Over taal
9
plenaire vragen
0
voorstellen
meeste contributies
De reactie v.d. Brusselse regering en de GGC op de verzoeken i.v.m. het naleven van de taalwetgeving
De taalwet die in Brussel een dode letter blijft
Het taaltoezicht op de Brusselse politie
Taalwetgeving en naleving in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 3 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Barbara Pas en Jeroen Bergers bekritiseren dat minister Bernard Quintin ondanks beloftes geen concrete stappen zette om de systematische niet-naleving van de taalwet in Brussel (onwettige benoemingen, ontbrekend taaltoezicht op politie) aan te pakken, ondanks herhaalde aanmaningen en een regering in lopende zaken die volgens Pas wettelijk verplicht blijft de wet te handhaven. Quintin erkent de problemen, wijt vertraging aan politieke patstellingen (443 dagen zonder Brusselse regering) en belooft overleg met de vicegouverneur en Taalcommissie, maar geeft geen duidelijke acties, reacties of resultaten—wat Pas als "algemene woorden zonder gevolg" afdoet. Over taalcontrole op politieaanwervingen (nu onbestaand) zwijgt Quintin volledig, waar Pas amendementen aankondigt om dit alsnog in zijn wetsontwerp politiefusie te verankeren. Bergers benadrukt dat dringend optreden nodig is, verwijzend naar schrijnende gevallen (bv. hulpverlening in ziekenhuizen) door taalkundige tekorten.
Barbara Pas:
Mijnheer de minister, het is bijna een half jaar geleden dat ik interpelleerde, wat ik elk jaar doe naar aanleiding van het rapport van de vicegouverneur over de niet-toepassing van de taalwet in Brussel door de plaatselijke besturen. Meer bepaald gaat het om de toezichthoudende instanties die hun werk niet doen, zowel de Brusselse regering als het verenigd college van de GGC, hoewel zij dat wettelijk zouden moeten doen.
U hebt toen in uw antwoord gesteld dat u onder meer de Brusselse regering zou aanspreken over het feit dat onrechtmatige en onregelmatige benoemingen en bevorderingen ongedaan moeten worden gemaakt. U hebt gezegd dat u erop zou aandringen bij de Brusselse regering om de taalwetgeving strikt na te leven.
We zijn bijna een half jaar later, dus ik sta hier vandaag met een opvolgvraag. Heeft dat aandringen van u effectief resultaten opgeleverd? Zeer concreet, wanneer en op welke wijze hebt u de Brusselse toezichthoudende instanties hierover aangesproken? Hebt u zowel de ministers van de Brusselse regering als de collegeleden van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie hierover gevat? Wat hebt u hun verzocht? Is er een reactie op uw initiatieven gekomen? Zo ja, dan ben ik uiteraard benieuwd naar de reacties van beide instellingen. Ten slotte ben ik benieuwd naar de concrete resultaten, met name of er ondertussen onwettige benoemingen door die instanties wel zijn vernietigd.
Mijn tweede vraag, mijnheer de minister, betreft het taaltoezicht op de Brusselse politie.
Ik heb u daarover een schriftelijke vraag gesteld, maar de Belgische institutionele doolhof is blijkbaar zo ingewikkeld dat zelfs een minister of zijn kabinet zich al eens kan vergissen. In uw antwoord gaat u ervan uit dat de vicegouverneur, net zoals dat het geval is voor de plaatselijke besturen, toezicht houdt op de aanwervingen bij de Brusselse politie, dat hij de dossiers van die aanwervingen schorst en dat vervolgens, volgens dezelfde procedures als bij de plaatselijke besturen, de Brusselse regering die beslissingen kan vernietigen. Dat klopt echter niet. Lang geleden was dat wel zo, toen de politie nog op gemeentelijk niveau was georganiseerd, maar sinds we met zes politiezones werken is dat niet langer het geval. Volgens de taalwet in bestuurszaken kan de vicegouverneur enkel optreden voor verkeerde aanwervingen op gemeentelijk niveau, maar niet voor gewestelijke diensten, zoals de zes politiezones die we vandaag kennen.
In de praktijk betekent dit dat geen enkel dossier van aanwerving wordt doorgestuurd naar de vicegouverneur en dat hij dus geen controle uitoefent in verband met de taalwet in bestuurszaken, vandaar dat ik u de vraag nu mondeling stel, aangezien u er in uw antwoord op mijn schriftelijke vraag van uitgaat dat er een taalcontrole is, terwijl die er niet is. U vindt dat ook een goede taalcontrole en meent dat ze bestaat, adequaat is en voldoet.
Aangezien u dat een goed systeem vindt, is mijn vraag wat u verhindert om die taalcontroles bij de vicegouverneur te leggen, zoals dat gebeurt bij de plaatselijke besturen. Het is geen alleenzaligmakende oplossing, maar het zou alleszins een stap in de goede richting zijn. Is die controle door de vicegouverneur op de aanwervingen bij de Brusselse politie opgenomen in het wetsontwerp waar we al even op wachten? Zo niet, zult u het nog bijsturen in die richting, aangezien ik gelezen heb dat u dit een goed instrument vindt?
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, op 11 juni hebben we in de commissie inderdaad al vragen aan u gesteld in verband met het rapport van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht. Dat rapport stelde voor het zoveelste jaar op rij de schrijnende toestand van het Nederlands in Brussel aan de kaak.
Op mijn vragen antwoordde u dat u de situatie betreurt en dat de kritiek meer dan terecht is, aangezien er in België en dus ook in Brussel wetten bestaan zoals in elke rechtsstaat en dat deze dienen te worden nageleefd. De wetgeving inzake het gebruik van taal in bestuurszaken is zeer duidelijk wat betreft de benoemingen en de vereisten inzake taalcertificaten en taalkaders.
Verder zei u toen in de commissie dat u uw collega’s op zowel het Vlaamse, Waalse, Brusselse als federale niveau zou aanspreken over die situatie, dat u zou bekijken wat er gezamenlijk kan worden ondernomen en dat u de Brusselse regering specifiek zou aanschrijven om de problematiek onder de aandacht te brengen.
We zijn inmiddels ongeveer zes maanden verder en ik vroeg mij af welke stappen u hebt ondernomen, of er structureel iets gebeurt aan die problematische situatie, of u die brief hebt geschreven en wat daarop de reactie was. Meer algemeen vroeg ik mij af of u bijkomende updates kunt geven over uw aanpak om de taalsituatie in Brussel op te lossen.
Naar aanleiding van een vorig debat hier ontving ik een getuigenis van een jongeman die op de trein door een hond werd aangevallen en in Brussel-Centraal nergens geholpen kon worden. Hij belandde vervolgens in het ziekenhuis, waar hij opnieuw nergens terechtkon terwijl hij zwaar aan het bloeden was na de aanval. Dat zijn bijzonder schrijnende situaties die we moeten vermijden.
Bernard Quintin:
Mevrouw Pas, mijnheer Bergers, ik dank u voor uw vraag. Ik bevestig dat het mijn bedoeling is om bij alle administratieve overheden die bij deze wet betrokken zijn aan te dringen op een strikte naleving ervan, met name de instanties die toezien op de correcte toepassing ervan. U weet echter dat de Brusselse regering zich momenteel in lopende zaken bevindt. Het behoort tot nu toe niet tot mijn bevoegdheid om een Brusselse regering te vormen.
Het is niet eenvoudig om contact op te nemen en afspraken te maken met de verantwoordelijken van de betrokken diensten om samen mogelijke oplossingen te onderzoeken. Mijn kabinet organiseert vergaderingen met de vicegouverneur en met de Vaste Commissie voor Taaltoezicht om de situatie grondig te evalueren, onder meer op basis van de elementen die u aanreikt, en om de nodige maatregelen te treffen.
Ik weet dat het zes maanden geleden is, maar intussen zitten we ook 443 dagen zonder nieuwe regering in Brussel. Dat helpt niet. Verder weet u dat ik graag zou vermijden dat deze problemen blijven bestaan, maar dat we vooral meer Nederlandstalige collega’s moeten aantrekken om in de administraties en in de Brusselse politie te werken.
Barbara Pas:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. U zegt dat u zult aandringen, maar dat hebt u zes maanden geleden ook gezegd. Gelet op het feit dat ik geen antwoord kreeg op mijn concrete vragen – wanneer u hebt samengezeten, wat u hebt gevraagd en of u daar reactie op kreeg – stel ik vast dat u nu opnieuw in algemene termen spreekt. U hebt gezegd dat het moeilijk is om afspraken te maken met ministers die in lopende zaken zitten. Moeilijk is echter niet onmogelijk. Een regering in lopende zaken moet nog altijd de wet toepassen. Die taalwet in bestuurstaken is van openbare orde. Ook een regering in lopende zaken moet die dus naleven.
U zegt dat u een afspraak hebt met de vicegouverneur en met de Vaste Commissie voor Taaltoezicht. Dat is zeer goed, maar die hoeft u echt niet meer te overtuigen dat daar een probleem bestaat. Het probleem zit al jarenlang bij de Brusselse regering. Niet alleen in lopende zaken, maar ook gedurende de decennia daarvoor weigert die systematisch om de schorsingen van de vicegouverneur te vernietigen.
Op mijn tweede vraag, over de controle op de aanwervingen bij de politie, hebt u helemaal niet geantwoord. Die ontsnappen aan elke controle. De vicegouverneur krijgt die dossiers van aanwervingen niet eens doorgestuurd. U vindt dat een goed principe. Mijn vraag was of u dat zult implementeren wanneer u uw wetsontwerp over de fusie van de politiezones hier zult indienen. Soms is niet antwoorden en zwijgen ook veelzeggend. Wij zullen in elk geval al amendementen in die zin voorbereiden om u daaraan te herinneren.
Jeroen Bergers:
Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister.
Op vele vlakken deel ik uw standpunt en uw mening over de fundamentele onverantwoordelijkheid van sommige Brusselse politici en partijen. Het klopt echter dat ook een regering in lopende zaken zich moet houden aan de taalwetgeving. Het is ook uw taak om die regering, ondanks haar statuut van lopende zaken, op het matje te roepen voor de veelheid aan wetsovertredingen die zij begaat.
In die zin was ik benieuwd naar de brieven die u zou sturen en die u zelf had aangekondigd. Ik wilde weten wat er precies in die brieven stond om de Brusselse regering op het matje te roepen. Ik zal mijn vragen dan schriftelijk indienen.
Voorzitter:
La question n° 56010059C de M. Ridouane Chahid est transformée en question écrite.
Het gebruik der talen in de 112-centrale in Vlaams-Brabant
De noodhulp en de 112-noodcentrale
De taalklachten over de 112-noodcentrale
De gebrekkige naleving van de taalwetgeving in de Brusselse ziekenhuizen
Het gebruik der talen bij de 112-centrales
Taalgebruik en naleving in noodcentrales en ziekenhuizen
Gesteld door
DéFI
François De Smet
PS
Ridouane Chahid
N-VA
Jeroen Bergers
N-VA
Jeroen Bergers
VB
Barbara Pas
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 19 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een Franstalige vrouw kreeg in de Vlaamse Forêt de Soignes geen hulp in het Frans via 112, ondanks de wettelijke verplichting (2011) om oproepen in alle landstalen + Engels af te handelen. De operator handelde foutief ("*We zijn een Vlaamse overheid*") en werd gedisciplineerd; een pilootproject (2026) met taalkeuze vooraf moet dergelijke incidenten voorkomen, maar technische en personeelsbeperkingen blijven knelpunten. Taalconflicten in noodhulp (112/101) en Brusselse ziekenhuizen (bv. dodelijk geval door taalbarrière) benadrukken de urgentie van strikte handhaving, met dreigende dwangsommen (Grondwettelijk Hof) en juridische stappen (Vlaamse Volksbeweging) bij non-conformiteit.
François De Smet:
Monsieur le ministre, l’incident qui s’est déroulé dernièrement en Forêt de Soignes, en Région flamande – au cours duquel une promeneuse francophone, témoin d’un accident, s’est visiblement vue refuser l’usage du français par une opératrice néerlandophone du centre 112 du Brabant flamand – aurait pu tourner au drame.
Il existe un régime linguistique spécifique pour ces situations, applicable aux centres 112. Il est prévu à l'article 3, alinéa 2, de la loi du 29 avril 2011. Celui-ci dispose que "tout appel urgent aux numéros 100, 101 et 112, pour l'aide médicale urgente ainsi que pour les services de sécurité civile et la police intégrée doit pouvoir être traité au moins dans les trois langues nationales et en anglais, conformément aux conditions, critères et qualités fixés par le Roi".
À cet égard, la Commission permanente de contrôle linguistique, dans son avis 49.095 du 24 mai 2017, a estimé qu'il est juridiquement prévu que les call takers et opérateurs fédéraux employés dans les centres d'appels d'urgence 100 et 112 répondent en français, néerlandais, allemand et anglais, quelle que soit l'origine de l'appel. Dès lors que ce témoin faisait usage du français, l'opératrice concernée du 112, située en Brabant flamand, aurait dû pouvoir lui répondre en français, malgré le principe de territorialité.
Monsieur le ministre, quelle est votre analyse juridique de cet incident? Confirmez-vous ce qui ressemble à une infraction? En général, à ce type de questions, vous répondez " de wet is de wet " , donc je ne doute pas que vous confirmerez qu'il s'agit probablement d'une infraction. Entendez-vous donner exécution à la loi par voie d'arrêté royal, qui semble manquer, afin de clarifier juridiquement les conditions et exigences linguistiques? En attendant, des instructions seront-elles transmises, par voie de circulaire ou via la DG Sécurité civile du SPF Intérieur, aux différentes centrales d'urgence, afin de rappeler l'utilisation correcte des langues et d'éviter qu'un drame ne survienne, que ce soit en Flandre, en Wallonie, à Bruxelles ou ailleurs, parce qu'une langue n'aurait pas été comprise ou acceptée? Je vous remercie.
Ridouane Chahid:
Monsieur le ministre, voici plusieurs jours, une employée du CHIREC de Braine-l'Alleud a été témoin d'un grave accident en Forêt de Soignes alors qu'elle circulait à vélo. Après plusieurs tentatives, faute de réseau suffisant, elle a contacté les secours au 112 en français, sa langue maternelle. Force est de constater qu'il semble que la suite donnée par le call center des services de secours fut aussi bizarre qu'inacceptable. En effet, à sa demande de parler en français, l'opératrice lui aurait répondu: "We zijn een Vlaamse overheid".
L'incident s'est produit dans la zone néerlandophone de la forêt. Personne ne le conteste. Toutefois, comme l'a relevé mon collègue, la loi prévoit que des opérateurs francophones soient également disponibles pour les appels d'urgence émis depuis la Région flamande, et inversement. Si ces faits sont avérés, nous considérons qu'ils constituent une faute grave qui aurait pu entraîner des conséquences dramatiques.
Monsieur le ministre, pouvez-vous me fournir les informations à votre disposition relativement à cette affaire relayée par les médias? Une enquête a-t-elle été ouverte? À votre connaissance, d'autres cas similaires ont-ils déjà été recensés? Enfin, quelles suites allez-vous apporter pour qu'un tel cas de non-assistance à personnes en danger ne se reproduise pas?
Jeroen Bergers:
Collega's, er zijn heel veel voorbeelden van verhalen waarin het met de noodcentrale misloopt, vaker in de omgekeerde richting dan de verhalen die ik hier vandaag hoor. In de commissie voor Binnenlandse Zaken heb ik eerder al vragen gesteld over een oudere man die onder vuur werd genomen met een airsoftgeweer in Overijse, eentalig Nederlandstalig gebied, en waarbij de noodcentrale niet in het Nederlands kon antwoorden. Ik denk daarom dat het belangrijk is dat de taalwetgeving in dit land wordt gerespecteerd. Ik pleit daarvoor langs beide kanten. Het zou mooi zijn als iedereen die consequentie aan de dag kon leggen. Op dat vlak zijn serieuze verbeterstappen noodzakelijk. Wellicht zal dat door het arrest inzake Ronse, dat we al hebben besproken, een nog hardere realiteit worden, aangezien het Grondwettelijk Hof nu dwangsommen oplegt wanneer de taalwetgeving niet wordt gerespecteerd.
Mijnheer de minister, nu kom ik tot mijn specifieke vragen over de noodcentrale. Ik heb begrepen dat u aan een oplossing werkt waarbij mensen hun taal moeten selecteren voordat ze verbonden worden met de noodcentrale. Dat is een interessante piste, die zeker haar merites heeft in spoedeisende gevallen. Daarnaast vraag ik me af of het niet te regelen valt dat een telefoontje naar de noodcentrale automatisch wordt verbonden uitgaande van de mast die correspondeert met het taalgebied, in plaats van met de dichtstbijzijnde mast, die vaak in het andere taalgebied ligt. Ik vraag me af of dat technisch mogelijk is.
Breder gezien heb ik ook een vraag over de problematiek in de Brusselse ziekenhuizen. Die problematiek is veel prangender dan de eerder besproken situatie. Vandaag merken we immers dat inwoners van de Vlaamse rand, die vaak voor spoedeisende gevallen naar Brusselse ziekenhuizen worden gebracht, niet in hun eigen taal kunnen worden geholpen. De ouders van Cisse, een baby van elf maanden, die jammer genoeg is overleden, konden van de artsen, omdat die de taal niet begrepen, niet de juiste uitleg krijgen over hun elfjarige zoontje dat gestorven is. Het kan dramatische gevolgen hebben indien een arts, die nochtans vaak een tweetaligheidspremie ontvangt, zijn patiënt in het Nederlands niet kan verstaan in onze hoofdstad.
Naar aanleiding van die problematiek heeft de Vlaamse Volksbeweging een initiatief genomen en juridische klachten ingediend tegen zeven ziekenhuizen in Brussel. Dat is zeer relevant, want als de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof inzake Ronse wordt gevolgd, zullen die zeven ziekenhuizen worden veroordeeld tot dwangsommen. Ik hoop dat we dat allemaal willen vermijden. Om elementair respect voor de taalwetgeving en elementaire zorg in de twee landstalen in onze hoofdstad af te dwingen, zouden geen dwangsommen nodig moeten zijn.
Ik ben dus zeer blij met het initiatief van de Vlaamse Volksbeweging, al vind ik het jammer dat er juridische procedures nodig zijn om de taalwetgeving te doen respecteren.
De vraag die ik u stel, heb ik trouwens ook ingediend ter attentie van uw collega, minister Vandenbroucke.
Mijnheer de minister, zult u wachten totdat er veroordelingen met dwangsommen worden uitgesproken of zult u nu al maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat tweetalige zorg in onze hoofdstad beschikbaar is? Welke maatregelen zijn dat dan?
Bernard Quintin:
Geachte volksvertegenwoordigers, het klopt dat er vandaag voor artikel 3 van de wet van 29 april 2011 houdende oprichting van de 112-centra en het agentschap 112 nog geen uitvoeringsbesluiten zijn genomen, maar de wet bepaalt uitdrukkelijk dat alle oproepen naar de nummers 100, 101 en 112 in de drie landstalen en in het Engels moeten worden behandeld. Het principe ligt dus vast, alleen de precieze modaliteiten moeten nog bij koninklijk besluit worden bepaald.
In het algemeen doet dat niets af aan het feit dat we een burger met een dringende hulpvraag moeten kunnen helpen – het gaat tenslotte om burgers in nood –, als het kan in de territoriaal bevoegde noodcentrale 112- of 101-centrale, door de beller door te verbinden met een collega-operator 112 of een calltaker 101 die de taal voldoende machtig is, dan wel door een conference call op te zetten met een centrale in het ander landsgedeelte, die dan de ontbrekende schakel vormt tussen de beller en de territoriaal bevoegde noodcentrale 112 of 101. Op die manier kan de hulpvraag correct worden ingeschat en kan de territoriaal bevoegde noodcentrale de nodige interventiemiddelen uitsturen. Voor de 112-noodcentrales die, zoals u ongetwijfeld weet met een bovenprovinciale architectuur werken, is het opzetten van een conference call zelfs niet nodig, omdat eens de oproep is doorgeschakeld de noodcentrale 112 in het andere taalgebied zelf de interventiemiddelen kan alarmeren of uitsturen.
Ik heb geen volledig zicht op het aantal Franstalige operatoren 112 of 101 die een Nederlandstalige burger in diens moedertaal verder kunnen helpen, omdat er naast de operationele medewerkers die een taalpremie krijgen voor de kennis van de Nederlandse taal , 38 in totaal, de 101-centrale van Brussel inbegrepen, ook medewerkers zijn die de Nederlandse taal voldoende machtig zijn om de burgers verder te helpen.
Om de taalkennis van onze operatoren 112 en calltakers 101 te verhogen, werden er in het verleden meermaals taalcursussen georganiseerd.
Het totaal theoretisch aantal operatoren 112 en 101 voor Wallonië en Brussel bedraagt 385. Met theoretisch bedoel ik hier het hele personeelskader opgevuld, wat vandaag jammer genoeg nog niet het geval is, maar daar wordt hard aan gewerkt.
Mijnheer Bergers, het probleem waarbij in grensgebieden tussen twee provincies een noodoproep terechtkomt in de aangrenzende provincie omdat die oproep wordt opgepikt door een telefoonmast op het grondgebied van die provincie valt technisch niet te verhelpen. Ook mijn voorgangers hebben dat al meermaals aangegeven.
Nous sommes finalement peu de choses.
Het systeem waarnaar u verwijst, houdt in dat aan het keuzemenu 112 een taalfaciliteit wordt toegevoegd. In eerste instantie zal dat beperkt worden tot de noodcentrale 112, maar er zal worden onderzocht of dat, eventueel in een andere vorm, ook in de 101-centrales toepassing kan vinden. Wanneer een burger in het Nederlandstalig landgebied kiest voor ziekenwagen of brandweer, zal hem worden gevraagd of hij verder wil gaan in het Nederlands, het Frans of het Duits. Kiest hij voor het Nederlands, dan wordt hij verder geholpen door de noodcentrale 112 in het Nederlandstalig landsgebied. Kiest hij voor het Frans, dan wordt zijn oproep doorgeschakeld naar een noodcentrale 112 in het Franstalig landgebied. Wanneer er voor het Duits wordt gekozen, zal zijn oproep worden behandeld door een Duitssprekende operator in de noodcentrale 112 van Luik. Uiteraard geldt dezelfde regeling voor burgers uit het Franstalig en het Duitstalig taalgebied.
Begin 2026 wordt met die taalfaciliteit een pilootproject opgestart, dat in eerste instantie beperkt blijft tot twee provincies, een in het Nederlandstalig en een in het Franstalig taalgebied. Indien het pilootproject gunstig wordt geëvalueerd, zal het over heel België worden uitgerold.
Ik wil ook even meegeven dat de keuze voor een pilootproject ingegeven is door de noodzaak om niet alleen de burger met een noodvraag maximaal te ondersteunen, maar ook dat de interventiediensten die moeten uitrukken de info over het incident in de taal van het betrokken taalgebied moeten kunnen ontvangen.
Wanneer een burger in het Nederlandstalig taalgebied voor het Frans kiest, wordt zijn oproep, zoals eerder aangegeven, afgehandeld door een centrale in het Franstalig taalgebied. Die centrale moet vervolgens de interventiediensten in het Nederlandstalig taalgebied alarmeren of uitsturen. Het is daarbij essentieel dat die interventiediensten de informatie over het incident in het Nederlands toegestuurd krijgen. Dat zal zowel technisch als procedureel worden ondervangen, maar dat moet uiteraard grondig worden uitgetest.
Messieurs Chahid et De Smet, je peux vous informer que, par enquête menée par le centre d'appel d'urgence 112, il s'avère que l'opérateur qui a traité l'appel a tenu des propos malheureux, et qu'il n'avait certainement pas l'intention de faire comprendre à l'appelant que pour appeler le centre d'appel d'urgence dans la région néerlandophone, il fallait connaître le néerlandais. L'opérateur a donc été identifié et interpellé par la direction du centre d'appel d'urgence 112 concerné, et les mesures nécessaires ont été prises.
Chaque année, on recense un petit nombre de cas où des citoyens se plaignent de ne pas avoir pu être aidés dans leur langue maternelle dans un centre d'appel d'urgence 112 ou une centrale 101, mais sans que cela ne s'accompagne de déclarations malheureuses faisant référence à la langue de la région linguistique. Au sein des centres d'appel d'urgence 112 existent d'ailleurs des règles de procédures claires visant à éviter de tels incidents.
D'abord, un opérateur essaiera toujours d'aider lui-même l'appelant, par exemple en lui demandant s'il est possible de s'exprimer dans la langue de la région d'où il appelle. Cela est logique, car dans les situations d'urgence, chaque seconde peut être cruciale. Si cela ne fonctionne pas, l'opérateur transférera immédiatement l'appel à un collègue de son propre centre qui maîtrise suffisamment la langue de l'appelant, ou transférera l'appel à un collègue d'un centre d'appel d'urgence 112 de l'autre région linguistique, qui prendra alors l'appel en charge et le traitera.
Il existe donc au sein des centres d'appel d'urgence 112 des accords clairs sur la manière de traiter les appelants qui ne maîtrisent pas ou insuffisamment la langue de la région d'où ils appellent. Si nécessaire, ces accords sont également rappelés par les responsables des centres d'appel d'urgence 112. J'en profite pour vous informer que je travaille à une réforme de ce système 112-101-1722-1733, parce qu'on accumule les numéros, et cela devient difficilement lisible.
La deuxième chose est que, là comme ailleurs, nous avons un solide manque de personnel. Je travaille également à régler cela.
Cela ne diminue pas l'importance que j'attache non seulement à la loi concernant l'emploi des langues, mais aussi au fait que, dans une situation d'urgence, on puisse être pris en charge convenablement. Il n'y a pas de solution miracle, et il faut faire attention car il existe aussi de fausses bonnes idées. On voit bien les dangers que peuvent représenter une prise en charge dans une autre langue, puis une traduction au moyen d'un système d'intelligence artificielle, par exemple, Je ne dis pas qu'il ne faut pas le faire, mais il faut agir très prudemment parce qu'il s'agit en effet de situations d'urgence.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse claire et complète.
Ridouane Chahid:
Monsieur le ministre, je vous remercie également de votre réponse et des initiatives qui seront prises pour éviter que des drames.ne se reproduisent.
Pour le reste, je suis un ardent défenseur du bilinguisme. Pour moi, il est évident qu'on ne négocie pas pour savoir dans quelle langue il faut être compris. Cependant, quand une vie est en danger, il faut aussi pouvoir s'adapter. Les langues nationales sont hyper importantes. Il faut garder ce principe en tête. Personne ne le remet en question. Seulement, nous parlons en l'occurrence de vies qui sont en danger.
Jeroen Bergers:
Ik ben het ermee eens dat, wanneer er levens in gevaar zijn, het belangrijk is dat de taalwetgeving wordt gerespecteerd. Elke dag worden inwoners van de Vlaamse Rand naar Brusselse ziekenhuizen gebracht, waar zij niet in het Nederlands kunnen worden geholpen. Daardoor worden hun symptomen niet begrepen en krijgen zij niet de juiste behandeling. Mijn belangrijkste vraag ging daarover. U hebt daar niet echt op geantwoord, mijnheer de minister.
Ik wil toch van mijn repliek gebruikmaken om iedereen in deze zaal te wijzen op de noodzaak van het principe van het geven van elementaire zorg. Ik wil iedereen ook wijzen op de toekomst van de taalwetgeving in dit land, ook de mensen die nu misschien heel blij zijn met het arrest van het Grondwettelijk Hof via een prejudicieel advies over Ronse. Ik wil hen erop attent maken dat, als er niets verandert, er honderden en duizenden euro's aan dwangsommen aan instanties zullen worden opgelegd, omdat ze zich niet aan de taalwetgeving houden. De mensen in Ronse die heel blij zijn, zouden dat misschien eens moeten lezen. Ik vermoed dat er vandaag meer instellingen in Brussel, Wallonië en de faciliteitengemeenten in de Rand zijn die de rechten van Nederlandstaligen niet respecteren en tegen de lamp zullen lopen, dan omgekeerd Nederlandstalige instellingen dat zullen doen.
Misschien moet men voor tweetaligheidspremies invoeren dat men een diploma of een attest moet behalen bij een instelling van het taalgebied waar men de tweede taal leert en niet bij een instelling van het eigen taalgebied. Dat zou al heel wat veranderen aan het aantal mensen dat op een tweetaligheidspremie aanspraak maakt.
Die juridische strijd zal er komen. Het is belangrijk dat iedereen die het goed meent met de toekomst van dit land en met de gezondheid van onze burgers zich daarop voorbereidt.
Dank u voor uw antwoord over het 112-project, mijnheer de minister. De twee provincies waar het pilootproject zal starten, zijn Vlaams-Brabant en Waals-Brabant, neem ik aan? Ja? Dank u wel.
Voorzitter:
Vraag nr. 56009888C van de heer Van Tigchelt wordt in een schriftelijke vraag omgezet. Vraag nr. 56009892C van mevrouw Pas wordt uitgesteld. Vraag nr. 56009945C van de heer Bergers wordt in een schriftelijke vraag omgezet. De samengevoegde vragen nrs. 56009984C van mevrouw De Vreese en 56010598C van de heer Depoortere worden in schriftelijke vragen omgezet. De samengevoegde vragen nr. 56010092C van de heer Van Rooy, nr. 56010260C van de heer Freilich, nr. 56010261C van de heer Freilich en nr. 56010217C van de heer Van Rooy worden uitgesteld. De samengevoegde vragen nr. 56010225C van de heer Chahid en nr. 56010273C van de heer Vandemaele worden in schriftelijke vragen omgezet. Vraag nr. 56010233C van de heer Thiébaut wordt uitgesteld. De samengevoegde vragen nrs. 56010243C van de heer Bergers en 56010619C van de heer Thiébaut worden uitgesteld. Vraag nr. 56010274C van de heer Vandemaele wordt in een schriftelijke vraag omgezet. Vraag nr. 56010279C van de heer Meuleman wordt in een schriftelijke vraag omgezet. Vraag nr. 56010340C van mevrouw Pas wordt uitgesteld. Vraag nr. 56010341C van de heer Bergers wordt in een schriftelijke vraag omgezet. De samengevoegde vragen nr. 56010361C van de heer Vander Elst en nr. 56010428C van de heer Keuten worden uitgesteld. Vraag nr. 56010462C van de heer Vandemaele wordt in een schriftelijke vraag omgezet. Vraag nr. 56010526C van mevrouw Maouane wordt in een schriftelijke vraag omgezet. Vraag nr. 56010580C van mevrouw De Vreese wordt in een schriftelijke vraag omgezet, net als haar vraag nr. 56010623C. De andere vragen worden sowieso uitgesteld. Ik dank de minister voor zijn talrijke antwoorden. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.48 uur. La réunion publique de commission est levée à 17 h 48.
De taalwetgeving op Brussels Airport
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Brussels Airport in Vlaanderen kampt met taalnaleving: ondanks wettelijke tweetaligheidseis (NL/FR) voor federale diensten (douane, politie) en privépartners, klagen Vlamingen over gebrek aan Nederlands bij contactmomenten. Brussels Airport Company claimt contractuele taalcontroles (NL/FR/EN) en regelmatig toezicht, maar Huybrechts betwist de effectiviteit wegens herhaalde meldingen van slechte NL-service en pleit voor strikter toezicht en verplichte taalcursussen. Structuurprobleem blijft: internationaal karakter bots met Vlaamse taalwetgeving.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, de taalwetgeving en de taalproblematiek op Brussels Airport is een gevoelig en blijkbaar ook complex thema. De luchthaven ligt in Vlaanderen, maar door haar internationale karakter spreken de werknemers uiteraard veel verschillende talen. Op zich is dat geen probleem, het kan zelfs een meerwaarde bieden, maar het wordt wel een probleem wanneer medewerkers die in contact komen met burgers zich niet in het Nederlands kunnen uitdrukken. Het gaat dan bijvoorbeeld over de douane, de luchtvaartpolitie of zelfs gewoon de mensen aan de balie. De luchthaven ligt nog steeds in Vlaanderen, dus de personeelsleden moeten Nederlands spreken.
Ik heb een overzicht van de taalkennis van het personeel gevraagd. Hoe garandeert u dat de taalwetgeving correct wordt nageleefd op Brussels Airport, in het bijzonder bij de federale diensten?
Wordt er controle uitgeoefend op of worden er sancties opgelegd aan diensten die onvoldoende tweetalig functioneren op de luchthaven, in het bijzonder bij een gebrek aan kennis van het Nederlands?
Zijn er ook plannen om taalopleidingen te verplichten voor personeel dat met klanten in contact komt, maar het Nederlands onvoldoende machtig is?
Voor de overige vragen verwijs ik naar de schriftelijke versie.
Mijn schriftelijke vraag nr. 194 werd tot op heden nog niet beantwoord.
De taalwetgeving en taalproblematiek op Brussels Airport is een gevoelig en blijkbaar een complex thema. Zo ligt de luchthaven in Vlaanderen, maar door haar internationaal gehalte spreken veel werknemers ook andere talen. Op zich kan men dit wel begrijpen, tenzij dit nadelig blijkt te zijn voor de Nederlandse taal doordat bijvoorbeeld personeel zich onvoldoende in het Nederlands kan uitdrukken.
Hieromtrent volgende vragen aan de minister:
Kan u mij een overzicht geven van de talenkennis van het personeel bij de federale diensten? Hoeveel is er tweetalig, hoeveel spreekt er enkel Frans of een andere taal, hoeveel spreekt er uitsluitend Nederlands…
Hoe garandeert u dat de taalwetgeving correct wordt nageleefd op Brussels Airport, vooral bij federale diensten zoals de politie en douane?
Er zijn klachten dat sommige medewerkers van de luchthaven geen Nederlands spreken. Hoe zal u ervoor zorgen dat Nederlandstalige reizigers in hun taal geholpen worden?
Zijn er plannen om taalopleidingen te verplichten voor personeel dat met klanten in contact komt en het Nederlandse onvoldoende machtig is?
Hoe zal u erop toezien dat ook privébedrijven op de luchthaven de taalwetgeving naleven?
Brussels Airport ligt in Vlaanderen, maar heeft een internationaal karakter. Hoe wordt er samengewerkt met de Vlaamse en Brusselse overheden om de taalproblematiek aan te pakken?
Jean-Luc Crucke:
De taalwetgeving en de taalproblematiek in Brussel ligt potentieel gevoelig en is een complex thema. Brussels Airport Company verwacht van haar personeelsleden en die van haar partners dat ze meertalig zijn wanneer zij in het kader van luchtvaartprocessen in contact komen met passagiers.
Er moet ook worden opgemerkt dat de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, de diensten waarvan de werking het hele land bestrijkt, een categorie waarvan de luchthaven Brussel Nationaal deel uitmaakt, onderwerp zijn van het stelsel van artikel 39. Dit wil zeggen een bepaling die vereist dat de instelling in staat is om zich in de twee landstalen uit te drukken.
Het contract van Brussels Airport Company met haar externe partners voorziet uitdrukkelijk dat het personeel van een partner, dat in contact komt met passagiers of luchthavengebruikers, voldoende kennis heeft van het Nederlands, het Frans en het Engels. De dienstverlener moet steeds een beroep kunnen doen op iemand ter plaatse om de nodige toelichting aan de passagier te verschaffen in de gevraagde taal.
Alle dienstverleningen op de luchthaven vallen onder deze bepaling. Dat geldt onder meer voor screening, cleaning , het luchthavenpersoneel en de bussing service . De Brussels Airport Company voert hierop regelmatig controles uit.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik ben blij te vernemen dat er effectief gecontroleerd wordt. Toch heb ik het gevoel dat er mogelijk onvoldoende wordt gecontroleerd, of dat men bij bepaalde instanties net geen controle uitoefent. Zowel ik als anderen ontvangen regelmatig berichten van Vlamingen die op Brussels Airport melden dat zij niet in het Nederlands geholpen werden. Vaak gebeurde de communicatie enkel in het Frans en zelfs dat Frans was dan nog gebrekkig. Hoewel de betrokken Vlamingen het Frans wel begrepen, verliep de communicatie alsnog zeer stroef door het gebrekkige taalgebruik. Het is dan misschien wel nodig om hier strenger op toe te zien en ervoor te zorgen dat iedereen die onder uw diensten valt het Nederlands en het Frans beheerst.
De taalwetgeving
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 1 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Jeroen Bergers (N-VA) dringt aan op strikte naleving van de taalwetgeving, vooral voor tweetaligheid in federale managementfuncties en Nederlandstalige zorg in Brussel, verwijzend naar schendingen uit een recent vicegouverneursrapport. Minister Matz bevestigt dat wetsvoorstellen voor tweetaligheid bijna klaar zijn en claimt weinig problemen in de federale diensten, maar wijst Brusselse zorgkwesties door naar Volksgezondheid. Bergers weerspreekt haar stelling met bewijs van wijdverspreide overtredingen en eist onmiddellijke actie en grondige analyse van het rapport. De discussie toont een scherp meningsverschil over de ernst van de taalproblematiek in Brussel.
Jeroen Bergers:
Mevrouw de minister, het regeerakkoord telt over tweetaligheid een aantal belangrijke bepalingen. Het zal u niet verbazen dat die voor onze fractie zeer belangrijk zijn. Het gaat meer bepaald over de functionele tweetaligheid voor de houders van een managementfunctie in de federale overheidsdiensten, die moet worden gerespecteerd conform de bestuurstaalwet en die we ook zullen uitbreiden naar de instellingen van openbaar nut en de federale wetenschappelijke instellingen.
Daarnaast gaat het ook over de zorg in onze hoofdstad. Het is vandaag immers heel moeilijk voor Nederlandstaligen om in hun eigen taal geholpen te worden. Het regeerakkoord bepaalt dat de regering erop zal toezien – elke minister binnen zijn eigen bevoegdheden – dat de taalwetgeving wordt nageleefd. Het behoeft volgens mij geen uitleg dat het cruciaal is dat Nederlandstaligen in onze hoofdstad gepaste hulp kunnen krijgen in hun eigen taal en dat ze worden behandeld als gelijkwaardige burgers. Een gebrek aan respect voor de verschillende taalgroepen haalt immers de fundamenten van dit land onderuit.
Daarom heb ik de volgende vragen. Welke maatregelen zult u nemen om de naleving en handhaving van de taalwetgeving te verbeteren en dus het regeerakkoord uit te voeren? Welke maatregelen zult u specifiek nemen binnen uw eigen bevoegdheden, dus wat betreft de overheidsdiensten? Ten slotte, welke maatregelen zult u nemen specifiek in Brussel?
Vanessa Matz:
Bedankt, mijnheer Bergers.
Voor de uitbreiding van de functionele tweetaligheid naar de mandaatfuncties binnen de federale overheid waar dat nog niet van toepassing is, zijn de teksten praktisch klaar. Ik zal ze binnenkort op de ministerraad brengen.
Wat uw tweede vraag betreft, zijn de regels binnen de federale overheid klaar en duidelijk. De departementen moeten instaan voor een correcte toepassing ervan. Op dat vlak zijn er bij mijn weten ook weinig problemen. De passage uit het regeerakkoord die u vermeldt, heeft het met name over de zorg, die onder de bevoegdheid valt van mijn collega, de minister van Volksgezondheid.
Jeroen Bergers:
Mevrouw de minister, ik kijk uit naar uw wetgevend initiatief inzake de tweetaligheid in de managementfuncties. Als dat er binnenkort komt, is dat een goede zaak. We zullen het dan bekijken en verder opvolgen.
Het verbaast me wel dat er volgens u in Brussel niet veel problemen zijn. Uit het zopas verschenen rapport van de vicegouverneur blijkt immers dat slechts drie gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en dan nog slechts in bepaalde gevallen, voldoen aan de taalwetgeving. Daaruit blijkt dat de provinciegouverneur een groot aantal aanstellingen heeft moeten schorsen, omdat die niet in overeenstemming waren met de taalwetgeving.
Stellen dat er niet echt problemen zijn in onze hoofdstad, is mogelijk te wijten aan het feit dat u zich daar nog niet ten gronde mee hebt beziggehouden. Het is echter vrij onaanvaardbaar mocht blijken dat u zich daar pas later in zult inlezen. Evenmin is het aanvaardbaar dat u hier in het Parlement stelt dat er weinig problemen zouden zijn met de tweetaligheid in Brussel.
Het rapport van de vicegouverneur zal ik zeker nog aan uw kabinet bezorgen. Het zou goed zijn om dat eens grondig door te nemen.
Voorzitter:
Vraag nr. 56006418C van de heer Legasse is op zijn verzoek ingetrokken.
De niet-toepassing van de taalwetgeving (jaarverslag 2024 van de vicegouverneur van Brussel)
De niet-naleving van de taalwet in Brussel
De niet-naleving van de Brusselse taalwetgeving
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 11 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de massale niet-naleving van de taalwet in Brussel, waar 93% van de OCMW-aanwervingen en 75% van de gemeentelijke benoemingen in 2024 onwettig waren, met slechts 19% Nederlandstaligen in de besturen en geen enkele vernietiging van illegale benoemingen door de Brusselse overheid. Barbara Pas en Jeroen Bergers eisen federale ingreep (via de minister) om de vernietigingsbevoegdheid over te dragen aan de vicegouverneur en de pariteit en taalvereisten af te dwingen, terwijl de minister enkel belooft "aan te dringen" bij de Brusselse regering—die al decennia weigert te handhaven. Pas noemt dit "onacceptabel incivisme" en diende een motie van aanbeveling in om de federale overheid te verplichten in te grijpen, terwijl Bergers vraagt om formele druk op Brussel en versterking van de vicegouverneur. De kern: Brussel schendt systematisch de taalwet, de federale overheid ontwijkt verantwoordelijkheid, en Nederlandstaligen worden structureel gediscrimineerd.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de voorzitter, ik heb een vraag ingediend over hetzelfde onderwerp. Kunnen deze vragen worden samengevoegd?
Voorzitter:
Het betreft dan uw vraag over de niet-naleving van de taalwet in Brussel? Wij zullen deze toevoegen en beide samen behandelen.
Barbara Pas:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het is de eerste keer dat ik u hierover ondervraag. Uw voorgangers wisten dat ik dit elk jaar doe. De vicegouverneur maakt elk jaar een taalrapport en zolang de cijfers in dat rapport dramatisch zijn, voel ik daarover de bevoegde minister aan de tand. Wij ontvingen onlangs het rapport over de toepassing van de taalwetgeving door de Brusselse plaatselijke besturen van het jaar 2024. Als je de cijfers bekijkt, is het rapport over de toepassing van de taalwetgeving door de Brusselse plaatselijke besturen eigenlijk het rapport van de niet-toepassing. De resultaten zijn andermaal ontluisterend.
Eigenlijk kan ik de problematiek opsplitsen in vier hoofdaspecten. Ten eerste is er de niet-conformiteit van de benoemingen en bevorderingen van de plaatselijke diensten, de gemeenten en de OCMW’s, met de taalwet in bestuurszaken. Die taalwet schrijft voor dat de betrokkenen voor hun aanwerving een taalbrevet moeten hebben over hun kennis van de tweede taal. De vicegouverneur heeft vorig jaar daarover 3.639 dossiers behandeld. Daarvan waren er 560 in orde met de taalwetgeving, nauwelijks 15,4 %. De betrokken ambtenaren waren dus tweetalig, zoals de wet dat voorschrijft. In de gemeenten verloopt een schamele 25 % van de benoemingen correct. In de OCMW’s is het nog dramatischer want daar verloopt 6,8 % correct.
Natuurlijk zijn de Vlamingen het slachtoffer van dat incivisme. Als je die 3.639 aangeworven of bevorderde personeelsleden bekijkt, dan kan 96,3 % zich in het Frans uitdrukken. Dan gaat het om Franstaligen of tweetalige Vlamingen. Nog geen 20 % kan zich in het Nederlands uitdrukken. Nog geen 20 % zijn Vlamingen of tweetalige Franstaligen.
Het tweede en derde aspect is de verdeling van die betrekkingen over de taalgroepen. Ook dat wordt bij wet opgelegd. Voor de hogere betrekkingen schrijft de wet pariteit voor. Voor de gemeenten voldeed vorig jaar 1 van de 19 gemeenten daaraan. Globaal genomen gaat het dus om een vierde, 25 %, in plaats van de door de wet voorgeschreven helft. Ook hier doen de OCMW’s het nog slechter. Er is geen enkel OCMW dat aan dat voorschrift voldoet. Globaal gaat slechts 13 % van de hogere functies naar de Nederlandstalige taalgroep.
Het kan nog erger. In 6 van de 19 OCMW's is er zelfs geen enkele Nederlandstalige vertegenwoordiging in de leidinggevende functies. Zowel op de hogere als de lagere echelons worden de Nederlandstaligen gediscrimineerd en wordt de wet massaal met de voeten getreden, mijnheer de minister, wat de verdeling van de betrekkingen over de taalgroepen betreft.
Dan is er nog een vierde aspect, de vernietiging van al die onwettige toestanden. De vicegouverneur schrijft niet alleen een taalrapport, hij kan ook schorsingen opleggen. Maar dan is het aan de toezichthoudende overheid, aan de Brusselse overheid, de schorsingen om te zetten in vernietigingen. Dat is niet vrijblijvend. De Raad van State heeft daar al meermaals op gewezen. Die vernietigingsbevoegdheid is een wettelijke verplichting. Wat ik hier elk jaar opnieuw moet vaststellen en wat de vicegouverneur elk jaar moet vaststellen, is dat ook 2024 het zoveelste jaar op rij is waarin er geen enkele vernietiging is gevolgd op de vele schorsingen.
Na deze vier hoofdaspecten is er eigenlijk nog een vijfde, mijnheer de minister. Ondanks het feit dat ze daar ook toe verplicht zijn, sturen de plaatselijke besturen, of een deel ervan, niet altijd al hun personeelsdossiers door naar de vicegouverneur. Ook hier is er weer medeplichtigheid en incivisme vanwege de Brusselse toezichthoudende overheden.
Ik hoop dat u niet hetzelfde antwoordt als uw vele voorgangers, van wie ik telkens moest horen dat het aan de Brusselse overheid is om in te grijpen. Ik hoop dat u niet dezelfde paraplu zult gebruiken als Verlinden, Jambon en alle voorgangers. In het verlengde van artikel 129 van de Grondwet en op grond van uw residuaire bevoegdheid inzake het taalgebruik in bestuurszaken in het Brusselse Gewest, is het u, de federale overheid, die exclusief bevoegd bent over de taalwetgeving en de toepassing ervan. Vandaar mijn resem vragen voor u, mijnheer de minister.
Hoe evalueert u het jaarverslag van de vicegouverneur over het jaar 2024?
Hoe zult u ervoor zorgen dat de gemeenten en de OCMW's, alle dossiers van aanwervingen en alle dossiers van bevorderingen, naar de vicegouverneur doorsturen, zoals dat bij wet bepaald wordt.
Hoe zult u ervoor zorgen dat ze bij de aanwervingen en bevorderingen de taalwet respecteren en dat de pariteit, die bij wet is opgelegd voor die hogere betrekkingen, gerespecteerd wordt?
Hoe zult u, wat de lagere betrekkingen betreft, ervoor zorgen dat minstens 25 % daarvan toekomt aan elke taalgroep, in casu de Nederlandse taalgroep? Hoe zult u ervoor zorgen dat de toezichthoudende overheid elke onwettige benoeming of bevordering effectief vernietigt? Zoals de Raad van State al meermaals heeft gesteld, is dat haar wettelijke plicht. Zult u ter zake maatregelen treffen om de uitvoering van dat handhavingsbeleid te wijzigen? Dat kan heel eenvoudig door de vernietigingsbevoegdheid weg te halen bij de Brusselse autoriteiten en die in handen te geven van de vicegouverneur. Zo zal het niet langer in handen zijn van die incivieke Brusselse instanties.
Ik ben zeer benieuwd naar uw antwoord.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, de Vaste Commissie voor Taaltoezicht is belast met het algemeen toezicht op de toepassing van de bestuurstaalwet. Uit het jaarverslag van de VCT blijkt hoe schrijnend de situatie is. Op basis van dat document kan zonder meer worden gesteld dat de taalwet, zeker in Brussel, met de voeten wordt getreden. Het zijn vrijwel uitsluitend Vlamingen die daardoor hun dierbare moedertaal, het Nederlands, mislopen en het gelag moeten betalen.
Het probleem situeert zich over meerdere niveaus. Ik zal enkele passages specifiek toelichten. De burgers zijn, zoals vaak het geval is, het eerste slachtoffer van het niet-naleven van de taalwetgeving. Op pagina 61 van het verslag staat een lijvige beschrijving van hoe – in dit geval – het Parkeeragentschap, maar ook vele andere agentschappen, e-mails in zeer gebrekkig Nederlands opstelt. Op pagina 74 staat beschreven dat het gebruik van het Nederlands in de politiezone Brussel-Noord eerder een uitzondering dan de regel is. Dit zijn slecht twee voorbeelden uit een redelijk lang verslag.
Een ander probleem situeert zich in het Brusselse en heeft betrekking op de bestuurstaalwet. Met uitzondering van enkele ambtenaren moeten zij verplicht een attest hebben van kennis van de andere landstaal. Indien dat niet kan, kan dit tot de schorsing van de persoon in kwestie leiden. Het is de vicegouverneur die de benoemingen afhandelt. Van de 3.639 benoemingen schorste hij er niet minder dan 2.180. Geen enkele schorsing werd echter gevolgd. Die cijfers zijn niet alleen opvallend en ronduit schandalig, ze zijn tevens wederom een stijging ten opzichte van de vorige jaren.
De wettelijk verplichte pariteit in de Brusselse gemeenten is ook een lachertje. Enkel in Oudergem en Sint-Agatha-Berchem zijn de leidinggevenden van de gemeenten op de juiste manier samengesteld. Ondanks wat collega Pas net zei, stellen we dezelfde situatie vast in de OCMW's, waar enkel Ganshoren en Anderlecht voldoen aan de letter van de wet. Op een totaal van 19 gemeenten is dat ronduit dramatisch. Dat is een structureel probleem dat we moeten aanpakken. Collega Pas, de situatie is weliswaar dramatisch en duidelijk voor iedereen die pleit voor de Nederlandstaligen, maar we moeten niet overdrijven en afwijken van de feiten als we het hier willen opnemen voor het Nederlands en het naleven van de taalwet.
Mijnheer de minister, deze problemen zijn duidelijk structureel van aard en dienen dus ook op die manier te worden aangepakt. Wat is uw plan om dit structureel verankerde Brusselse probleem aan te pakken? Brussels minister van Werk, Bernard Clerfayt, reageerde eerder schouderophalend door de continuïteit van de openbaredienstverlening te benadrukken en de taalwetgeving als een vodje papier af te doen. Als deze dienstverlening niet in het Nederlands kan, dan is dat voor hem geen probleem. Ik vraag mij af wat de Nederlandstaligen dan nog te zoeken hebben in onze hoofdstad. Zult u dit probleem aankaarten bij minister Clerfayt? Zult u hem op het matje roepen en benadrukken dat de taalwet geen vodje papier is?
Op welke manier moet de rol van de vicegouverneur volgens u worden versterkt om ook in onze hoofdstad een gelijkwaardige dienstverlening in het Nederlands te kunnen voorzien?
Voorzitter:
Voor ik het woord geef aan de minister, wil ik u toch vragen om de spreektijd in acht te nemen. We hebben een klok die daarvoor dient en een reglement dat bepaalt dat de vraagsteller twee minuten krijgt om zijn vraag te stellen en twee minuten voor zijn repliek. U hebt geen interpellatie ingediend, maar wel een mondelinge vraag, mijnheer Bergers.
Bernard Quintin:
Mevrouw Pas, mijnheer Bergers, ik betreur uiteraard dat de jaarverslagen van de vicegouverneur steeds hetzelfde beeld schetsen met betrekking tot het aantal gevallen waarbij de wetgeving inzake het gebruik van de talen in bestuurszaken niet wordt nageleefd. Dat aantal daalt namelijk niet. Zoals ik al herhaaldelijk heb aangegeven, zijn wetten er, zoals in elke rechtsstaat, om door iedereen te worden nageleefd. Niemand mag zich op onwetendheid beroepen. De wetgeving inzake het gebruik van de talen in bestuurszaken is zeer duidelijk wat betreft de benoemingen en de vereisten inzake taalcertificaten en taalkaders.
Op het gebied van de rekrutering en de bevordering is de wet inzake het gebruik van de talen in bestuurszaken heel duidelijk. De wet schrijft taalcertificaten van verschillende niveaus voor, afhankelijk van het type functie of de bevordering. De vicegouverneur heeft de bevoegdheid om benoemingen en bevorderingen die niet in overeenstemming zijn met die bepaling, op te schorten. Het is vervolgens aan de Brusselse regering om de onregelmatige benoemingen en bevorderingen ongedaan te maken. Ik ben vastbesloten om daarop aan te dringen bij de Brusselse regering, maar ook bij de regeringen van het Vlaams en het Waals Gewest en bij de ministers van de federale regering, opdat zij de nodige maatregelen nemen om die wetgeving in hun respectieve bevoegdheidsdomeinen strikt na te leven.
Ik wil u er echter op wijzen dat, wat Brussel betreft, er ook duidelijk een groot tekort is aan Nederlandstalige kandidaten voor de verschillende vacatures die onder de wetgeving inzake het gebruik van de talen in bestuurszaken vallen. Het is de verantwoordelijkheid van iedereen om niet altijd een slecht imago van Brussel te geven, zodat er misschien meer Nederlandstalige kandidaten zijn en we zo de taalwetgeving kunnen respecteren.
Aangezien de huidige wetgeving zeer duidelijk bepaalt welke autoriteiten belast zijn met het toezicht op de naleving van de taalwetgeving bij benoemingen en/of bevorderingen, zie ik geen enkele geldige reden om die bevoegdheden tot schorsing en nietigverklaring in handen van de vicegouverneur te centraliseren.
Zoals ik al heb vermeld, is het aan elke autoriteit waarop die wetgeving van toepassing is om binnen haar bevoegdheidsgebied toe te zien op de strikte naleving ervan. Men kan geen wetgeving wijzigen, omdat een autoriteit die belast is met de uitvoering ervan, die taak niet naar behoren uitvoert.
Barbara Pas:
Mijnheer de minister, na de bespreking van de beleidsverklaring en de beleidsnota, waarin uw gebrek aan ambitie inzake de opvolging van de taalwetgeving bleek, had ik geen grote verwachtingen met betrekking tot uw antwoord.
U zei dat wetten moeten worden nageleefd. De taalwet is bestaande wetgeving, wetgeving van openbare orde, en moet worden nageleefd. Daarna zei u dat u daarop zou aandringen bij de Brusselse regering. Dat is het belachelijkste antwoord dat u kon geven. Die regering weigert al immers 20 jaar carrément om daaraan ook maar iets aan te doen.
U bent als minister van Binnenlandse Zaken zowat de enige die daaraan iets kan doen. Wij dienen elke legislatuur opnieuw een wetsvoorstel in om die vernietigingsbevoegdheid bij de vicegouverneur te leggen. Degenen die straks een eenvoudige motie zullen indienen om over te gaan tot de orde van de dag, zijn ook degenen die deze voorstellen wegstemmen.
U zou aandringen bij de Brusselse regering, maar er is vandaag zelfs nog geen Brusselse regering. Wat zal daardoor lukken dat de voorbije decennia niet is gelukt? Die regering weigert het immers carrément .
U bent niet alleen de enige die daaraan iets kan doen, u bent de enige die daaraan iets moet doen. U bent degene die ervoor moet zorgen dat wetten worden nageleefd, tenminste als we in een democratische rechtsstaat leven. Het is aan u om in te grijpen wanneer u vaststelt dat het handhavingsbeleid faalt. Het is uw taak om maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat die handhaving wel correct verloopt. Dat weigert u echter carrément .
Het taalrapport van moet dienen als motivatie voor de verantwoordelijken om iets te doen aan dat beleid. De vicegouverneur is daarvan zelf een voorstander. Ik merk echter dat we die motivatie moeten concretiseren en dat daarvoor bijzonder weinig animo is in dit Parlement. Ik vind de taalwet wel bijzonder belangrijk. Ik wilde mijn interpellatie eigenlijk in de plenaire vergadering houden, maar er geen enkele andere partij vond het de moeite om dat onderwerp in plenum aan bod te laten komen.
Ik heb echter wel een motie van aanbeveling ingediend. Die zorgt ervoor dat men in plenum kleur moet bekennen. Vindt men dat belangrijk of niet? Mijn motie van aanbeveling vraagt om, gezien de terechte bekommernissen van de vicegouverneur, de dramatische situatie recht te trekken. Elk jaar opnieuw horen we hier dat men bekommerd is, dat het inderdaad erg is en dat men het eens zal vragen aan de autoriteiten in Brussel, die u daarover gewoon in uw gezicht uitlachen. Met alle respect, mijnheer de minister, dat is geen antwoord.
Het is dus aan u. U hebt de bevoegdheid om die situatie recht te trekken. Als u daarbij een steuntje in de rug nodig hebt, zal ik dat zeker geven met een motie van aanbeveling.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de voorzitter, ik zie dat mijn spreektijd nu wel gereset is op de aftelklok. Dat was vorige keer niet het geval, waardoor het natuurlijk moeilijk was om mij eraan te houden.
Ik bedank de minister voor zijn antwoord. Het zou goed zijn als hij formeel een brief stuurt, onder meer naar de Brusselse regering, om te vragen om zich aan de taalwetgeving te houden. Als hij dat doet, dan stel ik voor dat hij die brief ook aan ons bezorgt. Die formele kennisgeving dat men zich eraan moet houden, is zeer welkom.
Ik hoor iemand boos mompelen achter mij. Mevrouw Pas heeft op dat punt wel gelijk. Als we aan de Brusselse regering vragen om een initiatief te nemen om dat na jaren eindelijk in orde te brengen, dan betwijfel ik of dat zal lukken. Ik vraag me ook af of de Brusselse politiek en de Brusselse regering nog ergens toe in staat zijn. We zullen toch stilaan het debat moeten voeren en de vraag stellen of we nog enig vertrouwen hebben in de Brusselse politiek om iets te regelen. Een jaar na de verkiezingen slaagt men er nog altijd niet in om in een kamer samen te zitten om te onderhandelen over een regering, laat staan om een beleid te voeren.
Mijnheer de voorzitter, mijn tijd verspringt weer, maar ik weet dat ik nog spreektijd over heb.
Ik denk dat het inderdaad belangrijk is dat we ook de rol van de vicegouverneur in Brussel versterken.
Moties
Motions
Voorzitter:
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Barbara Pas en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van mevrouw Barbara Pas en het antwoord van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris, - gelet op artikel 129 van de Grondwet en de residuaire bevoegdheid van de federale overheid op het vlak van de taalwetgeving in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest; - gelet op de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, meer bepaald de artikelen 21 en 65; - gelet op de omzendbrief van 16 december 2019 aan de Brusselse burgemeesters betreffende de naleving van de bij koninklijk besluit van 18 juli 1966 gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, door de Vaste Commissie voor Taaltoezicht verstuurd op vraag van de minister van Binnenlandse Zaken; - gelet op de omzendbrief van 16 juni 2021 aan de Brusselse burgemeesters betreffende de verplichtingen van lokale Brusselse besturen op grond van artikel 65 van de bij koninklijk besluit van 18 juli 1966 gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, door de Vaste Commissie voor Taaltoezicht verstuurd op vraag van de minister van Binnenlandse Zaken; - gelet op het verslag van de vicegouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad voor het jaar 2024; - overwegende dat in 2024 75 % van de aanwervingen en bevorderingen door de Brusselse gemeenten in strijd was met de taalwet in bestuurszaken; - overwegende dat in hetzelfde jaar 93,2 % van de aanwervingen en bevorderingen door de Brusselse OCMW's strijdig was met de taalwet in bestuurszaken; - overwegende dat van de in 2024 3.639 aangeworvenen of bevorderden 96,3% zich in het Frans kan uitdrukken (Franstaligen + tweetalige Vlamingen), maar slechts 19,1 % in het Nederlands (Vlamingen + tweetalige Franstaligen); - overwegende dat in 2024 slecht 25 % van de in de Brusselse gemeenten te begeven hogere betrekkingen aan Nederlandstaligen toekwamen, terwijl de wet pariteit voorschrijft; - overwegende dat in 2024 slecht 13 % van de in de Brusselse OCMW's te begeven hogere betrekkingen aan Nederlandstaligen toekwamen, terwijl de wet pariteit voorschrijft; - overwegende dat in 2024 slecht 11,9 % van de in de Brusselse gemeenten te begeven lagere betrekkingen aan Nederlandstaligen toekwamen, terwijl de wet minimum 25 % voorschrijft; - overwegende dat in 2024 slecht 3,6 % van de in de Brusselse OCMW's te begeven lagere betrekkingen aan Nederlandstaligen toekwamen, terwijl de wet minimum 25 % voorschrijft; - overwegende dat diverse gemeenten en OCMW's, in strijd met artikel 65 van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, niet al hun personeelsdossiers aan de vicegouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad doorzenden; - overwegende dat de Brusselse voogdijoverheden in 2024 geen enkele van de illegale benoemingen heeft vernietigd, hoewel de hun toegekende vernietigingsbevoegdheid volgens de vaste rechtspraak van de Raad van State geen facultatief gegeven is, maar een verplichting; - gelet op het besluit van de vicegouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad in zijn jaarverslag 2024 dat de situatie "zeer problematisch blijft, en in een aantal belangrijke aspecten zelfs verder achteruitgaat" en "dat de wet en de rechten van individuele burgers nog steeds op grote schaal geschonden worden"; - overwegende dat de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken wetten van openbare orde zijn; - gelet op het advies van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht (nr. 49.126/1/PN van 24 mei 2017) en het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State nr. 62.235/AV, Kamer van Volksvertegenwoordigers, stuk 54-3399/003), waarin bevestigd wordt dat de federale overheid bevoegd is inzake de taalwetgeving in Brussel-Hoofdstad en dat zij tevens ten volle bevoegd is om het administratief toezicht daarop, dat momenteel bij de Brusselse instanties berust, daaraan kan onttrekken door daarvoor een bijzonder administratief toezicht in het leven te roepen; - overwegende dat dit laatste kan gebeuren door de vernietigingsbevoegdheid voortaan bijvoorbeeld aan de vicegouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad toe te vertrouwen; vraagt de regering de nodige maatregelen te nemen opdat - de Brusselse gemeenten en OCMW's al hun dossiers van aanwervingen en bevorderingen naar de vicegouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad doorsturen; - de Brusselse gemeenten en OCMW's bij hun aanwervingen en bevorderingen de taalwet respecteren door enkel tweetalig personeel aan te werven; - de Brusselse gemeenten en OCMW's bij hun aanwervingen en bevorderingen de bij wet opgelegde pariteit voor de hogere betrekkingen voortaan respecteren; - de Brusselse gemeenten en OCMW's bij hun aanwervingen en bevorderingen voor wat de lagere betrekkingen betreft minstens 25 % ervan doen toekomen aan elke taalgroep, zoals de wet voorschrijft; - de toezichthoudende overheid elke onwettige benoeming of bevordering effectief vernietigt en bij verdere weigering om dat te doen het handhavingsbeleid ter zake te wijzigen door de vernietigingsbevoegdheid voortaan in handen van de vicegouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad te leggen door de invoering van een bijzonder administratief toezicht. " Une motion de recommandation a été déposée par Mme Barbara Pas et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de Mme Barbara Pas et la réponse du ministre de la Sécurité et de l’Intérieur, chargé de Beliris, - eu égard à l'article 129 de la Constitution et à la compétence résiduelle de l'État fédéral dans le domaine de la législation linguistique dans la Région de Bruxelles-Capitale; - eu égard aux lois coordonnées du 18 juillet 1966 sur l'emploi des langues en matière administrative, en particulier ses articles 21 et 65; - eu égard à la circulaire du 16 décembre 2019 adressée aux bourgmestres bruxellois relative au respect des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées par arrêté royal du 18 juillet 1966, dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale, envoyée par la Commission permanente de Contrôle linguistique à la demande du ministre de l'Intérieur; - eu égard à la circulaire du 16 juin 2021 adressée aux bourgmestres bruxellois relative aux obligations des services locaux bruxellois sur la base de l'article 65 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées par arrêté royal du 18 juillet 1966, envoyée par la Commission permanente de Contrôle linguistique à la demande du ministre de l'Intérieur; - eu égard au rapport du vice-gouverneur de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale pour l'année 2024; - considérant qu'en 2024, 75 % des recrutements et des promotions auprès des communes bruxelloises étaient contraires à la législation sur l'emploi des langues en matière administrative; - considérant qu'au cours de la même année, 93,2 % des recrutements et des promotions auprès des CPAS bruxellois étaient contraires à la législation sur l'emploi des langues en matière administrative; - considérant que sur les 3 639 personnes recrutées ou promues en 2024, 96,3 % sont capables de s'exprimer en français (francophones + flamands bilingues), mais seulement 19,1 % en néerlandais (flamands + francophones bilingues); - considérant qu'en 2024, à peine 25 % des fonctions supérieures à conférer dans les communes bruxelloises ont été attribuées à des néerlandophones, alors que la loi prescrit la parité; - considérant qu'en 2024, à peine 13 % des fonctions supérieures à conférer dans les CPAS bruxellois ont été attribuées à des néerlandophones, alors que la loi prescrit la parité; - considérant qu'en 2024, à peine 11,9 % des fonctions inférieures à conférer dans les communes bruxelloises ont été attribuées à des néerlandophones, alors que la loi prescrit un minimum de 25 %; - considérant qu'en 2024, à peine 3,6 % des fonctions inférieures à conférer dans les CPAS bruxellois ont été attribuées à des néerlandophones, alors que la loi prescrit un minimum de 25 %; - considérant que plusieurs communes et CPAS n'ont pas transmis tous leurs dossiers du personnel au vice-gouverneur de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale, en violation de l'article 65 des lois coordonnées sur l'emploi des langues en matière administrative; - considérant qu'en 2024, les autorités de tutelle bruxelloises n'ont annulé aucune nomination illégale, alors qu'en vertu de la jurisprudence constante du Conseil d'État, le pouvoir d'annulation qui leur est dévolu n'est pas facultatif, mais obligatoire; - compte tenu de la conclusion du vice-gouverneur de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale, indiquant dans son rapport annuel 2024 que la situation "reste très problématique et se détériore encore dans certains domaines importants" et "que la loi et les droits des citoyens continuent d'être violés à grande échelle"; - considérant que les lois coordonnées du 18 juillet 1966 sur l'emploi des langues en matière administrative sont d'ordre public; - eu égard à l'avis de la Commission permanente de Contrôle linguistique (n° 49.126/I/PN du 24 mai 2017) et à l'avis de la section de législation du Conseil d'État (n° 62.235/AV, Chambre des représentants, document 54-3399/003), où il est confirmé que la législation linguistique à Bruxelles-Capitale relève des compétences du gouvernement fédéral et que ce dernier dispose également pleinement des compétences requises pour retirer le contrôle administratif y afférent, actuellement du ressort des institutions bruxelloises, à ces dernières en créant à cet effet une tutelle administrative spécifique; - considérant que ce dernier point peut être réalisé en conférant désormais la compétence d'annulation, par exemple, au vice-gouverneur de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale; demande au gouvernement de prendre les mesures nécessaires afin que - les communes et les CPAS bruxellois transmettent tous leurs dossiers de recrutement et de promotion au vice-gouverneur de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale; - les communes et les CPAS bruxellois respectent la législation linguistique lors de leurs recrutements et promotions en engageant uniquement du personnel bilingue; - les communes et les CPAS bruxellois respectent dorénavant la parité imposée par la loi lors de leurs recrutements et promotions pour les fonctions supérieures; - les communes et les CPAS bruxellois attribuent lors de leurs recrutements et promotions pour les fonctions inférieures au moins 25 % de celles-ci à chaque groupe linguistique, comme la loi le prescrit; - l'autorité de surveillance annule effectivement toute nomination ou promotion illégale et, en cas de refus persistant, de modifier la politique de contrôle en la matière en confiant désormais le pouvoir d'annulation au vice-gouverneur de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale par l'instauration d'une tutelle administrative spécifique. " Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Victoria Vandeberg. Une motion pure et simple a été déposée par Mme Victoria Vandeberg . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close. De vragen nrs. 56004466C en 56004505C van mevrouw Daems worden ingetrokken.
De taalwetgeving
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Quintin bevestigt dat naleving van de taalwetgeving (inclusief hulpverlening in het Nederlands in Brussel) een openbare-ordeplicht is, met toezicht door de Vaste Commissie voor Taaltoezicht, en benadrukt taalcertificaten op maat per functie in plaats van strikte tweetaligheid, samen met samenwerking met Onderwijs, Ambtenarenzaken en Volksgezondheid. Bergers (N-VA) dringt aan op concrete stappen—zoals praktisch taalmateriaal voor hulpverleners (bv. vertaalboekjes voor politie/ziekenhuizen)—om functionele tweetaligheid in Brussel te versterken, wijzend op levensbedreigende gevolgen van taalkloof en onvoldoende urgente actie ondanks regeerakkoordafspraken.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, tweetaligheid ligt mij zeer na aan het hart en is zeer belangrijk voor de bevolking in Brussel, de Brusselse Rand en breder aan de taalgrens, in heel het land. Gelukkig schuift het regeerakkoord enkele duidelijke principes omtrent de taalwetgeving naar voren, onder meer de functionele tweetaligheid voor managementfuncties in federale overheidsdiensten en de noodzaak van Nederlandstalige hulpverlening in de Brusselse ziekenhuizen, gelet op het feit dat het vaak over levensbedreigende situaties gaat. Gebrekkige kennis van het Nederlands in de hulpverlening leidt tot schrijnende situaties, waarover we in de plenaire vergadering hebben gesproken, om nog maar te zwijgen over zorgcentra na seksueel geweld waar slachtoffers niet werden geholpen, omdat de hulpverlener hen gewoonweg niet begreep, lezen we in krantenberichten. Kortom, voor onze fractie behoeft het geen uitleg waarom het cruciaal is dat ook Nederlandstaligen in onze hoofdstad de gepaste hulp in hun taal kunnen krijgen.
Een gebrek aan respect voor de verschillende taalgroepen haalt de funderingen van dit land onderuit. Voor wie dit land en zijn fundamenten dierbaar zijn, is het eens te meer een reden om aan de taalwetgeving aandacht te schenken. Bij de bespreking van de beleidsverklaring bleef ik daaromtrent eerlijk gezegd een beetje op mijn honger. Ik begrijp echter dat het een drukke periode was. Om die reden heb ik een vraag ingediend.
Mijnheer de minister, welke maatregelen zult u nemen, opdat de taalwetgeving beter wordt nageleefd en gehandhaafd conform het regeerakkoord?
Welke maatregelen zult u nemen om de tweetaligheid in Brussel te versterken? Welke ministers, zowel uit de federale regering als uit andere regeringen, wenst u daarbij te betrekken?
Bernard Quintin:
Mijnheer Bergers, bedankt voor uw vragen over dat belangrijk onderwerp.
Ten eerste bevestig ik dat de taalwetgeving betrekking heeft op de openbaar orde. Als gevolg daarvan is elke administratie en elke instelling die onder die wetgeving valt, verplicht om die nauwgezegd na te leven en de nodige maatregelen te nemen.
De Vaste Commissie voor Taaltoezicht is wettelijk verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving via het verslag van de vicegouverneur van Brussel en klachten die de commissie ontvangt.
Ten tweede, het is ook essentieel om het probleem bij de wortel aan te pakken, dat betekent dus op het niveau van het onderricht van onze nationale talen, in scholen, universiteiten, administraties en andere instanties waar beheersing van onze nationale talen cruciaal is. Ik nodig u dan ook uit om contract op te nemen met de ministers van Onderwijs, Ambtenarenzaken en Volksgezondheid.
Daarnaast moeten we erover waken dat alle administraties en instanties waarop de wetgeving van toepassing is, de vereisten op het vlak van taalcertificaten strikt toepassen voor de verschillende types van in te vullen functies. Meer in het algemeen vestig ik uw aandacht erop dat het daarbij gaat om taalcertificaten op verschillende niveaus, afhankelijk van het soort werk, en niet over tweetaligheid in de strikte zin van het woord. Het doel is dat alle burgers zich kunnen uitdrukken en ontvangen worden in de nationale taal van hun keuze.
Ten derde, uit mijn antwoord op uw eerste twee vragen hebt u ongetwijfeld begrepen dat ik in contact sta met mijn collega's, zowel federale ministers als ministers van de gefedereerde entiteiten, om ervoor te zorgen dat de wetgeving inzake het gebruik van talen zo goed mogelijk wordt toegepast in hun respectieve bevoegdheidsdomeinen.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, ik heb mijn vraag ook gericht aan de minister van Volksgezondheid. Ik zal ze zeker ook nog richten aan de minister van Ambtenarenzaken. Het is wel belangrijk dat elke minister in de federale overheid de opdracht heel serieus neemt voor zijn of haar diensten, omdat die mensenlevens zeer ernstig raakt. Dat hebt u trouwens beaamd, toen wij daarover in plenum debatteerden. We moeten wel meer doen. Er kunnen volgens mij wel degelijk nog stappen vooruit worden gezet die niet zo moeilijk zijn, op het vlak van de functionele tweetaligheid, zodat men minstens diensten in het Nederlands in Brussel kan aanbieden. Ik geef een voorbeeld. Ik herinner het mij nog heel goed dat wij, toen er naar de politie werd gebeld, omdat iemand in het Nederlands wilde geholpen worden en men niet wist wat men met die persoon moest aanvangen, in het testdorp in de buurt van Merode in Brussel ten tijde van de coronacrisis, EHBNO, Eerste Hulp bij Nederlandstalige Onkunde, met een aantal basisvertalingen van het Frans naar het Nederlands hebben uitgedeeld en dat de medewerkers er tot mijn persoonlijke verbazing dolenthousiast over waren en zich zelfs afvroegen waarom ze geen eenvoudig boekje met Nederlandse vertalingen van veelgebruikte zinnen in hun werkcontext van de overheid kregen, omdat ze zo de taal functioneel konden leren. Waarom moeten zorgverleners en politiemensen in hun opleidingen leren om over het weer te kunnen praten, maar niet over jobgerelateerde zaken? De N-VA-fractie vraagt om initiatieven te nemen om specifiek materiaal te voorzien om Nederlands te leren. Er zijn immers zeer grote en belangrijke uitdagingen.
Het naleven van de taalwetgeving door de NMBS
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een Vlaamse reiziger kreeg van de NMBS een gedeeltelijk Franstalig antwoord op zijn Nederlandstalige compensatieaanvraag na treinannuleringen, wat schending van de taalwetgeving suggereert. Minister Crucke bevestigde dat het om een incident ging, dat de NMBS de regels kent en excuses aanbood, maar onderzoekt wat er misliep. Cuylaerts benadrukte dat dit onacceptabel en onprofessioneel is, omdat taalwetten respect voor reizigers en wettelijke plichten waarborgen. De NMBS belooft toekomstige naleving en herhaling te voorkomen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, vertragingen en lastminuteafschaffingen van treinen komen regelmatig voor. In sommige gevallen worden zelfs meerdere treinen naar dezelfde bestemming uiteindelijk geschrapt.
Onlangs ontving ik een klacht van een Vlaamse reiziger die door dergelijke annuleringen een compensatieaanvraag indiende bij de NMBS. Tot zijn verbazing, maar ook tot mijn verbazing, ontving hij een gedeeltelijk antwoord in het Frans, ondanks het feit dat hij Nederlandstalig is en hij zich in het Nederlands tot de NMBS had gewend.
Concreet luidde het bericht als volgt: "Door het verstoord treinverkeer kon u op 12 maart 2025 uw geplande treinreis van Bruxelles-Centrale naar Duffel niet afleggen. Onze oprechte excuses voor de hinder die u hierdoor ondervond.
We kunnen helaas niet ingaan op uw verzoek om compensatie, want un autre train en correspondance aurait pu vous mener à destination avec moins de 60 minutes de retard . U kunt de details van uw aanvraag bekijken op My NMBS." Bij deze ook mijn excuses voor mijn slechte Frans.
Mijnheer de minister, kunt u bevestigen dat dit een eenmalig incident is of is dit een systematische schending van de taalwetgeving binnen de NMBS? Acht u het aanvaardbaar dat een federale instelling Nederlandstalige reizigers op deze manier te woord staat? Welke maatregelen zult u nemen om ervoor te zorgen dat dergelijke communicatie in de toekomst correct in het Nederlands verloopt?
Jean-Luc Crucke:
Collega, uw Frans is helemaal niet slecht, vind ik.
Het geval dat u aanhaalt staat inderdaad op zichzelf. Zoals elke publieke overheid is de NMBS onderworpen aan de op 18 juli 1966 gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken. De NMBS heeft uiteraard geen plannen om klanten niet in hun eigen taal te woord te staan of een antwoord te geven dat een mengeling is van het Frans en het Nederlands.
De NMBS kijkt na wat er in dit geval is misgelopen. De NMBS heeft ondertussen excuses aangeboden voor het ongemak dat dit met zich meebracht. Daaruit blijkt duidelijk dat het niet haar bedoeling was om de relevante wetgeving te overtreden.
Dorien Cuylaerts:
Ik ben blij dat het om een alleenstaand feit gaat. Ik wil immers toch zeker benadrukken dat de bovenstaande communicatie volgens onze fractie absoluut niet kan. De taalwetgeving is er immers niet voor niets gekomen en garandeert de burgers in dit land dat ze in hun eigen taal worden geholpen. Dat is zeker belangrijk als het gaat om een overheidsbedrijf zoals de NMBS. Het gaat hier niet om een detail, maar wel om het respecteren van de wetgeving en het respect voor de reizigers. Het antwoord zoals wij het ontvangen hebben is niet alleen onprofessioneel, maar ook onaanvaardbaar. Ik ben dus blij dat er ondertussen reeds excuses werden geformuleerd naar deze reiziger en dat dit in de toekomst niet meer zal voorvallen.
Het taaltoezicht
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 13 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de gebrekkige Nederlandstalige zorg in Brusselse ziekenhuizen, geïllustreerd door het dodelijke geval van baby Cisse waar ouders door taalkundige barrières niet geïnformeerd werden. Minister Quintin bevestigt het regeerakkoord: strengere handhaving van taalwetgeving en tweetalige dienstverlening zijn prioriteiten, met toezicht door de Vaste Commissie voor Taaltoezicht, maar concrete maatregelen blijven vaag. Bergers benadrukt succesvoorbeelden (UZ Jette) en praktische oplossingen (zoals EHBNO-pamfletten) en dringt aan op samenwerking met Vlaamse actoren en snelle actie, gezien de 100+ klachten in vier dagen via het nieuwe meldpunt. De urgentie ligt in basisrechten afdwingen zonder rechtszaken, met brede politieke en sectorwillig, maar nog onvoldoende daadkracht.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, beste collega's, u herinnert zich ongetwijfeld het verhaal van Cisse. Cisse was een baby'tje van 11 maanden oud dat jammer genoeg overleden is. Toen de mug vanuit Brussel in Roosdaal in de Vlaamse rand aankwam, zat daar niemand in die Nederlands sprak. Ook toen Cisse werd overgeplaatst naar het kinderziekenhuis in Brussel, was daar geen enkele arts die in het Nederlands kon vertellen aan de ouders en de grootouders waarom ze hun zoontje waren kwijtgeraakt.
Zulke verhalen breken mijn hart, omdat ik het een ware schande vind dat in 2025 mensen nog altijd niet in het Nederlands kunnen worden geholpen in onze hoofdstad, in Brussel. Dat zorgt ook voor problemen, want mensen kunnen niet duidelijk aan artsen vertellen wat hun symptomen zijn.
Cisse is jammer genoeg echt niet alleen. Vier dagen geleden lanceerde de Vlaamse Volksbeweging samen met minister Ben Weyts een meldpunt voor taalklachten in de zorgsector in Brussel. Op amper vier dagen kwamen er al meer dan 100 klachten binnen. Ik steun de beweging volledig in dat initiatief, maar het is eigenlijk wel jammer dat er rechtszaken nodig zijn om zulke basisrechten af te dwingen, dus het is duidelijk dat de federale overheid ook haar verantwoordelijkheid moet nemen.
Gelukkig is het regeerakkoord duidelijk. Het regeerakkoord stelt duidelijk dat de regering de taalwetgeving strenger zal handhaven en dat ze zal zorgen voor tweetalige dienstverlening in de Brusselse zorginstellingen.
Mijnheer de minister, welke maatregelen wil u nemen om in die tweetalige dienstverlening te voorzien? Hoe gaat u werk maken van een strengere handhaving? Zult u ook contact opnemen met het Vlaamse middenveld, waaronder de Vlaamse artsenorde, en minister Ben Weyts?
Bernard Quintin:
Mijnheer Bergers, als ik me niet vergis, is dit uw eerste actuele vraag in de plenaire vergadering en ik feliciteer u met uw maidenspeech. (Applaus)
Laat me beginnen met te stellen dat taalgebruik een belangrijke kwestie is. Het is een Franstalige bijna-tweetalige die dat zegt. Ik hecht daar veel belang aan.
U zult begrijpen dat ik hier geen uitspraak zal doen over de casus die u aanhaalt.
Het regeerakkoord is duidelijk, patiënten in Brusselse ziekenhuizen moeten kunnen communiceren met de zorgverlener en ook omgekeerd. Dat is essentieel om patiënten de zorg te bieden die ze nodig hebben. In dat kader wil ik erop wijzen dat de regering erop zal toezien dat de wetgeving inzake het gebruik van talen wordt nageleefd, zodat patiënten in de Brusselse ziekenhuizen die onder de wetgeving vallen in hun eigen taal behandeld kunnen worden dankzij tweetalige diensten. Wie daar vandaag klachten over heeft, kan terecht bij de Vaste Commissie voor Taaltoezicht.
Ik ben op de hoogte van het initiatief om in Vlaanderen een meldpunt op te richten voor de naleving van de taalwetgeving in Brusselse ziekenhuizen. Een kwaliteitsvolle zorgverlening impliceert een juiste toepassing van de taalwetgeving.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.
Ik heb er alle vertrouwen in dat u het regeerakkoord correct zult uitvoeren en dat we inzake die taalwetgeving echt wel stappen vooruit zullen zetten.
Dat het anders kan dan in veel ziekenhuizen in Brussel vandaag de dag, bewijst het UZ Jette elke dag, aangezien men daar perfect tweetalig, in het Nederlands en in het Frans, de dienstverlening voorziet.
Afsluiten wil ik graag met een persoonlijke anekdote. Ik ben ooit met TAK, het Taal Aktie Komitee, in een coronatestdorp in Brussel waar men dezelfde problematiek had, eerste hulp bij Nederlandstalige onkunde, EHBNO, gaan uitdelen. Dat lijkt polariserend, het lijkt alsof we daarmee controverse opzochten, maar eigenlijk waren die hulpverleners heel dankbaar, omdat ze eindelijk een pamflet hadden met een aantal basiszinnen in het Frans en de vertaling in het Nederlands, zodat zij de mensen die hulp nodig hadden, konden helpen.
Mijnheer de minister, ik ben ervan overtuigd dat de wil bij de zorgsector aanwezig is, net als bij u en de regering. Het is dus tijd dat we actie ondernemen.
Voorzitter:
Ik wou collega Bergers gelukwensen met zijn eerste tussenkomst, maar dat is niet meer nodig, want dat heeft de minister al gedaan. (Applaus) Op die manier krijgt u wel twee keer applaus, mijnheer Bergers.
De naleving van de taalwetgeving
De naleving van de taalwetgeving
Het gebruik der talen door de treinbegeleiders van de NMBS
Taalnaleving door NMBS-treinbegeleiders
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 19 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de strikte handhaving van de taalwetgeving bij de NMBS na een incident waarbij een treinbegeleider in Vilvoorde reizigers in zowel Nederlands als Frans begroette. Eva Demesmaeker (N-VA) en Sammy Mahdi (CD&V) verdedigen de wet als fundamenteel voor de Nederlandse taal- en cultuuridentiteit, waarschuwen voor verdere versoepeling (leidend tot eentaligheid Frans) en kritiseren de NMBS voor het misbruiken van het voorval om de regels te ondermijnen. François De Smet (Défi) en minister Gilkinet (Ecolo) pleiten voor pragmatisme en meertaligheid in de praktijk, zolang de regionale taal prioriteit behoudt, en zien vriendelijkheid en toegankelijkheid als essentieel voor moderne dienstverlening. De spanning toont de communautaire tegenstelling tussen juridische striktheid en sociaal-culturele flexibiliteit.
Eva Demesmaeker:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik ben opgelucht en misnoegd tegelijk. Ik ben opgelucht, want we hebben de voorbije dagen kunnen ontdekken dat de NMBS vriendelijk en hardwerkend personeel heeft, dat elke dag in de frontlinie staat, het aanspreekpunt is voor vele frustraties. Er zijn de voorbije weken heel veel frustraties bijgekomen. Tegelijkertijd ben ik enorm misnoegd, want helaas is de laatste dagen ook duidelijk geworden hoeveel belang de NMBS en u, mijnheer de minister, hechten aan onze taalwetgeving.
Laat er geen misverstand over bestaan, ik sta hier vandaag niet om de treinbegeleider die zich versprak bij een hartelijke begroeting, met het vingertje te wijzen. Een vergissing is begrijpelijk en wordt ook vergeven. Vriendelijkheid wordt geapprecieerd, maar de reactie van de NMBS is onjuist. De NMBS maakt gebruik van deze situatie om op te roepen om onze taalwetgeving minder streng te respecteren en dat gaat te ver. Onze taalwetgeving is geen vodje papier, het gaat over de fundamentele waarborg van onze rechten en culturele identiteit.
Wanneer zal dit stoppen? Wanneer gaat u eindelijk onze taalwetgeving respecteren?
Sammy Mahdi:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, een treinconducteur zegt bonjour en goedendag in de mooiste stad van Vlaanderen, in Vilvoorde. Dat is op zich een banaal gegeven. Het is geen ramp en het is al helemaal geen misdrijf. Het zou goed zijn als mensen vaker goedendag zeggen op straat. Het zou fijn zijn als er meer respect is voor elkaar. De man met pek en veren overladen, is het laatste dat we moeten doen.
Mijnheer de minister, u moeten we daarentegen wel met pek en veren overladen. Schaamteloos maakt u misbruik van dit voorval om te pleiten voor het herzien van de taalwetgeving. Schaamteloos maakt u gebruik van dit voorval om het Nederlands en het belang van het Nederlands in Vlaanderen helemaal weg te duwen.
Jaarlijks vestigen duizenden mensen zich in Vlaanderen. Wij proberen er in Vlaanderen voor te zorgen dat de mensen die naar Vlaanderen komen de taal leren, zich integreren, deel kunnen uitmaken van onze Vlaamse gemeenschap. En u zegt dat de taalwetgeving misschien moet worden herbekeken. Die vervreemding in de samenleving mag u bij u proberen te organiseren, maar niet in Vlaanderen. Het enige dat we vragen, is respect voor het Nederlands, zodat mensen hun kansen kunnen benutten.
De volgende spreker staat klaar, met een brede glimlach. De heer François De Smet van Défi denkt nu al dat hij een bondgenoot heeft gevonden voor de rechten van de Franstaligen in Vlaanderen, in de Vlaamse Rand. Dan kunnen ze eindelijk weer Frans spreken in Vlaanderen en dan moeten ze zich niet aanpassen en één gezamenlijke gemeenschap vormen.
Mijnheer de minister, vindt u het normaal dat men in Vlaanderen in het Frans bediend wordt? Wat bezielt u om de taalwetgeving in vraag te stellen en hier communautaire spelletjes te spelen?
François De Smet:
Monsieur le président, monsieur le ministre, je remercie le collègue Mahdi pour le teasing . Nous vivons une période assez morose et il se produit parfois des événements terribles. En effet, il semble que du côté de Vilvorde, un accompagnateur de train ait osé dire "bonjour". Il aurait même osé dire "goeiemorgen, bonjour" aux voyageurs.
Que lui a-t-il pris? Ce contrôleur s'est-il dit qu'il allait envahir la Flandre? S'est-il dit qu'il allait tenter de franciser les quelques voyageurs qui se trouvaient là? Je ne crois pas. Je crois qu'il a simplement fait preuve de courtoisie, de politesse et que c'est très bien ainsi. Son seul crime est sans doute d'avoir oublié que, dans quelques situations, les lois linguistiques sont peut-être appliquées en dépit du bon sens.
Moi, je crois qu'il est temps de changer de siècle. Un "bonjour" dans un train, monsieur Mahdi, ce n'est pas une convocation électorale. Ce n'est pas quelque chose d'officiel. Ce n'est que de la bonne entente. Vraiment! Quant à votre réaction, que la N-VA monte sur le sujet, je le comprends mais que vous montiez sur ce sujet, alors que cela fait six mois que vous devriez être en train de faire un gouvernement et que très objectivement on a autre chose à faire, cela montre que le nationalisme est quelque chose de poreux, malheureusement. Cela montre que le "tradinationalisme" peut avoir de l'influence même sur des esprits aussi brillants et rationnels que le vôtre. Je ne vous cache pas que cela m'inquiète pour la future Arizona.
Monsieur le ministre, je trouve que c'est une peccadille qui ne devrait même pas être traitée ici, si ce n'est qu'il y a la réaction de la SNCB qui me semble intéressante.
Monsieur le ministre, comptez-vous diligenter une enquête interne sur cet incident? Je suppose que non. Par contre, en tant que ministre, vous avez le pouvoir d'interroger la fameuse Commission permanente de Contrôle linguistique sur une série de choses. Peut-être pourriez-vous lui demander si, dans un certain nombre de cas, il serait vraiment grave que, de Knokke à Durbuy, on fasse des annonces en français et en néerlandais et pourquoi pas en anglais dans tout ce pays? (…)
Georges Gilkinet:
Goeiendag, bonjour. Chers collègues: je pense qu'un bonjour n'a jamais tué personne, que du contraire.
Vanochtend nog had ik het genoegen om reizigers te mogen begroeten op de eerste trein van de nieuwe verbinding tussen Parijs en Brussel. Ja, onze Nederlandse, Franse, Duitse, Luxemburgse en zelfs Britse buren nemen de trein om ons mooi land te bezoeken en er zijn ook Vlamingen die elke dag de trein nemen naar Wallonië en Brussel en Franstaligen die de trein nemen naar Vlaanderen en Brussel.
Et je le constate chaque jour quand je prends le train. Ce matin encore, entre Namur et Bruxelles, des accompagnateurs de train font de leur mieux pour être au service des voyageurs et les informer, qu'ils soient usagers quotidiens ou touristes; qu'ils soient Flamands en Wallonie, francophones en Flandre ou citoyens étrangers.
En tant que voyageur, et surtout en tant que ministre de la Mobilité, je trouve ça bien! Ce que nous attendons de la SNCB au 21 e siècle, c'est d'offrir un accueil de qualité à tous les voyageurs en veillant à leur sécurité et en leur communiquant une information aussi bonne, complète et compréhensible que possible.
Als het op een vriendelijke manier gebeurt, is het nog beter. Ik wil iemand citeren die u goed kent, mijnheer Mahdi, de CEO van de NMBS: "Dank aan onze treinbegeleiders om professioneel en enthousiast met onze reizigers te communiceren en voor hun goeiedag, bonjour , guten Tag, en nog een goed aantal meer. Informatie, veiligheid, en controle zijn essentieel; men kan niemand ooit genoeg een fijne dag toewensen." Ik moet u zeggen dat ik deze mening deel. Het choqueert mij absoluut niet dat een treinbegeleider de reizigers in het Nederlands en in het Frans begroet in Vilvoorde.
Si des voyageurs flamands sont accueillis en français et en néerlandais à Durbuy ou à Dinant, cela ne me choque pas.
Als hij Franstalige reizigers in het Frans en in het Nederlands begroet in Oostende, choqueert mij dat ook niet.
Plaider pour appliquer de façon souple et pour dépoussiérer une législation datant du siècle dernier pour qu’elle soit plus en phase avec la société d’aujourd'hui me semble être simplement une question de bon sens.
Dat lijkt me een kwestie van gezond verstand, veel meer dan een strikte, blinde toepassing van de taalwetgeving in het kader van het spoorvervoer, waarvoor sommigen pleiten.
Ik wil duidelijk zijn. De NMBS moet uiteraard voorrang blijven geven aan het gebruik van de taal van de regio waarin zij opereert om de passagiers te informeren. Het zou echter volledig gepast zijn, mocht zij ook in andere talen, waaronder de nationale talen, met hen kunnen communiceren om hen met respect te informeren. Dat zou ook bijdragen aan de aantrekkelijkheid van onze regio’s op het kruispunt van Europa.
Certains se disent attachés au multilinguisme dans ce pays. Je le suis. Depuis le début de la législature, je m'exprime, en Flandre comme en Wallonie, en néerlandais et en français. Au lieu de courir après les collègues nationalistes, je vous invite plutôt à vous réjouir que, tout en respectant la langue du territoire dans lequel elles se trouvent, des personnes au service de la société accueillent les citoyens dans plusieurs langues. C'est dans cette diversité que se trouve notre richesse.
Je pense que si nous étions plus nombreux à agir de la sorte, notre société se porterait mieux. En attendant, permettez-moi de m'étonner que certains considèrent que c'est la priorité du jour, alors qu'ils ont aussi un gouvernement à former! Permettez-moi également de souhaiter beaucoup de plaisir à leurs futurs potentiels partenaires!
Dames en heren, goeiemiddag, bon après-midi.
Eva Demesmaeker:
Mijnheer de minister, u maakt er een karikatuur van. Nogmaals, het gaat hier niet over de treinbegeleider die gewoon vriendelijk wou zijn en zich versprak. Het gaat om de reactie van de NMBS nadien, die oproept tot een versoepeling van de taalwetgeving.
Laat ik duidelijk zijn. Ik ben van de Brusselse Rand, zoals sommigen hier, en wij weten tot wat versoepeling leidt. Dat leidt tot taalfaciliteiten en die leiden uiteindelijk tot eentaligheid, waarbij het Nederlands niet meer van belang is en waarbij Nederlandstaligen cruciale informatie missen als de hulpdiensten hen niet begrijpen. Het leidt er ook toe dat Nederlandstaligen niet met hun bestuur kunnen communiceren.
Mijnheer de minister, ik heb het grootste respect voor ons spoorpersoneel, maar ik verwacht van u hetzelfde voor onze taal en onze identiteit.
Sammy Mahdi:
Mijnheer de minister, u verstopt zich achter de treinbegeleider om zelf voorstellen te doen voor de aanpassing van de taalwetgeving. Daarmee hebt u uiteindelijk uw eerlijke mening gegeven, namelijk dat er een soepelere wetgeving moet komen. Iedereen weet heel goed wat dat betekent.
Mijnheer de minister, ik zal mij meteen na de vraag inderdaad met belangrijke zaken bezighouden, maar ik geef u toch nog een tip mee. Wat voor mij belangrijk is, is dat u zich focust op uw taak: ervoor zorgen dat de treinen op tijd rijden. Als u dan toch niet meer in het Parlement bent, had u, in plaats van anderen de les te spellen, er de voorbije vijf jaar voor kunnen zorgen dat de kinderen in de scholen in Franstalig België verplicht Nederlands leren. Daarvoor had u kunnen zorgen. Het is een pure schande dat kinderen in het Franstalig onderwijs vandaag niet verplicht zijn om Nederlands te leren. Dan komt u ons hier de les spelen. Dag en bedankt. Bij deze de boodschap die ik graag meedeel. (Luid protest)
Rustig, collega's aan de linkerzijde, het komt allemaal goed. Ik weet dat het pijn doet, maar dat is niet erg. Sta me toe uit te spreken (…)
François De Smet:
Merci monsieur le ministre, pour votre réponse. Je pense que si une recommandation vient de la SNCB elle-même – qui, elle, ne favorise ni les francophones ni les flamands –, il faut quand même l'écouter. J'ai une anecdote. Cela se sait peut-être, j'ai un seul collaborateur parlementaire. Il s'appelle Christophe et je le salue. Il me racontait l'anecdote suivante. Hier, il a pris le train. Il a le bonheur d'habiter une commune appelée Jurbise dans le Hainaut. Son train s'arrête à Huizingen. Pour laisser passer des trains à grande vitesse, ce qui se fait fréquemment sur cette ligne, le conducteur de train fait quelque chose qui est visiblement interdit, mais à mon avis, cela se fait souvent. Il explique d'abord en néerlandais, mais aussi en français, la raison pour laquelle le train est arrêté quelques minutes. C'est simplement une question de sécurité, et il le fait aussi pour rassurer les voyageurs. Est-ce grave que cette annonce soit faite dans les deux langues? Cela va-t-il vraiment empêcher des gens d'apprendre le néerlandais ou le français? Je ne crois pas. Il est temps de passer à ce siècle-ci, d'encourager un maximum le bilinguisme et surtout d'être cohérent. L'emploi des langues dans les transports en commun peut se faire en deux, trois ou quatre langues, ça ne tuera personne!