topic

Over criminaliteit

60

plenaire vragen

0

voorstellen

meeste contributies

De agressie tegen cipiers en personeelsleden in de Brugse gevangenis
De gewelddadige incidenten in de gevangenis van Brugge
Gewelddadige incidenten en agressie in de Brugse gevangenis

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 28 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Annelies Verlinden bevestigt dat het ernstige agressie-incident in de overbevolkte Brugse gevangenis (waarbij vier cipiers zwaar gewond raakten) volgens protocol werd afgehandeld, met directe opvang en tuchtmaatregelen tegen de dader, maar benadrukt dat agressie een structureel probleem is—verergerd door overbevolking en psychische problemen bij gedetineerden—dat ze aanpakt via een "geweldloze cultuur"-project (inclusief agressiebeheersing, gespecialiseerde cellen en psychologische ondersteuning). Annick Lambrecht en Marijke Dillen (parlementsleden) bekritiseren scherp dat de maatregelen ontoereikend zijn: ze wijzen op systeemfalend leiderschap (traag optreden, minimalisering van incidenten), gebrek aan steun voor cipiers (uitstroom, lage waardering) en eisen concrete verharding, zoals het schrappen van vervroegde invrijheidstelling voor agressieve gedetineerden en strengere sancties. Dillen stelt dat de minister geen antwoord gaf op haar voorstellen, terwijl Lambrecht dringend betere werkomstandigheden eist om veiligheid te herstellen.

Annick Lambrecht:

Mevrouw de minister, de directeur-generaal van het gevangeniswezen, mevrouw Steenbergen, bracht onlangs naar aanleiding van een incident een bezoek aan de Brugse gevangenis om met de cipiers te praten. De topvrouw trekt aan de alarmbel na het zoveelste incident in de overbevolkte Brugse gevangenis.

De concrete aanleiding was een incident op de woensdag voorafgaand aan haar bezoek, waarbij vier cipiers naar het ziekenhuis moesten na extreem agressief gedrag van een gedetineerde. Het gaat onder andere om een gekneusde oogkas, om een whiplash en nog veel meer.

De directeur-generaal begreep hun verzuchtingen, maar wees erop dat het probleem niet bij de plaatselijke directie ligt, maar wel bij de federale overheid. De directeur-generaal benadrukte dat de nationale politiek een grote verantwoordelijkheid draagt vanwege de overbevolking, die heel wat agressie met zich meebrengt. Ze stelde ook dat ze dat reeds heeft aangekaart in een open brief.

De directeur-generaal sprak met de directie en het personeel en loofde opnieuw de inzet van het personeel onder die omstandigheden. Ze zei ook dat ze vreest dat daar eens een dode zal vallen.

Mevrouw de minister, zijn er problemen met de interne communicatie ten aanzien van u?

Is het agressieprobleem ten aanzien van cipiers of personeel een algemeen probleem, of speelt dat enkel in de gevangenis van Brugge?

Kreeg u in het verleden al meldingen over agressie tegen cipiers en personeel in de gevangenis van Brugge of in andere gevangenissen?

Welke aandacht besteedt u aan de agressie tegen het personeel en aan het algemeen welzijn van het personeel in de gevangenissen?

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, in de gevangenis van Brugge heeft een bijzonder ernstig incident plaatsgevonden door een agressieve gedetineerde tijdens zijn overbrenging naar de strafcel. Verschillende cipiers werden ernstig verwond en moesten naar het ziekenhuis worden gebracht. Eén van hen heeft meerdere verwondingen opgelopen, onder meer een hersenschudding, een whiplash, een gekneusde oogkas, gekneusde armen en een ontsteking in de oogkas, met werkonbekwaamheid tot gevolg.

Die incidenten zijn absoluut onaanvaardbaar. Cipiers moeten door de gedetineerden met respect worden behandeld. Iedere vorm van fysieke en/of verbale agressie moet heel streng worden gesanctioneerd. Dergelijke feiten hebben immers een blijvende impact en mogen niet worden geminimaliseerd.

Helaas blijkt dat de directie niet kordaat handelt en niet resoluut de kant van de cipiers kiest. Zo werd bijvoorbeeld beslist om alle maatregelen uit te stellen tot na de bezoekmomenten en de educatieve activiteiten. Pas de volgende dag werd een nachtregime ingevoerd. Dat is geen duidelijk signaal aan de gedetineerden om te stellen dat iedere vorm van agressie onaanvaardbaar is.

Mevrouw de minister, kunt u wat meer toelichting over die schandalige feiten geven? Hoe is het inmiddels gesteld met de gezondheidstoestand van de betrokken cipiers? Volgens berichten blijkt dat dat zoveelste geval van zware agressie door de directie werd geminimaliseerd. Aanvankelijk werd blijkbaar zelfs betwijfeld of dat als een kritiek incident kon worden beschouwd. Het werk neerleggen was niet toegestaan. Waarom werd er niet onmiddellijk kordaat opgetreden, als blijk van respect voor de cipiers, die iedere dag opnieuw moeten werken in zeer moeilijke omstandigheden?

Welk gevolg werd aan dat incident gegeven tegenover de betrokken, agressieve gedetineerde?

Het personeel in de gevangenis van Brugge staat onder permanente spanning, niet alleen door de agressie en incidenten of door de overbevolking, maar ook door het gevoel dat ze niet worden gesteund. Zult u een initiatief nemen om daarin verandering te brengen? De vakbonden vragen om andere maatregelen, die wel een impact hebben. Ze zeggen dat ze al jaren voorstellen doen om de zaken anders aan te pakken. Zij vragen bijvoorbeeld om de vervroegde invrijheidstelling te laten wegvallen voor wie niet met de handen van het personeel kan blijven. Dat zal de gedetineerden misschien twee keer laten nadenken voor ze tot geweld overgaan, waarmee ik de vakbonden citeer. Bent u bereid om initiatieven te nemen om strengere maatregelen uit te werken voor gedetineerden die zich schuldig maken aan agressie tegenover cipiers?

Annelies Verlinden:

Mevrouw Lambrecht, mevrouw Dillen, sinds mijn aantreden, bijna een jaar geleden, onderhouden mijn kabinet en ikzelf een intensief en open contact met zowel de gevangenisdirecteurs en de vakbonden als met de directeur-generaal over de problemen die zich voordoen binnen het gevangeniswezen en over mogelijke pistes om die aan te pakken.

Het incident in Brugge werd absoluut niet geminimaliseerd. De toepasselijke richtlijnen en bepalingen moeten daarbij altijd worden gevolgd, zowel op het vlak van tuchtrechtelijke inbreuken, zoals agressie, als op het vlak van werkonderbrekingen in het geval van ernstige gebeurtenissen op de werkplek.

De standaardprocedure na een kritiek incident werd in elk geval gevolgd in Brugge. Die procedure heeft tot doel de ernst van het incident in te schatten, de situatie te bevriezen en ook de slachtoffers de nodige opvang te geven. Het personeel van de betrokken afdeling werd dezelfde avond gezien voor een debriefing en de volledige personeelsgroep werd via mail geïnformeerd.

Daarnaast is het de bedoeling dat nadat het incident de avond zelf met de nodige zorg werd afgesloten, het werk wordt hervat. Dat gebeurde de volgende ochtend. Op die manier kan voor de overige niet-betrokken gedetineerden het regime worden hervat, ook in het belang van de dynamische veiligheid, zodat de spanning niet oploopt. Voor de betrokken gedetineerden geldt dan de weg van de interne tucht- en/of veiligheidsmaatregelen en het neerleggen van een klacht bij een misdrijf.

Wat betreft de gezondheidstoestand van de betrokken personeelsleden, kan ik u meedelen dat vier personeelsleden arbeidsongeschikt waren, twee tot en met 8 februari, één tot en met 28 februari en één personeelslid heeft het werk al hervat op 26 januari.

De vaststelling dat er agressie plaatsvindt ten aanzien van gevangenispersoneel is helaas niet nieuw en beperkt zich ook niet tot de gevangenis in Brugge. Niet elk incident is echter toe te schrijven aan de overbevolking. Net zoals in de vrije samenleving vertoont een belangrijk aandeel van de gedetineerden symptomen van psychisch disfunctioneren en vertaalt zich dat soms ook in agressie-incidenten, al valt uiteraard niet te ontkennen dat de overbevolking ook frequent een rol speelt bij agressie.

Het beleid inzake agressiemanagement is sedert enige tijd gebaseerd op twee pijlers, meer bepaald in het kader van een project rond geweldloze cultuur. De doelstelling van dat project is te komen tot een veiliger werk- en leefomgeving door enerzijds in te zetten op het institutionele niveau en anderzijds door het aanbieden van agressiebeheersing en begeleiding voor gedetineerden.

In het kader van het globaal psychosociaal preventieplan is ten aanzien van het personeel onder meer voorzien in psychologische hulp aan medewerkers die te maken hadden met incidenten op het werk. Verder werkt de Directie Integrale Veiligheid aan een project inzake de beheersbaarheid van de meest agressieve gedetineerden. We beogen gedetineerden met een potentieel risico tot het stellen van gewelddadig gedrag te identificeren en hen een specifiek detentietraject aan te bieden dat in het teken staat van het beheersbaar maken van de gestelde agressie, door begeleiding op maat.

Er zal tevens worden voorzien in enkele aangepaste beveiligde cellen als ultimum remedium voor het waarborgen van de veiligheid van zowel het personeel als de gedetineerden. In dat kader wordt ook opgeleid personeel voorzien, waaronder penitentiair bewakingsassistenten en zorgpersoneel, alsook psychiatrische bijstand voor de inrichtingen waar het project zal worden uitgerold.

Annick Lambrecht:

Mevrouw de minister, u gaf een zeer formeel antwoord met een overzicht van de bestaande procedures, maar het blijft een feit dat de omstandigheden in de Brugse gevangenis een broeihard zijn en geweld uitlokken. Men komt vaak slechter uit de gevangenis dan men erin gaat. Men wordt agressief door de overbevolking. De cipiers staan onder druk, want men vindt niet genoeg cipiers. Degenen die er zijn, moeten veel meer werk doen dan wat voor hen mogelijk is. Overigens worden de cipiers zeer laag gewaardeerd. Ik vraag me af hoe daaraan kan worden gewerkt. Zeer veel personeel stroomt uit. Dan zijn er nog de verhalen over ernstige agressie. U spreekt betrokkenen, want de directeur-generaal is bij u geweest, maar hij loopt zelfs naar de pers. Men ziet het helemaal niet meer zitten.

Als ik nu aan de personeelsleden moet zeggen dat er procedures bestaan om snel op te treden als iets gebeurt en dat van de vier aangevallen cipiers er één toch al terug aan het werk is, denk ik niet dat zij daarmee gediend zullen zijn.

Het grote kader – dat weet u zelf ook en ik beweer niet dat er geen inspanningen gebeuren – moet een verbetering van de leef- en werkomstandigheden in die Brugse gevangenis zijn, niet alleen voor degenen die er zogezegd wonen, de gevangenen, maar zeker ook voor degenen die er werken. Die agressie ten aanzien van cipiers, die zo’n moeilijke taak op zich nemen, is immers onaanvaardbaar. Dat mag echt niet meer gebeuren. Mensen voelen zich niet meer veilig op de werkplaats, en dat kan niet de bedoeling zijn. Het feit dat men naar de pers loopt en zich richt tot parlementsleden met de vraag om bij u nog eens de urgentie aan te kaarten om personeelsleden te beschermen tegen agressie van gevangenen, zegt alles.

Ik reken erop dat u een tand bij zult zetten om de mensen zich veilig te laten voelen in de Brugse gevangenis.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, u zegt dat de feiten niet zijn geminimaliseerd, maar dat komt niet overeen met het gevoel dat de cipiers op dat ogenblik hadden. U zegt ook dat er een procedure bestaat om de ernst in te schatten. In dat zeer specifieke geval moesten vier cipiers naar het ziekenhuis worden overgebracht, van wie er drie tot op heden nog steeds arbeidsongeschikt zijn. Dat is dus zonder enige twijfel een heel ernstig incident. Agressie tegen het personeel is inderdaad niet nieuw. Er zijn echter dringend maatregelen nodig. Ik besef dat agressiegevallen niet volledig kunnen worden uitgesloten, want dat kan in de gewone samenleving ook niet, maar er moet minstens een poging worden ondernomen om agressiegevallen te verminderen. Ik heb u geen antwoord horen geven op mijn voorstel om de vervroegde invrijheidsstelling onmogelijk te maken voor wie zich schuldig heeft gemaakt aan agressie, van welke aard dan ook en ongeacht de ernst, tegen cipiers en gevangenispersoneel. Er moeten veel strengere maatregelen komen. Ik heb ook geen antwoord gekregen op de vraag welk gevolg is gegeven ten aanzien van de agressieve gedetineerde. Ik hoop en neem aan dat in elk geval een klacht is ingediend. Ik ga ervan uit dat het parket daaraan gevolg zal geven en dat die man zeer zwaar zal worden aangepakt, want die feiten zijn absoluut onaanvaardbaar. Cipiers verdienen respect. Dat hebben wij in de commissie voor Justitie al herhaaldelijk gesteld. Naar aanleiding van de beleidsnota zullen we daar nog op terugkomen, maar ik denk dat u ook prioritair werk moet maken van de verbetering van hun statuut in meest ruime betekenis van het woord.

De Amerikaanse aanval op Venezuela
De dreigende taal van de VS richting Groenland
De eerbiediging van de soevereiniteit van Groenland
De houding van België over de Amerikaanse inval in Venezuela
De situatie in Venezuela en de veiligheid van de Belgische onderdanen
De situatie in Venezuela en de verschillende machtsclaims
De arrestatie van president Maduro
De Europese positie m.b.t. Groenland
De stavaza na de diplomatieke gesprekken in de VS en het onderhoud met Secretary of State Rubio
De ontvoering van de Venezolaanse president door de Verenigde Staten
De diplomatieke gevolgen en de Europese coördinatie in het licht van de trans-Atlantische spanningen
De politieke situatie omtrent Groenland
De spanningen in Venezuela
Groenland en de Amerikaanse uitspraken
Groenland
Venezuela
De dreigende taal van Trump richting Groenland
De agressie van de VS tegen Venezuela
Het onderhoud met minister Marco Rubio
De onduidelijke positie van België ten opzichte van de VS-inval in Venezuela
De Amerikaanse dreigementen over Groenland
Internationale spanningen rond Venezuela en Groenland: diplomatie, soevereiniteit en machtsconflicten

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 14 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de schendingen van het internationaal recht door de VS (annexatieplannen voor Groenland en de ontvoering van Maduro in Venezuela) en Europa’s zwakke, versnipperde reactie. België/minister Prévot veroordeelt de VS-acties in principe (VN-Handvest als "boussole"), maar weigert een expliciete veroordeling en benadrukt diplomatieke "dialoog" met Washington, ondanks kritiek op Trumps "recht van de sterkste"-benadering. Kritiekpunten: Europa’s gebrek aan strategische autonomie (militair, energiek, technologisch) en eendracht (blokkades door Hongarije, verdeeldheid over sancties) ondermijnen zijn geloofwaardigheid. Prévot pleit voor een sterker Europa met eigen defensie- en industriële capaciteit, maar relativeert dit door de economische afhankelijkheid van de VS (115.000 Belgische jobs, €65 mjd handel). Oppositie (o.a. Lambrecht, Boukili, Almaci) bekritiseert scherp: - Selectieve toepassing internationaal recht: VS-acties (Groenland, Venezuela) worden getolereerd, terwijl gelijksoortige daden door Rusland/China wel worden veroordeeld ("twee maten"). - Europa’s zwakte: Gebrek aan snelle, uniforme sancties (vs. VS/Rusland) en afhankelijkheid van de VS maken het tot een "papieren tijger". - Trumps motieven: Ontvoering Maduro draait om olie (Trump noemde "pétrole" 20x), Groenland om strategische grondstoffen—geen "democratische bevrijding". - Veroordeling ontbreekt: Prévot herhaalt VN-regels maar vermijdt woorden als "condamnation" (Mutyebele: "U zegt ‘gangster’ over Maduro, maar zwijgt over Trumps kidnapping"). Concrete spanningen: - Groenland: Denemarken versterkt militaire aanwezigheid; VS dreigt met geweld maar ontkent "annexatieplannen" (Prévot: "Neem Trump serieus, niet letterlijk"). - Venezuela: EU zoekt dialoog met de facto regime (Rodríguez) en oppositie (González), maar blokkeert op erkenning legitieme leiding. Humanitaire crisis (7,9 mln noodhulp) en olie-exploitatie door VS blijven onopgelost. - NAVO-crisis: Sommigen (De Smet) waarschuwen: "VS-overname Groenland = einde NAVO"—Prévot ontwijkt dit scenario. Oplossingsrichtingen (maar weinig concrete stappen): - Europese "autonomie": Versneld investeren in defensie (vs. VS-afhankelijkheid), energietransitie, en technologische soevereiniteit (AI, 4% EU-aandeel). - "Coalitie van willigen": Voorstanders (Di Nunzio) pleiten voor snelheidsverschillen in EU-beleid om blokkades (Hongarije) te omzeilen. - Economische druk: VS als handelspartner (€65 mjd) beperkt EU-ruimte, maar sancties tegen VS worden niet overwogen. Kern: Europa faalt in krachtig optreden door interne verdeeldheid en VS-afhankelijkheid, terwijl Prévot diplomatie boven conflict stelt—wat critici zien als appeasement. Normatieve tweespalt: VS-handelen is onwettig, maar pragmatisme wint het van principes.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, de recente acties en verklaringen van de Verenigde Staten werpen een schaduw over de internationale regels.

Enerzijds is er de situatie rond Groenland, dat door het Witte Huis formeel als een nationale veiligheidsprioriteit wordt beschouwd. De Amerikaanse regering stelt dat Groenland eigenlijk een deel van de Verenigde Staten moet worden. Een ambitie die kracht wordt bijgezet door te dreigen met – indien nodig – het gebruik van geweld. Hoewel de Deense premier benadrukt dat Groenland aan de Groenlanders behoort, blijft de druk vanuit Washington zeer groot.

Anderzijds zijn we getuige geweest van een escalatie in Venezuela, waar de Verenigde Staten een illegale aanval hebben uitgevoerd en president Maduro en zijn vrouw hebben ontvoerd. Laat ons wel wezen, een dictator minder, waar ook ter wereld, is goed nieuws, maar internationale regels moeten wel worden gerespecteerd. Ook hier was er een schending van het internationaal recht.

Deze acties dreigen een zeer gevaarlijk precedent te scheppen voor andere grootmachten, die dan kunnen denken dat zij op dezelfde manier kunnen handelen, zoals China en Rusland in Oekraïne.

Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen.

Ten eerste, bent u van mening dat Europa over een degelijke strategie beschikt om weerstand te bieden aan de Amerikaanse druk op Groenland en aan schendingen van het internationaal recht in Latijns-Amerika?

Ten tweede, wat doet België concreet om bij te dragen aan de ontwikkeling van een Europese strategie, en echt rode lijnen te trekken en ons te distantiëren van dergelijke eenzijdige acties?

Ten derde, hoe schat u de huidige reacties van uw Europese collega’s in? Zijn die naar uw mening krachtig genoeg om de Europese autonomie te waarborgen?

Ten vierde, wat is het standpunt van België over het voorstel van generaal Brieger om een symbolische Europese militaire aanwezigheid in Groenland te gaan vestigen?

Ten vijfde, hoe kijkt u aan tegen de rechtsgang die Maduro en zijn vrouw in de Verenigde Staten te wachten staat? Denkt u dat het proces eerlijk zal verlopen?

Ten zesde, wat zijn de concrete contouren van ons buitenlands beleid tegen straffeloosheid en hoe past u dat toe op de huidige Amerikaanse acties?

Ten zevende, wat zal Europa doen om de vreedzame oppositie in Venezuela te steunen en een terugkeer naar vrije en eerlijke verkiezingen mogelijk te maken?

De voorzitster : De heer De Smet is niet aanwezig. De heer Lacroix evenmin. Het woord is aan de heer Di Nunzio. U hebt vier minuten.

Sandro Di Nunzio:

Dank u wel, voorzitster. Ook mijn beste wensen voor u, mijnheer de minister, en voor alle collega’s hier, nu we elkaar voor het eerst zien.

Nicolas Maduro heeft de verkiezingen verloren in 2004 en is sindsdien toch aan de macht gebleven als dictator. Het lijdt geen enkele twijfel dat hij zich moet verantwoorden voor zijn misdaden. Ik denk dat we het daar allemaal over eens zijn.

Vrede en gerechtigheid binnen Venezuela en voor de Venezolanen kan je echter niet afdwingen met militaire macht. De Amerikaanse militaire coup, die dat effectief heeft beoogd, ondergraaft het internationaal recht en de wereldorde. Door de acties die zijn ondernomen, heeft men daar een ernstige schok aan gegeven.

Laat mij zeer duidelijk zijn. Ondanks de euforie die hier en daar leeft binnen het Venezolaanse volk, betekent mijn kritiek niet dat ik zou vinden dat dat volk geen recht heeft op democratie, maar het heeft ook het recht om geen buitenlandse inmenging te ondergaan en om niet onderworpen te zijn aan machtspolitiek.

Nog verontrustender was nadien de aankondiging van president Trump dat Amerikaanse oliebedrijven Venezuela zullen exploiteren, terwijl het olie-embargo gewoon blijft gelden. Even verontrustend zijn de druk en dreigementen jegens Colombia en andere landen. Trump spreekt zich ook uit over Mexico. Het zijn woorden en daden van een Amerikaanse president waar we bijna niet meer van opkijken. Het feit dat dit ons niet meer verrast, moet ons zeer ongerust maken, want we zijn in een wereld verzeild waarin geen sprake meer is van een multilaterale orde, maar van het recht van de sterkste. Ik pleit ervoor dat verandering in Venezuela van binnenuit moet komen, niet door extern ingrijpen.

Ik zie dat mijn tijd verder loopt, dus ga ik meteen over naar Groenland. Ik heb de subvraag ook overgemaakt. In verband met Groenland hebt u in de plenaire zitting van 8 januari gezegd dat u de veiligheidsbekommernissen van de Verenigde Staten kunt begrijpen en dat achter sommige uitspraken legitieme bezorgdheden schuilgaan. Tegelijk hebt u terecht gesteld dat het onaanvaardbaar is om de territorialiteit van een bevriend land en een NAVO-bondgenoot in vraag te stellen. Groenland is NAVO-gebied en de Verenigde Staten hebben akkoorden met Denemarken die hen nu al toelaten om militaire bases te gebruiken en er militairen te stationeren. Het zijn echter de Verenigde Staten zelf die in het verleden hebben beslist om hun militaire aanwezigheid daar af te bouwen.

Als de VS het recht hebben om daar militair aanwezig te zijn en men die aanwezigheid destijds zelf heeft afgebouwd, waarom stelt u dan dat u de bekommernissen van de Amerikanen begrijpt en legitiem vindt? Binnen de bestaande akkoorden, vooral binnen het NAVO-bondgenootschap, kunnen de VS immers afspreken wat noodzakelijk is om in de eigen veiligheid te voorzien, als men dat als een probleem beschouwt. Waarom vindt u die bekommernissen legitiem, terwijl men binnen het huidige bondgenootschap eigenlijk al over voldoende middelen beschikt om daarmee aan de slag te gaan?

Ellen Samyn:

Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, de situatie in Venezuela is de voorbije weken sterk geëvolueerd en roept belangrijke vragen op inzake politieke legitimiteit, veiligheid, internationale rechtsorde en consulaire bescherming. Na een Amerikaanse militaire operatie werd president Maduro uit het land weggehaald. De Verenigde Staten geven aan tijdelijk bestuurlijke verantwoordelijkheid op te nemen in afwachting van een zogenaamd correcte en veilige machtsoverdracht.

Tegelijk heeft het Venezolaanse Hooggerechtshof Delcy Rodriguez presidentiële bevoegdheden toegekend, terwijl de oppositie stelt dat Edmundo Gonzalez de rechtmatige winnaar is van de presidentsverkiezingen van 2024 en diens onmiddellijke aanstelling vraagt. Daarnaast verklaart het Venezolaanse regime dat honderden politieke gevangenen zouden zijn vrijgelaten, terwijl mensenrechtenorganisaties aangeven dat het aantal bevestigde vrijlatingen voorlopig aanzienlijk lager ligt en dat alle transparantie ontbreekt.

In dezelfde context gaf Venezuela te kennen opnieuw werk te willen maken van een dialoog met de Europese Unie.

Mijnheer de minister, hoe schat België vandaag de situatie in Venezuela concreet in? Is er overleg geweest met uw Europese collega-ministers en bestaat er al een gezamenlijke Europese lijn, zeker nu Caracas opnieuw toenadering zoekt tot de Europese Unie?

U had sinds de Amerikaanse operatie contacten met de Verenigde Staten. Welke garanties werden er gegeven over de aard, de duur en de grenzen van het Amerikaanse optreden?

Dan heb ik een aantal vragen over de Belgen ter plaatse. Hoeveel Belgische onderdanen bevinden zich volgens de recentste cijfers nog in Venezuela? Hoe wordt hun veiligheid vandaag gegarandeerd? Bestaat er een concreet evacuatieplan, eventueel samen met andere EU-landen? Is dat plan al voorbereid of geactiveerd?

Dan kom ik bij de consulaire bijstand. Aangezien België zijn ambassadewerking vanuit Bogota organiseert, wordt er actief samengewerkt met andere EU-ambassades voor gezamenlijke consulaire hulp?

Dan heb ik ook een aantal vragen over de machtsvraag. Hoe positioneert dit land zich tegenover de verschillende machtsaanspraken? Wordt Gonzalez door België beschouwd als de legitieme winnaar van de verkiezingen van 2024? Zal België Rodriguez erkennen als het momenteel de facto gezag en zo ja, op basis van welke criteria? Met wie hebben onze diplomatieke en consulaire diensten vandaag concreet contact? Is dat met de structuren van Rodriguez, met de oppositie of met de tijdelijke Amerikaanse administratie?

Dan heb ik vragen met betrekking tot sancties. Overweegt België gerichte sancties tegen personen die een democratische overgang blokkeren of mensenrechten blijven schenden?

Ten slotte, hoe kijkt u in het algemeen aan tegen een overgangsbestuur, in afwachting van nieuwe verkiezingen? Onder welke voorwaarden acht u zo’n scenario aanvaardbaar binnen het internationaal recht en het zelfbeschikkingsrecht van het Venezolaanse volk?

Bijkomend, heeft België zicht op de impact op Belgische bedrijven en contracten in Venezuela, bijvoorbeeld in energie, logistiek of dienstverlening? Worden die bedrijven actief begeleid?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, Groenland, NAVO-bondgenoot, deel van een lidstaat van de Europese Unie, een autonoom gebied binnen het koninkrijk Denemarken, met een kleine bevolking en een strategische ligging, wordt nu toch wel heel sterk onder vuur genomen, spreekwoordelijk dan. Het zijn vrij bange tijden voor de bevolking daar, want ze staan zowaar te koop. Het is bijzonder dat een bondgenoot een deel van een land en een bevolking zegt te willen kopen.

Er zijn scherpe discussies over soevereiniteit, over de arctische gebieden, over de samenwerking tussen Europa en de Noord-Amerikaanse partners en over hoe wij daarmee moeten omgaan.

Mijnheer de minister, ik had graag van u vernomen hoe u deze ontwikkelingen beoordeelt. Hoe ziet u dit in het kader van de soevereiniteit van de Groenlanders en van onze trans-Atlantische samenwerking?

Dit is een pijnlijke situatie, waarbij wij het ook over de veiligheid van de Europese Unie moeten hebben. Ik hoorde vanochtend nog een uitspraak van de Amerikaanse president over annexatie: "Het kan in onze visie niet anders dat er een annexatie plaatsvindt". Dat zijn toch uitspraken waarover wij moeten nadenken en waarop wij een antwoord moeten geven. Dat is ook wat Europa zegt.

Ik heb gisteren Teresa Ribeira gehoord, die een heel duidelijk signaal van de Europese Unie vraagt. Ik had graag van u vernomen hoe u daar tegenaan kijkt. Hoe zult u hiermee omgaan? Hoeveel onderdanen van ons land zijn er trouwens in Groenland aanwezig? Zijn daar Belgen aanwezig of niet? Staat u achter de uitspraak dat, wanneer een NAVO-lidstaat wordt aangevallen, wij allemaal mee in het bad moeten gaan?

Een tweede deel van het actualiteitsdebat gaat over Venezuela.

Het feit dat president Maduro in gevangenschap is gebracht en dat er hoop is voor de vele Venezolanen die het land hebben verlaten omwille van dit toch wel zeer bijzondere regime, is niet evenredig met het feit dat het internationaal recht hier echt wel geschonden is.

Mijnheer de minister, hoe interpreteert u het internationaalrechtelijke kader in dezen? Hoe gaat u daarmee om? Hebt u al contact met de Belgische ambassadeur opgenomen, die op dit moment in Bogota is? Worden er bijkomende consulaire of veiligheidsmaatregelen genomen voor de mensen van ons land die in Venezuela aanwezig zijn?

De stabiliteit van de hele regio is uiteraard heel belangrijk. Colombia is een buurland. Er zijn gesprekken geweest tussen de Amerikaanse president en president Petro, maar hoe schat u de politieke situatie en de veiligheidssituatie in Venezuela in?

Belangrijk ook, hoe is de relatie vandaag met de verkozen oppositieleiders, met de heer Gonzalez, met mevrouw Maria Corina Machado? Zijn er contacten vanuit ons land met de oppositie, zoals die ook in het Witte Huis zullen plaatsvinden, zoals we lezen in de pers? Zult u ter zake stappen ondernemen?

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, la nouvelle année s'est ouverte par une intervention impérialiste qu'on a cru, à tort, ne plus être de notre temps. C'est celle de l'Amérique qui a enlevé sans base légale, sans mandat, le président d'un État souverain, à savoir le Venezuela. Ce monsieur a été enlevé avec sa femme.

Cette opération s'est faite sur la base d'accusations d'un réseau de narcotrafic géré par le président Maduro, à contre-courant de l'avis de tous les spécialistes. Outre la nature franchement grossière de telles accusations, l'illégalité d'un acte assimilable à une déclaration de guerre ne peut être accueillie avec une telle passivité. Croire que cette opération s'est faite dans l'optique de soulager la population du Venezuela – qui est victime de la politique autoritaire et violente de son président – serait faire preuve d'un optimisme naïf. Le président Trump n'a pas tenté de cacher ses réelles motivations car, pendant la conférence de presse, il a prononcé au moins vingt fois le mot "pétrole". Il veut contrôler les larges ressources pétrolières de cet État.

Monsieur le ministre, la Colombie a déjà été menacée de subir le même sort. Le Groenland aussi, et les autres grandes puissances n'en demandaient pas tant. Si la loi du plus fort est de retour, les plus faibles n'ont qu'à bien se tenir. Tel est le message qu'on nous fait passer.

Condamnez-vous les É tats-Unis et leur président pour l'enlèvement illégal et sans mandat du président Maduro? Qu'avez-vous dit à vos interlocuteurs américains sur le sujet?

Comment justifiez-vous votre politique basée sur le droit international quand une violation de ce même droit est accueillie – non pas par votre silence – mais par une absence de condamnation ferme et claire, selon moi, des États-Unis? Pensez-vous que cette action et la faiblesse de nos réactions pourront mener à de pareilles opérations de la part d'autres États ou des États-Unis eux-mêmes, comme au Groenland, en Colombie, à Taïwan ou ailleurs?

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, lors du débat en plénière la semaine dernière, vous avez rappelé que la Belgique fonde sa sécurité et sa prospérité sur le respect d'un ordre international fondé sur des règles et que ce principe n'est pas optionnel. Vous avez souligné que, quelles que soient les appréciations portées sur certains régimes, les méthodes employées ne peuvent être cautionnées lorsqu'elles violent le droit international, la souveraineté des États ou l'intégrité territoriale.

Vous avez également souligné que la relation transatlantique reste stratégique, mais qu'elle doit s'inscrire dans un dialogue exigeant, respectueux du multilatéralisme, de la souveraineté des États et de l'intégrité territoriale. Ces dernières semaines, l'actualité internationale a toutefois mis en lumière une multiplication de prises de position et d'initiatives unilatérales de la part des États-Unis, tant en matière de sécurité que de politique étrangère, suscitant bien entendu des interrogations croissantes quant à la solidité et la prévisibilité du cadre transatlantique. Dans ce contexte, la nécessité d'une parole européenne plus cohérente et d'une capacité d'action autonome apparaît de plus en plus pressante.

Dans le prolongement de ce débat, j'aimerais vous poser les questions suivantes. Tout d'abord, la Belgique entend-elle prendre des initiatives concrètes afin d'inscrire explicitement la question du respect de la souveraineté et de l'intégrité territoriale à l'agenda des instances européennes face à ces remises en cause actuelles de l'ordre juridique international? Ensuite, quels instruments diplomatiques et politiques concrets la Belgique et l'Union européenne pourraient-elles privilégier pour renforcer un dialogue transatlantique à la fois franc et exigeant, en particulier en cas de nouvelles initiatives unilatérales susceptibles de fragiliser encore le cadre multilatéral et le droit international?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, vanuit Washington blijven er weinig geruststellende signalen over Groenland komen. Tijdens de plenaire vergadering zei u duidelijk dat de territoriale integriteit en soevereiniteit van Groenland en Denemarken moeten worden gerespecteerd. Dat stond ook in het statement van 6 januari van verschillende Europese leiders. Afgelopen weekend zei president Trump echter opnieuw dat de VS Groenland in hun bezit moeten krijgen, desnoods op een moeilijke manier.

Dat vraagt een gecoördineerd antwoord van de Europese Unie. Sommige analisten pleiten er alvast voor om een Europees sanctiepakket voor te bereiden. In de NAVO pleiten verschillende lidstaten dan weer voor een gezamenlijke missie op Groenland, zodat de strategische positie kan worden gewaarborgd zonder escalatie tussen de NAVO-bondgenoten. Onze minister van Defensie sloot zich daarbij aan en secretaris-generaal Rutte verklaarde dat stappen zich opdringen. De vraag is wat er zal gebeuren.

De premier van Groenland gaf gisteren aan dat het Denemarken verkiest boven de VS en Denemarken heeft ondertussen aangekondigd militaire troepen naar Groenland te zullen sturen. In het Witte Huis vindt er vandaag een ontmoeting plaats tussen de ministers van Buitenland van Denemarken, Groenland en de VS en ook vicepresident Vance zou zich daarbij aansluiten.

Op welke manier is ons land betrokken bij de gesprekken over een gezamenlijk Europees antwoord? In welke richting gaan de Amerikaanse dreigementen ten opzichte van Groenland? Welke maatregelen liggen er concreet op tafel?

Wat Venezuela betreft, voorlopig is er geen sprake van een regimewissel. Met uitzondering van Maduro en zijn echtgenote zitten alle oudgedienden nog in het zadel. De nieuwe autoriteiten lieten intussen wel al enkele politieke gevangenen vrij, naar eigen zeggen als teken van vrede. Verschillende leden van de oppositie roepen op tot nieuwe verkiezingen en president Trump lijkt vooral te focussen op het controleren van de Venezolaanse olie. Wij hadden ook niets anders verwacht.

Een grote groep EU-lidstaten verklaarde in een statement van 4 januari in contact te staan met de VS om een dialoog tussen alle partijen te faciliteren, met het oog op een onderhandelde, democratische, inclusieve en vreedzame oplossing voor de crisis. Die dialoog zou worden geleid door de Venezolanen, wat heel belangrijk is. De Venezolaanse autoriteiten hebben intussen aangekondigd klaar te zijn voor een nieuwe agenda met de Europese Unie en om te evolueren naar een fase van productieve betrekkingen.

Vandaag vraagt de humanitaire situatie in Venezuela om bijkomende aandacht. Volgens OCHA, waarover ik het daarnet al had, hebben op dit moment 7,9 miljoen Venezolanen dringend nood aan bijstand. Welk standpunt neemt ons land concreet in met betrekking tot de toekomst van Venezuela? U zei in de plenaire vergadering duidelijk dat het internationaal recht voorop staat, wat heel belangrijk is.

Hoe beoordeelt ons land de legitimiteit van de nieuwe machthebbers in Venezuela? Kunt u een update geven over de contacten tussen de Europese Unie en Venezuela en tussen de Europese Unie en de VS over Venezuela? Is de EU vandaag op enige wijze betrokken? Hoe zullen wij de humanitaire noden lenigen?

Nabil Boukili:

S'agissant du Venezuela, nous avons vu que les É tats-Unis ont agi comme des bandits. En l'occurrence, l'impérialisme américain ne se cache plus, et même s'assume. Nous avons assisté à l'enlèvement du président d'un É tat souverain en plein jour, en violation de tout principe du droit international. Les É tats-Unis ne se cachent pas. M. Trump est honnête en disant que cette agression contre le Venezuela n'est pas motivée par la lutte contre le narcotrafic – les rapports des Nations Unies minimisent, du reste, la participation de ce pays à cette activité –, puisqu'il indique clairement qu'il vise le pétrole et qu'il cherche à défendre les intérêts stratégiques américains. Toutefois, il le fait en violant le droit international. La Charte des Nations Unies interdit la menace ou l'emploi de la force contre l'intégrité territoriale d'un É tat membre. Point! Il n'y a pas de "mais" qui justifierait cette violation du droit international, même par les grandes puissances.

Jusqu'à présent, votre réponse a manqué de logique, monsieur le ministre, puisque vous dites que le principe du droit international est "notre boussole comme Belgique", mais vous n'avez pas condamné l'initiative américaine. Dès lors, condamnez-vous l'agression américaine contre le Venezuela? Celle-ci ne tombe pas du ciel. Elle s'inscrit dans une stratégie américaine que le président Trump a clairement exprimée dans son plan de sécurité national. De plus, ce dernier a menacé d'attaquer d'autres É tats: la Colombie, le Mexique, Cuba, ainsi que le Groenland. Peut-être apprendrons-nous dans les semaines à venir que la reine du Danemark est également une "trafiquante", une "criminelle" ou qu'elle est "responsable de telle ou telle violation" afin que soit justifiée une invasion ou une agression contre le Groenland.

Nous savons très bien que ces actions servent l'intérêt d'un impérialisme américain de plus en plus agressif parce qu'il se retrouve dans une situation internationale telle que les É tats-Unis sont en perte de vitesse, puisque leur hégémonie recule à l'échelle mondiale, notamment face à des concurrents du Sud global et à ceux du BRICS. Ils ne parviennent plus à maintenir la domination qu'ils imposaient auparavant par la menace ou par la négociation dans des coulisses obscures et recourent désormais à la force pour se maintenir comme puissance dominante.

Au vu de cette stratégie, où se situe l'Union européenne? Que fait-elle? Que fait la Belgique? Allons-nous rester spectateurs de ces violations commises par l'impérialisme américain? Ou bien allons-nous agir conformément aux valeurs que nous sommes censés défendre? Le problème de la Belgique et de l'Union européenne est qu'elles ne sont plus crédibles sur la scène internationale. Comment pouvons-nous prétendre que nous défendons les valeurs, le droit international, le respect des souverainetés étatiques alors que nous n'adoptons aucune position claire de condamnation de la politique agressive américaine?

Monsieur le ministre, je réitère donc mes questions.

Condamnez-vous l'agression contre le Venezuela ainsi que l'enlèvement de son président, chef d'un É tat souverain?

Condamnez-vous les menaces américaines contre le Groenland et d'autres É tats, notamment Cuba et la Colombie? Allez-vous agir conformément aux valeurs que vous êtes censé défendre comme ministre belge des Affaires étrangères?

François De Smet:

Des déclarations récentes émanant de responsables politiques américains, faisant suite à l’offensive à l’égard du Venezuela, évoquent de manière insistante la possibilité d’un contrôle accru, voire d’une mainmise des États-Unis sur le Groenland, territoire autonome relevant du Royaume du Danemark.

Le Groenland constitue non seulement une partie intégrante du Royaume danois, État membre de l’Union européenne, mais également un territoire situé au cœur de l’aire euro-atlantique, dont la sécurité relève des équilibres stratégiques existants, notamment dans le cadre de l’OTAN.

Dans ce contexte, voici mes questions :

Le Gouvernement belge a-t-il pris connaissance officielle de ces déclarations américaines et quelle en est son analyse politique, diplomatique et stratégique ?

La Belgique a-t-elle échangé avec les autorités danoises, bilatéralement ou dans un cadre multilatéral (Union européenne, OTAN), afin d’évaluer les implications de telles déclarations pour la souveraineté danoise et la sécurité européenne ?

Le Gouvernement considère-t-il qu’une tentative de prise de contrôle unilatérale du Groenland par un État allié constituerait une situation susceptible de justifier des consultations au titre de l’article 4 du Traité de l’Atlantique Nord, qui prévoit une concertation lorsque l’intégrité territoriale, l’indépendance politique ou la sécurité d’un allié est menacée ?

Quelle serait, dans un tel scénario, la position que la Belgique défendrait au sein du Conseil de l’Atlantique Nord et des instances européennes compétentes ?

Plus largement, le Gouvernement estime-t-il nécessaire de renforcer une position européenne commune face à des déclarations ou initiatives susceptibles de remettre en cause la souveraineté territoriale d’États membres de l’Union européenne, y compris lorsqu’elles émanent d’alliés stratégiques ?

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, recent verklaarde Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio dat president Trump Groenland niet wil aanvallen, maar kopen. Die uitspraak heeft internationaal voor onrust gezorgd, aangezien Groenland een autonoom deel is van het koninkrijk Denemarken en dus ook Europees grondgebied is. Tegelijk had u recent een ontmoeting met minister Rubio die door u werd omschreven als een belangrijk moment in de Belgisch-Amerikaanse relaties.

Niet alleen in dat dossier, maar ook in de kwesties migratie, islam, multiculturalisme en nationale identiteit staat minister Rubio bekend om zijn uitgesproken standpunten, die scherp afwijken van uw visie daarover. We stellen vast dat hij expliciet de nationale veiligheidsstrategie van president Trump onderschrijft, radicaal islamisme als een imminente dreiging voor het Westen ziet en massamigratie zelfs disruptief noemt voor onze gedeelde waarden en normen. Ik vond het bijgevolg bijzonder dat u met hem samen bent gekomen. We hebben vandaag dan ook een aantal vragen over die ontmoeting.

Hoe beoordeelt u vanuit Belgisch en Europees standpunt de uitspraken van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken over het kopen van Groenland? Welke implicaties ziet u voor het respect voor territoriale soevereiniteit, iets wat het Vlaams Belang zeer belangrijk vindt?

Hebt u tijdens het onderhoud ook uw visie op migratie, het samenlevingsmodel en culturele cohesie duidelijk kenbaar gemaakt aan minister Rubio? Hoe verhoudt die visie zich tot zijn standpunten?

Hebt u naast het gesprek met minister Rubio ook al contact gehad met de Amerikaanse ambassadeur hier in België, de heer Bill White? Zo ja, wat waren de relevante conclusies van dat gesprek?

Ik dank u alvast voor uw antwoorden.

Meyrem Almaci:

Mijnheer de minister, daarnet zijn er beste wensen geuit, maar uw eerste twee weken van januari zijn door president Trump in ieder geval niet heel erg warm ingezet.

Het jaar kondigt zich op geopolitiek vlak in ieder geval niet stabieler aan dan 2025. Het is eerder een verderzetting van het principe van het recht van de sterkste, tegenwoordig ook aangevuld met een concept als my own morality , zoals de president van de Verenigde Staten zei, de man die is veroordeeld voor verschillende feiten in eigen land. Dat is niet echt geruststellend. Ik moet zeggen, ik ben ook steeds minder en minder gerustgesteld door het feit dat vanuit heel wat internationale westerse landen de reacties op deze president, die zijn eigen moraliteit vooruit schuift, toch op zijn minst dubieus of verschillend zijn.

Vorige week hebben we effectief het debat gevoerd in de plenaire vergadering. Ik ben het met u eens dat het chavisme een verschrikkelijk systeem was, waarbij Venezolanen werden vermoord, buitenspel gezet en verkiezingsuitslagen werden genegeerd. Maar zelfs het chavisme staat niet boven het internationaal recht. Dat betekent niet dat u zomaar als land een ander land kunt binnenvallen, bombardementen kunt uitvoeren op onschuldige burgers en een staatshoofd kunt ontvoeren, zelfs al zit het daar illegitiem. Er zit er bijvoorbeeld ook eentje in Noord-Korea waar ik me zorgen over maak. Er zit er eentje in Israël waar dan blijkbaar wel koffie mee kan worden gedronken in het Witte Huis. Er zitten er op heel veel plaatsen in deze wereld. De vraag is natuurlijk waar het begint en waar het eindigt. Dit hellend vlak is bijzonder problematisch.

We hebben gezien waar het naartoe leidt toen het over Groenland begon te gaan. Dan rijst de vraag hoe wij ons opstellen tegenover deze schending van het internationaal recht. Ik heb u vorige week in de plenaire vergadering gehoord. U was zeer voorzichtig over het feit dat het recht in dit geval niet gerespecteerd is, maar er kwam geen veroordeling.

Daarom stel ik de vraag: zal deze federale regering wat er gebeurd is in Venezuela uitdrukkelijk veroordelen als flagrante schending van dat internationaal recht? Als we niet aan een zeel trekken en zeggen dat het internationaal recht het ijkpunt is op basis waarvan we met elkaar omgaan, dan wordt dat hellend vlak alleen maar groter, bijvoorbeeld vanuit China richting Taiwan of vanuit Rusland richting de Baltische Staten.

Mijn vraag is hoe u die streep zult trekken. Zult u daar duidelijk in zijn? Zult u maatregelen nemen, samen met de Europese Unie? Zo zijn er al de uitspraken van president Macron over Groenland. Zullen er maatregelen worden genomen om in eerste instantie te garanderen dat de Venezolanen worden geholpen op humanitair vlak, en zullen ze het recht hebben om zelf te kunnen beschikken over hun oliereserves en te bepalen hoe die worden uitgebaat?

Hoe gaat u om met de nieuwe realiteit rond Groenland, waarvan u zegt dat het misschien soms abrupt overkomt, maar waarachter legitieme bekommernissen zitten? Is dit dan de manier waarop we met legitieme bekommernissen zullen omgaan?

Hoe staat u tegenover die verschillende Europese pistes die momenteel op tafel liggen? Wat zijn de afspraken die gemaakt zijn, ook met de minister van Defensie, over de diplomatieke contacten met de ambassadeurs? Heeft minister Francken die voor zijn rekening genomen omdat u toen in het buitenland was? Was dat eenmalig? Is dat de bedoeling op langere termijn? Hebt u bijvoorbeeld ook contact buiten de Europese Unie gehad om te zien wat de steun is voor de Groenlandse zaak?

Wat is onze definitieve positionering daar eigenlijk, zeker als ik zie wat Spanje doet, wat Frankrijk doet, wat men vanuit verschillende hoeken in Europa doet. Wat is uw positie ten gronde?

Al die ontwikkelingen van een president die het recht van de sterkste en zijn eigen morele uitgangspunten als basis neemt in plaats van het internationaal recht, wat betekent dat voor onze verhouding met de VS, bijvoorbeeld op het vlak van Belgische legeraankopen?

De voorzitster : Bedankt, mevrouw Almaci.

Dat was de laatste ingediende vraag. Wensen er nog andere collega’s tussen te komen in het kader van dit actuadebat? (Nee)

Dan is het woord aan de minister.

Maxime Prévot:

Bedankt, mevrouw de voorzitster.

Allereerst maak ik graag mijn beste wensen over aan iedereen. Gelukkig Nieuwjaar!

Certains collègues ont réitéré leurs questions. J’imagine qu’ils ne seront donc pas surpris que je puisse à certains égards réitérer aussi mes réponses.

Comme je l’expliquais la semaine dernière en séance plénière, nous vivons une période de pressions sans précédent sur l’ordre international, un ordre international fondé sur des règles. Cela nous rappelle une réalité simple, mais brutale: notre conviction, en tant qu’Européens, que le monde doit fonctionner selon des règles applicables à tous, est loin d’être unanimement partagée.

Het toeval van mijn bezoek aan Washington, onmiddellijk na de Amerikaanse interventie in Venezuela en de verklaringen van president Trump over Groenland, heeft deze realiteit op zeer concrete wijze geïllustreerd.

J’ai eu l’occasion de rencontrer le secrétaire d'État Marco Rubio, le secrétaire d'État adjoint Christopher Landau, le secrétaire au Commerce Howard Lutnick, le représentant spécial pour le Commerce Jamieson Greer, le sous-secrétaire à la Défense chargé de la stratégie Elbridge Colby, ainsi que le conseiller adjoint à la Sécurité nationale Andy Baker.

Avec chacun d’eux, j’ai privilégié le dialogue direct; comme d’ailleurs avec d’autres illustres personnalités de think tanks qui sont très actives sur les relatons transatlantiques.

Les échanges francs que nous avons eus sont infiniment plus utiles, plus éclairants et plus responsables que des joutes par tweets interposés. Le dialogue diplomatique, même empreint de convivialité, n’exclut certainement ni la fermeté, ni la clarté. Il les rend au contraire plus efficaces.

De conclusie is helder, wij delen grotendeels dezelfde bekommernissen en staan voor dezelfde mondiale uitdagingen, zoals de strijd tegen drugshandel, klimaatverandering, migratiestromen, het beheersen van wereldwijde conflicten, terrorisme of radicalisering en het belang van buitenlandse betrekkingen. We hanteren soms wel radicaal verschillende perspectieven bij het formuleren van de antwoorden daarop.

Wat Venezuela betreft, heb ik duidelijk gezegd dat niemand het vertrek van Nicolas Maduro zal betreuren. Hij genoot geen enkele legitimiteit bij België of bij de andere lidstaten van de Europese Unie. Het beleid van zijn regering heeft geleid tot de vlucht van 8 miljoen Venezolanen en het regime heeft zich schuldig gemaakt en blijft zich schuldig maken aan acties die de democratie en de rechtsstaat ondermijnen.

Or comme j’ai déjà pu le préciser, et cela à plusieurs reprises, dire cela ne signifie en rien cautionner les moyens utilisés pour déloger ce dictateur.

Pour un pays comme le nôtre, un pays, au vu de sa taille, dont la sécurité et la prospérité reposent sur l’existence même d’un système de règles protégeant les plus petits des tentations prédatrices des plus grands, le respect de ce système de droit international n’est pas un luxe; c’est une condition d’existence.

Het Handvest van de Verenigde Naties is overal van toepassing. België hanteert geen twee maten en twee gewichten. Leden van de VN-Veiligheidsraad hebben in dat opzicht een bijzondere verantwoordelijkheid.

J’ai fait passer ce message sans la moindre ambiguïté auprès de mes interlocuteurs américains. Il n’y a donc eu ni silence, ni encore moins de complaisance de la part de la Belgique, ni même de l’Europe, qui s’est exprimée par le biais d’une déclaration à 26 – seule la Hongrie manquait – et qui continue de suivre, avec une attention toute particulière, la situation.

Chacun a évidemment son rôle. Des députés peuvent vouloir que nous criions tout le temps, partout, que nous criions peut ‑ ê tre plus fort que les autres, qualifiant de faiblesse ce qui ne fragiliserait pas les tympans de nos interlocuteurs. Mon r ô le est diff é rent. La diplomatie, c’est le contraire de l’excès ou de la caricature.

Je rappelle en outre que la sécurité de nos compatriotes au Venezuela demeure une priorité absolue. Nous dénombrons 212 Belges inscrits au Venezuela, faisant partie de centaines de milliers de citoyens européens présents dans le pays.

À ce stade, aucun Belge, ni résident ni voyageur, n’a sollicité de l’assistance. Nos partenaires européens ne signalent pas de difficultés avec leurs propres ressortissants.

Het huidige reisadvies raadt alle reizen naar Venezuela ten stelligste af. De situatie is ernstig, maar niet chaotisch. We spreken vandaag van een geopolitieke crisis, eerder dan van een consulaire.

De nouvelles opérations américaines ou des tensions internes au Venezuela ne pouvant être exclues à court et moyen terme, nous continuons de suivre la situation de près, notamment via notre ambassade à Bogota, ainsi que par nos services compétents à Bruxelles et au travers de l’Union européenne. Cela sera indubitablement discuté lors de la prochaine réunion du Conseil européen des ministres des Affaires étrangères. Cependant, à ce stade, aucune intervention spécifique sur place ne semble envisagée par les partenaires européens.

Je souligne, enfin, qu’à la suite de l’arrestation de Nicolas Maduro par les autorités américaines, les juridictions vénézuéliennes ont invoqué une situation "d'absence forcée", conduisant la vice ‑ pr é sidente, Mme Delcy Rodr i guez, à assumer l ’ exercice du pouvoir à titre int é rimaire. La Belgique prend acte de cette r é alit é de fait.

La priorité demeure l’ouverture d’un processus vénézuélien crédible et inclusif, permettant rapidement des élections libres, transparentes et placées sous observation internationale.

België en de EU blijven volledig solidair met het Venezolaanse volk in zijn democratische aspiraties en de uitoefening van zijn mensenrechten. Het respecteren van de wil van het Venezolaanse volk blijft de enige weg naar het herstel van de democratie.

Mevrouw Depoorter, persoonlijk heb ik tot nu toe geen specifiek contact gehad met de oppositie.

Over Groenland ben ik ook tegenover mijn Amerikaanse gesprekspartners duidelijk geweest. We begrijpen de veiligheidsbezorgdheden van de Verenigde Staten met betrekking tot de Arctische regio, onder meer de nabijheid van Rusland en de aanzienlijke activiteit van onderzeeërs in het gebied.

Het is echter onaanvaardbaar, on-aan-vaard-baar, de territoriale integriteit van bevriende bondgenoten ter discussie te stellen, terwijl de NAVO en de bestaande veiligheidsakkoorden met Denemarken reeds het passende kader bieden voor een nauwe en doeltreffende samenwerking. De bestaande overeenkomsten stellen het Amerikaanse leger bovendien al in staat om aanwezig te zijn, en die overeenkomsten zijn nog altijd van kracht. Vandaag de dag is er nog maar één actieve Amerikaanse militaire basis ter plaatse. Die teksten kunnen dus de basis vormen voor een nieuwe discussie tussen de Verenigde Staten, Groenland en Denemarken.

Laat mij dit zonder enige ambiguïteit herhalen: Groenland is geen onderhandelbaar territorium, noch een invloedsfeer die opnieuw kan worden verdeeld. Het valt onder een duidelijk juridisch kader, gebaseerd op de soevereiniteit van het Koninkrijk Denemarken en op het recht van het Groenlandse volk op zelfbeschikking.

Que la motivation soit sécuritaire ou économique, peu importe: aucun de ces deux motifs ne peut justifier la moindre atteinte au moindre kilomètre carré de l’intégrité et de la souveraineté des Groenlandais et des Danois.

Des contacts que j’ai pu avoir, il apparaît que la perspective d’une prise du territoire par une quelconque opération armée ne soit pas envisagée, chacun mesurant la déflagration que cela pourrait générer au niveau des relations internationales et singulièrement au sein de l’OTAN. Un interlocuteur que j’ai rencontré à Washington m’a indiqué qu’il était toujours utile de prendre au sérieux ce que le président américain évoque, sans pour autant devoir le prendre au pied de la lettre.

La Belgique s’est donc exprimée de manière ferme, comme l’ont d’ailleurs fait les autorités danoises, l’ensemble des collègues européens ainsi que nos alliés dans le cadre de l’OTAN. J’ai d’ailleurs veillé à maintenir, en parallèle de mes rencontres à Washington, un contact permanent avec mon homologue danois et avec la haute représentante de l’Union européenne – Mme Kaja Kallas –, tandis que mes équipes ont également tenu informée Mme l’ambassadrice du Danemark, ici auprès de la Belgique. Ce dialogue quotidien, très étroit, a été particulièrement apprécié, ayant eu le bénéfice d’être le premier ministre européen des Affaires étrangères reçu en audience à Washington au moment même où ces discussions étaient particulièrement aiguës.

Il ne vous aura pas échappé, chers collègues, qu’une rencontre est prévue aujourd’hui même entre le Danemark, le Groenland et les États ‑ Unis. Nous suivrons évidemment de près les discussions, et surtout leurs conclusions. Nous resterons solidaires de nos amis danois et veillerons à ce que les Européens continuent à s’exprimer de manière ferme, tant au niveau de l’Union européenne qu’au niveau de l’OTAN.

Toch zou het naïef zijn om de evidentie te ontkennen.

Les États-Unis possèdent les moyens d'imposer leur vision du monde, tandis que trop souvent les Européens s'émeuvent depuis le balcon et peinent à décider.

Il s'agit d'ailleurs d'un problème majeur. Je m'en suis encore récemment ouvert auprès d'autorités européennes. Cette incapacité est la nôtre et elle a connu une illustration flagrante l'an dernier à travers le dossier de Gaza, à savoir l'incapacité européenne de prendre des décisions fortes, et surtout des décisions rapides.

Cette difficulté à décider, et plus encore à décider de manière unie sur la scène internationale, contribue – j'ai peine à devoir le reconnaître mais c'est la réalité – à affaiblir la portée de la voix de l'Union européenne. C'est aussi un élément qui peut parfois nous décrédibiliser aux yeux des États-Unis, lassés de nous entendre donner des leçons.

Dit ondermijnt ook onze geloofwaardigheid bij tal van internationale partners, die onze zorgen delen, maar tegenover wie de EU moeite heeft om zich als een geloofwaardig alternatief te profileren.

Ne soyons toutefois pas trop sévères avec l'Europe. Pour de nombreux pays dans le monde, elle reste, nous restons, le partenaire le plus fiable, offrant de la prévisibilité et de la sécurité. Ce constat, que je pense lucide, doit néanmoins nous inciter à retrousser nos manches et à investir plus que jamais dans une Europe forte, résiliente, souveraine et autonome. Une Europe capable d'assumer sa propre sécurité et de défendre ses intérêts. L'ordre international fondé sur des règles n'est pas acquis. Il doit être expliqué, rappelé et défendu avec constance et fermeté, y compris à l'égard de nos partenaires les plus proches.

Il est urgent de nous donner collectivement les moyens d'y parvenir en développant notre autonomie stratégique, ou devrais-je dire nos autonomies stratégiques.

Il s'agit de notre autonomie militaire, trop longtemps sous-traitée aux États-Unis, même si nous devons balayer devant notre porte. Rappelons-nous que, ces dernières décennies, nous avions tendance à considérer qu'il était mal que les pouvoirs publics investissent dans le secteur de la défense, que ce n'était pas une priorité et que les banques devaient même, en vertu de leurs obligations morales, ne pas prêter à certaines industries de la défense. Nous sommes bien loin du monde d'aujourd'hui.

Au-delà de notre autonomie militaire, l'Europe doit également développer son autonomie technologique. Les États-Unis et la Chine donnent aujourd'hui le tempo au niveau mondial et européen. Si l'on prend l'exemple du développement de l'intelligence artificielle, la part de l'Europe s'élève à 4 %.

Notre autonomie énergétique doit aussi être renforcée, elle qui a été trop longtemps concédée à la Russie ou au Moyen-Orient.

Nous devons consolider l'OTAN et, en son sein, un pilier européen fort est indispensable.

Tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat onze relatie met de Verenigde Staten strategisch is en zal blijven. We moeten in dit partnerschap blijven investeren. Dat doen we via open en kritische uitwisselingen, waarbij we onze standpunten met vastberadenheid verdedigen.

Une économie ouverte comme la nôtre, dont 85 % du PIB dépend des échanges internationaux, ne peut se permettre le luxe du repli, ni de tourner le dos à celui qui représente notre quatrième partenaire commercial et le premier investisseur hors Union européenne dans notre pays, source de plus de 115 000 emplois en Belgique et de 65 milliards d'euros d'échanges commerciaux par an.

Notre monde est devenu plus transactionnel, c'est un fait. À nous de concilier davantage diplomatie économique et diplomatie politique, sans travestir notre ADN et la défense inoxydable d'un ordre mondial basé sur des règles et le respect du droit, principal bouclier pour défendre la sécurité et la prospérité de notre population.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, u hebt vorige week tijdens de plenaire vergadering al enige duiding gegeven over Venezuela. Europeanen volgen de regels, maar de VS vegen de voeten daaraan. U veroordeelt dat, maar nog niet luid genoeg. We moeten nog een tandje bijsteken en mogen Trumps demarches niet langer tolereren. We nemen veel van zijn uitspraken en intenties niet au sérieux, maar hij doet wel wat hij zegt. Als hij overmorgen Groenland binnenvalt, zullen we ook zeggen dat we niet hadden verwacht dat hij dat ook werkelijk zou doen.

U verwoordt mooi dat Europa veel sterker moet staan en eenduidiger moet spreken, maar dat discours hanteren we al maanden. Het is tijd voor actie, mijnheer Prévot. Europa mag zich niet langer laten gijzelen door één land, door één lidstaat. Laten we een koe een koe noemen, we moeten onderzoeken of Hongarije eruit gezet kan worden. Het blokkeert ons immers volledig, terwijl wij staan voor een sterke internationale handel en internationale verbanden, altijd met respect voor internationale regels.

Mijnheer de minister, uit uw antwoord concludeer ik dat u in Europa nog veel harder en duidelijker op tafel zult moeten kloppen, dan dat u tot op heden hebt gedaan, en dat u verder het debat moet aangaan. Eén lidstaat mag de rest van Europa niet verhinderen om veel strenger op te treden tegen mensen als Trump, die wel veel, maar niet alles te zeggen hebben. Europa vormt een zeer sterk economisch blok, dat veel meer in de weegschaal kan leggen. Ook op het vlak van defensie en veiligheid moeten we een grote tand bijsteken. Men is daarmee bezig, maar het kan allemaal nog veel sneller. Dan kan Europa de VS zeggen dat Groenland wel degelijk beveiligd is.

François De Smet:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses certes exhaustives.

Je reste toutefois, comme en plénière, un peu sur ma faim, car cela ne répond pas à une question: que ferons-nous si, malgré vos informations et vos intuitions, les États-Unis prennent d'une manière ou d'une autre possession du Groenland? Vous avez dit que d'après vos contacts, une opération armée n'est pas envisageable. Vous vous risquez même à nous dire qu'il ne faut pas toujours prendre Donald Trump au pied de la lettre.

Il me semble que depuis quelques années, cette administration américaine nous montre qu'il faut prendre le président Trump au pied de la lettre. Il n'y a pas, chez cet homme, de surmoi, de filtre. C'est tout le problème: ce qui rend unique cette administration américaine, ce n'est pas son impérialisme. Car, entre nous, que les grandes puissances, en ce compris les États-Unis, aient des visées impérialistes, faisant tomber des régimes en Amérique du Sud ou ailleurs, c'est presque commun. Par contre, ce qui est nouveau, c'est la franchise, c'est d'admettre ouvertement de se moquer de l'excuse démocratique, d'enlever le président vénézuélien pour des raisons économiques et des visées pétrolières. Ce qui s'est passé au Venezuela, c'est du racket, et la menace sur le Groenland est une tentative de racket, l'un servant à l'autre. C'est comme dans une cour de récréation: regardez ce que je viens de faire et prenez-moi au sérieux lorsque que je dis ce que j'entends faire pour la suite.

C'est pour cette raison que, même si j'apprécie en grande partie votre ton, je pense que nous pourrions aller plus loin et plus fort. Nous devrions dire, comme la première ministre du Danemark: si les États-Unis décident de s'emparer du Groenland, ce sera la fin de l'Alliance. Même si je suis moi-même atlantiste, je ne vois pas comment de facto , si une telle chose arrivait, l'Alliance ne s'effondrerait pas. Il faut donc maintenir la pression. Même si vous êtes très content d'avoir été le premier ministre des Affaires étrangères à avoir été reçu par l'administration américaine, dire que notre relation avec les Américains ne changera pas quoiqu'il arrive, ce n'est à mon sens pas un bon signal. Je suis désolé, si M. Trump continue à nous traiter de la sorte, il faudra hélas que notre relation avec les États-Unis change.

Sandro Di Nunzio:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoorden.

Op zich was het wel te verwachten dat u op een slappe koord danst en moet opletten met wat u zegt, zeker ten aanzien van de Amerikaanse president. Ik heb u gehoord wanneer u sprak over de Venezolanen en over Groenland, waarvan u zei dat het onaanvaardbaar is. U hebt het een aantal keren herhaald.

Als ik de analyse maak over de VS en over de Amerikaanse president, ben ik het met u eens. We moeten blijven investeren in de Verenigde Staten als een partner, als een bondgenoot. De grote uitdaging is inderdaad dat die president en die administratie een houding aannemen die voor ons land en voor Europa zeer moeilijk is om te beheren, want eigenlijk is het een houding die we eerder toemeten aan landen zoals Rusland en China: de wereld opdelen in invloedssferen en daarnaar handelen.

De reden waarom ik optimistischer ben over de VS dan over Rusland en China, is dat de VS vooralsnog een democratisch land zijn, met democratische verkiezingen, waar mensen nog de vrijheid van meningsuiting hebben, hoewel dat soms ook onder druk staat, als je ziet hoe Trump tekeergaat tegen bepaalde opposanten.

Dus er is nog hoop, ook als we de beelden zien passeren van Jerome Powell. Ik moet zeggen, het is toch te gek voor woorden om dat te moeten zien, dat iemand zich daartegen moet verweren, gewoon omdat wellicht de interesten niet worden verlaagd. Dus er is hoop en ik begrijp dat wij de VS op een bepaalde manier, en zeker deze president, ook wel omzichtig moeten behandelen.

Maar wat we wel moeten doen is als land – en zeker binnen Europa, u hebt het gezegd – ervoor zorgen dat wij als Europa sterker en eendrachtiger optreden. Wat mijn fractie betreft kunnen we daarin bij wijze van spreken niet ver genoeg gaan. We moeten Europa verder integreren, meer met één stem spreken, desnoods in twee snelheden opereren met de landen die daar wel toe bereid zijn. Maar het moment is hier voor Europa om daarin verder te hervormen en sneller te gaan dan ooit tevoren.

Ik hoor het u graag zeggen – afsluitend, want ik ben over de tijd aan het gaan – dat Europa nog altijd een zeer zware economische macht is in de wereld en dat we die macht moeten gebruiken. Dat is de belangrijkste leverage die we vandaag hebben. In die zin vind ik het jammer – we zullen het er straks over hebben – dat wij als land er niet in slagen om Mercosur te steunen. Maar we hebben nog die economische leverage. Dus, alstublieft, laat ons die gebruiken in dialoog. De VS zijn een partnerland en nog steeds een bondgenoot, maar laat uw stem duidelijker horen in Europa en in de wereld.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoorden.

Ik wil nog een aantal elementen kort duiden en enkele aandachtspunten meegeven.

Ten eerste is het duidelijk dat de situatie in Venezuela al jaren catastrofaal is. Los van recente gebeurtenissen mogen we niet vergeten dat het land onder het bewind van Nicolas Maduro is afgegleden in een diepe humanitaire, economische en democratische crisis, met miljoenen vluchtelingen tot gevolg en ernstige mensenrechtenschendingen die uitgebreid zijn gedocumenteerd door internationale organisaties.

Tegelijk lijkt het mij belangrijk om vast te houden aan een principieel uitgangspunt. Hoe problematisch een regime ook is, de toekomst van Venezuela moet in de eerste plaats door het Venezolaanse volk zelf worden bepaald. Internationale druk of inmenging kan hoogstens faciliterend zijn, maar mag geen substituut worden voor interne legitimiteit en volkssoevereiniteit. Dat is een evenwichtsoefening die we kritisch moeten blijven opvolgen.

Wat de internationale context betreft, stel ik vast dat de geopolitieke realiteit steeds complexer en multipolair wordt. Dat vraagt om nuchterheid en realisme in het buitenlands beleid. Europa beschikt vandaag over beperkte hefbomen in Latijns-Amerika, zoals u zelf ook aangaf, en zal dus keuzes moeten maken die gebaseerd zijn op belangen, stabiliteit en haalbaarheid, eerder dan op louter symboliek. Het is belangrijk dat België en de Europese Unie zich daarvan bewust zijn.

Tot slot wil ik benadrukken dat deze ontwikkelingen ook voor ons relevant blijven, onder meer op het vlak van migratiestromen, regionale stabiliteit, georganiseerde criminaliteit en internationale veiligheid. Het lijkt mij dan ook essentieel dat België de situatie in Venezuela verder nauwgezet blijft opvolgen, in overleg met Europese partners, met aandacht voor zowel mensenrechten als geopolitieke realiteit.

Kathleen Depoorter:

Bedankt, mijnheer de minister. Soevereiniteit en internationaal recht moeten altijd de leidraad zijn van ons buitenlands beleid. Ik denk dat u het daarmee eens bent.

Wat de situatie in Venezuela betreft, is Maduro weg, maar het chavismo blijft. Dat is dus wel een probleem. Een transitie naar democratie is waar het Venezolaanse volk om vraagt en waar het ook recht op heeft. Het is dan ook belangrijk dat we als Europa sterk, verenigd, waardig en autonoom onze stem gebruiken.

U gaf al aan dat het ontzettend belangrijk is dat we verenigd blijven. We moeten sterk zijn op militair vlak, op energetisch vlak, op economisch vlak, technologisch vlak en op het vlak van innovatie, waar we op zich al een sterke speler in zijn. Die positie moeten we ook behouden. Dat kunnen we alleen wanneer we ook de relatie met de Verenigde Staten goed houden, aangezien ze een belangrijke handelspartner zijn.

Het komt er dus op aan een evenwicht te vinden tussen onze diplomatieke waarden en onze verdragen, die we blijven verdedigen en waar we achter blijven staan, en het internationaal recht, waar we achter blijven staan, en tegelijk een modus vivendi te vinden met de Amerikaanse administratie.

De Nobelprijs, mijnheer de minister, is niet iets om weg te geven. De Nobelprijs voor de Vrede is ook niet iets om te delen, vind ik, en zeker niet iets om te claimen. María Corina Machado heeft de Nobelprijs gekregen van het Nobelprijscomité, omdat zij de stem van de Venezolanen heeft vertaald en verkondigd. Het is dan ook belangrijk dat we in de transitie, in het proces naar een democratische transitie, met de oppositie spreken en die oppositie ook een kans geven om zich te herpositioneren.

Wat Groenland betreft, mijnheer de minister, zou een aanval op Groenland volgens mij het einde betekenen van het NAVO-bondgenootschap. Daarvoor moeten we dus zeer alert zijn.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je suis à la fois satisfaite, mais en même temps pas vraiment, car vous n'avez pas répondu à ma question principale. Je ne vous demande pas de crier. Moi-même je ne crie jamais, car cela ne sert à rien. Ce que je vous demandais, c'était de dire que vous condamniez l'enlèvement de M. Maduro et de sa femme par M. Trump. Vous ne l'avez pas dit. Vous nous avez énoncé les règles du droit international, vous avez fait part de vos convictions, mais ce qui m'étonne, c'est que vous avez repris certains éléments de langage de l'administration américaine.

À la RTBF, vous avez qualifié M. Maduro de "gangster", en insinuant qu'il fait partie d'un gang. Si c'est le cas, enlevons alors tous les chefs d'État qui ne nous plaisent plus. Je demanderai alors à M. Trump d'enlever M. Kagame, M. Netanyahu, M. Poutine. Cela me ferait vraiment plaisir, ces personnes se comportant, elles aussi, comme des gangsters. Je remarque que nous invoquons la boussole du droit international à la demande.

La boîte de Pandore a aujourd'hui été ouverte par M. Trump, qui met à exécution ses désirs d'expansion et de domination, peu importe l'impact que cela aura sur le monde. Il a également été clair sur son dégoût à l'égard de l'Union européenne et sur le fait qu'il nous méprisait.

Monsieur le ministre, on ne peut pas continuer à croire éternellement que les États-Unis sont toujours les alliés d'autrefois. M. Trump a amorcé un changement qui pourrait être durable et il est temps d'en prendre conscience. Peut-être faut-il éviter de prendre des photos avec le secrétaire d'État américain le lendemain d'un enlèvement aussi scandaleux. Il serait temps de croire en notre propre force, en notre propre indépendance et en nos valeurs, et de tenir bon. Vous avez dit que l'Europe et nous-mêmes devons faire preuve de courage. Je vous invite à faire preuve de courage ici, comme vous le faites dans d'autres dossiers.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, merci pour cette réponse nuancée.

Que l'on parle du Groenland, du Venezuela ou d'ailleurs, vous confirmez une ligne qui me paraît essentielle aujourd'hui. Notre pays doit être lucide, fidèle à ses principes, mais également pleinement conscient des équilibres fragiles à préserver dans un monde marqué par le retour brutal des rapports de forces. Défendre le droit international, la souveraineté des États et le multilatéralisme est plus que jamais une nécessité et une responsabilité absolue.

Nous devons urgemment transformer nos valeurs en actions collectives, nous devons construire des positions communes, en particulier au niveau européen, lorsque le cadre international est bousculé et que les règles sont mises à mal. Notre pays a toujours tiré sa force de son rôle de facilitateur, capable de faire dialoguer des partenaires aux intérêts souvent divergents sans jamais renoncer à l'essentiel. Ce rôle est aujourd'hui plus nécessaire que jamais, mais j'insiste sur l'urgence pour l'Union européenne à réinventer, notamment, son autonomie industrielle, technologique, énergétique et de défense très rapidement tout en gardant – je vous rejoins – la tête froide face aux attitudes disruptives de Donald Trump – c'est un euphémisme. Alliés aux États-Unis, mais jamais aliénés.

Enfin, un dernier mot pour rappeler à ma collègue du Parti Socialiste que, en diplomatie, le fait d'immortaliser des rencontres se pratique depuis la nuit des temps, également avec tous les ministres socialistes.

Maxime Prévot:

Madame la présidente, je voudrais avoir la possibilité de reprendre la parole après les répliques.

Els Van Hoof:

Bedankt voor uw antwoord, mijnheer de minister.

Om de wereld niet in chaos te storten en niet vervreemd te raken van onze bondgenoten – in het Frans klinkt dat als: ne pas être aliénés de nos alliés – zijn realpolitik en een zeker pragmatisme nodig. Toch moeten we ook trouw blijven aan onze principes.

U vermeldde duidelijk het VN-Handvest. We mogen geen twee maten en twee gewichten hanteren. Daarom moeten we ondubbelzinnig veroordelen wat er in Venezuela is gebeurd. Dat geldt ook voor Groenland. Dit kan niet, het is een aanfluiting van de soevereiniteit en van het VN-Handvest. Zulke daden moeten we ondubbelzinnig blijven veroordelen. Dat moet het antwoord zijn van België, maar ook van de Europese Unie.

Ten tweede, Europa is wél economisch sterk. We zijn een sterke partner op het vlak van democratie, rechtsstaat en mensenrechten. Maar zoals u terecht zegt, hebben we twee zwakheden. We zijn niet sterk genoeg in snelle en vereende uitspraken en ook onze strategische autonomie moet verder worden uitgebouwd. Het is belangrijk om die twee aspecten te versterken.

Dat neemt niet weg dat we niet chanteerbaar mogen worden voor de Verenigde Staten, die zich soms opstelt als een partner die het internationaal recht niet respecteert. Dat mogen we niet aanvaarden. Doen we dat wel, dan worden we chanteerbaar.

Voor de cd&v-fractie is het duidelijk, het internationaal recht vormt de basis en de Europese Unie moet werken aan haar zwaktes op economisch, militair en industrieel vlak, zonder chantabel te worden voor de Verenigde Staten.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, je suis à la fois déçu et inquiet car votre réponse démontre la manipulation du droit international et son utilisation à géométrie variable. En l'occurrence, il y a une violation du droit international que vous êtes incapable de condamner du fait qu'il s'agit des États-Unis. S'il s'agissait d'autres puissances, d'autres forces, vous seriez le premier à le faire. Mais parce que ce sont les Américains, vous êtes incapable de le condamner. C'est grave; cela démontre la soumission de l'Europe, la Belgique y compris, à l'impérialisme américain. On est incapable d'agir en dehors de l'accord de l'Oncle Sam.

Ce n'est pas juste que vous ne condamnez pas, plus grave encore, vous allez plus loin en disant que nous partageons les mêmes inquiétudes et, parfois, les mêmes défis. Que partageons-nous avec l'impérialisme américain? La violation du droit international? Le soutien au génocide contre les Palestiniens, où ce sont les Américains qui arment le génocide? Le fait de s'accaparer le Groenland? M. Trump a dit clairement que, d'une manière ou d'une autre, il prendrait le Groenland. Est-ce là ce que nous partageons avec les Américains? Est-ce conforme à nos valeurs? Est-ce vers cela que l'Europe doit aller, monsieur le ministre?

Aujourd'hui, vous êtes dans une attitude de soumission à la politique étrangère américaine, alors que les États-Unis représentent actuellement la plus grande menace pour la paix dans le monde. Ils menacent l'ensemble des pays dans le monde, leur paix et leur souveraineté.

Et, si nous voulons sortir de cette situation, au lieu de nous coucher devant les Américains, nous devons nous tourner vers le reste du monde, avoir notre indépendance dans nos relations internationales et agir dans ce sens, dans le multilatéralisme, la coopération avec les autres peuples, le dialogue, la diplomatie plutôt que dans la politique du plus fort et dans la force de l'impérialisme américain. Ce n'est que de cette manière que nous pourrons nous en sortir, monsieur le ministre. Mais, aujourd'hui, avec votre position et la position des États européens, nous allons droit dans le mur.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, u stelt terecht dat Groenland niet te koop is en dat territoriale integriteit en volkssoevereiniteit moeten worden gerespecteerd. Dat is een duidelijk en correct standpunt. Het is de eerste keer dat u zo sterk volkssoevereiniteit hebt verdedigd. U wordt nog een echte nationalist. Misschien worden we het ooit nog eens met elkaar.

Mevrouw Lambrecht, u vraagt naar opties om de blokkeringen, bijvoorbeeld door Hongarije, tegen te houden. Hoe ondemocratisch is dat idee eigenlijk? Is de stem van de Hongaren plotseling minder waard? Het is net door zulke blokkeringen dat we het Eurocleardrama hebben vermeden. Dat mechanisme heeft volgens mij al meerdere keren zijn nut bewezen.

Meyrem Almaci:

It’s not easy being a diplomat these days . Ik benijd uw positie op dit moment niet, mijnheer de minister. Europa had perfect heel snel kunnen reageren. België had samen met de andere Europese landen de rug kunnen rechten en zeggen dat de gebeurtenissen in Venezuela volstrekt in strijd zijn met het internationaal recht. Het chavisme is niet weg, dus ze hadden die daad moeten veroordelen.

Tot op vandaag doet u dat echter niet. Uiteraard handelt Europa op die manier in versnipperde slagorde. Dat had diplomatiek het sterkste signaal kunnen zijn van een economisch machtsblok in de wereld, waar Trump een broertje aan dood heeft, omdat wij meer goederen uitvoeren naar de VS dan de VS naar ons. We hadden die kracht kunnen gebruiken, maar we hebben ons uit elkaar laten spelen.

Ik weet niet of u het opiniestuk van Hendrik Vos, professor aan de UGent, hebt gelezen. Hij schrijft dat er over president Nicolas Maduro veel te zeggen valt, weinig goeds, maar dat het onthutsend is dat Europese leiders nauwelijks durven op te merken dat het Amerikaanse optreden flagrant fout is. Ik ben het met hem eens.

De gevolgen daarvan zijn duidelijk. Het was een testcase voor Groenland. Nu kijkt Trump opnieuw hoever hij kan gaan. Elke keer onderschatten we hem en ook nu doet u dat. U verklaart dat het wellicht niet zo ver zal komen en dat u met mensen uit zijn administratie hebt gesproken. Die illusie mogen we in 2026 wel begraven.

We hebben dus nood aan een coherent Europa dat zijn gewicht gebruikt en consequent is in de verdediging van het internationaal recht. Naar dat Europa kijken ontzettend veel Amerikanen. Amper 17 % van de Amerikanen steunt de verklaringen van Trump over Groenland. Er is een massale afkeer van zijn economisch beleid. Kijk ook naar wat er gebeurt met Jerome Powell.

Europa heeft de Amerikaanse burgers aan zijn kant om een vuist te maken en consequent te zijn. Dat begint ook binnen deze regering, waar er blijkbaar veel diplomatie nodig is om het evidente te kunnen uitspreken, namelijk een veroordeling van de gebeurtenissen, het rechten van de rug en de VS duidelijk maken dat het genoeg geweest is en dat hun strategische gevechtjes om allerlei grondstoffen overal ter wereld de wereld niet veiliger maken, integendeel.

Maxime Prévot:

Je suis conscient qu'en reprenant la parole, je cours de le risque de lancer un nouveau tour, mais c'est le principe. Je pourrais me contenter de passer à la question suivante, mais je trouve que le débat que nous venons d'avoir est intéressant et illustratif des réflexions à mener, pour peu que nous l'élargissions un peu pour quitter les seules questions du Venezuela et du Groenland. Ce sont peut-être des propos que nous aurions pu partager dans quelques semaines, lorsque nous analyserons la note de politique générale. Mais à mon sens, l'esprit est mûr dans l'échange que nous venons d'avoir.

Vous me dites régulièrement d'ouvrir les yeux et de ne pas être naïf sur le fait que le monde a changé. Je peux vous assurer que, depuis un an que je suis à la tête du département des Affaires étrangères, je n'ai pas manqué d'occasions de mesurer que le monde avait changé, et mes diplomates en sont bien conscients. Mais si le monde a changé, je vous invite aussi parfois – et je dis ceci avec beaucoup d'humilité – à changer vous-même le regard au travers duquel vous lisez ce monde.

Bien sûr que l'attitude des États-Unis me préoccupe et m'inquiète, bien sûr qu'elle n'est pas acceptable dans une série de dossiers. J'ai dit que nous avions, comme tous les pays et grandes puissances du monde, des défis communs, que j'ai cités, notamment le trafic de drogue, le terrorisme, etc. Je ne tomberai pas dans les propos plus restrictifs auxquels m'a invité M. Boukili en mettant en exergue des dossiers sur lesquels nous avons des divergences avec les États-Unis, bien entendu. De même, Mme Mutyebele Ngoi, j'ai dit que nous restions alliés, j'ai n'ai pas dit que c'étaient les mêmes alliés. C'est là votre vocabulaire. Je suis conscient que les États-Unis restent des alliés mais qu'ils ont changé. C'est le sentiment qu'ont les Européens.

Les Américains, eux, ont le sentiment que c'est l'Europe qui a changé, considérant que celle-ci – de leur point de vue, je ne le défends pas – se montre trop permissive face aux questions migratoires, qu'elle ne résiste pas assez à l'influence de certains courants religieux, etc. De leur point de vue, c'est nous qui avons changé. Je pense que le monde a globalement changé. Et, si je suis préoccupé par ce qui se passe outre-Atlantique, je pense que nous devrions collectivement et peut-être bien davantage nous préoccuper de ce qui se passe en Europe. Car la superpuissance américaine n'a d'égale que l'affaiblissement européen.

En ja, we hebben nood aan een coherent Europa, mevrouw Almaci. Dat is 100 % waar.

Vous appelez souvent l'Europe à la barre, en disant: "Monsieur le ministre, il faut que l'Europe réagisse plus fortement. Il faut qu'elle mette le holà, qu'elle prenne des mesures, qu'elle annonce les rétorsions; et la Belgique doit être dans le même mouvement."

L'Europe est forte quand elle est unie. C'est d’ailleurs parce que les Américains l'ont bien compris qu'ils préfèrent régulièrement avoir des démarches bilatérales plutôt que des démarches avec les institutions européennes.

Ce qui me préoccupe aujourd'hui, moi, Européen convaincu depuis mon premier souffle, c'est de constater depuis un an que l'Europe se divise de plus en plus.

Vous dites, madame Almaci, que l'Europe aurait pu réagir vite, fortement, en condamnant ceci, en dénonçant cela. Il a fallu plus de 48 heures – j'ai le bénéfice d'être dans le groupe WhatsApp ou Signal de mes collègues – pour obtenir un statement à 26, et dont chacun des mots a dû être pesé ou soupesé, et où vous ne trouvez pas, d'ailleurs, le mot "condamnation".

Pourquoi est-ce que je dis cela? Parce qu'on peut tous – moi aussi – rêver de cette Europe forte qui réagit rapidement, promptement, fermement. Mais aujourd'hui, force est de constater, avec lucidité autant qu'avec regret, que cette Europe unie sur les dossiers internationaux peine à exister.

Ce n'est pas pour rien que nous sommes en train de plaider pour être associés à la table des négociations sur le dossier ukrainien, un peu en deuxième ligne. Ce n'est pas pour rien que vous m'avez, et de mon point de vue, souvent à raison, interpellé sur la réaction européenne par rapport à Gaza, qui faisait défaut, et que nous n'avons pas été en capacité d'avoir une voix européenne forte sur le sujet. Le plan de paix a dès lors davantage été rédigé à Washington qu'à Bruxelles.

L’Europe n'est pas unie sur le volet international, parce que les 27 pays n'ont pas le même point de vue. Certains sont plus proches de Moscou que d'autres. Certains ont une affiliation historique très forte avec Washington.

N'oublions pas, chers collègues, que certains pays européens sont indépendants depuis seulement l'après-chute du mur de Berlin, depuis 30 ou 35 ans. Ils doivent souvent cela à l'intervention des Américains, et leur reconstruction aussi à l'intervention de ceux-ci. Ils n'ont donc pas nécessairement la même posture que la nôtre, ce qui rend plus compliqué encore la capacité de fédérer les points de vue à 27.

Je tiens à le partager pour que cela serve de sursaut afin de travailler aussi au renforcement de l'Union européenne, et non uniquement à la dénonciation de ce qui se pratique ailleurs. En effet, c'est entre nos mains que réside notre capacité à peser et à être cette fameuse puissance économique – comme nous le sommes à 27 –, qui ne signifie cependant pas que nous soyons toujours une puissance diplomatique, parce que l'unanimité est souvent requise pour les questions de politique étrangère.

Je sais que nous allons encore connaître des moments dans l'actualité internationale qui nous heurteront. On entendra: "L'Europe doit faire ceci, mais ne le fait pas! Vous devez plaider ceci, mais vous ne le faites pas!" Si, si, je plaide fermement, vocalement, mais je plaide dans une assemblée qui, aujourd'hui, est moins unie qu'elle ne l'était antérieurement. C'est pourquoi je déplore, comme vous, l'incapacité pour l'Union européenne de peser sur la scène internationale autant qu'elle serait théoriquement apte à le faire. Ne voyez aucune résignation dans mon propos, mais bien une invitation à la lucidité afin que nous travaillions tous ensemble à la lecture du monde à la lumière de cette réalité.

Il est évident que les partenariats avec les autres pôles géopolitiques sont plus que jamais indispensables et essentiels. Au demeurant, quand une nation prend des initiatives contraires à nos intérêts, à nos valeurs et à notre ADN, j'entends souvent des députés plaider pour que nous envoyions des signaux clairs, que nous rompions nos relations internationales, que nous renvoyions des ambassadeurs, etc. Si chaque fois qu'un événement qui nous déplaît se produisait, nous devions renvoyer un ambassadeur, l'avantage est que nous n'aurions plus beaucoup de sujets à traiter en commission des Relations extérieures! Or la vocation même de la diplomatie est, surtout et avant tout, d'essayer de garantir le maintien d'un dialogue avec celles et ceux qui nous sont peut-être le moins proches. Il est certain que nous devons continuer à entretenir de bonnes relations avec celles et ceux qui sont plus alignés sur nos positions, mais ce n'est peut-être pas à leur égard que l'effort diplomatique doit être le plus intense. Je rappelle que, dans ces pays, nous avons aussi des entreprises et des compatriotes. L'absence de relations diplomatiques rendrait d'autant plus difficile la possibilité de leur apporter l'aide et l'assistance dont ils ont besoin. Je le dis parce que j'entends souvent: "Mais enfin! Pourquoi n'avez-vous pas renvoyé tel ambassadeur?"

Le monde est complexe. Notre travail collectif, à moi comme ministre et à vous comme membres vigilants de la politique étrangère de notre royaume, consiste à apporter une lecture plus fine des relations internationales, sans travestir notre ADN ni renoncer à nos valeurs, mais en étant conscients du contexte dans lequel ils doivent s'exprimer et se déployer au sein de cette Union européenne qui ne parvient pas toujours à le faire à la hauteur de ce que nous souhaiterions collectivement.

Ne me tenez pas rigueur d'avoir eu envie de partager cette réflexion avec vous.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, je vous remercie d'avoir pris la balle au bond pour approfondir ce débat intéressant et je me réjouis déjà des futures discussions que nous aurons dans le cadre de la note de politique générale.

Vous avez abordé des points importants et je vous rejoins quand vous parlez de l'importance de la diplomatie. Ce n'est en effet que par la diplomatie que nous pouvons en grande partie trouver des solutions communes dans un monde multipolaire qui évolue et qui, vous l'avez dit, a évolué et a, d'une certaine manière, basculé.

Ces lunettes-là, mon groupe les a déjà mises depuis un moment. On a déjà averti sur certains événements internationaux actuels ainsi que sur l'agressivité de l'impérialisme américain qui est aujourd'hui en déclin économiquement. Celui-ci se fait dépasser par d'autres forces, notamment les forces du BRICS, mais veut maintenir sa domination coûte que coûte, quitte à violer toutes les règles internationales. Mais l'Europe, elle, n'a pas encore changé de lunettes. Elle continue à voir le monde avec ses vieilles lunettes et, pour cette raison, nous sommes en retard. Si, aujourd'hui, l'Europe n'est pas unie sur certaines questions, c'est notamment parce qu'elle n'a pas changé de lunettes. Elle reste dans cette logique du maintien de la domination de l'Occident sur le reste du monde, un reste du monde qui n'accepte plus cette logique-là voulant s'émanciper et avoir sa souveraineté et son mot à dire. Or, on ne s'est pas encore adapté à cette nouvelle situation et on ne l'accepte pas encore.

Quand vous dites que l'Europe est divisée, cela dépend des dossiers. L'Europe est unifiée. Quand il a fallu voter les 19 paquets de sanctions contre la Russie, toute l'Europe a voté. Quand il a fallu voter les sanctions contre l'Iran, toute l'Europe était unifiée. Mais, lorsqu'il s'agit de sanctionner Israël, un État génocidaire, dont le chef d'État a un mandat d'arrêt contre lui, là, l'Europe n'est pas unifiée. Pourquoi? Parce que l'Union européenne est le premier partenaire économique d'Israël et que ce sont des alliés.

Aujourd'hui, il faudrait que l'Europe se remette en question et change de lunettes car on continue à prendre des positions politiques en fonction de nos intérêts et au détriment des intérêts des autres.

Tant qu'on ne se met pas dans une logique de coexistence avec les autres, de sécurité collective et d'intérêts communs, on continuera à aller dans le mur. C'est cela qu'il faut changer. Je suis tout à fait d'accord avec vous, monsieur le ministre, et je me réjouis de nos débats futurs à ce sujet.

Meyrem Almaci:

Mijnheer de minister, al hetgeen u zegt, kunt u perfect toepassen op de Belgische regering en daarmee hebt u haarfijn de zwakte van de regering aangegeven, namelijk dat er geen coherente en consequente positie is. Nochtans, als er één zaak is waarover Europa verenigd zou moeten zijn, dan is het wel het respect voor het internationaal recht en als er een zaak is waarvan ik hoopte dat ook de Belgische regering verenigd zou zijn, dan was het wel het respect voor het internationaal recht. Zodra men naar gelang van het dossier van tonaliteit en houding wisselt, zullen landen elders in de wereld die minder democratisch zijn, die hypocrisie duiden en zich afvragen waarom er voor het ene land direct een veroordeling komt en voor het andere land niet. Dat is natuurlijk dodelijk voor het vertrouwen. Vandaar dus die vraag.

Ik heb ook gehoord wat een aantal collega's uit de zaal, vaak niet ver van mij, regeringsleiders en voorzitters zeggen over de Verenigde Staten met president Trump en over Venezuela en wat kan en mag. In het ene geval is het allemaal niet zo erg. In het andere geval roept men moord en brand. Kijken we maar even naar de daden van de regering na haar communicatie met betrekking tot sancties tegen Israël. Dat is nefast voor het vertrouwen.

Als 17 % van de bevolking van de Verenigde Staten min of meer kan volgen dat Groenland strategisch belangrijk is, dan wil dat zeggen dat een immens deel van de bevolking hoopt dat Europa een vuist maakt en consequent is en dat men ook naar België kijkt om het voortouw te nemen.

De agressiviteit en de brutaliteit van Trump zijn eigenlijk een immens teken van zwakte. Hij wil Groenland, omdat als hij zelf de grondstoffen niet kan ontginnen, een ander dat ook niet mag. Als hij zelf de wateren niet kan controleren, dan wil hij dat een ander dat ook niet kan. Waarom valt hij Venezuela aan? In wiens handen komt de 20 % aan olie? Waarom voert hij handelsheffingen voor Europa in en willen de techoligarchen deregulering? Dat is, omdat ze die markt nodig hebben, maar het tegelijkertijd heel moeilijk hebben met het feit dat die autonome beslissingen neemt.

Een wereld die op die manier het recht van de sterkste toelaat en niet langer gebaseerd is op afspraken en vertrouwen, is een gefragmenteerde, onveilige wereld. Net daarom is het belangrijk dat we consequent zijn in Europa, te beginnen in eigen land, en dat we daar een rode lijn trekken.

Sandro Di Nunzio:

Mijnheer de minister, dank u wel voor uw overwegingen en voor uw interessante analyse. Ik moet het zeggen dat ik het heel vaak eens ben met uw analyse. U hebt gezegd dat we een andere bril moeten opzetten om naar de wereld te kijken. U hebt al verschillende maanden ervaring in de commissie hier, ik iets minder. U klaagt aan dat bepaalde collega’s dat niet doen. Welnu, ik ben het volmondig met u eens dat we van de gelegenheid gebruik moeten maken, de nieuwe situatie moeten aangrijpen om de zaken anders aan te pakken. Never waste a good crisis . Ik durf te stellen dat we op het vlak van diplomatie en internationaal recht in a permanent state of crisis zijn en ook nog zullen zijn in de komende jaren. Laten we dus maar hopen dat in de drie jaar waarin Trump nog president is, de crisis niet zal escaleren in een totale ramp. Van de crisis moeten we gebruikmaken, met de Europese Unie. Wanneer u uw beleidsnota ter bespreking legt, hoop ik dat u met die nieuwe bril ook naar Europa zult kijken en dat vooraan in uw beleidsnota zal staan op welke manier ons land zal proberen Europa meer te unificeren, opdat het meer met één stem zou spreken en opdat we, in de mate dat er geen aanpassingen mogelijk zijn aan de basisverdragen, met een soort coalition of the willing in een hogere versnelling daadkrachtiger zullen kunnen samenwerken met andere Europese landen op tal van vlakken waar het nodig is in deze nieuwe wereld. Ook al heeft collega Almaci het gras voor mijn voeten weggemaaid, ik sta erop om nog het volgende op te merken. Vous avez dit que l'Europe est forte quand elle est unie. C'est la même chose pour la Belgique, "l'union fait la force". Nous en reparlerons à propos du Mercosur, qui est un bon exemple. Nous n'arrivons pas à nous mettre d'accord sur le fait que cet accord est bon pour la Belgique, qui est un pays qui exporte beaucoup. Als het niet werkt in België, zal het ook in Europa, met al die verschillende landen, zeer moeilijk worden. Vandaar inderdaad mijn pleidooi voor een betere samenwerking, desnoods met bepaalde landen aan een hogere snelheid.

De aankondigingen naar aanleiding van de drievoudige moord in Roeselare

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 16 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Francesca Van Belleghem vraagt of het verblijfstatuut van de drievoudige moordenaar Mohammad K. al is ingetrokken en bekritiseert dat het trage rechtssysteem mogelijk verdere intrekkingen vertraagt, terwijl migranten volgens haar ten onrechte definitieve verblijfsvergunningen krijgen. Anneleen Van Bossuyt bevestigt dat de intrekking van zijn subsidiaire bescherming is aangevraagd (24/9) en dat een juridisch stevige uitbreiding van intrekkingsmogelijkheden wordt voorbereid, met een nieuwe veiligheidscel (5 A-niveau medewerkers + 1 assistent) die zich voltijds op dergelijke dossiers zal richten. Van Belleghem bekritiseert dat vertraging leidt tot onterecht definitief verblijf voor migranten wier asielredenen mogelijk vervallen zijn.

Francesca Van Belleghem:

Na helaas de drievoudige moord in Roeselare door de Afghaan Mohammad K herinnerde u eraan dat de vreemdelingenwet in de mogelijkheid voorziet om een beschermingsstatuut en een verblijfstatuut van vreemdelingen die een gevaar vormen voor de openbare orde, in te trekken, en kondigde u aan – alweer een aankondiging – dat u die vraag voor Mohammad K. zo snel mogelijk aan het CGVS zou voorleggen. Daarnaast wees u op de verruiming van de mogelijkheid in het regeerakkoord onder andere door de tijdslimiet te schrappen waarbinnen de DVZ de beëindiging of intrekking van het statuut bij het CGVS kan aanvragen.

Werd het verblijfstatuut van Mohammad K. ondertussen ingetrokken?

Ik heb mijn vraag nog iets uitgebreid. Kan het CGVS een dergelijke beslissing nemen zonder effectieve veroordeling? Gelet op ons trage rechtssysteem ga ik ervan uit dat Mohammad K. nog steeds niet veroordeeld is. Kan het CGVS dan wel zijn asielstatus intrekken?

Werden ondertussen concrete initiatieven genomen om de mogelijkheden te verruimen, in het bijzonder de schrapping van de tijdslimiet?

Welke andere maatregelen zult u nemen?

Hoeveel middelen worden uitgetrokken voor de veiligheidscel bij het CGVS?

Welke maatregelen worden genomen om de gronden tot beëindiging van het verblijf maximaal uit te breiden?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, ten eerste, de Dienst Vreemdelingen zaken heeft op 24 september de intrekking van de subsidiaire beschermingsstatus bij het CGVS aangevraagd. Dat onderzoek loopt momenteel.

In antwoord op uw tweede, derde en vijfde vraag, een uitbreiding van de mogelijkheden om het verblijf te beëindigen om redenen van openbare orde of nationale veiligheid, wordt momenteel onderzocht. Ik wens met een uitgebreide aanpassing te komen die juridisch stevig staat; alleen zo wordt duurzame wetgeving gecreëerd.

In antwoord op uw vierde vraag, het regeerakkoord voorziet inderdaad in de oprichting van een veiligheidscel. De concrete startdatum wordt momenteel vastgelegd. Er werden reeds vijf krachten van niveau A en één administratief assistent van niveau C toegekend. U ziet dat er dus allesbehalve stilgezeten wordt. De veiligheidscel zal, conform de artikelen 49 en 49/2 van de vreemdelingenwet, zoals het CGVS dit nu reeds doet, alle vragen tot heroverweging van de beschermingsstatus vanwege een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid, die ik tot de commissaris-generaal richt, behandelen.

Momenteel worden de heroverwegingen behandeld door medewerkers die ook andere taken uitvoeren. Het is dus de bedoeling dat de medewerkers van de veiligheidscel zich hier voltijds op toespitsen.

Francesca Van Belleghem:

Ook dat dossier zullen we opvolgen. Hoe langer er gewacht wordt om systematisch statussen te heroverwegen of opnieuw te onderzoeken, hoe meer mensen er natuurlijk in de definitieve verblijfsvergunning sukkelen. Na vijf jaar verstrijkt hun status en krijgen ze een definitieve verblijfsvergunning, maar intussen komen er wel elke dag mensen bij. Elke dag dat er getalmd wordt, komen er nieuwe migranten bij die een definitieve verblijfsvergunning krijgen, die eigenlijk geen recht meer hadden om hier te zijn, omdat ze geen vrees voor vervolging meer zouden mogen hebben in het land van herkomst. Dat betreuren wij natuurlijk. Daar moet echt systematisch werk van worden gemaakt.

Het toenemende aantal ziekenhuisopnames van jongeren na een zelfmoordpoging

Gesteld door

PS Caroline Désir

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 10 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Caroline Désir (Solidaris) waarschuwt voor een verdubbeling van ziekenhuisopnames na suïcidepogingen bij 13- tot 24-jarigen (2013–2024), met meisjes (14–16 jaar) vijfmaal vaker getroffen en armoede als verdubbelaar van het risico; ze bekritiseert collectief falen in preventie en nazorg (1 op 6 recidiveert, 40% krijgt geen behandeling) en dringt aan op systematische lokale zorg, betere signalering en versterkte rol voor huisartsen. Minister Frank Vandenbroucke benadrukt dat preventie vooral een bevoegdheid van de gewesten is, maar wijst op federale maatregelen: gratis psychologische eerste lijn voor -24-jarigen (26,75% BIM-patiënten), psychologen in huisartspraktijken (nog onderbenut) en investeringen in crisiszorg; hij meldt een interfederaal werkgroep santé mentale (CIM Santé, mei 2024) voor een OMG-geïnspireerd nationaal plan. Désir prijsde de gratis psychologische zorg als succesvol en pleit voor een federaal gewestoverschrijdend actieplan, dat ze als “nationale noodzaak” bestempelt, met nadruk op samenwerking en opvolging van de cijfers. Beiden benadrukken de urgentie van gecoördineerde actie, maar Vandenbroucke relativeert de federale rol, terwijl Désir structurele tekortkomingen in zorgcontinuïteit blijft aankaarten.

Caroline Désir:

Il ressort d'une étude récente de la mutualité Solidaris basée sur 28 000 hospitalisations que les hospitalisations faisant suite à une tentative de suicide ont doublé entre 2013 et 2024 chez les jeunes de 13 à 24 ans.

Au niveau national, on observe par ailleurs que la précarité double le risque d'hospitalisation. On constate notamment que les bénéficiaires de l'intervention majorée sont nettement plus touchés que les autres. On observe également que les filles de 14 à 16 ans sont particulièrement concernées, avec un taux d'hospitalisation cinq fois supérieur à celui des garçons de la même tranche d'âge. Ces chiffres sont bien sûr particulièrement interpellants.

C'est sans doute aussi le signe d'un échec collectif de notre société à protéger convenablement ces jeunes et en particulier les plus vulnérables. Mais ce n'est pas tout, car l'étude révèle également des lacunes graves dans la prévention et le suivi, puisqu'on voit qu'un jeune sur six récidive, que 20 % d'entre eux n'ont eu aucun contact avec un médecin généraliste autour de leur hospitalisation et que 40 % d'entre eux n'ont reçu aucun traitement dans les six mois avant ou après.

Ces chiffres traduisent évidemment une détresse psychologique profonde, enracinée dans les inégalités sociales et territoriales. D'autant que le rapport qui, je le rappelle, est basé uniquement sur les hospitalisations, ne montre probablement que la partie émergée de l'iceberg.

Face à cette urgence, Solidaris appelle à une réponse forte et à une stratégie globale avec une prévention ciblée, la formation de sentinelles capables de repérer les signaux de détresse et un accès facilité aux soins via des dispositifs locaux.

Monsieur le ministre, je sais que la santé mentale est l'une de vos priorités – comme l'énonce du reste l'accord de gouvernement.

Quelles mesures concrètes comptez-vous prendre pour répondre à cette crise de santé publique qui touche particulièrement les jeunes? Une CIM Santé s'est-elle récemment réunie sur le sujet? Quelles initiatives ont été prises dans ce cadre? Comment comptez-vous systématiser le suivi post-opératoire et le déploiement de dispositifs locaux? Enfin, comment comptez-vous donner aux médecins généralistes les moyens d'agir en première ligne auprès des jeunes en souffrance?

Frank Vandenbroucke:

Je vous remercie, madame Désir. Comme vous l'avez souligné, ce problème doit vraiment être pris au sérieux.

D’un point de vue politique, la prévention du suicide relève des compétences des entités fédérées. Cela inclut l’organisation d’actions générales et ciblées auprès des populations à risque, la mise en place de services d’écoute et d’intervention, ainsi que la formation des acteurs de première ligne. Cela ne signifie pas pour autant que nous n’avons pas de responsabilité politique avec les instruments dont nous disposons.

Je souhaiterais d’abord rappeler le renforcement de l’accès aux soins psychologiques grâce à la convention INAMI sur les soins psychologiques de première ligne. Comme vous le savez, les jeunes jusqu’à 24 ans sont exonérés du ticket modérateur. Cette offre vise particulièrement les publics vulnérables, avec un travail en lieux d’accroche – comme par exemple les écoles, les maisons de jeunes ou les clubs sportifs – afin d’atteindre les jeunes qui n’accèdent pas spontanément aux soins. En 2025, jusqu’ici, 26,75 % des bénéficiaires sont des bénéficiaires d'intervention majorée (BIM), ce qui confirme l’importance et la portée sociale du dispositif.

Il est également important de noter que nous avons aussi mis à disposition des médecins généralistes la possibilité d’accueillir dans leur cabinet des psychologues cliniciens ou des orthopédagogues cliniciens conventionnés. Cela permet non seulement d’organiser des consultations avec les patients qui passent par le cabinet du médecin généraliste, mais aussi de soutenir le médecin dans son approche globale de ce type de patients. À vrai dire, cette offre n’a pas encore été tellement valorisée sur le terrain. Il reste donc une marge budgétaire pour les médecins généralistes qui peuvent simplement indiquer qu’ils souhaitent, par exemple, la présence d’un psychologue clinicien dans leur cabinet pour soutenir leur pratique.

Enfin, nous investissons de façon très conséquente dans les soins psychiatriques de crise et d’urgence. Ce n’est peut-être pas l’aspect le plus important lorsqu'on réfléchit à la prévention, mais cela reste un aspect qui mérite d'être mentionné.

L'évaluation scientifique EPCAP montre que plus de la moitié des patients présentent des idées suicidaires dans la première ligne – je reviens donc ici sur la première ligne –, et que le cadre de cette convention permet une prise en charge précoce, y compris après une tentative. Comme je viens de le dire, les médecins généralistes jouent un rôle et peuvent jouer un rôle essentiel dans cette détection, et donc ils ont le soutien des psychologues cliniciens conventionnés s'ils le souhaitent.

Pour renforcer la coordination entre le fédéral et les entités fédérées, la CIM Santé du 21 mai a créé un groupe de travail interfédéral santé mentale. Lors des précédentes réunions du GTI SSM, une discussion approfondie a eu lieu sur la base des contributions du gouvernement fédéral et des entités fédérées. Les travaux se poursuivent afin d'aboutir à un plan interfédéral de santé mentale aligné sur les priorités définies par l'OMS.

Caroline Désir:

Merci beaucoup, monsieur le ministre, pour votre réponse, parce qu'on sent que c'est une problématique que vous prenez au sérieux. On a eu l'occasion en d'autres temps de travailler ensemble, notamment sur la question de l'accès aux jeunes jusqu'à 24 ans aux soins psychologiques. Je pense que c'est une mesure qui a vraiment eu beaucoup de succès, qui continue d'en avoir et qui est vraiment essentielle. Je pense qu'on doit continuer à la promouvoir. Je suis aussi très heureuse d'entendre que la CIM Santé a débouché sur la création d'un groupe de travail interfédéral santé mentale, parce que je crois qu'il est vraiment nécessaire qu'on se retrouve tous, toutes les entités fédérales et fédérées, derrière cette urgence afin d'en faire une cause nationale. Un plan interfédéral santé mentale me paraît indispensable quand on voit les chiffres que j'ai rappelés en début d'intervention. Je continuerai donc à suivre tout ceci avec intérêt et j'espère aussi que nos auditions en matière de santé mentale pourront alimenter vos travaux.

De agressie tegen ziekenhuispersoneel

Gesteld door

PS Caroline Désir

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 10 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Caroline Désir wijst op een mesaanval op twee zorgverleners in een psychiatrische eenheid van Sanatia Saint-Luc, die volgens haar de structurele problemen in de sector blootlegt: personeelstekort, onveilige werkomstandigheden en gebrek aan bescherming – problemen die soignanten al jaren aankaarten. Ze bekritiseert dat zorgverleners, anders dan politie of gevangenispersoneel, geen gelijkwaardige preventieplannen of erkenning van risico’s genieten en dringt aan op een nationaal actieplan met gerichte opleidingen. Minister Frank Vandenbroucke verwerpt elke vorm van agressie tegen zorgpersoneel en kondigt een werkgroep aan (samen met Justitie en Binnenlandse Zaken) die binnen 12 maanden concrete voorstellen moet doen. Hij erkent dat er geen uniforme registratie van incidenten bestaat – een lacune die hij deze legislatuur wil oplossen om beleid evidence-based te kunnen voeren. Désir juicht de termijngebonden aanpak toe, maar benadrukt dat zorgverleners nu al in angst werken en dringend politiek signaal nodig hebben. Ze onderschrijft zijn focus op meting ("meten is weten") als voorwaarde voor effectief beleid.

Caroline Désir:

Monsieur le ministre, un grave incident s'est produit mardi dernier, si je ne me trompe, au sein de l'unité de psychiatrie de l'Institut Sanatia Saint-Luc à Bruxelles, avec deux membres du personnel qui ont été agressés et blessés à l'arme blanche. Heureusement, leur vie n'est visiblement pas en danger. Mais cet incident dramatique met une nouvelle fois en lumière les conditions de travail particulièrement difficiles dans le secteur psychiatrique, et dans nos hôpitaux en général, car ce n'est pas la première fois que ce genre d'incident se produit. Cet incident vient illustrer une réalité que les soignants dénoncent depuis longtemps, à savoir un manque criant de personnel, des conditions de travail dangereuses et une sécurité insuffisante pour protéger les soignants.

Monsieur le ministre, j'imagine que vous avez été interpellé à la suite de ces événements. Quelles mesures immédiates envisagez-vous pour renforcer la sécurité du personnel hospitalier, et en particulier pour ce qui concerne les unités psychiatriques, afin d'éviter que de tels drames ne se reproduisent? Disposez-vous d'un état des lieux récent sur les agressions subies par le personnel soignant en psychiatrie en Belgique? Pouvez-vous le communiquer au Parlement?

À la suite d'une question orale de ma collègue Ludivine Dedonder, vous vous étiez montré favorable à un plan global face à l'agressivité contre le personnel soignant. Vous affirmiez vouloir développer une démarche avec les partenaires sociaux du secteur. Qu'en est-il aujourd'hui? Quelles concertations sont-elles menées dans ce cadre?

En Belgique, la police, les pompiers et le personnel pénitentiaire bénéficient de plans spécifiques de prévention et de reconnaissance des risques liés à la violence. Les soignants sont finalement exposés à des dangers comparables, mais sans les protections équivalentes. Envisagez-vous de mettre en place un plan national spécifique avec des formations dédiées à cette problématique et une reconnaissance officielle du risque encouru?

Frank Vandenbroucke:

Madame Désir, permettez-moi de commencer par affirmer sans aucune ambiguïté que l'agression envers le personnel soignant, sous quelque forme que ce soit, est totalement inacceptable. Le Conseil fédéral des secours médicaux d'urgence et le Conseil fédéral des établissements hospitaliers ont récemment rendu un avis concernant l'approche à adopter face à l'agression envers les prestataires de soins. J'ai alors demandé au président du Conseil fédéral des secours médicaux d'urgence d'élaborer un concept en vue de la constitution d'un groupe de travail dédié à la lutte contre l'agression envers les prestataires de soins. Mon cabinet est actuellement en contact avec le cabinet du ministre de la Justice et du ministre de l'Intérieur pour discuter de ce concept.

À ce jour, nous ne disposons pas d'un système d'enregistrement uniforme des agressions dans les hôpitaux. L'enregistrement uniforme et le suivi du nombre d'incidents, qu'il s'agisse de formes verbales ou physiques d'agressions, font en tout état de cause partie des objectifs que je souhaite atteindre au cours de cette législature. Ce n'est qu'ainsi que nous pourrons obtenir une image précise de la problématique de l'agression et adapter en conséquence nos initiatives politiques.

Concrètement, j'ai demandé de créer un groupe de travail qui, dans le délai de douze mois, devra soumettre des propositions concrètes en ce qui concerne la lutte contre l'agression contre le personnel soignant.

Caroline Désir:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je pense effectivement qu'il faut aujourd'hui envoyer un signal fort au personnel soignant, qui se dévoue corps et âme pour soigner les patients. Dès lors, imaginer que ces personnes doivent, dans certains cas, venir travailler la boule au ventre parce qu'elles ont peur de faire agresser est bien évidemment insupportable. Je pense que les soignants ont besoin d'entendre qu'il existe une réponse politique à la hauteur de l'enjeu. Je me réjouis que vous vous soyez imposé des délais et que vous ayez décidé de collaborer avec vos collègues de la Justice et de l'Intérieur. Par ailleurs, il est primordial de pouvoir mesurer de quoi on parle, de sorte qu'en l'absence de système d'enregistrement uniforme, il faut impérativement travailler sur ces aspects. Vous avez cité l'expression néerlandaise "Meten is weten", et il est exact qu'on ne peut pas mener une politique adaptée à la réalité si on est incapable de mesurer cette réalité.

De agressie tegen treinbegeleiders

Gesteld door

PS Éric Thiébaut

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 9 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Éric Thiébaut bekritiseert de alarmende toename van agressie tegen SNCB-personeel (2.100 incidenten in 2024, 350 langdurige afwezigheden) en eist versterkte Securail-brigades, betere samenwerking met politie en heropening van politieposten in stations, met name na sluitingen onder minister Jambon die volgens hem de veiligheid ondermijnen. Minister Crucke bevestigt prioriteit voor veiligheid, meldt een recente uitbreiding van Securail met 50 ETP (totaal 700), bodycams in voorbereiding en een gepland akkoord met Binnenlandse Zaken voor betere afstemming, maar benadrukt dat politie-infrastructuur niet onder SNCB valt. Thiébaut beklemtoont de klachten van Securail-agenten: gebrek aan erkenning als handhavers, onvoldoende training (bv. omgaan met messen), beperkte middelen (alleen pepperspray) en pleit voor overname door Binnenlandse Zaken, terwijl Crucke belooft de operationele samenwerking te structureren via een nieuwe raad met de minister van Veiligheid, zonder expliciet in te gaan op de transfervraag.

Éric Thiébaut:

Monsieur le ministre, il y a quelques semaines, une contrôleuse de la SNCB a été agressée dans un train et a dû être hospitalisée. Ce qu'il s'est passé est totalement inacceptable. Depuis plusieurs années, j’ai réclamé, à de nombreuses reprises, des moyens supplémentaires pour la police du rail, une présence accrue et visible des forces de sécurité dans les trains et les gares, ainsi qu’un arsenal légal mieux adapté pour protéger les accompagnateurs et l’ensemble du personnel ferroviaire et des transports en commun en général.

Malheureusement, force est de constater que la situation ne s’améliore pas. En 2024, près de 2 100 agressions envers le personnel ont été rapportées par la SNCB, soit une moyenne de 6 agressions par jour. Certaines étaient plus graves que d’autres. L'an dernier, 350 travailleurs de la SNCB ont été absents suite à une agression. Il faut évidemment que cela cesse. Les accompagnateurs de train ne méritent pas un tel traitement.

Monsieur le ministre, un renforcement des brigades Securail est-il envisagé? Si oui, dans quel délai? Une amélioration de la collaboration entre les agents de Securail et les accompagnateurs de train est-elle enfin à l’ordre du jour? Où en sont les discussions avec votre collègue ministre de l’Intérieur concernant la répartition des tâches entre police locale, police des chemins de fer et Securail, dont le transfert a été annoncé par votre collègue de l’Intérieur? Enfin, à l’image de Bruxelles-Midi, l’ouverture de nouveaux postes de police dans les gares est-elle étudiée?

Jean-Luc Crucke:

Cher collègue, la lutte contre les agressions envers le personnel demeure, et doit demeurer, une priorité pour moi comme pour la SNCB, tant le phénomène reste préoccupant et parfois complexe. Qu’elles soient physiques ou verbales, ces violences sont parfaitement inacceptables. Elles portent atteinte au bien-être des collaborateurs, perturbent le bon fonctionnement de l’entreprise et altèrent le confort des voyageurs.

Chaque jour ouvrable, les collaborateurs de la SNCB assurent le bon déroulement du service auprès de 900 000 voyageurs. Dans ce cadre, les agents de Securail jouent un rôle essentiel, en étroite complémentarité avec les accompagnateurs de train, les équipes de contrôleurs mobiles, la police des chemins de fer et les services locaux de police. Ensemble, ils mènent des actions ciblées dans les lieux et aux moments identifiés comme sensibles. Ces opérations renforcent la visibilité sur le terrain et contribuent concrètement à la sécurité du personnel et des voyageurs.

Depuis l'entrée en vigueur du contrat de service public, les Corporate Security Services (CSS) Securail, ont déjà été renforcés et l'ont été, dernièrement encore, de 50 équivalents temps plein sur les 700 équivalents temps plein répartis entre les agents de terrain de Securail et le personnel des control rooms .

À travers la mise en œuvre de son masterplan Intégration, la SNCB poursuit le déploiement des mesures concrètes et assure un suivi rigoureux de la situation. Des analyses de terrain sont régulièrement organisées en concertation avec les partenaires concernés afin d'adapter les effectifs et les interventions en fonction des besoins constatés, tout en respectant les exigences opérationnelles et légales. Par ailleurs, des dispositifs d'alarme et de communication ont été installés pour permettre des interventions plus rapides en cas d'incident. La SNCB reste engagée dans le déploiement de bodycams pour les membres de son personnel les plus exposés aux agressions. L'expérience d'autres pays européens montre que ces dispositifs renforcent le sentiment de sécurité, favorisent la désescalade des situations conflictuelles et fournissent des éléments objectifs en cas d'enquête ou de poursuite judiciaire.

Les travaux préparatoires se poursuivent en vue d'identifier une solution conforme aux exigences légales. Je ne désespère pas de déposer ce dossier avec mon collègue de l'Intérieur sur la table du gouvernement avant la fin de l'année ou, au plus tard, au début de l'année prochaine.

Ce n'est pas la SNCB qui décide de l'installation d'un poste de police dans une gare, mais l'entreprise examine les demandes avec une grande bienveillance, car cela apporte une grande valeur ajoutée en matière de sécurité. Je continuerai donc à travailler à une meilleure coordination de la politique de sécurité intégrée dans les transports et l'infrastructure du réseau ferroviaire.

L'accord de coalition prévoit un regroupement des compétences de sécurité entre les mains du ministre de la Sécurité et de l'Intérieur. Concrètement, nous développerons les moyens juridiques susceptibles de mieux structurer la coopération opérationnelle entre la police et Securail, les deux organes étant actifs dans ce domaine. Dans le cadre d'une cotutelle conjointe avec le ministre de l'Intérieur, un Conseil sera installé afin d'assurer une synergie renforcée dans l'élaboration et l'application des plans stratégiques et opérationnels de Securail, en coordination avec les plans d'action intégrés de sécurité de la SNCB.

Éric Thiébaut:

Merci pour cette réponse assez complète, monsieur le ministre. J'aimerais encore relayer les revendications des agents de Securail. J'en rencontre énormément sur le terrain puisque, comme vous le savez, je prends le train pour venir à Bruxelles. J'ai donc souvent l'occasion de discuter avec eux. Les agents de Securail expriment leur souffrance du fait de la complexité de leur situation. Ils doivent souvent intervenir, sans toujours être identifiés, avec leur uniforme rouge, comme des agents des forces de l'ordre. Ils sont vraiment demandeurs d'une intégration au sein des services de l'Intérieur. Cette demande n'émane peut-être pas de leur direction, mais certainement des agents de terrain. Je pense qu'il faut aussi les écouter. Ils ne sont pas toujours non plus très bien formés par rapport aux problèmes auxquels ils sont confrontés. Un agent m'évoquait l'autre jour ses doutes quant à la bonne réaction face à un individu armé d'un couteau. Eux ne disposent que d'un spray au poivre, qu'ils ne peuvent d'ailleurs pas utiliser dans toutes les situations. Les environnements tels qu'un wagon fermé ou un quai comprennent des limites et des dangers qui les laissent un peu démunis au niveau des moyens d'action. En termes de gestion de la sécurité, leur travail est donc vraiment très particulier. Si je peux vous donner un petit conseil, je vous suggère donc d'aller peut-être à leur rencontre, et d'écouter les revendications du terrain – qui ne sont pas nécessairement celles de leur direction. Par rapport aux commissariats de police des chemins de fer, vous savez que le ministre Jambon a fait beaucoup de dégâts à ce niveau. Toute une série de commissariats ont été fermés, et on en ressent aujourd'hui les effets négatifs. Il peut arriver, par exemple, qu'un agent de Securail à Mons ayant immobilisé un individu doive attendre plus d'une demi-heure qu'un policier des chemins de fer arrive sur les lieux. Il est très compliqué de gérer ce genre de situations sur le terrain. Je suis dès lors un fervent défenseur du redéploiement de la police des chemins de fer dans les principales gares du pays. C'est vraiment nécessaire. J'espère que les choses bougeront à ce niveau-là, mais j'insiste aussi sur la nécessité de transférer carrément Securail au niveau du ministère de l'Intérieur.

Fysiek geweld tegen NMBS-medewerkers aan het station Brussel-Zuid
Het geval van agressie bij Brussel-Zuid
Agressie en fysiek geweld tegen NMBS-personeel in Brussel-Zuid

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 9 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Jean-Luc Crucke bevestigt dat agressie tegen NMBS-personeel—zoals de recente aanval op twee loketbedienden in Brussel-Zuid—een groeiend probleem is en wijst op lopende maatregelen zoals versterkte camerabewaking (795 camera’s), bodycams voor Securail, nachtelijke sluiting van het station en een succesvol politiebureau in Brussel-Zuid (20-25% criminaliteitsdaling). Hij benadrukt samenwerking met Binnenlandse Zaken en justitie, maar de dader is nog niet geïdentificeerd. Frank Troosters (kritisch) stelt dat bezuinigingen onder Jan Jambon (spoorwegpolitie van 724 naar 465 agenten) en sluitingen van politieposten (bv. Limburg, Leuven) de veiligheid ondermijnden, maar erkent dat zichtbare politiepresente en camera’s wel werken—preventie moet prioriteit krijgen via meer agenten, betere uitrusting en overleg tussen beleidsdomeinen.

Frank Troosters:

Ik verwijs naar de ingediende vraag.

Aan het station van Brussel-Zuid werden recent twee vrouwelijke NMBS-loketbedienden het slachtoffer van fysiek geweld. Een man die gewapend was met een ijzeren staaf viel hen aan waarbij beide NMBS-medewerkers slagen tegen hun hoofd te verwerken kregen. Ingevolge het trauma dat ze opliepen zijn beiden voor meerdere dagen arbeidsongeschikt.

Als reactie op het nieuwe en toenemende geweld en het uitblijven van een afdoend veiligheidsbeleid besloot het personeel van de internationale loketten in het station twee uur lang het werk neer te leggen.

Erkent de minister de veiligheidsproblemen die er zijn aan het station van Brussel-Zuid en bij uitbreiding meer algemeen binnen het spoorgebeuren?

Welke conclusies kan de minister trekken uit de feiten die voorvielen? Welke bijkomende beleidsmaatregelen zullen genomen worden om de veiligheid binnen het spoorgebeuren te verhogen? Zal de minister in overleg treden met zijn collega-minister van Binnenlandse Zaken om bijkomende veiligheidsmaatregelen overeen te komen?

Beschikt de minister over bijkomende informatie over de dader van deze feiten? Werd die geïdentificeerd en opgepakt? Desgevallend: is de dader nog steeds van zijn vrijheid beroofd of is de dader intussen terug op vrije voeten gesteld?

Voorzitter:

De heer Bayet is niet aanwezig. Zijn vraag is dus zonder voorwerp.

Jean-Luc Crucke:

Op 30 november 2025 om 08.01 uur werden twee loketbedienden van de NMBS aan de Horta-ingang van Brussel-Zuid het slachtoffer van fysieke agressie. Een persoon heeft zonder enige aanleiding beide medewerkers geslagen met een plastic voorwerp. De dader is onmiddellijk gevlucht. Beide slachtoffers werden met een taxi naar het Sint-Pieterziekenhuis gebracht voor verzorging.

Een van de internationale loketten werd kort – gedurende 51 minuten – gesloten, zodat de betrokken medewerkers konden recupereren en steun konden krijgen van collega’s. Overeenkomstig de procedure heeft de NMBS een klacht ingediend, zodat het onderzoek snel en grondig kan worden uitgevoerd.

De NMBS en ik stellen vast dat agressie tegen personeel een ernstig probleem vormt, niet alleen in Brussel-Zuid, maar ook op andere locaties. De veiligheid van reizigers en personeel blijft een absolute prioriteit. Er wordt continu geïnvesteerd in preventieve maatregelen, zoals camerabewaking, aanwezigheid van Securail en samenwerking met de politie.

Concernant la sécurité du personnel de la SNCB, j'ai récemment fait en sorte que les zones de police locale puissent avoir accès aux caméras de la SNCB.

Par ailleurs, je travaille actuellement à donner la possibilité aux accompagnateurs de train et aux agents de Securail de pouvoir disposer de bodycams dans le cadre de leur fonction. Enfin, les peines à l'encontre des agressions envers les fonctions sociétales ont été récemment augmentées. Ceci vaut également pour les agents de la SNCB.

Les faits montrent qu'il est nécessaire de maintenir et de renforcer l'attention portée à la sécurité. La SNCB collabore avec Securail et la police fédérale afin de renforcer la présence visible des services de sécurité. En outre, les procédures internes sont évaluées afin d'améliorer encore l'accueil des victimes et le suivi des incidents.

De NMBS verwelkomt de versterking van de spoorwegpolitie met 20 mensen in Brussel. De aanwezigheid van het politiecommissariaat in Brussel-Zuid werpt ook al vruchten af. De minister van Binnenlandse Zaken en de politie hebben een balans opgemaakt van het eerste jaar van het politiebureau. Meer dan 6.000 mensen zijn er in een jaar langs geweest, waarbij de helft van de gevallen heeft geleid tot een proces-verbaal. Meer dan 70 % van de opgemaakte processen-verbaal had voornamelijk betrekking op diefstal van bagage of documenten en iets minder dan 20 % op verlies van documenten. Een klein deel betrof inbreuken tegen personen. De cijfers tonen aan dat er een daling is met 20 tot 25 % van de feiten. Het commissariaat blijkt dus effectief te zijn.

Comme je l'ai déjà mentionné, la SNCB prend sa part de responsabilité très au sérieux. En plus du déploiement des agents de Securail, de nombreuses mesures infrastructurelles et organisationnelles ont été prises. La vidéosurveillance a été augmentée, avec 795 caméras.

Un contrôle d'accès a été mis en place et la gare est fermée la nuit entre 1 h 45 et 3 h 45. La fréquence de nettoyage a été également augmentée. Il est crucial que toutes les parties prennent leurs responsabilités en matière de sécurité dans et autour des gares.

La SNCB continue de suivre cette situation de près et reste ouverte à un renforcement supplémentaire des mesures en concertation avec les autorités compétentes.

Op dit moment is de dader nog niet geïdentificeerd. Het onderzoek door de bevoegde politiediensten is lopende. Zodra er nieuwe informatie beschikbaar is, zal deze worden gedeeld met de bevoegde instanties.

Je souhaite exprimer mon soutien à l'ensemble du personnel concerné et faire part de mon indignation face à cette violence injustifiée. Comme je l'ai déjà indiqué à plusieurs reprises, des groupes de travail sont en cours dans le cadre d'un cotutelle entre la Mobilité et l'Intérieur. Ces travaux, menés conjointement par la SPC et Securail, visent à renforcer les moyens, les outils et le processus afin de répondre aux attentes légitimes en matière de sécurité, particulièrement dans les lieux stratégiques tels que la gare du Midi, qui constitue la principale gare internationale de Belgique en termes de voyageurs.

Frank Troosters:

Minister, de problematiek komt vaak aan bod en alles ligt in dezelfde lijn. Veiligheid is een absolute prioriteit. Het belangrijkste element uit uw antwoord is dat het openen van een politiepost in Brussel-Zuid en extra agenten van de spoorwegpolitie leiden tot een daling van de criminaliteit. We zijn nog lang niet waar we moeten zijn. De problematiek beperkt zich niet tot de stations en strekt zich uit tot de stationsomgeving, maar het heeft wel effect. Dat bewijst dat daarop moeten worden ingezet. Er zou een stimulans in die richting moeten zijn, maar we moeten vaststellen dat al jaren het tegenovergestelde gebeurt. Onder Jan Jambon is het aantal agenten van de spoorwegpolitie afgebouwd van 724 naar 465, een kapitale fout. Er zijn posten van de spoorwegpolitie in verschillende stations gesloten. In Limburg werd die post de facto niet bemand. Logischerwijze had men verwacht dat werk werd gemaakt van een herbezetting, maar de post werd gesloten. De post in Leuven werd eveneens gesloten. Ik denk dat Brussel-Zuid aantoont dat de omgekeerde beweging wel degelijk resultaat kan opleveren. Met het oog op preventie zouden zichtbare camera’s en zichtbaar aanwezige agenten veel miserie kunnen voorkomen. Beter voorkomen dan genezen. Ik mag hopen dat deze regering daarop zeer sterk inzet. Niet alleen bodycams, maar ook betere uitrusting en opleidingen zijn nodig. Het gaat om een geheel van maatregelen, overkoepelend tussen verschillende beleidsdomeinen. Vooral de zichtbare aanwezigheid van personeel in de stations is een zeer belangrijk element in het vinden van oplossingen.

De fysieke agressie tegen het spoorpersoneel op de trein Poperinge - Antwerpen-Centraal

Gesteld door

VB Frank Troosters

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 9 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Frank Troosters bekritiseert de structurele onveiligheid van spoorpersoneel na een gewelddadige aanval op een treinbegeleider (hersenschudding, psychologische schade) en vraagt zich af of de minister fatale afloopscenario’s kan uitsluiten, wijzend op onvoldoende middelen, bevoegdheden en bescherming (bv. aanpassing staande-houdtijden) die niet aansluiten bij de toenemende, verhardende criminaliteit. Minister Jean-Luc Crucke veroordeelt het geweld als maatschappelijk probleem (brede trend tegen gezagsfiguren) en somt bestaande maatregelen op (bodycams, camera’s, opleidingen, juridische steun, strafverzwaring), maar benadrukt dat een Europese aanpak nodig is, gezien het grensoverschrijdende karakter. Troosters relativeert dit: Europa mag geen excuus zijn voor vertraging en eist concrete, snelle actie – zoals wettelijke aanpassingen en betere uitrusting – omdat de praktijkervaring van personeel haaks staat op het beleid van leidinggevenden, die volgens hem te traag of theoretisch reageren.

Frank Troosters:

Afgelopen woensdagnamiddag werd een treinbegeleider op de trein tussen Poperinge en Antwerpen-Centraal weer maar eens het slachtoffer van fysieke agressie ingevolge het niet bezitten van een geldig vervoersbewijs. De treinbegeleider hield er een hersenschudding en verwondingen aan hoofd en keel. Ingevolge de mentale impact is hij tijdelijk werkongeschikt.

Kan de minister zich inbeelden welke psychologische impact het op een persoon heeft wanneer men elke dag moet gaan werken met de vrees voor zijn eigen fysieke veiligheid?

Beseft de minister dat dit voor een groot deel van het operationeel spoorpersoneel het geval is?

Erkent de minister dat het ontbreken van een geldig vervoersbewijs veelal de aanleiding vormt tot incidenten?

Durft de minister garanderen dat het bij toekomstige incidenten met spoorpersoneel steeds bij de op zichzelf al onaanvaardbare verbale of fysieke geweldfeiten zal blijven, maw, dat een eventuele fatale afloop voor het spoorpersoneel uitgesloten is? Zo neen: welke maatregelen zal hij nemen om dit laatste te vermijden?

Jean-Luc Crucke:

Mijnheer de voorzitter, weer moet ik zeggen dat agressie tegenover het personeel van het openbaar vervoer onaanvaardbaar is en ingaat tegen alle waarden van onze samenleving. Dit fenomeen beperkt zich niet tot het openbaar vervoer, het maakt deel uit van een bredere tendens waarbij agressief gedrag tegenover gezagsfiguren of eerstelijnsprofessionals toeneemt, of het nu gaat om gezondheidzorg, onderwijs of openbare diensten. Het is een maatschappelijke uitdaging, die onze collectieve capaciteit om samen te leven in respect en verantwoordelijkheid op de proef stelt.

De federale regering zal de operatoren en de ordediensten blijven ondersteunen in de strijd tegen dit geweld, want over de veiligheid van degenen die ons dagelijks vervoeren, kan niet onderhandeld worden. De NMBS, TEC, De Lijn en MIVB nemen tal van maatregelen om agressie tegen te gaan, zoals meer personeel op het terrein, een netwerk van bewakingscamera's en opleidingen voor medewerkers die rechtstreeks in contact staan met klanten, zodat zij potentiële conflictsituaties snel leren herkennen en er gepast op kunnen reageren. Elke daad van agressie wordt strikt opgevolgd. Naast onmiddellijke psychologische ondersteuning bij de vier maatschappijen bij elke daad van agressie is er ook juridische bijstand en wordt er klacht neergelegd bij de politie. In elk geval van agressie treden de maatschappijen op als benadeelde partij en bij vervolging door het parket stellen zij zich ook burgerlijke partij.

Dossiers die leiden tot strafrechtelijke vervolging kunnen uitmonden in gevangenisstraf, al dan niet met uitstel. Daders van agressie riskeren ook geldboetes of werkstraffen. Agressie tegen personeel van openbare diensten geldt bovendien als verzwarende omstandigheid.

De vier operatoren werken nauw samen om het gebruik van bodycams te bevorderen bij de personeelsleden die het meest blootgesteld zijn aan agressie. Ervaringen in sommige Europese landen suggereren dat deze toestellen het veiligheidsgevoel kunnen versterken, bijdragen aan de-escalatie van conflictsituaties en nuttige elementen kunnen opleveren bij onderzoek of gerechtelijke procedures. De voorbereidende werkzaamheden gaan verder, om een oplossing te definiëren die volledig voldoet aan de wettelijke vereisten.

Ik heb hierover vorige week nog gesproken met Europese collega’s. Duitsland, Nederland, Frankrijk en zelfs Luxemburg, elk land kent dergelijk geweld. Daarom denk ik meer en meer dat we niet alleen een Belgische oplossing moeten zoeken, maar mogelijk ook een Europees initiatief moeten overwegen.

Frank Troosters:

Mijnheer de minister, over uw laatste punt ben ik zelfs van mening dat het nog verder gaat dan Europa. Daar kunnen wij echt niet op blijven wachten. U maakt op dat vlak een terecht punt, maar dat neemt niet weg dat wij hier zelf echt aan de slag moeten. De teneur van alle vragen die ik stel inzake veiligheid en de veiligheidsproblemen binnen het spoor en de punten die ik maak voor het veiligheidspersoneel en ook voor het niet-veiligheidspersoneel, zoals de treinbegeleiders en het spoorpersoneel in het algemeen, is dat wij heel veel kunnen praten, werkgroepen oprichten, overleg plegen, zaken veroordelen en dies meer. Wij kunnen ook uitkijken naar een betere strafuitvoering en andere zaken, maar het is vooral noodzakelijk dat wordt nagegaan of het werk van die mensen in de praktijk, namelijk hun mogelijkheden, hun middelen, hun bevoegdheden, hun uitrusting en hun verweermiddelen, wordt afgestemd op de realiteit. De criminaliteit neemt toe, net als de vormen daarvan, onder andere het wapengebruik. Er is een duidelijke verharding van wat zich manifesteert terwijl aan de andere kant mensen staan die bijna onbeschermd zijn en heel weinig mogelijkheden hebben. Ik heb in het verleden al aangegeven dat er heel wat zaken zijn die op een eenvoudige manier kunnen worden aangepakt, die niet veel geld kosten en die enkel tekstueel of wettelijk moeten worden aangepast, bijvoorbeeld hoe lang men iemand mag staande houden. Daar zijn op korte termijn echt wel winsten te boeken, zoals ik u al eerder heb aangegeven. Ik hoop dat er, behalve het bredere kader, de samenwerking en alles wat moet gebeuren inzake meer mankracht en dergelijke, al stappen worden gezet. Dat is immers heel erg nodig. In essentie stemt de praktijk die het veiligheidspersoneel dagelijks ervaart soms niet overeen met het beeld of de benadering op een hoger echelon bij de leidinggevenden. Ik dank u alleszins voor uw antwoord.

De zelfmoord van een tiener in transitie

Gesteld door

N-VA Kathleen Depoorter

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 9 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Kathleen Depoorter bekritiseert dat een jongere in transitie na één gesprek testosteron kreeg zonder grondige screening of ouderbetrokkenheid, en vraagt om strengere protocollen en controles voor medische transities bij minderjarigen. Minister Vandenbroucke benadrukt dat er geen Belgische richtlijn is, maar wel internationale normen (o.a. WPATH) en RIZIV-contracten met zes gespecialiseerde centra die psychosociale begeleiding verplichten; hij wacht op een KCE-evaluatie en gerechtelijk onderzoek voor verdere stappen. Depoorter wijst op risico’s buiten deze centra, waar volgens haar psychologische screening ontbreekt (zoals in eerdere gevallen met puberteitsremmers), en linkt lange wachtlijsten aan zelfmedicatie. Vandenbroucke bevestigt dat ouderbetrokkenheid beperkt is door beroepsgeheim (vanaf 16 jaar) en dat opvolging cruciaal is, maar vermijdt concrete maatregelen tot de onderzoeken afgerond zijn.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, enige tijd geleden raakte bekend dat ouders van een tiener in transitie die afgelopen zomer uit het leven stapte klacht hebben ingediend bij het AZ Groeninge in Kortrijk. Volgens berichten in de media kreeg de jongere na één enkel gesprek met een arts en psycholoog testosteron voorgeschreven. Dat gebeurde zonder grondige voorafgaande psychologische screening of langdurige begeleiding. Dat is een pijnpunt waar we in het verleden al vaker over hebben gedebatteerd. De ouders geven aan dat hun bezorgdheden niet tijdig werden opgevolgd en dat zij geen inzage kregen in het medisch dossier van hun kind.

De tragische gebeurtenis roept ernstige vragen op over de zorgvuldigheid van de procedures bij gendertransities, zeker wanneer het gaat om minderjarigen of jongvolwassenen met onderliggende psychologische problemen.

Mijnheer de minister, welke richtlijnen of protocollen bestaan er in ons land voor ziekenhuizen en artsen die betrokken zijn bij medische transities bij jongeren of jongvolwassenen? Wordt ook toegezien op de naleving van die richtlijnen? Wat zijn de controlemechanismen bij ziekenhuizen die dergelijke behandelingen aanbieden?

Overweegt u, naar aanleiding van dit tragische geval, om bijkomende maatregelen te nemen om te garanderen dat elke medische transitie voorafgegaan wordt door een grondige psychologische evaluatie en begeleiding? Zult u erop toezien dat ouders in dergelijke dossiers tijdig en correct geïnformeerd worden, binnen de grenzen van het beroepsgeheim en de rechten van de patiënt?

Frank Vandenbroucke:

Mevrouw Depoorter, ik denk dat we ons niet kunnen voorstellen hoe ingrijpend het is om op die manier een kind te verliezen en ik wil daarom beginnen met mijn medeleven te betuigen aan het gezin, de vrienden en de familie naar aanleiding van uw vraag. Dat zijn bijzonder tragische gebeurtenissen die diepe sporen nalaten. Ik denk dat we het maatschappelijk debat daarover moeten blijven voeren op een manier die open, verantwoordelijk en respectvol is. Uw vragen zijn in dat verband zeer relevant, maar vergen ook een zorgvuldige toelichting.

Wat uw eerste vraag betreft, kan ik u meegeven dat de verantwoordelijkheid over de toegang tot medicamenteuze behandelingen en chirurgische ingrepen in het kader van een transgendertraject bij de behandelende arts ligt. Er bestaat geen overkoepelende Belgische richtlijn, maar er zijn internationale richtlijnen die een centrale plaats innemen, zoals de Standards of Care for the Health of Transgender and Gender Diverse People . Ook het advies van de Orde der artsen over de zorg voor adolescenten is in deze context relevant, aangezien daarin wordt gewezen op verschillende deontologische aspecten waarmee rekening moet worden gehouden bij de zorg voor minderjarige patiënten met genderdysforie.

Daarnaast heeft het RIZIV sinds 1 januari van dit jaar met zes centra een nieuwe overeenkomst voor transgenderzorg gesloten, waardoor het aantal centra voor transgenderzorg is uitgebreid van twee naar zes. Die overeenkomst voorziet een tegemoetkoming in de psychosociale begeleiding in de vorm van individuele zittingen, groepszittingen, familiale zittingen en een pre- en postoperatief gesprek, verleend door een psycholoog, casemanager of maatschappelijk werker die aan het centrum verbonden is.

De begeleiding voorzien in die overeenkomst heeft mede als doel de patiënten te informeren over en te begeleiden in alle aspecten van de genderincongruentie en eventuele behandelingen te coördineren en op te volgen. Daarbij worden de aard van de behandelingen en de verwachte en ongewenste effecten besproken en worden de patiënten geïnformeerd en geadviseerd over hoe ze kunnen omgaan met genderaffirmerende behandeling en de gevolgen ervan. Die centra dienen te allen tijde te handelen in overeenstemming met de regels voor een goede praktijkvoering, die internationaal gevalideerd zijn.

Uw tweede vraag gaat over de manier waarop wordt toegezien op de naleving van die richtlijnen en de controlemechanismen bij ziekenhuizen die dergelijke behandelingen in het kader van transgenderzorg aanbieden. De centra die de overeenkomst hebben gesloten, zijn onderworpen aan verschillende voorwaarden, onder andere met betrekking tot de samenstelling van het zorgteam en de inhoud van de voorziene psychosociale zorg. Ze dienen daarnaast jaarlijks een evaluatierapport in te dienen, dat ook gegevens bevat die ruimer gaan dan de door het centrum verleende psychosociale begeleiding.

We kunnen stellen dat de overeenkomsten met de zes transgendercentra al een belangrijke garantie vormen dat de zorg optimaal wordt geboden. Men mag verwachten dat artsen van andere centra hun patiënten doorverwijzen wanneer dat nodig is.

We stelden ook vast dat er lange wachttijden bestaan binnen de transgenderzorg en dat er signalen zijn dat sommige patiënten hun toevlucht nemen tot zelfmedicatie, waarbij er natuurlijk sprake is van een volledig gebrek aan opvolging. Gezondheidsexperts zijn het erover eens dat opvolging cruciaal is en dat een goede diagnostiek en een aangepaste psychosociale begeleiding daarbij essentieel zijn.

Dat brengt ons bij het belangrijkste punt, namelijk wat in het regeerakkoord staat. Er is een brede evaluatie nodig van de transgenderzorg, inclusief een analyse van de noden. We moeten daarom de noodzakelijke stappen daartoe zetten. Dat is ook al geprogrammeerd bij het KCE. Dat is eigenlijk de essentie van wat we hebben afgesproken; dat is echt wat moet gebeuren. Ik wil daar zelf niet op vooruitlopen. Ik lees het debat en de reacties op het debat in de media, maar ik zal vanuit mijn functie om die reden op dit moment geen verdere commentaar geven.

Wat uw derde vraag betreft, namelijk of ik overweeg om naar aanleiding van dat voorval bijkomende maatregelen te nemen om te garanderen dat elke medische transitie voorafgaat aan een grondige psychologische evaluatie en begeleiding, moet ik u zeggen dat het gerechtelijk onderzoek naar de precieze omstandigheden van dat tragisch overlijden nog lopende is. Ik wil daar niet op vooruitlopen. We zullen de resultaten van dat gerechtelijk onderzoek natuurlijk aandachtig moeten analyseren. Als daaruit blijkt dat bijkomende maatregelen nodig zijn, moeten we dat bekijken.

Met betrekking tot uw laatste vraag, of ik erop zal toezien dat ouders tijdig en correct worden geïnformeerd binnen de grenzen van het beroepsgeheim en de rechten van de patiënt, geldt voor personen vanaf 16 jaar dat een expliciete toestemming van de jongere vereist is om ouders inzage te geven in het medisch dossier van het kind. Zonder toestemming van de jongvolwassenen geldt het volledige beroepsgeheim. Daarmee moeten we ook rekening houden.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het is uiteraard zeer moeilijk en tragisch, zoals u zegt. Maar, en dat is een discussie die we wel vaker voeren binnen dit thema, psychologische begeleiding en zorg in de transgenderzorg is essentieel. U refereert aan de transgendercentra, maar uiteraard gaat het hier om zorg buiten een multidisciplinair centrum dat een akkoord heeft gesloten rond transgenderzorg. Dan kan men inderdaad in die gevarenzone terechtkomen waarbij de psychologische begeleiding in deze casus wellicht, of zo wordt althans gezegd, niet is toegepast. Ik heb een paar jaar geleden een ander geval met u besproken. Dat ging toen over de toediening van puberteitsremmers, ook buiten een dergelijk centrum, waarbij geen psychologische begeleiding werd gegeven. Vandaar dat we die KCE-studie samen afgesproken hebben binnen het regeerakkoord. Het is essentieel dat we daarmee bekijken of die zorgen optimaal zijn. Wordt het psychologisch aspect, dat in de internationale wetenschappelijke vakpers wordt benadrukt, voldoende toegepast? Gaat men, vooraleer medicatie toe te dienen, psychologische zorg en screening toepassen om dan het traject te beginnen en dat nog verder op te volgen? Het is heel belangrijk dat we onze patiënten goed omkaderen en met die centra aan het werk gaan, zodat de patiënten de juiste therapie krijgen. U haalt zelfmedicatie aan. Ik denk niet dat dit nu de casus is, maar ik ben er wel van overtuigd dat lange wachtlijsten een doorslaggevende rol kunnen spelen in de keuze van patiënten voor bepaalde centra.

De recente verkrachting in de gevangenis van Antwerpen

Gesteld door

N-VA Sophie De Wit

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 2 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sophie De Wit wijst op herhaalde verkrachtingen en mishandeling in de Antwerpse gevangenis (Begijnenstraat), gelinkt aan structurele problemen zoals overbevolking, personeelstekort en verouderde infrastructuur, en vraagt om concrete maatregelen en evaluaties. Minister Annelies Verlinden noemt het geweld "onaanvaardbaar", verwijst naar een lopend gerechtelijk onderzoek en een audit (sept. 2024) met procedurele optimalisaties, maar bevestigt dat overbevolking en personeelstekort het veiligheidsbeleid en toezicht ondermijnen, ondanks pogingen tot prioritering. Verlinden erkent dat risicoprofielen moeilijk in te schatten zijn bij nieuwe gedetineerden en dat plaatsgebrek soms gedwongen celindeling veroorzaakt. De Wit bekritiseert dat dergelijke feiten "niet mogen kunnen gebeuren" en dringt aan op maximale veiligheidsinspanningen, ondanks de erkenning van systeemfalen.

Sophie De Wit:

Ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

Geachte minister,

Volgens recente berichtgeving in de media loopt er een gerechtelijk onderzoek naar de verkrachting van een gedetineerde in de Antwerpse gevangenis aan de Begijnenstraat. Het slachtoffer, dat vastzat voor drugsfeiten, zou tijdens zijn slaap zijn gedrogeerd door één dan wel beide celgenoten. De feiten worden gekwalificeerd als verkrachting en toediening van weerloos makende of remmingsverlagende stoffen.

Deze nieuwe zaak komt bovenop eerdere zware mishandelingen in dezelfde inrichting, waar vorig jaar eveneens een gedetineerde slachtoffer werd van langdurige mishandeling en verkrachting door celgenoten. De gevangenis van Antwerpen kampt al geruime tijd met structurele problemen zoals overbevolking, personeelstekort en verouderde infrastructuur, wat de veiligheid zowel voor gedetineerden als voor het personeel ondermijnt.

Ik heb de volgende vragen voor u:

1. Hoe reageert u op dit nieuwe geweldsincident in de gevangenis van Antwerpen, waar een gedetineerde slachtoffer werd van verkrachting binnen zijn cel?

2. Werd naar aanleiding van dit en eerdere incidenten een interne audit of veiligheidsanalyse uitgevoerd binnen de Antwerpse inrichting en wat waren de conclusies daarvan?

3. Werden na de eerdere mishandelings- en verkrachtingszaak van vorig jaar in Antwerpen concrete structurele maatregelen genomen en hoe evalueert u vandaag de uitvoering en impact daarvan?

4. Hoe beïnvloedt de aanhoudende overbevolking in de Antwerpse gevangenis de mogelijkheid om risicovolle profielen van elkaar te scheiden en werden er nog gedetineerden met uiteenlopende risicoprofielen samen geplaatst wegens plaatsgebrek?

5. In welke mate speelt het tekort aan penitentiair personeel in Antwerpen een rol bij het verminderen van toezicht en het tijdig detecteren van geweldsfeiten en werden er sinds vorig jaar bijkomende versterkingen of veiligheidsmaatregelen voor het personeel voorzien?

Dank voor uw antwoorden.

Annelies Verlinden:

Mevrouw De Wit, dergelijk gedrag is uiteraard onaanvaardbaar en er moet streng worden opgetreden. De melding maakt momenteel het voorwerp uit van een gerechtelijk onderzoek. We betreuren het voorval, maar kunnen, gelet op het onderzoek, geen bijkomende inhoudelijke informatie geven.

In september 2024 werd een audit uitgevoerd met betrekking tot de infrastructurele veiligheid van de instelling. De procedures werden doorgelicht en waar nodig geoptimaliseerd.

Het onderzoek naar aanleiding van het recente incident is nog lopende. Er wordt momenteel gewerkt aan een project voor het centraal beheer van primaire beveiligingssystemen via een platform.

Het ligt voor de hand dat indien de graad van overbevolking bepaalde marges overschrijdt, dat het intern plaatsingsbeleid onder druk zet. Dat plaatsingsbeleid tracht met zoveel mogelijk factoren rekening te houden, die betrekking hebben op interne of externe gevaren, medisch gerelateerde aspecten, bijvoorbeeld diabetes, de aanwezigheid van psychiatrische problematieken, het behoren tot rivaliserende groepen, rookgedrag en zo meer. Sommige gedetineerden staan onder een bijzondere veiligheidsmaatregel of een individueel bijzonder veiligheidsregime en kunnen bijgevolg met niemand een ruimte delen. Daarenboven weet men van een nieuwe gedetineerde, zeker van een beklaagde, niet altijd of die een risicovol profiel heeft en hoe die zich in een detentietoestand zal gedragen. De directie kan zich veelal slechts op het aanhoudingsmandaat beroepen en op een eventuele melding van de politie die de beklaagde binnenbrengt.

Wat betreft uw vraag inzake het tekort aan penitentiair personeel zal mijn antwoord niet verrassen. De personeelskaders opgevuld krijgen en houden is, in tijden waarin het voor veel beroepen steeds moeilijker wordt om medewerkers te vinden, een uitdaging. Dat geldt uiteraard ook in combinatie met het hoge aantal gedetineerden, waardoor het integraal uitgevoerd krijgen van alle opdrachten die idealiter zouden moeten worden uitgevoerd, steeds meer een uitdaging vormt. Dat staat dus eveneens onder druk, maar ook in moeilijke tijden wordt er alles aan gedaan om de prioriteiten juist te zetten en te houden.

Sophie De Wit:

Mevrouw de minister, ik ben me ervan bewust dat de personeelsproblematiek en de overbevolking alles bemoeilijken. Ik denk echter dat we er alles aan moeten doen om de veiligheid, zowel binnen als buiten de gevangenis, te vrijwaren. Feiten als die verkrachting zouden niet mogen kunnen gebeuren.

De strijd tegen online seksueel kindermisbruik

Gesteld door

VB Dieter Keuten

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 2 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Dieter Keuten vraagt minister Verlinden om opheldering over België’s standpunt in de Europese strijd tegen online kindermisbruik, met name de omstreden EU-verordening en de rol van België bij stemmingen (tegen/onthouding in oktober 2025, voor in november 2025), die hij bekritiseert als ontransparant. Verlinden bevestigt steun voor de herziene richtlijn (2011/93) – met striktere definities, zwaardere straffen en betere slachtofferzorg – maar verwijst Keuten door naar Binnenlandse Zaken (minister Quintin) voor de verordening, aangezien Justitie enkel de justitiële aspecten behandelt. Keuten bekritiseert scherp het "totaal gebrek aan transparantie" in de gesloten EU-onderhandelingen (Raad en triloog) en eist dat de regering haar standpunten publiekelijk verantwoordt, omdat burgers recht hebben op inzicht in Belgische beslissingen.

Dieter Keuten:

Mevrouw de minister, ter inleiding verwijs ik naar mijn vraag zoals ze schriftelijk werd ingediend in oktober 2025, als ik mij niet vergis.

Op 23 juni 2025 had u een ontmoeting met Child Focus.

Op 13 en 14 oktober 2025 nam u deel aan een vergadering van de Europese Raad Justitie en Binnenlandse Zaken in Luxemburg.

Kan u toelichten wat uw standpunt is om de strijd tegen seksueel misbruik van minderjarigen, met name de online strijd, te versterken?

Werd er tijdens de vergadering van de Europese Raad gesproken over de verordening ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen en welke standpunten heeft u op deze bijeenkomst namen de regering ingenomen?

De teksten van deze Europese verordening zijn al verschillende keren aangepast en u verdedigde in 2024 als minister van Binnenlandse Zaken een duidelijk standpunt, hoe beoordeelt u de laatste versie van deze tekst?

Ondertussen zijn opnieuw enkele nieuwe etappes genomen in het dossier.

Kunt u ons dus bijkomende inlichtingen verschaffen over de positie van de regering ten opzichte van de teksten die in Europa voorliggen?

Kunt u ons toelichten waarom de vertegenwoordigers van België in de Raad van de Europese Unie in oktober 2025 tegen die versie van de tekst heeft gestemd of zich heeft onthouden? Waarom heeft België op de meest recente vergadering in november 2025 de nieuwe versie van de tekst gesteund?

Annelies Verlinden:

Mijnheer Keuten, als minister van Justitie ondersteun ik op Europees niveau de lopende herziening van de richtlijn die de versterking van het strafrecht inzake seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen beoogt.

De herziening van richtlijn 2011/93 van het Europees Parlement en de Europese Raad van 13 december 2011 ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting in vervanging van het kaderbesluit van 2004 werd tijdens het Belgische Voorzitterschap op de agenda geplaatst. In december 2024 werd een algemene oriëntatie van de Europese Raad bereikt. Momenteel bevinden wij ons in de fase van de trilogen en wij volgen dat uiteraard heel nauwgezet op.

De herziene regels verruimen de definities van de misdrijven en voeren zwaardere straffen en specifiekere vereisten in op het gebied van preventie en slachtofferzorg.

Belangrijk om te noteren, is dat bij Justitie de justitiële filière van de richtlijn die een minimale harmonisatie beoogt, wordt behandeld en niet het ontwerp van de EU-verordening zelf. Voor uw specifieke vragen over de verordening wil ik u daarom verwijzen naar mijn collega van Binnenlandse Zaken, die het Belgische standpunt zal uiteenzetten op de dag van de JBZ-Raad die is gepland voor de bevoegdheid van binnenlandse zaken.

Dieter Keuten:

Dank u voor de toelichting, mevrouw de minister. Ik zal de vraag morgen aan minister Quintin stellen. Ik kan alleen maar hopen dat er komaf wordt gemaakt met het totaal gebrek aan transparantie, doordat de onderhandelingen vooralsnog achter gesloten deuren plaatsvinden, eerst in de Raad van de Europese Unie en nadien bij de triloog. Tijdens de onderhandelingen nemen de regeringspartijen standpunten in, maar die worden niet publiek gecommuniceerd. Nochtans heeft het volk het recht te weten wat de regering beslist namens België in die onderhandelingen.

Een antiagressieplan voor het ziekenhuispersoneel

Gesteld door

PS Ludivine Dedonder

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 19 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De stijgende agressie (fysiek, verbaal, psychologisch) tegen ziekenhuispersoneel eist structurele maatregelen, waarvoor minister Vandenbroucke een tweedelige juridische definitie (objectief + subjectieve ervaring) en een centraal registratiesysteem voor incidenten ontwikkelt, gebaseerd op adviezen van CFAMU/CFEH. Hij bevestigt dat agressie tegen zorgverleners al als verzwaring in het Strafwetboek (art. 410bis) is opgenomen, maar benadrukt beperkte budgettaire middelen en pleit voor betere afstemming van bestaande veiligheidsprofielen via samenwerking met sociale partners. Dedonder dringt aan op concrete actieplannen en waarschuwt dat het gebrek aan veiligheid de aantrekkelijkheid van het beroep verder ondermijnt. De focus ligt op preventie, uniforme registratie en juridische verzwaring, maar uitvoering blijft afhankelijk van coördinatie en budgettaire prioriteiten.

Ludivine Dedonder:

Monsieur le ministre, ces derniers mois, j'ai reçu de nombreux témoignages faisant état d'une augmentation inquiétante des agressions à l'encontre du personnel hospitalier: insultes, menaces, coups, destructions de matériel. Ce phénomène touche désormais tous les services, des urgences aux consultations, en passant par les unités psychiatriques. Les soignants ne devraient pas craindre d'exercer leur métier. Et pourtant, sur le terrain, la pression, la fatigue et la détresse des patients s'additionnent parfois à des comportements violents qui fragilisent encore davantage les équipes. Il devient urgent de prendre ce problème à bras-le-corps et de lui donner une réponse structurelle et coordonnée.

Monsieur le ministre, un plan antiagression spécifique aux hôpitaux est-il actuellement à l'étude au sein de votre cabinet ou de vos administrations? Envisagez-vous de définir clairement ce qu'est une agression (physique, verbale, psychologique, matérielle), d'en catégoriser les types et d'en centraliser le recensement dans un système de signalement commun à tous les hôpitaux? Un tel outil statistique partagé permettrait de mieux identifier les causes et, dès lors, de déployer des actions de prévention ciblées.

Les hôpitaux disposent de profils variés pour assurer la sécurité: des agents de gardiennage privés, des agents de sécurité interne, voire du personnel hospitalier formé en prévention. Ces statuts diffèrent notamment sur le plan des compétences, des obligations légales et des rémunérations. Envisagez-vous de clarifier ces statuts et d'octroyer aux hôpitaux des moyens pour engager du personnel de sécurité en suffisance?

Compte tenu de la gravité croissante de certaines agressions, ne faudrait-il pas, comme le suggèrent certains, adapter le Code pénal, la législation du travail et les conventions sectorielles pour reconnaître l'agression envers un membre du personnel soignant comme une circonstance aggravante, à l'image de ce qui existe déjà pour d'autres fonctions d'intérêt public?

Frank Vandenbroucke:

Madame Dedonder, en ce qui concerne les définitions, j'ai demandé un avis conjoint au Conseil fédéral de l'aide médicale urgente (CFAMU) et au Conseil fédéral des é tablissements hospitaliers (CFEH), avec une attention particulière pour les hôpitaux et les soins préhospitaliers.

Le CFAMU a entretemps rendu son avis et l'a transmis au CFEH. L'avis du CFAMU plaide pour une définition juridique à deux volets de l’agression, qui reconnaît à la fois des critères objectifs et la perception subjective du prestataire de soins. Cette approche s'inscrit dans la législation sur le bien-être et offre un cadre solide pour l'enregistrement et le suivi. Par ailleurs, un système fédéral centralisé d'enregistrement des incidents d'agression est en cours de développement.

L'avis politique du CFAMU du 24 juillet 2025 reconnaît la diversité des profils de sécurité au sein des hôpitaux et des soins préhospitaliers. Des agents de gardiennage privé au personnel formé en interne, cette diversité s'accompagne de différences en matière de compétences, d'obligations légales et de rémunération, ce qui complique la cohérence de la politique de sécurité.

Bien qu'il n'y ait pas de proposition explicite de révision des statuts, il est souligné que les établissements des soins ont besoin d'un soutien structurel pour élaborer une politique cohérente en matière d'agressions. Cela inclut notamment des directives, des formations, un suivi post-incident et une collaboration avec des partenaires spécialisés. En cette période de contraintes budgétaires, il s'agit avant tout de mieux utiliser les moyens existants, et ce n'est qu'en second lieu qu'il convient d'examiner si des ressources supplémentaires sont nécessaires.

S'agissant d'une adaptation du Code pénal, je me dois de dire que, sous la Vivaldi, nous avons pris l'initiative de considérer une agression contre un membre du personnel soignant comme une circonstance aggravante. Il me semble que cette question est réglée, en principe en tout cas. Si des questions demeurent, vous pourriez interroger ma collègue, la ministre de la Justice.

Plus généralement, vous m'avez demandé s'il ne faudrait pas concevoir un plan global face à l'agressivité contre le personnel soignant. Je suis d'accord. En attendant les réponses sur les questions de définition, d'enregistrement, etc., je pense qu’il faut, par exemple, développer une démarche à ce sujet avec les partenaires sociaux du secteur des soins. Je crois en effet que tant le monde syndical que les employeurs sont fortement concernés par cette problématique.

Ludivine Dedonder:

Oui, il importe effectivement de se mettre autour de la table avec les différents partenaires pour aller au-delà. Aujourd'hui, on sait bien que ce métier est en difficulté; cela s'ajoute à la problématique, ne contribue pas forcément à l'attractivité du métier et décourage les soignants.

En ce qui concerne le plan antiagression, je comprends de votre réponse que des actions sont en cours et que vous avancez.

Quant aux différents profils qui assurent la sécurité, vous confirmez qu'il existe un problème de cohérence et qu'il est dès lors d'autant plus compliqué d'intervenir en matière de sécurité. Vous dites qu'il n'y a pas de moyens et qu'on en cherche au niveau du budget. Je l'entends bien, mais il serait peut-être possible d'utiliser les outils dont nous disposons pour pouvoir obtenir cette cohérence sans que cela ne soit trop coûteux.

Enfin, pour ce qui est du Code pénal, je vais vérifier car c'est sur la base de retours que je vous ai adressé cette question.

Frank Vandenbroucke:

Je crois que cela a été réglé par l'introduction d'un article 410 bis qui prévoit cette condition aggravante.

Ludivine Dedonder:

Nous verrons donc si c'est suffisant. L'objet de ma question était de vous rendre attentif ou un peu plus attentif, si c'était déjà le cas, à cette problématique. Je vous remercie, monsieur le ministre, pour ces réponses.

De regulering van de TikTok-algoritmes en het tegengaan van het viraal gaan van gevaarlijke content
De algoritmen van TikTok die tot zelfmoord aanzetten
De toxische spiraal die gecreëerd wordt door het algoritme van TikTok
De algoritmefuik van TikTok
De impact en regulering van schadelijke TikTok-algoritmen

Gesteld aan

Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)

op 19 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België overweegt strengere regulering van sociale-mediaplatforms zoals TikTok, na schokkende rapporten (Frankrijk/Amnesty) over algorithmes die jongeren in zelfmoord- en automutilatiespiralen duwen, ondanks EU-wetgeving (Digital Services Act). Minister Matz benadrukt EU-brede actie (o.a. lopend onderzoek naar TikTok, *security by design*), transparantie (onderzoekers krijgen sinds 29/10 toegang tot platformdata) en nationale stappen zoals een minimale leeftijd, leeftijdsverificatie en een digitaal avondklok voor 15-18-jarigen, maar kritiseert de trage EU-procedures die jongeren blootstellen aan risico’s. Parlementssteun is cruciaal voor versnelde maatregelen. Focus ligt op systeemrisico’s en algoritmische aanpassingen om kwetsbare jongeren te beschermen.

Serge Hiligsmann:

Un rapport de la commission d'enquête parlementaire française sur TikTok a été rendu public en septembre 2025. Ce rapport dénonce un piège algorithmique particulièrement dangereux pour les adolescents et un modèle économique privilégiant le profit à la santé mentale et recommande l'interdiction des réseaux sociaux pour les moins de 15 ans ainsi qu'un couvre-feu numérique pour les 15-18 ans. Amnesty International a également publié un rapport sur l'effet spirale de l'algorithme de TikTok qui oriente les jeunes vers les contenus suicidaires et d'automutilations, malgré les obligations du Digital Service Act.

À la lumière de ces éléments, comment la Belgique peut-elle renforcer le cadre réglementaire entourant les algorithmes, notamment en imposant aux plateformes une évaluation régulière des risques systémiques pour les mineurs et en les contraignant à adapter leurs mécanismes de recommandation lorsqu'elles créent des effets de spirale algorithmiques?

Vanessa Matz:

Merci pour cette question essentielle. Les questions sur les conclusions accablantes du rapport d'Amnesty International concernant l'algorithme de TikTok et son impact sur les jeunes belges me permettent de réaffirmer clairement ma volonté d'agir pour la protection des utilisateurs, singulièrement les jeunes.

Les risques liés à l'exposition des mineurs à des contenus normalisant la dépression, l'automutilation ou le suicide sont inacceptables et je partage pleinement votre vigilance sur le sujet. Dès ma prise de fonction, j'en ai fait une priorité. Mes actions concernent plusieurs volets. Sur le volet européen, nous participons activement à la recherche d'une solution commune permettant de renforcer le principe du Security by Design mais aussi de protéger les plus jeunes utilisateurs.

Je souhaite également vous faire part d'une avancée récente. Depuis le 29 octobre, les chercheurs peuvent obtenir un accès sans précédent aux données non publiques des grandes plateformes en ligne afin d'étudier l'incidence sociétale découlant des systèmes des plateformes. Cet accès répondra notamment aux préoccupations que nous partageons concernant la transparence des algorithmes. En outre, les résultats des études que pourront mener les chercheurs nous permettront de cibler et d'améliorer nos actions.

En ce qui concerne TikTok, les dialogues avec la plateforme s'inscrivent dans une démarche européenne renforcée. La Commission européenne a d'ailleurs ouvert une enquête pour manquements présumés en matière de protection des mineurs. Cette enquête est toujours en cours et – j'insiste – est beaucoup trop longue à notre goût, car les jeunes restent entre-temps confrontés à des contenus inappropriés, dangereux ou addictifs.

Je suivrai également avec beaucoup d'attention les travaux de la Chambre pour évaluer l'opportunité d'un âge minimal d'accès aux réseaux sociaux, proposer un cadre légal sur la vérification de l'âge et sur l'anonymat en ligne. Je compte évidemment sur votre soutien et sur celui de l'ensemble du Parlement pour faire de ce dossier une priorité.

Serge Hiligsmann:

Madame la ministre, vous connaissez mon goût pour la circularité, de sorte que j'utiliserai la réplique de tout à l'heure. Je vous remercie pour vos réponses et vous assure de notre confiance en vos services pour lutter contre ces pratiques tant frauduleuses que dangereuses, particulièrement pour notre jeunesse, nos adolescents, et plus particulièrement les personnes les plus fragiles.

Excusez ma paresse, qui fait suite à 17 heures passées à écouter M. Van Quickenborne hier et cette nuit. Je souhaiterais d'ailleurs qu'une solution soit trouvée afin d'éviter que ce genre de situation ne se reproduise. Ce serait bien, je pense, pour tout le monde.

Voorzitter:

Les questions n os 56010405C et 56010410C de M. Patrick Prévot sont reportées. La réunion publique de commission est levée à 15 h 24. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.24 uur.

De agressie tegen twee controleurs van het FAVV

Gesteld door

N-VA Lotte Peeters

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 18 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Na een fysieke aanval op twee FAVV-controleurs in Henegouwen (één met hersenschudding) bevestigde minister Clarinval dat het dossier juridisch wordt opgevolgd en het FAVV zich burgerlijke partij stelt, terwijl 30 agressie-incidenten (7 fysiek) in 2025 werden geregistreerd—een stijging ten opzichte van 2021. Het FAVV hanteert een gestructureerde procedure (melding, psychosociale/juridische ondersteuning, politieklacht) en biedt opleidingen en waarschuwingsystemen voor risicocontroles, maar onderzoekt extra veiligheidsmaatregelen door de toenemende agressie. Peeters benadrukte dat *elk incident er één te veel is* en prees de bestaande beschermingsinspanningen, maar onderstreepte de noodzaak ervan.

Lotte Peeters:

Mijnheer de minister, eind juni werden twee controleurs van het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen tijdens de uitoefening van hun functie het slachtoffer van verbale en fysieke agressie in de provincie Henegouwen. Een van hen werd fysiek aangevallen en liep als gevolg van een slag op het hoofd een hersenschudding op. De computers van beide controleurs raakten eveneens zwaar beschadigd. Dat is een bijzonder verontrustende gebeurtenis, aangezien de controleurs van het FAVV een cruciale rol spelen in het garanderen van onze voedselveiligheid en het beschermen van de volksgezondheid.

In dat kader heb ik de volgende vragen voor u.

Ten eerste, bent u op de hoogte van het voorval dat plaatsvond op 24 juni? Zo ja, welke stappen zijn reeds gezet ten aanzien van de daders?

Ten tweede, zijn er in het voorbije jaar nog andere incidenten van verbale of fysieke agressie tegen controleurs van het FAVV geregistreerd?

Ten derde, wordt er een specifieke procedure gevolgd bij geweldincidenten tegen controleurs van het federaal voedselagentschap, en zo ja, welke?

Ten vierde, beschikt het FAVV over voldoende middelen en ondersteuning om zijn medewerkers te beschermen tegen agressie tijdens controles?

Tot slot, overweegt u bijkomende maatregelen te nemen om de veiligheid van de inspectiediensten te garanderen?

Bedankt voor uw antwoorden, mijnheer de minister.

David Clarinval:

Mevrouw Peeters, ik ben inderdaad op de hoogte gebracht van het voorval. Op de dag van de agressie heeft de hiërarchische meerdere van beide controleurs de verantwoordelijke van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk en het management van het FAVV op de hoogte gebracht van de agressie. Vervolgens heeft de preventieadviseur psychosociale aspecten van het FAVV onverwijld gezorgd voor psychologische opvolging. Daarnaast heeft de sociale assistente van het FAVV het dossier opgevolgd op psychosociaal en juridisch vlak en op het vlak van de praktische formaliteiten.

Het dossier is momenteel in behandeling bij de juridische diensten. Het is de bedoeling dat het Agentschap en de controleurs zich burgerlijke partij stellen. Ze zullen door de advocaten van het FAVV worden vertegenwoordigd.

Sinds 1 januari 2025 zijn dertig controleurs het slachtoffer geworden van verbale of fysieke agressie. Zeven van de gevallen hielden fysieke agressie in. Er wordt vastgesteld dat het aantal gevallen van agressie de voorbije jaren toeneemt. In 2021 werden dertig gevallen van agressie gemeld, tegenover eenenvijftig in 2025.

Binnen het FAVV bestaat een procedure die bepaalt welke stappen moeten worden doorlopen wanneer een personeelslid in het kader van zijn functie het slachtoffer wordt van bedreigingen, geweld of grensoverschrijdend gedrag. Het formulier ‘Bedreigingen, geweld en grensoverschrijdend gedrag door derden’ moet worden ingevuld en aan de dienst Personeel en Organisatie worden bezorgd. Die dienst neemt rechtstreeks contact op met het slachtoffer en zorgt voor eventuele ondersteuning.

De dienst P&O geeft in een opvolgingstabel aan of de medewerker al dan niet reeds een klacht heeft ingediend bij de politie. Vervolgens duidt de juridische dienst een dossierbeheerder aan. Hij of zij neemt contact op met de medewerker om de exacte feiten en de mogelijkheden voor opvolging te kennen.

Indien het betrokken personeelslid een klacht wil indienen, kan dat bij de lokale politie van de plaats waar de feiten hebben plaatsgevonden. De nationale opsporingseenheid wordt eveneens via de opvolgingstabel geïnformeerd over bedreigingen waarvoor bij de politie een klacht werd ingediend.

Controles gebeuren onaangekondigd en worden meestal door slechts één persoon uitgevoerd. Afhankelijk van de situatie zijn verschillende vormen van versterking mogelijk, zoals collega-controleurs, hiërarchische meerdere of politie. Wanneer bij een controle de agressie toeneemt en er geen dialoog mogelijk is, kan de controleur-inspecteur de controle stopzetten of om versterking vragen.

De controle zal wel nog steeds worden uitgevoerd, eventueel op een later tijdstip.

Bij de aanwerving van controleagenten wordt belang gehecht aan bepaalde eigenschappen, zoals assertiviteit, empathie en stressbestendigheid. Er wordt ook voorzien in een opleiding 'omgaan met agressie'.

Aangezien controleurs een controlegebied toegewezen krijgen, kennen zij mettertijd hun moeilijke gevallen. Wanneer een controle moeilijk verloopt, kan de controleur een waarschuwing 'moeilijke controle' in het coderingssysteem voor controles vermelden. Zo wordt de operator niet gestigmatiseerd, maar wordt de aandacht van andere controleurs wel gevestigd op de situatie. Zij kunnen dan vooraf navraag doen naar wat de vorige controle moeilijk maakte.

Gezien het toenemende aantal agressieaanvallen onderzoekt het FAVV welke bijkomende maatregelen kunnen worden genomen om de veiligheid van controleurs beter te waarborgen.

Lotte Peeters:

Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister. Dertig controleurs die melding maakten van agressie, zijn er dertig te veel. Zoals daarnet ook is aangegeven, doen die mensen immers gewoon hun werk en willen ze onze volksgezondheid beschermen. Daarom stelde ik deze belangrijke vraag. Het verheugt mij om te horen dat de hiërarchische lijn alles in het werk stelt om de controleurs zo veel als mogelijk te beschermen. Ik vernam ook dat er psychosociale en juridische ondersteuning voor hen is, dat er een procedure werd opgesteld en dat er ook preventief opleidingen aan die mensen worden gegeven. Al die zaken zijn hoogstnoodzakelijk om de controleurs zo veel als mogelijk te beschermen.

De verlenging van het mandaat van de VN-onderzoekscommissie voor Soedan
De situatie in Soedan
De situatie in Soedan
De situatie in Soedan
De humanitaire catastrofe en massamoorden in Darfur (Soedan)
De situatie in Soedan op de agenda van de EU-AU-top
De bloedige oorlog in Soedan
Het geweld in Soedan
De Belgische humanitaire hulp aan Soedan
De toestand in Soedan
De situatie in Soedan
De humanitaire crisis in Soedan
De situatie in Soedan
De crisis en humanitaire situatie in Soedan

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 18 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie richtte zich op twee hoofdthema’s: de catastrofale humanitaire crisis en mogelijke genocide in Soedan, en de controversiële EU-toetreding van Oekraïne te midden van corruptieschandalen. Over Soedan benadrukten parlementsleden de systematische etnische zuiveringen, massale verkrachtingen, hongersnood en 10+ miljoen ontheemden, met name door de *Rapid Support Forces (RSF)* en hun buitenlandse steun (o.a. VAE). België engageerde zich met 37 miljoen euro humanitaire hulp (2025-26), steunt VN-onderzoeken naar oorlogsmisdaden en pleit in de EU voor gerichte sancties en wapenembargo’s, maar vermijdt openlijke confrontatie met de VAE. Kritiek was er op onvoldoende diplomatieke druk, risico’s op afdrifting van hulpgelden en het ontbreken van een duurzaam vredesplan. Over Oekraïne werd de corruptie (o.a. Energoatom-schandaal, Zelensky’s pogingen anticorruptiediensten te ondermijnen) tegenover de EU-toetredingsambities gezet. België steunt toetreding op basis van Kopenhagencriteria (geen versnelling), maar wijst Hongarije’s blokkade af. Kritiek kwam van oppositie op blind steunen van een “structureel corrupt systeem”, miljardensteun zonder controle en het risico op EU-instabiliteit. De regering benadrukte hervormingsmonitoring, maar wees wijziging van de unanimiteitsregel (voorstel Costa) niet af.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, depuis des mois, le Soudan vit l’une des pires crises humanitaires de notre époque. Chaque semaine, les chiffres sont de plus en plus alarmants. Plus de 12 millions de personnes ont été déplacées depuis avril 2023, dont un tiers a dû fuir vers les pays voisins. Quelque 4 millions d’enfants sont déracinés et 17 millions d’enfants sont privés d’école. Les maladies explosent, la famine gagne du terrain, et 70 % des hôpitaux dans les zones de combat sont à l'arrêt. Ce n'est pas seulement une crise humanitaire; d'aucuns parlent de génocide. À Khartoum et à El Fasher, les frappes de drones se multiplient. Les civils sont régulièrement pris pour cibles. Les paramilitaires commettent des crimes contre l'humanité, dont des actes de torture, de viol utilisé comme arme de guerre, d'esclavage sexuel et de déplacement forcé. Le dernier rapport de l'ONU parle même de crimes contre l’humanité et de crimes d'extermination. Les alertes sont régulières. Ainsi, le chef des opérations humanitaires de l'ONU y était encore hier et, revenant du terrain, évoque un véritable spectacle d'horreurs. Il demande davantage de Casques bleus, immédiatement. La secrétaire générale du Conseil danois pour les réfugiés affirme pour sa part que plus de la moitié de la population au Soudan a besoin d'aide. Et alors que le Royaume-Uni annonce envisager de nouvelles sanctions, on entend peu la voix de l'Europe.

Monsieur le ministre, la Belgique ne peut pas se contenter d'observer. Mes questions sont très concrètes. Quelles nouvelles initiatives la Belgique entend-elle prendre immédiatement pour répondre à ces crimes, de façon humanitaire et diplomatique? Porterez-vous, au niveau européen, le renforcement des sanctions contre les responsables des Forces de soutien rapide (FSR), comme envisage de le faire le Royaume-Uni? Soutenez-vous les appels de l'ONU pour une présence renforcée des Casques bleus et pour faire avancer les mécanismes de justice internationale? Enfin, quelle aide humanitaire urgente la Belgique est-elle disposée à envoyer ou a-t-elle déjà envoyée pour les civils pris au piège?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, volgens de Verenigde Naties bevindt Soedan zich in het epicentrum van een van de ernstigste humanitaire crises ter wereld. Het is een vergeten oorlog. Ik ben daar in het verleden al over tussengekomen. Meer dan 30 miljoen mensen hebben dringend hulp nodig, 9,6 miljoen ontheemden en bijna 15 miljoen kinderen. De VN-organisaties, het Wereldvoedselprogramma, allemaal waarschuwen ze voor immense menselijke nood en een nijpend tekort aan middelen. Gisteren zagen we daarover in Terzake nog een reportage. Terwijl delen van het land nu wat rustiger worden, keren miljoenen mensen terug naar hun verwoeste woningen, zonder toegang tot basisvoorzieningen. Honderdduizenden burgers blijven in Darfur en zijn afgesneden van voedsel- en gezondheidszorg.

Ik had graag van u vernomen welke humanitaire of financiële steun ons land heeft verleend aan de Soedanese bevolking via multilaterale of bilaterale kanalen. Overweegt ons land bijkomende bedragen voor het VN Humanitarian Response Plan? Er zou op dit moment slechts 25% gefinancierd zijn.

Zijn er überhaupt nog Belgische ngo’s in de regio actief?

Welke diplomatieke initiatieven heeft ons land genomen of kan het nemen, al dan niet binnen de Europese Unie of de Verenigde Naties, om bij te dragen aan een staakt-het-vuren en een duurzaam vredesproces?

Hoe waarborgt ons land dat de bescherming van burgers, in het bijzonder van vrouwen en kinderen, centraal blijft staan in het buitenlandse en humanitaire beleid ten aanzien van Soedan?

Ellen Samyn:

Ik verwijs naar de twee ingediende vragen.

De toestand in Soedan, en meer bepaald in de regio Darfoer, is sinds de inname van El Fasher door de Rapid Support Forces (RSF) opnieuw volledig ontspoord. Volgens de Verenigde Naties en talloze ngo's gaat het om systematische etnische zuiveringen tegen leden van de Zaghawa-gemeenschap, vergezeld van wijdverspreid seksueel geweld, honger en moordpartijen. De humanitaire situatie is volgens de VN zelfs 'de ergste ter wereld op dit moment'.

Ook de internationale pers, onder meer The New York Times, beschrijft de gruwel in El Fasher als een nieuwe genocide op een oud slagveld. Getuigen spreken over burgers die neergeschoten worden bij vluchtpogingen en kinderen die in ziekenhuizen dierenvoer krijgen wegens honger.

U heeft, terecht, de aanval van de RSF op El Fasher veroordeeld en opgeroepen tot de bescherming van burgers, ik verwijs naar het persbericht van uw kabinet van 27 oktober 2025 en de verklaring waarin u de situatie “afschuwelijk" noemde. Tegelijk kondigde u een Belgische bijdrage van 37 miljoen euro aan voor humanitaire hulp in Soedan in de periode 2025-2026.

Toch blijkt er, internationaal, een opvallend gebrek aan diplomatieke druk en accountability. De Verenigde Arabische Emiraten, die volgens betrouwbare bronnen (waaronder VN-experts) de RSF financieel en militair ondersteunen, worden zelden publiek aangesproken. Ook binnen de Europese Unie lijkt de aandacht voor Soedan beperkt, ondanks de omvang van de crisis.

Welke concrete diplomatieke initiatieven heeft België, bilateraal of via de Europese Unie, ondernomen of voorgesteld om de RSF tot een onmiddellijk staakt-het-vuren en onbelemmerde humanitaire toegang te dwingen? Heeft België hierover overleg gehad met de Verenigde Arabische Emiraten of andere regionale spelers zoals Egypte of Saoedi-Arabië?

Acht u het opportuun dat de Europese Unie en/of België gerichte sancties of wapenembargo's invoert tegen de RSF-leiding of hun buitenlandse financierders, gezien de aanwijzingen van ernstige oorlogsmisdaden en genocide?

Zal er binnen de EU en/of de VN-Raad voor de Mensenrechten gepleit worden voor een internationaal onderzoek of een verwijzing naar het Internationaal Strafhof, gelet op de omvang en de aard van de misdaden?

Hoe zal u garanderen dat de aangekondigde budgettaire bijsturingen van de Belgische ontwikkelingssamenwerking terecht zullen komen bij de noodlijdende bevolking?

Tijdens de hoorzitting in de commissie over de crisis in Soedan verklaarde men dat België in 2025 en 2026 5 miljoen euro zou toekennen aan humanitaire steun voor Soedan. Ook de Belgische bijdrage aan het CERF wordt in 2025 met 3 miljoen euro verhoogd, een wereldwijd noodfonds waarvoor Soedan de belangrijkste begunstigde was in 2024-2025.

In Soedan woedt momenteel de ergste humanitaire crisis ter wereld. De context is er één van een bloedige burgeroorlog, massale interne ontheemding, hongersnood en een volledige institutionele implosie. Zowel de Sudanese Armed Forces (SAF) als de Rapid Support Forces (RSF) worden in VN-rapporten en door onafhankelijke organisaties beschreven als verantwoordelijk voor massamoorden, etnische zuiveringen, grootschalige seksueel geweld en andere misdaden tegen de menselijkheid.

Tegen deze achtergrond heb ik enkele vragen.

Hoe kan uw departement garanderen dat geen enkele euro Belgische middelen terechtkomt bij één van beide strijdende partijen? We weten uit het verleden - bijvoorbeeld in Gaza via organisaties die bleken geïnfiltreerd door Hamas - dat hulpgelden in conflictgebieden wél kunnen afglijden naar gewapende fracties. Welke concrete controlemechanismen hanteert België vandaag specifiek voor Soedan? Volstaan deze of moeten we ze herevalueren?

Kunt u voor deze en de vorige legislatuur oplijsten hoeveel Belgische ontwikkelingssamenwerking jaarlijks naar Soedan is gegaan? Graag uitgesplitst per jaar en per instrument, zodat kan worden nagegaan of de voorziene 5 miljoen euro voor 2025 en 2026 een stijging dan wel een continuering van eerdere bedragen vormt?

Hoe wordt deze steun concreet aangewend? Gaat het om voedselhulp, medische voorraden, toegang tot drinkbaar water, bescherming van vrouwen en meisjes, of andere humanitaire domeinen? En met welke lokale en internationale uitvoerende partners werkt België hiervoor samen?

Zijn er - gezien de extreem verslechterende veiligheidssituatie - bijkomende risicoanalyses uitgevoerd rond de toegang van hulpverleners, de neutraliteit van partners ter plaatse en de mogelijkheid tot effectieve distributie aan de burgerbevolking?

Acht u het verantwoord voor onze Belgische hulpverleners om daar actief te zijn op dit moment? Zijn deze momenteel actief en zo ja, moet Buitenlandse Zaken hen niet laten repatriëren?

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, des civils affamés par plus d'un an de blocus, finalement tués par balles alors qu'ils tentent de fuir ou alignés puis abattus sans remords, des viols en masse, des enfants massacrés, des journalistes tués. Par images satellites, on voit des flaques de sang immenses et des amas de cadavres qui grossissent de jour en jour. C'est la réalité à El Fasher, mais aussi à Bara ou ailleurs au Soudan, un pays dévasté par une bien trop longue guerre, qui ressemble plus à une suite de massacres ethniques qu'à une véritable guerre.

Dans la ville qui vient d'être capturée par les paramilitaires des Forces de soutien rapide (FSR), leur haine s'est exprimée dans toute l'horreur dont ils sont capables: des personnes massacrées par plaisir, par haine et pour des raisons ethniques, des milliers de morts innocents et des dizaines de milliers de déplacés en quelques heures. De rares vidéos diffusées en ligne nous donnent la mesure de ce déchaînement de violence débridée, qui laisse à croire que des crimes de génocide ont été commis à El Fasher comme dans les autres zones contrôlées par les FSR.

Soutenus par les Émirats arabes unis, les rebelles semblent avoir fait du nettoyage ethnique leur combat. Au Soudan, depuis le début de la guerre en 2023, ce sont plus de 10 millions de déplacés, plus de 140 000 morts. C'est une guerre oubliée, monsieur le ministre, où l'impunité totale permet aux criminels de répandre la mort sans être inquiétés. Sans pression diplomatique, sans aide humanitaire massive, sans application de la justice, l'avenir du Soudan est bien sombre, et de nouveaux massacres à intention génocidaire risquent de s'ajouter à une trop longue liste qui comprend El Fasher, d'El Geneina ou du Kordofan.

Monsieur le ministre, que fait la diplomatie belge pour mettre fin à l'horreur de cette guerre au Soudan? Avez-vous engagé des contacts avec les Émirats arabes unis concernant les nombreuses informations témoignant de leur soutien actif aux FSR? La Belgique va-t-elle engager une aide humanitaire massive à la hauteur des besoins? Comment justifier les coupes budgétaires de la coopération au développement avec la multiplication de crises humanitaires telles que celle au Soudan?

Sandro Di Nunzio:

Mijnheer de minister, een verschrikkelijke humanitaire ramp speelt zich af in Soedan. Eind oktober kwam Darfur in handen van de paramilitaire RSF. Op 3 november kondigde het Internationaal Strafhof een onderzoek aan naar oorlogsmisdaden, wat geen gemakkelijke opdracht is aangezien er amper toegang is tot het gebied. De Verenigde Staten hebben de RSF-misdaden reeds erkend als genocide, maar de internationale aandacht hiervoor blijft heel beperkt.

Ik heb hierover enkele vragen. Ten eerste, in welke mate zal ons land concrete steun verlenen om het ICC-onderzoek mee vorm te geven?

Ten tweede, werd dit conflict reeds besproken tijdens een Raad? Zo ja, zijn er al conclusies die u met ons kunt delen?

Ten derde, welke stappen zult u ondernemen om ervoor te zorgen dat het VN-wapenembargo effectief wordt gehandhaafd en waar nodig uitgebreid door gerichte sancties te versterken?

Ten vierde, wat is het standpunt van de Belgische regering met betrekking tot het al dan niet erkennen van de genocide door de RSF? Volgt u de uitspraak van de Verenigde Staten? Zo ja, welke daden zult u stellen om onze verplichtingen onder het genocideverdrag effectief na te komen?

Ten vijfde, welke internationale maatregelen zijn er sinds de val van Darfur genomen op internationaal niveau om humanitaire hulp en artsen toe te laten tot het getroffen gebied? Zal men werk maken van humanitaire corridors?

Ten slotte, welke internationale organisaties zijn nog actief op het terrein en kunnen bijgevolg de nodige steun leveren?

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, le Soudan s'enfonce dans une guerre d'une brutalité extrême, inouïe, entre l'armée régulière et les Forces de soutien rapide (FSR). On parle de dizaines de milliers de morts et de la plus grave crise de déplacés au monde, avec des millions de personnes jetées sur les routes au Soudan et dans les pays voisins.

Ces dernières semaines, un nouveau seuil d'horreur a été franchi avec la chute d'El Fasher. Les témoignages qui nous parviennent parlent de massacres de civils, de violences sexuelles utilisées comme armes de guerre, d'attaques ciblant des populations sur base de leur appartenance ethnique. Dans certaines zones, la famine est délibérément organisée, les hôpitaux sont détruits ou pris pour cible, l'aide humanitaire est bloquée.

J'aimerais donc vous poser quelques questions. Pouvez-vous faire le point sur les démarches diplomatiques qu'a menées la Belgique, seule ou au niveau européen, dans le cadre de ce conflit? Pouvez-vous nous dire à ce propos quel rôle entend jouer l'Union européenne pour participer à une issue durable? Estimez-vous qu'un mécanisme d'enquête internationale et de documentation des crimes commis doive être soutenu? Enfin, la Belgique prend-elle part à un effort humanitaire sur place et dans la région et, si oui, dans quelle mesure?

Nabil Boukili:

Monsieur le Ministre, le Soudan connaît aujourd'hui une catastrophe humanitaire. Certains parlent même d'un génocide d'une ampleur sans précédent. Près de 13 millions de personnes sont déplacées. Des centaines de milliers de personnes sont menacées par la famine et l'on dénombre déjà des dizaines de milliers de morts. Pourtant, ce drame demeure largement ignoré par la communauté internationale.

La guerre qui est en cours au Soudan n'est pas seulement un conflit strictement militaire entre deux armées ou deux égaux. Il s'agit d'une confrontation entre deux pôles de pouvoir qui se sont soumis à l'influence d'acteurs étrangers, qu'ils soient régionaux ou internationaux de manière générale, pour servir des agendas économiques et de politique extérieure.

L'Union Européenne et la Belgique condamnent aujourd'hui la brutalité du RSF, tout comme elle avait auparavant dénoncé les crimes du régime d'Omar el-Bechir. Cependant, l'Europe avait à l'époque contribué à légitimer ce même régime à travers ce processus de Khartoum, comme elle a aussi participé à la légitimation du RSF, notamment avec des financements par le passé à ce niveau-là.

Et on se rappelle aussi qu'en 2017, sous le gouvernement Michel, M. Théo Francken, alors secrétaire d'État à l'Asile et aujourd'hui ministre de la Guerre, a collaboré avec le régime d'Omar el-Bechir pour identifier et renvoyer des réfugiés soudanais, malgré les risques évidents de persécution. Aujourd'hui, il est partenaire dans votre gouvernement.

Monsieur le ministre, mes questions seront donc les suivantes: est-ce que la Belgique plaide, au niveau européen, pour un embargo sur les armes à destination des forces impliquées dans le conflit soudanais, directement ou via des pays tiers, tels que les États-Unis, l'Égypte, l'Arabie saoudite ou les Émirats arabes unis? Qu’allez-vous faire par rapport aux livraisons d'armes aux Émirats arabes? Quels sont les mécanismes de contrôle effectifs permettant de garantir que les armes ou équipements exportés depuis la Belgique ne puissent être utilisés ou transférés ou détournés dans le cadre du conflit au Soudan? Enfin, quelles démarches politiques et diplomatiques la Belgique compte entreprendre pour apporter un climat de paix dans la région? Je vous remercie.

Els Van Hoof:

Ik sluit mij in dit debat aan met een vraag die, zoals mijn collega’s reeds afdoende hebben beschreven, betrekking heeft op de dramatische situatie in Soedan, met systematisch geweld, hongersnood en heel ernstige schendingen van het internationale humanitaire recht. Er wordt opnieuw gesproken over een genocide.

De directeur van de IOM riep vorige week terecht op tot een staakt-het-vuren en de opening van een humanitaire corridor, maar er is geen enkel perspectief.

Ook de fameuze Quad, zijnde de Verenigde Staten, de Verenigde Arabische Emiraten, Saudi-Arabië en Egypte, stelde al een humanitair bestand voor, maar de RSF houden zich daar voorlopig niet aan. Het geweld gaat gewoon door, evenals de wapenleveringen vanuit de Verenigde Arabische Emiraten.

Ondertussen heeft België 37 miljoen euro humanitaire steun toegezegd aan het Central Emergency Response Fund van de VN. U stelt terecht dat humanitaire hulp niet volstaat. Er moet een politieke oplossing komen, een humanitair bestand en een staakt-het-vuren.

Welke inspanningen werden ondernomen door België, samen met de Europese partners, om tot een duurzaam staakt-het-vuren en tot een politieke oplossing van het conflict te komen? Hebt u de wapenleveringen aangekaart in uw diplomatieke contacten met de Verenigde Arabische Emiraten? Zo ja, welke reactie hebt u gekregen?

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, la semaine dernière, les experts auditionnés ont dressé un tableau accablant de la situation du Soudan. Votre représentant a confirmé que la question reste à l'agenda international, notamment au Conseil de l'Union européenne, et que la Belgique a accru son soutien humanitaire et ses contributions au core funding . Cet engagement est essentiel et je souhaite le saluer.

Toutefois, des préoccupations majeures subsistent. Comme vous le savez, l'embargo onusien de 2005 sur les armes liées au conflit du Darfour est toujours largement violé. Aujourd'hui encore, certains États européens continueraient à fournir indirectement des armes au Soudan via les Émirats arabes unis. Je regrette d'ailleurs que certaines armes belges soient retrouvées sur place.

Cependant, comment la Belgique entend-elle agir pour endiguer ce phénomène? La question des États européens qui arment le conflit fait-elle partie des travaux en cours au niveau européen? La méthode du naming and shaming vous paraît-elle pertinente pour dénoncer les États qui se rendent complices de l'alimentation du conflit à l'origine de l'une des plus grandes catastrophes humanitaires actuelles? Plusieurs pays et plusieurs experts recommandent également d'élargir l'embargo à l'ensemble du territoire soudanais, au-delà du seul Darfour, sachant évidemment que les pays voisins deviendraient des lieux de dépôts d'armes. Tout cela est donc compliqué. La Belgique soutient-elle cette approche et comment pourrait-elle concrètement la promouvoir?

Maxime Prévot:

Mevrouw de voorzitster, beste Kamerleden, ik deel uw bezorgdheid volledig. De toestand in Soedan is ronduit catastrofaal en wordt maar al te vaak genegeerd. Miljoenen mensen zitten gevangen in een conflict waar ze niet voor gekozen hebben. Ze worden geconfronteerd met honger, ontheemding en onvoorstelbaar geweld.

De wereld kan niet wegkijken. België veroordeelt ten stelligste alle schendingen van het internationaal humanitair recht en van de mensenrechten, in het bijzonder de schendingen door de Rapid Support Forces van generaal Hemedti en hun bondgenoten.

Ik heb me hier in de commissie al vaak uitgesproken en ik zal dit geweld blijven aanklagen. We zijn bijzonder bezorgd over het geweld tegen burgers, het systematisch seksueel en gendergerelateerd geweld, de standrechtelijke executies, de gedwongen verdwijningen, de willekeurige detenties, de folteringen, de berichten over etnische zuiveringen, het toenemende aantal ernstige schendingen tegen kinderen en de voortdurende inkrimping van de civiele ruimte.

In september 2025 heeft de Fact Finding Mission van de Mensenrechtenraad een verpletterend onderzoeksrapport gepubliceerd, waaruit onomwonden bleek dat de rivaliserende strijdkrachten zich bewust richten op burgers en daarbij gruweldaden plegen die als misdaden tegen de menselijkheid beschouwd kunnen worden. Die situatie is verwerpelijk. Door de misdaden, die door alle partijen gepleegd zijn te documenteren, helpt de onderzoeksmissie ervoor te zorgen dat de verantwoordingsplicht centraal blijft staan in het zoeken naar een duurzame oplossing.

Ik wil u verzekeren dat België bijzonder actief blijft binnen de VN-Mensenrechtenraad. Als een van de 47 leden van de VN-Mensenrechtenraad heeft ons land niet alleen in september voor de verlenging van het mandaat van de Fact Finding Mission gestemd, maar heeft het meer recent ook de oproep voor een speciale zitting van de Mensenrechtenraad mee ondertekend.

Die speciale zitting heeft inmiddels plaatsgevonden op vrijdag 14 november. Na intense onderhandelingen waaraan België actief heeft deelgenomen, heeft de Raad een nieuwe, robuuste resolutie aangenomen, deze keer bij consensus, wat aantoont dat de internationale gemeenschap de ernst van de situatie inziet.

La Belgique continue, par ailleurs, à encourager le renforcement du mandat de la Cour pénale internationale (CPI) au Soudan, saisie par le Conseil de sécurité depuis 2005.

Le Bureau enquête sur les crimes qui auraient été commis au Darfour depuis le déclenchement des hostilités en avril 2023. Il travaille intensivement, notamment par des déploiements sur le terrain et un engagement renforcé avec les groupes de victimes et la société civile. Dans le cadre de l’enquête en cours, le Bureau a pris des mesures immédiates concernant les crimes présumés à El Fasher, afin de préserver et de recueillir des éléments de preuve pertinents qui seront utilisés dans le cadre de futures poursuites.

La récente condamnation par les juges de la CPI du leader djandjawid, M. Ali Muhammad Ali Abdelrahman, pour des crimes similaires commis au Darfour en 2004, est un avertissement pour toutes les parties qu'il y aura bel et bien des comptes à rendre.

We blijven dit dossier met vastberadenheid op de internationale agenda plaatsen en ijveren voor een krachtige internationale respons. Dat heeft de afgelopen maanden geleid tot verschillende gezamenlijke verklaringen van de Europese Unie en internationale donoren. De meest recente dateert van 10 november en die heb ik persoonlijk mee ondertekend. Toen El Fasher werd ingenomen, heb ik de wreedheden en de schendingen van het internationaal humanitair recht in Soedan ook uitdrukkelijk veroordeeld.

Ons doel blijft hetzelfde: een einde maken aan het geweld; veilige, onbelemmerde en permanente humanitaire toegang verkrijgen, zodat humanitaire hulp de getroffen bevolkingsgroepen kan bereiken; de verantwoordelijken voor deze misdaden berechten; de slachtoffers eindelijk beschermen en een overgang naar een civiele macht bewerkstelligen.

Wat betreft de kwalificatie van de feiten als genocide, wens ik erop te wijzen dat niet zomaar één overheid of instantie kan vaststellen of er in een bepaalde situatie sprake is van genocide of niet. Het is een juridische beoordeling die in eerste instantie toekomt aan internationale rechtbanken zoals het Internationaal Strafhof of het Internationaal Gerechtshof, of aan speciale tribunalen zoals het Joegoslaviëtribunaal of het Rwandatribunaal. Uiteraard zie ik wat er op het terrein gebeurt en stel ik vast dat er parallellen kunnen worden getrokken met andere situaties. Op EU-niveau pleiten wij voor een actievere rol van de Unie.

We hebben aangedrongen op de goedkeuring van nieuwe Raadsconclusies, wat op 20 oktober is gebeurd. Tijdens de volgende Raad Buitenlandse Zaken op 20 november zal de situatie in Soedan opnieuw op de agenda staan. Bij die gelegenheid zal de Europese Unie haar aanpak toelichten en nieuwe maatregelen aankondigen.

De Europese Unie blijft in Soedan middelen inzetten vanuit het Instrument voor Nabuurschapsbeleid, Ontwikkeling en Internationale Samenwerking, met de focus op basisbehoeften. Tussen 2021 en 2024 was dat zo'n 300 miljoen euro en een verdere 90 miljoen euro is alvast voorzien in een regionale enveloppe, gericht op een politiek complexe context. De Raad van de EU zal daarenboven eerstdaags het voorstel van de Europese Commissie bespreken om bijkomend 350 miljoen euro aan niet-langer toegewezen middelen uit het Europese Ontwikkelingsfonds ten behoeve van vluchtelingen in te zetten.

Il s'agit également de soutenir les efforts de médiation menés dans le format Quad, qui est composé des Etats-Unis, de l'Égypte, des Émirats arabes-unis et de l'Arabie saoudite. L'Union africaine doit pouvoir jouer un plus grand rôle également. L'Union européenne a d'ailleurs mis à disposition, via le mécanisme d'intervention d'urgence, un million d'euros à la médiation de l'Union africaine.

Le Soudan est aussi abordé dans le cadre des préparatifs du sommet entre l'Union africaine et l'Union européenne. Il sera également à l'agenda du sommet puisqu'il y aura une session consacrée aux questions de paix et de sécurité. Le Soudan a aussi été discuté lors de la récente réunion entre le Comité politique et de sécurité de l'Union européenne et le Conseil de paix et de sécurité de l'Union africaine, au cours de laquelle notre pays s'est d'ailleurs exprimé au nom de l'Union européenne à ce sujet. Je rappelle que dans le cadre de la réorientation et optimisation de notre réseau diplomatique, il a été décidé d'ouvrir un poste spécifique auprès de l'Union africaine, qui sera un outil supplémentaire pour pouvoir peser et plaider dans ce dossier.

S'agissant des sanctions, l'Union européenne a adopté quatre séries de mesures restrictives à l'encontre de huit entités et dix individus issus des deux parties belligérantes. Ces mesures visent à affaiblir les ressources économiques de ceux qui poursuivent les combats afin que les parties en conflit reviennent à la table des négociations. Au vu des événements récents, des discussions sont en cours pour l'adoption de nouvelles sanctions qui seront annoncées ce jeudi. La Belgique a fortement plaidé en ce sens.

Concernant les acteurs extérieurs qui soutiennent les parties au conflit, il faut effectivement reconnaître qu'une multitude d'acteurs de la région, en Afrique et du Golfe, voient dans ce conflit une opportunité, à des degrés divers, d'avancer leurs intérêts géopolitiques ou géoéconomiques au détriment des populations locales. Si les différents appuis extérieurs sont attestés par de nombreux rapports et preuves, je ne sais pas si le naming and shaming fait sens en ce cas d'espèces. Je devrais alors citer à peu près tous les pays environnants et une série de pays du Moyen-Orient impliqués dans le conflit à des degrés divers. La responsabilité est collective. Il est évident que ces soutiens en armes, en financements ou via d'autres formes doivent cesser. La Belgique, comme les autres pays européens, ont exhorté en ce sens.

Il faut se rendre compte que ces influences extérieures peuvent aussi être déterminantes pour parvenir à une solution, en faisant pression sur les belligérants. Il est donc important que les États membres et l'Union européenne intensifient collectivement leurs démarches vis-à-vis des pays de la région et du Golfe, qui peuvent aussi être une source d'apaisement et de solutions. En ce qui me concerne, chaque fois que j'en ai l'occasion, j'aborde la crise du Soudan avec tous les interlocuteurs concernés, afin de faire part de mes préoccupations.

Mme Yigit avait initialement posé une question à laquelle il m'importe d'apporter une clarification. C'est une question qui m'apparaît complètement biaisée sur le processus de Khartoum. Faire croire que l'Union européenne porterait une responsabilité dans la genèse de cette crise serait risible, si la situation n'était pas suffisamment dramatique. Madame Yigit, qui pourra me lire dans le compte rendu, fait vraiment l'impasse sur la complexité de cette crise, qui est le produit d'un enchevêtrement d'intérêts opposés tant politiques, économiques, sociaux que religieux, principalement entre acteurs locaux et régionaux. Quant au processus de Khartoum, il tente de répondre à la traite des êtres humains et au trafic de migrants dans la région. Un certain nombre de projets financés par l'Union européenne ont été mis en œuvre au Soudan pour s'attaquer aux causes profondes de la migration, notamment en renforçant la résilience des communautés locales et en améliorant leurs conditions de vie. En raison des événements survenus au Soudan, le pays a été régulièrement suspendu du processus de Khartoum, et les projets existants de l'Union européenne au Soudan ont été interrompus et progressivement réorientés vers des projets humanitaires.

À propos de l'embargo sur les armes, l'Union européenne met déjà en œuvre un embargo pour le Soudan depuis 1994. Celui-ci s'applique à l'ensemble du territoire et a été modifié en 2011 et en 2014, pour tenir compte des sanctions onusiennes ainsi que de l'indépendance du Soudan du Sud en 2011. Il est crucial que cet embargo soit strictement respecté.

En ce qui concerne le soutien des Forces de soutien rapide (FSR), vu les allégations publiées par différentes ONG, ce risque de détournement doit être pris en compte lors de l'évaluation pré-exportation, au regard des critères de la position commune 2008/944/PESC, en tenant compte du type de matériel en question.

Ten slotte wil ik het hebben over de ernstige humanitaire crisis. Mevrouw Depoorter, helaas staan we nog ver af van een begin van plannen om de wederopbouw en de structurele ontwikkeling van Soedan te bespreken.

Tijdens mijn bezoek in augustus aan een Soedanees vluchtelingenkamp in Ethiopië heb ik een Belgische bijdrage van 5 miljoen euro aan het Humanitair Fonds van de Verenigde Naties voor Soedan aangekondigd, gespreid over de periode 2025-2026.

Ons land was al betrokken bij het steunen van de humanitaire respons in Soedan, met name via bijdragen aan multilaterale fondsen. België behoort tot de tien grootste donoren van het Central Emergency Response Fund van de Verenigde Naties, waarvan Soedan in 2024 en 2025 de belangrijkste begunstigde was. De totale toewijzingen van het Central Emergency Response Fund aan Soedan bedragen dit jaar bijna 47 miljoen dollar. Om aan de omvang van de behoeften te voldoen, heb ik besloten onze bijdrage aan het Central Emergency Response Fund in 2025 met 3 miljoen euro te verhogen, tot 20 miljoen euro.

Daarnaast ondersteunt België ook de algemene middelen van humanitaire organisaties die ter plaatse actief zijn, zoals het Wereldvoedselprogramma, het Hoog Commissariaat van de Verenigde Naties voor Vluchtelingen, UN-OCHA en het Internationaal Comité van het Rode Kruis.

Concernant les aspects budgétaires, madame Mutyebele, je souhaite à nouveau souligner que je n’ai pas voulu réaliser le moindre euro d’économie dans le volet de l’aide humanitaire. Il est donc faux de penser ou de prétendre que la Belgique suit le mouvement général de définancement en la matière.

La priorité est évidemment la négociation d’un cessez ‑ le ‑ feu, afin de permettre à l ’ aide humanitaire d ’ê tre achemin é e vers toutes les populations affect é es, en particulier dans les r é gions les plus s é v è rement touch é es, comme le Darfour et El Fasher. Du c ô t é belge, nous nous effor ç ons de contribuer à un meilleur acc è s en maintenant l ’ approche que je vais décrire.

Premi è rement, la Belgique soutient les organisations humanitaires internationales reconnues qui travaillent avec des m é canismes de distribution s û rs et coordonnés: il s’agit du Comité international de la Croix ‑ Rouge (CICR), du Haut ‑ Commissariat pour les r é fugi é s (HCR), du Bureau de la coordination des affaires humanitaires de l ’ ONU (OCHA), du Programme Alimentaire Mondial (PAM), ainsi que des ONG exp é riment é es dans des contextes à haut risque.

Deuxi è mement, nous collaborons activement au niveau europ é en, ainsi qu ’à l ’é chelle multilat é rale, afin de mettre en place et de maintenir ces m é canismes.

Troisi è mement, la Belgique travaille avec des partenaires internationaux reconnus pour leur fiabilit é et b é n é ficiant d ’ une longue exp é rience, en recourant à des mécanismes de contrôle et d’évaluation stricts. Cela permet de garantir que l’aide bénéficie aux victimes affectées et ne soit pas détournée ou utilisée à mauvais escient.

Quatrièmement, nous plaidons de manière constante en faveur du respect du droit international humanitaire.

Par ailleurs, la contribution belge est utilisée pour répondre aux besoins les plus urgents des populations les plus vulnérables, notamment les personnes déplacées, les femmes et les enfants. Elle finance la distribution de nourriture via le PAM, la fourniture de soins médicaux et de médicaments essentiels, ainsi que l’accès à l’eau potable et à des installations sanitaires.

En ce qui concerne la présence de personnel belge sur le terrain, la Belgique ne déploie pas directement ses propres équipes dans les zones de conflit, en raison des risques extrêmes. L’aide est acheminée par des organisations partenaires.

La diplomatie belge saisit donc pleinement l’extrême gravité de la situation. Nous ne pouvons rester passifs face à des crimes d’une telle ampleur. Je continuerai à faire en sorte que la Belgique, via ses différents canaux et instruments, contribue pleinement à une réponse internationale à la mesure de la catastrophe qui se déroule sous nos yeux.

Rajae Maouane:

Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses.

Il y a, me semble ‑ t ‑ il, une forme d ’ hypocrisie à se dire attach é s à la paix et à l ’ aide humanitaire, tout en r é duisant simultan é ment les budgets consacr é s à la coop é ration au d é veloppement. Nous ne pouvons, d ’ un c ô t é , pr é tendre d é fendre les droits humains sur la sc è ne internationale et, de l ’ autre, affaiblir nos propres outils qui permettent précisément de les protéger.

Maxime Prévot:

Pas l’aide humanitaire.

Rajae Maouane:

J’ai dit la coopération au développement. C'est ce que j'ai dit. Nous sommes donc d'accord; mais c'est très bien de le souligner. Merci.

Président: Michel De Maegd.

Voorzitter: Michel De Maegd.

Cette incohérence amène aussi à une espèce de perte de crédibilité, puisque la Belgique a longtemps été respectée aussi pour ses positions diplomatiques, pour son soft power , pour sa diplomatie fondée sur le droit, la prévention, la coopération. Aujourd'hui, on assiste plutôt à un recul. Vous plaidez auprès de l'Union européenne, qui n'a presque aucune capacité réelle en cette matière; et pendant ce temps, notre propre action nationale est fragilisée, notamment par rapport au Soudan.

Là aussi, j'ai l'impression qu'il y a une minimisation – je me suis peut-être trompée – de la nature du conflit. Vous semblez réduire ce drame à un problème local ou régional, alors que l'ONU parle d'extermination, de crime contre l'humanité. Certains parlent même de génocide. Ce n'est pas juste une erreur d'analyse. Pour moi, c'est un vrai souci.

Nous devons passer la deuxième et être beaucoup plus offensifs et beaucoup plus fermes par rapport à ces États puissants, comme les Émirats arabes unis, qui font du Soudan et des vies humaines un jeu grandeur nature.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, ik ben het er helemaal mee eens. De wereld kan niet wegkijken, ook al is dit een conflict waarbij weinig camera's staan. Het verdient aandacht, niet alleen omdat het strategisch belangrijk is, maar omdat elk mensenleven telt, zoals u hebt verklaard. Het is geen ver-van-ons-bedverhaal, want instabiliteit in de hoorn van Afrika raakt aan migratie, regionale veiligheid en de wereldhandel.

Het gaat echter vooral om menselijkheid, zoals ik in mijn vraag ook heb gezegd. U hebt aangehaald dat ons land en de Europese Unie middelen geven. Dat is allemaal goed en wel, maar geld alleen zal geen levens redden. De hulpkonvooien moeten toegang hebben tot het conflictgebied en de artsen moeten hun werk kunnen doen. Zij moeten toegang krijgen tot ziekenhuizen. De voortdurende bombardementen zullen de mensen ook niet helpen, en dat terwijl de wereld wegkijkt. Zoals u al zei, zijn een structurele aanpak van de Europese Unie en ons land maar ook een diplomatieke aanpak en vooral humanitaire hulp vandaag absoluut noodzakelijk.

Ik ben het ook volledig met u eens dat de verantwoordelijken moeten worden gewezen op hun verantwoordelijkheid. Er moet absoluut een halt worden toegeroepen aan de geldstromen, de wapenstromen, die onschuldige mensenlevens bedreigen.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw uitgebreid antwoord.

De toestand in Soedan is na de val van El Fasher volledig ontspoord. Wat zich vandaag in Soedan afspeelt is niets minder dan een genocide in slow motion: etnische zuiveringen, massamoorden, systematische verkrachtingen, folteringen en de totale vernietiging van gemeenschappen. De humanitaire situatie daar is momenteel de ergste ter wereld. We weten allemaal wat er twintig jaar geleden gebeurd is. Precies daarom is wegkijken vandaag geen optie.

Zoals u daarnet verklaarde, mag de wereld niet wegkijken. Uw woorden van veroordeling zijn noodzakelijk, maar zonder diplomatieke druk, sancties en politieke moed blijven ze een lege huls.

U had het in uw antwoord over geopolitieke belangen in de regio en u vraagt zich af of naming and shaming zinvol is; u zou immers alle buurlanden moeten noemen. U spreekt over een collectieve verantwoordelijkheid.

Wat bijzonder verontrust, is de financiële en militaire levenslijn van de Rapid Support Forces (RSF). De Verenigde Arabische Emiraten (VAE) leveren wapens, drones en munitie aan een militie die verantwoordelijk is voor misdaden tegen de menselijkheid. Wie de RSF bewapent, houdt dit conflict mee in stand. Daarover blijft het oorverdovend stil, ook bij u, mijnheer de minister. Is dat omdat België in de gunst wil blijven van de Emiraten? Zoals we konden vernemen, is België immers een van de financiers van het wapenarsenaal van oliestaten, waaronder de VAE.

Onze fractie veroordeelt dergelijke politieke lafheid, zowel van de Belgische regering als van de Europese Unie, die de Emiraten niet publiek, rechtstreeks en ondubbelzinnig ter verantwoording durven te roepen. Morele verontwaardiging is gemakkelijk. Diplomatieke daadkracht blijkt echter te ontbreken.

Ik wil het ook nog even hebben over de vergeten slachtoffers. Naast de etnische zuiveringen worden christelijke minderheden steeds vaker geviseerd. Ik vraag de regering uitdrukkelijk om ook die vervolging systematisch op te nemen in alle diplomatieke contacten, zowel bilateraal als op EU-niveau.

Ten slotte kom ik bij mijn vraag over de controle op hulpgelden. Humanitaire steun is uiteraard nodig, daaraan twijfelt niemand. Steun zonder controle is echter onverantwoord. Wij eisen dan ook volledige transparantie over de bestemmingen en tussenpartners van de humanitaire steun, evenals een garantie dat geen enkele Belgische euro terechtkomt in de handen van strijdende partijen.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, une fois n'est pas coutume, je voudrais vous féliciter et vous remercier pour votre mobilisation pour l'acheminement de l'aide humanitaire dont ces populations ont tellement besoin. Il est vrai que vous n'avez pas diminué la part de budget consacrée à l'aide humanitaire mais avec la prolifération des conflits dans le monde, vous ne pourrez pas répondre politiquement à tout, à l'augmentation de ces conflits. Vous ne pourrez donc pas augmenter l'aide humanitaire, et je me dois de vous dire que c'est dommage en dépit de mes félicitations liminaires.

Vous avez parlé tout à l'heure de naming and shaming . On ne peut pas parler de naming and shaming , monsieur le ministre, on doit parler de justice, parce que quand on connaît l'importance des ingérences étrangères qui poursuivent chacune des objectifs géopolitiques à visée stratégique, on peut s'interroger parfois sur le silence de nos É tats. Ainsi, vous avez tout à l'heure parlé d'embargo, mais on sait très bien que les É mirats arabes unis achètent des armes en Europe, qu'ils recèlent ensuite avant de les revendre aux belligérants. Donc cette crise n'est pas isolée, même si elle est bien actuellement le résultat d'un désaccord entre deux hommes, ses racines en sont profondes et elles s'étendent bien au-delà de la sphère politique nationale du Soudan.

Pour moi, le silence et l'inaction sont des signes clairs d'une complicité passive de la communauté internationale et d'un désintérêt indigne pour la question soudanaise. Il est plus que temps que nous retrouvions le sens de nos valeurs dans notre politique étrangère, et il est temps de mettre un terme à ce cynisme qui ferme les yeux depuis si longtemps sur des milliers de morts innocents.

Sandro Di Nunzio:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoorden.

Ik ben blij te horen dat ons land al heel wat doet ten behoeve van Soedan. Het is belangrijk dat ons land dat blijft doen en de situatie nauwgezet blijft opvolgen. We kunnen uiteraard niet wachten tot drama's zich voltrekken die te laat bij ons of elders in de wereld op de radar verschijnen. We mogen en kunnen niet wegkijken van het leed in Soedan.

Wat betreft genocide als juridische kwalificatie, hoorde ik dat u vandaag wat terughoudend bent. Over Gaza hebt u destijds echter, weliswaar ten persoonlijken titel, duidelijk het woord genocide in de mond genomen. Ook voor Soedan zijn er experts die over genocide beginnen te spreken of analyses in die richting maken, wat ons land verplichtingen kan opleggen. Precies omdat de situatie zo ernstig is, moeten we het dossier consequent blijven aankaarten op alle fora; in de Europese Unie, de Verenigde Naties en bij Afrikaanse partnerschappen, ook bilateraal.

Mensenrechten, mijnheer de minister, zijn niet à la carte . We kiezen voor een coherente lijn, geen selectieve verontwaardiging. Ons land staat bekend om die coherente lijn. Mensenrechten en de bescherming van burgers gelden in Soedan net zo goed als elders in de wereld, ook daar waar de camera's niet staan. We rekenen op u, mijnheer de minister, om daarvoor op te komen, niet enkel te reageren, maar ook te ageren om het leed en de gruwel die ons niet via de media bereiken, te doen stoppen.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, merci pour votre réponse.

Dans un conflit aussi chaotique que celui en cours au Soudan, où l'accès humanitaire est volontairement entravé et où les violations du droit international sont à tel point massives, la diplomatie est parfois l'un des seuls leviers réellement disponibles, et les démarches que la Belgique soutient au niveau européen montre que même dans un dossier éclipsé par d'autres crises, nous pouvons tout de même essayer de jouer un rôle.

Je vais insister sur un point, car à mes yeux, monsieur le ministre, l'impunité n'est pas une option. Un mécanisme d'enquête internationale est indispensable, et je vous remercie de porter une voix forte en ce sens dans le cadre des travaux de la Cour pénale internationale. Sans documentation rigoureuse, sans collecte de preuves, il n'y aura jamais de justice pour les victimes, ni de limites imposées aux bourreaux, et c'est pourtant très urgent dans ce dossier au Soudan.

Nabil Boukili:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.

Quand on parle d'embargo militaire, ce n'est pas seulement l'embargo sur le Soudan, mais sur toutes les armes qui sont utilisées dans le conflit aujourd'hui. Malheureusement, beaucoup d'armes qui sont utilisées pour tuer les Soudanais aujourd'hui proviennent de l'Europe. Lors des auditions tenues la semaine passée, il a été affirmé par nos invités que des armes en provenance de la France, de la Serbie, de la Bulgarie, seraient utilisées dans le conflit.

Et le 14 novembre, dans De Standaard , il a été publié qu'au niveau de la Belgique, les Émirats constituent également un client important pour les entreprises d'armement belges, notamment wallonnes. Elles bénéficient en cela du soutien du gouvernement wallon de M. Dolimont qui, en décembre 2024, a annoncé son intention de reprendre les livraisons d'armes aux Émirats alors que des restrictions avaient été mises en place. Ces restrictions ont été levées. Donc on va même dans l'autre sens: au lieu de renforcer les restrictions, on fait exactement le contraire, en sachant très bien que ces armes vont finir dans le conflit au Soudan et dans le massacre de la population soudanaise.

Donc quand on parle d'embargo militaire, quels sont les mécanismes qui permettent d'avoir un vrai contrôle? Il ne suffit pas de juste le déclarer ou de le mettre dans une loi: comment, en pratique, veiller à ce que nos armes ne se retrouvent pas dans des conflits où on est en train de massacrer des populations, que ce soit au Soudan ou à Gaza, comme on l'a dit tout à l'heure?

Quant au processus de Khartoum, je suis désolé, on ne peut pas juste dire que c'était pour lutter contre la migration illégale.

Non: on a négocié avec Omar el-Bechir, qui a été condamné par la Cour pénale internationale pour crime de guerre. C'est un criminel de guerre et l'on ne peut ignorer cette information. On ne peut pas négocier avec un criminel de guerre condamné par une cour pénale internationale et trouver cela normal.

Reconnaissons au moins cette erreur et reconnaissons qu'il était inacceptable d'avoir conclu cet accord contre des réfugiés qui fuient cette même dictature d'Omar el-Bechir. On ne peut négocier avec le bourreau pour sauver les autres. Cela ne se fait pas, monsieur le ministre, et j'aurais espéré au moins une condamnation de cet accord inacceptable.

Pierre Kompany:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses responsables. La réflexion nous pousserait à nous demander, avec tous ces conflits dans le monde, ce que vaut encore la vie humaine si, chaque fois, les solutions tardent à venir en raison du nombre trop élevé d'intérêts purement mercantiles à assouvir.

Je vous remercie dès lors, monsieur le ministre, pour le courage dont, je crois, vous faites preuve. Continuez comme cela et nous aurons au moins une chance que la voix de la Belgique soit entendue et pousse l'Europe à des solutions raisonnables.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, de voorbije weken heeft elke illusie over de EU-toetreding van Oekraïne een stevige realitycheck gekregen. Terwijl de Europese Commissie blijft volhouden dat Kiev stappen vooruitzet richting lidmaatschap, ontvouwt zich een andere, minder comfortabele realiteit: een rot nest van corruptie dat tot in de hoogste regionen van de regering reikt. Twee Oekraïense ministers – bevoegd voor Justitie en Energie – hebben hun ontslag aangeboden na hun vermeende betrokkenheid bij een corruptieschandaal van 100 miljoen dollar.

Het gaat niet zomaar over een lokale affaire, maar over fraude bij Energoatom, het strategische nucleaire energiebedrijf dat cruciaal is voor de oorlogsinspanning en voor de energiestabiliteit van het hele land. De anticorruptiedienst NABU voerde een zeventigtal invallen uit, verzamelde duizend uur aan opnames en publiceerde foto's van tassen vol dollars en euro’s, alsof het om een maffiakantoor ging. We spreken hier niet over enkele rotte appels, dit is een georganiseerde criminele structuur die jarenlang kon opereren, bemand door topambtenaren, adviseurs van ministers, veiligheidsverantwoordelijken en opnieuw de beruchte zakenman Minditsj, een oude vertrouweling en zakenpartner van president Zelensky zelf. Dit schandaal toont dat de corruptie in Oekraïne niet op de terugweg is, maar nog altijd welig tiert in de kernsectoren van het land.

Erger nog, enkele maanden geleden probeerde Zelensky zelf nog de anticorruptiedienst te verzwakken via wetgeving die NABU onder politieke controle zou brengen. Pas na massaprotesten en internationale druk – omdat de toetredingsambities in gevaar kwamen – draaide hij dat terug. Dat is geen ambitie voor hervorming, dat is politieke overlevingsdrift.

Het grootste probleem is dat men in Brussel dit alles liever negeert. Terwijl Oekraïense onderzoekers ministers oppakken, blijft de EU luidop dromen van een graduele integratie: roamingtarieven gelijkstellen, energiemarkten koppelen, defensiecoördinatie uitbreiden en SEPA-toegang verlenen. In de praktijk wordt Oekraïne het ene poortje na het andere binnengeleid, terwijl de basisvoorwaarden van de criteria van Kopenhagen niet eens in zicht zijn.

Collega’s, laten we eerlijk zijn. Alles wat de EU voor toetreding vraagt – onafhankelijke instellingen, een sterke rechtsstaat, een geloofwaardige strijd tegen corruptie – staat vandaag onder permanente druk. Het Oekraïense parlement is monocolor en critici worden geïntimideerd. Het anticorruptiesysteem moet voortdurend door buitenlandse partners worden rechtgehouden en strategische sectoren zitten vol informele machtsnetwerken.

Toch moeten wij hier geloven dat Oekraïne binnen enkele jaren klaarstaat om deel te worden van de Europese Unie, alsof dit geen miljarden euro's zal kosten, alsof de Oekraïense landbouw, zo groot als Frankrijk, de hele Europese begroting niet zal doen imploderen, alsof de Vlaamse belastingbetaler niet opnieuw voor de rekening zal opdraaien.

Voor het Vlaams Belang is het glashelder: lidmaatschap van de Europese Unie is geen mensenrechtenprijs, geen oorlogscompensatie en geen geopolitiek geschenk. Lidmaatschap moet op basis van criteria en niet op basis van sentiment worden verdiend. De recente corruptieschandalen tonen geen tegenslag in moeilijke tijden, maar een systeem dat fundamenteel niet functioneert. Een land dat in oorlogstijd miljoenen laat verdwijnen via zijn eigen energiebedrijf is niet klaar voor EU-lidmaatschap. Een land waarvan de president de anticorruptiediensten wil inperken, is niet klaar voor EU-lidmaatschap. Een land waar ministers in- en uitstappen wegens fraudebeschuldigingen is niet klaar voor EU-lidmaatschap.

Collega's, het is tijd om de romantiek te laten varen en de realiteit onder ogen te zien. We kunnen solidariteit met Oekraïne tonen zonder onze eigen democratie, begroting en rechtsstaat op het spel te zetten. Dat betekent wel dat we het lef moeten hebben om te zeggen wat men in Brussel niet durft te zeggen. Oekraïne is vandaag absoluut niet klaar voor een toetreding tot de Europese Unie, niet morgen, niet volgend jaar en waarschijnlijk ook niet binnen tien jaar.

Vlaams Belang weigert mee te stappen in een politiek verhaal dat enkel drijft op symboliek. Geen uitholling van het vetorecht, geen versnelde integratie via achterpoortjes en geen miljardenrekeningen voor Vlaanderen op basis van hoop en wensdenken.

Vandaag las ik in de krant dat premier De Wever jaarlijks 1 miljard euro aan Zelensky wil geven. Voor wat? Een gouden toilet voor de comedian? Een miljard euro om nog wat andere sporttassen met geld te vullen? Dit is ongezien. We moeten de Oekraïners in hun oorlog tegen Rusland helpen, maar aangezien de corruptieschandalen zich opstapelen, denk ik dat nog meer geld naar dat land sturen hen niet zal helpen.

Mijnheer de minister, erkent de regering dat het unanimiteitsbeginsel bij toetredingsbesluiten een fundamentele waarborg is voor de soevereiniteit van een lidstaat en dus niet mag worden uitgehold? Hoe beoordeelt de regering het voorstel van Antonio Costa om het EU-lidmaatschap van Oekraïne te bespoedigen door de regels tijdens het proces te wijzigen? Is de regering bereid zich te verzetten tegen pogingen om de toetredingsprocedure te politiseren en de Kopenhagencriteria te ondermijnen? Zal de regering binnen de Europese Raad het standpunt innemen dat een versnelde toetreding van Oekraïne gegeven de oorlogssituatie, de economische instabiliteit en de wijdverspreide corruptie de Europese Unie dreigt te ontwrichten?

Is de regering bereid die bezorgdheden officieel te agenderen binnen de Europese instellingen en zich uit te spreken tegen het gevaarlijke precedent?

Ik kijk alvast uit naar uw antwoorden.

Maxime Prévot:

Ons land heeft de EU-perspectieven van Oekraïne steeds gesteund. Uitbreiding van de Europese Unie is een instrument voor hervormingen en om vrede en stabiliteit alsook onze eigen veiligheid op het Europese continent te bewerkstelligen.

Het toegenomen geopolitieke belang van de EU-uitbreiding betekent echter niet dat ons land pleit voor of akkoord gaat met een versnelde uitbreidingsprocedure. Voldoen aan de Kopenhagencriteria blijft absoluut noodzakelijk om lid te kunnen worden van de Europese Unie. Dat geldt voor alle kandidaat-lidstaten, inclusief Oekraïne.

Het toetredingsproces is er net op gericht om via een strikte conditionaliteit diepgaande hervormingen af te dwingen op het vlak van de rechtsstaat, de democratische vrijheden, de mensenrechten en de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad. Dat is niet alleen belangrijk om de goede werking van een uitgebreide Europese Unie te verzekeren, maar ook om het functioneren van de interne markt te waarborgen.

Sinds Oekraïne in juni 2022 de status van kandidaat-lidstaat kreeg, heeft het land in moeilijke omstandigheden effectief hervormingen doorgevoerd en vooruitgang geboekt. Desondanks kampt Oekraïne nog steeds met belangrijke uitdagingen op het vlak van de rechtsstaat en de corruptiebestrijding. Ons land zal de hervormingsinspanningen van Oekraïne blijven monitoren, onder meer via onze ambassade ter plaatse.

Een toetredingsproces op basis van eigen verdiensten betekent echter ook dat de Europese Unie reële vooruitgang moet erkennen en belonen. Ik betreur dan ook de huidige Hongaarse blokkering van het toetredingsproces, die zich inschrijft in een bredere problematiek waarbij bepaalde EU-lidstaten bilaterale geschillen misbruiken om naburige kandidaat-lidstaten te blokkeren in het toetredingsproces.

Dit tast niet alleen de geloofwaardigheid van het Europees uitbreidingsbeleid aan, maar neemt ook de incentives weg bij de kandidaat-lidstaten om de noodzakelijke hervormingen door te voeren.

Het voorstel van de voorzitter van de Europese Raad, de heer Costa, voorziet uitsluitend in het gebruik van een qualified majority voting (QMV) bij enkele technische tussenstappen. Er wordt dus niet geraakt aan de unanimiteitsvereiste voor de belangrijke politieke beslissingen in het toetredingsproces.

Ik wens u eraan te herinneren dat er momenteel zo'n 150 tussenstappen zijn gedurende het proces waarvoor unanimiteit nodig is. Ik verwelkom de discussie over manieren om de negatieve impact van de eerder vermelde bilaterale blokkades te omzeilen.

Wat betreft de mogelijke impact van een eventuele toekomstige toetreding van Oekraïne, wens ik te benadrukken dat België, parallel aan het uitbreidingsproces, steevast pleit voor een interne hervorming van de EU, om ervoor te zorgen dat ook een uitgebreide Unie de nodige slagkracht behoudt en efficiënt kan blijven functioneren.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, u kunt hier nog 1.000 keer herhalen dat Oekraïne vooruitgang boekt, maar u weet net zo goed als ik dat dat simpelweg onwaar is. Volgens de Kopenhagencriteria heeft Oekraïne 0,0 vooruitgang geboekt. Niets, geen rechtsstaat, geen stabiele instellingen, geen onafhankelijke anticorruptieorganen. Integendeel, het land gaat achteruit. Elke maand, misschien zelfs al elke week is er een nieuw corruptieschandaal. Ministers die ontslag nemen, zakenpartners van Zelensky die miljoenen euro's wegsluizen, sporttassen vol cash, gouden toiletten en ondertussen probeert diezelfde president ook nog eens een anticorruptiedienst te muilkorven of skiresorts op te richten in zijn land.

Dit is geen jonge democratie in transitie, dit is een structureel corrupt systeem. Is het geen minister, dan is het een entourage. Is het niet de entourage, dan is het de president zelf die wetten probeert te herschrijven om kritische onderzoekers te neutraliseren. Dat is wat de geloofwaardigheid van de EU aantast, niet de houding van Hongarije, maar wel het feit dat de EU corruptie steunt en beloont.

Ik kom bij de kern van de zaak. U en de premier, de heer De Wever, geven dat land doodleuk een miljard euro per jaar. We leven in een land waar gezinnen hun facturen niet meer kunnen betalen. Onze defensie is uitgehold en Vlaanderen is al jaren nettobetaler. Vervolgens beslist de regering waarvan u zelf deel uitmaakt om een miljard euro naar een corrupt regime te sturen dat aan geen enkel toetredingscriterium voldoet.

Laat ons eerlijk zijn, mijnheer de minister, Oekraïners zullen van dat geld nul euro zien. Geen enkele Oekraïense soldaat, geen enkele familie, geen enkele burger zal iets voelen van dat miljard. Het verdwijnt in dezelfde netwerken, dezelfde systemen en dezelfde zakken waarin nu al honderden miljoenen euro's zijn verdwenen. De Vlaamse belastingbetaler mag opnieuw opdraaien voor een land dat volgens u vooruitgang boekt, maar volgens alle objectieve criteria juist afglijdt.

Mijnheer de minister, u mag dit proberen te verkopen als solidariteit, als geopolitiek of als stilaan integreren in Europa, maar de waarheid is simpel, hard en pijnlijk. Het is een cheque zonder controle, zonder voorwaarden en zonder verstand. De Vlaming moet daarvoor betalen. Ik dien bij dezen dan ook een motie van aanbeveling in.

Moties

Motions

Voorzitter:

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.

En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.

Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Britt Huybrechts en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellatie van mevrouw Britt Huybrechts

en het antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking,

- gelet op artikel 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, waarin de procedure voor toetreding van nieuwe lidstaten is vastgelegd, inclusief de noodzaak tot unanimiteit bij de beslissing om onderhandelingen te openen;

- gelet op de Kopenhagencriteria, die bepalen dat kandidaat-lidstaten over stabiele instellingen moeten beschikken die de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de bescherming van minderheden waarborgen, en dat ze moeten beschikken over een functionerende markteconomie en het vermogen om de verplichtingen van het EU-lidmaatschap na te komen;

- overwegende dat de voorzitter van de Europese Raad, Antonio Costa, een wijziging van deze regels voorstelt teneinde Oekraïne versneld tot toetredingsonderhandelingen toe te laten door de unanimiteitsregel te vervangen door een besluit bij gekwalificeerde meerderheid;

- overwegende dat een dergelijke ingreep neerkomt op het wijzigen van de spelregels tijdens het proces en daarmee een gevaarlijk precedent schept dat ook voor toekomstige toetredingskandidaten, zoals Moldavië of Turkije, kan gelden;

- overwegende dat Oekraïne zich momenteel in een oorlogssituatie bevindt, dat het land economisch zwaar ontwricht is en dat internationale rapporten wijzen op aanhoudende problemen met corruptie en de werking van de rechtsstaat;

- overwegende dat een versnelde toetreding van Oekraïne aanzienlijke politieke en sociaal-economische gevolgen zou hebben voor de huidige lidstaten, waaronder oneerlijke concurrentie voor landbouwers, massale migratiestromen en verhoogde druk op de EU-begroting;

- overwegende dat een dergelijk besluit de Europese Unie rechtstreeks in de frontlinie met Rusland kan plaatsen en zo de kans op escalatie vergroot;

- overwegende dat toetreding tot de Europese Unie een juridisch en objectief traject moet blijven, en geen instrument mag worden van geopolitieke symboliek of opportunisme;

vraagt de regering

- te erkennen dat het unanimiteitsbeginsel bij de opening van toetredingsonderhandelingen een fundamentele waarborg is voor de soevereiniteit van de lidstaten en daarom niet mag worden uitgehold;

- het voorstel van de voorzitter van de Europese Raad om Oekraïne versneld tot de Unie toe te laten en daarbij de spelregels te wijzigen, af te wijzen;

- er bij de Europese instellingen op aan te dringen dat de toetredingsprocedure strikt en objectief moet verlopen volgens de Kopenhagencriteria, en niet mag worden gepolitiseerd of versneld om geopolitieke redenen;

- in de Raad van de Europese Unie duidelijk stelling te nemen tegen de versnelde toetreding van Oekraïne zolang het land niet voldoet aan de noodzakelijke voorwaarden inzake democratie, rechtsstaat, economische stabiliteit en corruptiebestrijding;

- deze positie officieel kenbaar te maken binnen de Europese Raad en in de contacten met andere lidstaten. "

Une motion de recommandation a été déposée par Mme Britt Huybrechts et est libellée comme suit:

" La Chambre,

ayant entendu l'interpellation de Mme Britt Huybrechts

et la réponse du ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement,

- eu égard à l'article 49 du traité sur l'Union européenne, qui fixe la procédure d'adhésion de nouveaux États membres et dispose qu'il est nécessaire d'atteindre l'unanimité pour la décision relative à l'ouverture de négociations;

- eu égard aux critères de Copenhague, qui disposent que les États candidats doivent disposer d'institutions stables garantissant la démocratie, l'État de droit, les droits humains et la protection des minorités ainsi que d’une économie de marché viable et qu'ils doivent être aptes à assumer les obligations découlant de l’adhésion à l'UE;

- considérant que le président du Conseil européen, António Costa, propose de modifier ces règles en vue de remplacer la règle de l'unanimité par une décision à la majorité qualifiée et ainsi, d'accélérer la décision d'autoriser l'Ukraine à participer à des négociations d'adhésion;

- considérant qu'une telle modification revient à changer les règles du jeu pendant le processus et crée ainsi un dangereux précédent qui pourrait également être invoqué pour de futurs candidats à l'adhésion tels que la Moldavie ou la Turquie;

- considérant que l'Ukraine se trouve actuellement en situation de guerre, que le pays a été gravement déstabilisé sur le plan économique et que des problèmes persistants en matière de corruption et de fonctionnement de l'État de droit sont évoqués dans des rapports internationaux;

- considérant qu'une adhésion accélérée de l'Ukraine entraînerait des conséquences politiques et socioéconomiques considérables pour les États membres actuels, parmi lesquelles une concurrence déloyale vis-à-vis des agriculteurs, des flux migratoires massifs et une aggravation de la pression sur le budget de l'UE;

- considérant qu'une telle décision risque de placer directement l'Union européenne sur la ligne de front avec la Russie et augmente ainsi le risque d'escalade;

- considérant que l'adhésion à l'Union européenne doit rester un trajet juridique et objectif et ne doit pas devenir un instrument de symbolique géopolitique ou d'opportunisme;

demande au gouvernement

- de reconnaître que le principe d'unanimité constitue une garantie fondamentale de la souveraineté des États membres dans le cadre de l'ouverture de négociations d'adhésion et ne doit donc pas être vidé de sa substance;

- de rejeter la proposition du président du Conseil européen visant à accepter une adhésion accélérée de l'Ukraine à l'Union en modifiant les règles du jeu;

- d'insister auprès des institutions européennes sur le fait que la procédure d'adhésion doit se dérouler dans un cadre strict et objectif en fonction des critères de Copenhague et qu'elle ne doit pas être politisée ou accélérée pour des raisons géopolitiques;

- d'adopter une position claire au Conseil de l'Union européenne en s'opposant à l'adhésion accélérée de l'Ukraine tant que le pays ne satisfait pas aux conditions nécessaires en matière de démocratie, d'État de droit, de stabilité économique et de lutte contre la corruption;

- de faire connaître officiellement cette position au Conseil européen et dans ses contacts avec d'autres États membres. "

Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Pierre Kompany.

Une motion pure et simple a été déposée par M. Pierre Kompany .

Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.

Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, de ontmanteling van een terreurcel in Antwerpen die een aanslag met een drone op premier Bart De Wever en andere politici, onder wie Wilders en Van Doesburg, zou hebben voorbereid, heeft het land diep geschokt.

Het onderzoek onthult niet alleen een binnenlands veiligheidsprobleem, maar legt ook een complex internationaal netwerk bloot van jihadistische contacten, buitenlandse financiering en digitale radicalisering. In soortgelijke dossiers zien we bovendien steeds vaker dat radicale groeperingen in België rechtstreeks gelinkt zijn aan buitenlandse actoren, financiers, religieuze organisaties of onlinekanalen die opereren vanuit landen waar extremistische ideologieën vrij spel krijgen. België is door zijn opengrenzenbeleid en lakse terugkeerbeleid bijzonder kwetsbaar geworden voor deze internationale invloeden.

De dreiging beperkt zich niet langer tot schimmige internetfora of geïsoleerde cellen, maar evolueert naar technisch en technologisch hoogstaande operaties – in dit geval met drones – die enkel mogelijk zijn dankzij grensoverschrijdende knowhow, financiering en connecties. Deze nieuwe generatie terreur verdient dan ook een nieuwe aanpak waarbij diplomatie, buitenlandse inlichtingen en veiligheidsbeleid hand in hand gaan. Wat echter opvalt, is dat u in eerdere communicatie, tijdens het Belgische EU-voorzitterschap, vooral gewelddadig extreemrechts als prioriteit naar voren schoof binnen de Europese werkgroepen rond terrorismebestrijding.

Uit uw eigen cijfers blijkt nochtans dat jihadistisch extremisme veruit de grootste bedreiging blijft, verantwoordelijk voor het merendeel van de dodelijke aanslagen in Europa. Terwijl onze steden jarenlang zijn geteisterd door aanslagen van islamistische terroristen, lijkt de federale focus steeds meer te verschuiven naar een ideologische evenwichtsoefening. Men durft de jihadistische dreiging nauwelijks nog bij naam te noemen, wellicht uit angst om stigmatiserend te zijn, terwijl de bevolking recht heeft op bescherming tegen de echte vijanden van onze vrijheid.

Het Vlaams Belang stelt vast dat ons land jarenlang ontwikkelingshulp en samenwerkingsakkoorden in stand hield met staten die radicalisering toelaten, weigeren hun onderdanen terug te nemen of onvoldoende meewerken aan veiligheidsinformatie. Dat is niet alleen onverantwoord, het is gevaarlijk. Diplomatie mag geen blind idealisme zijn. Wie radicalisering toelaat, moet dat voelen, financieel en politiek.

Vorige week donderdag was het ook tien jaar geleden dat de terroristische aanslag op de Bataclan in Parijs plaatsvond. In tegenstelling tot wat veel mensen hopen, is ons beleid tegenover moslimextremisme nog altijd veel te soft en blijft ook onze houding tegenover moslimextremisme veel te soft. Weet u dat er sinds 9/11 al meer dan 48.500 dodelijke terroristische aanslagen hebben plaatsgevonden? In de laatste 30 dagen alleen al waren er meer dan 95 aanslagen in 16 verschillende landen, waarbij 2.318 doden en 379 gewonden vielen. En dan kennen we eigenlijk nog niet alle cijfers. Daarom wens ik u de volgende vragen te stellen.

Hebt u kennis van mogelijke buitenlandse connecties of financieringsstromen in het onderzoek? Werkt u daarvoor samen met uw collega’s van Justitie, Binnenlandse Zaken en Defensie? Werd er al contact opgenomen met buitenlandse partners of inlichtingendiensten via diplomatieke kanalen om informatie uit te wisselen over mogelijke internationale betrokkenheid?

Zult u binnen de Europese Raad Buitenlandse Zaken of de NAVO pleiten voor versterkte samenwerking rond islamterrorisme, met gebruik van drones en nieuwe technologieën, aangezien dergelijke middelen steeds vaker door jihadistische netwerken worden ingezet? Doet deze zaak u inzien dat ontwikkelingshulp en internationale samenwerking niet blind mogen worden ingezet bij landen die weigeren hun illegale criminele onderdanen terug te nemen of radicalisering tolereren?

Hoe ziet u de rol van de Belgische diplomatie bij het detecteren en doorgeven van veiligheidsinformatie uit het buitenland die relevant kan zijn voor onze binnenlandse veiligheid? Welke procedures bestaan er daarvoor?

Tot slot, als blijkt dat de terreurcel nauwe banden had met bepaalde landen, welke diplomatieke consequenties of gevolgen koppelt u daar dan aan op het vlak van financiële steun? Zult u desgevallend ook de ambassadeur op het matje roepen?

Maxime Prévot:

Mevrouw Huybrechts, net als u was ik gechoqueerd door de recente ontmanteling van een cel die een aanslag voorbereidde op premier De Wever en andere politieke figuren. Dat het plan tijdig werd verijdeld, getuigt van de efficiëntie van onze politie- en inlichtingendiensten.

Over eventuele buitenlandse betrokkenheid kan ik mij momenteel niet uitspreken, aangezien het gerechtelijk onderzoek nog loopt. Ook mogelijke diplomatieke gevolgen zijn op dit moment speculatief. Wat het gebruik van nieuwe technologieën en drones door terroristische groeperingen betreft, dit is een aandachtspunt binnen internationale fora en wordt nauwgezet opgevolgd door mijn diensten.

Ik zie geen verband tussen de gebeurtenissen in Antwerpen, die twee jonge Belgen betreffen, en het internationale samenwerkingsbeleid van deze regering. In tegenstelling tot wat u suggereert, wordt het budget voor internationale samenwerking nooit blind voortgezet. Integendeel, dit is een van de meest gecontroleerde en geëvalueerde budgetten van de federale overheid.

Migratie vormt een essentieel onderdeel van onze bilaterale relaties met landen van herkomst en transit. Een geïntegreerde whole-of-governmentaanpak is cruciaal om duurzame, alomvattende en op vertrouwen gebaseerde partnerschappen uit te bouwen. Daarbij streven wij naar een evenwicht tussen het terugnamebeleid, samenwerking op het vlak van justitie, veiligheid, visumbeleid en sociale fraude, en een gezamenlijke inzet rond onderwijs, energie, handel, ontwikkelingssamenwerking en klimaat.

Britt Huybrechts:

Ik dank u voor uw antwoord, maar u bewijst eigenlijk mijn punt. U zegt geschokt te zijn over wat er in Antwerpen aan het licht is gekomen, en dat is absoluut terecht. Tegelijk – ik begrijp dat u nog niet veel kunt toelichten – veroordeelt u in mijn ogen het extremisme dat vandaag in Europa aanwezig is, weliswaar langs islamitische kant, veel te weinig.

U zegt dat we een goed ontwikkelingsbeleid hebben en goede diplomatieke contacten met andere landen inzake terugname, maar er worden te weinig mensen teruggestuurd. Als er voldoende zou worden teruggestuurd, dan zou er geen overbevolking zijn in onze gevangenissen. U stelde ook dat de daders, of vermoedelijke daders, twee Belgen waren. Het blijft opmerkelijk dat zij een migratieachtergrond hebben van, opnieuw, een land waar de islam sterk aanwezig is.

Ik heb geen vertrouwen in wat u hebt uiteengezet en ik zal opnieuw een motie van aanbeveling indienen.

Moties

Motions

Voorzitter:

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Britt Huybrechts en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van mevrouw Britt Huybrechts en het antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking, - gelet op het belang van de nationale veiligheid en de noodzaak om buitenlandse connecties van terreurnetwerken grondig te onderzoeken en aan te pakken; - gelet op de rol van de diplomatieke diensten bij de internationale informatie-uitwisseling en het detecteren van buitenlandse dreigingen die een directe impact kunnen hebben op de binnenlandse veiligheid; - overwegende dat het recente terreuronderzoek in Antwerpen aanwijzingen bevat van mogelijke buitenlandse financieringsstromen, radicaliseringskanalen en technologische ondersteuning vanuit het buitenland; - overwegende dat de gebruikte middelen, waaronder drones, wijzen op een evolutie van het jihadistisch terrorisme naar hoogtechnologische methoden met internationale vertakkingen; - overwegende dat België in het verleden herhaaldelijk heeft samengewerkt met landen die radicalisering tolereren of weigeren hun eigen onderdanen terug te nemen, en dat deze houding een veiligheidsrisico vormt voor onze burgers; - overwegende dat ontwikkelingshulp en internationale samenwerking niet blind rnogen worden voortgezet met regimes of landen die nalaten te handelen tegen radicalisering of die terrorisme actief of passief ondersteunen; - overwegende dat het de taak is van de Belgische diplomatie om buitenlandse inlichtingen tijdig te detecteren en door te geven aan de bevoegde veiligheidsdiensten; - overwegende dat de Belgische regering een duidelijk signaal moet geven aan landen die radicalisering of terreur faciliteren, zowel diplomatiek als financieel; vraagt de regering - de buitenlandse connecties en financieringsstromen die aan de terreurcel in Antwerpen gelinkt kunnen worden, grondig te laten onderzoeken in nauwe samenwerking met Justitie, Binnenlandse Zaken en Defensie. - via diplomatieke kanalen en internationale partners actief informatie uit te wisselen over de mogelijke internationale betrokkenheid bij deze terreurcel; - binnen de Europese Raad Buitenlandse Zaken en de NAVO te pleiten voor een versterkte samenwerking inzake terrorismebestrijding met bijzondere aandacht voor het gebruik van drones en nieuwe technologieën door jihadistische netwerken; - de ontwikkelingshulp en internationale samenwerking structureel te koppelen aan terugnameverplichtingen en duidelijke veiligheidscriteria, zodat landen die radicalisering toelaten of weigeren hun onderdanen terug te nemen, financieel worden aangesproken; - de procedures binnen de Belgische diplomatie te versterken voor het detecteren en doorgeven van buitenlandse veiligheidsinformatie aan de bevoegde diensten, zodat potentiële dreigingen sneller kunnen worden ingeschat en voorkomen; - indien blijkt dat bepaalde landen rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken waren bij de financiering of ondersteuning van deze terreurcel, de nodige diplomatieke stappen te zetten, waaronder het oproepen van de ambassadeur of het herzien van financiële steun. " Une motion de recommandation a été déposée par Mme Britt Huybrechts et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de Mme Britt Huybrechts et la réponse du ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement, - eu égard à l'importance de la sécurité nationale et à la nécessité de mener une enquête approfondie sur les connexions étrangères des réseaux terroristes et de lutter contre celles-ci; - eu égard au rôle joué par les services diplomatiques dans l'échange international d'informations et la détection de menaces étrangères susceptibles d'avoir une incidence directe sur la sécurité intérieure; - considérant que l'enquête pour terrorisme menée récemment à Anvers comporte des indices de possibles flux de financement étrangers, de canaux de radicalisation et d'appui technologique éventuels depuis l'étranger; - considérant que les moyens utilisés, notamment des drones, indiquent une évolution du terrorisme djihadiste vers des méthodes de haute technologie aux ramifications internationales; - considérant que, par le passé, la Belgique a coopéré à plusieurs reprises avec des pays tolérant la radicalisation ou refusant de réadmettre leurs ressortissants, et que cette attitude pose un risque pour la sécurité de nos citoyens; - considérant que l'on ne peut poursuivre aveuglément l'aide au développement et la coopération internationale avec des régimes ou des pays qui n'agissent pas contre la radicalisation ou qui soutiennent activement ou passivement le terrorisme; - considérant qu'il n'appartient pas à la diplomatie belge de détecter à temps des renseignements étrangers et de les transmettre aux services de sécurité compétents; - considérant que le gouvernement belge doit, tant diplomatiquement que financièrement, envoyer un signal clair aux pays qui facilitent la radicalisation ou le terrorisme; demande au gouvernement - de mener une enquête approfondie sur les connexions et les flux de financement étrangers susceptibles d'être liés à la cellule terroriste implantée à Anvers, en étroite collaboration avec la Justice, l'Intérieur et la Défense; - d'échanger activement, par l'intermédiaire de canaux diplomatiques et de partenaires internationaux, des informations sur l'éventuelle implication internationale de cette cellule terroriste; - de plaider au sein du Conseil européen Affaires étrangères et de l'OTAN pour une coopération renforcée en matière de lutte contre le terrorisme, en accordant une attention particulière à l'utilisation de drones et de nouvelles technologies par des réseaux djihadistes; - de lier structurellement l'aide au développement et la coopération internationale à des obligations de réadmission et à des critères de sécurité clairs, afin que les pays autorisant la radicalisation ou refusant de réadmettre leurs ressortissants soient tenus financièrement responsables; - de renforcer les procédures en vigueur au sein de la diplomatie belge visant à détecter et à transmettre des informations étrangères en matière de sécurité aux services compétents, afin que l'on puisse évaluer et prévenir plus rapidement des menaces potentielles; - d'entreprendre les démarches diplomatiques nécessaires, notamment le rappel de l'ambassadeur ou la révision de l'aide financière s'il s'avère que certains pays étaient impliqués directement ou indirectement dans le financement ou le soutien de cette cellule terroriste. " Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Pierre Kompany. Une motion pure et simple a été déposée par M. Pierre Kompany. Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

De zelfmoord van een Palestijnse vluchteling in een Belgisch gesloten centrum
De zelfmoord van een jonge Palestijnse vluchteling in een gesloten centrum
De zelfdoding in het gesloten centrum 127bis
De zelfdoding in het centrum 127bis
Zelfdoding van Palestijnse vluchteling in Belgisch gesloten centrum

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 21 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de zelfmoord van Mahmoud, een 26-jarige Palestijnse vluchteling, in het Belgische gesloten centrum 127bis, na drie maanden detentie ondanks zijn extreme psychologische kwetsbaarheid (eerdere suïcidepoging, dood van zijn moeder, trauma’s uit Gaza en Griekenland). Kritiekpunten: falend medisch-psychologisch toezicht (geweigerde medicatie, gebrek aan Arabischsprekende hulp, ontoereikende opvang), het beleid rond "statut M" (automatische weigering asiel voor wie elders in de EU al bescherming heeft, zoals Mahmoud in Griekenland), en de algemene omstandigheden in gesloten centra (slechte zorg, isolatie, zes suïcides in 10 jaar). De minister ontkent structurele tekortkomingen, benadrukt individuele beoordelingen en lopend intern onderzoek, maar weigert beleidswijzigingen (zoals stoppen met detentie van kwetsbaren of herziening "statut M"). Parlementsleden eisen diepgaand onderzoek, betere zorg en een humaan migratiebeleid, wijzend op de verantwoordelijkheid van de staat voor doden in detentie.

Sarah Schlitz:

Madame la présidente, madame la ministre, le mardi 7 octobre, Mahmoud, palestinien de Gaza, s'est suicidé au centre fermé 127 bis dans lequel il était détenu depuis trois mois.

D'après les premières informations nous parvenant, Mahmoud était dans un état psychologique très fragile. Sa maman venait de décéder en Palestine au moment où il a été enfermé et le reste de sa famille se trouvait encore là-bas. Son avocate a révélé qu'il avait besoin d'un suivi médical, qui lui a été refusé. On a refusé de lui donner des médicaments, disant qu'il n'était pas malade.

"Une personne comme lui ne devrait pas être dans un centre fermé, il aurait dû aller à l'hôpital", a témoigné son avocate. Elle explique également avoir signalé la fragilité psychologique de son client dans une requête introduite le 23 septembre au Conseil du Contentieux des Étrangers, dont l'Office des étrangers a été informé.

L'état psychologique de Mahmoud, déjà fragilisé par le parcours d'exil et les violences subies à Gaza et en Grèce, a été aggravé par le décès de sa mère. Il avait d'ailleurs déjà fait au moins une tentative de suicide, qui était documentée par une hospitalisation en urgence pour intoxication médicamenteuse.

Il était détenu en centre fermé en raison de la politique absurde qui consiste à forcer les réfugiés à résider dans le pays qui leur a accordé le statut, même si ce pays ne leur permet pas de vivre dans des conditions conformes à la dignité humaine, même s'ils ont de la famille ou un réseau de solidarité en Belgique.

Rappelons que vous, madame la ministre, avez décidé de pousser encore plus loin cette politique de l'absurde en retirant l'hébergement à ces personnes en Belgique.

Mahmoud a survécu au blocus de Gaza, à l'occupation israélienne, aux bombardements, à l'apartheid. Son espoir, sa volonté de vivre ont traversé tout ça, mais vous, vous avez réussi à le briser.

Ce suicide démontre que les filtres qui sont censés protéger ces personnes vulnérables d'un renvoi vers un pays comme la Grèce sont gravement défaillants. Mahmoud était vulnérable; et pourtant il faisait l'objet d'un renvoi forcé.

Madame la ministre, compte tenu de ce précédent gravissime, prévoyez-vous de remettre en question de façon fondamentale votre politique concernant les dossiers M? Combien de décès ont eu lieu dans les différents centres fermés du pays ces 10 dernières années? Comment sont-ils répartis parmi les différents centres? Parmi ces décès, combien étaient des suicides?

Khalil Aouasti:

Madame la ministre, Mahmoud Ezzat Farag Allah était un jeune réfugié palestinien de 26 ans et Mahmoud est mort. Pour être plus précis, cette mort, il se l’est donnée après trois mois de détention au centre fermé 127bis de Steenokkerzeel, à 26 ans! Pendant cette détention, son état psychologique s'est dégradé rapidement.

Après avoir fui les bombes, le génocide, après avoir laissé sa famille à Gaza et pris la route seul, Mahmoud reçoit enfin le statut de réfugié en Grèce, dont on connaît la valeur. Mais nous savons que la Grèce n’est pas en mesure d’assurer des conditions de vie dignes et de respecter ses engagements en matière d’accueil. Ce n'est pas nous qui le disons; c'est désormais l'ensemble des tribunaux européens.

C’est pourquoi, comme beaucoup d’autres, il arrive en Belgique. Et votre politique les range sous ce nouveau statut M à qui on refuse automatiquement toute demande d’asile. Les statuts M étaient une catégorie administrative abstraite, maintenant ils ont un visage, celui de Mahmoud. Son avocate rapporte qu’il s’est vu refuser un traitement médical nécessaire et qu’une requête a été introduite à ce sujet au Conseil du Contentieux des Étrangers.

Ce n’est pas le premier suicide au 127bis, madame la ministre. J’avais déjà interpellé Mme Nicole de Moor en 2024 à la suite de la mort de deux personnes détenues dans ce centre. Les associations nous alertaient à propos des conditions de détention violentes – il faut pouvoir le dire – en vigueur dans ce centre. L’État belge enferme et semble à présent choisir de laisser mourir.

Madame la ministre, une enquête administrative a-t-elle été ouverte concernant la mort de Mahmoud? Possédez-vous des informations complémentaires concernant ce décès? A-t-il reçu un soutien médical et psychologique dès lors que son état de santé ne pouvait être ignoré à la suite du contrôle médical obligatoire prévu par l’article 13 de l’arrêté royal de 2002? Pouvez-vous nous donner plus d’informations concernant le refus de soins psychologiques nécessaires? Est-ce un cas isolé? Quelles sont les conditions actuelles du soutien psychologique en vigueur au centre fermé 127bis?

Matti Vandemaele:

Mevrouw de minister, ik zal niet alles herhalen wat de collega’s al gezegd hebben.

Begin oktober is inderdaad een Palestijnse man die opgesloten was in het centrum 127bis uit het leven gestapt. Voorafgaand daaraan was er een heel traject van verschillende pogingen en van incidenten waarbij de alarmsignalen helemaal op rood hadden moeten staan. Mijn vraag is of er een intern onderzoek loopt naar wat daar gebeurd is en naar er wat fout gelopen kan zijn?

Een meer algemene vraag, worden mensen medisch en psychologisch gescreend op kwetsbaarheid wanneer ze opgesloten worden in een gesloten centrum?

In hoeverre wordt die informatie mee in overweging genomen bij de beslissing of men iemand wel of niet opsluit?

Is er een protocol voor het centrum om, als er pogingen tot zelfdoding zijn, daarmee om te gaan? Welke maatregelen worden er genomen om zelfdoding te voorkomen in een gesloten centrum?

Ik heb zelf al een aantal van die centra bezocht. Gisteren heb ik geprobeerd centrum 127bis te bezoeken, maar men heeft me daar een halfuur laten wachten en toen ben ik maar weer weggegaan. Ik ga zeker nog eens terug. Ik vraag me af in welke medische begeleiding daar wordt voorzien. Wanneer ik zulke centra bezoek, hoor ik daar immers heel weinig over medische of psychologische begeleiding. Hebt u intenties om ter zake stappen vooruit te zetten, of wilt u het gewoon laten zoals het is?

Greet Daems:

Mevrouw de minister, opnieuw heeft iemand zich van het leven beroofd in een gesloten centrum. Het is de zoveelste zelfdoding. Dit keer gaat het over Mahmoud, een jonge Palestijn van 26 jaar. Vijf dagen voordat hij in 127bis werd opgesloten, werd hij al opgenomen op de spoedafdeling van het Brusselse Sint-Jansziekenhuis wegens een overdosis Lyrica, een poging tot zelfdoding dus. Hij kreeg echter niet de hulp die hij nodig had. In plaats daarvan werd hij opgesloten in een gesloten centrum. Ik ben ervan overtuigd dat zijn dood vermeden had kunnen worden. Ik heb daar enorm veel vragen over.

Mevrouw de minister, kreeg Mahmoud de nodige psychologische hulp? Klopt het dat er in 127bis geen psycholoog beschikbaar is die Arabisch spreekt en dat men genoodzaakt is om vertaalapps te gebruiken? Waarom had Mahmoud toegang tot de medicijnen die hij gebruikte om uit het leven te stappen in een gesloten centrum? Wat gebeurde er na zijn eerdere pogingen tot zelfdoding? Waarom werd hij opgesloten in isolatie? Klopt het dat hij na het vernemen van de dood van zijn moeder 14 uur lang geen toegang kreeg tot zijn telefoon?

Hoeveel zelfdodingen gebeurden er al in de gesloten centra? Wat zult u ondernemen om de leefbaarheid in de gesloten centra te verbeteren, in het bijzonder in het gesloten centrum 127bis, dat door velen wordt omschreven als het allerergste?

Anneleen Van Bossuyt:

Geachte Kamerleden, de feiten die zich hebben afgespeeld in het gesloten centrum 127bis, waarbij een persoon zichzelf van het leven heeft beroofd, hebben mij en zeker ook de personeelsleden van de Dienst Vreemdelingenzaken uiteraard geraakt. Het is een menselijk drama dat ik ten zeerste betreur.

Ik moet wel zeggen dat ik doorgaans niet over individuele personen communiceer, maar de onterechte insinuaties die hier geuit worden, brengen mij ertoe om toch bepaalde informatie te delen.

De DVZ neemt alle voorzorgsmaatregelen ter harte om de situatie van personen die in zijn gesloten centra worden opgesloten te laten voldoen aan de normen die internationaal en nationaal werden opgelegd. Ik wil hier heel graag de personeelsleden van onder meer centrum 127bis hartelijk bedanken voor het werk dat zij elke dag doen, vaak in heel moeilijke omstandigheden. Ik heb hier opnieuw bijzondere zaken ten aanzien van de personeelsleden gehoord, misschien niet persoonlijk, maar er werden toch insinuaties gemaakt. Ik wil hen heel graag oprecht bedanken voor het werk dat zij elke dag doen.

Het beleid en de werking van de gesloten centra zijn vastgelegd in de wet van 15 december 1980 en het koninklijk besluit van 2 augustus 2002.

Dans les cas de personnes bénéficiant d'une protection internationale, chaque situation individuelle est examinée au cas par cas par une instance indépendante, le CGRA, et en cas de recours, par une juridiction indépendante, le Conseil du Contentieux des Étrangers. Aucun refus automatique n'est pris.

Dans ce cadre, il me paraît important de rappeler l'existence d'une communication de la Commission européenne datée du 4 avril 2025 relative au statut de la gestion de la migration en Grèce. Si la Commission reconnaît que des améliorations peuvent encore être nécessaires en Grèce, elle souligne les nombreux efforts faits depuis des années par la Grèce en collaboration entre autres avec les structures et agences européennes. La Grèce a développé un système national de gestion des migrations doté des infrastructures, des équipements et des outils nécessaires.

Pour répondre à la question de savoir si je compte revoir la politique relative aux demandes introduites par des personnes bénéficiant déjà d'une protection internationale dans un autre État membre, la réponse est négative. Je le répète, l'asile a pour but d'offrir une protection à ceux qui en ont besoin et non de garantir de meilleurs avantages sociaux.

La personne dont il est question bénéficiait de cette protection en Grèce et a introduit à cinq reprises consécutives une demande de protection en Belgique. Toutes ses demandes ont été refusées par le CGRA et ces décisions ont été confirmées par le Conseil du Contentieux des Étrangers.

Conformément aux dispositions de l'arrêté royal, cet homme a été soumis à un premier bilan de santé lors de son arrivée au centre. Cette première évaluation visait à déterminer de manière exhaustive son état de santé physique et mental à son arrivée.

Pendant son séjour, il a été suivi systématiquement par le service médical et le service psychologique. Ce suivi a été mis en place d'une part, à l'initiative des services du centre et d'autre part, à la demande expresse de l'intéressé lui-même.

L'encadrement consistait en des entretiens formels et des consultations planifiées, avec un suivi informel via les observations quotidiennes du personnel et les discussions dans le cadre de la concertation pluridisciplinaire quotidienne. Le suivi par le service médical – infirmiers et/ou médecins – et le suivi psychologique comprenait 40 contacts formels et informels enregistrés, dont 10 consultations auprès du médecin du centre, ainsi qu'un encadrement quotidien assuré par les éducateurs de groupes. Il ne peut donc clairement pas être question d'un refus de soutien psychologique.

Suite aux tragiques événements entourant le décès de M. Farag Allah, une enquête interne a été immédiatement ouverte. Cette enquête, qui a pour objectif d'établir en détail les circonstances de l'incident, est en cours et des entretiens sont menés avec les collaborateurs, les résidents et les autres parties concernées afin d'obtenir une vision complète de la situation.

Au cours des 10 dernières années, neuf décès ont été enregistrés dans les centres fermés: trois au centre fermé de Merksplas, un à Bruges, trois à Vottem et deux au centre 127 bis . Six d'entre eux étaient dus à un suicide.

Een beslissing tot vasthouding steunt op een individuele beoordeling van alle elementen in het dossier. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de medische informatie waarover de DVZ op dat moment beschikt. Die medische elementen worden bovendien opnieuw geëvalueerd door de beroepsinstanties.

Zoals ik toelichtte, bestaat in de gesloten centra reeds een ruime medische en psychologische omkadering. De bewoners worden bij de intake ingelicht over de mogelijkheid om een beroep te doen op psychologische bijstand. Bovendien worden bewoners met kwetsbaarheden besproken tijdens een multidisciplinair overleg.

Als er in het land van herkomst nood is aan bijkomende medische ondersteuning, kan ze worden geboden via een special needs programma.

De voorzitster : Mevrouw de minister, u hebt uw spreektijd enigszins overschreden, maar het is belangrijk om over dergelijke zware thema’s de volledige informatie te kunnen geven.

Sarah Schlitz:

Madame la ministre, je vous remercie pour la réponse.

Nous sommes ici face à une personne qui s'est suicidée parce qu'elle était enfermée dans un centre fermé en raison de nos politiques. Tout ne s'est donc pas passé comme il le fallait. Il y a bien eu des dysfonctionnements, et j'estime que les propos de l'avocate de Mahmoud, selon lesquels elle avait signalé la fragilité psychologique de son client qui s'est ensuite vu refuser des médicaments, doivent être pris en compte dans le cadre de l'enquête que vous avez annoncée.

Je suis soulagée par cette annonce d'enquête. En effet, la première partie de la réponse laissait entendre que vous étiez prêts à recommencer, prêts à assumer, au nom de vos politiques, que des Palestiniens se suicident en prison au nom d'un imbroglio administratif voulant renvoyer des personnes ayant obtenu un statut en Grèce – un pays qui ne respecte absolument pas, au regard de nombreux rapports, les droits des personnes qui ont besoin de l'accueil le plus élémentaire. Une personne dans un tel état psychologique ne devait pas être renvoyée vers la Grèce, c'est une évidence.

Je suis donc heureuse d'entendre qu'une enquête sera menée tout du moins. Il y a quelques années, cet événement aurait entraîné la démission de la ministre, mais nous n'en sommes plus là, comme nous le savons. J'espère que cette enquête mènera à des changements de fond au niveau de la politique de l'asile. En effet, plus aucun demandeur d'asile, plus aucune personne sans titre de séjour ne doit se suicider dans notre pays en raison de nos politiques de migration absurdes. Ce principe devrait constituer votre boussole, madame la ministre.

Khalil Aouasti:

Madame la ministre, j'ai eu peur en écoutant la première partie de votre réponse, parce que j'ai eu l'impression que vous y justifiiez votre politique d'asile au lieu de regarder simplement en face qu'un homme s'était suicidé en centre fermé, sous la responsabilité de l' É tat. Comme pour les décès en cellule de prison ou de commissariat, un décès sous la responsabilité de l' É tat, donc d'une entité censée protéger, est inadmissible. Cette seule considération ne devrait même pas vous mener à devoir justifier quoi que ce soit en préambule à votre intervention. Rien ne peut justifier le décès d'une femme ou d'un homme au sein d'un bâtiment géré par l' É tat.

Cela dit, je suis quelque peu soulagé, à l'instar de ma collègue, en apprenant qu'une enquête interne aura lieu. Au-delà de cette procédure, il faut aussi pouvoir se dire les choses franchement. Comme en prison, les soins de santé sont déficitaires en centre fermé. Les soins de santé psychologique le sont encore plus. L'accès à un médecin n'est pas garanti. Non, il ne l'est pas. Je ne compte pas le nombre de visites que j'ai effectuées en centre fermé et au cours desquelles on nous a dit qu'il n'y avait pas de médecin sur place, que, par conséquent, les examens étaient accomplis par des infirmiers ou des infirmières qui n'ont pas la qualité de médecin et qu'il fallait parfois se contenter d'une ou deux visites hebdomadaires pour s'entretenir cinq à dix minutes maximum avec un médecin. Ce n'est pas ce que j'appelle un suivi en soins de santé, a fortiori lorsque des complications psychologiques graves apparaissent pouvant déboucher sur un suicide. Ce fait devrait vous inciter à réfléchir en général au système de soins de santé en centre fermé ainsi qu'à la nécessité non d'une enquête administrative menée en coup de vent, mais d'une véritable enquête publique destinée à définir les causes profondes de ce suicide.

Matti Vandemaele:

Mevrouw de minister, het eerste deel van uw antwoord doet niet ter zake. Het is een menselijk drama en alle betrokkenen zijn er het hart van in. Het is daarom belangrijk dat de procedures worden geëvalueerd. Het is positief dat er een intern onderzoek loopt. Over het werk van de medewerkers bestaat geen discussie. Zij doen hun stinkende best om er in steeds moeilijkere omstandigheden iets van te maken. Dat is niet hun verantwoordelijkheid, maar die van u.

Ook ik bezoek regelmatig de gesloten centra. Alle directeurs geven aan dat de fysieke en psychologische medische begeleiding absoluut niet goed verloopt. U kunt zeggen dat er veertig consultaties zijn enzoverder, maar wij parlementsleden stellen tijdens onze bezoeken aan die centra vast dat de medische begeleiding allesbehalve goed verloopt. Men kan met moeite nog een arts in een naburig dorp vinden die als het ware tussen de soep en de patatten die taak erbij neemt, omdat het niet anders kan.

Hier komen beweren dat alles goed geregeld is en perfect werkt en kritiek wegzetten als depreciatie voor het personeel, dat pik ik niet. Ik ben niet tegen het personeel. Het personeel doet elke dag zijn stinkende best. De realiteit blijft echter dat de fysieke en psychologische medische begeleiding volstrekt ondermaats is. Daarom stel ik voor dat u niet enkel een intern onderzoek voert naar dit specifieke geval, maar ook aan uw diensten vraagt om de volledige medische begeleiding in de gesloten centra grondig te evalueren. Wij dragen immers een verantwoordelijkheid tegenover de mensen die we daar opsluiten om hun minimale standaarden te waarborgen. Er is een groot verschil tussen wat u hier verklaart en de realiteit op het terrein.

Greet Daems:

Mevrouw de minister, dank u wel voor uw antwoorden. Het is goed dat er een onderzoek werd geopend en dat de omstandigheden worden onderzocht. Mijn collega in het Brussels Parlement heeft inmiddels het gesloten centrum 127bis bezocht en er gesproken met mensen die Mahmoud hebben gekend. Hem werd verteld dat er geen psychologe beschikbaar is die Arabisch spreekt en dat men er genoodzaakt is om van vertaalapps gebruik te maken. Ik heb u gevraagd of dat klopt, maar u hebt daarop niet geantwoord. Het gesloten centrum 127bis wordt door velen als het allerergste beschreven. Ik heb u gevraagd wat u zult ondernemen om de leefbaarheid in dat centrum te verbeteren. Daarop heb ik geen antwoord gekregen. Dat betreur ik. Een opsluiting in een gesloten centrum is een van de meest verschrikkelijke zaken. Ik ga ervan uit dat u ook al meerdere gesloten centra hebt bezocht. Ik denk dat u kunt toegeven dat het allesbehalve aangename plaatsen zijn, integendeel. Mahmoud had nood aan hulp. Hij was psychisch bijzonder kwetsbaar en in de plaats van hulp werd hij opgesloten. Ik heb zelf ook al verschillende centra bezocht. De medische begeleiding daar kan echt beter. Dat is niet omdat het personeel faalt, daar gaat het helemaal niet om, maar om het beleid dat daarvoor verantwoordelijk is. Het is uw beleid dat ervoor moet zorgen dat er gepaste psychologische hulp beschikbaar is. Dat is, voor alle duidelijkheid, niet de verantwoordelijkheid van het personeel, maar wel van u. De voorzitster : Teneinde enige vaart in de agenda te krijgen, zet mevrouw Van Belleghem vraag nr. 56009049C om in een schriftelijke vraag.

De drievoudige moord in Roeselare
De recente dodelijke steekpartijen in Roeselare
De drievoudige moord in Roeselare
Dodelijke steekpartijen en drievoudige moord in Roeselare

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 21 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De drievoudige moord in Roeselare door Mohammed K.—een Afghaanse man met een veroordeling voor intrafamiliaal geweld maar zonder effectieve gevangenisstraf—blootlegt systeemfalen in justitie en slachtofferbescherming: te lichte straffen, niet-gehandhaafde contactverboden, gebrek aan risicotaxatie en casusoverleg, en een taalbarrière die voorwaarden blokkeerde. Minister Verlinden benadrukt aankomende verscherpte wetgeving (o.a. strengere straffen voor intrafamiliaal geweld, elektronisch toezicht, en uitbreiding van nationaliteitsontneming), maar erkent dat absolute preventie onmogelijk is en dat rechters autonoom beslissen—wat Van Hoecke onvoldoende vindt, gezien het ontbreken van concrete, directe oplossingen om herhaling te voorkomen. De Wit dringt aan op versnelde invoering van haar slachtofferapplicatie (meldingen bij schending contactverbod) en betere ketensamenwerking, maar ook zij bevestigt: geen waterdicht systeem.

Alexander Van Hoecke:

We hebben dit debat eigenlijk al iets oppervlakkiger gevoerd in de plenaire vergadering van enkel weken geleden, maar ik meen dat er nog altijd heel veel vragen over zijn die onbeantwoord blijven.

Mijn vraag gaat over de gruwelijke drievoudige moord in Roeselare door de Afghaanse Mohammed K. Die moord heeft heel veel mensen beroerd. Ze legt volgens mij opnieuw een aantal schrijnende tekortkomingen in het gerechtelijke apparaat bloot. Mohammed K. werd veroordeeld wegens feiten van intrafamiliaal geweld en kreeg een celstraf van één jaar, waarvan de helft met uitstel. In de praktijk betekent dit – en dat weten we allemaal – dat Mohammed K. nooit een dag in de gevangenis zou belanden wegens die feiten, daar celstraffen van 6 maanden of minder niet worden uitgevoerd.

Een onmiddellijke aanhouding was niet mogelijk omdat de beroepstermijn nog liep. Maar bijzonder verontrustend is dat de advocaat van Mohammed K. zelf vroeg voorwaarden op te leggen, hoewel geen celstraf en dat de rechtbank oordeelde dat voorwaarden onmogelijk zouden zijn omdat Mohammed K. geen Nederlands sprak. We weten allemaal wat vervolgens gebeurd is, namelijk die drie moorden in Roeselare.

Ik heb daarover de volgende vragen.

Kunt u een tijdlijn schetsen van het dossier van Mohammed K., van de feiten die in augustus 2024 door de politie werden vastgesteld tot heden? In de media was daar initieel wat verwarring over. Het zou goed zijn dat we een volledig overzicht hadden.

Hoe zult u garanderen dat wie veroordeeld werd voor geweldfeiten in de toekomst niet vrij zal kunnen rondlopen na zijn veroordeling? Staat hiervoor een wetswijziging gepland? Wanneer kunnen we die verwachten?

Bent u van oordeel dat de maximumstraf voor de feiten waarvoor Mohammed K. veroordeeld was, opgetrokken moet worden? Zo ja, welke stappen zult u ondernemen om daar werk van te maken?

In hoeveel zaken werden er dit jaar geen voorwaarden opgelegd wegens een taalbarrière? Wat zult u toen om dit te remediëren?

Bent u van oordeel dat het eindelijk mogelijk gemaakt moet worden individuen die een verblijfstatus hebben, of die een dubbele nationaliteit hebben, de Belgische nationaliteit te ontnemen als ze criminele feiten als deze plegen?

Sophie De Wit:

Geachte minister,

De recente tragedie in Roeselare waarbij drie mensen om het leven kwamen, veroorzaakt door een man die amper vier dagen voordien nog veroordeeld werd voor intrafamiliaal geweld, legt pijnlijk de tekortkomingen van ons justitieel apparaat bloot. De feiten wegen des te zwaarder omdat het 45-jarige dodelijk slachtoffer in het verleden reeds klacht had neergelegd voor bedreigingen, maar die klacht bleef blijkbaar zonder gevolg.

Bovendien was volgens media op het ogenblik van de feiten een contactverbod van kracht met zijn ex-vrouw, maar ook dat bleek in de praktijk dus onvoldoende bescherming te bieden aangezien ook zij werd vermoord. Dit drama, waarbij overigens nog een derde slachtoffer viel, toont nogmaals aan dat een contactverbod weinig waarde heeft zolang dit niet gehandhaafd wordt.

In dit verband diende ik begin dit jaar een wetsvoorstel in dat voorziet in elektronische controle en een slachtofferapplicatie om slachtoffers onmiddellijk te verwittigen bij een inbreuk op een contact- of plaatsverbod. Dit wetsvoorstel werd intussen van adviezen voorzien en sluit naadloos aan bij het regeerakkoord (op p. 154 wordt expliciet verwezen naar de slachtofferapplicatie) en de beleidsnota Justitie, die benadrukken dat slachtoffers centraal moeten staan en dat er nood is aan consequente strafuitvoering, systematische risicotaxatie en beter casusoverleg.

Mijn vragen:

1. Bent u akkoord dat het problematisch is dat geen voorwaarden worden gekoppeld aan een straf met uitstel omwille van de gebrekkige taalkennis? Zou het opleggen van voorwaarden in dergelijke casus niet beter een wettelijke verplichting worden?

2. Welke risicotaxatie-instrumenten zijn vandaag wettelijk verplicht bij veroordelingen voor huiselijk geweld? En hoe wordt de naleving van contactverboden systematisch gecontroleerd?

3. Hoe functioneert het casusoverleg tussen politie, parket, justitiehuizen en hulpverlening in dossiers van intrafamiliaal geweld? Is dit overleg ook in dit dossier toegepast?

4. Welke concrete maatregelen wil u nemen om te garanderen dat veroordeelden met een duidelijk risicoprofiel niet opnieuw vrij rondlopen zonder toezicht?

5. Hoe staat u tegenover de versnelde invoering van de slachtofferapplicatie, conform het regeerakkoord en ons wetsvoorstel, zodat slachtoffers effectief tijdig gewaarschuwd worden bij een schending van een contact- of plaatsverbod?

6. Hoe verantwoordt u dat de eerdere klacht van de 45-jarige man in dit dossier geseponeerd werd, ondanks de duidelijke aanwijzingen van gevaar? Is een evaluatiemechanisme om te vermijden dat ernstige klachten lichtzinnig geseponeerd worden aangewezen?

Dank voor uw antwoorden.

Annelies Verlinden:

Collega’s, ik betuig nogmaals mijn medeleven aan de nabestaanden. Het vreselijke drama heeft natuurlijk een grote impact op de familie en vrienden van de slachtoffers, alsook op de gemeenschap in Roeselare en op onze hele samenleving.

Er worden nog veel vragen gesteld over de precieze oorzaken, maar ik kan ze niet allemaal beantwoorden. Ik zal wel zo helder mogelijk trachten te antwoorden op uw vragen over het dossier, zoals ik dat ook al heb gedaan tijdens de plenaire vergadering. Het gerechtelijk onderzoek is lopende. Ik kan alvast duiden dat de verdachte op 29 juli 2025 onder voorwaarden werd vrijgelaten door de raadkamer. Die voorwaarden betroffen onder meer een contactverbod. In tegenstelling tot wat werd gesuggereerd, was het contactverbod nog van toepassing.

Op 18 september 2025 sprak de correctionele rechtbank zich vervolgens uit over eerdere feiten. Dat vonnis was nog niet definitief, omdat de beroepstermijn van dertig dagen nog liep. Daardoor bleven de voorwaarden van toepassing bij de invrijheidstelling van 29 juli 2025, met name ook het contactverbod.

De op 18 september 2025 opgelegde straf voor de eerdere feiten bedraagt een jaar gevangenisstraf, waarvan de helft met uitstel, en een geldboete. Ik begrijp dat daarbij rekening werd gehouden met het blanco strafregister en met de context van de verdachte. De maximumstrafmaat werd toegepast door de rechtbank, waarvan een deel kennelijk met uitstel. Het contactverbod liep nog. Het vonnis was nog niet definitief en een onmiddellijke aanhouding is in dat geval niet vastgelegd door de wet.

De opgelegde straf betreft een onafhankelijke rechterlijke beoordeling die rekening houdt met de elementen uit het strafdossier.

Ik wil benadrukken dat ik mij als minister van Justitie niet uitspreek en ook niet kan uitspreken over individuele beslissingen van rechters, zelfs al zou ik dat willen. Dat is immers het basisprincipe van onze scheiding der machten.

Mevrouw De Wit, het casusoverleg vindt zijn grondslag in artikel 458 ter van het Strafwetboek. Dat artikel biedt de mogelijkheid aan politie, parket, justitiehuizen, hulpverlening en bestuurlijke overheden om in dossiers van intrafamiliaal geweld het geheim van het onderzoek of het beroepsgeheim te doorbreken.

De federale wetgever heeft ervoor gekozen om de mogelijkheid tot het doorbreken van het beroepsgeheim niet verplicht te maken. Dat betekent dat elke actor de mogelijkheid heeft om een dossier ter bespreking op tafel te leggen in de systemen van ketenaanpak, die aan Vlaamse zijde momenteel worden geïnstitutionaliseerd in de Veilige Huizen. Het betreft dus een spreekrecht binnen de grenzen van de wet en geen spreekplicht.

In het betreffende dossier werd nog geen casusoverleg opgestart, omdat op basis van de toen beschikbare informatie daartoe klaarblijkelijk geen redenen werden gezien.

Wat uw specifieke vraag betreft over de verplichting tot het opleggen van voorwaarden bij het opleggen van een vrijheidsstraf met opschorting of uitstel, kan ik meedelen dat de al dan niet toekenning van die strafopleggingsmodaliteiten, al dan niet gekoppeld aan probatievoorwaarden, eveneens aan de individuele beoordeling van de rechter toekomt.

Met betrekking tot uw vraag over het bestaan en gebruik van een risicotaxatie-instrument bij de veroordeling kan ik verwijzen naar artikel 4 van de wet van 18 januari 2024. Dat artikel voerde in artikel 43 van het Wetboek van strafvordering een tweede paragraaf in die stelt dat, indien een psychologisch deskundigenonderzoek door de procureur wordt gevorderd, een risicotaxatie dient te worden uitgevoerd. De uitvoering van risicotaxaties kan gebeuren in alle fasen van de strafrechtketen, van bij de opsporing en vervolging tot bij de strafoplegging en strafuitvoering. Er zijn verschillende risicotaxatie-instrumenten in omloop, die kunnen variëren afhankelijk van de casus en de fase in de strafrechtketen.

Wat uw vragen over het ontnemen van de Belgische nationaliteit betreft, collega Van Hoecke, het Wetboek van de Belgische nationaliteit voorziet in de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden Belgen hun Belgische nationaliteit te ontnemen. De regering is van plan de lijst van misdrijven die tot verlies van de Belgische nationaliteit kunnen leiden, uit te breiden. Zoals ik ook in mijn algemene beleidsverklaring heb aangegeven, worden de teksten voor een voorontwerp van wet in dat verband afgerond.

Voorts is het van belang te duiden dat ingevolge het nieuwe Strafwetboek, dat volgend jaar in werking treedt, strenger zal kunnen worden opgetreden tegen intrafamiliaal geweld. Zo wordt voor intrafamiliale gewelddaden gaande van gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting tot gevolg tot gewelddaden met de dood tot gevolg, in een afzonderlijke strafbaarstelling voorzien en zullen strengere straffen kunnen worden opgelegd, respectievelijk een straf van niveau twee en een van niveau vijf. Ik wil ook wijzen op de invoering van de strafbaarstelling intrafamiliale doodslag, die wordt gelijkgesteld aan moord en waarop een straf van niveau acht staat, wat een levenslange gevangenisstraf inhoudt.

Collega's, ik kan onmogelijk garanderen dat dergelijke feiten niet meer plaats zullen vinden; we moeten wel proberen ze maximaal te voorkomen. Een betere bescherming van slachtoffers is dan ook een van onze absolute beleidsprioriteiten.

Een belangrijke stap is gezet met de wet van 18 juli van dit jaar, die bepaalt dat elektronisch toezicht in principe niet op de verblijfplaats van het slachtoffer kan worden uitgeoefend, waarmee bijzondere aandacht wordt gegeven aan de bescherming van slachtoffers.

Specifiek voor de daders van kindermishandeling zullen we het ook mogelijk maken om een volledig omgangsverbod met minderjarigen op te leggen. We bekijken daartoe, in overleg met de relevante partners, hoe ervoor kan worden gezorgd dat het parket en de politie kennis hebben van de beroepsactiviteiten en andere activiteiten van de vermeende dader. We zullen hier samen verder aan werken.

Alexander Van Hoecke:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Dat u zich niet kunt uitspreken over individuele beslissingen van rechters is logisch, maar de vraag die hier vandaag voorligt, is hoe we dergelijke feiten in de toekomst kunnen vermijden. Dat u dan eindigt met te zeggen dat we zoiets niet absoluut kunnen voorkomen, stuit mij toch tegen de borst. U hebt het over elektronisch toezicht, maar ik denk niet dat Mohammad K. onder elektronisch toezicht stond. Ik denk niet dat de maatregelen die u hebt opgesomd, iets dergelijks in de toekomst kunnen verhinderen.

Voorts staat er inderdaad in het regeerakkoord en in uw beleidsnota dat de mogelijkheden om de Belgische nationaliteit af te nemen, zullen worden uitgebreid, maar dat geldt niet voor feiten, zoals we hier aanhalen. Zelfs als het regeerakkoord uitgevoerd wordt, zelfs als uw wetgeving in werking treedt, dan nog zal een voorval als in Roeselare niet bestraft kunnen worden met het afnemen van de Belgische nationaliteit. Daar kunnen we nog altijd niets aan doen.

Ik blijf dus op mijn honger en ben verontwaardigd door uw antwoord. Het is uw taak als minister van Justitie om maatregelen te nemen opdat zoiets niet meer plaats kan vinden en ik heb geen enkele concrete maatregel gehoord die ervoor zou kunnen zorgen dat wat in Roeselare is voorgevallen met Mohammad K., in de toekomst zich niet meer zal herhalen. Ik blijf echt op mijn honger en hoop uit de grond van mijn hart dat we zoiets nooit meer meemaken. Jammer genoeg hebben we nu geen enkele garantie en kunt u er evenmin geven dat we iets dergelijks kunnen vermijden. Ik ben heel teleurgesteld door uw antwoord.

Sophie De Wit:

Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Er zitten wel een aantal initiatieven, die kunnen helpen, in de pijplijn en sommige zijn hier zelfs al in commissie hangende.

U wijst erop dat casusoverleg al kan, maar u weet ook dat voor de federale actoren de wettelijke basis helemaal niet zo helder is. Dat valt echter te repareren. Ik denk vooral aan de slachtofferapplicatie. Dat is inderdaad een soort elektronisch toezicht, waarbij het slachtoffer een melding krijgt wanneer een dader of belager te dicht in de buurt komt, waarna de diensten worden verwittigd. Zo kunnen we die problematiek al iets beter aanpakken. Waterdicht zal het nooit zijn. We moeten ons daarover geen illusies maken, maar elk beetje helpt. Wij hebben inzake de slachtofferapplicatie een wetsvoorstel in de Kamer voor behandeling ingediend. Ik hoop op een snelle goedkeuring met de steun van iedereen.

Voorzitter:

Les questions jointes n os 56008271C et 56008272C de M. Paul Van Tigchelt sont reportées.

De driedubbele moord in Roeselare door een Afghaanse migrant
De drievoudige moord in Roeselare, de steekpartijen en de structurele dracht van steekwapens
Dodelijk geweld door migranten met steekwapens in België

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 8 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De driedubbele steekmoord in Roeselare (21/09/2025) door een Afghaanse verdachte, ondanks grootschalige politie-inzet (helikopters, drones, ANPR), toont structurele tekortkomingen in opsporing, coördinatie en capaciteit, zonder directe versterking van lokale zones. Steekincidenten in West-Vlaanderen stijgen met 50% (2019-2023), met herhaalde betrokkenheid van jongeren met migratieachtergrond (Afghaan/Syrisch), wat leiden tot oproepen voor strengere handhaving, preventie (scholen, ouders) en een taboeloze discussie over de link tussen immigratie en geweld. BE-Alert werd niet ingezet, en evaluaties (lessons learned, audit) blijven intern, terwijl regelgeving rond messendracht ongewijzigd blijft (bevoegdheid Justitie). Kritiek richt zich op uitbreidend geweld buiten grootsteden en gebrek aan structurele oplossingen op korte termijn.

Ortwin Depoortere:

Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Op zondag 21 september 2025 werden in Roeselare drie mensen doodgestoken; na twee feiten rond de Kleine Weg/Meiboomlaan volgde ’s avonds een derde feit aan de Hoogleedsesteenweg.

De verdachte werd diezelfde avond rond 23.00 uur gevat aan het station van Izegem na een klopjacht met inzet van helikopter en drones. Het parket plaatste de feiten “in het Afghaanse milieu”.

Dat de verdachte zo lang voortvluchtig kon blijven ondanks een grootschalig politieoptreden, roept enige vragen op.

1. Hoe verklaart u dat de man in kwestie de veiligheidsdiensten zo lang kon ontlopen, met dodelijke gevolgen?

2. Welke federale steun kwam er voor de lokale politiezone?

3. Welke realtime middelen (ANPR ‑ hits, telefoongegevens, cameranetwerken … ) zijn gebruikt en met welk resultaat?

4. Werd een publiek alarmsignaal (BE ‑ Alert of gelijkwaardig) overwogen na het tweede feit? Waarom?

5. Welke evaluatie plant u: audit van commando en controle, informatie ‑ deling, en ‘ lessons learned ’… ?

6. Welke capaciteitsgaten (mensen/middelen) zijn blootgelegd bij zowel federale als lokale politiediensten door dit voorval?

7. Welke structurele versterking volgt op korte termijn?

Maaike De Vreese:

Mijnheer de minister, de driedubbele moord en steekpartij in Roeselare op 21 september heeft onze samenleving en in het bijzonder die van Roeselare diep geraakt. Het drama staat helaas niet op zichzelf. Uit de politionele statistieken blijkt dat het aantal geregistreerde steekincidenten niet afneemt en over verschillende provincies structureel hoog blijft. Als we de incidentiegraad voor West-Vlaanderen specifiek overschouwen, merken we een opvallende stijging op. Terwijl de gemiddelde incidentiegraad in de periode 2014-2018 nog rond 3,4 feiten per 100.000 inwoners lag, steeg die in de periode 2019-2023 naar gemiddeld 5,1 feiten per 100.000 inwoners. Dat komt neer op een toename van ongeveer 50 %, een stijging die moeilijk aan louter toeval kan worden toegeschreven. Een week na die feiten vond er in Roeselare op 27 september opnieuw een ernstig steekincident plaats. Hierbij vielen gelukkig geen dodelijke slachtoffers.

Die opeenvolgende gebeurtenissen versterken de bezorgdheid over messendracht in de publieke ruimte. Ik vraag u dan ook om op het terrein zelf actie te ondernemen, controles uit te voeren, samen te werken met alle betrokken diensten en niet uitsluitend in te zetten op preventie, wat wel degelijk van belang is, maar ook op handhaving en controles.

Ik verwijs verder naar de vragen die ik u in de schriftelijke voorbereiding heb gesteld, mijnheer de minister.

Bernard Quintin:

Alle beschikbare middelen werden ingezet om de gevluchte betrokkenen op te sporen en te vatten, namelijk alle West-Vlaamse politiezones met ondersteuning van de federale politie, de CSI voor sporenonderzoek, de FGP, de wegpolitie, het CPS en het RTIC. Er was ook luchtsteun. Over de ingezette opsporingsmiddelen wordt niet gecommuniceerd, omdat dat tot het geheim van het onderzoek behoort.

De keuze om al dan niet BE-Alert in te roepen, hangt af van het dossier. Tijdens crisismomenten, zoals in het aangehaalde geval, is het belangrijk dat de beschikbare mensen en middelen van de lokale en federale politie snel en gecoördineerd worden ingezet, wat ook gebeurde. De bestuurlijke en gerechtelijke overheden kwamen eveneens snel samen om de opsporingsstrategie te bepalen en bij te sturen. De politie evalueert het dossier intern. Er is geen versterking van de betrokken zones voorzien.

Wat de regelgeving rond het dragen van messen en andere wapens betreft, messen en andere wapens zijn verboden. Wijzigingen aan de bepalingen hierover in de wapenwet vallen onder de bevoegdheid van de minister van Justitie.

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik laat wel het volgende opmerken. Ten eerste, de gewelddaden beperken zich niet langer tot onze grootsteden. Ze breiden zich schrikbarend snel uit naar kleinere gemeenten. Ik durf Roeselare geen kleine gemeente te noemen. Feit is dat er op heel korte tijd twee steekincidenten plaatsvonden in een kleine provinciestad, niet eens de provinciehoofdstad, een eerste keer met dodelijke slachtoffers tot gevolg, de tweede keer niet. Niettemin blijven het gewelddaden met gebruik van messen en andere wapens.

Ten tweede, mijn partij – ikzelf al sinds ik hier zitting heb in 2019 – blijft hameren op de correlatie tussen massa-immigratie en geweld. Het is een taboe zeker in de huidige politiek correcte tijden, maar we moeten dat taboe doorbreken en het probleem bespreekbaar maken. Dat is de enige manier om de criminaliteit correct in kaart te brengen en vooral om die criminaliteit efficiënt te bestrijden.

Maaike De Vreese:

Minister, ik maak me samen met vele anderen zorgen over het feit dat heel wat jongeren een mes bij zich dragen of denken dat bij zich te moeten dragen om zich te beschermen tegen groepjes andere jongeren die messen bij zich dragen. Ik heb eens de cijfers en de nationaliteiten opgevraagd voor Brugge. Welnu, daar zien we een stijging van die feiten, terwijl we dat daar toch niet gewend zijn. In Brugge ging het bovendien enkel en alleen om jongeren met een andere nationaliteit, onder andere Afghaans of Syrisch. De politiediensten zelf getuigen dat bepaalde nationaliteiten vaak in de statistieken inzake het dragen van messen terugkeren. Ik ben benieuwd naar een bredere analyse ter zake, zodat de problematiek terdege aangepakt kan worden, zowel curatief als preventief, in samenwerking met bijvoorbeeld de scholen. Ik meen dat er ter zake nog heel wat kan gebeuren. Ook de leerkrachten en de ouders maken zich zorgen. Ik hoop dat u met alle actoren die op het terrein op preventie inzetten, stappen zult ondernemen, want we zouden graag de situatie de komende jaren in een andere richting zien evolueren, beseffende dat u voor een zeer moeilijke opdracht staat.

De middelen voor de politie in de strijd tegen de drugshandel in Brussel
De taalproblematiek bij de Brusselse politie in het kader van de fusie van de zes politiezones
Brussel
De fusie van de Brusselse politiezones
De drugscriminaliteit in Antwerpen
De federale dotatie voor de politiezones
De inzet van het leger in de strijd tegen het geweld in de hoofdstad
De inzet van militairen op straat in Brussel
De fusie van de Brusselse politiezones
De gewelddadige moord en het escalerende geweld in Oostende
De plannen van de regering om in een aantal grote steden militairen in te zetten op straat
De fusie van de politiezones in Brussel
De fusie van de Brusselse politiezones
Het geweld aan de kust
De inzet van militairen in Brussel (2/2)
Het drugsgeweld in Brussel
De aanstelling van verbindingsagenten in het buitenland in de strijd tegen de drugshandel
Het 'Plan Grote Steden' en de strijd tegen de drugshandel
Het drugsfonds
De Turkse maffia
De bedreigingen aan het adres van magistraten
De drugsproblematiek over de landsgrenzen heen
De whole-of-government-aanpak
Het Kanaalplan
Gemengde brigades van militairen en politieagenten
De fusie van de Brusselse politiezones
De inzet van Defensie op straat en het 'Grootstedenplan' van de minister
De herziening van het Kanaalplan
Het bezoek van de procureur van Marseille aan Brussel
De KUL-norm
Uitdagingen en maatregelen in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit en geweld in Belgische steden

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken), Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draaide voornamelijk om de aanpak van drugscriminaliteit en georganiseerde misdaad in België, met focus op Brussel, Antwerpen en andere grote steden. Minister Quintin (Binnenlandse Zaken) verdedigde zijn Grootstedenplan (opvolger van het Kanaalplan), met maatregelen zoals militaire steun voor de politie, versterkte politie-inzet, fusie van de Brusselse politiezones, en een nog op te richten DrugsFonds om criminele netwerken financieel te raken. Kritiek kwam vooral op de haastige fusie van politiezones (gebrek aan draagvlak bij burgemeesters en Brulocalis), onduidelijkheid over de rol van militairen (bevoegdheden, timing, juridisch kader), en het ontbreken van structurele middelen voor justitie, politie en preventie. Oppositie en meerderheid benadrukten dat veiligheid alleen kan verbeteren met gecoördineerde actie tussen federale, regionale en lokale overheden, maar twijfelen aan de effectiviteit van de voorgestelde oplossingen.

Voorzitter:

Collega's, welkom.

Ik wil bij aanvang graag een suggestie doen, ook in naam van enkele collega's die me daarover hebben aangesproken. Het onderwerp van een actualiteitsdebat zou meer gespecifieerd moeten zijn. Nu staat er een debat over veiligheid op de agenda, met 31 toegevoegde vragen. Het zou beter zijn om in de toekomst het onderwerp van een actualiteitsdebat meer af te bakenen. Het onderwerp 'veiligheid' is veel te algemeen. U begrijpt dat dit geen gemakkelijke manier van werken is.

Ik herhaal graag dat u niet verplicht bent uw volledige spreektijd te benutten. U kunt ook verwijzen naar de schriftelijke versie van uw vraag.

François De Smet:

Monsieur le président, quasiment toutes les compétences du ministre sont liées à la sécurité, à part peut-être Beliris, et encore. Donc, effectivement, je me retrouve avec des questions qui n'ont pas de lien direct les unes avec les autres, mais soit.

La première question qui concerne le narcotrafic à Bruxelles. Pour cette question-là, je renvoie au texte écrit, d'autant que j'ai eu un échange à ce sujet avec le ministre en séance plénière.

Je tiens tout d’abord à saluer votre volontarisme en termes de lutte contre la violence grandissante générée par le narcotrafic à Bruxelles, votre bilan présenté sous le titre (flatteur) “ 6 mois d’action : Le Ministre Quintin renforce l’autorité de l’Etat et la sécurité des citoyens” sur le site de votre formation politique , met en avant : Le ministre a également intensifié la lutte contre les réseaux criminels qui gangrènent nos quartiers. Des filières ont été démantelées, grâce à un meilleur partage d’informations entre services et à une collaboration renforcée avec la justice”

Le procureur du Roi, Julien Moinil, lors de sa conférence de presse du 13 août dernier, a félicité les services de police pour l’interpellation de pas moins de 7085 suspects (dont 6211 majeurs et 874 mineurs ) interpellés par la police mis à disposition du parquet, et ce depuis janvier 2025 (ce qui représente pas moins du triple d’interpellations durant un laps de temps identique en 2024)

Il n’en demeure pas moins que le Procureur du Roi lors de cette même conférence de presse a fustigé le manque de moyens de la police, et ma question ne portera pas sur la fusion des zones de police à Bruxelles, à propos de laquelle je me suis déjà exprimé avec opposition et je m’exprimerai lors des travaux parlementaires, mais bien sur les moyens mis à disposition en Région bruxelloise pour lutter contre le narcotrafic,

En conséquence, Monsieur le Ministre peut-il me faire savoir:

quels résultats concrets a t-il obtenu en termes de démantèlement des filières de narcotrafic depuis janvier 2025?

quels renforcements d’effectifs sont prévus au cours du dernier quadrimestre 2025 pour permettre une densification de la lutte contre le narcotrafic?

si il a rencontré le procureur du Roi suite à cette sortie médiatique ?

En revanche, je vais poser les deux autres questions. La première concerne ce qui peut apparaître comme un marronnier, mais encore plus régulier qu'un marronnier classique, à savoir la fusion des zones de police à Bruxelles, puisque votre avant-projet est toujours en discussion au sein du gouvernement. Néanmoins, nous avons reçu plusieurs signaux entretemps, notamment un signal de la Conférence des bourgmestres et un autre de Brulocalis.

Le moins que l'on puisse dire, c'est que votre plan ne fait pas l'unanimité. En effet, il a été rejeté à l'unanimité le 27 août dernier par la Conférence des bourgmestres – donc les bourgmestres, MR et Engagés inclus, j'imagine – et qu'il a fait l'objet d'un avis particulièrement négatif de Brulocalis la veille, le 26 août. Brulocalis évoque un déficit significatif de financement structurel par l'autorité fédérale de la future zone de police unifiée, en l'absence aujourd'hui de révision de la fameuse norme KUL, qui, évidemment, est demandée par les 19 bourgmestres ainsi que par votre partenaire de majorité Les Engagés. Ce dernier vous a quand même tancé assez méchamment ces jours-ci en expliquant que cette partie du deal, pour l'instant, n'était pas remplie dans l'avant-projet puisqu'on se contente, pour l'instant, de la fusion.

Cette fusion constitue une réponse inappropriée aux enjeux de lutte contre le narcotrafic et la criminalité organisée, sans parler de l'argumentaire justifiant la fusion, qui cache mal les desseins peut-être plus pernicieux que d'aucuns ont quant à l'atteinte à l'autonomie communale de Bruxelles. Une fusion imposée alors que l'avant-projet de loi entend promouvoir la fusion volontaire, avec un traitement discriminatoire, comme chacun le sait, entre Bruxelles et les autres Régions.

La Conférence des bourgmestres tance également l'insécurité juridique profonde du texte et estime que ce projet de fusion met en péril la police de proximité et sera chronophage en matière de réorganisation – il suffit de voir combien de temps nous y avons déjà consacré ici –, alors que Bruxelles est confrontée à des défis bien plus essentiels. Je ne vais pas revenir sur toutes les critiques que nous avons déjà exprimées à plusieurs reprises et dont nous aurons encore l'occasion de discuter. Sans préjudice de l'avis du Conseil d' É tat, qui doit encore être rendu sur l'avant-projet de loi, cette première salve de critiques de ces deux organes montre que ce projet de fusion est profondément contestable sur le plan de la légalité, mais aussi sur le plan de l'opportunité politique, de sorte qu'il nécessite des réactions.

Mes questions sont simples. Estimez-vous que les craintes exprimées par les bourgmestres bruxellois et par Brulocalis sont fondées, tant pour ce qui est de l'aspect financier que pour ce qui concerne le contrôle démocratique et l'atteinte à l'autonomie communale?

Vous attendez l'avis du Conseil d' É tat, bien sûr, mais allez-vous également apporter des rectifications sur la base de ces deux avis?

L'autre question que je souhaitais vous poser concerne le narcotrafic à Anvers. On parle beaucoup, évidemment à raison, de Bruxelles, parce que c'est la plaque tournante de la distribution. C'est un débat que nous avons régulièrement.

Mais il est intéressant de noter que la presse s'est fait écho, voici quelques semaines, d'une comparaison des incidents et faits graves de violence liés au narcotrafic entre Bruxelles et Anvers, qui est, elle, organisée en zone unique. Brulocalis faisait référence par exemple à une étude du Vlaams Vredesinstituut qui évoque un nombre de fusillades liées au narcotrafic quasiment équivalent entre notre capitale et la zone de police d'Anvers.

Le Moniteur de Sécurité 2025, également cité, rapporte une diminution de la criminalité dans les trois Régions, avec d'ailleurs une diminution plus sensible en Région bruxelloise que dans les deux autres Régions.

L'antienne qui consiste à répéter que la criminalité est en hausse à Bruxelles peut donc être relativisée, car elle contribue à un Bruxelles-bashing injuste et sert les desseins de la fusion des zones imposée à Bruxelles. Elle relève donc, d'une nouvelle manière, d'une inégalité de traitement.

Monsieur le ministre, quelle est votre approche spécifique de la lutte contre le narcotrafic à Anvers et son port? Avez-vous pris connaissance de ces chiffres? Je sais que vous êtes évidemment allé sur le terrain. Il y a la question de la plus grande détection de ce qui se trouve dans les conteneurs.

Nous sommes tous d'accord. Je crois qu'il faudra endiguer le phénomène, à la fois à l'arrivée du narcotrafic à Anvers et dans sa plaque de distribution à Bruxelles. Il nous faudra réussir sur l'un et sur l'autre, sans mettre en compétition, avec ou sans idée préconçue, ces deux territoires.

Voorzitter:

De vraag nr. 56007310C van mevrouw Barbara Pas wordt ingetrokken.

Ridouane Chahid:

Monsieur le ministre, ma question porte plus particulièrement sur ce que l'on vit à Bruxelles ces derniers mois.

Le procureur du Roi de Bruxelles a exposé les mesures prises par le parquet bruxellois face à une nouvelle série de fusillades qui touchent notre capitale depuis plusieurs semaines. On le sait, les acteurs, tant la justice que la police, sont sur le terrain. Ils travaillent d'arrache-pied, et ils engrangent des résultats. On a encore vu récemment se dérouler une action policière sur plusieurs communes bruxelloises. Mais les moyens humains et budgétaires restent insuffisants, et ces acteurs demandent toujours un soutien important de la part du fédéral pour pouvoir mener à bien les missions qui sont les leurs. Ils le disent eux-mêmes, et ils l'ont encore dit en début de semaine lors de cette intervention: arrêter des délinquants, des criminels, c'est une chose, mais il faut pouvoir faire du travail de fond et il faut donner les moyens à la justice pour pouvoir les mettre en prison.

Vous nous avez effectivement informé qu'il y aurait un plan à cet égard, avec un certain nombre de mesures. Quid de ce plan? Comment allez-vous financer ce plan et sur combien de temps allez-vous le mettre en œuvre?

Vous avez également évoqué la question du financement de la police et des zones de police. On sent qu'il y a une sorte de flottement entre vous et différents partenaires de la majorité, puisqu'on sait qu'il manque environ 800 policiers, et plus ou moins 100 policiers à la police judiciaire. On sait donc qu'il faut plus ou moins 300 à 500 millions d'euros qui pourraient, pour l'ensemble des zones de police, aider à répondre à un certain nombre de défis en la matière.

Monsieur le ministre, pouvez-vous nous faire un état des lieux des moyens qui seront débloqués en Région bruxelloise pour la lutte contre le trafic de drogue? Quels moyens allez-vous mettre en place avec votre collègue de la Justice pour soutenir le procureur du Roi dans ses initiatives? Quels seront les moyens consacrés à la question de la santé publique dans le contexte du trafic de drogue?

Enfin, monsieur le ministre, en février dernier, le premier ministre nous avait clairement dit en séance plénière qu'on allait mettre une task force sur pied. Celle-ci réunirait les différents acteurs pour pouvoir trouver des réponses à ces problèmes. Quand allez-vous mettre en œuvre cette task force?

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de minister, ik heb drie vragen ingediend, allen met een verschillende inhoud.

Ten eerste, op 6 september jongstleden werd een vrouw op klaarlichte dag in Oostende neergeschoten, het trieste slot van een hele reeks gewelddaden. Het gaat om het vijfde ernstige incident in die stad op amper twee weken tijd. Dat sterkt mij in mijn overtuiging dat drugsgeweld niet meer beperkt blijft tot Antwerpen, Brussel en andere grootsteden, maar dat ook middelgrote en kleinere steden alsmaar vaker geconfronteerd worden met dergelijke gewelddaden. Welke concrete maatregelen en federale steun plant u op korte en middellange termijn om de escalatie van drugs- en geweldsproblemen in die steden aan te pakken? Kunt u specifiek wat Oostende betreft een stand van zaken geven met betrekking tot het onderzoek en aangeven welke gevolgen u hieraan wenst te verbinden?

Ten tweede, de heer Moinil, de procureur de Konings van Brussel, die procureur van Marseille Bessone voor een bezoek aan Brussel heeft uitgenodigd, vraagt expliciet aan de regering om voor de Belgische wetgeving het Franse model te volgen. Ik begrijp zijn standpunt, zeker gezien de vaststelling dat Marseillaanse gewelddaden alsmaar vaker in onze hoofdstad worden geïmporteerd, denk maar aan de vele executies en de alsmaar gewelddadigere acties van drugsbendes in onze hoofdstad.

Sinds begin dit jaar werden al 1.250 dealers opgepakt en voorgeleid bij het parket. Het aantal illegalen in onze hoofdstad, dat alsmaar vaker door drugsbendes als gewillig of ongewillig slachtoffer wordt gebruikt, loopt ook de spuigaten uit. Het is natuurlijk een schatting, want het gaat om mensen zonder papieren, maar men spreekt toch van meer dan 100.000 personen alleen al in Brussel. Dit jaar waren er al 57 schietpartijen in Brussel, waarvan 20 tijdens de zomervakantie alleen. Vorig jaar stond de teller op meer dan 90 schietpartijen. Bovendien ziet het ernaar uit dat het er dit jaar, met de cijfers die we tot nu toe hebben kunnen noteren, niet op verbetert.

“Ik begrijp dat sommige agenten moedeloos worden wanneer ze dezelfde persoon drie, vier of zelfs tien keer arresteren en hij telkens weer vrijkomt”, aldus procureur des Konings Moinil. Wij moeten zijn woorden allemaal ter harte nemen. Ook al valt een en ander niet onder uw bevoegdheid, mijnheer de minister – de regering is een en ondeelbaar -, vernam ik graag hoe ver het staat met de beloofde grote taskforce. Hoe kunnen wij de huidige malaise en de blijvende demotivatie van onze politieagenten tegengaan? Dat kan onder meer door strenger toe te zien op de uitvoering van de straffen die dergelijke criminelen in dit land moeten krijgen.

Ik wil, ten derde, nog ingaan op het ideetje dat vooral u de MR bij monde van u, mijnheer de minister, in de media heeft gelanceerd. Ik doel op de inzet van het leger op het grondgebied van Brussel. U voegde eraan toe dat dat later eventueel ook in andere steden zou kunnen gebeuren, indien dat nodig blijkt. In eerste instantie wees de minister van Defensie, de heer Francken, het voorstel af, hoewel hij daar in de vorige legislatuur samen met de heer De Wever, toen ze nog geen minister waren, een heel groot voorstander van was. Mevrouw De Vreese kan dat zeker beamen. Vooral de heer Francken ziet dat niet iets voor de korte termijn. Volgens hem zou daartoe pas een eerste aanzet kunnen worden gedaan vanaf 8 april 2026. Ook qua visie moet nog een en ander worden afgestemd, want de heer Francken ziet eigenlijk een totaal ander takenpakket voor de militairen dan waarvoor u hen wilt inzetten. Ik wil daarom nagaan wat nu precies de bedoeling is.

Zullen militairen politietaken overnemen of worden er gemengde patrouilles opgericht waarbij militairen een ander takenpakket krijgen dan de politie?

Ik wil ook meer duidelijkheid over de timing van het voorstel. Blijft het bij woorden in de media of worden daar ook concrete daden aan gekoppeld?

Matti Vandemaele:

Mijn twee vragen hangen inhoudelijk niet samen en het verwondert mij dus dat die in hetzelfde debat aan de orde komen. Ik stel voor om inhoudelijk verschillende items een volgende keer apart te behandelen.

Ten eerste, wat de inzet van militairen op straat in Brussel of elders betreft, volgens sommigen zouden militairen statische bewakingsopdrachten moeten overnemen; anderen zien heil in gemengde patrouilles en nog anderen vinden dat militairen politionele taken moeten uitvoeren. Welke van de drie systemen overweegt de regering? Heeft de regering daarover een definitieve beslissing genomen? In de media is er alvast ruis op de uitspraken van ministers en partijvoorzitters ter zake.

Militairen zijn niet opgeleid of uitgerust voor bepaalde taken in de publieke ruimte. Is het wel aangewezen om militairen met politiebevoegdheden en -wapens de straat op te sturen? Wie zal het commando voeren bij gemengde patrouilles? Op mijn schriftelijke vraag hierover kreeg ik een bizar antwoord: enerzijds stelde u dat militairen te allen tijde onder de controle en het gezag van de hoogste militair blijven, en anderzijds merkte u op dat de leider van de opdracht op dat moment de politieagent is. Wat gebeurt er echter als de twee elkaar tegenspreken? Zijn er duidelijke afspraken over wie dan het gezag voert?

U voelt wel aan dat ik hier geen voorstander van ben. Ik denk dat militairen slechts zeer uitzonderlijk op straat kunnen worden ingezet, bijvoorbeeld in het kader van de strijd tegen terrorisme, zoals in het verleden is gebeurd. Dat mag evenwel niet de norm worden. Mijn grote zorg en die van veel militairen is dat een uitzonderlijke situatie wellicht langer kan duren dan verwacht. Op die manier maken we geen werk van echte oplossingen. Het blijft steeds een lapmiddel.

Ten tweede, wat de fusie van de Brusselse politieraden betreft, het advies van Brulocalis en het Bureau van de Conferentie van Burgemeesters was niet echt positief. Ik begrijp dat u als positief ingestelde persoon er positieve elementen in hebt gezien, maar ik heb toch veel kritiek gelezen. Ik ben benieuwd hoe u tegen die kritiek aankijkt.

Vindt u de kritiek ongegrond is en kunt u ze weerleggen? Of bent u bereid om het voorstel dat op tafel ligt, bij te sturen?

U zegt zelf dat u altijd de dialoog gaat met de mensen op het terrein. Bent u ook bereid om met de vrienden in Brussel werkelijk in dialoog te treden, zodat de fusie ook breed gedragen wordt? Ik denk dat een fusie alleen kan werken, als die breed wordt ondersteund. Ik ben dan ook benieuwd of u het pad van de dialoog wilt bewandelen, dan wel of u de forcing zult voeren en gewoon uw beslissing zonder meer in de praktijk zult omzetten.

Xavier Dubois:

Monsieur le président, je vais essayer de synthétiser mes six questions, en tout cas de les présenter dans un ordre qui a du sens. Je vais prendre comme point de départ la conférence de presse du procureur du Roi cet été, qui m'a fortement interpellé, un véritable cri d'alarme.

Cette conférence de presse a eu lieu dans un endroit gardé secret, des mesures de sécurité ayant été prises tout autour. Le procureur du Roi a lui-même été menacé de mort par des narcotrafiquants. Et donc ses mots étaient particulièrement interpellants, notamment quand il a dit que chaque Bruxellois pouvait prendre une balle perdue, évoquant aussi les montants en jeu au niveau des points de deal. Je pense qu'il est nécessaire d'entendre cet appel.

Nous avons d'ailleurs sollicité une audition du procureur du Roi en commission de l'Intérieur, et je remercie les membres de la commission d'avoir accepté cette proposition. Le procureur du Roi évoque un besoin supplémentaire de 10 millions d'euros. Il évoque également le fait que la police judiciaire fédérale devrait reprendre en main des enquêtes sur la criminalité organisée et sur les mafias. Qu'en pensez-vous? Quels sont les moyens que vous allez pouvoir débloquer pour répondre à cet appel important?

Il a aussi évoqué la problématique du cadre. Je pense qu'il faut remplir les cadres au plus vite. Quel est votre plan d'action pour atteindre cet objectif?

Comme d'autres collègues l'ont évoqué, le procureur du Roi a rencontré son homologue, le procureur de la République de Marseille. Cela a permis de faire ressortir toute une série de pistes intéressantes. Avez-vous pu le rencontrer également et, si ce n'est pas le cas, qu'avez-vous retiré de cette rencontre importante?

Ensuite, je voudrais vous interroger sur le plan "Grandes Villes".

Je ne vais pas le détailler, vous l'avez déjà bien présenté. Pour rappel, il s'agit de 20 millions d'euros pour des caméras, ou encore de la piste d'amener des militaires en rue avec des équipes mixtes. C'est aussi renforcer les objectifs policiers. Beaucoup de choses sont imaginées pour les grandes villes, mais, pour rappel, la problématique se vit aussi en zone rurale et dans les petites villes. Que prévoit votre plan pour ces zones? Il faut aussi avoir des réponses très claires et concrètes en la matière. Le combat se mène partout, sur l'ensemble du territoire de la Belgique. J'attends des mesures concrètes et précises pour répondre aux besoins des villes et communes, aux besoins des zones de police en zone rurale.

Autre question, n'estimez-vous pas qu'il serait important, et opportun surtout, de convoquer le Conseil national de sécurité pour qu'on puisse travailler tous ensemble à tous les niveaux pour pouvoir rendre plus efficace et opérationnelle cette lutte contre ce crime organisé?

Je voudrais aussi vous interroger sur des mesures qui sont prévues dans l'accord du gouvernement. Il y a ce premier plan et une vingtaine d'autres mesures. L'une d'elles consiste en la création du Fonds drogue. Je m'étonne du fait qu'il n'y ait pas encore eu de projet concret présenté au Conseil des ministres pour la création de ce Fonds drogue. Pouvez-vous nous dire où vous en êtes par rapport à cette mesure très importante, qui permettra de s'attaquer au portefeuille des trafiquants et surtout de réutiliser ces moyens, de les affecter à une lutte efficace contre cette problématique? Il paraît que des freins auraient été remarqués, notamment au niveau de l'administration des finances. Pouvez-vous confirmer ou infirmer le fait que des freins seraient observés dans certains services?

Mes collègues ont évoqué les zones de police. Je ne vais donc pas revenir sur l'avis concernant la fusion à Bruxelles, mais sur le financement des zones de police. Il est clair que – vous l'avez dit vous-même, et cela fait d'ailleurs partie de l'accord de gouvernement –, la fusion des zones de police de Bruxelles s'accompagne nécessairement d'une révision de la norme KUL et d'un refinancement qui soit le plus correct, efficace et juste de l'ensemble des zones de police. On a entendu que des réunions s'organisent pour présenter certains projets en la matière.

J'aimerais bien que vous puissiez aussi nous dire où on en est exactement, quels sont les acteurs qui ont déjà été informés du projet de réforme de cette norme KUL? Je pense qu'il est important que le Parlement soit informé aussi si certains acteurs le sont. On attend les éléments précis en la matière au plus vite.

Enfin, je reviendrai sur une mesure qui est peut-être moins stratégique, mais tout aussi importante, puisqu'elle concerne la collaboration et la coopération avec les autres É tats membres et hors de l'Union européenne. C'est la mesure concernant les officiers de liaison étrangers qui viendraient chez nous et, à l'inverse, nos officiers qui partiraient à l'étranger. Cela fait partie de l'accord de gouvernement.

Pouvez-vous définir de manière beaucoup plus claire ce qui est attendu de ces officiers agents de liaison? Comment vont-ils fonctionner? Quels sont les rapports qu'ils devront émettre? Surtout, quels moyens avez-vous à disposition pour mettre en œuvre de manière efficace cette mesure importante dans cette thématique qui nous rassemble tous aujourd'hui?

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de minister, ik kan het kort houden, omdat ik niet te veel in herhaling wil vallen. De voorbije maanden hebben we dit soort debatten met u meermaals kunnen voeren. Nog maar twee weken geleden waren de Kamerdiensten zo vriendelijk om mijn vraag toe te voegen aan de vraag in de plenaire vergadering, die toen ook in een actualiteitsdebat is gesteld.

Voor mij zijn twee punten relevant.

Ten eerste bestaat er een contradictie tussen uw verklaringen en die van minister Francken over de inzet van militairen. Daarover heb ik geen vraag gesteld, want anderen doen dat.

Mijn vraag gaat heel specifiek over de fusie van de Brusselse politiezones. Afgelopen zomer is daarop veel kritiek geuit. Dat is niet onverwacht, want er is veel koudwatervrees. Ik herhaal mijn steun, mijnheer de minister, voor uw initiatief. U hebt de moed gehad om met uw neus in de wind te gaan staan, een eigenschap die in de politiek niet aan iedereen gegeven is. Ik hoop dat u doorzet en wens u dat toe.

Ik verwijs voor mijn concrete vragen naar de schriftelijke voorbereiding.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, comme mes collègues sont déjà intervenus, je vais essayer d'être aussi brève que possible.

J'imagine que vous partagez le même objectif que moi, à savoir que la sécurité, l'une des priorités de nos concitoyens, mérite des mesures structurelles et véritablement efficaces, au lieu d'effets d'annonce contraires aux demandes des experts et que ne cautionnent pas les acteurs de terrain. Je pense ainsi à l'annonce selon laquelle vous alliez rétablir une présence militaire dans nos rues, notamment à Bruxelles.

Monsieur le ministre, quel est le cadre légal dans lequel l'armée opèrera? Quelles seraient les missions confiées aux militaires? Auront-ils le droit d'être en rue ou ailleurs, en brigade mixte avec la police ou seuls?

Je voudrais revenir également en bref sur la fusion des zones de police à Bruxelles. Vous la présentez souvent comme l'une des solutions qui permettraient de résorber le sentiment d'insécurité dans la capitale. Pour être complètement honnête, je ne suis pas philosophiquement fermée à cette option. Toutefois, fin août, les 19 bourgmestres bruxellois se sont exprimés à l’unanimité contre ce projet. Ils réclament plutôt un financement structurel supplémentaire pour la police bruxelloise et s’inquiètent, par ailleurs, de la suppression annoncée des conseils de police, qui jouent un rôle essentiel dans le contrôle démocratique.

Leur avis, très négatif, rejoint celui de Brulocalis et du bureau de la Conférence des bourgmestres, qui soulignent également les risques pour la proximité avec le citoyen, l’autonomie communale, ainsi que les incertitudes juridiques et budgétaires entourant ce projet.

Monsieur le ministre, comment prenez-vous en compte cette position unanime des bourgmestres, qui demandent avant tout un refinancement structurel de la police plutôt qu’une fusion des zones?

Comment comptez-vous répondre à leurs préoccupations concernant la suppression des conseils de police et les conséquences pour la démocratie locale et la proximité avec les citoyens?

Enfin, êtes-vous disposé à adapter vos projets afin de tenir compte des arguments et de l’expertise exprimés par les autorités locales? Je m'arrête ici pour pouvoir vous entendre. Merci, monsieur le ministre.

Maaike De Vreese:

Mijnheer de minister, het is een soort hutsepot geworden van vragen die door elkaar gemixt zijn en ik lust niet zo graag hutsepot. Ik heb liever dat sommige zaken van elkaar gescheiden worden. Ik vind dat dit lekkerder smaakt. Hier zijn er net iets te veel vragen samengevoegd om het behapbaar te maken. Ik heb nu bijvoorbeeld een aantal vragen over het geweld aan de kust, wat toch tot een andere discussie leidt dan die over de drugscriminaliteit in onze hoofdstad.

Minister, de voorbije weken werden we in Oostende geconfronteerd met bijzonder hard drugsgeweld, met de tragische moord op een 43-jarige vrouw als dieptepunt. Lokale besturen uiten hun grote bekommernis over de stijgende druk op de veiligheid in de kustregio. Tijdens weekends en de vakantieperiodes, standaard zeer drukke periodes, neemt de bevolking er enorm toe, waardoor de politiecapaciteit structureel onder druk komt te staan.

In Oostende specifiek verdrievoudigt tijdens de zomermaanden het bevolkingsaantal. Daarbovenop wordt regelmatig gevraagd dat agenten van de kustzones bijstand verlenen in andere regio's, terwijl net aan de kust de noden hoog zijn. We kunnen stellen dat doorheen de zomer onze kustlijn eigenlijk één groot evenemententerrein vormt.

Hoe evolueert de drugsproblematiek in Oostende en zijn er linken met de drugscriminaliteit in de rest van het land?

Hoe beoordeelt u de huidige veiligheidsdruk in Oostende en in de bredere kustregio in het licht van recente incidenten en de sterk toenemende bevolkingsaantallen tijdens piekperiodes?

Welke maatregelen plant u om te vermijden dat lokale politiezones aan de kust capaciteit verliezen door systematische bijstandsoproepen naar andere regio's, terwijl de lokale noden zeer hoog zijn?

Bent u bereid in overleg met de gouverneur en met de burgemeesters van de kuststeden een specifiek plan uit te werken om de structurele uitdagingen door het geweld, gekoppeld aan de toeristische drukte en de evenementen, aan te pakken?

Hoe zult u ervoor zorgen dat kustgemeenten voldoende operationele ondersteuning krijgen, zonder afhankelijk te worden van noodinterventies of ad-hocversterkingen?

Jullie zien, collega's, dat dit heel andere vragen zijn dan de andere die op de agenda staan.

Wat het drugsgeweld in de hoofdstad betreft, wil ik mij aansluiten bij de collega's. Dat is een zaak waar we al heel wat debatten over gevoerd hebben. Ook ik heb een aantal vragen over de inzet van militairen in Brussel.

Het drugsgeweld duurt voort. Er zullen militairen ingezet worden op straat. Maar wij hebben er op gehamerd dat daarvoor een kader voorhanden moet zijn, minister, zodat de militairen geen sitting duck zijn en voldoende kunnen ingrijpen op momenten dat het nodig is.

Ik wil verwijzen naar de vragen die ik heb opgesteld, want er zijn nog een aantal zaken die moeten of inmiddels misschien al zijn uitgeklaard tussen u en de minister van Defensie. Ondertussen gaf bijvoorbeeld ook de burgemeester van Charleroi aan dat hij dergelijke ondersteuning wenst.

Hoever gaan wij daarin? Hoe worden de steden geselecteerd? Wat wilt u daar precies mee doen?

De gemengde patrouilles, het overleg met de minister van Defensie en het wettelijke kader zijn voor ons belangrijk. Wanneer worden ze wel ingezet en wanneer niet?

U weet dat in het regeerakkoord wordt gesproken over dreigingsniveau 4. Blijven wij bij die piste of voorziet u in cumulatieve voorwaarden om die mensen in te zetten?

Ik weet dat zelfs bepaalde militairen vragende partij zijn om ook bepaalde bevoegdheden te krijgen. Wij moeten daar goed over nadenken. Dat is immers niet iets wat zomaar wordt gedaan. Een en ander moet weloverwogen gebeuren en in goed overleg tussen beide ministers in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit, waarin wij u zeker steunen. Dat moet heel duidelijk zijn.

Wij hebben inderdaad vastgesteld dat de drugsproblematiek, wat wij overigens al wisten, niet enkel hier of in onze grote steden bestaat, maar dat het om een Europees probleem gaat dat zelfs internationaal moet worden aangepakt.

Wij zagen bijvoorbeeld de Franse procureur Nicolas Bessone communiceren dat de voorbije maanden ongeveer vijftig Belgen, onder wie een twintigtal Brusselaars, werden gearresteerd in Zuid-Frankrijk, voornamelijk in Marseille en de grensregio. Onder hen bevonden zich ook twee landgenoten die zwaar bewapend een opdracht zouden uitvoeren.

Dat is toch niet niets. Tijdens zijn bezoek aan Brussel wees de Franse procureur op de connecties tussen bendes in Brussel en Marseille. Bovendien legde hij een link met de rol van de haven van Antwerpen in de internationale drugshandel. Hij bracht daarbij enkele praktijken uit Marseille aan en riep de Belgische autoriteiten op om de wetgeving aan te scherpen. Wij moeten met de Franse autoriteiten de krachten bundelen in één gezamenlijke strijd tegen de georganiseerde misdaad.

Op welke manier werken onze politiediensten vandaag concreet samen met de Franse autoriteiten in de gezamenlijke strijd tegen drugscriminaliteit? Kunnen wij die samenwerking nog uitbreiden? Hoe verloopt de informatie-uitwisseling met Frankrijk in dossiers waarin Belgische drugsnetwerken betrokken zijn? Waar ziet u nog verbeterpunten?

Hoe zit het met de informatie-uitwisseling over die vijftig Belgen die daar zijn aangetroffen? Krijgen wij de noodzakelijke gegevens, zodat wij weten wie zij zijn en hoe wij hen verder kunnen opvolgen? Hebt u daarover recent overleg gehad met uw Franse collega-minister of zult u dat nog doen? Voor mij is dat noodzakelijk. Wat zijn de voornaamste afspraken die u met hem wilt maken of welke vooruitzichten ziet u?

Wordt onderzocht of bepaalde praktijken uit Marseille, zoals het groeperen van drugshandelaars in zwaarbeveiligde gevangenissen, ook in België toepasbaar kunnen zijn? Dat is misschien ook een vraag voor uw collega-minister Verlinden.

Hoe reageert u op de oproep van procureur Bessone om de Belgische wetgeving aan te scherpen in het licht van de toenemende internationale dreiging?

Dat waren mijn specifieke vragen. Ik verontschuldig mij voor het overschrijden van mijn spreektijd.

Franky Demon:

Mijnheer de minister, in het Bonneviepark vinden op klaarlichte dag drugsdeals plaats. Mensen verstoppen zelfs drugs in speeltoestellen waarop kinderen veilig zouden moeten kunnen spelen. Ouders durven hun kinderen niet meer te laten spelen uit angst voor verdwaalde kogels of confrontaties met bendes. Een plek die een veilige groene speelruimte zou moeten zijn, wordt gedomineerd door angst en criminele baldadigheden.

Brussel is een stad waar honderdduizenden mensen wonen en waar pendelaars elke dag komen werken. Deze stad zou de Belgische vitrine naar de wereld moeten zijn. Wanneer geweld en drugsbendes echter het straatbeeld gaan bepalen, wordt Brussel een stad waar mensen niet meer durven te komen. Ik heb enorm veel respect voor onze politiemensen, die met een nijpend personeelskader hard moeten werken in Brussel en andere steden waar drugsgeweld de kop opsteekt.

We wensen in te zetten op militairen op straat. De vakbonden hebben in verband hiermee enkele terechte bezorgdheden geuit. Hoe gaat u daarmee om?

Het regeerakkoord stelde duidelijk dat er één wijkagent per 2.000 inwoners moet zijn. Welke inspanning zult u hiervoor treffen? In sommige gemeenten en steden kunnen zij als een soort vrederechter een eerste oplossing zijn.

Vooral nu in Brussel, maar ook in andere steden moet er een tandje worden bijgestoken. Wat zult u nog extra ondernemen om ervoor te zorgen dat Brussel de Belgische vitrine naar de wereld kan zijn?

Éric Thiébaut:

Monsieur le ministre, je voudrais revenir sur ce sujet ô combien important pour les communes qu'est le montant des dotations fédérales aux zones de police, avec un problème que j'ai déjà évoqué très souvent dans cette commission, à savoir le décalage entre la fixation du montant des dotations aux zones de police par le fédéral et l'adaptation à l'inflation, soit à l'indexation des salaires.

Aujourd'hui, on demande aux zones de police de prévoir dans leur budget le même montant de dotation fédérale que dans le budget de l'année précédente, sans tenir compte des potentielles indexations de salaire qui sont prévues par le Bureau du Plan. Or il faut savoir que le budget d'une zone de police, c'est pratiquement à 90 % des charges de personnel. Il est donc très sensible à l'indexation des salaires.

Alors, d'une part, on est obligé de prendre une dotation qui n'est pas indexée, mais, d'autre part, la tutelle fédérale sur l'établissement des budgets impose aux communes et aux zones de prévoir dans le budget les dépenses qui correspondent à l'augmentation du coût de la vie. Il y a donc là un réel décalage entre les prévisions de dépenses et les prévisions de recettes.

Dès lors, monsieur la ministre, comme je l'ai sollicité auprès de Mme Verlinden lors de la législature précédente, j'aimerais que vous permettiez aux zones de police de déjà prévoir l'indexation des dotations qui est prévue en fin d'année, de pouvoir le faire bien avant, par exemple, au mois de septembre ou d'octobre.

Par ailleurs, pourriez-vous nous dire où vous en êtes dans la réflexion sur la réforme de la norme KUL? Vous en parlerez certainement dans une heure ou deux au Conseil des bourgmestres, dont je fais partie. Comme je suis aussi député fédéral, je vous pose également la question ici.

Brent Meuleman:

Mijnheer de minister, ik zal u drie vragen stellen; voor alle duidelijkheid niet in volgorde van belangrijkheid, maar in de volgorde zoals ze geagendeerd staan.

Mijn eerste vraag gaat over een nieuw fenomeen uit de onderwereld dat aan de oppervlakte is gekomen in Wallonië. Nieuwe criminele bendes worden zichtbaar in de publieke ruimte, met name de Daltons en de Caspers, zo berichtte Het Laatste Nieuws op 25 september. Dat zijn groepen die betrokken zouden zijn bij geweld, intimidatie en schietpartijen. Bendeleiders en hun leden gedragen zich opvallend aanwezig in het straatbeeld, waardoor hun macht en invloed zichtbaar worden voor de bevolking.

De recente moordaanslag op de leider van de Daltons maakt duidelijk dat er sprake is van gewelddadige afrekeningen tussen rivaliserende groepen. Dat fenomeen wijst op een verplaatsing van de georganiseerde misdaad naar een openlijke strijd in de publieke ruimte. Helaas hebben we dat de laatste maanden al te vaak gezien in ons land. Dat heeft uiteraard een grote impact op de veiligheid en het onveiligheidsgevoel bij burgers.

Beschikt u over recente cijfers over dit fenomeen? Ik denk dan aan het aantal leden, het leeftijdsprofiel en de verspreiding in België. Hoe ernstig schat u de dreiging die uitgaat van deze bendes? Welke concrete acties onderneemt u of de federale politie om hun activiteit te monitoren en in te perken? Zijn er aanwijzingen dat deze groepen banden onderhouden met bredere criminele netwerken?

Wordt er op dit moment een gecoördineerde aanpak ontwikkeld, zoals dat ook gebeurt tegen motorbendes en drugsclans, specifiek gericht op deze opkomende bendes? Heel belangrijk, wordt er een samenwerking met burgemeesters en lokale besturen georganiseerd, gezien de zichtbaarheid van die bendes in de publieke ruimte?

Mijn tweede vraag gaat over Defensie op straat in het kader van het grotestedenplan, een thema dat hier al uitgebreid aan bod is gekomen. De publieke discussie en de berichtgeving in de media daarover hebben tot enige onduidelijkheid geleid, met geruchten over de uitbreiding van de bevoegdheden van militairen en de organisatie van gemengde patrouilles.

Kunt u duidelijkheid verschaffen over die geruchten omtrent de inzet van Defensie op straat, dus de plannen voor gemengde patrouilles en de vermeende uitbreiding van de bevoegdheden van militairen, mogelijk zelfs tot het gebruik van vuurwapens?

Bevestigt u dat het uitgangspunt van het inzetten van Defensie uitsluitend is – en dat staat ook zo in het regeerakkoord – om politiecapaciteit vrij te maken die gericht kan worden ingezet in de strijd tegen drugscriminaliteit en georganiseerde misdaad?

Wat is de stand van zaken van het juridisch en operationeel kader voor het inzetten van militairen? Zijn de contacten tussen het kabinet van de minister van Defensie en dat van u al afgerond? Kunt u verzekeren dat dat kader zich beperkt tot de overname van statische opdrachten en geen nieuwe bevoegdheden voor militairen omvat? Kunt u concreet aangeven wat de politie zelf vraagt om de strijd tegen de drugscriminaliteit op een effectievere manier te voeren?

Mijn derde vraag in dit actualiteitsdebat gaat over de KUL-norm. Onder burgemeesters wordt daar wel eens naar verwezen als de “flauwekulnorm”, wat meteen ook het probleem aantoont. Het regeerakkoord voorziet in de invoering van een nieuw en eenvoudig financieringsmodel voor de lokale politiezones ter vervanging van de huidige KUL-norm. Het doel is om elke zone – met inachtneming van de eigen specificiteit – voldoende flexibele en transparante middelen toe te kennen om de basispolitiezorg, die zo belangrijk is, te garanderen.

Dat is een noodzaak gezien de toenemende uitdagingen waarmee onze politiediensten geconfronteerd worden. Ik mag hier ook tegen de collega’s zeggen dat ze woord hebben gehouden. U hebt mij een aantal maanden geleden beloofd om naar Zelzate te komen. De minister heeft dat gedaan en u hebt daar een en ander op het terrein kunnen zien en ervaren. U hebt van mijn korpschef gehoord waar de uitdagingen liggen. Financiering – het zal u niet verbazen, het heeft u toen ook niet verbaasd – komt daarbij prominent aan bod.

De lokale politiezones dragen een zware verantwoordelijkheid terwijl de financiële druk op die lokale besturen, die reeds een aanzienlijk deel van de politiebudgetfinanciering dragen, enorm toeneemt. Ik had graag van u een aantal zaken concreet vernomen.

Ten eerste, welke initiatieven hebt u tot heden genomen om het nieuwe, vereenvoudigde en transparante financieringsmodel voor de lokale politiezones op basis van kwalitatieve en wetenschappelijk onderbouwde parameters in te voeren?

Ten tweede, wat is de timing voor de implementatie van dat nieuwe model en zal hierbij gegarandeerd worden – en dat is toch niet onbelangrijk, mijnheer de minister – dat de financiering de zones in staat zal stellen om effectief een kwaliteitsvolle basispolitiezorg te leveren, los van de financiële draagkracht van de individuele lokale besturen?

Ik dank u alvast voor uw antwoorden.

Anthony Dufrane:

Monsieur le ministre, comme l'ont évoqué la presse et les collègues, le procureur du Roi de Bruxelles, M. Julien Moinil, a dû être placé sous protection rapprochée. Cette situation nous interpelle.

J'en viens donc directement à mes questions, monsieur le ministre. Combien de magistrats ou hauts responsables judiciaires bénéficient-ils actuellement en Belgique d'une protection rapprochée organisée par le service de la protection (DAP) de la police fédérale?

Ensuite, quels sont les critères précis retenus pour activer une telle mesure? Quels sont les moyens humains et logistiques actuellement mobilisés dans ce type de protection rapprochée?

L'usage de technologies intrusives – valises blindées, drones, brouilleurs, etc. – fait-il l'objet d'un encadrement spécifique?

Enfin, quelles mesures sont-elles envisagées ou ont-elles été prises pour renforcer la prévention et la détection précoce des menaces contre les acteurs de la justice, en particulier dans les dossiers liés au trafic de stupéfiants? Merci à vous.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de minister, ik snap dat het misschien een beetje vreemd is dat mijn vragen in dit debat aan bod komen, maar ik begrijp dat er heel veel op de agenda staat.

Mijn eerste vraag gaat over whole of government -aanpak, die in verschillende belangrijke dossiers, zoals de Nationale Veiligheidsstrategie en het nationaal weerbaarheidsplan, door het regeerakkoord naar voren geschoven wordt. Die aanpak is erop gericht efficiëntie en gedragen samenwerking tussen de verschillende beleidsniveaus te realiseren. Dit is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat in crisissituaties beslissingen doeltreffend genomen kunnen worden en dat elke speler in dit land weet wat er van hem verwacht wordt. Een gedragen samenwerking versterkt het beleid en maakt een constructieve whole of government -aanpak noodzakelijk.

Vanuit zowel de Vlaamse als de Waalse overheid vang ik signalen op dat de uitvoering in de praktijk soms stroef verloopt, bijvoorbeeld bij het nationaal weerbaarheidsplan. Het is echter juist belangrijk dat deze plannen breed gedragen worden om efficiënt te zijn. Dat betwist niemand, denk ik. Het is daarom noodzakelijk om te zorgen voor een structurele en volwaardige participatie van de deelstaten in elke fase van deze trajecten, zowel politiek als administratief. Dit kan bijvoorbeeld worden gegarandeerd door de opmaak vanuit het Overlegcomité te coördineren, maar dat is slechts een suggestie.

Voor een optimale whole of government -aanpak is het bovendien cruciaal dat er vanaf het begin van elk proces sterke informatiedeling plaatsvindt, bijvoorbeeld via een centraal platform. Zo kan elke actor met kennis van zaken aan de tafel zitten en is de input niet beperkt tot ad-hocgedachten.

De huidige overlegstructuur loopt naar mijn aanvoelen minstens stroef en kan worden bijgestuurd door een paritaire samenstelling. Vergaderingen waarbij slechts één vertegenwoordiger per deelstaat aanwezig is, maar waarbij talrijke vertegenwoordigers van de federale overheid aan tafel zitten, leiden zowel politiek als administratief tot onevenwichtige beslissingen. Daarbij is het belangrijk dat voor elke entiteit een duidelijke coördinator wordt afgesproken en gerespecteerd.

Ik heb hierover enkele vragen. Hoe definieert u een whole of government -aanpak om de aanpak en de opmaak van deze cruciale plannen zo sterk mogelijk te maken en de beveiliging van onze burgers te garanderen? Hoe definieert u een whole-of-government -aanpak? Hoe loopt de opmaak van het nationaal weerbaarheidsplan en de Nationale Veiligheidsstrategie? Engageert u zich om de deelstaten hier op een correcte manier bij te betrekken, volgens de principes die ik net heb uiteengezet?

Mijn volgende vraag gaat over het Kanaalplan. In de zomer hebben we immers jammer genoeg wederom gezien waarom dit zo broodnodig is in Brussel. Het is echter niet beperkt tot Brussel. Ook in de Vlaamse Rand, in mijn eigen stad Vilvoorde, waren er bijvoorbeeld rellen in het station na de arrestatie van een drugsbaas. Het gaat ook breder dan dat.

Het lijkt erop dat u met het plan grote steden een nieuwe naam voor dit Kanaalplan hebt gekozen. Schuift u inderdaad een nieuwe naam naar voren? Kunt u een stand van zaken geven rond de invoering van dit nieuwe plan? Welk werkingsgebied ziet u voor dit plan? Zijn er naast de reeds aangekondigde maatregelen in het plan grote steden, zoals militairen op straat en het budget voor extra camera's, nog andere maatregelen die u vooruit wilt schuiven?

Ik wil trouwens ook mijn appreciatie uitspreken voor de ronde die u hebt gedaan, ook in de Vlaamse Rand, om met de mensen op het veld te spreken.

Catherine Delcourt:

Monsieur le ministre, vous avez récemment présenté un plan "Grandes Villes" – j'imagine que c'est le nouveau nom pour le plan Canal – qui vise à renforcer la sécurité dans les zones urbaines, qui sont confrontées à des défis multiples. Si le plan "Grandes Villes" est bien le plan Canal, je m'en réjouis parce qu'évidemment ça veut dire qu'on cesse de se focaliser uniquement sur la ville de Bruxelles et que vous allez vous attaquer à travers ce plan à la criminalité dans les grandes villes du pays, ce qui est très important.

Selon vos déclarations publiques, ce plan prévoit, on l'a dit à plusieurs reprises, le déploiement de militaires dans l'espace public, mais aussi la modernisation et la généralisation de caméras de surveillance, ainsi que l'organisation d'opérations policières de grande ampleur, dites opérations coup de poing. Vous avez participé à l'une d'entre elles très récemment. Vous avez également souligné que la priorité était de lutter contre le crime organisé, le trafic de stupéfiants et la criminalité violente qui en découle.

La refonte du plan Canal répond à une attente de fermeté, elle traduit une volonté de restaurer l'autorité de l' É tat dans les quartiers où l'insécurité s'est aggravée. Néanmoins, la lutte contre le crime organisé ne saurait se limiter à une approche strictement policière voire militaire, elle touche à des domaines transversaux comme la justice, les finances, les douanes, la politique sociale et la santé publique. De plus, la mise en œuvre concrète de ce plan repose sur une coordination étroite entre polices locale et fédérale, ainsi que sur une articulation claire des rôles entre le ministère de l'Intérieur et d'autres départements ministériels.

Dans ce contexte, je voudrais vous poser trois questions: vous indiquez que la priorité est la lutte contre le crime organisé et le trafic de drogue, le crime organisé sera-t-il explicitement intégré dans un axe central du plan? Le plan "Grandes Villes" intégrera-t-il une cartographie claire des compétences qui relèvent d'autres ministères qui ont un rôle à jouer dans la lutte contre le trafic de drogue et le crime organisé? Quels budgets sont spécifiquement alloués à ce plan par poste, surveillance, présence militaire, renfort policier, etc.?

Bernard Quintin:

Monsieur le président et mesdames et messieurs les députés, d'abord, je ferai une petite note liminaire. Je suis en effet le premier désolé que l'on doive grouper les choses. Je pense avoir déjà prouvé que j'étais le plus disponible possible pour la Chambre et pour cette commission, mais il est vrai que l'agenda de rentrée était difficile et un peu mouvementé.

Ook al is het wat hectisch, ik ben hier en nu te uwer beschikking.

Je vous remercie pour les nombreuses questions qui témoignent, pour autant que de besoin, de l'intérêt que nous partageons pour le fait de garantir et même de renforcer l'ordre et la sécurité dans notre pays. La majorité d'entre elles partent d'un constat: la recrudescence des fusillades dans les villes, particulièrement dans notre capitale mais seulement, la montée en puissance de la criminalité organisée et du narcotrafic, et un sentiment d'insécurité croissant au sein de la population, qu'il nous faut combattre.

Sinds mijn aantreden, acht maanden geleden, zet ik mij, niet behept met naïviteit of fatalisme samen met de hele regering in om met respect voor het regeerakkoord structurele, samenhangende en gecoördineerde oplossingen te bieden voor de uitdagingen waarmee ons land wordt geconfronteerd.

Cette réponse coordonnée qui constitue une boussole de mon action politique privilégie des mesures qui se renforcent mutuellement. Cela implique également d'avoir conscience des responsabilités partagées dans la chaîne sécuritaire, de l'Intérieur en passant par la Justice, les Douanes, la Défense, l'Asile et la Migration, la Santé au niveau fédéral sans oublier le rôle des autres niveaux de pouvoir. Je pense ici notamment aux communes, avec les bourgmestres, mais aussi aux Régions et Communautés dans le cadre de leurs politiques propres telles que la prévention, la santé et plus globalement l'approche administrative. Tout le monde doit unir ses forces et assumer ses responsabilités

Ik neem mijn verantwoordelijkheid. Waar ik kan handelen, doe ik dat.

Dès les premières semaines de mon entrée en fonction, j'ai obtenu le déploiement de 31 unités supplémentaires pour la police judiciaire fédérale à Bruxelles. En novembre, 40 agents viendront encore s'y ajouter, soit plus de 70 agents en 7 mois. J'ai demandé au commissaire général d'accélérer au maximum les recrutements, mais il s'agit d'un chantier à long terme que je conduis déjà.

Kort na de start van mijn ambtstermijn heb ik de eerste minister gevraagd om een taskforce op te richten waarin Justitie, Binnenlandse Zaken en andere departementen zoals Financiën en Volksgezondheid elkaar ontmoeten. Er zijn al twee ministeriële vergaderingen gehouden. Een coördinatietabel bepaalt de stappen.

Het is opnieuw een langdurige klus. Op het gebied van georganiseerde misdaad worden resultaten immers in jaren gemeten, niet in maanden.

Ik ben er mij van bewust dat er grote inspanningen moeten worden geleverd. Ik heb de wil, in alle nederigheid, om de structuur van de binnenlandse veiligheid grondig te herzien, zowel op lokaal als op federaal niveau. De geïntegreerde politie op twee niveaus, waaraan ik veel waarde hecht, omdat het een zeer efficiënt model is, en de duizenden politiemensen, die elke dag voor onze veiligheid zorgen, verdienen efficiëntere structuren om hun opdrachten goed te kunnen uitvoeren.

Om dat te verwezenlijken, heb ik gelijktijdig zowel het strategisch plan voor de federale politie als het ontwerp betreffende de fusie van lokale politici in eerste lezing voor de zomer laten goedkeuren. Ik heb besloten om over dat initiatief brede consultatierondes te organiseren, veel verregaander dan wat gewoonlijk wordt vereist in het administratief en juridisch proces.

S'agissant donc de la fusion, j'attends près de 20 avis d'ici le milieu de ce mois d'octobre. D'ores et déjà, je puis vous indiquer – et cela ne vous étonnera pas – que certains se montrent bien plus positifs que celui rendu par Brulocalis. J'insiste sur le fait que son avis est identique à celui de la Conférence des bourgmestres. Bien évidemment, on peut se livrer à un petit jeu d'optique mathématique en cumulant les deux. Simplement, celui de Brulocalis a été avalisé par la Conférence des bourgmestres. Néanmoins, il reconnaît que certaines préoccupations ont déjà été prises en considération. Ces différents avis sont en cours d'analyse ligne par ligne. J'ai demandé à mon cabinet d'y réserver une attention particulière et d'intégrer les remarques pertinentes. Cela interviendra dans les semaines à venir.

Pour répondre à vos questions, madame Maouane, messieurs De Smet, Dubois, Chahid et Vandemaele, oui, des amendements seront évidemment apportés – et ils ne seront pas cosmétiques. Oui, j'ai entendu les craintes, parfois légitimes, des bourgmestres bruxellois auxquelles je souhaite, lorsque c'est possible, apporter une réponse. Cette réforme ne sera jamais punitive à l'égard de Bruxelles. Elle est conçue au bénéfice des Bruxelloises et des Bruxellois – dont je fais partie, tout comme certains d'entre vous, au demeurant –, de leur sécurité, ainsi que des centaines de milliers de travailleurs et de voyageurs qui font vivre notre capitale.

Tijdens mijn carrière heb ik altijd de tijd genomen om te consulteren. Dat is essentieel. De rol van een beslisser houdt evenwel in dat die na consultatie effectief moet beslissen zonder aarzeling of zenuwachtigheid. De koers die ik en de regering volgen, is duidelijk: de fusie van de Brusselse politiezones zal plaatsvinden.

La fusion des polices à Bruxelles aura lieu. Je constate qu'il y a quelques ouvertures, j'ai entendu Mme Maouane, j'ai écouté très attentivement le bourgmestre de Saint-Gilles, M. Spinette, ce matin sur BX1, qui finalement, à part le mot fusion, a parlé exactement de mon projet de fusion. Coordination, mise en commun des services centraux, mutualisation des forces d'intervention, what's in a name…

Franchement, je vous le dis, s'il faut utiliser un autre terme que le mot "fusion" pour que cela mette tout le monde à l'aise, j'ouvre le concours aux meilleurs mots pour faire ce qui finalement est un projet politique majeur pour l'architecture de sécurité de notre pays. Dès lors, cette fusion aura lieu, non pas comme certains voudraient le faire croire, parce que ce serait une volonté flamande, mais bel et bien car c'est une nécessité, et la réalité de terrain le prouve. Je crois qu'il faut avoir vécu ailleurs que sur notre planète pour ne pas avoir vu la situation cet été.

Je crois qu'il ne faut pas aller à la rencontre des habitants, ce que j'ai fait au mois d'août, ce que je fais régulièrement, pour ne pas penser qu'il y a quelque chose à faire pour la sécurité. Et je n'ai évidemment jamais dit, je n'ai jamais écrit, que la fusion des zones de police était "la" solution. Je n'ai jamais dit, je n'ai jamais écrit, que les militaires en rue étaient "la" solution. Il n'y a pas une seule solution.

Dé oplossing bestaat niet; ik heb ze in ieder geval niet gevonden. Als iemand de oplossing heeft, mag die mij komen opzoeken, zelfs in alle discretie.

Si l'un d'entre vous a "la" solution, venez me voir, même discrètement, et si vous ne voulez pas l'assumer, je le ferai moi-même, mais franchement, travaillons ensemble, je pense que la question demande ce sérieux-là.

Je vous confirme également ma volonté de supprimer les conseils de police, qui dépossèdent trop souvent les conseillers communaux de leurs droits constitutionnels de contrôle démocratique. Là aussi, je sais à qui je m'adresse: les conseillers communaux, les bourgmestres, la démocratie locale, c'est le conseil communal. Or les conseillers communaux sont des élus directs, les conseillers des conseils de police sont des élus indirects et, dans la plupart de nos communes, vous avez des majorités, souvent à 80 % de l'assemblée du conseil communal.

Toutefois, dans les grandes zones, eh bien ces conseillers communaux peuvent envoyer deux conseillers de police, un de la majorité, un de l'opposition, ce qui veut dire que ces communes sont représentées dans les conseils de police à parts égales entre la majorité et l'opposition. Cela me semble être, en mathématiques électorales, un dévoiement de la démocratie. En outre, les très nombreux chefs de corps et bourgmestres que j'ai rencontrés m'ont fait part du manque d'utilité de cet organe, ce qui me conforte dans ma décision.

À côté de la réforme de la norme de financement sur laquelle je reviendrai, je vous confirme que des moyens sont consacrés spécifiquement aux fusions des zones de police, avec un plafond de 40 millions d'euros par an jusqu'en 2029. C'est en tout cas ce qu'il y a dans l'avant-projet de loi, parce que j'aurais peut-être dû préciser qu'il s'agit d'un avant-projet de loi. Des avis sont donnés, il y aura encore des discussions et la loi police intégrée devra être adaptée. Dès lors, ce que je dis aujourd'hui, c'est qu'il ne faut pas m'en tenir comptable plus que ce que je peux dire aujourd'hui par rapport aux décisions qui seront prises à l'issue des différentes discussions, en ce compris ce beau mot que j'utilise de moins en moins, de "consubstantialité".

Ces incitants, par définition limités dans le temps, visent à accélérer le nombre de fusions sur le territoire. Ils sont basés sur un montant par membre du personnel du cadre réel des zones à fusionner, auquel s'ajoutent plusieurs multiplicateurs pertinents retenus par le gouvernement. Nous en débattrons lors de l'examen du projet de loi.

Het bedrag voor de hoofdstad dat door de heer Van Tigchelt werd genoemd – de 55 miljoen euro die voor Brussel werd verkregen en die, tot ongenoegen van sommigen, werd goedgekeurd door alle partners van de regering – houdt geen herziening in van de financieringsnorm, in tegenstelling tot wat sommigen hebben laten doorschemeren op een min of meer subtiele manier, maar altijd met het doel om te desinformeren en te manipuleren. Dat zijn straffe woorden, ik weet het.

Mais à un moment, il faut dire les choses comme elles sont. J'ai toujours parlé d'un incitant fusion qui doit justement permettre de répondre aux défis qu'est la fusion.

Ce n'est pas moi, comme ministre de l'Intérieur, qui va vous dire que la fusion des zones de police est chose facile. Et certainement pas à Bruxelles, où nous devons passer de six à une zone qui comptera plus de 7 000 équivalents temps plein. C'est pour cette raison qu'il y a 55 millions d'appui à la fusion.

Donc celles et ceux qui continuent à dire que ce n'est pas un refinancement suffisant pour Bruxelles et les autres Régions, je m'excuse mais on peut dire et faire beaucoup de choses, mais moi j'ai appris dans ma vie que mentir, ça n'était jamais bien. Par conséquent, si je n'avais pas modifié les incitants existants dans le cadre des fusions, les six zones de police bruxelloises auraient obtenu moins d'un million d'euros. Elles auront donc au moins 55 fois plus.

Si après cela on ose encore me dire que Bruxelles est délaissée, j'aurais du mal à l'entendre mais j'ai déjà entendu bien d'autres choses.

Dames en heren parlementsleden, politiek actief zijn, is één ding, maar een betoog dat geen enkele realiteit weerspiegelt, is iets heel anders.

Ik heb de vragen van de heren Thiébaut, Depoortere, Meuleman en de heer Chahid gehoord over de herziening van de zogenaamde flauwekulnorm. Dat zijn mijn woorden niet, maar het is toch grappig. Ter zake heeft de multidisciplinaire commissie begin juli haar voorbereidende werkgroep afgesloten, waarbij een aantal parameters werd gehanteerd die gebaseerd zijn op de werkelijke werklast van de politiezone. Ik herinner eraan dat de vergadering, voorgezeten door een van mijn collega’s van het kabinet, vijftig keer is samengekomen. Dat is toch aanzienlijk meer dan de drie vergaderingen die de commissie in voorgaande jaren hield.

De relevante en toegankelijke criteria die werden geselecteerd, worden voorgelegd aan de VCLP. Voor raadpleging worden ze ook gepresenteerd aan de recent geïnstalleerde Raad van Burgemeesters, die een advies zal uitbrengen.

Par ailleurs, je peux vous annoncer que l'Université libre de Bruxelles a remporté en consortium le marché visant à concrétiser la méthode retenue et surtout à modéliser l'impact financier pour chaque zone de police du pays.

À cet égard, l'accord de gouvernement est clair. Il s'agit d'un financement supplémentaire, puisque nous travaillerons en enveloppe ouverte. Les premières conclusions de cette démarche académique que j'ai initiée sont attendues pour le premier trimestre 2026.

Il ne s'agit pas d'une énième étude, mais bien de la volonté d'aboutir à une nouvelle norme de financement que je mettrai sur la table du gouvernement l'année prochaine. Concernant spécifiquement ce shade , je ne peux pas encore vous indiquer à ce stade l'ampleur du refinancement, puisque le travail est en cours à l'ULB. J'ai néanmoins bien conscience qu'on ne modifie pas une structure, quelle qu'elle soit, sans aborder son financement ni la manière de la pourvoir.

Notre police a besoin d'hommes et de femmes qui viennent renforcer ses effectifs. Ce n'est pas nouveau, mais je me retrousse les manches. Sur ce point, je tiendrai donc un conclave à la fin du mois de novembre, avec différents acteurs, afin de définir les mesures concrètes pour améliorer au mieux l'attractivité de la fonction et faciliter les procédures de recrutement.

Vous noterez la petite différence sémantique entre table ronde et conclave. Il ne s'agit pas de se réunir pour disserter sur le pourquoi du manque. Les constats et les chiffres sont connus. Il s'agit vraiment de sortir d'un conclave qui durera le nombre de jours nécessaire à dégager des pistes concrètes à mettre en œuvre.

Beste Kamerleden, een aantal van u heeft vragen gesteld over de inzet van defensie ter ondersteuning van de politie. Ik wens op dat vlak heel duidelijk te zijn. Ik ben voorstander van de inzet van militairen voor specifieke binnenlandse opdrachten, maar evenwel zonder hun dezelfde bevoegdheden en opdrachten als de politie te geven. Dat is niet noodzakelijk en ook niet wenselijk.

De huidige veiligheidssituatie in onze hoofdstad moet ons allen zorgen baren. Het is voor mij duidelijk dat vanuit de overheid moet worden aangetoond dat we alle beschikbare middelen inzetten om de veiligheid van de inwoners te garanderen. Het gaat hier ook niet om het falen van de politie. Onze politiemensen doen hun werk goed, maar we moeten schakelen en bekijken hoe we de dispositieven kunnen versterken.

U zult het ongetwijfeld met mij eens zijn dat politieopdrachten door politiemensen moeten blijven worden uitgevoerd. De inzet van defensie in deze specifieke aangelegenheid is met andere woorden subsidiair, aanvullend en dus niet ter vervanging van politiecapaciteit. Deze visie van gezamenlijke ontplooiing van macht ben ik genegen.

Nous avons un accord politique entre nous, c'est-à-dire le premier ministre, la Défense et l'Intérieur. Comme vous, j'ai pris connaissance des derniers sondages en la matière et j'ai constaté que 64 % des Belges sondés sur cette thématique étaient favorables au déploiement des policiers en rue. Comme je l'ai déjà annoncé, ma ferme intention est de voir cette mesure concrétisée avant la fin de l'année.

Er zijn intussen ook reeds bilaterale overlegmomenten geweest om het juridische kader uit te klaren, om inzetscenario's te bespreken enzovoort. Dat zou mogelijk zijn op basis van het protocol van 2003, dat nog geldig is. Concreet willen we komen tot een nieuw protocol tussen de politie en defensie, in afwachting van de nieuwe codex voor defensie.

Comme je l'ai indiqué en préambule, cette mesure, comme les autres, n'est pas isolée. Elle s'inscrit dans le plan "Grandes Villes", pour lequel j'ai consulté différents acteurs.

Ce plan "Grandes Villes" produira ses effets en premier lieu dans la capitale et est déjà en cours. Ce plan "Grandes Villes", qui succède partiellement au Plan canal, vise à renforcer la lutte contre la criminalité organisée et la violence liée à la drogue dans nos principales villes: Bruxelles, Antwerpen, Liège, Charleroi, Mons, Gent et Namur. Il repose sur l'approche intégrée All of Government , associant police, Justice, Douanes, Régions, Communautés et communes, avec une coordination renforcée des gouverneurs là où cela est pertinent.

Concrètement, il combine une meilleure cartographie criminelle et un renseignement accru, des opérations récurrentes de grande ampleur – comme les opérations FIPA, telle celle qui s'est déroulée ce lundi – et ciblées – les VIP, Very Irritating Police –, une approche administrative renforcée et le déploiement d'outils technologiques innovants, tels que Police Search, Monfin, ANPR et BSC. La méthode Clear, Hold, Build guide l'action: occuper le terrain, stabiliser les quartiers et reconstruire le tissu social.

Un budget, actuellement estimé à 65,37 millions d'euros, est mobilisé jusqu'à la fin de la législature, notamment pour les caméras – 20 millions d'euros – du matériel spécialisé, des licences judiciaires, afin d'accroître la visibilité policière, rassurer la population et neutraliser durablement les réseaux criminels.

C'est le bon moment pour évoquer les réponses à vos questions sur le Fonds drogues. Le projet de loi Fonds drogues s'inscrit dans l'amélioration de toute la chaîne Follow the Value , qui comprend quatre étapes principales, à savoir la détection, la confiscation, la gestion et la redistribution des valeurs confisquées. Ce dispositif représente une opportunité majeure pour doter nos services de moyens concrets et durables dans la lutte contre la criminalité organisée. Mais son apport dépasse la seule dimension budgétaire. Il introduit un principe essentiel, celui du retour fondé sur les résultats. Plus l'action est efficace, plus les moyens récupérés sont importants et plus il est possible de réinvestir dans la lutte.

Si le Conseil des ministres ne s'est pas encore prononcé sur un avant-projet de loi, c'est parce qu'un tel dispositif implique des choix structurants qui relèvent de plusieurs départements, au premier rang desquels l'Intérieur et la Justice. Avant de soumettre un texte, il est indispensable de parvenir à un accord sur les modalités de gouvernance, de gestion et de redistribution des avoirs criminels, afin de garantir un cadre juridique et opérationnel robuste.

Je tiens à rassurer, mes services travaillent activement à la création de ce fonds. Le Commissariat national drogue a d'ores et déjà été chargé d'affiner différents scénarios.

Vous me demandez pourquoi les initiatives de la législature passée n'ont pas abouti. Eh bien, c’est notamment en raison des remarques du Conseil d’État qui, très justement, s’interrogeait sur le lien à clarifier entre la raison d’être du Fonds – à savoir la lutte contre la criminalité organisée – et le processus de répartition des moyens, lequel, s’il y a Fonds, doit spécifiquement s’attaquer à cette lutte. C’est pourquoi j’ai demandé au Commissariat national drogue de me proposer une solution qui tienne compte de cet avis et qui permette de justifier pleinement la raison d’être du Fonds, à savoir l’exécution d’une politique dont les actions sont formellement identifiées et suivies.

De même, il est essentiel d’éviter qu’un lien direct soit créé entre percepteurs et bénéficiaires, au risque d’influencer le choix des dossiers en fonction de leur potentiel rendement financier.

Enfin, quant à la position des Finances, il est normal que l’administration s’interroge sur la nécessité de prévoir une exception au principe d’universalité du budget. C’est bien pour cette raison que nous travaillons à l’élaboration d’un texte qui n’implique pas une simple injection supplémentaire dans le budget régulier des bénéficiaires, ce qui annulerait la raison d’être d’un fonds. Il est donc primordial que ce mécanisme profite directement aux services de première ligne qui, grâce à des méthodes innovantes, favoriseront un fonctionnement plus coordonné et donc plus efficace de la lutte contre le crime organisé lié à la drogue.

Nous pourrions d’ailleurs parler d’un fonds d’impulsion pour la lutte contre le crime organisé, tant il est nécessaire d’appuyer de nouvelles méthodes pour s’attaquer autrement à cette menace grandissante. La crédibilité et la force de l’État de droit, c’est aussi sa capacité à protéger ses autorités, notamment judiciaires.

Je souhaite ici répondre aux questions de MM. Anthony Dufrane et Brent Meuleman concernant les personnes qui bénéficient actuellement en Belgique d’une protection rapprochée organisée par le service Direction de la protection (DAP), ainsi que sur les questions relatives aux services de renseignement.

S’agissant des critères de protection, le Centre de crise national (NCCN) est informé lorsqu’une nouvelle menace vise une personne et demande, à cet effet, des analyses de menace aux services compétents. La police fédérale, via la Direction des opérations de police judiciaire (DJO), est chargée de l’analyse des menaces provenant du milieu criminel, tandis que l'OCAM se charge de celles provenant du milieu extrémiste ou terroriste. Outre ces évaluations, le NCCN tient compte du risque et des éléments propres à la situation pour déterminer les mesures de protection.

L’analyse repose sur plusieurs critères: la nature et le niveau de la menace en cours, le type de menace pesant sur la victime elle-même, sa famille et ses proches, les caractéristiques de l’auteur présumé de la menace, les informations disponibles en ligne sur la personne menacée, ainsi que les caractéristiques propres à la victime. Le budget de fonctionnement de l’unité DAP s’élève à 3,565 millions d’euros par an.

À côté des mesures visant à protéger l’intérieur de notre territoire, nous devons également lutter contre les menaces extérieures qui contribuent fortement au développement de la criminalité organisée. Vous comprendrez, bien entendu, au vu du caractère sensible de ces informations, que je ne souhaite pas communiquer davantage publiquement sur le contenu concret des mesures mises en place.

En recoupant ces chiffres avec des informations médiatiques, des criminels pourraient déduire qui bénéficie ou non d’une protection, ou même qu’ils font eux-mêmes l’objet d’une surveillance.

Mijnheer Meuleman, het antwoord op uw vraag over Turkse bendes geldt voor alle criminele netwerken. De analyse van de dreiging die uitgaat van criminele dadergroepen en bendes is het onderwerp van regelmatig overleg op het niveau van de gerechtelijke arrondissementen, met het oog op het nemen van passende maatregelen.

In het algemeen stellen onze diensten vast dat gestructureerde organisaties nu een grotere bedreiging vormen voor de integriteit van de samenleving dan in het verleden. Naast de impact op het gevoel van veiligheid door gewelddadige acties en het aanvallen van mensen in nood, maken de infiltratie van de economie, het misbruik van commerciële structuren en herhaalde pogingen tot corruptie, deze groep tot een grotere bedreiging van onze medeburgers.

Zoals hierboven vermeld, is het aan de lokale autoriteiten om op basis van politiebeelden een nuttige benadering te identificeren. Die kan uiteraard van gerechtelijke aard zijn. Op internationaal niveau kan de steun van Europol worden overwogen. Het kan ook de implementatie van een gerichte informatiepositie inhouden.

Dezelfde lokale autoriteiten kunnen administratieve politiemaatregelen nemen om de schadelijke effecten van die groepen en met name de infiltratie van de lokale economie tegen te gaan.

Daarnaast heeft de regering besloten om een plan voor grote steden uit te voeren, om de impact van de georganiseerde criminaliteit op het gevoel van veiligheid sterk aan te pakken.

Mevrouw De Vreese, mijnheer Depoortere, jullie hebben vragen ingediend over het geweld aan de kust, in het bijzonder in Oostende. De FGP West-Vlaanderen en de politiezone Oostende laten me weten dat uit de voorlopige cijfers van 2025, afkomstig van de Algemene Nationale Gegevensbank, blijkt dat de problematiek in Oostende wel een evolutie kent op het vlak van aanvoerroutes en het gebruik van geweld. Die evolutie houdt verband met druggerelateerde criminaliteit, maar blijft daartoe niet beperkt.

Er zijn gerichte maatregelen genomen om het hoofd te bieden aan het groeiende onveiligheidsgevoel in de stad Oostende, waarvan het tragisch dieptepunt ongetwijfeld het overlijden van een 43-jarige vrouw op 6 september jongsleden was. Voor het lopende onderzoek verwijs ik uiteraard naar mijn collega van Justitie.

Voor de concrete acties die in Oostende werden ondernomen en de statistieken inzake criminaliteit, zal ik uw schriftelijke vragen zoals steeds met de grootste zorg en snelheid beantwoorden.

Mijnheer Vandemaele, de link tussen illegale migratie, opvangcapaciteit en bendes verdient een nadere toelichting. Tegen de netwerken van drugshandel worden maatregelen genomen en die zullen worden versterkt. Tegelijkertijd wordt een strenge migratiepolitiek gevoerd. Er zijn twee afzonderlijke beleidslijnen en we handelen op beide fronten.

Het gaat enerzijds om multidisciplinaire acties, binnenkomstcontroles sinds juni, gerichte opdrachten van de wegpolitie samen met de lokale politiediensten in de hotspot, met name in Brussel. Anderzijds is er een nieuwe coördinatie tussen justitie, de Dienst Vreemdelingenzaken en de politie om de overbevolking in de gevangenissen aan te pakken, met versterkingen van de DAB en de LPA voor overplaatsingen en uitzettingen van illegaal verblijvende gedetineerden.

Mijnheer Depoortere, de politie is een betrouwbare partner in de strijd tegen illegale migratie. De overbevolking in de gevangenissen weegt zwaar, maar de DAB en de LPA zijn actief betrokken bij het verwijderen van personen met een illegaal verblijf. De LPA zal worden versterkt.

We voorzien tevens in een versterking van Frontex. Sinds september zijn er acht extra begeleiders bij de LPA BruNat voor gedwongen uitzettingen bijgekomen.

Voor de cijfers van 2025 over gedetineerde criminelen met een onregelmatig verblijf en effectieve uitzettingen verwijs ik u naar de minister van Asiel en Migratie.

Permettez-moi de terminer par un petit chapitre international en évoquant en effet avec vous, et pour répondre à vos questions, la venue du procureur de la République de Marseille et le rôle des officiers de liaison dans la lutte contre le trafic de drogue.

Mevrouw De Vreese, mijnheer Depoortere, voor uw vragen over de samenwerking tussen Brussel en Marseille verwijs ik u naar de minister van Justitie. Ik juich de synergie tussen hun respectieve parketten uiteraard ten zeerste toe.

Je n'ai pas été sollicité par le procureur de la République pour une rencontre.

Wat de inspanningen tot overleg op het vlak van politie betreft, is in het verleden aangetoond dat de banden tussen Brussel en Marseille inzake drugshandel bekend en aanzienlijk zijn. Ik heb dat reeds besproken met mijn Franse collega Bruno Retailleau en zal dat blijven doen. Het zal u niet verbazen dat de diplomaat die ik altijd ben geweest, sterk gelooft in internationale samenwerking en in het wederzijds belang waarvoor buurlanden moeten instaan.

Wat de oproep betreft van procureur Bessone – overgenomen door mevrouw De Vreese – om de Belgische wetgeving te versterken, meen ik, in het licht van mijn eerdere tussenkomsten, te mogen stellen dat ik die oproep sinds het begin van mijn mandaat heb opgenomen en dat het mijn uitdrukkelijke bedoeling is de inspanningen in die richting voort te zetten.

Monsieur Dubois, vous m'avez interrogé sur les officiers de liaison et leur rôle. Je suis évidemment tout à fait disposé à vous communiquer des statistiques par écrit et en marge de ce débat. Je peux cependant déjà mentionner que la police belge est représentée auprès d'Europol, d'Interpol, du Maritime Analysis and Operations Centre à Lisbonne, et du National Targeting Center des douanes américaines en Virginie.

En concertation avec la Justice et les Affaires étrangères, nous tâchons de les placer là où l'on observe des départs de transport de drogue vers l'Europe. C'est pourquoi nous finalisons une décision pour ouvrir un poste à Panama.

Ces officiers de liaison bilatéraux de la police belge, qui sont nommés pour une période de six ans, ont trois missions principales: faciliter l'échange d'informations policières avec leur pays de travail dans tous les domaines pour lesquels la police belge est compétente; faciliter la coopération judiciaire avec leur pays de travail, notamment dans le cadre de l'exécution de demandes d'entraide judiciaire ou d'extradition et faire office de conseillers pour les postes diplomatiques belges dans leur pays de travail.

Les officiers de liaison de la police belge à l'étranger sont en contact étroit avec leurs homologues d'autres pays actifs sur place, avec lesquels ils échangent des expériences et, lorsque la situation le permet, des informations opérationnelles.

Mesdames et messieurs les députés, mon cap pour mieux sécuriser notre pays est clair: une action coordonnée, ferme et mesurée pour protéger nos citoyens, démanteler les réseaux criminels et restaurer durablement la tranquillité publique. Comme vous le constatez, nous agissons sur tous les fronts.

Le déploiement du plan "Grandes Villes" est déjà en cours. Soit dit en passant, rien n'empêche ici de faire appel à l'imagination.

Ik verwelkom alle suggesties voor een nieuwe naam voor het plan "Grandes Villes", of beter nog, een naam voor elke stad afzonderlijk.

Le déploiement du plan "Grandes Villes", déjà en cours; des renforts policiers ciblés; des protocoles actualisés police-défense pour des missions strictement définies; l'amélioration de la chaîne des éloignements avec DAB, LPA et Frontex; et réforme de l'architecture policière conduite dans la concertation, avec un financement modernisé, fondé sur des critères objectifs.

Sur le plan "Grandes Villes", je ne peux pas prendre trop de temps en plus. Je voudrais aussi signaler que l'intérêt de ce plan "Grandes Villes", et j'aurai l'occasion certainement de revenir vous en parler, est d'avoir un cadre qui soit non pas, comme je l'ai déjà dit, one-size-fits-all , mais un cadre commun pour les différentes villes du pays. L'objectif n'est pas que chaque ville ait son trophée et son plan. Cela doit répondre aux critères que nous définissons. La complétion de ces critères va nous permettre de voir où il faut mettre plus d'emphase.

J'ai entendu un certain nombre de bourgmestres dire qu'ils étaient assez preneurs pour des militaires en rue. C'est déjà une première étape. Il ne suffit pas de le demander pour l'avoir. Il faut qu'on voie en fonction des chiffres. C'est pour ça que nous avons besoin d'une image.

Het is belangrijk een goed beeld te hebben van de criminaliteit. We moeten dat samen met mijn diensten, justitie, de gouverneur en de burgemeesters in kaart brengen. Op basis daarvan kunnen we dan bepalen of we militairen moeten inzetten of niet, of er meer federale gerechtelijke politie nodig is, meer van dit, minder van dat, camera’s, enzovoort.

Nous prenons les réformes nécessaires, sans naïveté ni fatalisme – je l'ai dit –, et avec comme préoccupation le respect de l'État de droit. Je poursuivrai ce travail avec l'ensemble des niveaux de pouvoir et rendrai compte des progrès au Parlement. J'invite chacune et chacun à soutenir ces mesures pour adresser un message univoque: en Belgique, la loi s'applique partout et à tous. La sécurité des habitants est non négociable. Il n'y a pas de place chez nous pour le crime.

Je vous remercie.

Voorzitter:

Bedankt, mijnheer de minister, voor uw antwoord dat zeer uitgebreid, deskundig en to the point was.

Ik geef het woord aan het Parlement voor de replieken.

Ridouane Chahid:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses qui, évidemment, ne m'ont pas convaincu, vous vous en doutiez. Je voudrais revenir sur plusieurs points.

Par rapport à la fusion, vous dites qu'il s'agit d'une question de vocabulaire, etc. Vous n'avez pas, à mon avis, compris le message de mon camarade Jean Spinette ce matin. Nous avons effectivement un problème de vocabulaire, vous et moi, puisque quand nous demandons plus de policiers sur le terrain, vous, vous envoyez des militaires. Je constate donc qu'on ne se comprend pas. La police et l'armée n'ont pas vocation à faire la même chose, dans ce pays en tout cas. Peut-être est-ce le cas dans d'autres pays comme la France mais, en Belgique, chacun a son rôle. À titre personnel, cela me désole de voir un ministre de l'Intérieur qui, en décidant l'arrivée de l'armée sur le terrain, déforce la police et n'accorde pas à ces uniformes qui nous défendent chaque jour la valeur qui leur revient.

Je ne serai pas beaucoup plus long. Au sujet de la fusion, je voudrais simplement vous dire que lorsque ce texte viendra au Parlement, il faudra prendre beaucoup de temps, monsieur le ministre. Je vais en effet vous démontrer que votre texte est antidémocratique en attirant votre attention sur deux éléments.

Le premier concerne les conseils de police parce que, en les supprimant, la première chose que vous faites c'est supprimer la possibilité à la population, à l'opposition démocratiquement élue par elle, de pouvoir s'exprimer, parce que les conseils communaux n'ont plus cette possibilité-là. Ici, vous opérez un retour en arrière par rapport à la réforme du début des années 2000, la loi sur les zones de police et la nouvelle loi intégrée. Vous constaterez vous-même que, si on a créé des conseils de police et qu'on leur a donné des missions et des tâches, c'est justement pour que les conseils communaux n'aient plus ces missions-là. Il faudra alors que vous nous expliquiez comment s'exercera ce contrôle démocratique qui ne pourra plus se faire.

Deuxième élément très important, il y a, un principe fondamental à Bruxelles qui fait que cette Région est bilingue. Comment ferez-vous en sorte que la minorité linguistique de cette Région – à savoir les néerlandophones – puissent avoir une voix dans les institutions que vous allez créer, puisque, en fonction de ce que vous déposez aujourd'hui, elles n'auront plus leur mot à dire dans le fonctionnement de la future zone de police telle que vous la souhaitez?

Pour conclure, prenez tout votre temps, parce que je pense que vous en aurez besoin pour étudier le nombre d'amendements que nous allons déposer. Nous allons pouvoir vous démontrer que votre solution n'est en tout cas pas efficace pour l'objectif que vous visez, la sécurité des Bruxellois.

Éric Thiébaut:

Monsieur le ministre, je parle tout le temps d’argent. Comme vous le savez, l'argent est le nerf de la guerre. Je vous ai posé des questions par rapport aux dotations, mais vous ne m'avez pas vraiment répondu cette fois-ci. Donc, je vais être obligé de revenir avec ces questions-là. J'ai posé des questions assez précises. On est toujours au stade des bonnes intentions, comme depuis votre note de politique générale. Et vous êtes, je le sais, plein de bonne volonté. Mais à un moment donné, il n'y a rien à faire. Il va falloir que la note soit présentée au gouvernement. Et, visiblement, personne ne veut payer la note de votre politique, clairement. Sauf peut-être les communes, mais elles ont déjà beaucoup payé. Il va donc quand même falloir qu'au niveau de ce gouvernement Arizona, on donne aux zones de police les moyens nécessaires à la sécurité des citoyens.

Il va falloir aussi que vous m'entendiez par rapport à toute une série de mesures que vous pouvez quand même prendre pour aider les zones de police à établir leur budget de manière plus juste, avec une répartition des efforts équitable entre le niveau local et le niveau fédéral.

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de minister, ik dank u nogmaals voor uw uitgebreide antwoord en zeker voor de deelaspecten waarop u hebt geantwoord. Wat ik echter in globo mis, is de urgentie van dat alles. Wij kunnen er, zoals u zelf aangaf, niet omheen. Men moet van een andere planeet komen om de realiteit niet te zien. Die realiteit is heel ernstig. Ze is niet hopeloos maar zeker heel ernstig.

In dergelijke situaties moeten wij de moed hebben, ook de politieke moed, om vlugger te ageren. Ik geef u enkele voorbeelden van maatregelen waarop mijn partij, het Vlaams Belang, al jaren hamert.

Ten eerste, wij vragen een nationaal drugsbestrijdingsagentschap, met een drugsparket dat specifiek kan worden ingezet. De huidige regering heeft enkel een taskforce opgericht waarvan de resultaten nog moeten blijken. Het is mij niet duidelijk wat die taskforce in de praktijk precies doet.

Ten tweede, wij hebben reeds vóór de vorige legislatuur het idee en het voorstel gelanceerd om een drugsfonds op te richten. U hebt vandaag een uitvoerige technische uitleg gegeven waarom dat fonds er nog altijd niet is. Dat kan er bij mij werkelijk niet in. Als het mogelijk is om in het kader van de verkeersveiligheid een verkeersveiligheidsfonds op te richten dat al jaren operationeel is, dan kan ik niet begrijpen waarom het zo moeilijk is om een drugsfonds op poten te zetten. U hebt geen timing en er is geen urgentiegevoel.

Nochtans hadden wij gisteren de commissaris-generaal, de heer Snoeck, op een hoorzitting in onze commissie. Ook de nationale drugscommissaris heeft het reeds laten weten. Zij zijn allebei heel grote voorstanders van de urgente oprichting van een dergelijk drugsfonds. Daarbij aansluitend, heeft de commissaris-generaal gisteren een strategisch plan uiteengezet. Dat betreft echter slechts het eerste deel, namelijk de taken die zij nu kunnen uitvoeren binnen het huidige kader en met de bestaande middelen.

Het belangrijkste deel moet nog komen, zoals de heer Thiébaut terecht heeft opgemerkt. Dat zijn de bijkomende middelen die kunnen worden geïnvesteerd in onze politiediensten. Ook de manier waarop de nieuwe structuren op het getouw zullen worden gezet, is cruciaal. Ook op dat vlak stel ik te weinig urgentie vast.

U hebt er zelf naar verwezen, deze week werden 500 agenten ingezet in Brussel voor een actie tegen drugshandel en georganiseerde misdaad aan het Noordstation, aan het Zuidstation en in de Peterboswijk. In wezen was dat echter een symbolische actie. Dat werd ook op die manier uitgelegd door de korpschef, de heer De Landsheer, op de openbare omroep. Misschien volgt u het niet helemaal, maar op onze openbare omroep, de VRT, verklaarde de korpschef dat de actie vooral bedoeld was om een signaal te sturen naar de burgers.

Zo staat het ook in De Standaard . Wat is dan eigenlijk het resultaat? In dezelfde uitzending zei de reporter van de VRT ter plaatse dat de drugsdealers er meteen na de actie opnieuw stonden en dat er op het terrein weinig tot niets was veranderd.

Ten tweede gaat u wat licht voorbij aan het feit dat 40 % van de gevangenen in ons land niet de Belgische nationaliteit hebben. Ik hoor geen cijfers van u, want u verwijst mij naar uw collega, de minister van Asiel en Migratie. Het blijft echter wel een feit dat 40 % van de gevangenen niet de Belgische nationaliteit heeft en dat wij kampen met overbevolking in de gevangenissen, waardoor er voor criminelen geen plaats meer is. Zo blijven onze politieagenten dweilen met de kraan open, hoewel zij hun werk zeer goed doen. U hebt dat namelijk terecht benadrukt: onze politieagenten doen hun werk goed. Als zij echter keer op keer zien dat criminelen vrijuit gaan omdat er geen plaats is in de gevangenissen, dan zitten we met een zeer groot probleem.

Ik heb u ook meerdere keren horen zeggen dat u achter de rechtsstaat staat. Het ondermijnen van de rechtsstaat betekent echter precies dat men criminelen niet de straf geeft die ze verdienen. Ik hoop, mijnheer de minister – en ik besef dat dit niet allemaal binnen uw bevoegdheden valt – dat u ook beseft dat de regering een en ondeelbaar is. Deze regering zou het anders en vooral beter doen dan de vorige regering. Ik zie de resultaten op het terrein echter nauwelijks. Voor ons is het wel duidelijk: we moeten onze politiediensten versterken, criminelen effectief opsluiten en vooral die criminele vreemdelingen ons land uitzetten.

Ook het idee om het leger in te zetten binnen de politiediensten blijft omgeven door een waas van onduidelijkheid. U herhaalt wat u in het verleden al zei, namelijk dat u mikt op gemengde patrouilles en dat het absoluut niet de bedoeling is dat militairen politietaken overnemen. Ik hoor echter een minister van Defensie die andere dingen beweert. Ik hoop dat we daarover vroeg of laat toch duidelijkheid krijgen. Het moet namelijk duidelijk zijn. De burger verwacht geen politieke discussie over militairen tegenover politie en omgekeerd, de burger verwacht dat er actie wordt ondernomen op het terrein. Ik hou niet zo van die semantische discussies over wie wat moet doen. Ik geloof wel dat onze politiediensten voldoende moeten worden versterkt en uitgerust om recht en orde in onze samenleving te herstellen.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.

U hebt een interessante uitspraak gedaan met betrekking tot mijn eerste vraag over de politiezones. U zei dat u gerust uw voorstel wilt amenderen en dat het meer dan cosmetica zal zijn. Ik denk dat dit een heel duidelijk signaal is dat u bereid bent om tot een onderhandelde oplossing te komen, een oplossing die gedragen kan worden. Dat is ook de manier waarop ik u als minister ken. Ik hoop dat u dat inderdaad zult waarmaken. The proof of the pudding is in the eating , uiteraard, maar au fond ben ik voorstander van de fusie, dus daarin kunnen we elkaar vinden.

Twee aandachtspunten voor ons zijn de nabijheid van de politie enerzijds en het democratisch gehalte anderzijds. U verwijst naar de gemeenteraad, waar alle vragen kunnen worden gesteld. Dat klinkt logisch. Vandaag kan ik als oppositieraadslid in de politieraad rechtstreeks vragen aan de korpschef stellen, maar ik kan me niet voorstellen dat de korpschef aanwezig zal zijn bij alle vergaderingen van de gemeenteraad om dergelijke vragen te beantwoorden. Er blijft dus een zekere gap tussen wat er vandaag mogelijk is in de politieraad en wat binnenkort in de gemeenteraden zal kunnen. Dat is een belangrijk aandachtspunt.

Een tweede aandachtspunt gaat over de gegarandeerde plaats van de Nederlandstaligen in de instellingen die op Brussels niveau zullen worden gecreëerd. Ik ga ervan uit dat de collega’s van N-VA u hierop zullen attenderen. Er moeten garanties zijn. Op dit moment zie of hoor ik die garanties niet.

Op het vlak van het democratisch gehalte ligt er dus nog een uitdaging om daadwerkelijk tot iets te komen wat ook goed functioneert.

Het tweede element van mijn vraag ging over de inzet van militairen op straat. Het wordt voor mij steeds onduidelijker.

Hoe meer vragen we aan ministers stellen, hoe meer verschillende variaties of antwoorden we krijgen. U zei, maar misschien is mijn Frans niet goed genoeg of ligt het aan de vertaling, dat het alleen over Brussel gaat, om het dan vervolgens over andere steden te hebben. Is het de bedoeling dat de militairen uitsluitend in Brussel worden ingezet of ook elders? Ik weet het nog niet. Dat is belangrijk om uit te klaren.

U zei dat het niet de bedoeling is dat de militairen louter statische opdrachten uitvoeren, maar ik hoor niet of ze in gemengde teams zullen werken en met welk mandaat. Ik vind dat u geen duidelijk antwoord geeft en dat de elementen van antwoord die u geeft bovendien niet altijd in lijn liggen met wat uw collega-ministers zeggen. Daardoor blijft er een zekere onduidelijkheid bestaan.

Tot slot verwijst u zelf ook naar het groeiend aantal mensen zonder papieren dat in Brussel ronddoolt. Dat is een gevolg van het beleid van uw collega, de minister van miserie, mevrouw Van Bossuyt. Het is een bewuste keuze van deze regering om steeds meer mensen de straat op te duwen.

Daar wordt altijd aan gekoppeld dat men de mensen zonder recht op verblijf gaat terugsturen. U weet echter net zo goed als ik dat dit gewoon niet gebeurt. Er vertrekken nauwelijks mensen uit onze gevangenissen terug naar het buitenland. Er vertrekken nauwelijks mensen die uitgeprocedeerd zijn in de asiel- en migratieprocedure. Er gaan nauwelijks mensen terug. Al die mensen krijgen dan misschien geen opvang meer.

Inderdaad, mevrouw Van Bossuyt kan dan haar statistieken opkuisen, maar die opgekuiste statistieken leiden ertoe dat steeds meer mensen doelloos, zonder middelen en zonder ondersteuning rondlopen in Brussel – vooral in Brussel, maar ook in andere steden. Zij vormen daar een reservoir voor criminele bendes en zijn heel gemakkelijk te rekruteren.

Ik denk dat u uw minister van Asiel en Migratie echt diep in de ogen moet kijken. U bent daar namelijk een joekel van een probleem aan het creëren, eerder dan het op te lossen.

Xavier Dubois:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.

Je tiens à saluer les éléments que vous avez mis en avant, comme les renforts que vous avez obtenus rapidement, les 31 agents de la police judiciaire, plus les 40 qui arriveront en novembre. Cela fait 70 agents en plus, ce qui est déjà une belle avancée, même si ce n'est pas suffisant. Il y a aussi la task force , dont vous avez précisé qu'elle était en place et qu'elle allait produire des résultats, ce que nous espérons aussi. Et puis le plan stratégique de la police fédérale, dont nous avons eu l'occasion de discuter hier. Je pense que c'est une première qu'il faut saluer.

Vous avez d'abord affirmé que l'armée n'était pas la solution, ni la fusion des communes.

Bernard Quintin:

Vous avez dit la fusion des communes.

Xavier Dubois:

Ah oui, la fusion des communes, c'est une autre phase, qui viendra plus tard.

Vous avez dit que la fusion des zones de police n'était pas la solution, et je partage bien entendu cet avis. Vous vous posez la question de quelle est la solution. C'est en fait de mettre en œuvre les mesures de l'accord de l'Arizona. Il y en a 20. J'insiste bien pour que toutes ces mesures soient mises en œuvre.

Je rappelle que ces mesures ont été décidées par les négociateurs, parmi lesquels figurait le bourgmestre d'Anvers, qui a une bonne compréhension de la réalité et de la question du trafic de drogue. Dans ce cadre-là, il y a de nouveaux plans. Il y avait aussi le Stroomplan, dont on ne parle plus, de la Vivaldi. Qu'en est-il? Est-ce qu'il existe encore? Est-ce qu'il produit encore ses effets? Quel lien peut-on faire entre cet ancien plan et d'autres actions que vous mettez en œuvre? J'ai cru comprendre dans votre réponse que le plan "Grandes villes" répondait partiellement ou était le successeur partiel du Plan Canal. Il faut aussi le prendre en considération.

Concernant le financement des zones de police, vous avez évoqué les incitants à la fusion. Mais, au-delà des incitants à la fusion, il y a le financement général, qui doit être juste et équitable. Et donc, à côté de cela, il y a la réforme de la norme KUL, dont vous avez dit que cela avançait, qu'il y avait effectivement beaucoup de travail qui avait été réalisé et qu'un marché avait été attribué à l'ULB, si j'ai bien compris. Cela veut dire que les modalités et les paramètres ont été définis.

J'espère que nous pourrons avoir très vite des informations sur ces paramètres, puisque l'université va les tester pour savoir quel en sera l'impact sur les zones et sur les types de zones. Cet après-midi, si j'ai bien compris, il y aura une présentation de cette réforme à la Conférence des bourgmestres. Je suppose qu'on aura la réponse très rapidement.

Sur le Fonds drogue, les services avancent, et la commissaire nationale aux drogues également, c'est une bonne chose. Cependant, cela fait des mois qu'on en parle et on n'a toujours pas d'idée concrète des moyens que ce fonds pourrait véritablement mobiliser. Il est vraiment nécessaire que l'on puisse avoir ces informations. Les travaux budgétaires étant en cours, il est absolument nécessaire de définir quelles seront les recettes et les sources de ce fonds et quels vont en être les moyens. Où devra-t-on mettre les effectifs pour assurer le financement le plus important possible de ce fonds, pour qu'on puisse lutter de manière très efficace contre cette problématique?

Vous m'avez répondu sur la question des agents de liaison. Il s'agit effectivement d'un outil à développer davantage et nous reviendrons, comme vous l'avez proposé, avec le détail écrit par rapport à nos questions.

Pour conclure, je n'ai pas eu beaucoup de réponses sur les actions que vous entreprenez en faveur des zones rurales. Je répète qu'il est indispensable de ne pas négliger les zones rurales parce qu'au-delà de ce que ces communes vivent au quotidien, ces zones sont choisies par certains trafiquants pour se réfugier afin de disparaître des radars. Dès lors, je pense qu'il est important que les zones de police rurales disposent des moyens pour pouvoir recenser ces risques et poursuivre ces narcotrafiquants avec davantage de moyens. Merci d'avance pour vos réponses complémentaires, monsieur le ministre.

Rajae Maouane:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.

Malgré votre bonne volonté, dont je ne doute pas, les solutions que propose aujourd'hui le gouvernement sont des réponses au mieux naïves, au pire autoritaires, et qui ressemblent davantage à une fausse réponse rassurante qu'à une vraie politique de sécurité, puisque l'armée n'est ni formée, ni payée, ni même demandée par les grandes villes pour remplir les missions qu'on veut lui faire remplir. Et au lieu de s'attaquer à la source du narcotrafic et aux raisons pour lesquelles des milliers de personnes se retrouvent en situation de consommation régulière, on préfère déployer des militaires dans les quartiers les plus précarisés, même si, soyons de bons comptes, vous dites que ce n'est pas la solution, et je pense aussi que cela ne fait pas partie de la solution tout court.

Du reste, je ne suis pas sûre que les Bruxelloises et les Bruxellois se sentent davantage en sécurité au milieu de militaires avec des armes lourdes et des uniformes de camouflage. Je ne suis pas sûre que poster des militaires en rue soit le meilleur moyen de rassurer la population. Les trafiquants, quant à eux, ils iront tout simplement ailleurs, nous connaissons leurs méthodes. D'ailleurs, ils n'hésitent pas à menacer nos institutions. Pendant ce temps, ce sont la Justice, les services sociaux et la Santé qui sont privés de moyens dont ils ont cruellement besoin pour démanteler ces réseaux.

Sur la fusion des zones de police, monsieur le ministre, les principales questions qui se posent portent sur l'efficacité. En effet, en tant qu'écologistes, nous sommes ouverts à tout ce qui pourrait être encore plus efficace, encore plus proche du citoyen, encore plus lisible, mais la méthode compte aussi. On ne peut pas imposer une réforme sans concertation, sans études solides qui prouvent sa nécessité et sans des garanties claires de refinancement. Les bourgmestres l'ont dit et ce sont aussi des spécialistes et il faut pouvoir les écouter.

Ce qu'il faut, c'est aussi davantage de moyens structurels, une police de proximité et une police judiciaire qui travaille sur le long terme et pas un bricolage précipité qui affaiblit le contrôle démocratique et qui éloignerait encore plus la police des citoyens et des citoyennes. Comme l'ont dit les collègues, n'hésitez pas à prendre le temps de bien construire cette réforme essentielle.

La réalité aujourd'hui, monsieur le ministre, est que le gouvernement dont vous faites partie fragilise les vrais piliers de la sécurité que sont la Justice, la police de proximité, la prévention et la cohésion sociale. On ne protège pas une société en détruisant ce qui la tient debout. Nous attendons donc la suite avec impatience.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, het risico bij een hutsepot van samengevoegde vragen is dat er op een aantal vragen geen antwoord komt. Mijn vragen over de problematiek in Oostende en aan de kust werden in één zin beantwoord. Ik zal deze nog eens schriftelijk indienen om een antwoord te krijgen. Deze problematiek leeft immers sterk in West-Vlaanderen. Deze specifieke problematiek duikt immers elke zomer weer op en is veel breder is dan louter de druggerelateerde criminaliteit. Het gaat ook over de manier waarop de politionele capaciteit wordt ingezet.

In het regeerakkoord werd met betrekking tot de aanpak van georganiseerde criminaliteit duidelijk de urgentie ingeschreven om grote hervormingen door te voeren, zowel bij Binnenlandse Zaken als bij Justitie. U bent zich er duidelijk van bewust dat er zeer veel werk op de plank ligt. U hebt met de mensen op het terrein gesproken, in de eerste plaats in Brussel. U zou ook nog ter plaatse gaan in West-Vlaanderen, hoor ik.

U hebt onmiddellijk werk gemaakt van de fusie van de politiezones door een plan op tafel te leggen en met alle burgemeesters te gaan spreken. U moet deze zeer moeilijke opdracht tot een goed einde brengen door op een bepaald moment knopen door te hakken en door te duwen. Dat geldt eveneens voor de beoogde hervorming van de federale politie. Gisteren kwam de commissaris-generaal met zijn strategisch plan. Aan het einde van deze week zal hij u ook zijn plan rond de hervormingen bezorgen. Het is belangrijk dat er politieke keuzes worden gemaakt, omdat de urgentie voor de hervorming van de federale politie ook zeer groot is.

De discussie over militairen op straat zou een semantische discussie zijn. Collega’s, dat is natuurlijk veel meer dan een semantische discussie. Men zet immers niet zomaar militairen op straat. Dat moet zeer weloverwogen gebeuren, binnen een tijdelijk kader en met een duidelijke analyse. Ik ben blij dat u dat ook zegt, minister, dat er een duidelijke analyse moet aan voorafgaan om te bepalen wie we waar en hoe zullen inzetten. Dat is volgens mij ook de correcte manier. De minister van Defensie geeft ook aan samen en weldoordacht een plan uit te werken, waaraan mogelijk een aantal discussies voorafgaan. Dat is normaal en we moeten daar gewoon uit raken. We vormen dan ook één front in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit.

Tot slot wil ik nog kort iets zeggen over het Grootstedenplan, dat het Kanaalplan vervangt. Ik ben ervan overtuigd dat elke grote stad een plan moet hebben voor de aanpak van drugscriminaliteit. Elke grote stad wordt immers op de een of andere manier geconfronteerd met drugscriminaliteit en georganiseerde criminaliteit. Elke stad moet dus zo’n plan hebben.

Toch wil ik een kleine waarschuwing meegeven: het is belangrijk voldoende te focussen op de plaatsen waar de problemen het grootst zijn. Dat was precies de sterkte van het Kanaalplan: de focus leggen op de gebieden waar de problemen het meest prangend waren en die zeer gericht aanpakken.

Dat was ook de vraag in het regeerakkoord: het Kanaalplan verder uitwerken. Ik zal mijn collega Jeroen Bergers specifiek laten spreken over de Vlaamse Rand, want hij kent de situatie daar veel beter dan ik. Onze vraag blijft echter dezelfde: verlies die focus niet op de plaatsen waar de problemen het grootst en het meest prangend zijn. Leg ons een plan voor waarin duidelijk wordt aangegeven op welke manier u het Kanaalplan zult vervangen. Bedankt, mijnheer de minister.

Franky Demon:

Mijnheer de minister, ik ben vannacht uit Moldavië van de verkiezingswaarnemingen teruggekeerd. De Veiligheid van de Staat had mij verwittigd om op mijn gsm en andere zaken te letten. Ik heb daar waarnemingen en vergaderingen gedaan. Soms voelde ik mij daar veiliger dan wanneer ik in Brussel van het station naar hier kwam. Ik denk dat u echt onze steun krijgt als u zegt dat u doorgaat met één politiezone. Ik geef u ook gelijk als u zegt dat u niet dé oplossing in uw mouw hebt zitten. Het zal een en-en-en-enverhaal worden.

Ik wil ook waarschuwen voor symbolische acties. Ik heb dit zelfs tegen partijgenoten gezegd. Door 500 agenten naar Peterbos te sturen of agenten tijdelijk te verplaatsen, scoort u in de media. Dat geeft waarschijnlijk ook een goed gevoel voor de bewoners. Ik denk echter dat we vooral nood hebben aan structurele oplossingen en dat we daarop nog krachtiger moeten inzetten.

Voor het Kanaalplan en het Grootstedenplan krijgt u mijn steun, maar ik heb wel vragen over de steden. Ik begrijp dat er bepaalde namen worden genoemd, omdat er recente schietincidenten waren. Daarvoor hebt u mijn steun. Ik vraag mij echter af waar Roeselare hierin staat. U zult dat toch eens moeten bekijken. Ik geloof niet dat u dat communautair hebt bekeken, maar ik geloof wel dat er aanpassingen mogelijk zijn.

Velen hier, ook u, ook mevrouw De Vreese, hebben het over Justitie. Ik geloof dat de vraag van onze minister van Justitie om extra budget door u moet worden ondersteund. Als u samen met de minister van Justitie een goede tandem kunt vormen om extra middelen in te zetten, zullen we volgens mij vooruitgang boeken.

Brent Meuleman:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, onze binnenlandse veiligheidsarchitectuur moet hervormd worden, daarover zijn we het roerend eens. Brussel wordt daarbij een van de grootste werven, dat is ook wel duidelijk geworden. Laten we echter niet vergeten dat ook op andere plaatsen in ons land en in Vlaanderen heel grote veiligheidsuitdagingen op tafel liggen. Het zijn uitdagingen waarvoor vaak uitsluitend naar de lokale besturen en de lokale politiezones wordt gekeken. Zonder een transparant en vooral toereikend financieringsmodel zullen vele goede plannen dode letter blijven.

Ik zal uw beleidsinitiatieven dan ook met grote belangstelling opvolgen, constructief waar mogelijk, maar kritisch wanneer nodig. Veiligheid is de eerste zorg van een sterke overheid en blijft daarom voor mijn partij, voor Vooruit, een topprioriteit.

Voorzitter:

Mijnheer Meuleman, u toont hoe men in weinig woorden toch een duidelijke boodschap kan brengen.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, helaas heb ik op een van mijn twee vragen geen antwoord gekregen. Ik vond zelf ook dat mijn vraag niet volledig in dit debat thuishoorde, dus ik neem het niet persoonlijk. Ik zal bekijken op welke manier ik die vraag opnieuw kan indienen. Eventueel kan ze gekoppeld worden aan een vraag van collega Chahid, die nog op de agenda staat. Ik vermoed dat we die vandaag toch niet zullen verwerken.

Over het Kanaalplan of het Grootstedenplan is al uitvoerig gesproken. Ik treed – niet geheel toevallig – mijn collega De Vreese bij. Het is belangrijk dat we vertrekken vanuit de essentie van het regeerakkoord, dat heel duidelijk stelt dat het Kanaalplan – als u er een andere naam aan wilt geven, is dat geen probleem – versterkt zal worden in Brussel en de Vlaamse Rand, waar het al in werking was, aangezien we merken dat de criminaliteit daar één geheel vormt. Voorbije zomer werd in Vilvoorde een Brusselse drugsbaas opgepakt, met rellen aan het station tot gevolg. Verschillende politieagenten werden daarbij werkonbekwaam geslagen. Het is dus echt belangrijk dat de problemen van Brussel en het wanbeleid dat daar is gevoerd, zich niet zomaar kunnen verplaatsen naar de Vlaamse Rand. In die strijd zullen wij u steunen, want het is belangrijk dat er aandacht blijft voor de gehele problematiek, zoals opgenomen in het regeerakkoord.

Ik heb u enkele steden horen noemen en vraag me af welke criteria zijn gehanteerd om die steden te selecteren. Het is echter belangrijk te beginnen met de essentie van het regeerakkoord.

Als u een andere naam voor het Kanaalplan wilt, kan ik een naam suggereren die mij geruststelt dat er genoeg aandacht zal zijn voor de Vlaamse Rand. Het is een beetje humoristisch, maar Randgevallenplan is misschien een optie, zodat er zeker aandacht is voor die regio.

Catherine Delcourt:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses et surtout pour vos actions et votre présence sur le terrain lors de l'opération coup de poing, où vous étiez aux côtés des 500 policiers. Cela démontre la volonté de l'État de reprendre pied dans nos quartiers et de rendre la rue aux citoyens. C'est une démonstration de fermeté et un signal fort pour les habitants qui voient que vous ne les abandonnez pas.

Une police de proximité, présente et visible, c'est évidemment ce qu'il nous faut. Pour cela, il faut dégager de la capacité et vous vous y employez de différentes manières: fusion des zones de police, mobilisation des militaires. Environ 70 % de la population est favorable à la présence des militaires en rue et estime que cela renforcera leur sentiment de sécurité.

Il faut donner aux policiers les moyens d'agir. Vous renforcez leurs effectifs, en soutenant leur travail de terrain, et c'est comme cela qu'on pourra restaurer durablement la confiance et la sécurité dans nos villes. Mais la lutte contre le crime organisé et le trafic de drogue ne s'arrête pas là, elle doit être globale, transversale. Il faut que la justice soit impliquée, les finances, la santé publique, la politique sociale.

La rencontre et les échanges entre le procureur du Roi de Bruxelles et le procureur de la République de Marseille constituent un bon signal. Cela montre que la justice est un maillon essentiel de la chaîne. Nous devons nous inspirer du modèle français pour certains aspects de lutte contre le trafic de drogue et le crime organisé. Vous pourrez, monsieur le ministre, donner tous les moyens nécessaires à la police locale et à la police fédérale, si la justice ne fait pas son travail derrière, on se sentira toujours en insécurité en faisant le trajet entre la gare et le Parlement.

Je continuerai à suivre avec attention ce plan "Grandes Villes" et son implémentation, pour que vous veilliez à ce que ce soit un outil fort au service de la sécurité de tous.

Voorzitter:

Monsieur le ministre, vous souhaitez intervenir? Vous donnerez ainsi l'occasion aux parlementaires de répliquer une nouvelle fois, puisque le dernier mot revient au Parlement.

Bernard Quintin:

J'ai dit plusieurs fois que j'étais très respectueux de l' É tat de droit. Et je ne suis pas complètement fou!

Je tenais à revenir sur quelque chose d'important. En effet, il y a beaucoup d'éléments.

Ik heb het in mijn antwoord niet in detail gehad over Oostende en de kustregio, maar mijn invalshoek is het Grootstedenplan.

Ce plan "Grandes Villes" répond à une nécessité. Je peux me limiter à la lettre de l'accord de gouvernement et simplement travailler à un nouveau Plan Canal, m'arrêter, c'est très bien, j'ai une médaille, j'ai fait ce que je devais faire.

La situation à Anvers est compliquée, il y a le Stroomplan qui n'est pas dirigé de la même manière, ça aussi c'est un élément à prendre en compte. Il faut se mettre à la place du ministre de l'Intérieur! Si chaque ville commence à faire son plan avec ses propres critères et sa gestion, ça complique singulièrement le tableau. Chaque ville adressant, bien sûr, ses demandes au ministre: "J'ai besoin de la FERES, j'ai besoin du CIK, j'ai besoin..." Donc je pense qu'un peu d'ordre et de systématisme est une bonne chose.

J'ai oublié de répondre en effet sur la proximité. C'est précisément pour cela qu'on a besoin d'acquérir une vision fine de la criminalité. Ce n'est pas juste pour le plaisir de dire que chaque ville doit avoir son plan, il y a une image de la criminalité. C'est pas un plan Bruxelles, c'est un plan Bruxelles en omstreken . Ce n'est pas un plan Liège. Parler de Liège sans parler de Bierset, ça n'a aucun sens, de la même manière que ça n'a aucun sens de parler de Charleroi sans parler de l'aéroport de Charleroi. Et par maillage, cela permet également de travailler sur les villes moyennes et sur les campagnes, qui ont leurs propres spécificités. Mais je ne vais pas envoyer l'armée à Silly, pour prendre un joli village du Hainaut que je connais peut-être un peu plus que d'autres.

Je voudrais revenir sur deux points, surtout à part sur le plan grande ville. Monsieur Chahid vous l'avez dit, et franchement ça m'attriste un peu, parce que je l'ai répété, faire appel à l'armée de manière ponctuelle, limitée, dans le scope et dans le temps, je pense que c'est une nécessité. Ce n'est en aucun cas un désaveu du travail de la police. Je ne peux pas laisser dire sans réagir qu'en faisant ça, je désavoue le travail de la police. Je suis tous les jours avec la police. C'est comme si vous me disiez qu'en envoyant les renforts de la police fédérale, je désavoue la police locale. Non, on a besoin de toutes les forces vives de la nation pour tenter de résoudre ça. Est-ce que c'est une bonne idée? Je le pense. Vous pouvez évidemment penser le contraire. C'est votre droit le plus strict.

Deuxièmement, madame Maouane, vous avez dit que les villes ne le demandent pas. Moi, j'ai quand même entendu les bourgmestres de Charleroi et Liège – dont on ne peut pas soupçonner qu'ils soient sur la même longueur d'onde politique que votre serviteur – dire que pourquoi pas, que c'est peut-être une bonne idée, que ça peut servir.

We moeten alles in het werk stellen om de situatie te verbeteren.

Je pense avoir démontré que je travaille sur tous les chantiers en même temps, mais la journée n'a que vingt-quatre heures. Et je ne parle pas seulement de la journée du ministre, mais aussi de celle des administrations qui doivent traduire en textes de loi toutes nos idées politiques. Tout cela prend du temps.

Enfin, sans pouvoir répondre à toutes vos questions, je voudrais revenir sur les Full Integrated Police Actions (FIPA) comme celle que nous avons menée lundi. Il n'agit pas d'une opération de pure optique, visant à satisfaire l'égo qui serait éventuellement blessé, malade ou démesuré de Bernard Quintin, ministre de l'Intérieur. Je vous assure que j'ai passé l'âge! Je n'en ai pas besoin. Il est intéressant de le faire pour les actions en elles-mêmes. Je puis vous dire que nous avons assisté à plusieurs opérations policières qui ne se sont pas déroulées devant les caméras et qui étaient d'une grande fermeté et nécessité pour lutter contre différents trafics et autres faits criminels.

En tout cas, j'assume totalement le message politique. Enfin, nous sommes ici à la Chambre, où nous faisons de la politique! J'assume le message politique auprès de la population, qui le demande. Je suis allé place Bonnevie, place Clemenceau et place Bethléem – c'est certainement un peu plus que ce que font certains, qui auraient dû y aller aussi. Et je ne vise personne ici en particulier. C'est ce que demande la population. Nous étions du côté de la Porte de Hal. Une dame m'a fait signe de son balcon et m'a dit: "Je ne peux pas parler maintenant." Les réseaux sociaux fonctionnent, puisqu'elle a trouvé le numéro de téléphone d'un de mes collaborateurs pour nous remercier de l'action menée. Elle nous a dit: "C'est très bien. Nous en avons besoin. Depuis les dernières années, nous devons bien constater que la situation s'est dégradée." Pour être de bon compte, car je suis honnête, nous n'avons pas reçu que ce message. D'autres personnes étaient mécontentes de notre présence. Je ne parle pas de trafiquants, mais de gens qui nous ont dit: "Très bien, vous êtes là en nombre, mais quel message voulez-vous envoyer?" Donc, je fais vraiment la part des choses. En tout cas, je maintiendrai ces opérations.

J'ai parlé des FIPA. D'autres opérations doivent être menées quotidiennement telles que la Very Irritating Police. Je constate que les trois bourgmestres de la zone Midi ont supprimé les Brigades Koban, Uneus et autres qui s'en chargeaient. Désolé, ce n'est pas ma décision. Elle a été prise par les autorités locales. Pour moi, c'était une mauvaise décision. En tout cas, elle n'a pas contribué à améliorer la situation, puisque celle-ci s'est dégradée ces dernières années. Ce n'est pas moi qui le dis. Ce sont l'image et les chiffres de la criminalité.

Donc, je veux bien, rien n'est jamais bon, rien n'est jamais suffisant. Mais enfin, en attendant, moi je mets des choses sur la table et surtout je mets des choses sur le terrain plutôt que de les retirer et je pense que c'est ça qui est important à faire et je pense que c'est ça que nos concitoyens nous demandent.

Mais je vais continuer à travailler, je vais continuer à parler avec tout le monde. J'ai bien entendu un certain nombre de reproches; j'aurais dû appeler l'un ou l'autre bourgmestre. Je rappelle que les zones de police locales sont encore toujours sous l'autorité d'un président de la zone qui n'est pas le ministre de l'Intérieur, mais un bourgmestre qui peut prendre son téléphone pour prévenir ses collègues.

Donc, je pense être en général assez calme et serein et prendre les critiques, mais à un moment, il faut quand même que chacun prenne ses responsabilités aussi. Moi, je prends les miennes, j'écoute, je concerte, j'essaie de voir.

Ik ga akkoord met de heer Demon wanneer hij zegt dat we moeten samenwerken. De ministers van Binnenlandse Zaken, Justitie, Asiel en Migratie en Volksgezondheid, de ministers van de gemeenschappen en de gewesten, de burgemeesters en de gemeentelijke overheden zijn allemaal partners wat betreft de veiligheid van onze medeburgers.

Onze medeburgers, ils s'en fichent de savoir qui est responsable à quel niveau. Ce qu'ils veulent, à l'instar des parlementaires qui veulent pouvoir venir de la gare centrale au parlement en toute tranquillité, c'est sortir de chez eux, prendre le métro à Clémenceau et ne pas devoir envoyer leurs enfants avec des taxis dans leurs écoles. Je trouve ça absolument terrible et j'y travaille.

Je ne vais pas revenir sur les conseils de police. J'aurai l'occasion d'y revenir.

Over de politieraad zullen we het hebben als we de wijziging van de LPI bespreken.

Voorzitter:

Het Parlement heeft het laatste woord.

Ridouane Chahid:

Monsieur le président, ce sera très court. J’aimerais rappeler tout d'abord que si les bourgmestres de Mons, Charleroi et Liège se sont exprimés par rapport aux militaires, ils l'ont fait de manière très claire en disant que si c'était pour garder des bâtiments publics importants, pourquoi pas? Pour le reste, pas.

Mais il y a un élément très important dans la réponse du ministre, quand il dit qu’il veut apporter une réponse concernant les militaires dans la rue, de quand parle-t-il: demain, après-demain, dans un mois? Mais le ministre de la Défense dit lui-même que ce ne sera pas avant avril 2026. Ce n'est pas moi qui le dis.

Pire, il dit que ce sera probablement les jeunes à qui on envoie des lettres aujourd'hui qu'on va mettre en uniforme et qu'on va envoyer dans la rue. Donc, il ne s’agira même pas de personnes formées. Ce sont des propos tenus par le ministre Francken. Il suffit d'aller lire le compte rendu de la commission. C'est écrit noir sur blanc.

Pour le reste, par rapport aux brigades de proximité, je vous invite, monsieur le ministre, vous et vos collaborateurs, à aller relire le compte rendu qui a été fait ici en commission puisque les trois bourgmestres sont venus. Ils ont exposé qu'il n'y avait pas de suppression, mais de réorganisation de la brigade de proximité. Cela vous apprendra peut-être quelque chose. Et enfin oui, monsieur le ministre, en appelant à la présence des militaires dans la rue, vous donnez un mauvais signal aux corps de police. Vous leur dites, en réalité, qu'ils ne sont pas en mesure de répondre à vos ambitions, aux craintes et aux sentiments qu'a la population en matière de sécurité. Le problème est là. On ne donne pas un signal à celles et à ceux qui veulent s'engager dans la police demain.

Vous avez vous-même dit ici avant les vacances que l’un de vos problèmes était de réfléchir à l'attractivité de la fonction de la police. Est-ce que vous croyez qu'en envoyant les militaires dans la rue, vous allez aboutir à cette attractivité de la fonction de la police? Je ne crois pas.

(…) : (…)

Voorzitter:

Mijnheer Bergers, ik ga het debat hier afsluiten. Het is de bedoeling dat we hier in debat gaan met de minister en niet dat we elkaar onderling verwijten naar het hoofd slingeren. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.16 uur. La réunion publique de commission est levée à 15 h 16.

De zelfmoord in de gevangenis van Wortel
De zelfmoord in de gevangenis van Wortel
De situatie in de gevangenis van Wortel
De situatie in de gevangenis van Wortel
Problemen in de gevangenis van Wortel

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De gevangenis van Wortel kampt met structurele crises: zelfdoding, ontsnappingen, geweld, pesterijen en verouderde infrastructuur, verergerd door overbevolking (13.075 gedetineerden), personeelstekorten en onvoldoende geestelijke gezondheidszorg—met name voor psychisch kwetsbare gevangenen. Minister Verlinden erkent de systeemfalingen, wijst op pilootprojecten voor suïcidepreventie (BelRAI-screening, e-learning) en belooft dringende herstellingen (camera’s, cellen), maar bevestigt dat zorgaanbod en registratie van klachten (over mishandeling) ontoereikend zijn, zonder centrale monitoring. Cipiers en politici eisen meetbare actie: betere opleiding (agressiebeheersing, psychische signalen), transparante klachtenopvolging, en structurele investeringen in veiligheid, infrastructuur en re-integratie—met dringende oproepen voor een alomvattend monitoringsysteem per gevangenis. De situatie wordt als "onhoudbaar" omschreven, met risico op massale personeelsuitstroom.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, enige tijd geleden maakte een gedetineerde in de gevangenis van Wortel een einde aan zijn leven. De precieze omstandigheden waren op het moment dat ik deze vraag indiende onbekend, maar dat is al enige tijd geleden. In de pers wordt echter melding gemaakt van pesterijen. Een ex-gedetineerde stelde het volgende en ik citeer: "In een gevangenis zoals deze is nauwelijks adequate geestelijke gezondheidszorg beschikbaar voor mensen die intensieve ondersteuning nodig hebben. Het personeel doet wat het kan, maar het systeem faalt volledig. Voor hen is dit opnieuw een slag in het gezicht. Zij proberen dag in, dag uit een veilige omgeving te bieden, terwijl het systeem mensen zoals deze gedetineerde eenvoudigweg niet kan helpen."

Een paar dagen daarvoor was een gevangene die een uitgaansvergunning had gekregen, niet teruggekeerd. Die twee feiten op korte tijd, mevrouw de minister, komen boven op een lange reeks problemen in de gevangenis van Wortel. Naast de gedetineerden zelf klagen de cipiers ook steeds vaker dat de agressie naar hen toeneemt. De personeelstekorten blijven structureel. Enkele weken geleden heb ik u ook ondervraagd over de defecte camera's. In juli legden de cipiers nog het werk neer vanwege geweld door gedetineerden. Kortom, de situatie in Wortel is werkelijk onhoudbaar geworden.

Ik heb daarom enkele vragen.

Kunt u wat meer toelichting geven over de precieze omstandigheden van die zelfmoord?

Een ex-gedetineerde gaf aan dat de geestelijke gezondheidszorg in Wortel inadequaat is of zelfs niet beschikbaar voor mensen die ondersteuning nodig hebben. Wat is daarop uw reactie?

Kunt u toelichten hoeveel gevangenen die in de gevangenis van Wortel verblijven, geïnterneerd zijn en geestelijke gezondheidszorg nodig hebben, hoeveel zorgpersoneel ter beschikking staat en op welke manier die geestelijke gezondheidszorg wordt geboden?

Alain Yzermans:

Het incident in de gevangenis van Wortel brengt zowel gedetineerden als cipiers in opspraak en ondergraven het imago van ons detentiesysteem. Een tragisch voorval heeft plaatsgevonden waarbij een gedetineerde zichzelf van het leven beroofde, nadat hij - volgens de media - was blootgesteld aan wangedrag door bewakers. Dit incident maakt deel uit van een bredere geweldsproblematiek en onveiligheid binnen de muren van de gevangenis. Zijn dit uitwassen van de overbevolking die die wederzijdse spanningen doen oplaaien tussen een groeiend aantal kwetsbare gedetineerden en het personeel dat onder enorme druk niet altijd adequaat reageert? Alleszins maken we hier als overheid een slechte beurt , een zoveelste knauw in het vertrouwen van ons rechtssysteem.

Vragen voor de minister van Justitie;

Welke maatregelen worden er genomen om de veiligheid en geestelijke gezondheid van gedetineerden in gevangenissen te waarborgen, vooral na de recente zelfmoord? Is er een voldoende aanbod aan gezondheidszorg in Wortel ?

Hoe gaat u de meldingen van mishandeling en pesterijen, zoals gerapporteerd in de media, onderzoeken en welke maatregelen zijn hiervoor opgesteld?

Hoe zorgt u ervoor dat gevangenissen niet alleen plaatsen van detentie zijn, maar ook effectieve instellingen voor rehabilitatie en re-integratie van gedetineerden? Krijgen onze cipiers voldoende opleiding en weerbaarheidstraining om met dergelijke complexe profielen om te gaan ?

We constateren dat de nog steeds groeiende overbevolking in onze gevangenissen de spanningen doet toenemen. We tellen ondertussen 13.075 gedetineerden. Het aantal groeit ondanks de recente noodwet die van kracht is. Heeft u hier verklaringen voor?

Stefaan Van Hecke:

De gevangenis van Wortel kwam de afgelopen maanden meermaals in het nieuws door ernstige incidenten: een ontsnappingspoging in 2024 via een gat in een celmuur, brandstichting tijdens een protestactie in januari 2025, vechtpartijen en smokkelpogingen in juni, en recent een geval van zelfdoding en een ontsnapping die opnieuw tot een intern onderzoek hebben geleid. Deze opeenvolging van gebeurtenissen legt niet alleen structurele gebreken bloot, maar roept ook vragen op over de werkomstandigheden van penitentiair bewakingsassistenten (PBA's), de opleiding die zij krijgen om met kwetsbare of suïcidale gedetineerden om te gaan, en de interne controlemechanismen.

Daarnaast bereiken ons signalen over een gebrek aan transparantie bij de behandeling van klachten van gedetineerden en over onduidelijkheid over hoe ongepast gedrag van personeel wordt geregistreerd en opgevolgd.

Hoeveel formele klachten werden in 2024 en in 2025 tot op heden ingediend in de gevangenis van Wortel, en hoeveel daarvan hadden betrekking op ongepast gedrag of geweld door personeel? En wat zijn de cijfers in het totaal (alle gevangenissen?

Hoe verloopt de behandeling van dergelijke klachten concreet: door wie worden ze onderzocht, binnen welke termijnen, en welke maatregelen werden het voorbije jaar effectief genomen naar aanleiding van gegronde klachten?

Welke specifieke opleidingen of bijscholingen volgen PBA's met betrekking tot (a) het omgaan met geïnterneerden en psychisch kwetsbare personen, en (b) het herkennen en voorkomen van suïcidale gedragingen? Zijn deze opleidingen verplicht voor alle personeelsleden?

Hoe ziet de evaluatie- en opvolgingscyclus van PBA's eruit? Met welke frequentie vinden functionerings- of evaluatiegesprekken plaats, en welke criteria worden daarbij gehanteerd?

Naar aanleiding van de recente incidenten in Wortel: welke structurele en organisatorische maatregelen werden reeds genomen of zijn gepland om de veiligheid te verbeteren voor zowel gedetineerden als personeel?

Sophie De Wit:

De gevangenis van Wortel kwam de afgelopen maanden herhaaldelijk in het nieuws door ernstige incidenten: een ontsnappingspoging via een gat in de celmuur, brandstichting en vechtpartijen eerder dit jaar, en recent een zelfdoding en een ontsnapping die opnieuw tot een intern onderzoek hebben geleid. Deze opeenvolging van gebeurtenissen wijst niet enkel op structurele problemen, maar roept ook vragen op over de opleiding en ondersteuning van ons gevangenispersoneel.

De penitentiaire beambten staan dagelijks in de frontlinie: zij worden geconfronteerd met overbevolking, agressieve en psychisch kwetsbare gedetineerden, en een hoge werkdruk. Net daarom is het essentieel dat zij via hun opleiding en permanente vorming de juiste instrumenten krijgen om professioneel en veilig te kunnen functioneren.

Is er al meer duidelijkheid over de beschuldigingen aan het adres van de gevangenis en het personeel?

Kan u bevestigen dat de klachten over de omstandigheden in de gevangenis van Wortel hoger liggen dan in andere instellingen?

Welke conclusies trekt u uit uw recente werkbezoek aan de gevangenis en uw ontmoeting met het personeel? Plant u maatregelen om de veiligheid van personeel en gedetineerden te verbeteren?

Hoe beoordeelt u de huidige basisopleiding van penitentiaire beambten in het licht van de steeds complexere werkomstandigheden, zoals in de gevangenis van Wortel?

Wordt in de opleiding voldoende aandacht besteed aan omgaan met agressie, conflicthantering, diversiteit en het herkennen van psychische kwetsbaarheid en suïcidaal gedrag bij gedetineerden?

Welke mogelijkheden bestaan er voor permanente vorming en bijscholing, en hoe worden deze toegepast in instellingen die zwaar onder druk staan?

Annelies Verlinden:

Uiteraard is het overlijden van een gedetineerde door zelfdoding telkens opnieuw een ingrijpende gebeurtenis. Elk suïcidegeval is er één te veel en dat geldt zeker ook in de gevangenis. Zo'n overlijden treft de nabestaanden, maar ook de gevangenismedewerkers, die zich dag in dag uit inzetten om een veilige omgeving te creëren in de gevangenis. Ondanks de blijvende aandacht voor suïcidepreventie en de genomen veiligheidsmaatregelen, voelt zo'n overlijden daarom ook altijd aan als een falen van het systeem.

We moeten erkennen dat de situatie in onze gevangenissen bijzonder moeilijk is. Wortel is daar helaas geen uitzondering op. Dat legt extra druk op zowel de gedetineerden als de medewerkers en beïnvloedt ook het mentaal welzijn van beide groepen. Ik heb zelf recent de gevangenis van Wortel bezocht. Daar heb ik met eigen ogen kunnen zien welke problemen het personeel dagelijks ondervindt.

Uw vragen rond het suïcidebeleid en de opleiding van het personeel geven een belangrijk aandachtspunt aan. Vanuit de penitentiaire administratie bestaan duidelijke richtlijnen en een leidraad inzake suïcidepreventie, die in 2023 volledig werd geactualiseerd.

Daarnaast is sensibiliseringsmateriaal beschikbaar, zowel voor personeel als voor gedetineerden. Gedetineerden hebben ook toegang tot gratis telefonische hulplijnen. Bewust wordt ervoor gekozen penitentiaire beambten of detentiebegeleiders als eerstelijnswerkers in te zetten op de sectie. Zij zijn het eerste aanspreekpunt en ook de eersten die signalen kunnen opvangen wanneer het met een gedetineerde niet goed gaat. Die observaties worden bovendien bijgehouden in observatiefiches.

Er wordt momenteel gewerkt aan de ontwikkeling van de BelRAI, een gestandaardiseerd en wetenschappelijk gevalideerd screenings- en intake-instrument. Dat instrument kan binnenkomende gedetineerden screenen, onder meer om het suïciderisico te detecteren. Het instrument wordt vandaag getest in vijf pilootgevangenissen, meer bepaald Hasselt, Lantin, Jamioulx, Dendermonde en Leuze.

Voor het personeel wordt in de basisopleiding ruim aandacht besteed aan thema's zoals agressiebeheersing, het inschatten van suïciderisico's, statistieken en risicopopulaties, maar ook het herkennen van waarschuwingssignalen en de principes die gelden bij het detecteren ervan. Daarnaast komen depressie en een gepaste reactie binnen de detentiecontext aan bod. Die basisvorming wordt aangevuld met supervisie, intervisie en bijscholing, zodat medewerkers blijvend worden ondersteund.

Er loopt momenteel een pilootproject rond suïcidepreventie in vier penitentiaire inrichtingen, meer bepaald in Brugge, Mechelen, Merksplas en Ieper. Medewerkers volgen daarbij via e-learning zeer gerichte vorming.

Voor wie werkt op een psychiatrische afdeling zijn er bovendien specifieke zorgtrajecten rond omgaan met psychisch kwetsbare personen. Er worden ook korte flitstrainingen over suïcidepreventie georganiseerd.

Collega Van Hecke, met betrekking tot de opvolging en evaluatie wordt het bewakingspersoneel jaarlijks geëvalueerd op basis van duidelijke prestatie- en ontwikkelingsdoelstellingen. De gevangenisdirectie kan daarin bepaalde accenten leggen, in functie van het beleid dat zij binnen haar inrichting wil voeren. Waakzaam zijn voor suïcide kan als concreet actiepunt worden opgenomen in het kader van de evaluatie.

Het functioneren van personeelsleden wordt bijgestuurd aan de hand van tussentijdse functioneringsgesprekken.

Collega's, uw vragen over de geestelijke gezondheidszorg in de gevangenissen en de bijbehorende bezorgdheden zijn uiteraard zeer relevant. Dat is niet alleen een uitdaging in de gevangenis van Wortel, maar ook in andere gevangenissen. Ik deel die bezorgdheid met u. Daarom werk ik nauw samen met mijn collega van Volksgezondheid en met de deelstaten om gespecialiseerde zorgteams op te zetten, zoals eerstelijnspsychologen en andere gezondheidszorgorganisaties. Toch moeten we erkennen dat vandaag de noden groter zijn dan het aanbod en dat alle actoren blijvend moeten investeren in zorgpersoneel en aangepaste begeleiding.

Samen met collega Vandenbroucke onderzoek ik op welke manier de gezondheidszorg, en dus ook de geestelijke gezondheidszorg, kan worden overgeheveld naar de FOD Volksgezondheid. Tijdens deze legislatuur zullen daartoe twee pilootprojecten worden geïdentificeerd.

Het is zo dat de gevangenis van Wortel veel gedetineerden met complexe problematieken huisvest. Vaak worden psychisch kwetsbare personen naar Wortel overgebracht, omdat daar nog monocellen beschikbaar zijn. Velen van hen hebben dus nood aan geestelijke gezondheidszorg en het huidige aanbod is ontoereikend. Er is wel permanent medisch personeel aanwezig, aangevuld met psychologen en maatschappelijk werkers, die ook werken aan re-integratie.

Collega Dillen, met betrekking tot uw vraag naar het aantal geïnterneerden en het zorgpersoneel in Wortel kan ik verduidelijken dat er in Wortel geen geïnterneerden verblijven en dat er dus geen EPI-zorgequipe is tewerkgesteld. De Vlaamse Gemeenschap voorziet wel in ondersteuning – bijvoorbeeld door het CGG – via het strategisch plan voor hulp- en dienstverlening aan gedetineerden en via de bevoegdheid welzijn, maar dat aanbod is beperkt. Net als in de samenleving is het zorgaanbod onvoldoende groot om aan de noden te voldoen, terwijl de gevangenispopulatie vaak een concentratie is van kwetsbare profielen met een grote zorgnood.

Collega Yzermans, ik ben het met u eens dat gevangenissen niet louter detentieplaatsen mogen zijn, maar ook instellingen voor rehabilitatie en re-integratie moeten zijn. De zware overbevolking en het tekort aan middelen dwingen ons vaak tot voortdurend crisismanagement, waardoor de ruimte om onder veilige omstandigheden aan re-integratie te werken, beperkt blijft. Daarom zetten we tegelijk in op de aanpak van de overbevolking en op een nauwe samenwerking met de deelstaten en met Volksgezondheid. Meer hulp- en dienstverlening en kwalitatieve gezondheidszorg in de gevangenissen zijn essentieel, net als de verdere uitbouw van detentiehuizen.

Het nog te vroeg om over de noodwet definitieve uitspraken te doen. De gevangenisdirecteurs hebben de voorbije weken heel veel adviezen opgesteld die nu ter beoordeling bij de SURB liggen. Dat is het systeem dat we hebben moeten ontwikkelen. In de komende weken zal blijken hoe de SURB met de adviezen omgaat en in welke mate dat aanleiding geeft tot een verdere toepassing van de uitvoeringsmodaliteiten.

Mevrouw De Wit, mijnheer Van Hecke, voor uw vragen over het aantal klachten van gedetineerden tegen personeel moet ik antwoorden dat die klachten niet centraal worden geregistreerd en dat het onmogelijk is om daarover een globale uitspraak te doen. In Wortel zijn naar aanleiding van het incident wel twee tuchtprocedures opgestart tegen bewakingspersoneel. Die procedures lopen nog, zodat ik daarover vandaag niets bijkomends kan communiceren.

Mevrouw Dillen, tijdens en voorafgaand aan mijn bezoek aan Wortel heb ik enkele dringende infrastructurele noden vastgesteld waarvoor inmiddels actie is ondernomen, onder meer met betrekking tot de camera’s. Om de defecte camerabeelden op cruciale plaatsen opnieuw te activeren, werd een tijdelijk systeem geïmplementeerd dat al operationeel is en positief werd onthaald. Op 26 augustus 2025 kreeg ook het dossier voor de vernieuwing van de cameraserver en de update van de software een positief advies van de Inspectie van Financiën.

Het dossier kan nu de administratieve procedure doorlopen. Offertes konden tot 16 september 2025 worden ingediend. De analyse daarvan bevindt zich inmiddels in de eindfase, waarna het gunningsdossier zo snel mogelijk aan de Inspectie van Financiën kan worden voorgelegd.

Daarnaast zijn enkele veiligheidscellen onbruikbaar door beschadiging. De Regie der Gebouwen heeft intussen een aannemer aangesteld om de gevandaliseerde cellen te herstellen. Die aannemer start de werken momenteel op.

Voorts loopt een dossier om twee bestaande, maar momenteel niet bruikbare strafcellen in vleugel A te renoveren. Ook dat dossier werd via de officiële kanalen ingediend bij de Regie der Gebouwen en doorloopt de administratieve procedure voor opname in de prioriteitenlijst.

Marijke Dillen:

Ik dank u voor het antwoord, mevrouw de minister. We weten allemaal dat de situatie in alle gevangenissen bijzonder schrijnend is, maar in Wortel is het nog veel ernstiger dan elders. Er is een nijpend personeelstekort, de agressie neemt toe, de infrastructuur is onveilig, het ziekteverzuim is extreem hoog en er doen zich veel arbeidsongevallen voor.

Daarnaast is er, zoals u zelf aangaf, een complexe gedetineerdenpopulatie. Er verblijven blijkbaar geen geïnterneerden, maar er zijn toch een heel aantal gedetineerden met een bijzonder complexe psychiatrische problematiek. Ook verblijven er veel gedetineerden zonder verblijfsrecht. Dat maakt de situatie voor het personeel daar werkelijk onhoudbaar.

U zegt dat er inmiddels een aantal acties werd ondernomen om dringende noden op te vangen, zoals het camerasysteem en twee van die cellen. De situatie in Wortel gaat echter veel verder. Ik vind dat u, samen met uw collega, bevoegd voor de Regie der Gebouwen, meer inspanningen moet leveren om daar met hoogdringendheid werk van te maken, want het personeel is werkelijk op. Die mensen moeten onder steeds zwaardere arbeidsomstandigheden werken. Zij merken niets van de verbeteringen. Zij geven duidelijk aan dat de situatie voor hen onhoudbaar is. Velen overwegen om deze gevangenis te verlaten en elders te gaan werken.

Alain Yzermans:

De situatie is schrijnend. Een aantal initiatieven die nu worden genomen, sluiten goed aan bij de vraag van vandaag. Er staan enkele vulkanen – op het vlak van de hulpverlening en personeelstekorten bijvoorbeeld – op uitbarsten. Het zou wellicht goed zijn om een monitoring per gevangenis op te starten en een alomvattend rapport op te stellen, dat duidelijk maakt waar de tekorten liggen en op welke manier die kunnen worden aangepakt. Zo kan per detentiehuis een voortgangsrapport worden opgesteld op alle verschillende niveaus, van de gebouwen tot het welzijn. Ik doe slechts een suggestie.

Stefaan Van Hecke:

Mevrouw de minister de situatie is ernstig en schrijnend. Ik wil inpikken op één element van uw antwoord. U zei dat de klachten niet worden bijgehouden. Dat zou eigenlijk niet mogen, want hoe kan vanuit het beleid worden beoordeeld hoe een en ander verloopt als er geen cijfers worden bijgehouden? Ik vraag me dan ook af hoe de commissies van toezicht te werk moeten gaan als er geen cijfers beschikbaar zijn. Of beschikken de commissies van toezicht wel over cijfers, maar betreft het enkel klachten die specifiek bij hen worden ingediend? Als we het belangrijk vinden dat de commissies van toezicht hun werk grondig kunnen doen, lijkt het mij essentieel dat dergelijke gegevens aan hen ter beschikking worden gesteld. Indien die cijfers niet worden bijgehouden, is dat een belangrijk werkpunt.

Sophie De Wit:

Mevrouw de minister, ik zou kunnen herhalen dat de situatie schrijnend is, maar dat is al voldoende gezegd. Ik steun het idee om alles goed te blijven monitoren, niet alleen in Wortel, maar in alle gevangenissen. We kunnen niet zomaar overgaan tot de orde van de dag. Het is een grote uitdaging, eentje die we elke dag opnieuw zullen moeten aangaan, vrees ik.

Voorzitter:

Chers collègues, les questions n os 56007723C et 56007803C de M. Frédéric Daerden sont transformées en questions écrites. Il en est de même pour les questions jointes n os 56008072C et 56008561C de Mme Sophie De Wit et de M. Alexander Van Hoecke, de la question n° 56008106C de M. Anthony Dufrane. Les questions jointes n os 56008242C, 56008277C et 56008532C de M. Alexander Van Hoecke et de Mme Sophie De Wit sont reportées. Les questions n os 56008549C et 56008590C de M. Julien Ribaudo, les questions jointes n os 56008637C et 56008700C de Mme Sophie De Wit et de M. Paul Van Tigchelt ainsi que la question n° 56008682C de Mme Sophie De Wit sont transformées en questions écrites.

De drievoudige moord in Roeselare
De slachtoffers van het opengrenzenbeleid
Geweldsdelicten en migratieproblematiek in België

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de stijgende steekincidenten door migranten (o.a. de drievoudige moord in Roeselare door een Afghaanse asielzoeker met een crimineel verleden) en de noodzaak van strengere migratie- en terugkeerbeleid. Minister Van Bossuyt bevestigt versnelde intrekking van verblijfsvergunningen, uitbreiding van gesloten centra, dwangmaatregelen (zoals woonstbetredingen) en koppeling van hulp/handel aan terugname-akkoorden, maar erkent dat uitvoering traag blijft. Kritiekpunten zijn gebrekkige informatie-uitwisseling tussen diensten, te lage terugkeercijfers (slechts 1.264 gedetineerde illegalen verwijderd in 2024) en de eis om criminele migranten hun straf in herkomstlanden te laten uitzitten. De oppositie dringt aan op radicale versnelling en erkenning van het verband tussen migratie en messengeweld.

Maaike De Vreese:

Minister, op zondag 21 september werd Roeselare opgeschrikt door een drievoudige steekpartij. In eerste instantie wil ik ons medeleven aan de slachtoffers uiten.

De Afghaanse Mohammed K. bracht die dag drie personen om het leven. Na een klopjacht werd hij 's avonds gearresteerd. De man was geen onbekende voor politie en justitie. Op 18 september werd hij op grond van intrafamiliaal geweld veroordeeld tot een gevangenisstraf van één jaar, waarvan de helft met uitstel. Naar verluidt zou de man het Nederlands niet machtig zijn en werkte hij niet.

Het aantal steekpartijen kent een stijgende trend. Uit de politiedatabank blijkt dat het aantal geregistreerde steekincidenten de voorbije jaren is gestegen. Dit geweld is totaal onaanvaardbaar en heeft geen plaats in onze samenleving.

Met deze regering moeten we er kordaat en snel tegen optreden. Conform het regeerakkoord zullen deze regering en het CGVS een aparte veiligheidscel oprichten voor dit probleem. Vluchtelingen, subsidiair beschermden en verzoekers om internationale bescherming zullen hun status, of de mogelijkheid van een beschermingsstatuut, verliezen indien ze een gevaar vormen voor onze openbare orde of onze nationale veiligheid.

Het is een rode draad in het regeerakkoord om hier prioritair aan te werken, niet enkel inzake mensen die subsidiaire bescherming hebben gekregen of een ander statuut, maar ook inzake mensen met een andere verblijfstatus

Welke stappen zult u nemen om de verblijfsvergunning in te trekken? Kunt u de laatste stand van zaken geven van de oprichting van de aparte veiligheidscel?

Kunt u toelichting geven op welke manier uw diensten deze en andere casussen opvolgen?

In hoeverre heeft u weet van gelijkaardige incidenten, waarbij personen met een verblijfsvergunning zich schuldig maken aan steekpartijen? Welk gevolg werd hieraan gegeven? Hoeveel verblijfsvergunningen werden er ingetrokken? Wat zijn de meest voorkomende nationaliteiten? Kunt u ter zake überhaupt statistieken geven? Ik kan ze natuurlijk ook schriftelijk opvragen. Tot hier mijn huidige vragen.

Francesca Van Belleghem:

Minister, steeds vaker worden we geconfronteerd met alarmerende berichten over geweldsdelicten gepleegd door mensen van buiten de EU die naar hier zijn gekomen ingevolge het lakse migratiebeleid. Zo heeft een 26-jarige Tunesische man die uit ons land werd gezet en naar Frankrijk trok, in drie dagen tijd zes vrouwen aangerand, van wie hij er enkele probeerde te verkrachten.

Dit jaar hebben al 648 illegale Tunesiërs een bevel gekregen om het grondgebied te verlaten, terwijl er amper 12 terugkeerden naar een ander EU-land en 32 vanuit de gevangenis naar Tunesië. Andere cijfers heb ik niet teruggevonden op de website van de DVZ. Voor alle nationaliteiten van illegalen zien we echter eigenlijk steeds hetzelfde fenomeen. Slechts een klein deel van de personen die zouden moeten terugkeren, doet dat effectief.

Erkent u dat we alle registers moeten opentrekken om illegalen terug te sturen naar het land van herkomst en dat we dus ook alle taboes moeten laten varen? Zult u handelsovereenkomsten, arbeidsmigratie, gezinshereniging en ontwikkelingshulp voor 100 % afhankelijk maken van de terugname van illegalen?

Ook op eigen bodem zien we de dramatische gevolgen van massa-immigratie, getuige de driedubbele moord door de Afghaan in Roeselare, die enkele dagen eerder veroordeeld werd voor intrafamiliaal geweld. Klopt het dat deze persoon naar hier is gekomen als asielzoeker en het vluchtelingenstatuut heeft gekregen? Had hij inmiddels een permanente verblijfsvergunning? Welke acties zult u ondernemen om hem terug te sturen naar het land van herkomst? Voor deze mensen is er immers geen plaats in onze maatschappij.

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw De Vreese en mevrouw Van Belleghem, net als u ben ik uiteraard verontwaardigd over wat er gebeurd is in Roeselare. Het gerechtelijk dossier is lopende, waardoor ik niet kan ingaan op het individuele dossier dat u aanhaalt. Wat ik u wel wil meegeven, is dat de huidige vreemdelingenwet voorziet in de mogelijkheid om het beschermingsstatuut en het verblijfsstatuut in te trekken van vreemdelingen die een gevaar vormen voor de openbare orde. Ik zal die vraag dan ook zo snel mogelijk aan het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) stellen. Het regeerakkoord voorziet in een verruiming van die mogelijkheid, onder andere door de tijdslimiet te schrappen waarbinnen de DVZ de beëindiging of intrekking van het statuut kan vragen aan het CGVS.

Daarnaast trekken we middelen uit voor de oprichting van een speciale veiligheidscel binnen het CGVS en worden de gronden om het verblijf te beëindigen maximaal uitgebreid. Het aandeel mensen in illegaal verblijf dat niet verwijderd worden van ons grondgebied is inderdaad te laag; dat moet hoger. Een geloofwaardig migratiebeleid vereist een kordaat terugkeerbeleid. Vooral wat de terugkeer van illegale gedetineerden betreft, moet er de komende jaren een tandje bijgezet worden.

In 2024 werden slechts 1.264 illegale gedetineerden verwijderd door de vorige regering. Dat aantal moet de komende jaren significant stijgen. Ook de totale terugkeercijfers moeten in de komende jaren toenemen. Het regeerakkoord voorziet daarom in verschillende maatregelen die een impact zullen en moeten hebben op de terugkeer van mensen in illegaal verblijf, met prioriteit voor illegalen die criminele feiten hebben gepleegd.

Concrete maatregelen zijn onder andere woonstbetreding bij illegalen die weigeren mee te werken aan de terugkeer en die een gevaar vormen voor de openbare orde of de nationale veiligheid; een verdubbeling van het aantal plaatsen in gesloten centra, door de bouw van nieuwe centra en de renovatie van bestaande centra; een versterking van de terugkeerdiensten bij de DVZ, zowel in de gesloten centra als bij de centrale diensten die vreemdelingen in illegaal verblijf opvolgen; optimalisatie van gegevensuitwisseling met en inzage in noodzakelijke informatie van veiligheids- en inlichtingendiensten, zodat elke migratiedienst en beroepsinstantie een grondige beslissing kan nemen en een verhoging van het aantal escorteurs, zowel bij de politie als de DVZ en Frontex, zodat illegalen die weigeren mee te werken, sneller met dwang kunnen worden verwijderd.

Daarnaast trachten we, gezien de enorme druk op de Belgische gevangenissen en zolang er in eigen land onvoldoende gevangeniscapaciteit is, naar het voorbeeld van Denemarken overeenkomsten te sluiten met andere Europese rechtsstaten om daar gevangenissen te bouwen of te huren, zodat definitief veroordeelde gedetineerden in illegaal verblijf hun detentie volledig of gedeeltelijk in dat buitenland kunnen uitzitten, indien een interstatelijke overbrenging niet mogelijk of wenselijk is.

Een cruciaal onderdeel van ons terugkeerbeleid is de samenwerking met de landen van herkomst. Voor het eerst voorziet een federaal regeerakkoord in een echte conditionaliteit. Medewerking aan terugkeer wordt gekoppeld aan bilaterale hulp, visabeleid, samenwerking op het vlak van handel en economie en ontwikkelingssamenwerking. Ook de deelstaten worden hier actief bij betrokken. Deze whole of government approach vormt de hoeksteen van onze regeringsaanpak in de samenwerking met landen van herkomst.

Met deze regering trekken we alle registers open om de komende jaren een breuk met het verleden te maken. België zit bovendien aan het roer op Europees niveau, waar verschillende initiatieven op tafel liggen, zoals de nieuwe terugkeerverordening. Via de Coalition of the Willing , een groep lidstaten die strengere regels rond asiel en migratie nastreeft, trachten we ook daar een kentering in te zetten.

Maaike De Vreese:

Mïnister, na tien jaar verblijf in België sprak de dader nog altijd geen Nederlands, hij sloeg zijn vrouw en kinderen en op de koop toe eindigde hij met drievoudige moord, terwijl er nog meer mensen op zijn lijstje stonden. De feiten in Roeselare zijn onbeschrijfelijk hard. De informatie-uitwisseling tussen verschillende diensten had al in een veel vroeger stadium moeten plaatsvinden. Bij de personen die instaan voor de inburgering van nieuwkomers hadden toch belletjes moeten rinkelen om deze man op de radar te brengen.

De dader werd veroordeeld voor slagen en verwondingen, maar hem werd geen programma opgelegd omdat hij de taal niet sprak. De N-VA wil een volledige breuk met het verleden. Dit is onaanvaardbaar en mensen begrijpen dat terecht niet. Het regeerakkoord voorziet voldoende handvatten om het noodzakelijke beleid te voeren voor een effectieve terugkeer van criminelen. Voor de minister van Justitie speelt dit uiteraard een cruciale rol. Vanochtend verwees zij naar u, maar de terugkeer van mensen in illegaal verblijf uit onze gevangenissen moet veel sneller gebeuren. Laat deze personen hun straf uitzitten in een gevangenis in hun land van herkomst. Er moet volop worden ingezet op de tussenstatelijke overbrenging door Justitie.

Minister, dit is uw taak, maar u komt aan het einde van de rij. Wij moeten veel vroeger in dat proces ingrijpen. De minister van Justitie moet dit op haar prioriteitenlijst plaatsen.

Francesca Van Belleghem:

De afgelopen dagen is in de media veel aandacht aan messenincidenten besteed. Uit cijfers van de Duitse deelstaten blijkt dat de helft van de messendelicten door vreemdelingen wordt gepleegd, terwijl zij slechts 15 % van de totale bevolking uitmaken.

Karsten Lüst, een gerenommeerd ex-politieman in Duitsland, zei dat zij mensen hebben opgenomen die in hun herkomstlanden met messen zijn grootgebracht. Voor velen zijn messen een statussymbool en een middel om respect af te dwingen. Hij voegde eraan toe dat er volgens hem een definitief en onmiskenbaar verband bestaat tussen het aantal messendelicten en immigratie.

Ik hoop dat u ook zult erkennen, of minstens toch de minister van Justitie, dat er een verband bestaat tussen de messenincidenten die we kennen en massa-immigratie. Het mag wel eens worden gezegd dat er een verband is. In Duitsland is dat zo en ik ben er zeker van dat dat hier eveneens het geval is.

Voorzitter:

De vraag nr. 56008599 van mevrouw Meunier is uitgesteld.

De bescherming van slachtoffers van familiaal geweld
De drievoudige moord in Roeselare
De drievoudige moord in Roeselare
Maatschappelijke impact, preventie en juridische aanpak van familiaal geweld en extreme gevallen zoals Roeselare

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 25 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Een Afghaanse man, eerder veroordeeld voor familiaal geweld maar met een lichte straf (1 jaar, half voorwaardelijk) en zonder effectief toezicht, pleegde een drievoudige moord in Roeselare, ondanks een lopend contactverbod. Sophie De Wit dringt aan op snelle goedkeuring van haar wetsvoorstel voor gps-tracking van daders en slachtoffers (slachtofferapplicatie) om herhaling te voorkomen, terwijl Alexander Van Hoecke de te lage straffen, gebrek aan uitzetting van criminelen en taalbarrières (geen begeleiding door onvoldoende Nederlands) hekelt als systeemfalen. Minister Annelies Verlinden belooft strafverzwaringen, gespecialiseerde rechtbanken, betere slachtofferbescherming (mobiel alarm, gps) en verbeterde communicatie tussen justitie en lokale besturen, maar erkent dat onmiddellijke aanhouding bij voorwaardelijke straffen niet mogelijk was. De discussie draait om systeemtekorten in preventie, strafuitvoering en migratiabeleid, met urgente oproepen tot concrete maatregelen.

Voorzitter:

Collega's, gelieve respect op te brengen voor degene die het woord heeft. Dat is nu mevrouw De Wit.

Sophie De Wit:

Mevrouw de minister, collega’s, een Afghaanse man werd vorige week veroordeeld wegens familiaal geweld tot een gevangenisstraf van één jaar, waarvan de helft met uitstel. Er gold een contactverbod gedurende de beroepstermijn, die nog liep, maar het heeft niet mogen baten. Afgelopen zondag is hij aan een dodelijke raid begonnen. Uiteindelijk heeft hij zijn partner, een kennis en de buurman om het leven gebracht.

Uiteraard roept dat opnieuw heel wat vragen op, ook over de werking van Justitie. Uiteraard zijn we dan verontwaardigd, ik ook. Het zal maar uw moeder, uw vriend, uw broer, uw zus of uw vader zijn. Die verontwaardiging is terecht, alweer, want dit is helaas niet de eerste keer.

Verontwaardiging volstaat echter niet. Daarvoor zijn wij hier, collega’s: als politici moeten we proberen het verschil te maken. Dat is wat ik probeer te doen. In het regeerakkoord hebben we een uitgebreid luik geschreven over een betere bescherming van slachtoffers. Daarin staan heel wat maatregelen en een daarvan is de slachtofferapplicatie. Bij een contact- of plaatsverbod kan er een gps-systeem gekoppeld worden aan zowel het slachtoffer als aan de dader. Wanneer iemand dat plaatsverbod schendt of te dicht in de buurt komt, wordt een signaal verstuurd en kunnen de instanties ingrijpen. Op die manier weet men dat, en de dader weet dat hij gevolgd wordt.

Mevrouw de minister, collega’s, naast de verontwaardiging die er vandaag opnieuw is, ligt er ook een wetsvoorstel op tafel. We hebben dat in januari al ingediend en de adviezen zijn al gevraagd. Wat ik u hier vandaag eigenlijk alleen maar wil vragen – aan u allen – is uw steun. Kunnen we dat wetsvoorstel, dat de wettelijke basis biedt voor wat vandaag al een proefproject is, alstublieft snel goedkeuren? Zo hoeven er niet nog meer drama’s te gebeuren. Ik dank u.

Alexander Van Hoecke:

Drie verschillende moorden door een reeds veroordeelde Afghaan binnen enkele uren tijd. Mohamed K. is een man die sinds 2015 in ons land verblijft, geen woord Nederlands spreekt en al veroordeeld werd voor brutaal intrafamiliaal geweld. Vorige zomer moest de politie ter plaatse komen nadat zijn eigen dertienjarige zoon in paniek bij de buren had aangebeld. Ter plaatse constateerde de politie dat zijn vrouw verwondingen had aan handen, armen en hoofd. De vier kinderen waren in het gezicht geslagen met een broeksriem, een gsm-oplader of een plastic kabel.

Welke straf kreeg Mohamed K. daarvoor? Eén jaar cel, waarvan de helft met uitstel. We weten allemaal wat dat betekent, want deze regering kiest er heel duidelijk voor om celstraffen van zes maanden of minder niet uit te voeren.

Nog frappanter was dat aan die geheel voorwaardelijke straf geen voorwaarden waren gekoppeld, want Mohamed K. sprak onvoldoende Nederlands. Volgens de rechter zou dat niet werkbaar zijn. Donderdag werd die straf, of het complete gebrek aan straf, uitgesproken. Zondag vermoordde Mohamed K. drie mensen in koelen bloede in Roeselare.

Mevrouw de minister, ik weet eerlijk gezegd niet waar ik moet beginnen met mijn vragen hierover. Ik heb twee essentiële vragen voor u vandaag.

Ten eerste, wat gaat u onmiddellijk ondernemen om ervoor te zorgen dat veroordeelde criminelen niet vrij kunnen rondlopen en effectief een straf krijgen?

Ten tweede, wellicht de belangrijkste vraag, wat deed die Afghaan in godsnaam nog in ons land?

Nathalie Muylle:

Mijnheer de voorzitter, ik zal mij aan mijn tekst houden. Dat is niet mijn gewoonte, maar de omstandigheden zijn dan ook buitengewoon.

Onze stad werd zondag getroffen door dramatische gebeurtenissen. Een man van Afghaanse origine heeft achtereenvolgens zijn ex-partner, een kennis en een vroegere buur neergestoken. Onze eerste gedachten gaan uit naar de slachtoffers, hun familie en vrienden. Onze Roeselaarse gemeenschap blijft verweesd achter. Hoe is dat kunnen gebeuren? Dergelijk geweld hoort niet thuis in onze stad.

Onze inwoners vragen zich terecht af hoe iemand die nauwelijks een week geleden is veroordeeld tot een gevangenisstraf van een jaar voor ernstige feiten van intrafamiliaal geweld zomaar vrij kan rondlopen. In het vonnis werd geen voorwaarde van begeleiding opgelegd, omdat de man geen Nederlands spreekt. Ook van elektronisch toezicht was geen sprake.

Mevrouw de minister, hoe kunnen wij dergelijke situaties aanpakken en voorkomen? Moet de wetgeving niet worden aangepast om ervoor te zorgen dat bij intrafamiliaal geweld in de mogelijkheid wordt voorzien om iemand aan te houden bij veroordelingen van kortere duur, zoals dat vandaag kan bij seksuele delicten?

Als waarnemend burgemeester heb ik dit weekend vanuit de eerste lijn moeten vaststellen dat de pushberichten van de kranten veel sneller en veel gedetailleerder kwamen dan de informatie waarover wij als lokaal bestuur beschikten.

Uiteraard is er begrip voor een correct wettelijk kader. Uiteraard is er ook respect voor het geheim van het onderzoek. Ik hoop echter dat u begrijpt dat de bevolking zich in een beangstigende situatie richt tot de burgemeester en het lokale bestuur voor informatie. Er moet een betere doorstroming komen tussen de onderzoeksrechter die het onderzoek leidt, het parket en het lokale bestuur.

Dat zijn de twee vragen die onze burgemeester u maandag na de gemeenteraad ook per brief heeft gesteld. Ik kijk uit naar uw antwoord.

Annelies Verlinden:

Collega's, laat me beginnen met het betuigen van mijn diepste meeleven met de familie en de vrienden, en zeker ook de kinderen van de slachtoffers, net als met de hele gemeenschap. Wat in Roeselare is gebeurd, is een tragedie die niemand onberoerd laat.

Levens zijn verwoest, de lokale gemeenschap is ontredderd en bovendien situeren de feiten zich in een context van intrafamiliaal geweld. Het gaat om geweld op een plek die voor iedereen als de meest veilige plek zou moeten aanvoelen. Daarom moeten zowel onze boodschappen als ons optreden kordaat en resoluut zijn.

We moeten alles doen wat binnen onze controle is om dergelijke drama's te vermijden. Het gerechtelijk onderzoek naar de feiten loopt en ik zal dat uiteraard op de voet volgen, want het is ook voor mij van belang om precies te weten waarom en hoe die feiten zijn kunnen gebeuren. De lokale en federale politie, het parket en de onderzoeksrechter hebben alles op alles gezet om de verdachte zo snel mogelijk te lokaliseren.

Ik wil hen danken voor hun daadkracht en ik wil ook de waarnemend burgemeester en de burgemeester van Roeselare danken voor hun waardig optreden de afgelopen dagen. Wat ik verder kan duiden over de feiten, is dat de verdachte op 29 juli door de raadkamer werd vrijgelaten onder voorwaarden, waaronder een contactverbod. In tegenstelling tot wat in sommige media werd gesuggereerd, is dat contactverbod nog altijd van kracht.

Op 18 september sprak de correctionele rechtbank van West-Vlaanderen zich vervolgens uit over eerdere feiten, maar dat vonnis was nog niet definitief op het ogenblik van de feiten, omdat de beroepstermijn van 30 dagen nog loopt. Daardoor bleven weliswaar de voorwaarden van de voorlopige invrijheidsstelling van 29 juli, met name ook het contactverbod, van toepassing. De op 18 september opgelegde straf voor de eerdere feiten bedraagt een jaar, waarvan de helft met uitstel en een geldboete.

Ik begrijp dat daarbij ook rekening werd gehouden met het blanco strafregister en met de huidige context van de verdachte. De maximale strafmaat werd toegepast door de rechtbank, het contactverbod liep nog, het vonnis was nog niet definitief en een onmiddellijke aanhouding is inderdaad in dat geval niet voorzien.

Collega's, niemand kan helemaal uitsluiten dat zulke feiten ooit nog zullen gebeuren, maar mijn vastberadenheid daarentegen is bijzonder groot. De daders van intrafamiliaal en van zwaar geweld moeten kordaat worden gestraft, ook en precies omdat we het leed aan en het onrecht van de slachtoffers zeer ernstig moeten nemen. Daarnaast moet ook de omkadering bij seksueel en intrafamiliaal geweld door onze partners toereikend worden gemaakt, ook op het vlak van integratie en verplichte begeleiding in justitiehuizen en andere. Net zoals in de vorige legislatuur maken we van de strijd tegen intrafamiliaal geweld en seksueel geweld een prioriteit.

Daarom voorziet het nieuwe Strafwetboek in strafverzwaringen en in nieuwe strafbaarstellingen. We zorgen ook, mevrouw De Wit, voor een brede uitrol van het mobiel stalkingalarm en de gps-toepassingen in overleg met de gemeenschappen die ook een bevoegdheid hebben in dezen. We kunnen uw wetsvoorstel daarbij zeker in aanmerking nemen.

Daarnaast investeren we in parketcriminologen om de werking van de veilige huizen te versterken vanuit het budget van Justitie. We richten ook gespecialiseerde kamers op bij de rechtbanken voor intrafamiliaal geweld en voor seksueel geweld. Daarnaast willen we de verplichte inschakeling van de DAVO bij intrafamiliaal geweld bekijken om zo ook economisch geweld tegen te gaan, wat vaak samengaat met intrafamiliaal geweld.

Ik wil graag nog even terugkomen op de terechte bezorgdheden vanuit Roeselare omtrent de communicatie vanwege Justitie in de eerste uren. De zoektocht naar het juiste evenwicht tussen enerzijds het verlenen van transparantie omtrent de beschikbare informatie met het oog op het scheppen van vertrouwen en het geruststellen van de bevolking en anderzijds de bescherming van het onderzoek en het veilige optreden van de veiligheidsdiensten waardoor enige terughoudendheid geboden kan zijn, is wezenlijk. Vorige week nog had ik overleg met de woordvoerders van de zetel en het openbaar ministerie om het gepaste handelingskader voor dat soort gevallen verder uit te diepen. Deze casus toont aan hoezeer dat nodig is.

We moeten ook allemaal een vuist maken tegen lekken vanuit de bevoegde diensten naar de pers, die de communicatie vanuit lokale en bovenlokale besturen kunnen doorkruisen. Geweld, van welke aard ook, verplicht ons samen te werken en samen te blijven investeren in Justitie en in een passende omkadering voor slachtoffers, zoals met het mobiel stalkingalarm en de gps-toepassing, en zo ook onze binnenlandse veiligheid te dienen. We moeten dat doen voor de slachtoffers, voor de nabestaanden en uiteindelijk ook voor onze hele samenleving. Ik maak er alvast werk van.

Sophie De Wit:

Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister.

Samen maken we er werk van. Ons wetsvoorstel werd in januari ingediend. We hebben inmiddels ook de adviezen ontvangen van de Vlaamse Gemeenschap. Ik kijk dus naar de voorzitter van de commissie voor Justitie. Laten we er gewoon aan beginnen, want die controle en die dwangmaatregelen zijn wel degelijk nodig. Alleen een voorwaarde opleggen, is niet voldoende. Er zijn immers te veel incidenten. U zegt terecht dat we niet alles kunnen vermijden. Dat klopt. We kunnen evenwel proberen de gaten in het net op zoveel mogelijk plaatsen te dichten. De slachtofferapplicatie is daartoe een middel.

Collega's, ik ga ervan uit dat u dat allemaal heel snel zult steunen. Ik dank u.

Alexander Van Hoecke:

Drie verschillende moorden in een paar uur tijd hadden voorkomen kunnen worden. Drie mensenlevens en de levens van tientallen nabestaanden hadden niet verwoest moeten worden. Wat deed die Afghaan, die in 2015 naar hier werd gehaald onder Theo Francken en die zijn vrouw en kinderen mishandelde, in hemelsnaam nog in ons land?

Buitenlandse criminelen uitzetten in plaats van ze fopstrafjes geven, dat is geen onmogelijkheid, dat is een beleidskeuze. Criminelen tout court niet vrijlaten na een veroordeling, maar ze effectief bestraffen, dat is een beleidskeuze. Dat zijn de beleidskeuzes die u maakt en die jammer genoeg op deze manier nog veel slachtoffers zullen eisen.

Mevrouw de minister, u draagt hier een loodzware verantwoordelijkheid.

Nathalie Muylle:

Mevrouw de minister, er zijn in dit dossier heel veel mitsen en maren . Hadden we maar… Was dit maar gebeurd... Deze keer ging het om een vrouw die de moed had om weg te gaan van haar partner, een buur die zijn burgerplicht heeft gedaan en een kennis die het verschrikkelijk vond en afstand nam, omdat iemand zijn gezin sloeg. U hebt terecht een aantal goede maatregelen opgenoemd en ik hoop dat u die ook kunt realiseren. Er komt een cruciale periode aan, namelijk de begroting. U vraagt bijkomende middelen en ik hoop dat u die zult krijgen, want elk slachtoffer van intrafamiliaal geweld is er een te veel.

De ontsnapping van een Oekraïense moordenaar

Gesteld door

VB Marijke Dillen

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 17 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Een gevaarlijke Oekraïense moordenaar (27 jaar cel voor brutale moord in 2015) ontsnapte uit een open gevangenis (Ruiselede), ondanks zijn vluchtrisico en illegale verblijfssituatie (vals Pools paspoort, afgewezen asiel), wat vragen oproept over plaatsingscriteria in open detentie—de minister belooft onderzoek en strengere procedures. De Brusselse procureur slaakte een noodkreet over escalerend druggerelateerd geweld (57 schietpartijen in 2024) en machteloosheid van justitie/politie door gebrek aan middelen, camera’s en capaciteit (bv. ballistisch onderzoek bij NICC). De minister bevestigt extra budgettaire vragen (o.a. 478K–695K voor NICC, 30 FGP-agenten) en een actieplan voor hoogbeveiligde detentie van criminelen, maar concrete uitvoering blijft vaag. Kernpunt: Structureel falend beleid—zowel bij detentie van zware criminelen als in de bestrijding van drugscriminaliteit—eist dringende middelen en herziening, maar politiek handelen schiet tekort, zo luidt de scherpe kritiek. Motie dringt aan op meer budget, strengere detentie en drugbehandelingskamers.

Marijke Dillen:

Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn ingediende vraag.

Het parket van West-Vlaanderen meldt dat een Oekraïense man die voor moord werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 27 jaar cel, kon ontsnappen (eerder wegwandelen) uit de open gevangenis, het penitentiair landbouwcentrum, van Ruiselede.

De man zou zijn ontsnapt via het dak en zou nog steeds voortvluchtig zijn.

Het PLC is een open gevangenis, bedoeld voor veroordeelden die niet vluchtgevaarlijk zijn (althans in theorie), in groepsverband kunnen leven en kunnen werken in het landbouwcentrum. Het open regime zou het mogelijk maken dat de gedetineerden zich kunnen voorbereiden op hun terugkeer naar de maatschappij.

De ontsnapte gevangene maakte deel uit van een Oekraïense bende die landgenoten smokkelde naar het Verenigd Koninkrijk. Hij en zijn kompaan moesten in de nacht van 6 op 7 mei 2015 ruim 10.000 euro afgeven aan een Litouws bendelid maar in plaats daarvan werd de Litouwse vrachtwagenchauffeur met 3 messteken neergestoken en gewurgd met de kabel van zijn GPS. Zijn lichaam en vrachtwagen hebben ze achtergelaten aan de E17 in Waasmunster.

Kan de minister de ontsnapping bevestigen en mij meedelen of de ontsnapte moordenaar reeds kon worden gevat?

Had de moordenaar een gekende verblijfplaats in België? Betrof veroordeelde een illegaal? Hoe kon desbetreffend geoordeeld worden dat betrokkene terechtkon in een open gevangenis, en er nog vanuit gegaan worden dat betrokkene niet zou ontsnappen (wegwandelen)?

Wat was de status van de gevangene? Werd door betrokkene reeds een verzoek ingediend tot voorwaardelijke invrijheidsstelling? Hoelang moest de gevangene normaal nog in de gevangenis te verblijven?

Op basis van welke criteria komen veroordeelde criminelen in aanmerking om in een open detentiecentrum te verblijven? Bent u van oordeel dat dit dient te worden uitgesloten voor de zwaarste misdrijven? Gaat u hiertoe de nodige initiatieven ondernemen?

Annelies Verlinden:

Collega Dillen, ik kan bevestigen dat een gevangene is gevlucht en tot nu toe niet kon worden gevat. De betrokkene kwam in 2000 naar België en diende bij aankomst een asielaanvraag in, waardoor hij een tijdelijk verblijfsrecht verwierf. Na het verlopen van zijn verblijfskaart ondernam hij geen verdere stappen tot vernieuwing, voornamelijk omdat hij een vermoedelijk valse Poolse identiteitskaart bezat en hiermee als Europees burger in België kon werken.

Gelet op de conflictsituatie in Oekraïne diende hij op 22 maart 2023 een nieuwe asielaanvraag in bij het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS). Pas recentelijk werd zijn vluchtelingenstatuut door het Commissariaat-generaal geweigerd. Voorafgaand aan zijn verblijf in Ruiselede kende de betrokken persoon een correcte detentie in een gesloten strafhuis, met name de gevangenis van Beveren. Hij zat negen jaar in detentie, waarvan een groot deel in de open afdeling, zonder grote problemen, alvorens naar een open inrichting te worden overgeplaatst. Hij had nog geen verzoek tot voorwaardelijke invrijheidstelling ingediend, wel aanvragen voor beperkte detentie en elektronisch toezicht. Hij zou normaal op 14 augustus verschijnen voor de strafuitvoeringsrechtbank (SURB) in het kader van een aangevraagde strafuitvoeringsmodaliteit.

De weigering van het vluchtelingenstatuut verhoogt het risico op ontvluchting en daarom werd beslist de betrokken persoon over te brengen naar een gesloten inrichting. Nog voor de overbrenging plaats kon vinden, is hij echter ontsnapt uit de gevangenis van Ruiselede. Bij een vastgestelde ontvluchting wordt onmiddellijk de politie ter plaatse geroepen en het parket geïnformeerd en worden de nodige opsporingsmaatregelen ingezet. Het incident werd grondig onderzocht. Er wordt nagegaan of de procedures correct werden gevolgd, of menselijke fouten of structurele gebreken een rol speelden en welke maatregelen nodig zijn om herhaling te voorkomen. Dat kan variëren van het bijsturen van procedures en/of het beleid tot het organiseren van bijkomende opleidingen of het doorvoeren van aanpassingen aan de infrastructuur. Het gevangeniswezen tracht uit elk voorval lessen te trekken om dergelijke situaties in de toekomst te vermijden.

Marijke Dillen:

Ik dank u voor uw antwoord, maar ik blijf het toch wel onbegrijpelijk vinden, mevrouw de minister, dat iemand die tot 27 jaar cel is veroordeeld wegens het wurgen en vermoorden van een Litouwse vrachtwagenchauffeur, in een open centrum kan worden geplaatst.

U zegt dat er een beslissing is genomen om hem dan toch achteraf naar een gesloten instelling te brengen. Dat die man dan gevlucht is, is misschien niet zo verwonderlijk. Waarom is die man niet onmiddellijk overgebracht naar een gesloten instelling? U zegt zelf dat het hier gaat om vluchtgevaarlijke gedetineerden, omdat ze hier eigenlijk illegaal, of in dit geval met een vals Pools paspoort, in ons land verblijven. Het dossier moet grondig worden uitgespit om herhaling te voorkomen.

Marijke Dillen:

Ik verwijs naar de ingediende tekst van mijn interpellatie.

Op een sterk beveiligde persconferentie op 12 augustus jl. heeft de Brusselse Procureur - die al weken onder het hoogste beschermingsniveau 4 staat na zeer serieuze dreigementen uit het drugsmilieu - stevig uitgehaald naar de politiek. Brussel wordt overspoeld door een nietsontziende golf van gewelddadige criminaliteit en druggerelateerde schietpartijen, maar Justitie en Politie staan machteloos. Dat was de boodschap van de Brusselse Procureur. Deze boodschap kwam er na een nieuwe golf van schietpartijen en druggerelateerd geweld die Brussel nu al wekenlang teisteren. In de zomer alleen al is onze hoofdstad opgeschrikt door 20 schietpartijen. Sinds het begin van dit jaar staat de teller op maar liefst 57. “Iedereen kan in Brussel geraakt worden door een verdwaalde kogel." En “Ik wil dit niet banaliseren, we mogen dit nooit normaal vinden". Er moet dringend worden gehandeld. Er mag niet worden gewacht tot er onschuldige burgers gedood worden vooraleer de nodige middelen worden vrijgemaakt.

De procureur klaagde aan dat hij geen gehoor vindt bij de politiek. “Er wordt wel geluisterd, maar ik krijg niks, ik zie niks. Geen extra middelen", was de duidelijke boodschap. “Er is geluisterd maar behalve de 30 extra mensen bij de FGP zie ik niks". “Zo is er weinig of geen beleid om de druggebruikers aan te pakken, voor een drugbehandelingskamer zijn er geen middelen toegekend. In sommige delen van kwetsbare zones als Brussel-Zuid of Brussel-West beschikken ze niet over camera's of werken deze niet. Grote criminelen kunnen vanuit de gevangenis gewoon verder doen." Ook vindt de procureur het – terecht - onaanvaardbaar dat 91 procent van de criminelen die illegaal in ons land zijn, noodgedwongen worden vrijgelaten door de Dienst Vreemdelingenzaken. Verder dringt hij erop aan het kader van de FGP volledig in te vullen.

Wat is de reactie van de minister op deze werkelijke noodkreet van de procureur van Brussel?

Heeft er inmiddels reeds overleg plaatsgevonden met de procureur om een concreet antwoord te bieden op de verschillende aandachtspunten die de Brusselse procureur terecht heeft aangeklaagd?

De procureur houdt een pleidooi om leiders van criminele organisaties onder een hoog beveiligd gevangenisregime te plaatsen om te vermijden dat ze hun handel in criminele activiteiten vanuit de gevangenis kunnen verderzetten. Wat is uw standpunt ter zake? Bent u bereid hiertoe de nodige initiatieven te nemen en de nodige middelen vrij te maken?

De procureur vraagt ook aandacht voor een beleid om druggebruikers aan te pakken. Hij klaagt terecht aan dat er vandaag weinig of geen beleid is. Nochtans dragen de druggebruikers een verpletterende verantwoordelijkheid voor de huidige stijgende drugproblematiek, gekoppeld aan steeds maar toenemend geweld. Preventie alleen is hier onvoldoende. Ook zij moeten kordater worden aangepakt. Bent u bereid hiertoe de nodige initiatieven te nemen?

Is de minister bereid om de nodige middelen ter beschikking te stellen voor de uitbouw van een drugbehandelingskamer bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel?

De procureur kaart ook aan dat het NICC te weinig middelen heeft waardoor ballistisch onderzoek veel vertraging oploopt. Er werden extra middelen beloofd voor het NICC. Wanneer zullen deze middelen concreet worden toegekend? Op welke wijze zullen deze middelen worden verdeeld onder de verschillende gerechtelijke arrondissementen?

Annelies Verlinden:

Collega, mijn medewerkers en ik hebben frequent overleg met het openbaar ministerie in het algemeen en met de procureur des Konings van Brussel in het bijzonder. Vorige week bracht ik nog een bezoek aan het parket van Brussel om er met de procureur, magistraten en medewerkers te spreken. De bezorgdheden en noden van de procureur en het parket, in het bijzonder van Brussel, zijn de voorbije weken uitgebreid met hen besproken en opgevolgd.

Een gedegen strijd tegen de georganiseerde misdaad en de drugscriminaliteit vraagt zonder twijfel een versterking van de parketten. Dat geldt uiteraard voor Brussel, maar evenzeer voor Antwerpen, waar de bommen en granaten nog steeds een realiteit zijn. In die strijd, zeker gezien het vaak internationale karakter van de onderzoeken, moet ook het federaal parket worden versterkt. Overeenkomstig die versterkingen moeten we ook tegemoet kunnen komen aan de noden van de hoven en rechtbanken. Ik zal daarom in het kader van de budgettaire besprekingen een voorstel op tafel leggen om magistraten te kunnen aanwerven, maar ook gerechtspersoneel ter ondersteuning van de magistratuur.

U vroeg naar het plaatsingsbeleid in de gevangenis voor leiders van criminele organisaties. Dat wordt besproken in een werkgroep met alle betrokken partners, zoals het gevangeniswezen, het federaal parket, de politie en de Veiligheid van de Staat. We ontwikkelen een algemeen actieplan om de impact van georganiseerde criminaliteit op de detentiecontext aan te pakken. Plaatsing in een aangepaste en hoogbeveiligde infrastructuur maakt deel uit van dat actieplan. De elementen die momenteel worden besproken, vereisen een zekere mate van vertrouwelijkheid.

Ons land hanteert een integraal en geïntegreerd nationaal drugsbeleid dat zich richt op de volledige keten, van preventie en vroegdetectie tot repressie, harm reduction en nazorg. Een dergelijk beleid vereist een multidisciplinaire aanpak. Zowel federale, regionale en lokale overheden als politie, douane, justitie, gezondheidszorg, hulpverlening en jeugdzorg moeten daarbij betrokken worden.

Gelet op de bevoegdheidsverdeling brengt de Algemene Cel Drugsbeleid (ACD) van de IMC Volksgezondheid de verscheidene actoren van de verschillende bevoegdheidsniveaus bijeen en vormt zo een interfederaal orgaan dat het drugsbeleid uittekent. Een van de ACD-werkgroepen, die binnenkort haar werkzaamheden start, buigt zich ook over de nieuwe interfederale drugsstrategie voor 2026.

Met de aanpak van de aanbodzijde brengen we het criminele milieu uit evenwicht, verstoren we zijn verdienmodel en zorgen we ervoor dat er minder drugs beschikbaar zijn op de Belgische markt. Inzake drugsgebruik ligt de focus op het voorkomen van middelengebruik, het begeleiden van gebruikers om te stoppen en het onder medisch toezicht beperken van de schade van middelengebruik.

Hoewel velen er intuïtief van uitgaan dat het opleggen van sancties of boetes voor middelengebruik een afschrikwekkend effect heeft, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat dit voornamelijk geldt voor mensen die nog nooit eerder gebruikten, die verder van het druggebruik afstaan en daardoor sowieso al minder kans hebben om illegale drugs te gebruiken. Het European Union Drugs Agency (EUDA) heeft aangetoond dat er weinig verband is tussen het opleggen van straffen of boetes en de mate van druggebruik in een land.

Voor druggebruik bestaat ook de mogelijkheid tot het opleggen van een onmiddellijke middellijke schikking, waarbij het bedrag afhankelijk is van het type druggebruik. Binnen specifieke afgebakende contexten – zoals op festivals – kan de toepassing van een onmiddellijke minnelijke schikking nuttig zijn, indien de doelstelling is om hiermee het signaal te geven dat druggebruik niet kan. Het is aan de procureur des Konings om binnen zijn gerechtelijk arrondissement te beslissen over het al dan niet toepassen van een onmiddellijke middellijke schikking.

Wat de drugbehandelingskamers of hersteltrajectkamers betreft, wordt momenteel een omzendbrief voorbereid die betrekking heeft op de praktische uitwerking van het wettelijk kader. De verdere implementatie van die drugbehandelingskamers vergt echter een substantiële versterking van de rechtbanken. Hiervoor zal ik in het kader van de begrotingsbesprekingen een vraag indienen.

Ten slotte is in het kader van de IDP Veiligheid voor het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) een jaarlijkse versterking voorzien van 478.000 euro vanaf 2025, oplopend naar 695.000 euro in 2028, specifiek voor de versterking van de afdeling Ballistiek van het NICC. Die middelen worden via een dotatie aan het NICC toegekend. Concreet zal het NICC die middelen inzetten om nog dit jaar vier extra personeelsleden te rekruteren: drie gerechtsdeskundigen ballistiek en een laborant. De oproepen tot kandidaten voor de extra gerechtsdeskundigen worden deze week gelanceerd. Daarmee versterkt het NICC zijn kernactiviteiten om wapens, kogels en hulzen sneller te analyseren en dossierkoppelingen sneller te realiseren.

Vanaf 2028 voorzien we in een tweede fase met twee bijkomende deskundigen. Ik wil benadrukken dat ballistische expertise een intensieve opleiding vergt. Naast het wapenonderzoek steunt de vergelijkende beoordeling sterk op ervaringsopbouw. Het effect op de doorlooptijden is daarom gradueel, maar structureel – precies waarvoor deze meerjarige dotatie bedoeld is. De middelen worden centraal bij het NICC ingezet. Zo dalen de wachttijden voor alle arrondissementen, met een prioritaire inzet voor het wegwerken van de Kanaalplanachterstand in Brussel en het regelmatig voeden van de nationale ballistische databank.

Collega's, ik begrijp en steun de noodkreet van de procureur van Brussel. We moeten alles op alles blijven zetten in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit, ook al is die strijd gelaagd en complex. Ik zal dan ook bijkomende middelen vragen aan de regering om justitie in het algemeen en het openbaar ministerie in het bijzonder de slagkracht te kunnen geven die nodig is om deze strijd met gelijke wapens te voeren. Dank u.

Marijke Dillen:

Dank u, mevrouw de minister, voor uw antwoord.

Het was echt merkwaardig dat na die grote golf van gewelddadige drugscriminaliteit en de gerelateerde schietpartijen, waarbij duidelijk is dat zowel justitie als politie machteloos zijn, een procureur – in dit geval de procureur van Brussel, die al weken onder beschermingsniveau 4 staat na zeer serieuze dreigementen – op een sterk beveiligde persconferentie een echte noodkreet slaakte. Hij slaakte niet alleen een noodkreet, maar haalde ook uit naar de politiek. Dat is nooit gezien.

De procureur heeft ook heel duidelijk gezegd dat hij geen gehoor vindt bij de politiek. Er wordt wel geluisterd, zegt hij, maar hij krijgt niets. U moet dan ook, mevrouw de minister, bij de volgende begrotingsbesprekingen heel kordaat op tafel kloppen om meer middelen te krijgen, want wat u in het paasakkoord hebt gekregen en wat inmiddels een aantal keren is uitgedeeld, volstaat absoluut niet.

Ik zal het blijven herhalen, mevrouw de minister: wat voor de buitenlandse veiligheid kan, met een bedrag van 3 of 4 miljard per jaar voor defensie, moet zeker ook kunnen voor onze binnenlandse veiligheid. Zowel u als uw collega van Binnenlandse Zaken hebben immers veel meer middelen nodig. Ik wens u dus veel succes bij de begrotingsbesprekingen. Sta uw mannetje en laat u niet doen door uw collega's die er wel in slagen om veel middelen te verkrijgen, zoals de minister van Defensie. Justitie en politie hebben die middelen nodig.

Tot slot dien ik een motie in.

Steven Matheï:

Wij hebben een eenvoudige motie.

Moties

Motions

Voorzitter:

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Marijke Dillen en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van mevrouw Marijke Dillen en het antwoord van de minister van Justitie, belast met de Noordzee, - overwegende dat Brussel wordt overspoeld door een nietsontziende golf van gewelddadige criminaliteit en druggerelateerde schietpartijen, maar justitie en politie machteloos staan; - overwegende dat dit de boodschap was van de Brusselse procureur – die al weken onder het hoogste beschermingsniveau 4 staat na zeer serieuze dreigementen uit het drugsmilieu – op de sterk beveiligde persconferentie op 12 augustus jl. waarbij hij stevig heeft uitgehaald naar de politiek; - overwegende dat de procureur duidelijk stelde dat hij geen gehoor vindt bij de politiek: "Er wordt wel geluisterd, maar ik krijg niks, ik zie niks. Geen extra middelen", was de duidelijke boodschap. "Er is geluisterd maar behalve de 30 extra mensen bij de FGP zie ik niks." "Zo is er weinig of geen beleid om de druggebruikers aan te pakken, voor een drugbehandelingskamer zijn er geen middelen toegekend. In sommige delen van kwetsbare zones als Brussel-Zuid of Brussel-West beschikken ze niet over camera’s of werken deze niet. Grote criminelen kunnen vanuit de gevangenis gewoon verder doen."; - overwegende dat er dringend moet worden gehandeld en de overheid niet langer mag wachten tot er onschuldige burgers gedood worden vooraleer de nodige middelen worden vrijgemaakt; vraagt de regering: - bij hoogdringendheid aanzienlijk meer middelen vrij te maken om oplossingen ten gronde uit te werken voor de verschillende problemen die de procureur van Brussel heeft aangeklaagd; - de nodige initiatieven te nemen om leiders van criminele organisaties onder een hoogbeveiligd gevangenisregime te plaatsen om te vermijden dat ze hun handel in criminele activiteiten vanuit de gevangenis kunnen verderzetten; - een beleid uit te werken om ook druggebruikers aan te pakken gezien hun verpletterende verantwoordelijkheid voor de huidige stijgende drugproblematiek, gekoppeld aan steeds maar toenemend geweld. Preventie alleen is hier onvoldoende; - de nodige middelen ter beschikking te stellen voor de uitbouw van een drugbehandelingskamer bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel; - de nodige middelen ter beschikking te stellen om ervoor te zorgen dat het ballistisch onderzoek sneller kan verlopen. " Une motion de recommandation a été déposée par Mme Marijke Dillen et est libellée comme suit: "La Chambre, ayant entendu l'interpellation de Mme Marijke Dillen et la réponse de la ministre de la Justice, chargée de la Mer du Nord, - considérant que Bruxelles est submergée par une vague impitoyable de criminalité violente et de fusillades liées à la drogue, mais que la Justice et la police sont impuissantes face à cet état de fait; - considérant que tel était le message que le procureur de Bruxelles, qui bénéficie d'un niveau de protection de niveau 4, le niveau le plus élevé, depuis des semaines après avoir fait l'objet de menaces très graves proférées par le milieu de la drogue, a délivré lors de la conférence de presse hautement sécurisée qui s'est tenue le 12 août dernier et au cours de laquelle il s'en est pris vivement au monde politique; - considérant que le procureur a dit clairement qu’il n'était pas entendu par le monde politique: "Je suis écouté par les politiques, mais je ne reçois rien, je ne vois rien. Pas de moyens supplémentaires. On m'a écouté mais, à part 30 personnes supplémentaires pour la PJF, je ne vois rien". "Il n'y a aucune stratégie ou à peine pour lutter contre les toxicomanes, aucun moyen n’a été octroyé pour une chambre de traitement de la toxicomanie. Dans certains quartiers vulnérables, comme Bruxelles-Midi ou Bruxelles-Ouest, il n'y a pas de caméras ou celles-ci ne fonctionnent pas. Les grands criminels peuvent simplement poursuivre leurs activités depuis la prison." - considérant qu'il faut agir d'urgence et que les autorités ne peuvent plus attendre que des citoyens innocents soient tués avant que les moyens nécessaires ne soient débloqués; demande au gouvernement : - de débloquer, de toute urgence, beaucoup plus de moyens afin d'apporter des solutions structurelles aux différents problèmes dénoncés par le procureur de Bruxelles; - de prendre les initiatives nécessaires afin de soumettre les chefs d'organisations criminelles à un régime carcéral de haute sécurité pour éviter qu'ils puissent poursuivre leurs activités criminelles depuis la prison; - d'élaborer une politique visant à s'attaquer également aux toxicomanes compte tenu de leur responsabilité écrasante dans le problème actuel croissant des stupéfiants, lié à une violence de plus en plus grave. La prévention seule ne suffit pas à cet égard. - de mettre à disposition les moyens nécessaires pour installer une chambre de traitement de la toxicomanie au sein du tribunal de première instance de Bruxelles; - de mettre à disposition les moyens nécessaires afin de pouvoir accélérer l'enquête balistique." Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Steven Matheï. Une motion pure et simple a été déposée par M. Steven Matheï . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

Het bijna verdubbelde aantal gevallen van agressie tegen OCMW-medewerkers in Antwerpen

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 17 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Verlinden veroordeelt de verdubbeling van agressie (324 meldingen in 2024) tegen OCMW-medewerkers in Antwerpen en benadrukt dat het nieuwe Strafwetboek (reeds gedeeltelijk actief) strafverzwaring biedt voor geweld tegen hulpverleners als "personen met maatschappelijke functie". Van Rooy betwist de effectiviteit hiervan, wijst op culturele factoren (allochtone daders) als oorzaak en kritiseert tekortschietende strafvervolging bij verbale agressie en intimidatie, die volgens hem onvoldoende worden aangepakt.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, de agressie tegenover OCMW-medewerkers in Antwerpen is bijna verdubbeld. In 2024 waren er 324 meldingen, waarvan het gros komt van de afdeling maatschappelijke hulp, OCMW-gebouwen, sociale centra en schuldhulpverlening. In 2023 waren er 'maar' 217 meldingen en in 2022 bedroeg het aantal meldingen van agressie 191. In twee jaar tijd zijn de meldingen van agressie in Antwerpen dus bijna verdubbeld. Vandaag gaat het gemiddeld om bijna één melding van verbale of fysieke agressie per dag.

Wat is uw reactie hierop? Hoe wilt u dat torenhoge en stijgende aantal gevallen van agressie doen afnemen? Bent u bereid een initiatief te nemen, zodat intimidatie, belaging en geweldsdelicten tegen OCMW-medewerkers en hulpverleners worden beschouwd als misdrijven tegen personen met een maatschappelijke functie, waardoor in het nieuwe Strafwetboek de strafverzwaring van toepassing zal zijn? Bent u bereid op korte termijn, in afwachting van de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek, een gelijkaardige regeling uit te werken?

Annelies Verlinden:

Collega Van Rooy, ik veroordeel uiteraard ten strengste gewelddaden tegen personen die in de uitoefening van hun beroep hun kennis en inzet ten dienste stellen van anderen. Zij vervullen een essentiële opdracht voor de samenleving en het is onaanvaardbaar dat zij worden blootgesteld aan agressie of intimidatie louter wegens hun functie.

Het toekomstige Strafwetboek biedt specifieke bescherming aan de leden van het OCMW die tijdens hun werk het risico lopen op geweld. Het is belangrijk te onderstrepen dat de leden van het OCMW zijn opgenomen in de definitie van personen die een maatschappelijke functie uitoefenen, zoals bedoeld in artikel 79, 4° van het nieuwe Strafwetboek. Die definitie omvat personen die een functionele openbare dienst vervullen of een opdracht van algemeen belang en die in het kader van hun functie in contact komen met het publiek dat van hun diensten gebruikmaakt.

Wegens de aard van hun functie zijn die personen bijzonder blootgesteld aan geweld, vaak gepleegd door de begunstigde aan wie zij hulp of dienstverlening verlenen. Daarom voorziet het nieuwe Strafwetboek in een strafverzwaring in geval van moord, foltering, onmenselijke behandeling of andere geweldsdelicten gepleegd tegen die personen. Het is echter belangrijk te beklemtonen dat die bescherming reeds is opgenomen in het huidige Strafwetboek. De wet van 18 januari 2024 heeft die bepaling al vervroegd in werking doen treden. De vorige regering achtte het eveneens noodzakelijk om die bescherming zonder uitstel in te voeren.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, dank u voor uw antwoord. Ik betwijfel of uw goede intenties, die zich vertalen in dat soort wetgeving, daadwerkelijk zullen leiden tot minder gevallen van agressie en geweld. Ik heb daarvoor twee redenen. Ten eerste merk ik in een stad als Antwerpen dat het bij het merendeel van de meldingen en daders om allochtonen gaat. De regering importeert agressie en geweld, ook tegen hulpverleners. Het gaat om totaal andere culturen die veel minder scrupules hebben om agressief of gewelddadig te werk te gaan en die ook niet worden afgeschrikt door verzwarende straffen. Ten tweede blijven hulpverleners die geconfronteerd worden met verbale agressie, intimidatie of bedreiging, vaak in de kou staan. De straffen en vervolging voor dergelijke misdrijven, die een grote impact hebben, laten volgens mij absoluut te wensen over.

De aanval op een treinbegeleidster op de trein van Antwerpen naar Hasselt
De agressie tegen een treinbegeleidster
Geweld tegen treinpersoneel op Belgische spoorlijnen

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 16 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Na een agressieincident door een 18-jarige reiziger op een NMBS-treinbegeleidster—die zich verdedigde met deodorant—benadrukt minister Crucke dat veiligheid prioriteit is, met plannen voor bodycams voor Securail (2024-2025), betere politiezichtbaarheid, alarmcommunicatie en psychologische ondersteuning, maar kritiek blijft op trage uitvoering (bv. ontbrekende alarmknoppen) en personeelstekorten bij Securail/politie. Oppositie (Troosters, Cuylaerts) wijst op herhaalde beloftes zonder concrete actie en pleit voor toegangspoortjes in stations om zwartrijden en conflicten te voorkomen, naast snellere implementatie van bodycams als preventief en bewijsmiddel. De NMBS ziet agressie als maatschappelijk probleem dat samen met Justitie en Veiligheid moet worden aangepakt, met focus op straffere sancties en sensibilisering. Real-time cameratoegang voor politie (vanaf sept. 2025) is een stap, maar directe interventie bij incidenten ontbreekt nog.

Frank Troosters:

Deze vraag wil ik graag toelichten.

Op zondag 3 augustus werd een treinbegeleidster op de trein van Antwerpen naar Hasselt aangevallen door een 18-jarige treinreiziger. De aanleiding tot het incident was een discussie over het mogelijk ontbreken van een geldig vervoerbewijs. Eerst was er wat duw- en trekwerk en uiteindelijk spoot de treinbegeleidster deodorant in de ogen van de treinreiziger om zich te verdedigen, zo heb ik vernomen. Nadat de trein halt hield in het station van Zichem, werd door een ploeg van de lokale politie een proces-verbaal opgesteld. Alle reizigers moesten overstappen op een andere trein, waarna ze, inclusief de 18-jarige, hun reis konden voortzetten.

Hebt u kennisgenomen van de feiten die zich voordeden? Hoe evalueert u de actie van de treinbegeleidster om zich met deodorant te verdedigen? Wijst dat volgens u op een gebrek aan zelfverdedigingsmiddelen bij het operationeel personeel van de NMBS, in het bijzonder bij de treinbegeleiders? Welke maatregelen zult u nemen om de persoonlijke veiligheid van het NMBS-personeel te garanderen? Op welke termijn mogen de eerste acties worden verwacht?

Dorien Cuylaerts:

Mijnheer de voorzitter, u hebt de situatie correct geschetst, dus ik ga meteen over naar mijn vragen.

Mijnheer de minister, welke maatregelen neemt u vandaag om ervoor te zorgen dat de treinbegeleiders en het ander NMBS-personeel hun werk in veilige omstandigheden kunnen uitvoeren? Krijgt het NMBS-personeel vandaag opleidingen om met dergelijke conflictsituaties om te gaan? In het verleden werd al gesproken over het gebruik van bodycams voor de treinbegeleiders. Is dat een piste die nu werkelijk door u wordt bekeken? Wat is de stand van zaken daarbij?

Jean-Luc Crucke:

Dank u, geachte collega's.

Zoals u weet, is veiligheid een prioriteit voor mij. De minister van Binnenlandse Zaken, belast met Veiligheid, dient eveneens betrokken te worden bij dat beveiligingsproces. Ik veroordeel in ieder geval ten zeerste elke vorm van agressief gedrag en wil het belang benadrukken van respect voor de werknemers van de NMBS die hun job uitvoeren. De treinbegeleidster werd opgevangen door een NMBS-collega en kreeg medische verzorging.

Zoals eerder aangegeven, werkt de minister eraan om de agenten van Securail van bodycams te voorzien, zodat zij beschermd zijn bij de uitvoering van hun taken. Hoewel in 2024 een lichte daling van het aantal gemelde aanvallen op het spoorwegdomein werd vastgesteld, blijft het verschijnsel uiterst zorgwekkend. Of het nu fysiek of verbaal is, dat geweld heeft een diepe impact op de medewerkers van de NMBS, wat niet alleen hun welzijn, maar ook de algehele werking van het bedrijf beïnvloedt.

De NMBS neemt zelf heel wat maatregelen om dergelijke agressies te vermijden, maar benadrukt dat het een maatschappelijk probleem is dat zij niet alleen kan aanpakken. De NMBS herhaalt bij elk incident haar oproep tot respect, pleit voor strenge straffen en benadrukt het belang van een zichtbare aanwezigheid van de politiediensten in stations en treinen. De veiligheid van het personeel van de NMBS, meer bepaald aan boord van de treinen, is een constante bezorgdheid.

De recente gevallen van agressie zijn onaanvaardbaar. Daarom moet dringend actie worden ondernomen en steun ik de volgende concrete maatregelen: een zichtbaardere aanwezigheid van Securail in de treinen en stations, in het bijzonder op de lijnen die als gevoelig worden geïdentificeerd; gemengde patrouilles met de spoorwegpolitie wanneer dat relevant is; betere alarm- en communicatievoorzieningen voor treinbegeleiders en machinisten om een snelle interventie in geval van een incident te verzekeren; een systematische psychologische en juridische ondersteuning voor medewerkers die het slachtoffer zijn van agressie en een sensibiliseringscampagne om het publiek eraan te herinneren dat elke vorm van geweld tegen het spoorwegpersoneel strafbaar is.

Een werkgroep, geleid door de NMBS in samenwerking met de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, onderzoekt de mogelijkheid om Securailagenten bodycams te laten gebruiken. Dat zal hen beschermen bij de uitvoering van hun taken en tegelijk ook de pendelaars beter beveiligen.

Er werd al een akkoord bereikt tussen de NMBS en de regionale vervoersmaatschappijen om hun aanpak te harmoniseren. Samen met de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken werken we aan een verdere aanpassing van de bodycamwet dit jaar. Sinds september 2025 kunnen alle lokale politiezones gebruikmaken van de camerabeelden van de NMBS. De NMBS beschikt over een uitgebreid netwerk van camera’s in de stations. Dankzij dat akkoord krijgen de federale politie en alle lokale politiezones in real time directe toegang tot die beelden. Dat stelt de verschillende veiligheidsdiensten in staat sneller en efficiënter samen te werken.

Frank Troosters:

Dank u wel, mijnheer de minister.

Het begin van uw antwoord deed mij evenwel huiveren. Ik hoorde precies opnieuw de vorige regering, toen Annelies Verlinden en Georges Gilkinet veiligheid een topprioriteit noemden en agressie ten strengste veroordeelden. Daar bleef het evenwel altijd bij. Diezelfde woorden hoorde ik nu terug.

Concreet hebt u een goed akkoord gesloten om de politie in real time toegang te geven tot de camerabeelden van de NMBS. Zo kan men achteraf misschien sneller iemand terugvinden, maar op het moment zelf kan men uiteraard niet ingrijpen.

Het dossier over de bodycams sleept al heel lang aan.

Verder hoor ik dat Securail maximaal zichtbaar moet zijn. Er zijn vorig jaar netto veertien personeelsleden bijgekomen. Dat is niet de grote massa. Voor een grotere zichtbaarheid van de politie stuiten we eveneens opnieuw op personeelstekorten. Dat benadrukken we al heel lang. Toch zijn dat zaken die gewoon blijven bestaan.

De alarmcommunicatie werd al heel lang beloofd. De alarmknop, aangekondigd door uw voorganger, is er nog altijd niet of toch niet in alle treinstellen. Ik hoop dat het niet bij woorden blijft en dat er daadwerkelijk stappen worden gezet, want ook al zijn de cijfers misschien iets gedaald, er zijn nog steeds te veel agressiegevallen tegen het NMBS-personeel. Ik hoop dus echt dat er vooruitgang wordt geboekt om zowel Securail als de treinbegeleiders een betere bescherming te geven.

Dorien Cuylaerts:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Het incident maakt nog maar eens duidelijk hoe iets banaals, zoals een ongeldig vervoersbewijs, kan ontaarden in een dergelijk incident. Achter elke vraag die hier wordt gesteld, schuilt een persoonlijk verhaal. Elk incident is er één te veel. U hebt een aantal voorbeelden van maatregelen gegeven die al werden genomen en die zijn zeker positief. Elke stap is er één in de goede richting. Ik vind het wel bijzonder jammer dat we vorige week hebben moeten vaststellen dat u geen voorstander bleek te zijn van toegangspoortjes in de stations. Nochtans is dat een maatregel die ervoor kan zorgen dat de kans op zwartrijden, op discussies met treinbegeleiders en op incidenten kan worden vermeden. De toegangspoortjes zorgen ervoor dat de controle al plaatsvindt bij de ingang van het station, niet op het perron en niet op de trein, waardoor agressie, frustraties en angst kunnen worden vermeden. We moeten echt durven nadenken over de veiligheid van het personeel, maar ook die van de reiziger. Verder wil ik benadrukken dat de bodycams van groot belang zijn voor de treinbegeleiders. Zij kunnen een nuttige aanvulling zijn. Het is dus positief dat men daar verder mee aan de slag gaat. De bodycams werken preventief, ze verschaffen achteraf veel duidelijkheid en geven het personeel meer vertrouwen.

De EU-top en Gaza
De EU-top en Iran
De oorlog in Gaza en de bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken van 23 juni
De bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken van 23 juni
Gaza en de Europese Raad
De Europese top en de stavaza betreffende het conflict tussen Israël en Iran
De oorlog tussen Israël en Iran
Het regeringsstandpunt over de sancties tegen Israël
De situatie in Gaza
De Europese Raad en het uitblijven van concrete maatregelen inzake Gaza
De associatieovereenkomst EU-Israël
Het associatieakkoord
De opschorting van de associatieovereenkomst EU-Israël
De situatie in Gaza
De Israëlische agressie tegen Iran
De gerechtelijke stappen tegen België wegens het gebrek aan actie t.a.v. de situatie in Gaza
De bijeenkomst van de RBZ op 15 juli, de situatie in Gaza en de associatieovereenkomst EU-Israël
Het standpunt van de EU met betrekking tot Gaza en Israël
De associatieovereenkomst van de EU met Israël
Israël en Palestina
EU-top, buitenlands beleid en conflicten in Gaza, Israël en Iran

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Tijdens een actueel debat over de humanitaire crisis in Gaza benadrukten parlementsleden unaniem de catastrofale situatie (honger als oorlogswapen, massale burgerdoden, geblokkeerde hulp) en Israëls schendingen van internationaal recht, maar kritiseerden ze Europa’s en België’s gebrek aan concrete actie. Minister Prévot (BZ) bevestigde dat België geen mandaat had om op de EU-top de opschorting van het associatieakkoord EU-Israël (art. 2, mensenrechtenclausule) te eisen, ondanks zijn persoonlijke steun daaraan, en wees op interne regeringsverdeling en EU-blokkades (o.a. Hongarije). Hij somde wel Belgische initiatieven op (humanitaire steun, druk op Hamas/Israël, juridische analyse handel nederzettingen), maar erkende dat sancties of unilaterale stappen (bv. importban) uitblijven door gebrek aan consensus. Oppositie en meerderheidsleden eisten meer lef, verwijtend dat België’s “morele leiderschap” ontbreekt terwijl 70% van de Belgen sancties wil.

Voorzitter:

Collega's, we beginnen met een actuadebat met maar liefst twintig vragen. We houden ons uiteraard aan de spreektijd. U zult de minuten op de spreekklok zien aftellen. Wie meerdere vragen heeft ingediend, krijgt vier minuten spreektijd, de overige leden twee minuten. Gelieve u daaraan te houden, want anders wordt het heel laat vandaag. De minister heeft meegedeeld dat hij aanwezig blijft tot de finish van deze vragensessie, waarvoor dank, maar ik vraag u dan ook om u aan uw spreektijd te houden.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, de situatie in Gaza is onmenselijk en schrijnend, daarover zijn we het eens. Er is nood aan meer humanitaire hulp. Ons land heeft steeds gestreefd naar een coherent en principieel buitenlandbeleid, gestoeld op mensenrechten en humanitair recht. We kunnen vandaag niet anders dan vaststellen dat de humanitaire situatie in Gaza onmenselijk is. Het is onaanvaardbaar dat mensen worden neergeschoten terwijl ze eten gaan halen en dat zij volledig aan hun lot worden overgelaten.

Deze week vond een belangrijke Europese Raad plaats, waaraan u deelnam als vertegenwoordiger van ons land. U had daarvoor een sterk mandaat, voortvloeiend uit de resolutie die we hier in het Parlement hebben aangenomen. U kreeg daarmee een mandaat om de weg naar een wederzijdse erkenning en duurzame vrede verder te verdedigen.

Mijnheer de minister, wat hebt u op de Europese Raad tafel gelegd? Welke concrete acties en initiatieven hebt u aan uw ambtsgenoten voorgelegd? Welke stappen kunnen vandaag al worden gezet om tegemoet te komen aan de humanitaire noden? Wat kan er nu al worden ondernomen om een verschil te maken voor de mensen in Gaza?

Wat waren de besluiten van de Europese top daarover? Mevrouw Kallas verklaarde dat de humanitaire situatie onaanvaardbaar is en dat er stappen moeten worden gezet. Wat is haar verslag van het gesprek met de Israëlische autoriteiten? Welke conclusies werden er in de Raad getrokken?

Wat kunt u meedelen over het associatieakkoord met Israël of over de eventuele vorming van een gekwalificeerde meerderheid om een deel van dat akkoord te onderzoeken? Op welke termijn verwacht u dat binnen het Europees gremium, samen met de andere lidstaten, initiatieven zullen worden genomen?

Daarnaast hebben we gisteren de minister van Diaspora van de Palestijnse Autoriteit ontmoet. Zij wees op een belangrijke conferentie die eind deze maand in New York zal plaatsvinden, waaraan u wellicht zult deelnemen. Wat is het standpunt van de regering dat u daar zult verdedigen?

Tevens loopt er een initiatief van Colombia. Ons land neemt daaraan niet deel. Ook daarover had ik graag van u vernomen wat de beweegredenen zijn, wat de standpunten zijn, en hoe onze staat zich zal positioneren ten aanzien van, ten eerste, de humanitaire noden in Gaza en het antwoord dat we daarop zoeken, en ten tweede een vredesinitiatief op lange termijn, met het oog op een tweestatenoplossing en oplossingen voor de volkeren aan beide zijden van dat bijzonder dramatisch, bloederig en onmenselijk conflict.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, gemiddeld vallen er in Gaza honderd doden per dag, en dat al maandenlang. Nagenoeg iedereen lijdt er honger. Voedsel of drinkwater halen betekent dat men zich op een mijnenveld begeeft. Op zoek gaan naar voedsel kan leiden tot de dood. Dat is een schrijnende situatie die zo snel mogelijk moet stoppen.

De Europese Unie doet momenteel niets anders dan wachten en lijdzaam toekijken. Ze doet niets. Mevrouw Kallas heeft gecommuniceerd dat de Europese Unie de situatie nauwlettend in het oog zal houden.

Op dit moment is het echter overduidelijk dat de mensenrechtenclausule in artikel 2 van het associatieverdrag tussen de EU en Israël geschonden wordt. We hoeven geen professor of academicus te zijn om vast te stellen dat de mensenrechten in Gaza op grove wijze worden geschonden.

Het logisch gevolg is dat men die associatieovereenkomst opschort. Het feit dat de EU daar nog altijd geen akkoord over heeft kunnen bereiken, is schrijnend en totaal onaanvaardbaar. Het is eigenlijk de eerste stap van schuldig verzuim. De EU doet niets en België is op dit moment ook nog altijd muisstil. Ik ben dan ook blij dat u hier nu bent om enige tekst en uitleg te geven, want België heeft nog geen standpunt ingenomen.

Mijnheer de minister, daarom heb ik maar twee duidelijke vragen.

Ten eerste, waarom is het associatieverdrag tussen de EU en Israël nog niet opgeschort, terwijl het overduidelijk is dat artikel 2, de mensenrechtenclausule, geschonden wordt?

Ten tweede: wat was het standpunt van de Belgische regering op de Europese Raad? Ik bedoel dus niet uw persoonlijk standpunt, mijnheer de minister, want uw persoonlijke verklaring in de pers kennen we inmiddels. We zitten op dat punt zelfs op dezelfde lijn. Maar wat is het officieel standpunt van de Belgische regering? Wat hebt u daar verdedigd? Welk mandaat hebt u gekregen van de federale regering? Hebt u daar namens de Belgische regering kunnen zeggen dat de Belgische regering pleit voor de opschorting van het associatieakkoord, ja of neen? Dat wil ik vernemen.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, we zijn diep teleurgesteld. We hoorden de aankondiging dat Europa de situatie nauwlettend in het oog zal houden. Diepe teleurstelling is het enige wat nog rest na de top van gisteren met de Buitenlandministers. Opnieuw heeft men ervoor gekozen om niets te doen, helemaal niets. Maandag alleen al werden in de Gazastrook opnieuw 78 Palestijnen gedood. Sinds eind mei telden de Verenigde Naties meer dan 800 doden. In totaal zijn er al meer dan 50.000 doden gevallen. Daar komen nu ook nog hongerdoden bij.

Mijnheer de minister, in onze resolutie vroegen we u om het associatieakkoord aan te pakken. Met welk mandaat bent u gisteren naar de top gegaan? Klopt het dat u daar pleitte voor een gedeeltelijke opschorting?

Op de top lag een lijst met opties om Israël onder druk te zetten. Wat waren die opties?

Vorige week gaf de Europese Unie aan dat een nationaal handelsverbod met betrekking tot producten uit illegale nederzettingen perfect mogelijk is. We hebben daar recent nog over gesproken. Gaat u daarmee zo snel mogelijk aan de slag, of doet u dat niet?

De EU sloot vorige week een akkoord met Israël over humanitaire hulp. Er is echter niets bekend over de controle op de naleving van dat akkoord. Hoe kijkt u daar tegenaan? Is dat een lege doos?

Dappere landen zoals Ierland en Colombia tonen leiderschap. Zij zetten stappen om internationaal recht te herstellen. Wanneer volgt België? Wanneer zal België dapper zijn?

Mijnheer de minister, het is duidelijk dat alle rode lijnen al lang zijn overschreden. De mensenrechten worden continu geschonden. Elke dag zijn er nieuwe oorlogsmisdaden. Het is onze plicht om er alles aan te doen om dat te stoppen en om Israël ter verantwoording te roepen. Het minste wat we nu kunnen doen, is toch wel maatregelen nemen tegen Israël. België en Europa moeten meer doen. Bijna 70 % van de Belgen sprak zich uit voor strengere maatregelen tegen Israël.

De Palestijnse minister van Buitenlandse Zaken merkte hier gisteren nog dat we met een probleem zitten, aangezien de bevolking maatregelen wil, terwijl de politieke wereld geen maatregelen neemt.

Ik hoop dat ik een heel duidelijk antwoord krijg op de vijf vragen die ik heb gesteld. Ik hoop ook dat we ook over België eindelijk kunnen zeggen dat het een dapper land is.

Voorzitter:

Mevrouw Safai is niet aanwezig.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, het is een schande. De conclusie van u en uw collega's, verwoord door mevrouw Kallas, luidt dat we Israël in de gaten zullen houden.

Israël in de gaten houden? Elke dag zien we de beelden binnenstromen. Elke dag krijgen we getuigenissen van hulpverleners die smeken om actie van de hele wereldgemeenschap. De Europese Unie, meer bepaald de Europese Raad van ministers van Buitenlandse Zaken, heeft echter, na een rapport waarin wordt vastgesteld dat de mensenrechten worden geschonden, geconcludeerd dat we Israël in de gaten moeten houden.

Dat is echt een schande. Ik lig er al de hele nacht van wakker hoe u tot een dergelijke conclusie kunt komen. Al 65.000 Palestijnen hebben daar het leven gelaten sinds de aanslagen van oktober 2023. Daarbovenop komen het blokkeren van humanitaire hulp en de georganiseerde hongersnood, waardoor het aantal slachtoffers nog een veelvoud is geworden. Gisteren hebben we hier nog gehoord dat het aantal inwoners van een stad als Gent of Charleroi overeenkomt met het aantal mensen dat daar is weggevaagd door Israëlisch geweld. Als ik de conclusie hoor van de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken, dan breekt mijn klomp.

Mijnheer de minister, mijn vraag aan u gaat over iets waarover bijzonder veel mist hangt. Welk standpunt heeft België gisteren ingenomen? Waarmee hebt u ingestemd? Dat is een cruciale vraag.

Een even belangrijke vraag is wanneer we als België eindelijk eens meer zullen doen. Wanneer zullen we zelf beslissingen nemen om ervoor te zorgen dat zulke zaken niet meer gebeuren, om ervoor te zorgen dat Israël beseft dat het rode lijnen overschrijdt, althans in de ogen van de Belgische regering?

In de meerderheidsresolutie zat alle mogelijkheid om u te verschuilen achter het Europese compromis. Dat compromis heeft echter niets opgeleverd. Het is nu tijd dat België zelf actie onderneemt. Dat kan door een ban op Israëlische producten of de erkenning van Palestina als staat. Er zijn nog zoveel andere voorbeelden van maatregelen die België zelf kan nemen. Mijnheer de minister, wat zal de Belgische regering vanuit België zelf initiëren?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, les masques sont tombés. La décision du Conseil des ministres européens est très clair. L'Europe choisit la complicité du génocide plutôt que de prendre des sanctions contre l'État génocidaire. Voilà des années, des mois que nous nous cachons derrière l'Union européenne. On va décider au niveau du Conseil européen, on va faire des réunions, on va faire des rapports, on va faire des études. Tout cela pour dire que nous allons suivre de près la situation. Aucune sanction! Même une suspension temporaire de l'accord d'association qui accorde des privilèges au marché européen pour l'État d'Israël n'a pas été remis en question!

Donc, l'Europe a choisi de manière consciente d'être complice du génocide en cours. Pourquoi? Parce que tout est clair. Ne revenons pas sur toutes les atrocités que commet l'armée coloniale contre le peuple palestinien. On parle de famine organisée, de destruction d'infrastructures, d'hôpitaux, d'enfants tués, assassinés pendant qu'ils vont chercher de l'aide humanitaire. Il n'y a plus de mots pour décrire la barbarie commise par Israël contre le peuple palestinien.

Aucune sanction, aucune mesure contraignante ne sont prises contre l'État d'Israël! Si Israël agit ainsi aujourd'hui, c'est parce que cet É tat est impuni. Pas de sanction, impunité totale! Quand il y a impunité totale, cela signifie chèque en blanc. Continuez, circulez, il n'y a rien à voir! Voilà la position de l'Europe aujourd'hui!

Monsieur le ministre, que va faire la Belgique dans ce contexte où l'Europe choisit son camp? Elle a choisi le camp de l'État génocidaire contre le droit international et contre les droits humains. Va-t-elle suivre la complicité européenne ou va-t-elle avoir un sursaut d'honneur afin de respecter ses propres engagements?

Parce que parallèlement à ce sommet européen, il y a eu un autre sommet d'urgence, à Bogotá, auquel une trentaine de pays de tous les continents ont participé. L'Irlande et l'Espagne y étaient d'ailleurs représentées. Mais où était la Belgique? La Belgique, qui annonce respecter le droit international et qui fera tout pour le faire respecter, attachée aux droits humains, attachée à nos soi-disant valeurs, où était-elle lors de cette réunion?

Et surtout, que va faire la Belgique aujourd'hui? Va-t-elle suivre de près ou compte-t-elle prendre ses responsabilités et infliger des sanctions à l' É tat génocidaire? Désormais, il n'est plus question de se cacher derrière l'Union européenne. L'Europe a choisi. Maintenant, c'est à vous de choisir, monsieur le ministre. Et quel choix faites-vous? Telle est ma seule question!

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, bonjour, excusez mon retard, mais j'étais en commission des Achats militaires, où les débats étaient aussi quelque peu tendus. Enfin, je ne sais pas comment les débats se déroulent ici maintenant, mais je ne peux rien dire car cette commission se réunit à huis clos, de sorte que j'espère ne pas me faire réprimander tout à l'heure.

J'ai deux questions à vous poser, en tout cas deux thèmes à aborder. Tout d'abord sur l'expression du premier ministre, qui avait exprimé publiquement son opposition à la suspension de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël, prétextant qu'il ne s'agissait pas de l'urgence actuelle et que cela n'aurait de toute façon pas d'effet immédiat sur l'approvisionnement de l'aide humanitaire. Pourtant, les attaques systématiques répétées indiscriminées d'Israël sur Gaza ont déjà fait des dizaines de milliers de victimes civiles palestiniennes, dans le cadre de ce que de nombreux juristes, ONG et États – dont l'Espagne – qualifient de génocide.

Ce qui m'ennuie, c'est que ces propos sont tenus dans un contexte de division au sein de la majorité, mais qui ne reflète absolument pas, du moins de ce que j'ai compris, la position officielle du gouvernement fédéral. Dès lors, cette dissonance publique sur un sujet aussi grave est non seulement regrettable, mais elle peut également affaiblir et elle affaiblit certainement la crédibilité de notre pays sur la scène internationale. Et ce n'est pas la première fois lorsqu'il s'agit de condamner Israël.

Un Conseil Affaires étrangères s'est tenu hier. À ce sujet, j'ai deux questions précises à vous poser.

Premièrement, pouvez-vous confirmer que les propos tenus récemment par le premier ministre ne reflètent pas la position officielle du gouvernement? Quelle est, à l'heure actuelle, la position du gouvernement belge? Et comment vous êtes-vous exprimé lors du Conseil d'hier?

Deuxièmement, je souhaite aborder l'initiative du collectif Droits pour Gaza, composé de juristes, d'avocats, de professeurs d'université, et soutenu par plusieurs associations belges et palestiniennes. Ce collectif a récemment mis en demeure l'État belge de prendre des mesures concrètes afin de faire cesser les violations graves du droit international humanitaire dans la bande de Gaza.

Cette démarche s'appuie notamment sur les dispositions de la Convention de Genève ainsi que sur la Convention de 1948 pour la prévention et la répression du crime de génocide. On parle souvent de répression, en rappelant que ce sont les cours qui doivent juger, mais on oublie trop souvent que cette convention parle d'abord de prévention. La lettre adressée au gouvernement souligne que la Belgique, en tant qu'État partie à ces conventions, a l'obligation de prendre toutes les mesures raisonnablement à sa disposition pour prévenir un génocide – même si celui-ci n'est pas encore juridiquement avéré, dès lors que le risque est manifeste.

Elle rappelle également que l'inaction, ou le maintien de relations privilégiées avec un État accusé de crimes graves, peut être interprété comme une forme de complicité.

Dans ce contexte, je souhaite vous interroger sur plusieurs points. Quelles mesures concrètes le gouvernement belge a-t-il prises, ou envisage-t-il de prendre, pour répondre aux obligations qui lui sont rappelées par ce collectif en matière de prévention du génocide et de respect du droit international humanitaire? La Belgique envisage-t-elle un embargo total sur les armes ainsi que sur les biens à double usage à destination d'Israël, conformément aux recommandations formulées et aux principes de précaution prévus par le droit international? Comment le gouvernement entend-il répondre à l'accusation de complicité portée par ces associations? Quelles garanties peut-il offrir aux citoyennes et aux citoyens de ce pays en ce qui concerne le respect des principes de justice, de moralité et d'humanité dans sa politique étrangère? Enfin, alors que la rapporteuse spéciale de l'ONU pour les Territoires palestiniens, Francesca Albanese, à Genève, fait l'objet de menaces de sanctions inacceptables de la part des États-Unis, quelle sera la position de la Belgique sur ce point précis?

Benoît Lutgen:

Merci, madame la présidente. Monsieur le ministre, hier a eu lieu le Conseil européen. On peut d'abord vous féliciter d'avoir été du bon côté de l'histoire en demandant qu'il y ait révision de l'accord Union européenne-Israël, notamment en son article 2, il y a quelques semaines.

Maintenant, cet élément-là n'est pas suffisant. Je voudrais savoir exactement quelle position la Belgique a adoptée, hier, lors du Conseil européen, puisque, comme vous le savez, la haute représentante a d'abord entamé des consultations ces dernières semaines et a proposé, et mis sur la table en tout cas, différents éléments. J'aurais aimé savoir, d'ailleurs, si vous avez défendu ces différents éléments, à savoir la suspension totale ou partielle de l'accord d'association, la suspension de la participation d'Israël aux différents programmes d'échange, notamment d'étudiants ou de recherche universitaire dits "horizons", l'imposition de sanctions aux ministres israéliens pour l'évaluation en violation des droits de l'homme, ou encore l'interdiction des importations provenant des colonies israéliennes sur les territoires palestiniens, où certains pays de l'Union pourraient décider de mettre en œuvre une telle interdiction.

Je viens de vous donner lecture d'une partie du document de la haute représentante. Sur ces différents points, en tout cas au moins ceux que je viens de relever, j'aurais voulu savoir quelle était la position de la Belgique que vous avez exprimée hier au sein de ce Conseil européen. À en croire le communiqué de presse, rien n'a été décidé à l'issue de celui-ci. Mais vous pouvez quand même nous dire quels sont les pays ou les États membres qui ont pu rejoindre la position que je viens d'exprimer, et qui était autre que celle de la haute représentante.

Le cas échéant, quelles sont les mesures que vous prendriez ou que vous soumettriez au gouvernement dans les prochains jours si cela ne bougeait pas au niveau européen? La lenteur est absolument indigne, reconnaissons-le! Je suis certain que vous partagez mon point de vue. Certains pays n'ont pas attendu effectivement un accord au niveau de l'Union européenne pour prendre des sanctions, notamment à l'égard de certaines personnalités israéliennes qui ont commis des faits graves, ou encore sur des éléments qui touchent aux importations.

Bref, je souhaite le compte rendu par rapport à hier, ainsi que connaître la position de la Belgique sur les différents points qui ont été évoqués par la haute représentante, et par ailleurs, les initiatives que vous pourriez prendre soit au niveau européen, soit au niveau purement belge, pour mettre fin à ces non-sanctions qui sont indignes pour chacune et pour chacun.

Charlotte Deborsu:

Monsieur le ministre, alors que Gaza est aujourd'hui réduite à un champ de ruines, et c'est peu de le dire, la chef de la diplomatie européenne a présenté cette semaine une liste de mesures visant à réagir aux opérations militaires israéliennes. Elles incluent, entre autres, la suspension de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël, le gel du dialogue politique ou encore l'arrêt des importations en provenance des colonies. Certaines de ces options, comme la remise en cause de l'accord d'association, nécessitent l'unanimité des É tats membres et paraissent donc peu probables. Nous avons pu l'observer hier. Toutefois, d'autres mesures peuvent être prises unilatéralement par chaque membre, sans passer par la Commission européenne. Nous savons aussi que plusieurs pays préfèrent attendre l'issue des discussions humanitaires en cours avec Israël, alors que d'autres réclament des initiatives immédiates.

Dans ce contexte, monsieur le ministre, quelle est la position de la Belgique au vu de ces différentes options? Souhaitez-vous privilégier une approche graduelle, qui laisse une chance aux négociations humanitaires, ou vous êtes-vous déjà prononcé pour des mesures plus fermes à court terme?

Si l’option d’une suspension de l’accord d’association devait avancer, même symboliquement, quelle serait l’attitude de la Belgique dans la recherche d’un consensus européen?

Enfin, en ce qui concerne les mesures unilatérales, par exemple le blocage des produits issus des colonies, la Belgique envisage-t-elle de prendre des initiatives propres si aucun accord commun n’émerge?

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je me répète et nous sommes nombreux à le faire, depuis des mois, à Gaza comme en Cisjordanie, toutes les lignes rouges sont franchies: bombardements de zones civiles, famine utilisée comme arme de guerre, attaques contre les hôpitaux, etc. Et l'on tire même à présent à balles réelles sur des civils affamés venus chercher de la nourriture. Selon plusieurs témoignages, c'est l'armée israélienne elle-même qui aurait reçu l'ordre de tirer sur la foule.

Médecins sans frontières nous indique, par ailleurs, que près de la moitié des personnes tuées par Israël sont des enfants. Près de la moitié! Et que fait la communauté internationale, en particulier l'Union européenne? Rien! La réponse de Mme Kallas est tout simplement indigne. Elle dit: "Notre objectif n'est pas de punir Israël, mais d'améliorer la situation." Sérieusement?

C'est une honte absolue! Nous sommes nombreux à être choqués par cette réponse. Mes questions, monsieur le ministre, concernent la position défendue par la Belgique. Parce qu'entre vos propos qui sont plutôt clairs, et ceux de votre premier ministre, on n'y voit plus trop clair.

Ensuite, puisque l'Union Européenne continue à être complice, et continue de tergiverser, quelles mesures la Belgique est-elle enfin prête à prendre? Interdira-t-on enfin le commerce avec les colonies? Mettra-t-on fin à notre accord de coopération militaire avec Israël? Ou continuera-t-on à se placer dans la roue de l'Union Européenne, position absolument scandaleuse au regard du génocide qui se passe en ce moment?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, de humanitaire situatie is catastrofaal. Voedsel, medicijnen, water en basisvoorzieningen worden al maandenlang geblokkeerd. Het zorgsysteem in Gaza is volledig ingestort. Niets doen is geen optie. Het sprekendste beeld dat ik de voorbije week heb gezien, is van de UNICEF-vertegenwoordiger. Die zei dat men zich de hele dag, ook de kinderen, bezighoudt met het achtervolgen van watertrucks om toch maar een druppel water te kunnen bemachtigen. "Gaza is not fit for human survival," was de conclusie. Toch vernamen we gisteren dat de Europese Unie voorlopig de kat uit de boom kijkt. Dat is redelijk schokkend.

Nochtans is artikel 2 van het Associatieakkoord geschonden. Voor mijn partij is het al langer duidelijk dat hier conclusies aan moeten worden verbonden. Er werden tien opties voorgesteld door mevrouw Kallas, maar geen daarvan lijkt gisteren te zijn overwogen. Ik vraag me af waarop de Europese Unie nog langer wacht.

De Europese vertegenwoordiger slaagde er wel in om een akkoord te sluiten met Israël over extra humanitaire hulp. Meteen daarna hoorden we echter dat mevrouw Lahbib verklaarde dat dat akkoord niet wordt nageleefd en dat ze niet weet hoeveel vrachtwagens Gaza exact binnenrijden, wat opnieuw aantoont hoe moeilijk het is om het akkoord te monitoren. De EU wil dat Israël het akkoord beter naleeft, maar de vraag blijft uiteraard hoe dat moet gebeuren.

We hebben wel de juiste kant van de geschiedenis gekozen wat betreft de implementatie van de adviesopinie van het Internationaal Gerechtshof, maar een formeel antwoord van de Commissie blijft uit. Nochtans hebben op initiatief van België tien lidstaten zich daarbij aangesloten. Frankrijk heeft het initiatief herhaald om eind juli een conferentie in New York te organiseren over de erkenning van Palestina.

Welke positie heeft u gisteren namens ons land verdedigd op de Europese Raad Buitenlandse Zaken?

Hoe evalueert u het akkoord dat de hoge vertegenwoordiger Kallas met Israël sloot?

Wat zijn de concrete resultaten van de brief over de implementatie van de genoemde adviesopinie?

Zal ons land deelnemen aan de VN-conferentie over een tweestatenoplossing?

Sam Van Rooy:

Op het moment dat in Syrië een zoveelste islamitische massaslachting plaatsvindt, dit keer op de Druzen, wordt hier weer maar eens een debat gehouden om Israël te bekritiseren. Men bepleit geen sancties tegen de Syrische jihadist Mohammed al-Jolani, maar wel tegen Netanyahu, die nota bene de Druzische minderheid probeert te beschermen tegen de islamitische jihad. Alle bekende Hamas- en Al Jazeera-leugens passeren hier weer de revue.

De casus belli – de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 – is hier allang vergeten. Mocht het IDF toen de grootste slachting op Joden sinds de Holocaust niet hebben gestopt, dan was het enige Joodse staatje inmiddels vernietigd, maar dat zouden bepaalde parlementsleden hier ook niet erg vinden.

Terwijl Israël hier weer maar eens wordt bekritiseerd, deelt het via de Gaza Humanitarian Foundation anderhalf miljoen maaltijden per dag uit aan de Gazanen. Dat is aartsmoeilijk en levensgevaarlijk, want Hamas doet er alles aan om voedsel te stelen, het tegen woekerprijzen te verkopen of om er jihadisten mee te betalen. Alle ellende en elke dode komt door de jihadisten van Hamas, die de gijzelaars niet willen vrijlaten, zich niet willen overgeven en systematisch mensen als schild gebruiken. Doordat het IDF al meer dan 21 maanden voorzichtig en humaan oorlog voert, lieten al meer dan 900 Israëlische soldaten het leven. Laten we daar ook eens bij stilstaan.

Tot slot, men zal in dit Parlement de weerbarstige realiteit van het Midden-Oosten echt niet veranderen. Alleen als alle jihadistische actoren – Hamas, Hezbollah, Qatar, Iran enzovoort – hun islamitisch antisemitisme laten varen, Israël erkennen en de wapens neerleggen, zal er vrede zijn. Legt daarentegen Israël de wapens neer, dan wordt het van de kaart geveegd. Maar dat is helaas wellicht de wens van vele parlementsleden hier.

De voorzitster : Zijn er nog andere parlementsleden die zich willen aansluiten? Nee, ik zie niemand die daarvoor de hand uitsteekt.

Maxime Prévot:

Chers collègues, je vous remercie pour vos nombreuses questions sur un sujet éminemment sensible qui nécessite que l'on s'y attarde avec conscience et sérieux.

La situation à Gaza, et en Palestine de manière générale, est une honte absolue. J'ai pu le dire déjà il y a plusieurs mois, je le réitère, et chaque jour qui passe accentue encore l'horreur vécue au sein de ce qui est désormais – et de plus en plus – un cimetière à ciel ouvert. Le cessez-le-feu que nous appelons de nos vœux depuis des mois n'est toujours pas une réalité.

Hongersnood wordt bewust ingezet als oorlogswapen. Elke dagen sterven kinderen van honger of onder de bommen. Bijna 18.000 onschuldige kinderen zijn al omgekomen en het aantal burgerlijke slachtoffers bedraagt inmiddels meer dan 60.000.

Par ma voix, le gouvernement belge n'est pas resté inactif, contrairement à certains ressentis ou procès d'intention. Alors que se clôturait hier la dernière réunion du Conseil européen des Affaires étrangères avant la trêve estivale, je veux saisir l'occasion qui m'est donnée de refaire le point sur le dossier et de rappeler les nombreuses initiatives et positions claires de la diplomatie belge ces derniers mois, sans évacuer les écueils que les uns ou les autres ont mis en lumière.

Natuurlijk heeft Israël het recht om in veiligheid te leven en om zijn gijzelaars zo snel mogelijk en zonder voorwaarden terug te krijgen. Natuurlijk waren de aanvallen van Hamas schandalige terroristische daden. Toch is de Israëlische militaire reactie duidelijk disproportioneel en schendt deze op meerdere vlakken het internationaal humanitaire recht. We hebben dat zonder omhaal geuit.

Concrètement, la Belgique a vigoureusement plaidé au niveau européen pour que des sanctions soient prises à l'égard de leaders politiques et militaires, autant du Hamas que d'Israël. Je pense en particulier à des leaders islamistes mais aussi aux deux ministres d'extrême droite Ben-Gvir et Smotrich.

België wil sancties tegen gewelddadige kolonisten, maar die worden momenteel tegengehouden door Hongarije. We veroordelen de uitbreiding van illegale Israëlische nederzettingen in de bezette gebieden, evenals elke poging tot gedwongen verplaatsing van de Palestijnse bevolking.

La Belgique a mobilisé ses services pour un soutien humanitaire concret sur le terrain. Une livraison de matériel médical est en partance vers la Jordanie, à destination d'hôpitaux qui soignent des blessés et des malades palestiniens. Cette opération est menée par B-FAST.

La Belgique a aussi préparé l'hypothèse d'un largage de vivres par avion. Nous avons sollicité pour ce faire, sans retour à ce stade, les autorités israéliennes car nous devons pouvoir emprunter leur espace aérien. La concentration de la population ces dernières semaines dans des zones densément peuplées, conséquence directe des mouvements forcés de citoyens, rend cependant l'opération de largage par voie aérienne de plus en plus risquée.

België heeft zoals in het verleden opnieuw zijn bereidheid bevestigd om gewonde of zieke kinderen op te vangen en zet zich actief in om dat mogelijk te maken.

La Belgique contribue à l'aide humanitaire fournie par l'intermédiaire du Bureau des Nations Unies pour la coordination des affaires humanitaires (OCHA), de l'organisation Oxfam, de Humanity & Inclusion, du Conseil norvégien pour les réfugiés et du Comité international de la Croix-Rouge (CICR). Autant d'organismes avec lesquels nous travaillons et octroyons des financements à vocation humanitaire.

België blijft aandringen op een onmiddellijke, ruime, veilige en ononderbroken humanitaire toegang over land tot Gaza, op de oprichting van een medische corridor richting Oost-Jeruzalem en op de vrijlating van Palestijnse kinderen en medisch personeel die arbitrair worden vastgehouden.

La Belgique a pu dénoncer, et continue de le faire, la manière dont la Gaza Humanitarian Foundation déploie ses activités, de manière militarisée et contraire à tous les standards humanitaires internationaux. Des centaines de morts sont à déplorer, juste pour avoir tenté de se nourrir. Ce n'était pas le cas avant qu'Israël interdise à l'Office de secours et de travaux des Nations unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) de faire son précieux travail.

La Gaza Humanitarian Foundation doit cesser ses activités ou alors respecter totalement l'ensemble des principes humanitaires.

België heeft zijn financiële steun behouden aan UNRWA, het VN-agentschap en een sleutelorganisatie in de hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen, gerustgesteld door het officiële rapport waarin wordt bevestigd dat er geen structurele band met Hamas bestaat.

La Belgique et l'Europe ont enjoint Israël de cesser d'occuper illégalement la Cisjordanie et Gaza et de permettre que le pouvoir à Gaza revienne à un leadership palestinien qui ne soit évidemment pas le Hamas, lequel doit être impérativement désarmé.

Par ailleurs, nous plaidons au niveau européen et bilatéral pour que les fonds bloqués par Israël qui reviennent à l'Autorité palestinienne soient libérés sans délai.

L'expansion illégale des colonies doit aussi cesser. Les autorités israéliennes doivent autoriser les agences onusiennes, les commissions d'enquête internationales et la presse à faire leur travail en territoire occupé sans entrave

La Belgique a déjà annoncé voici plusieurs mois qu'elle partagerait, dans le cadre de l'action en justice initiée par l'Afrique du Sud devant la Cour internationale de justice pour violation potentielle de la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide (CPRCG) par Israël, la lecture juridique de son administration sur la question, sachant qu'au-delà de l'opinion personnelle que j'ai pu exprimer sur cette situation et qui se renforce chaque jour, il revient bien à la justice internationale, et à elle seule, de se prononcer.

Ik heb het initiatief genomen voor een gezamenlijke brief, gesteund door een tiental landen, gericht aan de Europese Commissie om de verenigbaarheid van het Europees recht, met name inzake de handel in producten afkomstig uit illegale Israëlische nederzettingen, met het internationaal recht te analyseren. Deze actie vloeit voort uit het advies dat het Internationaal Gerechtshof in juli 2024 heeft uitgebracht. Ik heb gisteren ook opnieuw benadrukt hoe belangrijk het is om hier snel gevolg aan te geven.

Concernant l'octroi de licences pour les exportations d'armes vers Israël et le territoire palestinien occupé, la Belgique applique, depuis 2009, l'un des embargos les plus stricts d'Europe. À mon initiative, des consultations ont été menées en juin avec les Régions, afin de garantir le respect du droit international, et notamment du Traité sur le commerce des armes. Cela inclut également les questions de transit et de biens à double usage.

België heeft samen met 16 andere lidstaten de Europese Commissie verzocht om het respect door Israël van artikel 2 van de Associatieovereenkomst tussen de EU en Israël te evalueren, dat betrekking heeft op mensenrechten en democratische beginselen. Het gepubliceerde verslag maakt duidelijk melding van talrijke schendingen. De verschillende concrete toezeggingen die Israël heeft aangekondigd, na de besprekingen met de Europese Unie, zijn op 15 juli voorgesteld door de hoge vertegenwoordiger Kaja Kallas. De HRDP heeft ons de mondelinge en dus niet schriftelijke engagementen meegedeeld die Israël heeft geformuleerd om de levering van humanitaire hulp aan Gaza te verbeteren.

Si nous pouvons quand même saluer ce résultat, puisque c'est la première fois depuis le début du conflit qu'Israël, sous la pression de l'Union européenne, annonce des gestes de concession à vocation humanitaire, il n'en demeure pas moins que ces engagements, de l'aveu même de la Commission européenne, ne se matérialisent pas pour le moment sur le terrain de manière complète.

België heeft gisteren dan ook duidelijk gesteld dat deze engagementen, gezien de ernst van de humanitaire situatie, moeten worden gemonitord door externe waarnemers en dat Israël ze absoluut moet naleven. Zo niet, en zeker als de situatie verder zou verslechteren, moeten er sancties volgen. Geen enkele optie mag op dit moment worden uitgesloten om ervoor te zorgen dat de Israëlische regering stopt met het voeren van een beleid dat al geruime tijd niet meer onder het kader van legitieme zelfverdediging valt.

Au-delà de la question humanitaire, les autres violations du droit international requièrent que ce train de possibles sanctions fasse l'objet de propositions formelles, concrètes, de décisions avec analyse d'impact par la Commission. Même si chacun constate la difficulté qui subsiste au sein du Conseil européen des Affaires étrangères et qui n'a d'égal, pour être transparent, que la difficulté qui existe aussi au sein de la Commission européenne pour faire des propositions de décisions, puisque là aussi il faut le consensus, nous avons tenu à rappeler ces enjeux majeurs de l'absolue urgence humanitaire et de la pression à maintenir sur les sanctions à envisager.

Chers collègues, je n'ai jamais eu pour habitude de mentir. Je ne vais donc pas commencer aujourd'hui. Je vais répondre de manière claire à vos questions. Non, je n'ai pas eu mandat de la part du gouvernement pour pouvoir plaider pour la suspension totale ou partielle de l'accord d'association. Et ce n'est pas faute de l'avoir sollicité!

J’ai clairement estimé que le moment était venu de faire cette proposition. Le kern s’en est saisi et doit pouvoir, lui aussi, décider de manière consensuelle. Il est donc parfois délicat de donner des leçons à l’Europe lorsque, au sein de son propre gouvernement, cette approche consensuelle ne parvient pas à être atteinte.

Je ne peux donc que plaider pour que les parlementaires parmi vous, qui, aujourd'hui, m'ont questionné en demandant que nous haussions le ton et que nous prenions des sanctions ou que des initiatives du côté belge soient prises à défaut de pouvoir les prendre au niveau européen et qui sont issus des formations qui ont peut-être plus de réserves que d'autres, pour le dire pudiquement, puissent agir intensément au sein de leur propre structure pour mettre leurs demandes en cohérence avec la situation. Cependant, je me refuse à accepter que l'on plaide ici quelque chose que l'on empêche là-bas.

Dire que l'Union européenne ne fait rien est objectivement faux. Dire qu'elle n'en fait pas assez ou plus exactement qu'elle n'a pas la possibilité d'en faire plus est vrai.

Et j'ai beaucoup de compassion pour Mme Kaja Kallas et le rôle ingrat qui est le sien lorsqu'elle doit résumer, au terme de nos réunions du Conseil européen des Affaires étrangères, ce qui semble faire l'objet d'un consensus, aussi ténu puisse-t-il être.

Mais, si l'Europe aujourd'hui n'est pas capable de parler d'une voix plus forte, ce n'est pas, monsieur Boukili, parce qu'elle a fait le choix de la complicité. C'est parce qu'hélas, elle a fait le choix de la division en ayant en son sein une série d'États qui ne sont pas prêts à prendre des sanctions à l'égard d'Israël. Cela ne fait que poser, de manière plus accrue encore, une nouvelle fois le débat sur les modalités de vote et de prise de décision au sein des instances européennes.

Het gaat uiteraard niet om het bestraffen van het Israëlische volk. Dat is ook duidelijk. Het gaat erom ervoor te zorgen dat de Israëlische regering haar internationale verplichtingen nakomt, onder meer op het gebied van de mensenrechten. Vele Israëli's herkennen zich niet in het beleid dat door hun eigen regering wordt gevoerd.

Apaiser la région et chacune des parties prenantes, c'est aussi s'assurer que les conditions de la sécurité d'existence de chacun soient garanties, y compris pour Israël. C'est la raison pour laquelle l'Iran ne doit pas pouvoir disposer de l'arme nucléaire. La communauté internationale y veille et a raison. Il nous faut aussi, avec la même détermination, éviter les amalgames et lutter contre tout antisémitisme. La population israélienne et la communauté juive à travers le monde méritent aussi la sécurité. Tout le monde la mérite.

België wil ook de druk op Hamas aanhouden. We eisen op permanente en uitgesproken wijze de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van de gijzelaars, de ontwapening van Hamas en zijn uitsluiting van het bestuur van Gaza.

Voilà tout ce que nous avons pu faire et dire rien que ces derniers mois. Le résultat est cependant insuffisant, puisque la situation reste insupportable. C'est pourquoi nous devons continuer. Il n'y a pas de vacances pour Gaza!

Samen met mijn diensten zal ik onvermoeibaar blijven werken aan het smeden van een consensus tussen de lidstaten. We weten dat wanneer de staten overeenstemming bereiken de Europese Unie werkelijk het verschil kan maken. De kracht van de Europese Unie ligt in de eensgezindheid van haar leden. We hopen dat de Europese Commissie snel concrete en realistische voorstellen kan indienen voor besluitvorming.

La Belgique veillera à ce que l'avis rendu par la Cour internationale de Justice en juillet 2024 soit pris en compte au niveau européen. En parallèle et selon les conclusions de la Commission, il est probable que nous ne pourrons pas faire l'économie à terme d'un débat national sur l'interdiction éventuelle d'importer en Belgique les produits des colonies. Pour autant, il faudra bien s'assurer que ce ne soient pas les Palestiniens y vivant et y travaillant qui soient affectés.

Ik zal het overleg met de regio’s en met mijn collega’s voortzetten om ervoor te zorgen dat België het internationaal recht naleeft en in het bijzonder het Verdrag inzake de Wapenhandel, ook wat de transit betreft.

Enfin, la Belgique suit avec attention la question d'une solution à deux États, et donc la reconnaissance de l'État de Palestine. Vous me posiez la question, madame la présidente. La Belgique sera bien partie prenante à la réunion fixée fin juillet, mais la date étant ce qu'elle est, ce n'est pas moi qui y serai, m'accordant à cette période quelques moments de vacances en famille. Mais, bien entendu, la Belgique y portera sa voix.

Ce dossier revenant à l'agenda, le temps de faire des choix de positionnement approche lui aussi à grands pas. Nous devrons, dans les semaines qui viennent, prendre une position claire lors du rendez-vous initié par la France et l'Arabie Saoudite à New York, fin juillet, ou à défaut, puisqu'il semble que ce ne soit pas à ce moment-là que des décisions liées aux reconnaissances soient attendues, lors de l'Assemblée générale des Nations Unies en septembre.

België wil een coherente lijn aanhouden op het vlak van internationaal recht, maar daarvoor moeten we onszelf de nodige middelen geven. België en de Europese landen moeten bereid zijn om Israël tegen te werken, gelet op de ernst van de humanitaire situatie. België is vastbesloten om met volle bewustzijn te handelen tegenover de gruweldaden die op het terrein worden begaan door alle partijen, of dat nu in Gaza is, in Palestina in het algemeen, of elders in de wereld waar de menselijkheid wordt opgeofferd.

Je terminerai, en espérant avoir été complet, pour dénoncer les sanctions que certains pays ont souhaité exprimer à l'égard de la rapporteuse de l'ONU, Mme Albanese. Je l'ai fait savoir publiquement à travers un tweet circonstancié le jour où ce fut annoncé. Quelles que soient les considérations ou opinions que l'on peut avoir quant au contenu d'un rapport, aller sanctionner son auteur, représentant une agence de l'ONU, au motif que les conclusions ne plaisent pas, n'est pas une approche respectueuse des droits et libertés.

Monsieur Lacroix, s'agissant du courrier adressé par le collectif Droit pour Gaza, qui a estimé devoir intenter une action en justice contre certains membres du gouvernement, y compris moi-même, je veillerai alors, puisqu'il a choisi ce type d'arme, à répondre aussi avec les voies juridiques et les avocats. à part encombrer les tribunaux et ne rien régler de la situation sur le terrain au bénéfice des Gazaouis, cela ne sera pas d'une grande utilité. Cela sera une bonne déperdition d'énergie. Je le regrette, puisque ce collectif n'a pas nécessairement besoin de ce genre de démarches pour nous convaincre collectivement, ni moi, ni d'ailleurs l'ensemble du gouvernement, de l'urgence humanitaire vécue dans le territoire palestinien.

Je vous remercie, madame la présidente.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, u zegt terecht dat het er niet om gaat Israël of Israëli's te straffen, het gaat erom dat we samen op zoek gaan naar een betere humanitaire situatie en uiteindelijk naar vrede.

De situatie is zeer complex. Het is dan ook goed dat er stappen zijn gezet conform het associatieverdrag, met name dat men eerst met Israël spreekt, afspraken maakt, die afspraken evalueert, om wanneer ze niet worden nageleefd verder te gaan. Daarover zijn we het dus helemaal eens. De mensen op het terrein, de mensen in Gaza, worden niet geholpen met symbolen, ze worden alleen geholpen met concrete acties.

U verwees naar uw gesprekken met de regio’s. Minister-president Diependaele heeft in het Vlaams Parlement zeer duidelijk gesteld dat het wapenembargo, het tegenhouden van de exportlicenties van wapens, iets is waar de Vlaamse overheid zeker achter staat. U hebt ook terecht aangehaald dat de heer Francken heeft onderzocht of vliegtuigdroppings voor humanitaire hulp mogelijk zijn. We hebben als regering, als regeringspartijen, als arizonapartijen samen echt naar oplossingen gezocht, maar we zijn er nog niet. Ook daarover zijn we het volledig eens.

We moeten blijven pleiten voor een staakt-het-vuren, voor de vrijlating van de gijzelaars en vooral voor het opschalen van de humanitaire hulp. We moeten alle mogelijkheden benutten om duidelijk aan te geven aan de autoriteiten dat die humanitaire situatie echt niet langer geduld kan worden.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. U was goed begonnen. U noemde Gaza een openluchtgevangenis. U sprak over de 60.000 onschuldige burgerslachtoffers. U sprak over hongersnood als wapen. Alleen is het jammer dat uw woorden niet in verhouding tot uw daden staan.

Ik apprecieer uw eerlijkheid. U hebt hier letterlijk gezegd dat u geen mandaat van de Belgische regering had om te pleiten voor de opschorting van het associatieverdrag. Dan kunnen wij hier allemaal wel met het morele vingertje wijzen naar Hongarije of Slovakije, maar als ons land, als de Belgische regering niet in staat is om te pleiten voor de opschorting van een associatieverdrag, waarvan overduidelijk artikel 2 wordt geschonden, waarbij ook mensenrechten worden geschonden, dan hebben wij geen recht van spreken. Vroeger nam België een voortrekkersrol op zich op het Europese toneel. Die voortrekkersrol is volledig verdwenen.

Mijnheer de minister, blijf pleiten voor actie. Blijf pleiten voor sancties tegen Israël, dat disproportioneel geweld hanteert. Probeer in elk geval binnen de regering gedaan te krijgen dat België opnieuw gaat pleiten voor de opschorting van dat associatieverdrag.

Van mijn fractie hebt u die steun. Onthoud dat goed. U hebt in dit Parlement veel meer steun dan rond de onderhandelingstafel of de regeringstafel. Blijf dus naar het Parlement kijken.

Ik hoop dat België opnieuw een voortrekkersrol kan spelen en in dit conflict moedig kan worden, want geen enkele Gazaan, geen enkele Palestijn, wordt beter van de manier waarop Europa en België hier schuldig verzuim plegen.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijke antwoorden.

Wij zitten op dezelfde lijn. De kunst bestaat er nu in om binnen onze eigen regering op dezelfde lijn te komen. Voor Vooruit is het glashelder: dit is geen oorlog, dit is een genocide. Ik onderschrijf al wat u hebt gezegd. Uw frustratie is de onze en zoals de collega al zei, u hebt veel meer medestanders dan u denkt wat betreft harde maatregelen tegen Israël, niet alleen in dit Parlement, maar ook op straat.

Er is echt een verschil tussen wat de mensen nu willen en wat de politiek doet. Als dat zo is, dan zijn we niet goed bezig, want wij vertegenwoordigen de mensen. Als men de bevolking vraagt of dit zo verder kan, of het zo verder kan met deze gruwel, met deze oorlogsmisdaden, dan antwoordt praktisch niemand dat dat kan.

We moeten blijven proberen om het associatieverdrag te schorsen, maar zelfs een klein land als België kan nog sneller iets proberen te doen. Ierland is immers ook niet zo groot. We moeten de handel met die illegale nederzettingen stopzetten. U hebt gezegd dat dit kan, dat we Europa daar niet voor nodig hebben. Ik hoop dat u wat dat betreft doorzet, zodat toch minstens dat zo snel mogelijk kan worden geregeld.

Er zijn geen woorden meer om de gruwel te omschrijven en ik zal dat dan ook niet doen. Gaza heeft geen nood aan symbolen, maar wel aan concrete maatregelen tegen Israël. Dat is het enige wat zal helpen om die gruwel te stoppen. Mijnheer de minister, u hebt veel meer steun dan u denkt.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, de belangrijkste en meteen ook de pijnlijkste passage was toen u heel eerlijk aangaf geen mandaat te hebben om te stemmen voor het opschorten van het associatieakkoord, niet bij unanimiteit, maar ook niet bij gekwalificeerde meerderheid.

Collega's, hier mag nog zoveel worden gezegd hoe erg we het allemaal vinden, België stond aan de kant van de landen die het associatieakkoord niet wilden opschorten, zelfs niet lichtjes met die gekwalificeerde meerderheid. Voor de Belgische regering is dat een brug te ver. Collega's, dat is de stand van zaken, dat is waar België vandaag staat.

Hier mag nog heel vaak gezegd worden hoe er het wel is, maar wanneer zal er een parlementaire meerderheid opstaan om dit ook effectief uit te voeren?

Het is nu echt wel genoeg geweest. Er is een parlementaire meerderheid om sancties op te leggen aan Israël. Er is een parlementaire meerderheid om een rode lijn te trekken tegenover Israël. Er is ook een meerderheid in de straten van België, bij de bevolking, om actie te ondernemen. Zeventig procent van de Belgen steunt economische sancties tegen Israël. De straten kleurden rood in Brussel. Honderdduizend Belgen kwamen protesteren, aanklagen en vroegen om een rode lijn te trekken. Deze Belgische regering legt dat echter naast zich neer. Dat is onwaarschijnlijk.

Ook het Parlement heeft dat, gezien de resolutie van de meerderheid, gewoon naast zich neergelegd. Die resolutie was niet krachtig genoeg om effectief tegen te stemmen. Dat staat er niet in.

Collega's, ik roep alle parlementsleden op om eens goed naar zichzelf te kijken. Onthoud ook dat u over vijf of tien jaar niet zult kunnen zeggen dat u het niet wist. Over vijf of tien jaar zult u terugdenken aan deze dagen en zich afvragen of u toen actie hebt ondernomen of niet, of u zich in een meerderheidslogica hebt ingeschakeld of niet.

De meerderheidslogica hier in het Parlement zou horen te zijn dat wij dat niet dulden, dat wij een rode lijn trekken, dat België actie onderneemt en op zijn minst op Europees niveau het opleggen van sancties tegen Israël steunt. Zelfs dat is voor deze Belgische regering echter al te veel gevraagd.

Collega’s, ik hoop op enige parlementaire moed van de parlementsleden hier in de zaal om die stap verder te zetten, om te doen wat u zegt en echt actie te ondernemen. Het is hoog tijd. Elke dag opnieuw sterven ginds honderden mensen, elke dag.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous apprécie beaucoup. Aujourd'hui, mon admiration pour vous s'est encore renforcée. Vous ne faites pas partie des cyniques. Le cynisme selon Oscar Wilde, c'est connaître le prix de tout et la valeur de rien. Des membres de ce gouvernement sont de vrais cyniques. Je suis certain qu'il ont porté le cynisme tellement loin qu'ils ont dû vous proposer des deals au sujet de la Palestine, sur le sujet de ce génocide.

À travers vos mots, j'ai ressenti qu'un ministre du gouvernement belge considère que l'honneur de la Belgique a été souillé pour ceux qui refusent de voir ce que tout le monde nous révèle, ce que le passé nous enseigne.

Ehud Olmert, ancien premier ministre israélien qu'on ne peut quand même pas qualifier d'antisémite, dit que la solution pour Gaza proposée aujourd'hui de mettre 600 000 Palestiniens dans un camp, c'est la solution d'un camp de concentration. Bientôt nous n'aurons plus assez de larmes pour pleurer. Mais je suis comme vous. Vous avez fait un appel au Parlement. Il faut que ce Parlement bouge au-delà du clivage majorité/minorité. Il faut qu'on soit là pour défendre non seulement le nom de la Belgique, mais les vies, les quelques vies qu'il reste encore à sauver à Gaza.

L'Europe a décidé de se revoir après la pause estivale en estimant qu'il sera encore temps de prévoir des sanctions. Nous devons nous réunir tous ensemble pour demander clairement la suspension de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël. Et que ceux qui disent qu'ils font ici mais qui font autrement au gouvernement se révèlent au grand jour parce que leur petit jeu est horrible, minable et n'est pas à la hauteur des enjeux. Vous pourrez compter sur le Parti Socialiste et sur tous les parlementaires qui veulent un État palestinien, la paix, un cessez le feu et sauver les vies des enfants, des femmes, des vieillards et de tous ceux et de toutes celles qui sont en train de crever, abandonnés par tous les cyniques de ce monde.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses et pour votre honnêteté.

Je ne sais pas comment répliquer à votre réponse. J’avais accusé l’Union européenne de complicité – à juste titre – car il ne s’agit pas simplement d’une division, mais bien d’une prise de position politique de complicité. Cependant, je ne m'attendais pas à ce que cette complicité soit dans le chef de notre gouvernement.

Le gouvernement belge de l'Arizona, qui proclame haut et fort son attachement à nos valeurs, au droit international et aux droits humains, se rend aujourd’hui complice d’un génocide en refusant de suspendre l’accord d’association entre l’Union européenne et l'État génocidaire.

Les membres parlementaires de ce gouvernement viennent ici verser des larmes de crocodile sur la situation humanitaire, dire que c’est inacceptable et que cela ne peut plus durer, mais après, par lâcheté, ils se cachent derrière ces considérations humanitaires tout en votant contre l’adoption de sanctions contre l'État génocidaire.

Parler uniquement de la question humanitaire, c’est comme poser un sparadrap sur une hémorragie. Cela ne résout rien si l’on ne s’attaque pas à la cause. Et cette cause, c’est la politique génocidaire menée par l’État d’Israël. Cette hypocrisie est inacceptable.

Quelle crédibilité ce gouvernement peut-il encore avoir lorsqu’il prétend défendre le droit international et les droits humains ailleurs dans le monde? Quelle crédibilité avez-vous pour faire la leçon à d’autres États, alors que vous n’êtes même pas capables de respecter vos propres règles? Vous les violez, parce que business as usual. Parce que vous avez des intérêts politiques, stratégiques et économiques avec un État génocidaire, vous fermez les yeux sur vos principes et sur vos valeurs prétendues. C’est hypocrite, lâche et inacceptable!

À tous les partis de la majorité qui sont venus ici verser des larmes sur la situation humanitaire, j'ai envie de dire: Allez vous cacher! Comment pourrez-vous, dans trois ans, cinq ans ou dix ans, vous regarder dans un miroir et vous dire que vous avez rempli votre rôle, celui de défendre les droits humains? Allez vous cacher! C’est inacceptable! C’est une honte pour ce gouvernement!

Benoît Lutgen:

Merci, monsieur le ministre. Je ne sais pas si je dois vous plaindre, mais au travers de vos propos, des éléments aussi flagrants de la part de certains membres de ce gouvernement, de ne pas être du côté du respect du droit international et du droit humanitaire – parce que c'est cela dont on parle – sont absolument insupportables.

Je ne sais pas ce qu'il faut ou ce qu'il faudrait pour que des membres de ce gouvernement – c'est bien cela que vous nous avez dit – acceptent tout simplement de faire respecter le droit humanitaire et international. C'est cela dont on parle. Que faudrait-il dans le monde, ailleurs, pour qu'on puisse enclencher, à un moment donné, un rapport de forces? C'est cela, aussi. C'est un rapport de forces. Je pense qu'Israël ne comprend que le rapport de forces.

Oui, le rapport de forces passe par des sanctions à l'égard de l'État d'Israël; et bien sûr aussi des sanctions à l'égard du Hamas. Nous sommes mille fois d'accord. L'un va avec l'autre. Bref, des sanctions à l'égard de celles et ceux qui ne respectent pas le droit humanitaire, le droit international, les droits de l'homme tout simplement. Que faudrait-il pour que certains se retrouvent tout simplement de ce côté-là?

Cela m'interpelle au plus profond de moi-même. Je ne peux pas vous dire les choses autrement. C'est pour cela que j'ai plutôt envie de vous féliciter pour votre action et votre courage – il n'y a pas de doute là-dessus.

Je ne vais pas vous plaindre par rapport à ce qui se passe dans le monde. Vous prenez vos responsabilités. Mais je vous plains de devoir convaincre des collègues d'un gouvernement de telles évidences. Cela fait plus que m'interpeller. Cela me sidère. Je ne peux pas dire les choses autrement. Cela me sidère.

On peut toujours dire qu’il y a la Hongrie. Il y en a d'autres. Il n’y a pas que la Hongrie. Mais nous sommes au cœur du cœur de notre État, dans lequel nous avons des responsabilités, et nous avons pris des responsabilités.

D'aucuns devront s'exprimer. L'ensemble des formations politiques de la majorité devront s'exprimer. On ne peut plus dire qu'on veut un cessez-le-feu. Tout le monde veut un cessez-le-feu, à part les parties engagées. On peut dire aussi que la pluie, ça mouille. Franchement, c'est à peu près cela.

Il faut un peu plus que cela. Oui, il faut un rapport de forces. D'ailleurs, vous l'avez très bien évoqué. Les premiers pas sont en train d'être franchis. En tout cas, cela bouge un tout petit peu du côté d'Israël. C'est la première fois qu'on voit que cela bouge. Pourquoi? Parce qu'on sent le rapport de forces. Ni plus ni moins. Croyons-nous une seule seconde qu'un État qui se comporte de cette façon, en utilisant la force de façon absolument honteuse, sans respecter le droit humanitaire, sans respecter les personnes, a une autre approche que celle du rapport de forces?

La voix de l'Europe en la matière est loin d'être unie. Cela me désole voire peu plus parce qu'on ne parle pas ici de n'importe quoi. Ce sont des choses qui sont d'une gravité absolue, dont cette désunion ou ces évidences qui n'existent pas au sein des formations politiques de la majorité. Je ne doute pas de votre force de conviction ni de votre invitation à ce que le Parlement prenne ses responsabilités, pour qu'on puisse actionner rapidement certains leviers. Effectivement, il y a déjà des initiatives qui ont été prises en la matière, des résolutions et d'autres éléments. Nous devons maintenant les activer rapidement pour que nous puissions faire en sorte d'être du côté de la dignité. C'est ni plus ni moins que cela: être du côté du droit international et du droit humanitaire, et que le Parlement prenne ses responsabilités.

Le cynisme n'est pas que d'un côté et les calculs politiques, on les a vus à de très nombreuses reprises, d'un côté ou de l'autre, dans l'importation du conflit sur le territoire, ce que nous n'avons jamais fait chez les Engagés, et vous certainement pas non plus. Il faut qu'on puisse éviter cela aussi dans nos débats, qu'on soit tout simplement du côté de l'objectivation maximale de ce qui se produit. Oui, cela passera largement par des sanctions, et on ne pourra le faire qu'en convainquant toute une série d'autres États membres, et je vous remercie pour ça aussi. Vous allez me dire que ce sont quand même ces mêmes États membres qui sont en train d'avancer, et qui connaissent sans doute les mêmes difficultés que celles que vous connaissez au kern.

Merci en tout cas de votre honnêteté, aucun doute là-dessus, de votre courage et de votre volonté de pouvoir faire bouger les lignes avec un mandat qui était pour le moins limité. Vous aviez une possibilité, mais on ne peut pas se permettre d'avoir un ministre des Affaires étrangères eunuque, mais je n'ai pas de doute que vous ne l'êtes pas et que vous ne le serez jamais, pour porter la voix de la Belgique avec la force nécessaire. En tout cas, on pourra vous recharger en énergie grâce au Parlement. Prenons nos responsabilités au sein du Parlement, au sein de cette Assemblée!

Charlotte Deborsu:

Merci pour votre réponse, monsieur le ministre, et pour l'honnêteté et la transparence qui vous caractérisent. Il n'y a pas de mots, vraiment, pour décrire la situation que nous vivons ici, et celle que vit Gaza.

Mais je crois qu'on ne peut plus se permettre l'attentisme diplomatique. Soyons lucides, soyons honnêtes avec nous-mêmes: ce n'est pas la Belgique ni même l'Europe qui résoudront ce conflit. Nous n'en avons pas les leviers. Mais cela ne nous empêche pas de prendre nos responsabilités. Et nous en avons une.

Il faut faire avancer ce qui peut l'être (…)

Nabil Boukili:

(…)

Charlotte Deborsu:

Il faut faire avancer ce qui doit l'être en priorité. Aujourd'hui, c'est l'accès humanitaire, la protection des civils et surtout le respect du droit international. Il est plus que temps de mettre une pression claire, lisible, tangible sur les autorités israéliennes.

Si certaines mesures nécessitent l'unanimité européenne, rien n'empêche la Belgique de se positionner dès maintenant et surtout de chercher à entraîner d'autres États dans une réponse commune. Même si cela commence par un positionnement clair de son propre gouvernement. Car la réponse la plus forte sera forcément collective. Mais pour qu'elle le soit, il faut passer la deuxième, la troisième, la sixième et mettre véritablement la pression. L'intensifier comme jamais. Pour ma part, monsieur le ministre, j'ai entendu vos messages, y compris les plus subliminaux.

Rajae Maouane:

Merci monsieur le ministre pour vos réponses et pour cet exercice de transparence. Mais à vrai dire, ce que vous avez livré ici s'apparente presque à un aveu d'impuissance.

Et je dois vous dire que je suis partagée entre empathie et colère. De l'empathie parce que vos propos ne laissent aucun doute sur votre lecture de la situation à Gaza. Mais une colère crasse à l'égard des membres de la majorité. Car c'est une honte absolue que la Belgique, aujourd'hui, soit incapable de prendre une position claire, juste, une position simplement conforme au droit international.

Je vois bien que certains collègues de la majorité sont sidérés, qu'ils se posent des questions. Mais que font-ils concrètement pour faire pression en interne? J'entends le malaise du MR, et je suis désolée pour Madame Deborsu, qui doit ici défendre les positions de son parti. J'entends aussi, à peine, le malaise de la N-VA. Et les autres membres de la majorité gouvernementale, que faites-vous pour que la Belgique ne soit pas alignée sur des pays comme la Hongrie ou la Pologne? Est-ce cela, le modèle de l'Arizona?

Aujourd'hui, est-on incapable de prendre une décision basique, à savoir celle du respect du droit international? Mais que faites-vous dans cette majorité si cette question est si importante pour vous? Que faites-vous? Pour moi, c'est une honte absolue de voir la Belgique incapable de prendre une telle position. C'est une honte absolue que ce gouvernement n'arrive pas à se mettre d'accord là-dessus. La Belgique doit sortir de sa passivité, ce gouvernement doit sortir de cette complicité.

Selon un sondage, près de 70 % des Belges demandent que des sanctions soient prises à l'égard d'Israël. Il y avait plus de 120 000 personnes dans les rues et ce gouvernement est incapable de se mettre d'accord! En fait, les Belges en ont marre qu'on salisse l'image de leur pays, qu'on prenne la Belgique en otage pour de sombres calculs politiques. Je n'ai aucune explication logique à cette situation. Franchement, regardez-vous dans une glace et agissez! Agissez, prenez position! Ayez un positionnement clair! Nous ne demandons rien d'incroyable, nous vous demandons simplement de respecter le droit international.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord, ook voor uw transparantie en eerlijkheid. Het is duidelijk wat de mensen willen: een staakt-het-vuren, het opheffen van de humanitaire blokkade, het vrijlaten van de gijzelaars. Ik vrees echter dat we het niet eens zijn over de oplossing, ook niet in de regering en op Europees niveau. Ik vind dat we Israël onder druk moeten zetten. Volgens mijn partij hadden we het associatieakkoord moeten opschorten. U bent het daarmee ook eens. Het rapport van de Europese Unie was daarover duidelijk of minstens toch gedeeltelijk. Toch kregen we een antwoord van verdeeldheid, zowel van België als van de Europese Unie. Over de zaken waarover er wel eensgezindheid bestond, zoals de individuele sancties voor de kolonisten, kon de Europese Unie dan weer geen overeenstemming bereiken, omwille van Hongarije. Het feit dat de Europese Commissie nog steeds geen antwoord heeft gegeven op de advisory opinion dat we onze economische relaties met de bezette gebieden moeten stopzetten, spreekt ook voor zich. De Europese Commissie kan dat wel, maar weigert dat te doen. Het feit dat er voor de humanitaire noodtoestanden slechts mondelinge engagementen zijn gekomen, dat volstaat niet. We hebben hier een resolutie met een ruime meerderheid goedgekeurd, maar daaruit is vandaag nog geen enkele concrete actie gerealiseerd. Daarover moeten we ons bezinnen, niet alleen met het Parlement, maar ook met de regering. U hebt nul op het rekest gekregen op de vragen die ook van de Belgische regering zijn gekomen. Dat antwoord moet tenminste aan het kernkabinet worden teruggegeven, zodat we kunnen doen wat binnen onze mogelijkheden ligt. Vandaag kregen we het recht om nationale actie inzake een importban te nemen. Ik heb mijn wetsvoorstel dan ook heel bewust vandaag toegelicht, omdat ik al aanvoelde, ook gisteren, vanwaar de wind zou komen, namelijk dat er niets zou gebeuren. Ik hoop dat wij de parlementaire vrijheid zullen krijgen om op die manier de taal van de macht te spreken, om Israël onder druk te zetten, om toch iets te doen voor de bevolking in Gaza die wordt uitgemoord. De voorzitster : De heer van Rooy is er niet meer. Is er iemand anders die nog wil repliceren? ( Neen )

De agressie in de nieuwe gevangenis van Dendermonde

Gesteld door

VB Marijke Dillen

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 8 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

In de gevangenis van Dendermonde viel een agressieve gedetineerde met een bekend gewelddadig verleden twee cipiers aan, waardoor zij zwaar gewond raakten (oogkas-, schouder-, knie- en elleboogletsel) en tijdelijk arbeidsongeschikt waren. De dader werd overgebracht naar een veiligheidscel, een tuchtprocedure is gestart en het parket onderzoekt strafrechtelijke vervolging voor slagen tegen ambtenaren, terwijl de minister bevestigt dat hij na de procedure naar een andere gevangenis wordt overgeplaatst. Marijke Dillen benadrukt dat agressie tegen cipiers zowel tuchtrechtelijk als strafrechtelijk hard moet worden aangepakt, zonder ruimte voor straffeloosheid.

Marijke Dillen:

Opnieuw een geval van zware agressie tegen cipiers, ditmaal in de nieuwe gevangenis van Dendermonde. Donderdag 3 juli raakten twee cipiers ernstig gewond door een gedetineerde, met werkonbekwaamheid tot gevolg. Toen ze de gedetineerde uit zijn cel wilde halen omdat die onophoudelijk op de deur zat te kloppen, wat bijzonder storend was voor de medegedetineerden, werd deze gedetineerde onmiddellijk agressief en sloeg de cipiers in hun gezicht. Het betrof een gedetineerde die bekend stond om agressieproblemen zowel binnen als buiten de gevangenismuren. Het Gevangeniswezen heeft aan Politie en Parket gevraagd een onderzoek te starten.

Kan de minister meer toelichting geven betreffende deze feiten? Hoe is het gesteld met de gezondheidstoestand van beide cipiers?

Het gaat om een gedetineerde die bekend staat om agressieproblemen, ook binnen de gevangenismuren. Zijn er nog andere gevallen van agressie bekend binnen de gevangenis, zowel tegen cipiers als tegen andere gedetineerden? Zo ja, welke gevolg werd hieraan gegeven?

Werden er inmiddels tuchtmaatregelen genomen lastens deze gedetineerde? Graag toelichting.

Annelies Verlinden:

Mevrouw Dillen, vorige week donderdag heeft zich inderdaad een kritiek incident voorgedaan in Nieuw Dendermonde, waarbij twee vleugelverantwoordelijken fysiek zijn aangevallen door een gedetineerde.

Die gedetineerde, die eerder werd veroordeeld voor opzettelijke slagen en verwondingen tegen een ministerieel ambtenaar, bleef die avond de rust en orde verstoren door herhaaldelijk op zijn celdeur te bonken. Daarop gingen de twee aanwezige vleugelverantwoordelijken poolshoogte nemen. De betrokken gedetineerde stelde zich verbaal agressief op en duwde een personeelslid tegen de borstkas. Ondanks herhaalde inspanningen van het personeel om hem te kalmeren, ging de gedetineerde uiteindelijk over tot ernstige fysieke agressie. Twee personeelsleden werden hierbij aangevallen.

Eén personeelslid kreeg een slag tegen de oogkas en liep een schouderletsel op. Het andere personeelslid werd in het aangezicht geraakt en raakte gewond aan de knie en de elleboog. De gedetineerde werd door het bijstandsteam overmeesterd en overgebracht naar de veiligheidscel, waar hij verbleef in afwachting van de tuchtprocedure.

Na het incident zijn beide personeelsleden overgebracht naar het ziekenhuis. De ene beambte heeft de dag nadien de dienst hervat. Het andere personeelslid was vier dagen afwezig door het arbeidsongeval.

De feiten hebben aanleiding gegeven tot het opstarten van een tuchtprocedure tegen de betrokken gedetineerde. In gevallen van fysieke agressie wordt, conform de basiswet van 2005, altijd een tuchtprocedure opgestart. Indien er tevens sprake is van strafbare feiten, zoals in dit geval het toebrengen van slagen en verwondingen aan een overheidsambtenaar, wordt het parket daarvan in kennis gesteld met het oog op een eventuele strafrechtelijke vervolging. Na afloop van de tuchtprocedure zal de betrokken gedetineerde worden overgebracht naar een andere gevangenis.

Marijke Dillen:

Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ik stel vast dat er al een tuchtonderzoek lopende is. Dat is positief. Het dossier is, begrijp ik, ook overgemaakt aan het parket voor een eventuele strafvervolging. Ik hoop dat het niet bij een eventuele strafvervolging blijft, maar dat deze ook daadwerkelijk in de praktijk zal worden ingesteld. Elke vorm van agressie dient immers zeer zwaar te worden aangepakt en ook strafrechtelijk vervolgd, naast het tuchtrechtelijk onderzoek.

Het gebrek aan contact tussen de FOD en het slachtoffer van verkrachting in de Antwerpse gevangenis

Gesteld door

Groen Stefaan Van Hecke

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 2 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Na de verkrachting van een maatschappelijk werkster in de Antwerpse gevangenis (2/9/2024) door een gedetineerde—verergerd door falende veiligheidsmaatregelen—kritiseert Van Hecke de afwezigheid van proactieve steun van Justitie, ondanks de veroordeling van de dader. Minister Verlinden benadrukt dat er wel degelijk contact was (via PSD, lijnmanagement en re-integratievoorstellen), maar op het tempo van het slachtoffer, en bevestigt een toekomstig persoonlijk gesprek plus structurele evaluaties om procedures te verbeteren. Van Hecke blijft sceptisch over de tijdigheid van de acties (contacten pas *na* mediabelangstelling) en vraagt om duidelijkere verantwoordelijkheidslijnen binnen Justitie. Verlinden herhaalt dat slachtofferbegeleiding prioriteit is, maar het vertrouwen in de aanpak blijft wankel door de ervaren gebrekkige communicatie en erkenning.

Stefaan Van Hecke:

Mevrouw de minister, op 2 september 2024 werd een maatschappelijk werkster van de psychosociale dienst verkracht door een gedetineerde in de gevangenis van Antwerpen. De noodknop in het gesprekslokaal werkte niet, en er waren onvoldoende veiligheidsmaatregelen genomen. De dader kreeg vorige week vijf jaar cel opgelegd, maar het slachtoffer en haar advocaat stellen vast dat er geen enkel contact is geweest vanwege de FOD Justitie.

Dit roept ernstige vragen op over de verantwoordelijkheid en betrokkenheid van justitie bij dergelijke incidenten.

Waarom heeft de FOD Justitie geen contact opgenomen met het slachtoffer? Is het niet vanzelfsprekend dat justitie, na zo'n ernstig incident, zelf initiatief neemt om het slachtoffer te ondersteunen en te informeren over de vervolgstappen?

Hoe verklaart u het gebrek aan proactieve communicatie? Het slachtoffer en haar advocaat geven aan dat er "geen enkele interesse" was van justitie. Past dit bij het beleid van uw departement, of is dit een structureel probleem?

Worden incidenten zoals deze systematisch geëvalueerd? Zo ja, waarom is er dan geen actie ondernomen om het slachtoffer te betrekken bij deze evaluatie? Zo nee, hoe garandeert u dan dat lessen worden getrokken?

Hoe zal u ervoor zorgen dat slachtoffers van geweld in gevangenissen in de toekomst wél de nodige ondersteuning en erkenning krijgen van justitie?

Bent u bereid om alsnog in gesprek te gaan met het slachtoffer? Haar advocaat vraagt expliciet om een uitnodiging van justitie. Zal u hieraan tegemoetkomen?

Annelies Verlinden:

Mijnheer Van Hecke, vanzelfsprekend laat een verkrachtingszaak niemand onberoerd. Elk slachtoffer is er een te veel. Alle slachtoffers van seksueel geweld moeten gehoord, gezien en bijgestaan kunnen worden. Vandaar dat naar aanleiding van het incident zowel de centrale psychosociale dienst (PSD), haar diensthoofd als het lijnmanagement met de betrokkene contact hebben opgenomen.

Daarnaast werd de betrokkene uiteraard ook opgevangen in de inrichting waar ze werkt en naar de nodige ondersteuningsdiensten georiënteerd, die structureel optreden bij incidenten. Nadat de eerste contacten hadden plaatsgevonden, werd met het slachtoffer afgesproken dat de verdere contactnames vanuit het gevangeniswezen volgens haar tempo zouden verlopen. Uit respect voor het slachtoffer werd die afspraak zorgvuldig nageleefd.

Elk incident wordt geëvalueerd om daaruit lessen te trekken en na te gaan of er procedures en processen moeten worden bijgestuurd. Die evaluatie start meteen na het incident. Door de ernst van dit incident was en is betrokkene afwezig en wordt zij verder begeleid en ondersteund. De feiten deden zich voor op 2 september. Op 18 december was het dossier voor de juridische ondersteuning in orde.

De begeleidend ambtenaar van het Directoraat-Generaal Penitentiaire Inrichtingen (CG EPI) heeft betrokkene persoonlijk ontmoet op 24 juni en tijdens contacten met de centrale PSD werd betrokkene een passend aanbod gedaan inzake re-integratie op het werk, waar ze ook op in wenst te gaan. Het voorstel ligt sinds 18 juni voor bij de dienst Personeel en Organisatie met het oog op de concrete uitwerking ervan. Betrokkene wenst op 1 september 2025 immers weer aan de slag te gaan.

Ik meen dus te mogen besluiten dat er diverse contactmomenten zijn geweest en dat de diensten van de penitentiaire administratie gepoogd hebben een aanpak op maat te hanteren ten aanzien van de betrokkene, die slachtoffer is van feiten die ik enkel kan betreuren en die nooit hadden mogen plaatsvinden.

Dat doet echter geen afbreuk aan de wijze waarop zij dat ervaren heeft. Het spreekt voor zich dat wij verder zullen bekijken wat in de toekomst mogelijk beter kan. De wijze waarop zij haar terugkeer op de werkvloer zal beleven, zal een extra gelegenheid zijn om voeling te houden met hoe zij zich op dat moment voelt en om te bekijken of er desgevallend nog extra ondersteuning kan worden geboden.

De begeleiding van slachtoffers, in het bijzonder slachtoffers van seksueel geweld, is een prioriteit in onze beleidsverklaring. Als minister, maar ook als mens, hecht ik bijzonder veel belang aan het luisteren naar de slachtoffers zelf. Alleen zo kunnen we hun noden en hun verwachtingen echt begrijpen en samenwerken aan verbeteringen op het terrein en in de procedures. Daarom is in mijn beleidscel een gespecialiseerd adviseur actief, die zich specifiek toelegt op het slachtofferbeleid. Zij had al contact met het betrokken slachtoffer. Daarnaast wens ik ook persoonlijk zelf met haar in gesprek te gaan, uiteraard op haar tempo. Mijn beleidscel is daartoe in overleg met haar raadsman om een geschikte datum voor dat gesprek desgevallend en desgewenst te kunnen vastleggen.

Stefaan Van Hecke:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is pijnlijk om dat interview te lezen. Dat personeelslid van de FOD Justitie heeft een heel traumatische ervaring meegemaakt. U zegt dat er wel contacten zijn geweest, maar de vraag is of dat voor of na het interview is geweest. U spreekt over een overleg met het DG EPI op 18 of 24 juni. Dat lijkt mij na het interview te zijn geweest. Betekent dat dan dat er tussen het moment van de feiten en het interview nauwelijks contacten zijn geweest? U gaf aan dat dit op het ritme van de betrokkene was. Ik blijf met een ongemakkelijk gevoel zitten. Ik kan begrijpen dat er nu wel een en ander is afgesproken, dat er overleg is geweest, dat er wordt overwogen om in september opnieuw aan de slag te gaan en dat er iemand van uw kabinet met haar contact heeft opgenomen, maar ik voel toch een zekere ontgoocheling en frustratie bij het lezen van dat interview en dat is jammer. Ik hoop dat we daaruit lessen kunnen trekken. We weten immers niet of het de gevangenisdirectie is die contact moet opnemen of het DG EPI. Ik kan begrijpen dat u als minister niet onmiddellijk met elk slachtoffer van geweld binnen de organisatie persoonlijk contact kunt opnemen, maar er moet toch wel worden nagedacht hoe we dat in de toekomst beter kunnen doen. Ik vind het pijnlijk om lezen, maar ik hoop dat de contacten die er nu zijn ervoor zullen zorgen dat een en ander opnieuw op de rails kan worden gezet.

De agressie tegen cipiers in de gevangenis van Mechelen
De politieactie in de gevangenis van Mechelen na aanvallen tegen cipiers
Veiligheid en incidenten in de gevangenis van Mechelen

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 2 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Marijke Dillen kaart agressie-incidenten in de gevangenis van Mechelen (weigering celinkeer, geweld tegen cipiers en directie, steekpartij) en politieacties in Haren (drugsrazzia) aan, met kritiek op ongelijke politiebehandeling (cipiers vs. directie) en veiligheidsprocedures. Minister Verlinden bevestigt de feiten, ontkent procedurefouten en benadrukt dat politie-interventies afhangen van ernst/urgentie, niet van slachtoffers' functie, terwijl Haren-acties gericht waren op drugsbestrijding (geen direct verband met cipiergeweld). Dillen hamerde op gelijke aanpak en strengere strafvervolging van daders om agressie af te schrikken. De minister wijst op bestaande veiligheidsmaatregelen (celdisciplines, corruptiepreventie) maar blijft vaag over concrete vervolgstappen.

Marijke Dillen:

Even voorafgaandelijk, mijnheer de voorzitter, ik denk dat hier een vergissing is gebeurd. Mijn vraag over de agressie tegen de cipiers gaat over de gevangenis van Mechelen, terwijl de tweede vraag, over die politieactie, over de gevangenis van Haren gaat.

Voorzitter:

Il y a une donc une erreur dans les titres? Car dans les deux titres, il est écrit Mechelen.

Marijke Dillen:

Misschien, ik kan dat hier niet zien. Ik zal beide vragen stellen, maar dan wel los van elkaar.

Voorzitter:

Oké, u kunt uw twee vragen stellen.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, opnieuw waren er zware incidenten, ditmaal in de gevangenis van Mechelen. De cipiers in de gevangenis van Mechelen zijn het beu. Een tiental dagen geleden zette een groep van ongeveer vijftig gedetineerden de boel op stelten, toen zij na hun middagwandeling weigerden terug te keren naar hun cel. Daarbij richtten zij vernielingen aan. Enkele dagen later was het personeel het doelwit. Een mannelijke cipier kreeg een stamp tegen het been. Een vrouwelijke cipier werd in het gezicht geslagen. De cipiers konden gelukkig tijdig ingrijpen en de celdeur sluiten. De zondag daarop vond een gesprek plaats tussen de gedetineerden en de directie, waarbij een gedetineerde de kans greep om een dienstdoend directielid in een wurggreep te nemen. Ook in dat geval konden de cipiers gelukkig tijdig ingrijpen. Daarnaast deed zich blijkbaar ook een incident voor in een van de cellen, waarbij gedetineerden met elkaar op de vuist gingen. Er zou bovendien een steekincident hebben plaatsgevonden.

Naar aanleiding van die feiten worden de veiligheidsprocedures in de gevangenis van Mechelen opnieuw ter discussie gesteld. Die procedures zouden immers niet gevolgd zijn. Het behoeft geen betoog: de opeenstapeling van feiten weegt zwaar op de cipiers.

Bovendien – en dit vind ik toch ook bijzonder ernstig, mevrouw de minister - merken sommigen op dat er een onderscheid wordt gemaakt. Cipiers die het slachtoffer worden van agressie, moeten zelf naar de politie stappen. Wanneer daarentegen iemand van de directie wordt aangepakt, komt de politie naar de gevangenis om verklaringen op te nemen. Een dergelijk onderscheid is eigenlijk niet te verantwoorden.

Vandaar mijn vragen over de gevangenis van Mechelen. Kunt u de feiten die ik heb aangehaald, bevestigen? Wat de poging tot wurging betreft, die in feite onder poging tot doodslag valt, zal de dader daarvoor strafrechtelijk worden vervolgd? Wat gebeurt er met de daders van opzettelijke slagen en verwondingen? Zal de veiligheidsprocedure, die blijkbaar niet werd toegepast, worden herzien? Waarom gaat de politie niet naar de gevangenis bij geweld tegen cipiers, terwijl dat wel gebeurt bij geweld tegen de directie?

Mevrouw de minister, op 15 juni 2025, op dezelfde dag van de incidenten in de gevangenis van Mechelen, vond een grootschalige politieactie plaats in de gevangenis van Haren, waarbij 145 agenten werden ingezet in het kader van een gerechtelijk onderzoek. Het parket stelt terecht dat de strijd tegen corruptie, georganiseerde criminaliteit en drugshandel in Haren een prioriteit is. De gevangenis moet – ik citeer – "een veilige plaats blijven waar criminaliteit niet kan wortelen". Bij die operatie werden blijkbaar een aantal hoeveelheden drugs gevonden, wat aanleiding gaf tot de opening van nieuwe dossiers. De actie zou eigenlijk zijn georganiseerd naar aanleiding van aanvallen op cipiers.

Ten eerste, kunt u daarover meer toelichting geven? Ik neem aan dat u zult antwoorden dat u geen informatie verstrekt over lopende onderzoeken, wat ik begrijp.

Ten tweede, klopt de berichtgeving echter over de aanvallen op cipiers?

Ten derde, de procureur beklemtoont dat de strijd tegen corruptie, georganiseerde criminaliteit en drugshandel een prioriteit is. Welke initiatieven zullen met prioriteit worden genomen?

Ten vierde, een aantal gedetineerden wordt gedagvaard via het snelrecht. Hebt u daar informatie over? Kunt u toelichting geven over het aantal betrokken gedetineerden? Wanneer kunnen concrete uitspraken worden verwacht?

Annelies Verlinden:

Mevrouw Dillen, met betrekking tot de incidenten in de gevangenis van Mechelen kan ik u het volgende meedelen. Op donderdag 5 juni weigerde een groep gedetineerden om na de middagwandeling weer naar binnen te gaan. De politie werd daarop om bijstand gevraagd, maar uiteindelijk keerden de gedetineerden na enige tijd terug naar binnen en kwam de politie niet tussenbeide.

Op vrijdag 13 juni vond een agressie-incident ten aanzien van twee penitentiaire ambtenaren plaats. Op zondag 15 juni was er een agressie-incident, gericht tegen de dienstdoende directeur. Voor die laatste feiten werd een proces-verbaal opgesteld dat werd bezorgd aan het ambt van de procureur des Konings van Antwerpen, afdeling Mechelen. Het is aan het ambt van de procureur om te beslissen over de vervolging van de verdachte.

Na de kritieke incidenten werd een debriefing met de vakbonden en het personeel gehouden, zoals de procedure voorschrijft. De procedures werden geanalyseerd en daaruit blijkt dat ze correct werden toegepast. Er zijn in dat verband dus geen professionele fouten vastgesteld of gemaakt.

Dat werd ook zo tijdens de debriefings besproken. Er bestaat al een beleid inzake het omgaan met agressief gedrag, gebaseerd op een integrale aanpak, die zowel steunt op dynamische veiligheid, die de basis blijft voor een veilig leef- en werkklimaat, als op statische veiligheid. Er lopen nog bijkomende initiatieven, zoals de installatie van beveiligde cellen en het werken aan een oplossingsgerichte cultuur.

Wanneer de politie vanuit de gevangenis om bijstand wordt gevraagd of om vaststellingen van feiten te verrichten, handelt de politie op basis van de ernst en het acute karakter van de gevaarsituatie of de nood, met inbegrip van de verplaatsing naar de gevangenis.

Op zondag 15 juni werd de politie ter plaatse gevraagd wegens de ernst en de context van de feiten enerzijds en de herhaling ervan anderzijds. Dat het slachtoffer een lid van de directie was, heeft bij mijn weten voor de politie geen rol gespeeld.

Met betrekking tot de politieactie in de gevangenis van Haren, er is geen directe link tussen de aanvallen op cipiers en de grootschalige politieactie van 16 juni. De actie was niet bedoeld om een antwoord op de aanvallen te bieden. Tijdens de actie van 16 juni werd vooral gericht gezocht naar drugs- en IT-materiaal, zoals gsm’s en toebehoren.

Wat het verdere gevolg van die actie betreft, kan ik geen commentaar geven wegens het lopende onderzoek.

Over de initiatieven met betrekking tot de strijd tegen de aanwezigheid van drugs in de gevangenissen verwijs ik naar mijn eerdere antwoorden ter zake.

Gedetineerde leden van de georganiseerde misdaad die binnen hun milieu een leidende rol hebben, kan de directeur-generaal in een individueel bijzonder veiligheidsregime plaatsen, zodat zij van anderen kunnen worden afgezonderd.

Wat preventieve acties tegen mogelijke corruptieactiviteiten door medewerkers betreft, werd met toepassing van de wet van 23 maart 2019 op de organisatie van de penitentiaire diensten en het statuut van penitentiair personeel het beschikken over een positief veiligheidsadvies voor nieuwe medewerkers ingevoerd.

Marijke Dillen:

Dank u voor uw uitgebreide antwoord. Mevrouw de minister, de cipiers zelf klaagden erover dat er een verschil in behandeling is, want cipiers zouden zelf naar de politie moeten stappen, terwijl de politie naar de gevangenis komt, wanneer het slachtoffer een directielid is. Zij vinden dat onderscheid eigenlijk niet verantwoordbaar. Misschien kan men dergelijke wrevel vermijden door ervoor te zorgen dat de politie zich voor alle gevallen van agressie zich naar de gevangenis verplaatst, zodat de cipiers niet zelf naar de politie moeten stappen. Onze fractie is duidelijk: iedere vorm van agressie tegen cipiers of ander gevangenispersoneel moet zeer streng worden aangepakt. Daders moeten worden vervolgd en zeer streng bestraft. Er moet een duidelijk signaal zijn: agressie in onze gevangenissen is totaal onaanvaardbaar.

De straffen die worden uitgesproken voor via datingapps georganiseerde homofobe agressie

Gesteld door

MR Anthony Dufrane

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 2 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Een 20-jarige werd tot 7 jaar cel veroordeeld voor homofobe guet-apens via Grindr, met erkend discriminatoir motief, maar de straf blijft onder het gevraagde—wat vraagtekens zet bij de afschrikwekkende werking van straffen bij haatmisdrijven. Minister Verlinden bevestigt dat het discriminatiemotief wel degelijk wordt toegepast in het Belgisch strafrecht (met verdubbeling van minimumpenalen mogelijk), maar ontbrekende langetermijncijfers (sinds april 2024 pas geregistreerd) belemmeren evaluatie van trends of effectiviteit. Sensibilisering van justitie en politie is versterkt via een herziene circulaire (COL 13/2013), maar concrete preventiecampagnes (bv. met datingapps) vallen onder Gelijkheid van Kansen. Dufrane dringt aan op opvolging van data en beleid.

Anthony Dufrane:

Madame la ministre, la justice vient de prononcer une peine de 7 ans de prison ferme à l'encontre d'un jeune homme de 20 ans, reconnu coupable d'avoir, avec un complice de 19 ans, piégé, agressé et racketté plusieurs personnes homosexuelles via l'application Grindr, dans un schéma à répétition assimilable à des guet-apens à caractère clairement discriminatoire.

Le tribunal a retenu le mobile de haine fondé sur l'orientation sexuelle, salué par les parties civiles, et en particulier par Unia, qui s'était constituée partie civile dans ce dossier. Néanmoins, les peines prononcées restent bien inférieures aux réquisitions du parquet, ce qui relance un débat sur la cohérence, la lisibilité et la sévérité des peines dans des dossiers impliquant des violences à motif homophobe.

Ce dossier interroge aussi sur la protection concrète des victimes, le rôle des applications de rencontre, et les messages envoyés en matière de justice répressive lorsque la haine ciblée s'exerce dans des espaces numériques et débouche sur des violences physiques.

Mes questions, madame la ministre, sont: Quel bilan faites-vous de l'application effective des circonstances aggravantes pour mobile discriminatoire prévues dans notre droit pénal? Sont-elles suffisamment utilisées par les parquets? Les peines prononcées dans les affaires à caractère homophobe sont-elles, selon vous, dissuasives? Dispose-t-on de données précises sur les infractions motivées par l'orientation sexuelle en Belgique? Les chiffres sont-ils en recrudescence? Des campagnes de prévention spécifiques sont-elles prévues en partenariat avec les plateformes de rencontre pour limiter les risques de guet-apens ciblant les personnes LGBTQIA+?

Annelies Verlinden:

Le droit pénal belge prévoit effectivement que le mobile discriminatoire aggrave toute infraction. Au vu du verdict de l'affaire que vous mentionnez, nous pouvons donc constater que le droit pénal belge a bien été appliqué. Nous pouvons de plus affirmer que ce mobile a récemment été utilisé dans d'autres affaires. Ce mobile semble donc bien pris en compte par les juges dès lors qu'il est établi.

De plus, la circulaire COL 13/2013 en matière de lutte contre les discriminations a été revue en 2020 et prévoit une sensibilisation des magistrats, du parquet, de l'auditorat du travail, de la police et des services d'inspection sociale concernés à la problématique et à la législation actuelles. Via le mobile discriminatoire, le droit pénal belge permet de prononcer des peines plus lourdes qui peuvent aller jusqu'à doubler le minimum de la peine tout en restant dans la fourchette de peines prévue.

À l'échelle de notre droit pénal, ces changements sont encore assez récents. Dès lors, il est difficile d'évaluer actuellement avec précision cet effet dissuasif. Nous pouvons tout de même supposer que ce risque de peine plus élevé peut avoir un effet dissuasif sur la commission de l'infraction.

Une révision et une réécriture de la circulaire COL 13/2013 relative à la politique d'enquête et de poursuite en matière de discrimination et de crimes de haine ont été effectuées. L'un des objectifs était de disposer de statistiques dans le contexte des crimes de haine, accompagnées de détails sur le motif discriminatoire. Étant donné que les statistiques policières de criminalité les plus récentes sont celles du troisième trimestre 2024, et que les motifs discriminatoires ne peuvent être enregistrés que depuis la fin avril 2024, aucun aperçu cohérent n'est actuellement disponible. Pour cela, des données sur une période plus longue sont nécessaires.

Concernant votre question sur les campagnes de prévention spécifique, je vous renvoie vers le ministre en charge de l' É galité des chances.

Anthony Dufrane:

Merci madame la ministre pour votre précieuse réponse. Je note bien que la loi étant assez récente, vous ne disposez pas encore de chiffres. Je ne manquerai pas de suivre ce dossier et d'éventuellement vous revenir dans le courant de la législature.

Met AI gegenereerde beelden van kindermisbruik

Gesteld door

VB Alexander Van Hoecke

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 2 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

AI-gegenereerde beelden van seksueel kindermisbruik nemen wereldwijd explosief toe (stijging van 1.325% bij NCMEC in 2024), met internationale netwerken die deze beelden commercieel exploiteren, ook in België. België gebruikt tools zoals Arachnid om AI-beelden te detecteren en te verwijderen, maar de exacte omvang blijft onduidelijk; samenwerking tussen justitie, Child Focus en Europol verloopt via bestaande kanalen, met aanpassingen in voorbereiding op basis van een aankomende EU-richtlijn die AI-misbruikbeelden expliciet verbiedt. Van Hoecke benadrukt dat AI-beelden even schadelijk zijn als echte beelden (ondanks het ontbreken van een fysiek slachtoffer) en waarschuwt voor een nabije "tsunami" aan AI-materiaal, terwijl Verlinden bevestigt dat het wettelijk kader nog in onderhandeling is (trilogen starten in september) en aangepast moet worden aan EU-normen. De urgente uitdaging ligt in het snel opschalen van opsporing en juridische afdwingen, zonder privacyrisico’s (*"chat control"*-discussie wordt afgedaan als zijspoor).

Alexander Van Hoecke:

Beelden van seksueel kindermisbruik gemaakt door artificiële intelligentie (AI) komen wereldwijd steeds vaker voor. Dat blijkt uit een rapport van de Internet Watch Foundation (IWF), een Britse organisatie die beelden van kindermisbruik op het internet monitort. De organisatie kreeg in 2023 53 meldingen van AI-gegenereerde beelden. In 2024 ging het al om 245 meldingen. Nog verontrustender is het aantal beelden dat die meldingen vertegenwoordigen. In 2024 ging het om 7.644 illegale beelden en video's.

Ook andere organisaties zien een toename. Het National Center for Missing and Exploited Children (NCMEC) bijvoorbeeld, meldt een stijging van maar liefst 1.325 procent in meldingen rond AI-misbruik. Van 4.700 in 2023 tot 67.000 dit jaar.

Beelen van seksueel kindermisbruik, wat hun herkomst ook is, gaan wereldwijd rond. Volgens Yves Goethals, het hoofd van de cel Kindermisbruik bij de federale politie, is er ook in België sprake van een stijging. Goethals spreekt over internationale netwerken die hun eigen AI-platformen ontwikkelen met als doel beelden van seksueel kindermisbruik te maken en die er een verdienmodel van maken.

Europol organiseerde in februari Operatie Cumberland, gericht op het gebruik van AI bij beelden van kindermisbruik. Daarbij werden in 19 landen, waaronder België, 25 verdachten gearresteerd die betrokken waren bij een platform gebruikt om beelden van AI-kindermisbruik te genereren en verspreiden.

Child Focus zegt zelf nog geen grote toestroom aan meldingen gekregen te hebben, maar beseft welke enorme stijging er op hen afkomt.

Zijn er via het opsporingsprogramma Arachnid al AI-gegenereerde beelden van seksueel kindermisbruik gevonden? Zo ja, hoeveel en worden deze op een specifieke manier behandeld?

Welke samenwerking bestaat er vandaag tussen Justitie, Child Focus, Europol en AI-platformen zelf om AI-beelden van kindermisbruik op te sporen en te bestrijden?

In het Europees Parlement werd recent een richtlijn gestemd om een uniform wettelijk kader te creëren in de hele EU om alle vormen van online kindermisbruik te bestrijden. Daaronder valt ook een uniform verbod op het maken, bezitten en verspreiden van AI-gegenereerde beelden. Volstaat het Belgisch wettelijk kader vandaag of zullen er op basis van de richtlijn nog aanpassingen moeten gebeuren? Zo ja, dewelke en hoe en wanneer zullen deze geïmplementeerd worden?

Annelies Verlinden:

Collega Van Hoecke, na een eerdere vraag van uw collega Depoortere, waarin ons Belgische voorstel tijdens het EU-voorzitterschap om op Europees niveau te komen tot een verordening in de strijd tegen seksueel kindermisbruik online werd weggezet als chat control , ben ik vandaag tevreden te vernemen dat u deze strijd als een prioriteit beschouwt. Ik hoop dan ook dat u toekomstige voorstellen voor meer Europese harmonisatie inzake dataretentie en gegevensbewaring in het kader van gerechtelijke onderzoeken zult kunnen steunen.

De situatie is werkelijk schrijnend. Onze ordehandhavingsdiensten worden geconfronteerd met een wildgroei aan steeds extremere beelden van kindermisbruik, die zij moeten bestrijden met een zeer beperkt wettelijk kader. De geavanceerde tool Arachnid detecteert AI-gegenereerde beelden van seksueel misbruik op het internet. Analisten van Child Focus markeren die beelden als AI-gegenereerd. Wanneer het om hyperrealistische beelden gaat, worden ze geclassificeerd op basis van leeftijd en type misbruik, net zoals bij beelden van bestaande kinderen. Zo wordt een snelle en effectieve verwijdering van het materiaal mogelijk gemaakt. De exacte omvang van de gegenereerde beelden is onbekend, aangezien de tool beheerd wordt door het Canadese organisatie Canadian Centre for Child Protection.

Wat betreft uw vraag inzake samenwerking, er is de klassieke samenwerking, zoals overeengekomen in het memorandum tussen Child Focus en DJSOC Child Abuse. De samenwerking met Europol verandert niet. DJSOC Child Abuse blijft inlichtingen uitwisselen en samenwerken in concrete dossiers, waarbij de betrokkenheid van de verschillende lidstaten wordt bepaald door de aard van het internationaal onderzoek.

Wat justitie betreft, hier werd intern overleg over gepleegd en binnenkort zal er ook overleg plaatsvinden met de federale politie. De werkzaamheden inzake de herschikking van de Europese richtlijn seksueel kindermisbruik zijn onlangs een belangrijke laatste fase ingegaan. Op 17 juni heeft de plenaire vergadering van het Europees Parlement namelijk het rapport van de LIBE-commissie goedgekeurd. Die goedkeuring leidt tot de opstart van de triloogfase, waarin het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie gezamenlijk streven naar een definitieve tekst van de herziene richtlijn.

Het verbod op het maken, bezitten en verspreiden van AI-gegenereerde beelden van seksueel misbruik van kinderen wordt inderdaad in de herziening van de richtlijn vooropgesteld, maar het ligt op dit moment nog ter discussie op welke manier dat zal gebeuren.

Op 24 juni heeft het onderhandelingsteam van de FOD Justitie een vergadering georganiseerd waarin de voortgang van dit dossier werd besproken. Het standpunt van alle experts werd gevraagd ter voorbereiding van de trilogen, die vanaf september op kruissnelheid komen. Zowel het onderhandelingsteam van de FOD Justitie als de bevraagde experts houden uiteraard rekening met de bestaande Belgische wetgeving en trachten tot de best mogelijke compromistekst te komen. Op dit moment zijn de teksten dus nog in volle onderhandeling.

Alexander Van Hoecke:

Dank u wel voor uw antwoord, mevrouw de minister. Wat u juist zegt over chat control is mij niet geheel duidelijk. Het is geen term, voor alle duidelijkheid, die ik heb uitgevonden. Verschillende privacy-experts zijn het erover eens dat daar wel degelijk heel wat risico’s mee verbonden zijn. Ik denk dat het terecht is om daarover bezorgdheden te uiten, maar daar gaat het vandaag helemaal niet over. Ik wil nog meegeven dat ik het heel belangrijk vind – dat doen we ook in dit land – dat we beelden van seksueel kindermisbruik die met AI zijn gemaakt, op geen enkele manier anders zouden behandelen of als minder erg zouden beschouwen dan effectieve beelden van seksueel kindermisbruik. Vaak wordt gedacht dat er geen fysiek slachtoffer is bij AI-beelden en dat het dan iets minder erg is, maar dat is absoluut niet het geval. Ik ga de rest van uw antwoord nog eens heel aandachtig bekijken, maar ik denk dat het zeker iets is waar we ons zorgen over moeten blijven maken. Zo goed als elke organisatie die ermee bezig is, zegt dat ze zich maar al te goed bewust zijn van de golf – de tsunami – van AI-beelden die op ons afkomt en van de uitdagingen die daarmee gepaard gaan. AI zal in de toekomst nog fantastische mogelijkheden bieden, maar net als bij elke vorm van technologie, zoals dat ook het geval was bij het internet, komen er ook heel wat gevaren bij kijken.

De verkrachtingen en het geweld in Soedan
De VN-oproep n.a.v. de onverschilligheid over en straffeloosheid in het conflict in Soedan
De situatie in Soedan
Geweld, straffeloosheid en humanitaire crisis in Soedan

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie belicht de catastrofale humanitaire crisis in Soedan, waar systematisch seksueel geweld als oorlogswapen wordt ingezet, 30 miljoen mensen noodhulp nodig hebben en straffeloosheid heerst, terwijl internationale aandacht ontbreekt. België steunt flexibele humanitaire hulp (60% via VN-fonds) voor medische en psychologische zorg, veroordeelt obstakels voor hulpverleners en pleit in EU- en VN-verband voor justitie (ICC, VN-onderzoeken) en diplomatieke druk, waaronder sancties tegen externe steun aan strijdende partijen. Structurele oplossingen (3D-benadering) zijn echter onhaalbaar door de instabiliteit, waardoor de focus ligt op acute noodhulp en politieke lobby. Kritiek blijft dat België te weinig leiderschap toont om de EU tot krachtiger actie aan te zetten, terwijl het conflict dreigt uit te groeien tot een regionale brandhaard.

Rajae Maouane:

Je suis contente que l'on ait le temps de parler du Soudan car ce conflit reste sous les radars médiatiques et politiques. Monsieur le ministre, Médecins Sans Frontières a récemment publié un témoignage glaçant: des femmes et des jeunes filles fuyant la guerre au Soudan ont été battues et violées en pleine route, devant témoins, dans une violence extrême, systémique et délibérée.

Ce n’est malheureusement pas un fait isolé. Depuis le début du conflit, les violences sexuelles sont utilisées comme arme de guerre, notamment dans l’ouest du Darfour. Les structures de santé sont totalement débordées, voire inexistantes. L’accès humanitaire est gravement entravé. Ces femmes, souvent très jeunes, n’ont d’autre choix que le silence, la honte ou l’exil, parfois sans soins, sans justice, sans reconnaissance.

Monsieur le ministre, que fait aujourd’hui la Belgique pour soutenir les victimes de ces crimes au Soudan? Avons-nous prévu un renforcement de notre aide humanitaire, notamment dans les domaines de la santé sexuelle et de la prise en charge psychologique? La Belgique plaide-t-elle activement, au sein des instances internationales, pour que ces crimes ne restent pas impunis et que la justice internationale se saisisse de ces cas documentés par des ONG comme Médecins Sans Frontières ou Human Rights Watch?

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, le chef du Bureau de la coordination des affaires humanitaires de l'ONU, Tom Fletcher, a récemment lancé un cri d'alarme bouleversant à propos du conflit qui ravage le Soudan. Trente millions de personnes ont besoin d'aide vitale. Une guerre sans pitié ravage les villes et les campagnes avec son cortège de civils piégés, de femmes victimes de violences sexuelles, de malnutrition aigüe et des épidémies qui se répandent dans l'indifférence quasi générale. Il a qualifié cette guerre d'immense tragédie humanitaire et dénoncé l'indifférence et l'impunité qui sont devenues selon ses mots les tristes emblèmes de notre époque. On ne peut pas détourner le regard.

Quelle est votre analyse politique de cette déclaration et de cet appel à l'action? Notre pays soutient-il les efforts en vue d'un mécanisme d'enquête internationale sur les crimes commis, notamment les violences sexuelles et les attaques contre les civils? Un appui humanitaire belge est-il actuellement mobilisé pour répondre aux besoins urgents sur le terrain? Enfin, comptez-vous relayer l'appel onusien à vos homologues européens pour renforcer la pression diplomatique sur les belligérants et soutenir une transition vers une paix inclusive et durable?

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, comme mes collègues l'ont dit, c'est un des conflits dont on parle le moins. Pourtant, c’est un des conflits les plus meurtriers. La population souffre à un niveau extrêmement rare. Le directeur de l'OMS a dit que le Soudan est une véritable tempête de crises: 13 millions de déplacés, 25 millions de personnes qui souffrent de faim. Des accusations de génocide, perpétré par les FSR. Cette guerre dure déjà depuis deux ans. C’est une monstruosité humanitaire, qui sème la désolation dans toute la région; un conflit absurde, financé par des parties extérieures aussi cupides qu'opportunistes. C'est la population soudanaise, et les femmes, comme d'habitude, qui en font les plus grands frais. Elles sont violées. Le viol, comme l'a dit ma collègue Rajae Maouane, est utilisé comme arme de guerre, comme en RDC, comme en Palestine. C'est une habitude.

Monsieur le ministre, mes questions sont les suivantes. Quelle est votre analyse de la situation? Que pensez-vous des influences extérieures, qui trouvent intérêt à soutenir les belligérants, principalement les FSR, malgré les crimes qu'ils commettent?

Dans votre note de politique générale, vous disiez vouloir agir en priorité là où les crises sont les plus graves et les plus urgentes. Agissez-vous dès lors en conséquence au regard de la situation que vivent les Soudanais depuis plusieurs années?

Dans le cadre de l'approche 3D, telle que vous l'avez définie et que vous défendez, le Soudan représente une zone stratégique au cœur des jeux politiques complexes d'une région instable. La sécurité de la région est intrinsèquement liée à son développement et à sa bonne gouvernance. Notre rôle en tant que soutien au développement durable et défenseur de la stratégie 3D devrait naturellement s'y appliquer. Quelle stratégie privilégiez-vous pour la région et comment comptez-vous l'appliquer? Merci.

Maxime Prévot:

Mesdames et messieurs les députés, depuis votre dernière question sur le Soudan, fin avril de cette année, la situation dans ce pays ne s'est malheureusement pas améliorée, loin s'en faut. Les combats et les violations graves des droits humains, en particulier contre les femmes et les enfants, se sont poursuivis sans relâche. Alors qu'aucune perspective de sortie du conflit n'est en vue, le droit international humanitaire est massivement bafoué. Sincèrement, je me réjouis de vos questions jointes, parce que c'est un conflit dont on parle trop peu.

Selon les Nations Unies, des rapports de plus en plus nombreux et alarmants font aussi état de violences sexuelles utilisées comme armes de terreur à travers le Soudan. Il est ainsi estimé que plus de 12 millions de femmes et de filles, et de plus en plus d'hommes et de garçons, sont exposés au risque d'agressions sexuelles, soit une augmentation de 80 % par rapport à l'année précédente.

Par ailleurs, le risque de partition du pays sur des bases ethniques apparaît réel, après la proclamation de l'installation de nouveaux gouvernements par chaque camp, tandis que la régionalisation du conflit atteint actuellement des proportions très importantes. Une multitude d'acteurs de la région et du Golfe voient dans ce conflit une opportunité, à des degrés divers, d’avancer leurs intérêts géopolitiques ou géoéconomiques, au détriment des populations locales.

Le 5 juin dernier, à Abou Dhabi, je me suis entretenu avec la représentante spéciale de l’Union européenne pour la Corne de l’Afrique, Mme Annette Weber. Elle m'a confirmé le tableau très sombre au Soudan, tel que décrit aussi par Tom Fletcher, chef du Bureau de la coordination des affaires humanitaires de l’ONU, dans son appel du 12 juin.

Sur le plan humanitaire, il est clair que la situation extrêmement volatile dans le pays exige une approche flexible. L’aide humanitaire belge soutient dès lors la réponse internationale par le biais d'une aide directe et flexible. Je rappelle qu'au moins 60 % de l'appui belge consiste en un financement indirect flexible, non affecté par le biais de notre soutien aux fonds humanitaires mondiaux et aux financements de base de différents acteurs des Nations Unies. Cela permet à ces acteurs, qui sont plus proches de la crise au Soudan, de décider eux-mêmes où la contribution belge peut être utilisée au mieux pour la soutenir. Ces acteurs ont également développé l’expertise nécessaire ou soutiennent des acteurs ayant les connaissances requises pour répondre aux besoins, dans les domaines de la santé sexuelle et mentale, des victimes de violences.

Les entraves à l’acheminement de l’aide humanitaire et les violences envers les acteurs humanitaires restent un sérieux problème. À titre d'exemple, le 2 juin, une attaque d'un convoi humanitaire dans le Nord du Darfour a causé la mort de cinq travailleurs humanitaires. La Belgique, avec l’Union européenne et d’autres bailleurs de fonds, a condamné cette violation du droit international dans les termes les plus forts, à travers une déclaration conjointe.

Sur la question de la lutte contre l’impunité et de la justice internationale, la Belgique soutient le travail de l’expert indépendant sur le Soudan ainsi que la mission d’établissement des faits mandatée par le Conseil des droits de l’homme. Nous regrettons que cette dernière n'ait toujours pas eu accès au territoire soudanais. Il est évidemment crucial qu'il y ait une documentation des faits pour assurer la poursuite des auteurs de ces crimes.

La Belgique continue par ailleurs à encourager le renforcement du mandat de la Cour pénale internationale au Soudan.

Au sein du Conseil des droits de l'homme, la Belgique continuera d'exprimer ses vives préoccupations à l'égard des nombreuses violations et atteintes aux droits humains, en particulier à l'égard des femmes et des enfants, contribuant ainsi à mettre en lumière la situation dramatique qu'endurent les populations civiles et à mobiliser la communauté internationale pour y mettre fin.

Sur le plan diplomatique, la Belgique reste bien évidemment active au sein de l'Union européenne. Elle fait partie d'un petit groupe d'États membres appelés EU Core Group on Sudan , qui vise à maintenir cette crise à l'agenda et à soutenir le travail et les démarches de la représentante spéciale de l'Union européenne pour la Corne de l'Afrique.

Je peux d'ailleurs vous confirmer que des discussions sont en cours au sein de l'Union européenne pour redynamiser l'action diplomatique de l'Union européenne. De nouvelles sanctions, auxquelles la Belgique est favorable, sont sur la table tout comme toute une série d'autres options diplomatiques. Il est clair aussi qu'il faudra intensifier les démarches de l'Union européenne vis-à-vis des pays de la région et du Golfe, afin que tout soutien aux belligérants soit stoppé et que les processus de médiation qui patinent soient revitalisés; ces discussions pourraient déboucher sur l'adoption de nouvelles conclusions du Conseil sur le Soudan.

Enfin, pour répondre à l'interpellation de Mme Mutyebele sur l'approche 3D au Soudan ou dans la Corne de l'Afrique, celle-ci n'est de facto pas d'application dans cette zone, partant du principe que cette approche intégrée est basée sur une présence et un engagement de la Défense et de programmes gouvernementaux de coopération. Dans la situation actuelle, il n'y a pas de perspective à court ou même à long terme pour déployer de tels instruments au Soudan, ce que d'autres partenaires ne font d'ailleurs pas non plus. Étant donné les limites en termes de moyens, il est préférable de se focaliser sur d'autres régions comme l'Afrique centrale ou l'Afrique de l'Ouest. Je vous remercie.

Rajae Maouane:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Vous avez raison de le rappeler: 12 millions de personnes, c'est environ l'équivalent de la population de la Belgique, qui est en situation dramatique et urgente. L'ONU dit que c'est le plus grand drame humanitaire en ce moment. On sait aussi que le Soudan est un terrain de jeu géopolitique pour des États comme les Émirats arabes unis. Il y a là aussi quelque chose à faire au niveau diplomatique. Mais je vous encourage quand même à aller un pas pour loin pour que la Belgique puisse prendre le lead au sein de l'Union européenne, dans la recherche de solutions. Vous-même et les collègues l'avez à juste titre rappelé: nous sommes vraiment dans une situation de drame humanitaire total. Merci.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Vous avez en effet évoqué des chiffres qui sont absolument effarants sur l'inhumanité qui règne aujourd'hui au Soudan. Nous parlons ici en réalité de 30 millions d'êtres humains qui sont en détresse entre bombardements indiscriminés, d'enfants affamés, de femmes violées et de soignants qui sont aussi tués en missions humanitaires. Le silence ou la tiédeur de la communauté internationale sont en train de devenir les complices involontaires de cette "barbarie" – parce qu'elle n'a que ce nom-là.

Ce que l'ONU demande aujourd'hui c'est une montée en puissance des États qui défendent une certaine idée de l'humanité. Il ne s'agit pas seulement de condamner bien sûr, mais de rehausser le niveau d'exigence et je vous remercie, monsieur le ministre, de porter la voix de la Belgique avec clarté, là encore, de soutenir sans ambiguïté aussi l'ouverture d'un mécanisme d'enquête international et de mobiliser nos partenaires européens pour qu'ils sortent de cette indifférence.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse et votre humanité. J'entends que des sanctions sont sur la table. J'espère qu'elles seront effectives très rapidement. Vous avez beaucoup de travail avec les crises qui se produisent partout dans le monde, à des ampleurs que nous observons rarement. Le Soudan souffre et souffre d'autant plus en silence, ce silence qui pèse malgré les accusations de crime de génocide, malgré l'immense crise humanitaire, malgré la crise des réfugiés sans précédent, malgré les viols massifs utilisés comme armes de guerre. Monsieur le ministre, vous devriez savoir à quel point cette situation constitue une poudrière qui risque d'embraser toute la région: le risque d'une guerre civile au Soudan du Sud, les tensions qui grimpent entre l'Érythrée et l'Éthiopie, la famine qui menace en Somalie, les groupes djihadistes qui progressent, des pays étrangers qui multiplient leurs ingérences, la déstabilisation des régimes, etc. Le Soudan devrait faire l'objet d'une attention particulière et j'espère que vous et les organisations internationales pourrez agir parce que le Soudan et les Soudanais méritent la paix. La population mérite de vivre et non pas de mourir dans le silence.

De partnermoord in Eeklo

Gesteld door

N-VA Kathleen Depoorter

Gesteld aan

Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 22 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Na de partnermoord op Diana (39)—ondanks eerdere politie-interventies en noodopvang voor de dader—eist Kathleen Depoorter onmiddellijke verbetering van risicoanalyses, stalkingsalarmen (directe noodcentrale-koppeling) en een slachtofferapp met locatie-alerts om herhaling te voorkomen. Minister Beenders bevestigt dat gendergeweld prioriteit is, verwijst naar de feminicidewet en een nieuw wetenschappelijk comité om systeemfalen te analyseren, maar belooft geen concrete actie op de voorgestelde maatregelen. Depoorter dringt aan op directe uitvoering—zonder wachttijden bij alarmen of contactverboden—om nieuwe slachtoffers te vermijden, met de nadruk op snelle politie-interventie. Kernpunt: systeemtekorten doden, analyse alleen is onvoldoende—dringende implementatie van technische en procedurele oplossingen is cruciaal.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, Diana, 39 jaar, werd gisteren vermoord door haar partner, vlak nadat ze haar kinderen van 3 en 11 jaar aan de school in Eeklo had afgezet. Partnermoord is de gruwelijkste vorm van intrafamiliaal geweld en toch gebeurt het. In het gezin van Diana had eerder al geweld plaatsgevonden. Ze had zich gemeld bij de politie, die ook had ingegrepen. Haar partner werd ondergebracht in de noodopvang. Toch heeft het niet mogen baten. Diana is gestorven. Ze is niet de enige. Elk jaar sta ik hier wel met een dergelijk verhaal.

Mijn collega Sophie De Wit en ikzelf werken al langer rond het thema en hebben hierover verschillende voorstellen in de Kamer ingediend. We vinden het absoluut noodzakelijk dat er een degelijke risicoanalyse wordt gemaakt wanneer een slachtoffer zich bij de politie meldt. Het risico moet ook worden opgevolgd. Daarnaast is overleg tussen de verschillende hulpdiensten van cruciaal belang. Het stalkingsalarm werkt wel, maar niet altijd. Eigenlijk moet het alarm, zodra een vrouw de knop indrukt, onmiddellijk bij de noodcentrale van de politie afgaan. Een wachtrij is onaanvaardbaar. De hulpdiensten moeten onmiddellijk kunnen optreden. Mijnheer de minister, er moet ook werk worden gemaakt van een ander instrument, een slachtofferapplicatie, een toepassing die aangeeft wanneer een slachtoffer zich in de buurt van een mogelijke dader bevindt, zodat de hulpdiensten meteen kunnen ingrijpen.

Mijnheer de minister, we zijn partners in de regering, maar ook in de strijd tegen intrafamiliaal geweld. Bent u bereid om onze voorstellen mee te nemen wanneer u wetgeving opstelt?

Rob Beenders:

Collega Depoorter, bedankt voor uw vraag. Sta mij toe om ook mijn medeleven te betuigen aan de nabestaanden van Diana, de vrouw die gisteren in Eeklo werd vermoord.

We zijn het er allemaal over eens dat elk slachtoffer van partnergeweld er een teveel is. Helaas, zoals u ook aangaf, betreft het hier geen geïsoleerd geval. De strijd tegen gendergerelateerd geweld is dan ook een absolute prioriteit voor de regering en voor mijn beleid. Het gaat immers om mensenlevens. Slachtoffers moeten een betere bescherming kunnen genieten.

U begrijpt dat ik me over de specifieke zaak niet in detail kan uitspreken, zeker niet over de concrete omstandigheden. Er moet bij de politie zeker worden onderzocht of zij de correcte procedures heeft gevolgd en de regels rond de risico-evaluatie op basis van de omzetbrief heeft nageleefd. Het is aan het Comité P, dat belast is met de controle op de politie, om het dossier verder op te volgen.

In ieder geval moeten we alles doen wat we kunnen om geweld te voorkomen, slachtoffers te beschermen en daders aan te pakken. België was het eerste Europese land met een wettelijk kader ter voorkoming en bestrijding van feminicide. Ik zal de concrete maatregelen in de wet ter zake uitvoeren.

Ingevolge de feminicidewet wordt momenteel het wetenschappelijk comité samengesteld bij het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie. Het comité heeft de opdracht om feminicides en gendergerelateerde dodingen te analyseren en te onderzoeken wat er precies is fout gelopen. Dat moet leiden tot een verdere verbetering van het huidige systeem, dat verantwoordelijk is voor de preventie en de bestrijding van feminicides en van het voorafgaande geweld. Ik wil daarin namelijk net als u zeer duidelijk zijn: we mogen en kunnen gendergerelateerd geweld nooit tolereren.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, elk slachtoffer is er een te veel. We moeten nu actie ondernemen. Natuurlijk moeten we analyseren en onderzoeken. Dat is absoluut noodzakelijk, maar ageren is nog veel belangrijker. Noch u noch ik willen hier over een paar maanden opnieuw staan om weer een andere casus aan te kaarten. We moeten ervoor zorgen dat de stalkingsalarmen werken. Als de knop ingedrukt wordt, moeten onze diensten onmiddellijk ter plaatse kunnen komen. Als een dader in de buurt komt van de persoon voor wie hem of haar een contactverbod is opgelegd, dan moeten de politiediensten onmiddellijk worden ingelicht, zodat zij kunnen ingrijpen. Ik, noch u, noch om het even wie in het halfrond wil nog het verhaal brengen dat kinderen hun moeder of hun vader moeten missen vanwege partnergeweld.

De toenemende agressie in de gevangenis van Wortel

Gesteld door

VB Marijke Dillen

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 23 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De toenemende agressie tegen cipiers in gevangenis Wortel – met name fysiek geweld, bedreigingen en verbale uitbarstingen – baart zorgen, verergerd door onderbezetting en de versnelde terugkeer van 4.000 gedetineerden, wat de druk verder opvoert. Minister Verlinden erkent het probleem (oorzaken: drugs, psychiatrische gevallen, overbevolking elders) en kondigt maatregelen aan zoals tuchtprocedures, time-outafdelingen, veiligere cellen, drugdetectie en psychologische ondersteuning, maar centrale cijfers over vervolgingen ontbreken en huidige acties blijken ontoereikend. Dillen dringt aan op specifieke actie voor Wortel (waar agressie sneller stijgt dan elders, ondanks *minder* overbevolking) en strafrechtelijke hardheid: *elke* aanval op cipiers moet *verplicht* vervolgd worden, met zware sancties, om een duidelijk signaal af te geven dat geweld nooit getolereerd wordt.

Marijke Dillen:

Mag ik eerst, mevrouw de minister, nog eens vragen om iets trager te spreken, in het belang van de tolken? Het is moeilijk werken voor die mensen. U zou eens met hen moeten gaan praten, dan zult u begrijpen dat het voor hen echt moeilijk is.

De agressie tegenover het personeel in de gevangenis van Wortel is de afgelopen periode enorm toegenomen, in het bijzonder de fysieke agressie. De situatie op dit ogenblik is ronduit verontrustend. Steeds vaker worden cipiers geconfronteerd met gewelddadige incidenten, bedreigingen en zware verbale uitbarstingen. Dat heeft uiteraard zeer negatieve gevolgen voor de werksfeer. Daarenboven leeft het gevoel bij het personeel dat ze niet gesteund worden en dat ze er alleen voor staan.

We hadden het al over de beslissing van de magistraten om vierduizend veroordeelden versneld naar de gevangenissen terug te sturen. Die actie krijgt wel begrip van het personeel, maar de gevolgen zullen zeer zwaar zijn. Dit zal zonder twijfel leiden tot nog meer spanningen, verhoogde agressie en meer druk op het reeds zwaar onderbemande korps.

Bent u op de hoogte, mevrouw de minister, van de toenemende agressie tegenover het personeel in de gevangenis van Wortel? En dit vind ik een belangrijke vraag. Gedetineerden die zich schuldig maken aan deze feiten moeten zwaar gestraft worden, want dit is absoluut onaanvaardbaar. Kunt u mij een overzicht geven van de gevolgen die er werden en zullen worden gegeven aan deze verschillende vormen van agressie in de gevangenis van Wortel? In hoeveel gevallen werden er gedetineerden vervolgd voor deze feiten en ook daadwerkelijk bijkomend gestraft?

Nogmaals, mevrouw de minister, cipiers moeten in veilige omstandigheden kunnen werken. Wat gaat u specifiek doen voor het personeel in Wortel om hen te beschermen en de veiligheid te waarborgen?

Annelies Verlinden:

Ik deel uiteraard de bezorgdheid over de toenemende agressie ten aanzien van het personeel in de Belgische gevangenissen. Helaas geldt dat immers niet alleen voor die van Wortel.

De toename kent verschillende oorzaken. Vooreerst is er het hoge aantal gedetineerden en het aantal gedetineerden met een psychiatrische of psychische problematiek. Een op drie gevallen van ernstige agressie wordt veroorzaakt door geïnterneerden. Daarnaast is het gebruik van drugs, in het bijzonder designerdrugs, een bijkomende aanleiding. Ten slotte valt uiteraard ook niet te ontkennen dat de overbevolking een rol speelt.

Onze penitentiaire beambten moeten hun werk kunnen uitvoeren in veilige en respectvolle omstandigheden. Uiteraard is elk incident er één te veel. Het is absoluut onaanvaardbaar dat onze penitentiaire beambten het voorwerp worden van fysiek of verbaal geweld.

Wat betreft de gevolgen voor de daders en uw vragen daaromtrent, kan ik u toelichten dat wanneer er sprake is van agressie, een tuchtprocedure wordt opgestart. De gevangenisdirecteur beslist dan conform de basiswet over de gepaste tuchtsanctie. Indien het gaat om strafbare feiten, worden deze steeds gemeld aan het parket voor een eventuele strafrechtelijke vervolging. De administratie beschikt vandaag niet over een centraal overzicht van de effectieve vervolgingen of bijkomende straffen.

Wat de maatregelen ter bescherming van het personeel betreft, krijgen de penitentiaire personeelsleden voorafgaand aan hun indiensttreding een opleiding met daarin specifieke modules over het omgaan met agressie, herkenning van conflictsituaties, de-escalerend werken, omgaan met psychisch gestoord gedrag, maar ook communicatietechnieken voor crisissituaties.

Bij ernstige incidenten wordt de procedure 'kritiek incident' toegepast die zich richt op de concrete afhandeling, maar ook de communicatie. Na afloop volgt een analyse op basis waarvan zowel lokaal als nationaal verbetervoorstellen kunnen worden geformuleerd. Daarnaast wordt bij elk incident het lokaal opvangteam geactiveerd voor ondersteuning en emotionele bijstand. Die eerste opvang door eigen collega's heeft een zeer positief effect op het slachtoffer, maar ook op de verwerking en het kunnen plaatsen van een incident. Daarnaast kunnen medewerkers altijd een beroep doen op het aanbod van POBOS, een externe organisatie voor psychologische begeleiding.

Dat is echter kennelijk allemaal niet voldoende. Daarom willen we investeren in meer veiligheid. Zo implementeren we het project 'installatie van een geweldloze cultuur' in de gevangenissen, dat zowel gericht is op agressiebegeleiding voor gedetineerden als het aanrijken van handvaten en coaching van personeel om met agressie om te gaan. Dat project zal starten in Wortel. We willen ook streven naar een beter beheer van gedetineerden en geïnterneerden die agressief gedrag stellen, door zowel te zorgen voor een betere spreiding van de gedetineerden alsook een tijdelijke plaatsing in een specifiek daarop gerichte time-outafdeling.

We starten met de inrichting van beveiligde cellen, zodat medewerkers op een veilige manier in interactie kunnen treden met gedetineerden en geïnterneerden die agressief gedrag stellen. Voor de opsporing van drugs via DrugDetect hebben we 20 toestellen aangekocht, maar ook drugtesten voor niet-therapeutische doeleinden zijn belangrijk.

Ook de problematiek van het overgooien en binnensmokkelen is een aandachtspunt. Daarvoor werken we samen met de politie en de private sector en onderzoeken we nieuwe technologieën om onze perimeter te beveiligen. Ik wil nogmaals onderstrepen dat de personeelsleden er niet alleen voorstaan. We nemen de signalen bijzonder ernstig en zullen alles in het werk stellen om hun veiligheid te garanderen.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. U hebt hoofdzakelijk een algemeen antwoord gegeven betreffende alle gevangenissen, waar jammer genoeg wordt vastgesteld dat agressie almaar toeneemt. Blijkbaar is die agressie, volgens de signalen die ik heb gekregen, op dit ogenblik specifiek in de gevangenis van Wortel aanzienlijk gestegen. In tegenstelling tot andere gevangenissen, zoals die in de Begijnenstraat in Antwerpen, is in de gevangenis van Wortel niet zoveel sprake van bijvoorbeeld overbevolking. Ik zou u toch willen vragen, mevrouw de minister, om zeer specifiek naar die gevangenis eens te gaan kijken en daarover informatie te verzamelen om na te gaan op welke manier de cipiers er kunnen worden ondersteund en meer bescherming kunnen krijgen. Werken in veiligheid moet toch absoluut gewaarborgd worden. Ik heb nog één bedenking betreffende mijn tweede vraag. Ik had gevraagd wat er met gedetineerden gebeurt die zich schuldig hebben gemaakt aan dergelijke feiten. Ik betreur dat u in uw antwoord stelt dat ze 'eventueel' strafrechtelijk vervolgd zullen worden. Welnu, mevrouw de minister, de verschillende parketten zouden een heel duidelijk signaal moeten geven dat dat absoluut onaanvaardbaar is in onze gevangenissen. De cipiers verdienen een betere bescherming. Als ze het slachtoffer zijn van agressie, van welke aard ook, dan moet dat worden vervolgd. Die gedetineerden moeten extra gesanctioneerd worden.

De nood aan een betere communicatie door Justitie
Een betere communicatie over vonnissen en arresten
De verkrachtingszaak in Leuven en de straffeloosheid van seksueel geweld
De verkrachtingszaak in Leuven en de klassenjustitie
Gebrekkige justitiecommunicatie, klassenjustitie en straffeloosheid seksueel geweld

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 9 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de maatschappelijke verontwaardiging over het Leuvense verkrachtingsvonnis (opschorting ondanks schuld) en structurele tekortkomingen in justitiecommunicatie, slachtofferbegeleiding en klassenjustitie. Minister Verlinden belooft betere transparantie (databank geanonimiseerde vonnissen, sociale media, gespecialiseerde kamers) en meer ondersteuning voor slachtoffers, maar concrete budgetten en timing ontbreken, wat kritiek uitlokt op dralend beleid en gebrek aan urgentie. Kernpunten: behoefte aan snellere, begrijpelijke communicatie (naar Nederlands model), onderzoek naar klassenjustitie, en directe investeringen in zorgcentra en daderbegeleiding om straffeloosheid te bestrijden.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, we zijn het er allemaal over eens dat in een rechtsstaat rechterlijke beslissingen uitgevoerd moeten worden, maar er kan ook kritiek op komen en er kan een maatschappelijk debat ontstaan. Zeker in zedenzaken raakt het maatschappelijk debat snel oververhit. Het is echter onmogelijk om te oordelen, als men de juiste context niet kent. Rechtspreken is maatwerk.

Naar aanleiding van de Leuvense verkrachtingszaak pleit de magistratenvereniging Magistratuur en Maatschappij in een open brief voor een betere communicatie door Justitie. Wie de context niet kent, kan de rechtvaardigheid van een vonnis niet beoordelen. Het is dan ook belangrijk dat er voldoende duiding wordt gegeven over uitspraken van rechters en dat er een brug wordt geslagen tussen het oordeel van de rechters en de publieke opinie. Niet iedereen moet het immers telkens eens zijn met rechterlijke beslissingen. Er moet ruimte blijven voor kritiek.

Op het vlak van communicatie heeft Justitie de voorbije jaren al een aantal stappen gezet, maar er is nog veel werk aan de winkel. De magistraten verwijzen naar het Nederlands model, waar massaal wordt ingezet op betere communicatie, onder meer via de sociale media.

Wat is uw standpunt met betrekking tot het pleidooi van de magistratenvereniging Magistratuur en Maatschappij om meer in te zetten op een betere communicatie van Justitie? Bent u bereid om initiatieven te nemen om te werken aan betere communicatie en hiervoor de nodige middelen vrij te maken? Dat laatste blijft immers de essentie, zoals in veel dossiers in uw bevoegdheid.

Kristien Van Vaerenbergh:

Mevrouw de minister, er is de voorbije weken inderdaad heel wat maatschappelijke commotie ontstaan rond het vonnis van de rechtbank in Leuven waarbij een 24-jarige student gynaecologie weliswaar schuldig werd bevonden aan verkrachting, maar de gunst van opschorting van de veroordeling door de rechtbank werd toegekend. De ophef hierover is ook het gevolg van het gebrek aan duiding en toegankelijke communicatie over het vonnis.

We hebben nadien heel wat meningen gehoord in verschillende media. Ook magistratenvereniging Magistratuur & Maatschappij pleit in een open brief voor een verbeterde communicatie door het gerecht, met name door het actief inzetten van sociale media, en verwijst daarvoor naar buurland Nederland. Debat is goed, maar dan wel op basis van een geïnformeerde mening en met kennis van de feiten en de context.

Wat is de huidige communicatiestrategie van justitie ten aanzien van het publiek, specifiek met betrekking tot het toelichten van vonnissen in maatschappelijk gevoelige zaken? Hoe evalueert u die strategie?

In welke mate maken de hoven en de rechtbanken vandaag gebruik van sociale media? Worden er bijvoorbeeld systematisch samenvattingen van uitspraken gepubliceerd op sociale media?

Zijn er plannen om de communicatie van justitie naar Nederlands model te optimaliseren, bijvoorbeeld door rechterlijke uitspraken onmiddellijk en geanonimiseerd te publiceren en actiever gebruik te maken van sociale media?

Toevallig stelde ik recent een schriftelijke vraag aan u over de communicatie. U antwoordde toen dat er via het College van hoven en rechtbanken nu persattachés zijn. U sprak in uw antwoord ook over het feit dat er eventueel een gedeeld beroepsgeheim zou kunnen komen tussen persrechters en persattachés, zodat rechters zich niet geremd voelen om hun vonnis al voor de uitspraak aan de persattaché mee te delen, zodat die uitspraak onmiddellijk goed kan gekaderd worden door journalisten, des te meer gelet op de snelle verspreiding van berichten onder andere door de medai.

Welke concrete maatregelen zult u nemen om de transparantie bij Justitie nog meer te bevorderen?

Ayse Yigit:

Mevrouw de minister, de verkrachtingszaak in Leuven heeft het debat over seksueel geweld opnieuw doen oplaaien. Een man werd schuldig bevonden aan verkrachting, maar kreeg geen straf. Zonder opvolging of begeleiding mag hij gewoon verder met zijn leven. De motivatie luidde dat hij een beloftevolle gynaecoloog zou zijn.

Het betreft geen losstaand geval. De verontwaardiging op straat en van de mensen thuis is geen toeval: ze zien een patroon. Seksueel geweld wordt nog steeds niet ernstig genoeg genomen. Het recht lijkt vaker de toekomst van daders te beschermen dan die van slachtoffers.

De zaak in Leuven roept pijnlijke herinneringen op. In 2021 gingen twee daders vrijuit na een verkrachting in een Gentse discotheek. In Brussel en Kortrijk lopen daders van spiking en verkrachting nog steeds vrij rond, ondanks tientallen meldingen. Vorige week nog kreeg een twintigjarige man opschorting van straf na de verkrachting van een dertienjarig meisje. Het zijn geen uitzonderingen. Het is het systeem.

Volgens het openbaar ministerie is het aantal dossiers van seksueel geweld in vijf jaar met 20 % gestegen. Toch blijft meer dan de helft zonder gevolg. Amper 4 % van de slachtoffers doet überhaupt aangifte. Het vertrouwen in justitie is laag en uitspraken zoals in Leuven helpen daar allesbehalve bij.

Mevrouw de minister, het gaat vandaag niet alleen over Leuven, al verdient die uitspraak ook in beroep de nodige aandacht. Wat telt, zijn structurele oplossingen. Voorstellen van het middenveld en experts liggen al jaren op tafel. Sommige staan zelfs in het regeerakkoord. De vraag is dus wanneer de daad bij het woord wordt gevoegd en met welk budget. Vrouwen horen immers niet met angst te leven. Ze horen niet te vechten voor geloofwaardigheid. Al veel te lang worden ze aan het lijntje gehouden. Worden de investeringen in hulp en ondersteuning voor slachtoffers eindelijk verhoogd? Hoe snel breidt u de zorgcentra en EVA-cellen uit en met welk budget? Wanneer komen er meer gespecialiseerde magistraten?

Straffeloosheid stoppen vraagt ook om een goede opvolging en begeleiding van daders. Waarin voorziet u in dat verband?

Welke ondersteuning biedt de regering voor Paarse Punten in het uitgangsleven? Paarse Punten zijn veilige plekken waar slachtoffers terechtkunnen en waar preventie centraal staat.

Het vonnis van de verkrachtingszaak in Leuven roept fundamentele vragen op over klassenjustitie in ons rechtssysteem. Vele vragen zich af of, als de dader een metser of iemand van buitenlandse afkomst was geweest, hij dan ook strafvermindering had gekregen. Mevrouw de minister; vindt u het aanvaardbaar dat afkomst of sociale status een rol spelen in vonnissen?

Het regeerakkoord belooft van alles over gelijke kansen, maar is iedereen wel echt gelijk voor de wet? Werd onderzocht of mensen met een bevoorrechte achtergrond systematisch milder worden behandeld?

Als iemand gynaecoloog wil worden en dus vrouwen in kwetsbare situaties moet begeleiden, is dat dan niet juist een reden om wel in een grondige gerechtelijke en psychologische opvolging te voorzien?

Annelies Verlinden:

Geachte Kamerleden, ik zeg niets verrassends, wanneer ik stel dat de feiten met betrekking tot de verkrachtingszaak niemand onberoerd laten. Ik heb dan ook het grootste begrip voor de maatschappelijke beroering naar aanleiding van de zedenzaak in Leuven en alle andere zedenzaken en gendergerelateerd geweld. Elk slachtoffer van seksueel geweld is er een te veel. Alle slachtoffers van seksueel geweld, of ze al dan niet onmiddellijk aangifte doen, moeten gezien, gehoord en bijgestaan worden.

De strijd tegen seksueel geweld is een absolute prioriteit voor mij en daarom werken we aan concrete maatregelen met aandacht voor zowel slachtoffers, die in het hele justitieapparaat centraal moeten staan, als voor de begeleiding van daders, precies om recidive te voorkomen. Zo zullen we in het hele land zorgcentra na seksueel geweld uitrollen en nagaan hoe we hun werking nog kunnen versterken.

Samen met de gefedereerde entiteiten verbeteren we de behandeling van seksuele delinquenten om het risico op herval te verminderen. We ondersteunen slachtoffers in hun aangiftebereidheid, ook bij seksueel geweld online, met respect voor de rechten van verdediging. Daarnaast bereiden we gespecialiseerde kamers voor, specifiek voor dossiers inzake intrafamiliaal en seksueel geweld, naar het voorbeeld van de drugbehandelingskamers.

In ons beleid de komende jaren zullen we de noden en behoeften van de slachtoffers centraal stellen, zodat we hun een zo goed mogelijke juridische en psychologische begeleiding kunnen geven. Ook zullen we de gerechtsgebouwen inrichten op hun maat.

Slachtoffers herkennen en goed omkaderen zijn belangrijke opdrachten voor Justitie, waar we sterk op inzetten. Gisteren nog had ik hierover een gesprek met professor Seksueel strafrecht Liesbet Stevens.

Daarnaast is er in de opleiding tot magistraat de afgelopen jaren op dat vlak heel wat vooruitgang geboekt. Sinds de wet van 31 juli 2020 worden alle magistraten verplicht opgeleid omtrent intrafamiliaal en seksueel geweld. Die opleidingen worden door het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding (IGO) georganiseerd en zijn er voornamelijk op gericht om rechters en parketmagistraten hieromtrent beter inzicht te geven.

Preventie blijft overigens onontbeerlijk in de strijd tegen seksueel geweld. We moeten blijven inzetten op preventie-initiatieven, die kunnen vermijden dat mensen slachtoffer worden, zoals de Ask for Angelacampagne of We Need to Talkinitiatieven op festivals.

Collega's, als minister kan en mag ik me niet uitspreken over de inhoud van een specifieke rechterlijke uitspraak, die in casu overigens ook nog niet definitief is, aangezien het parket hoger beroep zal instellen. In onze rechtsstaat is het essentieel dat rechters hun werk in alle onafhankelijkheid kunnen doen. Rechters wikken en wegen in alle onafhankelijkheid de concrete feiten en stukken in een dossier en de toepassing van het juridische kader op dat concrete dossier. Ik roep collega-politici daarom ook op tot dezelfde terughoudendheid. De rechtsstaat is een kostbaar goed en het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om die goed te beschermen.

Onlineheksenjachten en ongenuanceerde clickbaitberichtgeving in de media en op sociale media dragen evenmin bij aan een gezond maatschappelijk debat. Integendeel, ze ondergraven het vertrouwen en polariseren precies waar meer duiding en dialoog nodig zijn. In vele gevallen zijn het de slachtoffers zelf, die oproepen tot kalmte en sereniteit. Laten we uit respect voor hen die oproep uitermate ernstig nemen.

Dat neemt niet weg dat ik begrip heb voor en mijn medewerking geef aan de oproep voor een transparante en duidelijke communicatie vanuit Justitie. Vonnissen zijn het resultaat van een onafhankelijke en zorgvuldige beoordeling van feiten en wetgeving. Die context is voor het brede publiek niet altijd zichtbaar. Om aan de terechte vraag naar transparantie tegemoet te komen, bouwen we verder aan een databank met gepseudonimiseerde rechterlijke uitspraken, conform het regeerakkoord.

Tegelijk moeten we voorzichtig blijven, zeker in zedenzaken. Dergelijke vonnissen bevatten vaak uiterst intieme details, zowel in het feitenrelaas als in de motivering van de rechter. Het volledig openbaar maken online kan slachtoffers misschien ongewild bijkomend schaden en leiden tot secundaire victimisatie. Dat moeten we absoluut vermijden.

We moeten daarom overwegen in welke mate we elementen van identificatie of niet-relevante details bij de communicatie kunnen weglaten, zodat de impact voor de slachtoffers zo beperkt mogelijk blijft. In de betreffende zaak beschikten journalisten reeds snel over het geanonimiseerde vonnis. Toch bleek dat niet te volstaan voor sommigen om bij te dragen aan een sereen publiek debat. Absolute transparantie alleen is dus niet genoeg.

In dossiers die de samenleving diep raken, is ook heldere, inhoudelijke duiding nodig. Juridische taal vraagt in delicate zaken om een vertaling naar begrijpelijke en maatschappelijke termen. Hoewel de storm van de afgelopen week dat opnieuw op scherp stelt, leeft het besef bij Justitie al langer dat professionele duiding essentieel is, niet om uitspraken te verantwoorden, maar wel om ze beter te kaderen en het vertrouwen in Justitie te versterken.

De voorbije jaren zijn al belangrijke stappen gezet in de professionalisering van de communicatie van het parket en van onze hoven en rechtbanken. Op elk parket is een professionele woordvoerder actief en tal van persmagistraten zetten zich boven op hun reguliere taken vrijwillig in voor communicatie. Daarnaast zijn er sinds kort in onze hoven en rechtbanken ook vijf communicatiemedewerkers actief. Hun inzet maakt vandaag al een verschil, maar zal nog meer zichtbaar worden.

Bovendien moeten we inderdaad nadenken over het gedeeld beroepsgeheim met het oog op een snellere communicatie. Zodra een vonnis bij een advocaat zit, kan de verdere publieke bekendmaking daarvan starten. Ik ben er daarom ook van overtuigd dat we aan een overkoepelend communicatiebeleid bij Justitie moeten werken en roep alle betrokken actoren ook op om daar werk van te maken. Vanuit mijn positie als minister van Justitie zal ik hen daarbij ondersteunen en stimuleren. Zo zullen we onderzoeken of er nood is aan de aanpassing van het wettelijk kader voor persmagistraten en bekijken hoe we het netwerk van woordvoerders nog kunnen versterken. Een duidelijk handelingskader voor Justitie in maatschappijgevoelige dossiers is mijns inziens aangewezen.

Sociale media maken vandaag integraal deel uit van elk communicatiebeleid. Het OM communiceert vandaag al uitgebreid via sociale media, maar ook onze hoven en rechtbanken erkennen de nood om naast de traditionele communicatiekanalen ook op sociale media actief te zijn Ik kan u hier vandaag meedelen dat er al concrete plannen zijn om op korte termijn in samenwerking met het IGO onze hoven en rechtbanken beter te vormen omtrent het gebruik van sociale media op basis onder meer van goede praktijken uit het buitenland.

Collega's, ik wil graag mijn oproep in het kader van de bespreking van de beleidsverklaring herhalen. Onze rechtsstaat staat onder druk en daarom moeten we hem samen blijven beschermen. Magistraten, politici, journalisten, burgers, elk daarin kan zijn verantwoordelijkheid nemen. Elk doet dat vanuit de eigen rol, maar wel allemaal samen als ambassadeurs van de rechtsstaat.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Voor alle duidelijkheid, ik heb geen vragen gesteld over het individueel dossier, omdat dergelijke vragen ongepast zijn. Tegen de uitspraak werd overigens, als we de media mogen geloven, hoger beroep aangetekend. Zonder een lesje in recht te geven, hoger beroep betekent dat het dossier van nul af aan moet beginnen en dat er op het ogenblik eigenlijk geen vonnis is. Het is dan ook bijzonder belangrijk om daarin de nodige terughoudendheid aan de dag te leggen, zeker op de sociale media. Ik betreur dan ook ten zeerste dat een influencer, wiens naam mij nu ontsnapt, ondanks dat hij voor gelijkaardige feiten al eens werd veroordeeld, het nodig vond om op een platvloerse manier de naam van de dader van het vonnis in Leuven bekend te maken. De man heeft duidelijk zijn les niet geleerd en ik hoop dat het parket daar op een strenge manier de nodige gevolgen aan geeft.

Ik ben het met u eens dat de feiten en de veroordeling in het maatschappelijk debat, dat tegenwoordig jammer genoeg al te veel op de sociale media wordt gevoerd, niemand onberoerd laten. De strijd tegen seksueel geweld moet inderdaad absoluut een prioriteit zijn. In het algemeen, geheel los van het fameuze Leuvense dossier, is het toch wel bijzonder belangrijk om te werken aan een transparante communicatie bij Justitie. U hebt besproken dat u voort werk zult maken van de oprichting van de databank, die in de vorige legislatuur al was aangekondigd. Ik vind dat u wat dat betreft een tandje moet bijsteken. Wat in Nederland kan, moet ook hier kunnen.

U bereidt de oprichting van kamers voor de behandeling van intrafamiliaal en seksueel geweld naar het voorbeeld van de fameuze drugopvolgingskamers in Antwerpen en Gent voor. Hoe ver staat het daarmee? Hebt u uw voornemen al in uitvoering gebracht of bent u nog bezig met het voorbereidende werk?

Mevrouw de minister, ik heb geen antwoord gekregen op de belangrijkste vraag, namelijk die met betrekking tot het budget. Uw financiële middelen zijn zodanig beperkt dat vrijwel elke mondelinge vraag in de commissie voor Justitie over bijkomend budget gaat, bijvoorbeeld ook de vraag van collega Yzermans daarnet. Bent u bereid om binnen uw beperkte financiële middelen voor die belangrijke materie toch de nodige middelen vrij te maken? Mooie aankondigingen zonder dat er financiën aan gekoppeld zijn, helpen Justitie immers geen stap verder.

Kristien Van Vaerenbergh:

Mevrouw de minister, u hebt terecht heel wat initiatieven waarmee de jonste jaren de strijd tegen seksueel geweld in zedenzaken wordt opgevoerd, opgelijst. Maar u moet inderdaad werk worden gemaakt van een verbetering van de communicatie, inzonderheid de toelichting bij vonnissen, zodat het publiek die ook begrijpt. We wachten al heel lang op de databank van vonnissen en ik hoop dat die uiteindelijk toch in werking wordt gesteld.

Daarnaast moet er werk gemaakt worden van het gedeeld beroepsgeheim en van de verhoging van het aantal woordvoerders om rechtspraak goed uit te leggen. Wij moeten er ook rekening mee houden dat communicatie via onder andere sociale media heel snel gaat. Wij moeten inderdaad vaststellen dat de jeugd via dergelijke kanalen maar flarden van vonnissen lezen er er dan een eigen verhaal aan breien, terwijl het zo delicaat is om over individuele zaken te oordelen en er daarvoor meer nodig is dank enkele flarden op sociale media. Ik hoop dat daarop effectief wordt ingezet en dat hoven en rechtbanken ook actief op sociale media worden. Die kanalen bereiken nu eenmaal heel veel mensen, vooral de jeugd, die zich vandaag in mindere mate tot de klassieke communicatiekanalen wendt.

Ayse Yigit:

Mevrouw de minister, we zien dat u begaan bent met de veiligheid van vrouwen. Ik twijfel niet aan uw intenties, maar ik ben nog niet gerustgesteld. Dat zult u gezien de jarenlange onderinvestering en hoge cijfers van seksueel geweld vast wel begrijpen.

Wat ik vandaag vooral mis, is urgentie. U wilt inzetten op betere transparantie en communicatie van het gerecht om het vertrouwen te herstellen. Daarmee gaan we helemaal akkoord. Heel wat mensen die het vonnis gelezen hebben, zien daarin de bevestiging dat er nog te veel straffeloosheid is en dat niet iedereen gelijk is voor de wet. Het probleem zit dus dieper.

U zegt dat u alle vertrouwen hebt in het gerecht. De rechtelijke macht moet uiteraard in alle onafhankelijkheid haar werk doen. Als volksvertegenwoordigers moeten we onze controlerende taak opnemen. Het lijkt ons dus zeker het onderzoek waard om te bekijken of er sprake is van klassenjustitie in ons rechtssysteem. Daarover hebt u echter niets gezegd.

Bovendien, als we echt willen breken met straffeloosheid en wantrouwen in onze rechtstaat, moeten de juiste budgetten op tafel komen, niet straks, niet later, maar nu.

We komen hier zeker op terug tijdens de budgetbespreking.

Voorzitter:

Op verzoek van de heer Van Hoecke wordt zijn interpellatie nr. 56000032 en zijn vraag nr. 56004191C uitgesteld. La question n° 56004209C de M. Ribaudo est transformée en question écrite.

Het gevoelig terugschroeven van de middelen voor Unia
Homofobe agressie en de krimpende financiering van Unia
De besparingen bij Unia
Unia en de column van Herman Brusselmans
Bezuinigingen op Unia en gevolgen voor antidiscriminatiebeleid

Gesteld aan

Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen), Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 8 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de omstreden besparing van 25% op Unia’s budget, besloten in het regeerakkoord zonder duidelijke rechtvaardiging, wat door critici wordt gezien als een politieke afstraffing van een tegenmacht in plaats van een zuivere bezuinigingsmaatregel. Minister Beenders (Gelijke Kansen) benadrukt dat Unia’s kerntaken (bestrijding discriminatie, racisme, LGBTQIA+-geweld) behouden blijven en dat de inkrimping geleidelijk ingaat eind 2024, zonder de samenwerkingsovereenkomst met deelstaten aan te passen, maar erkent dat de impact op personeel en werking onvermijdelijk is. Kritiek richt zich op de tegenstrijdigheid tussen de gereduceerde middelen en de groeiende nood aan antidiscriminatiebeleid—met name door stijgende haatmisdrijven, antisemitisme en druk op minderhedenrechten—en op Unia’s selectieve aanpak (o.a. beschuldigd van blindheid voor islamitisch extremisme of "antiblank racisme"). Oppositie eist herstel van het budget, wijzend op Unia’s cruciale rol in monitoring, rechtsbijstand en beleidsadvies, terwijl de minister belooft de impact eind 2024 te evalueren en samenwerking met justitie te versterken.

François De Smet:

Monsieur le ministre, nous connaissons la situation d'Unia depuis l'accord de gouvernement, qui prévoit de diminuer de 25 % les moyens de cette institution sans manifestation de justification en fait ou en droit. Alors que d'autres coupes bien plus légères dans les administrations sont expressément motivées par la contribution à l'effort budgétaire nécessaire, la réduction appliquée à Unia n'est pas motivée et est lapidaire. Cette réduction ne peut donc s'interpréter à ce stade, non comme une mesure de simple économie, mais comme une sanction délibérée, infligée par un gouvernement à un contre-pouvoir. En dépit du fait que le travail d'Unia est parfois critiquable – il m'arrive de ne pas être d'accord avec eux sur tout, et c'est une institution que je connais bien –, son travail la rend incontournable car elle lutte avec détermination contre le racisme et les discriminations qui sont des réalités.

Vous avez toutefois fait part du fait qu'une concertation allait avoir lieu avec Unia, ce qui semble être la moindre des choses. Comment justifiez-vous ces décisions de diminution des moyens d'action autrement qu'en avançant la lapidaire formule de l'accord de gouvernement? Quand a eu lieu ou se tiendra cette concertation et sur quels éléments portera-t-elle? À partir de quand cette sanction sera-t-elle appliquée, dès 2025 ou plus tard?

Khalil Aouasti:

Monsieur le ministre, je vais tout d'abord un peu me détacher de ma question parce qu'elle a été introduite il y a près de deux mois, à un moment auquel la lutte contre les discriminations et contre l'incitation à la haine et les lois anti-discrimination étaient encore de la compétence du ministre de la Justice. Or, je découvre, d'une part à travers les transferts de questions et à travers des questions posées à votre collègue de la Justice, qu'elle ne se chargera plus en réalité de la lutte contre l'incitation à la haine et de lois anti-discrimination, mais que ce sera vous à l'avenir, et que par ailleurs vous êtes même chargé d'une évaluation des lois anti-discrimination prévue l'été prochain, comme cela a été déclaré la semaine passée suite à une question concernant l'affaire Brusselmans.

Je trouve qu'il s'agit d'un dangereux précédent, à savoir dissocier les choses et considérer que cette législation ne relève plus de la justice, mais de l'égalité des chances. Je pense au contraire qu'il y a tout un processus nécessaire au département de la Justice. Et je lie cela à ma question: nous étions dans le cadre d'une agression homophobe qui a eu lieu dans des transports publics, alors que personne, dans nos villes et nos campagnes, en Belgique, ne devrait craindre de marcher dans la rue, de prendre des transports publics, de s'asseoir sur un banc avec celui ou celle qu'il aime.

L'homophobie, la transphobie, toutes les formes de discriminations et d'incitation à la haine sont des discriminations contre lesquelles nous devons lutter fermement et qui ne s'envisagent pas que sous l'angle du constat, mais dans le cadre de l'ensemble de la chaîne pénale. Comment ne pas s'inquiéter face à la montée en puissance des voix de ceux qui incitent à la haine, quelle qu'elle soit? Comment ne pas craindre pour sa vie quand le simple fait d'être soi-même est un motif en soi d'agression? Et comment ne pas craindre qu'un organisme comme Unia, qui a constaté et peut-être poursuivi ces faits, ne puisse plus le faire, quand on entend qu'il est définancé à hauteur de 25 %?

Comment peut-on prétendre lutter contre les discriminations en affaiblissant Unia? Pourquoi réduire ce financement? Que pouvons-nous espérer de votre ministère concernant Unia, mais aussi l'évaluation des lois anti-discrimination? De manière plus globale, quel plan entendez-vous nous proposer?

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, ik heb mijn vraag ingediend op 28 februari. Intussen hebt u al een en ander toegelicht in uw beleidsverklaring, maar ik wil toch nog even dieper ingaan op de besparingen bij Unia.

Voor mijn toelichting verwijs ik naar de schriftelijke versie van mijn vraag. Ik zal mij beperken tot het stellen van de vragen.

Mijnheer de minister, op welke basis werd bepaald dat de middelen van Unia met een kwart moeten dalen? Gaat die afname van 25 % meteen in of is er sprake van een afbouwscenario tegen het einde van de legislatuur?

Worden er met de vermindering van de middelen ook nieuwe parameters voor financiering uitgewerkt? Indien ja, welke? Zal dat aanleiding geven tot een herziening van de reductie van de middelen voor Unia en van de bijdrage van de deelstaten? Werd er nagegaan wat de concrete impact is van de afname van 25 % van de middelen op de werking en het personeelsbestand van Unia?

Hebben u en Unia al het kerntakendebat gevoerd naar aanleiding van de beslissing in verband met de middelen? Welke taken blijven voor u belangrijk? Welke taken zullen eventueel worden afgestoten?

Sam Van Rooy:

Unia heeft zich dan toch geen burgerlijke partij gesteld in de zaak rond de column van Herman Brusselmans. Herman Brusselmans schreef :"Ik wil iedere jood die ik tegenkom een puntig mes los door de keel rammen." Wij proberen ons de reactie van Unia, vele politici en journalisten voor te stellen, als niet een geliefde BV, maar wel een Vlaams Belanger had geschreven dat hij iedere moslim die hij tegenkomt, een puntig mes los door de keel wil rammen.

De verontwaardigingsdiscrepantie in de zaak-Brusselmans is van een zelden vertoonde hypocrisie. De dubbele moraal die mainstream media, traditionele politici en Unia over de zaak-Brusselmans tentoongespreid hebben, is even weerzinwekkend als veelzeggend. Antisemitisme is in dit land meer dan ooit politiek correct. Dat zagen we gisteren nog in De Tafel van Gert en dat merken we ook alsmaar vaker in het Parlement.

Als het is om de onderdrukkende islamitische hoofddoek te pushen, stelt Unia zich gretig burgerlijke partij of gaat het zelfs zijn boekje te buiten, zoals in de zaak tegen het hoofddoekverbod van de Antwerpse organisatie Moeders voor Moeders. Als het echter gaat over de expliciet gepubliceerde geweldsfantasie om iedere jood dood te steken, loopt Unia plots op eieren, zeker als de dader een geliefde bekende Vlaming is. Alsof dat nog niet erg genoeg is, hebben we Unia ook niet gehoord over de grote Palestijns-islamitische manifestatie in Brussel, waar in het Arabisch werd opgeroepen de Joden te verbranden.

Mijnheer de minister, u bent bevoegd voor Unia. Graag hoor ik uw reactie hierop.

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, j'attends surtout des réponses aux questions que nous avons posées pendant les débats concernant les notes d'orientation politique. Quelles sont les raisons pour lesquelles Unia va être amputée de 25 % de ses moyens? Quelles sont les justifications? Selon quels règles et principes cette amputation aura-t-elle lieu?

De nos jours, on voit à quel point la défense des droits est essentielle. On voit les attaques aux États-Unis qui se répercutent directement sur nos entreprises et donc sur les droits de nos travailleurs et de nos concitoyens. Unia est plus que jamais nécessaire dans la défense des droits de toutes et tous. Je me demande pour quelles raisons votre gouvernement a décidé de procéder à ces coupes budgétaires.

Rob Beenders:

Mesdames et messieurs les députés, nous avons déjà beaucoup discuté sur la manière dont nous allons collaborer avec Unia, notamment lors du débat concernant l'accord de gouvernement.

Over Unia hebben we al veel gesproken tijdens de bespreking van de beleidsverklaring. Ik heb al gezegd dat die 25 % een beslissing is van tijdens de onderhandelingen en dat het ons nu toekomt om daarover samen met Unia een akkoord te sluiten. Als minister van Gelijke Kansen wil ik wel duidelijk maken dat ik absoluut een verdediger ben van de strijd tegen de verdrukking die we vandaag alsmaar meer zien, komende van tal van extremen. Als ik zeg dat de rechten van minderheden wereldwijd onder druk staan, dan trap ik daarmee geen open deur in.

Ik zal me blijven verzetten tegen alle soorten vormen van discriminatie, waaronder racisme, antisemitisme, geweld tegen lgbti+-personen, genderongelijkheid, noem het maar op. Met deze regering zullen we een duidelijke streep trekken tussen wat we wel en niet tolereren. In onze beleidsverklaring en ook in het regeerakkoord stellen we heel duidelijk dat er daarvoor geen plaats is in onze samenleving.

Om de strijd tegen die ongelijkheid en discriminatie te voeren, zijn gelijkheidsorganen zoals Unia absoluut broodnodig.

Monsieur Aouasti, je partage vos préoccupations quant aux menaces auxquelles sont malheureusement encore exposées aujourd'hui les personnes LGBTQIA+. Il est évident que chacun et chacune devrait pouvoir vivre librement et en toute sécurité dans notre société, quelle que soit son orientation sexuelle ou son identité de genre.

Dans le cadre de mon mandat, je souhaite appuyer les autres membres du gouvernement dans leurs compétences respectives en vue de donner une importance particulière à la lutte contre les violences envers les personnes LGBTQIA+, d'améliorer l'accueil et le suivi des victimes à chaque étape de la procédure et d'agir de manière cohérente contre les auteurs. C'est pourquoi je travaillerai en collaboration avec les ministres compétents à l'élaboration de mesures de lutte contre la discrimination et les violences à l'égard des personnes LGBTQIA+ dans le cadre d'un plan d'action interfédéral. Ces mesures seront développées sur la base des évaluations des précédents plans d'action, des recommandations de la société civile et des outils développés au niveau européen.

Je souhaite que ces mesures se concentrent particulièrement sur l'abaissement du seuil pour le dépôt de plainte en cas de faits discriminatoires, notamment par des mesures de sensibilisation du grand public et des formations à destination des publics vulnérables, par la formation des acteurs concernés aux problématiques relatives aux droits des personnes LGBTQIA+ et par l'amélioration de l'accueil et du soutien des victimes. Je m'emploierai à soutenir les collègues compétents en vue de la réalisation de ces mesures.

Mevrouw De Knop, mijnheer Aouasti, met betrekking tot basis van de besparingen van Unia, we hebben tijdens de onderhandelingen - en ik praat nu echt voor mijn partij - hard gevochten om Unia te kunnen behouden met de werking van vandaag. Tijdens een onderhandeling moeten er echter compromissen gesloten worden. Zoals u weet is dit een besparings- en hervormingsregering, waarin iedereen zijn steentje moet bijdragen. We zullen ervoor blijven strijden dat Unia zijn kerntaken kan blijven uitvoeren.

Voor het afbouwscenario van 25 % kijken we naar een afbouw van de middelen tegen het einde van dit jaar. Op dit moment bekijken we geen nieuwe parameters voor de financiering. Normaliter, zoals de gesprekken nu verlopen, kan deze besparing van 25 % plaatsvinden zonder dat we aan de samenwerkingsovereenkomst van Unia moeten raken. We kijken dus alleen naar de bedragen die buiten de bijdrage van het samenwerkingsakkoord vallen. Unia kan dus nog steeds zijn belangrijkste kerntaken blijven uitvoeren. We zijn ook de bijdrage van de deelstaten niet aan het herbekijken.

We hebben al verschillende vergaderingen gehad om de samenwerking te bespreken met Unia, vooral om te kunnen garanderen dat de werking kan blijven voortbestaan. Uiteraard heeft een besparing van 25 % impact op de manier waarop Unia georganiseerd is, maar het is aan hen om te bekijken hoe ze dit intern vertalen. Tegen het einde van het jaar kunnen we dan samenzitten om de impact te evalueren.

Mijnheer Van Rooy, ik kom aan uw vraag over Herman Brusselmans. Unia heeft een klacht ingediend als reactie op die column van Herman Brusselmans. Het parket werd gevraagd om een onderzoek in te stellen, maar op basis van het verhoor van de heer Brusselmans heeft Unia geoordeeld dat er geen sprake was van kwaadwillig opzet, waardoor er onvoldoende juridische grond was om zich burgerlijke partij te stellen. Die beslissing werd onafhankelijk door Unia genomen, louter op basis van juridische argumenten. Unia blijft wel de gewelddadige en antisemitische beeldspraak in de column van Brusselmans veroordelen en blijft ook joodse organisaties steunen in hun strijd tegen antisemitisme en onverdraagzaamheid.

Het voorbije jaar heeft Unia 15 keer gerechtelijke stappen ondernomen in andere dossiers over antisemitische inbreuken, zoals in de rechtszaak tegen Schild en Vrienden. Unia neemt antisemitisme dus serieus.

Ook deze regering blijft strijden tegen antisemitisme. Ik zal daarom het interfederaal coördinatiemechanisme voor de strijd tegen antisemitisme blijven steunen.

Unia legt verantwoording af aan het Parlement. Voor verdere toelichting over de aanpak van Unia van antisemitisme en de verhouding met de vrije meningsuiting staat het u dus vrij om Unia uit te nodigen in het Parlement voor verdere toelichting.

François De Smet:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse qui, je l'avoue, m'effraie un peu dans le récit. Vous vous êtes battu pour garder Unia. Cela veut donc dire qu'autour de la table, certains voulaient sa disparition. On s'en doutait, mais c'est tout de même une confirmation de votre part que je trouve effrayante. C'est fou de faire des compromis de ce genre. S'il y en a un à table qui dit qu'il veut faire disparaître l'institution et que l'autre ne veut pas, allez, hop, moins 25 %. On va faire disparaître l'institution, mais seulement d'un bras, d'une jambe. Je trouve ça fou! C'est sans doute le prix à payer pour gouverner avec certains partis. Mais cela, après tout, c'est votre problème et celui de votre parti.

Pour la fin de l'année, dès 2025, vous amputez donc de 25 % un organisme qui avait un budget 2025 forcément pris en 2024 et qui, tout à coup, doit improviser une coupe. Je trouve que ce n'est pas très loyal. À tout le moins, un délai aurait été nécessaire.

Je note que vous ne voyez pas où est la contradiction quand vous nous dites de manière très ouverte qu'on va lutter contre les discriminations et, dans les faits, diminuer cette lutte d'un quart des moyens. Forcément, quand on ampute 25 % de moyens à un organisme, cela ne peut pas se faire sans casse sur l'emploi et donc notamment sur l'expertise et l'accueil des victimes. Je trouve vraiment déplorable que la lutte contre les discriminations et l'accueil des victimes se fasse sur le dos d'un compromis politique. C'est bien triste. Merci tout de même, monsieur le ministre, pour votre réponse.

Khalil Aouasti:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. J'ai envie de dire que je ne suis pas totalement en confiance. En effet, d'une part, on n'envisage les luttes contre l'incitation à la haine, les discriminations, le racisme, la xénophobie, l'antisémitisme, l'islamophobie que par un seul angle: l'égalité des chances. Comme mon collègue l'a indiqué, cet angle est amputé de 25 % et on ne sait toujours pas où on va encore amputer. Est-ce le bras, la jambe ou un autre organe? Et cela alors même que l'on se trouve dans un monde qui, en six semaines, délai entre le moment où j'ai déposé ma question et aujourd'hui, a par ailleurs complètement changé.

On a des instructions qui sont données par un président outre-Atlantique qui demande à des organisations en Europe et en Belgique de remettre en cause leur politique de diversité, leur politique d'égalité pour maintenir des contrats commerciaux et où donc, en réalité, il y aura une tension entre d'un côté l'économique, dont on sait combien il peut être important, et les valeurs pour lesquelles je pense qu'on partage un combat commun.

Or, dans cette période et dans ce brouillard, ce qu'il faut c'est l'inverse. C'est multiplier et même démultiplier les moyens: police, justice, organisations indépendantes comme Unia, afin de permettre d'assurer que les valeurs ne soient pas bradées sur l'autel de l'économie, ou sur l'autel d'autres impératifs qui trahiraient les valeurs que l'on défend et que l'on a tenté de construire pour avoir le modèle que l'on a depuis des décennies.

C'est donc effectivement une réponse qui m'inquiète, d'autant plus que cette collaboration ne vous permet pas d'aborder l'ensemble des maillons de la chaîne. Dès lors, j'interrogerai tout de même le gouvernement – votre homologue de la Justice et vous-même –, sur, outre la collaboration, la question de savoir comment s'assurer qu'il n'y ait pas de défauts de communication dans cette chaîne importante entre la prévention, le constat et la répression.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoorden, al is er natuurlijk een verschil tussen woord en daad. Enerzijds zegt u in woorden heel duidelijk hoe belangrijk u de taken van Unia vindt en hoe belangrijk u het vindt dat Unia kan strijden tegen ongelijkheid, racisme, discriminatie enzovoort. Anderzijds moet Unia dat doen met een kwart minder middelen, in een tijdsgewricht waar onze verworven vrijheden almaar meer onder druk staan. Het is immers een tijdperk waarin het niet meer zo evident is om je te outen als homo of lesbienne. Gender en zoveel meer zaken staan onder druk. Het lijkt mij meer dan ooit belangrijk om daar een sterk Unia tegenover te stellen, maar we zijn integendeel wat Muskiaans bezig om de diensten die daarover moeten waken verder te ontmantelen. Als ik minister met uw bevoegdheden zou zijn, dan zou ik uiterst waakzaam en echt op mijn hoede zijn. Het lijkt erop dat u wel zeer ambitieus bent, u wil vliegen maar de vleugels zijn er niet.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, ik volg Unia al meer dan tien jaar en Unia heeft een gigantische blinde vlek voor antiblank racisme en islamitische discriminatie en antisemitisme. Meer zelfs, Unia staat op de bres voor de islam, de meest onderdrukkende, meest gewelddadige, meest discriminerende zogenaamde religie op aarde. Unia geeft ook geen moer om Vlaams Belangers als ze worden gediscrimineerd, bijvoorbeeld als ze uit de vakbond worden gegooid. Unia doet met andere woorden dus niet aan de bestrijding van discriminatie, Unia discrimineert zelf. Daarvoor blijft Unia van u jaarlijks miljoenen euro's krijgen, mijnheer de minister. De regering-De Wever gebruikt dus belastinggeld van de hardwerkende burger om discriminatie te subsidiëren. Het is gewoonweg degoutant.

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, merci pour votre franchise. Je ne doute pas des combats que vous avez livrés et que vous devez encore mener. J'ai pu suivre attentivement les intentions de la N-VA envers Unia, puisqu'elle est parvenue à en faire sortir la Flandre. La conséquence est que les gens qui y vivent sont moins bien protégés qu'avant, à cause de cette réforme et de la création d'un institut spécifique pour la Flandre. Cela dit, aujourd'hui, j'ai envie de vous donner quelques conseils et quelques arguments destinés à convaincre vos collègues. On sait aujourd'hui que l'homophobie explose, en particulier en Flandre. Ainsi, 18 % des jeunes trouvent qu'il est acceptable d'agresser des personnes homosexuelles. La discrimination continue à plomber la vie de nombreuses personnes qui n'arrivent pas, à diplôme égal, à trouver un boulot. Par exemple, les personnes d'origine subsaharienne sont quatre fois plus discriminées sur le marché de l'emploi que les autres. On sait aussi qu'un tiers des entreprises de titres-services acceptent de discriminer à la demande des clients. Les discriminations sont donc aujourd'hui plus présentes que jamais. Vous, en tant que gouvernement, si vous voulez sincèrement atteindre votre objectif de 80 % de taux d'emploi, vous avez besoin d'un organisme qui s'occupe du monitoring des discriminations pour pouvoir soutenir et accompagner les groupes qui sont le plus éloignés du marché de l'emploi et ainsi leur permettre d'obtenir les opportunités auxquelles ils ont droit, mais également de répondre à des métiers en pénurie qui ne sont toujours pas remplis, notamment en raison des discriminations. Pour toutes ces raisons, je pense que vous disposez à présent de tous les éléments pour convaincre vos collègues de la nécessité de maintenir un Centre pour l' égalité des chances qui soit fort. Je vous remercie;

De door de VS opgelegde importheffingen
De verhoging van de Amerikaanse importheffingen
De Amerikaanse importheffingen
De door Trump gevoerde handelsoorlog
De reactie van België op het agressieve handelsbeleid van de VS
De Amerikaanse importheffingen
De door de importheffingen van Trump geboden opportuniteiten
De Amerikaanse douanerechten
Amerikaans handelsbeleid en -heffingen

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 3 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Trumps importheffingen (20% op EU-producten), die de Belgische economie, koopkracht en jobs bedreigen, met name in exportgerichte sectoren zoals staal en farma. Kernstandpunten: Europa moet onderhandelen met tegenmaatregelen (proportionele tarieven, versterkte interne markt) maar conflict vermijden, terwijl kritiek klinkt op Trumps protectionisme als wapen voor superrijken (tech-oligarchen) en de afhankelijkheid van de VS. Sommigen pleiten voor strategische autonomie (relocalisatie, "Made in Europe", defensie-investeringen), anderen voor globale samenwerking met slachtoffers van Amerikaans imperialisme. Eindpunt: Europa’s eenheid en economische soevereiniteit zijn cruciaal, maar concrete actie ontbreekt.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de eerste minister, extremen bedreigen onze welvaart, dat wordt vandaag nog eens goed duidelijk. De energiecrisis die Poetin ontketende toen hij Oekraïne binnenviel, staat nog vers in ons geheugen. We voelden de effecten onmiddellijk met torenhoge energiefacturen. In veel huizen ging de verwarming lager of zelfs uit.

Ook vandaag zien we tot wat extreme denkbeelden leiden: een ware handelsoorlog, die onze koopkracht bedreigt en onze prijzen zal doen stijgen. Onze staalindustrie kreeg al klappen en nu valt Trump heel Europa en ook de rest van de wereld aan met hoge importtarieven, voor de EU maar liefst 20 % op alle producten.

Dit raakt ons allemaal direct. Voor Vooruit is het dan ook heel duidelijk: we moeten onze mensen en bedrijven zo goed mogelijk helpen, net zoals we dat deden tijdens de energiecrisis. Ook toen namen we maatregelen om de koopkracht van de mensen te beschermen.

De Europese Commissie staat klaar met tegenmaatregelen, maar benadrukt ook het belang van blijven onderhandelen. Mijnheer de eerste minister, deze handelsoorlog zal een direct effect hebben op de koopkracht van iedereen. Mensen rekenen op een sterke overheid.

Zult u met Europa in gesprek gaan om te kijken hoe we onze koopkracht en onze jobs kunnen beschermen?

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de premier, het is niet langer wachten op het spelletje Hoger, lager van Trump: het is hoger geworden. Vanaf nu is Liberation Day het symbool van de ware America first -politiek, die de portefeuille van onze ondernemers en onze mensen doet bloeden.

De effecten daarvan zijn dramatisch voor Europa en voor de hele wereld. Collega's, ze zijn echter ook dramatisch voor Amerika en de Amerikanen zelf. Dat is voor ons nog eens heel duidelijk het bewijs van hoe nefast populistische extremisten kunnen zijn voor de gewone man en vrouw in de straat eens ze aan de macht zijn.

In ons land zijn er heel wat sectoren, zoals de farmasector, waarvoor Amerika heel erg belangrijk is. Elke dag werken mensen en bedrijven samen met Amerikaanse bedrijven en die Amerikaanse bedrijven werken ook heel graag samen met ons. Zij doen hun best en het is dan ook onbegrijpelijk dat een Amerikaanse president dit allemaal op het spel durft te zetten.

De vraag is echter welke reactie wij hebben. Speak softly and carry a big stick , dat moet het devies zijn. We moeten onderhandelen, maar als Trump niet luistert moeten we ook tegenmaatregelen durven nemen. Een goede trans-Atlantische samenwerking is in het belang van Europa. Het moet niet zozeer een anti-Amerikaans verhaal worden, het moet een pro-Europees verhaal worden om onze Europese interne markt te versterken en komaf te maken met de belemmeringen en onnodige regeltjes die de Europese handelsroute belemmeren. Ook onze extra 17 miljard euro aan defensie-uitgaven moeten in Europa worden besteed. Meer made in Europe is voor cd&v the way to go .

Beste premier, ik ga er vanuit dat u deze lijn mee zult bewaken en dat u ook een taskforce zult oprichten (...)

Katrijn van Riet:

Mijnheer de eerste minister, toen ik gisteravond naar het livebetoog van president Trump luisterde over de importheffingen die de Verenigde Staten zullen heffen, overviel mij een ongemakkelijk gevoel. De supersonische snelheid waarmee de regering-Trump de heffingen wil laten ingaan, maar ook het gebrek aan logica bij de berekening ervan tarten alle verbeelding.

Wij staan dus voor enorme uitdagingen. De Verenigde Staten zijn een van de belangrijkste handelspartners van België. Na de Europese Unie zijn zij zelfs de belangrijkste partner. België, maar zeker ook Vlaanderen, is een heel exportgerichte regio. De heffingen zullen onze regio en ons land dus veel geld kosten. Minder export betekent minder omzet, minder winst, een lagere tewerkstelling en minder groei. Met andere woorden, minder export betekent lagere inkomsten uit belastingen op arbeid en op winst van de bedrijven voor de overheid en veel hoge kosten voor onze eigen bevolking. Volgens VOKA zouden de maatregelen de Belgische economie ongeveer 12 miljard euro kosten.

Moeten wij de demarche van de regering-Trump beschouwen als een onderhandelingspoging van die regering of is het haar werkelijk menens?

Wordt er een spiegelbeeld aan maatregelen getroffen door de Europese Unie? Er was reeds een pakket tegenmaatregelen voorzien op 13 april 2025. Dat pakket lijkt echter nu al achterhaald. Zo snel gaat het tegenwoordig. Wat komt er nu? Wat kunnen wij nu doen in eigen land?

Wij willen geen inflatoire handelsoorlog starten. Zo'n oorlog kent immers enkel verliezers. Wij zijn anderzijds wel van mening dat Europa ook eens de rug mag rechten.

Ik kijk uit naar uw antwoord.

Robin Tonniau:

Mijnheer de premier van België, de VS hebben geen bondgenoten, ze hebben alleen belangen. Al jaren waarschuwen wij met de PVDA tegen het imperialisme van de VS, maar niemand luisterde naar ons. Wij werden hier in een hoekje als anti-Amerikaans weggezet.

‘De VS zijn de belangrijkste partners voor het verdedigen van gedeelde fundamentele waarden en wereldwijde veiligheid.’ Zo staat het in uw regeerakkoord. Het moet dus een pijnlijk ontwaken voor u geweest zijn, mijnheer de premier, als Atlantist in hart en nieren, maar het zal een nog pijnlijker ontwaken voor de gewone hardwerkende mensen zijn geweest, want de werkende mensen in Europa zullen zwaar worden getroffen. Onze industrie kreunde al onder de peperdure energie uit de VS en dat zal nu alleen maar verergeren.

De werkende klasse gaat de rekening twee keer betalen. Niet alleen verliezen zij mogelijk hun werk, als Europa meegaat in de sanctieoorlog zullen ook alle producten hier duurder worden. Trump bedreigt ook alle andere en opkomende economieën. Uiteindelijk blijft niemand gespaard, want ook voor de Amerikanen zelf is dit geen goed nieuws. Ook voor hen zullen de prijzen stijgen. Het is duidelijk wie de prijs betaalt.

Sinds de Tweede Wereldoorlog is heel onze economie op die van de Amerikanen afgestemd. Nu laten ze Europa vallen, maar laat ons het hoofd koel houden, mijnheer de premier. Laat ons de hand reiken naar de rest van de wereld, naar alle slachtoffers van het Amerikaans imperialisme, maar wel op gelijke voet.

Mijnheer De Wever, hoe zult u de werkende klasse tegen deze handelsoorlog beschermen? Reikt u de hand uit naar het globale zuiden?

Mathieu Michel:

Monsieur le premier ministre, chers collègues, depuis quelques mois, nous voguons de sidération en sidération. Il est effectivement parfois difficile de reconnaître les États-Unis, il est même permis de se demander si le libéralisme a encore cours dans ce pays. En se repliant sur eux-mêmes et en voulant imposer une vision unilatérale des relations mondiales, ils s'éloignent des fondements qui en ont fait le pays de la liberté, de l'ouverture sur le monde et aussi de la diversité culturelle.

Ce repli semble terriblement en contradiction avec les valeurs de tolérance et de progrès qui ont historiquement fait la force des États-Unis. Pire, il induit une relation d'adversité et de méfiance, qui prend de plus en plus des allures d'une nouvelle forme de guerre dont nous sortirons tous perdants, et certainement en Belgique.

Monsieur le premier ministre, disposez-vous déjà d'une première estimation de l'impact direct et indirect des mesures sur l'économie belge, nos entreprises et notre emploi, des secteurs d'activité les plus affectés, mais aussi de la manière dont nous pouvons davantage soutenir nos entreprises en matière de compétitivité?

Il est essentiel que nous travaillions avec l'Europe pour apporter des réponses efficaces et pertinentes, à la fois en termes de négociations avec les États-Unis, de contre-mesures, aussi non tarifaires; mais également via de nouveaux accords à réaliser. On ne répétera jamais assez à quel point les traités de libre-échange sont ce qui nous protège le mieux de ce genre de dynamique.

Enfin, notre unité est indispensable en la matière. Comment allons-nous négocier ensemble pour peser collectivement, au-delà même des 27, sur les discussions à avoir avec les États-Unis?

Meyrem Almaci:

We horen hier iedereen over elkaar buitelen, moord en brand schreeuwend over hoe dom deze handelsoorlog is, maar het zou wel eens kunnen dat er een methode zit in de waanzin. Miskijk u niet in de retoriek in de Rozentuin, maar kijk naar wie belang bij dat alles heeft. Follow the money .

Trumps focus op het opleggen van heffingen aan de wereld is veel minder gedreven door handelsoverwegingen, maar vooral vanuit het eigenbelang van een zeer select clubje superrijken. De invoerheffingen worden daarbij gebruikt als een onderhandelingstactiek om staten rond de tafel te dwingen. Die superrijken rond Trump hebben namelijk knarsetandend gezien hoe 38 OESO landen een minimumbelasting voor multinationals hebben beslist. De techboys hebben gezien dat er een AI-act van kracht is in Europa. Ze zien en ze voelen aan hun water dat de digitaks eraan komt. Daar zijn ze niet van gediend en dus gaat Trump all-in. Hij weet zeer goed dat die handelsoorlog overal ter wereld onder de bevolking slachtoffers zal maken, maar hij is bereid dat te doen, louter om zijn clubje te helpen.

Mijnheer de premier, voor mij is het eenvoudig. Achter die handelsoorlog staat een losgeslagen 1 % die geen enkele democratische belemmering wil. Het is de walgelijke wetteloosheid van een groepje gigarijke mannen, de tech-oligarchen die vinden dat de wereld naar hun pijpen moet dansen en die de rest van de wereld als hun digitale lijfeigenen zien. Het is die groep die de belastingen ontwijkt. Het is die groep die verkiezingen manipuleert, AfD in Duitsland. Het is die groep die op hun platformen vrijelijk haat laat verspreiden tegen vrouwen, tegen minderheden, om voor hun eigen gewin mensen tegen elkaar op te zetten.

Europa heeft nu de kans om voor haar democratische waarden op te staan en duidelijk te maken dat die agenda niet zal passeren. Mijn vraag is dus heel simpel. Zult u in de onderhandelingen namens ons land eisen dat Europa elke uitholling van de OESO-minimumbelasting en de digitaks zal blokkeren? Want we tolereren geen race to the bottom, niet op vlak van democratische rechten en niet op vlak van rechtvaardige belastingen.

Simon Dethier:

Monsieur le premier ministre, à chaque crise son opportunité! L'augmentation des droits de douane et la guerre commerciale lancées par les États-Unis remettent en question les principes de fonctionnement du commerce international. Cela aura un coût économique important pour les entreprises et pour les citoyens, des deux côtés de l'Atlantique. Bien avant ces taxes, la majorité a décidé de prendre ses responsabilités, d'agir pour améliorer le quotidien et d'avoir le courage de changer notre société. Nous pouvons et nous devons développer notre pays et l'Europe sur la base de nos propres forces, en affrontant les nombreuses menaces.

Parmi ces menaces, la guerre commerciale nous force à nous détacher de nos pratiques du passé. Par ailleurs, nos pratiques sont également bousculées par la nécessaire lutte contre le changement climatique, et les enjeux peuvent se rejoindre. Les menaces sont là, mais c'est une opportunité pour encourager le développement des circuits courts, du commerce local, de la souveraineté de nos territoires, et le développement d'une industrie européenne forte qui crée de la valeur. Nous devons défendre une Europe cohérente, simplifiée mais ambitieuse, qui favorise la consommation durable, locale et souveraine, notamment en taxant les biens importés qui détruisent notre santé, notre cadre de vie et notre environnement.

Monsieur le premier ministre, je vous invite à agir avec conviction en ce sens. Dans cette guerre commerciale, comment comptez-vous agir avec cohérence pour la souveraineté de nos territoires, en lien avec nos engagements climatiques? Si la transition est une opportunité économique pour de nombreux acteurs, comment le gouvernement va-t-il développer notre territoire, soutenir les entreprises, le pouvoir d'achat, le commerce et les industries dans ce contexte économique?

Patrick Prévot:

Monsieur le premier ministre, Moi, le reste du monde et les 15 salopards , c'est le titre qu'on pourrait donner à la guerre commerciale menée par Trump. Dans ce mauvais film, en tant que membre de l'Union européenne, nous faisons malheureusement également partie de ces 15 salopards. Mais nous ne sommes évidemment plus à une insulte près.

Après s'être retiré de l'OMS, après avoir trahi ses alliés en Ukraine, après avoir menacé le Groenland, le président Trump lance aujourd'hui une nouvelle offensive en imposant 10 % de droits de douane sur toutes les importations et 20 % sur celles venant de l'Union européenne.

Ce n'est donc pas un jour de libération, mais un jour de plus où Trump joue aux dés sur le dos des travailleurs.

Face à cela, monsieur le premier ministre, pas de panique, mais de la fermeté. Je ne veux évidemment pas vous entendre vous lamenter sur l'impact pour nos entreprises du secteur pharmaceutique ou de la chimie, mais plutôt y voir une opportunité. Une opportunité de relancer notre industrie. Une opportunité de relocaliser notre économie, et peut-être même également de renforcer notre souveraineté industrielle.

Le 27 février, dans cette même assemblée, j'ai interrogé le ministre Clarinval. Qu'avez-vous mis en place, lui demandais-je, depuis? Pour l'instant, malheureusement, monsieur le premier ministre, je ne vois que des mauvaises réponses. Vous limitez les investissements publics de 4 à 3 %. Vous vous apprêtez à vendre des parts de Proximus et bpost. À qui?  Peut-être, demain, à des fonds européens. Et vous persistez, comme un âne qui chute systématiquement sur la même pierre, à vouloir acheter des F-35, renforçant par ailleurs notre dépendance militaire.

Monsieur le premier ministre, on connaît votre admiration sans faille pour les États-Unis. Mais aujourd'hui, quelle est votre analyse de la décision de Trump? Quel sera l'impact pour notre économie? Quelle sera la riposte européenne? Et surtout, quelle sera la réponse concrète de notre gouvernement fédéral?

Bart De Wever:

Chers collègues, nous avons appris hier soir que les États-Unis allaient augmenter leurs droits de douane sur les produits en provenance de l'Union européenne mais aussi du reste du monde.

J'ai regardé une bonne partie de l'annonce du président Trump en direct et je dois reconnaître que c'était plutôt inédit. Les États-Unis relèvent leurs tarifs d'importation à un niveau qui pourrait devenir le plus élevé depuis un siècle. Pour les produits européens en particulier, un tarif général de 20 % est instauré à partir du 9 avril. Cela représente une énorme augmentation du tarif moyen actuel.

En 2024, les États-Unis étaient le principal marché d'exportation de la Belgique après nos pays limitrophes. Nous avons exporté pour environ 33 milliards d'euros vers les États-Unis, soit 5 % de notre PIB. L'impact sera donc considérable pour notre pays. Monsieur Michel, il est encore trop tôt pour le chiffrer précisément. Il est toutefois important de noter qu'à l'heure actuelle, un certain nombre d'exceptions s'appliquent au tarif général; cela concerne entre autres les produits pharmaceutiques, les semi-conducteurs et les métaux précieux. L'exception pour le secteur pharmaceutique est particulièrement pertinente pour notre pays, compte tenu de l'importance de ce secteur dans nos exportations vers les États-Unis.

Donc Koen, pas de souci pour Puurs, tu peux encore exporter ton Viagra! (Rires) .

Men kan niet alles zelf consumeren.

Contrairement à ce que nous avions craint, les nouveaux tarifs ne s'additionnent heureusement pas à ceux qui avaient déjà été introduits ou annoncés sur l'acier et les automobiles. Ce ne sont toutefois que quelques minces rayons de soleil à travers de sombres nuages car, soyons clairs, au final, c'est une véritable catastrophe pour l'économie mondiale!

Ik denk dat het ook voor de Verenigde Staten geen Liberation Day zal blijken, maar een Inflation Day, want de facto gaat het om de grootste belastingverhoging voor de Amerikaanse consumenten in de recente geschiedenis. Volgens economische waarnemers zouden de nieuwe tarieven Joe Sixpack jaarlijks duizenden dollars kunnen kosten. Ik zal hier niet opnieuw Ronald Reagan citeren, ik zou het graag doen, maar deze keer het Amerikaans adagium over handelsoorlogen dat opnieuw waarheid dreigt te worden: ‘ No one ever wins, and consumers always get screwed .’ Het valt te hopen dat de Verenigde Staten dat snel opnieuw zullen inzien en dat de ratio kan wederkeren.

Om die reden ondersteun ik de houding van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen, die deze week gecommuniceerd heeft en die ik vooraf bilateraal heb kunnen spreken. Logischerwijze zal er een proportioneel Europees pakket aan tegenmaatregelen worden voorzien. Maar evenzeer ondersteun ik voor de volle honderd procent haar doelstelling om zo snel mogelijk toe te werken naar een negotiated solution . Want beste collega's, het atlantisme is ouder en het is groter dan Trump en een oplossing in plaats van een conflict is in ieders belang.

Als ik sommigen hier aanhoor, kunnen ze blijkbaar niet wachten om de strijd aan te gaan. Dan denk ik dat de huidige situatie voor hen maar een aanleiding is. Répondre à la stupidité avec de la stupidité , dat is niet verstandig, collega's, maar sommigen zitten hier blijkbaar te popelen.

Ik zal dat niet doen. Dat is de boodschap die ik morgen zal overbrengen aan secretary of state Marco Rubio ter gelegenheid van zijn bezoek aan Wetstraat 16.

Ik ben natuurlijk niet naïef. Op korte termijn zal dit in dovemansoren vallen. We zullen eerst de realiteit van die tarieven moeten ondergaan, aan de twee kanten, voor men het belang van vrijhandel opnieuw zal weten te waarderen. Ik kan alleen maar hopen, samen met velen onder u, zij het niet allen, dat de Westerse wereld zal afzien van welvaartsvernietigende protectionistische waanzin.

In de tussentijd zullen we er op Europees niveau voor pleiten zo snel mogelijk werk te maken van een versterking van de interne markt. Europe is in this together, meer dan ooit. Laten we daarnaar handelen, elkaar steunen, en onze eigen competitiviteit versterken.

Het lijkt me het uitgelezen moment om als Europa assertief vrijhandelsakkoorden af te sluiten met nieuwe partners over de hele wereld, met landen die vandaag meer dan ooit naar ons kijken. Want als een grootmacht de wereld de rug toekeert, moet Europa meer dan ooit aangeven dat het open for business is .

Ik ben van nature geen optimist, maar: in the midst of every crisis lies great opportunity . Dat is hier door velen ook gezegd. Die crisis zullen we krijgen door de huidige Amerikaanse attitude. Laten we als Europeanen dus de opportuniteiten in die crisis zien en ze trachten te grijpen.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoord.

Inderdaad, geen zonnestralen. Europa was van meet af aan bereid te onderhandelen. Maar het moet tegelijkertijd al klaarstaan om te reageren. Gaan we in dialoog of gaan we in tegenzet? Oplossingen, in plaats van conflicten, zegt u. En ik zeg: oef! Die keuze zal essentieel zijn om onze koopkracht te blijven beschermen. De Verenigde Staten zijn onze vierde handelspartner. We moeten er dus alles voor doen, voor onze jobs en voor onze gezinnen.

In Vooruit, mijnheer de eerste minister, zult u altijd een partner vinden om de koopkracht van de mensen te beschermen. Daar kunt u op rekenen. Laat de ratio terugkeren.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de eerste minister, het is inderdaad duidelijk dat we werk moeten maken van een assertief Europees verhaal. We mogen niet vervallen in een goedkoop en contraproductief anti-Amerikanisme, maar moeten een sterk pro-Europees verhaal schrijven. Wij moeten de belemmeringen tussen de Europese landen afbouwen om die importtarieven te compenseren. Ook moeten we werk maken van strategische autonomie binnen Europa, zeker ook op defensievlak.

Het gaat hier niet alleen over de farma-industrie. U gaf mij daarnet een hint, als u ook nog een beetje van dat geneesmiddel nodig hebt, kunt u mij steeds een appje sturen. Het zal direct geleverd worden, Puurs ligt niet ver van Antwerpen. Geef een belletje en het komt er snel aan.

Voor ons is het heel duidelijk, meer made in Europe is the way to go voor cd&v. Ik hoop dat u daarvan mee werk zult maken.

Voorzitter:

Hij heeft mij meegedeeld dat het aanbod geldt voor iedereen. Hij is steeds beschikbaar om zijn voorraad te delen met de collega's.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de eerste minister, we moeten inderdaad de Europese kaart trekken, maar als ik u goed begrijp, is het ook hoog tijd om extra door te pakken met Arizona. We moeten zo snel mogelijk door middel van arizonamaatregelen de arbeidsmarkt in België hervormen. De loonkost moet dalen voor bedrijven. De nettolonen voor de werknemers moeten stijgen. We moeten mensen aan het werk houden en ze moeten langer werken.

Collega's van dit Parlement, ik roep u op om deze maatregelen later mee te steunen. Mijnheer de eerste minister, Ik wens u heel veel succes met het uitvoeren ervan.

Robin Tonniau:

Mijnheer de premier van België, het is goed dat u de deur naar internationale samenwerking openzet, maar u bent eigenlijk wel super naïef als u denkt dat de VS na Trump van positie zal veranderen. De VS is geen bondgenoot meer en zal dat na Trump ook niet meer worden. Daarom moeten we de banden met de rest van de wereld nu versterken. We moeten inzetten op die internationale relaties met de slachtoffers van het Amerikaans economisch imperialisme.

U blijft de VS gewoon volgen, terwijl we vandaag zien hoe onbetrouwbaar ze zijn. Ze dienen alleen hun eigen belang en ook de belangen van hun wapenindustrie. Arizona wil nog altijd miljarden spenderen aan hun oorlogseconomie. Die F-35's zullen met onze pensioenen worden betaald. Stop daar alstublieft mee, mijnheer de premier.

Mathieu Michel:

Merci pour votre réponse, monsieur le premier ministre.

Il n'est évidemment plus besoin de rappeler à quel point l'Europe doit compter davantage sur elle-même et sur son marché intérieur. Mais surtout, nous ne devons pas répondre à l'isolement par l'isolement. Nous devons dès aujourd'hui renforcer – vous l'avez mentionné – nos coopérations internationales avec celles et ceux qui sont convaincus que le libre-échange est un vecteur de prospérité et de paix qui est essentiel pour soutenir les démocraties dans le monde. Si les é tats-Unis veulent être seuls, eh bien qu'ils le soient!

L'histoire nous a démontré que l'économie de marché et le libre-échange restent à ce jour la meilleure façon de stabiliser les relations internationales et de réduire les risques de conflits. Mais nous ne devons absolument pas oublier que dans un contexte géopolitique déjà compliqué, une guerre commerciale est excessivement tendue pour notre compétitivité. Dès lors, ce marathon qui s'est accéléré très clairement aujourd'hui ne doit pas se faire avec des morceaux de pierre en plus dans le sac à dos de nos entreprises, parce que préserver la compétitivité de nos entreprises, c'est aussi préserver le pouvoir d'achat de nos concitoyens. Alors surtout qu'elles ne soient pas les victimes collatérales de (…)

Meyrem Almaci:

Collega's, weet u wat triest is? Dat het enige wat u, en wellicht alle mensen die nu aan het kijken zijn, zullen onthouden van dit debat het grapje over een blauw pilletje is, terwijl de situatie wel wat meer ernst verdient dan dat.

Mijnheer de premier, ik heb leiderschap gemist, ook in het antwoord. Ik mis daadkracht. U kunt ontwijkend antwoorden en zeggen dat het erg zal worden, maar ik mis een premier die rechtstaat en die niet zal toelaten dat een losgeslagen autocraat onze bedrijven aanvalt en onze bevolking verarmt. Waar is die vechtlust waarmee u zult zeggen dat we de digitaks niet zullen loslaten, dat we de minimumbelasting van de OESO niet zullen loslaten? Waar is de vechtlust waarmee u zult zeggen dat we zullen opkomen voor onze democratische waarden, of het nu Rubio of een andere Amerikaan is die komt. Die daadkracht, waarmee u pal staat voor uw waarden, heb ik daarnet niet gehoord, maar grapjes, die heb ik genoeg gehoord.

Er ontspint zich een debat zonder micro tussen mevrouw Almaci en de heer Bouchez.

Voorzitter:

Mag ik mevrouw Almaci, de heer Bouchez en alle anderen vragen om aandacht te besteden aan de repliek van de heer Dethier?

Simon Dethier:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos éléments de réponse.

La majorité demande un redéploiement de l'économie avec une attention particulière pour notre tissu économique local. Il y a une opportunité claire à utiliser la réplique en droits de douane pour avancer sur nos objectifs climatiques, locaux, d'emploi et surtout de souveraineté.

Notre réponse doit être de continuer à défendre le multilatéralisme et la collaboration. L'Europe doit montrer son unité en restant ferme sur sa souveraineté, ses principes et ses engagements.

Patrick Prévot:

Monsieur le premier ministre, la décision de Trump est un tournant. Il veut assurément extorquer des concessions à ses alliés qu'il voit désormais comme ses adversaires et votre réponse, malheureusement, n'a pas été à la hauteur. Je m'y attendais. Vous avez parlé d'accords commerciaux débridés. C'est un modèle que nous ne défendons pas. Et puis, vous avez beaucoup ironisé sur le Viagra avec le collègue du cd&v. Si cela pouvait seulement faire durcir votre discours à l'égard de Trump, ce serait déjà une belle avancée, monsieur le premier ministre. Votre fascination pour les États-Unis vous aveugle complètement. Dans ma question, je vous ai dit qu'il fallait faire de cette crise une opportunité, que l'Europe avait le talent nécessaire mais également les moyens pour répondre à cette attaque. Malheureusement, votre réponse a été faiblarde et sans ambition. Malheureusement, sur ce sujet comme pour d'autres, vous n'êtes pas à la hauteur de l'enjeu.

Online kindermisbruik

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 3 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België nam deel aan Operatie Stream, de grootste Europol-actie ooit tegen Kidflix, een internationaal platform met 1,8 miljoen gebruikers dat kindermisbruikbeelden verspreidde via cryptobetalingen. Minister Verlinden bevestigde Belgische betrokkenheid (zowel gebruikers als politiële inzet), maar kon geen details geven over aantallen verdachten, slachtoffers of concrete acties, aangezien het onderzoek nog loopt en gericht is op betalingsstromen en beeldmateriaal. Van Vaerenbergh benadrukte de nood aan snelle vervolging, betere internationale samenwerking en implementatie van eerdere aanbevelingen uit de onderzoekscommissie misbruik, terwijl Verlinden pleitte voor versterkte EU-maatregelen, strengere verantwoordelijkheid voor techbedrijven en blijvende investeringen in opsporingstechnologie. De kern: grootschalig misbruiknetwerk blootgelegd, maar Belgische rol en resultaten nog onduidelijk—met urgente oproep tot snellere justitiële afhandeling en EU-brede aanpak.

Kristien Van Vaerenbergh:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, gisteren werd bekend dat speurders uit 35 landen het zogenaamde Kidflix hebben opgerold. Dat is een internationaal platform met tienduizenden beelden van kindermisbruik. Het platform werd blijkbaar opgericht in 2021 door een cybercrimineel die daaraan goed heeft verdiend. Volgens Europol werd het al snel een van de meest populaire platformen onder kindermisbruikers. Het gaat over maar liefst 1,8 miljoen gebruikers die er video’s downloadden en streamden in ruil voor cryptomunten.

Via Operatie Stream, de grootste operatie die Europol ooit uitrolde in de strijd tegen kindermisbruik, werden de voorbije weken 1.400 verdachten geïdentificeerd, waarvan er ook 79 effectief werden opgepakt. Bij de operatie waren 35 landen betrokken, waaronder de meeste Europese landen. Blijkbaar was er echter ook een link naar België. Er waren immers ook Belgische gebruikers betrokken bij het dossier.

Mevrouw de minister, kindermisbruik en het maken, bekijken en verspreiden van beelden van kindermisbruik zijn een van de meest gruwelijke misdaden en moeten zo kordaat mogelijk worden aangepakt. Ik heb de hiernavolgende vragen voor u.

Waren ook de Belgische politiediensten betrokken bij het door Europol gecoördineerde onderzoek, Operatie Stream genaamd? Tijdens de operatie werden ook 39 kinderen veiliggesteld. Waren daarbij ook Belgische kinderen betrokken?

Hoeveel dossiers werden doorgestuurd naar de Belgische politiediensten? Werden al verdachten geïdentificeerd en/of opgepakt? Van welke feiten worden zij precies verdacht?

Ik dank u alvast voor uw antwoorden.

Annelies Verlinden:

Bedankt, collega Van Vaerenbergh. Het doorgedreven speurwerk van internationale politiediensten, waaronder ook Belgische, in het Kidflixonderzoek toont opnieuw pijnlijk aan hoe wijdverspreid kindermisbruik is en hoe eenvoudig beelden van online misbruik kunnen worden verspreid.

Het Kidflixonderzoek loopt onder coördinatie van Europol en er zijn inderdaad mogelijk Belgen betrokken. Ik kan daarover nu geen details geven. Verdere analyse van betalingen via een platform en van de beelden die zouden zijn verspreid, vinden nu plaats. We moeten dit uitzoeken tot op het bot om paal en perk te stellen aan deze vreselijke misdrijven.

Ik heb het al vaker herhaald, in Europa blijft vandaag een grote black box bestaan als het gaat over de circulatie van extreem shockerende beelden van kindermisbruik, vaak met zeer jonge kinderen en baby's. We moeten er alles aan doen om dit te stoppen.

In 2024 ontvingen Europese politiediensten een hallucinant groot aantal meldingen van online kindermisbruik en dat zijn enkel de bekende gevallen. Ondanks het nog steeds groot zijnde dark number , zien we elk jaar opnieuw een stijging van het aantal meldingen. Ik zal dan ook bij mijn Europese collega's blijven aandringen op een versterkte en doortastende aanpak binnen de Europese Unie. Daarom roep ik ook mijn collega, de minister van Binnenlandse Zaken, op om samen met onze Europese partners actief mee te werken aan het Europees kader dat we nodig hebben en op dit moment onderhandelen in de Europese Raad.

We kunnen niet langer aanvaarden dat criminelen zich verschuilen achter de vrijblijvendheid van technologiebedrijven en platformen. We moeten ervoor zorgen dat we grensoverschrijdend de slachtoffers en mogelijke slachtoffers beter beschermen, verdachten opsporen, beelden offline halen en misbruik voorkomen.

Een veilige onlineomgeving is essentieel. In ons eigen land zullen we dan ook onze politiediensten en Justitie blijven ondersteunen in hun strijd tegen kindermisbruik. Dat doen we met investeringen in technologie en wetgeving, zodat we er alles aan kunnen doen om de offline- en onlinewereld voor onze kinderen veilig te maken.

Kristien Van Vaerenbergh:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

1,9 miljoen gebruikers van dergelijke sites is inderdaad gigantisch veel. Het is walgelijk dat er zoveel gebruikers zijn. Ik hoop dat het onderzoek snel en kordaat kan worden gevoerd, zodat de daders snel voor de rechtbank kunnen worden gebracht. Tegen kindermisbruik moet streng worden opgetreden. Ik hoop dat de informatiedoorstroming tussen de verschillende diensten, maar ook tussen de verschillende landen op een goede manier zal gebeuren, want dat blijft een pijnpunt bij Justitie.

Verder hoop ik dat u de strijd tegen kindermisbruik hoog op de agenda zult blijven plaatsen. Wij hebben de vorige legislatuur een onderzoekscommissie misbruik gehad, die een aantal aanbevelingen heeft geformuleerd. Ik hoop dat u die aanbevelingen ook in de praktijk zult omzetten.

Voorzitter:

Collega's, vooraleer ik het woord geef aan de volgende vraagstellers wordt mij meegedeeld dat een aantal collega's zijn stem nog niet heeft uitgebracht. U kunt dat doen in zaal 3.

De gerechtelijke aanpak van spiking

Gesteld door

VB Alexander Van Hoecke

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 2 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De spiking-problematiek (het ongemerkt toedienen van drugs via drank) groeit maatschappelijk, maar opsporing en vervolging zijn moeilijk door snelle afbraak van stoffen in het lichaam en late aangiftes. Minister Verlinden benadrukt forensische verbeteringen (zorgcentra na seksueel geweld, haaranalyses, Code 37-project) en preventie, maar erkent dat gebrek aan specifieke cijfers het probleem onduidelijk maakt. Van Hoecke dringt aan op betere dataverzameling en massale preventiecampagnes, inclusief innovatieve hulpmiddelen (bv. detecterietjes), om slachtoffers sneller te laten handelen. Samenwerking tussen overheden en focus op bewustmaking zijn cruciaal, maar bewijslast blijft een structurele uitdaging.

Alexander Van Hoecke:

Bij spiking krijgen slachtoffers drugs of medicatie toegediend zonder dat ze daarvan op de hoogte zijn. Meestal gebeurt dat door drugs te mengen in een drankje in een club of café. De verschrikkelijke feiten die vorige week aan het licht kwamen in Kortrijk doen de maatschappelijke bezorgdheid rond spiking opnieuw toenemen en dat is terecht.

Vandaag kunnen we in de krant lezen dat nog meer vrouwen slachtoffer zijn geworden van spiking in Kortrijk en dat ze een klacht hebben ingediend. Het parket van West-Vlaanderen zegt dat die vrouwen van in het begin steeds serieus werden genomen. De woordvoerder bij het parket wijst er wel op dat het opsporen van spiking allesbehalve evident is. Men luistert steeds naar de slachtoffers, maar als niets kan bewezen worden, is het zeer moeilijk om met die klacht iets te doen.

Slachtoffers doen trouwens vaak pas dagen of weken na de feiten een melding van de spiking. Vaak duurt het ook een paar dagen vooraleer zij ten volle beseffen wat er gebeurd is of wat er gebeurd zou kunnen zijn. Dat zorgt er natuurlijk voor dat het middel dat gebruikt werd bij de spiking, niet meer traceerbaar is in het lichaam van de slachtoffers.

Mevrouw de minister, hoeveel onderzoeken naar spiking heeft het parket de voorbije vijf jaar geopend? Wordt het meer onderzocht? Zijn er meer klachten? Zijn er meer meldingen? Hoe vaak ging men ook daadwerkelijk over tot vervolging? Hoeveel veroordelingen werden er uitgesproken?

Hoe kijkt u naar de problemen bij de opsporing van spikingmiddelen en dus de problemen op het vlak van de bewijslast? Plant u initiatieven te nemen om daaraan tegemoet te komen?

Bent u bereid om initiatieven te nemen om de problematiek van spiking meer onder de aandacht te brengen? Ik denk dan voornamelijk aan preventie, wijzen op potentiële gevaren en jongeren informeren dat het bij een vermoeden van spiking, zodra zij denken dat er iets fout zou kunnen gelopen zijn, van essentieel belang is om zo spoedig mogelijk medische vaststellingen te laten doen en zich te laten onderzoeken, vooral in het kader van de bewijslast.

Annelies Verlinden:

Mijnheer Van Hoecke, vooreerst maken de databanken van het openbaar ministerie het niet mogelijk om binnen de druggerelateerde misdrijven die gevallen te isoleren waarbij drugs zouden zijn geïnjecteerd of aan een glas toegevoegd zonder medeweten van het slachtoffer. Het is daarom niet mogelijk om daarover cijfers te geven.

Verder merkt u terecht op dat dergelijke feiten vaak moeilijk vast te stellen zijn. Daarvoor bestaan verschillende redenen. Een daarvan is dat sporen van bepaalde drugs snel verdwijnen uit het menselijk lichaam, waardoor de detectie en het bewijs van het misdrijf worden bemoeilijkt als het slachtoffer niet onmiddellijk aangifte doet. Er zijn heel wat acties ondernomen om daaraan tegemoet te komen. Zo werden de zorgcentra na seksueel geweld gecreëerd, waarbij slachtoffers dadelijk psychologische, medische en forensische bijstand kunnen krijgen. Die centra zorgen ervoor dat het tijdsverloop tussen de feiten en de staalafname zo kort mogelijk wordt gehouden. Het zorgcentrum na seksueel geweld in Antwerpen vraagt ook al proactief de bloed- en urinestalen op, die werden afgenomen op bijvoorbeeld de spoeddienst of bij de arts alvorens het slachtoffer naar het zorgcentrum kwam. Dat wordt ook gedaan om de tijdsvork zo beperkt mogelijk te houden.

Ook werd het zogenaamde Code 37-project nationaal uitgerold, waardoor er forensisch adviseurs beschikbaar zijn voor de magistraten om hen bij te staan bij het bepalen van de optimale onderzoeksstrategie in het kader van onder andere zedendossiers.

In gevallen van mogelijke spiking waarbij bloed- of urinestalen negatief zijn of wanneer er geen stalen binnen een relevante tijdsvork konden worden afgenomen, stelt de dienst Forensisch Advies altijd een haaranalyse voor toxicologische screening voor. Daarin heeft het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminalogie (NICC) al vele jaren geïnvesteerd en die analysemogelijkheid zal nog verder worden uitgebreid. Haaranalyses zijn veeleer geschikt voor het aantonen van chronisch gebruik van verdovende middelen, psychotrope medicatie of alcohol, maar voor bepaalde stoffen zal zelfs een eenmalige inname of toediening al kunnen worden gedetecteerd in het haar. Om de impact van haaranalyse te evalueren, is een onderzoek gestart bij de dienst Forensisch Advies en Toxicologie van het NICC.

Initiatieven voor het onder de aandacht brengen van spiking zijn bijzonder waardevol. Ik ben dan ook bereid daarin mijn rol te spelen in samenwerking met de andere federale ministers en de gefedereerde entiteiten die bevoegd zijn voor het onderdeel preventie.

Alexander Van Hoecke:

Dank u wel voor uw antwoord, mevrouw de minister. U verklaart dat de databanken van het openbaar ministerie het niet mogelijk maken om gevallen van spiking te isoleren. We moeten daarover misschien wel eens nadenken. Het probleem leeft maatschappelijk enorm en neemt naar mijn gevoel ook toe. Ik heb het gevoel dat hoe meer het probleem bekend geraakt, hoe meer daders de neiging hebben om ernaar op zoek te gaan en het te proberen. We moeten ervoor zorgen dat we daarover ook data hebben. Ik wist niet dat de centra na seksueel geweld proactief bloed- en urinastalen opvragen. Dat is een heel goede zaak, zeker in het kader van de bewijslast. We moeten ons er een klein beetje – nooit volledig natuurlijk – bij neerleggen dat de bewijslast altijd zeer moeilijk zal zijn in geval van spiking. We moeten dus volop focussen op preventie. Er bestaan heel wat – vaak private – initiatieven. Vorige week verscheen in de media nog een artikel over studenten die rietjes hadden ontworpen die op een bepaalde manier een toxische stof kunnen identificeren en dan van kleur veranderen. Preventie is zeer belangrijk. Dat is niet alleen uw opdracht, maar ook die van uw collega's in de regering. We moeten daarvoor massaal inspanningen leveren. Ten tweede wil ik herhalen dat het echt heel belangrijk is om te beschikken over cijfers inzake spiking, zodat we niet in het ijle varen zonder te weten over hoeveel gevallen het eigenlijk gaat en hoe groot het probleem in onze samenleving juist is.

De agressie tegen treinbegeleiders
De veiligheid in de stations
Veiligheid en agressie in het openbaar vervoer

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 2 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Na een hevige agressie op een treinbegeleider in Mons (maart 2025) en 2.298 incidenten in 2023 eist Éric Thiébaut versterkte veiligheid in openbaar vervoer, met meer Securail- en spoorwegpolitiepersoneel en strengere strafrechtelijke maatregelen. Minister Quintin belooft tolerantie nul, met directe politietoegang tot bewakingsbeelden (SNCB, De Lijn, STIB, TEC), betere samenwerking tussen diensten via een herziene taakverdelingscirculaire (2002), en een video-muur in Brussel (2025) voor snellere interventies, maar benadrukt pragmatisme boven structurele hervormingen. Thiébaut waarschuwt echter voor gevaarlijke centralisatieplannen (bv. opheffing spoorwegpolitie in Mons ten voordele van Charleroi), die specialistische kennis (veilig interveniëren op spoorwegen) en snelle respons in gevaar brengen, en pleit voor behoud van lokaal geschoolde eenheden in plaats van verdere verschuiving naar lokale politiezones.

Éric Thiébaut:

Monsieur le ministre, les agressions contre le personnel des transports publics, tant dans les trains, les bus ou les trams, sont malheureusement très fréquentes.

Tout récemment, en gare de Mons, dans la nuit du 25 mars 2025, un accompagnateur a été violemment agressé par un voyageur. Ces faits sont évidemment inacceptables. Ce dernier s'est retrouvé avec des lésions physiques au visage, au cou, au dos, aux poignets et aux genoux et a été contraint de suivre un accompagnement psychologique.

Bien qu'interpellé par la police, l'agresseur a été aussitôt relâché, provoquant la colère des accompagnateurs du dépôt de Mons.

Face à ces situations qui se multiplient (2 298 agressions en 2023), une réponse forte doit être apportée pour mieux les protéger. C'est une des raisons pour laquelle, au cours de la précédente législature, j'avais déposé et fait adopter à l'unanimité une proposition de résolution pour renforcer la police des chemins de fer.

Monsieur le ministre, face à la recrudescence d'agressions contre le personnel des transports en commun, plus spécifiquement à la suite de celle intervenue en gare de Mons, un renforcement des effectifs de Securail et de la police des chemins de fer est-il prévu? L'accord de gouvernement prévoit que vous repreniez la tutelle de Securail. Quelles sont vos priorités en la matière et comment s'organisera la collaboration avec la police des chemins de fer? Plus généralement, envisagez-vous une collaboration avec votre collègue chargée de la Justice, afin de renforcer le cadre pénal pour poursuivre les auteurs d'agressions sur le personnel des transports publics?

Bernard Quintin:

Monsieur Thiébaut, je vous remercie pour votre question. Permettez-moi d'abord d'exprimer toute ma solidarité à cet accompagnateur de train spécifique, mais je dirais à travers lui aussi aux autres victimes. Comme vous l'avez cité vous-même, il y a eu, en 2023, 2 298 cas rapportés de gravité évidemment différente. Mais, qu'il n'y ait pas de doute, et je l'ai répété à plusieurs reprises, c'est non seulement inacceptable mais il est dans mes intentions de mettre en œuvre une politique de tolérance zéro par rapport aux agressions envers les policiers, les pompiers, les ambulanciers, les accompagnateurs de train et toutes les personnes qui sont au service de la communauté. Cela figure d'ailleurs dans l'accord de gouvernement.

Il faudra donc apporter une réponse forte à la hauteur des enjeux. Plusieurs initiatives concrètes sont en cours ou en préparation pour renforcer la sécurité dans les transports publics et, plus particulièrement, dans les gares.

Premièrement, nous finalisons actuellement la mise en œuvre de l'accès en temps réel des services de police aux images de vidéosurveillance de la SNCB. Cet accès permettra à la police d'agir plus rapidement et efficacement lors d'incidents car elle aura directement accès aux images relatant les faits.

Nous prenons également les initiatives nécessaires pour élargir cet accès en temps réel aux images des autres sociétés de transport en commun comme De Lijn, la STIB et le TEC.

Deuxièmement, je cherche à réviser la circulaire ministérielle du 15 avril 2002. Cette révision visera à clarifier et optimiser la répartition des tâches entre la police locale, la police des chemins de fer et Securail. Il s'agit de mieux coordonner les efforts, de renforcer les synergies et d'utiliser au mieux les capacités disponibles pour garantir la sécurité des voyageurs et du personnel.

Comme vous le savez, je fais le tour de tous les services qui dépendent de moi. J'avais déjà rencontré la police des chemins de fer pour avoir renforcé la présence dans le métro bruxellois. Je pense que, là, il faut s'autoriser à sortir des schémas habituels pour effectuer des révisions. Pour plusieurs questions, j'aurais pu répondre que des projets de réforme de la police fédérale sont en cours.

Pour répondre votre question sur Securail, je suis en contact avec mon collègue Jean-Luc Crucke, dont ce service dépend encore. Comme j'ai eu l'occasion de le dire en commission il faut privilégier le pragmatisme au dogmatisme. Voyons comment organiser, de la manière la plus pragmatique et surtout la plus efficace possible, la coopération entre l'ensemble de ces services.

Pour renforcer l'efficacité des poursuites, je compte évidemment sur ma collègue chargée de la Justice qui est compétente en la matière. Cela fait partie de cette chaîne de la sécurité dont nous avons déjà parlé.

À Bruxelles, nous prévoyons d'installer en 2025 un mur vidéo au Centre d'Information et de Communication (CIC) de Bruxelles pour améliorer le suivi en direct de la situation dans les gares bruxelloises et réagir plus rapidement. Cela s'étend bien sûr en termes d'attention, sinon en termes de technologie, à toutes les gares, y compris celle de Mons.

Toutes ces mesures traduisent ma volonté d'agir avec fermeté et pragmatisme pour protéger celles et ceux qui assurent un service public essentiel au quotidien. Je répète que je ne veux laisser aucun doute sur ma volonté de faire en sorte que ces personnes puissent travailler dans un environnement apaisé.

Éric Thiébaut:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. La question de la police des chemins de fer me préoccupe depuis déjà plusieurs années, et même plusieurs législatures, puisque c'est le ministre Jambon qui avait entrepris une réforme qui n'a pas été abandonnée par la ministre Verlinden. En clair, il est prévu de recentrer la police des chemins de fer en certains endroits. Ainsi, en province du Hainaut, on la supprime à Mons pour recentrer tout le monde à Charleroi. À mon sens, cela pose de gros problèmes. En effet, comme pour la protection civile, l'éloignement provoque des désagréments. Quand un incident se produira en gare de Tournai, s'il faut venir de Charleroi pour y remédier, il est bien évident que ce seront les policiers de la zone de Tournai qui interviendront bien avant ceux des chemins de fer. Vous allez me rétorquer: "Bon, ce sont quand même des policiers." Oui, mais il ne faut pas oublier une chose, qu'on ne vous a peut-être pas encore dite, à savoir que les agents de la police des chemins de fer reçoivent une formation spécifique relativement au risque d'intervention dans ce milieu bien particulier, par exemple quand il faut courir après quelqu'un sur des lignes ferroviaires en tenant compte de l'électrification, avec aussi le risque d'être percuté par un train. Ce sont des gens qui sont formés pour intervenir sur les voies et dans les gares. Il ne faut donc pas le perdre de vue ni partir sur un nouveau transfert de charges vers les zones locales, qui est déjà en cours depuis quelques années. Par conséquent, je vous demande d'y rester attentif. En tout cas, il est bon d'envisager d'ores et déjà les concertations entre Securail, la police des chemins de fer et les zones.

Spiking in Kortrijk

Gesteld door

Groen Matti Vandemaele

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 2 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om spiking-gevallen (opzettelijke vergiftiging) en hoe politie en overheid hier beter op kunnen reageren. Anonieme aangifte (nu niet mogelijk via *Police-on-web*) en snel, deskundig onthaal van slachtoffers zijn cruciale knelpunten, vooral omdat bewijsmateriaal snel verdwijnt en slachtoffers (vaak jongeren) schaamte ervaren. Lokale politiezones zijn verantwoordelijk voor vorming, maar privatisering van onthaal (zoals in Kortrijk) baart zorgen over kwaliteit en snelheid. Preventie (o.a. via communicatie naar evenementen) en bewustmaking bij de bevolking over spoedmelding blijven prioriteiten, met herhaalde acties vanuit Binnenlandse Zaken.

Matti Vandemaele:

Ik stel deze vraag in navolging van de vragen in de plenaire vergadering van vorige week. Toen ik mijn vraag indiende, waren er 41 gevallen, maar ondertussen zijn het er al meer dan 50, volgens de media. Het lijkt het topje van de ijsberg.

Ik zal u geen vragen stellen over de situatie in Kortrijk, want daar loopt momenteel een gerechtelijk onderzoek. Er zijn echter wel een aantal elementen opgedoken waarover ik mij vragen stel. Een van de deeloplossingen zou bijvoorbeeld de mogelijkheid kunnen zijn om anoniem aangifte te doen. Hoe kijkt u daarnaar? Hebt u ambitie in die richting? Zo ja, op welke termijn zal dat mogelijk zijn? Ook onlineaangiftes kunnen een oplossing bieden. Ziet u daar brood in? Zo ja, binnen welke termijn?

Ik ben een Kortrijkzaan en er doen bij ons wel wat verhalen de ronde over het eerste onthaal van een aantal slachtoffers. Ik heb die niet geverifieerd bij de politie. Ik wil dus heel duidelijk zeggen dat dat verhalen zijn die de ronde doen. Een van die verhalen gaat echter over mensen die weggestuurd werden.

U zei tijdens de plenaire vergadering dat er vorming voorzien is. De vraag is echter of vorming voldoende is wanneer dat eerste contact niet vlot verloopt. Als dat verhaal dus waar zou zijn, wat kunnen we dan nog meer doen om onze politiemensen heel attent te maken op een goed onthaal van de slachtoffers?

Dat hangt echter ook samen met het feit dat het meeste bewijsmateriaal vrij snel uit het bloed verdwijnt. Het is dus heel belangrijk dat de politie snel ageert. De politie weet dat, maar slachtoffers weten dat niet. We moeten dus op een of andere manier ook duidelijk maken aan de brede bevolking dat heel snel contact opnemen met de politie zeer belangrijk is wanneer zoiets gebeurt, omdat bewijsmateriaal anders verloren dreigt te gaan. Hebt u daarvoor specifieke acties in gedachten of is dat iets voor de lokale besturen?

Mijn volgende vraag hangt daarmee samen. Veilig uitgaan is een recht voor alle jongens, meisjes, mannen en vrouwen in ons land. Plant u extra acties zodat we met een gerust hart onze kinderen kunnen laten uitgaan, zonder dat we moeten bang zijn voor dat soort spikingzaken. Ik kijk alvast uit naar uw antwoorden.

Bernard Quintin:

Mijnheer Vandemaele, om op uw eerste twee vragen te antwoorden, ga ik ervan uit dat u verwijst naar het Police-on-webplatform, waarmee men bepaalde incidenten online kan melden. Op dit moment laat het Police-on-webplatform anonieme meldingen niet toe. De mogelijkheid om feiten van spiking online te melden, maakt nog geen deel uit van de huidige roadmap van de Police-on-webapplicatie. Er moeten momenteel nog juridische en operationele obstakels worden weggewerkt.

Met betrekking tot uw vraag over de onthaalopleiding van het personeel binnen de lokale politiezones, wil ik benadrukken dat dit precies onder de bevoegdheid van het lokale niveau valt, dat afhankelijk van de specifieke context beslist over de meest geschikte manier om indien nodig een adequaat en aangepast initiatief te nemen. Ik beschik echter niet over een globaal overzicht van wat er binnen de lokale politiezones van het land wordt georganiseerd. Op mijn niveau heb ik wel een vorming georganiseerd.

Wat uw laatste vragen betreft, zoals u wellicht weet, zijn drugspreventie en preventie een gemeenschapsbevoegdheid. Niettemin worden via de verschillende strategische en veiligheidsplannen ook middelen toegekend aan de lokale overheden om initiatieven uit te werken in het kader van de drugsproblematiek. Daarnaast vertrok vanuit Binnenlandse Zaken, met name het Crisiscentrum, bij de start van de festivals en evenementen en in het kader van de noodplanning in juni 2022 een communicatie naar de organisatoren van evenementen en de lokale en supralokale overheden met informatie, advies en sensibilisering inzake spiking. Gezien de recente feiten, moeten we dat zeker herhalen.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.

Wat de anonieme meldingen betreft, ik vind het belangrijk dat u die mogelijkheid laat onderzoeken. Een aantal van de slachtoffers heeft behoorlijk veel schaamte. Verschillende slachtoffers zijn ook nog jong, wonen nog thuis en durven daarover maar moeilijk te communiceren met hun ouders. Mij lijkt het belangrijk dat we die doelgroep minstens de kans geven om tot politionele actie over te gaan. Dat moet u misschien toch eens bekijken.

Een tweede punt gaat over het onthaal. In de politiezone VLAS, waartoe Kortrijk behoort, werd het onthaal enkele jaren geleden uitbesteed aan een private firma. Concreet betekent dit dat het onthaal bij de lokale politie niet meer gedaan werd door lokale politiemensen, maar door medewerkers van een private firma. Omdat dat niet meer toegelaten is, werd die werkwijze stopgezet. Dat is een aandachtspunt, zeker in zo'n gevoelige materie.

Als u ervoor kiest om taken te privatiseren en toelaat dat lokale politiezones het onthaal niet meer zelf uitvoeren, als lokale politiezones het onthaal uitbesteden aan private firma's, zoals in het verleden al gebeurd is en wat de politiezone VLAS – net als vermoedelijk vele andere – onmiddellijk opnieuw zal doen als het toegelaten wordt, dan moet men er wel voor zorgen dat onthaalmedewerkers van een private firma voldoende gevormd zijn om zeer snel en zeer goed te handelen in geval van zulke delicate zaken.

Voorzitter:

Vraag nr. 56003794C van mevrouw De Vreese is omgezet in een schriftelijke vraag.

Spiking
Spiking en veiligheid
Spiking
Spiking
Spiking
De nieuwe reeks verkrachtingen onder invloed van drugs
Spiking, drugs, verkrachting, veiligheid

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie), Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 27 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de spiking- en verkrachtingsgolf in Kortrijk (41+ slachtoffers, vooral vrouwen gedrogeerd met ketamine) en de structurele falen in preventie, repressie en slachtofferopvang. Politici eisen strengere straffen (o.a. verzwaring Wet-Lejeune), betere politiecontroles, laagdrempelige aangifte (digitaal/anoniem), sensibilisering (horeca, uitgaanders) en meer middelen voor zorgcentra en politie, maar kritiek blijft dat lokale besturen (Kortrijk) te laat reageerden en daders vaak ongestraft blijven door gebrek aan bewijs en capaciteit. Ministers Verlinden en Quintin beloven integrale aanpak (preventie, opsporing, opvang), maar oppositie noemt dit onvoldoende concreet zonder extra budget of snelle justitiële verbeteringen.

Voorzitter:

Ik zie mevrouw De Vreese niet. Misschien kan de heer Demon eerst zijn vraag stellen?

Franky Demon:

(…) 20 jaar en geniet volop van haar studentenleven. Ze zou zonder zorgen met haar vrienden en vriendinnen moeten kunnen uitgaan en genieten van een drankje. Ik zeg wel degelijk: zou. De verhalen uit Kortrijk tonen aan dat zorgeloos uitgaan jammer genoeg niet vanzelfsprekend is. Uit de cijfers die ik recentelijk heb opgevraagd, blijkt dat het aantal meldingen van aanranding en verkrachting na spiking in de afgelopen jaren verdubbeld is. En die cijfers geven misschien nog maar het topje van de ijsberg weer. Zorg er alstublieft voor dat mensen laagdrempelig en digitaal een aangifte kunnen doen.

Mijnheer de minister, cd&v vraagt een veiligheidsbeleid op maat van de uitgangsbuurten. Zorg ervoor dat de politie zeer laagdrempelig aanspreekbaar is. Voorzie in elke studentenstad in een studentenflik en zet alstublieft ook in op sensibilisering. Werk samen met de horeca en met het middenveld. Er zijn enorm veel goede praktijkvoorbeelden.

Voor wie zich echt niet kan gedragen, meen ik dat we keihard moeten zijn, mevrouw de minister. Maak vandaag indien mogelijk, liever dan morgen, werk van een verstrenging van de Wet-Lejeune voor daders van seksueel misbruik. Het zou onze eigen dochter kunnen zijn, of de dochter van één van de collega's. Ik heb dan ook maar één vraag. Voor cd&v is veilig uitgaan immers een absolute prioriteit. Hoe pakt u samen het fenomeen spiking aan?

Maaike De Vreese:

Ministers, walgelijk, er is maar één woord voor, het is walgelijk en ook zo extreem laf. Collega's, jonge vrouwen worden gedrogeerd om daarna aangerand, verkracht te worden. Meer dan veertig slachtoffers hebben zich ondertussen al gemeld. De omvang van die zaak in Kortrijk is gigantisch groot.

Wat moeten we daarmee doen? Ja, streng straffen, natuurlijk streng straffen. Repressie is het eerste wat in ons opkomt en de daders moeten zeer streng gestraft worden. Daarnaast doen we al zoveel zaken op het vlak van preventie. Denk bijvoorbeeld aan Ask for Angela en ook aan de app 112, die nog veel meer bekend moet geraken. Met de app 112 kunnen slachtoffers met een druk op een knop laten weten dat zij slachtoffer zijn van een incident en via gps weet de politie ook onmiddellijk waar de slachtoffers zich bevinden. Er zijn onder andere door innovatie bovendien al manieren om zelf drugs te detecteren. Een rietje in het glas kan, bijvoorbeeld, aantonen dat er drugs in dat glas zitten. Nog veel belangrijker is dat men veel meer controleert, dat men drugscontroles uitvoert in onze uitgaansbuurten.

Jongeren, ik roep u op om op elkaar te letten, voor elkaar te zorgen, samen uit te gaan en niemand achter te laten in een moeilijke situatie. Weet evenwel dat het nooit jullie schuld is. Het is nooit de schuld van het slachtoffer. Dus doe ook aangifte en zorg ervoor dat de daders er niet zomaar mee wegkomen. Probeer daartoe de moed te vinden om uiteraard andere slachtoffers te voorkomen.

Ministers, gezien de verschrikkelijke omstandigheden en ook gezien de schaal van het fenomeen en de verdubbeling van het aantal slachtoffers, hoe zult u zorgen voor de veiligheid in onze uitgaansbuurten? Hoe zult u die spiking aanpakken?

Funda Oru:

Mevrouw de minister, mijnheer de minister, een leuke avond verandert in een drama. Je voelt je misselijk. Je weet niet meer waar je bent. Je weet helemaal niks meer. Dat is het effect van spiking. Geen enkele vrouw wil zoiets meemaken, maar helaas is dat vandaag voor heel wat jonge vrouwen nog altijd een realiteit in het uitgaansleven, zoals vandaag bleek in Kortrijk, waar 41 en misschien zelfs meer jonge vrouwen, dochters, vriendinnen, werden aangerand, misbruikt of verkracht.

Wie denkt te helpen door die jonge vrouwen hiervan zelf de schuld te geven, heeft het mis, want iedereen, ook jonge vrouwen, hebben het recht om overal veilig te zijn, zeker ook in het uitgaansleven. Zeggen dat men zijn drankje maar beter in de gaten moet houden, is hetzelfde als zeggen dat men geen korte rokjes meer mag dragen als men uitgaat.

Laat het duidelijk zijn, het zijn de daders die we moeten viseren en niet deze jonge vrouwen. Dat is ook de reden waarom wij inzetten op de omstaandertrainingen, want alleen lossen we dit niet op. Het is aan de samenleving om ervoor te zorgen dat iedereen die zich in een kwetsbare positie bevindt, beschermd is.

Voor Vooruit is het duidelijk dat we deze daders moeten straffen en dat we ervoor moeten zorgen dat iedereen veilig is in het uitgaansleven. Heel belangrijk is ook de eerste opvang van slachtoffers, om te voorkomen dat een dergelijk drama tot een levenslang trauma leidt.

We weten allemaal dat het veel van onze politieagenten vraagt om op een uitgaansavond alle uitdagingen het hoofd te bieden, maar wij verwachten van hen dat ze een goede en deftige steun aan de slachtoffers geven. Zij hebben daar recht op. Zij rekenen dan ook op een sterke overheid en de steun aan onze agenten. Dat is voor ons de solidariteit waarop onze samenleving gebaseerd is.

Mijnheer de minister, mevrouw de minister, wat zal deze regering doen om een betere ondersteuning te geven (…)

Wouter Vermeersch:

Collega De Vreese, ik hoor u graag bezig, maar er moet mij toch iets van het hart. U weet ongetwijfeld dat Kortrijk werd en nog steeds wordt bestuurd door de N-VA, de liberalen en de socialisten. Reeds in de lente van 2022 voerde mijn partij in Kortrijk actie rond spiking en waarschuwde ze voor de gevaren ervan, maar we werden weggelachen en afgewimpeld, ook door uw vertegenwoordigers. Ondertussen zijn er 41 slachtoffers en wellicht nog veel meer.

Als de politieke verantwoordelijken in 2022 kordaat hadden ingegrepen, dan konden veel slachtoffers vermeden worden. Die verantwoordelijken zitten ondertussen allemaal in dit Parlement. Mijnheer de voorzitter, ik zal geen namen noemen om geen persoonlijk feit uit te lokken, maar de fractieleider van de N-VA was op dat moment schepen. De Kortrijkzaan van de Open Vld-fractie was uitvoerend en titelvoerend burgemeester. De zelfverklaarde defensiespecialist van Vooruit was toen ook schepen.

Allemaal dragen ze een verpletterende verantwoordelijkheid. De passiviteit van hun stadsbestuur heeft slachtoffers gemaakt. Het stadsbestuur kan immers lokaal concrete maatregelen nemen om spiking en seksueel geweld tegen te gaan: striktere sancties en handhaving, verhoogd toezicht en politiecontroles, intensievere samenwerking tussen lokale politie en justitie - Kortrijk leverde op dat moment zelfs de minister van Justitie, sensibiliseringscampagnes en een betere ondersteuning van slachtoffers.

Ook federaal kan er veel meer gebeuren. Dit is immers niet louter een Kortrijks probleem. Naast preventie is het cruciaal dat de politie sneller bewijzen verzamelt. Momenteel duren de onderzoeken veel te lang, waardoor daders ongestraft blijven en slachtoffers in de kou blijven staan. Mijnheer de minister, bent u bereid om meer bevoegdheden, middelen en mensen te voorzien om spiking effectiever aan te pakken?

Voorzitter:

Ik behandel een persoonlijk feit nadat de vragen beantwoord zijn. Het komt mij voor dat elke fractie slechts één fractievoorzitter telt.

Mevrouw Eggermont, u hebt het woord.

Natalie Eggermont:

Collega's, probeer het u even voor te stellen: u gaat uit met vriendinnen, drinkt amaretto-icetea en ineens gaat het licht uit. Uw vriendinnen zoeken u overal tevergeefs. Om vijf uur 's ochtends wordt u wakker op straat, opgepakt door de politie en gearresteerd voor openbare dronkenschap. U belandt in de cel. Dat is een waargebeurd verhaal. Later bleek dat meisje het slachtoffer te zijn geworden van spiking. Ze werd gedrogeerd en daarna verkracht.

Er vielen ondertussen al minstens 41 slachtoffers in Kortrijk. Dat is nog maar het topje van de ijsberg voor heel het land. Dat raakt heel veel mensen. Ik kom zelf ook uit Kortrijk. Als vrouw moeten we bang zijn om gewoon iets te gaan drinken met vriendinnen. Ik ben ook mama, ik heb een dochter. Ik vraag me echt af in welke wereld zij moet opgroeien.

Wat mij het meest verontwaardigt is de kloof tussen de ernst van wat er gaande is en de lichtzinnigheid waarmee er daarmee wordt omgegaan. De slachtoffers worden namelijk nog altijd niet serieus genomen, collega's. Ik heb de laatste maanden verhaal na verhaal gehoord van meisjes en vrouwen die aangifte doen en hulp vragen, maar worden weggestuurd. Ze worden onvriendelijk behandeld en niet geloofd. Wist u dat een van die 41 meisjes aangifte had gedaan bij het Rode Kruis? Ze werd weggestuurd. Daarop ging ze naar de politie en werd ze weer weggestuurd.

Wat was de respons van de politiek op dat moment in november, toen we er de eerste keer over discussieerden? "Er moeten geen verdere maatregelen worden genomen", zei de burgemeester van Kortrijk. Wat was de respons van het parket? "Meisjes, zorg voor elkaar." Vandaag wordt dat hier opnieuw gezegd: "Zorg voor elkaar". Alsof het hun verantwoordelijkheid is!

Collega's, die meisjes zijn het slachtoffer. Zij moeten worden beschermd, gehoord en geholpen. De daders moeten aangepakt en gestraft worden en dat is uw verantwoordelijkheid als ministers en hoofd van de politie en justitie.

Mijn vragen zijn dus heel duidelijk. Wanneer gaat u eindelijk wakker worden? Wat gaat u concreet doen om de veiligheid van vrouwen echt de prioriteit te geven die (…)

Voorzitter:

Bedankt, mevrouw Eggermont.

Catherine Delcourt:

Madame la ministre, monsieur le ministre, c'est avec beaucoup d'émotion que j'évoque les 41 victimes, des femmes droguées et violées. Il y a 5 auteurs. Cela se passe à Courtrai.

Mais cela s'est aussi passé ailleurs. Cela s'est passé au cimetière d'Ixelles et au bois de la Cambre. J'avais d'ailleurs interrogé le ministre de la Justice précédent sur ces faits.

Quarante et une victimes. Le chiffre est glaçant. On pourrait presque toutes les connaître par leur prénom. Au fond, elles rejoignent un nombre beaucoup plus important de victimes de violences sexuelles sous soumission – hommes et femmes, d'ailleurs.

On sait que, dans ce genre de cas, il est fondamental de signaler les faits très rapidement, sinon il est difficile de détecter la substance utilisée et d'identifier les auteurs. Il est très important de réagir vite et fermement.

Monsieur le ministre, quelles actions avez-vous entreprises lorsque vous avez eu connaissance de ces faits qui se sont déroulés à Courtrai? Avez-vous pris contact avec les autorités? Des mesures concrètes ont-elles été mises en place sur le terrain pour sécuriser les lieux, pour permettre aux femmes de sortir en toute liberté et en toute sécurité?

Quelle politique comptez-vous mener par rapport à ce phénomène de violences sexuelles, et dans ce cas-ci, sous soumission? Quels conseils peut-on donner aux femmes et aux hommes qui sont victimes de ce genre d'actes et qui ne savent généralement pas ce qu'ils doivent faire? Quels conseils peut-on leur donner pour les inviter à se signaler rapidement et être pris en charge de manière globale, et pour que leur situation soit reconnue et traitée comme il se doit?

Annelies Verlinden:

Collega's, uitgaan, op café gaan en van het nachtleven genieten zou vanzelfsprekend veilig en onbezorgd moeten kunnen gebeuren. Iedereen moet zich veilig voelen om uit te gaan, zonder angst of achterdocht.

De recente berichten uit Kortrijk en eerder uit andere steden in ons land tonen helaas heel pijnlijk aan dat dat nog lang niet altijd het geval is. Tientallen vrouwen werden aangerand en verkracht nadat er clandestien drugs in hun drankje werd gedaan. Wat zij meemaakten is afschuwelijk. Bovendien heeft dat inderdaad een gigantische impact op het hele sociale leven.

Als minister van Justitie, maar ook als mens, raakt mij dat ontzettend. Ik voel mee met alle slachtoffers en alle betrokkenen. Spiking is op zich al een criminele en laffe praktijk. Als dat dan ook nog eens gepaard gaat met seksueel geweld, is dat uiteraard ronduit traumatisch. Het is vreselijk, want wie uitgaat, is geen doelwit. Seksueel geweld mag nooit gebagatelliseerd of geminimaliseerd worden.

Het gerechtelijk onderzoek naar de incidenten in Kortrijk loopt. Er zijn al vaststellingen en arrestaties gedaan. Ik heb er het volste vertrouwen in, aangezien alles in het werk wordt gesteld om alle daders te identificeren en gepast te straffen. Tegelijkertijd moeten de slachtoffers alle mogelijke ondersteuning en bescherming krijgen.

Daders moeten streng worden gestraft. Daarover bestaat niet de minste twijfel. Voor het fenomeen van spiking voorzagen we bij de herziening van het seksueel strafrecht in het bijzonder in een verzwaring van het misdrijf. Indien daders van verkrachting hun slachtoffers weerloos maken door het toedienen van stoffen, staan daar maximumstraffen tot 20 jaar op.

In een rechtvaardige samenleving volstaat het echter niet alleen om daders aan te pakken. We hebben ook de plicht om slachtoffers beter te beschermen, te erkennen en te begeleiden. Wanneer het om seksueel geweld gaat, moeten we hun noden en hun kwetsbaarheid centraal stellen in de manier waarop Justitie, maar ook onze samenleving werkt.

Jongeren geven elkaar tips om veilig uit te gaan: de hand boven het glas houden, zijn of haar drankje meenemen naar het toilet en geen drank van vreemden aanvaarden. Ze zijn goedbedoeld en soms nodig, maar we mogen nooit – dat wil ik ten stelligste onderstrepen – de verantwoordelijkheid voor veiligheid bij de slachtoffers of de uitgaanders leggen. We dragen als samenleving een cruciale rol.

Als minister van Justitie zal ik samen met mijn collega's binnen de huidige regering mijn rol opnemen. Zo blijven we investeren in de zorgcentra na seksueel geweld. We willen die inrichten in het hele land, zodat afstand nooit een aanleiding kan zijn om niet te worden geholpen. We willen ook onderzoeken hoe we de werking van die zorgcentra kunnen verbreden, om ervoor te zorgen dat ook slachtoffers van online seksueel geweld kunnen worden opgevangen. Tevens willen we de mobiele stalkingalarmen en andere technologieën verder uitrollen, zodat slachtoffers zich te allen tijde en overal veilig kunnen voelen.

Bovendien kunnen we slachtoffers pas goed beschermen als adequate sturing van daders het risico per geval beperkt. Dat gaat uiteraard over streng straffen, maar ook over samenwerken met de gefedereerde entiteiten om goed te werken aan de opvolging en begeleiding van seksuele delinquenten. Rechters krijgen bovendien de mogelijkheid om een omgangsverbod van die daders met minderjarigen op te leggen wanneer ze een hoog recidiverisico hebben. We willen ook andere maatregelen invoeren, zoals bijkomende beperking bij elektronisch toezicht, om slachtoffers nog beter te beschermen. Ook zullen we de risicotaxatiesystemen verbeteren, zodat rechters bij hun inschatting van een concreet dossier de beoordeling nog beter en adequater kunnen maken.

Zoals jullie suggereerden, willen we ook de aangiftemogelijkheden zo laagdrempelig mogelijk houden. Dat doen we onder meer door online aangifte mogelijk te maken via Police-on-web. Op die manier kan bovendien anoniem aangifte worden gedaan. Vele slachtoffers willen immers dat het stopt en dat daders niet kunnen hervallen. Daarom zullen we samen ook werken aan een veilige uitgaansbeleving. Ik werk samen met collega Quintin aan een gecoördineerde aanpak met politie en parket.

Het is ook een breder maatschappelijk probleem, dat we samen in handen moeten nemen. Daarom is preventie belangrijk. U sprak al over Ask for Angela en de campagne Appelle Alice . We moeten dergelijke acties blijven doen en feestvierders ook aanzetten om te zorgen voor elkaar, niet omdat zij hun verantwoordelijkheid moeten nemen, maar wel omdat we absoluut voor hun veiligheid willen zorgen. Zorg dragen voor elkaar moeten we samen doen. Het gaat over respect. Het gaat over opvoeding. Het gaat over hoe we met elkaar spreken en omgaan, hoe we zorg dragen voor elkaar, thuis of online, maar zeker ook bij elke feestgelegenheid.

Het zou heel mooi zijn mochten we de feesten en festivals komende zomer zorgeloos tegemoet kunnen treden. (…)

Bernard Quintin:

Mijnheer de voorzitter, dames en heren volksvertegenwoordigers, sta mij toe te beginnen met het volgende heel duidelijk te stellen. Deze feiten in Kortrijk en overal in België, zijn onaanvaardbaar en verdienen onze en ook mijn strengste veroordeling. Waarvan akte.

De strijd tegen drugs is mijn topprioriteit. Het regeerakkoord en mijn beleidsverklaring waren duidelijk. Er is geen plaats voor dergelijke criminelen in onze samenleving. U kent de rode draad van mijn politiek op het vlak van druggebruik. We moeten zowel de gebruikers als de producenten van drugs aanpakken, ook in ons land.

Ketamine is sinds de jaren '90 aanwezig in Europa. Volgens het European Union Drugs Agency wordt de meeste in beslag genomen ketamine geïmporteerd uit India, Pakistan en China.

Il n'existe actuellement aucune réglementation européenne uniforme, ce que je déplore. Cela constitue un défi pour la politique européenne en matière de drogue et sa mise en œuvre.

La Belgique a inscrit les questions relatives à la kétamine à l'ordre du jour du programme EMPACT d'Europol dès 2023.

Uit een onderzoek van Sciensano blijkt dat ketamine in de top 4 staat van meest gebruikte drugs, naast cannabis, cocaïne en MDMA. In Kortrijk zou het gaan om spiking waarbij slachtoffers met ketamine zouden zijn verdoofd. Volgens de politie is er ook sprake van zedenfeiten, tegen de wil van slachtoffers in. Er zijn minstens 41 slachtoffers geïdentificeerd, van wie het merendeel vrouwen. De politie heeft inmiddels vijf verdachten opgepakt.

Si la drogue peut être obtenue facilement et à bon marché, il devient plus facile de commettre des délits tels que les délits moraux graves et le dopage. Le slogan du commissariat national aux drogues offre une stratégie claire à cet égard. Lorsque nous misons sur l'offre et brisons le modèle de gain des criminels, nous avons un impact sur les victimes de la criminalité liée à la drogue et sur la consommation des drogues telles que la kétamine.

Een groot struikelblok bij spiking is de bewijslast. Snel reageren is cruciaal, want sporen van drugs verdwijnen vaak al na zes tot acht uur uit het bloed en na twaalf uur uit de urine. Daarom is het cruciaal dat slachtoffers zo snel mogelijk naar een ziekenhuis gaan voor een bloedonderzoek en aangifte doen, zodra er vermoedens zijn van spiking, om een strafonderzoek te starten.

Ce sont des conseils que nous donnons déjà aux victimes et que nous devons amplifier.

Het recent ontwikkelde rietjessysteem aan de hogeschool UCLL in Leuven kan een belangrijke bijdrage leveren aan meer waakzaamheid en weerbaarheid bij potentiële slachtoffers. Het is belangrijk dat we dit soort technische hulpmiddelen aanmoedigen – ik doe dat – maar tegelijkertijd moet het duidelijk blijven, zoals u en mijn collega hebben gezegd, dat de verantwoordelijkheid nooit bij het slachtoffer ligt, nooit. Enkel en alleen de daders zijn verantwoordelijk voor dit misbruik.

Je m'inscris complètement dans la politique intégrale et intégrée qui y est et sera encore menée en concertation avec les différentes parties prenantes de la chaîne de sécurité: prévention, ordre – c'est ma part –, répression et suivi.

Je m'assure que l'action de la police, qu'elle soit fédérale ou qu'il s'agisse des polices locales – avec lesquelles je suis en contact permanent –, soit menée dans un esprit de contribution performant et adéquat. Cela se traduit concrètement dans l'assistance aux victimes – via les centres de prise en charge de violences sexuelles dont j'ai annoncé que nous allions compléter le réseau avec les trois centres qui manquent encore dans le pays –, la recherche, la formation des policiers et policières – nous venons de lancer un module obligatoire pour les policiers et les policières à la formation à l'accueil des victimes de violences sexuelles – et aussi bien sûr la sensibilisation qui existe déjà et sur laquelle on doit encore plus mettre l'accent.

J'ai demandé à mes services de mettre en œuvre une campagne de publicité sur l'application 112 et l'intérêt qu'il y a à la télécharger sur son téléphone et à l'utiliser. Comme je l'ai déjà affirmé à maintes reprises, chaque personne et singulièrement chaque femme, a le droit de sortir où elle veut, quand elle veut et de le faire en toute sécurité. Je m'y emploierai pendant mon mandat.

Maaike De Vreese:

Collega's, ministers, de studententijd zou eigenlijk de tijd moeten zijn dat men mooie herinneringen voor het leven maakt. Voor deze vrouwen wordt dat een traumatische herinnering in hun leven. Als men iets met vriendinnen gaat drinken, moet dat veilig zijn. Dat zou een evidentie moeten zijn.

Wat in Kortrijk en op nog andere plaatsen in dit land is gebeurd, toont aan dat de strijd tegen seksueel geweld tegen vrouwen absoluut niet gestreden is. Integendeel, de spikingproblematiek stijgt nog.

Daarom moeten we inderdaad preventief en repressief optreden, maar we moeten ook voor die slachtoffers zorgen. We moeten ervoor zorgen dat ze goed worden ondersteund, dat zij zich laagdrempelig kunnen aanmelden en dat zij op elk moment in het proces worden ondersteund.

Collega's, wij kunnen het absoluut niet toelaten dat die walgelijke daders het leven van jonge meisjes compleet (…)

Franky Demon:

Dank u wel, ministers. Zoals mevrouw Verlinden duidelijk zei, is de campagne Asking for Angela ook een goed voorbeeld, maar ik denk dat Angela stilaan verschillende gezichten aan het krijgen is. Iedereen kent wel een vriendin, een ouder, een buurmeisje die met het fenomeen te maken heeft gehad.

Onze fractie vraagt hier actie, maar ik vraag dat ook als vader. We kunnen dit niet pikken. We kunnen het probleem alleen samen aanpakken, met een sterk en duidelijk beleid.

Funda Oru:

Mijnheer en mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord en voor de inspanningen om daders strenger te straffen, slachtoffers beter te ondersteunen en het uitgaansleven veiliger te maken. Elke ouder moet erop kunnen rekenen dat zijn kind veilig kan uitgaan. Als jonge mama weet ik hoe het voelt om vol bezorgdheid te wachten op je kind. Minuten duren dan uren.

Het is extra pijnlijk dat het personeel dat zou moeten beschermen, zoals in Kortrijk, de dader blijkt te zijn. Hoe kunnen we van jonge meisjes en van jongeren verwachten dat ze hulp zoeken als ze niet eens meer weten wie ze moeten vertrouwen? Daarom is het personeel in het uitgaansleven essentieel. Voor Vooruit is veiligheid altijd een topprioriteit geweest en zal het dat ook blijven. Iedereen, en zeker jonge meisjes, moeten altijd en overal, zeker tijdens het uitgaan, veilig zijn. Ik sluit af met de woorden van de minister: veiligheid, preventie, orde en opvolging.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer en mevrouw de minister, uw mooie woorden en loze beloftes zullen niet volstaan. De meest vreselijke verhalen blijven maar komen. De politiek neemt dit probleem al jaren niet ernstig. Slechts 1 dossier op 100 leidt tot een effectieve veroordeling van de dader. Verkrachting is in België en in Vlaanderen een misdaad die de facto onbestraft blijft.

Die straffeloosheid is onaanvaardbaar. Onze vrouwen, onze dochters moeten opnieuw veilig kunnen uitgaan. Het Vlaams Belang zal blijven strijden voor een kordate aanpak en voorstellen blijven formuleren, lokaal en nationaal, om onze steden en onze uitgaansbuurten opnieuw veilig te maken. Dit was, is en blijft een absolute topprioriteit.

Natalie Eggermont:

Mijnheer en mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Veel mooie woorden en verklaringen, maar ook heel veel gebrek aan concrete actie en middelen. U zegt nog steeds niet hoe belangrijk het is dat vrouwen voor elkaar zorgen, geen drank aannemen van vreemden en hun hand boven hun glas houden. U verwijst naar de campagne Ask for Angela, waarbij men naar de bar gaat om aan de barman hulp te vragen, maar in dit verhaal zijn de barmannen de daders.

We moeten echt verder gaan dan dat. Er zijn initiatieven voor de politie, maar die kampt met een gebrek aan mankracht en middelen om dat allemaal te kunnen doen. We krijgen zoveel signalen. Er zijn wel trainingen en vormingen, maar er is personeel te kort. Die taken komen bovenop hun takenpakket, terwijl het water hen nu al aan de lippen staat. Dat zal dus niet lukken. Er moeten extra middelen komen. Anders zijn dat loze woorden en daar hebben vrouwen echt niets aan.

Catherine Delcourt:

Madame la ministre, monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Monsieur le ministre, on vous sait extrêmement volontaire et actif en matière de lutte contre le trafic de drogue. Et le trafic de drogue, ce sont aussi ces faits de viols sous soumission chimique. Nous ne pouvons pas considérer que c'est un phénomène collatéral, il est au cœur de la lutte contre le trafic de drogue.

Les victimes ont le droit d'être reconnues, prises en charge, aidées, accompagnées. Nous devons en faire une priorité pour la sécurité de tous ceux et de toutes celles qui sortent, qui en profitent, qui vivent et qui doivent pouvoir le faire en toute sécurité. La prévention, la répression – madame la ministre a été claire sur la fermeté et la dureté des peines – et, évidemment, l'accompagnement des victimes doivent être au cœur de votre politique. Je vous remercie d'accorder la priorité à ces faits.

Persoonlijk feit

Fait personnel

Voorzitter:

Ik heb een vraag gekregen inzake een persoonlijk feit. Het was weliswaar omfloerst meegedeeld, mijnheer de ondervoorzitter van de Kamer, waarmee ik niemand in het bijzonder bedoel, maar ik meen dat de N-VA-fractie maar één fractievoorzitter heeft.

Ik herhaal de regel dat het noemen van een naam niet volstaat voor een persoonlijk feit. In dezen werden verwijten gemaakt die te maken zouden hebben – ik houd me op de vlakte – met het beleid van de betrokkene.

U kent de regels, mijnheer Vermeersch. U krijgt nog de mogelijkheid tot repliek.

Axel Ronse:

Ik ben eigenlijk nog altijd bijzonder geëmotioneerd door de feiten. Ik heb zelden in mijn leven zoiets ergs meegemaakt. Het gaat om twee cafés die vrij bekend zijn in onze stad. Het zijn walgelijke beesten die aan de lopende band onschuldige dames hebben vergiftigd, verdoofd en verkracht. Ze hebben hen vies achtergelaten.

Mijnheer Vermeersch, als zou blijken dat ik als cultuurschepen in de periode tussen 2018 en 2024 ook maar iets meer gedaan kon hebben om de slachtoffers te beschermen, stop ik onmiddellijk met politiek. Onmiddellijk.

Ik meen, collega's, dat we onszelf geen blaasjes mogen wijsmaken. Walgelijke beesten zijn van alle tijden. Wij als politici zullen altijd het beste van onszelf moeten geven en vernieuwend moeten zijn om hen af te stoppen. Ze zullen echter altijd slimmer, vuiler of wat dan ook zijn dan we ons ooit kunnen inbeelden.

Ik zal u zeggen dat we er in Kortrijk nu voor hebben gezorgd dat er 40 extra politieagenten komen en dat er een afzonderlijke drugscel komt om de daders te pakken. Ik stel voor om hierover vooral geen politieke spelletjes te spelen, maar om eendrachtig samen, van links tot rechts, tegenover die walgelijke beesten te staan en er alles aan te doen om ze op te sporen, om ze te straffen en vooral om te verhinderen dat zulke walgelijke beesten nog kunnen doen wat ze gedaan hebben.

Ik zal u alle illusies besparen. Helaas lopen er nog in alle steden en dorpen van dit land zulke beesten rond. Het is onze grootste verantwoordelijkheid om hen te pakken en dergelijk gedrag te vermijden.

Voorzitter:

Mijnheer Vermeersch, wilt u nog repliceren?

Wouter Vermeersch:

Collega Ronse, wijzen op politieke verantwoordelijkheid is geen politieke spelletjes spelen. Als burgemeester en schepenen hebben jullie natuurlijk een collectieve verantwoordelijkheid voor de veiligheid in de straat, opdat onze vrouwen en dochters veilig over straat kunnen en kunnen uitgaan. In mei 2022, drie jaar geleden beste collega's, hebben wij actie gevoerd rond spiking in onze stad, op de straat vlak voor het stadhuis, zodanig dat u het zeer goed zou zien en weten. We hebben vervolgens ook geïnterpelleerd in de gemeenteraad rond spiking in de stad, maar er zijn geen acties gevolgd. Er is een verpletterende politieke verantwoordelijkheid. Het stadsbestuur heeft die feiten niet aangegrepen om kordaat in te grijpen en heeft drie jaar verloren laten gaan, drie jaar waarin er extra slachtoffers konden worden gemaakt door de beesten die u benoemt. Een stadsbestuur kan wel degelijk acties ondernemen. Ik heb ze ook opgesomd. U kon veel meer controles uitvoeren in de uitgaansbuurt. U kon de politie aansturen en meer sancties treffen. U kon zorgen – zeker de burgemeester kon dat doen, maar u zit samen met haar in het schepencollege – voor een betere samenwerking tussen de lokale politie en justitie. U kon zorgen voor sensibiliseringscampagnes en een betere ondersteuning van de slachtoffers. De collega van de PVDA heeft immers heel juist gezegd dat de slachtoffers onvoldoende gehoord en ondersteund zijn. Het stadsbestuur heeft een verpletterende verantwoordelijkheid, want zijn passiviteit heeft extra slachtoffers gemaakt. Dat is en blijft mijn bewering. Was er drie jaar eerder ingegrepen, dan waren er minder slachtoffers gevallen. U hebt uw verantwoordelijkheid daar niet genomen. Wij zullen als politieke partij geen spelletje spelen daarrond, maar te gepasten tijde zullen we u op die verantwoordelijkheid blijven wijzen.

Het recordaantal meldingen van beelden van kindermisbruik op sociale media

Gesteld door

Vooruit Funda Oru

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 27 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De alarmistische cijfers (25.000 meldingen, 3.000 strafbare feiten) tonen aan dat online kindermisbruik op platforms zoals Snapchat, TikTok en Roblox escaleert, terwijl ouders en overheid de digitale dreiging niet beheersen. Minister Verlinden belooft meer zedeninspecteurs, technologie voor opsporing en Europese samenwerking om daders aan te pakken en slachtoffers te beschermen, maar erkent dat meldcultuur en grensoverschrijdende actie cruciaal zijn. Oru (Vooruit) benadrukt dat overheidsingrijpen dringend is, omdat sociale media te vrijblijvend opereren en de samenleving achterloopt op misdadigers. De focus ligt op versnelde uitvoering van het regeerakkoord met concrete middelen en specialisten.

Funda Oru:

Mevrouw de minister, elke dag stellen ouders in dit land zich een heel belangrijke vraag: wat gebeurt er op de telefoon van mijn kind? Dat is een heel terechte vraag, een terechte bezorgdheid, want vandaag bleek dat er waanzinnig veel meldingen zijn van kindermisbruik op sociale media. Meer dan 25.000 meldingen op een jaar waren er, waarvan er meer dan 3.000 zelfs strafbaar zijn. Laat dat cijfer even bezinken. In dit kleine landje zijn er meer dan 3.000 strafbare meldingen over misbruik van minderjarige kinderen op sociale media.

Het is duidelijk dat onze kinderen vandaag op digitale media en op onlineplatforms niet veilig zijn. Het is echter nog veel duidelijker dat vandaag misdadigers vaker en beter dan ouders weten waar kinderen digitaal rondhangen. Er zijn livestreams op TikTok en er worden naaktfoto’s gevraagd op Roblox. Nergens zijn er ook zoveel meldingen als op Snapchat.

Ouders doen er alles aan om hun kind te beschermen. Wij leren ze veilig de straat over te steken en een helm te dragen wanneer zij fietsen. Wij leren hun ook om zeker niet met vreemden mee te gaan. Als ouders hun kind hiertegen willen beschermen, dat lukt hen dat niet alleen. Voor Vooruit en deze regering is het helder, een sterke overheid beschermt onze kinderen, ook zeker online. Dat is niet eenvoudig, maar als we willen dat politieagenten misdadigers kunnen oppakken, moeten we zeker ook investeren in onlinespecialisten en internationale samenwerking.

Mevrouw de minister, u hebt een heel duidelijke opdracht gekregen in het regeerakkoord om die specialisten aan te werven. Hoe gaan we een versnelling hoger schakelen? Hoeveel specialisten komen er? Wanneer gaan zij aan de slag?

Annelies Verlinden:

In 2024 was er inderdaad een onnoemelijk groot aantal meldingen van onlinekindermisbruik. Ondanks een groot dark number zien we nog altijd een stijging van het aantal meldingen.

Ik roep ook iedereen op om meldingen te blijven doen, omdat we die nodig hebben. Het is ook moeilijk te onderscheiden hoe groot het dark number vandaag nog is. Hoe meer meldingen we hebben, hoe beter we ze kunnen opvolgen, hoe meer verschillende analyses en onderzoeken we kunnen doen en hoe meer slachtoffers er geïdentificeerd en geholpen kunnen worden.

Naast het blootleggen van de actieve netwerken waarbinnen kindermisbruik en onlinebeelden worden gedeeld, moeten we absoluut de positie van de slachtoffers centraal plaatsen. Dat is ook de keuze die wij in het regeerakkoord maken, niet alleen bij het onthaal bij de politie en bij justitie, maar zeker ook in de fysieke ruimte, onder meer in de justitiepaleizen.

Een van de belangrijke initiatieven die ik wil blijven nemen, is bij de Europese collega's aandringen op een gezamenlijk initiatief, omdat ook heel veel beelden Europees gedeeld worden. Het kan niet zijn dat die misdadigers, die kindermisbruikers, zich blijven verschuilen achter de vrijblijvendheid van technologieplatformen om hun daden te kunnen voortzetten. We moeten ervoor zorgen dat we grensoverschrijdend slachtoffers kunnen identificeren en bijstaan.

Ook in ons land zullen politiediensten versterkt worden. Zo zullen bij Binnenlandse Zaken meer zedeninspecteurs worden opgeleid, die ter beschikking zullen staan van de slachtoffers. We zullen hen uitrusten met de noodzakelijke technologie, zodat onze federale gerechtelijke politie en alle speurders achter dat onlinekindermisbruik kunnen aangaan. We willen immers dat kinderen kunnen opgroeien in een veilige wereld, zowel fysiek als uiteraard ook in de onlinewereld.

Funda Oru:

Mevrouw de minister, fijn dat u hiermee aan de slag gaat. Laat er helemaal geen twijfel over bestaan, voor Vooruit is de onlineveiligheid van onze kinderen een absolute prioriteit. Daarvoor hebben we keihard gestreden in het regeerakkoord. Als mama weet ik heel goed dat het heel moeilijk is om te controleren wat een kind online allemaal doet. Sterker nog, vanochtend werd dus pijnlijk duidelijk hoe vuil en gevaarlijk het internet kan zijn, zelfs als men zich goed beschermt. Het gevoel dat onze samenleving achter de feiten aanloopt, dat we dit niet onder controle krijgen, is beangstigend. Helaas zijn we vandaag ook te veel afhankelijk van de goodwill van socialemediabedrijven. Het is nu meer dan tijd om hierop te reageren. We hebben een sterke overheid nodig, die de veiligheid van onze kinderen zowel offline als online beschermt.

De jihadistische moord op Salwan Momika

Gesteld door

VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

In België is het verbranden van religieuze boeken zoals de koran niet expliciet verboden, maar kan wel vervolgd worden als haatspraak of aanzetting tot discriminatie, afhankelijk van de context en rechterlijke beoordeling. Politiebescherming voor bedreigde islamkritische dissidenten hangt af van een risicoanalyse door veiligheidsdiensten (zoals OCAD), maar is niet gegarandeerd, ondanks groeiende dreigingen. Sam Van Rooy benadrukt dat islamkritische stemmen—zoals de vermoorde Salwan Momika—systematisch onvoldoende beschermd worden, terwijl islamitisch geweld en zelfcensuur toenemen door angst voor represailles. Annelies Verlinden bevestigt opvolging door inlichtingendiensten maar wijst op juridische afwegingen per geval, zonder structurele oplossingen voor de vrijheid van meningsuiting onder druk.

Sam Van Rooy:

We kunnen het niet genoeg in herinnering brengen, maar enkele weken geleden werd in Zweden Salwan Momika vermoord door moslimterroristen. Momika was een Assyrisch-Iraakse christen die nota bene in Irak had gestreden tegen Islamitische Staat, tegen jihadterreur dus, en als vluchteling naar Zweden was gekomen. Daar liet hij zich overtuigend uit tegen de islam, die hij als ervaringsdeskundige natuurlijk zeer goed kende, en was hij voor de vrijheid van meningsuiting. Dat gaat natuurlijk hand in hand. Soms verbrandde hij openlijk een koran om die visie kracht bij te zetten. Hij werd daarvoor juridisch vervolgd, helaas, en hij kreeg, zoals dat dan gaat, talloze doodsbedreigingen uit islamitische hoek. Dat is helaas het nieuwe normaal in West-Europa.

Toch werd hij niet door de politie beveiligd. De Zweedse politiechef wilde niet toelichten waarom, maar ik vind het wel frappant dat ze eraan toevoegde dat het "natuurlijk tragisch is dat wij als samenleving deze mensen niet kunnen beschermen". Dat is inderdaad zo. Ook in België ken ik mensen die zich niet meer durven uitspreken over hun afvalligheid van de islam, die hun islamkritiek anders verwoorden of zelfs niet uiten, omdat ze weten dat ze uiteindelijk vogelvrij zijn en ze niet de nodige bescherming zullen genieten.

Mevrouw de minister, graag hoor ik uw mening over deze zorgwekkende stand van zaken. Ik vraag mij af hoe dit eigenlijk in België zit. Mag men in België een exemplaar van de koran of eender welk al dan niet religieus of heilig boek, verbranden? Zou iemand als Salwan Momika in België dan wel door de politie worden beveiligd?

Annelies Verlinden:

Ik kan u bevestigen dat dergelijke gebeurtenissen door onze veiligheids- en inlichtingendiensten zeer nauwgezet worden opgevolgd. Er bestaat in ons land geen officiële lijst van beschermde boeken, waarvan bijvoorbeeld de verbranding specifiek wordt beschouwd als aanzetten tot haat. Weliswaar vallen onder meer strafbare haatspraak, haatmisdrijven en discriminatie onder het materiële toepassingsgebied van de antidiscriminatiewetgeving in ons land. Het zal dus aan de feitenrechter toekomen om op basis van in het bijzonder die wetgeving en het precieze, concrete strafrechtelijk dossier te oordelen. Daarbij kan ik nog toelichten dat de strafmaat voor deze gedragingen herbekeken wordt in het nieuwe Strafwetboek.

In ons land worden beveiligingsmaatregelen toegekend op basis van een risicoanalyse die wordt uitgevoerd door de bevoegde veiligheidsdiensten. Factoren zoals de ernst van de bedreiging, het publieke profiel van de persoon en de potentiële impact op de openbare orde worden daarbij onder meer in overweging genomen. Specifiek in de gevallen van terrorisme, gewelddadig extremisme of radicalisering kan het OCAD een dreigingsanalyse uitvoeren. Op basis van die risicoanalyse of die specifieke analyse zal het Nationaal Crisiscentrum al dan niet de nodige operationele beveiligingsmaatregelen voor de betrokken personen opleggen.

Sam Van Rooy:

Hoever is het niet gekomen dat dissidenten uit de islamitische wereld, zoals Salwan Momika, ook in West-Europa de facto niet meer veilig zijn? Gemiddeld worden er per dag wereldwijd niet minder dan vijf islamitische aanslagen gepleegd. De islam roept inderdaad letterlijk op tot het vermoorden van diegenen die de islam bespotten of beledigen, van diegenen die de islam verlaten en van diegenen die zich niet aan de islam onderwerpen. Recent nog werd hier in Brussel de boekvoorstelling van een islamkritisch boek geannuleerd na islamitische dreigementen. Censuur en zelfcensuur, mevrouw de minister, nemen al jaren toe. Het aantal moslimfundamentalisten in dit land blijft stijgen en dus blijft onze samenleving islamiseren en helaas onvrijer worden.

Een nieuw geval van zware agressie in de gevangenis van Hasselt
De recente incidenten in de gevangenissen van Haren en Hasselt
De zorgwekkende onveiligheid in de gevangenis van Haren
Geweld en onveiligheid in Belgische gevangenissen

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Na een zware agressie door een gedetineerde in Hasselt (drie gewonde cipiers, één zwaargewond) eisen vakbonden strengere maatregelen dan de huidige tuchtsancties (bv. intrekken vervroegde invrijheidstelling), omdat die onvoldoende afschrikken en het geweld—versterkt door overbevolking—escaleert, ook buiten de gevangenis. Minister Verlinden bevestigt nultolerantiebeleid, meldt dat de dader een tuchtsanctie kreeg, verplaatst werd en juridisch vervolgd kan worden, en benadrukt betere opvang (psychologische ondersteuning, standaardprocedure na incidenten). Dillen en Yzermans (vakbonden) dringen aan op systematische correctionele vervolging en concrete straffen met afschrikwekkend effect, plus structurele oplossingen voor overbevolking en personeelstekort om de vicieuze cirkel van geweld en demotivatie te doorbreken.

Marijke Dillen:

Op 9 februari vond opnieuw een ernstig geval van agressie plaats in de gevangenis van Hasselt, gepleegd door een gedetineerde en gericht tegen drie cipiers die helaas gewond raakten. Een van die cipiers was zelfs zwaargewond en is naar het ziekenhuis moeten gaan. De vakbonden zijn zeer duidelijk en ik citeer: ʺDe h uidige maatregelen wegen niet genoeg door. De straffen na agressie zijn minder waard. Sommige gedetineerden laat het koud dat ze zes maanden extra cel krijgen. Als ze kijken hoeveel celstraf ze al hebben, kan dat er nog wel bij. (…) Als we gewoon blijven verder doen, schiet er over vijf jaar niet veel meer over van de gevangenissen. ʺ De vakbonden dringen dus aan op strengere en andere maatregelen.

Mevrouw de minister, kunt u meer toelichting geven over de toestand van de drie cipiers? Kunt u ook meer toelichting geven over hun verwondingen? Welke sanctie hebben de betrokken gedetineerden gekregen?

De vakbonden vragen andere maatregelen die wel een impact hebben. Ze stellen dat ze al jaren voorstellen doen om de zaken anders aan te pakken. Zo wordt er bijvoorbeeld verwezen naar de vervroegde invrijheidstelling en wordt de vraag gesteld of die niet kan wegvallen als men niet met de handen van het personeel kan blijven. Gedetineerden zouden dan misschien twee keer nadenken vooraleer ze tot daden overgaan.

Bent u bereid om initiatieven te nemen met het oog op strengere maatregelen voor gedetineerden die zich schuldig maken aan zware agressie tegen cipiers?

Alain Yzermans:

Het geweld binnen en zelfs buiten de muren van de gevangenissen is schering en inslag. Er zijn netwerken actief. De directie neemt soms een bepaalde houding aan die niet altijd bevorderlijk is om het vertrouwen van het personeel te herwinnen. Men moet overgaan tot een aantal actiemaatregelen. De vakbonden hebben daarover voorstellen.

In uw inleiding zei u dat u tijdens uw overleg met de vakbonden contact zult hebben naar aanleiding van de overbevolking. Het is belangrijk dat de vakbonden echt worden gehoord. Zij hebben een aantal pertinente vragen en kunnen goede voorstellen doen om het geweld uit de gevangenis te krijgen. Het geweld verplaatst zich nu naar buiten. Wanneer mensen worden belaagd, verliezen ze hun motivatie om te gaan werken. De werkomstandigheden worden desastreus. Families worden buiten soms ook nog bedreigd.

Er dreigt een groot personeelstekort te ontstaan. Het statuut moet dan ook worden verbeterd. Dat zal altijd aanleiding geven tot stakingen en dan komen we in een vicieuze cirkel terecht. De druk op het personeel en de druk op de gedetineerden zelf zijn communicerende vaten. Dat heeft allemaal te maken met de overbevolking. Er zijn echte maatregelen nodig. De vakbonden hebben goede voorstellen. De oplossing is te vinden in de driehoek personeel, gedetineerden en een humaan beleid, uiteraard ook met de directies. We moeten naar de noodkreet van de vakbonden luisteren.

Welke maatregelen zult u treffen? Wat is de stand van zaken van de incidenten met het personeel?

Annelies Verlinden:

Collega's, ik ben het met u eens dat agressie ten aanzien van personeel onaanvaardbaar is. Zoals in het regeerakkoord bepaald is, zullen we het nultolerantiebeleid verder aanscherpen en daarvoor de nodige maatregelen nemen.

Bij het geval van agressie in Hasselt vertoonde de betrokken gedetineerde fysiek agressief gedrag ten aanzien van de eerste beambte. Een tweede beambte en de ploegchef die tussenbeide wilden komen, liepen eveneens verwondingen op. Om redenen van privacy kan ik geen verdere details geven over de verwondingen van de personeelsleden. Ik kan wel meedelen dat ze enige tijd arbeidsongeschikt waren. De betrokken personeelsleden kunnen een beroep doen op psychologische ondersteuning. Er werd intussen ook een tuchtprocedure opgestart en de betrokken gedetineerde kreeg een tuchtsanctie. De gedetineerde werd ook uit de gevangenis van Hasselt verwijderd.

Wanneer gedetineerden zich schuldig maken aan strafbare feiten in de gevangeniscontext, wordt die informatie ook altijd aan het parket overgemaakt. Op basis daarvan kan worden vervolgd en kunnen bijkomende gevangenisstraffen of andere straffen worden uitgesproken.

In samenspraak met de vakbonden werd een standaardprocedure na een kritiek incident ontwikkeld. Die procedure zorgt voor een uniforme afhandeling van de kritieke incidenten en houdt ook voldoende ondersteuning en aandacht voor het slachtoffer en de andere betrokken personeelsleden in. Die procedure werd toegepast bij de incidenten in Haren en Hasselt en heeft goed gewerkt: het informeren van de vakbonden, de overbrenging van gedetineerden naar een andere gevangenis, de opvang en ondersteuning van slachtoffers en de opstart van een tuchtprocedure.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Nultolerantie moet nultolerantie zijn, zonder enige uitzondering. Het is heel belangrijk om alle vormen van agressie, zowel kleine agressie – in de mate waarin die bestaat, omdat voor mij agressie agressie is – als heel zware vormen van agressie aan te pakken.

Dat moet niet enkel gebeuren met een tuchtsanctie. Ik hoorde immers in de kritiek van de vakbonden dat de gedetineerden en criminelen absoluut niet voor een tuchtsanctie terugdeinzen. Het is heel belangrijk dat elke vorm van agressie tegen cipiers niet alleen met een strafsanctie wordt gesanctioneerd, maar dat ze ook leidt tot een correctionele vervolging. De parketten moeten daaraan voorrang geven.

Alain Yzermans:

Ik sluit mij aan bij de oproep tot nultolerantie, wat een heel complex begrip is en niet gemakkelijk te handhaven. Het is echter een heel goede norm die kan worden gesteld. Nultolerantie moet natuurlijk vertaald worden in de wijze waarop ze wordt meegenomen als sanctie en straf. Men moet veel strikter zijn, ook vanuit de directie, om personeelsleden daarin als belangrijke werknemers te zien die recht hebben op die bescherming in al haar vormen.

Het proefproject inzake de beveiligde cellen
De agressie tegenover het gevangenispersoneel
Beveiliging en agressie in detentieomgevingen

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Yzermans vraagt naar de stand van zaken rond 5 miljoen euro voor camerabeveiliging in Hasselt, 200.000 euro voor onderhoud en het actieplan tegen geweld op cipiers, met focus op de gespecialiseerde beveiligde cellen. Minister Verlinden bevestigt een proefproject met vier pilootgevangenissen voor deze cellen (met aanpassingen zoals verankerd meubilair), maar criteria, procedures en timing zijn nog onbepaald; het actieplan tegen agressie loopt via overleg met vakbonden. Camerabewaking in Hasselt blijft onbeantwoord, Yzermans belooft een schriftelijke navraag. Geen concrete budgetuitvoering of tijdslijn voor onderhoud of cellen.

Voorzitter:

De heer Matheï is verontschuldigd.

Alain Yzermans:

Ik denk dat ik opnieuw hetzelfde betoog kan houden, mevrouw de minister, maar ik ga dat niet doen. Ik was ook wel geïnteresseerd in de gespecialiseerde cellen die zijn aangekondigd.

Ook heeft de voormalige minister enkele maanden voor zijn vertrek aangekondigd dat 5 miljoen euro in het gevangeniswezen zou worden geïnvesteerd, voornamelijk in de camerabeveiliging van de gevangenis van Hasselt. Het lijkt mij interessant om daarop in te gaan. DE FOD Justitie zou ook 200.000 euro extra investeren in het herstel en het onderhoud. Hoever staat het met die plannen?

Er was ook sprake van een actieplan tegen het geweld tegen cipiers. Hoever staat men daarmee? Het zal wel een gelijkaardig antwoord zijn. Vooral de vragen over die investering en die cellen interesseren mij wel.

Annelies Verlinden:

Mijnheer Yzermans, ik begrijp inderdaad dat uw vraag gaat over de extra beveiligde cellen. Er is een proefproject opgestart in vier pilootgevangenissen waar beveiligde cellen worden uitgebouwd. We onderzoeken nog in welke pilootgevangenissen dat project zal worden uitgerold, en vervolgens zal de infrastructuur van de geselecteerde cellen worden aangepast.

Ook de invulling van de cellen en de modaliteiten worden nog bestudeerd. Niet alle elementen daarvan werden bepaald. Het gaat hierbij onder meer over verankerde meubelen en vandaalbestendige elementen. Behalve naar de infrastructuur wordt ook gekeken naar de noodzakelijke procedures en regimes. De gedetineerden zullen worden ingedeeld in deze cellen aan de hand van criteria die eveneens nog nader te bepalen zijn.

De agressie en de kans op agressief gedrag worden uiteraard mee in rekening genomen. Er wordt bekeken wanneer deze personen in de beveiligde cellen kunnen worden geplaatst, maar ook op basis van welke criteria er een beweging ‘out’ zal plaatsvinden.

De testfase en de duurtijd ervan zullen worden bepaald zodra de voormelde elementen vastliggen. Voor enige evaluatie is het in dit stadium dan ook te vroeg.

In uw vraag linkt u de beveiligde cellen ook aan het onderhoud van de gevangenissen. De beveiligde cellen zijn weliswaar niet inbegrepen in dit onderhoud, en evenmin in het budget voor het onderhoud.

Inzake het actieplan tegen agressie kan ik u tot slot toelichten dat er overleg met de vakbonden is. Dit project is gericht tegen geweld tegen het bewakend personeel en bij uitbreiding tegen elk personeelslid dat in contact komt met de gedetineerden.

Alain Yzermans:

Ik blijf een beetje op mijn honger zitten wat betreft de camerabewakingssystemen die niet functioneerden in de gevangenis van Hasselt. Wellicht kan ik die vraag opnieuw stellen via een schriftelijke vraag.

Alleszins ben ik blij met uw zeer concreet antwoord over de volgende stappen die opgestart worden inzake de beveiligde cellen.

Voorzitter:

Vraag nr. 56002666C van de heer Coenegrachts wordt op zijn verzoek omgezet in een schriftelijke vraag.

De situatie in Goma en Oost-Congo
De aanval op de Belgische ambassade en de ambassades van andere westerse landen in de DRC
De humanitaire crisis in Oost-Congo
De noodsituatie op de luchthaven van Goma
De opschorting van het bilaterale samenwerkingsakkoord door Rwanda n.a.v. de situatie in de DRC
Het seksueel geweld in de Democratische Republiek Congo
De situatie in Oost-Congo en Rwanda
De humanitaire situatie in het oosten van de DRC
De ontwikkelingssamenwerking tussen België en Rwanda
De Democratische Republiek Congo
De situatie in Congo
De situatie in de DRC
Het conflict in Oost-Congo
De reactie van de internationale gemeenschap op de Rwandese agressie
De conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken en de maatregelen tegen Rwanda
De situatie in de DRC
Crisis in Oost-Congo, DRC en Rwanda: conflict, geweld en humanitaire noodsituatie

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België neemt een duidelijke en actieve houding in tegen de Rwanda-gesteunde M23-opmars in Oost-Congo, met focus op humanitaire hulp, sancties en diplomatieke druk. De minister bevestigt opschorting van het EU-grondstoffenakkoord met Rwanda, stopzetting van defensiedialoog, en individuele sancties (afhankelijk van staakt-het-vuren), maar stuit op EU-weerstand voor volledige breuk. Humanitaire steun wordt verhoogd via VN-fondsen en herbestemming van bevroren Rwandese middelen, terwijl België druk zet op VN-resoluties, justitie voor oorlogsmisdaden (inclusief seksueel geweld) en regionale diplomatie stimuleert. Critici eisen snellere, strengere maatregelen (bv. visa-bevriezing, UCI-boycot WK 2025) en hekelen EU’s "dubbele standaard" versus Oekraïne/Palestina.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, terwijl de wereld gefocust blijft op andere mondiale conflicten, escaleert de situatie in Oost-Congo. De M23-rebellen, gesteund door Rwanda, hebben strategische steden zoals de miljoenenstad Goma ingenomen. De gevechten creëren duizenden nieuwe ontheemden, terwijl al miljoenen mensen in onmenselijke omstandigheden leven. Er is een ernstig gebrek aan voedsel, drinkbaar water, medische hulp en sanitaire voorzieningen. Zoals bij elk conflict, zijn burgers opnieuw het eerste slachtoffer. De exploitatie van grondstoffen, zoals coltan, wordt door de M23-rebellen gebruikt om hun oorlogsinspanningen te financieren. Toch lijkt deze crisis grotendeels vergeten bij het grote publiek en ontbreekt elk uitzicht op structurele oplossingen.

Zal België concrete stappen nemen om de humanitaire situatie in Oost-Congo te verlichten?

Zal België aandringen op een versterkte VN-vredesmissie, gezien de ontoereikendheid van de huidige blauwhelmoperatie?

Hoe ziet België zijn rol in de ondersteuning van structurele oplossingen voor de situatie in Oost-Congo, zowel wat betreft politieke stabiliteit als economische vooruitgang? Bent u van mening dat er momenteel voldoende gebeurt?

Welke gerichte maatregelen neemt België tegen Rwanda, zodat de illegale Rwandese militaire aanwezigheid in Oost-Congo zo snel mogelijk wordt beëindigd?

Welke initiatieven kan België ondernemen om de illegale exploitatie van Congolese grondstoffen te bestrijden? Die dragen immers vaak bij aan de financiering van het conflict en aan de instabiliteit van de regio.

Charlotte Deborsu:

Toutes mes félicitations pour votre nomination, monsieur le ministre. Cela suscite en moi une émotion particulière depuis ces bancs car, il y a encore quelques mois, nous étions collègues de la plus belle ville du monde, Namur, vous en tant que bourgmestre et moi jeune échevine. Nous avons travaillé ensemble durant six belles années pour le bien de notre tant aimée ville de Namur.

Aujourd'hui, nous avons rejoint d'autres cieux puisque vous voilà ministre des Affaires étrangères et moi députée fédérale au sein de la commission Relations extérieures. Mes responsabilités ont changé, mais l'envie d'agir reste intacte. Je ne doute pas que nous continuerons à collaborer avec le même engagement.

La situation en République démocratique du Congo est plus alarmante que jamais. Le M23 soutenu par le Rwanda continue son avancée après la prise de Bukavu plongeant l'Est du pays dans la violence et pas n'importe quelle violence!

Des témoignages accablants rapportent que des groupes armés utilisent le viol comme arme de guerre - tactique de terreur - et des déplacements forcés, malheureusement ancrés dans l'histoire de cette région. Ce sont des crimes de guerre: ils brisent des vies et dévastent des communautés entières.

Le 13 février dernier, la directrice de l'Unicef alertait sur l'ampleur inédite de ces violences sexuelles dans les provinces du Nord et du Sud-Kivu.

Quelles actions concrètes la Belgique peut-elle entreprendre pour soutenir la population congolaise face à ces crimes de guerre et atténuer leur impact humanitaire? Envisagez-vous personnellement de plaider auprès des Nations unies et de l'UE pour des initiatives diplomatiques et des mesures concrètes pour mettre fin à ces exactions et garantir la justice aux victimes?

Staf Aerts:

De situatie in Oost-Congo is natuurlijk rampzalig. Opnieuw zijn heel veel mensen op de vlucht. Basisvoorzieningen zoals water, voedsel en medische zorg zijn nauwelijks beschikbaar. Zonder dringende hulp dreigt de bevolking overgeleverd te worden aan hongersnood en ziektes. De rebellen lijken hun opmars niet te willen stopzetten. Ook het Rwandese leger blijft zijn steun uitspreken.

Ondertussen heeft het Europees Parlement een standpunt ingenomen, gesteund door een zeer grote meerderheid, om een einde te maken aan het akkoord rond de zeldzame grondstoffen en aan de financiering van het leger. Nu ligt de bal in het kamp van de Raad en van de lidstaten. Sinds de indiening van mijn vraag heeft Rwanda ook al aangegeven dat het geen ontwikkelingssamenwerking meer wil. Wat was de reactie? Wat is de algemene teneur binnen de Europese Unie met betrekking tot de stopzetting van het grondstoffenakkoord en de militaire samenwerking?

Welke stappen zullen België en de Europese Unie op korte termijn nog zetten ten aanzien van Rwanda?

Wat kan België doen voor de humanitaire situatie in Oost-Congo? Worden er naar aanleiding van het conflict extra middelen aan Congo toegekend om die humanitaire ramp te vermijden?

Misschien kunnen we creatief uit de hoek komen. Rwanda wil onze steun immers niet meer. Het is misschien op dit moment ook gepast dat we die steun niet uitkeren. Kunnen we diezelfde steun echter niet investeren in Congo, want daar zijn de noden alleen maar groter geworden door toedoen van Rwanda?

Ten slotte, het is ondertussen wat ondergesneeuwd, maar er gingen ook heel wat stemmen op om Rwanda geen gastland te laten zijn voor het WK wielrennen. Dat zou niet langer te rechtvaardigen zijn. Hoe staat u daar tegenover? Kunnen we dat nog wel toelaten gezien die zeer penibele houding van Rwanda ten aanzien van Congo?

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je réitère mes félicitations, comme l'ont fait mes collègues. Les mots ne suffisent plus pour décrire la situation humanitaire dans l'Est de la République démocratique du Congo, une situation catastrophique, cataclysmique, dramatique. Tous ces mots ne permettent même plus d'appréhender ce que subit la population congolaise depuis la résurgence du M23, grâce à l'appui du président rwandais, M. Kagame.

Qu'il s'agisse de l'accès à l'eau, à la nourriture, aux soins de santé, ou de n'importe quel besoin essentiel, les Congolais sont dépouillés de leur dignité et de leurs droits fondamentaux par ces rebelles qui ont définitivement abandonné toute humanité. La mort vient sous plusieurs formes: par balles, par la faim, par des maladies telles que le choléra, qui est en train de se propager par les eaux souillées que les habitants sont contraints de boire.

Soulignons également la situation dramatique des femmes et des jeunes filles congolaises, qui sont les principales victimes de ce conflit. Elles sont battues, violées, malades et se retrouvent seules dans cet enfer. Le viol est aujourd'hui une arme de guerre, et l'insécurité, qu'elle soit sexuelle ou sanitaire, est devenue le quotidien de ces femmes.

Oxfam nous a alertés la semaine passée sur la nécessité d'intensifier l'aide humanitaire afin d'apporter un soupçon de soulagement aux habitants de l'Est de la RDC. Les défis pour acheminer cette aide tant demandée sont nombreux, mais le premier est le manque de soutien financier. Les besoins sont énormes et, pourtant, l'aide n'arrive pas.

Comment comptez-vous débloquer un budget spécifique pour soutenir l'aide humanitaire envers ces populations civiles? Pouvez-vous nous assurer de votre volonté d'user de toute votre influence pour pousser l'Union européenne à augmenter son rôle humanitaire dans la région?

Par ailleurs, en ce qui concerne le Rwanda, le principal coupable de cette crise, nous avons appris la semaine passée que Kigali a décidé de suspendre unilatéralement sa coopération au développement avec la Belgique. Une décision qui intervient après des années de dénonciation de ces criminels en République démocratique du Congo. Je trouve regrettable que le Rwanda ait pris cette initiative avant même que votre gouvernement ait pu prendre ses responsabilités.

Nous savons tous ce qui se passe dans l'Est de la RDC. Depuis l'attaque de Goma, pas moins de 150 femmes ont été violées et brûlées vives dans la prison de Munzenze et, la semaine passée, l'ONU a accusé le M23 d'exécuter des enfants. Aujourd'hui, les jeunes Congolais sont contraints de s'enrôler dans l'armée par le M23 et ont exécuté cinq jeunes ce matin à Bukavu. Il est temps de prendre des sanctions claires, monsieur le ministre, à l'instar de ce que le Royaume-Uni a pris comme sanctions contre le gouvernement du Rwanda et le M23.

Quel est l'impact de cette rupture unilatérale de la coopération sur les populations civiles rwandaises qui sont appauvries? Nos programmes seront-ils suspendus. Le Rwanda va-t-il dicter notre agenda ou la Belgique va-t-elle enfin adopter des sanctions fermes contre le régime de Paul Kagamé, comme celles qui ont été prises vis-à-vis d'autres pays agresseurs, comme la Russie? Enfin, nous savons que l'Union européenne et la communauté internationale appliquent la politique du double standard. Lors de votre réunion de lundi, un seizième paquet de sanctions a été adopté contre la Russie, mais aucune sanction n'a été adoptée contre le Rwanda parce que l'Europe estime devoir attendre le moment opportun. Quel est, selon vous, ce moment opportun? Devons-nous attendre que le conflit arrive à Kinshasa? Devons-nous attendre que des femmes soient encore enterrées vivantes, comme il y a 20 ans? Devons-nous attendre encore plus de tueries, de viols, de pillages, de morts d'enfants? Quel est, monsieur le ministre, ce moment opportun?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, over de schrijnende situatie in Oost-Congo konden we in de plenaire vergadering vorige week al van gedachten wisselen. Wellicht weet u ook dat wij daarnet een resolutie hebben goedgekeurd, die morgen in de plenaire vergadering wordt besproken, teneinde de regering aan te sporen een aantal concrete acties te ondernemen ter ondersteuning van de bevolking, maar vooral om een einde aan dat bloedbad te bepleiten.

Nu wil ik met u graag even inzoomen op de situatie van de vrijwilligers, de hulpverleners in Congo. We krijgen namelijk signalen dat medewerkers van Artsen Zonder Grenzen zwaargewond raakten. Ook hulpverleners van Zuid-Afrika werden getroffen. Het is absoluut noodzakelijk dat humanitaire hulpverleners in conflictgebieden veilig kunnen werken.

Mijnheer de minister, welke maatregelen zullen u en de regering nemen om landgenoten in de getroffen gebieden effectief te ondersteunen? In welke mate kan hun veiligheid worden gegarandeerd? Op welke manieren gebeurt dat?

Dan kom ik tot de rol van Burundi, dat hier al aangehaald werd door een collega. De Burundese eenheden zijn ondertussen weg uit Congo, nadat hun inzet aan de zijde van het Congolees leger niet heeft geleid tot het terugdringen van de M23-rebellen. Mijnheer de minister, wat is uw inschatting van de impact van die terugtrekking in het licht van de volledige geopolitieke dynamiek in de regio?

In een laatste punt wil ik de rol van Oeganda aanhalen, aangezien het Oegandees leger zich begint te mengen. Hoe schat u dat in?

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, sta mij toe u ook namens onze fractie welkom te heten in deze commissie.

De situatie in Congo is op zijn zachtst gezegd onrustwekkend. De door Rwanda gesteunde rebellen van M23 hebben de miljoenensteden Goma en Bukavu ingenomen en gebruikten daarbij gruwelijk geweld tegen burgers. Daarvan werden al heel veel voorbeelden aangehaald. De provincie Noord-Kivu is al grotendeels in handen van M23. De Congolese regeringstroepen lijken niet in staat hun opmars te stuiten. Bondgenoot Burundi wil de confrontatie met Rwanda en M23 vermijden en trok zijn troepen weg uit Congo.

M23 gebruikt bij de veroveringen brutaal geweld en schendt alle principes van het internationaal humanitair recht. We hebben ook gezien dat hulpverleners worden geviseerd. Een medewerker van Artsen Zonder Grenzen is bijvoorbeeld levensgevaarlijk gewond geraakt. De Belgische ambassade in Kinshasa raadt ondertussen de landgenoten aan om te vertrekken uit de verschillende provincies.

Ik heb dan ook een aantal vragen.

Kan Buitenlandse Zaken garanderen dat alle landgenoten in Congo op veilige bestemmingen geraken?

Hebt u recent nog contact gehad met de ambassadeur en/of uw ambtsgenoot in Congo?

Het debat over de spoedresolutie over de situatie in Congo werd hier ook al aangehaald. Ons amendement voor de opschorting van de ontwikkelingshulp aan Rwanda werd niet aangenomen. Het regeerakkoord is echter vrij duidelijk: er worden strengere criteria verbonden aan ontwikkelingssamenwerking. Overweegt België Rwanda als partnerland van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking te schrappen wegens zijn rol in het geweld in Congo? Zal Enabel zijn samenwerking met Rwanda herzien? Zo ja, op welke manier?

De spoedresolutie was ook redelijk duidelijk over de Belgische boycot van culturele en sportieve evenementen. Kan de situatie implicaties hebben voor het WK wielrennen dat in Kigali zou worden georganiseerd in 2025?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, depuis que j'ai introduit ma question, la situation a évolué. Le Parlement européen demande de suspendre l'accord avec le Rwanda sur les minerais, de geler toute assistance militaire et d'arrêter l'envoi d'armes au Rwanda.

Mon collègue Marc Botenga était coauteur de ce texte, qui était inimaginable il y a un an. Aujourd'hui, les mentalités évoluent, heureusement, et on avance sur ces questions.

En outre, on a appris que le Rwanda refuse aujourd'hui la coopération au développement belge. Par ailleurs, nous avons voté, en début d'après-midi, une résolution qui appelle à des sanctions et à la suspension de cet accord.

Avec tous ces éléments, comment le gouvernement belge mettra-t-il en œuvre ces positions parlementaires? Comment la Belgique défendra-t-elle ce vote du Parlement européen au sein du Conseil? Ce vote au niveau européen sera-t-il suivi d'actes et de réelles sanctions?

Au niveau belge, suite à la résolution qui sera votée en séance plénière demain, comment la Belgique mettra-t-elle en œuvre ce travail sur le terrain? Pour ce qui est de la coopération et des sanctions, comment s'assurer que le peuple rwandais ne soit pas sanctionné, mais plutôt les responsables de ces exactions, de ces violations et de ces crimes à l'Est du Congo?

Ce sont toutes des questions sur les modalités pratiques de positions politiques qui ont été exprimées par le Parlement européen ou le Parlement belge. Si possible, pourrions-nous avoir une feuille de route sur la façon dont tout cela se mettra en place dans les semaines à venir?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, de internationale gemeenschap kan niet blind blijven voor de rol van Rwanda in dit conflict. Rwanda heeft zelf de Belgische ontwikkelingssamenwerking opgeschort. De Raad Buitenlandse Zaken bereikte gisteren een politiek akkoord over sancties tegen Rwanda, afhankelijk van de evoluties op het terrein. Ook zijn de EU-defensieconsultaties met Rwanda reeds opgeschort en verklaarde hoge vertegenwoordiger Kallas dat het memorandum of understanding (MoU) rond kritieke grondstoffen under review is.

De vraag is of de EU niet meer financiële en diplomatieke hefbomen kan inzetten om Kagame onder druk te zetten en het brutaal geweld en de schaamteloze plunderingen in Oost-Congo te stoppen. De spoedresolutie die we daarnet hebben aangenomen, heeft daar alvast voor gepleit.

Welke positie heeft België ingenomen op de Raad Buitenlandse Zaken? Welke concrete verdere stappen zullen worden gezet om de sancties concreet invulling te geven? Het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten zijn daar ver in gegaan. Zal ook de Europese Commissie die rol opnemen en ervoor zorgen dat ook individuele sancties worden opgelegd ten aanzien van Rwanda?

Wat betekent de review van de MoU rond kritieke grondstoffen concreet? Hoe wordt die invulling gegeven? Hoe verliep het debat daarover?

Daarnet hadden we ook een debat over de opschorting van de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Wat betekent dat concreet? Welke positie nam België in ten aanzien van Rwanda inzake ontwikkelingssamenwerking? Hoe zullen de vrijgekomen middelen worden herbestemd om bijvoorbeeld de humanitaire crisis in Oost-Congo effectief aan te pakken?

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, nous n'en sommes qu'à la deuxième question, mais je peux d'ores et déjà vous féliciter pour vos interventions dans les débats qui viennent d'avoir lieu.

Depuis que je vous ai posé une question d'actualité sur l'agression rwandaise dans l'Est du Congo, la semaine dernière, il y a eu des évolutions positives. Le Conseil de sécurité des Nations Unies a enfin réagi en adoptant la résolution 2773 sur la base du chapitre VII de la charte. Cette résolution exige le respect de l'intégrité territoriale de la République démocratique du Congo, la cessation des hostilités, la conclusion d'un cessez-le-feu et le retrait immédiat du M23 ainsi que de ses alliés rwandais des territoires congolais occupés depuis un certain temps, notamment Goma et Bukavu.

Monsieur le ministre, quelles mesures seront-elles adoptées par la Belgique et par la communauté internationale pour faire respecter la résolution 2773?

Pouvez-vous expliquer les raisons de l'absence de consensus au sein du Conseil de l'Union européenne?

Quelles démarches supplémentaires la Belgique compte-t-elle faire pour convaincre ses partenaires européens de la nécessité de mesures fortes?

L'Union européenne compte-t-elle prendre des mesures supplémentaires pour aider les populations de l'Est du Congo?

Je termine en disant que le monde entier a pu voir la violence sanguinaire que promeut M. Kagame depuis plus de deux décennies au Congo.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, la situation humanitaire au Congo est vraiment catastrophique, les collègues l'ont rappelé. Des centaines de milliers de personnes sont en fuite avec des services de base tels que l'eau, la nourriture, les soins médicaux qui sont à peine disponibles, si pas inaccessibles. Sans une aide médicale urgente et sans une aide urgente, la population risque d'être livrée à la famine et aux maladies.

Lors des combats autour de Goma et de Bukavu, le chef des rebelles a annoncé de manière glaciale son intention de marcher jusqu'à la capitale Kinshasa. Dans le même temps, l'armée rwandaise continue de participer ouvertement aux combats aux côté des rebelles du M23 alors que l'Union européenne maintient toujours une coopération militaire avec le Rwanda et des accords avantageux sur l'importation de matières premières rares qui sont largement volées en République démocratique du Congo.

La semaine dernière, le Parlement européen a adopté, à une très large majorité, une résolution qui demande la fin immédiate de cet accord sur les ressources et la fin du financement de l'armée rwandaise. La décision revient aujourd'hui au Conseil de l'Union européenne et donc aux États membres mais la réponse du Conseil de l'UE tarde à venir. Ceci alors qu'on a l'impression, en tout cas c'est la mienne, que la Belgique semble un peu prudente sur cette question cruciale. On ne peut pas continuer à fermer les yeux sur la responsabilité du Rwanda dans cette guerre et encore moins de la récompenser avec des accords commerciaux et des événements internationaux prestigieux. Il est vraiment grand temps d'assumer nos responsabilités et d'adopter une politique ferme et claire.

Dès lors, quelles sont les mesures concrètes que la Belgique défend au sein de l'Union européenne pour sanctionner le soutien du Rwanda aux rebelles du M23? La Belgique va-t-elle s'engager à suspendre toute forme de coopération économique et militaire avec le Rwanda, en ligne avec les demandes du Parlement européen? Que fait ou que fera la Belgique pour améliorer la situation d'urgence et la situation humanitaire dans l'Est du Congo? Des fonds supplémentaires seront-ils alloués pour éviter une catastrophe humanitaire qui menace et qui est déjà quasiment là? Enfin, quel est l'impact de la décision unilatérale du Rwanda de mettre fin à la coopération au développement?

Maxime Prévot:

Mesdames et messieurs les députés, je vous remercie pour vos questions et, pour celles et ceux qui se sont à nouveau prêtés à l'exercice, pour vos félicitations. J'imagine qu'après les deux ou trois premières questions, chacun aura eu l'occasion de me féliciter. Cela permettra comme ça de ne plus devoir le réitérer, mais ça fait toujours plaisir.

Plus sérieusement, au vu de la nature du débat, je partage bien entendu les graves préoccupations que vous exprimez. Et je pense que, s'il y a un procès qu'on ne peut pas faire à la Belgique, c'est d'avoir manqué de clarté à l'égard du positionnement que nous adoptons dans ce dossier.

Comme vous le savez, depuis la résurgence du M23 en 2022, la Belgique n'est restée ni silencieuse ni inactive. Bien au contraire, notre pays s'est prononcé de façon très claire et à de très nombreuses reprises pour condamner les violences commises par toutes les parties contre les populations civiles, pour dénoncer les offensives du M23 et de l'armée rwandaise sur le sol de la République démocratique du Congo et exiger son retrait immédiat, ainsi que pour appeler à un cessez-le-feu, au dialogue et au respect des droits humains.

Je l'ai dit devant vous en séance plénière la semaine passée et je l'ai répété face à mes homologues européens lundi à Bruxelles et devant le Conseil des droits de l'homme hier encore à Genève. Notre position ferme sur cette crise tient à une conviction simple mais profonde: le droit international doit s'appliquer selon les mêmes critères partout, que ce soit à l'Est du continent européen ou à l'Est de la RDC.

Le respect de l'intégrité territoriale d'un État souverain ne se négocie pas, peu importe sa position géographique. Aucun prétexte ne peut justifier d'agresser militairement un voisin, de l'occuper et d'infliger des violences intolérables à sa population civile. C'est la raison pour laquelle, dans la lignée de mes prédécesseurs, j'ai œuvré à mobiliser la communauté internationale, en particulier l'Union européenne, afin de la convaincre d'agir et de dépasser les condamnations parfois stériles. Il faut mettre la pression nécessaire sur les protagonistes afin de contribuer à les ramener autour de la table des négociations. Il y a des responsabilités du côté congolais – j'y reviendrai – mais dans l'immédiat, l'urgence est de stopper les offensives du M23 et du Rwanda sur le territoire congolais.

Ces avancées militaires se sont en effet poursuivies sans relâche ces dernières semaines, aboutissant à la prise de deux capitales provinciales que sont Goma et Bukavu, malgré les appels unanimes de la communauté internationale, y compris de l'Union africaine, de stopper les combats. Alors que l'armée congolaise est en retraite sur plusieurs fronts, nous constatons désormais que le territoire contrôlé par le M23 et le Rwanda en RDC est environ aussi grand que la taille de la Flandre.

Ces combats ont des conséquences humanitaires inacceptables, tout en induisant des risques accrus de déstabilisation régionale. À cet égard, je dois dire que nous suivons de près la situation au Burundi et le déploiement de troupes ougandaises dans le Nord-Kivu et en Ituri.

De urgentie is dus groot en we kunnen niet passief blijven. Daarom heb ik er tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van 24 februari 2025 sterk voor gepleit om felle en concrete maatregelen te nemen. Het ging over de volgende acties.

Ten eerste, bijkomende individuele sancties gericht tegen verantwoordelijken die betrokken zijn bij het conflict en de illegale exploitatie van natuurlijke rijkdommen in Oost-Congo.

Ten tweede, de opschorting van het memorandum of een stemming over kritieke grondstoffen met Rwanda. Dit MoU heeft voor ons geen waarde zonder de implementatie door Rwanda van de cruciale aspecten over de traceerbaarheid en de transparantie.

Ten derde, de opschorting van de dialoog op het gebied van veiligheid en defensie met Rwanda.

Ten vierde, de herziening van de ontwikkelingssamenwerking tussen Rwanda en de EU.

Ten vijfde, de opschorting van de Europese steun aan het Rwandese leger voor zijn ontplooiing in Mozambique.

Na afloop van de Raad kan ik rapporteren dat men een politiek akkoord heeft gevonden om de twee eerste maatregelen, met name de individuele sancties en de herziening van het MoU over kritieke grondstoffen, te activeren afhankelijk van het al dan niet handhaven van een staakt-het-vuren en de vooruitgang van de regionale bemiddelingsinspanningen.

Er is op vrijdag een regionale ministeriële conferentie in Harare gepland, die een belangrijke indicator zal zijn. Bovendien wordt de dialoog over veiligheid en defensie onmiddellijk opgeschort.

Over de twee laatste maatregelen, namelijk de ontwikkelingssamenwerking met Rwanda en de steun voor het Rwandese leger in Mozambique, zijn de gesprekken binnen de Europese Unie nog lopende.

Ik geef toe dat wij niet alle maatregelen hebben aangenomen waarvoor we gepleit hadden, maar we zijn op zoek naar een collectieve aanpak en dat vergt tijd. Ik zie het glas dus liever als halfvol, wat een goede basis is voor de toekomstige stappen. We zullen blijven aandringen op krachtige maatregelen binnen de EU en andere internationale fora.

J'aurais effectivement souhaité aller plus loin. L'Angleterre a désormais la possibilité de décider seule, tandis que nous devons rechercher un consensus au niveau européen. Mais là où on peut agir seul, la Belgique l'a fait. La Belgique a été claire car notre rôle au sein de l'Union européenne sur les Grands Lacs n'est pas d'être dans le gruppetto mais bien dans le peloton de tête, même s'il nous arrive aussi d'être dans des échappées.

Je vous annonçais la semaine passée en plénière que la Belgique n'était pas isolée.

Ik ben verheugd dat onze ondubbelzinnige standpunten door veel landen binnen de EU en door andere partners worden gedeeld. Ik merk bijvoorbeeld op dat de VN-Veiligheidsraad vorige week unaniem een resolutie heeft aangenomen waarin Rwanda krachtig wordt veroordeeld. Onze toekomstige diplomatieke actie zal in lijn zijn met de oproepen die in deze resolutie worden gedaan.

De Verenigde Staten hebben ook sancties opgelegd tegen de rechterhand van president Kagame, terwijl het Verenigd Koninkrijk gisteren een reeks belangrijke maatregelen heeft aangekondigd op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, militaire samenwerking en handelspromotie.

En ce qui concerne notre propre coopération bilatérale avec le Rwanda, vous avez certainement suivi les annonces de la semaine passée. Le Rwanda a décidé de suspendre le programme bilatéral gouvernemental 2024-2029, ce que nous nous apprêtions à faire. C'est d'ailleurs le signe que le message que j'ai porté a été très clair et bien reçu jusqu'à Kigali. Il y a donc, oserais-je dire, convergence de vues.

J'ai demandé à mon administration de se concerter avec Enabel, l'agence belge de coopération qui est chargée d'exécuter le programme bilatéral, afin de faire des propositions de mise en œuvre de cette décision et d'en analyser l'impact. Il s'agit évidemment de faire cela en concertation intelligente avec les autorités rwandaises afin que cela se fasse de manière aussi ordonnée que possible, non seulement pour préserver les acquis de notre coopération de longue date, mais surtout pour préserver les bénéficiaires finaux, la population elle-même, qui n'a pas à pâtir du différend politique qui oppose nos gouvernements.

Dans la lignée de la suspension de la coopération bilatérale, je confirme aussi que nous n'avons pas l'intention d'annoncer de nouveaux engagements financiers pour le Rwanda, que nous limiterons notre participation de haut niveau à des événements organisés par le gouvernement rwandais et que nous continuerons à nous coordonner avec nos partenaires au sein des institutions financières internationales.

Comme je l'ai déjà dit, nous sommes convaincus qu'il n'y a pas de solution militaire à ce conflit. Seul le dialogue peut permettre d'aboutir à une paix durable. C'est pourquoi la Belgique soutient pleinement les efforts diplomatiques régionaux visant à résoudre cette crise. Nous sommes d'ailleurs en contact étroit sur le plan diplomatique avec de nombreux partenaires africains qui apprécient notre rôle proactif et nous demandent de rester particulièrement engagés en faisant passer des messages forts tant à Kinshasa qu'à Kigali.

Depuis le sommet conjoint de la Communauté d'Afrique de l'Est et de la Communauté d'Afrique australe du 8 février, nous observons des développements qu'il faut encourager. L'appel à un cessez-le-feu immédiat et à la fusion des processus de médiation de Luanda et de Nairobi a été endossé par l'Union africaine le 14 février. Nous verrons dans quelle mesure ces efforts diplomatiques se traduiront effectivement en un cessez-le-feu, un retrait des forces rwandaises et une relance du dialogue entre les parties.

Dans le même ordre d'idées, il nous semble extrêmement important que les autorités congolaises saisissent maintenant et rapidement les opportunités du dialogue, sur le plan régional et sur le plan interne. La cohésion nationale doit être renforcée face à un péril extérieur.

Nous pensons que différents formats peuvent être envisagés, qui pourraient correspondre aux visions des uns et des autres.

Selon notre compréhension, il ne s'agit pas de préparer un énième partage de postes ou de lancer un exercice cosmétique mais bien d'arriver à renouveler le vivre ensemble congolais et de s'accorder de manière consensuelle et pacifique sur les grands chantiers à réaliser en matière de gouvernance, de justice, de développement durable et d'autorité de l'État.

Cela permettrait également de traiter les causes profondes du conflit actuel. De manière plus immédiate, il convient de stopper toute collaboration avec l'armée régulière de la RDC et les Forces démocratiques de libération du Rwanda (FDLR), et de lutter contre les discours de haine, comme nous le plaidons depuis des années.

MONUSCO is bezig met een proces van terugtrekking, in overeenstemming met het verzoek van de Congolese autoriteiten. Een versterking van haar mandaat staat niet op de agenda en hangt vooral af van de intenties van de DRC en van de leden van de Veiligheidsraad, waarvan België geen lid is. In ieder geval moet MONUSCO haar mandaat volledig en ongehinderd kunnen uitoefenen. Spijtig genoeg staat MONUSCO sterk onder druk, onder meer door onaanvaardbare aanvallen van de M23, gesteund door het Rwandese leger. De uitvoering van haar mandaat in Goma is beperkt, evenals haar bewegingsvrijheid. Het richt zich op crisisbeheersing, onder meer voor de bescherming van het eigen personeel.

Met betrekking tot de illegale exploitatie van de natuurlijke grondstoffen van Congo, wil ik u eraan herinneren dat de Europese Unie in 2017 een verordening heeft aangenomen over de invoer van mineralen en metalen uit conflictgebieden, zodat de banden worden verbroken tussen conflicten en de illegale winning van tin, tantalium, wolfraam en goud. Vanaf 1 januari 2021 is de verordening volledig van toepassing op EU-importeurs van de genoemde mineralen en metalen.

De EU beschikt ook over een arsenaal aan wetgeving dat ervoor moet zorgen dat grondstoffen die de Europese en Belgische markt binnenkomen, voldoen aan vastgestelde normen op het gebied van milieu, duurzaamheid, mensenrechten en goed bestuur. België draagt bij tot de verbetering van het goed bestuur op dit gebied door de financiering van het Extractive Industries Transparency Initiative en het Extractives Global Programmatic Support Multi-Donor Trust Fund van de Wereldbank. België steunt ook het werk van ngo's zoals IPIS, dat actief is in het in kaart brengen en sensibiliseren van problemen rond grondstoffen en hun banden met gewapende conflicten in de regio.

Wat de wapenexport betreft, deze kwestie werd op ons verzoek in februari besproken door COARM, de EU-werkgroep voor non-proliferatie en wapenexport. We zijn niet op de hoogte van wapenexporten van België naar Rwanda in de afgelopen tien jaar.

La question relative à la coopération militaire entre la Belgique et le Rwanda doit être adressée à mon collègue chargé de la Défense.

Wat betreft het UCI-wereldkampioenschap voor wielrennen dat eind september 2025 in Kigali zal plaatsvinden, dit zal uiteindelijk een beslissing van de Internationale Wielerunie zijn. Wat betreft de deelname van de Belgische ploeg is de overheid niet betrokken bij de besluitvorming. Dat is een zaak van de sportfederatie.

De kwestie van de veiligheid van de renners en de ploegen zal aan de orde komen, maar het is in dit stadium niet mogelijk om zeven maanden voor het kampioenschap definitieve conclusies te trekken. De politieke en veiligheidsanalyse zullen dichterbij het evenement moeten worden uitgevoerd. In dit stadium moet worden opgemerkt dat het reisadvies van de FOD Buitenlandse Zaken reizen naar de districten langs de landgrens met Congo sterk afraadt.

De humanitaire situatie in Kivu is heel zorgwekkend. In overleg met onze partners volgen wij de ontwikkelingen op de voet. Gezien de enorme humanitaire noden en de vele uitdagingen roepen wij op tot humanitaire toegang en bescherming van burgers, stopzetting van het geweld en respect voor de internationale humanitaire rechten.

Il est primordial de pouvoir acheminer de l'aide humanitaire. Goma étant la plateforme et le hub logistique humanitaire qui dessert toute la région, nous soutenons pleinement les négociations menées par l'Union européenne et l'ONU en vue de la réouverture de l'aéroport de Goma ainsi que toutes les autres options pour l'acheminement de l'aide humanitaire.

La RDC est un pays prioritaire de l'aide humanitaire belge. Nous intervenons dans la réponse à cette crise à travers nos contributions aux fonds flexibles à couverture mondiale, tels que le Fonds central d'intervention d'urgence du Bureau des Nations Unies pour la coordination des affaires humanitaires qui vient de libérer 17 millions de dollars US. La Belgique contribue également au Fonds humanitaire pour la RDC.

La flexibilité budgétaire permise dans les programmes de développement et humanitaires permet en outre une réorientation des activités pour mieux répondre à cette période de crise et d'instabilité et apporter une aide plus appropriée dès que la nouvelle loi budgétaire sera votée. Les possibilités de financement pour 2025 seront étudiées.

Il n'est pas prévu d'activer B-FAST qui est un mécanisme de réponse aux catastrophes naturelles. C'était aussi l'une des interrogations de la longue liste de questions qui a été jointe à ce débat.

Wat betreft essentiële infrastructuur, zoals ziekenhuizen die verzadigd zijn door de massale toestroom van mensen, dragen wij bij aan de noodhulp door ngo's en internationale organisaties zoals het internationale Rode Kruis te financieren. Zij verlenen medische zorg aan patiënten en zorgen voor water- en elektriciteitsvoorzieningen.

Betreffende de reactie op seksueel en gendergerelateerd geweld steunt België de activiteit van het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC) en Dokters van de Wereld in een holistische benadering van het probleem, van preventie tot de reactie op de slachtoffers van seksueel en gendergerelateerd geweld, maar ook in het versterken van de toegang tot en de kwaliteit van de zorg in Zuid-Kivu. Een aspect van die activiteit wordt uitgevoerd in samenwerking met het Hôpital Général de Référence van Panzi door snelle doorverwijzing van slachtoffers en technische ondersteuning. De strijd tegen seksueel en gendergerelateerd geweld en straffeloosheid is ook een transversaal thema van de activiteit van Enabel in Zuid-Kivu.

En tant que membre du Conseil des droits de l'homme, la Belgique a aussi soutenu et coparrainé la résolution sur la situation des droits humains à l'Est de la RDC adoptée à l'issue de la session spéciale du 7 février dernier. Cette résolution a décidé de l'établissement d'urgence d'une mission d'établissement des faits sur les graves violations des droits humains et du droit international humanitaire commises dans les provinces du Nord-Kivu et du Sud-Kivu. Une commission d'enquête indépendante sera ainsi créée, ce qui permettra de contribuer à la lutte contre l'impunité.

Enfin, je souhaite revenir sur les épisodes de violence survenus à Kinshasa à la fin du mois de janvier qui ont ciblé certaines ambassades dont la nôtre, ainsi que sur la sécurité de nos ressortissants en RDC.

Le 28 janvier dernier, suite à la prise de Goma, des groupes de manifestants visiblement instrumentalisés et coordonnés ont attaqué notre chancellerie et le Centre européen des Visas géré par la Belgique avec l'intention manifeste d'y pénétrer. Ils ont tenté de forcer les portails et ont incendié ce qu'ils pouvaient aux entrées.

Je pense que nous avons tous été choqués par ces images. Je salue le grand sang-froid de notre personnel sur place ainsi que celui du détachement d'agents de sécurité (les DAS) affectés à la protection de l'ambassade. Grâce à l'intervention efficace de ces derniers, les manifestants ont été repoussés en utilisant du matériel non létal en attendant l'arrivée de la police nationale.

Aucun membre du personnel n'a été mis directement en danger. Les caméras de surveillance ont été endommagées sans compter d'autres dégâts matériels. Sans l'intervention des agents de sécurité, les manifestants auraient probablement pu s'introduire dans la chancellerie, avec des conséquences encore bien plus importantes. C'est pourquoi nous prenons ces évènements très au sérieux.

En bonne collaboration avec la Défense que je remercie, nous avons renforcé notre propre dispositif de sécurité, depuis fin janvier, à Kinshasa et à Lubumbashi. Nous avons également veillé à ce que les moyens de sécurité physiques de l'ambassade et du Centre européen des Visas soient à nouveaux opérationnels dans des délais très courts.

Lors de tous mes contacts récents avec les autorités de la RDC à différents niveaux, je n'ai jamais manqué de rappeler que la RDC a des obligations internationales en matière de protection du personnel et des bâtiments diplomatiques et j'ai souligné que ces attaques étaient inacceptables. J'ai aussi demandé à ce que soient poursuivis leurs auteurs et leurs commanditaires pour dissuader toute récidive. Il serait dangereux de minimiser ces évènements. Ils surviennent dans un contexte où se développe un sentiment anti-occidental alimenté par de la désinformation et de la mésinformation.

Sinds deze ernstige incidenten hebben de Congolese autoriteiten de aanwezigheid van veiligheidselementen in onze gebouwen versterkt en ons verzekerd dat de nodige maatregelen zijn genomen om ervoor te zorgen dat dit niet meer kan gebeuren.

Pour assurer la sécurité de nos compatriotes présents dans la région, mes services sont en contact permanent avec nos ambassades et consulats concernés, en RDC même et dans plusieurs pays voisins. Lors des réunions de coordination conjointement avec la Défense, la situation sécuritaire dans l'ensemble du pays et ses conséquences potentielles pour nos compatriotes est examinée.

Sur cette base, les conseils de voyage pour la région sont adaptés si nécessaire, et lorsque cela paraît pertinent, des messages sont envoyés par SMS et/ou par mail à tous les Belges qui ont signalé leur présence. En outre, nous disposons des plans de crise nécessaires qui sont activables en cas de nécessité. Enfin, comme le mentionne notre avis de voyage, nous avons recommandé à nos ressortissants de quitter les provinces du Nord- et du Sud-Kivu par leurs propres moyens, s'ils jugent que c'est possible sans se mettre davantage en danger.

Concernant les provinces du Haut-Katanga, du Lualaba, du Tanganyika et du Haut-Lomami, il est recommandé à nos ressortissants et aux voyageurs de réévaluer la nécessité de leur présence.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, uiteraard ook van de Vooruitfractie felicitaties voor uw aanstelling als minister van Buitenlandse Zaken.

Dank u voor de antwoorden. Ik waardeer die positieve antwoorden en het engagement om actie te ondernemen, wat ik toch uit uw betoog kan opmaken.

Het beëindigen van het geweld in Congo vereist dringende en doortastende maatregelen en geen ad-hocmaatregelen. Ik ben verheugd dat België zijn verantwoordelijkheid zal nemen.

De miljoenen ontheemden kunnen niet langer wachten op hulp. De internationale gemeenschap moet haar rol opnemen om verdere escalatie te voorkomen. Laten we niet wegkijken en alles doen wat we kunnen om bij te dragen aan het stoppen van dit geweld, met respect voor de Congolese grenzen en de mensenrechten.

Ik volg ook wat u hebt gezegd over dialoog en diplomatie, die hier uiterst belangrijk zijn.

Charlotte Deborsu:

Monsieur le ministre, merci pour vos explications.

Vous avez raison lorsque vous dites que le positionnement de la Belgique est clair. J'entends également que vous faites pression sur les scènes européenne et internationale en vue de dégager un plan d'action concret que vous avez exposé. C'est positif.

Pour ce qui concerne ma question plus spécifique sur les actions que vous pourriez mener en matière de violences sexuelles, j'apprends qu'une collaboration a été entreprise avec la Croix-Rouge ainsi qu'avec un hôpital sur place. C'est un bon début, bien sûr, mais vu le nombre extrêmement élevé de viols et de victimes, je doute que ces dispositifs soient suffisants. Il faudrait également veiller à ce que justice soit rendue aux victimes, car l'ampleur des atrocités fait qu'il est urgent d'agir.

Pour rappel, quelque 30 % de ces victimes sont des enfants. Il s'agit là d'une réalité insoutenable. Les crimes de guerre commis par le M23 appellent une réponse ferme et des mesures concrètes, et je pense que vous en êtes bien conscient. La Belgique doit mobiliser tous ses leviers diplomatiques et européens pour soutenir ces victimes et mettre fin à cette impunité.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, ik ben blij dat u op een aantal punten sterk voor actie hebt gepleit. Dat was natuurlijk net mijn oproep in het vorige debat over Israël en Palestina. Mocht daarin dezelfde bereidwilligheid worden betoond, dan zou u een minder kritisch parlementslid aan mij hebben. Het internationaal recht is overal van toepassing: in Europa, in Afrika, en dus ook in het Midden-Oosten. In dit dossier kan het dus blijkbaar wel om actie te ondernemen; wat ik toejuich, dat is immers belangrijk voor Congo. Laat ons dat echter ook breder toepassen.

Het is goed dat er individuele acties zijn en dat de opschorting van de overeenkomst met de kritieke grondstoffen er ook komt. Dat is goed nieuws.

Ik wil nog twee elementen meegeven.

U gaf aan de internationale samenwerking te willen heroriënteren. U hebt het naar mijn gevoel echter vooral gehad over waar de steun vandaag binnen Congo naartoe gaat. Wij moeten dat naar het regionale niveau trekken, zodat de geweigerde ontwikkelingssamenwerking door Rwanda geen besparing wordt op ontwikkelingssamenwerking. Het is meer dan ooit duidelijk dat de regio extra ondersteuning nodig heeft. Laat ons de middelen die voor Rwanda zijn bestemd dus heroriënteren richting Congo.

Ten slotte, het is inderdaad aan de Internationale Wielerunie zelf om te beslissen over de organisatie van het WK. We moeten ook niet onmiddellijk druk zetten op de Belgische wielerbond. De Belgische regering kan echter misschien wel druk zetten op de UCI, zodat zij, ook van de Belgische regering, een duidelijk signaal krijgt. We hebben immers een aparte stem en misschien wel een sterkere stem wanneer het over Congo gaat. We mogen verwachten dat de Internationale Wielerunie haar beslissing neemt om het WK niet in Rwanda te laten doorgaan, zodat onze Belgische wielerbond niet in moeilijke papieren komt en moeilijke beslissingen moet nemen. Dat zou goed zijn voor het imago van de sport in het algemeen. België kan daar alleen maar wel bij varen.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Merci monsieur le ministre pour vos réponses.

Je vous crois quand vous dites que vous avez fait de votre mieux au sein de l'Union européenne pour imposer des sanctions. Malheureusement, vous devez être conscient que l'Union européenne a perdu toute sa crédibilité diplomatique depuis le conflit de Gaza, en affichant ce double standard quand il s'agit de l'Afrique, de la Palestine, ou de l'Ukraine, de la Syrie. S'agissant du Rwanda, il est difficile de prendre des sanctions.

Monsieur le ministre, vous ne pouvez effectivement pas comparer la Belgique à l'Angleterre, qui peut décider de ses sanctions. Mais, en Belgique, vous pouvez aussi prendre vos propres sanctions! Il y a, par exemple, beaucoup d'autorités rwandaises qui ont des enfants qui étudient en Belgique. Si vous gelez leurs avoirs bancaires, ce sera une sanction qu'elles vont sentir.

Il y a aussi beaucoup de personnes du M23 ou du Rwanda qui sont en train d'envoyer leur famille ici. Ils tuent à Bukavu, à Goma, mais leur famille vient se réfugier ici. Là également, on peut geler les visas de ces personnes. Je ne vous donnerai pas de noms ici, mais je sais qu'il y a de grandes autorités du M23 dont les femmes et les enfants sont en Belgique. M. Nangaa a même des acolytes au M23 qui sont belges, dont les familles résident sur notre territoire. Et, là, on peut agir et prendre directement des sanctions!

Le problème du conflit à l'Est de la République démocratique du Congo n'est pas un problème du vivre-ensemble congolais. C'est la dialectique que le Rwanda a implantée depuis des années. Ils font les Calimero dès qu'on les met face à leurs responsabilités. C'est vrai qu'il y a eu un horrible génocide, et nous en soutiendrons toujours les victimes. Mais, est-ce une raison pour que le Rwanda attaque des femmes et des enfants depuis 30 ans? La Belgique peut prendre des sanctions contre ces Rwandais et contre le gouvernement rwandais.

Quant à l'aide humanitaire, vous avez parlé de 17 millions, mais les Nations Unies ont prévu 2,6 milliards d'euros pour à peu près 6 millions de personnes qui vivent en Ukraine. Je constate donc un double standard pour le pauvre petit Congo qui recevrait 17 millions! Je ne comprends pas non plus pourquoi il est impossible que nous activions B-FAST. Je suis contente qu'on soutienne la Croix-Rouge, mais j'aimerais aussi connaître le montant que la Belgique lui octroie.

Enfin, je me réjouis qu'une commission d'enquête soit diligentée sur place. C'est une très bonne nouvelle, et j'espère que nous allons également interpeller les instances de justice internationale pour pouvoir poursuivre ces criminels de guerre que sont M. Kagame et M. Corneille Nangaa.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.

Ik noteer dat er vrijdag opnieuw een regionale vergadering plaatsvindt. Ik vind het goed dat u in de Raad Buitenlandse Zaken al heel duidelijk het standpunt van ons land hebt verdedigd.

U zegt ook dat we onmiddellijk de militaire samenwerking of steun zullen stopzetten. Het zou natuurlijk nog beter zijn dat we onmiddellijk kunnen overgaan tot de stopzetting van het akkoord over de minerale grondstoffen. Het is als staat namelijk net iets te gemakkelijk om op grondstoffen, waarvan men honderd procent zeker weet dat ze in het buurland ontgonnen zijn, belastingen te heffen en vervolgens daarmee de eigen bevolking en eigen werking te financieren. U veroordeelt dat en dat moeten we ook veroordelen, maar we moeten dat ook echt een halt toeroepen. Daartoe hebt u ook opgeroepen, net als tot bijkomende sancties. U zegt dat het afhangt van het al dan niet respecteren van het staakt-het-vuren. Aangezien dat geschonden is, denk ik dat we daar absoluut voor moeten gaan.

In uw vierde en vijfde punt had u het over de herziening van de ontwikkelingssamenwerking voor Rwanda en het einde van de Europese steun voor het leger. Ook dat zijn zaken waarop we naar mijn mening absoluut moeten verdergaan. We moeten doorzetten.

Als u onze resolutie, die vandaag in de commissie is goedgekeurd en waarover morgen in de plenaire vergadering wordt gestemd, nog eens doorneemt, dan zult u zien dat u daarin door het volledige Parlement wordt gesteund. Ik doe dus een warme oproep om heel duidelijk te zijn.

Wat de extra middelen betreft, moet er humanitaire hulp zijn voor de vluchtelingen. De bevroren middelen voor ontwikkelingssamenwerking, waarmee president Kagame het eens is, kunnen worden verschoven zodat de vluchtelingen effectief geholpen worden.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw vrij uitgebreid en ook stevig antwoord. Hopelijk keert het tij spoedig, want de situatie in Oost-Congo is de afgelopen weken steeds slechter geworden.

Geweld tegen burgers, kwetsbare groepen als vrouwen en kinderen, humanitaire hulpverleners en minderheden is een onaanvaardbare schending van het internationaal humanitair recht. U formuleerde het daarnet duidelijk: het internationaal recht moet worden gerespecteerd. We hopen dat alle partijen stoppen met die grove mensenrechtenschendingen en dat ze hun verplichtingen onder het internationaal humanitair recht zullen naleven.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse détaillée.

Oui, un vote a eu lieu au Parlement européen et ici aussi. Il faut donc tout mettre en œuvre pour que ces textes soient appliqués et que l'Union européenne arrête de pratiquer ce deux poids deux mesures hypocrite et un droit international à géométrie variable. Il est temps de retrouver la crédibilité que nous avons perdue ces derniers mois à cause de nos positions hypocrites. C'est donc le moment de reprendre le droit chemin et de redevenir crédibles, s'il n'est pas trop tard.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, bedankt voor u antwoord.

U hebt op de Europese Raad in verband met de vijf aangehaalde thema's een correcte en krachtige positie ingenomen, zeker wat de economische sancties en militaire samenwerking betreft.

Het MoU was nooit een goed idee. Destijds rezen daarover hier in de commissie ook al heel wat kritische vragen. We waren destijds blijkbaar ook het enige land dat die positie innam in de Europese Raad. Ik hoop ook dat we naar een vol glas gaan in plaats van het halfvolle glas waarover u het had.

Rwanda pleegt geweld en valt de soevereiniteit van Congo aan met aanvallen op Oost-Congo. Dat kan niet en we mogen nooit aanvaarden dat Rwanda dergelijke daden stelt. Ik hoop ook dat we alle samenwerking met Rwanda zullen stopzetten. Het is een goed idee om een analyse van de ontwikkelingssamenwerking te maken. Als wij projecten opschorten, brengt dat immers kosten met zich mee gelet op de lopende contracten. Ik hoop dat er dan nog middelen over zullen zijn om ze te heroriënteren naar humanitaire samenwerking met Oost-Congo. Hopelijk komt die analyse er snel.

U zegt dat we een voortrekkersrol spelen in de internationale gemeenschap met betrekking tot het formuleren van een kritische positie ten opzichte van Rwanda. Laten we ook een koppositie innemen wanneer het gaat over sportevenementen. Natuurlijk beslist de UCI, maar we moeten het debat wel aangaan.

We moeten kritisch zijn voor die sportwashing door autoritaire staten. Als financierders moeten we durven aan te dringen op een nog kritischere benadering dan de huidige. Er nemen bijvoorbeeld ploegen deel die deels gefinancierd worden door de Nationale Loterij. Is het aanvaardbaar dat wij wielerploegen daarheen sturen?

Het is belangrijk dat België in het regionale debat krachtiger optreedt. We hebben een ambassadeur en gezant voor de Grote Meren, Marc Pecsteen. Misschien is het ook een idee om hem uit te sturen voor consultaties in de regio en zo aan te tonen dat België betrokken is.

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, je vous ai entendu. Vous êtes bien déterminé en ce qui concerne le respect de l'intégrité du territoire de la République démocratique du Congo et vous dites que cela ne se négocie pas. Nous vous suivons et jamais, je dis bien jamais, on ne peut accepter actuellement qu'un pays décide comme le fait le Rwanda. Vous avez aussi parlé de quelque chose d'intéressant: le vivre ensemble congolais. Il doit être entretenu. Ils doivent rester ensemble et trouver des solutions pour que le pays avance dans le sens non conflictuel.

Mais le problème qui se pose aussi est celui-ci: jusque quand tiendra la résilience congolaise car les décapitations que Kagame perpètre, les viols, les massacres d'enfants? Toutes ces choses sont des conditions réunies pour qu'un peuple généreux se pose des questions et qu'on amène la résilience congolaise à ses limites. Alors, on parlera facilement de discours de haine, de discours d'inconscience pour certains, mais qui accepterait que dans sa maison, on tue sa famille et quand il reste seul, il se dise: lui, il est le champion du vivre ensemble avec les autres ou il est le champion du non réel? Alors, faites vite monsieur le ministre, le temps presse, et ceci afin que se taisent les misères, se taisent les familles qui pleurent à l'Est du Congo et dans le Congo entier.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je vous ai écouté attentivement et je vous rejoins sur un point, à savoir la défense du droit international et la souveraineté des peuples. Ainsi, vous avez évoqué l'Est de l'Europe et l'Est du Congo, mais je pense que vous avez oublié le Proche-Orient et, d'après moi, c'est cette cohérence-là qui est recherchée. Je ne peux que constater – peut-être pas de votre part – une espèce de prudence ou de gêne lorsqu'il s'agit d'évoquer des sanctions contre le Rwanda. Alors que nous sommes capables d'imposer des sanctions massives contre Moscou, nous devrions pouvoir faire de même contre Kigali. Bien sûr, la Belgique n'est pas sur une île isolée et a malgré tout une responsabilité historique dans la région. Nous avons d'ailleurs voté un texte à l'unanimité en commission ce midi, et il ne faut pas que ce soit un coup dans l'eau. Nous avons pris fermement position, il faut maintenant que les actions suivent. Je pense que vous êtes bien placé pour concrétiser ces actions. Comme le disait M. Kompany, faites vite, monsieur le ministre.

De vervroegde vrijlating van een tweevoudige moordenaar

Gesteld door

VB Marijke Dillen

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 13 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Benjamin Wisniewski, veroordeeld tot 25 jaar voor moord en foltering en unaniem bestempeld als gevaar voor de samenleving, kwam na acht jaar vrij en pleegde opnieuw een dodelijke steekpartij, wat leiden tot verontwaardiging over de te vroege invrijheidstelling door de strafuitvoeringsrechtbank. Minister Verlinden benadrukte dat beslissingen gebaseerd zijn op expertadviezen en risicoanalyses, maar erkende de nood aan strikter strafuitvoeringsbeleid via de recidivemonitor en proefprojecten, zonder de wet-Lejeune af te schaffen. Dillen eist afschaffing van de wet-Lejeune en effectieve 25-jarige straffen voor zware criminaliteit, wijzend op onacceptabele straffeloosheid door vervroegde vrijlating. De regering wil recidive beperken via betere monitoring, maar houdt vast aan humane detentie als preventie.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, in 2017 moesten negen beschuldigden zich voor het hof van assisen verantwoorden voor het opsluiten, folteren en vermoorden van twee personen, wier lichamen waren verzwaard en in het kanaal gegooid. Een van de beschuldigden, Benjamin Wisniewski, werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 25 jaar. Niettegenstaande dat de experten tijdens zijn proces geen psychopathische diagnose stelden, waren ze wel unaniem van oordeel dat hij een gevaar voor de samenleving vormde. Ik citeer: "Hij vormt een gevaar voor de samenleving vanwege onder meer zijn gebrek aan kritisch vermogen ten opzichte van ernstige feiten." Duidelijker kan niet.

Nog geen acht jaar na zijn veroordeling, komt Wisniewski vrij uit de gevangenis. De experten kregen helaas gelijk: hij was nog maar tien dagen op vrije voeten en hij sloeg opnieuw toe. Over de inhoud van de feiten bestaat nog wel onduidelijkheid, maar wat wel vaststaat, is dat hij iemand heeft doodgestoken en door de raadkamer is aangehouden. De intentie om te doden, is aangehouden en er is ook sprake van voorbedachtheid.

Mevrouw de minister, hoe is het mogelijk dat iemand die tot 25 jaar cel veroordeeld is en een gevaar voor de samenleving betekent, na acht jaar kan vrijkomen? Dat begrijpt werkelijk niemand. Voor ieder weldenkend mens geldt het principe dat 25 jaar effectieve gevangenisstraf ook 25 jaar is, zeker voor zulke zware vormen van criminaliteit. Het liefst wordt die straf dan nog gekoppeld aan de levenslange terbeschikkingstelling.

Annelies Verlinden:

Mevrouw Dillen, het parket van Bergen heeft in verband met de aangehaalde vreselijke feiten meegedeeld dat in de nacht van 5 op 6 februari een steekpartij heeft plaatsgevonden naar aanleiding van een ruzie in Quaregnon. De man die gestoken werd, is later overleden in het ziekenhuis. Intussen werd een verdachte aangehouden. Ik kan geen verdere details geven over het lopende gerechtelijke onderzoek inzake die feiten. Het is wel duidelijk voor iedereen dat het drama een groot menselijk leed en veel verdriet bij familie en vrienden van het slachtoffer veroorzaakt.

Daarnaast beroert het incident begrijpelijkerwijze de publieke opinie gelet op de eerdere veroordeling en het eerder verblijf van de verdachte in de gevangenis. Ik heb uiteraard veel begrip voor de verontwaardiging, maar sta me toe in antwoord op uw vraag toch even in te gaan op de mechanismen en de regelgeving voor de beslissingen die strafuitvoeringsrechtbanken nemen. Inderdaad, strafuitvoeringsrechtbanken gaan niet over een nacht ijs bij het nemen van een beslissing. Er worden adviezen van experts ingewonnen, de betrokkenen worden gehoord en er wordt een risicoanalyse gemaakt van de recidiverisico's die gepaard zouden gaan met een eventuele vervroegde invrijheidstelling of het opleggen van een enkelband. Ik heb geen enkele aanwijzing dat dat in het betreffende dossier niet zou zijn gebeurd.

Hoe dan ook heeft de regering het vaste voornemen om de strafuitvoering te verbeteren en meer inzicht te krijgen in recidive via de recidivemonitor, waarvoor al een eerste aanzet gedaan is. Er loopt een aantal proefprojecten en die moeten we duidelijk voortzetten om de risico's te beperken. De regering wil dus strikter inzetten op straffen en op strafrechtelijk beleid. Tegelijk legt ze de nadruk op humane detentie, omdat inhumane detentie heel vaak een aanleiding is tot recidive.

Ik dank alle actoren voor hun inspanningen. We moeten een rechtvaardig strafrechtelijk beleid voeren. We moeten een veilige samenleving mogelijk maken. Ik zal dan ook bekijken hoe we dat verder kunnen (…)

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, ik vraag niet naar details uit een lopend onderzoek. Ik vraag hoe het mogelijk is dat iemand die een gevaar betekent voor onze samenleving, veroordeeld tot 25 jaar, al na 8 jaar vrijkomt ondanks de duidelijke waarschuwing van de experts. Dergelijke praktijken, mevrouw de minister, leiden tot onaanvaardbare straffeloosheid. Een strenge aanpak van zulke zware vormen van criminaliteit is noodzakelijk. Mevrouw de minister, ik heb gelezen dat in het regeerakkoord de intentie staat de wet-Lejeune te verstrengen. U koppelt dat dan wel aan de aanpak van de overbevolking van onze gevangenissen. Wanneer zal dat dan gebeuren? Wij van het Vlaams Belang vragen geen verzwaring van de wet-Lejeune; wij vragen om de wet-Lejeune volledig af te schaffen, in het belang (…)

Agressie tegen artsen

Gesteld door

VB Katleen Bury

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 29 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De toenemende agressie tegen zorgverleners (694 meldingen in 2024, vooral huisartsen) blijft onvoldoende in kaart gebracht door lage meldingsbereidheid (gebrek aan opvolging, werkdruk) en ontbrekende waarschuwingsystemen, terwijl zorgverleners in onveilige omstandigheden moeten werken (bv. thuiszorg zonder risico-informatie). Minister Vandenbroucke wijst op lopende initiatieven zoals het wederzijds-respectkader (advies Federale Commissie patiëntenrechten in jan. 2025), psychologische ondersteuning via de Orde der Artsen (agressieformulier, hulplijn) en onderzoek door Vias Institute, maar erkent dat structurele oplossingen ontbreken. Bury benadrukt de urgentie van concrete maatregelen (bv. waarschuwingsplatforms, betere samenwerking met politie) en nodigt de minister uit voor de Europese Dag Slachtoffers Zinloos Geweld (22/02/2025) om met de sector actiepunten te ontwikkelen, aangezien aangifte alleen onvoldoende is. De focus ligt op preventie, bescherming en systeemverandering in plaats van reactieve benaderingen.

Katleen Bury:

Mijnheer de minister, recente cijfers tonen een verontrustende trend aan, namelijk dat het aantal incidenten van verbale, fysieke en psychologische agressie tegen zorgverstrekkers blijft toenemen, ook al werden er sinds de tragische moord op huisarts Patrik Roelandt in 2015 al belangrijke stappen gezet. Zo werd er een meldpunt opgericht. Dat meldpunt registreerde tot en met augustus 2024 al 694 meldingen. Huisartsen worden het vaakst getroffen, maar ook ziekenhuisspecialisten, niet-ziekenhuisspecialisten en studenten. De locaties variëren, maar het belangrijkste blijft dat die meldingen wellicht slechts het topje van de ijsberg zijn. Immers, wie rapporteert dat telkens?

Ik kreeg intussen ook cijfers over de agressie tegenover apothekers en die vielen eigenlijk best mee. Maar de sector meldt zelf dat er al lang geen aangifte meer gedaan wordt, omdat er toch niets gebeurt met de klachten en omdat men, indien men bij elke verbale agressie een klacht zou indienen, niet meer aan werken zou toekomen.

Hoe evalueert u de maatregelen om agressie tegen artsen en andere zorgverleners te voorkomen, zoals het meldpunt en de politieaangiften?

Bent u van plan om extra initiatieven te nemen om artsen te beschermen? Werden er samenwerkingen opgezet tussen uw departement, de Orde der artsen en andere zorgverleners om gerichte acties tegen agressie te ontwikkelen?

Welke stappen worden er ondernomen om de meldingsbereidheid van zorgverleners te verhogen, zodat het probleem veel beter in kaart kan worden gebracht?

Frank Vandenbroucke:

In de gezondheidssector worden de professionals inderdaad geregeld geconfronteerd met gewelddadig of als vijandig ervaren gedrag van patiënten. Tegelijk moeten patiënten ook omgaan met gedrag van zorgverleners dat zij soms potentieel als agressief beschouwen. Vanuit die vaststelling werd bij de recente actualisering van de wet op de patiëntenrechten het concept van wederzijds respect en samenwerking geïntroduceerd. In dat kader heeft de Federale Commissie rechten van de patiënt van mij de opdracht gekregen mij een advies te bezorgen over de interpretatie van het concept wederzijds respect in de zorgrelatie tussen patiënten en zorgprofessionals.

Mijn vragen waren onder meer de volgende. Welke essentiële aandachtspunten achten patiënten en zorgverleners noodzakelijk bij de definiëring van het concept wederzijds respect? Welke initiatieven kunnen worden genomen om die definitie concreet gestalte te geven? Wat het wederzijds respect betreft, op welke manier kan de zorgrelatie, rekening houdend met de voorgestelde initiatieven, tegemoetkomen aan de verwachtingen en doelstellingen van zowel de patiënt als de zorgverlener?

De commissie legt momenteel de laatste hand aan haar aanbevelingen. Die zullen worden besproken tijdens haar volgende plenaire vergadering, gepland in januari 2025, en zullen mij na afloop worden overhandigd. Uiteraard zal ik u op de hoogte brengen van haar conclusies en zal ik zeker rekening houden met de aanbevelingen.

Ter informatie, aangezien dat niet rechtstreeks onder mijn bevoegdheid valt, het Vias institute heeft in 2022 een rapport ingediend met medewerking van de FOD Volksgezondheid over geweld en agressie tegen werknemers met een publieke functie. Het was een cartografie van geweld tegen ambulanciers, brandweerlieden en werknemers van spoeddiensten. In navolging van dat rapport heeft Vias de Federale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen benaderd met de vraag om deel te nemen aan een meer diepgaand onderzoek. De resultaten daarvan worden nu nader bekeken.

Tot slot, de Orde der artsen heeft via artsinnood.be een vertrouwensplatform opgezet voor psychologische ondersteuning van artsen door collega-artsen, en een agressieformulier uitgewerkt: het Ordomedic Aggression Form, vergezeld van een telefoonnummer waar artsen in moeilijkheden, bijvoorbeeld na een agressie, terechtkunnen.

Ik hoop dat die initiatieven kunnen bijdragen aan de invoering van instrumenten om met conflictsituaties om te gaan, die niet alleen de kwaliteit van het werk aantasten, maar ook zeer veel leed veroorzaken in de beroepsgroep en daardoor eigenlijk ook bij patiënten.

Katleen Bury:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Ik kijk uit naar de aanbevelingen die u zult krijgen. Het is van belang te onderstrepen dat er ter zake echt een probleem is. Wat de aangiftecijfers ook mogen zijn, ze zijn het topje van de ijsberg. Mijn collega en ik krijgen verschillende mails van thuisverpleegkundigen waarin ze klagen dat ze niet weten of een patiënt waar ze heen moeten, gevaarlijk is en dat andere collega's er om die reden niet heen willen. Zij weten niet of hij een mes onder zijn kussen heeft liggen en evenmin of hij hen zal aanvallen. Kortom, er is geen systeem waarmee ze elkaar kunnen waarschuwen. De sector vraagt dringend een andere aanpak. Aan sommige spoeddiensten van ziekenhuizen staan zelfs bewakingsagenten opgesteld. Natuurlijk is dat toe te juichen, maar het toont wel aan dat men alsmaar agressiever wordt.

Ik raad u aan dat u of een van uw medewerkers een kijkje komt nemen op de Europese Dag Slachtoffers Zinloos Geweld op 22 februari 2025. De volledige zaterdag zitten wij samen met mensen uit de zorgsector om te reflecteren over wat beter kan en over de manier waarop we daarmee samen aan de slag kunnen gaan. Enkel maar aangifte doen, biedt immers geen oplossing.

Voorzitter:

La question n° 56001360C de Mme Caroline Désir est reportée.

De toenemende agressie tegen cipiers
De recente incidenten in de gevangenis te Wortel
Geweld tegen cipiers in Vlaamse gevangenissen

Gesteld aan

Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)

op 23 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De escalerende onveiligheid voor gevangenispersoneel – zowel binnen als buiten de muren (brandstichtingen, geweld, intimidatie) – wordt veroorzaakt door overbevolking, drugs, wapenhandels en een tekort aan straffe handhaving, terwijl geïnterneerden (nu >1000) een derde van de agressie-incidenten veroorzaken. Minister Van Tigchelt wijst op genomen maatregelen (strengere straffen, *jamming* van gsms, drugsdetectie, isolatieregimes voor zware criminelen), maar erkent dat geïnterneerden en georganiseerde misdaad de kernproblemen blijven, met beperkte oplossingen door gebrek aan capaciteit en samenwerking met Volksgezondheid. Oppositie (Yzermans, Dillen) eist onmiddellijke, integrale actie: versnelde rechtspraak, hardere straffen voor geweld, betere controles en structurele drukverlichting, met waarschuwingen dat het systeem op instorten staat en vakbonden dodelijke slachtoffers vrezen zonder ingrijpen. De politieke verantwoordelijkheid om het tij te keren wordt benadrukt, maar concrete doorbraken blijven uit.

Alain Yzermans:

Mijnheer de minister, het is steeds vaker de bittere en enige realiteit dat de mensen die ons beschermen door onze gevangenissen te bewaken, nergens veilig zijn, angst hebben op het werk en ook thuis geconfronteerd worden met een aanval op hun familie. De situatie is niet nieuw. De spanning voor ons gevangenispersoneel is enorm, de veiligheid van medewerkers en gevangenen staat op het spel en de oplossingen blijven uit.

Mijnheer de minister, uw voorganger communiceerde fors dat alle straffen zouden worden uitgevoerd, maar de problemen zijn alleen maar toegenomen. De overbevolking toont aan dat forse communicatie niet helpt. De verantwoordelijkheid rust nu op uw schouders. U werkt inderdaad aan meer plaatsen in de gevangenis, maar het vordert niet snel genoeg. Geweld en intimidatie zijn hiervan het resultaat. Molotovcocktails aan de deur van de cipiers, brandende auto’s en agressie vormen het dieptepunt. Voor Vooruit is dat onacceptabel.

Zij die ons beschermen, verdienen onze volledige bescherming. Het hele systeem, van de politie over de magistraten tot de cipiers, die enkel hun plicht vervullen, staat onder druk. De cipiers komen terecht op straat, dat is logisch, maar het is onvoldoende. De politiek moet oplossingen bieden, de pauzeknop indrukken of op de volgende regering wachten is immers geen optie.

Mijnheer de minister, wat kunt u doen voor die mensen, die helden?

Marijke Dillen:

Mijnheer de minister, in de gevangenis van Wortel werden cipiers in twee spuwincidenten op een heel ongepaste en agressieve wijze behandeld. Een maatschappelijk assistent in Antwerpen werd aangevallen en verkracht. In Turnhout raakte een cipier zijn oog kwijt en een andere heeft gescheurde pezen en een gebroken oogkas. Er werd een molotovcocktail gegooid naar de voordeur van een cipier in Haren. Een cipier van Leuven-Centraal zag zijn wagen in vlammen opgaan en kreeg een dreigbrief. Dat zijn maar enkele voorbeelden uit een heel lange lijst van agressieve incidenten tegen cipiers. Elke dag is er wel ergens in een gevangenis agressie. Niet meer alleen binnen de gevangenismuren, maar ook in hun privésfeer worden cipiers alsmaar vaker en agressiever bedreigd.

De cipiers mogen echter niet hard optreden tegen gedetineerden, er zijn veel te weinig controles op drugs en wapens en de gedetineerden worden amper of niet gestraft. Hierin moet verandering komen. De oorzaken van de toenemende agressie zijn bekend: de overbevolking, het steeds groter wordend drugsprobleem en het personeelstekort. Het resultaat daarvan is dat de toestand in de gevangenissen onhoudbaar is en de werkomstandigheden voor het personeel onaanvaardbaar zijn.

Mijnheer de minister, hoe zult u eindelijk paal en perk stellen aan alle vormen van terreur tegen het gevangenispersoneel? Het is de hoogste tijd. Het is niet vijf voor twaalf, maar al heel lang vijf over twaalf.

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer Yzermans, mevrouw Dillen, ons gevangenispersoneel moet al langer in moeilijke omstandigheden werken. Nu blijkt dat personeelsleden ook buiten de gevangenismuren slachtoffer worden, aangezien in de voorbije drie maanden drie wagens van cipiers in brand werden gestoken en vernield.

De strijd die wij tegen de zware en georganiseerde misdaad voeren, is daar volgens mij niet vreemd aan. Momenteel zitten meer dan vijfduizend drugscriminelen in onze cellen en daar zitten ook zware jongens tussen, maffiosi die voor niets terugdeinzen en hun criminele handel vanuit de gevangenis voort willen zetten, vaak ten koste van ons personeel.

In de voorbije jaren en maanden hebben we daartegen opgetreden. Wij hebben de straffen voor geweld tegen cipiers opgedreven met het nieuwe Strafwetboek. Collega Yzermans, in de commissie voor Justitie signaleerde ik al dat enkele verdachten van de brandstichtingen ondertussen zijn gearresteerd. Er lopen grondige onderzoeken om de verantwoordelijken van die zware geweldsfeiten bij de lurven te vatten. Bovendien hebben we een bijzonder veiligheidsregime ingevoerd, goedgekeurd in de Kamer in mei, om zware jongens beter te controleren en te isoleren.

Begin dit jaar, enkele weken geleden, heb ik binnen de marge van het regime van lopende zaken ook een project opgestart om op een technisch verantwoorde manier het gsm-gebruik in de gevangenissen onmogelijk te maken door jamming , waardoor gsm-signalen geblokkeerd worden. Het gevangenissysteem beschikt over toestellen om gsm's op te sporen, maar persoonlijk geloof ik meer in de werkzaamheid van jamming .

Daarnaast hebben we ook een nieuw drugsdetectietoestel, state-of-the-art, in werking, en we hebben nog negen toestellen bijkomend aangekocht om drugs effectief op te sporen in de gevangenis, want drugs in de gevangenis zijn en blijven een groot probleem.

Maar laten we wel wezen, het grootste probleem voor de veiligheid van ons personeel zijn nog altijd de geïnterneerden. Het aantal geïnterneerden is de voorbije jaren gestegen van vijfhonderd naar meer dan duizend. Uit de statistieken blijkt dat zij verantwoordelijk zijn voor een derde van de gevallen van agressie.

Collega Yzermans, het is wat het is. Hoe dan ook, dat is niet alleen een probleem van Justitie, maar ook van Volksgezondheid, waar we evenmin veel beterschap zien. De komende jaren moet er vooral werk van worden gemaakt dat de geïnterneerden uit onze gevangenissen worden gehaald. Zij zitten daar niet op hun plaats. Ons personeel is daar bovendien niet voor opgeleid.

Alain Yzermans:

Ik zeg niet dat u wegkijkt. Ik denk dat er een sense of urgency is voor de bescherming van ons personeel. Er is nood aan een en-enoplossing. De behandeling van dossiers loopt vertraging op, men moet eindeloos wachten op gerechtigheid, er is sprake van brutaal geweld in de gevangenis, magistraten worden geïntimideerd, cipiers krijgen te maken met brandbommen voor de deur, kortom, het hele systeem staat op ontploffen. Niemand mag de problemen vandaag onderschatten. De druk op onze gevangenissen moet worden verlicht met het oog op een veilige werkomgeving van onze cipiers. Dat vraagt een bijdrage van iedereen, van de nationale, maar ook van de lokale politiek.

Collega’s, het behoort tot onze verantwoordelijkheid om de ontsporende parallelle samenleving aan te pakken. De veiligheid van het personeel staat op de eerste plaats. Het is aan de volgende regering om te komen met een toekomstplan. (…)

Voorzitter:

Ik zou collega Yzermans willen verontschuldigen voor zijn aandrift. Hij hield zijn maidenspeech in de plenaire. En geef toe, die is veelbelovend. (Applaus)

Marijke Dillen:

Mijnheer de minister, het is een moeilijke problematiek, maar er zijn toch ook een aantal oplossingen. Laat strengere controles op drugs en wapens toe in de gevangenissen. Vandaag gebeuren die veel te weinig ondanks de maatregelen die u al hebt genomen. Zorg voor veel strengere straffen voor agressie door gedetineerden en dat in alle dossiers van agressie tegen cipiers. Er wordt daar vandaag inderdaad nog veel te laks in de gevangenissen mee omgesprongen. U moet de stijgende agressie een halt toeroepen. Als de regering de problematiek nog langer laat etteren, zullen onze gevangenissen ontploffen en zullen er doden vallen, aldus de vakbonden in hun duidelijke waarschuwing. U weigert naar de u inmiddels bekende voorstellen van het Vlaams Belang te luisteren. Ik hoop dat u wel naar die duidelijke noodkreet van de vakbonden en cipiers zal willen luisteren en eindelijk met echte kordate oplossingen voor de dag komt.

De Mazan-verkrachtingszaak en de vaststelling dat de schaamte van kamp verandert

Gesteld door

PS Caroline Désir

Gesteld aan

Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)

op 19 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de impact van het Mazan-proces (Frankrijk), waar 51 verkrachters van Gisèle Pelicot werden veroordeeld, en haar oproep om de schaamte bij slachtoffers om te buigen naar daders. Caroline Désir benadrukt nood aan meer steuncentra, preventie (consent-educatie), snellere justitie en een observatorium voor geweld tegen vrouwen, terwijl minister Van Tigchelt bevestigt dat België al stappen zet (strenger strafrecht, 70% meer aangiftes via steuncentra) maar verdere samenwerking belooft om slachtoffers beter te beschermen. Beide onderstrepen dat Pelicots moed een katalysator moet zijn voor structurele verandering.

Caroline Désir:

Monsieur le ministre, le procès des viols de Mazan vient de s'achever chez nos voisins français. Aucun acquittement: les 51 violeurs de Gisèle Pelicot ont été reconnus coupables et ont été condamnés. Gisèle Pelicot s'est levée avec une dignité et un courage inouïs et a fait face à ses agresseurs pendant trois mois, le regard droit. Gisèle Pelicot a refusé le huis clos pour mettre en lumière l'ampleur de son calvaire, qui est à l'image de l'ampleur de la culture du viol. Elle a fait face à ses bourreaux, au monde, pour dire à toutes les femmes victimes de viol: "La honte, ce n'est pas à nous de l'avoir, c'est à eux". Mme Pelicot l'a fait, on peut le faire.

Le monde entier a été sidéré face au cauchemar qu'elle a vécu. Partout, des voix se sont élevées pour dénoncer la culture du viol et soutenir Gisèle. Des rassemblements ont été organisés dans plusieurs villes, dans le monde entier, dont Bruxelles, avec comme mot d'ordre "faire du boucan pour que la honte change de camp". (Applaudissements sur tous les bancs)

Merci, chers collègues, de rendre ainsi hommage à Gisèle Pelicot et à son courage et d'encourager surtout toutes les autres victimes à parler.

Mais, monsieur le ministre, revenons en Belgique. Chez nous, nous avançons. Nous avons les Centres de Prise en charge des Violences Sexuelles, mais il en faut plus. Le consentement est aujourd'hui au cœur de notre droit mais il faut l'apprendre dès le plus jeune âge. Les victimes de violences sont mieux prises en charge mais nous voulons généraliser les cellules spécialisées pour les accueillir. Des moyens supplémentaires ont été dégagés pour la justice, mais il en faut encore davantage si on veut parvenir à faire baisser les classements sans suite. La loi sur le féminicide a le mérite d'exister mais nous, ce que nous voulons, c'est un véritable observatoire de toutes les formes de violences faites aux femmes.

Monsieur le ministre, qu'en pensez-vous?

Paul Van Tigchelt:

Chère collègue, les faits qui ont été dévoilés lors du procès de Mazan sont atroces et bouleversants. Chez nous, chère collègue, on estime que 80 personnes, surtout des femmes, sont victimes de viol chaque jour. Or, très souvent, les victimes se taisent parce qu'elles ont honte. Ce procès en France a mis en évidence l'immense courage dont a fait preuve Gisèle Pelicot, une victime qui a bien fait comprendre que la honte devait changer de camp. Nous avons entendu Gisèle Pelicot, vous avez entendu Gisèle Pelicot, il faut entendre Gisèle Pelicot!

Dat doen wij door de strijd tegen seksueel geweld op alle fronten te voeren, pour mieux protéger les victimes , met een nieuw seksueel strafrecht dat voorziet in strengere straffen en dat toestemming als centraal begrip plaatst.

Et avec les Centres de Prise en charge des Violences Sexuelles, nous constatons que, grâce à la collaboration avec ces centres, le nombre de victimes disposées à porter plainte passe à 70 %, ce qui est crucial pour lutter contre cette problématique.

Chère collègue, il faut tout faire pour que la honte change de camp.

Meisjes en vrouwen moeten zich veilig kunnen voelen thuis, op straat en op café. U hebt mijn steun. Ik zal al uw voorstellen mee bekijken zodat we die problematiek beter kunnen aanpakken.

Caroline Désir:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos mots et votre engagement. Les féministes ont l'habitude de scander les mots "Victimes, nous vous croyons. Violeurs, nous vous voyons." Je peux vous assurer que mon groupe continuera à faire du bruit et restera aux côtés de toutes les victimes afin qu'elles soient entendues, crues mais aussi protégées. Ce ne sont en effet plus les femmes qui doivent baisser les yeux. Saisissons-nous du retentissement immense de ce procès de Mazan pour faire évoluer ici les questions essentielles qu'il a posées! Je voudrais encore remercier Mme Gisèle Pelicot pour son courage. (Applaudissements sur tous les bancs)

De nood aan maatregelen om de veiligheid van de hulpdiensten tijdens de jaarwisseling te waarborgen
De agressie tegen brandweerlieden en ambulanciers
Maatregelen tegen agressie naar hulpdiensten jaarwisseling

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)

op 19 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Tijdens de eindejaarsperiode escaleren aanvallen op hulpdiensten (politie, brandweer, ambulances) tot onaanvaardbare geweldspiralen, met name in risicowijken waar relschoppers doelbewust ordeverstoorders uithangen. Minister Verlinden benadrukt zero-tolerantie: lokale besturen en Justitie moeten preventief optreden (huisarresten, avondklokken, camera’s, bodycams) en snel straffen ("wie breekt, betaalt"), gesteund door federale politie en strengere wetgeving, maar erkent dat diepere sociale problemen (exclusie, verslaving) ook moeten worden aangepakt. Gabriëls en Thiébaut eisen onvoorwaardelijke steun voor hulpdiensten, met zwaardere straffen en proactieve maatregelen om herhaling te voorkomen, terwijl ze de grens van wat veiligheidspersoneel mag verdragen als overschreden beschouwen. De eensgezindheid is duidelijk: respect voor hulpverleners is non-negotiable, met nadruk op samenwerking tussen lokale overheden, politie en justitie.

Katja Gabriëls:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, volgende week zijn kerst en oudejaar voor veel mensen een periode van rust en gezellig genieten met familie en vrienden. De mooiste periode van het jaar, zegt men wel eens. Voor veel van onze hulpdiensten is dat echter niet het geval, integendeel. Zij kennen veel extra zorgen en veel extra werk. We herinneren ons allemaal nog de oudejaarsnacht van vorig jaar in Brussel en andere centrumsteden met brandende auto's, zwaar vuurwerk, halve handgranaten en mugs die werden geblokkeerd, kortom zware agressie ten aanzien van politie-, brandweer- en ambulancepersoneel. Dat zijn onaanvaardbare aanvallen tegen hulpdiensten, die eigenlijk dag en nacht klaarstaan om uw en mijn veiligheid te garanderen.

Collega's, zeker voor wie ook lokaal verantwoordelijkheid draagt, is het in die context logisch dat burgemeesters en korpschefs op zoek gaan naar oplossingen en ook naar preventieve maatregelen om hun personeelsleden, diegenen die wel nog willen werken op oudejaarsnacht, te beschermen, en natuurlijk ook om onze eigen inwoners te beschermen. Daartoe behoren ook ernstige, degelijke korpschefs, zoals mijnheer De Landsheer hier in Brussel. Als onderdeel van een hele hoop maatregelen wordt soms beslist om preventief huisarresten op te leggen of om een avondklok in te stellen voor zestienjarigen die zonder ouders op stap zijn in bepaalde wijken. Het gaat niet om zomaar wat wijken, wel om wijken die vorig jaar een aantrekkingspool waren voor allerlei tuig, als ik dat zo mag noemen, dat niet kwam om te vieren, maar om de politie moedwillig aan te vallen. Dat is onaanvaardbaar.

Mevrouw de minister, daarom heb ik aan het eind van het jaar de volgende vragen voor u. Steunt u de burgemeesters en korpschefs? Welke extra maatregelen voorziet u zelf nog om die spiraal van geweld zoveel mogelijk te stoppen?

Éric Thiébaut:

Madame la ministre, les agressions envers nos services de secours sont malheureusement de plus en plus fréquentes. Récemment, ce sont les pompiers de la zone de secours de Dinant-Namur-Philippeville qui sont montés au créneau dans la presse pour dénoncer les violences dont ils sont victimes. Dans cette zone, plus d'un quart des pompiers affirment avoir été victimes de violences physiques au cours des six derniers mois et plus d'un pompier sur deux déclare avoir été agressé verbalement.

Je sais que vous avez pris des mesures en la matière, il y a déjà des mois. Les zones de secours ont reçu une circulaire qui fixait un cadre pour réagir face à ce type de situation, mais force est de constater que ce n'est pas encore suffisant.

Madame la ministre, pouvez-vous tirer un bilan des mesures prises? Comptez-vous à nouveau prendre des initiatives pour protéger nos pompiers et nos ambulanciers?

Annelies Verlinden:

Mijnheer de voorzitter, onze brandweerlieden, onze politiemensen en onze hulpverleners verdienen respect, punt. De maatschappij mag immers nooit aanvaarden dat zij het slachtoffer worden van geweld of agressie. We mogen ook niet aanvaarden dat het materiaal dat zij gebruiken, beschadigd of gestolen wordt. Uiteraard moet er ook het nodige respect zijn voor straatmeubilair of andermans eigendom.

Pour le réveillon du Nouvel An, les pouvoirs locaux prennent de nombreuses mesures pour veiller à ce que tout se déroule le plus sereinement possible. La police locale pourra compter sur le soutien de la police fédérale.

La Région bruxelloise appliquera à nouveau le principe de "unité de terrain, unité de commandement". Ce principe permet de mobiliser efficacement toute la capacité policière disponible. Des équipes de la police fédérale seront également présentes afin d’accompagner et de protéger les pompiers envoyés en intervention.

Ook in andere steden en gemeenten in de rest van het land maken de brandweer- en de politiediensten de nodige werkafspraken met andere hulp- en veiligheidsdiensten om ervoor te zorgen dat onder meer onze politie en brandweerlieden veilig zijn. Bovendien is het voor mij ook belangrijk dat Justitie kordaat en snel optreedt en gevolg geeft aan eventuele misdrijven die worden gepleegd.

Collega’s, u weet dat agressie tegen politie, hulpverleners en brandweerlieden strenger zal kunnen worden bestraft door het nieuwe Strafwetboek, dat we werk hebben gemaakt van een robuust wettelijk kader voor het gebruik van bodycams door politie en het gebruik van camera’s voor hulpverleningsdiensten en dat we ook al jaren inzetten op preventie. Via sensibiliseringscampagnes hebben we immers terecht aandacht en respect gevraagd voor het werk van onze politie- en hulpdiensten.

Mevrouw Gabriëls, we vragen ook aan alle lokale besturen om kordaat op te treden. Voor mij kan er immers geen enkele tolerantiemarge zijn voor hooligans, ordeverstoorders of provocateurs, zeker niet in de eindejaarsperiode, die voor iedereen een feestelijke periode zou moeten zijn. Waar nodig, kunnen voor mij ook bestuurlijke maatregelen worden getroffen. We hebben het vandaag gezien en aangekondigd in een Brusselse zone. Uiteraard kunnen de korpschefs samen met de burgemeesters echter de nodige bestuurlijke maatregelen treffen om de orde te handhaven. Het is ook nodig dat lokale besturen en Justitie er alles aan doen om de aan het openbaar domein aangerichte schade te verhalen op amokmakers en herrieschoppers. Wie breekt, betaalt. Dat lijkt mij de logica zelve.

Les problèmes rencontrés pendant la période de fin d'année sont sans doute les symptômes d'un problème social plus large. D'autres professions du service public sont, elles aussi, confrontées à des faits d'agressions et de violences.

À cet égard, il ne suffit pas de traiter les symptômes, mais il faut aussi travailler sur les problèmes qui sont en partie à l'origine des comportements, tels que les problèmes de dépendance, l'exclusion sociale, l'éducation, le soutien ou encore le suivi de la situation d'éducation. Les mesures ne donc peuvent pas venir exclusivement de la police et de la justice.

Permettez-moi d'ores et déjà d'exprimer toute ma reconnaissance pour les efforts des pouvoirs locaux, de la police locale et de la police fédérale, des zones de secours, des services œuvrant à l'aide médicale urgente, des hôpitaux et des gardiens de la paix, sans oublier, évidemment, les nombreux bénévoles engagés socialement et les travailleurs de rue qui uniront leurs forces lors du réveillon pour veiller à ce que la nouvelle année commence de la meilleure façon pour tout le monde.

Het respect en de waardering die we allicht namens het hele Parlement en de hele bevolking aan de hulp- en veiligheidsdiensten moeten tonen, zijn van harte en essentieel. We danken hen al op voorhand en gaan er uiteraard met zijn allen voor zorgen dat het zo veilig mogelijk kan verlopen.

Katja Gabriëls:

Mevrouw de minister, wij aanvaarden inderdaad niet dat de hulpdiensten het mikpunt zijn van zware aanvallen van amokmakers. Van de politie- en hulpdiensten blijft men af. Dat is heel simpel.

U verwees er al naar dat er, dankzij minister Van Tigchelt en voormalig minister Van Quickenborne, alsook de collega's van de commissie voor Justitie, intussen zwaardere straffen zijn voor geweld tegen de hulpdiensten. Crapuleus gedrag moet zwaar worden bestraft, maar we kunnen niet wachten tot wanneer dezelfde relschoppers opnieuw op dezelfde plaatsen dezelfde feiten plegen. Er zijn voor ons grenzen aan welke preventieve maatregelen nuttig en wettelijk zijn, maar er zijn zeker ook grenzen aan wat de veiligheidsdiensten moeten kunnen verdragen. Zij verdienen onze volle steun.

Éric Thiébaut:

Madame la ministre, chaque agression contre un policier, un pompier, un ambulancier est une agression de trop. Nous devons tout mettre en œuvre pour protéger celles et ceux qui assurent notre sécurité au quotidien, parfois même au péril de leur vie.

De incidenten in de opvangcentra met agressie tegen het personeel

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Staatssecretaris Nicole de Moor bevestigt structurele onderrapportering van geweldsincidenten in asielcentra (dagelijks 1-3 incidenten, maar verbale agressie en drugs/alcohol vaak niet gemeld), wijt dit aan decentrale registratie en kondigt een centrale monitorings-tool (tijdstip onbekend) aan om veiligheid voor personeel en bewoners te verbeteren. Francesca Van Belleghem benadrukt de ernstige dagelijkse onveiligheid voor medewerkers, die moedeloos raken door zowel fysiek als verbaal geweld. De Moor herhaalt dat ernstige incidenten wel centraal worden gemeld en pleit voor versterkte politie-inzet rond opvanglocaties, maar concrete oplossingen blijven vaag. Cijfers tonen 3.547 Syriërs in opvang, waarvan velen in procedures of transitie zitten.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, uit cijfers die ik van u ontving blijkt dat er elke dag gemiddeld een geweldsincident zou plaatsvinden in de opvangcentra voor asielzoekers tegen het personeel dat er werkzaam is. Er zouden ook elke dag een à twee incidenten zijn tussen asielzoekers onderling. Dan is er nog eens een incident om de drie dagen tussen asielzoekers en derden.

Ik heb deze cijfers voorgelegd aan het personeel van een opvangcentrum. Volgens hen zou het werkelijke aantal incidenten, vooral wat betreft verbale agressie tegenover personeel, vele malen hoger liggen dan de cijfers die ik van u ontving, ook de cijfers inzake alcohol en drugs.

Indien deze informatie juist is, zie ik slechts twee mogelijke oorzaken. Ofwel geeft het personeel de incidenten niet systematisch door aan de directie van het opvangcentrum in kwestie, ofwel geeft de directie van het opvangcentrum de cijfers niet door aan Fedasil. In beide gevallen is er sprake van problematische onderrapportering.

Bent u bekend met deze problematiek? Indien de informatie die ik ontving juist is, welke maatregelen zou men dan kunnen nemen om het fenomeen van onderraportering tegen te gaan? Nam u in het verleden al maatregelen om die onderrapportering tegen te gaan?

Nicole de Moor:

Collega Van Belleghem, ik ben inderdaad bekend met het fenomeen. Wij namen al maatregelen.

Ik wil in de eerste plaats herhalen dat ik elk incident met asielzoekers, klein of groot en binnen of buiten een opvangcentrum, ten strengste veroordeel. Daarom pleit ik ervoor om bijvoorbeeld een versterking van de lokale politiezones te voorzien wanneer er een collectief opvangcentrum is. Dat moeten wij bekijken in het kader van de regeringsonderhandelingen.

U hebt inderdaad contacten gehad. Het is onmogelijk om conclusies te trekken uit gesprekken met het personeel van een opvangcentrum. Wij hebben meer dan 100 opvangcentra. Conform de instructies aan de opvangcentra worden ernstige incidenten en incidenten met een belangrijke impact vandaag centraal gemeld. Het gaat hierbij om onder andere volgende incidenten: aanval op de fysieke integriteit van medewerkers of bewoners, vechtpartijen, ernstige verstoring van de rust in een centrum of van de openbare orde, aanzienlijke schade aan de infrastructuur, tussenkomst van de politie, de brandweer enzovoort. Deze gegevens worden gebruikt om te antwoorden op uw schriftelijke vragen.

Andere incidenten, bijvoorbeeld verbale agressie, worden vaak decentraal geregistreerd. Het is de bedoeling om de monitoring van deze incidenten uit te breiden opdat het centraal niveau een volledig beeld daarvan krijgt. Fedasil werkt daarvoor nu aan een nieuwe tool en dit werd ook opgenomen in een strategisch project van het agentschap, net omdat het agentschap dan een veilig leefklimaat kan nastreven, zowel voor het personeel als voor de bewoners.

Francesca Van Belleghem:

Het Fedasilpersoneel wordt eigenlijk moedeloos van al die incidenten. Zij ervaren elke dag geweld, zowel verbaal als fysiek. Het is goed dat men een tool op poten zet, maar wanneer komt die er?

Nicole de Moor:

Ik kan nog geen datum geven waarop die tool gebruiksklaar zal zijn.

Ik kan u wel nog een bijkomend antwoord op uw vorige vraag nr. 56001383C geven.

Er blijven vandaag 3.547 Syriërs in de opvang. Ik zei daarnet dat er 3.111 een procedure hadden lopen bij het CGVS, maar er zijn ook mensen die een beroepsprocedure bij de RvV hebben lopen of mensen die al erkend zijn maar nog in de transitieperiode van twee maanden zitten. Het aantal Syriërs in de opvang bedraagt vandaag echter 3.547.

Francesca Van Belleghem:

Dank u.

De aanhoudende agressie in de gevangenis van Merksplas

Gesteld door

VB Marijke Dillen

Gesteld aan

Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)

op 11 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De agressie in gevangenis Merksplas escaleerde door herhaalde incidenten met geïnterneerden (o.a. fysieke aanvallen op bewakers op 23 en 25 oktober), wat leidde tot een staking op 12 november en een toename van 19 kritieke incidenten dit jaar, vooral door psychiatrische problematiek. Minister Van Tigchelt bevestigde dat geïnterneerden (1.000+ in België) verantwoordelijk zijn voor een derde van alle agressiegevallen, maar benadrukte dat zij niet in gevangenissen thuishoren en gespecialiseerde zorg nodig hebben. Dillen vraagt om verduidelijking over de ernst van de 19 incidenten en wijst op het ontbreken van aandacht voor staatlozen in eerdere evaluaties. De kern: structureel falend beleid voor geïnterneerden en acute veiligheidsrisico’s voor bewakers.

Marijke Dillen:

Mijnheer de minister, in de penitentiaire instelling van Merksplas, waar 426 gedetineerden en geïnterneerden opgesloten zitten, gingen op 12 november niet de normale 70, maar slechts 6 bewakers aan de slag. Om de veiligheid te garanderen stond ook de directie op de werkvloer, samen met 54 opgetrommelde politieagenten.

Wat was de reden hiervoor? Dat waren nieuwe gevallen van agressie tegenover de cipiers, wat begrijpelijkerwijs de druppel te veel was. Net als in andere gevangenissen gaat het personeel in Merksplas dagelijks met stress en angst aan het werk. Eerder dit jaar was er al een spontane staking in Merksplas nadat enkele cipiers het ziekenhuis waren ingeslagen.

Jammer genoeg vormt de gevangenis van Merksplas geen uitzondering. Hoe gevaarlijk het werk van een gevangenisbewaker in dit land wel is, werd de dag voordien ook aangetoond in de penitentiaire instelling van Beveren, waarover ik straks ook vragen heb. Twee dagen na elkaar waren er dus zware vormen van agressie.

Mijnheer de minister, kunt u wat meer toelichting geven bij het geval van agressie in de gevangenis van Merksplas dat de aanleiding was voor de cipiersstaking? Kunt u ons informeren over alle voorgaande gevallen van agressie? Hoeveel gedetineerden waren betrokken bij het incident van 12 november? Welke gevolgen werden er gegeven aan die agressie? Werd er een strafrechtelijk onderzoek geopend?

Paul Van Tigchelt:

Op 23 en op 25 oktober werd de gevangenis van Merksplas geconfronteerd met incidenten van agressie ten aanzien van personeel veroorzaakt door geïnterneerden. Op 23 oktober kreeg een beambte een slag in het gezicht van een geïnterneerde toen de beambte wilde tussenbeide komen bij een schermutseling tijdens de etensbedeling. Op 25 oktober waren er twee incidenten waarbij in totaal drie geïnterneerden betrokken waren. Bij dat eerste incident op 25 oktober was een geïnterneerde betrokken. Hierbij was er geen sprake van fysieke agressie tegen ons personeel. Bij het tweede incident waren twee geïnterneerden betrokken, waarbij één van hen een slag heeft gegeven in het gezicht van een beambte. Een andere beambte raakte gekwetst door die geïnterneerde tijdens de overmeestering. Hiervan werd telkens melding gemaakt bij het parket en er werd uiteraard ook een interne procedure opgestart. Deze incidenten, collega, waren de directe aanleiding voor de staking van 12 november.

Ons aanvoelen wordt ook bevestigd door de cijfers: er is inderdaad een toename van agressie in de gevangenis van Merksplas. Tussen 1 januari en 25 november van dit jaar waren er in totaal 19 kritieke incidenten. Gedragsproblemen en agressie zijn uiteraard een belangrijk aandachtspunt. De toename van de agressie in de gevangenis van Merksplas is blijkbaar vooral te wijten aan – u hebt het bijna expliciet al aangegeven – het hoge aantal geïnterneerden en gedetineerden met een psychiatrische problematiek. In de gevangenis van Merksplas zitten immers veel geïnterneerden en dat is, zoals blijkt uit de feiten, een groep die vaker onvoorspelbaar gedrag stelt.

In het algemeen zien we vooral een toename van agressie in de gevangenissen waar geïnterneerden verblijven, zoals dus de gevangenis van Merksplas. Cijfers tonen immers aan dat de geïnterneerden – momenteel meer dan 1.000 in onze gevangenissen – zorgen voor een derde van alle agressiegevallen. Geïnterneerden, dat weten we, horen echter eigenlijk niet thuis in de gevangenis. Zij hebben aangepaste zorg nodig.

Het is inderdaad binnen die marges en rond die aspecten dat de administratie een beleid voert. De deugdelijke oplossing bestaat er natuurlijk in om die geïnterneerden onder te brengen in etablissementen waar ze wel de juiste zorg kunnen krijgen.

Marijke Dillen:

Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. We kennen de problematiek van de geïnterneerden. Dat is vanmorgen nog zeer uitvoerig aan bod gekomen. U zei dat de agressie in Merksplas zeer sterk is toegenomen. U had het over 19 kritieke incidenten. Wat moet ik mij daarbij voorstellen? Kan ik daaruit afleiden dat er nog andere incidenten zijn? Mijnheer de voorzitter, ik heb nog een opmerking. Het punt van de staatlozen is niet aan bod gekomen in dat evaluatieverslag van de familierechtbank, dat vorige week in deze commissie is besproken.

De zware agressie door een beruchte Tsjetsjeense gedetineerde in de gevangenis van Beveren

Gesteld door

VB Marijke Dillen

Gesteld aan

Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)

op 11 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Een Tsjetsjeense gedetineerde met een gewelddadig verleden verwondde op 11 november 2024 in Beveren twee cipiers (één met messteken in de nek), die fysiek en mentaal getraumatiseerd raakten maar niet levensbedreigend gewond. Het parket opende een strafonderzoek, de dader—bekend om herhaalde agressie tegen bewakers—werd overgeplaatst en onder strikte, multidisciplinaire maatregelen geplaatst, waarvan details om veiligheidsredenen niet worden prijsgegeven. Marijke Dillen benadrukt de onaanvaardbare risico’s voor cipiers en hoopt op een definitieve, veilige opsluiting van de geweldenaar. Minister Van Tigchelt bevestigt de ernst maar wijst op lopende opvang (POBOS) en juridische stappen, zonder concrete preventieve oplossingen te beloven.

Marijke Dillen:

Mijnheer de minister, ik had het daarnet over het incident in Merksplas op 12 november. Een dag eerder, op 11 november, was er een zwaar incident in de penitentiaire instelling van Beveren. Dat toont opnieuw pijnlijk aan hoe gevaarlijk het werk van de gevangenisbewakers is.

Een Tsjetsjeense gedetineerde verwondde in de instelling van Beveren enkele cipiers en een van hen moest met messteken in de nek naar het ziekenhuis worden overgebracht. De gevangene was niet aan zijn proefstuk toe. De Tsjetsjeen kreeg eerder al zes jaar cel voor een brutale aanval op drie cipiers in de Brugse gevangenis. Daarnaast sloeg hij blijkbaar ook al een medegedetineerde in elkaar in de gevangenis van Beveren.

Ook dit was een zware vorm van agressie tegen de cipiers binnen de gevangenismuren. Ik krijg ook hierover graag wat meer toelichting. Hoeveel cipiers werden er hierbij gewond? Wat is hun gezondheidstoestand nu? Ik hoop alleszins dat de man die naar het ziekenhuis moest worden gebracht aan de beterhand is.

Werd er een strafonderzoek geopend lastens de Tsjetsjeense gedetineerde? Wat is daarvan de stand van zaken? De dader in kwestie was niet aan zijn proefstuk toe, integendeel. Op regelmatige basis worden cipiers door hem bedreigd en aangevallen. Het is meer dan genoeg geweest. Welke maatregelen of speciale regimes zullen er worden voorzien om ervoor te zorgen dat die geweldenaar eindelijk wordt gestopt?

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de voorzitter, wat in de pers werd geschreven over deze zaak, is grosso modo correct. Ik heb daarin geen grove onwaarheden gezien.

Op maandag 11 november 2024 werden twee penitentiaire beambten in de gevangenis van Beveren gewond. Zij konden dezelfde dag nog het ziekenhuis verlaten en verkeerden nooit in levensgevaar, wat niet wegneemt dat de feiten natuurlijk ernstig waren. Gezien de omstandigheden stellen zij het momenteel behoorlijk goed. Ze hebben wel nog fysieke klachten en – en dat zal niet verbazen – kampen vooral nog met de mentale gevolgen van wat daar is gebeurd, en wat uiteraard onaanvaardbaar was.

De beide beambten werden in eerste instantie opgevangen door het lokale opvangteam van de gevangenis en werden doorverwezen naar POBOS, de gespecialiseerde instelling voor psychologische begeleiding. Ze worden van nabij opgevolgd.

De beambten die gewond werden bij de overmeestering van de gedetineerde, liepen lichte verwondingen op en waren niet arbeidsongeschikt. Ook zij kregen ondersteuning van het interne opvangteam.

Zoals bij elk incident van agressie werd het parket in kennis gesteld. Het parket heeft een onderzoeksrechter gevorderd en die heeft de gedetineerde ondertussen aangehouden. De gedetineerde is inderdaad een man met een problematische voorgeschiedenis in verschillende gevangenissen en dan druk ik mij eufemistisch uit. De gedetineerde werd ondertussen overgeplaatst naar een andere gevangenis en de omkadering wordt daar multidisciplinair uitgewerkt en opgevolgd. Het gevangeniswezen heeft mij gevraagd om niet in detail in te gaan op wat daarmee wordt bedoeld, omwille van de veiligheid van het gevangenispersoneel.

Marijke Dillen:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw toelichting. Ik begrijp dat u er niet gedetailleerd op kunt ingaan. De veiligheid van de cipiers en van alle gevangenispersoneel is daarvoor veel te belangrijk, maar het blijft wel bizar. Die man heeft echt een geschiedenis die aangeeft dat nieuwe gevallen van agressie mogelijk zijn. Ik hoop dat hij op dit ogenblik in een zodanig beveiligde omgeving zit dat dit niet meer voor herhaling vatbaar is.

De agressie tegen een treinbegeleider in Lokeren
De veiligheid van het spoorpersoneel
De stavaza inzake de noodzakelijke maatregelen voor meer veiligheid in de Belgische stations
Veiligheid en agressiepreventie voor spoorpersoneel in België

Gesteld aan

Georges Gilkinet

op 27 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de toenemende agressie tegen spoorpersoneel (2.300 incidenten in 2023, 57.000 uren arbeidsongeschiktheid) en de nood aan concrete veiligheidsmaatregelen. Minister Gilkinet bevestigt uitbreiding van Securail, automatische deling van camerabeelden met politie, en lopende plannen voor bodycams (positief advies, maar trage implementatie), plus strafverzwaring voor daders, maar verwijst politie-inzet door naar Binnenlandse Zaken. Critici (Cuylaerts, Troosters) vinden de voortgang te traag en dringen aan op snellere, krachtdadigere actie, zoals versnelde bodycam-invoering en strengere handhaving, om het vertrouwen in het openbaar vervoer te herstellen.

Dorien Cuylaerts:

Mijnheer de minister, elke dag met angst naar het werk vertrekken, dat kennen wij gelukkig niet. Helaas is het een harde realiteit voor spoor- en treinpersoneel. Het krijgt er steeds vaker mee te maken. De incidenten van agressie in zowel stations als treinen blijven toenemen. Zo werd op 5 november een treinbegeleider op de lijn van Antwerpen-Centraal naar De Panne het slachtoffer van geweld.

De NMBS veroordeelt deze gewelddaden en stelt dat er stappen moeten worden ondernomen om dergelijke incidenten te voorkomen. De maatschappij pleit niet alleen voor strengere straffen, maar dringt ook aan op een zichtbaardere aanwezigheid van politiediensten op de perrons en in de treinen. Dat zijn maatregelen die volgens de NMBS noodzakelijk zijn om het spoorpersoneel beter te beschermen.

Welke concrete maatregelen acht u op dit moment het meest effectief om de veiligheid van het spoorpersoneel te verhogen? De NMBS pleit voor een grotere zichtbaarheid van politie in de stations en in de treinen. Wat is uw standpunt over dit voorstel? Acht u het haalbaar politiediensten zichtbaarder in te zetten op de verschillende locaties?

De NMBS heeft een duidelijk standpunt inzake bodycams voor Securailpersoneel. Die zijn volgens de spoorwegmaatschappij noodzakelijk om de veiligheid van de werknemers te waarborgen. Staat u ervoor open deze optie opnieuw te bekijken?

Voorzitter:

De heer Foret had ook een vraag, maar ik zie hem niet in de zaal.

Frank Troosters:

Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Op 5 november jl. werd een treinbegeleider op de trein tussen Antwerpen-Centraal en De Panne het slachtoffer van agressie. De trein moest door het incident halt houden in het station van Lokeren waar alle passagiers dienden over te stappen op een andere trein. Het slachtoffer kreeg er de eerste zorgen alvorens afgevoerd te worden naar het ziekenhuis.

Kan de minister toelichting geven over het incident dat plaatsvond? Wat was de aanleiding? Wat waren de verwondingen die de treinbegeleider hierbij opliep? In welke mate was/is de treinbegeleider arbeidsongeschikt als gevolg van dit incident?

Wat gebeurde er met de dader? Werd hij gearresteerd? Wat is zijn huidige status? Is hij momenteel op vrije voeten? Zo ja, waarom? Wat zullen de verdere gevolgen/bestraffing zijn voor de dader?

Welke bijkomende maatregelen heeft de minister genomen (zal hij nemen) naar aanleiding van de feiten die plaatsvonden?

Georges Gilkinet:

Mijnheer de voorzitter, collega's, elke vorm van agressie tegen treinpersoneel is onaanvaardbaar en vraagt dan ook de strengste aanpak.

Mevrouw Cuylaerts, u vraagt naar concrete maatregelen om de veiligheid in het station en op de trein op te krikken. De NMBS heeft het contingent van Securail uitgebreid. Daarnaast zullen camerabeelden automatisch met de politie worden gedeeld. Uw vraag naar meer politie in de stations moet u richten aan mijn goede collega bevoegd voor Binnenlandse Zaken, mevrouw Verlinden.

Noteer dat de minister van Binnenlandse Zaken de adviesraad met betrekking tot particuliere beveiliging om een advies over de uitbreiding van het gebruik van bodycams naar beveiligers van het openbaar vervoer heeft gevraagd en dat het advies positief is. De komende weken moet er een werkgroep worden opgericht. De vier openbaarvervoerbedrijven hebben in maart 2023 aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie gevraagd om zo snel mogelijk wetgevende maatregelen te nemen om het gebruik van bodycams door veiligheidsdiensten mogelijk te maken. De minister van Justitie steunt het verzoek. Een herinnering van de vier bedrijven werd verstuurd naar de minister van Binnenlandse Zaken om de urgentie van het verzoek te beklemtonen.

Daarnaast moeten daders snel en streng vervolgd worden. Ik verwijs ook naar de intussen goedgekeurde strafverzwaring voor daden van agressie tegen onder meer treinpersoneel.

Mevrouw Cuylaerts, mijnheer Troosters, doordat een treinbegeleider op 5 november jongstleden naar aanleiding van de controle van een MOBIB-kaart in de trein van Antwerpen-Centraal naar De Panne het slachtoffer werd van zware agressie, moest de trein stoppen in het station van Lokeren en werd alle reizigers gevraagd daar op een andere trein over te stappen. Zonder te diep in te gaan op de persoonlijke en medische toestand van de NMBS-medewerker, die nog steeds arbeidsonbekwaam is, geef ik wel mee dat de treinbegeleider volgens de NMBS ter plaatse eerste hulp kreeg en vervolgens naar het ziekenhuis voor verdere zorg werd overgebracht.

In 2023 leidde agressie, waarbij 348 vte's betrokken waren, tot ongeveer 57.000 uren arbeidsongeschiktheid. Dat is dus gemiddeld 163 uur per persoon.

Uw vragen over vervolging en bestraffing moet u, zoals gebruikelijk, aan de minister van Justitie stellen. Als werkgever vraagt de NMBS – en ik steun die vraag uiteraard – dat elke vorm van agressie waarmee het personeel wordt geconfronteerd, door alle actoren in de justitiële keten ernstig wordt behandeld, steeds in een klacht wordt geverbaliseerd en gevolgd wordt door een gepaste straf aan de dader. Daarvoor wordt samengewerkt met de verschillende parketten en staat de NMBS in contact met het College van procureurs-generaal. Indien een medewerker van de NMBS het slachtoffer van agressie is geworden, dan zal minstens HR Rail of de NMBS zich burgerlijke partij stellen wanneer het parket tot vervolging besluit.

Dorien Cuylaerts:

Mijnheer de minister, het antwoord stemt me positief, waarvoor dank. Veiligheid is immers ons hoogste goed, zeker als men zijn job uitoefent. Het is jammer dat men met angst moet gaan werken.

Wij zullen ook uw collega-ministers ondervragen. Die cijfers over agressie blijven immers zorgwekkend. In 2023 waren er 2.300 incidenten. Dat is meer dan zes per dag. We moeten het fenomeen heel streng opvolgen. Ik ben heel blij dat de maatregelen zullen worden versterkt en dat bijkomende initiatieven worden bekeken. Onze spoorwerknemers verdienen het om hun werk zonder angst en in alle veiligheid te kunnen verrichten.

Frank Troosters:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord; maar ik kan uw antwoorden intussen ongeveer bijna zelf schrijven. Meestal komt in uw antwoorden hetzelfde terug. Ik stel alleen vast dat het zeer traag gaat. Als voorbeeld verwijs ik naar het verhaal van de bodycams. Zowat iedereen is er voorstander van, maar nog steeds worden adviezen opgevraagd en comités opgericht. De cijfers worden ondertussen steeds zorgwekkender. Het gaat ermee de verkeerde kant op. Echt krachtdadige maatregelen inzake veiligheid mis ik, ook al vragen we er al heel lang naar. Voor mij zijn die essentieel om van de trein een succesverhaal te maken, want wie niet veilig de trein kan nemen, neemt die niet. Ik hoop dat er toch nog stappen gezet zullen worden, liefst op korte termijn.

De afschaffing van UNRWA
Het voorstel van Josep Borrell om de politieke dialoog tussen de EU en Israël op te schorten
De Israëlische wet waarmee UNRWA van het Israëlische grondgebied verbannen wordt
Het VN-rapport waaruit blijkt dat de methoden van Israël kenmerkend zijn voor een volkenmoord
Het verbieden van alle UNRWA-activiteiten door Israël
De betrekkingen tussen de EU en Israël
De sancties tegen Israël
De Belgische reactie op de afschaffing van UNRWA
Internationale spanningen rond Israël, UNRWA en EU-betrekkingen

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)

op 20 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Belgische parlementariërs en minister Lahbib (Buitenlandse Zaken) discussiëren over Israëls verbod op UNRWA—een cruciale VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen—en de humanitaire crisis in Gaza, met beschuldigingen van genocide en schendingen van internationaal recht. België steunt UNRWA politiek, financieel en juridisch, dringt binnen de EU aan op naleving van het associatieakkoord (art. 2: mensenrechten) en roept Israël op de wet in te trekken, maar concrete sancties of een EU-brede opschorting blijven uit door gebrek aan unanimiteit. Kritiek richt zich op Belgiës terughoudendheid—geen wapenembargo, geen importverbod op nederzettingsproducten—terwijl parlementsleden eisen dat België unilateraal optreedt (bv. handelsbeperkingen) en zich aansluit bij Zuid-Afrika’s ICJ-zaak tegen Israël voor genocide. Lahbib benadrukt diplomatieke druk (o.a. via VN, bilaterale contacten) en humanitaire hulp, maar erkent dat Europese verdeeldheid actie blokkeert.

Annick Lambrecht:

Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, het Israëlische Parlement heeft een wetsvoorstel goedgekeurd om de activiteiten van UNRWA, de VN-organisatie voor de Palestijnse vluchtelingen, op het territorium van de Staat Israël te verbieden. De wet verbiedt alle activiteiten van UNRWA op Israëlisch grondgebied vanaf 2025, met inbegrip van Oost-Jeruzalem. De facto zal de organisatie haar activiteiten in de Palestijnse gebieden, in de Gazastrook, op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem niet meer kunnen voortzetten, omdat Israël alle grensovergangen controleert.

De FOD Buitenlandse Zaken stelt dat de uitwijzing een rampzalig precedent schept dat het multilaterale systeem en de Verenigde Naties zelf diep ondermijnt. De FOD erkende ook de cruciale en onvervangbare rol van het VN-agentschap. Ons land betreurt dat de krachtige oproepen van de internationale gemeenschap opnieuw zijn genegeerd. De wetten in kwestie zijn een directe schending van de verplichtingen van Israël onder het internationaal recht, zo klinkt het in een persbericht.

Buitenlandse Zaken stelt uiterst bezorgd te zijn over de gevolgen die de uitvoering van de wetten zal hebben voor de miljoenen Palestijnse vluchtelingen, die voor hun levensonderhoud en waardigheid afhankelijk zijn van de noodzakelijke diensten van UNRWA. Ons land herhaalde ook de oproep aan de Israëlische regering als bezettingsmacht om zich te houden aan haar internationale verplichtingen, zoals het ongehinderd mogelijk maken van humanitaire hulp in al haar vormen.

Zolang er geen wereldwijde, rechtvaardige en duurzame oplossing is voor het conflict en de status van de Palestijnse vluchtelingen, is het mandaat van UNRWA van vitaal belang, omdat het volgens de FOD de verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties ten aanzien van de Palestijnse kwestie vertegenwoordigt.

Mevrouw de minister, ik heb de hiernavolgende vragen.

Ten eerste, welke inspanningen levert België om UNRWA politiek te steunen in die context?

Ten tweede, welke acties worden binnen de Verenigde Naties ondernomen om Israël onder druk te zetten om de beslissing te herzien en niet uit te voeren?

Ten derde, hoe dringt u er bij Europa op aan om UNRWA te blijven ondersteunen?

Ten vierde, welke inschatting hebt u zelf van de humanitaire situatie in Gaza en de West Bank?

De voorzitster : U ziet de klok hier vooraan. Het is geen probleem, maar ten bate van de andere leden beperkt u uw vraag beter tot twee minuten. Ik hoop dat u ze ziet, want ik zie ze niet. U bent dus gewaarschuwd.

Christophe Lacroix:

Merci, madame la présidente. Si on a deux questions, a-t-on droit à deux fois deux minutes?

Madame la ministre, merci d'être présente pour répondre à nos questions sur un sujet majeur qui a déj à été évoqué à de nombreuses reprises. Mes interventions se situeront sur deux niveaux: la volonté de Josep Borrell de suspendre le dialogue politique entre l'Union européenne et Israël et la loi israélienne visant à supprimer l'UNRWA.

Le 14 novembre, le chef de la diplomatie européenne – ce n'est pas n'importe qui – a proposé aux Vingt-sept de suspendre le dialogue politique instauré entre l'Union européenne et Israël. Dernièrement, il a déclaré qu'il avait épuisé tous les mots pour qualifier ce qu'Israël commettait en Palestine. Le dialogue était prévu dans le cadre de l'accord d'association entre Israël et l'Union européenne qui est entré en vigueur en juin 2000. Les vingt-sept É tats membres s'étaient mis d'accord en mai – nous sommes en novembre – pour demander une réunion du Conseil d'association entre Israël et l'Union européenne pour examiner notamment la situation des droits humains à Gaza, mais cette réunion n'a toujours pas eu lieu faute d'accord sur l'agenda.

Comme vous le savez, mon parti est favorable à la suspension de l'accord d'association Union européenne-Israël. Cette position se fonde sur l'article 2 de cet accord qui impose aux parties le respect des droits humains et des principes démocratiques comme étant un élément essentiel de l'accord. En outre, la Cour internationale de Justice a rendu trois ordonnances conservatoires concernant Israël, notamment sur l'obligation d'acheminement de l'aide humanitaire, et la Cour pénale internationale a demandé un mandat d'arrêt concernant le premier ministre israélien. Vous savez comme moi que sur base des différentes décisions de la Cour internationale de Justice, l'Assemblée générale de l'ONU a fixé, le 18 septembre dernier, un cap pour contraindre – ou à tout le moins inciter – les É tats nationaux à prendre des décisions en la matière en leur donnant un délai de douze mois.

Madame la ministre, comment la Belgique se positionnera-t-elle pour donner suite très rapidement à l'appel de Josep Borrell?

S'agissant de l'interdiction de l'UNRWA, fin octobre, le Parlement israélien a adopté cette fameuse loi qui vise à interdire une agence humanitaire des Nations Unies – qui n'est pas, comme le prétendent certains, un réseau d'islamistes terroristes – qui opère sur le territoire d'Israël. Cette interdiction pourrait entrer en vigueur dans les trois mois qui suivent l'adoption du projet de loi et rien ne laisse présupposer aujourd'hui que le premier ministre israélien et le Parlement israélien feraient marche arrière.

Cette loi interdit à l'UNRWA d'opérer dans les zones sous contrôle israélien, ce qui entraînerait la fermeture de ses locaux dans les territoires palestiniens occupés: la Cisjordanie, y compris Jérusalem-Est occupée, et Gaza.

La législation proposée mettrait fin immédiatement à l'accord conclu entre Israël et l'UNRWA en 1967, dans lequel Israël s'engageait à faciliter le travail de l'UNRWA. Cela paralysera effectivement la capacité de l'agence à remplir son mandat tel qu'il a été défini par l'Assemblée générale des Nations Unies en 1949.

Tout cela peut sembler assez éloigné et assez technique, mais cette interdiction pourrait entraîner l'expulsion du siège et des bureaux de l'UNRWA et entraver gravement sa capacité à agir sur le terrain et à fournir des services essentiels tels que les soins de santé et l'éducation à des millions de réfugiés palestiniens.

Madame la ministre, comment la Belgique a-t-elle réagi à cette annonce? Pouvez-vous me garantir que la Belgique continuera à soutenir l'UNRWA, comme elle l’a toujours fait depuis très longtemps, et qu'elle prendra enfin des sanctions à l'égard d'Israël pour ses actes génocidaires, en lien avec la résolution de l’ONU?

Rajae Maouane:

Madame la ministre, permettez-moi d'abord de vous féliciter pour le grand oral que vous avez passé avec succès. Pour en revenir à l'actualité, chaque jour apporte son lot de nouvelles dramatiques en provenance du Proche-Orient.

Tout d'abord, cette décision récente du parlement israélien qui, en adoptant des lois, a interdit les opérations de l'UNRWA en Israël, réduisant donc son accès aux territoires palestiniens en Cisjordanie occupée et à Gaza. Cette décision a un impact direct sur l'accès à des services humanitaires, comme l'éducation ou la santé, pour les Palestiniens et Palestiniennes réfugiés.

Quelle réaction la Belgique a-t-elle mis en avant face à cette interdiction? Comment la Belgique continuera-t-elle à soutenir l’UNRWA et à permettre à ses services de continuer à fonctionner? Est-ce que vous envisagez de prendre des sanctions contre Israël, comme les écologistes le demandent depuis de nombreux mois?

L'autre aspect de ma question a trait au fait que les personnes qui utilisent le terme "génocide" pour décrire ce qui se passe à Gaza se sentent de moins en moins seuls. En effet, le rapport de la Rapporteure spéciale de l'ONU – Francesca Albanese – indique que trois des actes de génocide définis par la convention ont été commis contre les Palestiniens à Gaza: meurtre, atteinte à l’intégrité physique ou mentale et soumission à des conditions de vie destructrices. Elle évoque une volonté de destruction physique des Palestiniens, soutenue par une rhétorique anti-palestinienne omniprésente, visant à éradiquer ce groupe. On parle également de nettoyage ethnique, ce sont donc des termes très forts. Elle dénonce le fait que les dirigeants israéliens incitent publiquement à des actions génocidaires, sans distinction entre civils et combattants.

Elle rappelle également que la Cour internationale de Justice et la Cour pénale internationale devront examiner la situation, mais estime que les États ont désormais la responsabilité d'agir face à ces accusations, ce qui engage donc la responsabilité de la Belgique. Par conséquent, face aux conclusions de ce rapport alarmant, et alors que nous assistons à la destruction méthodique du peuple palestinien, qu’attend la Belgique pour condamner fermement ces actes et imposer des sanctions contre Israël? Comment justifiez-vous l'absence de sanctions de la Belgique alors que des actes de génocide sont commis? Comment la Belgique entend-elle prendre davantage position face à cette impunité qui, selon l'experte, mène à une tragédie annoncée?

Els Van Hoof:

Mevrouw de minister, de heer Lacroix verwees al naar de uitspraak op de Raad van 18 november van Hoge Vertegenwoordiger Borrell om de politieke dialoog met Israël op te schorten. Gelet op de oorlog wordt al langer opgeroepen om de relatie tussen de EU en Israël te herbekijken, bijvoorbeeld via een herziening van het associatieakkoord. In de commissievergadering van 16 oktober verklaarde u nog dat ons land pleit voor de bijeenroeping van de Associatieraad om de naleving van de mensenrechtenclausule te evalueren.

In een recent rapport herinnerde de VN-mensenrechtencommissaris de VN-lidstaten aan hun verplichtingen om schendingen van het internationaal humanitair recht te voorkomen. Ook riep hij op om het werk van het Internationaal Strafhof te ondersteunen.

België ondersteunt het Internationaal Strafhof al aanzienlijk. Maar zal ons land het Internationaal Strafhof extra financieel ondersteunen of zullen wij bijkomende experts via het Internationaal Strafhof leveren?

Wat werd er in de vergadering van 18 november van de Raad met betrekking tot de oorlog in Gaza en Libanon besproken? Welk standpunt heeft ons land er ingenomen? Werd er een beslissing over het associatieakkoord genomen?

Ayse Yigit:

Mevrouw de minister, sinds oktober 2023 zijn we getuige van ongekende en gruwelijke militaire aanvallen in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en ondertussen ook Libanon. Minstens 45.000 Palestijnen zijn gedood. Israël gebruikte meer dan 85.000 ton bommen, meer dan de totale hoeveelheid die tijdens het eerste jaar van de Eerste Wereldoorlog is gebruikt. De vernietiging treft vooral de Gazastrook, waar de levensomstandigheden bijna ondraaglijk zijn geworden en waar de dreigende uitzetting van het United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA) de toegang tot basisvoorzieningen voor miljoenen burgers in gevaar brengt.

Belgische burgers uiten hun verontwaardiging en eisen maatregelen. Volgens een enquête van 11.11.11 steunt 54 % van de Belgen sancties tegen Israël, eist 73 % een onmiddellijk staakt-het-vuren en wil de helft een handelsembargo tegen de illegale nederzettingen. Ondanks de groeiende roep van de burgers en het bewijs van flagrante mensenrechtenschendingen heeft België nog altijd geen harde maatregelen genomen.

Op 18 september nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties met steun van België een resolutie aan omtrent de door Israël illegaal bezette Palestijnse gebieden. Als VN-lidstaat hebben we de plicht om op te treden tegen die illegale bezetting en over te gaan tot concrete maatregelen. Israël beweegt zich momenteel in een context van gehele straffeloosheid. Het is duidelijk dat het ons niet aan opties ontbreekt, maar aan politieke wil om actie te ondernemen en Israël sancties op te leggen.

Kunt u uitleggen waarom ons land nog altijd geen doortastende maatregelen heeft genomen, in het bijzonder sancties en de stopzetting van de wapenverkoop aan en wapendoorvoer naar Israël?

Waarom neemt België geen actieve positie in om het associatieakkoord tussen de EU en Israël op te schorten, aangezien Israël artikel 2 van dat akkoord schendt?

Waarom is er nog altijd geen importverbod op producten uit de door Israël illegaal bezette Palestijnse gebieden?

Staf Aerts:

Mevrouw de minister, bij de Palestijnse bevolking vielen al meer dan 40.000 doden, onder wie meer dan 15.000 kinderen. Dat is al vaker gezegd. Die mensen sneuvelen soms bij bombardementen, maar evengoed door sluipschutters. Volgens de VN lijdt de volledige bevolking van Gaza honger.

Twee dagen geleden tweette u: "In Oekraïne, het Midden-Oosten en de rest van de wereld moet het internationaal recht ons enige kompas zijn. We kunnen niet toelaten dat deze principes straffeloos worden geschonden." Ik juich dat toe, want dat komt exact overeen met het standpunt van Groen gedurende die hele crisis.

Schendt Israël het internationaal recht? Het antwoord is toch duidelijk volmondig ja. Human Rights Watch heeft al eerder vastgesteld dat Israël in Gaza oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid begaat. Collega Maouane wees er al op dat een speciale VN-commissie vorige week stelde dat de oorlogspraktijken in Gaza overeenkomen met de eigenschappen van genocide.

Na woorden is het nu dus tijd voor daden. In al die chaos speelt UNRWA een ongelooflijk belangrijke rol voor de inwoners van Gaza zelf. UNRWA runt de broodnodige ziekenhuizen in barre omstandigheden, staat in voor voedselbedeling en zorgt voor gezuiverd water, cruciaal voor de Gazanen. Nu wil Israël UNRWA verbieden. Dat is niet minder dan een ramp voor de twee miljoen burgers ter plaatse.

Mevrouw de minister, wat zal België doen om die catastrofale en ongeziene ban op UNRWA tegen te houden? Welke stappen zult u zetten?

De Belgische regering kondigde in het verleden aan dat ze zich zou aansluiten bij de zaak die Zuid-Afrika aanhangig maakte bij het Internationaal Gerechtshof om te bewijzen dat Israël met zijn militaire aanval het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide schendt. Hoever staat de Belgische regering met dat aansluiten, met het indienen van een positie bij het Internationaal Gerechtshof? Wanneer mogen we de nodige stappen verwachten?

Zal de Belgische regering het initiatief nemen om de VN-Mensenrechtenraad, waarvan België lid is, bijeen te roepen voor een speciale sessie over de schendingen van het oorlogsrecht in Libanon? Ook daar zijn op amper twee maanden tijd alleen al meer dan 200 kinderen gesneuveld, dus ook daartegen moeten we absoluut actie ondernemen.

De voorzitster : Wensen leden zich aan te sluiten bij de vragen in het debat?

Nabil Boukili:

Je n’ai pas déposé de question mais je tenais à participer au débat, surtout à la suite de l’échange que nous avons eu ce matin avec le premier ministre, notamment dans le cadre du débriefing du sommet européen et le deux poids deux mesures dans la façon de traiter, d’une part, la Russie par rapport à l’Ukraine et, d’autre part, Israël par rapport à Gaza, alors que la Russie comme Israël violent tous deux le droit international, à la différence près qu’Israël va encore plus loin en matière de crimes de guerre et de crimes contre l’humanité.

La réponse du premier ministre était similaire à vos réponses précédentes, madame la ministre. M. De Croo nous a en effet dit que la Belgique faisait des efforts et que l’Union européenne s’efforçait d’aller vers la paix, mais que la situation était compliquée et nécessitait des accords. J’ai posé une nouvelle fois la question au premier ministre mais je n’ai pas eu de réponse à la question suivante: comment l’Union européenne – ou le monde occidental, de manière générale – peut-elle prétendre qu’elle veut la paix dans la région, tout en fournissant des armes à Israël?

En effet, les É tats-Unis fournissent pour plus de 20 milliards d’euros d’armes à Israël, mais il y a aussi l’Allemagne: 30 % des armes achetées par Israël proviennent d’Allemagne! Cela signifie que nous avons donc un pays au sein de l’Union européenne qui déclare qu’on veut la paix mais qui vend des armes à Israël! Dès lors, je me demande si l’Union européenne aurait accepté qu’un pays de l’Union envoie des armes à la Russie lors de son agression contre le peuple ukrainien. De même, aurait-on accepté de maintenir des relations économiques privilégiées avec la Russie – par le biais de l'accord d’association – pendant qu’elle agresse l’Ukraine? Pourquoi l’accepter pour Israël?

Comment pouvons-nous être crédibles à l’échelle internationale en propageant des valeurs tout en faisant preuve d’hypocrisie dans la gestion du conflit au Moyen-Orient?

Benoît Lutgen:

Merci, madame la ministre. Nous avons effectivement déj à eu, en partie, un débat avec le premier ministre ce matin dans le cadre des avis pour les questions européennes. Je pense que passer par l'Union européenne et le Conseil s'impose comme seule voie possible pour tenter de dégager un consensus.

Je voudrais tout d'abord vous remercier pour tous vos efforts déployés ces derniers mois pour rechercher un consensus dans ce conflit. On sait que les positions sont pour le moins divergentes au sein du Conseil en la matière. Sur la position de Borrell – votre futur collègue avec Mme Kaja Kallas –, avez-vous eu des contacts sur ce sujet en particulier, plus globalement sur le conflit ou encore par rapport aux propositions qu'il a développées?

Je tenais à terminer en vous remerciant au nom des Engagés pour votre travail. Vous allez exercer des responsabilités importantes et nous espérons que vous pourrez les mener de la même façon dans les prochaines années à un autre niveau de pouvoir avec tous vos collègues, notamment au travers de la gestion des crises. Merci beaucoup.

Hadja Lahbib:

Je vous remercie pour toutes vos questions qui me ramènent à un débat que nous avons eu avant-hier au Conseil Affaires étrangères de l'Union européenne. Ce débat fut animé autour de la situation humanitaire à Gaza, en Cisjordanie et au Liban. Nous n'avons évidemment pas parlé que de ces sujets mais aussi des lois israéliennes à l'encontre de l'UNRWA.

De Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de heer Borrell, voor wie het de laatste Raadsvergadering was, heeft voorgesteld om de politieke dialoog tussen de EU en Israël op te schorten wegens het niet respecteren van de mensenrechten. Het respecteren van de mensenrechten is gestipuleerd in artikel 2 van de associatieovereenkomst.

Vous me demandez quelle était la position que j'ai défendue au nom de la Belgique. Tout d'abord, j'ai partagé l'analyse du représentant spécial européen pour les droits humains selon laquelle des violations des droits humains et du droit international humanitaire sont commises par le gouvernement israélien et que cela devait donc absolument entraîner des conséquences.

La proposition du représentant Borrell nécessitait l'unanimité mais elle n'a pas été trouvée. Elle a même été loin d'être trouvée. J'ai donc répété la position belge demandant le plus vite possible la tenue d'un Conseil d'association avec Israël, lors duquel le dialogue se focaliserait sur le respect de cet article 2.

J'ai également réitéré que le respect du droit international devait demeurer notre seule et unique boussole et qu'il devait être respecté partout, de façon indifférenciée et sans double standard. J'ai aussi appelé les États membres à mener une analyse plus approfondie sur la conformité de l'Union européenne à l'avis consultatif de la Cour internationale de Justice sur l'occupation israélienne illégale des territoires palestiniens occupés et à prendre des nouvelles mesures dans le cadre européen et à s'y conformer.

Veel lidstaten, waaronder België, pleiten met de nodige juridische grondslag in de Raad voor bijkomende sancties tegen gewelddadige kolonisten en het Hamasregime.

Le Conseil Affaires étrangères a aussi abordé les récentes lois israéliennes anti-UNRWA, appelons-les ainsi. La plupart des États membres, parmi lesquels la Belgique, se sont exprimés en faveur de la poursuite du soutien juridique, financier et politique à l'UNRWA. Comme vous le savez, notre pays s'est engagé politiquement et financièrement auprès de cet organisme depuis 1953. Nous avons réaffirmé notre soutien après les attaques du 7 octobre 2023 lorsque plusieurs pays ont suspendu leur aide.

La Belgique a également joué un rôle déterminant en appelant les autres États donateurs à reprendre le financement de l'UNRWA, en particulier pendant sa présidence du Conseil de l'Union européenne, au cours de laquelle j'ai mené au nom de la Belgique une médiation pour tenter de maintenir l'aide de plusieurs États membres qui avaient décidé de la suspendre.

België uitte zijn principiële steun voor UNRWA en Shared Commitments on UNRWA regelmatig op Europees en internationaal niveau.

La Belgique a très activement participé aux efforts diplomatiques qui ont précédé le vote de cette loi anti-UNRWA, que ce soit à New York, au niveau de l’ONU et du Conseil de sécurité, au niveau européen, dans les conclusions du Conseil européen, ou encore au niveau bilatéral, sur le terrain, directement avec Israël, avec nos postes, nos ambassades, nos représentations diplomatiques à Jérusalem, Tel-Aviv et New York.

La Belgique a également publié une déclaration nationale pour exprimer son profond regret suite au vote et pour réaffirmer le rôle irremplaçable et indispensable de l’UNRWA. Le 6 novembre, notre pays a pris la parole lors du débat informel sur l’UNRWA à l’Assemblée générale des Nations Unies, au nom du Core Group.

Cela montre que la Belgique est un intermédiaire crédible sur cette question. C’est dû notamment au fait que nous n’avons jamais changé de position. Nous avons cette positions depuis 1953. Nous l’avons tenue. Nous avons demandé que les enquêtes soient menées. J’ai eu moi-même des contacts, avant même la parution du rapport d’expertise de l’ancienne ministre des Affaires étrangères française, Mme Colonna, pour avoir déjà un aperçu de son enquête. C’est ce qui nous a permis de tenir une ligne claire.

Nous avons également invité l’ambassadrice d’Israël à Bruxelles le 8 novembre et de nouveau, pas plus tard qu’hier, le 19 novembre, pour lui faire part de notre profonde inquiétude et aussi lui demander des explications sur le statut de l’UNRWA et son statut à venir.

In lijn met dit duidelijke en consequente standpunt zal België zijn inspanningen voortzetten om Israël ervan te overtuigen deze wetten toe te passen. Dat is in ieders belang, ook in dat van de Israëli’s. We hebben dit ook herhaald tijdens de Raad Buitenlandse Zaken op 18 november en we hebben deze boodschap gisteren ook overgemaakt aan de Israëlische ambassadeur.

En réponse à la question portant sur l'ONU, qui estime que les méthodes d'Israël correspondent aux caractéristiques d'un génocide, permettez-moi de vous rappeler quelques-unes de nos positions et, surtout, certaines actions que nous avons déjà entreprises. Depuis 2009, déjà pour faire face à la situation à Gaza, il a été convenu avec les Régions – qui sont compétentes en ce domaine – de ne procurer aucune licence d'exportation d'armes qui renforcerait la capacité militaire d'Israël. C'est important de le rappeler, parce que vous revenez souvent avec cette question. Nous invitons donc les États européens à suivre notre exemple, mais nous ne pouvons que les y inviter. Je ne peux pas préjuger ni décider de ce que fait l'Allemagne, par exemple. Je tiens, du reste, à souligner qu'elle est le premier pays donateur sur le plan de l'aide humanitaire apportée aux Palestiniens.

Vous savez que nous avons systématiquement et fermement condamné les bombardements touchant les civils à Gaza, en insistant chaque fois auprès d'Israël pour qu'il respecte intégralement le droit international et le droit international humanitaire. Depuis le début, nous sommes très clairs: les crimes commis à Gaza devront être jugés au plus niveau, peu importe qui en sont les auteurs. Et j'ai moi-même demandé la convocation de l'ambassadrice d'Israël en Belgique plusieurs fois au cours de cette année, y compris hier, en l'occurrence pour aborder la destruction par Israël d'un bâtiment à Jérusalem qui est cofinancé par Enabel et l'Union européenne.

Nous continuons d'appeler avec force à un cessez-le-feu immédiat à Gaza et à la libération des otages. Nous avons envoyé à plusieurs reprises de l'aide humanitaire, du matériel médical et de secours, et facilité aussi l'évacuation de nombreux civils. Lors du Conseil de lundi, j'ai de nouveau plaidé pour que le plus d' États membres se joignent à la Belgique afin de demander aux autorités israéliennes d'autoriser les évacuations médicales depuis Gaza.

En ce qui concerne plus précisément votre question relative à un possible génocide, nous avons insisté auprès d'Israël pour le total respect des mesures conservatoires ordonnées par la Cour internationale de Justice en janvier et en mars de cette année.

Pour rappel, en tant que partie à la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide (CPRCG), la Belgique a par ailleurs décidé d'intervenir dans deux affaires qui ont été portées devant la Cour internationale de Justice dont celle introduite par l'Afrique du Sud contre Israël en décembre 2023 pour informer la Cour de l'interprétation que la Belgique fait de l'article 2 de cette Convention qui définit le crime de génocide.

Les deux affaires soulèvent des questions similaires concernant l'interprétation et l'application de la Convention, plus particulièrement en ce qui concerne le concept d'intention génocidaire dans un contexte de conflit armé. Il reviendra d'ailleurs à la Cour seule d'appliquer aux faits de la cause l'interprétation des dispositions de la Convention de 1948.

J'espère ainsi avoir répondu à toutes vos questions.

Annick Lambrecht:

Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoorden. Ze liggen enigszins in de lijn van wat we al gehoord hebben, aangezien we over dit onderwerp natuurlijk al vaker gesproken hebben. Het is jammer dat we het er nog vaak over zullen moeten hebben, want ik blijf eigenlijk met één enkele vraag zitten.

U hebt al veel gedaan, u somt dat ook op. Gelukkig, in tegenstelling tot Duitsland levert ons land geen wapens; dat is een goede zaak. Met Vooruit vragen wij ons wel af of u mogelijk meer druk kunt uitoefenen om economische sancties ten aanzien van Israël uit te voeren met de gehele EU. Gelet op de nieuwe functie die u op Europees niveau zult bekleden, zult u mogelijk nog meer in die mogelijkheid zijn. Wij denken dat de tijd van dialoog voorbij is, dat men het echt economisch moet voelen, opdat die genocide stopt. Dat is de enige vraag die ik nog heb.

Christophe Lacroix:

Merci, madame la ministre. Je pense que vous avez sans doute lu, comme moi, l'article de Baudouin Loos paru dans Le Soir tout récemment sur la situation à Gaza o ù il explique bien, au moyen de différents témoignages, qu'"Israël a transformé la bande de Gaza en couloir de la mort"; c'est d'ailleurs le titre de son texte. Quand on dit cela, c'est une référence historique et on pourrait dire: "Attention, on atteint le point Godwin." Mais cela est corroboré par des gens de tous milieux, notamment un ancien secrétaire général adjoint de l'ONU, Jan Egeland. C'est dire à quel point la situation est catastrophique.

Deuxième élément de réponse, il y a bien sûr le niveau international et le niveau de l'Union européenne. Mais je pense qu'il reste des moyens d'action et, plus que cela, une obligation d'action dans le chef des É tats nationaux. Parce que l'avis consultatif de la Cour internationale de Justice que vous avez mentionné a été traduit en acte politique par l'Assemblée générale de l'ONU du 18 septembre 2024. Cette résolution va très loin dans le détail: on ne peut prêter aide et assistance au maintien de l'occupation; ni les É tats nationaux ni les entreprises ne peuvent investir; ils doivent mettre fin au commerce des produits des colonies et les interdire ou cesser leur transfert dans le cadre de l'occupation; gel des avoirs de toute personne ou association ayant des liens, notamment des flux financiers, avec l'occupation israélienne en Palestine.

Il est urgent d'interdire les produits des colonies. Il est urgent de suspendre l'accord au niveau belge. C'est une obligation internationale qu'un É tat national doit prendre, dans un délai de douze mois à compter du 18 septembre 2024. Il y aura donc urgence pour votre successeur ou successeure.

Je vous souhaite un bon travail au sein de la Commission européenne. Nous avons eu parfois des divergences de vues et quelques tensions, mais j'apprécie la personne que vous êtes, sachez-le.

Rajae Maouane:

Madame la ministre, merci pour vos réponses.

En ce qui concerne la responsabilité des É tats, de nombreux rapports indiquent que les É tats ont la responsabilité et même la possibilité d’agir. Selon moi, cela s’applique également à nous, au niveau belge. Nous avons en effet la possibilité – et aussi l'obligation – d’agir, notamment sur les accords et l’interdiction des produits issus des colonies. À ce sujet, je vais vous citer une phrase qui n’est pas de moi, qui n’est pas d’une militante de gauche ou du milieu associatif, mais qui est de Francesca Albanese, une rapporteuse des Nations Unies: “La violence qu’Israël déchaîne contre les Palestiniens depuis l’après-7 octobre ne surgit pas du néant, mais s’inscrit dans une campagne orchestrée intentionnellement au niveau de l’État pour provoquer systématiquement le déplacement forcé et le remplacement à long terme des Palestiniens.”

Cette phrase est extraite du rapport intitulé “L’effacement colonial par le génocide”. Nous assistons effectivement à un génocide en direct, en mondovision, et je pense que nous avons la responsabilité et le devoir moral d’agir. Je sais que de là où vous serez dorénavant, vous aurez également à cœur d’agir sur ce plan, et je vous remercie pour les quelques échanges que nous avons eus à ce sujet depuis mon arrivée au Parlement. Merci également de continuer à porter cette voix-là et de continuer à essayer de trouver des solutions afin d’agir davantage au niveau de la Belgique.

Els Van Hoof:

Mevrouw de minister, u zegt duidelijk en consequent te zijn in het Belgische standpunt. U pleit voor sancties en het behoud van de ondersteuning op alle vlakken van UNWRA. Het schoentje knelt duidelijk op Europees niveau. Er is geen opschorting of herziening van het associatieakkoord, waarvoor ook al lang wordt gepleit vanuit dit Parlement. Er is hier een duidelijke meerderheid daarvoor.

Er is ook een probleem inzake de importban. De juridische vraag is of dat op Europees vlak moet worden aangepakt. Men weet dat dit niet zal gebeuren op Europees vlak. We moeten overgaan tot meer Belgische acties ter zake. Dat was ook het pleidooi gisteren van de zaakgelastigde van de Palestijnse Autoriteit. We moeten ons Belgisch standpunt nog scherper stellen en moeten meer acties ondernemen om te voorkomen dat er inderdaad verder een genocide plaatsvindt in Gaza.

Ayse Yigit:

Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord. U hebt geen antwoord gegeven op de vraag van de heer Boukili, want niet de export maar de doorvoer is het probleem. Het grootste deel van de Duitse wapens gaat via de Antwerpse haven naar Israël. Hoe kunnen we geloven dat de EU voor de vrede in de regio zal opkomen als Duitsland in de EU wapens produceert en uitvoert naar Israël? Daarom is het urgent dat België zelf maatregelen neemt en niet wacht op de EU, zowel met betrekking tot de wapens als met betrekking tot de handel met de illegale kolonies.

Staf Aerts:

Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord. Ik blijf wel wat op mijn honger zitten. U zegt dat het aan het Internationaal Strafhof is om te oordelen of het al dan niet om een genocide gaat. Dat klopt, maar ik vroeg hoever we staan met het aanhangig maken en neerleggen van onze positie, zodat we die zaak samen met Zuid-Afrika mee kunnen voeren. Het is niet alleen de bedoeling dat we dat aankondigen, maar ook dat we het daadwerkelijk doen. Ik denk dat ik dit antwoord heb gemist, tenzij ik mij vergis.

Ook met betrekking tot de schending van de mensenrechten in Libanon, nemen we daar een initiatief richting de VN-Mensenrechtenraad? U zegt dat het internationaal recht ons kompas is. Ik juich toe dat u de schending van de mensenrechten expliciet benoemt. Het is zeer belangrijk dat dat daadwerkelijk wordt benoemd, maar het is wel echt tijd om tot acties over te gaan, zoals de voorzitter ook zei.

Dan richt ik me ook tot alle collega's in het Parlement. Gisteren hoorde ik van de MR-fractie dat we de kant van de vrede moeten kiezen. Ik denk dat iedereen daarachter kan staan, maar als men de kant van de vrede kiest, dan kiest men ook tegen de agressor. Dat betekent dat men ook concrete acties moet ondernemen. Dat is meer dan alleen woorden produceren en verwijzen naar het Europese standpunt.

Onze fractie heeft een resolutie met een heel aantal concrete acties ingediend. Ik hoop dat die integraal worden overgenomen, maar ik hoop vooral dat we met dit Parlement minstens kunnen zeggen: tot hier en niet verder, dit zullen wij concreet ondernemen. Ik hoop dat men zich niet verschuilt achter de lopende regeringsonderhandelingen. Daar zijn de Gazanen niets mee. Elke dag opnieuw sterven daar veel te veel mensen. We zijn het aan hen verplicht om acties te ondernemen en niet te wachten tot er een regering is. Daar hebben de mensen in de Gazastrook niets aan.

Kathleen Depoorter:

Mevrouw de minister, ik noteer dat u zegt dat u UNRWA een blijvende juridische, politieke en financiële steun zult geven.

Humanitaire hulp in Gaza is absoluut noodzakelijk, maar enkele van uw antwoorden baren me zorgen. Die niet-kritische benadering van de organisatie UNRWA maakt me bezorgd. Toen hier vorige week vertegenwoordigers van UNRWA aanwezig waren, heb ik hun gevraagd hoe het komt dat UNRWA Hamas niet als militante organisatie kan benoemen, hoe het komt dat men geen verklaring geeft dat lidmaatschap van gewapende groepen absoluut ontoelaatbaar is en hoe het komt dat er terreurinfrastructuur aanwezig is in faciliteiten van de VN. Dat men mij daarop niet antwoordt, of eromheen fietst, baart me zorgen.

We moeten absoluut voor humanitaire hulp zorgen, maar u haalde ook het Colonnarapport aan, dat ik ook heb gelezen, waarin duidelijke feiten staan die bij ons bepaalde lichten moeten doen branden. Het is aan ons, aan de westerse overheden, om het mogelijk te maken om, wanneer die Israëlische wet in voege zou treden en UNRWA niet meer toegelaten is, de humanitaire acties geleidelijk aan over te hevelen naar andere VN-organisaties of andere autoriteiten. Met een organisatie die Hamas niet kan veroordelen, kunnen we niet verder in zee blijven gaan. We moeten ervoor zorgen dat onze middelen, die noodzakelijk zijn om de mensen in Gaza te helpen, optimaal besteed worden en niet in handen van Hamassympathisanten kunnen terechtkomen.

Hadja Lahbib:

Je vous remercie tout d'abord pour vos appréciations. Je pense que ce débat est le plus difficile qu'on ait eu. Croyez-moi, ce n'est pas facile d'être dans ma position.

Je vous souhaite un prochain ministre des Affaires étrangères qui apportera des réponses à toutes vos questions et qui vous amènera surtout un accord de paix. C'est ce dont on a tous rêvé autour de la table du Conseil européen, encore hier, en espérant avoir une position qui permette simplement d'avancer.

Les divisions que nous subissons au sein de l'Union européenne nous empêchent d'avancer. Nous ne cessons de répéter, surtout après les élections américaines, qu'il faut que nous parlions d'une même voix, que nous soyons unis et que nous soyons même proactifs. Nous ne pouvons malheureusement pas l'être pour l'instant. C'est la réalité mais j'espère que nous le serons à l'avenir.

Pour revenir spécifiquement à vos remarques, il y a eu plusieurs enquêtes sur l'UNRWA. Il n'y a donc pas eu que le rapport Colonna. Il y a d'abord eu une enquête interne. Des décisions ont été prises de façon proactive par l'UNRWA, qui a suspendu sa collaboration avec neuf des collaborateurs qui n'étaient que suspectés.

Il y a donc eu des enquêtes différentes et des conditions ont été posées par la Commission européenne. L'UNRWA est prête à les respecter. Toute une démarche a donc été mise en place. Je suis d'accord avec vous sur le fait que nous ne pouvons pas faire confiance à une entreprise qui est suspectée, ni même collaborer avec elle. Dans ce cas-ci, nous n'avions pas d'élément qui permettait de suspendre le maintien de notre collaboration et de notre financement de l'UNRWA. C'est d'ailleurs pour cette raison que je l'ai défendu au nom de la Belgique, mais aussi parce que, selon d'autres ONG sur place, l'analyse nous revient qu'il n'y a rien qui puisse remplacer l'UNRWA à l'heure actuelle. Les ONG sont assez fermes sur le fait qu'elles ne pourront pas prendre le relais.

Nous n'avons pas non plus de plan B de la part des autorités israéliennes.

Je vous remercie pour vos questions et pour avoir quand même apprécié mes réponses, même si je ne peux sans doute pas apporter les solutions qui pourraient amener une paix demain au Proche-Orient.

Kathleen Depoorter:

Mevrouw de minister, ik vraag daarom om de humanitaire taken geleidelijk over te dragen naar andere VN-organisaties of autoriteiten. Uit het rapport blijkt dat 10 % van de personeelsleden betrokken is bij Hamas. Er blijkt ook bezorgdheid over de boodschappen die worden verspreid en men vraagt meer vrouwen in de raad van bestuur of managementfuncties, zodat de harde, islamitische kern wat gecounterd wordt. Voorts blijken de inspecteurs niet voldoende kennis te hebben van het Arabisch om de beslissingen van de raad van bestuur te controleren. Als we correcte humanitaire hulp willen verlenen, die gedragen wordt door de bevolking, dan is het onze taak om ons te organiseren, zodat we dergelijke rapporten niet meer hoeven op te stellen.

De christenmoorden in Nigeria

Gesteld door

VB Ellen Samyn

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)

op 16 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Hadja Lahbib erkent de ernstige mensenrechtenschendingen in Nigeria, maar relativeert de christenvervolging als vooral etno-economisch conflict (grondstoffen, bevolkingsgroepen) in plaats van puur religieus geweld, ondanks systematische aanvallen op kerken, scholen en gelovigen (52.250 doden in 14 jaar volgens Ellen Samyn). België kaart de kwestie bilateraal en in VN/EU-fora aan via resoluties over godsdienstvrijheid, maar Samyn eist expliciete erkenning van *christenvervolging* en krachtiger internationale actie, met kritiek op het ontbreken van politieke verontwaardiging en concrete sancties. De minister benadrukt algemene mensenrechtenbescherming *zonder discriminatie*, terwijl Samyn wijst op de escalerende cijfers en allianties tussen jihadisten en gewapende groepen die christenen specifiek targeten. Kernpunt: spanning tussen *neutraliteit* (Lahbib) en *gerichte erkenning* (Samyn) van religieus gemotiveerd geweld.

Ellen Samyn:

Niettegenstaande bijna de helft van de bevolking in Nigeria christen is, worden zij gedurende jaren zwaar vervolgd door terroristische groeperingen zoals Boka Haram. Vooral in het Islamitische noorden van Nigeria komen zware aanvallen op kerken en christelijke dorpen, ontvoeringen van priesters en verkrachtingen van christelijke vrouwen en meisjes veelvuldig voor. De laatste jaren nemen de aanvallen in cijfers en in ernst zorgwekkend toe. Alleen al in Nigeria zijn naar schatting 16.000 christenen vermoord in de voorbije vier jaar. Een veel groter aantal is mishandeld, verminkt of verkracht.

Ook de voorbije weken werd er melding gemaakt van zware gewelddadigheden ten aanzien van christenen in Nigeria. Er zouden naar verluidt zelfs christenen tijdens een kerkdienst zijn vermoord en er is sprake van tientallen ontvoeringen.

Graag verneem ik van de minister:

Bent u op de hoogte van deze laatste ontwikkelingen in Nigeria?

Heeft u deze toestand nog recent aangekaart op internationale fora?

Heeft u hierover gesproken op Europees niveau? Is er bijvoorbeeld sprake van sancties t.a.v. Nigeria?

Heeft u hierover gesproken met uw Nigeriaanse ambtsgenoot en/of de Nigeriaanse ambassadeur?

Naast de extreme vervolging op christenen zelf, werd in Nigeria in veertien jaar tijd ruim 18.000 kerken in brand gestoken en 2.200 christelijke scholen vernietigd. Zal u deze mensenrechtenschendingen dan ook als christenvervolging benoemen? Zo neen, waarom niet?

Welke maatregelen zullen genomen worden om christenen wereldwijd beter te beschermen?

Hadja Lahbib:

Bedankt om deze belangrijke kwestie opnieuw onder de aandacht te brengen. Mijn diensten en ikzelf blijven het geweld in de Nigeriaanse samenleving met bezorgdheid opvolgen. De aanslagen van afgelopen december kaderden eerder in een consulair conflict. Ze moeten niet zozeer gezien worden als een intern-religieuze confrontatie. Onderliggende grondoorzaken zijn in deze regio van Nigeria vooral te situeren in het groeiend spanningsveld tussen verschillende bevolkingsgroepen over grondstoffen.

België heeft herhaaldelijk zijn bezorgdheid geuit over de mensenrechtenschendingen in het land, zowel bilateraal als in multilaterale fora, zoals bijvoorbeeld in de VN-Mensenrechtenraad. Zoals u weet, vormen de bevordering en de bescherming van de mensenrechten een prioriteit van het Belgische en Europese buitenlands beleid, dus ook de vrijheid van godsdienst of geloof. De EU ontwikkelde ter zake richtsnoeren in het kader van haar buitenlands beleid.

Ons land heeft daar actief aan meegewerkt en blijft dat doen. Elk jaar dient de EU een resolutie over de vrijheid van godsdienstovertuiging in bij de Mensenrechtenraad in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en België is cosponsor van die resoluties. Ik kan u verzekeren dat België zich zal blijven inzetten voor de bescherming en de bevordering van de mensenrechten voor iedereen, zonder enige discriminatie.

Ellen Samyn:

Mevrouw de minister, christenvervolging is een van mijn stokpaardjes. U kent ook mijn mening: wat ons betreft, is het veel te stil als het gaat over vervolgde christenen, niet alleen in Nigeria, maar wereldwijd. Waar blijft de politieke verontwaardiging? Ik had uw antwoord zien aankomen. Ook in Nigeria wordt de strijd tussen de geloofsgroepen te vaak gezien als een conflict tussen etnische groepen, bijvoorbeeld over grondgebied. Dat is echter maar een deel van het verhaal. Net het feit dat gewapende bandieten en jihadisten dezelfde vijanden hebben, met het reële risico van versterking van allianties tussen die groepen, maakt dat de veiligheidssituatie voor christenen bijzonder precair is. Wij kunnen niet naast de statistieken kijken. In 14 jaar tijd zijn in Nigeria ruim 18.000 kerken in brand gestoken en 2.200 scholen vernietigd, maar erger nog zijn de dodelijke slachtoffers. Volgens Intersociety, een Nigeriaanse mensenrechtenorganisatie, is het totaal aantal dodelijke christelijke slachtoffers van 14 jaar islamitisch terrorisme inmiddels opgelopen tot ruim 52.250. Ook het afgelopen jaar werden opnieuw duizenden christenen gedood wegens hun geloof. Ik vraag u om de kop niet in zand te steken, maar de feiten werkelijk aan te kaarten op de internationale fora. De voorzitster : Vraag nr. 56000291C van mevrouw Lambrecht is omgezet in een schriftelijke vraag.

De aanval op en poging tot verkrachting v.e. maatschappelijk assistente in de Antwerpse gevangenis
De strijd tegen drugs in de gevangenissen
Het gebruik van smartphones in de gevangenissen
De verkrachting van een maatschappelijk assistente in de gevangenis van Antwerpen
De gevangenis van Antwerpen (overbevolking, personeelstekort, gebrekkige veiligheidssystemen)
Een ontsnappingspoging in de gevangenis van Wortel
De gevangenis van Haren
De toestand in de gevangenissen
De alarmerende toestand in de gevangenis van Antwerpen
De hallucinante beelden over de gevangenis van Haren die op TikTok circuleren
De situatie in de Belgische gevangenissen
De schrijnende situatie en de onveiligheid in onze gevangenissen en arresthuizen
De zelfmoorden in gevangenissen
De toepassing van de 'guidelines' inzake zelfmoordpreventie in gevangenissen
De geestelijke gezondheid van het gevangenispersoneel
Veiligheids- en leefomstandigheden in Belgische gevangenissen

Gesteld aan

Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)

op 18 september 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de alarmerende toestand in Belgische gevangenissen, met focus op veiligheidsfalingen, overbevolking, drugs- en smartphoneproblematiek, en structurele tekorten. Na een brutale aanval op een maatschappelijk werkster in Antwerpen (met falende alarmsystemen en gebrek aan dossierinformatie) benadrukken parlementsleden de urgentie van betere veiligheidsprocedures, infrastructuurinvesteringen en personeelsopleiding, terwijl minister Van Tigchelt (lopende zaken) wijst op beperkte actiemarge maar belooft bestaande systemen te testen en herstellen. Kernproblemen zoals overbevolking (13% te veel gedetineerden, waaronder 1.054 geïnterneerden en 3.800 illegalen), drugs- en gsm-smokkel, en mensonwaardige omstandigheden (gezondheidszorg, hygiëne) blijven onopgelost, met kritiek op gebrek aan langetermijnvisie en slechte coördinatie tussen departementen. Vakbonden en oppositie eisen quota, snellere uitwijzingen, en betere preventie, maar concrete oplossingen ontbreken door de politieke patstelling.

Marijke Dillen:

Mijnheer de voorzitter, er zijn grote problemen in de gevangenissen en het voorval in Antwerpen is onaanvaardbaar. Alle vragen over de gevangenissen werden echter in een actualiteitsdebat geclusterd, hoewel een aantal van die vragen geen betrekking heeft op die problematiek, bijvoorbeeld vraag nr. 55000087C over de strijd tegen drugs in de gevangenissen en vraag nr. 55000088C over het gebruik van smartphones in de gevangenissen. Die vragen gaan niet over de totaliteit van de problematiek. Een aantal van de samengevoegde vragen zou beter apart worden gesteld. Wat denkt u, mijnheer de minister? Ik vrees dat ik anders een aantal onbeantwoorde vragen opnieuw zal moeten indienen.

Voorzitter:

Mevrouw Dillen, normaliter zal de minister een antwoord kunnen geven op al uw vragen. Ik stel daarom voor dat u al uw vragen samen stelt, waarna de andere leden hun vragen kunnen stellen. De minister zal uw acht vragen beantwoorden. Hij is een superminister.

Marijke Dillen:

Dank u wel, mijnheer de voorzitter.

Mijnheer de minister, ik begin met het bijzonder tragische voorval afgelopen week in de gevangenis van Antwerpen, namelijk de agressieve aanval op en poging tot verkrachting van een maatschappelijk assistente. Op maandag 2 september heeft een gedetineerde op zeer agressieve wijze iemand van de PSD aangevallen in het gesprekslokaal. Deze man stond bekend om agressie, maar dit was niet opgenomen in zijn dossier. Het gesprek kende een gewelddadige escalatie en de gedetineerde heeft de fysieke integriteit van het slachtoffer zwaar aangetast, onder meer met een poging tot verkrachting.

Bijzonder verontrust het mij dat de noodknop, die de dame in kwestie probeerde in te drukken, niet bleek te werken, waardoor er geen hulp kwam. Het slachtoffer had ook het walkietalkiesysteem bij zich, waarbij gedurende drie seconden de noodknop moest worden ingedrukt, maar ook daarmee was er een probleem, want de bediening van die knop was niet mogelijk door de agressieve houding van de gedetineerde. Het toestel viel op de grond en ook het alarmsysteem daarvan bleek niet te werken. Toen de centrale eindelijk kennis kreeg van het alarm, werd de verkeerde locatie opgegeven, nog een fout erbovenop.

De overbevolking in de gevangenissen is een reeds lang aanslepend probleem. In de vorige legislatuur hebben we daarover zeer uitvoerig kunnen debatteren. Die overbevolking mag echter geen excuus zijn voor het feit dat de veiligheidsinstallaties niet werken. Ik denk dat wij het er beiden over eens zijn dat de veiligheid in alle omstandigheden een absolute prioriteit moet blijven.

Mijnheer de minister, over die feiten heb ik enkele vragen. Vooreerst had ik graag vernomen hoe het met de dame in kwestie gaat. Wat zij heeft meegemaakt, is bijzonder traumatisch. Ik hoop dat zij goed ondersteund wordt en dat het met haar, ongeacht de omstandigheden, toch al beter gaat.

Graag kreeg ik toelichting betreffende die feiten. De directrice, mevrouw Janssens, heeft een analyse aangekondigd. Wat zijn daarvan de resultaten?

Tegen de betrokken gedetineerde liep een bijzondere voorzorgsmaatregel naar aanleiding van eerdere accidenten die hebben plaatsgevonden. Hoe is het mogelijk, in tijden van informatisering, dat dit niet werd gemeld in het elektronisch dossier en dat het personeel dus niet op de hoogte was van het gewelddadige karakter van de betrokken gedetineerde?

Door de falende infrastructuur is de veiligheid van alle medewerkers in de gevangenis van Antwerpen niet langer gegarandeerd. Wat zult u nu eindelijk doen om ervoor te zorgen dat dergelijke feiten zich in de toekomst niet meer kunnen voordoen?

Dan kom ik bij de problematiek van drugs in de gevangenissen. Dat is een ware plaag, met alle gevolgen van dien. Het is geen nieuwe problematiek, maar de bestrijding ervan moet worden geïntensifieerd. Wij pleiten al jaren voor een volledige nultolerantie tegenover drugs in de gevangenissen. Wij hebben in het verleden – u weet dat – ook al verschillende voorstellen gedaan, onder andere met betrekking tot het systematisch inzetten van drugshonden bij de controle van de bezoekers.

Via de media vernamen we dat de vakbonden van het gevangeniswezen vorig jaar nog met heel veel poeha aankondigden dat zij deze problematiek met betrekking tot drugsopsporing zouden aanpakken. Bij de voorstelling in maart bleek echter dat onder meer het wettelijk kader niet goed genoeg was uitgewerkt om het personeel en de vakbonden die mogelijkheid te geven.

De vakbonden spraken over een toestel om drugs op te sporen. Kunt u hierover wat toelichting geven? Hoe werkt dat toestel? Hoeveel dergelijke toestellen zullen worden aangekocht? Is daar budget voor? Is daar opleiding voor nodig?

Vorig jaar werd gezegd dat het wettelijk kader niet goed is uitgewerkt; dat betreft een kritiek van de vakbonden. Hebt u inmiddels het nodige gedaan om ervoor te zorgen dat er een wettelijk kader komt, zodat dit in orde is?

Bent u bereid om andere initiatieven op te schalen om het gebruik en de aanwezigheid van drugs in onze gevangenissen tegen te gaan?

Een ander probleem betreft de smartphones in de gevangenissen. Uit cijfers blijkt dat in onze gevangenissen honderden, zoniet duizenden gsm's en smartphones circuleren. In 2023 werden in Antwerpen 445 gsm's ontdekt. De vraag is dan hoeveel er niet ontdekt werden, maar dat is een ander verhaal. U kent die cijfers, ze komen uit het jaarverslag van de commissie van toezicht dat verscheen in maart.

Wij weten allemaal dat een gsm in de gevangenis niet zelden gebruikt wordt om illegale activiteiten, in het bijzonder de drugshandel, vanuit de cel voort te zetten of om vluchtpogingen te faciliteren.

Mijnheer de minister, u weet dat wij ons in het verleden regelmatig heel kritisch hebben uitgelaten over het gebruik van smartphones in de gevangenis. Wij kunnen ons er alleen maar over verheugen dat het gevangeniswezen zelf deze problematiek eindelijk erkent en bereid is ertegen op te treden.

Ik zal straks uw antwoord horen, maar als wij de media kunnen geloven, zoekt Justitie naar een verkoper van hoogtechnologische toestellen van een nieuwe generatie die gsm's, smartphones en randapparatuur kunnen opsporen. Het zou gaan om toestellen die een alarmsignaal afgeven, ongeacht of de telefoon in stand-by staat, een sms verstuurt, belt of mobiele data uitwisselt. Volgens de media wil Justitie nog dit jaar een zestal van dergelijke toestellen aankopen en volgend jaar zelfs zestien. Op termijn zou elke bestaande en toekomstige vestiging zo'n operationeel toestel moeten hebben.

De reactie van de vakbonden was onmiddellijk heel sceptisch. Ik citeer er slechts een: "Vorig jaar werd ook met veel bombarie een toestel aangekondigd om drugs op te sporen, maar bij de voorstelling in maart bleek onder meer het wettelijk kader nog niet goed uitgewerkt." Opnieuw: problemen met het wettelijk kader.

Nu, de cijfers inzake het aantal aangetroffen toestellen in alle gevangenissen samen zouden blijkbaar niet structureel bijgehouden worden. De FOD Justitie geeft alleen mee dat de dienst die nationale sweepings uitvoert vorig jaar 340 gsm's aantrof en 237 stuks randapparatuur zoals opladers, USB-sticks of draagbare wifihotspots.

Vandaar een aantal vragen.

Zijn de hoogtechnologische toestellen waarvan sprake aangekocht? Wanneer zullen die in gebruik genomen worden?

Mochten ze al in gebruik zijn, hebt u al tussentijdse resultaten?

Het gebruik van smartphones in de gevangenissen wordt de laatste jaren eigenlijk meer en meer getolereerd. Wij moeten daar niet flauw over doen. Nu wordt een ander beleid vooropgesteld. Betekent dit dat men nu elke smartphone die men vindt in beslag zal nemen? Met andere woorden, is er een nieuw beleid ten aanzien van smartphones in de gevangenissen? Graag had ik daarover wat meer toelichting gekregen.

Tot slot van dit onderwerp, waarom worden er geen cijfers bijgehouden van het aantal aangetroffen toestellen per gevangenis? Zal daarin verandering komen?

Mijn volgende vraag staat eigenlijk los van het algemene thema, maar de voorzitter heeft gezegd dat ik ook deze vraag nu mag stellen. Ze gaat over de ontsnappingspoging in de gevangenis van Wortel.

Op het laatste nippertje is behoorlijk wat weken geleden een spectaculaire ontsnapping uit de gevangenis van Wortel vermeden. Vier gedetineerden braken in alle discretie, steen per steen, hun celmuren af zonder dat de penitentiaire beambten iets merkten. Ze probeerden daarna – gelukkig vergeefs – hun lakens aan elkaar te knopen om over de gevangenismuur te klimmen. Rond drie uur 's nachts ging het alarm van de gevangenis af. Op het laatste nippertje konden de “vier Daltons van Wortel" alsnog door toegesnelde agenten onderschept worden.

Het viertal, volgens de media allen van Marokkaanse afkomst, had geen recht op een wettig verblijf in België en kijkt nog aan tegen enkele jaren celstraf. De onderhandelde deal met Marokko van maart dit jaar, die heel veel aandacht kreeg in de media, om meer veroordeelde onderdanen op te nemen, zou ook meegespeeld hebben bij het bedenken van het ontsnappingsplan.

Ik heb dan ook een aantal vragen hierover.

Hoe is het mogelijk, mijnheer de minister, dat criminelen in de gevangenis van Wortel dagen aan een stuk een celmuur steen per steen kunnen uitbreken zonder dat penitentiaire beambten dit merken? Is er dan te weinig controle?

Is er inmiddels een onderzoek gestart? Zijn er maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat dit in de toekomst niet meer kan gebeuren?

Naar verluidt zou een mogelijke uitlevering aan Marokko een oorzaak geweest zijn van de ontsnappingspoging. Kwamen deze criminelen in aanmerking voor een uitlevering aan Marokko?

Zullen zij daar hun volledige celstraf verder moeten uitzitten? Dat is geen onbelangrijke vraag. Indien dat niet het geval zou zijn, waarom niet?

De volgende vraag kan ik, indien gewenst, ook schriftelijk indienen. Hoeveel criminele, veroordeelde Marokkanen werden sinds het verdrag reeds uitgeleverd aan Marokko om daar hun celstraf uit te zitten?

Mijn volgende vraag betreft de gevangenis van Haren. Personeelsleden daar zeggen dat ze niet genoeg opgeleid zijn om in die gevangenis te werken. Dat staat te lezen in het jaarrapport 2023 van de Toezichtsraad. Volgens het rapport zegt het personeel dat de opening van de gevangenis overhaast was en dat de toenmalige minister van Justitie, uw voorganger Vincent Van Quickenborne, “op de opening had aangedrongen".

Het tekort aan opgeleid personeel in de gevangenis van Haren is een structureel probleem. Nieuwkomers zouden maar twee weken kunnen dubbellopen met een ervaren collega. De opleidingen zouden pas veel later volgen. “Vroeger werd je als ancien beschouwd als je vier jaar ervaring had, hier ben je al ancien na zes maanden", zei een teamleider aan de Toezichtsraad. “Het grootste probleem is dat we hier werken met 10 % ervaren mensen en 90 % nieuwe mensen zonder enige opleiding of stageperiode."

Cipiers die voor de functie detentiebegeleider hadden gekozen, uitten volgens het rapport hun teleurstelling omdat de functie een lege huls blijkt te zijn: “Het gebrek aan personeel heeft ervoor gezorgd dat detentieassistenten geen socialere rol meer kunnen spelen."

Volgens de vakbonden, in het bijzonder de ACOD, ontbreken er op dit ogenblik nog altijd 150 personeelsleden in Haren. Niettegenstaande deze problematiek altijd werd geminimaliseerd door uw voorganger, is de geschetste situatie inderdaad zeer precair. Een familielid van een persoon die zelfmoord pleegde in de gevangenis dreigt nu zelfs de Belgische Staat te dagvaarden wegens het personeelsgebrek.

Kunt u toelichting geven over de situatie vandaag? Hoeveel personeelsleden moeten nog worden aangeworven om tot een volledige bezetting te komen? Hebt u een plan om de capaciteit uit te breiden en bij prioriteit te investeren in opleidingen voor het personeel? Welke middelen zult u daarvoor inzetten?

Ik kom nu tot een vraag in het kader van het hele actualiteitsdebat over de toestand in de gevangenissen. Ik verwijs in het bijzonder naar de jaarverslagen van de toezichtscommissies waarin sprake is van ratten, schurft, stank… Er wordt een zeer ontluisterend beeld geschetst van het leven binnen onze gevangenissen.

Bijna de helft van de 34 commissies waarschuwt voor de gevolgen van de gebrekkige gezondheidszorg. Dat zou u toch na aan het hart moet liggen. 15 commissies waarschuwen ervoor dat de mentale en fysieke gezondheidszorg in hun gevangenis de bodem heeft bereikt. Gedetineerden en geïnterneerden hebben recht op dezelfde kwaliteitsvolle gezondheidszorg als iedereen. Daarover zijn we het waarschijnlijk eens. Volgens dat jaarverslag blijkt dat echter niet te lukken.

Zo kreeg een gedetineerde in Antwerpen geregeld medicatie tegen psychose terwijl hij eigenlijk spierontspanners nodig had. In Leuven is er één tandarts voor ongeveer 500 mensen. Sommige gedetineerden hebben daar blijkbaar wekenlang zware tandpijn zonder dat enige hulpverlening wordt geboden. Eind 2023 bevonden zich in Gent 140 geïnterneerden, hoewel er in de interneringswet van uitgegaan wordt dat de gevangenis geen geschikte inrichting voor geïnterneerden is. In de vorige legislatuur hebben we daar al uitvoerig over gedebatteerd. Gent heeft een psychiatrische afdeling, maar daar is blijkbaar maar één psychiater gedurende twee halve dagen per week beschikbaar. Zo kan onmogelijk aan alle noden worden beantwoord.

De infrastructuur helpt de gezondheid van de gevangenen niet vooruit. Cellen zonder ramen, kapot sanitair en ongewenste huisdieren, het zijn al lang geen uitzonderingen meer. Gent kampt met invasies van muggen en zilvervisjes, in Antwerpen en Sint-Gillis zijn er ratten die via de riolering uit het toilet naar boven zouden komen. Ook in de keuken worden ze waargenomen. Het cachot in Gent stinkt permanent door slechtwerkende toiletten en een gebrek aan verluchting.

Mijnheer de minister, een samenleving wordt beoordeeld door de staat van haar gevangenissen. Met dat citaat opende de Gentse commissie van toezicht vorig jaar haar jaarverslag over de gevangenis van Gent. Uit hetgeen voorafgaat kan niet anders dan worden besloten dat de samenleving er bijzonder slecht aan toe is.

Ik heb dan ook een aantal vragen. Graag krijg ik een reactie op al die uitgebrachte jaarverslagen waarin deze wantoestanden worden aangeklaagd. Wat zult u doen op korte, middellange of lange termijn? Ik weet dat u minister in lopende zaken bent, maar deze problematiek mag niet langer onder de radar blijven. Daar moet dringend iets aan worden gedaan. Wat zult u doen om een einde te maken aan deze mensonwaardige omstandigheden, of dient België eerst opnieuw te worden gedagvaard voor en veroordeeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens? Tegen wanneer zult u maatregelen nemen? Ik heb nog een cijfervraag, maar die kan ik indien nodig schriftelijk indienen. Kunt u mij een overzicht geven van het aantal veroordelingen de laatste tien jaar door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens wegens de wantoestanden in onze gevangenissen?

Ik kom dan tot de alarmerende situatie in de gevangenis van Antwerpen, die losstaat van de gebrekkige veiligheidsinfrastructuur waarmee ik daarnet ben begonnen. Uit de verslagen, verklaringen en getuigenissen van medewerkers blijkt namelijk ook dat de situatie in Antwerpen ronduit alarmerend is. Met personeelstekorten, constante bedreigingen en een verouderde infrastructuur lijkt het systeem op instorten te staan.

Ik citeer: “Het voelt alsof hier permanent iemand met een kettingzaag achter ons aanloopt. Thuis zijn wij bang. Er was al een gevangene die te weten gekomen was welke route wij naar huis nemen.” Dat zijn slechts enkele citaten. Ze zijn werkelijk onbegrijpelijk.

Mijnheer de minister, het tekort aan personeel is een probleem dat al herhaaldelijk werd aangekaart, zowel door de vakbonden als door de gevangenisleiding. Voor de mensen op de werkvloer is de situatie echter ronduit ondraaglijk geworden. Cipiers krijgen de hele zomer geen dag vakantie. Collega’s vallen uit door stress en burn-out. Zij moeten de hele dag brandjes blussen. Een cipier loopt de hele dag rond om de toiletten te ontstoppen, omdat gedetineerden hun kledij doorspoelen. Onlangs waren er vier zelfmoordpogingen op één dag. Dat zijn maar enkele klachten die wij hebben gehoord.

Mijnheer de minister, behalve de zorg voor gedetineerden moeten de cipiers ook de gevangenis opruimen voor de wandelingen, waaronder de koer, die bezaaid ligt met drugs en gsm’s. Zij krijgen te maken met agressieve gedetineerden onder invloed van drugs. De dagelijkse realiteit in de gevangenis van Antwerpen is hard. Het gebrek aan veiligheid is er heel groot. Iedereen hier in de zaal is het er denkelijk mee eens dat die situatie werkelijk onhoudbaar is.

Wat zult u doen om de situatie voor het personeel bij hoogdringendheid te verbeteren en opnieuw draaglijk te maken? Wat zult u doen om de veiligheid opnieuw te waarborgen?

Zult u laten onderzoeken hoe het mogelijk is dat gedetineerden de route van het personeel naar huis te weten komen? Dat is immers bijzonder verontrustend.

Kunt u een overzicht geven van het personeelstekort in Antwerpen? Kunt u mij een overzicht geven van het aantal cipiers dat tijdens de voorbije zomer zijn vakantie niet heeft kunnen opnemen? Mijnheer de minister, iedereen heeft na een jaar hard werken recht op vakantie, zeker tijdens de zomer, om met de kinderen of de familie op vakantie te gaan. Wat zult u doen om ervoor te zorgen dat dit gecompenseerd wordt en dat het personeel in de toekomst zijn vakantie wel kan opnemen?

Collega’s, ik heb nog een laatste vraag in het kader van dit debat.

Ze gaat met name over de hallucinante beelden die deze week op TikTok hebben gecirculeerd over de gevangenis van Haren. Gevangenen kunnen er over de daken lopen of muren beklimmen. Drugspakketjes worden van buiten de gevangenismuren naar gedetineerden gekatapulteerd. Gedetineerden die rondlopen op de daken vangen de pakjes op en werpen ze eenvoudigweg naar de medegevangenen op het recreatieplein. Dat is toch totaal onaanvaardbaar? Nochtans gaan dergelijke beelden over de gevangenis van Haren rond op TikTok. Ik neem aan dat ook u ze gezien hebt. Het is absoluut surrealistisch. Terecht wordt in de media gesteld dat de gedetineerden daar blijkbaar de gevangenis hebben overgenomen.

Mijnheer de minister, kunt u die choquerende en surrealistische beelden toelichten?

De betrokken gedetineerden zijn meer dan waarschijnlijk gekend, aangezien zij zeer herkenbaar in beeld komen. Kunt u een gedetailleerd overzicht geven van de tuchtmaatregelen die werden genomen? Werd er een onderzoek geopend naar de overgooiers? Zijn er vaststellingen gedaan met betrekking tot de daders?

De gevangenis van Haren is een recente gevangenis, gebouwd toen de overgooiproblematiek reeds bekend was. Waarom werd daar bij het ontwerp van de plannen geen rekening mee gehouden?

Welke initiatieven worden er genomen om die overgooiproblematiek in de toekomst te voorkomen? Zullen er bij hoogdringendheid aanpassingen gebeuren?

Voorzitter:

Collega's, ik wens eraan te herinneren – ik had dit misschien voorafgaand aan het debat moeten doen – dat in een actualiteitsdebat een spreektijd van twee minuten per vraag geldt.

Het woord is aan mevrouw De Wit voor de N-VA-fractie.

Sophie De Wit:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, voor mij zal twee minuten spreektijd wel volstaan. Collega Dillen schetste de context al.

In de gevangenis van Antwerpen werd een maatschappelijk assistente aangevallen door een gedetineerde. Ze kreeg niet op tijd hulp aangezien de alarmknoppen niet werkten. Een aantal zaken liepen daar grondig fout, met heel zware gevolgen. Het bleek ook om een niet-ongevaarlijke gedetineerde te gaan, maar die informatie was niet doorgegeven. Uiteindelijk zit de persoon die daar kwam om te helpen nu zwaar geschaad thuis. Bovendien zijn de andere maatschappelijk assistenten nu uiteraard weigerachtig om hun werk binnen de gevangenismuren voort te zetten. Nochtans is dat werk cruciaal met betrekking tot reclassering. De overheid heeft hier gefaald, de systemen hebben gefaald.

Waarom werkten die alarmsystemen niet? Waren ze te oud en onvoldoende nagekeken? Is hetgeen wij daarover in de pers lezen juist? Ik neem aan dat er procedures zouden moeten zijn om dergelijke zaken regelmatig te testen. Als dat niet gebeurt, lijkt mij dat nalatigheid.

Is dat trouwens enkel een probleem in Antwerpen of bestaat dat ook in andere gevangenissen? Ik neem aan dat u dan al lang een ordemotie hebt uitgestuurd om te controleren hoe de situatie elders is. Hebt u dat gedaan?

Hoe zal het nu verder lopen in de praktijk? Reclassering is belangrijk, evenals de gesprekken van maatschappelijk assistenten met gedetineerden. Hoe verloopt het verder met betrekking tot alle organisaties die hebben laten weten dat ze geen gesprekken meer willen voeren in de gevangenissen?

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de minister, de problematiek werd al geschetst.

Veel leden van deze commissie zijn al eens in een of andere hoedanigheid, de meesten als advocaat, in een gevangenis geweest. Ze hebben toen gesproken met gedetineerden, vaak alleen en in een klein en kaal lokaal. De penitentiaire beambten staan buiten. Er is alleen een tafel, een stoel en een noodknop.

Ik zal eerlijk zijn: toen ik als jonge advocaat voor de eerste keer in zo'n lokaal binnenkwam en een relatief zware cliënt voor mij had, was ik niet echt op mijn gemak. Heel veel mensen hebben waarschijnlijk hetzelfde gevoel, niet alleen advocaten maar ook andere mensen die in welke hoedanigheid dan ook een afspraak hebben met een gedetineerde. Na de feiten die zich hebben voorgedaan, kan ik me voorstellen dat er wel een en ander door het hoofd gaat wanneer men vandaag alleen in zo'n lokaal binnengaat. Zit ik hier veilig? Zullen de penitentiaire beambten mij horen als er iets gebeurt? Zal de noodknop werken als ik die nodig heb? Dat overstijgt de gruwelijke feiten die zich hebben voorgedaan, maar illustreert wel hoe moeilijk de situatie is voor mensen die dagelijks in dergelijke situaties moeten werken.

Ik heb daarom een aantal heel concrete vragen ingediend. Een deel ervan werd reeds door de collega's gesteld.

Hoe kunnen dergelijke incidenten in de toekomst worden vermeden?

Gebeurt het vaak dat er door een personeelstekort veiligheidsprocedures niet kunnen worden nageleefd, zoals het aantal cipiers in de gang?

Wie is er verantwoordelijk voor de controle en het onderhoud van de veiligheidssystemen?

De PSD neemt in Antwerpen geen nieuwe dossiers meer aan. Wat zijn de eisen van het personeel? Hoe zult u daaraan tegemoetkomen?

Is de psychosociale begeleiding van gedetineerden gegarandeerd? Heeft de PSD voldoende capaciteit om de begeleiding, zoals wettelijk bepaald, te kunnen uitvoeren?

Greet Daems:

Mijnheer de minister, wat er op 2 september gebeurd is in de gevangenis van Antwerpen is vreselijk. Mijn gedachten gaan dan ook uit naar die maatschappelijk werkster. Ik denk ook aan haar familie, vrienden en collega's van de Begijnenstraat en daarbuiten. We weten ondertussen dat er drie technische zaken misgelopen zijn: de alarmknop was niet aangesloten, het mobiele alarm gaf de foute locatie aan en niet alle informatie stond in het digitale systeem. Het is helaas geen probleem van Antwerpen alleen. Veel inrichtingen hebben ermee te kampen. De vakbonden hebben daarom aangedrongen op veiligheidsinstructies voor alle gevangenissen. Zijn die instructies overal uitgestuurd? Over welke instructies gaat het specifiek?

De problemen gaan natuurlijk veel verder dan alleen de falende infrastructuurproblemen. Ook de personeelstekorten en de overbevolking van de gevangenissen zijn een verklaring voor dit drama. Het gaat om problemen die u en uw voorgangers nooit structureel hebben aangepakt. U schuift het verlengde penitentiaire verlof naar voren als oplossing, maar dat is onvoldoende. Andere voorstellen van de vakbonden hebt u afgeschoten.

Mijnheer de minister, wat zult u, in de tijd die u rest in lopende zaken, nog doen om de overbevolking echt aan te pakken?

Mijn laatste vraag gaat over de verstrenging van de minimale dienstverlening. Het KB zou sinds 22 augustus al terug zijn van de Raad van State. Er was beloofd dat de vakbonden de conclusies van de Raad van State meteen mochten inkijken. Dat is niet gebeurd. Nu blijkt dat ze pas over een paar dagen inzage zullen krijgen. Dat is niet alleen een gebroken belofte, maar ook misprijzen ten opzichte van de vakbonden en het gevangenispersoneel.

Mijnheer de minister, vanwaar komt het gebrek aan respect voor de vakbonden? Waarom geeft u hun niet meteen inzage?

Jinnih Beels:

Mijnheer de minister, het arresthuis in Antwerpen werd dit jaar geteisterd door meerdere incidenten, waaronder dagenlange foltering, vechtpartijen en onlangs de fysieke mishandeling en aanranding van een maatschappelijk werkster. We weten intussen ook dat de alarmsystemen in verschillende gevangenissen en arresthuizen niet naar behoren werken. Het personeel op het terrein kan dus niet in veilige omstandigheden functioneren.

Er zijn verschillende noodkreten uit het veld gekomen, maar de regering is er niet in geslaagd om het personeel van de gevangenissen en arresthuizen voldoende te beschermen, wat een grove nalatigheid is. De structurele overbevolking in de gevangenissen en arresthuizen is onder meer het onderliggende probleem van veel incidenten. Dit wordt ook door verschillende mensen in het werkveld beaamd.

Ik ben mij ervan bewust dat u en de huidige regering een aantal initiatieven hebben genomen, zoals de uitrol van detentiehuizen en de bouw van een nieuw arresthuis in Antwerpen en de creatie van 1.200 extra plaatsen. Helaas zijn dat druppels op een hete plaat.

Wat voor mij echter van fundamenteel belang is, is dat het personeel op het terrein te allen tijde zijn werk veilig kan uitvoeren. Naast het risico dat we opnieuw met opstanden in de gevangenissen te maken zullen krijgen, zoals ik zelf als ex-politiecommissaris al heb mogen ondervinden, is het slechts een kwestie van tijd – laten we hopen van niet – vooraleer de volgende maatschappelijk werkster of cipier misschien niet meer in staat zal zijn om het na te vertellen.

Ondanks het feit dat de regering in lopende zaken zit, heb ik toch nog de volgende vier vragen voor u.

Welke maatregelen zult u nemen om de veiligheid van het personeel op zeer korte termijn, het liefst vanaf morgen, te verbeteren?

Welke initiatieven zult u nemen om ervoor te zorgen dat iedere gevangenis en ieder arresthuis effectief uitgerust is met de juiste en functionerende alarmsystemen?

Wat is uw onderbouwde mening, met zowel de pro’s als de contra’s, over het voorstel om in gevangenissen en arresthuizen, net zoals in de FPC’s of ziekenhuizen, met quota’s te werken, zoals de sector al jarenlang vraagt?

Welke concrete initiatieven zult u nemen om de alternatieve pistes van detentiecentra en transitiehuizen ook effectief verder uit te rollen?

Voorzitter:

Les trois questions suivantes sont posées par notre collègue Sarah Schlitz. Elles portent sur les suicides en prison, la mise en œuvre du guide sur la politique de prévention du suicide en milieu carcéral et la santé mentale du personnel pénitentiaire. Je rappelle aussi que ceci a lieu dans le cadre d'un débat d'actualité et que deux minutes sont allouées par question. Chère collègue, vous avez la parole.

Sarah Schlitz:

Monsieur le président, je vais en référer à mes questions écrites, si c'est possible. Ce sera plus simple.

Voorzitter:

C'est toujours possible, et c'est encore plus rapide.

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, je suis alertée sur la question très préoccupante des nombreux suicides dans nos prisons.

Mes questions sont les suivantes:

- Combien de personnes se sont suicidées en 2023 et depuis le début de l'année 2024 dans les prisons belges? Pouvez-vous me donner ce décompte par prison.

- Comment ce décompte est-il fait: est-ce que toutes les personnes ainsi décédées sont prises en considération dans le décompte ou, si la personne décède à l'hôpital, est-elle exclue de ce décompte?

- Un guide adressé à l'administration pénitentiaire demande qu'un décompte des tentatives de suicide soit réalisé: est-ce que cela est effectivement fait? Si oui, selon quels critères et quels sont les chiffres?

- Qu'est-ce qui est prévu en termes de prise en charge pour les personnes détenues avant un passage à l'acte? Comment le choix de l'affectation dans une cellule/une unité/à un étage se fait-elle?

Monsieur le Ministre, un guide sur la politique de prévention du suicide a été diffusé par la DG-EPI en 2023. Le guide liste une série de recommandations, parmi lesquelles:

- Les numéros de téléphone doivent être affichés de manière visible dans les sections (idéalement, à côté des téléphones s’il n’y a pas de téléphone en cellule).

- Dans les établissements disposant d’une plateforme numérique ou d’un canal d'information, des informations sur l’offre sont présentées par cette voie.

- Des dépliants de Télé-Accueil et de la prévention du suicide sont mis à disposition.

- Des ouvrages sur la prévention du suicide sont mis à la disposition des détenus à la bibliothèque.

- La disponibilité d’un téléphone d’urgence et la procédure permettant d'appeler le centre de prévention du suicide et Télé-Accueil, par exemple via un téléphone sans fil, doivent être examinées s’il n’y a pas de téléphone en cellule ou s’il s'agit d'une cellule collective.

- La création d’un groupe de messagerie consacré à la prévention du suicide regroupant les acteurs suivants: direction, AP, SPS, équipe soins et service médical.

Pourriez-vous m'indiquer si ces recommandations ont été mises en œuvre dans l’ensemble des établissements pénitentiaires? Comment ce contrôle est-il effectué? Je vous remercie pour vos réponses.

Monsieur le Ministre, les conditions de travail sont de plus en plus difficiles pour le personnel pénitentiaire. En témoignent les grèves qui ont été nombreuses en début d’année.

- Comment les agents sont-ils informés des ressources et procédures à sa disposition pour faire face à des difficultés psychologiques?

- En début d’année, vous avez évoqué la mise en place d’une politique de gestion des conflits active dans 24 établissements. Pourriez-vous m'indiquer dans lesquels?

- Dans ce cadre, les agents peuvent-ils bénéficier d’un accompagnement en termes de santé mentale?

- Qu'en est-il dans les établissements dans lesquels cette politique n’est pas mise en place? Je vous remercie pour vos réponses.

Voorzitter:

Zijn er collega's van andere fracties die in dit debat vragen wensen te stellen? ( Neen )

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de voorzitter, Wat op 2 september gebeurd is in de Begijnenstraat, is inderdaad vreselijk. Jullie hebben het gezegd en wij kunnen het inderdaad niet anders omschrijven. Als minister van Justitie voel ik mij daar dan ook echt verantwoordelijk voor.

Het is misschien niet de gewoonte, maar ik wil eerst de oude en de nieuwe leden, en zeker ook de nieuwe voorzitter van de commissie voor Justitie gelukwensen. Ik zou normaal gezien ook tussen jullie zetelen, maar ik zit nu nog hier. Dat is vrij eigenaardig, moet ik eerlijk toegeven.

De commissie voor Justitie – en dit zeg ik voor de nieuwe leden – heeft een goede reputatie. Zij die hier al langer zetelen, kunnen daarvan beter getuigen dan ik. De commissie voor Justitie is actief, kritisch en zeer actief bezig met wetgeving. Daar kan ik van getuigen. Als ik even chauvinistisch mag zijn, merk ik op dat de nieuwe leden van de commissie voor Justitie vooral uit de provincie Antwerpen komen. Ik meen dus dat de toekomst van de commissie voor Justitie gegarandeerd is.

Ik zei het al, het is een beetje bizar dat ik hier nog zetel als minister in lopende zaken. Ik moet u niet uitleggen dat dit betekent dat ik terughoudend moet zijn. Dat neemt niet weg dat ik mijn verantwoordelijkheid wel wil opnemen en dat ik in alle transparantie zoveel mogelijk wil antwoorden op de gestelde vragen. Maar u weet dat de bevoegdheden van de regering in lopende zaken – in het Engels de caretaker government – zeer beperkt zijn. Ik moet vanuit democratisch oogpunt zeer terughoudend zijn in het nemen van nieuwe beleidsinitiatieven.

Er is één fractie, de Vlaams Belangfractie, die mij vandaag vele vragen stelt als: wat zult u doen, welke initiatieven zult u nemen, welke middelen zult u vrijmaken voor probleem X of voor probleem Y? Wel, ik zal u wat dat betreft moeten ontgoochelen. Dat is niet aangenaam voor u, maar dat is voor mij ook niet zo aangenaam. Lopende zaken zijn echter wat ze zijn. Het is goed dat wij hier kunnen samenzitten en ik hoop dat wij ons goed zullen kunnen vinden in het begrip "lopende zaken".

En ce qui concerne les problèmes dans les prisons, nous avons déjà eu ce débat à de nombreuses reprises, dernièrement le 26 mars 2024 après l'incident dramatique dans la cellule 1311 de la Begijnenstraat. Comme vous le savez, nous avons toujours essayé d'être ouverts au débat et, comme je l'ai déjà dit, je reste disponible pour cette commission. J'essaie dans la mesure du possible de répondre à toutes vos questions.

Er zijn een aantal heel terechte vragen gesteld. Ik wil niet te veel doceren. Ik probeer het kort te houden, maar ik wil het eerst nog even over de overbevolking hebben. Dat is een oud fenomeen, waarvoor verschillende oorzaken kunnen worden aangehaald. Ik wil enkele elementen nog eens heel specifiek aanhalen, omdat er misverstanden over bestaan en blijven bestaan.

Ten eerste, meer dan 50 % van de veroordeelden blijft tot de laatste dag van het strafeinde in de cel. Er is daarover dus nog steeds een misverstand, dat door sommigen bewust wordt opgepookt, namelijk dat gedetineerden d’office na een tweede of een derde van hun straf vrijkomen. Niets is minder waar. Dat is vooral een evolutie, die u positief of negatief mag noemen, maar die merkbaar is sinds die bevoegdheid is weggehaald bij de uitvoerende macht en aan de rechterlijke macht gegeven werd. De strafuitvoeringsrechters blijken in de praktijk – dat is een feit, waarover ik geen oordeel heb – vrij streng te zijn in het vrijlaten van gedetineerden. Er is uiteraard ook een categorie gedetineerden die er bewust voor kiest tot het strafeinde in de gevangenis te blijven zitten, om aldus aan het moeilijke toezicht van politie en justitieassistenten te ontsnappen, maar meer dan 50 % van de gevangenen blijft dus tot het strafeinde in de gevangenis.

We weten ook dat er een probleem is dat vaak terecht is aangehaald door leden van de commissie voor Justitie, met name het hoge recidivecijfer in ons land. Ik moet eerlijk bekennen dat de cijfers waarover justitie beschikt niet altijd erg actueel en pertinent zijn. We weten echter, uit de recentste cijfers waarover wij beschikken, dat meer dan 70 % van de veroordeelden die vrijkomen, binnen de vijf jaar na vrijlating nieuwe feiten pleegt en dus opnieuw voor een rechter verschijnt. Collega’s, meer dan 70 %, dat is ook een politieke verantwoordelijkheid. Ik wil in dat verband twee specifieke problemen aanhalen, die eigenlijk vreemd zijn aan justitie, maar waarmee justitie wel wordt geconfronteerd en die goeddeels de historische overbevolking mee verklaren.

Momenteel zitten 1.054 geïnterneerden in onze gevangenissen. Dat is opnieuw een verdubbeling ten opzichte van tien jaar geleden. Wij weten allemaal – ik hoef dit niet mee te geven aan dit gespecialiseerde publiek – dat geïnterneerden mensen zijn met psychische problemen, die niet in de gevangenis thuishoren. Zij hebben specifieke zorg nodig, die hun geboden moet worden in de FPC’s, in het forensische zorgcircuit of in het reguliere psychiatrische circuit. Daar werkt men inderdaad met quota, mevrouw Beels.

Ook bij de DVZ werkt men met quota. Vandaag zitten er immers niet alleen 1.000 geïnterneerden in onze gevangenissen, maar ook meer dan 3.800 mensen zonder papieren. Het gevangeniswezen werkt niet met quota, maar – ik druk mij oneerbiedig uit, maar ik wil het duidelijk stellen – het is al jaren de vergaarbak voor alle problemen die zich in onze samenleving voordoen. Haal die 1.000 geïnterneerden en die 3.800 mensen zonder papieren eruit en er is geen sprake van overbevolking. Dat is een redenering die heel kort door de bocht gaat, maar ik wilde dat punt toch even maken. Aan wie blijft beweren dat justitie een fout heeft gemaakt door de korte straffen uit te voeren, zeg ik dat dit de wereld op zijn kop is, want justitie moet haar eigen straffen uitvoeren. Voor mij zijn straffen tot drie jaar geen korte straffen.

Als laatste element wat de overbevolking betreft, wil ik nog het volgende zeggen aan collega Van Hoecke. In sommige vragen laat u uitschijnen dat justitie en politie in dit land niets zouden doen. Welnu, de ongeveer 12.400 gedetineerden komen niet zomaar in de gevangenissen. Dat is dankzij het werk van justitie en politie. We hebben het de voorbije maanden vaak gehad over Sky ECC en de 'successen'. De problemen met de georganiseerde criminaliteit en drugs zijn nog verre van opgelost, maar het is wel een feit dat politie en justitie successen hebben geboekt en dat 4.500 van de meer dan 12.000 gedetineerden in de gevangenis zitten voor drugsmisdrijven. Dat zijn enkele randbemerkingen die ik toch wilde maken.

On sait tous qu'il n'y a pas de solution miracle aux problèmes de nos prisons. Si cette solution existait, les problèmes seraient résolus depuis des années.

Verschillende sprekers hebben aangehaald dat er in de afgelopen legislatuur 1.260 plaatsen bij gekomen zijn. Vaak gaat het ook over beslissingen van de voorgaande regering die in de afgelopen legislatuur uitgerold werden, net zoals de toekomstige regering hopelijk plaatsen zal kunnen openen die door de huidige – thans in lopende zaken – regering zijn beslist. Zo verloopt het nu eenmaal, al frustreert dat ons allemaal. Het gaat traag. Voor een stuk kijk ik daartoe naar de Regie der Gebouwen, maar die bevoegdheid komt mij niet toe in de periode van lopende zaken. Het is nu eenmaal zo.

De capaciteit zal tegen het einde van het jaar 11.100 bedragen. Ik heb de cijfers nog eens nagekeken die ik meegedeeld heb in de vergadering van de commissie voor Justitie van 26 maart 2024. Ik kan vaststellen dat wat ik toen heb gezegd op een tiental na klopt. De huidige capaciteit is 11.010 en tegen het einde van het jaar zal die 11.100 bedragen. Op het moment van de commissievergadering van 26 maart bedroeg de capaciteit 10.760. Naast de toename tot 11.010 en tot 11.100, op het einde van het jaar, staan nog tal van projecten in de steigers die in de loop van 2025 en in het voorjaar van 2026 hopelijk de capaciteit zullen doen toenemen met zowat 400 plaatsen, waardoor de capaciteit op 11.500 gebracht zal worden. Draai of keer het zoals u wilt, ofwel halen we er een aantal mensen uit, bijvoorbeeld geïnterneerden, bijvoorbeeld illegalen, ofwel creëren we capaciteit bij. Ik meen dat we op verschillende sporen moeten inzetten. Een van de zaken is dat de capaciteit toeneemt. Dat is gepland. Het komt de volgende regering toe om daar al dan niet een andere richting aan te geven.

Investeren in bijkomende plaatsen betekent ook investeringen in bijkomend personeel, zoals u wel weet. Er is wat mij betreft geen misprijzen voor de vakbonden, mevrouw Daems. Die spelen hun rol. We hebben geïnvesteerd in extra personeel. Dat is u allen bekend, want op de versnelde aanwerving van personeel is er ook kritiek geuit, aangezien er een spanningsveld ontstaat tussen de snelheid van aanwerving en voldoende opleiding. Dat probleem manifesteert zich voor een stuk in Haren, maar we hebben dus wel extra personeel aangeworven. In de afgelopen vier jaar zijn in totaal maar liefst 4.000 personeelsleden aangeworven voor de gevangenissen. De medische teams en de zorgteams hebben we versterkt. Nogmaals, daarmee breng ik geen hoeraverhaal, ik geef gewoon de feiten. We zijn er nog niet, dat weet ik ook wel.

Wij hebben het bewakings- en administratief kader versterkt, zowel in de nieuwe als in de bestaande gevangenissen. Op vele vlakken was er effectief een inhaalbeweging nodig. Collega Daems, ik geef het toe, ondanks die inspanningen blijft er in sommige inrichtingen, niet in alle maar in sommige, effectief een personeelstekort.

De overbevolking is gedaald. Het kan vreemd klinken als ik dat zeg, maar ze is gedaald ten opzichte van 10 jaar geleden. Ze bedraagt nu 13 %, 10 jaar geleden bedroeg ze 24 %. Dat is onder meer het gevolg van het optrekken van het aantal plaatsen in onze gevangenissen.

Ik wil daaraan toevoegen dat de capaciteit die ik net vermeldde nog steeds onvoldoende is voor de meer dan 12.300 gedetineerden. In commissie en plenum heb ik al vaak gezegd dat de eerste ambitie moet zijn om nul grondslapers te hebben. Ik kan u in alle eerlijkheid zeggen dat dit tijdens de vakantie niet gelukt is. Zeker in de Begijnenstraat worden wij opnieuw geconfronteerd met tientallen grondslapers.

Het aantal gedetineerden blijft nog stijgen, tot onze verbazing. Wij hebben het zelf niet in de hand. Net zoals wij de uitstroom niet in de hand hebben – dat is een beslissing van strafuitvoeringsrechters – hebben wij de instroom ook niet in de hand, want die ligt in handen van parketmagistraten en onderzoeksrechters. Traditioneel zien wij tijdens de zomer een daling van het aantal gedetineerden. Nu is het aantal blijven stijgen. Justitie en politie zitten blijkbaar niet stil, ook niet tijdens de zomer. Die gedetineerden komen er niet vanzelf.

De gevangenissen zijn inderdaad verplicht om elke inkomende gedetineerde op te nemen. Collega Beels, de voorzitter ad interim van de FOD Justitie, mevrouw Sarah Blancke, die zal vertrekken op 1 oktober, pleit inderdaad voor quota in de gevangenissen. In tegenstelling tot gesloten centra, FPC's en centra voor illegalen zijn er voor de gevangenissen geen quota. Het gevangeniswezen kan vandaag niet zeggen dat de gevangenissen vol zitten en dat er een stop is.

Dat maakt dan inderdaad ook dat de gevangenissen een beetje – dit is een unconvenient truth, maar het is wel een waarheid – een vergaarbak worden voor problemen die elders niet worden opgelost. Het resultaat is dat gevangenissen problemen van andere departementen ondervangen. Er zijn meer dan 1.000 geïnterneerden en meer dan 3.800 gedetineerden zonder recht op verblijf. Het resultaat is inderdaad – dat is correct, collega Daems – dat het personeel gebukt gaat onder een grote werklast, dat de veiligheid onder druk staat en dat we hier nu in de commissie voor Justitie zitten om al die problemen te bespreken. De overbevolking, het personeelstekort, de veiligheid binnen onze inrichtingen en de staat van de gebouwen blijven inderdaad problemen die bijkomende initiatieven en maatregelen vergen.

Collega Beels, u sprak over het beleid van de huidige regering tijdens de vorige legislatuur. Ik denk dat ik het zo juridisch correct zeg, want het is nog de huidige regering. Het zouden druppels op een hete plaat zijn. Daar ben ik het niet mee eens. We hebben het geweer van schouder veranderd en dat is eigenlijk al gebeurd onder de Zweedse regering. Een derde van de infrastructuur is vervangen. Tegen dit tempo is tegen 2031 de helft van de verouderde infrastructuur vervangen. Ik ben het met u eens dat dat veel te traag gaat. Koken kost geld, maar nu is dus een derde van de infrastructuur up-to-date en tegen 2031 de helft. We investeren in bijkomende capaciteit en we nemen ook maatregelen om anders te straffen. Ik kom daar nog op terug. We willen alternatieven voor de gevangenisstraf meer 'promoten'. Ik vind dus wel dat dat meer is dan druppels op een hete plaat. Ook de initiatieven die we hebben genomen voor de detentiehuizen en detentiebegeleiders mogen hier aangehaald worden.

Voor bijkomende initiatieven en maatregelen moet ik als ontslagnemend minister in een regering in lopende zaken een zekere terughoudendheid aan de dag leggen. Nieuwe initiatieven kan ik niet nemen. Ik ben ook niet in de mogelijkheid om in extra financiële middelen te voorzien. Normaal zijn we nu bezig met beleidsnota's, beleidsverklaringen en de begrotingsopmaak, maar er is dus niets van dat alles. Ik hoef u de omzendbrief over de lopende zaken niet te citeren.

Ik hoop, en ik ga ervan uit, dat de volgende regering de ingeslagen weg zal volgen. Wat is die ingeslagen weg?

Ten eerste, alle straffen moeten worden uitgevoerd. Een justitie die dat niet doet, is geen geloofwaardige justitie. Een justitie waarbij de uitvoerende macht zomaar beslissingen van rechters aan de kant schuift, is niet ernstig in een rechtsstaat. Alle straffen moeten worden uitgevoerd.

Ten tweede, wij moeten straffen op maat hebben. Dat punt heb ik daarnet ook gemaakt. Wij hebben in de commissie voor Justitie hard gewerkt aan het nieuwe Strafwetboek, waarin de gevangenisstraf een ultimum remedium is. We spraken daar al lang over. Wij hebben dat nu effectief verankerd in ons Strafwetboek. Een rechter die een straf van niveau 2 wil uitspreken, moet motiveren waarom hij een gevangenisstraf oplegt en waarom een andere straf dan een gevangenisstraf niet gepast is.

Ten derde, als er dan toch een gevangenisstraf opgelegd wordt, moet die zinvol zijn. Ik heb het recidivecijfer aangehaald, namelijk 70 %. Een zinvolle gevangenisstraf is een straf waarbij de gedetineerde wordt begeleid, vandaar de detentiehuizen. Dat is geen Belgische uitvinding, dat is iets dat uit Scandinavië komt, vandaar ook de detentiebegeleiders.

Zinvol straffen moeten wij doen vanuit een menselijk oogpunt. Gedetineerden zijn mensen. Wij moeten dat doen vanuit een maatschappelijk oogpunt, want onze maatschappij wordt daardoor veiliger. En wij moeten dat ook doen vanuit een economisch oogpunt, want hoewel ik het niet kan berekenen, ben ik ervan overtuigd dat zinvol straffen op termijn ook budgettair zal lonen. Als wij niet investeren in gedetineerden, blijft het recidivecijfer hoog. De maatschappelijke kosten zijn dan ook bijzonder hoog. Kortom, wij moeten aan begeleiding doen.

Wij botsen echter ook voor een deel op onze staatsstructuur. Ik leg de bal niet in het kamp van de gemeenschappen, dat is niet mijn bedoeling, maar u weet dat de begeleiding al voor een goed deel geregionaliseerd is en dat de gemeenschappen dus ook hun duit in het zakje moeten doen.

Chers collègues, j'ai regroupé vos nombreuses questions en différents thèmes afin d'essayer de vous répondre de manière structurée.

Het is vreselijk wat er in de gevangenis van Antwerpen gebeurd is. Er werd expliciet gevraagd hoe het met het slachtoffer gaat. Ze heeft echter via haar hiërarchie laten weten dat ze op haar privacy gesteld is. U zult mij dat niet kwalijk nemen, maar ik zal dus op haar vraag geen informatie verstrekken.

Er loopt een gerechtelijk onderzoek. De zaken die daarover gezegd en geschreven zijn in de pers zijn grotendeels juist. Het slachtoffer werd dus brutaal betast en seksueel aangerand. Het parket voert een onderzoek ter zake. De verdachte is een man die vastzat voor diefstallen. Hij zat in eerste instantie in voorlopige hechtenis en is na zijn veroordeling door de correctionele rechtbank in strafuitvoering gebleven. Op het ogenblik van de feiten, namelijk op 2 september, zat hij dus in strafuitvoering.

De man bleek ook – en ik zeg dat met de nodige voorzichtigheid – mentale problemen te hebben. Dat is een algemene term en dat zal dus verder bevestigd moeten worden. We zien dat echter vaak in de gevangenissen. Ik heb immers nog niet gezegd dat een derde van de geweldsincidenten door geïnterneerden wordt gepleegd. Dat zijn dus mensen die psychische zorg nodig hebben. Zij zijn extra vatbaar voor het plegen van geweld tegen ons penitentiair personeel.

Ik zal het nu hebben over de veiligheidsprocedures, de noodknop en het mobiele alarm. Ik vat het samen, want u hebt het goed gelezen in de pers. De noodknop, die aan de muur hing, functioneerde niet. Elk personeelslid is ook uitgerust met een gsm met een mobiel alarm, en dat heeft wel gewerkt. Volgens de gevangenisdirectie en de informatie die mij verstrekt werd, was er na ongeveer één minuut bijstand aanwezig. In dergelijke verschrikkelijke omstandigheden zijn 60 seconden echter een eeuwigheid. Dat waren dus 60 seconden te veel.

Het incident heeft problemen blootgelegd. De vaste alarmknop werkte niet en bleek zelfs niet aangesloten te zijn. Hoewel dergelijke alarmknoppen niet het primaire alarmsysteem binnen de gevangenissen zijn, is zoiets onaanvaardbaar. Die knop wordt geacht te functioneren. Inmiddels zijn die alarmknoppen – niet alleen in de Begijnenstraat, maar ook in alle andere gevangenissen – gecontroleerd, aangesloten en getest. Technische mankementen zijn altijd mogelijk, maar dan moeten die aan het licht komen tijdens de testen.

Het mobiele alarm werkte wel. Zoals collega Dillen al zei, kon het slachtoffer de knop wel indrukken, maar duurde het te lang voor men haar wist te lokaliseren. Het DG EPI heeft mij laten weten dat nieuwe testen van het systeem worden uitgevoerd en maatregelen worden genomen om dat probleem te verhelpen. Er waren veiligheidsmedewerkers op de gang, maar zij waren inderdaad pas na een minuut ter plaatse om hulp te bieden. Er wordt ook geëvalueerd of het wel aangewezen is om iemand in zo'n lokaal alleen te laten met een gedetineerde.

Ik herhaal dat naar aanleiding van het incident met de noodknop in de Begijnenstraat ook in de andere gevangenissen de veiligheidsprocedures worden herbekeken en testen worden uitgevoerd.

Ik zeg dit met heel veel schroom, want ik vind het moeilijk om dat te zeggen, maar in de gevangenis zitten geen koorknapen. Daarom moeten de veiligheidsprocedures functioneren. Het is moeilijk te aanvaarden dat die noodknop niet functioneerde, maar zelfs als we ervoor zorgen dat alle veiligheidsprocedures 100 % werken, dan nog kunnen wij geen absolute veiligheid garanderen. Het spijt me dat ik dit moet zeggen, maar ik denk dat ik dat hier wel moet doen. U moet mij die kritische vragen stellen, maar ik kan niet garanderen dat er nooit meer iets zal gebeuren in de gevangenis als alle veiligheidsprocedures 100 % worden nageleefd. Dat is niet zo in de buitenwereld en dat zal intra muros ook niet zo zijn. Dat neemt echter niet weg dat we er alles aan moeten doen om die veiligheidsprocedures correct toe te passen en te controleren.

De werkdruk van het personeel is hoog. Collega Daems, wij hebben respect voor elk personeelslid dat dagelijks in die moeilijke omstandigheden moet werken. Ik hoed mij er echter voor om het personeelstekort of de overbevolking als verschoningsgrond aan te wenden om de veiligheidsprocedures niet te respecteren. We moeten ook in die situaties kunnen vertrouwen op die procedures en die worden nu op scherp gezet. Ik twijfel er niet aan dat u dit zult opvolgen. Zolang ik minister in lopende zaken blijf, zal ik dat ook opvolgen en mij hierover laten rapporteren.

De videobeelden uit de gevangenis van Haren op TikTok zijn door de politie en het gevangeniswezen bekeken. Het overgooien door middel van een katapult, zowel in Haren, in de Begijnenstraat in Antwerpen als in andere gevangenissen, is de voorbije jaren een plaag geworden. De overgooiproblematiek heeft altijd bestaan, maar de laatste jaren is dit exponentieel toegenomen. Nooit eerder kregen gevangenen zoveel luchtpost als in de afgelopen maanden. Het gaat dan over drugs, smartphones en andere vaak onschadelijke en soms schadelijke zaken.

Er worden maatregelen genomen en in het nieuwe Strafwetboek werd deze praktijk strafbaar gemaakt. We hebben het artikel met betrekking tot het overgooien ook vervroegd in werking laten treden, waardoor ook niet meer bewezen hoeft te worden dat iets dat wordt overgeworpen een illegaal goed betreft. Het overgooien op zich is nu immers een strafbaar feit, wat het werk van politie en justitie vergemakkelijkt.

Er komt een geldboete voor wie dat één keer doet. Daarna kan dat een celstraf worden.

Het strafbaar maken is uiteraard onvoldoende. Er moeten ook aanpassingen zijn aan de infrastructuur om dat tegen te gaan. Ik kan u melden dat er op dat vlak momenteel door de Regie der Gebouwen en de bevoegde staatssecretaris een studie wordt uitgevoerd in de gevangenis van Mechelen over de overgooiproblematiek. De resultaten van de studie worden afgewacht, om te bekijken welke specifieke algemene maatregelen eventueel kunnen worden getroffen. Ik hoor u denken en opwerpen dat het niet zo moeilijk kan zijn om gewoon een net te spannen. Blijkbaar is dat echter niet erg evident.

Inzake het beklimmen van daken, dus gedetineerden die op daken zouden zijn gezien, kan ik meegeven dat in samenspraak tussen de gevangenis en de privépartners een oplossing wordt uitgewerkt die maakt dat gedetineerden niet langer op de daken kunnen klimmen. As we speak wordt daaraan gewerkt.

Inzake het personeelstekort in de gevangenis van Haren kan ik melden dat daar 258 nieuwe personeelsleden zijn aangeworven, waarvan 221 in de bewaking. Wij starten binnenkort opnieuw met een aanwervingscampagne. Ik weet immers dat er nog een personeelstekort is in de gevangenis van Haren. Er komt dus een aanwervingscampagne, specifiek voor de gevangenis van Haren.

Wij zullen voor die rekrutering, zoals hier in het verleden al is toegelicht, de procedure Fast Lane hanteren. Dat doen wij samen met BOSA en de minister van Ambtenarenzaken. Met die versnelde procedure menen wij op korte termijn opnieuw extra personeel te kunnen aanwerven.

De grote aanwervingsgolven hebben voor een achterstand in de opleiding van het personeel gezorgd. Die achterstand wordt weggewerkt. Binnenkort zullen de personeelsleden de eerste module van de basisopleiding hebben gevolgd. In afwachting van die basisopleiding krijgen de nieuwe personeelsleden een opleiding op de werkvloer vooraleer zij op een sectie worden geplaatst.

Over de ontsnappingspoging uit de gevangenis van Wortel, wat een vraag van mevrouw Dillen was, kan ik meegeven dat het om vier gedetineerden met de Marokkaanse nationaliteit ging.

Mevrouw Dillen, u hebt een verklaring voor de ontsnappingspoging gezocht in het feit dat er nu een akkoord is met Marokko om gedetineerden te repatriëren. Dat akkoord is er wel degelijk. De aantallen zijn in juli en augustus 2024 een beetje gedaald. Ik hoop en het zal ook zo zijn dat ze in september 2024 opnieuw zullen stijgen. Ze zijn in juli en augustus 2024 namelijk gedaald, omdat die maanden vakantiemaanden zijn en omdat het ook van Marokkaanse zijde moeilijker was om tot samenwerking te komen.

Wij hebben dit jaar al 165 Marokkaanse onderdanen zonder papieren kunnen repatriëren, waarvan 90 gedetineerden. Marokko aanvaardde geen eigen onderdanen meer sinds 2017, nu gebeurt dat opnieuw. Ik was op 1 november 2023 in Marokko, samen met andere mensen uit de veiligheidswereld, om daarover te praten. Marokko aanvaardt nu opnieuw de eigen onderdanen. Dat is belangrijk, maar ik geef u meteen mee dat er nog veel Marokkaanse onderdanen zonder geldige papieren in onze gevangenissen zitten, onder andere de verdachte van de feiten op 2 september.

Die overbrengingen naar Marokko zijn geen sinecure, dat is een open deur intrappen. Marokkaanse gedetineerden gaan zelden akkoord met hun overbrenging. Ze weten nu ook dat ze repatriëring riskeren. Het wordt de omgekeerde wereld, want ik hoor dat ze zich nu voordoen als Algerijn of Tunesiër, om aan uitwijzing naar Marokko te ontsnappen. U weet dat het onze taak is, de taak van DVZ en de overheid, om te bewijzen welke nationaliteit zij hebben, waarna wij inderdaad een laissez-passer kunnen aanvragen en bekomen in Marokko. Ze doen echter hun best om hun ware identiteit te verhullen.

Er is ook de nieuwe wet – het wetsontwerp werd behandeld in de commissie voor Binnenlandse Zaken – die mensen van de dienst Vreemdelingenzaken de bevoegdheid van officier van gerechtelijke politie geeft om gsm-toestellen uit te lezen, om de identificatie en de juiste identiteit van personen te achterhalen.

In totaal werden in 2024 165 Marokkaanse onderdanen teruggestuurd, waarvan 90 gedetineerden. Dat is een goed resultaat in vergelijking met de vorige jaren. Het is echter nog niet voldoende om de overbevolkingsproblematiek in onze gevangenissen aan te pakken en om de overlast in onze steden, die gepaard gaat met die illegaliteit, aan te pakken. Justitie kan dat niet alleen. Dat weet u.

In geval van overbrenging is Marokko in principe verplicht de tenuitvoerlegging van de straf voort te zetten. Derhalve is Marokko gebonden door de juridische aard en de duur van de sanctie. Dat is een algemeen principe bij overbrengingen. Er is echter een mogelijkheid om daarvan af te wijken, met name wanneer de straf naar de aard of de duur onverenigbaar is met het Marokkaanse recht. In dat geval kan Marokko de sanctie aanpassen aan de straf of maatregel die door zijn eigen wet voor een soortgelijk strafbaar feit is voorgeschreven. België wordt tijdens die overbrengingsprocedure ook ingelicht over de wijze waarop de tenuitvoerlegging van de Belgische veroordeling in Marokko plaatsvindt.

Wat de vier gedetineerden met Marokkaanse nationaliteit in de gevangenis van Wortel betreft, voor een van hen loopt een dossier met het oog op een overbrenging naar Marokko. De betrokkene gaat akkoord met zijn overbrenging. Voor de drie andere personen zal in samenwerking met de Dienst Vreemdelingenzaken de terugkeer georganiseerd worden op het ogenblik waarop ze hun strafeinde naderen.

U hebt heel concrete cijfers gevraagd, maar ik raad u aan om daarvoor een schriftelijke vraag in te dienen.

Nu kom ik tot de vragen over de strijd tegen drugs in de gevangenissen. Ook dat is een oud zeer. Drugs bevinden zich in de maatschappij en dus ook in de gevangenissen. U weet dat wij tien toestellen aankopen om drugs te detecteren in de gevangenissen. Eén toestel is momenteel in testfase en roteert tussen de verschillende gevangenissen.

Tegen het gebruik van smartphones in de gevangenissen wordt nog steeds streng opgetreden. Het beleid op dat vlak is vernieuwd. Gevonden smartphones worden in beslag genomen. We hebben ook opsporingstoestellen aangekocht die helpen in de zoektocht naar verboden smartphones. Vijf dergelijke toestellen zijn aangekocht. Ze worden momenteel getest en ingezet bij zoekacties in diverse gevangenissen. De resultaten daarvan zijn voorlopig positief, zo zegt het gevangeniswezen mij. Een overheidsopdracht wordt voorbereid voor de aankoop van meer van die toestellen, zodat ze in meerdere gevangenissen ingezet kunnen worden.

We hebben eveneens kennisgenomen van het jaarverslag van de Centrale toezichtsraad voor het gevangeniswezen. Daat stonden een aantal aanbevelingen en opmerkingen in die bestudeerd worden door de administratie van het gevangeniswezen. Ik kan u trouwens ook nog aangeven dat het gevangeniswezen een nieuwe directeur-generaal heeft. Dat is een dame die u goed kent, want ze was kabinetschef van de minister van Justitie, namelijk Mathilde Steenbergen. Het lijkt me dus een zegen voor de volgende minister van Justitie om met zo'n directeur-generaal te kunnen samenwerken.

Ik zal niet aarzelen om operationele knelpunten aan te pakken in deze periode van lopende zaken. Ik had vorige week bijvoorbeeld nog een ontmoeting met de Centrale toezichtsraad in het kader van de evaluatie van zijn eigen werking. Ook wat zijn eigen werking betreft, hangt de CTRG namelijk af van het Parlement. Ook daar kan echter nog een aantal zaken worden verbeterd.

Wat de vraag van collega Daems over de minimale dienstverlening betreft, klopt het dat er een advies van de Raad van State is binnengekomen op 22 augustus. De administratie is dat advies aan het analyseren. Er werd afgesproken dat het advies uiterlijk op 22 september aan de vakbonden wordt overgemaakt. Dat is één maand na ontvangst, dus dat lijkt me redelijk. Dat is geen kwestie van misprijzen van de gevangenissen.

Je vais maintenant répondre à la question de notre collègue Sarah Schlitz concernant les suicides en prison. En 2023, il y a eu 15 suicides dans les prisons belges. Il va de soi que c'est un état de choses déplorable. Je vous invite à poser une question écrite si vous souhaitez obtenir des chiffres plus détaillés à ce sujet.

Le nombre de suicides et de tentatives de suicides sont également une des conséquences de l'augmentation du nombre de détenus souffrant de maladies psychiatriques. C'est une constatation indéniable et je pense que l'on peut constater un phénomène similaire au sein de la société en général. Le personnel est formé pour reconnaitre les signes avant-coureurs du suicide parmi les détenus. Un groupe de travail se penche sur le sujet dans le Sud du pays. Ce groupe travaille à une simplification des instructions à destination des agents pour le Nord du pays. Un projet pilote va démarrer le 1 er octobre et sera mené par le VLESP ( Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie ) au sein de quatre prisons, à savoir Bruges, Malines, Ypres et Merksplas. J'espère, monsieur le président, avoir répondu aux questions.

Marijke Dillen:

Mijnheer de minister, ik begrijp dat u, doordat de regering in lopende zaken is, terughoudend moet zijn en dat u geen nieuwe initiatieven kunt nemen. Hier gaat het echter over problemen die al decennialang aanslepen en die in de voorbije legislatuur al herhaaldelijk zijn aangekaart. Dan is het toch belangrijk dat u uw verantwoordelijkheid opneemt?

U hebt een aantal cijfers gegeven, waarvoor dank. 50 % van de veroordeelden blijft in de cel tot het strafeinde. We weten allemaal waarom, mijnheer de minister. We moeten daar niet flauw over doen. De gedetineerde is dan namelijk niet langer gebonden aan voorwaarden en moet die voorwaarden dan ook niet respecteren.

Helaas klopt het recidivecijfer dat u vermeldde. 70 % van de vrijgelaten gevangenen pleegt nieuwe feiten binnen de 5 jaar. Hoe komt dat, mijnheer de minister? Ik ben er eerlijk in, het is niet hoofdzakelijk uw verantwoordelijkheid, maar het mag wel gezegd worden, dat komt doordat er vandaag van een zinvolle detentie amper sprake is.

Het is heel belangrijk gedetineerden gedurende hun gevangenisstraf, hoe lang die ook mag zijn, te begeleiden naar hun terugkeer in de maatschappij. Op een bepaald ogenblik zullen zij immers vervroegd vrijkomen of vrijkomen na het einde van hun straftijd. Men moet hen dus begeleiden. Die begeleiding is bijzonder belangrijk, vanuit menselijk oogpunt, maar vooral ook vanuit maatschappelijk oogpunt. Nu laat die begeleiding werkelijk te wensen over. Nogmaals, dat is hoofdzakelijk een bevoegdheid van de gemeenschappen. Die mogen toch ook gewezen worden op hun verantwoordelijkheid?

Mijnheer de minister, u hebt het cijfer gegeven van het huidige aantal gedetineerden: 12.400, waarvan 1.054 geïnterneerden en 3.800 gedetineerden zonder papieren. Ik ben het volledig met u eens, geïnterneerden horen niet thuis in de gevangenis. Daar zitten zij als gevolg van een falend beleid voor het inzetten van FPC's, enzovoort.

Wat de 3.800 gedetineerden zonder papieren betreft, mijnheer de minister, zorg ervoor dat de nodige initiatieven genomen worden om hen uit de gevangenis te halen. Er is het verdrag met Marokko, dat met veel poeha is voorgesteld in de media. U zult zich de beelden wel herinneren. Mijnheer de minister, er moet meer op uitwijzing ingezet worden. Het gaat toch niet op dat een gedetineerde zijn akkoord moet geven? Nee, wie in ons land strafbare feiten pleegt, moet zonder pardon worden uitgewezen naar het land van herkomst.

U hebt gezegd dat die verantwoordelijkheden onder andere departementen ressorteren, dat klopt deels. Dring er bij de bevoegde collega’s op aan dat zij hun verantwoordelijkheid nemen.

Het aantal gedetineerden is deze zomer verder gestegen. Dat verbaast u. Mij verbaast dat eerlijk gezegd niet. Dat is immers het gevolg van de stijgende drugscriminaliteit, vooral in Antwerpen, maar waarschijnlijk ook in andere provincies. Alle respect voor de inspanningen van politie en justitie om deze criminelen – hoofdzakelijk mannen – te vatten, want daar wordt hard op ingezet, maar het gevolg is wel dat het aantal gedetineerden stijgt. We moeten daarover dus niet verwonderd zijn. De Vlaams Belangfractie steunt de aanpak van deze criminaliteit ten volle.

Wat de bijzonder trieste feiten in de gevangenis van Antwerpen betreft, hebt u aangegeven dat hierdoor de veiligheidsprocedure werd blootgelegd. De alarmknop was blijkbaar niet aangesloten en werd zelfs nooit getest. Mijnheer de minister, dat heeft niets te maken met de overbevolking in de gevangenissen. Het feit dat zaken niet getest worden, moet worden losgekoppeld van de problematiek van de overbevolking. U hebt gezegd dat er maatregelen werden genomen om de juiste locatie te laten vinden door EPI. Wanneer wordt die maatregel van kracht?

Mijnheer de minister, u hebt gelijk dat er geen 100 % garantie geboden kan worden dat er nooit meer incidenten zullen plaatsvinden, zelfs met perfect werkende systemen. In alle gevangenissen moeten echter de nodige initiatieven worden genomen om alles te testen.

Mijnheer de minister, wat de gevangenis van Antwerpen betreft, hoop ik dat de lokalen voor advocaten inmiddels ook getest werden en dat er daar niets misloopt. Dat is immers niet onbelangrijk.

Wat betreft de beelden van de gevangenis van Haren die op TikTok circuleren, net als u zit ik niet op TikTok. Ik denk dat ik daar net iets te oud voor ben. Ik heb die gegevens niet gekregen via TikTok, die zijn in alle media verschenen. De problematiek van het overgooien is de laatste jaren exponentieel gegroeid en er moeten heel dringend maatregelen worden genomen om de infrastructuur aan te passen. Ik weet dat dit niet uw bevoegdheid is, maar u kunt toch wel bij uw collega aandringen om daarvan bij hoogdringendheid werk te maken.

U zegt dat er een project komt in de gevangenis van Mechelen. Ik vind de keuze voor Mechelen bizar. Waarom begint men niet met een project in Antwerpen of Haren, waar de problematiek heel zwaar aanwezig is? We hebben daarover al herhaaldelijk gediscussieerd. We kennen het nieuwe fenomeen van de drones, maar in Antwerpen gebeurt het niet met drones en weet men toch perfect vanwaar dat overgooien gebeurt? Dat kan met een paar kleine ingrepen of maatregelen worden vermeden. Ik geef een voorbeeld. U kent de situatie evengoed als ik. Ga eens kijken naar de parking van het ACV in de Nationalestraat of vraag uw collega van de Regie der Gebouwen om daar te gaan kijken. Met een paar kleine ingrepen zijn er al belangrijke verbeteringen mogelijk.

Wat Wortel betreft, u hebt daarnet geantwoord dat ik de verantwoording hiervan zou hebben gezocht in het akkoord met Marokko. Ik heb dat niet gezocht, dat zijn verantwoordingen die ik in de media heb kunnen lezen. U hebt gezegd dat Marokko een deel van de gedetineerden terugneemt. Nu hebben ze ineens allemaal andere nationaliteiten. Ik dring erop aan dat er op dat vlak meer inspanningen worden geleverd.

Tot slot, in uw antwoord op mijn vragen in verband met drugs en smartphones in de gevangenissen hebt u verwezen naar de toestellen die aangekocht zijn en hebt u gezegd dat de resultaten positief zijn. Ik zal daarover nog een schriftelijke vraag indienen, maar ik krijg toch nog graag een antwoord op één vraag.

Volgens de vakbonden – het zijn niet mijn woorden – zouden er problemen zijn met het wettelijk kader, dat niet voldoende uitgewerkt is om die toestellen in te zetten. U zegt dat ze blijkbaar wel goed werken en dat de resultaten goed zijn. Vergissen de vakbonden zich dan en is het wettelijk kader wel afdoend?

Tot slot, mijnheer de minister, ik begrijp dat een aantal van de vragen die ik gesteld heb cijfervragen zijn. Die zal ik uiteraard schriftelijk stellen.

Sophie De Wit:

Mijnheer de minister, u hebt veel beantwoord, maar ik had u enkele heel concrete vragen over het probleem in Antwerpen gesteld en daar heb ik eigenlijk geen concrete antwoorden op gekregen. Ik hoop dus maar dat u, ook al bent u aan het werk in lopende zaken, er wel voor zult zorgen dat alles voortaan gecontroleerd wordt en goed werkt, in elke gevangenis en niet alleen in de Antwerpse. Waaraan het dan lag, daar heb ik geen concreet antwoord op gekregen. Werd dat dan niet regelmatig gecontroleerd? Ik heb alleen gehoord dat u in lopende zaken niet veel kunt doen. Veiligheid is echter een kerntaak. Lopende zaken of niet, u bent nog steeds verantwoordelijk. Dat de infrastructuur zich in die toestand bevindt, is ook een gevolg van het gevoerde beleid. Ik meen dat u daar ook in lopende zaken nog steeds aandacht voor moet hebben en dat u ervoor moet zorgen dat alles werkt.

Paul Van Tigchelt:

Excuseer, maar dat antwoord heb ik wel degelijk gegeven. De noodknop was niet aangesloten en wordt nu in alle gevangenissen getest. Dat heb ik meermaals gezegd.

Sophie De Wit:

Het is niet meer dan logisch dat dit gebeurt, ook al hebt u enige schroom, aangezien u in lopende zaken werkt.

Ten tweede, ik heb u veel horen zeggen over de overbevolking. Welnu, de overbevolking is één zaak en een heikel punt, maar ook de veiligheid is belangrijk. Of dat alarm kan werken, valt of staat niet met de overbevolking in de gevangenissen.

Ik heb u horen zeggen dat de huidige regering iets zal achterlaten voor de volgende. Laat ons hopen dat er inderdaad iets gebeurt in Antwerpen. Ik moet u niet herinneren aan de 720 beloofde detentieplaatsen en detentiehuizen die er niet zijn gekomen. Haren was een uitvoering van.... Ik meen dat er voor te weinig capaciteit is gezorgd voor een zinvolle detentie.

Het is cruciaal dat het masterplan weer onder handen wordt genomen, want dat is stiefmoederlijk behandeld. Dit is één incident, maar er zijn er al vele andere geweest. Veiligheid kan men nooit voor honderd procent bereiken maar u moet er alles aan doen, u in lopende zaken en de toekomstige minister, om die veiligheid te allen tijde te garanderen, buiten de cel en binnen de cel, voor het personeel, voor de gedetineerden en voor elke medewerker die in de gevangenis komt.

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de minister, u zei dat veiligheid nooit voor honderd procent kan worden gegarandeerd. Dat is juist, maar laten wij ervoor zorgen dat de veiligheidsprocedures en de veiligheidssystemen die er zijn wel degelijk werken. Het gaat dan om de noodknop, het mobiele alarm, voldoende personeel in de buurt enzovoort. Dat zal het percentage richting honderd procent brengen. Wij weten dat men nooit de honderd procent kan bereiken, maar wij kunnen grote stappen zetten richting die honderd procent.

U zegt dat de noodknoppen nu overal werden getest. Ik vraag mij dan af of er echt eerst zoiets moet gebeuren alvorens men test of die noodknoppen wel effectief werken. Dat zou men op regelmatige basis moeten doen. Als men in een chemisch bedrijf de alarmsystemen alleen zou testen na een ongeval, zou men grote ogen trekken.

Het fundamentele debat over de overbevolking is belangrijk. Het is een complex probleem, het is geen evidente zaak. Er zijn heel veel oorzaken. Er zijn ook heel veel maatregelen en voorstellen van oplossing mogelijk. U hebt er een aantal aangehaald. U wees naar het aantal mensen zonder papieren in de gevangenissen en naar de 1.000 geïnterneerden, die daar ook absoluut geen plaats hebben en die elders zouden moeten worden opgevangen. Wij moeten voor oplossingen naar de psychiatrie en Volksgezondheid kijken.

Er zitten echter ook heel veel mensen in voorlopige hechtenis, meer dan gemiddeld in andere landen. Ook dat debat moeten wij aangaan. Er is het pleidooi om met quota te werken. Er zijn ideeën met betrekking tot een maximale termijn voor bepaalde categorieën van misdrijven. Die ideeën hebben allemaal voor- en nadelen, ze zijn heel moeilijk. Op een bepaald moment zullen wij die discussie echter grondig moeten voeren.

Veel gedetineerden blijven tot het einde van hun straf, omdat het misschien moeilijke beslissingen zijn voor de strafuitvoeringsrechtbanken, maar ook omdat gedetineerden zelf die beslissing nemen. Dat veroorzaakt ook problemen en zorgt mede voor de complexiteit van het probleem.

Wonderoplossingen op korte termijn zijn er niet. Wel staan wij voor een mix van oplossingen. Die maatregelen zijn nodig, want het is een tikkende tijdbom. Ik zal het daarbij laten, maar ik denk dat we nog geregeld over de gevangenissen zullen debatteren in de commissie voor Justitie.

Greet Daems:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik heb het gevoel dat de sense of urgency nog altijd niet genoeg tot u doorgedrongen is. U zegt wel dat u zich verantwoordelijk voelt, maar tegelijkertijd trekt u een paraplu open en verstopt u zich achter het feit dat de regering in lopende zaken is. U moet eerlijk toegeven dat de vivaldiregering ook in volle bevoegdheid te weinig heeft gedaan, ondanks al die verschrikkelijke voorvallen in de gevangenissen.

U zegt dat we nooit alle incidenten kunnen vermijden, maar er had wel meer kunnen gebeuren om de recente incidenten te verhinderen, bijvoorbeeld investeringen in infrastructuur, een verbetering van het personeelsstatuut en een structurele aanpak van de overbevolking. Zolang dat niet gebeurt, is het gewoon bang afwachten tot het volgende drama.

U zegt dat u de vakbonden niet misprijst, maar dat er respect is voor het personeel. U stuurt echter uw kat naar bijna elk overleg. De beloofde loonsopslag is er niet gekomen, u valt het stakingsrecht aan en nu houdt u de conclusies van de Raad van State een maand achter, terwijl het anders beloofd was. Ik noem dat respectloos, mijnheer de minister.

Jinnih Beels:

Mijnheer de minister, ik wil ten eerste de blijk van waardering die u aan het begin van uw betoog hebt gegeven op mijn beurt aan u geven. Wij kennen elkaar uit het verre verleden. Ik twijfel er dus absoluut niet aan – laat dit duidelijk zijn – dat u en de vorige of huidige regering enorm jullie best hebben gedaan om aan een aantal zaken op het terrein tegemoet te komen.

U hebt heel wat informatie gegeven. Een aantal zaken is voor mij letterlijk verzopen in de hele massa. Neem mij dat niet kwalijk.

Mijnheer de minister, het is voor alle duidelijkheid niet uit leedvermaak dat ik over druppels op een hete plaat spreek. Dat is ook niet uit gebrek aan respect. Ik ken het terrein, waarop ik jaren heb doorgebracht. Het is vooral uit bezorgdheid, met name bezorgdheid over het personeel dat elke dag zijn leven moet riskeren.

Mijnheer de minister, op dat vlak blijf ik op mijn honger. Ik reis straks terug naar Antwerpen, terug naar de straten. Ik weet niet wat ik het personeel zal moeten vertellen. Ik bestrijd het feit dat u moeite hebt gedaan absoluut niet, maar op bijvoorbeeld mijn vraag naar quota hebt u geen antwoord gegeven.

Mijnheer de minister, het gegeven ‘vol is vol’ leeft al jaren op het terrein. Doe ook daar iets aan. Aangezien FPC’s, ziekenhuizen en de DVZ met quota werken, begrijp ik niet waarom wij geen werk maken van minstens een onderzoek om het werken met quota een kans te geven.

Ook over de alarmsystemen ben ik bezorgd. Mevrouw De Wit heeft daarnet al opgemerkt dat die systemen altijd moeten werken. Het feit dat die nu worden getest, is eigenlijk schandalig. Dat betekent immers dat ze de voorbije jaren niet getest zijn. Ik hoop dat wij daaruit een les leren en dat wij in de toekomst de systemen op regelmatige basis zullen testen. Het risico van het vak is er natuurlijk altijd voor een politiebeambte, een cipier, een advocaat maar ook een maatschappelijk werker. Het is een feit dat zij elke dag hun leven riskeren. Dat is het risico van het vak. Wij mogen dan echter absoluut garanderen en in de plaats geven dat de betrokkenen kunnen rekenen op systemen die werken.

U zult in mij sowieso een partner vinden. Ik wil ter zake heel constructief zijn. Het is echter hoog tijd om de visie op het uitvoeren van korte straffen, die ik trouwens ondersteun, te herbekijken. Moeten ze per se worden uitgevoerd in de gevangenissen, die momenteel bomvol zitten?

Zoals ook de heer Van Hecke heeft aangegeven, zullen wij in de toekomst nog nader op het thema ingaan. Het zou echter van respect voor de mensen op het terrein getuigen om met concrete oplossingen te komen.

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, je ne sais pas trop comment répliquer à vos réponses extrêmement réduites. S'agissant des chiffres, je vais déposer des questions écrites, mais sans doute vais-je aussi vous réinterroger, puisque je n'ai pas obtenu de réponse à mes trois questions. En tout cas, je vous remercie.

De vrijlating van de moordenaar van Kitty Van Nieuwenhuysen

Gesteld door

VB Marijke Dillen

Gesteld aan

Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)

op 18 september 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De drie veroordeelden voor de moord op inspecteur Kitty Van Nieuwenhuysen (30 jaar cel) zijn inmiddels alle vrijgelaten onder voorwaarden, waaronder schadevergoeding en contactverboden, maar naleving wordt onvoldoende gecontroleerd. Justitiehuizen in Namen en Charleroi volgen hen op, maar betalingen aan slachtoffers blijven onduidelijk—alleen bij *weigering* of *onvoldoende inspanning* (afgestemd op financiële draagkracht) kan intrekking volgen. Dillen betwist de effectiviteit, vindt de straf te licht en eist helderheid over minimale vergoedingsnormen, terwijl Van Tigchelt verwijst naar het parket: *geen concrete bedragen, enkel "mogelijkheidsafhankelijk"*. Nabestaanden ontvangen geen zekerheid op compensatie.

Marijke Dillen:

Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van de ingediende vraag.

Galip Kurum, die verantwoordelijk was voor het neerschieten van inspecteur Kitty Van Nieuwenhuysen, is door de strafuitvoeringsrechtbank vrijgelaten. Dit betekent dat nu alle drie de veroordeelde daders van de moord weer op vrije voeten zijn.

Drie verdachten werden in het voorjaar van 2011 hiervoor berecht. Ze werden veroordeeld tot 30 jaar cel. Het assisenhof bevond hen schuldig aan meerdere misdrijven: de gewelddadige homejacking waarbij Kitty Van Nieuwenhuysen werd doodgeschoten, de brandstichting van de gestolen Peugeot van de familie Sacoor in Lot, de gewelddadige diefstal van een zwarte Volvo die ze eveneens in Lot achterlieten, en de diefstal van de nummerplaten die op die Volvo waren gemonteerd.

Twee van de drie veroordeelden kwamen -spijtig genoeg- al eerder vrij: Noureddine Cheikhni in september 2018 en Hassan Iasir in december 2021.

Als we de media mogen geloven besloot de strafuitvoeringsrechtbank op 1 juli dat Kurum, onder voorwaarden, na 16 jaar de gevangenis van Nijvel mag verlaten. Net als de andere twee veroordeelden zou Kurum zijn slachtoffers moeten vergoeden.

Daarnaast mag hij geen contact opnemen met de slachtoffers en moet hij wegblijven uit tien plaatsen, waaronder Beersel, Leuven en Brussel.

Uit berichten blijkt dat één van de voorwaarden die aan de vrijgekomen moordenaars werden opgelegd erin bestaat dat ze slachtoffers vergoeden. In 2018 en 2021 werden er twee moordenaars vrijgelaten. Kunt u mij berichten of de naleving van de opgelegde voorwaarden door de daders worden gerespecteerd? En er dus reeds sprake is geweest van het betalen van schadevergoedingen?

Zal de derde vrijgekomen crimineel hierop tevens worden gecontroleerd? Zijn er nog andere voorwaarden die werden opgelegd? En op welke manier worden opgelegde voorwaarden in het algemeen, en de opgelegde voorwaarden in deze zaak in het bijzonder gecontroleerd?

Vanaf wanneer wordt er besloten dat de opgelegde voorwaarden inzake vergoeden van slachtoffers niet is voldaan? Indien er niet wordt bijgedragen naargelang de mogelijkheden, of volstaat een minimale geldsom per maand om te besluiten dat aan deze voorwaarde wel werd voldaan?

Paul Van Tigchelt:

Collega Dillen, het parket van Brussel heeft me daarnet nog daaromtrent informatie overgemaakt, weliswaar in het Frans.

U hebt drie vragen gesteld over die zaak. De strafuitvoeringsrechtbank staat in voor het opvolgen van het naleven van de voorwaarden. Mag ik verder citeren in het Frans? (Ja)

"Iasir Hassan a obtenu la libération conditionnelle par le tribunal d'application des peines de Bruxelles (TAP) le 20 décembre 2021. Il est suivi par la maison de justice de Namur.

Kurum Galip a obtenu la libération conditionnelle par le TAP de Bruxelles le 1 er juillet 2024 après plusieurs jugements de refus de modalités. Il est suivi par la maison de justice de Charleroi.

Le respect des conditions individuelles est vérifié par la police et l'assistant de justice chargé de la guidance. Ce dernier adresse de manière régulière des rapports à l'attention du TAP. Une copie de ces rapports est transmise au ministère public et si un manquement à l'une des conditions est porté à la connaissance du parquet, s'il échet, un réquisitoire en révocation de la libération conditionnelle peut être tracé afin de saisir le tribunal d'application des peines.

L'indemnisation des victimes se fait en fonction des capacités financières de l'intéressé. Si celles-ci augmentent, l'indemnisation des victimes doit augmenter en conséquence. S'il y a refus manifeste d'indemniser, le parquet peut demander la révocation de la mesure accordée."

Voilà la réponse du parquet de Bruxelles.

Marijke Dillen:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. De eerste twee betrokkenen worden, indien ik het goed heb begrepen, op dit ogenblik opgevolgd door het justitiehuis van Charleroi en het justitiehuis van Namen. Hoe zit het echter met de betaling van de schadevergoeding? Wordt die daaraan gekoppeld? Ik had ook de vraag gesteld over de derde gedetineerde of crimineel die bij de moord betrokken was. Indien hij voor de rechtbank zal komen, wordt hij dan ook heel strikt opgevolgd door het justitiehuis? Een niet onbelangrijke vraag was ook vanaf wanneer wordt beslist dat aan de opgelegde voorwaarde inzake het vergoeden van slachtoffers niet is voldaan. Op die vraag heb ik geen antwoord gekregen. Is dat het geval indien niet wordt bijgedragen naargelang de mogelijkheden, of volstaat een minimumgeldsom per maand om te beslissen dat aan de voorwaarde wel is voldaan? Daarover had ik graag enige toelichting gekregen. Mijnheer de minister, ook al worden de twee daders, en binnenkort misschien ook de derde, strikt opgevolgd door het justitiehuis, de nabestaanden zijn daar niks mee. Zij krijgen geen enkele degelijke schadevergoeding. Ten slotte, mijnheer de minister, ik wil hierover geen misverstanden laten bestaan. Onze fractie betreurt dat de betrokkenen, die heel zware feiten hebben gepleegd, voorwaardelijk vrijkomen, in dit geval onder voorwaarden. Wij zijn van mening dat zij hun straf volledig moeten uitzitten. Dat is echter een politieke discussie. Ter zake kent u het standpunt van onze fractie. Niettemin kreeg ik graag nog een antwoord op de vraag over de schadevergoeding.