerkingtreding van onze crisismaatregelen op 2 augustus 2025 dat Fedasil de opvang weigert van verzoekers die al een status hebben gekregen in een andere lidstaat.

Mocht een gelijkaardige situatie zich vandaag voordoen, dan zou de man in de regel geen opvang krijgen.

Zodra het mogelijk is, stel ik uiteraard alles in het werk om deze persoon terug te brengen naar Griekenland. In tussentijd is het in de eerste plaats aan de veiligheidsdiensten om verder te onderzoeken of de beschuldigingen die geuit worden op onder meer de sociale media waarheidsgetrouw zijn. Daar kan ik vanuit mijn bevoegdheid natuurlijk geen uitspraken over doen. Het zijn mijn collega’s, de minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken, die in eerste instantie aan zet zijn om verdere onderzoeken te voeren inzake het veiligheidsaspect, als dat opportuun zou zijn.

Sam Van Rooy:

Minister, u hebt het weer eens aangetoond, we moeten uit de Schengenzone. U moet Mohaned al-Khatib niet terugsturen naar Griekenland, maar naar Gaza, waar hij thuishoort.

Jihadisten, jihadisten in spe, verheerlijkers van dodelijke jihadistische terreur, ze komen elke dag België vrolijk binnengewandeld. Wat zeg ik? Ze worden door deze regering zelfs het land binnengehaald, binnengevlogen, minister.

Deze regering zou dringend schoonmaak moeten houden in het hele land. De honderdduizenden – want daar gaat het om – salafisten, moslimfundamentalisten, verheerlijkers van jihadistische terreur, verheerlijkers en aanhangers van Hamas en van Hezbollah, zouden manu militari dit land uitgezet moeten worden.

Tot slot, minister, laat geen Palestijn meer binnen, want met hun sharia en met hun jihadopvattingen horen ze hier niet thuis.

Michael Freilich:

Voor alle duidelijkheid, er is geen enkele informatie, noch bij onze veiligheidsdiensten, noch bij de buitenlandse veiligheidsdiensten, dat Mohaned al-Khatib lid is of was van Hamas. Dat is heel belangrijk om de bangmakerij tegen te gaan. Er is geen bewijs dat hij bij Hamas was. Ik meen dat de Mossad als geen ander weet wie daar wel of niet bij hoort.

Wat we wel weten, is dat die man Hamas steunde op de sociale media. Zo zijn er heel veel. En inderdaad moeten we ons de vraag stellen of we zo’n massa mensen naar hier kunnen krijgen en of we genoeg middelen hebben om die mensen te screenen, ja of neen? Dat is iets waar deze regering zich in de komende weken en maanden over moet buigen.

Mevrouw de minister, ik heb goed begrepen dat uw diensten hem geen toelating willen geven om hier als vluchteling te zijn. Hij gaat daartegen in beroep. Ik ben blij dat u nu een strenger maar rechtvaardiger asielbeleid op gang trekt. Dank u wel.

Voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Freilich. Daarmee hebt u het slotwoord gesproken van deze vragenronde. Ik dank alle deelnemers, ook die van de regering.

De verijdelde jihadistische droneaanslag op De Wever en andere politici
De islamitische terreurdreiging tegen de eerste minister en politici in dit land
De terreurdreiging
De verijdelde aanslag op premier De Wever en andere politici
Verdachte terreurdreigingen tegen politici en premier

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 12 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de verijdelde jihadistische drone-aanslag op premier De Wever en Geert Wilders, met drie jonge verdachten (18-24 jaar, Belgische nationaliteit, Tsjetsjeense/Marokkaanse afkomst), waarvan één alweer vrij is. Minister Verlinden bevestigt 82 nieuwe terreuronderzoeken in 2025 (meeste jihadistisch), een stijging ten opzichte van 2024, met toenemende radicalisering onder minderjarigen via online propagandakanalen en kwetsbaarheden zoals sociaal isolement. Kritiek van oppositie richt zich op het ontkennen van de islamitische dreiging, het gebrek aan harde maatregelen (geen aparte gevangenis voor terroristen, te lage straffen, geen registratie herkomst daders) en structurele tekortkomingen in preventie, ondanks waarschuwingen over migratiestromen en technologische risico’s (drones, 3D-wapens). Motie van aanbeveling eist een dringend actieplan tegen jihadisme, betere detentiebeleid en transparantie over dadersprofielen.

Sam Van Rooy:

Minister, dit jaar zijn er al een tachtigtal nieuwe terreuronderzoeken geopend binnen de sectie Terrorisme van het federaal parket. Dat zijn nu al meer dossiers dan in heel 2024. Daarbij houden we geen rekening met de terrorismeonderzoeken die betrekking hebben op minderjarigen. Dat vernamen we na de verijdelde jihadistische droneaanslag op premier De Wever in Deurne, waar ik woon, en op de heer Geert Wilders. Bij die operatie werden meerdere huiszoekingen verricht en enkele jonge moslimterroristen opgepakt.

Minister, ik zou graag een stand van zaken krijgen met de recentste informatie die u ons kunt verstrekken.

Hadden die jonge moslimterroristen nog andere politici op het oog of andere doelwitten? Zo ja, wie of welke? Wat is hun nationaliteit? Verblijven ze legaal in ons land? Klopt het dat één van de drie verdachten alweer op vrije voeten is? Door wie of wat werden ze desgevallend aangestuurd? Hoe is men die verdachten op het spoor gekomen? Welke buitenlandse inlichtingendiensten waren daarbij betrokken? Hebben die ons nuttige informatie geleverd en ons dus goed geholpen?

Is er volgens u een verband met de mate waarin de wijk in Deurne-Zuid – waar ik ben geboren en getogen en die ik dus zeer goed ken – geïslamiseerd is? Hoe komt het volgens u dat er dit jaar al meer terreuronderzoeken zijn geopend dan vorig jaar? Hoeveel procent daarvan zijn van jihadistische aard? Hoeveel zijn het er wanneer ook de dossiers worden meegerekend die betrekking hebben op minderjarigen?

Hoe verklaart u dat terrorismeverdachten steeds vaker minderjarig zijn? Hoe wapent de regering zich tegen het gebruik van nieuwe technologieën, zoals 3D-printing en drones, om terreuraanslagen te plegen? Het mag duidelijk zijn dat hun ideeën, opvattingen en ideologie dan wel achterlijk, zevende-eeuws, islamitisch en barbaars zijn, maar de technologie die ze daarvoor aanwenden, is dat helaas zeker niet.

Alexander Van Hoecke:

Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Mevrouw de minister, enkele weken geleden werd een jihadistische terreurcel opgerold die een aanslag met drones beoogde op onder meer premier De Wever. Andere vermeende doelwitten zouden de Antwerpse burgemeester Els van Doesburg en de Nederlandse politicus Geert Wilders zijn geweest.

Er werden drie jonge verdachten opgepakt, allen van allochtone origine. Ze zijn bovendien relatief jong: 24, 23 en 18 jaar. De 24-jarige verdachte werd meteen weer vrijgelaten, maar de andere twee, van Tsjetsjeense en Marokkaanse origine, bleven aangehouden. Bij de huiszoekingen werden een zelfgemaakte bom, stalen balletjes en een 3D-printer aangetroffen.

Het federaal parket heeft een onderzoek geopend wegens poging tot terroristische moord en deelname aan de activiteiten van een terroristische groep. De verdachten en hun advocaten ontkennen alles, maar ik denk dat we ons weinig illusies hoeven te maken over wie het bij het rechte eind heeft: het openbaar ministerie en de onderzoekers of de verdachten zelf.

Klopt het dat de twee verdachten nog steeds in de cel zitten, dat ze dus nog steeds aangehouden zijn? Ik had gelezen dat ze beroep hadden aangetekend tegen hun verlengde aanhouding. Kunt u bevestigen dat ze nog steeds vastzitten?

Erger kon worden voorkomen. We hebben hier een bijzonder ernstige aanslag kunnen vermijden dankzij onze veiligheids- en justitiediensten. Ik wil hen daarvoor bedanken. Dankzij hun kordate optreden zijn er levens gespaard gebleven. We mogen ons echter niet de illusie maken dat daarmee een einde is gekomen aan de islamitische dreiging. Integendeel, de daders worden steeds talrijker en steeds jonger. Het parket stelt vast dat het aantal dossiers van radicalisering bij minderjarigen alleen maar stijgt. Ook in deze zaak zien we opnieuw zeer jonge daders; ik zei het al: 24, 23 en 18 jaar. Zoals mijn collega al vermeldde, werden er dit jaar al tachtig nieuwe terreuronderzoeken opgestart. Dat is aanzienlijk meer dan in 2024. Ter vergelijking, in 2022 ging het nog maar om zestien onderzoeken. Niemand hoeft zich illusies te maken over de aard van die dreiging: meer dan de helft van de gevallen betreft islamitisch terrorisme.

Terreurexpert Pieter Van Ostaeyen verklaarde in een interview dat de dreiging in werkelijkheid nog groter is dan blijkt uit de cijfers die ik net vermeldde. Dossiers die worden behandeld door de lokale parketten wegens de jeugdige leeftijd van de verdachten, worden immers niet in die cijfers opgenomen.

Experten leggen bovendien duidelijke linken tussen de toegenomen terreurdreiging en migratiestromen. "De poorten voor IS staan weer open," aldus terreurexpert Pieter Van Ostaeyen. Hij verklaart daarbij, en ik citeer: "De Sahel is al aan het leegstromen richting de Canarische Eilanden. Dagelijks komen er bootvluchtelingen aan op Tenerife, en eens binnen in de Schengenzone kunnen zij asiel aanvragen. Dan zijn we eigenlijk elke controle kwijt."

Ook het lakse justitiebeleid laat zich volgens hem voelen. De dader van een verijdelde aanslag op de eerste minister in 2023 kreeg slechts zes jaar cel, zijn handlangers kregen tussen twee en drie jaar. Zwak optreden tegen terroristen creëert meer terroristen, mevrouw de minister. Wanneer islamitische terroristen dan toch in de gevangenis belanden, kunnen ze naar eigen goeddunken hun medegevangenen op hun beurt radicaliseren.

Welke maatregelen zult u nemen om het probleem van radicalisering in de gevangenissen aan te pakken? Waarom is er nog steeds geen aparte detentiefaciliteit voor terrorismeverdachten en -veroordeelden, en wanneer komt die er? Wat is uw plan om te voorkomen dat veroordeelde moslimextremisten vervroegd vrijkomen?

Op welke wijze zult u ervoor zorgen dat het openbaar ministerie strenger optreedt tegen het uiten van sympathie voor jihadistische groeperingen? Welke maatregelen neemt u om strafkortingen en vervroegde invrijheidstellingen bij terreurfeiten te beperken? Welke resultaatsindicatoren legt u op aan het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD), de Veiligheid van de Staat (VSSE) en het federaal parket voor de vroegdetectie van jihadistische netwerken?

Tot slot heb ik een heel belangrijke vraag: wordt het niet eindelijk tijd om cijfers over herkomst bij te houden in de criminaliteitsstatistieken?

Sophie De Wit:

De recent verijdelde, vermoedelijk jihadistisch geïnspireerde aanslag op premier Bart De Wever heeft het land diep geschokt. Volgens het federaal parket beraamden drie jonge mannen – Belgische onderdanen van Marokkaanse en Tsjetsjeense afkomst, van wie twee een opleiding Defensie en Veiligheid of Cybersecurity volgen – een aanslag met een drone en een zelfgemaakt explosief (IED), gericht tegen meerdere politici. Eén verdachte werd inmiddels vrijgelaten.

Het incident toont hoe snel radicalisering bij jongeren kan omslaan in concrete geweldsplannen. In 2025 werden reeds meer dan tachtig nieuwe terreuronderzoeken geopend – meer dan in heel 2024 – en de Staatsveiligheid waarschuwt voor een heropleving van jihadistisch extremisme, mede aangewakkerd door internationale conflicten zoals dat in Gaza. Tegenover die cijfers staat uw antwoord op mijn recente schriftelijke vraag omtrent feiten van extremisme en radicalisering waarin u aangaf dat het OCAD in 2024 slechts twee incidenten van links-extremistische aard registreerde en in 2025 ‘minder dan tien’. Dat verschil roept ernstige vragen op over de volledigheid van de rapportering en het zicht op de feitelijke dreiging. Alleszins roept de recente aanslagpoging fundamentele vragen op over hoe dergelijke dreigingen in ons land worden gedetecteerd, geëvalueerd en aangepakt.

Kan u toelichten welke veiligheidsprotocollen vandaag gelden voor bedreigde politieke mandatarissen, en wie de coördinatie op zich neemt bij concrete incidenten of verhoogde dreigingsniveaus?

Hoe worden risicoanalyses gemaakt, en welke rol spelen OCAD, Staatsveiligheid, de federale politie en lokale politiezones in dit proces? Wordt bij deze analyses rekening gehouden met de steeds jongere leeftijd van verdachten in terreuronderzoeken?

Hoeveel politici genieten momenteel een verhoogd beschermingsniveau of politiebescherming, hoe is deze bescherming georganiseerd, en gaat het daarbij om tijdelijke of permanente maatregelen?

Hoe evalueert u de huidige beveiligingsstructuur voor politieke mandatarissen in het licht van de toenemende dreiging vanuit georganiseerde criminaliteit en extremisme? Welke bijkomende maatregelen werden sinds 2024 genomen om die bescherming structureel te versterken en welke maatregelen zal u hiertoe nog nemen?

Hoe evalueert u de werking en samenwerking tussen OCAD, de VSSE en het federaal parket inzake vroegdetectie en opvolging van extremistische netwerken, en bent u bereid duidelijke resultaatsindicatoren en rapporteringslijnen in te voeren zodat dreigingen nog sneller kunnen worden geanalyseerd en gedeeld?

Annelies Verlinden:

Collega's, het gerechtelijk onderzoek wordt gevoerd naar de volgende tenlastelegging: deelname aan de activiteiten van een terroristische groep, poging tot terroristische moord en het voorbereiden van een terroristisch misdrijf. In het belang van het onderzoek kan ik momenteel geen verdere informatie geven, ook niet over de politici die het doelwit van de dreiging zouden zijn. De verdachten hebben volgens onze informatie de Belgische nationaliteit. Het federaal parket beschikt momenteel niet over informatie waaruit blijkt dat zij zouden beschikken over een tweede nationaliteit.

Over de tendensen en de cijfers kan worden toegelicht dat het overgrote deel van de 82 dossiers terrorisme die op het federaal parket in 2025 tot op heden werden geopend, gelinkt is aan jihadistisch of religieus geïnspireerd terrorisme. De opvolging en oriëntering van terrorismedossiers gebeurt via het JIC (Joint Intelligence Centre) en het JDC (Joint Decision Centre). Het JIC is samengesteld uit de FGP-Terro, de Veiligheid van de Staat, de ADIV, de DJSOC-Terro, het OCAD en de Information Officer van de lokale politie en voor het JIC/JDC met het lokaal parket en het federaal parket in bepaalde gevallen.

JIC/JDC zijn veiligheidsgeoriënteerde platformen. Hun opdracht bestaat erin continu informatie uit te wisselen in het kader van bestaande gerechtelijke dossiers en inlichtingendossiers met betrekking tot terrorisme. Ze beslissen samen welke strategie het best kan worden gevolgd wanneer er informatie beschikbaar is over terroristische activiteiten. Een van de opties daarbij is het openen van een strafonderzoek.

We stellen een stijging vast van het aantal potentiële dreigingsdossiers, wat resulteert in een toename van het aantal JIC/JDC-vergaderingen. Een potentieel dreigingsdossier kan zowel handelen over informatie met betrekking tot mogelijke aanslagplannen als over de verspreiding van propaganda.

In 2024 werden in totaal 118 potentiële dreigingsdossiers besproken binnen die platformen voor het volledige jaar. In 2025 werden voor de periode van januari tot half oktober al 127 potentiële dreigingsdossiers behandeld op hetzelfde niveau. De toename resulteerde in het openen van meer terreuronderzoeken.

De stijging kan niet worden gelezen als een weerspiegeling van een imminentere terroristische dreiging, aangezien er een sterke variatie kan bestaan met betrekking tot de ernst van de potentiële dreiging en het bijbehorende dreigingsniveau. Islamitische Staat en haar ideologie blijven de belangrijkste drijfveer voor aanslagplannen.

In België en Europa identificeren we twee types van dreigingsdossiers inzake de aanslagplanning. Enerzijds zien we aanslagplannen die geïnspireerd zijn door de ideologie van IS. In die dossiers worden de betrokkenen niet rechtstreeks door IS aangestuurd, maar vinden zij inspiratie in de propaganda van IS om zelf hun eigen aanslagplannen te ontwikkelen. Hier zien we dossiers waarbij een significant deel van de gevallen minderjarigen of jongvolwassenen aan de oorsprong van de dreiging liggen. Verschillende plannen blijken een lage geloofwaardigheid te hebben wat betreft de werkelijke intentie.

Anderzijds kunnen personen worden aangestuurd door terroristische organisaties om aanslagen te plegen. In die gevallen gaat het om actoren met meer operationele capaciteiten, die instructies opvolgen van terroristische organisaties, meestal van IS of een van zijn afdelingen.

In juli 2025 vertegenwoordigden de minderjarigen die in de Gemeenschappelijke Gegevensbank T.E.R. worden gevolgd 6 % van het totaal aantal geregistreerde personen, ofwel 23 personen. Er dient te worden opgemerkt dat het aandeel onderzoeken waarbij ten minste één minderjarige betrokken is, toeneemt. Die personen kunnen echter ook worden benaderd vanuit het oogpunt van de bescherming van minderjarigen en niet als extremisten of terroristen. Dezelfde tendens doet zich overigens ook voor in andere Europese landen.

In bijna alle gevallen waarin minderjarigen voorkomen in dreigingsdossiers, blijkt online socialisatie een belangrijke factor te zijn. Daarnaast spelen ook kwetsbaarheden bij minderjarigen een rol in het radicaliseringsproces. Voorbeelden daarvan zijn trauma’s, sociaal isolement, afwezige ouders, familiaal geweld of een familiale omgeving waarin extremisme aanwezig is.

Wat de detectie van radicalisering bij minderjarigen betreft, wordt binnen de strategie T.E.R. extra aandacht besteed aan het zo vroeg mogelijk opsporen van tekenen van radicalisering in het algemeen, en bij minderjarigen in het bijzonder. Voorzichtigheid is uiteraard geboden wanneer het minderjarigen betreft, aangezien zij zich nog in een levensopbouwende fase bevinden. Daarom zijn alle actoren binnen het sociaal-preventieve traject belangrijke partners, of het nu gaat om onderwijs, jeugdwerk, media of geestelijke gezondheidszorg. Al die actoren spelen een rol in het LIVC-R, zowel bij het vroegtijdig detecteren van signalen als bij het bieden van een passende opvolging. Indien de minderjarige een bewezen dreiging vormt, zijn ook de veiligheidsdiensten en de jeugdhulp betrokken bij de opvolging.

Voor de coördinatie en de genomen maatregelen voor bedreigde personen is het Nationaal Crisiscentrum, dat onder de bevoegdheid valt van de minister van Binnenlandse Zaken, verantwoordelijk. De evaluaties van de dreiging met het oog op het toekennen van gewone beschermingsmaatregelen worden door het crisiscentrum gevraagd aan het OCAD voor de terroristische en extremistische dreigingen, en aan DJO voor de dreigingen in de criminele sfeer.

Wat de risicoanalyses betreft, kan worden verwezen naar de besprekingen in de Nationale Veiligheidsraad van de zogenoemde personen die een sleutelfunctie binnen het Belgische overheidsapparaat bekleden, aangezien zij een potentieel doelwit vormen voor allerlei types risico’s, ongeacht of er al dan niet sprake is van een concrete dreiging. Het Crisiscentrum staat, in samenwerking met de partnerdiensten en op basis van een risicoanalyse, in voor de identificatie van de sleutelfuncties en van de personen die dergelijke functies bekleden.

De gebeurtenissen van 9 oktober illustreren dat de communicatie tussen de diensten, in het bijzonder het parket, het OCAD, de Veiligheid van de Staat en de politie, goed functioneert. Zodra er informatie opduikt over mogelijke intenties om tot actie over te gaan, worden de structuren van de Strategie T.E.R. snel opgezet en worden de te nemen maatregelen in overleg tussen alle diensten genomen.

Tot slot werd ook een vraag gesteld over de 3D-printer. Het is momenteel onmogelijk om het grote publiek de toegang te ontzeggen tot 3D-printers en grondstoffen die mogelijk kunnen worden gebruikt voor het printen van 3D-wapens. De Belgische politie volgt dat fenomeen evenwel permanent op in het kader van het EMPACT Firearms Program van Europol om een operationele reactie op dat fenomeen te bieden door middel van internationale samenwerking tussen verschillende actoren.

Het gebruik van drones voor het plegen van aanslagen is een problematiek die nauwlettend wordt opgevolgd door de Belgische veiligheidsdiensten om die dreiging tegen te gaan.

Sam Van Rooy:

Minister, ik dank u voor uw antwoorden, die echter even zorgwekkend zijn als uw televisieoptreden, waarin u het evenmin had over het gevaar van de islamitische ideologie, maar wel over de saladbar-ideologie.

Hoeveel islamitische aanslagen in België, in het Westen, in de wereld moeten er nog gepleegd of gepland worden voor u het eindelijk snapt? Wereldwijd worden er elke dag vijf islamitische aanslagen gepleegd en een veelvoud daarvan wordt elke dag verijdeld. Denkt u nu echt dat dat toeval is? Denkt u nu echt dat het toeval is dat die aanslagen worden voorbereid in sterk geïslamiseerde wijken, bijvoorbeeld in Brussel of Antwerpen, waar de niet-moslim door uw beleid ondertussen een minderheid is geworden?

Minister Verlinden, open eindelijk uw ogen alvorens de islam ze voorgoed sluit.

Alexander Van Hoecke:

Mevrouw de minister, u zei dat er dit jaar al 82 terreuronderzoeken werden gevoerd, waarvan de overgrote meerderheid jihadisten betrof. Als er één ding opnieuw duidelijk is geworden, dan is het wel dat dat islamitisch terrorisme wel degelijk de grootste bedreiging voor onze samenleving blijft.

Ik heb een iets andere lezing van de gebeurtenissen. U zegt dat het feit dat die aanslag werd verijdeld, aantoont dat alles goed functioneert. Ik zou daar heel voorzichtig mee zijn. Dat toont vooral aan dat de dreiging blijft sluimeren en nog de kop zal opsteken. Dat is geen mogelijkheid, maar een zekerheid.

Wat enkele weken geleden is gebeurd, is een zoveelste wake-upcall dat het jihadisme niet is verdwenen uit onze samenleving. Er zullen nog meer wake-upcalls volgen. Het gaat mijn petje nog steeds te boven hoe sommigen de dreiging van het islamitisch terrorisme tot op vandaag blijven ontkennen omdat het niet in hun politiek kraam past. Het feit dat wij in West-Europa ondertussen al decennialang de ene na de andere terroristische aanslag te verduren krijgen, dat we leven onder een constante dreiging van jihadistische aanslagen is onlosmakelijk verbonden met de al even lange, ongecontroleerde en ongevraagde migratiestromen die wij decennialang over ons heen krijgen. Dat is de olifant in de kamer. Dat weet iedereen en dat is de reden waarom sommigen ervoor kiezen om in deze dossiers weg te kijken.

Dat is ook de reden waarom zowel u als al uw voorgangers van cd&v- en Open Vld-signatuur blijven weigeren om de herkomst op te nemen in de criminaliteitscijfers. Dat opnemen zou heel veel duidelijk maken. Het is een kwestie van data. We zien nu opnieuw dat het gaat om personen van Tsjetsjeense origine. U zegt dat ze de Belgische nationaliteit hebben, maar het is belangrijk om te weten waar die dreiging vandaan komt. Dat maakt heel veel duidelijk.

Het probleem kunnen en willen benoemen, is een eerste stap. Daarover zijn we het eens, maar we kunnen spreken over een saladbar-ideologie en saladbar-radicalisering, maar dat neemt niet weg dat de kern van de dreiging wel degelijk jihadistisch blijft. Of dat jihadisme nu invulling X of Y krijgt of dat daar iets aan wordt toegevoegd uit een andere ideologie, dat maakt in se weinig uit, want het fundament van de dreiging blijft hetzelfde. Dat blijft jihadisme.

De aard van die dreiging en van dat terrorisme zorgt er ook voor dat dat de grootste bedreiging in onze samenleving blijft. Jihadisme is een strijd tegen alles waar onze samenleving voor staat. De jihadisten willen niet alleen de premier of de burgemeester van Antwerpen uit de weg ruimen, ze willen de fundamenten van onze samenleving vernietigen. Daar is het jihadisme op uit, haat voor alles waar wij en onze samenleving voor staan. Jihadisme maakt daarin geen onderscheid.

Ik bedank opnieuw oprecht onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten, want dankzij hen is veel erger voorkomen en zijn mensenlevens gespaard gebleven. De verijdelde aanslag heeft het belang van hun werk nogmaals in de verf gezet, maar de vraag is natuurlijk ook of zij het toenemend aantal terreurdossiers – 82 dossiers dit jaar alleen al – zullen kunnen blijven bolwerken. Ik vrees dat het gebrek aan aandacht en middelen van deze regering voor onze binnenlandse veiligheid niet zonder gevolgen zal blijven.

Ik zal een motie van aanbeveling indienen, waarin we u oproepen om bij hoogdringendheid een actieplan te ontwikkelen tegen de aanhoudende terreurdreiging en niet blind te zijn voor het feit dat die terreurdreiging uit islamitische hoek afkomstig is, om het probleem van radicalisering in de gevangenissen aan te pakken, om werk te maken van een aparte detentiefaciliteit voor terrorismeverdachten en -veroordeelden en tot slot om eindelijk werk te maken van het incorporeren van data over de herkomst van daders in de criminaliteitscijfers, zoals dat in andere landen mogelijk is.

Sophie De Wit:

Mevrouw de minister, dank voor uw antwoord. Ik werd meegenomen in een verhaal dat enigszins – niet helemaal – anders was dan mijn originele vraag. Niet al mijn vragen werden dus beantwoord, maar ik zal die op een ander ogenblik herhalen.

Moties

Motions

Voorzitter:

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Alexander Van Hoecke en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van de heer Alexander Van Hoecke en het antwoord van de minister van Justitie, belast met de Noordzee, vraagt de federale regering: - bij hoogdringendheid een actieplan te ontwikkelen tegen de aanhoudende terreurdreiging vanuit islamitische hoek in dit land; - het probleem van radicalisering in de gevangenissen aan te pakken; - werk te maken van aparte detentiefaciliteit voor terrorismeverdachten en -veroordeelden; - werk te maken van het incorporeren van data over de herkomst van daders in de criminaliteitscijfers. " Une motion de recommandation a été déposée par M. Alexander Van Hoecke et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de M. Alexander Van Hoecke et la réponse de la ministre de la Justice, chargée de la Mer du Nord, demande au gouvernement fédéral: - d'élaborer d'urgence un plan d'action pour lutter contre la menace terroriste persistante provenant du milieu islamiste dans ce pays; - de s'attaquer au problème que constitue la radicalisation en prison; - de s'atteler à la création d'une structure de détention séparée pour les personnes suspectées de terrorisme ou condamnées pour terrorisme; - de veiller à l'intégration des données relatives à l'origine des auteurs dans les statistiques en matière de criminalité. " Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Phaedra Van Keymolen. Une motion pure et simple a été déposée par Mme Phaedra Van Keymolen . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

De screening op banden met o.a. Hamas en de moslimbroederschap

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 21 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy beschuldigt Hamas van het organiseren en financieren van de Gaza-flotilla, wijst op banden met terroristische groepen zoals Hezbollah en Moslimbroederschap, en eist screening van deelnemende Belgen op extremistische connecties. Minister Quintin bevestigt kennis van zes mogelijke deelnemers, maar stelt dat deelname geen bedreiging of strafbaar feit is en monitoring enkel gebeurt bij concrete dreigingen. Van Rooy noemt de flotilla een "Hamas-vloot" zonder humanitair doel en vindt dat deelnemers zelf moeten opdraaien voor repatriëringskosten, gezien hun "naïeve steun aan jihadisten". Quintin benadrukt dat niet alle activisten standaard worden gescreend.

Sam Van Rooy:

Minister, Hamas heeft de illegale Gaza-flotilla gefinancierd en georganiseerd. Zo is Saif Abu Kishk een Hamas-agent die eigenaar is van die flotillaboten met Cyber Neptune, een schermvennootschap in Spanje. In Gaza werden documenten gevonden die laten zien dat Hamas direct betrokken is bij de financiering en uitvoering van de zogeheten ‘Sumud’-flotilla. Er zijn ook banden met de Moslimbroederschap, die de regering nota bene aan banden zou willen leggen. Ook de vorige flotilla had trouwens banden met jihadistische terroristen, waaronder Hezbollah.

Hoeveel Belgen voeren mee met de Gaza-flotilla en hoeveel zijn er ondertussen terug in België? Ik vermoed allemaal.

De hamvraag is of onze veiligheidsdiensten ze screent op banden met Hamas, Hezbollah, Samidoun, de Moslimbroederschap enzovoort. Zo neen, waarom niet?

Bernard Quintin:

Mijn diensten hebben kennis van minstens zes personen die mogelijk betrokken zijn, maar dat is geen definitief cijfer. Ik wijs erop dat deelname aan de flotilla geen strafbaar feit vormt en evenmin een bedreiging voor de nationale veiligheid. Onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten werken op basis van dreigingen, leads of concrete feiten. Het spreekt voor zich dat niet elke activist in ons land gemonitord hoeft te worden.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, de illegale Gaza-flotilla was een Hamas-vloot en had vrijwel geen humanitaire hulp aan boord. De Belgen aan boord, waarvan u het aantal niet exact kent, hebben geluk gehad, aangezien het Israëlische leger hen uit een levensgevaarlijk oorlogsgebied met meedogenloze moslimterroristen heeft gered. Die nuttige idioten van de islamitische jihad kregen van Israël een koosjere sandwich en een zeer comfortabele terugreis, terwijl ze een aantal maanden verblijf in de terreurtunnels van Hamas verdienden Het is een grove schande dat de belastingbetaler nu opdraait voor hun dwaze fratsen, inclusief voor Alexis Deswaef, die na terugkomst een walgelijke, negationistische opmerking maakte. Mijnheer de minister, screen die personen op banden met Hamas en de Moslimbroederschap, en laat hen, net zoals in Zwitserland, zelf opdraaien voor de repatriëringskosten.

De erkenning van de islam

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 21 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy bekritiseert de erkenning en subsidiëring van de islam als een ondemocratische, gewelddadige ideologie die met belastinggeld wordt gefinancierd, ondanks haar incompatibiliteit met vrijheid, gelijkheid en rechtsstaat, versterkt door recente terreurdreigingen en het Grondwettelijk Hof dat Vlaamse regels over buitenlandse financiering vernietigde. Minister Verlinden benadrukt dat federale erkenning (sinds 1974) en controles op subsidies blijven gelden, respecteert het Hof maar ziet geen reden voor intrekking, en wijst de verantwoordelijkheid voor Vlaamse aanpassingen naar het Gewest. Van Rooy noemt de 100 miljoen aan subsidies een "schandaal" en vergelijkt islamitische teksten met *Mein Kampf*, eisend dat de overheid stopt met het legitimeren van wat hij ziet als een bedreiging voor de vrije samenleving. De kern: ideologische tegenstelling over erkenning islam als godsdienst vs. politieke gevaar.

Sam Van Rooy:

Minister, het Grondwettelijk Hof heeft een deel van het Vlaams decreet vernietigd dat betrekking heeft op de erkenning van lokale geloofsgemeenschappen, omdat de regels rond buitenlandse financiering volgens het Hof een onevenredige inmenging vormen in de vrijheid van godsdienst.

De erkenning van de islam als eredienst leidt ertoe dat de islam aanspraak kan maken op subsidies, dus belastinggeld. Deze vernietiging door het Grondwettelijk Hof betekent dat de belastingbetaler ook betaalt voor moskeeën die onder controle staan van buitenlandse jihadistische of fundamentalistische regimes, organisaties, netwerken en bewegingen.

Dat staat nog los van andere privileges die de islam als erkende godsdienst geniet, met name godsdienstonderwijs in scholen, toegang tot publieke instellingen zoals gevangenissen, het leger en ziekenhuizen voor geestelijke bijstand, eveneens betaald door de overheid, en rechtspersoonlijkheid via besturen van de eredienst, waardoor men personeel kan aanwerven, eigendom verwerven en beheren en juridisch kan optreden.

Last but not least geeft de overheid, door de islam te erkennen, symbolisch legitimiteit, maatschappelijke status en zichtbaarheid aan de islam. Deze privileges zijn bedoeld voor religies en niet voor totalitaire politieke ideologieën zoals de islam, ook niet, minister, wanneer die sluw verpakt is als een religie.

De islam staat vijandig tegenover de democratie, de rechtsstaat, de vrije samenleving, de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen en ook de godsdienstvrijheid. Dat stellen we vast in de islamitische wereld, waar geen enkel land te vinden is waar godsdienstvrijheid geldt.

Minister, ten eerste vraag ik uw reactie op die vernietiging van een deel van het Vlaamse decreet door het Grondwettelijk Hof.

Ten tweede vraag ik of u stappen wilt zetten om de erkenning van de islam in te trekken en zo neen, waarom niet.

Annelies Verlinden:

Collega, de financiering van de islam door de FOD Justitie bestaat uit de jaarlijkse subsidie aan het representatieve orgaan en de wedden van het personeel. Het gebruik van die financiering wordt opgevolgd en gecontroleerd conform het wettelijk kader, net zoals dat ook voor andere erediensten gebeurt en voor de vrijzinnigheid en het boeddhisme. Het Grondwettelijk Hof heeft inderdaad enkele artikelen uit een Vlaams decreet vernietigd.

Als federaal minister van Justitie respecteer ik evident de uitspraak van het Grondwettelijk Hof. De Vlaamse overheid zal nu ongetwijfeld bekijken welk gevolg ze aan dat arrest wil geven. Het arrest heeft geen gevolgen voor de federale erkenning van de islam, die in 1974 bij wet erkend werd als eredienst.

Sam Van Rooy:

Minister, het zal u misschien ontgaan zijn, maar er is zonet een terreuraanslag verijdeld waarbij drie jonge moslims betrokken waren die zich beroepen op de islam, met recht moet ik er helaas aan toevoegen. Dat is dus het systeem dat in dit land niet alleen wordt erkend, maar ook wordt gesubsidieerd. Ik herhaal, er is geen enkel land ter wereld waar de islam heerst in het regime of bij de bevolking en waar tolerantie, vrijheid en democratie heersen. Dat is geen toeval. Hoe sterker de islam is in de samenleving, hoe sterker de samenleving is geïslamiseerd, hoe onvrijer, hoe slechter het is voor niet-moslims, vrouwen en homoseksuelen. Mochten de bronnen van de islam, de Koran en de Hadith, vandaag geschreven worden, dan zouden die, minister, direct verboden worden of minstens op eenzelfde manier behandeld worden als Mein Kampf . Dat België deze ideologie van onderdrukking, geweld en terreur rijkelijk subsidieert, en dat de belastingbetaler in dit land al minstens 100 miljoen euro moest dokken voor die islamisering en dus uiteindelijk zijn eigen ondergang, vind ik werkelijk onbegrijpelijk. Het is een van de grootste naoorlogse schandalen in dit land.

De islamitische terreurdreiging tegen de eerste minister en politici in dit land
De verijdelde terroristische aanslag op onze premier
De verijdelde terreuraanslag tegen politici
De terreurdreiging
Het kader van de FGP Antwerpen in het licht van de recente veiligheidsontwikkelingen
De verijdelde jihadistische droneaanslag op De Wever en andere politici
De plannen voor een jihadistische aanslag op onze eerste minister
Jihadistische terreurdreigingen en verijdelde aanslagen op politici in België

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 15 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de verijdelde jihadistisch geïnspireerde aanslag op Belgische politici (o.a. premier De Wever en Geert Wilders) door drie geradicaliseerde jongeren in Antwerpen, waarbij wapens en drones werden aangetroffen. Kernpunten: de structurele islamitische terreurdreiging in België (met 90% van de OCAD-lijst gerelateerd aan jihadistisch salafisme), kritiek op het migratie- en veiligheidsbeleid dat radicalisering in de hand zou werken, en oproepen tot strengere maatregelen zoals uitzetting van radicalen, sluiting van extremistische moskeeën en versterking van veiligheidsdiensten (o.a. FGP Antwerpen). De minister benadrukt verbeterde samenwerking tussen diensten (OCAD, politie, inlichtingen) en extra focus op dronedreiging en radicalisering bij jongeren, maar wijst op beperkte middelen en de noodzaak van sociopreventie via lokale veiligheidscellen (LIVC’s). Polarisatie blijft: rechts eist hard optreden tegen "islamisering", anderen waarschuwen voor generalisatie en pleiten voor gerichte aanpak van extremisme zonder alle moslims te stigmatiseren.

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de minister, in Antwerpen werden drie jongeren opgepakt wegens een jihadistisch geïnspireerd plan om politici, onder meer de premier en de Nederlandse PVV-leider Geert Wilders, aan te vallen. Bij huiszoekingen vond men wapens die al klaarlagen.

Mijnheer de minister, dit is geen alleenstaand feit, dit is een trend, een trend van islamitische terreur in dit land. Ook de daderprofielen komen opnieuw niet uit het niets. Wederom gaat het om criminele vreemdelingen die hier nooit hadden mogen zijn.

Ik wil in de eerste plaats, en ik denk dat dit gedeeld wordt over de partijgrenzen heen, onze politie en onze inlichtingendiensten danken voor hun inzet. Maar in een gezond functionerend land, met een gezond functionerende regering, hadden zij dit nooit moeten doen. Deze regering-De Wever en alle systeempartijen die voordien aan de macht waren, dragen een verpletterende verantwoordelijkheid voor de terreur die men vorige week - gelukkig - kon verijdelen en voor de terreur die de afgelopen jaren in onze samenleving heeft plaatsgevonden.

Politici die deze dreiging proberen los te koppelen van de massale immigratie naar ons land, zijn ziende blind of liegen de mensen gewoon voor. Vergeet niet dat dit land, in verhouding, het hoogste aantal Syriëstrijders kende die zich aansloten bij Islamitische Staat. Dat soort vijandige vreemdelingen is niet verdwenen, integendeel.

Laat me citeren uit de nieuwsberichten van 2023. "De helft van de IS-vrouwen die België terughaalde, is intussen weer vrij. Zij lopen nu vrij rond in de samenleving die zij wilden vernietigen." Ik citeerde volksvertegenwoordiger Koen Metsu van de N-VA. 2023, mevrouw De Vreese. Ik vind dat niet zo lang geleden. Heeft deze regering-De Wever daar eigenlijk al iets aan veranderd? Meent u dat die kinderen gezond opgroeien als vaderlandslievende inwoners van dit land?

Mijnheer Van Tigchelt, u herinnert zich wel de tweede groep IS-strijders die in 2022 gerepatrieerd werd naar ons land. In 2016 waren 7 op de 10 Belgische Syriëstrijders tieners of twintigers. In 2018 kende dit land 604 foreign terrorist fighters volgens het OCAD, de dienst die wij in januari met deze commissie zullen bezoeken. Er stierven er veel, maar in 2024 waren er nog steeds 331. Dit land is en blijft een broeihaard voor terreur.

Terroristen veroordelen daarentegen: 31! Maar waar zitten die? Met wie hebben ze contact? Met wie zijn ze nog verder aan het radicaliseren? Dat zijn toch vragen die we ons mogen en moeten stellen? Het radicaliseren gaat immers maar door. Het aantal haatpropagandisten bereikt bijna een recordhoogte: 98 gevallen in 2024, nog altijd volgens het OCAD en dat zijn enkel die welke duidelijk in kaart gebracht kunnen worden.

Ga door de sociale media. Daar bulkt het van jihadistische propaganda en van Vlamingenhaat bij vijandige allochtonen. Hoeveel losgeslagen terreurprojectielen uit islamitische hoek dwalen in onze rand rond?

Is de zaak-Abdessalem Lassoued al vergeten? Hoe vluchtig kan nieuws zijn? Het betrof een Tunesische illegaal die geen recht had op asiel en het bevel had gekregen het grondgebied te verlaten, maar hier gewoon kon verblijven. Hij stond niet eens op de OCAD-lijst, maar vermoordde twee Zweedse voetbalsupporters in onze hoofdstad. Na die gruwelijke terreurdaad vroeg de MR, net zoals het Vlaams Belang al jaren doet, om de oplijsting en uitzetting van geradicaliseerde personen zonder papieren.

Collega’s van de MR ook hier moet men de vraag durven stellen. Is dat al gebeurd onder de huidige regering-De Wever? Ik citeer mijn fractievoorzitster, die destijds stelde wat vandaag, al die jaren later, nog steeds relevant is. Zij vroeg zich af hoeveel slachtoffers er nog moesten vallen vooraleer wij daarvan eindelijk werk zouden maken.

Collega’s, ik heb het daarstraks ook aangegeven bij de regeling van de werkzaamheden. Ik hoop echt dat wij niet hoeven te wachten tot er opnieuw slachtoffers vallen vooraleer wij eindelijk daden stellen. Er ligt een bom onder de samenleving. Die bom is daaronder gelegd door een lakse veiligheidspolitiek en door een opengrenzenbeleid van opeenvolgende Belgische regeringen. Het politieke bestuurs- en beleidsniveau legt al jarenlang de verkeerde prioriteiten.

Ik benadruk dat onze veiligheidsdiensten, onze politie- en inlichtingendiensten machteloos staan wanneer de eigen regering hen tegenwerkt door de opengrenzenpolitiek en een nefaste veiligheidspolitiek, waarbij de focus niet op de juiste wijze wordt gelegd. Het beleid zelf vormt een gevaar voor onze mensen. Die focus moet dringend veranderen, liever vandaag dan morgen. De focus moet liggen op islamitische netwerken, op islamitische rekrutering en financiering en op safe havens zoals blijkbaar Molenbeek. Online infrastructuren zorgen er ook voor dat islamitische jongeren massaal radicaliseren tegen onze samenleving. Erken het probleem, benoem het probleem en benoem bovendien de daders. Durf een paard een paard te noemen. Dat is geen taboe, dat is geen discriminatie of profiling , dat is risicogestuurd werken.

Vanuit het Vlaams Belang pleiten we al jaren voor die verschuiving en voor concrete antiterreurmaatregelen. Zet de inlichtingen- en veiligheidsdiensten volop in tegen de islamitische dreiging. Herprioriteer onze veiligheidsmensen en onze veiligheidsmiddelen, want over één zaak zijn we het allemaal eens, mijnheer de minister: veiligheid moet de kerntaak blijven van onze Staat.

Ik heb dan ook een aantal zeer concrete vragen voor u, mijnheer de minister. U weet dat de Vlaams Belangfractie verschillende interpellaties heeft ingediend, niet enkel bij u, maar ook bij de minister van Justitie, de minister van Asiel en Migratie en de eerste minister, niet omdat we dat leuk vinden, maar omdat het een noodzaak is. Alle ministers die bevoegd zijn voor onze veiligheid moeten kunnen samenwerken en samen die focus kunnen leggen.

Ik weet dat u misschien niet op alle aspecten van dit dossier zult kunnen antwoorden. Daarom had het Vlaams Belang gevraagd om een gezamenlijke hoorzitting te organiseren met alle betrokken ministers. Die vraag is spijtig genoeg in deze commissie weggestemd door de meerderheid. Ik blijf echter bij mijn vragen die specifiek aan u gericht zijn.

Ten eerste, welke concrete OCAD-dreigingsinschatting geldt vandaag specifiek voor politieke mandatarissen en hun woonomgeving? Welke extra beschermingslagen zijn per direct geactiveerd na de dronezaak?

Ten tweede, welke maatregelen neemt u deze maand tegen dat dronemisbruik? Zijn geofencingzones rond residenties een optie? Is een gerichte antidronecapaciteit bij de federale en lokale politie een optie? Graag hierover uw mening, en vooral ook, welke timing en budgetten staan hier tegenover?

Ten derde, hoe versterkt u de communicatieketen – dan bedoel ik het OCAD, de Veiligheid van de Staat, de politie, de parketten enzovoort – voor de vroege detectie van jihadistische activiteiten?

Ten vierde, hoeveel gekende radicale profielen bevinden zich buiten beeld van toezicht of opvolging wegens capaciteitsgebrek? Welke FTE-opbouw voorziet u binnen het komende jaar voor de lokale informatiekruispunten?

Wanneer komt er eindelijk een resultaatsverbintenis inzake uitzetting en denaturalisatie bij terrorisme?

Ten slotte, wordt het paraatheidsniveau bij onze diensten aangescherpt? Zo niet, waarom niet? Ik dank u alvast voor uw antwoorden.

Franky Demon:

Minister, de terroristische dreiging blijft actueel. Dat is recent nog maar eens gebleken met de verijdelde terroristische aanslag gericht tegen politici, waaronder onze eerste minister en de burgemeester van Antwerpen. Dat is niet minder dan een frontale aanval op het hart van onze democratische en politieke instellingen.

Volgens de federale procureur werden drie jongvolwassenen in Antwerpen opgepakt in het kader van een onderzoek naar poging tot terroristische moord en deelname aan de activiteiten van een terroristische groep. Bij de huiszoekingen werden onder meer een zelfgemaakt explosief, stalen balletjes, een 3D-printer en een drone aangetroffen. Alles wijst erop dat men bezig was met de voorbereiding van een jihadistisch geïnspireerde aanslag. Men kan nu wel zeggen dat het om suiker ging, maar ik herhaal toch nog even dat een 3D-printer, een zelfgemaakt explosief, stalen balletjes en drones werden aangetroffen.

Dat zoiets kon plaatsvinden op nauwelijks enkele honderden meter van de woning van de premier, is ronduit verontrustend. Het toont aan dat terrorisme geen verre bedreiging uit het verleden is, maar een reële binnenlandse realiteit blijft. Radicalisering, ook onder jongeren, kan nog altijd veel te gemakkelijk gedijen in onze samenleving. Onze veiligheidsdiensten hebben duidelijk voortreffelijk werk geleverd en daarvoor kunnen we enkel onze waardering uitspreken. Tegelijkertijd moeten we lessen trekken. Elke poging tot aanslag op een verkozen mandataris is een aanslag op de fundamenten van onze democratie.

Over welke middelen beschikken onze veiligheidsdiensten vandaag om bedreigingen tegen politici te monitoren en in te schatten? Is er nood aan een meer structureel beveiligingskader bij een verhoogd dreigingsniveau? Welke bijkomende maatregelen worden genomen in het licht van de gebeurtenissen om de bescherming van politici of belangrijke figuren in onze samenleving te versterken? Hoe garandeert u dat informatie over radicaliseringstrajecten of extremistische signalen bij jongeren, ook online, sneller en efficiënter wordt gedeeld tussen de politie, het OCAD, lokale besturen en onderwijsinstanties?

Ziet u mogelijkheden om de werking van de LTF’s en de LIVC’s verder te verbeteren en te versterken? Wat is de stand van zaken met betrekking tot het interfederaal samenwerkingsakkoord over de LIVC’s? Welke stappen worden gezet om radicalisering bij jongeren beter te detecteren en te voorkomen?

Voorzitter:

De heer Vander Elst is verontschuldigd.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de minister, vooreerst druk ik er mijn appreciatie over uit dat u zich op korte termijn voor dit belangrijke actualiteitsdebat vrij hebt gemaakt.

Ik denk dat iedereen geschokt is door het akelige nieuws, maar zeker ben ik daar niet van. Het is namelijk opvallend dat er vandaag alleen uit één hoek van het politieke spectrum vragen komen over de verijdelde aanslag op de eerste minister en over het groeiende aantal interventies van onze politiediensten in terreurdossiers. Aan de linkerkant van het politieke spectrum blijft het oorverdovend stil. Na een door de veiligheidsdiensten verijdelde aanslag op de eerste minister, een aanval op de fundamenten van onze democratie, zwijgt de helft van het Parlement en dat vind ik akelig. Overigens neem ik de gelegenheid te baat om de veiligheidsdiensten voor hun optreden te bedanken.

Mondjesmaat verschijnt er meer informatie via de pers. Volgens de advocaat van de terreurverdachte zou het om een blikje cola gaan. Ik gok echter dat het veeleer gaat om wat het parket heeft meegedeeld: er werden dicht bij de woning van de eerste minister zelfgemaakte drones, metalen balletjes en explosief materiaal gevonden, evenals een 3D-printer. Die 3D-printers zijn fantastisch voor mensen met goede bedoelingen, maar jammer genoeg ook voor mensen met slechte bedoelingen.

Ook over het profiel van de verdachten komt intussen heel wat informatie naar buiten. Het gaat om drie jonge mensen, van wie twee met Marokkaanse roots en één met Tsjetsjeense. Ze zijn alle drie in België geboren. Een van hen werd inmiddels vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs. Van de twee anderen weten we dat ze een veiligheidsopleiding volgden.

Volgens het parket is het duidelijk dat de geplande aanslag, waarnaar al enkele maanden onderzoek werd gedaan, ingegeven werd door islamitische, jihadistische motieven. Bovendien werden er nog volgens het parket voor dit jaar al 80 nieuwe terreuronderzoeken geopend. Dat is al meer dan vorig jaar, terwijl 2025 nog niet voorbij is.

Mijnheer de minister, collega's, ik ben van mening dat de strijd tegen terreur en de strijd voor de vrijwaring van onze democratie en het waarborgen van de veiligheid van onze burgers een absolute prioriteit moeten zijn voor het beleid van de federale regering en voor de werkzaamheden van het Parlement.

In welke mate was u op de hoogte van de concrete dreiging? Was er ook sprake van een dreiging ten aanzien van uw persoon?

Welke stappen zult u ondernemen om het voortdurende gevaar vanuit jihadistische hoek in te dijken?

Acht u het nodig om het dreigingsniveau, dat ook eerder vandaag al ter sprake kwam, te verhogen, of is dat op dit moment nog correct ingeschat?

Hebt u kennis van andere grote lopende onderzoeken? Plant u bijkomende acties naar aanleiding van het verontrustende nieuws dat ons bereikt heeft?

Welke internationale veiligheidsdiensten waren bij het onderzoek betrokken? In de pers zijn daarover al enkele uitspraken gedaan.

Worden sociale media en onlineplatforms voldoende gemonitord op het vlak van rekrutering door jihadistische kringen, die zich vaak ook op minderjarigen richten? Op Twitter kaart Peter Velle regelmatig dergelijke zaken aan. Ik hoop dat hij niet de enige is die zich daarmee bezighoudt.

Maaike De Vreese:

Mijnheer de minister, mijn collega Bergers had het zopas al voldoende over de verijdelde aanslag en het terreurgeweld. Ik heb een bijkomende vraag, met name over de versterking van de FGP van Antwerpen. Niet alleen moet die dienst enorme inspanningen leveren in de strijd tegen terrorisme en gewelddadige radicalisering, maar bovendien speelt in Antwerpen ook de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit en in het bijzonder de drugscriminaliteit. Met de Haven van Antwerpen-Brugge is dat een bijzonder moeilijke opdracht.

Het federaal parket meldde dat er dit jaar 80 nieuwe terreuronderzoeken werden geopend. Dat is meer dan in heel 2024. Daarbij zijn de dossiers van de minderjarigen nog niet eens meegerekend. Federaal procureur Ann Fransen benadrukte dat het van belang blijft om steeds voldoende capaciteit bij politie en justitie beschikbaar te houden om de veiligheid van de samenleving te waarborgen.

De terreurdreiging in Antwerpen blijft acuut, terwijl ook de drugscriminaliteit een enorme druk op de FGP legt. In het regeerakkoord staat dat de FGP Antwerpen prioritair meer middelen moet krijgen en dat het kader minstens op het niveau van de FGP Brussel moet worden gebracht. Op 31 januari 2025 telde de FGP Antwerpen 496 medewerkers, tegenover 671 in Brussel. Dat is een verschil van 175. Tegen eind 2026 wordt Antwerpen uitgebreid met 59 medewerkers tot 555, maar Brussel met 91 tot 762. Het verschil groeit dus met 207 medewerkers.

Mijnheer de minister, hoe rijmt u de toenemende discrepantie met de beloften in het regeerakkoord? Gezien de actuele veiligheidsdreiging, bent u bereid om de uitbreiding van de FGP Antwerpen te versnellen of te vergroten? Wanneer zal die uitbreiding plaatsvinden? Hoeveel bijkomende middelen zult u hiervoor uittrekken? Wanneer zal de FGP Antwerpen op de volledige capaciteit zitten?

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, ik wil eerst en vooral onze veiligheids- en politiediensten gelukwensen met het verijdelen van een zoveelste poging tot jihadistische aanslag in dit land. De politieke doelwitten en hun geliefden wens ik veel sterkte toe, want zoiets komt toch wel binnen. Dat valt niet te onderschatten.

Zelf woon ik al 40 jaar in die wijk. Net zoals een van de doelwitten, premier De Wever, woon ik op slechts enkele honderden meters van de Sint-Rochusstraat, waar die drie jonge moslims die aanslag aan het voorbereiden waren. Ik ben geboren en getogen in die wijk en heb school gelopen in diezelfde Sint-Rochusstraat. Ik heb al herhaaldelijk gewaarschuwd voor de islamisering die daar al zo lang bezig is. Dat werd en wordt ook vandaag nog telkens weggelachen of genegeerd.

Ik moest er daarnet opnieuw aan denken, toen er zich hier een klein debat ontspon tijdens de regeling van werkzaamheden over het al dan niet organiseren van een gezamenlijke commissie of een bezoek aan het OCAD, waarbij er werd gezegd dat het niet alleen moslims zijn, maar dat het ook uit andere hoeken komt. De cijfers zijn wat ze zijn, namelijk dat 9 op de 10 personen op de terreurlijst moslim zijn. Dat is een gigantische oververtegenwoordiging. Men kan natuurlijk altijd uitzonderingen vinden die de regel bevestigen, maar het zijn zo goed als nooit joden, boeddhisten, katholieken, jaïnisten, hindoes of shintoïsten. Neen, uit de cijfers blijkt dat het bijna altijd moslims zijn. We kunnen hier wel debatteren in deze commissie voor Binnenlandse Zaken en Veiligheid, maar ik wil benadrukken dat er elke dag, ook vandaag, op dit moment, tijdens dit debat, moslimterroristen of potentiële moslimterroristen dit land binnenkomen, uit Afrika en het Midden-Oosten. Sterker nog, ze worden willens en wetens binnengehaald, denk aan recent Nizar Trabelsi, denk aan Abdelkader Belliraj. Dit land blijft een speeltuin voor moslimfundamentalisten en potentiële jihadisten.

Indien u mij niet gelooft, kijk dan gewoon naar de cijfers. Kijk naar de onderzoeken in de landen van herkomst, in Afghanistan, Syrië, Eritrea en de Palestijnse gebieden, over de opvattingen van de moslims die daar wonen. Daaruit blijkt dat 80 à 90 % van de moslims daar de democratie verwerpt, voorstander is van de sharia, de gelijkwaardigheid van man en vrouw niet aanvaardt, afkeer en minachting koestert voor niet-moslims enzovoort. Dat soort mensen wordt nog steeds, elke dag, dit land binnengehaald.

Mijnheer de minister, dit gezegd zijnde heb ik enkele vragen over deze zaak. Mijn eerste vraag aan u is - ik vond dat interessant - welke buitenlandse inlichtingendienst of inlichtingendiensten hebben u, hebben ons, getipt over deze jihadistische droneaanslag?

Hoe wapent de regering zich tegen het gebruik van zulke drones en van 3D-printing? Hun ideeën mogen dan wel achterlijk, barbaars en zevende-eeuws islamitisch zijn, ze gaan blijkbaar wel mee met hun tijd wat technologie betreft.

Hoe komt het volgens u dat er dit jaar al meer terreuronderzoeken zijn geopend dan vorig jaar, namelijk een tachtigtal?

Hoeveel terrorismedossiers van vorig jaar en dit jaar hebben betrekking op minderjarigen, aangezien die apart worden geregistreerd?

Om terug te komen op wat ik daarnet zei, terreurexpert Pieter Van Ostaeyen waarschuwt, net als ik daarnet, dat jihadisten van Islamitische Staat vanuit de Sahel massaal onze kant opkomen. Graag kreeg ik uw reactie daarop, mijnheer de minister.

Last but not least, de achtergrond van de jonge daders is Marokkaans of Tsjetsjeens. Ze studeren hier of ze lopen hier school. Ze komen dus niets tekort. Het riedeltje dat het komt door achterstelling, armoede, discriminatie enzovoort, mag wel eens begraven worden. Ze komen niets tekort. Hun etnische achtergrond is compleet verschillend, maar ze hebben natuurlijk een factor die hen bindt, namelijk de islam.

Mijnheer de minister, erkent u tot slot dat het de islamitische doctrine is die aanzet tot het vermoorden van ongelovigen, van ons, van de kafirs, van de niet-moslims?

Ik raad u in dat verband aan Sam Harris te lezen, een zeer schrandere, bekende atheïst. Die stelt en toont ook aan dat het probleem met het islamitisch fundamentalisme de fundamenten van de islam zijn. Minister, graag uw reactie daarop. Wilt u dat nu eindelijk erkennen, na zovele decennia van islamitische terreur?

Catherine Delcourt:

Monsieur le ministre, comme vous l'entendez, je suis un petit peu accablée, mais je tenais malgré tout à être présente aujourd'hui. Je vous remercie de votre présence parce que l'heure était grave. Ce qu’il s'est passé, ce projet d'attentat contre notre premier ministre, chef de notre gouvernement, est quelque chose de gravissime, d'intolérable et d'inacceptable. Cela démontre encore à souhait la nécessité de poursuivre la lutte contre toutes formes de terrorisme et contre le djihadisme. C'est une évidence.

Ici, je tiens surtout à souligner – et c’est crucial pour moi – que cet attentat a été déjoué. Il l'a été grâce à la vigilance et à la détermination de nos services de sécurité et de renseignement, qui ont été d'une grande efficacité. Leur engagement, leur professionnalisme et leur vigilance méritent notre plus grande reconnaissance et notre respect. C’est surtout sur ce point que je souhaite insister.

Monsieur le ministre, je vous ai adressé mes questions par écrit. Le fait que je sois un peu souffrante me dispensera de vous les poser oralement, si vous l’acceptez. Je vous remercie d’ores et déjà pour les réponses que vous voudrez bien apporter.

Quelles mesures supplémentaires le gouvernement prend-il pour garantir la sécurité du premier ministre et des autres responsables politiques suite à cet attentat déjoué? Envisagez-vous un cadre de sécurité structurel et permanent pour les dirigeants politiques face à l'augmentation des menaces?

Comment la coopération et le partage d'informations entre l'OCAM, la Sûreté de l'État et les polices fédérale et locale seront-ils renforcés afin de détecter et de prévenir plus rapidement la radicalisation?

En juin 2025, l'OCAM a alerté sur une radicalisation accélérée chez les mineurs. Existe-t-il un lien entre ce constat et l'attentat déjoué? Quelles autres mesures supplémentaires sont prises pour mieux détecter et prévenir la radicalisation chez les jeunes?

Voorzitter:

Plusieurs collègues souhaitent également intervenir dans ce débat d’actualité. Il s’agit de MM. Thiébaut, Meuleman et Van Tigchelt.

Éric Thiébaut:

J'étais un peu choqué tout à l'heure. J'en suis désolé, mais dire que tous les groupes politiques n’ont pas réagi à la tentative d’attentat contre le premier ministre n’est pas correct. Il y a eu, notamment, une prise de position de mon président, à travers un communiqué de presse, qui exprimait son indignation et son soutien au premier ministre face au danger qu’il a encouru. Je tenais à le rappeler en premier lieu.

Par rapport à la situation, nous avons eu des échos du rapport de l'Organe de coordination pour l’analyse de la menace (OCAM); cela a été évoqué précédemment dans cette commission. Selon ce rapport, 85 % de la menace terroriste sont liés à l’islam radical, et tout de même 10 % à l’extrême droite. Ces 10 % ne représentent évidemment pas la plus grande partie, mais ils existent. Ce risque est donc bien présent et mérite aussi d'être considéré.

Sam Van Rooy:

(…)

Éric Thiébaut:

Pourtant, il est indiqué que 10 % des menaces sont imputées à l’extrême droite. Tout à l'heure j'entendais que l'extrême gauche était une grosse menace terroriste. Selon l’OCAM, c’est bien l’extrême droite qui est responsable de 10 % des menaces identifiées. Cela a été publié dans la presse il y a quelques jours. Vous pouvez toujours le contester, mais nous recevrons de toute façon les chiffres officiels de l'OCAM, si vous les voulez. Ce n'est pas compliqué.

Quoi qu’il en soit, la menace terroriste est toujours bien présente dans ce pays. Elle mérite encore qu'on mette les moyens pour la contrer. En matière de moyens, en 2014, 120 inspecteurs étaient dédiés à la lutte contre le terrorisme. En 2025, ils ne sont plus que 40. Leur nombre a donc été divisé par trois. Ce sont des chiffres éloquents.

On parlait des moyens qu'il faut amener à la PJF d’Anvers. Je l’entends, mais il faut amener des moyens dans les PJF de tout le pays. À Charleroi aussi, il y a des soucis de personnel. Cela m'a été rapporté. On en revient toujours à la question des moyens, monsieur le ministre de l'Intérieur. Je vois que vous êtes d'accord avec moi.

J'espère que vous parviendrez à convaincre vos partenaires de l'Arizona de donner les moyens nécessaires pour assurer la sécurité dans notre pays. Dire à tout bout de champ que la sécurité est une priorité de ce gouvernement, sans y mettre un balle, cela commence à ne plus être très crédible en termes de discours.

Je me joins aux félicitations adressées aux services qui ont déjoué cet attentat. Ce qui est marquant, c’est le fait que cet attentat a été déjoué. Et ce n'est pas le premier attentat à avoir été déjoué par nos services spécialisés. Je pense qu'il faut reconnaître notre expertise et s'en féliciter.

En tant que bourgmestre et président d'une zone de police, on a mis en place, depuis quelques années, les Cellules de sécurité intégrales locales (CSIL). Ces commissions sont destinées à mettre tous les acteurs de terrain en connexion pour identifier et éventuellement neutraliser les risques d'extrémisme sur le territoire.

Monsieur le ministre, avez-vous pu dresser un bilan de l'efficacité de l'action de ces CSIL? Comptez-vous encore soutenir ces CSIL partout où elles sont installées dans les communes du royaume?

Brent Meuleman:

Mijnheer de minister, ook namens mijn fractie dank ik u om hier vandaag al aanwezig te zijn.

We hebben het over een thema dat de aandacht van ons allemaal verdient, zonder een interne discussie te voeren over wie absoluut een monopolie heeft op welk soort geweld. Ik hoop dat wij allemaal samen eendrachtig de tendensen kunnen veroordelen die we vandaag in onze samenleving zien. Daarover moeten onze vragen vandaag gaan.

Mijnheer de minister, we staan vandaag oog in oog met een verontrustende evolutie in de dreiging van binnenlands terrorisme. Een terreurcel heeft recent een aanslag willen plegen met een drone die was uitgerust met explosieven. Gelukkig kon de aanslag worden verijdeld. Dat toont aan dat de dreiging van terrorisme niet alleen aanhoudt, maar ook verandert. Drones zijn goedkoop, zijn gemakkelijk verkrijgbaar en moeilijk te detecteren, wat ze tot een bijzonder gevaarlijk wapen maakt. Het is verontrustend dat enkele verdachten bovendien, naar verluidt, een veiligheidsgerelateerde opleiding hebben gevolgd.

Mijnheer de minister, hoe goed zijn onze Belgische veiligheidsdiensten, de militaire inlichtingendiensten en de lokale politiezones uitgerust en opgeleid om effectief om te gaan met de nieuwe dreiging van commerciële drones die worden omgebouwd tot wapens?

Welke precieze onlinekanalen en -groepen hebben de betrokken individuen mogelijks beïnvloed? Welke rol speelden internetfora en sociale media bij het verwerven van bepaalde technische kennis?

Is de persoonlijke beveiliging, waarover het daarstraks ook al ging, van Belgische politici met een verhoogd dreigingsniveau toereikend? Moet die beveiliging volgens u worden gecentraliseerd of uitgebreid in het licht van wat recent is gebeurd?

Het incident, dat gericht was tegen politici, onderstreept de kwetsbaarheid van onze democratie en de impact van polarisatie. Het is van cruciaal belang dat we die vragen beantwoorden om de veiligheid van onze samenleving en onze democratie te waarborgen. Laten we dus niet wachten tot het te laat is. Ik dank u alvast voor uw antwoorden.

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de minister, dat onze diensten vastberaden en verbeten zijn in de aanpak van extremisme en terrorisme, lijdt geen twijfel. Dat onze diensten robuuster zijn geworden sinds de verschrikkelijke terrocrisis van 2015-2016, lijdt evenmin twijfel. Toch moeten we er altijd bij zeggen dat een nulrisico niet bestaat, hoe performant uw diensten ook mogen zijn. Wars van alle felicitaties vandaag, het nulrisico kan niemand garanderen, helaas.

Mijnheer de minister, mijn eerste vraag is of u een correct relaas van de feiten kunt geven. In de pers zijn immers een aantal zaken gecommuniceerd, maar ik stel vast dat die communicatie niet is voorafgegaan en evenmin werd gevolgd door een officiële mededeling van onze veiligheidsdiensten. Er is dus nood aan een objectief relaas. Uiteraard weten we allemaal dat u niet alles kunt zeggen, aangezien er een onderzoek loopt en het geheim daarvan moet worden gerespecteerd, maar kunt u ons, met respect voor die limieten, een zo correct mogelijk relaas van de feiten geven?

Een tweede element is de beruchte OCAD-lijst, de GGB of Gemeenschappelijke Gegevensbank, la Banque de données commune in het Frans. Eind deze zomer stonden daarop 562 entiteiten, 50 van hen met een rechts-extremistisch profiel, een 15-tal met een links-extremistisch profiel, een 8-tal met een anti-establishmentprofiel – dat is een nieuwe categorie van mensen die anti-overheid zijn – en 2 minderjarigen die het nihilistisch extremisme van de organisatie 764 aanhingen. De overige, meer dan 480 entiteiten, hingen het jihadi-salafisme of islamistisch extremisme aan – niet het islamitisch, maar het islamistisch extremisme. Dat zijn de feiten. Het grootste gevaar in dit land gaat dus inderdaad uit van het islamistisch extremisme. Het gaat om islamisten die foreign terrorist fighters zijn, homegrown terrorist fighters of potentieel gewelddadige extremisten. Dat zijn de naakte feiten en daar kunnen we niet naast kijken.

De vraag is wat we geleerd hebben uit het verleden. We hebben vastgesteld, zoals al werd aangehaald, dat in het verleden, ondertussen meer dan tien jaar geleden, veel van onze jongeren, meer dan 400, geboren en getogen in dit land, vanuit Antwerpen, Vilvoorde, Brussel en Molenbeek zijn vertrokken naar jihadistische conflictzones. De vraag luidt nu of de dynamieken die toen aanwezig waren, vandaag nog spelen.

We hebben daarover in de commissie voor Binnenlandse Zaken al hoorzittingen gehouden. Wanneer er tijdens oudejaarsnacht jongeren hun munitie met vuurwerkbazooka’s richten op de veiligheidsdiensten of zelfs op ambulances, kunnen we stellen dat diezelfde dynamieken waarschijnlijk nog steeds aanwezig zijn. We moeten ons dus allemaal de vraag stellen wat de oorzaken zijn van die dynamieken en van die problematische radicalisering.

Op één punt verschil ik alleszins wezenlijk van mening met mijn geachte collega Van Rooy. De oorzaak kan niet worden herleid tot een probleem van dé islam in dit land, noch tot een probleem van álle moslims in dit land. Dat is niet juist. We moeten onverbiddelijk zijn in de aanpak van extremisme en terrorisme, maar het is geen probleem van alle moslims in dit land. Daarover verschillen we van mening en ik permitteer mij om dat verschil te behouden.

Voor die problematische radicalisering hebben we, zoals hier reeds werd aangehaald, systemen in het leven geroepen, namelijk de lokale integrale veiligheidscellen, de LIVC’s, die problematische radicalisering zo snel mogelijk moeten detecteren en in de kiem zien te smoren. Dat is niet enkel, en zelfs verre van, een verantwoordelijkheid van onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten. In eerste instantie gaat het namelijk om een sociopreventieve verantwoordelijkheid.

De strategie-T.E.R., terrorisme, extremisme en radicalisering, wordt gemonitord, opgevolgd en begeleid door het OCAD. In het verleden stelden we vast dat in bepaalde steden de LIVC’s, waarvoor de burgemeesters eerstverantwoordelijke zijn, uitstekend werk leveren. We stellen echter ook vast dat er in dit land LIVC’s zijn die steken laten vallen, en dan druk ik mij nog eufemistisch uit.

Een LIVC is meer dan een vergadering die maandelijks samenkomt. Het is een systematiek, een methodiek om problematische radicalisering, vaak bij minderjarigen en vaak via sociale media, in de kiem te smoren.

Na mijn eerste vraag, over het relaas van de feiten, brengt me dat bij mijn tweede vraag, namelijk hoe u de LIVC’s evalueert. Onderschrijft u dat het op bepaalde plaatsen beter kan?

Mijn derde vraag is eigenlijk in mijn eerste vraag besloten. Wat kunt u ons zeggen over de twee aangehouden verdachten van 18 en 23 jaar? Waren zij al gekend bij onze diensten wegens problematische radicalisering, zoals in de pers stond? Stonden zij al dan niet reeds op de beruchte OCAD-lijst? Wat kunt u ons daarover meedelen? Ik dank u alvast voor uw beschikbaarheid en uw antwoorden.

Voorzitter:

Mijnheer de minister, u krijgt het woord om te antwoorden.

Bernard Quintin:

Dames en heren commissieleden, net als u wil ik de veiligheidsdiensten, het gerecht, de federale gerechtelijke politie, de staatsveiligheid en alle andere diensten die een rol in dit dossier hebben gespeeld, op de voor- of achtergrond, danken en feliciteren.

C'est un message que je leur ai déjà passé, tout en les encourageant bien sûr à maintenir cette vigilance et à toujours améliorer les processus qui sont en cours pour les résultats que nous en espérons.

Het optreden in dit choquerend dossier toont aan dat de structuren die we in België sinds een tiental jaar hebben ingevoerd, een duidelijke meerwaarde bieden en dat we effectief lessen hebben getrokken uit de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie over de terroristische aanslagen.

Een nulrisico bestaat echter niet, dus moeten we altijd waakzaam blijven en zoeken naar verbeterpunten. De diensten geven al decennia de hoogste prioriteit aan de terroristische dreiging die voornamelijk, maar niet uitsluitend, uit jihadistische hoek komt. Een focus op radicaal islamisme betekent niet dat de diensten hun aandacht voor ideologisch extremisme, zowel rechts als links, mogen laten verslappen en vice versa. Ik negeer dus niets wat de veiligheid betreft.

Laat dat mijn boodschap zijn: er is geen plaats in onze samenleving voor extremisme, of dat nu religieus of ideologisch gemotiveerd is, gericht tegen vreemdelingen, tegen de democratie, tegen lgbtq-personen, tegen vrouwen, tegen rijk of arm, enzovoort. Dat is waar ik voor sta.

Vous avez posé, à juste titre, plusieurs questions concernant ce que j'appellerais les prétendus projets d'attentats contre notre premier ministre, et je vais m'en expliquer. Je ne peux et ne veux mentionner de noms ici. Je ne confirmerai ni n'infirmerai. Pour le rapport, c'est un message que j'ai passé à mes collègues aussi. Pour les questions de sécurité, il est bon qu'on respecte les règles de base qui consistent notamment à ne pas se prononcer. Vous aurez constaté avec moi que le premier prétendu intéressé ne s'est d'ailleurs pas prononcé sur le sujet. Certains ont pensé intéressant de dire qu'ils sont sur la liste ou qu'ils n'y sont pas. Je pense que c'est une erreur à ne pas commettre. C'est une matière sérieuse. Ce sont des gens sérieux qui s'en occupent. Et j'en profite pour faire passer le message que ces gens sont aussi les premiers en danger. Les collègues qui travaillent dans les services de renseignement sont en première ligne.

We moeten hun werk ook respecteren.

Je ne vais pas non plus m'étendre sur les services internationaux qui ont joué un rôle. Simplement, je dois souligner qu'il y a bien eu une coopération internationale qui a permis de débuter plusieurs enquêtes et travaux et, partant, de résoudre le cas dont nous parlons en ce moment. Je ne m'étendrai pas sur les adresses et les noms des intéressés ni sur d'autres détails.

U een relaas geven waarin alles op een rijtje staat, zou me in een moeilijke situatie brengen.

Pour ce qui concerne le traitement par la justice, les expulsions de notre territoire, la déchéance de la nationalité, le financement des communautés religieuses, l'échec de l'intégration, les centres d'accueil pour demandeurs d'asile, etc., je rappelle que ces questions ne relèvent pas de ma compétence. En tout cas, je puis vous rassurer en indiquant que nous travaillons ensemble, tous les ministres et structures impliqués, pour que ces questions de sécurité fondamentales soient traitées avec le sérieux nécessaire.

Ik zal de overige vragen in drie categorieën groeperen: vragen over het dossier zelf, vragen over de te nemen maatregelen ter bescherming van de eerste minister en, meer algemeen, van politici of andere bedreigde personen en vragen over de informatiedeling en de eventuele versterking van de betrokken diensten.

Wat de vragen betreft over het dreigingsdossier zelf – voor zover ik die kan beantwoorden – ben ik inderdaad vooraf geïnformeerd over een lopend dreigingsdossier. Daaruit bleek dat de informatiedeling en de beoordeling van de aard en de imminentie van de dreiging tussen de betrokken veiligheidsdiensten goed verliepen. Ik heb begrepen dat de opgepakte personen allen over de Belgische nationaliteit beschikken. De drie personen zijn jong, een van hen is zelfs nog maar net meerderjarig. Dat is inderdaad in lijn met de vaststellingen van het OCAD en de Veiligheid van de Staat van de voorbije jaren. Een van de opgepakte personen is vrijgelaten, omdat die niet als verdachte wordt beschouwd.

Inzake de vragen over de te nemen maatregelen bepaalt het OCAD voor ons land het algemene dreigingsniveau. Dat is sinds 16 oktober 2023 gestegen van niveau 2 naar niveau 3. Het OCAD bevestigt dat niveau 3 behouden blijft. Dat betekent dat het dreigingsbeeld inzake terrorisme en extremisme niet fundamenteel anders is dan voor deze interventie.

Wat de maatregelen rond de persoon van de eerste minister betreft, worden dergelijke dreigingen geëvalueerd door het OCAD en de federale gerechtelijke politie. Op basis daarvan bepaalt het Nationaal Crisiscentrum de beschermingsmaatregelen. De premier krijgt in elk geval bijzondere aandacht in verband met zijn rol als eerste minister. Over de concrete veiligheidsmaatregelen die gelden kan ik niet uitweiden. Indien er nieuwe elementen van dreiging naar voren zouden komen, dan licht het parket of de federale politie het Nationaal Crisiscentrum in met het oog op een re-evaluatie.

Meer algemeen over de bescherming van politici en bedreigde personen is het NCCN aangewezen als de bevoegde overheidsinstantie voor het nemen van gewone beschermingsmaatregelen ten aanzien van bedreigde personen. Het verzorgt dus de besluitvorming, het beheer en de coördinatie van de beschermingsmaatregelen. Het basisinstrument daarbij is de omzendbrief COL 6/2004, herzien in 2024. Die werd gezamenlijk opgesteld en goedgekeurd door de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en door het College van procureurs-generaal. Deze circulaire heeft tot doel om personen van aanzien, ambtenaren en particulieren, die in de uitoefening van hun functie worden bedreigd, te beschermen.

Het NCCN wordt op de hoogte gebracht van een nieuwe bedreiging tegen een persoon en vraagt de bevoegde diensten om een dreigingsanalyse. Vaak organiseert het NCCN een coördinatievergadering met de partners om de te nemen maatregelen te bespreken. Dit proces werd ook in deze casus gevolgd bij de eerste notificatie van de dreiging, uitgaand van de federale politie.

Il existe un cadre pour les fonctions clés au sein de l’appareil gouvernemental. Ce document, élaboré par le Centre de crise national (NCCN) et validé par le Conseil national de sécurité (CNS), comprend un ensemble de mesures et de recommandations concernant les personnes considérées comme occupant des fonctions clés. Ce cadre sera évalué afin de déterminer s’il est nécessaire de développer davantage de mesures structurelles, d’étendre les fonctions et, si besoin, de dégager les moyens financiers nécessaires à cet effet. C'était la conclusion d’une réunion que j’ai organisée la semaine dernière avec les différents services concernés.

Wat betreft de te nemen maatregelen tegen drones, momenteel bestaat er slechts een beperkte antidronecapaciteit bij de politie in België. Deze systemen worden momenteel enkel ontplooid op high-risk events. Bovendien zijn er meer testen nodig rond de impact van bepaalde neutralisatiemiddelen, zoals jamming , op reguliere signalen. De voorbije weken werden op mijn initiatief al verschillende vergaderingen georganiseerd met de veiligheidsdienst, het DG Luchtvaart en skeyes om te kijken naar manieren om drones te detecteren, te voorkomen en erop te reageren.

Voor de geldende regelgeving verwijs ik naar mijn collega bevoegd voor Mobiliteit, maar we willen komen tot een kader waarin de verantwoordelijkheden en verwachtingen die de problematiek van drones met zich meebrengt duidelijk in kaart gebracht worden. We verwachten van de diensten ook aanbevelingen om de dekking en identificatie te verbeteren. Zo wordt onderzocht of een registratieplicht voor dronetoestellen en -vluchten een element van de oplossing kan zijn.

Ik kan er verder nog aan toevoegen dat ik heb gevraagd naar een zo eenvoudig mogelijke structuur omdat het al ingewikkeld genoeg is. We hebben een eenvoudig systeem nodig, zodat we zeker kunnen zijn dat we de droneproblematiek goed kunnen aanpakken.

Mevrouw De Vreese vroeg specifiek naar de versterking van de FGP Antwerpen als te nemen maatregel. Het is misschien goed om te vermelden dat ik een situatie erf die tien jaar oud is. Deze versterking is gepland en verloopt in twee fases. In een eerste fase op korte termijn wordt er zo snel mogelijk bijkomende capaciteit toegewezen aan de diensten waar de nood het hoogst is. Deze eerste versterkingen worden, in overleg met de gerechtelijke directeur van Antwerpen, gericht ingezet op de onderzoekscapaciteit inzake terrorisme en georganiseerde misdaad. De rekrutering van gespecialiseerde onderzoekers vraagt echter tijd, aangezien deze profielen moeilijk te vinden en op te leiden zijn.

In de tweede fase op middellange termijn is de doelstelling het personeelskader van de FGP Antwerpen tegen eind 2026 op 555 fte te brengen, dus een zestigtal meer dan vandaag. De realisatie van deze tweede fase sluit aan bij het strategisch plan van de federale politie, dat door mij en door de minister van Justitie werd goedgekeurd.

Leden van deze Kamer vroegen meer toegang tot en meer controle op communicatieplatformen. Toegang tot geëncrypteerde communicatie is inderdaad een hele challenge voor onze diensten. Het evenwicht tussen capaciteit, essentie en doeltreffendheid aan de ene kant en privacy aan de andere kant, speelt ons ook hier parten. We hebben het hier vorige week veel over privacy gehad. Er is de noodzaak om betere toegang te hebben, maar van de ene mogen we geen spionagetools gebruiken en van de andere mogen we geen rechtstreekse toegang tot de platformen hebben. Toch verwacht iedereen dat de politie topresultaten boekt op een kostenefficiënte manier. Jullie begrijpen wat ik bedoel. Zoals gezegd, we hebben het daar vorige week al over gehad.

Wat de vragen inzake informatiedeling over dreigingsdossiers of radicalisering betreft, de strategie TER voorziet in een doorgedreven informatiedeling op verschillende niveaus, met verschillende finaliteiten. Dit systeem is zo goed als uniek in de wereld en werkt eigenlijk zeer goed. Alle politie- en inlichtingendiensten en het gerecht maar ook lokale preventie- en veiligheidsactoren worden erbij betrokken.

Het geval van afgelopen donderdag illustreert dat de communicatie tussen de diensten, en in het bijzonder tussen het parket, het OCAD, de VSSE, en de politie goed gefunctioneerd heeft. De opvolging van een entiteit gebeurt door de lokale taskforce (LTF,) de lokale politie, de federale politie, de inlichtingendiensten, het parket en de DVZ. Een aantal genodigden komt in de LTF samen om een persoon te bespreken die zich op het grondgebied van de LTF bevindt.

De insteek is veiligheidsgericht. Op het niveau van de Lokale Integrale Veiligheidscel (LIVC) die elke gemeente moet hebben, nodigt de burgemeester alle lokale sociopreventieve actoren uit om geradicaliseerde personen het gepaste begeleidingstraject te geven. Het gaat vaak om kwetsbare personen, jongeren of mensen met psychische stoornissen. De LIVC is bij uitstek ook de plek waar vroegdetectie een plaats heeft. De information officer van de politie is de enige van de veiligheidsketen die op de LIVC-sessie aanwezig is. Hij rapporteert nuttige info aan de LTF en omgekeerd.

Comme vous l'avez souligné, monsieur Thiébaut, on fait dans ces CSIL un travail sérieux qui doit être fait sérieusement. À travers tous les contacts que j'ai et les missions que je mène sur le terrain, je rappelle toujours l'importance et l'intérêt de faire fonctionner ces CSIL et de ne pas, comme j'ai eu l'occasion de le dire ici, partir du principe que la menace a disparu. Elle n'a pas disparu, nous l'avons vu. Comme l'a souligné la procureure fédérale, 80 dossiers ont en effet été ouverts cette année. Si on avait besoin d'une piqûre de rappel, je pense qu'elle a été donnée.

Het is juist dat de werking van de LIVCR nog efficiënter kan worden gemaakt, vooral op het vlak van de overdracht van informatie die voortkomt uit casusoverleg. De federale overheid kan ter zake echter niet alleen optreden. Ze moet samenwerken met de deelstaten en het gemeentelijke niveau.

Ik plan ook om samen met collega Verlinden het samenwerkingsakkoord met de gemeenschappen dit jaar nog op de regeringstafel te leggen. Zodra er informatie opduikt over mogelijke intenties om tot actie over te gaan, wordt de structuur van de JIC-JDC geactiveerd, waarna de te treffen maatregelen in overleg tussen al die diensten daadwerkelijk worden getroffen en desgevallend een gerechtelijk dossier wordt geopend. Er is met andere woorden een constante waakzaamheid bij de veiligheidsdiensten. Ik wil dat benadrukken. De Strategie T.E.R. wordt overigens regelmatig geëvalueerd.

De Strategie beschikt, zoals u weet, ook over een tool voor informatie-uitwisseling, namelijk de gemeenschappelijke gegevensdatabank T.E.R. Die tool stelt alle partners, niet alleen uit de veiligheidssector, in staat om informatie uit te wisselen en beschikbaar te stellen. De informatie laat het OCAD ook toe om de individuele evaluatie van elke entiteit in de databank bij te werken en te verfijnen. Eerder in 2025 heb ik de bijbehorende omzendbrief ondertekend, die duidelijke instructies geeft aan de gebruikers.

Voorzitter:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden. Mijnheer Meuleman, ik wens in de replieken de spits te mogen afbijten als parlementslid en zal dus niet als voorzitter van deze commissie spreken.

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de minister, mooie woorden stoppen helaas geen bommen. Mooie woorden stoppen spijtig genoeg ook geen kogels of drones.

Na de verijdelde aanslag was de regering er wel snel bij om voor de camera’s te verschijnen en de alertheid en daadkracht van onze politie- en inlichtingendiensten te prijzen. Ik deel die gelukwensen en dat respect. Dat is goed. Onze diensten doen hun werk op het terrein zoals het hoort.

Waar is echter die alertheid in het dagelijkse beleid? Waar is die daadkracht wanneer het gaat om het effectief aanpakken van de voedingsbodem van de islamitische radicalisering? Waarom moeten onze veiligheidsdiensten middelen en mankracht inzetten tegen islamitische terroristen, die hier in de eerste plaats niet zouden mogen zijn?

De lijn van het Vlaams Belang is duidelijk. Leg de focus op de islamitische terreurnetwerken en radicalisering, niet op randfenomenen waarvoor tot op vandaag geen effectieve feiten bestaan die wijzen op aanslagen. Versterk onze veiligheidsdiensten in de strijd tegen islamitisch terrorisme. Geef onze veiligheids- en inlichtingendiensten de juiste tools om hun werk efficiënt te doen met de beperkte middelen en mankracht waarover ze beschikken.

Voeg een volledige, taboeloze daderprofilering in. Wie sympathie toont voor moslimextremisme en wie terreurdaden pleegt of goedkeurt, moet de Belgische nationaliteit verliezen en worden uitgewezen. Voorzie eindelijk een grondige aanpak van de zogenaamde jihadistische veilige havens.

Wij wensen geen tweede Maalbeek en Zaventem mee te maken. Lijst de risicowijken op, zorg voor een permanente verhoogde politieaanwezigheid en voor systematische huiszoekingen op basis van de informatie die onze veiligheidsdiensten inwinnen.

Wat de eerste minister en andere politici, onder wie Geert Wilders, meemaken – dat gevoel van onveiligheid en dreiging – mag geen dagelijkse kost worden voor al onze mensen. Het gevaar is terug van nooit weggeweest en de regering-De Wever is daar medeverantwoordelijk voor. Het jihadistisch terrorisme blijft in dit land structureel aanwezig en deze verijdelde plannen zijn slechts het topje van de ijsberg.

Het Vlaams Belang is jammer genoeg de enige partij die deze dreiging altijd ernstig heeft genomen en altijd ernstig zal blijven nemen. De strijd voor onze veiligheid en tegen de levensgevaarlijke massamigratie zal het Vlaams Belang altijd blijven voeren, tot spijt van wie het benijdt.

In navolging van mijn interpellatie dien ik ook een motie van aanbeveling in. De vragen die ik aan de regering stel, heb ik al toegelicht in mijn betoog.

Franky Demon:

Dankuwel, mijnheer de minister, voor uw antwoorden, waarin ik mij grotendeels kan vinden. Het is goed dat u zegt dat het niet alleen om islamistische radicalisering gaat, hoewel dat nu de grootste problemen veroorzaakt en dat we de andere zaken ook niet mogen vergeten. Ik ben ook tevreden dat u ingaat op onze uitgestoken hand, op ons voorstel om de LIVC’s te versterken.

We moeten nog meer inzetten op informatie-uitwisseling en informatiedeling. Een betere samenwerking, hetzij via samenwerkingsakkoorden met de deelstaten, hetzij via overleg met de minister van Justitie, hetzij via andere wegen, is daarbij essentieel. Door informatie te delen en nauwer samen te werken, kunnen we dit fenomeen klein krijgen. U mag rekenen op onze volledige steun.

Ik ben daarnet geëindigd met het grootstedenbeleid en ik zal er ook nu mee eindigen. In de komende uren en dagen is er meer geld nodig voor het juridisch veiligheidsapparaat in ons land. Ik hoop u als partner aan de onderhandelingstafel te mogen ontmoeten.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de voorzitter, u hebt gelijk. Er zijn niet alleen woorden nodig, maar ook daden. Het afnemen van de nationaliteit van mensen die veroordeeld zijn voor terrorisme of het intrekken van hun verblijfsrecht is duidelijk nodig. Dat tonen deze feiten aan. Dat toont de verijdelde aanslag op onze premier aan. Dat toont het stijgende aantal terreuronderzoeken in ons land aan.

Wij hebben met onze fractie dan ook een wetsvoorstel ingediend om dat aan te pakken. We moeten dus niet alleen kijken naar de regering. We kunnen met het Parlement ook onze eigen verantwoordelijkheid nemen. Ik roep alle collega's op om daarvan snel werk te maken en dat voorstel te steunen. Dan kijken we niet alleen naar anderen, maar nemen we ook zelf onze verantwoordelijkheid op om mensen die veroordeeld zijn voor terrorisme duidelijk te maken dat zij in onze samenleving geen plaats meer hebben.

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoorden. Ik ben heel blij dat u ook mijn vraag over de drones, die we vorige week hebben besproken, echt ter harte neemt, dat u daar proactief mee aan de slag gaat en dat we maatregelen nemen om onze kritieke infrastructuur beter tegen drones te beveiligen. We hebben in deze situatie gezien dat het niet alleen over kritieke infrastructuur gaat.

Ik heb voor alle duidelijkheid geen pleidooi gehouden voor het afnemen van de encryptie van de berichtjes die mensen digitaal naar elkaar sturen. Daar hebben we inderdaad uitgebreid over gesproken. Wat ik bedoel, is dat de rekrutering van jihadistische milieus vaak gewoon op openbare fora gebeurt en vaak gewoon niet eens voor veiligheidsdiensten wordt verstopt. Ik zie dat heel veel op mijn eigen tijdslijn passeren, niet omdat ze mij aan het rekruteren zijn, maar omdat ik mijn werk hier in de commissie goed probeer te doen.

Dat er zoveel openbaar beschikbaar is, toont toch aan dat ook onze veiligheidsdiensten dat moeten kunnen aanpakken, dat zij dat moeten kunnen monitoren, zoals enkele vrijwilligers dat zeer grondig doen.

Mijnheer de minister, u hebt ook terecht over de LIVC's gesproken. Het is immers inderdaad belangrijk dat we die ondersteunen en grondig bekijken. Het is echter ook belangrijk dat we daar een correct overzicht van hebben. Ik heb u recent een schriftelijke vraag gesteld om te weten te komen waar er overal LIVC’s zijn en waar niet. Uit dat antwoord bleek dat we momenteel geen volledig overzicht hebben van welke gemeenten hun verplichtingen al zijn nagekomen en welke niet.

Ik wil u dan ook oproepen om druk te zetten op alle lokale besturen om hun verplichtingen na te komen en ervoor te zorgen dat we een overzicht hebben van waar dit correct wordt opgevolgd en waar niet. Ik denk dat de burger ook wil weten welke gemeentebesturen hun verantwoordelijkheid nemen en welke niet. Dank u wel.

Maaike De Vreese:

In 2016, na de aanslagen, is iedereen wakker geschud. Er zijn toen federaal heel wat structuren uitgewerkt die ook lokale structuren voorzagen, zoals de LIVC’s, maar ook de lokale taskforces.

Sommige gemeenten en steden, zoals Brugge, waren echter tot in 2023 nog altijd niet wakker. In Brugge was namelijk geen actieve LIVC. Dat komt nu opnieuw ter sprake, omdat we weten dat jihadistisch extremisme helemaal niet verdwenen is. We moeten dus absoluut waakzaam blijven en die LIVC’s moeten up and running zijn. Met mijn ervaring uit Brugge kan ik de vraag van mijn collega Jeroen Bergers daaromtrent dus alleen maar ondersteunen.

Minister, de versterking van onze federale gerechtelijke politie van Antwerpen sleept ook al zeer lang aan. Tijdens de regeringsonderhandelingen is zeer duidelijk gezegd dat daar versterking nodig is gezien de grote uitdagingen waarmee die diensten worden geconfronteerd. Dat tekort aan capaciteit is ook al geruime tijd gekend.

Er is nu dus echt nood aan een concreet actieplan, met tussentijdse doelstellingen en een toegewezen budgettair kader, gekoppeld aan de personeelscapaciteit en middelen. We moeten ook goede infrastructuur voorzien, want we moeten ervoor zorgen dat de verhoging van de personeelscapaciteit niet vastloopt op infrastructuurproblemen. Daarop moet dus eveneens een antwoord worden gegeven. Daarom vraag ik u om dit zeker ook met uw collega, minister Matz, op te nemen, zodat we daar niet vastlopen. Bedankt, mijnheer de minister.

Sam Van Rooy:

Na 60 jaar van roekeloze massa-immigratie en islamgepamper werd in de achtertuin van de eerste minister een jihadistische aanslag voorbereid. Ik woon op slechts enkele honderden meters daarvandaan. Ik ben daar geboren en getogen en heb daar schoolgelopen. In enkele decennia tijd is de Herentalsebaan, waar de bewuste Sint-Rochusstraat op uitkomt, verworden van een fijne, typisch Vlaamse winkelstraat tot een verloederde geïslamiseerde straat met vooral halalwinkels, die soms ook erg louche blijken te zijn. De bibliotheek werd steeds vaker vervangen door de Koranschool, de kerk door de moskee en de minirok door de islamitische sluier. De Vlaming voelt zich daar allang niet meer thuis, terwijl de moslimfundamentalist zich daar als een vis in het water voelt. Zo is er een moskee gekomen waar islamitische boeken liggen, waarin niet-moslims worden gebrandmerkt als inferieure en te bestrijden kafirs. In de Koran staan maar liefst 164 jihadistische verzen, zoals Soera 9, vers 5: “Dood hen, waar je ze ook vindt.” Niet toevallig is negen op de tien personen op de terreurlijst moslim, een gigantische oververtegenwoordiging. Dat komt dus neer op 30.000 moslims in Antwerpen, die allicht ook begrip hebben voor de drie moslimterroristen die De Wever en Wilders wilden omleggen.

Dat zijn de cijfers, mijnheer Van Tigchelt. Ik spreek niet over alle zelfverklaarde moslims en dat zeg ik ook nooit. Ik vraag u daarom om mij geen woorden in de mond te leggen. Het gaat dus niet om iedereen die zichzelf moslim noemt, maar wel om veel te veel moslims.

Minister, wie islam zaait, zal sharia en jihad oogsten. Zolang de regering-De Wever dat niet inziet en zelfs ten strijde trekt tegen zogenaamde islamofobie, zal het probleem van de islamisering en de jihadistische terreur alleen maar groeien.

Catherine Delcourt:

Monsieur le ministre, la menace terroriste demeure bel et bien réelle. Elle exige encore toute votre vigilance et votre investissement. Merci pour vos réponses.

Je veux à nouveau saluer le travail remarquable qui a été mené par les services de renseignement et les services de sécurité, parce que ce qu'ils ont fait n'est pas rien. Ils ont été actifs, pertinents, sur la balle et ils ont pu intervenir pour déjouer cet attentat. Ce n'est pas anecdotique, on ne le répétera jamais assez. C'est grâce à une vigilance et une coordination exemplaires qu'un attentat d'une extrême gravité a pu être déjoué.

La lutte contre le terrorisme et la radicalisation ne se limite pas aux seules mesures sécuritaires. Elle repose également sur la prévention et la détection de tout signe ou comportement susceptible d'annoncer de tels passages à l'acte. Je salue par conséquent toutes les initiatives que vous avez d'ores et déjà prises et mentionnées en matière de renforcement des services et de la coopération. Je salue tout ce que vous allez mettre en place au sujet des CSIL, sur la sécurisation des drones, sur l'accès à des banques de données, notamment la banque de données T.E.R., etc. C'est donc un dispositif global qui doit entourer cette problématique gravissime pour notre société. Derrière votre action, celle de la Justice sera indispensable pour continuer à délivrer un message fort et total, dans la lutte contre ces phénomènes intolérables dans notre société.

Brent Meuleman:

Mijnheer de minister, sta erop om nogmaals onze veiligheidsdiensten te danken en te feliciteren voor het verijdelen van de geplande aanslag. De gebeurtenissen tonen aan dat er nog steeds een terreurdreiging aanwezig is. Bovendien verandert de aard ervan. Drones nemen een steeds prominentere rol in bij conflicten en geweld. Ik kan dan ook alleen maar toejuichen dat u initiatieven hebt genomen en nog zult nemen om, ik citeer u, “de droneproblematiek aan te pakken”. We moeten er alles aan doen om de veiligheid van onze samenleving en onze democratie te waarborgen. Onze democratie is bijzonder kwetsbaar en de impact van polarisatie valt absoluut niet te onderschatten.

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de minister, ik ben het eens met veel van hetgeen de collega’s al zeiden, niet het minst met het feit dat onze systemen de voorbije jaren zijn versterkt. Er zijn de LTF’s, de LIVC’s en de strategie-TER. Tijdens de vorige legislatuur hebben we ook de Veiligheid van de Staat versterkt. Dat mogen wij niet veronachtzamen. Er kwam een aangepast wetgevend kader en een verdubbeling van het personeelsbestand. Dat was nodig, omdat een sterke inlichtingendienst geen luxe maar een noodzaak is, zeker in het licht van het gewijzigde dreigingsbeeld. Het gaat vaak om jongeren die achter hun scherm zeer snel radicaliseren. We weten allemaal hoe moeilijk het is voor onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten om dat tijdig te detecteren en in de kiem te smoren.

Als we de ziekte correct willen bestrijden, moeten we eerst de juiste diagnose stellen. Ik ben blij dat collega Van Rooy het met mij eens is. Ik hoop dat hij dat de volgende keer ook met zoveel woorden herhaalt. Het probleem in ons land is niet de islam. Het is niet de islam, die voor de problemen zorgt. Het probleem is wel – ik herhaal het – het islamisme. Dat is het probleem en dat moeten we onder ogen zien. Daaromtrent mogen we niet naïef zijn. Het islamisme wijst ons westerse normen- en waardenstelsel af. Dat islamisme is sterk verweven met staten. Beste collega’s, er bestaan bepaalde fabrieken van het islamisme: de Moslimbroederschap, het wahabisme, het salafisme, het Turks-islamisme en het Iraans-islamisme.

Zijn er in het verleden fouten gemaakt? Zijn we naïef geweest? Ik denk van wel. Dat moeten we ootmoedig toegeven. Sinds de aanslagen van 2016 hebben we die naïviteit echter grotendeels verloren. Er zijn ook initiatieven genomen tegen de fabrieken van het islamisme. Ik zou ze hier kunnen opsommen, het gaat onder meer over onze contacten met de Saoedi’s en maatregelen ten opzichte van de moslimexecutieve. Wij moeten waakzaam blijven. In ieder geval moeten we natuurlijk de ziekte bestrijden, maar eerst de juiste diagnose stellen.

Ik wens u nog veel succes, mijnheer de minister.

Moties

Motions

Voorzitter:

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Ortwin Depoortere en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van de heer Ortwin Depoortere en het antwoord van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris, - overwegende dat de islamitische terreurdreiging actueel en reëel de grootste terroristische bedreiging voor onze nationale veiligheid vormt; - overwegende dat dit land historisch een disproportionele dreiging kent en een voedingsbodem blijkt te zijn voor islamitische radicalisering; - overwegende dat dat jihadistisch terrorisme in dit land en de bredere Europese Unie structureel aanwezig blijft en dat de verijdelde plannen het topje van de ijsberg zijn; - overwegende dat de strijd tegen terreur cruciaal is; vraagt de regering - onmiddellijk onze veiligheidsdiensten op te dragen om de focus van hun onderzoeken te leggen waar die hoort: bij de islamitische terreurdreiging; - propaganda voor jihadisme en het bezit alsook de verspreiding van jihadsymboliek strafbaar te maken met een effectieve celstraf en dit prioritair op te sporen; - intrekking van nationaliteit en uitwijzing mogelijk te maken wanneer sprake is islamitische radicalisering; - te starten met een volledige doorlichting van alle moskeeën en islamitische verenigingen; sluiting van extremistische moskeeën; uitzetting van haatimams; stopzetting van subsidies en buitenlandse financiering; - onmiddellijk een lijst van risicowijken vast te leggen met permanente verhoogde politieaanwezigheid en systematische huiszoekingen op basis van informatiewinning door onze veiligheidsdiensten; - een volledige daderprofilering toe te laten en te faciliteren, inclusief afkomst, religie enzovoort. " Une motion de recommandation a été déposée par M. Ortwin Depoortere et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de M. Ortwin Depoortere et la réponse du ministre de la Sécurité et de l’Intérieur, chargé de Beliris, - considérant que la menace terroriste islamique constitue actuellement et réellement la principale menace terroriste pour notre sécurité nationale; - considérant que notre pays est historiquement confronté à une menace disproportionnée et apparaît comme un terreau propice à la radicalisation islamiste; - considérant que ce terrorisme djihadiste demeure structurellement présent dans notre pays et plus largement au sein de l'Union européenne et que les projets déjoués ne constituent que la partie émergée de l'iceberg; - considérant que la lutte contre le terrorisme est cruciale; demande au gouvernement - de charger immédiatement nos services de sécurité de concentrer leurs enquêtes sur l'essentiel, c'est-à-dire la menace terroriste islamique; - d'assortir la propagande en faveur du djihadisme ainsi que la possession et la diffusion de symboles djihadistes de peines d'emprisonnement effectives et d'enquêter prioritairement sur ces délits; - de permettre la déchéance de la nationalité et l'expulsion en cas de radicalisation islamiste; - de soumettre toutes les mosquées et associations islamiques à un examen complet; de fermer les mosquées extrémistes; d'expulser les imams prônant la haine; de mettre fin aux subventions ainsi qu'aux financements étrangers; - d'établir immédiatement une liste de quartiers à risque, avec une présence policière renforcée en permanence et des perquisitions systématiques sur la base des informations recueillies par nos services de sécurité; - d'autoriser et de faciliter un profilage complet des auteurs, y compris leur origine, leur religion, etc. " Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Catherine Delcourt. Une motion pure et simple a été déposée par Mme Catherine Delcourt . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close. La question n° 56007188C de M. Hugues Bayet est transformée en question écrite.

Het verklaren tot persona non grata van de tot geweld aanzettende rapper Bob Vylan
Het optreden van een antisemitische artiest en de screening van strafbare feiten
De gemaskerde moslimtiener die op straat met een Syrische jihadist poseert
Controversiële artiesten en strafbare uitingen in de publieke ruimte

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 8 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy kaart antisemitische en geweldsopruiende optredens in België aan, met name van rapper Bob Vylan (oproepen tot moord op IDF-soldaten en Charlie Kirk) en "comedian" Sundeep Bhardwaj (antisemitische retoriek, vergelijkbaar met Dieudonné), en vraagt hun verbod als *persona non grata*. Minister Quintin wijst dit af: Vylan’s optreden verliep incidentloos, Bhardwaj pleegde geen strafbare feiten, en juridische maatregelen ontbreken—bevoegdheden liggen bij lokale overheden en veiligheidsdiensten. Van Rooy bekritiseert de selectieve toelating (antisemieten welkom, Israëlische kunstenaars/diplomaten geweerd) als "Belgistan", maar de minister houdt vast aan procedurele grenzen en ontkracht bovendien de jihadist-claim over de gefotografeerde tiener.

Sam Van Rooy:

Afgelopen zomer trad de Britse rapper of iemand die daarvoor wil doorgaan, Bob Vylan, op in België, op Rock Herk. Hij roept systematisch op het podium op tot moord op elke IDF-soldaat, wat de facto vrijwel elke Israëliër betekent, ook op ons grondgebied. Nu juicht die kansenparel tijdens zijn optredens ook de koelbloedige executie van Charlie Kirk toe. Ik heb zijn woorden goed beluisterd. In wezen voegt hij er de waarschuwing aan toe dat eenieder die zegt wat Charlie Kirk zegt, hopelijk doodgeschoten mag worden.

Ik raad iedereen aan de misselijkmakende beelden uit de Paradiso in Amsterdam te bekijken. Ze zetten gewoon aan tot geweld. Misschien nog zorgwekkender is dat heel de zaal juichte. Daar zullen vast wel wat Belgen tussen gezeten hebben.

Wat is uw reactie hierop, minister?

Ik vraag u heel duidelijk of de regering die tot dodelijk geweld aanzettende Britse rapper – als we dat woord mogen gebruiken – tot persona non grata kan verklaren, zodat hij zijn gevaarlijke vergif niet meer op podia op Belgisch grondgebied kan spuien?

Op 14 oktober treedt in Antwerpen de degoutante antisemiet Sundeep Bhardwaj op, zogenaamd als comedian. Op 24 september trad hij op in Gent. Hij is van Indiase afkomst en woont in Luxemburg. Deze figuur zegt onder meer dat de Malediven een van zijn favoriete plekken op aarde zijn, omdat het een van de meest antisemitische plekken op aarde is, wat helaas ook klopt. Niet toevallig neemt Sundeep het op voor de tot geweld aansporende antisemitische rapper Bob Vylan.

Sundeep doet sterk denken aan de Franse komiek of eerder als komiek vermomde antisemitische activist Dieudonné M'bala M'bala. Wie kent hem nog? Die werd uiteindelijk ook in ons land veroordeeld, onder andere voor negationisme. Zijn activistische, antisemitische optredens werden uiteindelijk ook verboden. Deze Sundeep is dus een soort Dieudonné 2.0 en ik vermoed dat helaas nog dergelijke figuren zullen opstaan.

Mijnheer de minister, wat vindt u hiervan? Worden die zogenaamde stand-upcomedy optredens in ons land, terwijl het eigenlijk vermomd antisemitisch activisme betreft, opgevolgd en gescreend op strafbare uitspraken? Zo niet, waarom niet? Kunt u zich eventueel inzetten om deze persoon ook tot persona non grata te verklaren? Hij moet namelijk ook uit het buitenland komen. Ik raad u en uw diensten aan om nu al eens te screenen op sociale media wat hij allemaal over onze Joodse medemens zegt.

Er is een foto opgedoken van een gemaskerde moslimtiener die op de Keizerlei in Antwerpen trots poseert met de Syrische jihadist Abdul Baset al-Sarout. Ik heb u die beelden bezorgd. Als dat geen zorgwekkende radicalisering of islamisering is, dan weet ik het ook niet meer. Wordt deze vermoedelijk minderjarige moslimtiener opgespoord, op zijn minst met het oog op deradicalisering?

Bernard Quintin:

Mijnheer Van Rooy, wat Bob Vylan betreft, het begrip persona non grata komt voort uit het Verdrag van Wenen en is niet van toepassing op rockzangers, goede of slechte, maar alleen op diplomaten. Onderdanen van het Verenigd Koninkrijk kunnen visumvrij naar België reizen. De minister van Asiel en Migratie kan een vreemdeling die de openbare orde ernstig heeft verstoord wel uitzetten of terugwijzen. De beslissing om een artiest te laten optreden tijdens een evenement behoort tot de organisatie en valt onder de bevoegdheid van de burgemeester. Ik heb van mijn diensten begrepen dat het optreden van Bob Vylan op Rock Herk deze zomer zonder incidenten is verlopen. Daarmee is de kous wat mij betreft af.

Ik kom tot uw vraag over het optreden van Sundeep Bhardwaj.

Op basis van de informatie die ik hierover opvroeg, zijn er tot heden geen strafbare feiten gepleegd. Het OCAD acht de kans op extremistische uitspraken bij dergelijke optredens of verstoring van de openbare orde onwaarschijnlijk. Wanneer er aanwijzingen zijn dat er toch extremistische uitspraken gedaan zouden worden die aanleiding geven tot radicalisering of oproepen tot haat of geweld, zullen onze veiligheidsdiensten daarnaar ongetwijfeld onderzoek doen.

Dan kom ik aan uw vraag over de foto van een jongeman die in Antwerpen - en ik citeer u – “op straat trots poseert met de Syrische jihadist Abdul Baset al-Sarout”. Volgens open bronnen is Abdul Baset al-Sarout in 2019 overleden in Syrië. Deze persoon staat daarnaast niet te boek als jihadist.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, in dit land werd Lahav Shani, een Israëlische topdirigent, gecanceld en worden twee democratisch verkozen Israëlische ministers tot persona non grata verklaard. Wie is daarentegen wel welkom in dit land? Een als comedian vermomde antisemitische activist uit India, Sandeep Bhardwaj, een Dieudonné M’bala M’bala 2.0. Wie is nog welkom in dit land? Verheerlijkers van moorddadige jihadisten die hier alleen fysiek leven maar mentaal in de islamitische wereld verblijven, zoals dus die jonge moslim in hartje Antwerpen. Ik heb u de foto bezorgd. Wie is nog welkom in dit land? De zogenaamde rapper Bob Vylan, die op het podium oproept tot moord.

Op deze foto ziet u deze neanderthaler, die de overheid in Belgistan blijkbaar verkiest boven een beschaafde, talentvolle topdirigent, die u hier ziet, namelijk Lahav Shani. Dit is Belgistan anno 2025. Dit soort neanderthalers wordt hier verwelkomd, terwijl beschaafde topdirigenten het land worden uitgezet. Het is werkelijk te beschamend voor woorden.

Voorzitter:

Vraag nr. 56008249C van de heer Bergers wordt omgezet in een schriftelijke vraag.

De Global Sumud Flotilla
De bescherming van en de steun aan de vloot naar Gaza
De associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Israël
De Belgische investeringen in de nederzettingen in de door Israël bezette gebieden
Het uitblijven van concrete maatregelen van de Europese Unie tegen de humanitaire blokkade in Gaza
De voorwaarden voor de erkenning van Palestina
De situatie in Palestina
De blijvende focus op de humanitaire situatie
De financiële steun voor de heropbouw van Palestina
Het intensifiëren van de medische evacuaties van kwetsbare kinderen
Gewelddadige kolonisten, kolonistenorganisaties en leden van Hamas
Het wapenexport- en wapentransitverbod
De importban
De beperking van de consulaire diensten ten aanzien van Belgen die in de nederzettingen wonen
Overvluchten
De maatregelen op EU-niveau
De erkenning van de Staat Palestina
De aanhoudende financiering van dodelijk jihadistisch terrorisme door de Palestijnse Autoriteit
De reactie op de uitschakeling van terroristische leiders in Qatar
Belgen die meevaren met de Hamasvloot
De genocide in Gaza en de bescherming van de Gazavloot
De bescherming van en de steun voor de vloot die naar Gaza onderweg is
De sancties tegen Israël
De diplomatieke contacten in verband met Palestina en het probleem van de sancties
De vloot die naar Gaza onderweg is om de blokkade te doorbreken
Het Amerikaanse vredesplan voor Gaza
De New York Declaration en de Palestijnse Staat
De uitvoering van het akkoord over Gaza
Het Amerikaanse vredesplan voor het Midden-Oosten
De tenuitvoerlegging van het invoerverbod voor producten uit de Israëlische nederzettingen
EU-beleid, sancties en humanitaire steun inzake Israël, Palestina en Gaza

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Belgiës rol in het Israëlisch-Palestijnse conflict, met focus op de humanitaire flottille naar Gaza, het Trump-plan voor vrede, sancties tegen Israël en erkenning van Palestina. België steunt diplomatiek de flottille (via Spanje/Italië) maar wijst militaire bescherming af, uit vrees voor escalatie, en benadrukt het risico voor Belgische deelnemers. Het Trump-plan (20 punten) wordt beoordeeld als onvolmaakt maar potentieel effectief voor een staakt-het-vuren en gijzelaarsruil, hoewel kritiek bestaat op het ontbreken van Palestijnse zelfbeschikking en Europese betrokkenheid. Sancties (importverbod nederzettingsproducten, beperking EU-Israël-akkoorden) worden voorbereid, maar België wacht grotendeels op Europese consensus—wat kritiek uitlokt over traagheid en "twee maten en twee gewichten". De erkenning van Palestina (politiek, nog niet juridisch) wordt bevestigd als drukmiddel, maar concrete stappen (KB) blijven uit. Humanitaire hulp (evacuaties, UNRWA-financiering) loopt, maar de blokkade van Gaza en Israëlische schendingen van internationaal recht blijven centraal in de kritiek.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre présence.

Ces derniers jours, des citoyennes et des citoyens européens, mais aussi des Belges, ont embarqué dans la flottille pour la liberté, en route pour Gaza. À l'heure où on parle, quelques bateaux s'approchent déjà du rivage gazaoui. Parmi eux, se trouvent des médecins, des militants, des militantes, des élus – dont une élue belge, Bénédicte Linard, ancienne ministre de la Culture –, mais aussi des visages de la société civile.

Leur geste n'est pas seulement symbolique et politique, il est aussi extrêmement courageux, parce que nos gouvernements ne font rien, ou pas suffisamment, en tout cas. Ces gens prennent des risques, ils risquent leur vie. Parmi ces personnes-là, il y a aussi des gens sans parti, sans étiquette, qui disent "assez", qui en ont marre de l'inaction complice de l'Europe. Des ministres israéliens qualifient de terroristes ces militants pour la paix qui veulent casser le blocus illégal imposé par Israël à Gaza, et les chancelleries européennes, dont la nôtre, malheureusement, restent silencieuses.

J'avais déjà posé la question au premier ministre, mais je vous la repose, monsieur le ministre. Quelles mesures concrètes prenez-vous pour protéger nos ressortissants et leur garantir un soutien diplomatique immédiat? Et que mettez-vous en place pour soutenir la flottille et protéger celles et ceux qui pacifiquement défendent le droit et veulent casser le blocus israélien?

Pendant ce temps, on a vu, ce 29 septembre, Donald Trump présenter un plan pour Gaza en 20 points, 20 points qui ne sont rien d'autre qu'un ultimatum qui dit, en gros, d'accepter ce plan ou subir. Le premier ministre israélien l'affirme également sans détour: " Israël will finish the job ", autrement dit, rendez-vous, ou alors on vous tue tous et on écrasera tout ce qui reste. Je n'ai pas l'impression que ce soit un plan de paix, ni une solution. C'est vraiment une mise en scène. C'est humilier un peu plus la population palestinienne. C'est faire de la paix une monnaie de chantage. Et l'Europe, une fois encore, commente, analyse, mais n'agit pas.

Monsieur le ministre, reconnaissez-vous que cette dynamique et cette rhétorique du finish the job augmentent dramatiquement le risque d'une escalade militaire et de pertes civiles massives? Et quelle position défend à ce sujet la Belgique au Conseil de sécurité auprès de nos partenaires européens? Allez-vous exiger des garanties réelles comme des corridors humanitaires, la protection des civils, des sanctions concrètes? Et surtout, comment allez-vous nous assurer que la construction et l'aide humanitaire ne soient pas instrumentalisées par Trump et Netanyahu?

Enfin, je reviens en Belgique et sur ce que notre propre gouvernement a décidé, puisque, le 2 septembre, vous avez annoncé qu'un arrêté royal allait interdire l'importation des biens produits dans les territoires occupés. C'est une décision dans la ligne de la Cour internationale de Justice (CIJ), et de ce que font déjà notamment l'Irlande et la Slovénie. Cette mission vous a été confiée, monsieur le ministre, mais, depuis, nous nous demandons où ça en est. Pendant que le Parlement avance, ou peut avancer, que le Conseil d'État a rendu un avis constructif, on ne voit pas ce qui arrive du gouvernement.

Sur quelle base juridique allez-vous fonder cet arrêté et avec quel calendrier? D'ici la fin de l'année? Ce texte va-t-il repasser en Conseil des ministres? Que couvrent exactement les termes "par la puissance occupante"? S'agit-il uniquement des entreprises publiques ou aussi des entreprises privées installées dans les colonies? Comment allez-vous traiter les produits qui entrent par le biais d'autres pays européens? Quel mécanisme de contrôle allez-vous mettre en place?

J'ai conscience que je vous pose de nombreuses questions, mais j'ai essayé d'être aussi claire et condensée que possible.

François De Smet:

Monsieur le ministre, mes questions ont été rédigées juste après l'accord pris en kern, de sorte qu'elles portent essentiellement sur des précisions.

Je commencerai par les investissements belges dans les colonies, les territoires occupés. La Cour internationale de Justice, dans son avis de juillet 2024, avait établi sans ambiguïté les conséquences juridiques découlant de la colonisation en cours dans les territoires occupés, considérant que "la présence continue de l' É tat d'Israël dans les territoires palestiniens occupés est illicite" et qu'il est dans l'obligation de mettre fin à sa présence illicite dans les territoires palestiniens occupés.

Dans ce même avis, la CIJ a également conclu que tous les É tats sont dans l'obligation de ne pas reconnaître la situation découlant de la présence illicite d'Israël dans les territoires palestiniens occupés et de ne pas prêter aide ou assistance au maintien de la situation créée par la présence continue de l' É tat d'Israël dans ce territoire. Il peut être déduit de cet avis qu'il s'agit de ne pas financer ces deux crimes de guerre, ce qui signifie refuser d'importer des produits mais aussi des services, et cesser les exportations et les investissements belges dans les colonies.

Or, l'accord intervenu au sein du kern début septembre sur Gaza prévoit, certes, une interdiction d'importation des produits mais ne comporte pas d'éléments sur les services, les exportations et les investissements. Monsieur le ministre, quelles sont les exportations et investissements belges dans les colonies existantes? Disposez-vous d'un recensement à cet égard?

Par ailleurs, en application de la ligne politique que vous vous êtes fixée, à savoir le respect du droit international, ne pensez-vous pas qu'il faudrait étendre l'interdiction aux services, aux exportations et aux investissements belges dans les colonies?

Ma seconde question concerne l'accord d'association entre l'Union et Israël qui contient, comme nous le savons tous, une clause dite essentielle faisant dépendre tout l'accord du respect des droits humains. Ceux-ci sont constatés comme étant violés selon l'Union européenne. L'ancien vice-président de la Commission européenne, Josep Borrell, s'est récemment exprimé publiquement, considérant que le fait de suspendre l'ensemble de l'accord d'association n'est pas une option politique discrétionnaire mais également une obligation légale.

L'accord intervenu au sein du kern prévoit le soutien belge à la suspension de deux volets de l'accord, à savoir le volet commercial et le volet recherche, innovation, coopération, technologique. Mais il subsiste des zones d'ombre. Qu'en est-il du soutien de notre pays à la suspension des autres volets?

Dans la mesure où ces autres volets ne seraient pas mis à l'agenda prochainement, avez-vous un mandat pour pouvoir soutenir d'autres suspensions, voire la suspension de l'ensemble de l'accord, si les positions des autres pays européens devaient évoluer?

Enfin, j'ajoute une dernière question puisque, l'actualité étant ce qu'elle est, je peux difficilement éviter de vous demander si la Belgique a un avis sur le plan proposé par M. Trump, qui a déjà l'accord d'Israël et qui propose une fin de guerre conditionnée par des éléments qui, pour certains, paraissent assez peu réalistes. Que pensez-vous de ce plan? Que penser, surtout, de l'inexistence complète de l'implication des Palestiniens, mais aussi des Européens, dans son élaboration?

De voorzitster : Mevrouw De Poorter is niet aanwezig.

Katrijn van Riet:

Mevrouw de voorzitster, mevrouw De Poorter wil haar vragen graag stellen aan het einde van dit debat.

De voorzitster : Goed. De heer Aerts is ook niet aanwezig, de heer Van der Elst evenmin. Dan is het woord aan de heer Van Rooy voor vier minuten.

Sam Van Rooy:

Minister, ik heb drie vragen voor u. Ten eerste, Israël heeft bewijzen dat de zogenoemde Gaza Flotilla wordt aangestuurd door Hamas. Saif Abu Kishk zou namelijk een Hamasagent zijn en eigenaar van de Flotillaboten via Cyber Neptune, een schermvennootschap in Spanje. In Gaza zijn ook documenten gevonden waaruit blijkt dat Hamas rechtstreeks betrokken is bij de financiering en uitvoering van de zogenaamde Sumud Flotilla.

Ook de vorige flotilla had banden met jihadistische groeperingen, waaronder Hezbollah. Het is bovendien illegaal om te proberen de zeeblokkade te doorbreken, want die is volgens het internationaal recht en het UN Panel of Inquiry legaal. Ik verwijs in dit verband graag naar het Palmer Report van 2011.

Verschillende Belgen nemen deel aan deze Gazavloot, onder wie de zogenaamde mensenrechtenactivist Alexis Deswaef.

Minister, verifiëren onze veiligheidsdiensten deze zorgwekkende bevindingen van Israël over die Gazavloot? Hoeveel Belgen nemen deel aan deze Hamasvloot en wie zijn dat precies? Kunnen zij nog rekenen op diplomatieke hulp? Ik mag hopen van niet. Worden ze gescreend op mogelijke banden met het jihadistisch-terroristische Hamas? Zo niet, waarom niet?

Ten tweede, minister, ik heb u hier al meermaals over ondervraagd, de Palestijnse Autoriteit blijft nog altijd maandelijks salarissen uitbetalen aan Palestijnse moslimterroristen en/of hun families als beloning voor jihadistische moorden of terreuraanslagen. Ondanks de belofte om dit weerzinwekkende zogenaamde pay-to-slay -systeem te stoppen, gaat de corrupte negationist Mahmoud Abbas hier gewoon mee door.

Dat hoeft niet te verbazen, want dat soort moslims is uiteraard niet te vertrouwen. In het Engels praten ze ons, westerlingen, naar de mond als het hen uitkomt. Vervolgens gaan ze aan hun eigen publiek, in casu de Palestijnse moslims, precies het tegenovergestelde zeggen en oproepen tot jihad tegen niet-moslims. Dat is de islam ten voeten uit, dus.

Van 2019 tot 2024 heeft de Palestijnse Autoriteit zo maar liefst 1 miljard dollar uitbetaald als beloning voor dode joden.

Tot nader order, proficiat, draagt de Belgische regering daar nog altijd vrolijk aan bij.

Mijnheer de minister, mijn vraag is evident, voor de zoveelste keer. Wanneer draait deze regering eindelijk de geldkraan dicht naar deze Palestijnse terrorismesponsor in Judea en Samaria?

Ten slotte, heel veel mensen zijn terecht verbaasd dat u nu plots het Gazaplan van Trump en Netanyahu steunt. Het gaat om een toch wel slim plan, dat, indien Hamas niet akkoord gaat – wat helaas te verwachten valt – Israël terecht de toestemming geeft to finish the job .

Ik ben zeer benieuwd hoe u dat verzoent met al uw eerdere stellingnames, met uw systematische demonisering van Israël en met al uw eenzijdige, toch wel populistische oproepen tot het sanctioneren van Israël.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, le gouvernement Netanyahu continue de violer le droit international en toute impunité avec le soutien indéfectible des États-Unis. En effet, entre l'attaque du 9 septembre à Doha contre un bâtiment en plein centre de la capitale et les attaques répétées de drones de ces dernières semaines contre les navires de la Flotilla, la communauté internationale reste silencieuse.

Mon groupe soutient fermement la Freedom Flotilla et exige que la Belgique soit aux côtés de ses ressortissants, peu importe les différences politiques. Il s'agit d'une question d'humanité et de solidarité. Alors que la famine est en train de tuer à Gaza, certains mettent leur vie au service de l'humanité.

Quelle a été votre réponse, monsieur le ministre? Eh bien, vous avez qualifié leur action d'inutile et vous refusez même de leur accorder la protection. Je tiens à rappeler que la protection de nos ressortissants belges à l'étranger est une question régalienne qui ne saurait être négociable. Comment justifier que la Belgique reste silencieuse alors que d'autres pays européens, tels que l'Italie, l'Espagne et la Norvège, ont pris des mesures concrètes? Vous avez simplement déploré l'attaque illégale à Doha, une attaque arbitraire contre un pays souverain, et vous n'avez ni soutenu ni protégé la Flotilla. Vous n'avez même pas condamné les attaques et les menaces contre elle.

Quelle est la position officielle de la Belgique face à ces attaques contraires au droit international? Quelles démarches diplomatiques avez-vous entreprises pour exiger le rétablissement du respect du droit international et la protection de nos ressortissants? Allez-vous pousser le gouvernement pour l'envoi d'une assistance maritime et consulaire pour protéger nos compatriotes belges? Dans le cas contraire, comment allez-vous le justifier?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, on a vu depuis hier un plan néocolonial en 20 points de Donald Trump être accueilli avec enthousiasme à la fois par Benjamin Netanyahu, le criminel de guerre, et par vous.

Monsieur le ministre, ce plan n'est pas un plan de paix, mais un ultimatum unilatéral américano-israélien. C'est une capitulation imposée, qui ne fera qu'au mieux mettre la guerre génocidaire à Gaza en pause, sans y mettre fin.

C'est une attaque frontale contre le droit international. Les arrêts de la Cour internationale de Justice exigent sans équivoque qu'Israël se retire des territoires occupés et garantisse le droit au retour des réfugiés palestiniens. Ces revendications sont jetées à la poubelle. Négation d'un état palestinien. C'est dit clairement. Division définitive des territoires palestiniens.

Vous avez salué cet accord, monsieur le ministre. Vous dites même: "c'est ce que la Belgique défend et c'est ce que la Belgique est prête à encourager".

Cela pose question. Est-ce cela que la Belgique salue? Ce genre de rejet du droit international, un plan qui ignore le droit du peuple palestinien à l'autodétermination, qui ne traite ni du colonialisme, ni de l'occupation, ni de l'apartheid, qui accueille un criminel de guerre comme Tony Blair comme responsable de l'administration de Gaza? Un plan dans lequel Netanyahu insiste pour que les troupes israéliennes ne quittent pas Gaza?

Ma première question, monsieur le ministre: comment pouvez-vous saluer un tel plan pour le peuple palestinien?

Deuxième chose, vous avez aussi salué la reconnaissance de l'État palestinien par la Belgique, ce qui est faux, monsieur le Ministre. Dans vos propres gouvernements, des messieurs comme M. Bouchez disent exactement le contraire de vous. Malheureusement pour vous, les faits lui donnent raison – parce que c'est une reconnaissance sous conditions, et ces conditions ne sont pas réunies. De facto, il n'y a pas de reconnaissance. C’est un peu une reconnaissance fastoche de communication, mais qui ne s'applique pas dans les faits.

Monsieur le ministre, c'est une deuxième promesse que vous avez faite au peuple palestinien que vous n'honorez pas ici.

Je termine par le fait que l'accord de gouvernement prévoit des sanctions contre l'État d'Israël – enfin, "'sanctions", ce sont franchement des demi-mesures. D’'ailleurs, la semaine suivant votre annonce de cet accord, 110 000 personnes sont descendues dans la rue pour dire que c'est complètement insuffisant et pas à la hauteur de la situation.

Dans cet accord, vous mentionnez les deux ministres extrémistes et le chef du gouvernement, M. Netanyahu. Les autres membres du gouvernement ne sont-ils pas des extrémistes? Deuxièmement, vous évoquez des colons violents. Connaissez-vous, monsieur le ministre, des colons non violents? Surtout, quelles sanctions ont-elles été prévues contre l'État d'Israël? Aujourd'hui, aucune sanction économique concrète n'est prise contre cet État génocidaire. Interdire l'importation des produits issus des colonies est vraiment le minimum, mais cela ne répond pas à la gravité de la situation.

La population se mobilise pour compenser les manquements et l’inefficacité des gouvernements européens. Il y a cette flottille qui, dans un contexte marqué par la honte liée à la complicité de l’Union européenne avec Israël dans ce génocide, a mobilisé des personnes déterminées à briser le blocus et à acheminer de l’aide humanitaire. Ici, le premier ministre a déclaré que cette action était inutile, qu’il n’apporterait aucune protection à cette flottille, et que les gens n’avaient qu’à éviter les zones de guerre.

Pourtant, un génocide est en cours. Il faut intervenir. Les conventions nous y obligent. En tant que gouvernement signataire de ces conventions, vous ne les respectez pas. Les populations compensent donc ce manquement et vous ne leur apportez pas la protection nécessaire.

Monsieur le ministre, la Belgique va-t-elle prendre des mesures concrètes pour protéger la flottille en cours, lui apporter l’aide nécessaire et faire en sorte qu’Israël ne l’attaque pas, sachant que des menaces ont déjà été proférées depuis hier à l’encontre de ses passagers?

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, ce 22 septembre, aux yeux du monde, la Belgique a reconnu l'État de Palestine. Le discours du premier ministre a constitué une étape importante dans la mise en œuvre de l'accord que vous avez obtenu en kern le 2 septembre dernier.

La Belgique se trouve désormais en bonne compagnie aux côtés de nombreux États. Elle figure également parmi les pays ayant adopté le plus de sanctions pour assurer le respect du droit international par Israël, mais aussi contre les terroristes du Hamas. Elle a également une position en pointe au sein de l'Union européenne pour que d'importantes sanctions soient adoptées à ce niveau. À cet égard, il est important que d'autres pays puissent suivre notre position pour que les sanctions puissent être véritablement efficaces. Tout seul, notre pays n'aura qu'un impact limité.

Plus particulièrement, nous devons tout faire pour que les propositions que la Commission a présentées le 17 septembre dernier soient adoptées rapidement. Elle a fait son job. Il revient à présent au Conseil de l'Union européenne de faire le sien. Nous devons agir pour qu'une majorité qualifiée puisse être rassemblée afin d'adopter la suspension du volet commercial de l'accord d'association.

Monsieur le ministre, votre département a-t-il élaboré une stratégie pour inciter d'autres É tats à suivre les positions de la Belgique? Vous-même, avez-vous eu des contacts bilatéraux avec d'autres États pour expliquer les positions adoptées? Avez-vous déjà eu des discussions avec certains de nos partenaires européens au sujet des propositions de la Commission du 17 septembre dernier?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ten eerste, de tijd zal uitwijzen of het twintigpuntenplan een vredesplan is. Het heeft in elk geval de verdienste dat het op korte termijn de genocide kan stoppen.

De bedoeling is dat er een duurzame vrede tot stand komt, waarbij ook de erkenning van de Palestijnse staat in het vooruitzicht wordt gesteld en waarin de Palestijnse Autoriteit een rol speelt. Er zijn dus positieve elementen, zoals de vrijlating van de Israëlische gijzelaars binnen de 72 uur, een onmiddellijk staakt-het-vuren, humanitaire toegang, de volledige terugtrekking van het Israëlische leger uit Gaza op termijn en het idee van een overgangsregering met een internationale stabilisatiemacht.

Er zijn echter ook nog veel onduidelijkheden in en bedenkingen bij het plan. Zo lijken er geen veiligheidsgaranties voor het Palestijnse volk te zijn opgenomen, indien Israël zich niet aan de afspraken houdt. Sinds de akkoorden van Oslo weten we bovendien dat een tijdelijke Israëlische bezetting in een permanente bezetting kan uitmonden.

Hoe staat u tegenover het twintigpuntenplan? Was de Europese Unie betrokken bij de opmaak ervan of werd ze geconsulteerd om ook deel uit te maken van de board of peace ? Oorspronkelijk bevatte het plan ook een 21ste punt, een belangrijk punt, maar dat is weggevallen. Zijn er ook garanties voor een vredesplan voor de Westelijke Jordaanoever? Daarover wordt er immers niets gezegd.

Ten tweede, wat het akkoord in de Belgische regering over de oorlog in Gaza betreft, mijn wetsvoorstel om producten uit de bezette gebieden te verbieden, dat ik in de Kamer heb ingediend, kon rekenen op enkele constructieve opmerkingen van de Raad van State, die bovendien bevestigde dat zo’n verbod tot onze bevoegdheid behoort. In het akkoord staat dat de ministers van Economie en Financiën samen met u een koninklijk besluit zullen uitwerken voor een nationale importban, enkel voor goederen die geproduceerd, ontgonnen of verwerkt worden in de door Israël bezette gebieden. Hoe ver staat u met de opmaak van het KB, samen met uw collega-ministers? Wat is daarvoor de deadline? Hopelijk wordt het nog dit jaar afgerond, zoals Slovenië reeds heeft gedaan en Ierland hopelijk zal doen en zoals ook Spanje en Nederland overwegen. Wordt de ban ook van toepassing op diensten uit de bezette gebieden of niet?

Kathleen Depoorter:

Mevrouw de voorzitster, vandaag lopen we heen en weer tussen commissievergaderingen.

Mijnheer de minister, ik heb een aantal vragen over de situatie in Gaza, die opnieuw veranderd is sinds ik mijn vraag indiende. Zo ligt er nu het twintigpuntenplan. Hebt u kennis van de exacte bewoordingen van dat plan. Ik heb het opgezocht, maar niet gevonden. Misschien beschikt u wel over duidelijke omschrijvingen. Uiteindelijk kunnen we pas de kans op slagen ervan inschatten, als we kennis kunnen nemen van alle details en van de manier waarop het plan moet worden uitgevoerd.

Ik merk ook dat de veiligheidsgaranties op het einde van het traject bij de erkenning van Gaza en bij de erkenning van Israël door de Arabische staten nogal vaag omschreven zijn. Die staten hebben, zo verneem ik toch, aangegeven te zullen meewerken. In hoeverre hebt u er zicht op dat die medewerking ook leidt tot een uiteindelijke erkenning van Israël zelf?

Een ander probleem betreft de Westelijke Jordaanoever . Hoe wordt daarrond voortgewerkt? Hoe concreet zijn de garanties zijn dat de illegale nederzettingen niet worden ingenomen? Dat wordt nog steeds door de regering van Israël verkondigd. We moeten aandachtig blijven voor die kwestie.

Wat de positie van Europa betreft, in hoeverre was Europa betrokken bij de totstandkoming van dat plan? In hoeverre is er een Europese vertegenwoordiging in de vrijheidsbestuur van Gaza? In hoeverre acht u het democratisch proces onder controle? Ik denk dat we het erover eens zijn dat de inwoners van Palestina uiteindelijk een democratisch verkozen bestuur moeten kunnen installeren om zo hun volledige zelfbeschikkingsrecht te kunnen uitoefenen. In hoeverre is dat volgens u meegenomen in het stappenplan? Kan Europa daarin een stem hebben, opdat dat inderdaad gebeurt?

Ten slotte, hoe ver staat het met de uitvoering van de beslissingen van het kernkabinet? Hoe ver staat het met de uitwerking van eventuele sancties in Europa, sancties die ons land sowieso zal onderschrijven conform de beslissing die genomen is in het kernkabinet?

Pierre-Yves Dermagne:

Monsieur le vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, ce week-end, pendant que le président du gouvernement israélien, Benyamin Netanyahu, pérorait à la tribune des Nations Unies, où sa présence-même constituait une insulte à l'ordre juridique international, au droit international et même à la plus simple décence, j'ai eu l'occasion de me rendre à Catane pour soutenir les citoyens et les citoyennes courageux qui ont pris part à la flottille pour Gaza.

J'y ai vu des femmes, des hommes, des citoyens et citoyennes venus de toute l'Europe embarquer avec courage et dignité sur la flottille Thousand Madleens to Gaza . J'y ai vu des Belges, des Européens, des Européennes, des citoyens et les citoyennes engagés, solidaires et déterminés à briser le blocus illégal qui affame Gaza et sa population depuis des années, et avec une acuité et une violence décuplées depuis plusieurs mois maintenant.

J'y ai vu des militants qui refusent de rester les bras croisés devant le génocide en cours à Gaza. J'y ai vu des cœurs, et pas des armes. Des humanitaires, pas des provocateurs, et encore moins, bien entendu, des terroristes. Et, pourtant, depuis le départ de la Global Sumud Flotilla , ces embarcations civiles sont systématiquement attaquées. Des drones ont largué des grenades assourdissantes et des substances chimiques incendiaires sur le pont de différents bateaux remplis de civils. Suite à cela, des États comme l'Espagne et l'Italie ont immédiatement réagi, en envoyant des frégates pour protéger leurs ressortissants. L'Irlande a, quant à elle, accordé une protection diplomatique à ses ressortissants.

Et nous, monsieur le ministre? Quid de la Belgique? Nous avons d'abord eu droit à un silence radio de la part du gouvernement. Ensuite, des propos décalés, méprisants de la part du premier ministre à l'égard des citoyennes et citoyens courageux qui s'engagent dans cette flottille, en les présentant finalement comme des irresponsables qui prendraient des risques inconsidérés.

Et puis, monsieur le ministre, vous rendant compte qu'un total silence radio serait à la fois une faute politique, diplomatique et, plus important encore, morale, vous avez fait un petit pas. Et je tiens ici à le souligner, et le saluer d'une certaine manière, puisque vous avez pris langue avec vos homologues italien et espagnol pour que les frégates de ces deux pays puissent accorder leur protection aux citoyens belges qui naviguent sur les bateaux de la flottille.

C'est un premier pas significatif, mais insuffisant, monsieur le ministre. Face au comportement du gouvernement Netanyahu…

La présidente : Monsieur Dermagne, vous avez déjà parlé trois minutes.

Pierre-Yves Dermagne:

… Face aux attaques contre le droit international, il importe que la Belgique et son gouvernement aillent plus loin. Par conséquent, je vous demande, monsieur le ministre des Affaires étrangères, si vous entendez accorder la protection diplomatique aux ressortissants belges qui se trouvent sur la flottille. Entendez-vous demander au gouvernement et, en particulier, au ministre de la Défense d'envoyer également une frégate militaire pour protéger nos concitoyens?

La présidente : Ik geef het woord aan de minister.

Maxime Prévot:

Dank u, mevrouw de voorzitster. Merci, chers collègues. Vous avez été à nouveau nombreux à me poser des questions relatives à la situation au Moyen-Orient et à Gaza en particulier. Malgré l'absence de MM. Lacroix, Vander Elst et Aerts – lequel m'avait adressé de nombreuses questions – et comme une trentaine d'interventions étaient prévues à ce sujet, je vais tenter de répondre complètement, y compris aux questions des collègues absents, puisque nous avons pu prendre connaissance de leurs préoccupations préalables.

Qu'il n'y ait aucun doute à ce sujet: je continue de me préoccuper de ce qu'il se passe précisément, car ces événements sont extrêmement graves. Chaque jour, je travaille avec mes services, mon cabinet et mes collègues du gouvernement afin de trouver des solutions.

De militaire operaties van Israël tegen Gaza-Stad veroorzaken meer onschuldige slachtoffers, meer materiële schade en verdere massale verplaatsingen van de burgerbevolking. Samen met andere Europese landen heb ik de regering-Netanyahu opgeroepen om die plannen op te geven. Ik heb vervolgens de aanvallen veroordeeld en Israël herinnerd aan zijn verplichting om het internationaal humanitaire recht te respecteren.

Het is belangrijk dat zulke acties worden veroordeeld. Het is van essentieel belang om de aandacht te vestigen op schendingen van het internationale recht. Dat maakt deel uit van de strijd tegen straffeloosheid.

Comme nous le savons, les condamnations ne suffisent pas. La moitié des centres qui traitaient la malnutrition dans la ville de Gaza ont été détruits. Fin août, le secrétaire général de l'ONU déplorait une famine à Gaza. Le 16 septembre, la Commission d’enquête internationale indépendante de l’ONU sur le territoire palestinien occupé a estimé qu’il y avait un génocide à Gaza.

Face à la situation, il faut des mots forts, c’est évident, mais il faut aussi des actes concrets, ce qui l’est tout autant. C’est la raison pour laquelle j’ai fait de nombreuses propositions très précises que le kern a décidé d’entériner le 2 septembre dernier. Vous les connaissez, chers membres de la commission, puisque je suis venu dès le lendemain vous les présenter au sein même de cette commission.

Certaines d’entre elles avaient déjà été envisagées sous la précédente législature, mais c’est l’Arizona qui les a adoptées lors de son Conseil des ministres du 12 septembre dernier.

De heer Aerts en enkele collega's hebben mij gevraagd hoever de uitvoering van elk van die besluiten gevorderd is. Ze zijn niet allemaal van mij afhankelijk, maar na overleg met mijn collega's kan ik meedelen dat ze allemaal ofwel werden uitgevoerd ofwel in het proces van uitvoering zijn, met een tijdschema dat varieert. Zoals u zich kunt voorstellen, duurt het wijzigen van een wet langer dan het persona non grata verklaren van individuen. U hebt me ook veel vragen gesteld over de uitdagingen bij de uitvoering van die besluiten. U bent zich daar dus terdege van bewust.

Sommige van die besluiten zijn inderdaad primeurs. Ze inspireren trouwens ook andere landen, die België als voorbeeld nemen, mevrouw Depoorter. Met name Spanje kondigde enkele dagen later maatregelen aan die vergelijkbaar zijn met het Belgische pakket. We hebben verzoeken ontvangen van andere partners, die ook nationale maatregelen willen nemen. De Palestijnse missie in België heeft de Belgische regering bedankt voor haar moed en daden. Verschillende ngo's hebben me geschreven om mijn voorstellen te verwelkomen en me aan te moedigen de uitvoering ervan voort te zetten.

Monsieur Boukili, vous pensez qu'il faut agir plus vite et faire encore plus. C'est évident! C'est la raison pour laquelle je veille à ce que les décisions prises par le gouvernement soient matérialisées le plus rapidement possible. Au demeurant, j'ai écrit à mes collègues pour les sensibiliser à l'urgence d'agir. Mes services ont contacté en parallèle leurs homologues afin d'obtenir rapidement des résultats. La machine est donc en marche. En soi, c'est déjà un signal envoyé au gouvernement Netanyahu.

Depuis la dernière fois que je suis venu devant vous, nous avons pu évacuer médicalement des enfants supplémentaires, atteints de pathologies complexes qui ne pouvaient être traitées dans la région. Quelques semaines auparavant, déjà, nous avions évacué d'autres enfants ainsi que leurs accompagnateurs. La Belgique se situe ainsi en quatrième place des pays de l'Union européenne en ce domaine, même si le nombre de personnes reste en soi bien modeste au regard de l'ampleur du drame. En tout cas, peu nombreux sont les pays à agir par rapport à ce qui devrait être, mais l'essentiel de ceux qui assument cette prise en charge sont l' Égypte, les Émirats arabes unis ou la Jordanie qui, en raison de leur proximité, font plus que nous. Ces évacuations sont complexes et coûteuses, mais elles ne dépendent pas que de la Belgique. Nous ne maîtrisons pas de nombreux acteurs et de multiples facteurs. Il ne suffit pas de rêver à évacuer les gens de Gaza. Il faut se rendre compte que, dans ce contexte de guerre, arriver à identifier leur localisation, prévoir et sécuriser des couloirs d'extraction, s'assurer que ce qui avait été prévu la veille est encore valable le lendemain matin, procéder aux checks de sécurité nécessaires et assumer la prise en charge, ce sont des choses qui se disent facilement, mais qui sont applicables beaucoup plus difficilement dans un contexte de guerre. En tout cas, nous allons évidemment poursuivre ces opérations par humanisme.

De heer Aerts had meer informatie gevraagd over de 12,5 miljoen euro aan humanitaire hulp die ik heb aangekondigd, bovenop de 7 miljoen euro die dit jaar al is toegezegd. De aangekondigde 12,5 miljoen euro omvat een bijkomende 4,5 miljoen euro voor UNRWA, 2 miljoen euro voor de activiteiten van het ICRC, met name de bescherming en bijstand aan de meest kwetsbare mensen in Gaza en nog eens 6 miljoen euro voor OCHA als flexibele financiering om onder coördinatie van de Verenigde Naties de actoren te ondersteunen die het best geplaatst zijn om aan de behoeften ter plaatse te voldoen.

Daarnaast werden de voorbereidingen opgestart om het lopende programma van onze gouvernementele samenwerking met de Palestijnse Autoriteit bij te sturen. De timing en concrete invulling hangen af van de verwachte evolutie op het terrein. In ieder geval zal België zich resoluut blijven inzetten voor de ontwikkeling van een stabiele en inclusieve rechtsstaat in de Palestijnse gebieden. Tevens zal worden bekeken in welke mate België zich, in het kader van een internationale en multilaterale samenwerking, kan aansluiten bij een gezamenlijke aanpak voor herstel en heropbouw.

À ce sujet, nous nous sommes associés voici quelques jours à plusieurs autres États qui ont lancé la Emergency Coalition for the Financial Sustainability of the Palestinian Authority.

Ik wil ook duidelijk stellen dat België wel degelijk reageert op de vernieling door Israël van projecten die mede door ons land zijn gefinancierd. Sinds 2017 hebben de EU en een aantal donoren op initiatief van België een gemeenschappelijke strategie ontwikkeld voor gevallen van sloop en inbeslagname, waarbij wij financiële compensatie van de Israëlische autoriteiten eisen. De donoren en de EU hebben officiële brieven gestuurd naar de COGAT (Coordinator of Government Activities in the Territories), de civiele administratie in de Palestijnse gebieden die onder het Israëlische ministerie van Defensie valt.

De overhandiging van die brieven gaat regelmatig gepaard met stappen die de ambassades van de betrokken lidstaten zetten ten aanzien van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken.

Il va évidemment de soi qu'une reconstruction de Gaza ne pourra être effective que si elle s'inscrit dans le cadre d'une perspective politique négociée garantissant les conditions pour que les Palestiniens et Israéliens puissent vivre durablement en paix côte à côte. C'est pour cela que le 22 septembre, à New York, la Belgique s'est jointe aux pays qui ont annoncé la reconnaissance de l' É tat de Palestine.

Cette décision était fidèle à la résolution que vous avez vous-même adoptée en mai dans ce Parlement et que le gouvernement avait décidé de faire sienne. Cette reconnaissance participe à la matérialisation de la solution à deux É tats pour laquelle nous plaidons, ceci parce que nous pensons que c'est la meilleure façon de permettre aux Israéliens et aux Palestiniens de vivre les uns à côté des autres pacifiquement et en sécurité dans la durée.

Dit was de eerste fase, de politieke fase. Het koninklijk besluit is immers onderworpen aan twee voorwaarden die het mogelijk maken om te voorkomen dat Hamas een blanco cheque krijgt. Als het Trumpplan wordt aangenomen, zal trouwens aan de twee voorwaarden worden voldaan: de vrijlating van de gijzelaars en de uitsluiting van Hamas van het bestuur van Palestina.

Monsieur Boukili, ne vous en déplaise à vous ou à d'autres de vos collègues, je peux témoigner que la semaine dernière à New York, lors de la semaine de haut niveau des Nations Unies, les propos de notre premier ministre à la tribune, évoquant clairement cette reconnaissance sur la scène diplomatique, ont été largement salués, y compris par les autorités palestiniennes. Personne ne m'a en effet accosté dans les couloirs en me disant "Monsieur le ministre, quand va venir le moment de l'adoption de l'arrêté royal en Conseil des ministres?" Ce qui importait pour la communauté diplomatique internationale, c'était la posture politique de la Belgique se joignant au groupe des autres pays qui ont reconnu l'État de Palestine.

S'il est vrai que certains, vous comme d'autres, pourraient considérer que la seule reconnaissance valable est celle qui produit des effets juridiques, à savoir celle qui fera l'objet d'une validation par le Conseil des ministres, alors oui, nous n'y sommes pas encore. On peut continuer à rester dans l'entre-soi belgo-belge, pétri de ses certitudes politiques, parce que cela sert évidemment le jeu majorité-opposition, il n'en demeure pas moins que l'effet de la position belge a été bien perçu sur la scène diplomatique internationale. Du reste, d'autres pays sont d'ailleurs en train d'observer et d'étudier, en interne de leur processus décisionnel, le processus qui a été le nôtre.

Rappelons aussi, parce que le débat autour de la question de la reconnaissance a parfois tellement supplanté le reste des dimensions de ce problème à Gaza, que la reconnaissance, même décidée de manière immédiate, n'est pas ce qui permet de nourrir les bouches affamées des enfants, des femmes, des citoyens actuellement en manque d'aide humanitaire à Gaza. C'est la raison pour laquelle – même si cette reconnaissance était extrêmement importante pour pouvoir s'ériger contre les velléités israéliennes d'annexion de la Cisjordanie, d'occupation militaire totale de Gaza ou de relance de nouvelles colonies illégales, pour préserver la solution à deux États, comme son nom l'indique – elle ne doit pas nous éloigner de l'essentiel, qui reste la crise humanitaire. Le seul moyen de faire sauter le bouchon inacceptable et illégal du blocus humanitaire, constitutif de crime de guerre, est d'agir sur le volet des sanctions.

À cet égard, la Belgique est dans le peloton de tête européen des mesures qui ont pu être prises. Je l'ai déjà dit, et je le répète, je vous mets au défi de trouver cinq pays européens qui ont pris des mesures aussi volontaristes que les nôtres en termes de sanctions.

In ieder geval blijven wij sancties opleggen aan Israëlische kolonisten en aan Hamas, zowel op nationaal als Europees niveau. We roepen de EU ook op met aanvullende voorstellen te komen die de druk op hen kunnen opvoeren.

Parce qu'il est clair que, si la Belgique ne pouvait plus rester derrière le paravent de l'inertie européenne pour s'exonérer de prendre des initiatives nationales – raison pour laquelle j'ai proposé cette batterie de mesures début septembre –, nous sommes aussi conscients que c'est en prenant des sanctions à l'échelle européenne que celles-ci auront potentiellement le plus d'impact sur Israël, puisque l'ensemble du marché européen représente le premier partenaire économique d'Israël.

Donc, nonobstant les mesures prises au niveau belge, nous continuons de plaider ardemment pour que des sanctions soient également prises au niveau européen pour maximiser l'impact de ces mesures. En attendant, nous travaillons à ce que nos mesures, jointes à des décisions nationales d'autres États, puissent atteindre une masse critique significative et avoir un effet d'entraînement, un effet boule de neige.

Wat Hamas betreft, willen wij dat die terroristische beweging de gijzelaars onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrijlaat. Tegelijkertijd moedigen we Israël aan om met Hamas te onderhandelen. Tot nu toe is het immers dankzij onderhandelingen dat de meerderheid van de gijzelaars is vrijgelaten.

Daarom betreur ik, mijnheer Van Rooy, net als de Europese Unie, de schending van de soevereiniteit van Qatar door Israël, dat op 9 september aanslagen heeft gepleegd in Doha. Op grond van artikel 2, paragraaf 4, van het Handvest van de Verenigde Naties is dat een ernstige schending van de soevereiniteit van Qatar. Die aanslagen zijn des te betreurenswaardiger omdat Qatar, samen met Egypte en de Verenigde Staten, een bemiddelende rol speelt om de vrijlating van Israëlische gijzelaars en een staakt-het-vuren in Gaza mogelijk te maken. Het waren echter juist de Hamas-onderhandelaars die Israël daar heeft gedood. U mag zich verheugen dat er mannen zijn gestorven, als u dat wilt, maar het internationale recht sluit buitengerechtelijke executies uit. Bovendien is het doden van Hamas-onderhandelaars waarschijnlijk geen goed nieuws voor de Israëlische gijzelaars, omdat het de deur sluit voor verdere onderhandelingsmogelijkheden, terwijl onderhandelingen tot nu toe meer resultaat hebben opgeleverd dan militair geweld.

Même si, évidemment, personne ne pleurera le décès de leaders terroristes du Hamas.

We veroordelen trouwens ook gelijkaardige Israëlische aanvallen in Libanon en Syrië. Het is aan deze landen om terreurorganisaties op hun eigen grondgebied te bestrijden, met respect voor de rechtsorde en de mensenrechten.

De twee voorwaarden, waarvan eerder sprake, om de staat Palestina wettelijk te erkennen, hangen niet af van Israël. Het is twijfelachtig of de regering-Netanyahu al het mogelijke doet om de gijzelaars vrij te laten, maar het is Hamas dat hen vasthoudt. Het is Hamas dat hen zou moeten bevrijden.

Over de voorwaarde dat terroristische organisaties zoals Hamas van het beheer van Palestina zouden worden uitgesloten, heeft Hamas gezegd dat het hiervan voorstander zou zijn. De verklaringen van president Abbas gaan in dezelfde richting, zoals ook is besloten door alle ondertekenende staten in de Verklaring van New York en het is ook wat het Trumpplan, dat Hamas bestudeert, biedt.

Mevrouw Van Hoof, madame Maouane, monsieur Boukili, je n'ai pas accueilli "avec enthousiasme", comme vous l'avez indiqué, monsieur Boukili, le plan proposé par M. Trump, plan que vous qualifiez de néocolonial. Mais j'ai, comme d'ailleurs l'immensité de la communauté internationale, salué ce plan. Même l'Espagne, que vous identifiez souvent comme étant le pays le plus en pointe dans la défense de la cause palestinienne, a salué ce plan, tout comme moi.

Ce plan n'est pas parfait, et l'Union européenne n'a pas encore été formellement impliquée à ce stade, non. Plusieurs pays arabes ont, par contre, été consultés en amont, notamment durant la semaine à New York. J'en ai été le témoin direct, et j'ai pu en parler avec plusieurs de mes homologues des pays arabes.

Ce plan exclut l'occupation de Gaza par Israël. C’est une bonne chose, mais les conditions du retrait mériteraient d'être clarifiées et précisées selon un calendrier précis, d'autant qu'on entend le premier ministre israélien émettre des objections à cette question.

Ce plan reconnaît que les Gazaouis doivent pouvoir rester chez eux. Il prévoit un cessez-le-feu et une augmentation de l'aide humanitaire; mais il resterait des obstacles à cette aide. Le sort de la Global Humanitarian Foundation, qui est problématique, nous le savons, n'est pas clairement réglé.

Le plan reconnaît aussi le droit à l'autodétermination du peuple palestinien, ce qui est notre position également. Mais les étapes pour parvenir à la solution à deux États restent à confirmer.

Il prévoit la libération des otages et celle de prisonniers palestiniens, dont des enfants. Il exclut le Hamas de la gouvernance de Gaza, ce que nous souhaitons également. Mais il part de la mise en place d'un board of peace , dirigé par des étrangers, ce qui peut aussi poser question. L'Autorité palestinienne est mentionnée, mais son rôle n'est pas évident.

Bref, ce plan n'est pas parfait, mais il a bien le mérite d'exister dans le contexte que nous connaissons. Malgré ses imperfections, il offre une base pour reprendre les négociations de manière crédible. C'est cela qui mériterait d'être salué.

In een verklaring naar aanleiding van het plan van president Trump herhaalde de Palestijnse Autoriteit ook haar positie over de hervormingen die toegezegd zijn op de Tweestatenconferentie in New York, inclusief presidents- en parlementsverkiezingen binnen één jaar na het einde van de oorlog; scholencurricula in lijn met de Unesconormen binnen de twee jaar uitvoeren; de afschaffing van het Martelarenfonds en de oprichting van een sociaal welzijnssysteem, onderworpen aan internationale controle. Een uitdaging zal echter het organiseren van verkiezingen zijn. De Palestijnse Autoriteit heeft geen toegang tot Oost-Jeruzalem, dat geannexeerd is door Israël, en momenteel ook niet tot Gaza. Toch wordt er nagedacht over creatieve oplossingen, ook om de mogelijke weigering van Israël te overwinnen.

Mijnheer Van Rooy, de hervormingen van het Martelarenfonds en van de schoolcurricula maken al deel uit van de voorwaarden voor Europese financiering. DG MENA (Directorate-General for the Middle East, North Africa and the Gulf) heeft technische teams ter beschikking gesteld aan de Palestijnse Autoriteit. De wetgeving rond het Martelarenfonds werd reeds in februari afgeschaft en vervangen door een nieuwe wet ter oprichting van een socialezekerheidsfonds gebaseerd op armoede-indicatoren. Begin september werd de eerste betaling verricht onder dat nieuwe socialezekerheidssysteem. Voorts werd ook een audit besteld, die de komende maanden zal worden uitgevoerd.

Ik wil de heer Van Rooy ook meegeven dat de Palestijnse Autoriteit van haar kant Israël al erkend heeft in 1993. De Palestijnse Autoriteit is echter niet beloond voor haar erkenning van Israël, wat extremisme in de hand heeft gewerkt.

Ik wens te benadrukken dat de erkenning van Palestina geen anti-Israëlische beslissing is. Het is de bevestiging van het Europese en Belgische beleid sinds decennia, waarbij we ons engagement ten aanzien van de tweestatenoplossing systematisch herhalen.

Volgens de beschikbare archieven tussen 2020 en vandaag was er één verzoek aan België voor diplomatieke toestemming voor overvluchten van Israëlische militaire vluchten. De weigering van verzoeken van de Israëlische autoriteiten voor militaire overvliegvergunningen geldt voor alle aanvragen. Er is nog nooit een verzoek ingediend voor een permanente diplomatieke toelating voor Israëlische militaire vluchten. Dat is mijn antwoord op een vraag van de heer Aerts.

Wat ons wapenuitvoerbeleid betreft, kan ik het volgende meedelen. In juni organiseerde ik reeds een interfederaal overleg met de betrokken beleidscellen en administraties. Het doel van dat overleg is enerzijds om de regels aan te scherpen en anderzijds om de uitvoering te verbeteren door middel van coördinatie en informatie-uitwisseling. Daarbij spelen Douane, Mobiliteit, Buitenlandse Zaken en de gewesten een rol. Vragen die specifiek over Douane en Mobiliteit gaan, moeten aan de bevoegde minister worden gesteld. Op basis van de beslissing van de Raad van ministers van september vond nog recent overleg plaats.

We hebben een politieke consensus bereikt om het akkoord tussen de federale overheid en de gewesten van 2009 aan te passen. Ik bereid bovendien een koninklijk besluit voor, samen met mijn collega Jean-Luc Crucke, de minister van Mobiliteit. Beide worden binnen de komende dagen verwacht.

Wat individuele sancties betreft, gaat het om verschillende lijsten. De namen die op Europees niveau zijn aangenomen, zijn meteen ook op Belgisch niveau overgenomen. We pleiten echter al meer dan een jaar op Europees niveau voor een uitbreiding van deze lijsten, zowel wat betreft de leden van Hamas als gewelddadige kolonisten en twee extremistische ministers.

Tot nog toe is daarover op Europees niveau geen consensus, zoals ik ook meermaals in deze Kamer heb aangegeven, niettegenstaande de juridische sterkte van deze voorstellen. Onze voorkeur gaat uiteraard nog steeds uit naar een Europese aanpak, maar in afwachting daarvan zullen wij op nationaal niveau deze individuen sanctioneren, als uitzonderlijke maatregel. De betrokken diensten werken aan de uitvoering hiervan. Persoonlijk hoop ik dat er stilaan een momentum ontstaat, zodat de Europese leiders hierover een gemeenschappelijk signaal kunnen geven. Ik hoop het des te meer na de verklaringen van de voorzitster van de Commissie, mevrouw Von der Leyen.

Mevrouw Van Hoof, laten wij eerlijk zijn, van alle maatregelen die ik aan het kernkabinet heb voorgesteld, zal het invoeren van een importban voor producten uit de illegale nederzettingen ongetwijfeld de moeilijkste worden. Zoals u allen weet, leven wij in een eengemaakte Europese markt en is de Europese Commissie bevoegd voor de handel met landen buiten de EU. Het Internationaal Gerechtshof heeft echter al meer dan een jaar geleden beslist dat derde staten, zoals België, de verplichting hebben de handel met de nederzettingen stop te zetten. Zo niet, dragen wij onrechtstreeks bij tot het bestendigen van een oorlogsmisdaad.

Dit geldt als onze juridische basis. Vandaar dat ik al aan de Europese Commissie heb gevraagd om ons richtlijnen te geven. Samen met ongeveer 10 andere EU-lidstaten heb ik bovendien een brief gestuurd naar de Europese Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger om samen te werken aan een Europees beleid hieromtrent. In afwachting van een Europees beleid willen wij op Belgisch vlak al van start gaan, in lijn met ons engagement ten aanzien van het internationaal recht.

Slovenië voerde al een importverbod in, enkel voor producten uit de nederzettingen. Ierland werkt eveneens aan een wetsvoorstel waarin ook de diensten en investeringen zouden worden opgenomen. Ook vanuit onze buurlanden Nederland en Luxemburg bestaat er belangstelling, evenals vanuit Spanje. Mijn diensten staan bovendien in contact met onze collega’s in Ierland, die eveneens een gelijkaardig voorstel uitwerken. Met andere woorden, ons initiatief krijgt tractie.

Het behoort tot de bevoegdheden van de FOD Economie om samen met de FOD Financiën de actie concreet uit te werken. Er zijn deelaspecten die eenvoudiger toe te passen zijn dan andere. Als voorbeeld kan worden vermeld dat de lijst met postcodes van de nederzettingen gekend is, waardoor de productiesites kunnen worden getraceerd. Ook de Verenigde Naties heeft recent een geactualiseerde lijst gepubliceerd van ondernemingen die actief zijn in de illegale nederzettingen. Om uw vraag te beantwoorden, geef ik mee dat geen enkel Belgisch bedrijf daarin is vermeld.

C'est bon à savoir! Cette mise à jour faite par les É tats, par les Nations Unies, précise bien que, dans toute cette liste d'entreprises qui agissent dans les colonies illégales, ne figure aucune entreprise belge.

Pour répondre de manière plus précise encore à M. De Smet, qui m'interrogeait sur les modalités pratiques de la mise en œuvre de cette sanction décidée par le Conseil des ministres et visant à interdire l'importation de ces produits, je ne peux que vous inviter à l'avenir à interroger mes collègues de l'Économie et des Finances chargés de la mise en œuvre pratique de cette décision, et non les Affaires étrangères. Madame Maouane, la décision du Conseil des ministres vise bien à interdire non seulement les produits issus d'entreprises publiques israéliennes mais aussi ceux des entreprises privées installées dans les colonies. Pour les mécanismes de contrôle et les modalités d'importation via d'autres pays de l'Union européenne, comme je viens de le préciser, je ne peux que vous orienter vers mes collègues en charge de l' É conomie et des Finances.

Monsieur De Smet, nous prenons nos responsabilités au niveau national et aussi au niveau européen qui, je l'ai déjà dit, reste incontestablement le niveau le plus pertinent pour agir. Mais ceci ne doit pas nous dédouaner de nos propres initiatives. La Belgique soutient clairement la suspension partielle et même potentiellement totale de deux volets de l'accord: le volet commercial et le volet recherche-innovation-coopération technologique.

Je rappelle qu'à la lecture de la décision prise par le kern, entérinée ensuite par le Conseil des ministres, j'ai reçu un mandat clair et total d'appuyer toutes les sanctions qui seront mises sur la table par l'Union européenne et de pouvoir même les plaider. Vous aurez vu dans la liste que nous avons évidemment évoqué le fameux accord d'association entre l'Union européenne et Israël, tant sa suspension totale que partielle. Mais nous avons été bien au-delà, en listant toute une série d'autres accords entre l'Union européenne et Israël et pour lesquels la Belgique est demandeuse. Elle-même soutiendra donc toute sanction possible.

Monsieur Kompany, le 17 septembre la Commission européenne a finalement présenté un paquet de mesures et de sanctions aux États membres. Il y a donc quelques jours de cela, suite aux demandes que j'avais formulées à plusieurs reprises avec d'autres collègues européens. J'ai en effet eu des discussions avec certains de mes partenaires européens sur ces propositions. Pour les adopter, il faudra, selon les mesures proposées, tantôt l'unanimité, tantôt une majorité qualifiée. La Belgique adoptera quoi qu'il en soit une approche volontariste. Au-delà des accords et des programmes dont nous avons déjà décidé d'appuyer la suspension, la décision du gouvernement est très claire: la Belgique appellera la Commission et le Service européen pour l'action extérieure à présenter également d'autres mesures possibles. Nous ne nous en tiendrons pas uniquement aux déclarations faites par Mme Von der Leyen.

Monsieur Boukili, vous estimez peut-être que l'accord est largement insuffisant, bien qu'il soit largement supérieur à ce qu'un quelconque précédent gouvernement ait jamais pris comme décision, que plusieurs mesures sont des premières et que d'autres pays s'en inspirent. Là où je ne suis pas d'accord avec vous, c'est que votre logique semble être celle de sanctions aveugles permanentes, celle du blanc ou noir. Je l'ai dit, ce serait une erreur de punir aveuglément un peuple dont des centaines de milliers de personnes, tout comme en Belgique, s'insurgent contre les politiques du gouvernement Netanyahu. Notre gouvernement fait la différence entre le gouvernement d'Israël, qui viole actuellement de manière scandaleuse le droit international, et le peuple d'Israël, qui est divisé. Nous veillons aussi à ne pas faire d'amalgame entre le gouvernement d'Israël et la communauté juive à travers le monde. L'antisémitisme est en hausse, et pour lutter contre cela, nous prenons aussi des mesures.

Volgend op de beslissingen van de federale regering van 12 september en de opdracht die mij werd gegeven om de toegang tot de consulaire diensten voor Belgen die in de nederzettingen wonen te beperken tot uitsluitend de wettelijk bepaalde noodbijstand, kan ik enige toelichting geven in antwoord op uw vragen.

Er dient allereerst een duidelijk onderscheid tussen consulaire administratieve bijstand en consulaire noodbijstand te worden gemaakt. Beiden vallen onder het regelgevend kader van het Consulair Wetboek. De elementen van consulaire dienstverlening die in dat wetboek staan, die u in uw vragen hebt aangehaald, vallen onder de definitie van consulaire administratieve bijstand en zullen derhalve niet langer aan de Belgen die in de nederzettingen wonen worden verleend.

Wat de legalisaties betreft herinner ik u eraan dat Israël, net als België, lid is van het Verdrag van Den Haag van 5 oktober 1961 tot afschaffing van het vereisen van legalisatie van buitenlandse openbare akten. Voor de regeringsbeslissing van 12 september werden er dus al geen documenten meer gelegaliseerd.

Consulaire noodbijstand, inclusief de afgifte van noodreisdocumenten, zoals bepaald in hoofdstuk 13 van het Consulair Wetboek, blijft wel van toepassing, zoals voor alle Belgen in het buitenland, in uitvoering van de regeringsbeslissing van 12 september.

Collega’s, volgens de informatie waarover wij beschikken, nemen acht Belgen deel aan de Global Sumud Flotilla. Anderen maken deel uit van de Thousand Madleens Flotilla. We staan in contact met deze flottieljes en hun vertegenwoordigers in België. Mijn medewerkers ontvangen vandaag voor de tweede keer vertegenwoordigers op mijn kabinet.

De FOD Buitenlandse Zaken volgt de ontwikkelingen op de voet.

Et je suis toujours surpris quand – sauf à vouloir caricaturer la situation – on parle de mon silence sur la question de cette flotte.

D'abord parce que je me suis déjà exprimé publiquement à deux reprises. Par ailleurs, pas plus tard que dimanche dernier, j'ai encore longuement eu au téléphone le matin l'un des acteurs coordinateurs. Peut-être que ce que je dis n'est-il pas ce que la flottille a envie d'entendre. Ça, c'est autre chose. Mais pour autant, on ne peut pas parler de silence.

Pendant votre week-end à Catane, monsieur Dermagne, j'ai obtenu de mes homologues italien et espagnol – et je vous remercie d'avoir eu l'élégance de le souligner – que leurs bateaux puissent en cas de besoin porter assistance à nos compatriotes.

Il y a une grande distinction à opérer entre la protection consulaire et la protection militaire. J'entends que la flottille voudrait que la Belgique envoie un bateau militaire. Outre le fait que je ne rentrerai pas dans un long débat sur notre marine et la disponibilité relative de ses frégates – dont certaines sont d'ailleurs en maintenance –, des pays comme la Grèce, l'Italie ou l'Espagne, au vu de leur configuration géographique bercée par l'eau, ont évidemment une flottille bien plus large que la nôtre. Dès lors que l'enjeu est de porter assistance en cas de problème, il n'est nul besoin d'un bateau supplémentaire à ceux déjà aux côtés de la flottille actuelle. C'est la raison pour laquelle j'ai pris contact d'initiative avec mes homologues italien et espagnol pour s'assurer qu'en cas de nécessité, leur bateau pourrait aussi prendre en considération l'assistance à apporter à nos compatriotes, ce qui a été acquis. Et j'en remercie l'Italie et l'Espagne.

C'est différent d'une protection militaire, car même mes homologues m'ont confirmé que les bateaux militaires dépêchés sur place par l'Espagne et l'Italie s'y rendent avec la seule finalité d'une assistance humanitaire. Ils ne vont pas eux-mêmes franchir les eaux territoriales israéliennes. Il ne faut donc pas attendre une intervention militaire quelconque, susceptible de générer une escalade militaire avec plusieurs pays européens, que personne ne souhaite dans cette région.

Bien sûr, nous pourrions à l'envie discourir, faire des cartes blanches, donner des interviews en disant "oui mais ce ne sont pas des eaux territoriales israéliennes, ce sont des eaux territoriales palestiniennes". Je suis ouvert et prêt pour tout ce débat rhétorique. Il n'en demeure pas moins qu'aujourd'hui, nous avons quand même tous pu nous rendre compte, depuis des mois et des mois, que le respect du droit international n'était pas la grande priorité de l’État d’Israël. Il viole ce droit international sans vergogne depuis des mois sur terre. Qui peut imaginer que tout d'un coup, il va par miracle être pris de remords à violer ce droit international en mer? Il considère, indépendamment de la rhétorique qui peut nous animer, que les eaux territoriales sont bel et bien israéliennes. Peu importe que l'on cautionne ou pas cette analyse: c'est celle aujourd'hui d'Israël, qui est susceptible d'intervenir militairement.

C'est la raison pour laquelle, tout en saluant pour ma part la démarche extrêmement louable de ces activistes – et ce mot n'est pas péjoratif dans ma bouche – je rappelle, et c'est mon devoir, que nos compatriotes qui participent à ces flottilles sont en train de mettre leur vie en danger. C'est mon devoir de les alerter et de ne pas faire semblant de l'ignorer. C'est mon devoir de souligner que, si leur volonté d'attirer l'attention de la communauté internationale sur le blocus humanitaire honteux qui s'exerce depuis trop longtemps à Gaza est évidemment louable, il n'a pas été utile que cette démarche se fasse pour que la communauté internationale soit consciente de ce drame qui se joue.

C'est là où je dis qu'il y a une mise en danger que l'on peut juger risquée ou inutile de leur propre vie, alors même que le message a déjà été compris, mais que les capacités d'action et d'intervention pour éviter un embrasement militaire total de la région sont compliquées et doivent se résoudre par les voies diplomatiques. Il ne saurait être question d'envoyer des navires militaires et encore moins d'intervenir militairement, sous peine de générer une escalade dans la région.

Je rappelle que des propositions ont été faites à cette flottille de pouvoir livrer leur aide humanitaire sur une île grecque, se chargeant par la suite du transport jusqu'à destination, mais que cette proposition n'a ni été souhaitée ni jusqu'à présent acceptée par Israël.

Je le dis et redis très clairement: une assimilation de ces Belges par Israël à des terroristes est et serait totalement inacceptable. J'ai déjà insisté auprès d'Israël pour le respect strict du droit international, y compris celui de la mer. Mais vous savez, aujourd'hui, quel intérêt extrêmement relatif Israël porte au respect du droit international.

Mes services ont invité vendredi dernier l'ambassadrice d'Israël, une nouvelle fois, pour lui transmettre clairement nos messages et la mettre en garde: toute démarche, et a fortiori, attaque contre nos compatriotes est inacceptable. Une protection consulaire classique – celle que nous offrons à nos compatriotes quel que soit le pays du monde où ils se trouvent en difficulté – sera évidemment procurée. Mais ne confondons pas un souhait de protection consulaire avec une exigence de protection militaire qu'il n'est pas raisonnable de formuler dans le contexte que nous connaissons!

C'est la raison pour laquelle, sans remettre en cause la motivation de ces personnes et en m'associant à la volonté qui est la leur de dénoncer le blocus humanitaire, en agissant par contre par les voies diplomatiques en vue d'obtenir un résultat, je ne peux que réitérer mon appel à la plus grande prudence pour éviter à nos compatriotes une mise en danger de leur propre vie et de celle des personnes qui les accompagnent.

Les leviers sont clairement au niveau diplomatique. On peut espérer que le plan proposé par M. Trump, nonobstant les éléments d'insatisfaction qui subsistent ou les éléments de clarification attendus, procure rapidement des effets, dont notamment la libération de plus de 500 camions d'aide qui pourraient à nouveau entrer chaque jour à Gaza. Ce serait effectivement un élément utile, susceptible de procurer un résultat concret sur le terrain.

Voilà, mesdames et messieurs les parlementaires, les éléments qu'il me paraissait utile d'apporter en réponse à vos interrogations multiples et légitimes sur la situation problématique à Gaza, en Israël, et à l'égard de la flottille. Il n'y a pas de silence. Il y a une prise de conscience et une prise de responsabilité, qui doivent venir de toutes les parties. Je vous remercie.

De voorzitster : Collega’s, iedereen heeft twee minuten repliektijd. Gelieve u daaraan te houden, aangezien er nog veel vragen volgen.

Rajae Maouane:

Madame la présidente, je vais essayer d'être rapide. Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je ne vais pas vous cacher que je ne suis pas totalement satisfaite ou totalement rassurée par toutes vos questions. Merci d'abord d'avoir qualifié les propos du ministre israélien – qui menace les activistes – "d'inacceptables". C'est rassurant, je ne l'avais pas entendu avant. Je l'entends maintenant et cela me rassure.

Le plan américain est un début, en effet, mais ce n'est pas vraiment un plan de paix. Comme je l'ai dit, c'est un ultimatum. C'est un couteau sous la gorge des Palestiniens pour accepter un plan de paix qui n'en n'est pas un.

Sur le reste, je me réjouis d'interroger MM. Jambon et Clarinval sur l'interdiction des produits issus des colonies.

J'ai beaucoup de respect pour vous et votre fonction. J'ai même – j'espère que vous le savez – de l'estime à votre égard. Par contre, quand je vous entends dire qu'il y a un "problème" à Gaza, parler de "crise humanitaire", cela me choque profondément. Les mots ont un sens, monsieur le ministre. Le problème à Gaza est qu’Israël est une armée sans limite qui bombarde des enfants, qui tue des pères, qui tue des mères, qui assassine des journalistes, qui fait un nettoyage ethnique, qui fait exploser des hôpitaux, qui tue un à un des membres des services de secours, des médecins, des infirmiers, des secouristes. Ce n’est pas un problème: c'est un génocide.

Vous parlez de "crise humanitaire", mais ce n’est pas une crise humanitaire, c'est un blocage, un blocus humanitaire imposé de manière illégale par Israël à une population, qui empêche la nourriture d'entrer et qui empêche les médicaments d'entrer. Israël a des snipers qui tuent des gens qui viennent chercher à manger alors qu'ils sont déjà affamés. Donc quand je vous entends dire ces mots-là, moi ça me choque et je ne comprends pas pourquoi il y a une espèce de minimisation de ces problèmes.

Monsieur le ministre, on ne rêve pas d'une évacuation des civils de Gaza. Moi je rêve, je demande et veux que les civils soient protégés. On veut que les civils ne soient pas bombardés tous les soirs et tous les jours. On rêve que les enfants retrouvent un avenir, qu'une population arrête d'être nettoyée ethniquement, qu'elle arrête d'être privée de nourriture, qu'elle arrête de craindre pour sa vie à toute heure du jour ou de la nuit, qu'elle arrête de craindre pour son avenir. On rêve que les Gazaouis restent à Gaza en sécurité. On rêve que les colons arrêtent leur violence en Cisjordanie. C'est ça, notre rêve. Que le peuple palestinien ait réellement droit à son autodétermination et à la paix et la sécurité.

C'est ça notre rêve aujourd'hui. J'espère que vous le partagez également, même si parfois les mots, comme je l'ai dit, ne sont pas suffisamment forts au vu de la situation dramatique et du génocide qu'on est en train de vivre.

Sam Van Rooy:

Vooreerst laat ik opmerken dat de Hamas Flotilla, waaraan acht antisemitische narcisten uit België deelnemen, uiteen is gevallen, omdat moslims niet met zogeheten queeractivisten willen varen. De terreurvloot wees zelfs het voorstel van Italië en het Vaticaan af om de hulpgoederen veilig af te leveren in Gaza. Dat zegt alles.

Mijnheer de minister, ik heb vier punten genoteerd. Ten eerste, de Belgen die zich aansloten bij de illegale terreurvloot van Hamas, van moslimterroristen dus, kunnen op uw steun en die van de regering rekenen. Ze krijgen zelfs lovende woorden, Belgistan ten top.

Ten tweede, de corrupte negationist Mahmoud Abbas en diens Palestijnse Autoriteit betalen al decennia, ook de afgelopen maanden nog, minister, jihadistische Jodenmoordenaars. De regering blijft daar belastinggeld aan geven en heeft dus alsmaar meer Joods bloed aan de handen.

Ten derde, een aantal woningen in Judea en Samaria blijkt voor de Belgische politici belangrijker te zijn dan de talloze christenen die in het Midden-Oosten door moslims worden afgeslacht.

Ten vierde, als Hamas het Gazaplan van Trump en Netanyahu aanvaardt, stopt de oorlog onmiddellijk. Zo niet, gaat Israël door to finish the job , en dat voortaan met de goedkeuring van iedereen die het twintigpuntenplan aanvaardt. Het is dus een goede zaak, minister Prévot, dat u achter dat plan staat. Dat uw meent dat de jihadisten van Hamas en Qatar zonder de grote militaire macht en druk van Israël, en dus zonder de oorlogsvoering van het IDF, willen onderhandelen, illustreert uw infantiel wereldbeeld.

Tot slot richt ik me tot de pro-Palestijnse activisten in het Parlement, die al bijna twee jaar genocide en ceasefire roepen en aanhoudend lasteren, maar vandaag het ceasefire plan van president Trump verwerpen, uw masker is nu wel heel duidelijk afgevallen.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je voudrais tout d’abord vous remercier pour vos propos concernant la flottille. Nous avons en effet entendu ce matin que vous vous êtes déjà adressé à Israël en affirmant qu’il ne respecte pas le droit international, notamment en ce qui concerne les eaux territoriales, qui ne relèvent pas de sa compétence mais bien de Gaza. Je vous remercie pour ces déclarations fortes. Je vous remercie également d’avoir affirmé que les membres de la flottille ne sont pas des terroristes. Vos propos, en tout cas, se distinguent de ceux du premier ministre et du gouvernement. Je tiens à le saluer.

Je vous invite, monsieur le ministre, à rester en contact avec les membres de la flottille et à continuer à interpeller solennellement Israël. Je pense que la population belge a besoin de vous entendre, de savoir que vous êtes solidaire de nos compatriotes qui accomplissent un travail remarquable.

Un génocide est en cours. Concernant les sanctions, il ne faut pas fanfaronner. Jusqu’au mois d’août, au Conseil de l’Europe, nous étions du mauvais côté de l'histoire. Ce n’est qu’en septembre que nous avons rejoint les autres pays. Il ne faut donc pas adopter un ton trop triomphant. Je vous salue pour le travail accompli, mais restons lucides car jusqu’il y a peu, la situation était complexe.

Enfin, concernant le texte visant à interdire les produits issus des colonies, je m’adresse à vous, madame la présidente, madame Van Hoof, et vous demande de bien vouloir soumettre votre texte au vote. Nous vous soutiendrons. Si nous devons attendre celui de M. Clarinval et de M. Jambon, nul ne sait quand il sera prêt.

En tout cas, nous devons avancer et aller plus loin. Nous vous soutiendrons donc. Je vous remercie.

Nabil Boukili:

C'est très difficile de répondre en deux minutes, monsieur le ministre. Vous avez dit beaucoup de choses.

Certaines choses ont retenu mon attention, notamment ce que vous dites que au sujet de la flottille. Ce qui était demandé, c'est comment garantir sa protection et éviter qu'on arrive à un drame. C'était de prendre position par rapport à Israël de manière publique et déclarée, que s'il s'attaque à cette flottille il y aura des représailles, il y aura des réponses du gouvernement belge. Ça, ça n'a pas été clarifié à ce niveau-là. Quand vous dites que cette flottille n'était pas nécessaire pour sensibiliser la communauté internationale à ce qui se passe à Gaza, je ne suis pas d'accord avec vous. Parce que vu la situation aujourd'hui à Gaza, vu le génocide à Gaza, ce n'est pas une crise humanitaire, c'est une famine organisée dans l'objectif de supprimer le peuple palestinien. C'est la politique et la stratégie de l'État d'Israël.

Non, les réponses ne sont pas à la hauteur. Je suis désolé. Vous dites qu'on est dans le peloton de tête au niveau européen concernant des sanctions. Je suis désolé, on parle de l'Europe, qui est la première complice de l'État génocidaire en étant son premier partenaire économique et commercial. C'est l'Europe de l'Allemagne qui exporte 30 % des armes importées par Israël qui tuent les Palestiniens. C'est l'Europe d'Orbán et compagnie. Être dans le peloton de cette Europe-là, ce n'est pas un exploit. Je vous rejoins sur le fait qu'il ne faut pas fanfaronner là-dessus.

Par contre, la Belgique peut prendre des sanctions toute seule sans avoir recours à l'Europe, notamment pour suspendre des accords commerciaux parce que le droit international prime sur le droit européen. Ce sont des juristes et des avocats qui le disent. Ce n'est pas Nabil Boukili qui l'invente. Vous pouvez le faire et il y a des articles dans ces traités-là qui vous permettent de le faire.

La Belgique a choisi de ne pas le faire. Et vous dites vous-même pourquoi vous ne le faites pas: il ne faut pas de sanctions aveugles parce qu'il ne faut pas sanctionner le peuple israélien. Il ne faut pas mélanger le peuple avec le gouvernement. Et c'est ça qui vous est reproché, monsieur le ministre. C'est cette hypocrisie et ce deux poids deux mesures. Parce que quand vous prenez des sanctions contre l'Iran, vous ne dites pas ça. Quand vous prenez des sanctions contre la Russie, vous ne dites pas ça. Quand vous prenez des sanctions contre d'autres pays, vous ne dites pas ça. Ici, on parle d'un État qui fait ce qu'aucun de ces pays n'a fait: un génocide. Colonisation, déportation des populations, famine. Aucun de ces États qui sont sanctionnés par la Belgique n'a fait la moitié du quart de ce que fait Israël. Pourtant, vous avez ce discours vis-à-vis d'Israël, mais pas vis-à-vis des autres pays.

Ce sont cette hypocrisie et ce deux poids deux mesures qui vous sont reprochés.

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, je vous ai entendu. Nous avons entendu. Vous êtes toujours dans la même ligne de conduite, à savoir la défense du droit international. Ce faisant, vous finissez par amener notre pays, la Belgique, en tête du peloton européen de ceux qui cherchent des solutions, aussi difficiles soient-elles, parce qu’en face, il y a des actes qui dépassent l’entendement.

Vous avez parlé du blocus humanitaire. Qui peut accepter qu’une telle situation devienne naturelle? Impossible. Vous êtes là pour montrer à l’Europe…Vous avez parlé aussi de l’inertie européenne, qui est visible, il ne faut pas se le cacher. Mais la Belgique en fait partie. La Belgique, avec son paquet de sanctions, entraîne de plus en plus le niveau international, et surtout européen, à la compréhension que seul prime le droit international.

Quant à la flottille, je vous ai bien entendu, monsieur le ministre. Vous avez parlé du cas diplomatique et de celui qui est militaire. Avec raison. Ce n’est pas avec une armée que nous pouvons aller bousculer ce qu’il se passe par là. Il faut de l’intelligence. Je vous le conseille. Merci.

Els Van Hoof:

Dank u, meneer de minister, voor uw uitgebreide antwoord. U onderstreept dat de verdienste van het Amerikaans plan erin bestaat dat het de genocide van vandaag onmiddellijk stopt. Maar willen we een nieuwe genocide voorkomen, dan moet het plan ook worden uitgevoerd en u hebt daar zelf toch wel enkele vraagtekens bij geplaatst.

Inderdaad, bezetting moet worden uitgesloten. Hoe zit het echter met het recht op zelfbeschikking op termijn? Wat zijn de etappes? Welke rol speelt de Palestijnse Autoriteit? U hebt erkend dat het plan niet perfect is. Daarom moet de Belgische regering zich houden aan haar akkoord van 2 september om druk te blijven zetten op de Europese Unie in verband met het associatieakkoord en de sancties.

Als het twintigpuntenplan wordt goedgekeurd door zowel Hamas als Israël, moeten we volgens mij doorpakken, want dan zijn de twee voorwaarden vervuld: Hamas verdwijnt uit het bestuur en de gijzelaars worden vrijgelaten. Dan moet het KB houdende de erkenning van Palestina er snel komen, op grond waarvan België Israël agressor kan noemen, aangezien het land een ander land binnen is gevallen. Israël moet dan inderdaad het internationaal recht naleven en stoppen met annexaties van een ander land. Dat is belangrijk, want vandaag zijn er geen garanties in verband met de Westelijke Jordaanoever. Dan kunnen we ook verdragen sluiten met de Palestijnse autoriteit, daar een ambassadeur naartoe sturen en sancties hardmaken. Dat zijn de voordelen van het plan en daar moeten we op blijven inzetten. Dat advies wil ik meegeven.

Michel De Maegd:

Pour ma part, j'aimerais saluer l'accord obtenu en kern, qui a permis à la Belgique, lors de l'Assemblée générale de l'ONU, par votre entremise, monsieur le ministre, mais également par celle du premier ministre, de tenir une voie digne en phase avec le droit international et les valeurs que notre pays a toujours défendues dans le concert des nations. Il s'agit d'une décision humanitaire importante qui, oui, je le dis comme vous, place notre pays dans le peloton de tête de l'Union européenne: train de sanctions sévères à l'encontre des ministres d'extrême droite et suprématistes du gouvernement Netanyahu, ainsi que reconnaissance politique de l' État de Palestine – certes conditionnée pour ne donner aucun blanc-seing au groupe terroriste Hamas et servir, surtout, de levier pour tenter d'obtenir enfin la libération des otages . C'est une décision forte de notre pays, qu'aucun autre gouvernement avant l'Arizona n'avait pu prendre et qui est en phase, madame la présidente, avec la résolution que nous avons adoptée ici même. Les États-Unis ont proposé un plan de paix. À charge pour le groupe terroriste Hamas de revenir enfin à la raison et de libérer les otages. C'est une lourde responsabilité qui pèse sur lui, près de deux ans après les effroyables attaques terroristes du 7 octobre qui étaient clairement revendiquées comme visant à tuer des Juifs parce qu'ils étaient juifs. Dans peu de temps, les masques tomberont. Le Hamas, qui crie au génocide en piégeant dans le même temps les Palestiniens de Gaza, veut-il sincèrement éviter un nouveau de bain de sang sur place? Je l'espère. Ce plan de paix, certes imparfait, prévoit un cessez-le-feu, une aide humanitaire, la libération des otages, ainsi que celle de nombreux prisonniers palestiniens. Ce plan exclut tout rôle pour le Hamas et prévoit le développement à Gaza d'une force de stabilisation internationale. Il faut en tenir compte. En effet, voyant d'où l'on vient, c'est un pas décisif. Pour conclure, madame la présidente, ce plan est bien plus concret que toute mission menée par une flottille internationale. Les participants à cette périlleuse entreprise ont, certes, la liberté de le faire, mais en tant que libéral, je sais que la liberté s'assortit de responsabilités. Les membres de cet équipage, quelque peu pompiers-pyromanes, par les temps qui courent, mettent sciemment leur vie en danger, comme le ministre nous l'a dit. Crisper davantage la situation, alors qu'elle est déjà si complexe, n'apportera rien à la population de Gaza ni aux Palestiniens, et rien non plus à la sécurité des Israéliens. En revanche, elle va créer beaucoup de problèmes aux membres de cette flottille.

Islamitische migranten/asielzoekers uit Kosovo

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 17 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy kaart de gruwelijke moordpoging door Kosovaar Mirsad H. op zijn ex-vrouw aan, linkt dit aan systemisch vrouwengeweld in de islamitische Kosovaarse cultuur en vraagt om zijn uitzetting en een stop op migratie van "vrouwenhaatculturen". Minister Van Bossuyt wijst erop dat ze geen individuele dossiers bespreekt, benadrukt dat religie geen rol speelt in asielbeleid en dat alle aanvragers strikt worden gescreend. Van Rooy houdt vol dat het Westen dergelijke culturen moet weren en eist actie tegen geïmporteerd geweld, koppeling makend aan soortgelijke internationale gevallen van femicide door migranten. De minister herhaalt dat wetgeving persoonlijke gegevens en discriminatie op religie verbiedt.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, Mirsad H. is een 35-jarige Kosovaar die zijn ex-vrouw in brand stak in het Limburgse Houthalen-Helchteren. Hij deed dat voor de ogen van vijf jonge kinderen van het gezin. De vrouw verkeert in levensgevaar. De Kosovaar was niet aan zijn proefstuk toe. Hij werd al veroordeeld voor zware agressie tegen de vrouw: zijn hoogzwangere ex-vriendin had hij in de buik gestampt en de tanden uitgeslagen.

In zijn land van oorsprong, Kosovo, heerst de islam. Imams geven er vrouwonvriendelijke preken en de meeste vrouwen in Kosovo geven aan geconfronteerd te zijn met huiselijk geweld. Geweld tegen vrouwen zit er ingebakken in de samenleving.

Mevrouw de minister, u bent verantwoordelijk voor Asiel en Migratie. Wat is de verblijfsstatus van de dader, Mirsad H.? Hoe en wanneer is hij naar ons land gekomen en waarom mocht hij blijven? Kan en zal hij na die gruwelijke moordpoging op die arme vrouw ons land worden uitgezet? Zo neen, waarom niet? Ten slotte, vindt u het een goed idee om nog meer Kosovaarse moslims toe te laten tot onze samenleving?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer Van Rooy, ik heb u al een paar keer meegedeeld dat de wet me niet toestaat om persoonlijke informatie met u te delen en in te gaan op individuele dossiers.

De Dienst Vreemdelingenzaken heeft het dossier van de betrokkene geanalyseerd en de nodige stappen gezet.

Op uw vraag of het een goed idee is om nog meer Kosovaarse moslims toe te laten tot onze samenleving, kan ik u antwoorden dat de religie van de aanvragers tot een verblijf of asiel in ons land geen rol speelt en dat iedere aanvrager aan dezelfde strenge toets wordt onderworpen.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, het is problematisch dat de wet dat niet toestaat. In ons land – ik herhaal het – werd een vrouw in brand gestoken door een Kosovaarse moslim. In Nederland werd deze zomer de 17-jarige Lisa met messteken vermoord door een asielzoeker. In de Verenigde Staten werd deze zomer de 23-jarige Irina vermoord door een zwarte man. Het is een dodelijke mix van femicide en racisme. Vrouwenhaatculturen hebben geen plaats in het Westen. Ze hebben geen plaats in onze samenleving. Het is uw taak, mevrouw Van Bossuyt, als minister van Asiel en Migratie, om vrouwenhaatculturen, zoals de islamitische, buiten te houden en geïmporteerde vrouwenhaters het land uit te zetten.

De oproep van een in België verblijvende Palestijn om niet-moslims de keel over te snijden

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 17 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy kaart aan dat een geradicaliseerde Palestijnse asielzoeker in België openlijk oproept tot moord op niet-moslims, en vraagt hoe dit door de screening heen glipte, met eis tot uitlevering. Minister Van Bossuyt veroordeelt de haatboodschap, belooft intrekking van diens verblijfsstatus (indien aanwezig) en aankomende maatregelen zoals strengere screening, inreisverboden en snellere statuutintrekking via een versterkte veiligheidscel. Van Rooy hamert op systematisch gevaar door jihadistische indoctrinatie onder Palestijnse migranten en waarschuwt voor versnelde "islamisering" van Europa door onbeperkte opname. De minister benadrukt gerechtelijk onderzoek en structurele actie, maar wijkt uit over schaal of effectiviteit van huidige controles.

Sam Van Rooy:

Minister, in een video is te zien dat een jonge islamitische Palestijn, die naar verluidt asiel heeft gekregen in ons land, zegt dat niet-moslims in Europa de keel moet worden overgesneden. Ik krijg het moeilijk over mijn lippen. Ik heb u de misselijkmakende beelden bezorgd. Dit roept uiteraard ernstige vragen op over de screening van Palestijnen die naar België worden gehaald of worden binnengelaten in ons land en asiel krijgen.

Hoe kan het dat een radicale Palestijnse moslim met zulke weerzinwekkende, levensgevaarlijke en jihadistische opvattingen asiel krijgt in ons land? Als hij inderdaad op ons grondgebied woont, wordt deze jonge islamitische Palestijn dan opgespoord? Wordt hij opgepakt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wordt hij dan het land uitgezet? Ik mag hopen van wel.

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer Van Rooy, in eerste instantie veroordeel ik steeds ten stelligste elke vorm van oproepen tot geweld. Daar mag geen twijfel over bestaan. De regering heeft zich via het regeerakkoord geëngageerd om dergelijke criminaliteit extra aan te pakken. Het komt aan mijn collega-ministers Quintin en Verlinden toe om dit onderdeel van het regeerakkoord uit te voeren. Ik heb er het volste vertrouwen in dat zij dat ook effectief zullen doen. Wegens een lopend gerechtelijk onderzoek kan ik niet in detail op deze vraag ingaan.

Ik kan u wel zeggen dat ik evenzeer gechoqueerd ben door de haatdragende en antiwesterse boodschap van deze man. Dergelijke mensen kunnen niet worden getolereerd in onze maatschappij. Als blijkt dat die persoon inderdaad een verblijfstatus zou hebben in België, zal ik mijn diensten vragen die status in te trekken.

Ik neem bovendien verschillende initiatieven om te voorkomen dat geradicaliseerde personen zich in België vestigen of naar België terugkeren. De versterkte veiligheidscel bij het CGVS kan snel een onderzoek opstarten om een statuut in te trekken of om te voorkomen dat dergelijke personen een statuut krijgen. Daarvoor voorzie ik ook extra personeel.

Met de wet op de woonstbetredingen voorkom ik dat personen die een gevaar vormen voor de samenleving een toevluchtsoord vinden in hun woning. Tot slot zal ik een levenslang inreisverbod invoeren waarmee ik verhinder dat dergelijke personen terugkeren naar ons land.

Sam Van Rooy:

Een jonge Palestijnse moslim die hier blijkbaar met open armen werd ontvangen, zegt dat de keel van niet-moslims in Europa moet worden overgesneden. Dat komt recht uit de Koran en de Hadith. U moet dat ook maar eens lezen. Hoeveel jonge moslims zeggen dat niet openlijk, maar denken dat wel, minister? Zeker wanneer ze uit de zogenoemde Palestijnse gebieden komen waar de jihadistische indoctrinatie tegen het Westen, tegen ons, virulent en massaal is? Ik heb het al een aantal keer gezegd en ik zal het ook blijven herhalen: wie de islamitische wereld binnenhaalt, minister, wordt zelf de islamitische wereld. Stop daar dus mee, want de islamisering voltrekt zich razendsnel, met alle gevolgen van dien.

De oproep van Diyanet tot de wereldwijde jihad

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 17 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy beschuldigt Diyanet (Erdogans Turkse godsdienstministerie) van oproepen tot wereldwijde jihad en eist een verbod, wijzend op miljoenen aan Belgische subsidies die naar een "staatsgevaarlijke" organisatie vloeien. Minister Verlinden stelt dat de Veiligheid van de Staat Diyanet monitort, maar geen direct bewijs ziet voor jihadistische dreiging of verbodsgronden, benadrukkend waakzaamheid binnen de rechtsstaat. Van Rooy kaart oikofobie en decennialange financiering van extremisme aan, eisend onmiddellijke stopzetting van steun en verbanning. De kern: conflict tussen veiligheidsrisico’s (radicalisering) en juridisch-politieke terughoudendheid om Diyanet aan te pakken.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, Diyanet, Erdogans ministerie van Godsdienst, dat helaas ook in ons land actief is, roept samen met leden van de moslimbroederschap op de zogenaamde Gazaconferentie in Istanbul moslims wereldwijd op tot – ik citeer – "alle vormen van jihad". Ik heb u de bron daarvan bezorgd. Naast een openlijke oproep om Hamas te steunen, en het verheerlijken van jihadistische terreur tegen Israël in de eerste plaats – men noemt dat gewapend verzet tegen de "zionistische bezetting" – stelt men duidelijk: “Bovendien achten wij het noodzakelijk dat de oemma" – dat is de wereldwijde moslimgemeenschap – "wordt gemobiliseerd voor alle vormen van jihad op de weg van Allah." Mevrouw de minister, dat gaat over het Westen, dat gaat over ons en ik verneem graag wat uw reactie hierop is.

Hoeveel en welke subsidies vloeien in België direct en indirect naar Diyanet? Zal Diyanet nu eindelijk worden bestempeld als een jihadistische organisatie en dus als staatsgevaarlijk? Zo niet, waarom niet? Zal Diyanet worden verboden, minister? Ik mag het hopen en ik ben zeer benieuwd naar uw antwoorden.

Annelies Verlinden:

De Veiligheid van de Staat heeft al jaren aandacht voor Diyanet en volgt die organisatie ook op. Het is correct dat die organisatie rechtstreeks verbonden is met de Turkse overheid en daarom is voortdurende waakzaamheid vereist met betrekking tot mogelijke politieke instrumentalisering. De inlichtingendienst houdt daar al rekening mee bij zijn activiteiten.

Tot op heden zijn er volgens de diensten geen aanwijzingen dat Diyanet moet worden beschouwd als een jihadistische organisatie of als een directe bedreiging voor de Belgische staatsveiligheid of de Belgische belangen in het buitenland. Het is dan ook op basis van de informatie waarover ik beschik, op dit moment niet aan de orde om Diyanet als dusdanig te bestempelen of te verbieden. De regering blijft zich vanzelfsprekend volledig inzetten voor de nationale veiligheid, het voorkomen van extremisme in al zijn vormen en het bevorderen van een respectvolle dialoog tussen gemeenschappen binnen het kader van de rechtsstaat.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, ik heb Diyanet zelf geciteerd. Dat roept de moslimgemeenschap op tot wereldwijde jihad. Welke bewijzen moet u nog meer hebben dat Diyanet wel degelijk staatsgevaarlijk is? De oikofobie, de typische westerse zelfhaat in dit land en bij de regering is zo groot dat ze die jihad, onze ondergang, al decennia met belastinggeld subsidiëren. De voorbije jaren gingen tientallen miljoenen euro's van ons belastinggeld naar het jihadistische Diyanet. Tot op vandaag gaat dat gewoon door. Mevrouw de minister, Diyanet staat vijandig tegenover democratie, tegenover individuele en religieuze vrijheid, tegenover vrouwenrechten en tegenover ex- en niet-moslims. De waanzin moet onmiddellijk stoppen. Erdogans jihadistische satellieten moeten worden verbannen van ons grondgebied.

Moslimbroeder-imam Saïd Bouhdifi

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy kaart aan dat de omstreden imam Saïd Bouhdifi (gelinkt aan de Moslimbroederschap en Qatarese financiering) ondanks Franse sancties nog steeds in België koranlezingen geeft, en eist zijn uitsluiting en nationaliteitsontneming. Minister Verlinden wijst op de juridische procedures (rechterlijke toetsing, wetsontwerp voor automatische evaluatie bij terrorismeveroordeelingen) maar ontwijkt het concrete dossier, benadrukkend dat nationaliteit geen formaliteit is maar gebonden aan rechten *en* plichten. Van Rooy hamert op onmiddellijke actie, koppelt de kwestie aan falende integratie en islamisering, en stelt de nuttigheid van overheid en democratie ter discussie als "gevaarlijke imams" niet worden geweerd. De discussie eindigt zonder concrete oplossing, enkel met een wetsvoorstel in de maak en politiek ongenoegen over gebrek aan handhavingsmacht.

Sam Van Rooy:

Dank u, voorzitter. Dank u ook voor uw flexibiliteit.

De Marokkaans-Belgisch imam Saïd Bouhdifi en zijn Koranschool werden door Frankrijk financieel drooggelegd wegens banden met de Moslimbroederschap. Toch geeft hij in België nog steeds lezingen, recent nog voor een inzamelactie van de Salahaddinmoskee in Gent. Tijdens de lezing in Gent sprak hij onder meer over het reciteren van de Koran, het heilige boek van de islam, dat vele verzen bevat die oproepen tot minachting, haat of zelfs geweld tegen niet-moslims.

Zijn imamschool in Frankrijk wordt volgens een rapport van de Franse veiligheidsdiensten beschouwd als het centrum van de Moslimbroederschap in Europa. Datzelfde rapport wijst op financiering vanuit Qatar, dat bekendstaat als een jihadistische terreurstaat. België wordt in dat verband genoemd als een Europees knooppunt binnen het netwerk van de Moslimbroederschap. Dat is het trieste resultaat van decennialange massa-immigratie en het islamgepamper.

Mevrouw de minister, kunt u toelichten wanneer, hoe en waarom die Moslimbroeder-imam Belg is kunnen worden? Welke stappen kunt en wilt u ondernemen om hem zijn Belgische nationaliteit te ontnemen en het land uit te zetten?

Annelies Verlinden:

Zoals ik al eerder heb aangegeven, komt het mij niet toe om individuele dossiers te becommentariëren. In algemene termen kan ik u echter het volgende meedelen over de wijze waarop men de Belgische nationaliteit kan verkrijgen.

Enerzijds kan een persoon van minstens 18 jaar een verklaring afleggen tot verkrijging van de nationaliteit. Daarbij gelden voorwaarden inzake wettelijk verblijf, hoofdverblijfplaats, maatschappelijke integratie, economische participatie, taalkennis en/of deelname aan de onthaalgemeenschap. Anderzijds bestaat er de mogelijkheid van naturalisatie, een uitzonderlijke gunstmaatregel die wordt verleend door de Kamer aan personen die buitengewone verdiensten kunnen aantonen op wetenschappelijk, sportief of sociocultureel vlak en die bijdragen tot de internationale uitstraling van België. Ook staatlozen kunnen na een wettelijk verblijf van minstens twee jaar in België een aanvraag tot naturalisatie indienen. Voor zowel de verkrijging via verklaring als via naturalisatie worden het parket, de Dienst Vreemdelingenzaken en de Veiligheid van de Staat geraadpleegd. Ten slotte kan aan de betrokkene die minder dan 18 jaar oud is de nationaliteit worden toegekend, mits voldaan is aan bepaalde voorwaarden.

Procedures tot vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit worden overeenkomstig de huidige artikelen 23, 23/1 en 23/2 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit steeds ingesteld door het openbaar ministerie en uitgesproken door de rechter. Ik wil onderstrepen dat het verkrijgen en behouden van de Belgische nationaliteit geen loutere formaliteit of ambtelijke handeling kan en mag zijn. Het is een verhaal van rechten en plichten.

De ministerraad heeft vorige vrijdag nog een door mij voorgesteld wetsontwerp goedgekeurd om het mogelijk te maken dat personen die veroordeeld zijn voor ernstige misdrijven, zoals georganiseerde misdaad, doodslag en seksuele misdrijven, hun Belgische nationaliteit kunnen verliezen. Dit wetsontwerp voorziet dat de rechter automatisch de vervallenverklaring van de nationaliteit moet evalueren in geval van een veroordeling wegens terrorisme, zonder dat het openbaar ministerie dit moet vorderen. Als de rechter beslist om de vervallenverklaring niet uit te spreken, moet hij die beslissing uitdrukkelijk motiveren door aan te tonen dat de gevolgen van een dergelijke beslissing onredelijk en onevenredig zouden zijn.

Sam Van Rooy:

Minister, u wilt of kunt niet ingaan op individuele dossiers, maar ik vat toch even samen wat hier aan de hand is.

Een Marokkaans-Belgische imam blijkt gelieerd te zijn aan de gevaarlijke Moslimbroederschap. Daarom wordt hij nu in Frankrijk financieel drooggelegd. Vervolgens blijkt volgens onze informatie dat hij hier in ons land gewoon koranlezingen kan komen geven.

Als wij zo iemand niet direct het land kunnen uitzetten, als de regering die tools niet in handen heeft, vraag ik mij af waarom mensen nog naar de stembus trekken, waarom mensen in dit land zoveel belastingen betalen. Als de overheid al eens iets nuttigs kan doen, dan is het toch het uitzetten van gevaarlijke imams, van figuren die banden hebben met de Moslimbroederschap? Wat komen die hier doen in ons land, mevrouw de minister? Die komen hier haat zaaien, die komen hier om onze samenleving omver te werpen, die komen hier om de integratie, die al zo moeilijk verloopt, nog verder te bemoeilijken.

Ik roep u en de regering dus op om ervoor te zorgen dat dat soort gevaarlijke imams het land kan worden uitgezet. Zo niet, zal het alleen maar erger worden met de islamisering en zal de integratie van steeds meer migranten en moslimmigranten steeds moeilijker verlopen.

Voorzitter:

Voilà qui nous mène à la fin de notre ordre du jour et également à celle de notre session parlementaire. Je tiens à remercier Mme la ministre pour sa présence hebdomadaire à nos réunions de questions orales, ainsi que pour sa flexibilité qui lui a permis de rester jusqu'au bout pour épuiser l'agenda des questions. Je sais que ce n'est pas le cas dans toutes les commissions. Nous partons donc en vacances – enfin pour ceux qui partent en vacances – avec un agenda vide.

Je tiens aussi à remercier sincèrement les services qui nous accompagnent tout au long de l'année et qui nous permettent de mener des réunions propres et bien organisées. À la rentrée!

Annelies Verlinden:

Monsieur le président, je tiens également à remercier les services, notamment les interprètes, pour le travail accompli. Je vous souhaite à tous un très bel été. La réunion publique de commission est levée à 16 h 11. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.11 uur.

De terreuraanslag in een kerk in Damascus
De bloedige jihadistische terreuraanslag op een kerk in Damascus
Dodelijke terreuraanslag op kerk in Damascus

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Belgische minister Prévot veroordeelt de jihadistische aanslag op de Mar Eliaskerk in Damascus (20 christelijke doden) en benadrukt België’s steun aan antiterreuroperaties (o.a. via de anti-Daesh-coalitie, CICR en UNMAS), stabilisatiehulp en strafrechtelijke vervolging van mensenrechtenschendingen via het *International Impartial and Independent Mechanism*. Van Rooy kaart scherp aan dat systematische islamitische onderdrukking van christenen (dhimmi-status, gedwongen bekering of dood) in het Midden-Oosten en Afrika genegeerd wordt, terwijl Israël als *enige* veilige haven voor christenen in de regio fungeert—wat hij afzet tegen wat hij ziet als selectieve westerse aandacht voor Palestijnen en regeringspassiviteit tegen islamitisch geweld.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, op 22 juni werd een dodelijke jihadistische zelfmoordaanslag gepleegd op de Mar Eliaskerk in Damascus. Tijdens de gebedsdienst werden minstens twintig Aramese christenen, waaronder vrouwen en kinderen, vermoord, en raakten vele anderen gewond.

De moslimterrorist schreeuwde, hoe kan het ook anders, "Allahoe akbar". Hij opende het vuur en bracht vervolgens een explosief tot ontploffing. Het was letterlijk een bloedbad. Maar dat was nog niet alles, want in een allicht gecoördineerde jihadcampagne werden nog pogingen ondernomen om jihadistische aanslagen te plegen. In diverse wijken en kerken in Syrië werden christenen met geweld bedreigd en verjaagd door moslimterroristen.

Ook in andere landen, in het Midden-Oosten en Afrika, worden christenen systematisch onderdrukt, bedreigd en/of afgeslacht door moslimterroristen. Op dit moment zijn de jihadisten in Syrië trouwens massaal de druzen aan het afslachten.

Mijnheer de minister, hoe maakt België duidelijk aan het islamitisch regime in Syrië, en bij uitbreiding aan alle regimes in het Midden-Oosten en in Afrika, dat wij opkomen voor ons christendom wereldwijd?

Wat onderneemt België om duidelijk te maken aan het islamitisch regime in Syrië, en bij uitbreiding aan alle regimes in het Midden-Oosten en in Afrika, dat ze christenen niet alleen moeten beschermen tegen onderdrukking, geweld, en terreur, maar dat christenen gelijke rechten moeten krijgen?

Maxime Prévot:

Mevrouw de voorzitster, ik zal antwoorden op de vragen van de heer van Rooy, maar ook op de oorspronkelijke vragen van de heer De Maegd, dus in beide talen, waarvoor mijn excuses aan de heer Van Rooy.

Messieurs les députés, l'attentat suicide du 22 juin dernier dans l'église Mar Elias, située dans un quartier chrétien de Damas, est un drame effroyable. La Belgique a condamné cette attaque. Si la responsabilité exacte de cet acte reste incertaine à ce stade, il s'inscrit dans un climat sécuritaire très instable en Syrie. Le pays traverse une phase de transition politique fragile, est exposé à des menaces terroristes persistantes et subit les répercussions d'un conflit régional qui fait peser de lourds risques sur sa stabilité.

Après une période d'accalmie relative, observée après la chute de la dictature Assad, on constate une recrudescence des attaques menées par Daech. Celles-ci visent principalement les forces kurdes dans le nord-est du pays, mais également les forces de l'ordre du gouvernement intérimaire syrien ainsi que certaines communautés religieuses. Cette reprise des violences illustre une réalité inquiétante: Daech est toujours actif en Syrie et constitue une menace à ne pas sous-estimer.

De tels attentats ont pour but de saper la légitimité du gouvernement syrien auprès de sa population, en montrant qu'il ne parvient pas à garantir la sécurité sur son territoire ni à protéger les différentes communautés religieuses. Ils cherchent aussi à intimider la communauté internationale et à décourager toute initiative en faveur de la stabilisation politique et de la relance économique du pays.

De Syrische regering heeft de aanval in het openbaar veroordeeld, opgeroepen tot de eenheid van het land en beloofd om de veiligheidsdiensten te mobiliseren om degenen die betrokken zijn bij de aanval te arresteren en voor het gerecht te brengen. Deze Syrische regering heeft een duidelijke wens om een einde te maken aan de aanwezigheid van Daesh en voert in dat verband operaties uit. Niettemin toont die aanval aan dat het terroristisch risico blijft bestaan en dat steun aan Syrië in deze kritieke overgangsfase noodzakelijk is.

La Belgique reste engagée dans la lutte contre le terrorisme islamiste en Syrie, notamment dans le cadre de la coalition contre Daech ou au travers de son soutien à la stabilisation. Sur ce point, la Belgique soutient depuis quelques années l'opération du Comité international de la Croix-Rouge (CICR) en Syrie, ainsi que le service anti-mines des Nations Unies (UNMAS) dans le cadre de leurs activités en matière de déminage humanitaire.

Les actions du CICR s'organisent en Syrie autour de quatre axes que sont la protection, l'assistance, en ce compris l'assistance médicale, la prévention et la coopération avec la société civile. L'action d'UNMAS a également un impact important sur la vie et la sécurité de l'ensemble de la population syrienne. La présence de vestiges de la guerre entrave le redémarrage de toutes les activités économiques et retarde le retour des réfugiés et des déplacés. Ces actions sont essentielles à la stabilisation post-conflit et à la prévention d'un retour ou d'un renforcement de Daech.

De strijd tegen straffeloosheid blijft een ander belangrijk aspect van het Belgisch beleid ten aanzien van Syrië en is duidelijk gelinkt aan terreurbestrijding. Ons land heeft diplomatiek en financieel bijgedragen tot de oprichting van het International Impartial and Independent Mechanism, dat bewijzen moet verzamelen van ernstige schendingen van internationaal humanitair recht en mensenrechtenschendingen, opdat vervolging van de daders mogelijk kan worden gemaakt. Het mandaat van het International Impartial and Independent Mechanism omvat verschillende onderzoekslijnen, waaronder misdaden door personen die banden hebben met Daesh.

Au-delà de ces différents appuis, l'approche de notre pays est de soutenir la transition actuelle en s'engageant diplomatiquement avec les autorités intérimaires et les différents acteurs de la transition, en favorisant la reconstruction et le relèvement économique du pays, à travers la suspension des sanctions économiques européennes et en garantissant un appui humanitaire conséquent. Notre pays reste extrêmement vigilant à la manière dont ces priorités se concrétisent et évoluent.

Président: Christophe Lacroix.

Voorzitter: Christophe Lacroix.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, ook vandaag hebben we weer gezien dat veel politici en journalisten geobsedeerd zijn door het lot van de zogenaamde Palestijnen. Ze willen Israël bashen. Nochtans is Israël het enige land in het Midden-Oosten waar het aantal christenen niet afneemt, omdat Israël het enige land is waar christenen vrij en veilig zijn.

Voorts verwijst u steeds naar Daesh, maar het is de islam die christenen afschildert en brandmerkt als minderwaardige wezens en hun slechts de keuze geeft tussen zich bekeren tot de islam en zich als zogenaamde dhimmi te onderwerpen aan de sharia, of de dood.

In de geïslamiseerde wereld worden christenen systematisch en institutioneel onderdrukt, verjaagd of gedood. De islam is het christendom aan het vernietigen, maar ik stel vast dat deze oikofobe, laffe regering zich daar niets van aantrekt.

Voorzitter:

Les questions n os 56006203C et 56006222C de M. Michel De Maegd sont transformées en questions écrites.

De malaise bij de federale politie en de verantwoordelijkheid van Eric Snoeck
De hoorzitting met Eric Snoeck
De evolutie van de federale politie
De hoorzitting met de commissaris-generaal van de federale politie
Governance, werking en management van de federale politie
Een actieplan met betrekking tot de moslimbroederschap
De registratie van aanhangers van 764 en No Lives Matter in de GGB TER
Georganiseerde politieke terreur tegen het defensiebedrijf OIP in Doornik
Gemaskerde demonstranten
De toevoeging van Samidoun aan de OCAD-lijst
De oproepen tot dodelijk geweld in Brussel
Het OCAD-rapport waarin een link tussen de klimaatbeweging en extremisme wordt vastgesteld
De aanvallen op Syensqo en OIP door extreemlinkse militanten
De dreiging van extremisme bij een deel van de klimaatbeweging
De politieke islam in België
Het Collectif contre l'islamophobie en Belgique
De overheidssubsidies voor het CIIB
De analyse van de dreiging van extreemrechts
Het politieke en religieuze extremisme in België
Politiek en religieus extremisme, governance en uitdagingen binnen de federale politie

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 15 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie onthult een diepe structurele crisis binnen de federale politie, gekenmerkt door toxische werkcultuur, grensoverschrijdend gedrag, pestpraktijken en een disfunctionerend topmanagement, zoals blijkt uit het ontluisterende CORESPO-rapport en talrijke getuigenissen van agenten. Hoewel minister Quintin vertrouwen behoudt in commissaris-generaal Snoeck – ondanks diens ontwijkende houding en gebrek aan transparantie – eisen oppositie en delen van de meerderheid externe doorlichting, strenge sancties en hervorming van de leiding, met name om vertrouwen te herstellen en de parlementaire controle te waarborgen. Budgettaire tekorten (90% naar personeel) en verouderde structuren verergeren de problemen, terwijl een beloofd strategisch plan (september 2025) als cruciale test zal dienen. De kernvraag blijft of Snoeck, ondanks zijn operationele successen (bv. Sky ECC), politiek en moreel houdbaar is gelet op de cultuur van doofpot, relatiesconflicten en minachting voor slachtoffers.

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de minister, de malaise bij de federale politie is intussen geen nieuws meer. De berichten die mijn collega's en ikzelf hebben ontvangen, maken duidelijk dat die heel verontrustende proporties aanneemt.

Het een en ander is onder de publieke aandacht gekomen, toen het CORESPO-rapport bijna stoemelings openbaar werd gemaakt, waarna de grootste politievakbond, het VSOA, de kat de bel aanbond. Dat rapport, dat het intern gedrag en de cultuur bij de federale politiediensten onder de loep nam, is ontluisterend en roept heel veel vragen op over de sfeer bij de federale politie.

De conclusie is - en ik meen dat we het daar over alle partijgrenzen heen eens kunnen zijn - dat er een structureel probleem is van een toxische werkcultuur, grensoverschrijdend gedrag, pestgedrag en een totaal gebrek aan vertrouwen in de top van de organisatie. Ik verwijs naar getuigenissen die in de pers zijn verschenen en die ik ook persoonlijk heb ontvangen. Ze tarten werkelijk alle verbeelding.

Ik zal niet alles opsommen, want dat zou ons te ver leiden, maar ik wil er toch een viertal citeren. Een getuigenis luidt als volgt: "Mijn 13-jarige carrière bij de federale politie is er vooral een van pesterijen, toxisch leiderschap, vrouwonvriendelijke opmerkingen en nul communicatie." Een andere getuigenis luidt: "Een collega had mij en anderen jarenlang heimelijk gefilmd en gefotografeerd tijdens het omkleden op de werkvloer. De dader is gewoon terug aan het werk binnen dezelfde dienst, zonder enige zichtbare gevolgen. Tot op vandaag word ik bovendien nog steeds gestalkt en belaagd door deze collega."

Ik citeer een andere klokkenluider: "De top van de federale politie steekt meldingen van grensoverschrijdend gedrag in de doofpot, een doofpotcultuur". Of nog: "Mensen vallen uit of lopen weg naar andere diensten, ze worden depressief en sommigen zelfs suïcidaal. Onderzoeken naar daders zijn er amper en de sancties zijn beperkt".

Mijnheer de minister, één klacht kunt u nog wegzetten, dat gebeurt overal wel eens. Twee klachten echter zouden toch enkele alarmbellen moeten doen afgaan. Als er tientallen klachten zijn, zoals hier het geval is, dan moet er worden ingegrepen. Dat is ook de reden waarom ik en een aantal collega’s uit de oppositie en de meerderheid u hierover ondervragen.

Er zijn niet alleen getuigenissen van de malaise, er zijn ook inhoudelijke problemen. Minder dan een op de tien agenten vertrouwt erop dat moeilijke thema’s correct worden aangepakt, zo blijkt uit het CORESPO-rapport. Een andere problematiek is de erbarmelijke staat van sommige gebouwen. Volgens de vakbond grenst de verwaarlozing van de kazerne van Etterbeek aan minachting. Het zou trouwens misschien geen slecht idee zijn om met de Commissie voor Binnenlandse Zaken een plaatsbezoek te brengen, zodat we dat met eigen ogen kunnen vaststellen. Iets lezen is immers nog iets anders dan het daadwerkelijk ervaren.

Nog hallucinanter in het hele verhaal is de houding van de leidinggevenden, in het bijzonder van commissaris-generaal Snoeck. Niet alleen blijkt uit meerdere getuigenissen dat de top de cultuurproblemen jarenlang heeft genegeerd of geminimaliseerd, terwijl de heer Snoeck zelf hoofd was van de betrokken dienst DGJ, maar bovendien weigerde de heer Snoeck in eerste instantie verantwoording af te leggen tegenover het Parlement.

Intussen hebben we de heer Snoeck in onze commissie wel kunnen horen, maar op de vele pertinente vragen van bijna alle fracties kwam er eigenlijk geen afdoend antwoord. Daarom hebben we de commissaris-generaal verzocht om schriftelijk te antwoorden. Met de commissie hebben we ook besloten om de heer Snoeck in september opnieuw voor een hoorzitting uit te nodigen.

Mijnheer de minister, wanneer parlementsleden, vertegenwoordigers van het volk, vragen stellen over ernstige wantoestanden bij een cruciale staatsinstelling als de politie, vind ik het absoluut onaanvaardbaar dat de hoogste ambtenaar van die organisatie zich ontwijkend opstelt. Ik druk mij dan nog eufemistisch uit. Dat ondermijnt de democratische controle en voedt vooral het wantrouwen van zowel de bevolking als van het personeel op het terrein.

Mijnheer de minister, tot nu toe was uw houding er een waarbij u aan de heer Snoeck de kans liet om een en ander toe te lichten. U antwoordde reeds in het Parlement, in de plenaire vergadering, dat u zelfs het vertrouwen in de heer Snoeck behoudt. Maar kunt u na al die onthullingen en na de hoorzitting met de heer Snoeck die stelling nog altijd handhaven? Ik hoop dat er vandaag ook van uw zijde enige politieke moed is om in te grijpen, waar het echt nodig is.

Waarom werden de klokkenluiders en de vele getuigenissen genegeerd? Waarom werd een deel van de top in bescherming genomen? Wie beschermt dan de politiemensen, die zich elke dag met veel moed voor onze veiligheid inzetten, terwijl zij op de werkvloer blijkbaar het slachtoffer van een dysfunctionele leiding zijn?

Niet ingrijpen, mijnheer de minister, zou volgens mij getuigen van een zekere minachting tegenover de vele politieagenten. Daarom stel ik u onomwonden de volgende zeer concrete en pertinente vragen.

Ten eerste, wat is uw reactie op de inhoud van het CORESPO-rapport? Onderschrijft u die vaststellingen, en zo ja, welke concrete maatregelen hebt u genomen sinds de publicatie of ontvangst van het rapport? Uiteraard dateert het rapport niet van deze legislatuur, het sleept al enkele jaren aan, al sinds de periode waarin minister Verlinden verantwoordelijk was voor de politie.

Ten tweede, bent u op de hoogte van de getuigenissen en signalen over grensoverschrijdend gedrag, intimidatie en pestgedrag binnen de federale politie, specifiek op topniveau? En wat werd daarmee gedaan?

Ten derde, waarom blijft de heer Snoeck in zijn functie als commissaris-generaal? Acht u het verdedigbaar dat iemand die zich structureel onttrekt aan parlementaire controle en onder wiens leiding zulke wantoestanden zijn toegenomen, in functie blijft?

Ten vierde, hebt u de heer Snoeck intussen aangesproken op zijn weigering om openheid van zaken te geven aan het Parlement? Zo ja, wat was desgevallend zijn antwoord? Ik wil daaraan toevoegen, mijnheer de minister, dat we volledige transparantie hebben gevraagd en ook alle documenten hebben opgevraagd. Tot nu toe is dat nog altijd niet gebeurd. Namens de commissie hebben we opnieuw de vraag gericht aan de commissaris-generaal om dit in orde te brengen.

Ten slotte, mijnheer de minister, bent u bereid uw vertrouwen in de commissaris-generaal te herzien? Waarom blijft u deze man de hand boven het hoofd houden?

Matti Vandemaele:

Mijnheer de minister, ik zal niet alles herhalen, maar ik was nogal verwonderd over het zeer algemeen antwoord dat de heer Snoeck gaf tijdens zijn hoorzitting in de Kamer. Op veel van de vragen die ik heb gesteld, heeft hij niet eens geantwoord. We hebben afgesproken dat hij schriftelijk antwoorden zou nasturen. Die hebben we ondertussen ontvangen, maar ook die antwoorden blinken echt uit in vaagheid. Ik kan daar heel weinig mee.

Als nieuwkomer in het Parlement loop ik daarmee een beetje vast. Dat ik nieuwkomer ben, mag ik voorlopig nog zeggen, want ik zit hier nog maar bijna een jaar, maar daarna zal ik stoppen met dat excuus. Ik vind het erg moeilijk, omdat ik het rapport heb, met daarnaast een hele reeks verklaringen van politieambtenaren die dat rapport eigenlijk bevestigen, maar daartegenover staat de uitleg van de heer Snoeck, zowel tijdens de hoorzitting als in zijn schriftelijke antwoorden. Daar zit echt een groot verschil tussen. Het lijken twee parallelle universums. Ik vind het moeilijk om in te schatten wat daarvan klopt.

In ieder geval was het antwoord van de heer Snoeck op één punt wel duidelijk. Hij gaf aan dat het bij hen toch niet erger is dan elders. Dat vond ik een merkwaardige uitleg, maar goed. Hij gaf ook aan dat ze helemaal niet in een crisis zitten en dat het is tijd om de bladzijde om te slaan. Dat vond ik een vreemde reactie.

Mijnheer de minister, bent u het eens met die lezing, namelijk dat nu het rapport er is en verbeteracties zijn uitgevaardigd, we weer kunnen overgaan tot de orde van de dag? Deelt u de analyse dat geremedieerd is aan alles wat in het rapport staat? Zo niet, wat moet er nog gebeuren?

Een specifiek punt zijn de relaties tussen de leidinggevenden. In zijn antwoord zegt de heer Snoeck dat dat allemaal privéaangelegenheden zijn en dat men daarover dus eigenlijk niets kan zeggen. Dat is best mogelijk, maar de signalen die wij uit het veld ontvangen, wijzen erop dat door de relaties binnen het leidinggevend kader een aantal procedures niet meer functioneren. Een klacht tegen een leidinggevende moet bijvoorbeeld ingediend worden bij de partner van diezelfde leidinggevende.

Het gaat niet om een of twee gevallen, maar een tiental, en in zulke gevallen is er natuurlijk wel een probleem. In dat opzicht is het immers wel fundamenteel om van die relaties op de hoogte te zijn. Kunt u daarin enige klaarheid scheppen?

Éric Thiébaut:

Effectivement, monsieur le ministre, nous avons entendu, le 17 juin dernier, le commissaire général. En fait, il avait été invité à venir exposer sa vision de la police fédérale. C'était au départ la raison pour laquelle on l'avait invité devant cette commission; Moi, j'étais content. Comme vous le savez, je siège ici depuis longtemps et c'est plutôt assez rare. J'ai connu beaucoup de commissaires généraux, hommes et femmes. Habituellement, nous rencontrons beaucoup de difficultés pour nous assurer de leur présence.

Cela dit, nous avons entendu M. Snoeck. Ce n'est pas un inconnu pour la commission de l'Intérieur. En effet, lorsqu'il était patron de la police judiciaire fédérale, il est quand même venu, à l'époque, en compagnie des plus hauts magistrats du pays, nous expliquer la problématique que le monde policier rencontrait par rapport à la montée de la criminalité, par rapport à la criminalité violente liée à la drogue qui se développait dans notre pays. Ils sont venus avec un appel à l'aide très clair auquel, je pense, nous avons répondu.

Au départ, c'est quand même la tête pensante de l'opération Sky ECC, qui est peut-être la plus grosse opération policière de ce pays, ayant livré des résultats exceptionnels. Je pense que les qualités de M. Snoeck sont apparues à ce moment-là. Je pense que ce sont les résultats qu'il a obtenus dans le cadre de cette opération très spectaculaire qui l'ont propulsé à la tête de notre police fédérale. C'est ainsi qu'il découvre une police fédérale qui faisait face à de sérieux dysfonctionnements, avec des réformes à entamer au niveau de la structure, de l'organisation.

Vous savez, quand on bouscule des habitudes, quand on change des systèmes, en interne, il y a toujours, bizarrement, des gens qui n'aiment pas cela. Pour donner un exemple, quand vous désignez une personne mais qu'un affilié d'un syndicat aurait bien voulu être désigné à cette place, parfois le syndicat réagit pour attaquer la direction. Et du coup, cela devient un dysfonctionnement général, des dizaines de personnes se plaignent du commissaire général.

Or, lorsqu'un un problème de gestion du personnel se pose, en général, les syndicats réagissent. Vous allez me dire: "Ah, il y a une réaction syndicale". Pas de la CGSP, pas de la CSC, pas non plus du syndicat national de police! On a juste eu une réaction hyper violente de l'aile flamande du SLFP, comme par hasard. Et les autres syndicats ne réagissent pas. Moi, cela m'interpelle quand même. S'il y avait une grosse catastrophe au niveau de la gestion du personnel, je pense que tous les syndicats réagiraient.

Et donc, M. Snoek est venu s'expliquer. Il a reçu des questions assez virulentes et, quelque part, je trouve personnellement qu'il est resté très calme par rapport à la virulence de certains collègues ici, notamment par rapport à la mise en doute de son intégrité. Je trouvais que c'était vraiment déplacé.

Il n'a pas répondu directement à toutes les questions, notamment du fait qu'on lui a laissé pratiquement une demi-heure de temps de parole. Nous étions pris par le temps et nous devions arrêter. J'ai, dès lors, proposé – souvenez-vous, chers collègues – qu'il nous envoie toutes ses réponses par écrit. Et nous avons reçu une note de quand même 60 pages avec tous les éclaircissements.

Il est attaqué entre autres sur le fait qu'il n'a pas pris la voiture qu'on lui suggérait au départ. Il explique qu'en sa qualité de responsable de l'opération Sky ECC, qui a impliqué des centaines de truands, dont les plus dangereux du pays, il bénéficie d'un statut de protection à respecter notamment en ce qui concerne la voiture dont il dispose, une voiture avec un niveau de protection plus important que ce qu'on lui proposait et aussi avec une puissance de moteur qui permet de s'enfuir. Je ne pense pas que M. Snoek a choisi une voiture parce qu'il a un goût du luxe démesuré. C'est mon avis.

Finalement, j'ai le sentiment que nous assistons ici à une espèce de chasse à l'homme tout à coup et que toute une série d'acteurs lui mettent des peaux de bananes, alors que M. Snoek, votre commissaire général, a surtout besoin de soutien pour mener les réformes nécessaires au niveau de la police fédérale et pour continuer la lutte tout aussi nécessaire contre le crime organisé dans ce pays, fait quand même assez interpellant depuis des années.

Je ne m'étendrai pas davantage. Je trouve quand même que toutes ces attaques sont un peu déplacées et cela me laisse un goût bizarre quand je vois d'où elles surgissent, de quels partis et de quelle partie du pays. J'espère que le plus gros problème de M. Snoek, ce n'est pas qu'il soit francophone, en l'occurrence. En effet, si on commence à avoir des soucis avec cela, alors, notre pays est vraiment dans un très, très mauvais état.

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de minister, de federale politie is mij dierbaar. Het is dan ook goed dat we een actualiteitsdebat organiseren, al weet ik niet of de federale politie voor iedereen in dit parlement even dierbaar is, want ik vind het vreemd dat regeringspartij N-VA in dit debat afwezig blijft.

Net omdat de federale politie mij dierbaar is, moeten we de eventuele problemen aanpakken. Dat dient te gebeuren op het niveau van de commissaris-generaal. Die moet zijn verantwoordelijkheid opnemen, samen met het DirCom en de collega’s van de lokale politie.

U, als minister van Binnenlandse Zaken, en de regering dragen daarin ook verantwoordelijkheid. Het is voor mij van belang – en ik spreek ook vanuit het verleden – dat we problemen bij de federale politie niet laten aanslepen. In alle eerlijkheid denk ik dat dat in het verleden te vaak is gebeurd.

Ten tweede vind ik het belangrijk – en daarin sluit ik mij aan bij de woorden van mijnheer Thiébaut– dat we voorzichtig zijn met intentieprocessen en niet alles op een hoop gooien. Als ik de voorzitter in zijn hoedanigheid van parlementslid hoor zeggen dat de positie van mijnheer Snoeck onhoudbaar is en vraagt of men hem nog kan verdedigen, dan moeten we toch voorzichtig zijn. Ook wij als parlementsleden dragen immers verantwoordelijkheid, en we mogen de problemen niet groter maken dan ze zijn. We moeten ze daarentegen helpen oplossen vanuit deze commissie. Nu al een proces opstarten over de houdbaarheid van de positie van mijnheer Snoeck, vind ik dan ook heel erg prematuur.

Ik ben het dus eens met collega Thiébaut dat we geen chasse à l’homme mogen organiseren, maar tegelijk moeten er wel antwoorden komen, als er gelegitimeerde vragen zijn. Ik verwijs bijvoorbeeld naar het verhaal van de BMW. We hebben het antwoord van de commissaris-generaal daarover gelezen.

Het is belangrijk, mijnheer de minister, dat we ook uw standpunt daarover horen. Hoe reageert u als minister van Binnenlandse Zaken op de hoorzitting en op de inhoud van de brief? Welke conclusies trekt u daaruit?

Mijnheer Snoeck sprak tijdens de hoorzitting over een strategisch plan, dat hij tegen de zomer – dus ongeveer nu – zou indienen. Is dat strategisch plan afgestemd op de budgettaire afspraken die werden gemaakt in het kader van het paasakkoord? Dat akkoord bepaalt dat 35 % van de voorziene 250 miljoen naar de federale politie gaat. In totaal gaat het dus om 87,5 miljoen euro via frontloading. Is het plan daarop afgestemd? Of is dat plan strategischer van niveau? Dat kan natuurlijk ook.

Ten derde, als we het hebben over budgetten, is een van de grootste structurele problemen bij de federale politie sinds haar ontstaan, dat er te veel budget naar het personeel gaat. Bijna 90 %, meer dan 85 %, gaat naar het personeel, waardoor er geen of nauwelijks middelen overblijven voor de werking, laat staan voor investeringen. Dat is volgens mij een van de kernelementen om de problemen bij de federale politie aan te pakken. Hoe bekijkt u dat, mijnheer de minister?

Catherine Delcourt:

Monsieur le ministre, le 17 juin dernier, lors de l'audition du commissaire général, de nombreuses questions, parfois très virulentes, ont été adressées quant aux pratiques existant au sein du commissariat général. Poser des questions est normal. Il importe de pouvoir le faire, et que le commissaire général et vous, monsieur le ministre, puissiez nous éclairer sur la situation.

Le format qui était proposé n'a pas permis au commissaire général de répondre à toutes les questions. Nous avons donc accepté que les réponses nous parviennent par voie écrite. Certaines nous éclairent tandis que d'autres nous interpellent encore.

Comme vous le savez, la confiance dans la direction générale, et plus particulièrement dans le commissaire général, fait l'objet de critiques. J'ignore si elles sont fondées, mais vous pourrez certainement nous fournir des éclaircissements.

Des témoignages font état d'un climat de méfiance – généralisé ou pas? –, de relations hiérarchiques parfois malsaines, de comportements transgressifs, d'une gouvernance déficiente. Ces mots sont très durs pour une haute fonction de l'État.

À côté de cela, la situation financière de la police fédérale conserve des zones de flou, malgré la mise en place d'une cellule budgétaire. Il y a des chiffres contradictoires sur l'évolution budgétaire et sur les moyens réels disponibles. Aucun tableau d'ensemble clair ne nous est présenté.

En ce qui concerne la réforme interne menée par le commissaire général, la multiplication des services et des effectifs, ainsi que l'orientation et la cohérence de cette réorganisation soulèvent encore des questions. À titre d'exemple, l'arrêté royal du 27 octobre 2015 prévoit 74 collaborateurs pour le commissaire général. Dans les faits, ce nombre est dépassé de 60 personnes, avec un effectif total de 134 personnes.

Monsieur le ministre, le commissaire général n'avait pas pu répondre à l'ensemble de nos questions. Avez-vous pris connaissance des réponses écrites? Quelle est votre opinion globale sur les réponses formulées?

Pouvez-vous nous éclairer sur la situation financière actuelle de la police fédérale? Comment le budget et les effectifs ont-ils évolué au cours des dix dernières années? Quelles décisions stratégiques ont-elles été prises sur cette base?

Comment justifiez-vous l'augmentation substantielle des effectifs au sein du commissariat général au-delà des limites prévues par l'arrêté royal? Sur quelle base budgétaire cela repose-t-il? Quelle capacité est-elle nécessaire pour chacune des missions du commissaire général?

J'imagine que vous êtes bien informé des témoignages de harcèlement, de favoritisme, de leadership toxique et de gestion RH problématique. Partagez-vous cette position ou de quelle manière pouvez-vous la nuancer ou la contredire?

Quelles leçons globales tirez-vous de la situation actuelle? Quelles mesures comptez-vous prendre pour garantir et maintenir un climat de confiance au sein de la police fédérale? Cela semble tout à fait essentiel.

Greet Daems:

Mijnheer de minister, de federale politie is een belangrijke dienst die mee waakt over de veiligheid van de burgers in ons land. Seksisme, misogynie , racisme, pesten op het werk, en machtsmisbruik door leidinggevenden horen gewoon niet thuis in zo'n dienst. Voor alle duidelijkheid, ze horen nergens thuis. Als zulke zaken voorkomen bij de politie is dat niet alleen ernstig voor de medewerkers, want zo'n werksfeer zorgt voor persoonlijke drama's, maar het is ook ernstig voor de burgers.

Uit het antwoord van de commissaris-generaal blijkt dat er ondertussen bij de federale politie wel actie wordt ondernomen om het wangedrag aan te pakken. Ik las over de implementatie van de klokkenluiderswetgeving en over de invoering van een meldkanaal, over extra capaciteit op de dienst Integriteitbevordering en -bewaking en over de uitbouw van het netwerk van vertrouwenspersonen voor psychosociale aspecten. Dat zijn allemaal noodzakelijke stappen, maar die zijn duidelijk nog lang niet genoeg, gelet op de ernst van het probleem. Ik meen dat er nog veel meer moet gebeuren.

Tegelijkertijd viel op dat er in het antwoord van de heer Snoeck wordt verwezen naar structurele tekorten. Er is te weinig personeel, er zijn te weinig middelen, er zijn te veel dossiers die tegelijkertijd aangepakt moeten worden. Kortom, de problemen worden wel erkend, maar ze worden vertraagd aangepakt, onder meer omdat de ruimte ontbreekt.

Dat roept vragen op. Als we echt een veilige en integere politie willen, voor alle medewerkers en voor de samenleving, moeten we ook durven kijken naar de financiële onderbouw. Ik ben dus heel benieuwd hoe u kijkt naar het antwoord dat ons werd bezorgd door de heer Snoeck en wat u vindt van zijn analyse dat een chronisch tekort aan middelen en personeel bij de federale politie de uitvoering van beleid, de interne werking en het personeelsbeleid ondermijnt.

Xavier Dubois:

Monsieur le ministre, je suis assez étonné, même un peu heurté, des propos qui ont été tenus en début de séance. Insinuer que le commissaire se soustrait au contrôle parlementaire m'évoque une sorte de chasse aux sorcières, Je ne peux pas l'accepter, je ne peux pas l'entendre.

On l'a entendu. S'il n'a pas effectivement répondu à toutes les questions mais nous avions convenu, sur proposition du collègue, que les réponses soient données par écrit à ces questions auxquelles il n'avait pas eu le temps de répondre. C'est le cas. Le commissaire nous a envoyé ses réponses et nous sommes en train de les analyser. Nous avons également convenu entre nous de l'entendre à nouveau à la rentrée, notamment à la suite de son dépôt de plan stratégique. Il s'agit d'un projet crucial pour la police qui nécessite une réorganisation, une vision nouvelle, en phase avec les priorités données par le nouveau gouvernement, qui, je le rappelle, est en place depuis le mois de février maintenant.

Je pense qu'on doit aussi laisser le temps aux services de pouvoir prendre connaissance des annotations, des stratégies qui sont souhaitées par le gouvernement et de pouvoir les implémenter par la suite.

En ce qui me concerne, je reste sur le schéma convenu. Nous entendrons de nouveau le commissaire, ce sera l'occasion de lui reposer des questions, d'approfondir non seulement les dossiers évoqués, mais également ce rapport, d'autres rapports, et, bien entendu, toutes les priorités importantes pour le bien-être des policiers et de la population.

Ma question, monsieur le ministre, est assez simple: quel est votre avis quant aux origines du malaise qui sont évoquées dans ce rapport? Quelles sont les politiques que vous souhaitez mener, parce que cela relève aussi, finalement, de votre responsabilité? Car le commissaire met en œuvre la politique du gouvernement, mais il y a surtout un gouvernement qui donne les orientations, qui définit les actions à mettre en place. Quelles sont donc vos propositions pour faire en sorte de retrouver un climat serein au sein de la police? Ce climat serein participe, je le rappelle, au bien-être des agents, mais aussi, bien entendu, au bien-être et à la sécurité de la population. Enfin, j'ai entendu que le commissaire était germanophone. En tout cas, il n'est pas néerlandophone.

Bernard Quintin:

Monsieur le président, malheureusement, mon niveau d'allemand étant ce qu'il est, je ne veux pas me faire attraper parce que j'écorcherais la belle langue de Goethe.

Mijnheer de voorzitter, dames en heren volksvertegenwoordigers van de natie, tijdens de hoorzitting van 17 juni hebt u een uitgebreide reeks vragen voorgelegd aan de commissaris-generaal van de federale politie. Hij kreeg de gelegenheid om tijdens de vergadering antwoorden te formuleren. Het debat kon echter niet worden afgerond. Volgens verschillende commissieleden bleven bepaalde vragen onvoldoende beantwoord. Daarom werd de commissaris-generaal verzocht om uiterlijk op 7 juli bijkomend schriftelijke antwoorden te bezorgen. Dat is inmiddels ook gebeurd, in een uitvoerig document met verschillende bijlagen.

J’ai pris connaissance, a posteriori , des réponses du commissaire général. Il n’y avait en effet pas de raison que je les valide. Vous lui avez posé des questions, il vous a répondu. J’ai bien reçu les réponses qu’il vous a transmises. Sont-elles satisfaisantes? Ce sont des réponses que le commissaire général adresse au Parlement. Il ne revient pas, vous en conviendrez, au ministre de l’Intérieur de se prononcer sur leur caractère satisfaisant ou non.

Le commissaire général reviendra vous voir courant septembre pour poursuivre ce qui doit rester, en effet, une audition dans les formes – des formes, je dirais, tant structurelles que de courtoisie – afin de répondre à vos questions.

Een aantal commissieleden hebben mij ondertussen ook een reeks vragen gesteld, waarop ik vandaag globaal zal antwoorden in de vorm van vier verschillende onderdelen. Binnen de mij toegewezen tijd kan ik niet op elke vraag in detail ingaan.

J’aborderai le bien-être des collaborateurs, la situation financière de la police fédérale, le plan stratégique pour la police fédérale ainsi que la sélection, le recrutement et la formation.

Messieurs Depoortere, Thiébaut et Vandemaele, madame Delcourt, vous avez posé des questions concernant d'éventuelles atteintes à l'intégrité, la procédure CORESPO, l’enquête IDEWE et ma confiance dans la direction de la police fédérale. Je relèverai trois thèmes en matière de bien-être.

Tout d'abord, pour parler de plusieurs atteintes à l'intégrité potentiellement graves, je condamne par principe et fermement toute forme de comportement discriminatoire et inapproprié, le harcèlement et/ou un leadership inapproprié voire toxique. Il incombe à la hiérarchie de garantir un environnement de travail sûr et intègre pour tous les collaborateurs et toutes les collaboratrices. Je ne suis pas au courant de dossiers individuels et je n'ai pas à l'être. Je reste cependant convaincu que tous les signalements effectués via les canaux prévus à cet effet doivent être traités de manière appropriée.

Le commissaire général a récemment lancé un audit interne à ce sujet. S'il s'agit d'infractions pénales, il appartient au parquet d'agir. Les dossiers disciplinaires sont soumis à la réglementation disciplinaire en vigueur. Je découvre encore ce domaine, mais je peux vous dire que les procédures sont suivies et que tous les mécanismes que l'on est en droit d'attendre de la part d'un grand corps comme celui de la police fédérale sont en place et fonctionnent.

Je tiens également à souligner l'existence de canaux de signalement formels pour les atteintes à l'intégrité, conformément à la législation relative aux lanceurs d'alerte, tant en interne qu'en externe ou par voie de publication.

Niemand kan verplicht worden om een melding te doen bij een vertrouwenspersoon, ongeacht een eventuele persoonlijke band. Integendeel, elke schijn van partijdigheid moet net worden vermeden.

Ten tweede: het lopend CORESPO-traject heeft als doel, conform het model voor Governance, Riskmanagement en Compliance, cultuur- en risicodetectie uit te voeren. CORESPO brengt mogelijke ethische risicozones in kaart, zowel op het niveau van de organisatie als van haar verschillende geledingen. Daarbij zijn zeker werkpunten vastgesteld, vooreerst met betrekking tot de geïdentificeerde integriteitsrisico’s, daarnaast wat betreft het volledige procesverloop, de interne terugkoppeling en de communicatie.

Dat gezegd zijnde, het komt er nu op aan om de vastgestelde risico’s te beheren en het ethisch handelen en de conformiteit ervan te waarborgen. Het moet gebeuren aan de hand van gerichte acties. Voor de DGJ kan ik u alvast meedelen dat het eindrapport Respect DGJ in april 2025 aan de vakorganisaties is voorgelegd en dat het concrete actieplan in juni 2025 is gepresenteerd. Ik heb er vertrouwen in dat de uitwerking en opvolging via de geijkte kanalen zal verlopen. Ik zal dat blijven opvolgen.

Ten derde: de IDEWE-onderzoeken van 2019 en 2024 hebben een heel andere finaliteit en beleidskader dan CORESPO. IDEWE opereert immers binnen het wettelijk kader inzake welzijn op het werk en hanteert een andere methodologie en doelgroep. IDEWE meet indicatoren van welzijn en psychosociale belasting, terwijl CORESPO een intern instrument is voor cultuur- en risicodetectie dat meer focust op leiderschap, conflictdynamiek, perceptie van rechtvaardigheid en interpersoonlijke dilemma’s.

De resultaten van het IDEWE-onderzoek van 2024, gevalideerd in de overlegorganen met de vakorganisaties, tonen: een algemene verbetering van de welzijnsindicatoren, een stabilisatie van ongewenst gedrag, betere interpersoonlijke relaties en een daling van signalen van psychosociaal onbehagen. Beide instrumenten, CORESPO en IDEWE, vullen elkaar dus aan, maar mogen niet met elkaar worden verward of rechtstreeks naast elkaar worden gelegd.

Vous m’avez également interrogé sur la confiance que j’ai dans la direction de la police fédérale. Un ministre de la Sécurité et de l’Intérieur doit pouvoir avoir confiance en sa police. Et je peux vous dire que j’ai cette confiance, mais elle n’est pas aveugle. Elle est fondée sur les démarches que la direction entreprend et entreprendra, sur sa volonté de dialogue et sur son engagement à améliorer structurellement le fonctionnement de l’organisation de la police fédérale. C’est une mission quotidienne, qui n’est ni simple ni facile. Des comptes doivent être rendus tant au sein de l’organisation qu’à l’extérieur de celle-ci, tout comme d’ailleurs devant ce Parlement. Nous savons qu’il existe des points sensibles et des points à améliorer. Et nous devons aussi faire confiance à la direction de la police pour s’y atteler avec la détermination nécessaire.

J’en profite pour faire une incise sur les questions de sécurité. Je vous avoue que je ne me suis pas penché sur la question de la marque de la voiture à choisir. La sécurité est un sujet important que nous devons laisser aux services de sécurité – et c’est quelqu’un qui a vécu trois ans entouré de gardes de corps au quotidien qui vous le dit.

Mme Delcourt, messieurs Van Tigchelt et Thiébaut et Mme Daems, vous m'avez posé des questions sur la situation budgétaire de la police.

Ik vertel niets nieuws als ik zeg dat de situatie bij mijn aantreden als minister toch wel verrassend was.

Près de 89 % des moyens sont absorbés par les dépenses en personnel, ce qui limite évidemment fortement les marges pour investir dans les infrastructures, les véhicules, l'équipement et les outils numériques.

Dat moet veranderen. De personeelsmiddelen terugbrengen naar 85 % is een goede ambitie.

L'utilisation de la provision "sécurité", dont on a parlé, permettra notamment d'améliorer le ratio des crédits. Ceux-ci seront utilisés aussi pour couvrir une partie des moyens nécessaires dans le cadre de la réforme en cours, menée par le commissaire général. Certains projets ont déjà retenu mon attention et feront l'objet d'une utilisation cette année, tels que l'investissement dans le matériel de la DSU, le renouvellement de la flotte de véhicules ou encore l'acquisition de matériel informatique.

Donc il y a des carences, c'est une évidence. Comme j'ai déjà eu l'occasion de le dire, dans la situation budgétaire difficile que nous connaissons et qui impose des mesures sévères mais nécessaires, j'ai la chance de pouvoir diriger deux départements, l'Intérieur, globalement exempt d'économies, et la police fédérale, totalement exempte d'économies – et même dotée d'un budget supplémentaire de 450 millions. J'ai même réussi, par une petite pirouette, à récupérer 45 millions de plus pour ce budget.

Ces moyens seront consacrés à mettre la police au goût du XXIe siècle, à la fois dans les moyens dont elle dispose mais aussi dans l'adéquation de ses moyens avec la réalité de la criminalité qui est la nôtre aujourd'hui et qui n'est pas celle d'il y a 25 ans, quand la police intégrée à deux niveaux a été créée dans le cadre de la grande réforme de la police dans notre pays. C'est une tâche qui m'occupe jour et nuit – littéralement – vu l'heure à laquelle on termine les kern pour le moment.

In mijn derde punt kom ik tot de vragen over het strategisch plan voor de federale politie. Op vraag van de minister van Justitie, mevrouw Verlinden, en mijzelf, wordt door de commissaris-generaal en het directiecomité de laatste hand gelegd aan een ontwerp van strategisch plan. Dat is een noodzakelijk initiatief voor de goede werking en coördinatie van een beter gemanagede en meer performante federale politie.

Ik verwijs opnieuw naar de begroting. U weet hoe dat werkt. Ik moet u zeggen dat ik echt verbaasd was toen ik zag dat bijna elk departement zijn eigen budget heeft. Het is bijna onmogelijk om budgetten te transfereren.

C'est vraiment une organisation archaïque, sans parler de la difficulté pour les autorités de la police fédérale de faire des transferts, parfois même de deux personnes d'un service à l'autre, sans devoir se lancer dans des concertations tout à fait impossibles. Il faut aussi pouvoir reconnaître que l'organisation qui a été mise en place au fur à mesure des années ne facilite pas la flexibilité, qui est absolument fondamentale pour un service comme celui de la police fédérale.

Je vous assure que c'est une chose à laquelle j'ai l'intention de remédier. J'insiste un peu parce que je pense que j'aurai besoin de l'appui de cette Chambre et certainement de cette commission pour pouvoir le faire.

Ik kom terug tot het plan. We rekenen erop dat plan te finaliseren en goed te keuren in september 2025.

Het doel van het plan is een duidelijke en ambitieuze visie uit te tekenen voor de ontwikkeling op middellange termijn. Vier thema's zullen aan bod komen, ten eerste, de visie van de federale politie tegen 2030, ten tweede, de uitoefening van de sleutelopdrachten met concrete doelstellingen om de kwaliteit en de impact van de diensten te verbeteren, ten derde, de verbetering van de interne werking, en ten vier, het voorzien in de nodige middelen en de nodige capaciteit.

De ontwikkeling van dat strategisch plan ligt in het verlengde van de opdracht die de commissaris-generaal kreeg bij zijn aanstelling al commissaris-generaal ad interim, met name de continuïteit verzekeren en het management versterken, en de toekomst van de federale politie voorbereiden.

Ik vertrouw erop dat een dergelijk strategisch plan de solide basis kan vormen voor een rationalisering, en vooral de veiligheid van de burger zal dienen.

Het vierde punt gaat over de selectie en de rekrutering.

Pour répondre à Mme Delcourt et à M. Thiébaut, travailler sur de nouveaux engagements est essentiel et la police doit être un employeur moderne et attractif. Et là, on touche à deux points absolument fondamentaux. Il y a un déficit global de 15 % au niveau de la police fédérale, mais avec parfois des déficits beaucoup plus importants dans un certain nombre d'unités. C'est un vrai problème.

Comme j'ai eu l'occasion de le dire à plusieurs reprises, il y a aussi le fait que la police fédérale fonctionne dans le monde d'aujourd'hui. Et dans le monde d'aujourd'hui, recruter des policiers est beaucoup plus difficile au regard de la manière dont le rapport au travail est envisagé. Je n'ai pas de jugement de valeur par rapport à cela; c'est une réalité dans laquelle nous vivons. Mais on est confronté à cette réalité par rapport à un métier de police qui a un certain nombre d'exigences.

J'accorde une grande importance à la recherche de candidats via par exemple des viviers ciblés, à la sélection de ces mêmes candidats, à l'engagement des lauréats et à leur formation. Depuis septembre 2021, une nouvelle procédure de sélection et de recrutement est mise en œuvre. Ses principaux objectifs sont notamment de réduire le délai de sélection à 90 jours – ce que je compte mettre en application extrêmement rapidement – et, compte tenu du marché du travail concurrentiel, d'attirer et fidéliser non seulement des profils généraux mais aussi des profils spécialisés, tels que des experts financiers et des spécialistes de la cybercriminalité pour n'en citer que deux, au moyen de parcours de carrière adaptés.

L'évaluation de cette procédure est toujours en cours mais certains points d'amélioration sont déjà clairs, tels que la nécessité d'une meilleure coordination entre la mobilité interne et le recrutement externe ainsi qu'un besoin d'appui numérique renforcé. Un plan d'action sera élaboré à court terme.

Le plan de personnel "flexible", c'est le mot magique, vise à introduire davantage de souplesse par rapport au tableau organique strict actuellement en vigueur, tel que fixé par l'arrêté royal du 27 octobre 2015. L'objectif est de permettre à la police fédérale d'adapter plus dynamiquement ses effectifs en fonction des besoins, des priorités et des moyens disponibles.

Grâce à un plan stratégique pluriannuel aligné sur les objectifs de l'accord de gouvernement fédéral, le plan de personnel flexible doit créer plus de marge de manœuvre en matière de gestion des ressources humaines. J'attends à cet égard les propositions concrètes de la police fédérale.

La modernisation de la formation policière est un processus de réforme stratégique qui fait partie des engagements pris dans l'accord de gouvernement fédéral. Je souhaite même aller plus loin et aborder non seulement l'enseignement policier mais aussi les formations axées sur la sécurité (protection civile, pompiers, sécurité privée) dans la globalité.

Je crois que j'ai déjà eu l'occasion de dire que je compte organiser au dernier trimestre de cette année une grande table ronde ou un pow-wow – je n'ai pas encore défini précisément le mot – sur l'attractivité de la fonction de police. On doit travailler sur le recrutement, sur la formation, sur la formation continue de notre police et sur ses plans de carrière.

Ce n'est pas simple mais je pense que c'est absolument nécessaire si on veut avoir un vivier suffisant pour pouvoir recruter dans les différents services et permettre cette flexibilité non seulement au sein de la police fédérale mais aussi entre la police fédérale et les zones de police locale.

U merkt dat er nog werk op de plank ligt. Ik ben gemotiveerd en ik hoop op jullie te kunnen blijven rekenen om de vele uitdagingen aan te gaan. Ik dank jullie.

Ortwin Depoortere:

Dank u wel, mijnheer de minister. Zoals men dat in het Frans noemt: noyer le poisson . Het ging hier over het welzijn op de werkvloer, het ging over schrijnende getuigenissen van personeelsleden binnen de federale politie, en we zijn geëindigd bij een strategisch plan en de selectie en rekrutering. Uiteraard zijn de budgetten belangrijk en uiteraard is het personeelsbestand belangrijk, maar dat was niet het onderwerp van mijn vraag – misschien wel van andere collega’s, maar niet van mij.

Mijn pertinente vragen gingen over hoe u reageert op al die aantijgingen, hoe u reageert op het verweer van de commissaris-generaal. En ik vraag niet – en dat zal ook blijken uit mijn motie, die ik straks indien, mijnheer Van Tigchelt – het ontslag van de commissaris-generaal. Ik ben niet bezig met een chasse à l’homme , zoals mijnheer Thiébaut het zegt. En tussen haakjes, mijnheer Thiébaut, u bent verwonderd over de reactie van de grootste politievakbond, het VSOA. U ontwaart zelfs communautaire spoken. Maar ik ben verwonderd dat u en uw partij het opnemen voor de top en de gewone personeelsleden, die schrijnende getuigenissen hebben afgelegd, eigenlijk in de steek laten. Dat verwondert mij alleszins van een zelfverklaarde socialistische partij.

We mogen toch niet vergeten, mijnheer de minister, dat het hier ging over de disfuncties, misschien niet alleen bij de persoon van de commissaris-generaal, maar toch zeker in het management van de federale politie, aan de top van die organisatie. Dat men dat nu probeert te ontkennen of te minimaliseren, tart werkelijk alle verbeelding.

En als u inderdaad spreekt over de personeelstekorten – en die zijn er, dat is duidelijk –, dan weet u ook dat de federale politie steeds meer begint te lijken op een Mexicaans leger: met een zeer vette, dikke top en veel te weinig gewone personeelsleden, te weinig soldaten – als ik het zo mag zeggen – op het terrein.

Het verwondert mij ook vandaag dat sommige collega's blijkbaar de voorgeschiedenis van deze hele malaise vergeten zijn, of toch alleszins – bewust of onbewust – niet vermelden. Ik wil u eraan herinneren dat het CORESPO-rapport dateert van 2023. We zijn intussen meer dan twee jaar verder en nu pas kunnen we de minister hier ter verantwoording roepen, kunnen we de commissaris-generaal ter verantwoording roepen. Meer dan twee jaar hebben we moeten wachten op een antwoord. Ik noem dat – en ik trek die woorden niet terug – een vorm van poging tot onttrekking aan de parlementaire controle, mijnheer Van Tigchelt.

Mijnheer de minister, voor het Vlaams Belang is het duidelijk dat hier ook een zware politieke verantwoordelijkheid in het spel is. Bovendien – en dat is wat we wél vragen in onze motie – kan men niet rechter en partij tegelijk zijn. De klokkenluiders, de schrijnende getuigen en getuigenissen, kunnen momenteel nergens terecht binnen de federale politie, want die is rechter en partij tegelijk. Het was daarom dat wij, als Vlaams Belang, een onafhankelijke en externe doorlichting vragen van de federale politie. Dat zou klaarheid brengen, dat zou objectivering brengen en dat zou ook de ongerustheid en de angstcultuur die er heerst bij klokkenluiders binnen de federale politie, minstens gedeeltelijk kunnen wegnemen.

En ik blijf erbij, we gaan de commissaris-generaal inderdaad in september opnieuw horen. Ik hoop dat we tegen dan ook alle documenten te zien krijgen waarop we recht hebben. Als men openbaarheid en transparantie wil, dan moet men het debat ook ten volle durven voeren, ook aan de kant van het management van de federale politie.

In uw regeerakkoord, mijnheer de minister, beloofde u een doorlichting, maar die zou intern moeten verlopen. Ik ben van mening dat deze doorlichting extern moet worden georganiseerd, gezien de situatie, de vele getuigenissen, de grote malaise en het CORESPO-rapport.

Daarom, mijnheer de minister, heb ik een motie van aanbeveling ingediend.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Ik pleit er zeker niet voor dat de heer Snoeck moet vertrekken. Wel vind ik het rapport en de verhalen waarmee wij worden geconfronteerd veraf staan van het verhaal van de heer Snoeck. Daar zit ruis op. De schriftelijk ontvangen antwoorden zijn onduidelijk. Ze zijn van dezelfde vaagheid als het antwoord dat we tijdens de hoorzitting van de heer Snoeck kregen.

Vertrouwen is toch wel het sleutelwoord, zowel binnen de politie als vanuit de politiek. Of het nu ministers, meerderheid of oppositie betreft, ook wij moeten vertrouwen kunnen hebben in de politietop. In die context blijft een en ander mij tegen de borst stuiten. Op een bepaald moment vermeldde u bijvoorbeeld dat men altijd een beroep kan doen op de procedure voor klokkenluiders. Voor veel dossiers die men bij een superieur wil aankaarten, kan men de klokkenluiderprocedure echter niet gebruiken, aangezien die procedure voor uitzonderlijke gevallen is bedoeld. Daarom blijf ik terugkomen op de kwestie van relaties tussen hiërarchische oversten. Wie een probleem heeft met een leidinggevende en niet terechtkan bij de leidinggevende van het hogere niveau omdat beide leidinggevenden een relatie hebben met elkaar, kan onmogelijk naar de klokkenluidersprocedure worden doorverwezen, want die procedure is daarvoor niet bedoeld. Wie met wie samenwoont of welke persoonlijke banden er zijn, hoef ik niet te weten, maar op zijn minst moet voor gevallen van een hiërarchisch probleem een oplossing worden geboden, zodat dergelijke problemen aangekaart kunnen worden.

U zegt dat u geen blind vertrouwen hebt en dat vind ik goed, want ook wij hebben geen blind vertrouwen. Daarom blijven we aandringen. Hopelijk zal de commissaris-generaal in september iets inschikkelijker zijn, uitvoeriger en meer to the point antwoorden. We hebben immers – en daarin zijn wij allemaal bondgenoten – nood aan een sterke politie, aan een stevige federale politie. Dat kan enkel als er voldoende openheid is.

Ik kijk dan ook uit naar de hoorzitting in september.

Éric Thiébaut:

Merci, monsieur le ministre pour vos éclaircissements, vos réponses et certaines prises de position. Je pense que vous avez été mesuré et plein de bon sens dans votre réponse. Je ne vous frotte pas la manche, mais c'était bien. Je pense que, justement, dans ce genre de dossier, il faut garder une certaine mesure. Et le collègue Van Tigchelt l'a dit, il ne faut pas jeter le bébé avec l'eau du bain, il ne faut pas exagérer.

Je reste en outre persuadé qu'il serait intéressant d'auditionner les syndicats. Je l'ai proposé, mais cela a été refusé. On ne peut pas à la fois s'appuyer sur les dires d'un candidat d'un seul syndicat, et refuser par la suite d'entendre tous les syndicats concernés. C'est quand même un peu bizarre. Je redemanderai donc officiellement au président s'il est possible d'organiser des auditions de toutes les organisations syndicales.

J'entends également parler du Comité P, mais ce dernier peut être saisi à tout moment sur simple dépôt de plainte. Dans ce cas de figure de dysfonctionnement, de harcèlement, de problématiques inacceptables, un policier peut s'adresser à l'AIG, mais on pourrait dire qu'elle est sous l'autorité de la police fédérale. Le Comité P est sous l'autorité du Parlement. Il existe quand même des possibilités pour des lanceurs d'alerte, même à la police fédérale.

Pour revenir à M. Snoeck, il s'est expliqué ici. Il nous a envoyé des explications complémentaires qui n'ont pas l'air de satisfaire à 100 % certains de mes collègues. Il reste selon eux des zones d'ombre. Je pense qu'il faut alors profiter de la prochaine audition qui aura lieu en septembre pour éclaircir les choses. Mais il ne faut pas déjà condamner quelqu'un avant même qu'il ait pu s'expliquer. Je trouve cela un peu dur.

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik kan mij vinden in veel zaken die hier tijdens de replieken zijn aangehaald.

Het gaat om transparantie. Zonder transparantie kan er geen vertrouwen zijn. Transparantie moet dus maximaal worden geboden. Als parlementsleden hebben we een beleidsmatige functie, dus die transparantie kan zonder op individuele dossiers in te gaan. We zijn hier geen rechter, geen tuchtorgaan of iets dergelijks in individuele dossiers.

Ik herhaal ook dat de federale politie uiteraard belangrijk is en zal blijven. Het voorbeeld van Sky ECC is aangehaald, en we kunnen veel andere voorbeelden opnoemen.

Waaraan we in de huidige turbulente tijden vooral nood hebben, is aan een federale politie, een overheid en veiligheidsdienst die, zoals in het Engels wordt benoemd, agile zijn, namelijk wendbaar en in staat om de vele uitdagingen op een performante manier aan te gaan. Daarin speelt het personeel een belangrijke rol. De personeelsleden van de federale politie moeten het tenslotte elke dag doen. Zij maken maken het verschil. Ook daarom zijn transparantie en vertrouwen noodzakelijk.

Alles begint naar mijn mening bij de leiding. Lead by example . De commissaris-generaal moet daarin het goede voorbeeld geven, samen met het DIRCOM.

Mijnheer de minister, we rekenen erop dat u daarop samen met ons blijft toezien in de toekomst, aangezien het te belangrijk is.

Catherine Delcourt:

Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses, mais aussi pour tous les commentaires qui les ont accompagnées.

J'aime évidemment vous entendre dire que vous êtes motivé. La police fédérale est une structure forte et elle doit le rester.

En tant que parlementaire, au vu des préoccupations persistantes concernant la gouvernance, le climat interne et les moyens alloués, je resterai attentive. Je continuerai à vous interroger

Je suis très heureuse que M. Snoeck puisse revenir en commission pour se soumettre à nouveau aux questions des parlementaires. Rares sont ceux qui viennent une première fois, répondent par écrit et reviennent ensuite. Cela témoigne d’une volonté de partager l’information.

Je suis convaincue que la tête d’une organisation doit être forte, faire preuve d’intégrité, de transparence et de rigueur, y compris sur le plan budgétaire, afin de susciter la confiance. Cette confiance est essentielle au niveau de la sécurité de notre État de droit.

Voorzitter:

Monsieur Dubois, si vous voulez répliquer, je vous donne la parole.

Xavier Dubois:

Je vous remercie, monsieur le président, de me laisser la possibilité de répliquer.

Je tiens, en tout cas, à vous remercier, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je retiens deux thèmes importants que vous avez cités.

Premièrement, vous avez évoqué le bien-être au sein de la police. Bien entendu, vous condamnez tous les risques mis en lumière ainsi que les atteintes potentielles à l’intégrité mentionnées dans ce rapport. C’est une démarche nécessaire.

J’ai également entendu qu’un audit interne a été lancé, ce qui est une bonne chose. Un plan d’action aurait déjà été établi et transmis aux syndicats. Il serait intéressant de pouvoir en prendre connaissance.

Le deuxième thème est celui de la confiance. Vous établissez cette confiance nécessaire, et vous la garantissez, mais il s’agit d’une confiance qui ne doit pas être aveugle. Il est en effet essentiel d’adopter cette posture: une confiance fondée sur les actions en cours et celles à venir.

Je crois que nous l’avons toutes et tous souligné, un point d’attention majeur sera ce fameux plan stratégique, qui est très attendu.

En conclusion, je ne partage pas l'avis selon lequel le commissaire général se soustrairait au contrôle parlementaire. Ce n'est pas le cas. Il a répondu aux questions en commission, il a répondu par écrit, et il reviendra.

Nous attendons avec grande impatience ce plan stratégique pour pouvoir évaluer la manière dont nous mettrons en œuvre la politique souhaitée par le gouvernement.

Brent Meuleman:

Bedankt, voorzitter, dat u mij de kans geeft om ook te repliceren.

Dank u, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Zoals ik in het verleden al heb gezegd, mensen die elke dag hun stinkende best doen om onze veiligheid te garanderen, verdienen het natuurlijk om ook zelf in een veilige omgeving te kunnen werken. In die zin ben ik bijzonder tevreden met uw strenge veroordeling van alles wat te maken heeft met ongepast gedrag, toxisch leiderschap, pestgedrag enzovoort.

Het is goed dat er een audit loopt. Ik denk dat we allemaal de vinger aan de pols zullen houden en dat u dat als minister ook zult doen. Wij zullen in elk geval ons werk doen. Daarom is het goed dat de commissaris-generaal in september opnieuw naar het Parlement komt om de vragen van de parlementsleden te beantwoorden.

U zult in Vooruit een partner vinden om de broodnodige hervormingen uit te voeren.

Moties

Motions

Voorzitter:

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Ortwin Depoortere en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van de heer Ortwin Depoortere en het antwoord van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris, - overwegende dat de malaise bij de federale politie nefast is voor de veiligheid van onze burgers; - overwegende dat een werkplaats waar grensoverschrijdend gedrag welig tiert, werknemersuitval vergroot en de vele openstaande vacatures moeilijk kan invullen; - overwegende dat de strijd tegen georganiseerde misdaad en zware criminaliteit cruciaal is; - overwegende dat persoonlijke belangen van individuele functionarissen de operationele capaciteit van anderen niet mogen hinderen en de hele organisatie niet mogen schaden; vraagt de regering - het welzijn en de veiligheid van agenten, inspecteurs en personeelsleden van de federale politie in het algemeen te verzekeren; - de gebouwen van de veiligheidsdiensten naar behoren te onderhouden; - een externe doorlichting te bevelen van de federale politie; - het Comité P op te dragen de vele klachten van en getuigenissen over wangedrag te onderzoeken; - de machtsposities van betrokkenen waar nodig te herzien; - grondige interne hervormingen voor te bereiden en uit te voeren teneinde een herhaling van wanbeleid alsook wanbeheer te voorkomen. " Une motion de recommandation a été déposée par M. Ortwin Depoortere et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de M. Ortwin Depoortere et la réponse du ministre de la Sécurité et de l’Intérieur, chargé de Beliris, - considérant que le malaise au sein de la police fédérale nuit à la sécurité des citoyens; - considérant qu'un lieu de travail où les comportements inappropriés sont monnaie courante entraîne une augmentation de l'absentéisme et des difficultés à pourvoir les nombreux postes vacants; - considérant qu'il est essentiel de lutter contre le crime organisé et la grande criminalité; - considérant que les intérêts personnels de fonctionnaires individuels ne peuvent pas entraver la capacité opérationnelle des autres fonctionnaires ni porter atteinte à l'organisation dans son ensemble; demande au gouvernement - de garantir le bien-être et la sécurité des agents, des inspecteurs et des membres du personnel de la police fédérale en général; - d'entretenir comme il se doit les bâtiments des services de sécurité; - d'ordonner un audit externe de la police fédérale; - de charger le comité P d'enquêter sur les nombreuses plaintes et les nombreux témoignages concernant des comportements inappropriés; - de revoir, si nécessaire, la situation des personnes concernées au sommet de la hiérarchie; - de préparer et de mettre en œuvre de profondes réformes internes afin d'éviter que des problèmes de mauvaise politique et de mauvaise gestion ne se répètent.. " Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Catherine Delcourt. Une motion pure et simple a été déposée par Mme Catherine Delcourt . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

Het rapport over gewelddadige extremisten
De infiltratie van het CIIB door de moslimbroederschap
De toenemende radicalisering
De vaststelling dat een deel van de klimaatbeweging steeds extremer en zelfs levensgevaarlijk wordt
Extremistische infiltratie, radicalisering en geweld

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 10 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om radicalisering en geweld bij klimaatactivisten (o.a. Code Rood, Anuna De Wever) en islamistische organisaties (o.a. CIIB/Frères musulmans), waarbij parlementsleden de minister dringen tot hardere maatregelen: verboden op extremistische groepen, stopzetting van overheidsfinanciering, en verscherpte wetgeving tegen radicalisering. De minister bevestigt dat hij werkt aan een juridisch kader om radicale organisaties te ontbinden en een opvolgingsmechanisme (GGB T.E.R.), maar benadrukt dat de rechtsstaat centraal blijft. Kritiek richt zich op laxisme tegenover klimaatgeweld (sabotage, levensgevaar) en subsidies aan extremistische netwerken, met name van Ecolo en N-VA. Dringendheid en partijoverschrijdende steun voor strengere aanpak worden bepleit, maar partijen als Groen/PVDA worden verweten geweld te bagatelliseren.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het OCAD heeft een rapport gepubliceerd dat een toch wel zorgwekkende evolutie van de klimaatbeweging schetst, van een positieve activistische beweging die het beste voor heeft met de planeet naar een links-extremistische beweging die geweld niet schuwt. Klimaatprinses Anuna belichaamt die radicalisering eigenlijk nog het best. Eerst wilde ze gewoon niet naar school; nu wil ze pijpleidingen opblazen. Ik vraag mij alvast af wat de volgende stap is. Ik denk dat we die stap moeten vermijden, we moeten vermijden dat er slachtoffers vallen.

Dit is geen fantasie en dat hebben we eigenlijk al gezien. De voorbije weken werd bij OIP in Doornik voor meer dan 1 miljoen euro aan schade aangericht, bij een privébedrijf. Leveringen voor het Oekraïense leger werden daarbij beschadigd, waardoor er vertraging is en dat vanwege de onwetendheid van deze activisten. Ook in Brussel en in Gent zijn levensbedreigende situaties ontstaan door de roekeloosheid van deze linkse extremisten.

Collega’s, de samenleving moet duidelijk maken dat we geweld nooit accepteren. Activisme en debat zijn prima en goed, maar bij geweld trekken we de lijn, dat accepteren we niet, uit welke hoek het ook komt.

Mijnheer de minister, wij konden uitgebreid lezen over dat rapport in de media, maar parlementsleden hebben het niet ontvangen. Het is belangrijk dat wij dat kunnen inkijken om onze job ernstig te kunnen uitvoeren. Zult u er bij het OCAD op aandringen dat dit rapport openbaar wordt? Welke maatregelen zult u nemen tegen deze radicalisering en tegen dit geweld?

Zult u ook een studie laten uitvoeren naar de financieringsstromen van deze links-extremistische bewegingen? Zeker de financieringsstromen die vanuit de overheid komen, moeten we droogleggen.

Denis Ducarme:

Monsieur le ministre, vous le sentez et vous le voyez comme moi, les gens en ont assez. Il ne se passe pas une semaine sans que je doive vous interpeller sur les Frères musulmans, l'islamisme ou le radicalisme qui continuent de prospérer dans notre pays. Les citoyens veulent que ce gouvernement, face aux ennemis de la démocratie, soit un gouvernement d'action.

Hier encore, dans la presse, on lisait que le CIIB – le Collectif pour l'inclusion et contre l'islamophobie en Belgique – sous couvert de lutte contre le racisme, serait en réalité, selon la Sûreté de l'État, un prolongement des Frères musulmans en Belgique. Et pourtant, ce collectif a été grassement subventionné pendant des années par les pouvoirs publics. M. Gilkinet l'a soutenu, probablement parce que certains fondateurs de ce mouvement étaient des proches d'Ecolo. M. Dardenne l'a subventionné, et l'Union européenne également.

Il est temps, monsieur le ministre, de faire en sorte que plus un centime d'argent public ne soit encore versé aux amis des Frères musulmans. Car oui, chez Ecolo, vous avez dans vos rangs des mandataires qui ont cofondé ce qui s'appelait à l'époque le CCIB. Oui, vous êtes donc en partie complices de la composante frériste qui, comme le rappelait déjà un rapport en 2022, fait peser une menace sur notre pays.

Monsieur le ministre, je vous demande de veiller, comme nous y veillons ici à la Chambre – et je remercie les collègues –, à ce que votre département et nos services luttent contre la tendance frériste qui continue de se développer dans notre pays.

Franky Demon:

Mijnheer de minister, ik maak me grote zorgen, want het OCAD spreekt over dreigingen. Mijnheer de minister, ik voel me liever niet bedreigd en ik zie mijn kinderen liever niet opgroeien tussen dreigingen. Ik meen dat dit voor andere gezinnen ook zo is. Het OCAD waarschuwt nu voor een zorgwekkende radicalisering binnen de klimaatbeweging. De protesten worden steeds gewelddadiger. Bij een recente actie van Code Rood in de Gentse haven werden installaties vernield en ontstond er zelfs ontploffingsgevaar.

De klimaatbetogers brachten levens in gevaar. Dat men een punt wil maken en dat men vreedzaam wil protesteren, tot daar aan toe, maar dat er sprake is van geweld en van het in gevaar brengen van mensenlevens, dat is voor ons een brug te ver. Of het nu gaat over jihadistisch extremisme, radicalisering binnen de klimaatbeweging of rechtsextremisme, voor cd&v zijn geweld en extreem gedrag gewoon geen opties, niet van rechts, niet van links, niet van geitenwollensokken, niet van religieus fanatisme. Onze rechtsstaat moet zich daar absoluut tegen verzetten.

Na de aanslagen van 2016 heeft ons land vele stappen gezet tegen dergelijke dreigingen. Wat ons betreft, versterken we die aanpak. Daarbij zijn evenwichten nodig. Bepaalde gevaarlijke radicale organisaties moeten gewoon verboden worden, mijnheer de minister, zonder het grondwettelijk recht op vereniging uit het oog te verliezen.

Ik heb dan maar ook één vraag voor u. Wat plant u te doen om deze samenleving en onze rechtsstaat te beschermen tegen (…)

Voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Demon.

Uit de commissie is ook een vraag meegenomen van collega Van Rooy.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, wie ogen in het hoofd heeft of naar het Vlaams Belang luistert, wist het natuurlijk al langer: de klimaathysterische beweging of toch zeker een deel daarvan wordt extremer en gevaarlijker, zelfs levensgevaarlijk. Dat blijkt nu ook uit een rapport van terreurwaakhond OCAD.

In dat rapport worden onder meer Anuna De Wever en extreemlinkse groeperingen zoals Code Rood genoemd. Zij laten zich, niet het minst, inspireren door de gifgroene Greta Thunberg, die tegenwoordig ook steun betuigt aan die andere groene terreurideologie, namelijk die van Hamas en Hezbollah, die eveneens alsmaar meer voet aan de grond krijgt in ons land. Ja, dames en heren, dit land wordt steeds gezelliger.

Het OCAD-rapport wijst ook op de grote schade die klimaatactivisten aanrichten en nog zouden kunnen aanrichten, indien er geen actie wordt ondernomen. Het gaat om vandalisme aan voertuigen, kunstwerken en bedrijfsinfrastructuur, om blokkades en bezettingen van wegen, sportwedstrijden en luchthavens, evenals sabotage met zware maatschappelijke en economische gevolgen. Bij de klimaatbeweging zijn dergelijke acties al lang ingeburgerd, omdat men het klimaattuig in dit land met fluwelen handschoenen aanpakt. Wat zeg ik? Het wordt zelfs gestimuleerd en gesubsidieerd. Het gebruik van geweld en terreur wordt daardoor nu door steeds meer klimaatactivisten als aanvaardbaar beschouwd. Het OCAD waarschuwt de regering dat er zelfs al dodelijke slachtoffers hadden kunnen vallen. Mijnheer de minister, we mogen dus nog van geluk spreken, maar het valt te vrezen dat het niet zal blijven duren.

Welke maatregelen neemt u tegen die klimaatterreur?

Bernard Quintin:

Messieurs les députés, j'ai pris connaissance d'une note émanant de la Sûreté de l'État concernant les liens entre le CIIB et les Frères musulmans. Monsieur Ducarme, vous m'interrogiez déjà il y a deux semaines en séance plénière sur un sujet similaire. Je dirais que cette itération permet à tout le monde de prendre conscience de la menace que représentent ces organisations radicales, quelles que soient leur origine ou leur idéologie d'ailleurs, lorsqu'elles visent fondamentalement à séparer des parties de la population du reste de la société.

Cela me permet de rappeler ici que même si pour certaines organisations ou nébuleuses, le terrorisme n'est pas en soi un outil de leur politique, elles en créent tout de même le terreau favorable et doivent donc à ce titre être combattues. Cette note démontre, pour autant que de besoin, que nos services prennent cette menace au sérieux, et je tiens une nouvelle fois à les en remercier. J'ai également appris que la commission parlementaire de suivi du Comité R avait demandé une actualisation du rapport mené par ce même Comité en 2022, et je soutiens pleinement cette démarche.

Vous l'avez dit, l'ASBL CIIB est le pendant français du CCIF, organisation dissoute en France après l'assassinat du professeur Samuel Paty. J'ai déjà eu l'occasion de m'exprimer très clairement sur le sujet.

Mijnheer Bergers, mijnheer Demon, zoals u weet werk ik momenteel aan een ontwerptekst die een juridisch kader moet bieden om radicale organisaties te verbieden of te ontbinden.

Mijn voorstel bestaat erin om op basis van objectieve criteria de mogelijkheid te voorzien tot een administratief verbod op de ontbinding van rechtspersonen of feitelijke verenigingen. Dat lijkt mij een doeltreffende manier om te reageren op een realiteit die zich steeds nadrukkelijker manifesteert.

Het is vanzelfsprekend, en ik benadruk dat graag opnieuw, dat de fundamentele principes van de rechtstaat centraal blijven staan in die aanpak. Er moet dus steeds ruimte zijn voor tegenspraak alvorens een administratieve beslissing wordt bevestigd. Uiteraard blijven ook de gebruikelijke rechtsmiddelen van kracht.

De voorgelegde tekst wordt momenteel besproken tussen de verschillende kabinetten van deze regering. U zult dus begrijpen dat ik om die redenen nu niet verder kan ingaan op de inhoudelijke details.

Enkele weken geleden heb ik hier overigens al aangekondigd dat radicale organisaties die een gevaar vormen voor onze nationale veiligheid voortaan in de GGB T.E.R. kunnen worden opgenomen. Dat betekent dat elke vereniging die in die databank wordt geregistreerd, wordt opgevolgd binnen het kader van de T.E.R.-strategie door de lokale taskforce, waarin alle veiligheidsdiensten vertegenwoordigd zijn.

Il n'entre pas encore dans les prérogatives du gouvernement – même si j'estime que cela pourrait être le cas – de demander aux services de sécurité, sur base de leur propre rapport, une analyse approfondie sur des organisations précises.

En définitive, ce seront évidemment ces mêmes services qui prendront toujours la décision finale d'inscription ou non dans la Banque de données commune "Terrorisme, Extrémisme, Processus de Radicalisation" (BDC T.E.R.). C'est la manière dont ce système fonctionne, et je tiens à le préserver ainsi.

Je sais, par contre, que nous partageons toutes et tous un même objectif, qui est que l'autorité publique dispose des outils adéquats et efficaces pour lutter sans détour contre ceux et celles – de quelque extrême ils ou elles se revendiquent d'ailleurs – qui menacent notre sécurité, notre vivre ensemble et donc fondamentalement notre État de droit.

Je sais pouvoir compter sur tous les partenaires pour donner à l'autorité publique les outils efficaces, toujours dans le respect de l' État de droit – et pour le préserver d'ailleurs –, pour lutter sans détour contre celles et ceux qui menacent notre sécurité et notre vivre ensemble.

Il n'y a pas de place pour la haine sur notre sol!

Je vous remercie.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Het is zeer goed dat u aan een wetsontwerp werkt om dergelijke organisaties te verbieden. Dat moet wat onze fractie betreft liever vandaag dan morgen worden goedgekeurd. Daarom werken wij ook zelf aan een tekst om organisaties zoals Samidoun, Code Rood en het CCIB te verbieden. Dat is zeer dringend.

Het frappantste aan deze hele situatie – we hebben het daarnet gezien en ook in de commissie voor Binnenlandse Zaken – is dat sommige collega's van de PVDA en van Groen gewelddadig klimaatextremisme het liefst met de mantel der liefde bedekken. Ook in de krant hebben we gelezen dat Mieke Vogels geweld liever met de mantel der liefde bedekt. Dat kan niet, collega's. Wanneer er geweld is, moet dat worden veroordeeld, ook wanneer het uit de eigen rangen komt.

Denis Ducarme:

Monsieur le ministre, nous avons pu obtenir grâce au soutien des collègues, tous partis confondus, de la commission de suivi de nos services de renseignement – monsieur le président, vous étiez présent – l'actualisation du rapport sur la menace que font peser sur notre pays les Frères musulmans. J'avais déjà obtenu le rapport de 2022.

Monsieur le ministre, ne donnez plus un euro pour les amis des Frères musulmans dans notre pays. C'est évidemment essentiel. Aujourd'hui, pour notre pays, la plus grande menace est la menace islamiste, même s'il y en a d'autres. Beaucoup d'espoirs reposent sur vos épaules et nous attendons naturellement qu'avec le gouvernement à vos côtés, vous puissiez nous doter des outils essentiels à la lutte contre les radicalismes.

Franky Demon:

Mijnheer de minister, ik heb een groot hart voor de planeet en voor ons klimaat. Iedereen wil dat de toekomstige generaties een schone planeet ter beschikking krijgen. Dat bereikt men echter niet door leidingen te saboteren en ontploffingsgevaar te veroorzaken. Stel u voor dat dat verkeerd was afgelopen.

Ik denk niet dat u hier nog zou staan, mevrouw van Ecolo. U schudt het hoofd. Ja, ik heb het tegen u.

De gevolgen zouden onvoorstelbaar en ongezien zijn. Groen fundamentalisme is ook een vorm van fundamentalisme. Het is voor mij even onaanvaardbaar als alle andere vormen van extremisme.

Blijf dit nauwgezet opvolgen, mijnheer de minister, en zorg er alstublieft voor dat er geen ongelukken gebeuren. Wij wachten alvast uw ontwerp af in de commissie.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, er zijn drie grote problemen die ervoor zorgen dat klimaatactivisten in dit land steeds gevaarlijker worden. Ten eerste, als de daders van klimaatvandalisme of -geweld al worden opgepakt, komen ze er vanaf met een fopstrafje. Ten tweede, de dwaze CO ₂ -hysterie, waar ook deze regering en de facto elke politieke partij, behalve het Vlaams Belang, aan meedoen. Ten derde, de subsidies met belastinggeld die de traditionele partijen vrolijk uitdelen aan klimaattuig zoals Code Rood. Ja, mijnheer Bergers, dat geldt ook voor uw partij, de N-VA, die met de Vlaamse regering klimaatterreur sponsort met minstens 230.000 euro per jaar. Jullie zouden zich moeten schamen.

De jihadistische terreurdreiging vanuit Iran

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 8 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy waarschuwt voor groeiende dreiging van Iraanse terreuraanslagen in België (met name tegen dissidenten, joden en Amerikaanse/Israëlische doelen), wijst op eerdere aanslagen en infiltratie via criminele netwerken zoals de IRGC, en eist strengere beveiliging en migratiecontroles. Minister Verlinden bevestigt geen bewijs van structurele IRGC-infiltratie, maar erkent een reële dreiging (met name intimidatie en fysiek geweld) en benadrukt dat veiligheidsdiensten de situatie nauw monitoren op dreigingsniveau 3/4, zonder specifieke doelwitten te noemen. Van Rooy kaart aan dat Iraanse dissidenten in België zich onveilig voelen door mogelijke IRGC-spionage en eist een halt aan toelating van regimegetrouwen. Kernpunt: spanning tussen dreigingsperceptie (hoog) en concrete infiltratiebewijzen (beperkt), met focus op preventie.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, nu de Verenigde Staten het nucleair programma van het jihadistisch terreurregime in Iran wellicht de genadeslag hebben toegebracht, of dat toch enkele jaren hebben achteruitgeslagen, is het helaas aannemelijk om te verwachten dat dat regime jihadistische terreuraanslagen wil laten plegen in het Westen, ook in Europa. België staat daarbij zeker ook op de radar. Mogelijke doelwitten zijn Iraanse dissidenten, joodse burgers en Amerikanen, evenals Israëlische en Amerikaanse instellingen. Die doelwitten bevinden zich vooral in steden als Antwerpen en Brussel.

Het zou bovendien niet de eerste keer zijn dat het Iraans-islamitische terreurregime aanslagen pleegt op Europees grondgebied. Dat gebeurde al 102 keer, waarvan maar liefst de helft in de afgelopen vier jaar. In 2018 werd in het Antwerpse Wilrijk een Iraans koppel opgepakt dat op weg was om een terreuraanslag te plegen. De IRGC, het jihadistisch terreurleger van Iran, is hier immers reeds diep verankerd. De jihadistische ayatollahs rekruteren ook steeds vaker leden van criminele bendes om in het Westen jihadistische moorden of terreuraanslagen te plegen, zoals, zo vernemen wij, via de Foxtrotbende uit Zweden.

Mevrouw de minister, kunt u toelichten hoe en in hoeverre de IRGC in België voet aan de grond heeft en is geïnfiltreerd? Hoe wordt in België de huidige dreiging ingeschat na de indrukwekkende operatie Rising Lion? Wordt er door onze veiligheidsdiensten een lijst opgesteld met mogelijke doelwitten, zodat die desgevallend beveiligd of extra beveiligd kunnen worden? Welke maatregelen worden genomen om mogelijke doelwitten van het jihadistisch terreurregime van Iran, met inbegrip van Iraanse dissidenten op ons grondgebied, te beveiligen?

Annelies Verlinden:

Mijnheer Van Rooy, met betrekking tot de aanwezigheid of infiltratie van de IRGC in België, de Staatsveiligheid is bevoegd voor de opvolging van de aanwezigheid en activiteiten van buitenlandse inlichtingendiensten in België. Dat geldt ook voor degene die in verband staan met de Islamitische Republiek Iran, waaronder de inlichtingenorganisatie die verbonden is aan de Islamitische Revolutionaire Garde.

Er zijn momenteel weliswaar geen indicaties dat de IRGC in institutionele zin een formele aanwezigheid heeft op Belgisch grondgebied. Onze diensten beschikken momenteel niet over informatie over daadwerkelijke infiltratie van de IRGC, maar de dreiging die ervan kan uitgaan vormt uiteraard een reëel en voortdurend aandachtspunt.

De impact van de situatie in het Midden-Oosten wordt voortdurend gemonitord en geëvalueerd. Het algemeen dreigingsniveau bevindt zich sinds oktober 2023 op niveau 3 op een schaal van 4. Dat is tot op heden ongewijzigd gebleven.

In reactie op de dreiging die uitgaat van de Iraanse inlichtingendiensten heeft de VSSE haar focus en capaciteiten stelselmatig aangepast. De VSSE volgt de dreiging nauwgezet op, waarbij zowel geopolitieke als operationele ontwikkelingen systematisch worden gemonitord.

Momenteel situeert de potentiële Iraanse dreiging zich voornamelijk op het vlak van intimidatie en mogelijke fysieke dreiging ten aanzien van tegenstanders van het Iraans regime en van Israëlische en joodse belangen in ons land.

Met betrekking tot specifieke doelwitten kan ik uiteraard geen details geven, maar ook in dat verband vinden monitoring en evaluatie plaats met dezelfde consistentie, rekening houdend met de beschikbare informatie en inlichtingen. Op basis daarvan worden vervolgens de gepaste maatregelen genomen.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, wist u dat heel wat seculiere Iraniërs op ons grondgebied bang zijn en zelfs niet opdagen op demonstraties tegen het regime, omdat ze angst hebben voor infiltranten van de IRGC, van het Iraans-islamitisch regime, dat hen in de gaten houdt? Het jihadistisch shariaregime van Iran heeft een apocalyptische wereldvisie en is dus levensgevaarlijk. Het heeft als heilig islamitisch doel de export van de sjiitische islamitische revolutie naar de rest van de wereld, ook naar ons. De Iraanse ayatollahs zeggen letterlijk dat ze ons willen vernietigen. Daarvoor gebruiken ze alle middelen: liegen, bedriegen, bedreigen, geweld, criminaliteit, terreur en, last but not least, immigratie. Nu al zijn Iraanse dissidenten op ons grondgebied vaak niet veilig, want deze regering laat nog altijd, naast onderdrukten, ook hun onderdrukkers gewoon dit land binnenkomen. Mevrouw de minister, laat het duidelijk zijn dat dat moet stoppen.

Het beleid ten aanzien van Syrische moslims en moslimmigranten

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 2 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy kaart aan dat Syriërs in België – vaak moslims met radicale opvattingen (zoals steun voor sharia en jihadistisch geweld tegen niet-moslims) – massaal asiel blijven aanvragen, en vraagt om strengere selectie. Minister Van Bossuyt benadrukt dat Syriërs onderworpen zijn aan bestaande asielregels, dat asielprocedures voorlopig *on hold* zijn door onduidelijke veiligheid in Syrië, en dat elk dossier individueel en met veiligheidsscreening wordt beoordeeld, waarbij uitsluiting alleen bij hard bewijs van misdrijven. Van Rooy blijft kritisch en stelt dat de instroom "sharia-gezinde" moslims de Belgische waarden bedreigt.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, ik weet niet in hoeverre de situatie in Syrië door u wordt opgevolgd, maar sinds de regimewissel daar zijn jihadisten en moslimfundamentalisten met de Koran in de hand niet-moslims beginnen te onderdrukken en soms ook af te slachten. De vraag rijst dan ook welke houding u, de Belgische regering, tegenover Syriërs aanneemt.

Sinds 2012 staan Syriërs jaar na jaar in de top tien van het aantal asielaanvragen. In de voorbije tien jaar hebben ongeveer 35.000 Syriërs bescherming in ons land gekregen. Elke maand opnieuw, ook nu nog, staan Syriërs in de top vijf of de top tien van het aantal asielaanvragen. In ons land wonen zo’n 30.000 mensen met de Syrische nationaliteit, hoewel de cijfers niet altijd even duidelijk zijn. Aangezien jaarlijks duizenden Syriërs de Belgische nationaliteit verkrijgen, ligt het werkelijke aantal uiteraard nog een stuk hoger.

De overgrote meerderheid van de Syriërs is moslim. De hamvraag zou dan ook moeten zijn waar hun loyaliteit ligt en welke islamitische denkbeelden zij aanhangen. Vandaag circuleren er immers video’s van Syrische moslims in West-Europa, ook in ons land, waarin wordt toegejuicht dat jihadisten in Syrië niet-moslims afslachten, zoals christenen en de als niet-moslim beschouwde alawieten.

Mevrouw de minister, in het licht van het nieuwe islamitische regime in Syrië, van de islamitische onderdrukking en de moordpartijen die daar plaatsvinden – er was recent nog een jihadistische aanslag op een kerk in Damascus – welk beleid ontwikkelt de Belgische regering ten aanzien van Syrische moslims op ons grondgebied en ten aanzien van Syrische moslims die naar dit land wensen te komen?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer Van Rooy, ik dank u voor uw vraag. U stelt natuurlijk een heel algemene vraag over het beleid ten aanzien van Syrische moslims op ons grondgebied of Syrische moslims die naar Europa of België willen komen. Het is zo dat vreemdelingen van Syrische nationaliteit, net zoals alle andere vreemdelingen, ongeacht hun geloofsovertuiging, aan de Belgische vreemdelingenwet en ook aan de Europese asiel- en migratieregels onderworpen zijn. Syriërs met onwettig verblijf zijn onderworpen aan de terugkeerrichtlijn, die ook voor andere vreemdelingen geldt. Syriërs die een verblijfsaanvraag indienen, zijn onderworpen aan de bestaande regelgeving en de voorwaarden, net als iedereen.

Als u in uw vraag doelt op de verzoeken om internationale bescherming, dan kan ik u meedelen dat alleen de interviews en de beslissingen van personen uit Syrië die reeds internationale bescherming genieten in een andere Europese lidstaat worden voortgezet.

De overige interviews en beslissingen voor Syriërs zijn momenteel on hold, omdat er nog geen duidelijkheid is over de huidige veiligheidssituatie in Syrië na de val van de regering. Deze opschorting is uiteraard tijdelijk. Het CGVS beschikt op dit moment over onvoldoende objectieve informatie om de situatie in Syrië accuraat te kunnen beoordelen, maar volgt de ontwikkelingen nauwgezet op. Het zal tijdig communiceren of deze opschorting wordt opgeheven dan wel verlengd. Het is de opdracht van het CGVS om bescherming te bieden aan personen die bij terugkeer naar hun land van herkomst het risico lopen op vervolging of ernstige schade.

In overeenstemming met de Belgische, Europese en internationale normen onderzoekt het CGVS elk verzoek om internationale bescherming op een individuele, objectieve en onpartijdige wijze. Voor alle verzoeken om internationale bescherming vindt er bovendien een systematische screening plaats door de Dienst Vreemdelingenzaken bij de veiligheidsdiensten, op basis van de identiteit van de betrokkene. Indien het dossier aanwijzingen bevat van ernstige misdrijven, betrokkenheid bij internationaal terrorisme, een misdrijf tegen de vrede, een oorlogsmisdrijf, een misdrijf tegen de menselijkheid of een gevaar voor de samenleving, wordt het toegewezen aan gespecialiseerde protection officers die hiervoor specifiek zijn opgeleid. Zij onderzoeken vervolgens of een uitsluiting van internationale bescherming tot de mogelijkheden behoort. Vermoedens of bewijzen die uitsluitend gebaseerd zijn op geheime informatie rechtvaardigen echter geen beslissing tot uitsluiting van de status. Het verkrijgen van voldoende bewijs is daarvoor cruciaal.

Sam Van Rooy:

Hoe men het ook wendt of keert, Syrische moslims blijven in groten getale naar ons land komen. Daar zitten ongetwijfeld fatsoenlijke mensen bij, maar het gros van de Syrische moslims huldigt verwerpelijke islamitische opvattingen die hier niet thuishoren of zelfs gevaarlijk zijn voor onze vrije, democratische samenleving, voor vrouwen, voor homoseksuelen en voor niet-moslims. Uit een recent onderzoek blijkt, minister, dat de overgrote meerderheid van de soennitische moslims in Syrië voorstander is van de islamitische wet of sharia. Ik kan dus helaas alleen concluderen dat ook u, net als de vivaldiregering, massaal de sharia blijft binnenhalen in ons land.

Het verlengen van de tijdelijke erkenning van de Moslimraad van België
De verlenging van het mandaat van de MRB
De oprichting van een definitief representatief orgaan voor de islamitische eredienst
Erkenning en vertegenwoordiging van de islamitische eredienst in België

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie), Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 2 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Moslimraad kreeg na twee jaar tijdelijke erkenning slechts een jaar uitstel van minister Verlinden, omdat haar representativiteit (60-65% van moskeeën), transparantie en bestuurlijke structuur onvoldoende bleken, ondanks beloftes van vernieuwing. Justitie voerde geen actieve controle uit, baseerde zich op zelfrapportering van de raad en verlengde de €626.000-subsidie zonder duidelijke voorwaarden, terwijl kritische vragen over buitenlandse inmenging (Diyanet/Milli Görüş) en extremisme onbeantwoord bleven. Parallel daaraan keerde de omstreden imam Mohamed Toujgani – eerder uitgewezen omwille van haatzaaien, extremisme en spionage – definitief terug naar België met een Belgische nationaliteit, toegekend door de rechtbank ondanks waarschuwingen van de Veiligheid van de Staat. Verlinden bevestigde dat hij vrij als imam kan werken, maar beloofde wel een hernieuwd dreigingsonderzoek en opvolging van zijn welkomstcomité (met linken naar radicale groepen). Juridische actie om zijn nationaliteit alsnog in te trekken blijft echter onzeker.

Alexander Van Hoecke:

Mevrouw de minister, hier zijn we weer. Enkele maanden geleden voorspelde ik dat dit de enige mogelijke uitkomst zou zijn indien u zich niet op een serieuze manier met het dossier van de Moslimraad zou bezighouden. Die enige mogelijkheid betreft een tijdelijke verlenging van de tijdelijke erkenning van de Moslimraad.

Ik heb u de vraag sinds uw aantreden al vijf keer gesteld. Wat plant u te doen met de Moslimraad?

Ik wil het vandaag niet onnodig lang rekken, maar ik denk dat het belangrijk is om even terug in de tijd te gaan, omdat het belangrijk is een overzicht te hebben van het verloop van dit dossier.

Het verhaal begint in 1996, bijna 30 jaar geleden, toen de Moslimexecutieve, de voorloper van de Moslimraad, een officiële gesprekspartner van de overheid werd voor zaken als de erkenning van moskeeën, de regeling van het godsdienstonderwijs, de benoeming van imams en de inrichting van islamitische begraafplaatsen.

Met die Moslimexecutieve was er het ene incident na het andere, dat weten we ondertussen allemaal. Zo adviseerde het Rekenhof al in 2002 om een groot deel van de subsidie in te houden omdat de Moslimexecutieve haar uitgaven niet kon verantwoorden. In 2004 viel het Brusselse gerecht binnen bij de Moslimexecutieve in het kader van een onderzoek naar persoonlijke verrijking en fraude met subsidiegeld. Er was natuurlijk ook – de druppel die de emmer eindelijk deed overlopen – sprake van buitenlandse inmenging, specifiek vanuit Turkije en Marokko. Dat was uiteindelijk ook de reden waarom uw voorganger, minister van Justitie Vincent Van Quickenborne, in 2022 de stekker uit die Moslimexecutieve trok. Daardoor verloor die executieve terecht – laat dat heel duidelijk zijn – haar erkenning en subsidies.

Enkele maanden later, in mei 2023, werd dan de vzw Moslimraad van België opgericht. Die werd officieel geregistreerd op 6 juni 2023 en nog geen week later officieel erkend als voorlopig representatief orgaan voor de islamitische eredienst. Die voorlopige erkenning werd vastgelegd voor twee jaar. Op 25 juni 2025, vorige week dus, zou die erkenning verlopen. Er werd bepaald dat de Moslimraad een vernieuwingsproces zou doorvoeren en verkiezingen zou organiseren. Op basis daarvan zou dan beslist worden wat er in de toekomst zou gebeuren met de Moslimraad en wat er zou gebeuren met de erkenning, namelijk of de raad definitief erkend zou worden dan wel of er nood was aan een ander orgaan.

Mevrouw de minister, dit wil zeggen, en ik denk dat ik dat ondertussen toch al vijf keer heb proberen duidelijk te maken, dat twee jaar geleden iedereen wist waar we aan toe waren. U wist bij uw aantreden perfect, tot op de dag af, waar u aan toe was.

Sinds ik in dit Parlement kwam, heb ik u vragen gesteld over hoe het nu zat met de Moslimraad. Uit een van uw eerste antwoorden in februari bleek dat Justitie in de voorbije twee jaar geen enkele evaluatie heeft uitgevoerd. Er vond geen periodieke evaluatie van het vernieuwingsproces van de Moslimraad plaats. Er werd op geen enkele manier controle uitgeoefend door Justitie. Er stond ook geen neutrale doorlichting door Justitie gepland.

Ik heb nooit begrepen en ik begrijp nog altijd niet waarom niemand daar van wakker ligt. Een orgaan dat de belastingbetaler meer dan 600.000 euro per jaar kost en dat tijdelijk werd erkend wegens enorme problemen met zijn voorganger, wordt door deze en de vorige regering erkend en gesubsidieerd en vervolgens wordt er twee jaar lang niet meer naar omgekeken. Die desinteresse in hoe belastinggeld wordt besteed, gaat mijn petje te boven, mevrouw de minister.

Op 11 juni, minder dan een maand geleden, heb ik u een laatste keer vragen over de Moslimraad gesteld. U zei toen - u herhaalde dat trouwens een week later in antwoord op een vraag van collega Van Tigchelt - dat er nog geen beslissing genomen was, maar we moesten ons geen zorgen maken, want u zou niet over één nacht ijs gaan bij zo’n belangrijke beslissing. Twee weken geleden hebt u dan, op de valreep voor de deadline van 25 juni, beslist om de tijdelijke erkenning van de Moslimraad met een jaar te verlengen. Er is dus geen definitieve erkenning, maar nog eens een tijdelijke verlenging.

Ik heb het in deze commissie al vaker gezegd, mevrouw de minister, die beslissing stond in de sterren geschreven. Als u eerlijk bent, zegt u vandaag de waarheid en die waarheid is volgens mij dat u geen flauw idee had wat u bij uw aantreden met dit dossier moest aanvangen. Noch uw voorgangers, noch uzelf hebben ernaar omgekeken. U kiest voor de gemakkelijkheidsoplossing en u schuift het voor u uit. Er komt een jaar uitstel.

Dan zegt u dat de Moslimraad vandaag niet representatief genoeg is. Wat had u verwacht, mevrouw de minister? U gaat mij toch niet vertellen dat die conclusie een maand geleden nog niet kon worden gemaakt? U gaat toch niet beweren dat u of iemand op uw kabinet dacht dat die representativiteit op twee weken tijd kon worden opgelost?

De korte samenvatting van dit hele verhaal is dat jullie de Moslimraad twee jaar lang hebben gesubsidieerd, maar tegelijkertijd volledig hebben genegeerd. Het resultaat is dat er tot vandaag geen transparantie is over de werkzaamheden van de Moslimraad in de voorbije twee jaar. Wij weten niet wat de Moslimraad twee jaar lang heeft uitgespookt. U hebt ook nog nooit een antwoord op die vraag gegeven.

U reageerde niet op de vraag die ik enkele weken geleden gesteld heb, om het Parlement inzage te geven in de documenten over het vernieuwingstraject die u ontving van de Moslimraad zelf. U gaf ons geen inzage in de rapportering, waardoor we zouden weten wat er gebeurd is tijdens het vernieuwingstraject. Het is ook bijzonder moeilijk, zo niet onmogelijk, om publiekelijke informatie te vinden over wie er precies in de algemene vergadering van de Moslimraad zetelt, wat zijn activiteiten geweest zijn in de afgelopen twee jaar, hoe het bestuur samengesteld is. Dat hebben we ook moeten lezen in de pers, net als hoe de Moslimraad intern functioneert.

Ik heb u in deze legislatuur al heel veel vragen gesteld. We hebben vandaag de tijd. Ik zou heel graag een uitgebreid antwoord willen op de vragen die ik vandaag voor u heb, mevrouw de minister. Bent u bereid het Parlement, zoals ik eerder al gevraagd heb, inzage te geven in de rapportering van de Moslimraad over het vernieuwingstraject?

U stelde eerder in de commissie dat u bijkomende informatie had opgevraagd over het vernieuwingsproces van de Moslimraad. De rapportering was niet voldoende, zei u. Ook had u informatie opgevraagd over het verkiezingsproces. Om welke informatie ging het precies en kunt u het Parlement ook hierin inzage te geven? Als daar vertrouwelijke informatie bij is die niet met iedereen gedeeld kan worden, is het voor mij perfect oké – en ik meen voor iedereen hier – als u die op een vertrouwelijke manier deelt met het Parlement. Dat kan perfect.

Wat is de impact van de beslissing die u genomen hebt om de tijdelijke erkenning met een jaar te verlengen op de financiering van de Moslimraad? Verandert er iets? Krijgt hij dit jaar dezelfde werkingsmiddelen als hij altijd kreeg? Wat is de impact van de beslissing op de erkenningsaanvragen voor moskeeën?

Mijn vijfde vraag is daaraan gekoppeld. Zullen er erkenningsaanvragen kunnen gebeuren door de Moslimraad voor moskeeën die behoren tot bijvoorbeeld Diyanet of Milli Görüs, die geen vertegenwoordigers afvaardigen in de algemene vergadering van de Moslimraad en die de autoriteit van de Moslimraad volledig verwerpen? Het lijkt me een beetje vreemd dat de Moslimraad nog steeds erkenningsaanvragen regelt voor die moskeeën. Hoe zit dat juridisch precies? Zal de Moslimraad dat nog kunnen doen? Hoe wordt daarop gereageerd?

Ik wil hier graag nog een essentiële slotvraag aan toevoegen. Die stond niet in mijn oorspronkelijke vraagstelling maar ze vormt de kern van de zaak. Wat nu? Wat is het plan voor het komende jaar? Wat zal er in de komende maanden gebeuren? Komt er nu wel een onafhankelijke evaluatie van dat vernieuwingstraject, van het verkiezingsproces? Zal Justitie eindelijk controle uitoefenen op een orgaan dat de belastingbetaler jaarlijks meer dan een half miljoen kost? Zal er periodieke evaluatie zijn? Wat is uw plan van aanpak voor het komende jaar?

Alain Yzermans:

Dat sluit daar ongeveer bij aan. Het gaat over de CMB-MRB, de Moslimraad van België. Voorlopig is het representatieve orgaan verlengd. Ik heb vragen over de rechtvaardiging, over het rapport, over de representativiteit en de transparantie.

Annelies Verlinden:

Collega Van Hoecke, het moet mij toch even van het hart dat de lichtzinnigheid waarmee u naar het dossier kijkt, stuitend is. Er is absoluut geen sprake van het verwaarlozen van het dossier, maar wij gaan nooit over één nacht ijs. Het betreft gevoelige materie.

Wij hebben de handschoen opgenomen - u hoeft geen nee te knikken, ik vertel gewoon wat ik heb gedaan - wij hebben het dossier opgepakt, we hebben informatie opgevraagd en ingewonnen. Ik heb ook al herhaaldelijk geantwoord op uw eerdere vragen dat we bepaalde informatie hadden gekregen, net hadden gekregen, of nog niet hadden gekregen en dus bijkomende informatie hadden opgevraagd. Zo komt men tot besluitvorming die gebaseerd is op de feiten in een dossier. Niet op nattevingerwerk, niet op basis van een buikgevoel, niet omdat men vermoedt dat iets zus of zo is verlopen, maar wel omdat wij een dossier grondig bekijken. Dingen staan pas vast als ze vaststaan en als de informatie volledig is ingewonnen.

Doen alsof wij een maand geleden al beslissingen konden nemen, klopt dus gewoon niet. U suggereert hier van alles, alsof wij dat dossier niet ernstig zouden hebben genomen. Ik denk dat dit een van de dossiers is die wij bijzonder ernstig hebben benaderd sinds het aantreden in februari van dit jaar. We baseren ons daarbij effectief op de bestaande regelgeving, zoals onder meer op artikel 21 van de Grondwet, dat het beginsel van de interne autonomie van de eredienst bevestigt. Daardoor moet ook het hernieuwingsproces van het representatief orgaan van de islamitische eredienst in autonomie worden aangepakt door de moslimgemeenschap zelf, net zoals dat voor andere geloofsgemeenschappen in ons land het geval is. De wet van 4 maart 1870 legt bovendien geen voorwaarden op aan de representatieve organen van de erkende erediensten.

In de periode voor het aflopen van het initiële voorlopige mandaat van de MRB als voorlopig representatief orgaan werd gerapporteerd over de voortgang van het hernieuwingsproces. Het is dan ook helemaal niet correct, zoals u stelt, dat dit is genegeerd of verwaarloosd. We hebben er na het aantreden ook opnieuw op aangedrongen. Ik heb op 21 april een beknopt verslag ontvangen.

Vervolgens heb ik de Moslimraad verder bevraagd om na te gaan of het hernieuwingsproces voldoende resultaat had opgeleverd. Dat is wat men doet bij het verzamelen van stukken in een dossier. De Moslimraad heeft daarop geantwoord in brieven van 20 mei en 3 juni.

Uit het tijdsverloop blijkt duidelijk dat dit spoort met de antwoorden die ik eerder in de commissie heb gegeven. Op basis van de verkregen informatie heb ik moeten vaststellen dat het proces dat moet leiden tot de erkenning van een definitief representatief orgaan op dit moment nog niet duidelijk is afgerond. De stichtende leden van de MRB hebben zich geëngageerd om te werken aan een efficiënter, transparanter en representatiever orgaan.

Uit hun verslaggeving blijkt dat ze tussen de 60 % en 65 % van de moskeeën in ons land zouden hebben verenigd. Daarnaast geven ze aan dat het vernieuwingsproces verzwakt werd door de nog lopende structurering van de moslimgemeenschap in België. Om die redenen blijven er vragen bestaan over het draagvlak dat het voorlopige representatief orgaan kan bewerkstelligen.

Daarbij komt de juridische oefening inzake de vraag wie de vertegenwoordigers zijn en hoe hun besluitvormingsorganen zijn samengesteld. Intussen zouden verkiezingen hebben plaatsgevonden en zou een grotere groep personen de algemene vergadering van de vzw vormen, wat ook een bredere vertegenwoordiging van de moslimgemeenschap zou moeten betekenen.

Er rijzen echter ook vragen over de huidige overgang van het vorige naar het huidige bestuur, zoals bijvoorbeeld de vraag naar de publicatie van het nieuw samengestelde bestuur in het Belgisch Staatsblad . Ik heb de MRB verzocht hierover duidelijkheid te verschaffen, aangezien op het moment waarop we een beslissing moesten nemen, de nieuwe vertegenwoordigers in de verschillende organen van de MRB nog niet gepubliceerd waren in het Belgisch Staatsblad . Dat verklaart ook waarom die beslissing is genomen.

Voor de definitieve erkenning is het van wezenlijk belang dat verdere stappen worden ondernomen om niet alleen de graad van representativiteit, maar ook de transparantie en openheid – onder meer met betrekking tot de bestuurders – te waarborgen. Het is wenselijk dat verder wordt gewerkt aan het draagvlak voor het orgaan binnen de islamitische gemeenschap in het land en dat zoveel mogelijk moskeeën en leden van de moslimgemeenschap zich vertegenwoordigd voelen door het representatieve orgaan. Daarbij moeten we uiteraard ook de eigen autonomie respecteren. Tegelijk is het essentieel dat de continuïteit van de openbare dienstverlening wordt gewaarborgd en dat een juridisch vacuüm wordt vermeden.

Juist om die reden werd het mandaat van de MRB als voorlopig orgaan met een jaar verlengd. In die periode zal de MRB een beroep kunnen doen op de ondersteuning van mijn diensten, aangezien er een aantal beslissingen genomen moeten worden die niet kunnen worden uitgesteld en waardoor we niet in een vacuüm mogen terechtkomen.

De verlenging van het mandaat als voorlopig orgaan biedt de moslimgemeenschap meer tijd om verder intern in dialoog te gaan en om het proces dat kan leiden tot de erkenning van een definitief representatief orgaan verder voor te bereiden en uit te voeren en daarover de juiste en volledige informatie mee te delen.

De nadruk zal dus liggen op de bevordering van de representativiteit, de transparantie en de openheid. Alle initiatieven en voorstellen binnen de moslimgemeenschap die kunnen leiden tot de erkenning van een dergelijk definitief orgaan, kunnen uiteraard binnen dat proces aan bod komen. Ik heb de MRB gevraagd om daarover regelmatig verslag uit te brengen.

Intussen zal de MRB dezelfde financiering genieten als de voorbije twee jaar. Die financiering gebeurt in de vorm van een werkingssubsidie, die kosten dekt zoals kosten voor bureaumateriaal, verzekering, huur, bank, verplaatsingen van het personeel, juridische kosten en ook kosten voor de organisatie van opleidingen.

De begrotingswet 2025 bepaalt dat die subsidie 626.000 euro bedraagt. Dat is hetzelfde bedrag als voor het jaar 2024. In 2023 voorzag de wet in een subsidie van 631.000 euro. In het kader van zijn mandaat behartigt de MRB de taken van de openbare dienst van het representatief orgaan. Het tijdelijk karakter van dat mandaat doet daaraan geen afbreuk, zoals ook de voorbije twee jaar het geval was. Die taken zijn noodzakelijk voor de goede werking van de islamitische eredienstverlening in België. Daaruit volgt, voor wat betreft de erkenningsaanvragen, dat elke moskee die erkend wil worden door het bevoegde gewest, een beroep zal moeten doen op het voorlopig representatief orgaan en de administratie, ongeacht de strekking of federatie waartoe de moskee behoort.

Alexander Van Hoecke:

Dank u wel. Eerst en vooral, sprak u over lichtzinnigheid, mevrouw de minister? Ik begrijp niet hoe ik u een vraag vijf keer kan stellen, hoe u op de helft van mijn vragen niet antwoordt en hoe u zegt dat u niet over één nacht ijs gaat, maar op geen enkele manier aantoont dat u dat daadwerkelijk niet doet. Ook vandaag antwoordt u niet op mijn vragen om transparant te zijn over wat de Moslimraad de voorbije twee jaar precies heeft gedaan.

Bent u bereid om de zelfrapportering van de Moslimraad met het parlement te delen? Als ik me niet vergis, zijn dat letterlijk de vragen 1 en 2 van mijn interpellatie. Daarop hebt u niet geantwoord, net zoals de vorige keer dat ik die vragen stelde. Dan kunt u mij moeilijk lichtzinnigheid verwijten, mevrouw de minister.

Ik heb bovendien geen antwoord gekregen op de belangrijkste vraag, die ik aan het einde stelde: Wat nu? Wat zal er het komende jaar gebeuren met de Moslimraad? U zei dat de Moslimraad de komende jaren zal werken aan het verbreden van het draagvlak en representatiever zal proberen te worden. Dat heeft men de afgelopen twee jaar ook geprobeerd, mevrouw de minister. Zal u de Moslimraad nu wél vragen om periodiek een evaluatie te bezorgen? Wilt u Justitie de opdracht geven om te controleren wat de Moslimraad doet? Of geven we gewoon opnieuw een cheque van meer dan 600.000 euro en zien we volgend jaar wel wat daarmee is gebeurd?

Ik zal het u alvast voorspellen: die representativiteit zal er volgend jaar nog steeds niet zijn. Ik zeg dat niet om u persoonlijk aan te vallen, mevrouw de minister, maar omdat dit een dossier is dat niet snel opgelost raakt en dat zich in een jaar tijd niet vanzelf vlot zal trekken.

Annelies Verlinden:

(…)

Alexander Van Hoecke:

Ik heb u ook laten uitspreken, mevrouw de minister. Ik vind het een mismeesterd dossier en ik denk dat iedereen die de zaak volgt, het daarmee eens zal zijn. Ik vermoed dat er bijzonder weinig mensen zullen zeggen dat dit de voorbije twee jaar goed werd aangepakt. Daarvoor bent u niet als enige verantwoordelijk, mevrouw de minister, maar u hebt wel zes maanden de tijd gehad om de zaken recht te zetten.

Ik vind het ronduit onaanvaardbaar hoe dit dossier is verlopen. Zoals gezegd: dat is niet alleen uw schuld, maar u hebt zes maanden gehad om dit recht te trekken.

Annelies Verlinden:

(…)

Alexander Van Hoecke:

Goed, vijf maanden dan. Het belooft volgens mij weinig goeds voor het komende jaar. Ik zie niet in wat er zal veranderen aan de werking van die Moslimraad.

Wat de representativiteit betreft, wil ik graag nogmaals benadrukken dat het probleem in essentie neerkomt op het feit dat Diyanet en Milli Goruş niet betrokken zijn bij de Moslimraad. Dat is de kern van het probleem met de representativiteit.

Ik denk echter dat iedereen intussen beseft dat Diyanet en Milli Goruş de lange arm van Erdogan in Europa vormen. Willen wij dat zij betrokken zijn bij de Moslimraad? Ze erkennen de Moslimraad niet, omdat ze die beschouwen als een poging van België om een soort Belgische islam te creëren. Dat druist in tegen hun bedoeling om de regie daarover volledig in eigen handen te houden. Het lijkt mij dan ook zeer naïef te denken dat de aanwezigheid van Diyanet en Milli Goruş in de Moslimraad plots alles zou oplossen. Dat lijkt mij zeer naïef.

Ik zal een motie indienen, maar ik maak mij geen illusies. Ik zou kunnen zeggen dat niemand ertegen kan zijn, maar ik vermoed dat collega Grillaert al klaar zit met een eenvoudige motie om de onze weg te stemmen. U doet met onze motie wat u wilt, collega's, mevrouw de minister, maar neem ze alstublieft ter harte. Ik overloop onze vragen nog heel kort.

Ten eerste, geef het Parlement eindelijk – u weigert immers om dat te doen, terwijl ik niet snap waarom – inzage in wat de Moslimraad de voorbije twee jaar heeft gedaan en hoe hij daar zelf over gerapporteerd heeft.

Ten tweede, verplicht de Moslimraad om periodiek te rapporteren over zijn werking en communiceer daar ook open over naar het Parlement.

Ten derde, voer een onafhankelijk onderzoek naar de Moslimraad, zodat u weet wie er belastinggeld ontvangt en wat daar precies mee gebeurt. Zo weten we ook of er sprake is van extremisme of buitenlandse inmenging. Vandaag weten we dat gewoon niet. We weten vandaag helemaal niets.

Ten vierde, stop met belastinggeld uit te geven aan de Moslimraad zolang u er niets over weet. Dat lijkt mij gewoon een kwestie van gezond verstand.

U beschikt opnieuw over een jaar. Neem alstublieft uw verantwoordelijkheid in dit dossier. Dank u wel.

Voorzitter:

Mijnheer Yzermans, wenst u te repliceren? (Nee)

Moties

Motions

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.

En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.

Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Alexander Van Hoecke en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellatie van de heer Alexander Van Hoecke

en het antwoord van de minister van Justitie, belast met de Noordzee,

- overwegende dat de minister tot op heden weigert de communicatie tussen de vzw Moslimraad van België en haar kabinet te delen met het Parlement;

- overwegende dat de vzw Moslimraad van België er volgens de minister niet in geslaagd is voldoende representatief te zijn;

- overwegende de verlenging van de tijdelijke erkenning van de vzw Moslimraad van België als representatief orgaan voor de islamitische eredienst met een jaar per koninklijk besluit van 16 juni 2025;

vraagt de regering:

- transparantie aan de dag te leggen over het 'vernieuwingsproces' dat de vzw Moslimraad van België de afgelopen jaren heeft afgelegd en de rapportering erover;

- de vzw Moslimraad van België als tijdelijk erkend representatief orgaan voor de islamitische eredienst te verplichten periodiek te rapporteren over haar werkzaamheden en het zogenaamde vernieuwingsproces;

- een onafhankelijk onderzoek naar de structuur en mogelijke buitenlandse invloeden of radicalisme binnen de vzw Moslimraad van België uit te voeren;

- de vzw Moslimraad van België in afwachting geen financiële middelen meer toe te kennen. "

[FR]Une motion de recommandation a été déposée par M. Alexander Van Hoecke et est libellée comme suit:

" La Chambre,

ayant entendu l'interpellation de M.Alexander Van Hoecke

et la réponse de la ministre de la Justice, chargée de la Mer du Nord,

- considérant qu'à ce jour, la ministre refuse de partager avec le Parlement la communication entre l’ASBL Conseil Musulman de Belgique et son cabinet;

- considérant que, selon la ministre, l’ASBL Conseil Musulman de Belgique n'est pas parvenue à être suffisamment représentative;

- vu la prolongation d'un an, par arrêté royal du 16 juin 2025, de la reconnaissance temporaire de l’ASBL Conseil Musulman de Belgique en tant qu'organe représentatif du culte musulman;

demande au gouvernement

- de faire preuve de transparence concernant le "processus de renouvellement" que l’ASBL Conseil Musulman de Belgique a parcouru au cours des dernières années et concernant le rapportage à ce sujet;

- d'obliger l’ASBL Conseil Musulman de Belgique, en tant qu'organe représentatif agréé du culte musulman, de faire rapport périodiquement de ses travaux et du processus dit de renouvellement.

- de procéder à un examen indépendant de la structure et des influences étrangères éventuelles ou du radicalisme éventuel au sein de l’ASBL Conseil Musulman de Belgique;

- dans l'attente, de ne plus octroyer de moyens financiers à l’ASBL Conseil Musulman de Belgique. "

Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Leentje Grillaert.

Une motion pure et simple a été déposée par Mme Leentje Grillaert .

Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.

Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

Alexander Van Hoecke:

Mevrouw de minister, het dossier-Toujgani is al kort ter sprake gekomen tijdens de plenaire vergadering van twee weken geleden. Op 17 juni meldde de RTBF dat Mohamed Toujgani, de omstreden imam die in 2022 werd uitgewezen, nadat de Veiligheid van de Staat hem had omschreven als een extremistische propagandist en een agent van de Marokkaanse inlichtingendienst, opnieuw in ons land is.

De zaak-Toujgani sleept al een hele tijd aan, dat hoef ik niemand nog te vertellen. Op basis van rapporten van de Veiligheid van de Staat gaf het Brusselse parket in 2019 een negatief advies bij Toujgani’s aanvraag tot naturalisatie. Vervolgens werd zijn verblijfsvergunning in 2021 ingetrokken.

Ik herhaal kort welke informatie de Veiligheid van de Staat toen aanleverde. Toujgani riep in een video op tot het verbranden van Joden. Hij heeft zelf twee vrouwen. In een radio-interview in Marokko verklaarde hij dat de huwelijksleeftijd niet op 18 jaar mag liggen, omdat meisjes op negenjarige leeftijd al geslachtsrijp kunnen zijn voor het huwelijk. Hij is van oordeel dat moslims niet mogen stemmen, omdat ze dan zouden meewerken aan een regering van ongelovigen, al is hij over dat punt misschien van gedachten veranderd, nu hij publieke steun krijgt van een islamitische politieke partij in Brussel. Hij wordt ook verdacht van spionage in ons land in opdracht van de Marokkaanse overheid.

Desondanks oordeelde de Franstalige rechtbank van eerste aanleg in oktober 2021 dat de rapporten van de Veiligheid van de Staat niet voldeden en dat de beruchte imam de Belgische nationaliteit mocht verkrijgen. Die uitspraak werd bevestigd door het Brusselse hof van beroep in juli 2024. Het parket-generaal van Brussel ging nog in cassatie tegen die beslissing, maar tevergeefs, het Hof van Cassatie heeft de beslissing bevestigd. Dat betekent dat Toujgani definitief de Belgische nationaliteit mocht verkrijgen. Dat is ondertussen ook gebeurd.

De terugkeer van Toujgani is dus definitief. Hij landde twee weken geleden maandag als een overwinnaar op Brussels Airport en werd daar opgewacht door een welkomstcomité. Tot dat comité behoorde ook een verkozene van de Brusselse islamitische partij Team Fouad Ahidar. Op sociale media doken vervolgens beelden op van de bijna triomfantelijke terugkeer van Toujgani in Molenbeek, waar hij blijkbaar op brede steun kan rekenen.

Mevrouw de minister, ten eerste, werd u ingelicht over de plannen van Toujgani om naar België terug te keren en wat is uw reactie daarop?

Ten tweede, zal Toujgani opnieuw als imam aan de slag kunnen gaan en op welke manier zal gegarandeerd worden dat hij daarbij geen veiligheidsrisico vormt?

Ten derde, zult u, zoals ik al eerder heb gevraagd, aan de Veiligheid van de Staat een nieuwe doorlichting van Toujgani vragen, zodat het veiligheidsrisico opnieuw kan worden ingeschat?

Ten vierde, beschouwt u Toujgani als een haatprediker die thuishoort op de Europese zwarte lijst van haatpredikers, de lijst die u bepleit in uw beleidsnota? Indien niet, waarom niet? Indien wel, welke gevolgen zouden daaraan gekoppeld kunnen worden voor iemand als Toujgani, die zich al op ons grondgebied bevindt en zelfs de Belgische nationaliteit heeft?

Annelies Verlinden:

Mijnheer Van Hoecke, ik heb een déjà-entendu . Ik heb in de plenaire vergadering al uitgebreid geantwoord op uw vragen over het dossier. Het is dan ook ietwat verrassend dat u mij opnieuw bevraagt met een interpellatie. Zoals ik al heb aangegeven, was de overheid op de hoogte van de terugkeer van de betrokkene. Gelet op het feit dat hij opnieuw legaal toegang tot het grondgebied heeft, na een gerechtelijke uitspraak die hem de Belgische nationaliteit toekent, was zijn terugkeer niet te verhinderen. Buitenlandse Zaken moest om die reden dan ook een paspoort afleveren.

Er zijn geen beperkingen om als imam te werken. Indien een imam extremistische uitlatingen doet of uitlatingen die vallen onder het begrip haatzaaien, dan wordt dat volgens de strategie extremisme en terrorisme (strategie T.E.R.) besproken op de bevoegde LTF en zal er in dat forum worden besproken welke maatregelen er eventueel moeten worden genomen.

Wat de opvolging door de Veiligheid van de Staat betreft, indien de heer Toujgani in verband wordt gebracht met dreigingen die vallen onder de wettelijke bevoegdheden van de VSSE, zal hij door die dienst worden opgevolgd, conform haar wettelijke opdracht.

Zoals vermeld in mijn beleidsnota pleit ik op Europees niveau voor de creatie van een zwarte lijst met haatpredikers die we de toegang tot het grondgebied zullen kunnen weigeren. Aangezien de heer Toujgani Belg is, zal het evenwel niet mogelijk zijn om hem op die lijst te plaatsen en hem op basis daarvan de toegang tot het grondgebied te weigeren.

Wel werken we intussen aan de verstrenging van de voorwaarden om de Belgische nationaliteit te verkrijgen, en zullen we het gemakkelijker maken om de nationaliteit af te nemen bij bepaalde misdrijven, die uiteraard ook verband zouden kunnen houden met terrorisme of haat prediken.

Alexander Van Hoecke:

Mevrouw de minister, u zult het mij niet kwalijk nemen dat ik hier nog vragen stel over het onderwerp: de commissie is een geschiktere plaats om vragen te formuleren dan de plenaire vergadering, waar de tijd erg beperkt is om een degelijk antwoord te krijgen op heel concrete vragen.

Als ik het goed heb begrepen, bestaat de mogelijkheid dat de Veiligheid van de Staat opnieuw zal nagaan welk dreigingsniveau de heer Toujgani momenteel vertegenwoordigt. Dat lijkt mij een goede zaak.

We staan vandaag natuurlijk voor een voldongen feit. De heer Toujgani is hier en heeft de Belgische nationaliteit. U kunt hem dus niet op een zwarte lijst plaatsen. Ook een verstrenging van de voorwaarden om de nationaliteit te verwerven, is wat hem betreft niet aan de orde, aangezien hij ze al heet.

De situatie is dus heel bizar: een islamitische haatprediker die uitspraken heeft gedaan waarvan mijn maag echt omkeert, kan via een gerechtelijke procedure verplicht onze nationaliteit verkrijgen. Ik heb daar mijn mening over.

Ik heb een motie ingediend. Daarin dringen wij er, ten eerste, op aan dat u minstens aan de Veiligheid van de Staat vraagt om het dossier te herbekijken en een nieuw rapport over het gevaar dat de heer Toujgani vandaag nog vormt, te maken, en dat u laat onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om hem alsnog zijn verblijfsrecht of nationaliteit eventueel te ontnemen.

Ten tweede vragen wij u om het profiel van de aanwezigen van het welkomstcomité dat hij op de luchthaven van Zaventem heeft gekregen, grondig te analyseren. Ik vermoed dat de Veiligheid van de Staat enkelen daarvan reeds in het vizier heeft. Het lijkt mij essentieel dat dat goed wordt opgevolgd. Dat is het minste wat wij op het moment kunnen doen. Als u het meent met de veiligheid van de inwoners van dit land, zijn dat de enige juiste stappen, die wij nu kunnen zetten.

Moties

Motions

Voorzitter:

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Alexander Van Hoecke en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van de heer Alexander Van Hoecke en het antwoord van de minister van Justitie, belast met de Noordzee, - overwegende de verontrustende rapporten van de Staatsveiligheid over de ideologie en het extremisme van Mohamed Toujgani; - overwegende dat de verblijfsvergunning van Mohamed Toujgani werd ingetrokken in 2021; - overwegende dat het verzoek van Toujgani om Belg te worden gegrond werd verklaard zowel door de Franstalige rechtbank van eerste aanleg als door het hof van beroep, waarbij onder meer gesteld werd dat de informatie van de Staatsveiligheid te vaag en gedateerd zou geweest zijn; - overwegende dat ook de voorziening in cassatie werd afgewezen; - overwegende de terugkeer van Mohamed Toujgani naar België op 16 juni 2025 en het feit dat hij ondertussen de Belgische nationaliteit heeft verworven; vraagt de regering: - de Staatsveiligheid de opdracht te geven de dreiging van Mohamed Toujgani opnieuw te onderzoeken; - erop aan te dringen bij de Staatsveiligheid om de aanwezigen die Toujgani verwelkomden bij zijn terugkeer op de luchthaven te screenen en waar nodig verder op te volgen; - te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om Mohamed Toujgani alsnog de Belgische identiteit te ontnemen en het land uit te zetten, en daartoe ook effectief over te gaan. " [FR]Une motion de recommandation a été déposée par M. Alexander Van Hoecke et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de M.Alexander Van Hoecke et la réponse de la ministre de la Justice, chargée de la Mer du Nord, - considérant les rapports inquiétants établis par la Sûreté de l'État concernant l'idéologie et l'extrémisme de Mohamed Toujgani; - considérant que le permis de séjour de Mohamed Toujgani lui a été retiré en 2021; - considérant que la demande introduite par Mohamed Toujgani en vue d'obtenir la nationalité belge a été déclarée fondée tant par le tribunal de première instance francophone que par la cour d'appel, ces instances ayant notamment établi que les informations de la Sûreté de l'État seraient trop peu précises et trop anciennes; - considérant que le pourvoi en cassation a également été rejeté; - considérant que Mohamed Toujgani est revenu en Belgique le 16 juin 2025 et qu'il a entre-temps obtenu la nationalité belge; demande au gouvernement - de charger la Sûreté de l'État de réexaminer la menace que représente Mohamed Toujgani; - d'insister auprès de la Sûreté de l'État pour qu'elle soumette à un contrôle les personnes qui étaient présentes à l'aéroport afin d'accueillir Mohamed Toujgani à son retour en Belgique et d'assurer si nécessaire un suivi de ces personnes; - d'examiner les possibilités qui existent de déchoir malgré tout Mohamed Toujgani de son identité belge et de l'expulser du pays, et de procéder effectivement à son expulsion. " Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Leentje Grillaert. Une motion pure et simple a été déposée par Mme Leentje Grillaert . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

De terugkeer van een haatprediker
De risico's i.vm. de terugkeer van imam Toujgani en de verkrijging van de Belgische nationaliteit
De terugkeer van een islamitische haatprediker naar ons land
Terugkeer haatpredikers, risico's en Belgische nationaliteit

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie), Bart De Wever (Eerste minister)

op 19 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de terugkeer van haatprediker Mohamed Toujgani, die ondanks zijn extremistische uitspraken (o.a. oproepen tot jodenhaat, polygamie, kindhuwelijken) en veiligheidsrisico’s via een rechterlijke beslissing de Belgische nationaliteit verkreeg en terugkeerde naar België. Minister Verlinden bevestigt dat de regering de nationaliteitswetgeving zal verstrengen (o.a. taal- en integratie-eisen) en veiligheidsdiensten hem nauwlettend volgen, maar kan de rechterlijke uitspraak niet ongedaan maken. Oppositieleden (Bergers, Bouchez, Van Hoecke) eisen snellere intrekking van nationaliteit/verblijfsrecht voor extremisten, kritiseren de passiviteit van de regering en waarschuwen voor veiligheidsrisico’s, terwijl ze benadrukken dat Belgische waarden en veiligheid voorop moeten staan.

Jeroen Bergers:

Mevrouw de minister, iedereen kent het spelletje Wie is het? Welnu, raadt u wie ik ben. Ik ben in Marokko geboren en in 1980 naar België gekomen, maar ik spreek nog altijd geen enkele landstaal. Ik ben imam geworden. Mijn standpunt is dat meisjes vanaf negen jaar kinderen moeten baren. Ik ben voorstander van polygamie. Ik vind dat joden verbrand moeten worden. Vanuit de moskee waar ik imam ben, zijn de terroristen die de aanslagen in Parijs en Brussel hebben gepleegd, vertrokken. Over mij heeft de Veiligheid van de Staat een rapport opgesteld waarin staat dat ik wellicht een spion uit Marokko ben en dat ik banden met de Moslimbroederschap heb. Om die reden heeft collega Mahdi, toen hij staatssecretaris was, terecht het verblijfsrecht van die persoon ingetrokken.

Denkt iemand hier in het Parlement dat ik een Belg ben en dat ik recht op de Belgische nationaliteit zou hebben? Ik denk het niet. Toch heeft Mohamed Toujgani, na het oordeel van het Hof van Cassatie, de Belgische nationaliteit gekregen. Hij is afgelopen maandag in het gezelschap van een verkozene van Team Fouad Ahidar - hoe kan het ook anders - teruggekeerd naar ons land. Dat is een probleem voor onze veiligheid, want, laat het duidelijk zijn, die man is geen doetje, hij vormt een gevaar voor de openbare orde.

Mevrouw de minister, wat is uw analyse van het arrest? Wat is er volgens u misgelopen in de communicatie tussen de Veiligheid van de Staat en het gerecht? Welke maatregelen wilt u nemen om onze nationaliteit beter af te schermen en onze veiligheid beter te garanderen, zodat zulke haatpredikers niet naar ons land kunnen terugkeren?

Georges-Louis Bouchez:

Le fameux Mohamed Toujgani s'est rendu coupable d'avoir dit "Détruis-les tous!" en parlant des juifs, en disant également que les juifs étaient une insulte à Dieu. Ce monsieur est un prédicateur de haine et, comme l'a indiqué mon prédécesseur, grâce au travail de Sammy Mahdi, il avait été expulsé du pays en 2021 car un rapport de la Sûreté de l’État disait de lui qu'il était un danger actuel, réel et sérieux pour notre pays.

Par un effet de magie, il a réussi à devenir belge, figurez-vous, en 2025. Il avait introduit sa demande en 2019. Ce monsieur ne parle pas l'une des langues nationales. Alors, madame la ministre, je sais que nous sommes dans une Assemblée où certains, pour des raisons électorales et communautaristes, en sont presque – attendez quelques jours, cela ne va pas tarder – à défendre le régime des mollahs. J'aimerais quand même que tous, collectivement, nous puissions nous dire que notre nationalité a une valeur, que la Belgique représente quelque chose, que nous sommes une communauté de principe, une communauté qui partage des valeurs fondamentales.

C'est la raison pour laquelle, et en vue de protéger notre pays, mes questions seront très simples. Des mesures de sécurité spécifiques vont-elles encadrer M. Toujgani à partir de son retour en Belgique?

Je voudrais ensuite vous indiquer que ma formation politique déposera un changement de règle pour l'obtention de la nationalité belge, pour que celle-ci ne puisse plus être obtenue si l'on n'a pas réussi son parcours d'intégration qui comprend la réussite d'un examen dans l'une de nos trois langues nationales.

Enfin, il faut que cette Assemblée puisse donner la nationalité belge mais aussi la reprendre à celles et ceux qui trahissent nos valeurs. C'est à ce prix qu'on fera respecter la Belgique.

Alexander Van Hoecke:

Mevrouw de minister, er is geen superlatief die kan beschrijven hoe gedegouteerd ik was door de beelden van wat er zich afgelopen maandag in de luchthaven van Zaventem afspeelde. De extremistische haatprediker Mohamed Toujgani, die in 2021 zijn verblijfsvergunning kwijtspeelde, landde triomfantelijk in ons land. Hij werd er door een welkomstcomité van radicale moslims en – hoe kon het ook anders – een Brussels gemeenteraadslid van de lokale islamitische partij, Team Fouad Ahidar, onthaald.

Ik onderstreep dat Toujgani zijn verblijfsvergunning kwijtspeelde, omdat hij opriep tot het verbranden van joden. Hij is zijn vergunning kwijt, omdat hij jarenlang haatpreekte in een moskee gefrequenteerd door zo goed als elke jihadist die het land ooit voortbracht.

Collega’s, wie denkt er in hemelsnaam dat een dergelijk individu het recht zou moeten hebben om terug te keren naar ons land? Blijkbaar denken sommige rechters daarover zo. Ik alleszins niet. Mijn vraag gaat evenwel niet over de rechterlijke macht. Mijn vraag gaat over u, mevrouw de minister, en over de regering, kortom over de uitvoerende macht.

Een maand geleden, nog voor de landing in Zaventem van Toujgani, stelde ik, overigens als enige, de vraag wat u zou ondernemen om dat te verhinderen. Het antwoord was duidelijk: niets, nougatbollen. Er was zelfs geen bijkomend rapport van de Veiligheid van de Staat. U zou niets ondernemen. Mijn vraag is bijgevolg heel eenvoudig, want het is dezelfde vraag van toen. Wanneer zult u eindelijk uw verantwoordelijkheid nemen? Wanneer stopt die nalatigheid? De belangrijkste vraag is wanneer we het biljet enkele reis terug naar Marokko van Toujgani mogen verwachten.

Annelies Verlinden:

Chers collègues, il ne m'appartient pas de commenter une décision de justice. Cependant, je tiens à préciser que le procureur général près la cour d'appel de Bruxelles a introduit un recours en cassation contre la décision d'octroi de la nationalité belge prise par la cour d'appel de Bruxelles dans son arrêt du 31 juillet 2024.

Dans son arrêt du 24 avril 2025, la Cour de cassation de Belgique a rejeté le pourvoi en cassation et M. Toujgani a dès lors obtenu la nationalité belge. Un titre d'identité belge lui a donc été délivré et les Affaires étrangères lui ont ainsi délivré un passeport.

Ik heb net als u op maandag 16 juni via de pers vernomen dat de betrokkene met die identiteitsdocumenten teruggekeerd is naar België. Hij heeft immers ten gevolge van die beslissingen de Belgische nationaliteit.

Voorts kan ik u verzekeren, mijnheer Bouchez, dat we specifieke maatregelen hebben besproken, dat de bevoegde inlichtingen- en veiligheidsdiensten en alle platformen die in het kader van de strategie TER extremisme en terrorisme bestrijden, de situatie zullen opvolgen, en dat de nodige veiligheidsmaatregelen genomen zullen worden, indien onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten daar voldoende aanwijzingen voor zien.

Ik ben het ook volkomen met u eens, mijnheer Bouchez, dat onze nationaliteit waardevol is en de toekenning ervan geen vanzelfsprekendheid mag zijn. Daarom zal de regering samen met het Parlement de komende maanden zo snel mogelijk de wetgeving inzake de toekenning van nationaliteit, inclusief de strafprocedure en de sancties, verstrengen, zodat de toekenning van de nationaliteit geen vanzelfsprekendheid is maar wel een toegangsticket tot een rechtsstaat met normen en waarden, die we tot elke prijs moeten verdedigen.

Jeroen Bergers:

Bedankt voor uw antwoord, mevrouw de minister. Voor mij zijn er twee dingen duidelijk. Ten eerste, in Brussel, in onze hoofdstad, willen nog steeds partijen als de PS, de PTB en Ecolo met Team Fouad Ahidar, de bondgenoten van de haatzaaiers, een regering op de been brengen. Arrête ce sketch! Dat is niet in het belang van de Brusselaar.

Ten tweede, ik zal een wetsvoorstel dat het makkelijker moet maken de nationaliteit en het verblijfsrecht af te pakken van wie een gevaar is voor de openbare veiligheid en of veroordeeld is voor terrorisme en dat ik samen met collega Metsu heb voorbereid, indienen en hopelijk kunnen we het snel behandelen.

Ik roep alle collega's op daar werk van te maken, want de burger verwacht van ons actie. Onze Grondwet, onze nationaliteit moeten iets waard zijn. We moeten onze samenleving beveiligen.

Georges-Louis Bouchez:

Madame la ministre, je voulais vous remercier pour votre volontarisme par rapport au changement de règles sur l’adoption de la nationalité. Vous l’avez compris, mon groupe sera moteur dans vos démarches. Nous espérons qu’elles interviendront rapidement.

Je voudrais également signaler un autre élément, c’est que souvent, nous sommes timorés. Nous n’osons pas intervenir sur des questions de radicalisme religieux. Je voudrais inviter les collègues à prendre exemple sur ce qui se fait dans de nombreux pays arabes. Regardez la manière dont les radicaux sont traités dans les Émirats. Regardez la manière dont le Maroc traite l’islamisme radical. Si nous pouvions avoir les mêmes principes, nous aurions un vivre ensemble beaucoup plus agréable.

À ce titre, je voudrais déjà répondre à ceux qui invoqueront systématiquement le racisme, comme l’a fait Catherine Moureaux lorsque Sammy Mahdi a évacué ce prêcheur de haine. Il n’y a pas de racisme à vouloir du vivre ensemble. Il y a au contraire de l’irresponsabilité à laisser les radicaux parler au nom des autres.

Alexander Van Hoecke:

Mevrouw de minister, Toujgani is een haatprediker die oproept joden te verbranden. Hij heeft zelf twee vrouwen. Hij stelt dat meisjes op negenjarige leeftijd geslachtsrijp zijn en uitgehuwelijkt mogen worden. Hij vindt dat moslims niet mogen stemmen, want dan zouden ze meewerken aan een regering van ongelovigen. Hij zou zelfs in opdracht van de Marokkaanse overheid hebben gespioneerd in ons land. Voor de verkiezingen klonk het allemaal heel stoer. Collega Bergers speelt graag Wie is het? . Wel, wie ging dit ook alweer op de onderhandelingstafel leggen? Wie ging ervoor zorgen dat Toujgani nooit naar ons land zou terugkeren? Dat was Theo Francken. De realiteit is dat Toujgani maandag triomfantelijk is geland in ons land. U deed niets, mevrouw de minister. Ik heb u een maand geleden, nog voor hij weer in het land was, gevraagd wat u ging doen. Waar bent u in godsnaam mee bezig? Ik heb geen antwoord gekregen op de belangrijkste vraag. Wanneer staat die (…)

De screening van jihadistische terreuraanslagen met drones

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 11 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Verlinden bevestigt samenwerking met Denemarken over dreigingen maar ontkent acute Hamas-aanslagrisico’s in België, terwijl drone-terreur beperkt maar gemonitord wordt via OCAD-analyses. Van Rooy kaart aan dat preventie ontoereikend is en wijst op groeiende radicalisering (o.a. steun voor Hamas/IS onder Vlaamse moslims), die hij ziet als een onbehandelde "vijfde colonne" die dringend beleidsactie vereist. De discussie draait om structurele dreiging van islamistisch extremisme versus reactieve veiligheidsmaatregelen.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, in de week van 19 mei werd in Denemarken een aanslag verijdeld waarbij drones zouden worden ingezet. De verdachte heeft banden met Hamas en zou een jihadistische aanslag mogelijk ook buiten Denemarken hebben willen plegen.

Is hierover contact geweest met de Deense veiligheidsdienst? Was ook België een mogelijk doelwit?

In hoeverre houdt de regering rekening met aanslagen door Hamas of aan Hamas gelieerde groeperingen?

In hoeverre zijn we voorbereid op terreuraanslagen met behulp van drones? Welke maatregelen zijn of worden er genomen om terreuraanslagen met drones te voorkomen?

Annelies Verlinden:

De VSSE heeft op dagelijkse basis een intense samenwerking met haar internationale partners, waaronder ook de Deense partner, inzake dreigingsdossiers. Wegens operationele redenen is het echter niet mogelijk om in te gaan op individuele dossiers.

Algemeen kan worden gesteld dat de inlichtingen- en veiligheidsdiensten een aanslag door Hamas in België eerder onwaarschijnlijk achten.

Met betrekking tot het gebruik van drones door extremistische en terroristische actoren, dit fenomeen is tot nu toe weinig verspreid in België. In elk geval werkt het OCAD samen met de partners om de dreiging vanwege entiteiten, groepen en organisaties die drones zouden kunnen gebruiken te analyseren en te evalueren.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, ik zou er toch op willen wijzen dat het dweilen is met de kraan wagenwijd open. Jihadistische terreuraanslagen proberen te vermijden is uiteraard broodnodig, maar uiteindelijk is dat alleen maar symptoombestrijding. Herinnert u zich nog het onderzoek waaruit bleek dat een op de vijf, oftewel 80.000, moslims in Vlaanderen begrip hebben voor Islamitische Staat? Als het gaat over begrip voor Hamas en diens genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023, dan is het wellicht zelfs een veelvoud daarvan. Mevrouw de minister, de vijfde colonne in ons land wordt elke dag groter en militanter. Het is dus hoog tijd dat deze regering dat eindelijk eens ten gronde beseft en actie onderneemt.

Het verheerlijken van Palestijnse jihadterreur op een Brusselse school

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 11 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy beschuldigt een Brusselse school van jihadistische hersenspoeling bij kinderen, gebaseerd op beelden waar leerlingen in Arafat-sjaals dansen op een lied dat volgens hem terrorisme verheerlijkt, met steun van PS-politicus Chahid, en eist actie tegen radicalisering en antisemitisme. Minister Verlinden ontkent dit: haar diensten zien geen aanmoediging van terrorisme in het lied of de dans, en noemt de beschrijving misleidend. Van Rooy blijft volharden, stelt dat de regering islamisering en jihadpromotie op scholen negeert en werpt haar passiviteit tegen. De voorzitter onderbreekt wegens ongebruikelijke beeldtoning tijdens het debat.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, op de Brusselse school Marie Popelin in Evere werd op een schoolfeest door de kinderen Palestijnse jihadterreur verheerlijkt. Ik heb u de beelden daarvan bezorgd. Op die beelden ziet u jonge leerlingen getooid in een Arafatsjaal, het vestimentair symbool van de jihadistische kleptocraat Yasser Arafat. Ze dansen daarbij op een Arabisch lied dat de islamitische jihad verheerlijkt.

Dat is compleet verwerpelijk en gevaarlijk, want die kinderen worden daardoor gehersenspoeld en geradicaliseerd, zoals dat in Gaza en bij uitbreiding in de bredere islamitische wereld gebeurt.

Bovendien is dat een flagrante schending van de scheiding tussen kerk en staat, of, moeten we helaas stellen, tussen moskee en staat.

De video werd zelfs met instemming gedeeld door een lid van het Parlement, met name door de PS-voorzitter van de gemeenteraad van Evere, de heer Ridouane Chahid.

Mevrouw de minister, wat is uw reactie daarop? Bent u even verontwaardigd als ik?

Bent u het met mij eens dat hier sprake is van jihadistische hersenspoeling van kinderen die leidt tot antisemitisme en radicalisering?

Wat wordt ondernomen tegen die jihadistische hersenspoeling van schoolkinderen?

Tot slot, wat wordt ondernomen om te voorkomen dat het voornoemde leidt tot daden van antisemitisme en jihadterreur?

Annelies Verlinden:

Mijnheer Van Rooy, op de video op Instagram waarnaar u verwijst in uw vraag zijn kinderen te zien die een keffiyeh dragen en die een traditionele Midden-Oosterse dans uitvoeren. Het lied dat in de video te horen is, is een lied van Mohammed Assaf. In dat lied zou volgens mijn diensten helemaal niet worden aangezet tot terrorisme, jihadisme of antisemitisme.

De omschrijving van die video op Instagram die aangeeft dat in die video kinderen een lied zingen dat terrorisme verheerlijkt, zou dus niet in overeenstemming zijn met de lezing die de diensten aan de inhoud van de video geven. In die zin kan die omschrijving niet beschouwd worden als juiste informatie.

Sam Van Rooy:

Minister, ik heb de misselijkmakende beelden hier bij me. Bekijkt u ze toch nog eens.

(De heer Van Rooy toont de beelden.)

Dit is een school in Brussel, anno 2025. Vandaag is het dus al zover gekomen, wat uw diensten ook mogen beweren, dat niet alleen op straat en in culturele centra jihadistisch terrorisme wordt verheerlijkt, maar dus ook op scholen, zoals hier in Brussel.

We zijn geëvolueerd van een fase waarin leraren met de handen in het haar zaten over jihadistisch denken naar een fase met leraren die zelf jihadistisch denken stimuleren bij hun leerlingen. Op dat moment is de islamisering compleet.

Deze regering – u bevestigt het – staat erbij, kijkt ernaar en maakt zich bovendien ook nog eens zorgen over zogenaamde islamofobie. Proficiat.

Voorzitter:

Pour rappel, il n'est pas coutume de diffuser des vidéos ou des images pendant la séance de questions orales en commission.

De veiligheid van de Joodse gemeenschap na de dodelijke antisemitische jihadaanslagen in de VS

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 11 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy kaart de groeiende onveiligheid van Joodse Belgen aan na jihadistische aanslagen (VS/Europa) en vermeende terreurtrainingen in Antwerpen, vraagt om concrete veiligheidsmaatregelen en kritiseert het migratiebeleid dat antisemitisme zou voeden. Minister Verlinden benadrukt verhoogde politiële waakzaamheid en samenwerking met OCAD en de Joodse gemeenschap, maar wijst details af omwille van lopende dossiers. Van Rooy hamert op systematische Jodenhaat in media, onderwijs en politiek, gelinkt aan islamitische immigratie, en noemt dit *"crimineel beleid"*. De kern: spanning tussen dreigingsbeheer en structurele kritiek op antisemitisme en migratie.

Sam Van Rooy:

De dodelijke jihadistische terreuraanslag op een Joods koppel door een zogenaamde pro-Palestina-activist in Washington – intifada, weet u wel –, heeft uiteraard ook een weerklank in België, net als de "Free Palestine!" schreeuwende Mohamed Sabry Soliman, een illegale migrant uit Egypte, die in Boulder Colorado met een zelfgemaakte vlammenwerper een jihadaanslag pleegde op een vredevolle demonstratie voor de Israëlische gijzelaars. Gevolg: twaalf mensen gewond, waarvan enkele zwaargewond, waaronder nota bene een Holocaustoverlever. In Frankrijk werden dan weer Joodse restaurants en synagogen beklad met groene verf, de kleur van Hamas en van de islam. In Engeland, niet toevallig in Londonistan, vonden er Kristallnachttaferelen plaats, die hier wel groot nieuws zouden zijn, mochten de daders geen moslimfundamentalisten maar neonazi's zijn; dat terzijde.

Steeds meer van onze Joodse medeburgers voelen zich onveilig, bang, of op zijn minst zeer ongemakkelijk. Recentelijk werden huiszoekingen gedaan bij Palestijnse inwoners in de provincie Antwerpen. Het gaat om een terreurdossier, want onder andere op een Antwerpse eventlocatie vonden trainingen plaats die als doel het aanvallen van gebouwen zouden hebben. Uiteindelijk zou niemand aangehouden zijn. Wel werd digitaal materiaal in beslag genomen.

Mevrouw de minister, daaromtrent had ik graag meer toelichting.

Werd de Antwerpse politie daarbij betrokken?

Waar bevindt zich de locatie waar de vermeende terreurtrainingen plaatsvonden?

Wat is de stand van zaken in dat onderzoek?

Kwam er vanuit de federale politie of het OCAD veiligheidsadvies voor de Joodse gemeenschap in Antwerpen?

Tot slot, nu de verdachten kennelijk in vrijheid zijn gesteld, hoe worden zij opgevolgd zodat ze geen jihadistische terreurdaad kunnen plegen op de Joodse gemeenschap?

Annelies Verlinden:

Mijnheer Van Rooy, het komt mij als minister van Justitie niet toe om commentaar te leveren op een lopend gerechtelijk dossier.

In een gespannen geopolitieke context volgen de politiediensten, de inlichtingendiensten en het OCAD aandachtig de elementen op die een bedreiging vormen voor de Joodse gemeenschap in België. In samenwerking met het OCAD en het Nationaal Crisiscentrum zorgen de politiediensten voor de bescherming van gevoelige plaatsen en evenementen op ons grondgebied, waaronder evident ook de Joodse belangen. Zowel door de federale als door de lokale politie wordt een verhoogde waakzaamheid toegepast, onder meer door regelmatige patrouilles, en ook door ordediensten. In de zone Antwerpen, maar ook in bijvoorbeeld Brussel, staan de politie en de Joodse gemeenschap in nauw contact, onder meer via vaste aanspreekpunten. Indien nodig en uiteraard na verder overleg met het OCAD, het Crisiscentrum en andere veiligheidsdiensten, worden de veiligheidsmaatregelen, zoals uitgeoefend door de politie, aangepast.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, allemaal goed en wel, maar de Joodse gemeenschap in dit land kreunt onder het dagelijks antisemitisme, zowel online als offline op straat. Dagelijks wordt die Jodenhaat gestimuleerd in het onderwijs, door de mainstreammedia, door ngo's en door talloze politici. Hersenloos of hatelijk als ze zijn, papegaaien ze de lasterleugens van Al Jazeera en Hamas, zoals ook nu weer met de Hamas- en Hezbollahboot van Greta Thunberg. Tweeënzeventig procent van de Palestijnen staat achter de grootste slachting op Joden sinds de Holocaust. Veertig procent van de Palestijnen vindt zelfmoordaanslagen gerechtvaardigd. Toch blijft België op grote schaal Palestijnen en andere moslims binnenlaten, die de islamitische haat tegenover Joden en andere niet-moslims met de paplepel hebben meegekregen. Ik vind dat echt – ik zal dat hier blijven zeggen – crimineel beleid.

De inbreuken op het dierenwelzijn naar aanleiding van het islamitische Offerfeest

Gesteld door

N-VA Sophie De Wit

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 11 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sophie De Wit kaart illegale thuisslachtingen en dierenmishandeling tijdens het islamitisch Offerfeest in Brussel aan, met name levende schapen in autostoeten bestemd voor onverdoofde slachting, ondanks bestaande verboden en regelgeving. Ze vraagt minister Verlinden om concrete cijfers, betere handhaving en strengere prioritering van dierenwelzijn in het vervolgingsbeleid. Verlinden bevestigt dat dierenwelzijn strafrechtelijk prioriteit heeft via bestaande omzendbrieven (COL 4/2019 en COL 9/2023) en belooft verdere versterking via samenwerking met gewesten, actualisering van richtlijnen en opname in de Kadernota Integrale Veiligheid, maar concrete maatregelen moeten nog worden uitgewerkt. De minister wijst erop dat recente cijfers ontbreken en verwijst De Wit naar een schriftelijke aanvraag, terwijl ze benadrukt dat federale en regionale samenwerking cruciaal is voor effectievere handhaving. De Wit sluit af met de dringende oproep om vervolging van dierenmishandeling te verscherpen, erkent justitiële uitdagingen maar blijft aandringen op actie.

Sophie De Wit:

Mevrouw Schlitz, sta me toe om nog kort te reageren, zonder een persoonlijk feit in te roepen. Wat in Lantin gebeurd is, vinden wij natuurlijk heel erg; dat staat buiten kijf. Ik zou niet graag hebben dat er een ander idee ontstaat. Over het islamitisch Offerfeest, het onderwerp van mijn mondelinge vraag, zullen door Ecolo vermoedelijk geen vragen worden gesteld, maar met zulke opmerkingen blijven we de bal heen en weer spelen.

Mevrouw de minister, heel recent is het islamitisch Offerfeest gevierd en in onze hoofdstad zijn opnieuw verschillende gevallen van dierenmishandeling vastgesteld. Zo zijn er in een luidruchtige autostoet twee levende schapen in beslag genomen. Vermoedelijk waren die bestemd voor het vreselijk lot van een illegale thuisslachting via een meststeek in de nek. Dergelijke praktijken zijn in strijd met zowel de Europese als de regionale regelgeving, die vereisen dat religieuze slachtingen plaatsvinden in erkende slachthuizen en met de nodige verdoving.

In Brussel is onverdoofd slachten helaas nog steeds mogelijk in het slachthuis van Anderlecht, maar thuisslachting is er wel verboden. We kunnen slechts vermoeden waarnaar die schapen onderweg waren. Ondanks de duidelijke regelgeving vinden er jaarlijks, met name tijdens het Offerfeest, talrijke inbreuken op het dierenwelzijn plaats, wat ook blijkt uit eerdere incidenten waarbij tientallen schapen in beslag werden genomen.

Dierenwelzijn is voor veel burgers nochtans een prioriteit in onze samenleving. Barbaarse praktijken zoals onverdoofde thuisslachting kunnen we gewoonweg niet meer tolereren.

Mevrouw de minister, hoeveel inbreuken werden er tijdens het voorbije Offerfeest vastgesteld, welke inbreuken en in welke arrondissementen?

Hebt u in de aanloop naar het Offerfeest overlegd met de gewesten en de politiezones, met name om hen op te roepen om streng toe te zien op de naleving van het dierenwelzijn tijdens die gevoelige periode? Zo nee, waarom niet?

Hoe wilt u aan dierenmishandeling een hogere prioriteit geven in het vervolgingsbeleid en de gerechtelijke macht bewuster maken van de effectiviteit van gepaste sancties?

Annelies Verlinden:

Mevrouw De Wit, wat betreft de gedetailleerde statistische gegevens verzoek ik u om die schriftelijk op te vragen, zodat wij u die schriftelijk kunnen bezorgen. De meest recent beschikbare politiële criminaliteitsstatistieken reiken tot de eerste drie trimesters van 2024. De criminaliteitsstatistieken van de voorbije weken of maanden, in casu het meest recente Offerfeest, zijn momenteel nog niet beschikbaar.

Wat betreft handhaving en vervolging, worden al inspanningen geleverd om elke vorm van dierenmishandeling te vervolgen en te bestraffen. Zo kan worden verwezen naar de gemeenschappelijke omzendbrief COL 4/2019 van de minister van Justitie, het College van procureurs-generaal bij de hoven van beroep en de Vlaamse minister-president, bevoegd voor Justitie. In die omzendbrief werden de strafrechtelijke prioriteiten vastgesteld die op grond van de Vlaamse regelgeving gesanctioneerd kunnen worden. Dierenwelzijn is in die omzendbrief opgenomen als een van de feiten die op basis van de Vlaamse dierenwelzijnsregelgeving strafrechtelijk vervolgd en bestraft kunnen worden. Daarnaast wijs ik ook op de gemeenschappelijke omzendbrief COL 9/2023 van de minister van Justitie, het College van procureurs-generaal en de voor Justitie bevoegde Waalse minister-president, waarin de prioriteiten inzake het strafrechtelijk beleid betreffende leefmilieu en dierenwelzijn op grond van de Waalse regelgeving werden opgenomen.

Zoals bepaald in het regeerakkoord, zal de federale regering verdere inspanningen leveren om op het vlak van handhaving en vervolging van inbreuken tegen dierenwelzijn het regionaal beleid ter zake te versterken. Daarbij zal onder meer op vraag van de regionale overheden worden nagegaan hoe aan dierenmishandeling een hogere prioriteit in het vervolgingsbeleid kan worden toegekend. Dat kan bijvoorbeeld worden geconcretiseerd via de evaluatie en actualisering van voormelde omzendbrieven, maar die piste moet nog in detail worden bestudeerd voordat ik daar uitspraken over kan doen.

Daarnaast zal ook in overleg met de regionale overheden worden bekeken hoe het thema dierenwelzijn kan worden opgenomen in de nieuwe Kadernota Integrale Veiligheid. Ook zullen vanuit de federale regering de nodige inspanningen worden geleverd om de samenwerking tussen de verschillende bevoegde federale en regionale diensten verder te bevorderen.

Sophie De Wit:

Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik zal de cijfers opvragen. Het is inderdaad belangrijk om de vervolging van inbreuken tegen regionale regelgeving te versterken. Ik weet dat Justitie veel uitdagingen kent en dat is er een van.

De erkenning van de Moslimraad van België

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 11 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Moslimraad vraagt definitieve erkenning als representatief orgaan voor de islam in België voor 25 juni, na interne verkiezingen en een voorlopige erkenning in 2023. Minister Verlinden analyseert nog de recent ontvangen informatie over het vernieuwingsproces en belooft een tijdige beslissing, met een mogelijke subsidie van €626.000 (2024-bedrag) bij erkenning. Van Tigchelt benadrukt het noodzakelijke vertrouwen in een transparant en representatief orgaan, na het falen van de vorige Moslimexecutieve. Een koninklijk besluit moet uiterlijk eind juni duidelijkheid scheppen.

Paul Van Tigchelt:

Collega Van Hoecke zou vorige week dezelfde vraag hebben gesteld, dus mijn excuses dat ik in herhaling val.

In 2023 kreeg de Moslimraad van België, als voorlopige opvolger van de in diskrediet geraakte Moslimexecutieve, een erkenning als voorlopig representatief orgaan voor de islamitische eredienst. Deze erkenning loopt eind juni af.

Inmiddels vond een verkiezing plaats binnen de algemene vergadering van de Moslimraad, waar een nieuw bestuur werd verkozen en heeft de Moslimraad inmiddels officieel aan u de vraag gericht om definitief erkend te worden als representatief orgaan. Ten laatste op 25 juni moet er via koninklijk besluit een beslissing genomen worden.

Daarom heb ik de volgende vragen voor u:

Bent u van plan om het nieuw verkozen orgaan te erkennen als definitieve vertegenwoordiger van de islamitische eredienst?

Zult u daarvoor tijdig een Koninklijk Besluit nemen?

Zult u subsidies toekennen aan dit nieuw verkozen orgaan? En zo ja: hoeveel?

Indien u géén erkenning toekent of geen subsidies voorziet: waarom niet? En wat stelt u dan wél voor als alternatief?

Annelies Verlinden:

Dan kan ik ook verwijzen naar mijn antwoorden op de parlementaire vragen van collega’s Van Hoecke en Metsu over hetzelfde onderwerp.

U weet dat op 12 juni de Moslimraad bij koninklijk besluit door de toenmalige minister van Justitie werd erkend als voorlopig representatief orgaan voor een periode van twee jaar. Dat besluit belastte de Moslimraad met het verzekeren van de continuïteit van de openbare dienst inzake het beheer van de temporaliën. Daarnaast werd de Moslimraad belast met de voorbereiding en uitvoering van het proces dat moet leiden tot de erkenning van een nieuw, definitief representatief orgaan van de islamitische eredienst.

Sinds mijn aantreden heb ik overlegmomenten gehad met de Moslimraad. Ik heb rapportering gevraagd over de voortgang van de verschillende werven, gebaseerd op de bepalingen van het desbetreffende koninklijk besluit en de destijds gemaakte afspraken.

De huidige Moslimraad vraagt inmiddels om een definitieve erkenning. Hierover heb ik een schrijven ontvangen. Recentelijk ontving ik nog een nieuw schrijven van de Moslimraad als antwoord op mijn eerdere schriftelijke verzoeken om bijkomende informatie over het vernieuwingsproces en over de recente verkiezingen die door de Moslimraad werden georganiseerd. Die recent ontvangen informatie en het vernieuwingsproces worden momenteel geanalyseerd.

Vanzelfsprekend nemen we een eventuele definitieve erkenning niet licht op. In het belang van de rechtszekerheid wordt alles in het werk gesteld om tijdig een beslissing te nemen. Het representatief orgaan kan inderdaad een beroep doen op de gebruikelijke financiering. In 2024 bedroeg die, zoals u allicht weet, 626.000 euro.

Paul Van Tigchelt:

Ik kan alleen maar herhalen dat de moslims in ons land recht hebben op een volwaardig orgaan dat zo representatief mogelijk is, dat transparant werkt en professioneel is. De EMB, of de Moslimexecutieve, was dat niet.

De Moslimraad heeft in elk geval gedaan wat van hem werd gevraagd, namelijk verkiezingen organiseren, wat, als ik het goed heb, een tiental dagen geleden is gebeurd. Het is belangrijk dat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt. Zullen die verkiezingen en het definitieve orgaan dat eruit voortkomt, erkend worden door de overheid? Zal er effectief een nieuw koninklijk besluit worden genomen? Dat is belangrijk, we zullen dat blijven opvolgen.

Voorzitter:

L’agenda prévoyait la fin de la commission à 16 h 15. Madame la ministre, serait-il possible que vous restiez encore un moment afin de répondre aux trois dernières questions?

Annelies Verlinden:

Mon agenda est fort chargé mais je veux bien répondre aux dernières questions. J'espère que cela facilitera les choses pour l'organisation des prochaines commissions.

De vraag van de Moslimraad van België om definitief erkend te worden
De erkenning van de Moslimraad van België
Erkenning van de Moslimraad van België

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 4 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Moslimraad van België vraagt definitieve erkenning als representatief orgaan voor de islam, maar minister Verlinden analyseert nog of aan de voorwaarden (o.a. vernieuwingsproces, geen buitenlandse inmenging) is voldaan, met een deadline van 25 juni. Van Hoecke kritiseert het gebrek aan onafhankelijke controle op het interne proces en eist transparantie en een extern onderzoek naar mogelijke inmenging en radicalisme, wijzend op interne verdeeldheid en het ontbreken van alternatieve kandidaturen. Verlinden bevestigt geen andere kandidaten en benadrukt lopend werk aan een wettelijk kader voor erkenning, maar vermijdt een duidelijke toezegging over transparantie of onderzoek. De kernvraag blijft of de overheid de Moslimraad blind vertrouwt of strenge voorwaarden oplegt voordat belastinggeld wordt toegekend.

Alexander Van Hoecke:

Mevrouw de minister, hier zitten we weer.

De Moslimraad van België vraagt u definitief erkend te worden als representatief orgaan voor de islamitische eredienst. U moet de beslissing over iets minder dan drie weken nemen. We weten allemaal dat de Moslimraad de tijdelijke opvolger van de Moslimexecutieve is. Hij werd twee jaar geleden door de toenmalige minister van Justitie, Vincent Van Quickenborne, voor twee jaar erkend als voorlopig representatief orgaan.

Die voorlopige erkenning loopt af eind juni. Ten laatste op 25 juni moet per koninklijk besluit de knoop doorgehakt worden. Op 31 mei, vorige week, heeft de algemene vergadering van de Moslimraad een nieuw bestuur, met elf leden, verkozen. De algemene vergadering bestaat uit 45 leden: 30 vertegenwoordigers van de moskeeën en de deelgemeenschappen en 15 imams, islamleerkrachten of moslimaalmoezeniers binnen de gevangenissen. Huidig voorzitter Esma Uçan stelt zich niet opnieuw kandidaat.

Uit berichtgeving blijkt– en dat heeft de Moslimraad vorige week bevestigd in een interview in De Ochtend – dat de Turkse Milli Görüs- en Diyanet-moskeeën niet deelnamen aan het zogenaamde vernieuwingsproces dat in de afgelopen twee jaar is uitgevoerd. Ik heb hierover een aantal vragen voor u.

Ten eerste, hoeveel zetels werden er in de nieuwe algemene vergadering van de Moslimraad gereserveerd voor de Milli Görüs- en Diyanet-moskeeën?

Ten tweede, hebt u ondertussen een uitgebreid verslag ontvangen van het vernieuwingsproces dat de Moslimraad zegt uitgevoerd te hebben in de afgelopen twee jaar? Waaruit bestond dat verslag precies en bent u bereid dit verslag te delen met het Parlement?

Ten derde, wat is uw visie op het vernieuwingsproces dat de Moslimraad tot nu toe heeft gevoerd? Gelet op de tijdsdruk meen ik dat er ondertussen toch wel een visie zal zijn?

Ten vierde, heeft de Moslimraad ook een officieel schrijven gericht aan u als minister, waarbij hij de definitieve erkenning vraagt? We hebben er allemaal over gelezen in de media, maar is het ook officieel gevraagd?

Ten vijfde, wat zult u beslissen inzake de definitieve erkenning van de Moslimraad? Indien er nog steeds geen beslissing werd genomen – maar dat zou me eerlijk gezegd verbazen daar de beslissing deze maand genomen moet worden – wat zijn de mogelijke opties die nog op tafel liggen?

Annelies Verlinden:

Op 12 juni 2023 werd de vzw Moslimraad van België via een KB voor een periode van twee jaar als voorlopig representatief orgaan van de islamitische eredienst in België erkend. Dat besluit belast de Moslimraad met het opzetten van een proces voor de vernieuwing van het orgaan. Het vertrouwt hen eveneens de continuïteit van de taken van algemeen belang toe met betrekking tot het beheer van de temporaliën.

Sinds mijn aantreden als minister van Justitie heb ik overlegmomenten met de Moslimraad georganiseerd. Ik heb rapporteringen over de voortgang van de verschillende werven gevraagd, gebaseerd op de bepalingen van het KB en de destijds gemaakte afspraken.

Het klopt dat de huidige Moslimraad een definitieve erkenning vraagt. Ik heb hierover ook een schrijven ontvangen. Eerder deze week ontving ik nog een nieuw schrijven van de Moslimraad, als antwoord op mijn herhaald schriftelijk verzoek om bijkomende input over het vernieuwingsproces en de recente verkiezingen. Die recent ontvangen input en het verkiezingsproces worden momenteel geanalyseerd. We hebben geen andere kandidaturen voor het representatief orgaan van de islamitische eredienst ontvangen.

Op basis van de recente informatie bestuderen we momenteel in welke mate de Moslimraad aan de voorwaarden die bij de voorlopige erkenning werden opgelegd, heeft voldaan. Vanzelfsprekend is de definitieve erkenning iets waar we niet licht over gaan. Alles wat te maken heeft met het vermijden van buitenlandse inmenging valt onder de bevoegdheid van de veiligheids- en inlichtingendiensten valt, die op dat vlak zeker hun werk doen.

In navolging van de veroordeling van ons land door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bestuderen wij momenteel de mogelijkheid om in een wettelijk kader te voorzien dat de erkenning van de erediensten vastlegt. Dat is ook opgenomen in het regeerakkoord. Het voorbereidende werk ter zake is lopende.

Alexander Van Hoecke:

Dat was een zeer bondig antwoord, mevrouw de minister. De klok tikt ondertussen wel verder. U hebt gezegd dat er geen andere kandidaturen zijn ingediend. Daaruit leid ik af dat de optie die vandaag op tafel ligt, die het meest waarschijnlijk lijkt, een definitieve erkenning van de Moslimraad is. Het kan natuurlijk ook dat u vindt dat er nog voldoende tijd is om een beslissing te nemen. Het is intussen echter de vijfde keer dat ik die vraag stel. Ik ga er dus van uit dat het volgens uw visie om een definitieve erkenning gaat. De oud-voorzitter van de Moslimraad verklaarde dat de Moslimraad als uitgangspunt had het vertrouwen met de overheid te herstellen, na jaren van schandalen en buitenlandse inmenging in de Moslimexecutieve. Hoe kan dat echter in hemelsnaam, als de overheid twee jaar lang heeft nagelaten om naar die Moslimraad om te kijken? U zegt dat er overlegmomenten zijn geweest met de Moslimraad, maar tegelijkertijd heeft die Moslimraad een intern proces doorlopen dat niet geëvalueerd wordt door de overheid, maar volledig aan de Moslimraad zelf wordt overgelaten. Er is dus eigenlijk geen enkele echte controle op wat de Moslimraad de afgelopen twee jaar heeft gedaan. Ondertussen woedt er binnen de islamitische gemeenschap een interne strijd over die Moslimraad. Dat zal u ongetwijfeld ook vernomen hebben. U hebt ongetwijfeld ook de reacties van de voormalige Moslimexecutieve gezien. Er is daar totaal geen eensgezindheid over waar de gemeenschap achterstaat. Ik wil u dan ook vragen – want volgens mij hebt u daar nog niet op geantwoord – of u bereid bent om het Parlement volledige inzage te geven in alle documenten over dat zogenaamde vernieuwingsproces. Ik wil u ook met aandrang vragen om dringend een onafhankelijk onderzoek naar de Moslimraad te laten uitvoeren, zodat we heel duidelijk weten of er vandaag sprake is van buitenlandse inmenging en radicalisme binnen de Moslimraad. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de problemen die er waren met de Moslimexecutieve zich niet herhalen bij de Moslimraad? Vandaag vertrouwen we gewoon op wat de Moslimraad zelf zegt en op de evaluatie die ze zelf beweren uitgevoerd te hebben. Dat lijkt mij een bijzonder slecht idee. Het minste wat u kunt doen, is daar grondige controle op uitoefenen, voor u overgaat tot de erkenning van een islamitisch orgaan dat belastinggeld ontvangt.

De vermelding van België in het Franse rapport over de moslimbroederschap

Gesteld door

DéFI François De Smet

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 4 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

François De Smet dringt aan op een Belgisch eigen rapport over de invloed van de Moslimbroederschap (genoemd als "carrefour européen" in een Frans rapport), hun langetermijnstrategie en mogelijke entrisme in verenigingen, scholen en moskeeën, maar minister Verlinden wijst dit af: de Veiligheid van de Staat en OCAM monitoren dit al continu binnen de bestaande TER-strategie (terrorisme/radicalisering), ook voor niet-gewelddadige maar déstabiliserende ideologieën. De Smet betwist de volledigheid van deze aanpak, vreest onderrapportage door focus op kortetermijnbedreigingen en waarschuwt dat de beweging België beter kent dan omgekeerd.

François De Smet:

Madame la ministre, j'ai déjà abordé ce sujet en plénière avec votre collègue le ministre de l'Intérieur, M. Quintin, mais je voulais aussi avoir votre avis.

Vous l'avez sans doute vu, un rapport a été émis en France, intitulé "Frères musulmans et islamisme politique en France". Il a été discuté en Conseil de défense et de sécurité nationale avec le président français Emmanuel Macron. Ce rapport cite la Belgique, la qualifiant de "carrefour européen de la mouvance frériste" (ce sont les mots exacts). On y cite notre maillage associatif, la présence de mosquées affiliées, le milieu scolaire et 200 activistes stricto sensu . On y parle aussi d'une faiblesse qui serait due à la légèreté de notre personnel politique sur le sujet et à notre approche, assez ambivalente, de la neutralité.

Pour moi, ce rapport ne doit ni être mis sur le côté, ni être considéré comme parole d'évangile. Il faut que nous nous dotions de notre propre expertise sur le sujet. Je sais que la Sûreté de l’État (VSSE) a déjà enquêté sur l’islamisme radical, et ce, de longue date. Les Frères musulmans étaient décrits dans un précédent rapport de la Sûreté de l’État comme une menace a priori non violente, mais comme pouvant générer un groupe d'une centaine d'activistes susceptibles d'un jour se révéler violents.

Je crois qu'il faudrait que l'on se dote de notre propre expertise sur l'entrisme possible des Frères musulmans et aussi, éventuellement, sur l'évolution des mouvements salafistes, ce qui est encore autre chose car les salafistes prônent une séparation complète de la société. Ils ne sont donc pas dans l'idée de faire de l'entrisme via des ASBL.

Par conséquent, ne pensez-vous pas que nous devrions, via la Sûreté de l’État ou d'autres organismes, nous doter de notre propre rapport, de notre propre expertise? Politiquement, ce sujet est quand même exploité et a tendance à devenir une gigantesque soupe depuis plusieurs semaines. Essayons d'objectiver les choses. Un rapport spécifique sur la mouvance des Frères musulmans en Belgique pourrait-il être mis en place à votre initiative ou celle de votre collègue M. Quintin par la Sûreté de l’État? La Stratégie Extrémisme et Terrorisme (Stratégie TER.) est-elle toujours en place et activée? Dans l'affirmative, de quelle manière?

Annelies Verlinden:

Je vous remercie, collègue De Smet. Il n'est pas envisagé de solliciter un rapport spécifique sur la mouvance des Frères musulmans en Belgique.

En effet, la Sûreté de l'État suit déjà ce phénomène de manière continue dès lors qu'il relève de ses compétences légales, notamment en matière d'extrémisme ou d'ingérence étrangère. La stratégie Terrorisme, Extrémisme, Radicalisation (TER) et l'approche belge du terrorisme, de l'extrémisme, en ce compris le processus de radicalisation, visent à réduire le plus possible le développement des phénomènes de radicalisation et d'extrémisme problématiques.

Il n'est donc pas question de l'activer parce qu'il fonctionne en continu. Bien entendu, pour comprendre ces phénomènes, l'Organe de coordination de l'analyse de la menace (OCAM), qui coordonne la stratégie TER, travaille en étroite collaboration avec ces services partenaires de cette stratégie. Un suivi des mouvances idéologiques non violentes, mais potentiellement déstabilisatrices, est donc également assuré, dans la mesure où elles diffusent un narratif extrémiste.

François De Smet:

Je vous remercie, madame la ministre, pour votre réponse dont le caractère court ne me rassure pas trop. Il est dommage qu’aucun rapport spécifique ne soit prévu sur les Frères musulmans en Belgique, car leur stratégie s’inscrit dans le long terme. C’est un adversaire que nous ne connaissons pas et qui, pour sa part, nous connaît beaucoup mieux. La Sûreté de l'État et l'OCAM ont pourtant davantage de moyens. La Sûreté de l'État, ou du moins une partie de son personnel, a longtemps été frustrée de devoir se concentrer principalement sur des menaces potentielles à très court terme, au détriment des activités de renseignement et de collecte d'informations à long terme. Cependant, la situation est en train d'évoluer. Nous sous-estimons, selon moi, cette menace. Je prends néanmoins note de votre réponse.

De reactie van België op de maatregelen van president Macron tegen de moslimbroederschap
De moslimbroederschap en de islamisering in België
Het Franse rapport over de moslimbroederschap en de toestand in België
Het Franse rapport over de moslimbroederschap en de gevolgen voor België
Belgische reacties op Franse maatregelen tegen Moslimbroederschap, islamisering

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 22 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de dreiging van de moslimbroederschap en islamistisch extremisme in België, met name hun infiltratie in instellingen en de zwakke reactie van de overheid. Van Tigchelt en Ducarme benadrukken dat België een Europees knooppunt is voor de moslimbroeders en dringen aan op snelle wetgeving om extremistische groepen te verbieden, terwijl Van Rooy een hardere lijn eist, inclusief migratiebeperking. Minister Quintin bevestigt dat er gewerkt wordt aan juridische tools om radicale organisaties (zoals Samidoun) te ontbinden, maar waarschuwt voor juridische hordes, terwijl De Smet pleit voor een eigen Belgisch rapport en balans tussen veiligheid en grondrechten. Critici (o.a. Van Tigchelt) vragen om activering van de Nationale Veiligheidsraad en een duidelijker onderscheid tussen moslims en islamisten.

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de voorzitter, ik had mijn vraag eigenlijk aan de premier willen stellen, maar om de een of andere reden krijg ik hem niet te pakken als het gaat over de veiligheid van het land. Ik hoop dat de premier intussen begrepen heeft dat België groter is dan Antwerpen. Dat zeg ik uiteraard met alle sympathie voor u, minister Quintin.

Mijnheer de minister, de moslimbroederschap is een van de fabrieken van het islamisme. Volgens onze veiligheidsdiensten is het een politieke stroming die onze democratie wil vernietigen om hier de sharia te installeren. Ik heb het Franse rapport gelezen. Ik hoop dat u het ook gelezen hebt. Het is verontrustend. De moslimbroeders zijn hun mars door onze instellingen begonnen. Er wordt tientallen keren naar ons land verwezen.

Ik kan u zeggen dat we in de voorbije jaren al maatregelen hebben genomen tegen die zogenaamde fabrieken van het islamisme. We hebben de Moslimexecutieve ontbonden. We hebben een imam die in het Franse rapport genoemd wordt het land uitgewezen, meer dan twee jaar geleden. Zijn naam staat op pagina 18 van het rapport, collega Van Rooy.

We hebben een strategie tegen terrorisme, extremisme en radicalisering uitgerold, een strategie om radicalisering in de kiem te smoren. De premier zei enkele weken geleden nog dat ze goed functioneert, toch in Antwerpen. Dat kan ik beamen, ze functioneert goed in Antwerpen, maar helaas is België groter dan Antwerpen.

In Frankrijk heeft president Macron de hand aan de ploeg geslagen en zijn Nationale Veiligheidsraad bijeengeroepen. Daarom mijn vragen aan deze regering. Hebben onze diensten kennisgenomen van dit rapport? Is er overleg met Frankrijk? En vooral, bestaat de Nationale Veiligheidsraad nog in dit land? Deze regering zit nu meer dan 100 dagen in het zadel en de Nationale Veiligheidsraad is nog steeds niet samengekomen. Is veiligheid een issue voor deze regering?

Sam Van Rooy:

Mijnheer de voorzitter, dames en heren, het islamisme, zoals u het noemt, mijnheer Van Tigchelt, de politieke islam, is een flagrant pleonasme, omdat de islam in de eerste plaats politiek is. Dat zeg niet ik, maar wel de Algerijnse auteur Hamid Zanaz. En hij kan het weten.

De islamitische jihad wordt door jihadisten, oftewel beroepsmoslims, op diverse manieren gevoerd. Dat gebeurt op illegale wijze, namelijk met geweld en terreur, en op legale wijze, namelijk via immigratie, via het onderwijs en via de culturele, academische, juridische en politieke weg. Het gaat om vrome moslims wier loyaliteit niet bij ons, bij onze samenleving ligt, maar wel bij het Turkse Diyanet of bij jihadistische terreurorganisaties zoals Hezbollah, Islamitische Staat en Hamas, of bij de Iraanse ayatollahs of salafistische of islamfundamentalistische organisaties zoals inderdaad de moslimbroederschap, waaruit nota bene ook de genocidale jihadisten van Hamas zijn voortgekomen.

Hun doel is om onze samenleving te islamiseren en alles en iedereen te onderwerpen aan de regels en wetten van de islam. Het motto van de moslimbroederschap luidt: Allah is ons doel, de profeet Mohammed is onze leider, de koran is onze wetgeving, jihad is ons pad, sterven voor Allah is onze allergrootste hoop.

Dankzij een zorgwekkend rapport is de Franse president Macron eindelijk wakker geschoten. Hij kondigt nu voorstellen aan tegen de infiltratie van beroepsmoslims en dus tegen de islamisering van Frankrijk.

Mijnheer de minister, aangezien deze regering Macron blijkbaar graag volgt, welke voorstellen legt u op tafel tegen jihadistische infiltratie van onder andere de moslimbroederschap en tegen de islamisering van onze (…)

Denis Ducarme:

Monsieur le ministre de la Sécurité, j'ai été membre de la commission Attentats terroristes. C'est une mission qui vous change un homme à vie. Nous avions eu du courage. Nous avons pris des recommandations en matière de sécurité, contre le terrorisme et également contre le radicalisme. Mais il aura fallu attendre ce gouvernement de réformes pour qu'enfin des dispositions soient prises pour nous permettre en Belgique de dissoudre des groupes radicaux extrémistes. Cela me fait donc vous parler des Frères musulmans. Ceux-ci jouent sur les mots: ils ne sont pas musulmans; ils sont islamistes. Et nous devons lutter contre cette menace qui est une vraie mine sous notre socle commun des valeurs, sous notre vivre ensemble et qui remet en question la cohésion de notre société.

Au niveau du MR, nous n'avons pas attendu pour demander un rapport à nos propres services de renseignement. Je l'avais fait avec mon collègue Dallemagne en 2022. À l'époque, ce rapport sur les Frères musulmans était déjà alarmant. Aujourd'hui, le rapport français est accablant. Et les Français ont raison: nous sommes un carrefour du frérisme en Europe.

Je vous demande, monsieur le ministre, en tant que ministre de la Sécurité, de mettre tout en œuvre pour nous doter des outils qui permettent de protéger notre société, toute notre société, en ce compris nos amis musulmans, de la menace islamiste. J'espère donc que vous pourrez très rapidement venir avec ce projet qui nous permettra de réagir et d'être enfin à la hauteur face à une menace telle que celle des Frères musulmans.

François De Smet:

Monsieur le ministre, je voudrais tenter de concilier vigilance et nuance dans ce débat.

D'abord, il faut en effet absolument distinguer l'islam de l'islamisme. Il faut rappeler que l'écrasante majorité des concitoyens musulmans de ce pays vivent leur foi de manière tout à fait paisible et sans opposition avec la société.

À côté de cet islam, il n’y a pas un, mais plusieurs islamismes. Il y a un islamisme violent, djihadiste, qu'on ne connaît que trop bien. Il y a une frange salafiste, non violente, mais qui est plutôt dans la séparation avec la société. Et il y a un entrisme des Frères musulmans, dont le projet n'est pas violent non plus, mais vise culturellement, oserais-je même dire lentement, démocratiquement, à faire en sorte que notre société soit la plus compatible possible avec les préceptes musulmans les plus rigoureux.

Que nous dit ce rapport? Que la Belgique est, en effet, le carrefour européen de la mouvance frériste. Qu'ils y auraient développé un maillage étroit d'associations. Plusieurs associations, une dizaine de mosquées, 200 activistes, cinq écoles, etc.

On y lit surtout que la Belgique est considérée comme fragile pour trois raisons: le morcellement de l'action publique, l'ambivalence supposée de notre neutralité, et le fait que la classe politique y est vue comme relativement légère sur le sujet.

La Sûreté de l'État a déjà parlé des Frères musulmans dans un rapport. Elle n'y voit pas une menace immédiate, mais une menace à long terme. Je fais partie de ceux qui pensent que la Sûreté de l'État devrait davantage investiguer les menaces à très long terme.

Ma demande vise en premier lieu à mieux connaître l'adversaire. Ma demande formelle à vous aujourd'hui, monsieur le ministre, c'est que la Belgique se dote de son propre rapport. Prenons connaissance du rapport français et vérifions-en toutes les allégations. Ce rapport, il ne faut ni s'asseoir dessus, ni le prendre, si j'ose dire, comme parole d'Évangile. Il faut vérifier chacune des allégations et se doter de notre propre expertise, parce que nous avons face à nous un ennemi insidieux, long, et qui nous connaît beaucoup plus que nous ne le connaissons.

Bernard Quintin:

Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, comme vous j'ai pris connaissance du rapport français concernant l'entrisme des Frères musulmans en France et son chapitre consacré à la Belgique, à savoir le chapitre 2.2 et, surtout, 2.2.2.1.

Nous prenons évidemment le contenu de ce rapport très au sérieux.

Naar aanleiding van de publicatie van het rapport heb ik onmiddellijk mijn diensten bevraagd. De Veiligheid van de Staat en het OCAD volgen zoals altijd de ontwikkelingen op de voet. Zij lieten me gisteren weten dat er geen nieuwe elementen zijn met betrekking tot bijkomende radicalisering in ons land. Dat wil niet zeggen dat het niet zorgwekkend is, maar er is geen nieuw nieuws.

Ik kan u verzekeren dat er binnen het kader van de nationale strategie tegen terrorisme, extremisme en radicalisering voortdurend toezicht wordt gehouden op ideologische stromingen die onze liberale democratie trachten te ondermijnen en die een vruchtbare voedingsbodem vormen voor extremisme.

Je serai ici le plus clair possible: il n'y a pas de place dans notre pays pour l'extrémisme et le radicalisme, qu'ils soient islamistes ou d'une quelconque autre nature. Pas de place pour les prêcheurs de haine qui divisent nos sociétés et menacent notre vivre ensemble, très singulièrement dans nos institutions publiques. Pour qu'il n'y ait aucun doute, je range évidemment les Frères musulmans dans cette catégorie.

Ik herhaal het ook in het Nederlands, voor alle duidelijkheid: er is in ons land geen plaats voor extremisme of radicalisme, of het nu islamistisch is of van welke aard dan ook. Er is geen plaats voor haatpredikers die onze samenleving willen verdelen en het samenleven bedreigen. Dat geldt ook binnen onze democratische instellingen. Voor alle duidelijkheid, ik reken de moslimbroederschap tot deze categorie.

C'est pourquoi je peux d'ores et déjà vous annoncer que mes services, conformément à l'accord de gouvernement, travaillent activement et promptement à la mise en place d'un cadre juridique permettant enfin d'interdire des organisations radicales, dangereuses – à commencer par Samidoun, comme c'est indiqué dans l'accord de gouvernement –, en raison de leur lien avec le djihadisme, le terrorisme ou la propagation de l'antisémitisme ou du racisme dans notre pays.

Mais nous devons être clairs, nous ne devons ni nous tromper ni nous mentir. Par exemple, quand on nous parle des Frères musulmans, on ne parle pas ici d'une association des Frères musulmans, quel que soit son statut, mais bien d'une nébuleuse, d'une stroming , monsieur Van Tigchelt. Nous devons donc établir une législation précise pour qu'elle soit efficace, afin d'éviter que certaines organisations ou associations appartenant entre autres à cette nébuleuse des Frères musulmans passent entre les mailles du filet. Je l'ai dit et je le répète, ce travail est actuellement en cours depuis le début de mon mandat, il y a un peu plus de trois mois.

J'ai pris aujourd'hui contact avec mon homologue français, M. Retailleau, pour échanger sur le sujet et pour le rassurer sur le fait que nous prenons évidemment la situation tout aussi au sérieux que dans l'Hexagone, conscients d'ailleurs des liens dans un sens comme dans l'autre. Les services belges sont évidemment aussi en contact constant avec les autres services de renseignement et de sécurité européens et au-delà.

En conclusion, en tant que ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, je peux vous assurer de la pleine et entière vigilance de ce gouvernement. Et j'ai bien entendu votre troisième point, monsieur De Smet. Pas de mollesse, il faut le faire de manière extrêmement résolue. C'est le moment de le faire.

Je peux vous assurer de la volonté ferme et résolue de ce gouvernement d'agir pour la sécurité de tous nos concitoyens, monsieur Ducarme. Nous ne laisserons pas l'extrémisme prendre racine dans notre pays.

Paul Van Tigchelt:

Dank u, mijnheer de minister, voor uw heldere en duidelijke antwoorden.

Ik verzoek u toch om de premier te vragen om de Nationale Veiligheidsraad eindelijk eens bijeen te roepen.

Ten tweede, de ontbinding van islamistische of extremistische groeperingen. Ik wil u waarschuwen. We proberen dat al 20 jaar in dit Parlement en telkens botsen we daarbij op onze Grondwet, op de grondwettelijke rechten en vrijheden. Daar moeten we omzichtig mee omspringen.

Ten derde, last but not least, over onze Grondwet gesproken, ik ben blij met uw tussenkomst en ook met die van de heren Ducarme en De Smet, want u maakt het onderscheid tussen moslims en islamisten. Er is één persoon die dat niet doet en dat is collega Van Rooy. Van die boer geen eieren, collega Van Rooy. Niet alle moslims zijn extremisten. Ik hoop dat we in dit halfrond afstand kunnen nemen van dat soort ranzige uitspraken.

Sam Van Rooy:

Terwijl de moslimbroederschap zelfs in diverse moslimlanden allang verboden is, kan die hier in Belgistan al decennia vrij opereren, rekruteren en infiltreren. De talrijke bondgenoten en vrienden van Hamas in deze regering en in dit Parlement zijn ook de bondgenoten en vrienden van de moslimbroederschap.

Het is dus geen toeval dat deze regering zogenaamde islamofobie wil bestrijden. Het probleem is bovendien nog veel groter, want ondertussen zijn er zeker al honderd salafistische organisaties en 400.000 moslimfundamentalisten op ons grondgebied. Steeds meer van onze wijken en scholen islamiseren en lijken op Marokko, Turkije, Afghanistan of Somalië.

Mijnheer de minister, verbied niet alleen de moslimbroederschap, maar verbied elke islamiserende organisatie. Stop de massa-immigratie van moslims. Zet alle (…)

Denis Ducarme:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse qui est à la hauteur des attentes.

Nous avons longtemps été trop lents et trop naïfs par rapport à la menace radicale. Nous avons parfois même été les idiots utiles de l'islamisme dans notre pays.

Beaucoup de démocraties libérales voisines, comme la France ou l'Allemagne, ont mis en place un dispositif de dissolution des groupes extrémistes et radicaux.

Il faut donc agir rapidement. Vous avez compris que, pour le Mouvement Réformateur, il faut agir rapidement face à la menace. La position des libéraux francophones est claire: il faudra dissoudre l'ensemble des organisations liées à la mouvance des Frères musulmans.

François De Smet:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse qui va dans le bon sens. Nous sommes et devons rester une démocratie libérale. Je ne doute pas que, dans les mesures juridiques que vous mettrez en œuvre, vous veillerez évidemment à ne pas entraver la liberté d’association et de conviction. Il faudra faire en sorte que seules les associations dangereuses soient éventuellement dissoutes. Mais, à côté de l'interdiction ou de la dissolution d'associations, un autre volet mérite notre attention. En effet, il convient aussi de promouvoir le vivre ensemble, de lutter contre le prosélytisme, de travailler sur la neutralité, notamment celle des services publics, y compris en matière d’apparence. Cela implique même d’oser un peu plus en portant haut un principe que j’ai parfois l’impression d’être seul à défendre ici: la laïcité.

De verspreiding van een videoboodschap door een jihadist vanuit de gevangenis

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 23 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Verlinden bevestigt dat een jihadistische video uit een Belgische gevangenis afkomstig is, maar benadrukt dat deze door een bezoeker (niet de gedetineerde) werd opgenomen tijdens een toegelaten videogesprek. Smartphones zijn verboden, maar controles en sancties (zoals beperkt bezoekrecht) worden verstrekt, terwijl de veiligheidsdiensten de extremistische inhoud onderzoeken in kader van de Strategie T.E.R. Van Rooy kaart het brede probleem van islamisering in gevangenissen aan, wijzend op de oververtegenwoordiging van moslims in criminaliteit en terrorisme en de link tussen criminaliteit (gerichte "kafir"-haat) en jihadfinanciering, met de eis om harder op te treden tegen dergelijke propaganda.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, in een video die online wordt verspreid, is te zien hoe een jihadist een islamitische boodschap verspreidt vanuit een gevangenis in België. Blijkbaar werd de video, die is gericht aan moslims, opgenomen en via sociale media verspreid tijdens de ramadan. Ik heb de link naar de video toegevoegd. De video is, zoals u kunt zien, ondertiteld en op de achtergrond klinkt islamitisch gezang.

Kunt u bevestigen dat die video inderdaad in een Belgische gevangenis werd opgenomen en zo ja, in welke gevangenis?

Hoe verklaart u dat gedetineerden in onze gevangenissen blijkbaar zonder problemen via smartphones video's kunnen opnemen en verspreiden via sociale media?

Loopt er een onderzoek naar dat specifieke incident? Welke sancties kunnen desgevallend worden opgelegd?

Wat wordt er ondernomen om dat soort van islamitische propaganda vanuit onze gevangenissen tegen te gaan?

Annelies Verlinden:

Collega Van Rooy, ik begrijp dat het gaat om een toegelaten videogesprek tussen een gedetineerde in een Belgische gevangenis en een bezoeker. Het zou de bezoeker zijn die het gesprek opnam.

Het bezit van smartphones in de gevangenis is voor gedetineerden niet toegelaten, maar vormt inderdaad een probleem. We willen daarvoor de nodige maatregelen nemen en er worden ook in alle gevangenissen regelmatig sweepings uitgevoerd en ook specifieke zoekingen gedaan. In dit geval gaat het, op basis van de informatie waarover ik beschik, evenwel niet om een opname via een smartphone van een gedetineerde zelf.

Er kan een tuchtsanctie worden opgelegd of een ordemaatregel worden genomen lastens de gedetineerde, waarbij de toegang tot het videobezoek wordt ingeperkt. De manier waarop gedetineerden communiceren met de buitenwereld is gebonden aan voorschriften. Boodschappen op deze manier verspreiden is niet toegestaan.

De inhoud van de boodschap werd voorgelegd aan de veiligheidspartners in het kader van de Strategie Extremisme en Terrorisme (Strategie T.E.R.). De bevoegde diensten zullen over het vervolg van deze zaken en dit incident beslissen.

Sam Van Rooy:

Dank u voor de opheldering, mevrouw de minister. Ja, ik trek het breder, dat weet u. De islamisering van gevangenissen is een fenomeen in heel West-Europa, in België en zeker ook in onze buurlanden Duitsland, Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Moslims zijn immers sterk oververtegenwoordigd in de criminaliteit en het terrorisme en dus in onze gevangenissen. Criminaliteit en jihadistisch terrorisme zijn ook vaak met elkaar verbonden. De criminaliteit, die uiteraard bewust gericht is tegen de niet-moslim, de kafir, dient dan om islamitische terreuraanslagen te financieren. Islamitische video’s opnemen en verspreiden vanuit de gevangenis is een onderdeel van die islamisering. Wees dus keihard, mevrouw de minister, en zorg ervoor dat dit onmogelijk wordt. Voorzitster: Kristien Van Vaerenbergh Présidente: Kristien Van Vaerenbergh

Het niet gevangenzetten van een veroordeelde jihadist

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 23 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Een schuldig bevonden ambulancier uit Ieper, die jihadistische aanslagen op een Rammsteinconcert en ziekenhuis voorbereidde met extremistisch materiaal en IS-contacten, blijft vrij ondanks zijn dreiging van massale slachtoffers. Minister Verlinden benadrukt dat dergelijke personen *wel* worden opgevolgd via multidisciplinaire veiligheidsstructuren (TER, LIVC’s) met maatregelen op maat, maar gaat niet in op concrete gevallen. Van Rooy kaart aan dat zachte straffen voor terroristen—ondanks hun aantoonbare gevaar—een zwak signaal afgeven en de samenleving onveiliger maken, vooral met dagelijkse instroom van potentiële jihadisten. De kernkritiek: gebrek aan harde repressie tegen islamitisch terrorisme verergert de dreiging.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, een ambulancier uit Ieper die een jihadistische aanslag aan het voorbereiden was op een Rammsteinconcert met 50.000 toeschouwers in Oostende, moet niet naar de gevangenis. De man stond jarenlang in contact met jihadisten. Met behulp van Google Translate stuurde hij hen berichten in het Arabisch. Eerder had hij ook plannen gemaakt om een jihadaanslag te plegen op een ziekenhuis. Op zijn smartphone werden berichten gevonden als: “Ik wil vechten voor Islamitische Staat, mijn broer." en "Ik wil zoveel mogelijk slachtoffers maken." Hij verwees daarbij ook naar de grootste terreuraanslag in de Belgische geschiedenis, namelijk de jihadistische aanslag door moslimterroristen in Zaventem van 22 maart 2016.

Hij zei dat hij wilde vechten voor Islamitische Staat en zielen wilde opofferen in naam van Allah. Hij had ook meer dan 100.000 foto's over Islamitische Staat en ook de Taliban in zijn bezit, evenals een handleiding om zelf bommen te maken en om met gasflessen een vlammenwerper ineen te knutselen. Hij werd dan ook schuldig bevonden aan de voorbereiding van een terroristische aanslag en deelname aan activiteiten van Islamitische Staat. Toch loopt hij nu vrij rond.

Mevrouw de minister, hoe is het mogelijk dat zo'n gevaarlijke terrorist niet naar de gevangenis moet en alweer vrij in onze samenleving rondloopt? In hoeverre wordt zo iemand voldoende geschaduwd of opgevolgd door onze veiligheidsdiensten? Ik maak mij daar zeer grote zorgen over.

Annelies Verlinden:

Collega, ik kan uiteraard niet ingaan op individuele casussen en daaromtrent geen gegevens meedelen. Algemeen geldt dat personen die gekend zijn voor extremisme of terrorisme, worden opgevolgd binnen de multidisciplinaire structuren van de strategie TER. Binnen de lokale taskforce is er een veiligheidsgerichte opvolging door de veiligheids- en inlichtingendiensten. Indien nodig kan die worden aangevuld met een sociopreventieve opvolging op het niveau van de LIVC's. Binnen deze platformen worden concrete cases besproken, maar ook maatregelen bepaald op maat van de betrokken persoon om risico's te beperken.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, ik begrijp dat u niet op een specifieke casus kunt ingaan, maar het betreft hier natuurlijk vele casussen. Het islamitisch terrorisme is en blijft met stip de belangrijkste terreurdreiging, niet alleen in België trouwens. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Wie onze samenleving veilig wil maken en burgers veiligheid wil garanderen, moet keihard zijn tegen degenen die onze samenleving willen omverwerpen. Zolang dat niet gebeurt en terroristen, of het nu moslims zijn of niet, fopstrafjes kunnen krijgen en doorgaans ook krijgen, geeft de overheid een zeer zwak signaal aan de islamitische jihad en zal onze samenleving niet veiliger worden, integendeel. Laten wij ook niet vergeten dat er nog steeds, elke dag opnieuw, moslimfundamentalisten en potentiële jihadisten dit land binnenkomen. En dat is werkelijk te gek voor woorden, onverantwoordelijk en ronduit levensgevaarlijk.

Het artikel in Le Figaro over de islamisering en het imago van ons land

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 10 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy waarschuwt voor toenemende islamisering in België, gesteund door een kritisch *Le Figaro*-artikel over "Belgistan", en hekelt de passiviteit van de regering, terwijl Bart De Wever benadrukt dat radicalisering (niet islam zelf) bestreden moet worden via bestaande, effectieve preventie- en samenwerkingsmechanismen (lokaal/OCAD). Van Rooy kaart symbolische toegeven aan (zoals hoofddoeken bij loketten) en gebrek aan daadkracht aan, waar De Wever Antwerpse successen als voorbeeld stelt. De polarisatie blijft: Vlaams Belang eist halt aan islamisering, De Wever focust op extremismebestrijding zonder generalisatie.

Sam Van Rooy:

In 2018 verscheen niet alleen mijn boek tegen de islamisering van onze samenleving, in het Franse magazine Le Figaro verscheen toen ook een vlammende oproep van honderd schrijvers, academici en intellectuelen tegen "het islamistische separatisme en het nieuwe islamistische totalitarisme". We zijn nu zeven jaar verder en, om het met de woorden van Charlie Hebdo te zeggen, rien n'a changé .

Dat geldt evenzeer voor België, helaas. Le Figaro pakt nu namelijk uit met deze cover: "Voyage en Belgiquistan, comment l'islam s'est imposé en Belgique." Oftewel, "Reis naar Belgistan, hoe België islamiseert." In een maar liefst negen pagina's tellend artikel wordt aangetoond dat België steeds islamitischer wordt. We lezen zeer zorgwekkende getuigenissen van ervaringsdeskundigen in dit land, zoals de Belgisch-Marokkaanse Fadila Maaroufi – respect voor die dappere dame – en twee getuigen die ik persoonlijk goed ken, voormalig straathoekwerker uit Boom, Peter Calluy, en ex-moslima Hanan, allebei mensen met het hart op de juiste plaats en meer moed in hun pink dan heel deze regering. Ik geef slechts één citaat uit het artikel, want mijn spreektijd is beperkt: "In het straatbeeld zijn er steeds meer gesluierde vrouwen en meisjes in België worden gesluierd op steeds jongere leeftijd."

MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez las het artikel ook en hij concludeerde dat we de islamistische invloed in ons land onderschatten, waarvoor hulde, mijnheer Bouchez. Mijnheer de premier, deelt u die conclusie? Zo ja, wat onderneemt u dan om de islamisering in dit land tegen te gaan?

Bart De Wever:

Collega, deze problematiek is me als ondertussen titelvoerend burgemeester van een grootstad, een wereldstad, niet onbekend. In heel veel Europese steden blijft het een uitdaging bij een klein deel van de bevolking islamistische radicalisering en de gevolgen daarvan te bestrijden. Zeker ook bij ons. Daar mogen we niet van wegkijken. Ik meen wel dat het belangrijk is het fundamentele onderscheid te maken tussen een vrije, normale godsdienstbeleving – dat is een grondrecht – en confessioneel geïnspireerd extremisme. Wie dat niet doet, meen ik, is contraproductief bezig.

Ik weet uit onze gedachtewisselingen in de gemeenteraad dat u pleit voor een algemeen verbod op de islam. Ik hoop dat in uw pink de moed zit dat straks in uw repliek te herhalen. Ik vind dat contraproductief. We moeten extremisme aanpakken in de samenleving. Daar hebben we een integrale en geïntegreerde samenwerking voor nodig, tussen alle diensten, op alle niveaus. Het mag toch gezegd worden dat we wat dat betreft in ons land een traject hebben afgelegd en dat er een volledig uitgewerkt multidisciplinair beleid op poten is gezet met oog voor preventie, vroege detectie, re-integratie en uitwisseling van informatie. Case by case wordt er afgestemd welke maatregelen op welk niveau moeten worden genomen. We doen dat via een waaier aan instrumenten als de lokale taskforce, de lokale integrale veiligheidscel, en de gemeenschappelijke gegevensbank bij het OCAD. Vanuit mijn Antwerpse ervaring kan ik u zeggen: dat werkt zeer goed.

Dat laat ons toe, wanneer we onze job lokaal goed doen – dat is een voorwaarde, misschien is dat niet in alle steden evenzeer het geval –, in een vroeg stadium radicalisering op te volgen en er maatregelen aan te koppelen. We hebben uiteraard heel wat ervaring met spijtige gevolgen van radicalisering, dramatische gevolgen, maar ik meen dat wie bij de pinken is daar de nodige lessen uit geleerd heeft en dat het instrumentarium klaar staat. We staan verder dan andere Europese landen in die aanpak. Onze regering zal die verder uitwerken en verder blijven ondersteunen.

Sam Van Rooy:

Premier De Wever, deze cover en dit artikel over Belgistan maken blijkbaar weinig indruk op u, want vorige week pakte u opnieuw uit met imam Khalid Benhaddou, een charlatan die u er blijkbaar van heeft overtuigd dat de islam geen enge godsdienst is. Dat zijn uw woorden, mijnheer De Wever. Dankzij u wordt straks ook de islamitische hoofddoekdracht achter de Antwerpse loketten opnieuw mogelijk. Proficiat daarvoor.

Het zal allicht uw tijd nog wel duren, mijnheer De Wever, maar als de islamisering niet wordt gestopt, dan zal heel België er op termijn gaan uitzien als Molenbeek of Antwerpen-Noord, u weet wel, de wijk die onder uw burgemeesterschap alleen maar meer Antwerpistan is geworden.

Het wordt helaas weer maar eens duidelijk dat wie de islamisering wil stoppen alleen bij het Vlaams Belang terechtkan.

Voorzitter:

Dank u, mijnheer Van Rooy. Ik hoop dat uw verwijzing naar Antwerpen-Noord niet mij persoonlijk betrof, want ik ben een van de inwoners.

Het CCIE en het CIIB (Collectief voor Inclusie en tegen Islamofobie in België)

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 8 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy bekritiseert Eurocommissaris Hadja Lahbib en het Collectief tegen Islamofobie in Europa (CCIE)—gelinkt aan de omstreden Moslimbroederschap—om hun rol in radicalisering (o.a. banden met het verboden Franse CCIF) en vraagt om transparantie over subsidies. Minister Beenders bevestigt dat CCIE geen subsidies krijgt, maar CIEB (voorheen CCIB) wel (€95.890 in 2024), met strikte evaluatie op democratische conformiteit, en benadrukt dat islamofobie feiten zijn (90% discriminatiedossiers bij Unia betrof islam). Van Rooy werpt tegen dat de regering islamistische invloed (Moslimbroederschap) negeert en stelt dat "anti-islamofobie"-organisaties islamisering nastreven in plaats van discriminatie te bestrijden, waardoor ze geen subsidie verdienen.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, in een potsierlijke en orwelliaanse video voor het zogenaamde Collectief tegen Islamofobie in Europa beweert Belgisch Eurocommissaris Hadja Lahbib dat er zoiets zou bestaan als antimoslimracisme. Dat is natuurlijk heel gek, want moslims zijn geen ras, er bestaan moslims in alle huidskleuren of zogenaamde rassen en men kan zich gemakkelijk tot de islam bekeren. De islam verlaten is natuurlijk iets heel anders, daarop staat in de islam in principe de doodstraf, dit natuurlijk geheel terzijde.

Lahbib laat zich voor de kar spannen van het Collectief tegen Islamofobie in Europa, dat gevestigd is in België, hier in Brussel. Dat CCIE is de opvolger van het Collectief tegen Islamofobie in Frankrijk, oftewel CCIF, dat gelieerd was aan de Moslimbroederschap en dat in Frankrijk werd verboden omdat het de jihadistische onthoofding van leraar Samuel Paty in de hand had gewerkt. De Franse minister van Binnenlandse Zaken noemde dit islamofobiecollectief een vijand van de Republiek. Dat zijn toch niet de minste woorden.

Krijgt het Collectief tegen Islamofobie in Europa subsidies? Zo ja, welke? Is er een connectie met het CIIB, het Collectief voor Inclusie en tegen Islamofobie in België? Voorheen was dat het CCIB, Collectif contre l'Islamofobie en Belgique. Krijgt het Collectif contre l'Islamofobie en Belgique subsidies? Zo ja, welke? Last but not least, wat vindt u er eigenlijk van dat dergelijke organisaties, zogenaamd tegen islamofobie, kunnen opereren op ons grondgebied?

Rob Beenders:

Mijnheer Van Rooy, islamofobie is helaas geen verzinsel. Uit de meest recente cijfers van Unia blijkt dat van de 202 geopende dossiers over het criterium geloofs- of levensovertuiging bijna 90 % van de dossiers betrekking had op de islam. Ook het Europees Agentschap voor Fundamentele Rechten geeft bijzonder alarmerende cijfers aan in hun studie van oktober 2024, waarin bij een bevraging van moslims 50 % aangaf zich reeds gediscrimineerd te hebben gevoeld in de periode van vijf jaar voor de bevraging. Dat zijn dus geen opinies, maar feiten. In zo'n context is het niet alleen logisch maar ook noodzakelijk dat er organisaties bestaan die opkomen tegen deze vorm van discriminatie. Dat is geen bedreiging voor de samenleving, maar wel een teken dat onze democratie werkt.

Wat betreft die financiering, ontvangt het Collectief tegen Islamofobie in Europa, het CCIE, waarover u sprak, geen subsidie van mijn administratie. Er zijn mij ook geen objectieve elementen bekend die wijzen op een verband tussen het CCIE en het Collectief voor Inclusie en Tegen Islamofobie in België, het CIEB of voorheen het CCIB. Het CIEB werd tijdens de vorige legislatuur erkend als structurele partner en ontving op die basis in 2024 een subsidie van 95.890 euro.

Zoals voorzien wordt deze structurele financiering net als voor elke andere erkende organisatie jaarlijks geëvalueerd. Ik zal bij die evaluatie strikte maar ook transparante criteria hanteren. Indien uit die evaluatie blijkt dat er gegronde redenen zijn om de financiering van een bepaalde organisatie - dus dat kan ook een andere geaccrediteerde organisatie zijn - stop te zetten, dan zal ik dat doen en trek ik daar ook de nodige conclusies uit. We zijn dat trouwens momenteel aan het doen. Het is voor mij van essentieel belang dat wanneer we overheidsmiddelen geven aan organisaties, deze organisaties in lijn met de principes van onze democratische rechtsstaat werken.

De financiering moet objectief maar ook heel transparant gebeuren.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, in de Belgische politiek heerst het surrealisme. Op het moment dat Georges-Louis Bouchez stelde dat we "de islamistische invloed in ons land onderschatten", spreekt zijn eigen Europees Commissaris, Hadja Lahbib, net haar steun uit voor die islamistische invloed. Dit terzijde. U bent minister van Gelijke Kansen, maar u bent helaas blind voor de groeiende invloed van de Moslimbroederschap in dit land, die alles wat te maken heeft met gelijke kansen juist wil vernietigen. De term Moslimbroederschap staat noch in het regeerakkoord, noch in uw beleidsverklaring, mijnheer de minister. U, en bij uitbreiding deze hele regering, zou moeten inzien dat discriminatie of islamofobie in de islamitische visie gewoon betekent dat de islamitische regels en wetten nog niet domineren. Islamitische organisaties die dus beweren dat ze islamofobie willen bestrijden, willen in feite onze samenleving islamiseren en horen dus niet thuis op ons grondgebied, laat staan dat ze subsidies zouden mogen krijgen van de regering.

De digitale pamfletten waarin wordt opgeroepen tot het plegen van terreuraanslagen
Online oproepen om islamitische terreuraanslagen te plegen in Antwerpen en Brussel
Digitale oproepen tot islamitische terreuraanslagen in Belgische steden

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 2 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy kaart aan dat jihadistische pamfletten oproepen tot aanslagen in Antwerpen en Brussel en vraagt om extra veiligheidsmaatregelen, wijzend op België’s aantrekkingskracht als doelwit door zijn centrale ligging, instellingen en radicale moslimgemeenschappen. Minister Quintin benadrukt dat het dreigingsniveau (3/4) ernstig is, maar waarschuwt tegen overreactie op propaganda, terwijl inlichtingendiensten elke dreiging analyseren en gerichte maatregelen nemen via het Crisiscentrum. Van Rooy linkt de hoge dreiging aan decennia "politiek correct" migratie- en islambeleid, stelt dat 27.000 Antwerpenaren potentieel radicaal zijn, en eist remigratie van terrorisme-vergoelijkers om de dreiging te beteugelen. Quintin bevestigt de ernstige aanpak maar ontwijkt de structurele kritiek op immigratiebeleid.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, jihadistische pamfletten roepen online op tot het plegen van islamitische terreuraanslagen in Antwerpen en Brussel. Het OCAD minimaliseerde de terreurdreiging. Ik citeer: "Meestal wordt aan een dergelijke oproep tot het plegen van jihadterreur geen gehoor gegeven." 'Meestal', dat woord vind ik zeer frappant, want zoals wij ondertussen toch zouden moeten weten, is één Allahoe akbar-schreeuwer die wel gehoor geeft aan een dergelijke jihadistische oproep genoeg om heel veel ellende aan te richten en dodelijke slachtoffers te maken.

Mijn vraag is dus evident, mijnheer de minister. Wat is de stand van zaken? Welke extra veiligheidsmaatregelen werden of worden desgevallend genomen?

Ik heb deze vraag ook gesteld aan de burgemeester van Antwerpen, maar ik kreeg helaas geen antwoord. Ik hoop dat van u wel te krijgen, want in het toch wel beperkte rijtje van steden dat werd genoemd in dat jihadistische pamflet om islamitische aanslagen te plegen, staan dus niet minder dan twee steden van dit land, namelijk Brussel en Antwerpen.

Mijnheer de minister, hoe verklaart u dat België blijkbaar zo'n gegeerd doelwit is voor islamitische terreur, voor jihadaanslagen? Heeft dat vooral te maken met de centrale ligging van België in Europa? Heeft het te maken met de internationale politieke instellingen die zich hier bevinden? Wordt het getriggerd door een bepaalde politiek die België voert? Of zou het ook te maken kunnen hebben met het feit dat jihadisten en moslimterroristen wereldwijd weten dat er in dit land veel orthodoxe moslims wonen, die potentieel gehoor zouden kunnen geven aan zo'n jihadistische oproep om een terreuraanslag te plegen?

Ik ben heel benieuwd naar uw antwoord, mijnheer de minister.

Bernard Quintin:

Dank u voor uw vraag, mijnheer Van Rooy. De inlichtingendiensten en het OCAD waren op de hoogte van de propaganda van deze pamfletten. Het OCAD minimaliseert dergelijke dreigingsberichten niet.

Elke melding wordt op basis van de beschikbare informatie geanalyseerd. Als er geen concrete dreigingsinfo is, dan moeten we het hoofd koel houden en niet in het spel van terroristische propaganda meegaan, dat net als doel heeft om het onveiligheidsgevoel te verhogen.

Het dreigingsniveau bedraagt drie op een schaal van vier. Dat betekent dat de dreiging ernstig is. De maatregelen worden door het Nationaal Crisiscentrum en de politie bepaald, afhankelijk van de plaats, de persoon en de aard van het evenement. Dat is een ernstig werk.

De inhoud van de propaganda is soms een recyclage van oude boodschappen, soms nieuw, en speelt vaak in op de internationale actualiteit. Niet zelden gaat het om boodschappen die door zogenaamde fanboys worden gemaakt en verspreid, boodschappen die dan hun weg naar allerhande officieuze IS-kanalen vinden.

Vanwege hun verspreiding op het internet en het gebruik van versleutelde applicaties, is het niet altijd gemakkelijk om te bepalen van wie of uit welk land een dreiging afkomstig is. De gebruikte verspreidingskanalen zijn onder andere Telegram, X, TikTok en Discord.

Ik kan niet zeggen dat de situatie van België en het feit dat wij bepaalde internationale instellingen op ons grondgebied hebben geen rol spelen, maar ik kan u verzekeren dat de diensten, het OCAD en andere, dit ernstig nemen.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. U zegt het zelf, het terreurdreigingsniveau in dit land is onverminderd hoog, namelijk drie op een schaal van vier. Dat betekent dat de terreurdreiging ernstig is. Na 60 jaar politiek correct beleid van ongecontroleerde massa-immigratie en islamgepamper, is een ernstige terreurdreiging in dit land helaas het nieuwe normaal geworden. Volgens onderzoek heeft een op de vijf moslims in Vlaanderen begrip voor de dodelijke jihadterreur van Islamitische Staat. Alleen al in Antwerpen, de stad waar ik woon, gaat het over zo'n 27.000 potentieel gevaarlijke moslims. Als dit soort vergoeilijkers van dodelijke islamterreur niet het land worden uitgezet – remigratie –, zal de terreurdreiging in dit land alleen maar toenemen. Het wordt hoog tijd dat u en deze regering dat onder ogen zien.

De jihadistische moord op Salwan Momika

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

In België is het verbranden van religieuze boeken zoals de koran niet expliciet verboden, maar kan wel vervolgd worden als haatspraak of aanzetting tot discriminatie, afhankelijk van de context en rechterlijke beoordeling. Politiebescherming voor bedreigde islamkritische dissidenten hangt af van een risicoanalyse door veiligheidsdiensten (zoals OCAD), maar is niet gegarandeerd, ondanks groeiende dreigingen. Sam Van Rooy benadrukt dat islamkritische stemmen—zoals de vermoorde Salwan Momika—systematisch onvoldoende beschermd worden, terwijl islamitisch geweld en zelfcensuur toenemen door angst voor represailles. Annelies Verlinden bevestigt opvolging door inlichtingendiensten maar wijst op juridische afwegingen per geval, zonder structurele oplossingen voor de vrijheid van meningsuiting onder druk.

Sam Van Rooy:

We kunnen het niet genoeg in herinnering brengen, maar enkele weken geleden werd in Zweden Salwan Momika vermoord door moslimterroristen. Momika was een Assyrisch-Iraakse christen die nota bene in Irak had gestreden tegen Islamitische Staat, tegen jihadterreur dus, en als vluchteling naar Zweden was gekomen. Daar liet hij zich overtuigend uit tegen de islam, die hij als ervaringsdeskundige natuurlijk zeer goed kende, en was hij voor de vrijheid van meningsuiting. Dat gaat natuurlijk hand in hand. Soms verbrandde hij openlijk een koran om die visie kracht bij te zetten. Hij werd daarvoor juridisch vervolgd, helaas, en hij kreeg, zoals dat dan gaat, talloze doodsbedreigingen uit islamitische hoek. Dat is helaas het nieuwe normaal in West-Europa.

Toch werd hij niet door de politie beveiligd. De Zweedse politiechef wilde niet toelichten waarom, maar ik vind het wel frappant dat ze eraan toevoegde dat het "natuurlijk tragisch is dat wij als samenleving deze mensen niet kunnen beschermen". Dat is inderdaad zo. Ook in België ken ik mensen die zich niet meer durven uitspreken over hun afvalligheid van de islam, die hun islamkritiek anders verwoorden of zelfs niet uiten, omdat ze weten dat ze uiteindelijk vogelvrij zijn en ze niet de nodige bescherming zullen genieten.

Mevrouw de minister, graag hoor ik uw mening over deze zorgwekkende stand van zaken. Ik vraag mij af hoe dit eigenlijk in België zit. Mag men in België een exemplaar van de koran of eender welk al dan niet religieus of heilig boek, verbranden? Zou iemand als Salwan Momika in België dan wel door de politie worden beveiligd?

Annelies Verlinden:

Ik kan u bevestigen dat dergelijke gebeurtenissen door onze veiligheids- en inlichtingendiensten zeer nauwgezet worden opgevolgd. Er bestaat in ons land geen officiële lijst van beschermde boeken, waarvan bijvoorbeeld de verbranding specifiek wordt beschouwd als aanzetten tot haat. Weliswaar vallen onder meer strafbare haatspraak, haatmisdrijven en discriminatie onder het materiële toepassingsgebied van de antidiscriminatiewetgeving in ons land. Het zal dus aan de feitenrechter toekomen om op basis van in het bijzonder die wetgeving en het precieze, concrete strafrechtelijk dossier te oordelen. Daarbij kan ik nog toelichten dat de strafmaat voor deze gedragingen herbekeken wordt in het nieuwe Strafwetboek.

In ons land worden beveiligingsmaatregelen toegekend op basis van een risicoanalyse die wordt uitgevoerd door de bevoegde veiligheidsdiensten. Factoren zoals de ernst van de bedreiging, het publieke profiel van de persoon en de potentiële impact op de openbare orde worden daarbij onder meer in overweging genomen. Specifiek in de gevallen van terrorisme, gewelddadig extremisme of radicalisering kan het OCAD een dreigingsanalyse uitvoeren. Op basis van die risicoanalyse of die specifieke analyse zal het Nationaal Crisiscentrum al dan niet de nodige operationele beveiligingsmaatregelen voor de betrokken personen opleggen.

Sam Van Rooy:

Hoever is het niet gekomen dat dissidenten uit de islamitische wereld, zoals Salwan Momika, ook in West-Europa de facto niet meer veilig zijn? Gemiddeld worden er per dag wereldwijd niet minder dan vijf islamitische aanslagen gepleegd. De islam roept inderdaad letterlijk op tot het vermoorden van diegenen die de islam bespotten of beledigen, van diegenen die de islam verlaten en van diegenen die zich niet aan de islam onderwerpen. Recent nog werd hier in Brussel de boekvoorstelling van een islamkritisch boek geannuleerd na islamitische dreigementen. Censuur en zelfcensuur, mevrouw de minister, nemen al jaren toe. Het aantal moslimfundamentalisten in dit land blijft stijgen en dus blijft onze samenleving islamiseren en helaas onvrijer worden.

De steun van een Molenbeekse PS-schepen voor IS-achtige jihadisten

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Annelies Verlinden relativeert de kritiek op Molenbeekse schepen Mohammed Kalandar (PS) door te benadrukken dat slechts *sommige* milities onder Hachd al-Chaabi (een Iraakse koepel met uiteenlopende groepen, waaronder sjiitische, soennitische en christelijke) als terroristisch worden bestempeld, en dat de organisatie zelfs partner was in de strijd tegen IS. Sam Van Rooy (oppositie) blijft hameren op Kalandars vermeende loyaliteitsconflict en veiligheidsrisico, wijst op diens steunbetuiging aan een "jihadistische" beweging en eist onderzoek, terwijl hij Verlindens terughoudendheid als naïef en gevaarlijk afschildert, met een waarschuwing voor fundamentalistische infiltratie in de politiek. De minister ontwijkt een direct oordeel over Kalandar, maar Van Rooy dwingt de kwestie op de agenda door te verwijzen naar Deense voorbeelden van alarm over radicalisering in overheidsfuncties. Kern: vertrouwen vs. veiligheidsdreiging bij een lokale politicus met banden met omstreden milities.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, de kersverse Molenbeekse schepen Mohammed Kalandar van de PS postte op sociale media in 2020 het embleem van Hachd al-Chaabi. Dat is een jihadistische beweging vergelijkbaar met Islamitische Staat. Het is eigenlijk de sjiitische versie ervan, die wordt gesteund door de islamitische staat Iran. Enkele landen, zoals de VS en Japan, beschouwen verschillende milities bij Hachd al-Chaabi, als terroristisch. De Molenbeekse burgemeester Moureaux en de PS-partijtop willen niet reageren, maar dat verbaast niet.

Mevrouw de minister, wat vindt u hiervan? Ziet u geen problemen met de loyaliteit van Mohammed Kalandar? Is hij geen infiltrant? Wordt onderzocht of Mohammed Kalandar voor ons land eventueel een veiligheidsrisico vormt?

Annelies Verlinden:

Mijnheer Van Rooy, de koepelorganisatie Hachd al-Chaabi is er gekomen na de heractivering van de communautaire milities in Irak ten gevolge van de strijd tegen IS in 2014. In zekere zin waren die koepelorganisatie en de milities die onder de koepel vallen, een partner van de internationale coalitie in de strijd tegen IS.

De koepelorganisatie valt sinds 2016 onder de administratieve autoriteit van de Iraakse eerste minister via het officiële overheidsorgaan Populaire Mobilisatiecommissie en groepeert meerdere tientallen Iraakse milities van een zeer gevarieerde achtergrond, namelijk sjiitische, soennitische, christelijke en Turkmeense milities. Ondanks het bestaan van de koepel behouden de individuele milities een grote mate van autonomie. Een aantal daarvan staat dicht bij Iran en ontvangt ook steun van Iran. Er zijn slechts enkele milities die effectief als terroristisch worden gezien door onder meer de Verenigde Staten, de Verenigde Arabische Emiraten en Japan.

Sam Van Rooy:

Uw uitleg was heel interessant, mevrouw de minister. Die kende ik zelf ook. U maakt zich dus blijkbaar helemaal geen zorgen over de Molenbeekse schepen Mohammed Kalandar. Ik heb een foto van hem mee, zodat u kunt zien wat voor iemand dat is. Lijkt dat iemand die goed geïntegreerd is in onze samenleving? Lijkt dat iemand die wij kunnen vertrouwen? Ik vind het zeer zorgwekkend dat u daarover niets te zeggen hebt. In Denemarken, bijvoorbeeld, waren er recent heel wat toppolitici die openlijk hun bezorgdheid hebben geuit over de infiltratie in de overheid van burgers met moslimfundamentalistische gedachten, ideeën en doelstellingen. Ik hoop echt dat u de komende jaren die zorg niet alleen zult uiten, maar dat u er zich ook mee bezig zult houden, want het is al vijf na twaalf wat dat betreft.

Het terughalen van Belgische Syrië-jihadisten

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De minister bevestigt dat terugkeer van Belgische Syrië-jihadisten momenteel niet aan de orde is, maar volgt de onvoorspelbare veiligheidssituatie in Syrië nauwgezet via inlichtingendiensten. Vlaams Belang eist een absolute uitsluiting van terugkeer en waarschuwt voor straffeloosheid en herhaald gevaar, pleitend voor gesloten grenzen voor *alle* jihadisten. De regering neemt geen definitief standpunt in over toekomstige terugkeer, maar benadrukt waakzaamheid. Kernpunt: spanning tussen veiligheidsrisico’s (OCAD-waarschuwing) en politiek verzet tegen repatriëring.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, het OCAD heeft in december gesteld dat het na de val van Assad voor onze eigen veiligheid beter zou kunnen zijn om Belgische Syrië-jihadisten die daar nog in een cel of een kamp zitten, terug te halen. Het OCAD vreest dat ze zouden kunnen vrijkomen en via Turkije naar West-Europa of België terugkeren. Er werd ook gewag gemaakt van 13 mannen die niet allemaal de Belgische nationaliteit hebben, maar wel een link hebben met ons land. In de kampen Al-Hol en Al-Roj zouden nog altijd acht Belgische vrouwen en negen kinderen zitten. Dat kan intussen al veranderd zijn, want deze informatie dateert van december.

Ik hoor graag het standpunt van de nieuwe regering, mevrouw de minister. Zijn er plannen om Belgische Syrië-jihadisten terug te halen naar België? En de hamvraag: sluit deze regering uit dat er ooit Syrië-jihadisten kunnen worden teruggehaald naar België?

Annelies Verlinden:

Collega Van Rooy, een gemeenschappelijk front van verschillende rebellengroeperingen onder leiding van Hayat Tahrir al-Sham (HTS) nam in december van vorig jaar de controle over van het gebied dat in Syrië nog in handen was van het Assadregime.

De geopolitieke context en de impact ervan op onze buitenlandse veiligheid werden steeds en worden permanent, tot op vandaag, opgevolgd door onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Ze zijn waakzaam voor de houding van HTS en de andere actieve terreurorganisaties in de regio, zoals IS. Ook spanningen tussen de Koerden en de Turken in het grensgebied worden aandachtig opgevolgd. We blijven dus de onvoorspelbare situatie ter plaatse van nabij volgen. En dat steeds in overleg met onze diensten, die uiteraard ook in nauw contact staan met de buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

De vraag naar het al dan niet terughalen van Syriëstrijders naar ons land is in dit geval niet aan de orde.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, wat wel aan de orde is, is de vraag of deze nieuwe Belgische regering, deze arizonacoalitie, wil uitsluiten dat er ooit Belgische Syrië-jihadisten worden teruggehaald naar dit land. Het mag duidelijk zijn dat het Vlaams Belang neen zegt. België moet de grenzen sluiten, niet alleen voor asielzoekers, immigranten uit de hele wereld, maar zeker ook voor Syrië-jihadisten. Mochten zij toch worden toegelaten tot ons grondgebied, dan ben ik ervan overtuigd dat zij ervan af zullen komen met een fopstrafje van een aantal jaren, waarna ze op vrije voeten komen en opnieuw een gevaar vormen voor onze samenleving. Mevrouw de minister, luister naar de ervaringen uit het verleden. Sluit onze grenzen, zeker voor jihadisten uit welk land dan ook, zeker ook uit Syrië.

De Moslimraad van België

Gesteld door

VB Alexander Van Hoecke

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Moslimraad van België, opgericht als tijdelijke opvolger van de omstreden Moslimexecutieve (wegens gebrek aan transparantie en buitenlandse inmenging), krijgt kritiek op representativiteit en transparantie, terwijl haar voorlopige erkenning over twee maanden afloopt. Minister Verlinden benadrukt dat Justitie geen sturende rol speelt in het vernieuwingsproces (wegens grondwettelijke onafhankelijkheid van erediensten), maar wel financieel toezicht houdt en contact onderhoudt; een evaluatiekader ontbreekt, wat twijfels oproept over de besluitvorming over verlenging. Van Hoecke kritiseert het gebrek aan opvolgingsmechanismen en vreest een automatische verlenging zonder harde criteria, terwijl hij vraagt naar veiligheidsrapporten over de raadsleden—waarover Verlinden geen deelbare informatie bevestigt, zonder duidelijkheid of die wel bestaan. De betrouwbaarheid van de Moslimraad (mbt extremisme/buitenlandse invloeden) blijft dus onbeantwoord.

Alexander Van Hoecke:

De Moslimraad van België is de opvolger van de zogenaamde Moslimexecutieve. Die laatste verloor tijdens de vorige legislatuur haar erkenning en subsidies na een kritische doorlichting waaruit bleek dat er niet alleen sprake was van een gebrek aan transparantie, maar ook van buitenlandse inmenging vanuit Turkije en Marokko. Daarop werd op 12 juni 2023 de Moslimraad officieel erkend bij koninklijk besluit als voorlopig representatief orgaan van de islamitische eredienst gedurende twee jaar.

Meteen na de oprichting volgde er heel wat kritiek, onder meer vanuit de islamitische gemeenschap zelf. De belangrijkste kritiek had betrekking op de representativiteit. De vzw Moslimraad van België werd opgericht door vier personen. Op vlak van transparantie lijkt de huidige Moslimraad het even slecht te doen als de Moslimexecutieve.

Mevrouw de minister, over twee maanden loopt de voorlopige erkenning van de Moslimraad af en zal de regering een definitieve beslissing moeten nemen over het voortbestaan van de Moslimraad. Er blijven vandaag echter heel wat vraagtekens bestaan over de Moslimraad.

Hoe verloopt het contact tussen de FOD Justitie en de Moslimraad? Heeft de FOD Justitie onder de vorige regering op regelmatige basis contact gehad met de Moslimraad? Zo ja, hoe vaak en met welke vertegenwoordigers precies? Wanneer plant u een eerste keer samen te zitten met de Moslimraad? Indien dat intussen al gebeurd is, hoe is dat verlopen?

Hoever staat de Moslimraad in het organiseren van het vernieuwingsproces met het oog op de oprichting van een nieuw definitief representatief orgaan? Gebeurt er een periodieke evaluatie van het proces? Welke parameters worden daarbij gehanteerd? Hoe wordt dit door Justitie opgevolgd?

Welke selectiecriteria zijn gebruikt bij de benoeming van de vier leden van de huidige Moslimraad?

Is er een grondig achtergrondonderzoek uitgevoerd door de veiligheidsdiensten, gelet op de veelvuldige buitenlandse inmenging die aan het licht kwam bij de Moslimexecutieve?

Is de minister bereid om de rapporten van de veiligheidsdiensten over de leden van de Moslimraad vertrouwelijk te delen met het Parlement? Indien niet, waarom niet?

Welke waarborgen zijn er om te garanderen dat leden van de Moslimraad geen banden hebben met extremistische netwerken of door het buitenland beïnvloed worden?

Annelies Verlinden:

Mijnheer Van Hoecke, de FOD Justitie houdt regelmatig contact met de Moslimraad, net als met alle representatieve organen van de erkende erediensten. Dat contact bestaat uit het houden van fysieke vergaderingen, telefonisch contact en e-mailverkeer met de voorzitter en met de secretarissen-generaal van de administratie van de Moslimraad zelf. Zelf heb ik nog geen overleg kunnen houden met de Moslimraad sinds ik in functie ben, maar zo'n overleg zal worden gepland.

Op 12 juni 2023 is het koninklijk besluit tot erkenning van een voorlopig representatief orgaan voor de islamitische eredienst in België genomen, en dit met het oog op de vernieuwing en de continuïteit van het representatieve orgaan van de islamitische eredienst.

Conform artikel 21 van de Grondwet, dat de onafhankelijkheid van de erediensten ten aanzien van de Staat waarborgt, laten mijn diensten de Moslimraad van België deze vernieuwing in alle onafhankelijkheid voorbereiden. We weten dat de eerste fase van de vernieuwing in handen was van een vernieuwingscommissie. De tweede fase is in handen van een begeleidingscommissie die verkiezingen tot stand moet brengen.

De Moslimraad van België doet een beroep op financiële middelen die worden toegekend door de FOD Justitie om dit proces tot een goed einde te brengen. De FOD Justitie controleert nauwgezet hoe deze middelen worden uitgegeven.

Het koninklijk besluit dat de Moslimraad aanstelt, voorziet niet in een periodieke evaluatie van het vernieuwingsproces. De moslimgemeenschap moet over de nodige ruimte beschikken om intern in dialoog te treden en tot conclusies te komen over hoe het vernieuwingsproces tot stand moet komen.

De Moslimraad is benoemd als tijdelijk representatief orgaan voor de islamitische eredienst. Het mandaat geldt voor een periode van twee jaar. In die hoedanigheid is de Moslimraad erkend nadat de toenmalige minister van Justitie werd geïnformeerd over de bereidheid van de Moslimraad om het vernieuwingsproces van het representatieve orgaan op zich te nemen.

De Moslimraad heeft aangegeven zich te willen inzetten voor de representativiteit van de Belgische moslimgemeenschap in haar geheel. De Veiligheid van de Staat werd op verschillende momenten geconsulteerd over de Moslimraad van België en zijn leden, met als doel de minister van Justitie te informeren over de informatie die beschikbaar is bij de Veiligheid van de Staat.

Ik beschik op dit moment niet over rapporten van de veiligheidsdiensten die kunnen worden gedeeld.

Alexander Van Hoecke:

Mevrouw de minister, ik hoop dat u snel dat overleg zult inplannen, want de tijd dringt. Ik hoor u zeggen dat u de vernieuwingen in alle onafhankelijkheid laat voorbereiden. Dat lijkt mij nu niet het beste idee, eerlijk gezegd. Er is blijkbaar geen enkele evaluatie van het vernieuwingsproces door Justitie, maar u moet straks, over twee maanden, wel gaan oordelen of dat vernieuwingsproces van de Moslimraad geslaagd is en op basis daarvan oordelen wat we met die Moslimraad zullen aanvangen. Ik vraag mij dan oprecht af hoe dat gaat verlopen. Het lijkt erop dat u niets anders zult kunnen doen dan automatisch te verlengen. Of u zult tot de conclusie moeten komen dat u moet afgaan op wat de Moslimraad zelf zegt. U zegt dat de Moslimraad zelf aangeeft zich voor de representativiteit te willen inzetten. Natuurlijk zegt hij dat. Ik heb nog een kleine vraag. U zegt momenteel niet over rapporten van de veiligheidsdiensten te beschikken die u kunt delen. Moet ik daaruit verstaan dat u überhaupt niet over rapporten van de veiligheidsdiensten beschikt of beschikt u niet over rapporten die u kunt delen met het Parlement? Dat is natuurlijk een belangrijk onderscheid. Dat is belangrijke informatie om te weten of we de bestuurders van de Moslimraad kunnen vertrouwen.

De dossiers over jihadistische terreur waarbij minderjarigen betrokken zijn
Het jaarverslag van de Veiligheid van de Staat (VSSE)
Jihadistische terreur en jaarverslag VSSE

Gesteld aan

Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)

op 23 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de alarmerende toename van jihadistische radicalisering onder minderjarigen (1 op 3 verdachten is jonger dan 18, met een jongste van 13), waarbij drie kwart van de terreurdossiers islamitisch geïnspireerd is—een scherpe oververtegenwoordiging ten opzichte van 8% moslims in België. Minister Van Tigchelt wijt de versnelde radicalisering aan sociale media en extremistische echokamers, benadrukt versterkte inlichtingendiensten (verdubbeld personeel, nieuwe bevoegdheden) en disruptieve acties (zoals de aanhouding van een 14-jarige rechts-extremist die dag), maar waarschuwt voor *lone actors* die onder de radar blijven. Safai eist ontneming van nationaliteit voor terugkerende IS-strijders (FTF’ers) en strengere maatregelen, terwijl Van Rooy de Koran en islamitische leer als bron van geweld aanhaalt en kritiseert dat facilitering van islam en lichte straffen het probleem verergeren. De focus ligt op preventie, snelle interventie en zero-tolerance voor terreurverheerlijking, met onduidelijkheid over concrete straffen voor de recent opgepakte Brusselse jihadcellen (18-jarige + drie minderjarigen).

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, volgens cijfers van de Veiligheid van de Staat is niet minder dan één persoon op drie die de voorbije drie jaar een gewelddadige aanslag in België wilden plegen minderjarig. De jongste was amper 13 jaar. Ze doen vooral ook aan verheerlijking van geweld en kunnen – ik citeer de Veiligheid van de Staat – "levensgevaarlijk" zijn.

Soms plannen ze ook effectief een aanslag. Zo wilde recent een terreurcel van moslimextremisten een jihadaanslag plegen op een concert in Brussel. Deze islamitische terreurcel bestond uit een 18-jarige en drie minderjarigen. In maar liefst drie gevallen op vier, de overgrote meerderheid dus, gaat het om jihadistische moslimjongeren, dit terwijl ongeveer 8 % van de bevolking in dit land moslim is. De oververtegenwoordiging van jonge moslims in zaken van radicalisering en terreur is dus gigantisch. In 2024 was er trouwens in heel Europa een sterke toename van het aantal jihadistische dossiers en arrestaties.

Mijnheer de minister, wat is uw reactie op deze zorgwekkende bevindingen?

Hoe komt het volgens u dat de daders in terreurdossiers vaak minderjarig zijn en steeds jonger worden?

Hoe komt het volgens u dat in terreurdossiers de islamitische jihad enorm oververtegenwoordigd is?

Wat gebeurt er precies met minderjarige, soms piepjonge, moslims die jihadterreur verheerlijken?

Mijn laatste vraag is heel belangrijk voor onze veiligheid. Welke straffen riskeren of kregen de 18-jarige en de drie minderjarige moslims die een jihadaanslag probeerden te plegen op een concert in Brussel?

Darya Safai:

Mijnheer de minister, onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten trekken aan de alarmbel. Terwijl alle ogen op Rusland gericht zijn wanneer het gaat over dreiging van spionage en sabotage, kunnen wij uit het jaarverslag van de Veiligheid van de Staat afleiden dat de belangrijkste terreurdreiging in ons land nog steeds uit de hoek van het islamisme komt.

Er was in 2024 een sterke toename van het aantal jihadistische dossiers en arrestaties. De Veiligheid van de Staat werd ook in toenemende mate geconfronteerd met dossiers over minderjarigen. Bijna één persoon op drie die tussen 2022 en 2024 gewelddadige acties in België beraamden, was jonger dan 18 jaar. Het gemiddelde was 16 jaar. De jongste persoon was amper 13 jaar oud.

Een andere bezorgdheid van de Veiligheid van de Staat vormen de foreign terrorist fighters (FTF) in Syrië. Het is een grote bekommernis dat die onder de radar zouden terugkeren naar België. Hun eventuele terugkeer, in combinatie met meer geradicaliseerde profielen hier bij ons, vormt een zeer gevaarlijke cocktail. Het is aan ons om onze samenleving hiertegen te beschermen.

Vandaar twee vragen aan u, mijnheer de minister. Welke concrete maatregelen werden er genomen tegen de toenemende mate van radicalisering bij minderjarigen?

Heeft de regering contacten gehad met de nieuwe autoriteiten (…)

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de voorzitter, collega's, we hebben deze discussie enkele weken geleden deels gevoerd in de commissie voor Justitie, maar dat was inderdaad voor de bekendmaking van het rapport van de Veiligheid van de Staat.

Mevrouw Safai, welke concrete maatregelen hebben we de voorbije legislatuur genomen? Dat zijn er nogal wat. Het belangrijkste is dat we het personeel van onze inlichtingendienst hebben verdubbeld. We hebben die dienst ook nieuwe wettelijke middelen in de strijd tegen het terrorisme gegeven. Dat is zeer belangrijk, dat is historisch en dat was ook broodnodig, want een sterke inlichtingendienst is geen luxe, maar een noodzaak. We waren op dat vlak het kneusje van de klas. Die tijd is voorbij. Onze inlichtingendienst is geprofessionaliseerd en dat was broodnodig. Dat blijkt ook uit het recente jaarverslag.

De Veiligheid van de Staat heeft haar handen vol, onder meer met de dreiging van extremisten op ons eigen grondgebied, niet in Syrië, niet in Irak, maar hier. We zien daar inderdaad een verontrustende toename van het aantal minderjarigen. U hebt het ook gezegd. Eén persoon op drie die in beeld komen is minderjarig. Hoe komt dat? Het is moeilijk om daar één verklarende factor voor te geven, maar wat zeker speelt, zijn de social media. We zien dat het radicaliseringsproces van dergelijke jongeren veel sneller verloopt dan vroeger. We spreken over maanden, soms over weken, maar soms zelfs over dagen. De ideologie is slechts een flinterdun jasje. Het verloop van het brainwashen van die jongeren via de extremistische echokamers gaat soms bijzonder snel.

Drie op de vier zijn van jihadistische strekking. Een kwart handelt uit rechts-extremisme of, wat ook in opgang is, een anti-establishment ideologie. Van linksextremisme is er momenteel minder sprake. De ideologie van het jihadistisch salafisme is verre van dood. IS en Al Qaida zijn niet dood. De propaganda, zowel oude als nieuwe, is nog steeds prominent aanwezig. IS heeft nog steeds vele fanboys, maar ook fangirls, die op het internet aanwezig zijn en die erin slagen om jongeren mee te slepen.

De OCAD-lijst telt momenteel een zeshonderdtal personen. Het merendeel daarvan is van de jihadistisch-salafistische strekking. Er staat ook nog een groot aantal foreign terrorist fighters op die lijst.

Wat wij moeten doen om problematische radicalisering tegen te gaan, is snel en disruptief optreden. Dat is wat de diensten doen, wat zij de voorbije maanden en jaren verschillende malen gedaan hebben. Zij treden snel en disruptief op. Wanneer op de sociale media berichten worden opgevangen over de aankoop van wapens of over het gebruik van geweld, aarzelen zij niet en treden zij op.

Collega’s, dat is ook vanmorgen nog gebeurd. Vanmorgen nog werd een 14-jarige jongen – zeg maar jongetje – van schijnbaar rechts-extremistische signatuur opgepakt. Hij zou een aanslag hebben willen plegen op een moskee.

De nachtmerrie van onze diensten blijft natuurlijk die ene lone actor , die niet op tijd op de radar komt. Daarom is het cruciaal dat alle betrokken partners alert zijn en blijven. We hebben daarvoor de LIVC's opgericht en daar…

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, collega’s, ik citeer de Koran, soera 8, vers 12: "Ik zal terreur zaaien in het hart van de ongelovigen. Sla hun hoofd af, vermink al hun ledematen." De Koran en ook de Hadith roepen herhaalde malen op tot het minachten, haten, veroveren en doden van de niet-moslim. Uiteraard is niet elke moslim een fundamentalist of een terrorist, dat zou er nog maar aan mankeren.

Mijnheer de minister, wat ik echter niet hoor in uw betoog, is dat wie de islam massaal blijft binnenhalen en faciliteren en wie fopstrafjes geeft aan moslimfundamentalisten, het probleem alleen maar erger zal maken. Het is immers een wet van Meden en Perzen: wie islam zaait, zal sharia en haat blijven oogsten.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden. Het is een heel goede zaak dat de Veiligheid van de Staat de problematiek heel nauwkeurig opvolgt. Collega’s, dat zouden wij in het Parlement ook moeten doen. Dat is immers een belangrijke zaak voor de toekomst. Ik weet niet of de vivaldiregering van plan is de FTF’ers al dan niet terug naar hier te brengen. Ik wil echter absoluut benadrukken dat zij bij ons geen plaats hebben. Zij hebben ervoor gekozen ons land te verlaten en elders samen met de IS en andere islamisten de oorlog aan te gaan om het Westen te vernietigen. Hun nationaliteit moet worden afgenomen, zodat zij niet en nooit meer kunnen terugkeren.

De afgelasting van een boekvoorstelling na islamitische dreigementen

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)

op 15 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy kaartte de afgelasting van een boekvoorstelling over *islamisering in Franstalige scholen* (door dreigingen van moslimjongeren) aan als symptoom van groeiende islamitische intimidatie en zelfcensuur bij critici, verwijzend naar radicale voorbeelden en de erfenis van *Charlie Hebdo*. Minister Verlinden benadrukte dat vrijheid van meningsuiting onaanraakbaar is, maar wees de verantwoordelijkheid voor de annulering bij Fnac (zonder overheidstussenkomst), terwijl ze politieoptreden tegen haat, risicoanalyses en preventie via LIVC’s-R (radicaliseringsmeldpunten) als oplossingen naar voren schoof. Van Rooy repliceerde dat islamitisch fundamentalisme onverminderd dreigt, gestut door doctrine en massale steun onder Belgische moslims voor censuur of geweld tegen critici. De discussie toont de spanning tussen veiligheidsmaatregelen en de structurele uitdaging van islamitische radicalisering in een pluralistische samenleving.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, we blijven in de sfeer van hetzelfde culturele importprobleem, dat er heel toevallig ook in Brussel is, want op zaterdag 16 november zou in de Fnacwinkel in het shoppingcenter in Sint-Lambrechts-Woluwe de boekvoorstelling plaatsvinden van Allah n'a rien à faire dans ma classe , een geweldige titel, vrij vertaald als Allah heeft niets te zoeken in mijn klas. Het is een journalistiek onderzoek naar islamisering in Franstalige scholen. Het boek verscheen in september en is geschreven door twee journalisten, Jean-Pierre Martin en Laurence D'Hondt. Ze laten onder meer getuigen aan het woord over een toenemende druk op leerkrachten vanuit islamitische hoek, bijvoorbeeld tijdens de les geschiedenis.

Het werk noemt ook man en paard over islamitische radicalisering, oftewel islamisering, van leerlingen. Ik geef slechts één voorbeeld. Ik citeer:"Zo zijn er jongens die weigeren om naast een meisje op de schoolbank te zitten, of kinderen die in woede uitbarsten als een stukje ham van een niet-moslim op hun brooddoos valt, waarop de school onder druk van de moslimouders besluit om aparte kastjes te maken voor halalbrooddozen." Een van de vele voorbeelden van de islamisering van onze scholen.

De voorstelling van dat zeer belangrijke, fundamentele boek werd echter afgelast nadat moslimjongeren – opnieuw toevallig geen Chinezen, joden, Zweden of boeddhisten – via sociale media hadden gedreigd met geweld in de winkel. Een typisch geval dus van islamitisch bedreiging tegen islamcritici.

Minister, wat is uw reactie hierop? Wat kan er volgens u worden ondernemen om te voorkomen dat steeds meer schrijvers, journalisten, cartoonisten enzovoort aan zelfcensuur doen als gevolg van intimidatie of bedreigingen uit islamitische hoek?

Annelies Verlinden:

Collega Van Rooy, de vrijheid van meningsuiting is een van de meest fundamentele pijlers van onze democratie en onze rechtsstaat. Die moet absoluut en te allen tijde verdedigd worden. Meningen, en wat mij betreft ook domme meningen, moeten geuit kunnen worden.

Volgens mijn informatie werd de boekvoorstelling van 16 november niet geannuleerd door de burgemeester of een administratieve overheid, maar door de lokale directie van Fnac zelf, zonder voorafgaandelijk overleg met de bestuurlijke overheden. Het is niet aan de minister van Binnenlandse Zaken om opmerkingen te maken over een beslissing van de betrokken onderneming.

Ik wijs er wel op dat er stappen werden ondernomen om de veiligheid van de winkel te garanderen, nadat de politiezone op de hoogte was gebracht van de beslissing. Er zijn nadien ook geen incidenten gemeld.

Elk evenement dat een verstoring van de openbare orde kan veroorzaken, wordt onderworpen aan een risicoanalyse van de politie, die in overleg met de bestuurlijke overheid maatregelen kan nemen om het goede verloop van het evenement te garanderen. Politie en parket handelen proactief met betrekking tot personen die bedreigingen uiten of aanzetten tot haat of geweld. Wanneer er sprake is van strafbare feiten kunnen zij worden vervolgd. Daarnaast is er ook de Strategie T.E.R., die wordt gecoördineerd door het OCAD. Die heeft tot doel om voldoende veerkracht te tonen in de strijd tegen terrorisme en extremisme, terwijl tegelijk de fundamentele rechten en vrijheden van burgers worden beschermd.

Een veilige en pluralistische samenleving waarin iedereen zich zonder angst voor geweld of vervolging kan uiten, is een absolute voorwaarde. Om dat te bereiken, moeten de juiste structuren en platformen worden opgezet. Het is daarbij belangrijk om de oprichting en de werking van LIVC’s-R te blijven bevorderen en overal in het land uit te rollen om tekenen van radicalisering, ongeacht de ideologie, zo vroeg mogelijk op te sporen, maar ook om de diensten die in contact staan met de burgers bewust te maken van het feit dat dit platform de juiste plek is om informatie te delen en uit te wisselen. Als de sociaal-preventieve aanpak niet volstaat, kunnen de veiligheids- of gerechtelijke diensten op basis van informatie-uitwisseling de nodige maatregelen nemen om de dreiging zoveel mogelijk te beperken.

Het is dus een dagelijkse taak om te blijven sensibiliseren en te zorgen voor een goede samenwerking tussen alle actoren, om zo de dreiging van extremistische ideologieën zoveel mogelijk te verminderen.

Sam Van Rooy:

Vorige week was het exact tien jaar geleden dat "Allahu Akbar" schreeuwende moslimterroristen het grootste deel van de redactie van Charlie Hebdo uitmoordden. Sindsdien is er niets verbeterd, mevrouw de minister. Veel schrijvers, cartoonisten en activisten doen uit angst aan zelfcensuur of moeten tegen moslimfundamentalisten worden beveiligd. Geen jihadistische aanslagen zonder de jihadistische profeet Mohammed. De islamitische doctrine roept letterlijk op tot het vermoorden van mensen die de islam bespotten of bekritiseren.

Er zijn in België, zo wijst onderzoek uit, reeds honderdduizenden moslims die vinden dat de islam niet mag worden beledigd of die zelfs vinden dat jihadistische terreur gerechtvaardigd kan zijn, bijvoorbeeld tegen een schrijver als Salman Rushdie.

Wie de islamitische wereld blijft binnenhalen, wordt uiteindelijk zelf de islamitische wereld, mevrouw de minister. Ik hoop dat de komende regering dat eindelijk eens beseft.

Voorzitter:

Vraag nr. 56000943C van de heer Aouasti wordt in een schriftelijke vraag omgezet.

De toename van het antimoslimracisme in België

Gesteld door

Ecolo Rajae Maouane

Gesteld aan

Marie-Colline Leroy

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie belicht de alarmerende stijging van antimuslimracisme in België en Europa, met 1 op 2 moslims als slachtoffer (vooral jonge vrouwen met religieuze kleding), terwijl 94% geen melding doet door gebrek aan vertrouwen in actie. Unia registreerde in 2023 180 islamofobe dossiers (89% van religiegerelateerde gevallen), vooral rond zichtbare gelovenssymbolen zoals de hoofddoek, wat slechts het topje van de ijsberg zou zijn. De staatssecretaris benadrukt structurele maatregelen zoals het NAPAR-actieplan (2022), vijfjarige financiering voor antiracisme-organisaties (o.a. CIIB, CEJI) en EU-brede initiatieven tijdens het Belgisch voorzitterschap, maar erkent dat systemische discriminatie (o.a. op de werkvloer) hardnekkig blijft. Maouane wijst op de versterkende rol van ontmenselijkende media- en sociale-mediadiscours die het gevoel van nationale verbondenheid ondermijnen, en pleit voor versterkte focus in de volgende legislatuur.

Rajae Maouane:

Madame la secrétaire d' É tat, je vais vous interroger sur le racisme antimusulman qui est en hausse en Belgique et en Europe. Une étude menée par l’Agence des droits fondamentaux de l’Union européenne explique qu'une personne musulmane sur deux en Europe subit du racisme. Les jeunes nés dans l’Union européenne ainsi que les femmes portant des vêtements religieux sont particulièrement affectés. Les discriminations lors de la recherche d’un emploi et sur le lieu de travail ont augmenté depuis 2016, avec une plus forte incidence sur les femmes portant des vêtements religieux comme le foulard, surtout si elles sont jeunes. La plupart des discriminations restent invisibles. Seuls 6 % des répondants discriminés ont dénoncé les faits, que ce soit à leur employeur, à la police ou à un syndicat. La raison la plus souvent citée est que "rien ne se passerait ou changerait en le dénonçant".

Nous vous savons attachée à la lutte contre toutes les discriminations, y compris la lutte contre l'islamophobie. Quelles actions votre cabinet et votre administration ont-ils pris et comptent-ils prendre plus spécifiquement pour lutter contre le racisme antimusulman? Avez-vous des chiffres plus précis au sujet des signalements pour islamophobie en Belgique?

Marie-Colline Leroy:

Chère collègue, les statistiques, qui montrent que plus de la moitié des musulmans de Belgique sont victimes de discrimination, sont absolument alarmantes. Cela met en évidence un problème structurel au sein de notre société que nous ne pouvons pas ignorer. La discrimination, quelle qu'elle soit, ne peut être tolérée. Les chiffres relatifs à l'islamophobie sont collectés par Unia, qui a ouvert en 2023 202 dossiers relatifs au critère de la conviction philosophique et religieuse. La très grande majorité d'entre eux (89 %) ont trait à l'islam. Sur les 180 dossiers liés à l'islam, 102 concernent des faits de manifestation extérieure de la foi sous la forme de symboles, comme le port du foulard. Il s'agit de situations qui sont portées à la connaissance d'Unia. C'est probablement, comme vous l'avez dit, la partie émergée de l'iceberg.

La Belgique a toujours opté pour une politique intégrée de lutte contre le racisme à tous les niveaux de pouvoir, qui englobe des mesures de lutte contre toutes les formes de racisme, dont l'islamophobie. À ce sujet, le gouvernement fédéral a pris ses responsabilités en adoptant les mesures du NAPAR en juillet 2022. En 2024, j'ai introduit un système de financement structurel pour les organisations qui combattent le racisme, via un dispositif d'agrément de cinq ans. Ce faisant, nous soutenons le travail à long terme de la société civile. Plusieurs organisations ont été agréées parmi lesquelles plusieurs jouent également un rôle important dans la lutte contre l'islamophobie telles que le CIIB et le CEJI, qui s'engagent à la fois à combattre l'islamophobie et à promouvoir la compréhension mutuelle.

Enfin, dans les actions spécifiques que j'ai entreprises, je citerai encore un exemple. Durant la présidence belge du Conseil de l'Union européenne, j'ai organisé une réunion le 13 juin afin de lutter contre la discrimination et la haine envers les musulmans dans l'Union européenne. J'espère sincèrement que le prochain gouvernement fédéral continuera à accorder la plus grande importance à la lutte contre toutes les formes de racisme. Je vous remercie de votre attention.

Rajae Maouane:

Madame la secrétaire d’État, merci. Pour vous rassurer, ce n’est pas la Belgique qui est en tête des pays où il y a le plus de signalements de racisme antimusulman. C’est en Autriche, en Allemagne et en Finlande. Je ne peux que vous remercier pour le travail qui a été fait et encourager les prochains à se concentrer davantage sur toutes les formes de racisme, et spécifiquement contre le racisme contre les musulmans et les musulmanes. C’est un racisme aggravé par un discours totalement déshumanisant, que ce soit dans les médias ou sur les réseaux sociaux, qu’on observe sur tout le continent. Cela affaiblit le sentiment d’appartenance à la communauté nationale. J'espère que vos efforts seront poursuivis pendant la prochaine législature.

De aansturing van de pro-Palestijnse protesten door de Islamitische Republiek Iran

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)

op 17 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy waarschuwt voor jihadistische infiltratie door Hezbollah (gestuurd door Iran) in Europese studentenbewegingen en eist actie tegen hun politieke en maatschappelijke ondermijning, terwijl hij Israël verdedigt als bolwerk tegen islamitisch extremisme. Minister Van Tigchelt bevestigt dat inlichtingendiensten Iraanse desinformatie en anti-Israëlische beïnvloeding monitoren, maar geen directe sturing van Belgische protesten zien, en wijst op versterkte wetgeving en capaciteit (budget, personeel, strafbaarstelling spionage) sinds 2020. Van Rooy kaart politieke naïviteit en mediabias aan, die hij ziet als faciliterend voor islamistische doelen, en hekelt het gebrek aan kennis over Hezbollah’s ideologische dreiging. De minister benadrukt structurele tegenmaatregelen, maar ontkent geen systemisch risico op langere termijn.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, Hezbollah is een verlengstuk van de Iraanse Revolutionaire Garde. Ze werken nauw samen op diverse vlakken. Het hoeft geen betoog dat deze moslimterroristen niet alleen uiterst vijandig staan tegenover het enige Joodse staatje, Israël, maar evenzeer tegen onze vrije samenleving, onze cultuur, onze niet-islamitische beschaving. We mogen Israël dus dankbaar zijn dat het deze jihadistische terreurorganisaties een zware militaire klap heeft toegebracht.

We moeten echter zelf ook dringend aan de slag. Na decennia van laks en globalistisch beleid nestelen de jihadistische tentakels van Hezbollah en de Iraanse Revolutionaire Garde zich ook in onze samenleving. In een recent interview erkende een kopstuk van de jihadistische terreurbeweging Hezbollah, Mohammed Raad, dat Hezbollah is geïnfiltreerd in studentenbewegingen in Europa. "We maken maximaal gebruik van westerse studentenbewegingen", aldus deze naamgenoot en volgeling van de islamitische profeet Mohammed. Uit gelekte documenten blijkt ook dat de jihadistische Iraanse Revolutionaire Garde door middel van een gecoördineerde operatie studentenprotesten in de Verenigde Staten en Europa aanstuurt of ondersteunt. Het doel is "Israël politiek te isoleren".

Mijnheer de minister, bent u hiervan op de hoogte? Wat wordt er ondernomen om dit soort jihadistische infiltratie en beïnvloeding door de Iraanse Revolutionaire Garde en Hezbollah tegen te gaan?

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer Van Rooy, het is de tweede keer dat u die vraag stelt, maar in het eerste antwoord was u blijkbaar niet geïnteresseerd.

Uiteraard zijn wij bekend met het gebruik van sociale media om desinformatie te verspreiden en het gebruik hiervan door bepaalde regimes om onze samenleving te destabiliseren. Met het Iraanse regime hebben we de voorbije twee, bijna drie jaar ervaring opgedaan in dit land. Dat Iran van deze technieken gebruikmaakt en anti-Israëlische protesten zou aansturen met dat doel, maar ook dat het zich daarmee kan profileren en zich kan opwerpen als steunpilaar van de politieke en militaire weerstand tegen Israël, wordt door onze diensten inderdaad als mogelijk ingeschat. Dat wordt opgevolgd door onze inlichtingendiensten, uiteraard binnen hun wettelijke bevoegdheden.

Onze inlichtingendienst laat me echter weten dat er voor ons land geen aanwijzingen zijn dat de protesten in België worden aangestuurd door zogenoemde interstatelijke actoren.

Ik hoop dat u weet dat er in de strijd tegen inmenging en spionage grote inspanningen zijn geleverd. Het gaat wellicht om de belangrijkste inspanningen sinds het einde van de Koude Oorlog. Ik verwijs naar de verhoging van het budget van de Veiligheid van de Staat, naar de verdubbeling van het personeelsbestand van de Veiligheid van de Staat, alsook naar de strafbaarstelling van spionage en inmenging, waaruit ook volgt dat de onderzoeksmogelijkheden waarover het parket, de onderzoeksrechter en de politie beschikken kunnen worden toegepast. Die strafbaarstellingen moesten worden geactualiseerd. Zij dateerden immers nog van het interbellum.

Voor uw tweede en derde deelvraag verwijs ik naar het eerdere antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken, die inderdaad nog steeds mijn collega is in de regering van lopende zaken.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, ik herinner u aan een Ecoloparlementslid dat een aantal jaar geleden Hezbollah hier in het Parlement binnenloodste. De meeste politici, ook de politici van uw uittredende regering, hebben geen idee van wat de verderfelijke islamitische ideologie en jihadistische intentie is van Hezbollah en de Iraanse Revolutionaire Garde. De meeste journalisten hebben dat ook niet trouwens. Zij hebben het doorgaans te druk met het bashen van Israël, nota bene de enige vrije democratische samenleving in een woestijn van islamitische achterlijkheid en onderdrukking. Hun lafheid en oikofobie staan een rationele benadering en een harde aanpak van de islamisering in de weg. De meeste politici, academici en journalisten gedragen zich de facto als nuttige idioten van de moslimfundamentalisten. Mijnheer de minister, zolang dat het geval is, zullen de problemen alleen maar groter worden.

De afgelasting van een boekvoorstelling na islamitische dreigementen

Gesteld door

N-VA Darya Safai

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)

op 4 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Darya Safai kaart de bedreiging van vrije meningsuiting aan door de afgelasting van een boekvoorstelling over islamisering in scholen (met getuigenissen over intimidatie en radicalisering) na islamitische dreigingen, verwijzend naar moorden zoals die op Samuel Paty. Minister Verlinden benadrukt dat vrije meningsuiting onvoorwaardelijk verdedigd moet worden, maar wijst erop dat de afgelasting een eigen beslissing van Fnac was—zonder overleg met overheden—en dat politie en justitie proactief optreden bij bedreigingen via risicoanalyses, de TER-strategie (terrorismebestrijding) en platforms zoals LIVC-R voor vroege signalering van radicalisering. Safai dringt aan op voorafgaande veiligheidsgaranties voor dergelijke evenementen om toekomstige aflastingen te voorkomen. De minister bevestigt structurele samenwerking tussen diensten om extremisme tegen te gaan, maar zonder concrete nieuwe maatregelen.

Darya Safai:

Mevrouw de minister, de boekvoorstelling van Allah n'a rien à faire dans ma classe , een journalistiek onderzoek naar islamisering in Franstalige scholen, die gepland was op 16 november in de Fnac in Sint-Lambrechts-Woluwe, werd geannuleerd nadat er bedreigingen waren geuit tegen de twee auteurs uit islamitische hoek.

Het boek dat door de journalisten Jean-Pierre Martin en Laurence D'Hondt is geschreven, is een alarmkreet en verzamelt getuigenissen van leraren die praten over hun eenzaamheid en hun angst tegenover de islamitische ideologie die in hun scholen aanwezig is. Het is een onderwerp dat gevoeliger ligt dan ooit, zoals blijkt uit de afgelasting van dit evenement.

Er zijn ernstige bedreigingen tegen iedereen die de vrijheid van meningsuiting wil verdedigen. Dat weet ik ook uit mijn eigen ervaring. Zelf ben ik geboren en opgegroeid in een islamitisch land en ik weet beter dan wie ook hoe moeilijk het is om kritiek te hebben op bepaalde onaanvaardbare aspecten van de islamitische ideologie.

Hier in het Westen verwacht men dat wij onze vrijheden hoog in het vaandel dragen, de vrijheden waarvoor onze ouders hebben gestreden, ook de vrijheid van onze leerkrachten om correcte informatie te geven en de twee topjournalisten die proberen te schetsen hoe moeilijk de toestanden van onze leerkrachten zijn in klassen met radicale moslimleerlingen. Ze intimideren, bedreigen en moorden zelfs, zoals het geval was bij de Franse leerkracht Samuel Patty.

De onderdrukking van vrijheid van meningsuiting en het recht op juiste informatie vergt tijdige actie. We mogen nooit toegeven.

Mevrouw de minister, wat is uw mening hierover? Wat kunt u doen in de toekomst om ervoor te zorgen dat zulke evenementen veilig kunnen plaatsvinden?

Annelies Verlinden:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw Safai, laat mij duidelijk stellen – hierover zijn wij het meer dan eens – dat de vrijheid van meningsuiting een van de meest fundamentele pijlers van onze democratie en van onze rechtsstaat is, die wij te allen tijde moeten verdedigen. We moeten er alles aan doen opdat de vrijheid van meningsuiting in ons land bewaard kan blijven.

Volgens de informatie waarover ik beschik, werd de boekvoorstelling, gepland op 16 november in het Fnacfiliaal in Sint-Lambrechts-Woluwe niet geannuleerd door de burgemeester of een andere administratieve overheid, maar wel door de lokale directie van Fnac zelf. Dat is zonder voorafgaand overleg met de bestuurlijke overheden gebeurd. Als minister van Binnenlandse Zaken is het natuurlijk moeilijk om zonder dat voorafgaande overleg commentaar te hebben op of opmerkingen te maken over de eigen beslissing van de onderneming. Wel kan ik erop wijzen dat wanneer de politiezone na de gebeurtenis op de hoogte werd gebracht, stappen werden gezet om de veiligheid van de winkel te garanderen. Bovendien werden tot nu toe bij mijn weten geen incidenten gemeld.

Elk evenement dat een verstoring van de openbare orde kan veroorzaken, wordt onderworpen aan een risicoanalyse van de politie, die in overleg met de bestuurlijke overheid vervolgens maatregelen kan nemen indien nodig om het goede verloop van het evenement te kunnen garanderen. Politie en parket handelen proactief met betrekking tot personen die bedreigingen zouden kunnen uiten die mogelijk aanzetten tot haat of geweld. Wanneer er sprake is van strafbare feiten, worden zij vervolgd. Daarnaast is er ook de Strategie TER. Die strategie, gecoördineerd door het OCAD, heeft tot doel voldoende veerkracht te tonen in de strijd tegen terrorisme en extremisme, terwijl de fundamentele rechten en vrijheden van burgers worden beschermd.

Een veilige en pluralistische samenleving waarin iedereen zich zonder angst voor geweld of vervolging kan uiten, is een absolute voorwaarde. Om dat te bereiken, moeten de juiste structuren en platformen worden opgezet. Het is daarbij belangrijk om de oprichting en de werking van LIVC-R te blijven bevorderen om tekenen van radicalisering, ongeacht de ideologie, zo vroeg mogelijk op te sporen en om de diensten die in contact staan met de burgers bewust te maken van het feit dat dit platform de juiste plaats is om informatie uit te wisselen en te delen.

Als een sociaal-preventieve aanpak niet volstaat, kunnen de veiligheids- of gerechtelijke diensten op basis van informatie-uitwisseling de nodige maatregelen treffen om de dreiging zoveel mogelijk te beperken.

Het is dus een dagelijkse taak om te blijven sensibiliseren en te zorgen voor een goede samenwerking tussen alle actoren, teneinde de dreiging van extremistische ideologieën zoveel mogelijk te verminderen.

Darya Safai:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw uitleg. Ik ben blij te horen dat u ook heel hard erom geeft dat de betrokkenen gewoon in alle vrijheid hun pleidooi kunnen brengen. Dat is heel belangrijk.

Ik weet dat niet veel opiniemakers of schrijvers hetzelfde gewone risico nemen. Ik ben blij te horen dat de betrokken diensten zullen instaan voor hun veiligheid, indien dat nodig is. Dat is belangrijk. Zij moeten immers zeker weten dat wij er zijn wanneer zij het gewoon vragen.

Ik snap dat Fnac het evenement heeft afgelast. Mocht het echter op de hulp van onze veiligheidsdiensten kunnen rekenen, zal dat steeds minder gebeuren.

Daarom ben ik blij te horen dat u een en ander in de toekomst zeker zult blijven doen. U kunt misschien ook op voorhand voorstellen dat u samen met de veiligheidsdiensten voor het goede verloop zal instaan. Dat hebben wij nu broodnodig. Anders zullen zij de zaak overnemen.

Voorzitter:

Vraag nr. 56001231C van mevrouw De Vreese is omgezet in een schriftelijke vraag.

De islamitische oproep in Brussel om

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister)

op 17 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy hekelt het groeiende antisemitisme in België, met name de oproepen tot Jodenhaat tijdens pro-Palestijnse betogingen op 7 oktober 2024, en wijt dit aan decennia massa-immigratie van moslimfundamentalisten die hij als een herhaling van de jaren '30 bestempelt. Minister Van Tigchelt benadrukt dat oproepen tot geweld onaanvaardbaar zijn, verwijst naar verscherpte opsporing en arrestaties, en stelt zich onpartijdig op als bewaker van de rechtsstaat, zonder selectieve verontwaardiging. Van Rooy kaart aan dat 56% van Belgische moslims antisemitische opvattingen heeft en dat islamitische teksten haat tegen Joden, christenen en ongelovigen legitimeren, wat hij ziet als een gevaarlijk gevolg van onverantwoord migratiebeleid. De kern: clash over migratie, radicalisering en de grenzen van vrije meningsuiting versus haatzaaien.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, voor wie het al vergeten zou zijn: op 7 oktober 2023 vond de grootste slachting van Joden plaats sinds de Holocaust. Tien dagen geleden, op 7 oktober 2024, zouden normale, fatsoenlijke mensen in dit land deze genocidale, jihadistische terreuraanslag door Hamas op het enige Joodse staatje ter wereld hebben herdacht. Helaas worden in dit land al vele decennia abnormale, onfatsoenlijke mensen binnengehaald en dit via het globalistische beleid van massa-immigratie. Ik heb het dan natuurlijk over moslimfundamentalisten, salafisten, jihadisten, Hamasaanhangers, Hezbollahaanhangers enzovoort.

Op 7 oktober 2024 kwam een massa moslims op straat in Brussel die een nieuwe holocaust wel zien zitten, ditmaal in het Midden-Oosten. Dat is nog niet alles, mijnheer Van Tigchelt. Op die Palestijns-islamitische manifestatie, nota bene op 7 oktober, werd luid opgeroepen tot het verbranden van de Joden. De geschiedenis toont aan dat de Joden de kanarie in de koolmijn zijn. Mijnheer Van Tigchelt, de jaren 30 zijn vandaag terug. De nieuwe nazi’s marcheren door onze straten. Le bruit des bottes , dames en heren.

Mijnheer Van Tigchelt, wat vindt u daarvan en wat zult u onmiddellijk ondernemen om dat gruwelijk antisemitisme te stoppen?

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van Rooy, het beleid van deze regering, en ook mijn beleid als minister van Justitie, tegen haat- en geweldmisdrijven is duidelijk. Er bestaat in ons land vrije meningsuiting, men mag een mening hebben over het conflict in het Midden-Oosten, maar er is een rode lijn, namelijk oproepen tot geweld. Dat tolereren we niet.

Sinds de uitbraak van het conflict, intussen meer dan een jaar geleden, zien we effectief een toename in het aantal dreigingsincidenten. Dat blijkt uit de rapporten van het OCAD. Er zijn inderdaad ook veel dreigingsincidenten met een antisemitische drijfveer. Onze richtlijnen ter zake zijn verscherpt. Onze diensten laten niet betijen.

De voorbije maanden werden al meermaals personen gearresteerd die dreigden met geweld ten aanzien van mensen uit de Joodse gemeenschap. Die dreiging is inderdaad niet gaan liggen, ze blijft actueel. Ook de vermeende feiten waarnaar u verwijst in uw vraag, worden bekeken en geanalyseerd door de diensten.

Laat mij over één zaak duidelijk zijn, collega Van Rooy: ik sta aan de kant van de slachtoffers, ongeacht hun geloof of afkomst. Ik sta aan de kant van de wet, als minister van Justitie. Ik ben niet selectief in mijn verontwaardiging. Oproepen tot geweld jegens een hele bevolkingsgroep is onaanvaardbaar. Dat tolereren wij niet in onze rechtsstaat. Dat tolereren wij nooit.

Sam Van Rooy:

" Never again is now ", zo klonk het op de internationale herdenkingsdag voor de Holocaust op 27 januari, maar vervolgens werd bij een Palestijns-islamitische manifestatie in Brussel opgeroepen om de Joden te verbranden. Mijnheer Van Tigchelt, volgens onderzoek heeft ruim de helft van de Belgische moslims – dat zijn er 400.000, twee keer de stad Brussel – antisemitische denkbeelden. De Koran is minstens even antisemitisch als Mein Kampf . Volgens de Koran en de Hadith zijn ook christenen en ongelovigen minderwaardige wezens die moeten worden onderdrukt en gedood. Dat is de cultuur die u massaal blijft importeren en faciliteren, de cultuur die hier jarenlang, decennialang gedoogd is. Dat is beschamend, dat is levensgevaarlijk, dat is een schande.