topic

Over defensie

182

plenaire vragen

0

voorstellen

meeste contributies

De clausule voor de defensie-uitgaven en de toekomst van de begrotingstrajecten

Gesteld door

Open Vld Alexia Bertrand

Gesteld aan

Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)

op 21 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Alexia Bertrand bekritiseert dat minister Van Peteghem geen concrete exitstrategie heeft voor de tijdelijke defensie-ontsnappingsclausule (tot 2028) en vreest dat België zonder plan de Europese begrotingsregels zal schenden, met risico’s voor het begrotingsbeleid. Ze stelt dat zijn antwoorden ontwijkend zijn en dat er geen zicht is op structurele defensiemaatregelen of het beloofde defensiefonds na 2029, ondanks eerdere toezeggingen van 20 miljard euro aan inspanningen. Van Peteghem verdedigt dat de regering 9,2 miljard euro uittrekt tot 2029 om de uitgavennorm te halen en claimt dat de huidige inspanningen volstaan, maar Bertrand betwist dit cijfer en wijst op een begrotingstekort boven 5% dat extra maatregelen vereist. De discussie blijft onopgelost, met wederzijds wantrouwen over de haalbaarheid van de plannen.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de minister, u maakt vandaag gebruik van de nationale ontsnappingsclausule voor defensie-uitgaven, wat tijdelijk budgettaire flexibiliteit toelaat tot 2028, als ik het goed heb. Die clausule is per definitie tijdelijk en zal op een bepaald moment aflopen. Het is onduidelijk hoe de regering zich voorbereidt op de terugkeer naar een strikter begrotingskader. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het nog niet doorheb. Ik heb nog geen strategie gezien voor na de afloop van die flexibiliteitsclausule. Zonder duidelijke exitstrategie dreigen we niet te voldoen aan de Europese begrotingsregels, wat een risico vormt voor het begrotingsbeleid.

Wat gebeurt er concreet met het netto-uitgaventraject en het begrotingspad zodra de defensiegerelateerde ontsnappingsclausule afloopt? Welke maatregelen zijn voorzien om die overgang op te vangen?

Vincent Van Peteghem:

Hoe de Europese Commissie technisch te werk zal gaan bij het aflopen van de ontsnappingsclausule in 2029, moet nog nader verduidelijkt worden. In elk geval bereidt deze regering zich voor op het aflopen van de ontsnappingsclausule door een significante inspanning te leveren om te voldoen aan de uitgavennorm, ook wanneer er geen flexibiliteit meer aan de lidstaten zou worden gegeven. Ook in de jaren dat de impact van een door het Monitoringcomité geprojecteerde overschrijding van de netto-uitgavennorm gecompenseerd zou worden door de flexibiliteit van de ontsnappingsclausule, wordt een bijkomende inspanning geleverd om onze overheidsfinanciën op orde te krijgen.

Alexia Bertrand:

Dank u wel, mijnheer de minister. Dat was opnieuw een zeer mooi non-antwoord. Die beslissing zal worden genomen tegen het einde van…

Vincent Van Peteghem:

(…)

Alexia Bertrand:

Dat betekent dus dat u pas in 2029, op het moment van de verkiezingen, een beslissing zult nemen.

Vincent Van Peteghem:

(…)

Alexia Bertrand:

Ik heb nog niet gelezen welke maatregelen u voor 2029 hebt genomen om een structurele inspanning voor defensie te doen. Dat zullen wij wel in de begrotingstabellen lezen, maar u ging een defensiefonds oprichten. Dat heb ik ook niet gezien. Er is daarvoor nog niets voorzien. Kunt u dat opnieuw verduidelijken? Welke maatregelen zijn er vanaf 2029 voor defensie?

Vincent Van Peteghem:

We hebben een meerjarenbegroting opgesteld die een inspanning van samen 9,2 miljard euro tegen 2029 omvat en die ervoor zorgt dat de uitgavennorm die we in 2029 moeten halen, wordt bereikt. U vraagt mij of die uitgavennormen, die flexibiliteit die er vandaag bestaat, er zijn en wat we zullen doen als die aflopen. Mijn antwoord daarop is dat we met de inspanningen die we nu leveren – uiteraard zullen we jaar na jaar moeten controleren of die inspanningen effectief worden omgezet en of de opbrengsten, de kosten en de noodzakelijke besparingen gehaald kunnen worden – in 2029 zullen voldoen aan de vastgelegde uitgavennorm.

Alexia Bertrand:

Het gaat echter niet meer om 9,2 miljard euro, mijnheer de minister, dus ik vrees dat u…

Vincent Van Peteghem:

(…)

Alexia Bertrand:

Ja, oké. Ik hoor het. Wij zullen dat moeten controleren, maar ik hoor dat u er rekening mee hebt gehouden. Ik zal dat ook goed bekijken, want ik kom niet tot de totale inspanning van meer dan 20 miljard euro die u aan het begin van de legislatuur hebt aangekondigd. We zullen zien waar u uiteindelijk terechtkomt. Volgens de voorspellingen zitten we immers nog boven de 5 %. Zonder die ontsnappingsclausule zal zeker een bijkomende inspanning nodig zijn. Ik hoor dat dat inbegrepen is in uw 9,2 miljard euro, maar het zal geen 9,2 miljard zijn. We zullen dat opnieuw bespreken bij het indienen van de begroting in de komende weken.

De dreigende taal van de Trump-administratie tegen Groenland
De dreigende taal van de VS richting Groenland
Groenland en de inachtneming van het internationale recht
De uitspraken van president Trump over Groenland
De ambities van de Verenigde Staten ten aanzien van Groenland
De uitspraken van president Trump over Groenland
Groenland, Venezuela en het internationale recht en de impact op de Belgische defensiepolitiek
Onze militaire afhankelijkheid van de VS in het licht v.d. illegale inval in Venezuela door Trump
De inval in Venezuela, de dreigende taal richting Groenland en de impact op de NAVO
Amerikaanse geopolitieke ambities, dreigende taal en internationale rechtskwesties rond Groenland en Venezuela

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 7 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Tijdens een actualiteitsdebat in het Belgische parlement bekritiseren oppositie en regeringsleden unaniem de Amerikaanse dreiging met annexatie van Groenland (Deens autonoom gebied, NAVO-lid), na de controversiële militaire operatie in Venezuela door de Trump-administratie. Sprekers als Lasseaux, De Smet en Lacroix (oppositie) noemen Trumps uitspraken een "imperialistische schending van internationaal recht" en een directe bedreiging voor de NAVO-eenheid, terwijl ze België en de EU oproepen tot sterke diplomatieke en economische sancties en het activeren van NAVO-artikel 4 (consultatie bij bedreiging). Denemarken en Groenland verwerpen de Amerikaanse claims eenduidig, maar België ondertekende – in tegenstelling tot Frankrijk, Duitsland en het VK – initieel geen gezamenlijke verklaring ter ondersteuning, wat kritiek uitlokt. Minister Francken (Defensie, N-VA) bevestigt dat de internationale rechtsregels "overschreden" zijn (Venezuela/Groenland) maar benadrukt Belgiës afhankelijkheid van de VS voor veiligheid, vooral door jarenlange onderinvestering in defensie. Hij pleit voor diplomatieke dialoog en waarschuwt dat Europa te zwak is om zonder Amerikaanse steun te opereren, ondanks de noodzaak aan "strategische autonomie". Critici (o.a. Van Hecke, Schlitz) werpen hem hypocrisie voor: zij wijzen op zijn eerdere bagatellisering van het internationaal recht ("voer voor juristen") en de F-35-aankoop – die Denemarken niet beschermde tegen Amerikaanse druk. Francken repliceert dat retweets geen instemming zijn en dat Europese eenheid en defensie-investeringen prioriteit moeten zijn, maar ontkent niet de crisis binnen de NAVO. Kernpunt: België balanst tussen loyaliteit aan de VS en verdediging van het internationaal recht, terwijl de groeiende VS-EU-spanningen (energie, grondstoffen, Groenland) de NAVO-samenhang bedreigen – met Rusland en China als winnaars van deze verdeeldheid.

Voorzitter:

Ik wil ten persoonlijken titel alle collega's, de minister en alle medewerkers voor en achter de schermen het allerbeste wensen voor 2026.

We gaan meteen stevig van start met een actualiteitsdebat, waarin een aantal onderwerpen en vragen gegroepeerd zijn omdat ze ietwat over hetzelfde gaan, ook al is er heel veel te zeggen over elk thema afzonderlijk, zijnde Groenland, Venezuela en het internationaal recht .

Stéphane Lasseaux:

Chers collègues, meilleurs vœux à chacune et chacun. En ce début d'année, n'oublions certainement pas les bons principes, afin que tout le monde puisse se sentir encore mieux dans cette belle année, du moins nous l'espérons.

Monsieur le ministre, après la réussite de l'opération militaire au Venezuela, l'administration du président Donald Trump semble croire que tout est possible et que ses désirs vont se réaliser, quelle que soit la position du reste de la communauté internationale. Ainsi, le président Trump et certains membres de l'administration américaine ont rappelé leurs intentions de prendre le contrôle du Groenland, en invoquant des raisons de sécurité nationale et la soi-disant incapacité du Danemark à assurer la protection de ce territoire. Or il s'agit d'un territoire du royaume du Danemark, membre de l’OTAN.

La souveraineté du Danemark est une question qui sera réglée par les Danois avec les Groenlandais, comme l’a rappelé le premier ministre danois. Le premier ministre démocratiquement élu du Groenland a également exprimé son rejet de cette volonté d’annexion, reflétant la position de sa population.

Ces menaces doivent être prises au sérieux. Lors de la conférence de presse du samedi 3 janvier, le secrétaire d’État Marco Rubio a souligné que les paroles du président actuel des États-Unis n’étaient pas des propos en l’air. Des analystes internationaux, que nous ne pouvons soupçonner d’anti-américanisme, comme Bruno Tertrais ou Ian Bremmer, ont également souligné le sérieux de la situation. Les dernières déclarations du président ne sont pas rassurantes, puisque des opérations militaires sont même envisagées, alors que le Danemark privilégie clairement une voie beaucoup plus diplomatique. Les dirigeants des États scandinaves ont exprimé leur pleine solidarité avec le Danemark. La Belgique n’a pas encore réagi à ce jour.

Monsieur le ministre, avez-vous déjà eu l’occasion d’aborder ces menaces de l’administration Trump lors de réunions ou de contacts avec vos homologues européens, en particulier danois? Dans vos échanges avec des représentants des États-Unis, avez-vous pu faire part du caractère inacceptable de ces menaces? Comptez-vous le faire à l’avenir? Ne serait-il pas nécessaire de commencer à planifier sérieusement les réponses diplomatiques, économiques et éventuellement militaires en cas d’action américaine contre la souveraineté du Danemark et donc du Groenland?

François De Smet:

Monsieur le président, chers collègues, meilleurs vœux à vous. Monsieur le ministre, meilleurs vœux à vous également, dans le cadre de vos compétences en cette année nouvelle qui commence très fort au regard de l'actualité internationale. On peut penser ce qu'on veut du président Maduro, que personne ici, ou presque, ne défendra, mais son enlèvement constitue un événement historique qui accélère la reconfiguration de l'ordre mondial.

Bien entendu, le non-respect du droit international par les États-Unis , par les Occidentaux, par les grandes puissances en général n'est pas neuf. En revanche, la nouveauté est apportée par la démarche d'intimidation extrêmement forte, ainsi que par le message envoyé à tout le monde, y compris à nous, les alliés, consistant à dire: "Soyez désormais nos vassaux, même si vous êtes nos alliés européens. Vous voyez que nous n'avons aucun scrupule ni aucun état d'âme dans nos actions." C'est la raison pour laquelle – et je voudrais également parler du Groenland – il faut prendre extrêmement au sérieux les déclarations de plus en plus musclées souhaitant une mainmise des États-Unis sur le Groenland, territoire autonome relevant du royaume du Danemark. Je sais qu'il n'est pas compris comme tel dans l'Union européenne, puisque c'est un territoire autonome, mais, tout de même, il appartient au Danemark et est couvert par la protection de l'OTAN. Je relève en passant que, s'il y a bien un pays européen pro-américain et atlantiste, c'est le Danemark, lequel a même acheté des F-35. Or nous constatons que cela ne lui a pas servi du tout à rester dans les bonnes grâces de l'administration Trump. Par conséquent, acheter américain en vue de forger un lien atlantique – je le dis au passage – n'est pas nécessairement utile ni susceptible d'être récompensé.

Nous devons donc nous montrer plus fermes. Pour l'instant, je suis assez contrit par la relative faiblesse des soutiens européens, et belge en particulier, dans cette question du Groenland et du Danemark.

Monsieur le ministre, avez-vous déjà échangé à ce sujet avec les autorités danoises, bilatéralement ou au sein de l'OTAN? Considérez-vous que ce qui est en train de se passer ne nécessiterait pas la saisine de l'article 4 de l'OTAN? Tout le monde parle de l'article 5, mais l'article 4 permet simplement une concertation lorsque l'intégrité nationale ou l'indépendance politique d'un membre est remise en cause. Dans une telle situation, quelle position notre pays défendra-t-il au Conseil de l'Atlantique Nord et au sein des instances européennes compétentes?

Christophe Lacroix:

Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, je vous présente également mes meilleurs vœux de bonne santé et vous souhaite surtout beaucoup de courage et de courage politique. Il en faudra face à une situation qui, de jour en jour, devient de plus en plus sombre et prend des accents sans cesse plus impérialistes et fascisants de la part du régime de Donald Trump, de son gouvernement, de ses affidés, de celles et ceux qui considèrent que les territoires, à partir du moment où ils recèlent des minerais rares, des denrées importantes et des ressources pétrolières, méritent l'invasion, le kidnapping d'un président certes peu agréable – c'est le moins qu'on puisse dire – et peu légitime. La fin ne justifie cependant pas les moyens.

Nous sommes en train de vivre une rupture totale entre le monde d'aujourd'hui, du multilatéralisme et de la paix et un retour avec le monde d'avant la Société des Nations, à la Première Guerre mondiale. Ce qui est encore plus sidérant mais ne me surprend pas, car il suffisait de lire la note stratégique de Donald Trump pour ne pas être étonné, c'est qu'aujourd'hui, très clairement, le président Trump mais également d'autres que lui menacent directement et de manière très concrète le Groenland, à savoir un allié, le Danemark, en disant qu'il va être temps que cela se produise. Et, dans quelques jours, pour ne pas dire quelques heures, Donald Trump annoncera une décision en la matière.

C'est véritablement une menace que les fondateurs de l'OTAN n'avaient même jamais imaginée, qu'un membre de l'OTAN puisse être potentiellement un ennemi. Qu'arriverait-il si effectivement des soldats européens et des soldats danois notamment présents sur le territoire du Groenland se faisaient attaquer par des soldats américains? Bien que l'imagination n'ait pas de limites, il ne s'agit pas ici d'imagination mais de points très concrets.

La première ministre danoise a été obligée de demander aux États-Unis de cesser leurs menaces contre un allié historique. Le premier ministre groenlandais a, lui aussi, fermement regretté ces menaces, appelant à mettre fin aux pressions et aux fantasmes d'annexion.

Monsieur le ministre, au sein de l'Union européenne et de l'OTAN, la Belgique a-t-elle dénoncé, de manière ferme, la volonté expansionniste de Donald Trump au détriment du Groenland et des frontières européennes? Quelles initiatives sont-elles prises par notre pays pour rappeler la primauté du droit international, quel que soit le pays et quelles que soient les circonstances, assurer la sécurité de notre continent et condamner toute tentative d'acquisition ou d'ingérence étrangère dans ce territoire?

Darya Safai:

Mijnheer de minister, de Amerikaanse president Donald Trump liet bij zijn aantreden weten dat de VS bijzondere interesse heeft in Groenland, dat deel uitmaakt van Denemarken. De redenen die hiervoor worden aangehaald zijn onder andere dat de ligging aan de Noordpool interessanter wordt, aangezien de ijsmassa aan het afnemen is en dus meer levensvatbaar is voor commercieel en militair zeeverkeer. Daarnaast wordt ook aangehaald dat het grondgebied van Groenland nog niet commercieel werd geëxploiteerd voor grondstoffen en dat dit, gelet op de geopolitieke situatie, een cruciale factor zou zijn voor de strategische autonomie van de VS.

Afgelopen week verklaarde de Amerikaanse president dat er op heel korte termijn over Groenland zou worden gesproken. Zowel de Deense als de Groenlandse regering lieten al verstaan dat van een annexatie van het gebied door de VS geen sprake kan zijn en dat dit de facto het einde van de NAVO betekent.

Mijn vragen voor de minister zijn de volgende. Hoe reageert u op de uitspraken van de Amerikaanse president? Welke motivering zit er volgens u bij het herhaaldelijk aandringen van de VS om controle over Groenland te krijgen?

Er wordt van uitgegaan dat het gebied Groenland, dat tot Denemarken behoort, dus ook wordt gedekt onder het NAVO-verdrag. Aangezien de VS lid is van de NAVO, is het geboden om bij een incursie op te treden. Hoe verschilt deze garantie van deze die de VS nu wil beogen?

Er zijn al verschillende Amerikaanse basissen op Groenland. Die werden opgericht tijdens de Koude Oorlog, maar zouden kunnen worden uitgebreid. Hoe past dit in het voornemen van de VS om de controle over het gebied te behouden?

Via verschillende media vernemen wij dat de militaire activiteiten van de Volksrepubliek China en de Russische Federatie nabij Groenland zijn verhoogd. Hebt u daar meer informatie over? Dank u.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, collega's, mijn beste wensen voor het nieuwe jaar. Ik denk dat het opnieuw een geopolitiek gevoelig en woelig jaar zal worden. Wij zullen in deze commissie wel degelijk ons werk hebben.

Het eerste actuadebat is een beetje een potpourri geworden. Heel wat onderwerpen zijn aan elkaar gekoppeld, terwijl over elk onderwerp apart wel een en ander te vertellen is. De premier zei gisteren in Terzake dat we moesten stoppen met prevelen over het internationaal recht. Ik ga dat niet doen. Ik vind het internationaal recht een hoeksteen van onze samenleving, van onze westerse democratie. We zijn een stichtend lid van Europa. We zijn van het eerste uur bij de Verenigde Naties. Ook in zeer woelige geopolitieke tijden moet men spelregels hebben. Die spelregels worden zeer driest met de voeten getreden, niet het minst door een van onze bondgenoten.

Ik schrik er niet van dat de president van de Verenigde Staten die spelregels niet respecteert. Er valt heel wat te zeggen over zijn aanpak in Venezuela. Ik denk dat niemand, of toch bijna niemand, een traan zal laten over het vertrek van Maduro, maar de manier waarop is een schending van het internationaal recht. Dat mag gezegd worden, dat moet gezegd worden, zeker door Europa, zeker door ons. Als wij het al niet meer doen, dan zullen er binnenkort geen spelregels meer zijn.

Waarover ik het vooral wil hebben, is Groenland. Dat de president van de Verenigde Staten zijn goesting doet in Venezuela is één zaak, maar dat hij over Groenland, lid van de NAVO, deel van Denemarken, zeer gratuit zegt dat hij dat graag wil innemen of overkopen van Denemarken of troepen wil plaatsen, is schrijnend. Dat doet men niet met partnerlanden. Dat doet men niet met bondgenoten.

Ik heb gisteren een sterke en goede verklaring van een aantal landen gelezen: Frankrijk, Duitsland, Italië, Polen, het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Denemarken. Wij moeten onze voet zetten. In het internationaal recht is territoriale integriteit en soevereiniteit één van de hoekstenen. Dat moet worden gerespecteerd. Dat was een sterk statement. België stond daar niet bij.

Mijnheer de minister, hoe kijkt u naar dat statement? Hoe kijkt u naar de uitspraken van president Trump over Groenland? Zijn wij niet gevraagd om mee te ondertekenen? Wat is de reden dat ons land of onze Belgische regering dat niet mee heeft ondertekend?

Stefaan Van Hecke:

Collega’s, mijnheer de minister, ik wens u allen het allerbeste voor het nieuwe jaar en vooral een vredevol 2026, mijnheer de minister.

Er is al heel wat gezegd. Wat opvalt, is dat er binnen de regering verschillende reacties zijn gekomen naar aanleiding van wat er in Venezuela is gebeurd. Als er echter één duidelijke lijn was, dan is het dat u, mijnheer de minister, maar ook uw fractieleider, de heer Ronse, en ook de heer Bouchez in wezen allemaal dezelfde positie innamen: het internationaal recht lijkt eigenlijk niet van tel te zijn.

Dat de heer Ronse als fractieleider enthousiast is, is geen verrassing. Hij is altijd enthousiast over alles wat de regering doet en over alles wat de Verenigde Staten doen. Dat verbaast dus niet. Het loutere feit dat het om een communistische dictator gaat – die we even hard verfoeien als iedereen hier – is blijkbaar voldoende om het internationaal recht even opzij te schuiven.

Mijnheer de minister, ook in uw communicatie, onder meer via uw tweets, probeert u dat goed te praten. Of het om een inbreuk op het internationaal recht gaat, zou volgens u voer zijn voor juristen. Voer voor juristen, voer voor debat. Nochtans zijn alle nationale en internationale experten eenduidig: wat er is gebeurd, is een manifeste inbreuk op het internationaal recht. Dat is geen voer voor juristen, alle juristen zijn het daarover eens.

Wat zult u dan zeggen als president Trump hetzelfde doet in Colombia? Voer voor juristen, voer voor debat? Wat zult u zeggen als president Trump hetzelfde doet en Groenland binnenvalt? Voer voor juristen, voer voor debat? Wat zult u zeggen als China Taiwan binnenvalt? Voer voor juristen, voer voor debat? Dat is een heel gevaarlijke lijn die u als minister volgt, een slippery slope . Van een minister en van een regering mogen we nochtans een ondubbelzinnige reactie verwachten, met respect voor het internationaal recht. Ik heb dan ook een aantal zeer concrete vragen, waarvan er al vele zijn gesteld.

Hoe zal België dit binnen de NAVO aankaarten? Hoe zal ons land zich verhouden tot de aanspraken op Groenland? Er is inderdaad een verklaring van een aantal staatshoofden die België niet heeft ondertekend, maar die nadien wel via een tweet werd bevestigd. Kunt u wat meer duidelijkheid geven over het Belgische standpunt? Ik kijk uit naar uw antwoord. Dank u wel.

Sarah Schlitz:

Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, je vous présente également mes meilleurs vœux pour l'année 2026.

Monsieur le ministre, le 4 janvier, le président Trump a menacé le Groenland et le Danemark, déclarant que les é tats-Unis avaient besoin du Groenland pour leur sécurité nationale. Ces propos interviennent après l'attaque illégale menée par les É tats-Unis contre le Venezuela qui a mené à l'enlèvement du président Maduro et de son épouse.

Le Groenland est l'un des trois pays constitutifs du Royaume du Danemark. La première ministre danoise, Mme Frederiksen, a déclaré que ces menaces doivent être prises au sérieux et qu'une attaque américaine contre le territoire d'un allié de l'OTAN signifierait la fin de l'Alliance. Elle compte sur le soutien des alliés européens pour garantir l'intégrité territoriale du Danemark et du Groenland. Le premier ministre groenlandais a également rejeté fermement ces menaces, rappelant qu'il appartient aux Groenlandais de décider de leur avenir.

Hier, une déclaration commune de la France, de l'Allemagne, de l'Italie, de la Pologne, de l'Espagne, du Royaume-Uni et du Danemark a été publiée, explicitant le positionnement de ces pays et appelant les É tats-Unis à respecter la souveraineté de ce territoire. La Belgique ne s'y est pas jointe jusqu'à présent.

L'attaque américaine contre le Venezuela démontre que l'administration Trump ne respecte plus le droit international. Soyons clairs, nous refusons toute complaisance envers le régime autoritaire, corrompu et antiécologique de Maduro, mais cela ne signifie en rien qu'un autre État le destitue par la violence. Le recours à la force armée est interdit, hors mandat du Conseil de sécurité des Nations Unies ou légitime défense. L'absence de condamnation du gouvernement belge est, à ce titre, consternante.

Monsieur le ministre, ne soyons pas naïfs, l'attaque au Venezuela, ce n'est pas la libération de son peuple. Il ne s'agit pas du respect de l'État de droit ou de la mise en place d'États démocratiques à travers le monde. On sait qu'ici se joue une course à l'accaparement des matières premières et des énergies fossiles. Le président Trump l'a lui-même déclaré en disant que cette attaque était motivée par un meilleur accès au pétrole vénézuélien pour les compagnies américaines. C'est clair, limpide comme de l'eau de roche. Précisons que le Groenland abrite également d'importants gisements de terres rares, de cuivre et de lithium.

Monsieur le ministre, le gouvernement condamne-t-il l'invasion récente du Venezuela et les menaces des États-Unis envers le Groenland et le Danemark?

Considérez-vous que l'intervention militaire américaine constitue une violation de l'article 2, § 4 de la charte des Nations Unies? Si oui, quelles conséquences juridiques et politiques en tirez-vous dans les relations bilatérales Belgique-États-Unis? Dans la négative, sur quelle base juridique précise cette intervention est-elle selon vous justifiée?

La Belgique est-elle prête à respecter ses obligations de défense collective si le Groenland faisait l'objet d'une agression militaire, y compris de la part d'un allié?

Le Danemark a-t-il déjà pris contact avec la Belgique en vue d'une éventuelle activation de l'article 5 de l'OTAN ou de l'article 42, § 7 du traité sur l'Union européenne?

Le gouvernement pourrait-il soutenir l'établissement d'une présence militaire européenne permanente au Groenland en accord avec le Danemark comme mesure de dissuasion et de prévention? Dans la négative, comment justifiez-vous ce refus face à une menace crédible sur un territoire européen stratégique?

Enfin, à la lumière de cette intervention américaine unilatérale, votre gouvernement maintient-il toujours que l'achat des F-35 garantit l'autonomie stratégique et la sécurité de la Belgique? Une réévaluation de cette dépendance militaire vis-à-vis des é tats-Unis est-elle envisagée?

Axel Weydts:

Beste collega’s en mijnheer de minister, mijn beste wensen voor 2026.

Na alle gebeurtenissen in de voorbije dagen lijkt het alsof we al enkele maanden ver zijn in 2026, terwijl het nieuwe jaar nog maar zeven dagen oud is. Het lijkt alsof de geopolitiek opnieuw op losse schroeven staat en dat de wereldorde weer een zware deuk heeft gekregen. De uitspraken van president Trump over Groenland, die ik voor alle duidelijkheid niet goedkeur, zijn niet echt een verrassing. Wie goed heeft opgelet bij de briefing van de CHOD, de chef Defensie, tijdens de hoorzitting enkele weken geleden, zal zich het gedeelte over het Arctisch gebied in zijn geopolitieke analyse wellicht nog herinneren. Het Noordpoolgebied wordt door de klimaatverandering weldra een zeer interessante regio voor de wereldhandel. De verdediging van die mogelijk nieuwe handelsroutes is daarbij dan ook belangrijk. De uitspraken van president Trump moeten dus gekaderd worden in de toenemende interesse van China, Rusland en de Verenigde Staten in het Arctisch gebied. De claim van de Verenigde Staten op Groenland is onterecht en moet ons zorgen baren.

Gisteren werd het akkoord van de coalition of the willing gesloten om een reassurance force te installeren in Oekraïne zodra daar een wapenstilstand wordt bereikt en vrede komt. Een belangrijk en cruciaal element daarbij zijn de veiligheidsgaranties van de Verenigde Staten en de zogenaamde backstop. Hoe kunnen wij, Europeanen, nog vertrouwen hebben in de president van de Verenigde Staten, die aanspraak maakt op de soevereiniteit van Groenland, dus op de soevereiniteit van het koninkrijk Denemarken? Hoe kunnen wij nog vertrouwen hebben in die backstop voor een reassurance force in Oekraïne, wanneer die NAVO-partner dreigt om eventueel zelfs manu militari een andere NAVO-partner te annexeren? Dat zijn zaken die de Vooruitfractie bijzonder verontrusten.

Mijnheer de minister, hoe leest u de verklaringen van president Trump met betrekking tot de annexatie of poging tot inlijving van Groenland? Hoe kunnen wij, met een dergelijke president aan het roer in de Verenigde Staten, nog vertrouwen op die NAVO-partner om die zo belangrijke veiligheidsgaranties voor Oekraïne daadwerkelijk op het terrein waar te maken?

Voorzitter:

De collega's Van den Heuvel en Van Rooy wensen aan te sluiten in dit actualiteitsdebat.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de voorzitter, het jaar is inderdaad nog maar pas begonnen en we wandelen al van de ene geopolitieke spanning naar de andere, van Venezuela naar Groenland. Het zijn allemaal uitingen van het zogenaamd imperiale denken, van het denken in invloedsferen, dat is heel duidelijk.

Laten wij nu even focussen op Groenland, want de dreigementen zijn onaanvaardbaar. In het begin, ongeveer een jaar geleden, dachten we misschien dat het wel zou koelen zonder blazen, maar de feiten van de laatste dagen tonen iets anders aan. Er worden adviseurs aangeduid. Er wordt een team samengesteld. Er wordt een speciale vertegenwoordiger aangeduid. Wat aanvankelijk plagerijen leken, wordt nu omgevormd tot effectieve dreigementen. Het is dus bittere ernst.

Het is heel bedreigend voor de geloofwaardigheid en de hechtheid van het NAVO-bondgenootschap wanneer de daddy van dat bondgenootschap een lidstaat afdreigt en een groot deel wil inpikken. Er zijn daarvoor redenen, namelijk het arctische belang, maar die zijn onvoldoende. Als een bondgenootschap hecht, geloofwaardig en sterk is ten aanzien van de buitenwereld, dan doet men dat niet. Dat ondermijnt echt de geloofwaardigheid van het bondgenootschap.

Mijnheer de minister, ik ben dan ook van mening dat ons land een straffe veroordeling moet uitspreken. Wij hebben gisteren gereageerd, vermits een straffe veroordeling door de Belgische regering aanvankelijk uitbleef, terwijl andere Europese landen dat wel deden. De premier heeft dat ‘s avond rechtgezet, maar wij zouden toch graag zien dat België op dat vlak mee in de spits van het peloton rijdt en zich niet pas achteraf aansluit.

Ten tweede is er de band met Oekraïne. De Verenigde Staten uiten een zeker voluntarisme, maar de vraag is wat daarmee samenhangt en hoe geloofwaardig dat nog is. We hebben de Verenigde Staten nodig. Wordt er een ruil in het vooruitzicht gesteld? Hoe geloofwaardig is dat alles?

Ten derde, in lijn met wat de voorbije weken en maanden in deze commissie al door verschillende leden is benadrukt, wil ik een oproep doen om nu echt werk te maken van een sterke Europese pijler. In een context van imperiaal denken is het absoluut nodig dat we evolueren naar een sterk Europees antwoord en dat we daarover duidelijke afspraken maken. Dat betekent ook dat, zeker bij de dominante Europese landen, eng nationalistische reflexen achterwege moeten blijven. Als middelgroot land binnen Europa kan België, zoals de voorbije decennia al is gebleken, misschien mee de lead nemen om een straf Europees antwoord te formuleren.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de voorzitter, ik wil, ten eerste, ook van mijn kant iedereen hier aanwezig het beste wensen, misschien niet zozeer op politiek vlak, maar zeker op persoonlijk vlak.

Met chirurgische precisie en via een bijzonder knappe en zeer complexe militaire operatie heeft de Verenigde Staten gelukkig de criminele linkse tiran Maduro gearresteerd. Het gevolg daarvan is dat het moegetergde Venezolaanse volk of wat daarvan nog is overgebleven, uitbundig juicht.

Het kan niet genoeg worden herhaald. Maduro was niet de president van Venezuela, maar een maffiose linkse dictator die Venezuela heeft leeggeroofd en omgevormd tot een terreurbasis voor de jihadisten van Hezbollah en Iran. Via migratie, criminaliteit en jihadistische terreur voerde Maduro oorlog tegen de Verenigde Staten, tegen het Westen en ook tegen ons.

Maduro en zijn entourage bezetten Venezuela. Zij kunnen de begrippen soevereiniteit en internationaal recht, die hier opnieuw lustig worden rondgestrooid, niet eens spellen. Meer nog, zij zijn de grootste vijanden ervan. Maduro is een zoveelste dominosteentje dat valt. Dat hoop ik althans. Misschien vieren wij mede daardoor binnenkort de val van het nog criminelere en terroristische islamitische regime van Iran. In dat geval zal het trotse Perzische volk uitbundig juichen. Met andere woorden, hold your horses .

Wees dus kritisch zoals wij. Toon echter ook eens enthousiasme en dankbaarheid voor een leider als Trump, die met al zijn gebreken de westerse beschaving verdedigt. Mijnheer Francken, misschien durft u dat wel te doen. Trump doet dat, in tegenstelling tot de vele softe en laffe leiders in West-Europa, die het continent elke dag verder laten islamiseren en onze beschaving vernietigen.

Theo Francken:

Goedemorgen collega’s. Mijn beste wensen voor een goed jaar.

We hebben het vorige jaar op mijn kabinet kunnen afsluiten met een drink, oppositie en meerderheid samen. Ik meen dat dit een leuk moment was, een goed moment ook om kennis te maken met mijn directeurs, om wat met elkaar te praten en om het jaar te overschouwen.

Het nieuwe jaar is er aangekomen met een storm. Dat had ik niet echt verwacht. Ik ben een paar dagen in de Ardennen geweest, voor wat gezinsrust, zoals velen onder jullie. Dat mag wel eens, meen ik. Toen ik terugkwam, stond alles op zijn kop. Dat is een voorbode van wat nog zal komen, want zoals een aantal collega’s al zei, is er wel nog wat op komst, meen ik.

Je présente mes meilleurs vœux à tous les députés, aux collaborateurs, aux collaborateurs de la Chambre et aux journalistes. J'espère que nous pourrons travailler correctement ensemble, comme nous l'avons fait l'année passée.

Het is een heel interessant debat. Ik zie ook heel wat nieuwe gezichten. Er is geen vergadering van de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen omdat onze minister momenteel in het buitenland verblijft, namelijk in de Verenigde Staten. Hij heeft daar de afgelopen dagen heel wat afspraken gehad. Hij zal morgen terug zijn voor de plenaire vergadering. Er zal dan ook zeker een debat plaatsvinden over de internationale situatie tijdens die plenaire vergadering met de minister van Buitenlandse Zaken en met de eerste minister, die gisteren de vergadering in Parijs heeft bijgewoond.

Ik ben echter geen minister van Buitenlandse Zaken. Ik begrijp dat een aantal collega’s toch een vraag wilde indienen om bepaalde zaken te kunnen vragen. Dat begrijp ik ook. Ik ben namelijk iemand die de eerste macht, het Parlement, zeer hoog acht. In die zin ben ik zeker ter beschikking, maar ik ben geen minister van Buitenlandse Zaken. De officiële positie en dergelijke worden uiteraard wel door de minister van Buitenlandse Zaken geformuleerd. Ik heb wel een aantal zaken gehoord waarop ik wel wil antwoorden.

De recente uitspraken van de Amerikaanse president over Groenland nopen tot ernst en precisie in dit debat, omdat ze raken aan de fundamenten van onze veiligheidsarchitectuur en aan de trans-Atlantische relatie.

Laat mij vooraf zeer duidelijk zijn over mijn rol. Het bepalen en communiceren van het Belgisch buitenlands beleid behoort tot de prerogatieven van de minister van Buitenlandse Zaken en van de eerste minister. Als minister van Defensie beperk ik mij tot het uitvoeren van het defensiebeleid van deze regering. Voor de officiële positie van de federale regering in deze kwestie moet u hen dus bevragen. Zij zijn morgen, als ik mij niet vergis, ter beschikking van de Kamer voor vragen. Dat zal ongetwijfeld een zeer interessant debat worden. Daar twijfel ik niet aan.

Chers collègues, le Groenland n'est pas un détail sur la carte du monde. Il est stratégiquement situé le long des principales routes maritimes internationales qui vont devenir encore plus importantes à l'avenir. Ce territoire joue non seulement un rôle clé dans l'accès à l'Arctique mais possède aussi des matières premières importantes, ce qui explique pourquoi les grandes puissances, comme les États-Unis, la Chine et la Russie, suivent cette région avec un intérêt croissant.

Het strategische belang van Groenland is manifest. De politieke en bondgenootschappelijke consequenties van bepaalde uitspraken situeren zich echter op een ander niveau.

Samen met u stel ik vast dat we na 30 jaar van onderinvestering in hard power , gecombineerd met een te eenzijdige focus op soft power , wakker worden in een wereld die opnieuw openlijk wordt bepaald door macht en militaire capaciteiten, een wereld waarin onze visie op en geloof in de internationale rechtsorde niet door iedereen wordt gedeeld. We dreigen daarmee af te glijden naar een wereld die Thucydides in de Melische dialoog schetste en waarnaar de eerste minister verwees in zijn speech voor de Verenigde Naties in september: "De sterken doen wat ze willen, de zwakken ondergaan wat ze moeten". Wie vandaag met onvoldoende hard power aan de onderhandelingstafel verschijnt, blijft met lege handen achter.

Cette constatation n'est pas agréable à entendre, mais c'est la réalité. Elle résulte de 30 ans de sous-investissement structurel dans la Défense. Aujourd'hui, nous dépendons fortement des États-Unis pour la dissuasion et pour la lutte contre la Russie en Ukraine, tout comme nous dépendons également largement de la présence militaire américaine et de ses capacités pour notre propre sécurité.

Er moet mij toch iets van het hart. Als er iets op mijn lever ligt, dan moet dat eraf. Ik begrijp dat een aantal leden voor een eerste keer of een van de eerste keren aanwezig zijn in de commissie voor Defensie. Alle respect daarvoor, iedereen is hier altijd welkom. Wat mij stoort, is steeds weer kritiek op bepaalde zaken. Men praat over het internationaal recht als het hoogste principe, wat het ook is, zonder daaraan echter de consequentie te koppelen dat men ook hard power nodig heeft. Speak softly and carry a big stick . Vaak zijn dat dan dezelfde partijen die ervoor gezorgd hebben dat wij ons defensieapparaat, dat bij uitstek de veruitwendiging van die hard power is, tientallen jaren hebben verwaarloosd en kapot bespaard, tot op de grond. Dat is toch een beetje hypocriet.

Ik ben nog geen jaar minister van Defensie, en ik moet elke week kritiek horen op president Trump. We don't like the guy, he's not a good guy . Ik moet kritiek horen op de Amerikanen, horen dat we geen F-35's mogen kopen, en nog meer van dat, maar als het over de coalition of the willing gaat, dan klinkt de vraag dat we toch geen troepen zullen sturen zonder een Amerikaanse backstop? We zorgen er toch wel voor dat onze troepen veilig zijn? We gaan er toch wel voor zorgen dat we nog met de Amerikanen in zee kunnen, want we hebben hen nodig.

Waarom hebben we hen nodig? Omdat we zelf te zwak zijn. Waarom zijn we te zwak? Omdat men in elk begrotingsdebat Defensie kapot bespaard heeft. Er moet nog 500 miljoen gevonden worden. Waar zullen we dat halen? Bij Defensie. De Landmacht, dat hebben we niet meer nodig. Hebben we al die machten eigenlijk nog wel nodig? Misschien moeten we de Marine wel afstoten, en luchtverdediging kopen is ook al een idioot idee. Dat zijn allemaal woorden van eerste ministers en van regeringspartijen die mij steeds opnieuw de les spellen en zeggen dat president Trump toch een evil guy is, dat we geen F-35's moeten kopen, dat de Amerikanen niet meer te vertrouwen zijn. Ik kreeg zelfs al parlementaire vragen ingediend of we al troepen naar Groenland hadden gestuurd.

Een beetje intellectuele eerlijkheid en consequentie zouden niet misstaan. In welke positie hebben we onszelf gemanoeuvreerd? In welke positie heeft het zwak Europees leiderschap, het Belgisch leiderschap van de laatste decennia, ons geplaatst? In een positie waarin we bij een overgang naar hard power inderdaad daddy tegen de baas in Washington moeten zeggen. Help us out, daddy . Dat is pijnlijk. Dat is niet leuk, toch?

Wat kunnen we daaraan doen? Waar zijn onze inlichtingcapaciteiten? Waar zijn onze capaciteiten op het vlak van refueling ? Waar zijn onze capaciteiten om op lange termijn kinetisch te gaan? Onze munitiestocks zijn om te huilen. Hoe komt dat? Er was geen geld om munitie te kopen.

Daarom vraag ik, alsjeblieft, een beetje consequentie. We zijn niet mee met moderne oorlogsvoering. Waarom niet? We mochten geen drones kopen. Drones, bewapenen, neen, dat mochten we zeker niet doen. Dat was onethisch. Welnu, kijk waar we nu staan! Kijk vooral eens in de spiegel, in de plaats van mij hier te bevragen vanuit de commissie voor Buitenlandse Zaken. Hoe komt het dat wij amper nog hard power hebben? Dat is overigens niet alleen in België het geval. Veel Europese landen staan nu echt met de broek op de enkels. Als men dan in Amerika een baas krijgt die men niet leuk vindt, dan wordt het wel extreem pijnlijk, heel extreem pijnlijk. Alsjeblieft mensen, alsjeblieft.

Voor onze eigen veiligheid zijn wij in belangrijke mate afhankelijk van Amerikaanse militaire aanwezigheid en capaciteiten. De komende jaren investeren wij volop om onze strategische autonomie te vergroten, maar dat is een werk van lange adem. Wij kunnen niet op enkele jaren rechttrekken wat decennialang werd verwaarloosd. We moeten ons daarvan bewust zijn, vooraleer we allerlei verklaringen afleggen die onze eigen veiligheidspositie alleen maar verzwakt. Denk toch ook eens aan uw eigen Europees veiligheidsbelang, zou ik zeggen. Het is heel leuk om iedereen elke dag te schofferen, maar denk misschien ook eens aan de consequenties daarvan.

Tegelijk is het belangrijk om vast te stellen dat de Verenigde Staten ook vandaag hun engagement ten aanzien van Oekraïense en Europese veiligheid blijven bevestigen. Zo hebben de Amerikanen gisteren in Parijs, tijdens de vergadering van de coalition of the willing voor Oekraïne, aangegeven dat ze bereid zijn veiligheidsgaranties te geven na een staakt-het-vuren of na een vredesakkoord, hopelijk zo snel mogelijk. Daarbij werd expliciet benadrukt dat de Verenigde Staten betrokken blijven bij het streven naar vrede, in nauwe samenwerking met hun Europese partners en NAVO-bondgenoten. Zoals daar werd gesteld: "We doen er alles aan om te blijven samenwerken met onze Europese collega’s en we willen er alles aan doen om vrede te bereiken. Er is veel vooruitgang geboekt. We hebben ook territoriale kwesties besproken en dat zullen we blijven doen."

Net daarom, collega’s, blijft het bestendigen van de trans-Atlantische band essentieel, in het bijzonder in het kader van de versterking van onze eigen defensiecapaciteiten, de agressieoorlog van Rusland tegen Oekraïne en de nucleaire afschrikking. In dat verband is het ook relevant te wijzen op het feit dat de Verenigde Staten in hun National Defense Authorization Act voor 2026 uitdrukkelijk het behoud bevestigen van een stabiele force posture in Europa – heel belangrijk –, met minstens 76.000 Amerikaanse militairen, en van een Amerikaanse generaal in de rol van Saceur.

Dat is ook iets wat collega Weydts heeft gezegd in het debat over de Amerikaanse veiligheidsstrategie net voor de vakantie. Dat was een heel interessant debat toen die vrijdagnamiddag.

Europa moet daarom kalm blijven, maar wel heel duidelijk maken – en dat heb ik hier ook gehoord van heel veel collega’s – dat territoriale integriteit en bondgenootschappelijke loyaliteit geen onderhandelbare concepten zijn. Daarin kan ik heel duidelijk zijn: dat is non-negotiable .

Tegelijk moeten we versneld werken aan een sterker Europa binnen de NAVO, zodat onze veiligheid minder afhankelijk wordt van politieke schommelingen elders.

Ces dernières heures, j’ai été en contact avec l’ambassadeur américain auprès de notre pays et l’ambassadeur américain auprès de l’OTAN, et je leur ai expliqué nos préoccupations.

Gisteren heb ik dus contact opgenomen met de Amerikaanse ambassadeur in België, de heer Bill White, die gisteren trouwens te gast was in De Afspraak . Misschien hebt u dat gezien, zo niet kunt u het herbekijken. Deze ochtend heb ik ook contact gehad met de Amerikaanse ambassadeur bij de NAVO, Matthew Whitaker. Ik ben een Atlantisch denker. In het regeerakkoord staat ook heel duidelijk dat de NAVO voor ons de hoeksteen is en blijft van onze collectieve verdediging. Daarom is het belangrijk dat we met elkaar praten en bepaalde zaken durven aan te kaarten.

Ik begrijp de bezorgdheden die u hier uit met betrekking tot Groenland en de integriteit van NAVO-bondgenoot Denemarken.

Ce pays est l'un des plus loyaux envers les États-Unis et l’atlantisme.

Denemarken had na Amerika het hoogste aantal dode militairen in Afghanistan. Het koopt de F-35 en zoveel andere Amerikaanse wapensystemen. Het is dus bijzonder pijnlijk dat net zij nu vol in het vizier van de Verenigde Staten komen.

Ik snap bepaalde strategische overwegingen maar ik meen dat het goed zou zijn dat er in de komende uren en dagen vergaderd wordt over de belangrijkste elementen in dit debat door de belangrijkste protagonisten. Dan hebben we het over Groenland, Denemarken en de Verenigde Staten. Ik meen dat dit moet worden uitgepraat op een volwassen manier. Niemand heeft baat bij een food fight binnen de NAVO. De enigen die daarbij winnen, zijn onze vijanden. Laten we daar heel duidelijk over zijn.

Onze premier heeft dat gisteren in Parijs ook heel duidelijk gezegd. Niemand heeft baat bij dat we elkaar de duvel aandoen, elkaar afjakkeren, elkaar uitschelden of dat we tegen elkaar opbieden. Dat lijkt me bijzonder onverstandig. Dat heb ik heel duidelijk gemaakt. Het is belangrijk dat hier een oplossing gevonden wordt, dat we rustig blijven en de zaken uitpraten, zoals bondgenoten dat doen, zoals we dat al meer dan 70 jaar doen. We hebben al eerder crisissen gehad. Dit is uiteraard zo’n crisis, maar dit zullen we ook wel uitpraten.

Het is natuurlijk allemaal niet gemakkelijk. Iedereen heeft zijn belangen, zijn strategische visie, zijn bezorgdheden en zijn eigen kiezers. Dat begrijp ik allemaal, maar de mondiale situatie is bijzonder ernstig. Het is dus best dat we eendrachtig blijven. Daar ben ik echt van overtuigd. Dit is nog maar het begin van het jaar. Er zal nog veel gebeuren dit jaar.

Die boodschap is goed overgekomen. Ik ben ervan overtuigd dat er in de komende dagen heel wat initiatieven zullen komen, voor of achter de schermen, om hier uit te geraken. Dat is mijn hoop en ik meen dat het zal lukken.

Tot slot, er is op dit moment geen enkele vraag gekomen, niet via de NAVO, niet via de Europese Unie en niet bilateraal van Denemarken, om Belgische troepen naar Groenland te sturen.

Dat is gevraagd. Ik geef daar dus een antwoord op. Als minister van Defensie kan ik bevestigen dat er geen vraag is om troepen naar Groenland te sturen. Op dit moment hebben we nog geen vraag gekregen, niet van de EU, niet van Denemarken en niet van de NAVO. Ik geef maar antwoord op de vragen die ik krijg.

Collega’s, er is nog een laatste punt dat ik wil aanhalen. Er werd gesteld dat ik niet zou willen zeggen dat de internationale rechtsregels zijn geschonden. Ik word daarbij slecht geparafraseerd, wat ik betreur. Ik begrijp dat dit in een politiek discours soms dankbaar wordt gebruikt, maar men moet wel de volledige context lezen, dus ook de paragraaf erboven.

Ik weet, mijnheer Van Hecke, dat u er doorgaans naar streeft intellectueel correct en eerlijk te zijn. Dat duurt immers het altijd het langst. We weten dat allebei, want we zitten hier beiden al een hele tijd. Ik heb mijn tekst herlezen en wil het duidelijk stellen. Vanuit internationaalrechtelijk oogpunt zijn de regels overschreden, daarover bestaat voor mij geen twijfel. Ik heb wel gezegd dat bepaalde zaken voer zijn voor juristen. U weet hoe dat gaat met zulke discussies. Die belanden in de Veiligheidsraad van de VN, waarin de ene A zegt en de andere B, met vaak eindeloze discussies tot gevolg.

Wanneer men stelt dat er geen enkele jurist ter wereld bestaat die die internationaalrechtelijke interpretatie betwist, dan is dat niet correct. De juristen van het Amerikaanse Department of State betwisten die interpretatie. U kunt daar heel hard mee lachen, maar er zijn juristen van een groot en machtig land, die alle mogelijke argumenten afwegen om die zaak inhoudelijk te betwisten. Uw bewering dat niemand dat betwist, klopt dus niet. In de Verenigde Naties wordt namelijk vrijwel alles betwist. Er zijn zelfs juristen die ontkennen dat de Russische invasie van Oekraïne een schending vormt van de internationale rechtsregels. Dat zijn de juristen van het Kremlin. Ik wil daarmee aangeven dat dit een eeuwige discussie is.

Wanneer u mij dus vraagt of ik van oordeel ben dat de internationale rechtsregels zijn overschreden, dan antwoord ik zonder aarzeling bevestigend. Daarover ben ik niet dubbelzinnig. Ik heb ook goed begrepen wat onze premier daarover heeft gezegd. Zijn boodschap was volgens mij dat we vooral naar onszelf moeten kijken en dat Europa eindelijk lessen moet trekken uit de verschuiving naar hard power . We zijn daar laat mee. In de politiek mag men nooit zeggen dat het te laat is, omdat dat hopeloosheid en moedeloosheid uitstraalt, terwijl mensen behoefte hebben aan hoop. Men kan dus niet stellen dat het te laat is, maar ik moet wel erkennen dat we laat zijn, zelfs zeer laat, ook wat de heropbouw van onze defensie betreft.

Als ik zie welke prijzen vandaag moeten worden betaald voor wapensystemen, dan is dat bijzonder pijnlijk. Als we tien jaar geleden waren begonnen, hadden we veel goedkoper kunnen aankopen. Vandaag wil iedereen kopen en dat drijft de prijzen op door de marktomstandigheden van vraag en aanbod. Dat is spijtig. In de commissie voor Legeraankopen en -verkopen moet ik nu dossiers over legeraankopen voorleggen waarvan men terecht zegt dat ze bijzonder duur zijn. Hadden we die aankopen tien jaar geleden gedaan, dan had ons dat slechts de helft gekost. Dat hebben we echter niet gedaan.

Mijnheer Van Hecke en collega's, wij moeten focussen en ik denk dat dat ook de boodschap is die verschillende regeringsleden hebben proberen te geven. Er is Venezuela, maar dat is een zaak voor Buitenlandse Zaken, niet voor Defensie. Er is geen vraag om troepen naar Venezuela te sturen. Ik heb daar als minister van Defensie eigenlijk helemaal niets over te zeggen. U vraagt naar persoonlijke mening daarover wegens mijn post. Ik heb mijn mening daar gezegd, laat dat helder zijn, maar richt u voor het overige tot de heer Prévot. Ik hoop dat hij morgen op het vliegtuig goed kan uitslapen, want het zal hevig worden. Het is niet aan mij om daar uitspraken over te doen.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, merci pour vos réponses et vos éclaircissements. Je partage votre analyse. Vous avez raison, il y a une crise au sein de l'OTAN. Il ne faut pas le nier. Mais je confirme aussi que pour moi, et je l'ai mentionné dernièrement, nous avons été depuis bien trop longtemps les passagers clandestins de notre défense.

Toutefois, faut-il le signaler? Je vous redemande, monsieur le ministre, de rencontrer vos homologues européens afin de pouvoir se coordonner.

Faut-il également le rappeler? Il est nécessaire, certainement, d’informer les États-Unis qu'il y aura des conséquences aux actions qu'ils sont en train de mener. Ces conséquences seront certainement diplomatiques, économiques voire autres.

Mais aussi, chers collègues, si nous agissons dans ce sens en opposition aux États-Unis, il y aura aussi des risques de conséquences négatives pour la Belgique – conséquences diplomatiques, conséquences économiques et budgétaires, des conséquences sécuritaires, des conséquences sociales et peut-être des conséquences militaires.

Nous devrons l'assumer auprès de notre population. Nous sommes prêts à le faire. C'est une interrogation. Je réinsiste, sommes-nous réellement prêts à le faire?

François De Smet:

Monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses.

L'intégrité territoriale des membres n'est pas négociable. Vous le dites très bien, mais nous ne devons pas sous-estimer ce qui se passe. Nous allons parler aux Américains. D'accord. Cependant, quelle est notre marge de manœuvre pour discuter avec des gens qui tiennent des propos si radicaux? Si ce qui intéressait les Américains, c'étaient des garanties de défense, honnêtement, ils les ont déjà: une de leurs bases est installée au Groenland, avec lequel ils ont conclu des accords de défense, tout comme avec le Danemark au sein de l'OTAN. Donc, ne nous trompons pas. Nous n'avons pas affaire uniquement à des gens qui veulent davantage de sécurité, mais affaire à une perspective impérialiste d'envie de gains territoriaux. Ils pensent que, comme ils sont très forts, il suffira de le répéter haut et fort pour que cela ait lieu. Raison pour laquelle nous devons, non pas envoyer des troupes au Groenland, mais hausser le ton de la même manière. Nous devons être pleinement solidaires de nos alliés danois et rappeler, comme vous l'avez fait, que l'intégrité territoriale des membres doit être préservée et que cet épisode vaut une question de crise au sein de l'OTAN.

Pour le reste, même si nous ne sommes pas d'accord à propos des F-35, votre diagnostic est exact. En effet, nous payons des années de désinvestissement. Nous, Européens, prônons des valeurs fortes – celles du droit international –, que nous devons conserver. Il n'y a quasiment que nous, pour l'instant, qui les déclarons fortement parce que nous nous trouvons au milieu d'empires en résurgence: la Chine, les É tats-Unis, la Russie. Toutefois, il nous manque la force. Nous sommes un empire doté de valeurs, un empire de consommateurs, mais un empire dénué de force. C'est pourquoi nous avons raison d'investir au maximum dans notre défense, comme nous le faisons. Nous pourrions nous passer de dépendances technologiques pour le F-35, mais je reconnais honnêtement que, pour le reste, vous faites chaque fois votre possible pour investir européen. Vous achetez des munitions et des chars. Par ailleurs, il faut développer une industrie et une technologie de défense européenne. De même, accessoirement, il importe de nous rendre indépendants sur d'autres plans qui ne vous concernent pas directement, à savoir la politique énergétique et industrielle. C'est la seule manière de nous en sortir demain.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Un élément m'a rassuré, vous avez été clair sur la souveraineté du Groenland. Le Groenland appartient aux Groenlandais, appartient au Danemark, et donc aux Danois de manière plus large. C'est incontesté et incontestable. Nous avons d'ailleurs introduit une proposition de résolution visant au respect du principe de souveraineté du Groenland en commission des Relations extérieures. Nous espérons que ce dossier sera à l'ordre du jour de cette commission la semaine prochaine.

Je suis beaucoup moins d'accord avec vous quand vous prétendez que nous sommes moins forts aujourd'hui et que, dès lors, nous devrions presque nous soumettre aux diktats du président Trump, de son administration et de son gouvernement. Nous ne sommes pas moins forts. L'Union européenne, si elle se rassemble autour d'une volonté commune, dispose d'un arsenal militaire comparable et supérieur à celui de la Russie. C'est sur le plan de la puissance nucléaire que nous avons du retard. Sans la France et sans le Royaume-Uni, effectivement, nous sommes en difficulté.

Au sujet du retard de la Belgique, convenez avec moi, avec l'honnêteté intellectuelle qui est la vôtre, que votre prédécesseur N-VA, M. Vandeput, n'a pas fait du bien à l'armée et à la Défense. Les économies de 1,7 milliard ont été opérées sous le ministre Vandeput. En 2015 et en 2016, dans les tableaux budgétaires que je suis allé rechercher, il n'y avait aucun crédit d'engagement pour l'achat de munitions. J'eusse espéré que ce soit vous qui eûtes été ministre à l'époque. Certainement, nous aurions agi différemment.

Enfin, il faut véritablement ouvrir les yeux face à Donald Trump, mais aussi face au vice-président Vance, à Rubio et à toute sa clique. En effet, c'est une clique d'impérialistes, de souverainistes, qui n'ont qu'une volonté – et c'est écrit dans la stratégie nationale américaine –, celle d'affaiblir l'Union européenne et saper la démocratie européenne.

Je terminerai en vous disant à quel point cette Amérique-là n'est plus notre alliée. Elle n'est plus notre alliée pour défendre la démocratie, les valeurs européennes et les valeurs de droits humains. Selon les informations de Der Spiegel , qui n'est quand même pas un tabloïd mais un journal très sérieux allemand, il y a une influence et des menaces du gouvernement américain aujourd'hui sur les juges en France qui vont revoir en appel le jugement de Mme Le Pen. Car l'objectif de Donald Trump et de son gouvernement est effectivement de soutenir financièrement, mais également par des ingérences politiques anormales, des régimes ou des dirigeants d'extrême droite dans l'Union européenne pour mettre à bas l'idéal européen et les valeurs fondamentales qui ont construit le projet européen; mais qui le maintiendront coûte que coûte, quoi qu'en pense Trump et quoi qu'il puisse faire à son égard.

Axel Weydts:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik onthoud een aantal elementen uit uw lang en goed antwoord.

Ten eerste, het is goed dat op het hoogste niveau wordt gepraat. Het is heel belangrijk dat de kwestie wordt uitgepraat en niet leidt tot een openlijk conflict binnen de NAVO. Dat kunnen wij immers missen als kiespijn. Immers, indien de kwestie zou uitmonden in een daadwerkelijk conflict binnen de NAVO, dan zal slechts één persoon de champagne ontkurken op het nieuwe jaar, namelijk Poetin in het Kremlin.

Dat is ook het probleem. Poetin is de vijand. Daarover bestaat geen twijfel. Indien Poetin uiteindelijk de enige zou zijn die garen spint uit een verdeelde NAVO, dan ben ik niet overtuigd of hij door Trump wel als een grote vijand zal worden beschouwd. Wat wij de voorbije maanden onder de regering-Trump hebben gezien, wijst immers op grote toenaderingen tot Poetin. Er liggen bovendien plannen op tafel die grotendeels tegemoetkomen aan de wensen van Poetin. Ik ben er dan ook niet gerust in dat de regering van de Verenigde Staten Poetin en Rusland daadwerkelijk als de grote bedreiging beschouwt. Die nuance lijkt mij belangrijk om te maken.

U hebt vandaag bijna letterlijk de Belgische leuze ‘Eendracht maakt macht’ gehuldigd, wat ik niet van u had verwacht. Die leuze geldt niet alleen voor ons land, maar evenzeer voor de NAVO. Het is dan ook van groot belang dat de NAVO met één stem blijft spreken.

Collega’s, waarom is die backstop zo belangrijk en zo cruciaal? Waarom ben ik zo ongerust over het mogelijk afnemende vertrouwen in de regering-Trump? Die backstop is essentieel omdat Europa vandaag op eigen kracht nog niet sterk genoeg staat. Dat is de realiteit. Men kan het tegendeel proberen te beweren, maar op het vlak van strategische enablers staan wij nergens. Dat geldt vooral voor de intelcapaciteit. De inlichtingen die wij vandaag van de Verenigde Staten ontvangen en waarop wij vandaag een beroep doen om onze operaties veilig te kunnen leiden, zijn cruciaal. Die capaciteit hebben wij op Europees niveau niet.

Het is dan ook heel terecht dat wij opnieuw bouwen aan onze eigen defensie, niet alleen in België maar in heel Europa. Wij moeten bouwen aan een Europese defensiepijler binnen de NAVO, zodat wij op eigen benen kunnen staan en voldoende sterk worden. Ik volg u ook volledig wanneer u stelt dat wij zodoende een stok achter de deur hebben, aangezien wij er met praten alleen niet zullen komen in de huidige tijden en in een wereld waarin autocraten aan de macht zijn.

Het is dan ook goed dat de huidige regering met Vooruit eindelijk opnieuw investeert in onze defensie en werk maakt van de hard power die wij helaas nodig zullen hebben.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord, ook voor de nodige nuances die u aanbrengt. Uiteindelijk moeten we beseffen dat we moeten blijven werken binnen ons bondgenootschap en dat Amerika onze grootste bondgenoot is. Met elkaar ruzie maken of elkaar schofferen, helpt ons geen meter verder.

Het is belangrijk om de discussie met elkaar te voeren, zeker met het oog op de komende NAVO-top. Dat is een belangrijk onderwerp dat op de agenda moet staan. Collega’s die denken dat we nu veel te zeggen zouden hebben, vergissen zich echter, aangezien we jarenlang te weinig hebben geïnvesteerd in onze defensie. Deze regering doet daar eindelijk iets aan. We investeren nu verder en we zullen dat de komende jaren nog veel meer moeten doen.

Collega’s, we leven niet in een leegte. We moeten beseffen dat we zonder Amerika nog zwakker zullen staan. Als iemand die in Iran geboren en opgegroeid is, zag ik dat al jaren geleden aankomen. In de commissie voor Landsverdediging moesten we met de N-VA echter blijven vechten, zelfs om onze drones te bewapenen. De vorige regering en de minister die we toen hadden, hebben beslist om onze drones niet te bewapenen. Dat zijn de feiten en dat zijn de resultaten van de beslissingen in de vorige regering, dus u kunt nu niet vragen waarom we hier niet klaar voor zijn.

Mijnheer de minister, ik wens u heel veel succes voor de komende jaren. Dank u wel.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Ik wil een aantal zaken zeggen.

Ten eerste, u zegt dat u voor een aantal vragen bij de minister van Buitenlandse Zaken moet zijn en u vindt het wat vreemd dat hier collega’s van de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen of van andere commissies aanwezig zijn. U kunt daar echter niet verbaasd over zijn, aangezien u elke dag of elke week op Twitter, Facebook en Instagram uw mening geeft over buitenlandse aangelegenheden. Dan is het niet zo bijzonder dat hier vragen worden gesteld over thema’s van Buitenlandse Zaken.

U hebt een aantal antwoorden gegeven over uw eigen uitspraken. Dank daarvoor. U was gedetailleerd over uw standpunten. Het is echter niet zo bijzonder dat hier collega’s van de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen aanwezig zijn als u daarover wekelijks beschouwingen geeft. Dat is uw goed recht en dat mag. Ik vind dat ook leuk om te lezen. Als u elke week beschouwingen geeft over Buitenlandse Zaken, is het niet verbazingwekkend dat daar hier vragen over komen.

Ten tweede – misschien het punt dat mij het meest stoort, mijnheer de minister – u fulmineert over het verleden. Het was allemaal te traag en te laat en de vorige regeringen hebben ons in de miserie gebracht. Van de laatste tien jaar, de periode van 2015 tot 2025, zaten we echter ongeveer vijf à zes jaar met een minister van Defensie van de N-VA. Ook uw partij maakte toen deel uit van de regering.

Ik vind ook dat we moeten opschalen, dat we sterker moeten investeren en dat we een sterkere defensie nodig hebben. Zoals veel Europese landen maken we de laatste twee jaar inderdaad een inhaalbeweging. Er zijn heel wat linkse partijen in de oppositie. Ik behoor daar niet toe, voor alle duidelijkheid. Ik ben geen lid van een linkse partij, maar er zijn ook heel wat linkse regeringsleiders in andere Europese landen die diezelfde inhaalbeweging maken. Alles zomaar afschuiven op het verleden, op de linkse oppositie of op linkse partijen en hen als naïef wegzetten, is dus niet correct, mijnheer de minister. Dat is niet correct. De laatste tien jaar zat uw partij vijf jaar op de stoel van de minister van Defensie.

Ten derde, ik ben het met u eens dat we zowel hard power als soft power nodig hebben. We hebben hard power nodig, maar ook soft power . Ik ben heel blij dat u zegt dat territoriale integriteit non-negotiable is. Het is zeer goed dat u het belang daarvan hier onderschrijft. Als reactie op de eerste minister stel ik dat palaveren over territoriale soevereiniteit en internationaal recht wél belangrijk is. Wij moeten daarover spreken, want als wij dat al niet meer doen, wie dan wel? Het is een totale chaos op het wereldtoneel. Daarom zijn er spelregels nodig.

Het internationaal recht zijn de spelregels in een periode van chaos. We moeten dat blijven zeggen en dat is minstens even belangrijk als hard power . Soft power is minstens even belangrijk als hard power . U hebt mijn steun voor het versterken van onze defensie, maar we mogen soft power , diplomatie en het naleven van internationale rechtsregels absoluut niet vergeten.

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de minister, u was duidelijk over twee zaken. Ten eerste apprecieer ik dat u met betrekking tot Groenland initiatief hebt genomen en een duidelijke lijn trekt. Ten tweede stel ik het op prijs dat u hebt gezegd dat u vindt dat de internationale rechtsregels zijn geschonden in Venezuela, hoewel u bij aanvang verklaarde geen uitspraken over het internationale aspect te zullen doen en dat overlaat aan minister Prévot en premier De Wever. Nochtans tweet u steeds over allerlei internationaalrechtelijke aspecten en geopolitieke situaties.

Ik verwacht van een minister ook duidelijke uitspraken daarover. U gaat zelfs verder dan de eerste minister. De eerste minister zei in Terzake gisteren dat men zich vragen kan stellen bij de werkwijze. U was duidelijker en scherper dan de eerste minister, waarvoor mijn felicitaties. Uw uitspraak was echter een ingeving van het moment, waarbij het buikgevoel de voorbereide tekst terzijde liet. Collega’s, respect voor het internationaal recht is geen keuze à la carte. Ik verafschuw de stelling dat internationale rechtsregels naargelang de situatie meer of minder belangrijk zijn. Een regering, een minister of een land moet erkennen dat internationale regels leidend zijn in politiek en reacties en moet consequent zijn in de toepassing daarvan.

Dat is hetgeen ik verwacht van de regering, want anders geeft u verkeerde signalen. Als u soft bent en begrip toont voor een actie van - laten we zeggen - een verlicht despoot in het Witte Huis en als u die kerel groen licht geeft, dan interpreteert hij dat als dat hij verder kan gaan. Waarom zou hij dan niet hetzelfde doen in Groenland, in Colombia en in Mexico? Er moet een duidelijke lijn worden getrokken en in uw antwoord doet u dat ook.

Ik wil nog even terugkomen op de tweet. Ik heb uw tweet nog eens goed gelezen en die is voor interpretatie vatbaar. U hebt echter ook nog iets anders gedaan, u hebt ook een bepaalde tweet geretweet. In die tweet stond: “Venezolaanse oppositieleider en recente winnares van de Nobelprijs is het oneens met alle hysterische roepers met hun internationaal recht.” Dat hebt u geretweet. Als ik iets retweet, is dat meestal iets waar ik achter sta. Deze retweet kan worden geïnterpreteerd alsof u het internationaal recht ook maar hysterisch gedoe vindt. U hebt dat daarnet rechtgezet, maar misschien moet u dan ook uw retweet verwijderen of voortaan twee keer nadenken voor u iets retweet. Dat zou een stuk duidelijker zijn.

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

En complément de la réplique de mon collègue Van Hecke, je soulignerai que vous avez en effet été clair sur certains aspects. Par contre, je suis étonnée par les propos de certains collègues qui continuent de marteler à quel point les États ‑ Unis sont et restent notre meilleur alli é .   Aujourd ’ hui, continuer à penser que le salut de la Belgique et de l ’ Europe passe par cette Alliance est de l’aveuglement complet au regard de ce qui est en train de se passer. La situation actuelle est tr è s claire: nous constatons un non ‑ respect du droit international et de la territorialit é du Groenland, et donc de l ’ Union europ é enne.   Nous devons agir en conséquence.

L’enjeu en matière d’autonomie, en particulier d’autonomie énergétique, est évidemment énorme. Et c’est précisément l’un des enjeux des prochaines années: parvenir à être davantage résilients et autonomes, tant au niveau européen qu'au niveau belge, en la matière.

Plus spécifiquement, même si nous ne serons jamais d’accord sur la question des F ‑ 35, il est é vident qu ’ il ne s ’ agit pas d ’ une bonne option d ’ en racheter pour 1,6 milliard d ’ euros d ’ argent public – l ’ argent des citoyens belges – pour un r é sultat tel que celui qui se produit aujourd ’ hui et qui se reproduira sans doute à l ’ avenir. Comme vous le disiez, le Danemark a achet é des F ‑ 35; nous voyons bien la situation dans laquelle il se trouve et la fa ç on dont le pr é sident Trump le traite.

Monsieur le ministre, si vous voulez flatter l’ego de Trump, offrez ‑ lui un Manneken-Pis plaqu é or, mais ne lui offrez pas, sur un plateau d ’ argent, 1,6 milliard d ’ euros d ’ argent public pour des avions qui ne garantissent en rien notre s é curit é ni notre autonomie! Ce dont nous avons besoin, c ’ est d ’ une d é fense europ é enne et d ’ une coordination au niveau des achats; aujourd’hui, entre les différents pays européens, c’est la zizanie concernant les différentes sortes de chars, de tanks et d’avions. Par ailleurs, il faut ê tre ferme. En effet, dans un monde où prévaut la loi du plus fort, c’est en faisant preuve de fermeté et en traçant des lignes rouges très claires que nous parviendrons à nous faire respecter, et non en nous mettant à plat ventre.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik heb veel zaken gehoord waarmee ik volledig akkoord ga, onder meer over de loyaliteit en de geloofwaardigheid van het bondgenootschap, die niet onder druk mogen komen. Groenland is non-negotiable . Het lijkt mij heel belangrijk dat we binnen Europa evolueren van soft power naar hard power. Ik denk dat er volledige eensgezindheid bestaat over het uitbouwen van een sterke Europese pijler. Hoe we dat zullen doen, is wel een bijzonder belangrijke vraag. U maakt graag een analyse van het verleden. Ik denk dat we een collectieve verantwoordelijkheid dragen. We hebben allemaal deel van de regering uitgemaakt. Als men de cijfers bekijkt, ik doe dat voor de eerste en de enige keer, dan ziet men dat de regering die het minst aan Defensie heeft besteed in bbp-cijfers de Zweedse coalitie was. Laten we dus stoppen met die analyse van het verleden te blijven maken. Het is een collectieve verantwoordelijkheid, die misschien voor de ene wat meer doorweegt dan voor de andere, maar we moeten vooral vooruitkijken.

De vraag is hoe we Europa sterker kunnen maken. Investeringen zijn daarbij absoluut noodzakelijk, daarin hebt u voor honderd procent gelijk. We hebben echter al vaker besproken dat investeringen efficiënt moeten gebeuren, zodat we dat narratief ook bij onze bevolking warm kunnen houden. Dat betekent dat we meer moeten samenwerken en onder de dominantie van de grotere Europese landen moeten uitkomen. We moeten evolueren naar harmonisering van normen, maar daar kunnen we op een ander moment op ingaan. Ik ben het volledig eens om met de nodige investeringen te evolueren naar hard power binnen Europa.

Een tweede punt betreft Oekraïne. U zei tevreden te zijn met de garanties die gisteravond zijn uitgesproken. Daar blijf ik mij toch wat ongemakkelijk bij voelen. Wat zijn die garanties waard met al die spanningen in het bondgenootschap? Ik denk dat we daar absoluut waakzaam moeten blijven. De vraag blijft openstaan of er op een bepaald moment een ruil zal plaatsvinden.

Een derde punt dat ik nog wil aanhalen, betreft Amerika. De Trumpadministratie is misschien minder NAVO-loyaal, maar we hebben ook gezien dat er in het Congres, zowel bij de Democraten als bij de Republikeinen, een grote flank bestaat met een andere mening over Europa en over het belang van het Atlantisch bondgenootschap dan die enge Trumpadministratie. Ik vraag mij af in welke mate we met die flank sterkere contacten kunnen onderhouden om die mee te versterken. Dat hangt voor een stuk uiteraard samen met onze geloofwaardigheid om meer te investeren in Defensie. Meer investeringen bieden hen extra argumenten om af te stappen van dat eng imperiaal denken van de Trumpadministratie.

Niet iedereen in Amerika zit op dezelfde golflengte. Europa dient daarin een rol te spelen en te tonen dat het zijn verantwoordelijkheid wil opnemen.

Sam Van Rooy:

Minister Francken, bedankt. U bent één van de weinige ministers in deze regering naar wie ik met interesse kan luisteren. Daarom ben ik hier ook aanwezig.

Dit gezegd zijnde, iedereen, behalve extreem links, is blij met de val van de criminele linkse tiran, Maduro, maar niet met de manier waarop. Hoe het dan wel had moeten gebeuren, weet men natuurlijk niet. Dat kan men natuurlijk niet zeggen.

Er moet me in dit debat toch nog iets van het hart. Al het gejammer dat we ook hier weer horen over internationaal recht, laat vooral zien hoe losgezongen van de realiteit veel politici geraakt zijn. Ik zou het echt ook graag anders zien, geloof me, dames en heren, maar het internationaal recht was eigenlijk niet meer dan een comfortabele illusie die enkele decennia heeft kunnen standhouden. Het heeft nooit werkelijk bestaan. Nu is de wereld inderdaad teruggevallen in haar natuurlijke toestand van machtspolitiek van grootmachten.

Wetten – dat zou u toch allemaal moeten weten – bestaan alleen bij de gratie van de onderwerping aan een hogere autoriteit die de wetten met geweld kan afdwingen. Zo’n hogere mondiale autoriteit bestaat niet. Zelfs als men de VN als dusdanig wil beschouwen, beschikt die organisatie helemaal niet over de macht om internationaal recht af te dwingen, behalve misschien tegenover kleine, zwakke landen. Toen de VS Irak binnenvielen, keek de VN machteloos toe. Toen Rusland Oekraïne binnenviel, deed de VN niets. Als China morgen Taiwan binnenvalt, zal de VN niets doen. Dat weten we. Als men een wet niet kan handhaven, beste politici, is ze de facto geen wet. Dan bestaat ze niet.

Het is dus in ons belang dat we zo sterk mogelijk zijn en dat onze tegenstanders zo zwak mogelijk zijn. President Trump is in dat opzicht een realist en een pragmaticus. Hij doorziet de fictie waaraan andere zogenaamde leiders in Europa zich blijven vastklampen. Een goede leider bevordert de nationale belangen van zijn land. Als meer Westerse leiders dat zouden doen zoals Trump het doet, zou onze beschaving in Europa er vandaag veel beter voorstaan.

Voorzitter:

Ik begrijp dat de minister ook nog iets wil inbrengen.

Theo Francken:

Collega's, sta me toe om nog heel kort te reageren. Op zich is het interessant dat we met elkaar spreken, en het is waar, ik spreek mij uit over veel dingen en dat heb ik altijd gedaan, het is soms ook sterker dan mezelf. Ik probeer dat op een genuanceerde manier te doen, en daarom is dit ook zo’n interessante commissie, waar op den duur iedereen naartoe komt. Dat is heel fijn. Welkom. U hoeft zich vooral niet onwelkom voelen omdat u hier maar één keer komt. Trouwens, ik hoop dat Staf Aerts zo snel mogelijk beter is en een beter jaar tegemoetgaat, en dat we hem ook veel kunnen zien. Wat hij meemaakt is natuurlijk niet fijn. Tinne heeft hier vaak gezeten; u helpt elkaar en de solidariteit is heel groot binnen uw fractie. Ik hoop echt dat hij zo snel mogelijk terug is. Laat dat ook heel duidelijk zijn: ik hoop dat Staf zo snel mogelijk geneest zodat we opnieuw met hem kunnen discussiëren en van gedachten wisselen.

Een paar dingen. Retweets are not endorsements . Bij deze is dat dan ook officieel genotuleerd. Sommigen zetten dat erbij, doe dat nu eenmaal niet, ik ga het er niet bij zetten, maar bij deze is het gezegd in de officiële zitting.

Het meest interessante dat ik toch wel gehoord heb, is wat Koen Van den Heuvel heeft gezegd over het belang van voldoende contacten met die parlementsleden. Dat vind ik ook. Daarvoor heb je onder andere het NAVO-Parlement. Ik weet dat niet iedereen daar lid van kan zijn en dat dat beperkt is, maar er zijn ook andere mogelijkheden. Er is de IPU. Er zijn andere mogelijkheden om in nauw contact te komen met Amerikaanse parlementsleden van het Congres en de Senaat. Vooral het Congres is belangrijk, maar ook de Senaat. Die zijn wat minder bereikbaar omdat ze heel drukbezet zijn, maar het Congres heeft veel leden.

Die vriendschapsbanden smeden en met elkaar praten is belangrijk, ik kan het maar voldoende herhalen. Elkaar afsnauwen, daar hebben we niets aan. Er zijn opnieuw heel wat forse uitspraken gedaan, en dat is goed voor de achterban; ik snap die filmpjes, die draaien dan goed. Maar wat hebben we daaraan als Westen? Wat levert ons dat op? Ik denk dat het ons verderaf brengt van ons doel. Ik denk dat dat ons in de problemen kan brengen.

Als men mij dan vraagt naar die veiligheidsgaranties en welke garanties dat zijn … Wel, hoe meer u in de hand bijt die u voor een stuk voedt, hoe meer waarschijnlijk het is dat men zal zeggen: zoek het zelf maar uit in Europa, trek uw plan. Dat is voor een stuk ook een selffulfilling prophecy .

Blijf dus met elkaar praten. Het NAVO-Parlement is een heel belangrijk instrument, maar ook de IPU en de Verenigde Staten. Maak een reis met de commissie. Vraag een ontmoeting met de commissie voor Defensie van het Congres. Nodig hen uit; ze zijn zo vaak in Brussel. Met het NAVO-Parlement zijn ze in februari een week hier, nodig hen dus uit. Het is in de krokusvakantie. Ik weet dat iedereen dan graag gaat skiën, maar de wereld staat in brand. Nodig hen uit en praat met hen. Leer elkaar kennen. Wissel kaartjes uit. Heb contact. U kunt ook eens bellen naar Washington; ik doe dat al jaren: eens bellen en vragen wat er juist aan de hand is, omdat ik bepaalde dingen in de krant lees.

Dat is dus een eigen keuze. U kunt zeggen dat u dat principieel niet doet, dat is geen probleem, maar er zijn wel voldoende mensen in de commissie die dat wel degelijk zouden willen.

Ik blijf ervan overtuigd dat men op een rationele manier kan overtuigen. U hebt al kunnen vaststellen dat de president weliswaar machtig is in de Verenigde Staten, maar niet oppermachtig. Het Congres heeft al een aantal keren de koers bepaald. Bij ons zegt men soms dat de parlementsleden enkel maar op een stemknopje moeten drukken en maar moeten luisteren. Dat is in het Belgisch Parlement ook niet waar, ik ga niet akkoord met die stelling. Voor de Verenigde Staten geldt dat dat absoluut niet het geval is. Dit is dus een oproep. Meer kan ik op dat vlak niet zeggen.

We kunnen eindeloze discussies voeren over de F-35's, de vier jaar ministerschap van de heer Vandeput en de investeringen. Ik zal dat een volgende keer met veel plezier doen, maar als we dat nu zouden doen, zouden er veel replieken komen en zitten we hier nog een uur, terwijl er ook nog vragen moeten worden beantwoord. Dan zou ik binnen twee maanden de vraag krijgen waarom er een achterstand van 90 vragen is en waarom ik nooit kom. We bewaren die discussie dus voor een volgende keer. Ik ben het niet eens met wat hier werd gezegd, maar dat weet u wel.

Voorzitter:

Mijnheer de minister, ik dank u voor deze toevoeging.

Het aantal gezamenlijke militaire oefeningen die elk jaar gehouden worden

Gesteld door

MR Anthony Dufrane

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 7 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Theo Francken bevestigt dat België jaarlijks een tiental grote multinationale militaire oefeningen organiseert of bijwoont, vooral in het buitenland (bv. Precise Response in Canada, Griffin Strike in Duitsland), met gemiddeld 5–10 NATO-landen om interoperabiliteit en kennisuitwisseling te versterken, met focus op strategische partners zoals Frankrijk, Duitsland en Nederland. Anthony Dufrane benadrukt het belang van transparantie over Belgische inzet (aantallen, budgetten, betrokken eenheden) en vraagt om versterkte voorbereiding op nieuwe dreigingen (cyber, hybride oorlogvoering), maar toont zich tevreden met de huidige internationale samenwerking en trainingsfrequentie. Francken wijst op specialisatie per eenheid (bv. Special Operations Regiment in Litouwen) en logistieke voordelen van buitenlandse oefenterreinen, zonder concrete budgetcijfers of plannen voor uitbreiding te noemen. Dufrane stelt kritisch dat meer soldaten getraind moeten worden voor diverse conflictscenario’s, maar erkent de waarde van de huidige NATO-samenwerking.

Anthony Dufrane:

Monsieur le ministre, les exercices militaires conjoint​​​s, comme l'opération Yellow Guardian dernièrement organisée dans les provinces de Luxembourg et de Liège, jouent un rôle clé dans le renforcement de l'interopérabilité des forces alliées et la préparation aux opérations de l'OTAN.

Cet exercice, qui a récemment rassemblé plus de 800 militaires et 200 véhicules issus de six nations (Belgique, France, Luxembourg, Pays-Bas, Allemagne, République tchèque), illustre l'importance de ces entraînements pour la cohésion et l'efficacité des unités internationales.

Les données sur le nombre total d'exercices de ce type organisés chaque année, leur répartition entre le territoire belge et l'étranger ainsi que le niveau de participation des bataillons belges aux opérations conjointes de l'OTAN sont peu mises en avant, principalement pour des raisons de sécurité et de secret défense. Néanmoins, il serait pertinent de communiquer des informations à caractère non sensible, afin d'évaluer l'engagement de la Belgique dans la coopération militaire internationale et l'adéquation des ressources allouées à ces entraînements.

Monsieur le ministre, combien d'exercices militaires conjoints similaires à Yellow Guardian sont organisés chaque année avec la participation de la Belgique? Quelle est leur répartition entre le territoire belge et l'étranger? Combien de pays membres de l'OTAN participent en moyenne à ces exercices et quels sont les principaux objectifs stratégiques poursuivis? Quels bataillons ou unités belges sont le plus souvent impliqués dans ces exercices? Pourquoi certains bataillons sont-ils plus régulièrement mobilisés? Quels sont les budgets et les ressources humaines alloués à l'organisation et à la participation belge à ces exercices? Enfin, monsieur le ministre, envisagez-vous de renforcer la fréquence ou l'ampleur des exercices conjoints, notamment pour préparer les unités belges aux défis émergents (cyberdéfense, guerre hybride, etc.)? Quelles collaborations supplémentaires sont prévues à cet effet?

Theo Francken:

Merci monsieur Dufrane. Pour l'ensemble de la force terrestre, une dizaine d'activités d'entraînement de cette ampleur sont organisées chaque année, en plus de l'entraînement fonctionnel régulier. Les exercices multinationaux sont majoritairement organisés à l'étranger dans des camps d'entraînement plus vastes.

Pour 2026, la force terrestre participera entre autres à Precise Response au Canada pour la capacité génie, Griffin Strike en Allemagne pour l'artillerie et Flaming Sword en Lituanie pour le Special Operations Regiment.

Chaque capacité dispose d'opportunités d'entraînement à l'étranger avec plusieurs nations de l'OTAN. Ces exercices sont bien souvent multinationaux afin que la communauté, dans une niche parfois spécifique, soit la plus large possible.

Généralement, ces exercices comptent 5 à 10 nations OTAN, le but étant de pouvoir échanger sur les bonnes pratiques de chaque nation, faire profiter des expériences de chacun, découvrir aussi d'autres matériels et surtout renforcer l'interopérabilité des forces alliées.

L'idée est de participer à ces rendez-vous majeurs avec nos partenaires stratégiques directs, avec qui nous sommes amenés à nous déployer régulièrement en opérations: la France, l'Allemagne, les Pays-Bas et le Luxembourg.

Anthony Dufrane:

Merci monsieur le ministre pour tous les chiffres apportés et les explications. Au vu de l'évolution actuelle des relations internationales, même au sein de l'OTAN, je suis rassuré de savoir que nos troupes se forment et se préparent à toutes les éventualités. Il est primordial que le plus grand nombre possible de soldats soient formés aux différents scénarii.

De sluiting van opvangplaatsen bij Defensie en de impact op Fedasil
De sluiting van opvangplaatsen bij Defensie en de impact op Fedasil
Opvangplaatsensluitingen bij Defensie en gevolgen voor Fedasil

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 7 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Achraf El Yakhloufi bekritiseert het voornemen om 4.000 Defensie-opvangplaatsen (waaronder Ieper eind 2024) te sluiten, omdat dit volgens hem Fedasil kwetsbaar maakt voor toekomstige asielcrises door het wegvallen van buffercapaciteit, ondanks de huidige dalende instroom. Minister Van Bossuyt bevestigt dat al 870 plaatsen (Jabbeke/Berlaar) gesloten zijn en dat Defensie en Fedasil overleggen over gefaseerde afbouw, maar geen definitieve beslissing is genomen over de resterende 3.130 plaatsen; ze stelt dat de huidige situatie "doenbaar" is door hogere uitstroom. Maaike De Vreese (N-VA) ondersteunt de sluitingen als logisch gevolg van Defensie’s hernieuwde militaire prioriteiten en vraagt transparantie over het kwartierplan, terwijl beide parlementsleden waarschuwen voor geopolitieke risico’s in 2026 en eisen dat lokaal bestuur en opvangnetwerk niet voor verrassingen komen te staan.

Achraf El Yakhloufi:

Mevrouw de minister, iedereen begrijpt dat noodmaatregelen niet eeuwig kunnen blijven bestaan, maar iedereen begrijpt ook iets anders, iets heel intuïtief, namelijk dat men geen dak afbreekt zolang het regent. De aankondiging dat alle opvangplaatsen binnen Defensie zouden worden gesloten, roept bij mij dan ook heel veel vragen op, niet omdat Defensie geen andere kerntaken heeft, maar omdat deze beslissing directe gevolgen heeft voor Fedasil, voor het opvangnetwerk en voor de mensen die vandaag al op de wachtlijst staan en op wie een verandering een enorme impact heeft.

Vanochtend las ik dat de beslissing is genomen om Ieper eind dit jaar te sluiten. U weet dat asiel geen rechte lijn is. De instroom schommelt, ook al voeren we een duidelijk beleid, dat stilaan – u weet dat ik constructief kritisch ben – effect heeft. Eén geopolitieke crisis, één wijziging in de buurlanden en die druk kan echter opnieuw snel toenemen. Net daarom zijn bufferplaatsen geen luxe, maar wel een kwestie van gezond verstand. Ze zorgen ervoor dat we niet bij elke schommeling opnieuw in een crisis belanden. Wie capaciteit afbouwt, moet er zeker van zijn dat hij die morgen niet opnieuw nodig heeft.

Daarom wil ik graag duidelijkheid van u, niet alleen over hoeveel plaatsen er sluiten, maar vooral over hoe u vermijdt dat Fedasil opnieuw voor voldongen feiten komt te staan en we binnen enkele maanden opnieuw noodgrepen moeten toepassen.

Voor het overige verwijs ik naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.

Mevrouw de minister,

Recent werd aangekondigd dat de minister van Defensie alle opvangplaatsen binnen Defensie wil sluiten. Deze beslissing heeft directe gevolgen voor Fedasil en het bredere opvangnetwerk.

Kan u verduidelijken hoeveel opvangplaatsen binnen Defensie momenteel nog operationeel zijn en binnen welke termijn deze zullen worden gesloten?

In welke mate werd Fedasil betrokken bij deze beslissing en welke beleidsruimte heeft Fedasil nog om de gevolgen van deze afbouw op te vangen?

Welke alternatieven worden voorzien om het wegvallen van deze opvangplaatsen te compenseren, en hoe wordt vermeden dat Fedasil voor voldongen feiten komt te staan?

Ik dank u voor uw antwoord.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, we staan voor zeer grote geopolitieke uitdagingen. Defensie moet in het licht van deze uitdagingen de militaire kwartieren kunnen gebruiken voor datgene waarvoor ze bedoeld zijn. Die kazernes waren bedoeld als een noodoplossing. De N-VA heeft steeds gepleit voor een daling van de instroom. Dat moet ervoor zorgen dat we defensie opnieuw kunnen opbouwen en weerbaar maken. Als minister staat u dus voor grote uitdagingen. Er wordt inderdaad een daling van de instroom waargenomen, maar die daling is nog niet van die aard dat u geen enkele opvangplaats meer nodig hebt.

In de voorbije jaren werden al defensiesites ingezet als tijdelijke oplossing. De site in Berlaar sloot. De site Ieper zal eind dit jaar sluiten. De site Westakkers in Sint-Niklaas zal eind 2028 sluiten. Deze twee steden hebben heel wat gedaan op het vlak van asielopvang met twee grote opvangcentra op hun domein. Het is niet meer dan normaal dat die tijdelijke noodoplossingen daar worden stopgezet. Minister Franken, die volop bezig is met zijn ruimer kwartierplan, bevestigde dit vanochtend.

Welke impact heeft dat op uw departement? Hoeveel opvangplaatsen zijn er op die defensiesites en hoeveel daarvan zullen er sluiten? Op welke manier wordt dat afgestemd met minister Franken, zodat er geen problemen ontstaan rond de opvangcapaciteit?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer El Yakhloufi, mevrouw De Vreese, momenteel heeft Fedasil ongeveer 4.000 plaatsen op sites van Defensie. In het najaar van 2025 heeft Fedasil al 270 plaatsen in Jabbeke en 600 plaatsen in Berlaar gesloten, omdat de uitstroom de voorbije maanden hoger lag dan de instroom. De heringebruikname van de sites door Defensie kadert in hun algemeen kwartierplan. Dit plan zal spoedig worden voorgelegd aan de ministerraad. Er is nog geen sprake van een formele beslissing hieromtrent.

De operationele diensten van Fedasil en van Defensie staan periodiek met elkaar in contact over de door Fedasil gebruikte infrastructuur. Er vond ook overleg plaats tussen mijn beleidscel en die van de minister van Defensie om de toekomst van de asielcentra op hun domeinen te bespreken. Dit overleg blijft plaatsvinden om op eventuele sluitingen te anticiperen en die te organiseren, zodat het regeerakkoord voor beide beleidsdomeinen kan worden uitgevoerd.

Achraf El Yakhloufi:

Zei u nu dat het beheersbaar is en dat u naar alternatieven kijkt?

Anneleen Van Bossuyt:

Ik heb gezegd dat er momenteel 4.000 plaatsen zijn op de sites van Defensie. Daarvan zijn er sinds vorig jaar al 270 in gebruik. Er zijn er nu ook 600 weg in Berlaar. Dat is dus een flink aantal.

Dankzij ons beleid is de uitstroom uit de opvang momenteel hoger dan de instroom. Momenteel is het dus doenbaar. Defensie en mijn diensten staan echter continu in contact om te bekijken hoe we in de toekomst, op basis van hun kwartierplan, kunnen anticiperen en organiseren als er bijkomende plaatsen zouden verdwijnen.

Achraf El Yakhloufi:

Er is over de rest nog geen beslissing genomen? Over al die andere van de 4.000 plaatsen? Oké.

Mevrouw de minister, ik wil u bedanken voor uw antwoord. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we dat goed blijven volgen, ook binnen het kwartierplan dat hier wordt aangekaart.

Nogmaals, we hebben in het verleden al meegemaakt dat we dachten dat het in orde was en dat we konden afbouwen. Dat is natuurlijk wat we allemaal willen. Veel kranten en voorspellers – ik wil niet beweren dat dat allemaal waarheid is, maar toch – geven echter aan dat 2026 een zeer druk geopolitiek jaar zal worden, waarin veel zal gebeuren.

Ikzelf ben niet snel bang, voor alle duidelijkheid, maar er is veel aan de hand. De Verenigde Staten kondigen ook aan dat ze nog meer zullen doen. Ik wil gewoon het nuchtere, Vlaamse boerenverstand hier even gebruiken. Ik wil u en de minister van Defensie dan ook vragen om zeker waakzaam te zijn en naar de toekomst te kijken.

Maaike De Vreese:

Ik zal nog wat West-Vlaams boerenverstand toevoegen.

Ik denk dat heel wat mensen terecht zeer benieuwd zijn naar hoe dat kwartierplan eruit zal zien. Onze diensten, de DVZ, Fedasil, maar ook natuurlijk Defensie en onze militairen moeten dringend weten hoe dat kwartierplan eruitziet, waar zij infrastructuur moeten voorzien en dergelijke meer.

Ook alle inwoners van onze steden en gemeenten en onze lokale besturen hebben het recht te weten waar ze aan toe zijn. We weten immers dat zij al heel lang zeggen dat de opvang voor hen heel zwaar is. Zij zien ook graag een militaire kazerne terugkomen. Er zijn eveneens heel wat steden en gemeenten die andere plannen hebben met de sites van Defensie die eventueel vrijkomen. We zullen dit dus zeker blijvend opvolgen.

Voorzitter:

Ik geef even mee aan de collega’s dat we werken tot 17.00 uur. We zijn gekomen aan een reeks vragen van de heer El Yakhloufi. Hij zou ze aan een recordtempo moeten stellen opdat we ook de vragen van mevrouw van Belleghem en die van mevrouw Schlitz nog kunnen behandelen.

Militairen op straat
Militairen op straat
Militairen op straat in Brussel
Militairen in openbare ruimtes in België

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Quintin bevestigt plannen om militairen in te zetten voor patrouilles in Brussel (metrostations, treinstations) en Antwerpen (drugsbestrijding, joodse sites), samen met politie, maar benadrukt dat dit geen afbreuk doet aan het politiewerk – integendeel, het moet capaciteit vrijmaken. Hij erkent dat de reserve (vrijwillige dienstplichtigen) nog niet operationeel is (eerste groep pas in 2027) en dat het Defensie-codex (juridisch kader) nog in voorbereiding is, zonder concrete timing. Thiébaut (kritisch) stelt dat het inzetten van militairen een symptoombestrijding is van structureel politietekort en waarschuwt dat vrijwilligers geen serieus alternatief zijn voor getrainde agenten. Ribaudo (afwijzend) bekritiseert de "militarisering van de openbare ruimte" als gevaarlijk en ineffectief, pleit voor meer investeringen in politie, justitie en preventie, en uit zorgen over onervaren, gewapende jongeren in straten. De syndicale betrokkenheid blijft onduidelijk, en de financiële/budgettairen impact op de politie wordt niet concreet beantwoord.

Voorzitter:

De heer Vander Elst laat zich verontschuldigen.

Éric Thiébaut:

Monsieur le ministre, à plusieurs reprises déjà, j'ai interrogé le gouvernement sur sa volonté de déployer des militaires en rue et autour d'entités critiques en lieu et place de la police fédérale dont c'est la mission pour laquelle les policiers ont la formation et le cadre légal.

En septembre 2025, le ministre de la Défense a indiqué à mon collègue Christophe Lacroix que ce déploiement serait conditionné à l'adoption d'un codex et que cet envoi de militaires était également tributaire de la constitution d'une réserve territoriale. Y seraient envoyés notamment les jeunes ayant reçu votre courrier en vue de faire un service militaire volontaire. Les 500 premiers candidats seraient formés en septembre de l'année prochaine et ne seraient déployés qu'au début de 2027, comme cela figure dans le compte rendu de la commission.

Durant les auditions des syndicats policiers en commission de l'Intérieur, des critiques ont été formulées.

Monsieur le ministre, pouvez-vous faire le point précis des travaux autour de votre codex au sein du gouvernement et sur votre position en la matière? Souhaitez-vous toujours autoriser des missions actives des militaires dans ce cadre? Quelle sera la place de la police dans ce cadre et ne risque-t-on pas, une nouvelle fois, un report de charge vers les zones concernées?

Selon quelle échéance ce déploiement dans les rues aurait lieu et de quelles rues parle-t-on? Le port d'Anvers, principale porte d'entrée de la drogue en Europe, est-il concerné?

Quelles seraient les conséquences humaines, matérielles et budgétaires pour la police fédérale de ce déploiement? Pouvez-vous m'indiquer où les agents de la Direction de la Sécurisation (DAB), précédemment chargés de la surveillance des sites nucléaires, ont été redéployés?

Selon quelle concertation avec les syndicats policiers ce protocole a-t-il été négocié? Pouvez-vous me donner l'agenda précis des négociations avec les représentants des policiers? Des réunions ont-elles déjà eu lieu?

Enfin, confirmez-vous, oui ou non, que les jeunes du service militaire volontaire pourraient être déployés dans le cadre de ces missions dans les rues, une fois le codex adopté?

Julien Ribaudo:

Monsieur le ministre, en septembre dernier, vous annonciez qu'un déploiement de militaires aurait lieu dans les rues de Bruxelles avant la fin de l'année, afin de soutenir la police dans la lutte contre la criminalité. Nous sommes à la mi-décembre et ce déploiement n'a toujours pas eu lieu. Je rappelle ici clairement que notre groupe reste opposé à une telle mesure.

Le sentiment d'insécurité ressenti par les habitants et les habitantes est réel et doit être entendu, mais y répondre nécessite des solutions structurelles: renforcer la police de proximité, le travail de quartier, la justice et la prévention, plutôt que de militariser l'espace public. En commission de la Défense, votre collègue le ministre Francken a indiqué qu'aucun accord n'existait aujourd'hui au sein du gouvernement. Selon lui, un déploiement ne serait possible qu'à partir d'avril au plus tôt, après l'entrée en vigueur du nouveau Code de la Défense encore soumis au Conseil d'État et au Parlement.

Cela soulève plusieurs questions. Tout d'abord, où en sont les discussions au sein du gouvernement? Des décisions ont-elles déjà été prises?

Depuis des mois, les syndicats, les experts de terrain et les chercheurs alertent sur les risques juridiques et pratiques d'un retour des militaires dans l'espace public. Comment comptez-vous répondre à ces préoccupations?

Vous êtes-vous concerté avec les organisations syndicales? Quelles conclusions en tirez-vous?

Concrètement, quelles seront les tâches de ces militaires? Selon quelles modalités exerceront-ils ces tâches et avec quel pouvoir?

Enfin, les jeunes engagés dans le service militaire volontaire seraient-ils, oui ou non, concernés par ce déploiement?

Bernard Quintin:

Messieurs Thiébaut et Ribaudo, comme vous le savez, mon parti et moi-même avons exprimé à la fin de l'été notre volonté de déployer un contingent de militaires aux côtés des policiers. Je répète que cela ne consiste en rien en un désaveu du travail de la police. Franchement, si quelqu'un pense encore aujourd'hui que je n'ai pas confiance et que je ne soutiens pas la police, je ne sais vraiment pas ce que je dois faire.

Il ne s'agit donc pas d'un désaveu mais d'une volonté de soutenir le travail de la police dans la protection de nos concitoyens. À cet égard, un travail commun a été réalisé avec mon collègue, le ministre de la Défense, M. Francken.

Des protocoles sont prêts depuis des semaines pour déployer plusieurs dizaines de militaires à Bruxelles, mais également à Anvers, dans le cadre de patrouilles mixtes armée-police et de la sécurisation de dispositifs policiers.

Spécifiquement à Bruxelles, le protocole prévoit à ce stade leur déploiement en priorité dans les gares ferroviaires et les stations de métro, afin d'appuyer visiblement la police des chemins de fer et pour des FIPA ( Full Integrated Police Action) auprès des centres névralgiques du trafic de drogue et de la criminalité.

À Bruxelles et à Anvers, un deuxième protocole prévoit un déploiement en soutien de la police pour la sécurisation des sites liés à la communauté juive, hautement nécessaire, comme l'a montré l'actualité récente, ce qui libérerait par effet domino également de la capacité policière, ce qui est aussi l'objectif.

Monsieur Thiébaut, je ne peux pas répondre de manière précise à toutes vos questions, mais si vous les transmettez par écrit, je le ferai. L'objectif du remplacement des policiers, singulièrement de la DAB dans les sites nucléaires, par des militaires est de les récupérer pour faire le travail de la DAB, qui est actuellement fait, en général, par d'autres policiers fédéraux des corps d'intervention.

Ces mesures, qui font l'objet d'un accord entre les deux ministres directement concernés, doivent encore être validées par l'ensemble du gouvernement, mais nous continuerons évidemment à pousser pour cette mesure. Nous pensons qu'elle est absolument nécessaire.

Pour ce qui concerne le codex de la défense, il y a en effet, dans l'accord de gouvernement, la demande de travailler à ce nouveau cadre juridique pour les interventions de l'armée. Les discussions sur le contenu n'ont pas encore commencé au sein du gouvernement. Mon collègue le ministre de la Défense travaille à la préparation de ce codex et des discussions au sein du gouvernement. Si vous voulez plus de précisions par rapport à ce qu'il pourrait s’y trouver et au timing, je vous invite à l'interroger. Il est trop tôt pour se prononcer à ce sujet. Si nécessaire, nous aborderons les préoccupations de la police intégrée à cet égard lors des discussions.

Concernant le déploiement sur les sites nucléaires, j'ai déjà répondu, mais singulièrement, les agents de la DAB sont principalement réorientés vers des missions auprès des cours et tribunaux. Cela a permis, comme je le disais, par le même effet domino, de libérer de la capacité policière pour d'autres tâches.

Le protocole dont j'ai parlé auparavant ne contient pas d'éléments qui concernent directement les syndicats de police. Par ailleurs, il appartient à la Défense de décider qui elle juge apte à remplir des missions qui sont définies dans le cadre légal envisagé. Vu mon passé d'historien, je sais gérer une ligne du temps. Il va de soi que la réserve ne sera pas employée dans un premier temps, parce que nous souhaitons disposer de militaires aussi rapidement que possible. Si cela n'avait tenu qu'à moi, ils seraient déjà en rue. La réserve n'existant pas pour le moment, elle ne peut être activée dans ce cadre.

Sont-ce les jeunes de la réserve qui devront être activés? Honnêtement, je ne peux pas encore le dire. Nous pourrions même espérer que, le temps que la réserve se constitue, la situation se soit suffisamment améliorée pour éviter de devoir maintenir des militaires en rue. Malheureusement, les chiffres démontrent qu'il n'en sera peut-être pas ainsi.

Éric Thiébaut:

Monsieur le ministre, je vous remercie.

D'abord, j'aimerais apporter une précision. Vous affirmez qu'on retire les policiers de la DAB des centrales nucléaires pour qu'ils accomplissent leur vrai travail. Cela dit, vous savez que, lorsque la DAB fut créée à l'époque où le ministre Jambon était en charge de l'Intérieur, je pense que la surveillance des centrales faisait partie de ses missions. Sans contester l'utilité de recourir à ces militaires, le problème est qu'ils vont combler un manque. En vérité, et vous le savez bien, vous revendiquez des moyens supplémentaires en vue d'engager les policiers manquants. Or ces moyens ne vous sont pas accordés. Vous manquez donc de policiers sur le terrain. Puis, vous demandez qu'ils accomplissent le travail des militaires. C'est un gros souci dans ce gouvernement.

Par ailleurs, cette rumeur persistante selon laquelle les jeunes qui ont été invités à faire leur service militaire à titre volontaire seraient envoyés dans les rues pour remplacer les policiers ne constitue pas une piste sérieuse. C'est même quelque chose qui, à mon sens, devrait être balayé d'un revers de la main. Il faudrait donc réaffirmer que cela ne peut pas se faire.

Julien Ribaudo:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Si j'ai bien compris, il n'y a toujours pas de timing clair. Je regrette que vous n'ayez pas infirmé le fait que des jeunes qui vont faire un service militaire volontaire ne seraient pas déployés dans les rues. Vous n'avez pas dit non. Cela veut donc dire que la possibilité pourrait exister. C'est malheureux. Cela veut donc dire que pour les gros problèmes que connaissent nos villes, Bruxelles singulièrement, on va envoyer des jeunes sans aucune expérience dans les rues. Vous n'avez dit ni oui ni non. Donc, je considère que ce n'est ni l'un ni l'autre, mais que la potentialité existe. Et ça, c'est grave, monsieur le ministre! Notre police est à bout de souffle parce qu'elle est sous-financée et qu'il manque des cadres. C'est également le cas pour notre armée. Et là, on va arriver avec une solution qui n'en est pas une, avec potentiellement des jeunes qui seront lourdement armés dans nos rues. Si on veut répondre au problème de l'insécurité – et il faut le faire – dans nos villes, il faut des solutions structurelles. Il faut renforcer la police de proximité, le travail de quartier, la justice et la prévention, et ne pas militariser l'espace public.

Het Amerikaanse vredesplan voor de oorlog in Oekraïne
De Amerikaanse vredesvoorstellen, de Russische eisen en de Europese risico's
De situatie in Oekraïne
Het vredesakkoord in Oekraïne
Geopolitieke spanningen en vredesonderhandelingen in Oekraïne

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Katrijn van Riet bekritiseert dat de VS via pro-Russische tussenpersonen onderhandelingen voeren die territoriale toegevingen aan Oekraïne dreigen op te leggen, terwijl Poetin militaire druk en diplomatieke vertragingstactieken hanteert om Europa en Oekraïne te splijten. Minister Prévot benadrukt dat België en de EU vasthouden aan Oekraïens zelfbeschikkingsrecht en territoriale integriteit, maar bevestigt dat er in Berlijn akkoord ging over een 800.000 manschappen sterk Oekraïens leger, een NAVO-achtige veiligheidsgarantie en een VS-geleid toezichtsmechanisme—mits Oekraïne instemt en Rusland (dat volgens Prévot maximalistische eisen blijft stellen) meewerkt. Depoorter en Van Riet onderstrepen unaniem dat vrede alleen haalbaar is met Oekraïense en Europese inbreng, zonder Amerikaanse dominantie, en dat bij falen van onderhandelingen verdere sancties tegen Rusland noodzakelijk zijn. Prévot bevestigt Belgiës betrokkenheid bij een 20e EU-sanctiepakket en waarschuwt dat Rusland de diplomatie misbruikt om tijd te winnen.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, figuren die nauwe banden hebben met de Russische Federatie zouden het proces beïnvloeden, en Washington lijkt eerder te mikken op een deal dan op een rechtvaardige en duurzame vrede. Europa en vooral Oekraïne houden ondertussen vast aan hun principes: geen territoriale toegevingen en geen erkenning van Russische, maximalistische eisen.

Tegelijkertijd verontrusten uitspraken zoals de bewering dat Europa en Kiev zouden eten uit de hand van de VS, of zelfs verraden zullen worden, het Europees continent. Onze strategische positie lijkt onder vuur te liggen. De Russische president Poetin blijft inzetten op militaire druk, terreur tegen energie-infrastructuur en onderhandelingstechnieken die aansturen op capitulatie.

Vanuit onze zorg voor veiligheid, soevereiniteit en de internationale rechtsorde wil ik u vragen hoe u de Amerikaanse bemiddelingsinspanningen beoordeelt, gezien de signalen dat er nog territoriale toegevingen zouden plaatsvinden en dat Washington de onderhandelingen voert met figuren die Rusland gunstig gezind zijn.

Welke garanties vraagt België in Europees verband om te vermijden dat de EU in een onderhandelingskader belandt waar Amerikaanse belangen primeren op de Europese veiligheidsdoelstellingen?

Hoe verzekeren we dat het Oekraïense standpunt, geen afstand van internationaal erkend grondgebied, niet onder druk wordt uitgehold door externe actoren die snel een deal willen?

Analyseert de EU de Amerikaanse voorstellen op hun impact op onze veiligheid, en neemt België daarin een actieve rol op?

Hoe schat u het risico in dat Rusland diplomatieke processen misbruikt om tijd te winnen en tegelijk zijn militaire druk op Oekraïne opvoert? Hoe vertaalt dat zich in het Belgische en Europese standpunt?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, collega’s, zoals u ziet, ligt het lot van het Oekraïense volk ons na aan het hart. Daarvan getuigen de twee vragen uit één fractie. Uiteraard raakt de oorlog in Oekraïne ons allemaal. Die oorlog vindt aan onze grenzen plaats, blijft maar duren en heeft zware gevolgen voor de burgerbevolking. Ook internationaal is het een veelbesproken thema.

Er lopen onderhandelingen, waarin zowel de Verenigde Staten als Europa een rol spelen, maar uiteraard zijn de belangrijkste partijen Oekraïne en Rusland zelf, die tot een toekomstig vredesakkoord zouden moeten komen. Daarbij benadrukken we nogmaals dat de territoriale integriteit en soevereiniteit van het Oekraïense volk gerespecteerd moeten worden.

Mijnheer de minister, ik had dan ook graag van u vernomen welke concrete contouren zich vandaag aftekenen waar wij als land en de Europese Unie kunnen achterstaan. Hoe beoordeelt u de haalbaarheid en de wenselijkheid om een gedemilitariseerde zone of vrijhandelszone uit te werken, zowel vanuit het oogpunt van de Oekraïense soevereiniteit en veiligheid als vanuit het Europees en internationaal recht?

Zowel de Amerikaanse president Trump als de Duitse bondskanselier Merz verklaarden dat vrede dichterbij is dan ooit. Hoe ziet u dat? Wat is de stand van zaken?

De voorzitster : De heer Lutgen is niet aanwezig.

Maxime Prévot:

Mevrouw de voorzitster, ik zal antwoorden op de vragen van mevrouw van Riet en mevrouw Depoorter, maar ook op de vragen van de heren Lacroix en Lutgen.

Beste Kamerleden, de gesprekken zijn de afgelopen dagen nog in een stroomversnelling gekomen. Het is heel positief dat de E3, dus Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, een heel actieve rol heeft opgenomen in de gesprekken tussen de Verenigde Staten en Oekraïne.

Comme je l'ai déjà dit lors de la dernière réunion de cette commission, notre pays, comme d'autres alliés de l'Ukraine, est informé des efforts qui sont déployés par ces trois pays à travers les réunions de la Coalition des volontaires, d'une part, et du Conseil des Affaires étrangères, d'autre part. Et notre position reste identique: la guerre doit bien évidemment cesser au plus vite, mais à des conditions acceptables pour l'Ukraine.

Na twee dagen van gesprekken in Berlijn zijn de Verenigde Staten, Oekraïne en de Europese partners het eens geraakt over verschillende punten. Zo bestaat de intentie dat de Oekraïense strijdkrachten in vredestijd een sterkte van 800.000 manschappen moeten kunnen behouden. Daarnaast zal een Europese, multinationale missie worden opgezet, gesteund door de Verenigde Staten, binnen het kader van de coalition of the willing . Zoals eerder aangegeven, zal ons land aan die missie deelnemen. Die missie zal bijdragen aan het regenereren en versterken van de Oekraïense troepen, het beveiligen van het luchtruim en het waarborgen van veilige zeeën, met inbegrip van operaties binnen Oekraïne. Voorts is een door de Verenigde Staten geleid monitoring- en verificatiemechanisme voorgesteld om een staakt-het-vuren te bewaken, vroegtijdige waarschuwingen te geven en schendingen aan te pakken. Dat mechanisme moet tevens bijdragen aan het voorkomen van escalatie.

Er bestond bovendien overeenstemming over een pakket van NAVO-achtige veiligheidswaarborgen en economische steun voor Oekraïne zodra de gevechten stoppen.

Dat brengt mij terug bij de resultaten van de gesprekken in Berlijn. Het is belangrijk te onderstrepen dat de Verenigde Staten en de Europese partners Oekraïne krachtig blijven steunen in zijn streven naar lidmaatschap van de Europese Unie. Op diplomatiek vlak boeken die gesprekken alvast een zekere vooruitgang. Veel details blijven evenwel vaag en vereisen nog verdere onderhandelingen, ook met de Verenigde Staten.

La question territoriale, notamment, reste toujours ouverte. On entend des idées, comme la création d'une zone économique libre ou une zone démilitarisée, voire l'abandon de territoire. Cette question est particulièrement sensible et difficile. Un accord, quel qu'il soit, concernant le territoire, doit d'abord être approuvé par l'Ukraine, et le président Zelensky a formulé l'intention de tenir une consultation publique à ce sujet, mais cela ne peut en aucun cas être fait sans des garanties de sécurité inébranlables.

Un autre test consiste évidemment à voir si Poutine accepte ces propositions. Le président ukrainien a déclaré qu'à la suite des pourparlers de Berlin, la délégation américaine allait désormais entamer des discussions avec la Russie.

Néanmoins, hier, déjà, le vice-ministre des Affaires étrangères de la Russie a indiqué que la Russie n'acceptera aucun compromis concernant les territoires occupés de l'Ukraine. Moscou campe donc jusqu'à présent sur ses exigences maximalistes de vouloir contrôler des régions que l'armée russe n'a pas réussi à conquérir malgré des pertes énormes.

Cela nous rappelle que la Russie n'est pas en train de gagner cette guerre d'attrition. La Russie veut semer la discorde en Ukraine, entre l'Ukraine et ses alliés, mais aussi au sein de l'OTAN. Ainsi, à la proposition du président ukrainien d'un cessez-le-feu – en particulier pour les infrastructures énergétiques – pendant la période de Noël, Moscou a réagi de manière cynique. Je salue le fait que l'Ukraine continue à se montrer constructive, par exemple en proposant de tenir des élections à condition de pouvoir les organiser dans un contexte sécurisé, autrement dit un cessez-le-feu.

Het diplomatiek werk wordt dus voortgezet. Indien een akkoord wordt gevonden, zal het noodzakelijk zijn om snel te schakelen om de nodige veiligheidsgaranties te implementeren. Het risico bestaat evenwel dat een akkoord uitblijft en dat de oorlog onverminderd voortduurt. Hoe de Verenigde Staten daarop zullen reageren, is een vraag die uitsluitend door de Verenigde Staten kan worden beantwoord. België vertrekt alvast van het principe dat er niets kan worden beslist over Oekraïne zonder de betrokkenheid van Oekraïne zelf. Evenmin kan er iets worden beslist over Europa en de NAVO zonder dat die daarbij worden betrokken. De fundamenten van het internationaal recht en van het Handvest van de Verenigde Naties vormen voor ons land de basis voor een duurzame vrede.

Indien er geen akkoord wordt bereikt, pleit ik ervoor, zoals ik dat ook deed tijdens de Raad Buitenlandse Zaken, om de druk op Rusland hoog te houden door bijkomende sancties en om parallel daaraan de steun aan Oekraïne verder op te voeren, tot Moskou op basis van een kosten-batenanalyse tot de conclusie komt dat echte onderhandelingen verkieslijk zijn.

Les sanctions ciblées constituent actuellement le meilleur moyen de freiner l'effort de guerre russe. Aucun allègement des sanctions n'est envisageable avant qu'une paix juste et durable ne soit conclue. La Belgique participera aux efforts communs visant la flotte fantôme russe ainsi qu'à un vingtième paquet de sanctions envisagé au sein de l'Union européenne.

La Belgique continue à soutenir activement l'Ukraine. Depuis le début de l'agression russe à grande échelle, la Belgique a fourni plus de 3,3 milliards d'euros en soutien bilatéral à l'Ukraine et maintiendra son engagement multidimensionnel pour la durée de toute cette législature.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, het stemt mij positief te vernemen dat er reeds plannen bestaan voor het geval een akkoord wordt bereikt. U spreekt al over wat in vredestijd zou kunnen gebeuren, met name over het behoud van 800.000 soldaten in Oekraïne en over de rol die Europa via de coalition of the willing zou kunnen opnemen bij het ondersteunen van en het toezicht houden op een staakt-het-vuren. Dat zijn voor mij allemaal positieve signalen. Voorwaarde is uiteraard dat er eerst een akkoord tot stand komt. Ik begrijp dat het bijzonder moeilijk is om daarop vooruit te lopen. Dat zal geen eenvoudige opdracht zijn aangezien Rusland vermoedelijk niet snel zal willen schakelen. Een staakt-het-vuren tijdens de kerstperiode zou alvast erg welkom zijn.

Het blijft afwachten hoe de situatie evolueert. In ieder geval dank ik u voor uw antwoord en voor uw engagement om bij het uitblijven van een akkoord bijkomende sancties te overwegen om Rusland dat te laten voelen.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, uiteraard is er alle steun voor de processen die momenteel gaande zijn en voor de vertegenwoordiging die u telkens opneemt binnen de Europese Raad. Ook de steun die onze regering resoluut wil geven aan het Oekraïense volk en aan het vredesproces, verdient erkenning. Het is heel goed dat drie Europese landen, namelijk Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, daarin een duidelijke stem laten horen en vooruitgang boeken in het vredesproces. Wat u aangeeft, raakt de kern van de zaak. Wij kunnen niet evolueren naar een vredesakkoord zonder instemming van het Oekraïense volk. Dat betekent dat Oekraïne een stem aan tafel moeten hebben, net zoals Europa mee aan tafel moet zitten om samen te zoeken naar hoe we het vredesproces zullen aanpakken alsook hoe we de wederopbouw zullen organiseren en hoe we ervoor zullen zorgen dat die vrede stabiel blijft en leidt tot een duurzame toekomst voor het Oekraïense volk en bijgevolg voor het volledige Europese continent.

De Amerikaanse escalatie in Venezuela
De militaire operaties van de VS in Venezuela
De 'double tap'-acties
President Trump en Venezuela
De situatie in Venezuela
De situatie in Venezuela
De Amerikaanse betrokkenheid en militaire acties in Venezuela

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Prévot bevestigt dat de VS de druk op Maduro opvoeren met militaire acties (o.a. scheepsvernietigingen en olieblokkades) onder het mom van drugsbestrijding, maar benadrukt dat België/EU vasthouden aan internationaal recht en unilaterale VS-acties afwijzen, zoals bevestigd op de EU-CELAC-top. Hij belooft dit standpunt te herhalen in aankomende gesprekken met de VS, maar Lambrecht en Depoorter kritiseren dat de VS-diplomatie ontbreekt en proportionaliteit/procedures (bv. double-tap-methode) twijfelachtig zijn. Lydia Mutyebele Ngoi beschuldigt de VS van openlijke inmenging in Venezuela (en Europa) en een illegale olieblokkade om Maduro ten val te brengen, wat ze grove schendingen van soevereiniteit noemt, terwijl Prévot herhaalt dat recht en dialoog zijn prioriteit blijven—zonder concrete stappen voor de-escalatie of steun aan Venezolaanse oppositie (bv. Machado) te beloven.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, op dit moment vindt in het Caraïbisch gebied de grootste Amerikaanse militaire opbouw plaats sinds de invasie van Panama in 1989. De wereld is getuige van snel oplopende en zorgwekkende militaire spanningen tussen de Verenigde Staten en Venezuela. De Amerikaanse operatie wordt officieel gerechtvaardigd met beschuldigingen van drugshandel en met aantijgingen dat president Maduro een drugskartel zou leiden. Sinds september heeft die operatie geleid tot aanvallen op bijna 30 schepen en vielen er, volgens de meest recente cijfers, ongeveer 95 doden.

Dat gebeurt terwijl wordt gesteld dat het drugstransport vanuit Venezuela naar de Verenigde Staten nauwelijks betekenisvol is. Inmiddels is ook gebleken dat onschuldige vissersboten tot de slachtoffers behoren. De escalatie wordt elke dag ernstiger. Tussen de indiening van mijn vraag en vandaag blijven de verwijten zich opstapelen. Er worden nog steeds schepen aangevallen en olietankers in beslag genomen.

Bestaat er binnen de Europese Commissie een eensgezinde boodschap over deze escalatie? Zal het gebruik van geweld in de regio worden veroordeeld en wordt er opgeroepen tot een onmiddellijke terugkeer naar diplomatieke onderhandelingen om deze crisis op te lossen? Bestaat hierover contact tussen u en de Verenigde Staten?

Welke stappen onderneemt u als minister van Buitenlandse Zaken binnen de EU om een de-escalatie te bevorderen en om te garanderen dat de Verenigde Staten in de regio het internationaal recht en de soevereiniteit van de staten respecteren?

Hebt u van uw Nederlandse ambtsgenoot bezorgde signalen ontvangen in verband met de positie van de Nederlandse eilanden in het Caraïbisch gebied, meer bepaald Aruba en Curaçao, gelet op de aanwezigheid van de Verenigde Staten?

Onderneemt België of de Europese Unie actie om de democratische en vreedzame oppositie binnen Venezuela te steunen en om een terugkeer naar eerlijke en vrije verkiezingen te bewerkstelligen?

Verwacht u op de korte of de lange termijn een machtswissel tussen Maduro en Machado?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, die incidenten, die acties die de Verenigde Staten heeft uitgevoerd op die drugrunnersschepen, met het onderscheppen en vernietigen van die schepen, worden onder meer in de media beschreven als double-tap-acties. Daarbij wordt een schip stilgelegd en volledig uitgeschakeld, met inbegrip van de bemanning. Ik stel mij vragen bij de proportionaliteit en de naleving van het internationaal maritiem recht.

Gisteren hebben we not a genomen van de labeling van fentanyl als een weapon of massdestruction. Uiteraard is fentanyl een zeer zwaar verslavende illegale drug, die heel veel doden eist. Dat zou een verklaring zijn om die militaire acties tegen drugstrafikanten, die nu ook narcoterroristas worden genoemd, een beetje te verklaren vanuit de US-administratie. Volgens de informatie waarover ik beschik, is fentanyl echter niet echt een exportproduct uit Venezuela, hoe illegaal het ook is.

Hoe beoordeelt u het recente optreden van de US, waarbij die drugrunnersschepen die aan Venezuela worden gelinkt, volledig worden vernietigd?

Is die praktijk, die zogenaamde double-tap-methode, verenigbaar met het internationaal maritiem recht en met de vereiste van proportionaliteit?

Hoe worden de spanningen tussen de US en Venezuela opgevolgd vanuit Europa en door onze diplomatieke kanalen? Welke gevolgen kan dit hebben voor eventuele internationale samenwerking?

Onze regering zet sterk in op drugsbestrijding en neemt deel aan internationale operaties, maar het is toch wel zo dat er momenteel een diepe diplomatieke, politieke en economische crisis in Venezuela heerst. Er zijn aanhoudende mensenrechtenschendingen. De democratische ruimte is er sterk beperkt. Maria Corina Machado heeft de Nobelprijs voor Vrede gekregen.

Hoe gaat onze diplomatie om met de mogelijkheid om een democratisch proces in Venezuela te ondersteunen? Welke diplomatieke initiatieven zijn daarvoor genomen?

Verder is het belangrijk op te merken dat president Poetin zijn steun aan het Venezolaanse regime heeft toegezegd. Welke conclusies kunnen we daaruit trekken?

Maxime Prévot:

Merci, mesdames les députées, pour vos questions. Pour répondre à celles-ci, nombreuses, concernant la situation au Vénézuéla et l'escalade des tensions avec les États-Unis, il est évident que la pression américaine sur le régime de Nicolás Maduro continue de s'intensifier. Après la désignation du Cartel de los Soles comme organisation terroriste étrangère le 24 novembre, Washington a renforcé ses manœuvres militaires dans la mer des Caraïbes, et a procédé le 10 décembre dernier à la saisie d'un pétrolier transportant du pétrole brut vénézuélien. Bien que le président Trump brandisse cette menace depuis plusieurs semaines, il n'est pas question à ce stade d'opération militaire terrestre.

Uiteraard blijven we de situatie met de grootste aandacht volgen. Ik heb al meerdere keren onderstreept dat België en de Verenigde Staten de gemeenschappelijke zorg delen van het bestrijden van drugshandel en van georganiseerde misdaad. We blijven ons inzetten om ervoor te zorgen dat die strijd wordt gevoerd in nauwe samenwerking tussen de betrokken landen en altijd in overeenstemming met het internationaal recht.

Lors du sommet UE-CELAC, il y a un peu plus d'un mois, j'ai rappelé très clairement que la lutte contre le narcotrafic est une priorité de premier plan pour le gouvernement Arizona, et l'un des focus essentiels de mon déplacement en Amérique latine. Mais j'ai également souligné, sans ambiguïté, notre attachement au droit international et notre opposition aux actions unilatérales et extrajudiciaires.

Tijdens die top hebben de EU en de CELAC-regio het belang van maritieme veiligheid en regionale stabiliteit benadrukt. We hebben gezamenlijk bevestigd dat internationale samenwerking, wederzijds respect en naleving van het internationaal recht essentieel zijn, ook in de strijd tegen transnationale georganiseerde misdaad en drugshandel. De CELAC heeft zich bovendien uitgeroepen tot zone de paix , vastbesloten om geschillen via dialoog en samenwerking op te lossen.

Dans une rencontre récente avec le secrétaire d'État adjoint des États-Unis d'Amérique, Christopher Landau, j'ai eu l'occasion d'évoquer avec lui l'enjeu de la lutte contre le trafic de drogue. Il a été très clair sur la position de l'administration américaine qui souhaite redéployer sa diplomatie vers l'Amérique latine, notamment, et mieux y défendre ses intérêts sécuritaires. Nous avons convenu de poursuivre ensemble le dialogue à ce sujet.

Begin januari ga ik naar Washington en ik ben van plan de openhartige dialoog verder te zetten die we zijn begonnen. In die context zal ik niet aarzelen het Belgische standpunt te herhalen.

Annick Lambrecht:

Dank u wel, mijnheer de minister. Uiteraard is de strijd tegen drugs een strijd die we allen voeren en ook moeten voeren. Tegelijk is er hier toch wel iets aan de hand, zoals u herhaaldelijk hebt benadrukt, met betrekking tot het respecteren van internationale rechtsregels. De dialoog is volledig verdwenen. De diplomatie is volledig weggevallen. President Trump doet elke dag iets anders, zonder overleg met wie dan ook, zo lijkt het. Het is dan ook vreemd dat u stelt dat tijdens de ontmoeting met de Secretary of State van de Verenigde Staten zou zijn gezegd dat men diplomatie op Latijns-Amerikaans grondgebied zeer belangrijk vindt. Daarvan is momenteel weinig te merken. Daarom wil ik u vragen die zin, die u mij zojuist hebt meegedeeld, mee te nemen naar uw volgende overleg in de Verenigde Staten, waarnaar u verwees.

U hebt niet geantwoord op de vraag of er een machtswissel op komst is of niet. U hoeft uiteraard ook niet te antwoorden, maar het is wel een vraag waarmee velen zitten. Mogelijk mag daarover niet te veel worden gezegd, maar dat element is wel van groot belang in het debat.

Kathleen Depoorter:

Dank u, mijnheer de minister.

De strijd tegen de drugskartels en de daarmee gepaard gaande criminaliteit is een van de prioriteiten uit het regeerakkoord, die u ook zeer consequent verdedigt en toepast. Alles moet echter proportioneel zijn en het internationaal maritiem recht respecteren. Zoals u zegt, is het essentieel dat in de zone van de CELAC, die groepering van Latijns-Amerikaanse en Caraïbische staten, de vrede gegarandeerd wordt.

Ik juich dan ook toe dat u in Washington de Europese diplomatieke rust zult verdedigen. Op die lijn moeten we blijven inzetten: hard optreden tegen de criminele organisaties, maar met de democratische vertegenwoordiging van de bevolking blijven praten en die steunen wanneer het noodzakelijk is.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je vous ai suivi sur la route, depuis ma voiture. Je vous remercie pour vos réponses qui ne me satisfont pas, mais cela ne vous étonne pas car on se connaît. Ce pays vient de reconnaître publiquement, dans sa note stratégique de sécurité, son intention de se mêler à la politique intérieure européenne, soutenant ouvertement les partis d'extrême droite à travers le monde, y compris en Europe, et lançant une ingérence directe pour faire tomber le gouvernement qui ne lui plaît pas. Pourtant, on en parle très peu. Seriez-vous peut-être effrayé, monsieur le ministre, par l'homme le plus puissant du monde? Non! Ah, je m'en réjouis. (Rires) Monsieur le ministre, il n'est pas sérieux de me faire rire ainsi. Je suis contente que vous n'ayez pas peur de M. Trump. Ça me rassure! Ou bien, peut-être qu'en tant que ministre des Affaires étrangères, vous êtes tellement habitué à voir l'ordre mondial détruit un peu partout que vous devenez finalement un peu moins sensible. Cette nuit, M. Trump a annoncé un blocus pétrolier contre le Vénézuéla. Plus de 15 000 militaires américains sont déjà stationnés dans la zone. L'objectif est clairement de faire tomber le président Maduro par tous les moyens, quitte à plonger la population dans une crise encore plus profonde et à entrer dans une guerre ouverte. Si le gouvernement Maduro est en effet loin d'être parfait, cela ne doit en tout cas pas justifier une ingérence des États-Unis d'une telle envergure, de nature aussi illégale et basée sur des arguments tout simplement grossiers. Dès lors, vu l'attitude adoptée par l'administration Trump, il est urgent d'intégrer cette réalité à notre diplomatie et à nos politiques. Vous dites, monsieur le ministre, que le droit international, c'est votre boussole. Quoi qu'il en soit et quels que soient vos interlocuteurs, j'espère, monsieur le ministre, que vous continuerez dans la bonne direction.

India als handelspartner van Rusland in defensieaankopen

Gesteld door

N-VA Katrijn van Riet

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Prévot bevestigt dat EU-sancties tegen Rusland enkel Europese actoren binden, maar benadrukt dat de EU derde landen zoals India – een strategische partner – actief aanspoort om Russische wapeninkopen (zoals het S-400-systeem) te vermijden, aangezien die indirect de Oekraïne-oorlog financieren. Volgens hem ondermijnen dergelijke aankopen de effectiviteit van westerse sancties, al ziet hij geen directe dreiging voor de stabiliteit in de Indo-Pacific. Van Riet erkent dat India niet juridisch gebonden is, maar wijst op Amerikaanse druk om sancties alsnog te steunen, zonder verdere kritiek op België’s houding.

Katrijn van Riet:

Aziatische media berichten dat India, ondanks waarschuwingen vanuit Washington, opnieuw overweegt om S-400-batterijen aan te kopen bij Rusland. Dat illustreert hoe sommige landen zich blijven wenden tot Russische defensieleveranciers, ook wanneer dat ingaat tegen de huidige westerse sanctiekaders. Gelet op de oorlog in Oekraïne, de sancties tegen Rusland en de geopolitieke spanningen wil ik uw visie daarover vragen, mijnheer de minister. Hoe beoordeelt u de vaststelling dat landen als India, ondanks druk en sanctiedreiging van de Verenigde Staten, blijven kiezen voor Russische defensieleveranciers en bijvoorbeeld het S-400-systeem?

Wat is volgens u de impact van dergelijke aankopen op de geloofwaardigheid en de samenhang van de westerse sanctie-inspanningen tegen Rusland? Zou België binnen het kader van de EU en de NAVO een duidelijk signaal moeten geven inzake de levering van wapensystemen door Rusland? Hoe zou dat signaal eruit kunnen zien? In hoeverre houdt u er rekening mee dat zulke wapenleveringen aan landen buiten het conflictgebied de spanningen in andere regio’s, zoals de Indo-Pacific, kunnen doen escaleren en indirect onze strategische belangen beïnvloeden?

Maxime Prévot:

Dank u voor uw vraag, mevrouw van Riet.

De Europese restrictieve maatregelen zijn in de eerste plaats van toepassing op Europese bedrijven en actoren. Met andere woorden, aan Europese actoren worden beperkingen of een verbod opgelegd om transacties aan te gaan met entiteiten in Rusland of in andere landen waarvan bewezen is dat ze Rusland ondersteunen in zijn agressieoorlog tegen Oekraïne. Derde landen, waaronder India, zijn niet gebonden aan de Europese sancties. De EU staat wel in nauw overleg met die landen wat sanctieomzeiling betreft. Wanneer sanctieomzeiling wordt vastgesteld, kunnen aan de betrokken entiteiten sancties worden opgelegd. Zoals u weet, is dat ook al gebeurd.

In het algemeen worden sancties het best gecoördineerd tussen gelijkgezinde landen, om een maximaal effect te bereiken. De aankoop van goederen uit Rusland – bijvoorbeeld wapensystemen, maar ook energie – ondersteunt indirect de mogelijkheid van het land om de oorlog voort te zetten. Die boodschap wordt dan ook consequent overgebracht, zowel in een bilateraal als Europees kader, aan andere landen.

India is een belangrijke partner voor België, ook op het vlak van samenwerking in de defensie-industrie. Hoewel we de invoer van Russische systemen betreuren, zien we geen negatieve impact van de Indiase wapeninkopen op de veiligheidssituatie in de Indo-Pacifische regio.

Voorzitster: Els Van Hoof

Présidente: Els Van Hoof

Katrijn van Riet:

Dat is duidelijk. Landen als India zijn als derde landen niet gebonden door onze sancties, maar ze worden toch ook, mede door de Verenigde Staten, onder druk gezet om mee de sancties te ondersteunen. Ik begrijp dat India een belangrijke partner is voor België en dat we die relatie ook zo moeten behouden. In ieder geval dank ik u voor uw verduidelijking, mijnheer de minister.

De Europese defensieaankopen en de bewaking van onze strategische autonomie

Gesteld door

VB Kristien Verbelen

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 12 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Kristien Verbelen vraagt zich af of de groeiende afhankelijkheid van Israëlische en Amerikaanse defensietechnologie (bv. radarsystemen en interceptieraketten) via initiatieven zoals ESSI de Europese strategische autonomie ondermijnt, ondanks de ambitie om minder extern afhankelijk te zijn. Minister Theo Francken bevestigt dat België investeert in luchtverdediging (o.a. via Benelux-samenwerking en NASAMS), maar erkent dat hoogtechnologische systemen vaak van buiten Europa moeten komen, zonder de NAVO-partnerschap met de VS in vraag te stellen; hij wijst op Strategische Visie 2025 en DIRS 2.0 als hefbomen voor meer eigen productie. Verbelen bekritiseert dat Europa nog steeds kwetsbaar blijft voor externe politieke beslissingen (bv. exportlicenties) en pleit voor versnelde Europese ontwikkeling en productie om de afhankelijkheid af te bouwen. Francken benadrukt dat België tweesporig blijft: autonomie versterken én bondgenootschappen behouden.

Kristien Verbelen:

Mijnheer de minister, door de oorlog in Oekraïne zijn de Europese defensieaankopen in een stroomversnelling gekomen. Verschillende landen versterken hun luchtverdediging via het European Sky Shield Initiative (ESSI). Wij zien daarbij dat Israëlische bedrijven aan belang winnen op het gebied van radarsystemen, interceptieraketten en andere technologie. Ook in ons land werken wij begrijpelijkerwijze samen met buitenlandse partners, onder andere met Israël en de Verenigde Staten, om onze luchtverdediging en -bewaking te moderniseren en te verbeteren.

Dat doet wel de vraag rijzen in welke mate die samenwerkingen onze Europese strategische autonomie versterken en vanaf welk moment ze die autonomie ondermijnen. Europa heeft al jaren de ambitie om zelf meer defensietechnologie te ontwikkelen, zodat we minder afhankelijk te zijn van externe leveranciers. Voor onze kritieke systemen rekenen wij echter nog steeds in grote mate op niet-Europese bedrijven, waardoor het risico bestaat dat wij in de praktijk afhankelijk blijven van beslissingen die elders worden genomen.

Daarom zou ik graag begrijpen hoe u die balans ziet tussen, enerzijds, de nood aan performante systemen die vaak buiten Europa worden ontwikkeld en, anderzijds, de verantwoordelijkheid om onze technologische onafhankelijkheid te versterken.

Hoe kunnen wij bijdragen aan een Europese aanpak die innovatie en samenwerking bevordert, terwijl wij tegelijk onze strategische autonomie bewaken?

Theo Francken:

De oorlog in Oekraïne heeft inderdaad de urgentie om de Europese defensiecapaciteit te versterken, in de verf gezet. Hoewel België het memorandum of understanding inzake het ESSI heeft ondertekend, zijn er bij Defensie geen dossiers die specifiek betrekking hebben op aankopen via die vector, hangende.

Tijdens deze legislatuur zal België investeren in luchtverdedigingssystemen om het volledige nationale grondgebied te beschermen, met een focus op gevoelige infrastructuur. Zoals toegelicht, zullen wij daarvoor samenwerken met de Benelux, denken we maar aan de aankoop van NASAMS. Het valt evenwel niet te ontkennen dat landen zoals Israël en de Verenigde Staten, vanuit defensie-industrieel oogpunt een belangrijke rol spelen in dat specifieke domein, zeker op het vlak van hoogtechnologische producten en materialen. Dat doet geen afbreuk aan de Europese ambitie om de strategische autonomie te versterken door defensietechnologie op eigen bodem te ontwikkelen. Bovendien blijven de Verenigde Staten uiteraard een essentiële partner in de NAVO. Daar hebben wij het daarnet uitgebreid over gehad.

De strategische visie 2025 legt duidelijk de fundamenten voor de versterking van onze nationale strategische autonomie, zowel op Europees als op nationaal vlak. Ze benadrukt de noodzaak om een robuuste industriële en technologische defensiebasis uit te bouwen, die onze militaire capaciteiten kan ondersteunen in tijden van crisis of conflict. Daartoe werden verschillende hefbomen geïdentificeerd, waaronder de ontwikkeling van DIRS 2.0 en de versterking van de industriële defensiecapaciteit.

Dat strategische kader beoogt een duurzame technologische soevereiniteit te waarborgen, terwijl een nauwe samenwerking met onze bondgenoten behouden blijft. Defensie wil op die manier actief bijdragen aan een meer autonome Europese defensie en tegelijk een betrouwbare partner blijven in de NAVO.

Kristien Verbelen:

Dank u voor uw toelichting, mijnheer de minister. Ik hoor dat er stappen worden genomen naar meer Europese samenwerking. We zijn echter nog altijd redelijk ver verwijderd van echte autonomie. Europa blijft kwetsbaar voor externe druk, exportlicenties en politieke beslissingen elders. Ik hoop dat we met ons land via Europese samenwerkingsverbanden echt het voortouw kunnen nemen om de afhankelijkheid af te bouwen, en dat we kunnen inzetten op ontwikkeling en productie op eigen bodem, opdat we stilaan onze veiligheid echt in eigen handen kunnen nemen.

Palantir en Defensie
Palantir en Defensie
Defensie en de relaties met Israël: Palantir en het F-35-programma
?Palantir en Defensie
Palantir en Oracle in de strategische visie en de digitale strategische autonomie
Palantir, Defensie, Israël, F-35 en digitale strategische autonomie

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 12 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Tinne Van der Straeten bekritiseert het bezoek van de minister aan Palantir (omstreden om privacy-, dataveiligheids- en ethische AI-risico’s) en wijst op Amerikaanse legerkritiek over gebrek aan transparantie en controle op datatoegang, terwijl Palantir zich volgens haar ontziet door te stellen dat klanten zelf verantwoordelijk zijn voor het gebruik. Ze vraagt garanties voor digitale soevereiniteit en dataveiligheid, met name bij Defensie’s samenwerking met Oracle voor eigen datacenters. Theo Francken ontkent kennis van interne Amerikaanse memo’s, benadrukt dat België geen directe banden heeft met Palantir (wel indirect via NAVO) en dat strikte GDPR- en veiligheidsprotocollen gelden, met plannen voor een Digital Compliance Officer. Hij verdedigt het bezoek als verkennend voor technologische NAVO-samenwerking, met focus op strategische autonomie en ethische afwegingen, maar zonder concrete contracten. Van der Straeten reageert voorzichtig positief op de aangehaalde waarborgen, maar blijft sceptisch en kondigt opvolging aan van de praktische uitvoering, gezien de risico’s van onbezonnen samenwerking met dergelijke bedrijven.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, mijn beide vragen gaan over Palantir. U bent in de Verenigde Staten op handelsmissie geweest en u hebt daar een bezoek gebracht aan Palantir. Ik meen dat u niet de enige was die aan dat bedrijf een bezoek bracht.

De naam Palantir komt, heb ik me laten vertellen, uit Lord of the Rings: The Seeing Stone . Het bedrijf heeft wegens dat aspect een vrij omstreden reputatie waar het gaat over privacy, de beveiliging van data en de ethische inzet van artificiële intelligentie.

Ik weet dat Palantir die discussie wat van zich afschuift. Het zegt dat ze gewoon technologie aanbieden en het is de cliënt die ermee doet wat hij ermee doet. Dat neemt echter niet weg dat er ook vanuit de Amerikaanse veiligheidsdiensten zelf kritiek gekomen is op het gebrek aan transparantie en dit op basis van een gelekte memo van het Amerikaanse leger. Daarin werd gezegd dat er toch een zeer hoog risico was, daar niet gecontroleerd kan worden wie toegang heeft tot welke data. Evenmin kan worden nagegaan wat de gebruikers doen en of de software zelf veilig is.

In die zin heb ik een aantal vragen. Ze zijn opgenomen in mijn schriftelijke vraag, dus ik zal ze niet voorlezen.

Mijn tweede vraag gaat over de digitale transformatie in het licht van de Strategische Visie van de Programmeringswet. Ik heb me doen informeren door mijn collega’s dat die bij de bespreking van de Programmeringswet wel aan bod gekomen is en dat er wel vragen over zijn gesteld, maar dat die zonder antwoord zijn gebleven. Die vragen blijven dus pertinent.

Ze gaan vooral over de eigen datacenters van Defensie en hier in het bijzonder de betrokkenheid van Oracle. Hoe kan er gezorgd worden voor de nodige beveiliging van data? Welke garanties worden ingebouwd om ervoor te zorgen dat men echt soeverein blijft in the cloud en dat er geen nieuwe afhankelijkheden of zwakheden worden ingebouwd?

Theo Francken:

Defensie beschikt volgens mijn informatie niet over een interne memo die binnen het Amerikaanse ministerie van Defensie zou circuleren. Daarom doen we daarover geen uitspraak.

Berichtgeving in de pers doet vermoeden dat het gaat om een prototype van het Next Generation Command & Control platform voor het US Army . Hoewel concrete tijdlijnen niet publiek kunnen worden gemaakt, blijkt uit recente NAVO-ontwikkelingen dat Palantir een artificieel intelligentieplatform levert aan het NAVO-bondgenootschap. De Belgische Defensie zou daarvan indirect gebruik kunnen maken via de bestaande NAVO-structuren. Er is echter geen directe Belgische implementatie en er is dus evenmin sprake van nationale gegevensdeling.

Defensie wijst erop dat alle toepassingen binnen Defensie onderworpen zijn aan strikte veiligheidsprotocollen, inclusief de naleving van de Europese GDPR en de nationale wetgeving. Gezien de toenemende complexiteit van vooral internationale regelgeving wordt binnenkort ook werk gemaakt van de aanstelling van een Digital Compliance Officer binnen Defensie.

Een bezoek aan Palantir maakte deel uit van de missie in de Verenigde Staten om beter zicht te krijgen op de technologische evoluties die Silicon Valley momenteel aan NAVO-legers kan aanbieden. Tot op heden bestaan er geen contractuele verbintenissen die de betrokken onderneming aan Defensie verbinden.

Defensie is zich ten volle bewust van de ethische, juridische en geopolitieke implicaties van samenwerking met buitenlandse technologiebedrijven. Daarom wordt elke stap zorgvuldig geëvalueerd, met nadruk op digitale soevereiniteit, transparantie en naleving van Belgische en Europese normen. Daarnaast is het een belangrijke beslissingsfactor dat de samenwerking ons in staat moet stellen relevant te blijven en een technologische voorsprong te behouden, zodat we onze operationele effectiviteit en strategische autonomie kunnen waarborgen.

Tinne Van der Straeten:

Het is goed om te horen dat er grendels worden ingebouwd en dat men zich ervan bewust is dat, wanneer men met nieuwe technologiebedrijven werkt die bepaalde bezorgdheden oproepen en dat is nog een understatement, we daar niet onbezonnen mee in zee mogen gaan. We zullen blijven nagaan – al zal mijn collega dat wellicht doen – hoe dit zich verder in de praktijk ontwikkelt.

De geplande demonstratie met F-35’s en drones op vrijdag 17 oktober 2025

Gesteld door

VB Annick Ponthier

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 12 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Francken ontkent kennis te hebben gehad van het plan voor een symbolische landing van de MQ-9B-drone en F-35’s op 17 oktober, dat volgens hem door de administratie (DGD Luchtvaart/skeyes) was geïnitieerd, en blies het af toen bleek dat het luchtruim boven Brussels Airport zou moeten sluiten—met economische gevolgen en zonder duidelijke veiligheidsnoodzaak. Ponthier bekritiseert zijn "haastige, onjuiste communicatie" en wijst op tegenstrijdigheden: minister Crucke (Mobiliteit) bevestigde dat het voorstel wel uit Franckens kabinet kwam, terwijl zij Francken verdenkt van een "showmoment" voor VIP’s tijdens het luchtbal, zonder voldoende afweging van de impact. Francken ontkent categorisch politiek gemotiveerde druk en noemt de beschuldiging "belachelijk", maar belooft de bewuste nota na te trekken. Geen van beide partijen biedt helderheid over de verantwoordelijkheid of een protocol voor dergelijke luchtruimsluitingen; de kosten zouden binnen reguliere defensiebudgetten vallen.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, naar verluidt zou er op vrijdag 17 oktober – ook al is dat al twee maanden geleden, enige verduidelijking is gelet op de problematiek hier toch op haar plaats – naar aanleiding van de gala een demonstratievlucht met onder andere F-35’s, een A400M en de nieuwe MQ-9B-drone gepland zijn geweest. Daarvoor zou het luchtruim boven Brussel tijdelijk moeten worden gesloten. Het hoeft geen verdere uitleg dat zo'n beslissing economische gevolgen voor de burgerluchtvaart en Brussels Airport zou hebben, en dat te midden van een budgettaire crisis.

U verklaarde in de media dat u niet op de hoogte was, dat men die demonstratievlucht buiten uw medeweten om had gepland en dat u, toen u vernam dat het luchtruim voor dat plan zou moeten sluiten, ingreep. Een en ander had te maken met het feit dat men per se de nieuwe MQ-9B-drone, die pas werd voorgesteld, maar waarmee er enkele problemen waren – mijn collega Verbelen en ikzelf waren daarvan getuige – wilde demonstreren.

Bevestigt u dat er effectief een plan bestond om een demonstratievlucht te organiseren?

Is het correct dat de MQ-9B-drone op dat moment niet beschikte over de noodzakelijke certificering om in het burgerluchtverkeer te opereren, reden waarom men het luchtruim tijdelijk wilde sluiten?

U zegt dat u niet de beslissing nam om die demonstratie te organiseren. Wie deed dat dan wel?

Er werd een onderzoek ingesteld. We hebben ondertussen ook minister Crucke daarover gehoord, wiens antwoord u ongetwijfeld mee hebt gekregen. Hoe ver staat dat onderzoek?

U meldde in De Afspraak dat het plan mogelijk bij de DGD Luchtvaart werd opgesteld. Is dat zo? Werd dit bevestigd?

Op basis van welke veiligheidsafweging of hiërarchie besliste men dat een promotionele of diplomatieke demonstratie tijdelijk voorrang zou krijgen op regulier luchtverkeer? Welke criteria worden bij een dergelijke beslissing toegepast?

Wie staat in voor de bijkomende kosten die voortvloeien uit een dergelijke maatregel, waaronder kosten voor luchtverkeersleiding, het instellen en handhaven van een veiligheidsperimeter, het brandstofverbruik en de operationele inzet? Indien men dergelijke demonstratie uitvoert, is het dan Defensie die die kosten moet dragen? Indien niet, wie dan wel?

Bestaat er in uw departement of bij de luchtmacht een duidelijk protocol of een richtlijn over het tijdelijk sluiten van het luchtruim om dergelijke symbolische of ceremoniële redenen? Zo ja, welke criteria worden daarbij gehanteerd?

Theo Francken:

Op vrijdag 17 oktober was een initiatief gepland om enkele vliegtuigen, waaronder de MQ-9B, te laten landen op Melsbroek. De landing maakte deel uit van een grondbezoek dat was georganiseerd voor partners van skeyes, het directoraat-generaal Luchtvaart, het Maastricht Upper Area Control Centre en Brussels Airport. Het voorgestelde initiatief betrof nadrukkelijk geen demonstratievlucht in de klassieke zin, maar een symbolische aankomst in het kader van de voorstelling van nieuwe capaciteiten.

Uiteindelijk is beslist om de vluchten niet te laten doorgaan. Een MQ-9B voldoet aan de NAVO-standaard STANAG 4671 en is ontworpen om in alle luchtruimklassen te kunnen opereren. Dat betekent dat het toestel in principe geen beperkingen ondervindt voor zijn inzet in gecontroleerd luchtruim. Gezien de aard van de geplande activiteit, namelijk enkel de landing van het toestel op Melsbroek, moesten er vooraf geen prioriteiten worden gesteld ten opzichte van het burgerluchtverkeer. Voorts werden er geen bijkomende kosten vastgesteld, buiten de normale werking. De middelen op logistiek vlak en de personeelsmiddelen vielen binnen de reguliere operationele inzet van Defensie.

Tussen Defensie en skeyes bestaan duidelijke procedures voor de coördinatie van bijzondere activiteiten in het luchtruim dat onder civiele controle valt. Een voorbeeld hiervan is de jaarlijkse ceremoniële vlucht op 21 juli. Beide partijen streven steeds naar een efficiënte en veilige afhandeling van zowel het militaire luchtverkeer als het burgerluchtverkeer.

Ik was daar inderdaad niet van op de hoogte. Toen ik op de hoogte werd gesteld en het bleek dat het luchtruim van Brussels Airport effectief zou moeten sluiten op een vrijdagnamiddag, heb ik de opdracht gegeven om het evenement te annuleren. Daarom heeft die ceremoniële beter gezegd symbolische aankomst niet plaatsgevonden.

U hebt daar heel in heel harde bewoordingen over gecommuniceerd en u zat niet helemaal fout. U zat wel fout met uw veronderstelling dat ik daarvan op de hoogte was. Ik vond zo'n ceremoniële aankomst – ik zeg het verkeerd – zo'n symbolische aankomst geen goed idee, want men zou de luchthaven op een vrijdagnamiddag moeten sluiten. Daarom heb ik gezegd dat we dat niet moeten doen: Defensie houdt zich beter bezig met andere zaken.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, dat u tot twee keer toe moet teruggrijpen naar uw nota’s om het correct te verwoorden, zegt misschien al veel. We weten allemaal wat de omstandigheden van die voorstelling op dat moment waren. Noem het zoals u wilt, een symbolische aankomst of een ceremoniële voorstelling, daarover gaat het uiteindelijk niet. Het gaat erom dat u in de publieke media verkeerd hebt gecommuniceerd. U communiceert altijd heel snel en soms loopt u zichzelf voorbij. We hebben dat nog al meegemaakt.

Een en ander werd gecheckt bij de minister van Mobiliteit, de heer Crucke. U zegt dat u die vraag niet hebt gesteld, maar minister Crucke, uw collega, weerlegt dat. Hij zegt dat het voorstel wel degelijk van het kabinet kwam. Hij heeft dat in de commissie bevestigd op een vraag van mijn collega Huybrechts. Zij hebben een nota ontvangen om F-35’s en een MQ-9B-drone in Zaventem te laten landen, met een tijdelijke sluiting van het luchtruim.

Die vraag kwam dus van uw kabinet. U ontkent dat nu opnieuw. Dat is natuurlijk een weerwoord tussen collega-ministers. Ik weet niet wie hier gelijk heeft, maar ik heb de neiging om de minister van Mobiliteit te geloven, want ik zie niet in waarom hij een loopje met de waarheid zou nemen.

U probeert hier de zwarte piet naar de administratie door te schuiven. Ik kan me niet van de indruk ontdoen, en met mij veel mensen, dat u een en ander hebt willen doordrukken om een beetje show te verkopen. Er waren toen heel wat bigshots aanwezig. Het zou natuurlijk mooi zijn geweest, als u dat had kunnen bewerkstelligen.

Theo Francken:

Dat wil ik toch zeer sterk tegenspreken. Er is geen sprake van dat ik het een goed idee zou vinden om, in het kader van een luchtmachtbal of wat dan ook, een aantal vliegtuigen te laten landen en de luchthaven te sluiten. Ik denk niet dat u goed beseft hoe sterk ik de luchthaven apprecieer. Ik zal die zeker niet sluiten om even een showmoment te creëren.

Als u echt denkt dat ik het zo hoog in mijn bol heb gekregen, dat ik dat een goed idee vind, dan zegt dat ook voldoende over uw persoonlijke inschatting van mijn mentale status. Echt waar, serieus. Denkt u nu echt dat ik me daarmee bezighoud en dat ik Zaventem laat sluiten, omdat een MQ-9B en een F-35 moeten landen, zodat we een showtje op het luchtmachtbal kunnen geven? Ik word daar ziek van. Toen ik het hoorde, heb ik onmiddellijk gebeld met de waarschuwing dat dat feestje niet plaats zou vinden.

Als u beweert dat er een nota van mijn kabinet bestaan, dan zal ik dat meteen navragen en ik zal nagaan wat minister Crucke heeft gezegd.

Annick Ponthier:

Ik raad u aan om het verslag van de commissie voor Mobiliteit na te kijken. Hij heeft wel degelijk bevestigd dat de vraag van uw kabinet kwam en dat men niet wist dat het luchtruim daarvoor zou moeten worden gesloten. Dat wil ik u niet toedichten, want ik denk dat u dat inderdaad niet zou hebben gedaan, als u dat had geweten.

Ik zeg wel dat u zich soms in uw communicatie vergaloppeert. U wou ongetwijfeld onder andere de MQ-9B met een symbolische aankomst aan de belangrijke personen die op het luchtbal aanwezig waren, mooi voorstellen. Ik kan dat enigszins begrijpen; u hebt evenwel toen niet kunnen inschatten wat de gevolgen daarvan hadden kunnen zijn.

Voorzitter:

Vraag nr. 56009707C van de heer Dufrane en vraag nr. 56009998C van de heer Van den Heuvel worden omgezet in een schriftelijke vraag.

De samenwerking met de gewesten op het vlak van Defensie
De ondertekening van het protocolakkoord met sommige gewesten en gemeenschappen
Defensie en de samenwerking met de gewesten
Defensiesamenwerking met gewesten en gemeenschappen

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 12 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Christophe Lacroix (PS) bekritiseert dat het 34 miljard euro zware defensieplan (2025-2034) al was vastgelegd voordat het samenwerkingsprotocol tussen federale overheid en gewesten/communautiteiten werd ondertekend, en noemt de uitsluiting van Brussel-Capitaal (omwille van lopende zaken) "onacceptabel" – volgens hem schendt dit het federale respectprincipe. Minister Francken (N-VA) bevestigt dat het protocol drie thema’s (innovatie/industrie, opleiding/werkgelegenheid, infrastructuur) omvat en dat Brussel later kan toetreden, maar geeft toe dat concrete SGRS-samenwerking met gewesten nog ontbreekt. Lacroix eist transparantie (het protocol wordt later gedeeld) en benadrukt dat alle gewesten gelijk behandeld moeten worden, terwijl Axel Weydts (N-VA) positief is over de samenwerking maar meer details mist. Francken belooft een vervolgoverleg met Brussel en een defensie-verbindingsofficier voor coördinatie, maar laat ruimte voor kritiek op het timing- en inclusievraagstuk.

Christophe Lacroix:

Monsieur le président, je vais quand même prendre la parole et ne pas me référer uniquement à la version écrite de ma première question. Je vais me centrer sur la deuxième question, qui est encore beaucoup plus sensible.

Monsieur le ministre, dans le cadre de votre "Vision stratégique 2025-2034", le gouvernement Arizona s'est engagé à près de 34 milliards d'euros d'achats militaires.

Interrogé le mois dernier par ma collègue Éliane Tillieux au Parlement de Wallonie sur l'accord de coopération entre les Régions et le Fédéral en matière de Défense, le Ministre Jeholet lui a indiqué que le protocole d'accord entre la Défense et l'ensemble des entités fédérées du pays était toujours en cours de discussion et faisait l'objet de plusieurs tours de négociations.

Monsieur le ministre,

- Pouvez-vous me faire le point sur ces négociations et sur ce qui se trouve sur la table? Pouvez-vous me faire le point sur les réunions avec les différentes entités fédérées? À quelle échéance cet accord de coopération sera-t-il finalisé?

- Via cette réponse parlementaire, nous avons appris que la Défense aurait annoncé vouloir mettre en place une organisation de l'innovation et de l'industrie de Défense. Une réunion de ce nouvel "écosystème" était semble-t-il prévue à la fin du mois de septembre. De fait, quelles ont été les conclusions de cette première réunion?

- Le SGRS est compétent en matière de protection du potentiel économique. En ce sens, de quelle manière le SGRS va-t-il mieux travailler avec les entités fédérées largement compétentes en la matière?

- Enfin, nous avons ainsi été informés de la désignation du nouvel agent de liaison de la Région wallonne. Qu'en est-il des autres Régions? Des réunions ont-elles déjà eu lieu? Quel sera le rôle de ces agents de liaison vis-à-vis de la Défense ?

Monsieur le ministre, nous avons appris, par voie de presse, la signature d’un protocole d’accord entre le fédéral, les régions et les communautés afin de permettre une meilleure coopération en matière de défense, notamment au travers de la mise en œuvre de la Defence, Industry and Research Strategy (DIRS).

Comme j’ai déjà eu l’occasion de le dire lors du débat sur votre loi de programmation militaire, il est évidemment essentiel, dans un État fédéral, de pouvoir impliquer les régions – qui sont compétentes en matière d’industrie, d’emploi et d’économie – et les communautés – puisqu’elles sont compétentes en matière de recherche scientifique et d’enseignement supérieur –, afin de définir les programmes prioritaires afin de maximiser les retours sociétaux pour notre pays.

Je salue très sincèrement cette avancée dans un fédéralisme de coopération, mais je regrette simplement que cela intervienne alors que vous avez déjà défini votre loi de programmation militaire, qui pèse tout de même lourd: 34 milliards d’euros.

Par contre, je suis assez furieux par rapport au choix de ne pas avoir associé la Région de Bruxelles ‑ Capitale à ce protocole d ’ accord, sous pr é texte d ’ affaires courantes. Je m'interroge sur ce choix car une situation politique ne peut en effet pas justifier l ’ absence de concertation avec des institutions r é gionales qui disposent toujours d’un gouvernement qui fonctionne pleinement – certes en affaires courantes. C’est précisément le principe des affaires courantes. Nous avons également connu la situation au niveau fédéral, et cela ne nous a pas empêchés pas de fonctionner, ni même de représenter l’État à l’étranger. Nous avons même, en affaires courantes, dû décider d’interventions militaires ou de la participation à des interventions militaires.

Dans le prolongement de mes questions orales précédentes, comment expliquez ‑ vous que la signature de ce protocole intervienne apr è s le d é p ô t à la Chambre de votre loi de programmation? Y a ‑ t ‑ il encore une marge de man œ uvre dans l ’ implication des entit é s f é d é r é es, notamment au travers de la DIRS mais aussi des diff é rents programmes de votre ambitieux projet? Comment justifiez ‑ vous sinc è rement l ’ exclusion de la R é gion de Bruxelles ‑ Capitale de ce nouveau dispositif? Et surtout, quelles en sont les conséquences en termes d’intérêts économiques, ainsi que pour le tissu industriel, technologique et de recherche et développement de la Région de Bruxelles ‑ Capitale? Enfin, pourriez ‑ vous fournir le protocole à cette commission de la Défense ?

Axel Weydts:

Ik ben iets positiever gestemd. Samenwerking op het niveau van onze gewesten op het vlak van defensie is voor mij een no-brainer. Ik was dan ook heel blij toen ik zag dat er een samenwerkingsprotocol over ondertekend is.

Ik had gewoon graag gehad dat de minister ten aanzien van de commissie – hoewel we niet met zovelen zijn vandaag – wat meer uitleg kon geven over wat dat protocol precies inhoudt, wat de voordelen ervan zijn. Ik had graag wat meer uitleg gekregen.

Theo Francken:

Un protocole de coopération a été signé, instaurant une formule de concertation structurée entre la Défense et les entités fédérées (Flandre, Wallonie, Communauté française et Communauté germanophone), avec la possibilité pour la Région de Bruxelles-Capitale de rejoindre ultérieurement le dispositif. Une réunion se tiendra la semaine prochaine avec Karel-Jan et un membre du cabinet du ministre-président bruxellois M. Vervoort. Nous activerons le démarrage opérationnel des structures de travail.

Er wordt een verbindingsofficier van defensie in plaats gesteld om de praktische coördinatie te verzekeren, in nauw overleg met de door elke entiteit aangewezen contactpersonen. Hij zal regelmatig de betrokken kabinetten bezoeken.

Zijn missie is veelzijdig: het eerste contactpunt om onopgeloste vragen inzake defensie te beantwoorden, het faciliteren van contacten met de bevoegde entiteiten binnen defensie, een centrale rol spelen bij het opvolgen en het slagen van het protocol door de verschillende werkgroepen te begeleiden.

Trois axes thématiques guident d'emblée les travaux: innovation and industry ; formation, emploi et soins de santé; et infrastructure et mobilité. L'objectif est d'apporter des réponses communes à des défis partagés, d'allier intérêts et besoins et de convertir rapidement des convergences en solutions concrètes, formalisées dans des accords de coopération spécifiques. La signature de ce protocole cadre dans les objectifs de la vision stratégique 25 et n'impacte pas le contenu de la loi de programmation.

S'agissant d'Odin, si c'est bien à cette initiative que vous faites référence, notre intention est d'y associer structurellement les entités fédérées. À cette fin, nous utiliserons le protocole de coopération pour encadrer et organiser les négociations relatives à cette nouvelle organisation. Une coopération renforcée entre le SGRS et les entités fédérées n'existe pas à ce stade, elle n'est pas explicitement inscrite dans les lignes directrices du protocole. Ce qui n'est pas encore fait peut-être être fait dans le futur. Nous allons voir. Nous avons trois thèmes et nous allons travailler sur ces trois axes et ensuite nous verrons comment cela fonctionne.

Pour Bruxelles, il y a une réunion la semaine prochaine.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous remercie. Franchement, je m'attendais quand même à un peu plus de précision et surtout de transparence. Vous nous avez habitués à beaucoup de transparence. J'espère dès lors que ce protocole sera mis à notre disposition.

Theo Francken:

Il vous sera transmis.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je salue à nouveau votre effort de transparence. Finalement, c'est facile avec le ministre Francken. Il suffit de demander et on reçoit. C'est magnifique! C'est vendredi, évidemment, tout le monde est fatigué. C'est la fin de la semaine, même si on a encore beaucoup de travail ce week-end. Par contre, sur Bruxelles, je vous ai bien entendu et je ne vais pas commencer à polémiquer. Mais dire qu'ils pourront venir après, c'est évidemment une manière intelligente de vous en sortir. Ils devaient toutefois être là dès le départ. Quoi qu'on pense de la Région de Bruxelles-Capitale, qu'on ait des avis divergents sur la manière dont elle est gérée, les institutions doivent être respectées. Il n'y a pas de sous-région dans notre pays. Il y a la Wallonie, la Flandre et la Région de Bruxelles-Capitale. Et le paysage francophone est tellement complexe qu'il y a aussi une Communauté française, appelée maintenant Fédération Wallonie-Bruxelles, ainsi qu'une Communauté germanophone. Et, un jour, nous aurons peut-être un État fédéral composé de quatre régions. Mais qu'une région soit habitée de 70 000 personnes, comme la Communauté germanophone, ou bien de 6 500 000 personnes comme en Flandre, dans un fédéralisme respectueux, tout le monde doit être traité sur un pied d'égalité. Un canton en Suisse n'est pas moins bien traité par l'État fédéral suisse, parce qu'il est petit ou parce que la coalition au pouvoir ne plaît pas à la coalition qui gère la Suisse. Faites donc, monsieur le ministre, quand même un peu attention à ce sujet.

De ontoereikende bescherming van infrastructuur en materiaal gelieerd aan Defensie

Gesteld door

VB Kristien Verbelen

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 12 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Kristien Verbelen bekritiseert dat defensiegerelateerde bedrijven – cruciaal voor nationale veiligheid – onvoldoende beschermd worden door gebrek aan duidelijke bevoegdheden bij Defensie en politie, die volgens haar incidenten negeren en bedrijven op eigen kosten laten opdraaien. Theo Francken wijst op de bestaande wet (2011) en de coördinerende rol van het NCCN, maar erkent dat het kader in herziening is; politie blijft primair verantwoordelijk, met ondersteuning van Defensie via het National Defence Plan. Verbelen blijft ontevreden: ze stelt dat ad-hoc-afhandeling (bv. niet-teruggebelde politie) onverenigbaar is met de regeringsambitie om Defensie te versterken, en eist een bindend kader om de zwakke schakel in de veiligheidsketen te dichten.

Kristien Verbelen:

Mijnheer de minister, wij hebben heel wat ondernemingen die actief zijn in of rond de defensiesector en zodoende dragen zij rechtstreeks bij aan onze nationale veiligheid.

Ik hoor echter van verschillende bedrijfsleiders dat zij zich eigenlijk helemaal niet beschermd voelen tegen sabotage, activistische acties of indringers. Wanneer er zich incidenten voordoen, is de reactie vaak dezelfde. Defensie zegt, logischerwijs, niet bevoegd te zijn en dan wordt er contact opgenomen met de politie, maar die belt niet terug. Ondertussen blijven die bedrijven achter met de risico's en de kosten.

Dat zijn geen gewone bedrijven. Het zijn bedrijven waar er materieel wordt geproduceerd of opgeslagen dat onze militairen ondersteunt en onze kritieke infrastructuur beschermt. Als dat niet onder de nationale veiligheid valt, wat dan wel? Mijnheer de minister, u hebt het vaak over het belang van onze kritieke infrastructuur, net als ik, maar in de praktijk blijkt er toch een grijze zone te bestaan. Die bedrijven moeten vaak op eigen kosten beveiliging inschakelen omdat niemand zich bevoegd acht.

Ik vind dat hallucinant en heb daarom enkele vragen. Worden de ondernemingen die bijdragen aan de defensiecapaciteit van ons land beschouwd als onderdeel van de kritieke infrastructuur? Welke instantie is verantwoordelijk voor de bescherming in geval van concrete dreiging of incident? Ziet u nood aan een duidelijk kader of samenwerking tussen defensie, politie en Binnenlandse Zaken om dergelijke situaties in de toekomst te vermijden?

Theo Francken:

De wet van 1 juli 2011 betreffende de beveiliging van kritieke infrastructuur definieert deze als de codes, installaties, systemen of delen daarvan van federaal belang, die essentieel zijn voor het behoud van vitale maatschappelijke functies, de gezondheid, de veiligheid, de beveiliging, de economische welvaart of het maatschappelijk welzijn en waarvan de verstoring van de werking of de vernietiging ervan een aanzienlijke weerslag zou hebben doordat die functies ontregeld zouden raken. De wet duidt het Nationaal Crisiscentrum aan om de coördinatie van de beveiliging en de bescherming van kritieke infrastructuren in België te verzekeren.

Het rechtskader wordt op dit moment herzien in het Parlement door de omzetting van Europese richtlijnen. Het NCCN coördineert met de politie, het OCAD en andere veiligheidsdiensten om indien nodig bijkomende externe beschermingsmaatregelen te implementeren bij verhoogde dreiging, inclusief voor defensiegerelateerde bedrijven. Ondertussen blijft de politie verantwoordelijk voor de algemene veiligheid in het land. De politie komt in actie bij een incident of op verzoek van het NCCN om externe maatregelen uit te voeren.

De bescherming van gevoelige infrastructuren wordt ook opgenomen in het Belgian National Defence Plan, dat Defensie ontwikkelt in uitvoering van de regeringsverklaring en de strategische visie. Dit gebeurt in nauw overleg met de federale overheid en de deelstaten.

Kristien Verbelen:

Dank u, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Voor mij blijft er weinig duidelijkheid. Bedrijven die onze veiligheid mee garanderen, mogen toch niet afhankelijk zijn van het al dan niet opnemen van een telefoontje bij de politie? We spreken vaak over de versterking van defensie, maar die begint niet enkel bij onze kazernes of bij onze eenheden, maar ook bij de mensen en bedrijven die materieel leveren of produceren. Ook zij zouden beschermd moeten worden. Zolang er geen helder kader bestaat over wie wat doet, wanneer en onder welke verantwoordelijkheid, blijft dit een zwakke schakel in onze veiligheidsketen. Dat lijkt mij moeilijk te rijmen met de ambitie van deze regering om van defensie opnieuw een sterke en betrouwbare pijler te maken.

Het diplomatieke incident met de Belgische defensieattaché in Washington
Het ontslag van een Belgische militair attaché in Washington
Belgisch diplomatiek incident en ontslag militair attaché in Washington

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 12 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Axel Weydts bekritiseert de "overdreven" Amerikaanse reactie op een artikel van generaal Verbist (door de VS de facto persona non grata verklaard), maar noemt diens vertrek een "pragmatische" oplossing; hij prijs Verbists staat van dienst. Christophe Lacroix beschuldigt Trump van willekeurige censuur en hypocrisie (vrijheid van meningsuiting vs. represaille voor kritiek) en hekelt dubbele standaarden in de Belgische aanpak (vs. eerdere kritiek op Frankrijk); hij eist officiële protesten (o.a. oproep VS-ambassadeur). Minister Francken bevestigt dat Verbist zelf om ontslag vroeg na politieke druk, benadrukt dat het artikel zijn persoonlijke mening was en mijdt verdere commentaar; hij ontkent selectieve behandeling en wijst op "afgeronde" diplomatieke stappen rond Frankrijk. Lacroix herhaalt zijn verontwaardiging, wijzend op Trumps eigen beledigende taal en pleit voor steun aan Verbist als symbool van Belgische soevereiniteit.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, er was een diplomatiek incident. De vraag is hoe diplomatisch we hier moeten zijn als parlementslid. In principe niet.

Allereerst wil ik mijn appreciatie uitdrukken voor generaal Verbist. Ik verneem dat hij een uitstekend officier is, een uitstekende generaal met een uitstekende staat van dienst. Ik wil dan ook hulde brengen aan die uitstekende staat van dienst.

Blijkbaar heeft hij echter iets gezegd wat zeer zwaar gevallen is bij onze Amerikaanse partners. We hebben het daarover bij het begin van deze commissievergadering al gehad.

Ik moet zeggen dat ik de reactie van de Amerikaanse administratie overdreven vind. Ik meen dat echt. Aan de andere kant begrijp ik ook wel de positie waarin we op dit moment zitten. Als op een bepaald moment een diplomaat – civiel of militair – de facto persona non grata wordt verklaard door het land waar hij actief is, kan men bijna niet anders dan komen tot de beslissing die nu genomen is. Dat is zeer te betreuren, al denk ik dat dit gewoon een pragmatische, realistische en nuchtere aanpak van de zaken is. Ik betreur dat dus en ik vind echt dat de reactie van de Verenigde Staten overdreven is, maar ik begrijp de gevolgen daarvan.

Ik vroeg mij af, mijnheer de minister, hoe u daarnaar kijkt. U hebt hierover achter gesloten deuren al iets gezegd en misschien wilt u daar op dit moment niet dieper op ingaan. Dan respecteer ik dat uiteraard. Ik wil echter publiek gezegd hebben dat ik betreur hoe men vanuit de VS heeft gereageerd. Ik wil ook nogmaals mijn appreciatie uitspreken voor een uitstekend officier met een uitstekende staat van dienst.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, nous avons appris par la presse la démission "forcée" d'un attaché militaire belge en poste à Washington. La raison principale qui serait invoquée? La publication, dans la Revue militaire belge, d'un article proposant une analyse critique des premiers mois du second mandat de Donald Trump.

Nous connaissions déjà la susceptibilité du président américain et sa propension à se montrer vindicatif envers quiconque, au sein même de son administration, s'était permis de le critiquer. Désormais, il semble que le tout-puissant Donald Trump, s'octroie le droit d'expulser du territoire américain tout représentant d'un pays allié, dont les commentaires seraient jugés trop sévères à l'égard de son bilan en matière de politique étrangère.

Il semble que vous assumiez une posture plus "radicale" lorsqu'il s'agit d'un militaire donnant son avis sur le Président américain contrairement à votre minimisation lorsque votre "speechwriter" s'était permis lui d'émettre des critiques à l'encontre de notre allié français cette fois. Il y a de quoi s'interroger sur les doubles standards dans l'armée belge et votre cabinet.

Monsieur le ministre, que pouvez-vous nous dire au sujet de cet évènement? Condamnez-vous la décision prise par l'administration Trump de contraindre l'attaché militaire à démissionner de ses fonctions et à quitter le territoire américain? Envisagez-vous des contre-mesures avec votre collègue en charge des Affaires étrangères? Par ailleurs, comment expliquez-vous ce deux poids deux mesures, à savoir cette différence de traitement selon la personne concernée et l'allié visé? Je vous remercie d'avance pour vos réponses.

Theo Francken:

Brigadegeneraal Bart Verbist, onze Belgische defensieattaché in de Verenigde Staten, gestationeerd in Washington, heeft onlangs een artikel geschreven dat vervolgens werd gepubliceerd in het Belgisch Militair Tijdschrift . Het artikel heeft in de Verenigde Staten beroering en enkele reacties veroorzaakt in politiek-militaire middens.

La Revue Militaire Belge est un périodique d'information qui s'adresse aux officiers et aux autorités militaires et civiles belges. Les articles qu'elle publie n'engagent que la responsabilité des auteurs. Ils ne refl è tent donc pas nécessairement le point de vue des autorités militaires.

Aangezien de reacties op zijn artikel zijn functioneren als defensieattaché moeilijk maakten, heeft generaal Verbist gevraagd om uit zijn functie te worden ontheven. Defensie heeft beslist in te gaan op zijn verzoek om uit zijn functie van defensieattaché te Washington te worden ontheven. De betrokkene heeft bij zijn terugkeer in België een andere functie gekregen binnen de defensiestaf.

La décision fut prise en concertation avec toutes les parties concernées afin de répondre aux préoccupations de chacun et de préserver en même temps notre position diplomatique.

En ce qui concerne la prise de position d'un des membres de mon cabinet envers la France, les démarches politiques et personnelles nécessaires ont été prises pour apaiser toutes les tensions. L'affaire est close.

Voor de rest ga ik daarop in een openbare vergadering geen verder commentaar geven.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vais me permettre un commentaire. De mémoire, il me semble que le général a utilisé deux mots pour qualifier le président américain et sa politique: "imprévisible" et "chaotique". Ce ne sont même pas des injures ni des termes agressifs ou indécents. Or, quand, dans un avion, Donald Trump traite de piggy une journaliste américaine qui lui pose des questions, je me demande où est l'indécence, où est l'injure? Elle est dans le chef du président américain qui, constamment, utilise des termes abusifs, condescendants, méprisants, haineux, en particulier lorsqu'il s'agit de femmes. Franchement, je trouve cela regrettable, d'autant plus que ce fameux président que l'on surnomme affectueusement Daddy à l'OTAN – il s'en moque d'ailleurs lui-même aujourd'hui – prône toujours la liberté d'expression. On doit pouvoir dire tout ce que l'on pense, sauf que, quand on n'est pas d'accord avec lui, on se fait foutre dehors. C'est en effet ce qui est arrivé à cet excellent général, dont vous avez rappelé les états de service. Je comprends donc et je ne reviendrai pas sur la France. On en avait d'ailleurs parlé auparavant. Même si nous sommes un petit pays, nous ne devons pas laisser ce général de côté et nous devons manifester officiellement notre mécontentement. Comme je l'ai dit à votre collègue en charge des Affaires étrangères, je pense qu'on aurait dû convoquer l'ambassadeur des États-Unis pour lui dire que c'était un acte tout à fait regrettable, qui ne doit pas être accepté aussi facilement par notre pays.

De mogelijke screenings van militairen op 'relationele ontrouw'

Gesteld door

Vooruit Axel Weydts

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 12 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Axel Weydts vraagt kritisch of Defensie militairen screent op "relationele ontrouw" als risicofactor voor veiligheidsmachtigingen en hoe dit juridisch, proportioneel en privacyvriendelijk verloopt. Theo Francken ontkent dat ontrouw deel uitmaakt van standaard screenings, maar bevestigt dat het wel kan meewegen in veiligheidsmachtigingen (bij toegang tot geheimen) als er chantagerisico dreigt—altijd met toestemming, transparante communicatie en beroepsmogelijkheid. Weydts erkent zijn terminologische verwarring, terwijl Francken mediaberichten over een vakbondsklacht als onnauwkeurig afdoet. De discussie blijft onbeslist over de praktische impact op loopbanen.

Axel Weydts:

Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

De recent verschenen berichten over mogelijke screenings van militairen op “relationele ontrouw” roepen vragen op. In een organisatie die rekent op vertrouwen, transparantie en rechtszekerheid moeten beoordelingsmechanismen helder, proportioneel en controleerbaar zijn. Zeker in tijden waarin Defensie alles inzet op het aantrekken én behouden van personeel.

Daarom heb ik volgende vragen:

Klopt het dat Defensie onderzoekt of militairen “ontrouw in hun relatie” zijn, en dat dit als risicofactor wordt meegewogen in beoordelingen of veiligheidsscreenings?

Indien ja: op basis van welke regelgeving of interne richtlijnen gebeurt dit, welke informatie wordt precies verzameld, en hoe wordt de privacy en rechtsbescherming van het personeel gegarandeerd?

Wat kan de concrete impact zijn van deze praktijk op de loopbaan van militairen (veiligheidsmachtiging, functietoewijzing, evaluatie), en hoe wordt hierover gecommuniceerd naar personeel en sociale partners?

Theo Francken:

Mijnheer Weydts, de termen 'screening' en 'veiligheidsmachtiging' worden vaak door elkaar gebruikt. Toch is er een wezenlijk verschil. Iedere burger of militair die bij Defensie in dienst treedt, wordt onderworpen aan een screening. Voor een screening worden enkel de databanken geconsulteerd die limitatief opgesomd zijn in artikel 32 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. Hierbij wordt nagegaan of betrokkene het geschikte profiel heeft om te werken bij Defensie. Er wordt vooral gekeken of betrokkene eerder in aanraking is gekomen met politie of Justitie of bekend is wegens banden met extremistische groeperingen.

Ontrouw in een relatie komt niet aan bod bij screenings. De personen die een functie bekleden waarbij toegang tot geclassificeerde informatie nodig is, hebben een veiligheidsmachtiging nodig. Dat is dus iets anders dan de screening. Hiervoor moet een bijkomend onderzoek worden uitgevoerd, waarvoor dezelfde wettelijke basis van 11 december 1998 geldt. De veiligheidsmachtiging wordt afgeleverd, wanneer de ADIV van mening is dat een personeelslid de nodige garanties biedt met betrekking tot integriteit, loyaliteit en geheimhouding. De veiligheidsonderzoeken gebeuren steeds na voorafgaande schriftelijke toestemming van de betrokkene. Het personeelslid kan bovendien te allen tijde zijn goedkeuring intrekken.

Het kan gebeuren dat tijdens de onderzoeken in het kader van veiligheidsmachtigingen ontrouw in een relatie wordt vastgesteld. Men gaat immers ook mensen in de directe omgeving interviewen. Een risicoanalyse zal bepalen of dat, samen met andere problematische gedragingen, kan leiden tot de niet-toekenning van de gevraagde machtiging. Het risico op chantage of beïnvloeding van het personeelslid zou kunnen bestaan, hetgeen problematisch zou kunnen zijn voor de veiligheid van Defensie en het land. Het betrokken personeelslid wordt steeds officieel op de hoogte gesteld van de gemaakte risicoanalyse en van het al dan niet verlenen van de veiligheidsmachtiging. De informatie wordt vertrouwelijk behandeld, ter bescherming van de privésituatie van de betrokkene. Uiteraard is er ook altijd een mogelijkheid om in beroep te gaan tegen een dergelijke beslissing.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, ik zie nu dat ik in mijn schriftelijk voorbereiding de termen screening en machtiging inderdaad wat door elkaar heb gebruikt. Dat was niet mijn intentie. Ik ken het verschil wel degelijk, want ik beschik zelf over een veiligheidsmachtiging.

Als ik het goed heb begrepen, heeft een van de militaire vakbonden een procedure ingesteld.

Theo Francken:

Dat is afgerond. Ik denk dat de manier waarop een en ander in de krant vermeld werd, niet overeenkomt met hoe het allemaal in werkelijkheid is verlopen.

Axel Weydts:

We kunnen er nog op terugkomen.

Voorzitter:

M. Vander Elst n'est plus là pour sa question n°56010835C. Je vais donc poser ma question qui était jointe à la sienne.

Militairen op straat
Militairen op straat
Militaire aanwezigheid in openbare ruimtes

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 12 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Christophe Lacroix vraagt minister Francken om opheldering over het geplande militaire straatdeployment ter ondersteuning van de politie (vanaf eind 2025 in Brussel), met name over de stand van zaken rond de defensiecodex (verwacht 2026), de rol van 18-jarige vrijwillige dienstplichtigen (nog onbeslist, maar Lacroix bekritiseert hun mogelijke inzet als "onverantwoord gevaarlijk") en de overleg met militaire vakbonden (onderhandelingen over het codex-protocol staan gepland). Francken bevestigt dat geen definitieve beslissingen zijn genomen, benadrukt het tijdelijke en ondersteunende karakter van de inzet, en deelt Lacroix’ bezorgdheid over de inzet van jongeren in risicovolle politietaken. Beide zijn het eens dat 18-jarigen niet in gevaarlijke straatmissies thuishoren.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, nous en avons souvent parlé, et encore il y a quelques instants. Le gouvernement entend déployer des militaires en rue autour d'entités critiques et à la place de la police fédérale dont c'est pourtant la mission première.

En septembre 2025, vous m'aviez notamment répondu que ce déploiement serait conditionné à l'adoption d'un codex. J'étais tout à fait d'accord avec vous. Vous disiez aussi que cet envoi militaire était également tributaire de la constitution d'une réserve territoriale.

Les jeunes ayant reçu votre courrier y seraient notamment envoyés, en vue de faire un service militaire volontaire. Les premiers 500 candidats seraient formés en septembre de l'année prochaine et ne seraient déployés qu'au début de 2027. Cela figure noir sur blanc, dans le compte rendu écrit de la commission du 24 septembre. Et quand on regarde la vidéo de cette commission, on vous entend le dire et le repréciser.

Donc, monsieur le ministre, pouvez-vous me faire le point précis des travaux autour du codex au sein du gouvernement? Quelles sont les missions actives voulues par vos collègues de coalition? Y sont-elles prévues? Selon quelle échéance le déploiement dans les rues aurait-il lieu? De quelles rues parle-t-on? Vous avez répondu également, tout à l'heure, qu'il y a peut-être des sujets que vous ne voudrez pas aborder, parce que cela relève du huis clos, et je ne vous en voudrai donc pas.

Quelles seraient les conséquences humaines, matérielles et budgétaires, pour la défense d'un tel déploiement? Si vous ne souhaitez pas répondre ici non plus, je ne vous en voudrai pas.

Par contre, j'attends une réponse de votre part sur la concertation avec les syndicats militaires. Y en a-t-il eu une pour négocier ce protocole? Pouvez-vous me donner l'agenda précis des négociations avec les représentants des militaires? Des réunions ont-elles déjà eu lieu? J'aimerais enfin avoir une confirmation sur un point – après, vous avez dit en effet: "je n'ai jamais dit ça" –, j'aimerais donc, aujourd'hui, que vous nous confirmiez, oui ou non, que les jeunes du service militaire volontaire pourraient ou ne pourraient pas être déployés dans le cadre de ces missions dans les rues, une fois le codex adopté. Je vous remercie pour vos réponses.

Theo Francken:

In afwachting van een regeringsbeslissing houdt defensie zich klaar om vanaf eind 2025 militairen in te zetten in Brussel ter ondersteuning van de spoorwegpolitie en voor punctuele veiligheidsdispositieven. De algemene afspraken daaromtrent worden vastgelegd in een specifiek protocolakkoord.

Om operationele redenen kan het aantal militairen niet publiek worden gemaakt. De exacte personeelsomvang wordt in samenspraak met de politie bepaald. Ik heb dat wel al gedaan in een gesloten commissie.

Het advies van defensie richtte zich met name op het belang van een aangepaste pre-deployment training om de samenwerking met de politie voor dat takenpakket in die omgeving zo optimaal mogelijk te laten verlopen. Het benadrukte ook de noodzaak van het tijdelijke karakter, de ondersteunende rol en de beperking van de omvang.

Om daarover te waken, is een evaluatiemoment voorzien, zodat kan worden nagegaan in welke mate de inzet van militairen effectief heeft bijgedragen tot het beoogde doel. De defensiecodex zal op lange termijn het referentiekader worden voor de taken en bevoegdheden voor defensie, met inbegrip van de binnenlandse opdrachten vermeld in het regeerakkoord. Gezien het belang van de wettelijke aanpassingen, die een grondige voorbereiding vereisen en rekening houdende met de noodzakelijke coördinatie tussen de verschillende betrokken partijen alsook het wettelijk vastgelegde traject met diverse mijlpalen, wordt verwacht dat het nieuwe wettelijke kader in de loop van 2026 volledig zal zijn afgerond.

In afwachting van de uitvoering van de defensiecodex vindt dergelijke inzet plaats in België, wanneer noodzakelijk en uiteraard onder het bestaande wettelijke kader. In de huidige situatie is bij de inzet van militairen ter ondersteuning van de politie, met uitzondering van de toepassing van de wettige verdediging, het gebruik van dwang en geweld onderworpen aan de geval-per-gevalbeslissing van de leden van de politie en in elk geval aan de strikte naleving van de artikelen van de wet op het politieambt. Militairen mogen ook het retentierecht uitoefenen bij betrapping op heterdaad, zoals voorzien voor elke burger.

Le projet de codex a déj à fait l'objet de discussions intercabinets. Le premier volet du codex concerne entre autres les missions de la Défense et les compétences dans le cadre des missions de protection sur le territoire national. Le projet de codex sera très prochainement négocié avec les syndicats militaires.

À ce stade, aucune décision définitive n'a été prise concernant l'éventuel déploiement des jeunes du service militaire volontaire dans ce type de mission. Les discussions sur les rôles précis et les conditions d'emploi se poursuivent et feront l'objet d'une évaluation approfondie avant toute décision.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos précisions.

Vous entendez bien concerter les syndicats à travers un protocole sur le codex. C'est important.

Vous dites qu'aucune décision n'est prise, ni dans un sens ni dans l'autre, en ce qui concerne le déploiement de ces jeunes de 18 ans dans les rues de Bruxelles ou à d'autres endroits. Je crois qu'il faut vraiment être très prudent. J'aurais aimé vous entendre dire aujourd'hui que ces jeunes de 18 ans n'auront pas à faire des contrôles dans les rues de Bruxelles, dans les rues dangereuses où la police fédérale a sa place mais ne s'y trouve pas et où ces jeunes pourraient être mis en danger par des trafiquants de drogue. Je vous invite vraiment à faire le maximum pour que cela ne se produise pas, parce que la responsabilité que vous porteriez serait énorme. Selon moi, ce n'est pas un apprentissage adéquat pour ces jeunes qui se sont engagés avec l'idéal de servir leur pays, mais pas dans les conditions qui sont celles de missions policières qui s'av è rent parfois extrêmement délicates. Même si à 18 ans on est un adulte indépendant, je crois néanmoins qu'il y a lieu de protéger notre jeunesse par rapport à des débordements et à des conditions de travail qui seraient énormes et inacceptables pour elle.

Theo Francken:

J'ai bien compris. Je l'ai d'ailleurs déjà vu dans vos précédentes interventions sur le sujet. Personnellement, je partage votre opinion.

Christophe Lacroix:

Vous voyez que nous sommes parfois d'accord!

Het alcohol- en drugsbeleid bij Defensie

Gesteld door

VB Kristien Verbelen

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 12 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Kristien Verbelen vraagt om een evaluatie van Defensie’s preventie- en zorgbeleid rond drug- en alcoholmisbruik bij militairen, met focus op de BeWell@Defence-app, de Cockpit Welzijn-Integriteit-Veiligheid en het Militair Centrum voor Addictie. Minister Francken bevestigt dat privacybeperkingen cijfers onvolledig maken, maar meldt een lichte daling van alcohol- en drugincidenten (37/7 dossiers in 2024) en beleidsaanpassingen zoals heroprichting van de cel Addict en uitbreiding van laagdrempelige hulp, zonder capaciteitsproblemen. Verbelen prijsde de stappen maar stelt dat ontbrekende data een volwaardige evaluatie bemoeilijkt en belooft in 2026 terug te keren voor meer concrete resultaten. Francken benadrukt dat preventie en mentale zorg (o.a. via de Recovery Group) centraal staan, met aandacht voor PTSS- en verslavingskoppeling bij nieuwe rekruten.

Kristien Verbelen:

Mijnheer de minister, ik wil graag even terugkomen op een vraag van vorig jaar, getiteld 'Een nieuwe lijn met minister Francken'.

U kondigde vorig jaar aan sterk te willen investeren in de instroom van jonge rekruten en reservisten. Dat is een begrijpelijk en noodzakelijke ambitie. In een samenleving waar druggebruik en drughandel steeds meer aanwezig zijn, moeten we echter ook realistisch zijn want na verloop van tijd zal die problematiek ook binnensluipen bij Defensie.

Vorig jaar verwees u naar verschillende nieuwe instrumenten, zoals de BeWell@Defence-app, de Cockpit Welzijn-Integriteit-Veiligheid en het versterkte aanbod rond verslavingszorg via het Militair Centrum voor Addictie. Intussen zijn we een jaar verder en lijkt een eerste evaluatie mij wel opportuun.

Hoeveel personeelsleden gebruiken de BeWell@Defence-app ? Hoe evalueert u dat gebruik na een jaar? Welke onderdelen van de app worden het meest geraadpleegd? Ziet u aanwijzingen dat dit de meldingsbereidheid of hulpvraag verhoogt?

Stelt u tendensen vast inzake alcohol- en drugincidenten via de Cockpit Welzijn-Integriteit-Veiligheid? Zijn er specifieke eenheden of leeftijdsgroepen waarbinnen stijgingen of dalingen te zien zijn? Hebben deze gegevens het beleid kunnen bijsturen?

Hoeveel militairen volgden een traject in het Militair Centrum voor Addictie? Hoeveel rondden dat traject af? Haakten er ook vroegtijdig af? Zijn er momenteel wachttijden?

In welke mate merkt u effecten van het preventiebeleid op de incidentcijfers bij instromers? Plant u bijkomende maatregelen als gevolg van de evolutie in de samenleving en de ambities inzake rekrutering?

Theo Francken:

Defensie investeert volop in de instroom van jonge rekruten en reservisten. We zijn ons daarbij bewust van de uitdagingen die dat met zich meebrengt, zeker in een samenleving waar middelenmisbruik en drugsgebruik een realiteit zijn. Preventie, opvolging en zorg blijven daarom prioritair.

Privacyregels maken het onmogelijk om gebruikersstatistieken van de BeWell@Defence-app bij te houden, waardoor we daar geen evaluatie van kunnen maken. De Cockpit Welzijn-Integriteit-Veiligheid zal pas begin 2026 volledige cijfers voor 2025 opleveren. Voor 2024 zijn er 37 dossiers rond alcohol en 7 dossiers rond drugs, met een lichte daling van statutaire tuchtzaken. Op basis van die gegevens hebben we al beleidsbijsturingen doorgevoerd, zoals een sensibiliseringscampagne rond alcoholgebruik en de heroprichting van de cel Addict, die zich richt op preventie en eerstelijnshulp.

De Defensiestaf neemt momenteel ook het drugsbeleid onder de loep. Recent werd opnieuw de Recovery Group onder de aandacht gebracht. Dit initiatief richt zich op militairen en ex-militairen die ondervinden dat ingrijpende gebeurtenissen in het buitenland of in België een impact hebben op henzelf of op hun omgeving.

In het Militair Centrum voor Addictie waren er in de loop van 2025 36 aanmeldingen, waarvan 18 militairen een traject startten en slechts 1 militair vroegtijdig afhaakte. De cijfers liggen lager dan vroeger, wat ons ertoe heeft gebracht opnieuw meer in te zetten op laagdrempelige hulp, onder meer via de reizende preventieteams van de cel Addict. Capaciteitsproblemen zijn er momenteel niet, maar we bereiden een uitbreiding voor om de verwachte instroom van personeel op te vangen.

Tot nu toe werden geen verschillen opgemerkt inzake incidentcijfers bij nieuwe kandidaten ten opzichte van eerdere lichtingen. Middelenmisbruik en mentale problemen, zoals PTSS, hangen vaak samen. Defensie biedt gespecialiseerde opvolging binnen het Militair Hospitaal via de Recovery Group en het Militair Centrum voor Addictie, aangevuld met ambulante zorg.

Gegevens over incidenten en zorgtrajecten worden slechts gedeeltelijk bijgehouden, onder meer omwille van de privacywetgeving. Het aantal trajecten, zowel binnen als buiten Defensie, is bovendien zeer uiteenlopend, waardoor exacte cijfers niet beschikbaar zijn. Defensie blijft inzetten op preventie, sensibilisering en zorg.

Met de heroprichting van de cel Addict, de versterking van de Recovery Group en de geplande capaciteitsuitbreiding bereiden we ons voor op de maatschappelijke evoluties en de instroom van jongeren. Hulp vragen is en blijft een teken van moed, een van de kernwaarden van Defensie.

Kristien Verbelen:

Minister, dank voor uw antwoord. Ik ben blij dat er stappen ondernomen worden in de juiste richting en dat er rekening mee gehouden wordt met de rekruteringen en de veranderingen in de samenleving, die we ongetwijfeld ook binnen Defensie zullen zien.

Nu, we hebben blijkbaar niet alle gegevens, wegens privacyredenen. Maar zoals u zei, is er soms geen verschil en is er soms eerder een daling van het aantal incidenten. Het moet dan toch betekenen dat de instrumenten goed helpen.

Ik zal in 2026 hier nog eens op moeten terugkomen. Ik hoop dat er dan meer gegevens beschikbaar zullen zijn.

Voorzitter:

Vraag nr. 56010938C de heer Van Rooy wordt uitgesteld.

De verplichte COVID-19-herhalingsvaccinatie voor militairen

Gesteld door

VB Annick Ponthier

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 12 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Annick Ponthier (PF) bekritiseert dat België de COVID-19-vaccinatieplicht voor militairen pas in 2025 afschafte – een jaar later dan NAVO-partners Duitsland en Nederland – en vraagt naar de wetenschappelijke en operationele redenen voor het behoud ervan, vooral voor missies buiten Europa/Noord-Amerika. Theo Francken (N-VA) verdedigt het beleid als risicogebaseerd, gericht op operationele paraatheid en gezondheidsbescherming in gebieden met beperkte zorg, en ontkent discriminatie, benadrukkend dat NAVO-lidstaten autonoom vaccinatiebeleid voeren. Ponthier bestrijdt de medische onderbouwing ("vaccinatie voorkomt besmetting is onjuist"), noemt de plicht een "miskenning van persoonlijke vrijheid" en waarschuwt voor mogelijke gezondheidsrisico’s (o.a. hartklachten), eisend herziening om gelijke NAVO-omstandigheden te garanderen. Francken reageert niet op haar kritiek.

Annick Ponthier:

Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Recent verscheen via VSOA-Defensie een bericht over een belangrijke wijziging in het beleid rond de COVID-19-vaccinatieverplichting binnen onze strijdkrachten.

In dat bericht stelt VSOA dat in Nederland en Duitsland de verplichte jaarlijkse COVID ‑ vaccinatie voor militairen reeds in 2024 werd afgeschaft. Belgi ë hield deze verplichting echter aan tot april 2025, waardoor er een ongelijkheid ontstond ten opzichte van NAVO ‑ partners.

Op 16 april 2025 heeft VSOA-Defensie hierover contact opgenomen met u. Naar aanleiding daarvan is een nieuwe interne nota gepubliceerd, die bepaalt dat vanaf 24 april 2025 de herhalingsvaccinatie niet langer vereist is voor deelname aan oefeningen en operaties buiten Europa en Noord ‑ Amerika.

Deze evolutie roept een aantal vragen op, zowel inzake personeelsbeleid als inzake interoperabiliteit binnen NAVO ‑ operaties.

Wat is volgens u de reden dat België zo laat pas de vaccinatieplicht voor defensiepersoneel afschafte, een jaar na NAVO-partners als Duitsland en Nederland?

Waarom gold de verplichting specifiek voor operaties en oefeningen buiten Europa en Noord ‑ Amerika? Wat was het wetenschappelijke of operationele argument daarvoor?

Wat is de concrete draagwijdte van de nieuwe interne nota? Betekent dit dat de vaccinatieplicht volledig is afgeschaft voor alle operaties en missies van onze Defensie, of blijft er nog een onderscheid bestaan tussen bepaalde categorieën missies of personeelsgroepen?

Werd binnen de Staf Defensie onderzocht of deze verplichting mogelijk discriminerend was ten opzichte van Belgische militairen in vergelijking met NAVO ‑ partners?

Hoe wordt de harmonisatie met NAVO ‑ standaarden in de toekomst gegarandeerd, zodat Belgische militairen niet opnieuw worden geconfronteerd met verplichtingen die elders al zijn opgeheven?

Is er een impactanalyse gemaakt van deze beleidswijziging op inzetbaarheid, personeelsplanning en inzake de medische dienst?

Theo Francken:

Bij de Belgische Defensie waren er uitspraken over een vaccinatieverplichting voor COVID-19 als een van de noodzakelijke voorwaarden voor deelname aan bepaalde missies en oefeningen, gebaseerd op medische en operationele risicoanalyses. In veel landen bestaat geen wettelijke basis voor een vaccinatieplicht. Vaccinatie wordt doorgaans sterk aanbevolen of als voorwaarde gesteld voor een specifieke inzet. Tijdens missies komen militairen in contact met lokale gemeenschappen, vaak in gebieden met beperkte gezondheidszorg. Vaccinatie vermindert het risico dat militairen het virus introduceren of verspreiden. In conflictzones of rampgebieden is medische ondersteuning vaak beperkt. Een covidinfectie kan daar extra complicaties veroorzaken. Vaccinatie biedt een betere bescherming in omstandigheden waar zorg moeilijk toegankelijk is.

Het huidige beleid garandeert een goede basisimmuniteit, waardoor er snel kan worden geschakeld indien de epidemiologische situatie dat vereist. Het beleid is niet discriminerend, aangezien het gebaseerd is op proportionele noodzaak en gezondheidsbeleid.

Het vaccinatiebeleid bij de NAVO is niet gestandaardiseerd. Dat wordt bevestigd door de vaccinatiecatalogus van de NAVO zelf. Elke lidstaat bepaalt dus zelf zijn vaccinatiebeleid. België heeft die verantwoordelijkheid ingevuld op basis van risico-inschatting en medische adviezen van experten. Het Belgische beleid rond de covidvaccinatie is steeds gericht op de operationele paraatheid en de gezondheidsbescherming van elk individu.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Er zijn toch een aantal opmerkingen te maken over de vaccinatieplicht. Vaccinatie wordt onlosmakelijk gekoppeld aan het al dan niet kunnen besmetten. Dat is volgens mij niet correct. Of iemand nu gevaccineerd is of niet, staat daar los van; dat is intussen meermaals aangetoond.

Het lijkt mij ook aangewezen om de vaccinatieplicht in België te herzien, niet enkel wegens de ongelijkheid tussen NAVO-partners. Wij zetten ze immers vaak samen in op missies. Wanneer er andere richtlijnen gelden, is er wel degelijk een scheeftrekking in de verhoudingen tussen de militairen onderling.

Het is echt aangewezen dat u een en ander herbekijkt. Het is ook een miskenning van iemands persoonlijke vrijheid om hem of haar te verplichten zich te laten vaccineren. Vaccinatie is heel controversieel en de waarschuwingen door experten nemen toe, vandaag nog in een artikel, dat een rechtstreekse link tussen vaccinatie met bepaalde vaccins en bepaalde hartklachten aantoonde. We moeten heel voorzichtig zijn met de verplichting om het defensiepersoneel met een experimenteel te laten vaccineren.

Voorzitter:

Les questions jointes n° 56011102C de Kjell Vander Elst (Open Vld) et n° 56011188C d'Axel Weydts sont transformées en questions écrites.

We komen aan vraag nr. 56011189C van mijnheer Weydts.

Axel Weydts:

Mijnheer de voorzitter, we hebben vanochtend uitgebreid gesproken over Congo en onze versterkte aanwezigheid daar.

Mijnheer de minister, ik weet niet of u nog iets toe te voegen hebt aan hetgeen u vanochtend al zei. Indien dat niet het geval is, ben ik bereid om mijn vraag in te trekken.

Voorzitter:

M. le ministre nous fait signe qu'il a tout dit et nous pouvons le croire vu que nous étions présents. Une réplique? Non? Parfait! La question n° 56011364C de Mme Caroline Désir est transformée en question écrite.

De ondersteuning van diplomatiek personeel door Defensie

Gesteld door

PS Christophe Lacroix

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 12 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Christophe Lacroix vraagt om verduidelijking over de jaarlijkse toewijzing van >€1M uit het Defensiebudget voor psychologische ondersteuning van diplomaten en blindvoertuigen voor ambassadebeveiliging, en bekritiseert de opheffing van de gespecialiseerde medische component binnen Defensie, met zorgen over capaciteitsverlies voor zowel diplomaten als militairen. Minister Theo Francken bevestigt dat de blindvoertuigen een antwoord zijn op een vraag van Buitenlandse Zaken, geleverd door Defensie’s ervaren DAS-teams, en kondigt een structurele psychosociale samenwerking aan (naast ad-hocsteun), gefinancierd uit 5% van het interne veiligheidsbudget—een initiatief dat hij noodzakelijk en concreet noemt, naar aanleiding van een voorstel van Maxime Prévot. De toegang tot ondersteuning blijft afhankelijk van beschikbaarheid zonder afbreuk aan Defensie’s kerntaken, met mogelijkheid tot afstandsbegeleiding via het militair ziekenhuis. Lacroix’ kritiek op de afbouw van gespecialiseerde medische capaciteit blijft onbeantwoord.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, nouvelle compétence, nous avons appris que dans le budget prévu pour la Défense, le gouvernement fédéral a décidé d'allouer annuellement un peu plus d'un million d'euros pour le soutien psychologique au personnel diplomatique, ainsi que pour l'achat de véhicules blindés mis à disposition des militaires qui assurent la sécurité de nos ambassades.

Le SPF Affaires étrangères compte près de 3 000 membres du personnel, dont la majorité travaille dans les différents postes diplomatiques avec des statuts variés et faisant face à des risques spécifiques.

Le professionnalisme des militaires de la DAS et de la désormais ex composante médicale n'est en effet plus à démontrer et ceux-ci montrent, une nouvelle fois, leur plus-value pour un autre SPF essentiel de notre action extérieure plutôt que de recourir au secteur privé.

Monsieur le ministre, pouvez-vous m'en dire davantage sur l'allocation de ces fonds et le déploiement des achats matériels sur le terrain? Concernant le soutien médical et psychologique au personnel diplomatique, vous le savez, j'ai regretté la disparition de la spécificité de la Composante médicale désormais intégrée dans une force d'appui. Quels moyens additionnels notamment sur le plan humain seront-ils ainsi dégagés? Concrètement, quelle forme ce soutien au personnel diplomatique prendra-t-il? Quel personnel pourra-t-il y faire appel et selon quelles conditions, notamment au regard des missions déjà essentielles jouées auprès des militaires déployés et qui ne peuvent en pâtir?

Theo Francken:

Monsieur Lacroix, la demande de véhicules blindés cadre dans un effort du gouvernement visant à augmenter la sécurité intérieure et fait suite à une demande de la part du ministère des Affaires étrangères. Dans des zones de conflit, la Défense mettra à disposition du ministère des Affaires étrangères des véhicules blindés, un type de véhicules pour lequel nos équipes DAS disposent d'une solide expérience.

Jusqu'à présent, un soutien psychosocial au bénéfice des missions diplomatiques par le déploiement d'une équipe psychosociale peut être offert ponctuellement à la demande du ministère des Affaires étrangères et à condition que les missions principales de la Défense ne soit pas compromises. Dorénavant, une coopération structurelle sera établie en utilisant les nouveaux moyens alloués. De plus, un soutien à distance restera possible via la permanence du centre de santé mentale de l'hôpital militaire Reine Astrid.

J'en suis très content et, comme expliqué la semaine passée, le budget provient pour 5 % de la sécurité interne. Il s'agit d'une demande de M. Maxime Prévot. C'est non seulement nécessaire mais aussi très concret, ce qui est toujours préférable.

Voorzitter:

La question n°56011419C de M. Luc Frank est transformée en question écrite. La question n°56011421C de M. Stéphane Lasseaux est transformée en question écrite. Nous avons terminé. Je lève la séance. Je remercie les collègues qui sont restés présents jusqu'au bout. Je remercie M. le ministre, les collaborateurs parlementaires ainsi que les collaborateurs de cette commission et les interprètes qui ont eu le courage de nous suivre jusqu'à cette heure-ci, un vendredi, alors qu'ils ont été mis à rude épreuve hier, certainement pendant une partie de la journée, mais également de la nuit. Bon week-end à toutes et à tous. La réunion publique de commission est levée à 17 h 41. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.41 uur.

De strijd tegen drones
Het C-UAS-droneteam
De hulp van buurlanden in de strijd tegen drones
De buitenlandse militaire steun tegen de dronedreiging
De lessen uit Oekraïne in de strijd tegen drones
De inzet van buitenlandse counterdroneteams
Het NASAMS-luchtverdedigingssysteem en de ontwikkeling van een meerlagige luchtafweer
De samenwerking tussen de NAVO- en de EU-lidstaten in de strijd tegen drones
Internationale samenwerking en technologie tegen dreigingen van drones

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 10 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Belgiës urgente aanpak van dronedreigingen, met 50 miljoen euro voor directe defensie-investeringen (o.a. radars, brouilleurs, drone guns) en een toekomstig 500-miljoenprogramma (2026) met Europese NAVO-partners, waarbij lokaal ankerpunt en strategische autonomie centraal staan. Minister Francken (Defensie) benadrukt de samenwerking met buitenlandse partners (Duitsland, Frankrijk, VK, VS) voor kennisuitwisseling en gap-filling, maar bekritiseert gebrekkige coördinatie met Binnenlandse Zaken/politie – ondanks bestaande structuren zoals het NASC – en pleit voor Defensie als leidende actor, met gedeelde middelen voor civiele doelen (luchthavens, nucleaire sites). Kritiekpunten: Lacroix (MR) prijst Franckens reactiesnelheid maar hekelt de afwezigheid van minister Quintin (Binnenlandse Zaken), terwijl Vander Elst (N-VA) en Ponthier (Vooruit) structurele samenwerkingsfouten aanwijzen, inclusief onduidelijke rules of engagement en vertraagde politiële inzet; lessen uit Oekraïne (snelle innovatie, gelaagde verdediging) moeten volgens Francken vertaald worden in Belgische doctrine en training, met nadruk op Europese strategische partnerschappen.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, le 7 novembre dernier, le Conseil des ministres a trouvé un accord de principe sur un plan de financement de 50 millions d’euros destiné à la lutte contre les drones. Si aucune décision définitive n’a été prise, j’ai pris connaissance, aujourd'hui, d’un article de presse annonçant que vous auriez déjà réalisé une commande de l’ordre de 2 millions d’euros, ce qui ferait de vous l’un des ministres les plus réactifs. Nous n’étions pas d’accord tout à l’heure, mais sur le plan des drones, je salue votre action.

Monsieur le ministre, la presse évoque des achats de radars bas niveaux, de brouilleurs et d’armes portatives de neutralisation de type drone gun . Pouvez-vous nous détailler de manière précise la liste du matériel soumise au Conseil des ministres? À quel moment une décision définitive sera-t-elle prise, en tenant compte des actualisations intervenues depuis que j’ai posé ma question?

Ma seconde question porte sur la manière dont le gouvernement entend garantir la rigueur et la transparence de ce processus d’acquisition. J’ai en effet appris que la Turquie pourrait potentiellement figurer parmi les partenaires capables de fournir des solutions rapides face à cet enjeu majeur. Vous décrivez d’ailleurs Ankara comme un ami et un allié au sein de l’OTAN.

Pourriez-vous préciser vos intentions à ce sujet? Allez-vous solliciter l’Agence de soutien et d’acquisition de l’OTAN, qui, comme vous le savez, fait actuellement l’objet de vives critiques en raison du scandale qui la touche? Des achats auprès d’autres entreprises basées sur le sol européen sont-ils envisagés? Un recours à un programme européen en la matière est-il étudié? Un programme de la Defence, Industry and Research Strategy (DIRS) est-il également étudié?

En séance plénière, j’ai pu interroger le ministre de l'Intérieur, Bernard Quintin, suite aux survols de drones près de plusieurs entités critiques, dont l’aéroport de Bruxelles-National et celui de Liège. Le ministre de l’Intérieur a expliqué vouloir s’appuyer sur les moyens renforcés de l’armée, laissant entendre que les 50  millions d’euros mobilisés en urgence par la Défense à ce sujet seraient également utilisés pour la protection des sites civils. Que pouvez-vous nous dire à ce propos? Cela signifie-t-il que les 50 millions d'euros destinés à la lutte anti-drones pour sécuriser nos infrastructures militaires profiteront aussi aux polices fédérale et locales, dont c’est la compétence première?

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, de geschiedenis van het drone ‑ incident, ondertussen al enkele weken geleden, zal ik niet opnieuw vertellen, want die kennen we allemaal.

Mijn vraag gaat specifiek over de co ö rdinatie tussen Defensie, de politie en de luchthavenautoriteiten. In de pers lazen we dat die samenwerking beter kon worden georganiseerd.

Mijnheer de minister, ik heb een aantal vragen over hoe u dat in de toekomst ziet, hoe u de coördinatie en de commandovoering tussen Defensie, de federale politie, de luchthavenautoriteiten en andere betrokken diensten wilt optimaliseren. Ik denk dat dat absoluut nodig is.

We hebben ook nog buitenlandse hulp gekregen. Hoe ziet u dat geheel evolueren, om toekomstige drone ‑ incidenten op een effici ë nte en accurate manier aan te pakken?

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, de problematiek is al meermaals geschetst, dat ga ik niet opnieuw doen. Het gaat mij vooral om de coördinatie en de samenwerking. Het slechtste wat men kan doen, is de paraplu’s opentrekken en verklaren tot waar de bevoegdheid van Defensie reikt en waar de bevoegdheid Binnenlandse Zaken begint. Bij zo’n hybride vorm van dreiging moet men aan hetzelfde zeel trekken en is eenheid van commando noodzakelijk. Gezien de investeringen in de defensieportefeuille in hybride oorlogsvoering en counterdronesystemen, vind ik dat dat bij Defensie moet liggen en dat Defensie daarin de lead moet nemen.

In tussentijd zijn er heel wat stappen gezet. Er is het NASC, waardoor de samenwerking tussen Binnenlandse Zaken, Mobiliteit/skeyes en Defensie zou moeten verbeteren. We hebben ook hulp van buitenlandse partners gekregen, van buurlanden Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.

Mijnheer de minister, hoe verloopt die samenwerking en ondersteuning, in de eerste plaats met Binnenlandse Zaken, skeyes/Mobiliteit met betrekking tot de luchthavengebieden, maar ook met de defensiediensten van de buurlanden? Op welke manier zullen zij helpen om belangrijke civiele doel te beschermen, zoals luchthavens en nucleaire sites?

Wordt Binnenlandse Zaken daarbij betrokken en welke rol spelen de politiediensten?

Is de samenwerking met de defensiediensten van de buurlanden alleen gericht op militaire sites, of wordt ook samenwerking en coördinatie voor het gehele grondgebied bekeken?

Een tweede vraag gaat over de lessen die we hebben getrokken of nog aan het trekken zijn uit de oorlog in Oekraïne en de strijd tegen de drones. Als er één klein voordeel schuilt in de gruwelijke oorlog met de Russische agressor, is het wel dat er een gigantische technologische en innovatieve vooruitgang op het gebied van drones is geboekt. We kunnen bijzonder veel leren van Oekraïne in hoe zij drones en counterdronetechnologie tegen de Russische agressor inzetten.

Mijnheer de minister, welke concrete lessen hebt u reeds getrokken voor de Belgische defensie uit de inzet van onbemande systemen door Rusland in Oekraïne? Op welke manier wordt samengewerkt met civiele actoren om een coherente verdediging tegen dergelijke dreigingen op te zetten en permanent te verbeteren? Zijn er rechtstreekse contacten of samenwerkingen tussen Belgische militairen of de Belgische defensie-industrie en Oekraïense militairen en de Oekraïense defensie-industrie?

Hoe wordt nagedacht over het versnellen van aankoopprocedures? Hebt u daarvoor bijvoorbeeld al overleg met de Inspectie van Financiën gehad?

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, intussen lijken de drone-incidenten, althans voor de publieke opinie, in het verleden te liggen, maar niet voor ons. Er verschijnen geen mediaberichten meer over dronemeldingen, niet boven militaire bases en niet boven luchthavens. Voor de publieke opinie lijken die meldingen als sneeuw voor de zon te zijn verdwenen. We zouden daaruit allerlei conclusies kunnen trekken, maar dat zou voorbijgaan aan de essentie van het debat, dat bijzonder belangrijk blijft.

Nochtans was er een hele reeks waarnemingen van drones boven militaire bases en civiele sites. Recente drone-incidenten boven de luchthavens van Zaventem en Bierset hebben geleid tot een tijdelijke stillegging van het luchtverkeer. Dat veroorzaakt vanzelfsprekend aanzienlijke economische schade.

Er werd gekozen voor een discrete inzet van defensie, in samenwerking met andere veiligheidsdiensten, de politie en ook met buitenlandse militaire teams uit Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Daarover gaat mijn vraag. Die buitenlandse partners zullen niet alleen technische ondersteuning bieden, maar mogelijks ook, zo stelde u, lacunes in ons eigen detectie- en neutralisatiecapaciteitssyteem blootleggen.

Dat wij hulp inroepen van het buitenland, terwijl de politie reeds beschikt, zo vernemen we recent, over een gespecialiseerd anti-droneteam dat drones kan neerhalen of vangen, wekte recent in de media hier en daar enige verbazing. U hebt daar al kort op geantwoord in de plenaire vergadering, maar ik heb toch nog een aantal vragen.

Mijnheer de minister, kunt u concreet de opdracht van de Belgische Defensie toelichten op de luchthavens van Luik en Zaventem? Wat zijn de rules of engagement van Defensie?

Kunt u ook toelichten welke concrete ondersteuning de buitenlandse partners Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk momenteel op het terrein leveren, zowel qua capaciteiten, middelen, inzetlocaties als duur? Wat zijn ter zake de rules of engagement ? Welke kosten zijn daarmee verbonden en hoe worden die tussen de verschillende partners verdeeld?

Welke concrete tekortkomingen in onze eigen anti-dronecapaciteiten worden door de buitenlandse teams opgevuld? Heeft hun werkwijze of inzet invloed op het recent in dit Huis goedgekeurde counter-droneplan en moet het plan worden bijgestuurd?

Hoe zijn de samenwerking en communicatie verlopen met het gespecialiseerde droneteam van de politie? Waar ziet u knelpunten voor toekomstige communicatie? Worden momenteel middelen of capaciteiten uitgewisseld tussen Defensie en dat team? Zo nee, waarom niet?

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, over heel het dronegegeven is al zeer veel gezegd en geschreven. Er is ook heel wat onzin over verkondigd en gepubliceerd, zowel door zelfverklaarde experts op sociale media, wat men hen misschien niet kwalijk kan nemen, als door personen van wie men toch enige expertise in het domein zou mogen verwachten. Dat maakt uiteraard deel uit van de strategie van wie daar ook achter zit. Nogmaals, waarschijnlijk zullen we nooit exact de vinger kunnen leggen op de oorsprong, maar net dat was ook de bedoeling.

Het gaat dus niet over spionage, maar over het tegen elkaar opzetten van mensen, aantonen dat men dingen kan testen en mensen kan pesten, zoals ik het eerder heb genoemd.

Collega’s, ik vind het een vorm van solidariteit dat buitenlandse droneteams ons zijn komen versterken. Dat is waar Europa voor staat, dat is waar de NAVO voor staat. We are NATO . Wij helpen elkaar wanneer dat nodig is. Dat is absoluut geen schande voor ons land. Integendeel, dat is een vorm van solidariteit op het vlak van onze collectieve defensie.

Mijnheer de minister, mijn vraag sluit daarbij aan. Hoe evalueert u de inzet van die buitenlandse militairen op ons grondgebied? Ik begrijp dat bepaalde aspecten mogelijk niet voor deze openbare vergadering bestemd zijn, maar dan kom ik daar zeer graag op terug tijdens de besloten vergadering van de commissie voor de Opvolging van militaire missies, indien dat nodig is. Ik dank u nu al voor uw antwoord.

Koen Metsu:

Mijnheer de minister, ik heb eveneens een vraag ingediend over de antidronetechnologie en het dronelab in Geel. Mijn vraag was later ingediend. Intussen zijn de vragen samengevoegd tot een actualiteitsdebat. Ik weet niet of over het dronelab in Geel al informatie beschikbaar is.

Theo Francken:

(…)

Koen Metsu:

In dat geval zal ik mijn vraag niet nu, maar op een later moment stellen.

Voorzitter:

Wensen nog collega’s aan te sluiten bij de vragen in het actualiteitsdebat? (Nee)

Theo Francken:

Geachte Kamerleden, over drones is inderdaad al veel gezegd. Ik wil toch nog eens herhalen wat ik ook reeds bij een vrijdaguitzending van De afspraak heb gezegd. Soms werd beweerd dat alles fake was en dat er helemaal geen drones hebben gevlogen. Dat is absoluut niet correct.

Een commissie met verschillende ministers zou een en ander normaal dit jaar onderzoeken, maar dat zal niet lukken. Het zal dus volgend jaar gebeuren. Ik besef dat dat laat is, maar de agenda’s zijn niet altijd goed op elkaar af te stemmen. Aan het einde van het jaar zijn er allerlei activiteiten, zoals de tour van vorige week naar Afrika en volgende week in Europa, voor de kerstcadeaus en om onze militairen te bedanken. Dat maakt de agenda nog voller. Het zal dus pas in januari plaatsvinden.

Achter gesloten deuren zal er een briefing komen met meer details, maar dat kan en zal ik niet in deze openbare vergadering bespreken, ook al omdat dat onder OPSEC valt. Ik kan wel bevestigen dat er effectief drones zijn waargenomen, zowel op de radar als visueel door mensen van de wacht. Het ging niet om vliegtuigen of een ster.

Op een bepaald moment waar er heel veel meldingen. Mensen zagen ze vliegen. Wat was er gebeurd? De luchthaven van Zaventem werd gesloten na een dronemelding. Alle aankomende vliegtuigen kwamen vanuit het oosten, over Oost-Brabant, waar ik woon, en Limburg, en bleven daar ongeveer een half uur laag rondcirkelen met de lichten aan. Op dat moment kregen we heel veel meldingen van drones. Het was donker en alle vliegtuigen vlogen laag, wat natuurlijk vragen opriep. Dat waren geen drones, maar vliegtuigen. Die situatie heeft wel veel dronemeldingen met zich meegebracht.

Er zijn echter wel degelijk drones waargenomen. Wat sommigen beweren, dat er nooit drones zijn geweest, is absoluut onjuist. In de commissie achter gesloten deuren zal ik verder kunnen toelichten op basis waarvan we dat hebben kunnen waarnemen.

Het is daarnaast een hardnekkige misvatting dat alle drones plots verdwenen zijn. Ik lees dat heel vaak. Er was sprake van 50 miljoen euro, en ineens, hocus, pocus, pats, zijn alle drones weg. Zo is het dus niet verlopen. De luchthaven van Zaventem is overigens twee of drie dagen geleden nog gesloten geweest vanwege een dronemelding. In het Nederlandse Volkel is er een flying object geweest, een drone in de lucht, waardoor de F-16's zelfs in QRA zijn gegaan. Drones zijn dus niet verdwenen. Het is soms redelijk hallucinant wat er allemaal op sociale media circuleert, maar ik kan dat alleen maar tegenspreken. Ieder moet maar zijn eigen mening vormen; dat is voor mij allemaal geen probleem.

Onze troepen hebben concrete steun gekregen van Frankrijk, Duitsland, de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Wie precies wat en hoe heeft geleverd, licht ik niet toe in een publieke commissie. Dat zouden de betrokkenen niet appreciëren, dat begrijpt u wel. In een besloten commissie kan ik verder toelichten wat al is gebeurd en wat nog bezig is, en dat zal ik dan ook zeker doen.

Wat de 50 miljoen euro betreft, daar zijn we volop mee bezig. We beschikken over beperkte capaciteiten, maar nu komt er wel wat extra bij.

Monsieur Lacroix, c’est une bonne question. Vous avez raison sur un point; je ne le nie pas. Je pense qu’il est important de dire que les 50 millions sont davantage pour la défense, pour la protection des quartiers militaires. Nous avons quelques quartiers assez importants, comme vous le savez. Mais cela n’implique pas qu’il n’y a pas de possibilité de collaborer avec la police.

De plus, le grand plan anti-drones prévoit l’arrivée d’un tender en 2026, pour un demi-milliard d’euros à peu près. C’est prévu dans la vision stratégique. Une capacité policière y est spécifiquement liée.

Ook de politie zal dus bestellingen plaatsen via ons antidronecontract, en wij zullen haar dat materiaal leveren. Zo bestellen we niet dubbelop: we doen het in één keer, zodat beide over capaciteiten kunnen beschikken.

Wat betreft de luchthaven, wij zijn daar geweest met onze special forces. Dat is gebeurd. Er waren heel duidelijke rules of engagement . We zijn opgeëist door de politie. Zo gaat dat. Zo staat dat in de Politiewet. Ik weet wel dat verschillende mensen zeggen: wat is dat nu voor een belachelijke discussie; werk toch samen. Ik wil samenwerken, maar ik kan niet zomaar militairen ontplooien. Mocht ik dat zomaar met een vingerknip doen, zou ik wel een aantal vragen krijgen. Ik zou dan immers moeten verantwoorden waarom ik gewoon militairen op straat plaats zonder duidelijk opvordering. Bepaalde regels dienen gevolgd te worden. De luchthaven – niet de militaire luchthaven van Melsbroek maar de civiele luchthaven – is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid voor de luchthavenuitbater, en ook voor de politie. Als de politie dan aan Defensie vraagt om te komen helpen, zullen wij komen helpen. Dat hebben we dan ook gedaan. In die zin is er zeker geen onwil geweest, integendeel.

Ik wil ook mijn verantwoordelijkheid niet wegduwen. Dat iedereen naar elkaar wijst, is niet mijn bedoeling. Ik wil mijn verantwoordelijkheid wel opnemen, maar ik neem niet zomaar de verantwoordelijkheid op over zaken waarin ik niets te zeggen heb. Dat zou nogal raar zijn. Ik weet dat het misschien overkwam als: wat is dat voor een discussie; werk gewoon samen. Samenwerking was wel degelijk de bedoeling, maar we moeten natuurlijk wel bepaalde regels volgen.

Ik zal kort mijn antwoord overlopen.

Een gedetailleerde uiteenzetting van de huidige 'as is'- en de toekomstige 'to be'-oplossing inzake dronebestrijding werd gegeven in de vergadering van 22 oktober van de commissie voor de Opvolging van de militaire missies. Daarbij werd geduid dat de intermediaire oplossing compatibel zal zijn met de toekomstige 'to be'-oplossing, namelijk het systeem van systemen. Een verdere uitleg van de beoogde systemen kan om operationele veiligheidsredenen niet worden gecommuniceerd, maar zal ik toelichten in de commissie voor de Controle op de Legeraankopen en -verkopen, en ook in de commissie voor de Opvolging van de militaire missies.

De dronedreiging van de afgelopen maanden, de steun van buitenlandse detachementen aan Defensie, de specifieke inzetregels, alsook het gebruik van een C-UAS-team van de politie, kunnen eveneens wegens operationele veiligheidsreden enkel besproken worden in de commissie voor de Opvolging van de militaire missies. De inzet van middelen van geallieerde naties op het Belgisch grondgebied is een voorbeeld van Europese en NAVO-solidariteit, zoals de heer Weydts terecht stelde.

Ik wist niet van het bestaan af van dat C-UAS-team van de politie. Ik ben geen minister van Binnenlandse Zaken. Ik heb dat moeten lezen. Het enige wat ik me afvraag is, aangezien dat effectief bestaat, waarom dat team niet heeft gemeld dat het over alles beschikt. Dat vond ik wat raar. Maar nogmaals, ik wil niemand met de vinger wijzen. Dat is een zaak voor Binnenlandse Zaken, geen zaak voor mij. Ik heb mijn handen vol met andere dingen. Ik zal daar voor de rest geen commentaar op geven. Ik mag hopen dat alles ondertussen volledig lined is en dat iedereen klaarstaat om te helpen als dat nodig is.

Les enseignements que nous pourrons tirer de cette coopération seront bien entendu partagés avec les États membres de l’Union européenne et de l’OTAN ou par le biais de contacts bilatéraux.

Dergelijke inzet gebeurt kosteloos en indien nodig neemt Defensie de kosten voor huisvesting en voeding voor haar rekening. De voorbije maanden hebben alvast aangetoond dat de informatiedoorstroming tussen alle betrokken actoren beter kan en moet.

Ons land beschikt formeel al over een National Airspace Security Center (NASC) dat werd opgericht door de vorige regering als interdepartementaal informatieknooppunt voor luchtvaartincidenten. In de praktijk zijn echter nog niet alle departementen in dat interdepartementaal centrum vertegenwoordigd, waarvoor Defensie de gastheer is op het Control and Reporting Centre (CRC) in Beauvechain.

De term luchtvaartincidenten dekt veel meer dan enkel het counterdrone-gebeuren. De recente gebeurtenissen hebben nogmaals duidelijk gemaakt waarom zo’n centrum absoluut noodzakelijk is. Het komt er nu op aan om dat NASC verder te operationaliseren en hiervoor voldoende personeel in te zetten, zodat informatie beter en sneller kan worden gedeeld. Dit was onder meer het onderwerp van een vergadering in Beauvechain op 8 december 2025, met vertegenwoordigers van de betrokken kabinetten en diensten, waaronder het kabinet van Binnenlandse Zaken en de geïntegreerde politie.

Alle relevante lessons identified en lessons learned worden structureel geïntegreerd om toekomstige operaties te versterken. Daarnaast onderzoekt Defensie op dit moment in welke mate zij haar capaciteiten geïntegreerd kan inzetten in een comprehensive approach om de algemene dronedreiging en, bij uitbreiding, de hybride dreiging het hoofd te bieden. De nodige aandacht gaat hierbij naar de coördinatie en de commandovoering tussen de betrokken stakeholders. De oorlog in Oekraïne toont onmiskenbaar dat drones en antidronetechnologie een cruciale rol spelen in moderne conflicten als aanvulling op traditionele wapensystemen. Goedkope, commercieel beschikbare UAV’s hebben het slagveld transparanter gemaakt, waardoor klassieke doctrines deels achterhaald zijn. Innovatie is daarom geen optie, maar een noodzaak.

C’est pourquoi l’un des objectifs stratégiques de la vision stratégique porte sur ce thème. L’innovation permet d’anticiper les combats du futur.

Oekraïne verdedigt zich met een gelaagde aanpak: jamming , interceptor drones en luchtafweer. Zijn kracht ligt in snelle adaptatie, binnen weken, niet jaren. Voor België betekent het dat we moeten evolueren naar een systeem van systemen, met korte innovatiecycli en flexibele doctrines. Tegelijk moeten we beseffen dat niet alle lessen uit Oekraïne een op een toepasbaar zijn op onze context. De Belgische omgeving vraagt bijzondere aandacht voor collaterale schade en juridische kaders.

Le 7 novembre, le Conseil des ministres a approuvé un premier achat urgent de systèmes destinés à renforcer rapidement nos capacités de lutte contre les drones. Cet achat se concentre sur l'extension des systèmes portables déjà utilisés au sein de la Défense et sur le renforcement de nos moyens de détection et de traitement des données.

Parallèlement, un marché public est en cours de préparation pour la mise en place d'un partenariat stratégique innovant, CUAS, dans le but de mettre à disposition et de faire évoluer une capacité de lutte contre des drones avec une large gamme de capteurs et d'effecteurs en fonction des exigences opérationnelles et des développements technologiques.

Cette approche systémique offre aux instituts de recherche et aux entreprises belges la possibilité de proposer et d'intégrer leurs solutions. Les budgets DIRS seront utilisés pour développer des solutions innovantes dans le cadre de ce partenariat. La Défense mènera elle-même ce processus et ne fera pas appel aux services de la NSPA. Il s'agira d'un accord-cadre avec un consortium d'entreprises pour une durée initiale de 12 ans. En application de l'article 346 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, un ancrage local en Belgique sera requis dans le consortium afin de créer une autonomie stratégique pour assurer une protection maximale de nos intérêts essentiels de sécurité dans le domaine du CUAS. Seules les firmes des pays de l'Union européenne et de l'OTAN seront autorisées à introduire leur candidature.

De regering heeft ook beslist dat Defensie, met haar middelen voor interne veiligheid, de federale politie zal ondersteunen in de strijd tegen UAS ( unmanned aircraft systems ), dus drones. Het type middelen op het vlak van counter-UAS waarover Defensie momenteel beschikt en in de toekomst wenst te beschikken, zal, indien dat opportuun is, ook aan de federale politie worden aangeboden.

Andere behoeften zullen, waar mogelijk, eens worden opgelijnd. De taskforce Drones en Innovatie zal fungeren als katalysator en doctrine, technologie en opleiding met elkaar verbinden in een continu feedbackproces. Belgische bedrijven en kennisinstellingen spelen daarin een centrale rol, samen met de Europese Unie, de NAVO en civiele partners.

Dat grote programma komt er dus aan; we zijn daarmee bezig. De bedoeling is dat er telkens minstens één Belgisch bedrijf bij betrokken is. Turkse bedrijven zijn zeker geïnteresseerd en bovendien zeer performant. Ik heb een aantal ondernemingen gezien op de Defensie-industriedag. Nadien vond een receptie plaats op de Turkse ambassade, waar ik daarover ook ben aangesproken. Er komt een economische missie naar Turkije en in juli vindt een NAVO-top plaats in Ankara.

Er zijn heel veel geïnteresseerde bedrijven. Vermoedelijk zullen ook alle grote concerns een dossier indienen.. Hopelijk hebben we daardoor ruime keuze en kunnen we een zeer geschikte partner selecteren, zodat de Algemene Directie Material Resources (DG MR) ook niet te veel kopzorgen heeft. Dat is nodig, want het gaat om veel geld en het betreft hier een van de capaciteiten van de toekomst. Ik vind dat elke operator met drones zou moeten kunnen werken, zeker het Special Operations Regiment (SOR). Ik heb dat ook in Gabon tegen onze militairen gezegd. Iedereen zou dronepiloot moeten kunnen zijn. Mijn bedoeling is dan ook dat elke eenheid met drones kan werken.

De doctrine moet worden aangepast. Jongeren, zoals mijn eigen zoon, zijn heel vaardig in gaming. Ik ga er dus van uit dat zij met een speciale bril probleemloos met een drone kunnen vliegen. Ik zie daar eerlijk gezegd geen grote moeilijkheden, dat zal wel lukken. In Oekraïne kan bijna elke militair drones besturen. Ik heb met een Oekraïense SOF (Special Operations Forces) gesproken; die militairen kunnen zonder probleem zeven à acht soorten drones besturen en doen dat voortdurend. Het is indrukwekkend om te zien hoe vlot ze daarmee werken. Dat houdt hen overeind aan het front.

De wapensystemen lijken wel uit de film Mad Max . De filmpjes ervan in Drone Wars op Instagram doen de mond openvallen van verbazing; het is mind-blowing .

Voorzitter:

Dank u wel voor dat stukje productplacement.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Comme je vous le disais dans ma question, souvent je vous critique. Or là, je dois quand même vous féliciter; il y a quand même un homme qui pilote quelque chose ici en Belgique. Et, au niveau des drones, c'est vous. Vous me confirmez qu'à travers vos compétences et les budgets qui vous sont dédicacés, vous agissez à travers les 50 millions qui ont été libérés en urgence. Une commande a effectivement été passée auprès d'une firme australienne pour un montant, non pas de deux millions d'euros, comme je le disais tout à l'heure, mais de pratiquement trois millions d'euros.

Vous me rassurez aussi quand vous dites que, pour les 500 millions d'euros qui seront consacrés à la lutte anti-drones, un consortium européen doit exister avec un ancrage belge si possible et en tout cas des commandes qui feront en sorte de préserver l'autonomie stratégique de l'Union européenne. Pour tout cela, je vous félicite.

Je remarque simplement qu'en principe, dans le pilotage de l'avion, il devrait y avoir une deuxième personne: le ministre l'Intérieur. Le ministre MR, M. Quintin, est singulièrement absent, puisque, lorsque les drones sont arrivés sur notre territoire, on a demandé au soldat Francken de mettre à disposition les moyens dont il disposait en oubliant simplement – vous avez été très poli, très diplomate –, qu'il existait une unité anti-drones au sein de la même police fédérale. C'est donc quand même assez farfelu qu'on fasse appel aux soldats, alors qu'il existe une unité au sein de la police fédérale.

Par ailleurs, le ministre de l'Intérieur répète urbi et orbi que les moyens qui sont dédicacés dans les 50 millions d'euros serviront également à la police fédérale. Vous reprécisez que vous êtes à disposition, mais que ce n'est en fait pas votre rôle. Je considère dès lors que le ministre de l'Intérieur doit se battre davantage dans le cadre des éléments et des débats budgétaires pour faire en sorte d'équiper sa police fédérale, tout comme il doit se battre également pour avoir un maximum de policiers dans les rues, de manière à ne plus devoir demander aux militaires de faire le job des policiers fédéraux. Ces derniers ne demandent pas mieux que de le faire, mais ils sont aujourd'hui trop peu nombreux.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de voorzitter, ik verontschuldig mij dat ik het antwoord van de minister niet heb gehoord, maar ik moest even een kwartiertje in de commissie voor Financiën en Begroting aanwezig zijn om daar een betoog te houden.

Voorzitter:

Geen probleem.

Kjell Vander Elst:

Dank u, mijnheer de minister, voor uw antwoord.

Wanneer ik zeg dat Defensie de lead op zich moet nemen, dan is dat niet omdat ik vind dat u uw verantwoordelijkheid niet neemt. Allesbehalve, ik heb dat zelfs in De ochtend gezegd. Het gaat om een gezamenlijk probleem, maar ik vind wel dat Defensie de leiding moet hebben, omdat de expertise, de middelen en het materieel grotendeels bij Defensie liggen. Ik wil daarmee Binnenlandse Zaken of de politie zeker niet uit de wind zetten, maar het moet mij ook van het hart dat – ik geef collega Lacroix daarin gelijk – op dit moment de minister van Binnenlandse Zaken achter de feiten blijft aanlopen.

Ik heb hem zeer graag – hij is van mijn zusterpartij, of van die van u, want daar bestaat ondertussen al wat twijfel over – maar hij blijft achter de feiten aanlopen en ik vind dat bijzonder jammer. Het gaat immers over de luchthaven van Zaventem. Gisteren heeft de minister van Mobiliteit, Jean-Luc Crucke me geantwoord dat er 95 geannuleerde vluchten waren op 4 en 5 november, op die paar uur tijd. De economische schade, los van de angst en de onrust die wordt gezaaid, is gigantisch voor de tweede grootste economische pool van ons land, met veel jobs in Vlaanderen, in Vlaams-Brabant. Laten we dus aan hetzelfde zeel trekken en roep ook de minister van Binnenlandse Zaken in de regering tot de orde, zodat hij actie onderneemt. Ik hoop eerlijk gezegd dat we naar een eenheid van commando kunnen gaan, waarbij Defensie de leiding krijgt, zodat er één aanspreekpunt is dat uiteraard gecoördineerd samenwerkt met alle veiligheidsdiensten.

Ik geef u ook gelijk dat alle veiligheidsdiensten, van eender welk niveau, binnenlands of buitenlands, met drones moeten kunnen werken. Daar hebt u mijn steun voor en betrek aan de regeringstafel in ieder geval alle veiligheidspartners bij de aanpak van de problematiek.

U onderstreepte ook dat we echt moeten leren van Oekraïne. Ik denk dat het een stap voorwaarts zou zijn, indien wij met de Europese Unie, en met België eventueel apart, een strategisch partnerschap met Oekraïne sluiten, met de industrie daar en ook met het leger, zodat zij ons kunnen helpen en begeleiden zodat die innovatieve technologie ook in Europa voet aan wal krijgt. Dat zou zowel economisch voor Oekraïne als innovatief voor ons een stap vooruit zijn in een periode waarin Oekraïne bijzonder hard afziet. Denk daar goed over na en probeer dat op Europees niveau te trekken, zodat wij een strategisch partnerschap in verband met de dronedreiging en innovatie met Oekraïne zouden kunnen sluiten.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, dank voor uw antwoorden, die deels een herhaling zijn van wat u al in andere commissievergaderingen zei. Het debat dateert inmiddels van enige tijd geleden, maar blijft onverminderd actueel.

U bevestigt dat de dreiging door drones een belangrijk debat vormt, dat de nodige ernst verdient en dat drones in de komende jaren een wezenlijk onderdeel zullen vormen voor zowel onze bewapening als de beveiliging van ons luchtruim. Daarnaast spelen ze ook een rol in onze operationele inzet, zowel in binnen- als buitenland.

U noemde het terecht een capaciteit van de toekomst. Het is ook goed dat u de opleiding van ons personeel wilt bijsturen. U hebt echter geen toelichting gegeven over de concrete inhoud, de inzet, de rules of engagement , noch over de capaciteit die door buitenlandse partners wordt overgenomen. U hebt wel nog maar een deeltje prijsgegeven wat het kostenplaatje betreft: er zouden dus geen bijkomende kosten verbonden zijn aan de inzet zelf, maar er zouden wel kosten zijn voor onder andere het verblijf en de catering. Ik blijf dus nog op mijn honger. Dat had ik kunnen verwachten. Ik begrijp wel waarom u niet meer details in een openbare vergadering geeft. Het is nu eenmaal mijn taak om ernaar te vragen en we zullen daar in de komende vergaderingen onder ander van een gemeenschappelijke commissie daar na Nieuwjaar op terugkomen.

Wat de samenwerking met de counterdrone-unit van de federale politie betreft, u klaagt dat u het verwijt krijgt dat u met de vinger hebt gewezen. Vingerwijzing of niet, wat gebeurd is, is gebeurd. We kunnen er alleen van leren. U stelt terecht dat het een verantwoordelijkheid van Binnenlandse Zaken is, maar mijn vraag betrof de toekomstige aanpak. Tussen de regels door lees ik dat het departement Binnenlandse Zaken tekortschiet in de samenwerking met Defensie en dat het eens te meer Defensie is, die bijstand wil bieden aan de federale politie ter ondersteuning van het counterdroneactieplan.

Er is dus duidelijk werk aan de winkel. Ik reken daarbij op u, maar zeker ook op uw collega van Binnenlandse Zaken. U moet hem nogmaals aanspreken op de concrete coördinatie. Daar hebben we bijzonder weinig van geleerd. De manier waarop de verscheidene partners op het terrein het dossier hebben behandeld, mogen we gerust geklungel noemen. Defensie moet dus echt een coördinerende rol op zich nemen.

Axel Weydts:

Ik kijk eveneens uit naar de verdere informatie die we volgende week achter gesloten deuren zullen ontvangen. Ik heb er alle begrip voor dat hier vandaag niet alles kan worden meegedeeld. Ook wij vinden de integratie van de capaciteit drones en counterdrones in onze defensie een prioriteit, waar we hard aan moeten werken. Alle militairen, vanaf het niveau van de eenheden tot op brigadeniveau, bij de Landmacht, Marine en de Luchtmacht, moeten zich met drones vertrouwd maken. Dat is een no-brainer.

Militaire mobiliteit
Een betere militaire mobiliteit
De militaire mobiliteit en de oorlogsbestendigheid van onze spoorwegen
De uitwerking van een Europese militaire Schengenzone
De militaire mobiliteit
De verbetering van de militaire mobiliteit
Verbeterde Europese militaire mobiliteit en spoorwegbestendigheid

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 10 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Theo Francken bevestigt dat België – als NAVO-transitland – drie duale infrastructuurprojecten (1 weg: N49 Maldegem; 2 spoor: Antwerpen-haven) subsidieert (€97 mln EU-steun) en werkt aan een Nationaal Actieplan Militaire Mobiliteit (onderdeel van het Enablementplan), dat procedures moet versnellen en kritieke corridors (noord-zuid) versterken. Hij ontkent dat slechts één project loopt en benadrukt regionale samenwerking (o.a. met Nederland/Duitsland) voor een "militair Schengen", maar Annick Ponthier (Vooruit) bekritiseert dat hij geen evaluatie geeft van de oorlogsbestendigheid van Belgische spoorwegen – naar aanleiding van Nederlandse waarschuwingen over kwetsbaarheid (sabotage, cyberrisico’s, gebrek aan rangeerruimte). Kjell Vander Elst (N-VA) en Koen Van den Heuvel (CD&V) dringen aan op meer gewestelijke betrokkenheid (Vlaanderen/Wallonië) en budgettaire coördinatie, terwijl Axel Weydts (VB) de 5%-NAVO-toewijzing voor interne veiligheid (drones, politie-helikopters) positief onthaalt. Het Enablementplan (eind 2024) moet België’s rol als NAVO-host nation concretiseren, maar Ponthier blijft vragen om een risicoanalyse spoorinfrastructuur, vergelijkbaar met Nederland.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, in verschillende Europese landen worden de laatste jaren aanzienlijke investeringen gedaan in de uitbouw en modernisering van de wegen-, spoorwegen- en waterwegeninfrastructuur, rekening houdend met de noodzaak om militaire transporten vlot te laten verlopen. Ons land is bovendien een transitland, mede door zijn cruciale ligging. Dat moet dan ook een absolute prioriteit zijn voor onze Defensie en vooral ook voor onze mobiliteitsdepartementen. Er moet aandacht voor zijn er actie worden ondernomen.

In uw beleidsnota gaf u aan dat een nationaal plan voor militaire mobiliteit zal worden opgemaakt. Het is dan ook schrijnend dat in Vlaanderen op dit moment slechts één wegenproject wordt opgestart waarbij die militaire reflex wordt gemaakt, namelijk de N49 tussen Damme en Maldegem. Dat is momenteel het enige project in Vlaanderen waarbij met militaire mobiliteit rekening wordt gehouden. Gelet op het plan dat in aantocht is en op de cruciale ligging van ons land, is dat mijns inziens veel te weinig.

Mijnheer de minister, wat is de stand van zaken met betrekking tot de opmaak van het nationaal plan inzake militaire mobiliteit?

Welke rol speelt Defensie bij het identificeren van infrastructuurprojecten die van strategisch belang zijn voor de militaire mobiliteit in ons land?

Wat vindt u van het feit dat momenteel slechts één project in Vlaanderen in opmaak of opgestart is?

Acht u bijkomende weg-, spoor- of waterprojecten noodzakelijk om tegemoet te komen aan de Europese technische vereisten?

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, ik trap een open deur in als ik zeg dat het hele Enablementverhaal een zeer belangrijk aspect vormt binnen onze collectieve defensie. België is, gelet op zijn geografische ligging op de kaart van Europa, een van de landen die de komende jaren aanzienlijke inspanningen zal moeten leveren.

Voor de inhoudelijke antwoorden verwijs ik naar de tekst van mijn vragen zoals ingediend.

Ik wil daaraan toevoegen dat ik een bijkomende vraag heb ingediend over de militaire Schengenzone. Die vraag is in het actualiteitsdebat opgenomen, maar ik wil het benadrukken, gelet op het groot belang ervan. Ik heb daarbij gevraagd welke initiatieven momenteel worden genomen en in hoeverre België daar zijn schouders onder zet. We beschikken over zeer capabele mensen die zich daarvoor inzetten. Ik had graag vernomen hoever het daarmee staat.

Voorzitter:

Mijnheer Weydts, uw beide vragen zijn alleszins opgenomen in dit actualiteitsdebat.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, militaire mobiliteit is een belangrijk onderwerp in de huidige geopolitieke context. Een nationaal plan daaromtrent werd aangekondigd. We zien op het terrein – we waren daar eerder dit jaar in Antwerpen zelf getuige van – dat een en ander vaak rimpelloos verloopt.

Soms duikt echter ook bezorgdheid op, zoals recent in Nederland. Daar klonk ernstige bezorgdheid over de weerbaarheid van de spoorweginfrastructuur in oorlogstijd. Volgens een recent onderzoek kan een militair transport daar het spoorverkeer tot drie uur volledig lamleggen. De spoorwegen bleken bovendien niet oorlogsbestendig. Bruggen, tunnels en viaducten zijn, zo zei men in Nederland, onvoldoende berekend op grootschalig militair gebruik, wat de snelle verplaatsing van troepen en materieel in een crisissituatie ernstig zou kunnen hinderen. Bovendien is het spoor erg kwetsbaar voor cyberaanvallen en sabotage en zijn er te weinig rangeerterreinen voor laden en lossen. Dat is de situatie in Nederland.

Dat roept de vraag op hoe het in België is gesteld met de militaire mobiliteit via het spoor. België speelt binnen de NAVO een belangrijke rol als host support nation en enabling nation , met als expliciet doel om militaire verplaatsingen door en naar ons grondgebied te faciliteren. U hebt terecht grote investeringen gekoppeld aan het verhogen van onze militaire mobiliteit. Ik heb daarover de volgende vragen.

Hoe beoordeelt u, gezien de bezorgdheid in Nederland, vandaag de oorlogsbestendigheid van onze Belgische spoorwegen? Zijn de NMBS en Infrabel volgens u voldoende voorbereid op het transport van zwaar militair materieel in crisistijd? Welke concrete middelen of investeringen zijn sinds het begin van deze legislatuur vastgelegd om de militaire mobiliteit via het spoor te versterken? Zijn er specifieke projecten of prioritaire trajecten in uitvoering? Heeft de NAVO reeds richtlijnen of ramingen gegeven over de benodigde infrastructuur of het geraamde budget dat België daarvoor zou moeten voorzien om aan zijn verplichtingen als host support nation te voldoen? Tot slot, zal de regering, gezien de recente waarschuwingen uit Nederland, een evaluatie laten uitvoeren van onze spoorcapaciteit en interoperabiliteit met NAVO-partners in crisissituaties? Ik dank u alvast voor uw antwoorden.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, ik wil kort de vragen van de collega's over de militaire mobiliteit aanvullen. Enige tijd geleden heeft de Europese Commissie een strategie ontwikkeld rond militaire mobiliteit. Ik heb daarover een aantal vragen, aangezien Europa vraagt om in elke lidstaat een nationale coördinator aan te stellen om de militaire mobiliteit te optimaliseren.

Mijnheer de minister, is binnen ons land al duidelijk wie die rol zal opnemen en wie de lead voor die taak zal nemen? We leven in een federaal land. Dat betekent dat ook de deelstaten, zeker op het vlak van mobiliteit, een belangrijke partner zijn. In welke mate worden zij betrokken?

Theo Francken:

Geachte Kamerleden, Defensie onderschrijft de urgentie om de noodzakelijke transportinfrastructuurprojecten met een duaal karakter te ondersteunen en de impact op de militaire mobiliteit te verhogen. Daarvoor werkt Defensie reeds samen met de bevoegde infrastructuurbeheerders, de FOD Mobiliteit en Vervoer, de gewesten, Infrabel, de havens, enzovoort aan het in kaart brengen van alle noodzakelijke infrastructuurprojecten op de prioritaire mobiliteitscorridors die onder meer onze havens verbinden met de rest van Europa. Die analyse omvat zowel de noordelijke corridor richting Duitsland en Nederland als de zuidelijke corridor richting Frankrijk, Luxemburg en Duitsland. Het duaal karakter van dergelijke projecten betekent niet dat ze automatisch onder de noemer ‘militaire uitgaven’ vallen. Enkel het deel van het project dat aantoonbaar is of afscheidbaar is en voor puur militaire doeleinden wordt gerealiseerd, kan meetellen binnen de eerste korf die werd afgesproken op de top van Den Haag tijdens de zomer. Het andere deel valt onder korf twee, defensie- en veiligheidsgerelateerde uitgaven, dus die 1,5 %.

Mede dankzij een positief advies van Defensie werd reeds voor 96 tot 97 miljoen euro aan EU-subsidies vanuit de Connecting Europe Facility toegekend aan vier Belgische infrastructuurprojecten, waarvan drie in Vlaanderen, één op de N49 in Maldegem en twee projecten om de spoorverbinding vanuit de haven van Antwerpen aan te pakken. Het klopt dus niet dat er maar één project is, het zijn er drie.

Op 19 november kondigde de Europese Commissie haar Military Mobility Package aan, dat door middel van een bindend EU-regelgevend kader procedurele hindernissen wil wegnemen, procedures en regels wil harmoniseren, infrastructuur wil versterken en digitale systemen wil ontwikkelen om de militaire mobiliteit in Europa te faciliteren. Om de belangrijkste knelpunten, 500 hotspots op de prioritaire militaire mobiliteitscorridors, aan te pakken, voorziet de Europese Commissie 17,7 miljard euro voor de volgende CEF binnen het meerjarig financieel kader 2028-2034, een vertienvoudiging van het budget.

Zoals gezegd zijn er drie projecten, niet één: het N49-project in Maldegem en twee spoorprojecten vanuit de haven van Antwerpen.

Daarvoor hebben we een subsidie van 97 miljoen euro ontvangen.

De lijst van knelpunten op de strategisch belangrijke corridors op ons grondgebied werd opgesteld in samenspraak met de administraties van de federale en deelstatelijke infrastructuurbeheerders en met de defensiestaf. De gedetailleerde lijst kan niet publiek worden meegedeeld. Die kunnen we eventueel in de commissie bekijken, maar niet publiek. Er zullen dus wel degelijk ingrijpende extra infrastructuurprojecten nodig zijn, zowel in Vlaanderen, Brussel als Wallonië.

In het regeerakkoord en de Strategische Visie werd Defensie door de regering aangeduid om de leiding te nemen in de ontwikkeling van het Nationaal Verdedigingsplan en het Nationaal Enablementplan. Die plannen worden gezamenlijk uitgewerkt door Defensie, in samenwerking met de andere betrokken actoren en vertegenwoordigers van de federale en gefedereerde entiteiten.

In dat kader wordt momenteel ook gewerkt aan de eerste versie van het Nationaal Actieplan voor Militaire Mobiliteit. Dat plan zal, boven op de noodzakelijke infrastructuurverbeteringen, een vereenvoudiging van de procedures voor militair transport omvatten alsook acties voor een snelle en vlotte planning en uitvoering van militaire transporten op ons grondgebied, zowel in vredestijd als in tijden van crisis of conflict. Dat plan zal rekening houden met de inhoud van het Military Mobility Package en met de voorstellen tot harmonisatie en optimalisatie die ontwikkeld worden binnen een multinationale samenwerking, waarvoor België samen met Nederland, Luxemburg, Duitsland, Polen, Litouwen, Tsjechië en Slovakije op 13 november een intentieverklaring heeft ondertekend voor een Central Northern European Military Mobility Area. Dat Nationaal Actieplan voor Militaire Mobiliteit zal worden opgenomen in het Nationaal Enablementplan, dat onze rol als ontvangst- en doorvoerland voor de NAVO-plannen zal beschrijven.

Naast de bestaande top-downprojecten binnen de NAVO en de EU, zoals het PESCO-project voor militaire mobiliteit, heeft Defensie recent haar engagement verhoogd om, samen met gelijkgestemde naties, het voortouw te nemen om via regionale samenwerking sneller vooruitgang te boeken richting het objectief van een militair Schengen in Europa. Zo heeft onze Defensie op 13 november 2025, zoals ik al heb vermeld, samen met Nederland, Luxemburg, Duitsland, Polen, Litouwen, Tsjechië en Slovakije de intentieverklaring ondertekend voor een Central Northern European Military Mobility Area.

Daarnaast zal België samen met Nederland, Duitsland en Polen het voortouw nemen om de aanbevelingen en best practices van die regionale aanpak te bespreken binnen zowel de EU- als de NAVO-context en te onderzoeken waar we een meerwaarde kunnen betekenen voor de militaire mobiliteit op het Europees continent.

Het plan is dus bijna klaar.

Over de tender voor onze logistiek hebt u misschien al gehoord. We zullen een hele grote logistieke tender uitschrijven. Er hebben al informatievergaderingen plaatsgevonden in Evere. Daar is heel veel interesse voor. Onze logistieke bedrijven behoren tot de top, dus dat is chique. Die tender zou tegen het einde van het jaar klaar moeten zijn. Ik zou dus eind dit jaar of begin 2026 een brief kunnen richten aan Mark Rutte, zeggende dat wij ons ding hebben gedaan, dat we klaar zijn en dat we indien nodig heel snel kunnen schakelen. Dat is ongeveer de timing.

Defensie neemt in dezen de lead. Wat betreft het Weerbaarheidsplan, zijn wij dat niet, maar wel het Nationaal Crisiscentrum. Dat zit echter niet zo gemakkelijk. De regering heeft vorige week afgesproken om budgetten van Defensie te voorzien om bijkomende steun te geven bij de opmaak van het Nationaal Weerbaarheidsplan. Voor het Nationaal Enablementplan is Defensie de lead, net als voor het Nationaal Defensieplan. Voor het Nationaal Weerbaarheidsplan heeft het Nationaal Crisiscentrum van Binnenlandse Zaken de lead. Daar zijn echter te weinig personeelsleden voor aangesteld. Er is heel veel werk voor te weinig personeel, dus er komt versterking van Defensie. Dat werd twee weken geleden afgeklopt.

Er is afgesproken dat 5 % van het budget van Defensie naar interne veiligheid gaat. De heli's voor de politie, die wij kopen, zitten daarin. Ook de Belgica zit daarin. Zo zijn er heel veel projecten opgelijst, zoals de drones en counterdrones van de politie, de ondersteuning van het Nationaal Crisiscentrum bij het opstellen van het Nationaal Weerbaarheidsplan, en Westakkers. Terwijl veel ministers op hun sjiek moeten bijten, heb ik heel veel geld gekregen. In het kader van de interne veiligheid hebben we met het budget van Defensie dus toch wat vooruitgang kunnen boeken in een aantal projecten. De voorwaarde is dat de projecten aanrekenbaar moeten zijn aan de NAVO. Het duoproject in Sint-Niklaas is daarvan een mooi voorbeeld. Dat is een masterplan van de federale politie, maar wij kunnen daar perfect aan meedoen. Het gaat om een schietstand, om drones en counterdrones en om slippistes. Dat hebben wij ook voor onze mensen nodig.

In die zin kunnen we er een gezamenlijk project van maken en dan kunnen wij dat betalen. Dan gaat het eindelijk vooruit. Dan kan Peter Buysrogge ook aankondigen dat het asielcentrum daar dicht gaat. Sint-Niklaas heeft immers twee centra. Veel partijen, of zelfs de hele gemeenteraad, zeggen al jaren dat twee grote asielcentra voor één stad te veel is. Dat kunnen ze niet aan. In die zin is dat het compromis geworden.

Twee weken geleden hebben we daarover op het kernkabinet tot vrijdagavond laat gesproken. Dat is vervolgens finaal uit de bus gekomen.

Het National Enablement Plan is dus een heel belangrijk plan. Dat zal normaal gezien in orde komen. Dat is dus op te volgen.

Voorzitter:

Mijnheer de minister, in alle neutraliteit wil ik u persoonlijk danken voor dat antwoord.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Eén wegproject en drie projecten in totaal, waarvan twee spoorwegprojecten, dat is alvast goed. Het is beter dan ik initieel dacht.

Het is absoluut noodzakelijk dat ook de regio’s, Vlaanderen en Wallonië, in dezen hun deel doen. De veiligheid van ons land is een gedeelde verantwoordelijkheid. Defensie is weliswaar een federale bevoegdheid, maar op Vlaams niveau wil men ook een Vlaams Defensieplan oprichten. Als de regio’s een steentje kunnen bijdragen, moeten ze dat in de eerste plaats op het mobiliteitsvlak doen. Ik ben blij dat dat toch voor een deel gebeurt.

Voor het overige kijk ik uit naar het Enablementplan, dat in een afrondende fase zit. Het wordt opgevolgd. Ik kijk uit naar het resultaat.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, ik dank u eveneens voor uw antwoord. Het Enablementverhaal is heel belangrijk. Het is interessant om te vernemen dat 5 % van het geplande defensiebudget naar interne veiligheid gaat. Dat wist ik nog niet. Het stelt mij gerust dat het aan de voorwaarde van NAVO-aanrekenbaarheid moet voldoen; anders creëren we elders een probleem.

U ziet waartoe vragen over militaire mobiliteit kunnen leiden. Het is goed dat de minister af en toe afwijkt van het voorbereid antwoord. Dank u daarvoor.

Voorzitter:

Ik weet niet of men daar op het kabinet ook zo over denkt.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. U stelt dat Defensie de noodzaak onderschrijft om de militaire mobiliteit op zoveel mogelijk vlakken te ondersteunen. U hebt het ook over drie voorbereidende trajecten gehad die prioritair worden behandeld.

Defensie wordt als leidende factor beschouwd in het Nationaal Verdedigings- en Enablementplan. Het is inderdaad uitkijken naar de resultaten die wij daar binnenkort uit zullen leren. Het is voor alle duidelijkheid goed dat Defensie daarin de lead neemt.

U stelt ook dat wij heel snel kunnen schakelen, wat in de huidige context heel belangrijk is.

U gaf alle details over het Enablementplan en andere aspecten, maar ik mis een antwoord op de vraag die ik u heb gesteld, namelijk een reflectie op de bezorgdheid bij onze noorderburen. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat die bezorgdheid ook voor ons land relevant is.

Dat geldt zeker voor mijn provincie, Limburg, die zoals u weet een heel belangrijke provincie is in het hele enablementverhaal. Er is nood aan dezelfde oefening. Nederland heeft die oefening gemaakt. We weten dat Nederland vaak vooroploopt op België. Ik had van u verwacht dat wij dat eveneens zouden doen.

Ik blijf dus op mijn honger zitten wat betreft de evaluatie die we hebben gemaakt en de lessen die we kunnen trekken over de oorlogsbestendigheid van onze Belgische spoorwegen. Spelen bij ons dezelfde problemen of niet? Daarop hebt u, tenzij ik mij vergis, geen antwoord gegeven. Dat betreur ik ten zeerste.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Ik wil nog even focussen op de rol van de deelstaten. Ze zijn een erg belangrijke partner inzake mobiliteitsinvesteringen. Zij hebben ook budgettair, de ene deelstaat misschien wat meer dan de andere, ruimte om mee te investeren. Dat geldt ook in het kader van de uitdaging om die 5 % op termijn te realiseren.

Ik wil u daarom aanmoedigen om de lijn met de deelstaten heel kort te houden, want zij kunnen op dat vlak een heel belangrijke partner zijn en een heel belangrijke rol spelen.

Voorzitter:

Collega's, die repliek beëindigt onze vier actualiteitsdebatten. Op de agenda staat nog een hele reeks vragen, die zowel vandaag als vrijdag zullen worden behandeld. Ik breng in herinnering dat de mogelijkheid bestaat om te verwijzen naar de tekst van de vraag zoals ingediend. Het punt is dat wij op die manier snelheid kunnen maken. U hebt echter uiteraard het recht om uw vraag voluit te stellen wanneer u dat wenst.

De terugvallende inkomsten uit de Russische tegoeden en de defensie-inspanning

Gesteld door

VB Annick Ponthier

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 10 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Annick Ponthier vraagt zich af of België’s defensiefinanciering (gebaseerd op 1 miljard euro/jaar uit bevroren Russische tegoeden) houdbaar is, nu minister Van Peteghem waarschuwt voor dalende rente-inkomsten en bijkomende financieringsnoden voor de 2%-NAVO-norm; ze wijst op mogelijke defensietaks of staatsbon als alternatieven. Theo Francken ontkent plannen voor een defensietaks ("eigenaardig idee"), benadrukt dat 9,5 miljard al zonder nieuwe belastingen is gevonden en stelt dat bij wegvallende Russische inkomsten de begrotingscontrole in 2026 moet oplossen—wat Ponthier onrealistisch en traag noemt. Zij bekritiseert de vaagheid en impliciete belastingverhogingen (ondanks Franckens ontkenning) en vreest onduidelijke scenario’s voor Defensie, terwijl Francken vasthoudt aan bestaande middelen zonder extra taksen. Beide benadrukken de afhankelijkheid van onzekere Russische gelden, maar Francken mijdt concrete alternatieven, wat Ponthier als politiek risicovol bestempelt.

Annick Ponthier:

De regering rekent op aanzienlijke middelen uit de vennootschapsbelasting op de winst van de bevroren Russische tegoeden. Het merendeel, ongeveer 1 miljard euro per jaar dat reeds is toegezegd, zou gaan naar steun aan Oekraïne. Intussen heeft onder andere minister Van Peteghem bevestigd dat de rente-inkomsten die Euroclear boekt op alle tegoeden in de eerste helft van dit jaar met een kwart zouden dalen. Hij heeft ook gewaarschuwd dat er bijkomende financiering moet worden gezocht voor defensie, indien de inkomsten uit de Russische tegoeden zouden afnemen of wegvallen. Dat scenario lijkt mij op dit moment niet helemaal ondenkbaar. De inkomsten uit de Russische tegoeden maken een flink deel uit van de begrotingsmiddelen voor de structurele defensie-inspanning van 2 % in de komende jaren.

Hoe ziet u dat evolueren? Denkt u dat bijsturing nodig is op het vlak van de financiering voor de defensiemiddelen of niet? Blijft u rekenen op de Russische tegoeden, zoals ze nu worden vorgesteld? Welke eventuele bijkomende financieringsbronnen verkiest u dan? Is het scenario van minister Prévot van een defensietaks nog altijd realistisch of ziet u veeleer heil in de defensiestaatsbon, een suggestie van minister Van Peteghem van enige tijd geleden die nu enigszins naar de achtergrond is verdwenen?

Welke besparingspistes zou u eventueel voorstellen indien er inderdaad bijkomende schulden moeten worden gemaakt boven op de 2 miljard euro die nu buiten de begroting wordt gehouden?

Theo Francken:

De opbrengsten van Euroclear ten belope van ongeveer 1 miljard euro zijn nog steeds voorzien voor 2026 voor een nieuw pakket steun voor Oekraïne. Mochten de opbrengsten niet meer verzekerd zijn, dan zal de regering zich daarover moeten buigen in het kader van de begrotingscontrole in het voorjaar.

Voorzitter:

Wie beweert dat de minister niet diplomatisch kan zijn, heeft het verkeerd voor.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw eerlijkheid. Dat siert u. Het is op dit moment een heel onduidelijk verhaal. Ik denk dat ik daarmee niets nieuws vertel. U zegt dat de opbrengsten nog steeds voorzien zijn. We zullen zien wat de toekomst brengt. Uw antwoord is interessant. Als de begrotingscontrole van volgend jaar zo lang op zich laat wachten als die van dit jaar, dan zijn we eraan voor de moeite. Ik blijf hoe dan ook hopen op een goede uitkomst, voor alle duidelijkheid , zonder schuldopbouw en zonder belastingverhoging.

De vraag naar de defensiebelasting hebt u niet beantwoord. Dat blijft dus een reële piste, neem ik aan, om de broodnodige defensiemiddelen te verzamelen.

Ik hoop dat we in het hele verhaal geen onrealistisch scenario voorschotelen, niet aan de bevolking en zeker niet aan de mensen die actief zijn bij Defensie. Die zetten zich enorm hard in, met de beperkte middelen die er zijn. Zij hopen allemaal op bijkomende middelen en rekenen op extra investeringen. Ik hoop, samen met u, dat er een oplossing uit de bus komt.

Theo Francken:

Er is geen sprake van een defensietaks. We hebben 9,5 miljard gevonden zonder dat die taks op tafel ligt. Dus die is er niet en als het van mij afhangt, zal die er ook niet komen. Het lijkt me niet zo’n verstandig idee. Mensen weten wel dat er meer in defensie moet worden geïnvesteerd, maar een specifieke defensietaks zou eigenaardig zijn. Ik denk dat er in het federale staatsbestel nog voldoende andere mogelijkheden zijn dan de invoering van alweer een nieuwe taks.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, de traagheid waarmee u uw woorden uitspreekt, is bijzonder veelzeggend. U moet alles wikken en wegen. U zegt dat als het van u afhangt, er geen defensietaks komt. Ik moet u echter teleurstellen, niet alles hangt van u af in de regering. We zullen dus zien wat de toekomst brengt. U stelt dat er al vele miljarden gevonden zijn zonder defensietaks en dat het nu ook wel zal lukken. U mag het dan misschien niet defensietaks noemen, er zijn wel veel andere taksen ingevoerd of voorgesteld om aan die 9,5 miljard te komen. Daarover moet u toch ook niet flauw doen. Nogmaals, we zullen zien. U zegt dat u zult bekijken wat de toekomst brengt en eventueel via de begrotingscontrole zult bijsturen. Ik wens u veel succes. Ik denk echter dat we op dit moment in een heel onduidelijk en duister scenario zitten.

De verdubbeling van het personeelsbestand bij Defensie

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 10 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Volgens Kjell Vander Elst ontbreekt nog duidelijkheid over prioritaire profielen (zoals STEM, cyberdefensie en medisch personeel) in Defensies verdubbelingsplan, en vraagt hij hoe de sector kan concurreren met de privésector bij de werving op een krappe arbeidsmarkt. Minister Theo Francken bevestigt dat er geen expliciete prioriteiten zijn, maar wel extra aandacht voor knelpuntberoepen, met concrete uitbreidingsplannen (o.a. nieuwe campussen in Doornik en Brugge) en een doelstelling van 4.810 aanwervingen in 2026, gebaseerd op simulaties. Francken wijst op herziene opleidingen (meer praktijk, focus op actuele dreigingen zoals drones) en modernisering van medische geschiktheidscriteria—die Vander Elst juicht toe als een noodzakelijke update van "verouderde" normen, maar die nog parlementaire goedkeuring vereisen. Beide benadrukken de urgentie van flexibelere wervingsvoorwaarden (bv. leeftijd reservisten) om de ambitieuze groeidoelstellingen te halen.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, mijn vraag is enigszins gedateerd. Ze dateert van 8 september 2025, en intussen heb ik al iets meer informatie gekregen over hoe u de uitbreiding van het personeelsbestand ziet, via de verschillende plannen.

Toch heb ik nog een aantal specifieke vragen.

Welke specifieke profielen zijn prioritair in het verdubbelingstraject? Bij defensie zijn er immers heel wat verschillende functies. Ik denk bijvoorbeeld aan technisch personeel, cyberdefensie en medische profielen. Wordt er werk gemaakt van het gerichter aantrekken van STEM-profielen in de komende jaren? Hoe wil defensie concurreren met de privésector om die profielen aan te trekken, gezien de krapte op de arbeidsmarkt?

Theo Francken:

Zoals duidelijk gesteld in de Strategische Visie, zal defensie haar personeelsbestand aanzienlijk moeten versterken om de opschaling van haar operationele capaciteiten te waarborgen. Momenteel bereiden de defensiestaf, met de Algemene Directie Human Resources (DG HR) en het Commando der Scholen op kop, de uitbreiding van de wervingscapaciteit voor alle personeelscategorieën voor. Voor de opleiding van onderofficieren komt er zelfs een tweede campus in Doornik. Voor de vrijwilligers komt er vanaf de eerste helft van 2026 een extra regionaal vormingscentrum in Brugge en vanaf de tweede helft van 2026 eveneens in Burcht.

In 2026 zouden volgens planning 2.800 militairen van het actief kader, 1.050 reservisten en 960 burgers aangeworven worden. Het groeipad tot en met 2034 staat gedetailleerd in de Strategische Visie. De keuze van te werven profielen en de aantallen zijn gebaseerd op simulaties van de evolutie van het personeelsbestand. Er zijn geen uitgesproken prioriteiten in de werving van bepaalde populaties of hun aantallen, maar uiteraard is er speciale aandacht voor knelpuntberoepen zoals medisch en technisch personeel.

De aantrekkelijkheid van het beroep begint bij een opleiding van hoog niveau. De militaire basisopleiding werd in 2024-2025 grondig herzien, met een focus op kwaliteitsverbetering door progressiviteit en meer praktijkgerichte training. Daarnaast zijn concepten heringevoerd die verband houden met de huidige geopolitieke context, zoals tactical combat , casualty care en dronedreigingsbewustzijn.

Naast een grondige herziening worden meer beperkte aanpassingen van het leerplan opgenomen in de jaarlijkse leerplancommissie. Een werkgroep met als opdracht het uitvoeren van een studie rond de herziening van de medische geschiktheidscriteria bij aanwerving heeft zijn werkzaamheden afgerond. Die voorstellen worden momenteel voorgelegd aan de medische overheid van defensie. Nadien zal de herziening geconsolideerd worden via wet- en regelgevende initiatieven.

De evolutie van de inschrijvingen wordt permanent gemonitord. Als we de rekruteringsdoelstellingen niet halen, zal worden nagegaan of de afsluitdatum voor de inschrijvingen kan worden verlengd.

Ook de leeftijd voor de reservisten wil ik absoluut aanpassen, maar ik roep de Kamer op om die materie eens onder de loep te nemen.

Voorzitter:

Mijnheer de minister, we willen die handschoen opnemen.

Kjell Vander Elst:

Dank u, mijnheer de minister. Heb ik het goed verstaan dat de medische geschiktheidscriteria onder de loep zijn genomen om die wat te moderniseren en dat dit binnenkort naar het Parlement zal komen, om die aanpassingen door te voeren? Dat is een zeer goede zaak. Ik zal de voorbeelden niet opnieuw geven. U hebt er ook al gegeven. Bepaalde mensen worden afgekeurd omwille van absurde redenen. Het zou goed zijn als die zaken eruit kunnen, zodat we specifieke profielen kunnen aanwerven zonder dat die geblokkeerd worden omwille van medische redenen die uit de vorige eeuw dateren. Ik kijk dus uit naar dat project wanneer het naar het Parlement komt.

De Koninklijke Militaire School
De militaire vorming en de attritie
De Koninklijke Militaire School
Militaire opleiding, vorming en attritie aan de KMS

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 10 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Christophe Lacroix en Annick Ponthier kritiseren de hoge uitvalcijfers bij Defensie, vooral aan de Koninklijke Militaire School (KMS/ERM), en wijzen op structurele tekortkomingen zoals starre pedagogiek, gebrek aan erkenning van verworven competenties, ontoereikende begeleiding en mogelijk discriminerende evaluatiemethoden (bv. redoublement, definitieve uitsluiting). Zij vragen om flexibilisering, benchmarking met Europese normen en een diepgaande studie naar oorzaken en oplossingen, zonder de kwaliteitslat te verlagen. Minister Theo Francken benadrukt dat de KMS wel individuele begeleiding biedt (via pedagogische cellen en psychologen), continue evaluatie toepast (o.a. via studentenquêtes en accreditatie tot 2027) en geen creditoverdracht toestaat omwille van de geïntegreerde vierpijleraanpak (academisch, militair, fysiek, karakter). Een werkgroep herziet weliswaar wervingscriteria (bv. leeftijdsgrens) om de instroom te verbreden, maar een specifieke studie naar uitvaloorzaken is (nog) niet gepland – enkel permanente evaluatie binnen bestaande processen. Ponthier betreurt dit gebrek aan diepgaand onderzoek.

Christophe Lacroix:

Monsieur le Ministre,

La Défense belge s'est engagée depuis la précédente législature dans une dynamique de renforcement de ses capacités humaines. Cette ambition s'accompagne d'un effort soutenu en matière de recrutement, notamment auprès des jeunes. Toutefois, les taux d'abandon en formation, particulièrement élevés, compromettent sérieusement la réalisation de ces objectifs.

Le nombre élevé d'abandons en formation, bien que régulièrement expliqué par les difficultés d'adaptation des jeunes à la discipline militaire, ne saurait être attribué uniquement à ces derniers. D'autres facteurs doivent être pris en compte, notamment la rigidité des dispositifs pédagogiques, le manque de flexibilité dans la reconnaissance des acquis, et l'insuffisance de l'accompagnement individualisé. Ces éléments structurels peuvent accentuer les inégalités et décourager des profils pourtant prometteurs, contribuant ainsi à une perte de potentiel humain pour la Défense.

Parmi les institutions concernées par les abandons, l'École Royale Militaire (ERM) occupe une place centrale. Seule université bilingue et fédérale du pays, elle propose une formation exigeante, combinant cursus académique, préparation militaire, développement physique et formation caractérielle. Or, plusieurs éléments de son organisation pédagogique soulèvent parfois des interrogations quant à leur compatibilité avec les standards européens et leur impact potentiellement discriminant sur les étudiants : politique de redoublement, exclusion définitive ou encore pondération des évaluations.

Monsieur le Ministre,

Avez-vous déjà envisagé une évaluation de la stratégie pédagogique de l'ERM incluant une évaluation systématique des processus d'enseignement, de suivi et d'évaluation ?

Quelles mesures sont prévues pour garantir une meilleure équité dans les parcours de formation, notamment en matière de report de crédits, de redoublement et de reconnaissance des compétences non académiques ?

Une évaluation des pratiques de l'ERM avec les standards européens, tout en respectant les spécificités de la formation militaire est-elle prévue ?

Enfin, quelles actions concrètes seront mises en œuvre pour réduire le taux d'abandon, en renforçant l'accompagnement pédagogique et en valorisant les dimensions humaines et opérationnelles de la formation ?

Je vous remercie d'avance pour vos réponses.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, voor de inleiding verwijs ik naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Het Belgische leger kampt al geruime tijd met personeelstekorten, en de jongste legislaturen werd dan ook ingezet op versterking van de menselijke capaciteit binnen Defensie. De rekruteringsinspanningen, vooral gericht op jongeren, zijn in dat opzicht toe te juichen. Tegelijk stellen we echter vast dat het hoge aantal uitvallers tijdens de vorming een ernstige rem zet op de realisatie van deze ambities.

Hoewel men vaak wijst op de aanpassingsmoeilijkheden van jongeren aan de militaire discipline, mogen we de oorzaken niet uitsluitend bij hen leggen. Ook factoren binnen de vorming zelf verdienen kritische aandacht. Denk aan een gebrek aan erkenning van eerder verworven competenties, of het ontoereikende individuele begeleidingstraject. Al te stringente medische vereisten, zoals in het verleden vaak in de luchtcomponent voor piloten golden, zorgden soms voor een verlies van talent. Zulke elementen kunnen ontmoedigen en zelfs leiden tot vroegtijdige uitval. Toch moeten we uiterst behoed zijn voor alle mogelijke latverlaging. Het kan nooit de bedoeling zijn om de kwaliteit van de instroom ondergeschikt te maken aan de kwaliteit.

De rol van de Koninklijke Militaire School (KMS) is in deze context van bijzonder belang. De KMS combineert een academisch traject met fysieke, militaire en karaktervorming. Bij het vormen van rekruten speelt deze universiteit dus een belangrijke rol en mogelijks kan zij ook een helder beeld krijgen van de attritie, in al zijn vormen, en misschien meedenken richting een betere aanpak hiervan.

Welke maatregelen neemt u om de militaire vorming te flexibiliseren, met betrekking tot verworven competenties, individuele trajecten en medische voorwaarden?

Welke maatregelen neemt u tegelijkertijd om te vermijden dat wat de fysieke en cognitieve vereisten betreft de lat wordt verlaagd?

Is een benchmarking van de opleidingen aan de Koninklijke Militaire School met Europese normen inzake militaire academische vorming gepland, waarbij rekening wordt gehouden met het specifieke karakter van militaire opleidingen?

Ten slotte, hebt u al een studie besteld of is er bij de Koninklijke Militaire School een studie in voorbereiding over de oorzaken van en de remedies tegen de hoge uitval tijdens de militaire kandidatuur en de loopbaanattritie, die verondersteld wordt toe te nemen door de pensioenhervorming, ook al ontkent u dat?

Theo Francken:

L'École Royale Militaire (ERM) est une université militaire de taille relativement modeste, ce qui garantit une approche personnelle et un contact étroit entre le personnel enseignant et les élèves. Un suivi et un encadrement individuel tout au long de l'année sont garantis. Une cellule de guidance constituée de pédagogues et de psychologues est à la disposition des élèves.

Une évaluation permanente de la stratégie pédagogique fait partie du processus de l'ERM. Citons par exemple l'évaluation de l'enseignement par le biais de questionnaires complétés par les élèves, une équipe pédagogique au profit du personnel enseignant, ou encore une commission d'enseignement et de pédagogie veillant au maintien de la qualité de l'enseignement.

L'ERM est une institution militaire chargée de former de futurs officiers, des leaders. La formation à l'ERM est basée sur l'apprentissage intégré de quatre piliers, à savoir l'académique, le militaire, le physique et le caractère. Cette approche intégrée et transversale, qui est la clé du succès de la formation solide de nos officiers, nécessite une évaluation globale et ne permet pas le report de crédits. Toutefois, les élèves en échec sont évalués par une commission de délibération qui prend en considération les résultats dans les quatre piliers et qui peut décider de la réussite, de l'ajournement ou de l'échec définitif de l'élève, mais qui peut également lui donner la possibilité de repasser un ou plusieurs examens. À titre exceptionnel, un examen peut être passé jusqu'à quatre fois.

De KMS is overeenkomstig de wet gemachtigd om onder andere diploma's van bachelor en master in de Ingenieurswetenschappen of in de Sociale en Militaire Wetenschappen toe te kennen. Ze is geaccrediteerd en geëvalueerd door onafhankelijke instanties volgens de Europese normen. De huidige accreditatie is geldig tot 2027. Ze is momenteel in hernieuwing.

Een benchmarking met andere militaire academies gebeurt op indirecte wijze doorheen de permanente evaluatie van de mogelijkheden tot uitwisseling van leerlingen, meer bepaald in het kader van Emylio, de militaire tegenhanger van Erasmus.

L'ERM accorde énormément d'importance au bien-être et à la réussite des élèves. Afin de maximiser les chances de réussite de ceux-ci, plusieurs outils sont utilisés et mis à leur disposition.

Voor het functionaliseren van de voorwaarden om militair te worden, is bij de Defensiestaf een werkgroep opgericht om daarin de aanwervingscriteria te herzien. Na de validering van de resultaten van de werkgroep zullen de statutaire teksten worden aangepast.

Het doel van de herziening is de wervingsvijver te verbreden en ervaren en zelfs oudere profielen aan te moedigen dienst te nemen bij Defensie. Daarover hebben wij het al gehad bij de vraag van Kjell Vander Elst. Dat gaat over de leeftijdsgrens van inlijving, die naar boven wordt bijgesteld.

Christophe Lacroix:

Je remercie le ministre pour la qualité de ses réponses.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Als ik het goed begrepen heb, buigt een werkgroep zich momenteel over een herziening van de wervingsvoorwaarden. We zullen daar te gepasten tijde op terugkomen.

Het is belangrijk dat er aandacht gaat naar de specifieke opleiding en alle onderdelen daarvan: er is nood aan een academisch traject, gecombineerd met fysieke en militaire vorming en met karaktervorming, zodat het resultaat een correct gevormde militair, zonder dat de lat wordt verlaagd. Ik denk dat u daar zelf ook in het verleden altijd voor hebt gewaarschuwd, terecht, en wij doen dat hier opnieuw.

De studie waarnaar ik vroeg, is nog niet uitgevoerd of besteld, of komt die toe aan de werkgroep?

Theo Francken:

(…) Permanente evaluatie.

De openstaande betrekking bij de Algemene Inspectie van Defensie
De openstaande betrekking bij de Algemene Inspectie van Defensie
Vacatures bij de Algemene Inspectie van Defensie

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 10 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Christophe Lacroix bekritiseert dat de leiding van de Inspection Générale de la Défense (IG) – cruciaal voor fraudebestrijding, integriteit en klokkenluidersbescherming – al lang vacaat en vraagt waarom het laatste Comité Officiers Généraux geen opvolger benoemde ondanks meerdere kandidaten. Minister Theo Francken benadrukt het belang van de IG, maar stelt dat de benoeming uitbleef omdat men "de juiste kandidaat" zoekt en belooft een beslissing in 2024; intussen waarnemt de adjunct ad interim. Lacroix uit ontevredenheid over het gebrek aan transparantie en kondigt verdere parlementaire vragen aan, maar erkent Franckens bewering dat de functie "primordiaal" is.

Christophe Lacroix:

Monsieur le Ministre,

L'Inspection Générale de la Défense joue un rôle central au sein du département notamment pour lutter contre la fraude et les irrégularités qui vont à l'encontre des valeurs de la Défense.

L'IG est également un point central pour signaler les atteintes à l'intégrité et protéger les lanceurs d'alerte.

Nous apprenons cependant que la direction de l'IG ne sera pas remplacée et ne semble absolument plus être une priorité.

Monsieur le Ministre,

Pouvez-vous m'indiquer ce qu'il en est concernant le rôle de l'Inspection Générale et l'importance que vous y attribuez ?

Comment expliquez-vous la vacance à sa tête au regard des missions essentielles de celle-ci ?

Pourquoi une décision n'a-t-elle pas été prise lors du dernier Comité « officiers généraux » alors que plusieurs candidats étaient semble-t-il en lice ? Quand aura lieu le futur Comité et comptez-vous à cette occasion prendre une décision permettant à l'IG d'être pleinement opérationnelle ?

Je vous remercie d'avance pour vos réponses.

Theo Francken:

L’Inspection générale formule des recommandations visant à améliorer le fonctionnement structurel du ministère de la Défense. À cette fin, elle effectue des visites de travail auprès des unités et garnisons et sur le théâtre d’entraînements et d’opérations internationaux.

J'attache une importance toute particulière à cette fonction. Cependant, il n'a pas été possible de désigner un successeur lors du dernier comité. Cette fonction étant importante, il est nécessaire de trouver le bon candidat.

Actuellement, c'est l'adjoint IG qui a été désigné ad interim . Un prochain comité des généraux devrait être organisé dans le courant de l'année prochaine.

Er komt dus een nieuwe inspecteur-generaal Aangezien de vorige stopte na de recentste bijeenkomst van het comité konden we dat niet meer geregeld krijgen. Dat is dus voor volgend jaar.

Christophe Lacroix:

Merci pour votre réponse, monsieur le ministre, mais elle est évidemment très brève. On touche ici à des personnes. J'aurais voulu avoir davantage de précisions sur la raison pour laquelle le dernier Comité Officiers Généraux, malgré la diversité des candidats en lice, n'a pas été en mesure de déterminer un successeur ou du moins désigner quelqu'un, et a donc décidé de pourvoir à une personne ad interim pour un rôle aussi important que celui d'inspecteur général. Je demanderai des réponses à ce sujet soit via une question écrite soit via une question dans un mode à huis clos, peut-être à l'occasion d'une commission qui le permettrait. Je ne m'avance donc pas au-delà, mais je note tout de même que le ministre soutient que la fonction d'inspecteur général est une fonction primordiale au sein de la Défense et qu'il s'attache à pourvoir à la désignation du ou de la candidat(e) le ou la plus à même de remplir cette mission.

De ingebrekestelling door VSOA-Defensie
Het sociale klimaat bij Defensie
Het sociale klimaat bij Defensie
Het sociaal overleg bij Defensie
De sociale dialoog bij Defensie
Sociale aspecten en overleg binnen Defensie

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 10 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Francken (N-VA) weigert het sociaal akkoord voor Defensie verder aan te passen, ondanks ingebrekestellingen van vakbonden (o.a. VSOA-Defensie) die eisen dat elk gewerkt uur vergoed wordt, pensioenrechten gerespecteerd (kritiek op 11 jaar langer werken door hervorming Jambon) en betere arbeidsvoorwaarden komen voor militairen in politie-ondersteunende taken (nu zonder bevoegdheid/opleiding). Hij verdedigt het akkoord als "de grootste personeelsinvestering in 30 jaar" en wijst budgettaire beperkingen (o.a. STAR-plan) als reden voor weigering van extra eisen, zoals inkanteling van premies in pensioen (geblokkeerd door Jambon om precedenten te vermijden). Kritiek van oppositie (Ponthier, Lacroix): het akkoord is ondermijnd door de pensioenhervorming, oneerlijk (slechts 20/24u vergoed, nachtarbeid niet erkend) en miskent het militaire beroep (fysieke/mentale offers, lagere verloning vs. politie/brandweer). Zij eisen heronderhandelingen en garanties op uitvoering, maar Francken sluit verdere gesprekken uit en ontkent structurele tekortkomingen, met als argument dat "de meeste militairen tevreden zijn" en ACMP (grootste bond) akkoord ging. Territoriale reserve (operationeel vanaf eind 2026) en wettelijk kader voor binnenlandse inzet (via Defensiecodex) zijn in voorbereiding, maar concrete antwoorden op vergoedingen/opleidingen voor straatpatrouilles blijven vaag.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, mijn vraag gaat niet zozeer over het sociaal overleg als dusdanig, maar wel over de ingebrekestelling door de eigen militairen, althans door hun vertegenwoordigers, met name legervakbond VSOA-Defensie. Mijnheer de minister, u bent niet snel onder de indruk, maar dat is toch wel merkwaardig te noemen. De vakbond stelt u in gebreke, omdat men waardig werk en een vergoeding voor elk uur dat militairen in dienst zijn – dat stemt niet overeen met de in het voorstel tot sociaal akkoord opgenomen aantal uren -, eist. Dat lijkt niet meer dan logisch. We vragen tenslotte heel veel van onze militairen, vooral in de sterk veranderende veiligheidscontext van vandaag. Denken we maar aan het feit dat militairen op straat moeten patrouilleren om in Brussel bijvoorbeeld de politie bij te staan in haar strijd tegen het drugsgeweld, terwijl dat overigens tot nader order nog altijd zonder enige bevoegdheid, zonder aangepaste opleiding en zonder correcte vergoeding gebeurt.

Bovendien wordt er volgens VSOA-Defensie door de nakende pensioenhervorming contractbreuk gepleegd. Jarenlang heeft men militairen de vroege pensioenleeftijd voorgehouden als compensatie en erkenning voor de unieke fysieke en mentale offers die ze brengen. In het voorstel tot sociaal akkoord wordt een en ander nu volgens VSOA-Defensie uit balans getrokken.

Hoe reageert u op de ingebrekestelling door de militaire vakbond VSOA? Heroverweegt u op dit moment nog de invulling van het sociaal akkoord? Vorige week vond een hoorzitting in onze commissie plaats. Er werd van u verlangd om een en ander te herbekijken en opnieuw met hen in gesprek te gaan. Wanneer ziet u dat gebeuren en wanneer ziet u de onderhandelingen over het sociaal akkoord definitief landen?

Voorziet u op dit moment in opleidingen en vergoedingen voor militairen die u wilt inzetten in gemengde patrouilles met de politie? Op basis van welke wettelijke bepaling kunnen zij dat soort taken uitvoeren? U bent bezig met een plan daaromtrent of met een wetsontwerp. Wanneer kunnen we dat verwachten?

Wanneer wordt de eerder aangekondigde territoriale reservemacht daadwerkelijk operationeel? Bent u op dit moment bereid te overwegen om geen reguliere militairen meer in te zetten voor binnenlandse politietaken, maar om eventueel werk te maken van een aangepaste, gespecialiseerde structuur, bijvoorbeeld de territoriale reserve of, zoals het Vlaams Belang voorstelt, een Vlaams veiligheidskorps?

Christophe Lacroix:

Monsieur le président, je renvoie à la version écrite de ma question.

Monsieur le Ministre,

Le moindre que l'on puisse dire est que le climat social à la Défense est explosif.

Votre plan social « à prendre ou à laisser » laisse perplexe les partenaires sociaux : aucune garantie de la part du gouvernement, un Ministre des Pensions qui remet en cause vos dires sur l'âge effectif de départ à la retraite et des missions militaires toujours plus dévoyées. Vous ne les verrez plus avant mi-octobre alors que la situation sociale au sein de votre département est catastrophique et laisse des milliers de militaires dans l'inconnue.

Dans un courrier adressé aux députés fédéraux, CSC, CGSP et SLFP ont dénoncé que votre plan social ne prévoyait rien en matière de pension. Ils nous disent être face à un « mur » et réclament un volet complémentaire sur les pensions ainsi que des mesures transitoires et d'atténuation pour les militaires concernés. « Des milliards supplémentaires sont investis dans le département de la Défense, mais tout est consacré au matériel. Le personnel est oublié, il n'y a pas d'équilibre » peut-on ainsi lire.

Cela confirme que vous êtes plus le Ministre de l'armement que de l'armée.

Dernière évolution, le SLFP vous a adressé une mise en demeure au sujet des rémunérations des militaires.

Monsieur le Ministre,

Comment réagissez-vous aux demandes des syndicats militaires ?

Quelles initiatives concrètes et selon quel agenda allez-vous prendre pour répondre à leurs revendications ? Selon quel agenda ?

Quand allez-vous faire toute la lumière sur l'allongement de plus de dix ans de la carrière des militaires alors que votre collègue Jambon ne répond pas à nos questions ni à celles des syndicats ?

Je vous remercie d'avance pour vos réponses.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, we hebben nog niet zo lang geleden inderdaad heel boeiende hoorzittingen gehad met de vakorganisaties. Die waren op veel vlakken een eyeopener, als ik dat naast de gesprekken leg die ik vaak voer met militairen. Ik zal niet te veel in detail treden.

Ik vraag mij echter af hoe het nu verder moet. Wat is de volgende stap? Ziet u een mogelijkheid voor nog meer aanpassingen aan wat nu voorligt? Voor alle duidelijkheid, ik vind wat nu voorligt, een enorme verbetering. Dat hebben alle vakorganisaties ook moeten erkennen. Voor de ene vakorganisatie was het nog niet voldoende en de anderen gingen ervan uit dat het voorgelegde voorstel op dit moment het meest haalbare was.

Laat dat ook mijn boodschap aan de vakorganisaties en de militairen zijn. Wie zegt dat het een eindpunt is of hoeft te zijn wat de verbetering van het statuut van onze militairen betreft? In de vorige legislatuur hebben de plannen van minister De Donder ervoor gezorgd dat de reguliere verloning van onze militairen eindelijk op een waardig niveau is gebracht. We hebben nu een sociaal akkoord dat ervoor zorgt dat de vele uren waar onze militairen ingezet worden, worden gecompenseerd. Wie zegt dat er in een volgende legislatuur of in volgende akkoorden niet nog een verbetering kan komen?

Mijnheer de minister, kortom, wat is het vervolg? Zit hier nog iets in dat de andere vakorganisaties ervan kan overtuigen om mee te tekenen? Of denkt u dat het bij het voorgestelde akkoord moet blijven en dat u straks met uw plan zult komen? Dat plan is weliswaar slechts door een van de vakorganisaties ondertekend, maar het gaat wel om de grootste met de meeste leden, zoals de heer Huwart van de militaire vakbond ACMP hier heeft gezegd. Hoe ziet u het?

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, la semaine dernière, nous avons auditionné les syndicats de la Défense au sein de cette commission, c'est-à-dire le syndicat qui a accepté votre proposition d'accord de juillet et ceux qui ne l'ont pas accepté – du moins pas encore.

On peut retenir que tous reconnaissent des avancées importantes dans ce que vous proposez et mon groupe politique le reconnaît également et vous soutient. C'est pour cela que l'important syndicat CGMP l'a signé.

Néanmoins, il faut pouvoir entendre les demandes et les inquiétudes des autres syndicats. Ainsi, dans l'accord, il y a au moins deux points où vous vous engagez à plaider une amélioration de la situation au sein du gouvernement.

En effet, les mesures portant sur la bonification et celles portant sur la revalorisation de la rémunération liée à la fin de la péréquation demandent l'accord du ministre des Pensions. Monsieur le ministre, chez les Engagés nous ne doutons pas de votre ferme volonté d'améliorer la situation des militaires. Néanmoins, nous sommes inquiets car il ne semble pas que votre plaidoyer auprès du ministre des Pensions semble suivi d'effets positifs.

Dès lors, pourriez-vous nous dire où en est ce plaidoyer? En cas d'échec, quelles autres mesures compensatoires pourraient être envisagées? Allez-vous vous réunir à nouveau avec les syndicats pour en discuter? Que proposez-vous comme autres mesures pour tenter de faire signer le projet d'accord par les autres organisations syndicales?

Theo Francken:

Ik zal aan dat sociaal akkoord niets meer wijzigen. No way. De vakbonden zullen hun ei moeten leggen.

Ik heb hen gevraagd, op 25 juli, of ze wilden ondertekenen. Dat was na een hele lange sessie. Het Parlement was toen al in reces. Ik wou op vakantie vertrekken, zoals iedereen, want het was een heel zwaar jaar geweest. Ik wilde absoluut nog dat sociaal akkoord onderhandelen. We hebben daar ongelooflijk veel tijd en energie in gestoken. Heel mijn kabinet trouwens, en ook de vakorganisaties. We hebben daar gedurende uren bilaterale vergaderingen gehouden. We hebben gepraat en geluisterd. Ik dacht dat we er eigenlijk wel waren. Er is toen gezegd dat de vakbonden statutair nog geen groen licht mochten geven, dat ze echt hun achterban nog moesten raadplegen. Toen ze zeiden dat ze niet akkoord konden gaan, kwam dat wel binnen. De ACMP heeft zich wel akkoord verklaard.

Ik meen dat er op dat moment heel veel onduidelijkheid was en er waren heel veel vragen. Begin september zijn ze begonnen met een tool waarmee elke militair individueel kan berekenen wat de facto zijn pensioenleeftijd zal zijn en wat dat de facto betekent voor zijn loon, voor de opspremies enzovoort. We hebben toen informatiesessies georganiseerd in een tiental militaire kwartieren. Daar kwam altijd heel veel volk naartoe. Die hebben enorm veel van de wrevel, de onzekerheid en de stress weggenomen bij onze militairen. Nu is het relatief kalm. Ik meen dat het redelijk goed verlopen is.

In de jongste versie van de pensioenteksten was er nog één discussiepunt.

Un des points, monsieur Lasseaux, concernait le "plus un".

Het contingent van 1971 moest twee jaar langer werken, maar dat wordt één jaar. Jan Jambon heeft dit willen overnemen. Zij zullen dus niet onmiddellijk twee jaar langer moeten werken. Voor de mensen van 1971 - ik moet dit nog dubbelchecken - gaat het dus om één jaar langer werken. Voor de mensen van 1972 is dat twee jaar. Zo wordt dit dus toegepast: De mensen van 1971 moeten dus niet meteen twee jaar langer werken.

We bekijken nog heel wat modaliteiten. Maandagavond had ik nog een lange briefing over hoe de uithuispremie exact moet worden berekend en hoe we dat gaan aanpakken. Dit zijn concrete en belangrijke punten voor het personeel, maar ook vrij technisch.

Dan hadden we op 19 oktober ook nog een vergadering. Ik vroeg me af of men nu zou tekenen of niet, maar het was eigenlijk een heel vreemde vergadering, waarbij zij gewoon nog een aantal eisen hebben gesteld, maar er werd geen duidelijke conclusie bereikt. Ik had verwacht dat men finaal zou zeggen dat men niet mee doet. Dat is echter niet uitgesproken. Ze zijn niet vertrokken, ze bleven gewoon zitten, wat de vergadering nog constructief maakte.

Zij hebben nog wel grote vragen, bijvoorbeeld over de premie van mevrouw Dedonder. Dat is eigenlijk een loonsverhoging, die in het kader van een premie werd toegekend. De vraag is of deze premie in het pensioen wordt meegerekend. Jan Jambon heeft hier niet aan beantwoord, ondanks dat ik en mijn kabinetschef en mijn mensen dit herhaaldelijk hebben bepleit. Uiteindelijk heeft Jan Jambon dit niet overgenomen in het finale pensioenvoorstel, uit vrees voor precedenten. Hij zei dat als deze premie in het loon wordt opgenomen, ook andere diensten zoals politie en brandweer dit zouden vragen, wat niet helemaal onterecht is. In die zin is dit een moeilijk punt voor de minister van Pensioenen.

Het blijft een vakbondseis en het wordt door iedereen gevraagd. Men vraagt ook om de premie voor hogere officieren volledig in de wedde en het pensioen op te nemen. Er zijn nog verkiezingen in 2029. We zullen nog veel memoranda van vakbonden ontvangen, die aangeven dat dit hun belangrijkste vraag voor de volgende legislatuur is.

Dit akkoord is de grootste personeelsinspanning van de afgelopen 30 jaar op het vlak van defensie, zonder discussie. Als dit akkoord niet wordt goedgekeurd, dan moet dat maar zo zijn. Ik heb er alles aan gedaan.

Valt het akkoord goed bij de militairen? Ja, absoluut. Er zullen altijd enkele mensen zijn die niet tevreden zijn. De algemene pensioenverhoging wordt door velen niet gewaardeerd. Velen zouden de leeftijd liever op 56 jaar houden, anderen zelfs op 50 of 48 jaar. Dat is echter de keuze die we hebben gemaakt. Dat is nu eenmaal een feitelijkheid en de pensioenleeftijd zal dus stelselmatig omhooggaan. De Zweedse regering heeft daarover indertijd enkele beslissingen genomen. Daarvoor zijn er nog beslissingen genomen. Nu volgen de militairen.

Zullen zij allemaal tien jaar langer moeten werken? No way. We hebben veel modaliteiten uitgewerkt. De meeste militairen zullen twee of drie jaar langer moeten werken. Er zijn er ook al heel veel die gewoon blijven werken na hun 56ste. Het is dus niet zo dat iedereen op 56 stopt.

Ik denk, eerlijk gezegd, dat we er wel zijn. Wat nu finaal moet gebeuren, is een goede vraag. De finale teksten van het pensioenakkoord zijn bijna volledig. Op basis daarvan verwacht ik een antwoord van de vakorganisaties: ondertekenen ze mee of niet?

Er was nog een vraag over de maaltijdcheques. Als men nu een continue dienst van 24 uur doet, ontvangt men maar één maaltijdcheque, wat niet volledig eerlijk is. Dat wordt aangepast. Daar ga ik op in. Dat was een vraag van de vakorganisaties.

Dat geldt ook voor het plus-één systeem. Daar gaat minister Jambon op in.

Tot slot was er een vraag naar de inkanteling van premies in het loon en volledig in het pensioen. Daar wordt niet op ingegaan. Er blijft dus eigenlijk nog één openstaand punt. Het is een belangrijke eis, maar leg het memorandum van de vakorganisaties dat we voor de verkiezingen ontvingen hiernaast. Het is indrukwekkend wat ze hebben binnengehaald.

Dan blokkeren ze het vanwege één punt dat ze niet hebben binnengehaald, om vervolgens te zeggen dat het op niets trekt. Ik vind persoonlijk dat sommigen het defensieberoep op een heel negatieve manier afschilderen. Het lijkt alsof het de ergste job ter wereld is. Ik heb het vanochtend al gezegd, militair zijn is blijkbaar bijna traumatisch. Ik denk niet dat dit helemaal correct is, maar goed, iedereen moet vooral doen wat hij denkt te moeten doen en we zullen zien.

Dus neen, ik ga de tekst niet nog eens grondig aanpassen. Dit is het. Dat sociaal akkoord wordt ook nog naar wetteksten vertaald en gaat nog naar Conego. De technische details worden allemaal nog besproken. We zijn dus nog niet thuis.

Annick Ponthier:

Ik dank de minister voor zijn antwoord.

Ik moet zeggen dat de hoorzittingen vorige week met de sociale vakorganisaties in de commissie heel erg to the point waren, de ogen op veel vlakken hebben geopend en heel eerlijk waren. Dat was niet verrassend voor ons als commissieleden, omdat wij die hoorzittingen al hadden bijgewoond en wisten wat er schortte of nog kon worden verbeterd aan het militair statuut. Ook voor de mensen op het terrein zal dit wellicht niet verrassend zijn geweest, maar het was wel ongemakkelijk om te aanhoren. U kunt mij er niet snel van verdenken een syndicalist te zijn, maar in deze situatie vind ik dat de vakorganisaties alle recht van spreken hebben.

Er werd gesteld dat een uur een uur is, maar dat is het niet. Welzijn op het werk wordt miskend. Loopbaantoelagen in de wedde berekenen gebeurt niet, gelijkschakeling van de verloning met andere veiligheidsberoepen wordt niet gerespecteerd. Er bestaat nog veel onduidelijkheid over de opspremie. Ook heerst er nog heel wat onduidelijkheid over de specifieke voorwaarden voor bepaalde oppensioenstellingen en zijn er vragen inzake vergoedingen. De afgelopen week werd er zo nog meer opgemerkt.

Uw reactie hierop is dat u aan dit sociaal akkoord niets meer zult wijzigen. U hebt ook niet geantwoord op de vraag om opnieuw in gesprek te gaan. Ik heb begrepen dat u niet in gesprek wilt gaan.

Wat ik nog erger vind, is dat u het wel wat op flessen trekt door te zeggen dat er altijd wel enkelingen zullen zijn die het niet genoeg vinden en die al op 48-jarige leeftijd met willen pensioen willen gaan, en blokkeren op één ding. Het gaat echter niet om één ding, maar om meerdere dingen. Vorige week konden we dat heel concreet horen. Ik betreur dit ten zeerste en vind dit ook een miskenning van respect voor onze militairen.

Nochtans stond er in uw regeerakkoord dat langer werken moest lonen, dat operationaliteit moest worden beloond en dat de specificiteit van het militaire beroep moest worden gerespecteerd, gewaardeerd en beloond. Het sociaal akkoord was oorspronkelijk een manier om het militair statuut te verbeteren. Er zijn heel wat verbeteringen, laat dat duidelijk zijn. Het sociaal akkoord werd echter onderuitgehaald door de pensioenhervorming die er doorheen kwam gefietst. Dit plaatste een en ander voor militairen in een ander daglicht. Elf jaar langer werken vergt in de praktijk meer bijsturing dan wat er nu gebeurt.

Nu gebeurt er een inhaalbeweging. U schudt het hoofd, maar het is wel zo. Nu gebeurt er een inhaalbeweging richting het normale, maar niet tot op het normale niveau.

De slotsom van heel dit verhaal, er is op dit moment geen enkele garantie over het hele akkoord. De vorige sociale akkoorden werden allemaal voorgesteld als mooie bijsturingen, maar in de praktijk kwam daar weinig van terecht omdat er geen budgettaire buffer was, omdat de voorziening of de situatie in de praktijk niet navenant was. Toen er daarover achteraf werd geklaagd, zou u tegen de vakorganisaties hebben gezegd – en u moet dat desgevallend maar tegenspreken – dat ze dan maar niet zo naïef hadden moeten zijn.

Ik vraag mij af wat er op dit moment gebeurt. Vindt u echt dat de vakorganisaties nu wel moeten tekenen en opnieuw naïef moeten zijn, om uw eigen woorden te gebruiken? Ik vind van niet en ik meen dat u de militairen het respect moet geven dat zij verdienen.

Ik rond af met te zeggen dat u op al mijn specifieke vragen met betrekking tot de territoriale reserve, de militairen op straat en het wettelijk kader daarrond geen enkel antwoord hebt gekregen.

Christophe Lacroix:

Merci pour vos réponses, monsieur le ministre. Elles ne m'ont évidemment pas satisfait mais ce n'est pas trop grave s'agissant de moi: elles ne satisfont pas trois syndicats sur quatre. Ces trois syndicats ne doivent pas être méprisés et mis de côté parce qu'un seul syndicat représentant un grand nombre de militaires aurait, lui, marqué un accord. C'est là le premier élément: quand on veut mener une concertation, on respecte tout le monde et tous les partenaires, y compris les plus petits. À eux trois, ils représentent du reste également une grande partie des militaires.

Le deuxième élément est que, selon les chiffres qui nous ont été fournis par la Direction Générale des ressources humaines de la Défense nationale – ce ne sont donc pas les chiffres des syndicats – seuls 48 % des militaires pourront demander leur pension après avoir travaillé sept années de plus. L'impact est donc énorme pour ces militaires, en particulier pour ceux qui sont déjà en place. En effet, les nouvelles conditions mises sur la table valent pour les nouveaux, qui intègrent la Défense en connaissance de cause, tandis que les autres avaient un accord social et des acquis qui leur sont aujourd'hui rabotés. Chaque heure serait compensée? Seules 20 heures sur 24 sont compensées, et on ne valorise pas le travail de nuit. Une compensation équitable? Seulement 1,81 € brut de l'heure en plus pour un sergent comptant 9 ans d'ancienneté. Quatorze mois de prime d'opération? C'est 45 € par mois pour les volontaires. Travailler les jours fériés sera mieux rémunéré? On gagne trois fois plus via un flexi-job. Ces chiffres sont véridiques.

Vous évoquez l'accord social du siècle. Non, ce n'est pas l'accord social du siècle. On pourra parler d'accord social lorsque le gouvernement l'aura accepté, ce qui ne m'apparaît pas certain.

Par ailleurs, j'admets que vous avez fait des efforts, mais ces efforts sont insuffisants en l'occurrence. Vous disposez en effet de moyens supérieurs à ceux de la ministre Dedonder. Cette dernière est passée de 1,1 à 1,3 % du PIB, alors que vous êtes passé de 1,3 à 2 % du PIB. En valeur proportionnelle, vous auriez donc pu au moins obtenir plus de 600 millions d'euros pour un accord social. Malheureusement, vous avez aussi été victime de la vision très dogmatique et très idéologique du ministre des Pensions, votre coreligionnaire N-VA, M. Jambon.

Je terminerai en disant que, au vu des tableaux qui nous ont été fournis sur les traitements, revenus, compensations, etc., dans les services de sécurité – les militaires, les pompiers, les policiers, les gardiens de prison – ce sont finalement les militaires qui gagnent le moins. Et ça, ce n'est pas normal.

Stéphane Lasseaux:

Merci pour vos réponses, monsieur le ministre. Nous sommes évidemment bien conscients que des améliorations ont été apportées. Toutefois, des accords ont été passés, c'est exact, mais pas avec l'ensemble des syndicats. Nous comprenons bien entendu que lorsque le plus grand syndicat propose un accord, cela permet d'avancer.

Toutefois, je souligne que le métier de militaire présente une spécificité particulière, de sorte que je ne peux que vous inviter à y être sensible et à continuer à rechercher des solutions et des améliorations, dans la mesure du possible.

Theo Francken:

Ik wil nog even kort reageren.

Er wordt hier gesteld dat men geen syndicalist is, maar laat dat volgen door beweringen die geen steek houden. U verwijst naar wat ik in het verleden heb gezegd, maar aangezien u daar niet bij was, herhaal ik beter zelf wat ik eerder heb verklaard. Ik heb gesteld dat men vroeger niet zo naïef moest zijn.

Wanneer men onderhandelt en weet dat de bevoegde minister nul euro extra heeft of zelfs moet besparen, dan is het enigszins goedgelovig te denken dat de afspraken zomaar zullen worden ingevoerd.

Bovendien blijft een aantal mensen rond de tafel herhalen dat het akkoord er niet zal komen. Ook sommige syndicaten blijven dat opperen. Het budget is evenwel voorzien; dat staat vast.

Wanneer wordt beweerd dat het allemaal veel te weinig is en dat minstens 600 miljoen euro moet worden uitgetrokken, is dat naar mijn mening buiten proportie. Er zijn veel andere noden. Het gat van 5 miljard euro in het STAR-plan, om maar iets te noemen, moest worden gevuld.

Ook moeten nog veel andere capaciteiten worden aangekocht, is er infrastructuur nodig en moet extra personeel worden aangeworven om onze organisatie te versterken. Het blijft telkens een keuze en ik meen dat wij de juiste keuze hebben gemaakt.

Ik wil nog even kort het volgende meegeven. De ingebrekestelling van begin oktober heeft volgens mijn laatste informatie ondanks het ruim verstrijken van de gestelde termijn vooralsnog niet geleid tot de erin aangekondigde gerechtelijke procedure. Desgevallend zal een verweer voor de rechter worden gevoerd. Ik ben dus wel in gebreke gesteld, maar vervolgens is er niets mee gebeurd en is er evenmin een zaak aanhangig gemaakt. Misschien komt die zaak er nog. Dat weet ik niet. Volgens mij maakt die zaak niet veel kans. Mijn juristen fluisteren mij alleszins in dat die zaak geen schijn van kans maakt.

Mevrouw Ponthier, over de inzet van militairen op straat merk ik op dat momenteel een nieuw en verbeterd wettelijk kader dat de inzet van militairen voor binnenlandse opdrachten regelt, wordt uitgewerkt op de werf van de Defensiecodex, die binnenkort met de vakorganisaties zal worden besproken. In afwachting van de invoering van de Defensiecodex vindt dergelijke inzet in België, wanneer noodzakelijk, uiteraard plaats onder het bestaand wettelijk kader. De militairen zullen voor een dergelijke inzet de correcte informatie en opleiding moeten krijgen. De vergoedingen en toelagen verbonden aan die vorm van inzet, zullen worden toegepast.

De territoriale reserve zal vanaf eind 2026, begin 2027, stelselmatig worden op- en uitgebouwd. Het concept alsook het operationele en juridische kader wordt momenteel door de Defensiestaf uitgewerkt.

De mogelijkheid van een gespecialiseerde veiligheidsstructuur wordt niet a priori uitgesloten, maar vergt een grondige analyse en politieke consensus op zowel federaal als gewestelijk niveau.

Voorzitter:

Mevrouw Ponthier, kunnen we het daarbij laten, of wenst u nog te repliceren?

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, bedankt voor de aanvulling van uw antwoord op mijn vragen. Wat het sociaal akkoord betreft, een sociaal akkoord ondertekenen met nul euro budgettaire dekking is uiteraard naïef. U hebt gelijk wanneer u daarvoor waarschuwt en wanneer u stelt dat daarin destijds onjuist werd gehandeld. U geeft aan dat er nu wel middelen zijn voorzien. Volgens wat wij hebben vernomen, en ik heb geen enkel criterium om daaraan te twijfelen, zijn er weliswaar middelen voorzien, maar te weinig om te realiseren wat u wenst. Bovendien is er vooralsnog geen dekking door de regering. Dat lijkt me geen detail in het geheel. Voor de vakorganisaties is er daardoor geen enkele garantie dat zal worden uitgevoerd wat u wilt realiseren. Ik herhaal dan ook wat ik eerder heb gezegd, alles in overweging genomen lijkt het me bijzonder naïef om dat sociaal akkoord nu te ondertekenen. Voorzitter: Christophe Lacroix. Président: Christophe Lacroix.

Het afschaffen van het woke diversiteitsbeleid binnen Defensie
Het diversiteitsbeleid bij Defensie
Defensiebeleid zonder woke diversiteitsmaatregelen

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 10 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Annick Ponthier vraagt hoe België omgaat met het Amerikaanse debat over "woke-beleid" in Defensie en benadrukt dat diversiteit operationele effectiviteit moet dienen, niet ideologie—kritisch ten aanzien van VS-voorbeelden waar "opgedrongen gelijkheid" de slagkracht zou aantasten. Axel Weydts verdedigt persoonlijk het huidige diversiteitsbeleid, waarschuwt tegen terugdraaien naar een tijd zonder inclusie en verwelkomt minister Franckens bevestiging dat competentie (niet identiteit) centraal staat. Francken stelt dat Defensie geen quota hanteert maar diversiteit ziet als natuurlijk gevolg van meritocratie en operationele noden, met kernwaarden als loyaliteit en respect. Weydts sluit zich bij Francken aan, terwijl Ponthier herhaalt dat kerntaken (veiligheid) voorrang moeten behouden boven "woke-ideologie", maar tevreden is met het Belgische beleid.

Annick Ponthier:

Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Ik verwijs naar vraag van Mevr. Ponthier nr 56009095C. Daar verwijst de collega naar uitspraken van de Amerikaanse minister van Defensie, Pete Hegseth, over het zogenaamde “woke-beleid” binnen het Amerikaanse leger. Ik wil mij bij die vraag aansluiten, maar vanuit een fundamenteel andere invalshoek.

Als NAVO-bondgenoot volgen we uiteraard de evoluties in het personeels- en opleidingsbeleid van andere legers, waaronder dat van de Verenigde Staten. Maar waar sommigen spreken over “ideologische ontsporing”, zie ik vooral een bredere inspanning om defensiestructuren weerbaar te maken, talent te behouden en leiderschapsculturen te versterken in een samenleving die snel verandert.

Diversiteit, inclusie en gelijke kansen zijn daarbij geen “afleiding”, maar een onderdeel van een moderne krijgsmacht die iedereen op basis van competentie en inzet waardeert. Het is precies die diversiteit die onze krijgsmacht beter doet functioneren.

Daarom heb ik deze vragen:

Hoe kijkt de minister naar het debat dat momenteel in de VS wordt gevoerd over zogenaamd “woke-beleid” binnen Defensie?

Bevestigt de minister dat Defensie zich blijft baseren op principes van gelijke kansen, professionaliteit en operationele effectiviteit, zonder te vervallen in ideologische karikaturen?

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, ik zal niet naar de schriftelijke versie van mijn vraag verwijzen. De Trump-fans achter mij hebben een vraag ingediend om het diversiteitsbeleid binnen Defensie een halt toe te roepen. Dat raakt mij persoonlijk diep en is de reden van mijn vraag, omdat ik mijn visie wil meegeven.

Toen ik actief was binnen Defensie, bestond er geen actief diversiteitsbeleid, wat mij parten heeft gespeeld. Persoonlijk heeft dat er mij op bepaalde momenten van weerhouden om te zijn wie ik was op het werk en om me goed te voelen. Dat heeft me ertoe genoopt om lange tijd niet openlijk te kunnen zijn wie ik was. Ik hoop dan ook uit de grond van mijn hart dat u en deze regering op geen enkele manier het diversiteitsbeleid dat later binnen Defensie is ingevoerd, zouden willen terugschroeven naar aanleiding van gebeurtenissen in de Verenigde Staten met figuren als Trump en Hegseth, die een aanval hebben ingezet op alles wat divers is, niet alleen binnen Defensie, maar binnen de gehele overheid.

Misschien is dit een wat persoonlijke oproep, maar u moet mij vergeven dat het mij persoonlijk raakt. Ik hoop echter uit de grond van mijn hart dat het diversiteitsbeleid zoals dat vandaag binnen Defensie bestaat, volledig overeind blijft.

Theo Francken:

Defensie bouwt op vier kernwaarden: integriteit, loyaliteit, wederzijds respect en moed. Vanuit die waarden bevestigen wij dat iedereen die naar die waarden kan leven en werken en slaagt voor de selectie, zijn plaats heeft binnen onze organisatie. Binnen Defensie staan militaire paraatheid en operationele effectiviteit centraal. Om die te waarborgen, hanteren we een meritocratisch personeelsbeleid waarin talent, inzet en bekwaamheid bepalend zijn. Het personeelsbeleid ondersteunt dat door het beste talent aan te trekken, te behouden en optimaal in te zetten, ongeacht achtergrond, overtuiging of identiteit.

Defensie werkt op het vlak van diversiteit zonder streefcijfers of quota bij de werving, plaatsing of promotie van militair en burgerpersoneel. Defensie heeft maatregelen voorgesteld voor het federaal actieplan Handicap 2025-2029 van minister Rob Beenders. Het burgerpersoneel van Defensie volgt het beleid inzake aanwerving van personeel met een handicap van het federale administratieve openbaar ambt.

Ook werkt Defensie mee aan het Federaal Plan Gender mainstreaming van collega Beenders. De grote verscheidenheid aan functies binnen onze organisatie vraagt om een even brede waaier aan profielen. Daarom voeren we een doelgericht personeelsbeleid dat inzet op diversiteit, waar dit de operationele effectiviteit versterkt, met als uitgangspunt dat competentie en inzet uiteraard altijd primeren.

Diversiteit binnen Defensie is geen doel op zich, maar het natuurlijke gevolg van de brede waaier aan taken en functies die onze organisatie rijk is. Onze kernwaarden verplichten ons om een krijgsmacht te bouwen die sterk, loyaal en rechtvaardig is. Diversiteit is geen afleiding van onze missie, maar is een gevolg van onze missie, in dienst van een slagkrachtige Defensie.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, ik dank u voor deze heldere toelichting.

Ik wil ook reageren op collega Weydts, die meent te weten dat ik een Trump-aanhanger of een Trump-fan ben. Ik weet niet hoe visionair collega Weydts is, maar ik probeer een beleid altijd te beoordelen op de beleidsdaden en nooit op de persoon die die beleidsdaden voorstelt. Ik hou niet van idolatrie en dat is ook in deze een terechte opmerking.

Ik wilde met mijn vragen te weten komen welk beleid er wordt gevoerd binnen Defensie. Ik ben blij van de minister te horen dat er binnen Defensie wordt gekeken naar de loyauteit, de capaciteit en het talent van degenen die de taken moeten uitvoeren binnen Defensie, dit in tegenstelling tot het beleid dat in de Verenigde Staten wordt gevoerd en dat terecht werd aangekaart, waar woke ideologie en politieke correctheid prioritair werden gesteld. Er werd daarop terecht kritiek gegeven omdat men merkte dat dergelijke ideeën of ideologieën de samenhang en de slagkracht van het Amerikaanse leger aantastten. De bedoeling van mijn vraag was om te vernemen hoe dat in dit land wordt toegepast.

We weten natuurlijk dat wie daarover vragen stelt al meteen in de hoek wordt geduwd, wat wel in het kraam past van enkele partijen in dit halfrond, maar het beleid dat in de Verenigde Staten werd gevoerd, past niet in het kraam van het diversiteitsbeleid of het genderbeleid, dat veel meer de nadruk legt op persoonlijke vrijheid en op opgedrongen gelijkheid. We hebben de voorbije jaren in België eveneens een toename gezien van initiatieven rond diversiteit en vooral rond streefcijfers. Daar heb ik een probleem mee omdat streefcijfers niet altijd nuchter worden geëvalueerd.

Daarnaast zijn er educatieve programma’s over gender en inclusie binnen onze maatschappij, maar ook binnen Defensie, waar we toch wel wat vragen bij kunnen stellen.

Ik denk dat we moeten teruggrijpen naar de kerntaken binnen Defensie, zijnde bewaking van het luchtruim, het eigen grondgebied, onze burgers en onze territoriale wateren. Dat moet altijd prioritair zijn boven de woke-ideologie die langzaam maar zeker is binnengeslopen in onze samenleving en die ook binnen Defensie de bovenhand dreigde te krijgen. Ik ben dan ook blij dat daaraan geen gevolg wordt gegeven.

Axel Weydts:

Ik vond het een zeer goed antwoord. Het stelt mij ook gerust en ik denk veel collega’s met mij. Ze maken zich zorgen omdat ze zijn wie ze zijn en evoluties zien in andere defensieapparaten in het buitenland en hopen dat dat bij ons zo geen vaart zal nemen. Uiteindelijk is niet wie of wat je bent van belang, maar wat je kunt, wat je capaciteiten zijn en hoe je geëvalueerd wordt, hoe je je toewijdt aan je land en aan je samenleving. Dat is het enige dat zou mogen tellen en dat blijkt ook uit het antwoord. Daarmee ben ik het grondig eens en ik wil u daarvoor danken.

De veiligheidsopleidingen en de rol van Defensie in de preventie van radicalisering

Gesteld door

VB Kristien Verbelen

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 10 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Kristien Verbelen vraagt zich af hoe veiligheidsopleidingen (zoals Defensie en Veiligheid en Cyber Security) radicalisering kunnen voorkomen, vooral na de betrokkenheid van twee studenten bij een verijdelde terreuraanslag, en pleit voor meer aandacht voor ethiek, extremisme en democratische waarden in het curriculum. Theo Francken benadrukt dat Defensie 35% van de lessen invult met focus op kernwaarden (integriteit, loyaliteit, moed) en niet op kennis alleen, maar erkent dat screening of weigering van leerlingen niet mogelijk is door de onderwijsvrijheid. Francken bevestigt dat het plan voor een militaire referendaris (bedoeld voor preventie en bewustmaking over extremisme) nog in conceptuele fase is en pas vanaf 2027 zou starten; Verbelen hoopt dat deze rol meer vormend dan promotioneel wordt. De discussie blijft onafgerond door tijdsgebrek.

Kristien Verbelen:

De verijdelde aanslag op premier De Wever en op een aantal andere politici van een tijdje gelden heeft velen onder ons geschokt. Daarbij viel alvast op dat twee van de verdachten of daders een veiligheidsopleiding volgde; de ene de opleiding Defensie en Veiligheid in het secundair onderwijs en de andere de opleiding Cyber Security aan de AP Hogeschool. Die opleidingen bereiden jongeren voor op functies bij defensie, politie en andere veiligheidsdiensten en zijn gestoeld op discipline, verantwoordelijkheid en de bescherming van onze samenleving. Dat studenten met zo'n achtergrond betrokken zijn bij een terreuronderzoek, roept vragen op over de inhoud van die opleidingen en de praktische begeleiding. We verwachten dat jongeren in die richting niet alleen technische kennis opdoen, maar ook leren wat het betekent om in dienst te staan van een democratische rechtsstaat. Daarom vind ik het belangrijk te weten in welke mate Defensie betrokken is bij de inhoud van de opleidingen en of er aandacht is voor thema's zoals ethiek, extremisme, weerbaarheid tegen radicalisering.

In het regeerakkoord is ook sprake van de aanstelling van een militaire referendaris, die naar scholen zou trekken om Defensie te vertegenwoordigen. Dat lijkt mij een interessant initiatief, zeker als het niet louter om werving gaat en ook preventief kan bijdragen tot bewustwording van jongeren die sowieso al geïnteresseerd zijn in de veiligheidssector. Ik hoor dan ook graag hoe ver men staat met de voorbereiding van dat project en hoe die functie er precies moet uitzien.

Theo Francken:

Defensie heeft niet de lead wat de derde graad Defensie en Veiligheid in Vlaanderen betreft. Het is een van de partners, onder leiding van het Vlaamse onderwijs. De vrijheid van onderwijs wordt in de Grondwet gewaarborgd en er is dus geen algemene screening in het Vlaamse onderwijs en ook geen weigering van leerlingen.

Defensie neemt ongeveer 35 % van de contacturen voor zijn rekening. Daarin wordt ook de nadruk gelegd op de vier kernwaarden van Defensie: integriteit, loyaliteit, respect en moed. Meer nog dan op kennisoverdracht wordt de aandacht gericht op het overbrengen van de juiste attitude.

Het project van de militaire referendaris bevindt zich momenteel in een conceptuele fase. Het is de bedoeling dat hij of zij een brugfunctie zal vervullen tussen Defensie en jongeren, bijvoorbeeld via vorming, dialoog en aanwezigheid op scholen. In dat kader wordt ook bekeken hoe die rol kan bijdragen aan preventie en weerbaarheid tegen extremisme, door jongeren te sensibiliseren rond waarden als respect, verantwoordelijkheid en democratische principes.

De uitvoering van het project is ten vroegste in 2027 gepland.

Kristien Verbelen:

Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister.

Ik begrijp dat Defensie vooral een ondersteunende en informatieve rol speelt. Het is goed om te horen dat er niet alleen aan kennisoverdracht wordt gedaan, maar dat er naast de technische vorming ook aan de weerbaarheid tegen extremistische ideeën wordt gewerkt. De militaire referendaris kan daarin een waardevolle rol spelen. Ik hoop dat die rol niet louter promotioneel zal blijven, maar dat er ook op vorming en bewustmaking zal worden ingezet.

Voorzitter:

Les accords avec M. le ministre étaient clairs: il pouvait rester avec nous jusqu'à 17 h. Donc, je clos la réunion, tout en remerciant les collègues qui sont restés en espérant pouvoir encore poser leurs questions. Merci pour votre travail, mais je vous donne rendez-vous, sous la présidence du collègue Buysrogge, vendredi midi. La réunion publique de commission est levée à 17 h 02. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.02 uur.

Het onderzoek naar Syrische oorlogsmisdadigers in België

Gesteld door

VB Alexander Van Hoecke

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 9 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Alexander Van Hoecke vraagt minister Annelies Verlinden om verduidelijking over de 19 lopende strafonderzoeken naar Syrische oorlogsmisdadigers (16 tegen het Assad-regime, 3 tegen IS-strijders), waarbij hij kritiseert dat het federaal parket onvoldoende middelen krijgt voor grondige onderzoeken en eist dat Verlinden concrete budgettaire garanties geeft. Verlinden bevestigt de cijfers en verwijst naar een algemene budgetversterking voor Justitie, maar Van Hoecke betwist de prioriteitstelling (o.a. focus op gevangeniscapaciteit) en bekritiseert haar ontwijkende antwoord over specifieke steun aan het parket. De 8 geseponeerde dossiers bleken onbevoegd (2x), onvoldoende bewijs (4x) of geëindigd via seponering (2x). De discussie eindigt zonder concrete toezeggingen voor extra middelen.

Alexander Van Hoecke:

We hebben het onderwerp vorige week in beperkte mate reeds in de plenaire vergadering besproken. Uit een onderzoek van onder meer De Tijd , Knack en Le Soir blijkt dat het federaal parket 19 strafonderzoeken naar mogelijke oorlogsmisdadigers uit Syrië voert. In 4 dossiers werd reeds een onderzoeksrechter aangesteld. Die dossiers zijn het verst gevorderd. Het gaat in bepaalde dossiers ook om personen die zich aansloten bij de terreurorganisatie Islamitische Staat (IS). Daarnaast werden 8 dossiers zonder gevolg geklasseerd.

Sommige experts wijzen erop dat een tekort aan middelen en personeel ertoe leidt dat België met een oververtegenwoordiging van Syrische oorlogsmisdadigers kampt. Het federaal parket geeft aan versterking te hebben ontvangen, maar dat neemt niet weg dat het tekort blijft en dat de onderzoeken daardoor onvoldoende grondig kunnen worden gevoerd.

In de plenaire vergadering meldde u dat onderzoeken werden opgestart op basis van informatie van sociale media, buitenlandse partners en het CGVS. Ik heb daarover nog enkele vragen die vorige week niet zijn beantwoord.

Ten eerste, zijn er sinds de bekendmaking van het nieuws nog nieuwe meldingen binnengekomen bij het parket of werden er nieuwe onderzoeken geopend?

Ten tweede, kunt u zeggen in hoeveel van de vandaag geopende dossiers het gaat om personen die oorlogsmisdaden pleegden onder het Assadregime en in hoeveel gevallen het om IS-strijders gaat?

Ten derde, wat is uw reactie op de stelling dat België met een oververtegenwoordiging van Syrische oorlogsmisdadigers kampt, zoals sommige experts beweren?

Ten vierde, hoe zult u ervoor zorgen dat het federaal parket deze onderzoeken ten gronde kan voeren en zal het daarvoor bijkomende middelen ontvangen?

Tot slot, wat was de reden dat 8 dossiers geseponeerd werden?

Annelies Verlinden:

Mijnheer Van Hoecke, ik verwijs naar het antwoord dat ik op 4 december in de plenaire vergadering heb gegeven, waarin ik al bevestigd heb dat het federaal parket een onderzoek heeft geopend.

Aanvullend daarop kan ik nog meedelen dat van de 19 geopende dossiers er 16 zijn voor oorlogsmisdaden onder het Assadregime en 3 voor IS-strijders. Van de 8 dossiers die zonder gevolg zijn geklasseerd, zijn er 2 dossiers geklasseerd wegens onbevoegdheid van nationale vervolgingsorganen of rechtsmachten, 4 wegens onvoldoende bezwaar en 2 waarin de verdachte werd geseind.

De versterking van de magistratuur, inclusief het federaal parket, maakt deel uit van een oefening die we aan het maken zijn voor de besteding van de bijkomende middelen die ik heb kunnen bekomen voor Justitie.

Alexander Van Hoecke:

Mevrouw de minister, u verwijst naar het antwoord dat u vorige week donderdag in de plenaire vergadering hebt gegeven, maar u hebt toen gewoon bevestigd dat het nieuws dat in De Tijd , Knack en Le Soir stond klopte.

U bevestigt dat het federaal parket inderdaad onderzoek voert naar 19 mogelijke oorlogsmisdadigers. Het parket schreeuwt om meer middelen en mankracht om die onderzoeken grondig te kunnen voeren. De vraag is of u daar iets aan zult doen. Zult u ervoor zorgen dat het parket bijkomende middelen krijgt of niet? Daarop geeft u geen antwoord.

U verwijst naar een algemene oefening die wordt gevoerd binnen het bijkomend budget dat u krijgt. Als ik dat bijkomend budget bekijk – als dat budget al klopt, maar dat is een andere vraag – dan zie ik daar voornamelijk één grote uitgavenpost en dat is extra capaciteit voor de gevangenissen. Ik zie niet hoe u nu kunt garanderen dat het openbaar ministerie en het parket bijkomende middelen zullen krijgen om minstens een grondig onderzoek te kunnen voeren naar oorlogsmisdadigers, naar mensen die gefolterd en gemoord hebben, naar IS-terroristen. Dat was uiteindelijk mijn vraag vandaag. Wat kunt u doen om het federaal parket daarbij te ondersteunen? Ik betreur het enorm dat er op die vraag vandaag nog steeds geen antwoord komt.

Voorzitter:

Les questions jointes n os 56010366C et 56010510C de M. Éric Thiébaut et de Mme Marie Meunier, les questions n os 56010998C et 56011169C de M. Julien Ribaudo de même que la question n° 56011210C de M. Jeroen Bergers sont déclarées sans objet.

Alexander Van Hoecke:

Mijnheer de voorzitter, mag ik veronderstellend dat de vragen die als uitgesteld worden beschouwd, ook daadwerkelijk worden uitgesteld? Ik neem aan dat er volgende week geen commissievergadering zal plaatsvinden waarin mondelinge vragen worden beantwoord.

Voorzitter:

Monsieur Van Hoecke, j'ai seulement cité les questions qui étaient sans objet, parce que je n'ai pas reçu de demande de report. Toutes celles qu'on m'a demandé de reporter seront donc posées après les vacances de Noël.

Alexander Van Hoecke:

OK, d'accord. Merci.

Voorzitter:

Met plezier. Dank u wel. Bonne soirée et merci à tous. Merci aux services et à vous, madame la ministre. La réunion publique de commission est levée à 18 h 24. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.24 uur.

De aanwezigheid van Syrische oorlogsmisdadigers in België

Gesteld door

VB Alexander Van Hoecke

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 4 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Alexander Van Hoecke (Vlaams Belang) vindt dat België onvoldoende controleert wie het land binnenkomt en eist grondige screening van Syrische asielzoekers, wijzend op 19 verdachte oorlogsmisdadigers (inclusief IS-terroristen) die hier verblijven, terwijl Justitie bevestigt middelen te ontberen. Annelies Verlinden benadrukt dat het parket onderzoeken voert naar oorlogsmisdaden (zowel door IS als het Assad-regime) en dat daders vervolgd moeten worden, maar erkent dat bevoegdheden beperkt zijn. Van Hoecke kaart aan dat slechts een derde van de 103 teruggekeerde IS-strijders gevangen zit en herhaalt zijn kritiek op het ontbreken van systematische controles, ondanks eerdere waarschuwingen. Verlinden herhaalt dat straffeloosheid onaanvaardbaar is, maar blijft bij de bestaande juridische procedures.

Alexander Van Hoecke:

Vandaag werd bekend dat er een onderzoek loopt naar maar liefst negentien Syrische oorlogsmisdadigers die zich in ons land zouden bevinden. Het gaat om mensen die hebben gefolterd en gemoord. Het parket heeft ook bevestigd dat zich onder die negentien verdachten mogelijk IS-terroristen en Syriëstrijders kunnen bevinden.

Die negentien verdachten zijn waarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg, want het parket geeft zelf aan dat het niet de middelen en de mankracht heeft om die onderzoeken grondig te voeren.

Laten we daar eens twee keer over nadenken. Justitie zegt vandaag dat het geen grondig onderzoek kan voeren naar mensen die uit Syrië naar hier komen en die worden verdacht van de meest walgelijke misdaden denkbaar.

Waar het Vlaams Belang al jaren voor waarschuwt, wordt jammer genoeg vandaag opnieuw en voor de zoveelste keer zwart op wit bevestigd. Deze regering heeft geen enkele controle op wie ons land binnenkomt.

Mevrouw de minister, in 2023 werd al eens een Syriër opgepakt, namelijk iemand die naar hier was gekomen, asiel had aangevraagd en als vluchteling werd erkend. Hij bleek een IS-terrorist te zijn. Niet de overheid ontdekte dat, maar een internationale mensenrechtenorganisatie.

Wij hebben toen al gepleit voor een grondige screening van minstens iedereen die uit Syrië en Irak naar hier is gekomen.

Mevrouw de minister, mijn logische vraag vandaag is dan ook waarom dat niet is gebeurd. Hoe kan het dat de regering vandaag nog steeds geen enkele controle heeft over wie ons land binnenkomt?

Annelies Verlinden:

Mijnheer Van Hoecke, u weet dat de toegang niet onder mijn bevoegdheid valt. Ik kan alleen maar toelichting geven bij wat er vandaag bij het federaal parket gebeurt. Er lopen effectief negentien onderzoeken naar mogelijke oorlogsmisdaden tijdens de periode onder Assad. Het gaat daarbij zowel om strijders van Islamitische Staat als om mensen die betrokken waren bij de gewelddadige onderdrukking van de oppositie ten tijde van Assad. Daarnaast werden intussen acht dossiers zonder gevolg geklasseerd.

Het federaal parket is bevoegd om de onderzoeken naar mogelijke oorlogsmisdaden te voeren, en ze indien nodig te vervolgen, op basis van artikel 8 van de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering. Zo’n onderzoek wordt gestart op basis van informatie op de sociale media, maar ook op basis van informatie die komt van partnerdiensten als het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen en van buitenlandse partners. Dat is een normale manier van werken.

Laat ik heel duidelijk zijn, oorlogsmisdaden en andere schendingen van het internationaal humanitair recht die in Syrië werden begaan, of ze nu door jihadisten, door aanhangers van het voormalige regime of door anderen werden begaan, mogen niet ongestraft blijven. Ik ben dan ook bijzonder blij dat het federaal parket de daad bij het woord voegt en alles doet wat het kan om die onderzoeken te voeren. Waar ons land bevoegd is, zal het federaal parket dat doen, op basis van de bevoegdheden en op basis van de procedures inzake die rechtsvervolging. Die misdaden zullen worden onderzocht en waar mogelijk vervolgd.

In ons land is geen plaats voor oorlogsmisdadigers. Ik heb er alle vertrouwen in het parket en de politie voor het voeren van die onderzoeken.

Alexander Van Hoecke:

Minstens negentien Syrische oorlogsmisdadigers wonen gewoon in ons land, en er wordt geen grondig onderzoek naar gevoerd, want Justitie heeft de middelen niet. Het parket zegt het zelf.

U bent het misschien al vergeten, maar sinds 2015 zijn er maar liefst honderd en drie IS-strijders, terroristen, teruggekeerd naar ons land. Weet u hoeveel van hen vandaag nog in de cel zitten? Amper een derde. Dan vraag ik me af wat er in godsnaam nog moet gebeuren voor deze regering eindelijk aan de alarmbel trekt, voor jullie wakker worden? In 2023 hebben we al gevraagd om iedereen te screenen die uit die regio komt, ook degenen die hier al zijn. Dat is niet gebeurd.

Ik vraag het opnieuw. Waarom laat deze regering toe dat hier mensen van over heel de wereld binnenkomen zonder dat we weten wie die mensen zijn? Daar komen ongelukken van. Dat weet u maar al te goed.

Voorzitter:

Collega’s, ik wil van de gelegenheid gebruik maken om te zeggen dat u uw stem nog kunt uitbrengen. De procedure loopt nog 20 minuten. Er is nog altijd ruimte voor uw stembiljet. Gelieve dus naar zaal 3 te gaan indien u uw stem nog niet zou hebben uitgebracht.

Het weddecomplement voor militairen en burgerpersoneel met paramedische functies

Gesteld door

PVDA Natalie Eggermont

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 3 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Natalie Eggermont bekritiseert dat 14 jaar lang pensioenbijdragen voor nacht- en weekendpremies bij militair ziekenhuispersoneel worden ingehouden maar niet worden meegerekend in hun pensioen, wat ze "diefstal" en "discriminatie" noemt (andere ziekenhuizen wel opgenomen). Volgens haar bevestigt het Rekenhof hun recht op uitbetaling, terwijl minister Jan Jambon stelt dat het dossier eerst grondig moet worden geanalyseerd (budgettaire impact onduidelijk) en een globaal overzicht afwacht voordat actie ondernomen wordt. Eggermont wijst op ongelijkheid (bv. ex-Kamervoorzitter krijgt wel extra pensioen) en eist onmiddellijke oplossing, Jambon belooft systematische afhandeling maar zonder concrete termijn.

Voorzitter:

Les questions n° 56009004C et n° 56010919C de Mme Anja Vanrobaeys ainsi que la question n° 56009964C de M. Vincent Van Quickenborne sont transformées en questions écrites. Les questions n° 56009416C, n° 56010406C et n° 56010408C de M. Dieter Vanbesien ainsi que la question n° 56009448C de Mme Ellen Samyn sont retirées.

Natalie Eggermont:

Mijnheer de minister, bent u ervan op de hoogte dat op de premie voor onregelmatige prestaties in nacht- en weekendwerk voor een deel van het personeel van het militair hospitaal in Neder-Over-Heembeek, toch wel een mooi ziekenhuis, waar ikzelf nog ben geweest, toen ik nog in het UZ van Jette werkte, wel een pensioenbijdrage wordt ingehouden, maar dat die uiteindelijk niet voor het pensioen wordt meegerekend? Zo vertellen mij enkele personeelsleden die voor hun pensioen staan of al met pensioen zijn.

Misschien is dat nieuws voor u en was u, toen u mijn vraag las, even verrast als ik. Ik begrijp dat. Vergissen is menselijk. Er is een fout gebeurd, allang geleden. Men heeft ooit vergeten ergens in een wet dat specifieke ziekenhuis en die prestaties op te nemen in een lijst. Ondertussen is dat wel al veertien jaar aan de gang. Daar zijn al verschillende vragen over gesteld en er is een ontwerp van koninklijk besluit voor gemaakt, maar toch blijft de zaak aanslepen. Ik hoop dat u nu gemotiveerd bent de kwestie rap aan te pakken.

Eigenlijk is het heel eenvoudig. Het weddecomplement moet gewoon opgenomen worden in de lijst van artikel 8, paragraaf 2, eerste lid van de Algemene Wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen. De collega die me contacteerde, was gefrustreerd. Ik hoop dat u dat begrijpt. De zaak sleept al 14 jaar aan. Het personeel begrijpt niet waarom de gewone burger hemel en aarde moet verzetten om gewoon te krijgen waar hij recht op heeft. Er is nu een gigantische bewijslast.

Er zijn heel veel vragen over gesteld en toch wordt dat maar niet in orde gebracht. Zult u de opname van de weddetoeslagen, hopelijk snel, in orde brengen? Wanneer precies? Wat zult u doen? De zaak sleept immers al 14 jaar aan.

Jan Jambon:

Beste collega, het dossier betreffende de opname van weddebijslagen en -supplementen in de pensioenberekening voor zowel burgerlijk als militair verplegend personeel bij Defensie werd nog onder de vorige regering voorbereid, maar nooit uitgevoerd. Het gaat overigens net zoals heel wat andere dossiers al verschillende regeringen mee en de budgettaire impact ervan is momenteel onduidelijk.

Op dit moment is het nog niet mogelijk om een beslissing te nemen. Eerst moeten omwille van een volledig en zorgvuldig onderbouwd overzicht alle weddesupplementen worden geactualiseerd en moet het systeem, inclusief de beslissingen van vorige regeringen grondig worden geanalyseerd. Ik heb de pensioendienst de opdracht gegeven een overzicht op te stellen, waarin alle aanvragen tot gelijkstelling van mandaten en tot opname van weddebijslagen systematisch worden opgelijst. Op die manier kunnen alle dossiers op een consistente en transparante wijze worden behandeld en kunnen we een onverwachte budgettaire impact vermijden.

Kortom, we willen het dossier dus aanpakken, maar ik wil eerst een globaal overzicht ter beschikking hebben.

Natalie Eggermont:

Het antwoord is dus dat u het dossier nu niet in orde brengt, want dat er nog verder onderzoek naar de budgettaire impact moet gebeuren. Het Rekenhof heeft wel geoordeeld dat de betrokkenen recht hebben op uitbetaling, aangezien zij via de inhouding op hun wedde eigenlijk een pensioenbijdrage op hun premie betalen. U int dus het geld, maar geeft het niet terug. Dat is gewoon diefstal.

Er is ook sprake van discriminatie, want de premies voor weekend- en nachtwerk voor het verplegend personeel in andere publieke ziekenhuizen zijn wel opgenomen in de lijst. Als men toevallig in het verkeerde ziekenhuis werkt, krijgt men zijn pensioen niet volledig uitbetaald, terwijl men er wel toe bijdraagt. Dat is gewoon discriminatie.

Mensen begrijpen niet dat de ex-Kamervoorzitter 3.000 euro extra boven op zijn 7.000 euro schept en dat dat als rechtmatig pensioen beschouwd wordt, terwijl het allemaal nog een keer goed bekeken moet worden als zij vragen waar ze recht op hebben!

Voorzitter:

Les questions n° 56009816C, n° 56009817C, n° 56009819C et n° 56010811C de Mme Ludivine Dedonder sont transformées en question écrites.

Oorlogsmisdaden in Bosnië

Gesteld door

PS Khalil Aouasti

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 2 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Khalil Aouasti vraagt of minister Verlinden op de hoogte is van een Italiaanse studie over mensenjachten in Bosnië (1992-1995), waarbij volgens beweringen ook Belgen betrokken waren, en bekritiseert het ontbreken van openbare reactie op deze "banalisering van absoluut kwaad", met de vraag of België een strafonderzoek startte naar deze mogelijke oorlogsmisdaden (die onverjaarbaar zijn). Verlinden bevestigt dat het federale parket de studie kent, maar dat Italië nog geen officiële informatie deelde; via Eurojust wordt om verduidelijking gevraagd, en bij concrete aanwijzingen voor Belgische betrokkenheid volgt een onderzoek volgens de wet. Aouasti uit kritiek op de passiviteit en hoopt op snelle opvolging, benadrukkend dat het "onaanvaardbaar" is dat oorlogsmisdadigers ongestraft bleven voor betaalde moorden op burgers, inclusief vrouwen, kinderen en bejaarden.

Khalil Aouasti:

Madame la ministre, nous avons appris, il y a quelques semaines, que le parquet de Milan a ouvert une enquête sur la base de l’étude réalisée par M. Ezio Gavazzini. Cette étude indique que des chasses d’êtres humains ont été organisées en Bosnie entre 1992 et 1995. Comme si l’horreur de la guerre ne suffisait pas, il fallait encore y ajouter les désirs psychopathes de certaines personnes fortunées.

Il nous est malheureusement rapporté que des Belges ont participé à ces chasses d’êtres humains. Au regard du contexte, ces chasses doivent être qualifiées de crimes de guerre. Or, depuis la sortie de cette information, aucune communication n’a été faite face à cette banalisation du mal absolu, ce qui ne veut évidemment pas dire qu’aucune action n’a été réalisée.

Madame la ministre, avez-vous pris connaissance de cette étude italienne? Si oui, depuis quand? Des Belges y sont-ils effectivement cités? Une enquête pénale a-t-elle été ouverte en Belgique à la suite de ces révélations, à l’instar de ce qui a été fait par le parquet de Milan? Si ce n’est pas le cas, pour quel motif? Enfin, entendez-vous faire usage de votre pouvoir d’injonction positive afin qu’une telle enquête soit menée et que des poursuites puissent intervenir, si ces faits devaient être avérés? Je rappelle que ces crimes sont imprescriptibles.

Annelies Verlinden:

Collègue Aouasti, le parquet fédéral a pris connaissance de l'existence de cette étude italienne publiée dans la presse peu après sa publication. Aucun contact préalable n'a été pris par les autorités judiciaires italiennes. Le bureau belge d'Eurojust a donc interpellé le bureau italien afin d'obtenir plus de renseignements concernant cette étude et l'implication éventuelle de ressortissants belges dans les faits dénoncés.

Sur la base des éléments de réponse que les autorités italiennes transmettront, et s'il y a des indices liés à l'implication de Belges dans ces faits, une enquête pénale sera ouverte en Belgique, conformément aux dispositions légales en vigueur, afin d'examiner de manière approfondie les faits dénoncés.

Khalil Aouasti:

Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je ne sais pas si vous nous donnerez des informations d'initiative ou si je devrai interpeller à nouveau dans quelques semaines ou quelques mois pour savoir si cette information a effectivement été transmise à Eurojust et d'Eurojust au parquet fédéral. J'ose en tout cas espérer que la plus grande attention sera réservée à ce dossier; il est en effet inadmissible que des criminels de guerre aient pu prospérer simplement pour des désirs et des plaisirs qui consistaient à tuer femmes, hommes, enfants et personnes âgées à des prix convenus à l'avance dans un contexte de guerre.

De normering van de defensie-uitgaven

Gesteld door

VB Wouter Vermeersch

Gesteld aan

Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)

op 19 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Wouter Vermeersch kritiseert het gebrek aan concrete plannen en vertraging in de normering van defensie-uitgaven (125 miljoen euro in 2025), ondanks eerdere toezeggingen, en vraagt hoe de verdeling tussen federale overheid en deelstaten precies zal verlopen. Minister Van Peteghem bevestigt enkel dat 167,5 miljoen euro aan pensioenen voor dienstplichtigen nu als militaire uitgave meetelt, maar erkent dat verdere afspraken en een omzendbrief nog in voorbereiding zijn. Vermeersch wijst op politieke haast (2% NAVO-norm) zonder duidelijke financieringsafspraken en vreest dat deelstaten oneerlijk worden belast om federale tekorten op te vangen. De juridische en praktische uitvoering blijft onduidelijk, terwijl de regering de defensiedoelstellingen wel al als prioriteit stelt.

Wouter Vermeersch:

Ik vind het vreemd dat ik de enige ben die hier vragen stelt over de defensie-uitgaven.

In de algemene toelichting bij de begroting voor 2025 werd voorzien in een normering van de defensie-uitgaven ten belope van 125 miljoen euro in 2025. Hiervoor zouden ook de deelstaten aangesproken worden, maar diende eerst binnen de NAVO te worden bekomen dat uitgaven door de gefedereerde entiteiten meegeteld mochten worden voor het behalen van de NAVO-norm.

Mijnheer de minister, welke normeringen zijn reeds gerealiseerd op federaal niveau en welke op het niveau van de deelstaten? Is hierover reeds overleg gepleegd met de deelstaten? Wanneer vond dat laatste overleg plaats?

Zijn de juridische bezwaren met betrekking tot het opnemen van de deelstatelijke uitgaven in de berekening van de NAVO-norm inmiddels uitgeklaard? Wat is het concrete bedrag dat de federale overheid via normeringen dient te realiseren? Wat is het concrete bedrag dat de deelstaten via normeringen dienen te realiseren?

Vincent Van Peteghem:

De invulling van de structurele financiering voor 2025 bestaat uit de normering van uitgaven met betrekking tot de pensioenen die worden uitbetaald aan de dienstplichtigen en die tot heden nog niet als militaire uitgaven werden aangemerkt. Deze uitbetalingen door de Federale Pensioendienst ten belope van 167,5 miljoen euro voldoen aan de NAVO-definitie van militaire uitgaven. De verdere invulling van de structurele financiering is het voorwerp van discussie binnen het kader van de begrotingsopmaak.

Een omzendbrief met betrekking tot de normering wordt voorbereid door de minister van Defensie in samenspraak met mezelf. In dat kader zal ook verder worden gewerkt met de deelstaten aan deze belangrijke normeringsoefening.

Wouter Vermeersch:

Ik vind het vreemd dat deze regering absoluut prioriteit lijkt te geven aan de defensie-uitgaven en dat u dit bijzonder belangrijk vindt, terwijl de omzendbrief nog moet worden opgesteld. Die had al lang klaar moeten zijn, mijnheer de minister, aangezien dit werd aangekondigd bij de begroting voor 2025, die toch al enige tijd geleden in dit Parlement werd goedgekeurd. Er was dus tijd genoeg om daar werk van te maken, want het betreft een belangrijke kwestie. We krijgen opnieuw antwoorden over overleg met de deelstaten – we weten intussen hoe dat verloopt – maar uiteindelijk komt er geen concreet antwoord op de vraag hoe dit precies zal worden aangepakt en hoe dit met de deelstaten zal worden opgelost. U sluit graag aan bij de militaire ambities van premier De Wever en zijn minister Theo Francken, maar u zegt niet wie uiteindelijk de factuur zal moeten betalen, waar die factuur zal terechtkomen en wie voor welk deel zijn verantwoordelijkheid zal nemen. Het is hallucinant dat we eerst naar 2% willen evolueren en daarna nog moeten onderzoeken hoe die uitgaven concreet en correct zullen worden verdeeld binnen de NAVO-norm. Wij krijgen de indruk dat de deelstaten worden gebruikt of misbruikt om federale tekorten te helpen opvangen. Dat kan niet de bedoeling zijn.

De verlenging van de ontsnappingsclausule voor de defensie-uitgaven

Gesteld door

VB Wouter Vermeersch

Gesteld aan

Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)

op 19 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de tijdelijke nationale ontsnappingsclausule voor defensie-uitgaven (tot 2028), die een verborgen begrotingsgat creëert dat vanaf 2029 zichtbaar wordt. Van Peteghem verwijst naar technische rapporten (Monitoringcomité) voor de impact, ontwijkt politieke vragen over verlenging en benadrukt dat de clausule uitzonderlijk moet blijven. Vermeersch kaart aan dat de regering geen transparantie biedt over de politieke strategie (hoop op verlenging?) en het risico van bijkomende besparingen na 2028, ondanks de lopende zoektocht naar 10 miljard euro. De minister ontwijkt concrete antwoorden over overleg met Europa en de wenselijkheid van verlenging.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de minister, voor de berekening van de netto-uitgavengroei, waarover we het daarnet bij een eerdere mondelinge hadden, staat de Europese Commissie tot en met 2028 – dat is belangrijk, want dat is een jaar voor het einde van de regeerperiode – het gebruik van een nationale ontsnappingsclausule toe met betrekking tot defensie-uitgaven, of ten minste een deel daarvan.

Mijnheer de minister, kunt u de actuele impact van die nationale ontsnappingsclausule op het Belgisch netto-uitgavengroeitraject toelichten? Kunt u toelichten welke bijkomende inspanning zal moeten worden geleverd ten gevolge van het wegvallen van die clausule in 2029? Houdt u daarmee al voldoende rekening in uw huidige zoektocht naar 10 miljard euro? Werd met de Europese Commissie al overlegd over een mogelijke verlenging van die clausule, of gokt uw regering dat die in 2028 zal worden verlengd, zodat u er met de 10 miljard euro met de hakken over de sloot toch net zult geraken? Acht u een dergelijke verlenging haalbaar en wenselijk? Ik zie uw antwoord graag tegemoet.

Vincent Van Peteghem:

Mijnheer Vermeersch, de impact van de toepassing van de nationale ontsnappingsclausule staat duidelijk beschreven op pagina 22 van het jongste rapport van het Monitoringcomité. Op diezelfde pagina vindt u ook de tabel. Verdere details kunt u ook op pagina 25 van het rapport van juli 2025 van het Monitoringscomité terugvinden. Gelet op de techniciteit lijkt het mij best dat u de informatie eerst doorneemt en daarna eventueel bijkomende vragen indient, mocht dat voor u als antwoord niet volstaan.

Of een verlenging na 2028 opportuun is, moet dan worden bekeken. Hoe dan ook moet de toepassing van de nationale ontsnappingsclausule de uitzondering blijven en mag het geen afbreuk doen aan het nieuw Europees budgettair kader.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de minister, u verwijst naar een aantal pagina's dat wij moeten doornemen. We zullen dat uiteraard doen. U weet dat ik en mijn collega's dat werk zullen doen. Het zou echter wenselijk zijn dat u dat op voorhand laat weten, zodat we het debat in de commissie kunnen voeren. Nu moeten we weer anderhalve maand wachten vooraleer ik u daarover verder kan ondervragen. Het politiek punt dat we willen maken, is dat de ontsnappingsclausule een bijkomend begrotingsgat verbergt dat in deze legislatuur wordt geslagen. Dat is een bijkomende factuur, die in 2029 wellicht weer op de tafel van de regering belandt. U antwoordt ook niet op de vraag of u hoopt dat die ontsnappingsclausule in 2029 zal worden verlengd. Dat staat niet op die pagina's, want dat is een politieke vraag. Ik vermoed niet dat ik op die technische pagina's zal kunnen lezen wat het standpunt van uw regering daarover is. Ik heb u gevraagd of er met de Europese Commissie reeds overlegd werd over een verlenging van die clausule. Ik vermoed dat ik dat evenmin op die technische pagina's zal lezen. Acht u een dergelijke verlenging haalbaar dan wel wenselijk? Ook die opportuniteitsvraag hebt u niet beantwoord. Ik acht dat toch wel belangrijk. Ik kan natuurlijk mondelinge vragen blijven indienen, maar als u ze niet beantwoordt, zullen we daarop in de volgende vragensessie terugkomen.

De verlenging van het mandaat van de VN-onderzoekscommissie voor Soedan
De situatie in Soedan
De situatie in Soedan
De situatie in Soedan
De humanitaire catastrofe en massamoorden in Darfur (Soedan)
De situatie in Soedan op de agenda van de EU-AU-top
De bloedige oorlog in Soedan
Het geweld in Soedan
De Belgische humanitaire hulp aan Soedan
De toestand in Soedan
De situatie in Soedan
De humanitaire crisis in Soedan
De situatie in Soedan
De crisis en humanitaire situatie in Soedan

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 18 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie richtte zich op twee hoofdthema’s: de catastrofale humanitaire crisis en mogelijke genocide in Soedan, en de controversiële EU-toetreding van Oekraïne te midden van corruptieschandalen. Over Soedan benadrukten parlementsleden de systematische etnische zuiveringen, massale verkrachtingen, hongersnood en 10+ miljoen ontheemden, met name door de *Rapid Support Forces (RSF)* en hun buitenlandse steun (o.a. VAE). België engageerde zich met 37 miljoen euro humanitaire hulp (2025-26), steunt VN-onderzoeken naar oorlogsmisdaden en pleit in de EU voor gerichte sancties en wapenembargo’s, maar vermijdt openlijke confrontatie met de VAE. Kritiek was er op onvoldoende diplomatieke druk, risico’s op afdrifting van hulpgelden en het ontbreken van een duurzaam vredesplan. Over Oekraïne werd de corruptie (o.a. Energoatom-schandaal, Zelensky’s pogingen anticorruptiediensten te ondermijnen) tegenover de EU-toetredingsambities gezet. België steunt toetreding op basis van Kopenhagencriteria (geen versnelling), maar wijst Hongarije’s blokkade af. Kritiek kwam van oppositie op blind steunen van een “structureel corrupt systeem”, miljardensteun zonder controle en het risico op EU-instabiliteit. De regering benadrukte hervormingsmonitoring, maar wees wijziging van de unanimiteitsregel (voorstel Costa) niet af.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, depuis des mois, le Soudan vit l’une des pires crises humanitaires de notre époque. Chaque semaine, les chiffres sont de plus en plus alarmants. Plus de 12 millions de personnes ont été déplacées depuis avril 2023, dont un tiers a dû fuir vers les pays voisins. Quelque 4 millions d’enfants sont déracinés et 17 millions d’enfants sont privés d’école. Les maladies explosent, la famine gagne du terrain, et 70 % des hôpitaux dans les zones de combat sont à l'arrêt. Ce n'est pas seulement une crise humanitaire; d'aucuns parlent de génocide. À Khartoum et à El Fasher, les frappes de drones se multiplient. Les civils sont régulièrement pris pour cibles. Les paramilitaires commettent des crimes contre l'humanité, dont des actes de torture, de viol utilisé comme arme de guerre, d'esclavage sexuel et de déplacement forcé. Le dernier rapport de l'ONU parle même de crimes contre l’humanité et de crimes d'extermination. Les alertes sont régulières. Ainsi, le chef des opérations humanitaires de l'ONU y était encore hier et, revenant du terrain, évoque un véritable spectacle d'horreurs. Il demande davantage de Casques bleus, immédiatement. La secrétaire générale du Conseil danois pour les réfugiés affirme pour sa part que plus de la moitié de la population au Soudan a besoin d'aide. Et alors que le Royaume-Uni annonce envisager de nouvelles sanctions, on entend peu la voix de l'Europe.

Monsieur le ministre, la Belgique ne peut pas se contenter d'observer. Mes questions sont très concrètes. Quelles nouvelles initiatives la Belgique entend-elle prendre immédiatement pour répondre à ces crimes, de façon humanitaire et diplomatique? Porterez-vous, au niveau européen, le renforcement des sanctions contre les responsables des Forces de soutien rapide (FSR), comme envisage de le faire le Royaume-Uni? Soutenez-vous les appels de l'ONU pour une présence renforcée des Casques bleus et pour faire avancer les mécanismes de justice internationale? Enfin, quelle aide humanitaire urgente la Belgique est-elle disposée à envoyer ou a-t-elle déjà envoyée pour les civils pris au piège?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, volgens de Verenigde Naties bevindt Soedan zich in het epicentrum van een van de ernstigste humanitaire crises ter wereld. Het is een vergeten oorlog. Ik ben daar in het verleden al over tussengekomen. Meer dan 30 miljoen mensen hebben dringend hulp nodig, 9,6 miljoen ontheemden en bijna 15 miljoen kinderen. De VN-organisaties, het Wereldvoedselprogramma, allemaal waarschuwen ze voor immense menselijke nood en een nijpend tekort aan middelen. Gisteren zagen we daarover in Terzake nog een reportage. Terwijl delen van het land nu wat rustiger worden, keren miljoenen mensen terug naar hun verwoeste woningen, zonder toegang tot basisvoorzieningen. Honderdduizenden burgers blijven in Darfur en zijn afgesneden van voedsel- en gezondheidszorg.

Ik had graag van u vernomen welke humanitaire of financiële steun ons land heeft verleend aan de Soedanese bevolking via multilaterale of bilaterale kanalen. Overweegt ons land bijkomende bedragen voor het VN Humanitarian Response Plan? Er zou op dit moment slechts 25% gefinancierd zijn.

Zijn er überhaupt nog Belgische ngo’s in de regio actief?

Welke diplomatieke initiatieven heeft ons land genomen of kan het nemen, al dan niet binnen de Europese Unie of de Verenigde Naties, om bij te dragen aan een staakt-het-vuren en een duurzaam vredesproces?

Hoe waarborgt ons land dat de bescherming van burgers, in het bijzonder van vrouwen en kinderen, centraal blijft staan in het buitenlandse en humanitaire beleid ten aanzien van Soedan?

Ellen Samyn:

Ik verwijs naar de twee ingediende vragen.

De toestand in Soedan, en meer bepaald in de regio Darfoer, is sinds de inname van El Fasher door de Rapid Support Forces (RSF) opnieuw volledig ontspoord. Volgens de Verenigde Naties en talloze ngo's gaat het om systematische etnische zuiveringen tegen leden van de Zaghawa-gemeenschap, vergezeld van wijdverspreid seksueel geweld, honger en moordpartijen. De humanitaire situatie is volgens de VN zelfs 'de ergste ter wereld op dit moment'.

Ook de internationale pers, onder meer The New York Times, beschrijft de gruwel in El Fasher als een nieuwe genocide op een oud slagveld. Getuigen spreken over burgers die neergeschoten worden bij vluchtpogingen en kinderen die in ziekenhuizen dierenvoer krijgen wegens honger.

U heeft, terecht, de aanval van de RSF op El Fasher veroordeeld en opgeroepen tot de bescherming van burgers, ik verwijs naar het persbericht van uw kabinet van 27 oktober 2025 en de verklaring waarin u de situatie “afschuwelijk" noemde. Tegelijk kondigde u een Belgische bijdrage van 37 miljoen euro aan voor humanitaire hulp in Soedan in de periode 2025-2026.

Toch blijkt er, internationaal, een opvallend gebrek aan diplomatieke druk en accountability. De Verenigde Arabische Emiraten, die volgens betrouwbare bronnen (waaronder VN-experts) de RSF financieel en militair ondersteunen, worden zelden publiek aangesproken. Ook binnen de Europese Unie lijkt de aandacht voor Soedan beperkt, ondanks de omvang van de crisis.

Welke concrete diplomatieke initiatieven heeft België, bilateraal of via de Europese Unie, ondernomen of voorgesteld om de RSF tot een onmiddellijk staakt-het-vuren en onbelemmerde humanitaire toegang te dwingen? Heeft België hierover overleg gehad met de Verenigde Arabische Emiraten of andere regionale spelers zoals Egypte of Saoedi-Arabië?

Acht u het opportuun dat de Europese Unie en/of België gerichte sancties of wapenembargo's invoert tegen de RSF-leiding of hun buitenlandse financierders, gezien de aanwijzingen van ernstige oorlogsmisdaden en genocide?

Zal er binnen de EU en/of de VN-Raad voor de Mensenrechten gepleit worden voor een internationaal onderzoek of een verwijzing naar het Internationaal Strafhof, gelet op de omvang en de aard van de misdaden?

Hoe zal u garanderen dat de aangekondigde budgettaire bijsturingen van de Belgische ontwikkelingssamenwerking terecht zullen komen bij de noodlijdende bevolking?

Tijdens de hoorzitting in de commissie over de crisis in Soedan verklaarde men dat België in 2025 en 2026 5 miljoen euro zou toekennen aan humanitaire steun voor Soedan. Ook de Belgische bijdrage aan het CERF wordt in 2025 met 3 miljoen euro verhoogd, een wereldwijd noodfonds waarvoor Soedan de belangrijkste begunstigde was in 2024-2025.

In Soedan woedt momenteel de ergste humanitaire crisis ter wereld. De context is er één van een bloedige burgeroorlog, massale interne ontheemding, hongersnood en een volledige institutionele implosie. Zowel de Sudanese Armed Forces (SAF) als de Rapid Support Forces (RSF) worden in VN-rapporten en door onafhankelijke organisaties beschreven als verantwoordelijk voor massamoorden, etnische zuiveringen, grootschalige seksueel geweld en andere misdaden tegen de menselijkheid.

Tegen deze achtergrond heb ik enkele vragen.

Hoe kan uw departement garanderen dat geen enkele euro Belgische middelen terechtkomt bij één van beide strijdende partijen? We weten uit het verleden - bijvoorbeeld in Gaza via organisaties die bleken geïnfiltreerd door Hamas - dat hulpgelden in conflictgebieden wél kunnen afglijden naar gewapende fracties. Welke concrete controlemechanismen hanteert België vandaag specifiek voor Soedan? Volstaan deze of moeten we ze herevalueren?

Kunt u voor deze en de vorige legislatuur oplijsten hoeveel Belgische ontwikkelingssamenwerking jaarlijks naar Soedan is gegaan? Graag uitgesplitst per jaar en per instrument, zodat kan worden nagegaan of de voorziene 5 miljoen euro voor 2025 en 2026 een stijging dan wel een continuering van eerdere bedragen vormt?

Hoe wordt deze steun concreet aangewend? Gaat het om voedselhulp, medische voorraden, toegang tot drinkbaar water, bescherming van vrouwen en meisjes, of andere humanitaire domeinen? En met welke lokale en internationale uitvoerende partners werkt België hiervoor samen?

Zijn er - gezien de extreem verslechterende veiligheidssituatie - bijkomende risicoanalyses uitgevoerd rond de toegang van hulpverleners, de neutraliteit van partners ter plaatse en de mogelijkheid tot effectieve distributie aan de burgerbevolking?

Acht u het verantwoord voor onze Belgische hulpverleners om daar actief te zijn op dit moment? Zijn deze momenteel actief en zo ja, moet Buitenlandse Zaken hen niet laten repatriëren?

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, des civils affamés par plus d'un an de blocus, finalement tués par balles alors qu'ils tentent de fuir ou alignés puis abattus sans remords, des viols en masse, des enfants massacrés, des journalistes tués. Par images satellites, on voit des flaques de sang immenses et des amas de cadavres qui grossissent de jour en jour. C'est la réalité à El Fasher, mais aussi à Bara ou ailleurs au Soudan, un pays dévasté par une bien trop longue guerre, qui ressemble plus à une suite de massacres ethniques qu'à une véritable guerre.

Dans la ville qui vient d'être capturée par les paramilitaires des Forces de soutien rapide (FSR), leur haine s'est exprimée dans toute l'horreur dont ils sont capables: des personnes massacrées par plaisir, par haine et pour des raisons ethniques, des milliers de morts innocents et des dizaines de milliers de déplacés en quelques heures. De rares vidéos diffusées en ligne nous donnent la mesure de ce déchaînement de violence débridée, qui laisse à croire que des crimes de génocide ont été commis à El Fasher comme dans les autres zones contrôlées par les FSR.

Soutenus par les Émirats arabes unis, les rebelles semblent avoir fait du nettoyage ethnique leur combat. Au Soudan, depuis le début de la guerre en 2023, ce sont plus de 10 millions de déplacés, plus de 140 000 morts. C'est une guerre oubliée, monsieur le ministre, où l'impunité totale permet aux criminels de répandre la mort sans être inquiétés. Sans pression diplomatique, sans aide humanitaire massive, sans application de la justice, l'avenir du Soudan est bien sombre, et de nouveaux massacres à intention génocidaire risquent de s'ajouter à une trop longue liste qui comprend El Fasher, d'El Geneina ou du Kordofan.

Monsieur le ministre, que fait la diplomatie belge pour mettre fin à l'horreur de cette guerre au Soudan? Avez-vous engagé des contacts avec les Émirats arabes unis concernant les nombreuses informations témoignant de leur soutien actif aux FSR? La Belgique va-t-elle engager une aide humanitaire massive à la hauteur des besoins? Comment justifier les coupes budgétaires de la coopération au développement avec la multiplication de crises humanitaires telles que celle au Soudan?

Sandro Di Nunzio:

Mijnheer de minister, een verschrikkelijke humanitaire ramp speelt zich af in Soedan. Eind oktober kwam Darfur in handen van de paramilitaire RSF. Op 3 november kondigde het Internationaal Strafhof een onderzoek aan naar oorlogsmisdaden, wat geen gemakkelijke opdracht is aangezien er amper toegang is tot het gebied. De Verenigde Staten hebben de RSF-misdaden reeds erkend als genocide, maar de internationale aandacht hiervoor blijft heel beperkt.

Ik heb hierover enkele vragen. Ten eerste, in welke mate zal ons land concrete steun verlenen om het ICC-onderzoek mee vorm te geven?

Ten tweede, werd dit conflict reeds besproken tijdens een Raad? Zo ja, zijn er al conclusies die u met ons kunt delen?

Ten derde, welke stappen zult u ondernemen om ervoor te zorgen dat het VN-wapenembargo effectief wordt gehandhaafd en waar nodig uitgebreid door gerichte sancties te versterken?

Ten vierde, wat is het standpunt van de Belgische regering met betrekking tot het al dan niet erkennen van de genocide door de RSF? Volgt u de uitspraak van de Verenigde Staten? Zo ja, welke daden zult u stellen om onze verplichtingen onder het genocideverdrag effectief na te komen?

Ten vijfde, welke internationale maatregelen zijn er sinds de val van Darfur genomen op internationaal niveau om humanitaire hulp en artsen toe te laten tot het getroffen gebied? Zal men werk maken van humanitaire corridors?

Ten slotte, welke internationale organisaties zijn nog actief op het terrein en kunnen bijgevolg de nodige steun leveren?

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, le Soudan s'enfonce dans une guerre d'une brutalité extrême, inouïe, entre l'armée régulière et les Forces de soutien rapide (FSR). On parle de dizaines de milliers de morts et de la plus grave crise de déplacés au monde, avec des millions de personnes jetées sur les routes au Soudan et dans les pays voisins.

Ces dernières semaines, un nouveau seuil d'horreur a été franchi avec la chute d'El Fasher. Les témoignages qui nous parviennent parlent de massacres de civils, de violences sexuelles utilisées comme armes de guerre, d'attaques ciblant des populations sur base de leur appartenance ethnique. Dans certaines zones, la famine est délibérément organisée, les hôpitaux sont détruits ou pris pour cible, l'aide humanitaire est bloquée.

J'aimerais donc vous poser quelques questions. Pouvez-vous faire le point sur les démarches diplomatiques qu'a menées la Belgique, seule ou au niveau européen, dans le cadre de ce conflit? Pouvez-vous nous dire à ce propos quel rôle entend jouer l'Union européenne pour participer à une issue durable? Estimez-vous qu'un mécanisme d'enquête internationale et de documentation des crimes commis doive être soutenu? Enfin, la Belgique prend-elle part à un effort humanitaire sur place et dans la région et, si oui, dans quelle mesure?

Nabil Boukili:

Monsieur le Ministre, le Soudan connaît aujourd'hui une catastrophe humanitaire. Certains parlent même d'un génocide d'une ampleur sans précédent. Près de 13 millions de personnes sont déplacées. Des centaines de milliers de personnes sont menacées par la famine et l'on dénombre déjà des dizaines de milliers de morts. Pourtant, ce drame demeure largement ignoré par la communauté internationale.

La guerre qui est en cours au Soudan n'est pas seulement un conflit strictement militaire entre deux armées ou deux égaux. Il s'agit d'une confrontation entre deux pôles de pouvoir qui se sont soumis à l'influence d'acteurs étrangers, qu'ils soient régionaux ou internationaux de manière générale, pour servir des agendas économiques et de politique extérieure.

L'Union Européenne et la Belgique condamnent aujourd'hui la brutalité du RSF, tout comme elle avait auparavant dénoncé les crimes du régime d'Omar el-Bechir. Cependant, l'Europe avait à l'époque contribué à légitimer ce même régime à travers ce processus de Khartoum, comme elle a aussi participé à la légitimation du RSF, notamment avec des financements par le passé à ce niveau-là.

Et on se rappelle aussi qu'en 2017, sous le gouvernement Michel, M. Théo Francken, alors secrétaire d'État à l'Asile et aujourd'hui ministre de la Guerre, a collaboré avec le régime d'Omar el-Bechir pour identifier et renvoyer des réfugiés soudanais, malgré les risques évidents de persécution. Aujourd'hui, il est partenaire dans votre gouvernement.

Monsieur le ministre, mes questions seront donc les suivantes: est-ce que la Belgique plaide, au niveau européen, pour un embargo sur les armes à destination des forces impliquées dans le conflit soudanais, directement ou via des pays tiers, tels que les États-Unis, l'Égypte, l'Arabie saoudite ou les Émirats arabes unis? Qu’allez-vous faire par rapport aux livraisons d'armes aux Émirats arabes? Quels sont les mécanismes de contrôle effectifs permettant de garantir que les armes ou équipements exportés depuis la Belgique ne puissent être utilisés ou transférés ou détournés dans le cadre du conflit au Soudan? Enfin, quelles démarches politiques et diplomatiques la Belgique compte entreprendre pour apporter un climat de paix dans la région? Je vous remercie.

Els Van Hoof:

Ik sluit mij in dit debat aan met een vraag die, zoals mijn collega’s reeds afdoende hebben beschreven, betrekking heeft op de dramatische situatie in Soedan, met systematisch geweld, hongersnood en heel ernstige schendingen van het internationale humanitaire recht. Er wordt opnieuw gesproken over een genocide.

De directeur van de IOM riep vorige week terecht op tot een staakt-het-vuren en de opening van een humanitaire corridor, maar er is geen enkel perspectief.

Ook de fameuze Quad, zijnde de Verenigde Staten, de Verenigde Arabische Emiraten, Saudi-Arabië en Egypte, stelde al een humanitair bestand voor, maar de RSF houden zich daar voorlopig niet aan. Het geweld gaat gewoon door, evenals de wapenleveringen vanuit de Verenigde Arabische Emiraten.

Ondertussen heeft België 37 miljoen euro humanitaire steun toegezegd aan het Central Emergency Response Fund van de VN. U stelt terecht dat humanitaire hulp niet volstaat. Er moet een politieke oplossing komen, een humanitair bestand en een staakt-het-vuren.

Welke inspanningen werden ondernomen door België, samen met de Europese partners, om tot een duurzaam staakt-het-vuren en tot een politieke oplossing van het conflict te komen? Hebt u de wapenleveringen aangekaart in uw diplomatieke contacten met de Verenigde Arabische Emiraten? Zo ja, welke reactie hebt u gekregen?

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, la semaine dernière, les experts auditionnés ont dressé un tableau accablant de la situation du Soudan. Votre représentant a confirmé que la question reste à l'agenda international, notamment au Conseil de l'Union européenne, et que la Belgique a accru son soutien humanitaire et ses contributions au core funding . Cet engagement est essentiel et je souhaite le saluer.

Toutefois, des préoccupations majeures subsistent. Comme vous le savez, l'embargo onusien de 2005 sur les armes liées au conflit du Darfour est toujours largement violé. Aujourd'hui encore, certains États européens continueraient à fournir indirectement des armes au Soudan via les Émirats arabes unis. Je regrette d'ailleurs que certaines armes belges soient retrouvées sur place.

Cependant, comment la Belgique entend-elle agir pour endiguer ce phénomène? La question des États européens qui arment le conflit fait-elle partie des travaux en cours au niveau européen? La méthode du naming and shaming vous paraît-elle pertinente pour dénoncer les États qui se rendent complices de l'alimentation du conflit à l'origine de l'une des plus grandes catastrophes humanitaires actuelles? Plusieurs pays et plusieurs experts recommandent également d'élargir l'embargo à l'ensemble du territoire soudanais, au-delà du seul Darfour, sachant évidemment que les pays voisins deviendraient des lieux de dépôts d'armes. Tout cela est donc compliqué. La Belgique soutient-elle cette approche et comment pourrait-elle concrètement la promouvoir?

Maxime Prévot:

Mevrouw de voorzitster, beste Kamerleden, ik deel uw bezorgdheid volledig. De toestand in Soedan is ronduit catastrofaal en wordt maar al te vaak genegeerd. Miljoenen mensen zitten gevangen in een conflict waar ze niet voor gekozen hebben. Ze worden geconfronteerd met honger, ontheemding en onvoorstelbaar geweld.

De wereld kan niet wegkijken. België veroordeelt ten stelligste alle schendingen van het internationaal humanitair recht en van de mensenrechten, in het bijzonder de schendingen door de Rapid Support Forces van generaal Hemedti en hun bondgenoten.

Ik heb me hier in de commissie al vaak uitgesproken en ik zal dit geweld blijven aanklagen. We zijn bijzonder bezorgd over het geweld tegen burgers, het systematisch seksueel en gendergerelateerd geweld, de standrechtelijke executies, de gedwongen verdwijningen, de willekeurige detenties, de folteringen, de berichten over etnische zuiveringen, het toenemende aantal ernstige schendingen tegen kinderen en de voortdurende inkrimping van de civiele ruimte.

In september 2025 heeft de Fact Finding Mission van de Mensenrechtenraad een verpletterend onderzoeksrapport gepubliceerd, waaruit onomwonden bleek dat de rivaliserende strijdkrachten zich bewust richten op burgers en daarbij gruweldaden plegen die als misdaden tegen de menselijkheid beschouwd kunnen worden. Die situatie is verwerpelijk. Door de misdaden, die door alle partijen gepleegd zijn te documenteren, helpt de onderzoeksmissie ervoor te zorgen dat de verantwoordingsplicht centraal blijft staan in het zoeken naar een duurzame oplossing.

Ik wil u verzekeren dat België bijzonder actief blijft binnen de VN-Mensenrechtenraad. Als een van de 47 leden van de VN-Mensenrechtenraad heeft ons land niet alleen in september voor de verlenging van het mandaat van de Fact Finding Mission gestemd, maar heeft het meer recent ook de oproep voor een speciale zitting van de Mensenrechtenraad mee ondertekend.

Die speciale zitting heeft inmiddels plaatsgevonden op vrijdag 14 november. Na intense onderhandelingen waaraan België actief heeft deelgenomen, heeft de Raad een nieuwe, robuuste resolutie aangenomen, deze keer bij consensus, wat aantoont dat de internationale gemeenschap de ernst van de situatie inziet.

La Belgique continue, par ailleurs, à encourager le renforcement du mandat de la Cour pénale internationale (CPI) au Soudan, saisie par le Conseil de sécurité depuis 2005.

Le Bureau enquête sur les crimes qui auraient été commis au Darfour depuis le déclenchement des hostilités en avril 2023. Il travaille intensivement, notamment par des déploiements sur le terrain et un engagement renforcé avec les groupes de victimes et la société civile. Dans le cadre de l’enquête en cours, le Bureau a pris des mesures immédiates concernant les crimes présumés à El Fasher, afin de préserver et de recueillir des éléments de preuve pertinents qui seront utilisés dans le cadre de futures poursuites.

La récente condamnation par les juges de la CPI du leader djandjawid, M. Ali Muhammad Ali Abdelrahman, pour des crimes similaires commis au Darfour en 2004, est un avertissement pour toutes les parties qu'il y aura bel et bien des comptes à rendre.

We blijven dit dossier met vastberadenheid op de internationale agenda plaatsen en ijveren voor een krachtige internationale respons. Dat heeft de afgelopen maanden geleid tot verschillende gezamenlijke verklaringen van de Europese Unie en internationale donoren. De meest recente dateert van 10 november en die heb ik persoonlijk mee ondertekend. Toen El Fasher werd ingenomen, heb ik de wreedheden en de schendingen van het internationaal humanitair recht in Soedan ook uitdrukkelijk veroordeeld.

Ons doel blijft hetzelfde: een einde maken aan het geweld; veilige, onbelemmerde en permanente humanitaire toegang verkrijgen, zodat humanitaire hulp de getroffen bevolkingsgroepen kan bereiken; de verantwoordelijken voor deze misdaden berechten; de slachtoffers eindelijk beschermen en een overgang naar een civiele macht bewerkstelligen.

Wat betreft de kwalificatie van de feiten als genocide, wens ik erop te wijzen dat niet zomaar één overheid of instantie kan vaststellen of er in een bepaalde situatie sprake is van genocide of niet. Het is een juridische beoordeling die in eerste instantie toekomt aan internationale rechtbanken zoals het Internationaal Strafhof of het Internationaal Gerechtshof, of aan speciale tribunalen zoals het Joegoslaviëtribunaal of het Rwandatribunaal. Uiteraard zie ik wat er op het terrein gebeurt en stel ik vast dat er parallellen kunnen worden getrokken met andere situaties. Op EU-niveau pleiten wij voor een actievere rol van de Unie.

We hebben aangedrongen op de goedkeuring van nieuwe Raadsconclusies, wat op 20 oktober is gebeurd. Tijdens de volgende Raad Buitenlandse Zaken op 20 november zal de situatie in Soedan opnieuw op de agenda staan. Bij die gelegenheid zal de Europese Unie haar aanpak toelichten en nieuwe maatregelen aankondigen.

De Europese Unie blijft in Soedan middelen inzetten vanuit het Instrument voor Nabuurschapsbeleid, Ontwikkeling en Internationale Samenwerking, met de focus op basisbehoeften. Tussen 2021 en 2024 was dat zo'n 300 miljoen euro en een verdere 90 miljoen euro is alvast voorzien in een regionale enveloppe, gericht op een politiek complexe context. De Raad van de EU zal daarenboven eerstdaags het voorstel van de Europese Commissie bespreken om bijkomend 350 miljoen euro aan niet-langer toegewezen middelen uit het Europese Ontwikkelingsfonds ten behoeve van vluchtelingen in te zetten.

Il s'agit également de soutenir les efforts de médiation menés dans le format Quad, qui est composé des Etats-Unis, de l'Égypte, des Émirats arabes-unis et de l'Arabie saoudite. L'Union africaine doit pouvoir jouer un plus grand rôle également. L'Union européenne a d'ailleurs mis à disposition, via le mécanisme d'intervention d'urgence, un million d'euros à la médiation de l'Union africaine.

Le Soudan est aussi abordé dans le cadre des préparatifs du sommet entre l'Union africaine et l'Union européenne. Il sera également à l'agenda du sommet puisqu'il y aura une session consacrée aux questions de paix et de sécurité. Le Soudan a aussi été discuté lors de la récente réunion entre le Comité politique et de sécurité de l'Union européenne et le Conseil de paix et de sécurité de l'Union africaine, au cours de laquelle notre pays s'est d'ailleurs exprimé au nom de l'Union européenne à ce sujet. Je rappelle que dans le cadre de la réorientation et optimisation de notre réseau diplomatique, il a été décidé d'ouvrir un poste spécifique auprès de l'Union africaine, qui sera un outil supplémentaire pour pouvoir peser et plaider dans ce dossier.

S'agissant des sanctions, l'Union européenne a adopté quatre séries de mesures restrictives à l'encontre de huit entités et dix individus issus des deux parties belligérantes. Ces mesures visent à affaiblir les ressources économiques de ceux qui poursuivent les combats afin que les parties en conflit reviennent à la table des négociations. Au vu des événements récents, des discussions sont en cours pour l'adoption de nouvelles sanctions qui seront annoncées ce jeudi. La Belgique a fortement plaidé en ce sens.

Concernant les acteurs extérieurs qui soutiennent les parties au conflit, il faut effectivement reconnaître qu'une multitude d'acteurs de la région, en Afrique et du Golfe, voient dans ce conflit une opportunité, à des degrés divers, d'avancer leurs intérêts géopolitiques ou géoéconomiques au détriment des populations locales. Si les différents appuis extérieurs sont attestés par de nombreux rapports et preuves, je ne sais pas si le naming and shaming fait sens en ce cas d'espèces. Je devrais alors citer à peu près tous les pays environnants et une série de pays du Moyen-Orient impliqués dans le conflit à des degrés divers. La responsabilité est collective. Il est évident que ces soutiens en armes, en financements ou via d'autres formes doivent cesser. La Belgique, comme les autres pays européens, ont exhorté en ce sens.

Il faut se rendre compte que ces influences extérieures peuvent aussi être déterminantes pour parvenir à une solution, en faisant pression sur les belligérants. Il est donc important que les États membres et l'Union européenne intensifient collectivement leurs démarches vis-à-vis des pays de la région et du Golfe, qui peuvent aussi être une source d'apaisement et de solutions. En ce qui me concerne, chaque fois que j'en ai l'occasion, j'aborde la crise du Soudan avec tous les interlocuteurs concernés, afin de faire part de mes préoccupations.

Mme Yigit avait initialement posé une question à laquelle il m'importe d'apporter une clarification. C'est une question qui m'apparaît complètement biaisée sur le processus de Khartoum. Faire croire que l'Union européenne porterait une responsabilité dans la genèse de cette crise serait risible, si la situation n'était pas suffisamment dramatique. Madame Yigit, qui pourra me lire dans le compte rendu, fait vraiment l'impasse sur la complexité de cette crise, qui est le produit d'un enchevêtrement d'intérêts opposés tant politiques, économiques, sociaux que religieux, principalement entre acteurs locaux et régionaux. Quant au processus de Khartoum, il tente de répondre à la traite des êtres humains et au trafic de migrants dans la région. Un certain nombre de projets financés par l'Union européenne ont été mis en œuvre au Soudan pour s'attaquer aux causes profondes de la migration, notamment en renforçant la résilience des communautés locales et en améliorant leurs conditions de vie. En raison des événements survenus au Soudan, le pays a été régulièrement suspendu du processus de Khartoum, et les projets existants de l'Union européenne au Soudan ont été interrompus et progressivement réorientés vers des projets humanitaires.

À propos de l'embargo sur les armes, l'Union européenne met déjà en œuvre un embargo pour le Soudan depuis 1994. Celui-ci s'applique à l'ensemble du territoire et a été modifié en 2011 et en 2014, pour tenir compte des sanctions onusiennes ainsi que de l'indépendance du Soudan du Sud en 2011. Il est crucial que cet embargo soit strictement respecté.

En ce qui concerne le soutien des Forces de soutien rapide (FSR), vu les allégations publiées par différentes ONG, ce risque de détournement doit être pris en compte lors de l'évaluation pré-exportation, au regard des critères de la position commune 2008/944/PESC, en tenant compte du type de matériel en question.

Ten slotte wil ik het hebben over de ernstige humanitaire crisis. Mevrouw Depoorter, helaas staan we nog ver af van een begin van plannen om de wederopbouw en de structurele ontwikkeling van Soedan te bespreken.

Tijdens mijn bezoek in augustus aan een Soedanees vluchtelingenkamp in Ethiopië heb ik een Belgische bijdrage van 5 miljoen euro aan het Humanitair Fonds van de Verenigde Naties voor Soedan aangekondigd, gespreid over de periode 2025-2026.

Ons land was al betrokken bij het steunen van de humanitaire respons in Soedan, met name via bijdragen aan multilaterale fondsen. België behoort tot de tien grootste donoren van het Central Emergency Response Fund van de Verenigde Naties, waarvan Soedan in 2024 en 2025 de belangrijkste begunstigde was. De totale toewijzingen van het Central Emergency Response Fund aan Soedan bedragen dit jaar bijna 47 miljoen dollar. Om aan de omvang van de behoeften te voldoen, heb ik besloten onze bijdrage aan het Central Emergency Response Fund in 2025 met 3 miljoen euro te verhogen, tot 20 miljoen euro.

Daarnaast ondersteunt België ook de algemene middelen van humanitaire organisaties die ter plaatse actief zijn, zoals het Wereldvoedselprogramma, het Hoog Commissariaat van de Verenigde Naties voor Vluchtelingen, UN-OCHA en het Internationaal Comité van het Rode Kruis.

Concernant les aspects budgétaires, madame Mutyebele, je souhaite à nouveau souligner que je n’ai pas voulu réaliser le moindre euro d’économie dans le volet de l’aide humanitaire. Il est donc faux de penser ou de prétendre que la Belgique suit le mouvement général de définancement en la matière.

La priorité est évidemment la négociation d’un cessez ‑ le ‑ feu, afin de permettre à l ’ aide humanitaire d ’ê tre achemin é e vers toutes les populations affect é es, en particulier dans les r é gions les plus s é v è rement touch é es, comme le Darfour et El Fasher. Du c ô t é belge, nous nous effor ç ons de contribuer à un meilleur acc è s en maintenant l ’ approche que je vais décrire.

Premi è rement, la Belgique soutient les organisations humanitaires internationales reconnues qui travaillent avec des m é canismes de distribution s û rs et coordonnés: il s’agit du Comité international de la Croix ‑ Rouge (CICR), du Haut ‑ Commissariat pour les r é fugi é s (HCR), du Bureau de la coordination des affaires humanitaires de l ’ ONU (OCHA), du Programme Alimentaire Mondial (PAM), ainsi que des ONG exp é riment é es dans des contextes à haut risque.

Deuxi è mement, nous collaborons activement au niveau europ é en, ainsi qu ’à l ’é chelle multilat é rale, afin de mettre en place et de maintenir ces m é canismes.

Troisi è mement, la Belgique travaille avec des partenaires internationaux reconnus pour leur fiabilit é et b é n é ficiant d ’ une longue exp é rience, en recourant à des mécanismes de contrôle et d’évaluation stricts. Cela permet de garantir que l’aide bénéficie aux victimes affectées et ne soit pas détournée ou utilisée à mauvais escient.

Quatrièmement, nous plaidons de manière constante en faveur du respect du droit international humanitaire.

Par ailleurs, la contribution belge est utilisée pour répondre aux besoins les plus urgents des populations les plus vulnérables, notamment les personnes déplacées, les femmes et les enfants. Elle finance la distribution de nourriture via le PAM, la fourniture de soins médicaux et de médicaments essentiels, ainsi que l’accès à l’eau potable et à des installations sanitaires.

En ce qui concerne la présence de personnel belge sur le terrain, la Belgique ne déploie pas directement ses propres équipes dans les zones de conflit, en raison des risques extrêmes. L’aide est acheminée par des organisations partenaires.

La diplomatie belge saisit donc pleinement l’extrême gravité de la situation. Nous ne pouvons rester passifs face à des crimes d’une telle ampleur. Je continuerai à faire en sorte que la Belgique, via ses différents canaux et instruments, contribue pleinement à une réponse internationale à la mesure de la catastrophe qui se déroule sous nos yeux.

Rajae Maouane:

Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses.

Il y a, me semble ‑ t ‑ il, une forme d ’ hypocrisie à se dire attach é s à la paix et à l ’ aide humanitaire, tout en r é duisant simultan é ment les budgets consacr é s à la coop é ration au d é veloppement. Nous ne pouvons, d ’ un c ô t é , pr é tendre d é fendre les droits humains sur la sc è ne internationale et, de l ’ autre, affaiblir nos propres outils qui permettent précisément de les protéger.

Maxime Prévot:

Pas l’aide humanitaire.

Rajae Maouane:

J’ai dit la coopération au développement. C'est ce que j'ai dit. Nous sommes donc d'accord; mais c'est très bien de le souligner. Merci.

Président: Michel De Maegd.

Voorzitter: Michel De Maegd.

Cette incohérence amène aussi à une espèce de perte de crédibilité, puisque la Belgique a longtemps été respectée aussi pour ses positions diplomatiques, pour son soft power , pour sa diplomatie fondée sur le droit, la prévention, la coopération. Aujourd'hui, on assiste plutôt à un recul. Vous plaidez auprès de l'Union européenne, qui n'a presque aucune capacité réelle en cette matière; et pendant ce temps, notre propre action nationale est fragilisée, notamment par rapport au Soudan.

Là aussi, j'ai l'impression qu'il y a une minimisation – je me suis peut-être trompée – de la nature du conflit. Vous semblez réduire ce drame à un problème local ou régional, alors que l'ONU parle d'extermination, de crime contre l'humanité. Certains parlent même de génocide. Ce n'est pas juste une erreur d'analyse. Pour moi, c'est un vrai souci.

Nous devons passer la deuxième et être beaucoup plus offensifs et beaucoup plus fermes par rapport à ces États puissants, comme les Émirats arabes unis, qui font du Soudan et des vies humaines un jeu grandeur nature.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, ik ben het er helemaal mee eens. De wereld kan niet wegkijken, ook al is dit een conflict waarbij weinig camera's staan. Het verdient aandacht, niet alleen omdat het strategisch belangrijk is, maar omdat elk mensenleven telt, zoals u hebt verklaard. Het is geen ver-van-ons-bedverhaal, want instabiliteit in de hoorn van Afrika raakt aan migratie, regionale veiligheid en de wereldhandel.

Het gaat echter vooral om menselijkheid, zoals ik in mijn vraag ook heb gezegd. U hebt aangehaald dat ons land en de Europese Unie middelen geven. Dat is allemaal goed en wel, maar geld alleen zal geen levens redden. De hulpkonvooien moeten toegang hebben tot het conflictgebied en de artsen moeten hun werk kunnen doen. Zij moeten toegang krijgen tot ziekenhuizen. De voortdurende bombardementen zullen de mensen ook niet helpen, en dat terwijl de wereld wegkijkt. Zoals u al zei, zijn een structurele aanpak van de Europese Unie en ons land maar ook een diplomatieke aanpak en vooral humanitaire hulp vandaag absoluut noodzakelijk.

Ik ben het ook volledig met u eens dat de verantwoordelijken moeten worden gewezen op hun verantwoordelijkheid. Er moet absoluut een halt worden toegeroepen aan de geldstromen, de wapenstromen, die onschuldige mensenlevens bedreigen.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw uitgebreid antwoord.

De toestand in Soedan is na de val van El Fasher volledig ontspoord. Wat zich vandaag in Soedan afspeelt is niets minder dan een genocide in slow motion: etnische zuiveringen, massamoorden, systematische verkrachtingen, folteringen en de totale vernietiging van gemeenschappen. De humanitaire situatie daar is momenteel de ergste ter wereld. We weten allemaal wat er twintig jaar geleden gebeurd is. Precies daarom is wegkijken vandaag geen optie.

Zoals u daarnet verklaarde, mag de wereld niet wegkijken. Uw woorden van veroordeling zijn noodzakelijk, maar zonder diplomatieke druk, sancties en politieke moed blijven ze een lege huls.

U had het in uw antwoord over geopolitieke belangen in de regio en u vraagt zich af of naming and shaming zinvol is; u zou immers alle buurlanden moeten noemen. U spreekt over een collectieve verantwoordelijkheid.

Wat bijzonder verontrust, is de financiële en militaire levenslijn van de Rapid Support Forces (RSF). De Verenigde Arabische Emiraten (VAE) leveren wapens, drones en munitie aan een militie die verantwoordelijk is voor misdaden tegen de menselijkheid. Wie de RSF bewapent, houdt dit conflict mee in stand. Daarover blijft het oorverdovend stil, ook bij u, mijnheer de minister. Is dat omdat België in de gunst wil blijven van de Emiraten? Zoals we konden vernemen, is België immers een van de financiers van het wapenarsenaal van oliestaten, waaronder de VAE.

Onze fractie veroordeelt dergelijke politieke lafheid, zowel van de Belgische regering als van de Europese Unie, die de Emiraten niet publiek, rechtstreeks en ondubbelzinnig ter verantwoording durven te roepen. Morele verontwaardiging is gemakkelijk. Diplomatieke daadkracht blijkt echter te ontbreken.

Ik wil het ook nog even hebben over de vergeten slachtoffers. Naast de etnische zuiveringen worden christelijke minderheden steeds vaker geviseerd. Ik vraag de regering uitdrukkelijk om ook die vervolging systematisch op te nemen in alle diplomatieke contacten, zowel bilateraal als op EU-niveau.

Ten slotte kom ik bij mijn vraag over de controle op hulpgelden. Humanitaire steun is uiteraard nodig, daaraan twijfelt niemand. Steun zonder controle is echter onverantwoord. Wij eisen dan ook volledige transparantie over de bestemmingen en tussenpartners van de humanitaire steun, evenals een garantie dat geen enkele Belgische euro terechtkomt in de handen van strijdende partijen.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, une fois n'est pas coutume, je voudrais vous féliciter et vous remercier pour votre mobilisation pour l'acheminement de l'aide humanitaire dont ces populations ont tellement besoin. Il est vrai que vous n'avez pas diminué la part de budget consacrée à l'aide humanitaire mais avec la prolifération des conflits dans le monde, vous ne pourrez pas répondre politiquement à tout, à l'augmentation de ces conflits. Vous ne pourrez donc pas augmenter l'aide humanitaire, et je me dois de vous dire que c'est dommage en dépit de mes félicitations liminaires.

Vous avez parlé tout à l'heure de naming and shaming . On ne peut pas parler de naming and shaming , monsieur le ministre, on doit parler de justice, parce que quand on connaît l'importance des ingérences étrangères qui poursuivent chacune des objectifs géopolitiques à visée stratégique, on peut s'interroger parfois sur le silence de nos É tats. Ainsi, vous avez tout à l'heure parlé d'embargo, mais on sait très bien que les É mirats arabes unis achètent des armes en Europe, qu'ils recèlent ensuite avant de les revendre aux belligérants. Donc cette crise n'est pas isolée, même si elle est bien actuellement le résultat d'un désaccord entre deux hommes, ses racines en sont profondes et elles s'étendent bien au-delà de la sphère politique nationale du Soudan.

Pour moi, le silence et l'inaction sont des signes clairs d'une complicité passive de la communauté internationale et d'un désintérêt indigne pour la question soudanaise. Il est plus que temps que nous retrouvions le sens de nos valeurs dans notre politique étrangère, et il est temps de mettre un terme à ce cynisme qui ferme les yeux depuis si longtemps sur des milliers de morts innocents.

Sandro Di Nunzio:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoorden.

Ik ben blij te horen dat ons land al heel wat doet ten behoeve van Soedan. Het is belangrijk dat ons land dat blijft doen en de situatie nauwgezet blijft opvolgen. We kunnen uiteraard niet wachten tot drama's zich voltrekken die te laat bij ons of elders in de wereld op de radar verschijnen. We mogen en kunnen niet wegkijken van het leed in Soedan.

Wat betreft genocide als juridische kwalificatie, hoorde ik dat u vandaag wat terughoudend bent. Over Gaza hebt u destijds echter, weliswaar ten persoonlijken titel, duidelijk het woord genocide in de mond genomen. Ook voor Soedan zijn er experts die over genocide beginnen te spreken of analyses in die richting maken, wat ons land verplichtingen kan opleggen. Precies omdat de situatie zo ernstig is, moeten we het dossier consequent blijven aankaarten op alle fora; in de Europese Unie, de Verenigde Naties en bij Afrikaanse partnerschappen, ook bilateraal.

Mensenrechten, mijnheer de minister, zijn niet à la carte . We kiezen voor een coherente lijn, geen selectieve verontwaardiging. Ons land staat bekend om die coherente lijn. Mensenrechten en de bescherming van burgers gelden in Soedan net zo goed als elders in de wereld, ook daar waar de camera's niet staan. We rekenen op u, mijnheer de minister, om daarvoor op te komen, niet enkel te reageren, maar ook te ageren om het leed en de gruwel die ons niet via de media bereiken, te doen stoppen.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, merci pour votre réponse.

Dans un conflit aussi chaotique que celui en cours au Soudan, où l'accès humanitaire est volontairement entravé et où les violations du droit international sont à tel point massives, la diplomatie est parfois l'un des seuls leviers réellement disponibles, et les démarches que la Belgique soutient au niveau européen montre que même dans un dossier éclipsé par d'autres crises, nous pouvons tout de même essayer de jouer un rôle.

Je vais insister sur un point, car à mes yeux, monsieur le ministre, l'impunité n'est pas une option. Un mécanisme d'enquête internationale est indispensable, et je vous remercie de porter une voix forte en ce sens dans le cadre des travaux de la Cour pénale internationale. Sans documentation rigoureuse, sans collecte de preuves, il n'y aura jamais de justice pour les victimes, ni de limites imposées aux bourreaux, et c'est pourtant très urgent dans ce dossier au Soudan.

Nabil Boukili:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.

Quand on parle d'embargo militaire, ce n'est pas seulement l'embargo sur le Soudan, mais sur toutes les armes qui sont utilisées dans le conflit aujourd'hui. Malheureusement, beaucoup d'armes qui sont utilisées pour tuer les Soudanais aujourd'hui proviennent de l'Europe. Lors des auditions tenues la semaine passée, il a été affirmé par nos invités que des armes en provenance de la France, de la Serbie, de la Bulgarie, seraient utilisées dans le conflit.

Et le 14 novembre, dans De Standaard , il a été publié qu'au niveau de la Belgique, les Émirats constituent également un client important pour les entreprises d'armement belges, notamment wallonnes. Elles bénéficient en cela du soutien du gouvernement wallon de M. Dolimont qui, en décembre 2024, a annoncé son intention de reprendre les livraisons d'armes aux Émirats alors que des restrictions avaient été mises en place. Ces restrictions ont été levées. Donc on va même dans l'autre sens: au lieu de renforcer les restrictions, on fait exactement le contraire, en sachant très bien que ces armes vont finir dans le conflit au Soudan et dans le massacre de la population soudanaise.

Donc quand on parle d'embargo militaire, quels sont les mécanismes qui permettent d'avoir un vrai contrôle? Il ne suffit pas de juste le déclarer ou de le mettre dans une loi: comment, en pratique, veiller à ce que nos armes ne se retrouvent pas dans des conflits où on est en train de massacrer des populations, que ce soit au Soudan ou à Gaza, comme on l'a dit tout à l'heure?

Quant au processus de Khartoum, je suis désolé, on ne peut pas juste dire que c'était pour lutter contre la migration illégale.

Non: on a négocié avec Omar el-Bechir, qui a été condamné par la Cour pénale internationale pour crime de guerre. C'est un criminel de guerre et l'on ne peut ignorer cette information. On ne peut pas négocier avec un criminel de guerre condamné par une cour pénale internationale et trouver cela normal.

Reconnaissons au moins cette erreur et reconnaissons qu'il était inacceptable d'avoir conclu cet accord contre des réfugiés qui fuient cette même dictature d'Omar el-Bechir. On ne peut négocier avec le bourreau pour sauver les autres. Cela ne se fait pas, monsieur le ministre, et j'aurais espéré au moins une condamnation de cet accord inacceptable.

Pierre Kompany:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses responsables. La réflexion nous pousserait à nous demander, avec tous ces conflits dans le monde, ce que vaut encore la vie humaine si, chaque fois, les solutions tardent à venir en raison du nombre trop élevé d'intérêts purement mercantiles à assouvir.

Je vous remercie dès lors, monsieur le ministre, pour le courage dont, je crois, vous faites preuve. Continuez comme cela et nous aurons au moins une chance que la voix de la Belgique soit entendue et pousse l'Europe à des solutions raisonnables.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, de voorbije weken heeft elke illusie over de EU-toetreding van Oekraïne een stevige realitycheck gekregen. Terwijl de Europese Commissie blijft volhouden dat Kiev stappen vooruitzet richting lidmaatschap, ontvouwt zich een andere, minder comfortabele realiteit: een rot nest van corruptie dat tot in de hoogste regionen van de regering reikt. Twee Oekraïense ministers – bevoegd voor Justitie en Energie – hebben hun ontslag aangeboden na hun vermeende betrokkenheid bij een corruptieschandaal van 100 miljoen dollar.

Het gaat niet zomaar over een lokale affaire, maar over fraude bij Energoatom, het strategische nucleaire energiebedrijf dat cruciaal is voor de oorlogsinspanning en voor de energiestabiliteit van het hele land. De anticorruptiedienst NABU voerde een zeventigtal invallen uit, verzamelde duizend uur aan opnames en publiceerde foto's van tassen vol dollars en euro’s, alsof het om een maffiakantoor ging. We spreken hier niet over enkele rotte appels, dit is een georganiseerde criminele structuur die jarenlang kon opereren, bemand door topambtenaren, adviseurs van ministers, veiligheidsverantwoordelijken en opnieuw de beruchte zakenman Minditsj, een oude vertrouweling en zakenpartner van president Zelensky zelf. Dit schandaal toont dat de corruptie in Oekraïne niet op de terugweg is, maar nog altijd welig tiert in de kernsectoren van het land.

Erger nog, enkele maanden geleden probeerde Zelensky zelf nog de anticorruptiedienst te verzwakken via wetgeving die NABU onder politieke controle zou brengen. Pas na massaprotesten en internationale druk – omdat de toetredingsambities in gevaar kwamen – draaide hij dat terug. Dat is geen ambitie voor hervorming, dat is politieke overlevingsdrift.

Het grootste probleem is dat men in Brussel dit alles liever negeert. Terwijl Oekraïense onderzoekers ministers oppakken, blijft de EU luidop dromen van een graduele integratie: roamingtarieven gelijkstellen, energiemarkten koppelen, defensiecoördinatie uitbreiden en SEPA-toegang verlenen. In de praktijk wordt Oekraïne het ene poortje na het andere binnengeleid, terwijl de basisvoorwaarden van de criteria van Kopenhagen niet eens in zicht zijn.

Collega’s, laten we eerlijk zijn. Alles wat de EU voor toetreding vraagt – onafhankelijke instellingen, een sterke rechtsstaat, een geloofwaardige strijd tegen corruptie – staat vandaag onder permanente druk. Het Oekraïense parlement is monocolor en critici worden geïntimideerd. Het anticorruptiesysteem moet voortdurend door buitenlandse partners worden rechtgehouden en strategische sectoren zitten vol informele machtsnetwerken.

Toch moeten wij hier geloven dat Oekraïne binnen enkele jaren klaarstaat om deel te worden van de Europese Unie, alsof dit geen miljarden euro's zal kosten, alsof de Oekraïense landbouw, zo groot als Frankrijk, de hele Europese begroting niet zal doen imploderen, alsof de Vlaamse belastingbetaler niet opnieuw voor de rekening zal opdraaien.

Voor het Vlaams Belang is het glashelder: lidmaatschap van de Europese Unie is geen mensenrechtenprijs, geen oorlogscompensatie en geen geopolitiek geschenk. Lidmaatschap moet op basis van criteria en niet op basis van sentiment worden verdiend. De recente corruptieschandalen tonen geen tegenslag in moeilijke tijden, maar een systeem dat fundamenteel niet functioneert. Een land dat in oorlogstijd miljoenen laat verdwijnen via zijn eigen energiebedrijf is niet klaar voor EU-lidmaatschap. Een land waarvan de president de anticorruptiediensten wil inperken, is niet klaar voor EU-lidmaatschap. Een land waar ministers in- en uitstappen wegens fraudebeschuldigingen is niet klaar voor EU-lidmaatschap.

Collega's, het is tijd om de romantiek te laten varen en de realiteit onder ogen te zien. We kunnen solidariteit met Oekraïne tonen zonder onze eigen democratie, begroting en rechtsstaat op het spel te zetten. Dat betekent wel dat we het lef moeten hebben om te zeggen wat men in Brussel niet durft te zeggen. Oekraïne is vandaag absoluut niet klaar voor een toetreding tot de Europese Unie, niet morgen, niet volgend jaar en waarschijnlijk ook niet binnen tien jaar.

Vlaams Belang weigert mee te stappen in een politiek verhaal dat enkel drijft op symboliek. Geen uitholling van het vetorecht, geen versnelde integratie via achterpoortjes en geen miljardenrekeningen voor Vlaanderen op basis van hoop en wensdenken.

Vandaag las ik in de krant dat premier De Wever jaarlijks 1 miljard euro aan Zelensky wil geven. Voor wat? Een gouden toilet voor de comedian? Een miljard euro om nog wat andere sporttassen met geld te vullen? Dit is ongezien. We moeten de Oekraïners in hun oorlog tegen Rusland helpen, maar aangezien de corruptieschandalen zich opstapelen, denk ik dat nog meer geld naar dat land sturen hen niet zal helpen.

Mijnheer de minister, erkent de regering dat het unanimiteitsbeginsel bij toetredingsbesluiten een fundamentele waarborg is voor de soevereiniteit van een lidstaat en dus niet mag worden uitgehold? Hoe beoordeelt de regering het voorstel van Antonio Costa om het EU-lidmaatschap van Oekraïne te bespoedigen door de regels tijdens het proces te wijzigen? Is de regering bereid zich te verzetten tegen pogingen om de toetredingsprocedure te politiseren en de Kopenhagencriteria te ondermijnen? Zal de regering binnen de Europese Raad het standpunt innemen dat een versnelde toetreding van Oekraïne gegeven de oorlogssituatie, de economische instabiliteit en de wijdverspreide corruptie de Europese Unie dreigt te ontwrichten?

Is de regering bereid die bezorgdheden officieel te agenderen binnen de Europese instellingen en zich uit te spreken tegen het gevaarlijke precedent?

Ik kijk alvast uit naar uw antwoorden.

Maxime Prévot:

Ons land heeft de EU-perspectieven van Oekraïne steeds gesteund. Uitbreiding van de Europese Unie is een instrument voor hervormingen en om vrede en stabiliteit alsook onze eigen veiligheid op het Europese continent te bewerkstelligen.

Het toegenomen geopolitieke belang van de EU-uitbreiding betekent echter niet dat ons land pleit voor of akkoord gaat met een versnelde uitbreidingsprocedure. Voldoen aan de Kopenhagencriteria blijft absoluut noodzakelijk om lid te kunnen worden van de Europese Unie. Dat geldt voor alle kandidaat-lidstaten, inclusief Oekraïne.

Het toetredingsproces is er net op gericht om via een strikte conditionaliteit diepgaande hervormingen af te dwingen op het vlak van de rechtsstaat, de democratische vrijheden, de mensenrechten en de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad. Dat is niet alleen belangrijk om de goede werking van een uitgebreide Europese Unie te verzekeren, maar ook om het functioneren van de interne markt te waarborgen.

Sinds Oekraïne in juni 2022 de status van kandidaat-lidstaat kreeg, heeft het land in moeilijke omstandigheden effectief hervormingen doorgevoerd en vooruitgang geboekt. Desondanks kampt Oekraïne nog steeds met belangrijke uitdagingen op het vlak van de rechtsstaat en de corruptiebestrijding. Ons land zal de hervormingsinspanningen van Oekraïne blijven monitoren, onder meer via onze ambassade ter plaatse.

Een toetredingsproces op basis van eigen verdiensten betekent echter ook dat de Europese Unie reële vooruitgang moet erkennen en belonen. Ik betreur dan ook de huidige Hongaarse blokkering van het toetredingsproces, die zich inschrijft in een bredere problematiek waarbij bepaalde EU-lidstaten bilaterale geschillen misbruiken om naburige kandidaat-lidstaten te blokkeren in het toetredingsproces.

Dit tast niet alleen de geloofwaardigheid van het Europees uitbreidingsbeleid aan, maar neemt ook de incentives weg bij de kandidaat-lidstaten om de noodzakelijke hervormingen door te voeren.

Het voorstel van de voorzitter van de Europese Raad, de heer Costa, voorziet uitsluitend in het gebruik van een qualified majority voting (QMV) bij enkele technische tussenstappen. Er wordt dus niet geraakt aan de unanimiteitsvereiste voor de belangrijke politieke beslissingen in het toetredingsproces.

Ik wens u eraan te herinneren dat er momenteel zo'n 150 tussenstappen zijn gedurende het proces waarvoor unanimiteit nodig is. Ik verwelkom de discussie over manieren om de negatieve impact van de eerder vermelde bilaterale blokkades te omzeilen.

Wat betreft de mogelijke impact van een eventuele toekomstige toetreding van Oekraïne, wens ik te benadrukken dat België, parallel aan het uitbreidingsproces, steevast pleit voor een interne hervorming van de EU, om ervoor te zorgen dat ook een uitgebreide Unie de nodige slagkracht behoudt en efficiënt kan blijven functioneren.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, u kunt hier nog 1.000 keer herhalen dat Oekraïne vooruitgang boekt, maar u weet net zo goed als ik dat dat simpelweg onwaar is. Volgens de Kopenhagencriteria heeft Oekraïne 0,0 vooruitgang geboekt. Niets, geen rechtsstaat, geen stabiele instellingen, geen onafhankelijke anticorruptieorganen. Integendeel, het land gaat achteruit. Elke maand, misschien zelfs al elke week is er een nieuw corruptieschandaal. Ministers die ontslag nemen, zakenpartners van Zelensky die miljoenen euro's wegsluizen, sporttassen vol cash, gouden toiletten en ondertussen probeert diezelfde president ook nog eens een anticorruptiedienst te muilkorven of skiresorts op te richten in zijn land.

Dit is geen jonge democratie in transitie, dit is een structureel corrupt systeem. Is het geen minister, dan is het een entourage. Is het niet de entourage, dan is het de president zelf die wetten probeert te herschrijven om kritische onderzoekers te neutraliseren. Dat is wat de geloofwaardigheid van de EU aantast, niet de houding van Hongarije, maar wel het feit dat de EU corruptie steunt en beloont.

Ik kom bij de kern van de zaak. U en de premier, de heer De Wever, geven dat land doodleuk een miljard euro per jaar. We leven in een land waar gezinnen hun facturen niet meer kunnen betalen. Onze defensie is uitgehold en Vlaanderen is al jaren nettobetaler. Vervolgens beslist de regering waarvan u zelf deel uitmaakt om een miljard euro naar een corrupt regime te sturen dat aan geen enkel toetredingscriterium voldoet.

Laat ons eerlijk zijn, mijnheer de minister, Oekraïners zullen van dat geld nul euro zien. Geen enkele Oekraïense soldaat, geen enkele familie, geen enkele burger zal iets voelen van dat miljard. Het verdwijnt in dezelfde netwerken, dezelfde systemen en dezelfde zakken waarin nu al honderden miljoenen euro's zijn verdwenen. De Vlaamse belastingbetaler mag opnieuw opdraaien voor een land dat volgens u vooruitgang boekt, maar volgens alle objectieve criteria juist afglijdt.

Mijnheer de minister, u mag dit proberen te verkopen als solidariteit, als geopolitiek of als stilaan integreren in Europa, maar de waarheid is simpel, hard en pijnlijk. Het is een cheque zonder controle, zonder voorwaarden en zonder verstand. De Vlaming moet daarvoor betalen. Ik dien bij dezen dan ook een motie van aanbeveling in.

Moties

Motions

Voorzitter:

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.

En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.

Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Britt Huybrechts en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellatie van mevrouw Britt Huybrechts

en het antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking,

- gelet op artikel 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, waarin de procedure voor toetreding van nieuwe lidstaten is vastgelegd, inclusief de noodzaak tot unanimiteit bij de beslissing om onderhandelingen te openen;

- gelet op de Kopenhagencriteria, die bepalen dat kandidaat-lidstaten over stabiele instellingen moeten beschikken die de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de bescherming van minderheden waarborgen, en dat ze moeten beschikken over een functionerende markteconomie en het vermogen om de verplichtingen van het EU-lidmaatschap na te komen;

- overwegende dat de voorzitter van de Europese Raad, Antonio Costa, een wijziging van deze regels voorstelt teneinde Oekraïne versneld tot toetredingsonderhandelingen toe te laten door de unanimiteitsregel te vervangen door een besluit bij gekwalificeerde meerderheid;

- overwegende dat een dergelijke ingreep neerkomt op het wijzigen van de spelregels tijdens het proces en daarmee een gevaarlijk precedent schept dat ook voor toekomstige toetredingskandidaten, zoals Moldavië of Turkije, kan gelden;

- overwegende dat Oekraïne zich momenteel in een oorlogssituatie bevindt, dat het land economisch zwaar ontwricht is en dat internationale rapporten wijzen op aanhoudende problemen met corruptie en de werking van de rechtsstaat;

- overwegende dat een versnelde toetreding van Oekraïne aanzienlijke politieke en sociaal-economische gevolgen zou hebben voor de huidige lidstaten, waaronder oneerlijke concurrentie voor landbouwers, massale migratiestromen en verhoogde druk op de EU-begroting;

- overwegende dat een dergelijk besluit de Europese Unie rechtstreeks in de frontlinie met Rusland kan plaatsen en zo de kans op escalatie vergroot;

- overwegende dat toetreding tot de Europese Unie een juridisch en objectief traject moet blijven, en geen instrument mag worden van geopolitieke symboliek of opportunisme;

vraagt de regering

- te erkennen dat het unanimiteitsbeginsel bij de opening van toetredingsonderhandelingen een fundamentele waarborg is voor de soevereiniteit van de lidstaten en daarom niet mag worden uitgehold;

- het voorstel van de voorzitter van de Europese Raad om Oekraïne versneld tot de Unie toe te laten en daarbij de spelregels te wijzigen, af te wijzen;

- er bij de Europese instellingen op aan te dringen dat de toetredingsprocedure strikt en objectief moet verlopen volgens de Kopenhagencriteria, en niet mag worden gepolitiseerd of versneld om geopolitieke redenen;

- in de Raad van de Europese Unie duidelijk stelling te nemen tegen de versnelde toetreding van Oekraïne zolang het land niet voldoet aan de noodzakelijke voorwaarden inzake democratie, rechtsstaat, economische stabiliteit en corruptiebestrijding;

- deze positie officieel kenbaar te maken binnen de Europese Raad en in de contacten met andere lidstaten. "

Une motion de recommandation a été déposée par Mme Britt Huybrechts et est libellée comme suit:

" La Chambre,

ayant entendu l'interpellation de Mme Britt Huybrechts

et la réponse du ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement,

- eu égard à l'article 49 du traité sur l'Union européenne, qui fixe la procédure d'adhésion de nouveaux États membres et dispose qu'il est nécessaire d'atteindre l'unanimité pour la décision relative à l'ouverture de négociations;

- eu égard aux critères de Copenhague, qui disposent que les États candidats doivent disposer d'institutions stables garantissant la démocratie, l'État de droit, les droits humains et la protection des minorités ainsi que d’une économie de marché viable et qu'ils doivent être aptes à assumer les obligations découlant de l’adhésion à l'UE;

- considérant que le président du Conseil européen, António Costa, propose de modifier ces règles en vue de remplacer la règle de l'unanimité par une décision à la majorité qualifiée et ainsi, d'accélérer la décision d'autoriser l'Ukraine à participer à des négociations d'adhésion;

- considérant qu'une telle modification revient à changer les règles du jeu pendant le processus et crée ainsi un dangereux précédent qui pourrait également être invoqué pour de futurs candidats à l'adhésion tels que la Moldavie ou la Turquie;

- considérant que l'Ukraine se trouve actuellement en situation de guerre, que le pays a été gravement déstabilisé sur le plan économique et que des problèmes persistants en matière de corruption et de fonctionnement de l'État de droit sont évoqués dans des rapports internationaux;

- considérant qu'une adhésion accélérée de l'Ukraine entraînerait des conséquences politiques et socioéconomiques considérables pour les États membres actuels, parmi lesquelles une concurrence déloyale vis-à-vis des agriculteurs, des flux migratoires massifs et une aggravation de la pression sur le budget de l'UE;

- considérant qu'une telle décision risque de placer directement l'Union européenne sur la ligne de front avec la Russie et augmente ainsi le risque d'escalade;

- considérant que l'adhésion à l'Union européenne doit rester un trajet juridique et objectif et ne doit pas devenir un instrument de symbolique géopolitique ou d'opportunisme;

demande au gouvernement

- de reconnaître que le principe d'unanimité constitue une garantie fondamentale de la souveraineté des États membres dans le cadre de l'ouverture de négociations d'adhésion et ne doit donc pas être vidé de sa substance;

- de rejeter la proposition du président du Conseil européen visant à accepter une adhésion accélérée de l'Ukraine à l'Union en modifiant les règles du jeu;

- d'insister auprès des institutions européennes sur le fait que la procédure d'adhésion doit se dérouler dans un cadre strict et objectif en fonction des critères de Copenhague et qu'elle ne doit pas être politisée ou accélérée pour des raisons géopolitiques;

- d'adopter une position claire au Conseil de l'Union européenne en s'opposant à l'adhésion accélérée de l'Ukraine tant que le pays ne satisfait pas aux conditions nécessaires en matière de démocratie, d'État de droit, de stabilité économique et de lutte contre la corruption;

- de faire connaître officiellement cette position au Conseil européen et dans ses contacts avec d'autres États membres. "

Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Pierre Kompany.

Une motion pure et simple a été déposée par M. Pierre Kompany .

Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.

Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, de ontmanteling van een terreurcel in Antwerpen die een aanslag met een drone op premier Bart De Wever en andere politici, onder wie Wilders en Van Doesburg, zou hebben voorbereid, heeft het land diep geschokt.

Het onderzoek onthult niet alleen een binnenlands veiligheidsprobleem, maar legt ook een complex internationaal netwerk bloot van jihadistische contacten, buitenlandse financiering en digitale radicalisering. In soortgelijke dossiers zien we bovendien steeds vaker dat radicale groeperingen in België rechtstreeks gelinkt zijn aan buitenlandse actoren, financiers, religieuze organisaties of onlinekanalen die opereren vanuit landen waar extremistische ideologieën vrij spel krijgen. België is door zijn opengrenzenbeleid en lakse terugkeerbeleid bijzonder kwetsbaar geworden voor deze internationale invloeden.

De dreiging beperkt zich niet langer tot schimmige internetfora of geïsoleerde cellen, maar evolueert naar technisch en technologisch hoogstaande operaties – in dit geval met drones – die enkel mogelijk zijn dankzij grensoverschrijdende knowhow, financiering en connecties. Deze nieuwe generatie terreur verdient dan ook een nieuwe aanpak waarbij diplomatie, buitenlandse inlichtingen en veiligheidsbeleid hand in hand gaan. Wat echter opvalt, is dat u in eerdere communicatie, tijdens het Belgische EU-voorzitterschap, vooral gewelddadig extreemrechts als prioriteit naar voren schoof binnen de Europese werkgroepen rond terrorismebestrijding.

Uit uw eigen cijfers blijkt nochtans dat jihadistisch extremisme veruit de grootste bedreiging blijft, verantwoordelijk voor het merendeel van de dodelijke aanslagen in Europa. Terwijl onze steden jarenlang zijn geteisterd door aanslagen van islamistische terroristen, lijkt de federale focus steeds meer te verschuiven naar een ideologische evenwichtsoefening. Men durft de jihadistische dreiging nauwelijks nog bij naam te noemen, wellicht uit angst om stigmatiserend te zijn, terwijl de bevolking recht heeft op bescherming tegen de echte vijanden van onze vrijheid.

Het Vlaams Belang stelt vast dat ons land jarenlang ontwikkelingshulp en samenwerkingsakkoorden in stand hield met staten die radicalisering toelaten, weigeren hun onderdanen terug te nemen of onvoldoende meewerken aan veiligheidsinformatie. Dat is niet alleen onverantwoord, het is gevaarlijk. Diplomatie mag geen blind idealisme zijn. Wie radicalisering toelaat, moet dat voelen, financieel en politiek.

Vorige week donderdag was het ook tien jaar geleden dat de terroristische aanslag op de Bataclan in Parijs plaatsvond. In tegenstelling tot wat veel mensen hopen, is ons beleid tegenover moslimextremisme nog altijd veel te soft en blijft ook onze houding tegenover moslimextremisme veel te soft. Weet u dat er sinds 9/11 al meer dan 48.500 dodelijke terroristische aanslagen hebben plaatsgevonden? In de laatste 30 dagen alleen al waren er meer dan 95 aanslagen in 16 verschillende landen, waarbij 2.318 doden en 379 gewonden vielen. En dan kennen we eigenlijk nog niet alle cijfers. Daarom wens ik u de volgende vragen te stellen.

Hebt u kennis van mogelijke buitenlandse connecties of financieringsstromen in het onderzoek? Werkt u daarvoor samen met uw collega’s van Justitie, Binnenlandse Zaken en Defensie? Werd er al contact opgenomen met buitenlandse partners of inlichtingendiensten via diplomatieke kanalen om informatie uit te wisselen over mogelijke internationale betrokkenheid?

Zult u binnen de Europese Raad Buitenlandse Zaken of de NAVO pleiten voor versterkte samenwerking rond islamterrorisme, met gebruik van drones en nieuwe technologieën, aangezien dergelijke middelen steeds vaker door jihadistische netwerken worden ingezet? Doet deze zaak u inzien dat ontwikkelingshulp en internationale samenwerking niet blind mogen worden ingezet bij landen die weigeren hun illegale criminele onderdanen terug te nemen of radicalisering tolereren?

Hoe ziet u de rol van de Belgische diplomatie bij het detecteren en doorgeven van veiligheidsinformatie uit het buitenland die relevant kan zijn voor onze binnenlandse veiligheid? Welke procedures bestaan er daarvoor?

Tot slot, als blijkt dat de terreurcel nauwe banden had met bepaalde landen, welke diplomatieke consequenties of gevolgen koppelt u daar dan aan op het vlak van financiële steun? Zult u desgevallend ook de ambassadeur op het matje roepen?

Maxime Prévot:

Mevrouw Huybrechts, net als u was ik gechoqueerd door de recente ontmanteling van een cel die een aanslag voorbereidde op premier De Wever en andere politieke figuren. Dat het plan tijdig werd verijdeld, getuigt van de efficiëntie van onze politie- en inlichtingendiensten.

Over eventuele buitenlandse betrokkenheid kan ik mij momenteel niet uitspreken, aangezien het gerechtelijk onderzoek nog loopt. Ook mogelijke diplomatieke gevolgen zijn op dit moment speculatief. Wat het gebruik van nieuwe technologieën en drones door terroristische groeperingen betreft, dit is een aandachtspunt binnen internationale fora en wordt nauwgezet opgevolgd door mijn diensten.

Ik zie geen verband tussen de gebeurtenissen in Antwerpen, die twee jonge Belgen betreffen, en het internationale samenwerkingsbeleid van deze regering. In tegenstelling tot wat u suggereert, wordt het budget voor internationale samenwerking nooit blind voortgezet. Integendeel, dit is een van de meest gecontroleerde en geëvalueerde budgetten van de federale overheid.

Migratie vormt een essentieel onderdeel van onze bilaterale relaties met landen van herkomst en transit. Een geïntegreerde whole-of-governmentaanpak is cruciaal om duurzame, alomvattende en op vertrouwen gebaseerde partnerschappen uit te bouwen. Daarbij streven wij naar een evenwicht tussen het terugnamebeleid, samenwerking op het vlak van justitie, veiligheid, visumbeleid en sociale fraude, en een gezamenlijke inzet rond onderwijs, energie, handel, ontwikkelingssamenwerking en klimaat.

Britt Huybrechts:

Ik dank u voor uw antwoord, maar u bewijst eigenlijk mijn punt. U zegt geschokt te zijn over wat er in Antwerpen aan het licht is gekomen, en dat is absoluut terecht. Tegelijk – ik begrijp dat u nog niet veel kunt toelichten – veroordeelt u in mijn ogen het extremisme dat vandaag in Europa aanwezig is, weliswaar langs islamitische kant, veel te weinig.

U zegt dat we een goed ontwikkelingsbeleid hebben en goede diplomatieke contacten met andere landen inzake terugname, maar er worden te weinig mensen teruggestuurd. Als er voldoende zou worden teruggestuurd, dan zou er geen overbevolking zijn in onze gevangenissen. U stelde ook dat de daders, of vermoedelijke daders, twee Belgen waren. Het blijft opmerkelijk dat zij een migratieachtergrond hebben van, opnieuw, een land waar de islam sterk aanwezig is.

Ik heb geen vertrouwen in wat u hebt uiteengezet en ik zal opnieuw een motie van aanbeveling indienen.

Moties

Motions

Voorzitter:

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Britt Huybrechts en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van mevrouw Britt Huybrechts en het antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking, - gelet op het belang van de nationale veiligheid en de noodzaak om buitenlandse connecties van terreurnetwerken grondig te onderzoeken en aan te pakken; - gelet op de rol van de diplomatieke diensten bij de internationale informatie-uitwisseling en het detecteren van buitenlandse dreigingen die een directe impact kunnen hebben op de binnenlandse veiligheid; - overwegende dat het recente terreuronderzoek in Antwerpen aanwijzingen bevat van mogelijke buitenlandse financieringsstromen, radicaliseringskanalen en technologische ondersteuning vanuit het buitenland; - overwegende dat de gebruikte middelen, waaronder drones, wijzen op een evolutie van het jihadistisch terrorisme naar hoogtechnologische methoden met internationale vertakkingen; - overwegende dat België in het verleden herhaaldelijk heeft samengewerkt met landen die radicalisering tolereren of weigeren hun eigen onderdanen terug te nemen, en dat deze houding een veiligheidsrisico vormt voor onze burgers; - overwegende dat ontwikkelingshulp en internationale samenwerking niet blind rnogen worden voortgezet met regimes of landen die nalaten te handelen tegen radicalisering of die terrorisme actief of passief ondersteunen; - overwegende dat het de taak is van de Belgische diplomatie om buitenlandse inlichtingen tijdig te detecteren en door te geven aan de bevoegde veiligheidsdiensten; - overwegende dat de Belgische regering een duidelijk signaal moet geven aan landen die radicalisering of terreur faciliteren, zowel diplomatiek als financieel; vraagt de regering - de buitenlandse connecties en financieringsstromen die aan de terreurcel in Antwerpen gelinkt kunnen worden, grondig te laten onderzoeken in nauwe samenwerking met Justitie, Binnenlandse Zaken en Defensie. - via diplomatieke kanalen en internationale partners actief informatie uit te wisselen over de mogelijke internationale betrokkenheid bij deze terreurcel; - binnen de Europese Raad Buitenlandse Zaken en de NAVO te pleiten voor een versterkte samenwerking inzake terrorismebestrijding met bijzondere aandacht voor het gebruik van drones en nieuwe technologieën door jihadistische netwerken; - de ontwikkelingshulp en internationale samenwerking structureel te koppelen aan terugnameverplichtingen en duidelijke veiligheidscriteria, zodat landen die radicalisering toelaten of weigeren hun onderdanen terug te nemen, financieel worden aangesproken; - de procedures binnen de Belgische diplomatie te versterken voor het detecteren en doorgeven van buitenlandse veiligheidsinformatie aan de bevoegde diensten, zodat potentiële dreigingen sneller kunnen worden ingeschat en voorkomen; - indien blijkt dat bepaalde landen rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken waren bij de financiering of ondersteuning van deze terreurcel, de nodige diplomatieke stappen te zetten, waaronder het oproepen van de ambassadeur of het herzien van financiële steun. " Une motion de recommandation a été déposée par Mme Britt Huybrechts et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de Mme Britt Huybrechts et la réponse du ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement, - eu égard à l'importance de la sécurité nationale et à la nécessité de mener une enquête approfondie sur les connexions étrangères des réseaux terroristes et de lutter contre celles-ci; - eu égard au rôle joué par les services diplomatiques dans l'échange international d'informations et la détection de menaces étrangères susceptibles d'avoir une incidence directe sur la sécurité intérieure; - considérant que l'enquête pour terrorisme menée récemment à Anvers comporte des indices de possibles flux de financement étrangers, de canaux de radicalisation et d'appui technologique éventuels depuis l'étranger; - considérant que les moyens utilisés, notamment des drones, indiquent une évolution du terrorisme djihadiste vers des méthodes de haute technologie aux ramifications internationales; - considérant que, par le passé, la Belgique a coopéré à plusieurs reprises avec des pays tolérant la radicalisation ou refusant de réadmettre leurs ressortissants, et que cette attitude pose un risque pour la sécurité de nos citoyens; - considérant que l'on ne peut poursuivre aveuglément l'aide au développement et la coopération internationale avec des régimes ou des pays qui n'agissent pas contre la radicalisation ou qui soutiennent activement ou passivement le terrorisme; - considérant qu'il n'appartient pas à la diplomatie belge de détecter à temps des renseignements étrangers et de les transmettre aux services de sécurité compétents; - considérant que le gouvernement belge doit, tant diplomatiquement que financièrement, envoyer un signal clair aux pays qui facilitent la radicalisation ou le terrorisme; demande au gouvernement - de mener une enquête approfondie sur les connexions et les flux de financement étrangers susceptibles d'être liés à la cellule terroriste implantée à Anvers, en étroite collaboration avec la Justice, l'Intérieur et la Défense; - d'échanger activement, par l'intermédiaire de canaux diplomatiques et de partenaires internationaux, des informations sur l'éventuelle implication internationale de cette cellule terroriste; - de plaider au sein du Conseil européen Affaires étrangères et de l'OTAN pour une coopération renforcée en matière de lutte contre le terrorisme, en accordant une attention particulière à l'utilisation de drones et de nouvelles technologies par des réseaux djihadistes; - de lier structurellement l'aide au développement et la coopération internationale à des obligations de réadmission et à des critères de sécurité clairs, afin que les pays autorisant la radicalisation ou refusant de réadmettre leurs ressortissants soient tenus financièrement responsables; - de renforcer les procédures en vigueur au sein de la diplomatie belge visant à détecter et à transmettre des informations étrangères en matière de sécurité aux services compétents, afin que l'on puisse évaluer et prévenir plus rapidement des menaces potentielles; - d'entreprendre les démarches diplomatiques nécessaires, notamment le rappel de l'ambassadeur ou la révision de l'aide financière s'il s'avère que certains pays étaient impliqués directement ou indirectement dans le financement ou le soutien de cette cellule terroriste. " Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Pierre Kompany. Une motion pure et simple a été déposée par M. Pierre Kompany. Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

De politieke situatie in Venezuela en de spanningen met de VS
De escalatie tussen de VS en Venezuela
De ?Amerikaanse militaire dreiging in Venezuela
De escalatie van de spanningen tussen de VS en Venezuela
De spanningen tussen de Verenigde Staten en Venezuela
De Amerikaanse militaire dreiging tegen Venezuela
Amerikaans-Venezolaanse politieke en militaire spanningen

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 18 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België uit diepe bezorgdheid over de escalerende militaire spanningen tussen de VS en Venezuela—officieel gericht tegen drugshandel, maar met risico op regionale ontsporing—en benadrukt dat unilaterale VS-acties (zoals dodelijke aanvallen op boten) in strijd zijn met internationaal recht, zonder Belgische steun. De humanitaire crisis en migratie verslechteren door Venezolaanse repressie en militarisering, terwijl België via de EU en VN humanitaire hulp (€275 miljoen in 2023) en democratische druk (o.a. steun voor Nobelprijswinnaar Machado) blijft kanaliseren. Boukili eist een ondubbelzinnige veroordeling van de VS, die volgens hem onder valse voorwendsels (zoals in Irak) Venezolaanse olie wil controleren, terwijl Prévot herhaalt dat België de-escalatie en dialoog nastreeft, maar geen juridisch onwettige acties tolereert—een standpunt dat De Maegd onderschrijft, met focus op civiele bescherming en VN-mechanismen.

Voorzitter:

Mevrouw Depoorter is niet aanwezig.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, lors de notre dernier échange en commission, vous aviez décrit avec précision l'escalade entre les États-Unis et le Venezuela dans le cadre des opérations "antidrogue" en mer des Caraïbes. Depuis, la situation a encore franchi un nouveau cap.

Les États-Unis ont désormais déployé le porte-avions USS Gerald R. Ford dans la région, venant s'ajouter aux navires déjà présents.

Il s'agit, selon la presse internationale, du plus important déploiement militaire américain dans la zone depuis les années 1990.

Officiellement, il s'inscrit dans la lutte contre le narcotrafic, mais il s'accompagne d'au moins une vingtaine de frappes létales contre des embarcations suspectées, qui auraient fait plus de 70 morts depuis septembre.

En réaction, le gouvernement Maduro a annoncé une mobilisation massive des forces armées et de la Milicia Bolivariana, présentant la présence américaine comme une menace directe contre la souveraineté du pays. Des responsables onusiens ont récemment alerté le Conseil de sécurité sur le risque de dérapage régional et sur les conséquences possibles pour la stabilité des Caraïbes.

Dans ce contexte, je souhaiterais vous poser quelques questions.

1. Quelle est l'analyse belge des dernières évolutions de la situation sur place, et notamment du risque d'embrasement régional?

2. Le sujet a-t-il été abordé au niveau européen depuis nos dernières discussions, et si oui qu'en est-il ressorti?

3. Disposez-vous d'éléments récents sur l'impact de cette escalade sur la situation humanitaire et les flux migratoires dans la région?

4. Enfin, comment notre pays entend-il continuer à soutenir les mécanismes internationaux chargés de documenter et de sanctionner les violations des droits humains au Venezuela?

Je vous remercie.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, depuis août 2025, les États-Unis ont déployé dans les Caraïbes plusieurs navires de guerre stationnés à Porto Rico. Le 24 octobre, le plus grand porte-avions du monde est venu renforcer cette flotte. Tout ça s'apparente à un blocus militaire et sert de pression pour un éventuel scénario d'intervention sous couvert d'une guerre contre la drogue au Venezuela. Pourtant, selon des rapports de l'ONU et de l'agence antidrogue américaine, le Venezuela ne joue qu'un rôle marginal dans le trafic international de stupéfiants.

Ce qui se passe aujourd'hui n'a rien à voir avec la lutte contre le trafic de drogue. C'est une manœuvre politique cynique destinée à justifier une nouvelle agression. En réalité, les États-Unis comptent mettre la main sur les ressources de la région et empêcher toute alternative qui conteste la domination de Washington. Il est important de rappeler que le Venezuela a la plus grande réserve de pétrole au monde. Tout ceci n'est pas un hasard.

Monsieur le ministre, vous avez récemment déclaré que l'Amérique latine doit redevenir une priorité de la diplomatie belge et que l'Europe ne doit pas danser au rythme de Donald Trump. Mais dans ce contexte d'intervention éventuelle, vous êtes resté silencieux. Condamnez-vous sans équivoque l'usage de la force en dehors de tout cadre juridique au niveau du droit international par les États-Unis au Venezuela? Comptez-vous interpeller les autorités américaines quant à la légalité de ces opérations? Comptez-vous appeler à la désescalade, au respect du droit international ainsi qu'à la souveraineté des pays d'Amérique latine et des Caraïbes?

Maxime Prévot:

Je répondrai à MM. Boukili et De Maegd mais également aux collègues néerlandophones qui m'avaient à l'origine interrogés sur le sujet.

In Venezuela is de politieke en humanitaire situatie uiterst zorgwekkend. België is diep bezorgd over de aanhoudende repressie door de Venezolaanse autoriteiten, die het land in een van de ernstigste mensenrechtencrisissen van de afgelopen decennia hebben gestort. De recente afkondiging van de noodtoestand en de mobilisatie van 2,5 miljoen miliciens hebben geleid tot een verdere escalatie en militarisering, waardoor de toch al precaire humanitaire situatie nog meer onder druk komt te staan.

België was in juni 2023 gastland voor de internationale solidariteitsconferentie over de Venezolaanse migratiecrisis, die 275 miljoen euro opleverde voor humanitaire en ontwikkelingssteun in gastlanden. België draagt via multilaterale kanalen actief bij aan het verlichten van de noden van Venezolaanse migranten en vluchtelingen.

Hoewel er geen bilaterale projecten lopen, ondersteunt België wel regionale humanitaire hulp, onder meer via de Food and Agriculture Organization, om de voedselonzekerheid in Venezuela aan te pakken. België draagt ook bij aan het Central Emergency Response Fund van de Verenigde Naties, dat in 2025 reeds 11 miljoen euro heeft toegewezen aan Venezuela voor hulp aan kwetsbare bevolkingsgroepen.

Via de Europese Unie speelt België ook een actieve rol in het bevorderen van een democratische oplossing. In 2024 riep de Europese Raad op tot respect voor de democratische wil van het Venezolaanse volk en verklaarde dat enkel volledige en onafhankelijk verifieerbare verkiezingsresultaten zouden worden erkend.

Ik juich in die context de toekenning toe van de Nobelprijs voor de Vrede aan de Venezolaanse oppositieleidster María Corina Machado uit waardering en erkenning voor haar strijd voor democratie en vrede. De beslissing van het Nobelcomité zet de internationale oproepen voor een vreedzame overgang naar democratie extra kracht bij.

Wat de spanningen met de Verenigde Staten betreft, heb ik al meegedeeld dat die zorgwekkende escalatie nauwlettend opgevolgd wordt door mijn diensten.

La lutte contre le crime organisé et le trafic de drogue forme une priorité essentielle pour notre gouvernement, et nous partageons les préoccupations américaines face à la problématique du narcotrafic. Pour autant, nos méthodes diffèrent. La Belgique et l'Union européenne sont engagées dans la lutte contre le trafic de drogue à travers une coopération durable entre les parties prenantes et dans le plein respect du droit international et des principes d'intégrité territoriale et de souveraineté, tels que consacrés dans la Charte des Nations Unies. Nous ne soutenons en aucune manière les actions unilatérales et les mesures extrajudiciaires. J'ai eu l'occasion de porter ce message de manière très claire lors de mon intervention au sommet EU-CELAC, le 9 novembre dernier, à Santa Marta, où il m'a finalement été permis d'arriver juste avant la clôture de la session.

België pleit voor de-escalatie en het behoud van vrede in de regio. Maritieme veiligheid is van cruciaal belang voor de regionale stabiliteit op het Amerikaanse continent. We moedigen de Verenigde Staten en Venezuela aan tot terughoudendheid en constructieve dialoog, met het oog op het de-escaleren van de spanningen.

Michel De Maegd:

Depuis notre dernier échange, l'escalade relative au Venezuela a pris une ampleur inédite. Le risque de dérapage dépasse largement le seul cadre du narcotrafic. Dans ce contexte, il me semble essentiel que la Belgique, avec le reste de l'Union européenne, reste vigilante en soutenant pleinement les initiatives de désescalade, en renforçant notre appui aux mécanismes internationaux de surveillance des droits humains et en maintenant notre attention sur les conséquences humanitaires et migratoires qui, selon plusieurs observateurs, s'aggravent. Notre message doit rester clair, je pense que vous partagerez ce point de vue, et la protection des populations civiles doit rester au centre de notre positionnement diplomatique.

Nabil Boukili:

Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Je me réjouis que vous affirmiez que vous ne soutiendrez pas une intervention militaire et que vous ne soutiendrez pas l'esprit d'escalade entretenu aujourd'hui par les États-Unis. Dans ce cas, il faut être conséquent et condamner les manœuvres américaines, car il existe une volonté des États-Unis d'intervenir militairement pour s'accaparer les richesses pétrolières vénézuéliennes. Nous connaissons les États-Unis, ils n'en sont pas à leur coup d'essai. Ils sont responsables de plus de 120 interventions dans le monde, dont la majorité sont illégales. Souvenons-nous de l'Irak, où ils avaient trouvé le prétexte des armes de destruction massive. Un chiffon agité à l'Assemblée générale des Nations Unies par le secrétaire d'État américain, dont il s'est ensuite avéré qu'il s'agissait d'un mensonge. C'était un prétexte pour s'attaquer à l'Irak avec pour conséquence les destructions et les désastres que nous connaissons. Les manœuvres américaines menacent la stabilité mondiale et la paix dans le monde. Les États-Unis n'ont jamais été un facteur de paix, mais un facteur de déstabilisation et de danger pour le reste du monde. On le voit aujourd'hui, pas seulement avec le Venezuela, mais aussi avec la Colombie. Le président colombien s'est même exprimé sur le danger américain. Monsieur le ministre, il ne faut pas se cantonner à rappeler que la Belgique respecte le droit international. Il faut être conséquent et condamner fermement les manœuvres américaines. Une déclaration ne suffit pas; il faut des positions politiques claires si l'on souhaite être cohérent en matière de droit international. Je rappelle que les États-Unis n'ont pas jugé nécessaire d'intervenir en Israël ou de menacer militairement Israël qui est pourtant responsable d'un génocide. Non, ils ont armé Israël, ils ont financé le génocide. Nous faire croire que les objectifs américains ou les manœuvres américaines visent à défendre les droits humains ou les populations est donc une vaste supercherie qui n'est plus crédible aujourd'hui. Vous devez être conséquent en la matière, monsieur le ministre.

De militaire samenwerking tussen Rusland en China m.b.t. een mogelijke invasie van Taiwan
De militaire samenwerking tussen de Volksrepubliek China en de Russische Federatie
De Russisch-Chinese militaire samenwerking en de dreiging tegen Taiwan
De toestand in Taiwan
Russisch-Chinese militaire samenwerking en dreiging tegen Taiwan

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 18 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België ziet de groeiende militaire samenwerking tussen China en Rusland in de Indo-Pacific als een bedreiging voor regionale stabiliteit, met toenemende hybride dreigingen, maritieme intimidatie rond Taiwan (blokkades, oefeningen) en Chinese steun aan Rusland’s oorlogsindustrie. De regering pleit voor status quo, vreedzame oplossingen en respect voor internationaal recht, steunt EU-sancties tegen Chinese wapenleveranties en versterkt banden met democratische partners zoals Japan en Zuid-Korea via defensiepartnerschappen. Een potentiële crisis in de Taiwanstraat zou zware economische gevolgen hebben (o.a. semiconductor-ketens), waarvoor België scenario-analyse en interdepartementale voorbereiding eist. De Maegd benadrukt behoud van een harde EU-lijn: afwijzing van geweld, steun voor Taiwan’s internationale rol en versterkte economische resilientie.

Voorzitter:

M. Somers et Mmes van Riet et Van Hoof ne sont pas présents.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, les collègues qui m'ont précédé ont déjà souligné combien la situation dans le détroit de Taïwan est devenue un enjeu central pour la sécurité internationale. Je ne vais pas revenir plus longuement dessus.

Simplement rappeler que la situation dans le détroit de Taïwan s'inscrit désormais dans un contexte géopolitique beaucoup plus large, marqué par l'approfondissement de la coopération militaire entre Moscou et Pékin, les manœuvres conjointes russo-chinoises en zone indo-pacifique et la pression militaire constante exercée par l'Armée populaire de libération autour de Taïwan. Ce durcissement intervient alors que nos partenaires multiplient les alertes sur les risques de déstabilisation régionale et sur la nécessité de renforcer les chaînes d'approvisionnement, notamment dans les semi-conducteurs.

C'est dans ce contexte que j'aimerais vous poser les questions suivantes:

1. Quelle est l'analyse actuelle de la Belgique par rapport à cette évolution de la situation? Voyez-vous, dans les manœuvres récentes, un signal d'une possible coordination stratégique sur deux “théâtres" simultanés: l'Ukraine et, demain, une crise autour de Taïwan?

2. À la lumière des récentes déclarations des ministres des Affaires étrangères du G7, quelle contribution spécifique la Belgique entend-elle apporter à une position européenne claire, qui combine respect du droit international, défense de la paix et de la stabilité dans le détroit, et soutien au “rôle significatif" de Taïwan dans les organisations internationales pertinentes?

3. Enfin, comment le gouvernement évalue-t-il l'impact potentiel, pour notre pays, d'une crise majeure dans le détroit de Taïwan? Des travaux sont-ils en cours, au niveau du SPF Affaires étrangères et en coordination avec d'autres départements, pour anticiper un tel scénario et en limiter les conséquences pour la Belgique?

Maxime Prévot:

Monsieur le député, je vais répondre à vos questions ainsi qu'à celles qui auraient dû être posées par vos collègues.

Beste Kamerleden, België stelt vast dat de militaire samenwerking tussen China en Rusland in de Aziatisch-Pacifische regio toeneemt en complexer wordt met gezamenlijke oefeningen. Dergelijke activiteiten versterken de interoperabiliteit tussen beide landen en hebben impact op de regionale veiligheidsdynamiek.

Op het vlak van hybride dreigingen weten we dat China en Rusland naar elkaar kijken en van elkaar leren. China levert ook technologische componenten aan Rusland en beschikt over eigen capaciteit voor geavanceerd wapentuig.

In verband met Taiwan benadrukt het Chinees regime sinds 2019 in officiële verklaringen en toespraken dat een hereniging desnoods met geweld kan plaatsvinden als vreedzame middelen niet volstaan. Hoewel we ons niet in een fase van geweld bevinden, zien we wel dat China zijn hybride activiteit en intimidatie opvoert, vooral op het maritiem vlak met militaire oefeningen, blokkades, dreigingen en beschadigingen van maritieme infrastructuur zoals onderzeese kabels. Dat is zorgwekkend en ik pleit in contacten met mijn Chinese gesprekspartners steevast voor een vreedzame houding en leg de nadruk op het belang van het behoud van de status quo.

Nous suivons de près la situation dans la région indo-Pacifique, compte tenu de son impact sur la stabilité internationale et sur les routes commerciales.

Au sein de l'Union européenne, la dimension sécuritaire des relations avec la Chine fait l'objet de discussions systématiques, notamment le soutien apporté par la Chine à l'industrie de guerre russe. Lors du sommet entre l'Union européenne et la Chine qui s'est tenu le 24 juillet dernier à Pékin, l'Union européenne a, entre autres, souligné le problème du soutien matériel apporté par la Chine, qui contribue ainsi à maintenir l'industrie de guerre russe.

België onderschrijft die lijn en legt in de Raad Buitenlandse Zaken consequent de nadruk op het respect voor het internationaal recht en de vrije doorvaart. België steunt een versterkte monitoring van relevante maritieme interacties en blijft in multilaterale fora pleiten voor dialoog, de-escalatie en respect voor het internationaal recht.

We pleiten tevens voor verdieping van de samenwerking met democratische partners zoals Japan, Korea en Australië, onder meer via het Security and Defence Partnership dat sinds november 2024 met Japan is aangegaan.

Michel De Maegd:

Merci pour votre réponse, monsieur le ministre. Je pense que, concernant Taïwan, la Belgique doit continuer à soutenir une ligne européenne cohérente et claire, à savoir un rejet de toute tentative de modification unilatérale et par la force, un appui au rôle international de Taïwan lorsque cela est pertinent et une attention soutenue à la résilience de nos propres chaînes d'approvisionnement, en particulier dans le domaine des semi-conducteurs. Il me semble essentiel que notre diplomatie reste pleinement mobilisée, non seulement pour contribuer à la stabilité régionale mais aussi pour anticiper les conséquences qu'une crise majeure qui aurait lieu dans le détroit pourrait avoir sur notre économie, notre industrie et notre sécurité, mais je sais que nous pouvons compter sur votre action en ce sens.

De versnelling van het drone-actieplan
Drones boven de legerbasis van Marche-en-Famenne
De dronevluchten boven de militaire basissen van Marche-en-Famenne en Elsenborn
De dronevluchten boven de militaire basis van Marche-en-Famenne
De dronevluchten boven de militaire basis van Marche-en-Famenne
De drone-incidenten boven militaire domeinen
Drones boven onze kritieke entiteiten
De aanhoudende drone-incidenten boven de luchtmachtbasis van Kleine-Brogel
Herhaaldelijke incidenten met drones in Kleine-Brogel
Droneaanvallen
De recente drone-incidenten
Dronevluchten boven sites van Defensie
Drone-incidenten en -vluchten boven militaire en kritieke locaties

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 5 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België wordt geconfronteerd met gestructureerde droneaanvallen op militaire bases (o.a. Kleine-Brogel, Florennes) en kritieke infrastructuur zoals luchthavens (Zaventem, Luik), wat wijst op een hybride dreiging met professionele, gecoördineerde acties, mogelijk gelinkt aan buitenlandse staten. Defensie erkent acute tekortkomingen in detectie- en neutralisatiecapaciteit (bv. falende jammers, gebrek aan shotguns/anti-drone systemen) en kondigt noodmaatregelen aan: versnelde aankoop van counterdrone-middelen (50 miljoen euro binnen bestaand budget), opzet van een taskforce onder generaal Van Strythem, en betere samenwerking met politie, buurlanden en NAVO via het National Air Security Center (NASC). Kernproblemen zijn de fragmentatie van bevoegdheden (Defensie vs. Binnenlandse Zaken/Mobiliteit), trage budgettaire procedures, en onduidelijke *rules of engagement* voor het neerhalen van drones. Kritiek richt zich op de vertraagde reactie (eerste CNS-overleg pas na weken), communicatiestruggles (minister Francken’s omstreden uitspraken), en het ontbreken van een geïntegreerde, langetermijnstrategie ondanks waarschuwingen uit Oekraïne. Oplossingspistes omvatten snellere aankoopprocedures, juridische kaders voor militaire inzet buiten kazernes, en versterkte internationale coördinatie.

Voorzitter:

Collega's, de afgelopen dagen vond een ernstige reeks drone-incidenten plaats, zo ook gisterenavond en vannacht. Zonet werden we gebrieft door de minister van Defensie en generaal-majoor Van Strythem, die de ernst van de situatie benadrukken. Het geagendeerde actuadebat, met tal van vragen over de droneaanvallen wordt nu dus op een belangrijk moment gehouden. Alle collega's hebben de mogelijkheid om aan te sluiten bij het debat.

Denis Ducarme:

Merci, monsieur le président, et merci aux collègues de me laisser poser la question en premier lieu. En effet, je dois présider une autre commission dans quelques minutes. Mathieu Michel, membre effectif de la commission, continuera avantageusement les débats avec vous.

Monsieur le ministre, ce que nous vivons sur le territoire – ou plutôt au-dessus du territoire – est une attaque parfaitement inédite. Je ne vais pas revenir sur l'ensemble des attaques de drones que notre pays a subies en un peu plus d'une dizaine de jours. Heureusement que ces drones ne sont pas armés, tel est le premier élément qui m'est venu à l'esprit, lorsqu'on connaît notre faible capacité de prévention de ces attaques, qu'elles soient ciblées sur des bases militaires ou sur des aéroports, puisqu'on est ici en commission de la Défense.

Néanmoins, la première chose qu'il convient de remarquer face aux attaques subies, c'est qu'elles dépassent les compétences de la Défense. Nous sommes face à un problème transversal, qui touche également aux compétences du ministre Crucke et du ministre Quintin. Dès lors, le premier élément qui me vient à l'esprit est la nécessité de réunir le Conseil national de sécurité (CNS) sur ce dossier. Je ne sais pas si vous partagerez cet avis.

Par ailleurs, pouvez-vous nous indiquer nos capacités de détection actuelles, nos capacités de destruction des drones, mais également notre capacité de prise de contrôle des drones? Il s'agit là de possibilités qui existent depuis longtemps en France et en Espagne. Où en est notre pays à cet égard? Ou est-il, au contraire, totalement impuissant face à ces attaques?

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, drones zijn niet meer weg te slaan uit onze media. Dat is natuurlijk terecht. Waakzaamheid ter zake is geboden. De desinvestering in onze veiligheid wordt op dit moment pijnlijk blootgelegd, zeker als het erom gaat onze veiligheid ten opzichte van drones te garanderen. Sommigen spreken van hybride dreiging en zelfs van hybride aanvallen op tal van systemen en kritieke infrastructuren, zo ook gisterenavond.

Mijnheer de minister, ten eerste, u hebt generaal Van Strythem, tot voor kort het hoofd van onze cybermacht en nu dronegeneraal en als dusdanig nauw betrokken bij alle incidenten in verband met drones, gelast met de vormgeving en de uitvoering van het droneactieplan dat wordt voorgesteld. Kunt u dat drone-actieplan dat momenteel in de steigers staat, nader toelichten?

Op welke manier zal dat actieplan versneld worden uitgevoerd?

Als ik het goed begrepen heb, is hiervoor geen bijkomende budget uitgetrokken en blijft het bij de kredieten die er voor dit jaar en de komende jaren voor de plannen betreffende de defensiemiddelen zijn ingeschreven. Hoe staat het dan met het bijkomende personeel dat hiervoor nodig is. Kunt u de personeelsomkadering detailleren? Wat is de personeelscapaciteit van de cybermacht en tegen wanneer kunnen we een substantiële uitbouw daarvan verwachten?

Wat zal het droneactieplan specifiek betekenen voor de extra beveiliging van onze luchtmachtbases in Florennes en Kleine-Brogel en eventueel van andere kritieke infrastructuren?

Over de droneaanvallen – als we ze zo mogen benoemen – van de voorbije dagen en uren, onder meer boven de legerbasis Marche-en-Famenne en Kleine-Brogel zelf, heb ik ook een aantal vragen. De gebeurtenissen illustreren dat ons luchtruim en onze bewakings- en detectiecapaciteiten nog steeds erg beperkt zijn tegenover drones die voor spionage en sabotage kunnen worden ingezet. Er loopt op dit ogenblik nog onderzoek, hoewel sommige media, vooruitlopende op de feiten, de incidenten toewijzen aan de Russische autoriteiten. Hoe ver staat het op dit moment met de vaststellingen en het assessment ? Welke procedure wordt daarbij gevolgd?

Mijnheer de minister, u hebt het ook gehad over de noodzaak van shotguns en droneguns om drones eventueel te jammen of neer te halen. Kunt u de commissie duidelijk maken welke juridische en operationele regels, dus de zogenaamde rules of engagement , vandaag van toepassing zijn voor het inzetten van dergelijk materieel? Hoe verloopt op dat vlak de samenwerking met politie? Welke bijsturing acht u noodzakelijk aan de rules of engagement , opdat defensie-capaciteiten dergelijke drones uit de lucht kunnen halen of ernstig kunnen verstoren?

Voorts verwijs ik naar mijn heel uitgebreide schriftelijke voorbereiding. Ter afronding ga ik nog even in op de samenwerking tussen de Belgische en Nederlandse autoriteiten, zeker in het licht van de meldingen dat de drones na de aanvallen in noordelijke richting terug zouden zijn gevlogen. Hoe verloopt de samenwerking? Hebt u reeds overleg gevoerd? Wat is het resultaat van dat overleg?

Ten slotte, welke maatregelen zult u nemen om onze militaire installaties en kwartieren bijkomend te beschermen?

François De Smet:

Monsieur le ministre, messieurs les représentants de notre armée, nos concitoyens sont très logiquement inquiets du survol de plusieurs sites par des drones non identifiés. À la lecture des informations publiques, je dois tirer deux enseignements majeurs. D'abord, nous avons affaire à du matériel et des modes opératoires qui excluent formellement que nous soyons confrontés à des amateurs. Ensuite, ces drones veulent être vus. Cela me paraît assez clair. Leur mission ne consiste donc pas à recueillir des informations qu'il serait, par ailleurs, facile de récolter par satellite, mais bien à susciter de l'émoi, de l'émotion ainsi que de la panique et à nous diviser en tant que pays afin que nous cessions de vivre normalement. Nous devons évidemment faire l'exact opposé.

Nous nous trouvons face à une forme de guerre nouvelle. Cela fait partie de mes questions: cette manœuvre relève-t-elle, selon vous, d'un schéma hybride? Ce problème ne concerne pas que la Défense, puisque des sites civils sont désormais également visés. Pour cette raison, c'est le gouvernement dans son ensemble qui devra apporter des réponses.

Puisque le but de ceux qui envoient ces drones est de nous déstabiliser, la première chose à faire est de garder notre calme, de faire preuve de sang-froid et de stabilité. En tant que membre de l'opposition, je considère qu'il est nécessaire que cette exigence de stabilité soit également d'ordre gouvernemental. Je le dis à l'attention de ceux qui seraient en train de négocier des budgets à coups d'ultimatums ou d'échanges sur les réseaux sociaux. Et puis, la deuxième réaction consiste à anticiper les intimidations futures. En effet, et c'est la nouveauté depuis hier soir, celles-ci entraînent des effets immédiats. S'il suffit d'un drone pour suspendre l'activité aéroportuaire pendant plusieurs heures, nous nous heurtons alors à un véritable problème, dans la mesure où nous envoyons comme message que nous pourrions aisément être déstabilisés.

Monsieur le ministre, mes questions sont assez simples. S'agit-il, selon vous, d'actions d'amateurs ou d'un acte d'espionnage? Dans la presse, vous avez parlé d'une mission ciblée. Participe-t-elle d'une guerre hybride au sens large? Quel est le bilan fonctionnel et quantitatif des systèmes de brouillage contre les drones actuellement déployés? Lorsque la question ne concernait encore que nos bases militaires, vous aviez déclaré que le brouillage n'avait pas fonctionné. Que pouvez-vous nous répondre aujourd'hui, compte tenu de la situation d'hier soir? Et puis, où en sommes-nous – car je sais que c'est l'une de vos priorités – dans l'équipement anti-drones? Quels sont les obstacles? Sur quelle accélération pourrions-nous éventuellement compter afin de vivre demain dans un pays qui soit davantage capable de faire la différence dans cette guerre d'intimidation que nous sommes en train de subir?

Kjell Vander Elst:

De drone-incidenten van de afgelopen weken zijn legio. Elke dag zijn er ook meer. Gisteren was er in de media opnieuw sprake van nieuwe incidenten. Ik vind dat zeer zorgwekkend. Ik denk dat we daar allemaal, over partijgrenzen heen, aandachtig voor moeten zijn, heel zorgvuldig mee moeten omgaan en we aan hetzelfde zeel moeten trekken opdat de veiligheid van ons luchtruim en onze binnenlandse veiligheid zouden worden beschermd. Wat mij betreft, gaat het hier niet om een spel tussen meerderheid en oppositie.

Er zijn twee aspecten in het verhaal: de drone-aanvallen of -incidenten boven de militaire basissen en de andere drone-incidenten. Boven de militaire basissen zijn er een aantal drones gedetecteerd, ook gisteren als ik de pers mag geloven. Kunt u daarover een laatste stand van zaken geven en vermelden welke maatregelen er op militaire basissen binnen Defensie al zijn genomen om de veiligheidsvoorschriften en veiligheidsmaatregelen op te krikken?

Het tweede aspect met misschien nog wel een grotere omvang betreft het civiele luik, het civiele luchtruim. Gisterenavond heeft er een aanval of een drone-incident plaatsgevonden rond de luchthaven van Zaventem. De luchthaven van Zaventem is enige tijd gesloten. Dat heeft een bijzonder grote economische impact op de luchthaven van Zaventem. Naast de economische impact is er natuurlijk ook de impact op de bevolking. Mensen maken zich zorgen, mensen beginnen wat wantrouwig te zijn, beginnen het vertrouwen te verliezen in de veiligheidsdiensten. We moeten daar bijzonder waakzaam voor zijn. Ik hoor vaak dat het civiele luchtruim de bevoegdheid is van Binnenlandse Zaken, de bevoegdheid van de politie en dat militaire basissen onder de bevoegdheid van Defensie vallen. Het laatste wat men nu mag doen, mijnheer de minister, is zijn paraplu opentrekken en bevoegdheden en verantwoordelijkheden naar elkaar doorschuiven.

Ik heb één concrete vraag. Het civiele luchtruim beslaat een groot deel van ons land. Welke afspraken hebt u al gemaakt met de minister van Binnenlandse Zaken, minister Quintin, om een protocolakkoord te sluiten of om duidelijke afspraken tussen Defensie en politie te maken om ons volledige luchtruim en ook alle kritische infrastructuur in ons land te beveiligen?

Philippe Courard:

Monsieur le ministre, je ne vais pas revenir sur certaines questions que je vous ai posées auxquelles vous avez répondu il y a quelques minutes. J'irai donc directement au fait.

Je regrette un peu que lorsque des bases ont été survolées par des drones, les bourgmestres locaux ne soient pas prévenus. Quand on évoque par exemple la base de Marche-en-Famenne, je présume que c'est le bourgmestre de Marche qui est contacté, mais quand on lit les documents du survol des drones, ça s'est passé à Bourdon, c'est-à-dire dans ma commune, et je n'en ai absolument pas été informé. Les casernes étant souvent situées sur plusieurs communes, il faudrait peut-être être plus attentif à cette couverture des casernes car les citoyens de nos communes se posent légitimement des questions.

Je voudrais également savoir, dans le cadre de la collaboration entre la Défense, la police et les communes, si on allait finalement implémenter un mode de fonctionnement qui permettrait d'éviter que tout et n'importe quoi ne se raconte et qu'on puisse se concerter pour éviter des fake news , des exagérations ou cette volonté de faire peur aux citoyens, phénomènes que nous devons combattre.

Dans le débat que nous venons d'avoir, a été évoqué le fait que certains drones, les petits drones qui sont accessibles aux citoyens, sont bridés et ne peuvent pas survoler une zone militaire. Est-ce véritablement le cas? Est-ce que si je vais sur internet acheter un drone et que je le fais voler, ce drone ne pourra pas survoler le camp militaire de Marche parce qu'un dispositif est prévu? Ou alors, n'importe quel drone peut-il maintenant survoler notre dispositif militaire?

Il me semble important de connaître la réponse à cette question parce que ça permettrait de déterminer si le survol d'un camp militaire est bien le fait d'un drone particulier, qui n'est pas à la disposition du citoyen lambda et qui présente donc un risque. J'aimerais vraiment écarter le fait que tout survol d'un camp militaire puisse se faire par un drone lambda, qui serait à la disposition des citoyens. Beaucoup maintenant en ont pour faire des photos de leur maison, etc.

Dans le même ordre d'idées, il semblerait que les images aériennes de nos quartiers militaires, dont celui de Marche-en-Famenne, soient disponibles sur certaines applications. Des mesures seront-elles prises pour flouter ces vues aériennes, comme la législation le prévoit?

J'espère, monsieur le ministre, que nous pourrons rapidement lutter ensemble contre ces éléments car je m'inquiète quand même que nous soyons dans l'incapacité de réagir rapidement à cette problématique avec les dispositifs qui sont les nôtres. En tant que citoyens, il nous est compliqué de comprendre qu'on ne puisse pas trouver une solution immédiate pour se débarrasser de ces drones, soit en les abattant soit avec un dispositif anti-drone performant dans l'ensemble des installations sensibles de la défense – mais pas uniquement.

Axel Weydts:

Ik wil in eerste instantie de minister en de Defensiestaf danken voor de briefing die we zopas achter gesloten deuren gekregen hebben. We hebben daar zeer interessante informatie gekregen, informatie die we uiteraard niet kunnen delen in deze openbare vergadering, maar die ons wel duidelijk gemaakt heeft dat iemand – en ik leg niet onmiddellijk de vinger op wie dat zou zijn – ons weer aan het testen en het pesten is.

Ik zal het blijven herhalen. We zijn op dit moment heel duidelijk een stap verder op de escalatieladder in deze hybride oorlog, die eigenlijk al langer woedt op het Europese continent en ook in België.

Het is heel duidelijk gebleken – zonder in details te treden over de briefing van daarnet – dat we te maken hebben met professionelen. Het gaat niet over amateurs. Het gaat niet over kwajongensstreken. Het gaat echt over mensen die weten waar ze mee bezig zijn. Dat is heel erg duidelijk. Ik wil niet in detail treden waarom we dat kunnen stellen, maar het is wel heel duidelijk gebleken. De bevolking moet dat goed beseffen. Dit is iets professioneels, dit is geen werk van amateurs.

Daarom is het belangrijk, mijnheer de minister, dat er degelijk gecommuniceerd wordt. Niet alles kan gecommuniceerd worden aan onze bevolking. Uiteraard niet. We hebben respect voor de operationele veiligheid. Maar het is wel belangrijk dat de mensen weten waarover het gaat en waarover het niet gaat.

Ik doe dus nogmaals een oproep, ten eerste, om het hoofd koel te houden, kalm te blijven en die kalmte ook uit te stralen, en ten tweede, om goed te communiceren. Niet alleen wij, politici, moeten communiceren, maar ook de mensen van Defensie moeten communiceren. Mensen in uniform moeten op televisie de bevolking uitleggen wat hier aan de hand is.

Ik heb heel veel vertrouwen in de aanpak die de kolonel heeft geschetst tijdens de briefing achter gesloten deuren. Die aanpak steunt op vijf pijlers: preventie, detectie, identificatie, engageren en command and control. Ik meen dat dit zeer goed zit. Ook daarover wil ik niet in detail treden, om de kat niet bij de melk te zetten.

Voor ons is het belangrijk te onderstrepen dat op dit moment wie erachter zit van ondergeschikt belang is. Het is belangrijker te vermijden dat het verder escaleert. Het onderzoek loopt nog. De kans is zeer groot dat we nooit zwart op wit bewijs zullen hebben van de herkomst. We hebben indicaties en heel duidelijke sporen met betrekking tot de herkomst. Wanneer men puzzelstukjes op andere terreinen samenlegt, zijn de indicaties heel erg duidelijk.

Op dit moment is de veiligheid het belangrijkste, want drones en gevechtsvliegtuigen gaan niet samen, drones en burgervliegtuigen gaan niet samen. Hiervan kunnen ongelukken komen. Dit is gevaarlijk. Een drone boven het kamp van Elsenborn is niet wenselijk, maar vormt niet onmiddellijk een gevaar voor de bevolking. Een drone boven een luchtmachtbasis of boven het burgerluchtverkeer, bijvoorbeeld boven de luchthaven van Zaventem, vormt wel een potentieel gevaar. Daaraan moet absoluut prioriteit worden gegeven.

Collega’s, ik ben dan ook heel benieuwd welke fracties straks in de commissie voor Legeraankopen het noodpakket van 50 miljoen voor de bestrijding van deze drones zonder dralen en zonder afwachten zullen goedkeuren. Ik kijk uit naar het stemgedrag vanmiddag, zodat we effectief werk kunnen maken van die anti-dronemiddelen.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, depuis le 2 octobre, des drones survolent l'espace aérien belge, qu'il s'agisse de bases militaires ou d'aéroports civils. Le point culminant a été atteint hier soir avec la fermeture de l'espace aérien des aéroports de Bruxelles-National et de Liège et la suspension des transports civils et commerciaux.

Cela montre à quel point notre pays, qui est aussi le siège de l'OTAN et le siège de l'Union européenne, peut être vulnérable face à des attaques hybrides et par des vols de drones qui viennent perturber la sécurité aérienne sans que nous puissions connaître leurs intentions. Par ailleurs, il est difficile de savoir qui est derrière ces actions, et surtout de quels types de drones il s’agit. Il existe des petits drones qui sont repérables à 100 ou 150 mètres d’altitude, mais d’autres, plus gros, volent beaucoup plus haut. Monsieur le ministre, savez-vous qui est derrière tout cela et de quels types de drones il s'agit?

Deuxièmement, j'avais soulevé le problème le 2 octobre et nous sommes maintenant le 5 novembre. Pourquoi avoir attendu un mois avant que le CNS ne se réunisse pour avoir une parfaite cohérence dans l'action?

Pour l’instant, tout repose sur vos épaules. Je regrette que votre collègue du MR, en charge de la police fédérale, ainsi que celui des Engagés, responsable de la sécurité de l’espace aérien, soient si absents du dossier. Il n'est pas normal qu'on s’adresse à vous, alors que vous n’êtes responsable que de la sécurité aérienne de nos bases militaires, ainsi qu'en cas d’attaque.

C’est anormal, mais je l’explique par un définancement structurel de la police fédérale, puisqu’on vous demande même aujourd’hui de mettre des militaires dans la rue, faute de pouvoir y déployer des policiers. Il en est de même pour nos centrales nucléaires qui sont des infrastructures critiques. Si des drones survolent les centrales nucléaires, qui est responsable de leur surveillance, de leur détection, de leur éventuel abattage ou de l’intervention les concernant? Les jeunes militaires que vous allez envoyer pour surveiller les bases, parce que la Direction de la sécurisation (DAB) de la police fédérale ne veut plus le faire? Cela ne va pas. Les bourgmestres et la police locale? Cela ne va pas non plus. Ce n'est pas sérieux. Vos collègues ne sont pas sérieux. Il faut vraiment marquer le point par rapport à cela et montrer que nous sommes capables de réagir.

Donc, quels moyens à court et moyen terme êtes-vous prêt à mettre sur la table, sachant que grâce au plan STAR, développé en 2022 par votre prédécesseur, ont été créés à la fois le Cyber Command (rebaptisé Force Cyber) et le National Airspace Security Center (NASC) – un organe de concertation qui a entamé les premières études pour lutter contre les drones? Dans la foulée de ce que Ludivine Dedonder a mis en place, quels moyens permettrez-vous de mobiliser pour garantir une sécurité maximale, dans le strict respect de vos compétences?

Peter Buysrogge:

Collega’s, de afgelopen dagen werden we geconfronteerd met ernstige dronedreigingen en -incidenten. Ze beginnen steeds meer te lijken op een ernstige en misschien wel gestructureerde aanval. We zijn dus misschien aan het evolueren van een hybridedreiging naar een hybrideantwoord.

Mijnheer de minister, ik sluit mij ook aan bij de woorden van dank over de toelichting die we deze ochtend kregen van u en de generaal, waarop we hier niet in detail zullen ingaan.

De afgelopen dagen hebben duidelijk gemaakt dat het terughoudende beleid van het verleden op het vlak van drone- en counterdrone-investeringen ons wat op een achterstand plaatst. We weten ook dat er de afgelopen jaren een fikse technologische evolutie, misschien wel een revolutie, heeft plaatsgevonden op het vlak van dronetechnologie. Oekraïne was daarvoor de proeftuin en dat had harde gevolgen.

Mijnheer de minister, u bent niet verantwoordelijk voor alles. Ook de minister van Binnenlandse Zaken heeft namelijk zijn verantwoordelijkheid te nemen. Ik heb vernomen dat uw collega Quintin dit begrijpt en heeft gevraagd om de Nationale Veiligheidsraad bijeen te roepen. We kijken uit naar de initiatieven en gevolgen.

U hebt intussen zelf ook de nodige initiatieven genomen, zoals de taskforce, en generaal Van Strythem aangeduid om de problematiek op te volgen. Ook in uw Strategische Visie plaatst u de dronetechnologie centraal, met investeringen op korte termijn. Ook ik kijk uit naar de vergadering van de commissie Legeraankopen van deze namiddag. Ook op de middellange en lange termijn plant u investeringen. Misschien zullen we onze inspanningen zelfs nog moeten versnellen en/of intensifiëren.

Mijnheer de minister, hopelijk kunnen we ook met verschillende internationale partners de handen in elkaar slaan. Ik wil daarvoor verder kijken dan de buurlanden, dus ook naar Europa, de NAVO en de bedrijfswereld. We moeten het met z’n allen aanpakken.

De meeste vragen die ik op voorhand had ingediend, werden deze ochtend reeds beantwoord. Ik kijk dan ook uit naar de verdere duiding in uw toelichting in antwoord op de vragen.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de minister, ook ik wil u danken voor de informatie die we vanochtend kregen tijdens de gesloten zitting. Dat heeft toch al een en ander verhelderd. Er heerst een gevoel van onveiligheid door wat er de voorbije dagen is gebeurd, zeker nu ook de nationale luchthaven in het vizier komt. We hebben een aantal antwoorden gekregen, maar ik heb nog heel wat vragen. Heel veel burgers hebben dezelfde vragen.

Ik hoor en lees dat we kunnen vermoeden dat Rusland erachter zit. Het is belangrijk dat dit zo snel mogelijk duidelijk wordt. Het is echter vooral van belang hoe we hiermee omgaan. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we onze luchthavens, onze militaire domeinen en onze burgers optimaal beschermen?

U gaf zelf al aan dat dit een probleem is dat verder reikt dan uitsluitend defensie. De minister van Binnenlandse Zaken zei dat hij de Veiligheidsraad zal samenroepen. Hij sprak vanochtend op Radio 1 over de mogelijkheid om dat vandaag te doen. U spreekt al over morgen. Ik zie weinig reden om te talmen en zou die zo snel mogelijk samenroepen. Ik heb als vast lid van de commissie voor Binnenlandse Zaken ook gevraagd om die commissie met spoed samen te roepen, aangezien er een grote verantwoordelijkheid ligt bij de minister van Binnenlandse Zaken.

Een andere vaststelling is dat onze huidige detectie- en verdedigingscapaciteit niet in staat is om het probleem aan te pakken. Hoe komt het dat we niet in staat zijn om hier een antwoord op te bieden?

Hoe verloopt de samenwerking met de buurlanden, met Nederland en andere landen, aangezien men gebruikmaakt van de grens om ons opsporingswerk te bemoeilijken?

Voor een aantal maatregelen zal het tijd vergen voor ze officieel in werking kunnen treden. Wat gaan we doen in de tussenperiode? Hoe zorgen we ervoor dat we bij wijze van spreken vanavond al in staat zijn om te reageren?

Mijnheer de minister, er moet mij nog iets van het hart met betrekking tot de communicatie. De militairen zeiden hier vanochtend dat er rustig en kalm moet worden gecommuniceerd en dat men de zaken niet mag opstoken. Als ik dan kijk naar wat u soms verklaart in de media en naar wat u soms doet op Twitter, dan denk ik dat dit allemaal niet helpt. Ik verwacht van een minister van Defensie dat hij op een rustige, kalme manier communiceert, op een manier die ons land vooruithelpt, dat hij kijkt naar oplossingen eerder dan een beetje stokebrand te spelen. We hebben een ernstig probleem. We moeten kalm blijven en aan oplossingen werken. Daarvoor kijken we naar u, niet als stokebrand.

Mathieu Michel:

Monsieur le président, je tiens également à remercier le ministre pour la transparence dont il a fait preuve lors de la réunion précédente. Je comprends pourquoi nous ne pouvons pas avoir de transparence lors de cette commission-ci.

Cette question des survols de drones non autorisés doit s’appréhender avec une vision à 360 degrés, et pas uniquement sous l’angle militaire. Ces menaces mêlent des enjeux militaires et de sécurité intérieure. Nous l’avons encore vu avec la fermeture de l'espace aérien de l'aéroport de Zaventem hier. Cela ressemble très clairement à une attaque hybride. Il est évident qu'aujourd'hui, nous ne sommes plus dans la théorie. Nous sommes dans la pratique. Pour l'instant, on vient peut-être effectivement nous narguer, mais ces événements soulèvent des questions sur notre capacité à réagir.

J'en viens tout d'abord à cette réflexion sur la capacité de réaction immédiate. Monsieur le ministre, nous savons tous que vous avez des budgets pour nous protéger. Ces budgets sont-ils bien disponibles et utilisables? S'ils font l'objet de réticences, notamment de la part de l'Inspection des finances, le ministre du Budget est-il prêt à outrepasser ces avis pour accélérer les dépenses?

La deuxième question est liée à l'observation que l'utilisation des drones en Ukraine n'était pas un phénomène neuf. Depuis cette observation, avez-vous, ou vos prédécesseurs, mis en place des actions, des projets visant à parer à ce genre de situation? Nous pouvons effectivement oser espérer qu'un plan d'action préexistait à votre arrivée en fonction.

Troisièmement, nous parlons d'attaques hybrides, civiles et militaires. Dès lors, comment se passe, ou bien comment va s'améliorer ou se construire davantage encore la coordination entre la Défense et l'Intérieur? Plusieurs départements sont concernés: la Défense, l’Intérieur, mais on peut évoquer également la Mobilité et le Budget.

La dernière question, monsieur le ministre, concerne le rôle de l'OTAN et des autres pays, puisque cette contrainte ne pèse pas uniquement sur la Belgique. Nous savons que les plans, notamment le travail sur la programmation militaire, s'appuient sur la planification de défense de l'OTAN (NDPP), qui a quand même quelques années maintenant. Les menaces évoluent à une vitesse excessivement rapide. Peut-on considérer aujourd'hui que le NDPP est encore d'actualité, eu égard au type de menaces auxquelles nous sommes confrontés aujourd'hui?

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, ik wil ook mijn dank uitdrukken voor het feit dat we daarnet in besloten zitting al heel wat informatie hebben gekregen. Het is duidelijk dat we hier met een verontrustende tendens te maken hebben die we eerder al in andere Europese landen zagen, maar na de gebeurtenissen van gisterenavond kunnen we spreken van zekere hybride dreigingen tegen ons land.

Ik wil twee bedenkingen formuleren. Ten eerste, het is duidelijk dat dit grondig moet worden aangepakt. We zijn daarnet al enigszins gerustgesteld, maar ik wil toch benadrukken dat het niet volstaat om snel een aantal wapensystemen of antidronesystemen aan te kopen.

Het is belangrijk om een grondige visie en strategie te ontwikkelen om die uitdagingen aan te pakken. We hebben de voorbije maanden de stijging van het defensiebudget naar 2 % van het bbp ondersteund, dat is absoluut nodig, maar we hebben altijd benadrukt dat dat niet alleen een militaire kwestie is. We moeten de brede veiligheidscontext en de kritische infrastructuren in ons land in ogenschouw nemen. De gebeurtenissen tonen nogmaals aan dat dat een terechte invalshoek en bekommernis is.

Mijn tweede bedenking betreft de weerbaarheid van onze samenleving. Collega Weydts heeft er al op gewezen dat we moeten inzetten op een heldere en duidelijke communicatie. Het is eigenlijk een beetje de bedoeling om paniek te zaaien. We moeten ons voldoende voorbereiden en investeren in weerbaarheid en in een correcte communicatie ten aanzien van onze bevolking.

Ik heb nog twee vragen over de samenwerking. Ten eerste, we kunnen het ons niet permitteren om in kokers te blijven denken, zoals de collega's ook al zeiden. De samenwerking tussen de federale en lokale politie, maar zeker ook met Defensie, is essentieel. Het lijkt mij nodig om de Nationale Veiligheidsraad zo snel mogelijk bijeen te roepen.

Voor de kerncentrales bestaat al een samenwerkingsakkoord, maar de dreiging komt niet alleen van de grond, maar nu ook uit de lucht. Het is dus belangrijk om dat globaal te bekijken, niet alleen onze militaire kwartieren, maar ook onze kritische infrastructuur.

Mijn tweede vraag gaat over de internationale samenwerking. We hoeven het warm water niet zelf uit te vinden, mijnheer de minister. Kunt u verduidelijken in welke mate we via een uitwisseling met de buurlanden of met de NAVO die problematiek efficiënt kunnen aanpakken?

Darya Safai:

Mijnheer de minister, generaal, ik dank u voor de informatie. Wij hebben al veel vernomen achter gesloten deuren en er zijn ook al veel vragen gesteld, maar mijn vraag gaat over een toekomstvisie die wij stilaan voor ogen moeten houden.

Een oorlog kan hybride zijn, maar ook asymmetrisch. In een asymmetrische oorlog is degene die aanvalt altijd sterker en voert hij oorlog zonder de regels te respecteren. Dat wij ons altijd moeten verdedigen, maakt ons gevoelig en op bepaalde punten misschien ook fragiel. Men valt ons aan, men test onze mogelijkheden en probeert te zien hoe capabel we zijn en hoeveel provocaties wij aankunnen.

Wij willen uiteraard geen oorlog of escalatie, maar altijd defensief blijven, ons laten doen en alleen maar verdedigen is een moeilijke strategie. Er is een counter drone management , maar het is bijvoorbeeld heel moeilijk om drones die boven de 150 meter vliegen met shotguns uit te schakelen.

Er bestaan manieren om een oorlog eerlijker te voeren. We moeten dus laten zien dat wij ook hen kunnen lastigvallen op bijvoorbeeld hun vliegvelden en luchthavens. Ik haal mijn kennis uit een land waarvan ik weet wat het allemaal doet. Dat is asymmetrische oorlogsvoering. De vraag rijst of de strijd wat eerlijker kan worden gespeeld en of we die wat symmetrischer kunnen maken en hen ook in hun eigen land kunnen lastig vallen. Kan dat worden besproken in de Nationale Veiligheidsraad of op een hoger niveau, tussen de Europese landen?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, des drones survolent notre espace aérien depuis un moment. L'aéroport a été fermé hier. Je ne vais pas revenir sur les détails mais il est clair que des drones qui survolent des zones sensibles dans notre espace aérien constituent un problème de sécurité. Quand cela concerne des aéroports, c'est aussi dangereux pour les vols.

Le survol par des drones de zones sensibles ne date pas d'aujourd'hui. En 2024, on avait répertorié 31 000 vols de drones enregistrés. Je voulais savoir quelle est la différence qualitative entre ce qui a été enregistré en 2024 et ce que l'on connaît maintenant. Qui est derrière ce phénomène? Comme cela a été dit par le collègue, vu que l'objectif n'est pas l'espionnage, car ils ont envie d'être vus et de se montrer, quel est l'objectif derrière ces vols de drones? Il serait bien d'avoir des éclaircissements sur ces éléments. Cela pose aussi toute la question de l'enregistrement des drones. On n'a que 37 000 pilotes enregistrés en Belgique, sachant qu'en 2024, neuf vols sur 10 dans les zones sensibles n'étaient pas autorisés. Répertorier ce genre d'éléments pose un problème.

S'agissant de l'enquête, y a-t-il des éléments ou des certitudes que l'on peut déjà établir? Sinon, y a-t-il une deadline pour recevoir ces réponses pour pouvoir déterminer qui est derrière le pilotage de ces drones, prendre les mesures nécessaires et réagir de manière efficace et ciblée?

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, général, merci pour les informations que vous avez pu nous communiquer tout à l'heure lors de cette réunion à huis clos. Toutefois, il est regrettable d'entendre aujourd'hui certains déplorer un manque d'investissement total dans la lutte contre les drones, alors que ces mêmes étaient au pouvoir en son temps.

Mais soit, nous ne sommes pas là pour commencer à faire du jeu politique, l'heure est venue de s'unir. L'heure est grave et nous devons évidemment tous et toutes travailler ensemble pour sortir de ces difficultés que nous rencontrons aujourd'hui. C'est pourquoi, ce matin, très tôt, notre groupe a fait une demande formelle afin de réunir les trois commissions que sont la commission de la Défense nationale, la commission de la Mobilité et la commission de l'Intérieur, afin que nous puissions, en tant que parlementaires, poser toutes nos questions aux ministres et trouver des réponses claires nous permettant de continuer à définir nos travaux.

Par ailleurs, il va sans dire que les informations publiées dans la presse n'ont rien de rassurant. C'est pourquoi nous insistons pour qu'il y ait une communication structurée, claire et surtout non alarmiste. Il ne faut pas effrayer la population, mais bien l'informer correctement de la situation réelle. Non, ce n'est pas dans l'imaginaire collectif de certains membres de la majorité, et particulièrement dans la tête du ministre, mais c'est bien une situation que nous vivons aujourd'hui. Les drones survolent nos infrastructures critiques et nous devons en prendre conscience.

Monsieur le ministre, vous en êtes conscient, et cette commission en a bien pris conscience aujourd'hui sur la base des informations qui nous ont été communiquées. Nous devons, et j'insiste, nous unir pour pouvoir réagir tous ensemble aux menaces auxquelles nous faisons face. Nous devons être en mesure de stabiliser cette situation très rapidement.

Mais au-delà de cet aspect, je trouve qu'il est tout aussi important de sensibiliser le secteur de l'industrie afin qu'il puisse, lui aussi, réagir et se préparer. Comme nous le savons toutes et tous, la technologie évolue très rapidement, et nous éprouvons des difficultés à comprendre, à détecter et à intercepter ces drones. C'est pourquoi notre industrie doit pouvoir travailler d'arrache-pied pour trouver des solutions concrètes nous permettant de faire face aux menaces.

Monsieur le ministre, pourriez-vous détailler les grands axes du plan de lutte contre les drones? Quels contacts avez-vous eus avec les entreprises belges afin d'envisager les solutions potentielles?

Enfin, quelles sont les mesures prévues pour ce qui concerne les protections critiques non militaires? De nombreuses infrastructures sont effectivement non militaires et ne relèvent dès lors pas de votre compétence ou de votre département. Néanmoins, envisagez-vous une intervention à cet égard?

Je reviens également sur une question que j'avais posée voici une quinzaine de jours. Toute une série d'applications, notamment Strava – pour n'en citer qu'une et pour ne pas faire de publicité –, dévoilent l'ensemble de la base de Florennes. Monsieur le ministre, qu'est-il possible de mettre en place à notre niveau pour éviter cela?

Steven Matheï:

Collega’s, het is duidelijk dat de hybride dreiging de afgelopen dagen is toegenomen. Boven de luchtmachtbasis van Kleine-Brogel zijn heel wat drones opgedoken. De gevolgen voor de basis en de directe omgeving hebben we vanop de eerste rij kunnen meemaken. De veiligheid van de luchtmachtbasis en de omgeving ervan moet absolute prioriteit krijgen

De afgelopen dagen heeft de lokale politie met volle kracht de nodige opvolging verzekerd. Dat brengt heel wat werk met zich mee op het vlak van onderzoek, het preventieve luik, controles en dergelijke meer. Ik roep alle betrokken partners op, niet enkel binnen de Nationale Veiligheidsraad, maar ook op het terrein, om samen te zitten om de strategische afspraken verder te verfijnen. Zo kan de opvolging optimaal verlopen, in samenwerking met de luchtmachtbasis, Defensie, de federale politie en de lokale politie.

Mijnheer de minister, wat is uw visie om dat op het terrein zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen, zodat we een nog beter antwoord kunnen bieden op de huidige dreiging?

Theo Francken:

Geachte Kamerleden, ik heb zoals altijd een goed voorbereid antwoord meegekregen, met input van de diensten, de staf en mijn medewerkers. Ik zou ook graag kolonel Comhair het woord geven om toe te lichten wat we de afgelopen dagen in de kazernes al hebben ondernomen. De voorbije weken werd de beveiliging al een stuk opgeschaald. Het is belangrijk om dat mee te delen, zodat men ziet dat we wel degelijk heel wat maatregelen nemen. Daarnaast neemt generaal Van Strythem de lead voor alles inzake drones en counterdrones. Hij kan verder toelichting geven over de nodige capaciteiten om ons daartegen beter te wapenen.

Dames en heren, de recente meldingen van drones boven zowel civiele als militaire installaties tonen opnieuw aan dat de hybride dreiging reëel en ernstig is. Het gebruik van drones in de nabijheid van luchthavens, luchtmachtbasissen en kazernes vormt niet alleen een veiligheidsrisico, maar raakt ook rechtstreeks aan onze nationale veiligheid en welvaart.

Het is belangrijk om te benadrukken dat de aanpak van die dreiging een gedeelde verantwoordelijkheid is. Veel leden hebben dat ook benadrukt en ik vind het positief dat de commissie met de verschillende ministers kan samenkomen om gezamenlijk gecoördineerde antwoorden te formuleren.

Binnen het bevoegdheidskader ligt de primaire verantwoordelijkheid voor detectie, opvolging en handhaving bij de politie en bij de FOD Mobiliteit en Vervoer, die instaat voor de civiele luchtvaartveiligheid. Defensie werkt echter nauw samen met die partners. Dat doen we al jaren goed en die samenwerking zullen we volhouden en versterken, onder meer via informatie-uitwisseling, technische ondersteuning en verhoogde paraatheid op onze bases, om de risico’s maximaal te beperken en snel te kunnen reageren op mogelijke incidenten.

De gebeurtenissen van de voorbije dagen onderstrepen de noodzaak van een gecoördineerde en geïntegreerde aanpak, waarin Defensie haar rol ten volle zal blijven opnemen binnen het wettelijk kader en in nauwe samenwerking met onze civiele partners.

De heel concrete vragen over de recente gebeurtenissen, de reeds genomen en geplande maatregelen op korte termijn evenals de specifiek aangehaalde bezorgdheden kwamen reeds aan bod tijdens de briefings van luitenant-generaal Van Strythem en kolonel Comhair. Het betreft gevoelige informatie en raakt aan de operational security . Daarom vonden die briefings achter gesloten deuren plaats. Ik dank u voor de flexibiliteit om dat toe te staan. Dat is een goede zaak. We kunnen niet alles publiek meedelen, maar wel een aantal elementen.

Les enquêtes sur les incursions de drones des dernières semaines sont en cours au sein du Service Général du Renseignement et de la Sécurité (SGRS), en collaboration avec les partenaires nationaux et internationaux, afin de compléter et de vérifier les premiers témoignages et observations. L'exécution de cette étape est indispensable afin d'éviter des conclusions précipitées et fautives.

Il convient également de souligner que la recherche de l'identité, et surtout de l'intention des éventuels auteurs, constitue un processus complexe et chronophage, nécessitant une analyse approfondie avant toute conclusion. Ceci n'empêche bien sûr pas les actions immédiates qui ont été prises par la Défense, afin d'augmenter la vigilance.

De beveiliging van onze kwartieren is gebaseerd op een dreigingsanalyse die rekening houdt met onder andere de veiligheidssituatie en de aard van de gevoelige site. In functie van die analyse kan het wachtdispositief aangepast worden volgens verschillende alarmstadia. De exponentiële toename van dronegerelateerde incidenten is een factor in de analyse en vormt een belangrijk argument om de uitwerking van bepaalde actieplannen binnen de Strategische Visie te versnellen.

Op mijn vraag heeft de Chef Defensie een taskforce Drones, Innovation en Hybrid Warfare opgericht onder leiding van de Chief Innovation Defence of CID. De eerste stap van de taskforce is het in kaart brengen van de huidige situatie, zowel binnen defensie als bij nationale en internationale partners. Tijdens die fase wordt uiteraard rekening gehouden met de recente incidenten en wordt het luik counterdrone prioritair behandeld.

De taskforce werkt samen met andere diensten van defensie aan mogelijke onmiddellijke acties. Die acties moeten worden vertaald in aanvullende richtlijnen voor de verschillende kwartieren op basis van de analyses van de ADIV, het beschikbare patrimonium aan middelen binnen defensie en de optimale inzet van personeel.

Daarenboven is er extra awareness gecreëerd bij het defensiepersoneel om aandachtiger te worden voor drone-overvluchten en om uiteraard eventuele verdachte gedragingen van mogelijke dronepiloten binnen of in de nabijheid van kwartieren te melden.

Op korte termijn wordt er gewerkt aan een actieplan dat onder meer is gebaseerd op versnelde leveringen en kleinere, snel realiseerbare aankopen. Concreet gaat het bijvoorbeeld over extra jammers , radars, dronehunters , zijnde drones die andere drones kunnen neerhalen, detectiemateriaal en shotguns.

Daarnaast wordt voortgewerkt aan de versterking van onze luchtbewakingscapaciteit door lokale detectiesystemen en betrokken actoren zoals skeyes, federale politie en douane te integreren binnen het NASC of National Air Security Center in Bevekom/Beauvechain, waar ze worden samengevoegd met alle luchtverkeersgegevens voor een realtime en gecentraliseerd luchtbeleid.

Wij verhogen eveneens de waakzaamheid in onze militaire kwartieren en roepen onze militairen en burgers op om de ogen en oren open te houden. Op middellange termijn wordt een omvangrijk raamcontract voorbereid met als doel defensie in samenwerking met Europese en Belgische bedrijven op een innovatieve manier uit te rusten met mee evoluerende antidronemiddelen.

Bij de investeringen, zowel op korte als op middellange termijn, wordt aandacht besteed aan detectie, identificatie, neutralisatie en exploitatie. Belangrijk in dat verband is dat de aankopen binnen het huidige defensiebudget worden gefinancierd. Wij vragen dus geen extra geld.

De dreiging is echter acuut. Het besef moet aanwezig zijn dat de procedures moeten worden gemoderniseerd om sneller de juiste uitrusting te kunnen aanschaffen en de intimidaties te stoppen. Aangezien de technologie zich razendsnel ontwikkelt, dienen ook onze procedures te worden omgeschakeld zodat wij snel kunnen schakelen.

De grote variatie aan drones vergt een gelaagde aanpak waarbij verschillende combinaties van sensoren en interceptoren worden ingezet, elk met specifieke capaciteiten. De snel evoluerende markt wordt dagelijks door onze specialisten gevolgd om tot een evenwichtige oplossing te komen voor zowel onze militaire kwartieren als voor ontplooide detachementen. Elke detectie moet worden opgenomen in een snel communicatie- en beslissingsproces. Om die reden hebben we reeds stappen ondernomen voor een verregaande samenwerking met onder andere SkeyDrone, douane en politie. Om gezamenlijk het hoofd te bieden aan al die uitdagingen staan onze specialisten in nauw contact met partnerlanden, de industrie en de academische wereld.

Faisant référence à la commission de Suivi des missions militaires du 22 octobre dernier, je vous confirme que des mesures ont été prises afin de renforcer la coopération entre la police locale et le personnel de garde des quartiers, toujours dans le respect du cadre juridique d'application. En ce qui concerne la visibilité des infrastructures critiques dans les quartiers militaires sur des applications telles que Google Maps ou Snapchat, le SGRS est en contact avec les services concernés afin de mettre en place un floutage systématique de ces zones.

Il peut être affirmé que l'analyse de la situation dans les pays voisins ne présente pas de grande différence par rapport à notre approche.

Tot zover mijn voorbereide antwoord, collega’s. Ik kan ook nog een paar punten meegeven over de bevoegdheid voor de bescherming van kritieke infrastructuren tegen drones in België. In België ligt de verantwoordelijkheid voor de beveiliging van civiele kritieke infrastructuur bij de FOD Binnenlandse Zaken en bij de privébeheerders. Defensie kan hierbij ondersteuning bieden, zoals dat ook gebeurt bij internationale toppen van bijvoorbeeld de NAVO of de EU, via missies van het type Joint Umbrella.

De beveiliging van militaire infrastructuur valt onder Defensie, in samenwerking met de geïntegreerde politie, en wordt juridisch ondersteund door vliegverboden en de strafrechtelijke bepaling die ertoe strekt dat men tot één jaar celstraf kan krijgen, als men een intrusie doet in een militair domein, bijvoorbeeld door er met een drone boven te vliegen.

Monsieur Lacroix, vous m'avez notamment interrogé au sujet du site de Tihange. C'est la Défense qui s'en charge à présent. Ce sont des jeunes hommes, comme vous l'avez indiqué. Ils sont assez forts. La question de leur âge ne me semble pas vraiment pertinente. Ils sont bien formés. En tout cas, quand ils aperçoivent des drones, ils doivent contacter la police, conformément à la procédure. Dans le fond, c'est toujours le même problème. Je souhaite obtenir un codex définissant un cadre légal. Depuis cinq ou six ans, nous en parlons au sein de notre commission dans le but d'élaborer des outils pour la Défense qui s'appliquent dans l'espace public afin de susciter des engagements. C'est une discussion d'ordre juridique. Le codex est quasiment prêt pour être présenté ici. C'est un aspect essentiel qui est notifié dans l'accord de gouvernement, comme vous le savez.

Waarom zijn de drone overflights belangrijk?

Cela rejoint la question de M. Boukili sur la différence entre les 30 000 survols enregistrés l'année passée et la situation actuelle.

We zien dat dit gebeurt, gecoördineerd in tijd en ruimte. Niet alles is gecoördineerd, maar een aantal acties is dat duidelijk wel. Het gaat om intentioneel disruptieve handelingen. Vaak gebeurt dit op hetzelfde moment, het donkerste moment van de dag, net na valavond en net voordat de hemellichamen zichtbaar worden, wat betekent dat het echt zeer donker is. Het is dus intentioneel en disruptief.

Het gaat ook om aangepaste tactieken. Er wordt bijvoorbeeld niet van radiofrequenties gebruikgemaakt, waarvoor we radarsystemen hebben, maar van 4G- of 5G-netwerken, wat veel moeilijker te detecteren is. Het gaat om semiprofessionele grote drones. We zien meerdere drones simultaan, die in formatie vliegen. Dat kan niet iedereen. Dat vergt enige skills. Het past in het patroon van hybride technieken, die we ook in andere landen in andere theaters zien.

Dit is dus niet zomaar een fenomeen van iemand die toevallig met een drone over een stukje van een militair domein of een luchthaven vliegt. Wat er gisteren op de luchthaven is gebeurd, toont dat duidelijk aan. De luchthaven werd gesloten nadat drones waren waargenomen, werd vervolgens opnieuw geopend, waarna een grote drone net voor de verkeerstoren kwam vliegen. Daarop moest de luchthaven opnieuw worden gesloten. Dat gebeurt niet zomaar. Er zijn een aantal indicaties die erop wijzen dat dit op een zeer structurele manier is georganiseerd.

Belangrijk is ook dat niet elke dronemelding deel uitmaakt van een grote operatie. Gisteren waren er bijvoorbeeld dronemeldingen voor de sluiting van de luchthaven, op verschillende domeinen, kwartieren en locaties. Toen de luchthaven gesloten was, moesten vliegtuigen laag vliegen en circuleren voordat ze konden landen. Dat zorgt in het donker voor veel lichtjes. Dat kan dreigend overkomen. We hebben toen veel meldingen ontvangen, maar dat waren vliegtuigen die niet mochten landen en boven een deel van België aan het cirkelen waren. Sommige mensen dachten dat het om drones ging en belden de politie. Er is dus een verschil tussen de meldingen voor acht uur en die na acht uur, toen de luchthaven gesloten werd. Dat is belangrijk om te vermelden. We zijn dat allemaal zorgvuldig aan het oplijsten en bestuderen.

Er waren ook vragen over de samenwerking met de partnerlanden. Er is contact opgenomen met Nederland, zowel op het niveau van de politie als op militair niveau. Ik heb ook politiek contact gehad met mijn collega-minister uit Nederland. Die heeft op zijn beurt contact opgenomen met zijn Franse, Luxemburgse en Duitse collega's. Die contacten zijn er dus. We bekijken ook, binnen de NAVO en de Europese Unie, of we eventueel ook daar steun kunnen krijgen. Daar zijn we ook mee bezig.

Wat betreft de burgemeesters, mijne heren Courard en Matheï, dat is een gevoelig punt. U bent burgemeester en ik ben dat zelf ook al 13 jaar. Het is belangrijk om bij een crisis de burgemeester zo snel mogelijk te contacteren. Of het nu gaat over een asielcrisis, als men bijvoorbeeld een asielcentrum wil openen, of over een overstroming of een ander fenomeen, de burgemeesters moeten meteen gecontacteerd en meegenomen worden in de keten.

Normaal gezien is er een overleg tussen de commandant van een kwartier en een burgemeester. Dat verloopt via de politie en soms ook rechtstreeks. Ik heb gevraagd dat elke kwartiercommandant deze week contact opneemt met de lokale autoriteiten, zoals u suggereerde, mijnheer Matheï. Die instructie is gegeven en dat zal de komende dagen zeker gebeuren. Dat is trouwens op een aantal plaatsen al gebeurd. Het is de bedoeling om een aantal afspraken vast te leggen. Als we drones zien, dan is het allerbelangrijkste zoeken naar de piloot. Die bevindt zich niet op een militaire basis, maar wel in de buurt daarvan. Dat is politiewerk omdat het om burgerlijk terrein gaat waar wij geen bevoegdheid hebben, maar militairen kunnen wel helpen. In die zin hebben we een aantal richtlijnen gegeven en kolonel Comhair zal die straks toelichten.

Mijnheer Matheï, ik heb u gebeld, maar ik heb niet iedereen gebeld. Ik heb bijvoorbeeld de burgemeester van Marche-en-Famenne niet gebeld, terwijl de melding vorige week binnenkwam. Ik had dat kunnen doen en ik zal nu bekijken hoe ik dat nog gestructureerder kan doen. Ik zal deze namiddag een aantal burgemeesters telefonisch contacteren, want het is heel belangrijk dat mijn kabinetschef of ikzelf bellen om te zeggen wat er gebeurd is en dat we ermee bezig zijn. Dat is een heel terecht punt dat ik zeker meeneem.

S'agissant de la communication, je pense que nous devons communiquer davantage, surtout aux voisins civils d’une base militaire. Nous allons le faire. Nous l’avons déjà fait dans quelques villages et à quelques endroits, mais nous devons formaliser et structurer cela.

Ce sont deux points que je retiens, parce que je pense que c’est très important.

Dat is natuurlijk ook de reden waarom de Nationale Veiligheidsraad samenkomt. Dat zijn zaken die men daar in overleg met de volledige veiligheidsketen kan afspreken. Dat neemt echter niet weg dat we hier echt werk van moeten maken. Dat wordt dus zeker meegenomen. U raakt daarmee een heel gevoelige snaar bij mij en ik denk dat u dat ook weet.

Wat betreft de vraag van mevrouw Safai of we kunnen leren van andere landen en of we binnen de NAVO moeten consulteren. Dat doen we inderdaad. We nemen effectief contact op met andere NAVO-lidstaten om na te gaan hoe zij te werk gaan. Een andere kwestie is of men een procedure op grond van artikel 4 moet opstarten. Dat behoort uiteraard tot een geheel andere orde. Dat wordt bestudeerd en we zullen dat dan bekijken. Dat is iets voor de komende uren en dagen.

Pour ce qui est d'organiser des commissions conjointes, je pense que c'est effectivement une bonne idée.

Droneregistraties zijn niet mijn bevoegdheid. Dat is geen zaak voor Defensie. Sorry, ik weet eerlijk gezegd niet precies hoe dat juist in elkaar zit. Vragen daarover moet u aan een andere minister stellen.

De heer Vandemaele klaagt aan dat ik met mijn communicatie paniek zou creëren. Ik spreek dat tegen. Ik heb hier wel al wat watertjes doorzwommen. Ik zit al 25 jaar in de Wetstraat en niet veel mensen kunnen dat zeggen. Ik heb zeker niet de bedoeling paniek te creëren. Ik heb niet proactief gecommuniceerd over drone-incidenten. Ik heb gecommuniceerd toen journalisten mijn kabinet of Defensie contacteerden met de vraag of het klopte dat er drones waren gezien boven Kleine-Brogel. Dan kan men niet liegen. Dan kan men niet zeggen dat daar niets van waar is. Dat moet men niet doen. Men moet nooit liegen. Dat is het slechtste wat men kan doen. Het wordt dus bevestigd.

Dat is reactieve communicatie, want ik bevestig aan een journalist dat er drones boven een kwartier zijn gedetecteerd of online door burgers – die zijn namelijk niet blind; ze zijn alert en waakzaam op dit moment en dat is goed – gemeld. Dat is geen proactieve communicatie over wat we allemaal vandaag hebben gezien.

Overigens, er zijn veel meer meldingen dan er in de pers komen, wat eens te meer bewijst dat ik absoluut niet proactief daarrond communiceer. Er is al heel wat gebeurd de jongste dagen en weken. Ik heb absoluut niet de intentie gebeurtenissen op te stoken. Ik lees op sommige sociale media dat Defensie gewoon meer geld wil en dat Francken geld nodig heeft. Dat is allemaal fake news. Ik heb geen geld nodig. Nee, de uitgaven voor het dronebeleid ten belope van 50 miljoen vallen allemaal binnen het budget, binnen de maanden geleden afgesproken 2 %. Ik heb geen enkele intentie een of andere falseflagoperatie op poten te zetten om meer geld te krijgen voor Defensie. Dat is compleet krankzinnig. Dat is het dus absoluut niet. Er is voorzien in het nodige geld; er wordt niets extra gevraagd. De commissie Legeraankopen buigt zich vandaag om 14 uur over ons dossier. Ik hoop daar brede steun van alle partijen te krijgen.

Ik kom tot de vraag of de verantwoordelijken achter de drone-incidenten al dan niet amateurs zijn. Er zullen zeker amateurs bij zijn, die per ongeluk het luchtruim van de luchtmachtbasis of de nationale luchthaven schenden of het eens willen uitproberen. Er zijn echter absoluut ook professionals bij betrokken. Wat gisteren op de luchthaven werd waargenomen, gaat verder dan wat een amateur kan bewerkstelligen.

Ik kom tot de vraag met betrekking tot de opdracht van de CHOD om de drones uit de lucht te schieten. De chef Defensie heeft de opdracht en de rules of engagement maandag in Zeebrugge aan de media nog eens verduidelijkt. Schieten is toegestaan, mits dat op een veilige wijze gebeurt en er is een clear shot nodig. Voordat er wordt gevuurd, moet de drone eerst gejamd worden. Dat lukt niet altijd wegens de gebruikte radiofrequentie. Daarnaast moet er een clear shot zijn voordat erop wordt geschoten. De opdracht om de drones neer te halen, werd gegeven, maar de uitvoering hangt af van de concrete situatie.

Christophe Comhair:

Goedemiddag, het schema voor de korte en middellange termijn laat ik over aan de generaal-majoor. Defensie plant en voorziet budgetten en middelen om te reageren op de huidige dreigingssituatie. Defensie moet wendbaar zijn en in staat zijn om onmiddellijk actie te ondernemen. Er werden reeds richtlijnen verspreid en een aantal acties ondernomen. Momenteel werken we op vijf assen.

Notre travail s'articule autour de cinq axes, à savoir l'axe de prévention, l'axe de détection, l'axe d'identification, l'axe d'engagement ainsi que l'axe de contrôle, de coordination et de communication.

Wat betreft het luik preventie, we zijn reeds enkele weken met aandrang richtlijnen aan het versturen tot op de laagste echelons om de alertheid te verhogen en de medewerkers ervan bewust te maken dat ze ook naar boven moeten kijken - de dreiging komt immers ook uit de derde dimensie - en dat ze daarover moeten communiceren.

Daarnaast hebben we gezorgd voor een versterking van de beveiligingsdispositieven in de verschillende militaire kwartieren. De alarmstadia, waarover de minister al gesproken heeft, zijn intussen aangepast in tien kwartieren. In verschillende daarvan zijn de stadia verhoogd. Dat betekent dat er meer personeel zichtbaar aanwezig is en dat ander materieel wordt ingezet aan de poorten, allemaal met het oog op een ontradend effect. Een van de gevolgen daarvan is dat het personeel meer patrouilles uitvoert, zowel binnen als buiten de kwartieren. De operatoren die de drones besturen, bevinden zich immers buiten de kwartieren. Die patrouilles gebeuren in overleg met de lokale politie en de lokale autoriteiten, eveneens met een ontradend doel. De minister heeft al aangegeven dat de kwartiercommandanten zeer snel overleg zullen plegen met de lokale politie en autoriteiten. Dat proces is volop aan de gang.

Een ander luik dat mogelijk onderbelicht is gebleven, betreft de noodzaak om te blijven inzetten op duidelijke communicatie. Het moet duidelijk worden gecommuniceerd dat de drone overflights boven militaire kwartieren en vitale of kritieke installaties illegaal en strafbaar zijn. Dat heeft niet alleen een ontradend effect, maar moet ook toekomstige copycats afschrikken. Bovendien houden zulke vluchten aanzienlijke risico’s in voor de vliegveiligheid, met mogelijke materiële schade en zelfs gewonden of dodelijke slachtoffers tot gevolg. We moeten dus blijven inzetten op ontradende communicatie.

Tot daar mijn toelichting betreffende het luik preventie.

En ce qui concerne le volet détection, nous allons pouvoir accroître notre capacité de détection grâce aux mesures déjà prises dans le cadre du volet prévention, car nous disposons aujourd'hui de davantage d'effectifs sur le terrain. Nous avons également mis en place une meilleure coordination avec tous les acteurs concernés, soit au niveau fédéral, soit au niveau local. En outre, pour ce qui concerne les mesures ou les moyens de défense et de détection, nous avons appliqué une répartition des moyens de la Défense dans les différents quartiers concernés.

Wat betreft het luik identificatie, er is met aandrang gevraagd om telkens wanneer iets wordt gedetecteerd, daarvan foto’s te maken. De laatste tijd merken we immers dat de drones ’s nachts of bij duister vliegen, wat de identificatie bemoeilijkt. We hebben binnen defensie dan ook een systeem op poten gezet waarbij we de foto’s naar een aantal experts in het dronedomein, het UAS-domein, kunnen sturen. Zij beschikken over de expertise om al een eerste aanname te maken over het soort drones en wat hun vluchtgedrag is, wat wij dan later kunnen gebruiken in onze verdere analyses.

Pour le volet engagement de neutralisation, nous disposons à l'heure actuelle de deux systèmes de neutralisation, à savoir un système de brouillage électronique, the jammer , et un système kinétique, les shotguns , dont la portée est certes limitée, mais qui ne causent pas de dommages collatéraux.

Nous pourrions mettre en place des fusils de guerre de grande taille, mais il faut savoir que tout ce qu'on tire vers le haut finit par redescendre, et nous devons autant que possible limiter les dommages collatéraux.

Ces moyens sont répartis entre les casernes, les quartiers concernés.

Binnen bepaalde kazernes zullen dronepiloten ook stand-by blijven om bij meldingen van drone overflights te trachten deze drones te volgen en te lokaliseren.

De rules of engagement zijn al kort aangehaald. Die regels zijn opnieuw verduidelijkt, met name inzake wat we wel en niet mogen doen boven militaire kwartieren. Het is duidelijk de bedoeling dat we die drones boven de militaire kwartieren engageren en neutraliseren.

Voor het laatste luik – het vijfde luik, namelijk Command & Control, Coördinatie en Communicatie – zijn al aanzienlijke stappen voorwaarts gezet. Er is al gesproken over de taskforce drones, onder voorzitterschap van de generaal. Daarnaast hebben we sinds iets meer dan twee weken een systeem van communicatie en rapportage opgezet dat ons toelaat een beter overzicht te krijgen van wat er waar wordt waargenomen. Dat zal ook later een diepgaandere analyse door onze counterintelligence en veiligheidsdiensten mogelijk maken, die verbanden kunnen leggen om zo te komen tot attributie en een beter inzicht te krijgen in het doel van deze incursies .

Er zijn bovendien contacten gelegd, niet alleen op politiek niveau door de minister met de buurlanden, maar ook door de defensiestaf. Onze Chief Operations, een luitenant-generaal, heeft contact opgenomen met Nederland, Frankrijk, Duitsland en Luxemburg om afspraken te maken en een beter algemeen beeld te krijgen van de aard van de dreiging door drones en over de manier waarop we daar gezamenlijk mee kunnen omgaan. Dat overleg zal in de nabije toekomst nog vlotter verlopen. Tot zover.

Theo Francken:

Bedankt, mijnheer de generaal.

Michel Van Strythem:

Goedemiddag, ik wil beginnen met een uitspraak die een van uw collega's deze ochtend heeft gedaan: de technologie evolueert zeer snel.

De technologie evolueert inderdaad heel snel. Daarom werden in de Strategische Visie van deze zomer drie grote strategische doelstellingen vastgelegd. Ten eerste, defensie heropbouwen voor collective defence , overeenkomstig artikel 5, en, ten tweede, defensie heropbouwen voor de territoriale verdediging, overeenkomstig artikel 3. Dat zijn twee taken die we 40 jaar geleden en eerder uitvoerden en die we nu opnieuw moeten opnemen binnen defensie, vandaar de investeringen.

Er is ook een derde strategische doelstelling: defensie moderniseren voor de oorlog van vandaag en morgen. Ik noem dat operationele innovatie. Een maand voor de goedkeuring van de Strategische Visie heeft de minister gevraagd om een taskforce Drones en Innovatie op te richten. Dat is ondertussen gebeurd.

Er zijn daarin twee aspecten. Innovatie betreft de brede operationele innovatie in allerlei domeinen. Drone- en counterdronemogelijkheden vormen daarbij het zichtbare deel op korte termijn van die ijsberg van modernisering.

Zodra dat team was opgericht, hebben we dezelfde werkmethode gevolgd als vierenhalf jaar geleden bij de oprichting van een vijfde macht bij defensie, de Cybermacht.

Quelle était cette méthode de travail appliquée voici quatre ans et demi? C'était un stocktaking , une mise en carte de ce qu'on faisait déjà dans ce domaine-là à la Défense, de ce qu'on fait dans ce domaine-là en Belgique dans l'industrie, le monde académique et les centres de recherche, et évidemment de ce qui se fait chez les acteurs internationaux au niveau de la défense.

We zijn voorbije zomer gestart met die veertig werken van Hercules, om dat alles in enkele maanden tijd in kaart te brengen. Toen reeds, in tempore not yet suspecto, werd prioriteit gegeven aan counter-UAS, als eerste prioriteit. Daarom heeft DGMR, in het kader van de strategische visie, voorgesteld om een structureel innovatief partnerschapsprogramma te implementeren.

Een innovatief partnerschap voorziet in een cyclus om de snelle technologische evolutie van sensoren, effectoren en de aansturing van die systemen op te nemen in de werking van dat partnerschapscontract. Zo zullen iteratief capaciteiten worden ontplooid voor de twee taken, zijnde collective defence volgens artikel 5, concreet dus de strijdkrachten die worden ingezet in het kader van onder andere de NAVO-plannen, en de capaciteiten die territoriaal moeten worden ingezet. Dat structureel programma heeft een grootteorde van een miljard en zit momenteel in de fase van een AVA, een aanvraag voorafgaandelijk akkoord, in het Frans de DAP; dat is een ambtelijke stap.

Le processus est pour l'instant au niveau de l'Inspecteur des finances. Le programme suit son chemin procédural.

Vermeldenswaardig is dat dat programma ook zal worden opengesteld voor andere behoeften dan die van Defensie, mits bijvoeging van de nodige budgetten om gezamenlijk andere zaken te kunnen kopen. Dat is voorzien in de aanvraag voorafgaandelijk akkoord.

Cette demande d'accord préalable (DAP) prévoit d’ouvrir le marché à d’autres acteurs interdépartementaux, avec l’introduction de budgets comme cela se fait dans d’autres programmes, voire même à des partenaires internationaux. Voilà donc ce qui est actuellement prévu dans ce programme, en cours d’approbation.

Comme vous vous en rendez bien compte, ce genre de programme nécessite beaucoup d'argent du contribuable. Cela va donc prendre du temps et l'ensemble de l'année prochaine sera nécessaire pour qu'il soit concrétisé dans une attribution. Les premiers effets seront visibles au cours du premier semestre de l’année 2027. Voilà donc ce qui est structurellement prévu en exécution de la vision stratégique: une partie modernisation, une partie drones, une partie contre-drones. More is to follow in the other domains.

Compte tenu des événements qui se sont accélérés depuis les survols de drones dans les pays nordiques et à Elsenborn, nous avons préparé un dossier parallèle et urgent d'acquisition de moyens counter-UAS . Je ne préciserai pas ici, en séance publique, à partir de quand cela produira un effet. Cela a été exposé ce matin lors de la session à huis clos.

En quoi consiste ce programme? Il se compose de quatre lignes d'efforts. La première, comme l’a expliqué le colonel Comhair, est que nous avons pris des mesures au niveau de la Défense pour améliorer le reporting humain de nos gardes et de nos militaires concernant les incidents liés aux drones. Nous continuerons dans cette voie. Ce que nous allons mettre en œuvre avec la première ligne de développement dans ce dossier urgent, c’est l’appui d’une application, un logiciel de reporting standardisé, qui permettra un suivi plus centralisé des incidents, et ce suivant un canevas que nous sommes en train de tester, avec des améliorations de reporting humain.

La deuxième ligne d'efforts consiste à installer des antennes de détection de radiofréquences pour l'ensemble des quartiers militaires, comme c'est déjà le cas dans d'autres infrastructures critiques. Ce n'est pas encore le cas dans la majorité des quartiers militaires.

La troisième ligne est l'intégration de ces données dans le centre de sécurité aérien (NASC). Je dois ajouter un élément concernant le programme de partenariat d'innovation structurelle: le centre de commandement de la capacité counter-UAS itérative, qui sera construite sur le long terme, sera intégré avec l'Integrated Air and Missile Defence (IAMD). C'est pour cette raison que toutes les données de sécurité qui proviendront entre autres de ce système seront intégrées via le NASC. Le NASC, qui a été décidé dans le plan STAR, a été initié avec une version 1.0. Il est actuellement intégré au Centre de reporting et de contrôle de la défense antiaérienne (CRC), en l'occurrence le CRC à Beauvechain.

Dans le cadre de la Vision stratégique 2025, nous passerons à une version NASC 2.0. Le NASC, pour le dire brièvement, est similaire au Carrefour d'Information Maritime (CIM). C'est la même philosophie, mais pour l'espace aérien. C'est là que sont centralisées toutes les informations de sécurité dont disposent tous les partenaires interdépartementaux compétents dans un certain domaine.

Ik maak even de parallel met het Maritiem Informatiekruispunt. Als ik mij niet vergis, zijn er 17 federale en gewestelijke, meer bepaald Vlaamse, overheidsinstanties die 19 competenties beheersen over al wat er gebeurt onder en op de bodem van de zee en in, op en boven de zee. Al die actoren voeren hun eigen bevoegdheid uit met hun eigen middelen, maar beschikken over de gezamenlijke informatie die zich bevindt in dat Maritiem Informatiekruispunt. Het NASC is de versie van het Maritiem Informatiekruispunt, het MIK, voor het luchtruim, met dezelfde filosofie. De implementatie daarvan is voorzien in het kader van de Strategische Visie.

Die line of effort 3 van het dringend dossier beoogt de versnelde implementatie van het NASC 2.0. Die nieuwe NASC 2.0 zal openstaan voor andere interdepartementale actoren die een rol spelen op het vlak van de veiligheid van het luchtruim, in de zin van security . Er zijn immers nog andere bevoegdheden inzake het luchtruim, onder andere safety . We moeten bekijken welke bevoegdheden waar uitgevoerd moeten worden en waar de informatie daarvoor moet worden gecentraliseerd.

Last but not least, de vierde line of effort is een structureel programma voor meer middelen voor Defensie, zowel op het vlak van inzet in het buitenland als van inzet voor de territoriale opdrachten van Defensie. Dat zal een zekere tijd in beslag nemen. Ik heb daarnet gezegd dat dat structureel ten vroegste tegen het eerste semester van 2027 zal zijn. In die vierde line of effort zullen een aantal middelen, waarover ik nu geen details zal geven, de initiële capaciteit versnellen in de geest van wat gepland is in het langetermijncontract. Dat is de inhoud van een dossier dat vandaag aan bod komt in de parlementaire de commissie voor de Controle op de Legeraankopen en -verkopenen en dat dossier zal aan de ministerraad worden voorgelegd.

Theo Francken:

Ik wil nog twee zaken toevoegen.

Ten eerste wil ik de politiediensten uitdrukkelijk danken. De voorbije dagen heeft er veel overleg plaatsgevonden met de politie op alle niveaus: de federale politie, het hoogste niveau van de federale politie, maar ook de lokale diensten. Dat is over het algemeen zeer goed verlopen. Ik wil dus graag benadrukken dat de politiediensten uitstekend werk hebben geleverd, waarvoor mijn oprechte dank.

Ten slotte wil ik om misverstanden te vermijden nog even ingaan op de artikel 4-procedure van de NAVO. Ik lees online al berichten waarin staat dat we artikel 4 zouden inschakelen. Dat heb ik niet gezegd. Er werd gevraagd of we de situatie niet in een breder kader moeten bekijken. Ik heb geantwoord dat er internationaal overleg plaatsvond en plaatsvindt met onze buurlandenop defensieniveau, maar ook op politieniveau met bijvoorbeeld Nederland, en dat er ook internationaal contacten zijn met enkele NAVO-landen op het niveau van de CHOD’s. Een artikel 4-procedure is echter een heel specifieke procedure. De procedure werd ingeroepen door Polen, maar toen was duidelijk dat Rusland eraan ten grondslag lag, want Russische drones drongen het Pools luchtruim in, zogenaamd onderweg naar Oekraïne. Dat gebeurde, als ik mij niet vergis, ongeveer zes weken geleden. Dat was dus een heel andere situatie.

Ik zeg dus niet – en ik richt mij hierbij ook tot de aanwezige journalisten – dat wij de artikel 4-procedure moeten inschakelen of dat we dat moeten onderzoeken. Mochten we dat al willen doen, dan komt dat overigens niet mij toe. Zulke beslissingen worden immers genomen op het niveau van de Nationale Veiligheidsraad en verlopen via de premier en onze vertegenwoordiging bij het NAVO-hoofdkwartier. Dat wil ik heel duidelijk stellen. Wie denkt dat het grote nieuws is dat artikel 4 wordt ingeroepen, vergist zich. Dat is niet wat ik heb gezegd. Als mijn woorden verkeerd begrepen zijn, heb ik dat bij dezen rechtgezet.

Soms merk ik trouwens dat bepaalde uitspraken nogal snel uitvergroot worden. Ik weet niet hoe dat komt, misschien omdat het zo sappig of sexy klinkt of omdat het internationaal interessant lijkt, of misschien druk ik mij niet altijd even duidelijk uit. Dat is mogelijk; ik heb nu eenmaal mijn eigen stijl. Maar soms lees ik naderhand wat ik volgens de media heb gezegd, en dan denk ik: dat heb ik helemaal niet bedoeld en ik heb het ook niet zo gezegd. Dat ligt echter misschien ook aan mezelf. Bij dezen dus nogmaals die verduidelijking.

Ik heb trouwens ook niet gezegd dat we morgen zeemijnen gaan leggen. We zullen de capaciteit aanschaffen om zeemijnen te leggen aanschaffen, wat trouwens al in het STAR-plan stond, maar we zullen ze dus niet inzetten. Evenmin zullen we Moskou platleggen. Dat heb ik zo niet gezegd. Dat ging om een hypothetische vraag, namelijk wat er gebeurt als een nucleaire aanval op Brussel zou plaatsvinden.

Het is soms wat vermoeiend, maar ik zal mijn best doen. Ik weet dat ik veel communiceer en natuurlijk krijg ik ook veel vragen. Ik ben er echter van overtuigd dat iedereen met bevoegd ter zake zal worden aangesproken, niet alleen Defensie, want mijn bevoegdheid is eigenlijk vrij beperkt. Ik beloof dat ik op het vlak van communicatie mijn best zal doen, en anders zet ik het recht, zoals bij dezen.

We zullen artikel 4 van het NAVO-verdrag van Washington dus niet inroepen. Indien dat toch zou gebeuren, dan komt het niet mij toe om dat te doen. Dat is not my call .

Voorzitter:

Het misverstand ontstond misschien doordat u net een hapering in uw keel had.

Mijnheer de minister, mijnheer de generaal, mijnheer de kolonel, ik dank u voor uw toelichting en antwoorden.

Het woord is aan de leden voor hun repliek.

Annick Ponthier:

Dank u wel, minister, generaal en kolonel, voor uw uitgebreide toelichting nu en vanmorgen.

Collega’s, de structurele onderbudgettering van ons defensieapparaat en dus van onze algemene veiligheid laat zich helaas in sneltempo voelen op allerlei domeinen, onder andere de hybride dreiging. We staan eigenlijk met de billen bloot en komen in het vizier door een schrijnend gebrek aan middelen voor dronedetectie en interventie, door de manklopende beveiliging van onze kritieke infrastructuur zowel burger- als defensiegerelateerd, door de gaten in de cyberbeveiliging en door het gebrek aan duidelijke rules of engagement , aan samenwerking tussen de federale en lokale politie en Defensie en Mobiliteit, aan duidelijke afbakening van ieders verantwoordelijkheden en inzetregels en aan internationale samenwerking.

Zeker op het vlak van communicatie loopt het mank. Dan heb ik het niet over het informeren van de bevolking of de sensibilisering daaromtrent, maar wel over uw persoonlijke communicatie, minister, en uw bijzonder boude uitspraken ten opzichte van het Russische regime in een recent interview, waarin u letterlijk hebt gezegd Moskou plat te zullen leggen. Dat is potsierlijk. Het is ronduit onverantwoord en zelfs roekeloos dat u op een moment dat de Belgische en Europese Defensie nog verre van weerbaar zijn, kiest voor grootspraak in plaats van voorzichtigheid. U hebt daarmee veel resultaat geboekt, en ik bedoel dat allerminst positief. De cyberaanval op Proximus vandaag is daar nog maar één voorbeeld van.

Ik denk dat we echt moeten stellen dat een minister van Defensie diplomatisch moet kunnen zijn en voorzichtigheid aan de dag moet leggen. In de huidige geopolitiek uitdagende tijden hebben we absoluut geen nood aan grootspraak of stoerdoenerij. Ik wil u dan ook met aandrang vragen een dergelijke handelswijze achterwege te laten of uw interview eventueel eens na te lezen vóór publicatie.

De belangrijkste oproep, mijnheer de voorzitter en collega’s, is de volgende. Ik zeg ja aan ontrading, alertheid en sensibilisering. Tegelijk dring ik erop aan om snel werk te maken van adequate detectie-, interventie- en identificatiemiddelen, van een verdere opschaling van de noodzakelijke capaciteiten zowel personeel als budgettair en van coördinatie tussen alle betrokken actoren en vooral om slim te investeren.

François De Smet:

Merci messieurs pour ces réponses – tant ce matin à huis clos qu'en séance publique – et pour votre transparence. Vous clarifiez certaines choses sur les intentions et la coordination de ces attaques par harcèlement.

J'entends qu'il y a une stratégie de lutte contre ces drones. Soyons honnêtes, cette stratégie ne date pas d'hier et des récents événements. Mais j'entends aussi qu'on est toujours dans l'analyse de la menace, dans la mise en place de dispositifs et de task forces. Ce n'est pas un reproche en soi, il est normal que ça prenne du temps.

Nous avons du retard en matière de guerre des drones et la question est de savoir si nous disposons du temps nécessaire à le rattraper. J'entends notamment vos remarques sur le fait qu'on a peut-être, nous législateurs, un travail à faire sur les procédures légales. Il y a les procédures en temps de paix, il n'y a peut-être pas les procédures adéquates en temps de guerre hybride – celle que nous sommes en train de vivre –, et c'est donc à nous de jouer.

Dans l'intervalle, nous avons des attaques de drones par harcèlement que nous ne sommes pas capables avec certitude, pour l'instant, de repérer, d'arrêter ou d'intercepter, même si, au niveau des sites de la Défense, vous avez longuement expliqué ce qui est en train d'être mis en place.

Je suis beaucoup plus inquiet pour les infrastructures civiles. Nous ressortons de cette commission – et c'est normal parce que nous sommes en commission de la Défense nationale et que c'est plutôt une question pour le Conseil de sécurité ou pour le ministre de l'Intérieur – sans savoir ce qui va se passer si un É tat étranger décide tous les soirs d'envoyer un drone sur nos aéroports et de perturber notre espace aérien et d'ainsi harceler et empêcher notre société, notre économie et la vie de nos citoyens de se dérouler tranquillement.

Vous n'êtes pas le seul en cause, c'est l'ensemble du gouvernement qui devra se réunir et nous répondre là-dessus prochainement.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, generaal, kolonel, dank voor de heldere toelichting. Ik wil op mijn beurt ook de veiligheidsdiensten danken. Er was gisteren heel wat aan de hand en de veiligheidsdiensten hebben uitstekend werk geleverd. We kunnen er echter niet omheen dat we achter de feiten aanlopen. We zijn daarin zeker niet alleen. Alle Europese landen zijn aan het opschalen en de technologie gaat inderdaad razendsnel vooruit. We hebben daar een inhaalbeweging te maken.

Mijnheer de minister, u zit niet stil, uw diensten zitten niet stil en Defensie zit niet stil. Ik voel de sense of urgency bij Defensie, bij u en ook binnen deze commissie. Ik maak mij echter wel zorgen over de sense of urgency bij Binnenlandse Zaken, dat bevoegd is voor het grootste deel van het civiele luchtruim. De luchthaven van Zaventem valt onder de bevoegdheid van de politie. De kerncentrales vallen onder de bevoegdheid van de politie. In de beleidsnota van minister Quintin van Binnenlandse Zaken staat echter nul keer het woord 'drone' en één keer 'hybride dreiging'. Ik maak mij daarom echt zorgen of die sense of urgency bij Binnenlandse Zaken wel is doorgedrongen.

Het gaat om gestructureerde aanvallen en die gebeuren niet door jongeren die af en toe een foto willen maken met hun drone. Die aanvallen worden uitgevoerd door professionals en vereisen een gecoördineerde en gestructureerde aanpak. Daarvoor is eenheid van commando nodig. Defensie heeft een dronegeneraal aangesteld – hij is hier aanwezig – en dat is een goede zaak. Defensie investeert massaal in drones en in counterdronesystemen. Ook dat is een goede zaak. Het personeel wordt opgeleid om daarmee te werken en zal over de knowhow beschikken om met die drones en counterdronesystemen te werken. Dan lijkt het mij logisch dat Defensie op zijn minst de regie in handen neemt bij de aanpak van deze hybride dreiging. Mijnheer de minister, eenheid van commando is belangrijk, want we moeten absoluut vermijden dat de bevolking het vertrouwen in onze veiligheidsdiensten verliest. Dat is namelijk precies waar onze vijanden en tegenstanders op uit zijn.

Philippe Courard:

Monsieur le président, je tenais à remercier M. le ministre et le général pour les réponses qu'ils ont apportées à l'occasion de ces deux rencontres.

Il n'est peut-être pas possible de répondre à toutes les questions mais je n'ai pas entendu de réponse claire relativement aux images aériennes. J'y reviendrai peut-être. Des dispositions ont-elles été prises? Des sites donnent-ils accès à des vues aériennes des installations militaires?

Axel Weydts:

Dank u, minister, generaal en kolonel, voor de vele antwoorden die we ontvangen hebben boven op wat we vanochtend in de besloten vergadering mochten vernemen. De boodschap dat dit in scène gezet zou zijn, heeft me ook al een paar keer bereikt. Het is te zot om los te lopen, natuurlijk. Het is goed dat we dat nog eens benadrukken.

U hebt dat gedaan, mijnheer de minister, en ik zal het ook nog eens doen. De middelen die straks naar dronebestrijding zullen gaan, zijn geen extra middelen. Het zijn middelen waarin voorzien is. Het zijn middelen waarin historisch voorzien is. Deze regering is de eerste regering die 2 % van ons bruto nationaal product zal besteden aan Defensie. De middelen die we zullen inzetten tegen die drones zitten in de 2 %. We gaan niet op basis van deze incidenten plots meer investeren. Er is vanuit Defensie ook geen vraag vandaag om meer te investeren. Laten we ons focussen op het behalen van die 2 %. Dat is een opdracht die al moeilijk genoeg is.

Al wie hierbuiten mee volgt en op de sociale media het verhaaltje voedt dat alles in scène gezet is, voedt daar enkel het narratief van de Russen mee. Dat is hetgeen wat ze wensen te bereiken, dat mensen beginnen te twijfelen aan de goede intenties van de Staat, en dat mensen beginnen te twijfelen aan de capaciteiten van het veiligheidsapparaat van de Staat. Dat is precies wat de vijand, wat de tegenstander wenst te bereiken. Al wie dergelijke verhaaltjes de wereld instuurt, werkt leuk mee aan het narratief van onze tegenstanders.

Mijnheer de generaal, ik waardeer het dat binnen dat domein met raamcontracten zal worden gewerkt, net vanwege het innovatieve karakter. Technologie verandert razendsnel. Over een jaar zullen wij de technologieën al op een andere manier zien. Het is dan ook heel slim om met raamcontracten te werken, zodat wij beslissingen kunnen maken op basis van de evoluties en niet gebonden zijn aan een systeem waarmee wij tien jaar zouden moeten werken. In het geval van drones zou dat heel onverstandig zijn. Het is dus heel verstandig om een en ander via raamcontracten te doen.

Mijnheer de kolonel, ik verneem ook dat er patrouilles buiten de kwartieren zullen plaatsvinden. Mijnheer de minister, dat betekent dat wij snel werk zullen moeten maken van de militaire codex. Ik hoop dat de codex snel aan het Parlement en de regering kan worden voorgelegd, zodat, wanneer de patrouilles buiten het kwartier, waar Defensie in beginsel geen bevoegdheid heeft, effectief zullen worden uitgevoerd, er via een wettelijk kader wel degelijk bevoegdheden bestaan om effectief op te treden. Stel dat de patrouilles het geluk hebben om een dronepiloot te treffen, dan moet men daaraan ook effectief iets kunnen doen. Het is dus goed dat daarvan snel werk wordt gemaakt.

Collega's, ik herhaal het. Het is heel erg duidelijk dat wij te maken hebben met professionelen. De toestand is ernstig. De huidige regering neemt de kwestie ernstig en krijgt daarvoor alle steun van de Vooruitfractie.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, général, colonel, merci pour vos explications. Je suis d'accord avec mon collègue François De Smet pour ce qui est de votre transparence, car l'exercice n'était pas facile.

Je remarque qu'une fois de plus, c'est la Défense qui fait le job. Quant aux autres, on se demande où ils sont. Le ministre de l'Intérieur vient seulement de réclamer un Conseil national de sécurité qui, selon moi, aurait dû se réunir il y a longtemps, vu l'importance de la coordination de l'action à mener en matière de compétences partagées, de responsabilités partagées et d'actions à entreprendre. Quant au ministre de la Mobilité, il est également absent.

En fin de compte, chaque fois qu'il y a un problème dans ce pays, on se tourne vers le ou la ministre de la Défense – comme on l'a fait avec Mme Dedonder – pour lui demander "Que faites-vous pour nous?". Ce n'est quand même pas normal! Dès lors, je tiens à féliciter les hommes et les femmes de la Défense ainsi que, pour une fois, le ministre, avec qui je ne suis pas toujours d'accord. En l'occurrence, je pense que le ministre, son cabinet, l'état-major ainsi que tous ceux qui travaillent à la Défense ont fait ce qu'ils devaient faire, de sorte que je me sens rassuré. C'est une capacité qui a été mise en place, grâce au plan STAR, en 2022. Les efforts portent leurs fruits et vous poursuivez l'investissement et la stratégie élaborée par le précédent gouvernement sur ce point.

Par ailleurs, vous avez remercié la police locale, ce qui me fait plaisir comme bourgmestre également. Mais, en tant que simple bourgmestre, je ne trouve pas normal que cela repose sur une action de la police locale puisque, une fois de plus, la police fédérale semble absente. Je ne peux pas l'accepter. Devrons-nous désormais doter aussi nos polices locales de shotguns lorsqu'il faudra intervenir sur les infrastructures critiques qui ne sont plus couvertes par la police fédérale?

Vous avez remercié les bourgmestres; on peut remercier aussi les citoyens puisque ceux-ci nous aident effectivement à détecter ce qui ne va pas, nous font part de ce qu'ils remarquent et font remonter les informations.

Monsieur le ministre, vous dites n'avoir pas besoin d'argent en plus. C'est la première fois que j'entends cela de votre part. C'est très bien et je vous en remercie. Vous vous contentez donc de ce que l'on vous a donné mais il faudra encore trouver les recettes pour financer vos dépenses.

Cela étant, j'ai un petit conseil à vous donner, monsieur le ministre. Mais qui suis-je pour le donner? Plutôt que de vous focaliser sur les F-35 supplémentaires, remettez les drones au cœur du débat et, avec le CNS, utilisez l'argent dédicacé aux F-35 supplémentaires pour une véritable stratégie nationale concertée anti-drones. Je crois que ce serait plus utile. Vous rebasculez ainsi des budgets dans votre département, mais également en Intérieur et en Mobilité, pour assurer une sécurité maximale des Belges, qui est aujourd'hui menacée

Peter Buysrogge:

Collega’s, we worden hier werkelijk geconfronteerd met een ernstige opschaling van de bedreiging. Misschien evolueren we zelfs van een hybride dreiging naar een effectieve hybride aanval met dit land als doelwit. Alertheid en opschaling van onze veiligheidsmechanismen zijn dan ook aangewezen.

Mijnheer de minister, u doet dat samen met uw mensen van Defensie, waarvoor dank, ook in samenwerking met de partners en met de mensen van Binnenlandse Zaken. Dat dit nodig zal zijn, is hier al meermaals aangetoond.

Collega’s, ik wil nog opmerken dat we deze middag samenkomen met de commissie Legeraankopen om het prioritaire dossier van de counterdrone te bespreken. Ik kijk uit naar de toelichting van defensie en hoop op brede steun.

Collega’s, ik denk dat we in gevallen zoals vandaag moeten vaststellen dat we, veel meer dan in het verleden het geval was, een veiligheidscultuur moeten kunnen ontwikkelen. Het politieke spel van meerderheid en oppositie moeten we daarbij achter ons laten en kunnen overstijgen. In die zin waren de tussenkomsten van collega Vander Elst en van de collega’s van de PS positief en constructief. Ik was echter enigszins verbaasd over de repliek van mevrouw Pontier, die ik in dat opzicht niet zo hoopgevend vond.

Voorzitter:

Ik heb verschillende collega’s gehoord en ook meerdere mails ontvangen met de vraag of er geen bijkomende gedachtewisseling met de mensen van Binnenlandse Zaken en of met de mensen van Mobiliteit kan plaatsvinden. Als dat goed is, zal ik met mijn twee collega-voorzitters contact opnemen om te bekijken wat er mogelijk is om dat in te plannen. Mocht daar enig bezwaar tegen bestaan, steekt u maar uw vinger op. In het andere geval zal ik daartoe de nodige initiatieven nemen.

Matti Vandemaele:

Ik dank de heren voor hun antwoorden. We hebben vanochtend veel bijgeleerd. Drie zaken zijn mij bijgebleven. Ik parkeer alle positieve elementen even en sta stil bij de drie zaken die mij frapperen.

Mijnheer de minister, zowel u als uw collega Quintin, iedereen begint naar elkaar te kijken en te verwijzen. Morgen komt de Veiligheidsraad samen, zo heb ik ondertussen geleerd. Daar moet echt wel de nodige afstemming gebeuren, zodat men niet alleen naar elkaar kijkt maar echt samenwerkt. In die zin ben ik hoopvol voor die vergadering van de Veiligheidsraad morgen. U sprak ook een aantal keer over 4G en 5G. Dan moet de minister van Telecommunicatie misschien ook aanschuiven bij die Veiligheidsraad, want dan betreft het de netwerken die onder haar bevoegdheid vallen.

Het tweede element is voor mij de communicatie-uitdaging. U gooit alles toch een beetje op een hoopje. Niemand heeft iets gezegd over reactief beleid, niemand hier in de commissie zei dat u meer budget zou vragen. Daarover heb ik niets gehoord, maar toch verwijst u ernaar. Wat ik zei is dat uw manier van communiceren in de pers en op sociale media niet bijdraagt aan de kalmte die noodzakelijk is om met dergelijke incidenten om te gaan. Met dat soort stoerdoenerij jaagt u de burgers eerder de kast op dan dat u werkelijk bijdraagt tot een oplossing.

Dan kom ik bij het derde element, misschien het beangstigendste voor mij. U hebt het niet letterlijk gezegd en niemand van u heeft het letterlijk gezegd, maar ik lees het of hoor het toch tussen de regels: als het vanavond weer zover is, zal net hetzelfde gebeuren. Eigenlijk zijn we niet klaar en zal het nog een aantal weken of maanden duren voordat we effectief echt stappen vooruit kunnen zetten, zowel op het vlak van detectie als op dat van het neerhalen. Dat is eigenlijk het meest verontrustende nieuws van de dag, namelijk dat u aangeeft dat als het vandaag, morgen, overmorgen of volgende week opnieuw gebeurt, het wellicht hetzelfde zal zijn. Dat lijkt mij bijzonder problematisch.

In die zin kijk ik uit naar wat de Nationale Veiligheidsraad zal realiseren om ook op korte termijn oplossingen te bieden, want ik denk dat onze burgers daar echt naar verlangen. Dank u wel.

Voorzitter:

Zijn er nog collega’s die het woord vragen?

Mathieu Michel:

Monsieur le président, je tiens à saluer la clarté et la transparence des propos qui ont été tenus. Par ailleurs, j'éprouve une totale confiance dans les équipes au regard de l'enjeu. Je tiens aussi à saluer le colonel Van Strythem, que j'ai croisé du coin de l'œil et qui avait déjà accompli un boulot génial au sujet de la Force Cyber. Pour cette raison, je me sens particulièrement en confiance en apprenant que c'est ce même colonel qui est en charge de ce dossier.

Pour le reste, j'aimerais quand même aborder deux ou trois éléments. Tout d'abord, j'insiste sur la nécessité d'appréhender la menace à 360 degrés. Je ne voudrais pas – et je ne prétends pas que ce soit le cas, mais j'ai entendu certaines choses qui me préoccupent à ce sujet – que ce dossier nous amène à regarder la compétence du voisin plutôt que la sienne. Il est donc essentiel de considérer qu'il faut travailler en équipe. Par conséquent, il ne s'agit pas de considérer qu'il y a les volets "Défense", "Intérieur" et "Mobilité". Aujourd'hui, nous avons besoin de travailler ensemble, de briser les silos habituels lorsque nous sommes confrontés à des enjeux stratégiques majeurs. Or c'est bien le cas. Si l'on dit "ce n'est pas moi, c'est l'Intérieur, la Mobilité, le Budget, etc.", on ne parviendra jamais à se tenir à la hauteur de l'enjeu qui nous fait face aujourd'hui. Dès lors, j'y insiste avec force: de grâce, arrêtons de penser en silos, car cela ne correspond pas du tout à ce qu'est une menace hybride! Par nature, celle-ci est transversale. Et c'est de la sorte qu'elle doit s'appréhender. À ce titre, je me demande si nous ne devrions pas travailler à une véritable définition de la menace hybride et à la manière dont nous la comprenons. Nous avons passé naguère de nombreux mois à réfléchir à ce qu'était un contexte de pandémie. Il me semble aussi intéressant et important de s'interroger sur ce qu'est un contexte de guerre hybride pour, éventuellement, développer des réflexions et des procédures notamment sur le plan de l'agilité budgétaire.

Enfin, j'aborderai un dernier point. Si je n'irai pas jusqu'à remettre en doute l'ensemble de la stratégie d'acquisition militaire, il est vrai, monsieur le ministre, que vous montrez un enthousiasme important pour l'acquisition des F-35. Nous avons eu l'occasion d'échanger en aparté à ce sujet Je pense qu'avoir des avions multi-rôles est un élément essentiel. Je n'aime pas l'idée que nous devions choisir l'un ou l'autre. L'enjeu est de choisir l'un et l'autre, avec des ambitions budgétaires que l'on aurait peut-être pu imaginer différemment. Ce que je vous appelle à faire, c'est de montrer le même enthousiasme que celui qui vous anime pour les F-35 pour la lutte anti-drones. C'est une chose qui me semble fondamentale parce qu'aujourd'hui, et je dis bien aujourd'hui, la menace immédiate et imminente est bien celle-là. Nous vous faisons confiance pour prendre conscience de l'importance du moment.

Koen Van den Heuvel:

De gedachtewisseling vanochtend was zeer interessant. Ik vat de drie aandachtspunten samen die voor de cd&v-fractie bijzonder belangrijk zijn.

Ten eerste is er de weerbaarheid door middel van de juiste communicatie. De gedachtewisseling van vandaag draagt daaraan bij. We moeten dat pad blijven volgen, zodat onze bevolking weerbaarder wordt.

Een tweede punt betreft de samenwerking. Uit de discussies blijkt duidelijk dat daarop moet worden ingezet. Ik ben er ook van overtuigd dat de regering dat zal doen. Morgen vindt al de formele bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad plaats, maar dat betekent geenszins het einde van het proces. Dat het startpunt van de werkzaamheden. We moeten daar absoluut op inzetten en uit onze kokers komen. Naast de militaire infrastructuur moet ook ons volledige luchtruim, met bijzondere aandacht voor de kritische infrastructuur, worden meegenomen.

Een derde punt betreft de internationale samenwerking. De minister heeft al bevestigd dat er inderdaad dergelijke initiatieven lopende zijn; wij moeten daarop blijven inzetten.

Theo Francken:

Nog dit, mijnheer de voorzitter. Ten eerste is het zeker niet mijn bedoeling om de hete aardappel door te schuiven en mij ervan af te maken door de stelling als zou ik er niets mee te maken hebben. Ik heb de voorbije weken meermaals gecommuniceerd over de uitdaging. Ik heb daarbij meermaals niet over mijn eigen bevoegdheden gesproken. Dat is voor mij geen probleem, want we moeten samenwerken.

Il est évident que nous devons collaborer et coopérer. Je suis le premier à briser les silos, d'autant plus quand cela concerne le gouvernement fédéral. Je n'ai aucun problème à prendre mes responsabilités. Demain, nous aurons une réunion. Nous allons collaborer davantage encore.

S'agissant de mon enthousiasme pour les anti-drones, il est énorme, que nous parlions des navires, des F-35, etc.

Wat het taalgebruik betreft, persoonlijk vind ik het sterk om een vermeende DDoS-aanval op Proximus, waarvan ik niet op de hoogte ben - ik zal me straks informeren - rechtstreeks te koppelen aan een communicatie die ik zou hebben gedaan. Ik vind dat buitengewoon kras. Mevrouw Ponthier, u legt die link. U hebt dat hier gezegd, u moet het maar eens herbeluisteren, mevrouw Ponthier. U beweert dat ik gezegd zou hebben dat ik Moskou zou platgooien. Dat heb ik helemaal niet gezegd. Lees dat maar eens na.

Dat ik lessen zou moeten krijgen van u qua fors taalgebruik, terwijl uw directeur strategie duidelijk maakt dat hij nooit meer met de N-VA wil samenwerken, dat vind ik opmerkelijk. Die deur is dus gesloten. Dat hij mij op alle mogelijke fora een losgeslagen gek noemt en vindt dat ik opgesloten zou moeten worden, wat fors taalgebruik betreft, raad ik u aan eens een spiegel voor te houden. Dat zou niet misstaan.

Wat ik heb gezegd – ik herhaal het -, is dat als men mij de vraag stelt of Poetin een nucleair wapen op Brussel zal gooien, ik daarop neen antwoord. Dat zal niet gebeuren. Dat lijkt mij een redelijk geruststellende uitspraak. De reden is dat Poetin weet – dat woord is toch relevant - dat als hij dat doet, daar onmiddellijk een reactie op zal volgen. Het principe van second strike kent u zeer goed, mevrouw Pontier. U bent een experte in defensie en zit hier al vele jaren. Het is een basisprincipe van de militaire doctrine van de NAVO, al 76 jaar, een gezond principe dat wij allen aanhangen. Dat is wat ik heb gezegd.

Ik voel me inderdaad gepakt door een journalist die het interview niet eens heeft afgenomen. Tien dagen later verscheen plots een kop die naar mijn oordeel uit de context is gehaald waarbij een klein fragment van een lang interview werd uitvergroot. Tijdens de tien dagen nadat ik dat interview had gegeven, heeft niemand van de duizenden mensen die het hebben gelezen, er aanstoot aan genomen. Plotseling wordt één titel uitvergroot en krijgt het grote aandacht. Los van mijn imago en mijn ego vind ik dat gewoon gevaarlijk. En dat zien we nu.

Overigens, persoonlijk denk ik dat er, stel dat een incident aan een bepaald land wordt toegewezen, misschien wel wat meer aan de hand is dan wat een interview in Humo wordt gezegd. Maar voor u is het blijkbaar duidelijk één op één gelinkt. Als u daar bewijs van hebt, mag u het me altijd bezorgen. Dan zullen de diensten het wel even onderzoeken.

Monsieur Courard, pour ce qui est des images aériennes, c'est en cours et cela nous occupe fortement, également pour ce qui concerne Strava. Nous recherchons actuellement une solution.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister van Defensie, ik wil uiteraard kort reageren op uw woorden.

U hebt de titel van minister van Defensie en die titel draagt u waardig uit. Ik zou echter ook graag hebben dat u dat in uw communicatie laat blijken en dat u met omzichtigheid te werk gaat. Dat is het enige wat ik van u vraag. Het artikel getuigde niet van die omzichtigheid. Ik meen wat ik zeg. In uw functie zou ik er echt naar streven alle artikels die over u verschijnen, en zeker interviews die u zelf aflegt, vooraf na te lezen. Wij leven immers in bijzonder gevaarlijke tijden. Wij hebben het hier de hele ochtend gehad over droneaanvallen, cyberaanvallen, aanvallen op onze samenleving en op ons systeem, onze waarden en normen. U moet dus op uw taalgebruik letten. Dat lijkt mij niet te veel gevraagd in de commissie voor Landsverdediging over de cyberaanval.

Ik heb niet beweerd dat u daar rechtstreeks aan bent gelinkt. Ik lees hier een nieuwsartikel dat ons daarnet is toegezonden met de titel “Pro-Russisch hackerscollectief viseert Theo Francken na cyberaanval op websites van proximus en Scarlet.” Ik lees enkel wat in de media verschijnt. Een en ander kan onrechtstreeks wel gelinkt zijn. Ik leg die link niet, maar die link wordt gelegd.

Daarom roep ik u op tot omzichtigheid en voorzichtigheid in al uw uitspraken, zeker als minister van Defensie. Partijpolitiek doet hier niet ter zake.

Theo Francken:

Mevrouw Ponthier, ik neem uw opmerking zeker mee.

Voorzitter:

Collega's, het is ondertussen 12.55 uur. Ik stel voor om onze werkzaamheden hier te sluiten. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.55 uur. La réunion publique de commission est levée à 12 h 55.

Het sluiten van het luchtruim voor een demonstratievlucht met F-35's

Gesteld door

VB Britt Huybrechts

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 22 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De plannen om het luchtruim boven Brussel tijdelijk te sluiten voor een F-35-demonstratievlucht tijdens een NAVO-evenement werden geweigerd door minister Crucke (Mobiliteit), omdat het geen militair of algemeen belang diende en geen wettelijk kader bestond voor ceremoniële sluitingen—ondanks een initieel NOTAM-verzoek van Defensie. Een sluiting zou leiden tot vertragingen, omleidingen en economische schade voor Brussels Airport en maatschappijen, terwijl Defensie de kosten zou dragen zonder duidelijke verantwoordelijkheidsregeling. Crucke benadrukte dat geen protocol voor dergelijke politieke/symbolische sluitingen bestaat en dat een strikter kader voor F-35-operaties nodig is. De uiteindelijke afwijzing kwam van Crucke’s dienst, niet van Defensieminister Francken, wat de bevoegdheidsverdeling en afwezigheid van politieke prioriteit voor dergelijke acties onderstreept.

Britt Huybrechts:

Ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

Op 17 oktober was er een plan om het luchtruim boven Brussel tijdelijk te sluiten voor een demonstratievlucht met twee F-35-gevechtsvliegtuigen, in aanwezigheid van NAVO-ministers van Defensie. Deze beslissing heeft niet alleen gevolgen voor de burgerluchtvaart, maar roept ook vragen op over de noodzaak en proportionaliteit van dergelijke maatregelen.

Hieromtrent volgende vragen aan de minister:

Kan u bevestigen of er effectief sprake was van een plan tot volledige of gedeeltelijke sluiting van het Belgisch luchtruim boven Brussel in het kader van deze demonstratievlucht, en zo ja, op wiens initiatief dit gebeurde en welke veiligheidsdiensten of instanties dit hebben goedgekeurd?

Welke impact heeft zulke sluiting op de burgerluchtvaart, in het bijzonder op Brussels Airport en het omliggende luchtruim (vertragingen, omleidingen, economische schade, bijkomende kosten voor maatschappijen)?

Op basis van welke criteria wordt beslist dat zulke operatie prioriteit kan krijgen boven het reguliere luchtverkeer?

Wie draagt de kosten voor de tijdelijke sluiting van het luchtruim en de bijkomende operationele maatregelen (zoals luchtverkeersleiding, veiligheidsperimeter, brandstofverbruik en begeleiding)?

Bestaat er binnen uw bevoegdheid een protocol dat toelaat om luchtruim te sluiten voor politieke of ceremoniële doeleinden, en acht u dit een wenselijke praktijk voor de toekomst?

Bent u bereid te garanderen dat het luchtruim niet langer zal worden afgesloten voor promotionele of politieke demonstraties, zodat de veiligheid en continuïteit van het burgerluchtverkeer nooit ondergeschikt worden gemaakt aan mediastunts of symbolische vertoningen?

Tot slot, heeft u overleg gepleegd met Brussels Airport Company en luchtvaartmaatschappijen over de mogelijke hinder, en werd er vooraf een impactanalyse uitgevoerd op de werking van het burgerluchtruim ?

Jean-Luc Crucke:

Mevrouw Huybrechts, de sluiting van het luchtruim voor militaire doeleinden vindt in de regel plaats in het kader van de verordening 2150/2005 van de Commissie van 23 december 2005 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor een flexibel gebruik van het luchtruim. Daarvoor zijn op nationaal niveau protocollen uitgewerkt tussen de burgerlijke en militaire overheden.

Het DGLV heeft inderdaad de vraag ontvangen van Defensie en van skeyes om een F-35 en een MQ-9B te laten landen op de luchthaven van Brussel. Defensie heeft een NOTAM gepubliceerd voor de tijdelijke sluiting van het luchtruim gedurende 30 minuten boven de luchthaven van Brussel. Het DGLV heeft een volledig dossier opgevraagd, aangezien het niet ging om een activiteit uitgevoerd in het kader van een militaire missie of van het algemeen belang. Bijgevolg konden afwijkingen op de regels van de ICAO en de regels van de EASA niet worden toegestaan. Er bestaat overigens geen protocol dat de sluiting van het luchtruim toestaat voor plechtigheden, en ik zie daar de noodzaak niet van in. Die NOTAM werd vervolgens ingetrokken door de AIP en het luchtruim werd uiteindelijk niet gesloten.

Dat incident toont de noodzaak aan om een passend kader uit te werken voor het gebruik van F-35’s in het Belgisch luchtruim. De sluiting van het luchtruim voor de burgerluchtvaart leidt ertoe dat vluchten moeten worden vertraagd, uitgesteld, afgelast of omgeleid. Het kan bovendien ertoe leiden dat passagiers hun overstap op een connecterende vlucht dreigen te missen. Dat alles heeft uiteraard een nefaste impact op de luchtvaartmaatschappijen, op Brussels Airport en op de nationale economie in het algemeen.

Ik verzoek u voor verdere inlichtingen om uw vragen te richten aan mijn collega, de minister van Defensie, de heer Francken.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, ik wil gewoon nog even repliceren om zeker te zijn dat ik het goed heb begrepen. De nota kwam van Defensie. U hebt die beoordeeld en vervolgens gesteld dat dat niet kon doorgaan, omdat het geen militair doel had. Minister Theo Francken heeft dat dus niet zelf ingetrokken. Het was een beslissing van u, of althans uw kabinet.

Jean-Luc Crucke:

(…) (zonder micro)

Britt Huybrechts:

Ah, oké, maar in principe kwam het eerst van u en daarna eventueel van minister Francken. Zeer interessant.

Drones boven het kamp in Elsenborn
Het drone-incident in Elsenborn
Drones boven België
Drones boven het militaire terrein in Elsenborn
De drones boven Elsenborn
Drones en de bescherming van kritieke entiteiten
Drones en de bescherming van kritieke entiteiten
De Belgische en Europese reactie op de dreiging die van drones uitgaat
Drones boven militaire zones en bescherming van kritieke infrastructuur

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 22 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om drone-incidenten boven het militaire kamp Elsenborn, waar 15 verdachte drones werden gedetecteerd, met vermoedens van buitenlandse spionage of hybride dreigingen. België kampt met juridische lacunes (geen duidelijke bevoegdheid om drones neer te halen buiten zelfverdediging) en investeert in antidronesystemen (detectie, jamming, kinetische neutralisatie), terwijl de Defensiecodex en het Nationaal Defensieplan dringend moeten worden afgerond voor heldere regels en middelen. De Europese "dronewall" (nu *European Drone Defence Initiative*) krijgt Belgische steun, maar men benadrukt dat de focus niet enkel op de oostgrens mag liggen—ook havens en interne dreigingen (bv. drones vanuit containers) vereisen aandacht. Samenwerking met NAVO, EU en Duitse autoriteiten loopt, maar concrete Belgische rollen en juridische aanpassingen blijven werkpunten.

Axel Weydts:

Mijnheer de voorzitter, mijn vraag is natuurlijk ingegeven door het incident boven het kamp van Elsenborn. De vraag was niet of België ooit aan de beurt zou komen met het overvliegen van drones die er niet thuis horen, maar wel wanneer dit zou gebeuren. Het is nu effectief ook gebeurd boven het kamp van Elsenborn.

Vanochtend hebben we hierover een zeer boeiende gedachtewisseling gehad in de commissie voor de Opvolging van Militaire Missies, achter gesloten deuren. Daar hebben we vernomen dat het onderzoek nog loopt. Ik heb daar respect voor. Mijnheer de minister, u zult straks hoogstwaarschijnlijk zeggen dat u nog geen informatie kunt verspreiden, omdat het onderzoek loopt, en dat moeten wij als commissieleden respecteren. Ik ben er ook van overtuigd dat u ons te woord zult staan zodra de informatie wel beschikbaar is.

Dit is echter geen op zichzelf staand incident. Overal in Europa zijn al soortgelijke incidenten gemeld, soms zonder gevolgen, soms met zware gevolgen, zoals het platleggen van een aantal luchthavens in Denemarken. Het is duidelijk dat Poetin ons test en pest. Op een gepaste manier reageren, is zeker niet gemakkelijk. Er moet altijd gestreefd worden naar proportionaliteit, zeker boven burgerdomeinen en civiele luchthavens. Die drones zomaar neerhalen klinkt eenvoudiger dan het in realiteit is. Dat beseffen wij heel goed. Het zal een zoektocht vergen naar een evenwicht om de juiste proportionele middelen en de juiste proportionele acties te koppelen.

Het ene incident is ook niet het andere. Jens Franssen heeft dit op VRT mooi verwoord. Het feit dat drones boven de bossen van Elsenborn de aanwezige everzwijnen kunnen detecteren, is misschien niet zo ernstig, maar als dergelijke drones boven de 10 de tactische wing in Kleine Brogel zouden worden gezien, dan hebben we te maken met een ander niveau van incident en zal daarop anders moeten worden gereageerd.

Mijn vraag is heel eenvoudig. Mijnheer de minister, kunt u politiek nog iets toevoegen aan het debat dat wij vanochtend achter gesloten deuren hebben gevoerd?

Koen Metsu:

Naar aanleiding van een zeer interessante gedachtewisseling deze ochtend en wetende dat het onderzoek loopt, zijn er misschien enkele vragen waarop mogelijk wel een antwoord kan komen.

In de nacht van 2 op 3 oktober van dit jaar werden boven het militair terrein van Elsenborn, in de Oostkantons nabij de Duitse grens, vijftien drones waargenomen. Het incident werd blijkbaar toevallig opgemerkt dankzij een testopstelling die specifiek is ontworpen om drones te detecteren. Die opstelling wist de toestellen vast te leggen terwijl ze over het terrein vlogen. Het gaat om een terrein van 28 vierkante kilometer. Het terrein wordt gebruikt als trainingskamp voor de Landmacht, inclusief zones voor onder andere schietoefeningen. Volgens de pers zouden de drones vanuit België richting Duitsland zijn gevlogen, waar ze eveneens werden opgemerkt door de politie van het Duitse stadje Düren.

De herkomst van de drones en wie ze bediende, is voorlopig nog onbekend en dus onderwerp van het lopende onderzoek. Aangezien de drones mogelijk de landsgrens zijn overgestoken, kan het incident ook internationale implicaties hebben. De samenwerking met de Duitse autoriteiten is opgestart om de vluchtgegevens en eventuele sporen verder te analyseren.

Er kunnen mogelijk antwoorden komen op volgende vragen.

Welke maatregelen werden onmiddellijk na de waarneming genomen?

Kunt u iets meer zeggen over concrete stappen in het onderzoek en wanneer resultaten te verwachten zijn? Wordt er samengewerkt met andere Belgische veiligheidsdiensten, zoals de Veiligheid van de Staat of de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, in het kader van dat onderzoek?

Werd er een verhoogde paraatheid afgekondigd binnen Defensie naar aanleiding van dat incident?

Zijn er nog lacunes in de huidige wetgeving die het moeilijk maken om op te treden tegen ongewenste dronevluchten boven defensieterreinen?

Welke rol speelt Defensie bij het opstellen van nationale richtlijnen voor het dronegebruik in gevoelige gebieden?

Voorzitter:

Collega Vander Elst is momenteel in een andere commissie en collega Lacroix is verontschuldigd.

Annick Ponthier:

Boven het militair kamp van Elsenborn in de provincie Luik zijn recent in totaal vijftien verdachte drones waargenomen, verspreid over een periode van vier maanden. De meldingen gebeurden op wisselende tijdstippen, vaak ’s avonds of ’s nachts. Het terrein van Elsenborn is eigendom van Defensie en wordt gebruikt voor schietoefeningen van het Belgische leger en buitenlandse legers. De Luchtmacht, de militaire inlichtingendienst ADIV en de federale politie voeren momenteel een onderzoek naar de waarnemingen. U hebt vanmorgen nog bevestigd dat het onderzoek nog loopt.

We zouden toch graag wat meer informatie krijgen waar mogelijk. De incidenten zijn immers ernstig. De herkomst van de drones is nog niet bevestigd. Er bestaat een reëel risico dat gevoelige militaire informatie, zoals bewegingen, procedures en installaties, in kaart kan worden gebracht door kwaadwillende actoren, mogelijk in opdracht van buitenlandse inlichtingendiensten of extremistische groepen.

Bovendien vormt dit een rechtstreekse bedreiging voor de veiligheid van onze militairen, zeker wanneer drones op lage hoogte in actieve oefenzones opereren. U verwees in de media in dit verband naar de counterdronesystemen om, indien nodig, de toestellen uit de lucht te kunnen halen.

Mijnheer de minister, ik heb enkele vragen voor u. Ook al weet ik dat het onderzoek nog loopt, kunt u meer informatie over dat onderzoek geven? Is er enig spoor naar de vermoedelijke operatoren of hun motieven? Gaat het om een hybride actie?

Hebt u aanwijzingen voor gevaar van drone-intrusies boven andere militaire locaties in België?

Welke maatregelen zult u nemen om de militaire site van Elsenborn en andere militaire terreinen beter tegen ongewenste drone-activiteiten te beveiligen?

Zijn er specifieke investeringen in antidronesystemen in de militaire programmeringswet gepland? Welke aanpassingen moeten er op juridisch vlak nog gebeuren?

Welke rol zal België spelen in de dronemuur die de EU samen met de lidstaten aan de NAVO-oostflank wil ontplooien?

Philippe Courard:

Monsieur le ministre, depuis le précédent débat d'actualité, la Belgique figure désormais parmi les pays concernés par le survol de drones. En réponse à ce survol, la Commission européenne a proposé de créer, dans le cadre de l'opération de surveillance du flanc de l'Est, un mur anti-drones qui serait donc en fait un bouclier aérien qui pourrait couvrir le ciel européen. Berlin, quant à elle, travaille à la modification de sa loi sur la sécurité aérienne afin d'attribuer aux forces armées un rôle officiel dans la défense contre les drones, y compris le pouvoir d'abattre les aéronefs hostiles. Le Parlement européen a officiellement condamné les violations de l'espace aéré européen et les ingérences sur les infrastructures de l'Union européenne en appelant à des actions coordonnées.

Monsieur le ministre, en ce moment même, un projet de loi relatif à la résilience des entités critiques est en cours de discussion en commission de l'Intérieur. Le 30 septembre dernier, le commissaire général de la police fédérale a lui-même indiqué collaborer activement avec la Défense. Comment cette collaboration se concrétise-t-elle sur le terrain? Qu'en est-il face à ces nouvelles incursions de drones visant directement les entités critiques belges? Comment les missions de défense sont-elles amenées à évoluer dans la protection de nos entités critiques, que ce soit face aux menaces physiques telles que les drones ou les menaces cyber?

Alors que les pays baltes, la Pologne, la Finlande ou encore le Danemark sont favorables à l'initiative du mur anti-drones proposée par la Commission européenne et discutée lors du dernier Conseil européen, qu'en est-il de la Belgique? Soutenez-vous cette proposition? Quels moyens comptez-vous débloquer en ce sens? Les solutions européennes basées notamment sur l'expertise des entreprises belges et européennes sont-elles privilégiées?

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, je n'avais pas la chance d'être là ce matin, durant la première partie de la réunion de la commission. Je n'ai donc aucune information, puisque mon collègue Frank garde bien le secret – comme il se doit.

Monsieur le ministre, les incursions de drones dans les cieux européens se sont multipliées de manière assez régulière. Récemment, des drones ont survolé les installations militaires d'Elsenborn.

Face à cette menace, vous entendez d'abord avoir une réponse nationale pour protéger nos installations militaires. C'est évident, c'est d'ailleurs votre première responsabilité: nous protéger et protéger notre armée.

Pourriez-vous néanmoins nous expliquer ce qui a été planifié pour la protection des autres infrastructures critiques, tels que les aéroports, les centrales nucléaires, ou encore les centres de distribution alimentaire? On sait qu'à un moment ou l'autre, ces centres sont intéressants pour nos ennemis. Dès lors, quel rôle la Défense va-t-elle jouer dans le cadre de la protection de toutes ces infrastructures critiques?

L'enjeu des drones a également été saisi par l'Union européenne dans sa communication sur la feuille de route 2030 du 16 octobre 2025. La Commission a présenté deux flagship projects : l’ European Drone Defence Initiative , qui vise la mise en place d'une défense anti-drones sur le territoire européen d'ici 2027, et l 'Eastern Flank Watch , qui reprend l'idée du mur anti-drones à la frontière orientale de l'Union.

N’oublions toutefois pas que des drones pourraient très bien décoller de notre territoire. Ils peuvent arriver en kit sur le territoire et être montés et décoller de la Belgique.

Monsieur le ministre, la Belgique soutient-elle les deux initiatives mentionnées? Comment les projets nationaux vont-ils s'insérer dans le projet européen, et notamment au regard de ma troisième réflexion? Quelle sera l'insertion de ces projets dans les mécanismes déjà mis en place par l'OTAN?

Theo Francken:

Dank u allemaal, om aanwezig te zijn. Er waren veel vragen, dus is het goed dat er een vragensessie is. De voorzitter heeft mij gebeld met de vraag om iets extra in te lassen, omdat de vragen zich aan het opstapelen waren. Het is dus niet zo dat ik niet wil, maar er is momenteel veel ander werk. Er lopen ook nog andere commissiewerkzaamheden van Defensie, met hoorzittingen of werkbezoeken. Indien nodig kunnen we werken met volle dagen; alles is bespreekbaar, zolang ik het tijdig weet.

Ik moet vandaag om zes uur spreken in Oostende voor een paar honderd ondernemers en moet om halfvijf vertrekken om tijdig aanwezig te zijn. Die afspraak lag al geruime tijd vast. Ik doe momenteel een tour door heel Vlaanderen en zal later ook in Wallonië en Brussel presentaties geven.

Ik zal de vragen beantwoorden tot aan mijn vertrek en dan bekijken we op basis van de agenda wanneer we de rest verderzetten. Om vier uur wordt er bovendien taart aangeboden door het kabinet van Defensie. Ik hoop dat iedereen kan blijven om een stukje te eten. Als u in een andere commissie vastzit, kunt u nog altijd nadien langskomen. We hebben al hard gewerkt, het is u meer dan gegund, want het is al sinds deze ochtend redelijk intens.

In de nacht van 2 op 3 oktober werden boven het kamp van Elsenborn drones waargenomen. De betrokken eenheid heeft dit gemeld via de veiligheidsofficier aan de ADIV (Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid), volgens de voorziene procedure. Het operationeel centrum van de Defensiestaf (COPS) werd verder op de hoogte gehouden.

Onmiddellijk vond informatie-uitwisseling plaats tussen politie, veiligheidsdiensten en luchtverkeersleiding om alle elementen te verzamelen en te delen. Over het incident loopt momenteel een gerechtelijk onderzoek. De ADIV is aangesteld om het onderzoek mee te voeren naar de omstandigheden van de melding. Door het lopende onderzoek kunnen er actueel geen verdere details worden gecommuniceerd.

Er is een nauwe samenwerking met nationale en internationale partners. In dit specifieke geval is er doorgedreven samenwerking met de Duitse autoriteiten. In dezelfde context vond op 8 oktober bij het Nationaal Crisiscentrum overleg plaats met de nationale interdepartementale stakeholders over detectie, interventie en opvolging van drone-incidenten.

Defensie heeft daarnaast een sensibiliseringscampagne opgestart om de waakzaamheid in alle eenheden en kwartieren in België te verhogen, maar ook in operationele theaters bij de ontplooide detachementen. De Chef Defensie (CHOD) heeft hierover een duidelijke flashbericht verspreid om iedereen wakker te schudden.

Defensie beschikt over verschillende draagbare systemen om drones te detecteren, signalen te verstoren en indien nodig kinetisch te neutraliseren. Op dit ogenblik bestaat er echter geen expliciete juridische basis die militairen toelaat om drones te neutraliseren met kinetische middelen, behalve in het kader van wettige verdediging. Die expliciete mogelijkheid wordt wel voorzien in de toekomstige Defensiecodex.

Er bestaat wel een juridische basis om drones te jammen met het oog op de bescherming van militaire infrastructuur, militaire installaties, militaire transportmiddelen en militair materieel. Jamming kan dus, maar er is nog wat discussie over de vraag of we effectief drones mogen neerschieten. Met de codex is het echter duidelijk. Met de huidige wetgeving zou het onder bepaalde omstandigheden wel kunnen volgens mij, maar het is belangrijk juridische helderheid te creëren zodat de militairen die dergelijke handelingen moeten uitvoeren, ook juridisch beschermd zijn. Daar moet deze commissie steeds bezorgd over zijn.

In de militaire programmatiewet zijn investeringen voorzien in antidronesystemen, waaronder draagbare detectie ‑ en verstoringsmiddelen en aangepaste munitie voor kinetische neutralisatie.

België volgt de ontwikkelingen rond de zogenaamde Europese dronewall nauwgezet op. Men spreekt nu van het European Drone Defence Initiative, omdat ‘ muur ’ de lading niet echt dekt. Er is immers ook bescherming nodig tegen drones die niet uit het oosten komen, maar bijvoorbeeld uit een container in de haven, zoals bij Operation Spiderweb. In dat geval heeft men niets aan een muur aan de oostgrens, maar moet men ook hier bepaalde handelingen kunnen stellen.

In overleg met NAVO ‑ partners en industri ë le actoren wordt via de taskforce Drones en Innovatie ge ë valueerd op welke vlakken Belgi ë een meerwaarde kan bieden, met bijzondere aandacht voor innovatie, situational awareness en de bescherming van het eigen grondgebied.

Juste avant l'été, le groupe de travail Drones a été créé afin de rationaliser les projets et l'organisation existants en matière de drones et de lutte contre les drones au sein de la Défense, d'accélérer le cycle d'innovation ainsi que d'entamer et de renforcer les collaborations avec l'industrie.

Dans ce cadre, le groupe de travail se trouve actuellement dans la première phase, à savoir la cartographie des initiatives existantes au sein et autour de la Défense, ainsi que l'étude des capacités de notre industrie, de nos centres de recherche et du monde académique dans ces domaines spécifiques. Par ailleurs, je me réjouis que le groupe Groen-Ecolo ait changé d'avis et soutienne aujourd'hui des études des capacités de notre industrie en matière de contre-drones.

Nee, dat is geen taboe.

À moyen terme, les innovations mises en œuvre dans le domaine des anti-drones et drones pourront également être intégrées dans les processus globaux de la Défense.

L'évaluation en cours concernant une mise en œuvre accélérée de certains éléments relève de la protection de la sécurité opérationnelle. À ce sujet, je vous renvoie à la commission de Suivi des missions militaires. Je tiens à souligner que l'analyse des risques pour les sites critiques relève en premier lieu de la responsabilité de l'entité concernée, et en second lieu du Centre de crise national.

La Défense effectue cette analyse pour ses propres sites, ce qui constitue notamment l'un des éléments déclencheurs de la soumission imminente d'un dossier visant une réponse rapide à la menace aiguë. Elle n’examine, dans un troisième temps, certains aspects des autres sites que dans le cadre de l'élaboration d'une série de plans nationaux relatifs à la défense du territoire national, conformément à l'article 3 de l'OTAN.

Dit betreft dus het Nationaal Defensieplan, dat volop wordt uitgewerkt en zeker ook uitgebreid aandacht zal besteden aan de nieuwe dreigingen. Ik wil nogmaals onder de aandacht brengen dat er behoorlijk veel waarnemingen van drones zijn. We moeten dus snel optreden en efficiënt werken. Het is niet eenvoudig om op die dreiging te reageren, maar het is wel zeer belangrijk ons daartegen te wapenen. Let’s go , zou ik zeggen.

Axel Weydts:

Het verheugt mij dat het geen dronemuur op Europees niveau en binnen de NAVO meer is, ook al is het misschien slechts een semantische discussie. Ik heb de eerste minister hier ook vragen gesteld in het kader van de voorbereiding van de top in Denemarken. Mijn kritiek was toen dat de aandacht te veel naar de oostgrens gaat. We begrijpen uiteraard dat het brandt aan de oostgrens, maar België is door de Noordzee en onze havens eveneens een frontline nation .

U verwijst terecht naar de Oekraïense droneoperatie vanuit een container, diep in Rusland. Het moet daarom over meer dan een muur gaan en de focus mag niet uitsluitend op de oostgrens gericht worden. Het is goed dat dit in die zin is aangepast.

Verder kijken wij zeer uit naar de codex, het wettelijk kader, niet alleen voor dit thema maar ook voor andere thema’s, zoals de inzet van militairen op straat, zodat daar een duidelijk mandaat voor bestaat. We kijken daar zeer naar uit, net als naar het Nationaal Defensieplan. Ik vermoed dat dit de komende weken en maanden op ons bord zal komen.

Koen Metsu:

Ik herhaal alleen de laatste woorden van de minister: “ Let’s go ”. Het antwoord was duidelijk. We wachten het onderzoek af en volgen dit nauwgezet op. Het kader, de codex, lijkt ons van cruciaal belang. Alle support voor de let’s go .

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, u zei dat het gerechtelijke onderzoek, in samenwerking met de ADIV, nog loopt. We mogen uiteraard niet vooruitlopen op de resultaten van het onderzoek, maar ik denk dat we deze vraagstelling wel uitgebreider mogen bekijken, we moeten het niet over Elsenborn alleen hebben.

U zei dat er momenteel eigenlijk geen wettelijke basis is om drones uit de lucht te halen, tenzij in het kader van zelfverdediging. Men kan ze alleen jammen. Ik meen dan te kunnen stellen dat we absolute prioriteit moeten geven aan het wegwerken van die belemmeringen op korte termijn, we moeten deze maximaal wegwerken. Bijkomend, de innovatiecyclus van drones of UAV’s verloopt zeer snel. Daarom moeten wij absoluut voldoende inzetten op onderzoek en ontwikkeling op dat vlak.

Met betrekking tot mijn laatste vraag, u zei dat de drone wall of dronemuur niet meer zo mag genoemd worden. We moeten nog eens goed bekijken hoe we het dan wel noemen.

Theo Francken:

Drone bubble.

Annick Ponthier:

Ik vroeg u welke rol België zal spelen in heel dat verhaal. We zitten natuurlijk ook met het NAVO-antwoord op die vraag, met de Eastern Sentry en de drone wall op Europees niveau. Daarover bestaat nog veel onduidelijkheid. Wie zal welke rol op zich nemen? Wat kunnen wij doen en wat mogen we niet doen, zodat we niet in elkaars vaarwater komen? Dat is ook heel belangrijk. Vooralsnog heb ik daar geen duidelijk antwoord op gekregen. Laten we concluderen dat u zich daarvoor zult inzetten, zodat België daar actief een rol in kan spelen. Welke dat op dit moment is, weten we nog niet. Dit wordt ongetwijfeld nog vervolgd.

Philippe Courard:

Monsieur le président, je n’ai pas de réplique.

Stéphane Lasseaux:

Merci, monsieur le ministre, pour les réponses.

Nous attendrons les retours et les éclaircissements nécessaires de l'enquête qui a été évoquée. Nous insistons vraiment sur le fait qu’il importe que la Belgique s'inscrive réellement dans les initiatives lancées. Nous sommes satisfaits que l'on puisse apporter notre plus-value, ce qui est également très important. Par ailleurs, il convient d’être particulièrement attentif au fait que des mini-drones en kit peuvent aussi arriver sur le territoire belge. En cette matière, nous devons pouvoir intervenir. Dès lors, le fait de légiférer permettrait d'intervenir rapidement le cas échéant. Merci pour votre attention.

Theo Francken:

Ik wil nog toevoegen dat het op de agenda van de Europese Raad van morgen en overmorgen staat.

Het Defensiefonds
'Readiness 2030'
Het protocolakkoord met Defensie
De European Defense Readiness Roadmap
'Readiness 2030'
Defensieparaatheid en strategische samenwerking 2030

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie), Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 22 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om het Belgische Defensiefonds (opgericht via KB, 1,5-3 miljard euro) en Europese defensieplannen (SAFE-leningen, 8,34 mjd voor België) om strategische autonomie en innovatie in defensie te versterken. Francken benadrukt structurele financiering via de FPIM (focus op AI, cyber, munitie) en samenwerking met NAVO/EU, terwijl kritiek komt op gebrek aan ervaring van de FPIM in defensie-investeringen. SAFE-leningen moeten Belgische defensie-industrie (bv. FN Herstal) boosten via gezamenlijke EU-projecten (Benelux, NASAMS), met budgettaire flexibiliteit (0,95% BBP uitzondering). Van den Heuvel en Vander Elst dringen aan op versnelde procedures en betere afstemming tussen ministers om industriële kansen te grijpen.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, excuses dat ik het eerste debat gemist heb. Ik was in de commissie voor Binnenlandse Zaken bij de bespreking van de wetgeving.

Mijn vraag betreft het Defensiefonds. Ze dateert van 16 juli 2025. Ik weet eigenlijk al wat de minister zal antwoorden. De minister zal zeggen dat dit een bevoegdheid is van minister Jambon. Maar u hebt er gisteren over getweet, mijnheer de minister – ik heb het gezien – om minister Jambon te feliciteren met de oprichting ervan. Ik zal dus toch enkele vragen stellen. Ik kan me niet voorstellen dat u hierbij niet betrokken bent.

Mijnheer de minister, het gaat over het Defensiefonds, over middelen. Het gaat over geselecteerde participaties die zullen worden verkocht om te investeren in Defensie. Daarom lijkt het me onwaarschijnlijk dat u hier geen rol in speelt. Ik stel dus toch mijn vragen.

Wat is de huidige stand van zaken? Wanneer zal het Defensiefonds bij koninklijk besluit worden opgericht? Allicht is die vraag intussen achterhaald.

Is er reeds beslist over welke geselecteerde participaties het gaat? In het regeerakkoord staat, denk ik, dat het fonds tegen het einde van het jaar voor het eerst gespijsd zal worden. Dat betekent een eerste verkoop.

Hoe garandeert u de structurele werking van het fonds op lange termijn? Ik verduidelijk mezelf. Ik hoop niet dat het gewoon een doorgeefluik wordt waarbij we iets verkopen, middelen in het fonds binnenkrijgen en die meteen weer uitgeven. Het zou goed zijn als het een structureel karakter krijgt dat op termijn ook opbrengsten genereert. Hoe garandeert u die structurele werking?

Koen Van den Heuvel:

Ik had inderdaad een vraag over de Defence Readiness Roadmap van de Europese Unie. We bevinden ons immers op een cruciaal moment. De geopolitieke situatie is er de voorbije maanden zeker niet stabieler op geworden. Met dit initiatief wil de Europese Unie terecht de militaire paraatheid van Europa versterken en de samenwerking tussen de lidstaten verdiepen, wat voor ons een belangrijk aandachtspunt is.

Nu ons land opnieuw op het pad van serieuze defensie-investeringen zit, is dit een geschikt moment om mee te werken aan een efficiënter en autonomer Europa dat zijn eigen veiligheid opneemt en verdedigt. Ik heb daarover enkele vragen.

De EU Defence Readiness Roadmap voorziet via SAFE in 150 miljard euro aan goedkope leningen. Zal België daarop intekenen? Met welke landen zal er dan bij voorkeur worden samengewerkt?

Ten tweede, er zijn een viertal flagships gedefinieerd. Zal België zich aansluiten bij die flagships ? Zal België ook nog andere voorstellen indienen? Welke opportuniteiten kan dat meebrengen voor de Belgische defensie-industrie?

Ten slotte heb ik nog een vraag over de Norwegian Advanced Surface-to-Air Missile Systems (NASAMS). Vorige week is een princiepsakkoord met Nederland ondertekend. Past dat akkoord binnen deze Europese plannen? Hoe zal dat in de toekomst verder evolueren?

Philippe Courard:

En mars dernier était présenté le plan Readiness 2030 de la Commission visant à renforcer les capacités militaires de l'Union européenne en mobilisant un financement de plus de 800 milliards d'euros pour renforcer l'autonomie stratégique de l'Union européenne pour 2030. Nous avons appris que 19 États membres européens, dont la Belgique, ont introduit des demandes de prêt dans le cadre du programme de réarmement SAFE (Security Action for Europe). Par ailleurs, la Commission espère voir 650 milliards d'euros d'investissements supplémentaires dans la défense qui seraient mobilisés en permettant aux États membres de dispenser ce type de dépense des règles de stabilité budgétaire. C'est évidemment essentiel pour pouvoir y arriver. Seize États membres, dont à nouveau la Belgique, ont indiqué vouloir faire usage de cette dispense.

Monsieur le ministre, comment votre vision stratégique tient-elle compte de ce plan européen afin de renforcer l'autonomie stratégique européenne? À combien s'élève la souscription belge et quels en seront les objectifs et selon quelle concertation avec les acteurs de la BITD belge (base industrielle et technologique de défense)? Comptez-vous mobiliser la DIRS (Defence, Industry and Research Strategy) dans ce cadre? Concernant la dispense au pacte de stabilité, pouvez-vous nous faire le point sur la position belge et les conséquences budgétaires pour notre pays par année sur la trajectoire budgétaire du gouvernement?

Theo Francken:

Het Defensiefonds en het plan zijn niet helemaal hetzelfde, maar ik begrijp dat het samen staat. Het Defensiefonds valt inderdaad niet onder mijn bevoegdheid. Ik heb er uiteraard wel enig zicht op. Dat weten wij allemaal.

Het fonds is gisteren opgericht bij koninklijk besluit. De financiering ervan zal door de heer Jambon worden toegelicht. Dat is niet aan mij. Het spreekt echter voor zich dat het structureel moet worden gevoed en moet passen in een ruimer kader, waaronder het European Defence Readiness Plan en de Strategische Visie. Ik ben daar enthousiast over, want ik denk dat participeren in een aantal jonge technologiebedrijven op de markt op dit moment echt the thing to do is.

Ik ben geen voorstander van een ‘ big state ’, maar wij moeten wel strategisch durven denken. Ik weet dat uw partij heel fel gekant is tegen de aankoop van de luchthaven. Daarover heb ik een andere mening. Het gaat uiteraard om een grote som geld, maar voor mij zijn dat strategische assets, net zoals bepaalde technologiebedrijven die actief zijn in defensie. Het gaat niet over dezelfde bedragen; het gaat over veel kleinere sommen, maar het principe blijft hetzelfde, namelijk of dat kan en moet worden gedaan en wanneer dat het best wordt gedaan. Daarover zal vooral de heer Jambon toelichting geven, aangezien hij de bevoegde minister is.

De regering heeft met het Defensieplan ‘De strategische bijdrage aan vrede door kracht’ van midden april 2025 de krijtlijnen uitgezet voor de oprichting van een Defensiefonds. Dat fonds zal worden gefinancierd met publieke en privémiddelen en vormt een belangrijk instrument om de nationale en Europese defensiedoelstellingen te realiseren.

De Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij onderzoekt momenteel op welke manier een gerichte aan- en verkoop van activa en een heroriëntering van dividendstromen kunnen bijdragen tot de uitbouw van het fonds. Het doel is strategische investeringen mogelijk te maken in domeinen die essentieel zijn voor de nationale defensiecapaciteit en de versterking van de Belgische defensie-industrie. De investeringsstrategie zal nauw aansluiten bij de prioritaire capaciteitsnoden die zijn aangeduid in het Witboek European Defence Readiness 2030 en in de Strategische Visie Defensie 2025.

Het fonds zal zich in eerste instantie richten op investeringen die de verankering van kritieke competenties in België versterken, de strategische autonomie vergroten en innovatie versnellen. Bijzondere aandacht gaat daarbij naar ecosystemen die innovatie en groei stimuleren, van gevestigde spelers tot start-ups en scale-ups, in lijn met de Europese en NAVO-prioriteiten.

Concreet zal het Defensiefonds zich richten op strategische investeringsdomeinen waarin België een competitieve positie heeft opgebouwd of snel kan ontwikkelen. Daaronder vallen onder meer munitie- en wapensystemen, luchtvaart- en ruimtevaarttechnologieën, cyberdefensie, AI-gedreven command- en controlesystemen, onbemande systemen, maritieme veiligheid en geavanceerde soldaatsystemen.

Voor thema’s waar België minder industrieel verankerd is, kan het fonds gerichte investeringen doen en strategische partnerschappen sluiten om nationale autonomie en Europese toegevoegde waarde te versterken. Daarnaast zal het fonds flexibel worden opgezet om in te spelen op de dynamiek van de defensiemarkt en om de samenwerking met Europese en NAVO-partners te bevorderen. De beoogde fondsomvang ligt tussen 1,5 en 3 miljard euro. De overeenkomst bedraagt 0,2 % tot 0,5 % van het bbp. De minister van Financiën werd belast met de verdere uitwerking van dit Defensiefonds. Ik verwijs u daarvoor graag naar hem door.

La Vision stratégique 2025, approuvée lors du Conseil des ministres du 18 juillet, réaffirme l'importance de l'autonomie stratégique européenne et souligne la nécessité pour la Belgique d'y contribuer activement.

Cette ambition doit se concrétiser dans les domaines et capacités prioritaires identifiés au niveau de l'Union européenne, notamment par le développement rapide de projets collaboratifs financés par l'instrument Security Action for Europe (SAFE), qui prévoit des emprunts à taux favorable pour un total de 150 milliards d'euros.

België heeft een voorlopige toewijzing van 8,34 miljard euro aan leningen ontvangen in het kader van de SAFE-regelgeving. Deze leningen zullen worden gebruikt om projecten van het STAR-plan en de strategische visie te financieren, zoals de aankoop van gevechtsvoertuigen, luchtverdedigingsprogramma’s, bijvoorbeeld NASAMS, munitie en lichte bewapening. De samenwerkingen in het kader van de SAFE-regelgeving zijn afhankelijk van het type project, maar richten zich voornamelijk op de Benelux en onze directe buren.

Vorige week bezocht ik samen met de Roemeense MoD FN Herstal. Roemenië is bijvoorbeeld geïnteresseerd. Dat geldt ook voor Portugal en anderen. Small arms zijn echt wel onze asset, evenals munitie. Er is veel interesse om in het kader van SAFE bepaalde projecten samen te doen. Het is nog niet definitief, ik kan het nog niet groots aankondigen, het loopt en we zullen zien. Dat betekent wel dat er potentieel gigantische wapencontracten in het vooruitzicht zijn. Na de aankondiging vandaag van BASF Antwerpen kunnen we hopelijk hier ook positief nieuws brengen, met betrekking tot dingen die groeien in plaats van krimpen. Onze industrie bloedt immers.

Dans ce cadre, la Belgique a manifesté son intérêt pour des prêts pouvant atteindre plusieurs milliards d'euros. Compte tenu des délais prévus par le dispositif SAFE, ce financement vise des contrats d'acquisition commune déjà en cours ou à court terme, l'intégration par le biais du DIRS et des mesures de protection des intérêts essentiels de sécurité. Ces contrats ouvrent donc des perspectives pour la base industrielle et technologique de la défense (BITD) belge, qui peut ainsi accroître ses capacités de production et de soutien tout en consolidant sa position sur les marchés internationaux.

La Commission européenne autorise une flexibilité budgétaire allant jusqu'à 1,5 % du PIB. Toutefois, le gouvernement belge a choisi de limiter cette marge à 0,95 % du PIB pour la période 2025-2028. Cette disposition de nature transitoire doit permettre de dégager les moyens structurels nécessaires à un financement renforcé de nos dépenses de défense futures. L'usage de cette clause exceptionnelle se fera néanmoins de manière rigoureuse et coordonnée afin de préserver la soutenabilité des finances publiques.

De deelname aan flagshipprojecten zal afhangen van een analyse die zowel operationele als industriële aspecten omvat. Deze analyse werd opgestart door de defensiestaf onmiddellijk na het uitbrengen van de Defence Readiness Roadmap 16 oktober.

De industriële kansen die deze projecten bieden, zullen afhangen van de praktische uitvoering, maar het is zeker mogelijk dat Belgische bedrijven en kmo’s een rol spelen op het gebied van sensoren en command-and-controlsystemen.

Le dossier relatif au Mission Readiness Plan comporte une section concernant les dérogations nécessaires. Conformément à l'arrêté royal du 20 mai 2022, relatif au contrôle administratif, budgétaire et de gestion, certaines dérogations peuvent être régies par un protocole entre le ministre de la Défense et le ministre du Budget. Ce protocole fait actuellement l'objet de négociations avec l'Inspection des Finances et les cabinets concernés. L'avis négatif émis par l'Inspection ne portait d'ailleurs pas sur ce protocole puisque celui-ci est encore en cours de finalisation. Par ailleurs, le gouvernement, dans son accord de coalition 2025-2029, a exprimé la volonté d'accélérer les procédures de passation de marchés et de moderniser les mécanismes de contrôle administratif et budgétaire afin de mieux répondre à l'évolution du contexte de la sécurité.

Le protocole envisagé s'inscrit pleinement dans cette dynamique. Il va de soi que l'Inspection des Finances joue un rôle important dans la garantie de la qualité et de la régularité des dépenses publiques. Ces avis cadrent dans une gestion budgétaire responsable. Toutefois, les recommandations s'inscrivent dans un processus décisionnel global, intégrant également des considérations politiques, stratégiques et sociales.

En dernier ressort, la décision appartient quoi qu'il en soit au Conseil des ministres. Ce protocole n'a donc nullement pour objectif de contourner la législation ni d'échapper au contrôle parlementaire. À cet égard, il convient de souligner que la commission spéciale chargée du contrôle des achats et des ventes de matériel militaire a validé le Mission Readiness Plan. Je veux être clair à ce sujet: il y a une audition qui est prévue. Je serai donc auditionné par cette commission sur ce point et sur ce protocole. Je suis toujours là, il n'y a pas de souci. Je ne sais pas si on peut l'exprimer de la sorte, mais: "il n'y a rien dans ma poche ou sous les arbres".

Kjell Vander Elst:

Dank u, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Er worden inderdaad twee zaken door elkaar gegooid, maar er is wel een link.

Mijn vraag ging over het defensiefonds. U bent daar enthousiast over, net zoals ikzelf. Zo’n defensiefonds staat ook in ons partijprogramma. Het is dus een goede zaak dat er een fonds komt. U stelt dat wij tegen structurele investeringen zouden zijn, maar dat is niet zo. Wij beschouwen de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) als een zeer geschikt vehikel om strategische partnerschappen aan te gaan. U verwijst naar de luchthaven van Zaventem, waar wij inderdaad wel onze bedenkingen bij hebben. Voor de luchthaven van Zaventem is er immers al een strategisch partnerschap van de federale overheid, met een blokkeringsminderheid. Wij vonden het geen goede zaak dat de Vlaamse overheid daar dan 3 miljard euro tegenaan gooide. Wij zijn wél voorstander van strategische investeringen en de FPIM is daarvoor zeker het geschikte vehikel.

Ik dank u voor uw toelichting. U verwijst naar minister Jambon, die dat verder vorm moet geven. Toch wil ik u aanraden, mijnheer de minister, om dat samen te doen. De FPIM is inderdaad vertrouwd met strategische investeringen, maar het was haar jarenlang verboden om in defensie te investeren en ze is daar dus niet vertrouwd mee. De overheid mocht niet investeren in defensie en de banken mochten er geen leningen aan verstrekken. Dat is allemaal nieuw voor de FPIM. Daarom is het belangrijk dat u dat opvolgt, samen met de minister van Financiën en met de defensie-industrie, en dat u de FPIM richtlijnen geeft, zodat ze vertrouwd raakt met de defensie-industrie. Ik roep u dan ook op om dat samen met de minister van Financiën vorm te geven, zodat de juiste strategische investeringen gebeuren.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, het is goed dat we zeer actief meewerken aan de European Defence Readiness Roadmap via SAFE. Het verheugt mij dat u al contact hebt met onze eigen industrie en met andere landen, om via het SAFE-programma daarop in te spelen. Het is absoluut noodzakelijk om mee te werken aan die noodzakelijke Europese strategische autonomie en zo de Belgische industrie ook een graantje te kunnen laten meepikken. De de-industrialisering rukt helaas op. Ik hoop net als u dat met de defensie-industrie een ander verhaal geschreven kan worden. Ik ben recent John Cockerill bezocht. Ook daar hoopt men dat er vooruitgang kan geboekt worden en dat de doorlooptijden van contracten wat kunnen worden versneld. Dat is toch nog altijd een drempel voor onze industrie. Ik roep u daarom ook op om binnen het wettelijke kader een aantal versnellingen door te voeren.

De noodzaak van een structurele financiering van Defensie vanaf 2026

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 22 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Vander Elst dringt aan op structurele financiering van Defensie vanaf 2026 om de NAVO-norm van 2% duurzaam te verankeren, in plaats van afhankelijk te blijven van eenmalige budgettaire oplossingen zoals nu. Minister Francken bevestigt enkel dat gesprekken hierover lopen, zonder concrete plannen of timing te geven. Vander Elst kritiseert het gebrek aan urgentie en hoopt op snelle regeringsbeslissingen, vooral nu de druk door NAVO-afspraken toeneemt. De focus ligt op het vermijden van ad-hocfinanciering en het garanderen van een stabiele defensiebegroting.

Voorzitter:

Collega Vander Elst, met deze vraag kijkt u kennelijk uit naar een heldere State of the Union.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de voorzitter, dat klopt, ik kijk daarnaar uit.

Mijnheer de minister, deze vraag dateert van voor het zomerreces, maar ze blijkt vandaag nog actueler te zijn dan toen. Ik vraag naar de structurele financiering van Defensie vanaf 2026, aangezien we voor dit jaar – en die stap heb ik mee gesteund – versneld naar die 2 % zijn gegaan. Daartoe moesten enkele eenmalige maatregelen worden genomen en eenmalige financieringsstromen worden aangesproken, om snel die 2 % te halen. Er moest 0,7 % worden gevonden , wat zeker niet weinig is.

Het is absoluut noodzakelijk dat dat structureel wordt verankerd, zodat u en de regering niet elk jaar opnieuw naar kruimels en eenmalige financieringsbronnen moeten zoeken om die 2 % te behalen. Het moet zo snel mogelijk structureel worden vastgelegd, omdat tijdens de vorige NAVO-top is overeengekomen dat die inspanning nog verder zal worden opgedreven. Het is dus zeker geen overbodige luxe om de 2 % structureel vast te leggen.

Mijnheer de minister, wanneer worden binnen de regering de gesprekken opgestart over de structurele financiering van Defensie? Hoe zal worden vermeden dat Defensie in 2026 opnieuw wordt gefinancierd via eenmalige inkomsten zonder structurele basis in de begroting? Kunt u al toelichting geven over de concrete plannen die op tafel liggen?

Theo Francken:

De besprekingen lopen.

Kjell Vander Elst:

Dank u, meneer de minister. Indien u die vraag op 16 juli had kunnen beantwoorden, had ik wellicht een ander antwoord gehad, want dan was u wellicht voluntaristischer geweest. U zou diverse ideeën en plannen hebben aangekondigd, maar hebben toegegeven dat er nog geen akkoord was. Nu is de situatie prangender. Daarom aanvaard ik uw antwoord. Ik hoop dat er snel een State of the Union komt en dat er snel een begroting is waarvan we het hoofdstuk Defensie in de diepte kunnen behandelen.

Het Belgische luchtruim en de F-35's
De geluidsoverlast door de komst van de F-35's in Florennes en Kleine-Brogel
De aankomst van de eerste F-35's in België
De technische problemen met de F-35’s bij hun aankomst in Florennes
De levering van de F-35's en het industriële perspectief
De F-35's
De impact van F-35's op het Belgische luchtruim en defensie

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 22 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De aankomst van de F-35 in Florennes roept geluidsoverlast (tot 120 dB, pijnlijk voor omwonenden) en logistieke uitdagingen op, zoals beperkte Belgische luchtruimte voor trainingen (deels opgelost via buitenlandse samenwerking, o.a. Italië, en meer simulators). Het technisch mankement van een toestel op de Azoren wordt als geïsoleerd incident beschouwd, zonder impact op verdere leveringen, maar zorgt wel om vragen over de hoge kosten en strategische afhankelijkheid van de VS. De operationele meerwaarde van de F-35 (beter dan F-16) en industriële kansen voor Belgische bedrijven worden benadrukt, met lopende onderhandelingen over extra bestellingen (21 stuks). Dialoog met omwonenden en monitoring van geluidshinder blijven prioriteiten om de lokale steun te behouden.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, ma question a quelque peu changé puisqu'elle a été introduite avant lundi dernier, date à laquelle nous avons eu le plaisir d'accueillir les F-35 à Florennes. Toutefois, certaines inquiétudes sont exprimées par la population, dont je tenais à vous faire part.

Tout d'abord, Florennes se réjouit d'avoir accueilli ces F-35, qui apportent très clairement une pérennité à la base du 2 e Wing tactique, qui est déjà bien intégrée dans notre région. Tout comme les citoyens, je suis convaincu du bienfait de leur arrivée. Cependant, des interrogations me parviennent encore au sujet du bruit que ces appareils peuvent produire. Au moment de leur atterrissage, nous avons ainsi perçu un bruit très certainement différent de celui des F-16. Nous savons de plus qu'au moment de la postcombustion, il pourrait gagner en puissance. En cet endroit bien connu où les militaires sont bien intégrés, il faudra prendre les mesures qui s'imposent, le cas échéant.

C'est pourquoi, monsieur le ministre, je tenais à vous demander si des mesures sont envisagées pour établir un dialogue constructif avec la population aux alentours de Florennes et, bien sûr, les responsables militaires. Le cas échéant, bien que nous sachions que la population soutient bien la base et l'arrivée de ces F-35, des solutions pourraient-elles être apportées afin d'atténuer le bruit, notamment au moment de l'envol? Il s'agit en effet de maintenir une collaboration citoyenne harmonieuse telle qu'elle existe aujourd'hui.

Kristien Verbelen:

Mijnheer de minister, u sprak over een huge day voor België bij de aankomst van onze eerste F-35's in Florennes, maar het werd dan toch een beetje een feest in mineur daar er maar drie toestellen geland zijn. Het vierde bleef achter op de Azoren wegens een technisch probleem.

Dit roept vragen op over mogelijke implicaties voor de toestellen die nog door ons nog besteld zijn. Het gaat immers om 34 toestellen, waaraan u er het liefst nog 21 zou willen toevoegen. Naast de mogelijke technische gebreken, weten we ook dat de kostprijs zeer hoog is. Ik heb het al eerder gezegd: we zullen ons zo nog dieper vastzetten in een strategische afhankelijkheid van de Verenigde Staten. Bovendien is de militaire noodzaak voor extra toestellen – bovenop de reeds bestelde – eigenlijk niet bewezen, gelet op de gigantische vloot van de NAVO

Kunt u intussen al toelichten wat er precies fout liep met dat toestel? Was het een klein incident, of ging het om een structureel mankement dat mogelijk ook andere F-35's kan treffen?

Is er een garantie dat de bijkomende toestellen, die nog niet geleverd zijn, dergelijke gebreken niet zullen vertonen? Wordt dat gecontroleerd?

Voorziet het aankoopcontract bij Lockheed Martin in een clausule voor technische bijstand zonder bijkomende kosten bovenop het al peperdure contract?

Is dit incident volgens u geen reden om kritisch stil te staan bij uw intentie om op termijn 21 bijkomende F-35's te bestellen?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, le 13 octobre 2025, les trois premiers avions de combat F-35 ont été officiellement mis en service sur la base de Florennes, en remplacement des F-16. Ces nouveaux appareils suscitent des inquiétudes, non seulement chez nous mais aussi chez les riverains de la base aérienne.

Selon l'ex-colonel Roger Housen et sur la base d'expériences aux Pays-Bas, les F-35 provoquent beaucoup plus de nuisances sonores que leurs prédécesseurs. Lors du décollage, ils sont jusqu'à cinq fois plus bruyants, avec des pics atteignant 120 décibels, ce qui est proche du seuil médical de la douleur et peut être dangereux pour l'audition.

D'où ma première question: quelles mesures concrètes la Défense prend-elle pour limiter autant que possible les nuisances sonores? Y a-t-il une transparence suffisante envers les riverains concernant le risque pour leur santé?

De plus, le CEO de l'opérateur de contrôle aérien skeyes avertit que les F-35 nécessitent un espace aérien beaucoup plus vaste pour leurs exercices, probablement sur une large zone couvrant tout l’est de la Belgique. Cela pourrait entraîner chaque semaine la fermeture prolongée de routes aériennes importantes pour le trafic civil, avec toutes les conséquences que cela implique.

L'estimation de skeyes à ce sujet est-elle correcte? Quelle analyse d'impact est disponible à ce propos?

Peter Buysrogge:

Mijnheer de minister, in de periode 2014-2019 was ik voorzitter van de commissie Legeraankopen. Ik had toen de eer en het genoegen om voorzitter te zijn van de commissie die mee een advies moest formuleren aan toenmalig minister van Defensie Steven Vandeput over het aankoopdossier van de vervanging van de F-16.

Toen bleek dat Defensie een zeer sterk dossier had lopen met de F-35 die er als het beste en het meest performante toestel uitkwam, de beste koop die we op dat ogenblik konden doen. Dat blijkt nog steeds het beste toestel te zijn. Als men kijkt naar een aantal incidenten dat zich recent heeft voorgedaan in het oosten van Europa, blijkt de F-35 toch met grote voorsprong het beste toestel te zijn dat er op dit moment is, wat bewijst dat we toentertijd een uitstekende koop hebben gedaan. Het is te hopen dat de F-35 een even sterke en even lange staat van dienst zal hebben als de F-16.

Kunt u wat meer toelichting geven over de volgende toestellen die zullen worden geleverd? Binnen welk tijdskader zal dat gebeuren en om hoeveel toestellen zal het gaan? Hoe verloopt de verdere training van onze piloten met die nieuwe toestellen? De F-35 is in feite geen gevechtsvliegtuig op zich, maar een platform dat heel veel innovaties en upgrades kan ontvangen. Welke mogelijkheden ziet u voor de Europese bedrijven in het algemeen en voor onze bedrijven in het bijzonder? Wat zijn voor u de voornaamste conclusies nadat u in de VS de productiesites van de F-35 hebt bezocht? Welke boodschap hebt u voor onze industriële partners?

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, ik kan het heel kort houden, want mijn vragen werden al gesteld door mevrouw Verbelen en de heer Buysrogge. We hebben geconstateerd dat er bij een van de vier F-35, nummer FL011, een technische onzekerheid bestaat en dat het op de Azoren blijft.

Vandaag konden we in de krant lezen dat er blijkbaar nog geen duidelijkheid is over wanneer dat toestel naar hier zal komen. Misschien kunt u ons die duidelijkheid wel verschaffen. Belangrijk zijn de vragen die daarnet al werden gesteld. Heeft dit impact op de levering van de andere F-35's? Wat is de juiste timing en welke zijn de opleidingen voor de andere F-35's?

Theo Francken:

In het kader van de Belgian Airspace Vision 2030 werkt Defensie nauw samen met de civiele autoriteiten om militaire en civiele vliegactiviteiten op een coherente manier te integreren. De ambitie is de nationale veiligheid te garanderen terwijl tegelijkertijd de economische belangen en de vlotte doorstroom van het luchtverkeer maximaal gewaarborgd blijven.

Un groupe de travail présidé par la Direction générale du Trafic aérien et associant la Défense, skeyes et le Maastricht Upper Area Control Centre (MUAC) rappelle que l'augmentation des besoins en entraînements aériens ne découle pas uniquement de l'arrivée du F-35 mais plus largement de l'évolution constante des menaces modernes.

C'était le cas auparavant et ça l'est encore aujourd'hui, les F-16 souffrent d'un manque d'espace aérien. La Défense confirme que l'espace aérien belge ne suffira pas à absorber l'ensemble des activités de formation. Comme cela a toujours été le cas, une partie de l'entraînement devra donc être réalisée à l'étranger. La Belgique négocie activement des accords de coopération à cet effet, notamment avec l'Italie mais également avec d'autres partenaires. Les scénarios à l'étude reposent sur différents modèles de gestion flexible et modulaire de l'espace aérien, de manière à garantir la continuité des missions.

La mer du Nord offre certaines possibilités d'entraînement supplémentaires. Celles-ci restent toutefois limitées et nécessitent une coopération étroite avec les autres usagers civils et militaires de l'espace aérien. Ces zones ne peuvent donc couvrir tous les besoins mais constituent un complément précieux aux autres options envisagées.

Afin de garantir le niveau opérationnel requis, les pilotes F-35 suivront un programme d'entraînement spécifique, sensiblement différent de l'actuel programme sur F-16. Une plus grande part de la formation sera organisée à l'étranger, ce qui réduira le volume d'activité à Florennes et à Kleine-Brogel.

En outre, pour des raisons pratiques de sécurité, une part importante de l'instruction sera réalisée sur des simulateurs de vol ultra modernes, ce qui permettra de limiter les nuisances tout en assurant un haut niveau de réalisme et de sécurité.

Sur le plan acoustique, l'expérience sonore sera donc différente de celle des F-16. Des campagnes de référence sont actuellement menées afin de mesurer et de suivre la charge sonore autour des bases aériennes concernées.

Het doel blijft duidelijk, namelijk een open dialoog en vertrouwensrelaties met de omliggende gemeenten onderhouden terwijl de operationele capaciteit van de strijdkrachten verzekerd blijft.

Maken ze meer lawaai? Ja, dat maken ze. Er zullen echter minder vluchten plaatsvinden. Wij zullen veel meer inzetten op monitoring. Wij zijn ook in onderhandeling met onder meer Italië maar ook met enkele andere landen om meer gebruik te maken van buitenlandse luchtruimen waar minder mensen wonen. Met Nederland is dat interessant. Ik heb vorige week een Noorse collega ontmoet, onder meer voor bilaterale gesprekken over de NASAMS, maar ook over de airspace .

Wij zijn daar dus volop mee bezig. Ik ben binnenkort trouwens in Italië, waar het punt opnieuw op de agenda staat met mijn Italiaanse collega.

Over het vierde toestel kan ik meegeven dat net als bij andere wapensystemen de technische details niet openbaar worden gemaakt. In dit geval gaat het om een geïsoleerd probleem bij een splinternieuw vliegtuig dat nog maar net de fabriek had verlaten, waarbij het probleem niet werd opgemerkt tijdens de voorziene testvluchten na de productie. Het is nu aan de fabrikant, Lockheed Martin, om het probleem op te lossen. Zodra het toestel volledig voldoet aan alle eisen inzake luchtwaardigheid en vliegveiligheid die gelden in vredestijd, zal het eerstdaags worden afgeleverd.

Dat is het laatste wat ik daarover vernomen heb. Ik blijf echter voorzichtig, want ik meende dat het toestel vorige maandag al zou aankomen, maar dat was niet het geval, wat bijzonder pijnlijk was.

Koen Van den Heuvel:

(…)

Theo Francken:

Het was inderdaad heel vervelend. Er valt niets aan te doen. Hopelijk komt het toestel snel aan. Normaal gezien zal dat wel het geval zijn.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, merci pour les réponses que vous avez apportées. L'utilisation du simulateur de manière beaucoup plus importante permettra de diminuer les bruits. Certes, il s'agit d'un bruit différent mais il faudra se l'approprier et voir comment cela va se passer. Soyons vigilants pour garder la bonne ambiance que nous avons toujours eue avec les Florennois.

Nabil Boukili:

Je vous remercie pour vos réponses, monsieur le ministre. Je pense que ce n'est pas la dernière fois que nous parlons des F-35. Il y aura toujours des petits problèmes à régler, surtout que 25 % de notre première livraison sont toujours bloqués aux Açores. Nous en discuterons lors des prochaines commissions.

Kristien Verbelen:

Bedankt voor uw antwoord, mijnheer de minister. De F-35 is een zeer goed toestel, daaraan twijfel ik niet, maar het is ook zeer duur. Daarom is het belangrijk te onderzoeken of het om een incident dan wel om een structureel probleem gaat.

Uit uw antwoord kan ik afleiden dat het om een incident gaat, hoewel er geen technische details worden meegedeeld. Ik hoop dan ook dat de volgende te leveren toestellen gevrijwaard blijven.

Peter Buysrogge:

Het is goed om te horen dat het om een geïsoleerd probleem gaat dat geen impact heeft, noch voor onze piloten, noch voor de verdere levering van de toestellen. Ik ga er ook van uit dat uw recente werkbezoek aan de Verenigde Staten een meerwaarde heeft opgeleverd voor onze eigen industrie.

Wat betreft het toestel dat vorige week nog niet was aangekomen in Florennes, meen ik te hebben begrepen – ik sprak er deze week nog met u over – dat u van een topchocolatier uit Sint-Niklaas een F-35 in chocolade hebt ontvangen. Dat is uiteraard een heel mooi gebaar en de beste chocolade van het land.

We kijken er alleszins naar uit dat de geleverde F-35’s hun meerwaarde zullen bewijzen voor zowel de industrie als Defensie.

Theo Francken:

Dat chocoladetoestel zelf heb ik overigens doorgegeven aan generaal Harry Van Pee, die dat volgens mij meer verdient. Ik ben slechts de ontvangende minister en heb hier weinig persoonlijke verdienste aan.

Wat ik nog wil vermelden over de industrie en de samenwerking met de Verenigde Staten, is dat er bijkomende contracten zijn ondertekend, zowel daar als in Florennes zelf. De industriële return is dus wel goed. We zijn er nog niet, er blijft veel werk, maar er zijn zeer concrete engagementen opgenomen, ook voor de toekomst. Indien bijkomende toestellen worden besteld, kan dit aandeel nog toenemen.

Peter Buysrogge:

Het is goed dat u ook de directeur van het team in het licht gesteld hebt.

De toekomst van het Militair Hospitaal Koningin Astrid
De Medische Component en het Militair Hospitaal Koningin Astrid
De toekomst van het Militair Hospitaal en het Brandwondencentrum
De Medische Dienst en het Militair Hospitaal Koningin Astrid
De toekomst en rol van het Militair Hospitaal Koningin Astrid en Brandwondencentrum

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 22 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de toekomst van het verouderde Militair Hospitaal Koningin Astrid in Neder-Over-Heembeek, met name de ongerustheid over sluiting of herstructurering, de unieke specialisaties (brandwondencentrum, hyperbare kamer) en de rol binnen Defensie en nationale noodhulp. Minister Francken bevestigt dat het ziekenhuis omgevormd wordt tot een *medical hub* op dezelfde locatie, maar concrete plannen (investeringen, samenwerking met civiele ziekenhuizen, behoud van specialisaties) zijn nog niet definitief en hangen af van lopende studies en het aanstaande kwartierplan. De bezorgdheid bij personeel blijft groot door vaagheid over effecten, middelen en de exacte invulling van de hub, terwijl Francken benadrukt dat de operationele en nationale taken (inclusief brandwondenzorg) behouden blijven, maar financiële toewijzingen en details nog moeten volgen. Korte termijn: beslissing over het brandwondencentrum staat "eerstdaags" gepland.

Axel Weydts:

Als er vroeger een kwartierplan uitkwam, was de grote vrees van iedereen of de eigen kazerne er bij zou zijn. Wordt mijn kwartier gesloten? Moet ik straks verhuizen naar een ander kwartier? Ik vermoed dat als straks het nieuwe kwartierplan eraan komt, het omgekeerd zal zijn. Welke kwartieren komen er straks bij? Welke worden opgewaardeerd?

Niettemin blijkt er volgens de contacten die ik heb nog een grote ongerustheid te bestaan over het militair hospitaal. Heel wat mensen die daar werken zijn bezorgd om de toekomst van het militair hospitaal. Ons militair hospitaal biedt een capaciteit die wereldbefaamd is, bijvoorbeeld op het vlak van het brandwondencentrum. Iedereen die daar al eens geweest is, weet dat het verouderd is. Het is heel lang geleden dat ik er geweest ben, maar toen was het al aftands. Sindsdien is er nog niets veranderd, dus op dit moment is het aftands in het kwadraat, waarschijnlijk.

Recent bracht de minister een bezoek aan het militair hospitaal in Neder-Over-Heembeek. Dat konden we onder meer volgen via uw sociale media. U legde terecht de nadruk op de inzet van het personeel en de belangrijke rol die het ziekenhuis speelt binnen onze Defensie.

Kent u de bezorgdheid die daar leeft? Wat zijn de plannen voor het militair hospitaal?

Indien u antwoordt dat u nog niet op mijn vraag kunt ingaan omdat het kwartierplan er straks aankomt, heb ik daar ook respect voor, maar mocht u al wat ongerustheid kunnen wegnemen bij de mensen die in het militair hospitaal werken, zou dat fijn zijn.

Philippe Courard:

Monsieur le ministre, la Composante Médicale joue bien évidemment un rôle crucial pour la Défense et nos militaires, tant en Belgique que sur les théâtres d'opérations. L'hôpital militaire de Neder-over-Heembeek joue, quant à lui, un rôle fondamental aussi pour la Défense et pour nos militaires, mais aussi au regard des missions d'aide à la Nation et de sa spécialisation. En effet, tout le monde connaît le service de cet hôpital dédié aux grands brûlés. Son caisson hyperbare est célèbre et joue un rôle fondamental dans la politique de soins de l'hôpital.

Souvenez-vous qu'à l'époque, l'un de vos prédécesseurs avait profondément remis en cause ces capacités. Notre pays a pourtant besoin d'un hôpital militaire actif pour nos militaires, mais aussi pour faire face à certaines catastrophes sur notre territoire national ou même à l'étranger. Je vous ai d'ailleurs interrogé sur ce sujet en juillet, et j'espère en apprendre davantage grâce à votre vision stratégique.

Je dois constater que les inconnues demeurent, de sorte que mes inquiétudes sont légitimement également présentes. Nous devons nous contenter d'apprendre que ce développement capacitaire reposera sur plusieurs investissements clés, dont l'acquisition de matériel médical destiné à soutenir les unités opérationnelles ainsi que de l'équipement médical pour assurer les fonctions de l'hôpital militaire, en attendant la création et l'opérationnalisation du hub médical.

Monsieur le ministre, pouvez-vous faire le point sur votre vision des tâches, des effectifs, des spécialisations et de la désormais ancienne Composante Médicale intégrée, qui est aujourd'hui diluée dans la dimension capacitaire de commandement et de soutien opérationnel?

Quels investissements sont prévus et quelles sont vos ambitions en matière d'effectifs du corps médical?

Quelle est votre vision concernant l'avenir de cet hôpital Reine Astrid sur son site bruxellois? Quels avantages y sont prévus? Quelle collaboration envisagez-vous avec le secteur hospitalier civil bruxellois?

Plus spécifiquement, quelle est votre vision sur l'avenir de la spécialisation "grands brûlés" de l'hôpital mais aussi de ses autres tâches pouvant servir à l'aide à la Nation ou en cas de catastrophe?

Comment s'articulera le futur hub médical avec les missions de l'hôpital?

Theo Francken:

Le service médical maintiendra ses tâches et missions actuelles, à savoir l'appui aux opérations, la mise en condition des moyens médicaux opérationnels et la mise en condition médicale des forces. Des investissements majeurs seront orientés dans le cadre de la transformation du service médical afin qu'il dispose des moyens pour appuyer les missions opérationnelles des autres forces. Les investissements dans le cadre de l'appui à la capacité motorisée et le hub médical sont les deux volets majeurs qui, tout comme les effectifs futurs pour le service médical, restent néanmoins à définir en détail au cours des mois à venir.

Het Militair Hospitaal Koningin Astrid op de site Neder-Over-Heembeek zal evolueren naar een medical hub . Deze zal bestaan uit de diensten van het huidig Militair Hospitaal Koningin Astrid, die essentieel zijn voor de behoeften van Defensie en voor het vervullen van de taken ten behoeve van de natie.

Une étude a été réalisée au sein de la Défense afin de déterminer et de concrétiser les besoins de ce hub médical. Dans la recherche de l'efficacité et d'une qualité optimale, on examine actuellement de quelle manière le faire et, le cas échéant, quelles initiatives de coopération sont envisageables pour atteindre ces objectifs. Dans ce contexte, on examinera également comment les capacités existantes de l'hôpital militaire, aujourd'hui et à l'avenir, peuvent être utilisées au mieux au service de la Nation.

Het militair hospitaal met zijn brandwondencentrum en zijn andere medische capaciteiten heeft tot doel een antwoord te bieden op de operationele behoeften en de behoeften van de natie binnen de huidige geopolitieke context. In dat kader wordt momenteel overlegd op welke wijze het militair hospitaal nu en de medical hub in de toekomst daaraan het best kunnen bijdragen. Op basis daarvan zullen de nodige financiële middelen worden toegewezen.

Dat is een behoorlijk nietszeggend antwoord. Het antwoord is dat er een medical hub komt die op dezelfde site blijft. Over het brandwondencentrum wordt de beslissing eerstdaags genomen.

Axel Weydts:

Ik kijk uit naar de beslissing die eraan komt. Wij kunnen daarover zeker nog van gedachten wisselen.

Philippe Courard:

Je remercie monsieur le ministre pour les explications données. Nous resterons attentifs au suivi.

De capaciteitsproblemen bij de Koninklijke Militaire School

Gesteld door

Vooruit Axel Weydts

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 22 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De KMS kampt met een capaciteitstekort van 200 bedden, waarvoor tijdelijk 137 kamers in Evere (Jules Bordetlaan) worden gehuurd—zonder structureel vervoer, maar met fiets/OV/auto (15-30 minuten) als opties. Structurele oplossingen komen pas na 2027 via nieuwbouw/renovaties in Peutie, Neder-over-Heembeek en Evere, nog in planningsfase. De gehuurde ruimtes zijn volledig ingericht (sanitair, meubels, internet) en richten zich op cursisten, niet op KMS-leerlingen. Parkeren is gratis of huurbaar, maar transport blijft individuele verantwoordelijkheid.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, bij de KMS, waarover we vandaag nog twee wetsontwerpen in commissie hebben goedgekeurd, is er een capaciteitsprobleem. U hebt afgelopen zomer verklaard dat alle 1.000 beschikbare bedden bezet zijn en dat er dus momenteel minstens 200 bedden te kort zijn. Als we binnenkort extra rekruteren, vermoedelijk ook voor het officierenkader, zal die nood wellicht nog groter worden. Het zou ook kunnen dat daar al rekening mee is gehouden bij de bepaling van het tekort aan 200 bedden. Als tijdelijke oplossing zullen er slaapplaatsen worden gehuurd aan de overkant van het defensiehoofdkwartier in Evere. Op langere termijn zou worden gekeken naar een bijkomende nieuwbouw, in de omgeving van de KMS zelf veronderstel ik.

Dat roept een aantal vragen op. In afstand ligt Evere niet zo ver van de KMS, maar qua reistijd is dat minder evident, zeker tijdens de spitsuren. Hoe zal het dagelijkse transport verlopen van de gehuurde accommodatie naar de KMS? Kunt u ook al iets zeggen over de structurele nieuwbouwoplossing? Waar zou die precies kunnen worden gerealiseerd: in de nabijheid van de KMS of elders?

Theo Francken:

Mijnheer Weydts, het betreft een gebouw aan de Jules Bordetlaan 160 met 99 eenpersoonskamers en 38 tweepersoonskamers. Elke kamer beschikt over één of twee bedden, een bureau, een kleerkast en eigen sanitair: een douche, een wc en een wastafel. Het meubilair is inbegrepen in de prijs, alsook kleine bijkomende diensten zoals de schoonmaak van de gemeenschappelijke delen, en de kosten voor water, elektriciteit en internet. Er is tevens de mogelijkheid om op eigen kosten een parkeerplaats te huren.

Aangezien het hier geen leerlingen van de KMS betreft, maar personen die de eerste, tweede of derde cyclus volgen, wordt er geen structureel vervoer aangeboden. De dagelijkse verplaatsingen kunnen gebeuren met de fiets of step, ongeveer 15 minuten, met het openbaar vervoer, 30 minuten, of met de auto, ongeveer 15 minuten zonder verkeer, dus iets langer in de praktijk.

In Evere is het mogelijk gratis te parkeren of een parkeerplaats te huren.

Defensie plant verschillende nieuwbouw- en renovatieprojecten in de periode 2027-2035 in de regio Brussel, die de verwachte behoeften aan logement op termijn zullen kunnen opvangen. Die projecten zullen gradueel worden gerealiseerd en bevinden zich momenteel in de planningsfase. Het betreft onder andere Peutie, Neder-over-Heembeek en Evere.

Axel Weydts:

Ik dank u voor de informatie, mijnheer de minister.

Een 'militaire deal' met Kosovo
De overeenkomst met Kosovo
Het militair samenwerkingsakkoord met Kosovo
Militaire samenwerking met Kosovo

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 22 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België versterkt zijn betrokkenheid bij Kosovo door hernieuwde deelname aan de NAVO/KFOR-missie in 2025 (via Benelux-detachement) en een niet-bindende intentieverklaring (juli 2024) om defensiesamenwerking en industriële kansen te verkennen, binnen EU/NAVO-kaders. De focus ligt op stabiliteit en rechtsstaat in Kosovo als strategisch Europees belang, met concrete stappen zoals een Kosovaarse defensieattaché in Brussel. Structurele militaire samenwerking ontbreekt nog, maar bilaterale relaties worden uitgebouwd waar ze Belgische en regionale belangen dienen. Weydts toont tevredenheid over de strategische inzet en diplomatieke versterking.

Axel Weydts:

Kosovo is een land dat mij na aan het hart ligt. Ik ben er zelf twee keer op militaire operatie geweest. Ik heb de eer gehad om tijdens de NATO Parliamentary Assembly in Dayton met de president van Kosovo enkele woorden te kunnen uitwisselen, wat bijzonder interessant was. Alles wat verschijnt over Kosovo trekt dan ook onmiddellijk mijn aandacht, evenals de militaire deal die u daar hebt afgesloten met uw counterpart in Kosovo.

Kunt u onze commissie meer toelichting geven over wat die militaire deal precies inhoudt, wat de meerwaarde is voor Kosovo en welke belangen hij dient voor onze eigen defensie?

Theo Francken:

België erkent de onafhankelijkheid van Kosovo en onderhoudt constructieve diplomatieke betrekkingen met de Kosovaarse autoriteiten. Stabiliteit en de rechtsstaat in Kosovo zijn essentieel voor de vrede op de Balkan en hebben een strategisch belang voor Europa als geheel. België beschouwt engagement in de regio als een Europese verantwoordelijkheid en ondersteunt gezamenlijke acties binnen de EU en de NAVO. De hernieuwde Belgische deelname aan de KFOR-missie in 2025 getuigt van onze blijvende inzet voor de veiligheid in Kosovo. De Belgische bijdrage binnen het Benelux-detachement weerspiegelt die concrete steun.

Daarnaast blijft België openstaan voor bilaterale ad-hocsamenwerking, voor zover die onze nationale belangen dient en binnen internationale kaders past. In dat verband werd op 22 juli jongstleden een intentieverklaring ondertekend tussen het Belgische en Kosovaarse ministerie van Defensie. Deze niet-bindende verklaring heeft tot doel gezamenlijke kansen tot samenwerking te verkennen op het vlak van defensie en de defensie-industrie en om de banden tussen onze militaire instellingen te versterken via een intensievere dialoog.

Momenteel bestaat er geen structurele militaire samenwerking tussen België en Kosovo, maar door ondersteuning van beleidsdoelstellingen kan Defensie bilaterale relaties onderhouden met diverse partners, ongeacht of zij lid zijn van de EU of de NAVO. In dat kader is ook voorzien dat Kosovo een defensieattaché in Brussel krijgt.

Axel Weydts:

Daar ben ik heel blij mee, dank u wel.

De investeringen in Kleine-Brogel
De nieuwe F-35-infrastructuur
Militaire infrastructuur en investeringen in Kleine-Brogel

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 22 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Axel Weydts uit zorgen over de geconcentreerde opstelling van F-35-shelters in Florennes en Kleine-Brogel, die tactisch kwetsbaarder is dan de verspreide F-16-infrastructuur, en vraagt om geografische spreiding en aanpassing van te lage shelters. Minister Francken bevestigt plannen voor shelteraanpassingen en -nieuwbouw om dispersie van eigen toestellen en bescherming van bezoekende vliegtuigen mogelijk te maken, zonder verdere details. Weydts aanvaardt het terughoudende antwoord maar benadrukt toekomstige opvolging van het dossier. De discussie blijft beperkt tot infrastructuur en veiligheidsrisico’s.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, ik maak mij een beetje zorgen. Ik ben in Florennes geweest, uiteraard na de komst van de eerste F-35’s. Eerst en vooral wil ik u, of uw kabinet – ik weet niet precies wie daarvoor verantwoordelijk is – danken dat we met de commissie de gelegenheid hebben gekregen om de bunker, het operatiecentrum van onze nieuwe F-35’s in Florennes, te bezoeken. Dat was een unieke kans, collega’s. De generaals zeiden: “Ga zeker mee, want de kans dat je ooit nog binnenkomt in die bunker is zo goed als onbestaande.” Dus zijn we daarnaartoe gegaan.

Het was heel interessant om de werking te zien, van mission planning tot het onderhoud en shelteren van de F-35’s. We kregen zeer interessante informatie. Ik maak mij echter zorgen, in die zin dat – in tegenstelling tot vroeger met onze F-16’s, waarvan de shelters verspreid waren over het hele domein van zowel Florennes als Kleine-Brogel – de nieuwe infrastructuur nu veel meer geconcentreerd is. Die verspreiding was vroeger ook tactisch interessanter dan nu het geval is.

De nieuwe infrastructuur is overigens optimaal en indrukwekkend om te zien, echt fantastisch, zeker voor het personeel dat daar moet werken. Men kan bijna niet geloven dat men in een infrastructuur van Defensie terechtkomt als men wat anders gewend is, maar alles is dus wel sterk geconcentreerd. De shelters van de F-35’s bevinden zich naast elkaar.

Voor de verschillende F-35’s die in Florennes en in Kleine-Brogel gestationeerd zullen worden – de footprint van het gebouw op Kleine-Brogel zal bijna dezelfde zijn als die van Florennes – roept dat toch tactische vragen op. Misschien zou het niet onredelijk zijn om te investeren, mocht de veiligheidssituatie dat vereisen, in een geografisch iets ruimere spreiding van de F-35’s op de terreinen van onze luchtmachtbasissen.

Wordt daarover nagedacht? Zullen we investeren in bijkomende sheltercapaciteit die meer gespreid is en minder geconcentreerd rond één gebouw?

Mijn initiële vraag kwam trouwens voort uit het feit dat de huidige shelters – voor Kleine-Brogel weet ik dit – te laag zouden zijn voor de F-35. De F-35 is iets hoger dan de F-16 en zou dus niet passen in de bestaande shelters. Er zouden dus aanpassingen aan de huidige infrastructuur moeten komen of er zouden nieuwe shelters gebouwd moeten worden.

Mijnheer de minister, erkent u dat probleem? Wordt er nagedacht over een geografische spreiding van onze gevechtsvliegtuigen op de basissen van Florennes en Kleine-Brogel, als dat nodig zou zijn?

Theo Francken:

Om in te spelen op de dreigingen van vandaag en op de operationele omstandigheden zal Defensie de weerbaarheid van de vliegbasissen verhogen, met name door een uitbreiding van de capaciteit om transportvliegtuigen te kunnen ontvangen en af te handelen.

Dat gebeurt ter ondersteuning van zowel onze eigen opdrachten als ter ondersteuning van bezoekende gevechtsvliegtuigen. Er komt een aanpassing van de bestaande shelters en de bouw van nieuwe shelters om op termijn bezoekende gevechtsvliegtuigen te kunnen beschermen en om de dispersie van onze eigen gevechtsvliegtuigen mogelijk te maken.

Axel Weydts:

Dat is een vrij kort antwoord, maar het wordt onderzocht en dat is het belangrijkste. Ik denk dat we daar in de toekomst nog meer over zullen horen. Ik begrijp ook dat u niet te veel zegt. We moeten ook niet te veel de kat bij de melk zetten. Dat begrijp ik ook. Mijn excuses dat ik die vraag gesteld heb, maar ik vind het toch belangrijk om het op te volgen.

Voorzitter:

Vraag nr. 56007263C vervalt, want collega Courard is afwezig. De samengevoegde vragen nrs. 56007264C en 56009626C vervallen, net als de samengevoegde vragen nrs. 56007330C en 56009634C, want de collega's Lacroix en Courard zijn afwezig. Vraag nr. 56007373C vervalt, want collega Van Quickenborne is afwezig.

Het 'Deense model' voor steun aan Oekraïne
De Belgische bijdrage aan Oekraïne via het PURL-programma
De NAVO-Oekraïne-Raad naar aanleiding van zware luchtaanvallen
De veiligheidsgaranties voor Oekraïne na de oorlog
De NAVO-missie Eastern Sentry
De militaire steun aan Oekraïne
Westers militair en diplomatiek beleid ter ondersteuning van Oekraïne

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 22 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België steunt Oekraïne met 2,6 miljard euro sinds 2022 (waarvan 1 miljard in 2025), vooral via het NAVO-PURL-mechanisme (100 miljoen extra voor luchtverdediging/munitie) en acht internationale capaciteitscoalities (o.a. F-16-opleidingen, ontmijningssteun, drone- en elektronische oorlogsvoering). Het Deense model (investeren in Oekraïense defensie-industrie) wordt onderzocht, maar België kiest voorlopig voor aankopen bij eigen bedrijven en multilaterale programma’s, met beperkte industriële samenwerking via drie intentieverklaringen. Voor Eastern Sentry (NAVO’s nieuwe afschrikkingsmissie op de oostflank) overweegt België een bijdrage, maar concrete details zijn nog onbekend; de missie integreert lucht-, land- en zeecapaciteiten tegen Russische provocaties. België staat open voor vredestroepeninzet na een staakt-het-vuren, mits een legitiem mandaat, maar heeft nog geen formele toezegging gedaan.

Axel Weydts:

Ik heb op de interparlementaire conferentie in Kopenhagen, waar ik ons land mocht vertegenwoordigen omdat de voorzitter verhinderd was, veel bijgeleerd. Op een bepaald moment ging het over het Deense model inzake de steun aan Oekraïne. Kort samengevat komt het erop neer dat Denemarken, net zoals België en veel NAVO-landen, terecht investeert in de Oekraïense defensie. Het bijzondere is dat Denemarken niet enkel aankoopt bij de Verenigde Staten, maar ook investeert in de Oekraïense defensie-industrie zelf. Dat ondersteunt uiteraard de Oekraïense economie en zorgt ervoor dat de middelen onmiddellijk ter plaatse beschikbaar zijn. Het Deense model heeft dus tal van voordelen.

Staat België achter dat model en wordt het in overweging genomen?

Voor mijn andere vragen verwijs ik naar de schriftelijk ingediende versie.

Volgens het PURL-mechanisme (Prioritised Ukraine Requirements List) dragen bondgenoten bij aan de prioritaire militaire noden van Oekraïne. Oekraïne stelt hierbij lijsten op van dringend benodigd materieel, die via NAVO gevalideerd en door de Verenigde Staten geleverd worden, met financiering vanuit vrijwillige bijdragen van partnerlanden. U kondigde recent aan dat België via dit mechanisme 100 miljoen euro extra zal vrijmaken voor luchtverdedigingssystemen, munitie en ander materieel.

Ik diende ook al een vraag in over het zogenaamde Deense model van steun, waarbij middelen zoveel mogelijk in Oekraïne zelf worden geïnvesteerd.

Mijn vraag daarover: kan u ons wat meer uitleg geven over deze Belgische bijdrage via PURL, de concrete bestemming ervan en de afweging ten aanzien van andere mogelijke modellen van steun?

Op 1 september vond in Brussel een buitengewone vergadering plaats van de NAVO-Oekraïne-Raad, op verzoek van Oekraïne, naar aanleiding van de bijzonder zware Russische luchtaanvallen eind augustus. Deze aanvallen troffen Kiev en andere steden, met tientallen burgerslachtoffers, waaronder kinderen, en zelfs schade aan gebouwen van internationale en Europese instellingen.

Tijdens de vergadering benadrukte de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Andrii Sybiha dat “Moskou sterkere druk moet voelen” en dat de NAVO-partners gezamenlijke stappen moeten ondernemen om de Russische terreur te counteren.

Ik heb daarover volgende vragen:

​Kunt u toelichten welke concrete punten en voorstellen aan bod zijn gekomen tijdens deze spoedvergadering van de NAVO-Oekraïne-Raad?

Welke houding heeft België daarin aangehouden en zijn er engagementen namens ons land genomen?

Worden er bijkomende maatregelen overwogen, hetzij op vlak van militaire steun, hetzij op vlak van politieke of economische druk tegen Rusland?

Recent besliste de NAVO om de nieuwe missie Eastern Sentry op te starten. Deze operatie moet de collectieve verdediging van het Bondgenootschap versterken, met bijzondere aandacht voor de oostflank en de dreigingen die we daar vaststellen sinds de Russische invasie in Oekraïne.

Voor België is dit relevant om meerdere redenen: enerzijds vanuit onze rol als “Transit Nation”, anderzijds omdat we ons engageren in het versterken van de afschrikking en verdediging binnen de NAVO. Bovendien sluit dit aan bij de Strategische Visie Defensie 2025, waarin expliciet wordt verwezen naar een grotere betrokkenheid in multinationale operaties en de nood aan solidariteit binnen het Bondgenootschap.

Mijn vragen zijn de volgende:

Kan u toelichten wat precies de doelstellingen en het mandaat zijn van Eastern Sentry?

Welke Belgische bijdrage wordt overwogen of is reeds beslist?

Hoe verhoudt deze nieuwe missie zich tot de huidige Belgische bijdragen aan de oostflank, zoals Enhanced Forward Presence, Baltic Air Policing en Baltic Sentry?

Kjell Vander Elst:

Tijdens een persconferentie op donderdag 4 september 2025 heeft de Franse president Emmanuel Macron verklaard dat 26 landen formeel hebben toegezegd troepen te willen inzetten in Oekraïne, in het kader van een staakt-het-vuren. Deze troepen zouden niet aan het front worden ingezet, maar als vredesmacht aanwezig zijn op het terrein. Volgens president Macron is het doel van deze aanwezigheid om Rusland af te schrikken van verdere agressie en de veiligheid van Oekraïne te versterken. Tegelijkertijd benadrukte hij dat er geen beperkingen zouden gelden voor de omvang of slagkracht van het Oekraïense leger.

Hierbij de volgende vragen:

1. Heeft België formeel toegezegd te willen bijdragen aan de veiligheidsgaranties voor Oekraïne wanneer een staakt-het-vuren wordt bereikt?

2. Indien ja, over welke aard van inzet gaat het? Gaat het om grondtroepen, luchtsteun, maritieme aanwezigheid, logistieke steun of een andere vorm van betrokkenheid?

3. Onder welk internationaal of Europees mandaat zouden Belgische troepen worden ingezet?

4. Kunt u een inschatting geven van het materieel of aantal troepen dat België eventueel zou kunnen inzetten in het kader van een dergelijk vredesmandaat?

5. Wat zal de rol van de Verenigde Staten van Amerika en de NAVO zijn in dit verband?

Peter Buysrogge:

Sinds de Russische inval in Oekraïne blijft de internationale steun aan het land cruciaal. Daarbij worden verschillende samenwerkingsmodellen toegepast. Een voorbeeld is het zogenoemde “Deense model", waarbij Denemarken zich in overleg met Kyiv engageert om op langere termijn structurele en gecoördineerde steun te verlenen op defensiegebied, onder meer door middel van capaciteitsopbouw, opleiding en levering van militair materieel. Dit model wordt in internationale debatten vaak aangehaald als een mogelijke blauwdruk voor andere landen. Al zijn er natuurlijk andere mogelijkheden. In het verlengde van onze steun aan Oekraïne heb ik enkele vragen.

Mijn vragen voor de minister:

1. Kan u verduidelijken welke concrete steun België – in zoverre dat deze informatie publiek kan gemaakt worden - momenteel verleent aan Oekraïne (materieel, logistiek, training, humanitair en financieel), en hoe dit zich verhoudt tot het Deense model?

2. Heeft Oekraïne België rechtstreeks om een bijzonder type steun verzocht (bijvoorbeeld bepaalde capaciteiten, opleiding, industriële samenwerking of logistieke steun)? Indien ja, kunt u schetsen welke verzoeken dit zijn en hoe de Belgische regering en defensie daarop heeft gereageerd?

3.Hoe wordt binnen Defensie en de regering beoordeeld welke steun haalbaar is, rekening houdend met de eigen nationale defensiebehoeften, budgettaire beperkingen en de nood aan interoperabiliteit met bondgenoten?

4. Enige tijd geleden was er een duidelijk tekort aan artilleriegranaten – de Europese voorraden waren onvoldoende. Sindsdien is er een inspanning gedaan om dit tekort aan te pakken. Waar Oekraïne aan het begin van het conflict een verhouding van 1 tot 10 had ten aanzien van de Russische Federatie inzake het afvuren van granaten is dit nu een ratio van 1 tot 2. In welke mate is de steun aan Oekraïne hiervoor verantwoordelijk en in welke mate de aanvoerproblemen door gerichte drone-aanvallen tegen Russische arsenalen?

Theo Francken:

België blijft zich vastberaden inzetten voor de verdediging van Oekraïne en voor de bredere Europese en internationale veiligheid.

Sinds de bijeenkomst van de Ukraine Defence Contact Group (UDCG) op 9 september 2025 heeft ons land zijn engagement verder versterkt, onder meer door een bijdrage aan te kondigen van 100 miljoen euro aan het PURL Initiative (Prioritized Ukraine Requirements List). Dat initiatief is gericht op het versterken van Oekraïense capaciteiten via duurzame investeringen. Het PURL-mechanisme vormt een coördinatiestructuur die Oekraïne in staat stelt zijn meest dringende behoeften aan Amerikaans materieel op een gerichte en efficiënte manier kenbaar te maken.

Deze lijsten worden opgesteld door de Oekraïense autoriteiten, gevalideerd binnen de NAVO en vervolgens door de Verenigde Staten omgezet in aankoop en levering. Partnerlanden dragen hier vrijwillig financieel aan bij, zodat snel en gecoördineerd kan worden ingespeeld op de prioriteiten op het terrein. De precieze bestemming van de middelen hangt samen met de meest recente prioriteitenlijst van Oekraïne, zodat onze bijdrage maximaal aansluit bij de noden die ter plaatse een onmiddellijk verschil maken.

Het zogenaamde Deense model, waarbij Denemarken rechtstreeks aankoopt bij de Oekraïense defensie-industrie, wordt met aandacht gevolgd. Deze aanpak biedt duidelijke voordelen, zoals snellere leveringen, vereenvoudigde logistiek en directe versterking van zowel de Oekraïense defensiecapaciteit als de economie. België onderzoekt alle mogelijke mechanismen en opties, waarbij momenteel de voorkeur wordt gegeven aan aankopen bij Belgische bedrijven en deelname aan internationale coalitieprogramma's.

België maakt weloverwogen keuzes om de beschikbare steun zo doeltreffend mogelijk aan te wenden, in overeenstemming met de prioriteiten die Oekraïne zelf heeft vastgesteld. Voor 2025 bedraagt de Belgische steun aan Oekraïne, naast het engagement in PURL, 1 miljard euro, waarmee onze bilaterale en multilaterale engagementen worden gedekt. Hiermee komt de totale Belgische defensiebijdrage aan Oekraïne sinds het begin van de oorlog in 2022 op 2,6 miljard euro.

Met de bijdrage van 1 miljard euro in 2025 levert België tevens een actieve bijdrage aan acht internationale capaciteitscoalities, waaronder de F-16-coalitie, waarin Belgische instructeurs Oekraïense piloten en technici opleiden. Binnen de maritieme coalitie schonk België de mijnenjager Narcis en verzorgde gezamenlijke bemanningstraining met Nederland. In de ontmijningscoalitie ondersteunt ons land twee trainingscycli voor Oekraïense ondermijners in 2025.

België ondertekende een intentieverklaring voor deelname aan de IT-coalitie. Samen met Duitsland ondersteunen we ook de luchtverdediging voor Oekraïne. In het kader van de artilleriecoalitie werd geïnvesteerd in de aankoop van munitie. België trad in mei toe tot de dronecoalitie en is sinds juni actief in de electronic warfare-coalitie.

Daarnaast faciliteert België industriële defensiesamenwerking binnen Oekraïne via drie intentieverklaringen die op 8 april in Kiev werden ondertekend tussen Belgische en Oekraïense defensiebedrijven.

Ons land neemt ook deel aan de EU Military Assistance Mission en levert personeel voor diverse functies binnen NSATU, waarmee we bijdragen aan de structurele capaciteitsopbouw van de Oekraïense strijdkrachten.

Eastern Sentry is een nieuwe, flexibele NAVO-capaciteit die de collectieve afschrikking en verdediging langs de oostflank versterkt. Ze heeft tot doel de integratie van lucht-, land- en zeemiddelen, innovatieve technologieën en een verhoogde informatie-uitwisseling te bevorderen, zodat adequaat kan worden gereageerd op de toenemende Russische provocaties, waaronder luchtruimschendingen met drones en gevechtsvliegtuigen.

Die activiteit bouwt voort op bestaande NAVO-inspanningen zoals Enhanced Forward Presence, Baltic Air Policing en Baltic Sentry, maar onderscheidt zich door haar verschillende aanpak per domein en ruimere geografische reikwijdte, die zich uitstrekt van het hoge noorden tot aan de Zwarte Zee. België onderzoekt momenteel een bijdrage aan Eastern Sentry. We hebben dus een bijdrage geleverd, die werd ingebracht in een gemeenschappelijke pot. Daarover kan ik evenwel niet meer zeggen.

Eastern Sentry biedt België de kans om zijn bestaande inzet te versterken en bij te dragen aan een meer geïntegreerde en toekomstgerichte NAVO-postuur. België blijft zich inzetten voor vrede in Oekraïne. In de context van de Coalition of the Willing staat ons land klaar om deel te nemen aan vredesoperaties in Oekraïne na het conflict, mits die plaatsvinden onder een legitiem vredesakkoord en met een duidelijk mandaat. Een multinationale vredesmacht kan bijdragen aan de stabilisatie van het land in de nasleep van de oorlog. België zal Oekraïne blijven steunen, zowel tijdens als na de oorlog.

Voorzitter:

Collega Weydts, collega Vander Elst en ikzelf wensen niet te repliceren.

Het vrijwillig militair dienstjaar
Het advies van de Raad van State over de uitnodigingsbrief voor de vrijwillige legerdienst
Het vrijwillig militair dienstjaar
De brief van de minister aan Belgische jongeren en de vrijwillige legerdienst
Het vrijwillige militaire dienstjaar
Het schrijven van de minister aan de jonge Belgen
De brief van de minister aan Belgische jongeren en de vrijwillige legerdienst
De brief van de minister aan de Belgische jongeren
Het vrijwillig militair dienstjaar en de communicatie erover aan Belgische jongeren

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 22 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het vrijwillig militair dienstjaar (500 plaatsen in 2025) wordt vormgegeven als een 14-wekense basisopleiding (10 weken initiatie + 4 weken specialisatie), gevolgd door operationele inzet, oefeningen of bijkomende training, met doorstroommogelijkheden naar defensie of veiligheidsberoepen. Selectie verloopt via *first come, first served* (max. 3.500 kandidaten), na verplichte informatiesessies (start eind november 2024), aangekondigd via een sensibiliseringsbrief (€227.030, verzonden in de taal van de regio aan 18-jarigen) en een socialemediacampagne. Deelnemers krijgen het statut van reservist (met sociale rechten zoals pensioenopbouw), maar kunnen elk moment stoppen; het programma verschilt van *Reboot4You* (voor NEET-jongeren) en wordt tijdens uitvoering geëvalueerd. Jongerenorganisaties werden geraadpleegd bij de brief, maar concrete invulling van het dienstjaar is nog in ontwikkeling.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, ik ben heel blij dat ik deze vraag nog kan stellen vandaag. Ik had het namelijk niet meer verwacht.

Ik sta heel sterk achter het vrijwillige militair dienstjaar. Elk initiatief dat jongeren en defensie of de maatschappij en defensie dichter bij elkaar kan brengen, moeten we ondersteunen. Het vrijwillige militaire dienstjaar kadert daarin en is een zeer goede zaak.

Ik wil een aantal aspecten belichten. We hebben de sensibiliserings- of oproepingsbrief vorige week of twee weken geleden goedgekeurd in de plenaire vergadering. Ik heb daar nog altijd enkele proportionaliteitsvragen bij, maar de brief zal worden verstuurd. Wanneer zal dat gebeuren? Wat is de timing?

Wordt er nog overleg gepleegd met een aantal jongerenorganisaties? Zij hadden immers nog opmerkingen en bezorgdheden over de opmaak van die brief. Is er nog wisselwerking met jongerenorganisaties en wanneer zal de brief effectief worden verstuurd?

Nog veel belangrijker zijn echter mijn vragen over het militaire dienstjaar zelf. Hoe zal dat eruitzien? We weten dat er voor volgend jaar 500 plaatsen beschikbaar zijn. Als we 120.000 à 130.000 jongeren een brief sturen, kan het best zijn dat een veelvoud van die 500 wil deelnemen. Hoe zal die selectie verlopen? Wordt het dan het systeem first come, first served ? Hoe zal die triage worden georganiseerd als het project een succes blijkt te zijn, wat ik eerlijk gezegd verwacht? Zal er naast de brief nog op andere manieren worden gecommuniceerd? Zijn er bijkomende communicatiecampagnes gepland? Ik heb gezien dat op de achterkant van de brief een QR-code staat die verwijst naar informatiesessies, wat op zich een goede zaak is.

Hoe zal het militaire dienstjaar worden vormgegeven? Wat zal dat jaar inhouden? Wat zullen de jongeren mogen doen? Wordt er al aan dat project gewerkt? Hebt u al overleg gepleegd met uw diensten om te bepalen hoe dat jaar eruit zal zien? Het moet natuurlijk een interessant jaar zijn voor de jongeren, maar het is ook absoluut de bedoeling dat zoveel mogelijk van de 500 deelnemers doorstromen naar een effectieve job bij defensie. Hoe zal het militaire dienstjaar dus worden vormgegeven?

Annick Ponthier:

Ik zou kunnen verwijzen naar mijn mondelinge vraag die ik enige tijd geleden heb ingediend, maar die is achterhaald door de goedkeuring in de plenaire vergadering van het initiatief van de uitnodigingsbrief voor de vrijwillige legerdienst.

Ik wil u vragen om voor de goede orde aan onze commissie mee te delen wat de modaliteiten zullen zijn en hoe het allemaal in zijn werk zal gaan, niet alleen de brief zelf, maar ook de verdere uitrol, gezien een aantal juridische bekommernissen waarvoor wij trouwens in de plenaire vergadering hebben gewaarschuwd.

Ik houd het daarbij.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, la semaine passée, nous avons eu l'occasion de débattre de la proposition de loi relative à l'envoi d'une lettre de sensibilisation aux enjeux sécuritaires modifiés. Nous avons d'ores et déjà adopté les amendements suivant les avis du Conseil d'État de l'APD, et attendons maintenant la seconde lecture du texte.

Toutefois, certaines zones d’ombre subsistent concernant le futur statut des jeunes qui intégreront le service militaire volontaire.

Quel sera précisément leur statut juridique? Seront-ils considérés comme des fonctionnaires, comme des salariés ou relèveront-ils d’un statut sui generis? Pouvez-vous confirmer que, du fait de leur assujettissement à la sécurité sociale, ces jeunes s'ouvriront effectivement des droits sociaux (droit à la pension, aux allocations de chômage, etc.)? Dans la négative, monsieur le ministre, pouvez-vous préciser à la Chambre la prise en compte ou l'éventuelle assimilation pour la pension? Concernant les missions et l’attractivité du service militaire volontaire, pouvez-vous préciser les postes que ces jeunes seront amenés à occuper, ainsi que les critères d’affectation? Auront-ils la possibilité d’émettre des préférences à l’issue de leur formation de base? Enfin, quels sont les éléments de la formation et les avantages qui seront prévus pour rendre ce service militaire volontaire attractif pour notre jeunesse dans l'hypothèse où ceux-ci ne bénéficieraient pas des avantages extralégaux attachés à un éventuel statut de fonctionnaire?

Theo Francken:

Het militair dienstjaar is een initiatief dat kadert in de uitvoering van het regeerakkoord, waarin gesteld wordt dat een allesomvattende benadering nodig is om de veerkracht van de maatschappij te verhogen. Trouwens, die wet wordt morgen gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad .

Via vrijwillige militaire dienst gedurende een jaar willen we jongeren tussen 18 en 25 jaar de kans geven om zich op een positieve manier voor de samenleving in te zetten. De finaliteit van de opleiding Defensie en Veiligheid, die jongeren specifiek voorbereidt voor een functie binnen de veiligheidsberoepen, zoals militairen voor het actieve kader, maar ook voor beroepen als politieagent, cipier, brandweerman of veiligheidsagent, is wezenlijk verschillend.

De brief die verstuurd zal worden, werd opgesteld door de Algemene Directie Human Resources in nauwe samenwerking met mijn kabinet. Jongerenorganisaties uit de verschillende deelstaten werden daarbij geconsulteerd. In de brief zullen jongeren worden uitgenodigd om zich in te schrijven voor een informatiesessie, waar ze al hun vragen zullen kunnen stellen. Deze informatiesessie is verplicht voor men zich kan inschrijven.

Le but est d'envoyer ce courrier avant les premières sessions d'information qui auront lieu à la fin de ce mois. Il sera envoyé au nom du premier ministre, du ministre de la Défense et du Chef de la Défense, sans mention de leur nom, ni de leur photo, ni de leur signature. Le lien avec un service à la communauté, qui dépasse donc le cadre de la Défense, justifie que la lettre soit également envoyée au nom du premier ministre.

Le coût total est estimé à 227 030 euros. Cela comprend le travail effectué par l'atelier protégé (le pliage des lettres, la pose des étiquettes), l'affranchissement par bpost, les frais d'impression ainsi que le traitement des données par le Registre national.

De opmerkingen die de Raad van State formuleerde in zijn advies over het wetsvoorstel betreffende het versturen van de brief, werden waar mogelijk gevolgd door de indieners van het wetsvoorstel in het Parlement. Daarover hoef ik echter niets meer te zeggen, aangezien dat reeds is afgehandeld.

De brief zal enkel worden verstuurd naar jongeren die 18 jaar worden in het jaar dat volgt op het jaar van verzending. Voor 2025 gaat het dus enkel om jongeren die in 2008 geboren werden. Andere minderjarigen worden niet via deze weg gecontacteerd.

La lettre sera envoyée dans la langue de la Région des adressés mais ils auront la possibilité de la demander dans une autre langue par après, par exemple dans les communes à facilités.

Naast de brief en de informatiesessies komt er ook een uitgebreide sociale mediacampagne en een website met frequently asked questions . In de bredere communicatiecampagne rond het wervingsjaar 2026 zal er ook aandacht zijn voor het militaire dienstjaar.

De controlecommissie betreffende de Verkiezingsuitgaven heeft ondertussen een gunstig advies verstrekt.

De rest van de vragen werd eigenlijk reeds behandeld.

Kjell Vander Elst:

Mijn vragen gingen vooral over de uitwerking van het militaire dienstjaar zelf, over hoe het jaar zal worden vormgegeven. Als ik het goed begrijp, is dat dus nog volop in ontwikkeling?

Theo Francken:

Sorry, dat vergat ik inderdaad. Voor de eerste organisatie van het militaire dienstjaar zullen de plaatsen beperkt zijn tot 500, met een mogelijke overschrijding tot 550. Daarvoor kunnen zich maximaal 3.500 sollicitanten inschrijven volgens een eerst-komt-eerst-maaltsysteem. Dat aantal zal dan worden verdeeld over verschillende functies in verschillende kazernes.

De interne organisatiestructuur en het programma zijn momenteel nog in ontwikkeling. De deelnemers zullen in ieder geval starten met een basisopleiding van 14 weken: de militaire initiatiefase van 10 weken en een gespecialiseerde professionele vorming van 4 weken. Daarna kunnen ze bijkomende opleidingen volgen en deelnemen aan oefeningen, mogelijk ook in het buitenland. Afhankelijk van de noden kunnen ze ook worden ingezet voor operationele opdrachten.

De evaluatie van het militaire dienstjaar zal tijdens de uitvoering gebeuren, op basis van feedback van de deelnemers en alle andere stakeholders.

Les jeunes auront les mêmes droits et devoirs que les autres réservistes. Ils peuvent toutefois décider à tout moment d'arrêter leur participation à l'année de service militaire et quitter la réserve. Après l'année de service militaire, ils peuvent décider de rester ou non dans la réserve ou de postuler comme candidats militaires pour le cadre actif.

Le programme Reboot4You continuera d'exister. Le public cible est d'ailleurs fondamentalement différent. Alors que l'année de service militaire s'adresse aux jeunes de 18 à 25 ans afin de leur donner l'opportunité de s'engager au service de la société, le programme Reboot4You vise les jeunes dits NEETs (Not in education, employment or training) afin de leur permettre de franchir une étape dans la société.

Het ene sluit het andere dus niet uit.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, dat laatste deel was nog belangrijk voor mijn vragen. Het is goed dat er al redelijk wat detail klaarstaat. Ik weet niet wanneer de eerste infosessie plaatsvindt.

Theo Francken:

(…)

Kjell Vander Elst:

Die vindt dus plaats in november. Mogelijk zal ik daar aanwezig zijn, ik ben dan wel geen 17 jaar meer, maar misschien kom ik toch eens luisteren. Het is goed dat er al concreet is nagedacht over hoe het project vorm zal krijgen.

Het is ook goed dat er zal worden ingezet op sociale media. Die 270.000 euro is nu niet zo’n grote post op een federale begroting, maar als we vaststellen dat er met socialemediacampagnes ook resultaat kan worden geboekt, zonder dat 270.000 euro moet worden uitgegeven aan brieven, moet dat misschien toch overwogen worden.

Theo Francken:

(…)

Kjell Vander Elst:

Het gaat specifiek over inschrijvingen, het vrijwillig militair dienstjaar enzovoort.

Ik dank u in elk geval voor de update. Ik volg het verder op en hoop dat het een succes wordt.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, vermits u klaarstaat om te vertrekken naar Oostende, houd ik het voorlopig bij een bedanking voor uw antwoord. Ik volg het uiteraard verder op.

Stéphane Lasseaux:

Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Je rappelle simplement que nous sommes très attentifs au fait que nous ne voulons pas voir les jeunes militaires dans les rues.

Voorzitter:

Collega’s, we hebben net als deze ochtend goed doorgewerkt. We zijn aan het einde gekomen van onze zitting en ik wens iedereen te bedanken voor de volgehouden aandacht. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.51 uur. La réunion publique de commission est levée à 16 h 51.

De minister van Defensie, die vindt dat de politie moet kunnen schieten op betogers
De geweldbeheersing tijdens betogingen en de voorbereiding op toekomstige manifestaties
De betoging van 14 oktober
De minister van Defensie, die vindt dat de politie moet kunnen schieten op betogers
Geweldsbeleid, betogingen en politieoptreden in België

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 21 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om het gebruik van het controversiële wapen FN 303 en de escalatie van politiegeweld tijdens betogingen, met name na de gewelddadige incidenten op 14 oktober. Minister Quintin benadrukt dat vreedzaam betogen een recht is, maar geweld onaanvaardbaar, en dat de FN 303 enkel mag worden ingezet in noodweer—nooit willekeurig tegen betogers—terwijl hij dialoog, preventie en gerichte sancties voorstaat. Kritiek komt van oppositieleden: Vandemaele vreest dat het wapen escalatie veroorzaakt en de veiligheid van *zowel* betogers als agenten ondermijnt, De Vreese eist strengere maatregelen tegen gewelddadige infiltranten (zoals black blocs) en een duidelijk kader voor "less lethal weapons", terwijl Maouane politiegeweld tegen families en kinderen aan de kaak stelt, inclusief illegale methodes (zoals *nasses*), en waarschuwt voor een afglijden naar een ultrasecuritaire staat onder invloed van Francken’s retoriek. De kernspanning: veiligheid vs. grondrechten, met een dringende oproep tot proportioneel optreden en betere afbakening van wapengebruik.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de minister, ik bedank u dat u nog aanwezig bent gebleven om onze vragen te beantwoorden, zodat we die niet pas over enkele weken kunnen stellen.

Ik ben nogal geschrokken van de toon van uw collega-minister Francken, die vorige week onomwonden verklaarde de FN 303 te willen gebruiken om op betogers te schieten. Daar komt zijn uitspraak in essentie op neer.

Dat wapen heeft wereldwijd al tientallen doden veroorzaakt en talloze mensen blijvend verminkt. We hebben bovendien expliciet ervoor gekozenom dat wapen niet in te zetten voor het beheer van de openbare ruimte. Toch wil minister Francken het nu gebruiken, eigenlijk om het grondrecht op betogen aan te vallen en gewoon op betogers te schieten.

Gelukkig was Les Engagés er, want voor een verklaring in de pers is Les Engagés altijd present. Ik weet niet of de partij even actief is in de ministerraad. In elk geval verklaarde de heer Nuino dat het gebruik van dat soort wapens “zeer controversieel en uitzonderlijk gevaarlijk” is en denkt hij “dat we allemaal samen andere manieren moeten vinden om het geweld te bestrijden,” waarmee ik hem citeer.

Enerzijds verklaart Les Engagés dat men de FN 303 niet zal inzetten tegen betogers, maar anderzijds vindt minister Francken: laat ons maar knallen op betogers.

Mijnheer de minister, mijn vragen zijn heel eenvoudig. Wat is het regeringsstandpunt over het inzetten van de FN 303 voor de handhaving van de openbare orde? Vindt u het een goed idee om op betogers te schieten? Zodra men dat wapen mag gebruiken, betekent dat immers dat men daadwerkelijk op betogers zal schieten.

De vraag is dus of dat een goed idee is. De-escaleren we de situatie door dat wapen toe te laten voor het beheer van betogingen, of escaleren we juist? Brengen we de veiligheid van betogers die met rellen niets te maken hebben, mogelijk in gevaar? Brengen we de politieagenten die dat wapen gebruiken of aanwezig zijn tijdens zulke manifestaties mogelijk nog meer in gevaar?

Ik herhaal nogmaals dat ik er geen enkel probleem mee heb dat wordt opgetreden tegen de kleine groep betogers of mensen die betogingen misbruiken om hun erg radicale agenda door te drukken met geweld. Daar kunnen we niet in meegaan. U hebt volkomen gelijk dat we daartegen moeten optreden. We kunnen dat niet tolereren. Ik ben een democraat in hart en nieren. Geweld is nooit aanvaardbaar.

Als we dat standpunt huldigen, rijst de vraag natuurlijk hoe we ervoor zorgen dat we niet in overdrive gaan als we de agenten bewapenen met wapens die volgens mij meer schade zullen berokkenen dan ze goed zullen doen. Ik kijk uit naar uw antwoorden.

Maaike De Vreese:

Minister, de nationale betoging op 14 oktober heeft duidelijk gemaakt dat verdere escalatie nauwelijks nog mogelijk is. De situatie was volledig geëscaleerd en de mensen van de Dienst Vreemdelingenzaken in het gebouw aldaar waren daarvan het grote slachtoffer. We spreken niet alleen over vandalisme – dat woord is hier eigenlijk een eufemisme – aangezien 44 ruiten werden vernield, de hoofdingang werd afgebroken en een brandend voorwerp in de inkomhal werd gegooid.

We hebben allemaal die beelden gezien, het was werkelijk een verschrikking. Niet alleen mensen van de Dienst Vreemdelingenzaken waren daar aanwezig, er vond op dat moment ook een opleiding plaats voor vrijwillige voogden. Hoe zullen we nog mensen kunnen aantrekken om dat werk te doen als dit de situatie is waarmee zij worden geconfronteerd?

De Dienst Vreemdelingenzaken krijgt inderdaad de nodige psychologische begeleiding, maar ik vraag me af wat er op voorhand gebeurd is. Was het bijvoorbeeld op voorhand duidelijk dat de betoging of bepaalde extremistische groepen zich zouden richten op de Dienst Vreemdelingenzaken? Waren zij een doelwit? Ik krijg daar vragen over. Hoe zullen we voorkomen dat de Dienst Vreemdelingenzaken bij een volgende betoging opnieuw een doelwit wordt? Hoe zullen we ervoor zorgen dat die mensen in veilige omstandigheden kunnen werken?

Het parket heeft intussen meerdere onderzoeken geopend. Het staat vast dat een zeer specifieke groep bewust gebruikmaakte van de manifestatie om gewelddaden te plegen volgens een duidelijke modus operandi. Ze waren volledig in het zwart gekleed, onherkenbaar, en mengden zich anoniem in de manifestatie om criminele feiten te plegen. Dit zijn geen gewone betogers. Dit zijn mensen die misdrijven plegen onder het mom van een extreemlinkse signatuur. Er wordt zelfs een link gelegd met de CCC van vroeger. We weten allemaal welke vreselijke periode dat was in onze geschiedenis.

Minister, er komen waarschijnlijk nog betogingen aan in november. De vraag rijst dus hoe onze ordediensten zich zullen en kunnen voorbereiden om enerzijds – daar zijn we het met minister Francken over eens – het democratische recht op betogen te vrijwaren en anderzijds de veiligheid van burgers, ambtenaren en ordediensten te garanderen. Ik heb het ook over de veiligheid van de betogers zelf, collega Vandemaele.

Mijnheer de minister, welke evaluatie heeft uw departement gemaakt van de geweldbeheersing tijdens de betoging van 14 oktober? Welke maatregelen neemt u in aanloop naar toekomstige betogingen? Minister Francken heeft na de incidenten gepleit voor een ruimere inzet van less than lethal weapons , de FN 303 bijvoorbeeld, tegen relschoppers. Hoe staat u tegenover die oproep? Welke preventieve maatregelen worden genomen, in samenspraak met de organisatoren van betogingen, om infiltratie door gewelddadige groeperingen tegen te gaan?

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, ce mardi 14 octobre, des milliers de citoyennes et citoyens se sont rassemblés à Bruxelles – une mobilisation syndicale, associative et citoyenne très, très large – pour dénoncer la politique brutale du gouvernement Arizona. Le chiffre de 140 000 personnes est avancé, même s'il fait débat. Ils étaient en tout cas des dizaines de milliers à défiler, parfois dans une ambiance familiale, avec des parents, des poussettes, des associations, des travailleurs et travailleuses qui, pour certains, n'étaient même pas affiliés à un syndicat.

Pourtant, cette manifestation a été marquée par des scènes d'une violence policière que l'on n'avait plus vues depuis très longtemps: des gaz lacrymogènes, des matraques, des grenades fumigènes. Des images, des vidéos et des témoignages accablants ont circulé, y compris de journalistes ou même d'élus présents sur place. Des gaz lacrymogènes ont été tirés à hauteur du Boulevard Pacheco et du Mont des Arts, touchant indistinctement des manifestants pacifiques, des bénévoles et même des enfants. Une mère de famille témoigne avoir été gazée alors qu’elle se trouvait à un stand avec son bébé dans un porte-bébé; une autre vidéo montre un enfant de 4 ans suffoquant dans un nuage de gaz. Après la dislocation de la manifestation, des agents de police, toujours sans matricule visible, s'en sont pris à des personnes dans la rue, parfois des touristes, au niveau de la gare Centrale, dans les Marolles ou encore à Saint-Gilles.

Monsieur le ministre, comment peut-on accepter aujourd'hui en Belgique que des enfants et familles, venus manifester pacifiquement, soient pris dans des gaz lacrymogènes? Quelles consignes ont été données aux agents avant et pendant cette opération? Et quelles instructions en matière de proportionnalité? Comment expliquez-vous que des manifestants aient été nassés, alors que la Belgique a précisément déjà été condamnée pour cette pratique?

Des enquêtes administratives ou judiciaires ont-elles été ouvertes à la suite des multiples témoignages et des images publiées par la presse? Enfin, comptez-vous réviser les protocoles d’intervention lors des manifestations pour garantir que, plus jamais, des familles et des enfants, des citoyennes et citoyens venus défendre leurs droits, ne soient exposés à ce type de violences?

Ma seconde question est relative aux propos de M. Francken. Au lendemain de cette manifestation marquée par des témoignages alarmants de violences policières, les déclarations publiques du ministre de la Défense, M. Francken choquent profondément. Celui-ci a affirmé que la police aurait dû, je cite, “utiliser le FN 303 contre ces voyous, comme le fait la police de Los Angeles, visant directement des manifestants qualifiés pour lui d'antifas d'extrême gauche”.

Pour rappel, le FN 303, est une arme à air comprimé dite à létalité réduite, fabriquée en Belgique, dont l'usage, y compris par les forces de police, est strictement encadré. Son emploi doit rester exceptionnel car elle peut provoquer des blessures graves et même des décès, comme l'ont documenté Amnesty International et d'autres organisations de défense des droits humains.

Monsieur le ministre, ces propos absolument scandaleux appellent des clarifications claires et urgentes. Comment réagissez-vous aux déclarations de votre collègue de la Défense qui semble légitimer un emploi renforcé de la force armée dans le cadre du maintien de l'ordre? Quelle est la position du gouvernement sur l'utilisation du FN 303? Des instructions claires ont-elles été transmises aux zones de police pour éviter toute dérive dans l'usage de ces armes dites non létales? Et enfin, partagez-vous l'inquiétude des nombreuses ONG et des parlementaires face à ce glissement rhétorique dangereux qui assimilent des manifestants à des ennemis intérieurs et banalisent l'idée de leur tirer dessus?

Bernard Quintin:

Madame Maouane, vous avez fait une petite incise sur les chiffres. D'aussi loin que je me souvienne, et comme je suis un petit peu plus âgé, il existe a toujours une discrépance entre les chiffres des organisateurs et de la police. C'est ainsi. Parfois, la discrépance est plus grande. Les accusations portées par des responsables syndicaux contre ma personne, selon lesquelles j'aurais donné des instructions de manipuler ces chiffres, sont évidemment tout à fait inacceptables. Les questions posées ici traduisent des visions très différentes quant à la gestion de l'ordre public. Certains plaident pour une approche plus ferme du maintien de l'ordre, tandis que d'autres insistent sur la nécessité de retenue et de proportionnalité. Comme vous le savez, je suis le ministre de la Sécurité de l'Intérieur. À ce titre, dans le cadre que me donnent la Constitution et les lois, je suis le garant de l'ordre et de la sécurité publique.

Manifester est un droit qui doit être et rester garanti. Je l'ai répété, je le répéterai et j'y veillerai. Mais aucune forme de violence, d'où qu'elle vienne, ne sera jamais tolérée dans notre pays. La Belgique a choisi un modèle de gestion négociée de l'espace public, le fameux GNEP, fondée sur la concertation, la proportionnalité et la désescalade.

Ce modèle, reconnu en Europe, reste la référence de nos services et les informations que j'ai pu recevoir de PolBru – puisque le gold commander était le chef de corps de PolBru – me confirment que les méthodes utilisées correspondent à cette gestion négociée de l'espace public dans un cadre légal et proportionné.

On constate partout, cependant, en Belgique comme à l'international, que, même dans les situations les plus tendues, il est essentiel de maintenir une ligne de dialogue et de sang-froid, ce qui ne signifie en aucun cas qu'il faille céder ni tolérer quelque forme de violence ou de provocation.

Les événements du 14 octobre 2025 ont révélé la présence de groupes radicaux, préparés et coordonnés, qui exploitent de manière croissante les manifestations pacifiques pour commettre des actes de violence ciblés contre des institutions et les symboles de l'État, in casu le bâtiment de l'Office des étrangers, entre autres.

Les services de police observent que ce phénomène s'intensifie également dans plusieurs pays voisins. Ces groupes utilisent les réseaux sociaux et les canaux numériques pour se coordonner, diffuser leurs messages et recruter. Ils cherchent à polariser la société et à détourner l'essence même des manifestations.

En coordination avec le Centre de crise national, la police adapte ses dispositifs et poursuit l'analyse des événements du 14 octobre afin d'en tirer toutes les leçons utiles.

Ik wil heel duidelijk zijn, schade aan het openbaar domein en aan privé-eigendommen of overheidsgebouwen is onaanvaardbaar. Wie tijdens een betoging schade veroorzaakt of geweld gebruikt, moet streng worden aangepakt.

Ik heb er alle vertrouwen in dat de politie de zaak grondig zal onderzoeken en dat Justitie kordaat zal optreden.

Voor de komende betogingen heb ik de politie gevraagd strengere begeleidende maatregelen te overwegen, met respect voor het recht op betoging. Het doel is het beter inschatten van de risico’s, de versterking van de coördinatie met de organisatoren en het beter afstemmen van de inzet van middelen op nieuwe vormen van mobilisatie en geweld.

Je souhaite également renforcer la capacité d’anticipation de la police en donnant un cadre légal à l’usage de l’ Open Source Intelligence (OSINT), qui consiste à collecter et analyser des informations issues de sources publiques et accessibles à tous afin d’identifier à temps des signaux de préparation de violences ou d’infiltrations.

L’objectif est de doter la police de moyens d’analyse moderne et proportionnée pour mieux prévenir les risques avant qu’ils ne dégénèrent.

Het wordt tijd om de 21e eeuw binnen te treden.

S'agissant des armes à létalité réduite, telles que le FN 303, j'aimerais rappeler à ceux ou à celles qui ne le sauraient pas que notre police dispose déjà de ce type de matériel. J'aimerais cependant ici être très clair: je ne permettrai jamais que l'on tire de manière indiscriminée sur des manifestants qui font usage de leur droit pacifiquement. La Belgique n'est pas le Far West! L'usage de ce type de matériel doit rester strictement limité à des cas de légitime défense, lorsque l'intégrité physique d'une personne est directement menacée. Dans ce cas-là, cet usage peut se justifier.

Dames en heren volksvertegenwoordigers, er bestaat geen technische of reglementaire mirakeloplossing voor het toenemende geweld in onze samenleving. Dialoog, anticiperen, kordaat optreden en sanctioneren zijn de pijlers van een verantwoord beheer van de openbare orde. Ik handel in die geest en we moeten allemaal ons steentje bijdragen om de veiligheid van onze burgers te garanderen met respect voor de rechtsstaat. Ik reken daarbij op mijn collega's in de regering en in het bijzonder op Justitie om ernstige feiten met de nodige strengheid en vastberadenheid aan te pakken.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord.

Het blijft jammer dat de legitieme boodschap van duizenden betogers ondergesneeuwd raakt door een paar extremistische, gewelddadige nitwits die de boel verzieken; daarover bestaat volgens mij geen enkele discussie. Dit maakt het een lastige oefening, omdat een grote groep op vreedzame wijze betoogt maar een klein deel van die betoging wordt gekaapt door extremistische heethoofden.

De vraag rijst dan of het toestaan van een FN 303 bij het handhaven van de openbare orde wel het gewenste effect zal sorteren. Momenteel beschikken enkele politiezones reeds over dat wapen, maar zij mogen het expliciet niet gebruiken voor het handhaven van de openbare orde. Volgens onze inschatting en ook die van behoorlijk wat experts zal dit eerder leiden tot escalatie dan tot de-escalatie. U hebt zelf aangegeven dat de ambitie om te de-escaleren altijd prioriteit moet hebben in de ordehandhaving. De vraag is dan in hoeverre het gebruik van dergelijke wapens hiermee te verzoenen valt. Ik ben van mening dat het toelaten van dit soort wapens de situatie voor betogers, zowel bonafide als malafide, en voor onze politiemensen gevaarlijker maakt.

Ik verzoek u daarom, wanneer hierover binnen de regering wordt gesproken, dit met de nodige zorg en ernst te doen, ver weg van de extreemrechts aandoende uitspraken van de losgeslagen cowboy Theo Franken, die wat stoerdoenerij wil verkopen ten koste van de betogers. Gelet op de lastige boodschap van de betogers, komt het goed uit dat enkele nitwits de boel verzieken. Daardoor kan men immers daarop focussen, in plaats van op de tienduizenden, zelfs honderdduizend geweldloze manifestanten die opkomen voor hun rechten.

Maaike De Vreese:

Ik denk, collega Vandemaele, dat we in de commissie voor Binnenlandse Zaken wel degelijk moeten bespreken op welke manier we omgaan met dit soort relschoppers, want het gaat niet over gewone betogers. We zijn het erover eens dat zij de boel verzieken.

De FN 303 kan inderdaad door de politiediensten worden gebruikt, maar er ontbreekt een goed doordacht kader. Het regelgevend kader kan beter, mijnheer de minister. Daarom hebben we ook een voorstel van resolutie opgesteld om dat te laten onderzoeken. Het geweld is immers al geëscaleerd en we moeten nagaan hoe we ons opstellen tegenover deze nieuwe soort geweld – niet alleen tijdens deze betoging, maar ook bijvoorbeeld in Kruisem, waar vuurwerk tegen de politie werd ingezet, en tijdens de oudejaarsnacht, waarover we het daarnet nog hadden. We moeten die discussie echt voeren, ook over de manier waarop we dit soort wapens gericht zullen inzetten.

Er wordt gezegd dat er tijdens de betoging geen onderscheid te maken was tussen de betogers en de mensen van extreemlinks die criminele feiten hebben gepleegd. Ik heb de beelden gezien: die mensen waren gegroepeerd en hebben met een black-bloctechniek de Dienst Vreemdelingenzaken aangevallen. Voor dat gebouw was geen enkele beveiliging voorzien door de politiediensten.

We mogen niet wachten tot onschuldige burgers – gewone mensen die hun werk verrichten, op een correcte manier op basis van democratisch vastgelegde rechtsregels – het slachtoffer worden. Het gaat over het veilig houden van onze democratische rechtsstaat. Die discussie moeten we voeren, inclusief de inzet van less than lethal weapons en op welke wijze we die zeer doelgericht kunnen inzetten – niet tegen gewone betogers bij een eventuele escalatie van geweld, maar tegen criminele groeperingen die er expliciet op uit zijn de rechtsstaat op een zeer gewelddadige wijze te ondermijnen. Daar moet de discussie over gaan. We zijn het ook aan de mensen van de Dienst Vreemdelingenzaken verschuldigd om die discussie te voeren.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je suis rassurée qu'on soit d'accord sur le fait que manifester est un droit. Pour le reste, je reste assez frustrée de vos réponses. Elle me laissent clairement sur ma faim. Vous n'avez pas répondu par exemple sur les instructions qui ont été données aux policiers. Mais je manquerai pas de réinterroger le bourgmestre Close à ce sujet.

Vous êtes le ministre de l'Intérieur et de la Sécurité, mais qui assure la sécurité des manifestants? Je vous parle de l'utilisation de techniques illégales pour lesquelles l'État, la police et le bourgmestre Close ont d'ailleurs été condamnés – la technique de la nasse notamment. Je vous parle d'agents de police qui interviennent sans matricule visible, ce qui est illégal.

On parle de provocateurs mais en quoi des familles ont-elles été provocatrices? Elles ont été gazées. Il y a des témoignages de parents qui se sont retrouvés avec des enfants en bas âge sous des gaz. Des vidéos – que je peux vous envoyer – montrent des touristes avec leurs valises, pas loin de la gare Centrale, aspergés et gazés. Tout ça n'est pas respectueux ni d'un État de droit ni de l'image de la Belgique et c'est désastreux pour la confiance que la population a envers sa police. Je vous remercie d'avoir rappelé que la Belgique n'est pas le Far West. Malheureusement, des membres de votre gouvernement, Theo Francken en tête, ont tendance à l'oublier.

J'ai lu il y a une dizaine de jours une interview de vous. La Libre Belgique vous demandait si vous ne vous ne contribuiez pas à mettre en place un État sécuritaire. J'ai peur que ce soit le cas malheureusement. J'espère qu'on va pas laisser des gens comme Theo Francken amener une doctrine ultrasécuritaire, ultradroitière dans votre gouvernement qui ne me rassure pas. Quand on voit les dérives commises par des représentants des forces de l'ordre ou certains excès langagiers des ministres, je suis extrêmement inquiète pour la suite.

Voorzitter:

De samengevoegde vragen nrs. 56009377C en 56009431C van respectievelijk de heer Franky Demon en mezelf worden uitgesteld. De heer Demon liet zich verontschuldigen voor zijn afwezigheid vandaag.

Het negeren van negatieve adviezen van de Inspectie van Financiën bij defensieaankopen

Gesteld door

VB Wouter Vermeersch

Gesteld aan

Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)

op 7 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Inspectie van Financiën gaf 46 van de 47 negatieve adviezen over defensieaankopen (139 miljard euro, waarvan 34 miljard voor materieel) die door de ministerraad werden genegeerd, wat Wouter Vermeersch als onverantwoord bestedingsbeleid en een risico op corruptie (vergelijkbaar met het Augusta-schandaal) aan de kaak stelt. Minister Van Peteghem (Begroting) benadrukt dat de adviezen niet bindend zijn en deel uitmaken van een breder beleidsproces, maar belooft de onafhankelijkheid van de Inspectie te waarborgen en modernisering niet ten koste van toezichtkwaliteit te laten gaan. Vermeersch dringt aan op strengere opvolging van de adviezen en meer transparantie om miljardenverspilling en smeergeldschandalen te voorkomen, met name nu historische defensie-investeringen op til staan. De spanningsveld blijft: politieke besluitvorming vs. financieel toezicht, met de dreiging van zwakker controlemechanismen.

Wouter Vermeersch:

Ook deze vraag werd al ingediend in de maand juli, mijnheer de voorzitter.

Mijnheer de minister, de ministerraad keurde midden juli 2025 de Strategische Visie Defensie goed. Daarin wordt voor de periode 2026 tot en met 2034 een recordbedrag van 139 miljard euro voor Defensie uitgetrokken. Daarvan is 34 miljard euro bestemd voor de aankoop van nieuw materieel. De controle op die uitgaven gebeurt onder andere door de Inspectie van Financiën, onder het voorzitterschap van de minister van Begroting. Uit berichtgeving van voor de zomer blijkt dat de Inspectie van Financiën in de afgelopen tweeënhalf jaar 47 keer een uitdrukkelijk negatief advies gaf bij defensieaankopen. In 46 van die 47 gevallen werden die adviezen echter genegeerd door de ministerraad.

Daarnaast rijzen er vragen over de wens van de minister van Defensie om het controleproces te moderniseren. In een context van historische militaire uitgaven en verhoogde corruptierisico’s is een sterk, onafhankelijk begrotingstoezicht natuurlijk essentieel.

Hoe beoordeelt u het feit dat de ministerraad 46 van de 47 negatieve adviezen van de Inspectie van Financiën bij defensieaankopen negeerde en dus eigenlijk in de prullenbak deed belanden?

Hoe ziet u uw rol in het proces als voorzitter van de Inspectie van Financiën?

Welke stappen onderneemt u om de onafhankelijkheid en de slagkracht van de Inspectie van Financiën te versterken in plaats van die te ondermijnen?

Acht u het aangewezen dat er meer transparantie komt over de adviezen en hun opvolging, gelet op de enorme budgettaire implicaties en risico’s?

Zult u zich verzetten tegen pogingen om het toezicht van de Inspectie van Financiën te “vereenvoudigen”, wat in de praktijk neerkomt op het verder afzwakken van dat toezicht?

Vincent Van Peteghem:

Mijnheer Vermeersch, in de eerste plaats wil ik het belang onderstrepen van een sterke en onafhankelijke Inspectie van Financiën in het begrotingsproces. De inspectie vervult een essentiële rol in het waarborgen van de kwaliteit en de rechtmatigheid van de overheidsuitgaven. Haar adviezen dragen in belangrijke mate bij tot een zorgvuldig financieel beleid.

Het is ook belangrijk te onderstrepen dat de adviezen van de Inspectie van Financiën, hoe waardevol en richtinggevend ook, niet bindend zijn. Ze maken deel uit van een breder beslissingsproces, waarin ook andere beleidsmatige, strategische en maatschappelijke overwegingen worden meegenomen. De uiteindelijke beslissing ligt bij de ministerraad, die collegiaal oordeelt over de voorstellen die hem worden voorgelegd.

Als minister van Begroting zie ik erop toe dat de inspectie haar werkzaamheden in volledige onafhankelijkheid en met de nodige deskundigheid kan uitvoeren. Als minister heb ik er ook alle belang bij dat zij haar controlerende taak met de grootst mogelijke degelijkheid vervult.

Ik ben geen voorstander van initiatieven die de onafhankelijkheid of slagkracht zouden aantasten. Eventuele voorstellen tot modernisering van de procedures zullen steeds vanuit dat perspectief worden beoordeeld. Efficiëntie mag nooit ten koste gaan van de diepgang of de onafhankelijkheid van het toezicht door de inspectie.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de minister, ik las voorbije zomer een artikel met de titel Iedereen is enorm bang voor een nieuw Augusta-schandaal . Herinner u hoe politici van PS en Vooruit miljoenen in een dossier voor de aankoop van 46 Augustahelikopters - ik zie weinig socialisten in de zaal momenteel – aangeboden kregen. Minister Frank Vandenbroucke, die nu nog in de regering zit, was op dat ogenblik minister van Buitenlandse Zaken in de federale regering. Hij nam ontslag in maart 1994, nadat bleek dat hij de opdracht had gegeven om het ontvangen smeergeld te verbranden. Dat toont nog maar eens het belang en de gevoeligheid van militaire aankopen aan, zeker nu we vele miljarden extra zullen uitgeven. Mijnheer de minister, 47 keer trok de Inspectie van Financiën aan de noodrem en 46 keer heeft uw regering die noodrem genegeerd, zelfs doorgesneden. Wie miljarden aan belastinggeld zal uitgeven zonder naar die begrotingswaakhond te luisteren, speelt met vuur, letterlijk en figuurlijk. U bent minister van Begroting en het is uw taak om dat mee te controleren. U staat bovendien aan het hoofd van de Inspectie van Financiën; u bent voorzitter van de Inspectie van Financiën U zou die adviezen veel meer ter harte moeten nemen. Zeker in de komende maanden is controle op die uitgaven cruciaal. De inspectieverslagen moeten worden meegenomen in de beoordeling van al die miljardenuitgaven die in de komende weken, maanden en jaren op til staan, al was het maar om een nieuw Augustaschandaal of een nieuw schandaal met de Franse tanks te vermijden.

Het VN-rapport over de oorlogsmisdaden in Syrië

Gesteld door

MR Michel De Maegd

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België erkent het UN-rapport over systematische geweldpleging tegen de alaouitische minderheid in Syrië (1.400 doden, oorlogsmisdaden zoals executies en marteling) en benadrukt dat straffeloosheid moet worden bestreden via bestaande mechanismen zoals het IIIM (waaraan België financieel bijdraagt). Het land dringt aan op justitiële hervormingen, ontwapening van milities en een inclusief transitieproces om sektarisch geweld te doorbreken, maar wijst niet op concrete nieuwe stappen. De Maegd onderschrijft de noodzaak van internationale druk om herhaling van wraakcycli te voorkomen.

Michel De Maegd:

Pour accélérer le rythme de nos travaux, vu que nous avons un planning chargé, chers collègues, je m'en réfère à ma question écrite.

Monsieur le ministre, dans le nouveau rapport des Nations Unies publié le 14 août, des violences généralisées et systématiques commises contre la minorité alaouite sur la côte syrienne en mars dernier sont documentées. Exécutions sommaires, disparitions forcées, torture, pillages, autant d'actes que la Commission d'enquête considère comme susceptibles de constituer des crimes de guerre. Le bilan humain est effroyable: environ 1 400 victimes civiles, souvent ciblées sur base de leur appartenance confessionnelle, avec des méthodes d'une brutalité glaçante.

Ces constats s'ajoutent à une longue série de violations commises en Syrie depuis plus d'une décennie, et dont nous avons déjà discuté à plusieurs reprises dans cette commission. Mais ils prennent une résonance particulière aujourd'hui. Ils touchent une communauté souvent associée au régime précédent, et démontrent que, même après sa chute, le cycle de vengeance et de violences perdure.

Face à cette situation, j'aimerais vous poser les questions suivantes:

Quelle est l'analyse de la Belgique de ce rapport?

Quelles démarches diplomatiques avez-vous entreprises pour exiger que les responsables soient poursuivis et que justice soit rendue aux victimes?

Notre pays soutiendra-t-il la mise en place d'un mécanisme international indépendant afin de documenter ces crimes et de prévenir l'impunité?

Je vous remercie.

Maxime Prévot:

É coutez, pour emboîter le pas et accélérer le rythme de nos travaux, je vais m'en référer à ma réponse écrite. (Rires) Bon, un jour ça marchera peut-être!

Monsieur le député, la Belgique salue le travail de la commission d'enquête des Nations Unies sur les violations commises contre les civils sur les côtes et dans le centre-ouest de la Syrie, entre janvier et mars 2025. Ce travail de documentation de violations graves des droits humains et du droit international humanitaire est indispensable pour lutter contre toute impunité, et constitue un préalable nécessaire pour la reconstruction future de la société syrienne.

Nous avons pris note de la réponse du gouvernement de transition syrien, de l'accès qu'il a accordé à la commission, et nous insistons sur l'importance pour le gouvernement de transition syrien de poursuivre cette coopération, y compris avec la commission nationale syrienne indépendante d'enquête et d'établissement des faits sur les violences côtières de mars.

Avec nos partenaires européens, nous avons exhorté publiquement le gouvernement syrien de transition à donner rapidement suite aux recommandations faites par la commission. Les responsables de graves violations du droit international humanitaire et des droits humains doivent rendre des comptes et être traduits en justice, que les faits se soient produits avant ou après la chute du régime Assad. Ce n'est qu'en s'attaquant ouvertement aux abus que l'on pourra ouvrir la voie à la réconciliation et à la stabilisation dans le pays.

Ces derniers mois, la Belgique a systématiquement condamné les cycles de violence et l'escalade des tensions communautaires, non seulement publiquement, mais également lors de nos contacts directs avec les autorités syriennes à Bruxelles et à Damas. Dans ce cadre, nous avons insisté pour que les autorités de transition prennent les mesures urgentes en vue du désarmement, de la mobilisation et de la restructuration des forces de sécurité nationales, conformément aux normes internationales. Il est tout aussi urgent de réformer en profondeur le système judiciaire syrien afin qu'il puisse faire respecter l'état de droit de manière crédible et impartiale.

Si nous sommes pleinement conscients des difficultés liées à la transition actuelle, après cinq décennies de dictature et près de quatorze années de guerre civile, les autorités doivent néanmoins intensifier leurs efforts afin de garantir un processus de transition véritablement inclusif et pacifique. Un processus qui transcende les divisions sectaires, prévienne l'incitation et les discours de haine et rompe avec le cycle de la violence.

Nous continuons par ailleurs à appeler les acteurs internes et externes à respecter pleinement l'unité, la souveraineté et l'intégrité territoriale de la Syrie et à protéger les droits humains de tous les Syriens et de toutes les Syriennes sans distinction.

S'agissant de la mise en place d'un mécanisme international indépendant pour documenter ces crimes et prévenir l'impunité, je souligne qu'il en existe déjà un, appelé "Mécanisme international, impartial et indépendant". Notre pays a joué un rôle central dès 2016 pour sensibiliser et inciter les États membres de l'Assemblée générale des Nations Unies à adopter la résolution qui l'a créé. De plus, notre pays a également contribué à son financement. Nous encourageons les autorités syriennes, en particulier les commissions nationales nouvellement créées pour la justice transitionnelle et pour les personnes disparues, à collaborer avec ce mécanisme.

Les événements tragiques évoqués par le rapport de la commission, auquel vous vous référez, constituent un rappel clair de l'importance d'une justice transitionnelle comme seule voie à suivre pour une réconciliation nationale et une transition pacifique et inclusive. La Belgique est prête à soutenir la Syrie dans ses efforts, dans la continuité de notre engagement en ce domaine. Je vous remercie de votre attention.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, je vous remercie. Il est exact que, face aux horreurs décrites dans ce rapport des Nations Unies, la communauté internationale ne peut rester passive. Les crimes documentés nous rappellent que, même après la chute d'un régime, la spirale de la vengeance peut se nourrir de l'impunité et menacer toute perspective de stabilité. Je me réjouis donc que la Belgique maintienne la pression sur le régime en place pour un processus de transition inclusif et pacifique.

De beangstigende geopolitieke context in Venezuela
De oplopende spanningen in Venezuela
De militaire aanwezigheid voor de kust van Venezuela
De escalerende spanningen tussen de Verenigde Staten en Venezuela in het Caraïbisch gebied
De relaties tussen Venezuela en de VS
Venezuelaanse geopolitieke spanningen en VS-relaties in het Caraïbisch gebied

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België volgt de escalerende militaire spanningen tussen de VS en Venezuela – uitgelokt door Amerikaanse antidrugsoperaties (dodelijke raids zonder VN-mandaat) en Maduro’s oproep tot massale militiemobilisatie – met grote bezorgdheid, vooral omwille van de dreigende humanitaire verslechtering en schendingen van internationaal recht. België en de EU veroordelen zowel Maduro’s onderdrukking (mensenrechtenschendingen, corruptie) als de Amerikaanse eenzijdige militaire acties, benadrukken soevereiniteit en rechtsstatelijkheid, en pleiten voor diplomatieke de-escalatie via VN-kanalen en EU-Latijns-Amerikaanse samenwerking, zonder concrete nieuwe initiatieven te aankondigen. Chevron-deals en migrantenvluchten tonen wel beperkte VS-Venezuela-onderhandelingen, maar de crisis blijft verergeren door wederzijdse provocaties en het ontbreken van een internationaal gecoördineerde aanpak.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Het voorbije weekend heeft de Venezolaanse president Nicolás Maduro zijn bevolking gemobiliseerd onder het mom van “bedreigingen" vanwege de Verenigde Staten. Aanleiding is de aanwezigheid van drie Amerikaanse oorlogsschepen aan de kusten van Venezuela in de strijd tegen drugssmokkel.

Maduro riep meer dan 4,5 miljoen leden van de Milicia Bolivariana op om zich paraat te houden tegen wat hij omschrijft als “imperialistische dreigingen". Tegelijkertijd kondigde Washington aan om mogelijk 4.000 marines naar de regio te sturen. De retoriek langs beide zijden doet de spanningen in de regio oplopen, met risico's voor de stabiliteit, de mensenrechten en uiteraard de Venezolaanse bevolking zelf, die al jarenlang in een diepe economische en humanitaire crisis verkeert.

Graag verneem ik van de minister:

Hoe volgt u als minister deze nieuwe escalatie in Venezuela en de Caraïben op?

Welke positie neemt België in, zowel unilateraal als binnen de EU, met betrekking tot de mobilisatie van de Venezolaanse militie en de Amerikaanse aanwezigheid in de regio?

Acht u bijkomende diplomatieke initiatieven nodig om de situatie niet verder te laten ontsporen, en zo ja, welke kanalen acht u daarvoor het meest geschikt?

Hoe evalueert u de impact van deze ontwikkelingen op de reeds dramatische humanitaire situatie van de Venezolaanse bevolking?

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, depuis plusieurs semaines, la situation au Venezuela et dans la région caraïbe connaît une inquiétante escalade.

Le gouvernement vénézuélien a mobilisé des civils au sein de la Milicia Bolivariana, en réponse au déploiement par les États-Unis de destroyers, d'un sous-marin nucléaire et de 4 000 marines dans la mer des Caraïbes, dans le cadre d'une opération de lutte contre le trafic de drogue.

Le 2 septembre dernier, une première frappe américaine a visé une embarcation au large de la péninsule de Paria, provoquant la mort de 11 personnes. L'administration américaine évoque une opération contre le gang "Tren de Aragua", mais le gouvernement vénézuélien dénonce une agression en violation de sa souveraineté.

Depuis lors, plusieurs frappes supplémentaires ont été rapportées, sans mandat international, et la rhétorique de part et d'autre ne cesse de s'intensifier.

Dans ce contexte, comment analysez-vous cette escalade militaire entre les États-Unis et le Venezuela, et les justifications avancées par les parties? Considérez-vous que ces frappes américaines, en l'absence de mandat du Conseil de sécurité, constituent une violation du droit international? Quelles initiatives la Belgique entend-elle prendre, tant unilatéralement qu'au niveau de l'Union européenne, pour rappeler l'importance du respect de la souveraineté des États et du droit international? Le Gouvernement belge compte-t-il soutenir l'idée d'une enquête indépendante, sous l'égide des Nations unies, sur les récentes frappes dans les Caraïbes? Enfin, quelles mesures la Belgique préconise-t-elle afin que la crise humanitaire au Venezuela, déjà dramatique, ne soit pas aggravée par ces développements militaires?

Je vous remercie.

Maxime Prévot:

De spanningen tussen de Verenigde Staten en Venezuela nemen al sinds enkele maanden toe en de aanzienlijke verslechtering van de relaties sinds juli heeft de afgelopen weken geleid tot een militaire mobilisatie aan beide zijden.

Les États-Unis ont ainsi déployé plusieurs navires de guerre dans les eaux proches du Venezuela afin de lutter contre le trafic de drogue. Le président Trump a signé un décret exécutif autorisant l'usage de la force militaire contre les cartels désignés. En septembre, des troupes américaines ont mené plusieurs frappes létales contre des navires transportant de la drogue en provenance du Venezuela. Des images de certaines de ces frappes ont été rendues publiques. Aucun détail n'a été communiqué quant aux moyens militaires employés ni en ce qui concerne l'identité des personnes à bord, leur cargaison ou le lieu précis des opérations, si ce n'est qu'elles se sont déroulées en eaux internationales.

Die escalatie is zorgwekkend en wordt door mijn diensten nauwlettend in de gaten gehouden. Ze past binnen de complexe diplomatieke relatie tussen beide landen. Nicolás Maduro wordt sinds 2019 door de Verenigde Staten niet als de rechtmatige president van Venezuela beschouwd. In de VS wordt hij beschouwd als een voortvluchtige van de Amerikaanse justitie, nadat hij er in 2020 werd aangeklaagd. De Venezolaanse criminele organisatie Tren de Aragua werd dit jaar door de Trumpadministratie aangeduid als buitenlandse terroristische organisatie. Het Amerikaanse ministerie van Financiën beschouwt het drugskartel Cartel de los Soles als een wereldwijd opererende terroristische groepering met Nicolás Maduro aan het hoofd. Overigens hebben sommige parlementen ook resoluties in die zin aangenomen, zoals het Europese Parlement, dat op 11 september een resolutie goedkeurde waarin werd opgeroepen het kartel in de lijst van terroristische organisaties van de Europese Unie op te nemen.

Le Venezuela, de son côté, entreprend des démarches diplomatiques afin de dénoncer les actions américaines, comme récemment lors de son intervention à la tribune de l'Assemblée générale des Nations Unies où le ministre des Affaires étrangères Ivan Gil a condamné les menaces militaires américaines, qu'il a qualifiées d'"illégales" et "contraires à la Charte des Nations Unies".

D'un autre côté, le président Maduro lui-même a peu de leçons à donner en la matière. Vous savez, du reste, que la Belgique, comme d'autres pays, est profondément préoccupée par la répression continue qu'exercent les autorités vénézuéliennes. Le 22 septembre, notre pays a de nouveau exhorté, au Conseil des droits de l'homme, le régime vénézuélien à respecter le droit international et les droits de tous les Vénézuéliens. Certaines transactions en cours entre le Venezuela et les États-Unis laissent toutefois penser que les deux pays continuent de se parler. Je songe, par exemple, aux vols de migrants vénézuéliens qui débarquent chaque semaine depuis les États-Unis ou à la licence spéciale accordée par le Trésor américain à Chevron pour reprendre ses activités d'extraction et d'exportation de pétrole depuis le Venezuela.

L'escalade des tensions entre le Venezuela et les États-Unis constituent évidemment un point d'attention pour l'Union européenne. Fidèle à sa tradition diplomatique, la Belgique réserve une grande attention à la défense de l'État de droit et au respect du droit international. Elle plaide pour la préservation de la stabilité régionale et promeut une coopération étroite entre l'Union européenne et les États d'Amérique latine pour lutter efficacement contre le crime organisé, en particulier en matière de trafic de drogue et de traite d'êtres humains. Ce sont les messages que j'entends faire passer lors du sommet entre l'Union européenne et les États d'Amérique latine et des Caraïbes, auquel j'ai l'intention de participer les 9 et 10 novembre prochain.

Ellen Samyn:

De situatie in Venezuela blijft inderdaad bijzonder zorgwekkend. De oplopende spanningen tussen de VS en Venezuela zorgen voor escalatie. Het is goed dat u de situatie van nabij blijft opvolgen.

Het regime van Nicolás Maduro blijft systematisch de mensenrechten schenden. Oppositieleiders verdwijnen achter de tralies, vreedzame manifestanten worden hardhandig aangepakt en de persvrijheid is nagenoeg onbestaand. Bovendien lijdt de bevolking zwaar onder de economische crisis en de massale corruptie, terwijl een kleine elite zich schaamteloos verrijkt. Wat Venezuela betreft, zitten we op dezelfde golflengte.

U zult dat blijven aankaarten en u blijven uitspreken tegen het regime van Maduro. Ik hoop dan ook dat u meer initiatieven ondersteunt, zodat de Venezolanen in vrijheid en democratie kunnen leven.

Michel De Maegd:

Pour ma part, monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse complète et circonstanciée.

Het militaire machtsvertoon in de Volksrepubliek China
De toenadering tussen Xi Jinping, Poetin en Kim Jong-un
De instabiliteit van de handelsbelangen en van de internationale orde
De grote militaire parade in Peking
De geopolitieke spanningen en machtsdynamiek tussen Oost en West

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en de EU maken zich zorgen over China’s militaire machtsvertoon en het groeiende autoritaire bondgenootschap met Rusland en Noord-Korea, dat de internationale orde en Europese veiligheid ondermijnt. Economische afhankelijkheid van China (kritieke grondstoffen, technologie, havens) moet dringend verminderd worden via diversificatie (bv. Europese lithiumwinning), strengere sancties (tegen schaduwvloot, Russische oliehandelaars) en EU-instrumenten zoals de *Critical Raw Materials Act* en *derisking-strategie*, zonder volledige ontkoppeling. België pleit actief voor versterkte EU-autonomie—via energie-onafhankelijkheid (REPowerEU), defensie-investeringen en handelsdiversificatie—terwijl het dialoog met China behoudt voor klimaat en handel, maar hard optreedt tegen sanctieomzeiling en Chinese steun aan Rusland’s oorlog in Oekraïne. Bedrijven moeten risico’s van Chinees staatskapitalisme inschatten, met steun van nieuwe EU-wetgeving tegen dwang en oneerlijke subsidies.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, op 3 september jongstleden hield de Volksrepubliek China een indrukwekkende militaire parade, waarop buitenlandse leiders waren uitgenodigd, zoals we net hebben gehoord. Het land wilde daarmee niet alleen intern prestige opbouwen, maar zet ook duidelijk zijn geopolitieke ambities in de verf.

De boodschap was er vooral een van machtsvertoon: 12.000 troepen werden ingezet om de versnelde opbouw van de militaire capaciteit te etaleren. Er werd niets aan het toeval overgelaten.

Dat machtsvertoon baart zorgen in de huidige internationale context, omdat China daarmee toont dat het streeft naar een zogenoemde multipolaire internationale orde.

Voor de vragen verwijs ik naar de tekst zoals ingediend.

1. Hoe schat u de impact van dit Chinese machtsvertoon in op de stabiliteit van de Indo-Pacifische regio, en wat betekent dit indirect voor de Europese veiligheid?

2. Welke gevolgen ziet u specifiek voor Vlaamse en Europese bedrijven die economisch afhankelijk zijn van China, bv. in de havens en de technologieketen? Welke maatregelen ter bescherming wil u hier treffen?

3. Acht u het noodzakelijk dat Vlaanderen en België zich sterker positioneren tegen Chinese economische drukmiddelen die gekoppeld worden aan geopolitieke machtspolitiek?

4. Hoe kan de EU haar strategische autonomie versterken om niet te afhankelijk te zijn van een macht die zich zo duidelijk militair profileert?

5. In welke mate kan dit machtsvertoon de steun van Volksrepubliek China aan de Russische Federatie in de oorlog in Oekraïne versterken? Hoe moeten wij daarop anticiperen?

6. Welke rol dicht u aan de aanwezigheid van Indiase vertegenwoordiging op de militaire parade laatstleden?​

Mijn tweede mondelinge vraag gaat over de toenadering tussen Xi Jinping, Poetin en Kim Jong-un. We zien steeds vaker hoe autoritaire leiders elkaar opzoeken en gezamenlijk publieke verklaringen afleggen. De recente gesprekken tussen Xi Jinping en Poetin, tussen Poetin en Kim Jong-un en ook tussen Xi Jinping en Kim Jong-un wijzen op een versterkend bondgenootschap dat regelrecht ingaat tegen voornamelijk westerse belangen. Daarmee geven zij duidelijk aan dat zij streven naar een andere wereldorde. Ook daarover heb ik verschillende vragen opgesteld, waarvoor ik verwijs naar de tekst zoals ingediend.

1. Hoe beoordeelt u de strategische implicaties van dit autoritaire blok voor de veiligheid van Europa?

2. Welke concrete dreigingen ziet u voor onze export en investeringen in deze context van geopolitieke onvoorspelbaarheid?

3. Kan u toelichten hoe de Belgische regering dit evoluerend bondgenootschap bespreekt binnen de EU? Welke positie heeft u daar ingenomen?

4. Welke extra inspanningen levert België om onze defensieve en economische weerbaarheid te vergroten tegen mogelijke repercussies van dit autoritaire blok?

Mijn derde mondelinge vraag gaat over de instabiliteit en handelsbelangen. De verstrengeling van de Volksrepubliek China, de Russische Federatie en Noord-Korea ondermijnt steeds meer de internationale orde en op termijn ook het handelssysteem. Hoewel het vaak nog lijkt te gaan om hypotheses, rijst de vraag of we ons niet zouden moeten voorbereiden op een concrete dreiging van een autoritair Aziatisch front. In sommige middens wordt gepleit voor een coherente en doortastende reactie van de westerse landen.

De Europese Unie is als handelsblok een belangrijke speler in dat geheel en is in staat om op diplomatiek vlak haar gewicht in de schaal leggen. Europa, en zeker ook ons land, is sterk afhankelijk van bepaalde grondstoffen uit de landen die nu openlijk de handen ineenslaan en hun spierballen laten rollen.

Daarom wilde ik u vragen of u een plan op tafel hebt liggen indien er een economisch blok of zware tol wordt ingesteld op grondstoffen van oosterse oorsprong.

Op welke manier kan ons land bijdragen tot het verminderen van de afhankelijkheid van Chinese en Russische grondstoffen en energie binnen de EU?

Wordt er nagedacht over sourcing op het eigen continent?

Enige tijd geleden verklaarde de Volksrepubliek China dat het conflict in Oekraïne best blijft voortduren, omdat daardoor de focus niet zou komen te liggen op onder andere Taiwan en de toenemende druk daar. Hoe ziet u de rol van België in de internationale diplomatie om Oekraïne sterker te ondersteunen en de invloed van China en Noord-Korea op Rusland te counteren?

Bent u bereid om vanuit België in EU-verband te pleiten voor zwaardere sancties of tegenmaatregelen indien die autoritaire samenwerking zich verder verdiept?

In de Verenigde Staten wordt nog steeds een initiatief warm gehouden dat secundaire sancties voorziet tegen de Russische Federatie, gericht aan de Volksrepubliek China en India, waar Russische olie wordt geïmporteerd en doorverkocht. Heeft een dergelijke piste, gezien de ontwikkelingen, in Europese middens ook aan belang gewonnen?

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, onlangs vonden er gesprekken plaats tussen Xi Jinping, Poetin en Kim Jong-un naar aanleiding van de grote militaire parade in Peking. Die gesprekken wijzen op een versterkend bondgenootschap en wellicht ook op diepgaandere samenwerking tussen die machtsblokken. Ook India was van de partij. Het Westen was er totaal niet bij betrokken, wat aangeeft dat westerse belangen ook totaal niet aan de orde zijn gekomen.

Hoe beoordeelt u die gesprekken? Hebben die gesprekken volgens u een impact op onze handels- en veiligheidsrelaties?

Maxime Prévot:

Mevrouw van Riet, mevrouw Lambrecht, tijdens de militaire parade in Peking heeft de Chinese regering duidelijk haar nauwe bondgenootschap met Rusland en Noord-Korea willen tonen. België had daarom besloten om niet het podium te delen met die regimes en niet officieel aanwezig te zijn. Wat de langetermijnimplicaties van de gesprekken tussen die drie landen zijn, valt nog af te wachten. Hun belangen, evenals die van andere aanwezige landen zoals India, zijn niet noodzakelijk gelijklopend, integendeel zelfs.

We zijn echter geen passieve toeschouwers. Zoals u weet, heeft de EU een reeks sanctiemaatregelen in verband met de Russische agressie tegen Oekraïne aangenomen en België blijft actief pleiten voor meer sancties, bijvoorbeeld tegen de schaduwvloot, en voor een sterkere inperking van de sanctieomzeiling. Recent werden door de EU doelgerichte sancties opgelegd aan een Russische olieraffinaderij in India en twee Chinese banken. België steunt het REPowerEU-initiatief om de energie-import uit Rusland naar de Europese Unie volledig af te bouwen en wij verwelkomen het wetgevingsvoorstel van de Europese Commissie om de invoer van Russische energie, zowel pijpleidinggas als lng, volledig te verbieden. De EU heeft sancties opgelegd aan de Democratische Volksrepubliek Korea als reactie op haar nucleaire activiteiten, ballistische raketten en haar militaire steun aan de agressieoorlog die Rusland voert tegen Oekraïne.

Zoals de hoge vertegenwoordiger Kaja Kallas heeft gezegd, is China de belangrijkste facilitator van Rusland in zijn oorlog tegen Oekraïne. We blijven dat aankaarten, zoals recent in mijn gesprek met mijn Chinese evenknie.

We kijken ook naar de Verenigde Staten om hun inspanningen op te voeren en de druk op Rusland te vergroten, met het oog op het bevorderen van vredesbesprekingen.

Ons beleid gaat uiteraard verder dan sancties. België steunt de inspanningen van de Europese Unie om haar economische weerbaarheid te vergroten. We zien dat de geopolitieke realiteit snel verandert en dat economische afhankelijkheden strategisch moeten worden geëvalueerd en waar nodig afgebouwd. Daarom is het belangrijk dat onze bedrijfswereld de risico's van een te grote afhankelijkheid van China juist inschat. Een volledige ontkoppeling is immers niet wenselijk en ook gewoon niet haalbaar.

De derisking strategy van de Europese Commissie vraagt een whole-of-society-inspanning die ook onze bedrijven omvat. De Europese Commissie heeft reeds belangrijke stappen gezet om de economische weerbaarheid van de Unie te beschermen, zoals het instrument voor buitenlandse subsidies, de screening van buitenlandse investeringen en het antidwanginstrument. Ons land ondersteunt die initiatieven actief.

Op Belgisch niveau heb ik mijn departement het mandaat gegeven om samen met de FOD Economie in nauw overleg met de deelstaten een overlegplatform en interfederaal economisch veiligheidsbeleid te ontwikkelen. Dat zal zich baseren op het bottom-up identificeren van de belangen, kwetsbaarheden en risico's die eigen zijn aan onze economie.

België is zich ook bewust van de bredere veiligheidsimplicaties van China's internationale positie, waaronder haar toenemende militaire aanwezigheid in de Indo-Pacifische regio, de belangrijke Chinese steun aan de Russische oorlogsinspanningen in Oekraïne en haar cyberactiviteiten, ook in Europa en ons land. Onze veiligheidsdiensten volgen dat nauwgezet op in samenwerking met Europese en NAVO-partners. België blijft inzetten op strategische autonomie, cyberveiligheid en de versterking van onze defensiecapaciteit, zonder confrontatie te zoeken.

China blijft een cruciale partner voor mondiale uitdagingen, zoals klimaatverandering en milieu, maar is tegelijk een economische concurrent en een systeemrivaal. We moeten onze belangen beschermen en actief blijven verdedigen zonder de dialoog met China stop te zetten.

China is een zeer belangrijke handelspartner voor de Europese Unie en ons land. De EU-Chinese handelsrelatie is een van de belangrijkste ter wereld, goed voor 9 % van de EU-export en meer dan 20 % van de EU-import. De handel tussen de EU en China kent echter toenemende belemmeringen en structurele machtsverstoringen, die voortvloeien uit staatsgesubsidieerde overcapaciteit en beperkte wederkerigheid in markttoegang, kenmerken van het Chinees staatskapitalistisch model.

Bovendien is Europa, samen met de rest van de wereld, sterk afhankelijk geworden van China voor kritieke grondstoffen. Voor de strategische autonomie van Europa is het cruciaal om afhankelijkheden te verminderen en toegang tot kritieke grondstoffen te verzekeren. De EU Critical Raw Materials Act bevordert technologische innovatie, circulaire economie en samenwerking met gelijkgezinde partners, naast de ontwikkeling van een Europese ontginningscapaciteit.

Economische weerbaarheid vereist echter meer dan handelsbescherming. Ze vergt ook een versterking van het concurrentievermogen en innovatie. De Europese Commissie heeft daarvoor initiatieven gelanceerd, zoals de Clean Industrial Deal, het Affordable Energy Action Plan en de nieuwe Single Market Strategy, om de industrie te ondersteunen en groei te stimuleren.

België steunt daarnaast de vereenvoudiging van EU-regels om bedrijven te ontlasten.

Een andere piste die we moeten bewandelen, is diversificatie.

De uitbreiding van ons handelsnetwerk via nieuwe handelsakkoorden en -partnerschappen is daarbij cruciaal, op voorwaarde dat die akkoorden evenwichtiger en wederzijds voordelig zijn.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, u hebt echt veel tijd en moeite in uw antwoord gestoken en het is zeker leerrijk.

We moeten absoluut waakzaam blijven. Ik ben dankbaar dat België pleit voor sancties tegen de schaduwvloot en het omzeilen van de aan Rusland opgelegde sancties. We moeten de druk op China blijven opvoeren, terwijl we on speaking terms moeten blijven. U haalde ook aan dat we de afhankelijkheid van China voor kritieke grondstoffen moeten afbouwen. Onlangs berichtte de pers dat er in Duitsland een grote bron van lithium zou zijn. Misschien kunnen we die piste onderzoeken. We moeten snel werk maken van onze economische weerbaarheid, de Clean Industrial Deal, en van de vereenvoudiging van het oerwoud aan administratieve regels waaraan Europa rijk is.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, u hebt het mooi opgelijst, wat voor ons goed is om te horen. Het is een moeilijk evenwicht, want we kunnen niet stoppen met praten met China, maar we moeten wel minder afhankelijk worden. Bedankt voor uw antwoord. De voorzitster : Vraag nr. 56007635C van de heer De Smet wordt uitgesteld.

De middelen voor de politie in de strijd tegen de drugshandel in Brussel
De taalproblematiek bij de Brusselse politie in het kader van de fusie van de zes politiezones
Brussel
De fusie van de Brusselse politiezones
De drugscriminaliteit in Antwerpen
De federale dotatie voor de politiezones
De inzet van het leger in de strijd tegen het geweld in de hoofdstad
De inzet van militairen op straat in Brussel
De fusie van de Brusselse politiezones
De gewelddadige moord en het escalerende geweld in Oostende
De plannen van de regering om in een aantal grote steden militairen in te zetten op straat
De fusie van de politiezones in Brussel
De fusie van de Brusselse politiezones
Het geweld aan de kust
De inzet van militairen in Brussel (2/2)
Het drugsgeweld in Brussel
De aanstelling van verbindingsagenten in het buitenland in de strijd tegen de drugshandel
Het 'Plan Grote Steden' en de strijd tegen de drugshandel
Het drugsfonds
De Turkse maffia
De bedreigingen aan het adres van magistraten
De drugsproblematiek over de landsgrenzen heen
De whole-of-government-aanpak
Het Kanaalplan
Gemengde brigades van militairen en politieagenten
De fusie van de Brusselse politiezones
De inzet van Defensie op straat en het 'Grootstedenplan' van de minister
De herziening van het Kanaalplan
Het bezoek van de procureur van Marseille aan Brussel
De KUL-norm
Uitdagingen en maatregelen in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit en geweld in Belgische steden

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken), Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draaide voornamelijk om de aanpak van drugscriminaliteit en georganiseerde misdaad in België, met focus op Brussel, Antwerpen en andere grote steden. Minister Quintin (Binnenlandse Zaken) verdedigde zijn Grootstedenplan (opvolger van het Kanaalplan), met maatregelen zoals militaire steun voor de politie, versterkte politie-inzet, fusie van de Brusselse politiezones, en een nog op te richten DrugsFonds om criminele netwerken financieel te raken. Kritiek kwam vooral op de haastige fusie van politiezones (gebrek aan draagvlak bij burgemeesters en Brulocalis), onduidelijkheid over de rol van militairen (bevoegdheden, timing, juridisch kader), en het ontbreken van structurele middelen voor justitie, politie en preventie. Oppositie en meerderheid benadrukten dat veiligheid alleen kan verbeteren met gecoördineerde actie tussen federale, regionale en lokale overheden, maar twijfelen aan de effectiviteit van de voorgestelde oplossingen.

Voorzitter:

Collega's, welkom.

Ik wil bij aanvang graag een suggestie doen, ook in naam van enkele collega's die me daarover hebben aangesproken. Het onderwerp van een actualiteitsdebat zou meer gespecifieerd moeten zijn. Nu staat er een debat over veiligheid op de agenda, met 31 toegevoegde vragen. Het zou beter zijn om in de toekomst het onderwerp van een actualiteitsdebat meer af te bakenen. Het onderwerp 'veiligheid' is veel te algemeen. U begrijpt dat dit geen gemakkelijke manier van werken is.

Ik herhaal graag dat u niet verplicht bent uw volledige spreektijd te benutten. U kunt ook verwijzen naar de schriftelijke versie van uw vraag.

François De Smet:

Monsieur le président, quasiment toutes les compétences du ministre sont liées à la sécurité, à part peut-être Beliris, et encore. Donc, effectivement, je me retrouve avec des questions qui n'ont pas de lien direct les unes avec les autres, mais soit.

La première question qui concerne le narcotrafic à Bruxelles. Pour cette question-là, je renvoie au texte écrit, d'autant que j'ai eu un échange à ce sujet avec le ministre en séance plénière.

Je tiens tout d’abord à saluer votre volontarisme en termes de lutte contre la violence grandissante générée par le narcotrafic à Bruxelles, votre bilan présenté sous le titre (flatteur) “ 6 mois d’action : Le Ministre Quintin renforce l’autorité de l’Etat et la sécurité des citoyens” sur le site de votre formation politique , met en avant : Le ministre a également intensifié la lutte contre les réseaux criminels qui gangrènent nos quartiers. Des filières ont été démantelées, grâce à un meilleur partage d’informations entre services et à une collaboration renforcée avec la justice”

Le procureur du Roi, Julien Moinil, lors de sa conférence de presse du 13 août dernier, a félicité les services de police pour l’interpellation de pas moins de 7085 suspects (dont 6211 majeurs et 874 mineurs ) interpellés par la police mis à disposition du parquet, et ce depuis janvier 2025 (ce qui représente pas moins du triple d’interpellations durant un laps de temps identique en 2024)

Il n’en demeure pas moins que le Procureur du Roi lors de cette même conférence de presse a fustigé le manque de moyens de la police, et ma question ne portera pas sur la fusion des zones de police à Bruxelles, à propos de laquelle je me suis déjà exprimé avec opposition et je m’exprimerai lors des travaux parlementaires, mais bien sur les moyens mis à disposition en Région bruxelloise pour lutter contre le narcotrafic,

En conséquence, Monsieur le Ministre peut-il me faire savoir:

quels résultats concrets a t-il obtenu en termes de démantèlement des filières de narcotrafic depuis janvier 2025?

quels renforcements d’effectifs sont prévus au cours du dernier quadrimestre 2025 pour permettre une densification de la lutte contre le narcotrafic?

si il a rencontré le procureur du Roi suite à cette sortie médiatique ?

En revanche, je vais poser les deux autres questions. La première concerne ce qui peut apparaître comme un marronnier, mais encore plus régulier qu'un marronnier classique, à savoir la fusion des zones de police à Bruxelles, puisque votre avant-projet est toujours en discussion au sein du gouvernement. Néanmoins, nous avons reçu plusieurs signaux entretemps, notamment un signal de la Conférence des bourgmestres et un autre de Brulocalis.

Le moins que l'on puisse dire, c'est que votre plan ne fait pas l'unanimité. En effet, il a été rejeté à l'unanimité le 27 août dernier par la Conférence des bourgmestres – donc les bourgmestres, MR et Engagés inclus, j'imagine – et qu'il a fait l'objet d'un avis particulièrement négatif de Brulocalis la veille, le 26 août. Brulocalis évoque un déficit significatif de financement structurel par l'autorité fédérale de la future zone de police unifiée, en l'absence aujourd'hui de révision de la fameuse norme KUL, qui, évidemment, est demandée par les 19 bourgmestres ainsi que par votre partenaire de majorité Les Engagés. Ce dernier vous a quand même tancé assez méchamment ces jours-ci en expliquant que cette partie du deal, pour l'instant, n'était pas remplie dans l'avant-projet puisqu'on se contente, pour l'instant, de la fusion.

Cette fusion constitue une réponse inappropriée aux enjeux de lutte contre le narcotrafic et la criminalité organisée, sans parler de l'argumentaire justifiant la fusion, qui cache mal les desseins peut-être plus pernicieux que d'aucuns ont quant à l'atteinte à l'autonomie communale de Bruxelles. Une fusion imposée alors que l'avant-projet de loi entend promouvoir la fusion volontaire, avec un traitement discriminatoire, comme chacun le sait, entre Bruxelles et les autres Régions.

La Conférence des bourgmestres tance également l'insécurité juridique profonde du texte et estime que ce projet de fusion met en péril la police de proximité et sera chronophage en matière de réorganisation – il suffit de voir combien de temps nous y avons déjà consacré ici –, alors que Bruxelles est confrontée à des défis bien plus essentiels. Je ne vais pas revenir sur toutes les critiques que nous avons déjà exprimées à plusieurs reprises et dont nous aurons encore l'occasion de discuter. Sans préjudice de l'avis du Conseil d' É tat, qui doit encore être rendu sur l'avant-projet de loi, cette première salve de critiques de ces deux organes montre que ce projet de fusion est profondément contestable sur le plan de la légalité, mais aussi sur le plan de l'opportunité politique, de sorte qu'il nécessite des réactions.

Mes questions sont simples. Estimez-vous que les craintes exprimées par les bourgmestres bruxellois et par Brulocalis sont fondées, tant pour ce qui est de l'aspect financier que pour ce qui concerne le contrôle démocratique et l'atteinte à l'autonomie communale?

Vous attendez l'avis du Conseil d' É tat, bien sûr, mais allez-vous également apporter des rectifications sur la base de ces deux avis?

L'autre question que je souhaitais vous poser concerne le narcotrafic à Anvers. On parle beaucoup, évidemment à raison, de Bruxelles, parce que c'est la plaque tournante de la distribution. C'est un débat que nous avons régulièrement.

Mais il est intéressant de noter que la presse s'est fait écho, voici quelques semaines, d'une comparaison des incidents et faits graves de violence liés au narcotrafic entre Bruxelles et Anvers, qui est, elle, organisée en zone unique. Brulocalis faisait référence par exemple à une étude du Vlaams Vredesinstituut qui évoque un nombre de fusillades liées au narcotrafic quasiment équivalent entre notre capitale et la zone de police d'Anvers.

Le Moniteur de Sécurité 2025, également cité, rapporte une diminution de la criminalité dans les trois Régions, avec d'ailleurs une diminution plus sensible en Région bruxelloise que dans les deux autres Régions.

L'antienne qui consiste à répéter que la criminalité est en hausse à Bruxelles peut donc être relativisée, car elle contribue à un Bruxelles-bashing injuste et sert les desseins de la fusion des zones imposée à Bruxelles. Elle relève donc, d'une nouvelle manière, d'une inégalité de traitement.

Monsieur le ministre, quelle est votre approche spécifique de la lutte contre le narcotrafic à Anvers et son port? Avez-vous pris connaissance de ces chiffres? Je sais que vous êtes évidemment allé sur le terrain. Il y a la question de la plus grande détection de ce qui se trouve dans les conteneurs.

Nous sommes tous d'accord. Je crois qu'il faudra endiguer le phénomène, à la fois à l'arrivée du narcotrafic à Anvers et dans sa plaque de distribution à Bruxelles. Il nous faudra réussir sur l'un et sur l'autre, sans mettre en compétition, avec ou sans idée préconçue, ces deux territoires.

Voorzitter:

De vraag nr. 56007310C van mevrouw Barbara Pas wordt ingetrokken.

Ridouane Chahid:

Monsieur le ministre, ma question porte plus particulièrement sur ce que l'on vit à Bruxelles ces derniers mois.

Le procureur du Roi de Bruxelles a exposé les mesures prises par le parquet bruxellois face à une nouvelle série de fusillades qui touchent notre capitale depuis plusieurs semaines. On le sait, les acteurs, tant la justice que la police, sont sur le terrain. Ils travaillent d'arrache-pied, et ils engrangent des résultats. On a encore vu récemment se dérouler une action policière sur plusieurs communes bruxelloises. Mais les moyens humains et budgétaires restent insuffisants, et ces acteurs demandent toujours un soutien important de la part du fédéral pour pouvoir mener à bien les missions qui sont les leurs. Ils le disent eux-mêmes, et ils l'ont encore dit en début de semaine lors de cette intervention: arrêter des délinquants, des criminels, c'est une chose, mais il faut pouvoir faire du travail de fond et il faut donner les moyens à la justice pour pouvoir les mettre en prison.

Vous nous avez effectivement informé qu'il y aurait un plan à cet égard, avec un certain nombre de mesures. Quid de ce plan? Comment allez-vous financer ce plan et sur combien de temps allez-vous le mettre en œuvre?

Vous avez également évoqué la question du financement de la police et des zones de police. On sent qu'il y a une sorte de flottement entre vous et différents partenaires de la majorité, puisqu'on sait qu'il manque environ 800 policiers, et plus ou moins 100 policiers à la police judiciaire. On sait donc qu'il faut plus ou moins 300 à 500 millions d'euros qui pourraient, pour l'ensemble des zones de police, aider à répondre à un certain nombre de défis en la matière.

Monsieur le ministre, pouvez-vous nous faire un état des lieux des moyens qui seront débloqués en Région bruxelloise pour la lutte contre le trafic de drogue? Quels moyens allez-vous mettre en place avec votre collègue de la Justice pour soutenir le procureur du Roi dans ses initiatives? Quels seront les moyens consacrés à la question de la santé publique dans le contexte du trafic de drogue?

Enfin, monsieur le ministre, en février dernier, le premier ministre nous avait clairement dit en séance plénière qu'on allait mettre une task force sur pied. Celle-ci réunirait les différents acteurs pour pouvoir trouver des réponses à ces problèmes. Quand allez-vous mettre en œuvre cette task force?

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de minister, ik heb drie vragen ingediend, allen met een verschillende inhoud.

Ten eerste, op 6 september jongstleden werd een vrouw op klaarlichte dag in Oostende neergeschoten, het trieste slot van een hele reeks gewelddaden. Het gaat om het vijfde ernstige incident in die stad op amper twee weken tijd. Dat sterkt mij in mijn overtuiging dat drugsgeweld niet meer beperkt blijft tot Antwerpen, Brussel en andere grootsteden, maar dat ook middelgrote en kleinere steden alsmaar vaker geconfronteerd worden met dergelijke gewelddaden. Welke concrete maatregelen en federale steun plant u op korte en middellange termijn om de escalatie van drugs- en geweldsproblemen in die steden aan te pakken? Kunt u specifiek wat Oostende betreft een stand van zaken geven met betrekking tot het onderzoek en aangeven welke gevolgen u hieraan wenst te verbinden?

Ten tweede, de heer Moinil, de procureur de Konings van Brussel, die procureur van Marseille Bessone voor een bezoek aan Brussel heeft uitgenodigd, vraagt expliciet aan de regering om voor de Belgische wetgeving het Franse model te volgen. Ik begrijp zijn standpunt, zeker gezien de vaststelling dat Marseillaanse gewelddaden alsmaar vaker in onze hoofdstad worden geïmporteerd, denk maar aan de vele executies en de alsmaar gewelddadigere acties van drugsbendes in onze hoofdstad.

Sinds begin dit jaar werden al 1.250 dealers opgepakt en voorgeleid bij het parket. Het aantal illegalen in onze hoofdstad, dat alsmaar vaker door drugsbendes als gewillig of ongewillig slachtoffer wordt gebruikt, loopt ook de spuigaten uit. Het is natuurlijk een schatting, want het gaat om mensen zonder papieren, maar men spreekt toch van meer dan 100.000 personen alleen al in Brussel. Dit jaar waren er al 57 schietpartijen in Brussel, waarvan 20 tijdens de zomervakantie alleen. Vorig jaar stond de teller op meer dan 90 schietpartijen. Bovendien ziet het ernaar uit dat het er dit jaar, met de cijfers die we tot nu toe hebben kunnen noteren, niet op verbetert.

“Ik begrijp dat sommige agenten moedeloos worden wanneer ze dezelfde persoon drie, vier of zelfs tien keer arresteren en hij telkens weer vrijkomt”, aldus procureur des Konings Moinil. Wij moeten zijn woorden allemaal ter harte nemen. Ook al valt een en ander niet onder uw bevoegdheid, mijnheer de minister – de regering is een en ondeelbaar -, vernam ik graag hoe ver het staat met de beloofde grote taskforce. Hoe kunnen wij de huidige malaise en de blijvende demotivatie van onze politieagenten tegengaan? Dat kan onder meer door strenger toe te zien op de uitvoering van de straffen die dergelijke criminelen in dit land moeten krijgen.

Ik wil, ten derde, nog ingaan op het ideetje dat vooral u de MR bij monde van u, mijnheer de minister, in de media heeft gelanceerd. Ik doel op de inzet van het leger op het grondgebied van Brussel. U voegde eraan toe dat dat later eventueel ook in andere steden zou kunnen gebeuren, indien dat nodig blijkt. In eerste instantie wees de minister van Defensie, de heer Francken, het voorstel af, hoewel hij daar in de vorige legislatuur samen met de heer De Wever, toen ze nog geen minister waren, een heel groot voorstander van was. Mevrouw De Vreese kan dat zeker beamen. Vooral de heer Francken ziet dat niet iets voor de korte termijn. Volgens hem zou daartoe pas een eerste aanzet kunnen worden gedaan vanaf 8 april 2026. Ook qua visie moet nog een en ander worden afgestemd, want de heer Francken ziet eigenlijk een totaal ander takenpakket voor de militairen dan waarvoor u hen wilt inzetten. Ik wil daarom nagaan wat nu precies de bedoeling is.

Zullen militairen politietaken overnemen of worden er gemengde patrouilles opgericht waarbij militairen een ander takenpakket krijgen dan de politie?

Ik wil ook meer duidelijkheid over de timing van het voorstel. Blijft het bij woorden in de media of worden daar ook concrete daden aan gekoppeld?

Matti Vandemaele:

Mijn twee vragen hangen inhoudelijk niet samen en het verwondert mij dus dat die in hetzelfde debat aan de orde komen. Ik stel voor om inhoudelijk verschillende items een volgende keer apart te behandelen.

Ten eerste, wat de inzet van militairen op straat in Brussel of elders betreft, volgens sommigen zouden militairen statische bewakingsopdrachten moeten overnemen; anderen zien heil in gemengde patrouilles en nog anderen vinden dat militairen politionele taken moeten uitvoeren. Welke van de drie systemen overweegt de regering? Heeft de regering daarover een definitieve beslissing genomen? In de media is er alvast ruis op de uitspraken van ministers en partijvoorzitters ter zake.

Militairen zijn niet opgeleid of uitgerust voor bepaalde taken in de publieke ruimte. Is het wel aangewezen om militairen met politiebevoegdheden en -wapens de straat op te sturen? Wie zal het commando voeren bij gemengde patrouilles? Op mijn schriftelijke vraag hierover kreeg ik een bizar antwoord: enerzijds stelde u dat militairen te allen tijde onder de controle en het gezag van de hoogste militair blijven, en anderzijds merkte u op dat de leider van de opdracht op dat moment de politieagent is. Wat gebeurt er echter als de twee elkaar tegenspreken? Zijn er duidelijke afspraken over wie dan het gezag voert?

U voelt wel aan dat ik hier geen voorstander van ben. Ik denk dat militairen slechts zeer uitzonderlijk op straat kunnen worden ingezet, bijvoorbeeld in het kader van de strijd tegen terrorisme, zoals in het verleden is gebeurd. Dat mag evenwel niet de norm worden. Mijn grote zorg en die van veel militairen is dat een uitzonderlijke situatie wellicht langer kan duren dan verwacht. Op die manier maken we geen werk van echte oplossingen. Het blijft steeds een lapmiddel.

Ten tweede, wat de fusie van de Brusselse politieraden betreft, het advies van Brulocalis en het Bureau van de Conferentie van Burgemeesters was niet echt positief. Ik begrijp dat u als positief ingestelde persoon er positieve elementen in hebt gezien, maar ik heb toch veel kritiek gelezen. Ik ben benieuwd hoe u tegen die kritiek aankijkt.

Vindt u de kritiek ongegrond is en kunt u ze weerleggen? Of bent u bereid om het voorstel dat op tafel ligt, bij te sturen?

U zegt zelf dat u altijd de dialoog gaat met de mensen op het terrein. Bent u ook bereid om met de vrienden in Brussel werkelijk in dialoog te treden, zodat de fusie ook breed gedragen wordt? Ik denk dat een fusie alleen kan werken, als die breed wordt ondersteund. Ik ben dan ook benieuwd of u het pad van de dialoog wilt bewandelen, dan wel of u de forcing zult voeren en gewoon uw beslissing zonder meer in de praktijk zult omzetten.

Xavier Dubois:

Monsieur le président, je vais essayer de synthétiser mes six questions, en tout cas de les présenter dans un ordre qui a du sens. Je vais prendre comme point de départ la conférence de presse du procureur du Roi cet été, qui m'a fortement interpellé, un véritable cri d'alarme.

Cette conférence de presse a eu lieu dans un endroit gardé secret, des mesures de sécurité ayant été prises tout autour. Le procureur du Roi a lui-même été menacé de mort par des narcotrafiquants. Et donc ses mots étaient particulièrement interpellants, notamment quand il a dit que chaque Bruxellois pouvait prendre une balle perdue, évoquant aussi les montants en jeu au niveau des points de deal. Je pense qu'il est nécessaire d'entendre cet appel.

Nous avons d'ailleurs sollicité une audition du procureur du Roi en commission de l'Intérieur, et je remercie les membres de la commission d'avoir accepté cette proposition. Le procureur du Roi évoque un besoin supplémentaire de 10 millions d'euros. Il évoque également le fait que la police judiciaire fédérale devrait reprendre en main des enquêtes sur la criminalité organisée et sur les mafias. Qu'en pensez-vous? Quels sont les moyens que vous allez pouvoir débloquer pour répondre à cet appel important?

Il a aussi évoqué la problématique du cadre. Je pense qu'il faut remplir les cadres au plus vite. Quel est votre plan d'action pour atteindre cet objectif?

Comme d'autres collègues l'ont évoqué, le procureur du Roi a rencontré son homologue, le procureur de la République de Marseille. Cela a permis de faire ressortir toute une série de pistes intéressantes. Avez-vous pu le rencontrer également et, si ce n'est pas le cas, qu'avez-vous retiré de cette rencontre importante?

Ensuite, je voudrais vous interroger sur le plan "Grandes Villes".

Je ne vais pas le détailler, vous l'avez déjà bien présenté. Pour rappel, il s'agit de 20 millions d'euros pour des caméras, ou encore de la piste d'amener des militaires en rue avec des équipes mixtes. C'est aussi renforcer les objectifs policiers. Beaucoup de choses sont imaginées pour les grandes villes, mais, pour rappel, la problématique se vit aussi en zone rurale et dans les petites villes. Que prévoit votre plan pour ces zones? Il faut aussi avoir des réponses très claires et concrètes en la matière. Le combat se mène partout, sur l'ensemble du territoire de la Belgique. J'attends des mesures concrètes et précises pour répondre aux besoins des villes et communes, aux besoins des zones de police en zone rurale.

Autre question, n'estimez-vous pas qu'il serait important, et opportun surtout, de convoquer le Conseil national de sécurité pour qu'on puisse travailler tous ensemble à tous les niveaux pour pouvoir rendre plus efficace et opérationnelle cette lutte contre ce crime organisé?

Je voudrais aussi vous interroger sur des mesures qui sont prévues dans l'accord du gouvernement. Il y a ce premier plan et une vingtaine d'autres mesures. L'une d'elles consiste en la création du Fonds drogue. Je m'étonne du fait qu'il n'y ait pas encore eu de projet concret présenté au Conseil des ministres pour la création de ce Fonds drogue. Pouvez-vous nous dire où vous en êtes par rapport à cette mesure très importante, qui permettra de s'attaquer au portefeuille des trafiquants et surtout de réutiliser ces moyens, de les affecter à une lutte efficace contre cette problématique? Il paraît que des freins auraient été remarqués, notamment au niveau de l'administration des finances. Pouvez-vous confirmer ou infirmer le fait que des freins seraient observés dans certains services?

Mes collègues ont évoqué les zones de police. Je ne vais donc pas revenir sur l'avis concernant la fusion à Bruxelles, mais sur le financement des zones de police. Il est clair que – vous l'avez dit vous-même, et cela fait d'ailleurs partie de l'accord de gouvernement –, la fusion des zones de police de Bruxelles s'accompagne nécessairement d'une révision de la norme KUL et d'un refinancement qui soit le plus correct, efficace et juste de l'ensemble des zones de police. On a entendu que des réunions s'organisent pour présenter certains projets en la matière.

J'aimerais bien que vous puissiez aussi nous dire où on en est exactement, quels sont les acteurs qui ont déjà été informés du projet de réforme de cette norme KUL? Je pense qu'il est important que le Parlement soit informé aussi si certains acteurs le sont. On attend les éléments précis en la matière au plus vite.

Enfin, je reviendrai sur une mesure qui est peut-être moins stratégique, mais tout aussi importante, puisqu'elle concerne la collaboration et la coopération avec les autres É tats membres et hors de l'Union européenne. C'est la mesure concernant les officiers de liaison étrangers qui viendraient chez nous et, à l'inverse, nos officiers qui partiraient à l'étranger. Cela fait partie de l'accord de gouvernement.

Pouvez-vous définir de manière beaucoup plus claire ce qui est attendu de ces officiers agents de liaison? Comment vont-ils fonctionner? Quels sont les rapports qu'ils devront émettre? Surtout, quels moyens avez-vous à disposition pour mettre en œuvre de manière efficace cette mesure importante dans cette thématique qui nous rassemble tous aujourd'hui?

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de minister, ik kan het kort houden, omdat ik niet te veel in herhaling wil vallen. De voorbije maanden hebben we dit soort debatten met u meermaals kunnen voeren. Nog maar twee weken geleden waren de Kamerdiensten zo vriendelijk om mijn vraag toe te voegen aan de vraag in de plenaire vergadering, die toen ook in een actualiteitsdebat is gesteld.

Voor mij zijn twee punten relevant.

Ten eerste bestaat er een contradictie tussen uw verklaringen en die van minister Francken over de inzet van militairen. Daarover heb ik geen vraag gesteld, want anderen doen dat.

Mijn vraag gaat heel specifiek over de fusie van de Brusselse politiezones. Afgelopen zomer is daarop veel kritiek geuit. Dat is niet onverwacht, want er is veel koudwatervrees. Ik herhaal mijn steun, mijnheer de minister, voor uw initiatief. U hebt de moed gehad om met uw neus in de wind te gaan staan, een eigenschap die in de politiek niet aan iedereen gegeven is. Ik hoop dat u doorzet en wens u dat toe.

Ik verwijs voor mijn concrete vragen naar de schriftelijke voorbereiding.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, comme mes collègues sont déjà intervenus, je vais essayer d'être aussi brève que possible.

J'imagine que vous partagez le même objectif que moi, à savoir que la sécurité, l'une des priorités de nos concitoyens, mérite des mesures structurelles et véritablement efficaces, au lieu d'effets d'annonce contraires aux demandes des experts et que ne cautionnent pas les acteurs de terrain. Je pense ainsi à l'annonce selon laquelle vous alliez rétablir une présence militaire dans nos rues, notamment à Bruxelles.

Monsieur le ministre, quel est le cadre légal dans lequel l'armée opèrera? Quelles seraient les missions confiées aux militaires? Auront-ils le droit d'être en rue ou ailleurs, en brigade mixte avec la police ou seuls?

Je voudrais revenir également en bref sur la fusion des zones de police à Bruxelles. Vous la présentez souvent comme l'une des solutions qui permettraient de résorber le sentiment d'insécurité dans la capitale. Pour être complètement honnête, je ne suis pas philosophiquement fermée à cette option. Toutefois, fin août, les 19 bourgmestres bruxellois se sont exprimés à l’unanimité contre ce projet. Ils réclament plutôt un financement structurel supplémentaire pour la police bruxelloise et s’inquiètent, par ailleurs, de la suppression annoncée des conseils de police, qui jouent un rôle essentiel dans le contrôle démocratique.

Leur avis, très négatif, rejoint celui de Brulocalis et du bureau de la Conférence des bourgmestres, qui soulignent également les risques pour la proximité avec le citoyen, l’autonomie communale, ainsi que les incertitudes juridiques et budgétaires entourant ce projet.

Monsieur le ministre, comment prenez-vous en compte cette position unanime des bourgmestres, qui demandent avant tout un refinancement structurel de la police plutôt qu’une fusion des zones?

Comment comptez-vous répondre à leurs préoccupations concernant la suppression des conseils de police et les conséquences pour la démocratie locale et la proximité avec les citoyens?

Enfin, êtes-vous disposé à adapter vos projets afin de tenir compte des arguments et de l’expertise exprimés par les autorités locales? Je m'arrête ici pour pouvoir vous entendre. Merci, monsieur le ministre.

Maaike De Vreese:

Mijnheer de minister, het is een soort hutsepot geworden van vragen die door elkaar gemixt zijn en ik lust niet zo graag hutsepot. Ik heb liever dat sommige zaken van elkaar gescheiden worden. Ik vind dat dit lekkerder smaakt. Hier zijn er net iets te veel vragen samengevoegd om het behapbaar te maken. Ik heb nu bijvoorbeeld een aantal vragen over het geweld aan de kust, wat toch tot een andere discussie leidt dan die over de drugscriminaliteit in onze hoofdstad.

Minister, de voorbije weken werden we in Oostende geconfronteerd met bijzonder hard drugsgeweld, met de tragische moord op een 43-jarige vrouw als dieptepunt. Lokale besturen uiten hun grote bekommernis over de stijgende druk op de veiligheid in de kustregio. Tijdens weekends en de vakantieperiodes, standaard zeer drukke periodes, neemt de bevolking er enorm toe, waardoor de politiecapaciteit structureel onder druk komt te staan.

In Oostende specifiek verdrievoudigt tijdens de zomermaanden het bevolkingsaantal. Daarbovenop wordt regelmatig gevraagd dat agenten van de kustzones bijstand verlenen in andere regio's, terwijl net aan de kust de noden hoog zijn. We kunnen stellen dat doorheen de zomer onze kustlijn eigenlijk één groot evenemententerrein vormt.

Hoe evolueert de drugsproblematiek in Oostende en zijn er linken met de drugscriminaliteit in de rest van het land?

Hoe beoordeelt u de huidige veiligheidsdruk in Oostende en in de bredere kustregio in het licht van recente incidenten en de sterk toenemende bevolkingsaantallen tijdens piekperiodes?

Welke maatregelen plant u om te vermijden dat lokale politiezones aan de kust capaciteit verliezen door systematische bijstandsoproepen naar andere regio's, terwijl de lokale noden zeer hoog zijn?

Bent u bereid in overleg met de gouverneur en met de burgemeesters van de kuststeden een specifiek plan uit te werken om de structurele uitdagingen door het geweld, gekoppeld aan de toeristische drukte en de evenementen, aan te pakken?

Hoe zult u ervoor zorgen dat kustgemeenten voldoende operationele ondersteuning krijgen, zonder afhankelijk te worden van noodinterventies of ad-hocversterkingen?

Jullie zien, collega's, dat dit heel andere vragen zijn dan de andere die op de agenda staan.

Wat het drugsgeweld in de hoofdstad betreft, wil ik mij aansluiten bij de collega's. Dat is een zaak waar we al heel wat debatten over gevoerd hebben. Ook ik heb een aantal vragen over de inzet van militairen in Brussel.

Het drugsgeweld duurt voort. Er zullen militairen ingezet worden op straat. Maar wij hebben er op gehamerd dat daarvoor een kader voorhanden moet zijn, minister, zodat de militairen geen sitting duck zijn en voldoende kunnen ingrijpen op momenten dat het nodig is.

Ik wil verwijzen naar de vragen die ik heb opgesteld, want er zijn nog een aantal zaken die moeten of inmiddels misschien al zijn uitgeklaard tussen u en de minister van Defensie. Ondertussen gaf bijvoorbeeld ook de burgemeester van Charleroi aan dat hij dergelijke ondersteuning wenst.

Hoever gaan wij daarin? Hoe worden de steden geselecteerd? Wat wilt u daar precies mee doen?

De gemengde patrouilles, het overleg met de minister van Defensie en het wettelijke kader zijn voor ons belangrijk. Wanneer worden ze wel ingezet en wanneer niet?

U weet dat in het regeerakkoord wordt gesproken over dreigingsniveau 4. Blijven wij bij die piste of voorziet u in cumulatieve voorwaarden om die mensen in te zetten?

Ik weet dat zelfs bepaalde militairen vragende partij zijn om ook bepaalde bevoegdheden te krijgen. Wij moeten daar goed over nadenken. Dat is immers niet iets wat zomaar wordt gedaan. Een en ander moet weloverwogen gebeuren en in goed overleg tussen beide ministers in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit, waarin wij u zeker steunen. Dat moet heel duidelijk zijn.

Wij hebben inderdaad vastgesteld dat de drugsproblematiek, wat wij overigens al wisten, niet enkel hier of in onze grote steden bestaat, maar dat het om een Europees probleem gaat dat zelfs internationaal moet worden aangepakt.

Wij zagen bijvoorbeeld de Franse procureur Nicolas Bessone communiceren dat de voorbije maanden ongeveer vijftig Belgen, onder wie een twintigtal Brusselaars, werden gearresteerd in Zuid-Frankrijk, voornamelijk in Marseille en de grensregio. Onder hen bevonden zich ook twee landgenoten die zwaar bewapend een opdracht zouden uitvoeren.

Dat is toch niet niets. Tijdens zijn bezoek aan Brussel wees de Franse procureur op de connecties tussen bendes in Brussel en Marseille. Bovendien legde hij een link met de rol van de haven van Antwerpen in de internationale drugshandel. Hij bracht daarbij enkele praktijken uit Marseille aan en riep de Belgische autoriteiten op om de wetgeving aan te scherpen. Wij moeten met de Franse autoriteiten de krachten bundelen in één gezamenlijke strijd tegen de georganiseerde misdaad.

Op welke manier werken onze politiediensten vandaag concreet samen met de Franse autoriteiten in de gezamenlijke strijd tegen drugscriminaliteit? Kunnen wij die samenwerking nog uitbreiden? Hoe verloopt de informatie-uitwisseling met Frankrijk in dossiers waarin Belgische drugsnetwerken betrokken zijn? Waar ziet u nog verbeterpunten?

Hoe zit het met de informatie-uitwisseling over die vijftig Belgen die daar zijn aangetroffen? Krijgen wij de noodzakelijke gegevens, zodat wij weten wie zij zijn en hoe wij hen verder kunnen opvolgen? Hebt u daarover recent overleg gehad met uw Franse collega-minister of zult u dat nog doen? Voor mij is dat noodzakelijk. Wat zijn de voornaamste afspraken die u met hem wilt maken of welke vooruitzichten ziet u?

Wordt onderzocht of bepaalde praktijken uit Marseille, zoals het groeperen van drugshandelaars in zwaarbeveiligde gevangenissen, ook in België toepasbaar kunnen zijn? Dat is misschien ook een vraag voor uw collega-minister Verlinden.

Hoe reageert u op de oproep van procureur Bessone om de Belgische wetgeving aan te scherpen in het licht van de toenemende internationale dreiging?

Dat waren mijn specifieke vragen. Ik verontschuldig mij voor het overschrijden van mijn spreektijd.

Franky Demon:

Mijnheer de minister, in het Bonneviepark vinden op klaarlichte dag drugsdeals plaats. Mensen verstoppen zelfs drugs in speeltoestellen waarop kinderen veilig zouden moeten kunnen spelen. Ouders durven hun kinderen niet meer te laten spelen uit angst voor verdwaalde kogels of confrontaties met bendes. Een plek die een veilige groene speelruimte zou moeten zijn, wordt gedomineerd door angst en criminele baldadigheden.

Brussel is een stad waar honderdduizenden mensen wonen en waar pendelaars elke dag komen werken. Deze stad zou de Belgische vitrine naar de wereld moeten zijn. Wanneer geweld en drugsbendes echter het straatbeeld gaan bepalen, wordt Brussel een stad waar mensen niet meer durven te komen. Ik heb enorm veel respect voor onze politiemensen, die met een nijpend personeelskader hard moeten werken in Brussel en andere steden waar drugsgeweld de kop opsteekt.

We wensen in te zetten op militairen op straat. De vakbonden hebben in verband hiermee enkele terechte bezorgdheden geuit. Hoe gaat u daarmee om?

Het regeerakkoord stelde duidelijk dat er één wijkagent per 2.000 inwoners moet zijn. Welke inspanning zult u hiervoor treffen? In sommige gemeenten en steden kunnen zij als een soort vrederechter een eerste oplossing zijn.

Vooral nu in Brussel, maar ook in andere steden moet er een tandje worden bijgestoken. Wat zult u nog extra ondernemen om ervoor te zorgen dat Brussel de Belgische vitrine naar de wereld kan zijn?

Éric Thiébaut:

Monsieur le ministre, je voudrais revenir sur ce sujet ô combien important pour les communes qu'est le montant des dotations fédérales aux zones de police, avec un problème que j'ai déjà évoqué très souvent dans cette commission, à savoir le décalage entre la fixation du montant des dotations aux zones de police par le fédéral et l'adaptation à l'inflation, soit à l'indexation des salaires.

Aujourd'hui, on demande aux zones de police de prévoir dans leur budget le même montant de dotation fédérale que dans le budget de l'année précédente, sans tenir compte des potentielles indexations de salaire qui sont prévues par le Bureau du Plan. Or il faut savoir que le budget d'une zone de police, c'est pratiquement à 90 % des charges de personnel. Il est donc très sensible à l'indexation des salaires.

Alors, d'une part, on est obligé de prendre une dotation qui n'est pas indexée, mais, d'autre part, la tutelle fédérale sur l'établissement des budgets impose aux communes et aux zones de prévoir dans le budget les dépenses qui correspondent à l'augmentation du coût de la vie. Il y a donc là un réel décalage entre les prévisions de dépenses et les prévisions de recettes.

Dès lors, monsieur la ministre, comme je l'ai sollicité auprès de Mme Verlinden lors de la législature précédente, j'aimerais que vous permettiez aux zones de police de déjà prévoir l'indexation des dotations qui est prévue en fin d'année, de pouvoir le faire bien avant, par exemple, au mois de septembre ou d'octobre.

Par ailleurs, pourriez-vous nous dire où vous en êtes dans la réflexion sur la réforme de la norme KUL? Vous en parlerez certainement dans une heure ou deux au Conseil des bourgmestres, dont je fais partie. Comme je suis aussi député fédéral, je vous pose également la question ici.

Brent Meuleman:

Mijnheer de minister, ik zal u drie vragen stellen; voor alle duidelijkheid niet in volgorde van belangrijkheid, maar in de volgorde zoals ze geagendeerd staan.

Mijn eerste vraag gaat over een nieuw fenomeen uit de onderwereld dat aan de oppervlakte is gekomen in Wallonië. Nieuwe criminele bendes worden zichtbaar in de publieke ruimte, met name de Daltons en de Caspers, zo berichtte Het Laatste Nieuws op 25 september. Dat zijn groepen die betrokken zouden zijn bij geweld, intimidatie en schietpartijen. Bendeleiders en hun leden gedragen zich opvallend aanwezig in het straatbeeld, waardoor hun macht en invloed zichtbaar worden voor de bevolking.

De recente moordaanslag op de leider van de Daltons maakt duidelijk dat er sprake is van gewelddadige afrekeningen tussen rivaliserende groepen. Dat fenomeen wijst op een verplaatsing van de georganiseerde misdaad naar een openlijke strijd in de publieke ruimte. Helaas hebben we dat de laatste maanden al te vaak gezien in ons land. Dat heeft uiteraard een grote impact op de veiligheid en het onveiligheidsgevoel bij burgers.

Beschikt u over recente cijfers over dit fenomeen? Ik denk dan aan het aantal leden, het leeftijdsprofiel en de verspreiding in België. Hoe ernstig schat u de dreiging die uitgaat van deze bendes? Welke concrete acties onderneemt u of de federale politie om hun activiteit te monitoren en in te perken? Zijn er aanwijzingen dat deze groepen banden onderhouden met bredere criminele netwerken?

Wordt er op dit moment een gecoördineerde aanpak ontwikkeld, zoals dat ook gebeurt tegen motorbendes en drugsclans, specifiek gericht op deze opkomende bendes? Heel belangrijk, wordt er een samenwerking met burgemeesters en lokale besturen georganiseerd, gezien de zichtbaarheid van die bendes in de publieke ruimte?

Mijn tweede vraag gaat over Defensie op straat in het kader van het grotestedenplan, een thema dat hier al uitgebreid aan bod is gekomen. De publieke discussie en de berichtgeving in de media daarover hebben tot enige onduidelijkheid geleid, met geruchten over de uitbreiding van de bevoegdheden van militairen en de organisatie van gemengde patrouilles.

Kunt u duidelijkheid verschaffen over die geruchten omtrent de inzet van Defensie op straat, dus de plannen voor gemengde patrouilles en de vermeende uitbreiding van de bevoegdheden van militairen, mogelijk zelfs tot het gebruik van vuurwapens?

Bevestigt u dat het uitgangspunt van het inzetten van Defensie uitsluitend is – en dat staat ook zo in het regeerakkoord – om politiecapaciteit vrij te maken die gericht kan worden ingezet in de strijd tegen drugscriminaliteit en georganiseerde misdaad?

Wat is de stand van zaken van het juridisch en operationeel kader voor het inzetten van militairen? Zijn de contacten tussen het kabinet van de minister van Defensie en dat van u al afgerond? Kunt u verzekeren dat dat kader zich beperkt tot de overname van statische opdrachten en geen nieuwe bevoegdheden voor militairen omvat? Kunt u concreet aangeven wat de politie zelf vraagt om de strijd tegen de drugscriminaliteit op een effectievere manier te voeren?

Mijn derde vraag in dit actualiteitsdebat gaat over de KUL-norm. Onder burgemeesters wordt daar wel eens naar verwezen als de “flauwekulnorm”, wat meteen ook het probleem aantoont. Het regeerakkoord voorziet in de invoering van een nieuw en eenvoudig financieringsmodel voor de lokale politiezones ter vervanging van de huidige KUL-norm. Het doel is om elke zone – met inachtneming van de eigen specificiteit – voldoende flexibele en transparante middelen toe te kennen om de basispolitiezorg, die zo belangrijk is, te garanderen.

Dat is een noodzaak gezien de toenemende uitdagingen waarmee onze politiediensten geconfronteerd worden. Ik mag hier ook tegen de collega’s zeggen dat ze woord hebben gehouden. U hebt mij een aantal maanden geleden beloofd om naar Zelzate te komen. De minister heeft dat gedaan en u hebt daar een en ander op het terrein kunnen zien en ervaren. U hebt van mijn korpschef gehoord waar de uitdagingen liggen. Financiering – het zal u niet verbazen, het heeft u toen ook niet verbaasd – komt daarbij prominent aan bod.

De lokale politiezones dragen een zware verantwoordelijkheid terwijl de financiële druk op die lokale besturen, die reeds een aanzienlijk deel van de politiebudgetfinanciering dragen, enorm toeneemt. Ik had graag van u een aantal zaken concreet vernomen.

Ten eerste, welke initiatieven hebt u tot heden genomen om het nieuwe, vereenvoudigde en transparante financieringsmodel voor de lokale politiezones op basis van kwalitatieve en wetenschappelijk onderbouwde parameters in te voeren?

Ten tweede, wat is de timing voor de implementatie van dat nieuwe model en zal hierbij gegarandeerd worden – en dat is toch niet onbelangrijk, mijnheer de minister – dat de financiering de zones in staat zal stellen om effectief een kwaliteitsvolle basispolitiezorg te leveren, los van de financiële draagkracht van de individuele lokale besturen?

Ik dank u alvast voor uw antwoorden.

Anthony Dufrane:

Monsieur le ministre, comme l'ont évoqué la presse et les collègues, le procureur du Roi de Bruxelles, M. Julien Moinil, a dû être placé sous protection rapprochée. Cette situation nous interpelle.

J'en viens donc directement à mes questions, monsieur le ministre. Combien de magistrats ou hauts responsables judiciaires bénéficient-ils actuellement en Belgique d'une protection rapprochée organisée par le service de la protection (DAP) de la police fédérale?

Ensuite, quels sont les critères précis retenus pour activer une telle mesure? Quels sont les moyens humains et logistiques actuellement mobilisés dans ce type de protection rapprochée?

L'usage de technologies intrusives – valises blindées, drones, brouilleurs, etc. – fait-il l'objet d'un encadrement spécifique?

Enfin, quelles mesures sont-elles envisagées ou ont-elles été prises pour renforcer la prévention et la détection précoce des menaces contre les acteurs de la justice, en particulier dans les dossiers liés au trafic de stupéfiants? Merci à vous.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de minister, ik snap dat het misschien een beetje vreemd is dat mijn vragen in dit debat aan bod komen, maar ik begrijp dat er heel veel op de agenda staat.

Mijn eerste vraag gaat over whole of government -aanpak, die in verschillende belangrijke dossiers, zoals de Nationale Veiligheidsstrategie en het nationaal weerbaarheidsplan, door het regeerakkoord naar voren geschoven wordt. Die aanpak is erop gericht efficiëntie en gedragen samenwerking tussen de verschillende beleidsniveaus te realiseren. Dit is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat in crisissituaties beslissingen doeltreffend genomen kunnen worden en dat elke speler in dit land weet wat er van hem verwacht wordt. Een gedragen samenwerking versterkt het beleid en maakt een constructieve whole of government -aanpak noodzakelijk.

Vanuit zowel de Vlaamse als de Waalse overheid vang ik signalen op dat de uitvoering in de praktijk soms stroef verloopt, bijvoorbeeld bij het nationaal weerbaarheidsplan. Het is echter juist belangrijk dat deze plannen breed gedragen worden om efficiënt te zijn. Dat betwist niemand, denk ik. Het is daarom noodzakelijk om te zorgen voor een structurele en volwaardige participatie van de deelstaten in elke fase van deze trajecten, zowel politiek als administratief. Dit kan bijvoorbeeld worden gegarandeerd door de opmaak vanuit het Overlegcomité te coördineren, maar dat is slechts een suggestie.

Voor een optimale whole of government -aanpak is het bovendien cruciaal dat er vanaf het begin van elk proces sterke informatiedeling plaatsvindt, bijvoorbeeld via een centraal platform. Zo kan elke actor met kennis van zaken aan de tafel zitten en is de input niet beperkt tot ad-hocgedachten.

De huidige overlegstructuur loopt naar mijn aanvoelen minstens stroef en kan worden bijgestuurd door een paritaire samenstelling. Vergaderingen waarbij slechts één vertegenwoordiger per deelstaat aanwezig is, maar waarbij talrijke vertegenwoordigers van de federale overheid aan tafel zitten, leiden zowel politiek als administratief tot onevenwichtige beslissingen. Daarbij is het belangrijk dat voor elke entiteit een duidelijke coördinator wordt afgesproken en gerespecteerd.

Ik heb hierover enkele vragen. Hoe definieert u een whole of government -aanpak om de aanpak en de opmaak van deze cruciale plannen zo sterk mogelijk te maken en de beveiliging van onze burgers te garanderen? Hoe definieert u een whole-of-government -aanpak? Hoe loopt de opmaak van het nationaal weerbaarheidsplan en de Nationale Veiligheidsstrategie? Engageert u zich om de deelstaten hier op een correcte manier bij te betrekken, volgens de principes die ik net heb uiteengezet?

Mijn volgende vraag gaat over het Kanaalplan. In de zomer hebben we immers jammer genoeg wederom gezien waarom dit zo broodnodig is in Brussel. Het is echter niet beperkt tot Brussel. Ook in de Vlaamse Rand, in mijn eigen stad Vilvoorde, waren er bijvoorbeeld rellen in het station na de arrestatie van een drugsbaas. Het gaat ook breder dan dat.

Het lijkt erop dat u met het plan grote steden een nieuwe naam voor dit Kanaalplan hebt gekozen. Schuift u inderdaad een nieuwe naam naar voren? Kunt u een stand van zaken geven rond de invoering van dit nieuwe plan? Welk werkingsgebied ziet u voor dit plan? Zijn er naast de reeds aangekondigde maatregelen in het plan grote steden, zoals militairen op straat en het budget voor extra camera's, nog andere maatregelen die u vooruit wilt schuiven?

Ik wil trouwens ook mijn appreciatie uitspreken voor de ronde die u hebt gedaan, ook in de Vlaamse Rand, om met de mensen op het veld te spreken.

Catherine Delcourt:

Monsieur le ministre, vous avez récemment présenté un plan "Grandes Villes" – j'imagine que c'est le nouveau nom pour le plan Canal – qui vise à renforcer la sécurité dans les zones urbaines, qui sont confrontées à des défis multiples. Si le plan "Grandes Villes" est bien le plan Canal, je m'en réjouis parce qu'évidemment ça veut dire qu'on cesse de se focaliser uniquement sur la ville de Bruxelles et que vous allez vous attaquer à travers ce plan à la criminalité dans les grandes villes du pays, ce qui est très important.

Selon vos déclarations publiques, ce plan prévoit, on l'a dit à plusieurs reprises, le déploiement de militaires dans l'espace public, mais aussi la modernisation et la généralisation de caméras de surveillance, ainsi que l'organisation d'opérations policières de grande ampleur, dites opérations coup de poing. Vous avez participé à l'une d'entre elles très récemment. Vous avez également souligné que la priorité était de lutter contre le crime organisé, le trafic de stupéfiants et la criminalité violente qui en découle.

La refonte du plan Canal répond à une attente de fermeté, elle traduit une volonté de restaurer l'autorité de l' É tat dans les quartiers où l'insécurité s'est aggravée. Néanmoins, la lutte contre le crime organisé ne saurait se limiter à une approche strictement policière voire militaire, elle touche à des domaines transversaux comme la justice, les finances, les douanes, la politique sociale et la santé publique. De plus, la mise en œuvre concrète de ce plan repose sur une coordination étroite entre polices locale et fédérale, ainsi que sur une articulation claire des rôles entre le ministère de l'Intérieur et d'autres départements ministériels.

Dans ce contexte, je voudrais vous poser trois questions: vous indiquez que la priorité est la lutte contre le crime organisé et le trafic de drogue, le crime organisé sera-t-il explicitement intégré dans un axe central du plan? Le plan "Grandes Villes" intégrera-t-il une cartographie claire des compétences qui relèvent d'autres ministères qui ont un rôle à jouer dans la lutte contre le trafic de drogue et le crime organisé? Quels budgets sont spécifiquement alloués à ce plan par poste, surveillance, présence militaire, renfort policier, etc.?

Bernard Quintin:

Monsieur le président et mesdames et messieurs les députés, d'abord, je ferai une petite note liminaire. Je suis en effet le premier désolé que l'on doive grouper les choses. Je pense avoir déjà prouvé que j'étais le plus disponible possible pour la Chambre et pour cette commission, mais il est vrai que l'agenda de rentrée était difficile et un peu mouvementé.

Ook al is het wat hectisch, ik ben hier en nu te uwer beschikking.

Je vous remercie pour les nombreuses questions qui témoignent, pour autant que de besoin, de l'intérêt que nous partageons pour le fait de garantir et même de renforcer l'ordre et la sécurité dans notre pays. La majorité d'entre elles partent d'un constat: la recrudescence des fusillades dans les villes, particulièrement dans notre capitale mais seulement, la montée en puissance de la criminalité organisée et du narcotrafic, et un sentiment d'insécurité croissant au sein de la population, qu'il nous faut combattre.

Sinds mijn aantreden, acht maanden geleden, zet ik mij, niet behept met naïviteit of fatalisme samen met de hele regering in om met respect voor het regeerakkoord structurele, samenhangende en gecoördineerde oplossingen te bieden voor de uitdagingen waarmee ons land wordt geconfronteerd.

Cette réponse coordonnée qui constitue une boussole de mon action politique privilégie des mesures qui se renforcent mutuellement. Cela implique également d'avoir conscience des responsabilités partagées dans la chaîne sécuritaire, de l'Intérieur en passant par la Justice, les Douanes, la Défense, l'Asile et la Migration, la Santé au niveau fédéral sans oublier le rôle des autres niveaux de pouvoir. Je pense ici notamment aux communes, avec les bourgmestres, mais aussi aux Régions et Communautés dans le cadre de leurs politiques propres telles que la prévention, la santé et plus globalement l'approche administrative. Tout le monde doit unir ses forces et assumer ses responsabilités

Ik neem mijn verantwoordelijkheid. Waar ik kan handelen, doe ik dat.

Dès les premières semaines de mon entrée en fonction, j'ai obtenu le déploiement de 31 unités supplémentaires pour la police judiciaire fédérale à Bruxelles. En novembre, 40 agents viendront encore s'y ajouter, soit plus de 70 agents en 7 mois. J'ai demandé au commissaire général d'accélérer au maximum les recrutements, mais il s'agit d'un chantier à long terme que je conduis déjà.

Kort na de start van mijn ambtstermijn heb ik de eerste minister gevraagd om een taskforce op te richten waarin Justitie, Binnenlandse Zaken en andere departementen zoals Financiën en Volksgezondheid elkaar ontmoeten. Er zijn al twee ministeriële vergaderingen gehouden. Een coördinatietabel bepaalt de stappen.

Het is opnieuw een langdurige klus. Op het gebied van georganiseerde misdaad worden resultaten immers in jaren gemeten, niet in maanden.

Ik ben er mij van bewust dat er grote inspanningen moeten worden geleverd. Ik heb de wil, in alle nederigheid, om de structuur van de binnenlandse veiligheid grondig te herzien, zowel op lokaal als op federaal niveau. De geïntegreerde politie op twee niveaus, waaraan ik veel waarde hecht, omdat het een zeer efficiënt model is, en de duizenden politiemensen, die elke dag voor onze veiligheid zorgen, verdienen efficiëntere structuren om hun opdrachten goed te kunnen uitvoeren.

Om dat te verwezenlijken, heb ik gelijktijdig zowel het strategisch plan voor de federale politie als het ontwerp betreffende de fusie van lokale politici in eerste lezing voor de zomer laten goedkeuren. Ik heb besloten om over dat initiatief brede consultatierondes te organiseren, veel verregaander dan wat gewoonlijk wordt vereist in het administratief en juridisch proces.

S'agissant donc de la fusion, j'attends près de 20 avis d'ici le milieu de ce mois d'octobre. D'ores et déjà, je puis vous indiquer – et cela ne vous étonnera pas – que certains se montrent bien plus positifs que celui rendu par Brulocalis. J'insiste sur le fait que son avis est identique à celui de la Conférence des bourgmestres. Bien évidemment, on peut se livrer à un petit jeu d'optique mathématique en cumulant les deux. Simplement, celui de Brulocalis a été avalisé par la Conférence des bourgmestres. Néanmoins, il reconnaît que certaines préoccupations ont déjà été prises en considération. Ces différents avis sont en cours d'analyse ligne par ligne. J'ai demandé à mon cabinet d'y réserver une attention particulière et d'intégrer les remarques pertinentes. Cela interviendra dans les semaines à venir.

Pour répondre à vos questions, madame Maouane, messieurs De Smet, Dubois, Chahid et Vandemaele, oui, des amendements seront évidemment apportés – et ils ne seront pas cosmétiques. Oui, j'ai entendu les craintes, parfois légitimes, des bourgmestres bruxellois auxquelles je souhaite, lorsque c'est possible, apporter une réponse. Cette réforme ne sera jamais punitive à l'égard de Bruxelles. Elle est conçue au bénéfice des Bruxelloises et des Bruxellois – dont je fais partie, tout comme certains d'entre vous, au demeurant –, de leur sécurité, ainsi que des centaines de milliers de travailleurs et de voyageurs qui font vivre notre capitale.

Tijdens mijn carrière heb ik altijd de tijd genomen om te consulteren. Dat is essentieel. De rol van een beslisser houdt evenwel in dat die na consultatie effectief moet beslissen zonder aarzeling of zenuwachtigheid. De koers die ik en de regering volgen, is duidelijk: de fusie van de Brusselse politiezones zal plaatsvinden.

La fusion des polices à Bruxelles aura lieu. Je constate qu'il y a quelques ouvertures, j'ai entendu Mme Maouane, j'ai écouté très attentivement le bourgmestre de Saint-Gilles, M. Spinette, ce matin sur BX1, qui finalement, à part le mot fusion, a parlé exactement de mon projet de fusion. Coordination, mise en commun des services centraux, mutualisation des forces d'intervention, what's in a name…

Franchement, je vous le dis, s'il faut utiliser un autre terme que le mot "fusion" pour que cela mette tout le monde à l'aise, j'ouvre le concours aux meilleurs mots pour faire ce qui finalement est un projet politique majeur pour l'architecture de sécurité de notre pays. Dès lors, cette fusion aura lieu, non pas comme certains voudraient le faire croire, parce que ce serait une volonté flamande, mais bel et bien car c'est une nécessité, et la réalité de terrain le prouve. Je crois qu'il faut avoir vécu ailleurs que sur notre planète pour ne pas avoir vu la situation cet été.

Je crois qu'il ne faut pas aller à la rencontre des habitants, ce que j'ai fait au mois d'août, ce que je fais régulièrement, pour ne pas penser qu'il y a quelque chose à faire pour la sécurité. Et je n'ai évidemment jamais dit, je n'ai jamais écrit, que la fusion des zones de police était "la" solution. Je n'ai jamais dit, je n'ai jamais écrit, que les militaires en rue étaient "la" solution. Il n'y a pas une seule solution.

Dé oplossing bestaat niet; ik heb ze in ieder geval niet gevonden. Als iemand de oplossing heeft, mag die mij komen opzoeken, zelfs in alle discretie.

Si l'un d'entre vous a "la" solution, venez me voir, même discrètement, et si vous ne voulez pas l'assumer, je le ferai moi-même, mais franchement, travaillons ensemble, je pense que la question demande ce sérieux-là.

Je vous confirme également ma volonté de supprimer les conseils de police, qui dépossèdent trop souvent les conseillers communaux de leurs droits constitutionnels de contrôle démocratique. Là aussi, je sais à qui je m'adresse: les conseillers communaux, les bourgmestres, la démocratie locale, c'est le conseil communal. Or les conseillers communaux sont des élus directs, les conseillers des conseils de police sont des élus indirects et, dans la plupart de nos communes, vous avez des majorités, souvent à 80 % de l'assemblée du conseil communal.

Toutefois, dans les grandes zones, eh bien ces conseillers communaux peuvent envoyer deux conseillers de police, un de la majorité, un de l'opposition, ce qui veut dire que ces communes sont représentées dans les conseils de police à parts égales entre la majorité et l'opposition. Cela me semble être, en mathématiques électorales, un dévoiement de la démocratie. En outre, les très nombreux chefs de corps et bourgmestres que j'ai rencontrés m'ont fait part du manque d'utilité de cet organe, ce qui me conforte dans ma décision.

À côté de la réforme de la norme de financement sur laquelle je reviendrai, je vous confirme que des moyens sont consacrés spécifiquement aux fusions des zones de police, avec un plafond de 40 millions d'euros par an jusqu'en 2029. C'est en tout cas ce qu'il y a dans l'avant-projet de loi, parce que j'aurais peut-être dû préciser qu'il s'agit d'un avant-projet de loi. Des avis sont donnés, il y aura encore des discussions et la loi police intégrée devra être adaptée. Dès lors, ce que je dis aujourd'hui, c'est qu'il ne faut pas m'en tenir comptable plus que ce que je peux dire aujourd'hui par rapport aux décisions qui seront prises à l'issue des différentes discussions, en ce compris ce beau mot que j'utilise de moins en moins, de "consubstantialité".

Ces incitants, par définition limités dans le temps, visent à accélérer le nombre de fusions sur le territoire. Ils sont basés sur un montant par membre du personnel du cadre réel des zones à fusionner, auquel s'ajoutent plusieurs multiplicateurs pertinents retenus par le gouvernement. Nous en débattrons lors de l'examen du projet de loi.

Het bedrag voor de hoofdstad dat door de heer Van Tigchelt werd genoemd – de 55 miljoen euro die voor Brussel werd verkregen en die, tot ongenoegen van sommigen, werd goedgekeurd door alle partners van de regering – houdt geen herziening in van de financieringsnorm, in tegenstelling tot wat sommigen hebben laten doorschemeren op een min of meer subtiele manier, maar altijd met het doel om te desinformeren en te manipuleren. Dat zijn straffe woorden, ik weet het.

Mais à un moment, il faut dire les choses comme elles sont. J'ai toujours parlé d'un incitant fusion qui doit justement permettre de répondre aux défis qu'est la fusion.

Ce n'est pas moi, comme ministre de l'Intérieur, qui va vous dire que la fusion des zones de police est chose facile. Et certainement pas à Bruxelles, où nous devons passer de six à une zone qui comptera plus de 7 000 équivalents temps plein. C'est pour cette raison qu'il y a 55 millions d'appui à la fusion.

Donc celles et ceux qui continuent à dire que ce n'est pas un refinancement suffisant pour Bruxelles et les autres Régions, je m'excuse mais on peut dire et faire beaucoup de choses, mais moi j'ai appris dans ma vie que mentir, ça n'était jamais bien. Par conséquent, si je n'avais pas modifié les incitants existants dans le cadre des fusions, les six zones de police bruxelloises auraient obtenu moins d'un million d'euros. Elles auront donc au moins 55 fois plus.

Si après cela on ose encore me dire que Bruxelles est délaissée, j'aurais du mal à l'entendre mais j'ai déjà entendu bien d'autres choses.

Dames en heren parlementsleden, politiek actief zijn, is één ding, maar een betoog dat geen enkele realiteit weerspiegelt, is iets heel anders.

Ik heb de vragen van de heren Thiébaut, Depoortere, Meuleman en de heer Chahid gehoord over de herziening van de zogenaamde flauwekulnorm. Dat zijn mijn woorden niet, maar het is toch grappig. Ter zake heeft de multidisciplinaire commissie begin juli haar voorbereidende werkgroep afgesloten, waarbij een aantal parameters werd gehanteerd die gebaseerd zijn op de werkelijke werklast van de politiezone. Ik herinner eraan dat de vergadering, voorgezeten door een van mijn collega’s van het kabinet, vijftig keer is samengekomen. Dat is toch aanzienlijk meer dan de drie vergaderingen die de commissie in voorgaande jaren hield.

De relevante en toegankelijke criteria die werden geselecteerd, worden voorgelegd aan de VCLP. Voor raadpleging worden ze ook gepresenteerd aan de recent geïnstalleerde Raad van Burgemeesters, die een advies zal uitbrengen.

Par ailleurs, je peux vous annoncer que l'Université libre de Bruxelles a remporté en consortium le marché visant à concrétiser la méthode retenue et surtout à modéliser l'impact financier pour chaque zone de police du pays.

À cet égard, l'accord de gouvernement est clair. Il s'agit d'un financement supplémentaire, puisque nous travaillerons en enveloppe ouverte. Les premières conclusions de cette démarche académique que j'ai initiée sont attendues pour le premier trimestre 2026.

Il ne s'agit pas d'une énième étude, mais bien de la volonté d'aboutir à une nouvelle norme de financement que je mettrai sur la table du gouvernement l'année prochaine. Concernant spécifiquement ce shade , je ne peux pas encore vous indiquer à ce stade l'ampleur du refinancement, puisque le travail est en cours à l'ULB. J'ai néanmoins bien conscience qu'on ne modifie pas une structure, quelle qu'elle soit, sans aborder son financement ni la manière de la pourvoir.

Notre police a besoin d'hommes et de femmes qui viennent renforcer ses effectifs. Ce n'est pas nouveau, mais je me retrousse les manches. Sur ce point, je tiendrai donc un conclave à la fin du mois de novembre, avec différents acteurs, afin de définir les mesures concrètes pour améliorer au mieux l'attractivité de la fonction et faciliter les procédures de recrutement.

Vous noterez la petite différence sémantique entre table ronde et conclave. Il ne s'agit pas de se réunir pour disserter sur le pourquoi du manque. Les constats et les chiffres sont connus. Il s'agit vraiment de sortir d'un conclave qui durera le nombre de jours nécessaire à dégager des pistes concrètes à mettre en œuvre.

Beste Kamerleden, een aantal van u heeft vragen gesteld over de inzet van defensie ter ondersteuning van de politie. Ik wens op dat vlak heel duidelijk te zijn. Ik ben voorstander van de inzet van militairen voor specifieke binnenlandse opdrachten, maar evenwel zonder hun dezelfde bevoegdheden en opdrachten als de politie te geven. Dat is niet noodzakelijk en ook niet wenselijk.

De huidige veiligheidssituatie in onze hoofdstad moet ons allen zorgen baren. Het is voor mij duidelijk dat vanuit de overheid moet worden aangetoond dat we alle beschikbare middelen inzetten om de veiligheid van de inwoners te garanderen. Het gaat hier ook niet om het falen van de politie. Onze politiemensen doen hun werk goed, maar we moeten schakelen en bekijken hoe we de dispositieven kunnen versterken.

U zult het ongetwijfeld met mij eens zijn dat politieopdrachten door politiemensen moeten blijven worden uitgevoerd. De inzet van defensie in deze specifieke aangelegenheid is met andere woorden subsidiair, aanvullend en dus niet ter vervanging van politiecapaciteit. Deze visie van gezamenlijke ontplooiing van macht ben ik genegen.

Nous avons un accord politique entre nous, c'est-à-dire le premier ministre, la Défense et l'Intérieur. Comme vous, j'ai pris connaissance des derniers sondages en la matière et j'ai constaté que 64 % des Belges sondés sur cette thématique étaient favorables au déploiement des policiers en rue. Comme je l'ai déjà annoncé, ma ferme intention est de voir cette mesure concrétisée avant la fin de l'année.

Er zijn intussen ook reeds bilaterale overlegmomenten geweest om het juridische kader uit te klaren, om inzetscenario's te bespreken enzovoort. Dat zou mogelijk zijn op basis van het protocol van 2003, dat nog geldig is. Concreet willen we komen tot een nieuw protocol tussen de politie en defensie, in afwachting van de nieuwe codex voor defensie.

Comme je l'ai indiqué en préambule, cette mesure, comme les autres, n'est pas isolée. Elle s'inscrit dans le plan "Grandes Villes", pour lequel j'ai consulté différents acteurs.

Ce plan "Grandes Villes" produira ses effets en premier lieu dans la capitale et est déjà en cours. Ce plan "Grandes Villes", qui succède partiellement au Plan canal, vise à renforcer la lutte contre la criminalité organisée et la violence liée à la drogue dans nos principales villes: Bruxelles, Antwerpen, Liège, Charleroi, Mons, Gent et Namur. Il repose sur l'approche intégrée All of Government , associant police, Justice, Douanes, Régions, Communautés et communes, avec une coordination renforcée des gouverneurs là où cela est pertinent.

Concrètement, il combine une meilleure cartographie criminelle et un renseignement accru, des opérations récurrentes de grande ampleur – comme les opérations FIPA, telle celle qui s'est déroulée ce lundi – et ciblées – les VIP, Very Irritating Police –, une approche administrative renforcée et le déploiement d'outils technologiques innovants, tels que Police Search, Monfin, ANPR et BSC. La méthode Clear, Hold, Build guide l'action: occuper le terrain, stabiliser les quartiers et reconstruire le tissu social.

Un budget, actuellement estimé à 65,37 millions d'euros, est mobilisé jusqu'à la fin de la législature, notamment pour les caméras – 20 millions d'euros – du matériel spécialisé, des licences judiciaires, afin d'accroître la visibilité policière, rassurer la population et neutraliser durablement les réseaux criminels.

C'est le bon moment pour évoquer les réponses à vos questions sur le Fonds drogues. Le projet de loi Fonds drogues s'inscrit dans l'amélioration de toute la chaîne Follow the Value , qui comprend quatre étapes principales, à savoir la détection, la confiscation, la gestion et la redistribution des valeurs confisquées. Ce dispositif représente une opportunité majeure pour doter nos services de moyens concrets et durables dans la lutte contre la criminalité organisée. Mais son apport dépasse la seule dimension budgétaire. Il introduit un principe essentiel, celui du retour fondé sur les résultats. Plus l'action est efficace, plus les moyens récupérés sont importants et plus il est possible de réinvestir dans la lutte.

Si le Conseil des ministres ne s'est pas encore prononcé sur un avant-projet de loi, c'est parce qu'un tel dispositif implique des choix structurants qui relèvent de plusieurs départements, au premier rang desquels l'Intérieur et la Justice. Avant de soumettre un texte, il est indispensable de parvenir à un accord sur les modalités de gouvernance, de gestion et de redistribution des avoirs criminels, afin de garantir un cadre juridique et opérationnel robuste.

Je tiens à rassurer, mes services travaillent activement à la création de ce fonds. Le Commissariat national drogue a d'ores et déjà été chargé d'affiner différents scénarios.

Vous me demandez pourquoi les initiatives de la législature passée n'ont pas abouti. Eh bien, c’est notamment en raison des remarques du Conseil d’État qui, très justement, s’interrogeait sur le lien à clarifier entre la raison d’être du Fonds – à savoir la lutte contre la criminalité organisée – et le processus de répartition des moyens, lequel, s’il y a Fonds, doit spécifiquement s’attaquer à cette lutte. C’est pourquoi j’ai demandé au Commissariat national drogue de me proposer une solution qui tienne compte de cet avis et qui permette de justifier pleinement la raison d’être du Fonds, à savoir l’exécution d’une politique dont les actions sont formellement identifiées et suivies.

De même, il est essentiel d’éviter qu’un lien direct soit créé entre percepteurs et bénéficiaires, au risque d’influencer le choix des dossiers en fonction de leur potentiel rendement financier.

Enfin, quant à la position des Finances, il est normal que l’administration s’interroge sur la nécessité de prévoir une exception au principe d’universalité du budget. C’est bien pour cette raison que nous travaillons à l’élaboration d’un texte qui n’implique pas une simple injection supplémentaire dans le budget régulier des bénéficiaires, ce qui annulerait la raison d’être d’un fonds. Il est donc primordial que ce mécanisme profite directement aux services de première ligne qui, grâce à des méthodes innovantes, favoriseront un fonctionnement plus coordonné et donc plus efficace de la lutte contre le crime organisé lié à la drogue.

Nous pourrions d’ailleurs parler d’un fonds d’impulsion pour la lutte contre le crime organisé, tant il est nécessaire d’appuyer de nouvelles méthodes pour s’attaquer autrement à cette menace grandissante. La crédibilité et la force de l’État de droit, c’est aussi sa capacité à protéger ses autorités, notamment judiciaires.

Je souhaite ici répondre aux questions de MM. Anthony Dufrane et Brent Meuleman concernant les personnes qui bénéficient actuellement en Belgique d’une protection rapprochée organisée par le service Direction de la protection (DAP), ainsi que sur les questions relatives aux services de renseignement.

S’agissant des critères de protection, le Centre de crise national (NCCN) est informé lorsqu’une nouvelle menace vise une personne et demande, à cet effet, des analyses de menace aux services compétents. La police fédérale, via la Direction des opérations de police judiciaire (DJO), est chargée de l’analyse des menaces provenant du milieu criminel, tandis que l'OCAM se charge de celles provenant du milieu extrémiste ou terroriste. Outre ces évaluations, le NCCN tient compte du risque et des éléments propres à la situation pour déterminer les mesures de protection.

L’analyse repose sur plusieurs critères: la nature et le niveau de la menace en cours, le type de menace pesant sur la victime elle-même, sa famille et ses proches, les caractéristiques de l’auteur présumé de la menace, les informations disponibles en ligne sur la personne menacée, ainsi que les caractéristiques propres à la victime. Le budget de fonctionnement de l’unité DAP s’élève à 3,565 millions d’euros par an.

À côté des mesures visant à protéger l’intérieur de notre territoire, nous devons également lutter contre les menaces extérieures qui contribuent fortement au développement de la criminalité organisée. Vous comprendrez, bien entendu, au vu du caractère sensible de ces informations, que je ne souhaite pas communiquer davantage publiquement sur le contenu concret des mesures mises en place.

En recoupant ces chiffres avec des informations médiatiques, des criminels pourraient déduire qui bénéficie ou non d’une protection, ou même qu’ils font eux-mêmes l’objet d’une surveillance.

Mijnheer Meuleman, het antwoord op uw vraag over Turkse bendes geldt voor alle criminele netwerken. De analyse van de dreiging die uitgaat van criminele dadergroepen en bendes is het onderwerp van regelmatig overleg op het niveau van de gerechtelijke arrondissementen, met het oog op het nemen van passende maatregelen.

In het algemeen stellen onze diensten vast dat gestructureerde organisaties nu een grotere bedreiging vormen voor de integriteit van de samenleving dan in het verleden. Naast de impact op het gevoel van veiligheid door gewelddadige acties en het aanvallen van mensen in nood, maken de infiltratie van de economie, het misbruik van commerciële structuren en herhaalde pogingen tot corruptie, deze groep tot een grotere bedreiging van onze medeburgers.

Zoals hierboven vermeld, is het aan de lokale autoriteiten om op basis van politiebeelden een nuttige benadering te identificeren. Die kan uiteraard van gerechtelijke aard zijn. Op internationaal niveau kan de steun van Europol worden overwogen. Het kan ook de implementatie van een gerichte informatiepositie inhouden.

Dezelfde lokale autoriteiten kunnen administratieve politiemaatregelen nemen om de schadelijke effecten van die groepen en met name de infiltratie van de lokale economie tegen te gaan.

Daarnaast heeft de regering besloten om een plan voor grote steden uit te voeren, om de impact van de georganiseerde criminaliteit op het gevoel van veiligheid sterk aan te pakken.

Mevrouw De Vreese, mijnheer Depoortere, jullie hebben vragen ingediend over het geweld aan de kust, in het bijzonder in Oostende. De FGP West-Vlaanderen en de politiezone Oostende laten me weten dat uit de voorlopige cijfers van 2025, afkomstig van de Algemene Nationale Gegevensbank, blijkt dat de problematiek in Oostende wel een evolutie kent op het vlak van aanvoerroutes en het gebruik van geweld. Die evolutie houdt verband met druggerelateerde criminaliteit, maar blijft daartoe niet beperkt.

Er zijn gerichte maatregelen genomen om het hoofd te bieden aan het groeiende onveiligheidsgevoel in de stad Oostende, waarvan het tragisch dieptepunt ongetwijfeld het overlijden van een 43-jarige vrouw op 6 september jongsleden was. Voor het lopende onderzoek verwijs ik uiteraard naar mijn collega van Justitie.

Voor de concrete acties die in Oostende werden ondernomen en de statistieken inzake criminaliteit, zal ik uw schriftelijke vragen zoals steeds met de grootste zorg en snelheid beantwoorden.

Mijnheer Vandemaele, de link tussen illegale migratie, opvangcapaciteit en bendes verdient een nadere toelichting. Tegen de netwerken van drugshandel worden maatregelen genomen en die zullen worden versterkt. Tegelijkertijd wordt een strenge migratiepolitiek gevoerd. Er zijn twee afzonderlijke beleidslijnen en we handelen op beide fronten.

Het gaat enerzijds om multidisciplinaire acties, binnenkomstcontroles sinds juni, gerichte opdrachten van de wegpolitie samen met de lokale politiediensten in de hotspot, met name in Brussel. Anderzijds is er een nieuwe coördinatie tussen justitie, de Dienst Vreemdelingenzaken en de politie om de overbevolking in de gevangenissen aan te pakken, met versterkingen van de DAB en de LPA voor overplaatsingen en uitzettingen van illegaal verblijvende gedetineerden.

Mijnheer Depoortere, de politie is een betrouwbare partner in de strijd tegen illegale migratie. De overbevolking in de gevangenissen weegt zwaar, maar de DAB en de LPA zijn actief betrokken bij het verwijderen van personen met een illegaal verblijf. De LPA zal worden versterkt.

We voorzien tevens in een versterking van Frontex. Sinds september zijn er acht extra begeleiders bij de LPA BruNat voor gedwongen uitzettingen bijgekomen.

Voor de cijfers van 2025 over gedetineerde criminelen met een onregelmatig verblijf en effectieve uitzettingen verwijs ik u naar de minister van Asiel en Migratie.

Permettez-moi de terminer par un petit chapitre international en évoquant en effet avec vous, et pour répondre à vos questions, la venue du procureur de la République de Marseille et le rôle des officiers de liaison dans la lutte contre le trafic de drogue.

Mevrouw De Vreese, mijnheer Depoortere, voor uw vragen over de samenwerking tussen Brussel en Marseille verwijs ik u naar de minister van Justitie. Ik juich de synergie tussen hun respectieve parketten uiteraard ten zeerste toe.

Je n'ai pas été sollicité par le procureur de la République pour une rencontre.

Wat de inspanningen tot overleg op het vlak van politie betreft, is in het verleden aangetoond dat de banden tussen Brussel en Marseille inzake drugshandel bekend en aanzienlijk zijn. Ik heb dat reeds besproken met mijn Franse collega Bruno Retailleau en zal dat blijven doen. Het zal u niet verbazen dat de diplomaat die ik altijd ben geweest, sterk gelooft in internationale samenwerking en in het wederzijds belang waarvoor buurlanden moeten instaan.

Wat de oproep betreft van procureur Bessone – overgenomen door mevrouw De Vreese – om de Belgische wetgeving te versterken, meen ik, in het licht van mijn eerdere tussenkomsten, te mogen stellen dat ik die oproep sinds het begin van mijn mandaat heb opgenomen en dat het mijn uitdrukkelijke bedoeling is de inspanningen in die richting voort te zetten.

Monsieur Dubois, vous m'avez interrogé sur les officiers de liaison et leur rôle. Je suis évidemment tout à fait disposé à vous communiquer des statistiques par écrit et en marge de ce débat. Je peux cependant déjà mentionner que la police belge est représentée auprès d'Europol, d'Interpol, du Maritime Analysis and Operations Centre à Lisbonne, et du National Targeting Center des douanes américaines en Virginie.

En concertation avec la Justice et les Affaires étrangères, nous tâchons de les placer là où l'on observe des départs de transport de drogue vers l'Europe. C'est pourquoi nous finalisons une décision pour ouvrir un poste à Panama.

Ces officiers de liaison bilatéraux de la police belge, qui sont nommés pour une période de six ans, ont trois missions principales: faciliter l'échange d'informations policières avec leur pays de travail dans tous les domaines pour lesquels la police belge est compétente; faciliter la coopération judiciaire avec leur pays de travail, notamment dans le cadre de l'exécution de demandes d'entraide judiciaire ou d'extradition et faire office de conseillers pour les postes diplomatiques belges dans leur pays de travail.

Les officiers de liaison de la police belge à l'étranger sont en contact étroit avec leurs homologues d'autres pays actifs sur place, avec lesquels ils échangent des expériences et, lorsque la situation le permet, des informations opérationnelles.

Mesdames et messieurs les députés, mon cap pour mieux sécuriser notre pays est clair: une action coordonnée, ferme et mesurée pour protéger nos citoyens, démanteler les réseaux criminels et restaurer durablement la tranquillité publique. Comme vous le constatez, nous agissons sur tous les fronts.

Le déploiement du plan "Grandes Villes" est déjà en cours. Soit dit en passant, rien n'empêche ici de faire appel à l'imagination.

Ik verwelkom alle suggesties voor een nieuwe naam voor het plan "Grandes Villes", of beter nog, een naam voor elke stad afzonderlijk.

Le déploiement du plan "Grandes Villes", déjà en cours; des renforts policiers ciblés; des protocoles actualisés police-défense pour des missions strictement définies; l'amélioration de la chaîne des éloignements avec DAB, LPA et Frontex; et réforme de l'architecture policière conduite dans la concertation, avec un financement modernisé, fondé sur des critères objectifs.

Sur le plan "Grandes Villes", je ne peux pas prendre trop de temps en plus. Je voudrais aussi signaler que l'intérêt de ce plan "Grandes Villes", et j'aurai l'occasion certainement de revenir vous en parler, est d'avoir un cadre qui soit non pas, comme je l'ai déjà dit, one-size-fits-all , mais un cadre commun pour les différentes villes du pays. L'objectif n'est pas que chaque ville ait son trophée et son plan. Cela doit répondre aux critères que nous définissons. La complétion de ces critères va nous permettre de voir où il faut mettre plus d'emphase.

J'ai entendu un certain nombre de bourgmestres dire qu'ils étaient assez preneurs pour des militaires en rue. C'est déjà une première étape. Il ne suffit pas de le demander pour l'avoir. Il faut qu'on voie en fonction des chiffres. C'est pour ça que nous avons besoin d'une image.

Het is belangrijk een goed beeld te hebben van de criminaliteit. We moeten dat samen met mijn diensten, justitie, de gouverneur en de burgemeesters in kaart brengen. Op basis daarvan kunnen we dan bepalen of we militairen moeten inzetten of niet, of er meer federale gerechtelijke politie nodig is, meer van dit, minder van dat, camera’s, enzovoort.

Nous prenons les réformes nécessaires, sans naïveté ni fatalisme – je l'ai dit –, et avec comme préoccupation le respect de l'État de droit. Je poursuivrai ce travail avec l'ensemble des niveaux de pouvoir et rendrai compte des progrès au Parlement. J'invite chacune et chacun à soutenir ces mesures pour adresser un message univoque: en Belgique, la loi s'applique partout et à tous. La sécurité des habitants est non négociable. Il n'y a pas de place chez nous pour le crime.

Je vous remercie.

Voorzitter:

Bedankt, mijnheer de minister, voor uw antwoord dat zeer uitgebreid, deskundig en to the point was.

Ik geef het woord aan het Parlement voor de replieken.

Ridouane Chahid:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses qui, évidemment, ne m'ont pas convaincu, vous vous en doutiez. Je voudrais revenir sur plusieurs points.

Par rapport à la fusion, vous dites qu'il s'agit d'une question de vocabulaire, etc. Vous n'avez pas, à mon avis, compris le message de mon camarade Jean Spinette ce matin. Nous avons effectivement un problème de vocabulaire, vous et moi, puisque quand nous demandons plus de policiers sur le terrain, vous, vous envoyez des militaires. Je constate donc qu'on ne se comprend pas. La police et l'armée n'ont pas vocation à faire la même chose, dans ce pays en tout cas. Peut-être est-ce le cas dans d'autres pays comme la France mais, en Belgique, chacun a son rôle. À titre personnel, cela me désole de voir un ministre de l'Intérieur qui, en décidant l'arrivée de l'armée sur le terrain, déforce la police et n'accorde pas à ces uniformes qui nous défendent chaque jour la valeur qui leur revient.

Je ne serai pas beaucoup plus long. Au sujet de la fusion, je voudrais simplement vous dire que lorsque ce texte viendra au Parlement, il faudra prendre beaucoup de temps, monsieur le ministre. Je vais en effet vous démontrer que votre texte est antidémocratique en attirant votre attention sur deux éléments.

Le premier concerne les conseils de police parce que, en les supprimant, la première chose que vous faites c'est supprimer la possibilité à la population, à l'opposition démocratiquement élue par elle, de pouvoir s'exprimer, parce que les conseils communaux n'ont plus cette possibilité-là. Ici, vous opérez un retour en arrière par rapport à la réforme du début des années 2000, la loi sur les zones de police et la nouvelle loi intégrée. Vous constaterez vous-même que, si on a créé des conseils de police et qu'on leur a donné des missions et des tâches, c'est justement pour que les conseils communaux n'aient plus ces missions-là. Il faudra alors que vous nous expliquiez comment s'exercera ce contrôle démocratique qui ne pourra plus se faire.

Deuxième élément très important, il y a, un principe fondamental à Bruxelles qui fait que cette Région est bilingue. Comment ferez-vous en sorte que la minorité linguistique de cette Région – à savoir les néerlandophones – puissent avoir une voix dans les institutions que vous allez créer, puisque, en fonction de ce que vous déposez aujourd'hui, elles n'auront plus leur mot à dire dans le fonctionnement de la future zone de police telle que vous la souhaitez?

Pour conclure, prenez tout votre temps, parce que je pense que vous en aurez besoin pour étudier le nombre d'amendements que nous allons déposer. Nous allons pouvoir vous démontrer que votre solution n'est en tout cas pas efficace pour l'objectif que vous visez, la sécurité des Bruxellois.

Éric Thiébaut:

Monsieur le ministre, je parle tout le temps d’argent. Comme vous le savez, l'argent est le nerf de la guerre. Je vous ai posé des questions par rapport aux dotations, mais vous ne m'avez pas vraiment répondu cette fois-ci. Donc, je vais être obligé de revenir avec ces questions-là. J'ai posé des questions assez précises. On est toujours au stade des bonnes intentions, comme depuis votre note de politique générale. Et vous êtes, je le sais, plein de bonne volonté. Mais à un moment donné, il n'y a rien à faire. Il va falloir que la note soit présentée au gouvernement. Et, visiblement, personne ne veut payer la note de votre politique, clairement. Sauf peut-être les communes, mais elles ont déjà beaucoup payé. Il va donc quand même falloir qu'au niveau de ce gouvernement Arizona, on donne aux zones de police les moyens nécessaires à la sécurité des citoyens.

Il va falloir aussi que vous m'entendiez par rapport à toute une série de mesures que vous pouvez quand même prendre pour aider les zones de police à établir leur budget de manière plus juste, avec une répartition des efforts équitable entre le niveau local et le niveau fédéral.

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de minister, ik dank u nogmaals voor uw uitgebreide antwoord en zeker voor de deelaspecten waarop u hebt geantwoord. Wat ik echter in globo mis, is de urgentie van dat alles. Wij kunnen er, zoals u zelf aangaf, niet omheen. Men moet van een andere planeet komen om de realiteit niet te zien. Die realiteit is heel ernstig. Ze is niet hopeloos maar zeker heel ernstig.

In dergelijke situaties moeten wij de moed hebben, ook de politieke moed, om vlugger te ageren. Ik geef u enkele voorbeelden van maatregelen waarop mijn partij, het Vlaams Belang, al jaren hamert.

Ten eerste, wij vragen een nationaal drugsbestrijdingsagentschap, met een drugsparket dat specifiek kan worden ingezet. De huidige regering heeft enkel een taskforce opgericht waarvan de resultaten nog moeten blijken. Het is mij niet duidelijk wat die taskforce in de praktijk precies doet.

Ten tweede, wij hebben reeds vóór de vorige legislatuur het idee en het voorstel gelanceerd om een drugsfonds op te richten. U hebt vandaag een uitvoerige technische uitleg gegeven waarom dat fonds er nog altijd niet is. Dat kan er bij mij werkelijk niet in. Als het mogelijk is om in het kader van de verkeersveiligheid een verkeersveiligheidsfonds op te richten dat al jaren operationeel is, dan kan ik niet begrijpen waarom het zo moeilijk is om een drugsfonds op poten te zetten. U hebt geen timing en er is geen urgentiegevoel.

Nochtans hadden wij gisteren de commissaris-generaal, de heer Snoeck, op een hoorzitting in onze commissie. Ook de nationale drugscommissaris heeft het reeds laten weten. Zij zijn allebei heel grote voorstanders van de urgente oprichting van een dergelijk drugsfonds. Daarbij aansluitend, heeft de commissaris-generaal gisteren een strategisch plan uiteengezet. Dat betreft echter slechts het eerste deel, namelijk de taken die zij nu kunnen uitvoeren binnen het huidige kader en met de bestaande middelen.

Het belangrijkste deel moet nog komen, zoals de heer Thiébaut terecht heeft opgemerkt. Dat zijn de bijkomende middelen die kunnen worden geïnvesteerd in onze politiediensten. Ook de manier waarop de nieuwe structuren op het getouw zullen worden gezet, is cruciaal. Ook op dat vlak stel ik te weinig urgentie vast.

U hebt er zelf naar verwezen, deze week werden 500 agenten ingezet in Brussel voor een actie tegen drugshandel en georganiseerde misdaad aan het Noordstation, aan het Zuidstation en in de Peterboswijk. In wezen was dat echter een symbolische actie. Dat werd ook op die manier uitgelegd door de korpschef, de heer De Landsheer, op de openbare omroep. Misschien volgt u het niet helemaal, maar op onze openbare omroep, de VRT, verklaarde de korpschef dat de actie vooral bedoeld was om een signaal te sturen naar de burgers.

Zo staat het ook in De Standaard . Wat is dan eigenlijk het resultaat? In dezelfde uitzending zei de reporter van de VRT ter plaatse dat de drugsdealers er meteen na de actie opnieuw stonden en dat er op het terrein weinig tot niets was veranderd.

Ten tweede gaat u wat licht voorbij aan het feit dat 40 % van de gevangenen in ons land niet de Belgische nationaliteit hebben. Ik hoor geen cijfers van u, want u verwijst mij naar uw collega, de minister van Asiel en Migratie. Het blijft echter wel een feit dat 40 % van de gevangenen niet de Belgische nationaliteit heeft en dat wij kampen met overbevolking in de gevangenissen, waardoor er voor criminelen geen plaats meer is. Zo blijven onze politieagenten dweilen met de kraan open, hoewel zij hun werk zeer goed doen. U hebt dat namelijk terecht benadrukt: onze politieagenten doen hun werk goed. Als zij echter keer op keer zien dat criminelen vrijuit gaan omdat er geen plaats is in de gevangenissen, dan zitten we met een zeer groot probleem.

Ik heb u ook meerdere keren horen zeggen dat u achter de rechtsstaat staat. Het ondermijnen van de rechtsstaat betekent echter precies dat men criminelen niet de straf geeft die ze verdienen. Ik hoop, mijnheer de minister – en ik besef dat dit niet allemaal binnen uw bevoegdheden valt – dat u ook beseft dat de regering een en ondeelbaar is. Deze regering zou het anders en vooral beter doen dan de vorige regering. Ik zie de resultaten op het terrein echter nauwelijks. Voor ons is het wel duidelijk: we moeten onze politiediensten versterken, criminelen effectief opsluiten en vooral die criminele vreemdelingen ons land uitzetten.

Ook het idee om het leger in te zetten binnen de politiediensten blijft omgeven door een waas van onduidelijkheid. U herhaalt wat u in het verleden al zei, namelijk dat u mikt op gemengde patrouilles en dat het absoluut niet de bedoeling is dat militairen politietaken overnemen. Ik hoor echter een minister van Defensie die andere dingen beweert. Ik hoop dat we daarover vroeg of laat toch duidelijkheid krijgen. Het moet namelijk duidelijk zijn. De burger verwacht geen politieke discussie over militairen tegenover politie en omgekeerd, de burger verwacht dat er actie wordt ondernomen op het terrein. Ik hou niet zo van die semantische discussies over wie wat moet doen. Ik geloof wel dat onze politiediensten voldoende moeten worden versterkt en uitgerust om recht en orde in onze samenleving te herstellen.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.

U hebt een interessante uitspraak gedaan met betrekking tot mijn eerste vraag over de politiezones. U zei dat u gerust uw voorstel wilt amenderen en dat het meer dan cosmetica zal zijn. Ik denk dat dit een heel duidelijk signaal is dat u bereid bent om tot een onderhandelde oplossing te komen, een oplossing die gedragen kan worden. Dat is ook de manier waarop ik u als minister ken. Ik hoop dat u dat inderdaad zult waarmaken. The proof of the pudding is in the eating , uiteraard, maar au fond ben ik voorstander van de fusie, dus daarin kunnen we elkaar vinden.

Twee aandachtspunten voor ons zijn de nabijheid van de politie enerzijds en het democratisch gehalte anderzijds. U verwijst naar de gemeenteraad, waar alle vragen kunnen worden gesteld. Dat klinkt logisch. Vandaag kan ik als oppositieraadslid in de politieraad rechtstreeks vragen aan de korpschef stellen, maar ik kan me niet voorstellen dat de korpschef aanwezig zal zijn bij alle vergaderingen van de gemeenteraad om dergelijke vragen te beantwoorden. Er blijft dus een zekere gap tussen wat er vandaag mogelijk is in de politieraad en wat binnenkort in de gemeenteraden zal kunnen. Dat is een belangrijk aandachtspunt.

Een tweede aandachtspunt gaat over de gegarandeerde plaats van de Nederlandstaligen in de instellingen die op Brussels niveau zullen worden gecreëerd. Ik ga ervan uit dat de collega’s van N-VA u hierop zullen attenderen. Er moeten garanties zijn. Op dit moment zie of hoor ik die garanties niet.

Op het vlak van het democratisch gehalte ligt er dus nog een uitdaging om daadwerkelijk tot iets te komen wat ook goed functioneert.

Het tweede element van mijn vraag ging over de inzet van militairen op straat. Het wordt voor mij steeds onduidelijker.

Hoe meer vragen we aan ministers stellen, hoe meer verschillende variaties of antwoorden we krijgen. U zei, maar misschien is mijn Frans niet goed genoeg of ligt het aan de vertaling, dat het alleen over Brussel gaat, om het dan vervolgens over andere steden te hebben. Is het de bedoeling dat de militairen uitsluitend in Brussel worden ingezet of ook elders? Ik weet het nog niet. Dat is belangrijk om uit te klaren.

U zei dat het niet de bedoeling is dat de militairen louter statische opdrachten uitvoeren, maar ik hoor niet of ze in gemengde teams zullen werken en met welk mandaat. Ik vind dat u geen duidelijk antwoord geeft en dat de elementen van antwoord die u geeft bovendien niet altijd in lijn liggen met wat uw collega-ministers zeggen. Daardoor blijft er een zekere onduidelijkheid bestaan.

Tot slot verwijst u zelf ook naar het groeiend aantal mensen zonder papieren dat in Brussel ronddoolt. Dat is een gevolg van het beleid van uw collega, de minister van miserie, mevrouw Van Bossuyt. Het is een bewuste keuze van deze regering om steeds meer mensen de straat op te duwen.

Daar wordt altijd aan gekoppeld dat men de mensen zonder recht op verblijf gaat terugsturen. U weet echter net zo goed als ik dat dit gewoon niet gebeurt. Er vertrekken nauwelijks mensen uit onze gevangenissen terug naar het buitenland. Er vertrekken nauwelijks mensen die uitgeprocedeerd zijn in de asiel- en migratieprocedure. Er gaan nauwelijks mensen terug. Al die mensen krijgen dan misschien geen opvang meer.

Inderdaad, mevrouw Van Bossuyt kan dan haar statistieken opkuisen, maar die opgekuiste statistieken leiden ertoe dat steeds meer mensen doelloos, zonder middelen en zonder ondersteuning rondlopen in Brussel – vooral in Brussel, maar ook in andere steden. Zij vormen daar een reservoir voor criminele bendes en zijn heel gemakkelijk te rekruteren.

Ik denk dat u uw minister van Asiel en Migratie echt diep in de ogen moet kijken. U bent daar namelijk een joekel van een probleem aan het creëren, eerder dan het op te lossen.

Xavier Dubois:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.

Je tiens à saluer les éléments que vous avez mis en avant, comme les renforts que vous avez obtenus rapidement, les 31 agents de la police judiciaire, plus les 40 qui arriveront en novembre. Cela fait 70 agents en plus, ce qui est déjà une belle avancée, même si ce n'est pas suffisant. Il y a aussi la task force , dont vous avez précisé qu'elle était en place et qu'elle allait produire des résultats, ce que nous espérons aussi. Et puis le plan stratégique de la police fédérale, dont nous avons eu l'occasion de discuter hier. Je pense que c'est une première qu'il faut saluer.

Vous avez d'abord affirmé que l'armée n'était pas la solution, ni la fusion des communes.

Bernard Quintin:

Vous avez dit la fusion des communes.

Xavier Dubois:

Ah oui, la fusion des communes, c'est une autre phase, qui viendra plus tard.

Vous avez dit que la fusion des zones de police n'était pas la solution, et je partage bien entendu cet avis. Vous vous posez la question de quelle est la solution. C'est en fait de mettre en œuvre les mesures de l'accord de l'Arizona. Il y en a 20. J'insiste bien pour que toutes ces mesures soient mises en œuvre.

Je rappelle que ces mesures ont été décidées par les négociateurs, parmi lesquels figurait le bourgmestre d'Anvers, qui a une bonne compréhension de la réalité et de la question du trafic de drogue. Dans ce cadre-là, il y a de nouveaux plans. Il y avait aussi le Stroomplan, dont on ne parle plus, de la Vivaldi. Qu'en est-il? Est-ce qu'il existe encore? Est-ce qu'il produit encore ses effets? Quel lien peut-on faire entre cet ancien plan et d'autres actions que vous mettez en œuvre? J'ai cru comprendre dans votre réponse que le plan "Grandes villes" répondait partiellement ou était le successeur partiel du Plan Canal. Il faut aussi le prendre en considération.

Concernant le financement des zones de police, vous avez évoqué les incitants à la fusion. Mais, au-delà des incitants à la fusion, il y a le financement général, qui doit être juste et équitable. Et donc, à côté de cela, il y a la réforme de la norme KUL, dont vous avez dit que cela avançait, qu'il y avait effectivement beaucoup de travail qui avait été réalisé et qu'un marché avait été attribué à l'ULB, si j'ai bien compris. Cela veut dire que les modalités et les paramètres ont été définis.

J'espère que nous pourrons avoir très vite des informations sur ces paramètres, puisque l'université va les tester pour savoir quel en sera l'impact sur les zones et sur les types de zones. Cet après-midi, si j'ai bien compris, il y aura une présentation de cette réforme à la Conférence des bourgmestres. Je suppose qu'on aura la réponse très rapidement.

Sur le Fonds drogue, les services avancent, et la commissaire nationale aux drogues également, c'est une bonne chose. Cependant, cela fait des mois qu'on en parle et on n'a toujours pas d'idée concrète des moyens que ce fonds pourrait véritablement mobiliser. Il est vraiment nécessaire que l'on puisse avoir ces informations. Les travaux budgétaires étant en cours, il est absolument nécessaire de définir quelles seront les recettes et les sources de ce fonds et quels vont en être les moyens. Où devra-t-on mettre les effectifs pour assurer le financement le plus important possible de ce fonds, pour qu'on puisse lutter de manière très efficace contre cette problématique?

Vous m'avez répondu sur la question des agents de liaison. Il s'agit effectivement d'un outil à développer davantage et nous reviendrons, comme vous l'avez proposé, avec le détail écrit par rapport à nos questions.

Pour conclure, je n'ai pas eu beaucoup de réponses sur les actions que vous entreprenez en faveur des zones rurales. Je répète qu'il est indispensable de ne pas négliger les zones rurales parce qu'au-delà de ce que ces communes vivent au quotidien, ces zones sont choisies par certains trafiquants pour se réfugier afin de disparaître des radars. Dès lors, je pense qu'il est important que les zones de police rurales disposent des moyens pour pouvoir recenser ces risques et poursuivre ces narcotrafiquants avec davantage de moyens. Merci d'avance pour vos réponses complémentaires, monsieur le ministre.

Rajae Maouane:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.

Malgré votre bonne volonté, dont je ne doute pas, les solutions que propose aujourd'hui le gouvernement sont des réponses au mieux naïves, au pire autoritaires, et qui ressemblent davantage à une fausse réponse rassurante qu'à une vraie politique de sécurité, puisque l'armée n'est ni formée, ni payée, ni même demandée par les grandes villes pour remplir les missions qu'on veut lui faire remplir. Et au lieu de s'attaquer à la source du narcotrafic et aux raisons pour lesquelles des milliers de personnes se retrouvent en situation de consommation régulière, on préfère déployer des militaires dans les quartiers les plus précarisés, même si, soyons de bons comptes, vous dites que ce n'est pas la solution, et je pense aussi que cela ne fait pas partie de la solution tout court.

Du reste, je ne suis pas sûre que les Bruxelloises et les Bruxellois se sentent davantage en sécurité au milieu de militaires avec des armes lourdes et des uniformes de camouflage. Je ne suis pas sûre que poster des militaires en rue soit le meilleur moyen de rassurer la population. Les trafiquants, quant à eux, ils iront tout simplement ailleurs, nous connaissons leurs méthodes. D'ailleurs, ils n'hésitent pas à menacer nos institutions. Pendant ce temps, ce sont la Justice, les services sociaux et la Santé qui sont privés de moyens dont ils ont cruellement besoin pour démanteler ces réseaux.

Sur la fusion des zones de police, monsieur le ministre, les principales questions qui se posent portent sur l'efficacité. En effet, en tant qu'écologistes, nous sommes ouverts à tout ce qui pourrait être encore plus efficace, encore plus proche du citoyen, encore plus lisible, mais la méthode compte aussi. On ne peut pas imposer une réforme sans concertation, sans études solides qui prouvent sa nécessité et sans des garanties claires de refinancement. Les bourgmestres l'ont dit et ce sont aussi des spécialistes et il faut pouvoir les écouter.

Ce qu'il faut, c'est aussi davantage de moyens structurels, une police de proximité et une police judiciaire qui travaille sur le long terme et pas un bricolage précipité qui affaiblit le contrôle démocratique et qui éloignerait encore plus la police des citoyens et des citoyennes. Comme l'ont dit les collègues, n'hésitez pas à prendre le temps de bien construire cette réforme essentielle.

La réalité aujourd'hui, monsieur le ministre, est que le gouvernement dont vous faites partie fragilise les vrais piliers de la sécurité que sont la Justice, la police de proximité, la prévention et la cohésion sociale. On ne protège pas une société en détruisant ce qui la tient debout. Nous attendons donc la suite avec impatience.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, het risico bij een hutsepot van samengevoegde vragen is dat er op een aantal vragen geen antwoord komt. Mijn vragen over de problematiek in Oostende en aan de kust werden in één zin beantwoord. Ik zal deze nog eens schriftelijk indienen om een antwoord te krijgen. Deze problematiek leeft immers sterk in West-Vlaanderen. Deze specifieke problematiek duikt immers elke zomer weer op en is veel breder is dan louter de druggerelateerde criminaliteit. Het gaat ook over de manier waarop de politionele capaciteit wordt ingezet.

In het regeerakkoord werd met betrekking tot de aanpak van georganiseerde criminaliteit duidelijk de urgentie ingeschreven om grote hervormingen door te voeren, zowel bij Binnenlandse Zaken als bij Justitie. U bent zich er duidelijk van bewust dat er zeer veel werk op de plank ligt. U hebt met de mensen op het terrein gesproken, in de eerste plaats in Brussel. U zou ook nog ter plaatse gaan in West-Vlaanderen, hoor ik.

U hebt onmiddellijk werk gemaakt van de fusie van de politiezones door een plan op tafel te leggen en met alle burgemeesters te gaan spreken. U moet deze zeer moeilijke opdracht tot een goed einde brengen door op een bepaald moment knopen door te hakken en door te duwen. Dat geldt eveneens voor de beoogde hervorming van de federale politie. Gisteren kwam de commissaris-generaal met zijn strategisch plan. Aan het einde van deze week zal hij u ook zijn plan rond de hervormingen bezorgen. Het is belangrijk dat er politieke keuzes worden gemaakt, omdat de urgentie voor de hervorming van de federale politie ook zeer groot is.

De discussie over militairen op straat zou een semantische discussie zijn. Collega’s, dat is natuurlijk veel meer dan een semantische discussie. Men zet immers niet zomaar militairen op straat. Dat moet zeer weloverwogen gebeuren, binnen een tijdelijk kader en met een duidelijke analyse. Ik ben blij dat u dat ook zegt, minister, dat er een duidelijke analyse moet aan voorafgaan om te bepalen wie we waar en hoe zullen inzetten. Dat is volgens mij ook de correcte manier. De minister van Defensie geeft ook aan samen en weldoordacht een plan uit te werken, waaraan mogelijk een aantal discussies voorafgaan. Dat is normaal en we moeten daar gewoon uit raken. We vormen dan ook één front in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit.

Tot slot wil ik nog kort iets zeggen over het Grootstedenplan, dat het Kanaalplan vervangt. Ik ben ervan overtuigd dat elke grote stad een plan moet hebben voor de aanpak van drugscriminaliteit. Elke grote stad wordt immers op de een of andere manier geconfronteerd met drugscriminaliteit en georganiseerde criminaliteit. Elke stad moet dus zo’n plan hebben.

Toch wil ik een kleine waarschuwing meegeven: het is belangrijk voldoende te focussen op de plaatsen waar de problemen het grootst zijn. Dat was precies de sterkte van het Kanaalplan: de focus leggen op de gebieden waar de problemen het meest prangend waren en die zeer gericht aanpakken.

Dat was ook de vraag in het regeerakkoord: het Kanaalplan verder uitwerken. Ik zal mijn collega Jeroen Bergers specifiek laten spreken over de Vlaamse Rand, want hij kent de situatie daar veel beter dan ik. Onze vraag blijft echter dezelfde: verlies die focus niet op de plaatsen waar de problemen het grootst en het meest prangend zijn. Leg ons een plan voor waarin duidelijk wordt aangegeven op welke manier u het Kanaalplan zult vervangen. Bedankt, mijnheer de minister.

Franky Demon:

Mijnheer de minister, ik ben vannacht uit Moldavië van de verkiezingswaarnemingen teruggekeerd. De Veiligheid van de Staat had mij verwittigd om op mijn gsm en andere zaken te letten. Ik heb daar waarnemingen en vergaderingen gedaan. Soms voelde ik mij daar veiliger dan wanneer ik in Brussel van het station naar hier kwam. Ik denk dat u echt onze steun krijgt als u zegt dat u doorgaat met één politiezone. Ik geef u ook gelijk als u zegt dat u niet dé oplossing in uw mouw hebt zitten. Het zal een en-en-en-enverhaal worden.

Ik wil ook waarschuwen voor symbolische acties. Ik heb dit zelfs tegen partijgenoten gezegd. Door 500 agenten naar Peterbos te sturen of agenten tijdelijk te verplaatsen, scoort u in de media. Dat geeft waarschijnlijk ook een goed gevoel voor de bewoners. Ik denk echter dat we vooral nood hebben aan structurele oplossingen en dat we daarop nog krachtiger moeten inzetten.

Voor het Kanaalplan en het Grootstedenplan krijgt u mijn steun, maar ik heb wel vragen over de steden. Ik begrijp dat er bepaalde namen worden genoemd, omdat er recente schietincidenten waren. Daarvoor hebt u mijn steun. Ik vraag mij echter af waar Roeselare hierin staat. U zult dat toch eens moeten bekijken. Ik geloof niet dat u dat communautair hebt bekeken, maar ik geloof wel dat er aanpassingen mogelijk zijn.

Velen hier, ook u, ook mevrouw De Vreese, hebben het over Justitie. Ik geloof dat de vraag van onze minister van Justitie om extra budget door u moet worden ondersteund. Als u samen met de minister van Justitie een goede tandem kunt vormen om extra middelen in te zetten, zullen we volgens mij vooruitgang boeken.

Brent Meuleman:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, onze binnenlandse veiligheidsarchitectuur moet hervormd worden, daarover zijn we het roerend eens. Brussel wordt daarbij een van de grootste werven, dat is ook wel duidelijk geworden. Laten we echter niet vergeten dat ook op andere plaatsen in ons land en in Vlaanderen heel grote veiligheidsuitdagingen op tafel liggen. Het zijn uitdagingen waarvoor vaak uitsluitend naar de lokale besturen en de lokale politiezones wordt gekeken. Zonder een transparant en vooral toereikend financieringsmodel zullen vele goede plannen dode letter blijven.

Ik zal uw beleidsinitiatieven dan ook met grote belangstelling opvolgen, constructief waar mogelijk, maar kritisch wanneer nodig. Veiligheid is de eerste zorg van een sterke overheid en blijft daarom voor mijn partij, voor Vooruit, een topprioriteit.

Voorzitter:

Mijnheer Meuleman, u toont hoe men in weinig woorden toch een duidelijke boodschap kan brengen.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, helaas heb ik op een van mijn twee vragen geen antwoord gekregen. Ik vond zelf ook dat mijn vraag niet volledig in dit debat thuishoorde, dus ik neem het niet persoonlijk. Ik zal bekijken op welke manier ik die vraag opnieuw kan indienen. Eventueel kan ze gekoppeld worden aan een vraag van collega Chahid, die nog op de agenda staat. Ik vermoed dat we die vandaag toch niet zullen verwerken.

Over het Kanaalplan of het Grootstedenplan is al uitvoerig gesproken. Ik treed – niet geheel toevallig – mijn collega De Vreese bij. Het is belangrijk dat we vertrekken vanuit de essentie van het regeerakkoord, dat heel duidelijk stelt dat het Kanaalplan – als u er een andere naam aan wilt geven, is dat geen probleem – versterkt zal worden in Brussel en de Vlaamse Rand, waar het al in werking was, aangezien we merken dat de criminaliteit daar één geheel vormt. Voorbije zomer werd in Vilvoorde een Brusselse drugsbaas opgepakt, met rellen aan het station tot gevolg. Verschillende politieagenten werden daarbij werkonbekwaam geslagen. Het is dus echt belangrijk dat de problemen van Brussel en het wanbeleid dat daar is gevoerd, zich niet zomaar kunnen verplaatsen naar de Vlaamse Rand. In die strijd zullen wij u steunen, want het is belangrijk dat er aandacht blijft voor de gehele problematiek, zoals opgenomen in het regeerakkoord.

Ik heb u enkele steden horen noemen en vraag me af welke criteria zijn gehanteerd om die steden te selecteren. Het is echter belangrijk te beginnen met de essentie van het regeerakkoord.

Als u een andere naam voor het Kanaalplan wilt, kan ik een naam suggereren die mij geruststelt dat er genoeg aandacht zal zijn voor de Vlaamse Rand. Het is een beetje humoristisch, maar Randgevallenplan is misschien een optie, zodat er zeker aandacht is voor die regio.

Catherine Delcourt:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses et surtout pour vos actions et votre présence sur le terrain lors de l'opération coup de poing, où vous étiez aux côtés des 500 policiers. Cela démontre la volonté de l'État de reprendre pied dans nos quartiers et de rendre la rue aux citoyens. C'est une démonstration de fermeté et un signal fort pour les habitants qui voient que vous ne les abandonnez pas.

Une police de proximité, présente et visible, c'est évidemment ce qu'il nous faut. Pour cela, il faut dégager de la capacité et vous vous y employez de différentes manières: fusion des zones de police, mobilisation des militaires. Environ 70 % de la population est favorable à la présence des militaires en rue et estime que cela renforcera leur sentiment de sécurité.

Il faut donner aux policiers les moyens d'agir. Vous renforcez leurs effectifs, en soutenant leur travail de terrain, et c'est comme cela qu'on pourra restaurer durablement la confiance et la sécurité dans nos villes. Mais la lutte contre le crime organisé et le trafic de drogue ne s'arrête pas là, elle doit être globale, transversale. Il faut que la justice soit impliquée, les finances, la santé publique, la politique sociale.

La rencontre et les échanges entre le procureur du Roi de Bruxelles et le procureur de la République de Marseille constituent un bon signal. Cela montre que la justice est un maillon essentiel de la chaîne. Nous devons nous inspirer du modèle français pour certains aspects de lutte contre le trafic de drogue et le crime organisé. Vous pourrez, monsieur le ministre, donner tous les moyens nécessaires à la police locale et à la police fédérale, si la justice ne fait pas son travail derrière, on se sentira toujours en insécurité en faisant le trajet entre la gare et le Parlement.

Je continuerai à suivre avec attention ce plan "Grandes Villes" et son implémentation, pour que vous veilliez à ce que ce soit un outil fort au service de la sécurité de tous.

Voorzitter:

Monsieur le ministre, vous souhaitez intervenir? Vous donnerez ainsi l'occasion aux parlementaires de répliquer une nouvelle fois, puisque le dernier mot revient au Parlement.

Bernard Quintin:

J'ai dit plusieurs fois que j'étais très respectueux de l' É tat de droit. Et je ne suis pas complètement fou!

Je tenais à revenir sur quelque chose d'important. En effet, il y a beaucoup d'éléments.

Ik heb het in mijn antwoord niet in detail gehad over Oostende en de kustregio, maar mijn invalshoek is het Grootstedenplan.

Ce plan "Grandes Villes" répond à une nécessité. Je peux me limiter à la lettre de l'accord de gouvernement et simplement travailler à un nouveau Plan Canal, m'arrêter, c'est très bien, j'ai une médaille, j'ai fait ce que je devais faire.

La situation à Anvers est compliquée, il y a le Stroomplan qui n'est pas dirigé de la même manière, ça aussi c'est un élément à prendre en compte. Il faut se mettre à la place du ministre de l'Intérieur! Si chaque ville commence à faire son plan avec ses propres critères et sa gestion, ça complique singulièrement le tableau. Chaque ville adressant, bien sûr, ses demandes au ministre: "J'ai besoin de la FERES, j'ai besoin du CIK, j'ai besoin..." Donc je pense qu'un peu d'ordre et de systématisme est une bonne chose.

J'ai oublié de répondre en effet sur la proximité. C'est précisément pour cela qu'on a besoin d'acquérir une vision fine de la criminalité. Ce n'est pas juste pour le plaisir de dire que chaque ville doit avoir son plan, il y a une image de la criminalité. C'est pas un plan Bruxelles, c'est un plan Bruxelles en omstreken . Ce n'est pas un plan Liège. Parler de Liège sans parler de Bierset, ça n'a aucun sens, de la même manière que ça n'a aucun sens de parler de Charleroi sans parler de l'aéroport de Charleroi. Et par maillage, cela permet également de travailler sur les villes moyennes et sur les campagnes, qui ont leurs propres spécificités. Mais je ne vais pas envoyer l'armée à Silly, pour prendre un joli village du Hainaut que je connais peut-être un peu plus que d'autres.

Je voudrais revenir sur deux points, surtout à part sur le plan grande ville. Monsieur Chahid vous l'avez dit, et franchement ça m'attriste un peu, parce que je l'ai répété, faire appel à l'armée de manière ponctuelle, limitée, dans le scope et dans le temps, je pense que c'est une nécessité. Ce n'est en aucun cas un désaveu du travail de la police. Je ne peux pas laisser dire sans réagir qu'en faisant ça, je désavoue le travail de la police. Je suis tous les jours avec la police. C'est comme si vous me disiez qu'en envoyant les renforts de la police fédérale, je désavoue la police locale. Non, on a besoin de toutes les forces vives de la nation pour tenter de résoudre ça. Est-ce que c'est une bonne idée? Je le pense. Vous pouvez évidemment penser le contraire. C'est votre droit le plus strict.

Deuxièmement, madame Maouane, vous avez dit que les villes ne le demandent pas. Moi, j'ai quand même entendu les bourgmestres de Charleroi et Liège – dont on ne peut pas soupçonner qu'ils soient sur la même longueur d'onde politique que votre serviteur – dire que pourquoi pas, que c'est peut-être une bonne idée, que ça peut servir.

We moeten alles in het werk stellen om de situatie te verbeteren.

Je pense avoir démontré que je travaille sur tous les chantiers en même temps, mais la journée n'a que vingt-quatre heures. Et je ne parle pas seulement de la journée du ministre, mais aussi de celle des administrations qui doivent traduire en textes de loi toutes nos idées politiques. Tout cela prend du temps.

Enfin, sans pouvoir répondre à toutes vos questions, je voudrais revenir sur les Full Integrated Police Actions (FIPA) comme celle que nous avons menée lundi. Il n'agit pas d'une opération de pure optique, visant à satisfaire l'égo qui serait éventuellement blessé, malade ou démesuré de Bernard Quintin, ministre de l'Intérieur. Je vous assure que j'ai passé l'âge! Je n'en ai pas besoin. Il est intéressant de le faire pour les actions en elles-mêmes. Je puis vous dire que nous avons assisté à plusieurs opérations policières qui ne se sont pas déroulées devant les caméras et qui étaient d'une grande fermeté et nécessité pour lutter contre différents trafics et autres faits criminels.

En tout cas, j'assume totalement le message politique. Enfin, nous sommes ici à la Chambre, où nous faisons de la politique! J'assume le message politique auprès de la population, qui le demande. Je suis allé place Bonnevie, place Clemenceau et place Bethléem – c'est certainement un peu plus que ce que font certains, qui auraient dû y aller aussi. Et je ne vise personne ici en particulier. C'est ce que demande la population. Nous étions du côté de la Porte de Hal. Une dame m'a fait signe de son balcon et m'a dit: "Je ne peux pas parler maintenant." Les réseaux sociaux fonctionnent, puisqu'elle a trouvé le numéro de téléphone d'un de mes collaborateurs pour nous remercier de l'action menée. Elle nous a dit: "C'est très bien. Nous en avons besoin. Depuis les dernières années, nous devons bien constater que la situation s'est dégradée." Pour être de bon compte, car je suis honnête, nous n'avons pas reçu que ce message. D'autres personnes étaient mécontentes de notre présence. Je ne parle pas de trafiquants, mais de gens qui nous ont dit: "Très bien, vous êtes là en nombre, mais quel message voulez-vous envoyer?" Donc, je fais vraiment la part des choses. En tout cas, je maintiendrai ces opérations.

J'ai parlé des FIPA. D'autres opérations doivent être menées quotidiennement telles que la Very Irritating Police. Je constate que les trois bourgmestres de la zone Midi ont supprimé les Brigades Koban, Uneus et autres qui s'en chargeaient. Désolé, ce n'est pas ma décision. Elle a été prise par les autorités locales. Pour moi, c'était une mauvaise décision. En tout cas, elle n'a pas contribué à améliorer la situation, puisque celle-ci s'est dégradée ces dernières années. Ce n'est pas moi qui le dis. Ce sont l'image et les chiffres de la criminalité.

Donc, je veux bien, rien n'est jamais bon, rien n'est jamais suffisant. Mais enfin, en attendant, moi je mets des choses sur la table et surtout je mets des choses sur le terrain plutôt que de les retirer et je pense que c'est ça qui est important à faire et je pense que c'est ça que nos concitoyens nous demandent.

Mais je vais continuer à travailler, je vais continuer à parler avec tout le monde. J'ai bien entendu un certain nombre de reproches; j'aurais dû appeler l'un ou l'autre bourgmestre. Je rappelle que les zones de police locales sont encore toujours sous l'autorité d'un président de la zone qui n'est pas le ministre de l'Intérieur, mais un bourgmestre qui peut prendre son téléphone pour prévenir ses collègues.

Donc, je pense être en général assez calme et serein et prendre les critiques, mais à un moment, il faut quand même que chacun prenne ses responsabilités aussi. Moi, je prends les miennes, j'écoute, je concerte, j'essaie de voir.

Ik ga akkoord met de heer Demon wanneer hij zegt dat we moeten samenwerken. De ministers van Binnenlandse Zaken, Justitie, Asiel en Migratie en Volksgezondheid, de ministers van de gemeenschappen en de gewesten, de burgemeesters en de gemeentelijke overheden zijn allemaal partners wat betreft de veiligheid van onze medeburgers.

Onze medeburgers, ils s'en fichent de savoir qui est responsable à quel niveau. Ce qu'ils veulent, à l'instar des parlementaires qui veulent pouvoir venir de la gare centrale au parlement en toute tranquillité, c'est sortir de chez eux, prendre le métro à Clémenceau et ne pas devoir envoyer leurs enfants avec des taxis dans leurs écoles. Je trouve ça absolument terrible et j'y travaille.

Je ne vais pas revenir sur les conseils de police. J'aurai l'occasion d'y revenir.

Over de politieraad zullen we het hebben als we de wijziging van de LPI bespreken.

Voorzitter:

Het Parlement heeft het laatste woord.

Ridouane Chahid:

Monsieur le président, ce sera très court. J’aimerais rappeler tout d'abord que si les bourgmestres de Mons, Charleroi et Liège se sont exprimés par rapport aux militaires, ils l'ont fait de manière très claire en disant que si c'était pour garder des bâtiments publics importants, pourquoi pas? Pour le reste, pas.

Mais il y a un élément très important dans la réponse du ministre, quand il dit qu’il veut apporter une réponse concernant les militaires dans la rue, de quand parle-t-il: demain, après-demain, dans un mois? Mais le ministre de la Défense dit lui-même que ce ne sera pas avant avril 2026. Ce n'est pas moi qui le dis.

Pire, il dit que ce sera probablement les jeunes à qui on envoie des lettres aujourd'hui qu'on va mettre en uniforme et qu'on va envoyer dans la rue. Donc, il ne s’agira même pas de personnes formées. Ce sont des propos tenus par le ministre Francken. Il suffit d'aller lire le compte rendu de la commission. C'est écrit noir sur blanc.

Pour le reste, par rapport aux brigades de proximité, je vous invite, monsieur le ministre, vous et vos collaborateurs, à aller relire le compte rendu qui a été fait ici en commission puisque les trois bourgmestres sont venus. Ils ont exposé qu'il n'y avait pas de suppression, mais de réorganisation de la brigade de proximité. Cela vous apprendra peut-être quelque chose. Et enfin oui, monsieur le ministre, en appelant à la présence des militaires dans la rue, vous donnez un mauvais signal aux corps de police. Vous leur dites, en réalité, qu'ils ne sont pas en mesure de répondre à vos ambitions, aux craintes et aux sentiments qu'a la population en matière de sécurité. Le problème est là. On ne donne pas un signal à celles et à ceux qui veulent s'engager dans la police demain.

Vous avez vous-même dit ici avant les vacances que l’un de vos problèmes était de réfléchir à l'attractivité de la fonction de la police. Est-ce que vous croyez qu'en envoyant les militaires dans la rue, vous allez aboutir à cette attractivité de la fonction de la police? Je ne crois pas.

(…) : (…)

Voorzitter:

Mijnheer Bergers, ik ga het debat hier afsluiten. Het is de bedoeling dat we hier in debat gaan met de minister en niet dat we elkaar onderling verwijten naar het hoofd slingeren. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.16 uur. La réunion publique de commission est levée à 15 h 16.

SFPIM en het Defensiefonds
Het Defensiefonds
Defensiefinanciering en SFPIM

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Meyrem Almaci kritiseert het ontbreken van transparantie en concrete antwoorden over het nieuwe Defensiefonds (SFPIM Defence), dat als investeringsvehikel is opgericht maar niet NAVO-conform zal zijn in deze legislatuur, met beperkte defensie-investeringen (max. 3,5% van de 5%-norm). Minister Jambon bevestigt dat het fonds complementair met PMV zal werken, geen privésturing krijgt op strategische beslissingen, en eind 2024 operationeel moet zijn—hoewel het koninklijk besluit nog ontbreekt en financiering (via FPIM-verkopingen) onduidelijk blijft. Almaci eist democratisch debat over ethische en strategische risico’s, terwijl Daerden vreest voor voorkeur buitenlandse investeringen ten nadele van Belgische defensiebedrijven. Vertraging en gebrek aan parlementaire controle domineren de discussie.

Voorzitter:

De heer Daerden is momenteel niet aanwezig.

Meyrem Almaci:

Mijnheer de voorzitter, ik heb geen idee waar de heer Daerden is, maar ik wil de vraag gerust stellen als hij aanwezig is.

Voorzitter:

Mevrouw Almaci, we hebben een heel drukke agenda, ik houd mij aan de agenda.

Meyrem Almaci:

Mijnheer de voorzitter, ik wil gewoon collegiaal zijn, maar ik zal mijn vraag stellen.

Mijnheer de minister, ik heb verschillende vragen gesteld naar aanleiding van uw beleidsplan en beleidsnota's over het Defensiefonds, waar ik tot dan toe geen enkel antwoord op had gekregen. Daarom heb ik het begin juli opnieuw geprobeerd, wetende dat er op 4 juni al overleg had plaatsgevonden tussen de federale en de Vlaamse regering. Minister-president Diependaele had dat immers verklaard. Op 7 juli had ik die vraag gepland, en vandaag zijn we in oktober. Intussen is er op 18 juli een nieuw Defensiefonds opgericht tijdens de ministerraad. Ik heb mijn vragen dus licht gewijzigd, omdat de vraag van juli nu pas aan bod komt.

Wat is er uit de afstemming tussen de Vlaamse en de federale regering voortgekomen? Wat is de afstemming met de Participatiemaatschappij Vlaanderen en het Defensiefonds, dat u op federaal niveau wilt oprichten? Hoe ziet de definitieve samenwerking met alle regio's eruit met betrekking tot het Defensiefonds?

Wat is de aard van het Defensiefonds? Ik ga ervan uit dat de berichtgeving in de pers klopt, namelijk dat het een investeringsvehikel is geworden en dat er geen NAVO-conform Defensiefonds meer zal komen. Dat is dus doorgeschoven naar de volgende legislatuur. Dat betekent dat de inspanningen voor de NAVO beperkt blijven tot 2 % van het bruto binnenlands product in deze legislatuur. Dat betekent dat het nieuw fonds zoals u het nu vormgeeft, niet meer conform is aan wat oorspronkelijk op Europees niveau is voorgesteld, waarover toen ook een andere communicatie plaatsvond.

Daarnaast heb ik enkele actuele vragen, ook naar aanleiding van de communicatie in de pers.

Is het Defensiefonds al in opstart? Is het effectief al gestart? Welke tijdslijn wordt gevolgd, aangezien er momenteel nog geen koninklijk besluit is verschenen?

Welke middelen zullen definitief uit de FPIM worden gehaald, tegen welke timing, en wie zal daarover beslissen? In het paasakkoord was immers gesteld, zoals ook gepubliceerd in de pers, dat er een apart vehikel zou komen, waarin de private sector mee zou participeren. Zal de private sector mee beslissen waarin wordt geïnvesteerd? Welke delen van FPIM zullen worden verkocht? Dat zijn twee heel heldere vragen waar ik graag een helder antwoord op zou willen krijgen. Zal de private sector in dat apart vehikel mee beslissen wat er verkocht wordt van de assets van FPIM en wat er vervolgens met die assets gekocht zal worden in dat dochtervehikel?

Jan Jambon:

Mevrouw Almaci, in de ministerraad van 18 juli 2025 is het koninklijk besluit tot oprichting van een gespecialiseerde dochteronderneming, SFPIM Defence, goedgekeurd.

Met betrekking tot uw specifieke vragen kan ik u het volgende antwoorden. Zowel PMV als FPIM heeft de opdracht om een defensiefonds op te richten, elk namens hun eigen regering. Beide instellingen dienen complementair samen te werken. De afstemming en samenwerking zijn nog niet definitief, maar in het investeringscomité is een rol weggelegd voor de regio's om de samenwerking te optimaliseren.

SFPIM Defence zal investeren in bedrijven door participaties van die bedrijven op te nemen. De bedoeling is dat die investeringen maximaal in aanmerking komen voor de 5 %-NAVO-norm. Dat wil zeggen dat de eerste 3,5 % volledig defensiegerelateerd is; voor de resterende 1,5 % procent zijn er iets meer mogelijkheden. We trachten de investeringen van SFPIM Defence zoveel mogelijk in die tweede korf te laten passen, maar het is op dit moment nog niet zeker of dat steeds zal lukken.

Het Defensiefonds zal participaties nemen in bedrijven. Die uitgaven zijn in het EESR geen uitgaven die het vorderingensaldo belasten en maken dus geen deel uit van het Nationaal Budgettair Plan. We streven ernaar dat het fonds operationeel is tegen het einde van het jaar, met de hoop dat de beslissing over een eerste investeringsdossier in 2025 kan vallen.

Over de budgetten waarover SFPIM Defence zeggenschap zal krijgen, is nog geen beslissing genomen. De huidige beslissingen gaan over de oprichting, nog niet over de budgetten waarover SFPIM Defence kan beslissen. Zoals eerder vermeld, zal SFPIM Defence investeren in bedrijven met een goede businesscase. SFPIM Defence dient niet voor de aankoop van materiaal.

SFPIM Defence is geen fonds, maar een dochteronderneming van SFPIM. Er wordt dus geen privékapitaal aangetrokken op het niveau van SFPIM Defence. Per dossier zal er wel samen met privébedrijven worden geïnvesteerd, vergelijkbaar met de werkwijze van de moedermaatschappij FPIM. Dat betekent dat de privésector geen inbreng heeft in de beslissingen van SFPIM Defence.

Meyrem Almaci:

Mijnheer de minister, de privésector, die in het bestuur van de dochter zetelt, zal geen beslissingsrecht hebben. Ik wil daarom formeel weten welke delen van FPIM verkocht worden om het vehikel te financieren. De privébedrijven zullen dus niets te zeggen hebben over de one-shots van de participaties. Zij zullen daarnaast ook geen zeggenschap hebben over de keuze van de bedrijven waarin geïnvesteerd wordt.

Die twee zaken wil ik scherpstellen. De privésector zal niet strategisch kunnen beslissen over investeringen vanuit dat dochtervehikel.

Het vehikel moet tegen eind juni operationeel zijn.

Mijnheer de minister, klopt het dat de private investeerders die zullen participeren in het dochtervehikel, niet zullen mogen beslissen welk deel van FPIM strategisch verkocht wordt en ook niet waarin geïnvesteerd zal worden?

Jan Jambon:

Mijnheer de voorzitter, ik heb daarnet mijn antwoord gegeven.

Meyrem Almaci:

Mijnheer de minister, het antwoord op die vraag is nochtans cruciaal.

Eveneens cruciaal is het te vernemen in welke bedrijven zal worden geïnvesteerd. Gaat het om Belgische of buitenlandse, bijvoorbeeld Israëlische, bedrijven?

Veel vragen staan open, het dossier hangt met haken en ogen aaneen. Ik heb drie maanden moeten wachten om deze vraag te kunnen stellen. Intussen is het een spelletje van niet antwoorden, van vooruitlopen op zaken en van voldongen feiten. Ik maak mij grote zorgen over de richting die dat vehikel uitgaat en het kader waarin het functioneert, wetende dat het koninklijk besluit nog steeds niet gepubliceerd is. Daardoor kunnen wij onze controlefunctie op dat Defensiefonds niet volgens de oorspronkelijk aangegeven timing uitvoeren. Dat wordt stilaan bijzonder problematisch, zeker omdat het een zeer aanzienlijk budget met grote strategische belangen en belangrijke ethische vragen betreft.

Mijnheer de voorzitter, collega’s, daarover moet dringend een democratisch debat gevoerd worden, in plaats van dat steeds uit de weg te gaan, zaken vooruit te schuiven en geen helder antwoord te geven op concrete vragen.

Jan Jambon:

Mevrouw Almaci, u kunt eventueel een schriftelijke vraag indienen. (…)

Meyrem Almaci:

Mijnheer de minister, mogelijk moet ik opnieuw drie maanden wachten op een antwoord en intussen een feit constateren. (…)

Jan Jambon:

Mevrouw Almaci, de werkzaamheden van het Parlement worden niet door mij bepaald.

Mijnheer de voorzitter, ik wil benadrukken dat wij schriftelijke vragen tijdig beantwoorden. Ik accepteer die aantijgingen niet, zeker niet van mevrouw Almaci. In de pers werd zelfs nog toegelicht hoe schriftelijke vragen beantwoord worden. Als u snel een antwoord wilt, dient u best een schriftelijke vraag in, want voor de beantwoording daarvan geldt een reglementaire termijn en wij voldoen daaraan volledig. Die insinuaties mogen dus stoppen.

Voorzitter:

Mevrouw Almaci, ik wil u even terechtwijzen met betrekking tot uw stelling dat u al op een antwoord wacht sinds 7 juli. Formeel kan ik u melden dat wij met beide ministers die in de commissie voor Financiën rapporteren de volledige agenda met vragen en antwoorden hebben afgewerkt voor het reces. Als de datum van de indiening van uw vraag geen nieuwe vergadering voor het reces toeliet, is dat nu eenmaal zo.

Meyrem Almaci:

Mijnheer de voorzitter, het laatste woord komt aan het Parlement toe. Ik wens nog te reageren op wat de minister zei.

Ik heb de vraag niet voor het eerst gesteld op 7 juli. U weet dat ik de vraag al herhaaldelijk heb gesteld tijdens de discussie over de beleidsnota en de beleidsplannen, al maanden aan een stuk.

Uiteindelijk heb ik ze als een mondelinge vraag ingediend, niet als schriftelijke vraag. U hoeft dus niet uit uw kram te schieten over schriftelijke vragen en de timing daarvan. Waar het over gaat, is dat ik in de commissie voor Financiën al zes maanden lang op dezelfde nagel klop, via mondelinge vragen aan u, waarop ik zelfs tot nu geen helder antwoord krijg. Bovendien heeft u het koninklijk besluit nog niet eens gepubliceerd.

Dat is belangrijk voor het verslag, mijnheer de voorzitter. Als er iemand iets niet te pikken heeft, ben ik het wel. Een minister die na zes maanden iets wat hij in zijn beleidsnota heeft opgenomen, alleen maar heeft veranderd en nog altijd geen duidelijkheid schept over zijn plannen, ik vind daar wat van.

Frédéric Daerden:

Monsieur le président, je voudrais tout d'abord exprimer mes excuses auprès du ministre et de vous-même de mon arrivée quelque peu tardive.

Je n'ai pas eu l'occasion non seulement de poser ma question, mais d'entendre les différents éléments de réponse de M. le ministre. Mais je voulais lui dire ma préoccupation concernant la manière dont ce fonds de défense va être alimenté relativement à la vente de certains éléments du patrimoine de l'État et, surtout, relativement à l'équilibre – je préférerais que cela soit totalement déséquilibré – entre nos entreprises belges et la voie de l'achat à l'étranger. Nous savons que nous avons, dans le secteur, de nombreuses entreprises belges performantes. Mon inquiétude est grande en la matière. Je ne serai pas plus long compte tenu des circonstances que j'évoquais tout à l'heure.

Voorzitter:

La question n° 56006824C de M. Lacroix est sans objet. La question n° 56006886C de M. Bayet est retirée.

De pensioenen van de militairen

Gesteld door

PS Ludivine Dedonder

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 30 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Ludivine Dedonder kritiseert de versnelde afschaffing van de militaire invaliditeitspensioen per 2026 (zonder juridisch vacuüm, volgens Jambon) en noemt de bewering dat militairen gemiddeld met 60 jaar met pensioen gaan "leugenachtig" (realistisch: 62-63 jaar). Jambon bevestigt een overgangsregeling (58-60 jaar voor oudere jaargangen) en bonificaties voor vroegpensioen, maar Dedonder waarschuwt dat aantrekkingskracht en loonrechtvaardigheid (o.a. overuren, 24-uursdiensten) ondermijnd worden door harmonisatie met ambtenarenregels, wat leidt tot "goedkope arbeidskrachten" zonder passende arbeidsvoorwaarden.

Ludivine Dedonder:

Monsieur le président, je pourrais également apporter une réponse à M. De Witte avec des chiffres précis concernant la Défense.

Cela vous intéressera certainement, monsieur De Witte, car je n'ai pas vraiment la même analyse.

Monsieur le ministre, votre collègue Theo Francken tente de créer un écran de fumée autour plan social, alors même qu’il ne dispose d’aucune garantie gouvernementale. À ce stade, un seul syndicat militaire semble "convaincu" par ce fameux plan social.

De votre côté, vous avancez, camouflé mais résolu, dans votre réforme des pensions militaires, avec pour objectif de remettre en cause des droits acquis, sans prendre en compte la pénibilité propre à cette fonction.

Nous en avons parlé tout à l’heure de manière générale, mais vous ambitionnez de supprimer la pension pour inaptitude physique dès le 1 er janvier 2026.

Du point de vue des militaires, y aura-t-il un vide juridique pour ceux qui seront déclarés inaptes à exercer leur métier? Je sais que ce point a été évoqué lors de récentes réunions mais j’aimerais vous entendre clairement à ce sujet.

Vous savez qu’il était initialement prévu de laisser à la Défense un délai jusqu’au 1 er janvier 2028 pour adapter la législation et intégrer l’allocation temporaire d’inaptitude au travail pour fonctionnaires dans le statut des militaires. Aujourd’hui, le tempo s’accélère, et je souhaite connaître les conséquences de cette décision.

Vous avez évoqué tout à l’heure des personnes qui resteraient à charge du département concerné. Cela signifie-t-il que les militaires déclarés inaptes resteraient entièrement à charge de la Défense?

Plus globalement, pouvez-vous faire le point sur l’allongement de la carrière des militaires prévu par l’accord de gouvernement et sur les négociations en cours? Votre collègue a prétendu que l’âge moyen de départ à la retraite tournerait autour de 60 ans. Je peux déjà vous dire que c’est un mensonge.

Jan Jambon:

J'ai déjà donné différents éléments dans mes réponses à d’autres questions, mais repetitio est mater studiorum .

Il est en effet de l'intention de ce gouvernement de mettre fin à toute nouvelle entrée dans le régime de pension pour inaptitude physique à partir du 1 er janvier 2026. Les militaires qui seront licenciés d'office pour inaptitude physique après le 30 novembre 2025 ne pourront plus prétendre à une pension pour inaptitude physique. À partir du 1 er janvier 2026, ils pourront prétendre à une allocation d'invalidité sur la base des articles 14 à 18 de la loi du 6 février 2003 relative aux dispositions sociales pour les militaires retournant à la vie civile.

L'avant-projet de loi visant à supprimer la pension pour inaptitude physique a été rédigé de telle sorte qu'aucun militaire médicalement inapte ne se retrouve dans un vide juridique. Certaines dispositions statutaires concernant les militaires devront néanmoins être harmonisées avec les dispositions de cet avant-projet de loi. Cela ne crée toutefois aucune insécurité juridique. Le principe de suppression de la pension pour inaptitude physique, tel qu'inscrit dans l'avant-projet de loi, prévaut en effet sur toute autre disposition légale ou réglementaire qui serait en contradiction avec celui-ci.

Concernant l'allongement global des carrières des militaires, il convient d’opérer une distinction entre les militaires proches de la retraite et les autres. Pour les militaires proches de la retraite, un régime transitoire est mis en place afin qu'ils ne soient tenus d'accomplir que quelques années supplémentaires par rapport à l'âge de pension de 56 ans d’application avant la réforme. Ainsi, l'avant-projet de loi prévoit que les militaires nés en 1971 pourront prendre leur pension à partir de 58 ans, ceux nés en 1972 à partir de 59 ans et ceux nés en 1973, 1974 et 1975 à partir de 60 ans.

Il convient de noter qu'ils peuvent également choisir de prolonger volontairement leur carrière et de reporter leur départ à la retraite d'office.

Les militaires qui ne relèvent pas de ce régime transitoire ouvrent leur droit à une pension anticipée selon les mêmes règles que les fonctionnaires. Contrairement aux fonctionnaires, les militaires pourront, selon les règles actuellement en vigueur pour l'ouverture du droit à une pension anticipée, bénéficier d'une bonification d'une durée de deux ans.

Cette bonification de deux ans permettra à un militaire ayant commencé sa carrière à l'âge de 18 ans d'ouvrir son droit à une pension anticipée à partir de 60 ans, compte tenu qu'à ce moment-là, il aurait atteint 44 années de service ouvrant droit à pension.

De plus, un militaire pourra également bénéficier de la nouvelle possibilité d'ouvrir son droit à une pension anticipée à partir de 60 ans s'il peut prouver à cet âge une carrière de 42 années civiles comportant chacune 234 jours de service effectif.

Ludivine Dedonder:

Merci à vous de préciser les différentes catégories. Il y a les militaires qui sont proches de la pension et il ne manquerait plus que cela qu'ils ne puissent pas la prendre à 60 ans. Mais il y a les autres. Je disais que c'était un mensonge de la part du collègue, parce qu'il est impossible que la grande majorité des militaires partent, après application du nouveau régime, à 60 ans à la retraite. D’après les chiffres globaux, ils partiront en moyenne à 62 ou 63 ans, au plus tôt. Ça, c'est la vérité. Il faut arrêter de raconter aux gens, de manière générale, qu'ils vont pouvoir partir à 60 ans, aux militaires comme aux autres d'ailleurs. Avec les conditions que vous mettez, les gens ne pourront en réalité pas partir à 60 ans. Si vous voulez de la correction, il faut qu'elle soit dans les deux sens. On ne raconte pas n'importe quoi aux gens. Sur la partie attractivité de ce département, je persiste à dire que dans ce département comme ailleurs, c'est une erreur de s'entêter. Si les militaires ont un régime de pension différent, c'est parce qu'ils ont un régime de travail différent, parce qu'ils font un nombre d'heures supplémentaires par rapport aux autres. Pour moi, si on touche au régime de pension, il faut inévitablement toucher au régime de travail, si on veut une certaine équité. Demain, vous voulez mettre des militaires aux côtés des policiers dans la rue. Ils n’ont pas le même régime de travail. Vous allez avoir un militaire qui travaille 24 heures et qui est payé 12 heures à côté d’un policier qui a un autre régime de travail. Cela me fait souvent dire que, un, c’est de la communication, et deux, c’est de la main-d’œuvre bon marché, parce que les militaires, avec le régime de pension que vous allez harmoniser sur les autres, vont travailler à un salaire inférieur au salaire minimum.

Het sociaal akkoord en de impact van de geplande pensioenhervorming
Het sociale plan voor militairen
Het sociaal akkoord bij Defensie
De impact van de pensioenhervorming op de militairen
Het sociaal plan voor de militairen
Het sociaal akkoord bij Defensie
Het sociaal overleg
Het sociaal overleg over de pensioenhervorming en het statuut van de militairen
Het sociaal akkoord voor de militairen
Sociaal akkoord, pensioenhervorming en statuut van militairen

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 24 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om het sociaal akkoord en de pensioenhervorming voor militairen, waarbij minister Francken een akkoord met de grootste vakbond (ACMP) verdedigt, maar drie andere vakbonden kritisch blijven. Kernpunten: het akkoord voorziet in betere verloning (o.a. *opstoelagen*, *loopbaanbuffer van 200 dagen*, *verhoging maaltijdcheques*) en compenseert gedeeltelijk de verhoging van de pensioenleeftijd (van 56 naar gemiddeld 59-60 jaar), maar de financiering (€300 miljoen) en concrete uitvoering blijven omstreden. Vakbonden en oppositie vrezen verlies aan koopkracht en eisen meer duidelijkheid, terwijl Francken benadrukt dat de maatregelen sociaal rechtvaardig en budgettair gedekt zijn via de defensiebegroting. Onrust blijft door communicatieproblemen en wantrouwen tegenover de regering.

Voorzitter:

Ik heb daarover bij mijn weten van geen enkele fractie de vraag gekregen om een actualiteitsdebat te houden of om het als urgentie op de agenda te plaatsen. Ik heb daarover geen enkele vraag ontvangen. Gezien de veelheid aan vragen heb ik geoordeeld het Reglement strikt te moeten toepassen. Dat voorziet dat vragen worden omgezet in actualiteitsdebat zodra er vanuit vijf verschillende fracties vragen ingediend zijn.

Mocht ik bepaalde vragen om welke reden dan ook naar voren trekken, dan zou men mij als voorzitter kunnen verwijten dat ik mijn eigen voorstel als prioritair behandel door het ineens naar voren te schuiven. Men zou dan kunnen vragen op basis van welke regel ik dat gedaan zou hebben. Ik heb dat niet gedaan, ik heb het Reglement correct toegepast en geoordeeld volgens de volgorde van indiening van de vragen. Indien daarover vijf vragen ingediend waren, zou ik dat uiteraard behandeld hebben als een actualiteitsdebat.

Christophe Lacroix (PS): Effectivement, monsieur le président, vous avez raison. Je ne vous ai pas fait le reproche de ne pas appliquer le Règlement, au contraire. Mais vous en aviez la faculté et, s'il est encore possible de demander maintenant à ce que ce soit transformé en débat d'actualité, j'introduis une demande formelle en ce sens. En effet, les réponses seront apportées après la seconde lecture et, donc, je pense que nous sommes en pleine actualité. Comme je ne suis pas un lecteur assidu du Règlement, je ne savais pas que j'avais cette possibilité de réclamer. Finalement, vous me révélez qu'un parlementaire, même tout seul, a beaucoup de pouvoir encore dans ce pays, et il est heureux de le signaler, monsieur le président.

Voorzitter:

Het onderwerp staat nu geagendeerd onder punt 27 en vier fracties hebben er een vraag over ingediend. Ik heb geoordeeld het niet te behandelen als een actualiteitsdebat.

Voor de brief zal verschijnen, zal er uiteraard nog de mogelijkheid zijn om vragen te stellen. Wie weet komen we vandaag zelfs tot punt 27.

Wat mij betreft hoeft het niet. Ik merk dat ook de minister het woord vraagt.

Minister Theo Francken : Ik heb op zich geen probleem met die vragen. Er is ook helemaal niets geheim aan die brief.

J'ai bien compris monsieur Lacroix que votre groupe a demandé de réunir la commission de contrôle des Dépenses électorales.

Ik weet niet of het de juiste Franse benaming is. Het betreft de bijzondere commissie voor de Controle betreffende de Verkiezingsuitgaven.

Cela ne pose aucun souci, nous pouvons le faire. Vous avez aussi demandé à mon cabinet de renvoyer la lettre. J'ai donné aujourd'hui l'instruction de le faire. Une commission va se réunir à ce sujet. Il sera possible aussi de discuter sur la base de la version finale de la lettre, et non la version qui était dans la presse qui n'était pas encore la version finale.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, de ingediende vragen zijn intussen al wat achterhaald. U hebt immers ondertussen in een persconferentie aangekondigd dat er een akkoord is, althans met één vakbond, namelijk de ACMP, en een aantal details gegeven, zoals de operationaliteitstoelagen voor 14 maanden, hogere maaltijdcheques en extra verlofdagen. U hebt dus een aantal aankondigingen gedaan.

Voor onze fractie was het zeer belangrijk dat de geplande pensioenhervorming gekoppeld wordt aan een sociaal akkoord over aanpassingen aan het militair statuut, zodat de militair ook correct wordt vergoed voor het werk dat hij verricht. Ik heb daarin al een aantal maatregelen gelezen die aan die verwachting tegemoetkomen, maar toch komt het actualiteitsdebat gelegen om wat meer details te krijgen. Kunt u dus, ten eerste, wat meer toelichting geven bij uw plannen?

Zijn er afgelopen zomer nog aanpassingen gedaan? Andere vakbonden, zoals het VSOA, zouden immers nog terugkoppelen naar hun achterban, opnieuw met u vergaderen en mogelijk bijkomende eisen formuleren.

Hebben andere vakbonden intussen ook het akkoord ondertekend of zijn ze dat niet van plan?

Wanneer zal het sociaal akkoord in werking treden, als het eenmaal is afgeklopt? Zal de inwerkingtreding ervan samenvallen met die van de pensioenhervorming die gepland staat op 1 januari 2027 of voorziet u een andere timing?

Niet onbelangrijk, hoe zit het met de financiering? Sommige maatregelen hebben een aanzienlijke financiële impact. Hebt u daarvan al een raming? Zijn de nodige middelen al in uw strategische visie daarvoor ingeschreven of moet u ze elders zoeken?

Afgezien van het sociaal akkoord over het statuut van de militair zou ik ook graag nog de meest recente stand van zaken krijgen over de pensioenhervorming. Er lopen parallel immers ook onderhandelingen over de pensioenen, specifiek voor de militairen.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, uw geplande pensioenhervorming heeft heel wat deining veroorzaakt bij onze militairen en de vakbonden.

Ten eerste zijn er natuurlijk de sociale overwegingen. De lage pensioenleeftijd gold immers altijd als compensatie voor de karige verloning, de lange arbeidsduur, de woon-werkafstanden en de vele fysieke en mentale offers, die onze soldaten brengen. U hebt dat sociaal evenwicht met de geplande pensioenhervorming grondig verstoord door de pensioenleeftijd gelijk te schakelen met die van andere beroepsgroepen. U beloofde echter een sociaal akkoord te sluiten met de vakbonden om de bezorgdheden van onze militairen weg te nemen. Dat plan, dat u eind juli aankondigde, werd intussen voorlopig enkel ondertekend door de grootste militaire vakbond, de ACMP, terwijl andere vakorganisaties nog kritische kanttekeningen maakten en zouden terugkoppelen naar hun leden.

Naast de sociale impact voorspellen militaire experten, ten tweede, dat het gradueel optrekken van de pensioenleeftijd van 56 naar 67 jaar grote gevolgen zal hebben voor de personeelsuitval. Vooral de loopbaanattritie zou hierdoor niveaus van de privésector bereiken en stijgen van 2 tot 3 % naar 11 %. Vooral het middenkader zou worden getroffen. Dat vormt natuurlijk de ruggengraat van onze strijdkrachten. Dat komt boven op de hoge uitvalspercentages tijdens de militaire kandidatuur, een bekend probleem.

De pensioenhervorming lijkt hoe dan ook een drastische wijziging in ons personeelsbeleid te zijn, waar lang niet alle vakbonden zich al mee hebben verzoend. Volgens een aantal militaire bronnen en experten zou ze een nettoverlies betekenen, zowel voor de militairen als voor de organisatie. Daarbij komt nog de kostprijs van het langer doorwerken. De nettowinst voor de pensioenkas lijkt dan nog het enige te zijn wat overblijft, tenzij het sociaal plan dat u op het moment nog uittekent, aan dat alles tegemoetkomt.

Mijnheer de minister, er is nog heel wat onduidelijkheid over de concrete invulling van alle maatregelen. Om onrust en ongerustheid te voorkomen of te stoppen, is slechts een ding nodig, namelijk duidelijkheid.

Wat is de stand van zaken met betrekking tot het sociaal plan voor de militairen en de impact van de geplande pensioenhervorming? Op welke termijn zult u met uw plan landen of wat is het te volgen tijdpad?

Axel Weydts:

Het sociaal akkoord voor Defensie is een belangrijke stap voor ons defensiepersoneel. Enerzijds moet het sociaal akkoord dat aan het begin van de zomer werd gesloten, een opwaardering van het statuut van onze militairen inhouden, en anderzijds moet er rekening worden gehouden met de verhoging van de pensioenleeftijd voor militairen in het licht van het pensioendebat, twee aspecten, die door de vakorganisaties enigszins van elkaar worden gescheiden, hoewel ze volgens ons heel hard samenhangen.

Over het statuut bestaat vandaag al behoorlijk veel duidelijkheid. De teksten daarover heb ik ook heel goed gelezen. Over het pensioengedeelte blijft echter nog enige onduidelijkheid bestaan, wat begrijpelijkerwijs veel onrust veroorzaakt bij onze militairen. Ik begrijp die onrust zeer goed. Ze is logisch. Wanneer een militair het einde van de loopbaan bereikt, begint hij of zij plannen te maken om zaken te doen waarvoor hij of zij nu tijd zal hebben en waarvoor er tijdens de actieve militaire loopbaan geen tijd was. Als die plannen nu dreigen te worden uitgesteld, is het begrijpelijk dat er onrust ontstaat. Het is dus inderdaad belangrijk om daarover zo goed, zo duidelijk en zo snel mogelijk te communiceren.

Wat het sociaal akkoord betreft, ik raad eenieder aan om de memoranda van de verschillende vakorganisaties eens naast het huidige sociaal akkoord te leggen. Dan zullen wij allen, meerderheid en oppositie, moeten erkennen dat de tegemoetkomingen van de minister daar bijna letterlijk mee overeenstemmen. Vragen die al jaren en zelfs decennia leven bij de vakorganisaties, worden nu ingewilligd.

De minister zal er zeker nog op terugkomen, maar gezien het belang wil ik nogmaals onderstrepen waarover het exact gaat. Het gaat over de opstoelage. Dat is een aanzienlijk bedrag waarmee onze militairen zullen worden gecompenseerd voor de vele uren inzet waarvoor zij in het verleden nooit zijn vergoed. Het gaat ook over een loopbaanbuffer die militairen aan het einde van hun loopbaan toelaat om tot 200 dagen op te nemen, zodat zij vroeger kunnen stoppen met werken. Het gaat ook over werkbaar werk. Wanneer wij vragen dat mensen langer aan de slag blijven, moet daar iets tegenover staan en moet het werk ook haalbaar blijven. Daarom krijgen militairen vanaf een bepaalde leeftijd extra verlofdagen, namelijk 12 dagen en vanaf een hogere leeftijd zelfs 24 dagen. Het gaat over de aanpassing van de weddenschalen en over compensatie van prestaties. Voorheen en tot op vandaag was en is dat 1/850ste, waardoor er nauwelijks compensatie is voor de gepresteerde uren. Nu kiest men voor een systeem waarin elk gepresteerd uur rechtstreeks wordt gecompenseerd, namelijk 20 op 24, waarbij bovendien via de opstoelage en de loopbaanbuffer in bijkomende compensatie wordt voorzien.

En dan heb ik het nog niet over de compensatie woon-werkverkeer, die ook al jaren wordt gevraagd. Volgens mij is het voorliggende sociaal akkoord echt wel de moeite.

Ik wil van de gelegenheid gebruikmaken om hulde te brengen aan de mensen van DGHR, omdat zij uitgebreid de tijd nemen om te luisteren naar onze militairen en vandaag bijna alle kazernes van ons land afgaan om het sociaal akkoord uit te leggen en om de stand van zaken inzake het pensioendossier te geven. De directeur-generaal HR, luitenant-generaal Esser, bezoekt zelf alle kazernes om uitleg te verschaffen aan het personeel. Dat is ook nodig, mijnheer de minister, want er wordt ook heel veel fake news verspreid. Het is dus goed dat de directeur-generaal zelf ter plekke gaat om onze militairen uit te leggen wat er nu precies is afgesproken en wat er niet is afgesproken, want daar doen heel veel verschillende verhalen de ronde over.

Mijn vraag is heel eenvoudig. Kunt u ons vandaag een stand van zaken geven met betrekking tot het debat over het statuut van de militairen en over het pensioendebat?

Christophe Lacroix:

Les militaires sont devenus, dans ce pays, une variable d'ajustement, en particulier avec le gouvernement Arizona. Je parle d'ajustement budgétaire. Malgré la pénibilité et la spécificité de leur mission, votre gouvernement, monsieur Francken, a décidé unilatéralement de prolonger de plus de dix ans leur carrière, alors que l'on sait bien qu'au vu des tensions géopolitiques et de ce qui se passe aujourd'hui, et même de jour en jour voire d'heure en heure, ils seront de plus en plus sollicités et sollicités sur le terrain. Lors de votre prise de fonction, nous avons assisté – fait très rare – à une manifestation comptant plus de 5 000 militaires dans les rues pour demander qu'on les écoute et qu'on préserve leur statut.

Pour tenter de faire passer la pilule, vous avez décidé de négocier un plan social pour continuer à revaloriser la carrière de militaire, comme ce fut le cas sous la précédente législature, après des années de gel. Je ne peux pas nier une chose: vous êtes effectivement assez volontaire en la matière.

Il reste malgré tout difficile de parler d'un accord puisque, à ce stade, il s'agissait d'une offre à prendre ou à laisser et elle est loin d'avoir recueilli l'aval de tous les syndicats militaires à ce stade. Ce plan social représente environ 300 millions d'euros. Il s'agit d'une faible compensation en regard des 435 millions d'euros que la suppression des régimes de retraite préférentiels rapportera à l'État et, plus globalement, de l'impact de ces décisions à long terme pour les militaires.

Si les mesures peuvent paraître séduisantes, voire positives pour les jeunes recrues, les grands oubliés de cette réforme et de ce plan social sont évidemment les militaires qui sont déjà en carrière et qui s'inquiètent de manière tout à fait légitime. Chaque militaire en fonction de sa carrière et des conditions dans lesquelles elle ou il a rejoint l'armée verra finalement les conditions qu'on lui avait proposées au départ complètement modifiées, avec un impact différent sur sa fiche salariale et, plus globalement, sur son bien-être au travail.

De mes contacts, il apparaît que de nombreuses zones d'ombre subsistent, notamment sur l'âge de départ à la pension. Par exemple la question du nombre de jours nécessaires pour qu'une année compte dans le calcul reste entière.

Monsieur le ministre, pouvez-vous me présenter ce que comporte exactement pour les militaires ce que vous appelez l'accord social avec un seul des syndicats (puisque tous les autres sont contre), ainsi que la ventilation de son budget et de son agenda de mise en œuvre. Je vous demande aussi très directement: avez-vous l'aval du ministre en charge des retraites et, donc, du gouvernement, ou est-ce simplement une position que vous défendez aujourd'hui seul devant un gouvernement qui ne se serait pas encore prononcé.

Au regard de cet accord, une communication spécifique et claire adressée aux militaires actuels et futurs sera-t-elle organisée pour que chacun et chacune puisse prendre connaissance des conséquences concrètes des réformes à venir sur sa carrière et sur ses conditions de travail? Comment la concertation sociale va-t-elle s'organiser, alors que seul un syndicat militaire a souscrit à ce plan social? Fermez-vous encore toute possibilité de négociation?

Concernant l'âge de départ à la retraite des militaires, où en sont les discussions avec votre collègue Jan Jambon, les syndicats et vous-même? Vu la suppression de la péréquation pour les fonctionnaires, garantissez-vous le fait que les allocations limitant l'impact sur la péréquation, introduites lors de la revalorisation salariale du précédent gouvernement, seront incluses dans le salaire? Avez-vous déjà des accords en ce sens avec le cabinet du ministre Jambon? Je vous remercie pour vos réponses.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, le 25 juillet dernier, vous avez signé avec le général Vansina un courrier informant l'ensemble des militaires du fait qu'un accord social avait été signé dans le cadre d'une amélioration substantielle de la rémunération des militaires, de façon à atténuer aussi les conséquences négatives de la réforme des pensions. Il cherche à rendre le statut de militaire plus attractif.

On peut évidemment regretter qu'un seul syndicat ait signé cet accord, même si c'est le plus important. Comme vous le savez, les Engagés sont très attachés au dialogue social et à la nécessité d'avoir un accord le plus large possible. L'accord que vous avez signé comprend de réelles avancées; je citerai par exemple l'augmentation, de plus de 60 % en moyenne, de la rémunération pour les exercices, lors des camps et des manœuvres; la maximalisation des barèmes d'ancienneté dans les échelles salariales à partir de 2027; une allocation forfaitaire de mobilité pour compenser la durée des trajets domicile/lieu de travail souvent plus longue que dans d'autres professions; et une rémunération du travail de week-end – au lieu de 5 heures payées pour 24 heures prestées, la rémunération passera à 20 heures; des mesures de transition progressives vers le nouvel âge de mise à la retraite des militaires afin que la réforme puisse s'appliquer sans brutalité; la mise en place d'un dispositif destiné à prévenir la perte de revenus en cas d'incapacité de travail ou d'invalidité.

Soit, comme nous venons de le préciser, un accord qui permet d'améliorer le statut des militaires en vue d'une réforme de pension. Il semblerait cependant que vous avez des difficultés pour faire accepter certaines mesures par le cabinet pension.

Monsieur le ministre, toutes les mesures présentes dans l'accord social du 25 juillet dernier pourront-elles être mises en œuvre?

Vous avez eu une nouvelle réunion avec les syndicats ce 12 septembre, à l'issue de laquelle de nouvelles demandes ont été déposées. Avez-vous obtenu des réponses à ces demandes ou des propositions qui pourraient faire changer d'avis certains des syndicats?

Enfin, certains syndicats demandent une réforme complète du statut des militaires, ce qui exigerait bien évidemment un temps considérable, mais envisagez-vous des travaux au cours de cette législature?

Koen Metsu:

Mijnheer de minister, een paar maanden geleden leek een sociaal akkoord nog geheel onbespreekbaar. We vangen nu hier en daar toch op dat er licht aan het eind van een lange en moeilijke tunnel is.

Laten we eerlijk zijn, iets veranderen inzake pensioenen en statuten is allesbehalve eenvoudig. Vanuit het lokale bestuur kan ik daar over meespreken. We hebben daar in de vorige legislatuur ook flink op moeten kauwen. We hebben wel een sociaal akkoord bereikt, weliswaar pas na anderhalf jaar. Het moet gezegd, de lichtsnelheid van uw gesprekken met de vakorganisaties is knap. Ik had eigenlijk niet verwacht dat het allemaal zo constructief en vlot zou verlopen. In de memoranda van de vakorganisaties merk ik een soort rode draad: werken zal ook voor de militairen beloond worden. Zaken als een jobtoelage, de loopbaan, compensaties en werkbaar werk worden bekeken. Dat zullen de militairen heel graag horen. Het is immers een bijzonder moeilijke oefening, als men raakt aan verworven rechten.

Mijnheer de minister, iedereen kijkt naarstig uit naar het verloop van de onderhandelingen. Wat is de jongste stand van zaken?

Het zou misschien ook interessant zijn dat u de voorwaarden voor Belgische militairen, in vergelijking met die van andere NAVO- en EU-staten, op het vlak van het militair statuut onder de loep neemt? Worden er best practices bestudeerd? Bent u elders de mosterd gaan halen? Worden er bepaalde maatregelen overgenomen, ja of neen?

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, we hebben al een aantal keer geprobeerd om het sociaal akkoord in onze commissie te bespreken. We hebben vorige keer veel vragen gesteld, maar geen antwoorden gekregen. Niet veel later, in juli, volgde er een persconferentie. Ik hoop dat we vandaag daarover een uitvoeriger debat kunnen voeren, alleszins uitvoeriger dan tijdens de vorige gelegenheid, want toen antwoordde u aan een lichtsnelheid van één minuut.

Op de persconferentie was u uiteraard lovend over het akkoord dat u aan de vakbonden zou voorleggen. Niet alle vakbonden zijn, om het zacht uit te drukken, daarmee even gelukkig. Sommige zijn wel al blij dat er een akkoord is. Zal er nog verder onderhandeld worden of is hetgeen 25 juli op tafel lag, het eindbod?

Dat is belangrijk, omdat het gesprek rond de pensioenen nog steeds loopt. Dat is een evenwichtsoefening. Het sociaal akkoord was, dacht ik toch, bedoeld om de verhoging van de pensioenleeftijd te compenseren. Ik krijg signalen dat men dat op het kabinet van de minister van Pensioenen nog steeds zo stelt. U daarentegen betwist dat en houdt vol dat de maatregelen in het sociaal akkoord daar los van staan en dat het pensioenverhaal een ander verhaal is. Maakt u al dan niet de koppeling? Zo ja, betekent het dan dat er voort over het sociaal akkoord kan worden onderhandeld, aangezien het pensioenakkoord nog niet volledig afgeklopt is?

Wat is de impact van de voorgestelde pensioenhervorming voor de militairen? Wat is de stand van zaken vandaag? Dat is ook een relevante vraag.

In globo, wat ligt er op tafel? Welke maatregelen zijn concreet en volledig afgeklopt? Vinden er nog gesprekken plaats met de vakbonden over het sociaal akkoord en de pensioenhervorming?

Robin Tonniau:

Mijnheer Francken, normaal gezien is het de vijand, die de moraal van onze troepen onderuithaalt. Hier is het echter de eigen regering, die dat doet. Dat zijn niet mijn woorden, maar die van Boris Morenville van VSOA Defensie, met wie u onderhandelt over een nieuw sociaal akkoord. Uw hoeraberichten afgelopen zomer rond dat sociaal akkoord waren volgens mij compleet misplaatst. Er is helemaal geen sociaal akkoord gesloten met drie van de vier erkende defensievakbonden. De militairen zullen nog altijd jaren langer moeten werken voor een lager pensioen. Dat zijn de feiten.

Mijnheer de minister, op 12 september zat u samen met het gemeenschappelijk vakbondsfront 2.0, bestaande uit de drie andere vakverenigingen ACV, ACOD en VSOA Defensie. Dat vakbondsfront vreest en ik citeer hen: ʺ De militairen zijn verkocht en we zullen nooit akkoord gaan met het voorstel van de minister van Defensie in zijn huidige staat. ʺ Mijnheer Francken, bent u bereid om het sociaal akkoord dat is gesloten met de ACMP te herzien op basis van de kritiek en de opmerkingen van het sociaal front, bijvoorbeeld door de pensioenmaatregelen te verzachten?

Bent u bereid om elke militair de keuze te geven om de opstoelage in geld of in tijd te ontvangen, ongeacht zijn geboortejaar? Vandaag zijn de voorwaarden voor die opstoelagen immers zeer streng.

Bent u het eens met de conclusie van de drie vakverenigingen, VSOA, ACV en ACOD, dat militairen langer zullen moeten werken voor minder pensioen?

Theo Francken:

Collega's, ik hoop dat u een fijne vakantie achter de rug hebt. Ik wens dat we goed zullen kunnen samenwerken in de komende periode. Voorts hoop ik dat er niet te veel info uit geheime commissievergaderingen zal lekken. Over die kwestie worden vandaag geen vragen gesteld, maar die is urgent en moet worden besproken. Er is veel werk en er zijn momenteel veel geopolitieke spanningen. De toestand is niet evident, want de NAVO ligt onder vuur. Ik hoop op dat vlak dan ook op de integriteit van u allen.

In verband met het sociaal akkoord, op 27 mei heb ik een eerste keer het gemeenschappelijk vakbondsfront van Defensie ontmoet. Tijdens die vergadering heb ik hun een aantal voorstellen gedaan die de operationaliteit van de krijgsmacht en de attractiviteit en de specificiteit van het militair beroep moet verhogen. Na een onderhandelingsperiode van ongeveer twee maanden, waarin ik de vakorganisaties verschillende keren samen en apart heb gesproken, hebben we op 25 juli een akkoord bereikt, na een lange en intensieve dag van onderhandelingen.

J'entends certains dire qu'on n'a pas négocié, ce qui n'est pas correct. On a négocié pendant des mois, et également le 25 juillet, une journée qui a d'ailleurs été très intensive et au cours de laquelle nous avons eu des négociations bilatérales et collectives.

Zo werd een finale versie van de tekst bereikt. Eén vakorganisatie gaf op dat moment haar akkoord en ondertekende het document. De drie andere vakorganisaties moesten eerst hun achterban consulteren. Ze lieten weten dat ze volgens de statuten procedureel nog niet konden tekenen en dat ze eerst hun achterban moesten consulteren. Dat hebben ze gedaan en op 12 september heb ik de drie vakorganisaties opnieuw op mijn kabinet ontvangen en naar hun bijkomende vragen geluisterd.

Het is mijn bedoeling om medio oktober opnieuw met alle vakorganisaties, samen met de CHOD, rond de tafel te zitten. Daarbij zullen de drie overige vakorganisaties hun kaarten op tafel moeten leggen en moeten beslissen of zij een protocol van akkoord dan wel een protocol van niet-akkoord ondertekenen.

Je suis particulièrement fier de l'accord social qui a fait l'objet d'efforts acharnés de la part de toutes les parties autour de la table. Il est prévu une allocation OPS équivalente à 14 mois de traitement et les militaires seront enfin correctement payés pour tous leurs efforts. D'autres mesures concernent l'accumulation d'un crédit-temps pendant les périodes opérationnelles. Ce crédit peut être pris sous la forme d'un buffer de 200 jours juste avant la retraite. Des mesures concernant le travail faisable et de qualité, une indemnité d'éloignement, la simplification administrative du remboursement des frais médicaux – c'est très important –, la garantie de revenu en cas de maladie ou d'invalidité professionnelle, des allocations de fonction, le doublement des allocations pour les prestations de week-end pour le personnel rappelable et en préavis de deux heures et de quatre heures font également partie de l'accord social.

Verschillende initiatieven die in het sociaal akkoord zijn opgenomen, worden nu omgezet in regelgevende teksten die vervolgens het wetgevend proces zullen doorlopen, te beginnen met syndicale onderhandelingen in het Militair Onderhandelingscomité of Conego. Een eerste datum voor overleg over bepaalde maatregelen uit het sociaal akkoord is vastgelegd op 10 oktober.

Die onderhandelingen verlopen volgens de wettelijk voorziene procedures, ongeacht of een vakorganisatie al dan niet haar handtekening onder het sociaal akkoord heeft geplaatst. In Conego zijn alle vakbonden vertegenwoordigd. Of ze nu akkoord gaan of niet, er wordt hoe dan ook verder gesproken over de verschillende maatregelen afzonderlijk. De meeste maatregelen treden in werking op 1 januari 2027. De maaltijdcheques zijn normaal gezien voorzien voor 1 januari 2026, op voorwaarde dat dat ook voor het gehele openbaar ambt het geval is. Daarover wordt nog onderhandeld. Die maatregel wordt ook besproken in het kader van de begrotingsopmaak voor 2026.

Momenteel vinden in datzelfde comité ook besprekingen plaats over de pensioenhervorming, waaronder de verhoging van de pensioenleeftijd en de herberekening van de pensioenen.

En parallèle, j’ai mandaté la Direction générale des ressources humaines (DGHR) afin d’informer au maximum les militaires sur le contenu de la réforme des pensions et de l’accord social. Depuis mi-septembre, des briefings sont organisés dans toutes les grandes casernes. Les militaires auront également la possibilité d’y assister via Teams. Il est donc possible de suivre ces briefings en ligne.

Finalement, vous n’êtes pas sans savoir que la législation belge est souvent complexe et peu lisible. Cela vaut aussi – et je le dis avec tout le respect dû – pour le statut militaire. C’est pourquoi j’ai également demandé à la DGHR d’étudier les pistes d’évolution vers un statut moderne, adapté à une Défense en pleine reconstruction.

In dat kader wordt er vergeleken met de andere veiligheidssectoren in ons land en wordt er gekeken naar het buitenland en de best practices die daar zijn ontwikkeld. Het is belangrijk dat de vrouwen en mannen van Defensie alle kansen krijgen om zich te ontwikkelen en door te groeien in hun loopbaan. Tegelijkertijd moet er een gezondere leeftijdsstructuur zijn, met een evenwichtige mix van jonge mensen en ervaren medewerkers.

Dat is mijn antwoord, maar ik wil nog een aantal concrete punten aanhalen.

Il est intellectuellement peu honnête de comparer les 300 millions prévus pour l’accord social avec les 5 milliards liés à l’adaptation de la période préférentielle. C’est une comparaison incorrecte, car l'adaptation de période préférentielle concerne l’ensemble des agents publics, pas uniquement les militaires.

Les 300 millions, eux, sont exclusivement destinés aux personnes qui ont le statut militaire. Donc, à mon sens, il faut comparer les citrons avec les citrons, et les pommes avec les pommes – comme on le dit en néerlandais –.

Er zitten heel wat dingen in, zoals de maaltijdcheques, de verwijderingspremie enzovoort. De heer Weydts heeft er enkele van genoemd.

Monsieur Lasseaux, vous réaffirmez à raison l'importance du dialogue social. Je partage votre opinion, c'est la raison pour laquelle j'ai investi beaucoup de temps dans la concertation, qui est toujours en cours. J'espère parvenir à un accord et une signature d'accord d'ici environ un mois, à la mi- ou fin octobre.

Je ne peux évidemment pas vous garantir cette échéance à 100 %, parce que cela dépend aussi des négociations sur les pensions, qui ne sont pas de mon ressort.

Ik denk dat de pensioendiscussie moeilijk is; we bevinden ons in de laatste fase. Ik heb overleg gehad met mijn collega Jan Jambon en vorige week nog met de medewerkers van zijn kabinet.

Er liggen nog een aantal punten op tafel, zowel vanwege ons als vanwege de vakbonden, over de pensioenhervorming, onder meer over de integratie van enkele premies en vergoedingen. Het gaat onder andere om de loonsverhoging die door mevrouw Dedonder in de vorige legislatuur werd toegekend en die intussen minstens gedeeltelijk een premie is geworden. Het zou beter zijn die in het loon te integreren, al heeft dat uiteraard verschillende neveneffecten.

Daarnaast is er het punt dat militairen die in 2027 56 jaar worden, nu tot 58 jaar moeten werken. Waarom kan dat niet tot 57 jaar en wordt een plus één toegepast? Er liggen nog een aantal syndicale vragen die ik duidelijk heb benadrukt, onder andere over de 156 dagen: aangezien militairen vaak pas in het najaar beginnen te werken, telt dat dan voor een volledig jaar en hoe wordt dat precies verrekend? Dat zijn nog enkele zaken die in discussie zijn. We moeten daar nog uit geraken. Zal alles kunnen worden binnengehaald? Ik vrees eerlijk gezegd van niet, maar ik ben ervan overtuigd dat er nog openheid is voor aanpassingen. Dat zit dus bij de dienst Pensioenen.

Wat de regeling voor de pensioenen betreft, is er veel fakenieuws. Ik heb dat vorige week ook op de Land Day gezegd. Er waren veel Kamerleden aanwezig op de Land Day in de Brabanthal – waarvoor dank, dat wordt zeer gewaardeerd door onze landmacht. Dat u daar aanwezig was en belangstelling toonde, wordt sterk op prijs gesteld. Ik hoop dat u dat nog vaak zult doen. Op de Land Day heb ik het ook duidelijk herhaald: militairen zullen niet tot hun 67ste moeten werken. Dat wordt steeds opnieuw beweerd, maar het klopt niet.

Mensen zullen geen 11 jaar langer moeten werken. Door de systemen die nu bestaan, met onder meer bonificaties van 2 jaar op de 44, zal de pensioenleeftijd voor veel militairen rond de 60 jaar liggen. Dat hangt af van wanneer zij in dienst zijn gekomen en wat zij in de eerste jaren, na hun 18 jaar, hebben gedaan. Voor veel militairen zal dat rond de 60, misschien 61 of 62 jaar zijn, maar niet 67 jaar.

Als men daar nog de 200 dagen bijtelt die zij kunnen recupereren wanneer zij veel overuren hebben gemaakt – en bijna elke militair heeft veel overuren gemaakt – kan daar sowieso al een jaar worden afgetrokken. Eventueel kunnen daar nog 100 dagen extra van het jaar voordien bij komen. De facto komt dat voor veel militairen neer op een pensioenleeftijd van 59 of 60 jaar. Dat is inderdaad langer dan 56 jaar, maar het is maatschappelijk verantwoord. Sommigen vinden dat niet, maar sommigen vinden ook dat iedereen op zijn 55ste met pensioen moet kunnen gaan. Dat is ieders standpunt. In Frankrijk kan men op 52 jaar met pensioen gaan; daar vallen regeringen al enkele jaren over.

Ik denk niet dat we die instabiliteit moeten nastreven. We hebben nu eindelijk wat stabiliteit in ons land en dat is ook belangrijk. Iedereen heeft echter zijn mening en ik respecteer die.

We zijn wel actief aan het werken aan duiding. We doen dat in de kazernes zelf, niet via bepaalde externe figuren of interne bronnen. We doen dat gewoon zelf. DG HR gaat overal langs en legt heel duidelijk uit wat het concreet betekent voor bijvoorbeeld persoon X, die gestart is bij defensie op zijn 21ste en tussen zijn 18de en 21ste in de bouw heeft gewerkt. Hij is gestart als onderofficier en heeft nu leeftijd X. Er wordt dan uitgelegd wanneer hij met pensioen kan gaan. Er werd ook een tool ontwikkeld waarmee elke militair kan nagaan wat zijn effectieve pensioenleeftijd is. Die tool wordt momenteel overal toegelicht. Elke militair kan bovendien persoonlijk zijn dossier laten toelichten door de personeelschef per kwartier. Op die manier zullen veel misverstanden en zal veel fakenieuws de wereld uit kunnen worden geholpen. Voor sommigen zal dat bijzonder confronterend zijn.

Wordt de pensioenleeftijd verhoogd? Ja. We zullen ook overgaan naar een systeem van pensioen op aanvraag. Zal men dan minder pensioen krijgen? Nee, ook dat is niet waar. In sommige gevallen zal het pensioen immers hoger zijn of gelijk blijven. Vaak gaat het ook om kleine bedragen. Iedereen die ouder is dan 40 jaar zal rond zijn 60 met pensioen kunnen gaan, op voorwaarde dat hij in dienst getreden is toen hij 18 jaar was en voor zijn dienstjaren niet te veel tijd heeft besteed aan andere activiteiten. Wie bijvoorbeeld 10 jaar lang een wereldreis maakt, kan natuurlijk niet op zijn 60e met pensioen gaan. Dat is een persoonlijke keuze. De sociale zekerheid is daar niet voor bedoeld. Mensen mogen dat doen, maar het is niet de bedoeling dat de gemeenschap daarvoor instaat. Iedereen maakt zijn eigen keuzes in het leven. In de praktijk betekent dit dat men met een volwaardig pensioen rond de 60 jaar – met die 200 dagen dus rond 59 à 60 jaar – zal kunnen stoppen. Het is dus helemaal niet zo dat men 11 jaar langer moet werken. Dat klopt gewoon niet. Dat heb ik de vakbonden meermaals gezegd. Ik krijg daar geen antwoord op, maar ze blijven dat publiek verklaren. Dat is bijzonder betreurenswaardig. Ik denk niet dat dat helpt.

De grote vraag van de vakbonden vanaf dag één betrof de stelling dat een uur een uur is. Dat kwam ook tijdens de hoorzitting hier in de Kamer aan bod, dat was interessant. Men zei toen dat het kan niet dat men in operatie wordt gestuurd en slechts voor 11 uur wordt betaald, terwijl men 24 uur bezig is. Dat is nu geregeld. Dat is een historische doorbraak.

Dat geldt voor wie in operatie gaat vanaf begin 2027. Militairen willen natuurlijk ook eerst zien en dan geloven. Hun stelling is dat de politiek zoveel zegt en dat ze al zo vaak belogen en bedrogen zijn, eerst zien en dan geloven. De militairen die vanaf 1 januari 2027 drie maanden in Roemenië liggen en in april hun loon en hun ops-toelagen ontvangen, zullen merken wat dit concreet betekent. Dat gaat over heel veel extra geld. Dan zullen we het zien.

Ik ben daar heel rustig in. We zullen het zien in 2029, we hebben nog een paar jaar. Nu is er inderdaad wat ophef en is er heel wat onvrede. Als men zegt dat het moreel van de troepen heel laag is door de regering, dan is dat niet juist. Het kan dat een vakbondsleider dat beweert, maar ik betwist dat ten zeerste. Ik denk wel dat er heel veel vraag is naar duidelijkheid. Die wordt nu gegeven. Die duidelijkheid zal ervoor zorgen dat als ze zien wat het echt betekent, sommigen hun ogen niet zullen geloven. Dan zal het allemaal wel gaan liggen.

De attritie van 1 % naar 11 % geloof ik ook helemaal niet. We zien dat absoluut niet. Er wordt ook gezegd dat ze allemaal naar hun pensioen stormen, omdat de pensioenhervorming eraan komt. Sorry, maar dat is niet juist. Ik zie dat totaal niet. Misschien is er hier en daar een, maar amper. Het is dus niet zo dat nu heel veel militairen plots allemaal hun pensioen aanvragen. Dat is absoluut niet te zien in de cijfers, ondanks alles wat daarover wordt verteld.

Mijnheer de voorzitter, dat zijn enkele elementen. Ik denk dat ik daarmee geprobeerd heb te antwoorden op de meeste punten. Mochten er nog bijkomende vragen zijn, dan wil ik daar zeker met veel plezier op antwoorden.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijke antwoord.

U hebt hier heel wat elementen herhaald van op de persconferentie, waarvan sommige ook voor ons in de goede richting gaan. Misschien leeft dit bij een aantal partijen, maar ik denk niet dat er bij de militairen een probleem is met te lang werken. Iedereen beseft dat men zijn of haar steentje moet bijdragen. Iedereen weet dat iedereen een bijdrage moet leveren. Het grote vraagstuk was echter dat er boter bij de vis moet komen. Als militairen langer moeten werken, moeten aan hun statuut en hun verloning grondige wijzigingen worden doorgevoerd. De belangrijkste vraag, die ook essentieel was voor mijn fractie en voor de militairen, is dat een uur een uur is. Een uur moet ook effectief worden betaald.

Wij hebben het gezien bij militairen op operatie. Bijvoorbeeld in de operatie Vigilant Guardian waar militairen naast politieagenten de veiligheid op straat verzekerden, werden de politieagenten in het weekend en ’s avonds dubbel zoveel betaald, konden zij op tijd naar huis en kregen zij bovendien nog een dag recuperatie. De militairen daarentegen kregen, alles bij elkaar geteld, nog niet de helft. Dergelijke verschillen moeten verdwijnen. Dat is oneerlijke concurrentie tussen veiligheidsberoepen.

Ik ben ook tevreden dat het statuut van de militair tijdens de huidige legislatuur grondig wordt herzien. Het statuut moet de 21e eeuw worden binnengeloodst, zodat de veiligheidsberoepen elkaar niet in de wielen kunnen rijden en er opnieuw een gelijk speelveld wordt gecreëerd.

Dat het pensioen en het statuut aan elkaar worden gekoppeld, is logisch. Ik begrijp de onrust over de pensioenhervorming, zeker bij militairen die bij Defensie op het einde van hun loopbaan zijn. Het is dus goed dat er eindelijk duidelijkheid komt en dat DGHR de kazernes bezoekt om er duidelijkheid te verschaffen. Ik ben ook blij met de gebruiksvriendelijke tool waarmee de militair kan berekenen wanneer hij of zij effectief met pensioen kan gaan. Daartoe is het essentieel dat er betere loonvoorwaarden en een betere verloning komen. Ik hoop dat de meeste maatregelen, zeker de opstoelage, op hetzelfde moment in werking treden als de pensioenhervorming.

Er ligt dus nog heel veel werk op de plank. Ik wens u veel succes in oktober 2025. Ik hoop dat u alle vakbonden kunt overtuigen. Sociale onrust is nooit goed, in geen enkele organisatie, ook niet bij Defensie. Ik kijk ook enorm uit naar het wetgevende werk dat op ons afkomt, want al uw aangekondigde plannen moeten in wetteksten worden omgezet en in het Parlement worden voorgelegd. Alvast bedankt voor uw antwoord.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, dank voor uw toelichting bij de aanpassing van het militair statuut en de pensioenhervorming. Het zou er nog maar aan mankeren dat het militair statuut niet zou worden verbeterd. De situatie was er natuurlijk ook naar: miskenning door onderbetaling, vaak abominabele loopbaan–voorwaarden en geen of gebrekkige compensaties voor gepresteerde uren. Het Vlaams Belang heeft altijd onderstreept dat het pensioendebat een loopbaandebat is en dat het ene onlosmakelijk verbonden is met het andere. Er is op het moment echter nog geen duidelijkheid over een aantal concrete maatregelen van dat sociaal akkoord, onder meer over de pensioenberekening, het verlies aan pensioen, de compensatie en de berekening van premies. Dat is allemaal nog bijzonder onzeker.

Mijnheer de minister, u weet beter dan wie ook dat de onderhandelingen in september allesbehalve vlot zijn verlopen. Er werden inderdaad nog een aantal minimumvoorwaarden voorgelegd. Me dunkt dat er nog veel moet worden onderhandeld. Uw communicatie omtrent het sociaal akkoord en de goedkeuring door de ACMP was dus voorbarig en lichtjes ongepast. De militairen laten zich niet onder druk zetten, omdat één vakorganisatie al heeft toegezegd. Dat lijkt me op het moment wel duidelijk. U schuift op in de tijd en hebt aangegeven dat een en ander voor medio oktober is; we zullen hier dus ongetwijfeld nog op terugkomen.

Er werd terecht hulde gebracht aan DG HR voor de communicatie ter zake, wat uiteraard toe te juichen is. Dat was ooit anders bij Defensie. De communicatie was immers niet altijd even proactief of duidelijk. Ik wil vooral hulde brengen aan onze militairen, van wie tegenwoordig al veel wordt gevraagd, nog altijd in onzekerheid verkeren en desondanks dag in dag uit alles geven wat ze kunnen om onze veiligheid te garanderen.

Axel Weydts:

Ik sluit mij uiteraard ook aan bij de hulde van mevrouw Ponthier aan onze militairen, die ondanks de onzekerheid over hun pensioen toch elke dag het beste van zichzelf geven, vaak in moeilijke en zelfs levensgevaarlijke omstandigheden, maar ik vond het ook gepast om hulde te brengen aan de mensen van DGHR, die hard gewerkt hebben aan het akkoord en die het nu ook zullen toelichten aan de militairen zelf.

Een uur is een uur; dat principe is iedereen bekend. Welnu, militairen dringen daar al tientallen jaren op aan en eindelijk is er op hun vraag een antwoord gekomen. Dat alleen al betekent een zeer grote verbetering voor hun statuut. Op dat vlak is het sociaal akkoord een belangrijke stap vooruit in de richting van wat onze militairen gevraagd hebben.

Het klopt dat veel militairen op het moment argwanend zijn. Eerst zien, dan geloven, horen we vaak. Ik begrijp dat. Ze willen boter bij de vis. Ze willen vaststellen dat de beloften waar worden gemaakt. Ik spreek nog vaak met mijn collega’s van destijds. Zo sprak ik onlangs tijdens Land Day met een aantal militairen. De opstoelage leek hen te bevallen, maar ze vroegen zich af of die er echt wel zou komen. Ze willen inderdaad zekerheid over de opstoelage, ook omdat het bedrag van die toelage niet min is. Ik denk dat we nu woord moeten houden. We moeten ervoor zorgen dat wat is afgesproken, zo snel mogelijk wordt uitgevoerd en dat het hele debat over de pensioenen daaraan wordt gekoppeld.

Tot slot heb ik nog enkele woorden voor de collega’s van de PVDA. Zij beweren altijd dat zij opkomen voor onze militairen, maar ze weigeren te investeren in nieuw en veilig materiaal voor onze militairen. Zij weigeren te investeren in nieuwe kazernes en in nieuwe infrastructuur voor onze militairen. Zij weigeren te investeren in de veiligheid van ons allemaal en dus ook van onze militairen. Hier beweren ze evenwel dat ze opkomen voor de militairen. Ik spreek veel met militairen onder andere op de Land Day en bij sociale evenementen. Daar heb ik nog nooit iemand van de PVDA gezien. Bij bevelovergaves heb ik nog nooit iemand van de PVDA gezien. Op evenementen zoals Land Day heb ik nog nooit iemand van de PVDA gezien. Ik ga er wel naartoe. Ik spreek met de militairen. Leden van de PVDA, wat zeggen zij over de PVDA? Zij vertrouwen u niet; zij geloven niet in u; zij houden absoluut niet van een partij als de PVDA, omdat u niet bereid bent de nodige stappen en investeringen te doen in onze defensie. Dus stop met ons hier de les te spellen alsof u de enige bent die opkomt voor onze militairen. Spreek met de militairen en u zult een ander geluid horen.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, parler avec les militaires, c'est effectivement important, mais il est également important de parler avant l'accord de gouvernement. Quand on fait un accord de gouvernement, on doit rencontrer les partenaires sociaux, et si vous aviez rencontré tous les partenaires sociaux – et en particulier les syndicats militaires –, vous n'auriez peut-être pas eu 5 000 militaires dans la rue. Dès lors, je pense que les militaires qui se sont exprimés ne pensent pas que du bien des réformes du gouvernement Arizona en matière de retraite, et en particulier les retraites des militaires.

Monsieur le ministre, vous parlez de fausses informations. Je peux vous suivre mais moi, je me réfère à des faits. Selon l'accord de gouvernement, l'âge de la retraite est 67 ans. Vous évoquez ici une mesure selon laquelle les militaires pourront partir à la retraite en moyenne vers 59 ou 60 ans, certains à 62 ans, d'autres à 60 ans. Moi, j'ai entendu la déclaration du ministre des Pensions et j'ai l'accord de gouvernement. Tous deux évoquent un âge de 67 ans.

Le deuxième élément primordial, c'est qu'en matière de retraites, si on compare les régimes de retraite dans deux armées essentielles qui sont membres de l'OTAN, la première qui vous sert souvent de modèle – autrement dit l'armée américaine –, on a droit à une retraite après 20 ans de carrière. Et en France, l'âge de la retraite pour les militaires – et vous n'ignorez pas qu'en France a lieu un large débat sur la réforme des retraites – est fixé à 52 ans, avec un minimum de 20 ans de service mais, après 17 ans de service, les militaires ont déjà droit à des éléments de retraite.

En fait, vous présentez un bel emballage, un beau cadeau, mais surtout pour les nouvelles recrues, pas pour ceux et celles qui sont toujours en activité aujourd'hui. Vous parlez donc de fausses informations et d'accord social, mais il n'y a pas d'accord social. Certes, un des syndicats a marqué son accord, mais vous avez dit que vous reverriez les autres à la mi-octobre. J'entends donc parler d'accord social mais non, il n'y a pas d'accord social!

En outre, vous n'avez pas répondu à une question très claire: le gouvernement vous a-t-il donné les 300 millions d'euros que vous réclamez pour l'accord social ou le prochain accord social? Personnellement, je n'ai vu aucun conclave budgétaire qui permette aujourd'hui de dire que vous avez les moyens de mettre en œuvre les mesures que vous avez énoncées. Dès lors, les fausses informations, je ne sais pas où elles sont, mais elles ne sont pas dans mon chef, et certainement pas dans le chef des syndicats et encore moins des militaires.

Theo Francken:

Het antwoord is ja. Dat geld is inbegrepen in de 2 %. Dat staat in de Strategische Visie, die aan u bezorgd is.

La réponse à votre question est oui.

Christophe Lacroix:

Donc, vous avez de quoi financer les 2 %? J'avais cru comprendre qu'il n'y avait toujours pas d'accord, que pour l'instant, on devait mobiliser des fonds Défense et SFPI, que l'on devait mobiliser des fonds par-ci par-là. J'avais compris qu'un des grands enjeux budgétaires du conclave, lors duquel vous devrez dégager 46 milliards d'économies selon vous, était qu'il fallait trouver un accord pour le financement des nouvelles dépenses. Vous me dites que vous avez déjà trouvé les moyens. Alors, mettez-les sur la table et énoncez-nous maintenant la partie de l'accord de gouvernement qui vous permet de dire que vous avez effectivement, de manière structurelle, de quoi financer votre plan et tous les investissements militaires dès 2025, pour la fin de cette année, et ensuite pour 2026, 2027 et les suivantes! Je trouve assez sidérant de vous entendre dire cela alors que rien ne permet d'affirmer que vous avez un accord budgétaire, au contraire. En tout cas, le conclave budgétaire n'a pas encore eu lieu.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Je pense que tout à l'heure j'ai précisé que Les Engagés étaient très attentifs aux négociations, mais je tiens à souligner que je ne mettais pas du tout en doute votre qualité de négociateur. Celle-ci a été démontrée ici par toutes les avancées qui ont été proposées aux militaires dans le cadre de l'évolution de leur carrière et aussi dans le cadre d'une vision beaucoup plus stratégique à long terme. Merci aussi d'avoir pris du temps. Deux mois, ce n'est pas négligeable pour aboutir dans ces négociations et discussions. Le statut des militaires est réellement amélioré, vous venez de le préciser, et c'est aussi très important pour nous. N'oublions pas ces hommes et ces femmes qui mettent à un moment leur vie en jeu pour nous défendre, pour défendre la patrie et l'ensemble des Belges que nous sommes, mais je sais que vous ne les oubliez pas.

Au-delà de cela, j'insiste sur le fait que vous avez proposé, comme vous l'aviez dit, que vous avez écouté, comme vous l'aviez dit, que vous avez négocié, comme vous l'aviez dit. Maintenant, il faut informer parce qu'en effet, il y a énormément de fausses informations. Nous n'avions jamais vu, avant la mise en place du gouvernement, la survenue d'une grève anticipée.

Koen Metsu:

Mijnheer de minister, ik denk dat we nu naar de grootste hervorming gaan van de voorbije decennia. Misschien is er in het verleden iets te weinig gebeurd.

Een paar zaken vallen mij op. Het is niet zomaar één vakorganisatie die haar akkoord heeft gegeven, het gaat om de grootste vakorganisatie by far, de ACMP.

Ik heb collega Kjell Vander Elst ook horen zeggen dat er zaken moeten veranderen om het statuut te moderniseren en zo naar een moderner leger te kunnen evolueren. Dat beaam ik volledig. Daarvoor pleit iedereen met een militaire badge al jaren. Alle anomalieën die er in het verleden zijn ingeslopen, worden nu stilaan weggewerkt.

Ik wil nog één oproep doen. Ik denk dat bepaalde partijen baat hebben bij sociale onrust. Ik heb dat nooit goed begrepen. Ook op lokaal niveau hebben we dat mogen vaststellen. Als men dat doet, doe dat dan wel met de juiste informatie. Doe dat niet door het verspreiden van fakenieuws, nieuws dat nog helemaal niet is afgetoetst, want dan begint men te stoken en komt men terecht in de fase van de voorbije maanden, met onduidelijkheid en onzekerheid. Dan is men de gemoederen aan het ophitsen in plaats van ze te bedaren om tot een sociaal akkoord te kunnen komen. Dat is mijn enige vraag aan alle collega’s.

Ik hoop dat wij tegen het einde van dit jaar - dat zou een soort wereldrecord zijn gezien de grootte van de hervorming - tot een protocol van akkoord kunnen komen. We wensen u daar alle succes bij, mijnheer de minister.

Staf Aerts:

Ik wil nog even inpikken op wat de heer Metsu net zei. Hij zei: bevraag u voor u hier informeert. Ik meen trouwens niet dat ik me schuldig gemaakt heb aan het verspreiden van fake news. Absoluut niet.

Als we vragen stellen in het Parlement, is het nu wel de allereerste keer dat we een antwoord krijgen dat langer is dan één minuut wanneer het over het sociaal akkoord gaat.

U kunt ons moeilijk verwijten dat we vragen moeten stellen. Als we geen antwoorden krijgen, wat is dan de zin daarvan? Dat was niet zo consistent in uw antwoord.

Inzake de toelichtingen van DHR wil ik onderstrepen dat ze door mij uiteraard zeer geapprecieerd worden. Het is bijzonder belangrijk om op een laagdrempelige manier iedereen persoonlijk te informeren. Dat zal zeker misverstanden uit de weg helpen.

Ik hoor in uw uitleg echter geen enkele opening om nog verder over het sociaal akkoord te praten, mijnheer de minister. U hebt zelfs gezegd: het is nu aan de vakbonden hun kaarten op tafel te leggen en dan een protocol van akkoord of van niet akkoord te geven. Ik vind het een pijnlijk signaal dat u, terwijl drie van de vier vakbonden toch nog opmerkingen en vragen hebben, eigenlijk zegt dat het te nemen of te laten is.

Uw antwoordde ook niet inzake de koppeling tussen de pensioenhervorming en het militaire statuut. In uw uitleg scheidde u die twee dossiers zelfs. Maar ze zijn natuurlijk niet gescheiden voor een militair, want die gaat uiteindelijk met pensioen én hij moet zijn huidige militaire statuut in het oog houden. Ik vind dat een rare manier van werken. Dit moet als één geheel behandeld worden. U doet dat niet. Het sociaal akkoord lijkt me voor u te nemen of te laten, terwijl er over de pensioenen nog geen volledige duidelijkheid is.

Wat gebeurt er ondertussen wel? Ik wil benadrukken dat de huidige militairen meer waardering dan ooit verdienen. De situatie is nu veel meer gespannen. De verwachtingen waaraan ze moeten voldoen, zijn nu ook veel groter. Nieuwe wapensystemen betekenen dat meer opleiding nodig is en meer tijd om daarin te investeren.

Nieuwe militairen en nieuwe reservisten opleiden, vraagt ook meer tijd. Ondertussen geeft deze regering de militairen ook nog extra politietaken, waarvoor de politieagenten beter vergoed worden dan de militairen, zoals het bewaken van kerncentrales of wacht lopen in de steden, eigenlijk als goedkope politieagenten. We weten nochtans allemaal - want dat is in het verleden gebleken - dat dit dodelijk is voor de motivatie van de militairen. Het accordeert niet met elkaar. Het zou moeten maken dat u met veel meer zorg omgaat met het statuut en het pensioen van de militairen.

Robin Tonniau:

Mijnheer Francken, u spreekt soms over het verspreiden van fakenieuws. Is er nu eigenlijk een sociaal akkoord of niet? U tweet zelf: “ It’s a wrap , sociaal akkoord is rond.” De ACMP heeft getekend, maar de feiten zijn dat drie van de vier defensievakbonden dat sociaal akkoord vandaag nog altijd niet hebben ondertekend. Als ik thuis aan de keukentafel in discussie ga met mijn kinderen en mijn vrouw en enkel mijn dochter en mijn zoon akkoord gaan over iets terwijl de twee andere kinderen dat niet doen, dan hebben we geen akkoord. Zo werkt dat. U hebt vandaag geen akkoord. Het is duidelijk waarover het gaat: de pensioenen vormen het hete hangijzer.

U geeft toe dat iedereen langer moet werken, dus ook onze militairen. Minstens vier jaar erbij, maar voor de meesten zal het eerder zes jaar zijn. Alsof dat niets is. U hebt dat wel gezegd, minstens vier jaar, dat was toch wat u net gezegd hebt. Op 60 jaar met pensioen, dat is enkel haalbaar voor wie een goede loopbaan heeft, maar veel mensen hebben gemengde carrières met ziekteperiodes ertussen. Dat is de realiteit. Daarom maken de militairen zich grote zorgen, terecht. Hoe ziet hun eindeloopbaan er vandaag uit? Alle goede functies voor vijftigplussers privatiseert u. Het bewaken van de kazernes en andere taken zijn al lang geleden geprivatiseerd. Het is logisch dat de militairen argwanend staan tegenover de politiek, ook tegenover uw beleid.

Mijnheer Weydts, ik luister naar de vakbonden. Ik citeer hier de vakbonden. U zegt dat ik met de militairen zelf moet spreken. Dat wil ik gerust doen. Volgens u vertegenwoordigen de vakbonden de militairen niet? Ik heb met militairen gesproken, een van de 5.000 die enkele maanden geleden in Brussel op straat kwamen. Dat was toch een duidelijk signaal, mijnheer Weydts? Zij waren daar niet om te supporteren, maar om te zeggen tot hier en niet verder; 56 jaar is lang genoeg voor ons.

Het is hier al gezegd, in Frankrijk kunnen militairen op 52 jaar met pensioen. In de meeste andere Europese landen ligt die pensioenleeftijd onder de 56 jaar voor militairen. Er is geen enkele reden om er voor onze militairen plots zes jaar bij te doen. Dank u wel.

Voorzitter:

Ik merk dat de minister nog het woord vraagt. Specifiek over iets wat mijnheer Tonniau gezegd heeft, of andere collega’s? Normaal gezien geldt dat als het gaat over een punctuele opmerking ten aanzien van collega Tonniau, ik u het woord verleen. Als het gaat over het debat heropenen, stel ik voor om dat niet te doen.

Theo Francken:

Ik heb gewoon punctuele antwoorden. Men zegt dat ik nog niet heb geantwoord op bepaalde vragen, dus dan wil ik daar graag op ingaan.

Voorzitter:

Het gaat dus over een punctuele opmerking van collega Tonniau?

Theo Francken:

Nee, het betreft niet alleen hem, maar ook de overige sprekers.

Ik vraag het woord na de heer Lacroix, waarna u opmerkt dat dat niet gebruikelijk is en dat ik op het einde moet antwoorden. Wat is het nu eigenlijk?

Voorzitter:

Nee, nee. Het systeem is als volgt: vraag van een parlementslid, antwoord van de minister en repliek van het parlementslid. Als daar een punctuele opmerking bij gemaakt moet worden, kan dat. Dat is reeds gebeurd. U zegt dat u nog een punctuele opmerking hebt. Dat kan ook, maar dan bestaat het risico dat er opnieuw een ronde geopend wordt. Als het dus gaat over een punctuele opmerking, heb ik er geen bezwaar tegen.

Theo Francken:

Het sociaal akkoord is heel belangrijk voor mij, dus voor mij mag de vergadering nog uren duren, maar men moet geen onzin vertellen. Daar kan ik niet goed tegen.

Voorzitter:

U mag daar punctueel op antwoorden.

Theo Francken:

Merci beaucoup. Il importe de dire ceci à propos de la comparaison établie avec la France à propos des pensions. Savez-vous que celles des militaires français sont largement inférieures à celles de nos militaires? Vous le savez?

Meneer Lacroix, maak de vergelijking dan volledig. In de Verenigde Staten kunnen militairen na twintig jaar dienst met pensioen gaan. Hun pensioen bedraagt echter slechts 40 % van hun laatste loon. In België bedraagt het pensioen 75 % van het laatste loon. Wanneer u dus nogmaals het sociaal akkoord, goed voor 300 miljoen, vergelijkt met de 5 miljard voor preferentiële periodes voor alle werknemers in het land, is die vergelijking intellectueel gezien totaal oneerlijk. Daarnaast maakt u de vergelijking met de Verenigde Staten, waar militairen na twintig jaar op pensioen mogen, maar slechts een half pensioen krijgen. Dat vind ik niet eerlijk. Daarom wou ik absoluut nog het woord vragen.

Ce n'est pas correct. Lors d'un débat, il importe vraiment de parler des pensions, des montants des pensions, de l'accord social, des syndicats, des exigences du personnel, du statut militaire. Cela ne pose pas de problème et c'est une priorité pour le gouvernement. Je négocie depuis des mois et je ne suis pas du tout d'accord avec ce que j'entends. Je vous connais comme étant un homme très correct mais il faut aussi pouvoir comparer les pommes avec les pommes et les citrons avec les citrons.

Ik hoor hier vaak vergelijken met Frankrijk en de Verenigde Staten, maar die vergelijking is intellectueel niet eerlijk. U zou er ook tegen zijn, mochten we hier denken aan een systeem zoals in de Verenigde Staten waarbij we na twintig jaar slechts een pensioen geniet dat veertig procent bedraagt van de laatste wedde. Dan zou u klagen dat dat een afschuwelijke afbraak van sociale rechten is, want dat is amper veertig procent van het laatste loon. Het is uiteraard nooit goed. In een dergelijk debat wint nooit iemand en dat is spijtig.

Er wordt gezegd dat ik nooit vragen heb beantwoord. Ik heb altijd duidelijk gemaakt dat ik ten bate van de constructieve houding tijdens de sociale onderhandelingen geen publieke verklaringen zou afleggen over de lopende gesprekken. Dat is natuurlijk niet leuk voor een Kamerlid. Mijnheer de voorzitter, in juli 2025, enkele dagen na de laatste plenaire vergadering heb ik u nog gebeld om u te melden dat er een akkoord was en te vragen of ik naar de Kamer zou komen. U antwoordde dat wij het akkoord in september 2025 zouden behandelen. Wij zijn nu in september 2025, op de eerste vergadering na het sociaal akkoord en ik geef hier uitgebreid toelichting over dat akkoord. Niettemin krijg ik het verwijt dat ik de eerste keer nooit meer dan een minuut heb geantwoord. Dat is toch absurd? Wat zijn dat voor argumenten?

Ik wil graag op een correcte en transparante manier met u samenwerken. Ik merk dat dat in sommige commissies volledig onmogelijk is door de lekken van bepaalde leden. Het is toch van geen niveau, als u in het debat over het akkoord in openbare commissie, waarbij iedereen kan meeluisteren, mij verwijt dat ik nu wel antwoord en daarvoor niet. Er is nu pas een akkoord!

Ik zal sociale onderhandelingen altijd discreet proberen te voeren. Dat is het beste en dat weet u allemaal. U hebt allemaal wel eens sociale onderhandelingen gevoerd. Het is beter om over onderhandelingen te zwijgen en niet te veel commentaar te geven, want anders mislukken ze. Dan ontstaat polarisatie met de ene partij die dit verklaart en de andere dat. Dan wordt het een totale ellende. Het is beter even discreet in de schaduw te werken en met een akkoord met alle partijen naar buiten te komen.

Hebben wij een akkoord? Wij hebben een akkoord met de grootste vakbond. Ik hoop tegen midden oktober 2025 een akkoord te kunnen sluiten met de drie andere vakbonden. Zal dat moeilijk zijn? Dat is moeilijk. Het recentste gesprek is inderdaad niet goed verlopen. Het is moeilijk. Er is ergernis bij mij en er is ergernis bij hen. Wij werken echter samen en zullen zien of wij eruit geraken.

Ik weet één heel belangrijke zaak. Vakbonden hebben we altijd nodig. Sociaal overleg is van heel groot belang. Er zijn nog vier jaar te gaan en als ik zie wat er in de wereld gebeurt, zullen wij elkaar nog goed moeten vasthouden. Wij zullen onze troepen nog moeten inzetten. Het is dus beter dat de regering en de vakbonden door dezelfde deur blijven kunnen. Er gebeuren immers altijd incidenten en er zijn altijd situaties waarin zij op mij moeten kunnen rekenen en ik op hen.

Daarom hoop ik dat wij een akkoord kunnen sluiten. Als dat niet lukt, is dat bijzonder spijtig. Ik hoop dat het wel lukt. Ik weet dat zij allemaal meeluisteren.

Voorzitter:

Ik heb gemerkt dat u drie collega’s hebt aangesproken. Collega Aerts, die gevraagd had naar een uitvoerig debat, hebt u aangesproken in verband met die minuut die u slechts hebt geantwoord. Hij is evenwel vertrokken, dus ik kan hem niet het woord verlenen.

Ik verleen nu het woord aan collega Lacroix.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, j'entends bien votre argument sur la retraite aux é tats-Unis et celle en France. Pour être clair, après 20 ans de carrière, un militaire français peut demander à prendre sa retraite. Donc, cela ouvre des droits; ce qui n'est pas le cas chez nous. Voilà ce que je voulais dire. Cela signifie qu'après 20 ans de carrière, le militaire concerné bénéficiera d'une retraite moindre que quelqu'un qui aura accompli 30 ans de carrière. En revanche, puisque vous ouvrez le débat au plan international et que nous parlons souvent de matériel militaire pour essayer d'aboutir à une cohérence et une uniformité au sein de l'OTAN et de l'Union européenne, il serait judicieux de réfléchir à une adéquation des conditions salariales, de travail et de retraite des militaires. Je ne le connais pas. Par conséquent, ma question est toute simple: quel est le salaire d'un militaire en France? Si sa retraite est inférieure, il a peut-être eu… Comme je n'en sais rien, je ne livrerai pas de fausses informations… Par rapport à d'autres militaires, quel est son niveau salarial? De la sorte, nous pourrons comparer non des pommes et des citrons, mais des pommes et des poires comme nous le disons en français – même si nous avons évidemment compris le sens de "pommes et citrons". Ensuite, vous parlez d'un accord social. Or vous en avez conclu un, mais avec un seul syndicat. Vous devez encore revoir les autres à la mi-octobre, comme vous l'avez dit vous-même. Toutes les cartes seront sur la table. Vous en appelez à la discrétion. Venant de vous, monsieur le ministre, cela m'a fait sourire. Je sais que vous êtes quelqu'un de très correct, mais vous n'êtes pas toujours discret. Nous vous voyons tout le temps dans la presse, monsieur le ministre. Dès que vous voyez quelque chose de bien, vous annoncez que la Belgique va l'acheter. Notre rôle de parlementaires est de vous poser des questions. Quand nous vous interrogeons, nous ne vous demandons pas d'être discret. Je sais que vous n'allez pas nous divulguer toute votre stratégie. Franchement, c'est un peu l'hôpital qui se moque de la charité. Nous jouons notre rôle en vous posant des questions. Vous choisissez d'y répondre ou non. Ne pas répondre est aussi un choix. J'ai été ministre. Parfois, cela m'arrangeait de ne pas répondre aux questions. Les députés en prenaient acte. Donc, s'il vous plaît, restons courtois et entre gens corrects. Et vous l'êtes. Malgré nos différends politiques, nous avons toujours entretenu une relation saine et normale.

De uitsluiting van België uit het FCAS-programma door het Franse Dassault
De geplande aankoop van extra F-35's
De Belgische deelname aan het FCAS-programma
De F-35's en de Europese strategische onafhankelijkheid
De Belgische deelname aan de ontwikkeling van effectoren voor de F-35's
De geplande aankoop van extra F-35's
België, F-35-aankopen en Europese defensiesamenwerking met FCAS

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 24 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België wil ondanks de scherpe afwijzing door Dassault’s CEO (wegens de F-35-aankoop) toch volwaardig toetreden tot het Europese SCAF-programma (6de-generatiejager), maar blijft afhankelijk van de onderhandelingen met Frankrijk, Duitsland en Spanje, waar interne spanningen het programma bedreigen. Parallel blijft België inzetten op de F-35 (met 11 extra toestellen) als kortetermijnoplossing, terwijl men voor 2040+ een gemengde vloot (F-35 + Europees toestel) nastreeft om strategische autonomie en industriële return (bv. SABCA, Sonaca) te waarborgen. Kritiekpunten zijn de afhankelijkheid van de VS (risico’s op meerkosten, technische problemen en politieke chantage), onduidelijkheid over SCAF-toetreding (360 miljoen euro al geïnvesteerd, maar status nog onzeker) en dreigend verlies van Europese defensie-invloed als België uitgesloten blijft. De minister benadrukt diplomatieke inspanningen en een plan B (bv. Brits-Italiaans-Japans GCAP) mocht SCAF mislukken.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, ik wil geen nieuw debat openen over de F-35's. We hebben het hier al heel vaak over de F-35's gehad. Ik wil wel in de toekomst kijken, naar de opvolging van de F-35's.

De ontwikkeling van een gevechtsvliegtuig vergt decennia. Het wordt niet van vandaag op morgen bedacht, laat staan geproduceerd en in gebruik genomen. Er zijn blijkbaar wat donderwolken boven het SCAF-programma, een programma van de Fransen, de Duitsers en de Spanjaarden. Men kan zich de vraag stellen of dat erg is, want binnen Europa is er ook het Tempestprogramm, nu het GCAP van de Britten, de Japanners en de Italianen.

Er zijn dus twee programma's voor de opvolging van de F-35's op Europees niveau. Mocht men beginnen met aan één programma te werken, dan meen ik dat dit verstandiger zou zijn, met het oog op de Europese onafhankelijkheid van andere partners.

Dit gezegd zijnde, de CEO van Dassault heeft deze zomer verklaard dat België niet meer welkom is in het SCAF-programma omdat het de F-35's heeft gekocht. Hij zou natuurlijk liever hebben dat we de oude brol van Dassault hadden gekocht. Gelukkig hebben we dat niet gedaan.

In die zin kan ik zijn opmerking wel ergens plaatsen, maar ze staat natuurlijk haaks op wat in de strategische visie staat, mijnheer de minister. In de strategische visie kiezen we duidelijk voor het SCAF-programma. Mijn vraag is dan ook heel eenvoudig of we daarmee verder gaan. Wat is uw reactie op wat de CEO van Dassault verklaard heeft over ons land? Hoe zullen we ons gedragen met het oog op een volwaardige Europese opvolger van het Amerikaanse systeem?

Ik meen dat we echt naar de toekomst moeten kijken. Als de F-35 over 20 of 30 jaar vervangen moet worden, moeten we een echt Europees alternatief hebben. Dat is niet onbelangrijk.

Kristien Verbelen:

Ik wil het ook hebben over de uitspraak van de CEO van Dassault, ondertussen al enige tijd geleden. Hij is toch een van de sleutelfiguren binnen het Europese gevechtsvliegtuigprogramma FCAS.

Hij liet er weinig twijfel over bestaan: zolang wij de F-35’s aankopen, ziet hij ons niet als volwaardige partner. Het waren harde woorden. "Ze maken ons belachelijk", dat is niet zomaar een uitspraak. Dat tast onze geloofwaardigheid aan binnen de Europese defensiesamenwerking. Het roept ook vragen op bij de industriële return voor onze bedrijven. Wat als wij uitgesloten blijven van het FCAS? Dreigen we dan een van de Europese defensieprojecten van de komende decennia te missen? Wij kijken namelijk ver vooruit. Onze ondernemingen dreigen dan met lege handen achter te blijven. Ik heb daarover enkele vragen.

Hoe reageert u op die uitgesproken Franse kritiek, die nog altijd nazindert? Hoe beoordeelt u de Belgische positie binnen het FCAS vandaag? Is een volwaardige, geloofwaardige toetreding nog realistisch? Wat zou een mogelijke uitsluiting betekenen voor onze defensie-industrie, en vooral voor de Vlaamse bedrijven die nu al veel investeren en onderzoek doen naar technologie en innovatie? Zijn er gesprekken geweest met Frankrijk of andere FCAS-partners om die spanningen weg te nemen? Zonder duidelijke koers dreigen we namelijk strategisch geïsoleerd te geraken.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, de uitspraken van de CEO van Dassault waren opmerkelijk en belachelijk. Volgens hem zou onze deelname belachelijk zijn. Door onze aankoop van de F-35 wordt de geloofwaardigheid van ons engagement ondermijnd. Het waren zeer scherpe uitspraken van de CEO over ons land en de strategische keuzes waar we voor staan.

Ook voor de toekomst zijn deze opmerkingen relevant. Ik kijk namelijk graag vooruit. We zijn het traject van de aankoop van de F-35 gestart en dat is op dit moment zeker de juiste keuze. Tegelijkertijd moeten we echter verder kijken. Onze horizon moet niet alleen de komende 5 jaar beslaan, maar de komende 15 tot 20 jaar. We moeten er dus voor zorgen dat we de juiste strategische keuzes maken.

In uw strategische visie, die ik uiteraard al gelezen heb, staat dat de regering het SCAF-consortium zal vragen om België zo snel mogelijk als volwaardige partner op te nemen. Daarbij moet de meerwaarde op het vlak van maatschappelijke voordelen, consolidatie en versterking van de industriële en technologische basis voor defensie worden gewaarborgd.

Heeft de uitspraak van de CEO gevolgen voor deze concrete passage uit uw strategische visie? Wat is uw officiële reactie en die van de Belgische regering op deze uitspraak? Komt er een gesprek met Frankrijk over dit dossier? Misschien het belangrijkste, wat is de impact van deze uitspraak op de reeds gedane financiële investeringen van ons land? We hebben immers al een engagement van 300 miljoen richting SCAF uitgesproken. Wat is daarvoor het gevolg?

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, le gouvernement MR-NVA de Charles Michel avait posé le choix de remplacer la flotte de F-16 belges par des F-35 américains. À l'époque déjà, mon groupe s'était opposé à un tel achat, qui ne tenait pas compte des intérêts industriels et stratégiques belges et européens. Depuis lors, les questions d'autonomie stratégique de l'Union européenne sont sans cesse plus impératives, notamment au vu de la direction clairement antieuropéenne prise par le président Trump. J'entends les collègues s'inquiéter des déclarations du président du PDG de Dassault. Personnellement, je m'inquiète plutôt de ce que Trump a dit hier au siège de l'Organisation des Nations Unies (ONU), dans une diatribe hallucinante et insultante, disant même que l'Europe n'était plus la bienvenue et tenant des propos sur l'Europe d'un allié, d'un soi-disant allié. Je m'inquiète très fort.

En juillet, pourtant, le gouvernement avait confirmé sa volonté, votre volonté, d'acquérir onze F-35 supplémentaires, en évoquant un pilier de l'interopérabilité et de la coopération transatlantique et européenne dans l'alliance. Parallèlement, votre vision stratégique ouvre la porte à un chasseur européen de sixième génération, en contradiction avec vos précédentes réponses. Grâce à votre prédécesseur, la Belgique joue actuellement un rôle d'observateur dans le programme européen baptisé Système de combat aérien du futur (SCAF).

Nous apprenons désormais que votre gouvernement demandera à ce consortium d'intégrer la Belgique en tant que partenaire à part entière dès que possible, et c'est une véritable plus-value en matière de retours sociétaux, de consolidation et de renforcement de notre base industrielle, technologique et de défense. Nous vous demandons bien évidemment de pouvoir l'assurer.

Monsieur le ministre, le fait que la vision stratégique annonce publiquement la volonté d'acheter un modèle précis de F-35 américain – et que vous ayez même annoncé où il devait être produit – n'est-il pas de nature à tronquer ledit marché et ouvrir la porte à de nombreux recours?

Quelles sont les garanties industrielles de coûts alors que la Suisse a mis en place une commission d'enquête et d'indépendance?

Quelles procédures, notamment sur le plan de l'implication parlementaire, allez-vous suivre?

Enfin, concernant le SCAF, vous indiquez que pour la troisième phase de développement, à partir de 2030, les budgets seront prévus dans la loi de programmation militaire adaptée. Dès lors, où en sont vos contacts avec vos homologues concernés, les Régions et le secteur industriel belge? De quel budget et de quel calendrier est-il question?

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, il est clair qu'au niveau du SCAF, le PDG de Dassault, Éric Trappier, détricote tout ce qui est mis en place. Il met aussi une pression énorme sur l'Allemagne. Il est d'ailleurs aussi désagréable avec l'Allemagne qu'il l'a été avec la Belgique. Nous pouvons clairement dire que le projet est mal parti. L'Europe doit encore se ressaisir et vraiment s'entendre sur un projet commun de nouvel avion, européen cette fois!

Pour en revenir à ma question d'origine, relative à la vision stratégique, la Belgique a confirmé l'achat de nouveaux F-35 mais dans une quantité moindre que vous ne l'aviez espéré. Dans le cadre du développement de la capacité de combat multirôle, il est prévu, pour la prochaine législature, que des moyens soient également prévus afin de participer à ce développement de la capacité, qui devra être renforcée et permettre d’étendre la capacité des avions de combat grâce à l’intégration des aéronefs sans pilote.

Aux é tats-Unis, le développement de ce qu'on appelle des effecteurs s'est accéléré avec le programme Collaborative Combat Aircraft (CCA). Nous avons le choix entre plusieurs propositions, mais toujours est-il que cela devra être effectué pour 2026. Parallèlement, d'autres programmes privés existent, comme le MQ-28A Ghost Bat de Boeing et le XQ-58A Valkyrie de Kratos. Ces entreprises lorgnent évidemment sur le marché européen et ont conclu des accords avec Airbus pour Kratos, et Rheinmetall pour Anduril, tandis que General Atomics semble compter sur sa filiale allemande.

Nous allons donc assister à une offensive industrielle américaine importante pour nous vendre les effecteurs qui auront été développés pour les flottes de F-35 américains. Nous risquons de devoir acheter ces appareils et, au niveau industriel, de seulement pouvoir participer au développement des futurs effecteurs du SCAF, du moins si ce programme aboutit.

Monsieur le ministre, pouvez-vous garantir que le F-35 pourra éventuellement fonctionner avec des effecteurs développés en Europe ou serons-nous nécessairement dépendant du système développé par les é tats-Unis? Existe-t-il déjà des programmes d'effecteurs auxquels participe la Belgique ou certaines de nos industries? Avez-vous eu des contacts sur ce sujet? Vu la vitesse actuelle de développement de ces systèmes, ne risque-t-on pas que la participation au développement des effecteurs, si elle est repoussée à la prochaine législature, intervienne trop tard?

Robin Tonniau:

Mijnheer de minister, de F-35 is uitgegroeid tot een sterk symbool, niet alleen voor deze regering maar ook onder de bevolking. We herinneren ons allemaal de opvallende visual van Vooruit met de slogan: "Daar vliegt ons pensioen." Dat leeft sterk onder de bevolking, en terecht. Terwijl de regering zegt dat de pensioenen onbetaalbaar zijn, dat iedereen langer moet werken – ook de militairen – voor een lager pensioen, bestelt diezelfde regering elf extra F-35's.

Dat maakt meteen duidelijk waar de prioriteiten liggen van deze regering: besparen op sociale noden, op gepensioneerden, op ernstig zieken, op werkzoekenden en zelfs op daklozen, maar tegelijk investeren in oorlogsmaterieel.

Die elf bijkomende F-35's kosten ons minstens 1,5 miljard euro, terwijl de totale kostprijs ongetwijfeld verder zal oplopen door onderhoud, training, bewapening, softwareherstellingen enzovoort. Zelfs de aankoopprijs kan nog stijgen. We hebben dat gezien in Zwitserland. Ondanks een ondertekend contract moesten de Zwitsers op een bepaald moment meer betalen. Met andere woorden, men bestelt voor prijs A, en daarbovenop komt nog een bedrag B. Bovendien maakt deze aanschaf ons volledig afhankelijk van de VS – en van Trump – voor wisselstukken, software, updates enzovoort. Dat roept vragen op over onze strategische autonomie ten aanzien van Trump. Daarnaast blijven er nieuwe technische problemen opduiken bij die toestellen. Extra vertragingen en extra hoge onderhoudskosten blijven het programma belasten. Het Pentagon zelf heeft daarom besloten om de geplande aankoop van F-35's voor 2026 te halveren van 48 naar 24 toestellen. De VS halveren dus hun bestelling, terwijl België er net bijbestelt.

Daarover heb ik enkele vragen.

Kunt u garanderen dat België niet extra zal moeten betalen voor de F-35's, zoals Zwitserland heeft moeten doen? Hoe garandeert u de operationele autonomie van ons land, gezien de afhankelijkheid van de VS voor cruciale componenten en software? Kunt u bevestigen dat de levenscycluskost substantieel hoger zal liggen dan de aankoopprijs? Welke concrete ramingen hanteert Defensie op dit moment voor die levenscycluskost? Hoe staat u tegenover de beslissing van het Pentagon om de geplande F-35-aankopen voor 2026 te halveren vanwege technische problemen? Ziet u de mogelijkheid dat België een soortgelijke herziening van de aankoop zal overwegen?

Mijnheer de voorzitter, mijn excuses voor het overschrijden van de spreektijd.

Theo Francken:

Comme annoncé dans la Vision stratégique 2025 pour la Défense, le renforcement progressif de la dimension capacitaire Air sera poursuivi entre autres par l'acquisition de 11 appareils de combat F-35 supplémentaires pour répondre aux engagements de l'OTAN.

Comme tous les autres marchés, ce marché sera soumis au contrôle administratif budgétaire et de gestion préalable en matière de passation de marchés publics.

L'acquisition d'avions de combat supplémentaires se fera sous le partenariat de gouvernement à gouvernement pour le F-35A et la procédure à suivre sera celle des Foreign Military Sales (FMS). Tout comme lors de l'acquisition initiale, des pistes d'implication de la base industrielle et technologique de défense (BITD) belge sont actuellement explorées. Conformément aux principes régissant la procédure FMS, les pays FMS paient tous les mêmes prix, tels que négociés par le Joint Program Office avec le fabricant, et bénéficient en sus de l'économie d'échelle d'un achat groupé beaucoup plus important. Finalement, en ligne avec la vision stratégique, l'achat complémentaire inclura des éléments supplémentaires de résilience. Entre autres, un assemblage en Europe permettra de renforcer la dépendance mutuelle transatlantique et de générer des possibilités de spin-off technologique européennes ainsi que des opportunités stratégiques. En outre, pour rappel, nous sommes et resterons souverains dans l'usage que nous ferons de nos F-35A.

En ce qui concerne le concept de Loyal Wingman ou de Collaborative Combat Aircraft, c'est-à-dire l'usage au sein d'un système de systèmes de drones qui sont dirigés à partir d'un avion de toute dernière génération comme le F-35, force est de constater que l'US Air Force progresse rapidement dans le développement de ce concept. Elle adopte une approche de "open architecture" et met tout en œuvre pour faciliter l'accès à des entreprises aéronautiques innovantes ainsi qu'à des nations disposant d'un solide tissu technologique aéronautique.

Dans le cadre de la veille technologique dans le domaine "Next Generation Combat Aircraft Technologies", l'industrie et l'Institut royal supérieur de défense (IRSD) suivent les évolutions avec intérêt.

Il est donc intéressant d'impliquer d'abord nos entreprises dans ces chaînes d'approvisionnement afin de pouvoir progresser technologiquement en Europe vers des CCA compatibles avec nos avions et nos besoins opérationnels. Le plan stratégique reconnaît aussi qu'à plus long terme, au-delà de 2040, et à condition que la situation en matière de budget et de personnel alloué continue d'évoluer dans un sens favorable, une flotte mixte composée du F-35 avec un chasseur européen de sixième génération pourrait apporter une valeur ajoutée en matière de flexibilité stratégique. Une telle approche n'est pas contradictoire compte tenu des besoins opérationnels à court terme, de l'orientation stratégique à long terme et des délais de disponibilité; elle est plutôt complémentaire et permet de répondre au mieux à l'ensemble des attentes.

Sinds 2014 is België officieel waarnemer bij het SCAF-programma of système de combat aérien du futur via een overeenkomst met de drie belangrijkste partners, Duitsland, Frankrijk en Spanje. De waarnemersstatus houdt geen bindende verplichting in om later toe te treden, maar geeft België wel toegang tot programmatorische en technische informatie en biedt de mogelijkheid om de Belgische industriële en technologische defensiebasis te positioneren op het gebied van toekomstige gevechtsvliegtuigen.

België is van plan het SCAF-consortium te vragen België als volwaardige partner op te nemen, op voorwaarde dat de meerwaarde op het vlak van maatschappelijke voordelen, consolidatie en versterking van de Belgische industriële en technologische defensiebasis gewaarborgd is.

Het budgettaire engagement van 360 miljoen euro tot 2029, zoals goedgekeurd door de vorige regering, ondersteunt een Belgische deelname aan Europese O&O-programma's rond toekomstige Europese luchtgevechtcapaciteit. In 2024 werd daartoe een nationale O&O-oproep gelanceerd ter waarde van 60 miljoen euro om Belgische bedrijven en onderzoeksinstellingen te laten inspelen op relevante technologieën. Voor de Belgische defensie-industrie ligt de potentiële return in deelname aan hoogtechnologische ontwikkelingsdomeinen, zoals aerostructuren, motoren, avionics , communicatie, cyber en disruptieve technologieën. Niet deelnemen aan een Europees project voor de ontwikkeling van een volgende generatie gevechtsvliegtuig zou een absolute gemiste kans zijn op het vlak van kennisontwikkeling en werkgelegenheid.

De uitspraken van de heer Trappier, de CEO van Dassault Aviation, over de mogelijke Belgische deelname aan het SCAF-programma zijn betreurenswaardig. Via diplomatieke, militaire en industriële kanalen zal het gesprek worden aangegaan met Duitsland, Frankrijk en Spanje om de positie en meerwaarde van ons land te verduidelijken. Concrete overlegmomenten vinden plaats in het kader van het Belgisch waarnemerschap. Het gaat daarbij om de opvolging van het programma, allerhande meetings en de halfjaarlijkse bijeenkomst van de monitoring committee . Ik heb begrepen dat de heer Trappier nogal hardleers is en blijft uitspraken doen, ook over de Duitsers, een iets groter en belangrijker land dan België. Dat is allemaal heel interessant en wordt nauwlettend opgevolgd door mijn team.

Normaal gezien geeft de strategische visie aan dat België wil toetreden, maar om van observator lid te worden, moet men toegelaten worden in de club. Daar zijn we nog niet aan toe. Ondertussen wordt de situatie van het hele programma dagelijks gemonitord, want het ziet er mogelijk wat minder goed uit. Er is veel stress tussen de originele oprichters van het programma. We zullen even bekijken hoe dat evolueert en of FCAS wel overleeft. Als het programma stopt door onenigheid tussen Frankrijk en Duitsland, zullen we onze opties bekijken en hiermee naar de Kamer komen.

We zullen zien hoe de situatie evolueert. Optie één is volledige participatie in FCAS. Optie twee is een vervolgstap onderzoeken, als FCAS kapseist. Men moet altijd een alternatief achter de hand houden.

Ik wil in ieder geval zeer duidelijk stellen dat we het ons niet kunnen veroorloven, zoals bij de ontwikkeling van de F ‑ 35, om niet vanaf het begin betrokken te zijn bij de ontwikkeling van een Europese fighter jet of the sixth generation . Ik vraag daarvoor ook het mandaat van de Kamer. We moeten daarbij betrokken zijn, zoals destijds bij het F ‑ 16 ‑ programma Bedrijven zoals SABCA, Sonaca en Safran bloeien nog steeds dankzij hun deelname 50 jaar geleden. Die prachtige bedrijven creëren daardoor nog steeds hoogwaardige jobs, innovatie en technologie. We moeten opnieuw van meet af aan betrokken zijn bij die programma's, want anders is dat een gemiste kans.

Indien FCAS mogelijk blijft en Trappier wat minder arrogant doet, moeten we erbij zijn. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan zoeken we een alternatief; deelname blijft essentieel.

L'aéronautique et le spatial sont vraiment des priorités. Nous sommes très forts en Belgique dans ces domaines, tant en Flandre que du côté wallon, où de nombreuses entreprises sont au top. Nous ne pouvons rester à ce niveau élevé que si nous participons à un tel programme.

Axel Weydts:

De voorbije weken heeft de NAVO het hoofd koel moeten houden. Ik heb gemerkt dat u ook hebt getracht dat te doen toen u het had over de uitspraken van de heer Trappier. U bent daar ook in geslaagd, mijnheer de minister.

Alle gekheid op een stokje, u zult de volledige steun krijgen van Vooruit voor het instappen in een Europese opvolger voor de F-35, de ontwikkeling van een zesde generatie gevechtsvliegtuig. Het is belangrijk dat we daar vanaf het begin bij betrokken zijn, vooral wegens onze economische belangen, maar ook om een seat at the table te hebben. U zult daarvoor onze steun krijgen. Is het niet FCAS, dan wellicht iets anders. We zullen zien hoe het evolueert, maar nogmaals, alle steun om er dit keer van bij het begin bij betrokken te zijn.

Kristien Verbelen:

Ik heb een aantal voorwaardelijke elementen gehoord, dus we zullen moeten afwachten hoe dat alles zich ontwikkelt. Ik voel de spreidstand tussen de aanzienlijke investeringen die we hebben gedaan in de F-35’s en het feit dat we volgens mij nog niet volledig betrokken zijn bij het Europese partnerschap. Er is bezorgdheid met betrekking tot de industriële return en onze geloofwaardigheid. Zonder duidelijke keuzes te maken, zullen zowel onze industrie als de belastingbetaler hiervoor opdraaien. Ik hoop daarom op een coherent beleid, waarbij we zowel economisch als militair kunnen redeneren.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, ik ben het met u eens dat we van bij het begin moeten meewerken aan en meedenken over een opvolger, een toekomstig Europees alternatief. Het is zeer belangrijk voor ons continent dat het Europese alternatief efficiënt is en een waardig alternatief vormt voor wat we vandaag hebben, namelijk de F-35, die nog altijd het beste toestel op de markt is. Het is belangrijk dat we daaraan kunnen bijdragen.

U was inderdaad zeer diplomatisch over bepaalde uitspraken. De opmerkingen van zo’n CEO zijn, zoals u zei, betreurenswaardig. Ik vind het belachelijk, zelf lichtelijk schandalig dat men op die manier uithaalt.

Er zijn al engagementen uitgesproken door de vorige regering. Het gaat over ettelijke miljoenen en we moeten ervoor zorgen dat dat geld niet verloren gaat en dat het een succes wordt. Ik begrijp echter ook dat dit meer vergt dan alleen ons engagement, de hoofdpartners moeten daar zeker ook aan meewerken. Ik hoop bovendien dat FCAS of SCAF overeind blijft, zodat we daarop verder kunnen bouwen als volwaardige partner.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, s'agissant du SCAF, il n'y a pas l'épaisseur d'une feuille de papier à cigarette entre votre position et celle du Parti Socialiste. Nous sommes parfaitement d'accord. Du reste, Ludivine Dedonder avait repris langue et développé une stratégie pour nous y impliquer. Vous poursuivez sur cette voie, et je considère que c'est le meilleur choix.

En revanche, pour le F-35, je regrette, monsieur le ministre, mais vous êtes vite passé sur le respect des règles en matière de marchés publics. Je n'arrive pas à comprendre comment on peut dire que ces règles seront respectées tout en annonçant que le choix se portera sur un F-35 qui sera construit en Italie. Ce choix est donc déjà biaisé. J'aurais préféré, de votre part, une réponse très claire relativement à la nature même de ce marché public, à la procédure, à sa date de lancement, aux critères qu'elle fixera, etc. Or vous vous contentez de surfer sur cette question sans y répondre. Puisque cela fait partie de votre vision stratégique, je reviendrai vous interroger tant que je n'aurai pas obtenu de réponse à ce sujet.

Nous voilà parvenus au troisième débat d'actualité. Nous nous reverrons en octobre. J'avais déjà signalé précédemment que nous aurions du mal à poser toutes nos questions et qu'il convenait par conséquent d'envisager davantage de réunions de commission pour un échange de questions-réponses. Je sais, monsieur le ministre, que vous êtes fort occupé sur le terrain à la fois national et international et je ne vous le reproche évidemment pas. Le 22 octobre, de nombreuses questions seront à nouveau inscrites à l'agenda. Or nous serons en plein débat budgétaire. Donc, toutes les questions seront ramassées dans le débat d'actualité budgétaire. Dès lors, j'espère que votre objectif n'est pas de les y intégrer parce que, dans ce cas, nous n'obtiendrons pas de réponses très précises. Je me permets de le signaler parce que c'est aussi important pour le travail parlementaire.

Voorzitter:

Over die laatste opmerking wil ik het volgende meegeven. Kort voor het zomerreces hebben wij nog een hele namiddag en avond doorgewerkt. De minister is ook altijd beschikbaar wanneer dat in zijn agenda mogelijk is.

Het is alleszins niet mijn doel dat de vragen worden weggemoffeld in een begrotingsdebat. In de mate van het mogelijke maken wij een planning om zoveel mogelijk vragen te kunnen behandelen.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, je vous rejoins tout à fait sur le fait qu'il faut être partie prenante d'un programme dès son début, car c'est de cette manière qu'on pourra en retirer un maximum de retours sociétaux. D'ailleurs, le "contrat du siècle", tel qu'a été appelé le contrat relatif aux F-16, qui arrive tout doucement à son terme, l'a bien démontré.

J'ai entendu l'ensemble des interventions de mes collègues. Mais il est très clair que les effecteurs arriveront avant un éventuel SCAF, avant un nouvel avion de sixième génération. C'est pourquoi il est primordial que nous puissions accompagner dès le départ pour ne pas rester au balcon. Il est évident que les effecteurs – qui sont des éléments essentiels de l'avenir de l'aviation de combat – doivent être pensés dans le cadre d'une vision européenne. C'est en tout cas notre conception des choses, avec la possibilité de faire travailler nos entreprises. Nous avons énormément d'entreprises innovatrices, et dès lors, monsieur le ministre, je vous demande de les contacter afin de se mettre en marche dès maintenant.

Il serait évidemment souhaitable que la Belgique figure parmi les pionniers d'un programme effecteurs, voire même qu'elle soit le déclencheur d'un tel programme au niveau européen.

Robin Tonniau:

Mijnheer de minister, ik begrijp niet goed waarom ik geen antwoord gekregen heb op mijn vragen. U had nochtans veel spreektijd over. Soms is het natuurlijk gewoon onmogelijk om te antwoorden op vragen. Bijvoorbeeld, kunt u garanderen dat België niet zoals Zwitserland extra zal moeten betalen voor de bestelde F-35's? Dat land heeft zaken gedaan met Trump, wij doen zaken met Trump. Dat valt niet samen te vatten in regels, wij weten eigenlijk niet wat er zal gebeuren. Als hij beslist the Belgians have to pay more , dan zal het zo zijn. Met andere woorden, we zitten in een situatie dat we kunnen worden bedreigd, afgedreigd, gechanteerd door de VS. Wij zijn klein en zij zijn groot. Als men dan ziet dat zelfs de VS hun bestellingen voor F-35's halveren, begrijp ik niet goed wat er gebeurt. Misschien zoeken ze andere slachtoffers om de winst op te drijven en daarvan zal België er misschien één zijn. We zullen zien.

Militairen op straat
De inzet van militairen op straat en het wettelijke kader daarrond
De inzet van militairen op straat
De inzet van militairen op straat
Het inzetten van militairen op straat in de war on drugs
De inzet van militairen voor binnenlandse opdrachten
De plannen om militairen in te zetten op straat
Militairen op straat
Militairen op straat en hun binnenlandse inzet

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 24 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de controversiële inzet van militairen voor binnenlandse veiligheidstaak (o.a. drugscriminaliteit in Brussel), waar geen consensus over bestaat. Tegenstanders (o.a. N-VA, Ecolo, PTB) benadrukken dat militairen niet getraind, juridisch onbeschermd en ongeschikt zijn voor politiewerk, dat dit structurele politietekorten maskeert en dat een wettelijk kader (Defensiecodex) ontbreekt – dat pas tegen 2027 operationeel zou zijn via een territoriale reserve (500 personen). Voorstanders (o.a. MR, Vooruit) zien het als tijdelijke noodmaatregel om veiligheidsgevoel te herstellen, maar eisen duidelijk mandaat, training en financiële dekking om *windowdressing* te vermijden. Minister Francken (Defensie) bevestigt de urgentie maar waarschuwt voor risico’s (proportionaliteit, incidenten, afleiding van kerntaken zoals oorlogsvoering) en stelt dat een robuust juridisch kader (pas klaar in 2025) en afstemming met politie essentieel zijn—zonder garantie op snelle inzet.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, ik kan grotendeels verwijzen naar de schriftelijke versie van mijn vraag. Uw opzet is anders dan wat de jongste tijd wordt beweerd. Er is kennelijk ook ruis op de lijn tussen u en de minister van Binnenlandse Zaken, wanneer het gaat over het tijdstip wanneer de militairen op straat zouden worden ingezet. Terwijl u in juli aankondigde dat militairen heel snel zouden worden ingezet, blijkt er nu toch een en ander te schorten aan onder andere de juridische invulling van het operationeel statuut. Kunt u dus duidelijkheid verschaffen? Wat is uw standpunt nu? Wanneer zouden er militairen op straat worden ingezet?

Kunt u meer uitleg verschaffen over het operationeel statuut en het toerbeurtensysteem waaronder onze militairen taken van binnenlandse bewaking opnemen?

Hoe ver staat het met het langverwachte wettelijk kader voor militairen in binnenlandse veiligheidsopdrachten?

Wat is de stand van zaken inzake de territoriale reserve? Hoeveel mankracht plant u? Hoeveel zit er al in de pijplijn? Wanneer verwacht u dat die mankracht operationeel en inzetbaar is?

Tot slot, voor ons is de DAB de hoofdverantwoordelijke voor de bewakingsopdrachten op plaatsen met kritieke infrastructuur. Daarvoor mag geen defensiecapaciteit worden ingeschakeld, volgens ons. U hebt echter een andere keuze gemaakt. Graag vernam ik van uw wat uw plannen zijn en wat is de stand van zaken.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, merci de rester plus longtemps que prévu.

Une nouvelle fois, avec le MR et la N-VA dans la majorité gouvernementale, on a l'impression que c'est le retour du militaire bon à tout faire. Après avoir repris les missions dévolues à la Direction de la sécurisation (DAB) de la police fédérale dans la surveillance des centrales nucléaires, on apprend aujourd'hui que le MR, par le ministre de l'Intérieur, veut absolument que l'on redéploye rapidement des militaires dans les rues de la capitale. Ce déploiement de militaires devrait se faire avec une capacité d'intervention telle qu'elle existe en France.

Nous étions bien d'accord, et vous l'aviez dit vous-même, monsieur le ministre, que les militaires n'ont pas à pallier l'incapacité du fédéral et du ministre de l'Intérieur à investir dans la police – c'est d'ailleurs plutôt le contraire qui s'est passé ces dernières années avec un désinvestissement dans la police – et à assurer la sécurité des citoyens face à des réseaux et à des violences qui relèvent de la responsabilité de la police fédérale, et de la police de manière générale. Les zones locales font déjà énormément de choses pour faire face au problème national que représentent les violences liées au trafic de drogue. Les militaires n'ont ni la formation, ni le cadre légal pour le faire. Je sais que vous travaillez sur une proposition de définition d'un cadre pour assurer de telles missions. En fait, c'est la gendarmerie qui aurait dû assurer ce type de mission, mais elle a été supprimée dans notre pays il y a presque 30 ans, ce qui n'est pas le cas en France.

Monsieur le ministre, comment vous positionnez-vous face à cette demande de votre collègue en charge de l'Intérieur? Où en êtes-vous dans vos négociations avec lui sur le sujet? Comment expliquez-vous une nouvelle fois le recours à des militaires plutôt que d'augmenter les moyens de la police fédérale pour assurer la sécurité de nos citoyens? Quelles seraient les conséquences humaines, matérielles et budgétaires pour la Défense d'un tel déploiement? Où en êtes-vous dans la confection de votre protocole d'accord avec votre collègue en charge de l'Intérieur? Les missions actives voulues par vos collègues de coalition sont-elles prévues et selon quelles concertations avec les syndicats militaires?

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, ik zal meteen met de deur in huis vallen. Vooruit is voorstander van het inzetten van onze militairen op straat in Brussel. Elk voorstel dat of elke maatregel die kan bijdragen tot de verbetering van de verschrikkelijke situatie in de Brusselse straten en op de Brusselse pleinen, is welkom. Wij zullen dat voorstel dus steunen.

In het regeerakkoord zijn echter twee voorwaarden gestipuleerd. De eerste voorwaarde is de oprichting van een territoriale reserve, omdat de inzet op straat eigenlijk niet behoort tot de kerntaken van onze actieve defensie. Aan die eerste voorwaarde zullen wij de eerstkomende jaren eerlijk gezegd niet kunnen voldoen. Dat vergt immers tijd. Zo'n reserve is er niet van de ene op de andere dag. Vooruit is dan ook absoluut bereid om die voorwaarde uit het regeerakkoord te laten vallen gelet op de noodzaak van uitzonderlijke maatregelen.

Een voorwaarde die voor ons wél absoluut van groot belang is, betreft het mandaat van de militairen en het wettelijke kader dat wij onze militairen bieden om te kunnen doen wat zij op straat moeten doen. Als daar militairen worden ingezet zonder duidelijk mandaat en zonder wettelijk kader, dan blijft het bij windowdressing. Dan toont men wel dat militairen aanwezig zijn, maar die kunnen niets doen. Dat is niet alleen frustrerend voor de militairen die de opdracht moeten uitvoeren. Dat is vooral ook heel inefficiënt. Voor elk incident moet dan immers toch een beroep worden gedaan op de politie.

Mijnheer de minister, dat wettelijke kader is voor ons dus een absolute voorwaarde. Denkelijk is het dat ook voor u.

Mijn vraag is bijgevolg heel eenvoudig. Hoe ver staat u met de uitwerking van het wettelijke kader en kunt u al een tipje van de sluier lichten over wat daarin precies zal worden opgenomen?

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, ik ben het geregeld met u eens, maar wat de inzet van militairen op straat betreft, is dat niet het geval. Ik beschouw dat als een bijzonder slecht idee en zal uitleggen waarom.

Ten eerste is de militair daarvoor niet opgeleid. Een militair is niet getraind om de orde te handhaven in een stad in het binnenland. Indien men dat wil doen - en er zullen altijd zijn die dat willen -, dan gaat men bij de politie. Dan wordt men geen militair.

De tweede reden betreft de capaciteit. Wij doen alsof de Belgische Defensie zoveel personeelsleden telt dat we niet weten waar we ze moeten stationeren. De internationale en geopolitieke context is echter bijzonder gespannen en vraagt dat operationele militairen op het internationale toneel beschikbaar blijven, niet in het binnenland. Binnenlandse ordehandhaving is een taak van de politie.

Ten derde, ik was nog redelijk mild toen ik over dat plan in het regeerakkoord las, want – dit zijn de te vervullen voorwaarden - leden van de territoriale reserve die niet operationeel voor langere periodes in het buitenland kunnen worden ingezet, zouden inderdaad voor bepaalde binnenlandse taken kunnen worden ingezet. Maar dan moet een wettelijk kader dat wel toelaten, zodat ze niet louter als een kamerplant aanwezig zijn op straat en alleen de politie mogen bellen bij incidenten. Als die twee voorwaarden vervuld waren, is daar wel iets voor te zeggen, maar dat is niet het geval.

Ten vierde, er wordt geargumenteerd dat men Defensie slechts in uitzonderlijke omstandigheden zou inzetten. In Brussel bestaat echter een structureel veiligheidsprobleem. Daar moeten structurele veiligheidsmaatregelen voor komen. De inzet van militairen naast politieagenten vormt geen structurele oplossing voor een veiligheidsprobleem zoals in Brussel hoofdstad of andere steden. Een drugsproblematiek, die al jarenlang speelt en waarschijnlijk nooit volledig zal verdwijnen, wordt niet opgelost door militairen naast politieagenten te laten patrouilleren. Dat is geen structurele oplossing, maar symboolpolitiek, mijnheer de minister.

Mijnheer de minister, u merkte op dat het wettelijk kader klaar is. Wanneer zal dat aan het Parlement worden voorgelegd? Gelet op het feit dat er enige ruis bestaat met de minister van Binnenlandse Zaken, vernam ik graag wanneer u die maatregel op het terrein denkt uit te voeren? Over welke capaciteit van militairen gaat het?

Anthony Dufrane:

Monsieur le ministre, le gouvernement fédéral a annoncé le retour de militaires dans certaines communes bruxelloises afin de lutter contre le trafic de drogues et les violences qui s'y rattachent. Cette mesure, présentée comme un appui aux forces de police, soulève de nombreuses interrogations quant à l'efficacité réelle. Les experts rappellent que l'armée n'a pas les compétences ni les prérogatives d'un service de police, et que son action s'inscrit avant tout dans le champ du maintien de l'ordre administratif.

Les expériences passées, notamment à la suite des attentats de Bruxelles, ont montré que cette présence pouvait influencer le sentiment d'insécurité. En effet, la présence policière renforcée depuis quelques années joue un rôle mais cette nouvelle présence doit être une force de dissuasion supplémentaire. Il faut aussi éviter que la problématique soit déplacée vers d'autres zones.

Dès lors, il est primordial qu'une complémentarité entre la Police et l'Armée soit mise en place pour protéger nos citoyens et empêcher que les réseaux puissent prospérer ou qu'ils puissent se développer dans de nouveaux quartiers.

Monsieur le ministre, quel sera le coût global de ce déploiement pour la Défense et comment sera-t-il financé? Une estimation a-t-elle été faite du coût par militaire mobilisé et du coût global par quartier concerné? Comment les moyens humains et financiers de ces déploiements urbains s'articulent avec les besoins actuels de l'armée dans ses missions principales? Comment ces déploiements s'articuleront-ils avec les forces de l'ordre? Quelle sera la durée prévue de ce dispositif et selon quels critères son efficacité sera évaluée? Une coordination spécifique est-elle prévue avec la police et la justice afin d'éviter que cette présence ne se limite à un déplacement du problème plutôt qu'à une réelle solution?

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, depuis quelques semaines, l'idée de renforcer les forces de police par des militaires tourne au sein des acteurs de la société et du monde politique, notamment pour renforcer la lutte contre le trafic de drogue. Évidemment, cette idée interpelle car elle met en lumière l'insuffisance actuelle des effectifs policiers. De même, elle laisse croire qu'il s'agit d'une solution miracle qui permettrait de combler les insuffisances actuelles du dispositif de lutte contre le trafic de drogue.

Nous savons tous que la première priorité doit être le renforcement des moyens de la police, singulièrement la police judiciaire pour pouvoir mener des enquêtes. Des moyens adéquats pour la justice sont tout aussi nécessaires. Surtout, les solutions pérennes doivent avoir une approche globale ou holistique impliquant l'ensemble des gouvernements en passant par de l'éducation à toutes les chaînes pénales, sans oublier le traitement des personnes touchées par l'addiction aux drogues.

Néanmoins, les Engagés pourraient accepter une présence temporaire de l'armée dans les rues pour rassurer la population. Mais il faut que les conditions de cet engagement soient clairement définies et qu'il ne porte pas atteinte à la readiness de la Défense sur laquelle vous insistez tellement, à raison.

Pour ce qui est de mes questions précises, je renvoie au texte de la question telle que déposée.

Monsieur le ministre, j'aimerais savoir quelle serait la quantité d'effectifs engagés? La Défense a-t-elle fait part d'un nombre maximum possible? L'utilisation des jeunes formés dans le cadre du service militaire volontaire a été évoquée. Ne serait-ce pas dangereux? Quelle serait la stratégie de sortie pour que ce soutien ne s'éternise pas ? Avez-vous fixé une limite temporelle? Quelles missions précises seraient attribuées aux militaires dans ce cadre? À quelles règles seront-ils soumis lorsqu'ils participeront à ces opérations? Quel serait l'impact sur l'objectif d'amélioration de la readiness de la Défense?

En bref, monsieur le ministre, il est nécessaire d'apporter beaucoup de précisions pour que nous puissions réellement apprécier de la pertinence et l'impact de ces propositions.

Robin Tonniau:

Ik verwijs naar de ingediende vraag.

De inzet van militairen in Brusselse wijken tegen druggerelateerd geweld wordt door experts en militaire vakbonden bekritiseerd: militairen zijn hiervoor niet getraind, juridisch beschermd of correct vergoed voor civiele politietaken. Tegelijk blijven cruciale maatregelen, zoals versterkte douanecontroles, gespecialiseerde speurders, adequate financiering van justitie en een totaalplan voor wijkveiligheid met preventie en sociale investeringen, uit.

Vandaar heb ik enkele vragen voor u meneer de minister:

Welke concrete structurele en lange termijn maatregelen neemt de regering om drugscriminaliteit effectief aan te pakken, in plaats van militairen op straat te zetten?

Zullen militairen dezelfde vergoeding krijgen als politieagenten?

Hoe lang wilt u militairen op straat laten patrouilleren?

Gaat u militairen op straat verplicht laten patrouilleren zonder een sluitend juridisch kader?

Peter Buysrogge:

Mijnheer de minister, de veiligheid in onze straten is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de politie. Het is klaar en duidelijk dat daar de verantwoordelijkheid ligt. Als er natuurlijk een capaciteitsprobleem is bij de politie, moet Defensie kunnen worden ingezet, mits goede afspraken, protocolakkoorden en dergelijke. Dat standpunt hebben we in het verleden als partij altijd ingenomen.

Collega Vander Elst, u vraagt waar het wettelijk kader blijft. Als er een wettelijk kader zou zijn, dan wilt u er misschien nog eens over nadenken. Mijnheer de minister, in de vorige legislatuur, toen we nog samen op de oppositiebanken zaten, hebben wij een resolutie ingediend specifiek om dat wettelijk, juridisch kader te creëren. Die resolutie is toen vlotjes weggestemd, ook door uw partij, mijnheer Vander Elst; niet door u persoonlijk, maar wel door uw voorgangers.

Wat ons betreft, is het van belang dat dat juridisch kader er komt. Het had er al kunnen zijn als onze resolutie toen was aangenomen, maar die werd helaas verworpen.

Voor het overige verwijs ik naar mijn ingediende vragen.

Als voorzitter geef ik u nu het woord, mijnheer de minister.

Theo Francken:

Collega’s, het is een moeilijk debat, een debat dat telkens opnieuw opduikt. Er zijn argumenten aan beide kanten.

De drugsoorlog en de georganiseerde criminaliteit rond drugs zijn geen alleenstaand fenomeen. Het gaat om een structureel probleem dat al langer bestaat. Wel is er nu veel meer straatgeweld dan vroeger, zeker in Brussel, en dat geweld neemt toe. Er bestaat dus wel degelijk een expliciete vraag naar meer zichtbare aanwezigheid, een show of force . Aan beide kanten valt er iets te zeggen.

Politiemensen hebben hierin de eerste verantwoordelijkheid, dat klopt. Militairen hebben dit niet als hoofdtaak, maar hulp aan de natie behoort wel degelijk tot hun opdracht. Het is dus niet helemaal uitzonderlijk. Als er morgen opnieuw een aanslag zou plaatsvinden met tientallen doden en honderden gewonden, dan zullen militairen onmiddellijk op de straat komen. Ik neem aan dat de meesten onder u desgevallend zullen zeggen dat het niet anders kan.

De essentie van het debat is dus de volgende: verantwoordt een strijd tegen georganiseerde criminaliteit – niet tegen terroristen of zogenoemde lone wolves – de inzet van militairen op straat, of niet? Dat is de kernvraag.

Principieel heb ik er geen probleem mee om meer militairen en materiaal op straat in te zetten, ook in het binnenland. Er zijn natuurlijk tal van redenen om dat niet te doen. We bevinden ons momenteel in volle transformatie van onze landmacht. We hebben iedereen nodig. De situatie van 2016 is echt niet te vergelijken met die van 2025 of 2026: we zijn met veel minder personeel, we zijn volop aan het transformeren, er komt veel nieuw materiaal binnen en we hebben iedereen nodig. We bereiden ons volledig voor op oorlogsvoering aan de oostflank, wat een zeer zware vorm van oorlogsvoering is. Dat is totaal anders dan het expeditionaire verhaal van tien jaar geleden. We hebben een andere Defensie en bevinden ons in een heel ander stadium, waardoor het een moeilijke discussie is.

Op dit moment zijn onze militairen opgeleid om zeer scherp en agressief op te treden, echt gericht op war fighting . In die zin, als je dat inzet tegen een straatbende van twaalfjarige drugsdealers … Proportionaliteit is toch ook belangrijk.

Ik vind dit een uiterst moeilijk debat. Ik lig er ook wel wakker van; het is een van de lastigste kwesties. Volgens het regeerakkoord is het niet mogelijk. Het regeerakkoord voorziet in statische patrouilles op straat, bijvoorbeeld voor kerncentrales, mits inachtneming van de codex territoriale reserve. Gemengde patrouilles worden alleen ingezet bij een OCAD-niveau 4. Bij een drugsoorlog heb je echter geen niveau 4-dreiging. Dat niveau geldt enkel bij imminente dreiging voor terroristische aanslagen. Een drugsconflict met bendes die de straten van Kuregem of Peterbos overnemen, zoals de drugsmaffia uit Marseille die actief is, valt daar niet onder.

Aan de andere kant kunnen we de ernst van de problemen niet negeren. De situatie is zeer urgent. De vraag van Binnenlandse Zaken is duidelijk en alarmerend. Collega Quintin heeft mij hierover gevat en heeft daar vrijdag terecht een punt van gemaakt op de ministerraad.

Ik wil dit aanpakken. Vorige week heb ik met minister Quintin samengezeten. De juridische diensten van FEDPOL en Defensie komen vanmiddag om 14.00 uur samen op mijn kabinet voor overleg. Dit is een debat dat gevoerd moet worden. We zullen eruit geraken. Wat mij betreft is de Defensiecodex klaar. Het is belangrijk dat die er komt; vermoedelijk pas tegen de zomer, wegens het parlementaire proces. De vraag of Defensie en militairen ook politietaken mogen uitvoeren is een fundamenteel debat, waarover in het Parlement enkele maanden kan worden gediscussieerd. Er zullen waarschijnlijk ook nog procedurele stappen volgen, vermoed ik.

Ik schatte dat dit ongeveer een jaar zou duren. Rond 21 juli zou het wellicht afgerond en goedgekeurd zijn. Dit is namelijk ook afgestemd op het nieuwe Strafwetboek dat op 8 april in werking treedt. De artikelen zijn daarop geschreven. Als alles in het Parlement vlot verloopt, inclusief bij de Raad van State, zou 8 april haalbaar kunnen zijn. Dan zouden we dat kunnen doen.

Wat de territoriale reserve betreft, gaat het dit jaar om 500 personen. De brieven hiervoor worden hopelijk, als het wordt goedgekeurd, binnenkort verstuurd. De eerste 500 personen zullen dan worden opgeleid vanaf september 2026. Met een opleiding van twee à drie maanden zijn zij tegen het einde van 2026 opgeleid en begin 2027 inzetbaar. Het is niet de bedoeling om alleen deze 500 mensen op straat te zetten of de nucleaire installaties te laten bewaken. Zo’n taak is niet heel sexy. Men kan dat ook geven als taak, maar niet als enige taak. Dan is dat het domste idee ooit en zal geen enkele jongere dat willen doen, omdat ze dan gewoon als bloemzak worden gebruikt. Er moet dus een inzetkader komen. De territoriale reserve blijft dan ook staan als een huis.

Er is momenteel een urgente vraag en ik sta open voor antwoorden en hulp. We zouden ook eerst de nucleaire sites niet bewaken, maar we staat er al. Defensie staat er dus altijd voor open om te helpen, maar er zijn veel vragen, bijvoorbeeld over gemengde patrouilles met de politie. Politiemensen hebben echter een totaal andere opleiding genoten. Dat moet dus op elkaar afgestemd worden. Wat gaan we precies doen? In 2016 hebben we dat immers ook gedaan, maar enkel tijdens de eerste dagen. Daarna waren het enkel militairen die patrouilleerden, ook hier rond de Kamer, zonder politiemensen. Als er iets gebeurde, moest men maar bellen en dan kwam de politie. Dat is echter geen optimale situatie. Daarom is een grondig debat nodig. We zijn er nog niet uit, dat geef ik eerlijk toe, maar we zijn er volop mee bezig.

Of het nu voor het einde van het jaar nog zal gebeuren of pas erna, we moeten er vooral voor zorgen dat het werkt. Het is belangrijk dat de inzet van militairen correct gebeurt, dat ze goed inzetbaar zijn en dat de acties effect hebben op het terrein. Een show of force is belangrijk, maar het mag niet het enige zijn. Ook moeten de risico's goed worden ingeschat, want die zijn reëel. Het zou spijtig zijn als ik vragen krijg over incidenten, zoals toen een jonge militair van 18 jaar betrokken was bij dat incident in Anderlecht waarbij hij met de kolf van zijn SCAR de kaak verbrijzelde van een 12-jarige. Er werden toen klachten ingediend bij het Comité P en er werd een groot onderzoek gestart. We moeten dus goed weten wat we doen. In die zin ben ik altijd bereid om te helpen wanneer een collega van Binnenlandse Zaken vraagt om de binnenlandse veiligheid mee te verzekeren.

Dat heb ik ook gedaan toen ik staatssecretaris voor Asiel en Migratie was. Destijds werkte ik samen met een andere, maar zeer goede, minister van Binnenlandse Zaken. Ook met de huidige minister, eveneens een zeer goede, wil ik altijd nadenken over oplossingen. We hebben dat ook al gedaan met betrekking tot de nucleaire sites.

Als u mij echter vraagt of de militairen er effectief zullen komen en of het volledig rond zal zijn, kan ik zeggen dat we in onderhandeling zijn, dat we het al bespreken en dat we het rustig en goed zullen aanpakken. We zullen geen stommiteiten doen. Dat gaat echt niet gebeuren.

Over deze passage is trouwens maanden onderhandeld tijdens de regeringsonderhandelingen. Dat is niet voor niets gebeurd.

Voorzitter:

Mijnheer de minister, uw kalme en genuanceerde houding wordt geapprecieerd.

Christophe Lacroix:

Ministre Francken, nuancé, équilibré, discret, calme… Mais on nous a transformé le ministre!

Merci pour votre réponse, monsieur le ministre, parce qu'elle a le mérite de la franchise. Nous ne sommes pas souvent d'accord, mais au moins vous êtes quelqu'un de franc. Parce que j'ai l'impression que le MR et son président, c'était l'écran de fumée. Donc, pour résoudre toute l'incurie des partis de droite qui ont eu le portefeuille de l'Intérieur ces 25 dernières années, en termes de police et de recrutement de policiers, on vous fait porter le chapeau en disant: "Mais ça, ce sont les militaires et M. Francken qui vont le résoudre."

Et vous dites qu'une solution passe tout d'abord par un volet multidisciplinaire, qu'il faut travailler sur le plan judiciaire, sur le plan de la répression, et qu'il faudrait même travailler sur le plan de la prévention des assuétudes. Cela appelle donc à un dialogue avec les Régions et Communautés, et demande d'avoir un vrai plan interfédéral de lutte contre la drogue. Ensuite, vous dites qu'il faut au préalable que le codex soit voté, et que ces militaires soient formés le cas échéant; ils ne seraient déployables qu'en 2027.

Ma grande crainte est qu'on lance les gamins ou les gamines de la réserve territoriale dans une opération sans aucune préparation – alors qu'ils ont voulu s'engager pour leur patrie –, dans un contexte qui n'est pas celui qui est défini prioritairement dans le cadre de la défense.

Enfin, d'une manière générale – parce qu'on parle beaucoup aussi de fake news –, vous avez signalé à bon escient qu'il y a des fusillades à Bruxelles. Effectivement, on constate une augmentation des fusillades de 30 % à Bruxelles sur cette année et de 22 % à Anvers. Si on regarde les chiffres des autres villes de taille plus ou moins similaire, ou les grandes villes wallonnes ou flamandes, il s'agit, selon moi, d'un problème national, qui doit être réglé avec sérieux. Je pense que vous êtes bien plus sérieux en la matière que certains de vos collègues libéraux au gouvernement.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, ik was misschien wat voluntaristisch met mijn uitspraak dat wij voorstander zijn van het inzetten van militairen op straat. We blijven dat ook, maar daar past natuurlijk wel enig voorbehoud bij. Nogmaals, het wettelijke kader is een absoluut minimum. Ik denk dat we op dat vlak op dezelfde lijn zitten. We moeten alles goed afspreken en niet over één nacht ijs gaan bij de effectieve inzet van militairen. In die zin begrijp ik de bekommernissen zeker en steun ik die. Dat is heel belangrijk. Het is niet iets wat men van vandaag op morgen beslist. Daarom hebt u onze steun om niet te snel te schakelen en om een dergelijke maatregel correct vorm te geven, zonder zich aan steekvlampolitiek te bezondigen en van vandaag op morgen een aantal militairen op straat in te zetten. Het pad dat u wilt bewandelen, is ook het onze. U hebt daarvoor dus alle steun van ons.

Kjell Vander Elst:

Dank u voor uw duidelijke antwoord, mijnheer de minister. Ik denk dat we toch meer op dezelfde lijn zitten dan ik eerst dacht.

De eerste vraag die we moeten beantwoorden, is een principiële vraag, namelijk willen we militairen op straat inzetten of niet. Ik ben heel duidelijk: ik wil dat niet. Ik wil geen militairen op straat die structureel binnenlandse taken op zich nemen.

Wat ik wel wil – het wordt hier wat op flessen getrokken –, is dat in uitzonderlijke omstandigheden, bijvoorbeeld bij een terreuraanslag of een dreigingsniveau van 4 zoals bepaald door het OCAD, alle veiligheidsdepartementen klaarstaan om het binnenland te beveiligen en eventueel te reageren. Dat geldt voor iedereen, ook voor militairen en Defensie. Als men dat aan Defensie vraagt, zal zij aan die vraag tegemoetkomen. Daar ben ik het 100 % mee eens.

In Brussel is er echter een structureel veiligheidsprobleem op het gebied van ordehandhaving. Daarvoor is een politiehervorming nodig; daarvoor moeten de politiemensen goed opgeleid worden en dat gebeurt momenteel onvoldoende. De fusie van de Brusselse politiezones steun ik ook volledig – dat zal zoden aan de dijk brengen – maar men moet politietaken aan politiemensen toevertrouwen, niet aan militairen.

U merkte op dat de opleiding van militairen nu zeer specifiek is. Die opleiding is helemaal anders dan 5 à 10 jaar geleden en terecht, want de dreiging is zeer reëel en ernstig.

U verwijst naar de Defensiecodex. Ik ben het volledig met u eens dat die niet op een drafje door het Parlement mag worden gejaagd. Het is een bijzonder belangrijk document waarin we structurele keuzes vastleggen over wanneer en waar welke militairen worden ingezet. Dat is cruciaal en technisch van aard. Men moet waarschijnlijk bijna een jurist zijn om die codex volledig te kunnen doorgronden. Ik zal me daar moeten doorworstelen. Ik wil absoluut vermijden dat de Defensiecodex er snel wordt doorgejaagd.

Ik respecteer minister Quintin en de MR, maar wat de Defensiecodex betreft, zitten we niet op dezelfde lijn. Ik hoop dat we die er niet overhaast zullen doorjagen, omdat minister Quintin en de MR zo snel mogelijk de militairen puur symbolisch willen inzetten. Zonder codex, zonder territoriale reserve en zonder wettelijk kader blijft het slechts een symbolische inzet. De militairen mogen momenteel niets doen. Ze mogen niet zelfstandig ingrijpen en moeten de politie contacteren. Als dat de aanpak blijft, hoop ik dat u uw woord gestand doet, voorbehoud maakt en voldoende tijd neemt voor de besluitvorming. Nogmaals, een dergelijke aanpak zou een zeer slechte zaak zijn voor Defensie. Ordehandhaving omwille van binnenlandse veiligheid is een taak van de politie en dat moet zo blijven.

Anthony Dufrane:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, je vous remercie également pour votre réponse.

Monsieur Lacroix, je crois que, si Joëlle Milquet était de droite, cela se saurait. Je ferme la parenthèse. C'est un petit trait d'humour.

Monsieur le ministre, il est clair qu'en situation 'urgence et d'exception, on peut entendre les positions qui sont prises et qui visent à mettre les militaires dans les rues. On vous remercie pour votre volontarisme mais aussi pour votre prudence et votre réflexion. C'est aussi très important. On pourrait évidemment l'accepter à partir du moment où ces situations d'urgence, telles qu'on les a évoquées, sont bien présentes. Toutefois, on veut aussi certainement que la police soit renforcée, surtout la police judiciaire.

Robin Tonniau:

Mijnheer de minister, het is niet alleen mij opgevallen, u bent hier veel minder offensief dan in de pers. Ik heb de indruk dat u tegen het idee van militairen op straat bent en dat - vooral - de MR u dwingt om een juridisch kader te maken om militairen in te zetten op straat. Wie militairen op straat wil, doet dat vooral om te besparen. Militairen zijn goedkoper dan politieagenten, goedkoper dan spoorwegpolitie, recherche en douaniers. Men probeert hen te gebruiken als goedkope vervangers, onder andere om kerncentrales te bewaken of rond te lopen in stations en op de Grote Markt in Brussel. Daarvoor hebben die mensen zich echter niet bij defensie aangemeld. Dat was niet de afspraak. Daarvoor zijn ze geen militair geworden. Bovendien hebben militairen geen stakingsrecht. Ze mogen geen orders weigeren, wat niet onbelangrijk is. Dat betekent dat ze veel makkelijker kunnen en zullen worden uitgebuit. Ze zullen langere shiften moeten draaien dan politieagenten en ze zullen niet kunnen weigeren. Laten we eerlijk zijn, militairen horen militair te zijn, in hun kazerne en operaties waarvoor ze zijn opgeleid. Ze moeten niet worden gebruikt als goedkope ordediensten in onze straten. Door hen die rol op te dringen, hollen we hun statuut uit en geven we hun opdrachten waar ze niet om vragen. Militairen zijn met andere woorden geen passe-partout voor alle veiligheidsproblemen in het land. Laat militairen militair zijn en investeer in politiediensten, die daarvoor wel opgeleid en gemotiveerd zijn. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 13.10 uur. La réunion publique de commission est levée à 13 h 10.

De aanpak van de schietpartijen en de geldstromen in het kader van de war on drugs
Het drugsgeweld in Brussel
Het drugsgeweld, de straffeloosheid en de draaideurcriminaliteit in Brussel
De inzet van gemengde patrouilles van militairen en politieagenten in Brussel
Het ‘Plan Grote Steden’
Maatschappelijke en veiligheidsmaatregelen tegen drugsgerelateerd geweld, straffeloosheid en criminaliteit in Brussel

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 18 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De recordaantal schietincidenten en druggerelateerd geweld in Brussel en Antwerpen domineert de discussie, met kritiek op het falend federale beleid dat te eenzijdig inzet op zichtbare repressie (meer politie/militairen) zonder de financiële en logistieke kern van de drugscriminaliteit aan te pakken. Minister Quintin verdedigt zijn Plan Grote Steden (extra onderzoekers, camera’s, ANPR-koppeling, BELFI-acties) en belooft snelle inzet van militairen in hotspots, maar oppositie en magistratuur wijzen op gebrek aan concrete resultaten, coördinatiechaos (ontbrekende taskforce, trage justitiehervormingen) en structurele tekorten (vacatures, gebrek aan gespecialiseerde eenheden). De roep om een integrale aanpak—van witwassen en drugsgeld tot gevangenisnetwerken—blijft onbeantwoord, terwijl de symbolische inzet van militairen als zwaktebod wordt afgedaan.

François De Smet:

Monsieur le ministre, cet été fut sans doute le pire été de fusillades de notre histoire récente; avec des victimes, des quartiers dans la peur, des balles perdues qui, un jour ou l'autre, vont aussi toucher des innocents.

À tel point que Julien Moinil, notre procureur du Roi de Bruxelles, a convoqué en urgence une conférence de presse pour réveiller et fustiger le monde politique, tous niveaux confondus – soyons honnêtes – mais en pointant d'abord du doigt le fédéral, et en soulignant à quel point le fédéral ne lui donne pas assez de moyens pour agir.

Le message de ce gouvernement en la matière est connu. Il est exclusivement et surtout sécuritaire, karcher, binaire, un peu MR. Il consiste surtout à essayer de mettre du bleu ou du kaki dans les rues.

Faisons pourtant le constat ensemble, un constat que j'invite à faire: oui, on arrête de plus en plus de personnes. On a arrêté plus de 7 000 personnes dans les rues récemment. Pourtant, les fusillades continuent. Pourquoi? Parce que les petits dealers que nous arrêtons sont de la chair à canon. Parfois nous n'avons pas la place pour les contenir et nous devons les relâcher; parfois nous les gardons. Dans tous les cas, ils sont remplacés extrêmement rapidement, parce que la machine qui se trouve derrière eux a une puissance financière et corruptive extraordinaire et les remplace du jour au lendemain.

Tant que vous ne frapperez pas les têtes, tant qu'on ne frappera pas les portefeuilles, nous allons remplir simplement le tonneau des Danaïdes. Je n'ai aucun plaisir à le dire. Vous avez de l'ambition pour nettoyer les rues, mais je ne vois pas l'ambition dans votre gouvernement pour s'attaquer réellement à la criminalité financière et au blanchiment d'argent.

Nous avons proposé un parquet national financier. On nous a dit non, alors qu'en France cela marche et ça rapporte des milliards. Nous avons proposé un secrétariat d'État à la lutte contre la criminalité financière. Cela marche ailleurs, mais on nous a dit non également.

Je ne dis pas que vous ne faites rien, mais nous ne gagnerons pas cette guerre avec juste du bleu ou du kaki dans les rues. Nous la gagnerons quand les gains de la cocaïne seront anéantis, et là-dessus nous ne voyons rien. Je vous remercie.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de minister, 63 schietpartijen, 7 doden en 28 gewonden. Brussel staat momenteel in de top drie van hoofdsteden met de meeste schietincidenten. Dan heb ik het nog niet over de granaten in Antwerpen.

Het gaat echter over wijken waar mensen wonen, pleinen waar zelfstandigen winkels uitbaten en parken waar kinderen spelen. Het gaat over straten waar mensen wonen, leven en werken. Het lijkt alsof we het geweld in onze hoofdstad en in Antwerpen allemaal normaal zijn beginnen te vinden.

Mijnheer de minister, ik stel vast dat u regelmatig op het terrein gaat en dat is uiteraard goed. Ik hoor en zie evenwel vooral veel aankondigingen van u, van uw collega's Francken en Verlinden en ook van de premier. Dagelijks lees ik nieuwe aankondigingen in de pers. Tezelfdertijd zegt de procureur van Brussel echter dat er naar hem geluisterd wordt, maar dat hij niets krijgt. Dat vind ik hemeltergend.

Daarom vraag ik u vandaag geen nieuwe aankondigingen. Ik vraag u vandaag alleen een engagement en een concrete timing. Wanneer zult u uitvoeren wat u hebt beloofd? Wanneer komen de extra handen en ogen er? Wanneer wordt het camerasysteem in Brussel op punt gesteld? Wanneer zult u samen met uw collega Verlinden actie ondernemen, zodat drugsnetwerken niet langer vanuit de gevangenis aangestuurd worden? Wanneer komen de drugsbehandelingskamers er? Er wordt ook veel gesproken over samenwerking, maar wanneer komt die taskforce er? De premier heeft met veel bombarie aangekondigd dat er een taskforce zou komen die alles zou oplossen, maar sindsdien heb ik niets meer van die taskforce gehoord. Kortom, wanneer krijgen de mensen hun straten, pleinen en parken terug? Dank u wel.

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de minister, ik verwijs naar de uitlatingen van de korpschef van de zone Brussel HOOFDSTAD Elsene, Michel Goovaerts, die bij u goed bekend is en die aan de alarmbel heeft getrokken omwille van de situatie in Brussel: een toenemende drugsplaag, gepaard met drugsgeweld. Ik citeer hem, mijnheer de minister: "Een dosis coke vind je al voor vijf euro. Vijf euro, dan is het geen product meer voor de happy few. Dat is de Colruytmethode: massaal en goedkoop". Een volgend citaat: "Het is vandaag veel makkelijker om via sociale media een wapen te kopen. Vroeger moest je iemand kennen in het milieu. Nu volstaat een berichtje."

Het zijn citaten, mijnheer de minister, die wij niet zomaar naast ons neer kunnen leggen. We moeten vaststellen dat steeds meer jongeren, soms al van 12, 13 jaar oud, in de criminaliteit belanden. Ook de feiten van geweld spreken voor zich. Op 12 augustus stond de teller al op 57 schietincidenten in 2025, waarvan meer dan 60 % gelinkt is aan de criminaliteit. Illegalen die misdrijven plegen, komen steevast vrij. Die groep maakt een steeds groter deel uit van de gevangenispopulatie. Op die manier is het dweilen met de kraan open voor onze politiediensten.

Mijnheer de minister, hoe zit het met die taskforce van de premier? Waar zijn de resultaten? Waar zijn de oplossingen? Is deze regering eigenlijk nog geïnteresseerd in de binnenlandse veiligheid, in plaats van nu al maandenlang te palaveren over buitenlandse veiligheid?

Maaike De Vreese:

Minister, het is geen goed teken als men militairen moet inzetten op straat. Het doet mij terugdenken aan de periode na de verschrikkelijke aanslagen. Het wil zeggen dat de situatie ernstig is, dat ze niet onder controle is. Men doet dit immers niet voor zijn plezier, omdat men het leuk vindt, maar wel omdat de noodzaak er is in een zeer kritieke situatie.

De rampzalige veiligheidssituatie in Brussel is het gevolg van jarenlang malgoverno door de PS. Die burgemeesters steken nu nog altijd de kop in het zand. De sense of urgency om een Brusselse regering te vormen is er nog altijd niet. We need to take back control. Daarvoor zijn hervormingen zeer belangrijk, waaronder vooreerst de eenmaking van de Brusselse politiezones, extra cameranetwerken, de activering van het Kanaalplan en uw Plan Grote Steden en de inzet van specifieke politieteams. De federale politie moet hervormen. Blauw moet meer op straat.

Defensie staat klaar met een juridisch kader dat ervoor zorgt dat militairen op straat effectief kunnen optreden. Wat veel te vaak ontbreekt – ik wil dat nogmaals aanhalen – is de verantwoordelijkheid van de drugsgebruiker. Aan elk lijntje en aan elke pil kleeft bloed. Er zijn al veel te veel doden gevallen. Minister, ik hoop dat u blijft wijzen op die verantwoordelijkheid. U hebt onze volledige steun in de strijd tegen de drugscriminaliteit.

Hoever staat u met de uitwerking van uw grote plan?

Paul Van Tigchelt:

De problemen zijn u bekend, mijnheer de minister, want u gaat regelmatig op het terrein en dat siert u. U toont zo uw betrokkenheid. U weet ook dat het geen gemakkelijke strijd is. Een mirakeloplossing bestaat niet. Ik weet wel en u weet ook dat we een overheid nodig hebben die kort op de bal speelt. De drugsmaffia past zich aan, de overheid moet zich ook constant aanpassen. Op dat vlak is het inderdaad zo, mijnheer de minister, dat we wachten op concrete maatregelen. Daarvan is hier al melding gemaakt.

Ik kan u geruststellen, collega Vandemaele, de taskforce georganiseerde criminaliteit bestaat en komt samen, maar heeft nog geen resultaten, geen concrete maatregelen opgeleverd. Ik zeg dat niet, maar de procureur van Brussel en andere actoren op het terrein.

Een tweede voorbeeld. In het regeerakkoord is er sprake van een structurele versterking op korte termijn van de federale gerechtelijke politie van Brussel en Antwerpen. Ik heb daar de voorbije maanden regelmatig vragen over gesteld, maar daar is geen sprake meer van.

Een derde voorbeeld. De minister van Justitie – want u staat er niet alleen voor, mijnheer de minister – heeft deze zomer tweemaal verklaringen afgelegd in de pers. De eerste verklaring was dat zij een taskforce strafuitvoering heeft opgericht, die met aanbevelingen zal komen in 2028. Dat was de eerste aankondiging. De tweede aankondiging van de minister was dat zij 1 miljard euro extra nodig heeft.

Er zijn dus geen concrete hervormingen, geen concrete maatregelen. Daar wachten we nog op. Misschien moet u ook eens spreken met de premier. Hij was de burgemeester van Antwerpen. In Antwerpen zijn snelleresponsteams, quick response forces , opgericht. Dat zijn teams van hypergespecialiseerde politieagenten. Die agenten zijn zinvoller dan militairen, want die militairen zijn volgens mij een zwaktebod, een teken van onmacht, los van de discussie wanneer en met welk mandaat ze zouden worden ingezet.

Welke concrete maatregelen zult u nemen? Wat is er afgesproken binnen de Nationale Veiligheidsraad?

Bernard Quintin:

Mesdames et messieurs les députés, l'été à Bruxelles, mais pas seulement à Bruxelles, a été difficile. Plus de 20 fusillades ont été à déplorer, dont certaines en plein jour, ce qui est une évolution remarquable, au sens premier du terme. J'ai tenu à me rendre auprès des habitants des quartiers concernés, pour les écouter, d'abord; pour leur garantir le plein soutien et l'engagement de ce gouvernement aussi. Car oui, ce gouvernement agit – we werken – pour les Bruxellois, les Bruxelloises et pour l'ensemble des Belges.

C'est la raison pour laquelle j'ai, depuis sept mois, déployé un large arsenal de mesures destinées à lutter contre le narcotrafic dans notre pays. Je pense tout d'abord au renforcement constant de la police judiciaire fédérale (PJF), singulièrement à Bruxelles, qui se poursuit en deux temps. Au travers d'abord d'un renforcement temporaire direct de 31 enquêteurs pour parer à l'urgence de la situation et répondre directement aux demandes légitimes du procureur du Roi, auquel on fait dire beaucoup de choses, mais avec lequel je suis en contact permanent. Mais aussi via un renforcement structurel, puisqu'aux 720 membres du personnel actuel de la PJF Bruxelles s'ajouteront 40 nouveaux enquêteurs d'ici fin novembre.

Il y a actuellement encore 30 postes vacants. Le recrutement des forces de police n'est pas une difficulté qu'à Bruxelles. Celle-ci se pose dans tout le pays et, non, ça n'est pas une question de moyens financiers, c'est une question de choix politiques. Et je pense avoir démontré ces sept derniers mois que mes choix politiques en la matière sont clairs. Comme j'ai déjà eu l'occasion de le dire, j'aimerais bien avoir une imprimante 3D et, chaque fois qu'on me demande des policiers, appuyer pour en avoir 50 par-ci, 100 par-là, 60 par-là. Si quelqu'un a cette machine, de grâce, prêtez-la moi!

Mais, en attendant qu'elle soit créée, nous devons renforcer l'attractivité du métier. C'est la raison pour laquelle je tiendrai un conclave dédié à la question en novembre, qui débouchera sur des décisions à court, moyen et long termes pour pouvoir recruter plus rapidement.

Mijnheer Vandemaele, mijnheer Depoortere, ik maak ook 20 miljoen euro vrij voor de installatie van camera's. Hiermee zullen we de lokale en de gerechtelijke overheden ondersteunen om nieuwe camera's te plaatsen op alle plekken waar dat nodig is.

Zoals u weet, zijn we al gestart met de koppeling van alle ANPR-camera's in het hele land aan één enkel systeem, zelfs in West-Vlaanderen. We hebben ook de 8.000 camera's van de NMBS toegankelijk gemaakt voor alle ordediensten, federaal en lokaal.

Ik denk ook aan de grootschalige controleacties die door de federale overheid worden uitgevoerd in samenwerking met de lokale politie, de zogenaamde FIPA-acties, en tot slot aan de zogenaamde BELFI-acties in de strijd tegen louche handelszaken die dienen als dekmantel voor witwaspraktijken, le blanchissement .

Met deze maatregelen van mijn Plan Grote Steden willen we de strijd tegen drugscriminelen en georganiseerde criminaliteit in onze steden opvoeren. Het zijn geen ballonnetjes, zoals gezegd wordt, maar concrete maatregelen waar we met de verschillende niveaus samen aan zullen werken. Dat is de enige manier om de oorlog tegen de drugshandel te winnen, du producteur au consommateur .

Mevrouw De Vreese, mijnheer Van Tigchelt, jullie vragen me naar de inzet van militairen in onze straten. Samen met de minister van Defensie werken we aan de inzet van politie en militairen samen in bepaalde hotspotzones van Brussel en elders in het land indien dat nodig zou zijn. Mijn bedoeling is dat dit zo snel mogelijk kan gebeuren, want de situatie in onze hoofdstad laat geen uitstel toe.

Ik heb gisteren nog overlegd met collega Francken om de modaliteiten van deze gemengde patrouilles vast te leggen.

Enfin, monsieur De Smet, d'abord vous ne m’aurez jamais entendu prononcer le nom d'une quelconque marque de machine à eau sous pression, mais vous m'interrogez sur la lutte contre le blanchiment d'argent et la nécessité d'attaquer les trafiquants au niveau du portefeuille.

L'intention du gouvernement est claire. À travers l'approche Follow the Value , nous voulons réinvestir les produits financiers captés dans la lutte contre le trafic de drogue au service de la sécurité de nos concitoyens. Ce travail avance à un rythme soutenu, en étroite collaboration avec le Commissariat national "drogues". Nous aurons donc l'occasion d'évoquer cela à nouveau en commission dans les prochaines semaines.

Il existe deux éléments supplémentaires. Concernant le parquet financier, je voudrais quand même signaler qu'il n'y a pas d'unanimité au sein du pouvoir judiciaire, entre autres chez les procureurs généraux, pour penser que c'est une bonne idée. Je ne dis pas qu'il ne faut pas renforcer la lutte contre cela, mais il ne faut pas non plus faire dire aux magistrats ce qu'ils ne disent pas forcément.

Et le deuxième élément dont je voulais parler, je pense que je l'ai oublié, mais je profite des dix dernières secondes pour dire que chaque mesure se trouve dans un ensemble. Je dis souvent qu'on prend une mesure, on la sort du contexte et on l’analyse pour dire que ce n'est pas suffisant. Je peux faire la même chose, mais moi je travaille à l'ensemble des mesures pour lutter contre le crime organisé.

Voorzitter:

Wie witwast, wast wit. Het is inderdaad geen evidentie.

François De Smet:

Monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses.

Vous annoncez beaucoup de mesures, même si toutes ne dépendent pas de vous. Plusieurs collègues vous ont interrogé au sujet de la fameuse task force annoncée par le premier ministre. Vous n’avez rien dit à ce sujet. Pour éviter que des efforts ne soient gaspillés de part et d'autre, il serait judicieux que le gouvernement agisse en ce domaine.

Je me réjouis de l'annonce relative aux 31 enquêteurs, mais vous savez comme moi que cela ne suffira pas à remplir le cadre. C'est pourquoi M. Moinil s'en émeut. En tout cas, c'est un début. J'insiste pour que ces policiers soient spécialisés.

À défaut de parquet financier, j'insiste aussi sur la nécessité de renforcer des services qui se trouvent déjà à votre disposition. Je pense ainsi à l'Office central de lutte contre la délinquance économique et financière (OCDEFO), qui réclame notamment de l'aide dans son expertise numérique afin de suivre l'argent là où il se trouve.

Enfin, s'agissant de l'armée dans les rues, nous voyons bien que cela relève d'une communication en mode "football panique". Vous allez déployer du kaki, alors que ces gens vont être obligés d'appeler la police. Cette disposition vise à rassurer la population et à produire de la communication, mais ce n'est pas cela qui empêchera certains de se tirer dessus à coup de Kalachnikov.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. U bent gaan luisteren, ook in de buurten. Dat wordt erg geapprecieerd. Dat was een belangrijk signaal van uw kant.

U merkt zelf op dat bij de maatregelen alles aan elkaar vasthangt. Wij mogen er niet één maatregel uithalen. Dat klopt.

Onze minister van Justitie zal echt wel een tandje moeten bijsteken om samen met u tot oplossingen te komen. Ik had gehoopt dat de taskforce dé plaats zou zijn waar de premier dergelijke zaken zou coördineren. Daarover heb ik in uw antwoord echter weinig gehoord.

Ik haal een aantal elementen uit uw antwoord, onder meer de inzet van militairen. Als de minister van Binnenlandse Zaken militairen op straat inzet, betekent dat het failliet van uw beleid. Er bestaat geen mooier signaal om duidelijk te maken dat u het opgeeft.

Binnenlandse veiligheid behoort altijd te worden verzekerd door politiemensen. Daarom moeten wij vermijden dat onopgeleide personen zonder kader op straat worden ingezet. Zij hebben daar trouwens ook niet voor gekozen. Dat is de foute weg.

Geef de straten en pleinen terug aan de Brusselaars en aan de Antwerpenaren.

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de minister, collega's, gelooft nog iemand de huidige regering?

Ik zal u een aantal maatregelen van het Vlaams Belang meegeven waardoor de regering wat geloofwaardigheid kan winnen. Ten eerste, richt gespecialiseerde eenheden op binnen de politie en richt een drugsagentschap op. Ten tweede, benut het crimineel drugsgeld en herinvesteer dat in handhaving. Richt daarvoor een drugsfonds op. Ten derde, voer de razzia's tegen drugsbendes op. Jaag die bendes op en maak hen het dealen onmogelijk. Ten vierde, zet de criminele illegalen uit ons land. De enige draaideur die zij zouden moeten kennen, is de draaideur op de luchthaven van Zaventem.

Mijnheer de minister, met andere woorden, het is tijd om recht en orde te herstellen.

Maaike De Vreese:

Mijnheer de minister, dit zal inderdaad met een algemeen plan moeten gebeuren, met mensen die ter plaatse actief zijn om de drugsproblematiek aan te pakken. Ik bedoel voornamelijk meer blauw op straat en u weet dat u daarvoor ook heel wat capaciteit moet vrijmaken. Ik weet dat dit enorme inspanningen vergt van de federale politie, maar zij moeten daar zelf toe in staat zijn. Als we militairen inzetten op het terrein en als zij een meerwaarde moeten betekenen, moeten zij ook een juridisch kader hebben waarbinnen zij kunnen optreden. We zeggen van de politie dat zij geen sitting ducks mogen zijn, maar dat geldt zeker ook voor onze militairen.

Mijnheer de minister, u komt vaak op het terrein. U verwees even naar West-Vlaanderen alsof het de Far West was. Ook daar kampen we echter met drugscriminaliteit. Ik nodig u uit om op bezoek te komen. Ik ben er zeker van dat onze sheriff, gouverneur Decaluwé, u met veel plezier zal ontvangen.

Voorzitter: Eric Thiébaut.

Président: Eric Thiébaut.

Paul Van Tigchelt:

Dank u, mijnheer de minister, voor uw concrete antwoorden. De vraag die hier vandaag rijst, is of we genoeg doen. Kan het beter, kan er meer? Ja, dat kan. We moeten een tandje bijsteken. We kunnen beter. Ik wil u alleen nog waarschuwen: wees voorzichtig met het uitbesteden van veiligheid. Veiligheid is immers een kerntaak van de overheid. Besteed die niet uit aan het leger en ook zeker niet aan de vrouwen zelf. Collega Beenders, ik heb uw voorstel gehoord om vrouwen uit te rusten met pepperspray. Het is echter de overheid die zorgt voor de veiligheid. Pas tot slot ook alstublieft op met uw wetsontwerp waarmee u het mogelijk wil maken dat de regering groeperingen buiten de wet stelt. Ik vraag u dat als liberalen onder elkaar. Gooi de Grondwet niet in de vuilbak. Artikel 27 van de Grondwet, de vrijheid van vereniging, is heilig. Het is niet aan de regering om zulke maatregelen te nemen. Alstublieft, stop daarmee en trek dat wetsontwerp in.

Het Belgische luchtruim en de F-35's

Gesteld door

PS Dimitri Legasse

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België kampt met onopgeloste ruimtegebrek in het luchtruim voor de training van F-35’s (34 besteld in 2018, 11 extra gepland), terwijl de huidige militaire zones te klein zijn en het rapport van de werkgroep (2019-heden) geen concrete oplossingen biedt. Minister Crucke bevestigt dat behoeften nog niet duidelijk zijn gedefinieerd, onderzoekt nationale en internationale opties (o.a. samenwerking met MUAC, training in Sicilië of boven de Noordzee), maar beslissingen ontbreken en overleg loopt nog. Legasse kritiseert het gebrek aan voortgang (2018-2026) en wijst op spanningsveld met burgerluchtvaart, dringende ruimtebeperkingen en toekomstige uitdagingen zoals drones en luchtafsluitingen voor langeafstandsartillerie. De kwestie blijft onopgelost, met louter beloften van verdere studie en coördinatie tussen Defensie, mobiliteit en luchtverkeersleiding.

Dimitri Legasse:

Monsieur le ministre, ils sont là! Le lot des 34 F-35, commandés en 2018, est arrivé. Avec l’arrivée de ces nouveaux avions se pose la question de la gestion de notre espace aérien. Malgré les progrès technologiques de gestion de cet espace, il semble que votre gouvernement ne dispose toujours pas de réponse concrète, notamment pour l’entraînement des pilotes de F-35.

Un groupe de travail avait été créé en 2019 afin de jeter les bases d’une utilisation conjointe de l’espace aérien par l’aviation civile et l'aviation militaire. Ce groupe de travail vient de produire un rapport intermédiaire. Le SPF Mobilité confirme d’ailleurs que les "nouveaux besoins d’entraînement des F-35" y sont évoqués, sans toutefois apporter de solution concrète.

Monsieur le ministre, quelles sont les pistes avancées par ce groupe de travail?

Comment les zones d’entraînement militaire belges, déjà exiguës pour nos F-16, vont-elles évoluer? Allons-nous devoir uniquement nous entraîner, à l'étranger, en Sicile? Quelles sont les possibilités offertes en mer du Nord?

Comment allez-vous gérer les tensions entre aviation militaire et civile avec l’acquisition des F-35, sans parler des drones de combat qui volent aux alentours de 10 000 mètres, comme l’aviation civile, et des canons à longue portée qui nécessitent la fermeture de l’espace aérien?

Alors que la situation est déjà critique, comment compte faire le gouvernement avec l'acquisition annoncée de 11 F-35 supplémentaires?

Jean-Luc Crucke:

Cher collègue, le groupe de travail vise à répondre aux besoins évolutifs des stakeholders , tant militaires que civils, en particulier aux nouveaux besoins d'entraînement des F-35. Le rapport auquel vous faites référence ne contient, à ce stade, aucune solution concrète, mais les études continuent sur la question.

Différentes pistes sont encore à l'étude. Cependant, je peux déjà vous dire qu’il ressort du groupe de travail que les besoins de la Défense en matière d’entraînement du F-35 ne sont pas encore suffisamment circonscrits, et que les échanges doivent donc se poursuivre.

Les discussions relatives à l’évolution des zones d’entraînement militaire en Belgique sont toujours en cours. Plusieurs pistes sont également à l’étude, tant au niveau national qu’en coopération avec des partenaires internationaux, afin de répondre au mieux aux besoins opérationnels actuels et futurs.

Le ministre de la Défense est également impliqué. Son administration doit faire un exercice d'objectivation de ces besoins et revenir avec des éléments d'information permettant d'en avoir une vision plus claire.

Mon équipe travaille en concertation avec les acteurs concernés à des scénarios équilibrés permettant de consigner les besoins civils et militaires dans l'espace aérien. J'ai par ailleurs sollicité à mon administration de disposer d'un état des lieux de ce qui est sur la table actuellement en termes d'identification des problématiques et des pistes de solutions possibles.

La même demande a été adressée aux contrôleurs aériens belges ainsi qu’aux contrôleurs aériens du Maastricht Upper Area Control Centre (MUAC). Une réunion s'est encore tenue hier, mais je n’en ai pas encore reçu les conclusions.

Sur la base de la définition des besoins de la Défense et des pistes de solutions possibles, les échanges entre les différents acteurs concernés pourront et devront se poursuivre.

Dimitri Legasse:

Je vous remercie, monsieur le ministre.

Beaucoup de mots, certes, mais je comprends bien votre embarras. Au fond, nous ne sommes nulle part, ou en tout cas pas très loin: une commande passée en 2018 alors que nous approchons de 2026 – j’anticipe peut-être un peu. Il n’y a toujours pas de solution concrète pour les F-35 déjà commandés, et que dire de ceux qui doivent encore arriver!

Nous faisons face à une véritable difficulté: l’espace aérien n’est pas infini. Je me demande très sincèrement ce que le groupe de travail pourra réellement proposer.

Je vais à présent m’adresser au ministre de la Défense, qui m’attend, car j’ai une question à lui poser. Il s'agit d'une autre question, mais je reviendrai vers lui à ce sujet également.

Voorzitter:

Je remercie le ministre. Uiteraard wil ik ook de parlementsleden bedanken, het commissiesecretariaat, de Kamerdiensten en de tolken voor het vele vertaalwerk dat ze geleverd hebben. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.41 uur. La réunion publique de commission est levée à 11 h 41.

De toelevering door kmo’s van defensieonderdelen

Gesteld door

VB Reccino Van Lommel

Gesteld aan

Eléonore Simonet (Minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO’s)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de moeilijke toegang van Belgische kmo’s tot Europese defensie-investeringen (o.a. €150 mjd leningen en €8 mjd EDF), ondanks hun potentieel als toeleveranciers. Minister Simonet benadrukt bestaande maatregelen zoals EDF-bonussen voor kmo’s, EUDIS-steun voor start-ups en groeiende Belgische deelname (16 kmo’s in 2024 vs. 7 in 2023), maar Van Lommel vindt dit te vaag en eist concrete stappen om kmo’s actief te informeren en begeleiden bij de omschakeling naar defensieproductie, gezien hun onbekendheid met de sector. Kernpunt: kmo’s missen tastbare wegwijzers om te participeren, terwijl de minister wijst op structurele ondersteuning zonder direct antwoord op praktische drempels.

Reccino Van Lommel:

Er is bijzonder veel te doen rond de defensie-industrie. Er zal de komende jaren ook zwaar worden geïnvesteerd. Zo wil de Europese Commissie dat via Europese leningen defensieprojecten financieren ten bedrage van 150 miljard euro. Mevrouw de minister, ik ben daarover wel een beetje bezorgd, in de zin dat vooral grote ondernemingen daarvan zullen profiteren. Onze kmo's – en wij zijn een echt kmo-land - zullen daaruit veel minder voordeel kunnen halen, terwijl ze nochtans voldoende sterk staan en over de nodige mogelijkheden beschikken om onderdelen te produceren voor de defensiesector.

Uit een recente enquête van Agoria leren we dat technologiebedrijven grote interesse hebben om defensiegerelateerde activiteiten op te starten. Dat blijkt niet zo evident te zijn. Denk maar aan obstakels op het vlak van financiering en exportregels.

Mevrouw de minister, wat zult u ondernemen opdat kmo's eveneens toegang krijgen tot de Europese financiering voor de defensie-industrie?

Bent u van oordeel dat Belgische bedrijven een voordeel kunnen halen uit de Europese miljardeninjectie in de sector?

Welke maatregelen zult u nemen om de toegang van kmo's tot defensieactiviteiten te faciliteren? Wat hebt u daaromtrent al ondernomen?

Heeft er al overleg plaatsgevonden en zo ja, wat was het resultaat?

Eléonore Simonet:

Mijnheer Van Lommel, om de toegang van kmo's tot de financiering op het vlak van defensie te waarborgen, werkt de FOD Economie nauw samen met de vertegenwoordigers van Defensie, de sectorfederaties en de betrokken gewestelijke actoren. De samenwerking heeft als doel de bestaande kansen onder de aandacht te brengen en de zichtbaarheid van onze kmo's in de Europese programma's te verzekeren.

Het Europees Defensiefonds (EDF) beschikt, los van de aangehaalde 150 miljard euro, over een budget van ongeveer 8 miljard euro voor de periode 2021-2028. Het EDF financiert onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten met bijzondere aandacht voor kmo's. Er worden bonussen voor consortia die kmo's integreren, voorzien, er zijn specifieke projectoproepen voor kmo's en het recent opgestarte EUDIS-programma ondersteunt innovaties van start-ups en kmo's actief in defensietechnologie.

We volgen de Belgische deelname nauwgezet op. In 2024 werden 16 Belgische kmo's geselecteerd voor het EDF, bijna de helft van alle Belgische deelnemende entiteiten, tegenover slechts 7 in 2023. Die vooruitgang is mede te danken aan informatiedagen voor bedrijven actief in defensie of dual-usegoederen, waar mijn administratie actief aan meewerkt.

Veel Belgische kmo's hebben al knowhow in civiele sectoren die inzetbaar is in defensie. Het stimuleren van die synergieën is cruciaal. Het versterkt onze industriële autonomie, bevordert innovatie en levert ook voordelen op voor de civiele economie.

Wat de maatregelen betreft om de toegang van kmo's tot defensieactiviteiten te vergemakkelijken, blijven we actief betrokken bij bestaande en toekomstige relevante overlegfora. We volgen de ontwikkelingen van het Europese kmo-beleid op de voet met een duidelijke doelstelling: een gunstig kader creëren voor de deelname van kmo's aan de groeiende defensie-economie. Tot slot blijven we voluit inzetten op belangenverdediging voor kmo's op Europees niveau, zodat hun specifieke noden bij de vormgeving van strategisch en industrieel beleid worden meegenomen.

Reccino Van Lommel:

Mevrouw de minister, dat het EDF technologiebedrijven voldoende ruimte biedt voor nieuwe ontwikkelingen, is uiteraard toe te juichen. Dat is evenwel maar een kant van het verhaal. Uw antwoord is te algemeen en u gaat niet in op mijn pleidooi dat kmo's toegang moeten krijgen tot projecten om defensieonderdelen te produceren. Stel dat een kmo morgen wil meedoen en de nodige knowhow in huis heeft, hoe zal die weten dat men kan meedingen? Een en ander is niet zo evident en ook niet erg tastbaar. Bedrijven moeten voldoende op de hoogte zijn van wat er mogelijk is en waaraan ze kunnen deelnemen. Dat heeft deels te maken met de onbekendheid met de industrie, die heel specifiek is. Kmo’s zijn vaak toeleveranciers in heel andere domeinen, maar ze zijn perfect in staat om ook de defensie-industrie te bedienen. Dat vraagt echter een bepaalde omschakeling. Het is een belangrijk onderdeel van onze economie in de komende jaren, omdat er veel in wordt geïnvesteerd. Veel kmo’s hebben het moeilijk en zij moeten een switch maken in de manier waarop ze de markt benaderen en in de producten die zij aanbieden. Voor mij blijft het heel vaag hoe die bedrijven precies moeten weten op welke manier ze kunnen meedingen in het verhaal van de defensie-industrie. Op dat vlak blijf ik dus wat op mijn honger. Het antwoord was eigenlijk iets te algemeen, mevrouw de minister. Ik denk dat de kmo’s nood hebben aan meer specifieke antwoorden. Dat mis ik vandaag wel. Ik ga ervan uit dat we, wanneer de ter beschikking gestelde fondsen concreter worden, nog over het thema zullen kunnen debatteren.

Het gemorrel aan het pensioen van de militairen
Het pensioen van de militairen
Militair pensioenhervormingen

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de omstreden pensioenhervorming voor militairen, die leiden tot flinke inkomensverliezen (tot €790/mnd) en verlengde loopbanen zonder duidelijke compensatie. Minister Jambon benadrukt dat er sector-specifieke aanpassingen komen via overleg (o.a. in *Conego*), maar concrete maatregelen ontbreken nog—formele onderhandelingen starten pas na de zomer, met aandacht voor overgangsregelingen en zware beroepen. Kritiekpunten zijn het gebrek aan attractiviteit van Defensie (risico op personeelstekort door hardere voorwaarden) en de eis om militairen als zwaar beroep te behandelen, parallel aan andere sectoren zoals zorg of bouw. Dedonder en De Witte hameren op urgentie en transparantie, vrezen leegloop en vragen garanties dat de hervorming de operationele capaciteit van het leger niet ondermijnt.

Ludivine Dedonder:

Monsieur le ministre, mon collègue Christophe Lacroix a interrogé la semaine dernière votre collègue en charge de la Défense quant à l’allongement des carrières des militaires, décidé unilatéralement par ce gouvernement. Force est de constater que la réponse du ministre était particulièrement lacunaire, lui qui se montre beaucoup plus bavard lorsqu’il s’agit de parler d’achats militaires ou de pourcentage du PIB que pour parler de la situation du personnel au sein de la Défense.

Mon collègue n'a ainsi obtenu aucune réponse quant à savoir si un représentant du cabinet ou de la Défense était autour de la table des négociations que vous menez, alors que le dialogue social avec les syndicats militaires est largement menacé.

J'ai plusieurs questions, monsieur le ministre, et je me tourne donc vers vous pour tenter obtenir des réponses. Qui participe aux réunions à votre cabinet sur la pension des militaires? Un collaborateur du cabinet du ministre ou de la Défense est-il chargé de défendre les intérêts des militaires? Où en est le processus et qu'est-ce qui est aujourd'hui sur la table?

Kim De Witte:

Mijnheer de minister, uit berekeningen blijkt dat de militairen 277 euro en officieren zelfs 790 euro pensioen per maand zullen verliezen. Dat is natuurlijk enorm.

Ik las in de pers, in Het Laatste Nieuws van 12 juli, dat er mogelijks uitzonderingen op die verregaande pensioenafbraak komen. Aan welke uitzonderingen denkt u concreet?

Ik ben voorstander van uitzonderingen voor zware beroepen. Militairen hebben een zwaar beroep. Gaat u dan ook het debat aan met mensen uit de schoonmaaksector, de zorgsector, de bouwsector en andere zware beroepen?

Jan Jambon:

Chers collègues, je vous remercie pour vos questions, qui me donnent l'occasion d'informer le Parlement du trajet que nous avons parcouru jusqu'à présent sur la réforme des pensions. En particulier, vous avez parlé de la pension des militaires dans vos questions.

Mon cabinet a déjà eu l'occasion de rencontrer les représentants qui siègent au sein du comité formel de négociations pour la Défense, le Conego. Ceux-ci ont raison d'utiliser ces occasions pour exprimer leur inquiétude ou demander des éclaircissements, surtout pour les personnes qui sont proches de la date de leur retraite. Nous essayons de comprendre leurs préoccupations et d'en tenir compte lors de la préparation de projets de textes.

L'accord de gouvernement est rédigé de manière assez détaillée, du moins par rapport aux accords du gouvernement précédent. Néanmoins, de nombreuses questions subsistent sur le tantième, le salaire de référence, le relèvement de l'âge de la retraite pour les militaires, la bonification du temps et bien plus encore. L'accord de gouvernement laisse également explicitement une grande place à la concertation sociale.

En tant que ministre des Pensions, j'ai décidé assez rapidement de mener un processus préliminaire avec les représentants des employés et des fonctionnaires au sein des comités de négociations, avant même que les négociations formelles sur l'avant-projet de loi sur les pensions ne démarrent au sein du comité de négociations compétent.

Au Conego aussi, dans le cadre du pré-trajet, nous avons présenté le contenu de la réforme des pensions, le calendrier de l'ensemble du processus ainsi que l'enveloppe de transition. Nous essayons surtout d'écouter les représentants des militaires. Dans le cadre du pré-trajet, nous avons organisé plusieurs sessions consacrées à des thèmes spécifiques, notamment une session pour les métiers de sécurité, où des représentants du personnel militaire ont également été accueillis et ont fait entendre leurs voix.

L'objectif de ce pré-trajet informel est de saisir au mieux les principales préoccupations dans les différents secteurs. Chaque secteur a sa spécificité, et les priorités et les soucis dans le secteur de la construction ou celui de la santé ou du nettoyage ne sont vraiment pas les mêmes. Le profil de la carrière d'une salariée dans le secteur de la construction n'est pas le même que celui de quelqu'un dans le secteur des soins ou du nettoyage.

Tot nu toe is het een bijzonder leerrijk traject geweest. We hebben veel bijgeleerd over de bijzonderheden van die sectoren. Ik ben er ook van overtuigd, hoewel hervormingen zoals die van de pensioenen onvermijdelijk op weerstand stuiten, zoals elke verandering dat doet, dat een informeel voortraject helpt om prioriteiten in de verschillende sectoren en beroepen beter te capteren en er in de mate van het mogelijke rekening mee te houden.

Parallel met dat voortraject, dat zich louter richt op de pensioenhervorming, loopt binnen Defensie ook een traject gericht op een sociaal akkoord. Dat akkoord moet maatregelen bevatten die recht doen aan de unieke aard en de specificiteit van het militaire beroep. Dat valt evenwel onder de bevoegdheid van mijn collega, minister Francken.

Ook in andere beroepssectoren lijkt het niet meer dan logisch dat pensioenhervormingen worden geflankeerd door maatregelen inzake hr-beleid om het mogelijk te maken dat mensen langer en gemotiveerd aan de slag blijven. Daarvoor ben ik zelf uiteraard niet bevoegd.

Wat het wetgevende proces inzake pensioenen betreft, kan ik u wel meegeven dat er op dit moment binnen de federale regering besprekingen aan de gang zijn over een ontwerpwet van pensioenhervorming. Zodra de regering daarover een akkoord bereikt in eerste lezing, zullen de teksten zo snel mogelijk worden voorgelegd aan de formele onderhandelingscomités, zoals het Comité Overheidsbedrijven, Comité A, Conego en de beheerscomités van de Federale Pensioendienst voor de werknemers uit de privésector. Er zijn immers nog heel wat openstaande punten, bijvoorbeeld met betrekking tot de inzet van een overgangsenveloppe. We hebben in het voortraject al aangegeven dat we daarover graag input ontvangen van de onderhandelingscomités. Dat formeel onderhandelingstraject zal normaal gezien aanvatten na het zomerreces.

Ludivine Dedonder:

Monsieur le ministre, il me semble que vous m'ayez communiqué un peu plus d'éléments de réponse qu'habituellement. À force d'être habitué à peu, on se contente d'avoir un peu plus de réponses. Je vous en remercie.

Ce qui me fait plaisir, c'est que vous ayez dit que vous alliez tenir compte des particularités de chaque secteur. En réponse à une de mes questions précédentes, vous aviez dit qu'on ne changeait rien sur le principe et, aujourd'hui, vous dites qu'on va tenir compte des particularités. Lorsque je vous avais demandé en cette commission si vous faisiez la concertation parce que vous y étiez obligé, vous m'aviez répondu "oui". Aujourd'hui, j'entends que, quand même, on va essayer d'écouter et d'entendre – c'est très important – et d'avoir une enveloppe de transition.

Je vais donc essayer de retenir le positif de ce qui vient d'être dit ici, en revenant vers vous plus régulièrement car, comme on l'a dit lors des questions précédentes, les gens d'une manière générale et les militaires en particulier se posent des questions. Ils sont inquiets. Alors, il ne s'agit pas uniquement de leur confort personnel, de leur bien-être ou de leur propre intérêt, cela concerne aussi le département de la Défense qui, on le sait très bien, doit rester attractif pour les jeunes. On sait aussi qu'il y a déjà, par nature, pas mal de rétention au niveau du personnel. Ajouter à cela un allongement de la carrière et un durcissement des conditions de travail ne va pas améliorer l'attractivité.

C'est pourquoi, au-delà de votre réforme des pensions, il est fondamental de discuter avec les représentants des organisations syndicales militaires mais aussi, d'une manière générale, de la Défense pour bien mesurer l'impact de vos mesures à la fois sur l'attractivité du département et, à terme, sur la sécurité de la population, puisque si nous n'avons pas le personnel suffisant pour faire fonctionner tout le matériel que vous allez acheter, on aura un vrai problème de fonctionnement et donc, à terme, de sécurité. Merci d'y être attentif.

Kim De Witte:

Mijnheer de minister, ik sluit me bij de opmerkingen van mevrouw Dedonder aan. Ik ontving een paar dagen geleden een e-mail van een paracommando die zich grote zorgen maakt over de pensioenhervorming. Miljarden euro's worden besteed aan nieuwe wapens, maar hij vraagt zich af wie die wapens in godsnaam zal bedienen als het hele leger leegloopt. Ik kijk dan ook in blijde verwachting uit naar de uitzonderingen die zullen worden toegestaan op de maatregelen die in het regeerakkoord staan. Als ze op die manier worden toegepast, zullen de militairen een aanzienlijk deel van hun pensioen verliezen, ondanks het feit dat ze langer moeten werken. Ik kijk uit naar die hervormingen en ik dring aan op een gelijkaardig proces voor andere zware beroepen. In ons land oefenen immers veel mensen een zwaar beroep uit en veel van die mensen kunnen niet werken tot 67 jaar.

Het Defensieplan 2025 en de cyberveiligheid

Gesteld door

N-VA Koen Metsu

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België versterkt zijn cyberdefensie als centrale pijler binnen Defensie en NAVO, met focus op samenwerking, innovatie en digitale weerbaarheid. Het Cyber Command coördineert intern en extern—via bilaterale NAVO/EU-bandens, civiele partners (o.a. *Cyber Defense Factories*), en inlichtingendiensten—om offensieve/defensieve capaciteiten, inlichtingen en rechtshandhaving te synchroniseren. Concrete stappen in 2025 omvatten verdere integratie met bondgenoten, uitbreiding van innovatiehubs en versterkte cyberoefeningen, terwijl prioriteiten liggen bij hybride dreigingen en een moderne, internationaal geïntegreerde defensie. Technische akkoorden (met politie, KMS, ESA) en kennisdeling onderstrepen de multidomein-benadering (land, zee, lucht, ruimte, cyber).

Koen Metsu:

We hebben al veel gesproken over het Defensieplan. Cyber blijft daarin misschien onderbelicht, vandaar deze vraag, mijnheer de minister. In het Belgische defensiebeleid is cyber een centrale pijler, met de nadruk op digitale weerbaarheid, samenwerking, innovatie en personeelsontwikkeling. België positioneert zich binnen de NAVO als een land dat sterk inzet op cyberveiligheid en het bestrijden van hybride dreigingen.

Defensie pakt cyberdreigingen actief aan, zowel in samenwerking met de civiele en internationale partners als nationaal. Het leger moet tijdens een gewapend conflict in staat zijn om cyberoperaties uit te voeren en te synchroniseren met activiteiten op zee, te land, in de lucht en in de ruimte. U werkt hierbij nauw samen met Europese en NAVO-partners, waarbij het Cyber Command van het Belgische leger een centrale rol speelt. ​ Ik wens de nieuwe commander trouwens alle succes toe.

Het Belgische Defensieplan 2025, dat nu voorligt, integreert internationale cyberveiligheidssamenwerking door actief in te zetten op coördinatie met de federale overheid en binnen het Europese en internationale kader. In het verlengde daarvan wil ik u nog enkele vragen stellen.

Ten eerste, hoe verloopt de samenwerking tussen het Belgisch Cyber Command en internationale partners op het gebied van cyberveiligheid en informatie-uitwisseling?

Ten tweede, wordt er intern gewerkt aan de synchronisatie van activiteiten in het cyberdomein om de inlichtingenpositie, digitale weerbaarheid, offensieve capaciteiten en rechtshandhaving te versterken? Zo ja, hoe gebeurt dat?

Ten derde, hoe wordt de samenwerking met civiele en industriële partners georganiseerd om innovatie en digitale weerbaarheid te bevorderen?

Ten vierde, welke rol speelt België in internationale cyberoefeningen en hoe wordt het Cyber Command hierbij ingezet?

Ten vijfde, welke concrete stappen worden er in 2025 genomen om de cybercapaciteiten van Defensie verder te versterken en te integreren met die van de bondgenoten?

Ten laatste, welke prioriteiten stelt u bij het versterken van cyberveiligheid en het vergroten van de weerbaarheid tegen hybride dreigingen, en hoe draagt dat bij aan een modern en internationaal betrokken defensieapparaat?

Theo Francken:

Aangezien het Cyber Command deel uitmaakt van de ADIV beschikt het over een uitgebreid netwerk binnen de inlichtingendiensten, waardoor geclassificeerde informatie uitgewisseld kan worden.

Het Cyber Command onderhoudt nauwe banden met andere Europese cybercommando’s en met zijn NAVO-partners. Daarbij zijn bevoorrechte betrekkingen ontstaan die zich vertalen in bilaterale of multilaterale relaties waarin cyberdefensie een prominente plaats inneemt. De bevoorrechte positie van het Cyber Command, als een gecentraliseerde, gespecialiseerde entiteit binnen Defensie voor alle domeinen van cyberspace, die vier soorten operaties uitvoert, garandeert een interne synchronisatie van alle activiteiten van Defensie in de cyberspace. Daarnaast brengen de platformen van het CCIV, Cyber, Security en Cyber Threat Intel, alle federale veiligheidsactoren op interdepartementaal niveau samen. Ze zorgen voor de coördinatie van de activiteiten op het vlak van cyberveiligheid, cyberdiplomatie, cyberdefensie en cyberwetshandhaving.

Een technisch samenwerkingsakkoord tussen de federale gerechtelijke politie en het Cyber Command maakt de uitwisseling van kennis, expertise en technische synergieën mogelijk. Op operationeel vlak is er uiteraard een geïntegreerde samenwerking tussen de ADIV en de staatsveiligheid, waaraan ook het Cyber Command meewerkt. De afgelopen drie jaar werden tal van initiatieven ontwikkeld om die samenwerking en synergieën te versterken.

Met de opening van de Cyber Defense Factories in Charleroi en Brugge zijn hubs opgezet die zich toeleggen op digitale en technologische innovatie, samen met digitale civiele partners uit de overheid, de regio’s, de academische wereld, het bedrijfsleven en de economie. Tegen 2028 zullen nog twee andere factories het licht zien. Bovendien is er een bevoorrechte samenwerkingsovereenkomst tussen het Cyber Command en de Koninklijke Militaire School voor de ontwikkeling van onderzoeksactiviteiten op het gebied van cyberveiligheid, cryptografie, TEMPEST, telecommunicatie, artificiële intelligentie en steganografie.

Een memorandum van overeenstemming met het Europees Ruimteagentschap in Redu stelt beide partijen in staat om kennis uit te wisselen op het gebied van cyberveiligheid in de ruimtevaart.

Koen Metsu:

Bedankt voor uw antwoorden, mijnheer de minister. Ik denk dat een paar vragen misschien nog een intensiever antwoord verdienen, maar ik zal die misschien schriftelijk indienen en dan ook wat extra cijfers opvragen.

De geplande aankoop van extra F-35's
De aankoop van bijkomende F-35's
Defensie-uitbreiding met F-35 gevechtsvliegtuigen

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de omstreden aankoop van 14 extra F-35’s (€1 miljard), waar kritiek op komt van strategische nutloosheid (miniem effect binnen NAVO’s 2.000+ vloot), afhankelijkheid van de VS (software, onderdelen, inzetbaarheid) en technische/financiële risico’s (hoge onderhoudskosten, lage beschikbaarheid zoals in het VK). Francken verdedigt de keuze als NAVO-verplichting (NDPP) en benadrukt logistieke zelfstandigheid via Europese voorraden, maar ontwijkt concrete vragen over operationele problemen en prioriteiten—alternatieven zoals cyberveiligheid, infrastructuur en personeelstekorten (uitrusting, lonen, aantrekkingskracht) blijven onbeantwoord, terwijl parlementsleden gebrek aan transparantie en verkeerde bestedingskeuzes aanklagen.

Kristien Verbelen:

Mijnheer de minister, de discussie over de aankoop van extra F-35's blijft maar voortduren. U hebt gezegd dat de F-35 het meest geavanceerde toestel op de markt is, maar dat is eigenlijk niet de essentie van het debat. De vraag is of die veertien extra toestellen binnen een NAVO-vloot van meer dan 2.000 moderne gevechtsvliegtuigen werkelijk een verschil zullen maken in de verdediging van ons luchtruim en van het bondgenootschap.

Wat mij ook zorgen baart, is de afhankelijkheid die we daarmee opbouwen tegenover de Verenigde Staten. Er mag dan wel geen killswitch zijn waarmee de Amerikanen het toestel met één druk op de knop kunnen uitschakelen, maar we blijven toch in hoge mate afhankelijk van Amerikaanse technologie, software en vooral updates. Enkel Israël heeft toegang tot de broncode. Als de Amerikanen dat zouden willen, kunnen ze onze vloot via software-updates ernstig hinderen. Dat lijkt me geen gezonde situatie voor een soeverein land.

Ik wijs ook op de recente problemen waarmee het Verenigd Koninkrijk kampt met de F-35B, weliswaar een andere variant dan de onze, waar sprake is van ernstige mankementen. Op bepaalde momenten is de helft van de vloot niet inzetbaar wegens technische defecten, een tekort aan onderdelen en hoge onderhoudskosten. Het Britse parlement spreekt inmiddels van torenhoge investeringen, terwijl de inzetbaarheid ver onder de verwachtingen blijft.

Ik vraag me dus af of wij niet met dezelfde problemen geconfronteerd kunnen worden. Is de aankoop van F-35's echt de beste manier om al die miljarden te besteden? Moeten we niet eerder nadenken over alternatieve investeringen, zoals in cyberbescherming van onze kritieke infrastructuur en, niet te vergeten, in ons personeel?

Mijnheer de minister, hoe weegt u de veiligheidsrisico's, de financiële risico's en de vraag of die toestellen werkelijk een verschil maken, af tegenover andere prioriteiten voor de veiligheid van ons land?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, lors d'un entretien sur la VRT, vous avez déclaré que l'acquisition de nouveaux F-35 aurait bel et bien lieu. Pourtant, cette décision a déjà suscité beaucoup d'inquiétudes et de nombreuses controverses, non seulement en raison du coût élevé et des priorités budgétaires mais aussi en raison de l'implication géopolitique et militaire.

Monsieur le ministre, la coalition Arizona envisage-t-elle vraiment d'acheter ces F-35? Nous tentons d'avoir une clarification car on a entendu un peu tout et son contraire. Il s'agit tout de même d'un investissement considérable à hauteur d'un milliard d'euros. Y a-t-il vraiment une nécessité, une plus-value d'acheter des F-35 supplémentaires?

Ce milliard d'euros ne serait-il pas beaucoup plus utile dans des investissements dans le cadre de notre sécurité sociale? Aujourd'hui, on est en train d'attaquer de tous bords, les pensionnés, les travailleurs et, en même temps, on met un milliard d'euros dans des F-35 supplémentaires. Ne serait-il pas plus judicieux de mettre ce milliard d'euros dans les défis sociaux plutôt que d'acheter des avions de chasse supplémentaires qui, vu la flotte aérienne de l'OTAN, ne sont à notre avis pas nécessaires aujourd'hui?

Theo Francken:

Geachte Kamerleden, volgens mij is er vorige week een briefing geweest over de NDPP’s. Ik weet niet of u die gevolgd hebt, want de vragen die ik hier krijg, werden op die briefing al beantwoord. Ik wil wel, maar als commissielid heeft men toch de taak om tijd te maken om bepaalde briefings te volgen. Mevrouw Verbelen, in die briefing werd uitgelegd waarom dat nodig is, hoe dat werkt in een grotere context, enzovoort. Als parlementslid hebt u ook zelf een soort van informatieplicht. U bent niet naar die briefing gegaan, maar stelt mij een vijftal dagen later zulke vragen. Een medewerker van mijn kabinet stond die hele dag ter beschikking voor die briefing, of zelfs twee dagen. Vandaag, na deze commissievergadering, staat hij opnieuw ter beschikking, dus misschien kunt u daar straks naartoe.

Ik wil graag alles doen, maar ik vind het wel opmerkelijk dat uw partijvoorzitter met veel plezier naar de eedaflegging van president Trump gaat, terwijl de Amerikanen met hun F-35-wapensystemen nu blijkbaar de grote vijand zouden zijn. Bovendien zegt u dat we in cyber moeten investeren, terwijl er nooit meer in cyberveiligheid is geïnvesteerd dan in deze legislatuur. Hetzelfde geldt voor de ruimtevaart of de andere capaciteiten die u noemt.

Als u denkt dat we jachtvliegtuigen alleen maar moeten kopen om ons eigen Belgisch luchtruim te verdedigen, wat voor een middeleeuws concept van collectieve verdediging hebt u dan eigenlijk? Ik kan het niet goed volgen. Doe uw werk als parlementslid en kom mij dan ondervragen.

Er zijn briefings geweest over waarom dat noodzakelijk is in het kader van de NDPP, waarom dat collectief gevraagd wordt en wat dat betekent in regionale plannen. Dat is allemaal al uitgelegd. Het voorbereid antwoord dat ik bij heb, beslaat vijf pagina’s. Ik vertik het om alles nogmaals voor te lezen. Sorry, dat ga ik niet doen. Al zo vaak is besproken hoe het zit met de NDPP en waarom we denken dat dat nodig is.

Er is trouwens nog geen definitieve beslissing genomen. Aanstaande vrijdag vergadert de ministerraad daarover nog, dus op dit moment is er zelfs nog geen beslissing over genomen.

Monsieur Boukili, l'idée d'ajouter un nouveau type d'avion de combat à notre flotte, en plus du F-35, poserait plusieurs problèmes. Cela réduirait notre efficacité opérationnelle, diluerait nos ressources déjà limitées, doublerait notre empreinte logistique et compliquerait à la fois l'interopérabilité et le déploiement opérationnel. La Belgique peut parfaitement utiliser le F-35 de manière souveraine pour des missions opérationnelles, tout comme elle le fait avec le F-16.

Pour la maintenance à long terme et l'approvisionnement en pièces de rechange, une coopération dans un cadre international reste essentielle. Une réserve de pièces sera disponible sur les bases aériennes belges pour soutenir les activités de vol. En complément, un kit d'intervention distinct permettra d'assurer les missions opérationnelles en toute souveraineté.

Ces stocks seront soutenus par l'industrie européenne, notamment via les installations de stockage, de maintenance et de réparation situées en Europe. Le partenariat autour du F-35 crée une forme d'interdépendance entre tous les pays participants. Cette interdépendance ne peut être rompue unilatéralement sans conséquences pour l'ensemble des utilisateurs, y compris les États-Unis.

Kristien Verbelen:

Mijnheer de minister, ik merk dat ik hier in een openbare commissiezitting weinig antwoorden krijg. Bovendien siert de hier tentoongespreide arrogante houding u allerminst.

Ik heb ook vragen gesteld over de problemen bij de F-35B en ook of een en ander ook bij ons in de toekomst problemen zou kunnen opleveren. Ook op die vragen heb ik geen antwoord gekregen.

Ik blijf het moeilijk te begrijpen dat zoveel miljarden worden uitgegeven aan veertien extra toestellen die misschien geen wezenlijk verschil zullen maken. Er zijn zoveel andere noden, zoals infrastructuur en technologie. Daarop zal ik blijven hameren.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, quand vous parlez du briefing, j'imagine que vous ne vous adressez pas à notre groupe. Nous avons été à ce briefing. C'était très intéressant de comprendre pas mal de choses, notamment le fonctionnement des décisions prises à l'OTAN, qui nous a assez surpris s'agissant de la méthode. Concernant les priorités, contrairement à ce qui a été dit à la VRT, il n'y a pas encore de décision sur le F-35. Le gouvernement n'a pas encore décidé. Il n'y aura pas d'office un achat de F-35. C'est encore en discussion. Nous nous posons des questions sur la priorité de cet investissement. Ce n'est pas uniquement le PTB qui se pose la question mais aussi les militaires. Nous avons reçu le message d'un para-commando en réponse à un post de M. De Witte sur la question des pensions des militaires. Il dit ceci: "J'ai l'impression que les politiciens ne réalisent pas ce que le métier de militaire implique réellement. En résumé, s'il nous retire ne serait-ce que le moindre avantage, tout ce nouveau matériel finira par rouiller. Sans personnel, pas de Défense." Et il s'adresse à vous en disant: "M. Francken entrera dans l'histoire comme le ministre qui a porté le coup de grâce à la Défense". C'est justifié dans le sens où aujourd'hui les militaires sont en effet tenus d'acheter une part de leur équipement vestimentaire sur la plateforme d'achat de la Défense. Même le masque utilisé dans le défilé est vendu à 13 euros. Les militaires reçoivent aussi une indemnité pour subvenir à leurs besoins en équipement. Mais cette indemnité n'a plus été revue depuis le début des années 2000. Nous sommes ici dans une contradiction. D'un côté, on va acheter du matériel à tout-va, mais le personnel qui va le gérer est en train d'être décortiqué. Tous les avantages du personnel sont en train d'être détruits. Cela rendra le métier de militaire beaucoup moins attractif. Vous n'aurez plus de militaires pour utiliser ce matériel cher à vos yeux.

De vrijheid van meningsuiting voor militairen op de sociale netwerken
De traditie van het leger als 'grande muette'
Het leger en de vrijheid van meningsuiting
Sociale media en vrijemeningsuiting
Militaire vrijheid van meningsuiting en sociale media-tradities

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de vermeende inperking van de vrije meningsuiting van militairen na een intern bericht dat hen waarschuwt voor "subversieve" politieke uitingen op sociale media, onder dreiging van intrekking van hun veiligheidsmachtiging. Critici (Dedonder, Boukili, Maouane) betogen dat dit een cultuur van angst en censuur creëert, vooral rond sociale rechten (zoals pensioenhervormingen) en politieke kritiek, terwijl minister Francken volhoudt dat het om een geïsoleerd geval gaat, gericht op veiligheidsrisico’s (racisme, extremisme) en geen algemene muilkorfbeleid is. De kernspanning ligt in de grens tussen veiligheidsnormen en democratische vrijheden: syndicalisten en oppositie wijzen op een structureel gebrek aan dialoog en selectieve handhaving, terwijl Francken benadrukt dat de ADIV (veiligheidsdienst) enkel wettelijke richtlijnen toepast—al erkent hij dat de communicatie onhandig was. Onopgelost blijft of kritiek op regeringbeleid straffeloos kan, zolang ze binnen deontologische kaders blijft.

Ludivine Dedonder:

Monsieur le ministre, comme vous le savez, durant mon précédent mandat, j'ai fait une véritable priorité de la lutte contre les comportements et propos transgressifs, sexistes, dégradant, violents, discriminants, xénophobes ou en lien avec l'extrémisme violent. C'était la tolérance zéro et j'ai mis en place un screening continu des militaires tout au long de leur carrière via une procédure claire et inscrite dans la loi, concertée avec les syndicats militaires.

De nombreux militaires ont reçu, ces dernières semaines, une communication interne leur interdisant des propos subversifs commentant l'actualité politique sous peine de sanctions, dont la perte de leur habilitation de sécurité. C'est une vraie remise en cause de la liberté d'expression garantie par notre Constitution.

Pourtant, les mesures qui touchent et qui vont toucher nos militaires sur le plan social sont terribles. Je reviens d'ailleurs d'une commission où je suis allée interroger votre collègue, Jan Jambon, sur la pension des militaires. Cette question était en rapport avec le prolongement unilatéral de leur carrière de 11 ans, la non-prise en compte de la pénibilité de leur profession, leurs nouvelles missions non militaires en remplacement de la police. On a connu cela tout un temps, on y avait mis fin et on recommence. Ils subissent tout cela dans un contexte où les relations ne semblent pas être au beau fixe entre les syndicats militaires et vous.

Comment justifiez-vous que de nombreux militaires aient reçu une telle interdiction de communiquer leur opinion sur les mesures politiques prises par ce gouvernement? Qui a pris la décision de cette communication interne? Quelles sont les conséquences pour les militaires qui ne suivraient pas ces instructions?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, dans votre déclaration de politique générale, vous avez affirmé que le temps de la Grande Muette était révolu et pourtant, des événements récents au sein de la Défense semblent démontrer le contraire. Il est récemment apparu qu'un courriel circulait au sein de la Défense, avertissant les militaires des propos subversifs sur les réseaux sociaux, avec la menace que cela pourrait entraîner la perte de leur habilitation de sécurité.

Bien que vous ayez déclaré qu'il s'agissait d'un cas individuel lié à des propos racistes, un témoignage anonyme d'un militaire pointe vers un problème structurel: "Le mail stipule clairement que cela peut entraîner des incidents de sécurité, voire la perte de notre habilitation de sécurité, ce qui signifie la perte de notre emploi. Je trouve cela franchement honteux qu'on nous muselle. Et soyons honnêtes, on a l'impression de vivre dans une dictature".

Le syndicat VSOA Défense souligne également que cela s'inscrit dans un contexte plus large de manque de dialogue social. En outre, il ne s'agit pas d'un cas isolé. Le lieutenant-colonel Frédéric Coghe a été critiqué pour avoir donné une interprétation technique de "l'interrupteur de la mort" ( kill switch ) du F-35 différente de la position officielle. De même, l'historien militaire Thomas Simmons a annoncé qu'il ne donnerait plus d'interview après avoir reçu des retours négatifs de la hiérarchie après ses propos sur l'armée ukrainienne. Cette retenue imposée crée une culture dans laquelle les voix dissidentes au sein de la Défense sont réduites au silence.

Dès lors, monsieur le ministre, comment garantissez-vous la liberté d'expression des militaires sur leurs droits sociaux, dans les limites de leur statut, bien sûr, sans que cela ne crée une culture de peur ou d'autocensure?

Sur Twitter, vous avez indiqué que ce courriel concernait un cas individuel lié à des propos racistes. Comment expliquez-vous alors que l'universitaire de l' É cole Royale Militaire, Thomas Simmons, refuse désormais de donner des interviews ou que Frédéric Coghe aurait été rappelé à l'ordre pour avoir exprimé une opinion divergente sur le kill switch du F-35?

La fin de la "Grande Muette" ne s'applique-t-elle qu'à ceux qui partagent votre opinion? C'est une question que nous nous posons, monsieur le ministre, parce que ceux-ci ne sont pas inquiétés.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, comme mes collègues l'ont rappelé, un mail interne a été adressé ces dernières semaines à des militaires, provoquant un sérieux malaise. On y lit que des propos jugés subversifs, notamment en rapport avec l'actualité, tenus par des membres du personnel militaire sur les réseaux sociaux ont été repérés par les services de renseignement. Ce mail met en garde contre la perte d'habilitation de sécurité en cas de récidive.

Monsieur le ministre, vous serez d'accord avec moi pour dire que ce n'est pas anodin et que c'est presque inquiétant. Ce message menace directement la liberté d'expression des militaires et laisse entendre qu'un simple désaccord avec des choix gouvernementaux peut être considéré comme subversif et donc sanctionnable. C'est un glissement grave que plusieurs syndicats dénoncent à juste titre comme le retour à une "Grande Muette".

Mes questions sont les suivantes, monsieur le ministre. Qui a validé ce type de communication interne et sur quelle base juridique? Pouvez-vous nous confirmer que l'expression d'une opinion critique, évidemment dans le respect des règles de réserve et de non-atteinte à la sécurité, ne constitue pas un motif valable pour perdre une habilitation? Allez-vous réaffirmer publiquement, monsieur le ministre, que les membres du personnel de la Défense, en tant que citoyens et citoyennes, disposent eux aussi des droits fondamentaux, y compris celui de s'exprimer dans les limites prévues par la loi?

Theo Francken:

Bedankt, collega's. De Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid heeft als wettelijke opdracht, overeenkomstig de wet van 30 november 1998, onder meer de bescherming van de uitvoering van de opdrachten van de strijdkrachten. Hiertoe houdt de ADIV, volledig conform de richtlijnen van de NAVO en de Belgische wetgeving, nauwgezet de dreiging van terrorisme, spionage, subversie, sabotage en georganiseerde misdaad in het oog.

De ADIV is tevens verantwoordelijk voor het uitvoeren van een veiligheidsonderzoek bij al haar personeel, zowel burgers als militairen, in toepassing van de wet betreffende de veiligheidsmachtigingen. Op basis van deze wet onderzoekt de ADIV de integriteit, betrouwbaarheid en discretie van al het personeel dat over een veiligheidsmachtiging moet beschikken. Tijdens deze onderzoeken stelt de ADIV met regelmaat inbreuken vast op de eerder vermelde richtlijn inzake de vrije meningsuiting, voornamelijk op sociale media.

Dans le cadre de ses missions légales, mais aussi en application de l'attention accrue demandée par la précédente ministre de la Défense, Mme Dedonder, le SGRS répète régulièrement les directives applicables en matière de liberté d'expression et de respect des valeurs de la Défense à l'ensemble des officiers de sécurité des unités et des états-majors. Un manquement aux règles peut avoir un impact sur l'habilitation de sécurité de l'agent concerné, mais cela ne donne généralement lieu qu'à un avertissement écrit.

Een veiligheidsofficier heeft naar aanleiding van een schriftelijke opmerking van ADIV over een lid van zijn eenheid beslist om de betreffende mail aan iedereen te sturen. De ADIV vraagt tijdens alle veiligheidssensibiliseringsbriefingen om hieraan aandacht te besteden en het personeel erop te wijzen. Het initiatief van de officier past binnen dat beleid. Het bericht werd niet verzonden op vraag van de staf, laat staan op mijn vraag, maar maakte deel uit van een communicatie in het kader van integriteit en veiligheidsbewustzijn. Die mail is trouwens enkel binnen één eenheid verspreid. Hij is dus niet naar honderden militairen verzonden, totaal niet. De mail heeft zich wel snel verspreid, maar werd slechts naar een beperkt aantal personen gestuurd.

De proactieve houding van de veiligheidsofficier was in dit geval terecht, al gaf de formulering aanleiding tot verwarring en had de toon misschien diplomatischer gekund.

Deze problematiek is trouwens al meerdere keren door ADIV aan alle vakorganisaties van defensie toegelicht. Defensie blijft inzetten op bewustmaking en begeleiding, met respect voor de vrijheid van meningsuiting binnen de wettelijke en deontologische kaders die voor militairen gelden.

De kwestie van de heer Simoens is een individuele zaak.

Sur ce cas individuel, je ne peux m'étendre davantage, mais il ne faut pas prétendre que cela fait suite à des instructions de ma part. Je ne sais pas, je ne pense pas, vu la façon dont cela s'est passé. J'ai bien compris qu'il reprenait la communication publique aussi. Il l'a reprise il y a quelques semaines, mais s'agissant d'un cas individuel, il est toujours délicat d'évoquer des sujets sensibles. Il n'y a pas de Grande Muette. Je veux que la Défense se défende publiquement; nos généraux et nos officiers le font ainsi que tous les autres membres de notre belle Défense.

Alors, il n'y a pas d'instruction, il n'y a pas de nouvelle directive, il n'y a pas de je ne sais quoi, ni de ma part, ni du staff, ni du CHOD, il n'y a rien! C'est un cas individuel qui s'est déroulé dans une unité, et qui a causé beaucoup de rumeurs et de publicité, mais il n'y a pas, je pense, de problème lié à ce cas. Je pense que l'officier de sécurité a vraiment voulu bien faire.

Ik vind dat mensen die van goede wil zijn en ook hun best doen en dat ook met de juiste intentie doen – dat kon misschien wat diplomatischer – maar wie ben ik om daarover een oordeel te vellen?

Ludivine Dedonder:

Tous propos ou comportement subversifs sont à sanctionner, c'est une évidence. J'ai d'ailleurs instauré une charte des normes et des valeurs et ai vraiment insisté sur ce point sous mon mandat. Mais comment cela fonctionne-t-il en pratique, selon les règles du SGRS? La personne problématique, donc pas celle qui exprime son avis sur les choix politiques, elle va être suivie, elle va être entendue, elle va être appelée à l'ordre et elle va être sanctionnée le cas échéant.

En l'occurrence, il y a vraiment une nette différence, puisque le courriel est envoyé à tous les membres de l'unité. Vous dites que c'est un groupe plus restreint, mais cela reste quand même un groupe de personnes et j'imagine qu'elles n'ont pas toutes eu des comportements ou des propos violents ou menaçants. Et dans ce courriel, il est explicitement question d'expression sur les choix politiques actuels. C'est bien évidemment pour cette raison que le phénomène a pris de l'ampleur.

Dès lors, de deux choses l'une, soit la personne a eu des propos menaçants et doit donc être sanctionnée – elle seule, pas les collègues –, soit ce courriel est un prétexte pour empêcher le personnel militaire d'émettre des critiques sur la politique menée actuellement. Et là, c'est très grave, c'est une entrave à la liberté d'expression. Quoi qu'il en soit, dans les deux cas, ce courriel général à l'ensemble du personnel n'avait pas lieu d'être.

Certes, j'ai quand même eu du mal à croire à l'initiative personnelle sortie et soufflée de nulle part, parce qu'en quatre ans de mandat, je n'ai jamais eu de proposition allant dans ce sens, jamais. En général, c'était plutôt dans l'autre sens, pour essayer de défendre ou d'atténuer des propos ou des comportements inadéquats. C'est donc assez surprenant. Enfin, je voudrais vous dire que si certains sont mécontents, c'est peut-être parce qu'ils ressentent un manque de considération et d'estime. Vous passez beaucoup de temps à trouver des milliards, à commander, à acheter des avions de chasse américains, plutôt qu'à essayer de trouver un accord pour le personnel, sans qui ce matériel ne pourrait fonctionner.

Dans une communication interne de la Défense, vous dites, la main sur le cœur, qu'avec le Chef de la Défense (CHOD), vous comprenez les inquiétudes dans le cadre de la réforme des pensions, qui les fera travailler plus longtemps, mais vous ne vous imposez pas à la table des négociations chez le ministre des Pensions. Il faut y aller! Vous ne pouvez pas simplement envoyer un courrier en disant que vous comprenez, vous devez aller à la table chez votre collègue de la N-VA!

Il y a beaucoup de cinéma, comme cette dernière trouvaille – je suis désolée de vous le dire, vous n'allez de nouveau pas être content : les masquer tous le 21 juillet, hormis les élèves des écoles, les futurs cadres, hormis les cadres qui seraient, en cas de menaces, les premières cibles. C'est pour les protéger? Les protéger, c'est déjà commencer par veiller à leur bien-être au travail, à les écouter, à entendre leurs préoccupations. C'est ce que je vous demande.

Monsieur le président, je ne suis pas intervenue souvent en commission Défense, mais le personnel doit être respecté. J'en ai toujours fait une priorité et c'est la raison pour laquelle je suis présente aujourd'hui.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, vous parlez d'un cas isolé. C'est lié à des propos inacceptables qui sont à sanctionner évidemment. Sauf que dans le courrier, il n'est pas fait mention de ces propos. Il s'agit de sujets politiques, des choix politiques actuels et des positions politiques prises par le gouvernement. C'est la raison pour laquelle nous avons reçu énormément de témoignages et de mails de militaires qui s'indignent de cette situation.

En même temps, ils voient que le chef d'état-major assiste à des débats organisés notamment par le MR pour défendre une position politique. Le problème est-il d'avoir des positions politiques ou de commenter les choix politiques? Ou bien le problème est-il de défendre des choix politiques différents des vôtres? Dans ce cas, il y a une atteinte à la liberté d'expression. Apparemment, les problèmes qui nous occupent ne sont pas les sujets politiques puisque le chef d'état-major peut s'exprimer mais les autres militaires ne peuvent pas. C'est problématique.

C'est la raison pour laquelle nous vous interrogeons, monsieur le ministre. Il est à espérer que cette circulaire, comme vous l'avez dit, soit un malentendu. Espérons que cette menace qui plane sur les militaires soit levée parce qu'ils ont le droit de se positionner, de s'exprimer sur leurs droits sociaux et leurs droits démocratiques. Ici dans ce Parlement, nous devons les soutenir. Ils peuvent s'opposer à votre réforme des pensions, à votre politique au sein de la Défense, à vos choix d'achats militaires. Ils ont le droit de le faire. Je ne comprends pas cette circulaire et votre réponse laisse planer le doute. J'espère que ce malentendu sera réglé rapidement pour que nos militaires puissent s'exprimer et exercer leurs droits à la liberté d'expression.

Pour conclure, monsieur le président, je dois quitter la commission, non par manque d'intérêt pour ce qui suit, mais parce que la Conférence des présidents a commencé voici quatre minutes. Et je dois absolument y aller.

Voorzitter:

Geen probleem, mijnheer Boukili.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse qui ne me rassure pas totalement. Je dois bien l'avouer. Nous savons que la neutralité de l'armée est une exigence légitime, mais cela ne signifie pas qu'elle soit un silence imposé ni, encore moins, la surveillance et la sanction des opinions dans un État de droit . Sanctionner des propos comme des menaces et des insultes sexistes, racistes ou encore homophobes est quelque chose de logique. Envoyer des ultimatums à des militaires qui critiqueraient des politiques gouvernementales constitue, en revanche, une dérive inquiétante et dangereuse. On ne peut pas, d'un côté, appeler à la loyauté et à l'engagement des militaires et, de l'autre, réprimer leur parole, surtout quand elle dérange. La confiance ne se décrète pas, mais se construit dans le respect, surtout des militaires et de leurs opinions – même quand elles sont contraires à la politique gouvernementale. Nous resterons donc attentifs à ce que les militaires soient respectés dans leur travail, mais aussi dans l'expression de leur opinion, bien évidemment dans le respect de l' É tat de droit.

De Medische Component en het Militair Hospitaal Koningin Astrid
De Medische Component en de toekomst van het Militair Hospitaal
De toekomst van het Militair Hospitaal en het Brandwondencentrum
Toekomst van de Medische Component, Militair Hospitaal en Brandwondencentrum

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de toekomst van de Belgische Composante Médicale en het militair hospitaal in Neder-Over-Heembeek, met name de specialisatie in grootschalige brandwonden en het geplande Medical Hub-project (2038). Kritiekpunten zijn het ontbreken van concrete plannen, investeringen en visie van de minister, ondanks de internationaal erkende expertise (bv. brandwondencentrum, hyperbare kamer) en cruciale rol bij rampenhulp en militaire missies. Parlementsleden benadrukken onrust bij personeel door vaagheid, terwijl de minister prioriteit geeft aan defensiegerichte zorg met mogelijke civiele samenwerking, maar geen duidelijke toezeggingen doet over behoud of uitbreiding van capaciteiten. De dringende vraag om transparantie en middelen blijft onbeantwoord.

Christophe Lacroix:

Monsieur le président, vous remarquerez que même un socialiste wallon travaille. (Rires)

Voorzitter:

U mag ook verwijzen naar uw schriftelijk ingediende vraag om wat snelheid te maken.

Christophe Lacroix:

Non. C'est une question importante, comme beaucoup d'autres questions de collègues. Mais celle-ci est, quelque part, une grande absente de votre vision stratégique: c'est la Composante Médicale.

La Composante Médicale joue un rôle crucial pour la Défense et nos militaires, tant en Belgique que sur les théâtres d'opération. Sans cet appui médical interne et son expertise spécifique aux particularités de la fonction militaire, les missions de la Défense ne pourraient tout simplement pas être remplies.

Un de vos prédécesseurs a tenté de privatiser certaines missions, notamment médicales. On sait toutes les problématiques que cela pouvait poser.

L'hôpital royal militaire de Neder-Over-Heembeek joue un rôle essentiel au regard des missions d'aide à la nation. Sa spécialisation des grands brûlés est reconnue à l'international. Son caisson hyperbare joue lui aussi un rôle central dans la politique de soins de l'hôpital, et dans les aides que la Belgique peut offrir à ses alliés. Des soldats ukrainiens ont d'ailleurs été soignés à Neder-Over-Heembeek.

Vous avez présenté votre vision stratégique en commission. Nous y voyons plus clair sur vos intentions en la matière. Le Medical Hub sera l'avenir de la Composante Médicale et de son site de Neder-Over-Heembeek, mais ce sera la seule à ne pas devenir une force le 21 juillet.

Selon moi, notre pays a besoin d'un hôpital militaire bien actif, aussi pour faire face à certaines catastrophes sur notre territoire national et à l'étranger.

Monsieur le ministre, pouvez-vous faire le point sur votre vision des tâches, effectifs et spécialisations de la Composante Médicale? Quels investissements sont prévus? Quelles sont vos ambitions en matière d'effectifs de la Composante?

Quelle est votre vision de l'hôpital Reine Astrid, sur son site bruxellois? Des investissements sont-ils prévus? Quelle collaboration envisagez-vous avec le secteur civil hospitalier bruxellois? Plus spécifiquement, quelle est votre vision sur l'avenir de la spécialisation "grands brûlés" de l'hôpital, mais aussi de ses autres tâches pouvant servir à l'aide à la nation en cas de catastrophe? Comment s'articulera le futur Medical Hub avec les missions de l'hôpital?

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, het militair hospitaal van Neder-Over-Heembeek is al meer dan 40 jaar in gebruik. Dat betekent dat een deel van de infrastructuur intussen ook meer dan 40 jaar oud is. Dat geldt natuurlijk niet voor alles. Het brandwondencentrum werd bijvoorbeeld in 2010 vernieuwd.

Twee jaar geleden werd het project Medical Hub voorgesteld, met als doel het militair hospitaal tegen 2038 volledig te transformeren. Een deel van mijn vragen gaat daarover, maar uiteraard ook over het brandwondencentrum, dat een zeer belangrijke rol speelt, niet alleen binnen dat militaire hospitaal dat het huisvest, maar ook binnen België en zelfs heel Europa. Het centrum beschikt immers over een derde van alle brandwondenbedden en -zorg. Die zorg wordt daar voor België geconcentreerd. De consultatieafdelingen behandelen jaarlijks ongeveer 14.000 consultaties. Het is een van de grootste Europese brandwondencentra. Daardoor kunnen wij bij vrijwel elke grootschalige ramp onze buurlanden en andere Europese landen bijstaan.

Toch zijn er een aantal verontrustende signalen over de toekomst van dat brandwondencentrum. Vandaar deze reeks vragen.

Welke toekomst ziet u voor het militair hospitaal in Neder-Over-Heembeek? Wat is de stand van zaken van het project Medical Hub? Zult u dat voortzetten of heroriënteren? Wat is uw ambitie daaromtrent? Welke toekomst ziet u voor het brandwondencentrum van het militair hospitaal? Komen er extra investeringen voor het brandwondencentrum of moet het zich aan besparingen verwachten? Zult u ervoor zorgen dat het zijn belangrijke rol in België en in Europa kan blijven vervullen?

Theo Francken:

La Défense va se concentrer en priorité sur les besoins de la défense collective et les besoins de la défense nationale qui découlent du contexte géopolitique actuel. Le concept du Medical Hub permettra de s'intégrer dans cette approche en offrant des capacités orientées vers les militaires opérationnels, qui pourront en cas de nécessité également servir à la nation et aux civils. En outre, la Composante Médicale continuera à coopérer étroitement avec les acteurs civils du domaine des soins de santé.

De medische functies in de toekomstige Medical Hub van de medische component zullen in de komende maanden nog in detail gedefinieerd moeten worden. Ik begrijp uw nervositeit. Er is nog geen Strategische Visie; er is nog geen beslissing.

Christophe Lacroix:

Merci monsieur le ministre. Vous êtes toujours très bref dans vos réponses. C'est un peu dommage.

J'insiste particulièrement pour que l'expertise internationalement reconnue de notre Composante Médicale et de l'hôpital soit maintenue, valorisée et améliorée, pour autant que ce soit nécessaire. Il faut qu'on ait la volonté d'y investir, d'y consacrer les moyens nécessaires.

Monsieur le président, il pourrait être intéressant, dans le cadre des visites des différentes Composantes qui vont devenir des forces, de visiter l'hôpital militaire et d'avoir un contact avec la Composante Médicale.

Voorzitter:

Ik zou graag ook een aanzet willen geven om werkbezoeken te kunnen organiseren en die niet telkens te moeten annuleren.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, u hebt een heel kort antwoord gegeven. Ik krijg stilaan het gevoel dat zodra het over wapenaankopen gaat waarvoor u veel geld wilt vrijmaken, wij uitgebreide antwoorden krijgen. Zodra het echter wat moeilijker wordt, blijven antwoorden uit. Bij de vraag over het sociaal overleg vorige week duurde het antwoord 40 seconden. Nu krijgen wij opnieuw een bijzonder kort antwoord, met onrust tot gevolg. Voor mij hoeft u het niet te doen. Het gaat niet om mijn onrust. Het gaat om de onrust van het personeel in het militair hospitaal. Het gaat om de onrust bij het personeel van het brandwondencentrum. Het gaat om de bezorgdheid van de medewerkers die zien welke rol het brandwondencentrum opneemt in België en in Europa. Zij zijn ongerust. Het is voor hen dat u beter wel antwoorden zou formuleren of hun op zijn minst een idee zou geven van de richting die u uit wilt. Op deze manier voedt u die onrust alleen steeds meer. Als het om positief nieuws gaat, krijgen wij hier een uitvoerige toelichting en wordt er op Twitter, in de kranten en overal gecommuniceerd. Als het echter wat moeilijker dreigt te worden, antwoordt u dat wij nog een visie zullen krijgen en dat wij niet ongerust hoeven te zijn. Ik word van dergelijke antwoorden alleen maar ongeruster.

Het gebruik van Microsoft 365-software bij Defensie

Gesteld door

DéFI François De Smet

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Defensie gebruikt Microsoft 365 enkel voor ongeclassificeerde gegevens, terwijl strikt vertrouwelijke ("top secret") data fysiek geïsoleerd worden beheerd op afgesloten systemen zonder cloudtoegang, om maximale beveiliging te garanderen. Francken bevestigt dat deze scheiding voldoet aan de hoogste veiligheidseisen en elimineert risico’s zoals externe inbreuk of gegevenslekken via clouddiensten. De software wordt wel breed ingezet voor niet-gevoelige communicatie en administratie binnen verschillende defensie-onderdelen. De vraag over mogelijke Amerikaanse invloed of datalekken wordt hiermee ontkracht door strikt protocol.

François De Smet:

Il me revient que dans le cadre d’une procédure de recrutement au sein du SGRS (ndlr: Information Manager pour le Cyber Command) le profil de fonction exige de bonnes connaissances des environnements M 365 de Microsoft, plateforme de productivité basée sur le cloud.

Or, dans le contexte géopolitique actuel et le comportement pour le moins versatile de l’administration Trump et des collusions possibles entre Microsoft et l’armée américaine, il apparaît peut-être imprudent pour notre armée d’utiliser pareils logiciels, sans protection de données et sans garantie de confidentialité des informations

Cette considération a d’autant plus de sens que pour les fonctions au sein du SGRS, afin d' être engagé, le candidat doit être en possession d’une habilitation de sécurité « très secret “

En conséquence, Monsieur le Ministre peut-il me faire savoir:

si il peut confirmer que l’utilisation de ces logiciels est revêtue de la protection informatique la plus haute, au regard des données top secret qui peuvent y être collectées et partagées?

si ce logiciel est utilisé par d’autres services de la Défense, si oui lesquels?

Theo Francken:

Monsieur De Smet, l'environnement Microsoft 365 fait partie de la bureautique standard utilisée par la Défense, mais uniquement pour le traitement de données non classifiées. Celles qui sont classifiées sont exclusivement gérées sur des plateformes physiquement séparées d'internet et donc de tout service Cloud, y compris celui de Microsoft. Cela garantit que celles-ci bénéficient des plus hauts niveaux de sécurité exigés par la Défense.

Microsoft 365 est mis à disposition de divers services pour les besoins courants de communication, de collaboration et de gestion de documents non sensibles.

François De Smet:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse brève mais, pour le coup, claire et suffisante.

De psychosociale begeleiding van militairen en burgerpersoneel bij Defensie

Gesteld door

PS Christophe Lacroix

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Francken benadrukt dat personeelswelzijn centraal staat in Defensie, met een geïntegreerde ondersteuningsplatform (DG H&WB) voor psychologische, sociale en morele begeleiding, inclusief 180 vertrouwenspersonen verspreid over alle eenheden. Er lopen preventieacties tegen burn-out, zelfdoding (via een werkgroep) en attritie, met aankomende richtlijnen voor leidinggevenden, terwijl de Composante Médicale gespecialiseerd zorg aanbiedt via psychiaters, psychologen en verpleegkundigen, ook in het buitenland. Hij bevestigt dat extra middelen en werving worden onderzocht om de groeiende personeelsbehoefte (inclusief reservisten) op te vangen, in lijn met het Plan POP voor betere arbeidsomstandigheden.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, le suivi psychosocial des militaires et civils de la Défense est évidemment une question essentielle. La Défense se doit d'être un employeur exemplaire et de s'assurer du bien-être de son personnel qu'il soit en opération ou en Belgique.

Les fonctions de la Défense impliquent évidemment une implication très importante avec des conséquences tangibles sur la vie familiale, les déplacements domicile-travail ou sur le besoin de déconnexion.

Ce défi est d'autant plus important au regard des importants engagements à venir que ce soit pour le personnel militaire, civil ou la réserve. Ces objectifs importants en matière d'engagements impliquent une pression accrue sur le personnel de la Défense actuel pour suivre les procédures de recrutements et de formation. La lutte contre l'attrition est notamment à prendre en compte dans ce cadre ce qui nécessite un encadrement ad hoc et des effectifs suffisants en matière de procédure de lanceurs d'alerte et de personnes de confiance. Le prolongement de la carrière des militaires décidée par le gouvernement aura aussi des conséquences à ne pas sous-estimer.

Le Plan POP adopté par votre prédécesseuse mettait en avant toute une série d'initiatives, en concertation avec les syndicats militaires, afin d'améliorer les conditions de travail et de dégager des moyens budgétaires suffisants afin de réaliser ses objectifs.

Monsieur le ministre, pouvez-vous me faire le point sur les moyens dégagés afin de mettre en œuvre le suivi psycho-social et les objectifs du plan pop afin d'améliorer les conditions de travail des militaires?

Quelle attention particulière est apportée à la lutte contre le burn out, la prévention du suicide, l'attrition et les conséquences de la prolongation de la carrière des militaires? Combien de personnes de confiance compte la Défense et y-en-a-t 'il dans l'ensemble des quartiers militaires?

Au sein de la Composante Médicale, quelle expertise est développée en la matière? Des moyens supplémentaires sont-ils prévus alors que les effectifs militaires et civils mais aussi de la réserve sont amenés à largement augmenter?

Je vous remercie d'avance pour vos réponses.

Theo Francken:

Depuis ma prise de fonctions, j'ai répété à de multiples reprises que le personnel était au cœur de l'organisation. Sans personnel militaire et civil, la Défense ne peut pas fonctionner. La santé et le bien-être du personnel est d'une importance primordiale. La Défense dispose d'un service psychologique, social, moral et religieux réunis dans une plateforme de soutien composée d'un réseau de prévention, de soins et d'interventions adaptées. Cette plateforme est au service du personnel et de la ligne hiérarchique au sein du directorat général Health & Well-being (DG H&WB). Une politique de résilience pour faire face, entre autres, au burn-out et à l'attrition est en cours d'élaboration.

Au sein de la Défense, ilexiste également d'un groupe de travail "prévention suicide". Des journées de sensibilisation sont organisées dans tous les quartiers, tout comme des campagnes de prévention. Une instruction détaillée avec les Do's and Don'ts pour les chefs de corps sera officialisé bientôt. À ce jour, la Défense dispose de 180 personnes de confiance réparties dans toutes les unités.

Au sein de la Composante Médicale, le centre de santé mentale est composé de psychiatres et de psychologues cliniciens, psychothérapeutes et infirmiers spécialisés en santé mentale. Le centre de santé mentale a pour mission de fournir au personnel de la Défense une offre complète et holistique de soins et santé mentale, tant en Belgique que dans les opérations à l'étranger. Pour faire face à l'augmentation importante des effectifs de la Défense dans les années à venir, une demande de recrutement supplémentaire est à l'étude.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, merci pour votre réponse.

De sociale onderhandelingen
Het sociaal overleg over het statuut van de militairen
Het sociaal overleg en onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de eenzijdige verlenging van militaire loopbanen en het gebrek aan transparantie over de onderhandelingen, waarbij Lacroix kritiseert dat defensiepersoneel onvoldoende wordt verdedigd in pensioenbesprekingen met minister Jambon (Pensioenen). Francken bevestigt bilaterale gesprekken en een nabij sociaal akkoord, maar ontwijkt concrete antwoorden over wie de militaire belangen behartigt en waarschuwt voor gevoelige onderhandelingen. Lacroix vreest dat eventuele afspraken met syndicaten – zoals eerder bij politie mislukte – zonder regeringsteun of budget leeg zullen blijken, vooral rond pensioenleeftijd.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, une nouvelle fois, je vous ai interrogé la semaine dernière quant à l'allongement des carrières des militaires, décidé unilatéralement par ce gouvernement. Force est de constater que votre réponse était particulièrement lacunaire. Vous vous montrez beaucoup plus prolixe lorsqu'il s'agit de parler d'achats militaires ou de pourcentage du PIB, que pour parler de la situation sociale dramatique au sein de la Défense et des inquiétudes légitimes qui en découlent. Je n'ai ainsi obtenu aucune réponse quant à savoir si un représentant de votre cabinet ou de la Défense était autour de la table des négociations menées par votre collègue Jambon.

Nous en apprenons davantage dans une communication interne de la Défense signée par vous-même et le Chef de la Défense (CHOD). Rien ne serait encore décidé. Cependant, le Service fédéral des Pensions œuvrerait à l'élaboration d'un cadre légal conforme à l'accord de gouvernement. L'impact serait différent pour chaque individu. C'est pourquoi la Défense travaillerait en parallèle à l'élaboration d'un accord social visant une révision du statut. Celui-ci permettrait d'introduire des mesures mettant en valeur la spécificité de la profession militaire et garantissant l'opérationnalité de la Défense. L'objectif est que les deux processus avancent en parallèle.

En conclusion de cette communication, vous parlez de votre engagement total: "Ensemble, en tant que ministre de la Défense et Chef de la Défense, nous veillerons à ce que tous les éléments essentiels de ce dossier soient dûment pris en compte dans les débats à venir."

Monsieur le ministre, je vous réitère donc mes questions. Qui participe aux réunions au cabinet du ministre des Pensions sur la pension des militaires? Quelqu'un de votre cabinet ou de la Défense est-il chargé de défendre nos militaires ou sont-ils laissés en plan? Quelles ont été les conclusions de vos rencontres avec les différents vice-premiers? Quels éléments sont-ils sur la table des négociations avec les syndicats militaires que vous aurez cette semaine?

Theo Francken:

Merci beaucoup. Il y a eu beaucoup de négociations bilatérales avec le cabinet des Pensions. J'ai parlé beaucoup avec mon collègue et cher ami Jan sur ce dossier. J'espère avoir presque un accord social. Presque. Encore quelques jours. Mais je ne donne pas de commentaires parce que, comme vous le savez, les discussions et les négociations syndicales sont très sensibles. Alors, je ne vais pas les commenter dans la presse parce que, autrement, c'est la misère totale. Et j'espère éviter ça. C'est déjà difficile avec l'augmentation de l'âge de pension.

Christophe Lacroix:

Je comprends une partie de vos raisons pour dire "je ne vais pas trop parler". Vous auriez pu me dire qu'il y a des membres de mon cabinet qui participent de manière générale aux négociations avec le ministre Jambon. Vous avez dit avoir des discussions bilatérales, mais lors des négociations qui vont avoir lieu ou qui ont lieu avec le ministre des Pensions, est-ce que vous êtes représenté? Qui prend la défense des militaires? Vous n'avez pas répondu à ma question. Vous me dites que vous allez négocier un accord social et qu'un accord social, c'est compliqué à négocier. Il faut être prudent. Il faut être prudent dans vos engagements vis-à-vis des syndicats. Mais pourquoi êtes-vous prudent? Parce qu'un accord social n'est contraignant qu'à partir du moment où l'accord social est approuvé par le gouvernement dans son entièreté.

S'il est approuvé par vous-même, cela ne contraint en rien le gouvernement. Nous avons connu des accords sociaux négociés par Mme Verlinden quand elle était ministre de l'Intérieur. Elle devait améliorer, à travers son accord social, le statut des policiers. Finalement, rien n'en est sorti et les policiers n'ont rien vu venir parce qu'elle s'est engagée sans avoir l'aval de son gouvernement, sans crédits supplémentaires et sans moyens pour permettre de mettre en œuvre concrètement son accord social. Et donc, ma grande crainte, c'est qu'effectivement, finalement, vous n'arriviez pas à faire accepter vos mesures négociées avec les syndicats dans l'accord social, car cet accord social sera bloqué par le gouvernement et je suis convaincu que dans les grands deals qui seront faits, vous n'obtiendrez pas ce que les syndicats demandent et ce que les militaires demandent, notamment en matière d'âge de la retraite.

Voorzitter:

Vraag nr. 56007077C van de heer Aerts wordt omgezet in een schriftelijke vraag.

De anonimiteit van het militaire personeel bij openbare events

Gesteld door

N-VA Koen Metsu

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Francken bevestigt dat Defensie tijdens de 21-juliviering gezichten van militairen deeltijds bedekt met *buffs* om AI-gestuurde gezichtsherkenning (o.a. via live-uitzendingen en sociale media) tegen te gaan, gezien de groeiende hybride dreigingen (Rusland, China, Iran). Hij benadrukt dat hij sinds zijn aantreden alle herkenbare beelden van Belgische militairen verbiedt—zelfs in Kosovo—terwijl bondgenoten dat nog niet doen, maar voorspelt dat zijn aanpak binnen vijf jaar standaard zal zijn. Metsu steunt de maatregelen en hoopt op navolging door andere landen. Kritiek richt zich op eerdere onvoorzichtige mediabelichting door vorige bewindslieden.

Koen Metsu:

Ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend. Indien het antwoord van de minister niets meer zegt dan wat ik vandaag in de krant heb gelezen, is dat antwoord niet nodig. Indien er toch nieuwigheden te melden zijn, hoor ik dat graag.

Geachte minister, met de toenemende dreiging vanuit de Russische Federatie worden we niet alleen geconfronteerd met een conventionele manier van oorlogsvoeren maar ook met de digitale variant die vaak wordt aangeduid als “hybride".

De veiligheidsdiensten zijn zich ook bewust van gelijkaardige spionageacties die uitgaan vanuit de Volksrepubliek China en landen zoals Iran. De veiligheid van onze militairen en vooral hun anonimiteit zijn hierbij cruciaal: enige tijd geleden werd ook gevraagd aan het personeel om bijvoorbeeld geen TikTok of Strava (sportapp) te gebruiken.

Naar aanleiding van het opkomende defilé – wat een openbaar en gemediatiseerd event is en dus risico's inhoudt - verneem ik graag meer informatie.

Welke maatregelen wil u nemen om de identiteit van onze militairen tijdens openbare plechtigheden te beschermen?

Voor welk personeel zullen deze gelden en op welk tijdstip?

Dank voor uw antwoorden.

Theo Francken:

Mijnheer Metsu, ik wil deze vraag heel graag beantwoorden.

Op 21 juli tonen we de paraatheid van onze krijgsmacht, maar wie goed kijkt, zal merken dat een deel van onze eenheden een buff draagt, een tactische sjaal die het gezicht tot net onder de ogen bedekt. Ik heb overigens begrepen dat de PVDA stelt dat die zelf moet worden betaald, maar dat heb ik even gecheckt en het is niet juist. Het is geen stijlkeuze, maar een bewuste veiligheidsmaatregel. In tijden van artificiële intelligentie en geavanceerde videotechnologie is discretie letterlijk van levensbelang geworden.

De parade wordt live uitgezonden en blijft online beschikbaar. Wat vroeger een vluchtige momentopname was, wordt vandaag blijvend en doorzoekbaar materiaal. Door de opkomst van krachtige AI-systemen en supercomputers is het vandaag technisch perfect mogelijk om gezichten te detecteren, te herkennen en te linken aan digitale identiteiten, ook bij matige beeldkwaliteit of gedeeltelijke bedekking. Ik ben trouwens ook blij en verheugd om te lezen dat verschillende IT-experts dat vandaag bevestigen. In verschillende media is hun advies gevraagd en ze zeggen allemaal exact hetzelfde als wat ik binnen Defensie al een tijd zeg.

U zult zich herinneren dat ik mij in de vorige legislatuur meermaals druk heb gemaakt over het feit dat onder andere de minister van Defensie, die mij daarnet daarover de les kwam spellen, niet liever deed dan militairen zichtbaar en herkenbaar in beeld te brengen op haar eigen fora en op haar eigen platformen, op sociale mediaplatformen, ook op TikTok, Chinese psyops. Ze deed dat samen met de premier. Meermaals heb ik toen gezegd dat dat onvoorzichtig is, dat ze die mensen alleen maar ter meerdere eer en glorie van zichzelf online zette en dat ze op zijn minst het fatsoen mocht hebben om ofwel die mensen van achteren gezien te fotograferen ofwel om hen te blurren. Dat heb ik meermaals aangekaart.

Nu mag u op zoek gaan naar één foto die sinds mijn aantreden door Defensie gepost is. U zult die niet vinden, omdat ik de opdracht heb gegeven toen ik pas aantrad als minister. Dat is een van de eerste maatregelen die ik heb genomen: stop daarmee, toon mensen niet nodeloos. Het is geheel niet nodig om iemands gezicht in beeld te brengen. Nochtans is mij daarover nooit een vraag gesteld, al vervul ik deze functie nu vijf maanden. Dat betekent dat het weinigen is opgevallen. Meer nog, vorige week was ik in Kosovo en daarvan zijn foto's gepubliceerd met de Luxemburgse en Nederlandse militairen in het gezicht herkenbaar, maar de Belgische militairen zijn geblurd op mijn instructie. Die opdracht wordt zeer goed uitgevoerd, waarvoor dank aan de mensen van StratCom.

Dat anderen dat niet doen, is hun probleem. Dat is niet mijn verantwoordelijkheid. Ik vind het niet wijs om te doen. Ik vind het trouwens bizar om op een foto verschillende militairen samen in Kosovo te zien opereren, sommigen met het gezicht herkenbaar en sommigen niet. Ik kan echter niet beslissen over Nederlandse of Luxemburgse militairen, evenmin over Franse of Duitse defilés.

Mijn beslissing is alvast duidelijk en ik zal doen wat ik denk te moeten doen. Als anderen dat niet leuk vinden of zeggen dat men dat in andere landen niet doet, dan antwoord ik dat wat ik hier zeg, binnen vijf jaar overal zal worden toegepast. Daar ben ik voor honderd procent zeker van.

De parade wordt live uitgezonden. Gezichtsherkenningstools, zoals Clearview (…)

Voorzitter:

Kunt u afronden, mijnheer de minister? De spreektijd is om.

Theo Francken:

Voor het overige verwijs ik naar mijn toelichting.

Voorzitter:

Mijnheer de minister, ik kan trouwens in alle neutraliteit bevestigen dat u zich daar in het verleden meermaals aan hebt geërgerd.

Koen Metsu:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. De nieuwe weg die de Belgische Defensie inslaat, is heel bevattelijk en begrijpelijk. Laten we hopen dat de bondgenoten uw wijs advies zullen opvolgen. Voor het overige kijk ik uw toelichting tegemoet.

De medische screening van kandidaat-militairen

Gesteld door

N-VA Koen Metsu

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Defensie wijst 24% van de kandidaten af op medische of psychologische gronden, volgens strikte criteria uit een koninklijk besluit, maar minister Francken wil deze normen moderniseren om uitsluitingen te verminderen en het wervingsdoel (40.000 militairen) te halen. Fysieke afwijkingen leiden niet automatisch tot uitsluiting, maar bepaalde aandoeningen wel; afgewezen kandidaten kunnen wel burgerfuncties bij Defensie bekleden. Metsu benadrukt dat strenge selectie (bv. voor infanterie) noodzakelijk is, maar pleit voor flexibelere criteria per rol (bv. verplegers). Het "pinkverhaal" (media-aandacht voor een afgewezen kandidaat) toont de spanning tussen talentbehoud en selectiestrengheid.

Koen Metsu:

Mijnheer de minister, in de beleidsnota hebt u duidelijk benadrukt dat Defensie op zoek moet gaan naar nieuw en jong talent. Er zijn daartoe al verschillende initiatieven genomen. Ik denk bijvoorbeeld aan de pop-upstore in Leuven. Ik denk ook aan de sensibiliseringsbrief naar onze achttienjarigen. Blijkbaar werpen die initiatieven al vruchten af, want het aantal aanvragen zit in de lift.

Om na te gaan of kandidaten geschikt zijn voor een carrière bij Defensie, wordt een screening georganiseerd, en dat is maar goed ook. We vernemen nu echter dat de redenen waarom kandidaten niet worden weerhouden nogal strikt worden geïnterpreteerd, terwijl die kandidaten misschien wel geschikt konden zijn voor andere functies.

Ik stel deze vraag natuurlijk naar aanleiding van het 'pinkverhaal', dat we deze week hebben kunnen lezen. Het komt erop aan om talent aan te trekken en te behouden.

Ik heb daarover drie korte vragen.

Welk percentage van de kandidaten werd sinds uw aantreden geweigerd op medische of psychologische gronden?

Betekent dit dat kandidaten met een fysieke afwijking de facto uitgesloten worden van het traject om militair te worden?

Overweegt u om voor bepaalde kandidaten na te gaan of zij – naast het klassieke pad – misschien wel geschikt zijn voor een andere rol binnen Defensie?

Theo Francken:

Mijnheer Metsu, in het wervingsjaar 2025 werd 24,35 % van de sollicitanten – dus ongeveer een op de vier – voor een functie als kandidaat-militair van het actief kader of als kandidaat-reservist uitgesloten wegens het niet slagen voor een of meerdere selectietesten. Kandidaten met een fysieke afwijking worden niet de facto uitgesloten. Sommige aandoeningen of ingrepen kunnen echter wel uitsluitingsfactoren zijn.

Een sollicitant die uitgesloten wordt voor functies als militair kan altijd via werkenvoor.be solliciteren voor een functie als burger bij Defensie. Over concrete gevallen van uitsluiting als kandidaat-militair kan ik hier uiteraard niets zeggen, wegens het medisch geheim. Ik kan echter wel meegeven dat de normen waaraan moet worden voldaan en de aandoeningen die aanleiding geven tot uitsluiting opgenomen zijn in een koninklijk besluit dat Defensie moet toepassen.

Die criteria indachtig nemen de artsen die verantwoordelijk zijn voor de selectie in eer en geweten een beslissing over de (on)geschiktheid van een kandidaat. In geval van een medische uitsluiting proberen zij die boodschap op een empathische manier over te brengen, al ben ik er mij terdege van bewust dat het hard aankomt wanneer een jonge man of vrouw te horen krijgt dat zijn of haar droom uiteenspat. Elke kandidaat die wordt uitgesloten, heeft trouwens het recht om een beroepsprocedure op te starten.

Tot slot wil ik nog melden dat we werken aan een nieuw KB ter zake, waarmee we de procedure willen aanpassen aan de hedendaagse omstandigheden. Hopelijk leidt dat ertoe dat er minder kandidaten medisch worden uitgesloten. Ik denk echt dat er wat aanpassingen nodig zijn. Die opdracht heb ik gegeven. Dat voorstel komt binnenkort naar het Parlement of met een KB naar de regering. Ik zal daar dan toelichting bij laten geven.

Wat deze casus betreft, die ligt misschien toch wat anders dan wat er in de krant stond, zoals zo vaak het geval is. Ik geef echter verder geen commentaar op individuele gevallen. Dit jaar werd dus ongeveer 24 % uitgesloten. Het selectiejaar is net afgesloten, dus dat is toch behoorlijk veel. Eigenlijk zou dat cijfer naar beneden moeten kunnen.

Voorzitter:

Is er iemand die het woord vraagt voor een persoonlijk feit?

Koen Metsu:

Collega Axel Weydts en ikzelf hebben die medische screening ook mogen ondergaan. Dat was indrukwekkend. De screening ging door in Neder-Over-Heembeek. Het was niet van de poes. Het is niet zomaar snel even een gezichts- en gehoortest. Ook de tanden worden gecontroleerd. De ruggengraat moet kaarsrecht zijn. Er worden fysieke testen afgenomen enzovoort.

Ik vind dat goed. Ik vind het oprecht goed dat de lat relatief hoog gelegd wordt. Every soldier is a rifleman , zoals men zegt. Dat vraagt ook wel wat van iemand. Natuurlijk ben ik blij dat u ook bereid bent – aangezien we het contingent moeten verhogen en aanpassen – om het KB of het kader enigszins aan te passen. Waarom? Omdat ik ook wel denk dat er varianten zijn. Iemand die verpleging wil gaan doen bij Defensie zal mogelijk aan andere voorwaarden moeten voldoen dan iemand die infanterist wil worden.

Veel succes daarmee. Ik heb begrepen dat we willen evolueren naar een leger van 40.000 militairen. Die aanpassing is dus broodnodig. De lat mag daarbij niet te laag gelegd worden.

Voorzitter:

Collega's, we zijn aan het einde gekomen van onze vragensessie en, vermoed ik, ook van ons werkjaar. Iedereen bedankt voor de volgehouden aandacht. Ik kan u garanderen dat het volgende werkjaar bijzonder actief en bijzonder druk zal worden. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 13.14 uur. La réunion publique de commission est levée à 13 h 14.

De EU-top en Gaza
De EU-top en Iran
De oorlog in Gaza en de bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken van 23 juni
De bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken van 23 juni
Gaza en de Europese Raad
De Europese top en de stavaza betreffende het conflict tussen Israël en Iran
De oorlog tussen Israël en Iran
Het regeringsstandpunt over de sancties tegen Israël
De situatie in Gaza
De Europese Raad en het uitblijven van concrete maatregelen inzake Gaza
De associatieovereenkomst EU-Israël
Het associatieakkoord
De opschorting van de associatieovereenkomst EU-Israël
De situatie in Gaza
De Israëlische agressie tegen Iran
De gerechtelijke stappen tegen België wegens het gebrek aan actie t.a.v. de situatie in Gaza
De bijeenkomst van de RBZ op 15 juli, de situatie in Gaza en de associatieovereenkomst EU-Israël
Het standpunt van de EU met betrekking tot Gaza en Israël
De associatieovereenkomst van de EU met Israël
Israël en Palestina
EU-top, buitenlands beleid en conflicten in Gaza, Israël en Iran

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Tijdens een actueel debat over de humanitaire crisis in Gaza benadrukten parlementsleden unaniem de catastrofale situatie (honger als oorlogswapen, massale burgerdoden, geblokkeerde hulp) en Israëls schendingen van internationaal recht, maar kritiseerden ze Europa’s en België’s gebrek aan concrete actie. Minister Prévot (BZ) bevestigde dat België geen mandaat had om op de EU-top de opschorting van het associatieakkoord EU-Israël (art. 2, mensenrechtenclausule) te eisen, ondanks zijn persoonlijke steun daaraan, en wees op interne regeringsverdeling en EU-blokkades (o.a. Hongarije). Hij somde wel Belgische initiatieven op (humanitaire steun, druk op Hamas/Israël, juridische analyse handel nederzettingen), maar erkende dat sancties of unilaterale stappen (bv. importban) uitblijven door gebrek aan consensus. Oppositie en meerderheidsleden eisten meer lef, verwijtend dat België’s “morele leiderschap” ontbreekt terwijl 70% van de Belgen sancties wil.

Voorzitter:

Collega's, we beginnen met een actuadebat met maar liefst twintig vragen. We houden ons uiteraard aan de spreektijd. U zult de minuten op de spreekklok zien aftellen. Wie meerdere vragen heeft ingediend, krijgt vier minuten spreektijd, de overige leden twee minuten. Gelieve u daaraan te houden, want anders wordt het heel laat vandaag. De minister heeft meegedeeld dat hij aanwezig blijft tot de finish van deze vragensessie, waarvoor dank, maar ik vraag u dan ook om u aan uw spreektijd te houden.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, de situatie in Gaza is onmenselijk en schrijnend, daarover zijn we het eens. Er is nood aan meer humanitaire hulp. Ons land heeft steeds gestreefd naar een coherent en principieel buitenlandbeleid, gestoeld op mensenrechten en humanitair recht. We kunnen vandaag niet anders dan vaststellen dat de humanitaire situatie in Gaza onmenselijk is. Het is onaanvaardbaar dat mensen worden neergeschoten terwijl ze eten gaan halen en dat zij volledig aan hun lot worden overgelaten.

Deze week vond een belangrijke Europese Raad plaats, waaraan u deelnam als vertegenwoordiger van ons land. U had daarvoor een sterk mandaat, voortvloeiend uit de resolutie die we hier in het Parlement hebben aangenomen. U kreeg daarmee een mandaat om de weg naar een wederzijdse erkenning en duurzame vrede verder te verdedigen.

Mijnheer de minister, wat hebt u op de Europese Raad tafel gelegd? Welke concrete acties en initiatieven hebt u aan uw ambtsgenoten voorgelegd? Welke stappen kunnen vandaag al worden gezet om tegemoet te komen aan de humanitaire noden? Wat kan er nu al worden ondernomen om een verschil te maken voor de mensen in Gaza?

Wat waren de besluiten van de Europese top daarover? Mevrouw Kallas verklaarde dat de humanitaire situatie onaanvaardbaar is en dat er stappen moeten worden gezet. Wat is haar verslag van het gesprek met de Israëlische autoriteiten? Welke conclusies werden er in de Raad getrokken?

Wat kunt u meedelen over het associatieakkoord met Israël of over de eventuele vorming van een gekwalificeerde meerderheid om een deel van dat akkoord te onderzoeken? Op welke termijn verwacht u dat binnen het Europees gremium, samen met de andere lidstaten, initiatieven zullen worden genomen?

Daarnaast hebben we gisteren de minister van Diaspora van de Palestijnse Autoriteit ontmoet. Zij wees op een belangrijke conferentie die eind deze maand in New York zal plaatsvinden, waaraan u wellicht zult deelnemen. Wat is het standpunt van de regering dat u daar zult verdedigen?

Tevens loopt er een initiatief van Colombia. Ons land neemt daaraan niet deel. Ook daarover had ik graag van u vernomen wat de beweegredenen zijn, wat de standpunten zijn, en hoe onze staat zich zal positioneren ten aanzien van, ten eerste, de humanitaire noden in Gaza en het antwoord dat we daarop zoeken, en ten tweede een vredesinitiatief op lange termijn, met het oog op een tweestatenoplossing en oplossingen voor de volkeren aan beide zijden van dat bijzonder dramatisch, bloederig en onmenselijk conflict.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, gemiddeld vallen er in Gaza honderd doden per dag, en dat al maandenlang. Nagenoeg iedereen lijdt er honger. Voedsel of drinkwater halen betekent dat men zich op een mijnenveld begeeft. Op zoek gaan naar voedsel kan leiden tot de dood. Dat is een schrijnende situatie die zo snel mogelijk moet stoppen.

De Europese Unie doet momenteel niets anders dan wachten en lijdzaam toekijken. Ze doet niets. Mevrouw Kallas heeft gecommuniceerd dat de Europese Unie de situatie nauwlettend in het oog zal houden.

Op dit moment is het echter overduidelijk dat de mensenrechtenclausule in artikel 2 van het associatieverdrag tussen de EU en Israël geschonden wordt. We hoeven geen professor of academicus te zijn om vast te stellen dat de mensenrechten in Gaza op grove wijze worden geschonden.

Het logisch gevolg is dat men die associatieovereenkomst opschort. Het feit dat de EU daar nog altijd geen akkoord over heeft kunnen bereiken, is schrijnend en totaal onaanvaardbaar. Het is eigenlijk de eerste stap van schuldig verzuim. De EU doet niets en België is op dit moment ook nog altijd muisstil. Ik ben dan ook blij dat u hier nu bent om enige tekst en uitleg te geven, want België heeft nog geen standpunt ingenomen.

Mijnheer de minister, daarom heb ik maar twee duidelijke vragen.

Ten eerste, waarom is het associatieverdrag tussen de EU en Israël nog niet opgeschort, terwijl het overduidelijk is dat artikel 2, de mensenrechtenclausule, geschonden wordt?

Ten tweede: wat was het standpunt van de Belgische regering op de Europese Raad? Ik bedoel dus niet uw persoonlijk standpunt, mijnheer de minister, want uw persoonlijke verklaring in de pers kennen we inmiddels. We zitten op dat punt zelfs op dezelfde lijn. Maar wat is het officieel standpunt van de Belgische regering? Wat hebt u daar verdedigd? Welk mandaat hebt u gekregen van de federale regering? Hebt u daar namens de Belgische regering kunnen zeggen dat de Belgische regering pleit voor de opschorting van het associatieakkoord, ja of neen? Dat wil ik vernemen.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, we zijn diep teleurgesteld. We hoorden de aankondiging dat Europa de situatie nauwlettend in het oog zal houden. Diepe teleurstelling is het enige wat nog rest na de top van gisteren met de Buitenlandministers. Opnieuw heeft men ervoor gekozen om niets te doen, helemaal niets. Maandag alleen al werden in de Gazastrook opnieuw 78 Palestijnen gedood. Sinds eind mei telden de Verenigde Naties meer dan 800 doden. In totaal zijn er al meer dan 50.000 doden gevallen. Daar komen nu ook nog hongerdoden bij.

Mijnheer de minister, in onze resolutie vroegen we u om het associatieakkoord aan te pakken. Met welk mandaat bent u gisteren naar de top gegaan? Klopt het dat u daar pleitte voor een gedeeltelijke opschorting?

Op de top lag een lijst met opties om Israël onder druk te zetten. Wat waren die opties?

Vorige week gaf de Europese Unie aan dat een nationaal handelsverbod met betrekking tot producten uit illegale nederzettingen perfect mogelijk is. We hebben daar recent nog over gesproken. Gaat u daarmee zo snel mogelijk aan de slag, of doet u dat niet?

De EU sloot vorige week een akkoord met Israël over humanitaire hulp. Er is echter niets bekend over de controle op de naleving van dat akkoord. Hoe kijkt u daar tegenaan? Is dat een lege doos?

Dappere landen zoals Ierland en Colombia tonen leiderschap. Zij zetten stappen om internationaal recht te herstellen. Wanneer volgt België? Wanneer zal België dapper zijn?

Mijnheer de minister, het is duidelijk dat alle rode lijnen al lang zijn overschreden. De mensenrechten worden continu geschonden. Elke dag zijn er nieuwe oorlogsmisdaden. Het is onze plicht om er alles aan te doen om dat te stoppen en om Israël ter verantwoording te roepen. Het minste wat we nu kunnen doen, is toch wel maatregelen nemen tegen Israël. België en Europa moeten meer doen. Bijna 70 % van de Belgen sprak zich uit voor strengere maatregelen tegen Israël.

De Palestijnse minister van Buitenlandse Zaken merkte hier gisteren nog dat we met een probleem zitten, aangezien de bevolking maatregelen wil, terwijl de politieke wereld geen maatregelen neemt.

Ik hoop dat ik een heel duidelijk antwoord krijg op de vijf vragen die ik heb gesteld. Ik hoop ook dat we ook over België eindelijk kunnen zeggen dat het een dapper land is.

Voorzitter:

Mevrouw Safai is niet aanwezig.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, het is een schande. De conclusie van u en uw collega's, verwoord door mevrouw Kallas, luidt dat we Israël in de gaten zullen houden.

Israël in de gaten houden? Elke dag zien we de beelden binnenstromen. Elke dag krijgen we getuigenissen van hulpverleners die smeken om actie van de hele wereldgemeenschap. De Europese Unie, meer bepaald de Europese Raad van ministers van Buitenlandse Zaken, heeft echter, na een rapport waarin wordt vastgesteld dat de mensenrechten worden geschonden, geconcludeerd dat we Israël in de gaten moeten houden.

Dat is echt een schande. Ik lig er al de hele nacht van wakker hoe u tot een dergelijke conclusie kunt komen. Al 65.000 Palestijnen hebben daar het leven gelaten sinds de aanslagen van oktober 2023. Daarbovenop komen het blokkeren van humanitaire hulp en de georganiseerde hongersnood, waardoor het aantal slachtoffers nog een veelvoud is geworden. Gisteren hebben we hier nog gehoord dat het aantal inwoners van een stad als Gent of Charleroi overeenkomt met het aantal mensen dat daar is weggevaagd door Israëlisch geweld. Als ik de conclusie hoor van de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken, dan breekt mijn klomp.

Mijnheer de minister, mijn vraag aan u gaat over iets waarover bijzonder veel mist hangt. Welk standpunt heeft België gisteren ingenomen? Waarmee hebt u ingestemd? Dat is een cruciale vraag.

Een even belangrijke vraag is wanneer we als België eindelijk eens meer zullen doen. Wanneer zullen we zelf beslissingen nemen om ervoor te zorgen dat zulke zaken niet meer gebeuren, om ervoor te zorgen dat Israël beseft dat het rode lijnen overschrijdt, althans in de ogen van de Belgische regering?

In de meerderheidsresolutie zat alle mogelijkheid om u te verschuilen achter het Europese compromis. Dat compromis heeft echter niets opgeleverd. Het is nu tijd dat België zelf actie onderneemt. Dat kan door een ban op Israëlische producten of de erkenning van Palestina als staat. Er zijn nog zoveel andere voorbeelden van maatregelen die België zelf kan nemen. Mijnheer de minister, wat zal de Belgische regering vanuit België zelf initiëren?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, les masques sont tombés. La décision du Conseil des ministres européens est très clair. L'Europe choisit la complicité du génocide plutôt que de prendre des sanctions contre l'État génocidaire. Voilà des années, des mois que nous nous cachons derrière l'Union européenne. On va décider au niveau du Conseil européen, on va faire des réunions, on va faire des rapports, on va faire des études. Tout cela pour dire que nous allons suivre de près la situation. Aucune sanction! Même une suspension temporaire de l'accord d'association qui accorde des privilèges au marché européen pour l'État d'Israël n'a pas été remis en question!

Donc, l'Europe a choisi de manière consciente d'être complice du génocide en cours. Pourquoi? Parce que tout est clair. Ne revenons pas sur toutes les atrocités que commet l'armée coloniale contre le peuple palestinien. On parle de famine organisée, de destruction d'infrastructures, d'hôpitaux, d'enfants tués, assassinés pendant qu'ils vont chercher de l'aide humanitaire. Il n'y a plus de mots pour décrire la barbarie commise par Israël contre le peuple palestinien.

Aucune sanction, aucune mesure contraignante ne sont prises contre l'État d'Israël! Si Israël agit ainsi aujourd'hui, c'est parce que cet É tat est impuni. Pas de sanction, impunité totale! Quand il y a impunité totale, cela signifie chèque en blanc. Continuez, circulez, il n'y a rien à voir! Voilà la position de l'Europe aujourd'hui!

Monsieur le ministre, que va faire la Belgique dans ce contexte où l'Europe choisit son camp? Elle a choisi le camp de l'État génocidaire contre le droit international et contre les droits humains. Va-t-elle suivre la complicité européenne ou va-t-elle avoir un sursaut d'honneur afin de respecter ses propres engagements?

Parce que parallèlement à ce sommet européen, il y a eu un autre sommet d'urgence, à Bogotá, auquel une trentaine de pays de tous les continents ont participé. L'Irlande et l'Espagne y étaient d'ailleurs représentées. Mais où était la Belgique? La Belgique, qui annonce respecter le droit international et qui fera tout pour le faire respecter, attachée aux droits humains, attachée à nos soi-disant valeurs, où était-elle lors de cette réunion?

Et surtout, que va faire la Belgique aujourd'hui? Va-t-elle suivre de près ou compte-t-elle prendre ses responsabilités et infliger des sanctions à l' É tat génocidaire? Désormais, il n'est plus question de se cacher derrière l'Union européenne. L'Europe a choisi. Maintenant, c'est à vous de choisir, monsieur le ministre. Et quel choix faites-vous? Telle est ma seule question!

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, bonjour, excusez mon retard, mais j'étais en commission des Achats militaires, où les débats étaient aussi quelque peu tendus. Enfin, je ne sais pas comment les débats se déroulent ici maintenant, mais je ne peux rien dire car cette commission se réunit à huis clos, de sorte que j'espère ne pas me faire réprimander tout à l'heure.

J'ai deux questions à vous poser, en tout cas deux thèmes à aborder. Tout d'abord sur l'expression du premier ministre, qui avait exprimé publiquement son opposition à la suspension de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël, prétextant qu'il ne s'agissait pas de l'urgence actuelle et que cela n'aurait de toute façon pas d'effet immédiat sur l'approvisionnement de l'aide humanitaire. Pourtant, les attaques systématiques répétées indiscriminées d'Israël sur Gaza ont déjà fait des dizaines de milliers de victimes civiles palestiniennes, dans le cadre de ce que de nombreux juristes, ONG et États – dont l'Espagne – qualifient de génocide.

Ce qui m'ennuie, c'est que ces propos sont tenus dans un contexte de division au sein de la majorité, mais qui ne reflète absolument pas, du moins de ce que j'ai compris, la position officielle du gouvernement fédéral. Dès lors, cette dissonance publique sur un sujet aussi grave est non seulement regrettable, mais elle peut également affaiblir et elle affaiblit certainement la crédibilité de notre pays sur la scène internationale. Et ce n'est pas la première fois lorsqu'il s'agit de condamner Israël.

Un Conseil Affaires étrangères s'est tenu hier. À ce sujet, j'ai deux questions précises à vous poser.

Premièrement, pouvez-vous confirmer que les propos tenus récemment par le premier ministre ne reflètent pas la position officielle du gouvernement? Quelle est, à l'heure actuelle, la position du gouvernement belge? Et comment vous êtes-vous exprimé lors du Conseil d'hier?

Deuxièmement, je souhaite aborder l'initiative du collectif Droits pour Gaza, composé de juristes, d'avocats, de professeurs d'université, et soutenu par plusieurs associations belges et palestiniennes. Ce collectif a récemment mis en demeure l'État belge de prendre des mesures concrètes afin de faire cesser les violations graves du droit international humanitaire dans la bande de Gaza.

Cette démarche s'appuie notamment sur les dispositions de la Convention de Genève ainsi que sur la Convention de 1948 pour la prévention et la répression du crime de génocide. On parle souvent de répression, en rappelant que ce sont les cours qui doivent juger, mais on oublie trop souvent que cette convention parle d'abord de prévention. La lettre adressée au gouvernement souligne que la Belgique, en tant qu'État partie à ces conventions, a l'obligation de prendre toutes les mesures raisonnablement à sa disposition pour prévenir un génocide – même si celui-ci n'est pas encore juridiquement avéré, dès lors que le risque est manifeste.

Elle rappelle également que l'inaction, ou le maintien de relations privilégiées avec un État accusé de crimes graves, peut être interprété comme une forme de complicité.

Dans ce contexte, je souhaite vous interroger sur plusieurs points. Quelles mesures concrètes le gouvernement belge a-t-il prises, ou envisage-t-il de prendre, pour répondre aux obligations qui lui sont rappelées par ce collectif en matière de prévention du génocide et de respect du droit international humanitaire? La Belgique envisage-t-elle un embargo total sur les armes ainsi que sur les biens à double usage à destination d'Israël, conformément aux recommandations formulées et aux principes de précaution prévus par le droit international? Comment le gouvernement entend-il répondre à l'accusation de complicité portée par ces associations? Quelles garanties peut-il offrir aux citoyennes et aux citoyens de ce pays en ce qui concerne le respect des principes de justice, de moralité et d'humanité dans sa politique étrangère? Enfin, alors que la rapporteuse spéciale de l'ONU pour les Territoires palestiniens, Francesca Albanese, à Genève, fait l'objet de menaces de sanctions inacceptables de la part des États-Unis, quelle sera la position de la Belgique sur ce point précis?

Benoît Lutgen:

Merci, madame la présidente. Monsieur le ministre, hier a eu lieu le Conseil européen. On peut d'abord vous féliciter d'avoir été du bon côté de l'histoire en demandant qu'il y ait révision de l'accord Union européenne-Israël, notamment en son article 2, il y a quelques semaines.

Maintenant, cet élément-là n'est pas suffisant. Je voudrais savoir exactement quelle position la Belgique a adoptée, hier, lors du Conseil européen, puisque, comme vous le savez, la haute représentante a d'abord entamé des consultations ces dernières semaines et a proposé, et mis sur la table en tout cas, différents éléments. J'aurais aimé savoir, d'ailleurs, si vous avez défendu ces différents éléments, à savoir la suspension totale ou partielle de l'accord d'association, la suspension de la participation d'Israël aux différents programmes d'échange, notamment d'étudiants ou de recherche universitaire dits "horizons", l'imposition de sanctions aux ministres israéliens pour l'évaluation en violation des droits de l'homme, ou encore l'interdiction des importations provenant des colonies israéliennes sur les territoires palestiniens, où certains pays de l'Union pourraient décider de mettre en œuvre une telle interdiction.

Je viens de vous donner lecture d'une partie du document de la haute représentante. Sur ces différents points, en tout cas au moins ceux que je viens de relever, j'aurais voulu savoir quelle était la position de la Belgique que vous avez exprimée hier au sein de ce Conseil européen. À en croire le communiqué de presse, rien n'a été décidé à l'issue de celui-ci. Mais vous pouvez quand même nous dire quels sont les pays ou les États membres qui ont pu rejoindre la position que je viens d'exprimer, et qui était autre que celle de la haute représentante.

Le cas échéant, quelles sont les mesures que vous prendriez ou que vous soumettriez au gouvernement dans les prochains jours si cela ne bougeait pas au niveau européen? La lenteur est absolument indigne, reconnaissons-le! Je suis certain que vous partagez mon point de vue. Certains pays n'ont pas attendu effectivement un accord au niveau de l'Union européenne pour prendre des sanctions, notamment à l'égard de certaines personnalités israéliennes qui ont commis des faits graves, ou encore sur des éléments qui touchent aux importations.

Bref, je souhaite le compte rendu par rapport à hier, ainsi que connaître la position de la Belgique sur les différents points qui ont été évoqués par la haute représentante, et par ailleurs, les initiatives que vous pourriez prendre soit au niveau européen, soit au niveau purement belge, pour mettre fin à ces non-sanctions qui sont indignes pour chacune et pour chacun.

Charlotte Deborsu:

Monsieur le ministre, alors que Gaza est aujourd'hui réduite à un champ de ruines, et c'est peu de le dire, la chef de la diplomatie européenne a présenté cette semaine une liste de mesures visant à réagir aux opérations militaires israéliennes. Elles incluent, entre autres, la suspension de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël, le gel du dialogue politique ou encore l'arrêt des importations en provenance des colonies. Certaines de ces options, comme la remise en cause de l'accord d'association, nécessitent l'unanimité des É tats membres et paraissent donc peu probables. Nous avons pu l'observer hier. Toutefois, d'autres mesures peuvent être prises unilatéralement par chaque membre, sans passer par la Commission européenne. Nous savons aussi que plusieurs pays préfèrent attendre l'issue des discussions humanitaires en cours avec Israël, alors que d'autres réclament des initiatives immédiates.

Dans ce contexte, monsieur le ministre, quelle est la position de la Belgique au vu de ces différentes options? Souhaitez-vous privilégier une approche graduelle, qui laisse une chance aux négociations humanitaires, ou vous êtes-vous déjà prononcé pour des mesures plus fermes à court terme?

Si l’option d’une suspension de l’accord d’association devait avancer, même symboliquement, quelle serait l’attitude de la Belgique dans la recherche d’un consensus européen?

Enfin, en ce qui concerne les mesures unilatérales, par exemple le blocage des produits issus des colonies, la Belgique envisage-t-elle de prendre des initiatives propres si aucun accord commun n’émerge?

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je me répète et nous sommes nombreux à le faire, depuis des mois, à Gaza comme en Cisjordanie, toutes les lignes rouges sont franchies: bombardements de zones civiles, famine utilisée comme arme de guerre, attaques contre les hôpitaux, etc. Et l'on tire même à présent à balles réelles sur des civils affamés venus chercher de la nourriture. Selon plusieurs témoignages, c'est l'armée israélienne elle-même qui aurait reçu l'ordre de tirer sur la foule.

Médecins sans frontières nous indique, par ailleurs, que près de la moitié des personnes tuées par Israël sont des enfants. Près de la moitié! Et que fait la communauté internationale, en particulier l'Union européenne? Rien! La réponse de Mme Kallas est tout simplement indigne. Elle dit: "Notre objectif n'est pas de punir Israël, mais d'améliorer la situation." Sérieusement?

C'est une honte absolue! Nous sommes nombreux à être choqués par cette réponse. Mes questions, monsieur le ministre, concernent la position défendue par la Belgique. Parce qu'entre vos propos qui sont plutôt clairs, et ceux de votre premier ministre, on n'y voit plus trop clair.

Ensuite, puisque l'Union Européenne continue à être complice, et continue de tergiverser, quelles mesures la Belgique est-elle enfin prête à prendre? Interdira-t-on enfin le commerce avec les colonies? Mettra-t-on fin à notre accord de coopération militaire avec Israël? Ou continuera-t-on à se placer dans la roue de l'Union Européenne, position absolument scandaleuse au regard du génocide qui se passe en ce moment?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, de humanitaire situatie is catastrofaal. Voedsel, medicijnen, water en basisvoorzieningen worden al maandenlang geblokkeerd. Het zorgsysteem in Gaza is volledig ingestort. Niets doen is geen optie. Het sprekendste beeld dat ik de voorbije week heb gezien, is van de UNICEF-vertegenwoordiger. Die zei dat men zich de hele dag, ook de kinderen, bezighoudt met het achtervolgen van watertrucks om toch maar een druppel water te kunnen bemachtigen. "Gaza is not fit for human survival," was de conclusie. Toch vernamen we gisteren dat de Europese Unie voorlopig de kat uit de boom kijkt. Dat is redelijk schokkend.

Nochtans is artikel 2 van het Associatieakkoord geschonden. Voor mijn partij is het al langer duidelijk dat hier conclusies aan moeten worden verbonden. Er werden tien opties voorgesteld door mevrouw Kallas, maar geen daarvan lijkt gisteren te zijn overwogen. Ik vraag me af waarop de Europese Unie nog langer wacht.

De Europese vertegenwoordiger slaagde er wel in om een akkoord te sluiten met Israël over extra humanitaire hulp. Meteen daarna hoorden we echter dat mevrouw Lahbib verklaarde dat dat akkoord niet wordt nageleefd en dat ze niet weet hoeveel vrachtwagens Gaza exact binnenrijden, wat opnieuw aantoont hoe moeilijk het is om het akkoord te monitoren. De EU wil dat Israël het akkoord beter naleeft, maar de vraag blijft uiteraard hoe dat moet gebeuren.

We hebben wel de juiste kant van de geschiedenis gekozen wat betreft de implementatie van de adviesopinie van het Internationaal Gerechtshof, maar een formeel antwoord van de Commissie blijft uit. Nochtans hebben op initiatief van België tien lidstaten zich daarbij aangesloten. Frankrijk heeft het initiatief herhaald om eind juli een conferentie in New York te organiseren over de erkenning van Palestina.

Welke positie heeft u gisteren namens ons land verdedigd op de Europese Raad Buitenlandse Zaken?

Hoe evalueert u het akkoord dat de hoge vertegenwoordiger Kallas met Israël sloot?

Wat zijn de concrete resultaten van de brief over de implementatie van de genoemde adviesopinie?

Zal ons land deelnemen aan de VN-conferentie over een tweestatenoplossing?

Sam Van Rooy:

Op het moment dat in Syrië een zoveelste islamitische massaslachting plaatsvindt, dit keer op de Druzen, wordt hier weer maar eens een debat gehouden om Israël te bekritiseren. Men bepleit geen sancties tegen de Syrische jihadist Mohammed al-Jolani, maar wel tegen Netanyahu, die nota bene de Druzische minderheid probeert te beschermen tegen de islamitische jihad. Alle bekende Hamas- en Al Jazeera-leugens passeren hier weer de revue.

De casus belli – de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 – is hier allang vergeten. Mocht het IDF toen de grootste slachting op Joden sinds de Holocaust niet hebben gestopt, dan was het enige Joodse staatje inmiddels vernietigd, maar dat zouden bepaalde parlementsleden hier ook niet erg vinden.

Terwijl Israël hier weer maar eens wordt bekritiseerd, deelt het via de Gaza Humanitarian Foundation anderhalf miljoen maaltijden per dag uit aan de Gazanen. Dat is aartsmoeilijk en levensgevaarlijk, want Hamas doet er alles aan om voedsel te stelen, het tegen woekerprijzen te verkopen of om er jihadisten mee te betalen. Alle ellende en elke dode komt door de jihadisten van Hamas, die de gijzelaars niet willen vrijlaten, zich niet willen overgeven en systematisch mensen als schild gebruiken. Doordat het IDF al meer dan 21 maanden voorzichtig en humaan oorlog voert, lieten al meer dan 900 Israëlische soldaten het leven. Laten we daar ook eens bij stilstaan.

Tot slot, men zal in dit Parlement de weerbarstige realiteit van het Midden-Oosten echt niet veranderen. Alleen als alle jihadistische actoren – Hamas, Hezbollah, Qatar, Iran enzovoort – hun islamitisch antisemitisme laten varen, Israël erkennen en de wapens neerleggen, zal er vrede zijn. Legt daarentegen Israël de wapens neer, dan wordt het van de kaart geveegd. Maar dat is helaas wellicht de wens van vele parlementsleden hier.

De voorzitster : Zijn er nog andere parlementsleden die zich willen aansluiten? Nee, ik zie niemand die daarvoor de hand uitsteekt.

Maxime Prévot:

Chers collègues, je vous remercie pour vos nombreuses questions sur un sujet éminemment sensible qui nécessite que l'on s'y attarde avec conscience et sérieux.

La situation à Gaza, et en Palestine de manière générale, est une honte absolue. J'ai pu le dire déjà il y a plusieurs mois, je le réitère, et chaque jour qui passe accentue encore l'horreur vécue au sein de ce qui est désormais – et de plus en plus – un cimetière à ciel ouvert. Le cessez-le-feu que nous appelons de nos vœux depuis des mois n'est toujours pas une réalité.

Hongersnood wordt bewust ingezet als oorlogswapen. Elke dagen sterven kinderen van honger of onder de bommen. Bijna 18.000 onschuldige kinderen zijn al omgekomen en het aantal burgerlijke slachtoffers bedraagt inmiddels meer dan 60.000.

Par ma voix, le gouvernement belge n'est pas resté inactif, contrairement à certains ressentis ou procès d'intention. Alors que se clôturait hier la dernière réunion du Conseil européen des Affaires étrangères avant la trêve estivale, je veux saisir l'occasion qui m'est donnée de refaire le point sur le dossier et de rappeler les nombreuses initiatives et positions claires de la diplomatie belge ces derniers mois, sans évacuer les écueils que les uns ou les autres ont mis en lumière.

Natuurlijk heeft Israël het recht om in veiligheid te leven en om zijn gijzelaars zo snel mogelijk en zonder voorwaarden terug te krijgen. Natuurlijk waren de aanvallen van Hamas schandalige terroristische daden. Toch is de Israëlische militaire reactie duidelijk disproportioneel en schendt deze op meerdere vlakken het internationaal humanitaire recht. We hebben dat zonder omhaal geuit.

Concrètement, la Belgique a vigoureusement plaidé au niveau européen pour que des sanctions soient prises à l'égard de leaders politiques et militaires, autant du Hamas que d'Israël. Je pense en particulier à des leaders islamistes mais aussi aux deux ministres d'extrême droite Ben-Gvir et Smotrich.

België wil sancties tegen gewelddadige kolonisten, maar die worden momenteel tegengehouden door Hongarije. We veroordelen de uitbreiding van illegale Israëlische nederzettingen in de bezette gebieden, evenals elke poging tot gedwongen verplaatsing van de Palestijnse bevolking.

La Belgique a mobilisé ses services pour un soutien humanitaire concret sur le terrain. Une livraison de matériel médical est en partance vers la Jordanie, à destination d'hôpitaux qui soignent des blessés et des malades palestiniens. Cette opération est menée par B-FAST.

La Belgique a aussi préparé l'hypothèse d'un largage de vivres par avion. Nous avons sollicité pour ce faire, sans retour à ce stade, les autorités israéliennes car nous devons pouvoir emprunter leur espace aérien. La concentration de la population ces dernières semaines dans des zones densément peuplées, conséquence directe des mouvements forcés de citoyens, rend cependant l'opération de largage par voie aérienne de plus en plus risquée.

België heeft zoals in het verleden opnieuw zijn bereidheid bevestigd om gewonde of zieke kinderen op te vangen en zet zich actief in om dat mogelijk te maken.

La Belgique contribue à l'aide humanitaire fournie par l'intermédiaire du Bureau des Nations Unies pour la coordination des affaires humanitaires (OCHA), de l'organisation Oxfam, de Humanity & Inclusion, du Conseil norvégien pour les réfugiés et du Comité international de la Croix-Rouge (CICR). Autant d'organismes avec lesquels nous travaillons et octroyons des financements à vocation humanitaire.

België blijft aandringen op een onmiddellijke, ruime, veilige en ononderbroken humanitaire toegang over land tot Gaza, op de oprichting van een medische corridor richting Oost-Jeruzalem en op de vrijlating van Palestijnse kinderen en medisch personeel die arbitrair worden vastgehouden.

La Belgique a pu dénoncer, et continue de le faire, la manière dont la Gaza Humanitarian Foundation déploie ses activités, de manière militarisée et contraire à tous les standards humanitaires internationaux. Des centaines de morts sont à déplorer, juste pour avoir tenté de se nourrir. Ce n'était pas le cas avant qu'Israël interdise à l'Office de secours et de travaux des Nations unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) de faire son précieux travail.

La Gaza Humanitarian Foundation doit cesser ses activités ou alors respecter totalement l'ensemble des principes humanitaires.

België heeft zijn financiële steun behouden aan UNRWA, het VN-agentschap en een sleutelorganisatie in de hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen, gerustgesteld door het officiële rapport waarin wordt bevestigd dat er geen structurele band met Hamas bestaat.

La Belgique et l'Europe ont enjoint Israël de cesser d'occuper illégalement la Cisjordanie et Gaza et de permettre que le pouvoir à Gaza revienne à un leadership palestinien qui ne soit évidemment pas le Hamas, lequel doit être impérativement désarmé.

Par ailleurs, nous plaidons au niveau européen et bilatéral pour que les fonds bloqués par Israël qui reviennent à l'Autorité palestinienne soient libérés sans délai.

L'expansion illégale des colonies doit aussi cesser. Les autorités israéliennes doivent autoriser les agences onusiennes, les commissions d'enquête internationales et la presse à faire leur travail en territoire occupé sans entrave

La Belgique a déjà annoncé voici plusieurs mois qu'elle partagerait, dans le cadre de l'action en justice initiée par l'Afrique du Sud devant la Cour internationale de justice pour violation potentielle de la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide (CPRCG) par Israël, la lecture juridique de son administration sur la question, sachant qu'au-delà de l'opinion personnelle que j'ai pu exprimer sur cette situation et qui se renforce chaque jour, il revient bien à la justice internationale, et à elle seule, de se prononcer.

Ik heb het initiatief genomen voor een gezamenlijke brief, gesteund door een tiental landen, gericht aan de Europese Commissie om de verenigbaarheid van het Europees recht, met name inzake de handel in producten afkomstig uit illegale Israëlische nederzettingen, met het internationaal recht te analyseren. Deze actie vloeit voort uit het advies dat het Internationaal Gerechtshof in juli 2024 heeft uitgebracht. Ik heb gisteren ook opnieuw benadrukt hoe belangrijk het is om hier snel gevolg aan te geven.

Concernant l'octroi de licences pour les exportations d'armes vers Israël et le territoire palestinien occupé, la Belgique applique, depuis 2009, l'un des embargos les plus stricts d'Europe. À mon initiative, des consultations ont été menées en juin avec les Régions, afin de garantir le respect du droit international, et notamment du Traité sur le commerce des armes. Cela inclut également les questions de transit et de biens à double usage.

België heeft samen met 16 andere lidstaten de Europese Commissie verzocht om het respect door Israël van artikel 2 van de Associatieovereenkomst tussen de EU en Israël te evalueren, dat betrekking heeft op mensenrechten en democratische beginselen. Het gepubliceerde verslag maakt duidelijk melding van talrijke schendingen. De verschillende concrete toezeggingen die Israël heeft aangekondigd, na de besprekingen met de Europese Unie, zijn op 15 juli voorgesteld door de hoge vertegenwoordiger Kaja Kallas. De HRDP heeft ons de mondelinge en dus niet schriftelijke engagementen meegedeeld die Israël heeft geformuleerd om de levering van humanitaire hulp aan Gaza te verbeteren.

Si nous pouvons quand même saluer ce résultat, puisque c'est la première fois depuis le début du conflit qu'Israël, sous la pression de l'Union européenne, annonce des gestes de concession à vocation humanitaire, il n'en demeure pas moins que ces engagements, de l'aveu même de la Commission européenne, ne se matérialisent pas pour le moment sur le terrain de manière complète.

België heeft gisteren dan ook duidelijk gesteld dat deze engagementen, gezien de ernst van de humanitaire situatie, moeten worden gemonitord door externe waarnemers en dat Israël ze absoluut moet naleven. Zo niet, en zeker als de situatie verder zou verslechteren, moeten er sancties volgen. Geen enkele optie mag op dit moment worden uitgesloten om ervoor te zorgen dat de Israëlische regering stopt met het voeren van een beleid dat al geruime tijd niet meer onder het kader van legitieme zelfverdediging valt.

Au-delà de la question humanitaire, les autres violations du droit international requièrent que ce train de possibles sanctions fasse l'objet de propositions formelles, concrètes, de décisions avec analyse d'impact par la Commission. Même si chacun constate la difficulté qui subsiste au sein du Conseil européen des Affaires étrangères et qui n'a d'égal, pour être transparent, que la difficulté qui existe aussi au sein de la Commission européenne pour faire des propositions de décisions, puisque là aussi il faut le consensus, nous avons tenu à rappeler ces enjeux majeurs de l'absolue urgence humanitaire et de la pression à maintenir sur les sanctions à envisager.

Chers collègues, je n'ai jamais eu pour habitude de mentir. Je ne vais donc pas commencer aujourd'hui. Je vais répondre de manière claire à vos questions. Non, je n'ai pas eu mandat de la part du gouvernement pour pouvoir plaider pour la suspension totale ou partielle de l'accord d'association. Et ce n'est pas faute de l'avoir sollicité!

J’ai clairement estimé que le moment était venu de faire cette proposition. Le kern s’en est saisi et doit pouvoir, lui aussi, décider de manière consensuelle. Il est donc parfois délicat de donner des leçons à l’Europe lorsque, au sein de son propre gouvernement, cette approche consensuelle ne parvient pas à être atteinte.

Je ne peux donc que plaider pour que les parlementaires parmi vous, qui, aujourd'hui, m'ont questionné en demandant que nous haussions le ton et que nous prenions des sanctions ou que des initiatives du côté belge soient prises à défaut de pouvoir les prendre au niveau européen et qui sont issus des formations qui ont peut-être plus de réserves que d'autres, pour le dire pudiquement, puissent agir intensément au sein de leur propre structure pour mettre leurs demandes en cohérence avec la situation. Cependant, je me refuse à accepter que l'on plaide ici quelque chose que l'on empêche là-bas.

Dire que l'Union européenne ne fait rien est objectivement faux. Dire qu'elle n'en fait pas assez ou plus exactement qu'elle n'a pas la possibilité d'en faire plus est vrai.

Et j'ai beaucoup de compassion pour Mme Kaja Kallas et le rôle ingrat qui est le sien lorsqu'elle doit résumer, au terme de nos réunions du Conseil européen des Affaires étrangères, ce qui semble faire l'objet d'un consensus, aussi ténu puisse-t-il être.

Mais, si l'Europe aujourd'hui n'est pas capable de parler d'une voix plus forte, ce n'est pas, monsieur Boukili, parce qu'elle a fait le choix de la complicité. C'est parce qu'hélas, elle a fait le choix de la division en ayant en son sein une série d'États qui ne sont pas prêts à prendre des sanctions à l'égard d'Israël. Cela ne fait que poser, de manière plus accrue encore, une nouvelle fois le débat sur les modalités de vote et de prise de décision au sein des instances européennes.

Het gaat uiteraard niet om het bestraffen van het Israëlische volk. Dat is ook duidelijk. Het gaat erom ervoor te zorgen dat de Israëlische regering haar internationale verplichtingen nakomt, onder meer op het gebied van de mensenrechten. Vele Israëli's herkennen zich niet in het beleid dat door hun eigen regering wordt gevoerd.

Apaiser la région et chacune des parties prenantes, c'est aussi s'assurer que les conditions de la sécurité d'existence de chacun soient garanties, y compris pour Israël. C'est la raison pour laquelle l'Iran ne doit pas pouvoir disposer de l'arme nucléaire. La communauté internationale y veille et a raison. Il nous faut aussi, avec la même détermination, éviter les amalgames et lutter contre tout antisémitisme. La population israélienne et la communauté juive à travers le monde méritent aussi la sécurité. Tout le monde la mérite.

België wil ook de druk op Hamas aanhouden. We eisen op permanente en uitgesproken wijze de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van de gijzelaars, de ontwapening van Hamas en zijn uitsluiting van het bestuur van Gaza.

Voilà tout ce que nous avons pu faire et dire rien que ces derniers mois. Le résultat est cependant insuffisant, puisque la situation reste insupportable. C'est pourquoi nous devons continuer. Il n'y a pas de vacances pour Gaza!

Samen met mijn diensten zal ik onvermoeibaar blijven werken aan het smeden van een consensus tussen de lidstaten. We weten dat wanneer de staten overeenstemming bereiken de Europese Unie werkelijk het verschil kan maken. De kracht van de Europese Unie ligt in de eensgezindheid van haar leden. We hopen dat de Europese Commissie snel concrete en realistische voorstellen kan indienen voor besluitvorming.

La Belgique veillera à ce que l'avis rendu par la Cour internationale de Justice en juillet 2024 soit pris en compte au niveau européen. En parallèle et selon les conclusions de la Commission, il est probable que nous ne pourrons pas faire l'économie à terme d'un débat national sur l'interdiction éventuelle d'importer en Belgique les produits des colonies. Pour autant, il faudra bien s'assurer que ce ne soient pas les Palestiniens y vivant et y travaillant qui soient affectés.

Ik zal het overleg met de regio’s en met mijn collega’s voortzetten om ervoor te zorgen dat België het internationaal recht naleeft en in het bijzonder het Verdrag inzake de Wapenhandel, ook wat de transit betreft.

Enfin, la Belgique suit avec attention la question d'une solution à deux États, et donc la reconnaissance de l'État de Palestine. Vous me posiez la question, madame la présidente. La Belgique sera bien partie prenante à la réunion fixée fin juillet, mais la date étant ce qu'elle est, ce n'est pas moi qui y serai, m'accordant à cette période quelques moments de vacances en famille. Mais, bien entendu, la Belgique y portera sa voix.

Ce dossier revenant à l'agenda, le temps de faire des choix de positionnement approche lui aussi à grands pas. Nous devrons, dans les semaines qui viennent, prendre une position claire lors du rendez-vous initié par la France et l'Arabie Saoudite à New York, fin juillet, ou à défaut, puisqu'il semble que ce ne soit pas à ce moment-là que des décisions liées aux reconnaissances soient attendues, lors de l'Assemblée générale des Nations Unies en septembre.

België wil een coherente lijn aanhouden op het vlak van internationaal recht, maar daarvoor moeten we onszelf de nodige middelen geven. België en de Europese landen moeten bereid zijn om Israël tegen te werken, gelet op de ernst van de humanitaire situatie. België is vastbesloten om met volle bewustzijn te handelen tegenover de gruweldaden die op het terrein worden begaan door alle partijen, of dat nu in Gaza is, in Palestina in het algemeen, of elders in de wereld waar de menselijkheid wordt opgeofferd.

Je terminerai, en espérant avoir été complet, pour dénoncer les sanctions que certains pays ont souhaité exprimer à l'égard de la rapporteuse de l'ONU, Mme Albanese. Je l'ai fait savoir publiquement à travers un tweet circonstancié le jour où ce fut annoncé. Quelles que soient les considérations ou opinions que l'on peut avoir quant au contenu d'un rapport, aller sanctionner son auteur, représentant une agence de l'ONU, au motif que les conclusions ne plaisent pas, n'est pas une approche respectueuse des droits et libertés.

Monsieur Lacroix, s'agissant du courrier adressé par le collectif Droit pour Gaza, qui a estimé devoir intenter une action en justice contre certains membres du gouvernement, y compris moi-même, je veillerai alors, puisqu'il a choisi ce type d'arme, à répondre aussi avec les voies juridiques et les avocats. à part encombrer les tribunaux et ne rien régler de la situation sur le terrain au bénéfice des Gazaouis, cela ne sera pas d'une grande utilité. Cela sera une bonne déperdition d'énergie. Je le regrette, puisque ce collectif n'a pas nécessairement besoin de ce genre de démarches pour nous convaincre collectivement, ni moi, ni d'ailleurs l'ensemble du gouvernement, de l'urgence humanitaire vécue dans le territoire palestinien.

Je vous remercie, madame la présidente.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, u zegt terecht dat het er niet om gaat Israël of Israëli's te straffen, het gaat erom dat we samen op zoek gaan naar een betere humanitaire situatie en uiteindelijk naar vrede.

De situatie is zeer complex. Het is dan ook goed dat er stappen zijn gezet conform het associatieverdrag, met name dat men eerst met Israël spreekt, afspraken maakt, die afspraken evalueert, om wanneer ze niet worden nageleefd verder te gaan. Daarover zijn we het dus helemaal eens. De mensen op het terrein, de mensen in Gaza, worden niet geholpen met symbolen, ze worden alleen geholpen met concrete acties.

U verwees naar uw gesprekken met de regio’s. Minister-president Diependaele heeft in het Vlaams Parlement zeer duidelijk gesteld dat het wapenembargo, het tegenhouden van de exportlicenties van wapens, iets is waar de Vlaamse overheid zeker achter staat. U hebt ook terecht aangehaald dat de heer Francken heeft onderzocht of vliegtuigdroppings voor humanitaire hulp mogelijk zijn. We hebben als regering, als regeringspartijen, als arizonapartijen samen echt naar oplossingen gezocht, maar we zijn er nog niet. Ook daarover zijn we het volledig eens.

We moeten blijven pleiten voor een staakt-het-vuren, voor de vrijlating van de gijzelaars en vooral voor het opschalen van de humanitaire hulp. We moeten alle mogelijkheden benutten om duidelijk aan te geven aan de autoriteiten dat die humanitaire situatie echt niet langer geduld kan worden.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. U was goed begonnen. U noemde Gaza een openluchtgevangenis. U sprak over de 60.000 onschuldige burgerslachtoffers. U sprak over hongersnood als wapen. Alleen is het jammer dat uw woorden niet in verhouding tot uw daden staan.

Ik apprecieer uw eerlijkheid. U hebt hier letterlijk gezegd dat u geen mandaat van de Belgische regering had om te pleiten voor de opschorting van het associatieverdrag. Dan kunnen wij hier allemaal wel met het morele vingertje wijzen naar Hongarije of Slovakije, maar als ons land, als de Belgische regering niet in staat is om te pleiten voor de opschorting van een associatieverdrag, waarvan overduidelijk artikel 2 wordt geschonden, waarbij ook mensenrechten worden geschonden, dan hebben wij geen recht van spreken. Vroeger nam België een voortrekkersrol op zich op het Europese toneel. Die voortrekkersrol is volledig verdwenen.

Mijnheer de minister, blijf pleiten voor actie. Blijf pleiten voor sancties tegen Israël, dat disproportioneel geweld hanteert. Probeer in elk geval binnen de regering gedaan te krijgen dat België opnieuw gaat pleiten voor de opschorting van dat associatieverdrag.

Van mijn fractie hebt u die steun. Onthoud dat goed. U hebt in dit Parlement veel meer steun dan rond de onderhandelingstafel of de regeringstafel. Blijf dus naar het Parlement kijken.

Ik hoop dat België opnieuw een voortrekkersrol kan spelen en in dit conflict moedig kan worden, want geen enkele Gazaan, geen enkele Palestijn, wordt beter van de manier waarop Europa en België hier schuldig verzuim plegen.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijke antwoorden.

Wij zitten op dezelfde lijn. De kunst bestaat er nu in om binnen onze eigen regering op dezelfde lijn te komen. Voor Vooruit is het glashelder: dit is geen oorlog, dit is een genocide. Ik onderschrijf al wat u hebt gezegd. Uw frustratie is de onze en zoals de collega al zei, u hebt veel meer medestanders dan u denkt wat betreft harde maatregelen tegen Israël, niet alleen in dit Parlement, maar ook op straat.

Er is echt een verschil tussen wat de mensen nu willen en wat de politiek doet. Als dat zo is, dan zijn we niet goed bezig, want wij vertegenwoordigen de mensen. Als men de bevolking vraagt of dit zo verder kan, of het zo verder kan met deze gruwel, met deze oorlogsmisdaden, dan antwoordt praktisch niemand dat dat kan.

We moeten blijven proberen om het associatieverdrag te schorsen, maar zelfs een klein land als België kan nog sneller iets proberen te doen. Ierland is immers ook niet zo groot. We moeten de handel met die illegale nederzettingen stopzetten. U hebt gezegd dat dit kan, dat we Europa daar niet voor nodig hebben. Ik hoop dat u wat dat betreft doorzet, zodat toch minstens dat zo snel mogelijk kan worden geregeld.

Er zijn geen woorden meer om de gruwel te omschrijven en ik zal dat dan ook niet doen. Gaza heeft geen nood aan symbolen, maar wel aan concrete maatregelen tegen Israël. Dat is het enige wat zal helpen om die gruwel te stoppen. Mijnheer de minister, u hebt veel meer steun dan u denkt.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, de belangrijkste en meteen ook de pijnlijkste passage was toen u heel eerlijk aangaf geen mandaat te hebben om te stemmen voor het opschorten van het associatieakkoord, niet bij unanimiteit, maar ook niet bij gekwalificeerde meerderheid.

Collega's, hier mag nog zoveel worden gezegd hoe erg we het allemaal vinden, België stond aan de kant van de landen die het associatieakkoord niet wilden opschorten, zelfs niet lichtjes met die gekwalificeerde meerderheid. Voor de Belgische regering is dat een brug te ver. Collega's, dat is de stand van zaken, dat is waar België vandaag staat.

Hier mag nog heel vaak gezegd worden hoe er het wel is, maar wanneer zal er een parlementaire meerderheid opstaan om dit ook effectief uit te voeren?

Het is nu echt wel genoeg geweest. Er is een parlementaire meerderheid om sancties op te leggen aan Israël. Er is een parlementaire meerderheid om een rode lijn te trekken tegenover Israël. Er is ook een meerderheid in de straten van België, bij de bevolking, om actie te ondernemen. Zeventig procent van de Belgen steunt economische sancties tegen Israël. De straten kleurden rood in Brussel. Honderdduizend Belgen kwamen protesteren, aanklagen en vroegen om een rode lijn te trekken. Deze Belgische regering legt dat echter naast zich neer. Dat is onwaarschijnlijk.

Ook het Parlement heeft dat, gezien de resolutie van de meerderheid, gewoon naast zich neergelegd. Die resolutie was niet krachtig genoeg om effectief tegen te stemmen. Dat staat er niet in.

Collega's, ik roep alle parlementsleden op om eens goed naar zichzelf te kijken. Onthoud ook dat u over vijf of tien jaar niet zult kunnen zeggen dat u het niet wist. Over vijf of tien jaar zult u terugdenken aan deze dagen en zich afvragen of u toen actie hebt ondernomen of niet, of u zich in een meerderheidslogica hebt ingeschakeld of niet.

De meerderheidslogica hier in het Parlement zou horen te zijn dat wij dat niet dulden, dat wij een rode lijn trekken, dat België actie onderneemt en op zijn minst op Europees niveau het opleggen van sancties tegen Israël steunt. Zelfs dat is voor deze Belgische regering echter al te veel gevraagd.

Collega’s, ik hoop op enige parlementaire moed van de parlementsleden hier in de zaal om die stap verder te zetten, om te doen wat u zegt en echt actie te ondernemen. Het is hoog tijd. Elke dag opnieuw sterven ginds honderden mensen, elke dag.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous apprécie beaucoup. Aujourd'hui, mon admiration pour vous s'est encore renforcée. Vous ne faites pas partie des cyniques. Le cynisme selon Oscar Wilde, c'est connaître le prix de tout et la valeur de rien. Des membres de ce gouvernement sont de vrais cyniques. Je suis certain qu'il ont porté le cynisme tellement loin qu'ils ont dû vous proposer des deals au sujet de la Palestine, sur le sujet de ce génocide.

À travers vos mots, j'ai ressenti qu'un ministre du gouvernement belge considère que l'honneur de la Belgique a été souillé pour ceux qui refusent de voir ce que tout le monde nous révèle, ce que le passé nous enseigne.

Ehud Olmert, ancien premier ministre israélien qu'on ne peut quand même pas qualifier d'antisémite, dit que la solution pour Gaza proposée aujourd'hui de mettre 600 000 Palestiniens dans un camp, c'est la solution d'un camp de concentration. Bientôt nous n'aurons plus assez de larmes pour pleurer. Mais je suis comme vous. Vous avez fait un appel au Parlement. Il faut que ce Parlement bouge au-delà du clivage majorité/minorité. Il faut qu'on soit là pour défendre non seulement le nom de la Belgique, mais les vies, les quelques vies qu'il reste encore à sauver à Gaza.

L'Europe a décidé de se revoir après la pause estivale en estimant qu'il sera encore temps de prévoir des sanctions. Nous devons nous réunir tous ensemble pour demander clairement la suspension de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël. Et que ceux qui disent qu'ils font ici mais qui font autrement au gouvernement se révèlent au grand jour parce que leur petit jeu est horrible, minable et n'est pas à la hauteur des enjeux. Vous pourrez compter sur le Parti Socialiste et sur tous les parlementaires qui veulent un État palestinien, la paix, un cessez le feu et sauver les vies des enfants, des femmes, des vieillards et de tous ceux et de toutes celles qui sont en train de crever, abandonnés par tous les cyniques de ce monde.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses et pour votre honnêteté.

Je ne sais pas comment répliquer à votre réponse. J’avais accusé l’Union européenne de complicité – à juste titre – car il ne s’agit pas simplement d’une division, mais bien d’une prise de position politique de complicité. Cependant, je ne m'attendais pas à ce que cette complicité soit dans le chef de notre gouvernement.

Le gouvernement belge de l'Arizona, qui proclame haut et fort son attachement à nos valeurs, au droit international et aux droits humains, se rend aujourd’hui complice d’un génocide en refusant de suspendre l’accord d’association entre l’Union européenne et l'État génocidaire.

Les membres parlementaires de ce gouvernement viennent ici verser des larmes de crocodile sur la situation humanitaire, dire que c’est inacceptable et que cela ne peut plus durer, mais après, par lâcheté, ils se cachent derrière ces considérations humanitaires tout en votant contre l’adoption de sanctions contre l'État génocidaire.

Parler uniquement de la question humanitaire, c’est comme poser un sparadrap sur une hémorragie. Cela ne résout rien si l’on ne s’attaque pas à la cause. Et cette cause, c’est la politique génocidaire menée par l’État d’Israël. Cette hypocrisie est inacceptable.

Quelle crédibilité ce gouvernement peut-il encore avoir lorsqu’il prétend défendre le droit international et les droits humains ailleurs dans le monde? Quelle crédibilité avez-vous pour faire la leçon à d’autres États, alors que vous n’êtes même pas capables de respecter vos propres règles? Vous les violez, parce que business as usual. Parce que vous avez des intérêts politiques, stratégiques et économiques avec un État génocidaire, vous fermez les yeux sur vos principes et sur vos valeurs prétendues. C’est hypocrite, lâche et inacceptable!

À tous les partis de la majorité qui sont venus ici verser des larmes sur la situation humanitaire, j'ai envie de dire: Allez vous cacher! Comment pourrez-vous, dans trois ans, cinq ans ou dix ans, vous regarder dans un miroir et vous dire que vous avez rempli votre rôle, celui de défendre les droits humains? Allez vous cacher! C’est inacceptable! C’est une honte pour ce gouvernement!

Benoît Lutgen:

Merci, monsieur le ministre. Je ne sais pas si je dois vous plaindre, mais au travers de vos propos, des éléments aussi flagrants de la part de certains membres de ce gouvernement, de ne pas être du côté du respect du droit international et du droit humanitaire – parce que c'est cela dont on parle – sont absolument insupportables.

Je ne sais pas ce qu'il faut ou ce qu'il faudrait pour que des membres de ce gouvernement – c'est bien cela que vous nous avez dit – acceptent tout simplement de faire respecter le droit humanitaire et international. C'est cela dont on parle. Que faudrait-il dans le monde, ailleurs, pour qu'on puisse enclencher, à un moment donné, un rapport de forces? C'est cela, aussi. C'est un rapport de forces. Je pense qu'Israël ne comprend que le rapport de forces.

Oui, le rapport de forces passe par des sanctions à l'égard de l'État d'Israël; et bien sûr aussi des sanctions à l'égard du Hamas. Nous sommes mille fois d'accord. L'un va avec l'autre. Bref, des sanctions à l'égard de celles et ceux qui ne respectent pas le droit humanitaire, le droit international, les droits de l'homme tout simplement. Que faudrait-il pour que certains se retrouvent tout simplement de ce côté-là?

Cela m'interpelle au plus profond de moi-même. Je ne peux pas vous dire les choses autrement. C'est pour cela que j'ai plutôt envie de vous féliciter pour votre action et votre courage – il n'y a pas de doute là-dessus.

Je ne vais pas vous plaindre par rapport à ce qui se passe dans le monde. Vous prenez vos responsabilités. Mais je vous plains de devoir convaincre des collègues d'un gouvernement de telles évidences. Cela fait plus que m'interpeller. Cela me sidère. Je ne peux pas dire les choses autrement. Cela me sidère.

On peut toujours dire qu’il y a la Hongrie. Il y en a d'autres. Il n’y a pas que la Hongrie. Mais nous sommes au cœur du cœur de notre État, dans lequel nous avons des responsabilités, et nous avons pris des responsabilités.

D'aucuns devront s'exprimer. L'ensemble des formations politiques de la majorité devront s'exprimer. On ne peut plus dire qu'on veut un cessez-le-feu. Tout le monde veut un cessez-le-feu, à part les parties engagées. On peut dire aussi que la pluie, ça mouille. Franchement, c'est à peu près cela.

Il faut un peu plus que cela. Oui, il faut un rapport de forces. D'ailleurs, vous l'avez très bien évoqué. Les premiers pas sont en train d'être franchis. En tout cas, cela bouge un tout petit peu du côté d'Israël. C'est la première fois qu'on voit que cela bouge. Pourquoi? Parce qu'on sent le rapport de forces. Ni plus ni moins. Croyons-nous une seule seconde qu'un État qui se comporte de cette façon, en utilisant la force de façon absolument honteuse, sans respecter le droit humanitaire, sans respecter les personnes, a une autre approche que celle du rapport de forces?

La voix de l'Europe en la matière est loin d'être unie. Cela me désole voire peu plus parce qu'on ne parle pas ici de n'importe quoi. Ce sont des choses qui sont d'une gravité absolue, dont cette désunion ou ces évidences qui n'existent pas au sein des formations politiques de la majorité. Je ne doute pas de votre force de conviction ni de votre invitation à ce que le Parlement prenne ses responsabilités, pour qu'on puisse actionner rapidement certains leviers. Effectivement, il y a déjà des initiatives qui ont été prises en la matière, des résolutions et d'autres éléments. Nous devons maintenant les activer rapidement pour que nous puissions faire en sorte d'être du côté de la dignité. C'est ni plus ni moins que cela: être du côté du droit international et du droit humanitaire, et que le Parlement prenne ses responsabilités.

Le cynisme n'est pas que d'un côté et les calculs politiques, on les a vus à de très nombreuses reprises, d'un côté ou de l'autre, dans l'importation du conflit sur le territoire, ce que nous n'avons jamais fait chez les Engagés, et vous certainement pas non plus. Il faut qu'on puisse éviter cela aussi dans nos débats, qu'on soit tout simplement du côté de l'objectivation maximale de ce qui se produit. Oui, cela passera largement par des sanctions, et on ne pourra le faire qu'en convainquant toute une série d'autres États membres, et je vous remercie pour ça aussi. Vous allez me dire que ce sont quand même ces mêmes États membres qui sont en train d'avancer, et qui connaissent sans doute les mêmes difficultés que celles que vous connaissez au kern.

Merci en tout cas de votre honnêteté, aucun doute là-dessus, de votre courage et de votre volonté de pouvoir faire bouger les lignes avec un mandat qui était pour le moins limité. Vous aviez une possibilité, mais on ne peut pas se permettre d'avoir un ministre des Affaires étrangères eunuque, mais je n'ai pas de doute que vous ne l'êtes pas et que vous ne le serez jamais, pour porter la voix de la Belgique avec la force nécessaire. En tout cas, on pourra vous recharger en énergie grâce au Parlement. Prenons nos responsabilités au sein du Parlement, au sein de cette Assemblée!

Charlotte Deborsu:

Merci pour votre réponse, monsieur le ministre, et pour l'honnêteté et la transparence qui vous caractérisent. Il n'y a pas de mots, vraiment, pour décrire la situation que nous vivons ici, et celle que vit Gaza.

Mais je crois qu'on ne peut plus se permettre l'attentisme diplomatique. Soyons lucides, soyons honnêtes avec nous-mêmes: ce n'est pas la Belgique ni même l'Europe qui résoudront ce conflit. Nous n'en avons pas les leviers. Mais cela ne nous empêche pas de prendre nos responsabilités. Et nous en avons une.

Il faut faire avancer ce qui peut l'être (…)

Nabil Boukili:

(…)

Charlotte Deborsu:

Il faut faire avancer ce qui doit l'être en priorité. Aujourd'hui, c'est l'accès humanitaire, la protection des civils et surtout le respect du droit international. Il est plus que temps de mettre une pression claire, lisible, tangible sur les autorités israéliennes.

Si certaines mesures nécessitent l'unanimité européenne, rien n'empêche la Belgique de se positionner dès maintenant et surtout de chercher à entraîner d'autres États dans une réponse commune. Même si cela commence par un positionnement clair de son propre gouvernement. Car la réponse la plus forte sera forcément collective. Mais pour qu'elle le soit, il faut passer la deuxième, la troisième, la sixième et mettre véritablement la pression. L'intensifier comme jamais. Pour ma part, monsieur le ministre, j'ai entendu vos messages, y compris les plus subliminaux.

Rajae Maouane:

Merci monsieur le ministre pour vos réponses et pour cet exercice de transparence. Mais à vrai dire, ce que vous avez livré ici s'apparente presque à un aveu d'impuissance.

Et je dois vous dire que je suis partagée entre empathie et colère. De l'empathie parce que vos propos ne laissent aucun doute sur votre lecture de la situation à Gaza. Mais une colère crasse à l'égard des membres de la majorité. Car c'est une honte absolue que la Belgique, aujourd'hui, soit incapable de prendre une position claire, juste, une position simplement conforme au droit international.

Je vois bien que certains collègues de la majorité sont sidérés, qu'ils se posent des questions. Mais que font-ils concrètement pour faire pression en interne? J'entends le malaise du MR, et je suis désolée pour Madame Deborsu, qui doit ici défendre les positions de son parti. J'entends aussi, à peine, le malaise de la N-VA. Et les autres membres de la majorité gouvernementale, que faites-vous pour que la Belgique ne soit pas alignée sur des pays comme la Hongrie ou la Pologne? Est-ce cela, le modèle de l'Arizona?

Aujourd'hui, est-on incapable de prendre une décision basique, à savoir celle du respect du droit international? Mais que faites-vous dans cette majorité si cette question est si importante pour vous? Que faites-vous? Pour moi, c'est une honte absolue de voir la Belgique incapable de prendre une telle position. C'est une honte absolue que ce gouvernement n'arrive pas à se mettre d'accord là-dessus. La Belgique doit sortir de sa passivité, ce gouvernement doit sortir de cette complicité.

Selon un sondage, près de 70 % des Belges demandent que des sanctions soient prises à l'égard d'Israël. Il y avait plus de 120 000 personnes dans les rues et ce gouvernement est incapable de se mettre d'accord! En fait, les Belges en ont marre qu'on salisse l'image de leur pays, qu'on prenne la Belgique en otage pour de sombres calculs politiques. Je n'ai aucune explication logique à cette situation. Franchement, regardez-vous dans une glace et agissez! Agissez, prenez position! Ayez un positionnement clair! Nous ne demandons rien d'incroyable, nous vous demandons simplement de respecter le droit international.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord, ook voor uw transparantie en eerlijkheid. Het is duidelijk wat de mensen willen: een staakt-het-vuren, het opheffen van de humanitaire blokkade, het vrijlaten van de gijzelaars. Ik vrees echter dat we het niet eens zijn over de oplossing, ook niet in de regering en op Europees niveau. Ik vind dat we Israël onder druk moeten zetten. Volgens mijn partij hadden we het associatieakkoord moeten opschorten. U bent het daarmee ook eens. Het rapport van de Europese Unie was daarover duidelijk of minstens toch gedeeltelijk. Toch kregen we een antwoord van verdeeldheid, zowel van België als van de Europese Unie. Over de zaken waarover er wel eensgezindheid bestond, zoals de individuele sancties voor de kolonisten, kon de Europese Unie dan weer geen overeenstemming bereiken, omwille van Hongarije. Het feit dat de Europese Commissie nog steeds geen antwoord heeft gegeven op de advisory opinion dat we onze economische relaties met de bezette gebieden moeten stopzetten, spreekt ook voor zich. De Europese Commissie kan dat wel, maar weigert dat te doen. Het feit dat er voor de humanitaire noodtoestanden slechts mondelinge engagementen zijn gekomen, dat volstaat niet. We hebben hier een resolutie met een ruime meerderheid goedgekeurd, maar daaruit is vandaag nog geen enkele concrete actie gerealiseerd. Daarover moeten we ons bezinnen, niet alleen met het Parlement, maar ook met de regering. U hebt nul op het rekest gekregen op de vragen die ook van de Belgische regering zijn gekomen. Dat antwoord moet tenminste aan het kernkabinet worden teruggegeven, zodat we kunnen doen wat binnen onze mogelijkheden ligt. Vandaag kregen we het recht om nationale actie inzake een importban te nemen. Ik heb mijn wetsvoorstel dan ook heel bewust vandaag toegelicht, omdat ik al aanvoelde, ook gisteren, vanwaar de wind zou komen, namelijk dat er niets zou gebeuren. Ik hoop dat wij de parlementaire vrijheid zullen krijgen om op die manier de taal van de macht te spreken, om Israël onder druk te zetten, om toch iets te doen voor de bevolking in Gaza die wordt uitgemoord. De voorzitster : De heer van Rooy is er niet meer. Is er iemand anders die nog wil repliceren? ( Neen )

De handelsoorlog met de VS van president Trump
De impact van de Big Beautiful Bill en de ommezwaai in het Amerikaanse beleid op Europa en België
De invoerrechten die de Verenigde Staten per 1 augustus 2025 willen opleggen
Amerikaanse handelsbeleid en invoerrechten, impact op Europa en België

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de agressieve Amerikaanse handelspolitiek onder Trump (50% douanetarieven op Brazilië, 30% op Europa vanaf 1 augustus) en Europese onderdanigheid, met kritiek op blind volgen van VS-belangen (NAVO-uitgaven, Israël-steun) ten koste van eigen soevereiniteit en klimaatdoelen. Maxime Prévot (minister) benadrukt onderhandelen via de EU, weerstand tegen protectionisme, diversificatie naar BRICS/Zuidoost-Azië en versterking van de multilaterale WTO-orde, maar erkent dat de VS onvoorspelbaar blijft. Boukili beaamt de nood aan alternatieve partners (BRICS), maar wijst op concrete onderwerping (bv. defensie-uitgaven voor Trump), terwijl Van Riet vreest voor economische schade (farma, groene energie) en pleit voor strategische autonomie zonder breuk met de VS.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, le président Trump a annoncé ce mercredi l'instauration d'un tarif douanier de 50 % à l'encontre du Brésil, qu'il accuse de persécuter l'ancien président Jair Bolsonaro, actuellement jugé pour sa tentative de coup d'État contre Lula.

L'objectif est de frapper les pays du BRICS, perçus comme une alternative à l'hégémonie américaine. Ceci montre une fois encore le caractère coercitif des tarifs douaniers et de la politique des États-Unis. L'Europe sera clairement la prochaine cible. D'ailleurs, comme cela a été annoncé il y a quelques jours, elle sera elle aussi touchée par de nouveaux droits de douane à compter du 1 er août.

Dans ce contexte, on observe une Union européenne – et une Belgique – totalement soumise aux intérêts américains. Nous nous sommes alignés en prenant le parti d'Israël, en jetant à la poubelle le respect du droit international, en justifiant même les attaques israéliennes illégales contre l'Iran au moyen d'arguments identiques. Les États-Unis exigent que nous augmentions nos dépenses de défense, et nous le faisons sans broncher au détriment de notre propre sécurité sociale.

Monsieur le ministre, que compte faire l'Europe? Et que compte faire la Belgique? Allons-nous continuer à nous soumettre aux États-Unis, à leur logique de zones d'influence et de coercition? Comment peut-on encore les considérer comme des alliés, quand on voit leur politique de sanctions économiques contre les pays européens? Quelle sera la position de la Belgique – et de l'Union européenne – face à ces nouvelles menaces formulées par M. Trump?

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, de Amerikaanse regering beloofde een ommezwaai in zowel het binnenlandse als het buitenlandse beleid. President Trump gelooft in het opleggen van invoerheffingen en voegde de daad bij het woord. Hij voert een belastingverhoging door voor buitenlandse bedrijven in hernieuwbare energie. De heffing van importtarieven lijkt een ware rollercoaster te worden, van hoog naar laag, van laag naar hoog. De huidige stand van zaken is 30 % vanaf 1 augustus 2025, maar het is niet uitgesloten dat dat nogmaals verandert.

Daarnaast is de zogenaamde One Big Beautiful Bill goedgekeurd, die een ingrijpende verschuiving in het Amerikaanse binnenlandse beleid inhoudt met grote geopolitieke gevolgen. Die heroriëntering van middelen kan de VS minder voorspelbaar maken als partner in multilaterale samenwerking zoals klimaatfinanciering, ontwikkelingssamenwerking en NAVO-afspraken. Vanmorgen tijdens ons overleg vernamen we nog dat 4 miljard dollar minder voor het klimaat wordt vrijgemaakt. Bovendien zal het protectionistische karakter van de energiemarktregels, vooral gericht tegen China, ook Europese bedrijven treffen via supply-chainbeperkingen.

Hoe evalueert u de mogelijke impact van de fiscale en sociale herschikking in de VS op de Europese samenwerking inzake klimaatfinanciering en duurzame ontwikkeling?

Welke impact zullen deze nieuwe tarieven hebben op de Europese en Belgische economie?

Welke tegenmaatregelen worden op Europees niveau overwogen, of wachten we nog af? Dat laatste vernamen we immers begin deze week via de pers.

Bekijkt u alternatieve markten om de Amerikaanse instabiliteit op te vangen?

Ziet u in de nieuwe protectionistische energievoorwaarden risico's voor Belgische of Europese bedrijven die actief zijn in hernieuwbare energieprojecten met wereldwijde toeleveringsketens?

Via welke diplomatieke strategie wilt u een gecoördineerd klimaatbeleid voeren met de Verenigde Staten?

Maxime Prévot:

Mevrouw de voorzitster, collega’s, mevrouw Van Riet, zoals u ongetwijfeld weet, beoogt de One Big Beautiful Bill de Verenigde Staten te positioneren als kerngebied voor productie, onderzoek en innovatie, terwijl ze tegelijkertijd de afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers wil verminderen. De wet betreft een geheel van fiscale, budgettaire en economische maatregelen die tot doel hebben investeringen op Amerikaans grondgebied te stimuleren en de nationale economische prioriteiten te heroriënteren.

Een aantal van die maatregelen heeft indirecte, maar significante gevolgen voor buitenlandse bedrijven die in de Verenigde Staten actief zijn of er zaken doen. Op het vlak van klimaatbeleid bijvoorbeeld is een duidelijke terugschakeling van de Amerikaanse klimaatambities merkbaar, zoals blijkt uit de terugtrekking uit het klimaatakkoord en de hernieuwde focus op fossiele energie. Tal van federale maatregelen ter bevordering van hernieuwbare energie, schone voertuigen en industriële decarbonisatie zijn voortijdig afgeschaft of opgeschort, terwijl de fossiele industrie net wordt aangemoedigd.

Dat verzwakt onvermijdelijk de aantrekkingskracht van de Amerikaanse markt voor Belgische bedrijven die actief zijn in groene technologie. Het zou ook gezamenlijke projecten met Amerikaanse partners kunnen afremmen of de terugverdientijd van dergelijke investeringen verlengen. De situatie zet een gecoördineerde aanpak inzake klimaat onder druk en bevestigt eens te meer het belang van een voortrekkersrol voor de Europese Unie als betrouwbare partner, niet alleen inzake klimaatactie, maar bij uitbreiding ook op andere domeinen van multilaterale samenwerking.

De drastische besparingen op de budgetten van publieke onderzoeksinstellingen dreigen op termijn de wetenschappelijke fundamenten van de Verenigde Staten aan te tasten en hun concurrentievoordeel in opkomende sectoren te ondergraven. Voor Europa biedt een en ander daarentegen een kans om toptalent aan te trekken en de eigen innovatiecapaciteit te versterken.

Daarbij dient opgemerkt te worden dat bepaalde Amerikaanse staten vasthouden aan meer ambitieuze klimaatmaatregelen. Het is essentieel om de samenwerking met hen voort te zetten binnen een constructieve en toekomstgerichte context.

MM. Boukili et Lutgen – ce dernier pourra lire les réponses –, vous aurez certainement vu ma réaction à la suite de l'imposition des droits de douane de 30 % annoncée ce samedi par le Président Trump.

Cette nouvelle agression commerciale est injustifiée et d'autant plus incompréhensible que les négociations se poursuivent intensivement en vue d'atteindre un accord avant le 1 e août prochain. Elle est source, une fois de plus, d'incertitudes, ce qui n'est bon pour aucun investisseur, aucun entrepreneur, aucun consommateur, d'un côté comme de l'autre de l'Atlantique. Cette guerre commerciale n'aura aucune conséquence positive. Elle doit donc cesser!

La Commission européenne qui négocie au nom des États membres conserve toute notre confiance pour poursuivre son travail en vue d'atteindre un accord préalable, qui est la seule voie raisonnable. Il faut garder la tête froide et poursuivre le travail. Nous connaissons les méthodes parfois brutales de l'administration Trump et les revirements de position du président. À ce stade, il est essentiel qu'on préserve l'unité entre les États membres et qu'on soutienne la stratégie coordonnée de la Commission vers un accord.

Parallèlement à ces négociations, il va de soi que la Commission se prépare à tous les scénarios, y compris celui d'un échec, et travaille à l'identification de contre-mesures. Elle est également en contact avec une série de partenaires "like-minded" qui, comme nous, sont des cibles de la politique américaine actuelle. Qu'un deal soit ou pas conclu le 1 er août, je suis convaincu que l'incertitude va perdurer et nécessite de diversifier nos partenaires économiques et de poursuivre l'approfondissement du marché intérieur.

Monsieur Boukili, nous ne devons certainement pas tomber dans l'unilatéralisme ou le protectionnisme en réponse à celui des États-Unis. Au contraire, nous devons continuer à nous présenter comme le défenseur d'un système commercial multilatéral fondé sur des règles avec l'Organisation mondiale du commerce (OMC) comme fondement.

Le rôle de l'OMC est aujourd'hui plus crucial que jamais. Tous nos partenaires attendent de l'Union européenne qu'elle prenne l'initiative de réformer l'institution en modernisant ses règles et en assurant leur mise en œuvre de façon équitable.

Nous appuyons la Commission dans cette démarche ambitieuse qui nécessitera du réalisme sans pour autant brider notre ambition de coopérer avec les pays du Sud global. Les pays du groupe BRICS manifestent en effet un intérêt accru pour des relations bilatérales renforcées avec l'Union européenne. C'est un des avantages que je découvre avec le contexte que nous connaissons: les parties du monde qui parfois regardaient plus vers les États-Unis que vers l'Europe sont en train de changer leur mindset . Les discussions en cours avec l'Indonésie, les Philippines, ou dans le cadre des accords sur la facilitation des investissements durables, illustrent cette dynamique.

La ligne est claire: une réponse ferme, ciblée, mais équilibrée, aux pratiques américaines, alliée à une diversification active de nos partenariats commerciaux, tout en poursuivant un agenda de dialogue constructif avec Washington, notamment pour préserver, et même approfondir, nos partenariats dans des domaines-clefs tels que l'innovation, la recherche, la logistique et la sécurité. Certes, nous devons agir sans naïveté, mais toujours avec conviction, car les É tats-Unis sont et devront rester un partenaire. En agissant ainsi, nous affirmons notre souveraineté économique et notre attachement à une prospérité partagée dans un monde fondé sur la coopération et la stabilité.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, je partage votre réponse. Je pense que c'est une première! ( Rires )

Sur la question du multilatéralisme, je suis entièrement d'accord avec vous, car nous ne devons pas tomber dans le protectionnisme et l'unilatéralisme, contrairement aux États-Unis aujourd'hui. Comme vous l'avez dit, l'avantage est que d'autres partenaires se tournent vers l'Union européenne. Cela dit, elle doit aussi se tourner vers eux dans un cadre multilatéral pour des intérêts partagés.

Toutefois, dans les faits, là où le bât blesse, c'est que la politique européenne et la nôtre également ne sont pas encore complètement détachées de la politique américaine. Nous continuons encore de dire amen aux injonctions de M. Trump. Au dernier sommet de l'OTAN, nous avons vu comment tout avait été agencé pour le faire revenir à de meilleures dispositions, car il ne fallait pas le froisser. Puis, on finit par voter des milliards et des milliards supplémentaires dans la Défense, sous l'égide de l'OTAN, pour faire plaisir à M. Trump et acheter des armes américaines. Donc, dans les faits, nous continuons de nous soumettre aux injonctions des États-Unis.

En revanche, et je vous rejoins entièrement à ce sujet, notre démarche doit consister à nous tourner vers le reste du monde en diversifiant nos partenariats. Il existe d'autres puissances et économies avec lesquelles nous pourrons travailler au nom d'intérêts communs, intérêts qui sont favorables à l'ensemble de la population mondiale, et non seulement à ceux des États-Unis.

Katrijn van Riet:

Ik ben het niet helemaal eens met de conclusies van de heer Boukili, maar ik begrijp, mijnheer de minister, dat we meer op onszelf moeten rekenen, dat we deze kans moeten gebruiken om onszelf te versterken en dat we handel moeten drijven waar het kan. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de farmaciesector en veel andere sectoren die veel exporteren naar Amerika. Daarover maak ik mij wel zorgen. Wij moeten diversifiëren en inzetten op andere economische partners. Daarover ben ik het met u eens. Dank u voor uw antwoord. We zijn nog niet klaar met het Amerikaanse beleid, denk ik. Dat zal een constante blijven, vrees ik.

De jongste ontwikkelingen in Oekraïne en de ongeziene aanval op 3 juli
De maatregelen tegen Rusland
De maatregelen tegen Rusland
De situatie in Oekraïne
De focus van Amerika op China in de context van de oorlog in Oekraïne
Oorlog in Oekraïne, internationale sancties en geopolitieke spanningen met Rusland en China

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en de EU blijven ondanks Amerikaanse wisselvalligheden (zoals Trumps ommezwaai over Patriotraketten en dreigende handelssancties van 500%) onverkort Oekraïne steunen met €160 miljard aan militaire, economische en humanitaire hulp, plus een Belgisch budget van €1 miljard/jaar tot 2029. Europa moet zelf zijn verdediging versterken (via EU-defensieplannen, NAVO’s Europese pijler en "coalitions of the willing") nu de VS zich richt op China en de Indo-Pacifische regio, terwijl Rusland—ondanks sancties en brain drain—doorgaat met luchtaanvallen en weigert te onderhandelen zonder maximale eisen. België zet in op langetermijnsteun (wederopbouw, EU-toetreding Oekraïne) en sanctiehandhaving (ondanks omzeiling via "spookvloten"), maar benadrukt dat een Russische overwinning het internationale machtsevenwicht zou ontwrichten. De focus ligt op Europese strategische autonomie, zonder de NAVO los te laten.

Katrijn van Riet:

Ik wou verwijzen naar mijn schriftelijk ingediende vraag, maar ondertussen is die vraag niet helemaal accuraat en up-to-date meer. Ik heb ze nochtans pas op 11 juli opgesteld.

Eerst heeft de Amerikaanse administratie gezegd dat er geen wapens en dus ook geen Patriotraketten meer naar Oekraïne mochten. Dan is dat weer teruggedraaid. De leugen werd verspreid dat dit was wegens dreigende tekorten. Dat was blijkbaar uitgeschreven zonder medeweten van de president door de viceminister van Defensie, Colby. Er blijft in de Verenigde Staten gerateld worden van de ene kant naar de andere kant.

Ondertussen bestempelt Colby de confrontatie met China als onafwendbaar en haalt hij de band met Taiwan aan. De Chinese minister van Buitenlandse Zaken verklaarde dat de Volksrepubliek het zich niet kan veroorloven dat het conflict in Oekraïne stopt. Dat hebben we later nog eens gehoord.

De Amerikaanse Senaat wil nu het initiatief nemen om de secundaire tarieven voor landen die handelen met de Russische Federatie op 500 % te brengen.

Ik had enkele vragen voorbereid, mijnheer de minister.

Hoe beoordeelt u de impact van Trumps belofte om toch de 30 Patriotraketten te leveren aan Oekraïne?

Wat is uw reactie op de Amerikaanse militaire visie dat de VS zich lijken terug te trekken uit Europese conflicten en de NAVO, zoals verwoord werd door viceminister van Defensie Colby?

Hoe ziet u de balans van economische drukmiddelen en diplomatieke relaties evolueren, met voorstellen als dat van 500% importtarieven voor landen die handel drijven met Rusland?

Ziet u in de Amerikaanse uitspraken over een mogelijke confrontatie met China een verschuiving van het globale machtsevenwicht? Hoe bereidt België zich voor op deze multilaterale diplomatie?

Moeten we aandringen op een collectieve bufferstrategie voor het geval dat de Amerikaanse steun aan Oekraïne alsnog stokt? Welke rol ziet u hierin voor ons land?

Ik vroeg ook welke rol België kan spelen op de humanitaire top in Rome. Die is ondertussen echter afgelopen. Hoe zal België zich opstellen tegenover de mogelijk gewijzigde Amerikaanse houding inzake Oekraïne en de Russische Federatie?

Maxime Prévot:

Mevrouw Van Riet, ik had oorspronkelijk ook een vraag ontvangen van mevrouw Depoorter, de heer De Maegd en mevrouw Deborsu. Ik zal dus een uitgebreider antwoord geven – mijn excuses daarvoor – waarin verschillende elementen aan bod komen.

Cela fait plus de trois ans que l'armée russe poursuit son agression contre l'Ukraine. Les estimations des pertes russes tournent autour de 1 million d'hommes morts et blessés. Des pertes pour rien, puisque la Russie a grignoté quelques kilomètres carrés supplémentaires et n'a toujours pas atteint ses objectifs stratégiques devant la résistance ukrainienne.

Puisque la Russie ne parvient pas à des résultats sur terre, elle intensifie désormais ses attaques par les airs, en cherchant à semer la terreur parmi la population civile ukrainienne. Ces frappes aériennes massives soulignent les besoins continus de l'Ukraine en matière de défense aérienne. C'est la substance du message adressé par le président Zelensky à ses homologues lors de la dernière réunion de la Coalition des volontaires le 10 juillet, auquel notre premier ministre a participé.

Les attaques russes sans relâche démontrent en tout cas, le fallait-il encore, que Moscou n'est pas du tout intéressée par la paix. Des discussions diplomatiques ont démarré sous l'égide du président américain, qui a voulu croire en une solution négociée à la guerre, mais la partie russe n'a proposé que des options maximalistes qui auraient abouti à une capitulation complète de l'Ukraine, alors que Kiev avait accepté le principe d'un cessez-le-feu et se montre ouverte à des négociations de bonne foi. Cette réalité est comprise depuis longtemps en Europe et elle commence à être entendue à Washington.

Een overwinning van Moskou, als gevolg van onvoldoende steun aan Kiev, zou een vrijbrief betekenen voor loutere machtspolitiek gericht op gebiedsuitbreiding en imperialisme, in Oekraïne of elders in de wereld, en betekent het failliet van onze eigen waardengedreven politiek.

Wat betreft de Amerikaanse militaire steun aan Oekraïne, president Trump en de secretaris-generaal van de NAVO hebben op 14 juli aangekondigd dat er via nieuw op te zetten verkoopsystemen bijkomende wapens zullen worden geleverd, waaronder het Patriot raketsysteem. We zullen die ontwikkelingen uiteraard nauwgezet opvolgen, evenals de recente aankondiging van sanctiemaatregelen, die pas na een periode van 50 dagen worden ingevoerd en bovendien lagere percentages omvatten dan oorspronkelijk voorgesteld door senator Graham.

L'Union européenne agit dans tous les cas indépendamment de ce que feront ou ne feront pas les é tats-Unis.

Depuis le début de l'invasion russe, l'Union européenne soutient l'Ukraine et continuera dans cette voie sans faiblir. Jusqu'à présent, l'Union européenne et ses États membres ont contribué à hauteur de plus de 160 milliards d'euros d'assistance économique, militaire ou humanitaire.

La décision récente prise par notre gouvernement d'allouer 1 milliard d'euros en 2025 pour notre soutien à l'Ukraine et de poursuivre cet effort jusqu'en 2029 nous permet de participer à plusieurs coalitions capacitaires qui répondent aux besoins de l'Ukraine.

Mais cette aide belge ne se limite pas au soutien militaire. Récemment, j'ai participé à la dernière conférence pour la reconstruction de l'Ukraine, le 10 juillet à Rome, avec des représentants de notre agence de développement Enabel et notre société d'investissement pour les pays en développement, BIO Invest. J'ai pu y rencontrer des acteurs institutionnels et privés, dont des entreprises belges résolues à investir dans la reconstruction et l'avenir de l'Ukraine. Les résultats de cette conférence sont positifs. L'Union européenne a annoncé des programmes pour lever jusqu'à 10 milliards d'euros d'investissement. La Belgique n'est pas en reste avec six accords signés sur place avec des interlocuteurs ukrainiens dans le domaine de l'énergie, de la santé ou du soutien aux PME.

Le soutien européen et belge à l'Ukraine s'inscrit dans le long terme. La meilleure garantie de sauvegarder la souveraineté de l'Ukraine et de lui permettre de construire son avenir, c'est incontestablement de poursuivre sur la voie euro-atlantique, dont l'adhésion à l'Union européenne. Le processus est en cours et la Belgique soutient l'approfondissement des négociations avec l'Ukraine.

Een Europa als geheel moet zijn inspanningen opvoeren. In maart publiceerden de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden het Witboek over Europese defensie, met voorstellen om de defensie-investeringen van de EU-lidstaten te versterken: meer, beter, gezamenlijk en Europees. Het doel is om de paraatheid tegen 2030 aanzienlijk te verhogen en bij te dragen aan de versterking van de strategische autonomie van Europa op het gebied van defensie. Initiatieven zoals ReArm Europe en het nieuwe instrument SAFE bieden financiële steun voor gezamenlijke aankopen en prioritaire capaciteiten, waarbij ook Oekraïne van bij het begin betrokken is. België steunt een sterkere Europese defensie-industrie, op voorwaarde dat dit gepaard gaat met meer gezamenlijke planning en aanbestedingen en dat marktverstoringen vermeden worden.

Dat alles zal bijdragen tot het bereiken van de capaciteitsprioriteiten van de EU en de NAVO. Voor België blijft de NAVO de hoeksteen van onze collectieve verdediging. Tijdens de NAVO-top in juni in Den Haag hebben alle bondgenoten hun eensgezindheid getoond en hun inzet voor artikel 5 over collectieve verdediging herbevestigd. Toch heeft de nieuwe Amerikaanse administratie aangegeven dat de VS zich voortaan meer zullen toespitsen op de Indo-Pacifische regio en op de binnenlandse veiligheid. Bijgevolg zullen de Europese bondgenoten en Canada de hoofdverantwoordelijkheid voor de afschrikking en verdediging van het Europees continent op zich moeten nemen. We moeten blijven werken aan de versterking van de NAVO en in het bijzonder aan de Europese pijler binnen de NAVO. EU-eenheid blijft voor België de eerste prioriteit.

Coalitions of the willing zouden daarbij een optie moeten zijn, met ook NAVO-bondgenoten die niet tot de EU behoren. België zal zijn rol in deze pan-Europese inspanningen ten volle opnemen.

En parallèle du soutien à l'Ukraine, l'Union européenne maintient également la pression sur la Russie par le biais des sanctions. Malheureusement, le 18 e paquet n'a pas encore pu être adopté. Ces sanctions visent notamment des banques qui opèrent avec la Russie ou des navires de la flotte fantôme que la Russie utilise pour exporter son pétrole.

Jusqu'à présent, l'Union européenne a sanctionné plus de 340 navires. Elle continue de discuter avec les États pavillonnaires de certains de ces navires. La nature même de cette flotte fantôme, qui opère dans une zone grise du droit international, rend l'identification des bâtiments difficile, mais nous poursuivrons les efforts et continuerons à sanctionner les navires qui participent à l'effort de guerre russe.

Het feit dat Rusland meteen om sanctieverlichting vraagt als voorwaarde voor een gedeeltelijk en tijdelijk staakt-het-vuren, toont aan dat de sancties wel degelijk een impact hebben. Het klopt dat sommige sancties worden omzeild, wat opnieuw aantoont dat Rusland voor bepaalde producten erg afhankelijk is van de Europese Unie en dat de maatregelen wel degelijk een impact hebben op de oorlogsmachine.

Wij blijven op EU-niveau in dialoog met derdelanden om sanctieomzeiling tegen te gaan en hebben daarbij al verschillende concrete resultaten geboekt, hoewel er nog grote uitdagingen blijven. Tot op heden hebben wij steeds maatregelen getroffen in nauw overleg met gelijkgezinde partners, waaronder de Verenigde Staten. Wij geven de duidelijke boodschap aan Washington dat sanctieverlichting pas bespreekbaar is nadat een vredesakkoord is gesloten dat de basisprincipes van het Handvest van de Verenigde Naties respecteert.

Russen stemmen ook met de voeten. Er zijn inderdaad aanwijzingen dat sinds het begin van de oorlog in Oekraïne ongeveer een miljoen Russen hun land hebben verlaten. Zij zijn vaak hoogopgeleid, werkzaam in de technologie-, media- of creatieve sectoren en verlaten Rusland uit protest tegen de oorlog, uit angst voor mobilisatie of door de verslechterende economische en politieke situatie. Armenië, Georgië, Kazachstan en Turkije behoren tot de populairste bestemmingen vanwege het reisgemak, de visumvrije toegang en de aanwezigheid van Russischtalige bevolkingsgroepen.

Sinds de Russische inval in Oekraïne heeft de Europese Unie haar afhankelijkheid van Russische energie drastisch afgebouwd. Voor meer informatie of inzage in de genoemde contracten verwijs ik u graag door naar de bevoegde minister.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord dat ik aandachtig zal nalezen.

De malaise bij de federale politie en de verantwoordelijkheid van Eric Snoeck
De hoorzitting met Eric Snoeck
De evolutie van de federale politie
De hoorzitting met de commissaris-generaal van de federale politie
Governance, werking en management van de federale politie
Een actieplan met betrekking tot de moslimbroederschap
De registratie van aanhangers van 764 en No Lives Matter in de GGB TER
Georganiseerde politieke terreur tegen het defensiebedrijf OIP in Doornik
Gemaskerde demonstranten
De toevoeging van Samidoun aan de OCAD-lijst
De oproepen tot dodelijk geweld in Brussel
Het OCAD-rapport waarin een link tussen de klimaatbeweging en extremisme wordt vastgesteld
De aanvallen op Syensqo en OIP door extreemlinkse militanten
De dreiging van extremisme bij een deel van de klimaatbeweging
De politieke islam in België
Het Collectif contre l'islamophobie en Belgique
De overheidssubsidies voor het CIIB
De analyse van de dreiging van extreemrechts
Het politieke en religieuze extremisme in België
Politiek en religieus extremisme, governance en uitdagingen binnen de federale politie

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 15 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie onthult een diepe structurele crisis binnen de federale politie, gekenmerkt door toxische werkcultuur, grensoverschrijdend gedrag, pestpraktijken en een disfunctionerend topmanagement, zoals blijkt uit het ontluisterende CORESPO-rapport en talrijke getuigenissen van agenten. Hoewel minister Quintin vertrouwen behoudt in commissaris-generaal Snoeck – ondanks diens ontwijkende houding en gebrek aan transparantie – eisen oppositie en delen van de meerderheid externe doorlichting, strenge sancties en hervorming van de leiding, met name om vertrouwen te herstellen en de parlementaire controle te waarborgen. Budgettaire tekorten (90% naar personeel) en verouderde structuren verergeren de problemen, terwijl een beloofd strategisch plan (september 2025) als cruciale test zal dienen. De kernvraag blijft of Snoeck, ondanks zijn operationele successen (bv. Sky ECC), politiek en moreel houdbaar is gelet op de cultuur van doofpot, relatiesconflicten en minachting voor slachtoffers.

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de minister, de malaise bij de federale politie is intussen geen nieuws meer. De berichten die mijn collega's en ikzelf hebben ontvangen, maken duidelijk dat die heel verontrustende proporties aanneemt.

Het een en ander is onder de publieke aandacht gekomen, toen het CORESPO-rapport bijna stoemelings openbaar werd gemaakt, waarna de grootste politievakbond, het VSOA, de kat de bel aanbond. Dat rapport, dat het intern gedrag en de cultuur bij de federale politiediensten onder de loep nam, is ontluisterend en roept heel veel vragen op over de sfeer bij de federale politie.

De conclusie is - en ik meen dat we het daar over alle partijgrenzen heen eens kunnen zijn - dat er een structureel probleem is van een toxische werkcultuur, grensoverschrijdend gedrag, pestgedrag en een totaal gebrek aan vertrouwen in de top van de organisatie. Ik verwijs naar getuigenissen die in de pers zijn verschenen en die ik ook persoonlijk heb ontvangen. Ze tarten werkelijk alle verbeelding.

Ik zal niet alles opsommen, want dat zou ons te ver leiden, maar ik wil er toch een viertal citeren. Een getuigenis luidt als volgt: "Mijn 13-jarige carrière bij de federale politie is er vooral een van pesterijen, toxisch leiderschap, vrouwonvriendelijke opmerkingen en nul communicatie." Een andere getuigenis luidt: "Een collega had mij en anderen jarenlang heimelijk gefilmd en gefotografeerd tijdens het omkleden op de werkvloer. De dader is gewoon terug aan het werk binnen dezelfde dienst, zonder enige zichtbare gevolgen. Tot op vandaag word ik bovendien nog steeds gestalkt en belaagd door deze collega."

Ik citeer een andere klokkenluider: "De top van de federale politie steekt meldingen van grensoverschrijdend gedrag in de doofpot, een doofpotcultuur". Of nog: "Mensen vallen uit of lopen weg naar andere diensten, ze worden depressief en sommigen zelfs suïcidaal. Onderzoeken naar daders zijn er amper en de sancties zijn beperkt".

Mijnheer de minister, één klacht kunt u nog wegzetten, dat gebeurt overal wel eens. Twee klachten echter zouden toch enkele alarmbellen moeten doen afgaan. Als er tientallen klachten zijn, zoals hier het geval is, dan moet er worden ingegrepen. Dat is ook de reden waarom ik en een aantal collega’s uit de oppositie en de meerderheid u hierover ondervragen.

Er zijn niet alleen getuigenissen van de malaise, er zijn ook inhoudelijke problemen. Minder dan een op de tien agenten vertrouwt erop dat moeilijke thema’s correct worden aangepakt, zo blijkt uit het CORESPO-rapport. Een andere problematiek is de erbarmelijke staat van sommige gebouwen. Volgens de vakbond grenst de verwaarlozing van de kazerne van Etterbeek aan minachting. Het zou trouwens misschien geen slecht idee zijn om met de Commissie voor Binnenlandse Zaken een plaatsbezoek te brengen, zodat we dat met eigen ogen kunnen vaststellen. Iets lezen is immers nog iets anders dan het daadwerkelijk ervaren.

Nog hallucinanter in het hele verhaal is de houding van de leidinggevenden, in het bijzonder van commissaris-generaal Snoeck. Niet alleen blijkt uit meerdere getuigenissen dat de top de cultuurproblemen jarenlang heeft genegeerd of geminimaliseerd, terwijl de heer Snoeck zelf hoofd was van de betrokken dienst DGJ, maar bovendien weigerde de heer Snoeck in eerste instantie verantwoording af te leggen tegenover het Parlement.

Intussen hebben we de heer Snoeck in onze commissie wel kunnen horen, maar op de vele pertinente vragen van bijna alle fracties kwam er eigenlijk geen afdoend antwoord. Daarom hebben we de commissaris-generaal verzocht om schriftelijk te antwoorden. Met de commissie hebben we ook besloten om de heer Snoeck in september opnieuw voor een hoorzitting uit te nodigen.

Mijnheer de minister, wanneer parlementsleden, vertegenwoordigers van het volk, vragen stellen over ernstige wantoestanden bij een cruciale staatsinstelling als de politie, vind ik het absoluut onaanvaardbaar dat de hoogste ambtenaar van die organisatie zich ontwijkend opstelt. Ik druk mij dan nog eufemistisch uit. Dat ondermijnt de democratische controle en voedt vooral het wantrouwen van zowel de bevolking als van het personeel op het terrein.

Mijnheer de minister, tot nu toe was uw houding er een waarbij u aan de heer Snoeck de kans liet om een en ander toe te lichten. U antwoordde reeds in het Parlement, in de plenaire vergadering, dat u zelfs het vertrouwen in de heer Snoeck behoudt. Maar kunt u na al die onthullingen en na de hoorzitting met de heer Snoeck die stelling nog altijd handhaven? Ik hoop dat er vandaag ook van uw zijde enige politieke moed is om in te grijpen, waar het echt nodig is.

Waarom werden de klokkenluiders en de vele getuigenissen genegeerd? Waarom werd een deel van de top in bescherming genomen? Wie beschermt dan de politiemensen, die zich elke dag met veel moed voor onze veiligheid inzetten, terwijl zij op de werkvloer blijkbaar het slachtoffer van een dysfunctionele leiding zijn?

Niet ingrijpen, mijnheer de minister, zou volgens mij getuigen van een zekere minachting tegenover de vele politieagenten. Daarom stel ik u onomwonden de volgende zeer concrete en pertinente vragen.

Ten eerste, wat is uw reactie op de inhoud van het CORESPO-rapport? Onderschrijft u die vaststellingen, en zo ja, welke concrete maatregelen hebt u genomen sinds de publicatie of ontvangst van het rapport? Uiteraard dateert het rapport niet van deze legislatuur, het sleept al enkele jaren aan, al sinds de periode waarin minister Verlinden verantwoordelijk was voor de politie.

Ten tweede, bent u op de hoogte van de getuigenissen en signalen over grensoverschrijdend gedrag, intimidatie en pestgedrag binnen de federale politie, specifiek op topniveau? En wat werd daarmee gedaan?

Ten derde, waarom blijft de heer Snoeck in zijn functie als commissaris-generaal? Acht u het verdedigbaar dat iemand die zich structureel onttrekt aan parlementaire controle en onder wiens leiding zulke wantoestanden zijn toegenomen, in functie blijft?

Ten vierde, hebt u de heer Snoeck intussen aangesproken op zijn weigering om openheid van zaken te geven aan het Parlement? Zo ja, wat was desgevallend zijn antwoord? Ik wil daaraan toevoegen, mijnheer de minister, dat we volledige transparantie hebben gevraagd en ook alle documenten hebben opgevraagd. Tot nu toe is dat nog altijd niet gebeurd. Namens de commissie hebben we opnieuw de vraag gericht aan de commissaris-generaal om dit in orde te brengen.

Ten slotte, mijnheer de minister, bent u bereid uw vertrouwen in de commissaris-generaal te herzien? Waarom blijft u deze man de hand boven het hoofd houden?

Matti Vandemaele:

Mijnheer de minister, ik zal niet alles herhalen, maar ik was nogal verwonderd over het zeer algemeen antwoord dat de heer Snoeck gaf tijdens zijn hoorzitting in de Kamer. Op veel van de vragen die ik heb gesteld, heeft hij niet eens geantwoord. We hebben afgesproken dat hij schriftelijk antwoorden zou nasturen. Die hebben we ondertussen ontvangen, maar ook die antwoorden blinken echt uit in vaagheid. Ik kan daar heel weinig mee.

Als nieuwkomer in het Parlement loop ik daarmee een beetje vast. Dat ik nieuwkomer ben, mag ik voorlopig nog zeggen, want ik zit hier nog maar bijna een jaar, maar daarna zal ik stoppen met dat excuus. Ik vind het erg moeilijk, omdat ik het rapport heb, met daarnaast een hele reeks verklaringen van politieambtenaren die dat rapport eigenlijk bevestigen, maar daartegenover staat de uitleg van de heer Snoeck, zowel tijdens de hoorzitting als in zijn schriftelijke antwoorden. Daar zit echt een groot verschil tussen. Het lijken twee parallelle universums. Ik vind het moeilijk om in te schatten wat daarvan klopt.

In ieder geval was het antwoord van de heer Snoeck op één punt wel duidelijk. Hij gaf aan dat het bij hen toch niet erger is dan elders. Dat vond ik een merkwaardige uitleg, maar goed. Hij gaf ook aan dat ze helemaal niet in een crisis zitten en dat het is tijd om de bladzijde om te slaan. Dat vond ik een vreemde reactie.

Mijnheer de minister, bent u het eens met die lezing, namelijk dat nu het rapport er is en verbeteracties zijn uitgevaardigd, we weer kunnen overgaan tot de orde van de dag? Deelt u de analyse dat geremedieerd is aan alles wat in het rapport staat? Zo niet, wat moet er nog gebeuren?

Een specifiek punt zijn de relaties tussen de leidinggevenden. In zijn antwoord zegt de heer Snoeck dat dat allemaal privéaangelegenheden zijn en dat men daarover dus eigenlijk niets kan zeggen. Dat is best mogelijk, maar de signalen die wij uit het veld ontvangen, wijzen erop dat door de relaties binnen het leidinggevend kader een aantal procedures niet meer functioneren. Een klacht tegen een leidinggevende moet bijvoorbeeld ingediend worden bij de partner van diezelfde leidinggevende.

Het gaat niet om een of twee gevallen, maar een tiental, en in zulke gevallen is er natuurlijk wel een probleem. In dat opzicht is het immers wel fundamenteel om van die relaties op de hoogte te zijn. Kunt u daarin enige klaarheid scheppen?

Éric Thiébaut:

Effectivement, monsieur le ministre, nous avons entendu, le 17 juin dernier, le commissaire général. En fait, il avait été invité à venir exposer sa vision de la police fédérale. C'était au départ la raison pour laquelle on l'avait invité devant cette commission; Moi, j'étais content. Comme vous le savez, je siège ici depuis longtemps et c'est plutôt assez rare. J'ai connu beaucoup de commissaires généraux, hommes et femmes. Habituellement, nous rencontrons beaucoup de difficultés pour nous assurer de leur présence.

Cela dit, nous avons entendu M. Snoeck. Ce n'est pas un inconnu pour la commission de l'Intérieur. En effet, lorsqu'il était patron de la police judiciaire fédérale, il est quand même venu, à l'époque, en compagnie des plus hauts magistrats du pays, nous expliquer la problématique que le monde policier rencontrait par rapport à la montée de la criminalité, par rapport à la criminalité violente liée à la drogue qui se développait dans notre pays. Ils sont venus avec un appel à l'aide très clair auquel, je pense, nous avons répondu.

Au départ, c'est quand même la tête pensante de l'opération Sky ECC, qui est peut-être la plus grosse opération policière de ce pays, ayant livré des résultats exceptionnels. Je pense que les qualités de M. Snoeck sont apparues à ce moment-là. Je pense que ce sont les résultats qu'il a obtenus dans le cadre de cette opération très spectaculaire qui l'ont propulsé à la tête de notre police fédérale. C'est ainsi qu'il découvre une police fédérale qui faisait face à de sérieux dysfonctionnements, avec des réformes à entamer au niveau de la structure, de l'organisation.

Vous savez, quand on bouscule des habitudes, quand on change des systèmes, en interne, il y a toujours, bizarrement, des gens qui n'aiment pas cela. Pour donner un exemple, quand vous désignez une personne mais qu'un affilié d'un syndicat aurait bien voulu être désigné à cette place, parfois le syndicat réagit pour attaquer la direction. Et du coup, cela devient un dysfonctionnement général, des dizaines de personnes se plaignent du commissaire général.

Or, lorsqu'un un problème de gestion du personnel se pose, en général, les syndicats réagissent. Vous allez me dire: "Ah, il y a une réaction syndicale". Pas de la CGSP, pas de la CSC, pas non plus du syndicat national de police! On a juste eu une réaction hyper violente de l'aile flamande du SLFP, comme par hasard. Et les autres syndicats ne réagissent pas. Moi, cela m'interpelle quand même. S'il y avait une grosse catastrophe au niveau de la gestion du personnel, je pense que tous les syndicats réagiraient.

Et donc, M. Snoek est venu s'expliquer. Il a reçu des questions assez virulentes et, quelque part, je trouve personnellement qu'il est resté très calme par rapport à la virulence de certains collègues ici, notamment par rapport à la mise en doute de son intégrité. Je trouvais que c'était vraiment déplacé.

Il n'a pas répondu directement à toutes les questions, notamment du fait qu'on lui a laissé pratiquement une demi-heure de temps de parole. Nous étions pris par le temps et nous devions arrêter. J'ai, dès lors, proposé – souvenez-vous, chers collègues – qu'il nous envoie toutes ses réponses par écrit. Et nous avons reçu une note de quand même 60 pages avec tous les éclaircissements.

Il est attaqué entre autres sur le fait qu'il n'a pas pris la voiture qu'on lui suggérait au départ. Il explique qu'en sa qualité de responsable de l'opération Sky ECC, qui a impliqué des centaines de truands, dont les plus dangereux du pays, il bénéficie d'un statut de protection à respecter notamment en ce qui concerne la voiture dont il dispose, une voiture avec un niveau de protection plus important que ce qu'on lui proposait et aussi avec une puissance de moteur qui permet de s'enfuir. Je ne pense pas que M. Snoek a choisi une voiture parce qu'il a un goût du luxe démesuré. C'est mon avis.

Finalement, j'ai le sentiment que nous assistons ici à une espèce de chasse à l'homme tout à coup et que toute une série d'acteurs lui mettent des peaux de bananes, alors que M. Snoek, votre commissaire général, a surtout besoin de soutien pour mener les réformes nécessaires au niveau de la police fédérale et pour continuer la lutte tout aussi nécessaire contre le crime organisé dans ce pays, fait quand même assez interpellant depuis des années.

Je ne m'étendrai pas davantage. Je trouve quand même que toutes ces attaques sont un peu déplacées et cela me laisse un goût bizarre quand je vois d'où elles surgissent, de quels partis et de quelle partie du pays. J'espère que le plus gros problème de M. Snoek, ce n'est pas qu'il soit francophone, en l'occurrence. En effet, si on commence à avoir des soucis avec cela, alors, notre pays est vraiment dans un très, très mauvais état.

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de minister, de federale politie is mij dierbaar. Het is dan ook goed dat we een actualiteitsdebat organiseren, al weet ik niet of de federale politie voor iedereen in dit parlement even dierbaar is, want ik vind het vreemd dat regeringspartij N-VA in dit debat afwezig blijft.

Net omdat de federale politie mij dierbaar is, moeten we de eventuele problemen aanpakken. Dat dient te gebeuren op het niveau van de commissaris-generaal. Die moet zijn verantwoordelijkheid opnemen, samen met het DirCom en de collega’s van de lokale politie.

U, als minister van Binnenlandse Zaken, en de regering dragen daarin ook verantwoordelijkheid. Het is voor mij van belang – en ik spreek ook vanuit het verleden – dat we problemen bij de federale politie niet laten aanslepen. In alle eerlijkheid denk ik dat dat in het verleden te vaak is gebeurd.

Ten tweede vind ik het belangrijk – en daarin sluit ik mij aan bij de woorden van mijnheer Thiébaut– dat we voorzichtig zijn met intentieprocessen en niet alles op een hoop gooien. Als ik de voorzitter in zijn hoedanigheid van parlementslid hoor zeggen dat de positie van mijnheer Snoeck onhoudbaar is en vraagt of men hem nog kan verdedigen, dan moeten we toch voorzichtig zijn. Ook wij als parlementsleden dragen immers verantwoordelijkheid, en we mogen de problemen niet groter maken dan ze zijn. We moeten ze daarentegen helpen oplossen vanuit deze commissie. Nu al een proces opstarten over de houdbaarheid van de positie van mijnheer Snoeck, vind ik dan ook heel erg prematuur.

Ik ben het dus eens met collega Thiébaut dat we geen chasse à l’homme mogen organiseren, maar tegelijk moeten er wel antwoorden komen, als er gelegitimeerde vragen zijn. Ik verwijs bijvoorbeeld naar het verhaal van de BMW. We hebben het antwoord van de commissaris-generaal daarover gelezen.

Het is belangrijk, mijnheer de minister, dat we ook uw standpunt daarover horen. Hoe reageert u als minister van Binnenlandse Zaken op de hoorzitting en op de inhoud van de brief? Welke conclusies trekt u daaruit?

Mijnheer Snoeck sprak tijdens de hoorzitting over een strategisch plan, dat hij tegen de zomer – dus ongeveer nu – zou indienen. Is dat strategisch plan afgestemd op de budgettaire afspraken die werden gemaakt in het kader van het paasakkoord? Dat akkoord bepaalt dat 35 % van de voorziene 250 miljoen naar de federale politie gaat. In totaal gaat het dus om 87,5 miljoen euro via frontloading. Is het plan daarop afgestemd? Of is dat plan strategischer van niveau? Dat kan natuurlijk ook.

Ten derde, als we het hebben over budgetten, is een van de grootste structurele problemen bij de federale politie sinds haar ontstaan, dat er te veel budget naar het personeel gaat. Bijna 90 %, meer dan 85 %, gaat naar het personeel, waardoor er geen of nauwelijks middelen overblijven voor de werking, laat staan voor investeringen. Dat is volgens mij een van de kernelementen om de problemen bij de federale politie aan te pakken. Hoe bekijkt u dat, mijnheer de minister?

Catherine Delcourt:

Monsieur le ministre, le 17 juin dernier, lors de l'audition du commissaire général, de nombreuses questions, parfois très virulentes, ont été adressées quant aux pratiques existant au sein du commissariat général. Poser des questions est normal. Il importe de pouvoir le faire, et que le commissaire général et vous, monsieur le ministre, puissiez nous éclairer sur la situation.

Le format qui était proposé n'a pas permis au commissaire général de répondre à toutes les questions. Nous avons donc accepté que les réponses nous parviennent par voie écrite. Certaines nous éclairent tandis que d'autres nous interpellent encore.

Comme vous le savez, la confiance dans la direction générale, et plus particulièrement dans le commissaire général, fait l'objet de critiques. J'ignore si elles sont fondées, mais vous pourrez certainement nous fournir des éclaircissements.

Des témoignages font état d'un climat de méfiance – généralisé ou pas? –, de relations hiérarchiques parfois malsaines, de comportements transgressifs, d'une gouvernance déficiente. Ces mots sont très durs pour une haute fonction de l'État.

À côté de cela, la situation financière de la police fédérale conserve des zones de flou, malgré la mise en place d'une cellule budgétaire. Il y a des chiffres contradictoires sur l'évolution budgétaire et sur les moyens réels disponibles. Aucun tableau d'ensemble clair ne nous est présenté.

En ce qui concerne la réforme interne menée par le commissaire général, la multiplication des services et des effectifs, ainsi que l'orientation et la cohérence de cette réorganisation soulèvent encore des questions. À titre d'exemple, l'arrêté royal du 27 octobre 2015 prévoit 74 collaborateurs pour le commissaire général. Dans les faits, ce nombre est dépassé de 60 personnes, avec un effectif total de 134 personnes.

Monsieur le ministre, le commissaire général n'avait pas pu répondre à l'ensemble de nos questions. Avez-vous pris connaissance des réponses écrites? Quelle est votre opinion globale sur les réponses formulées?

Pouvez-vous nous éclairer sur la situation financière actuelle de la police fédérale? Comment le budget et les effectifs ont-ils évolué au cours des dix dernières années? Quelles décisions stratégiques ont-elles été prises sur cette base?

Comment justifiez-vous l'augmentation substantielle des effectifs au sein du commissariat général au-delà des limites prévues par l'arrêté royal? Sur quelle base budgétaire cela repose-t-il? Quelle capacité est-elle nécessaire pour chacune des missions du commissaire général?

J'imagine que vous êtes bien informé des témoignages de harcèlement, de favoritisme, de leadership toxique et de gestion RH problématique. Partagez-vous cette position ou de quelle manière pouvez-vous la nuancer ou la contredire?

Quelles leçons globales tirez-vous de la situation actuelle? Quelles mesures comptez-vous prendre pour garantir et maintenir un climat de confiance au sein de la police fédérale? Cela semble tout à fait essentiel.

Greet Daems:

Mijnheer de minister, de federale politie is een belangrijke dienst die mee waakt over de veiligheid van de burgers in ons land. Seksisme, misogynie , racisme, pesten op het werk, en machtsmisbruik door leidinggevenden horen gewoon niet thuis in zo'n dienst. Voor alle duidelijkheid, ze horen nergens thuis. Als zulke zaken voorkomen bij de politie is dat niet alleen ernstig voor de medewerkers, want zo'n werksfeer zorgt voor persoonlijke drama's, maar het is ook ernstig voor de burgers.

Uit het antwoord van de commissaris-generaal blijkt dat er ondertussen bij de federale politie wel actie wordt ondernomen om het wangedrag aan te pakken. Ik las over de implementatie van de klokkenluiderswetgeving en over de invoering van een meldkanaal, over extra capaciteit op de dienst Integriteitbevordering en -bewaking en over de uitbouw van het netwerk van vertrouwenspersonen voor psychosociale aspecten. Dat zijn allemaal noodzakelijke stappen, maar die zijn duidelijk nog lang niet genoeg, gelet op de ernst van het probleem. Ik meen dat er nog veel meer moet gebeuren.

Tegelijkertijd viel op dat er in het antwoord van de heer Snoeck wordt verwezen naar structurele tekorten. Er is te weinig personeel, er zijn te weinig middelen, er zijn te veel dossiers die tegelijkertijd aangepakt moeten worden. Kortom, de problemen worden wel erkend, maar ze worden vertraagd aangepakt, onder meer omdat de ruimte ontbreekt.

Dat roept vragen op. Als we echt een veilige en integere politie willen, voor alle medewerkers en voor de samenleving, moeten we ook durven kijken naar de financiële onderbouw. Ik ben dus heel benieuwd hoe u kijkt naar het antwoord dat ons werd bezorgd door de heer Snoeck en wat u vindt van zijn analyse dat een chronisch tekort aan middelen en personeel bij de federale politie de uitvoering van beleid, de interne werking en het personeelsbeleid ondermijnt.

Xavier Dubois:

Monsieur le ministre, je suis assez étonné, même un peu heurté, des propos qui ont été tenus en début de séance. Insinuer que le commissaire se soustrait au contrôle parlementaire m'évoque une sorte de chasse aux sorcières, Je ne peux pas l'accepter, je ne peux pas l'entendre.

On l'a entendu. S'il n'a pas effectivement répondu à toutes les questions mais nous avions convenu, sur proposition du collègue, que les réponses soient données par écrit à ces questions auxquelles il n'avait pas eu le temps de répondre. C'est le cas. Le commissaire nous a envoyé ses réponses et nous sommes en train de les analyser. Nous avons également convenu entre nous de l'entendre à nouveau à la rentrée, notamment à la suite de son dépôt de plan stratégique. Il s'agit d'un projet crucial pour la police qui nécessite une réorganisation, une vision nouvelle, en phase avec les priorités données par le nouveau gouvernement, qui, je le rappelle, est en place depuis le mois de février maintenant.

Je pense qu'on doit aussi laisser le temps aux services de pouvoir prendre connaissance des annotations, des stratégies qui sont souhaitées par le gouvernement et de pouvoir les implémenter par la suite.

En ce qui me concerne, je reste sur le schéma convenu. Nous entendrons de nouveau le commissaire, ce sera l'occasion de lui reposer des questions, d'approfondir non seulement les dossiers évoqués, mais également ce rapport, d'autres rapports, et, bien entendu, toutes les priorités importantes pour le bien-être des policiers et de la population.

Ma question, monsieur le ministre, est assez simple: quel est votre avis quant aux origines du malaise qui sont évoquées dans ce rapport? Quelles sont les politiques que vous souhaitez mener, parce que cela relève aussi, finalement, de votre responsabilité? Car le commissaire met en œuvre la politique du gouvernement, mais il y a surtout un gouvernement qui donne les orientations, qui définit les actions à mettre en place. Quelles sont donc vos propositions pour faire en sorte de retrouver un climat serein au sein de la police? Ce climat serein participe, je le rappelle, au bien-être des agents, mais aussi, bien entendu, au bien-être et à la sécurité de la population. Enfin, j'ai entendu que le commissaire était germanophone. En tout cas, il n'est pas néerlandophone.

Bernard Quintin:

Monsieur le président, malheureusement, mon niveau d'allemand étant ce qu'il est, je ne veux pas me faire attraper parce que j'écorcherais la belle langue de Goethe.

Mijnheer de voorzitter, dames en heren volksvertegenwoordigers van de natie, tijdens de hoorzitting van 17 juni hebt u een uitgebreide reeks vragen voorgelegd aan de commissaris-generaal van de federale politie. Hij kreeg de gelegenheid om tijdens de vergadering antwoorden te formuleren. Het debat kon echter niet worden afgerond. Volgens verschillende commissieleden bleven bepaalde vragen onvoldoende beantwoord. Daarom werd de commissaris-generaal verzocht om uiterlijk op 7 juli bijkomend schriftelijke antwoorden te bezorgen. Dat is inmiddels ook gebeurd, in een uitvoerig document met verschillende bijlagen.

J’ai pris connaissance, a posteriori , des réponses du commissaire général. Il n’y avait en effet pas de raison que je les valide. Vous lui avez posé des questions, il vous a répondu. J’ai bien reçu les réponses qu’il vous a transmises. Sont-elles satisfaisantes? Ce sont des réponses que le commissaire général adresse au Parlement. Il ne revient pas, vous en conviendrez, au ministre de l’Intérieur de se prononcer sur leur caractère satisfaisant ou non.

Le commissaire général reviendra vous voir courant septembre pour poursuivre ce qui doit rester, en effet, une audition dans les formes – des formes, je dirais, tant structurelles que de courtoisie – afin de répondre à vos questions.

Een aantal commissieleden hebben mij ondertussen ook een reeks vragen gesteld, waarop ik vandaag globaal zal antwoorden in de vorm van vier verschillende onderdelen. Binnen de mij toegewezen tijd kan ik niet op elke vraag in detail ingaan.

J’aborderai le bien-être des collaborateurs, la situation financière de la police fédérale, le plan stratégique pour la police fédérale ainsi que la sélection, le recrutement et la formation.

Messieurs Depoortere, Thiébaut et Vandemaele, madame Delcourt, vous avez posé des questions concernant d'éventuelles atteintes à l'intégrité, la procédure CORESPO, l’enquête IDEWE et ma confiance dans la direction de la police fédérale. Je relèverai trois thèmes en matière de bien-être.

Tout d'abord, pour parler de plusieurs atteintes à l'intégrité potentiellement graves, je condamne par principe et fermement toute forme de comportement discriminatoire et inapproprié, le harcèlement et/ou un leadership inapproprié voire toxique. Il incombe à la hiérarchie de garantir un environnement de travail sûr et intègre pour tous les collaborateurs et toutes les collaboratrices. Je ne suis pas au courant de dossiers individuels et je n'ai pas à l'être. Je reste cependant convaincu que tous les signalements effectués via les canaux prévus à cet effet doivent être traités de manière appropriée.

Le commissaire général a récemment lancé un audit interne à ce sujet. S'il s'agit d'infractions pénales, il appartient au parquet d'agir. Les dossiers disciplinaires sont soumis à la réglementation disciplinaire en vigueur. Je découvre encore ce domaine, mais je peux vous dire que les procédures sont suivies et que tous les mécanismes que l'on est en droit d'attendre de la part d'un grand corps comme celui de la police fédérale sont en place et fonctionnent.

Je tiens également à souligner l'existence de canaux de signalement formels pour les atteintes à l'intégrité, conformément à la législation relative aux lanceurs d'alerte, tant en interne qu'en externe ou par voie de publication.

Niemand kan verplicht worden om een melding te doen bij een vertrouwenspersoon, ongeacht een eventuele persoonlijke band. Integendeel, elke schijn van partijdigheid moet net worden vermeden.

Ten tweede: het lopend CORESPO-traject heeft als doel, conform het model voor Governance, Riskmanagement en Compliance, cultuur- en risicodetectie uit te voeren. CORESPO brengt mogelijke ethische risicozones in kaart, zowel op het niveau van de organisatie als van haar verschillende geledingen. Daarbij zijn zeker werkpunten vastgesteld, vooreerst met betrekking tot de geïdentificeerde integriteitsrisico’s, daarnaast wat betreft het volledige procesverloop, de interne terugkoppeling en de communicatie.

Dat gezegd zijnde, het komt er nu op aan om de vastgestelde risico’s te beheren en het ethisch handelen en de conformiteit ervan te waarborgen. Het moet gebeuren aan de hand van gerichte acties. Voor de DGJ kan ik u alvast meedelen dat het eindrapport Respect DGJ in april 2025 aan de vakorganisaties is voorgelegd en dat het concrete actieplan in juni 2025 is gepresenteerd. Ik heb er vertrouwen in dat de uitwerking en opvolging via de geijkte kanalen zal verlopen. Ik zal dat blijven opvolgen.

Ten derde: de IDEWE-onderzoeken van 2019 en 2024 hebben een heel andere finaliteit en beleidskader dan CORESPO. IDEWE opereert immers binnen het wettelijk kader inzake welzijn op het werk en hanteert een andere methodologie en doelgroep. IDEWE meet indicatoren van welzijn en psychosociale belasting, terwijl CORESPO een intern instrument is voor cultuur- en risicodetectie dat meer focust op leiderschap, conflictdynamiek, perceptie van rechtvaardigheid en interpersoonlijke dilemma’s.

De resultaten van het IDEWE-onderzoek van 2024, gevalideerd in de overlegorganen met de vakorganisaties, tonen: een algemene verbetering van de welzijnsindicatoren, een stabilisatie van ongewenst gedrag, betere interpersoonlijke relaties en een daling van signalen van psychosociaal onbehagen. Beide instrumenten, CORESPO en IDEWE, vullen elkaar dus aan, maar mogen niet met elkaar worden verward of rechtstreeks naast elkaar worden gelegd.

Vous m’avez également interrogé sur la confiance que j’ai dans la direction de la police fédérale. Un ministre de la Sécurité et de l’Intérieur doit pouvoir avoir confiance en sa police. Et je peux vous dire que j’ai cette confiance, mais elle n’est pas aveugle. Elle est fondée sur les démarches que la direction entreprend et entreprendra, sur sa volonté de dialogue et sur son engagement à améliorer structurellement le fonctionnement de l’organisation de la police fédérale. C’est une mission quotidienne, qui n’est ni simple ni facile. Des comptes doivent être rendus tant au sein de l’organisation qu’à l’extérieur de celle-ci, tout comme d’ailleurs devant ce Parlement. Nous savons qu’il existe des points sensibles et des points à améliorer. Et nous devons aussi faire confiance à la direction de la police pour s’y atteler avec la détermination nécessaire.

J’en profite pour faire une incise sur les questions de sécurité. Je vous avoue que je ne me suis pas penché sur la question de la marque de la voiture à choisir. La sécurité est un sujet important que nous devons laisser aux services de sécurité – et c’est quelqu’un qui a vécu trois ans entouré de gardes de corps au quotidien qui vous le dit.

Mme Delcourt, messieurs Van Tigchelt et Thiébaut et Mme Daems, vous m'avez posé des questions sur la situation budgétaire de la police.

Ik vertel niets nieuws als ik zeg dat de situatie bij mijn aantreden als minister toch wel verrassend was.

Près de 89 % des moyens sont absorbés par les dépenses en personnel, ce qui limite évidemment fortement les marges pour investir dans les infrastructures, les véhicules, l'équipement et les outils numériques.

Dat moet veranderen. De personeelsmiddelen terugbrengen naar 85 % is een goede ambitie.

L'utilisation de la provision "sécurité", dont on a parlé, permettra notamment d'améliorer le ratio des crédits. Ceux-ci seront utilisés aussi pour couvrir une partie des moyens nécessaires dans le cadre de la réforme en cours, menée par le commissaire général. Certains projets ont déjà retenu mon attention et feront l'objet d'une utilisation cette année, tels que l'investissement dans le matériel de la DSU, le renouvellement de la flotte de véhicules ou encore l'acquisition de matériel informatique.

Donc il y a des carences, c'est une évidence. Comme j'ai déjà eu l'occasion de le dire, dans la situation budgétaire difficile que nous connaissons et qui impose des mesures sévères mais nécessaires, j'ai la chance de pouvoir diriger deux départements, l'Intérieur, globalement exempt d'économies, et la police fédérale, totalement exempte d'économies – et même dotée d'un budget supplémentaire de 450 millions. J'ai même réussi, par une petite pirouette, à récupérer 45 millions de plus pour ce budget.

Ces moyens seront consacrés à mettre la police au goût du XXIe siècle, à la fois dans les moyens dont elle dispose mais aussi dans l'adéquation de ses moyens avec la réalité de la criminalité qui est la nôtre aujourd'hui et qui n'est pas celle d'il y a 25 ans, quand la police intégrée à deux niveaux a été créée dans le cadre de la grande réforme de la police dans notre pays. C'est une tâche qui m'occupe jour et nuit – littéralement – vu l'heure à laquelle on termine les kern pour le moment.

In mijn derde punt kom ik tot de vragen over het strategisch plan voor de federale politie. Op vraag van de minister van Justitie, mevrouw Verlinden, en mijzelf, wordt door de commissaris-generaal en het directiecomité de laatste hand gelegd aan een ontwerp van strategisch plan. Dat is een noodzakelijk initiatief voor de goede werking en coördinatie van een beter gemanagede en meer performante federale politie.

Ik verwijs opnieuw naar de begroting. U weet hoe dat werkt. Ik moet u zeggen dat ik echt verbaasd was toen ik zag dat bijna elk departement zijn eigen budget heeft. Het is bijna onmogelijk om budgetten te transfereren.

C'est vraiment une organisation archaïque, sans parler de la difficulté pour les autorités de la police fédérale de faire des transferts, parfois même de deux personnes d'un service à l'autre, sans devoir se lancer dans des concertations tout à fait impossibles. Il faut aussi pouvoir reconnaître que l'organisation qui a été mise en place au fur à mesure des années ne facilite pas la flexibilité, qui est absolument fondamentale pour un service comme celui de la police fédérale.

Je vous assure que c'est une chose à laquelle j'ai l'intention de remédier. J'insiste un peu parce que je pense que j'aurai besoin de l'appui de cette Chambre et certainement de cette commission pour pouvoir le faire.

Ik kom terug tot het plan. We rekenen erop dat plan te finaliseren en goed te keuren in september 2025.

Het doel van het plan is een duidelijke en ambitieuze visie uit te tekenen voor de ontwikkeling op middellange termijn. Vier thema's zullen aan bod komen, ten eerste, de visie van de federale politie tegen 2030, ten tweede, de uitoefening van de sleutelopdrachten met concrete doelstellingen om de kwaliteit en de impact van de diensten te verbeteren, ten derde, de verbetering van de interne werking, en ten vier, het voorzien in de nodige middelen en de nodige capaciteit.

De ontwikkeling van dat strategisch plan ligt in het verlengde van de opdracht die de commissaris-generaal kreeg bij zijn aanstelling al commissaris-generaal ad interim, met name de continuïteit verzekeren en het management versterken, en de toekomst van de federale politie voorbereiden.

Ik vertrouw erop dat een dergelijk strategisch plan de solide basis kan vormen voor een rationalisering, en vooral de veiligheid van de burger zal dienen.

Het vierde punt gaat over de selectie en de rekrutering.

Pour répondre à Mme Delcourt et à M. Thiébaut, travailler sur de nouveaux engagements est essentiel et la police doit être un employeur moderne et attractif. Et là, on touche à deux points absolument fondamentaux. Il y a un déficit global de 15 % au niveau de la police fédérale, mais avec parfois des déficits beaucoup plus importants dans un certain nombre d'unités. C'est un vrai problème.

Comme j'ai eu l'occasion de le dire à plusieurs reprises, il y a aussi le fait que la police fédérale fonctionne dans le monde d'aujourd'hui. Et dans le monde d'aujourd'hui, recruter des policiers est beaucoup plus difficile au regard de la manière dont le rapport au travail est envisagé. Je n'ai pas de jugement de valeur par rapport à cela; c'est une réalité dans laquelle nous vivons. Mais on est confronté à cette réalité par rapport à un métier de police qui a un certain nombre d'exigences.

J'accorde une grande importance à la recherche de candidats via par exemple des viviers ciblés, à la sélection de ces mêmes candidats, à l'engagement des lauréats et à leur formation. Depuis septembre 2021, une nouvelle procédure de sélection et de recrutement est mise en œuvre. Ses principaux objectifs sont notamment de réduire le délai de sélection à 90 jours – ce que je compte mettre en application extrêmement rapidement – et, compte tenu du marché du travail concurrentiel, d'attirer et fidéliser non seulement des profils généraux mais aussi des profils spécialisés, tels que des experts financiers et des spécialistes de la cybercriminalité pour n'en citer que deux, au moyen de parcours de carrière adaptés.

L'évaluation de cette procédure est toujours en cours mais certains points d'amélioration sont déjà clairs, tels que la nécessité d'une meilleure coordination entre la mobilité interne et le recrutement externe ainsi qu'un besoin d'appui numérique renforcé. Un plan d'action sera élaboré à court terme.

Le plan de personnel "flexible", c'est le mot magique, vise à introduire davantage de souplesse par rapport au tableau organique strict actuellement en vigueur, tel que fixé par l'arrêté royal du 27 octobre 2015. L'objectif est de permettre à la police fédérale d'adapter plus dynamiquement ses effectifs en fonction des besoins, des priorités et des moyens disponibles.

Grâce à un plan stratégique pluriannuel aligné sur les objectifs de l'accord de gouvernement fédéral, le plan de personnel flexible doit créer plus de marge de manœuvre en matière de gestion des ressources humaines. J'attends à cet égard les propositions concrètes de la police fédérale.

La modernisation de la formation policière est un processus de réforme stratégique qui fait partie des engagements pris dans l'accord de gouvernement fédéral. Je souhaite même aller plus loin et aborder non seulement l'enseignement policier mais aussi les formations axées sur la sécurité (protection civile, pompiers, sécurité privée) dans la globalité.

Je crois que j'ai déjà eu l'occasion de dire que je compte organiser au dernier trimestre de cette année une grande table ronde ou un pow-wow – je n'ai pas encore défini précisément le mot – sur l'attractivité de la fonction de police. On doit travailler sur le recrutement, sur la formation, sur la formation continue de notre police et sur ses plans de carrière.

Ce n'est pas simple mais je pense que c'est absolument nécessaire si on veut avoir un vivier suffisant pour pouvoir recruter dans les différents services et permettre cette flexibilité non seulement au sein de la police fédérale mais aussi entre la police fédérale et les zones de police locale.

U merkt dat er nog werk op de plank ligt. Ik ben gemotiveerd en ik hoop op jullie te kunnen blijven rekenen om de vele uitdagingen aan te gaan. Ik dank jullie.

Ortwin Depoortere:

Dank u wel, mijnheer de minister. Zoals men dat in het Frans noemt: noyer le poisson . Het ging hier over het welzijn op de werkvloer, het ging over schrijnende getuigenissen van personeelsleden binnen de federale politie, en we zijn geëindigd bij een strategisch plan en de selectie en rekrutering. Uiteraard zijn de budgetten belangrijk en uiteraard is het personeelsbestand belangrijk, maar dat was niet het onderwerp van mijn vraag – misschien wel van andere collega’s, maar niet van mij.

Mijn pertinente vragen gingen over hoe u reageert op al die aantijgingen, hoe u reageert op het verweer van de commissaris-generaal. En ik vraag niet – en dat zal ook blijken uit mijn motie, die ik straks indien, mijnheer Van Tigchelt – het ontslag van de commissaris-generaal. Ik ben niet bezig met een chasse à l’homme , zoals mijnheer Thiébaut het zegt. En tussen haakjes, mijnheer Thiébaut, u bent verwonderd over de reactie van de grootste politievakbond, het VSOA. U ontwaart zelfs communautaire spoken. Maar ik ben verwonderd dat u en uw partij het opnemen voor de top en de gewone personeelsleden, die schrijnende getuigenissen hebben afgelegd, eigenlijk in de steek laten. Dat verwondert mij alleszins van een zelfverklaarde socialistische partij.

We mogen toch niet vergeten, mijnheer de minister, dat het hier ging over de disfuncties, misschien niet alleen bij de persoon van de commissaris-generaal, maar toch zeker in het management van de federale politie, aan de top van die organisatie. Dat men dat nu probeert te ontkennen of te minimaliseren, tart werkelijk alle verbeelding.

En als u inderdaad spreekt over de personeelstekorten – en die zijn er, dat is duidelijk –, dan weet u ook dat de federale politie steeds meer begint te lijken op een Mexicaans leger: met een zeer vette, dikke top en veel te weinig gewone personeelsleden, te weinig soldaten – als ik het zo mag zeggen – op het terrein.

Het verwondert mij ook vandaag dat sommige collega's blijkbaar de voorgeschiedenis van deze hele malaise vergeten zijn, of toch alleszins – bewust of onbewust – niet vermelden. Ik wil u eraan herinneren dat het CORESPO-rapport dateert van 2023. We zijn intussen meer dan twee jaar verder en nu pas kunnen we de minister hier ter verantwoording roepen, kunnen we de commissaris-generaal ter verantwoording roepen. Meer dan twee jaar hebben we moeten wachten op een antwoord. Ik noem dat – en ik trek die woorden niet terug – een vorm van poging tot onttrekking aan de parlementaire controle, mijnheer Van Tigchelt.

Mijnheer de minister, voor het Vlaams Belang is het duidelijk dat hier ook een zware politieke verantwoordelijkheid in het spel is. Bovendien – en dat is wat we wél vragen in onze motie – kan men niet rechter en partij tegelijk zijn. De klokkenluiders, de schrijnende getuigen en getuigenissen, kunnen momenteel nergens terecht binnen de federale politie, want die is rechter en partij tegelijk. Het was daarom dat wij, als Vlaams Belang, een onafhankelijke en externe doorlichting vragen van de federale politie. Dat zou klaarheid brengen, dat zou objectivering brengen en dat zou ook de ongerustheid en de angstcultuur die er heerst bij klokkenluiders binnen de federale politie, minstens gedeeltelijk kunnen wegnemen.

En ik blijf erbij, we gaan de commissaris-generaal inderdaad in september opnieuw horen. Ik hoop dat we tegen dan ook alle documenten te zien krijgen waarop we recht hebben. Als men openbaarheid en transparantie wil, dan moet men het debat ook ten volle durven voeren, ook aan de kant van het management van de federale politie.

In uw regeerakkoord, mijnheer de minister, beloofde u een doorlichting, maar die zou intern moeten verlopen. Ik ben van mening dat deze doorlichting extern moet worden georganiseerd, gezien de situatie, de vele getuigenissen, de grote malaise en het CORESPO-rapport.

Daarom, mijnheer de minister, heb ik een motie van aanbeveling ingediend.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Ik pleit er zeker niet voor dat de heer Snoeck moet vertrekken. Wel vind ik het rapport en de verhalen waarmee wij worden geconfronteerd veraf staan van het verhaal van de heer Snoeck. Daar zit ruis op. De schriftelijk ontvangen antwoorden zijn onduidelijk. Ze zijn van dezelfde vaagheid als het antwoord dat we tijdens de hoorzitting van de heer Snoeck kregen.

Vertrouwen is toch wel het sleutelwoord, zowel binnen de politie als vanuit de politiek. Of het nu ministers, meerderheid of oppositie betreft, ook wij moeten vertrouwen kunnen hebben in de politietop. In die context blijft een en ander mij tegen de borst stuiten. Op een bepaald moment vermeldde u bijvoorbeeld dat men altijd een beroep kan doen op de procedure voor klokkenluiders. Voor veel dossiers die men bij een superieur wil aankaarten, kan men de klokkenluiderprocedure echter niet gebruiken, aangezien die procedure voor uitzonderlijke gevallen is bedoeld. Daarom blijf ik terugkomen op de kwestie van relaties tussen hiërarchische oversten. Wie een probleem heeft met een leidinggevende en niet terechtkan bij de leidinggevende van het hogere niveau omdat beide leidinggevenden een relatie hebben met elkaar, kan onmogelijk naar de klokkenluidersprocedure worden doorverwezen, want die procedure is daarvoor niet bedoeld. Wie met wie samenwoont of welke persoonlijke banden er zijn, hoef ik niet te weten, maar op zijn minst moet voor gevallen van een hiërarchisch probleem een oplossing worden geboden, zodat dergelijke problemen aangekaart kunnen worden.

U zegt dat u geen blind vertrouwen hebt en dat vind ik goed, want ook wij hebben geen blind vertrouwen. Daarom blijven we aandringen. Hopelijk zal de commissaris-generaal in september iets inschikkelijker zijn, uitvoeriger en meer to the point antwoorden. We hebben immers – en daarin zijn wij allemaal bondgenoten – nood aan een sterke politie, aan een stevige federale politie. Dat kan enkel als er voldoende openheid is.

Ik kijk dan ook uit naar de hoorzitting in september.

Éric Thiébaut:

Merci, monsieur le ministre pour vos éclaircissements, vos réponses et certaines prises de position. Je pense que vous avez été mesuré et plein de bon sens dans votre réponse. Je ne vous frotte pas la manche, mais c'était bien. Je pense que, justement, dans ce genre de dossier, il faut garder une certaine mesure. Et le collègue Van Tigchelt l'a dit, il ne faut pas jeter le bébé avec l'eau du bain, il ne faut pas exagérer.

Je reste en outre persuadé qu'il serait intéressant d'auditionner les syndicats. Je l'ai proposé, mais cela a été refusé. On ne peut pas à la fois s'appuyer sur les dires d'un candidat d'un seul syndicat, et refuser par la suite d'entendre tous les syndicats concernés. C'est quand même un peu bizarre. Je redemanderai donc officiellement au président s'il est possible d'organiser des auditions de toutes les organisations syndicales.

J'entends également parler du Comité P, mais ce dernier peut être saisi à tout moment sur simple dépôt de plainte. Dans ce cas de figure de dysfonctionnement, de harcèlement, de problématiques inacceptables, un policier peut s'adresser à l'AIG, mais on pourrait dire qu'elle est sous l'autorité de la police fédérale. Le Comité P est sous l'autorité du Parlement. Il existe quand même des possibilités pour des lanceurs d'alerte, même à la police fédérale.

Pour revenir à M. Snoeck, il s'est expliqué ici. Il nous a envoyé des explications complémentaires qui n'ont pas l'air de satisfaire à 100 % certains de mes collègues. Il reste selon eux des zones d'ombre. Je pense qu'il faut alors profiter de la prochaine audition qui aura lieu en septembre pour éclaircir les choses. Mais il ne faut pas déjà condamner quelqu'un avant même qu'il ait pu s'expliquer. Je trouve cela un peu dur.

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik kan mij vinden in veel zaken die hier tijdens de replieken zijn aangehaald.

Het gaat om transparantie. Zonder transparantie kan er geen vertrouwen zijn. Transparantie moet dus maximaal worden geboden. Als parlementsleden hebben we een beleidsmatige functie, dus die transparantie kan zonder op individuele dossiers in te gaan. We zijn hier geen rechter, geen tuchtorgaan of iets dergelijks in individuele dossiers.

Ik herhaal ook dat de federale politie uiteraard belangrijk is en zal blijven. Het voorbeeld van Sky ECC is aangehaald, en we kunnen veel andere voorbeelden opnoemen.

Waaraan we in de huidige turbulente tijden vooral nood hebben, is aan een federale politie, een overheid en veiligheidsdienst die, zoals in het Engels wordt benoemd, agile zijn, namelijk wendbaar en in staat om de vele uitdagingen op een performante manier aan te gaan. Daarin speelt het personeel een belangrijke rol. De personeelsleden van de federale politie moeten het tenslotte elke dag doen. Zij maken maken het verschil. Ook daarom zijn transparantie en vertrouwen noodzakelijk.

Alles begint naar mijn mening bij de leiding. Lead by example . De commissaris-generaal moet daarin het goede voorbeeld geven, samen met het DIRCOM.

Mijnheer de minister, we rekenen erop dat u daarop samen met ons blijft toezien in de toekomst, aangezien het te belangrijk is.

Catherine Delcourt:

Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses, mais aussi pour tous les commentaires qui les ont accompagnées.

J'aime évidemment vous entendre dire que vous êtes motivé. La police fédérale est une structure forte et elle doit le rester.

En tant que parlementaire, au vu des préoccupations persistantes concernant la gouvernance, le climat interne et les moyens alloués, je resterai attentive. Je continuerai à vous interroger

Je suis très heureuse que M. Snoeck puisse revenir en commission pour se soumettre à nouveau aux questions des parlementaires. Rares sont ceux qui viennent une première fois, répondent par écrit et reviennent ensuite. Cela témoigne d’une volonté de partager l’information.

Je suis convaincue que la tête d’une organisation doit être forte, faire preuve d’intégrité, de transparence et de rigueur, y compris sur le plan budgétaire, afin de susciter la confiance. Cette confiance est essentielle au niveau de la sécurité de notre État de droit.

Voorzitter:

Monsieur Dubois, si vous voulez répliquer, je vous donne la parole.

Xavier Dubois:

Je vous remercie, monsieur le président, de me laisser la possibilité de répliquer.

Je tiens, en tout cas, à vous remercier, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je retiens deux thèmes importants que vous avez cités.

Premièrement, vous avez évoqué le bien-être au sein de la police. Bien entendu, vous condamnez tous les risques mis en lumière ainsi que les atteintes potentielles à l’intégrité mentionnées dans ce rapport. C’est une démarche nécessaire.

J’ai également entendu qu’un audit interne a été lancé, ce qui est une bonne chose. Un plan d’action aurait déjà été établi et transmis aux syndicats. Il serait intéressant de pouvoir en prendre connaissance.

Le deuxième thème est celui de la confiance. Vous établissez cette confiance nécessaire, et vous la garantissez, mais il s’agit d’une confiance qui ne doit pas être aveugle. Il est en effet essentiel d’adopter cette posture: une confiance fondée sur les actions en cours et celles à venir.

Je crois que nous l’avons toutes et tous souligné, un point d’attention majeur sera ce fameux plan stratégique, qui est très attendu.

En conclusion, je ne partage pas l'avis selon lequel le commissaire général se soustrairait au contrôle parlementaire. Ce n'est pas le cas. Il a répondu aux questions en commission, il a répondu par écrit, et il reviendra.

Nous attendons avec grande impatience ce plan stratégique pour pouvoir évaluer la manière dont nous mettrons en œuvre la politique souhaitée par le gouvernement.

Brent Meuleman:

Bedankt, voorzitter, dat u mij de kans geeft om ook te repliceren.

Dank u, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Zoals ik in het verleden al heb gezegd, mensen die elke dag hun stinkende best doen om onze veiligheid te garanderen, verdienen het natuurlijk om ook zelf in een veilige omgeving te kunnen werken. In die zin ben ik bijzonder tevreden met uw strenge veroordeling van alles wat te maken heeft met ongepast gedrag, toxisch leiderschap, pestgedrag enzovoort.

Het is goed dat er een audit loopt. Ik denk dat we allemaal de vinger aan de pols zullen houden en dat u dat als minister ook zult doen. Wij zullen in elk geval ons werk doen. Daarom is het goed dat de commissaris-generaal in september opnieuw naar het Parlement komt om de vragen van de parlementsleden te beantwoorden.

U zult in Vooruit een partner vinden om de broodnodige hervormingen uit te voeren.

Moties

Motions

Voorzitter:

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Ortwin Depoortere en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van de heer Ortwin Depoortere en het antwoord van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris, - overwegende dat de malaise bij de federale politie nefast is voor de veiligheid van onze burgers; - overwegende dat een werkplaats waar grensoverschrijdend gedrag welig tiert, werknemersuitval vergroot en de vele openstaande vacatures moeilijk kan invullen; - overwegende dat de strijd tegen georganiseerde misdaad en zware criminaliteit cruciaal is; - overwegende dat persoonlijke belangen van individuele functionarissen de operationele capaciteit van anderen niet mogen hinderen en de hele organisatie niet mogen schaden; vraagt de regering - het welzijn en de veiligheid van agenten, inspecteurs en personeelsleden van de federale politie in het algemeen te verzekeren; - de gebouwen van de veiligheidsdiensten naar behoren te onderhouden; - een externe doorlichting te bevelen van de federale politie; - het Comité P op te dragen de vele klachten van en getuigenissen over wangedrag te onderzoeken; - de machtsposities van betrokkenen waar nodig te herzien; - grondige interne hervormingen voor te bereiden en uit te voeren teneinde een herhaling van wanbeleid alsook wanbeheer te voorkomen. " Une motion de recommandation a été déposée par M. Ortwin Depoortere et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de M. Ortwin Depoortere et la réponse du ministre de la Sécurité et de l’Intérieur, chargé de Beliris, - considérant que le malaise au sein de la police fédérale nuit à la sécurité des citoyens; - considérant qu'un lieu de travail où les comportements inappropriés sont monnaie courante entraîne une augmentation de l'absentéisme et des difficultés à pourvoir les nombreux postes vacants; - considérant qu'il est essentiel de lutter contre le crime organisé et la grande criminalité; - considérant que les intérêts personnels de fonctionnaires individuels ne peuvent pas entraver la capacité opérationnelle des autres fonctionnaires ni porter atteinte à l'organisation dans son ensemble; demande au gouvernement - de garantir le bien-être et la sécurité des agents, des inspecteurs et des membres du personnel de la police fédérale en général; - d'entretenir comme il se doit les bâtiments des services de sécurité; - d'ordonner un audit externe de la police fédérale; - de charger le comité P d'enquêter sur les nombreuses plaintes et les nombreux témoignages concernant des comportements inappropriés; - de revoir, si nécessaire, la situation des personnes concernées au sommet de la hiérarchie; - de préparer et de mettre en œuvre de profondes réformes internes afin d'éviter que des problèmes de mauvaise politique et de mauvaise gestion ne se répètent.. " Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Catherine Delcourt. Une motion pure et simple a été déposée par Mme Catherine Delcourt . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

Het Defensieplan

Gesteld door

VB Wouter Vermeersch

Gesteld aan

Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)

op 15 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De normeringsopdracht uit het Defensieplan 2025—waarbij departementen hun NAVO-conforme defensie-uitgaven moesten identificeren en structureren—is nog niet afgerond, ondanks de deadline van 1 juli 2025, wat vertrouwen in de regering ondermijnt volgens de oppositie. Minister Van Peteghem bevestigt dat de oefening lopende is en enkel een administratieve herclassificatie (COFOG) betreft, maar geeft geen concrete resultaten of nieuwe termijn. De kritiek spitst zich toe op herhaald uitstel bij cruciale defensie- en begrotingsdossiers, wat als structureel falen wordt afgeschilderd.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de voorzitter, in het zogenaamde Defensieplan ‘Strategische bijdrage aan vrede door kracht’ van 12 april 2025 stond op pagina 10 te lezen dat de ministers van Defensie en Begroting vóór 1 juli 2025 aan de regering zouden rapporteren over het resultaat van de normering voor 2025. Daartoe zouden de ministers van Defensie en Begroting, ik citeer: “aan alle federale en regionale departementen vragen welke lopende en toekomstige uitgaven, inclusief investeringen en dual-useprojecten, onder de NAVO-norm kunnen komen”. De departementen zouden, ik citeer opnieuw: “deze oefening aanvullen met onderzoeken welke wijzigingen moeten gebeuren om lopende en toekomstige uitgaven en investeringen in de toekomst te structureren, zodat ze wel onder de NAVO-norm vallen”.

Ten eerste, mijnheer de minister, wat waren de resultaten van de onderzoeken door de federale en regionale departementen?

Ten tweede, kunt u toelichten of het resultaat van de normering voor 2025 reeds aan de regering is medegedeeld? Dat moest op 1 juli 2025 gebeuren.

Ten derde, indien dat het geval is, kunt u het resultaat met het Parlement delen?

Vincent Van Peteghem:

In het Defensieplan werd bepaald dat een deel van de structurele financiering zal gebeuren door middel van de normering van bestaande en toekomstige uitgaven, die natuurlijk beantwoorden aan de NAVO-definitie van een defensie-uitgave.

In dat kader zullen de minister van Defensie en ikzelf aan alle departementen en instellingen verzoeken om in het kader van een meerjarenbegroting na te gaan welke van de lopende en geplande investeringen in aanmerking kunnen komen om onder de NAVO-norm te worden gecategoriseerd. De normering betreft een administratieve verschuiving in de COFOG-classificatie van uitgaven.

De oefening wordt momenteel afgerond en zal ook worden voorgelegd aan de regering. Een gelijkaardige oefening kan worden opgezet voor de veiligheidsgerelateerde investeringen die de nationale weerbaarheid zullen versterken.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de minister, in het Defensieplan van 12 april 2025 staat op pagina 10 te lezen dat de ministers van Defensie en Begroting vóór 1 juli 2025 aan de regering zouden rapporteren over het resultaat van de normering voor 2025. Uit uw antwoord begrijp ik echter dat dat niet is gebeurd en dat u daarover dus nog niet hebt gerapporteerd. Als zelfs die datum van 1 juli 2025 niet meer heilig is, rest alleen nog maar wantrouwen in uw regering. Wij kunnen alleen maar vaststellen dat u uw eigen deadlines niet haalt over een toch wel heel belangrijk onderwerp, namelijk de defensie-uitgaven. Wij zijn bezorgd over het aanhoudende uitstelgedrag. Wij hebben dat net vastgesteld bij de begrotingscontrole en ook nu weer in het kader van dat Defensieplan. Ook in dat dossier is er opnieuw uitstelgedrag. Dat is naar onze mening geen goede indicator voor het vertrouwen in uw regering.

De bijdrage van de deelstaten bij defensie-uitgaven

Gesteld door

VB Wouter Vermeersch

Gesteld aan

Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)

op 15 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van Peteghem wil dat deelstaten meebetalen aan defensie (via herclassificatie van dual-use uitgaven en steun aan defensie-industrie), maar Vlaanderen weigert omdat het geen zeggenschap heeft over federale defensiebeleid en het principe *"wie bepaalt, betaalt"* verdedigt. Vermeersch kaart aan dat Vlaanderen niet wil opdraaien voor federale tanks zonder bevoegdheden, en dreigt met een machtsverschuiving als budgetten toch worden doorgeschoven. De minister houdt 2% BBP-norm vast voor nu, terwijl de NAVO 5% tegen 2035 eist, maar biedt geen concreet mechanisme voor regionale bijdragen. Kernconflict: budgettaire verantwoordelijkheid vs. federale bevoegdheidsverdeling.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de minister, ik heb een vraag over de bijdrage van de deelstaten aan de defensie-uitgaven. U zegt dat de deelstaten aan de stijgende defensie-uitgaven moeten meebetalen. U wijst op de nieuwe NAVO-doelstelling om de defensie-uitgaven tegen 2035 tot 5 % van het bbp te verhogen. Toch houdt u zelf vast, dat hebben we daarnet nog gehoord, aan de 2 %-norm voor deze legislatuur.

U wijst nadrukkelijk naar de regio’s voor de medeverantwoordelijkheid in het behalen van de Europese en NAVO-doelstellingen. U vreest wel dat de nieuwe NAVO-regels ertoe kunnen leiden dat de deelstaten alleen zullen kunnen bijdragen aan de extra 1,5 % die bedoeld is voor infrastructuur of cyberveiligheid en dus niet aan de pure defensie-uitgaven op zich.

Mijnheer de minister, hoe verantwoordt u dat de deelstaten zouden moeten bijdragen aan de federale defensie-uitgaven, terwijl zij geen enkele zeggenschap over het federale defensiebeleid hebben?

Hoe rijmt u het pleidooi voor bijdragen van de deelstaten met de verdeling van de inspanningen binnen het federale model? Is dit geen flagrante schending van het beginsel van budgettaire responsabilisering?

Hoe verklaart u dat u vasthoudt aan de 2 %-norm voor de defensie-uitgaven, terwijl de NAVO zelf een verhoging naar 5 % als doel tegen 2035 vooropstelt?

Vincent Van Peteghem:

Mijnheer Vermeersch, de deelstaten worden inderdaad betrokken bij de verhoging van de defensie-uitgaven, waartoe ons land zich heeft geëngageerd.

Op het moment dat van ons land een grote inspanning wordt verwacht voor onze veiligheid, is het niet meer dan logisch dat iedereen zijn bijdrage levert. Het is aan de minister van Defensie en mijzelf om aan alle federale en regionale departementen te vragen welke lopende en toekomstige uitgaven – inclusief investeringen in dual-useprojecten – onder de NAVO-norm zouden kunnen vallen. Het gaat daarbij uitdrukkelijk om de verschuiving van uitgaven inzake classificatie.

Hiervoor wordt uiteraard een mechanisme uitgewerkt dat rekening houdt met de beslissingen die tijdens de laatste NAVO-top zijn genomen. Samen met de regio’s bekijken we ook hoe de productie van militair materiaal en de defensie-industrie in ons land beter kunnen worden ondersteund.

Wouter Vermeersch:

Dank u, mijnheer de minister. Het was een zeer wollig antwoord en geen concreet antwoord op toch wel een heel concrete problematiek. Het principe is duidelijk: wie bepaalt, betaalt. Het kan niet zijn dat er Vlaams geld moet worden gegeven voor federale bevoegdheden. Als dat toch het geval zou zijn in een nijpende budgettaire situatie, moeten er dringend meer bevoegdheden naar Vlaanderen komen, zodat Vlaanderen kan bepalen en pas later betalen. Laat dat heel duidelijk zijn. U wilt misschien wel Vlaamse centen voor federale tanks, maar u vergeet dat Vlaanderen geen sleutel heeft tot de legerkazernes. Dat kan dus uiteraard niet. We zullen er ook in dat verband op toezien dat de factuur niet opnieuw naar Vlaanderen en de Vlamingen wordt doorgeschoven, zoals dat wel vaker gebeurt met de Belgische regering.

De wenselijkheid van een defensiebelasting voor de begroting

Gesteld door

VB Wouter Vermeersch

Gesteld aan

Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)

op 15 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de mogelijke invoering van een defensiebelasting om de gestegen NAVO-norm (5%) en structurele defensie-uitgaven te financieren. Minister Van Peteghem (Begroting) sluit de optie niet uit ("geen taboes"), maar benadrukt eerst bestaande hervormingen en de regeerakkoord-verdeelsleutel, zonder concrete plannen of timing. Vermeersch (Vlaams Belang) verwerpt nieuwe belastingen fel, wijst op het "moddervette" België en pleit voor 5 miljard besparingen (EU, asiel, politiek) in plaats van "gemakkelijkheidsoplossingen". Premier De Wever en minister Prévot lieten eerder al ruimte voor een defensiebelasting, maar MR (Bouchez) verzet zich; de regering onderzoekt alle opties (inkomsten, bezuinigen, schulden).

Voorzitter:

Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat ik vandaag al een antwoord heb gehoord op de volgende vraag, over de wenselijkheid van een defensiebelasting voor de begroting.

Wouter Vermeersch:

U hebt goed geanalyseerd, mijnheer de voorzitter, dat de vraag al gesteld is, maar het antwoord is er nog niet op gekomen. Mevrouw Merckx heeft dat daarnet ook opgemerkt. Wat betreft die defensiebelasting, is er nog geen antwoord gekomen van de minister. Ik probeer het nog eens.

Na afloop van de NAVO-top is duidelijk geworden dat de NAVO-norm op 5 % zal liggen. Dergelijke recurrente uitgaven veronderstellen echter structurele financiering. Binnen de regering gingen al verschillende stemmen op om een defensiebelasting in te voeren. Zo liet premier De Wever midden mei in een interview met de RTBF reeds een kier open voor een defensiebelasting. Ook de minister van Buitenlandse Zaken, de heer Prévot van Les Engagés, stelde al dat nieuwe belastingen een optie zijn om de defensie-uitgaven te financieren. Volgens hem zijn er drie opties: nieuwe inkomsten verwerven, knippen in de uitgaven of bijkomende schulden maken, opties die zonder taboes moeten worden bekeken. Enkel de heer Bouchez, partijvoorzitter van de MR, en zijn partij lijken binnen deze regering duidelijk gekant tegen nieuwe belastingen. Hoewel, we moeten eerlijk zijn, ze hebben er ondertussen in deze legislatuur al een paar ingevoerd. De minister van Begroting stelde al herhaaldelijk dat de investeringen in defensie gecompenseerd moeten worden, wat dus een structurele financiering impliceert. Inmiddels is duidelijk dat zelfs de structurele financiering van de afgesproken 2 %-norm uitblijft.

Wat is het standpunt van de minister van Begroting over een defensiebelasting?

Hoe en wanneer beoogt de minister de structurele financiering te realiseren?

Ik hoop nu wel op een duidelijk antwoord.

Vincent Van Peteghem:

Ik gaf eerder al aan dat ik geen taboes wil uitspreken wat betreft de structurele financiering van het defensieplan, die jaarlijks bij de begrotingsopmaak geëvalueerd wordt. Dat betekent niet dat ik een defensiebelasting een goed idee vind, maar het is belangrijk dat we erover waken dat de reeds besliste structurele hervormingen ook effectief uitgevoerd worden en dat de beoogde rendementen ook effectief behaald worden, alvorens nieuwe initiatieven uit te werken.

Ik weet dat ik mezelf herhaal, maar de verdeelsleutel die in het regeerakkoord werd afgesproken, geldt daarbij als leidraad voor eventuele bijkomende inspanningen.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de minister, ik vind dat u nu wel een duidelijk antwoord gaf. U zegt dat er geen taboes zijn, dus ik begrijp heel duidelijk dat u een defensiebelasting op dit moment niet uitsluit, dat dit voor u een van de opties is om tot een structurele financiering van die defensie-uitgaven te komen. Bij mijn weten is dit de eerste keer dat u daarover zo duidelijk antwoordt en dat is toch wel opmerkelijk. Laat het duidelijk zijn, wij zijn daar wel tegen gekant. Wij vinden dat er in dit land, dat wereldkampioen is inzake belastingen, geen nieuwe belasting moet komen, maar dat die andere opties moeten worden bekeken. Er kan worden geknipt in de uitgaven. Deze Belgische Staat is immers nog altijd moddervet en er zijn heel wat besparingen te realiseren. Dat is de eerste weg waarnaar moet worden gekeken. Een echt kerntakendebat is aan de orde. Zo heeft het Vlaams Belang tijdens de begrotingsdiscussie maar liefst 5 miljard euro aan besparingen voorgelegd, inzake de uitgaven aan de Europese Unie, de asielfactuur, een aparte sociale zekerheid voor nieuwkomers en besparingen op de politieke structuren in dit land, zoals de Senaat en de provincies. Dat zijn allemaal zaken waarnaar we in de eerste plaats moeten kijken in plaats van opnieuw te gaan voor de gemakkelijkheidsoplossing, een zoveelste nieuwe belasting. Uw regering is al gekomen met een meerwaardebelasting en deze is zelfs nog niet ingediend, besproken of goedgekeurd in dit Parlement of de regering-De Wever spreekt alweer over een nieuwe belasting. Premier De Wever heeft de deur op een kier gezet, net als de heer Prévot, en nu dus ook duidelijk de minister van Begroting, die zegt dat er geen taboes zijn, dat een defensiebelasting wel degelijk een van de opties is om tot een structurele financiering van de defensie-uitgaven te komen. Wij betreuren dat.

De financiering van de defensie-uitgaven

Gesteld door

Open Vld Alexia Bertrand

Gesteld aan

Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)

op 15 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van Peteghem bevestigt dat de financiering van defensie (via bevroren Russische tegoeden) onzeker is en wijst op valkuilen: compensatie via de ontsnappingsclausule, activa-verkoop (bv. Belfius) of structurele maatregelen—maar die ontbreken nog en er is geen regeringsconsensus. Bertrand kaart aan dat dit nee uitloopt op nieuwe belastingen (geen draagvlak voor besparingen) en dat lastenverlagingen dreigen uit te blijven door stijgende schulden, terwijl de minister geen concreet plan B biedt.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de minister, u hebt meermaals beloofd dat de stijgende defensie-uitgaven structureel gefinancierd zouden worden en dat ze volledig gecompenseerd zouden zijn. Volgens de begrotingsdocumenten en de analyse van het Monitoringcomité blijkt die belofte allerminst vervuld te zijn. Ik verwijs naar een bepaalde passage uit het verslag van het Monitoringcomité: “Er wordt van uitgegaan dat over de volledige periode 2025-2030 ontvangsten uit de belastingen op de opbrengsten van de bevroren Russische tegoeden zullen worden gerealiseerd.” We weten echter dat dat allesbehalve zeker is. "Daarnaast wordt er eveneens van uitgegaan dat de door de regering voorziene structurele financiering effectief zal worden gerealiseerd." Dat zijn vrij optimistische assumpties.

Hoe realistisch acht u die veronderstellingen? Wat als die opbrengsten uit de Russische tegoeden toch uitblijven? Hebt u een plan B? Hebt u een alternatief om die inkomsten toch te halen? Komt er dan alsnog een nieuwe belasting, een soort defensieheffing? Wat vindt u van de uitspraken van uw collega van Vooruit over die nieuwe heffing? Moeten de deelstaten volgens u ook bijdragen aan de defensie-inspanningen? U hebt dat enkele weken of maanden geleden al gesuggereerd. Hoe zou dat dan praktisch werken, nu ook hun begrotingen systematisch in het rood staan?

Vincent Van Peteghem:

Mevrouw Bertrand, uw eerste vragen gaan over bevoegdheden van de minister van Financiën. Ik kan daar moeilijk uitspraken over doen, zeker wat betreft de waarschijnlijkheid van die specifieke fiscale inkomsten.

Indien de inkomsten uitblijven, heeft de regering in het defensieplan duidelijk afgesproken dat als na verloop van tijd de vennootschapsbelasting op de winst van de beheerde bevroren activa niet meer beschikbaar is, het bedrag gelijkwaardig zal worden gecompenseerd via een ruimer gebruik van de ontsnappingsclausule, met gelijkwaardige compensatie door extra verkoop van activa en via structurele maatregelen. U zult mij ook verontschuldigen voor het feit dat ik op enkele van uw andere vragen vandaag al meermaals heb geantwoord. De belangrijkste boodschap die u wilde horen, was natuurlijk op welke manier we die defensie-uitgaven zullen financieren, zeker wat betreft het gedeelte dat via de bevroren tegoeden zou moeten worden gedragen. Op die vraag had ik vandaag nog niet geantwoord.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de minister, dank u wel, maar uw antwoord is zeer vaag. U wilt gebruik maken van de ontsnappingsclausule en activa verkopen, maar daarover is er geen eensgezindheid in uw regering. De heer Bouchez is immers nog niet klaar om Belfius te verkopen, lees ik in de pers. Dat zijn ook geen structurele opbrengsten. Dat zal het probleem niet oplossen. Het gaat voor u over de ontsnappingsclausule, de verkoop van activa en een derde optie is het vinden van andere structurele inkomsten, waarover evenmin al eensgezindheid bestaat. Dat betekent waarschijnlijk nieuwe belastingen. Dat is de piste die wij horen. Ofwel moet u besparen, ofwel moet u nieuwe inkomsten vinden en dat betekent nieuwe belastingen. Er is geen consensus om te besparen binnen de sociale zekerheid, dus ik vermoed dat dat betekent dat we op weg zijn naar nieuwe belastingen en dat is precies de vrees. Tot nu toe hebben we belastingverhogingen gezien in het kader van de programmawet van de regering, maar de lastenverlagingen zijn er niet. Die komen volgens u tegen het einde van de legislatuur. Ik hoop dat we ze nog gaan zien, want ze zijn nog niet gefinancierd. Gelet op de begrotingstekorten en de stijgende schuld die we nu al zien, vrees ik dus dat de lastenverlagingen er nooit zullen komen. U geeft dus een vaag antwoord, omdat u zelf waarschijnlijk nog geen antwoord hebt. Ik hoop dat daar snel een oplossing voor komt.

De NAVO-top en de defensie-uitgaven
De NAVO-top in Den Haag
NAVO-top en defensiebeleid

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de NAVO-doelstelling van 5% BBP voor defensieuitgaven, waar kritiek op komt van Hedebouw (PTB) die waarschuwt voor een gevaarlijke wapenwedloop, sociale ontmanteling en afhankelijkheid van de VS, terwijl De Wever (N-VA) benadrukt dat Europa’s veiligheid dreigt door Russische agressie en pleit voor een realistische, gefaseerde verhoging (2% nu, 3,5% in 2035) met Europese autonomie als doel—maar zonder garanties dat sociale zekerheid gespaard blijft. Lacroix (PS) eist Europese strategische autonomie, innovatieve financiering (bv. bevroren Russische activa) en afwijzing van extra F-35’s, terwijl hij de regering beschuldigt van onduidelijkheid over budgettaire keuzes en risico’s voor burgers. De motie van Lacroix bepleit een 2%-plafond (geen 5%), focus op Europese defensie-industrie en bescherming van sociale rechten.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de eerste minister, de laatste NAVO-top heeft uiteindelijk besloten dat alle NAVO-landen 5 % van hun bruto binnenlands product moeten uitgeven aan militaire doeleinden, aan wapens. Dat is enorm. Vandaag geven de 32 NAVO-landen samen al 1.275 miljard dollar uit aan wapens. Als we naar de 5 % zouden gaan, zouden alle NAVO-landen samen 2.758 miljard dollar aan wapens uitgeven. Dat is meer dan wat alle landen in de wereld vandaag samen uitgeven, dus inclusief de NAVO-landen, China, Rusland, India, Israël, Japan, Oekraïne en Saoedi-Arabië.

Dat is een uitzonderlijke verhoging van de militaire uitgaven. De vraag die nu rijst, is of dat ons dichter bij vrede zal brengen, mijnheer de eerste minister. Zoveel wapens in de wereld... Ik denk eerder dat zoveel wapens ons richting oorlog zullen duwen.

Vandaag geven de NAVO-landen 12 keer meer uit aan wapens dan Rusland. Als we naar de 5 % gaan, geven we 20 keer meer uit dan Rusland. Waar stopt het? Gaan we naar 21, 22 of 23 keer meer? Waar stopt de wapenwedloop? Dat is volgens mij de vraag die veel mensen in ons land zich stellen.

Vanwaar zal dat geld komen, mijnheer de eerste minister? Jarenlang werd er gezegd dat er geen geld was en nu blijkt dat er toch geld is. Ik denk dat u dat geld wilt halen bij de gepensioneerden, bij de langdurig zieken, bij onze sociale zekerheid. Dat zal ons natuurlijk niet dichter bij vrede brengen.

Er is nogal onduidelijk gesproken over de stijging van 2 % naar 5 %. Kunt u mij garanderen dat wij over 5 à 10 jaar geen 5 % zullen uitgeven?

Christophe Lacroix:

Monsieur le premier ministre, nous avons eu l'occasion d'évoquer le sujet ce matin dans la commission qui porte sur les questions européennes. Nous sommes tous d'accord sur le fait que le contexte géopolitique est bouleversé et nettement moins stable que celui que nous avons connu lors de la guerre froide, pendant laquelle deux blocs s'opposaient. En l'occurrence, nous sommes face à une multitude de blocs dirigés par des autocrates dont la tête n'est pas toujours bien faite ni bien pleine. Dès lors, face à ce contexte, un accroissement des moyens en matière de défense afin d'assurer notre sécurité et de défendre les valeurs démocratiques peut être et est d'ailleurs justifié.

Néanmoins, un tel accroissement – et c'est là que nos opinions divergent – ne peut se faire n'importe comment ni à n'importe quel prix, par exemple en remettant en cause un pilier fondamental que constituent la sécurité sociale et les services publics dans notre pays, qui font d'ailleurs partie de l'effort de résilience dans un État menacé. Nous avons besoin de la cohésion de la population derrière son gouvernement, et cette cohésion ne se fait pas uniquement par une vision offensive, mais aussi par une vision qui consiste à préserver les droits sociaux. Je suis bien évidemment convaincu que les débats ne peuvent se cantonner à fixer, de manière dogmatique et idéologique, des objectifs budgétaires, sans que ne se pose la question du financement.

Évidemment, il est toujours plus facile d'inscrire dans un budget des crédits de dépenses plutôt que des crédits de recettes. Aujourd'hui, votre gouvernement louvoie entre différentes positions et, si nous écoutons les uns et les autres, il n'est pas question de nouvelles taxes, on a recours à des one shots , à un fonds devant être créé par le biais des institutions et des organes de l'État qui gèrent ces institutions publiques. Bref, on n'y voit pas très clair, et je sais que vous êtes toujours à la recherche de solutions.

La recherche de synergies européennes sur les plans humain, stratégique et géopolitique, mais aussi la mobilité militaire et industrielle, sont des éléments cruciaux. L'heure est à l'avènement d'un véritable pilier européen au sein de l'OTAN, un pilier que nous défendons, nous socialistes, depuis 2012. Il revient à notre pays de continuer pleinement à jouer son rôle en la matière, ainsi que nous le permettaient le plan STAR et la stratégie DIRS. Je crois qu'effectivement, nous devons vraiment activer tous les leviers mis en place par la Commission européenne, sans pour autant remettre en cause les politiques de solidarité intra-européenne (comme les fonds de cohésion) ou procéder à la vente d'actifs stratégiques, ce qui serait plutôt dramatique.

D'autres pistes de financement innovantes sont possibles, comme la saisie des fonds russes gelés, mais je connais déjà votre position en la matière. Et je crois qu'effectivement, il faut faire preuve d'une certaine prudence, même si c'est une occasion qu'il ne faut pas balayer d'un revers de main.

Je suis convaincu que la stratégie belge et européenne en matière d'autonomie stratégique doit se faire dans le cadre d'une approche globale des conflits, en privilégiant toujours la diplomatie et la recherche d'une solution de paix durable.

Monsieur le premier ministre, quelle position avez-vous défendue au sommet de l'OTAN qui a eu lieu en juin dernier? Quelle est véritablement la position de notre pays quant au budget de défense et la part de PIB, et sa soutenabilité pour les États membres de l'Alliance? L'Espagne a tenu bon sur les 2 %. Chez nous, on parle de 2 %, 3,5 % auxquels on ajoute 1,5 %, etc. Bref, tout cela me semble un peu confus et je ne sais pas comment vous allez réconcilier cela avec la vision stratégique du ministre de la Défense et son plan de réarmement, ainsi que les crédits de recettes que vous allez chercher.

Quelle vision avez-vous en matière d'autonomie stratégique européenne, sur le plan industriel, alors qu'on annonce beaucoup d'achats – notamment américains –, en particulier ces fameux F-35? Enfin, quelle est votre vision quant à une approche globale des conflits et à la contribution de la Belgique à l'approche 3D (Défense, Diplomatie, Développement)?

Bart De Wever:

Mijnheer Hedebouw, 12 keer meer dan Rusland, dat is in termen van geld. Ik meen dat het militair beter is in termen van capaciteiten te spreken. Dan is de realiteit dat Rusland vandaag op enkele maanden een productiecapaciteit heeft opgebouwd die de NAVO pas op één jaar kan realiseren.

We zitten dus met een probleem. De kosten van iemand die dusdanig aan zijn productieapparaat werkt – een Russische soldaat krijgt minder wedde en ook de pensioenen worden daar niet meegerekend, hier wel – moet men berekenen in termen van capaciteiten. Als men de uitgaven vertaalt naar de capaciteiten, ziet men dat er een dramatisch onevenwicht is in dat land, dat blijkbaar voor een totale oorlogslogica gekozen heeft.

Ik hoop samen met u dat het stopt, dat er een regimewissel komt of dat er een andere strategische visie komt. Ik meen dat Rusland zich verkeken heeft op het conflict in Oekraïne. Men dacht daar dat het zeer kort zou duren, maar Rusland is vastgelopen in een zeer langdurige oorlog zonder dat het daarvoor een strategisch plan had. Van de weeromstuit is het verzeild geraakt in een totale oorlogslogica. Die kan niet onbeantwoord blijven, want aan dit tempo zal Rusland over enkele jaren perfect in staat zijn om NAVO-gebied te testen, zoals dat heet.

Dat zal dan waarschijnlijk eerst Moldavië zijn en de volgende op de agenda wordt wellicht een Baltische staat, een van die kleintjes, waar men een test kan doen van de weerbaarheid van het NAVO-grondgebied, van artikel 5 en van de bereidheid van alle geallieerden om op te treden.

Er zijn redenen om aan die weerbaarheid te twijfelen. In Washington kan het regenen of de zon kan schijnen. Het hangt af van de dag of van de week of van de stand van de maan af. Dat er redenen zijn om aan de weerbaarheid te twijfelen is zeker, of we dat nu willen of niet.

Qu'on le veuille ou non, on devra dépenser beaucoup plus en Europe pour notre stratégie autonome, pour développer des capacités que nous n'avons pas, et pour être capables d'organiser une force de dissuasion vis-à-vis de la Russie ou d'autres pays hostiles ou vis-à-vis d'autres menaces qui pourraient se présenter d'ici cinq ans.

Of wij dat nu graag hebben of niet, dat is de realiteit waar wij voor staan. Die realiteit stelt budgettaire eisen.

Monsieur Lacroix, vous posez la bonne question: comment les financer? On avait prévu, dans l'accord de gouvernement, d'avoir une trajectoire à 2 % d'ici 2029 mais nous avons été obligés de précipiter les ambitions et de réaliser les 2 % déjà cette année-ci. Ce sont les 2 % que M. Di Rupo avait promis au Pays de Galles en 2014 déjà, mais que nous n'avons jamais réalisés. Malheureusement, les gouvernements précédents n'ont fait que des économies sur la défense et notre pays a pleinement pris le dividende de la paix.

Ik moet u er toch aan herinneren dat wij tijdens de Koude Oorlog een inspanning van 3,5 % deden. Dat was het vaste uitgavenritme. Zij die beweren dat die norm hel en verdoemenis is, dat dat onmogelijk is en niet kan, moet ik erop wijzen dat wij decennialang op die manier hebben geleefd, omdat de oorlogsdreiging tijdens de Koude Oorlog van die aard was dat er voldoende afschrikking moest zijn. Dat vertaalde zich in een uitgave van 3,5 %.

Wij zijn niet in een heel uitzonderlijke situatie terechtgekomen, wij zijn naar het oude normaal teruggekeerd. Vooral de voorbije 25 jaar, sinds de val van het Oostblok, hebben wij op een heel naïeve en voluntaristische manier het vredesdividend opgezogen.

Nu staan wij heel pijnlijk met de broek op de enkels, in totale afhankelijkheid van de Verenigde Staten die dat niet hebben gedaan. Zij zijn veel blijven uitgeven. Wij worden nu geconfronteerd met een totale kwetsbaarheid ten opzichte van imperialisten in het Oosten die de wapens durven laten spreken. Dat is dus een penibele situatie.

Donc, quels moyens pour les financer? On peut commencer avec des one shots . On a aussi la souplesse budgétaire que l'Europe nous a offerte et que nous allons utiliser dans les année à venir. On peut être créatifs pour le démarrage; on peut parler des avoirs russes mais je suis très content, monsieur Lacroix, que vous plaidiez aussi pour la prudence. J'ai entendu votre président de parti il y a un ou deux mois à la Chambre. Il était très volontariste et il m'accusait d'être presqu'un lâche de ne pas simplement oser prendre les avoirs russes pour les dépenser pour la défense et pour l'Ukraine. Je pense que c'est de la folie et je suis très content que maintenant, vous dites que c'est une piste que l'on peut envisager, mais en étant extrêmement prudents.

Quelle position ai-je défendue pendant le sommet de l'OTAN? Il faut être réaliste. On défend la position avant le sommet. Le sommet, c'est presqu'une messe. On a trois minutes pour s'exprimer. Ce n'est pas là qu'on négocie. C'est avant le sommet que l'on doit négocier. On l'a pleinement fait, de manière quelque peu ouverte. Avec M. Prévot à Antalya, nous avions convenu de speaking points . Il l'a fait avec beaucoup d'enthousiasme. Tout le monde a remarqué que la Belgique, à ce moment-là, a osé dire que 5 % c'était trop, que ce n'était pas réaliste et que le délai était trop court. Nous avons dit que nous ne pouvions pas le réaliser et que nous plaidions pour un délai plus long, une souplesse dans la trajectoire, pour un moment d'évaluation. Je constate avec vous qu'à ce moment-là, nous étions tous seuls à Antalya. Même l'Espagne ne s'est pas exprimée.

Nous avons obtenu tout ce qu'on voulait. Le délai de sept ans est devenu un délai de 10 ans. Il n'y a pas de trajectoire incrémentale obligatoire, ce qui est très important. Donc, on peut rester à 2 % pendant cette législature. On a prévu une augmentation à 2,5 % en 2034. Certains vont dire que si on doit être à 3,5 % en 2035, cela n'est pas très réaliste d'augmenter à 2,5 % en 2034, que c'est trop tard. Mais nous avons aussi prévu une évaluation en 2029. Espérons que le monde sera plus gentil dans quelques années. Peut-être peut-on voir la fin de la guerre en Ukraine, un autre régime en Russie, je n'en sais rien, mais espérons que l'on va évoluer dans le bon sens.

Donc, en 2029, nous avons prévu une évaluation. À ce moment-là l'objectif reste de 3,5 %, parce que 1,5 % est un ensemble de dépenses pour la résilience, et je suis convaincu que dans la comptabilité, si on fait l'addition de tout ce que l'on fait déjà en termes de mise en œuvre, nous allons y arriver. Ce ne sera pas un grand problème d'arriver à 1,5 %. Ce sont les 3,5 % de dépenses militaires strictes qui seront, pour notre pays, très difficiles à réaliser, même dans un délai de 10 ans.

Espérons qu’en 2029, nous serons sur une trajectoire un peu plus basse. Sinon, cela demandera encore des mesures très fortes.

Pendant la législature de l’Arizona, nous devons atteindre 2 %. C’est déjà un grand problème. Je ne vais pas le nier. Nous avons prévu une trajectoire. Nous commençons avec des one shots , et nous comptons également l’aide bilatérale que nous fournissons à l’Ukraine. Cela compte pour un milliard. C’est un milliard que nous avons gratuitement, grâce à l’ISOC sur les avoirs russes. C’est donc déjà un milliard.

Nous bénéficions d’une souplesse budgétaire au niveau européen pour les prochaines années, mais cela ne durera pas. Nous avons prévu une trajectoire dans laquelle, chaque année, nous sommes obligés de trouver un espace structurel dans le budget afin d’augmenter les dépenses en matière de défense.

Il ne sera pas facile d’atteindre 2 %, puis 3,5 % en 2035. J’espère que nous ne devrons pas le réaliser. Ce serait extrêmement difficile. Mais dire que c’est impossible, que c’est inouï ou du jamais vu, ce n’est simplement pas vrai. Nous l’avons toujours fait, jusqu’à la fin des années 1990.

Quant aux F-35, allons-nous encore en acheter? Est-ce nécessaire? L’OTAN nous oblige à réaliser des capacités. Pour la Belgique, cela signifie que la force aérienne doit encore être renforcée. Il est certain que nous devons le faire. Devons-nous le faire en achetant des F-35? Certains disent – je l’entends, monsieur Lacroix, monsieur Hedebouw – qu’il ne faut plus jamais acheter américain. Je pense que c’est irréaliste et peu souhaitable. Certaines capacités ne sont pas disponibles en Europe, beaucoup plus chères ou de moindre qualité.

Il faut aussi tenir compte du fait que la Belgique a obtenu, en cas de nouvelle commande de F-35, que ceux-ci seraient fabriqués en Italie. Le fait est que nous avons déjà acquis des F-35. Il est impossible pour une petite force aérienne comme la nôtre d’opérer deux systèmes.

De plus, notre force aérienne est intégrée. Nous coopérons avec les Pays-Bas, qui ont également acquis des F-35 et n’envisagent pas d’acheter un autre système. Si nous achetons des avions de chasse à court terme, ce seront des F-35. On peut espérer que l’Europe sera capable de développer, d’ici 10 ans, un avion de chasse de sixième génération.

Je l’espère, car pour l’instant, il existe deux projets européens visant cet objectif. C’est de la folie. Il faut une consolidation et il faut développer un système européen de sixième génération. Si nous parvenons à le faire d’ici 10 ans, alors il deviendra réaliste d’envisager notre participation à ce projet. Il serait intelligent, en tant que Belgique, de participer à un projet européen, s’il en existe un, et de commencer à remplacer les F-35 par ce nouveau système dès qu’il sera disponible. Mais cela relève d’un avenir situé à 20 ou 30 ans.

C'est inévitable. Si nous avions voulu acheter un avion européen, nous aurions dû commencer le développement d'un avion de chasse de cinquième génération, d'une qualité égale aux F-35, il y a 20 ans. Mais nous ne l'avons pas fait. C'est peut-être dommage, mais c'est la réalité.

Concernant la question sur le 3D (Diplomatie, Développement, Défense, Ordre public), la Belgique est un grand défenseur de l'approche pangouvernementale, the Whole-of-Government Approach , qui signifie que la diplomatie, la défense et la coopération au développement vont de pair. Et l'accord de gouvernement abonde dans ce sens. Je cite: "Nous augmentons également notre résilience grâce à une approche 3D dans le cadre de laquelle la Défense agit de manière coordonnée avec la diplomatie et la Coopération au développement pour continuer à rechercher la stabilité à nos frontières extérieures. Nous mettons en œuvre une approche globale 3D qui se concentre principalement sur la sécurité, la migration, la promotion de l'état de droit et la réalisation des objectifs de développement durable (ODD) avec un accent spécifique sur la Méditerranée et les environs proches de l'Europe. Dans ce cadre, nous adoptons une approche pangouvernementale et nous luttons contre une fragmentation de nos moyens."

Cependant, concernant l'aspect budgétaire, ce pays est en très mauvaise posture et nous devons faire des choix difficiles. Par le passé, la défense était toujours en bas de la liste des priorités, mais en tête de la liste des économies. Nous sommes donc confrontés à un grand défi pour inverser cette situation. Le gouvernement actuel déploie un maximum d'efforts pour augmenter les investissements nécessaires en termes de défense.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de eerste minister, u spreekt over de capaciteiten. Zelfs wanneer we die analyseren, zien we dat de Europese NAVO-landen, dus zonder de Verenigde Staten, vier keer meer oorlogsschepen, drie keer meer pantservoertuigen, twee keer meer gevechtsvliegtuigen en drie keer meer tanks hebben. Ook op het vlak van capaciteiten zitten we dus al hoog.

Wat ik niet goed begrijp, is dat dezelfde mensen zeggen: “We geven nog wat wapens aan Oekraïne en dan zullen we Rusland verslaan. We zullen winnen”. Tegelijk zeggen zij: “Morgen kunnen de Russen op de Grote Markt in Brussel staan”. Wat is het nu? Gaan we de Russen snel verslaan?

Bart De Wever:

(…)

Raoul Hedebouw:

Ik reken helemaal niet op Amerika. Integendeel, ik wijs net op de capaciteit van de Europese landen. De Europese landen van de NAVO hebben drie keer meer pantservoertuigen. U moet goed luisteren, mijnheer de eerste minister.

Ik antwoord op uw argument. U zegt dat we op het vlak van capaciteiten helemaal niet sterk staan, maar dat klopt niet. U zegt zelf ook: we zullen nog wat wapens naar Oekraïne sturen en we gaan winnen. U zegt ook: de Russen zullen een bedreiging vormen op de Grote Markt. Ik geloof daar echt niet in, mijnheer de eerste minister.

U hebt mij trouwens nog altijd niet overtuigd waarom die Trumpnorm van 5 % ons naar vrede zou brengen. Die 5 % werd gewoon door Trump opgelegd, door Amerika, zodat, zoals u vanmorgen zelf hebt gezegd, de Amerikaanse capaciteiten naar China en Azië zouden kunnen verschuiven. Wij gaan dus in België en in Europa onze pensioenen opofferen om de Amerikaanse capaciteiten tegenover China te financieren? Dat brengt ons rechtstreeks naar een derde wereldoorlog, mijnheer de minister.

Zou het niet veel beter zijn om een totaal andere logica te volgen? Ik denk dat Europa moet stoppen met de Amerikanen blindelings te volgen. Dat debat hebben we vanmorgen gevoerd. Op economisch en militair vlak gaan we daaraan kapot. Ik denk dat de wereldorde aan het veranderen is en dat Europa daarin beter zijn plaats zou moeten innemen.

Christophe Lacroix:

Monsieur le premier ministre, vous êtes historien et je le suis aussi. Je pense que vous êtes beaucoup plus talentueux que moi comme historien. Néanmoins, mes petites études d'historien à l'université de Liège m'ont appris qu'en critique historique, il y avait deux principes: d'une part, testis unus, testis nullus et d'autre part, non numerantur, sed ponderantur .

Je m'étonne donc que vous ne teniez pas compte de ces deux adages qui sont attachés à la fonction d'historien quand vous parlez d'Elio Di Rupo au sommet de Cardiff au Pays de Galles. M. Di Rupo ne s'est pas engagé au 2 %. Il a dit qu'il était premier ministre en période d'affaires courantes et qu'il ne pouvait dès lors pas décider des 2 % et que ce serait au gouvernement, qui devrait être constitué, d'assumer ou non la charge des 2 %.

En bon historien, pour être certain que je ne raconte pas des carabistouilles, j'avais interrogé le premier ministre Charles Michel, qu'on ne peut pas suspecter de sympathie par rapport à Elio Di Rupo, qui m'a confirmé ces propos. Je crois donc avoir agi avec beaucoup de discernement pour démystifier l'usage que vous faites, vous et vos ministres, des déclarations de Di Rupo. Ce ne sont pas les vraies déclarations et le bon écrit d'Elio Di Rupo.

Par contre, je vais vous rappeler les actions de votre ministre Vandeput quand vous étiez président de la N-VA.

En 2014, l'Ukraine, la Crimée est envahie par les Russes. Vous dites alors: "Ah, on s'est reposé. On a utilisé les dividendes de la paix." Qu'a fait le ministre Vandeput? Il a fait une coupe claire dans la défense, 1,7 milliard d'euros en moins pour la défense et il y a zéro crédit de dépense pour des munitions en 2016. Zéro munitions ont été achetées sur le crédit 2016. Il a engagé la Belgique dans un plan pour la capacité motorisée de l'armée terrestre à hauteur de 1,5 milliard. Cela nous coûte aujourd'hui 15 milliards d'euros. Enfin, il y a eu une chute des postulants puisqu'il a revu le statut des militaires.

Voilà la véritable histoire et c'est ce qui est arrivé avec la N-VA au pouvoir à la tête de la défense. J'ai donc très peur que cela ne recommence. Vous dites qu'effectivement, l'OTAN c'est une grand-messe. Oui, tout le monde a fait la cour à daddy , si j'ai bien compris. Mark Rutte s'est vraiment effacé et a joué à la carpette pour le président des États-Unis. Je suppose que, si Paris vaut bien une messe, le poste de secrétaire général de l'OTAN vaut bien aussi toutes les controverses et toutes les turpitudes.

Vous ne m'avez pas répondu sur le financement. Si j'ai bien compris, vous êtes toujours à la recherche d'un accord. J'ai dès lors très peur que ces dizaines de milliards vont être utilisés au détriment des finances de nos concitoyens.

Qui va payer, s’il faut en arriver à lever de nouvelles taxes? Ce sera le citoyen. Rien que le coût des F35 s’élève à 6 000 euros par an par ménage. C’est-à-dire, non pas comme vous l’avez proclamé à travers votre gouvernement, 500 euros de plus par an par ménage, mais 500 euros en moins.

Par ailleurs, vous répétez inlassablement que le F35 est la meilleure solution. Je suis d’accord avec vous, mais pour un type d’usage d’avions seulement. Le F35 a été choisi à l’époque dans l’idée d’un avion qui pouvait transporter des armes nucléaires. Mais pour le type avion de chasse, le Rafale est bien plus polyvalent qu’un F35. On doit se poser les bonnes questions. Permettez-moi donc en tant que parlementaire de m’interroger sur les capacités réelles des F35, qui sont certes importantes mais pas polyvalentes; sur le fait qu’en Suisse, une commission d’enquête a été créée par rapport aux surcoûts importants liés à ces avions, et sur le fait, qu’effectivement, dès 2014, la Belgique s’est liée pieds et poings avec les États-Unis en commandant du matériel américain. Je n’ai par ailleurs pas du tout retrouvé dans la note de votre ministre de la Défense Theo Francken la conception d’une politique 3D, que vous défendez. Il va falloir que vous vous parliez, car il y a beaucoup de cacophonie dans ce gouvernement.

Pour toutes ces raisons, j’ai déposé une proposition de recommandation qui appellera à un vote ultérieurement.

Moties

Motions

Voorzitter:

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Christophe Lacroix en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van de heer Christophe Lacroix en het antwoord van de eerste minister, geeft de regering de aanbeveling: - alle beslissingen inzake de Belgische defensie in te passen in een logica van meer Europese strategische autonomie en van de versterking van de Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB), zowel op strategisch, materieel, industrieel, logistiek als menselijk vlak; - geen strategische activa van de federale Staat te verkopen voor de financiering van de defensie-inspanningen van ons land; - ervoor te zorgen dat de defensie-inspanningen niet ten laste komen van de burgers, de sociale zekerheid en de overheidsdiensten, en innovatieve financieringsbronnen aan te boren, zoals de inbeslagname van Russische tegoeden; - ervoor te zorgen dat alle militaire uitgaven die opgenomen worden in de toekomstige wet houdende de militaire programmering van bij het begin van de procedure een zo hoog mogelijke maatschappelijke return opleveren voor de Belgische en Europese bedrijven; - te garanderen dat het groeitraject naar 2 % van het bbp, waartoe de regering heeft beslist, gepaard gaat met strikte voorwaarden, met name inzake duale investeringen (onder meer in cyberveiligheid, hulp aan de natie, …), maatschappelijke return voor onze economie door van bij de start de Belgische industriesector en R&D te betrekken, en de bijdrage aan een echte alomvattende aanpak en een Europese defensiepijler binnen de NAVO; - af te zien van de aankoop van bijkomende Amerikaanse F-35-gevechtsvliegtuigen, die geen bijdrage leveren aan de Europese strategische autonomie, en in de plaats daarvan de Europese initiatieven voor de gevechtsvliegtuigen van de toekomst, zoals het SCAF-programma, te verkennen en te ondersteunen; - naar Spaans voorbeeld onze investeringen te optimaliseren om onze door de NAVO vastgelegde strategische en materiële doelstellingen (capability targets) te bereiken volgens het 2 %-traject, zonder de drempel van 5 % te bereiken, waardoor het overheidstekort aanzienlijk zou toenemen en het functioneren van onze Staat, overheidsdiensten en sociale zekerheid fundamenteel ondermijnd zou worden. " Une motion de recommandation a été déposée par M. Christophe Lacroix et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de M. Christophe Lacroix et la réponse du premier ministre, recommande au gouvernement - d'inscrire l'ensemble des décisions en matière de Défense belge dans une logique de davantage d'autonomie stratégique européenne et de consolidation de la BITDE, tant sur les plans stratégique, matériel, industriel, logistique qu'humain; - de ne pas procéder à la vente d'actifs stratégiques de l'État fédéral en vue de financer l'effort de Défense par notre pays; - de ne pas faire porter l'effort de la Défense par les citoyens, la sécurité sociale et les services publics et de développer des sources de financement innovantes comme la saisie des fonds russes; - de s'assurer que l'ensemble des dépenses militaires qui seront reprises dans la future loi de programmation militaire maximalise, dès le départ de la procédure, les retours sociétaux pour les entreprises belges et européennes; - de garantir que la trajectoire de croissance vers les 2% décidée par le gouvernement s'accompagne de conditions strictes notamment en matière d'investissements duaux (cybersécurité, aide à la nation, ... ), de retours sociétaux pour notre économie en impliquant dès le départ le secteur industriel et Recherche et Développement belge et de la contribution à une véritable approche globale et à un pilier de la Défense européenne au sein de l'OTAN; - de renoncer à l'achat de F-35 américains supplémentaires qui ne permettent pas de contribuer à l'autonomie stratégique européenne et, au contraire, d'explorer et de soutenir les initiatives européennes pour des avions de chasse du futur comme le programme SCAF; - à l'instar de l'Espagne, d'optimaliser nos investissements afin d'atteindre nos objectifs stratégiques et matériels (capability targets) fixés par l'OTAN selon la trajectoire des 2% sans atteindre le seuil des 5% qui aggraverait de manière considérable le déficit public et remettrait en cause de manière fondamentale le fonctionnement de notre É tat, des services publics et de la sécurité sociale." Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Maaike De Vreese. Une motion pure et simple a été déposée par Mme Maaike De Vreese . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

De uitspraak van minister Prévot over de 'genocide' in Gaza
De oorlogsmisdaden in Palestina
Het regeringsstandpunt over de sancties tegen Israël
De situatie in Gaza
De dramatische situatie in Gaza
Het regeringsstandpunt over de opschorting v.d. associatieovereenkomst en de uitspraken v.d. premier
Het conflict in Gaza en de Belgische politieke reacties daarop

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de Belgische en Europese reactie op het Israëlisch-Palestijnse conflict, met focus op Gaza’s humanitaire crisis en het EU-Israël-associatieakkoord. Kritiek richt zich op Israëls schendingen van mensenrechten (bombardementen, hongersnood als wapen, blokkade hulpgoederen) en Europa’s dubbele standaard (geen sancties vs. Rusland), terwijl België intern verdeeld is: premier De Wever benadrukt humanitaire hulp en procedurele stappen (onderhandelingen via EU), maar oppositie en coalitiepartners eisen opschorting van het akkoord (mogelijk met gekwalificeerde meerderheid) en sancties (wapenembargo, individuele maatregelen). Publieke druk (100.000 betogers) en juridische argumenten (schending artikel 2) versterken de oproep tot actie, maar De Wever ontwijkt concrete toezeggingen, wijzend op EU-eensgezindheidsgebrek.

Sam Van Rooy:

Goedemiddag, premier De Wever. Ik zie dat wij dezelfde kleur das dragen, maar ik twijfel eraan of u daarmee, net zoals ik, wilt verwijzen naar het door Hamas vermoorde gezin Bibas.

De term genocide gebruiken zonder enig bewijs en zonder fundament in het internationaal recht, louter als het gaat om een conflict waarbij het Joodse volk betrokken is, is moreel verwerpelijk. Dat zijn niet mijn woorden, maar wel die van Georges-Louis Bouchez, de voorzitter van de MR, een van uw coalitiepartners.

U had dus beter Georges-Louis Bouchez als minister van Buitenlandse Zaken aangesteld in plaats van de linkse Maxime Prévot, die beweert dat er in Gaza een genocide aan de gang is. Dat moet dan wel de allertraagste en domst uitgevoerde genocide uit de geschiedenis zijn, die bovendien onmiddellijk zou kunnen stoppen, namelijk zodra Hamas alle gijzelaars vrijlaat en zich overgeeft.

Ondertussen heeft de Gaza Humanitarian Foundation, een organisatie van Israël en de Verenigde Staten, in Gaza reeds 66 miljoen maaltijden uitgedeeld. Dat zijn gemiddeld meer dan anderhalf miljoen maaltijden per dag, en dat in een aartsmoeilijke, levensgevaarlijke context, waarbij jihadisten van Hamas er alles aan doen om voedsel te stelen om jihadisten te betalen, en om aanslagen te plegen op medewerkers van de Gaza Humanitarian Foundation.

Daarmee wil ik maar aantonen dat het uiteraard geen genocide is, maar wel een oorlog tegen de islamitische jihad, met twee zeer logische en heldere doelstellingen, namelijk free the hostages en free Gaza from Hamas .

Premier De Wever, bent u het daarmee eens, of bent u het eens met uw minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Prévot, die zegt dat er in Gaza een genocide aan de gang is?

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de eerste minister De Wever, het Palestijnse volk wordt nu al maandenlang gebombardeerd. Er vielen ondertussen 57.000 doden, onder wie veel kinderen en vrouwen. Israël schuift nu ook een plan naar voren om 2 miljoen Palestijnen, vrouwen, kinderen, mannen, samen te brengen in één stad, in een openluchtgevangenis. Hoever kan Israël gaan voordat Europa iets zal doen? Dat is de vraag die duizenden, miljoenen mensen zich stellen. Wat Israël doet, is gewoonweg pure koloniale politiek. Tot hoever kan Israël daarmee gaan?

De genocidale staat Israël kan zijn beleid enkel voeren omdat het steun krijgt van de Verenigde Staten van Amerika en van Europa. Door het associatieverdrag tussen Europa en Israël ontvangt Israël immers miljoenen euro’s en dollars aan steun. Zonder die steun van de Verenigde Staten van Amerika en Europa zou Israël zijn genocidale politiek niet kunnen voortzetten. Dat is de kern van de zaak.

Vorige week vond een Europese top plaats waarop zich een historisch moment aandiende. Europa en België hadden toen kunnen beslissen om dat associatieverdrag op te zeggen. Er zijn immers zeer veel mensenrechtenschendingen gebeurd. Wat blijkt echter? Europa doet niets, Europa wacht af. Tegen Rusland werd al het zeventiende sanctiepakket uitgevaardigd, maar hoeveel sancties zijn er tegen Israël? Nul. Twee maten, twee gewichten.

Het gaat hier helemaal niet om waarden. Onze buitenlandpolitiek heeft niets met waarden te maken, maar alles met geld, business en geopolitiek. Dat is nu duidelijk voor de overgrote meerderheid van de volkeren van deze wereld.

Mijnheer de eerste minister, wat zal België dan wel doen? Zullen we blijven toestaan dat wapentransit naar Israël plaatsvindt? Zullen we dat associatieverdrag laten bestaan? Of zal België zelf beslissingen nemen? Dat is mijn vraag.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de premier, de situatie in Gaza is schandelijk en blijft maar duren. Ik denk dat één zaak zeer duidelijk is: de Israëlische regering overschrijdt momenteel alle mogelijke grenzen.

Ik wil geen semantische discussie voeren over de vraag of het woord genocide al dan niet gepast woordgebruik of juridisch correct is. Daar hebben de onschuldige burgerslachtoffers in Gaza niets aan. Volgens mij staat wel vast dat de mensenrechten in Gaza worden geschonden. Daarover bestaat geen enkele twijfel. Wie vandaag in Gaza eten of drinken probeert te halen, begeeft zich op een mijnenveld. De mensenrechten worden in Gaza al maandenlang geschonden.

Er is dus nood aan een signaal, ook vanuit Europa. Aangezien iedereen het erover eens is dat de mensenrechten worden geschonden, kan een heel duidelijk signaal erin bestaan om artikel 2 van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Israël ter sprake te brengen. Dat artikel gaat over de zogenaamde mensenrechtenclausule, die bepaalt dat de associatieovereenkomst enkel kan voortbestaan als de mensenrechten worden geëerbiedigd.

Het is overduidelijk dat de mensenrechten in Gaza geschonden worden. We hebben in het Parlement al een resolutie goedgekeurd, samen met de meerderheidspartijen. Die resolutie was zeer flauw, maar ook ik heb ze gesteund omdat ze in de juiste richting ging. Ook in die resolutie staat zeer duidelijk dat artikel 2 van de associatieovereenkomst moet worden nageleefd en dat er toezicht moet zijn op de handhaving ervan. Als dat niet het geval is, moet de associatieovereenkomst worden opgeschort.

Mijnheer de premier, daarom heb ik maar één heel duidelijke vraag voor u. Wat is het standpunt van de Belgische regering in die zaak? Zullen wij al dan niet een voortrekkersrol spelen om de associatieovereenkomst tussen Israël en de Europese Unie op te schorten?

Staf Aerts:

Mijnheer de premier, voor mij zijn uw bochten over de humanitaire situatie in Gaza onaanvaardbaar. Israël bombardeert ziekenhuizen en nagenoeg elk gebouw in Gaza is weggevaagd. Honger wordt gebruikt als een oorlogswapen, want wie eten wil halen wordt doodgeschoten. Bovendien wordt honger ook gebruikt om mensen verplicht te doen verhuizen. Ondertussen wordt de andere noodhulp, aan de grenzen van Gaza, geblokkeerd. Het gevolg is dat kinderen van honger sterven, als ze al niet sterven door bommen en granaten.

Het is overduidelijk dat Israël de mensenrechten continu en op enorme schaal schendt, terwijl de wereld toekijkt en gewoon laat gebeuren.

Het is naar mijn mening hoog tijd dat de Europese Unie ingrijpt. Daar bestaat een middel voor, namelijk het associatieakkoord met Israël. Daarin staat dat het respect voor de mensenrechten een absolute voorwaarde is. In een review wordt gezegd dat de mensenrechten worden geschonden. Op basis daarvan kunnen we dat akkoord dus opschorten.

Ik vind dat de EU dat moet doen, maar u stelt dat het associatieakkoord maar weinig te maken heeft met de humanitaire situatie. Als u dat zegt, vraag ik mij af hoeveel mensen daar nog moeten sterven, hoeveel Palestijnse kinderen daar nog moeten sterven voor we eindelijk politieke druk zullen uitoefenen.

Volgende week bespreken de Europese ministers opnieuw de opschorting van het associatieakkoord. Ierland en Spanje steunen dat al, dus ook kleinere landen kunnen duidelijk iets laten zien.

In Brussel zijn ook 100.000 Belgen op straat gekomen om een rode lijn te trekken en aan de regering te vragen om eindelijk eens echt initiatief te nemen. Ook universiteiten vragen om dat akkoord op te schorten, zodat zij hun samenwerking met de Israëlische universiteiten kunnen stopzetten.

Voor ons is het overduidelijk: wie de regels overtreedt, krijgt geen handelsvoordelen.

Mijnheer de premier, wat zult u beslissen? Zult u mee aan de kar trekken om het associatieakkoord in te zetten, om de handelsrelaties op te schorten? Volgens mij is het daar hoog tijd voor.

Benoît Lutgen:

Monsieur le premier ministre, les différentes organisations humanitaires et même l’ONU n’ont toujours pas un accès illimité et inconditionnel à Gaza. Le système de distribution de nourriture mis en place est un échec total: nombre de points de distribution insuffisants et mal répartis sur le territoire, et danger de mort pour ceux qui s’y rendent pour s’approvisionner. Ce n’est pas rien, des centaines de Gazaouis ont été tués lors la recherche de nourriture.

Différents contractants, même américains, sont absolument rebutés par la situation et ne se privent pas de le dire, ce dont nous les remercions. Le ministre Prévot a fait bouger les lignes au niveau européen, notamment par rapport à la procédure de vérification du respect de l’article 2, qui est enfin engagée, et heureusement. Un Conseil européen se tient la semaine prochaine et j’ose espérer que celui-ci ira plus loin. La lenteur actuelle est en effet insupportable sur le plan humain et dramatique face à la situation humanitaire sur place. Le Service européen d’action extérieure a d’ailleurs confirmé que l’article 2 n’était pas respecté et que les droits humains étaient bafoués quotidiennement.

Monsieur le premier ministre, quel est le mandat concret dont disposera le ministre Prévot au Conseil européen de la semaine prochaine? Il faut à présent avancer et nous souhaitons que l’ensemble de l’Union européenne puisse constater le non-respect du traité et de l’accord d’association entre Israël et l’Union européenne, puisqu’il ne subsiste aucun doute en la matière.

Deuxièmement, envisagez-vous de prendre des sanctions – au niveau belge, mais aussi, je le souhaite, européen – à l’égard de certains ministre israéliens ou d’autres personnes qui agissent contre la paix? Différents pays amis ont eu le courage de prendre ces sanctions, notamment le Royaume-Uni, l’Australie, la Nouvelle-Zélande, le Canada et la Norvège.

Enfin, si la lenteur persistait au niveau européen, seriez-vous prêt, peut-être avec un groupe de pays européens, à prendre des sanctions plus sévères, sans l’accord de l’Union européenne?

Christophe Lacroix:

Monsieur le premier ministre, vous avez récemment exprimé publiquement votre opposition à la suspension de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël, prétextant qu'il ne s'agissait pas de l'urgence actuelle et que cela n'aurait en tout cas pas d'effet immédiat sur l'approvisionnement de l'aide humanitaire. Et pourtant, les attaques systématiques, répétées et indiscriminées d'Israël sur Gaza ont déjà fait des dizaines de milliers de victimes civiles palestiniennes, dans ce que de nombreux juristes, ONG et États, dont l'Espagne, mais également Francesca Albanese, Rapporteuse des Nations Unies sur la Palestine, qualifient de génocide.

Face à de telles atrocités, il est de notre devoir en tant que responsables politiques de défendre sans ambiguïté le droit international et les valeurs fondamentales de l'Union européenne. Or vos propos, tenus dans un contexte de division au sein de la majorité, ne reflètent manifestement pas la position officielle du gouvernement fédéral. Vous avez d'ailleurs reconnu vous être exprimé à titre personnel. C'est une nouvelle réalité constitutionnelle aujourd'hui: nous avons un gouvernement de ministres "à titre personnel". Soit! On en tiendra compte dans l'histoire de l'État belge. Cette dissonance publique sur un sujet aussi grave est non seulement regrettable mais elle affaiblit considérablement la crédibilité de notre pays sur la scène internationale. Quand il s'agit de condamner Israël, nous sommes souvent absents.

Monsieur le premier ministre, pouvez-vous confirmer que vos propos ne reflètent pas la position officielle du gouvernement? Quelle est donc la position actuelle du gouvernement concernant la suspension de l'accord d'association Union européenne-Israël au regard des violations du droit international? Cela n’est pas très clair. Quelles démarches diplomatiques concrètes le gouvernement belge entend-il entreprendre pour faire respecter ce droit international? Des sanctions sont-elles envisagées, comme l'a déclaré le ministre des Affaires étrangères? Si oui, lesquelles et selon quel calendrier? Comment votre gouvernement entend-il garantir une position unifiée et cohérente au sein de la majorité? Enfin, quand la Belgique reconnaîtra-t-elle l'État de Palestine?

Voorzitter:

Zijn er collega's die wensen aan te sluiten? (Nee)

Mijnheer de eerste minister, u hebt het woord.

Bart De Wever:

Geachte leden, over het vraagstuk of er al dan niet een genocide plaatsvindt, is er bij mijn weten geen regeringsstandpunt. De heer Vander Elst heeft gezegd dat het om een semantisch spel gaat. Ik zou zeggen dat het de internationaalrechtelijke instanties zijn die bevoegd zijn om dat soort kwalificaties al dan niet toe te kennen, maar ik kan u wel volgen wanneer u zegt dat de omschrijving die men kiest en die vaak afhangt van de politieke overtuiging die men hier huldigt, zeer weinig zal veranderen aan de humanitaire situatie op het terrein. Men kan dat allemaal heel boeiend vinden, maar ik weet niet of het allemaal zo relevant is om daar lang over te discussiëren. Uiteindelijk zal het Internationaal Strafhof daar wel een kwalificatie aan toekennen en dan zullen we over een objectivering beschikken.

Ik denk dat we ons inderdaad beter op de humanitaire situatie zouden focussen, want dat is een van de weinige zaken waarover we in Europa wel zeer eensgezind zijn. Immers, of men het nu graag heeft of niet, men moet er rekening mee houden dat de eensgezindheid in Europa over hoe we hiermee moeten omgaan beperkt is – dan druk ik mij heel voorzichtig uit –, maar op één vlak zijn we het wel allemaal eens, namelijk over de humanitaire situatie.

Cette situation humanitaire est dramatique. Tout le monde est d'accord à ce sujet, et j'espère que c'est le cas ici aussi. J'espère que personne ne va nier que cette situation est dramatique, qu'elle est inacceptable et que nous devons donc nous attacher en priorité à améliorer la situation humanitaire sur le terrain et à prendre les mesures qui feront réellement la différence si on en est capables.

C'est également ce qu'a déclaré la haute représentante de l'Union européenne pour les Affaires étrangères et la Politique de sécurité, Mme Kallas, lors du Conseil des Affaires étrangères de fin juin. Tout le monde, pendant ce Conseil, s'est accordé à dire que garantir l'accès à l'aide humanitaire était prioritaire. Je pense qu'on doit se focaliser là-dessus.

J'en viens au traité d'association entre l'Union européenne et Israël.

À la suite de l'examen du respect par Israël de l'article 2 de l'accord d'association, Mme Kallas est actuellement en contact avec Israël, notamment pour lui présenter les conclusions. Comme je l'ai dit pendant la commission de ce matin, si on veut le respect du droit international, on doit le respecter soi-même. Dans ce traité il a été prévu que, dès le moment où un partenaire s'interroge sur le respect de l'article 2 ou d'autres articles, la première étape est d'ouvrir des négociations, des pourparlers avec l'autre partenaire. Nous respectons donc le traité que nous avons fait. Mme Kallas a reçu la tâche d'organiser ces pourparlers avec Israël. Elle est en train de le faire. Il reviendra donc à Mme Kallas, qui est en dialogue avec Israël, avec comme perspective de demander à Israël d'améliorer la situation humanitaire, de présenter les conclusions. Si la situation ne s'améliore pas, de nouvelles mesures pourraient être envisagées. Mme Kallas fera le rapport à ce sujet lors du Conseil des Affaires étrangères prévu le 15 juillet, si je ne me trompe pas. Il reste à voir ce qu'elle aura à présenter, et ce qu'elle aura à proposer au Conseil.

Je veux encore ajouter une chose sur ce que l'on a dit de ma position à ce sujet. Je dois dire, monsieur Lacroix, que la liste de mensonges que vous avez racontés pendant votre réplique après la question précédente était déjà très longue, mais maintenant, vous avez encore ajouté un mensonge qui est à mon avis inacceptable. Vous avez dit que j'avais pris une position personnelle en disant qu'il ne fallait rien faire sur le traité d'association. Je n'ai jamais dit cela. J'ai dit qu'il ne fallait pas oublier que ce qu'on ferait avec le traité d'association n'aurait pas un impact immédiat sur la situation humanitaire qui est dramatique, et qu'il fallait se focaliser sur l'amélioration de cette situation immédiatement, parce qu'elle est inacceptable. Il faut exiger d'Israël qu'il respecte le droit humanitaire immédiatement. Je l'ai dit tout en sachant que pendant le Conseil, car je me trouvais à l'entrée pour commencer le Conseil, la décision serait inévitablement d'envoyer Mme Kallas pour des pourparlers qui allaient encore durer deux ou trois semaines.

C’est dans ce contexte que j’ai dit cela. Je n’ai jamais dit que ma position personnelle était qu’il ne faudrait rien faire sur le traité d’association. Pour moi, cela reste à voir.

C’est à Mme Kallas de proposer au Conseil de prendre des mesures: de supprimer le traité ou de le suspendre – ce qui requiert l’unanimité – ou de prendre d’autres mesures prévues dans le traité, que nous pourrions décider par une majorité qualifiée. Cela reste à voir.

Dat alles is in overeenstemming met de procedures die zijn voorzien in het associatieakkoord, zoals bijvoorbeeld in artikel 79. Ik benadruk dat internationale rechtsregels respecteren betekent dat men zijn eigen verdragen moet naleven. Artikel 79 voorziet in een grondig onderzoek in overleg met de associatieraad – en dus, in voorkomend geval, van de Europese Unie met Israël – dat noodzakelijk is alvorens verdere stappen worden gezet. Die procedures moeten worden gevolgd. Dat is het belangrijkste, mijnheer de voorzitter.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de eerste minister, er tekent zich in uw regering een patroon af. Minister Beenders had het over islamofobie, minister Prévot over genocide. Dat is verre van onschuldig. Het belasteren van de niet-moslim door hem valselijk te beschuldigen van islamofobie of discriminatie – of, erger nog, van genocide op moslims –, is wat men in de psychologie projectie noemt. De islam is een slachtoffercultus die de moslim afschildert als een structureel slachtoffer van de niet-moslim.

Die strategie maakt deel uit van de islamitische jihad: de moslim zal pas vrij zijn van islamofobie, zal pas niet meer worden gediscrimineerd, wanneer de islam domineert, wanneer de islamitische wet geldt en wanneer de niet-moslim onderworpen is aan de islam. Soumission .

Het is natuurlijk precies andersom: het is de islam die expliciet oproept om ons, de niet-moslims, te minachten, te bestrijden, te onderwerpen of te doden. Daarom blijf ik het zo merkwaardig vinden, mijnheer De Wever, dat u hebt verklaard dat de islam geen enge godsdienst is. Wat u eigenlijk had moeten zeggen – wat u zou moeten zeggen –, is wat de schrandere denker Sam Harris stelt: het probleem met het islamitisch fundamentalisme zijn de fundamenten van de islam. Dat betekent uiteraard niet – ik voeg het er maar bij voor de kwaadwillige verstaanders – dat elke moslim, elke zelfverklaarde moslim, problematisch is.

Tot slot moet ik uit dit debat helaas opnieuw concluderen dat deze regering zich de facto gedraagt als nuttige idioot van de islam, van de jihad, en dat onze samenleving dus blijft islamiseren.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de eerste minister, dat was eigenlijk een teleurstellend antwoord, want het vraagstuk is niet louter humanitair in de regio, maar gaat ook over wat het project van Israël in de regio is. Dat is een koloniaal project, een apartheidsproject. Dat geven ze zelf trouwens ook toe. Het gaat om het idee van kolonies die steeds verder uitbreiden: een koloniale staat in de 21ste eeuw. Daarop moeten sancties volgen.

Dat zegt ook de grote meerderheid van de naties ter wereld. Zij kijken naar het Westen, naar Europa en de Verenigde Staten, en vragen zich af hoe die hypocrisie zo kan blijven verdergaan. Wanneer het gaat over onze eigen belangen, onze eigen business, grijpen we wel in, zoals in Libië, Afghanistan, Syrië en Irak: bombardementen, boem, boem, boem. Als het gaat over het Palestijnse volk, is er echter plots geen akkoord meer te vinden. Die dubbele maatstaven zijn zo erg.

Daarom is het hoopgevend dat steeds meer mensen dat begrijpen. Honderdduizend mensen kwamen een paar weken geleden op straat in Brussel. Dat was een van de grootste betogingen van de voorbije jaren. Dat was niet voor niets. Heel veel mensen doorzien de hypocrisie van de regering, die er eigenlijk voor gekozen heeft om niets te doen. De N-VA, maar ook de andere partijen, ook linkse partijen die deel uitmaken van deze regering ... Nu, ik zal eerlijk zijn: de vivaldiregering heeft eigenlijk ook niets ondernomen. Dit conflict sleept al anderhalf jaar aan, maar er is toen ook geen enkele sanctie opgelegd. Geen enkele.

Or, vous le savez, pour le traité d'association avec Israël, l'unanimité n'est pas requise. Une majorité qualifiée suffirait amplement. Cela montre bien que le blocage est purement politique au niveau du gouvernement belge. Nous pourrions faire une coalition avec d'autres pays. Nous ne le faisons pas.

Il y a une différence entre ce qu'on fait pour le peuple palestinien et ce qu'on fait par rapport à d'autres régions dans le monde. Je crois que c'est cela qui explique que 100 000 personnes étaient dans les rues de Bruxelles. L’hypocrisie saute aux yeux de l'ensemble du monde. Le problème, c’est le projet d'Israël. C’est un projet colonial et d'apartheid. Je le rappelle: il s'agit de prendre des sanctions mais aussi d'arrêter le transit d'armes. Nous continuerons ce combat, monsieur le premier ministre.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de eerste minister, u zegt dat de eensgezindheid binnen de EU broos is. Dat is juist, maar het zou helpen als er eensgezindheid binnen de regering zou zijn, want die is er ook niet. Het zou echt helpen als minister Prévot niet steeds ten persoonlijke titel zou moeten spreken en als hij ook eens namens de regering zou kunnen spreken. Elke keer hij dat doet, krijgt hij echter de wind van voren van een parlementslid van uw partij, van collega Freilich. Het zou echt helpen als de regering eindelijk eens een duidelijk standpunt naar voren zou schuiven, zodat ook België opnieuw een standpunt heeft en in de ene of de andere richting een rol kan spelen op het Europese toneel.

Over één zaak ben ik het wel met u eens, namelijk dat procedures gevolgd moeten worden. Dat is juist. De hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken, mevrouw Kallas doet dat ook. Het rapport is inmiddels opgeleverd en daaruit blijkt dat de mensenrechten geschonden worden. Zij zit nu aan tafel en het eerste window of opportunity om actie te ondernemen is volgende week. Volgens de procedure – waarmee we onze verdragen naleven – kan de Europese Unie dan voor het eerst een duidelijk signaal geven.

Het zou dan ook zeer goed zijn als de Belgische regering voor 15 juli al een Belgisch standpunt heeft. Wat mijn fractie en mijn partij betreft, is dat het opschorten van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Israël.

Staf Aerts:

Mijnheer de premier, u zegt dat iedereen het erover eens is dat de humanitaire situatie die vandaag heerst in Gaza, dramatisch is. Dat klopt natuurlijk. De conclusie die u daar echter uit trekt, is dat we ons moeten focussen op humanitaire hulp. Die humanitaire hulp staat echter geblokkeerd aan de grenzen. Ze geraakt er niet door, omdat Israël die niet laat passeren. Meer nog, de Israëli’s nemen de hulpgoederen zelf in handen en schieten vervolgens op iedereen die humanitaire hulp komt vragen of voedsel probeert op te halen. Dat is de manier waarop Israël momenteel handelt.

U zegt dat het opschorten van het associatieakkoord geen zin heeft en dat we vooral moeten vragen aan Israël om de mensenrechten te respecteren. Hoelang zullen we nog blijven wachten en blijven vragen dat Israël de mensenrechten respecteert? Er is geen enkele intentie bij Israël om dat effectief te doen. Hun laatste plan is een emigratieplan waarbij ze honderdduizenden inwoners in een gesloten stad willen onderbrengen. Op langere termijn zullen alle Gazanen Gaza niet meer uit kunnen. Dat is hun laatste plan. Er is dus geen enkele intentie om de mensenrechten te respecteren.

Voor de Europese regeringsleiders blijft het evenwel business as usual. Doe maar door, we blijven samenwerken en handel drijven. Wat vragen de Belgen? Zeventig procent van de Belgen staat achter economische sancties tegen Israël. Wel, mijnheer de premier, ik vraag u dat u zich achter de Belgen schaart, achter de publieke opinie, en dat u mee economische sancties bepleit. Ik vraag u dat de Belgische regering zich volgende week bij de pioniers voegt, bij de landen die vragen dat het associatieakkoord wordt opgeschort. Het deel dat unaniem moet, unaniem, en het deel dat met een gekwalificeerde meerderheid kan, met een gekwalificeerde meerderheid. Er zijn al stappen die met een gekwalificeerde meerderheid kunnen worden ondernomen.

Voor Groen is het overduidelijk dat wie mensenrechten schendt, het moet voelen. Het akkoord opschorten is geen detail, het is het minimum. We moeten dat niet misschien doen, we moeten dat zeker doen. We moeten dat niet later doen, we moeten dat nu doen.

Benoît Lutgen:

Monsieur le premier ministre, vous avez raison sur un point: ce n'est pas la rupture ou la suspension de l'accord d'association avec Israël qui va améliorer immédiatement la situation humanitaire sur place. Cela étant, je pense qu'il est primordial que, la semaine prochaine, comme ce fut le cas lors du Conseil européen des Affaires étrangères il y a quelques semaines, la Belgique puisse, avec l'Espagne et l'Irlande, donner le ton pour essayer de trouver une majorité qualifiée en vue de le suspendre ou, à tout le moins, de prendre des sanctions à l'égard d'Israël.

La situation est inacceptable. Inacceptable pour l'histoire, notamment. Comme tous les É tats, nous sommes très attachés à nos territoires, et si on touchait ce territoire d'un millimètre, je pense que nous aurions des débats particulièrement chauds. En l'occurrence, on piétine le territoire, on piétine les droits humains, on ne permet pas à la population de se nourrir sans risquer sa propre vie. Et donc oui, nous attendons de la Belgique, indépendamment des différentes sensibilités, qu'elle entreprenne une action à moyen et à long terme et qu'elle contribue à trouver, au niveau européen, une majorité qualifiée, afin de prendre des sanctions non seulement économiques, mais aussi individuelles, face à certaines prises de position ou certains comportements qui sont totalement inacceptables.

Je suis d'accord avec vous, il ne nous appartient pas de déterminer s'il y a génocide ou pas, et je me garderais d'ailleurs bien de le faire. Il existe des instances dont c'est le travail et la compétence, mais nous devons, quoi qu'il en soit, avoir la volonté à la fois d'intervenir pour le droit humanitaire, pour faire en sorte que l'approvisionnement puisse avoir lieu dans les plus brefs délais et que des sanctions soient prises lorsque ce n'est pas le cas, et il faut reconnaître que ce n'est vraiment pas le cas.

Christophe Lacroix:

Monsieur le premier ministre, je suis un peu choqué par les accusations de mensonge que vous avez relayées sans les étayer à mon égard. Je vais relire le début de ma question. "Vous avez récemment exprimé publiquement votre opposition à la suspension de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël, prétextant qu'il ne s'agissait pas de l'urgence actuelle et que cela n'aurait pas d'effet immédiat sur l'approvisionnement de l'aide humanitaire." Bon. Alors, selon l'agence Belga, lors de son arrivée au Sommet européen, Bart De Wever a reconnu que la situation humanitaire dans la bande de Gaza était inacceptable et qu'elle devait s'améliorer, en précisant toutefois que la suspension de cet accord n'y changerait rien à court terme. Et puis, je lis: "Que le premier ministre dise qu'il n'est pas un chaud partisan, c'est son point de vue personnel. Ce n'est ni le point de vue du Parlement, ni ce que les partis de l'Arizona ont convenu. Nous allons examiner l'accord d'association. C'est une demande explicite de la Belgique et le ministre des Affaires étrangères, Maxime Prévot, avait ce mandat. Nous allons en tirer les conclusions." C'est ce qu'a expliqué Mme Van Hoof, présidente cd&v de la commission des Affaires étrangères. Donc, qui ment dans cette pièce? Qui ment? Certainement pas moi! Quant aux faits que vous avez cités concernant votre ministre Vandeput, on peut y revenir factuellement avec tous les éléments. Et, s'il faut faire une commission d'enquête, je suis un chaud partisan. Et vous verrez qui sera le menteur, le Pinocchio de cette commission. Certainement pas moi! Moi qui pensais que vous étiez quelqu'un qui gardait ses nerfs, je m'étonne que vous utilisiez l'argument des faibles, l'argument de la personne qui est aux abois et qui ne sait plus comment réagir face à un gouvernement dont la cacophonie n'a jamais été aussi grande. Au lieu d'attaquer un parlementaire de base, jouez votre rôle de premier ministre, demandez des sanctions, demandez qu'on interdise les produits des colonies! Pour ce qui est de l'article 79, on peut aussi dire que l'Union européenne a déjà communiqué ses observations sur les violations des droits humains d'Israël lors du Conseil d'association en février dernier. Mais, en février dernier, où étiez-vous? Vous étiez totalement absent!

De aanbesteding voor de aankoop van bijkomende F-35's

Gesteld door

PS Philippe Courard

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België plant de aankoop van extra F-35’s (11-21 toestellen) omwille van NAVO-verplichtingen en operationele compatibiliteit met de bestaande vloot, ondanks kritiek op afhankelijkheid van de VS en gebrek aan Europees alternatief. De Wever benadrukt dat de industriële terugverdieneffecten (100% nakoming beloftes) en Europese assemblage in Italië voordelen bieden, maar erkent dat een toekomstig Europees 6de-generatiejager (SCAF) nodig is—waarin België moet participeren om strategische autonomie te versterken. Courard kaart aan dat andere defensieprioriteiten (bv. raketafweer) onderbelicht blijven en dat de aankoopprocedure (nog niet gestart) transparant moet verlopen om concurrentie te garanderen. De discussie toont een spanning tussen NAVO-loyaliteit en Europese defensieambities.

Philippe Courard:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie sincèrement d’avoir bien voulu prolonger cette séance.

J’irai droit au but. Nous avons acheté des F-35 en 2018. Certains, dont je fais partie, pensent que ce n’était peut-être pas le meilleur choix, et ce, pour plusieurs raisons: pas de retour économique et industriel suffisant adjacent au contrat et une dépendance trop importante vis-à-vis des États-Unis. Ce n’était pas encore trop troublant en 2018, mais ce l’est de plus en plus. La manière dont Donald Trump traite ses partenaires de l’OTAN soulève quelques inquiétudes. Vous me direz qu’on ne réécrit pas l’histoire et qu’il faut tourner la page.

Par contre, lorsqu’on entend que votre gouvernement souhaite racheter les mêmes avions, je me pose la question: est-ce selon vous une bonne idée de racheter les mêmes avions? En outre, les chiffres de 21, puis de 11 unités ont été évoqués. Combien d’avions doivent-ils finalement être achetés?

Par ailleurs, si votre choix se porte sur ces avions américains, négocierons-nous cette fois de manière plus ferme les retours financiers pour nos industries? Vous savez que notre pays compte de nombreuses entreprises de grande qualité, y compris en Wallonie. On peut entendre votre discours générique d’une Wallonie qui doit se prendre en main et travailler plus, mais lorsque se présente une occasion comme celle-ci, d’acheter des armes et des avions, il faut la saisir pour permettre à nos entreprises, performantes et réputées mondialement, de décrocher des contrats. Travaille-t-on à une négociation visant à développer notre économie, y compris en Wallonie? On a parfois l’impression que malgré les discours, on passe un peu à côté des opportunités qui se présentent.

C'est le cas ici, mais aussi c'est aussi le cas sur le spatial. Ce n'est évidemment pas le propos du jour, mais le désinvestissement dans l'ESA va coûter cher à la Belgique et, à mon avis, à l'industrie belge, en particulier à celle de Wallonie et de Bruxelles, qui est aussi très performante en la matière.

Monsieur le premier ministre, comment les choses vont-elles se dérouler, selon quelle procédure et quel appel d'offres? Cela se fera-t-il via la DIRS afin de garantir l'implication de notre tissu industriel belge existant, ce qui implique de consulter plusieurs producteurs? Comment comptez-vous prendre en compte l'autonomie stratégique de la Belgique, l'autonomie européenne, dans ce marché à plusieurs milliards?

Et j'ai une question un peu plus précise. On a entendu clairement le ministre de la Défense défendre le F- 35 coûte que coûte. C'est son choix personnel et on doit le respecter. Mais n'est-ce pas de nature à tronquer ledit marché? Quelles sont les règles en la matière? Ces informations ne pourraient-elles pas être utilisées par d'autres producteurs qui ne sont pas américains, donc par exemple les Européens, pour casser un éventuel contrat? On a l'impression que les choses sont faites et qu'il n'y a pas véritablement d'appel public concernant ce marché.

Puisqu'on parle toujours de défense européenne, ne trouvez-vous pas qu'il serait temps de consacrer une partie des investissements en défense à un outil européen, avec les Français, les Allemands ou les Anglais, pour développer l'avion de demain dont on aura besoin dans les années à venir, et que la Belgique soit partenaire industrielle de ce nouvel avion que l'Europe doit pouvoir développer pour répondre aux attentes et aux besoins militaires d'aujourd'hui? On sait que les choses vont évoluer. Il faudra ne pas toujours dépendre des Américains, et il faudra peut-être que l'Europe se prenne en charge. Quel est votre avis à ce sujet?

Bart De Wever:

Merci pour votre question, cher collègue. J'ai été d'accord de prolonger la séance, ayant vu que vous attendiez patiemment pendant que les autres locuteurs et moi-même parlions beaucoup trop longtemps.

L'accord de gouvernement affirme très clairement que nous procèderons à l'achat d'avions de chasse supplémentaires au cours de cette législature. Il explique également que les objectifs de l'OTAN, qui sont obligatoires, et de l'Union européenne nous guideront dans ces investissements. Les objectifs de capacité (capability targets) de l'OTAN reprennent deux objectifs prioritaires pour la Belgique, parmi beaucoup d'autres.

Ces deux objectifs prioritaires sont la poursuite du développement de la brigade motorisée de l'armée de terre et l'achat d'avions de chasse. Ce seront les F-35 supplémentaires. Nous n'avons pas le choix, nous avons déjà acheté des F-35, et nous ne pouvons pas travailler avec deux systèmes différents. C'est une priorité qui a été exigée par l'OTAN et que nous avons acceptée. Nous ne pouvons même pas voter à ce sujet.

L'Union européenne, pour sa part, demande aux États européens membres de l'OTAN de s'atteler dès que possible à la réalisation des objectifs qui leur ont été assignés par l'OTAN, en particulier ceux reconnus comme prioritaires par l'OTAN. Les priorités de l'OTAN sont les mêmes que les priorités de l'Union européenne. Le white paper de Mme von der Leyen en est un copié-collé.

Des F-35 supplémentaires ont donc logiquement été inclus dans la proposition d'actualisation de la vision stratégique de la défense. Cette vision a été approuvée, sauf pour les F-35. Votre question reste donc pertinente. Dès que la vision sera approuvée avec les F-35 – et j'espère que ce sera le cas bientôt –, la procédure d'attribution pourra être préparée pendant que la loi sur la programmation militaire des investissements est également actualisée. Dans ce cadre, le Parlement jouera un rôle essentiel, tant par l'examen de cette loi qu'au sein de la commission compétente pour les achats militaires pour chaque dossier d'acquisition spécifique.

En ce qui concerne les F-35 supplémentaires, en pratique, seul l'accord existant entre gouvernements ( government to government) doit être étendu.

La DIRS joue un rôle clé pour garantir l'implication industrielle dans les grands projets de défense. Actuellement, l'industrie belge est déjà activement impliquée dans le programme F-35. Il est prévu que les F-35 supplémentaires soient produits à Cameri, en Italie, dans un centre européen d'assemblage final et de maintenance. Ainsi, nous assurons la continuité des capacités tout en renforçant l'industrie européenne de la défense.

Et j'ajouterai, monsieur Courard, qu'en termes de retours économiques, le F-35 a été nickel. Nickel! Je ne peux pas en dire de même d'autres contrats qu'on a conclus, notamment chez les voisins. Donc dire qu'acheter en Europe donne des chances à la Wallonie de se développer est loin d'être vrai. Dans le cadre du F-35, on nous a livré 100 % de ce qui avait été promis. Par contre, pour ce qui est du projet CaMo, c'est autre chose. Mais on est en train de rectifier cela et j'espère que cela va cheminer dans la bonne direction. Il faut toutefois être un peu réaliste.

L'Europe demande que nous atteignions dès que possible tous nos objectifs de capacité de l'OTAN afin qu'elle puisse être plus autonome le plus rapidement possible en matière de défense du continent. À cette fin, les F-35 européens jouent un rôle clé car cet avion dispose de capacités que seuls des appareils américains pourraient proposer. À ce propos, vous dites que d'autres options ont la même valeur. Ce n'est tout simplement pas vrai. Nous ne disposons malheureusement pas en Europe d'un projet de la même qualité que ce que propose le F-35.

J'espère qu'avec le développement d'un avion de chasse de sixième génération en Europe nous pourrons évoluer vers un seul projet. Pour l'instant, il est envisagé d'en faire deux. Je pense que c'est connerie. C'est très cher. Nous devons avoir un seul projet. Il serait intelligent d'y participer et d'ici dix ans, développer cet avion de chasse et alors commencer à remplacer le F-35 par une alternative européenne qui, pour l'instant, n'existe pas.

Treize pays européens, vingt au total dans le monde, ont déjà opté pour le F-35. De plus, notre défense aérienne est étroitement intégrée à celle des Pays-Bas qui ont aussi acheté le F-35. Il serait étrange de travailler avec un système différent de celui des Pays-Bas et de travailler avec deux systèmes. C'est simplement impossible.

Dans le même temps, la Belgique continue d'investir à long terme dans des initiatives européennes de défense comme le programme franco-germano-espagnol SCAF, bien que nous soyons pour l'heure simples observateurs dans ce programme. Comme je l'ai déjà dit, il nous faut un projet européen et il faudra évoluer d'observateurs à participants. C'est un avis personnel. Le gouvernement prendra les mesures nécessaires pour devenir partenaire à part entière dans le cadre de la vision stratégique révisée. Donc, c'est un peu plus que ma vision personnelle.

Vous faites référence – à juste titre – à l'importance de la transparence et du respect des règles en matière de marchés publics, bien que le ministre de la Défense ait publiquement indiqué que l'achat de F-35 supplémentaires serait un choix logique pour des raisons d'efficacité, de réduction du coût unitaire et d'infrastructures existantes. Aucune procédure d'achat formelle n'a toutefois été lancée.

Ces déclarations publiques ne sont donc en rien des décisions juridiques et ne préjugent pas de l'objectivité d'une éventuelle procédure future. Les règles fédérales en matière de marchés publics seront, bien entendu, rigoureusement respectées. Notre objectif est inchangé et consiste toujours à doter notre Défense des capacités nécessaires de manière responsable, transparente et efficace, dans le respect de nos intérêts européens et nationaux.

Philippe Courard:

Merci, monsieur le premier ministre, pour votre réponse complète à l'ensemble des questions. Je ne partage bien évidemment pas toutes les analyses, mais je me réjouis d'entendre que vous serez attentif aux retours industriels, parce qu'ils sont essentiels pour l'ensemble du pays, notamment pour le taux d'emploi qui vous est si cher.

Je me réjouis également de votre réponse concernant les avions de sixième génération et de votre volonté de vous impliquer. J'y serai très attentif dans le cadre des projets européens futurs. Ce n'est pas parce que nous considérons aujourd'hui qu'un avion est supérieur aux autres que demain, nous Européens, n'aurons pas la capacité technologique d'offrir un autre produit. Il faut s'intégrer dans ce processus, comme nous l'avons fait précédemment auprès de l'Agence spatiale européenne (ESA).

Notre pays est un grand contributeur et a décroché de nombreux marchés. Par ailleurs, la Belgique est très performante par rapport à des pays nettement plus grands qu'elle parce qu'elle a toujours suivi les choses de près. Là aussi, je serai attentif à l'évolution de ce dossier et je reviendrai vers vos collègues, le cas échéant.

En revanche – t cette question relève d'un choix politique qui ne fait pas, du reste, l'unanimité dans la majorité –, fallait-il acheter 11 ou 21 avions supplémentaires? Pour ma part, je ne le pense pas. Il existe des priorités défensives dans notre pays. Je pense notamment aux batteries antimissiles, parce que notre pays est relativement fragile. Si on nous lance un missile, nous avons l'OTAN et la capitale de l'Europe, mais nous ne disposons d'aucun moyen de nous défendre. J'aurais préféré que nous investissions plus lourdement dans ce domaine et que nous nous contentions de nos avions. Maintenant, vous me répondrez peut-être que c'est une obligation de l'OTAN, mais tout est négociable. Certains pays se sont même positionnés différemment. Selon moi, nous n'avons pas fait les bons choix. C'est un choix politique. En tout cas, merci pour votre réponse complète, monsieur le premier ministre.

Voorzitter:

We lopen nu al 25 minuten uit. Ik zou de vraagstellers willen verzoeken om hun vragen uit te stellen of ze om te zetten in een schriftelijke vraag. Het kabinet zal hun de antwoorden zonder twijfel spoedig kunnen bezorgen. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.52 uur. La réunion publique de commission est levée à 16 h 52.

De Belgische positie t.a.v. de nieuwe NAVO-doelstellingen
De NAVO-norm van 5 %
De NAVO-norm van 5 %
Het defensiebudget en de NAVO-norm
De NAVO-top en het Belgische defensiebudget
De nieuwe NAVO-norm voor defensie-uitgaven en de top van 24 juni
De NAVO-top
De beslissingen op de NAVO-top van 24 en 25 juni in Den Haag
De op de NAVO-top goedgekeurde NATO Capability Targets
De balans van de NAVO-top in Den Haag
De NAVO-norm en de militaire uitgaven
De strategische visie voor defensie
De NAVO-norm van 5 %
Het budget, de strategische visie en de NAVO-top
België, NAVO-normen en defensiebudget op de top van juni 2024

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het actualiteitsdebat over de NAVO-norm van 5% BBP tegen 2035 draait om de spanningsveld tussen defensie-investeringen (2% nu, 3,5% harde defensie + 1,5% brede veiligheid later) en de financiering ervan, met scherpe tegenstellingen tussen partijen. België bevestigt de 2%-norm tot 2029 (via eenmalige maatregelen en flexibiliteit), maar structurele financiering en het halen van 5% blijven onduidelijk, met discussies over belastingen, schulden of besparingen (bv. sociale zekerheid). Critici (o.a. PTB/PVDA) wijzen op koopkrachtverlies (6.000€/gezin volgens economisch model), voorstanders (N-VA, MR) benadrukken noodzaak voor afschrikking en Europese samenwerking. Kernpunt: Efficiëntie, transparantie (capability targets, Europese defensie-industrie) en draagvlak zijn cruciaal, maar concrete plannen ontbreken nog. Francken kondigt een historisch munitieplan (2,3 mjd) aan, maar de langetermijnvisie blijft vaag.

Voorzitter:

Collega's en mijnheer de minister, ik stel voor dat we overgaan tot het eerste actualiteitsdebat. De collega’s Vander Elst en Aerts hebben mij laten weten dat ze op dit moment nog vastzitten in de commissie voor Binnenlandse Zaken en daarom tijdens het eerste actualiteitsdebat niet aanwezig kunnen zijn. Als ze alsnog binnenvallen, zal ik hen uiteraard het woord verlenen.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, dank om hier aanwezig te willen zijn om de vele openstaande vragen te beantwoorden.

Over de NAVO-top en de NAVO-norm van 5 % – of 3 % of 2 %, naargelang wie men spreekt – is al heel veel gezegd en geschreven. Op de top van 24 juni werd de norm uiteindelijk bevestigd. Wat enkele weken voordien nog werd afgedaan als crazy, collectieve hysterie of complete waanzin, werd toen dus afgeklopt: een defensienorm van 5 % van het bbp tegen 2035. Daarbij is een opsplitsing voorzien tussen 3,5 % harde defensie-uitgaven en 1,5 % brede veiligheidsuitgaven.

Er werd ook ingezet – u hebt dat intussen twee weken geleden in de plenaire vergadering in antwoord op vragen van tal van collega’s toegelicht – op maximale flexibiliteit, op een langere termijn om de doelstelling te halen en op het vermijden van jaarlijkse tussenstappen van 0,2 %. Het is wat ons betreft uiteraard een positieve zaak dat die maximale flexibiliteit werd binnengehaald. Positief is ook, althans in eerste instantie, dat de regering vasthoudt aan de 2 %-norm voor deze legislatuur. We weten allemaal dat zelfs die 2 %-norm op zich al heel wat inspanningen vergt. Dat wordt op zich al een grote uitdaging, niet het minst wat betreft de financiering, maar ook inzake de invulling, vooral van die 1,5 %, mijnheer de minister.

Theo Francken:

(…)

Voorzitter:

Mijnheer de minister, ik stel voor dat mevrouw Dedonder rustig haar filmpje gaat maken, terwijl mevrouw Ponthier het woord heeft.

Annick Ponthier:

Alleen kalmte kan u redden, zou ik zeggen. Dat geldt voor iedereen, ook voor de collega's van de PS. Ik heb dat gisteren trouwens ook nog gezegd in een ander debat, aan alle collega’s.

Het zijn niet alleen wij, mijnheer de minister, die de onduidelijkheden in het hele verhaal aankaarten. Ook binnen uw eigen regering heerst nogal wat onduidelijkheid ter zake. Dat is niet onlogisch, want een groeipad richting 5 % heeft heel wat verregaande budgettaire implicaties. Ik kom dus tot mijn vragen.

U hebt het groeipad in de plenaire vergadering twee weken geleden beknopt toegelicht. De regering zou dus inderdaad op 2 % blijven tot en met 2034, maar dan zou er in principe op één jaar tijd, als we de doelstelling willen halen, moeten worden gesprongen naar 3,5 %.

Dat lijkt me moeilijk, zo niet quasi onmogelijk en dus vraag ik u opnieuw wat dat groeipad richting 5 % precies inhoudt.

Kunt u nogmaals bevestigen dat die klim inderdaad voorzien is van 2034 tot 2035?

De belangrijkste vraag is hoe dat zal worden gefinancierd: voornamelijk via extra belastingen, besparingen, schulden of een mix daarvan? Bij welke departementen en begrotingsposten zult u het geld halen?

Zal die 1,5 % aan bredere veiligheidsuitgaven betrekking hebben op alle uitgaven aan cyberveiligheid, alle dual-use -infrastructuur, zoals bruggen en wegen, en uitgaven inzake binnenlandse veiligheid, bijvoorbeeld voor de strijd tegen drugs of terrorisme?

Kunt u ook duidelijkheid verschaffen over welke beveiliging van kritieke infrastructuur daaronder valt?

Nog een belangrijke vraag die toelichting vereist, is of België eventueel een uitbreiding kan bedingen van de lijst van de NAVO-aanrekenbare uitgaven. Welk aandeel zal afkomstig zijn van de deelstaten? Ook dat is van belang.

Een volgende vraag betreft de defensietaks, waarover momenteel onduidelijkheid heerst. Enerzijds is er de visie van minister Clarinval, die stelt dat er geen defensietaks komt. Anderzijds verklaart vicepremier Prévot dat een defensietaks een mogelijke piste vormt. De heer Rousseau stelt dan weer dat de deur openstaat voor een defensietaks. Wat is uw visie hierop?

Ten slotte een laatste vraag. Wat met het aangepaste strategische visieplan? In welke mate zullen de eventueel aangepaste capaciteitsdoelstellingen al vervat zijn in uw aangepaste plannen? Wanneer mogen we die plannen verwachten?

Darya Safai:

De vrede en veiligheid waarop we decennialang hebben vertrouwd, staan onder druk, al blijven sommigen dat nog steeds ontkennen. Het gaat niet langer om een theoretische dreiging, het is nu een harde realiteit geworden: een oorlog op ons continent, hybride aanvallen op onze instellingen, destabilisatie via cyberaanvallen en sociale media en een geopolitiek machtsblok dat er niet langer voor terugdeinst om met geweld onze manier van leven te bedreigen.

De vraag is dan ook niet of wij moeten investeren in onze veiligheid, de vraag is of we bereid zijn te doen wat nodig is om onze burgers, onze welvaart, onze vrijheid en onze democratie te beschermen. De N-VA en Arizona zijn daartoe bereid, in het belang van onze burgers. Het is de enige manier waarop we voldoende afschrikking kunnen garanderen. De NAVO-norm van 5 % van het bbp is geen symbool, maar een absolute noodzaak.

Vandaag hebben we in België een defensieapparaat geërfd dat structureel ondergefinancierd is, logistiek kwetsbaar en te afhankelijk van externe steun. De NAVO-norm van 5 % – opgedeeld in 3,5 % voor defensieopbouw en 1,5 % voor infrastructuur en cyberveiligheid – is het minimale wat we nodig hebben om geloofwaardige afschrikking te bieden en onze strategische autonomie te herwinnen.

Voor wie daaraan twijfelt: defensie is geen luxe, het is een kerntaak van de overheid. Zonder veiligheid geen ziekenhuizen, geen sociale zekerheid, laat staan welvaart die herverdeeld kan worden. Men vergist zich hier in chronologie en in oorzaak en gevolg. Vrede komt eerst en die moet vandaag worden afgedwongen.

Mijnheer de minister, op de jongste NAVO-top in Den Haag besprak u de uiteindelijke maatregelen die nodig zijn. Welk standpunt hebt u daar namens de regering verdedigd?

Koen Van den Heuvel:

De voorbije weken waren heel belangrijk en deze regering kan terugkijken op een heel mooi parcours, waarbij een aantal mijlpalen werden gehaald die ook door onze fractie werden vooropgesteld. Het was voor ons heel belangrijk om de 2 % te vrijwaren tijdens deze legislatuur, wat al een fikse opstap is in vergelijking met de voorbije jaren. Het gaat om ruim 4 miljard extra.

We zien dat in een realistisch kader en de minister heeft ondertussen een duidelijke strategische visie ontwikkeld over hoe die extra miljarden kunnen worden besteed. Verder was het ook belangrijk om het tijdpad naar de verhoging te spreiden over verschillende jaren en niet te werken met jaarlijkse verhogingen. Dat is ook nagekomen. Verder is er voldoende flexibiliteit in de 3,5 % en 1,5 %. Dat werk is nog niet helemaal afgerond en ik wil mij aansluiten bij de vraag van de collega's hoe de minister dat ziet.

Ook van groot belang is het gewicht en het belang van de deelstaten. Dat moet de volgende jaren worden uitgeklaard, zowel wat betreft innovatie als wat betreft de ondersteuning van de innovatieve defensie-industrie. Tot slot is het ook goed dat er in 2029 een evaluatiemoment komt.

Het zou goed zijn mocht de minister ons zijn visie geven over hoe hij de volgende ontwikkelingen ziet en vooral over de rol van de deelstaten, opdat we de opdrachten van ons land mogelijk kunnen maken binnen de NAVO.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, concernant la vision stratégique, nous n'avons à ce jour pas reçu d'informations officielles, mis à part quelques publications sur les réseaux sociaux. Lors des précédentes réunions de commission, vous aviez pourtant indiqué que la décision finale serait prise vendredi dernier. Aujourd'hui, nous sommes mercredi et il n'y a toujours pas d'accord à l'horizon alors que le temps presse. Avant la fin de cette session et avant les vacances, il serait intéressant d'avoir une idée sur cette vision stratégique. Vous êtes conscient, Monsieur le ministre que 34 milliards d'euros seront dépensés pour l'armement. Cet argent ne sera pas disponible pour d'autres besoins sociaux, notamment pour notre sécurité sociale. À chaque budget, cet engagement sera utilisé pour démanteler pierre par pierre notre sécurité sociale et réduire euro par euro nos pensions. Dans votre discours de vendredi dernier, vous avez également laissé entendre que l'on verra bien si les 2 % de dépenses de défense suffiront ou non pour cette législature.

Avez-vous dépassé les 2 % du PIB au cours de cette législature? Envisagez-vous comme option que les 2 % soient dépassés? Quand saurons-nous officiellement ce que vous comptez faire avec les milliards d'euros qui proviennent des contribuables belges? Allez-vous réduire les dépenses de sécurité sociale pour financer l'augmentation des dépenses de défense? Êtes-vous favorable à une taxe OTAN comme proposée par Vooruit? Comment garantissez-vous que les coûts d'entretien de ce matériel que vous allez acquérir ne feront pas dépasser la barre des 2 %?

Luc Frank:

Monsieur le ministre, la déclaration gouvernementale prévoit la création d’un fonds de défense destiné à renforcer le budget de la Défense. Ce fonds sera alimenté notamment par les participations de l’État, que ce soit par la vente de certaines d’entre elles ou par les dividendes annuels. Nous espérons obtenir rapidement des informations sur la finalisation de ce fonds, qui relève davantage des compétences de votre collègue des Finances. Néanmoins, je suis certain que vous participerez activement au débat et que vous vous inspirerez des meilleurs exemples.

À cet égard, la réponse danoise à cet enjeu est remarquable. En février 2025, Copenhague a décidé de créer un fonds d’accélération de près de 7 milliards d’euros afin de porter ses dépenses militaires à 3 % du PIB en 2025 et 2026. Avec la nouvelle norme des 5 % du PIB, le Danemark entend se doter des ressources nécessaires pour atteindre cet objectif dans les délais.

D’où ma première question: l’exemple du fonds de défense danois est-il actuellement étudié, au même titre que celui du fonds allemand, pour développer le fonds de défense belge?

Dégager des moyens ne suffit toutefois pas. Dans ce débat sur la norme OTAN, il ne faut pas se tromper de priorités. Il ne s’agit pas uniquement d’atteindre un chiffre, mais de savoir ce que nous finançons, à quel rythme, et dans quelle perspective d’autonomie stratégique européenne. Cette accélération des dépenses soulève en effet plusieurs défis. Il faut que l’industrie suive. Des crédits débloqués ne suffisent pas à générer immédiatement des capacités. Il faut donc aller au-delà des chiffres, car cette norme pourrait effectivement être atteinte en partie par des techniques comptables, sans que cela ne reflète un véritable développement des capacités.

Compte tenu des tensions industrielles, ne serait-il pas plus pertinent de compléter la norme des 5 % par un indicateur d’efficacité ou de disponibilité militaire réelle? Comment les partenaires européens de l’OTAN se concertent-ils pour que toute hausse budgétaire bénéficie également à l’industrie européenne de défense? Je vous remercie.

Mathieu Michel:

Monsieur le ministre, le sommet de l'OTAN s'est réuni à La Haye ces derniers jours. Il a mis en évidence l'importance d'atteindre un certain nombre de seuils. Les 5 % ont été évoqués, même si pour la Belgique, nous savons qu'il y aura un certain nombre de milestones à atteindre d'ici le timing prévu.

Je voudrais, dans un premier temps, insister sur la satisfaction que j’ai eue à voir reconnaître 1,5 % de dépenses en matière de sécurité, c’est-à-dire des dépenses plus larges que les seules dépenses militaires. C’est un élément essentiel, qui reconnaît enfin que la menace actuelle est bien plus vaste.

Quelques jours plus tôt, vous présentiez au Conseil des ministres votre vision stratégique 2026-2034, assortie d'un programme d'investissement de plusieurs dizaines de milliards d'euros, qui visait effectivement à augmenter cette capacité de réponse de notre défense.

Ce plan se concentrerait, si j'ai bien compris, sur trois axes principaux: la dissuasion militaire collective au sein de l'OTAN, la protection du territoire contre des frappes aériennes et la guerre hybride, mais aussi – et c'est essentiel, me semble-t-il – l'adaptation des unités à la révolution technologique à laquelle nous sommes confrontés, et qui se manifeste notamment sur le champ de bataille en Ukraine.

En mai, comme annoncé, votre note politique générale confirmait une accélération des dépenses militaires vers les 2 % du PIB dès 2025: rehausse des effectifs, création d'une nouvelle brigade, commande de systèmes sol-air, drones MQ-9B SkyGuardian armés, et ainsi de suite. Or, selon les chiffres de l'OTAN, la Belgique n'a consacré qu'environ 1,3 % de son PIB à la défense en 2024. L'atteinte du seuil transitoire de 2 % dès cette année reposerait sur des mesures ponctuelles, recettes exceptionnelles et reclassements comptables.

La soutenabilité d'un effort de 2 %, puis du coup à 3,5 %, voire plus, suscite dès lors des légitimes interrogations. Je pense qu'il s'agira d'être effectivement très rigoureux sur ces éléments.

Quelques questions, monsieur le ministre. Comment ces milliards d'investissements prévus entre 2026 et 2034 se ventilent-ils entre des crédits budgétaires ordinaires, des fonds extrabudgétaires ou encore des recettes non récurrentes? Quelle est la projection pluriannuelle du ratio défense/PIB jusqu'en 2035?

Pouvez-vous confirmer ou infirmer que le secrétaire général a validé l'éligibilité au titre de dépenses de défense des contributions au fond d'innovation du soutien militaire à l'Ukraine ou des investissements d'infrastructures civiles visant la résilience? Sur quels postes budgétaires, effectivement?

Pourriez-vous détailler les principaux programmes annoncés (défense aérienne multicouches, troisième frégate, 1500 véhicules de combat, CaMo 2, drones armés, hélicoptères, ce genre de choses)? Quelles mesures statutaires et budgétaires garantissent-elles d'atteindre les objectifs en termes de personnel fixés par la vision stratégique? Quel sera le coût annuel additionnel, notamment?

Le budget dédié à la recherche et innovation serait de son côté porté à 3% du budget total de la défense. Pouvez-vous préciser la part du financement réservé à la réindustrialisation militaire ainsi que les mécanismes de compensation industrielle et de transfert de technologies, qui sont très importants?

Concernant le cap des 5 %, envisagez-vous la publication d'une trajectoire intermédiaire – à titre d'exemple, 3 % en 2029, 3,5 % en 2031, ce genre de choses – assortie d'indicateurs de performance?

Et enfin, quelles adaptations institutionnelles – type comité de suivi, reporting semestriel, audit de performance – entendez-vous proposer pour associer durablement la Chambre aux décisions d'engagement financier et capacités liées à votre vision stratégique? La commission d'hier, en Achats militaires, mettait en évidence à quel point il était essentiel d'avoir des processus agiles eu égard à l'urgence de la situation.

Kjell Vander Elst:

Ik verontschuldig mij omdat ik wat te laat was, maar ik kom van bij de premier en ik moet de hiërarchie respecteren. In die commissie ging het trouwens ook over de NAVO en het was heel interessant.

We hebben al verschillende keren gedebatteerd over de NAVO-norm en de NAVO-top. Ik heb nog een aantal vragen omdat ik het opmerkelijk blijf vinden dat die percentagediscussie nu zogezegd beslecht is, maar dat een aantal partijen in uw meerderheid zegt dat die 5 %, of die 3,5 % en 1,5 %, zorgen voor morgen, zorgen voor later zijn. We zien wel, volgende regeringen, volgende generaties, we schuiven het voor ons uit en doen alsof het niet bestaat en dan zullen we het later wel oplossen.

Ik vind dat opmerkelijk. U doet dat niet, maar ook u en de premier hebben al een aantal kleren gezegd dat de inspanning naar 2 % heftig, lastig en budgettair zwaar is en dat het daarbij zal blijven tot en met 2029. Dat betekent dat men voor die 1,5 % militaire uitgaven dat verschil zal moeten dichtfietsen tussen 2030 en 2035. Dat is wat u zegt. Bevestigt u dat het plafond voor deze arizonaregering 2 % blijft, tot het einde van de legislatuur in 2029?

Mijn tweede vraag betreft de capability targets . We hebben het daar ook al verschillende keren over gehad. U, de defensiestaf en uw kabinet hebben het initiatief genomen dat men dat achter gesloten deuren kan inkijken, wat goed is.

De enige vraag die ik me nog stel, is de volgende. In Nederland kan dat al jaren en gebeurt het in openbare zitting. Er worden grondige debatten gevoerd over de capability targets en over de principes, bij elke herziening en telkens in alle openheid in het parlement.

Ik blijf me dan ook afvragen waarom dat hier niet mogelijk is. Ik weet dat u niet alle informatie kunt vrijgeven. Daar ben ik me ten volle van bewust. Maar als men in Nederland een debat kan voeren over die capability targets , over de strategische visie en over het aandeel dat Nederland opneemt binnen de NAVO, dan moet dat hier toch ook kunnen. Plant u om dat in de toekomst alsnog te doen?

Ik heb nog een laatste vraag in dat verband. De capability targets zijn uiteraard afgesproken tussen alle NAVO-partnerlanden. Tegelijk hebben we allemaal voortdurend de mond vol van Europese samenwerking en van een Europese defensiestrategie. Het is uiteraard goed dat er binnen de NAVO een gezamenlijk schild wordt uitgebouwd en dat elk van de 32 partnerlanden daarin zijn deel opneemt. Plant u initiatieven – iedereen benadrukt immers voortdurend het belang van Europese defensie en samenwerking – om met de Europese lidstaten binnen de NAVO na te gaan welke efficiëntiewinsten daar te boeken vallen?

Ik denk dat het al een eerste goede stap zou zijn als men samen met de Europese partnerlanden binnen de NAVO onderzoekt welke zaken zij aankopen en in welke programma’s ze investeren – niet zozeer welke capabilities ze op zich nemen, want dat is vastgelegd binnen de NAVO. Plant u op dat vlak een initiatief om, samen met de Europese lidstaten binnen de NAVO, de Europese pijler in de komende maanden en jaren verder uit te bouwen?

Axel Weydts:

We hebben hier al in plenaire zitting over gedebatteerd. Ik wil de minister danken voor het feit dat wij als parlement de capability targets hebben kunnen inkijken, weliswaar met gesloten deuren. Dat laatste respecteer ik ten volle want die targets zijn nu eenmaal geheim.

Wat mij wel enorm stoort, is dat er tot op heden maar drie parlementsleden zijn langsgekomen. Al wie die moeite niet heeft gedaan, zou in dit debat beter een toontje lager zingen. Ik kan hen alleen maar aanraden dat alsnog te doen. Je krijgt dan namelijk naast de inzage in die documenten een uitstekende uitleg van een topgeneraal over hoe die targets tot stand komen en hoe het NATO Defence Planning Process tot stand komt. Ik kan u verzekeren dat het voor mij, alhoewel ik door mijn achtergrond al vrij goed op de hoogte was, toch een wake-upcall was.

Laten we nu focussen op het werk dat in deze regeerperiode op de plank ligt. Er is afgesproken dat wij versneld 2% in onze defensie zullen investeren, wat een ongeziene inspanning is en een historische investering na decennia van besparingen. Laten we ook met deze commissie werk maken van het bereiken van die 2% en 2,5% tegen 2034. De kloof daarna, collega Vander Elst, is die tussen 2,5 en 3,5, maar dat is een detail. Dat zal een zeer moeilijke opdracht zijn voor het Parlement, de regering en Defensie zelf. Ik kijk er alvast naar uit de komende jaren nog veel te debatteren over hoe en wanneer we die capabilities zullen realiseren, al die mensen zullen rekruteren en ervoor zullen zorgen dat ze ook deftig verloond worden.

Voorzitter:

Ik was een van die drie parlementsleden. Ik kan me bij uw wijze woorden aansluiten.

Theo Francken:

Hoeveel spreektijd heb ik? Vijf minuten? Sommigen willen dat ik gewoon zwijg. Tien minuten is meer dan ik had verhoopt.

Goed, een aantal elementen. Wat betreft die 2%, 3,5% en 5%. Binnen de regering is afgesproken dat het 2% wordt tijdens deze legislatuur. Dat is een aanzienlijke extra inspanning, 21 miljard euro. Dat goed buiten krijgen, is op zich al een behoorlijke opdracht. Daar hebben we veel mensen voor nodig om dat op een correcte manier te doen. Alleen dat al wordt een uitdaging. Ik weet dat het tegen 2035 richting 3,5% moet gaan. Dat geeft ons dus nog een aantal extra jaren. Daarover hebben we ook onderhandeld. Men zou kunnen zeggen om naar 2,5% te gaan in 2034, dan zou men er in 2035 eigenlijk nog een procent moeten bij doen. Dat valt juist in een verkiezingsjaar, dat zal niet zo evident zijn. Dat besef ik ook wel, maar het is nog veraf en nog lang.

Er is ook afgesproken dat er in 2029 een evaluatie komt van de geopolitieke situatie, van de capabilities die elk land op dat moment zal hebben, van het dreigingsniveau, van wat er nodig zal zijn enzovoort. De NDPP’s, dus de planningsdocumenten, worden ook om de vier jaar opgesteld: 2021, 2025, 2029, 2033. In die zin is er dus ook tijd. Zal de geopolitieke toestand tegen dan beter zijn? Ik hoop het. Ik vrees ervoor. We zullen zien.

In die zin denk ik dat de 2% op dit moment voor ons land al een zeer aanzienlijke inspanning is. Na een democratisch proces en de verkiezingen in 2029 zullen we dan ook nagaan hoe we dat verder aanpakken. Dat is democratie. Elke partij heeft daar een mening over en kan zich daarover uitspreken. De kiezer moet dan maar beslissen op wie hij al dan niet stemt in het kader van de internationale veiligheid. Als iemand vindt dat dit niet belangrijk is, dat het belangrijker is om in de sociale zekerheid te investeren en dat er te veel geld naar defensie gaat, dan moet hij stemmen op partijen die dat zeggen. Zo eenvoudig is dat. Ik kan daar niets aan toevoegen.

Volgens onze simulaties zitten we bijna aan 1,5%. Dat is belangrijk.

Il est, selon moi, réaliste de penser que nous avons la possibilité d’atteindre les 1,5 % de dépenses sécuritaires élargies, cette année ou l’année prochaine. Nous sommes en train d’effectuer les calculs nécessaires et d’examiner, en collaboration avec les Régions, comment y parvenir concrètement. Une réponse devrait sans doute émerger au sein du cabinet du premier ministre dans les semaines ou les mois à venir, avant 2026.

Il s'agit d'une bonne nouvelle, surtout que nous aurions déjà atteint 3,5 sur 5, soit 7 sur 10. Quand ma fille revient de l’école avec un 14 sur 20, je suis satisfait. Mais si elle revient avec un 4 sur 10, je le suis beaucoup moins.

Het is mentaal natuurlijk een totaal ander debat bij 3,5 op 5 dan bij 2 op 5. Eigenlijk zitten we aan 3,5 op 5, of het scheelt toch niet veel. Dat betekent inderdaad dat we nog inspanningen moeten leveren, dat we nog veiligheidsuitgaven en defensie-uitgaven moeten doen, die natuurlijk zwaarder doorwegen op het budget, dat weet ik ook wel. Het geeft echter wel een heel ander debat. En ik moet zeggen, collega's, ik heb me echt gestoord aan het debat.

Collega's, ik heb mij gestoord aan het debat en ook aan de onwaarschijnlijk kinderlijke en populistische manier waarop het gevoerd werd. Het is een zeer vals debat. Men ziet dan slogans, ik heb die vroeger ook al gezien in campagnes. Ik vind het heel jammer dat veiligheid aan de linkerzijde blijkbaar helemaal niet belangrijk is. Internationale solidariteit is het belangrijkste, behalve als het over defensie en de NAVO gaat, dan lijkt die solidariteit plots niet meer te bestaan.

Er wordt steeds een valse tegenstelling gecreëerd tussen enerzijds sociale zekerheid en anderzijds defensie, harde veiligheidsuitgaven. Men moet in beide investeren. Niemand hier in de zaal wenst oorlog. Iedereen wenst vrede. Die hebben we al bijna 80 jaar. Ik hoop dat we die nog lang kunnen behouden. Maar om die te kunnen behouden, moeten we ook investeren in onze veiligheid en dus in militaire capaciteiten. Sommigen vinden dat dit niet nodig is, dat men een bloem in elke geweerloop moet steken en moet stoppen met het nucleaire arsenaal, ook al heeft de rest nucleaire wapens. Dat kan een politieke mening zijn, maar het is niet de mijne. Ik denk ook niet dat Europa lang zou standhouden als we dat zouden doen. We zouden redelijk snel overwonnen en ingenomen worden. En er zouden andere machthebbers komen.

Dat zijn heel valse tegenstellingen. Ik zie ze ook hier terug. Men ziet nauwelijks het verschil tussen de PS en de PTB-PVDA. Het lijkt bijna een copy-paste. Het is precies één partij geworden. Ik zie het verschil niet, het lettertype is bijna hetzelfde.

Dan wordt er het volgende gezegd. Elf F-35's kosten volgens de PS 2 miljard euro. Rafales kosten 2 miljard voor elf stuks. F-35's kosten geen 2 miljard voor elf. No way. Volgens dat verhaal kan men met dat geld 20 scholen bouwen of 4.000 plaatsen in de kinderopvang creëren. Volgens de PTB zijn het zelfs 10.000 plaatsen in de kinderopvang. Bij de PS zijn het er 4.000. Ik weet niet hoe dat komt. En men zegt dat men er een ziekenhuis mee kan bouwen.

Beste mensen, dat is bijzonder intellectueel oneerlijk. U weet dat ook. Dat is vals. Zo werkt het natuurlijk niet. Men moet investeren in veiligheid, men moet investeren in defensie, maar ook in onderwijs, zorg, gezondheidszorg en pensioenen. Dat is evident.

Laten we dan praten over de verhalen die ik heb gelezen. 6.000 euro per gezin: fake news. Het is gewoon niet waar. Het is ook compleet debunked door mensen die dat in de gaten houden, zij hebben het herberekend, het is niet juist. Die professor is zelf teruggekomen van dat cijfer. De professor die sprak over 6.000 euro heeft zichzelf gecorrigeerd.

Le professeur qui a annoncé 6 000 euros a corrigé lui-même son erreur.

Hij heeft zichzelf gecorrigeerd. Dat klopt gewoon niet. Toch zie ik dat cijfer voortdurend opduiken. Ik zie voortdurend dat cijfer van 6.000 euro per gezin terugkomen. Dat is fake news. Alstublieft, ik wil u vragen om daarmee te stoppen. Als u daar niet mee stopt, zal ik blijven zeggen dat u de mensen iets aan het voorliegen bent.

Ik denk dat we correct moeten zijn. We moeten erkennen dat ook veiligheid iets kost. Ik lees ook analyses en editorialen van mensen die geacht worden verstand van zaken te hebben. Zij schrijven dat de defensie-uitgaven het einde betekenen van de sociale zekerheid. Tjonge jonge.

We gaan naar een defensiebudget, pensioenen inbegrepen, van 13 miljard euro. Zonder de pensioenen gaat het om 10 miljard euro. De sociale zekerheidsuitgaven in België bedragen dit jaar 130 miljard euro. Als men daarbij het onderwijs optelt van Vlaanderen en de Franse Gemeenschap en ook de zorg- en welzijnsbudgetten, dan gaat men boven de 200 miljard euro.

Het gaat dus om 10 miljard euro tegenover 200 miljard euro. Dan beweert men dat 3,7 miljard euro extra voor defensie het einde van de sociale zekerheid zou betekenen. Alstublieft, arrêtez le sketch. Stop daarmee. Dat is gewoon intellectueel absurd.

Ik heb mij de afgelopen weken en maanden aan sommige uitspraken geërgerd, ook aan die van het Vlaams Belang. Het Vlaams Belang zegt dat we geen F-35’s nodig hebben om ons luchtruim te beschermen. Dat is letterlijk wat Tom Van Grieken zei.

Vorige keer zei de heer Tonniau hier: “We hebben geen drie fregatten nodig, want we hebben maar 70 kilometer kustlijn”. Oh my god, dat is niet te geloven.

Blijkbaar zijn er mensen die hier al vele jaren in het Parlement zitten, ook in de commissie voor Landsverdediging, die denken dat wij alleen materieel aankopen om onze eigen kustlijn van 67 kilometer te verdedigen, alleen om ons eigen luchtruim te beschermen. Sommige mensen denken dat blijkbaar echt. Dat is beschamend. Zo werkt het niet. We maken deel uit van een internationaal bondgenootschap.

Gelukkig zijn er ook veel verstandige mensen. Een van die verstandige mensen die we hier hebben gekend, was Paul-Henri Spaak, een bekende Franstalige socialist. Hij was medeoprichter van de NAVO. Hij heeft na zijn toespraak ‘ Nous avons peur ’ in Brussel het Verdrag van Brussel gesloten. Nadien kwam het Verdrag van Washington, inmiddels 76 jaar geleden.

Het ging om een man die geloofde in multilateralisme, die ervan overtuigd was dat België geen eiland is en dat samenwerking ons sterker maakt. Dat zijn de mensen naar wie ik opkijk: visionairen. Ik hoop dat er in dit Parlement nog veel mensen zijn met een langetermijnvisie zoals hij.

Het is niet gemakkelijk om de 2 %-norm te halen en nog veel moeilijker om de 3,5 %-norm te halen. Het is echter nodig en we zullen dat stap voor stap realiseren. We zullen daarbij maximaal rekening houden met de bevolking en proberen te luisteren. In die zin, collega's, hebben wij met deze regering de juiste beslissing genomen.

Tot slot is er de vraag waaraan het geld wordt besteed. Dat is vorige week zeer uitgebreid toegelicht met de strategische visie. Ik kan daar nu dus niet verder op ingaan, waarvoor mijn excuses.

Dit jaar wordt het geld besteed aan munitie. Mijn munitieplan is klaar en wordt volgende week aan de regering voorgelegd. Met 2,3 miljard euro gaat het om de grootste munitie-investering ooit in de geschiedenis van de Belgische krijgsmacht, omdat het nodig is. Die investering komt er niet omdat ik graag geweren, kogels, raketten of missiles koop, maar omdat we er gewoon veel te weinig van hebben. We zijn kwetsbaar, collega’s. Dat is al jaren het pijnpunt van de Belgische defensie: geen luchtverdediging en geen of veel te weinig munitie. Nu zullen we een historische stap zetten met dit munitieplan van 2,3 miljard euro, dat hopelijk volgende week wordt goedgekeurd.

Annick Ponthier:

Dank u voor uw antwoorden, mijnheer de minister. U bent op een heel groot aantal van de vragen het antwoord schuldig gebleven, voor alle duidelijkheid. Mijn partij pleit al jaren voor bijkomende investeringen in defensie. Dat weet u en dat staat buiten kijf, zeker in de geopolitieke toestand waarin we momenteel verkeren. Het zijn de voorbije regeringen, over decennia heen, die verantwoordelijk zijn voor de huidige lamentabele toestand van ons defensieapparaat, op alle vlakken. Wat ons betreft gaat het om puur schuldig verzuim.

U citeert graag andere partijen en dat mag natuurlijk. Daarvoor zitten we in het Parlement. Dat voedt het debat, maar als u het dan over fake news hebt, moet u ook in eigen boezem kijken. Het Vlaams Belang zegt helemaal niet dat we geen gevechtsvliegtuigen nodig hebben. We stellen wel vragen bij de bestelling van extra gevechtsvliegtuigen op dit moment en wij vinden dat de prioriteiten elders moeten liggen. Dat is wat wij zeggen.

Als u wilt citeren, moet u verder kijken dan een krantenkop of de titel van een persartikel. Dan moet u ook de inhoud citeren, maar goed, ik blijf bij wat ik twee weken geleden in de plenaire vergadering heb gezegd. Ons optreden op de NAVO-top in Den Haag was – en ik hoor u dat nu ook weer bevestigen – niet meer of minder dan een operatie van schone schijn.

We redden daarmee op dat moment ons gezicht – daar valt iets voor te zeggen, want ik weet dat de diplomatie vele kanten kent – maar onze engagementen echt hard maken, kunnen we niet. Wat de financiering betreft van de verklaringen die daar zijn afgelegd, blijkt opnieuw dat de 2 %-norm, die we dit jaar zullen halen, enkel voor dit jaar is begroot en dan nog met heel veel kunst- en vliegwerk – op Verhofstadt-wijze, zal ik maar zeggen. Over de structurele financiering van de 2 % voor de komende jaren kreeg ik echter weer geen antwoord.

Over de defensietaks kreeg ik ook opnieuw geen antwoord. Ik heb u die vraag twee weken geleden gesteld en u blijft het antwoord schuldig. U hebt wel heel wat historische plannen om geld uit te geven, maar vooralsnog is er geen plan om de financiering daarvan structureel te duiden aan het Parlement. Zelfs met de maximale flexibiliteit die we in Den Haag ten toon hebben gespreid, dreigt u ons in de toekomst verder in de schulden te steken. U weet dat die schulden – dat hoef ik u niet te vertellen als Vlaams-nationalist – vooral door de Vlamingen zullen worden betaald, want elders valt er weinig te rapen.

U mag dan wel veel forse verklaringen afleggen over die plannen, maar financieel hebt u, als ik uw antwoord goed heb gehoord, geen plannen.

Op de vragen over de bijdrage van de deelstaten hebt u ook niet geantwoord. Wat het federale niveau tekortkomt, moeten de deelstaten dan maar bijpassen. Dat is de omgekeerde wereld. Ik vind die keuzes en de uitleg die u geeft over de structurele financiering van al die plannen, die op veel vlakken broodnodig zijn, betreurenswaardig en niet afdoend.

Voorzitter:

De minister wil nog een technische aanvulling geven.

Theo Francken:

Mevrouw Ponthier, u hamert terecht op het budget, maar ik heb al verschillende keren gezegd dat het zal worden opgesteld tijdens de begrotingsopmaak 2026. Het budget voor dit jaar is goedgekeurd. U hebt daar ook over gestemd. Dat budget is voorzien, met veel one-shotmaatregelen en geen structurele. Structurele maatregelen en andere one-shotmaatregelen zullen worden genomen bij de begrotingsopmaak 2026, die wordt ingediend vóór 15 oktober. We hebben daar dus nog tijd voor en dat heb ik al verschillende keren gezegd. U weet dat heel goed.

Op de vragen over wat de deelstaten doen, heb ik wel geantwoord. Ik heb gezegd dat de deelstaten wel kunnen bijdragen aan de 1,5 %. Dat wordt nu bekeken. Ik denk dat we die heel snel kunnen behalen, misschien zelfs al in 2026. De premier zal daarvan de coördinatie op zich nemen en dit moet worden overlegd met de minister-presidenten van de deelstaten.

Darya Safai:

Bedankt, mijnheer de minister. Deze regering heeft stappen gezet en komt nu boven de 2 % uit. Wat meer dan tien jaar geleden werd beloofd, realiseren wij nu eindelijk en dat is een goede zaak. Dit is historisch. Uw munitie- en luchtafweerplannen zijn dringend en broodnodig.

Sommigen zeggen dat de 5 % onhaalbaar is. Toch is met de juiste visie en politieke wil alles mogelijk, collega's. Wij zullen dit realiseren in een groeipad van zeven tot tien jaar, waarvan een belangrijk deel investeringen in onze eigen industrie zijn, in jobs en innovaties. De helft van deze uitgaven komt ten goede aan onze eigen economie. Investeringen in defensie kunnen duizenden directe en indirecte jobs creëren.

Laten we duidelijk zijn, deze 5 % is een verzekering tegen onbetaalbare kosten in de toekomst, want als de Verenigde Staten zich terugplooien, als de NAVO verzwakt, als onze infrastructuur wordt lamgelegd, dan zal de rekening niet langer 5 % bedragen, maar onze volledige soevereiniteit. Wie denkt dat wij veiligheid kunnen kopen met holle retoriek of door op autocratie te vertrouwen, vergist zich. De tijd van vrijblijvendheid is voorbij. Dit zijn geen dogma’s, collega's. Dit is noodzaak. Dit is geen oorlogszucht. Dit is afschrikking. Dit is geen wensdenken. Dit is de realiteit.

Vrede is geen toeval. Het is het resultaat van kracht, eensgezindheid en politieke moed. Wij steunen u in uw plannen, mijnheer de minister. Dank u wel.

Koen Van den Heuvel:

Ik denk dat de minister duidelijke antwoorden heeft gegeven. Voor ons zijn een aantal zaken heel belangrijk, zoals het tijdstraject. Dat heb ik echter daarnet al gezegd. Het is nu onze opdracht om de capability targets van de NAVO in grote mate en zo veel mogelijk te vervullen.

Daarnaast zijn er twee aandachtspunten die we niet uit het oog mogen verliezen. We hebben daar de voorbije weken al vaak over gesproken. Het eerste is de efficiëntieoefening. Als we het draagvlak bij onze mensen willen behouden, dan moeten zij ervan overtuigd zijn dat die extra miljarden, ook al heeft de minister dat nu genuanceerd en dat begrijp ik eerlijk gezegd, binnen het totale budget van NV België beheersbaar blijven. Het blijft immers veel geld en het is allemaal extra. Het is dus onze plicht om die miljarden op een efficiënte manier te gebruiken.

Ten tweede is er de Europese samenwerking. Er moet minder versnippering en meer standaardisatie komen. Elk land moet niet op zichzelf werken, maar er moet samenwerking komen voor Europese interoperabiliteit. Het klinkt misschien als Cato en zijn ceterum censeo Carthaginem esse delendam , maar ik zal dat hier in dit Parlement blijven herhalen, omdat het zo vanzelfsprekend is. Qua langetermijnvisie, mijnheer de minister, zit dat juist, al maken de praktische gewoonten van de Europese landen het wellicht moeilijk om die visie uit te rollen. U zult mij dat dus de volgende maanden en jaren ongetwijfeld regelmatig horen herhalen. Wees een pionier van die Europese samenwerking. België is misschien beter geplaatst dan de grote Europese landen om daarin het voortouw te nemen. Zoek bondgenoten en maak er echt werk van.

Ten slotte wil ik nog dit zeggen. Zoals ook bij de strategische visie bleek, moeten we inzetten op flexibiliteit en innovatiekracht. Dat is echter niet eenvoudig. U moet immers een visie op lange termijn ontwikkelen, maar sinds de oorlog in Oekraïne zijn heel wat tactieken en inzichten veranderd. We moeten daar flexibel op kunnen inspelen, maar ook innovatief met steun van onze Belgische industrie en onze Vlaamse innovatieve kmo’s. Dat is een andere uitdaging die altijd in het oog moet worden gehouden.

Nabil Boukili:

Tout d'abord, merci monsieur le ministre de faire de la publicité pour nos visuels. L'objectif de ces visuels est qu’ils circulent. Vous participez à les faire circuler. Je vous en remercie.

Deuxième chose, monsieur le ministre, vous parlez de malhonnêteté dans le fait d'opposer les dépenses sociales et les dépenses militaires. Mais je vais reprendre vos propos, monsieur le ministre. Je vous cite: "Retirer quelques milliards d'un budget de 200 milliards, ce n'est tout de même pas inhumain. Cette sécurité sociale est trop grasse." Vous l'avez dit vous-même.

Cela signifie que l'argent que vous voulez mettre dans l'armement, vous voulez le prendre dans la sécurité sociale. Vous l'avez dit vous-même.

Je ne sais pas qui est malhonnête intellectuellement, quand vous dites qu'il ne faut pas opposer les deux. Vous-même, vous les opposez. Vous dites qu'il faut prendre l'argent dans ces services, qu’il y a trop d'argent dans la "sécurité douce", comme vous l'appelez, et le mettre dans la "sécurité dure".

Je ne fais que reprendre vos propos, monsieur le ministre. Vous l'avez dit par le passé.

Sur les 6 000 euros, si vous considérez que c'est une fake news , adressez-vous à l'économiste Gert Peersman. Il y a eu un fact checking . Il en avait parlé à l'émission Terzake , et Knack a fait un fact checking là-dessus.

Voilà ce que dit Knack : "Dans l'émission Terzake , l'économiste Gert Peersman a déclaré que la nouvelle norme de l'OTAN coûterait 6 000 euros par ménage belge. Ce chiffre est correct, mais il s'agit d'une estimation théorique pour un ménage moyen. Une part importante de ces 5 % est déjà dépensée. Il ne s'agit donc pas d'une hausse de 6 000 euros d'impôts. Cependant, un budget de la défense équivalent à 5 % du PIB entraînerait bien une perte de 6 000 euros de pouvoir d'achat pour un ménage moyen."

Si vous considérez que c'est faux, adressez-vous à Knack ou à l'économiste M. Peersman.

Je dis que 5 % équivalent à 6 000 euros de perte de pouvoir d'achat pour un ménage moyen. Pourquoi? Parce que pour financer ces 5 %, vous allez puiser dans la sécurité sociale, dans le remboursement des médicaments. Cet argent-là que vous allez prendre, ces médicaments qui ne seront pas remboursés par exemple, les Belges vont les payer avec leur argent.

Il s'agit donc d'une perte de pouvoir d'achat de 6 000 euros. Faire passer les dépenses militaires à 5 % équivaut à infliger une perte de pouvoir d'achat de 6 000 euros. Si vous considérez que c'est faux, adressez-vous à l'économiste Gert Peersman et à la rédaction de Knack , qui a confirmé cette déclaration. Vous affirmez qu'il s'agit de fake news alors que je reprends l'étude d'un économiste.

Theo Francken:

Ce qu’il faut comprendre, c’est que c’est un ajout. Nous faisons les calculs selon la définition en vigueur. Nous avons déjà atteint 3,5 % sur 5. Vous voyez ce que je veux dire?

De vergiftiging van het debat draaide om de voorstelling dat de maatregel 6.000 euro per gezin extra zou kosten. Dat beeld is bij veel mensen op die manier overgekomen. Professor Peersman heeft dat nadien rechtgezet. Het gaat om het volledige budget, maar van die zogezegde 6.000 euro koopkrachtverlies wordt 4.500 euro al jarenlang geïnvesteerd.

Het is dus een belangrijk verschil. De indruk werd gewekt dat de regering iets beslist wat gezinnen 6.000 euro extra kost, terwijl dat niet klopt. Een aanzienlijk deel van dat bedrag wordt al jaren uitgegeven. Dat is de kern van de discussie. Ik vind het dan ook intellectueel oneerlijk. Dat de bijkomende 5 % een extra kost met zich meebrengt, is evident, maar dat komt niet neer op 6.000 euro per gezin extra, aangezien er al jaar en dag fors geïnvesteerd wordt in defensie.

Nabil Boukili:

Là, vous tournez autour du pot, monsieur le ministre. Car 5 % du PIB investis dans la défense équivalent à 6 000 euros de perte de pouvoir d’achat pour les ménages. Vous ne contestez pas cette déclaration, si? C’est une malhonnêteté intellectuelle de dire qu’il s’agit d'une fake news , car c’est une vérité. L’argent que nous dépenserons dans la défense ne tombera pas du ciel, on ne l’inventera pas, il faut aller le chercher quelque part, et vous affirmez vous-même que vous voulez le trouver dans la sécurité sociale.

Vous avez également affirmé que nous sommes en paix depuis 80 ans. Je suis désolé, mais nous avons été en guerre en Libye, en Afghanistan. Ce n’est pas parce que les bombes ne tombent pas ici que nous sommes en paix. Nous sommes en guerre avec plusieurs pays. En Afghanistan, il y a eu 20 ans de guerre pour que les Talibans prennent le pouvoir juste après. Je n’appelle pas cela de la paix. Et le fait que vous continuiez dans cette dynamique, dans une politique d’armement, dans des investissements dans la guerre, ne fera que provoquer davantage de guerre. Quand on achète des armes, c’est pour les utiliser.

Luc Frank:

S’il faut vraiment entrer dans ce débat, le calcul est vite fait: la sécurité sociale coûte 18 000 euros par personne en Belgique. Alors franchement, qui paie? Uniquement les travailleurs? C’est une connerie, c’est vraiment une connerie! Je n’ai jamais entendu des conneries pareilles! Vous ne cessez de proférer des mensonges, des choses qui ne sont pas correctes. Venez à nos réunions, venez à nos visites à l’extérieur, discutez avec les gens, vous verrez ce qu’il en est. Et de plus, ce que vous dites est vraiment de l’eau au moulin de Poutine.

Arrêtez de dire cela! Nous sommes vraiment dans une situation grave, qu'il faut prendre au sérieux! Il n'y a rien à faire. Si l'on n'a pas de sécurité dure, il n'y a pas de sécurité sociale, parce que c'est la première qui permet aussi de jouir de la liberté, de commercer et d'avoir du bien-être. Arrêtez de dire cela!

Cela dit, j'en arrive à mes questions. Monsieur le ministre, j'aimerais bien obtenir quelques précisions parce que le débat était assez général. Je suis ouvert à obtenir plus d'informations sur ce fonds. Je suis d'accord avec vous à propos des 3,5 %.

Theo Francken:

Une précision technique: c'est M. Jambon qui tire le fonds. Celui-ci prendra forme dans les jours et semaines à venir.

Luc Frank:

J'avais bien dit que c'était le ministre des Finances qui s'en occupait.

S'agissant des entités fédérées, il ne faut pas oublier non plus d'y associer les provinces et les communes. Je vous remercie.

Mathieu Michel:

Avant toute chose, je pense qu'il ne faut pas confondre la guerre et la défense. Celle-ci suppose la capacité de gagner la guerre sans vouloir la faire. C'est ce à quoi nous nous employons. Aujourd'hui, la défense est un concept bien plus vaste que l'achat d'avions et de tanks. C'est en effet un concept militaire, mais également cyber. Il implique aussi des infrastructures critiques de connectivité. C'est la sécurité active et passive. Et c'est ce que je salue dans les négociations qui ont eu lieu: ces 5 % recouvrent en réalité une vision plus vaste. Je tiens donc à vous remercier pour ces négociations.

Même aux plus dubitatifs, il importe de toujours rappeler que ce modèle que nous chérissons tous ne peut pas tenir sans sécurité. Sans sécurité, vous n'avez pas de liberté ni d'égalité ou de fraternité. Il ne s'agit certainement pas ici d'opposer sécurité et solidarité. Nous devons garantir les deux.

C'est d'ailleurs ce que nous faisons. Nous augmentons effectivement nos dépenses en matière de défense et, en parallèle, comme vient de le rappeler M. Francken, nous augmentons encore beaucoup plus nos dépenses en matière de solidarité et de sécurité sociale. Alors venir dire qu'on retire d'une poche pour mettre dans l'autre, c'est d'une absurdité folle. C'est éventuellement ne pas être en capacité d'augmenter encore plus quelque chose qui augmente beaucoup plus par ailleurs.

Aujourd'hui, ce que nous faisons effectivement, c'est garantir tant notre sécurité collective que notre solidarité. C'est un élément essentiel, c'est la préservation de notre modèle social. Alors peut-être que cet élément vous plaît moins qu'à nous, mais c'est aussi défendre nos valeurs, nos valeurs de liberté, nos valeurs de travail, de responsabilité. C'est pour nous essentiel.

Je voudrais reprendre l'exemple imagé mais totalement approprié cité par le premier ministre il y a quelques semaines en commission. Il a rappelé – et c'est de circonstance vu que le Tour de France vient de commencer – qu'avec 1,3 % de dépenses militaires en 2024, nous étions déjà très en retard sur le peloton. Or, en l'occurrence, le peloton a accéléré, et donc non seulement nous devons rattraper le peloton, mais nous devons rattraper un peloton qui a accéléré, et c'est là tout l'enjeu.

En fait, ce que nous faisons aujourd'hui en matière de défense est en quelque sorte à l'image de ce que nous devons faire de façon plus générale à l'échelon national. De manière générale, nous rattrapons notre retard, et pour ce qui nous concerne au MR, nous nous réjouissons parce que nous préférons être un pays en avance plutôt qu'un pays en retard.

Kjell Vander Elst:

Dank u, mijnheer de minister, voor uw antwoorden. Ik ben het met u eens wanneer u zegt dat de simplistische boodschappen van de afgelopen weken en de beelden of pagina's die u getoond hebt van bepaalde oppositiepartijen het draagvalk bij de bevolking op termijn volledig zullen wegwerken.

Het gaat over veel geld, over zware investeringen op lange termijn op een moment waarop veel gezinnen het moeilijk hebben en op een moment waarop bijna elk bevoegdheidsdomein in dit land moet besparen. Tegelijkertijd krijgt defensie – terecht – extra middelen. In dat kader helpt sloganpolitiek niet om het draagvlak bij de bevolking te behouden. Ik hoop dan ook dat we dit debat met iets meer ernst kunnen voeren, want de bevolking en ons land hebben een performante defensie nodig.

Ten tweede, wat de financiering betreft, het klopt wat collega Weydts zegt: er is inderdaad een traject richting 2,5 % tegen 2034. Dat betekent nog altijd dat we, als er in 2029 niets wijzigt, 1 % op één jaar tijd moeten goedmaken. Ik begrijp dat u stelt dat de 2 % al een serieuze uitdaging vormt, want dat is het ook.

We weten immers dat de financiering ervan voor dit jaar grotendeels steunt op eenmalige financiële maatregelen en dat heel die zoektocht in 2026 opnieuw zal moeten beginnen. Ik hoop dan ook dat we snel van gedachten kunnen wisselen over een structurele financiering van de 2 % voor de komende jaren. Alleen wanneer defensie er als organisatie zeker van is dat die middelen jaarlijks structureel worden gefinancierd, kunnen we werk maken van een langetermijnvisie voor defensie.

Tot slot, u bent niet echt ingegaan op de Europese pijler binnen de NAVO. Ik weet dat dat een zeer breed debat is, dus ik zal daar later misschien nog op terugkomen.

Theo Francken:

Er staan daarover straks nog vragen op de agenda.

Kjell Vander Elst:

Dan zal ik mij daarbij aansluiten.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, wat de Europese pijler betreft, kan ik u zeker aanraden om de capability targets te bekijken. Er staan daar heel veel lijntjes PESCO in. Ik heb mij laten vertellen dat het voor de eerste keer is dat er zoveel wordt verwezen naar de Europese samenwerking binnen de NAVO-norm. Dat is een heel goede zaak en dat is ook een argument om zeker die capability targets te bekijken.

Ik ben heel tevreden met dit debat. Ik had gedacht dat het weer zou zijn als bij de vorige debatten, maar het is een goed debat, zoals dat ook hoort in een parlement. Ik ben ook blij dat ik niet meer de enige ben in deze commissie die de leugens van PVDA-PTB moet weerleggen. Doe zo verder, collega's. Samen zullen we erin slagen om de waarheid aan het licht te brengen.

Ik wil besluiten met te zeggen dat er heel veel werk aan de winkel is. Laat ons de hand aan de ploeg slaan, over alle fracties heen, om te bereiken wat nodig is, namelijk meer veiligheid garanderen voor de burgers van het Europese continent.

Voorzitter:

U hebt als ondervoorzitter van deze commissie dit punt op een uitstekende manier afgerond.

De onderhandelingen met de legervakbonden
Het afspringen van het sociaal overleg bij Defensie
Het sociale plan voor militairen en de impact van de geplande pensioenhervorming
De stand van zaken betreffende de onderhandelingen met de legervakbonden
Het sociale plan voor militairen en de impact van de geplande pensioenhervorming
Het sociaal plan voor de militairen
De sociale onderhandelingen bij Defensie
De onderhandelingen met de legervakbonden
Het sociaal overleg
Het sociaal overleg met de legervakbonden
Het sociaal overleg bij Defensie
Sociaal overleg en pensioenhervorming bij Defensie

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de omstreden pensioenhervorming voor militairen, waarbij de pensioenleeftijd van 57 naar 67 jaar wordt opgetrokken, wat leidt tot massaal verzet bij syndicate en militairen. Kritiekpunten: de maatregel wordt gezien als sociaal dumping (verlies aan inkomen, gebrek aan erkenning, onrealistische fysieke eisen), dreigt een leegloop van ervaren kader te veroorzaken en kost 4 miljard extra zonder garanties voor betere loopbaanomstandigheden. Syndicaten verlieten onderhandelingen na beschuldigingen van minachting en gebrek aan transparantie, terwijl de minister geen concrete plannen of tijdlijn voorlegt, wat de onrust verergert. Kernvraag: hoe verzoent de overheid budgettaire noodzaak met behoud van gemotiveerd personeel, gegeven de krappe arbeidsmarkt en afhankelijkheid van technisch gespecialiseerd kader?

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, vous êtes d'accord avec moi pour dire que la ministre Dedonder a fait du bon travail en matière de personnel, vous l'avez d'ailleurs déjà dit. Vous auriez pu vous glisser dans ses baskets et continuer son travail. Pourtant, vous êtes en train de faire tout le contraire. La plus importante des régressions sociales en matière de statut militaire est l'allongement unilatéral de plus de 10 années de leur carrière, en rupture totale avec le contrat social qui les unit avec la société belge.

Pourtant les chiffres de l'état-major de la Défense parlent d'eux-mêmes: cette mesure est non seulement injuste sur le plan social, mais elle est aussi une aberration pour l'avenir de notre Défense! On parle d'un surcoût de 4 milliards d'euros selon les chiffres de l'état-major, autant de moyens qui ne pourront pas être utilisés pour réinvestir dans notre armée.

Nous avons longuement eu l'occasion d'en parler lors des débats sur votre exposé d'orientation politique et votre note de politique générale. Aujourd'hui, nous apprenons que l'ensemble des syndicats militaires ont quitté prématurément les discussions, que vous aviez péniblement mises en place, où vous deviez leur présenter les mesures prévues. Les syndicats vous reprochent notamment, selon la presse, "un mépris flagrant envers le métier de militaire" et estiment que l'accord de gouvernement menace de saper l'équilibre du statut militaire.

Monsieur le ministre, alors que vous annonciez faire de l'humain une priorité, pouvez-vous m'indiquer la teneur de cette réunion ainsi que me communiquer les mesures que vous avez avancées? Quel est le calendrier des négociations? Vous aviez annoncé un accord social. Quelles sont vos intentions et marges de manœuvre?

Qui participe aux réunions au cabinet du ministre des Pensions sur la pension des militaires? Y a-t-il quelqu'un de votre cabinet ou quelqu'un de la Défense pour défendre nos militaires? Je pense que les appétits du ministre Jambon en la matière ne sont pas de nature à plaire aux militaires.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, u onderhandelt al een tijdje met de militaire vakorganisaties over een nieuw sociaal plan voor de militairen. Dat loopt, als ik sommige communicaties mag geloven, niet van een leien dakje. De aanleiding is uiteraard de onrust bij de militairen over de geplande verhoging van de pensioenleeftijd. Ik heb vorige week al aangegeven dat die onrust naar mijn mening deels terecht is. Het pensioen is een soort voorafbetaling op het loon of op de erkenning die zij tijdens hun loopbaan niet hebben gekregen. Dat versnelde pensioen is altijd een vorm van pay-off geweest voor de militairen.

Als we daaraan sleutelen – ik ben daar net als mijn partij voorstander van – moeten wij tegelijk ook sleutelen aan de loopbaan en de loonvoorwaarden. U hebt er steeds op gewezen dat u een sociaal plan wilt realiseren waarbij de pensioenhervorming zal doorgaan, maar waarbij ook aan het statuut van de militair grondig zal worden gesleuteld.

Daarom heb ik enkele vragen. Ten eerste, wat is voor de pensioenleeftijd de stand van zaken in het dossier van de pensioenhervorming voor militairen? Welke modaliteiten worden momenteel besproken of overwogen? Denk daarbij aan de pensioenleeftijd, het systeem van vervroegde uittreding en de berekeningswijze van het pensioenbedrag.

Welke overgangsmaatregelen, waarover ook grote onrust heerst, of overgangsperiodes worden er ingebouwd voor het personeel dat nu actief in dienst is?

Hoe verlopen de onderhandelingen over het sociaal plan met de vakorganisaties op dit moment? Zijn er al concrete akkoorden bereikt of belangrijke knelpunten geïdentificeerd?

Welke concrete maatregelen bent u van plan te treffen om de loonvoorwaarden binnen defensie te verbeteren?

Zal de hervorming van het statuut van de militair worden gekoppeld aan de pensioenhervorming?

Charlotte Deborsu:

Monsieur le ministre, fin mai, vous avez rencontré les représentants syndicaux du secteur militaire afin d'aborder la délicate question des pensions. Cette réunion s'est malheureusement soldée par un départ prématuré des syndicats, ce qui témoigne des tensions persistantes sur ce dossier sensible.

Parmi les principales préoccupations exprimées, l'augmentation de l'âge de la pension envisagé à 67 ans et la question des heures prestées non rémunérées. Les syndicats vous reprochent aussi de privilégier les investissements dans de nouveaux équipements lourds plutôt que de défendre les intérêts du personnel. Et là, je les cite: "On va avoir une armée avec des F-35 rutilants, des frégates dernier cri, mais plus personne pour piloter ces avions ou barrer ces navires." Les syndicats vous avaient par ailleurs adressé une série de questions en espérant une réponse pour le 6 juin dernier.

Monsieur le ministre, dans un esprit constructif, j'aimerais vous poser les questions suivantes. Quel bilan tirez-vous de cette réunion et quelles pistes envisagez-vous pour retisser un dialogue apaisé et efficace avec les partenaires sociaux? Une réponse a-t-elle été apportée aux syndicats à la date du 6 juin comme ils le souhaitaient? Envisagez-vous d'ouvrir certaines marges de négociation, notamment sur l'âge de la pension, afin de trouver un compromis équilibré? Avez-vous prévu un calendrier de discussion ou une nouvelle méthode de concertation pour restaurer la confiance? Enfin, comment conciliez-vous les impératifs liés à la modernisation de notre Défense avec la nécessité d'un soutien fort au personnel qui en est le pilier?

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, om aan de verwachte negatieve gevolgen van de pensioenhervorming te remediëren, wat absoluut noodzakelijk is, hebt u enige tijd geleden geopperd om een sociaal plan op te stellen.

De militaire vakorganisaties die we hier in de commissie gehoord hebben, hebben al veel eerder gewaarschuwd voor een mogelijk hogere uitstroom. De pensioenhervorming is immers onlosmakelijk verbonden met de loopbaan van de militair. De bezorgdheid leeft dat die loopbaan minder aantrekkelijk zou kunnen worden voor eventuele nieuwe rekruten, maar ook voor de mensen die op dit moment al actief en noodzakelijk zijn voor de werking van onze defensie op het terrein.

Die onzekerheid op het terrein is vandaag de dag sterk voelbaar. Dat merken we in de contacten met militairen. Het is daarom van groot belang dat men zeer omzichtig omspringt met die pensioenhervorming en met de invulling van het sociaal plan. Het effect op het personeelsbestand moet uiteraard goed worden opgevolgd, want u hebt de doelstelling vooropgesteld om tegen 2030 naar minstens 29.000 personeelsleden bij defensie te evolueren.

Zoals ik al eerder zei, is het personeel het grootste kapitaal van ons defensieapparaat. Zonder dat personeel hebben de plannen die u daarnet hebt toegelicht, de bijkomende investeringen en middelen, weinig zin.

De militairen voelen zich al maanden te weinig gehoord. We hebben de vakorganisaties hier aan het begin van dit jaar mogen horen. Die hoorzittingen waren voor velen echt een eyeopener. Er werd onder meer gesproken over de werkomstandigheden, over zeven jaar op een volledige loopbaan die niet worden vergoed enzovoort.

Mijnheer de minister, hoe ver staat u met de ontwikkeling van dat sociaal plan? Enige tijd geleden is het overleg daarover niet in de beste omstandigheden afgelopen, om het eufemistisch uit te drukken. Wat is de timing om uw plan aan deze commissie voor te leggen? Wat is uw plan om mee te gaan in de koppeling van de pensioenhervorming en de loopbaanhervorming?

U hebt in een eerder antwoord gezegd dat het regeerakkoord stipuleert dat we de specificiteit van het militair statuut erkennen en dat we de deelname aan externe missies en operationele eenheden positief willen herwaarderen en in rekening brengen. Wat is daar op dit moment de stand van zaken?

Wat zijn de overgangsmaatregelen die u eventueel zult nemen? Hoe bereidt u zich voor op de eventuele lagere instroom en de hogere uitstroom, zeker in de categorie tussen 35 en 40 jaar, die zich dreigt voor te doen? Wat is uw voorbereiding op dat vlak, als de voorziene pensioenhervorming effectief wordt doorgevoerd?

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, à la fin du mois de mai dernier, les quatre organisations syndicales représentatives des militaires claquaient la porte lors de négociations sociales liées à l'harmonisation des régimes de pension des militaires. Certains vous ont reproché un mépris flagrant envers le métier de militaire, ce qui n'est certainement pas le cas pour ceux qui vous connaissent. Nous en sommes bien conscients. Par contre, nous savons que votre style très direct, que je peux apprécier personnellement, n'est pas toujours aimé par vos interlocuteurs. Néanmoins, nous savons que la décision dans l'accord de gouvernement d'harmoniser ce régime de pension n'est pas une décision aisée à mettre en œuvre. C'est pourquoi l'accord de gouvernement prévoit des dispositions particulières, notamment pour les militaires partis en opération.

Au-delà des postures politiques, il est temps de faire le bilan de ce dossier et de pouvoir se rendre compte de l'état des négociations. Pour Les Engagés, une concertation sociale aussi apaisée que possible est essentielle dans toute réforme. Il faut aussi se donner le temps de négocier et de ne pas trop brusquer ses interlocuteurs, spécialement quand les mesures adoptées sont difficiles pour ceux qu'ils représentent.

Monsieur le ministre, quelles sont les conditions exactes qui ont été offertes durant la négociation? Avez-vous effectué des simulations sur les éventuelles pertes de revenus que subiraient les futurs militaires pensionnés, et si oui, quels sont les résultats? Quelles mesures d'accompagnement sont-elles envisagées? Allez-vous offrir d'autres avantages sociaux au cours de la carrière qui pourraient adoucir les mesures envisagées? La Défense a-t-elle déjà subi des démissions se justifiant par le changement du régime des pensions? Quand comptez-vous aboutir et nous présenter le résultat de vos négociations?

Koen Van den Heuvel:

Sociaal overleg is voor mijn partij een heel belangrijke zaak, des te meer gelet op de uitdaging waarvoor we met onze militairen staan.

Bij hervormingen is het altijd een uitdaging om mensen mee te krijgen in het verhaal en hen te overtuigen van de noodzaak ervan. We kunnen daar pas in slagen, als we een aantal bezorgdheden en onduidelijkheden zo snel mogelijk wegnemen en hen met respect bij die uitdagingen betrekken.

Ik merk in mijn gesprekken met militairen dat zij enerzijds wel begrip tonen voor de situatie. Als iedereen langer moet werken, tot 67, dan begrijpen zij dat pensioen op 56 jaar wellicht niet haalbaar is. Anderzijds willen ze ook respect voor hun situatie en begrip voor hun bijzonder statuut, dat er niet zomaar is gekomen. Dat statuut werd hun verleend, omdat zij op een heel flexibele manier ten dienste van ons land moeten staan, zowel binnen- als buitenlands, en een antwoord moeten bieden op heel specifieke uitdagingen. Daarom is het essentieel dat hervormingen op een respectvolle manier worden doorgevoerd.

We hebben onze militairen nodig, willen we een betere paraatheid en willen we een succesvolle hervorming van het leger. Het is niet voldoende om miljarden te investeren in extra materieel. Dat materieel moet namelijk ook kunnen worden gebruikt door militairen, die beter opgeleid moeten zijn.

Daarom hadden we graag een stand van zaken gekregen, mijnheer de minister. Er bereiken ons namelijk uiteenlopende signalen.

Het is een heel belangrijk dossier en we rekenen erop dat u er met de nodige takt en diplomatie werk van maakt.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, la note de politique générale en matière de défense indique qu’il est évident que la concertation et l’implication des partenaires sociaux sont essentielles pour assurer une transition dans de bonnes conditions.

Pourtant, les syndicats ACMP et ACOD indiquent qu’il n’y a aucune transparence concernant l’accord social. Pouvez-vous donc expliquer quelles démarches concrètes ont été entreprises pour impliquer les partenaires sociaux dans les négociations de cet accord? De quelle manière leurs contributions sont-elles prises en compte?

Par ailleurs, la note de politique souligne "la spécificité de la profession militaire, qui implique des obligations et des sacrifices uniques". Les syndicats militaires expriment un tout autre son de cloche: "Ce qui nous a été proposé défie toute forme de respect pour la profession militaire. Sous couvert d’harmonisation, l’exécution de l’accord de gouvernement menace de saper complètement l’équilibre du statut militaire." Ils dénoncent le fait que vous procédez à une harmonisation "vers le bas".

Monsieur le ministre, quelle est votre réponse aux critiques des syndicats, qui qualifient votre proposition de "rien de moins que du dumping social: conditions de travail insuffisantes, manque d’attention au bien-être, et un manque structurel de reconnaissance"?

Enfin, pouvez-vous clarifier ce que la vision stratégique implique concrètement pour les pensions et les conditions de travail du personnel militaire, compte tenu de leur légitime inquiétude face aux baisses annoncées?

Darya Safai:

Mijnheer de minister, laat ik beginnen met een diepe erkenning van het werk, de inzet en de opofferingen van onze militairen. Ze vormen het fundament van onze nationale veiligheid, nu meer dan ooit, gezien de veranderende geopolitieke omstandigheden. Ze verdienen respect en structurele garanties, ook op lange termijn.

Dat respect houdt ook in dat we een eerlijk beleid voeren en een toekomst uittekenen. Dat hebben voorgaande partijen nagelaten. Precies dat is wat de hervorming beoogt en waarin wij u steunen. Gelet op de demografische realiteit en de budgettaire grenzen, kunnen we het ons niet veroorloven om weg te kijken. Andere sectoren, zoals de politie en de ambtenarij, moeten eveneens worden hervormd. De kosten van de vergrijzing zijn aanzienlijk.

De budgettaire situatie is wat ze is en verre van rooskleurig. Het militaire pensioenstelsel bleef tot nu toe grotendeels buiten schot, maar dat is helaas niet langer houdbaar. We begrijpen dat het geleidelijk optrekken van de pensioenleeftijd gevoelig ligt, maar we spreken hier over een modernisering, niet over afbraak. U hebt bovendien aangekondigd dat er een termijn en een perspectief moeten komen. Graag kreeg ik een stand van zaken.

Axel Weydts:

Mijnheer de voorzitter, ik had geen vraag ingediend, omdat ik het thema al in plenaire vergadering aankaartte, maar ik sluit mij graag aan bij het debat.

Gisteren had ik toevallig nog een een-op-eengesprek met een van onze vakorganisaties. Ik doe dat op regelmatige basis, omdat ik het belangrijk vind om te luisteren naar wat er leeft bij de vakorganisaties en uiteraard bij onze militairen zelf. Het is normaal dat er veel ongerustheid heerst, zeker bij wie aan de vooravond van zijn of haar pensioen staat. Voor mij is het nog veraf, maar wie op twee jaar van zijn pensioen staat, begint plannen te maken. Men kijkt dan vooruit naar een tweede leven, naar meer tijd met gezin, kinderen en kleinkinderen, tijd die er tijdens de loopbaan vaak niet was voor onze militairen.

Het is dus logisch dat daar op dit moment heel veel ongerustheid is. In die zin zou het goed zijn dat er zo snel mogelijk duidelijkheid over die maatregelen komt en er zo snel mogelijk een sociaal akkoord komt. Dit gezegd zijnde, een goed sociaal akkoord is nog altijd beter dan een snel akkoord. Ik begrijp het dus wel dat er tijd genomen wordt, zodat er voldoende met de verschillende vakorganisaties kan worden overlegd. Wie met vakbondsafgevaardigden spreekt, zal al begrepen hebben dat ze wel begrip hebben voor de harmonisatie van de pensioenleeftijd, althans zo luiden de signalen die ik bij de vakorganisaties opving.

Daar moet uiteraard wel een compensatie tegenover staan. Dat brengt ons bij het debat over een uur is een uur. In de hoorzittingen hebben we vernomen dat veel militairen eigenlijk zeven jaar presteren, zonder daarvoor vergoed te worden. Daar ligt de sleutel tot succes voor de totstandkoming van een sociaal akkoord. Wie ben ik om u een tip te geven, mijnheer de minister, maar ik doe het toch. Ik heb uit mijn contacten begrepen dat het een goede zaak zou zijn, als er niet alleen een geldelijke vergoeding, maar ook een gedeeltelijke compensatie in tijd van het principe een uur is een uur komt. Als de regering dat overweegt, moet een sociaal akkoord mogelijk zijn.

Ik wens het u en vooral onze militairen toe. Zoals ik immers al zo vaak heb gezegd, wat zijn al die nieuwe capaciteiten waard, als er geen gemotiveerde militairen zijn om die in te vullen?

Theo Francken:

Je vous remercie beaucoup pour toutes vos questions et vos préoccupations concernant le personnel et l’accord social.

Je mène actuellement de nombreuses discussions sur l’accord social potentiel. J’ai rencontré les vice-premiers ministres. J’ai partagé un petit-déjeuner avec M. David Clarinval ce matin. Nous avons parlé de beaucoup de choses, dont bien sûr le volet social. J’ai vu M. Vincent Van Peteghem et M. Frank Vandenbroucke hier. J'espère m'entretenir avec M. Maxime Prévot vendredi. Je rencontrerai les syndicats la semaine prochaine. J'espère obtenir un accord le plus vite possible.

Voorzitter:

U hebt uw spreektijd niet volledig benut, maar dat is niet erg.

Theo Francken:

Ik wil over het vorig debat wel nog enkele punten aanhalen.

Voorzitter:

Zo werkt het niet, mijnheer de minister.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, là, vous m’étonnez. Vous avez toujours beaucoup de choses à dire, et là, je vous sens en difficulté. Le fait que vous vous taisiez sur un sujet aussi important témoigne du fait que vous n’êtes pas sûr de gagner le défi que vous nous avez annoncé, qui était d’apporter une solution en faveur des militaires.

Theo Francken:

Le silence est d'or.

Christophe Lacroix:

Certes, il est vrai que le silence est d’or et la parole, d’argent. Vous avez raison, monsieur le ministre.

J’entends qu’il s’agit, selon vous, de manipulations politiques, qui agitent les militaires. Mais, quelque 5 000 militaires ont tout de même manifesté en rue. Vous avez dit vous-même que c’était important, car ils ont dû prendre congé pour le faire. Vous en connaissez beaucoup, des personnes qui prennent congé pour aller manifester dans la rue? S’ils l’ont fait, c’est qu’il vit une grande inquiétude parmi les militaires et les syndicats. Je suis très inquiet qu’il n’y ait pas, dans les réunions avec le ministre des Pensions, de représentants des syndicats ou du secteur de la Défense. À quelle sauce seront-ils mangés? Voilà ce qui m’inquiète.

J’ai l’impression que l’on exige des militaires une capitulation sans conditions. Quand j’entends les collègues de la majorité affirmer que les militaires comprennent bien qu’il n’est plus tenable de maintenir les pensions à 57 ans, je me demande si vous avez parlé avec les militaires. Ce n’est pas du tout ce que j’entends!

Il y a en outre des choses que je ne comprends pas. D’abord, et il s’agit de bon sens, l’allongement de la carrière coûtera 4 milliards en plus. Donc, budgétairement, il faudra déjà trouver ce montant. Ensuite, on annonce aux militaires qu’ils seront confrontés à des situations plus difficiles, qu’ils devront peut-être même faire la guerre, être beaucoup plus exposés qu’ils ne l’étaient hier, et ce, jusqu’à 67 ans. Comment peut-on tenir un langage pareil alors qu’il faut motiver nos troupes? Alors certes, nous aurons du beau matériel et pourrons bander nos muscles, mais il n’y aura personne pour le faire fonctionner! Car il y aura une hémorragie à un moment donné: le taux d’attrition est connu, ainsi que le manque d’attractivité de la carrière militaire, même temporaire, auprès des jeunes. Il faut à mon sens faire très attention et être très vigilants, parce que nos militaires seront mangés à une sauce qu’ils n’apprécient pas.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, u neemt het spreekwoord 'spreken is zilver, zwijgen is goud' wel heel letterlijk. Dat ben ik niet van u gewoon, want u spreekt vaak zeer uitvoerig, maar nu dus niet.

Voorzitter:

Ik stel vast dat de oppositie het er lastig mee heeft.

Kjell Vander Elst:

Ja, eigenlijk wel.

Mijnheer de minister, ik heb liever meer informatie, maar ik begrijp uiteraard dat u niet uit de biecht klapt. Dergelijke gesprekken gebeuren beter in alle vertrouwelijkheid.

Wel is het een feit dat er grote ongerustheid heerst bij de militairen. We kennen allemaal wel militairen, en zeker de vakorganisaties signaleren ernstige bezorgdheid. Enkele militairen staan op dit moment op minder dan twee jaar van hun pensioen, maar ze weten niet eens of hun loopbaan met één, twee of drie jaar zal worden verlengd. Die situatie is niet lang meer houdbaar. Die militairen hebben recht op duidelijkheid. Ze maken plannen voor hun leven na hun militaire loopbaan, met eventueel andere professionele ambities. Er moet dan ook zo snel mogelijk duidelijkheid komen.

Ik hoop dat de pensioenhervorming gebeurt in samenspraak met de hervorming van het statuut. Als het sociaal plan allesomvattend is, kan iedereen worden gerustgesteld. Wat we op dit moment echt kunnen missen als kiespijn, is een uitstroom of leegloop van het middenkader. Als dat gebeurt, staan we voor een gigantisch probleem, zowel qua tewerkstelling als voor de opleiding van jonge militairen, die momenteel in groten getale instromen.

Dat jongeren zich aangetrokken voelen tot defensie, is uiteraard een positief signaal, maar ze moeten wel kunnen rekenen op ervaren militairen, met de nodige bagage en anciënniteit, die hen kunnen begeleiden en juist opleiden. Het zou geen goed signaal zijn als jonge militairen die nog maar een tot twee jaar in de organisatie actief zijn, wegens een gebrek aan ervaren personeel al andere militairen zouden moeten opleiden. Die situatie moeten we absoluut vermijden. Ik hoop dan ook dat u volgende week kunt landen met een sociaal akkoord, zowel voor de organisatie als voor de militairen, die momenteel nog in het ongewisse verkeren.

Charlotte Deborsu:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse courte mais intense, comme on dit en français.

Pour répondre également à M. Lacroix, j'ai la chance de m'endormir avec une militaire tous les soirs. Et je peux vous dire que, petit à petit, ils se font à l'idée de travailler plus longtemps. Mais, comme l'a dit mon collègue, Axel Weydts, cela ne doit effectivement pas se faire sans compensation.

Ici, on est à un véritable tournant au niveau de la Défense. C'est sûr. Vous l'avez dit et redit. Il va y avoir des investissements massifs, que nous soutenons à 300 %. Mais, soyons lucides, ce cap ne pourra être atteint qu'à une seule condition, c'est de pouvoir compter sur des militaires qui restent à 100 %, voire 3 000 % motivés et qui se sentent engagés plus que jamais.

Pour cela, monsieur le ministre, il faut les embarquer avec vous. Il faut leur parler et les écouter de sorte qu'ils se sentent respectés. Recréer un climat de confiance grâce à un vrai dialogue franc mais constructif, c'est primordial, capital. J'espère dès lors que la prochaine séance avec les syndicats se déroulera mieux que la précédente. En tout cas, nous comptons vraiment sur vous.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, uw nietszeggend antwoord is bijzonder veelzeggend. Nochtans communiceert u doorgaans snel en veel, dus er klopt iets niet. Dit is nochtans een heel belangrijk debat. We lezen in de media immers heel veel over enorme uitgaven aan materieel, en dat is absoluut nodig, maar over het personeel horen we bijzonder weinig. Dat is frappant, want de motor van onze defensie zijn nog steeds onze militairen zelf, de mensen die op het terrein staan, die altijd al heel veel hebben moeten doen, en dat nog steeds doen, vaak met heel beperkte middelen.

Nochtans denk ik dat u in de vakorganisaties constructieve partners kunt vinden wanneer het over het sociaal plan gaat. Zij zijn bereid om voor een stuk mee te gaan in die maatschappelijke evolutie, ondanks alles. Het respect waarover u het in het verleden had, hebben zij echter niet gevoeld tijdens het laatste overleg.

Als ik zeg dat die onzekerheid op dit moment voelbaar is, dan is dat concreet meetbaar. Dat weet u als u zich op het terrein begeeft, waarvan ik weet dat u dat doet. Dat uit zich in tal van signalen, onder meer in een stijging van het aantal burn-outs, vooral bij militairen die op de rand van hun pensioenleeftijd staan. Zij weten totaal niet waar ze aan toe zijn. Dat uit zich ook in de zeer hoge uitval bij nieuwe kandidaten. Die uitval is niet nieuw, maar blijft constant. Het pensioendebat kan immers niet los worden gezien van een grondig loopbaandebat.

Zoals ik al zei in mijn vraagstelling, u moet echt rekening houden met een verhoogde uitstroom, niet alleen bij de nieuwe rekruten, maar ook in de leeftijdscategorie tussen 35 en 45 jaar, als uw geplande pensioenhervormingen worden doorgevoerd. De drempel om aan te sluiten bij defensie wordt hoger, maar de drempel om bij defensie te blijven wordt eveneens hoger, in plaats van lager, zoals iedereen graag zou willen zien.

We staan voor heel veel wat grote uitdagingen op het vlak van personeel, niet het minst bij het vinden van technisch personeel en specifieke profielen, maar ook als het gaat over personeel voor bijvoorbeeld de cybermacht.

Ik wil u vragen om de onduidelijkheid op het terrein snel op te heffen en om werk te maken van een grondig sociaal plan, zodat iedereen actief bij defensie, weet waar hij voor staat.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, j'avais préparé une page blanche pour noter vos réponses. Je dois dire que mon stylo vous remercie. Plus sérieusement, j'ai bien compris que vous aviez des contacts en cours, puisque vous l'avez précisé. La parole est d'or et il faut en effet retenir vos réponses pour pouvoir en discuter avec vos partenaires et certainement aussi avec les syndicats.

Monsieur le ministre, vous êtes le pilote de l'avion Défense, alors embarquez l'ensemble du personnel avec vous, surtout ne vous crashez pas et ayez un atterrissage bien calme et bien tranquille parce que la concertation est un élément essentiel pour nous. Bonne continuation à vous.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw kort maar duidelijk antwoord. De collega's hebben de uitdagingen al geschetst. We investeren enorm in materieel, maar we staan ook voor de uitdaging om in de volgende jaren het korps met enkele duizenden leden te zien aangroeien. Daartoe moeten de juiste omstandigheden gecreëerd worden. We hebben immers een krappe arbeidsmarkt.

Binnen het leger zijn er bovendien gezochte profielen nodig. Dat betekent dat het statuut voldoende aantrekkelijk moet zijn om kandidaten aan te trekken.

Daarnaast moet er duidelijkheid worden gecreëerd over de pensioenuitdaging. We kijken daar dan ook naar uit, want het is absoluut noodzakelijk om daar op zeer korte termijn klaarheid in te scheppen, zodat ook de volgende uitdaging aangepakt kan worden. Die uitdaging bestaat niet alleen uit de aankoop van extra materieel, maar ook uit het aantrekken van voldoende gemotiveerde mensen, om ook op dat vlak een stap voorwaarts te zetten.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, la seule information que je retiens de votre réponse, c'est que le petit déjeuner est agréable avec M. Clarinval. Je suis content pour vous et je suis ravi que cela soit si agréable. Par contre, je ne sais toujours pas pourquoi les militaires ne se sentent pas respectés. Je ne sais toujours pas pourquoi leurs demandes et leurs revendications ne sont pas prises en considération. Et je ne sais toujours pas pourquoi ils quittent la table des négociations assez tôt, parce qu'ils ne se sentent pas entendus.

Nous savons, en tout cas, que dans le cadre de leurs revendications sur la question des pensions, 5 000 militaires ont manifesté parce qu'ils ne sont pas d'accord avec votre politique. Et je ne pense pas que les militaires se feront à l'idée de travailler jusqu'à 67 ans, parce que travailler jusqu'à 67 ans, ce n'est pas juste une idée. Travailler jusqu'à 67 ans, c'est une souffrance quand on a un métier pénible. Travailler jusqu'à 67 ans, c'est une souffrance quand on porte des sacs de 20 kilos avec lesquels on doit sauter dans une Jeep.

Travailler jusqu'à 67 ans, c'est une souffrance pour l'ensemble de la classe travailleuse. Et en l'occurrence, même dans le secteur dans lequel vous investissez le plus, à savoir le secteur de la défense, les militaires sont mangés à la même sauce que l'ensemble de la classe travailleuse. Ils sont attaqués sur leurs pensions, sur le calcul de leurs pensions, ils vont perdre des centaines d'euros par mois. Voilà pourquoi ils ne sont pas contents, voilà pourquoi ils se mobilisent et quittent les tables des négociations!

Et aujourd'hui, quand on vous pose une question sur le malaise qui règne chez les militaires, votre réponse démontre que ce malaise est également présent au ministère de la Défense, pas seulement chez les militaires.

Darya Safai:

Bedankt, mijnheer de minister.

Wat dat sociaal plan betreft, zijn we blij dat u werkt aan een betere waardering van de operationele inzet. Er komt een herziening van het statuut waar nodig, met oog voor reële taken en belastbaarheid.

Mijnheer Boukili, er is geen sprake van een oorlogsverklaring tegenover de vakbonden. Ze werden uitgenodigd, er werd geluisterd, en er zal nog geluisterd worden. Overleg is echter geen eenrichtingsverkeer, ook van hun kant verwacht men werkbare, inhoudelijke voorstellen en openheid voor dialoog. Modernisering en hervormingen zijn nodig, met respect voor onze militairen en hun inzet voor onze veiligheid. We zullen afwachten wat het nieuwe sociaal akkoord brengt en dat blijven opvolgen.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, veel succes. Dat was nog korter dan uw antwoord.

Staf Aerts:

Mijn excuses. Ik zat nog vast in een andere commissie.

Voorzitter:

Ik heb dat gemeld.

Staf Aerts:

Dank u wel. Ik heb mijn vragen niet kunnen stellen, maar ik heb begrepen dat dat er ook niet toe doet, want ik heb gezien hoe lang de minister heeft geantwoord en ik ben er heel zeker van dat niet toevallig een van mijn vragen zou zijn beantwoord. Er is zelfs eigenlijk zo goed als niets beantwoord en dat vind ik pijnlijk. Dat is pijnlijk op een moment waarop 11 parlementsleden het nodig vinden om daar vragen over te stellen. U zult wel zien, zegt u. Nochtans is de situatie precair. Het is ook niet van gisteren dat dit aan de gang is. Het is intussen vier maanden geleden dat 5.000 militairen op straat zijn gekomen om te protesteren tegen het afbraakbeleid. Vier maanden geleden. Ondertussen is er een eerste en een tweede overleg geweest met alle vakbonden, maar dat tweede overleg werd door alle vakbonden met slaande deuren verlaten. Nu zijn we opnieuw bijna twee maanden verder en nu wordt er een nieuw overleg gepland, vier maanden na de staking, twee maanden nadat de vakbonden het overleg met slaande deuren hebben verlaten. Voor mij toont dat aan dat u de militairen absoluut niet op de eerste plaats zet, want als u dat wel zou doen, dan zou u dit beter opvolgen en ook antwoorden durven geven of toch op zijn minst een indicatie geven van waar u naartoe wilt om de bezorgdheden van de militairen weg te nemen. De militairen zijn immers bezorgd. Datgene waarover ze spreken, is niet niks: ondermaatse arbeidsvoorwaarden, te weinig aandacht voor welzijn, een schrijnend gebrek aan waardering, niets minder dan sociale dumping. Hoe ongerust kunnen vakbonden zijn? Dat leeft niet alleen bij hen, dat leeft bij een brede basis, want anders zou niet een op vijf militairen op straat komen. Onze militairen verdienen beter dan dat. Ze zijn het kloppend hart van onze defensie. U kunt nog zoveel wapens kopen als u wilt, maar als er niemand is om ze te hanteren, dan gaat dat allemaal teniet. Ik hoop dus, mijnheer de minister, dat er de volgende keer wel antwoorden komen en dat we niet telkens moeten wachten tot na de feiten, wanneer die feiten ook zullen plaatsvinden, want ik heb de indruk dat dat nog zeer lang zal duren.

Het verslag van het Rekenhof en de gemotoriseerde capaciteit van Defensie
Het rapport van het Rekenhof over het CaMo-project
Het verslag van het Rekenhof over het CaMo-aankoopdossier
Het rapport van het Rekenhof over het CaMo-aankoopdossier
De opvolging en de verificatie van de economische return binnen het CaMo-programma
De economische return van het CaMo-programma
Het bezoek van de minister van Defensie aan Frankrijk in het kader van het CaMo-rapport
De opvolging van het CaMo-dossier en de aanbevelingen van het Rekenhof
De modernisering van het materieel voor de genie in het kader van het CaMo-programma
Het rapport van het Rekenhof over de gemotoriseerde capaciteit van Defensie (CaMo)
Het CaMo-programma
Een eventuele gemotoriseerde capaciteit (CaMo) op Europese schaal
De follow-up van het rapport van het Rekenhof betreffende het CaMo-project
Het CaMo-project
Evaluatie en opvolging van het CaMo-programma door het Rekenhof en Defensie

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om kritiek op het CaMo-project (aankoop 600 gepantserde voertuigen met Frankrijk), waar de kostprijs vertienvoudigde (van €1,5jrd naar €15jrd) en economische return uitbleef door gebrek aan bindende afspraken en transparantie, zoals het Rekenhof aantoonde. Minister Francken verdedigt het project als noodzakelijke Europese defensiesamenwerking, erkent fouten in governance (geen artikel 346, onduidelijke lifecycle-kosten) en belooft een bindend regeringsakkoord met Frankrijk (september 2024) voor betere return en transparantie, maar sluit extra bestellingen niet uit. Kritiekpunten blijven: budgettaire risico’s (2%-norm NAVO), gebrek aan afdwingbare industriële voordelen voor Belgische bedrijven, en twijfels over strategische keuzes (lichte vs. gemechaniseerde brigade, focus op Afrika i.p.v. Oekraïne). Oppositie eist strengere controle en integratie Rekenhof-aanbevelingen in toekomstige defensieplannen.

Voorzitter:

Mevrouw Maouane is afwezig, dus verleen ik het woord aan collega Aerts.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, we hebben een discussie gehad naar aanleiding van het gelekte rapport van het Rekenhof. Ondertussen heeft het Rekenhof dat rapport toegelicht en daarna hebben we de militairen gehoord.

Wat ik voorspeld had, is effectief gebeurd. Vanuit militaire hoek heeft men alle zaken weerlegd die het Rekenhof aanhaalde. Het is jammer dat we dan geen repliek van het Rekenhof konden krijgen, want we hadden dat eigenlijk al vastgesteld in het rapport zelf. De militairen hebben de kans gekregen om te reageren op de kritiek van het Rekenhof en dan vernamen we wat er in het rapport stond. Alleen weerlegde dat rapport heel wat van de kritieken die vooraf werden geformuleerd vanuit Defensie en werd gezegd dat het Rekenhof het daar niet mee eens is en blijft vasthouden aan zijn standpunten.

Mijnheer de minister, hoe evalueert u het rapport van het Rekenhof? Kiest u telkens de kant van Defensie? Van welke punten vindt u dat het Rekenhof ze op een goede manier heeft aangehaald? Wat is uw evaluatie van dat rapport?

Bent u bereid om voortaan bij grote investeringen een realistische totaalraming voor te leggen, inclusief alle afgeleide kosten? Zult u structurele maatregelen nemen om toekomstige dossiers transparanter, beheersbaarder en controleerbaar te maken? Tot slot, hoe zult u ervoor zorgen dat de engagementen inzake de terugverdieneffecten worden nagekomen?

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, en 2018, le gouvernement de Charles Michel avait décidé d'équiper le pays d'une nouvelle capacité motorisée et d'acheter des véhicules de combat blindés. Cet achat a été conclu dans le cadre d'un partenariat stratégique avec la France. Nous avons appris que cet achat avait finalement coûté dix fois plus cher qu'initialement prévu. De 1,5 milliard d'euros prévus sous le ministre Vandeput, nous sommes passés à quelque 15 milliards d'euros aujourd'hui.

Au-delà du débat budgétaire cinglant que nous pourrions avoir, je suis frappé par la tonalité particulièrement critique du rapport de la Cour des comptes quant à la manière dont ce contrat a été conclu sur les aspects relatifs aux retours sociétaux: aucune clause contraignante n'avait été prévue, l'article 346 n'a pas été activé et l'absence d'un organe représentatif conjoint des industriels belges et de la Défense belge a compliqué leur implication au moment de la définition du retour. À l'époque, nous avions largement dénoncé ce qui apparait aujourd'hui comme des constats alors qu'il est trop tard; même si, comme le souligne la Cour, de nombreuses initiatives ont été prises par la ministre qui vous a précédé pour rattraper ce dossier, notamment en vue de la maintenance et de l'assemblage des véhicules – désormais assurés en Belgique –, mais aussi à travers la mise en œuvre de la DIRS pour en tirer les leçons.

Monsieur le ministre, comment expliquez-vous que ni vous ni votre collègue en charge de l' É conomie n'ayez répondu aux questions de la Cour? Comment analysez-vous ce rapport cinglant sur la manière dont ce partenariat a été conclu sous le gouvernement de Charles Michel? Comment répondez-vous à la Cour qui met en garde contre un risque d' "éviction budgétaire" du budget de la Défense qui vient s'ajouter au trou budgétaire déjà dénoncé dans le budget à l'horizon 2029? Enfin, comment comptez-vous pleinement intégrer les recommandations en vue de votre future loi de programmation militaire?

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, we hebben over het CaMo-programma en het rapport van het Rekenhof al uitvoerig kunnen debatteren, eerst met het Rekenhof, vervolgens met de defensiestaf. Die gedachtewisseling met de defensiestaf was al zeer verhelderend voor veel van de vragen die ik aan u had gericht, maar ik wil u toch nog een aantal politieke vragen stellen.

Er heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de eerste minister en de president van Frankrijk. Op 12 juni vond ook een gesprek plaats tussen u en de Franse minister van Defensie. Er werd gecommuniceerd dat er tegen september een nieuw akkoord tussen België en Frankrijk zou komen om het militaire verbond te lijmen en te verbreden. Hoe zal dat toekomstige akkoord eruitzien? Waarover zal het precies gaan? Betekent dit een uitbreiding van het CaMo-partnerschap? Betekent dit dat er aanpassingen komen aan het huidige contract?

We weten immers dat er afspraken gemaakt worden rond economische return. De FOD Economie gaf aan dat daaraan op dit moment nog niet voldoende tegemoetgekomen is voor de Belgische Staat. Gaat het nieuwe akkoord daarover? Of betreft het een uitbreiding van een toekomstig project? Kunt u daar wat meer toelichting over geven?

Dan heb ik een vraag over de toekomst. Met het CaMo-project, met dat strategische partnerschap, zijn we een bepaalde richting ingeslagen. Daarover valt veel te zeggen. Zeker op X zijn er heel veel mensen te vinden die het een foute keuze vinden. We zijn die weg nu ingeslagen en we hebben op dit moment geen andere optie meer. Volgende week rolt de eerste van de band. We mogen die dan gaan bekijken.

Ik wil het daarom hebben over de toekomst. Als ik uw tweet goed gelezen heb, met een samenvatting van uw strategische visie, die nog niet afgeklopt is, maar waarin we vorige week al een eerste inkijk hebben gekregen, ga ik ervan uit dat u het CaMo-project en het strategische partnerschap met Frankrijk in de toekomst verder wilt uitbreiden.

Klopt dat?

Ten tweede, we hebben al vaak gediscussieerd over de keuze tussen rupsen en wielen. Welke keuze moeten we nu precies maken? Er valt voor beide systemen iets te zeggen. Als u zegt dat u verdergaat op het pad van dat strategisch partnerschap met Frankrijk, betekent dat dan dat u definitief voor de gemotoriseerde capaciteit kiest? Of is er op middellange termijn nog ruimte om te kijken naar gemechaniseerde capaciteiten?

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, ik wil verdergaan op het laatste punt van collega Vander Elst. Dat is ook gebleken uit het debat en de hoorzittingen die we hier enige tijd geleden met Defensie hebben gehad. Die hoorzittingen vond ik overigens zeer goed. Defensie heeft echt de moeite genomen om op heel wat vragen te antwoorden. Ze hebben ook een inkijk gegeven in hun visie op waarom CaMo een belangrijk project is. Daaruit is duidelijk gebleken dat er bij Defensie zeker een opening is om in de toekomst, wanneer er werk wordt gemaakt van een extra brigade, eventueel na te denken over een gemechaniseerde capaciteit en dus niet alleen met een gemotoriseerde capaciteit te werken. Die opening was er duidelijk.

Tijdens de hoorzittingen zijn er heel wat vragen gesteld, zowel aan het Rekenhof als aan Defensie. We hebben daar allemaal veel uit geleerd. Wat mij het meest uit de antwoorden van de defensiestaf is bijgebleven, is dat men daar ook lessen uit trekt. Men heeft ons gegarandeerd dat bij toekomstige grote aankopen die er de komende jaren aankomen, men in de mate van het mogelijke rekening zal houden met de opmerkingen van het Rekenhof. Dat gaat dan bijvoorbeeld over het berekenen van de lifecyclekosten en het transparant rapporteren aan dit Parlement en de regering.

Ik heb nog een vraag. Dat is niet zozeer een politieke vraag, maar een vraag die alleen u kunt beantwoorden, mijnheer de minister. Het is hier al gezegd. De premier heeft een gesprek gehad met president Macron. U hebt een gesprek met uw Franse ambtgenoot, minister Lecornu, gehad. Wat was het resultaat daarvan? U hebt daarover al een tipje van de sluier opgelicht op de sociale media, maar kunt u vandaag, in deze commissie, iets meer toelichting geven over de mogelijke verbeteringen op het vlak van de economische return voor dit belangrijke project voor de toekomst van onze landmacht?

-

Kristien Verbelen:

Mijnheer de minister, we weten ondertussen dat het Rekenhof ernstige tekortkomingen heeft blootgelegd in het CaMo-dossier. De totale kostprijs blijkt vele malen hoger dan het oorspronkelijke aankoopbedrag van anderhalf miljard euro. Hoewel bepaalde levensduurkosten wellicht zijn doorgerekend, zijn die allesbehalve transparant en volledig duidelijk gecommuniceerd aan het Parlement en dat is toch wel problematisch.

Ook de economische return blijft ver onder de verwachtingen, omdat er geen bindende afspraken zijn met de Franse partner. U bent naar Parijs gereisd voor overleg met uw Franse collega met de ambitie om tegen september een nieuw akkoord te sluiten. Dat akkoord moet niet alleen het militaire partnerschap versterken, maar ook zorgen voor een echt afdwingbare meerwaarde voor onze bedrijven en belastingbetalers.

Ik heb daarover enkele vragen.

Wat zijn voor u de belangrijkste krachtlijnen en harde garanties die u in dat akkoord met Frankrijk absoluut wil verankeren?

Hoe zult u ervoor zorgen dat niet alleen FN Herstal, maar ook andere Belgische en dan vooral Vlaamse defensiebedrijven vanaf het begin maximaal betrokken worden?

Wat beschouwt u als een realistische, maar ook noodzakelijke economische return? Liggen daar concrete cijfers of minimumdoelen op tafel die u wil vastleggen?

Ten slotte, hoe zult u garanderen dat de aanbevelingen van het Rekenhof deze keer wel allemaal worden meegenomen, zodat we niet bij een volgende keer voor verrassingen komen te staan en zodat de levenscycluskosten en return volledig transparant en controleerbaar zijn?

Luc Frank:

Monsieur le ministre, dans le cadre du programme CaMo, une coopération forte s'est mise en place au niveau des unités de génie, liée à l'acquisition des Griffon "Génie" par la composante terre.

Le 19 juin 2024, le commandant de la Composante Terre a signé avec le chef d'état-major de l'armée de Terre française l'objectif d'état-major pour l'acquisition en commun de l'engin du génie de combat (EGC). L'EGC est le moyen d'appui au combat (MAC) du programme Scorpion en France. Pour ce programme, CNIM Systèmes industriels s'est associé à Texelis et à KNDS France pour proposer l'Auroch, un véhicule d'aménagement du terrain de type 8 x 8, capable de fournir un appui à la manœuvre des unités de mêlée.

En Belgique, il remplacera partiellement le char Pionnier. Si je comprends bien, ils complèteront également les quatre Armoured Combat Engineer Vehicle (ACEV) de JCB. Les premières livraisons des EGC étaient prévues pour 2030.

Au mois de février 2025, l'armée de Terre française a annoncé un programme de modernisation de ces unités de génie comprenant notamment 60 robots d'investigation pour le déminage, qui seront opérés à partir de blindés Griffon, et l'attribution du contrat de l'EGC, 200 exemplaires étant prévus. Ceci s'ajoutait à l'achat de 30 engins de bréchage mécanique de zone minée.

Monsieur le ministre, où en est la modernisation de nos unités de génie, qui fournissent un appui essentiel aux autres unités? Le contrat de commande des EGC est-il définitivement conclu avec des dates claires de livraison?

D'autres commandes sont-elles envisagées le cadre de cette modernisation? Si oui, pour quel types d'engins?

Au-delà des Griffon "Génie" et maintenant de l'EGC, y a-t-il une coopération sur d'autres engins spécialisés dans le cadre de CaMo?

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, la semaine dernière, la Cour des comptes a été auditionnée en commission sur son rapport concernant le programme CaMo. Un rapport accablant. En 2018, il faut se rappeler que le gouvernement Michel décidait d'un partenariat stratégique avec la France pour moderniser notre capacité motorisée. Le coût annoncé à l'époque était de 1,5 milliard. Le coût réel aujourd'hui s'élève à 14,7 milliards.

Dix fois plus, un gouffre, un gouffre laissé par notre collègue M. Vandeput. Mais le scandale, il n'est pas que budgétaire, monsieur le ministre. La Cour dénonce aussi un montage bâclé sur le plan industriel et sociétal. Aucune clause contraignante, pas d'activation de l'article 346, aucun organe représentatif belge associé, ni pour la Défense ni pour nos entreprises. Tout cela a mené malheureusement à une implication belge minimale dans un projet pourtant colossal. À l'époque, mon groupe avait alerté.

Aujourd'hui, ce sont malheureusement des constats. Et il est trop tard. La Cour reconnaît également dans ce même rapport des efforts, entre autres de votre prédécesseuse, Ludivine Dedonder, pour rattraper le coup, notamment via la DIRS ou l'assemblage et la maintenance prévus en Belgique. Mais cela reste malheureusement un pansement sur une plaie mal refermée.

Monsieur le ministre, pourquoi ni vous ni votre collègue de l' É conomie n'avez jugé utile de répondre aux questions de la Cour? Quelle est votre lecture de ces rapports qui pointent de lourdes défaillances dans la gestion du partenariat? Que répondez-vous à l'alerte sur le risque d'éviction budgétaire qui met en péril les équilibres de budget Défense à l'horizon 2029? Et surtout, comment comptez-vous intégrer les recommandations de la Cour dans votre future loi de programmation? Je vous remercie d'avance de vos réponses.

Koen Van den Heuvel:

We hebben inderdaad interessante hoorzittingen gehad met het Rekenhof en met Defensie. Het CaMo-dossier is belangrijk, omdat het een testcase is voor het draagvlak bij de bevolking voor de extra miljarden defensie-uitgaven en voor de geloofwaardigheid. Daarbij gelden volgende principes: transparantie, efficiënte besteding van de middelen en, wat ons betreft, een versterkte Europese samenwerking. Uit het kritische Rekenhofrapport blijkt dat er ruimte voor verbetering is.

Hoe zult u de aanbevelingen van het Rekenhof uitvoeren? Voor Life Cycle is dat al gebeurd en gisteren zagen we in de commissie Legeraankopen in elk dossier niet alleen de investeringskosten, maar ook de onderhoudskosten opgelijst, ook al ging het daarbij om kleinere investeringen. Hoe dan ook is het een stap in de goede richting.

Ook moet er van in het begin rekening worden gehouden met de DIRS. Hoe ziet u dat? Moeten er aanpassingen gebeuren, moet de structuur verstevigd worden?

Wat de return betreft, u en de eerste minister hadden de voorbije weken contacten met Frankrijk. Hebt u respect en begrip ondervonden of is het kleine België in het grote Parijs toch wat in de hoek gezet?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, le contrat CaMo initial, portant sur l’achat de 442 véhicules blindés en France, ne coûtera pas 1,58 milliard d’euros aux contribuables belges, comme cela avait été annoncé au départ, mais bien plus de 14,7 milliards d’euros. La Cour des comptes a d’ailleurs formulé plusieurs critiques sur cet achat, soulignant des problèmes dans le contrat lui-même ainsi que dans la méthode de calcul du projet.

Aujourd’hui, dans le cadre de la vision stratégique, des véhicules blindés supplémentaires seraient acquis dans le cadre du partenariat CaMo avec la France.

Nous avons déjà discuté en détail de ce dossier. Je vais donc me concentrer ici sur quelques questions concernant l’extension du projet CaMo.

Vu que les montants peuvent se multiplier par 10 "comme par magie", les coûts du cycle de vie des nouveaux véhicules CaMo augmenteront-ils le budget de la Défense au-delà des 2 % du PIB? Existe-t-il une transparence totale vis-à-vis de la Cour des comptes concernant cet achat? Allez-vous utiliser l’article 346 dans le futur contrat afin d’imposer contractuellement des retombées socio-économiques, comme le recommande le SPF Économie? Finalement, puisque tout cela est justifié par la crainte d’une éventuelle attaque de M. Poutine, pourquoi choisit-on d’acheter des véhicules qui sont principalement conçus pour être déployés en Afrique?

Monsieur le ministre, je suis impatient d’entendre vos réponses.

Koen Metsu:

Iedereen is het er wel over eens dat het rapport van het Rekenhof een heel waardevol document is. We moeten vaststellen dat het CaMo-project initieel in een volledig ander tijdperk, in een volledig andere context, tot stand gekomen is. Als we dan een paar jaar overslaan, komen we bij het NATO Defence Planning Proces, Vilnius, 2023, proces waarin nog eens duidelijk gestaafd werd dat we een gemotoriseerde brigade en ook een lichte brigade nodig hebben. Een bilaterale samenwerking met Frankrijk is welgekomen. Kan het beter? Ik meen inderdaad dat het veel beter kan.

Wat ik alvast merk, is dat, nadat we het debat destijds met getrokken messen zijn gestart en de woorden niet scherp genoeg konden zijn, we nu min of meer op dezelfde lijn aan het komen zijn, zelfs over meerderheid en oppositie heen. Ja, we moeten transparanter zijn, ja, we moeten het dossier kritisch bekijken. De experts hebben intussen wel duidelijk gemaakt dat er absoluut geen sprake meer is van bodemloze putten, gelukkig.

Mijnheer de minister, ik had het over Vilnius, 2023. Dan was dus ten tijde van de vivaldiregering. Ik vind het heel jammer dat uw voorgangster, mevrouw Dedonder, hier nu niet bij de discussie aanwezig is – ze is hier vandaag vijf minuten geweest en haar verwijt dat u te weinig aanwezig bent, terwijl u niet zeer toegankelijk en zelfs oproepbaar bent, is dus wel wat cynisch. Waarom had ik mevrouw Dedonder graag in het debat gehoord, en niet haar collega's, die nu de kastanjes uit het vuur moeten halen? Dat is omdat over CaMo2 en CaMo3 natuurlijk ook heel wat te zeggen valt.

Mijnheer de minister, we kijken naar de toekomst. Het verleden ligt achter ons. CaMo4 zal volledig uw verantwoordelijkheid worden. We hebben onze lessen geleerd. Hoe gaat u ermee om?

Theo Francken:

Je vous remercie pour les questions. Nous avons déjà eu à plusieurs reprises des discussions sur le projet CaMo.

Laten we beginnen bij het begin. Persoonlijk ben ik van oordeel dat de keuze voor het CaMo-partnerschap zeker te verantwoorden was.

Wanneer we het over Europese defensie hebben, spreken we altijd over samenwerking op Europees niveau, over Europese defensieprogramma's. Op verschillende domeinen werken we reeds samen, bijvoorbeeld met de marine bij de aankoop van onze mijnenbestrijdingsvaartuigen. Ook met onze fregatten nemen we deel aan Europese projecten. Daarnaast zijn we betrokken bij het European Sky Shield Initiative en nog tal van andere Europese initiatieven. We zijn ook observator in het SCAF-programma. De lijst is lang.

Destijds heeft de regering, waar ik deel van uitmaakte, weliswaar bevoegd voor migratie en niet voor defensie, toen er over de aankoop van 34 Amerikaanse F-35's, waar niet iedereen enthousiast over was – de oppositie was zelfs faliekant tegen – geoordeeld dat er minstens een Europees samenwerkingsproject in het licht van een Europese defensie moet komen. Dat werd dus CaMo, het gemotoriseerde Scorpionverhaal met Frankrijk. Dat is de politieke geschiedenis van dat dossier. Men kan het al dan niet goedkeuren, maar zo is het verlopen. Het was ook niet onlogisch. Eigenlijk voeren we nu dezelfde discussie: als we nog F-35's aankopen, dan moeten we misschien ook des te meer inzetten op Europese defensiesamenwerking, zeker gezien de bedenkingen bij de huidige Amerikaanse president.

Ook vandaag wordt er sterk ingezet op Europese defensiesamenwerking. Ten bewijze, wanneer men oplijst wat in de strategische visie Amerikaans dan wel Europees materiaal is, dan blijkt dat 80 à 85 % Europees is. De perceptie is vaak het omgekeerde, maar dat stemt niet overeen met de realiteit. Veel wapensystemen, waarover we nauwelijks spreken, zijn Europees. De Amerikaanse systemen daarentegen domineren het debat. In die zin ontstaat er soms een verkeerd beeld bij het publiek. De werkelijkheid is echter duidelijk. Ik begrijp daarom de gemaakte keuze. We bevonden ons op dat moment niet in een full-fletched war in Oekraïne. We hadden wel operaties in Afrika en hadden dus nood aan die voertuigen.

We waren actief in Benin en Niger, betrokken bij de opleiding van soldaten in Burkina Faso en zeer actief in West-Afrika en in de regio van de Grote Meren.

Comme Koen Metsu l'a dit, il faut toujours revenir sur le contexte quand on parle d'une décision prise en 2018.

Wat het verdere proces betreft, ten eerste, persoonlijk ben ik van mening dat de discussie over de life-cycle costs overdreven is. Ze zouden tien keer duurder zijn. Dat is niet waar. Dat budget is volledig voorzien in het STAR-plan van mevrouw Dedonder. Dat budget ligt vast. Het is dus niet dat wij ineens boven 2 % gaan, zoals sommigen hier beweren. Dat slaat nergens op. Die budgetten zijn voorzien.

Het Rekenhof heeft wel terecht opgemerkt dat, als de totale life-cycle costs worden berekend, het resultaat een veel hoger bedrag is dan het initiële aankoopbudget. In die zin is dat inderdaad een veel grotere kostenpost. Dat geldt toch ook als iemand een wagen koopt? Als iemand een wagen koopt van 40.000 of 50.000 euro, dan is de totale kostprijs over een periode van tien of twintig jaar toch veel hoger dan enkel de aankoopprijs van het systeem of van die wagen? Het is in mijn ogen een heel vreemde discussie.

Het enige wat volgens mij terecht is, is het volgende.

Je suis convaincu qu'il faut prendre une décision. Faut-il, oui ou non, appliquer un total life cycle cost à l'ensemble de nos projets d'achat? Voilà qui est pertinent et intéressant. Il ne s'agit effectivement pas de comparer des pommes et des poires. Ce serait absurde.

Een tweede terechte opmerking betreft natuurlijk de economische return. Het ging in 2018 om een partnerschap in ontwikkeling, er moest nog veel ontwikkeld worden voor het project en het was nog niet helemaal duidelijk wat het aan economische return zou opleveren. Artikel 346 is toen niet ingeroepen, omdat dat toen niet de logica was. Het ging om een Europese defensiesamenwerking, een partnerschap.

Nu, enkele jaren later, zijn onze verwachtingen niet ingelost. We zitten in een vendor lock-in , ook qua munitie. Die prijzen zijn hoog. We moeten daarover spreken. Daarom ben ik dat gesprek aangegaan met mijn collega. Ook de eerste minister heeft de president van Frankrijk daarover gesproken. We hebben nu de afspraak gemaakt om een government-to-government agreement te maken. Ik denk dat dat het enige is wat we kunnen doen: government to government een duidelijk akkoord op papier zetten over de economische return voor defensieprojecten met Frankrijk. We zijn daarmee bezig, maar het is nog niet afgerond.

Ik had de heer Lecornu uitgenodigd voor het defilé. Helaas kan hij niet aanwezig zijn, anders hadden we daar nog over kunnen spreken. Ik hoop dat we in september of oktober kunnen landen met een tekst en dan zal ik dat hier voorstellen, zodat daarover in commissie van gedachten kan worden gewisseld.

Zullen er extra CaMo-bestellingen komen? Ja, die zullen er komen. Dat staat in de strategische visie, die hier is toegelicht. Dat is evident. Voor mij is het heel duidelijk dat men niet halfweg op een traject stopt om dan terug te keren. Dan heeft men alle kosten gemaakt en bereikt men niets. Dat kan gewoon niet.

Men kan zeggen dat de vroegere beslissing om F-35’s te kopen waanzin was, dat men dat nooit had mogen doen, maar het zou evenzeer waanzin zijn om dan over te schakelen naar Rafales, nu we extra vliegtuigen nodig hebben. Sorry, dat kan men niet maken. Als men een leger van 200.000 soldaten en een budget van 100 miljard heeft, dan kan men twee platformen nemen. Dan heeft men die luxe. Als men echter een leger heeft van 20.000 man met een budget van 10 miljard, dan gaat dat niet.

Il faut être réaliste. Je crois qu'il est nécessaire de rester dans le CaMo. C'est une décision que je soutiens à 100 %. Je sais que de nombreux officiers et experts militaires sur X et d'autres plateformes sont absolument contre. Ils sont d'ailleurs en train de nous suivre.

We blijven dus bij het CaMo-project. Make your choices, love your choices . We zullen dat verder ontwikkelen en een goed akkoord met de Fransen sluiten. We zullen het in de toekomst ook beter aanpakken.

Monsieur Frank, les véhicules du génie seront repris dans la vision stratégique et seront achetés en 2032. Ce thème pourra être abordé lors du débat sur la loi de programmation militaire qui doit encore avoir lieu.

Wat de lichte en de gemechaniseerde brigade betreft, ook daarover wordt er eindeloos gediscussieerd. Wat wordt er van ons gevraagd? Er wordt van ons geen gemechaniseerde brigade gevraagd. De NAVO, de Europese Unie vragen in het NATO Defence Planning Process (NDPP) een tweede brigade, maar wel een lichte brigade. Een lichte brigade kost aanzienlijk minder dan een gemechaniseerde brigade. Ik begrijp de heimwee en bepaalde strategische ideeën en overtuigingen om voor een gemechaniseerde brigade te opteren, maar, beste collega’s, ik deel die overtuiging niet. Ik weet niet wat de legerstaf precies gezegd heeft tijdens de hoorzitting, want ik heb die niet bijgewoond. Ik heb de informatie via via vernomen en zou de hoorzitting dus moeten beluisteren om te weten hoe de legerstaf het exact geformuleerd heeft.

Voor mij is een lichte brigade geen tankbrigade. We moeten doen wat in het regeerakkoord staat en wat de NAVO van ons vraagt op het vlak van capability targets . Waarom zouden we dan een tweede brigade oprichten die ettelijke keren duurder is? Als we de 2 %-norm halen, betekent dat niet dat ineens alles mogelijk is. We zullen ook op onze centjes letten, om die capaciteiten te halen.

C'est mon opinion. Dans la vision stratégique, il est question d'une deuxième brigade légère.

Het hoofdcommando bevindt zich in Leopoldsburg. Het eerste commando, de eerste brigade, heeft het hoofdcommando in Marche-en-Famenne.

In de strategische visie staat dat er in 2028 een evaluatiemoment over de juiste aankopen zal komen. Ik denk niet dat dat evaluatiemoment bedoeld zal zijn om te besluiten dat we toch tanks moeten kopen. Voor mij zal dat evaluatiemoment veeleer dienen om te bekijken hoe de oorlog in Oekraïne evolueert, wat we daaruit kunnen leren en of we bijvoorbeeld niet nog veel meer op drones moeten inzetten. Ik denk dat dat het debat van de toekomst is. Gaan we naar een echt gevechtsbataljon met drones? Wat doen we met dronetechnologie, met elektronische oorlogsvoering, met antidrones? Dat is voor mij het debat van de toekomst. Daarover wil ik graag met u verder praten.

Ik heb niet op alle opmerkingen kunnen ingaan. Ik heb hier 25 bladzijden bij me. Ik zou dat allemaal kunnen voorlezen, maar dat zal ik toch maar niet doen.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, vous aviez un texte de 25 pages. J'aurais été très intéressé de les avoir et d'en entendre le contenu. Vous n'avez quand même pas répondu à beaucoup de questions. Vous avez tiré un bilan. Je sais que parler d'un de ses prédécesseurs, c'est toujours délicat à partir du moment où il appartient au même parti. Mais franchement, vous avez beau expliquer que ce partenariat était à l'époque un peu différent, qu'on ne pouvait pas invoquer l'article 346, etc., vous couvrez votre prédécesseur – et c'est tout à votre honneur, cela étant dit. Mais je ne reviens pas sur le partenariat. Je suis comme vous. Je pense que la capacité motorisée était nécessaire. C'est sur la gouvernance du projet, comment il a été monté, que j'ai beaucoup de reproches à faire. En effet, on paie maintenant ce manque de vision. Justement, vous n'avez pas répondu à ma question qui visait à savoir comment on allait répondre au problème d'éviction budgétaire alors qu'on a déjà un manque de financement actuel pour la capacité militaire telle que vous la voyez.

Deuxièmement, je ne vous ai pas entendu parler de la manière dont vous allez procéder pour mettre en œuvre correctement les recommandations de la Cour des comptes dans votre future loi de programmation. Ce serait quand même intéressant. Je reviendrai lorsque vous viendrez présenter votre loi de programmation militaire de manière à voir si la gouvernance est bien assurée.

Pour le reste, vous me parlez d'une évaluation. J'ai cru comprendre que vous parliez d'une évaluation en 2028 pour voir s'il fallait effectivement acheter plus de drones, et d'anti-drones. On peut parler aussi de missiles. Vous en avez déjà parlé d'ailleurs. Je ne comprends pas pourquoi vous voulez vous précipiter aussi vite pour les F-35. Pourquoi n'attendez-vous pas un peu plus de temps pour avoir une évaluation? Vous savez comme moi, parce que vous connaissez bien le sujet, que les F-35 sont de bons transporteurs et de bons bombardiers, notamment, qui peuvent transporter des charges nucléaires, mais ils n'ont pas non plus la polyvalence que d'autres avions pourraient offrir. On peut très bien se mettre ensemble au niveau de l'Union européenne pour acheter autre chose que les F-35 et compléter respectivement nos flottes avec un accord global au sein de l'Union européenne. Je trouve qu'on va beaucoup trop vite, indépendamment du fait qu'on achète américain. Mais résumer le débat à cela, comme vous l'avez dit, ce n'est bien entendu pas suffisant.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik kijk uit naar dat government-to-government agreement , want dat is echt wel de kern van dat project. De economische return voor ons land moet opnieuw worden opgetrokken.

We hebben vaak de mond vol over Europese samenwerking; dat zou daarvan een voorbeeld moeten zijn. Wanneer men in een partnerschap met een bevriende natie, een buurland, geen bindende clausules inschrijft, maar vervolgens vaststelt dat er aan afspraken ook geen gevolg wordt gegeven, is dat toch wel een probleem. We moeten dus met eender welke partner goede, bindende afspraken maken, zodat er voldoende economische return is voor onze economie, voor ons land en voor onze defensie-industrie.

Wat betreft uw visie op de toekomst en de tweede lichte brigade, zal ik u zeggen wat de defensiestaf daarover in het Parlement verklaard heeft, al ga ik ervan uit dat u dat weet. De staf sluit de deur niet voor een gemechaniseerde capaciteit. Meer heeft ze niet gezegd. Welnu, ik zou die deur ook niet sluiten, ik zou daarmee nog wachten. U zegt dat u naar de toekomst wilt kijken. Het klopt dat drones en dronetechnologie steeds meer deel zullen uitmaken van onze defensie. Ook voor die gemechaniseerde capaciteit zou ik de deur echter niet sluiten. Ook Nederland heeft die bocht immers deels ingezet. Ik zeg niet dat we Nederland altijd moeten volgen, maar op bepaalde vlakken is dat toch een gidsland waar we af en toe eens naar moeten kijken.

In de eerste plaats kijk ik vooral uit naar dat akkoord met Frankrijk, zodat onze Belgische bedrijven en ondernemers er opnieuw beter van worden.

Axel Weydts:

Ik zal dezelfde repliek hanteren als bij de hoorzittingen met de defensiestaf. U hebt het zelf ook al aangehaald: make your choices, love your choices . Daar wil ik echt voor pleiten. Die keuzes zijn destijds gemaakt. Er kan veel over worden gediscussieerd, maar ze zijn gemaakt en nu moeten we daarmee verder.

Generaal Baugnée, de commandant van de landmacht, heeft in het debat over de tanks heel duidelijk verwezen naar Zelensky: Zelensky vraagt geen tanks, hij vraagt drones. Hij wil drones, drones en nog drones.

Dat is inderdaad de toekomst. We moeten echt werk maken van een geïntegreerde dronecapaciteit in onze brigades en bataljons, zodat we mee zijn met de nieuwste technologieën en we de meest performante middelen op het terrein kunnen inzetten.

In die zin wens ik ook de nieuwe drone-officier, generaal Van Strythem, veel succes met zijn belangrijk project om die nieuwe capaciteiten en innovaties te implementeren in de structuren van onze defensie. Ik kijk net als alle collega's uit naar het Gov2Gov-akkoord dat u met de Franse collega's zult sluiten. Laat ons hopen dat er voor onze Belgische economie iets uit de brand kan worden gesleept en dat er verbeteringen kunnen worden aangebracht aan wat tot nu toe werd gerealiseerd.

Kristien Verbelen:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik hoor dat er stappen worden gezet voor bindende engagementen. Toch blijf ik wat op mijn honger zitten wat betreft afdwingbare afspraken en garanties voor de structurele betrokkenheid van bedrijven, ook kmo’s. De komende jaren worden er miljarden euro's geïnvesteerd, maar dat zal alleen mogelijk zijn als er transparantie en een sterke economische return is en als de strategische autonomie gegarandeerd wordt.

Ik reken erop dat het Parlement daarbij op de voet zal worden betrokken en dat de fouten uit het CaMo-dossier zich niet meer herhalen. In september of oktober zullen we daarover hopelijk meer vernemen.

Luc Frank:

Je souhaite seulement remercier le ministre pour sa réponse.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik zei het daarnet al, het is een mooi, exemplarisch project, waarin een aantal bekommernissen samenkomen. Die moeten bewaakt worden en we rekenen erop dat u dat doet. We hopen ook dat we tot een verbeterd akkoord met de Fransen kunnen komen, met voldoende return voor onze industrie toe.

Nog belangrijker vind ik dat dit een voorbeeld is om de Europese interoperabiliteit te verstevigen. Ik hoop dat die bilaterale samenwerking als voorbeeld kan dienen voor andere Europese landen, om eventueel toe te treden en zo de Europese interoperabiliteit te vergroten.

Ik kan u alleen maar succes wensen om als pionier dat netwerk uit te breiden en zo de geloofwaardigheid van de Europese samenwerking te optimaliseren.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, votre réponse me laisse quelque peu sur ma faim quant à la garantie que cet achat supplémentaire ne nous fera pas dépasser les 2 % du PIB. Vous dites que vous allez présenter un accord à la rentrée, mais vous pouvez comprendre qu'on ne vous fasse pas confiance sur parole, vu les dégâts causés par votre prédécesseur lors de l'achat de 2018. Et d'ailleurs, lors de cet achat en 2018, comme vous l'avez dit, il y avait un contexte.

On peut être d'accord ou pas sur l'analyse de ce contexte-là, mais je me demande quel est aujourd'hui le contexte qui vous incite à acheter davantage. En effet, vous dites que c'est à cause de Poutine, alors que ces véhicules sont utilisés en Afrique. À moins que le Mali ou le Niger ne menacent notre sécurité au point de nous inciter à investir des milliards dans des véhicules que nous utiliserons en Afrique plutôt que contre Poutine? Je fais le même constat pour ce qui concerne les drones SkyGuardian, qui ne sont pas opérables en Ukraine, mais dans lesquels nous investissons malgré tout.

Nous devons rester cohérents. Sommes-nous aujourd'hui en train de mettre sur pied une politique de défense contre Poutine en achetant des armes que nous allons utiliser en Afrique, au Sahel? Je ne comprends pas la logique. Est-ce là la raison pour laquelle nous démantelons aujourd'hui notre sécurité sociale? Soi-disant pour nous défendre, alors qu'en réalité nous accroissons notre capacité d'agression et d'attaque, comme nous l'avons déjà fait par le passé dans le Sahel, en Libye ou ailleurs?

Je crois que les choses commencent à s'éclaircir petit à petit et que nous nous rendons compte aujourd'hui que cette politique de défense n'est pas uniquement une politique de défense mais aussi une politique qui entre dans une logique d'agression, d'offensive, un constat qui se confirme d'ailleurs par les armes dont nous parlons aujourd'hui.

Koen Metsu:

Mijnheer de minister, ik wil u bedanken voor de zeer duidelijke antwoorden, maar ook voor de motivatie en de gedrevenheid om van die CaMo 4 iets te maken. De enige manier om effectief tot economische rendabiliteit te komen of een win-winsituatie te creëren is die gov-to-govhouding. U zei: make your choices, love your choices and adapt these choices . Daar bent u volop mee bezig, met die derde pijler. U zei heel duidelijk dat u het doet opdat de toekomst er beter zou uitzien. Sta mij toe u daarbij alle succes te wensen.

Voorzitter:

Collega's, dan is meteen ook het derde actualiteitsdebat afgerond. We beginnen nu aan een reeks vragen. Daarnet ben ik niet bijzonder streng geweest in de toepassing van de spreektijd. Ik stel voor om dat nu wel te doen, als de vergadering daarmee akkoord gaat. Dat betekent dat ik u zal onderbreken zodra de toegemeten tijd verstreken is, als de vergadering zich daarin kan vinden. Ik wil u er ook aan herinneren dat u kunt verwijzen naar de ingediende vraag. Misschien kunnen we op die manier wat meer vaart maken. Het is niet noodzakelijk, maar het staat u vrij dat te doen.

De Belgica II
De inzet van Defensie om de rol van de exploitant van het onderzoeksschip Belgica op te nemen
De status van het onderzoeksschip Belgica
De overname en status van het onderzoeksschip Belgica door Defensie

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het onderzoeksschip Belgica II ligt al over een jaar stil door een juridisch conflict met exploitant Genavir, wat leidt tot gemiste wetenschappelijke kansen, reputatieschade en geopolitieke kwetsbaarheid in de Noordzee. Defensie bemiddelt als neutrale partij en overweegt beperkte operationele steun, maar een structurele oplossing vereist juridische duidelijkheid, budgettaire afspraken en politieke prioritering (met name van BELSPO), zonder de kerntaken van Defensie te ondermijnen. Een herstart wordt voorzichtig gepland in 2026, afhankelijk van lopende procedures en coördinatie, terwijl de noodzaak om het schip snel in te zetten voor wetenschap *en* maritieme veiligheid (bv. bescherming kritieke infrastructuur) breed onderschreven wordt. Politieke urgentie en gedeelde verantwoordelijkheid worden benadrukt, maar concrete doorbraken ontbreken nog.

Philippe Courard:

Monsieur le ministre sait qu'ayant été secrétaire d' É tat à la Politique scientifique, je suis très sensible à la problématique du Belgica, ce bateau fabuleux qui rend des services extraordinaires en mer du Nord et qui est sur tous les fronts – scientifique et autres –, autrement dit un fleuron pour l'ensemble du pays.

Vous savez comme moi que malheureusement, nous avons connu énormément de difficultés avec la compagnie française Genavir, qui a résilié le contrat en 2024. L'affaire a été portée devant les tribunaux, à la suite de quoi le navire est resté à quai pendant des mois. Cette situation ne peut perdurer et une des options serait que la Défense belge augmente son soutien technique à la mise en œuvre de ce navire au profit des missions scientifiques cruciales qu'il remplit.

Je rappelle qu'il s'agit d'un navire civil mais avec un équipage composé de militaires et de scientifiques. J'ai eu l'occasion de les rencontrer à de nombreuses reprises pendant mon mandat et j'ai senti un dynamisme, une réelle volonté de répondre aux questions de nombreuses universités belges et de servir le pays. Dès lors, j'espère que monsieur le ministre, en qui j'ai confiance, optera pour une approche qui facilitera les choses, puisque nous déplorons malgré tout un défaut d'action de la politique scientifique en la matière. Merci, monsieur le ministre, de me faire part de votre point de vue à ce sujet.

Kristien Verbelen:

Mijnheer de minister, de Belgica II, ons vlaggenschip voor oceanografisch onderzoek, ligt intussen al meer dan een jaar werkloos aan de kade in Zeebrugge, dat terwijl het schip gebouwd is om 250 tot 300 dagen per jaar ingezet te worden voor cruciaal wetenschappelijk onderzoek en voor onze geopolitieke aanwezigheid op zee.

Het dispuut met exploitant Genavir heeft niet alleen geleid tot een juridische impasse, maar ook tot gemiste kansen voor onderzoekers en tot reputatieschade. Intussen vernemen we dat Defensie als neutrale bemiddelaar optreedt. Het is positief dat Defensie haar gewicht in de schaal werpt, maar tegelijk bestaat er grote bezorgdheid over de traagheid van dit dossier.

Daarnaast lees ik dat er wordt nagedacht over een nauwere, structurele samenwerking. Dit zou niet alleen een doorstart van het wetenschappelijk segment mogelijk maken, maar ook onze maritieme aanwezigheid in de Noordzee versterken, iets wat gezien de actuele geopolitieke spanningen geen overbodige luxe is.

Mijnheer de minister, kunt u toelichten wat de huidige stand van zaken is van de gesprekken die door Defensie worden geleid? Zijn er al concrete afspraken of doorbraken?

Welke bijkomende stappen plant u om te vermijden dat de Belgica II nog langer werkloos blijft? Wat is, realistisch gezien, de vroegste timing waarop het schip opnieuw operationeel zou kunnen zijn?

Hoe ziet u de rol van Defensie in een toekomstig beheer? Welke mogelijkheden ziet u om de Belgica II bijkomend in te zetten voor maritieme bewakingsopdrachten, bijvoorbeeld voor het beschermen van onze kritieke infrastructuur in de Noordzee?

Mijnheer de minister, de Belgica II hoort op zee, niet aan de kade. Ik hoop dat u werk maakt van een geloofwaardig en snel hersteltraject, zodat ons land zijn rol als voortrekker in marien onderzoek en maritieme veiligheid opnieuw kan waarmaken.

Maaike De Vreese:

Mijnheer de minister, ik had u een tijd geleden een schriftelijke vraag gesteld in verband met de Belgica, een schip van wereldklasse, dat zoals de collega’s al schetsten niet vaart, maar aan de kade ligt. We hebben er 54 miljoen voor betaald. Het vaart niet uit door een juridisch geschil.

Ik was blij van u te vernemen dat Defensie daar als bemiddelaar werk van probeert te maken. Het is niet alleen een onderzoeksschip, maar ook een marine hulpschip. Het kan dus ook een meerwaarde betekenen voor monitoring op onze Noordzee, die wij in West-Vlaanderen onze elfde provincie noemen. Het is belangrijk om daar onze kritieke infrastructuur te beschermen en er voldoende aanwezig te zijn, gezien de geopolitieke context.

Defensie kan daar zeker een rol in spelen. Het speelt nu de rol van neutrale bemiddelaar tussen de betrokken partijen, Belspo en Genavir, maar kunt u nog meer toelichting geven over de timing? U liet in antwoord op mijn schriftelijke vraag weten dat het schip weer zou kunnen varen na de zomer. Er is sprake van 300 mankementen. Zullen die allemaal opgelost zijn? Het wetenschappelijk onderzoek zou volgens u kunnen starten in 2026. Welke stappen zet u daarvoor? Is dat tijdschema haalbaar? Op welke manier kan de Belgica dan worden ingezet om onze maritieme aanwezigheid en bescherming te versterken?

Theo Francken:

Merci beaucoup pour vos questions.

Des contacts ont eu lieu à différents niveaux entre la Défense et la Politique scientifique fédérale (BELSPO), ainsi que d'autres partenaires fédéraux, en vue d'une solution durable et juridiquement solide pour l'utilisation du navire de recherche océanographique Belgica II.

Defensie heeft hierbij aangegeven bereid te zijn om indien nodig en binnen het bestaande protocolakkoord bijstand te verlenen en een bemiddelende rol op te nemen. Een formeel besluit of een engagement inzake het opnemen van een operationele rol werd nog niet genomen. Een eventuele rol voor Defensie is juridisch en organisatorisch echter niet vanzelfsprekend. Elke inzet moet passen binnen het wettelijke mandaat van Defensie en mag de uitvoering van haar kerntaken niet ondermijnen. In uitzonderlijke gevallen kan Defensie tijdelijk tussenkomen, mits er duidelijke afspraken zijn gemaakt en binnen de krijtlijnen van het bestaande protocolakkoord.

Daarnaast wordt er actief nagedacht over alternatieve pistes om de continu ï teit van het oceanografisch onderzoek te garanderen, waarbij het belang van een structureel juridisch robuuste en budgettair haalbare oplossing centraal staat.

Un calendrier indicatif prévoit une planification d'ici la fin de l'année, en vue d'une éventuelle réactivation du navire en 2026. Cette planification dépend, entre autres, des procédures judiciaires en cours et de la poursuite de la coordination entre les partenaires concernés.

De Belgica moet opnieuw varen, zo snel mogelijk, als het van mij afhangt. Ik heb daar niet de lead in, dat zit bij Belspo. We willen heel hard helpen om dat schip opnieuw te water te krijgen. Ik ben daar persoonlijk vrij optimistisch over.

Philippe Courard:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse qui me rassure quelque peu, même s'il reste encore du chemin à faire.

Je voudrais simplement vous dire que je suis content que vous preniez la mesure de ces difficultés. Par ailleurs, je ne veux pas non plus que le Belgica II devienne un navire militaire. En effet, il me semble que l'aspect scientifique doit prévaloir. BELSPO doit donc aussi prendre ses responsabilités. J'ai envie de dire que ce doit être un choix de gouvernement. Ce n'est pas uniquement le ministre de la Défense qui doit apporter la réponse et engager tous les moyens pour faire fonctionner le Belgica. C'est un choix politique. À mon avis, il s'impose, car ce Belgica doit pouvoir fonctionner. En tout cas, je vous soutiens dans votre démarche. J'espère qu'il y aura une prise de conscience de l'ensemble du gouvernement pour engager les moyens nécessaires.

À l'époque, j'ai mesuré à quel point ce bateau rendait d'énormes services aux étudiants et aux professeurs d'université. Vous savez comme moi que Liège, qui n'est pas une ville côtière, même si la Meuse y passe, bénéficie d'un département océanographique très performant et mondialement reconnu. En outre, grâce au Belgica, il a pu bénéficier de pas mal de réponses ou d'études. Du reste, lorsqu'une baleine s'échoue, par exemple, ce département est appelé. Bref, il s'agit d'un outil indispensable. Je parle de Liège, parce que je connais cette ville, mais c'est le cas d'autres universités. Et puis, sur le plan de la pollution et du climat, on réalise des analyses extraordinaires. Cet outil est donc nécessaire. Je compte sur vous et vous en remercie par avance.

Kristien Verbelen:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, maar u begrijpt mijn aanhoudende bezorgdheid.

Wij hebben hier een schip van wereldklasse dat aan de kade ligt te roesten, terwijl de wetenschappers en Defensie het keihard nodig hebben. Intussen verliezen we niet alleen wetenschappelijke kansen, maar ook geopolitieke slagkracht in de Noordzee. Ik hoop dat deze bemiddeling niet zal verzanden in eindeloze procedures en dat er een duidelijk plan met een deadline komt, zodat de Belgica II zo snel mogelijk weer vaart kan maken, zowel voor de onderzoekers als voor de bescherming van onze kritieke maritieme infrastructuur.

Maaike De Vreese:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Dit is inderdaad een gedeelde verantwoordelijkheid en er zijn ook gedeelde belangrijke belangen. Ik weet niet of iemand van de collega's de reportage van Terzake over de Belgica II heeft gezien. Daarin kon men zien hoe belangrijk dat is voor onze onderzoekers en hoe enorm de reputatieschade is die onze universiteiten en onze universitaire onderzoekers nu lijden. Ik spreek dan voor Vlaanderen. Die reputatieschade is aanzienlijk en de onderzoekers en professoren worden daar zelfs emotioneel over. Er zijn veel meer aanvragen voor onderzoek dan er dagen zijn, dus elke dag dat dat schip niet vaart, is er schade voor ons. Ook de marine en Defensie hebben er alle belang bij dat het schip zo snel mogelijk opnieuw vaart.

Collega's, ik zie eindelijk vooruitgang in dit dossier en ik ben daar heel blij mee. Ik blijf dit opvolgen, want de Belgica II moet zo snel mogelijk opnieuw uitvaren.

Voorzitter:

Je pense que c'est la commission Courard, car la prochaine question est encore de M. Cou rard.

De rekrutering voor Defensie in winkelcentra
De evaluatie van de pop-upstore van Defensie
Defensie werving en evaluatie van tijdelijke locaties

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Defensie test met succes pop-upstores in winkelcentra (Leuven en Louvain-la-Neuve) als wervingsstrategie, gericht op studenten en jongeren: in 1 maand leverde dit 56 inschrijvingen (vooral soldaten/reservisten) en 1.150 geïnformeerden, tegen beperkte kosten (€4.000–€6.000/locatie). De aanpak past in een brede zichtbaarheidsstrategie (naast salons, scholen, infodagen) en wordt verlengd en uitgebreid, met plannen voor nieuwe locaties (o.a. Charleroi) en langere openingsuren, ondanks logistieke uitdagingen (bv. huurtermijnen). Succescriteria zijn proximiteit tot onderwijsinstellingen, toegankelijkheid en timing (pieken verwacht vanaf september). De minister benadrukt geen methode te willen vergelijken, maar contactkanalen te maximaliseren voor divers publiek.

Anthony Dufrane:

Monsieur le président, je me réfère à la question telle que déposée par écrit.

Monsieur le ministre, depuis maintenant quelques années, la Défense recrute en louant des cellules vides dans des centres commerciaux partout en Belgique. Cette pratique permet d'utiliser ces lieux de passage pour être au plus proche du citoyen afin qu'ils puissent rencontrer des militaires de carrière.

La Défense tend à accroître sa stratégie de recrutement et il semble que cette technique porte ses fruits si l'on se base sur les locations répétées dans le temps. De plus, étant donné les nouveaux investissements dans la Défense au vu de l'actualité internationale, ces campagnes permettent de recruter plus de gens afin de répondre aux besoins en personnel de la Défense.

Il est donc pertinent de se demander combien de recrues sont issues de ces campagnes dans les centres commerciaux en comparaison aux autres moyens de recrutements afin de voir quels sont les techniques de recrutements à favoriser selon le public cible.

Mes questions, monsieur le ministre, sont:

Combien de cellules dans les centres commerciaux avez-vous loué ces 12 derniers mois?

Dans quelles régions?

Ciblez-vous certaines régions ou centres commerciaux en particulier?

Sur quels critères (fréquentation, types de population prix)?

Combien coutent annuellement ces locations dans le budget de la Défense?

Quels sont les autres techniques de recrutements mises en place?

Quelles sont les techniques les plus efficaces et lesquelles sont les moins efficaces?

Darya Safai:

Defensie is steeds op zoek naar nieuwe talenten, harde werkers, en mensen die op zoek zijn naar een uitdaging. Pop-ups op openbare, drukbezochte plaatsen vergroten de zichtbaarheid en zijn gemakkelijk toegankelijk. Medio mei werd er in Leuven door Defensie een nieuwe pop-upstore geopend. De ruimte moest studenten en passanten overtuigen om de bijna 5.000 openstaande vacatures in te vullen.

Mijnheer de minister, wat is de stand van zaken van de werking van deze pop-upstore? Hoeveel inschrijvingen werden er via deze pop-upstore gedaan? Welke profielen werden aangetrokken? Welke voorlopige conclusies kunt u trekken aangaande het al dan niet succesvol opzetten van dit initiatief?

Theo Francken:

La politique de la Défense en matière de recrutement repose sur un stratégie de visibilité étendue dans l’ensemble de la société. L’objectif n’est pas de privilégier une méthode unique, mais bien d’atteindre un public aussi large et diversifié que possible. C’est pourquoi la Défense est représentée à des grand salons, comme Batibouw, qu’elle collabore avec des écoles, qu’elle organise ses propres journées d’information et que, depuis peu, elle teste également le concept de magasin éphémère ( pop-up store ) dans les centres commerciaux.

Ce concept s’inscrit dans une logique de proximité et d’accessibilité. Il permet de toucher directement notre public cible dans des lieux de passage fréquentés, proches de centres de formation, d’universités et de quartiers étudiants. Au cours des 12 derniers mois, deux pop-up stores ont été ouverts: à Louvain-la-Neuve, dans le centre commercial L’Esplanade, du 1 er au 29 mars, et à Louvain, dans un local situé sur la Bondgenotenlaan, en activité depuis mai.

Ces deux emplacements sont été sélectionnés stratégiquement en fonction de leur proximité avec des écoles, des universités et des centres techniques. Ils garantissent un bon équilibre régional. Le coût de location s’élève à 4 000 euros pour Louvain-la-Neuve et à 6 000 euros pour Louvain. Le pop-up store de Louvain-la-Neuve permettait aux passants de poser toutes leurs questions sur les carrières militaires, civiles, ou de réserve.

Le bilan est le suivant: 1 150 personnes ont été informées sur place, 50 personnes ont sollicité une séance d’information par internet, 35 sessions d’information ont été données spontanément par les recruteurs sur place. Au total, 56 personnes se sont effectivement inscrites à une ou plusieurs offres d’emploi pour la Défense, et nous avons reçu une première date pour une épreuve de sélection. Il me semble que 56 personnes sur un mois témoigne d’un grand succès. Le public se composait principalement d’étudiants en bachelor ou master. Certaines organisations, comme le PMS, sont également venues se renseigner.

Mevrouw Safai, in Leuven is het infopunt momenteel drie dagen per week geopend, van woensdag tot vrijdag, telkens van 10 tot 17 uur. Er zijn steeds een burger, een militair en een reservist aanwezig om de verschillende carrièremogelijkheden binnen Defensie toe te lichten.

Er werden in totaal al 78 infosessies geregistreerd. Daarnaast komen ook veel mensen spontaan binnen, zonder afspraak, met gerichte vragen of uit nieuwsgierigheid. Het relatief beperkte aantal infosessies wordt verklaard door de examenperiode. Het hadden er dus meer kunnen zijn, maar het is nu eenmaal geen ideale periode. Bovendien zijn er momenteel minder vacatures beschikbaar. Vanaf september, bij de heropstart van het rekruteringsjaar, wordt een stijging van het aantal infosessies verwacht. Deze rustigere periode werd bewust benut om nieuwe rekruteerders op te leiden, gezien de complexiteit van de informatie die ze moeten overbrengen.

Vooral mensen met interesse in een functie als soldaat of reservist hebben zich aangemeld. Er is ook veel belangstelling voor de mogelijkheden om te studeren binnen Defensie. Vanaf september, wanneer er vacatures openstaan voor profielen met een bachelor- of masterdiploma, wordt een breder publiek verwacht in een studentenstad als Leuven. Dat komt er dus zeker aan in september.

De voorlopige conclusie is positief. De evaluatie van het initiatief is gunstig. Het project heeft nog groeimarge, maar de locatie is uitstekend. Het is de bedoeling om het informatiecentrum in Leuven zeker een jaar te behouden.

Er wordt overwogen om het aantal openingsdagen op termijn uit te breiden, afhankelijk van de beschikbare personeelscapaciteit. Helaas kan het huidige pand niet behouden blijven na 2026, aangezien de eigenaar – Het Depot, bekend als de beste fuifzaal ter wereld – andere plannen heeft met de ruimte. Daarom wordt er gezocht naar een nieuwe locatie in Leuven.

Deze initiatieven passen binnen de strategie van maximale zichtbaarheid. Het is niet de bedoeling om methodes met elkaar te vergelijken, maar om het aantal contactkanalen te vergroten. Defensie zal deze aanpak in 2026 voortzetten, met nieuwe pop-upstores op locaties en tijdstippen die bepaald worden op basis van de beschikbare kansen.

Chers collègues, c'est un succès. S'il y a des idées pour les pop-up stores chez vous. Donnez-en moi beaucoup.

Anthony Dufrane:

Monsieur le ministre, je tiens à vous remercier pour vos réponses claires, et pour tous ces chiffres. Je vous félicite, ainsi que vos services, pour cette chouette initiative qui vise la proximité et l'accessibilité du recrutement pour les jeunes et pour des publics plu larges. Je vous félicite pour ces excellents chiffres. Je vous encourage à continuer de la sorte et je ne manquerai pas, vu que avez tendu une perche, de vous proposer des sites, notamment dans la région de Charleroi. Nous avons aussi un quartier de la Défense en préparation. Merci.

Darya Safai:

Bedankt voor uw antwoorden, mijnheer de minister. Het is een zeer goed initiatief, omdat we zo heel veel jonge mensen kunnen bereiken. Veel succes ermee!

De fysieke klachten bij F-35-piloten
De fysiekegezondheidsklachten bij F-35-piloten
Gezondheidsklachten bij F-35-piloten

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België onderkent de hoge percentages nek- en rugklachten (46-51%) bij F-35-piloten (vergelijkbaar met andere moderne gevechtstoestellen) maar meldt nog geen klachten bij Belgische piloten in training. Preventieve maatregelen zoals het *Fit for Pilot*-programma (kracht- en stabilisatietraining, hydratatie, mentale begeleiding) zijn al operationeel voor F-16-piloten en worden uitgebreid naar F-35-piloten, met extra wetenschappelijk onderzoek gepland vanaf 2025. Nederlandse cijfers blijven alarmerend, maar België ziet kansen om met zijn aanpak een voortrekkersrol te spelen. Opvolging blijft cruciaal voor veiligheid, prestaties en inzetbaarheid.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, de Nederlandse luchtmacht heeft een studie uitgevoerd bij gevechtspiloten. Daaruit blijkt dat ongeveer de helft van de piloten kampt met rugklachten en ongeveer de helft met nekklachten. Die percentages liggen aanzienlijk hoger dan bij de F-16-piloten. Nochtans zijn F-35-piloten overwegend jonge militairen met minder vlieguren op de teller. De klachten worden vooral gelinkt aan de hoek van de zetel, het gewicht en de samenstelling van de uitrusting en bepaalde manoeuvres.

De gevolgen zijn niet min, want de gevechtspiloten geven aan dat hun prestaties dalen, dat de vliegveiligheid mogelijk in het gedrang komt en dat sommigen zelfs vluchten moeten annuleren of ziekteverlof moeten nemen. Er zijn zelfs aanwijzingen dat dit structureel kan wegen op de operationele inzetbaarheid van de Nederlandse luchtmacht. Intussen zijn de eerste F-35's al in ontvangst genomen en worden de eerste piloten opgeleid in de Verenigde Staten. Daarom heb ik de volgende vragen.

Bent u op de hoogte van die Nederlandse bevindingen? Hebt u hierover al klachten ontvangen van onze piloten die momenteel worden opgeleid in de Verenigde Staten? Wordt binnen Defensie momenteel onderzoek verricht of gepland naar de fysieke belasting en eventuele ergonomische risico's voor onze Belgische F-35-piloten? Zijn er nu al maatregelen voorzien of gepland om preventief in te grijpen, bijvoorbeeld via aangepaste trainingsschema’s, medische opvolging of ergonomische bijsturingen?

Axel Weydts:

Recente studies, waaronder een Nederlandse bevraging onder gevechtspiloten, tonen aan dat 46% van de F-35-piloten regelmatig kampt met rugklachten, en 51% met nekklachten. Deze percentages liggen aanzienlijk hoger dan bij F-16-piloten. De klachten worden toegeschreven aan factoren zoals de ergonomie van de cockpit, de zithoek van 18°, het gewicht van de uitrusting en het uitvoeren van specifieke manoeuvres zoals het ‘check six’-manoeuvre.

Daarnaast blijkt uit gegevens van de Nederlandse 'Onafhankelijke Defensiebond' dat deze fysieke klachten niet alleen het welzijn van de piloten aantasten, maar ook een negatieve impact hebben op hun vliegprestaties en zelfs de vliegveiligheid in gevaar kunnen brengen.

Mijn vragen aan u zijn als volgt:

Bent u op de hoogte van deze gezondheidsklachten bij F-35-piloten, en zijn er vergelijkbare klachten gemeld door onze piloten die momenteel trainen met de F-35 in de VS?

Welke maatregelen heeft Defensie genomen of plant zij te nemen om deze ergonomische problemen aan te pakken?

Is er binnen Defensie een systematisch monitoringsysteem opgezet om de fysieke gezondheid van piloten te volgen, en worden er preventieve acties ondernomen om dergelijke klachten te verminderen?

Theo Francken:

Collega’s, uit ervaring in onze buurlanden blijkt dat de instelhoek van de F-35-cockpitstoel vergelijkbaar is met die van legacysystemen zoals de Eurofighter, Rafale, Mirage, Gripen of Alpha Jet. De aard van rug- en nekklachten komt grotendeels overeen met wat men ook bij deze toestellen ziet. Tot op heden zijn er vanuit Luke Air Force Base in de Verenigde Staten nog geen specifieke nek- of rugproblemen gemeld in verband met het vliegen met de F-35-toestellen. Dit wordt evenwel blijvend en nauwgezet opgevolgd, zodat indien nodig kan worden ingegrepen.

Het is belangrijk op te merken dat dergelijke klachten ook voorkomen bij F-16-piloten, vooral tijdens lange vluchten met nachtzichtapparatuur, wat een extra belasting van de wervelkolom betekent. Om die reden worden piloten aangemoedigd wervelkolomversterkende oefeningen te doen onder begeleiding van een kinesitherapeut gespecialiseerd in deze problematiek. Deze aanbeveling blijven we ook voor de F-35 onverminderd ondersteunen.

België heeft reeds in 2016 het Aircrew Performance Enhancement Program (APEP) opgestart voor leerlingpiloten in Beauvechain. Een centraal onderdeel daarvan is het programma Fit for Pilot, dat mikt op preventie van nek- en rugproblemen, via gerichte kracht- en stabilisatietraining, het goed hydrateren van het lichaam met water en het werken aan mentale veerkracht en herstel. Sinds 2021 kunnen de F-16-piloten van Kleine-Brogel en Florennes vrijwillig instappen in dit APEP. Hetzelfde programma zal worden aangeboden aan de toekomstige F-35-piloten.

In 2025 werd bovendien een PhD-project ingediend om Fit for Pilot verder wetenschappelijk te optimaliseren, met daarbij ook aandacht voor de specifieke belasting die gepaard gaat met het vliegen van de F-35. We zijn er dus volop mee bezig. Voorlopig zijn er geen klachten gemeld, maar er bestaan programma’s om klachten te voorkomen en maximaal te ondervangen.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, in bier zit ook zeer veel water, maar dat terzijde.

Het is goed dat er nog geen meldingen zijn bij onze piloten, maar de cijfers in Nederland liegen niet. We moeten dit goed opvolgen. Ik had nog niet gehoord van het programma Fit for Pilot, maar misschien kunnen wij zo Nederland iets leren, misschien hebben zij het nog niet. Op die manier kunnen we dan ook eens iets terugdoen, want we pikken vaak ideeën van de Nederlanders. Misschien kunnen zij dit idee voor hun piloten overnemen.

Axel Weydts:

Mijnheer de voorzitter, ik heb er zelf geen ervaring mee, maar het schijnt dat bij het verbruik van te veel alcohol en een kater de dag nadien 100 % zuurstof in de F-16 of de F-35 blijkbaar helpt tegen een kater, maar dat is een gerucht dat ik niet kan bevestigen. Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik denk dat het heel belangrijk is dat dit verder wordt opgevolgd, in de eerste plaats natuurlijk voor het welzijn van onze piloten zelf, maar uiteraard ook voor hun vliegprestaties en dus ook onze capaciteit op dat vlak. Het is goed dat dit wordt opgevolgd, dat men daarop toeziet en dat men preventieve maatregelen neemt.

Het nieuwe kwartier van Defensie in Charleroi en de vermeende vervuiling van het terrein
De plannen voor het militaire Kwartier van de Toekomst in Charleroi
Het kwartier van de toekomst in Charleroi
Militair terrein in Charleroi: ontwikkeling en milieuaspecten

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het Quartier du Futur-Sud in Charleroi, een 550 miljoen euro-project op een voormalige industriële braakliggende site (27 ha), combineert militaire modernisering (1.500 jobs, cybercomponent, training, huisvesting) met stedenbouwkundige integratie (sport, gezondheidszorg, samenwerkingen met lokale techbedrijven) en moet vanaf 2030 gefaseerd operationeel zijn (voltooiing 2032). Dépollution (verantwoordelijkheid van de verkoper) loopt volgens Waalse regelgeving, zonder extra kosten voor Defensie, terwijl het project voldoet aan duurzaamheidsnormen (energie, GRO-referentiekader) en publiek-private partnerschappen nastreeft, met name voor medische eerste lijnszorg. De strategische doelen omvatten betere wervingscapaciteit, OTAN-conforme infrastructuurinvesteringen (5% BBP-doel) en socio-economische revitalisering van Charleroi, met nadruk op lokale betrokkenheid (Waalse bedrijven, stadsintegratie) en een pilootrol voor toekomstige kazerneprojecten—al zijn nieuwe industriële reconversies voorlopig niet gepland.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, j'aimerais attirer votre attention sur le projet de construction d'une nouvelle caserne à Charleroi qui, selon certaines sources, serait implanté sur un ancien site industriel désaffecté. Ces mêmes sources annoncent qu’un des éléments qui a participé au choix de ce site serait, outre une meilleure mobilité pour l’avenir, un niveau de pollution présumé plus faible, ce qui permettrait une implantation plus rapide.

Le projet a pour objectifs de permettre à la Défense d’assurer une meilleure couverture stratégique, d’accroitre son attractivité, et de permettre aux 1 000 militaires attendus sur le site de travailler plus près de leur domicile. Mais le prix à payer serait-il un risque pour la santé de ces citoyens qui donnent leur vie pour notre sécurité, compte tenu d’une éventuelle pollution?

Monsieur le ministre, étant donné les préoccupations légitimes concernant la pollution potentielle de ce terrain, pourriez-vous me préciser de quel site il s’agit exactement? Avez-vous des informations sur l'état de ce site? Est-il sain ou présente-t-il des signes de pollution? Si ce site est effectivement pollué, avez-vous prévu de procéder à des tests pour évaluer l'ampleur de cette pollution? Dans le cas où des mesures de dépollution seraient nécessaires, avez-vous une estimation des coûts supplémentaires que cela pourrait engendrer? Enfin, pourriez-vous me donner le calendrier prévu pour la réalisation de ces travaux et me confirmer que ces opérations ne retarderont pas le projet en raison d’une éventuelle dépollution?

Anthony Dufrane:

Monsieur le ministre, le lancement du projet de quartier militaire à Charleroi, avec un investissement annoncé de plus de 550 millions d'euros, s'inscrit dans une dynamique de modernisation ambitieuse des infrastructures de la Défense. La reconversion des friches industrielles en un quartier flambant neuf répond au besoin de modernisation du patrimoine immobilier de la Défense.

Ce projet vise à accueillir 1 500 emplois directs, dont une composante cyber, et doit intégrer à la fois des infrastructures d'entraînement, de soins, de maintenance, d'hébergement et même une crèche. Ce chantier d'envergure représente un levier potentiel de développement pour la région carolo, tant en matière d'emploi que de dynamisme économique.

Comme évoqué dans l'accord de gouvernement, et pour répondre aux attentes de l'OTAN, ces investissements vont accroître la partie liée à la Défense dans le PIB. Ils répondent aussi aux objectifs d'augmentation des effectifs militaires et de rattrapage en matière d'infrastructure, tels que définis dans votre feuille de route.

Monsieur le ministre, pouvez-vous détailler les étapes et le calendrier prévu pour la mise en œuvre du projet DBM à Charleroi et les garanties en matière de délais et de transparence dans la passation des marchés publics?

Quelles dispositions concrètes sont-elles prévues pour favoriser l'implication des entreprises wallonnes, et en particulier carolos, dans les différentes phases du chantier (construction, équipement, services)?

Le cahier des charges intègre-t-il des critères en matière de durabilité environnementale, d'efficacité énergétique et de qualité de vie pour les personnels militaires et civils logés sur place? Ce projet intègre-t-il une infrastructure médicale de première ligne?

Comment ce projet pilote servira-t-il de modèle pour les autres casernes en mutation, notamment en matière de reconversion de friches industrielles? Autrement dit, quelles parties des investissements nécessaires pour atteindre les 5 % du PIB seront-ils alloués au patrimoine immobilier de la Défense?

Voorzitter:

Monsieur Bayet, je suis content de vous voir!

Hugues Bayet:

J'allais le dire, monsieur le président! Je suis très heureux de vous retrouver dans cette commission, ainsi que M. le ministre, qui en a été membre également, mais qui a bénéficié d'une solide promotion! ( Rires )

Monsieur le ministre, comme cela a été dit, il s'agit d'un projet qui avait été développé sous la précédente législature. Vous étiez alors membre de la commission de la Défense. L'objectif est de permettre le redéploiement de la Défense à travers le pays, au moyen de ce que l'on appelle les "Quartiers du Futur": un en Flandre et un en Wallonie.

Voici quelques semaines, nous avons appris que celui de Charleroi avançait à grand pas, en bonne collaboration avec les autorités communales. Il s'étalera sur 27 hectares. Ceux-ci pourront s'ouvrir dès 2027 dans une zone désaffectée.

L'avis de marché vient d'être publié. Je pense que l'objectif de la Défense est d'aller aller un peu plus loin et de créer un lieu ouvert sur la ville en y intégrant des espaces dédiés au sport et à la santé, mais tout en concluant également des partenariats avec des entreprises spécialisées dans la technologie ou la cybersécurité. Des zones seront ouvertes aux activités civiles, tandis que d'autres, réservées à la Défense, seront évidemment fermées.

Monsieur le ministre, pourriez-vous faire le point sur l'avancée de ce projet de Quartier du Futur à Charleroi, tant en termes d'agenda que de budget? Pour quand l'ouverture est-elle prévue? Quels sont vos objectifs avec ce quartier, notamment afin de répondre aux objectifs ambitieux de la Défense en matière de recrutements? Sait-on déjà combien de militaires et de civils pourront y loger?

⁠ La Défense cherche, m'a-t-on dit, à nouer des partenariats avec plusieurs infrastructures externes – par exemple, pour l'entraînement de nos militaires – et des acteurs locaux. Où en est cette partie du projet? Des collaborations sont-elles déjà nouées?

Theo Francken:

Chers collègues, le Quartier du Futur-Sud sera réalisé sur un site situé à la porte ouest de Charleroi, autrefois partiellement exploité par Duferco Wallonie. Ce site présente une pollution de sol, et le processus global d'assainissement est réalisé conformément au décret de la Région wallonne relatif à la gestion et à l'assainissement des sols.

La Défense n'intervient pas dans ce processus mais est néanmoins tenue informée de son déroulement. La dépollution relève de la responsabilité du vendeur, de sorte qu'il n'est pas prévu de faire intervenir le budget de la Défense dans ce processus. Actuellement, la Défense prépare le marché public pour l'étude et la réalisation des travaux de ce Quartier du Futur.

Selon le calendrier actuel, l'attribution de ce marché public est prévue en 2027, le début des travaux en 2028 et leur achèvement en 2032, avec une ouverture progressive du quartier par l'arrivée de premiers éléments à partir de 2030. En fonction de l'évolution de l'exécution du projet, des ajustements éventuels seront envisagés. Ce marché sera attribué conformément à la législation en vigueur relative aux marchés publics. Le projet respecte la réglementation sur la performance énergétique des bâtiments et les référentiels GRO.

Actuellement, la Défense ne prévoit pas de nouveaux quartiers basés sur la reconversion d'une friche industrielle.

Sur le plan budgétaire, la Défense veillera à maîtriser au mieux les coûts non compris dans l'estimation actuelle, tels que les éventuels coûts imprévus qui pourraient survenir en cours de réalisation, ainsi que le coût des terrains pour les zones d'entraînement qui devront être achetés séparément.

Le concept du Quartier du Futur dépasse le cadre d’une simple modernisation d'infrastructures ou de la seule implémentation d’équipements à vocation non militaire sur le site. Il constitue une approche globale et intégrée, pensée pour répondre aux défis contemporains de la Défense en matière de recrutement, de mobilité, d'infrastructures, de technologies ou encore d'ancrage sociétal. L’ambition est de faire de ce site un pôle d’attractivité moderne, capable d’accueillir à terme jusqu’à 1 500 personnes, civiles et militaires, dans un cadre de vie et de travail tourné vers l’avenir.

Au regard des infrastructures mutualisées – y compris dans le domaine médical –, des discussions sont en cours pour évaluer les possibilités de conclure des partenariats publics et privés efficaces. L’intérêt des partenaires pour collaborer avec la Défense reste bien réel.

Pour ma part, j’étais censé me rendre à Charleroi il y a quelques semaines dans le cadre d’une visite bilatérale. Cette visite a dû être reportée, notamment en raison d’un déplacement en France de mon colonel. J'espère pouvoir me rendre à Charleroi début septembre, afin de visiter le site concerné ainsi que plusieurs entreprises actives dans le domaine de la défense, le tout en compagnie des bourgmestres et des échevins.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour les réponses apportées. Vous indiquez qu'il n'y aura pas de coûts supplémentaires de dépollution pour la Défense, puisque le propriétaire devra s'en charger. Cela me rassure qu’un terrain sain sera retrouvé, afin que les personnes qui y travailleront y soient en toute sécurité. J'entends aussi que les échéances seront respectées.

Anthony Dufrane:

Monsieur le ministre, je tiens à vous remercier pour vos réponses et pour ce calendrier précis. Ce sont de bonnes nouvelles. Attribution du marché en 2027, pose de la première pierre en 2028. J'espère que nous aurons peut-être la chance d'être à vos côtés pour cette inauguration en 2028, avec les différents collègues de la commission. J’ai entendu que vous irez prochainement à Charleroi. Nous serions vraiment ravis de fêter cet événement avec vous en 2028.

Une caserne opérationnelle en 2032, c’est une très bonne nouvelle pour notre Région wallonne, et principalement pour la redynamisation de la région de Charleroi.

Hugues Bayet:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Étant de Charleroi et ayant participé un peu aux différentes réunions avec la Défense, je voudrais souligner la qualité des équipes de la Défense autour de ce projet. La Ville de Charleroi, IGRETEC et les différents partenaires se sont évidemment occupés du terrain, qui sera prêt et dépollué, comme la législation le prévoit. Je trouve que c'est une approche globale et intégrée qui est à l'essence même de la construction de ce projet. C'est la Défense dans la ville, pour la ville, pour ses citoyens. C'est quelque chose de nouveau qu'on doit mettre en exergue. Et j'espère que vous pourrez faire la même chose du côté de la Flandre puisqu'il y a son pendant de l'autre côté aussi. Par ailleurs, je me réjouis de ce que vous venez de nous dire, notamment sur les créations de partenariats. Ce n'est pas parce que je viens de Charleroi; tout le monde sait qu'il y a un deuxième aéroport national maintenant à Charleroi depuis que Zaventem est devenu régional. Avec plus de 10 millions de passagers, et toute une série de pistes aux alentours, de terrains qui peuvent être exploités, de nombreuses entreprises aéroportuaires mais aussi en matière de défense, etc. Développer un projet qui s'intègre dans son tissu socioéconomique est essentiel. Je remercie vraiment les équipes de la Défense pour tout le travail qu'elles ont fait à ce niveau-là.

Het Resistance Festival in Sint-Gillis
Het gebruik van het militaire uniform tijdens de haatperformance van Samidoun in Sint-Gillis
Herdenking, protest en symboliek in Sint-Gillis

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Tijdens het pro-Palestijnse Resistance Festival in Brussel (8 juni 2025) werd de omstreden leus *"from the river to the sea"* gescandeerd, wat als oproep tot vernietiging van Israël en verheerlijking van Hamas-terreur (7 oktober 2023) wordt gezien, samen met het dragen van een Belgisch militair uniform door een deelnemer. Minister Francken bevestigt dat er geen bewijs is dat defensiepersoneel betrokken was, dat de uniformen vrij verkrijgbaar zijn (niet-officiële modellen), maar dat onderzoek loopt naar mogelijke inbreuken op uniformregels en extremisme binnen defensie, met tucht- of strafrechtelijke sancties als risico. De oppositie (Safai, Ponthier) benadrukt de symbolische schade van militair misbruik door extremisten en dringt aan op strenge consequenties en verscherpt deradicaliseringsbeleid, met resultaten van het onderzoek verwacht in "de komende weken". Kern: haatpropaganda onder mom van activisme en mogelijk lek in defensiebeveiliging blijven onder vuur, met nadruk op uniformintegriteit en terreurbestrijding.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, over een pro-Palestijnse performance die op zondag 8 juni 2025 tijdens het Resistance Festival in Sint-Gillis in Brussel werd opgevoerd, is ophef ontstaan.

Het evenement stond dit jaar in het teken van het Palestijnse verzet. Op beelden die nadien op sociale media circuleerden, is de kreet from the river to the sea te horen. Dat is een omstreden leuze die oproept tot de vernietiging van de staat Israël. Het gaat om de verheerlijking van Hamas en van 7 oktober 2023, op klaarlichte dag. Het gaat om een verheerlijking van terreur en moord onder het mom van een strijd voor vrijheid. Het gaat om de verspreiding van haat, geweld en antisemitisme in het kloppende hart van Europa.

Een van de deelnemers aan de performance droeg een Belgische gevechtsuitrusting in een specifieke camouflageprint. Ook dat baart ons zorgen. Hoe is hij aan dat uniform gekomen? Zijn er eventuele banden met defensie? U verklaarde toen dat daarover een onderzoek geopend was. Weet u al meer over het uniform?

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, de feiten rond het jihad en terreur verheerlijkende Resistance Festival van pro-Palestijnse organisatie Samidoun in Sint-Gillis zijn intussen bekend. De demonstranten dweepten duidelijk met de islamitische terreuraanslag op 7 oktober 2023 tegen Israëlische burgers. Ze scandeerden de leuze from the river to the sea , die verwijst naar de vernietiging van de staat Israël. Dat een dergelijke betoging in onze hoofdstad kan doorgaan is wat ons betreft een schandvlek.

Wat ons nog het meest trof, was dat minstens één van de deelnemers een militair uniform van defensie droeg. U hebt destijds op X gereageerd dat het gebruik van symbolen van ons leger om aan terroristische propaganda te doen een ernstige grensoverschrijding is. Er zou een onderzoek aan de gang zijn om te controleren of deelnemers aan de demonstratie van Samidoun links hebben met ons leger. Een en ander zou niet zonder gevolgen blijven, stelde u.

Wat is de stand van zaken van het onderzoek? Waren militairen of ander defensiepersoneel op een of andere manier betrokken bij deze demonstratie? Zo ja, welke concrete gevolgen zult u daaraan geven? Volgt daarop slechts een tuchtsanctie of zal men overgaan tot ontslag? Welke strafrechtelijke gevolgen kan dit hebben? Als zou blijken dat militairen hier effectief bij betrokken waren, welke gevolgen heeft dat dan volgens u voor onze screeningsmechanismen en ons deradicaliseringsbeleid bij defensie?

Theo Francken:

Zoals u weet maak ik mij ernstig zorgen over Samidoun. Tot heden zijn er geen aanwijzingen dat militairen deel zouden uitmaken van de organisaties achter het Resistance Festival. Evenmin staat het vast dat het bij de camouflagekledij om uniformen van defensie zou gaan. Dergelijke kledij is immers vrij verkrijgbaar via het internet, zij het in andere modellen dan het officiële uniform van het Belgisch leger. De eventuele betrokkenheid van personeel van defensie wordt verder onderzocht.

Het dragen van het militaire uniform is uitvoerig geregeld in interne richtlijnen. Die bepalen dat een militair uniform steeds op een waardige en correcte wijze dient te worden gedragen. Het is bovendien ten strengste verboden om het militaire uniform te dragen bij openbare of privévergaderingen van politieke aard. Misbruiken kunnen aanleiding geven tot tucht- of zelfs strafrechtelijke sancties.

De ADIV onderzoekt het gedrag van personeel van defensie dat strijdig zou kunnen zijn met de normen en waarden van defensie of een gevaar kan vormen voor de uitvoering van haar opdrachten. Dat betekent dat elke vorm van extremisme moet worden nagegaan en zo nodig gesanctioneerd. Op dit moment wordt dat verder bekeken, net zoals het hele gebeuren rond Samidoun.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Wij moeten inderdaad zorgvuldig omgaan met de uniformen van onze militairen. Deze uniformen symboliseren immers het Belgisch leger. Onze militairen zorgen voor onze veiligheid en die uniformen mogen op geen enkele manier terechtkomen bij islamisten die geweld verheerlijken en terreur zaaien.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

U stelt dat de veiligheid te allen tijde gegarandeerd moet worden. Het spreekt voor zich dat onrechtmatig gebruik van militaire uniformen steeds vermeden moet worden. Dat is een richtlijn die wij mee onderschrijven. U zegt ook dat er geen aanwijzingen zijn dat er militairen betrokken waren bij de bewuste betoging en dat de feiten verder worden onderzocht. U hebt echter niet gezegd wanneer u de resultaten van dat onderzoek verwacht.

Theo Francken:

De komende weken.

Annick Ponthier:

Wordt vervolgd.

De bewaking van nucleaire sites
De inzet van militairen voor de bewaking van kerncentrales
De bewaking van de kerncentrales
Veiligheid en militaire bewaking van nucleaire installaties

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De overdracht van nucleaire beveiliging van de gespecialiseerde politie-eenheid DAB naar Defensie (vanaf juli 2025) stuit op kritiek door gebrek aan juridisch kader, operationele bevoegdheden (geen arrestaties/fouilles) en risico’s voor motivatie en veiligheid van militairen, die als "goedkope oplossing" worden ingezet zonder passende expertise. Lokale politiezones vrezen extra werkdruk door gaten in beveiliging, terwijl Defensie de taak als tijdelijke noodoplossing presenteert, afhankelijk van een toekomstig *Defensiecodex* en een nog niet operationele territoriale reserve. Kritiekpunten zijn juridische onzekerheid bij incidenten, demotivatie bij militairen en het ontbreken van structurele alternatieven ondanks eerdere beloftes in het regeerakkoord. Politiek wordt gewaarschuwd voor herhaling van eerdere mislukte inzet (OVG), zonder duidelijke langetermijnvisie.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, depuis quelque temps, les militaires ont commencé à reprendre en charge de manière durable la sécurité statique des centrales nucléaires afin, officiellement, de libérer les policier de la DAB actuellement chargés de cette mission. Cette mission revenait pour des raisons évidentes de spécialisation à cette direction de la police fédérale. Avec mes collègues de la commission de l'Intérieur, nous vous avons interpellé à de nombreuses reprises face à cette solution qui n'en est vraiment pas une.

Sur le plan humain, pour la police, plus de 200 policiers vont se voir réaffectés vers d'autres unités partout en Belgique, en perdant plusieurs centaines d'euros, sans parler des conséquences sur les trajets domicile-travail. Sur le plan humain, pour la Défense, c'est le retour des militaires "bons à tout faire" de l'époque où votre prédécesseur Vandeput chargeait des militaires de missions qui ne sont pas les leurs et pour lesquelles aucun cadre légal n'existe.

Sur le plan qualitatif, la DAB est une unité spécialisée, contrairement à la Défense, qui ne dispose d'aucune compétence policière telle que l'arrestation, la fouille, le contrôle d'identité, l'identification de véhicules, etc. Sur le plan local, nous avons une nouvelle fois un report de charges pour les zones concernées.

Monsieur le ministre, pouvez-vous faire le point sur la reprise des missions de la DAB par la Défense? Qu'en est-il des conséquences opérationnelles pour les militaires concernés? Qu'en est-il de leur logement et du support logistique?

J'ai pu lire également dans la presse locale les inquiétudes du chef de corps de la police de Huy. D'ailleurs, Huy est près de chez moi et je sais que vous vous y êtes rendu. Quand vous passez dans la région, n'hésitez pas à me faire signe, je vous accueillerez dans ma belle commune!

(…) : (…)

Christophe Lacroix:

Oui! À Wanze. Je sais que vous avez bonne mémoire!

La zone de police de Huy a exprimé son inquiétude, car elle s’attend à une charge de travail accrue pour assurer certaines missions que les militaires ne pourront pas exercer. Ces derniers, par ailleurs, connaîtront moins bien le terrain et les spécificités locales que les agents de la DAB.

Je sais que vous avez rencontré les autorités locales. Dès lors, quelle concertation avez-vous eue avec elles, notamment avec le chef de zone – sachant que les zones qui entourent la zone de police de Huy sont également concernées par ces aspects?

Enfin, vous aviez annoncé un codex, qui devait être négocié avec le ministre de l’Intérieur. Où en est ce processus?

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, u weet dat ik en mijn fractie geen voorstander zijn van het opnieuw laten uitvoeren van bewakingsopdrachten door de militairen. We hebben reeds een OVG gehad. Die heeft aangetoond dat dit zeer negatieve gevolgen had voor de militairen: demotivatie, langdurige aanwezigheid op straat zonder te mogen ingrijpen want daarvoor moesten ze naar de politie bellen. Er was geen wettelijk kader. Ik dacht dat we daaruit geleerd hadden om een dergelijke OVG niet meer op die manier te organiseren.

Dat was ook uw intentie vermoed ik na het lezen van het regeerakkoord en de beleidsverklaring. Er moest aan twee specifieke voorwaarden voldaan worden. De eerste voorwaarde betrof een duidelijk juridisch kader, de tweede een territoriale reserve. Geen van beide is gerealiseerd. Er is geen wettelijk kader en geen territoriale reserve. En dus zitten we eigenlijk met een OVG 2.0, wat een bijzonder slechte zaak is voor de militairen. Ik vrees dat dit ook een impact zal hebben - misschien beperkt, maar toch - op de operationele capaciteit van ons leger.

Mijn vragen zijn misschien wat gedateerd, maar ik stel ze toch.

Wanneer zal het wettelijk of juridisch kader klaar zijn?

Wanneer zullen militairen, wanneer ze op straat zijn en in operatie, daadwerkelijk iets kunnen doen in plaats van alleen maar toekijken?

Vindt u dat statische bewakingsopdrachten een toekomstige of vanaf nu reeds een kerntaak van de Belgische Defensie moeten worden?

Wordt dit dus onderdeel van het vaste takenpakket van de militair?

Wordt er op geregelde tijdstippen een parlementaire rapportering of een evaluatierapport voorzien?

Theo Francken:

Dans le cadre de la collaboration entre la Défense et le SPF Intérieur, la Défense s'est vu confier la mission de remplacer du personnel de la DAB sur six sites nucléaires entre le 1 er juillet 2025 et avril 2026. L'appui qu'apporte la Défense permet de transférer temporairement des effectifs de la DAB vers la mission "cours et tribunaux" afin que la police fédérale puisse libérer davantage de moyens pour lutter contre la criminalité.

L'état-major a déployé des détachements militaires sur les sites de Doel et Tihange depuis le 1 er juillet. Plusieurs reconnaissances en collaboration avec la police fédérale et ENGIE ont eu lieu en vue de coordonner le plan de transition. La préparation de la mission avec des équipes de la DAB garantit une bonne connaissance des sites. La police locale jouera son rôle en cas d'incident, conformément au cadre légal.

Les militaires concernés logent dans une caserne des environs, d'où leur appui logistique est organisé. Une deuxième phase de planification commencera ensuite pour les sites de Mol, Geel et Dessel, planifiés pour être repris par la Défense en fin d'année 2025. Le site de Fleurus sera repris en avril 2026. À ce stade, la mission est limitée aux sites déjà mentionnés.

De inzet van militairen in het kader van de beveiligingsopdracht van nucleaire sites is gebaseerd op artikel 111 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus. Overeenkomstig die bepaling kunnen de politiediensten voor de handhaving van de openbare orde, wanneer de middelen van de federale politie ontoereikend blijken, bijstand vorderen van de krijgsmacht, wanneer die als enige over de daartoe noodzakelijke technische en menselijke middelen beschikt.

Het protocolakkoord verwijst bovendien naar artikel 7/5 van de wet op het politieambt, waarin wordt verduidelijkt dat en hoe de politie de leiding heeft over de operaties. Bij de uitvoering van die opdracht beschikt het personeel van Defensie evenwel niet over eigen politiebevoegdheden, zoals identiteitscontrole, fouillering of arrestatie.

Het is dus belangrijk om in de toekomst over een specifiek wettelijk kader te beschikken. Daarbij moet rekening worden gehouden met de tijd die nodig is om dergelijke wetgevende initiatieven concreet uit te werken.

Dans un premier temps, en attendant un cadre juridique et de déploiement adapté ainsi que l'opérationnalisation de la réserve territoriale, cette mission sera assurée par des militaires actifs réguliers, sur la base d'un système de rotation et à partir d'un statut opérationnel, comme c'était le cas à l'époque de l'OSG.

Les modalités exactes de déploiement relatives au nombre de militaires par site et à leurs équipements de préparation spécifique sont considérées comme sensibles et peuvent, si c'est souhaité, être discutées à huis clos au sein de la Commission de Suivi des opérations.

Het eerste deel van het toekomstige wetsontwerp Defensiecodex werd opgesteld door de defensiestaf en zal zo snel mogelijk bij het Parlement worden ingediend. Ik krijg daarover nog een laatste briefing, waarna het dossier naar de Kamer komt. Voor uw vraag over welke andere civiele alternatieven werden onderzocht, verwijs ik naar de minister van Binnenlandse Zaken.

Militairen mogen geweld gebruiken in het kader van wettelijke verdediging. Daarnaast kunnen zij op grond van artikel 7/5, hun vuurwapens gebruiken op instructie van de politie, overeenkomstig artikel 38, 3° van dezelfde wet, wanneer in het geval van volstrekte noodzakelijkheid, de aan hun ter bescherming toevertrouwde personen, posten, vervoer van gevaarlijke goederen of plaatsen op geen andere wijze kunnen worden verdedigd. In dat geval mogen vuurwapens enkel worden gebruikt overeenkomstig de richtlijnen en onder verantwoordelijkheid van een officier van de bestuurlijke politie.

De inzet van militair personeel voor de bewaking van nucleaire sites gebeurt binnen het kader van een specifiek protocolakkoord. Het betreft thans geen kerntaak van Defensie, maar een ondersteunende operatie ten behoeve van de politie.

Vu qu'il s'agit d'une mission opérationnelle à part entière, et conformément à la loi syndicale en vigueur à la Défense, elle n'est, à ce titre, pas soumise à la concertation.

Een aanpassing van de taken van Defensie in deze context, zoals vermeld in het regeerakkoord, is afhankelijk van een aangepast wettelijk kader en de effectieve oprichting en operationalisering van een territoriale reserve. Zoals gebruikelijk wordt de commissie voor de Opvolging van de militaire missies over deze operatie geïnformeerd, zoals intussen door kolonel Comhair gebeurd is.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous remercie d'avoir fait le point sur la situation. Je reste néanmoins inquiet. Je comprends que l'accord vise à pallier l'absence de moyens suffisants de la police, de la police fédérale en particulier. Je veux bien mais qui étaient les ministres de l'Intérieur auparavant? Ils n'appartenaient pas au Parti Socialiste. Voilà, il faut un peu pointer les responsabilités des uns et des autres en la matière.

Par ailleurs, vous confirmez qu'il n'y a pas de compétence des militaires pour l'arrestation, pour toute une série de fouilles, de contrôles d'identité. Cela reste quand même problématique. En effet, en l'absence de codex, comment ces militaires sont-ils couverts si jamais il y a un incident? C'est une grande question que je me pose. Sont-ils couverts par la hiérarchie? Sont-ils couverts par leur statut? Que se passe-t-il en cas de problème?

Et puis, vous me répondez que la police locale jouera le rôle qu'elle avait précédemment, sauf que, non, la police locale avait un rôle de support le cas échéant et que la police fédérale, à travers les DAB, remplissait déjà toute une série de missions que la police locale n'avait pas à remplir. Finalement, c'est donc un sparadrap qui est collé sur une situation tout à fait improbable et qui n'est pas de la bonne gestion.

Je sais que, dans votre chef, ce n'était pas ce que vous vouliez au départ et que tout cela résulte finalement d'un compromis. Mais, moi, je vous rends attentif au fait qu'effectivement, non seulement des militaires peuvent connaître des situations particulières qui pourraient être dangereuses – je ne comprends d'ailleurs pas pourquoi on n'a pas choisi des MP pour faire ces missions, ce qui aurait été peut-être plus logique – et qu'en outre, la police locale, qui est déjà confrontée à de gros problèmes en termes de services de proximité à la population, est à nouveau mise sur le grill. On lui demande de réaliser des missions qu'elle n'avait pas l'habitude de réaliser auparavant.

Kjell Vander Elst:

Uw antwoord overtuigt mij niet. Wat collega Lacroix zegt, is correct. We hebben OVG gehad in een tijd van crisis, in uitzonderlijke omstandigheden en we hebben parallel de DAB opgericht, de directie Beveiliging, met een kader van 1.200 mensen. Volgens de cijfers die ik heb opgevraagd, zitten daar ongeveer 1.000 personeelsleden. Terwijl de DAB dus is opgericht om die statische bewakingsopdrachten uit te voeren, wil Defensie die nu opnieuw op zich nemen. We weten nochtans goed dat we OVG in uitzonderlijke omstandigheden hebben moeten ontplooien en toen al snel hebben gezien dat dat tot praktische problemen leidde, onder meer omdat militairen niet kunnen ingrijpen. Bovendien zijn zulke opdrachten demotiverend voor operationeel personeel bij Defensie. Zeker jonge mensen gaan niet bij Defensie om een statische bewakingsopdracht bij een nucleaire site uit te voeren. Een tweede punt is dat militairen als goedkope werkkracht worden gezien, als een goedkope vervanger van een beveiligingsagent. Het is een financieel voordeel voor de politie. Ik weet natuurlijk dat er een tekort aan politiecapaciteit in dit land is en dat er agenten bij moeten komen, maar we moeten af van de mentaliteit om militairen in te schakelen als de politie het niet meer kan oplossen. Defensie is altijd een laatste toevlucht geweest, ook financieel. We hebben geen geld, we zullen nog wat op Defensie beknibbelen. Die mindshift op financieel vlak is de vorige legislatuur al omgekeerd, wat een goede zaak is, maar laat ons ook de mindshift ten aanzien van het militair personeel maken. Het militair personeel verdient beter dan een goedkope bewakingsvervanger van de politie te zijn.

De belemmeringen voor de Belgische defensie-industrie
De kmo's in de defensie-industrie
de intensivering van de industriële samenwerking binnen de NAVO na de top in Den Haag
Uitdagingen en samenwerking in de Belgische en NAVO-defensie-industrie

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België wil 195+ innovatieve kmo’s en defensiebedrijven (o.a. drones, AI, cybersecurity) beter koppelen aan de historische defensie-investeringen (NATO/EDF) door drempels weg te werken: complexe aanbestedingen, gebrek aan transparantie, gold-plating en financieringsmoeilijkheden. De overheid zet in op structurele samenwerking via de Defence, Industry and Research Strategy (DIRS), interfederaal overleg (nog in opbouw) en partnerschappen met agentschappen zoals FIT, AWEX en hub.brussels, plus drie akkoorden met Oekraïne (drones/anti-drones) en coördinatie met NATO/EU om interoperabiliteit en export te versterken. Minister Francken benadrukt geen directe sturing, maar wel kaderversterking (financiering, begeleiding naar EU-programma’s) om economische return en technologische autonomie te maximaliseren, zonder transatlantische en Europese belangen tegen elkaar uit te spelen. Concrete acties lopen (o.a. NASAMS-aankoop met Nederland, investeringsfonds), maar een formele nationale coördinatiestrategie ontbreekt nog.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, uit recente berichtgeving in De Tijd en een onderzoek van Agoria blijkt dat minstens 195 Belgische bedrijven hopen om van de toekomstige investeringsgolf in defensie te kunnen meegenieten.

Het is cruciaal dat de historische investeringen ook de eigen industrie structureel versterken, innovatie stimuleren en jobs creëren. Ik ga daarmee voort op wat in het debat over het CaMo-project zonet met betrekking tot economische return werd bepleit. Het is ook voor toekomstige projecten en investeringen bijzonder belangrijk dat onze kmo's en technologiebedrijven daarvan kunnen profiteren en dat de overheid hen daarin goed kan begeleiden.

De focus ligt terecht op onze technologische knowhow. We hebben heel wat kmo's die heel ver staan op het vlak van technologie en innovatie en die, zeker als het over dual-use gaat, grote stappen vooruit kunnen zetten en dus ook kunnen profiteren van de defensie-investeringen. Bij heel wat ondernemers leeft de bezorgdheid dat de toegang tot contracten vandaag veel te complex is, dat er onvoldoende transparantie is in de toewijzingsprocedures en dat de exportregels nog veel te complex zijn, met bijvoorbeeld gold-plating door de gewesten.

Hoe garandeert u dat Belgische bedrijven, zeker onze innovatieve kmo's, daadwerkelijk toegang krijgen tot de "grote" op stapel staande defensieopdrachten? Zult u de belemmeringen en obstakels waarmee de ondernemers worden geconfronteerd, in kaart brengen en welke maatregelen zult u daartegen nemen?

Zal Defensie samenwerken met andere federale en regionale agentschappen om onze bedrijven beter te positioneren in het Europese defensie-ecosysteem? Hoe verloopt die samenwerking? Zijn er bijvoorbeeld gesprekken lopende met de ministers bevoegd voor economie en werk om onze Belgische kmo's goed te begeleiden, zodat zij zoveel mogelijk van die defensieopdrachten binnen kunnen halen?

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, uit een onderzoek van Agoria blijkt dat bijna 200 Belgische bedrijven in de defensiesector actief willen worden. Dat heeft natuurlijk te maken met de extra miljarden die de volgende jaren kunnen worden besteed. Het gaat naast de grote defensiebedrijven zoals FN en John Cockerill ook om kmo’s die zich specialiseren in nieuwe technologieën zoals drones, cybersecurity en artificiële intelligentie, zowel in het noorden als het zuiden van het land.

Die jonge hightech-kmo’s worden jammer genoeg met heel wat hinderpalen geconfronteerd. Ze vinden de defensiesector complex. Er moeten heel wat procedures worden nageleefd. Ook de toegang tot financiering is moeilijk. Daarom is het erg belangrijk dat de overheid daar begrip voor toont en zowel Vlaamse als Waalse kmo’s begeleidt, zodat zij hun graantje kunnen meepikken en hun inspanningen om te innoveren, kunnen laten opbrengen.

In ons voorstel van resolutie over defensie-innovatie en de versterking van ons ondersteuningsmechanisme voor de Belgische defensie-industrie, dat later in het Parlement ook werd goedgekeurd, pleit de cd&v-fractie voor de oprichting van een interfederaal overlegorgaan. Voorts dringen wij erop aan om de oproepen van bijvoorbeeld het Europees Defensiefonds (EDF) mee te ondersteunen en om extra budgetten voor innovatie vrij te maken. Dat laatste wordt alvast geconcretiseerd in de strategische visie.

Mijnheer de minister, ten eerste, hoe kunnen kmo’s die gespecialiseerd zijn in defensie en hightech, volgens uw visie beter in het defensieverhaal worden ingeschakeld?

Ten tweede, hoe ver staat het met de oprichting van het interfederaal overlegorgaan om de innovatie en de Belgische defensie-industrie beter te ondersteunen?

Luc Frank:

Monsieur le ministre, le récent sommet de l’OTAN à La Haye, et en particulier le Forum de l’industrie de défense qui s’y est tenu, a marqué un tournant dans l’ambition collective des Alliés en matière de production, d’innovation et de résilience industrielles. À travers l’appel à "faire plus, mieux et ensemble", le Secrétaire général a mis en évidence l’urgence de renforcer le lien transatlantique, d’accroître les capacités industrielles de défense et d’intégrer les innovations issues tant du secteur spatial que des technologies émergentes – notamment les drones, domaine dans lequel l’Ukraine est devenue un acteur de premier plan.

Dans ce contexte, et alors que l’OTAN publie son plan d’action pour la production de défense, j’aimerais vous poser les questions suivantes:

1. Quel est l’engagement concret de la Belgique dans la mise en œuvre du plan d’action de l’OTAN pour la production de défense? Disposez-vous déjà d’un plan national de coordination avec les industriels belges? Quel crédit est réservé à ce plan d’action?

2. Quelles initiatives la Belgique soutient-elle pour améliorer l’interopérabilité des capacités de défense au sein de l’OTAN, notamment en lien avec les programmes européens et transatlantiques existants? En effet, cela ne ressort pas assez des conclusions du Sommet mais pour "faire plus, mieux et ensemble", nous devons investir intelligemment et veiller à que tous les États veillent à l’interopérabilité de leurs investissements.

3. Quelles initiatives supplémentaires la Belgique compte-t-elle appuyer pour une coopération accrue avec l’industrie de défense ukrainienne, notamment sur les technologies du futur comme les drones? Avez-vous eu des échanges à ce sujet avec vos homologues ou avec des représentants ukrainiens lors du sommet?

4. Enfin, Monsieur le Ministre, une coopération plus fluide entre les industries de défense des deux côtés de l’Atlantique ne risque-t-elle pas de freiner la coopération européenne? Comment comptez-vous gérer cette contradiction?

Merci d’avance pour vos réponses, et pour votre engagement à ancrer notre pays dans cette dynamique de résilience stratégique partagée.

Theo Francken:

Collega's, het is duidelijk dat de Belgische industrie sterk geëngageerd is om een actieve rol te spelen in de versterking van onze nationale defensiecapaciteit. Dat minstens 195 bedrijven hebben aangegeven te willen bijdragen aan deze historische investeringsgolf, is een belangrijk signaal dat we ernstig moeten nemen.

Het is dan ook van essentieel belang dat deze investeringen niet alleen leiden tot een moderne en slaagkrachtige defensie, maar ook bijdragen aan de structurele versterking van onze technologische industriële basis, innovatie stimuleren en duurzame werkgelegenheid creëren.

Om deel te kunnen nemen aan grote investeringsprogramma's voor complexe wapensystemen, dienen onze bedrijven zich goed te positioneren in de waardeketens van grote marktspelers. Het is alvast de doelstelling van de Defence, Industry and Research Strategy (DIRS) om dit mee te ondersteunen.

Beleidsmaatregelen die dit mogelijk moeten maken, bevinden zich op het bevoegdheidsniveau van zowel de federale overheid als de deelstaten. De uitwerking en realisatie van een volwaardige DIRS, ondersteund door een specifiek flankerend beleid, vereisen dan ook een optimale samenwerking tussen alle betrokken overheden. Defensie en de FOD Economie werken hiervoor nauw samen met sociaal-economische actoren, onderzoekscentra, kennis- en onderwijsinstellingen en vormingscentra in België.

Zoals ik al zei heb ik deze ochtend ontbeten met David Clarinval. Ik ga straks ook naar Tikehau Capital in TheMerode, een groot investeringsfonds. Het kruim van de grote investeerders en hedgefondsen van België komt daar samen en ik ga daar spreken.

Samenwerkingen met federale en regionale agentschappen, zoals FIT, Awex of hub.brussels zijn in dit verband essentieel.

Ten slotte is het van groot belang dat alle deelstaten zich betrokken voelen bij deze gezamenlijke ambitie. Ik ben ervan overtuigd dat ze zich sterk willen engageren, gelet op de bij hen vaak aanwezige belangrijke industriële actoren.

La Belgique appuie pleinement le plan d'action de l'OTAN en matière de protection de défense. Le plan stratégique belge est en cours de finalisation. À ce stade, aucun plan national formel n'a encore été adopté, mais des travaux sont en cours en cohérence avec la Defence, Industry and Research Strategy (DIRS).

La question du financement fait également l’objet d’une analyse, notamment via le fonds d’investissement pour la défense. La Défense applique une politique selon laquelle les acquisitions de capacités militaires, tel l’achat conjoint envisagé des systèmes NASAMS (Norwegian Advanced Surface-to-Air Missile System ) avec les Pays-Bas, doivent respecter les standards de l’OTAN. La Belgique participe activement à des initiatives multilatérales qui favorisent l’harmonisation des pratiques opérationnelles.

Toutefois, la Défense reconnaît qu’une meilleure coordination entre les investissements européens et transatlantiques reste indispensable pour atteindre un niveau d’interopérabilité pleinement satisfaisant.

Trois protocoles d’accord ont récemment été conclus entre des entreprises belges et ukrainiennes, notamment dans le secteur des drones et des systèmes anti-drones. Ces partenariats s’inscrivent dans une volonté de co-développement et de coproduction. Une visite officielle à Kiev a permis de consolider ces liens industriels. Le sommet de La Haye a également été l’occasion de renforcer le dialogue avec les représentants ukrainiens.

La Belgique ne perçoit pas de contradiction entre le renforcement du lien transatlantique et le développement de la coopération industrielle européenne. L’autonomie stratégique européenne reste ouverte et pleinement intégrée dans les objectifs de l’OTAN. Une bonne coordination entre l’Union européenne et l’OTAN permet d’optimiser les ressources et d’éviter les doublons en assurant la cohérence des initiatives industrielles.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, dank u voor het uitgebreide antwoord. Het is goed dat we heel veel aandacht hebben voor onze defensie-industrie. U doet dat ook. Ik heb onlangs het rapport van het Agentschap voor Buitenlandse Handel over de Belgische Defensie gelezen. Dat zit zeer goed in elkaar, dus een dikke pluim voor het agentschap op dat vlak. Het is positief dat er een goede samenwerking is met FIT en met AWEX.

We moeten die kmo’s niet bij het handje nemen. Die bedrijven weten goed genoeg wat ze moeten doen, maar voor vele van hen gaat er wel een nieuwe wereld open. Het gaat over zeer veel geld, over Europese programma’s. De overheid moet hen toch enigszins begeleiden richting die programma’s en ervoor zorgen dat onze Belgische ondernemingen er zo goed mogelijk van kunnen profiteren en er wel bij varen, zodat de economische return van de Belgische defensie-investeringen zo hoog mogelijk is. Succes.

Koen Van den Heuvel:

Ik wil u danken voor uw antwoord, mijnheer de minister. Het is inderdaad van strategisch belang dat we ook goede defensiebedrijven hebben. Als we allemaal pleiten voor investeringen die terugvloeien naar de Belgische economie en voor voldoende return, dan is het natuurlijk absoluut nodig dat we sterke, gezonde, innovatieve bedrijven hebben, want anders is het heel moeilijk om die return ook effectief te kunnen valoriseren. Zoals collega Vander Elst zegt, moeten die bedrijven niet bij het handje worden genomen, maar het is wel belangrijk dat het juiste kader wordt geboden, zodat ze kunnen meedingen naar de uitdagingen binnen de Europese defensie-industrie en ook effectief ondersteund worden om de nodige innovatie-investeringen te doen.

Luc Frank:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour les réponses et les précisions.

De defensieuitgaven, de algemene weerbaarheid en de link met energie
De strategische percelen naast militaire installaties en kritieke infrastructuur
Het meenemen van de energieweerbaarheid in onze defensie-inspanning
Defensie, energieweerbaarheid en strategische infrastructuur

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie), Theo Francken (Minister van Defensie)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België houdt geen specifiek toezicht op buitenlandse grondankopen nabij militaire sites, maar Defensie adviseert bij bouwvergunningen en monitort kritieke infrastructuur, met aangepaste dreigingsanalyses door geopolitieke verschuivingen. Energie-investeringen (bv. kerncentrales, windparken) die de afhankelijkheid van Rusland verminderen, kunnen deels meetellen als defensie-uitgaven (1,5% BBP), maar hun precieze aandeel en structurele impact moeten nog worden uitgeklaard. Afhankelijkheid van China (bv. zonnepanelen, windturbines) wordt erkend als risico, met oproepen om kritieke componenten uit "onveilige" landen te weren. De definitie van defensie-gerelateerde uitgaven (inclusief energie) zal in 2026 aan de NAVO gerapporteerd worden, met nadruk op veerkracht en productiecapaciteit.

Koen Van den Heuvel:

Enkele maanden geleden ontstond er in de Verenigde Staten ophef over de aankoop van gronden en andere strategisch gelegen percelen door buitenlandse partijen in de nabijheid van militaire installaties en kazernes. Uit onderzoek bleek dat er wellicht een verband was met China. In Kansas heeft dat zelfs geleid tot initiatieven van de gouverneur om dergelijke praktijken tegen te gaan.

Mijn vragen hierover zijn kort. Wat is de situatie in ons land? Wordt er toezicht gehouden op het eigendom van gronden in de buurt van militaire domeinen en kritieke infrastructuur? Bestaan er concrete beleidslijnen ter zake? Als dat niet het geval is, overweegt u dan als minister van Defensie initiatieven in die richting?

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, tijdens een recente vergadering van de commissie voor Energie verklaarde de minister van Energie, de heer Bihet, dat alle investeringen in energieweerbaarheid en energieonafhankelijkheid ten opzichte van landen als Rusland zouden moeten meetellen in onze defensie-inspanning. Die investeringen zouden mee op het conto komen voor de berekening van de 1,5 % aan ruimere veiligheidsuitgaven, bijvoorbeeld in infrastructuur die de weerbaarheid van België versterkt.

Minister Bihet had het in dit geval niet over de beveiliging van onze energie-infrastructuur op zich, maar over geplande investeringen in productie-eenheden die onze afhankelijkheid van olie en gas moeten verminderen. Voorbeelden hiervan zijn de levensduurverlenging van Doel 4 en Tihange 3, de uitgaven voor het energie-eiland, de versterking van het hoogspanningsnet, windmolenparken op zee en batterijparken.

De redenering is logisch. Onze strategische energieafhankelijkheid van Rusland maakt ons uiteraard zeer kwetsbaar voor economische chantage en hybride oorlogsvoering. We herinneren ons allemaal hoe president Poetin in het verleden de gaskraan volledig dichtdraaide, waardoor de energieprijzen door het dak gingen. Toch roepen de uitspraken van minister Bihet enkele vragen op.

Hoe staat u tegenover die uitspraken? Deelt u de mening van minister Bihet dat niet alleen de beveiliging van, maar ook de investeringen in de genoemde energie-infrastructuur moeten meetellen als defensie-inspanning? Welke specifieke investeringen zouden hieronder kunnen vallen?

Zijn dergelijke investeringen en opbrengsten niet te afhankelijk van de evolutie van de elektriciteitsprijs, waardoor het bedrag dat de overheid kan inbrengen verschilt van jaar tot jaar?

Is dat dan wel een structurele defensie-uitgave? Kunt u al ramen hoe groot dat aandeel precies zou kunnen worden binnen die 1,5 % van het bruto binnenlands product?

Wat doet u met het grote risico dat het meetellen van energie-investeringen in groene energie met zich meebrengt? Dreigen wij ons energiebeleid daardoor onder het mom van veiligheid niet nog verder richting die onbetaalbare en wisselvallig renderende groene energie te sturen?

Wat doet u met de hoge afhankelijkheid van landen als China op het vlak van zonne- en windenergie? Valt China ook onder de noemer ‘landen zoals Rusland’ waartegen minister Bihet onze weerbaarheid wil verhogen?

Theo Francken:

Defensie wordt niet betrokken bij eigenaarswissels van vastgoed. Defensie kan wel de eigenaarsgegevens opzoeken.

A priori bestaat er momenteel geen specifieke wetgeving die buitenlandse investeringen in vastgoed rechtstreeks verbiedt of beperkt. Defensie wordt in de regel wel betrokken bij de stedenbouwkundige adviesaanvragen in het kader van omgevingsvergunningen of permis uniques en geeft dan advies over de realisatie van bouwwerken in de onmiddellijke nabijheid van militaire domeinen of kwartieren. Dat is logisch. Het gaat dan vooral over de beoordeling van de werken, bijvoorbeeld inzake onverenigbaarheid met de militaire activiteiten of de luchtverkeersleiding. Vaak wordt daarbij opgemerkt dat rechtstreekse inkijk vermeden of onmogelijk gemaakt moet worden. De eindbeslissing over het al dan niet afleveren van een vergunning ligt uiteraard niet bij Defensie maar doorgaans bij de gemeente of provincie.

Bovendien bestaat er een permanente monitoring van de kritieke infrastructuur in België door de bevoegde veiligheidsinstanties, waaronder Defensie.

Gezien de huidige geopolitieke verschuiving binnen België en Europa worden ook de dreigingsanalyses in die zin aangepast, teneinde een adequaat antwoord te kunnen bieden. Indien de context vereist dat Defensie een prominente rol zal spelen, moet er daartoe ook de bereidheid zijn.

De uitgaven die in aanmerking kunnen worden genomen voor de tweede korf, zullen voor het eerst formeel aan de NAVO worden gerapporteerd in juni 2026. Het gaat onder meer om uitgaven in het kader van NAVO- of nationale defensieplannen, ongeacht of ze civiel-militair of puur civiel van aard zijn, uitgaven voor de ontwikkeling van de defensie-industrie ter bevordering van de productiecapaciteit, uitgaven voor het vergroten van de voorraden van kritiek materieel dat essentieel is voor de productie enzovoort. Dat is een hele definitie. Ik zal ze u bezorgen. De definitie van die 1,5 % kan iedereen dan eens rustig nalezen, want anders moet ik drie bladzijden voorlezen.

De vraag of alle investeringen in energieweerbaarheid en energieonafhankelijkheid van landen als Rusland zouden moeten meetellen in onze defensie-inspanning, is direct verbonden met de bepaling van de uitgaven die voor de tweede korf in aanmerking kunnen worden genomen. Bepaalde energie-investeringen versterken de veerkracht van de defensie-infrastructuur en kunnen in die hoedanigheid worden beschouwd als een indirecte bijdrage aan de nationale veiligheid. Het gaat daarbij om ramingen van geplande investeringen in productie-eenheden die onze afhankelijkheid van olie en gas verminderen. Het precieze aandeel daarvan binnen de 1,5 % van het bbp moet verder worden geanalyseerd.

Hernieuwbare energie die deel uitmaakt van een goed gebalanceerd productiepark, kan wel degelijk bijdragen aan de energieonafhankelijkheid en de veiligheid van het land. De invoering van hernieuwbare-energietechnologieën vereist wereldwijde toeleveringsketens. Europa, en België in het bijzonder, is nog steeds deels afhankelijk van buitenlandse leveranciers. Leveranciers uit bijvoorbeeld Rusland en China moeten worden geweerd voor de toelevering van bepaalde kritieke componenten, zoals omvormers van zonne-installaties.

We zullen de nota die de 1,5 % definieert, bezorgen aan de commissie.

Koen Van den Heuvel:

Ik wil de minister bedanken voor zijn antwoord.

Annick Ponthier:

Ik wil de minister ook bedanken voor zijn antwoord en voor het bezorgen van het gedetailleerde overzicht van die 1,5 %. Ik denk dat het heel nuttig is om dat eens duidelijk uitgeklaard te zien. Ik heb in uw antwoord ook gehoord dat u inderdaad openstaat voor de bemerkingen of de uitlatingen die minister Bihet heeft gedaan in de commissie voor Energie. Het klopt dat ook energie van toepassing kan zijn als het gaat over het versterken van de weerbaarheid van onze samenleving tout court en dus ook van onze defensiecapaciteit. Over de afhankelijkheid heb ik u ook horen zeggen dat we die maximaal moeten afbouwen of toch tegenhouden. Ik dank u voor uw antwoord. Dat verhaal wordt zeker nog vervolgd in de toekomst.

De samenwerking met Nederland op het vlak van defensie

Gesteld door

VB Kristien Verbelen

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De België-Nederland defensiesamenwerking focust op concrete projecten zoals *luchtverdediging* en *PESCO-initiatieven*, met lopende studies voor verdere integratie, naast bestaande marine- en droneprojecten. Industriële return wordt contractueel gegarandeerd via FOD Economie en versterkt door Nederlands OCAR-lidmaatschap, terwijl autonomie-risico’s worden beperkt door diversificatie en Belgische inbreng in gezamenlijke productie. Het Parlement blijft betrokken via de *commissie Legeraankopen* bij overheidsopdrachten, maar structurele updates ontbreken. Korte-termijnprioriteiten zijn gezamenlijke aankopen en kennisdeling, met nadruk op werkgelegenheid en technologische verankering in België.

Kristien Verbelen:

Mijnheer de minister, u kondigde recentelijk samen met uw Nederlandse collega, Ruben Brekelmans, een versterking aan van de bilaterale defensiesamenwerking tussen België en Nederland, met een intentieverklaring die mikt op samenwerking op strategisch, operationeel, en tactisch niveau. Dat klinkt als een ambitieus en positief signaal, zeker gezien de uitdagingen waar Defensie nu voor staat, maar het blijft vrij vaag en algemeen. In uw eigen woorden stelde u dat we wel de meest geïntegreerde marine ter wereld hebben, maar dat er nog veel mogelijk is, ook op het vlak van gezamenlijke projecten in de defensie-industrie.

Welke projecten ziet u op korte termijn als prioritair bij die versterkte samenwerking? Wordt er bijvoorbeeld al werk gemaakt van gezamenlijke aankopen of ontwikkelingstrajecten?

U beklemtoonde het belang van een goede industriële return. Hoe garandeert u dat de samenwerking tastbare voordelen oplevert voor onze Belgische defensiebedrijven, zodat de werkgelegenheid en de technologische knowhow hier verankerd kunnen blijven?

Bestaat volgens u het risico dat België vooral afnemer wordt van Nederlandse technologie, bijvoorbeeld op het vlak van drones, zonder dat er een evenwichtige compensatie komt vanuit Nederland, bijvoorbeeld via gezamenlijke productie of kennisoverdracht?

Tot slot, op welke manier zal het Parlement in de toekomst betrokken worden bij de concretisering van de samenwerking? Worden er regelmatige infomomenten gepland?

Theo Francken:

Naast de huidige samenwerking op het vlak van marine, de bewaking van het luchtruim, en de tactische drones zijn er studies in uitvoering om verdere samenwerkingen te onderzoeken in meerdere domeinen, zoals integrated air missile defence en een aantal PESCO-projecten.

Garanties inzake return naar de Belgische industrie en de industriële samenwerking worden verzekerd via de contracten met de oorspronkelijke fabrikant van het materieel. Dat valt onder de bevoegdheid van de FOD Economie.

Nederland heeft bovendien zijn kandidatuur ingediend om lid te worden van OCAR, dat de industriële samenwerking binnen de grote bewapeningsprogramma's nog zal verdiepen. Het risico dat België aan autonomie verliest, wordt enerzijds beperkt door de versterking van de Belgische industrie in die vorm van samenwerking, en door DIRS en de diversificatie van de toeleveringsbronnen, indien de markt dat toelaat.

Indien de samenwerking met Nederland aanleiding geeft tot overheidsopdrachten, zal Defensie de geldende regelgeving toepassen en het Parlement via de parlementaire commissie voor Legeraankopen informeren.

Kristien Verbelen:

Ik dank u voor uw antwoorden. Ik noteer dat er ingezet wordt op concrete projecten en op industriële return. Ik hoop dat er daardoor hier werkgelegenheid en technologische meerwaarde wordt gecreëerd.

Voorzitter:

Mevrouw Huybrechts is afwezig. Haar vraag nr. 56006168C wordt bijgevolg geschrapt.

De tekortkomingen van de persoonlijke uitrusting van onze militairen op missie

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Tijdens een discussie over tekortkomingen in Belgisch militair individueel materieel (bottines, kleding, regenjassen, EHBO-trousses, munitie) benadrukte Lasseaux dat slecht aangepaste uitrusting en onvoldoende voorraad leiden tot frustratie, gezondheidsproblemen en operationele risico’s, met name door gebrek aan soldateninbreng bij aanschaf. Minister Francken verwees naar het evolutieve BDCS-systeem (2022-2037), waarbinnen terugkoppeling via een app, regelmatige aanpassingen en gratis vervanging bij slijtage (behalve bij nalatigheid) mogelijk zijn, met plannen om NAVO-normen voor consumptiegoederen te halen dankzij een budgetverhoging naar 2% BBP. Lasseaux waardeerde de structurele raadpleging van militairen, maar de kernkwestie—praktische bruikbaarheid en voldoende voorraad onder operationele druk—blijft afhangen van toekomstige budgettaire en logistieke uitvoering.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, je me réfère au texte écrit de ma question pour ne pas infliger une lecture rapide à notre cher interprète.

Monsieur le ministre, la visite en Roumanie que la Défense a organisé pour les membres de cette Commission a été extrêmement intéressante. Je remercie les services de la Défense pour l'excellent déroulement de cette mission. En discutant avec les militaires sur place, certains problèmes avec les équipements individuels ont retenu mon attention. Par exemple:

1° Les nouvelles bottines de l'armée ne seraient pas adaptées et ne répondraient pas au besoin. L'expérience sur le terrain montre des semelles trop dures et des tendinites à répétition. Certains militaires regrettent ne pas avoir été associés à l'évaluation ou au moins, de ne pas avoir été consultés alors que nombre d'entre eux avaient procédé à l'achat de leurs propres bottines correspondant mieux à leurs besoins.

2° On ne fournit que trois exemplaires de battledress aux militaires. C'est peu quand ils sont en opération pour de long mois ou en cas d'exercices. De plus, s'ils sont abîmés, il appartient à chaque militaire de payer un remplacement.

3° Les vestes de pluie ne sont pas adaptées non plus : elles sont trop légères, trop fragiles. Ici aussi, si elles sont abîmées, ils doivent les remplacer à leurs frais.

4° Il n'y a pas assez de trousses de soin individuelles, ce qui conduit à une limitation des entraînements. Les militaires sont donc inquiets sur l'efficacité de la réaction de leur binôme, en cas d'accident ou en opération.

5° Ils n'ont jamais tiré avec une vraie "grenade anti-chars" lors des entraînements. Ils s'inquiètent de l'efficacité de leur action en cas d'utilisation en opérations.

Monsieur le ministre, ces quelques exemples démontrent que l'absence des moyens accordés à notre armée entraînait des frustrations et de sérieuses inquiétudes chez les militaires. J'aurai donc plusieurs questions:

Au niveau des équipements individuels, existe-t-il un retour sur expérience et éventuellement une remise en question des choix opérés si les équipements s'avèrent inadaptés?

Comment est-ce que les hommes de rang, ceux qui utilisent les équipements au jour le jour sont consultés ou participent au choix de ces équipements basiques?

Comptez-vous augmenter la dotation de chaque militaire pour ces équipements individuels, spécialement si vous augmentez les exercices et les opérations?

Dans le cadre de l'augmentation de la readiness, allez-vous rendre les exercices plus réalistes, y compris en utilisant une plus grande quantité de "consommables" comme les munitions et les trousses de secours?

Theo Francken:

Monsieur Lasseaux, le gestionnaire de matériel de l'équipement individuel maintient un contact permanent avec les militaires, que ce soit en garnison ou en opération. Les retours qu'il reçoit sont systématiquement analysés avec le fournisseur afin d'adapter l'équipement aux besoins concrets des militaires dans toutes les situations.

Avant la mise en œuvre de l'accord-cadre Belgian Defence Clothing System (BDCS), en vigueur depuis 2022 pour une durée de quinze ans, des tests en laboratoire et sur le terrain ont été réalisés. L'accord est conçu pour permettre des adaptations régulières de l'équipement et l'introduction de nouveaux articles. Il s'agit donc d'un système évolutif. Le gestionnaire implique les militaires dans l'évaluation des nouveaux équipements pour chaque nouveau marché. Grâce à l'accord BDCS, les militaires peuvent également soumettre leurs remarques via une application en ligne après usage opérationnel. Durant la phase préparatoire du BDCS, le volume d'équipement par soldat a été soigneusement étudié selon l'intensité d'engagement. La composition et la qualité évoluent constamment pour répondre aux besoins.

Un militaire déployé en opération dispose actuellement de trois uniformes de base et d'équipements complémentaires: chemises de combat, pantalons et vestes tactiques, etc. Un marché public séparé est en cours pour l'achat de bottines et de chaussettes, également précédé de tests rigoureux. Le service de blanchisserie, militaire ou civil, reste un élément essentiel au bien-être du soldat. Tout article du trousseau, y compris les équipements de pluie et du BDCS, peut être échangé gratuitement en cas de perte ou de dommage, sauf négligence, évalué au cas par cas par le commandement. Cela me semble normal. Les niveaux de stocks consommables (munitions, carburant, rations, équipement, etc.) seront augmentés progressivement pour se conformer aux standards de l'OTAN. Cela implique d'importantes adaptations logistiques. Le passage à 2 % du PIB pour le budget de la Défense est crucial pour soutenir cette évolution.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse très précise et complète. Merci aussi de m'avoir informé de l'existence d'une concertation avec les militaires puisque ce sont eux qui doivent porter ces uniformes. Je trouve important que cette concertation puisse avoir lieu. En effet, nous savons que leurs conditions de travail sont parfois difficiles. Merci beaucoup!

Voorzitter:

Dank u voor de volgehouden aandacht, collega's. We zijn goed opgeschoten met onze agenda. Dat was ook nodig. We zien elkaar volgende week. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 20.32 uur. La réunion publique de commission est levée à 20 h 32.

Het investeringsplan voor Defensie
De strategische visie voor defensie
De strategische visie en het aangekondigde Defensieplan
Het investeringsplan en de strategische visie
De strategische visie voor defensie
De strategische visie
De strategische visie voor defensie
De strategische visie voor defensie
Defensiestrategie en investeringsplan

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 2 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De strategische defensievisie 2026-2034 (budget: 140 miljard euro, inclusief 34 miljard voor investeringen) werd besproken, maar is nog niet formeel goedgekeurd door de ministerraad. Kernpunten: uitbreiding naar 34.500 militairen, 11 extra F-35’s, een derde fregat, versterkte luchtafweer (NASAMS) en cybercapaciteit, met focus op NAVO-doelstellingen (2% BBP) en Europese samenwerking. Kritiek richtte zich op financieringstekorten (o.a. personeelsbudget onvoldoende voor ambitieuze groei), gebrek aan transparantie (documenten gelekt via media) en parlementaire inspraak (visie lijkt al vast te liggen). Vervolg: na goedkeuring volgt een militaire programmeringswet en verdere debatten.

Voorzitter:

Collega's, er staat vandaag veel op de agenda. Het eerste punt is een gedachtewisseling met de minister over de strategische visie voor Defensie die vorige week werd goedgekeurd door het kernkabinet.

Er zijn daarover al heel wat vragen ingediend en ik heb samen met de minister bekeken hoe onze commissie het best wordt geïnformeerd. Ik heb begrepen – maar het komt de minister toe om daar toelichting bij te geven – dat er nog geen finaal document is goedgekeurd door de ministerraad, maar dat de minister wel bereid is om daarover met ons van gedachten te wisselen. Het voorstel aan de vergadering is dus dat de minister en generaal Van Pee een toelichting geven bij de strategische visie en dat we er daarna een gedachtewisseling over hebben. Kunnen we dat zo afspreken?

Staf Aerts:

Mijnheer de voorzitter, ik heb een praktische vraag.

Er staat vandaag inderdaad veel op de agenda, met een gedachtewisseling, drie actualiteitsdebatten en 32 vragen. Tot hoe laat zal deze commissievergadering duren? Ik heb gezien dat deze zaal daarvoor ook deze namiddag is gereserveerd, maar om dat allemaal af te werken, hebben we een hele dag nodig.

Ik wil meteen ook een oproep doen voor de komende maanden, na het zomerreces. Kunnen we bekijken of de mondelinge vragen aan de minister sneller behandeld kunnen worden? Het is ondertussen al van 23 april geleden dat we nog een vragensessie hadden in de commissie voor Landsverdediging. Ik wil erop aandringen om dat op meer geregelde tijdstippen te doen.

Wat is er immers gebeurd op 23 april? Er vonden drie actualiteitsdebatten plaats en we zijn niet aan de 30 toegevoegde mondelinge vragen geraakt. Op die manier is het moeilijk om de meer specifieke thema's te bespreken. We hebben het telkens over de grote dossiers. Die zijn uiteraard belangrijk, maar de parlementsleden steken hun tijd ook in de meer specifieke vragen en ik zou het fijn vinden mochten we die sneller kunnen opvolgen. De minister zegt altijd dat hij ter beschikking staat van het Parlement, dus ik hoop dat we naar een hoger vergaderritme kunnen gaan.

Voorzitter:

Het is niet enkel de verantwoordelijkheid van de minister. Ook wij dragen een verantwoordelijkheid voor de organisatie van ons parlementair werk. Verschillende commissievergaderingen zijn al doorkruist door plenaire vergaderingen en ik hou er stilletjes rekening mee dat dat volgende week opnieuw het geval zal zijn. In elk geval hebben we afgesproken dat we op 16 juli, dus over twee weken, een vragensessie organiseren. Ik hoop dat we dan de mogelijkheid hebben om het volledige programma af te werken en tot het einde te gaan.

Het klopt dat er momenteel veel op de agenda staat. Dat toont aan dat defensie een belangrijk thema is. Gisteren vond al een extra commissievergadering plaats, vandaag hebben we een vragensessie. De vergadering zou normaal gezien tot omstreeks 12.30 uur duren. Het is dus onmogelijk om de volledige agenda te behandelen.

Annick Ponthier:

Mijnheer de voorzitter, ik sluit me daar graag bij aan. Op onze agenda staan mondelinge vragen die we soms al maandenlang meeslepen. We hebben intussen wel de bespreking van de beleidsnota gehad, waarbij ineens alle vragen werden gebundeld. Toch moeten we erkennen dat we niet op alle vragen een antwoord hebben gekregen, tenzij na aandringen, waarop we dan de antwoorden schriftelijk ontvingen.

Ik betreur die werkwijze. We moeten op korte termijn werk maken van een echte afhandeling van alle vragen die momenteel op de agenda staan. Ik besef dat defensie op dit moment hot is en dat er veel te bespreken valt. De gewone vragen dreigen echter voortdurend naar de achtergrond te verdwijnen door de actualiteitsdebatten. Daarom vraag ik met aandrang, mijnheer de voorzitter, om de achterstand zo snel mogelijk weg te werken.

Dat brengt me bij mijn volgende punt. De minister heeft hier de strategische visie voor de komende jaren toegelicht. Ik denk dat alle collega’s het erover eens zijn dat dat een belangrijk beleidsdocument is. Toch beschikken we als commissieleden voorlopig over geen enkel document ter zake. Dat kan ook niet, aangezien het document nog niet officieel werd goedgekeurd, maar het begint toch sterk te lijken op de werkwijze van de vivaldiregering.

Toen de N-VA in de vorige zittingsperiode in de oppositie zat, zou die zich allerminst met die aanpak hebben kunnen verzoenen. Het is bedroevend dat zo’n fundamentele beleidsbeslissing druppelsgewijs via de pers wordt gelekt, terwijl wij daar slechts akte van kunnen nemen, alsof alles al vastligt, alsof het parlementaire debat daarover slechts een formaliteit is.

Dat mag allerminst het geval zijn voor de strategische visie, die een prognose voor de komende jaren voor het defensiebeleid omvat. Ik betreur ten zeerste dat we het richtinggevende meerjarenplan voor defensie uit persartikels moeten destilleren.

Ik dring erop aan dat we het debat ten gronde voeren. Dat is op dit moment niet mogelijk, want wat we bespreken, is nog steeds voorwaardelijk. Het dossier moet namelijk nog in de ministerraad worden besproken.

Mijnheer de voorzitter, ik weet niet wat uw mening daarover is. Vermoedelijk zou u de vorige vijf jaar in uw andere positie tegen die gang van zaken –terecht – gefulmineerd hebben. Dat is wat ik nu doe. Ik vermoed dat veel collega's het daarmee eens zijn.

Voorzitter:

Ik behield vijf jaar geleden als voorzitter ook mijn neutraliteit, ook al bekleedde ik toen een andere positie.

Hier past een wat dubbele reactie. Er is nog geen goedgekeurd document van de ministerraad. Indien de minister geweigerd zou hebben om tegemoet te komen aan een vraag van de commissie om een gedachtewisseling te hebben, omdat er nog geen goedgekeurd document van de ministerraad ter beschikking is, dan zou het kot ook te klein zijn. In die zin is het een goede zaak dat we nu van de minister en van de generaal een toelichting krijgen over de stand van zaken en over de inhoud van de strategische visie, weliswaar onder voorbehoud van de goedkeuring en een beslissing van de ministerraad.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de voorzitter, er is op dit moment zeker geen probleem met de frequentie waarmee de minister naar het Parlement komt, want hij is zeer beschikbaar. De problemen hebben vooral te maken met de agendaplanning, waarbij de plenaire vergaderingen over onder andere de programmawet de werkzaamheden van de commissie doorkruisen.

Ik ben het alvast eens met de collega's dat we vanaf september aan een andere werkwijze moeten denken, want er staan inderdaad vragen op de agenda die al maanden hangende zijn. We moeten daarmee veel meer vaart maken.

Dat neemt niet weg dat het problematisch is dat we informatie op Twitter en Facebook moeten lezen, omdat we over een aantal onderwerpen niet kunnen spreken of de minister door omstandigheden niet te pakken krijgen. Op die platforms wordt dan aangekondigd dat er een geweldig akkoord is bereikt. Ik betreur dat wij die informatie moeten vernemen via X en sociale media. Dat is des te meer het geval omdat ik op mijn vraag naar het document ter zake van u, mijnheer de voorzitter, te horen krijg dat het wel is goedgekeurd in het kernkabinet, maar nog niet in de ministerraad en dat het nog maar een werkdocument betreft.

Enerzijds wordt dan al een groot deel van de krijtlijnen op X bekendgemaakt en anderzijds sust de minister dat hij weleens naar het Parlement zal komen, omdat Vander Elst vorige week in de plenaire vergadering gevraagd heeft om daar eens over te spreken. Dat is een heel rare manier van werken en ik betreur die ten zeerste, zoals ik vorige week ook in de plenaire vergadering al onderstreepte. Ik denk dat de minister vier of vijf jaar geleden als commissielid op dezelfde manier gereageerd zou hebben en gefulmineerd zou hebben tegen zo'n werkwijze van toenmalig minister Dedonder.

Dan kom ik tot mijn derde en belangrijkste vraag. Waar draait het vandaag om? We vroegen om het te hebben over de strategische visie en het investeringsplan voor de komende jaren. Ik zie op de slide echter vision stratégique 2025 staan. Waarover spreken we nu precies? Zullen we het hebben over de investeringen van dit jaar of over die voor de komende tien jaar? Daarover wil ik graag duidelijkheid krijgen.

Gisteren nog zei Clarinval namelijk dat het dossier rond de F-35's in orde is. Vandaag lees ik echter dat het voor Vooruit helemaal nog niet rond is. Ik zou dus graag duidelijk horen waarover we het hier vandaag hebben en welke zekerheid we hebben dat dit document of deze presentatie van de minister ook effectief is afgeklopt.

Axel Weydts:

Ik wil de discussie niet onnodig rekken, maar ik ben nog niet zo lang actief op nationaal niveau. Ik ben wel al twaalf jaar lid van de gemeenteraad van Kortrijk en ben tien jaar schepen geweest. De discussies zijn overal en altijd dezelfde: de oppositie vraagt om transparantie en om voldoende informatie van de regering of het schepencollege. Dat is een zeer terechte vraag. Dan is het aan de regering of het schepencollege om af te wegen in hoeverre die informatie al kan worden gedeeld met het Parlement of de gemeenteraad wanneer die informatie nog niet is afgeklopt en dus nog niet officieel is.

Collega’s, ik zou me daar niet te druk over maken. Ik begrijp het standpunt van de oppositie, maar ik zou toch wat meer relativeren. Wat we vandaag zullen krijgen, is volgens mij een eerste stand van zaken, die inderdaad nog niet is afgeklopt. Voor zover ik weet, moet dat nog gebeuren in de ministerraad. Waarschijnlijk zal dat komende vrijdag gebeuren, maar wie weet wordt dat later. Als Parlement hebben wij daar weinig zicht op.

De discussie die we vandaag voeren, sluit echter niet uit, mijnheer de voorzitter, dat we daarover in deze commissie nog in extenso een debat kunnen voeren, zodra de strategische visie voor Defensie goedgekeurd en aan het Parlement bezorgd is. Ik ben eigenlijk tevreden dat we nu al een inkijk krijgen in iets waarvan we allemaal goed moeten beseffen dat het nog niet finaal is en dat er in de ministerraad wellicht een en ander nog verfijnd zal worden. Dat sluit echter niet uit dat we, zodra we het document officieel hebben ontvangen, dat hier nog eens in extenso kunnen bespreken.

In die zin zou ik me dus niet te veel zorgen maken. Hoe meer debat, hoe beter. Dat is goed voor zowel de meerderheid als de oppositie.

Voorzitter:

Ik ben het daarmee eens. Wat betreft die strategische visie 2025, ik had alleszins begrepen dat het ruimer is dan enkel dit jaar, mocht dat u kunnen geruststellen. Ik neem aan dat we dat straks wel zullen vernemen in de toelichting.

Robin Tonniau:

Mijnheer de voorzitter, ik sluit me aan bij de kritiek van de heer Aerts. Enige tijd geleden ben ik begonnen met het indienen van mondelinge vragen via Twitter. Jammer genoeg heeft de minister mij daar inmiddels geblokkeerd. Hij blokkeert de oppositie dus niet enkel via het Parlement, maar ook via Twitter, het kanaal bij uitstek om alles te weten te komen over onze nationale defensie.

Dit debat, deze voorstelling, is louter voor de show. Dat weten we allemaal. Alles is immers al beslist binnen het kernkabinet, en petit comité. Dit zal een mooie schijnvertoning zijn. Wij gaan daar niet mee akkoord. We verwachten op voorhand een ernstig debat. Het Parlement heeft altijd het laatste woord. We moeten onze inbreng kunnen leveren, want we vertegenwoordigen de mensen. Jammer genoeg zal dat, zoals zo vaak, opnieuw niet het geval zijn, maar the show must go on. Laten we er dan maar aan beginnen.

Voorzitter:

Het Parlement heeft inderdaad het laatste woord, maar er zijn nog collega’s die eerst het woord vragen. Ik stel dus voor dat we er nog niet aan beginnen.

Stéphane Lasseaux:

Je pense que le ministre est bien souvent disponible. Les travaux parlementaires de ces derniers temps, avec toutes les séances qui se sont rajoutées, ont fait que nous l'avons eu moins près de nous. Néanmoins, il est toujours disponible pour répondre à nos questions.

Aujourd'hui, nous allons avoir une présentation. Il est bien précisé qu'il s'agit de la vision stratégique 2025. Nous verrons ce qui va nous être présenté, si c'est un peu plus long. En tout cas, c'est ce que j'ai pu comprendre dans les informations reprises sur la convocation. Au-delà de ça, nous avons une présentation ici, avant les vacances, et nous aurons un texte après. Cela nous permettra de l'étudier sereinement et d'avoir un débat par la suite si nécessaire, selon ce que la commission souhaite.

Annick Ponthier:

Ter afronding en als reactie op wat u zei, mijnheer de voorzitter, is het natuurlijk positief dat we debatten kunnen voeren. Natuurlijk is het positief dat we gedachtewisselingen kunnen organiseren. We weten op dit moment echter niet wat er in dat belangrijke document staat, tenzij de minister straks op al onze vragen antwoordt en alles duidelijk wordt. Dat betwijfel ik, want zelfs binnen de regering is er veel discussie over.

Het ware natuurlijk mooi geweest als we vooraf een gedachtewisseling hadden kunnen organiseren. Nu wordt dit document voorgesteld in de pers en wordt het door de minister als een fait accompli aan ons voorgelegd. Wij zitten erbij voor de schone schijn, om te knikken of om op termijn, wie weet, tegen deze visie te stemmen.

Het wordt zo voorgesteld en dat is onze kritiek. Ik wil dat het in de toekomst anders verloopt.

Voorzitter:

Goed, collega's. Ik stel voor dat we met de gedachtewisseling beginnen.

Theo Francken:

Goedemorgen allemaal.

Ik hecht heel veel waarde aan het parlementaire debat. U weet dat. Ik ben zelf 15 jaar lid geweest van deze assemblee. Ik heb altijd gezegd dat ik maximaal beschikbaar zou zijn en dat ik altijd zal proberen op de vragen te beantwoorden en op alle mogelijke manieren transparantie te geven.

Er is heel veel extra budget voor Defensie. We hebben als regering dus de democratische plicht daar voldoende transparant over te zijn en te antwoorden op vragen.

Wat nu wordt gezegd, is echter intellectueel bijzonder oneerlijk. Ik ben naar hier gekomen met het regeerakkoord. Urenlang, dagenlang zijn er vragen gesteld over wat de visie van de regering voor de komende jaren was. Ik ben naar hier gekomen met de exposé d'orientation politique . Urenlang, dagenlang hebben we gepraat, dag en nacht, over wat de beleidsnota nu eigenlijk inhield. Ik ben naar hier gekomen met het plan van het paasakkoord. We hebben urenlang gepraat over dat paasakkoord. Ik ben naar hier gekomen met de note de politique générale 2025. Urenlang, dagenlang ben ik daarover ondervraagd en voor alle vragen die nog hangende waren, zijn de antwoorden schriftelijk meegegeven aan jullie. Als jullie ze gevraagd hebben, hebben jullie die antwoorden gekregen van Jan.

Als er nog hangende vragen zijn, kunt u die doen omzetten in schriftelijke vragen. We zullen onmiddellijk het antwoord meegeven. Of ik dat voorlees of schriftelijk meegeef, maakt niets uit. Misschien kunt u er zelfs meer mee doen als ik het schriftelijk meegeef, maar dat is uw keuze. Dat kiest u zelf. U moet me niks wijsmaken over het Reglement. Ik ken dat redelijk goed.

Ik ben hier nu voor de vision stratégique 2025, die nog niet is goedgekeurd. Het kernkabinet heeft die wel al goedgekeurd en dat is niet zomaar een clubje. Dat is een regering, mijnheer Tonniau. Die is gevormd met een democratische meerderheid na verkiezingen. Ik weet dat het misschien wat vreemd is, gezien uw gedachtegoed, maar zo werkt het nu eenmaal. Het is geen vreemd clubje dat onder elkaar wat dingen beslist, men noemt dat een federale regering.

Het dossier is besproken in het kernkabinet. Het werd daar goedgekeurd en zal vrijdag worden geformaliseerd op de ministerraad. De voorzitter heeft mij gevraagd voor de vergadering van vandaag na afloop van het debat over de NAVO-top en de strategische visie vorige donderdag. Ik was toen maximaal beschikbaar en heb vragen beantwoord. De heer De Wever was toen op de Europese top. Ik heb zijn vragen overgenomen en daarnaast waren er vragen aan mij gericht. Toen werd expliciet gevraagd om zo snel mogelijk met de strategische visie naar het Parlement te komen. Ik heb toen geantwoord dat die nog niet formeel goedgekeurd werd door de regering, maar dat ik beschikbaar was voor een gedachtewisseling volgende week woensdag, vandaag dus. En hier ben ik dan.

Er zijn nu mensen die opmerken dat ik nog geen documenten heb bezorgd. Dat kan ook niet, want er is nog geen officiële beslissing. Ik had toen ook kunnen zeggen dat ik niet kom zolang er geen beslissing is van de ministerraad. Het vertikken om te komen, dat had ik kunnen doen. Dat heb ik niet gedaan, want dan had u natuurlijk het omgekeerde gezegd van wat u nu zegt. Op een bepaald moment moet men weten wat men wil. U krijgt transparantie. Er is nog nooit zoveel over defensie gesproken in dit Parlement als de voorbije vier maanden. Kijk het gerust na.

Ik ben steeds beschikbaar. Ik hoor nu dat er over twee weken nog een vragensessie gepland is. Persoonlijk denk ik dat op de laatste woensdag en donderdag voor 21 juli plenaire vergaderingen zullen plaatsvinden. Dan kan ik opnieuw niet komen, omdat er plenaire vergaderingen plaatsvinden. Het spijt me, maar dan moet u niet op mij schieten. Ik kan er niets aan doen dat in de Conferentie van voorzitters wordt beslist om twee dagen plenaire vergadering te organiseren, terwijl er een vergadering van de commissie voor Defensie zou moeten plaatsvinden, en dat daardoor uw vragen niet beantwoord geraken.

De Conferentie van voorzitters beslist in consensus, over de grenzen van oppositie en meerderheid heen. Als uw fractieleider akkoord gaat met een plenaire vergadering op woensdag, in plaats van een vergadering van de commissie voor Defensie, dan heb ik daar geen probleem mee, maar verwijt mij dan niet dat ik niet beschikbaar ben voor het Parlement. Dat kan niet, dat is intellectueel bijzonder oneerlijk, collega's.

Ik ben beschikbaar. Ik heb gevraagd om maandag een briefing te geven over de NAVO-top. Dat mocht niet van de Conferentie van voorzitters. Dat mocht niet, omdat er op maandag geen vergaderingen plaatsvinden, aangezien sommige collega's dan naar hun schepencollege moeten. Geen probleem, allemaal goed, ik schik mij naar de organisatie van het Parlement. Ik kan komen op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag. Het maakt mij niet uit. Ik sta tot uw beschikking, van het Parlement, de eerste macht. Ik ben slechts lid van de regering, de uitvoerende macht.

U moet controleren wat wij doen. Doe dat goed. U bent daar goed mee bezig, denk ik, maar u moet niet intellectueel oneerlijk zijn, want dat pik ik niet. Sorry.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, ik wil toch nog even de puntjes op de i zetten.

Als er op woensdag in de plenaire vergadering wordt vergaderd, kunnen er volgens mij nog altijd commissievergaderingen plaatsvinden op dinsdag. Daar zijn voldoende mogelijkheden voor.

Waarom dan...

Theo Francken:

(…)

Staf Aerts:

Excuseer, ik heb u laten uitspreken. Laten we dat misschien om de beurt doen.

Niet op maandag vergaderen… Dat was een briefing van een uur, anderhalf uur, niet meer. Met drie ministers. Dat is niet ernstig. Dat was de reden van ons protest.

Kijk eens hoe het in andere commissies verloopt. In de commissie voor Justitie heeft men ook de beleidsverklaring en de beleidsnota besproken. Men heeft daar ook de begroting besproken. De minister komt daar ongeveer wekelijks vragen beantwoorden. Het kan dus wel degelijk anders.

Mijn oproep aan de commissievoorzitter en aan de minister is om dat hier ook vaker te doen. Dat was de aanleiding voor mijn vraag. Gezien het belang van het defensiethema en gezien het feit dat er zoveel over gecommuniceerd wordt – zelfs over dingen die niet altijd al beslist zijn – kunnen we daar best meer vragen over stellen in het Parlement.

Voorzitter:

Ik denk dat de kern van het probleem ligt bij de vraag of commissievergaderingen tegelijkertijd met plenaire vergaderingen kunnen plaatsvinden. In het verleden gold dat wetgevend werk niet parallel met een plenaire vergadering kon verlopen, maar het is in het verleden wel al gebeurd dat er vragensessies werden georganiseerd tijdens extra plenaire vergaderingen. De jongste tijd is dat echter onmogelijk gemaakt, enerzijds door de Conferentie van voorzitters en anderzijds omdat er om de haverklap wordt geteld en een quorum vereist is in de plenaire vergadering, waardoor commissievergaderingen niet parallel met een plenaire vergadering kunnen plaatsvinden.

Als hier opnieuw een cultuur zou kunnen groeien waarin dat wel mogelijk is, ben ik daar alvast een sterk vragende partij voor. Dat zou ook toelaten om meer en extra commissievergaderingen in te lassen.

Kunt u het heel kort houden, mijnheer Vander Elst? Want ik zou graag overgaan naar de briefing zelf.

Kjell Vander Elst:

De minister verwijst naar de oppositie. Ik heb op geen enkel moment kritiek geuit op het feit dat u hier te weinig aanwezig zou zijn. Ik denk wel dat we in september moeten bekijken hoe we de werkzaamheden van de commissie optimaal kunnen organiseren.

Ik ben ook zeer blij dat u hier bent, want ik heb u die vraag vorige donderdag ook gesteld, dus daar gaat het niet over. U maakt beleid, ik controleer beleid. De enige vraag die ik stel, is: wat controleer ik? Wat zult u presenteren? Dat is de enige vraag die ik had. Voor de rest, laat ons alstublieft van start gaan.

Voorzitter:

Ik denk dat dat een perfecte overgang is naar de toelichting zelf.

Theo Francken:

Geachte commissieleden, wat we nu bespreken, gaat voor alle duidelijkheid niet over het plan voor 2025, maar, zoals afgesproken, over het plan 2026-2034.

De commissie regelt zelf haar werkzaamheden. Nogmaals, ik ben beschikbaar om op het even welk moment of op het even welke manier vragen te beantwoorden. Als men mij vraagt om naar het Parlement te komen, dan zal ik er zijn om eender welke vraag te beantwoorden. Daarover hoeft u zich geen zorgen te maken. Wat hier wordt gezegd, vind ik intellectueel dan ook bijzonder oneerlijk.

Vorige week werd de strategische visie principieel door het kernkabinet goedgekeurd. De kern, een vergadering van de eerste minister en zijn vice-eersteministers, is een politieke realiteit in dit land. Echter, de politieke beslissingen die daar worden genomen en de compromissen die daar worden gevonden, zijn nog geen beleid in de strikte zin van het woord. Er is immers een formele beslissing van de ministerraad nodig om van beslist beleid te kunnen spreken. Tot op heden heeft nog geen ministerraad plaatsgevonden om de principiële goedkeuring van de strategische visie in een officiële beslissing van de regering om te zetten. Daardoor is het onmogelijk om de tekst van de strategische visie vandaag aan u te bezorgen. Ik vond het echter belangrijk om de Kamer op de hoogte te brengen van de nakende regeringsbeslissing daarover.

Vrijdag aanstaande staat de strategische visie op de agenda van de ministerraad. Na de goedkeuring zal ik die zo snel mogelijk aan de Kamer bezorgen. Uiteraard ben ik dan beschikbaar om verdere vragen te beantwoorden. Als alles naar wens verloopt, ontvangt de voorzitter van de commissie vrijdagnamiddag een mail van mijn kabinet met de strategische visie, vergezeld van alle documenten en bijlagen.

Wat ligt er nu voor op de ministerraad? De kernopdracht van defensie blijft het beschermen van onze bevolking, het verdedigen van het nationale grondgebied en het bijdragen aan de collectieve verdediging van onze democratische waarden.

In een context van toenemende dreigingen en geopolitieke instabiliteit is een robuuste en toekomstgerichte defensie essentieel. België neemt daarin zijn verantwoordelijkheid op, zowel binnen de NAVO als binnen de Europese Unie. De nieuwe strategische visie, gebaseerd op een defensiebudget van 2 % van het bbp tot en met 2033, vormt een fundamentele koerswijziging.

Die ambitie weerspiegelt het engagement van de Belgische regering, zoals vastgelegd in het regeerakkoord, en is noodzakelijk om te voldoen aan de capability targets CT25, die door de NAVO aan België zijn toegewezen. Die targets zijn geen vrijblijvende aanbevelingen, maar concrete capaciteitsdoelstellingen, die bijdragen aan de collectieve paraatheid en interoperabiliteit van ons bondgenootschap.

Mesdames et messieurs, la nouvelle vision stratégique est la réponse aux capability targets assignées à la Belgique par l'OTAN. La vision stratégique et les budgets qui s'y rapportent intégreront également la planification actuelle des capacités et assureront la poursuite de sa mise en œuvre. Ce faisant, le renforcement de la coopération européenne et du pilier européen au sein de l'OTAN est essentiel pour la Belgique. La vision stratégique tient compte des récentes décisions de l'OTAN à La Haye, où les alliés se sont prononcés en faveur d'une augmentation de leurs efforts de défense jusqu'à 3,5 % de leur PIB, une décision également connue sous le nom de "The Hague Defence Pledge". La Belgique reconnaît cette ambition et opte pour une trajectoire de croissance réaliste telle que décrite ci-avant et conforme à l'accord de la coalition et au contexte budgétaire national assez pénible. Cet effort vise à atteindre les c apability targets de l'OTAN et à renforcer la coopération européenne au sein de l'Alliance.

Dans le cadre de la vision stratégique, les investissements suivants sont prévus. Nous évoluons vers une Défense plus grande d'ici 2034. À ce moment, la Défense comptera 34 500 militaires de profession, 8500 collaborateurs civils et 12 800 réservistes. Ils bénéficieront d'un meilleur environnement de travail et occuperont des bâtiments modernes. Leur bien-être se situera au cœur de nos efforts. La participation à des exercices intenses, une logistique renforcée et des stocks de munitions plus importants contribueront à une Défense mieux préparée.

Dans le domaine Information, Intelligence, Cyber and Influence , nous prévoyons des systèmes numériques supplémentaires dans la cybersécurité et les ressources de guerre électronique, ainsi que des drones MQ-9B additionnels.

Binnen het domein landmacht ligt de focus op het volledig uitrusten van de mediane brigade en de creatie van een nieuwe lichte brigade met onder meer een gevechtsdronebataljon. Concreet worden daarvoor meer dan 1.000 extra voertuigen en 11 zware transporthelikopters aangekocht.

Binnen het domein luchtmacht ligt de nadruk op de aankoop van 11 extra F-35-toestellen, die nog door de regering moet worden goedgekeurd, samen met de uitbouw van een performant, meerlagig luchtafweersysteem. Bovendien zullen nieuwe reddingshelikopters en transportvliegtuigen worden aangeschaft.

In het domein marine plannen we de aankoop van een derde fregat en een logistiek steunschip. Voorts rusten wij de vloot uit met moderne mijnbestrijdingsmiddelen.

Binnen het domein command and operational support plannen we de creatie van een medical hub , ter vervanging van het huidige militair hospitaal, samen met de aankoop van bijkomende evacuatiemiddelen. Bovendien zullen antidronesystemen worden aangeschaft, wordt de individuele uitrusting van de militairen bijkomend verbeterd en zullen diverse types drones en extra transportvliegtuigen worden aangekocht.

Tot slot trekken we 3 % van het Defensiebudget uit voor onderzoek en innovatie. Die investering is gericht op de ontwikkeling van toekomstgerichte capaciteiten met bijzondere aandacht voor cyberveiligheid, autonome systemen, civiel-militaire technologieën en alles wat met ruimtevaart te maken heeft.

Generaal Van Pee zal nadere toelichting geven aan de hand van een presentatie.

Harold Van Pee:

We zijn ondertussen toe aan de derde iteratie van de strategische visie. De eerste strategische visie dateert van juni 2016 en dekte de periode 2016-2030. Die visie werd in 2022 aangepast in de vorm van het STAR-plan met behoud van dezelfde tijdshorizon, dus tot en met 2030.

Nu bespreken we de strategische visie 2025, die voor alle duidelijkheid, mijnheer Vander Elst, de periode 2026-2034 dekt. Ze beslaat dus de resterende jaren van de huidige legislatuur en de volledige volgende legislatuur.

Wat bevat een dergelijk visiedocument?

Voorafgaandelijk doe ik u opmerken dat het een visie is en geen plan. Die twee worden soms ten onrechte verward. Het betreft dus een vrij algemene visietekst, die moet leiden tot concrete plannen zoals kwartierplannen, investeringsplannen en personeelsplannen, die later worden uitgewerkt.

Uiteraard tracht de visie zo coherent mogelijk te zijn met alle voorgaande politieke documenten, zoals de beleidsverklaring. In wezen is het eerste deel van de visietekst, het basisdocument, een beleidsverklaring die wordt doorgetrokken over twee legislaturen.

Daarnaast probeert deze visie aanpasbaar te zijn, omdat wij nu al merken dat wij moeten kunnen inspelen op veranderende omstandigheden. Daarom werken we met een basisdocument en drie bijlagen, die desgevallend vrij snel kunnen worden aangepast.

De eerste bijlage beschrijft de evolutie van de personeelseffectieven. De tweede bijlage bevat het benodigde budgettaire traject. De derde en meest ontwikkelde bijlage beschrijft de capacitaire ontwikkeling in vijf dimensies, die ik zo dadelijk meer in detail zal toelichten, namelijk de dimensie ICI, wat staat voor Intelligence, Cyber, Influence , en de domeinen land, lucht, maritiem, en commando en operationele steun.

Zoals vanochtend al herhaaldelijk werd gezegd, is er inderdaad een principeakkoord gesloten op het niveau van de kern, maar die tekst moet nog finaal en formeel door de ministerraad worden goedgekeurd. Hopelijk gebeurt dat komende vrijdag. Alles wat nu volgt, is dus onder voorbehoud van goedkeuring door de ministerraad.

Bij een dergelijke visietekst hoort enkele maanden later ook een wet op de militaire programmering, voluit officieel de wet op de programmering van militaire investeringen, personeel en technologische versterking voor de periode 2026-2034. Wat omvat een militaire programmeringswet? In grote lijnen gaat het om de bijlagen A en C van de visietekst, dus de bijlagen over de personeelseffectieven en over de capacitaire investeringen. Daar komen we zo dadelijk in detail op terug. Daarnaast zal die wet ook de financiering van de Defence, Industry and Research Strategy, kortweg DIRS, opnemen.

Deze keer zal dat verschillen van vorige wetsaanpassingen. We zijn toe aan de derde iteratie van die wet. In de tweede iteratie werd de eerste wet gewoon aangepast. We zijn nu tot het besef gekomen dat een aanpassing van een aanpassing legistiek gezien gewoon niet meer leesbaar zou zijn. We moeten nu dus een nieuwe wet opstellen die de oude vervangt, maar inhoudelijk zal het wel om hetzelfde type wet gaan. We zullen daar geen nieuwe elementen aan toevoegen, het komt neer op dezelfde wet, maar het zal formeel een nieuwe wet zijn, die de oude vervangt. We kunnen de wet niet aanpassen en blijven aanpassen, want anders wordt die onleesbaar. Uiteraard zullen we te gepasten tijde die wet ook in het Parlement indienen. Dat biedt opnieuw de gelegenheid om meer in detail in te gaan op het investeringsluik, dus op alle capacitaire ontwikkelingen, want dat is eigenlijk de basis van die wet.

Zoals ook al door de minister werd aangehaald, zullen we dit jaar inderdaad een aantal keer naar het Parlement komen. We zijn begonnen met het regeerakkoord. Iets later volgde de beleidsverklaring, l'exposé d’orientation politique . Daarna kwam het paasakkoord, in wezen een regeringsbeslissing, maar in het Parlement toegelicht. Een paar weken geleden hebben we beleidsnota 2025 toegelicht. Nu is er de strategische visie, nogmaals, onder voorbehoud van goedkeuring door de ministerraad. Na het zomerreces volgt de militaire programmeringswet, die uit die visie volgt. Na de zomer komt ook nog beleidsnota 2026, samen met het budget voor 2026. We zullen dit jaar dus nog een paar keer terugkomen.

De bedoeling is uiteraard dat de visietekst coherent is met al die andere documenten.

En ce qui concerne les annexes, on peut commencer par l'évolution des effectifs. Voilà ce que cela donne pour le personnel. Je vous laisse lire les chiffres. Au début de cette année, on avait 26 200 militaires, 2 300 civils et 2 500 réservistes. L'objectif pour 2035 est de passer à 34 500 militaires, 8 500 civils et 12 800 réservistes. C'est surtout au niveau des civils et des réservistes qu'il y a un énorme défi, parce qu'on va devoir tripler voire quadrupler les effectifs au bout de 10 ans. C'est quand même un sérieux défi.

Pour ce qui est du budget, je vous laisse lire ce slide. J'espère qu'il est également lisible pour les gens qui suivent sur leur ordinateur. Ce slide est important parce qu'il y a quand même pas mal de malentendus du fait que certaines personnes ne connaissent pas la différence entre l'effort de défense, les dépenses de défense et le budget de la Défense. Ce n'est pas la même chose et il arrive souvent qu'on mélange ces notions.

Passons par la première ligne qui donne l'évolution du PIB belge sur la base des prévisions du Bureau du Plan de février 2025. Ces chiffres sont évolutifs. Ils vont donc changer et sont indiqués à titre d'information. Ils viennent d'ailleurs de changer. Vous voyez que notre PIB devrait passer de 650 milliards l'année prochaine à 850 milliards en 2034.

La deuxième ligne représente la trajectoire budgétaire qui sera fixée au travers de cette vision, qui est de 2 % de ce PIB de 2026 jusqu'à 2033 inclus. À partir de 2034, on passe à 2,5 % du PIB. Pourquoi? Parce que l'accord de gouvernement indique qu'au plus tard en 2034, on passerait à 2,5 %. Donc, si on multiplie la première ligne par la deuxième ligne, on arrive à la troisième ligne qui représente en fait les dépenses de défense. C'est l'effort de défense traduit en chiffres absolus. Là, vous voyez qu'on passe d'environ 13,1 milliards l'année prochaine à près de 21,2 milliards en 2034. Il s'agit bien des dépenses de défense et non pas du budget de la Défense, parce que, de ce montant, il faut déduire les deux lignes qui suivent. C'est ce qu'on appelle les dépenses externes.

La ligne quatre reprend grosso modo les pensions des ex-militaires.

La ligne cinq, c'est une nouveauté introduite cette année-ci. C'est ce qu'on appelle la normalisation. Ce sont les dépenses effectuées par d'autres ministères que la Défense, mais qui ont une finalité militaire et qui peuvent être incluses dans l'objectif des 2 % pour autant qu'elles répondent à certains critères de l'OTAN.

Nous espérons identifier certaines dépenses existantes. Ce ne sont donc pas des dépenses supplémentaires. Ainsi, dans les autres ministères, pour cette année, on peut voir 150 millions, mais cela peut monter très vite vers 750 millions.

Si on soustrait les lignes quatre et cinq de la ligne trois, on arrive à la ligne huit, qui est le budget de la Défense, tel qu'il sera voté par vous dans le cadre de la loi budgétaire annuelle. Il y a quand même une énorme différence entre les dépenses de défense et le budget, de l'ordre d'environ trois milliards de plus.

Cette ligne huit, le budget de la Défense, peut alors être ventilée sur les lignes six et sept. La ligne six reprend les dépenses pour les investissements en matériel majeur. C'est ce dont nous discuterons plus tard, la fameuse annexe C de la Vision, et c'est ce qui va se trouver dans la loi par après. Cette partie-là, grosso modo , s'articule autour de 20 à 25 % de l'effort de défense. C'est la norme imposée aussi bien par l'Union européenne que par l'OTAN.

La ligne sept, c'est ce qui reste, c'est ce qu'on appelle l'enveloppe de base. Ces budgets-là servent à payer le personnel et le fonctionnement. J'espère que c'est clair.

Je voulais vous montrer qu'il y a une sérieuse différence entre les dépenses de défense et le budget de la Défense.

Les dépenses de défense pour la période 2026-2034 s'élèvent à 139 milliards d'euros, en euros courants. C'est un montant énorme, mais ce sont des euros courants, donc majorés avec le coefficient d'inflation sur neuf ans. Dans ces 139 milliards, il y a 50 milliards – j'arrondis – prévus pour les frais de personnel, pensions incluses; 38 milliards pour les dépenses de fonctionnement; 34 milliards pour les investissements, que je détaillerai plus tard; environ 7 milliards pour les investissements d'infrastructure, ce qui représente un sérieux effort pour mettre l'infrastructure de la Défense en bon ordre, parce que c'est vraiment nécessaire; 3,7 milliards pour le Research and Technology (R&T) dans le cadre du DIRS ( defence, industry and research strategy ), dont un tiers est affecté à la R&T dans le domaine spatial et cyber exclusivement, ce qui est énorme.

Évidemment, ces montants sont une fois de plus énormes mais ils s’étalent sur neuf ans. Bien sûr, nous ne partons pas de zéro. Actuellement, nous suivons une certaine trajectoire, celle du plan STAR. Si cette trajectoire avait été respectée – ce qui, malheureusement, n’a pas été le cas – nous aurions dû être aujourd’hui à environ 1,47 %, pour atteindre 1,55 % en 2030.

Par rapport à ce scénario théorique, approuvé il y a deux ans, ce plan nécessite 13 milliards d’euros supplémentaires au cours de cette législature et 17 milliards de plus pendant la suivante. Autrement dit, ces 30 milliards correspondent au coût de ce plan, comparé à la trajectoire STAR telle qu’elle avait été validée en 2022.

Cependant, il faut savoir qu’entre-temps, en raison du sous-financement du plan, le gouvernement a déjà dû injecter plusieurs milliards supplémentaires pour rétablir cette trajectoire.

De capaciteitsontwikkeling staat in bijlage C.

Il convient ici de parler du NATO Defence Planning Process (NDPP) . En effet, tant l'accord de gouvernement que l'exposé de politique générale prévoient que ce NDPP sera notre guide pour les investissements futurs à réaliser. Le NDPP sert également de European Defence Planning Process.

Il y a une bonne raison à cela. Selon les dires de certains, tous les Européens achèteraient un peu n'importe quoi et ce serait mieux si quelqu'un coordonnait tout cela. Eh bien, cela se fait déjà. Cela s'appelle le NATO Defence Planning Proces s.

Au départ, comme l'OTAN a dû développer des plans régionaux suite à la demande des chefs d'État lors des sommets de Madrid (2022) et Vilnius (2023), des plans de défense collectifs très détaillés ont été élaborés. L'OTAN sait très bien ce qu'il faut pour défendre l'Europe contre une menace russe. C'est la première fois depuis des décennies que nous avons des plans si précis, si développés. Nous avons une très bonne vue sur ce qui est nécessaire.

Par ailleurs, l'OTAN sait très bien ce dont les pays européens de l'OTAN disposent. Il est assez facile de faire le delta entre les besoins et ce qui est déjà disponible sur le terrain. Ce delta est réparti entre tous les membres européens de l'OTAN, de façon à ce que le total corresponde exactement à ce qu'il faut. On essaie d'éviter le gaspillage. On essaie d'éviter d’acheter deux ou trois fois le nécessaire dans un certain domaine. C'est vraiment bien réparti entre partenaires. Tout le monde sait très bien ce qu'il doit faire. Cela se traduit alors en capability targets pour chaque pays.

Un cycle de quatre ans vient de se terminer. Aujourd'hui, il s'agit des capability targets 2025 (CT25) qui suit le CT21. Ces capability targets, pour la Belgique, comportent plusieurs parties. Des priorités sont données à chaque pays. Il y a des objectifs quantitatifs et environ 65 objectifs qualitatifs. Pour chaque objectif, il y a des opportunités de coopération au niveau européen. Cela va même tellement loin maintenant que pour chaque capability target , l'OTAN définit quel programme de l'Union européenne (comme PESCO et EDF) peut entrer en ligne de compte.

Il existe de nos jours une parfaite symbiose entre l'Union européenne et l'OTAN en ce qui concerne les besoins. D'ailleurs, la Commission européenne demande explicitement, au travers de son White Paper publié il y a quelques mois, que les États membres européens de l'OTAN réalisent leurs capability targets de l'OTAN au plus vite, en commençant par ceux qui sont les plus prioritaires.

Il n'y a donc pas d'antagonisme entre les plans européens et ceux de l'OTAN, bien au contraire. En fait, le NATO Defence Planning Process est de facto le European Defence Planning Process . C'est notre guide pour tout ce qui suit dans le développement capacitaire.

Vous voyez sur l'écran les fameuses pie charts ou camemberts.

Bij het cirkeldiagram horen een paar kanttekeningen. U ziet daar de vijf domeinen staan: land (groen), air & SBAMD, ICI (geel), navy en commando en operationele steun. In de eerste plaats, land is niet de landmacht, lucht is niet de luchtmacht. Dat is geen een-op-eenverhouding. Zo staan bijvoorbeeld de zware helikopters die voorzien worden in het plan in het groene deel, dus bij land omdat ze ten dienste staan van de landmacht, ook al worden ze uitgebaat door de luchtmacht. Land of lucht zijn dus niet almachtig. We hebben ook ditmaal surface-based air and missile defense (SBAMD), het luchtafweerluik, apart vermeld, alhoewel het eigenlijk tot het domein air hoort, om te kunnen aanduiden wat die luchtafweer ons zal kosten, namelijk 4 miljard euro.

Ook heel belangrijk om weten is dat dit cirkeldiagram enkel het investeringsluik weergeeft. Zoals ik daarnet al zei, maken investeringen ongeveer 25 % uit van het geheel van de defensie-inspanningen. De andere 75 % zitten hier niet in. Dit diagram is dus geen verhouding van de kosten van die domeinen en is ook geen maatstaf voor het relatieve belang van die domeinen. Zo kan men bijvoorbeeld voor cyber, dat behoort tot het gele deel ICI, weinig materiële zaken aankopen. Het investeringsluik zal dus relatief beperkt zijn, maar de personeelskosten daarentegen zullen relatief hoog zijn omdat men vooral veel gekwalificeerd personeel nodig heeft. Men heeft werkingsbudgetten nodig voor cyber, men moet abonnementen kunnen kopen en dienstencontracten kunnen aangaan. Dat zit hier niet in. Dit is enkel het investeringsluik, uitgedrukt in euro's 2026, zoals dat ook het geval zal zijn in de wet die we na het zomerreces samen zullen kunnen bespreken.

Wat betrachten we met die bijlage C van de strategische visie? Ze is voor een groot deel didactisch opgevat. U zult hopelijk vrijdag, na de goedkeuring door de ministerraad, de teksten ter beschikking krijgen. Die bijlage C probeert een antwoord te bieden op vragen als wat gemotoriseerde capaciteit is, wat een surface-based air and missile defense capaciteit is, wat een surface combatant capaciteit is.

We merken dat er veel verwarring bestaat bij het grote publiek en soms zelfs ook intern bij Defensie over wat een bepaalde capaciteit nu precies is. Dat proberen we te verhelpen met deze strategische visie door in de bijlage C op een vrij didactische manier te werk te gaan. Iedere capaciteit en subcapaciteit zal in de eerste plaats gedefinieerd worden.

Het volgende luik behandelt waar we vandaag staan met betrekking tot die capaciteit. Een derde luik gaat over waar we naartoe willen met behulp van deze strategische visie uit het nieuwe investeringsplan. In een vierde luik wordt besproken hoe we daarvoor kunnen samenwerken met andere departementen binnen België of met internationale partners. Dat zijn de vier luiken die telkens zullen terugkomen in bijlage C. Samengevat geeft dat het volgende: waarover gaat het, waar staan we, waar willen we naartoe en met wie kunnen we dat doen. Dat is de opzet van die hele bijlage C.

Hopelijk zal dat worden gesmaakt. We trachten op die manier een antwoord te bieden op de vraag wat defensie nu juist inhoudt. Dat zal hiermee hopelijk duidelijk worden.

U moet ook weten dat die visie, en dus ook de wet, net zoals de vorige wet, een deel overneemt van wat er gepland werd met de vorige visie en wet. In het vorige investeringsplan, het zogenaamde STAR-plan, was ongeveer 11,1 miljard euro voorzien voor nieuwe investeringen, uitgedrukt in constante euro’s van 2022. Dat bedrag ligt intussen dus iets hoger. Van die 11 miljard euro is slechts een klein deel gerealiseerd. Een groot deel, namelijk 7,7 miljard euro, wordt nu gewoon overgenomen en zal deel uitmaken van de nieuwe strategische visie. Het gaat dus niet uitsluitend om nieuwe uitgaven. Een aanzienlijk deel wordt opnieuw opgenomen uit het STAR-plan.

Een visie drukt ook behoeften uit. Een visie spreekt in principe niet over het type wapensysteem en dus zal ook de wet systeemagnostisch zijn. Ze zal niet bepalen welk type wordt aangekocht, maar een behoefte uitdrukken. Tenzij er meer van hetzelfde wordt aangeschaft – dan is uiteraard bekend over welk systeem het gaat – of tenzij het kadert in een breder politiek raamakkoord, waarbij er slechts één type in aanmerking komt. Het CaMo-project is daarvan het beste voorbeeld. Er is in dat geval een politiek raamakkoord met Frankrijk.

We zullen dus in de wet en in de visie spreken over Serval, Jaguar, Griffon en alle voertuigen die gisteren besproken zijn, omdat die nu eenmaal kaderen binnen dat politieke raamakkoord. Daarom kunnen we ook spreken over LACM’s, want die maken deel uit van het overeengekomen beleid binnen het regeerakkoord, dat moet worden uitgevoerd in het Benelux-kader met Nederland. In dat geval moeten we aanschaffen wat zij hebben.

Los van zulke gevallen, waarin het niet anders kan, zullen de visie en de wet systeemagnostisch zijn en voornamelijk behoeften uitdrukken.

Wat ditmaal ook nieuw is, zijn de zogenoemde unsolicited development lines , oftewel geconsolideerde ontwikkelingslijnen. Dat zijn in feite budgettaire placeholders : volumes die worden vastgelegd zonder dat de inhoud ervan reeds volledig is bepaald. Die zal pas in een latere fase worden gedefinieerd.

We hanteren dat vooral in domeinen zoals cyber, drones en counterdrones. Dat doen we omdat de evolutie daar zo snel gaat dat het geen zin heeft om vandaag al vast te leggen wat er over drie jaar moet worden aangekocht. Over drie jaar bestaat er misschien al een heel ander systeem. Die ontwikkelingen gaan tegenwoordig bijzonder snel. Daarom moet er voldoende flexibiliteit behouden blijven, zodat er kan worden ingespeeld op veranderende omstandigheden en nieuwe technologieën.

Die les hebben we geleerd uit het STAR-plan, waar we merkten dat we soms vastzaten aan een te specifieke omschrijving, terwijl er intussen betere en goedkopere alternatieven beschikbaar waren. Dat zal nu anders worden aangepakt, door bepaalde capaciteiten onder te brengen binnen die budgettaire placeholders .

Dat neemt niet weg dat er voor alle budgettaire placeholders of budgettaire lijnen in de wet, wanneer er sprake is van een aankoop, een gunningsdossier nodig is, dat de normale weg van politieke en administratieve controle zal volgen. De budgettaire lijnen betekenen niet dat we carte blanche krijgen. Die zullen zich vertalen in een bepaald programma dat, zoals nu het geval is, naar de PCLA zal gaan en een advies van de IF en een begrotingsadvies moet krijgen. Dat volgt dus de normale procedure.

Dan komen we tot de vijf domeinen. Omdat alles wat we hier zeggen nog onder voorbehoud is, willen we de gedetailleerde inhoud van wat er zal worden aangekocht, niet op slides zetten, maar ik zal dit mondeling proberen toe te lichten.

Laten we beginnen met het domein ICI: Intelligence, Cyber en Influence. Wat doen we daar? Onder het onderdeel Intelligence valt ook het ADIV-SGRS-geheel. We gaan niet in op de concrete plannen die ze hebben, maar u begrijpt dat in de nodige middelen zal moeten worden voorzien voor alles wat met counterintelligence te maken heeft. Daaronder valt ook een geconsolideerde ontwikkelingslijn voor open source intelligence, social media intelligence, information manipulation interference, counter FIMI, signal intelligence en human intelligence. Al die toepassingen zullen de nodige middelen krijgen. U begrijpt dat we daarover niet in detail willen treden. Dat is misschien iets voor de PCLA.

Voor het onderdeel Cyber wordt heel veel ingezet op encryptietools, op toolkits voor het Cyber Rapid Response Team, updates voor het Secure Intelligence Center en op connectiviteit voor de respectieve Secure Operations Centers in de verschillende machten. Ook wordt er fors geïnvesteerd in een joint electronic warfare center, samen met een partner, het Verenigd Koninkrijk. Voor Cyber is er uiteraard ook een geconsolideerde lijn, een placeholder , die ons in staat stelt om snel op nieuwe mogelijkheden in te spelen.

Het onderdeel Influence gaat over allerhande analyse- en informatiemanagementtools, maar ook over middelen voor psyops en voor civil military cooperation .

Dan hebben we het domein Space, een belangrijk domein. Daar gaat het om investeringen in space situational awareness. Het gaat over de deelname aan Europese programma’s zoals het GALO, het Global Coverage All Weather Low Earth Orbit Observation Satellite-constellatiesysteem. Daar zullen we ook ons deel van betalen.

Voorts gaat het om microsatellieten en navigation warfare voor de Europese Galileoconstellatie, om bepaalde dagelijkse data beter te kunnen afschermen. Al die zaken vallen onder Space.

Ook daar is er een geconsolideerde ontwikkelingslijn, maar zoals ik daarnet heb aangehaald, zit er wat Space betreft vooral veel geld in het DIRS-budget, dat hier niet door gedekt wordt. Dat zit bij de werkingsuitgaven. Een derde van de 3,7 miljard is specifiek voorbehouden voor Space en Cyber.

Het volgende luik dat hierbij hoort, is Remote Piloted Aircraft Systems. Dat zijn de grote drones, de drones van type 3. De strategische visie zal in het tactische luik duidelijk maken wat een drone van type 1, type 2, of type 3 is. Ik zal u niet vervelen met details op dit ogenblik.

Die grote drones vallen hieronder. In de praktijk gaat het over onze MQ-9B's. Daarvan zijn er nu al twee systemen besteld. Eén systeem omvat twee vliegtuigen en een ground control station . Die twee systemen worden dit jaar geleverd. Met deze visie voegen we daar een derde systeem aan toe. We zullen in totaal dus eindigen met zes vliegtuigen en 3 ground control stations .

Verder zijn er natuurlijk updates voor die vloot van zes MQ-9B's.

Dan is er digitalisatie en ondersteunende communicatie. Dat is ook een belangrijk luik. Ook daar is er een budgettaire placeholder . Er komt heel veel IT-support voor alle nieuwe wapensystemen, maar ook een vrij groot project voor datacenters, voor bijna 1 miljard, om onze soevereine datacenters te kunnen bouwen. Die zijn natuurlijk redundant, dus dat zal een vrij groot project worden.

Dan is er de dimensie Land, waar er op zich maar twee capaciteiten zijn: de gemotoriseerde capaciteit en het Special Operations Regiment. U hebt gisteren de briefing over CaMo gehad, dus wat ik nu zal zeggen, zal waarschijnlijk grotendeels met die briefing samenvallen.

U weet dat de gemotoriseerde capaciteit bestaat uit drie elementen: de interwapen gemotoriseerde mediane brigade, de interwapen gemotoriseerde lichte brigade, en een Belgisch-Luxemburgse divisie, een verkenningsbataljon, dat de naam Ermesinde heeft meegekregen.

Wat de mediane brigade betreft, die valt uiteen in combat, combat support , en combat service board .

Wat combat betreft, de eigenlijke manoeuvretroepen, zijn er, zoals gisteren waarschijnlijk is uitgelegd, twee infanteriebataljons en twee cavaleriebataljons. Voor de infanteriebataljons worden er bijkomende Griffons gekocht. Voor de cavaleriebataljons worden er bijkomende Jaguars en bijkomende VBAE-voertuigen gekocht, véhicules blindés d'aide à l'engagement.

In het onderdeel Combat & Support is er een geniebataljon, dat zal worden uitgerust met Griffons en met materiaal om mijnen te kunnen leggen en opruimen en mobile assault bridges . Er is ook een artilleriebataljon, dat bijkomende Caesars zal krijgen, bijkomende Griffons, en Griffon MEPAC's, mortiervoertuigen. Die zullen eveneens worden uitgerust met FPV-drones, zogenaamde kamikazedrones. Daarnaast krijgen ze eigen luchtafweer in de vorm van Servals met Mistral luchtmissiles. Ze ontvangen ook een hele reeks andere standaard Servals, radars, sensoren en allerhande ander materiaal. Bij het Combat & Supportluik hoort ook een verkenningseskadron. Dat zal eveneens Servals en VBAE’s krijgen, alsook grotere drones, de integratordrones van type 2.

Bij de mediane brigade is er een onderdeel Combat & Service Support, dat het logistieke bataljon omvat. Dat bataljon krijgt heel wat materiaal, waaronder honderden vrachtwagens. Ook het medische luik maakt daarvan deel uit. Daarvoor komt er bijkomende capaciteit op rol 1-niveau, dus op het niveau van het bataljon, voor evacuatie, en veldhospitalen op rol 2-niveau, dus het brigadeniveau. Daarvoor worden eigen Griffon- en Servalambulanceversies voorzien. De mediane brigade krijgt daarnaast een Multiple Launch Rocket System (MLRS), maar dat is pas voorzien tegen het einde van de periode van de strategische visie.

De lichte brigade zal worden samengesteld uit twee infanteriebataljons en één bataljon gevechtsdrones. De samenstelling daarvan moet nog worden bepaald, maar dat zal ten laatste in 2028 gebeuren. Dat is de afspraak.

Het Special Operations Regiment omvat onder meer de nieuwe Light Utility Helicopters, de H145M, die besteld zijn. Daarnaast komen er nieuwe short take-off and landing -vliegtuigen voor het regiment, evenals toekomstige medium-heavy transport helicopters . Er komt dus heel wat vliegend materiaal bij. Ook worden nieuwe tactische voertuigen voorzien, zogenaamde medium multirole tactical vehicles, nieuwe tactische voertuigen. Daarnaast wordt er ingezet op manned-unmanned teaming . Dat wil zeggen dat we zullen samenwerken met drones, ook op de grond.

Dat is het, wat de dimensie land betreft.

Wat de luchtcomponent betreft, is het nieuwe element dit jaar de Surface-Based Air & Missile Defense: het luchtafweerluik, dat volledig nieuw is. Het gaat daarbij om tien luchtafweerbatterijen voor korte en middellange afstand van het type NASAMS (Norwegian Advanced Surface-to-Air Missile System), een Noors systeem dat we samen met Nederland aankopen, aangezien ook zij de NASAMS 3, de recentste versie, van dat systeem aanschaffen. Daarnaast worden ook drie luchtafweerbatterijen gepland voor lange afstand en voor Tactical Ballistic Missile Defense. Welk type dat zal worden, moet nog op een later tijdstip worden bepaald.

Wat het onderdeel Air Combat Multirole betreft, komen er zoals gezegd normaal gezien elf bijkomende F-35’s, een hele reeks wisselstukken en ook de zogenoemde continuous capability development , de toekomstige upgrades, zeg maar. Met het initiële F-35-contract was de ondersteuning verzekerd tot en met 2030; die ondersteuning moet nu worden verlengd voor de periode na 2030.

Daarnaast omvat het programma ook een reeks initiatieven die verband houden met de F-35 en die eigenlijk al vastgelegd waren in het STAR-plan. We nemen die nu gewoon over. Het gaat om programma’s die ons in staat moeten stellen autonomer te opereren, waarbij we op Europees niveau proberen samen te werken rond Operational Training Infrastructure (OTI), rond Mission Training Centers en rond de Europese planning van electronic warfare-middelen. Bij dit onderdeel hoort ook onze deelname aan het toekomstige NATO Flight Training Europe- of NFTE-programma, dat de vroegere capaciteit aan Alpha Jets zal vervangen, dus de geavanceerde opleiding van onze toekomstige F-35-piloten. Ook dat valt onder dit onderdeel.

Voorts is er het Fixed Wing Transport, ons luchttransport. Dat omvat onder meer Directional Infrared Counter Measures- of DIRCM-systemen voor onze Airbus A400M, zodat die vliegtuigen beter beschermd zijn tegen grond-luchtmissiles van korte dracht. Er is ook budget uitgetrokken om opnieuw regionale jets aan te kopen – zoals we die vroeger hadden met de Embraers, als u zich dat nog herinnert – omdat we die nu toch wel missen. Zeker in het licht van het nieuwe NAVO-concept, waarbij we bijna permanent troepen moeten stationeren aan de oostflank, is dergelijk intra-Europees transport binnen het operatiegebied steeds belangrijker.

Dat transport kan worden ingevuld met lichte tactische transportvliegtuigen – die overigens al in het STAR-plan waren opgenomen – of met een combinatie van beide types. Daarnaast is er ook budget vrijgemaakt om onze Corporate Long-Range – zeg maar onze vipvliegtuigen – te vervangen zodra het Falcon 7X-contract afloopt.

Tot slot zijn er nog twee capaciteiten die eveneens onder het luchttransport vallen, maar toch enigszins anders zijn. Enerzijds is er de air-to-air refuelingcapaciteit in Luik. Zoals u weet, hebben wij de facto twee tankervliegtuigen verworven, of het equivalent daarvan, binnen een pool van tien toestellen die samen met een aantal Europese landen wordt uitgebaat, vanuit het Nederlandse Eindhoven. Ook voor die vliegtuigen is financiering nodig voor verdere updates.

Daarnaast nemen we deel aan het Airborne Early Warning-programma, dus het AWACS-programma, dat wordt aangestuurd vanuit Geilenkirchen in Duitsland. Daarvan kopen wij ook ons deel. Dat programma loopt ten einde, de AWACS-vloot is al stokoud en moet worden vervangen. Ook daarvoor zullen budgetten worden voorzien.

Vervolgens is er een belangrijk deel Air Command and Control. Het Control and Reporting Center in Beauvechain krijgt er een deel deployable bij. Men zal dus een deel van de mensen kunnen ontplooien, met ook ontplooibare radarsystemen. Het hele CRC zal aan belang winnen, omdat het de nieuwe luchtafweer zal moeten ‘runnen’. Die capaciteit zal worden opgewaardeerd.

In Beauvechain wordt bovendien in het kader van het CRC voorzien in een multidomain targeting support cell en in een verdere versterking van het reeds bestaande National Airspace Security Center. Dat is een interdepartementaal orgaan, waarin ook politie, douane en het directoraat-generaal Luchtvaart vertegenwoordigd zijn. Het beoogt de uitbouw van een equivalent van het Maritiem Informatiekruispunt. Ook dat wordt voorzien.

Dan is er Force Protection Air, met onder andere commando-, transport- en verbindingscapaciteiten, CBRN-voertuigen en veel investeringen op het vlak van inbraakdetectie, om onze vliegbasissen beter te kunnen beschermen. Er komen ook investeringen in weerbaarheid, zodat, zou een vliegbasis worden aangevallen, landingsbanen snel kunnen worden hersteld. Dat zijn zaken die we hadden ten tijde van de Koude Oorlog en die komen nu terug. Daar komt het eigenlijk op neer.

Wat Search and Rescue betreft, kopen we zoals u weet vier nieuwe search-and-rescuehelikopters. Verder zijn er nog een heel wat kleinere investeringen onder de noemer Air Base General Support.

Ik kom nu tot de marine. Wat zit daarin? Onder meer Service Combatant en dan gaat het over de fregatten. We kopen een derde Anti-Submarine Warfare Fregat aan. Die capaciteit krijgt drones van type 2, anti-torpedosystemen, snelle boten en maritieme sensoren voor de MQ-9B. U ziet dus dat de MQ-9B over verschillende domeinen verspreid is, zowel bij het domein ICI als in dit platform. Tegenwoordig behoort die tot het domein Air Combat, omdat die bewapend kan worden. Daarnaast zit die ook in het maritieme domein, aangezien we voor de MQ-9 maritieme sensoren aankopen. Die sensoren bevatten radar en sonar waardoor bijvoorbeeld ook sonarboeien kunnen worden uitgegooid. Er zijn eveneens updates voorzien voor de vloot NFH NH90-helikopters, die opereren vanaf de ASW-fregatten.

In het deel Naval Mine Warfare zit een logistiek ondersteuningsschip voor onze MCMV-vloot. Verder worden mijn- en lichtsystemen aangekocht, zoals reeds voorzien in het STAR-plan. De zogenaamde MCM-toolbox omvat een hele panoplie aan drones, zowel in de lucht, op het water als onder water.

Coastal Security heeft betrekking op offshore ISR-sensoren, ISR staat voor intelligence, surveillance and reconnaissance , en op updates voor de drie Coastal Patrol Vessels, de patrouillevaartuigen.

Harbor Protection betreft de aankoop van onderwatersensoren, evenals een expeditionaire havenbeschermingsmodule voor de marinefuseliers. Het is de bedoeling dat zij ook elders, waar nodig in Europa, havenbescherming kunnen aanbieden.

Daarnaast gaat het over maritieme commando- en controlemiddelen en maritime support . In dat kader zijn er diverse SATCOM-programma’s voor de MCMV-vloot, evenals IT-ondersteuning voor het Maritiem Informatiekruispunt en het Maritime Operations Centre.

Ten slotte wordt op de laatste slide de dimensie commando en operationele steun toegelicht. Een belangrijk onderdeel daarvan is de medische steun. Daarbij gaat het om extra capaciteit van rol 1 en rol 2. Nogmaals, rol 1 omvat evacuatiecapaciteit op het terrein zelf, dus aan het front, en rol 2 betreft de veldhospitaalcapaciteit. Voor die capaciteit worden eigen voertuigen voorzien, met alles wat erbij hoort, zoals evacuatiekits, specifieke vrachtwagens met koelers en dergelijke. Zoals de minister reeds vermeldde, is er ook de medical hub . Die zal bestaan uit een medisch expertisecentrum, een centrum voor specialisaties, een centrum voor vorming en training, een logistiek centrum en een centrum voor onderzoek en ontwikkeling. Dat alles wordt samengebracht in de nieuwe medical hub .

Binnen het luik joint force protection worden alle systemen ter bestrijding van drones (counter-UAS-systemen) gegroepeerd voor alle machten. Dit wordt een vrij groot programma dat waarschijnlijk in de vorm van een raamcontract zal verlopen voor alle machten en dat diverse types van counter-UAS-systemen zal omvatten. Er is ook een vernieuwde Explosive Ordnance Disposal (EOD) voor DOVO. Het gaat hierbij onder meer over een nieuwe static detonation chamber en nieuwe robots voor EOD-activiteiten. Onder dit luik valt eveneens CBRN-uitrusting voor alle machten. Nogmaals, de Koude Oorlog komt terug en daarom kopen we die capaciteiten opnieuw aan. Op termijn – dit is een werk van lange adem – komen daar ook scanners bij voor toegangscontrole en allerlei andere elementen die onder joint force protection vallen.

Vervolgens is er het luik general support . De naam is misschien verkeerd gekozen, want hieronder valt nu ook de territoriale reserve en de uitrusting daarvan. Die zal volledig worden uitgerust, net zoals de actieve militairen. Ze krijgen zowel hun individuele als collectieve uitrusting onder dit luik.

Daarnaast omvat dit luik ook een aantal voertuigen, waaronder een eigen VSHORAD-capaciteit. Concreet gaat het over 20 Skyrangersystemen van het Duitse Rheinmetall. Dat valt onder een politiek raamakkoord en is een uitwerking van het memorandum of understanding inzake het European Sky Shield Initiative, dat tijdens de vorige legislatuur werd gesloten. België heeft zich destijds aangesloten bij dat memorandum of understanding .

De Skyranger vormt het onderste segment in het VSHORAD-geheel en zal worden aangekocht voor de territoriale reserve.

Daarnaast zijn er een aantal belangrijke unmanned systems . We hebben zojuist gesproken over counter drones ; dit betreft het onderdeel drones, dus onze eigen drones van allerhande types. Er zijn al veel drones opgenomen in de respectieve capaciteiten, maar hiermee worden drones bijgekocht voor alle machten. Het gaat om kleine verkenningsdrones, kamikazedrones en allerhande soorten drones die vandaag op het slagveld niet meer weg te denken zijn. Die worden gefinancierd binnen deze budgettaire lijn.

Tot slot is er het belangrijke onderdeel enablement . We krijgen een belangrijke taak toegewezen: ervoor zorgen dat onze bondgenoten in geval van een groot conflict hun materieel kunnen ontschepen in de havens en luchthavens, zodat het doorgevoerd kan worden naar de plaatsen waar het nodig is. Dit onderdeel omvat bijvoorbeeld de aankoop van spoorwagons, een joint support hub en combined air terminal operations . Kortom, alles wat nodig is om onze bondgenoten de vereiste host nation support te bieden.

Ik heb slechts een aantal elementen aangeraakt in dit korte overzicht. De strategische visie, die u hopelijk vrijdag zult kunnen lezen, is nog veel ruimer. Ik maak toch een kanttekening, alle besproken materieel zal uiteraard niet morgen al beschikbaar zijn. De visie bestrijkt een periode van negen jaar. Sommige systemen die ik zonet heb genoemd, zullen misschien pas over zeven jaar worden besteld en over tien jaar worden geleverd. Dat moeten we goed voor ogen houden. Dit is gewoon een overzicht en hopelijk wordt alles vrijdag duidelijker wanneer u de teksten kunt inkijken na de goedkeuring van de ministerraad.

Theo Francken:

Dank u, generaal.

Dat was op zich een extensief, volledig overzicht. Ik herhaal nogmaals dat dit nog niet is goedgekeurd, maar op de agenda staat van de ministerraad vrijdag. Principieel was er een akkoord, maar we zullen nog even moeten overleggen met de collega's. Een goed gesprek kan immers nooit kwaad.

Voorzitter:

Het was niet alleen een extensieve uiteenzetting, het zijn ook intensieve dagen, mijnheer de minister.

Collega's, ik stel voor om eerst een werkafspraak te maken over hoe we de bespreking verder zullen aanvatten. Er zijn vragen ingediend die gekoppeld zijn aan deze gedachtewisseling. Het lijkt me hoffelijk dat we eerst het woord verlenen aan de commissieleden die vragen hebben ingediend. Vervolgens kunnen we het woord geven aan wie daarover een tussenkomst wenst te doen.

Is het mogelijk om een tijdlimiet af te spreken? Ik kan me voorstellen dat sommigen bijzonder uitgebreid willen zijn, terwijl anderen misschien een kort statement wensen te maken. Misschien kunnen we daarover een werkafspraak maken?

Een voorstel is vijf minuten spreektijd per fractie. In vijf minuten kan men heel veel zeggen. Is dat te veel of te weinig?

Goed, dan houden we het op vijf minuten. Ik geef het woord aan de heer Vander Elst.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister en mijnheer Van Pee, dank u voor uw zeer uitvoerige toelichting.

Ik had verwacht dat we een overzicht van de tweets van Theo zouden krijgen, maar het is veel meer geworden, dus daar ben ik blij om. We hebben toch wel een inkijk gekregen in wat er de komende jaren eventueel op de planning zal staan. Ik spreek ook onder voorbehoud. Er zitten een aantal zaken in die de goede richting uitgaan en die nodig zijn.

Ik heb zeer vlijtig genoteerd. Mijn eerste punt gaat over het budget. Er zullen budgettaire lijnen worden gecreëerd die flexibel kunnen worden ingezet of die kunnen inspelen op de actualiteit of op technologische ontwikkelingen. Ik vind dat een bijzonder verstandige keuze en een goede zaak.

Als er één positief element is aan de oorlog tussen Rusland en Oekraïne, dan is het wel dat research and development en technologie en innovatie in zeer korte tijd ongelooflijke stappen vooruit zetten. We moeten daar als land, als NAVO-partner en als EU-lidstaat kort op kunnen inspelen. Ik vind het dan ook een goede zaak dat daarin zal worden voorzien.

U hebt de budgettaire lijnen gepresenteerd. Ik begrijp dat die gebaseerd zijn op een beleidsnota die dateert van voor de verhoging van de NAVO-norm. De NAVO-norm is intussen door alle lidstaten goedgekeurd. Dat betekent dat wij tegen 2035, behoudens grote wijzigingen bij de tussentijdse evaluatie in 2029, naar 5 %, maar in dit kader naar 3,5 % actieve militaire uitgaven, moeten gaan. Dan zie ik dat wij momenteel 2 % voorzien tegen 2033, 2,5 % in 2034 en in principe 3,5 % in 2035.

Dat betekent dat wij op 2 jaar tijd 1,5 % moeten bijpassen, als er in 2029 geen grondige of fundamentele wijzigingen worden aangebracht in het te behalen percentage. Eerlijk gezegd verwacht ik dat niet.

Dat is wishful thinking. Zo komt het niet goed. We schuiven het allemaal vooruit. We doen inderdaad wel alles om versneld de 2 %-norm te halen om onze afspraken na te komen en dat is goed. Dat heb ik tegen de minister ook al vaak gezegd. Als we echter op die manier blijven werken, bengelen we opnieuw achteraan het peloton. Dat is net wat we niet willen, met de Europese hoofdstad en als medeoprichter van de NAVO.

We zullen dus de komende maanden echt grondig moeten spreken en debatteren over de manier waarop de regering dat traject om aan de NAVO-norm en onze verplichtingen te voldoen, zal uitbouwen. Op de manier waarop men het nu doet zullen we opnieuw achteraan bengelen en wordt de rekening doorgeschoven, niet naar de volgende regering, maar naar die daarna en naar de volgende generaties. We dragen een collectieve verantwoordelijkheid, zowel de regering als het Parlement, om dat niet toe te laten.

Ten tweede, wat het personeel betreft, ik lees dat we op die 9 jaar tijd 50 miljard zullen uitgeven aan personeel, met inbegrip van de pensioenkosten. Op dit moment, als ik correct ben, geven wij jaarlijks ongeveer 4,3 miljard uit aan personeelskosten. Als men dat maal 9 of 10 doet, komt men uit rond de 40 miljard. Dat betekent – neem mij alstublieft niet op details of punten en komma’s – dat er ongeveer 10 miljard euro bij komt voor personeel, als het al zoveel is.

Daarnaast zullen we echter de personeelsaantallen drastisch optrekken. Eigenlijk klopt dat dus niet. Men kan niet het personeelsbestand fors uitbreiden, wat nodig zal zijn, en op 10 jaar tijd slechts tussen de 7 en 10 miljard extra voorzien voor personeel. Dat kan zeker niet als men weet wat de pensioenhervorming inhoudt met de beloftes in het achterhoofd die gedaan zijn over de specificiteit van het beroep en voor het militair personeel en hun statuut. We zouden dat allemaal aanpassen. Met 7 à 10 miljard zullen we dat gewoon niet kunnen realiseren, zeker niet als men het aantal personeelsleden drastisch wil optrekken in de komende jaren.

Ik had daarover dus graag duidelijkheid. Wat is de planning? Zult u nog stappen zetten om iets aan dat statuut aan te passen? Met die budgettaire middelen ten belope van 50 miljard op 10 jaar tijd zult u dat namelijk niet kunnen doen. U zult dat niet kunnen financieren.

Voorzitter, vijf minuten is zeer kort, maar goed, ik respecteer de afspraken. Ik wil toch nogmaals de heer Van Pee en de minister danken voor de toelichting, maar ik ga ervan uit dat we voor de zomer echt nog in de diepte en zonder spreektijdbeperking met elkaar kunnen spreken.

Robin Tonniau:

Mijnheer Francken, de vraag is natuurlijk; who is your daddy ? Is dat Rutte of Trump, de NAVO, de Verenigde Staten of de defensie-industrie? Uw investeringsplan voor Defensie is tegelijk ook een besparingsplan voor de hele bevolking. Uw strategische visie is niets meer dan het ontmantelen van onze sociale zekerheid en het doorsluizen van ons geld naar uw daddies . NAVO-baas Rutte zei het al tegen zijn daddy : Europa zal fors meer betalen. Dat betekent dat de VS fors meer zullen cashen.

Onze pensioenen zullen fors dalen. Wie zal zich met 6.000 euro minder koopkracht per gezin per jaar veiliger voelen? Niemand. Zeker niet wanneer die 6.000 euro wordt gebruikt om offensief oorlogsmateriaal aan te kopen. U hebt een strategische visie op oorlog, maar niet op veiligheid.

Vandaag bespreken we geen officiële nota van de regering, geen strategisch plan goedgekeurd door het Parlement. Nee, we bespreken in feite een boodschappenlijstje van de heer Francken, gepost op Twitter. Daaruit blijkt vooral dat uw strategische visie neerkomt op het doorsluizen van zoveel mogelijk Belgisch belastinggeld naar de wapenindustrie, een sector die overigens bekendstaat om het hoge corruptierisico. Denk maar aan de Italiaanse Agusta-helikopters. De heer Vandenbroucke weet er alles van.

De strategische visie van Arizona is tot 2033 2 % van het bbp aan defensie te besteden, maar zelfs dat is vandaag nog altijd niet gefinancierd. De investering van 34 miljard euro is niets meer dan een ongedekte cheque, enkel bedoeld om die 2 % te halen, ongedekt, omdat men weet dat het verzet tegen het sociaal beleid, asociaal beleid liever, erg groot is en het verzet tegen de militarisering voelbaar groeit. In 2034 wilt u naar 2,5 % gaan om in 2035 de zogenaamde Trumpnorm van 5 % te bereiken. Daarvan zou 3,5 % naar wapens gaan, dat betekent nog eens 10 miljard extra per jaar. Wie zal die factuur betalen? Uiteraard de werkende mensen.

Als we dieper ingaan op wat hier voorligt, dan zien we een boodschappenlijstje van de wapenindustrie, goed voor 34 miljard euro, een derde oorlogsschip, terwijl onze kustlijn amper 67 kilometer lang is, een gewapende dronevloot en straks komen daar nog eens elf extra F-35’s bij. Dat zijn geen verdedigingswapens; ze zijn allemaal bedoeld voor offensieve buitenlandse NAVO-operaties. Dat militaire opbod zal de wereld niet veiliger maken, integendeel.

Wat we vandaag meemaken, is het begin van een nieuwe besparingsronde. In elke toekomstige begroting zal, door Arizona en uw defensie-engagement, het defensiebudget als excuus gelden om sociale rechten af te bouwen. Pensioenen en andere voorzieningen worden uitgehold, investeringen in zorg en onderwijs worden uitgesteld of zelfs volledig geschrapt. Op die manier ontmantelt u, steen voor steen, onze veiligheid en onze sociale zekerheid.

Defensie krijgt zoveel miljarden toegestopt dat een dossier van 1 miljard euro plots klein wordt genoemd. Met het budget van één F-35 kunnen we veertig scholen bouwen. Met vier F-35’s creëren we tienduizend extra plaatsen in de kinderopvang. Met zes van die vliegtuigen bouwen en onderhouden we een nieuw ziekenhuis. Maar nee, alles voor daddy Trump !

Trump is onbetrouwbaar. Kijk naar Zwitserland. Dat land kocht F-35’s aan via een contractuele verbintenis en wat doen de Amerikanen nu? Ze verbreken die verbintenis en eisen meer geld van de Zwitsers. Toch zullen wij elf extra F-35’s bij dezelfde mensen bestellen.

Dus, mijnheer de minister, bedankt voor uw strategische visie op hoe men zo snel mogelijk wapens koopt. Waar is echter uw strategische visie voor het personeel, de vakbonden en hun pensioenen? Waar is uw strategische visie op de financiering van uw plannen, de ongedekte cheque van 34 miljard euro? Mijnheer Vander Elst heeft gelijk, uw budget voor personeel is ontoereikend. U wilt het aantal personeelsleden bij Defensie verdubbelen, maar waar is het geld om dat personeel te betalen? Wanneer zult u daar eindelijk duidelijkheid over scheppen?

Annick Ponthier:

Dank u, mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister en generaal Van Pee voor uw concrete toelichting bij een aantal dossiers die aan bod komen in de strategische visie.

"Who's your daddy?", zal ik u niet vragen, want dit debat moet ernstig gevoerd worden.

Generaal Van Pee, u hebt verklaard dat de strategische visie opgesteld is met een duidelijk overzicht van de capaciteitsdriehoek: personeel, budget en investeringen. De strategische visie is ook flexibel opgesteld met het oog op eventuele toekomstige evoluties. Ik beschouw dat als een zeer positief element. We weten immers waar we nu staan, maar we weten niet waar we binnen een aantal jaar en al zeker niet aan het einde van de looptijd van deze strategische visie zullen staan.

Het is dus bijzonder goed dat men flexibel kan zijn waar nodig. Mocht ik concrete vragen stellen over elementen die u al hebt toegelicht, dan verontschuldig ik me bij voorbaat, maar er zijn veel elementen aan bod gekomen, wat op zich ook positief is.

Het zijn tenslotte maar elf extra F-35's geworden, hoewel de NAVO er meer had gevraagd. Ik zeg daarom niet dat we op de vraag van de NAVO moeten ingaan, u kent ons standpunt ter zake. Mijnheer Tonniau, na het akkoord over de meerwaardebelasting was er een compromis gevonden.

Mijnheer de minister, hoe ziet u de strategische afhankelijkheid van de Verenigde Staten in de toekomst, gelet op de huidige spanningen tussen de EU en de VS ter zake? Wat is uw visie op de Europese strategische autonomie? We merken toch wel enige tegenkanting, niet het minst binnen uw eigen regering. Ik herinner me overigens nog de slogan van de collega’s van Vooruit in het verleden over de F-16's: "Daar vliegt uw pensioen." Wat is uw reactie op alle argumenten tegen de F-35 inzake afhankelijkheid, kostprijs en noodzaak?

Mijn tweede vraag betreft een visie op een nog langere termijn dan de plannen die nu voorliggen. Wat is de stand van zaken met betrekking tot het Future Combat Air System (FCAS) of het Global Combat Air Programme (GCAP)? U was daar aanvankelijk tegenstander van, mijnheer de minister, maar nadien verklaarde u dat België zou instappen in het FCAS. Vervolgens werd opnieuw twijfel gezaaid. Wat is nu de uiteindelijke visie daaromtrent?

Dan heb ik nog een vraag over het derde fregat, het logistieke steunschip. Iedereen weet dat we drie fregatten nodig hebben: een in onderhoud, een voor opleiding en een operationeel. Dat is noodzakelijk om te allen tijde een functionele marine te kunnen verzekeren.

Axel Weydts:

Niet iedereen.

Annick Ponthier:

De meeste mensen met gezond verstand weten dat. De vorige twee fregatten zijn op identieke wijze uitgerust met een Vertical Launching System (VLC) om raketten te lanceren. Wordt ook het derde fregat op identieke wijze uitgerust als de vorige twee fregatten?

Dat is belangrijk met het oog op consistentie binnen het geheel.

Welk type logistiek steunschip wordt het? Hebt u al een idee van de kostprijs ter zake? Ik hoef u niet te herinneren aan het vorige vivaldidebacle, waarbij de kostprijs plots van 1 miljard euro naar het dubbele ging, zonder voorafgaande verwittiging.

Mijnheer de generaal, over het luchtafweersysteem hebt u aangegeven dat wij negen van de geavanceerde NASAM-systemen zullen aankopen.

Theo Francken:

Het gaat over tien systemen. Het stond verkeerd in Het Laatste Nieuws .

Annick Ponthier:

Wij hadden de pers dus nog grondiger moeten lezen om het juiste aantal te weten.

Ik wil u ook het volgende vragen. In de pers werd gesproken over 2,25 miljard euro, terwijl op de slide daarnet 4 miljard euro stond. Kunt u dat verschil toelichten? Dat zal ongetwijfeld een verklaring hebben.

We zullen daarvoor samenwerken met Nederland. Nederland heeft gekozen voor een Europese radaroplossing van het bedrijf Thales. Welke keuze zal België ter zake maken? Zal België dezelfde keuze maken als Nederland? Kunt u dat al dan niet bevestigen?

U hebt verklaard dat het veel tijd zal vergen om een aantal systemen aan te kopen en operationeel te maken. Wanneer zal het NASAM-systeem operationeel zijn? Kunt u dat nog kort toelichten?

Mijnheer de voorzitter er is een verschil in communicatie. Ik zal dat kort aanraken.

Mijnheer de minister, wij hebben in de pers gelezen over 1.000 nieuwe gevechtsvoertuigen en 1.000 logistieke voertuigen. In uw eigen communicatie sprak u echter over 1.500 nieuwe gevechtsvoertuigen en 2.100 logistieke voertuigen. Wat wordt het nu precies? Waarom is uw verklaring strijdig met de berichtgeving in de pers?

Welke types helikopters worden het? Kunt u daar ook iets over meegeven?

Ik ga heel snel door de vragen, want ik had heel veel vragen. Onze spreektijd is echter jammer genoeg beperkt.

Inzake de personeelsdoelstellingen hebt u heel ambitieuze doelstellingen, maar het budget dat daartegenover staat, is toch wel erg beperkt. Ik zal de uiteenzetting van de andere sprekers daarover niet herhalen, maar ik zou u het volgende willen vragen. Hoe zal de personeelsevolutie in de praktijk worden gerealiseerd?

Met die vraag beëindig ik helaas mijn vraagstelling.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je vous remercie d'avoir présenté votre note de vision stratégique avant même qu'elle soit présentée au gouvernement.

Je parlais avec mes collègues des thèmes qui reviennent fréquemment dans cette commission. Les discussions portent souvent sur l’armement et sur les achats militaires, tandis que les aspects humains sont trop peu évoqués. Nous ne parlons que trop rarement des militaires dont vous allez allonger la carrière de 11 ans. Il serait important que cette commission intègre davantage les questions sociales.

Vous avez été galvanisé par la venue de Trump au sommet de l’OTAN à La Haye, sujet sur lequel nous avons déjà eu l'occasion de débattre longuement.

Votre gouvernement a obtenu un accord pour dépenser 34,2 milliards d’euros. Comme la Suédoise, votre majorité ignore comment ces montants seront financés. Toutefois, M. Prévot a indiqué que cela passerait notamment par le prélèvement de nouveaux impôts ou la vente d’entreprises publiques.

Vous faites les mêmes erreurs que la Suédoise. Avant même d'avoir votre plan stratégique, on savait déjà qu'on achèterait des F-35 américains. Le général Van Pee, présent dans cette salle, connaît bien les problèmes liés à ces avions. Il avait été auditionné par le Parlement, plusieurs années auparavant, lorsque le ministre Vandeput avait décidé de lancer ce même marché. Il pourra donc intervenir sur cette problématique qu’il connaît.

Au-delà des considérations budgétaires, des questions importantes demeurent en matière d'autonomie stratégique européenne, d'approche globale des conflits, de retours sociétaux pour les entreprises belges et européennes, et de ressources humaines alors que vous brisez le contrat social avec nos militaires. Vous avez évoqué le personnel tout à l’heure, mais vos objectifs ne seront pas atteints, compte tenu de la politique sociale catastrophique que vous menez.

Le MR et Les Engagés parlent constamment de l'Europe de la défense, mais 11 F-35 vont être achetés à l'Amérique de Trump, alors que le budget est en train d'exploser. Il y a eu ce débat en Suisse, que nous avons suivi.

Je me permets de vous dire qu'il ne s'agit pas d'une une vision stratégique, mais d'un aveuglement stratégique. Ce qui est sûr, c'est que chaque jour, vous signez des nouveaux contrats sans vision globale, sans impliquer nos entreprises, sans vous poser la question de l'autonomie stratégique européenne.

Avec l'Arizona, il est certain que ce sont les foyers qui vont payer la facture de tout ce que vous achetez; on parle de 6 000 euros par ménage.

Monsieur le ministre, pouvez-vous nous présenter dans les grandes lignes votre vision? Il y a beaucoup de zones d'ombre par rapport à tout ce qui nous a été présenté ce matin en termes d'achats militaires, de zones géographiques prioritaires, d'autonomie stratégique européenne, de ressources humaines, de missions d'aide à la nation et d'investissements duals.

Au regard de l'approche globale, ce gouvernement diminue drastiquement les fonds consacrés à la coopération au développement. D'ailleurs, hier, le chef de la Composante Terre a indiqué que nous ne regardons pas assez vers l'Afrique.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de voorzitter, mijn tussenkomst zal wat positiever klinken dan die van de vorige sprekers. Sommigen hebben namelijk wel een heel kort geheugen.

Mijnheer de minister, bedankt voor uw presentatie.

Een strategische visie is absoluut nodig. We hebben een korte, maar duidelijke kijk gekregen op de grote prioriteiten en de lijnen die u voorstelt. Het is goed dat dit past binnen het kader van het NAVO Defence Planning Process (NDPP). Dat is belangrijk voor de geloofwaardigheid van ons land als partner.

Er is inderdaad al gezegd dat het om een flexibel kader gaat, met voldoende aandacht voor innovatie. De oorlog in Oekraïne toont heel duidelijk aan dat er een aantal innovaties zijn waarop we moeten inspelen, zoals drones en counterdrones. Ik denk dat dat ook effectief gebeurt.

Er wordt wel eens gezegd dat het om een boodschappenlijstje gaat, maar de publieke opinie tendeert daar bijna automatisch naar, omdat het iets concreets en spectaculairs is. De generaal heeft echter duidelijk gezegd dat capaciteit personeel betekent, maar ook investeringen en werkingskosten. Hij heeft dat drie keer herhaald, ook op een van de slides waarop dat met de bijhorende miljarden werd weergegeven. Zeggen dat het enkel om een boodschappenlijstje gaat, is dus, collega's, wel erg kort door de bocht. Uit de presentatie blijkt immers net het tegenovergestelde.

Er zijn uiteraard grote uitdagingen en er is veel geld mee gemoeid. Als we het draagvlak bij de bevolking willen behouden, moeten we zorgen voor voldoende transparantie. Dat is duidelijk. We moeten de juiste keuzes maken, duidelijke prioriteiten stellen en inzetten op efficiëntie. Voor die efficiëntie is het voor ons belangrijk dat dit past binnen het NAVO-kader van het NDPP, maar ook binnen een Europese lijn. Ik heb dat de voorbije week al herhaaldelijk gezegd.

De generaal heeft daarnet ook bevestigd dat Europa die NDPP-lijnen overneemt, wat positief is. Bovendien kunnen we volgens een rapport van het Europees Parlement misschien tussen de 20 en 60 miljard besparen op het defensiebudget – dat is een brede vork, dat weet ik – als er meer gestandaardiseerd wordt, met minder versnippering en meer interoperabiliteit. We moeten dat dus absoluut blijven nastreven en ik wil de minister aanmoedigen om daarin een voortrekkersrol op te nemen namens België binnen dat Europese orkest. We moeten daarop inzetten en proberen weg te gaan van de nationale inrichtingen, zodat de competitiviteit kan spelen en we onze defensiemiddelen op een efficiënte manier kunnen besteden.

Ten tweede, ik zal de prioriteiten niet allemaal overlopen. Het is belangrijk dat we voldoende aandacht hebben voor cyberveiligheid en innovatie. Als ik het bedrag goed heb gezien, gaat het over bijna 4 miljard euro voor de hele planperiode. Dat is heel duidelijk. We moeten van de DIRS absoluut een prioriteit maken. Ik vind het ook belangrijk – ik heb dat eerder al in een resolutie aangehaald – dat de deelstaten daarbij betrokken worden, aangezien die het innovatiebudget beheren. Op dat vlak kunnen we samen slagkrachtiger worden.

Ik heb geen tijd genoeg om de andere prioriteiten te bespreken, maar ik wil nog twee zaken zeggen over het infrastructuurplan dat capaciteit, werkingskosten, personeel, investeringen en infrastructuur omvat. Volgens de slide die ik heb gezien, is er ongeveer 7 miljard euro voor voorzien. Daarom mijn vraag, mijnheer de minister: hoe ver staat het met uw infrastructuurplan? Er zijn heel wat militaire domeinen die daarop wachten. Hoe ver staat u daarmee? Kunt u op korte termijn een totaalvisie met een investeringsplan presenteren?

Een ander belangrijk principe is dual-use . Voor ons is dat altijd essentieel. Hoe ziet u dat? Dat woord heb ik niet gehoord in de presentatie over de strategische visie. Het zou goed zijn als dat nog verder toegelicht kan worden, ook met betrekking tot de medische component en de civiele bescherming.

Ten slotte is er de uitdaging op het vlak van personeel. Daar staan duidelijke budgettaire middelen tegenover, maar de uitdaging blijft om op 10 jaar tijd te evolueren van 28.000 naar 43.000 personeelsleden, ook wat betreft de reservistencomponent. Dat is een hele uitdaging – we zijn ons daar allemaal van bewust – maar we moeten de moed hebben om die hervorming door te voeren.

Staf Aerts:

Deze strategische visie bevat uiteraard heel wat verschillende aspecten, maar ik wil vooral ingaan op één specifiek aspect: het personeel zelf. We kunnen natuurlijk een extra fregat aankopen, maar als het vandaag al moeilijk is om de twee bestaande fregatten te bemannen, dan vormt dat een cruciale uitdaging. Het is van essentieel belang dat we zoveel mogelijk militairen kunnen aanwerven en behouden.

Als ik kijk naar de cijfers inzake het personeel die hier zijn geschetst – u hebt daar vorige week tijdens de begrotingsbespreking ook al naar verwezen – dan is er 50 miljard euro voorzien voor personeel, inclusief de pensioenen.

Rekening houdend met de huidige personeelskosten gaat het over ongeveer 43 miljard euro over een periode van tien jaar. Er blijft dus nog 7 miljard euro over, maar die zal worden opgesoupeerd door twee zaken. Ten eerste wordt de pensioenleeftijd opgetrokken. De vakbonden hebben ons heel duidelijk uitgelegd dat de verhoging van de pensioenleeftijd extra kosten met zich meebrengt voor het leger. Ten tweede zal het aantal personeelsleden toenemen, wat ook extra middelen zal vereisen. Dan rijst de vraag of dat resterende bedrag van 7 miljard euro voldoende zal zijn. Er lopen immers ook onderhandelingen over een sociaal akkoord, waarnaar al herhaaldelijk is verwezen. U zou landen tegen 21 juli.

Als die 7 miljard volledig wordt opgeslorpt door de aangroei van het personeelsbestand met nieuwe reservisten en nieuwe militairen, blijft er dan nog budget over voor het sociaal akkoord zelf? Of moet er toch nog bespaard worden op die 43 miljard euro? Moet er dus nog verder worden bespaard op het personeel of op andere manieren? Ik weet niet goed op welke manier dat dan zou kunnen gebeuren, maar hoe wilt u die kloof dichten? Is er eigenlijk nog financiële ruimte binnen dit akkoord?

In de presentatie vandaag is verwezen naar de bijlage 'Evolutie personeelsbestand', die we pas maandag zullen kunnen bekijken. Bevat de strategische visie ook een specifiek hoofdstuk over personeel? De vorige keer was dat wel het geval. Dat is nu niet naar voren gekomen. De tekst is natuurlijk nog niet in deze commissie voorgesteld. Is er een specifiek hoofdstuk aan gewijd? Hoe gaan we ervoor zorgen dat onze militairen zich gewaardeerd voelen, ook de huidige militairen? Het gaat dan niet alleen om de reservisten en hoe we dat zullen bolwerken. De ongerustheid, collega's, is bijzonder groot. Af en toe verschijnen er berichten op Facebook, op X, op sociale media. Niet alleen de minister post, ook militairen posten af en toe.

Het is pijnlijk dat in dit Huis wordt verklaard dat de periode van la grande muette voorbij moet zijn en dat men nu in de televisiestudio’s het beleid moet verdedigen, terwijl de gewone militairen ondertussen de boodschap krijgen: "Beste collega, wees alsjeblieft voorzichtig met wat u op sociale media plaatst. Als u het niet eens bent met het huidige politieke beleid, weet dan dat dit kan leiden tot veiligheidsincidenten en zelfs tot het verlies van uw veiligheidsmachtiging."

Dat toont de onrust. Blijkbaar is het zelfs nodig om te reageren op mensen die hun onrust uiten op sociale media en dat toont vooral het belang aan om hier werk van te maken. Nog niet zo lang geleden werd er een sociaal akkoord in het vooruitzicht gesteld tegen 21 juli. U, mijnheer de minister, hebt dat midden juni aangekondigd. Ik hoor dat er bijzonder weinig overleg is geweest en dat er nog geen tekst aan de vakbond is bezorgd. Hoe verhoudt zich dat tot de naar mijn gevoel te beperkte middelen op personeelsvlak?

Mijn tweede punt sluit aan bij wat gisteren tijdens de hoorzitting ook al aan bod kwam. Er zal massaal veel aangekocht worden, dat is heel duidelijk. Mijnheer de minister, tijdens de besprekingen rond Pasen, in het kader van het paasakkoord, hebt u letterlijk gezegd dat u vast blijft houden aan alle aanbestedingsprocedures: een gunstig advies van de Inspectie van Financiën, een begrotingsovereenkomst, een besluit van de ministerraad en een advies van de parlementaire commissie die bevoegd is voor legeraankopen.

Blijft u daarbij? Zal die procedure gevolgd blijven worden? Mogen we erop rekenen dat we op die manier onze parlementaire controle tot in de details zullen kunnen uitvoeren? Het is immers van belang voor het draagvlak. Gisteren werd dat ook sterk benadrukt. Ik zie het tegelijk ook als onze plicht, onze verplichting als parlementsleden, als minister, maar evengoed vanuit het leger, om ervoor te zorgen dat de vele toegekende middelen verantwoord besteed worden. Dat is cruciaal.

Ik had nog een vraag over de procenten en de hele discussie daarrond. Die laat ik even rusten. Wie weet komt dat in een volgend debat nog aan bod.

Voorzitter:

Ongetwijfeld hebt u in de nabije toekomst nog tijd om dat punt aan te snijden.

François De Smet:

Merci monsieur le ministre, merci général, pour vos éclaircissements, même si nous allons décortiquer le document écrit avec beaucoup d'attention.

Ce que l'on apprend de votre vision stratégique aujourd'hui, c'est qu'en matière de défense, les milliards pleuvent en dépenses mais pas en recettes. Je ne comprends toujours pas comment le fonds de défense sera alimenté à court terme. Même ici en 2025, on n'y voit toujours pas plus clair.

Mais le gros point auquel je voudrais consacrer un peu de temps est ce fameux achat de 11 F-35 supplémentaires. On se retrouve, après toutes les polémiques que nous avons connues, avec un achat décidé au bout de la nuit, en troc, contre la taxation des plus-values. Un compromis finalement bien belgo-belge, comme quoi la N-VA elle-même peut s'adapter aux traditions baroques de ce pays qui consistent à lier des dossiers qui n'ont absolument rien à voir entre eux.

Je continue à dire que cet achat est une erreur. Je continue à penser qu'une flotte hybride était possible. Il n'est même pas nécessaire d'aller rechercher ce qui se passe en Grèce ou en Israël, où des avions de différents types existent. Même la Belgique, dans les années 70 ou 80, avait des avions de types différents. Donc, l'idée que constamment, parce que ce seraient les Américains et l'OTAN qui nous le disent, il faudrait acheter des F-35 parce que on a déjà des F-35, n'est toujours pas un argument suffisant.

Mais j'ai surtout une question technique. Elle est peut-être candide. J'ai quand même le souvenir qu'en 2018, il y avait eu un appel d'offres auquel plusieurs avionneurs avaient répondu. Il y avait eu un très grand temps d'évaluation des offres. Ici, on fait comme si il suffisait d'appuyer sur un bouton pour ajouter 11 avions à cette commande. Est-ce vraiment aussi simple que cela?

Existerait-il un avenant au contrat de 2018 qui autorise à augmenter d'un coup, des années plus tard, le nombre d'avions à produire? Parce que sinon, qu'est-ce qui autorise la Belgique à potentiellement se passer d'un appel d'offres, surtout pour un marché de plus d'un milliard? C'est peut-être une question naïve, et peut-être que l'explication technique existe et que cet avenant existe. Il permettrait d'entrevoir la raison pour laquelle on peut tout simplement acheter ces avions comme si de rien n'était. Mais j'avoue que cela me turlupine un peu. Oui ou non, une disposition technique légale – qui ne m'apparaît pas aujourd'hui – existe-t-elle pour permettre d'ajouter simplement cette commande à celle de 2018 ou la Belgique devra-t-elle repasser par un appel d'offres? Mais dans ce dernier cas, qu'est-ce qui vous autorise à dire qu'on va acheter des F-35? En effet, s'il y a appel d'offres, alors plusieurs avionneurs, comme en 2018, pourront normalement se positionner.

Enfin, avez-vous la moindre idée du prix de ces avions par pièce? N'êtes-vous pas refroidis par l'exemple suisse qui se développe cette semaine sous nos yeux? La Suisse doit combattre et ferrailler avec les Américains qui augmentent a posteriori et de manière assez brutale le prix de ces avions, ce qui démontre que ce n'est vraiment pas l'idée du siècle, ni en termes budgétaires ni en termes d'indépendance européenne de notre aviation de chasse.

Voorzitter:

Alle vraagstellers hebben het woord gekregen. Nu komt het woord toe aan de fracties die het woord nog niet hebben gekregen, te beginnen met de N-VA-fractie. Collega's, met uw toestemming houd ik mijn betoog vanop de voorzittersstoel.

Peter Buysrogge:

Ik wens de minister en de generaal te bedanken voor hun toelichting. Iedereen, misschien op de PVDA-fractie na, beseft dat de internationale veiligheidscontext de afgelopen jaren grondig is gewijzigd. Het is dan ook niet meer dan terecht dat deze regering een prioriteit heeft gemaakt van Defensie. We moeten de bedreigingen die er onmiskenbaar zijn en die er in de toekomst ongetwijfeld nog meer zullen zijn, het hoofd kunnen bieden.

Mijnheer de minister, u hebt de afgelopen maanden een huzarenstukje geleverd. Ik vind dat dat gezegd mag worden. We zijn erin geslaagd om het budget eindelijk op te trekken naar die 2 %-norm, waarover we in het verleden nog gefulmineerd hebben omdat het er maar niet van kwam. Deze regering – en het Parlement, want we hebben vorige week op de groene knop geduwd – heeft het budget opgetrokken naar 2 %. Die versnelling was broodnodig en zet ons trouwens opnieuw op de kaart als een betrouwbare partner in onze allianties binnen Europa, maar vooral in het kader van de veiligheidscontext binnen de NAVO.

Nu, amper vijf maanden na de start van deze regering, is er eindelijk een strategische visie. Ondertussen is er bijzonder veel gebeurd, zoals u zelf hebt opgesomd: het regeerakkoord, de beleidsverklaring, het paasakkoord, met daaraan gekoppeld de budgetstijging, en de beleidsnota, om dan nu te komen tot de strategische visie. We zijn er nog niet. U hebt zelf gezegd dat er nog een beslissing moet worden genomen door de ministerraad en er komt ook nog een militaire programmeringswet, maar de realisatie van deze strategische visie is uiteraard het belangrijkst.

In de visienota, die we nog niet hebben gezien, maar waarvan we nu de toelichting hebben gekregen, zit bijzonder veel. Al wie hier het debat probeert te verengen tot die elf extra F-35's is intellectueel oneerlijk bezig als men ziet wat er allemaal in die strategische visie zit. Een topprioriteit ervan is om extra te investeren in personeel. Die aantallen en de budgetten die daartegenover staan, zijn gigantisch. Het is ook een gigantische uitdaging om in een moeilijke arbeidscontext voldoende gemotiveerd personeel te vinden, maar u wilt die uitdaging aangaan en ik wens u daar veel succes mee.

Sommigen zeggen dat er onduidelijkheid is en vragen of er wel voldoende budget voor personeel is. Er is 50 miljard uitgetrokken voor personeel. Het gaat echter niet alleen over personeel. Als men die personeelsbudgetten bekijkt, moet men ook naar de rest kijken. Er worden budgetten uitgetrokken voor werkingsmiddelen, voor infrastructuur en om opnieuw in operatie te gaan. Daarop werd in de vorige regering te veel bespaard. Deze regering slaagt erin om weer middelen uit te trekken voor operaties, om aldus de paraatheid van ons leger effectief te verhogen.

In een tweede punt, naast het personeel, wil ik aanstippen dat deze strategische visie erin slaagt om de budgettaire gaten te dichten die er waren in het STAR-plan van minister Dedonder, met de onderfinanciering van heel wat militaire capaciteitsprojecten die in dat dossier zaten. Dat gat wordt nu weer gedicht. Er wordt gezorgd voor voldoende budget om de capaciteiten, zoals bepaald in de strategische visie van minister Dedonder en nu in deze strategische visie, effectief te kunnen financieren. De tekorten worden weggewerkt. Dat is een heel goede zaak.

Een derde goede zaak heeft betrekking op O&O. Er worden extra middelen uitgetrokken voor onze onderzoekscentra, voor onze bedrijven, om onze industrie te betrekken bij uw plannen, om die opnieuw te laten excelleren, want er is veel potentieel aanwezig.

Dan kom ik tot het vierde aandachtspunt, namelijk de gedetailleerde opsomming van de verschillende capaciteiten. We kunnen en moeten daarover heel sterk in detail gaan, maar misschien moeten we hier nu in eerste instantie een algemeen overzicht hebben. Er wordt geïnvesteerd in luchtcapaciteit. We zetten in op interoperabiliteit. We zetten eindelijk in op drones, met de versterking van onze dronecapaciteit. We laten ideologische idiotieën achterwege. We investeren in cybercapaciteit, in een derde fregat voor de marine, en noem maar op. En ja, collega’s, ook in de F-35-capaciteit wordt geïnvesteerd.

Ook op het vlak van de landmacht gebeurt er heel wat. Gisteren aanhoorden we hier nog de getuigenis van de land commander over samenwerking en communicatie met andere eenheden en andere landen. Hij stelde dat dat toch moeilijk ligt. Hier wordt een antwoord gegeven om dat te proberen aan te pakken.

Mijnheer de minister, ik wil u bedanken voor uw toelichting. Dit is ook nog maar een eerste reactie, die verdere verdieping, een uitgebreidere analyse en een ruimer debat verdient. We kijken uit naar de beslissing in eerste instantie en vervolgens naar het document, om dan in het Parlement onze verantwoordelijkheid verder op te nemen en ermee aan de slag te gaan.

Mijnheer de minister, ik reken erop dat u en de staf openstaan om daarover verder in dialoog te gaan.

Luc Frank:

Monsieur le ministre, l'OTAN exige maintenant d'atteindre les 3,5 % pour 2035. Cependant, le gouvernement a clairement dit que cela ne sera pas pour cette législature. On pourrait dès lors se demander comment la Belgique va répondre à l'analyse annuelle prévue dans le dernier communiqué de l'OTAN et comment elle défendra un statut de mauvais élève renouvelé en 2029. Plus généralement, je pense que l'ensemble de la classe politique doit mieux préparer notre population à la réalité de la situation géopolitique actuelle.

Depuis 25 ans que je suis mandataire local, je fais ce que je dis et, mes promesses, je les tiens. Et, si c'est compliqué, je le dis aussi. Or, ici, j'ai l'impression qu'il est maintenant déjà clair qu'on ne va pas tenir ses engagements. Comment rester crédible vis-à-vis de ses partenaires et de la population? Confucius a dit que le problème n'est pas de commettre des erreurs, mais de n'avoir rien appris de ces erreurs. Or j'ai l'impression que nous sommes en train de faire la même erreur qu'en 2014. Ce n'est que de l'eau au moulin des futurs Trump, peu importe de quel horizon ils viennent.

Je suis également conscient du fait que les montants gigantesques qui doivent être investis ne tombent pas du ciel. Investir, c'est faire des choix. Et, pour cela, il faut que la plus grande part de la population adhère à ces choix. Il est donc de notre devoir de dire que les temps qui courent sont plus que sérieux. Je demande plus de courage politique dans cette communication. Les temps de la division devraient être finis.

J'ai fait un appel d'union nationale pour la défense. Ce n'est pas pour la défense en tant que telle, mais c'est un appel pour notre sécurité, notre démocratie, notre modèle sociétal, notre bien-être et notre économie. Car, sans sécurité, pas de vie! Il faut enfin le comprendre et c'est à nous de faire passer ce message. Il faut être lucide et enfin comprendre la menace. Suivons le dicton "un homme averti en vaut deux". Agissons de la sorte. La nouvelle vision stratégique doit être un outil indispensable pour cela.

Regardons d'un peu plus près ce qui est sur la table.

Ma première remarque portera sur les objectifs capacitaires de l'OTAN qui nous ont été fixés. Ces objectifs partent de l'hypothèse que nous atteindrons les 3,5 % des dépenses de façon progressive d'ici 2034. Or le gouvernement a décidé de maintenir le budget à 2 % jusqu'en 2033. Quoi qu'il arrive, nous n'arriverons donc pas à remplir ces objectifs. Il faut choisir. Quels critères avez-vous utilisés dans votre vision stratégique pour effectuer ces choix? Qu'allez-vous ignorer ou reporter? Comment allez-vous vendre cela auprès de l'OTAN et de nos partenaires?

Ma deuxième question porte sur la mise en place d'une deuxième brigade, comme le demande l'OTAN depuis de nombreuses années. Quel est le calendrier pour la création de cette deuxième brigade? J'imagine que cela dépendra de la livraison de véhicules supplémentaires. En tout cas, vous aviez envisagé de la créer à partir d'une subdivision de la première brigade. Il en résulterait deux petites brigades qui grossiraient ensuite. Est-ce toujours votre stratégie?

Concernant la future réserve, j'aimerais savoir si vous avez des ambitions au-delà de ce projet basé sur le service militaire qui sera offert aux jeunes. Les enseignements du conflit ukrainien démontrent l'importance de disposer d'une véritable réserve et de citoyens ayant reçu un minimum de formation militaire. Comptez-vous débuter une réflexion relative à une formation militaire de base plus étendue? Une telle formation est ainsi organisée en Communauté germanophone par les métiers de sécurité. Prévoyez-vous une formation de la Défense à destination des citoyens de tout âge, comme cela se fait en Suède pour l'utilisation des drones? De même, la réserve territoriale devrait servir principalement à la protection de nos infrastructures critiques. Ce n'est pas la fonction la plus glamour ni la plus excitante pour les jeunes. Dès lors, comment allez-vous rendre attrayants les postes à pourvoir dans la réserve territoriale?

Pour les opérations extérieures au cadre de l'OTAN, nous savons que notre voisinage sud reste instable. Les conflits récents l'ont montré. Une participation belge pourrait être sollicitée pour des opérations menées par l'Union européenne ou les Nations Unies. Quelle est l'ambition de votre vision stratégique sur ce point? Tous nos moyens vont-ils être, à terme, centrés sur la défense collective? Allons-nous conserver des moyens pour la sécurité collective pour appuyer d'autres États prêts à participer à de telles opérations ? Comment le traduisez-vous en termes d'ambition capacitaire?

Concernant enfin la defence, industry and research strategy (DIRS), j'aimerais obtenir des précisions quant aux moyens qui lui seront accordés. Elle constitue en effet un outil essentiel pour traduire nos ambitions sur le plan de la recherche et du développement en vue d'assurer une extension de la base industrielle et technologique de la défense belge. Quels seront les moyens accordés? Avez-vous une idée des priorités qui seront mises en avant?

En résumé, le défi reste considérable. D'une part, nous sommes engagés. D'autre part, nous savons maintenant que le budget nécessaire ne va pas suivre le rythme auquel nous nous sommes engagés afin d'alléger la facture pour la population, au risque de ne pas pouvoir la protéger parce qu'elle garderait son confort, suivant le dicton "Tout va très bien, madame la marquise".

Restons honnêtes: c'est un compromis difficile que nous avons trouvé. Nous nous sommes battus pour ne pas renforcer trop vite ni trop fort le budget de la Défense afin d'éviter des coupes dans la santé ou de nouvelles taxes. L'enjeu est de maintenir le cap 2029-2035. Nous devons nous assurer que la trajectoire se poursuivra.

J'en appelle à la responsabilité de tous les groupes politiques, y compris ceux de l'opposition, en les priant de ne pas remettre en question la norme de croissance des investissements dans la défense et de ne pas faire partie de ceux que les manuels d'histoire qualifieront d' "optimistes", de "naïfs", voire d' "irresponsables". Donc, restons lucides et francs: c'est un compromis qui tient aujourd'hui, mais qui risque de devoir évoluer vu la situation géopolitique internationale.

Désolé pour la rapidité de mon intervention!

Axel Weydts:

Eerst en vooral, ook van mijn kant dank aan generaal Van Pee en aan de minister om op dit moment al een korte inkijk te geven in de strategische visie, die hopelijk binnenkort wordt goedgekeurd binnen de schoot van de regering. Wij van Vooruit zijn heel blij dat we het eindelijk kunnen hebben over hoe we tot meer veiligheid kunnen komen op ons Europese continent en hoe we meer veiligheid kunnen garanderen voor ons land, in plaats van te blijven discussiëren over percentages. Ik denk dat we veel te lang in zijn blijven steken in discussies over die percentages, ook in deze commissie. We zijn dus zeer blij dat we dat eindelijk een beetje achter ons kunnen laten en ons vooral kunnen richten op de manier waarop we die veiligheid willen bereiken.

De details van het debat en de spreektijd zullen we uiteraard nog behandelen, voorzitter, zodra de strategische visie effectief naar het Parlement komt.

Ik had het liever niet gedaan, maar ik kan niet anders. Ik zal toch een deel van mijn spreektijd moeten wijden aan een korte reactie op wat collega Tonniau hier heeft verkondigd. U hebt letterlijk gezegd dat dit een strategische visie op oorlog is. Ik ben die kritiek kotsbeu, want dit is geen strategische visie op oorlog. Dit is een strategische visie om te proberen oorlog te vermijden. Er is hier niemand in deze zaal, van links tot rechts, van Franstalig tot Nederlandstalig, uit welke partij dan ook, meerderheid of oppositie, die straks de oorlog wil aangaan. Niemand. We staan hier allemaal voor vrede. Alleen zijn er mensen die naïef zijn en denken dat men vrede kan bereiken door met een boeket bloemen te zwaaien aan onze oostflank, naar Poetin, en hem dat boeket te overhandigen. En dan zijn er mensen die realistisch zijn en weten dat Poetin maar één taal verstaat, namelijk de taal van kracht. Dat betekent dat we onze krijgsmacht moeten opbouwen en een geloofwaardige defensie moeten heropbouwen. Dat is de realiteit waarin we leven. Echter, van wie nog niet weet dat men drie fregatten nodig heeft om er een te kunnen inzetten, kan men misschien ook niet veel meer verwachten op dat vlak. Dat wou ik toch ook even gezegd hebben.

Ik heb een aantal heel specifieke vragen die mij na aan het hart liggen. Mijnheer de minister, generaal, u hebt gesproken over de mediane brigade en de uitrusting ervan. Kunt u ons vandaag al bevestigen dat het de bedoeling is, met deze strategische visie, om de mediane brigade, maar ook de lichte brigades, de toekomstige eenheden en onze special forces, eindelijk op 100 % te brengen wat betreft materiaal en personeel?

Ik kom uit een tijd van pooling and sharing. Pooling and sharing zijn slecht voor het materieel. Kijk maar naar wat er met onze Piranha’s en Pandurs gebeurd is. Ze zijn niet meer inzetbaar, wegens scheurtjes. Als die voertuigen van de ene naar de andere eenheid worden versleept, permanent gebruikt worden en nooit de tijd krijgen om degelijk onderhoud te krijgen, dan blijft dat natuurlijk niet zonder gevolgen. Dat geldt niet alleen voor het materieel, maar het is ook voor het personeel enorm frustrerend om niet over een eigen voertuig te beschikken om een opdracht uit te voeren. Ik herinner me nog de tijd dat wij op oefening moesten vertrekken. Telkens opnieuw was dat een puzzel om het materieel samen te stellen, om de eenheid te kunnen laten vertrekken en op een deftige manier op oefening te gaan. Het leggen van die puzzel nam drie keer zoveel tijd in beslag als de oefening zelf.

Ik hoop dan ook dat dat voor eens en voor altijd gedaan is, dat we onze eenheden op 100 % brengen, niet alleen op het vlak van personeel, maar ook op het vlak van materieel, want het is enorm frustrerend voor ons personeel. Het is tijd om daar komaf mee te maken en het concept pooling and sharing definitief naar de vuilbak te verwijzen.

Het zal u dan ook niet verbazen dat ik het even over het personeel wil hebben. Mevrouw Mutyebele, u bent niet zo vaak aanwezig in onze commissie, maar we hebben het hier wél heel vaak over het personeel. Ik ben iemand die bijna elke week het thema van het personeel op de agenda heeft geplaatst. De voorzitter kan dat beamen. Ik heb het zelfs al aangekaart tijdens de actuele vragen in de plenaire vergadering. Er wordt dus wel degelijk over het personeel gesproken, ook in deze commissie. Dat is ook belangrijk, want wat kan men aanvangen met al dat goede materieel als er geen gemotiveerd personeel is om het in te zetten? Uiteraard beseffen wij ook – we worden allemaal gecontacteerd door de vakorganisaties en door personeelsleden van Defensie – dat er op dit moment wel wat onrust is.

Mijn vraag is dan ook of een deel van dat grote budget dat de komende jaren voor het personeel voorzien is, aangewend zal worden om te werken aan een sociaal akkoord en om het statuut van onze militairen te verbeteren. Dat is namelijk absoluut noodzakelijk.

Dan had ik nog één kleine vraag, gewoon omdat ik daar deze week toevallig enkele verontrustende berichten over heb gehoord. Het gaat over het Militair Hospitaal versus de Medical Hub. Er is op dit moment wat onrust bij het personeel van het Militair Hospitaal, dat het zou verdwijnen en dat er in de toekomst geen tewerkstelling meer mogelijk zou zijn. Kunt u daar misschien al iets over zeggen? Ik weet dat het een detailvraag is, maar ik kreeg er toevallig deze week enkele berichten over. Mocht u daar dus dieper op willen ingaan, dan zou mij dat plezieren.

Er ligt heel wat werk op de plank, niet alleen voor Defensie, maar ook voor onze commissie, mijnheer de voorzitter. Ik ben er dan ook van overtuigd dat we de komende weken, maanden en jaren nog heel wat boeiende debatten zullen voeren over onze Defensie.

Voorzitter:

Ik sluit ik deze vragenronde af en ik geef het woord aan de minister en de generaal.

Theo Francken:

Mijnheer de voorzitter, ik wil enkele punten aanraken.

Inzake het budget klopt het dat de 3,5 % voorlopig nog niet in de budgettaire lijn zichtbaar is. We hebben natuurlijk tien jaar daarvoor. Er komt, zoals afgesproken, een evaluatiemoment in 2029. Dat heeft onze diplomatie verkregen, niet door zoals de Spanjaarden met de fanfare op kop het bos in te trekken, maar door discreet en diplomatisch te bekijken hoe wij die periode van tien jaar kunnen realiseren, te vermijden dat wij een verplichte jaarlijkse groei van 0,2 % hebben en dat evaluatiemoment in 2029 te verkrijgen.

Het zal de volgende regering toekomen om te beoordelen of er sneller meer nodig is. Dat hebben wij met de huidige regering ook gedaan, want deze regering heeft op enkele maanden tijd beslist om onmiddellijk naar de 2 %-norm te gaan. Op een geschikt moment zal opnieuw een beslissing worden genomen.

Indien de Verenigde Staten in het najaar aankondigen dat zij hun troepen uit Europa terugtrekken, zullen die divisies opgevuld moeten worden door Europese legers en landmachten. Ik ontvang regelmatig veiligheidsbriefings, niet dagelijks maar wel meermaals per week, en ik voorspel u dat er de komende jaren nog veel zal gebeuren.

Politiek betekent ook inspelen op de actualiteit en klaarstaan. Politiek is natuurlijk ook prévoir . Met wat nu voorligt, zetten we effectief een visie op lange termijn uit. Wat gaan we doen? Hoe gaan we het aanpakken? Dat is de essentie van het verhaal.

De middelen betreffen 34 miljard euro aan investeringen. Het gaat om een plan van 140 miljard euro. Het blijft echter ook altijd deels inspelen op de actualiteit. De regering heeft de voorbije weken al meermaals bewezen daartoe in staat te zijn en uiteindelijk ook voldoende eendrachtig te zijn om door te zetten. We zullen dat de komende jaren wel zien.

Iets zegt mij dat we over dat budget de komende jaren nog discussies zullen voeren. Ik verwacht immers persoonlijk niet dat de veiligheidssituatie erop zal verbeteren. Ik zie daar geen tekenen van. Ik zie eerder tekenen van ongerustheid, maar misschien vergis ik mij totaal. Misschien heerst er binnen twee jaar vrede op aarde voor iedereen, kunnen wij het bij die 2 % houden en is iedereen tevreden. We zullen wel zien.

Op zich is het niet slecht als dat de inzet wordt van de verkiezingsdebatten in 2029. In dat geval worden hopelijk ook duidelijke keuzes gemaakt. Ik heb heel veel zaken gelezen. Zo las ik dat wij uit de NAVO zouden moeten stappen volgens sommige partijen die de NAVO hebben opgericht. Ik las ook dat anderen de 5 %-norm totaal crazy vinden en van mening zijn dat wij dat nooit van zijn leven zullen doen. Met stijgende verbazing heb ik de voorbije weken nog heel andere dingen gelezen en gezien. Laten we dus maar afwachten hoe we dat tijdens de verkiezingen aan de mensen presenteren en wie er dan eerlijk is.

Het soort vergelijkingen over vliegtuigen versus ziekenhuisbedden is, opnieuw, totaal intellectueel oneerlijk en helemaal niet correct. Wie dat tijdens de campagne wil doen, moet dat dan maar doen. Iedereen moet vooral doen wat hij wil. We zullen wel zien wat de kiezer daarvan vindt in 2029. Dat is nog altijd het gezondste in een democratie en dan zullen we wel zien hoe het verder loopt.

Wat het personeel betreft, die 50 miljard voorzien, is toch wel een aanzienlijke delta. Daarin is ook geld voorzien voor het statuut. U moet zich niet verkijken op de cijfers voor de reservisten, want die mensen zijn niet fulltime in dienst. Dat gaat maar over vijf of zes weken per jaar, dus dat komt overeen met maar 1.000 of 2.000 fulltime equivalenten. Dat is technische materie, maar als de strategische visie er is, zullen we diepgaander toelichten hoe we dat precies in elkaar hebben gebokst.

Er is in ieder geval voldoende geld voorzien voor de groei en voor een sociaal akkoord, dat in voorbereiding is. Ik kan daar momenteel niet veel over vertellen, want ik houd de geheimhouding in stand, aangezien we daar discreet over onderhandelen. We zijn er nog niet, maar ik ben hoopvol. Als er een akkoord is, zal ik het Parlement onmiddellijk correct inlichten en daarover in het Parlement een toelichting geven, zoals het hoort. Geef me daar nog wat tijd voor, want het is nog niet rond. Ik ben hoopvol en er is voldoende budget voorzien om een akkoord te kunnen sluiten.

Over de F-35's vindt een hele discussie plaats. Laten we dat vrijdag in de regering finaal trancheren; daarna zal ik dat ook hier verder toelichten. Veel zaken worden herhaald, maar zijn niet juist. De finale beslissing valt vrijdag.

Wat het FCAS-project betreft, we stappen erin, maar we zijn nog niet voor 100 % zeker wat dat project zal worden. Het is een Frans-Duits-Spaanse samenwerking, dus we moeten nog wat afwachten. Dit jaar zal er daarover wel nieuws zijn.

Wat het ondersteuningsschip betreft, we weten nog niet welk type en wie dat zal bouwen, want dat moet nog aanbesteed worden. Er is daarvoor 274 miljoen euro voorzien, mevrouw Ponthier.

Wat de long range missiles betreft, die 4 miljard is bestemd voor NASAMS en drie long range missiles systems , antiballistische systemen. NASAMS met Thales, ja.

Ook over het type helikopters is er nog niets beslist. Dat zullen Chinooks of een ander type zijn, maar dient nog beslist te worden.

Wat het budget voor R&D betreft, die miljarden voor de DIRS zijn heel belangrijk. De deelstaten komen daar normaal ook in tegemoet, mijnheer Van den Heuvel. We zijn daarover volop aan het onderhandelen. Het is goed dat dat afgelijnd wordt met de visie van de deelstaten, hun investeringsportefeuilles en hun prioriteiten.

Nous travaillons sur les secteurs spatial et cyber. Je pense que nous sommes vraiment dans la bonne direction. De nombreuses PME belges sont très innovantes dans ces domaines, tant en Wallonie qu’en Flandre. Ces secteurs constitueront vraiment l’une de nos priorités, monsieur Frank.

Wat de versnippering en interoperabiliteit betreft, kan men miljarden uitsparen door versnippering tegen te gaan? Ja, dat kan, maar nogmaals, de versnippering is vooral het gevolg van het protectionisme van de grote landen in Europa, die hun eigen industrie sterk bevoordelen. Ze proberen op alle mogelijke manieren iedereen mee te krijgen in een verhaal waarin zogezegd gestandaardiseerde formaten bestaan, zoals een 155-millimetergranaat, terwijl er in werkelijkheid geen echt gestandaardiseerde operationele systemen zijn.

We hebben het daar al vaker over gehad en we moeten daar verder op blijven aandringen. Tegelijkertijd moeten we daar ook eerlijk in zijn. We zijn nu eenmaal een klein land, terwijl de grote landen over hun eigen schaduw zullen moeten stappen. Dat zou kunnen gebeuren, we zullen wel zien. Ik ben daar zeer benieuwd naar, want dat is essentieel. U maakt daar terecht een punt van, mijnheer Van den Heuvel.

Het infraplan komt eraan.

Pour donner suite à la question relative aux infrastructures, je présenterai un masterplan infrastructures cet automne.

Infrastructuur is belangrijk. Zeven miljard euro is veel geld, dus ik begrijp de bezorgdheid. We zijn allemaal parlementsleden uit een bepaalde regio. Het is interessant om te weten wat dat betekent voor de eigen regio, provincie of kieskring. In die zin moet er aandacht zijn voor voldoende spreiding en voldoende nieuwe infrastructuur. Ook een correcte behandeling van de verschillende componenten en machten is belangrijk. Dat is iets waar we volop aan werken.

Dual-use zit vooral vervat in alles wat met O&O te maken heeft. Dual-use is daar dus zeer prominent aanwezig.

Ik ben ook zeer tevreden met het akkoord over de medical hub, mijnheer Weydts, mijnheer Buysrogge. De generaal heeft toegelicht wat daarin precies zal worden ondergebracht. Daarover zijn er nog vragen, maar ook daarover zullen we beslissen en meer toelichting geven zodra de finale beslissingen genomen zijn. De beslissing is alvast dat er nieuwe infrastructuur komt. We zijn gisteren nog op de site van Neder-Over-Heembeek geweest. Dat is eigenlijk een schande. Dat moet absoluut zo snel mogelijk worden vernieuwd.

Zullen we eindelijk van pooling en sharing af zijn? Ja.

Wat betreft de voertuigen, het gaat minstens om duizend… Mevrouw Pontier, ik probeer op uw vragen te antwoorden.

Over de tweede brigade wordt in 2028 finaal beslist.

S'agissant de la deuxième brigade, nous allons trancher en 2028. C’est dans le plan.

Monsieur Frank, à propos de la formation "Défense et sécurité", j’ai eu l’honneur d’assister à la proclamation à Vilvorde vendredi passé des neuf élèves. Quatre nouvelles formations vont aussi commencer en septembre, notamment à Eupen pour la première fois. Je pense que c’est vraiment une bonne nouvelle.

Dan kom ik tot de reserve. Ja, absoluut, dat blijft een prioriteit. We zullen 20 Skyrangers aankopen. Rheinmetall en de Duitsers zullen het graag horen. We doen heel weinig met Duitsland. We moeten dat eens herzien, want Duitsland wordt een leading force op het vlak van defensie in de toekomst.

Over de DIRS-budgetten, bij de F-35's gaat het inderdaad over 1,5 miljard. Voor CaMo zit er voor 10 miljard aan nieuwe aankopen in. Daarover worden nooit vragen gesteld, wat ik altijd erg opvallend vind. 'F-35' werkt als een rode lap op een stier. Als het woord F-35 valt, staat een deel van de commissie op scherp en paraat. Voor CaMo zit er 10 miljard in het dossier en daarover worden nooit vragen gesteld. Het Rekenhof vond dat ook heel opmerkelijk. Er zijn heel veel studies en hoorzittingen geweest over de F-35 en het CaMo-project is gepasseerd zonder veel ruchtbaarheid. Dat is heel opvallend. Opnieuw zijn er heel veel vragen over de de F-35, maar over CaMo heb ik, denk ik, geen enkele vraag gekregen.

Maar goed, iedereen stelt de vragen die hij zelf wil stellen.

Annick Ponthier:

(…)

Theo Francken:

In vijf minuten tijd wordt de F-35 overal genoemd en blijkbaar rest er dan geen tijd om een vraag te stellen over CaMo. Het maakt niet uit, het is gewoon een opmerking, het valt mij gewoon op. Nogmaals, u doet en zegt wat u wilt. Ik vind het echter opvallend dat er over de budgetten die naar het CaMo-project met Frankrijk gaan bijna nooit vragen komen. Die budgetten overstijgen exponentieel het budget voor de F-35. Er komen steeds opnieuw alleen maar vragen over de F-35, ik vind dat gewoon opvallend. Dat is alles, dat mag ik toch nog wel zeggen?

Gisteren vond daarover een hoorzitting plaats. Uiteraard, dat weet ik wel. Ik ben daarvan op de hoogte. Ik probeer de werkzaamheden hier te volgen, maak u geen zorgen.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister en generaal, dank u voor de toelichting.

We hebben inderdaad een eerste inkijk gekregen in wat de toekomst ons zal brengen. Er is nog wat onduidelijkheid en er is ook nog geen akkoord. Ik kijk vooral uit naar het beleidsdocument, waarover we ten gronde zullen kunnen discussiëren.

Met betrekking tot het budget voor het personeel bent u er gerust in, zegt u, maar ik ben dat wat minder. We zullen moeten afwachten wat er op dat vlak uit de bus komt. Ik krijg heel wat ongeruste reacties van militairen die over enkele maanden op pensioen gaan. Collega Buysrogge, 50 miljard euro is inderdaad een indrukwekkend bedrag. Ik stel vast dat een groot deel van het budget momenteel al naar het personeel gaat, terwijl er nog veel personeel moet bij komen. Er moet ook aan het statuut nog een en ander worden gewijzigd.

De pensioenhervorming zal in de eerste fase dus geen geld opbrengen, maar geld kosten. Ik maak mij dus absoluut zorgen over hoeveel ruimte er nog zal overblijven om het statuut van de militair de 21ste eeuw in te loodsen en ervoor te zorgen dat het pensioen voor de militair, zeker in vergelijking met andere veiligheidsberoepen, niet te nadelig wordt. Het pensioen was immers de pay-off voor de militair, een compensatie voor de nadelen ten opzichte van andere veiligheidsberoepen. Er wordt nu aan het pensioen gesleuteld. Ik blijf erbij dat er tegelijk ook aan het statuut moet worden gesleuteld. Dat moet parallel gebeuren. Daarvoor zal geld nodig zijn. Ik vrees dat het budget waarin nu voorzien is, niet voldoende zal blijken te zijn, als we de verwachte personeelsstijging realiseren.

Tot slot nog één vraag, mijnheer de minister. Ik volg ook de opleiding Defensie en Veiligheid. In september komen er vier nieuwe opleidingen bij. U verwees naar Eupen. Kent u de andere drie locaties ook uit het hoofd?

Theo Francken:

Eén opleiding vindt plaats in het Duitstalige gebied en de andere drie in Wallonië. Dat heeft te maken met de infrastructuur, met de aanvragen en met de instructeurs. Ik denk dat er ook in Vlaanderen meer nodig is, maar het probleem is dat we die instructeurs niet vinden, bij de brandweer, politie en Defensie. Dat is vooral in Vlaanderen het probleem. Dat ligt niet bij Defensie.

Er zijn veel vragen van scholen. Ik heb u gezien op ROBtv in Oost-Brabant. Ik deel absoluut uw bezorgdheid, maar er moeten ook mensen van andere veiligheidsdiensten zijn om les te kunnen geven. Dat is het probleem op dit moment.

We zijn er volop mee bezig. Ik verwacht dit schooljaar geen verandering, maar ik hoop dat er tegen het schooljaar 2026-2027 een verbetering merkbaar zal zijn. Alles loopt wel goed, maar er zou meer aanbod mogelijk kunnen zijn.

Kjell Vander Elst:

Dank u voor die aanvulling. Ik kijk uit naar het debat over het volledige beleidsdocument.

Robin Tonniau:

Mijnheer Francken, ik heb een beetje de indruk dat veel van het materiaal waarvan de aankoop hier wordt aangekondigd, vooral bedoeld is om de offensieve capaciteit van defensie te versterken. Dat heeft dus weinig te maken met onze opdracht om defensieve defensie uit te bouwen. Gisteren hebben we dat ook gehoord tijdens de hoorzitting over het CaMo-project. Op de kritische vraag wat we eigenlijk met de aangekochte Griffons en Jaguars zullen doen, was het antwoord van de chef van de landmacht verbijsterend. Hij had het erover dat er oorlog in Oekraïne is en dat het Midden-Oosten op ontploffen staat, maar dat we ook Afrika niet mochten vergeten. Hij noemde Afrika een gevaar, want Afrika zou ons ook niet vergeten. Hij sprak alsof hij nog in de koloniale tijd leefde. Afrika telt 54 verschillende landen. Hij zei dat de Jaguars en Griffons eigenlijk gemaakt zijn om in de Sahel te opereren, door de Fransen, met de Fransen, en dat we misschien daar wel eens naar moeten kijken. Onze Defensie richt het vizier dus al op heel het Afrikaanse continent, een verzameling van 54 landen. Als dat de intentie is, is het duidelijk.

We zouden een derde fregat zogezegd nodig hebben opdat er altijd voldoende fregatten in circulatie zijn, maar ik dacht dat we samenwerkten met Nederland. Bestaat die samenwerking dan niet meer? Ik dacht dat we net in de NAVO zaten om samen te werken. Is die samenwerking opgeblazen? Bij de marine willen ze zelfs al een vierde fregat. Dus na dat derde komt er sowieso een vierde. Wat is daar de reden voor?

We zullen superveel geld investeren in defensie, niet alleen in België, maar in heel Europa. Duitsland heeft er zelfs zijn grondwet voor aangepast. Massaal veel geld, maar er is één groot probleem: de defensie-industrie kan niet volgen. Dat is een bottleneck.

Wat zal er gebeuren? U bent ook bevoegd voor Buitenlandse Handel. De prijzen zullen stijgen. De industrie zit in een zetel. Iedereen komt met zijn geld aandraven. Dat moet van de NAVO gespendeerd worden; men moet iets aankopen. De prijzen gaan omhoog. De winsten in die sector zijn vandaag al bijzonder hoog, onvergelijkbaar met die in de reguliere economie. De winsten zullen alleen maar stijgen. Ons belastinggeld wordt geïnvesteerd in die industrie om de aandeelhouders te bedienen. We weten bovendien dat er in die sector een groot risico op corruptie bestaat.

Tot slot nog iets over het personeel. Het is hier al aangehaald, u wilt het personeelsbestand van defensie met 50 % doen stijgen, met een budgetverhoging van 25 %. Iedereen uit het vierde leerjaar weet dat men dan moet besparen op het personeel zelf.

Hoe zult u dat doen? Zult u mensen langer laten werken, promoties uitstellen, de lonen verlagen?

Met het akkoord, met uw visie, hebt u vandaag het sociaal overleg, dat nog niet eens bestond, al opgeblazen. Uw visie is een oorlogsverklaring aan uw eigen personeel bij Defensie. Daarom worden er nu al mails rondgestuurd om de mensen te waarschuwen dat ze niet vrijuit mogen spreken. Zo kwaad zijn ze op u, mijnheer Francken.

Voorzitter:

Gelukkig mag u wel vrijuit spreken.

Annick Ponthier:

Bedankt aan de generaal en de minister voor de antwoorden op onze vragen.

Ik wil het eerst over het budget hebben. U hebt gezegd, mijnheer de minister, dat er nog heel wat werk op de plank ligt en dat de mensen die 5 % totally crazy vonden, misschien in de toekomst dat idee zullen moeten bijsturen of dat ze het dan wel zullen zien. Het was echter uw eerste minister, die dat in eerste instantie heeft gezegd. U had het daarstraks over intellectuele eerlijkheid. Misschien kunt u dat dan ook beter bevestigen.

Wat het personeel betreft, loopt het sociaal overleg nog. Er is nog verre van een akkoord. Dat personeel is inderdaad het grootste kapitaal van ons defensieapparaat. We spreken hier immers over investeringen, over de uitbouw van budgetten, maar wat zijn we daarmee, als we niet de mensen hebben die die taken kunnen uitvoeren en die functies kunnen waarnemen?

U zegt over de opleiding Defensie en Veiligheid dat er een gebrek is aan instructeurs. Misschien ligt er een opportuniteit bij al die mensen die u langer wilt laten werken tot hun 67. Maak daarvan gebruik. Wij hebben u die aanbeveling in het verleden al gedaan: zorg ervoor dat die mensen, als ze dan toch langer moeten werken, een waardevolle invulling krijgen van al die extra jaren.

De invulling van het personeelsbestand is absoluut zorgwekkend. Ik weet niet welke plannen u, buiten de installatie van de vrijwillige legerdienst, nog allemaal in uw mouw hebt zitten, maar het is echt zorgwekkend met het oog op de toekomst om dat personeelsbestand actief te houden of voldoende in te vullen.

Ik kom tot de investeringen. U hebt het over het F-35-dossier, dat nog moet worden getrancheerd. We hebben op dit moment dus eigenlijk geen uitsluitsel over wat het uiteindelijk zal worden. Dat moet komende vrijdag in de ministerraad worden beslist. Dat zal ongetwijfeld nog verder worden opgevolgd.

Wat het FCAS-project betreft, ik heb er nota van genomen dat we daarin zullen instappen, maar dat u nog niet concreet weet wat die invulling zal betekenen.

Ten slotte zegt u dat u het heel bizar vindt dat er over het CaMo-dossier geen vragen zijn gesteld. U was op de hoogte van de hoorzitting daarover. Dan hebt u toch kunnen vaststellen dat er gisterenvoormiddag uitgebreid over gedebatteerd is? We hebben veel toelichting gekregen van de defensiestaf. U zult begrijpen dat we daarop in de luttele vijf minuten die we hier ter beschikking hebben niet uitgebreid kunnen ingaan en herhalen wat we gisteren al hebben gezegd. Ook op dat vlak vraag ik van u intellectuele eerlijkheid.

Mijnheer de voorzitter, het debat zal ongetwijfeld worden vervolgd. We zijn nog lang niet aan het eind van ons Latijn en u zeker niet, mijnheer de minister. Kijk maar naar de uitdagingen die voor ons liggen, de cyberdreiging, de budgettaire uitdagingen, de bescherming van kritieke infrastructuur als gevolg van de hybride dreiging die dagelijks aan onze deur staat en waarmee we moeten omgaan, en de personeelsuitdagingen. We hebben nog heel wat werk op de plank.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, monsieur le général, merci beaucoup pour vos réponses.

Comme je l'ai dit pendant mes questions, je me rends compte que ce n'est pas du tout une vision, mais un aveuglement stratégique. Il n'y a aucune stratégie.

Mais je me réjouis que Les Engagés aient avoué que votre gouvernement s'était engagé au sommet de La Haye sans avoir le budget nécessaire. Mon collègue député vient de le dire. Et, franchement, j'ai trouvé que c'était une belle confession de le dire devant vous. J'ai vu votre réaction de surprise, au même titre que nous tous.

Ce que M. Trump demande, M. Francken lui donne allègrement. Ce sont des milliards que vous allez donner aux entreprises américaines pour acheter ces fameux F-35. On est loin de cette Europe de la Défense, de nos entreprises belges. Elles sont oubliées et marginalisées.

Pendant que la Suisse lance une commission d'enquête sur les F-35 à cause des surcoûts énormes, vous, monsieur Francken, avec le soutien du MR et de vos partenaires de la majorité, vous signez un chèque en blanc aux Américains, pour des milliards, les yeux fermés. Pendant ce temps, c'est la classe moyenne qui va payer la note de vos réformes; pas les grandes fortunes ni les multinationales. Ce seront les familles, les travailleurs, les pensionnés. On nous avait promis 500 euros par mois pour tous les travailleurs. L'achat des F-35 correspond à un coût de 6 000 euros par ménage. Voilà votre réforme!

Pour le personnel, ce sera un bain de sang social. Ce n'est pas le courrier que vous avez écrit aux jeunes de 18 ans qui va faire oublier les régressions sociales que vous êtes en train de préparer pour eux et pour leur avenir.

Concernant les marchés, mon collègue M. Courard posera la question la semaine prochaine au premier ministre.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, we hebben gisteren de hoorzitting over het CaMo-project gehad en u verwijt ons dat we daarover geen vragen zouden stellen. Vandaag staan er dertien vragen over dat project op de agenda. Dertien! Hoe kunt u dan stellen dat het opvallend is dat parlementsleden geen vragen stellen over het CaMo-project? Is dertien niet genoeg? Die vragen worden voortdurend uitgesteld. Sommige staan al meer dan een maand op de agenda. Komaan, een beetje eerlijkheid zou u sieren. Wij doen ook ons uiterste best. U verwijt ons altijd intellectuele oneerlijkheid, maar dan komt u met zoiets af. Ik vind dat bijzonder laag en pijnlijk.

Inhoudelijk is er bovendien nog altijd een verschil. Bij het CaMo-project moeten we ons ernstige vragen stellen en ik heb dat van in het begin gedaan. Het gaat echter nog altijd over een samenwerking met een andere Europese lidstaat, een buurland nota bene. De F-35’s daarentegen betekenen een samenwerking met een land aan de andere kant van de oceaan, met een president die zo onbetrouwbaar is als wat en al meermaals heeft getoond dat hij niet te beroerd is om van de ene dag op de andere ergens de stekker uit te trekken. Zelfs als hij die stekker nog maar uit de toeleveringsketen trekt, zitten wij al in de problemen. Ik vind het dan ook normaal dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen die twee dossiers.

Wat betreft het personeel – de mensen die al die voertuigen en wapens zullen moeten gebruiken – klopt uw berekening niet. U zegt daarover twee dingen. Ten eerste, er is budget, maar we weten nog altijd niet hoeveel. Ten tweede, de onderhandelingen lopen en u hoopt binnenkort te landen, maar meer wou u er niet over zeggen.

Uw budget klopt echter niet, want 43 miljard van de 50 miljard euro is al vastgelegd. Er blijft slechts 7 miljard over. U wilt zodanig veel personeel aanwerven – wat nodig is – dat u met die 7 miljard euro niet zult toekomen. Daarbovenop is er nog een sociaal akkoord nodig, waarvoor ook budget vereist is. De verhoging van de pensioenleeftijd brengt eveneens extra kosten met zich mee. De som klopt dus niet.

Wat de lopende onderhandelingen betreft, klopt wat u zegt evenmin. De vakorganisaties kennen op dit moment zelfs geen overlegdatum. Nog geen halve maand geleden verklaarde u dat u op 21 juli een sociaal akkoord hoopte te hebben. Dan wordt het stilaan dringend om met de vakorganisaties aan tafel te zitten en hun teksten te bezorgen waarover ze grondig kunnen nadenken in plaats van op deze manier met de voeten te slepen.

François De Smet:

Monsieur le président, je serai bref parce que je n'ai pas vraiment reçu de réponse.

Monsieur le ministre, peut-être que si vous répondiez un peu plus souvent au sujet des F-35, vous recevriez un peu de moins de questions à leur sujet! Un contrat de plus d'un milliard est quand même cher pour un simple chiffon rouge. Mes questions étaient simplement techniques: le prix d'achat estimé à l'unité et le fait de savoir s'il fallait oui ou non passer par un appel d'offres. Vous renvoyez vers le Conseil des ministres de vendredi. Cela ne me semble pas nécessaire pour répondre à ces questions qui me semblent être des composantes très saines du débat démocratique sur ces avions, surtout s'il n'y a pas d'appel d'offres au final.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, merci pour vos éclaircissements.

Contrairement à ce que notre collègue vient de dire à l'instant, en 2014, il y a eu des engagements formels. En 2025, on n'avait toujours pas de budget. Il a fallu prendre des dispositions et ce que mon collègue a précisé, c'est que pour nous, quelque part, le budget est très clairement insuffisant par rapport à la situation actuelle.

Le constat est que nous avons dû rattraper ce qui n'a pas été fait les années antérieures. On peut l'affirmer. Avançons toutefois!

Il est maintenant clair qu'il est nécessaire d'assurer la transparence maximale et le respect des procédures budgétaires et administratives dans la mise en œuvre de cette vision stratégique, notamment pour nous procurer ces capacités tellement nécessaires, comme on l'a souligné à de multiples reprises.

On peut simplifier certaines conditions ou législations – c'est ce que propose la Commission européenne dans sa récente proposition Omnibus – mais il ne faut pas les ignorer. La situation géopolitique, le retard accumulé, le sous- investissement nécessitent l'urgence, certes, mais dans un respect profond des procédures et sans forcing. Surtout, ne confondons pas vitesse, efficacité et précipitation.

Comme je l'ai dit dernièrement dans une autre enceinte, les parlements ont gagné d'abord leur pouvoir en surveillant les taxes et impôts; et ainsi l'utilisation des deniers par les rois pour faire la guerre. Ici, au Parlement, nous devons suivre l'utilisation de ces fonds. Sachez monsieur le ministre, avec notre profond respect, qu'il en va de notre responsabilité envers le citoyen, et que c'est ce à quoi nous nous engageons.

Voorzitter:

Collega’s we zijn aan het einde van het debat gekomen. Ik wens de minister en de generaal te bedanken. Het was goed dat wij hier vandaag dat debat hebben kunnen voeren, hoewel er nog geen formele beslissing is. Dat de minister ons vandaag enige inzage heeft geboden en dat wij onze eerste mening ter zake hebben kunnen ventileren, is een goede zaak.

Ik zou ter conclusie een aantal zaken willen afspreken.

Ten eerste, mijnheer de minister, ik stel voor dat u ons de hier gepresenteerde PowerPoint bezorgd, zodat wij die kunnen verspreiden onder de leden.

Ten tweede, ik reken erop dat u, zoals u trouwens zelf hebt aangegeven, na de formele beslissing van hopelijk aanstaande vrijdag, het finaal goedgekeurde document aan onze commissie bezorgt. Zodra ik dat ontvang, bezorg ik het aan de collega's.

Ten derde, collega's, nadien kunnen we beraadslagen over het verdere plan van aanpak. Heel veel deelthema’s verdienen immers verdere verdieping. We moeten dus bekijken hoe we het in de komende weken concreet kunnen aanpakken. Er ligt veel werk op de plank. Hopelijk komt er snel een document naar ons waarmee wij verder aan de slag kunnen.

Theo Francken:

Mijnheer de voorzitter, geachte Kamerleden, ik wil echt niet opnieuw horen dat ik niet beschikbaar ben om vragen te beantwoorden. Alles is voor mij goed.

Veronderstel dat dat document vrijdag wordt bezorgd. Volgende week en de week daarna zijn er telkens twee dagen met plenaire vergaderingen voorzien, waarna het parlementair reces ingaat. Over twee weken is dit parlementaire jaar voorbij. Dan komt het vervolg ergens eind september. Dat is voor mij geen probleem. Ik wil dan echter niet lezen dat ik niet beschikbaar ben voor de Kamer of dat ik met de beantwoording nog honderd mondelinge vragen achtersta.

Maandag kan er ook een commissievergadering worden georganiseerd; voor mij is dat goed, dat is geen probleem. Wanneer de Conferentie van voorzitters echter beslist dat er niet gelijktijdig plenaire vergaderingen en commissievergaderingen mogen plaatsvinden en er op maandag en vrijdag niet mag worden vergaderd, omdat sommige leden een schepencollege moeten bijwonen, is dat voor mij geen probleem. Ik wil dan echter niet in de kranten lezen dat er nog een achterstand van honderd vragen is, omdat die vragen niet door de minister worden beantwoord. Dat zal ik niet nemen. Dat begrijpt u wel.

Voorzitter:

Hoe dan ook moeten wij voor het zomerreces nog een vragensessie inplannen, los van de verdere behandeling van de strategische visie, om ervoor te zorgen dat we nog zoveel mogelijk onbeantwoorde vragen kunnen behandelen. We moeten ook bekijken hoe we het document, dat we hopelijk binnenkort ontvangen, zullen bespreken.

Axel Weydts:

Ik zou graag een kleine suggestie doen. Ik ben daarnet snel de nog openstaande vragen nagegaan. Veel vragen zijn inmiddels achterhaald, louter omdat de politieke actualiteit intussen is geëvolueerd.

Als ieder lid van de commissie van zijn of haar vragen nagaat of die eventueel achterhaald zijn en dat vervolgens laat weten aan het commissiesecretariaat, dan kunnen die vragen worden omgezet in een schriftelijke vraag of geschrapt worden. Dan zouden we al een hele stap verder staan. Echt heel wat van de geagendeerde vragen doen eigenlijk niet meer ter zake.

Voorzitter:

Ik waardeer uw suggestie, maar dat is uiteraard ieders eigen verantwoordelijkheid. Als commissievoorzitter beschik ik, in tegenstelling tot mijn collega’s in andere parlementen, niet over een instrument om vragen onontvankelijk te verklaren of iets dergelijks. We komen daar binnenkort op terug. De overige geagendeerde actualiteitsdebatten worden behandeld tijdens een volgende bijeenkomst. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.44 uur. La réunion publique de commission est levée à 12 h 44.

De doorvoer van militair materieel naar Israël

Gesteld door

PTB-PVDA Nabil Boukili

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 26 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Nabil Boukili beschuldigt de Belgische overheid van medeplichtigheid aan het Israëlische geweld in Gaza door toelating van wapentransit (o.a. F-35-onderdelen) via Bierset, ondanks bestaande wetgeving die dit verbiedt bij schendingen van internationaal recht. Hij eist een interministeriële conferentie voor een militair embargo tegen Israël, maar minister Jan Jambon wijst verantwoordelijkheid af: licenties vallen onder de Régio’s (hier Wallonië), terwijl de federale douane enkel controles uitvoert op basis van risicoanalyses. Boukili noemt de passiviteit "compliciteit met genocide" en verwijst naar eerdere initiatieven (zoals de VLD-minister De Gucht in 2009) die nu ontbreken, ondanks langdurige signalen over wapenleveringen sinds 2003.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, De Morgen et Le Soir révèlent que du matériel militaire lié à des F-35 a transité par l'aéroport de Bierset à destination d'Israël pour bombarder le peuple palestinien à Gaza, pour contribuer aujourd'hui au génocide.

Ce n'est pas la première fois que sont faites des révélations selon lesquelles du matériel militaire transite par la Belgique. Mon collègue Peter Mertens a fait de telles révélations ici à plusieurs reprises. Des journalistes ont fait des enquêtes menant à de telles révélations. Des associations ont porté plainte contre cela. Des syndicalistes se sont révoltés contre cette situation.

Pourtant, il n'y a eu aucune réaction des différents gouvernements. Aucune. Les différents gouvernements, que ce soit la Région, que ce soit le fédéral, se rejettent la balle. "Ce n'est pas moi, c'est l'autre".

Mais vous savez, monsieur Jambon, que les bombes se foutent de qui est responsable du transit d'armes. Les bombes ne choisissent pas si c'est la Région ou le fédéral qui doit décider.

Aujourd'hui, alors que nous avons une législation qui interdit le transit d'armes vers des pays ou vers des armées qui violent le droit international, pourquoi cette législation n'est-elle pas appliquée contre Israël? S’il y a des flous dans cette législation, pourquoi n'agissez-vous pas pour lever ces flous?

Ma question est très simple, monsieur le ministre. Allez-vous organiser une Conférence interministérielle entre le fédéral et les Régions pour décréter un embargo militaire contre Israël, oui ou non?

Jan Jambon:

Chers collègues, conformément à la décision du Conseil des ministres de mai 2025, dans le cadre de l'accord de coopération de 2007 entre l'État fédéral et les Régions relatif à l'importation, l'exportation et le transit de matériel militaire ou de matériel à double usage et dans le respect des compétences respectives, le cas des exportations d'armes vers Israël et les territoires palestiniens occupés sera évalué avec une attention particulière portée au transit via la Belgique.

Le commerce et le transit des armes en Belgique sont largement régionalisés, ce qui signifie que les licences d'exportation de matériel militaire sont délivrées par les Régions. Lorsqu'elle est légalement requise, la licence de transit pour les armes et les biens militaires est demandée et délivrée par les Régions. Comme il s'agit ici de Liège, c'est donc la Région wallonne qui est compétente.

L'Administration générale des Douanes et Accises n'est compétente que pour le contrôle et la concertation liés au respect des différentes législations. Ce sont les diverses autorités compétentes qui décident du type de biens et de mouvements pour lesquels une licence est nécessaire. Comme pour toutes les autre marchandises, les contrôles sont effectués sur la base d'une analyse de risque liée aux déclarations et à la demande de l'autorité compétente elle-même.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, je m'attendais à une réponse un peu décevante mais vous avez dépassé mes espérances. En 2009, un ministre fédéral Vld, M. De Gucht, a organisé une réunion avec des ministres régionaux parce qu'il y avait une guerre contre Gaza. Pourquoi le fédéral ne le fait-il pas dans ce cas-ci? Vous dites qu'on envisage et qu'on étudie les risques, mais on révèle depuis 2003 qu'il y a un transit d'armes chez nous vers Israël, pour tuer les Palestiniens. Aujourd'hui, l'inaction du gouvernement belge est une complicité dans le génocide actuel. Vous êtes complice des morts et du génocide. Tous les partis ici pleurent à chaque fois qu'il y a des bombardements à Gaza, à chaque fois que des enfants meurent, mais aujourd'hui, vous êtes complice de ce génocide parce que vous n'agissez pas contre le transit d'armes en Belgique.

De NAVO-top in Den Haag
De NAVO-top in Den Haag
De resultaten van de NAVO-top
Het standpunt van België bij de NAVO
De NAVO-top en het defensiebudget
De NAVO-top in Den Haag
De nieuwe NAVO-uitgavennorm en de top van 24 juni
De NAVO-top
De NAVO-top in Den Haag
De op de NAVO-top van 24 en 25 juni genomen beslissingen
NAVO-top Den Haag, beslissingen en defensiebudget

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), Theo Francken (Minister van Defensie)

op 26 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De NAVO-top leidde tot een 5%-norm (3,5% defensie + 1,5% veiligheid/cyber/infrastructuur) tegen 2035, met 2% in 2029 als eerste mijlpaal, maar België ontwijkt concrete financiering en schuift de last door naar toekomstige regeringen. Kritiek focust op onrealistische budgetten (34 miljard nodig, onduidelijke dekking), gebrek aan Europese defensiesamenwerking (versnipperde aankopen, geen strategie) en sociale gevolgen (besparingen op zorg/pensioenen, belastingverhogingen). Partijen zijn verdeeld: rechts en centrum willen realistisch investeren in personeel/cyberveiligheid, links noemt het onderworpenheid aan de VS en een wapenwedloop, terwijl Europa’s strategische autonomie onderbelicht blijft.

Voorzitter:

Collega's, verschillende vragen werden ingediend ter attentie van de premier, maar het is u bekend dat hij momenteel niet aanwezig kan zijn wegens Europese verplichtingen.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, gisteren was het eindelijk zover: de langverwachte NAVO-top vond plaats. Alle lidstaten zijn eensgezind naar buiten gekomen. Dat was ook nodig, want als dat niet was gebeurd, had maar één iemand champagne ontkurkt: Poetin in het Kremlin.

De NAVO-top heeft geleid tot realistische doelstellingen. Voor Vooruit was het vanaf het begin erg duidelijk: we willen absoluut investeren in onze veiligheid en defensie, maar wel op een realistische manier. 5 % was en is voor ons land immers onhaalbaar.

Laten we de focus daarom verleggen van de percentages naar wat eerder is afgesproken, namelijk dat ons land opnieuw een betrouwbare partner kan worden binnen de NAVO door verstandig te investeren in onze defensie. Ik heb zelf deelgenomen aan twee buitenlandse NAVO-missies, dus ik weet hoe belangrijk het is om te investeren in goed en veilig materieel voor onze mensen, in degelijke infrastructuur om mee te werken en in waardering voor de opofferingen die ons personeel brengt.

Vooruit roept ook al maanden op om te investeren in onze cyberveiligheid. Onze banken, overheidsinstellingen en ziekenhuizen worden nu immers al maandenlang geteisterd door cyberaanvallen uit Rusland. Die moeten we echt prioritair aanpakken.

Het allerbelangrijkste voor Vooruit is echter dat we investeren in ons personeel. Wat is men namelijk met het beste materieel en met al die nieuwe capaciteiten voor onze defensie als men geen personeel heeft om dat materieel te bedienen? We weten dus wat nodig is qua investeringen in onze veiligheid.

Mijnheer de minister, zult u, net als Vooruit, de focus leggen op de hybride dreiging vanuit Rusland en op ons personeel, dat we broodnodig hebben?

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, al een halve eeuw lang financieren we onze welvaart ook met middelen die oorspronkelijk bestemd waren voor onze veiligheid. Het gevolg daarvan is een doorgeschoven – een doorgesnoven – verzorgingsstaat en een krakkemikkig leger. Onze kazernes zijn ruïnes. Het cliëntelisme heeft geleid tot een tewerkstellingsproject van de politieke partijen, waardoor zelfs de personeelsbezetting van het leger niet op punt staat. Er staan momenteel 127 pantservoertuigen te roesten omdat een minister de verkeerde munitie heeft besteld. We zijn zelfs nooit onze NAVO-verplichtingen nagekomen, terwijl het NAVO-hoofdkwartier zich in Brussel bevindt.

Plots komt er dan een bullebak overgevlogen uit New York, een narcistische bully met, cru gesteld, de mentaliteit van een maffiabaas. Wat zegt die man bij aankomst? “ I can make you an offer you can’t refuse. ” Kent u The Godfather? Die zei dat ook. Vervolgens kust onze slijmjurk, de voorzitter van de NAVO, de ring van die man. Ook onze 32 regeringsleiders slaan de hielen tegen elkaar en likken de kont van die narcistische Amerikaan, uit vrees dat die capo hen zal bestraffen.

Ik heb op zich niets tegen het principe van de 5 %-norm, daar gaat het mij niet om. Zeg me wel hoe u die zult bereiken en om hoeveel geld het gaat. Ik hoor alle partijen daarover al ruziën nog vooraleer hij is teruggevlogen. Moeten er meer F-35's worden gekocht? Nog ander materieel? Over welk bedrag gaat het?

Mijnheer de minister, over hoeveel geld gaat het? Hoe zult u dat realiseren? Zal men daarvoor met een creatieve boekhouding moeten werken?

Mathieu Michel:

Monsieur le ministre, malgré une situation budgétaire qui rend les réformes indispensables, la Belgique a réaffirmé que l'OTAN constitue un socle fondamental pour la sécurité de notre pays. Nous devons être un partenaire loyal, fiable et pleinement engagé au sein de l'Alliance. Dire non à l'OTAN, ce serait faire preuve d'un oubli historique inquiétant mais, plus que tout, ce serait faire preuve d'une naïveté coupable car, aujourd'hui, il ne s'agit pas d'opposer sécurité et solidarité. En voici la preuve par les chiffres: 120 milliards d'euros pour notre sécurité d'ici 2034, 1 200 milliards d'euros pour la solidarité (soins de santé, pensions et aides sociales).

Oui, n'en déplaise à certains, ce gouvernement renforce notre modèle social en lui donnant les moyens de fonctionner mais aussi les moyens de survivre. Nous faisons aujourd'hui ce que tout pays responsable doit faire: protéger ses citoyens sans renoncer à ses valeurs fondamentales et à son modèle social

Protéger ses citoyens est évidemment essentiel. Aussi, je salue la décision historique d'intégrer jusqu'à 1,5 % du PIB en dépenses de sécurité élargies. Vous savez que c'est une grande attention pour ce qui me concerne. Les guerres de demain seront différentes de celles d'hier. Et, aujourd'hui, ce ne sont plus uniquement les dépenses militaires qui comptent. C'est un élément fondamental. Cette évolution appelle à une gouvernance renforcée, au-delà du seul ministère de la Défense, et qui intègre les entités fédérées.

Selon nous, le ministre de la Sécurité devrait être chargé de développer et soumettre une vision stratégique de la sécurité intérieure en lien avec ce 1,5 % de sécurité transversale. Monsieur le ministre, comment voyez-vous concrètement l'évolution de cette coordination intergouvernementale avec, à côté de cette vision stratégique de défense, une véritable vision stratégique de sécurité transversale?

Philippe Courard:

Monsieur le président, monsieur le ministre, cela va coûter 6 000 euros par ménage aux Belges. Deux jours d’escapade à La Haye, et voilà qu’il faut trouver 34,2 milliards d’euros.

Comment les trouver? J’y reviendrai dans un instant. Soyons clairs, je ne suis pas stupide et me rends compte que des moyens supplémentaires sont nécessaires. Il faut bien entendu se défendre. L’Europe et la Belgique doivent répondre aux menaces qui nous entourent. Nous ne devons pas nier la situation géopolitique, mais pas à n’importe quel prix et n'importe comment, monsieur le ministre. Nous ne devons pas dépenser pour dépenser, et certainement pas en faisant porter la charge à nos concitoyens de manière anormale.

Votre politique est paradoxale. Vous préconisez des économies. Il n'y a pas assez d'argent pour la sécurité sociale. Les malades et les pensionnés doivent faire des efforts. Les services publics doivent se serrer la ceinture. Le pouvoir d’achat recule. Les personnes malades et en situation de handicap sont oubliées. Cependant, lorsqu’il s’agit de trouver des milliards, cela se fait en quelques heures. Nous verrons comment, mais ils sont jugés nécessaires.

Pourquoi n'avez-vous pas adopté la position plus raisonnable du premier ministre espagnol? Comment allez-vous financer ces milliards? Le ministre Prévot évoque une nouvelle taxe, le président du MR évite soigneusement le sujet. Allez-vous vendre nos entreprises publiques? Allez-vous faire comme votre prédécesseur, M. Steven Vandeput, avec qui les estimations de montants sont passées de 1,5 milliard à 15 milliards? Je m’interroge et j'aimerais des réponses à ces questions. Comment allez-vous financer ces milliards? Quelles sont vos recettes? Quelles sont vos solutions? Une véritable inquiétude règne au sein de la population. Oui, un effort est envisageable, mais pas au détriment de notre population.

Staf Aerts:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, ik vond het afgelopen week vooral gênant om te zien hoe de Europese leiders achter president Trump aanliepen om hem toch maar zo veel mogelijk te pleasen, met als top of the bill natuurlijk de uitspraak van secretaris-generaal Rutte: proficiat, mijnheer de president, u hebt Europa doen betalen en het is maar goed ook." Gênant, gênant.

Het was echter ook hier gênant en dat was het daarnet nog. De 5 %-norm is immers belachelijk, krankzinnig, het is collectieve hysterie. Mijnheer de minister, dat verklaarden uw coalitiepartners. Cd&v, Vooruit en de MR, u bent gerold, want de 5 %-norm is wel degelijk beslist afgelopen week.

Dan hoor ik in de wandelgangen dat dat niet erg is, want dat percentage moet pas tegen 2035 worden gehaald. Het is dus niet aan ons, maar aan de volgende generatie om dat te betalen. Het is aan de volgende regering om het probleem op te lossen, terwijl men vandaag zelfs nog niet weet hoe men volgend jaar de 2 % zal financieren.

Wat zien we ondertussen wel? Wie draait op voor de besparingen? De 55-plusser, de pendelaar, wie zorgkrediet opneemt, zij zullen de rekening moeten betalen en daar zullen alleen maar nog mensen bij komen.

5 % defensie-uitgaven blijft echter waanzinnig veel. In 2035 komt dat nog steeds overeen met het volledige budget van Justitie, de politie, de NMBS, Energie en Klimaat samen, maar dat is niet alles. Als de NAVO 5 % uitgeeft, dan geeft ze meer uit dan wat vandaag de hele wereld, dus inclusief Israël, Rusland en India, uitgeeft aan defensie. Ik vind dat onbetaalbaar en dom. Dat is geen investering in meer veiligheid, dat is een investering in een wapenwedloop waarin u ons allemaal meesleurt.

Mijn vraag is en blijft dus: wie zal dat in godsnaam betalen.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, er heerst bij de coalitiepartners een soort kumbayastemming. Iedereen is tevreden. U bent tevreden, want u hebt een NAVO-akkoord over de 5 %-norm. Belgium is back on track . Dat ik dat uitgerekend van u moet horen, vind ik bijzonder. Ook Vooruit en cd&v zijn tevreden, want er is een akkoord bij de NAVO, terwijl men daar eigenlijk niets mee zal doen. 2% defensie-uitgaven is het plafond, 5% blijft stupide, belachelijk en onzinnig. Ook de eerste minister is tevreden, want hij heeft de uitvoering van de norm over tien jaar kunnen uitsmeren; men kan dat dus voor zich uitschuiven. Après nous le déluge .

Mijnheer de minister, wat is er nu echt afgesproken in de regering? Is er een groeipad richting 3,5% militaire uitgaven in de komende jaren of gaat het, zoals collega Dedecker heeft gezegd, over een creatieve boekhouding? Hoe zult u dat betalen?

Terwijl alle ogen gericht waren op de NAVO-top, bent u naar buiten gekomen met uw investeringsplan van 34 miljard euro, 34 miljard euro aan belastinggeld. De krijtlijnen daarvan hebben we voor het eerst moeten zien op X, op sociale media. Een debat in het Parlement is voorlopig niet nodig. Democratische controle is voorlopig ook niet nodig. Mijnheer de minister, u was tot voor kort zelf nog oppositielid. U zou tegen die werkwijze gefulmineerd hebben. Ik hoop dan ook dat u zeer snel naar het Parlement komt om daar uitleg over te geven.

Mijnheer de minister, wanneer komt u naar het Parlement om uw investeringsplan in de commissie en in de plenaire vergadering te bespreken?

Tot slot, maar zeker niet minder belangrijk, iedereen heeft hier opnieuw de mond vol van Europese samenwerking, maar wat hebt u al ondernomen om de Europese pijler bij de NAVO uit te bouwen?

Annick Ponthier:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de kogel is door de kerk. Alea iacta est , zou uw premier declameren. De NAVO-top in Den Haag resulteerde in een akkoord om de 5 %-norm te bereiken tegen uiterlijk 2035. Het gaat daarbij om 3,5 % harde defensie-uitgaven en 1,5 % ruimere veiligheidsuitgaven. Spanje, dat protest aantekende tegen die waanzinnige 5 %-norm, is erin geslaagd de tekst te laten versoepelen: niet meer wij, maar de bondgenoten zullen 5 % uitgeven.

Collega’s, mijnheer de minister, dat kan worden gelezen als een vrijstelling. Blijkbaar moesten de lidstaten zich dus niet allemaal gedwee neerleggen bij de ijzeren NAVO-wetten. De vrijstelling geldt echter niet enkel voor Spanje. De tekst is immers van toepassing op alle lidstaten. Echter, zelfs als het bij die 2 % zou blijven, staan wij in dit land alvast voor gigantische problemen. De financiële rampspoed zal immers nog drastisch toenemen, indien de huidige regering haar belofte van 5 % op de NAVO-top wil nakomen.

Ik kom bij mijn vragen.

U maakt zich sterk dat u in 2025 de 2 % kunt bekostigen. Wij weten echter allemaal dat daar Verhofstadtgewijs veel kunst- en vliegwerk voor nodig was. De hamvraag blijft natuurlijk de volgende. Ten eerste, hoe wilt u de 2 %-norm structureel financieren tijdens de huidige legislatuur? Hoe staat u tegenover de nieuwe defensietaks die uw minister Prévot voorstelde?

Ten tweede, het blijft bij 2 % tijdens de huidige legislatuur. Hoe zal het groeipad er vanaf 2029 echter uitzien om naar 2,5 % te gaan tegen 2034? Hoe plant u die enorm steile klim naar 3,5 %?

Nu volgt de vraag van 1 miljard euro. Zal u bijkomende F-35’s (…)

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, de NAVO-Top is inderdaad achter de rug. De teerling is geworpen. Wij van cd&v zijn toch blij. We hebben een aantal pleidooien gehouden voor meer realisme in dit debat en achteraf moeten we toch toegeven dat dit er was. Er zit voldoende flexibiliteit in het pad naar de toekomst. Wat voor ons een prioriteit is en wat we enkele weken geleden al heel duidelijk hadden gesteld, was dat er niet meer dan 2 % gevraagd zou worden in deze legislatuur. Dat is binnengehaald en daar zijn we blij om.

Heel belangrijk ook is hoe we dat pak geld, dat toch nog altijd meer is dan in de vorige jaren, zullen besteden. Voor ons moet dat op een efficiënte en slimme manier. Dat wil zeggen dat niet elk land apart, maar samen investeren in een sterke Europese pijler. Recente studies tonen immers aan dat een gedeelde standaardisatie binnen Europa en gezamenlijke aankopen ons tientallen miljarden zou besparen. In deze budgettaire tijden moeten we daar toch rekening mee houden.

Voor ons is het heel duidelijk. We houden al wekenlang een sterk pleidooi voor minder versnippering en meer standaardisatie. Minder naast elkaar werken, maar echt durven investeren in een sterke Europese pijler. We vinden dat een constante opdracht. Nu mag het in Den Haag wel allemaal koek en ei geweest zijn, met een sterk Atlantisch geloof, maar de basistrend is dat Europa toch meer in eigen sterkte moet investeren. Vandaar dat we geloven in een sterke Europese defensie-unie. We moeten daar niet morgen, maar vandaag werk van maken.

Mijnheer de minister, dat is dan ook onze vraag. Kunnen we rekenen op u en op deze regering om volop te investeren in de versterking van die Europese pijler, in een sterke Europese defensie-unie? Die is immers absoluut nodig voor de toekomst.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de minister, wat een vernedering! Hoe is het mogelijk? Komaan, die 34 Europese eerste ministers luisterden allemaal naar Trump. Onze woordvoerder Mark Rutte stuurde dan een mooi berichtje over hoe die Europese elite vernederd werd door Trump. Hij zegt in zijn berichtje dat het werkelijk buitengewoon was wat Trump deed, iets wat niemand van hen durfde doen, dat hij vliegt naar een volgende succes. Donald, je hebt ons op een heel erg belangrijk moment gebracht. Je zult iets bereiken dat geen enkele andere Amerikaanse president in decennia heeft kunnen verwezenlijken. Donald, Donald, Donald, Europa gaat zwaar betalen, zoals het hoort Donald, en het zal jouw overwinning zijn. Oh, fantastisch.

Magnifique! Regardez ça, cette soumission de l'élite européenne à l'impérialisme américain! C'est du cirage de chaussures industriel. Donald, ne t'inquiète pas, au karcher on nettoie le bazar. C'est incroyable! Et quelle est la prochaine étape, chers amis? La prochaine étape, Donald Trump nous l'a annoncée.

Wat zei Donald Trump? Kiss my ass, dat is de volgende etappe.

Mais comment peut-on accepter cela?

Zoals Rutte zegt, Europa zal zwaar betalen.

L'Europe va payer! Et qui va payer? Ce sont les travailleurs!

De mensen moeten werken tot 67 jaar om hier 2 % van het bbp aan te kunnen besteden. Nu komt er 3,7 % bij en niemand zegt iets. Dat is hypocriet.

Mijn vraag is heel duidelijk, mijnheer de minister. Spanje heeft gezegd geen 5 % te zullen bijdragen. Wat is uw standpunt? Besteden we hier 5 % aan of niet?

Darya Safai:

Mijnheer de minister, beste collega’s, al jaren hebben veel Europese landen, waaronder België, nagelaten om deftig in defensie te investeren. Vanuit het idee dat vrede vanzelfsprekend is, deden die landen aan free riding binnen het NAVO-bondgenootschap. Ze rekenden op de Verenigde Staten om hun eigen veiligheid te garanderen. Nu de VS zich meer op de Indo-Pacific richt, moet Europa zelf meer inspanningen leveren.

Nog voor de aanvang van de NAVO-top bereikten de verschillende lidstaten een principeakkoord over de nieuwe NAVO-norm van 5 % van het bbp. Die geldt voor elke bondgenoot. Concreet gaat het om 3,5 % voor strikt militaire uitgaven en 1,5 % voor defensiegerelateerde domeinen, waaronder infrastructuur en cyberveiligheid. Onze regering verklaarde te mikken op een stapsgewijze opbouw: 2 % tegen 2029, 2,5 % tegen 2034 en 3,5 % tegen 2035.

Mijnheer de minister, op de jongste NAVO-top in Den Haag besprak u de uiteindelijke maatregelen die nodig zijn. Kunt u bevestigen dat de NAVO-norm van 5 % werd vastgelegd? Wat is het tijdsperspectief? In welke modaliteiten wordt voorzien? Welke mijlpalen moeten worden behaald? Welk standpunt hebt u in naam van de regering verdedigd?

Theo Francken:

Vooreerst, de uitspraak op X was redelijk pijnlijk.

Mijnheer de voorzitter, geachte collega’s, de eerste minister heeft gisteren op de NAVO-top duidelijke taal gesproken. Als founding father van de NAVO zal België zich solidair tonen met onze bondgenoten. Dat doen we niet voor de mooie ogen van mister Trump, noch uit angst voor zijn grillen. We doen het om een heldere reden, namelijk om als Europese democratieën zelf te kunnen instaan voor onze eigen veiligheid.

In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, klopt het niet dat de lat voor defensie-uitgaven wordt opgetrokken naar 5 % van het bbp. Het gaat om 3,5 %, de resterende anderhalve procent betreffen uitgaven in onder meer infrastructuur en brede veiligheid, die vandaag al grotendeels worden gedaan, onder andere ook door de regio’s.

De nieuwe norm komt niet uit de lucht gevallen. Veel bondgenoten behalen die nu al, van de Verenigde Staten over Polen tot Scandinavische en Baltische staten. Dat ook wij die norm nu onderschrijven, is een kwestie van solidariteit en verantwoordelijkheid.

Mesdames et messieurs, la nouvelle norme ne signifie pas que nous devrons atteindre cet objectif demain. Il y a des objections budgétaires à cela, mais aussi des objections pratiques. Si tous les États membres de l'Union européenne dépensaient soudainement 3,5 % de leur PIB pour la défense, il serait impossible pour l'industrie de suivre le rythme des commandes. Le résultat en serait des délais de livraison d'armes et de munitions de 10 ans ou plus, et des prix inacceptables.

Nous avons soulevé tous ces points lors de la concertation diplomatique qui a précédé le sommet de l'OTAN, avec succès. Les États membres disposeront d'un délai de 10 ans (non pas 7 ans) pour atteindre la nouvelle norme, sans augmentation annuelle obligatoire de 0,2 %. L'objectif sera également réévalué en 2029.

Ik beklemtoon dat dat niet de verdienste van Spanje was, maar wel van onze diplomatie. Dat land koos voor de fanfare, wij kozen voor discretie. Hulde aan onze NAVO-ambassadrice, mevrouw Petridis, en haar hele team.

Dames en heren, als politici hebben wij de verantwoordelijkheid om op een serene manier aan de burger uit te leggen waarom de versterking van onze krijgsmacht noodzakelijk is. Sommigen onder ons doen uitschijnen dat er helemaal geen dreiging bestaat. Dat gebeurt dan met lacherige clichés als: er zullen toch nooit Russische tanks door Brussel denderen. Dat is onverantwoord, want daarover gaat het uiteraard totaal niet.

Waarover gaat het dan wel? Ons land komt automatisch in een staat van oorlog met Rusland, als Poetin ook maar één vierkante kilometer van een andere NAVO-lidstaat zou bezetten. Dat vloeit voort uit onze verplichtingen onder het NAVO- en EU-Verdrag. Dat scenario is helaas niet ondenkbaar. Het Poetinregime maakt geen geheim van zijn langetermijnambitie om de Baltische staten, waar omvangrijke Russische minderheden wonen, opnieuw in zijn machtssfeer op te nemen. Onze Baltische provincies, zo noemt Dmitry Medvedev, de voorzitter van de Russische Veiligheidsraad, die EU-lidstaten steevast.

Degenen die volhouden dat Rusland die ambitie niet koestert, beweerden drie jaar geleden ook dat Rusland Oekraïne nooit binnen zou vallen. Bovendien negeren zij volledig dat Rusland vandaag al volop een hybride oorlog tegen Europa voert, ook tegen ons land, dagelijks. Hoe kan men dan nog volharden in de stelling dat er van Rusland geen bedreiging uitgaat?

Tegelijkertijd moeten we nu al rekening houden met de heroriëntering van de Amerikaanse aanwezigheid in Europa naar de Stille Oceaan en Oost-Azië. Meer dan ooit moet Europa klaarstaan om het stuur van de veiligheidsarchitectuur van ons continent zelf in handen te nemen.

Dames en heren, alleen krachtige Europese legers kunnen de veiligheid en onafhankelijkheid van Europa verzekeren. Die hebben we vandaag niet, na decennia van bezuinigingen en afbouw. We moeten ze heropbouwen. Dat is onze verantwoordelijkheid en daar zijn we volop mee bezig.

De nieuwe strategische visie voorziet in een investering van 34 miljard euro, waarvan 27 miljard euro in nieuwe militaire capaciteiten in de komende tien jaar. Ook in het personeel zullen we fors investeren, want zij zijn het kloppende hart van elke defensie, van elke krijgsmacht. Er komt 50 miljard euro op tafel over die tien jaar.

Die inspanningen leveren we niet om oorlog te voeren, maar precies om oorlog te vermijden, want de vrede bewaren zal ons niet lukken door zwakheid te tonen. Daarin zullen we alleen slagen als we samen kracht uitstralen.

Ten slotte, het klopt dat er nog geen officiële beslissing in de Ministerraad is, maar ik heb afgesproken met voorzitter Buysrogge om (…)

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, vandaag is opnieuw het verschil duidelijk geworden tussen de communisten van de PVDA en Vooruit. De communisten van de PVDA zijn niet bezig met de veiligheid van de mensen. Wij willen wel investeren in de veiligheid van onze mensen en ook in de veiligheid van mensen die hun eigen veiligheid niet kunnen kopen, zoals de superrijken dat wel kunnen.

Als de wereld in brand staat, dan mag men niet aan de kant blijven staan, dan moet men blussen en zijn verantwoordelijkheid nemen. Dat is wat Vooruit doet. De PVDA wil aan de kant blijven staan. De PVDA wil Poetin bestrijden met een boeket bloemen. De PVDA wil uit de NAVO stappen. Beste vrienden, dat is niet alleen naïef, dat is ook gevaarlijk. Vooruit zal wel investeren in onze veiligheid.

Jean-Marie Dedecker:

Collega’s, ik ben het een beetje beu om de les gespeld te worden door links en door de communisten. Ik lik de schoenen van Trump niet, dat is een maffioso, hij likt die van Poetin.

Wij hebben ons vergist. Laten wij het even hebben over de ideologie van uw regime, namelijk het communistische regime. Honderd miljoen doden in de wereld. Nu is er het regime van de heer Poetin, het neocommunisme. Dat gevaar staat terug voor de deur. In 1989 hebben wij ons vergist. We dachten dat de vrede gekomen was, maar neen. Extreemrechts kwam op, dat roept om een grote leider, net als u.

Wat moeten wij nu doen? Opnieuw betalen voor onze veiligheid. Omdat psychopaat Poetin nu voor de deur staat, moeten wij nu opnieuw inleveren op onze welvaart. Denk daar eens over na, mijnheer Hedebouw. Het is de schuld van uw regimes dat we ons vandaag opnieuw moeten bewapenen.

Mathieu Michel:

Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Quoi qu'en pensent certains, nous ne sommes plus dans une ère d'insouciance. Nous sommes entrés dans un temps de bascule où la sécurité n'est plus une donnée implicite de nos sociétés et est redevenue un combat. Cette sécurité a toujours été la première des libertés. C'est elle qui conditionne tout le reste: la démocratie, l'économie, la solidarité, l'éducation, la culture. Sans sécurité, rien ne tient et nous le découvrons avec brutalité une fois encore, après des années où nous avons cru que notre mode de vie était définitivement protégé, presque éternel même. Certains aujourd'hui affichent de façon lancinante cette naïveté coupable.

Ce que nous sommes en train de défendre aujourd'hui, c'est notre façon de vivre, notre humanité, nos libertés et ce fragile équilibre que des générations ont bâti avant nous. Alors oui, c'est un moment historique et nous avons le devoir, au-delà des discours politiques, d'être au rendez-vous.

Philippe Courard:

Monsieur le ministre, je ne suis pas rassuré par vos réponses. Pourquoi céder à l'instable M. Trump? Où est le projet européen dans ce que vous proposez? Et l'armée européenne intégrée? On n'en parle pas du tout.

Quid du retour pour nos entreprises? C'est aussi un sujet que nous n'avons pas traité et qui est important. On ne va pas reproduire les erreurs du passé – je l'espère en tous cas. Comment allez-vous financer cela? Pas de réponse, sinon qu'on va le faire sur dix ans et que la charge sera donc reportée sur les générations futures. C'est exactement la technique que vous avez critiquée ces dernières années. Il reste donc beaucoup de questions, à moins peut-être que la fusion avec les Pays-Bas proposée par M. De Wever soit une réponse.

Concernant la taxe proposée par M. Prévot, pas de réponse non plus. Où allez-vous chercher l'argent? Nous sommes terriblement inquiets. Votre gouvernement d'ingénieurs nous fait très peur, monsieur le ministre.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, ik had maar één vraag gesteld, namelijk wie dat zal betalen, maar u hebt er weer niet op geantwoord, net als in de commissie. Ik had mijn vraag gericht aan de premier, in de hoop nu wel een antwoord te krijgen op de vraag wie die rekening zal betalen. Ik weet immers dat u dat niet interesseert. U wilt gewoon zoveel mogelijk geld kunnen uitgeven aan wapens en u ligt niet echt wakker van wie dat zal betalen.

U zegt dat die 5 % of 3,5 %, welk percentage u ook neemt, niet zomaar uit de lucht komt vallen. Ik wil toch even de geschiedenis schetsen. Het is ondertussen drie jaar geleden dat Rusland Oekraïne binnenviel. In december zegt secretaris-generaal Rutte dat 3 % een mooie ambitie zou zijn. In februari zegt deze regering dat 2 % tegen 2029 wel voldoende zou zijn. Trump schudt iets uit zijn mouw en opeens is het 3,5 % of 5 %.

Ik hoor cd&v en Vooruit zich hier opnieuw verzetten, maar die partijen hebben zich niet verzet, België is akkoord gegaan met die 5 % en we hebben het aan ons been.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw toelichting. Over de NAVO-norm blijft het alle kanten opschieten. Ik hoor hier weer verzet tegen die 5 % en hoor dat 2 % het plafond wordt genoemd. Over die NAVO-norm van 5 % is momenteel niets duidelijk. De enige zekerheid is dat de rekening betaald zal worden door de volgende regeringen en de volgende generaties.

Ook over de Europese defensie heb ik heel weinig gehoord, behalve dat we het stuur moeten vastnemen, maar als men het stuur vastneemt, moet men wel weten welke richting het met die Europese defensie uit moet. In Europa worden vandaag 19 soorten tanks, 27 soorten fregatten en torpedojagers en 20 soorten gevechtsvliegtuigen geproduceerd. Een kat vindt er haar jongen niet in terug. Maak werk van een Europese strategie en zorg ervoor dat die markten op elkaar zijn afgestemd, zodat we een Europees blok kunnen vormen en strategisch en onafhankelijk kunnen handelen.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, de 2 % voor deze legislatuur is enkel begroot voor dit jaar. Wat met de structurele financiering voor de komende jaren? Geen antwoord. Defensietaks? Geen antwoord. Er zijn wel historische plannen om geld uit te geven, maar vooralsnog geen idee waar dat geld vandaan moet komen.

Toch hebt u in Den Haag 5 % beloofd tegen 2035. Operatie schone schijn, zo noem ik die NAVO-top, want zelfs met uw maximale flexibiliteit dreigt u ons verder in de schulden te steken en die schulden zullen natuurlijk vooral door de Vlaming worden betaald.

Haal dus het geld voor die 2 % waar u het moet halen. Bespaar op ontwikkelingshulp, op de asielfactuur, op het politieke systeem en op onze bijdrage aan de EU. Ik dank u.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Laat ons duidelijk zijn, de dreiging is er. Niets doen is absoluut geen optie, maar het is ook belangrijk dat we het draagvlak bij onze mensen behouden, vandaar ons pleidooi sinds weken voor een realistisch en flexibel tijdspad. Dat is er nu, waarvoor dank aan de regering en aan onze diplomatie.

Op die manier kunnen we ook de lagere schoolmaniertjes van mensen als collega Hedebouw gemakkelijker weerleggen. Sketches geven om dat draagvlak te ondermijnen, wij doen daar niet aan mee. Stop alstublieft met die vijfdecolonnemanieren.

Nu is het echter ook absoluut nodig om verder te gaan. Naast het budget moet er ook worden geïnvesteerd in een echte Europese pijler, zodat Europa strategisch kan zijn en op eigen benen kan staan. Ik moedig u aan, samen met de regering, om echt werk te maken van een Europese defensie-unie en van een sterke Europese defensie-industrie.

Raoul Hedebouw:

Chers collègues, on a visiblement fait mal en pointant du doigt la soumission de l'élite européenne à l'impérialisme américain – les Macron, les Bart De Wever, tous ces gouvernements européens qui étaient effectivement à la remorque complète de Trump. C'est bien cela le problème. Votre problème, ce n'est pas le contenu du SMS. C'est qu'il a été révélé au monde. Voilà ce qui pose problème avec ce SMS.

Cette soumission est réelle et ne va pas nous apporter de la sécurité – pour ceux qui se poseraient la question de notre structure de sécurité. L'impérialisme américain est là pour déstabiliser le monde. Qu'est-ce que vous croyez? Que se passe-t-il aujourd'hui avec le génocide du peuple palestinien? On laisse faire. On laisse même transiter les armes. Cela va-t-il nous apporter de la sécurité? Vous êtes contents dans votre coin mais, les bombardements illégaux contre l'Iran, savez-vous ce que cela veut dire? No rules ! La loi du plus fort. C'est l'ouverture vers une troisième guerre mondiale.

Et vous croyez qu'on va y arriver? On entend aujourd'hui que les troupes américaines iront dans le Pacifique. Que va-t-il se passer? Une guerre Chine-Amérique? Allez l'Europe!

Darya Safai:

In de huidige geopolitieke toestand hebben we geen andere keuze dan te investeren in onze veiligheid en defensie. De verhoging van het budget zal gradueel verlopen en over 10 jaar gespreid zijn. We creëren bovendien opportuniteiten voor de Belgische industrie. Als founding father van het sterkste defensiebondgenootschap ooit herstellen wij daarmee ook onze betrouwbaarheid als bondgenoot.

We doen dat niet voor president Trump, collega’s. We doen dat voor de vrede, voor onze veiligheid en die van ons nageslacht. We mogen de veiligheid van Europa niet langer verwaarlozen door gewoon verder te gaan als freeriders. Het zal veel inspanningen vergen, maar we zijn blij dat deze regering er werk van maakt.

Persoonlijk feit

Fait personnel

Voorzitter:

Collega Vandeput liet mij weten gebelgd te zijn, en wel door de uitspraken van de heer Courard, die hem bepaalde zaken voor de voeten heeft geworpen.

Steven Vandeput:

Mijnheer de voorzitter, als 'gebelgd zijn' betekent dat iemand verontwaardigd is, dan moet ik bekennen dat ik dat deels wel ben. Het is immers de zoveelste keer dat de PS uit het rapport van het Rekenhof over de landcapaciteit fout citeert en echte beschuldigingen uit.

Dat doet mij denken aan vroeger. Toen wij met vriendjes speelden en iemand iets kapotgemaakt had, werd gevraagd wie dat had gedaan. De eerste die ontkende, was meestal de dader. Op die manier gaat het ook bij de PS.

Ik heb gezien wat de PS voor defensie kan betekenen. Het kan betekenen dat defensie wagens heeft waar een gewone mens niet in kan. Nog een mogelijkheid is dat aangekochte helikopters ondertussen aan de grond staan, omdat ze gewoon onbetaalbaar zijn. Ook kunnen obussen worden aangekocht die niemand kan gebruiken, zelfs het Belgische leger zelf niet. Dat is de houding van de PS.

Opnieuw kan ik u melden dat het Rekenhof in zijn rapport duidelijk stelt dat de government-to-governmentafspraak die met Frankrijk werd gemaakt, opportuun was. Ter zake was er volledige transparantie over het bedrag van 1,5 miljard euro aan materieelaankopen. Destijds zijn zowel de mensen als de onderhoudskosten opgenomen in de langetermijnbudgetten.

Feit is wel dat na mij opnieuw iemand van PS-signatuur werd aangesteld, die de zaak kennelijk helemaal in het honderd heeft laten lopen. De PS die wij kennen, draagt meestal geen zorgen voor wat zij overgedragen krijgt en al zeker niet voor wat ze moet overdragen. Daarnaast wijst de PS telkens opnieuw naar Vandeput, die nochtans niets anders gedaan heeft dan een government-to-governmentcontract te sluiten. Ik vraag mij daarom af wat de PS in dezen te verbergen heeft.

Voorzitter:

Je voudrais demander à M. Courard de réagir, mais il n'est plus ici.

Er werd ook verwezen naar mevrouw Dedonder. Ik geef haar één minuut om te reageren.

Ludivine Dedonder:

Monsieur le président, je ne comprends pas pourquoi je ne dispose que d'une minute.

Monsieur Vandeput, vous dites que vous n'avez rien fait d'autre. Je dirais plutôt que vous n'avez rien fait du tout! Vous avez laissé les factures au gouvernement précédent. Vous avez acheté les F-35 sans prévoir le personnel nécessaire ni les infrastructures pour les abriter. Vous avez sous-budgété le quartier de l'état-major. Concernant la frégate, rien n’a été prévu: un milliard de déficit.

Vous n'avez rien fait du tout et aujourd’hui vous répétez les mêmes erreurs. Vous allez acheter américain. Vous n'allez absolument pas investir dans le développement économique de notre pays et de l'Europe. Vous n'allez pas soutenir les industries. Vous allez faire travailler le personnel jusqu'à 67 ans. Dans vos 34 milliards, il n'y a même pas un euro pour s'occuper du personnel!

À votre place, je ne donnerais pas de leçons, monsieur "qui n'a même pas atteint 1 % de PIB".

Steven Vandeput:

Dat was mooi ingestudeerd. Ik zal niet reageren op die klinkklare nonsens. Wij erfden Defensie destijds in een staat waarin ze niet capabel was te doen wat moest. We hebben het tij proberen te keren door in mensen en materieel te investeren. Ik vertrouw erop dat deze regering opnieuw zal doen wat nodig is om Defensie slagkrachtig te maken en om de verwachte bijdrage te leveren. Mevrouw Dedonder, u hebt veel gezegd, maar nog altijd niet geantwoord op mijn vraag: wat hebt u te verbergen? Mijnheer de minister, ik wens u heel veel succes met uw strategisch plan.

De NAVO-top
De NAVO-top en de defensie-uitgaven
NAVO-top en defensie-uitgaven

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 19 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Paul Magnette en Nabil Boukili vallen de regering aan over de explosieve stijging van het Belgische tekort (van 23 naar 40 miljard) en 10-20 miljard extra militaire uitgaven voor de NAVO, zonder duidelijkheid wie dat betaalt: *werkers, pensioenen of zorg*? Ze eisen een *nee* zoals Spanje, en beschuldigen De Wever van opzettelijke budgettaire sabotage om Vlaamse onafhankelijkheid te bespoedigen. De Wever ontwijkt concrete antwoorden, wijst op eerdere toelichtingen in commissies en ontkent elke afbouwplannen van België, maar bevestigt *geen alternatief* voor de NAVO-doelen—terwijl Boukili en Magnette sociale ontmanteling aanklagen om oorlogsuitgaven te financieren, met lange termijnschulden voor toekomstige generaties.

Paul Magnette:

Monsieur le premier ministre, on est content de vous voir! Cela fait 24 heures que nous discutons du budget dans cette Assemblée et on ne vous avait pas encore vu. On a l'impression que le pouvoir d'achat, les pensions, la santé ne vous intéressent pas beaucoup.

En même temps, à la lecture des chiffres, on comprend que vous rasiez les murs. Avant que vous arriviez, le déficit de la Belgique était de 23 milliards. Depuis que vous êtes premier ministre, le déficit de la Belgique file vers les 40 milliards. Il a pratiquement doublé en quelques mois. À tout cela, vous voulez ajouter 20 milliards de dépenses militaires supplémentaires! C'est de la pure folie.

De deux choses l'une, monsieur le premier ministre. Ou bien vous dites non au sommet de l'OTAN; non, on ne suivra pas les plans de l'OTAN. Faites comme le premier ministre espagnol, socialiste, Pedro Sánchez, qui dit non! Ou bien vous avez l'honnêteté de dire aux Belges qui va payer.

C'est la question que nous nous posons ici depuis 24 heures et à laquelle nous n'avons jamais eu de réponse. Qui va payer? Seront-ce encore les travailleurs, les pensionnés, les malades déjà saignés à blanc? Ferez-vous contribuer les secteurs de la justice, de la police, des soignants qui sont tous à bout de souffle? Répondez- à cette question! C'est la question que tous les Belges se posent et à laquelle ils ont le droit de recevoir une réponse. Qui va payer? Wie zal betalen ?

Nabil Boukili:

Monsieur le premier ministre, au sommet de l'OTAN, vous allez décider si les travailleurs vont garder leur droit à une pension décente ou si vous allez sacrifier nos acquis sociaux à une économie de guerre. Le président des États-Unis, Donald Trump, veut imposer à l'Europe 5 % du PIB pour l'armement et les dépenses militaires. Il veut que 5 % des richesses produites par les travailleurs soient dépensés dans la course à l'armement.

Des mots forts ont été prononcés par l'ensemble des partis politiques de l'Arizona pour réagir à cette norme que Trump veut imposer. On a entendu "une hystérie collective" dans le chef du MR. Vous-même, monsieur De Wever, avez dit que c'était de la folie. Pour Vooruit et le cd&v, c'était ridicule, impossible. Pourtant, ces mêmes partis, loin des caméras, en réunion du Conseil des ministres, ont tous donné leur accord pour augmenter les dépenses militaires.

Pour les pensions, il n'y a pas d'argent. Pour les soins de santé, il n'y a pas d'argent. Pour l'enseignement, il n'y a pas d'argent. Mais, pour dépenser 10 milliards d'euros en plus pour la guerre et les armes, il n'y a pas de problème! Monsieur le premier ministre, comment allez-vous financer ces 10 milliards, alors que vous avez déjà du mal aujourd'hui à financer les 4 milliards supplémentaires?

Surtout, vous dites qu'il n'y a pas d'alternative. Pourtant, c'est faux: les États membres restent souverains dans leur politique de défense. Et l'Espagne nous donne l'exemple. Elle menace de déposer un veto contre cette norme de 5 %. Si elle le fait, cette norme n'existera pas.

Monsieur le premier ministre, quelle est votre position? Allez-vous soutenir cette norme de 5 % ou allez-vous, comme l'Espagne, résister et avoir le courage de dire non à ces 5 % pour l'armement?

Bart De Wever:

Monsieur Magnette, vous ne devez pas crier tout le temps. Les micros fonctionnent et je ne suis pas sourd. J'étais présent au début du débat. Nous avions prévu la présence d'un vice-premier au nom du gouvernement. On peut me reprocher de n'être pas présent tout le temps pendant les débats, mais vous m'interrogez sur une question qui me préoccupe et qui demande beaucoup de travail, ce que je ne peux pas faire en passant la journée avec vous. Je m'en excuse. Les débats sont très intéressants, je le sais et je m'excuse.

Concernant votre question, je serai bref. Mardi matin, une commission conjointe s'est tenue, au cours de laquelle j'ai expliqué en détails la position du gouvernement au sujet du sommet de l'OTAN et la vision stratégique, en présence du ministre des Affaires étrangères et du ministre de la Défense. Cette commission a duré trois heures, soit une heure de plus que prévu, parce que nous avons répondu à toutes les questions qui nous ont été posées par les députés présents. Monsieur Magnette, votre groupe était également présent et j'ai pu constater que vos députés ont participé très activement à cette séance.

Comme on l'a expliqué, le gouvernement s'est réuni vendredi passé en Conseil des ministres pour s'accorder sur la position à défendre lors du sommet. Ceci a été expliqué en long et en large lors de la commission qui a eu lieu il y a à peine plus de 48 heures. Depuis lors, le gouvernement ne s'est plus réuni et sa position n'a donc pas évolué. Il n'y a aucun nouvel élément à signaler au nom du gouvernement.

Monsieur Magnette, vous avez motivé votre question avec l'élément d'actualité selon lequel le premier ministre slovaque a récemment suggéré que la Slovaquie pourrait sortir de l'OTAN. M. Boukili a invoqué la position de l'Espagne. Laissez-moi vous rassurer: le gouvernement Arizona n'a aucun projet de chasser les quartiers généraux de l'OTAN de Belgique en quittant l'Alliance. J'espère que vous êtes d'accord à ce sujet. Nous connaissons les amis de M. Boukili, Poutine et Pékin. Monsieur Magnette, vous pourriez peut-être clarifier cela dans votre réplique. Je vous remercie.

Paul Magnette:

Monsieur le premier ministre, vous n'êtes certainement pas sourd, mais vous n'entendez que ce que vous voulez bien entendre. Et, en politique, rien n'arrive par hasard. Et, vous, on le sait, vous êtes nationaliste et vous voulez la fin de la Belgique. Vous ne vous en êtes jamais caché. On peut le reconnaître.

Et, finalement, tout cela vous arrange. Cette semaine, votre gouvernement flamand a acheté un morceau de l'aéroport national de Zaventem. Et, déjà, votre ministre-président nous dit "C'est notre aéroport flamand." Vous êtes en train de chercher les manières de racheter la Belgique par petits bouts.

Et, dans le fond, cette catastrophe budgétaire vous arrange. Vous prenez le prétexte de ces dépenses militaires; 60 milliards d'euros de déficit pour la Belgique. C'est la ruine de la Belgique et vous n'aurez plus qu'à vous pencher pour ramasser les morceaux et atteindre enfin votre Flandre indépendante! Eh bien, nous ne sommes pas dupes et nous ne vous laisserons pas faire!

Nabil Boukili:

Monsieur le premier ministre, je m'attendais à une réponse un peu plus élaborée. Vous vous êtes préoccupé de mes amis, soi-disant. Franchement, vous êtes très mal placé pour dire cela. Si j'avais des amis comme Netanyahu, je me ferais tout petit. Par ailleurs, monsieur le premier ministre, ce sont des milliards d'euros que vous allez prendre à la classe travailleuse, que vous faites travailler plus longtemps et plus dur. Vous supprimez les heures supplémentaires et les primes de nuit pour financer votre politique de guerre, pour financer ces quatre milliards que vous n'arrivez pas à financer. En plus, vous allez défendre 10 milliards supplémentaires que vous ferez payer par les générations futures. Cette société que vous nous construisez, monsieur De Wever, ce n'est pas une société d'avenir. C'est une société qui nous mène tout droit vers la guerre. Cette politique-là, nous allons la combattre avec la société civile pour empêcher cette course à l'armement.

De aankoop van nieuwe F-35's

Gesteld door

DéFI François De Smet

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 19 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

François De Smet kritiseert het plan om 21 extra F-35’s (€5 mjd) aan te schaffen, wijzend op hoge kosten, Amerikaanse afhankelijkheid voor onderhoud en het alternatief van een hybride vloot (bv. F-35 + Rafale), terwijl hij pleit voor investeringen in moderne hybride oorlogsvoering (drones, cyber) in plaats van dure "20ste-eeuwse" jagers. Minister Francken ontwijkt concrete antwoorden, verwijzend naar een aankomend kernoverleg (17u) en latere toelichting, maar bevestigt geen akkoord in de meerderheid. De Smet hamert op gebrek aan strategische visie en waarschuwt dat coalitiepartners (Vooruit, CD&V, MR, Les Engagés) het plan kunnen blokkeren. Kernpunt: spanning tussen traditionele afschrikking (F-35) en toekomstgerichte defensie.

François De Smet:

Monsieur le ministre, vous étiez cette semaine au salon d'armement du Bourget, en France, pour y faire quelques courses. Vous avez sans doute fait du repérage pour une troisième frégate ou pour un dispositif anti-aérien. Mais vous avez aussi eu l'occasion d'y confirmer votre souhait d'acheter pour la Belgique 21 nouveaux avions F-35. On le sait, ce soir, vous défendrez en kern votre vision stratégique. Il me paraissait intéressant de vous attraper entre le Bourget et le kern pour faire le point sur ces avions. Ce chiffre de 21 circule depuis seulement quinze jours. J'étais resté, comme certains collègues, sur les 11 avions supplémentaires qui se trouvaient dans l'accord de gouvernement.

Pour être clair, je fais partie de ceux qui pensent qu'il fallait faire les 2 % d'investissements en défense en 2025. Je pense même qu'il faut avoir le débat sur les 3,5 %. Ce n'est pas le débat que je mène aujourd'hui. On peut vouloir ces 2 % d'investissements et même plus et pourtant penser qu'il ne faut pas dépenser ou dilapider cet argent dans ces avions-là, pour au moins trois raisons.

La première est leur coût. Rappelons que l'achat de 2018 s'est déjà soldé par une facture de 3,8 milliards. On parle aujourd'hui d'une facture de 5 milliards pour l'achat de ces nouveaux avions.

La deuxième est leur fiabilité technologique. On ne va pas refaire le débat sur le kill switch qui n'existe pas, certes. Par contre, la maintenance technologique de ces avions est entièrement aux mains des États-Unis. Le précédent que nous connaissons avec les F-16, et les difficultés que nous avons, à devoir courir après des pièces détachées pour pouvoir ensuite donner ces F-16 aux Ukrainiens, nous le montrent.

La troisième est qu'il existe des exemples de flottes hybrides. Les Grecs par exemple ont à la fois des F-35 et des Rafale. L'argument qui est le vôtre, et aussi celui du premier ministre, qui revient à dire qu'il faut acheter des F-35 parce que on a déjà acheté des F-35, ne suffit pas. On pourrait avoir une stratégie autre et peut-être plus intelligente en ayant différents œufs dans le même panier.

Ma question est toute simple, monsieur le ministre, y a-t-il aujourd'hui un accord de majorité pour acheter ces nouveaux avions? Si oui, combien, et à quel prix? Je vous remercie.

Theo Francken:

Monsieur De Smet, merci pour votre question. Nous avons déjà eu ce débat à plusieurs reprises. Les positions sont connues. Le gouvernement décidera de la vision stratégique dans les prochains jours. Il y a un kern sur cette question à 17 heures.

Dès qu'une décision sera prise sur la vision stratégique, je la présenterai, comme prévu, à la commission de la Défense de la Chambre. Je me réjouis de nos futurs échanges.

François De Smet:

Merci pour votre réponse, monsieur le ministre, mais vous devriez un peu mieux jouer le jeu parlementaire ici. Vous n'êtes pas juste venu dire "merci, on voit ça à 17 heures et puis je vous reviens". Non, vous avez des arguments pour les F-35. Je ne les partage pas, mais…

Theo Francken:

Je viens lundi.

François De Smet:

Vous venez lundi, très bien. Excusez-moi d'avoir raison trop tôt et d'essayer de vous tirer les vers du nez avant. Une réflexion quand même. Je sais – je crois que vous l'avez évoqué – que des faits internationaux nous montrent que le F-35 arrive à certaines prouesses. D'un autre côté, les Ukrainiens nous montrent qu'il est possible de détruire toute une partie de l'aviation russe avec de simples drones. Un dernier argument, notamment pour vos partenaires de majorité qui ne sont pas encore tout à fait convaincus, je le sens bien. N'y a-t-il pas un côté XX ème siècle, old fashioned , dans l'idée de vouloir tout construire sur des avions de chasse? Les 2 %, d’accord, mais investissez surtout dans la guerre hybride, et non pas simplement sur un effet de dissuasion, qui me paraît coûter très, très cher. C'est surtout un message pour Vooruit, le cd&v, le MR, les Engagés, qui peut-être vous empêcheront d'aller au bout. Merci.

Het gebrek aan Belgische steun voor het gemeenschappelijke donorstatement over de hulp voor Gaza
De financiële steun aan UNRWA
De humanitaire hulp in Gaza
Palestina
De erkenning van de genocide in Gaza
Het gelekte EU-rapport over de door Israël gepleegde oorlogsmisdaden
Het schip Madleen van de Freedom Flotilla
De steun van Benjamin Netanyahu aan milities in Gaza
De situatie in Gaza
De deelname van de Israëlische regering aan de EU-Middelandse Zee-top in Brussel
De Gaza Humanitarian Foundation
De Freedom Flotilla Coalition en de arrestatie van de opvarenden door het Israëlische leger
De oorlogsmisdaden in Palestina
De oorlog in Gaza
Humanitaire crisis, oorlogsmisdaden en internationale reacties op Gaza en Palestina

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Tijdens een parlementsdebat over de genocide in Gaza en België’s rol daarin, drongen oppositiepartijen aan op onmiddellijke sancties tegen Israël, een militair embargo, en de opschorting van het EU-Israël Associatieverdrag, gesteund door massale protesten (100.000 betogers in Brussel) en een intern EU-rapport dat Israël beschuldigt van oorlogsmisdaden zoals uithongering en bombardementen op burgers. Minister Prévot (Buitenlandse Zaken) erkende de misdaden en pleitte voor Europese actie (o.a. sancties tegen extremistische ministers), maar benadrukte dat België’s invloed beperkt is zonder EU-steun en dat interne regeringsverschillen (met name N-VA/MR) verdere stappen blokkeren, terwijl hij humanitaire hulp (luchtbruggen, medische evacuaties) en juridische druk (ICJ, VN-resoluties) blijft afdwingen. Kritiek bleef dat België te afwachtend is en UNRWA-steun handhaaft ondanks Hamas-verbanden, terwijl de oproep tot een tweestatenoplossing en staakt-het-vuren centraal stond.

Voorzitter:

Chers collègues, nous allons commencer cette longue séance de questions au ministre Maxime Prévot par un débat d'actualité sur Gaza. Il y a 14 questions. Je vous suggère un temps de parole de deux minutes par question et de quatre minutes pour ceux et celles qui auraient déposé deux ou trois questions comme c'est parfois le cas.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, afgelopen zondag kwamen er 100.000 mensen op straat in Brussel. De straten kleurden rood. Ik was zelf ook aanwezig, samen met een grote delegatie van onze Groen-Ecolofractie. Al die mensen kwamen in het rood op straat om een rode lijn te trekken en de regering te vragen dat ook te doen – een rode lijn tegen de genocide in Gaza.

Niet iedereen is in Brussel geraakt, maar er waren ook lokaal veel spontane initiatieven. Het was hartverwarmend om te zien dat zoveel mensen zich willen uitspreken tegen die genocide en u en de federale regering oproepen om meer te doen. Dat is logisch want die genocide wordt zowat gelivestreamd in de nieuwsuitzendingen en op de nieuwssites. Het nieuws van vandaag is dat er 45 Palestijnen zijn gedood in de buurt van een voedselbedeling. Gisteren vielen 34 doden.

Mijnheer de minister, uw reactie was pijnlijk, want u verwijst naar wat de regering al onderneemt en vindt eigenlijk dat u goed bezig bent, hoewel 100.000 mensen in Brussel op straat komen en er lokaal nog zovelen de rode lijn willen trekken en u vragen om dat ook te doen tegen de genocide.

U spreekt over 'het kleine België', maar u bent naar ons gevoel niet sterk op de Europese tafel aan het kloppen om meer te ondernemen. Waar is het voluntarisme van uw beleidsverklaring? Daarin verklaart u dat België zich moet profileren als de verdediger van het internationaal recht en dat u met meer ambitie samen met de partners gemeenschappelijke uitdagingen zult aanpakken en onze waarden en belangen verdedigen. Ik mis die ambitie. Ik stel vooral vast dat u zich probeert te verstoppen achter het Europese compromis. Als u echt ambitie wilt tonen, dan moet u verder gaan en dat is ook wat zoveel Belgen vragen.

U kunt een voorbeeld nemen aan Ierland, dat toch ook geen groot Europees land is. De Ierse regering is de eerste die zegt waar het echt op staat, namelijk dat Israël momenteel een genocide pleegt in Gaza. Wanneer zal de Belgische regering zich daarover ook op die manier uitspreken? Een jaar geleden al erkende Ierland de Palestijnse Staat, wat België ook kan doen, maar u hebt beslist om te wachten tot alle Europese landen ermee akkoord gaan.

De Ierse regering voert al een wettelijk verbod in op de handel in producten uit de illegale Israëlische nederzettingen. In ons land is er geen sprake van een dergelijk initiatief. Ierland brengt ook in kaart welke Ierse bedrijven linken hebben met Israël. De Belgische regering doet echter het tegenovergestelde. Minister Francken noemt in dit Parlement de Israëlische defensie een voorkeurspartner van het Belgische leger. Hij doet dat op dit moment nog altijd. Er klinkt daarover geen protest bij de andere meerderheidspartijen. Dat is blijkbaar normaal.

De NMBS maakt aanstalten om een megaopdracht toe te wijzen aan een bedrijf dat treinverbindingen aanlegt van Jeruzalem naar de illegale Israëlische nederzettingen. België vervult dus totaal geen voortrekkersrol.

Ik verwijs naar mijn schriftelijke vragen, maar mijn vragen in deze vergadering zijn de volgende. Zal de Belgische regering luisteren naar het massale signaal van afgelopen zondag? Is de urgentie aangetoond en zal er meer gebeuren dan er tot nog toe is afgesproken? Er bestaat duidelijk een groot draagvlak daarvoor.

Dan heb ik nog enkele andere vragen over de voorbije week en de komende weken. Er is een belangrijk rapport geschreven door de speciale EU-vertegenwoordiger, waarin al werd vastgesteld dat er ernstige problemen zijn en waarin zelfs sprake is van een genocide. Waarom werd dat rapport niet aangewend om het Associatieakkoord stop te zetten? Waarom moet er nog een nieuw initiatief komen?

Er is de komende weken ook een top gepland tussen de EU-lidstaten en hun buurlanden rond de Middellandse Zee. De Israëlische regering zal daarbij aanwezig zijn, maar een Europese functionaris heeft al verklaard dat dit geen forum zal zijn om de aanhoudende oorlog in Gaza te bespreken. Wel zal men spreken over meer samenwerking op verschillende domeinen. Ik hoop dat we daaraan niet zullen meewerken.

Zult u op die top aanwezig zijn? Zult u ervoor zorgen dat de oorlog in Gaza wel besproken wordt? Zult u zich verzetten tegen een verdere versterking van de samenwerking met Israël? Ik denk dat het daar meer dan tijd voor is.

Sam Van Rooy:

Dit weekend kwamen tienduizenden mensen, onder wie heel wat politici, journalisten en bekende Vlamingen op straat om zogenaamd een rode lijn voor Gaza te trekken.

Dat is veelzeggend, want diezelfde mensen vonden het niet nodig om een rode lijn te trekken na 7 oktober 2023, toen de grootste slachting op Joden sinds de Holocaust plaatsvond. Ook trokken zij geen rode lijn toen in dit land de zoveelste jihadistische aanslag werd gepleegd, toen Islamitische Staat massaal Jezidi’s aan het verkrachten en afslachten was, of toen Iran, een andere islamitische staat, weer maar eens vrouwen, dissidenten en homoseksuelen martelde en vermoordde.

We zien hen ook nooit een rode lijn trekken wanneer weer maar eens christenen door moslimterroristen worden vermoord, laat staan dat ze een rode lijn trekken wanneer het gaat om de systematische onderdrukking van christenen en andere niet-moslims in de islamitische wereld. Zelfs de honderdduizenden doden in Jemen en Soedan waren voor de vele Al Jazeera- en Hamasmarionetten in dit land geen reden om een rode lijn te trekken, want no Jews, no news , nietwaar?

Dit gezegd zijnde, op het moment dat Israël ons eindelijk tracht te verlossen van de terroristen en jihadisten van Iran, heeft het land een nieuwe, gedetailleerde lijst vrijgegeven van jihadistische terroristen en leden van terreurorganisaties zoals Hamas, die ook medewerker bij UNRWA zijn. Het gaat in totaal om maar liefst 1.400 moslimterroristen die ook UNRWA-personeelsleden zijn

Mijnheer de minister, ik heb u deze informatie bezorgd. Wat is uw reactie hierop? Pleegt u hierover overleg met Israël? Last but not least, zal België ook na deze onthulling UNRWA, en dus dodelijke jihadterreur, met belastinggeld blijven sponsoren?

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, j'aimerais revenir avec vous sur ce sujet brûlant d'actualité et notamment vous interroger sur la coopération au développement et l'aide humanitaire à Gaza. Vous aviez dit que c'était l'une de vos priorités avec le cessez-le-feu, or force est de constater que rien n'avance à ce sujet alors que sous le précédent gouvernement, la Belgique avait assumé son rôle via des largages aériens à Gaza grâce aux A400M de la Défense. Bien sûr, cela avait été coordonné par les Affaires étrangères dans le cadre d'une coalition internationale et en accord avec la Jordanie. Cependant, il n'en reste pas moins vrai que dans votre gouvernement, il y a de nombreuses résistances et je n'ai vu aucun volontarisme de la part de votre collègue en charge de la Défense pour mettre à disposition sa flotte pour venir en aide à la population affamée de Gaza.

Donc concrètement, quelle initiative allez-vous prendre et suivant quel calendrier? Avez-vous déjà eu des contacts avec votre collègue de la Défense à ce sujet et comptez-vous prendre l'initiative d'une coalition internationale pour débloquer la situation? Plus surprenant encore, les Américains et les Israéliens ont mis en place l'intervention de la Fondation humanitaire pour Gaza qui est censée y apporter de l'aide humanitaire, mais on voit qu'en fait il y a un gros problème avec cette fondation privée qui est instrumentalisée à des fins essentiellement israéliennes et surtout qui se comporte de telle manière qu'aujourd'hui, les Palestiniens qui se rendent dans les points de rassemblement sont menacés, et même pire car ils perdent la vie. En effet, ils perdent la vie pour avoir de l'eau, ils perdent la vie pour avoir de quoi se nourrir, ils perdent la vie pour nourrir leurs enfants et leurs tout-petits puisqu'il ressort des auditions de l'UNICEF que nous avons eues il y a 15 jours qu'il y avait plus de 15 000 enfants qui ont été tués jusqu'à présent, dont une grande partie de ceux-ci sont des enfants de zéro à un an.

Par conséquent, par rapport à cette Fondation humanitaire pour Gaza, je voudrais savoir quelle est votre position et la position officielle du gouvernement fédéral face à ce contournement par Israël du droit international humanitaire qui compromet la survie de plus de deux millions de Palestiniens car, effectivement, un blocus pour toute aide humanitaire est interdit par le droit international humanitaire. Que prenez-vous donc comme décision? Le gouvernement fédéral a-t-il pris des dispositions pour fournir une aide humanitaire belge aux Palestiniens de Gaza?

J'ai également des questions à vous poser en ce qui concerne la Freedom Flotilla Coalition. La manière dont Israël est intervenu et a arrêté une série de personnes se trouvant sur ce bateau est contraire, une fois de plus, au droit international. Comment avez-vous réagi à ces arrestations illégales et comment comptez-vous apporter votre soutien aux citoyens européens membres de la flottille et qui seraient encore détenus par Israël ou qui subissent aujourd'hui des représailles lourdes de cet État?

Enfin, j'ai des questions relatives à l'évacuation des Belges et ayants-droits de Gaza, mais aussi à leur évacuation du territoire israélien, puisque le conflit s'est transporté en Iran et que nous avons des ressortissants et ayants-droits qui sont en difficulté. J'aimerais connaître la liste des bénéficiaires. Combien de personnes étaient concernées à chaque fois? Peut-il être fait une distinction en fonction de la nationalité? S'agit-il aussi de bénéficiaires nouvellement identifiés? Y a-t-il des changements de politique ou des changements sur le terrain en ce qui concerne l'évacuation elle-même? Quand des évacuations effectives vers la Belgique ont-elles eu lieu cette année, pour combien de personnes et par quels postes-frontières et pays? Je vous remercie.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, sinds de indiening van mijn vraag is er al heel wat gebeurd op het terrein. De humanitaire situatie blijft ons verontrusten: kinderen sterven en mensen sterven wanneer ze eten gaan halen. Die zaken moeten we absoluut met de grootste zorg behandelen. Vandaar ook dat we in het Parlement een resolutie hebben goedgekeurd waardoor u een mandaat hebt gekregen, ook via de kern in de regering, om deel te nemen aan die voorziene VN-top, georganiseerd door Frankrijk en Saoedi-Arabië. We hebben nota genomen van het feit dat die VN-top uitgesteld is, wat uiteraard ook te maken heeft met de escalatie in Iran, maar daar komen we straks op terug.

Ik verneem graag welke signalen u momenteel ontvangt rond de organisatie van de VN-top die op zoek moet gaan naar vrede en naar een duurzame oplossing, naar een tweestatenoplossing in het Midden-Oosten.

De collega verwees er zonet ook naar dat u volgende week maandag samenkomt met de Europese ministers van Buitenlandse Zaken. Welke visie zult u op tafel leggen? In hoeverre verwacht u maatregelen die de humanitaire situatie kunnen aanpakken? In hoeverre zult u pleiten voor snelle sancties, maar ook voor gesprekken voor vrede op langere termijn? Voorziet u initiatieven om zo snel mogelijk tot een staakt-het-vuren te komen?

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, j'avais déposé plusieurs questions et je vais essayer d'en faire une intervention cohérente, même si, en termes de cohérence, cela devient de plus en plus compliqué. Depuis des mois, vous le savez, Gaza est plongée dans une horreur sans nom: des familles entières sont rayées de la carte, des enfants sont amputés, des camps sont bombardés, des gens boivent de l'eau insalubre faute d'autre chose. On parle d'une population qui est menacée par la famine et qui subit un génocide. Pendant ce temps, les bombes continuent de tomber. C'est une longue litanie que l'on répète depuis des mois.

Récemment, nous avons un peu moins de nouvelles encore, parce qu'Israël, après avoir coupé l'eau et l'électricité, après avoir empêché l'aide humanitaire d'entrer, a coupé toutes les communications, tous les canaux, et cette violence continue dans le noir. Il n'y a plus journalistes, quand ils ne sont pas tués. Il n'y a plus de témoignages, plus d'images, même si les civils continuent à documenter leur propre disparation et leur propre mort en direct. Ce n'est pas tout. Une enquête internationale a été relayée par The Guardian et RTL. Elle révèle qu'Israël finance des milices criminelles pour semer la terreur dans Gaza. Israël finance des groupes armés, payés pour briser les populations civiles, pour terroriser les survivants. C'est une stratégie militaire par milices interposées, délibérée. C'est une nouvelle violation du droit international.

Encore une autre aberration et une autre violation du droit international: la flottille du Madleen, un bateau humanitaire qui avait à son bord des civils et une eurodéputée, a été interceptée en pleine mer, dans des eaux internationales. Nous sommes en présence d'encore une autre violation du droit international, car les passagers ont été emprisonnés.

En parallèle, la grande marche pour Gaza, prévue depuis des semaines, a été empêchée par l'Égypte. Certains organisateurs n'ont même pas pu atteindre Rafah. Je dois dire que c'est vraiment une honte que ces pays, notamment arabes, ne soutiennent pas davantage un processus de paix, et une initiative citoyenne et pacifique.

Monsieur le ministre, vous avez utilisé le mot "génocide" et vous avez raison. Mais ce mot vous engage, et il engage ce gouvernement.

Je me demande ce que nous attendons. Même si je sais que vous avez plaidé au niveau européen pour suspendre les accords de coopération, qu’attendons-nous pour imposer un embargo sur les armes et pour sanctionner les responsables israéliens?

Nous avons d’ailleurs une proposition de résolution sur la table depuis des mois pour reconnaître le génocide et pour sanctionner les responsables.

J’ai plusieurs questions sur ces éléments. La Belgique va-t-elle condamner officiellement l’interception du Madleen dans les eaux internationales et l’arrestation de civils, dont une eurodéputée? Allons-nous condamner l’annulation de la marche pour Gaza par l’Égypte, qui empêche toute solidarité internationale?

La Belgique va-t-elle soutenir l’enquête sur le financement de milices criminelles par le gouvernement israélien? Quand le gouvernement va-t-il rompre avec le double standard qui impose des sanctions concrètes à certains États et pas à d’autres, contre ce gouvernement qui piétine chaque jour un peu plus le droit international? Merci pour vos réponses.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, onlangs kwam een vernietigend intern EU-rapport naar buiten dat al sinds november circuleert. Het betreft geen rapport van een ngo, maar een document afkomstig van Europese instellingen zelf, gebaseerd op informatie van de Verenigde Naties, het Internationaal Strafhof en het Internationaal Gerechtshof. Daarin wordt zwart op wit vastgesteld dat Israël zich schuldig maakt aan oorlogsmisdaden: het uithongeren van een volk als oorlogswapen, het bombarderen van ziekenhuizen, scholen en hulpverleners. Ondanks deze zware aantijgingen blijft het echter oorverdovend stil bij de Europese Commissie en loopt het Associatieakkoord met Israël gewoon verder. Israël blijft genieten van voorkeurstarieven, alsof er niets aan de hand is, alsof de regels enkel gelden voor sommige landen.

Mijnheer de minister, een maand geleden kregen we via onze resolutie het mandaat om in de Raad Buitenlandse Zaken van de EU te pleiten voor het onderzoeken van een mogelijke opschorting van dat Associatieakkoord. Ondertussen blijkt er inderdaad een onderzoek te lopen, maar dat blijft aanslepen. Het Associatieakkoord is nog steeds niet geschorst.

Klopt het dat dit rapport al sinds november circuleert? Hebt u het document waarnaar ik verwijs onder ogen gekregen? Waarom wordt Israël nog steeds de hand boven het hoofd gehouden?

Hebt u een update over het aangekondigde onderzoek door de hoge vertegenwoordiger, mevrouw Kaja Kallas? Is er überhaupt nog een onderzoek nodig?

Zult u op de volgende bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken van de EU op 23 juni pleiten voor het zo snel mogelijk opschorten van het Associatieakkoord, aangezien nu ook via een rapport van de EU is aangetoond dat Israël zich schuldig maakt aan oorlogsmisdaden tegen het volk van Gaza?

Wij rekenen op u, mijnheer de minister.

Ayse Yigit:

Mijnheer de minister, afgelopen zondag trokken we met meer dan 100.000 mensen door de straten van Brussel. Samen trokken we een rode lijn tegen de genocide in Gaza, tegen apartheid, tegen straffeloosheid en tegen de actieve medeplichtigheid van onze regering en de Europese Unie.

Vandaag stellen al die mensen u een dringende vraag. Wanneer zal België sancties opleggen aan Israël? Wanneer komt er een militair embargo tegen een staat die het internationaal recht openlijk schendt? België hoeft niet te wachten op Europa. We hebben de bevoegdheid en de morele plicht om nú te handelen. Waarom wachten tot er nog meer kinderen van onder het puin worden gehaald?

Op 3 juni lekte een intern rapport uit van de Europese Dienst voor extern optreden. Geen ngo, geen oppositiepartij, maar een officiële dienst van de EU zelf. Zwart op wit bevestigt dit rapport wat we al maanden zeggen: Israël pleegt oorlogsmisdaden in Gaza. Ook de VN-Mensenrechtencommissaris, het Internationaal Gerechtshof en andere VN-instellingen kaarten dit aan. Het ergste nog is dat de Europese Unie dit al wist in november 2024. Ze beschikte over feiten, maar deed niets. Geen sancties, geen actie, alleen maar stilte. Dit is geen neutraliteit, maar wel medeplichtigheid.

Zal België op 23 juni in de Raad Buitenlandse Zaken pleiten voor een opschorting van het EU-Israël Associatieverdrag?

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, de situatie in Gaza blijft bijzonder zorgwekkend en schandalig. Zelfs bij het afhalen van voedsel vallen tientallen doden per dag. Dat is een situatie die we niet kunnen tolereren en die zo snel mogelijk moet stoppen. Hoewel wij met ons land en met de Europese Unie misschien niet cruciaal kunnen zijn in het oplossen van dat conflict, moeten we wel elk signaal uitsturen of elk middel proberen aan te wenden om dat toch te proberen.

Eerlijk gezegd twijfel ik niet aan uw intenties. Ik denk dat die juist zijn. Alleen hebt u uw regering blijkbaar niet mee. Dat is een probleem, want dat betekent dat ons land, onze Belgische regering, op dit moment stil blijft. Die stilte moet worden doorbroken. Het conflict blijft aanhouden. Er vallen dagelijks tientallen doden. Kinderen zijn daar niet veilig. Wij moeten met België onze rol spelen, hoe klein die ook is, ook op het internationale toneel. Dat hebben we altijd gedaan en dat moeten we blijven doen.

Ik heb een aantal concrete vragen, mijnheer de minister. Volgende week maandag is er inderdaad die Europese Raad. Welk mandaat hebt u en waarvoor zult u pleiten? Gaat u op Europees niveau pleiten voor de opschorting van het Associatieverdrag? Ik denk dat dat een goede eerste stap zou zijn. Zult u pleiten voor het uitvoeren van humanitaire droppings? Dat kan men als land afzonderlijk doen. Dat heeft men in 2024 gedaan. Dat zou al zeer veel helpen voor de situatie op het terrein, voor de mensen daar. Dat moet onze eerste bezorgdheid zijn.

Dan heb ik nog een vraag die eigenlijk pas later in het debat thuishoort, maar ik stel ze toch al, omdat ze relevant is. Verschillende landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Canada en Australië, hebben sancties aan twee Israëlische regeringsleden opgelegd. Zal de Europese Unie deze sancties ook opleggen? Zult u daar maandag al dan niet voor pleiten? Welke lidstaten blokkeren dit concreet of verzetten zich daartegen? Wat zal België ondernemen om hierin een voortrekkersrol te spelen?

Ik kijk uit naar uw antwoorden.

Voorzitter:

Je donne la parole pour deux minutes à Charlotte Deborsu qui souhaite se joindre à ce débat d'actuallité.

Charlotte Deborsu:

Je souhaite évoquer la conférence internationale qui, sous l’égide de la France et de l’Arabie saoudite, visait à relancer concrètement la solution à deux États. Elle était à l’origine prévue à New York du 17 au 20 juin – soit maintenant – mais a malheureusement été reportée. À titre personnel, je place beaucoup d’espoir dans cette conférence, même si d’aucuns y verront une certaine forme de naïveté.

Officiellement, le report est justifié par des contraintes logistiques et de sécurité, notamment liées aux déplacements de délégations de plusieurs pays arabes. Mais dans les faits, plusieurs observateurs pointent aussi des pressions politiques et diplomatiques, en particulier de la part d’Israël et des États-Unis. Ces derniers souhaitent évidemment que cette initiative n’aboutisse pas à la reconnaissance d’un État palestinien, qui constituerait selon eux un signal diplomatique prématuré et susceptible de renforcer le Hamas.

Dans ce contexte, disposez-vous d’informations complémentaires sur l’organisation concrète de cette conférence? Un report à court terme est-il d’ores et déjà envisagé? Comment la Belgique entend-elle peser pour que cette initiative internationale puisse réellement voir le jour, malgré les réticences de certains acteurs clés? Enfin, comment évaluez-vous l’impact – clairement négatif – de la position israélienne sur la solution à deux États, qui reste pourtant soutenue par une large partie des pays de l’Union européenne?

Voorzitter:

Aucun autre groupe ne souhaite-t-il se joindre à ce débat d'actualité? (Non)

Monsieur le ministre, vous disposez donc de 30 minutes pour vos réponses.

Maxime Prévot:

Je remercie l’ensemble des collègues parlementaires pour leurs multiples et différentes questions. La marche de ce dimanche, avec plus ou moins 100 000 personnes selon les statistiques, reste clairement une mobilisation massive et impressionnante. Bravo aux organisateurs!

À titre personnel, ma formation politique y était également présente, et je m’en réjouis. C’est un signal. Au-delà des 100 000 personnes qui ont participé à la marche, 2 millions de Palestiniens sont en train de mourir de faim: c’est là bien plus qu’un signal, c’est un enjeu moral et légal.

Je l’ai toujours dit avec beaucoup de clarté, et aussi avec beaucoup de lucidité: je me rêverais en Superman de la cause internationale. À mon échelle, avec la magistrature d’influence qui est celle de la Belgique – toute sa magistrature d’influence, mais aussi sa réelle magistrature d’influence –, nous agissons et tentons de faire bouger au maximum les lignes.

C’est la raison pour laquelle, non pas pour me décharger de mes responsabilités, je plaide régulièrement pour que ce soit à l’échelle européenne que les actions soient prises, sans quoi elles sont vides d’effet. Prenons un exemple simple à comprendre: celui des embargos sur les transits d’armes. L’embargo sur la vente existe déjà depuis de nombreuses années. Je suis le premier demandeur pour qu’il y ait un embargo total en Belgique, y compris sur le transit, y compris sur le double usage.

Ces compétences sont régionales. Dans quelques jours, à mon initiative – comme je m’y étais engagé –, une réunion aura lieu pour s’assurer que les Régions se mettent aussi en conformité avec le traité, notamment son article 6 § 3, afin de garantir qu’il n’y ait pas effectivement de situation susceptible de porter atteinte à la sécurité de civils ou de s’inscrire dans un schéma de crimes de guerre. J’espère que chacun alignera sa position.

Cependant, si, à côté de cela, à quelques kilomètres de là – par exemple à Rotterdam – le transit n’est pas interdit, et que, finalement, ce qui passait par Anvers passe désormais par Rotterdam, nous n’aurons pas résolu le problème dans l’intérêt des Palestiniens. C’est pour cette raison qu'une réponse supranationale est nécessaire. C'est donc une question de cohérence, car il ne s'agit pas de dire: "je me lave les mains et je renvoie la balle aux voisins".

Tant mieux si l'Irlande a la capacité d'être encore plus tranchée et audible. Probablement que la composition de son gouvernement facilite la tâche de mon homologue. Vous savez qu'au sein de notre gouvernement, il y a des sensibilités variées et variables sur ce dossier. Il m'appartient de porter le plus fortement et le plus loin possible mes convictions, certes, mais aussi la parole d'un gouvernement tel qu'il est composé avec la pluralité de ses sensibilités, tout comme d'autres ici sur les bancs de l'opposition, sous la Vivaldi, ont aussi dû porter le message d'un gouvernement qui n'était pas nécessairement toujours entièrement aligné avec le message qu'ils auraient souhaité porter.

Mais ce dossier est un concentré d'aberrations, d'indignations, de violations de droits humains et du droit international. On est tout sauf silencieux face à ce dossier. Vous l'avez d'ailleurs aussi lu par voie de presse: je suis personnellement convaincu que les faits à Gaza dont nous sommes témoins pourraient rassembler tous les éléments constitutifs d'un crime de génocide, mais il revient à la justice internationale d'en juger. Cela ne m'empêche ni d'avoir mon opinion ni de la partager. Du reste, à l'attention de ceux qui nous estiment parfois mous, je pense avoir assez des doigts d'une main pour compter le nombre de ministres européens des Affaires étrangères ayant osé prononcer ces mots.

Telkens als we denken dat er eindelijk een einde in zicht is en we misschien van een staakt-het-vuren kunnen spreken, moeten we vaststellen dat voornamelijk een aantal extremistische ministers in de Israëlische regering verklaringen afleggen over de vernieling van Gaza en de Palestijnse bevolking en de humanitaire blokkade blijven verdedigen.

Il faudra d'ailleurs voir comment, le moment venu, les déclarations de ces ministres seront évaluées par les juridictions compétentes et notamment la Cour pénale internationale.

Mijnheer Vander Elst, ik ben een voorstander van het opleggen van Europese sancties in het kader van een mensenrechtenregime tegen de Israëlische ministers Smotrich en Ben-Gvir. Ik ben de eerste minister van Buitenlandse Zaken in Europa die dat heeft gevraagd. Intussen heeft mijn Zweedse ambtsgenoot mijn voorbeeld gevolgd. Het is bovendien een krachtig signaal. Dat voorstel is eind 2024 al ingediend en sommige EU-lidstaten willen het opnieuw op de agenda plaatsen. Het gaat dan niet specifiek over het voorstel inzake die twee ministers, want dat is redelijk nieuw, maar wel over sancties gericht tegen gewelddadige kolonisten. U kunt erop rekenen dat België tijdens de volgende Raad Buitenlandse Zaken zal vragen of dat inderdaad het geval is.

Et, là aussi, soyons transparents! Il y a aujourd'hui 26 pays sur les 27 qui, depuis plusieurs mois, sont prêts à sanctionner des colons violents. Il y en a un, la Hongrie, qui bloque. C'est hyper frustrant, parce qu'évidemment, vu depuis la population ou parfois depuis le Parlement, on a alors le sentiment qu'on ne fait rien, qu'on n'agit pas, qu'on n'est pas sensible, alors qu'on relaie, qu'on dit, qu'on tape du poing sur la table. Dès lors que la règle de l'unanimité est celle qui s'impose et qu'un seul pays bloque, on est effectivement très embêté. Or, puisqu'on me demandait quel mandat allait être celui de la Belgique, la semaine prochaine, notre ambassadeur aura des mots très clairs, très nets sur cette question.

Het uithongeren van een bevolking is duidelijk een oorlogsmisdaad.

Et la Belgique rejette catégoriquement toute initiative visant au déplacement forcé de la population de Gaza, qui constitue une violation grave du droit international humanitaire.

Nous exigeons aussi la libération immédiate et sans condition des otages par le Hamas, qu'ils soient, je l'espère, encore vivants ou même décédés.

Madame Maouane, monsieur Lacroix, le navire humanitaire Madleen était une tentative désespérée et, reconnaissons-le, surtout symbolique d'acheminer de l'aide humanitaire à Gaza. Et, tout comme pour la marche de milliers de volontaires qui devaient partir du Caire pour se rendre à Rafah, le but était de sensibiliser à l'horreur de la situation et à l'obligation d'agir.

Je note d'ailleurs – je l'ai dit en transparence – que plusieurs dizaines de Belges ont été arrêtés par les autorités égyptiennes, non pas en raison du contenu de leur message mais parce qu'ils se rendaient vers le Nord Sinaï qui est une zone interdite en raison de ses dangers. C'est la raison pour laquelle il y a eu ces arrestations et nous avons veillé avec nos diplomates à nous assurer qu'effectivement, tout le monde était traité correctement, qu'il n'y avait pas d'entrave quelconque aux droits humains et qu'il y avait surtout la capacité de collaborer pour pouvoir les libérer au plus vite.

Évidemment, je regrette, à la lumière de ce qu'on a constaté en Égypte ou avec le navire humanitaire, que l'on soit obligé d'en arriver à de telles extrémités et qu'Israël ait même empêché le navire d'arriver à Gaza. Dans ce même esprit, la Belgique reste prête à parachuter de l'aide au-dessus de Gaza, comme M. Lacroix y faisait à nouveau allusion. C'est néanmoins une opération qui ne peut en aucun cas remplacer en volume l'entrée des camions qui sont par centaines, par milliers en train d'attendre. Un largage par avion ne sera qu'un palliatif, outre les difficultés opérationnelles de s'assurer qu'il sera largué au bon endroit, que les vivres ne seront pas captés par le Hamas pour être revendus et se refaire de l'argent, que le largage ne va pas créer lui-même des morts et qu'on arrivera à gérer, au vu de l'extrême famine, la manière dont les populations vont se comporter autour de ce qui aura été largué.

Je n'oublie pas non plus une autre contrainte, c'est l'autorisation donnée par Israël de l'occupation de son espace aérien. La demande a été formulée fin de la semaine dernière. On n'a pas encore reçu de réponse. Mais gardons bien en tête que le principal enjeu, c'est évidemment d'abord de forcer l'acheminement par voie terrestre, un acheminement massif et encadré par des acteurs humanitaires professionnels.

Nous restons évidemment en contact avec les pays partenaires, notamment la Jordanie, ainsi qu’avec mon collègue en charge de la Défense, avec qui, monsieur Lacroix, j’ai effectivement pu me concerter – de même que nos équipes respectives – au cas où les conditions évolueraient de telle sorte que les parachutages pourraient être possibles et utiles.

Entretemps, nous comptons plus de 600 jours de guerre, plus de 55 000 morts à Gaza et une famine qui touche surtout les enfants, les plus innocents. Nous voyons des enfants qui mangent du papier, du plastique et de l’herbe, à défaut de nourriture.

Le nouveau système de livraison d’aide humanitaire mis en place par la Gaza Humanitarian Foundation (GHF) est un exemple de ce qu'il ne faut pas faire. Il est contraire à tous les standards attendus d’une aide humanitaire, qui doit être neutre politiquement et démilitarisée. Le 1 er juin, des tirs ont eu lieu lors d’une distribution d’aide, causant 31 morts confirmés et 200 blessés. Depuis, plusieurs incidents similaires se sont produits, causant des dizaines de morts. Certaines journées, aucune distribution d’aide n'a été possible. Le volume d’aide livré par famille reste par ailleurs très largement insuffisant.

Je le répète, et j’ai fait cette demande formelle encore la semaine dernière auprès d’Israël: l’accès humanitaire aux populations de Gaza doit être garanti, tout comme le respect absolu des principes humanitaires. L’accès terrestre est la priorité, pour laisser entrer ces centaines de camions chargés d’aide, envoyés par la Belgique et par de nombreux pays du monde.

Madame Maouane, monsieur Lacroix, le gouvernement israélien a publiquement admis avoir armé une bande de criminels dirigée par Yasser Abu Shabab à Gaza. Cela explique vraisemblablement en partie le nombre de morts et de blessés pendant la distribution de l’aide. Je suis d'accord avec vous sur le fait qu'il faut absolument condamner ces pratiques. D’ailleurs, armer des bandes criminelles contribue encore davantage à la circulation des armes dans la bande de Gaza.

Depuis début juin, l’armée israélienne a accéléré encore la destruction des bâtiments à Gaza, avec des explosions lourdes qui ont été entendues jusqu’à Tel-Aviv et Jérusalem.

Depuis le 1 er mai, au moins 28 collaborateurs humanitaires ont été tués, portant à 452 le nombre total de décès parmi les travailleurs humanitaires, dont 315 membres du personnel de l'ONU.

Mijnheer Van Rooy, wat UNRWA betreft, verwijs ik naar mijn antwoorden op uw eerdere vragen en naar het rapport-Colonna en de opvolging daarvan door UNRWA. Ik raad u aan om u op de feiten te baseren, in plaats van propaganda door te geven. België blijft het mandaat en de activiteiten van UNRWA steunen, gelet op de cruciale en stabiliserende rol van die organisatie in de regio, en zal dat blijven doen tot er een rechtvaardige en duurzame politieke oplossing wordt gevonden voor de dramatische situatie van de Palestijnse vluchtelingen.

België heeft de donorverklaring waarnaar de heer Aerts verwees wel degelijk mee ondertekend. Aanvankelijk was er sprake van een vergetelheid van het Verenigd Koninkrijk, dat penhouder was, maar dat is inmiddels rechtgezet. Concreet roept België, net als andere Europese lidstaten, de Israëlische regering op om onmiddellijk een vrije, niet-gemilitariseerde en ongehinderde toegang te verlenen voor humanitaire hulp. Die hulp is bestemd voor de burgerbevolking in Gaza en mag niet worden omgeleid.

Mevrouw Depoorter, op 12 juni vond er een spoedzitting plaats van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waar een nieuwe resolutie werd goedgekeurd met de steun van België. Die had tot doel te komen tot een staakt-het-vuren, na het veto van de Verenigde Staten in de VN-Veiligheidsraad, en tot ongehinderde humanitaire toegang. Mijn formele oproep aan de Israëlische autoriteiten werd gedeeld door het overgrote merendeel van de wereld.

Mevrouw Lambrecht, zoals ik al eerder stelde, heeft België geen probleem met het ondersteunen van onafhankelijke onderzoeken van de Verenigde Naties die bewijs verzamelen voor de verificatie van de vele oorlogsmisdaden. Het probleem is dat Israël geen toestemming geeft voor die onderzoeken.

Entretemps, il faut envisager ce que la Belgique peut faire concrètement sur le terrain. J'ai donc continué de maintenir une pression politique via les canaux bilatéraux, multilatéraux et européens pour qu'Israël lève les obstacles à l'aide humanitaire pour Gaza.

Nous progressons vers de nouvelles sanctions, y compris contre des leaders politiques israéliens et, évidemment, les leaders du Hamas. Nous devrions avoir la semaine prochaine, je l'espère, des nouvelles de l'examen de l'article 2 de l'accord d'association, ce qui pourrait potentiellement mener à la suspension du volet commercial de cet accord avec Israël.

Tout comme vous, madame Lambrechts, je pense que ces rapports ne sont pas utiles, parce qu'il est assez clair qu'il y a, de manière manifeste, des violations des droits humains. La haute représentante de la Commission européenne pour la politique de sécurité, Kaja Kallas, n'a pas dit autre chose sur la base des rapports qu'elle avait déjà pu lire des Nations Unies. Il n'en demeure pas moins que, formellement, il faut faire ce review comme première étape. Je peux imaginer ce que vont être les conclusions, mais, à ce stade, je ne sais pas encore imaginer ce que seront les suites, même de la part de notre gouvernement. C'est un élément que nous devrons clarifier le moment venu.

Dans un autre registre, après avoir déjà fait la demande orale de façon répétée, j'ai aussi pris l'initiative que soit envoyée, cette semaine, une lettre à la haute représentante Kallas, que sept à huit États membres ont déjà accepté de cosigner, afin que la Commission européenne indique les mesures à prendre, le cas échéant, suite à l'avis rendu par la Cour internationale de Justice il y a presque un an. Cet avis reconnaissait de manière très claire que l'occupation par Israël des territoires palestiniens était illégale et qu'il y avait matière à agir, y compris par rapport à l'importation de certains produits de ces territoires ou encore d'autres enjeux de commerce. Mais cela doit donc faire l'objet d'un suivi. Cet avis de la Cour a été rendu. Plusieurs pays ont demandé à en débattre. L'occasion ne s’est jamais présentée. Nous formalisons avec plusieurs pays cette demande.

Mevrouw Yigit, in dat verband hebben mijn diensten het initiatief genomen om maandag een bijeenkomst te organiseren tussen de federale regering en de regio's om na te gaan of ons beleid inzake wapenexport, met inbegrip van de doorvoer van goederen voor tweeërlei gebruik, in overeenstemming is met onze verplichting uit hoofde van het internationaal recht.

Un avion décollera par ailleurs dans les prochains jours vers la Jordanie avec du matériel médical d’une valeur d’un demi-million d’euros, permettant de soigner des blessés et des malades palestiniens.

Mijnheer Aerts, wat de evacuatie van kinderen betreft, gaat het om complexe operaties die worden uitgevoerd in coördinatie met de WHO en die afhankelijk zijn van de veiligheidssituatie. België verwelkomde 9 kinderen met kanker, vergezeld van hun familie, in totaal 25 personen, en evalueert de mogelijkheid van verdere medische evacuaties.

Wat betreft het Europees niveau, kan ik meegeven dat de Belgische diplomatie volop werkt om vooruitgang te boeken.

Le Moyen-Orient figure bien au prochain agenda du Conseil des Affaires étrangères. Le rapport relatif à la situation des droits humains, auquel plusieurs d'entre vous se sont référés, avait circulé sous la législature précédente en préparation d'un dialogue politique avec Israël. Comme vous le savez, celui-ci s'est tenu le 24 février. Du reste, en marge du dialogue, j'ai eu une rencontre bilatérale avec le ministre israélien des Affaires étrangères. Tant en séance plénière qu'en aparté, j'ai évoqué les rapports faisant état de violations des droits humains. J'ai aussi envoyé un message à mon homologue israélien ce week-end pour lui dire que, contrairement à ce que l'un de ses collègues avait affirmé publiquement, la Belgique n'était pas un pays antisémite – rappelant à mon interlocuteur toutes les initiatives qui sont prises par le gouvernement belge depuis déjà de nombreuses années pour lutter ardemment contre toute forme d'antisémitisme.

Mijnheer Aerts, eind deze maand vindt de ministeriële vergadering plaats tussen de EU en de landen van het zuidelijk nabuurschap. Die vergadering wordt op dit moment nog voorbereid. Israël is een van de landen die daarvan deel uitmaken en is een van de genodigden. Deze deelname en de aanwezigheid van minister Sa'ar is dus niet ongewoon. Of dit opportuun is, is een beslissing die uiteraard niet in handen van België is. Wij moedigen niettemin een dialoog aan om oplossingen te vinden. Ik heb bijvoorbeeld al gepleit bij minister Sa'ar voor de actieve deelname van Israël aan de vergadering over de tweestatenoplossing.

Mijnheer Vander Elst, de brief van president Abbas aan president Macron was heel bemoedigend en werd geprezen. Daarin werden verschillende vorderingen aangekondigd met betrekking tot het bestuur van een toekomstige staat Palestina.

Et c'est peut-être l'occasion de faire aussi le lien avec le plaidoyer de madame Deborsu pour une solution à deux États et la reconnaissance de la Palestine sur laquelle elle avait espéré que la réunion prévue cette semaine des Nations Unies puisse déboucher. En tout cas, ça fait du bien de l'entendre de la part d'une mandataire MR, puisqu'on doit bien reconnaître que vous êtes manifestement très peu à attendre le même type de conclusion de cette initiative, alors même que ça pourrait évidemment participer d'une démarche – fût-elle symbolique – qui soit de nature à pouvoir constituer un geste fort, pour autant – ce sont les balises sur lesquelles la résolution du Parlement s'est entendue – qu'il y ait bien libération des otages, une sécurité mutuelle, une démilitarisation du Hamas et une autorité palestinienne crédible. On peut s'interroger sur la faculté de rencontrer ces différentes balises cette semaine comme ce fut initialement envisagé. En tout état de cause, les attaques actuelles entre Israël et l'Iran ont hypothéqué la tenue de ce sommet, mais je ne suis pas sûr que tout le monde, en tout cas dans votre formation politique, attendait la même conclusion que vous de cette initiative. En tout cas je me réjouis de compter des alliés supplémentaires, à nouveau, je le redis, à la lumière des balises que le gouvernement et le Parlement ont souhaité fixer.

Enfin, monsieur Lacroix, vous m'avez posé une rafale – sans mauvais jeu de mots – de questions de nature plus statistique sur le nombre de personnes, le nombre de nationalités, quelle date... Je suis honnêtement incapable de vous improviser cet élément-là en séance, ainsi je vous invite à redéposer ces questions au travers d'une question écrite. Ainsi, vous aurez le loisir de connaître tous les éléments de réponse en temps opportun, car je ne les ai pas sous le coude, j'espère que vous ne m'en tiendrez pas rigueur.

Bref, chers collègues, vous aurez compris que nonobstant ce qu'on peut ressentir comme sentiments, frustration, indignation et colère, quand on voit les images atroces en Palestine, il y a un gouvernement qui est à l'action, un gouvernement qui dit les choses et porte les messages dans les instances où la capacité d'agir est concrète.

Bien sûr, eu égard aux horreurs vécues sur le terrain, nous voudrions pouvoir, nous Belgique et nous Europe de manière collective, aller plus vite, plus fort, plus loin. Nous ne sommes pas seuls maîtres du temps, ni des actions qui sont menées, mais à notre niveau, moi-même également, en conscience, je veille à agir au nom de la Belgique pour rester un État digne de cette défense historique des droits humains et du droit international.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, u benoemde de uithongering als oorlogsmisdaad. U stelde dat het een morele en wettelijke uitdaging is om te handelen. Dat kon ik volgen.

Dan verwees u naar de invloed van België, die beperkt zou zijn. Daar ben ik het niet mee eens. Ik meen dat het aan staten, ook aan Europese staten, is om een pioniersrol op te nemen en om de eerste signalen te geven, zoals Ierland en Spanje al aan het doen zijn. Ik meen dat het belangrijk is om verdere stappen te ondernemen en niet altijd te wachten op een Europees compromis.

U hebt eigenlijk toegegeven wat het probleem is, namelijk dat uw handen gebonden zijn door de regering. Binnen de meerderheidspartijen – en dan kan ik gokken dat het ongetwijfeld om de N-VA en de MR gaat – is er onvoldoende bereidwilligheid om die stappen effectief te ondernemen. Het is wel echt cruciaal dat die stappen ondernomen worden. Al 600 dagen stromen de gruwelbeelden binnen. De genocide blijft doorgaan. De verontwaardiging groeit maar de actie van de internationale gemeenschap, van de regeringsleiders, is nog altijd veel te weinig.

Als ik op straat hoor roepen "boycot Israël", dan meen ik dat het echt hoog tijd is dat dit effectief gebeurt. Dan kunnen wij zelf stappen zetten. Laten we die dappere Belgen zijn die als een van de eersten in Europa hun voet zetten om ervoor te zorgen dat die genocide stopt en dat de druk wordt opgevoerd. Ik meen dat het cruciaal is dat daar meer werk van gemaakt wordt.

Laat ik even ingaan op de EU-raad over nabuurschap, waarover u zei dat we de dialoog moeten aanhouden. Dat klopt, maar als de Europese vertegenwoordiger daar al aanhaalt dat er niet mag worden gesproken over Gaza, word ik ongerust. Daar gaat het immers vooral over meer samenwerking. Dat is net het tegenovergestelde van wat we moeten doen.

Ik hoop dat de kwestie van Gaza wel op tafel gelegd wordt en dat er vooral niet over verdere samenwerking met Israël gesproken wordt. Want dat is wat past bij "boycot Israël" en wat we nodig hebben, zodat er effectief stappen ondernomen worden.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, zo goed als alles wat u en de meeste parlementsleden hier hebben gezegd, betreft Pallywoodleugens.

Naji Abdul Aziz is directeur van een UNRWA-school in Gaza en tegelijk lid van een Hamaseenheid die explosieven vervaardigt om onschuldige mensen op te blazen. Hij is slechts een van de 1.400 UNRWA-medewerkers die tegelijk moslimterrorist zijn.

België heeft dus reeds tientallen miljoenen euro bijgedragen aan Hamas en vandaag bevestigt u dat ook de huidige regering zal doorgaan met die bijdragen aan Hamas, dat nota bene schiet op behoeftige Gazanen en voortdurend voedsel steelt om jihadterreur te financieren.

De conclusie is dat de regering-De Wever belastinggeld van de hardwerkende burger gebruikt om het dodelijke islamitische terrorisme van Hamas te financieren. Dat is een grove schande.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous souhaite bon courage après les propos que nous venons d'entendre.

Je suis d'accord avec vous quand vous parlez de génocide, de crimes de guerre et de crimes contre l'humanité et quand vous dites qu'il est nécessaire d'imposer des sanctions économiques et d'investiguer pour fixer des sanctions judiciaires à l'égard des responsables de ces faits. Par contre, je ne vous suis plus dans votre logique personnelle souvent développée et je me demande quelle est encore votre place dans ce gouvernement. Je pense que vous y faites un travail assez remarquable. Il est bien dommage que la coalition d'aujourd'hui ne soit pas celle d'hier dans laquelle vous auriez eu légitimement votre place. Si la coalition était très largement différente, nous aurions déjà pu avancer très durablement sur de nombreux points que vous défendez actuellement. En effet, vous êtes bloqué par le MR et la N-VA. Pour adopter des positions humanistes au sens large comme vous le faites, vous devez passer des deals , ce qui est une honte pour ce gouvernement. Néanmoins, je salue votre action.

Ensuite, la première négociation à mon sens doit nous permettre d'aboutir à un cessez-le-feu. Les responsables de l'UNICEF auditionnés nous ont dit que 600 camions par jour entraient pendant le court cessez-le-feu. Ils ont qualifié ce convoi de minimum minimorum . Il faut absolument œuvrer pour un monitoring robuste de l'aide humanitaire avec les Nations Unies car 95 à 98 % de celle-ci va essentiellement aux familles et aux enfants. En outre, il faut évacuer au maximum les enfants malades et gravement blessés.

Pour finir, je pense que de nombreuses fake news circulent. Selon l'UNICEF, il n'y a aucune preuve que l'aide humanitaire soit dérobée par le Hamas.

Kathleen Depoorter:

Collega, Vivaldi en duurzaam overeenkomen… Ofwel is het mij de voorbije legislatuur volledig ontgaan, ofwel bestond het niet.

Het antwoord van de minister was echter heel belangrijk. Ik dank u daarvoor, mijnheer de minister. U geeft duidelijk aan dat deze regering wel iets doet. Deze regering neemt stappen en is sterker wanneer ze samenwerkt met Europa om te bekijken wat de stem is die we moeten hebben in deze crisis.

Wij hebben uiteraard alle empathie met de betogers die zondag hier in Brussel aanwezig waren. Het is echter absoluut belangrijk dat we hen duidelijk maken dat men pas stappen neemt aan de onderhandelingstafel door te reageren. Het onderzoek dat in Europa al is verricht, moet worden afgerond, waarna conclusies kunnen worden getrokken.

Dat is precies wat ook in onze resolutie stond. Wij willen op korte termijn zowel een staakt-het-vuren als de vrijlating van de gijzelaars, maar ook veilige humanitaire hulp verzekeren. Mijnheer de minister, het kan immers inderdaad niet dat men wordt beschoten wanneer men voedsel gaat halen, om het even van waar de wapens komen. Zijn eigen volk beschieten, doet men niet. Zijn eigen volk als menselijk schild gebruiken voor bommen, ook dat doet men niet. Illegale kolonies verderzetten en uitbreiden, ook dat doet men echter niet. U hebt het zelf aangehaald, ook daarvoor zult u op tafel kloppen in Europa en ervoor zorgen dat deze maatregelen vorm krijgen.

Het is belangrijk eveneens aan te geven dat België de nieuwe resolutie in de Verenigde Naties heeft gesteund. Hoewel er een veto was van de Verenigde Staten, is onze stem daar wel degelijk verheven. Wij blijven achter de waarden staan die we altijd hebben verdedigd: de waarden van mensenrechten, diplomatie en humanitair recht.

Rajae Maouane:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses détaillées.

Si je reconnais votre volontarisme en la matière, je ne peux que déplorer que vous ayez ces partenaires de gouvernement. Un argument de plus que vous pourriez utiliser pour les convaincre est que, ce week-end, nous étions plus de 100 000 personnes dans les rues à défiler pour réclamer des sanctions et la fin du génocide. Tous les soirs, des centaines et des milliers de personnes se réunissent à 19 h à la Bourse, à Bruxelles, demandant, elles aussi, des sanctions et la fin du génocide.

Pour les amateurs de chiffres, un sondage réalisé par Le Soir /Ipsos, apolitique et non militant, montre que sept Belges sur dix soutiennent l'adoption contre Israël des mêmes sanctions que celles prises contre la Russie. Il ne s'agit pas de gauchistes, mais de sept Belges sur dix, dans toutes les Régions, dans les électorats de tous les partis.

Et, pour convaincre les collègues du MR – je ne parle pas de la collègue qui a eu l'audace d'être un peu plus courageuse que ses camarades –, sachez que 54 % des électeurs du MR veulent des sanctions. Une majorité de Belges demandent et réclament un positionnement fort et, au-delà de cela, des actes concrets, c'est-à-dire des sanctions, la fin du génocide et une intervention pour casser ce blocus qui devient totalement insupportable.

Nous comptons sur vous, monsieur le ministre, pour continuer à porter la voix de la Belgique et qu'elle continue à être parmi les bons élèves au niveau européen.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik deel uw frustratie, verontwaardiging en woede. Ik hoor u op de radio en ik zou hetzelfde zeggen als u, indien ik daar zou zitten. Ik kan daar niets aan toevoegen. Ik volg u volledig, maar de frustratie blijft, want er zijn nog steeds geen sancties tegen Israël.

Ik blijf dan ook bij mijn vraag over dat vernietigende EU-rapport. Een EU-rapport dat zelf spreekt van oorlogsmisdaden, van het uithongeren van een volk, het bombarderen van ziekenhuizen, van mensen die voedselbedeling nodig hebben. Hoeveel onderzoeken zijn er nog nodig? Ik denk dat we er genoeg hebben. U denkt dat ook, ik weet het, ik deel uw frustratie.

U zei dat u superman zou willen zijn. U bént het een beetje, maar misschien moet u het nog meer zijn. Blijf op uw lijn en pleit op 23 juni hard voor die sancties tegen Israël. Iedereen is het erover eens, u hebt het ook nog eens gezegd, daar vindt een vreselijke genocide plaats, met elke dag nieuwe doden en het enige dat uitblijft, is niet onze verontwaardiging, maar die sancties. Dat is misschien ook het enige wat een beetje soelaas kan bieden.

Mijnheer de minister, ik twijfel niet aan u. Ik zit op uw lijn. We zitten binnen de regering op die lijn, want we hebben die resolutie. Als u op 23 juni verder kunt gaan, dan moet u niet twijfelen om sancties te bepleiten. U hebt die resolutie achter u, u hebt ons achter u, u hebt de regering achter u. U spreekt daar namens de regering. Ga ervoor op 23 juni. Zorg dat u partners vindt om dat Associatieakkoord onmiddellijk stop te zetten en dat er eindelijk sancties komen tegen Israël en tegen de genocide die Netanyahu daar aan het plegen is.

Ik wens u veel moed toe. U kunt op veel steun blijven rekenen. Vergeet dat nooit als het even lastig wordt.

Ayse Yigit:

Mijnheer de minister, er is een voortdurende, gruwelijke genocide aan de gang in Gaza. De Belgische bevolking vraagt om sancties en een militair embargo tegen Israël. Mijn collega Aerts vertelde het ook al. Er zijn wel degelijk maatregelen die wij kunnen nemen, zoals Ierland ons heeft voorgedaan. Men vraagt u ook niet om een militair embargo op te leggen in Rotterdam, maar hier in België.

Verder wil ik u eraan herinneren dat artikel 2 van het Associatieverdrag zowel de Europese Unie als Israël verplicht om de mensenrechten te respecteren. Israël schendt dit artikel op flagrante wijze. Het in stand houden van dit Associatieverdrag komt neer op het normaliseren van oorlogsmisdaden.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor uw zeer duidelijke en voluntaristische antwoord. U wilt stappen zetten. U bent zeer vocaal en dat is goed. Wij moeten onze stem laten horen. Alleen vrees ik dat uw stem nog iets te vaak ten persoonlijken titel is en niet namens de regering. Die stap moet stilaan echt wel gezet worden.

Er werd in dit Parlement een resolutie goedgekeurd, die niet ver genoeg gaat, maar die wel een stap in de goede richting is. Deze kreeg een meerderheid en ook ik heb die gesteund. Die resolutie is een oproep aan de regering en het Parlement vraagt om deze resolutie uit te voeren. U kunt die gebruiken om verdere stappen te zetten.

Ik waardeer uw standpunt, ik waardeer uw duidelijkheid en ik denk dat u maandag op de Europese Raad op de juiste lijn zult zitten. Ik hoop alleen dat u ook een mandaat van uw regering hebt om die boodschappen in de verf te zetten en om door te duwen. Ik vrees immers dat dit momenteel nog steeds niet het geval is.

Met betrekking tot de sancties tegen kolonisten, het is een goede zaak dat we daar op dezelfde lijn zitten. U zegt dat dit wordt geblokkeerd door één lidstaat, Hongarije in dit geval. Dat is nog maar eens een reden dat van die unanimiteitsregel op Europees niveau moet worden afgestapt en om te evolueren naar een systeem met gekwalificeerde meerderheid. Dat kunnen we hier vandaag niet oplossen, maar het zou er zeker toe bijdragen dat de Europese Unie in de toekomst sneller, beter en efficiënter de tanden kan laten zien. En dat zal de komende jaren alleen maar meer nodig zijn.

Charlotte Deborsu:

Monsieur le ministre, je vous remercie. Même si vous n'avez pas répondu à toutes mes questions, je ne vous en veux pas. Elles étaient plus spontanées et pas prévues. Je vous remercie pour vos considérations. En effet, je le dis sincèrement, j'en attends beaucoup de cette Conférence. Celle-ci ne peut pas et ne doit pas être reportée ad vitam aeternam , puisque la seule solution, c'est une solution à deux États. Monsieur le ministre, je sais que vous en êtes vous-même intimement convaincu. Cette Conférence des Nations Unies peut réellement ouvrir de nouvelles perspectives à ce sujet, même au-delà de la symbolique. En ces temps troubles, je crois qu'on a plus que jamais besoin d'espoir; attendre et reporter systématiquement ne ferait rien d'autre qu'empirer une situation qui est déjà catastrophique. Outre l'urgence humanitaire, il y a aussi urgence pour trouver une solution politique.

De escalatie van het conflict tussen Israël en Iran
De aanval van Israël op Iran en de stabiliteit in het Midden-Oosten
De Israëlische aanvallen op Iran
De militaire escalatie tussen Israël en Iran
De escalatie van het conflict tussen Israël en Iran
De aanval van Israël op Iran
De sluiting van de Israëlische ambassades na de interventie in Iran
Het conflict tussen Iran en Israël
De Israëlische illegale oorlogsdaad tegen Iran
Het escalerende conflict tussen Israël en Iran in het Midden-Oosten

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Israëls grootschalige luchtaanval op Iran (13 juni 2025), die nucleaire en militaire doelen trof, met risico op regionale escalatie en wereldwijde gevolgen. België benadrukt diplomatie, non-proliferatie en bescherming van burgers, maar vermijdt partij kiezen; kritiek varieert van veroordeling van Israël (illegale agressie, schending internationaal recht) tot steun voor zijn "preventieve zelfverdediging" tegen Iraans nucleair gevaar. Energiemarkten, veiligheid Belgische diplomaten/burgers en de rol van de EU/VN staan centraal, met oproepen tot de-escalatie en hernieuwde onderhandelingen. De-escalatie en multilaterale oplossingen worden als enige uitweg gezien, maar scepticisme over Iraanse intenties en westerse dubbelstandaarden blijft groot.

Kjell Vander Elst:

Tijdens de nacht van 13 juni heeft Israël een grootschalige luchtaanval uitgevoerd op doelwitten in Iran. Ik zal de laatste zijn om het Iraanse regime te steunen, dat doe ik absoluut niet, het is een verwerpelijk regime, maar het zorgt er wel opnieuw voor dat het Midden-Oosten met een bijkomend conflict wordt geconfronteerd.

De gewelddadige activiteiten nemen toe. Dat zou ertoe kunnen leiden dat de volledige veiligheidssituatie, zowel in het Midden-Oosten als elders in de wereld, opnieuw onder druk komt te staan. We hebben daarnet een discussie gevoerd over de NAVO-norm, over het beveiligen van ons land en van ons continent. Dergelijke conflicten zijn daarbij allesbehalve behulpzaam.

Ik neem geen positie in aan de kant van Israël of Iran. Ik wil ook niet ingaan op de vraag wie de eerste stap heeft gezet. Ik denk dat we daar weinig mee opschieten. Ik wil vooral vragen stellen over de veiligheidssituatie in het Midden-Oosten en de eventuele gevolgen daarvan voor de veiligheid in Europa en in ons land.

Mijnheer de minister, wat is de laatste stand van zaken in het escalerende conflict? Wat is de impact van deze aanval op de onderhandelingen tussen Iran en de Verenigde Staten? Worden Belgische burgers, bedrijven en diplomatieke posten in de regio bijkomend beschermd? Op welk moment zal tot een evacuatie worden overgegaan? Wordt die op dit moment al voorbereid? We hebben allemaal kunnen vaststellen dat ook de president van de Verenigde Staten de G7-top vroegtijdig heeft verlaten. Meer en meer stemmen gaan op dat dit te maken heeft met het conflict tussen Iran en Israël.

Er wordt bovendien steeds meer militair materieel van de Verenigde Staten naar het Midden-Oosten gestuurd. Hoe beoordeelt u dat?

Tinne Van der Straeten:

Ik sluit mij aan bij de inleiding van collega Vander Elst wat betreft het algemene schetsen van de beide regimes. We moeten niet vervallen in een opbod tussen het ene en het andere, maar het debat moet gaan over de stabiliteit van en de veiligheidssituatie in de regio en de impact daarvan op de bredere wereld. Die aanvallen, die nog steeds doorgaan, situeren zich in een context van toenemende spanningen in de regio, ook met de VS, die onvoorspelbaar zijn en zelfs een ontwrichtend beleid voeren. De huidige aanvallen en de escalatie in de regio zullen dus een grotere impact hebben wereldwijd.

Mijnheer de minister, mijn dochter van veertien heeft mij ondertussen al drie keer gevraagd of er een derde wereldoorlog komt. De gebeurtenissen in Rusland, Israël en nu ook Iran, tonen aan dat de tektonische platen al sinds 2022 in beweging zijn. Daarom zou ik willen weten over welke informatie we vandaag beschikken en hoe we op de toekomst zullen anticiperen.

Weten we of deze aanval unilateraal was of niet? Blijkbaar werden zowel Duitsland als de Verenigde Staten verwittigd. Was er een actieve, dan wel passieve betrokkenheid van de VS? Hoe zal ons land zich in Europese context positioneren? Welke houding zal de regering innemen binnen de Europese Unie? Hoe kunnen we toewerken naar meer stabiliteit in de regio? Wat zijn de meest urgente stappen op korte termijn? Wat is de aanpak op middellange en lange termijn? Welke rol kan de EU daarin spelen?

Is er de link met het nucleaire programma van Iran, dat teruggaat tot 2015, het JCPOA. De Verenigde Staten zijn daaruit gestapt. Er wordt nu gesproken over bilaterale akkoorden. Kunnen bilaterale akkoorden wel de veiligheid bieden die we zoeken op het vlak van non-proliferatie van kernwapens?

Wat is de verwachte impact op het vlak van energie, specifiek op het vlak van olie? Wat zijn de gevolgen voor zowel de prijs als de bevoorrading?

Voorzitter:

Chers collègues, je vous remercie d’essayer de respecter le temps de parole car la séance est très longue aujourd’hui.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, alors que la communauté internationale s’efforce de relancer une cycle de négociations sur le programme nucléaire iranien, le Moyen-Orient vient de basculer dans une nouvelle spirale de violence, avec une série de frappes israéliennes contre des installations militaires et nucléaires iraniennes. Ces frappes ont fait à ce jour de nombreuses victimes, parmi lesquelles de hauts responsables militaires iraniens et des membres du corps des gardiens de la révolution islamique. De nombreuses sommités travaillant sur le programme nucléaire ont été également ciblées mais on dénombre aussi de nombreuses victimes civiles.

Ces frappes ont été présentées par le gouvernement israélien comme une opération préventive, défensive et stratégique. Cette attaque intervient dans un contexte déjà extrêmement tendu, où le risque d’un embrasement régional est réel. L’Iran a promis de riposter et s’y attèle depuis ce week-end, avec encore, hélas, des victimes civiles en Israël cette fois. Le cours du pétrole s’envole, les États-Unis réduisent leur présence diplomatique en Irak, les Nations Unies appellent à une retenue maximale.

Monsieur le ministre, alors que notre pays défend une diplomatie fondée sur le respect du droit international, sur la non-prolifération nucléaire et sur la désescalade des tensions, pouvez-vous nous indiquer la position de la Belgique sur ces frappes? Comment comptez-vous faire entendre, au sein des enceintes diplomatiques, la voix d’une Europe qui appelle au retour des discussions, à la maîtrise des armements et à la protection des populations civiles?

Plus que jamais la stabilité de la Région passe par la relance du dialogue et non par l’escalade militaire. La Belgique fera-t-elle entendre ce message de fermeté diplomatique et d’humanité?

De manière plus concrète, pouvez-vous nous donner des informations sur les Belges actuellement présents en Iran et en Israël? Que savez-vous de leur situation? Ont-ils pu se mettre en sécurité?

Enfin, qu’en est-il de nos ambassades dans les deux pays? Qu’en est-il également de l’ambassade israélienne en Belgique? Fait-elle partie des celles que le pays compte fermer provisoirement par mesure de sécurité?

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, permettez-moi tout d’abord d’affirmer que le régime iranien actuel est un régime méprisable, qui bafoue les droits humains et qui doit donc être condamné fermement.

Cependant, nous assistons une fois de plus à des frappes revendiquées par Israël, présentées comme des actions préventives contre le risque nucléaire iranien. Les réactions internationales se multiplient. Je comprends pourquoi puisque la légitime défense préventive n’a jamais été consacrée ni dans la jurisprudence internationale ni dans les pratiques internationales.

Il faut condamner fermement la violation de l’interdiction d’attaquer des sites nucléaires, telle qu’énoncée à l’article 56 des Protocoles additionnels aux Conventions de Genève. Sans quoi, nous normalisons un monde dans lequel il serait autorisé de s'en prendre aux sites nucléaires, avec des conséquences potentiellement apocalyptiques. Quid du conflit entre l’Inde et le Pakistan? Quid , plus près de nous, de celui entre l’Ukraine et la Russie?

Monsieur le ministre, comment la Belgique compte-t-elle se positionner face à cette déclaration de guerre d’Israël? Des ressortissants belges sont-ils présents dans la région? L'avis de voyage va-t-il être modifié? Quand la Belgique va-t-elle enfin se positionner pour empêcher Israël de semer la terreur dans la région? Quand des sanctions seront-elles enfin prises, tant au niveau européen qu’au niveau national?

Par ailleurs, je souhaiterais vous interroger sur les répercussions en matière d’approvisionnement énergétique et sur les coûts que cette situation pourrait engendrer pour nos entreprises et pour notre population. Qu’en est-il des risques de résurgence d’attentats terroristes en Union européenne et en Belgique en particulier? Nous savons en effet que certaines cellules dormantes pourraient être activées par l’Iran sur notre territoire.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, het zijn belangrijke dagen, niet alleen voor Iran, de Iraniërs of de toekomst van ayatollahs, maar ook voor het Westen. Wat willen wij, Europeanen, westerlingen voor de toekomst? W, Europeanen willen. Wat zal onze belangen dienen? Wij willen goed doen voor de wereld, maar ook voor Europa en zelfs voor de generaties na ons. Welke weg we kiezen, bepaalt inderdaad onze toekomst.

Historisch gezien ligt er nu een unieke kans. Een dergelijke gelegenheid zal zich niet vaak herhalen. Sommigen werpen op dat de acties van Israël ingaan tegen de internationale afspraken en regels. Maar wat denkt u dat zo'n monster zal doen met een nucleair wapen? Het zal ons aanvallen. U zult opwerpen dat het niet tegen ons zal worden gebruikt. Tegen wie dan wel? Als kind moest ik op school elke ochtend op uw vlag stappen. Als kind moest ik u laten zien hoe hard wij u haten. U vindt misschien dat ik overdrijf? Neen, dat is namelijk niet het verhaal van mij alleen, maar het verhaal van miljoenen Iraniërs, die dat nog altijd moeten doen. Verdiep u zich maar in de geschiedenis van Iran en u zult dat vaker zien.

Iraniërs vragen het Westen niet om hen te helpen door Israël te veroordelen. Ze willen een andere vorm van hulp, een die ertoe leidt dat het regime zo zwak wordt dat zij het een laatste slag kunnen toebrengen en het regime faalt.

Voorzitter:

Mevrouw Safai, gelieve af te ronden.

Darya Safai:

Mijnheer de voorzitter, hopelijk kunt u mij als een bron van veel informatie een minuut spreektijd extra toestaan. Ik rond af.

De toekomst van het Westen wordt nu bepaald. Wat bedoelen de westerse landen met diplomatie, dialoog en de-escalatie? Willen zij het probleem alleen maar voor zich uitschuiven? Dan wordt het alleen maar groter en geven we het regime zuurstof om een groter monster te worden.

Of wil men het probleem voor eens en voor altijd oplossen? U praat over diplomatie en dialoog. Ook voor mij behoren diplomatie en dialoog bij de beste karakteristieken van de westerse democratie, maar heeft dat 46 jaar gewerkt of niet? Als dat niet gewerkt heeft, hoe zult u dan nu vermijden dat het regime nucleaire wapens in handen krijgt?

Voorzitter:

Madame Safai, merci de veiller au respect du temps de parole. Vous étiez à près de quatre minutes au lieu de deux!

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, sinds 13 juni 2025 is de situatie in het Midden-Oosten drastisch geëscaleerd. Israël voert een grootschalige luchtaanval uit op de nucleaire en militaire installaties van Iran en Iran heeft ondertussen massale raket- en droneaanvallen als reactie gegeven. Dat heeft geleid tot honderden doden tot nu toe, wijdverspreide paniek in Teheran en aanzienlijke schade in Israëlische steden zoals Tel Aviv en Haifa.

De diplomatie in de regio moet, zoals de vorige spreekster aangaf, zo snel mogelijk worden hersteld. Dat staat buiten kijf, want elk slachtoffer dat valt, is er een te veel.

Ten eerste, wat is de positie van België over de aanval? Hebt u contact gehad met uw collega-ministers van Buitenlandse Zaken over een gecoördineerd Europees of internationaal antwoord? Wat is de rol van de Verenigde Naties?

Ten tweede, welke maatregelen overweegt u ter bescherming van Belgische burgers en diplomatieke posten in de regio?

Ten derde, in het statement van de G7, waarin de Europese Unie ons vertegenwoordigt, wordt het volgende gesteld. Ik citeer: "Israël heeft het recht op zelfverdediging en Iran is de kernbron van de regionale instabiliteit." Is dat naar uw mening een faire uitspraak? Hoe is die stellingname te rijmen met het feit dat Israël de aanvallen is begonnen?

Ten vierde, hoe kijkt u naar de bewering van Israël dat het om zelfverdediging gaat?

Ten vijfde, hoe zorgt u ervoor dat Israël daardoor de aandacht niet afleidt van de gruwel in Gaza vandaag?

Kathleen Depoorter:

Mensenrechten, vrouwenrechten en democratie staan al jaren onder druk in het theocratische, autoritaire en islamitische Iran. Met dat statement veroordeelden regeringspartijen, daarin door ons bijgetreden, de gijzeldiplomatie en vroegen wij Europa om de IRGC te blacklisten. Daarover werden er ook afspraken gemaakt.

Op 13 juni voerde Israël een aanval uit, daarbij de nucleaire installaties viserend. Uiteraard is elk slachtoffer er een te veel. Mijnheer de minister, dit is het moment om samen met Europese collega’s een standpunt in te nemen, een standpunt voor vrede, voor mensenrechten, voor vrouwenrechten en voor de toekomst.

Ik had graag van u vernomen welk standpunt u zult verdedigen. Welke visie zal België in de vergadering met de Europese ministers van Buitenlandse Zaken op tafel leggen? Welke houding zult u aannemen?

Naar verluidt heeft Israël een oproep gedaan om de ambassades wereldwijd te sluiten. Ik had graag van u vernomen of ook onze ambassade gesloten is of zal worden? Zijn er ondertussen nog goede diplomatieke contacten tussen ons land en Israël en hoe wordt daar desgevallend mee omgegaan? Worden de functies van de ambassade nu geheel of gedeeltelijk overgenomen door de consulaire posten? Is er een verantwoording gegeven?

Tot slot, mijnheer de minister, welke rol ziet u voor de VN en welk standpunt zult u daar innemen?

Ayse Yigit:

Mijnheer de minister, Israël heeft zopas een daad van uitzonderlijke ernst gepleegd, een directe aanval op Iran. De aanval, die zowel civiele als militaire doelwitten trof, is een flagrante schending van het Handvest van de Verenigde Naties en van het internationaal recht. Professor Dimitri Van Den Meerssche onderstreepte het op de VRT: het gaat om illegale agressie en niet om een defensieve daad.

Onder de slachtoffers bevinden zich wetenschappers, gezinnen, kinderen. Hun lichamen liggen onder het puin. De beelden gaan de wereld rond. De operatie was geen reactie, maar een vooraf geplande unilaterale aanval, uitgevoerd met de steun van de Verenigde Staten. Ze past in een bredere strategie van regionale dominantie, waarbij de agressor zich presenteert als slachtoffer, terwijl hij de spanningen in het Midden-Oosten op de spits drijft.

Mijnheer de minister, het internationaal recht verandert niet afhankelijk van wie het overtreedt. Veroordeelt de Belgische regering de Israëlische aanval op Iran?

Bent u het eens met Dimitri Van Den Meerssche dat de aanval van Israël illegale agressie is?

Zult u sancties eisen tegen Israël en elke militaire en economische samenwerking en veiligheidssamenwerking met dat land stopzetten, zolang het openlijk het internationaal recht schendt en conflicten in de regio aanwakkert?

Israël is een van de drie landen wereldwijd die het non-proliferatieverdrag niet hebben ondertekend. Het is de enige kernmacht in de regio. Vindt u dat Israël het non-proliferatieverdrag moet ondertekenen?

Voorzitter:

Madame Maouane, il est possible de vous joindre au débat d'actualité. J'ai d'ailleurs une autre demande du Vlaams Belang.

Rajae Maouane:

Merci monsieur le président. Je le dis en préambule, je ne suis absolument pas fan du régime iranien qui ne respecte pas les droits humains. Nous vivons en ce moment une tension et une escalade inquiétantes avec Israël qui a lancé une attaque directe contre l'Iran. Cette attaque est menée en dehors de tout mandat international, en violation flagrante de la Charte des Nations Unies. C'est un acte de guerre, tout simplement.

Les sites visés étaient à la fois militaires et civils. Parmi les victimes, on trouve des scientifiques, des femmes, des hommes, des enfants. Israël justifie cette agression par une stratégie dite préventive. On voit qu'Israël agit ici en dehors de tout droit. Ce pays refuse toujours de ratifier le traité de non-prolifération nucléaire, tout en poursuivant ses frappes régionales et en se plaçant au-dessus de toute règle commune. Pendant ce temps, on voit que l'Europe hésite ou n'est pas extrêmement claire. J'ajoute qu'Israël refuse toute inspection de l'Agence internationale de l'énergie atomique (AIEA), ce qui est un double standard très dangereux parce que cela fragilise l'ensemble des efforts de désescalade dans la région, y compris les négociations sur le programme nucléaire iranien. Pendant ce temps, le risque d'embrasement régional augmente, tout comme la menace sur l'approvisionnement en énergie et sur la stabilité économique mondiale.

Monsieur le ministre, mes questions rejoignent celles de mes collègues. Le gouvernement belge condamne-t-il fermement cette attaque unilatérale d'Israël contre l'Iran? Que savons-nous du rôle des États-Unis dans cette opération? Quelle position la Belgique va-t-elle défendre au niveau européen dans les jours qui viennent? Comment faites-vous l'analyse de ces attaques et comment vous positionnez-vous pour empêcher une escalade ou une guerre régionale totale? Enfin, quelles sont les conséquences diplomatiques, économiques ou militaires que notre pays envisage à l'encontre d'Israël qui viole encore une fois le droit international?

Voorzitter:

Je précise que dans le cadre d'un débat d'actualité, quand vous n'avez pas déposé de question, vous pouvez prendre la parole, soit dans le débat, soit en réplique, une seule fois.

Mijnheer Van Rooy, wenst u nu het woord te nemen? (Nee)

Dan krijgt u het woord tijdens de replieken.

Dans ce cas-là, nous allons vous céder la parole, monsieur le ministre, pour votre réponse. Trente minutes vous seront accordées à cet effet.

Maxime Prévot:

Monsieur le président, je remercie l'ensemble des collègues pour leurs questions.

Mijnheer Vander Elst, monsieur De Maegd, de manière surprenante, le gouvernement israélien a décidé d'attaquer l'Iran dans la nuit de jeudi à vendredi dernier en présentant ces attaques comme préventives, ainsi que plusieurs d'entre vous l'ont rappelé, et en justifiant de la propre défense d'Israël.

Le premier ministre Netanyahu a déclaré que, ces dernières années, l'Iran avait accumulé assez d'uranium enrichi pour produire neuf bombes nucléaires et que, s'il n'était pas arrêté, ce même pays pourrait produire une bombe "à très brève échéance". Le secrétaire d' État américain Marco Rubio a, lui, qualifié cette initiative israélienne d' "unilatérale" et affirmé que les États-Unis n'étaient pas impliqués. Le ministre iranien des Affaires étrangères estime, pour sa part, que les États-Unis ont été des partenaires dans ces attaques et qu'ils devraient reconnaître une responsabilité, tout en insistant sur le fait que, dans sa riposte, l'Iran n'avait visé qu'Israël, qu'il ne souhaite pas une extension du conflit, que le pays n'a pas quitté la table des négociations et qu'il est prêt à les reprendre. Un sixième round de négociations sur le nucléaire iranien était en effet bel et bien prévu à Oman dimanche dernier, entre les États-Unis et l'Iran. Toutefois, les circonstances ont évidemment conduit à son annulation.

Quant à moi, j'ai immédiatement réagi vendredi, en m'assurant d'abord et avant tout que les Belges dans la région étaient en sécurité et en prenant des nouvelles de mon personnel diplomatique sur place. Heureusement, jusqu'à aujourd'hui, tout le monde se porte bien. Nos avis de voyage pour les pays concernés ont été tout de suite adaptés pour avertir les Belges des derniers événements et les informer de la manière d'y réagir. Dans un premier temps, nos ambassades ont été relativement peu contactées par des compatriotes inquiets. Cependant, soyons honnêtes, le mouvement va à présent crescendo. Nos ambassades gèrent la situation avec calme et professionnalisme. Une évacuation n'est, à ce jour, pas envisagée, mais nous communiquons à ceux qui souhaitent s'en aller les possibilités qui existent. Soyons clairs: nous suivons la situation au jour le jour parce qu'au vu de la tournure des événements, l'absence d'évacuation pour le moment ne signifie pas qu'il ne devrait pas y en avoir demain.

Mevrouw Lambrecht, er waren enkele Belgen aanwezig in Iran, wellicht voor niet-essentiële reizen, ondanks ons reisadvies. Iedereen is veilig. Ik heb toestemming gegeven voor vrijwillig vertrek van de families van onze collega's die in Tel-Aviv en Jeruzalem gestationeerd zijn en wier hardship classification opnieuw is verhoogd, net als voor wie gestationeerd is in Teheran.

Mevrouw Yigit, monsieur Boukili – qui pourra lire le compte rendu –, dès vendredi matin, j’ai exprimé ma profonde inquiétude vis-à-vis des attaques israéliennes, mais aussi des ripostes iraniennes. Il s’agit du pire des scénarios. D’un côté, le risque de toucher des cibles nucléaires; de l’autre de faire des victimes civiles; et cela, alors même que des négociations étaient toujours en cours.

Mevrouw Safai, ik deel uw bezorgdheid, uw woede en uw aanklacht tegen het zeer problematische regime van de Iraanse autoriteiten, een regime dat niet de vriend van België kan zijn, een regime dat geen kernwapens mag bezitten.

Tot heden hebben we geen bewijs dat Iran over kernwapens beschikt. Het land is ook partij bij het verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens. Niettemin beschouwde het Internationaal Atoomenergieagentschap in zijn meest recente verslag de snelle accumulatie van hoogverrijkt uranium als zeer zorgwekkend. Het Agentschap betreurde het dat het, bij gebrek aan betere samenwerking van de kant van de Iraanse autoriteiten, niet in staat was om de verzekering te geven dat het nucleaire programma van Iran uitsluitend vreedzaam verliep.

België verzet zich tegen de verrijking van uranium door Iran voor militaire doeleinden. Daarom heeft onze regering, naast de gijzelaarsdiplomatie, de wapenleveringen aan Rusland, de schendingen van de mensenrechten, waaronder vrouwenrechten, en de destabiliserende activiteiten in de regio, besloten om de druk op het Iraanse regime op te voeren en tegelijkertijd het Iraanse volk te steunen. België steunt het opleggen van gerichte sancties tegen Iraanse personen en entiteiten op het niveau van de Europese Unie.

Ik geloof de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken op zijn woord als hij zegt dat Iran de vijandelijkheden zal staken als Israël hetzelfde doet en dat Iran bereid is om terug te keren naar een diplomatieke oplossing door aanvaardbare voorstellen te formuleren. Ik geloof president Trump ook op zijn woord wanneer hij oproept om een einde te maken aan de dood en vernieling en Iran aanspoort om een deal te sluiten. Ik blijf geloven dat de onderhandelingstafel een veel betere optie is dan het slagveld.

Monsieur Lacroix, nonobstant le fait qu'on a toutes les raisons de pouvoir régulièrement douter des annonces qui sont faites par les ministres iraniens, pour revenir à la question connexe que vous avez évoquée, à savoir celle de la conférence à New York, il est clair que la France et l'Arabie saoudite n'ont pas annoncé l'annulation, mais le report de la conférence prévue cette semaine sur la solution à deux États; et ce, officiellement, pour des raisons, je cite, "logistiques et sécuritaires".

Je comptais effectivement m'y rendre, et dès que la nouvelle date sera connue, je compte bien confirmer à nouveau ma participation active. Je l'ai dit et je le répète, la Belgique s'inscrira dans l'initiative franco-saoudienne à la lumière des considérations déjà partagées.

En attendant, il ne faut pas non plus que cela détourne notre attention du drame humain qui continue de se jouer à Gaza. Israël ne permet toujours pas un véritable accès humanitaire aux populations civiles et continue de tuer des Palestiniens. Le Hamas n'a toujours pas libéré les otages. C'est un scandale, et je continue d'engager la Belgique avec l'Union européenne pour un cessez-le-feu et une solution à long terme, comme nous venons d'en débattre.

Mevrouw Depoorter, ik heb inderdaad in de pers gelezen dat er sprake is van de sluiting van Israëlische ambassades over de hele wereld. Wat de Israëlische ambassade in België betreft, wij zijn niet op de hoogte gebracht van een dergelijke beslissing.

Mevrouw Van der Straeten, mijnheer Lacroix, het nieuws over de Israëlische aanvallen op Iran heeft gevolgen gehad voor de prijs van olie en gas, die gestegen is. De Straat van Hormuz is een wereldwijd energieknelpunt: 20 % van de olie en het lng passeert daar immers. Voor België zijn verstoringen dus mogelijk, zeker als gas- en havenhub. Ook daarom moeten we een escalatie van het conflict en de uitbreiding ervan naar andere landen in de regio voorkomen.

De situatie onderstreept bovendien het belang van diversificatie van de invoerbronnen en van ondersteuning van de Europese inspanningen om de zeeroutes veilig te stellen. We hebben er gisteren tijdens de vergadering van de raad van Bestuur van het Internationaal Atoomenergieagentschap ook aan herinnerd dat nucleaire installaties nooit mogen worden aangevallen, aangezien dergelijke aanvallen ernstige gevolgen kunnen hebben voor de nucleaire veiligheid, beveiliging en waarborgen.

Dat waren, mijnheer de voorzitter, de verschillende elementen van informatie die ik wilde meegeven.

Voorzitter:

Merci, monsieur le ministre. Je cède la parole à M. Vander Elst pour sa réplique de deux minutes.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Informatie en communicatie zijn bijzonder belangrijk wanneer zich een dergelijk conflict voordoet. Het is goed dat de ambassade, in samenwerking met de FOD Buitenlandse Zaken, in zeer nauw contact staat met de Belgen ter plaatse, zodat we hen kunnen ondersteunen of helpen, mocht dat nodig blijken.

U gaf daarnet aan dat u de Iraanse minister op zijn woord gelooft. Geloven in het goede van de mens is goed, maar we moeten daar in dit geval toch voorzichtig mee zijn. We mogen niet naïef zijn, want het Iraanse regime is niet zomaar een regime dat we meteen op zijn woord moeten geloven. Laten we zeer waakzaam blijven.

Het is vanop afstand, vanuit België, heel gemakkelijk om kant te kiezen in een internationaal conflict. Het is echter veel moeilijker om vanop afstand naar een oplossing te zoeken. Onze positie daarin is niet eenvoudig. We moeten dat, samen met de Europese Unie, zeer nauwlettend opvolgen. Samen met u hopen we zo snel mogelijk tot een diplomatieke oplossing te komen, want elk slachtoffer in een conflict is er een te veel. We zullen dat conflict vanuit de commissie zeker van nabij blijven opvolgen.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw verduidelijking. Ik heb twee opmerkingen.

Ten eerste, wat betreft olie en gas, moet er inderdaad diversificatie zijn, maar er moet ook voor worden gezorgd dat we, in dit geval, minder olie nodig hebben. We weten waar de oliereserves zich bevinden, namelijk in Rusland, Iran en de Verenigde Arabische Emiraten. Geen van die drie zijn democratieën. In twee van de drie is er oorlog en, zoals u weet, want u bent er geweest, zijn de Verenigde Arabische Emiraten friends to all and enemies to nobody . Het is zeker een land waarmee we een goede relatie moeten opbouwen, maar het blijft wel een autocratisch regime.

Grondstoffen en energie kunnen enorm ontwrichtend werken en onveiligheid in de hand werken. We hebben dat gezien met de oorlog in Oekraïne. Op korte termijn is diversificatie en zeeroutes veiligstellen inderdaad goed. Op middellange termijn moeten we ervoor zorgen dat we ze gewoonweg niet of minder nodig hebben en dat we energie kunnen gebruiken die we zelf produceren of die we van andere delen van de wereld kunnen laten komen.

Ten tweede, wat betreft het atoomprogramma, de atoomonderhandelingen lijken nu helemaal gedelegeerd te worden en een onderonsje tussen Iran en Trump, tussen Iran en de Verenigde Staten te worden. Dat zat er al aan te komen, ook voor deze aanvallen. Het multilateralisme in de schoot van het IAEA lijkt op dat vlak wel opgegeven te zijn. Dat kan geen goede zaak zijn voor de veiligheid van de wereld, zeker als het gaat over non-proliferatie. Hoe die onderhandelingen evolueren moet worden opgevolgd, maar volgens mij is het ook belangrijk dat dat breder gaat dan een louter bilateraal akkoord. Anders wordt onze wereldwijde veiligheid straks geregeld via bilaterale akkoorden in plaats van via multilaterale akkoorden. U had het in uw beleidsnota toch vaak, en terecht, over multilateralisme, mijnheer de minister.

Michel De Maegd:

Chers collègues, je me permets de répliquer à mon tour.

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse, que je qualifierais d'équilibrée. L'essentiel reste, je pense, notre attachement indéfectible au droit international bien sûr, mais au-delà, à la sécurité collective et à la non-prolifération nucléaire. C'est aussi ce qui fait la force de la diplomatie belge, sa constance, son attachement aux principes, même dans la tourmente.

Mais permettez-moi tout de même d'ajouter une inquiétude. Le Moyen-Orient n'est pas une région comme les autres. C'est un théâtre de tensions anciennes et profondes où chaque geste peut être perçu comme une menace existentielle. Israël est un État démocratique cerné de régimes dont certains continuent d'appeler à sa disparation. L'Iran et son régime obscurantiste qui avilit sa propre population – cela a été rappelé par quelqu'un qui l'a vécu –, soutient des milices hostiles jusque dans son territoire même, poursuit un programme nucléaire clairement opaque et profère régulièrement des menaces explicites d'éradication de l'État d'Israël. Dans ce contexte, il faut reconnaître, sans pour autant justifier, le sentiment d'urgence qui pousse certains États à agir. Une diplomatie crédible ne peut ignorer les peurs réelles. Elle doit entendre les raisons de chacun, même lorsque l'on condamne les moyens qui sont employés.

La Belgique doit rappeler dans les enceintes internationales et sans ambiguïté que la seule sécurité durable passe par la négociation, la transparence et le respect mutuel.

Pour terminer, je rappelle que la sécurité de nos ressortissants et de nos représentations diplomatiques doit, bien sûr, rester aussi une priorité absolue.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour le caractère complet de votre réponse.

Ce qui me choque, c'est d'avoir l'impression que le premier ministre israélien est le Machiavel du XXI e siècle. Voilà des années qu'on annonce que l'Iran va se doter de la bombe nucléaire. On prétend chaque fois que c'est imminent. À nouveau, le premier ministre israélien a considéré que c'était imminent, et a déclenché sa guerre. Il l'a déclenchée 60 jours après le délai qu'avait fixé Donald Trump pour négocier avec l'Iran pour justement obtenir un accord sur le désarmement nucléaire. Le premier ministre israélien avait donc une fenêtre d'opportunité pour déclencher cette "guerre préventive" qui est contraire à tout droit international et au protocole additionnel des conventions de Genève.

Pourquoi? Pour se parer de nouvelles médailles et pour détourner l'attention sur le génocide perpétré à Gaza. Sa justification portant sur les sites nucléaires ne constitue qu'un prétexte. Il veut éradiquer le régime iranien. Je peux le comprendre, ce régime iranien est absolument pervers, antidémocratique, horrible, mais, si on veut arriver à abattre un régime, c'est par la voie diplomatique et la voie démocratique avant tout qu'il faut le faire, pas par des "guerres préventives" et en violant le droit international. En s'attaquant à des sites nucléaires, il déclenche une escalade potentielle que d'autres comme l'Inde, le Pakistan, la Russie, l'Ukraine pourraient utiliser demain. C'est un risque majeur pour l'humanité.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoorden. U zei dat we nog steeds geen bewijs hebben dat ze een kernwapen hebben. Op het moment dat we dat bewijs wel hebben, is het te laat. Dan kunnen we niets meer doen. Trouwens, de heer Grossi zei al dat ze heel ver staan in het verrijken van uranium, ze zijn er dus bijna. Daarvoor hebben we geen bewijs nodig. Het is al zover, want het Internationaal Atoomenergieagentschap zegt het zelf.

Met betrekking tot de stelling dat Iran nu opnieuw bereid is om te onderhandelen, het spijt me, mijnheer de minister, maar het is te laat. Ze vragen dat nu omdat het hele land in brand staat. Ze zullen ons opnieuw voor de gek houden. Laten we ernstig blijven over die onderhandelingen. Ik garandeer het u, ze zullen opnieuw beweren dat hun doelstellingen vreedzaam zijn, maar dat klopt gewoon niet.

Met betrekking tot Trump en de Amerikaanse "diplomatie", Trump heeft een poging gedaan omdat de Amerikanen hem vragen om geen oorlog te beginnen. Dat is terecht, ik geloof ook in diplomatie, maar niet met Iran. Hij heeft geprobeerd zijn achterban duidelijk te maken dat hij er alles aan gedaan heeft. Nu het zover is, laat hij Israël het vuile werk opknappen. En Israël doet dat nu. De rivier van de revolutie van de mensheid vindt de weg. Zo zal Israël zijn doelen realiseren.

Binnenkort, in de nabije toekomst, zal er een seculaire democratie ontstaan in Iran. En dat is positief, voor u, voor de collega’s, voor ons, voor het Westen, voor iedereen. Laten we die mensen steunen, die nog altijd zo dapper zijn. Mijn mama en zus zeggen: laat het maar gebeuren, dit is een oorlog die uitgevochten moet worden, wij zijn sterk, steun ons en dan komt het goed.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, misschien wilt u nog antwoorden, soms doet u dat, omdat ik u vroeg of u akkoord kunt gaan met wat de G7 heeft gezegd. Ik citeer: “Israël heeft het recht op zelfverdediging. Iran is de kernbron van regionale instabiliteit”.

Ik denk niet dat dit te rijmen valt met wat u hier voortdurend tegen ons zegt en met de lijn waarop wij gezamenlijk zitten. Ik zou van u willen horen dat u vindt dat dergelijke uitspraken niet kunnen, zeker niet in onze naam. Het is immers niet alleen Israël dat de aanvallen op Iran is gestart. Ook Iran zaait terreur in de regio en draagt schuld. Ook Trump draagt verantwoordelijkheid. Hij heeft de Irandeal opgeblazen.

We zitten met drie extremen, allemaal overtuigd van hun grote gelijk. Zij denken dat dit conflict zomaar kan worden opgelost. Uitspraken zoals die van de G7 helpen daar niet bij. Ik denk dat het aan ons is, aan de G7 waartoe wij behoren, om het hoofd koel te houden. U kunt daar koelbloedigheid tonen, zoals u dat ook in het Gazadebat doet.

Er is meer dan ooit nood aan dialoog en diplomatie. Dat hebt u zelf gezegd, ook in uw goedgelovige uitspraken over Iran en dergelijke. Ondanks alles wat anderen zeggen, denk ik dat we die weg moeten blijven bewandelen. Meer oorlog is geen optie, want meer oorlog betekent meer doden, duizenden doden, en nog minder toekomst voor onze kinderen en kleinkinderen.

Daarom vraag ik u met aandrang, mijnheer de minister, om u uit te spreken tegen dergelijke statements van de G7 en te kiezen voor dialoog.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, het Iraanse regime kan inderdaad de vriend van België niet zijn. In 2024 hebben immers 975 executies plaatsgevonden van politieke tegenstanders van het autoritaire, theocratische, islamitische regime. Ik herhaal het: een recordaantal van 31 vrouwen werd geëxecuteerd als gevolg van hun politieke mening. Het is absoluut noodzakelijk, mijnheer de minister, dat we op onze hoede zijn. Dergelijke mensen op hun woord geloven – ik weet dat u dat niet doet – is gevaarlijk voor de democratie en gevaarlijk voor de mensheid.

Wat moeten we dan wel doen? Samenwerken met Europa, een stem laten horen, ervoor zorgen dat we diplomatiek tot akkoorden komen en dat de nucleaire veiligheid in het Midden-Oosten kan worden gegarandeerd. We moeten pleiten voor democratie voor die 90 miljoen Iraniërs, voor vrijheid, voor mensenrechten, voor vrouwenrechten. En, mevrouw Lambrecht, we moeten het terrorisme in het Midden-Oosten stoppen.

Iran is immers al jaren de financiële hulplijn voor Hezbollah, Hamas en de Houthi's en is op die manier de reden van instabiliteit in het Midden-Oosten. Wij kunnen als Europa zeker onze stem daarin gebruiken. We moeten pleiten voor sancties en zeker voor vrijheid, vrede en vrouwen in Iran. Dank u.

Ayse Yigit:

Geachte minister, Israël valt Iran aan vanwege diens mogelijke productie van kernwapens, terwijl Israël zelf over een nucleair wapenarsenaal beschikt. Professor internationale politiek David Criekemans ziet dit als een voorbeeld van de dubbelzinnigheid en schizofrenie van de internationale politiek. Het Internationaal Atoomenergieagentschap bevestigde bovendien dat Iran nog geen stappen heeft gezet richting de productie van kernwapens, zoals u zelf ook aanhaalde.

Ik hoop dat u, mijnheer de minister, niet meedoet aan deze dubbelzinnigheid in de internationale politiek en sterk de agressie van Israël veroordeelt. Het is namelijk telkens de burgerbevolking die de prijs betaalt van een escalatie. Vandaar hoop ik dat België pleit voor een de-escalatie van dit conflict. Dank u.

Voorzitter:

De collega's Van Rooy en De Smet wensen te reageren in dit actualiteitsdebat.

Sam Van Rooy:

Ik ontving gisteren uit Iran dit bericht: "Er vielen hier de afgelopen dagen minder doden dan tijdens de demonstraties van de beweging Women, Life, Freedom voor Mahsa Amini."

De islamitische staat Iran is een meedogenloos en moorddadig islamitisch regime dat aan de lopende band onschuldige mensen terroriseert, martelt en vermoordt. Vrouwen, homoseksuelen, niet-moslims, ex-moslims, dissidenten, schrijvers, kunstenaars enzovoort, niemand is veilig voor de tirannieke ayatollahs. Daarnaast plant en sponsort Iran wereldwijde jihadterreur via Iraanse satellieten zoals Hezbollah, Hamas en de Houthi’s. Ook op ons grondgebied zijn Iraanse dissidenten niet veilig. Denk aan de fatwa tegen schrijver Salman Rushdie. Een atoomwapen in handen van deze moslimterroristen is dan ook pure waanzin, levensgevaarlijk en dus onaanvaardbaar voor de stabiliteit en de wereldvrede.

Israël bewijst de wereld, en dus ook ons, maar evenzeer de tientallen miljoenen vrijheidslievende Iraniërs, waaronder mijn schoonfamilie, een enorme dienst. Terwijl de moedige helden van het IDF en de Mossad geniaal werk leveren, roepen steeds meer Iraniërs: “Dood aan Khamenei!”.

Nog een bericht dat ik uit Iran ontving de voorbije dagen: “Netanyahu is hier zelfs nog populairder dan in Israël.” Het is dan ook even potsierlijk orwelliaans als schandalig dat Israël, dat in tegenstelling tot Iran een democratie en vrije samenleving is, hier al jaren continu wordt gebasht en in verhouding veel zwaarder wordt aangepakt dan het moorddadige jihadistische shariaregime van Iran, dat ons wil vernietigen en islamiseren.

Mijnheer de minister, parlementsleden, wordt nu eindelijk wakker en kies de juiste kant van de geschiedenis, namelijk die van Israël en niet die van de islamitische jihad.

François De Smet:

Monsieur le ministre, merci de nous avoir donné votre point de vue. Ce qui est compliqué dans ce débat, c’est qu’on peut tout à la fois n’avoir aucune sympathie pour le régime iranien et conserver quand même une certaine estime pour le respect du droit international.

La république islamique d’Iran est une théocratie qui réprime les femmes, qui réprime toute personne qui pense autrement, qui prend même en otage des ressortissants étrangers. Nous, les Belges, en savons quelque chose.

Si un jour, les Iraniens parviennent à se débarrasser de ce régime, je pense que nous serons à peu près tous heureux ici.

En même temps, il y a moyen de ne pas cautionner qu'on se fasse justice soi-même, en particulier justice préventive. L'attaque menée par Israël est aussi une attaque d'opportunité, pour diverses raisons qui ont été soulignées. Mais attention, l'inquiétude d'Israël est légitime. L'Iran n'est pas juste un État qui veut se doter de l'arme nucléaire. C'est un État qui, dans son régime actuel, déclare régulièrement qu'Israël devrait être rayé de la carte.

Les efforts de la communauté internationale pour faire en sorte que l'Iran se dénucléarise, ou qu'il n'ait en tout cas pas accès à des capacités militaires nucléaires, sont légitimes.

De toute façon, il faudra que la négociation reprenne le pas – même des petits pays comme le nôtre ont des rôles à jouer – parce que de toute manière, certains sites iraniens sont hors d'accès de certaines attaques. Il n'y a rien à faire, on devra en revenir à une forme de négociation.

Je peux juste simplement voir avec vous que nous sommes dans une tendance de plus en plus prégnante, et nous voyons que dans tous les dossiers, le droit international devient une sorte de décorum, et que la loi du plus fort et de celui qui a besoin de protéger le plus vitalement ses intérêts l'emporte.

Je crois que le rôle de notre pays est en effet de tout faire pour que les négociations reprennent et de montrer que le point de vue le plus juste peut aussi l'emporter autour d'une table de négociations.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik zal u geruststellen. Ik zal geen tien minuten nodig hebben.

Op 2 mei 2025 heeft het Duitse Bundesamt für Verfassungsschutz (BfV), zijnde de binnenlandse veiligheidsdienst, de partij Alternative für Deutschland (AfD) officieel aangemerkt als een rechts-extremistische organisatie en dus als strijdig met de grondwettelijke orde. Die classificatie heeft verstrekkende implicaties voor de partij, haar leden en haar rol binnen het democratische bestel.

Door de beslissing krijgen de veiligheidsdiensten onder meer de bevoegdheid om leden te volgen en af te luisteren, bijeenkomsten te monitoren en informanten in te zetten. Dat is de DDR all over again . Bovendien kunnen ambtenaren die lid zijn van de AfD worden geconfronteerd met disciplinaire maatregelen of zelfs ontslag.

Het gaat hier om een partij die bij de laatste federale verkiezingen in Duitsland nog 20,8 % van de stemmen behaalde en daarmee de op een na grootste politieke formatie van het land werd. De beslissing voelt dan ook als een politiek-juridische afrekening. Binnen de gevestigde partijen, zoals de CDU, Die Grünen en Die Linke, gingen immers eerder al stemmen op om de AfD volledig te verbieden. De nieuwe classificatie door het BfV lijkt de discussie in een stroomversnelling te brengen.

Verschillende juristen en grondwetspecialisten hebben intussen hun bezorgdheid geuit over de juridische onderbouwing van het besluit. Zij stellen dat het partijprogramma van de AfD niet noodzakelijk de etnische benadering bevat die het BfV beweert aan te tonen en dat het evenmin een systematische aanval vormt op de democratische rechtsorde.

Opvallend is ook dat het rapport waarop de classificatie zou zijn gebaseerd naar verluidt meer dan duizend pagina’s zou tellen, maar niet openbaar is gemaakt. Daardoor kan de partij zich moeilijk verdedigen tegen de beschuldigingen. Dat bovendien selectieve informatie uit het rapport wordt gelekt naar bepaalde media, roept vragen op over de transparantie en neutraliteit van het proces. Het BfV valt immers onder de directe verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken en werd op het moment van de beslissing geleid door SPD-minister Nancy Faeser, die eerder openlijk kritiek uitte op de AfD.

Dit dan ook fundamentele vragen op over de verhouding tussen de politieke besluitvorming en de juridische objectiviteit. Door de classificatie ontstaat bovendien de mogelijkheid om bijvoorbeeld de overheidsfinanciering van de partij stop te zetten of verdere stappen te zetten richting een partijverbod. Dergelijke maatregelen roepen herinneringen op aan repressieve methodes uit de DDR-tijd en doen vermoeden dat politieke motieven een rol spelen.

Los van de steun aan of de afwijzing van het gedachtegoed van de AfD is het essentieel dat democratische principes worden bewaakt. De onderdrukking van oppositiepartijen op basis van geheime dossiers ondermijnt het vertrouwen in de rechtsstaat. Vanuit die bezorgdheid is het verdedigbaar dat parlementen, waaronder het federale Parlement, hun stem laten horen tegen deze ontwikkeling.

Erkent de regering dat in een democratische rechtsstaat politieke partijen enkel via vrije verkiezingen met elkaar dienen te concurreren en dat het beperken of zelfs het verbieden van partijen door overheidsingrijpen strijdig is met fundamentele democratische principes?

Hoe beoordeelt de regering de beslissing van de Duitse binnenlandse inlichtingendienst om de partij AfD als een antigrondwettelijke organisatie te classificeren en deelt ze de bezorgdheid dat dat een precedent schept dat de vrije politieke meningsuiting en partijwerking ondermijnt?

Zal de regering de classificatie van de AfD als antigrondwettelijke organisatie door de Duitse overheid aldus veroordelen als een inbreuk op de democratische beginselen?

Is de regering bereid om die bezorgdheden, gelet op het belang van de democratische rechtsorde, officieel over te maken aan de bevoegde instanties binnen de Duitse regering?

Ik dien ook nog een motie van aanbeveling in voor verdere opvolging.

Voorzitter:

Monsieur le ministre, vous avez dix minutes pour votre réponse.

Maxime Prévot:

Monsieur le président, je n'en aurai pas besoin.

Mevrouw Huybrechts, ik noteer uw bezorgdheid over de ontwikkelingen in buurland Duitsland. Ik denk dat het aan de Duitse overheid is te oordelen wat te doen met dergelijke verslagen en na te gaan of dergelijke verslagen zijn opgesteld binnen het mandaat van de betrokken inlichtingendienst.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, ik snap dat het natuurlijk een proces is dat in Duitsland moet worden gemaakt. Ik heb toch nog de vraag of u erkent dat dit een gevaarlijk principe is, dat misschien vandaag in Duitsland gebeurt, maar morgen misschien in Nederland en overmorgen in België, wie weet zelfs ooit met uw partij. Dus vandaar mijn vraag: erkent u dat dit zeer gevaarlijk is voor de democratie? Ik heb alvast toch een motie van aanbeveling die we hier eventueel ter stemming kunnen brengen.

Moties

Motions

Voorzitter:

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Britt Huybrechts en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van mevrouw Britt Huybrechts en het antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking, - gelet op artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, waarin de waarden van de Unie worden vastgelegd, waaronder de eerbiediging van de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten; - gelet op artikel 12 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dat de vrijheid van vergadering en vereniging waarborgt, inclusief het recht van eenieder om politieke partijen op te richten; - gelet op de classificatie van Alternative für Deutschland als "rechtsextremistische organisatie" door de Duitse Verfassungsschutz op 2 mei 2025; - gelet op het besluit van de Duitse regering om deze classificatie te bekrachtigen; - gelet op het feit dat de AfD op democratische wijze 20,8% van de Duitse kiezers vertegenwoordigt als tweede partij in de Bondsdag; - gelet op het belang van het beschermen van de rechten van democratisch verkozen partijen, hun vertegenwoordigers en leden; - overwegende dat de classificatie van de AfD als extremistische organisatie een ernstige inbreuk vormt op de democratische rechten van een partij die meer dan een vijfde van het Duitse electoraat vertegenwoordigt; - overwegende dat de Amerikaanse vicepresident JD Vance deze beslissing terecht heeft veroordeeld met de woorden "Dit is hoe een stervende regerende klasse haar macht behoudt. Bureaucraten, niet kiezers, proberen de AfD te vernietigen": - overwegende dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Marco Rubio, de classificatie heeft bestempeld als "geen democratie, maar een vermomdevorm van tirannie"; vraagt de regering: - de erkenning dat in een democratische rechtsstaat politieke partijen enkel via vrije verkiezingen met elkaar dienen te concurreren en dat het beperken of zelfs verbieden van partijen door overheidsingrijpen strijdig is met fundamentele democratische principes. - de beoordeling van de beslissing van de Duitse binnenlandse inlichtingendienst om de partij Alternative für Deutschland als een "anti-grondwettelijke organisatie" te classificeren, te veroordelen en de bezorgdheid te delen dat dit een precedent schept dat de vrije politieke meningsuiting en partijwerking ondermijnt. - de classificatie van Alternative für Deutschland als anti-grondwettelijke organisatie door de Duitse overheid aldus te veroordelen als een inbreuk op de democratische beginselen. - deze bezorgdheden, gelet op het belang van de democratische rechtsorde, officieel over te maken aan de bevoegde instanties binnen de Duitse regerlng. Une motion de recommandation a été déposée par Mme Britt Huybrechts et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de Mme Britt Huybrechts et la réponse du ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement, - compte tenu de l'article 2 du Traité sur l'Union européenne, qui définit les valeurs de l'Union, dont le respect de la démocratie, de l'État de droit et des droits humains; - compte tenu de l'article 12 de la Charte des droits fondamentaux de l'Union européenne, qui garantit la liberté de réunion et d'association, en ce compris le droit de chacun de créer des partis politiques; - compte tenu de la classification, le 2 mai 2025 par le Verfassungsschutz allemand, de l'Alternative für Deutschland (AfD) comme "organisation d'extrême droite"; - compte tenu de la décision du gouvernement allemand d'entériner cette classification; - compte tenu du fait que l'AfD représente démocratiquement 20,8 % des électeurs allemands, ce qui en fait le deuxième parti au sein du Bundestag; - compte tenu de l'importance de protéger les droits des partis démocratiquement élus, de leurs représentants et de leurs membres; - considérant que la classification de l'AfD comme organisation extrémiste constitue une violation grave des droits démocratiques d'un parti qui représente plus d'un cinquième de l'électorat allemand; - considérant que le vice-président américain, J. D. Vance, a condamné à juste titre cette décision, qu'il a décrite comme étant "la manière dont une classe gouvernante et à l'agonie se maintient au pouvoir", estimant que "ce sont les bureaucrates, et non les électeurs, qui tentent de détruire l'AfD"; - considérant que le secrétaire d'État américain, Marco Rubio, a parlé à propos de cette classification "d'absence de démocratie" et de "tyrannie déguisée"; demande au gouvernement: - d'admettre que, dans un État de droit démocratique, les partis politiques ne doivent se livrer de concurrence que dans le cadre d'élections libres et que la restriction, voire l'interdiction, de partis par des interventions étatiques est contraire aux principes démocratiques fondamentaux; - de condamner la décision prise par le service du renseignement intérieur allemand de classifier le parti Alternative für Deutschland comme organisation anticonstitutionnelle et de partager la crainte que cette décision constitue un précédent qui compromet la liberté d'expression politique et le fonctionnement des partis; - de condamner de ce fait la classification par l'État allemand de l'Alternative für Deutschland comme organisation anticonstitutionnelle parce qu'elle constitue une violation des principes démocratiques; - de faire part officiellement de ces inquiétudes aux instances compétentes au sein du gouvernement allemand, eu égard à l'importance de l'ordre juridique démocratique. Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Benoît Lutgen. Une motion pure et simple a été déposée par M. Benoît Lutgen . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

De aanhoudende militaire campagne van Turkije in Noord-Irak

Gesteld door

VB Ellen Samyn

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België erkent de aangekondigde ontbinding van de PKK als een positieve stap, maar Turkije zet ondanks het staakt-het-vuren militaire druk in Noord-Irak voort, officieel om de ontwapening af te dwingen—wat Iraakse soevereiniteit schendt. De minister benadrukt verbeterde Turkse-Iraakse relaties en hoopt op vrede, maar Samyn wijst op Turkije’s herhaalde schendingen (bombardementen op infrastructuur) en vraagt zich af of het land betrouwbaar blijft als NAVO-partner. Diplomatieke actie blijft beperkt tot opvolging zonder concrete stappen.

Ellen Samyn:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik pendel vandaag heen en weer tussen de commissie voor Sociale Zaken en deze commissie en verwijs daarom naar de schriftelijke neerslag van mijn vraag.

Ondanks het feit dat de Koerdische PKK zichzelf ontbonden heeft, verklaarde de Turkse minister van Defensie dat zijn land de aanvallen tegen hen in Noord-Irak zal blijven verderzetten. Ze willen daarmee doorgaan tot naar eigen zeggen “de regio volledig gezuiverd is". Men wil daarbij grotten, wapendepots, infrastructuur etc. blijven bombarderen.

Een militaire campagne tegen een opgeheven vijand heeft veel weg van een platte veroveringsoorlog. Niet toevallig is Noord-Irak, ook wel Iraaks-Koerdistan genoemd, een autonome regio van Irak die door hoofdzakelijk Koerden bewoond en bestuurd wordt.

Turkije wil trouwens in samenwerking met het nieuwe islamistische Syrië en Irak toezicht houden op wapenimport vanuit de reeds ontbonden PKK. Dit zou zonder toezicht van VN-waarnemers gebeuren.

Turkije lijkt de poort open te houden naar verder militair ingrijpen in Noord-Syrië, in de AANES. Zij eisen namelijk dat de YPG zich volledig integreert in de nieuwe structuren van het Syrische leger van Al-Sharaa, dat met Turkse steun aan de macht is gekomen na Assad.

Graag verneem ik van de minister:

1. Heeft u al contact gehad met uw Turkse ambtsgenoot of de ambassadeur rond deze verklaringen over een aanhoudend offensief in Noord-Irak? Zo ja, wat was de inhoud van de gesprekken?

2. Welke diplomatieke initiatieven neemt u om de veroveringsoorlogen van Turkije en de destabiliserende rol die zij spelen in de regio aan te kaarten? Legt u dit op tafel in de relevante bilaterale en multilaterale fora?

3. Kan Turkije, ondanks eigengereid militair optreden in het autonome Iraaks-Koerdistan en alle eerdere militaire aanvallen zonder ruggenspraak met de NAVO een loyale bondgenoot zijn voor ons bondgenootschap? Kunnen zij een strategische partner en zelfs EU-lid worden, ondanks al deze schendingen van het internationaal recht?

Maxime Prévot:

Mevrouw Samyn, na een oproep van haar historische leider, de heer Öcalan, kondigde de terroristische organisatie PKK begin mei een staakt-het-vuren en haar ontbinding aan. De praktische details van die aankondiging zijn eerlijk gezegd nog niet duidelijk, bijvoorbeeld wat betreft het tijdschema voor de ontwapening en de demobilisatie van haar leden. Toch is het een belangrijke en zeer positieve ontwikkeling die een einde zou kunnen maken aan een bloedig conflict dat Turkije en andere landen in de regio al vier decennia lang treft.

Het lijkt op het eerste gezicht paradoxaal dat de Turkse autoriteiten, ondanks het lopende proces, publiekelijk aankondigen dat ze doorgaan met hun acties tegen de PKK in Noord-Irak. De operaties van het Turks leger ter plaatse zijn echter grotendeels gestaakt. Het lijkt mij daarom dat die opmerkingen moeten worden gezien als een wens van de Turkse autoriteiten om druk te blijven uitoefenen op de PKK om haar toezeggingen op het terrein na te komen. Ik heb niet de gelegenheid gehad om de kwestie met mijn Turkse collega te bespreken, maar onze diplomatieke posten volgen de laatste ontwikkelingen in het lopende proces met de PKK uiteraard op de voet.

Als dat proces ooit wordt afgerond, zou het logischerwijs moeten leiden tot een volledig einde van de Turkse militaire operaties in Noord-Irak. Het standpunt van België over die operaties is altijd geweest dat ze de Iraakse soevereiniteit schenden wanneer ze worden uitgevoerd zonder voorafgaande toestemming van de Iraakse autoriteiten. Ik stel echter vast dat de betrekkingen tussen Irak en Turkije de afgelopen twee jaar zijn verbeterd en dat er sindsdien beter overleg plaatsvindt met de Iraakse autoriteiten over de PKK. Ook de autonome Koerdische autoriteiten in Erbil onderhouden correcte betrekkingen met de Turkse staat. Laten we daarom hopen dat het huidig proces door beide partijen zal worden afgerond en dat het zal leiden tot duurzame vrede in de regio.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. U sprak over "paradoxaal." Dat klopt inderdaad, we moeten toch altijd een beetje op onze hoede zijn wanneer het over aanvallen door Turkije gaat. Het is niet de eerste keer dat ziekenhuizen, infrastructuur en dergelijke, in die regio door Turkije worden vernietigd. U eindigde met te zeggen, en daar geef ik u gelijk in, dat we moeten hopen dat er een vredesproces komt dat door beide partijen wordt gerespecteerd.

Het schietincident in Jenin waarbij een diplomatieke delegatie onder vuur genomen werd
Het afvuren van waarschuwingsschoten op diplomaten door Israëlische militairen
Aanval op diplomaten en schietincident in Jenin

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België veroordeelt het gerichte Israëlische vuur op EU-diplomaten (inclusief een Belg) in Jenin, ondanks vooraf afgestemde routes, als onaanvaardbare schending van diplomatieke onschendbaarheid. Minister Prévot bevestigde direct protest bij de Israëlische ambassadrice, betwistte de Israëlische claim over routeafwijking en benadrukte dat zelfs een afwijking geen schietreden rechtvaardigt, terwijl extra veiligheidsmaatregelen (zoals gepantserde voertuigen) worden onderzocht. Sancties of terugroepen van diplomaten staan niet op tafel, maar verdere opvolging en druk op Israël voor garanties zijn essentieel. De delegatie bezocht de verwoeste, ontvolkte vluchtelingenkampen na Israëlische operaties, wat de escalerende spanningen en straffeloosheid van dergelijke incidenten onderstreept.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, enige tijd geleden – maar daarom is het niet minder belangrijk – werd een internationale diplomatieke delegatie, bestaande uit een dertigtal diplomaten uit de EU, Canada en Mexico, en onder hen ook een Belgische vertegenwoordiger, onder vuur genomen tijdens een officieel bezoek aan het vluchtelingenkamp in Jenin. We spreken niet over een verdwaalde kogel of een misverstand. Het waren gerichte schoten van het Israëlische leger op diplomaten, in een herkenbaar konvooi, op een route die vooraf was afgestemd met de Israëlische autoriteiten.

De beelden waren redelijk hallucinant. Diplomaten zijn normaal gezien onschendbaar en zouden niet moeten wegrennen voor hun leven als ze bepaalde situaties willen bekijken.

Welke onmiddellijke stappen hebt u gezet tegenover de Israëlische autoriteiten na dat onaanvaardbare incident?

Waarom is de Israëlische ambassadeur in Brussel nog niet op het matje geroepen? Misschien hebt u dat ondertussen wel gedaan, maar ik kan dat niet inschatten.

Wat zult u ondernemen om de veiligheid van onze diplomaten in conflictzones te garanderen?

We zeggen altijd dat zij onze ogen en oren zijn. Als zij die conflictzones niet meer kunnen bezoeken, wie dan wel?

Anthony Dufrane:

Monsieur le ministre, les tensions entre Israël et l’Autorité palestinienne sont loin de s’apaiser, mais il est inacceptable que les diplomates en fassent les frais. Lors d’une visite à Jénine, au nord de la Cisjordanie occupée, Tsahal a mis en joue un groupe de diplomates, dont un Belge. L’armée israélienne a déclaré que ces tirs de sommation avaient eu lieu après que les diplomates aient dévié de l’itinéraire qui avait été approuvé en amont. Comme évoqué par Mme Kallas, il est inacceptable qu’un pays signataire de la Convention de Vienne attente à la vie de diplomates ou tente de les intimider, même avec des tirs de sommation. Les tensions causées par le conflit ne peuvent être répercutées contre des diplomates étrangers.

Dès lors, il est important que justice soit faite et que des contacts soient établis avec les autorités israéliennes afin de clarifier la situation et de s’assurer que cela ne se reproduira plus, sans quoi des sanctions diplomatiques devraient être prises.

Monsieur le ministre, comment se porte le diplomate en question? Compte tenu du danger, envisagez-vous de rappeler les diplomates présents sur place? Depuis cet incident, avez-vous envisagé un contact avec le gouvernement israélien ou l’ambassadeur israélien en poste en Belgique? Entendez-vous mettre en place des sanctions contre Israël?

Maxime Prévot:

Mijnheer Dufrane, mevrouw Lambrecht, de diplomaat in kwestie verkeert momenteel in goede toestand. Ik ben persoonlijk met hem in contact geweest. Nog iemand anders raakte gewond.

Dès que mes services ont pris connaissance de cet incident, mon chef de cabinet a immédiatement appelé l’ambassadrice israélienne pour lui faire part, assez clairement – pour ne pas dire vertement –, de notre opinion. J’étais personnellement à l’étranger à ce moment-là. Nous avons depuis eu plusieurs échanges avec l’ambassade d’Israël pour obtenir des explications. On nous a répété que la délégation avait dévié de la route convenue; dont acte, mais ce n’est pas confirmé jusqu’à présent. Il est objectivement permis d’en douter étant donné la préparation minutieuse de telles visites. Et quand bien même il y aurait eu déviation, cela ne justifierait de toute façon aucunement des tirs. La visite était organisée par l’Autorité palestinienne, pour les chefs de mission ou les adjoints, et avait pour but de montrer la situation dans le camp de réfugiés à Jénine, ainsi que les effet de l’opération Iron Wall lancée par l’armée israélienne en janvier 2025. Il faut noter que les Nations Unies, et notamment son Bureau de la coordination des affaires humanitaires (OCHA), avaient également organisé une visite parallèle la semaine précédente.

Depuis quelques mois, les 20 000 habitants ont dû quitter le camp, qui est vide, mais occupé par des militaires israéliens. La délégation n’est pas entrée dans le camp, les diplomates sont restés à l’entrée de celui-ci, et c’est là qu’ils ont été visés par des tirs, alors qu’ils s’y trouvaient déjà depuis au moins 15 minutes. Il n’y a donc pas eu d’effet de surprise, et il était facile de vérifier la nature pacifique de cet attroupement.

Bij risicovolle verplaatsingen wordt de veiligheidssituatie ter plaatse opgevolgd in samenwerking met de veiligheidsdiensten en worden de nodige mitigatiemaatregelen uitgewerkt.

Onze collega begaf zich bijvoorbeeld ter plaatse in een gepantserd voertuig. In overleg met het consulaat-generaal te Jeruzalem wordt verder onderzocht welke bijkomende maatregelen kunnen bijdragen tot de algemene veiligheid van de medewerkers.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik dank u om het gebeurde mede te veroordelen. Ik herhaal dat onze diplomaten de ogen en oren van ons land in het buitenland zijn. Wat Israël daar opnieuw deed, overschrijdt opnieuw een rode lijn.

Men kan niet alles tegen elkaar afwegen, maar het is goed dat we dat streng veroordelen en dat we blijven opvolgen welke bijkomende maatregelen nodig zullen zijn als men in de toekomst durft te schieten op afgebakende trajecten waarvan men op voorhand weet wie er zal passeren.

Anthony Dufrane:

Je remercie M. le ministre pour ses réponses et le bon suivi qu'il a donné par sa réaction ferme et rapide au travers de la condamnation de l'incident.

De uitsluiting van internationale waarnemers van de zittingen van de militaire rechtbank in Bakoe
De politieke gevangenen in Artsakh
De beperking van mensenrechten en politieke vrijheid in de Zuid-Kaukasus

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Belgische parlementariërs De Maegd en Samyn uiten ernstige bezorgdheid over Azerbeidzjans weigering om diplomaten, NGOs en internationale waarnemers toe te laten bij gesloten militaire processen tegen gevangenen uit Nagorno-Karabach, wat schendingen van transparantie, eerlijk proces en mensenrechten signaleert. Minister Prévot bevestigt dat België de kwestie bilateraal en via de EU aankaart, maar ontkent concrete kennis van toegangsonthouding, benadrukkend dat het CICR wel toegang heeft en dat de EU haar economische invloed moet gebruiken voor druk. De Maegd en Samyn verwerpen dit standpunt als onvoldoende, eisen een hardere EU-lijn en stellen dat samenwerking met Azerbeidzjan alleen kan bij onvoorwaardelijk respect voor rechtsstaat en grondrechten, wat nu volledig ontbreekt.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, je sais que vous êtes attentif à la situation des prisonniers du Haut-Karabakh détenus dans les geôles de Bakou. Nous en avons discuté à plusieurs reprises, en commission comme en séance plénière.

Selon des informations récentes, des experts internationaux et des diplomates se sont vu refuser l’accès aux audiences du tribunal militaire de Bakou, alors même que les autorités azerbaïdjanaises affirmaient que ces audiences seraient publiques. Cette situation soulève des préoccupations quant au respect des normes internationales en matière de transparence judiciaire et des droits de l'homme.

Par ailleurs, des défenseurs des droits humains et des représentants d’ONG ont vu leurs demandes d’assister aux audiences rejetées, et des allégations de harcèlement ciblant un chercheur international ont également été rapportées.

La Belgique a-t-elle exprimé ses préoccupations auprès des autorités azerbaïdjanaises concernant l’interdiction faite aux diplomates et observateurs internationaux d’assister aux audiences du tribunal militaire de Bakou? Quelle démarche diplomatique la Belgique envisage-t-elle afin de promouvoir le respect des normes internationales en matière de transparence judiciaire et de droits de l’homme en Azerbaïdjan? La Belgique envisage-t-elle de collaborer avec ses partenaires européens pour adopter une réponse coordonnée face à ces entraves aux droits fondamentaux?

Je vous remercie déjà pour vos réponses et pour le suivi que je sais que vous accorderez à ce dossier.

Ellen Samyn:

Mijnheer De Maegd heeft de situatie correct geschetst. Ik verwijs verder naar de ingediende tekst van mijn vraag.

Volgens recente informatie blijkt dat internationale experts en diplomaten geen toegang krijgen tot de zittingen van het militaire tribunaal in Bakoe, ondanks de bewering van de Azerbeidzjaanse autoriteiten dat deze openbaar zijn. Dit roept ernstige vragen op over de naleving van internationale standaarden voor gerechtelijke transparantie en mensenrechten.

Tijdens de bespreking van de beleidsnota meldde ik reeds dat verzoeken van mensenrechtenactivisten en ngo-vertegenwoordigers om de zittingen bij te wonen werden afgewezen, bijkomend zou er sprake zijn van intimidatie van een internationale onderzoeker.

Graag verneem ik van de minister:

Heeft België zijn bezorgdheid geuit bij de Azerbeidzjaanse autoriteiten over het feit dat diplomaten en internationale waarnemers geen toegang krijgen tot de zittingen van het militaire tribunaal in Bakoe?

Welke diplomatieke initiatieven plant België om de naleving van internationale normen voor gerechtelijke transparantie en mensenrechten in Azerbeidzjan te bevorderen?

Bent u van plan om samen met Europese partners een gezamenlijke reactie te formuleren op deze schendingen van fundamentele rechten?

Maxime Prévot:

Je peux vous assurer à nouveau, comme je l'ai fait en réponse à vos questions précédentes, que la Belgique aborde effectivement les droits humains et le processus de paix avec l'Arménie et les autorités azerbaïdjanaises entre autres, et ce, encore fin mai au niveau de mon chef de cabinet.

De manière générale, et ensemble avec nos partenaires européens, la Belgique plaide pour une signature rapide du texte de l'accord de paix négocié entre Bakou et Erevan en mars dernier. Quant à la question spécifique des prisonniers arméniens en Azerbaïdjan, nous ne disposons pas d'informations concernant un éventuel refus d'accès pour les observateurs diplomatiques. Il nous a été rapporté que les prisonniers continueraient à bénéficier de l'accès du Comité international de la Croix-Rouge (CICR).

Zoals u weet, is de bevordering van de mensenrechten en het respect van de rechtsstaat een algemene prioriteit van het Belgisch buitenlands beleid. In dat opzicht zet ons land zich sterk in op bilateraal, Europees en multilateraal niveau. Mijn diensten en ik blijven dan ook waakzaam tegenover de moeilijke mensenrechtensituatie in Azerbeidzjan, met inbegrip van het recht op een eerlijk proces.

Onze ambassade in Bakoe volgt de ontwikkelingen op, onder meer in samenwerking met de EU-delegatie. Als belangrijkste handelspartner en investeerder in Azerbeidzjan dient de EU haar invloed aan te wenden om vooruitgang te boeken op het gebied van de rechtsstaat en de mensenrechten. We pleiten er in Europese context voor om met die kwestie rekening te houden.

Michel De Maegd:

Merci monsieur le ministre pour votre réponse et pour l'attention que vous continuez à porter à ce dossier.

Les informations divergent manifestement. L'accès au procès n'est pas à mes yeux un simple détail de procédure. C'est un indicateur fondamental de la santé démocratique d'un État, du respect qu'il accorde aux droits humains et de sa volonté réelle de se conformer aux engagements internationaux. L'interdiction faite aux observateurs indépendants, aux ONG et même aux diplomates d'assister à ces audiences n'est pas seulement préoccupante, elle est profondément choquante. Elle alimente le doute, renforce le soupçon d'injustice et nourrit l'impunité.

La Belgique ne peut agir seule mais elle peut et doit jouer un rôle moteur au sein de l'Union européenne pour promouvoir une position active, courageuse et déterminée dans ce dossier. Nous devons rester aux côtés des familles, des défenseurs des droits humains et de toutes celles et ceux qui, dans la région, attendent de la communauté internationale un signal clair, celui que les droits fondamentaux ne sont pas négociables, y compris à Bakou.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, Azerbeidzjan presenteert zich graag als een stabiele partner op het internationale toneel, maar dat beeld strookt niet met de interne realiteit. Er is ernstige bezorgdheid over de mensenrechtensituatie, met name wat de detentie van politieke tegenstanders, activisten en journalisten betreft. Ook de arrestatie en vervolging van voormalige leiders en burgers uit Nagorno-Karabach roept vragen op over het respect voor het internationaal humanitair recht en het recht op een eerlijk proces.

Mijnheer de minister, het is goed dat u waakzaam blijft en de ontwikkelingen volgt, maar het is onze taak om de situatie blijvend onder de aandacht te brengen. Wij, en bij uitbreiding de internationale gemeenschap, mogen absoluut niet wegkijken van de mogelijke ontwikkelingen. U kent mijn mening over Azerbeidzjan. Ik zou liever geen banden en overeenkomsten hebben met dat ondemocratisch land. Respect voor de grondrechten en de rechtsstaat moeten een voorwaarde blijven voor samenwerking, maar dat ontbreekt volgens mij volledig.

Voorzitter:

Chers collègues, vu que M. Vander Elst a dû nous quitter pour un certain temps pour se rendre dans une autre commission, nous abordons la question jointe suivante prévue à l'ordre du jour.

De risico's voor vrede en stabiliteit in de DRC ingevolge de aankomst van Joseph Kabila in Goma
De aankomst van ex-president Kabila in Goma
De door M23-rebellen gepleegde oorlogsmisdaden
Het rapport over de acties van de M23-rebellen
De humanitaire situatie in de DRC
Politieke spanningen, rebellengeweld en humanitaire crisis in Oost-Congo

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie focust op de escalerende crisis in Oost-Congo, waar het M23-rebellenbewind (gestuurd door Rwanda) grove mensenrechtenschendingen pleegt (moord, verkrachting, plunderingen) terwijl de internationale gemeenschap te weinig optreedt. België zet in op diplomatieke druk (steun aan Qatarese bemiddeling, EU-lobby voor sancties tegen Rwanda/M23, en pleidooien voor humanitaire toegang), maar sluit sancties niet uit bij falen van vredesonderhandelingen (Doha/Washington). Joseph Kabila’s bezoek aan M23-gecontroleerd Goma verergert de politieke spanningen, terwijl 7,9 miljoen Congolezen honger lijden en civiele slachtoffers toenemen—België handhaaft zijn humanitaire budget voor 2025 en eist ongehinderde hulpverlening. Kernpunt: België wil justitie (via VN-onderzoeken) en politieke dialoog, maar dringt aan op concrete stappen tegen straffeloosheid en Rwandese betrokkenheid.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, nous avons abondement évoqué, en commission mais aussi en séance plénière, la situation en République démocratique du Congo (RDC). Depuis nos derniers échanges, les événements se sont multipliés.

La première de mes questions concerne l'arrivée de l'ancien président, Joseph Kabila, à Goma, à la fin du mois de mai. Ce déplacement suscite de profondes inquiétudes quant à la stabilité de la région des Grands Lacs et au respect du droit international. L'ancien chef d'État est, en effet, arrivé dans une ville partiellement contrôlée par le groupe armé M23.

Le deuxième volet concerne le dernier rapport sur les actes du M23, justement. Viols, torture, exécutions, disparitions forcées, prise d'otages, et j'en passe. Voici la réalité, désormais documentée, des actions de terreur que commet le M23 dans l'Est de la République démocratique du Congo. Cela fait des mois maintenant que nous tirons la sonnette d'alarme en commission et en séance plénière, que des résolutions sont adoptées dans les parlements nationaux ou au sein de l'assemblée européenne. Pourtant, la situation perdure et la communauté internationale reste relativement silencieuse.

Mais l'urgence est bien là, tout comme elle est là pour les autres situations de conflits dans le monde, des plus médiatisés à ceux totalement oubliés. Rappelons-le, une vie est une vie, et une perte civile est inadmissible, où qu'elle arrive dans le monde.

Dans ce contexte extrêmement préoccupant, pouvez-vous faire un point complet sur la situation et nous faire part de votre analyse de ces derniers événements? Notre pays soutient-il une initiative de médiation internationale afin de prévenir un effondrement total du dialogue congolais et une nouvelle aggravation des violences dans l'Est du Congo?

Comment la Belgique compte-t-elle utiliser son influence diplomatique pour que des sanctions soient envisagées à l'encontre des responsables du M23, ainsi que de tout État tiers qui leur apporterait un soutien logistique, militaire ou politique?

Dans ce contexte de tensions extrêmes, quelles initiatives la communauté internationale peut-elle promouvoir pour renforcer la protection des civils, le respect des droits humains et la lutte contre l'impunité dans cette région en crise depuis plus de 30 ans?

Rajae Maouane:

Il y a quelques jours, une image que nous avons tous vu a circulé. Elle est lourde de symboles mais surtout d'inquiétude. L'image de Joseph Kabila, l'ancien président congolais, en visite à Goma, une ville qui est aujourd'hui sous contrôle du M23, un groupe que l'on sait armé, soutenu par le Rwanda, qui est responsable de graves exactions contre les civils en RDC. Ce déplacement, qui pose question, intervient alors que le M23 continue d'étendre son emprise militaire, que la souveraineté territoriale de la République démocratique du Congo est menacée et que la population congolaise vit dans un climat de violence, d'instabilité et d'impunité persistante, en particulier dans le Nord-Kivu.

Et pendant que certains se déplacent en terrain conquis, les civils, eux, fuient. Des centaines de milliers de personnes sont déplacées, des familles entières sont livrées à elles-mêmes, sans protection ni accès à l'aide humanitaire et on continue à trouver la communauté internationale assez timide. Il y a quelques jours, Amnesty International a d'ailleurs publié un rapport accablant faisant état d'arrestations arbitraires, d'exécutions sommaires, de disparitions forcées et de pillages, beaucoup d'actes qui, selon l'organisation, pourraient constituer des crimes de guerre.

Dans ce contexte, j'ai plusieurs questions à vous poser, monsieur le ministre. Quelle lecture la diplomatie belge fait-elle de la visite de Joseph Kabila à Goma? Est-ce un simple déplacement ou un signal politique inquiétant sur des possibles recompositions internes en RDC? Pouvez-vous rappeler la position du gouvernement belge sur les liens ambigus entre le M23 et le Rwanda, alors que ces liens sont largement documentés, y compris par l'ONU? Compte tenu du rôle historique de la Belgique dans la région et de ses responsabilités en matière de prévention des conflits, quels leviers notre pays est-il prêt à mobiliser pour exiger des enquêtes indépendantes et intervenir sur les crimes commis par le M23? La Belgique va-t-elle continuer à soutenir un processus de justice internationale pour que les responsables de ces exactions répondent de leurs actes? Enfin, envisagez-vous un renforcement de l'aide humanitaire, notamment via les ONG locales et les partenaires multilatéraux, pour soutenir les populations déplacées et renforcer la société civile congolaise?

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, la crise en RDC continue de s'aggraver et à détruire des vies et l'avenir du peuple congolais. Le M23 et le Rwanda ne montrent aucun signe qu'ils souhaitent la paix et préfèrent prendre des vies, piller les ressources du Congo et violer les femmes.

J'ai reçu à la fois des militants des droits humains en provenance de Goma, des associations de militants samedi dernier, et ils ont demandé que je les cite. J'ai également reçu des délégués syndicaux. Ils me racontent que les militants sont traqués, menacés ou tués. Un très grand musicien de la province, du nom de Idengo, artiste engagé, a été tué en plein tournage après avoir critiqué le M23 à la radio. Il a été exécuté pour en faire un exemple et instaurer la peur parmi les défenseurs des droits humains. Les militaires qui n'ont pas pu fuir sont traqués et tués.

Les rebelles vont même dans les écoles demander aux directeurs les listes d'enfants de militaires pour les traquer à leur tour. Ils sont violentés et menacés. Je n'invente pas toutes ces informations, je les reçois de première main. Ce sont les militants des associations qui me le disent. Ils viennent me voir et font souvent le trajet depuis la RDC pour vous rencontrer. Il est vrai qu'ils rencontrent vos collaborateurs, mais ils aimeraient vous rencontrer personnellement. Cette guerre se déroule en violation des droits humains. La RDC continue de brûler, monsieur le ministre.

Ce sont 7,9 millions de Congolais qui souffrent de la faim. Cette famine est équivalente à la grande crise de la Corne de l'Afrique en 2022. Êtes-vous au courant que le Rwanda a décidé d'augmenter le budget consacré à son armée? Quelles sanctions prononcerez-vous contre le Rwanda et le M23? Pouvez-vous détailler le plan d'action humanitaire de la Belgique? Quelles adaptations ont-elles été faites à la suite de l'aggravation de la situation? Quelle est votre analyse des négociations de paix?

Maxime Prévot:

Merci à toutes et tous. Madame Mutyebele, ce sont des centaines de personnes qui demandent à pouvoir me rencontrer, mais à un certain moment, la réalité physique de l’agenda ne permet tout simplement pas de recevoir personnellement chacun de ceux qui en expriment le souhait. J’en suis sincèrement désolé et j’espère que cela pourra être compris.

En tout cas, mesdames, messieurs les parlementaires, la présence du président honoraire de la RDC, monsieur Joseph Kabila, à Goma soulève effectivement de nombreuses questions. Nous pouvons confirmer sa présence dans cette ville, ainsi que le fait qu’il a entrepris une série de contacts et de consultations avec des acteurs locaux, parmi lesquels le M23 et l’AFC.

Si les intentions exactes de l’ancien président Kabila restent ambiguës, le fait qu’il se soit rendu à Goma – une zone contrôlée par la rébellion du M23 et de l'AFC – est indéniablement un acte de défiance très fort à l’égard des autorités congolaises. À ce stade, nous n’avons toutefois pas constaté que sa présence ait généré une adhésion politique supplémentaire en faveur de l’AFC ou du M23, pour autant que leurs objectifs soient similaires avec ceux de Joseph Kabila.

Pourtant, en tant qu’ancien chef de l’État, ayant lui-même fait face à plusieurs rébellions – dont celle du M23 –, Joseph Kabila pourrait jouer un rôle positif dans la restauration de la cohésion nationale en RDC. Je l’ai moi-même indiqué au président Tshisekedi lors de ma visite à Kinshasa, en soulignant que tous les acteurs politiques d'importance et toutes les forces vives de la nation devraient se retrouver autour de la table pour discuter.

Cependant, l’ambiguïté entretenue par l’ex-président Kabila quant à sa volonté – ou non – de rester strictement dans le cadre d’une opposition non armée et républicaine ne fait qu’ajouter à la confusion ambiante, et n’est pas constructive. Rien ne semble être fait pour se distancier clairement des déclarations de l’AFC-M23, alors même que ce groupe vise à prendre le pouvoir par la force, ce qui, bien entendu, est inacceptable. Au final, cela ne contribue certainement pas à la dynamique de médiation en cours. La critique est normale en démocratie, bien entendu, mais toute démarche d’opposition doit rester inscrite dans l’ordre constitutionnel.

Parallèlement, même si la démarche du président honoraire est loin d’être anodine, je pense sincèrement que les mesures prises par les autorités à l’encontre du parti de Joseph Kabila, de sa famille politique ou de son entourage – ou même à l’encontre de toute autre force d’opposition – n'aident pas non plus à créer un climat serein pour rassembler la nation et favoriser l'apaisement politique.

Je ne suis évidemment pas en possession de tous éléments qui motivent les décisions des autorités. Néanmoins, de manière générale, il me semble qu’au vu du contexte actuel, il serait préférable de chercher à discuter avec l’ensemble des acteurs politiques, même ceux avec lesquels la confiance paraît rompue. C’est d’ailleurs ce que fait la RDC avec le M23 à Doha ou avec le Rwanda à Washington.

En ce sens, des mesures de décrispation de l’espace politique ne seraient pas inutiles.

En tout état de cause, je peux vous assurer que la Belgique reste très mobilisée sur le plan diplomatique dans la recherche de solutions pour stabiliser la région des Grands lacs. Je ne souhaite pas positionner notre pays comme acteur de médiation ou d’une facilitation dans ce conflit. Il faudrait pour cela que nous soyons reconnus comme tels par toutes les parties au conflit, ce qui n’est pas le cas, je l’ai dit très clairement à différentes occasions.

En revanche, cela ne signifie pas que nous n’ayons pas un autre rôle à jouer. La Belgique est, selon moi, parfaitement positionnée pour soutenir les initiatives de médiation, faciliter les contacts et mobiliser la communauté internationale. C’est ce que nous faisons. J’étais encore à Doha il y a une quinzaine de jours. Je m’y suis entretenu avec le ministre d’État qatari aux Affaires étrangères, chargé de la facilitation entre la RDC et le M23. Nous avons eu des échanges approfondis. Il s’agissait pour la Belgique d’aligner ses démarches et ses messages sur ceux du facilitateur qatari. Nous ne voudrions certainement pas prendre d’initiatives qui compliquent sa lourde tâche, que du contraire.

De façon similaire, j’avais échangé quelques jours auparavant avec mon homologue togolais, à Bruxelles. Je constate que notre expertise et nos analyses sont grandement appréciées par ces différents interlocuteurs. Ils souhaitent également clairement nous approcher en tant que relais d’influence au sein de l’Union européenne mais aussi pour notre carnet d’adresses dans la région – et c’est bien normal.

Une des questions abordées durant mes échanges avec mes homologues togolais et qatari était notamment celle de l’organisation d’un processus interne en RDC visant à la cohésion nationale, partant du principe que les initiatives de paix doivent et devront faire l’objet d’une appropriation par la société congolaise. Je pense que cette nécessité fait consensus au sein de la communauté internationale. Nous espérons qu’après les ajustements nécessaires, viendra rapidement le temps d’une initiative qui rassemble les Congolais dans une démarche constructive, pour aborder tous les défis actuels, notamment en matière d’amélioration de la gouvernance, de lutte contre la corruption, d’efficacité de la justice et de respect de la souveraineté et de l’ordre constitutionnel congolais.

Sur la question des relations entre le M23 et le Rwanda, je pense, madame Maouane, que je me suis exprimé sans ambiguïté à de nombreuses reprises à ce sujet. Je me contenterai de rappeler qu’un lien étroit continue d’exister, ce qui est attesté par plusieurs rapports onusiens. C’est évidemment inacceptable et nous appelons, comme de nombreux autres partenaires internationaux, à ce que tout soutien cesse immédiatement et que le Rwanda puisse retirer ses troupes du territoire congolais. Je comprends d’ailleurs que c’est un élément central des négociations qui ont repris la semaine passée à Washington et à Doha. Malgré le chemin qui reste à parcourir pour l’obtention d’un accord acceptable par toutes les parties, nous espérons qu’un accord pourra être trouvé le plus rapidement possible sur ce point et, bien sûr, sur les autres.

Monsieur De Maegd, madame Maouane, madame Mutyebele, vous avez parfaitement raison de souligner que la situation des droits humains dans les zones occupées par l'AFC/M23, avec le soutien du Rwanda, est alarmante. Cela a été confirmé par les rapports d'ONG internationales comme Amnesty International ou Human Rights Watch, mais aussi par la mission d'établissement des faits du Conseil des droits de l'homme, qui a communiqué hier ses conclusions préliminaires. Selon ces dernières, toutes les parties au conflit ont commis des violations ou atteintes aux droits humains – toutes les parties – ainsi que des violations du droit international humanitaire. Alors que les enquêtes se poursuivent, le Haut-Commissaire aux droits de l'homme, Volker Türk, a même estimé que beaucoup de ces violations présumées du droit international et humanitaire pourraient constituer des crimes de guerre.

Au demeurant, je pense avoir lu dans un compte rendu de presse qu'il avait évoqué l'augmentation, dans l'Est du Congo, de près de 400 % des violences sexuelles commises à l'encontre des femmes. Cette situation est évidemment inacceptable. La Belgique condamne tous les crimes et les violences que commet le M23 contre la population et les membres de la société civile, tout comme celles perpétrées par les wazalendo, par certains éléments des FARDC et aussi par le Front de libération du Rwanda, dont je condamne l'action et avec lequel il n'est pas acceptable que les FARDC puissent collaborer. Il incombe à tous, gouvernement comme acteurs armés – et acteurs armés non étatiques – de veiller à la protection des droits humains et au respect du droit international humanitaire.

Lors de ma récente visite en RDC, j'ai eu l'occasion de transmettre ces messages mais également de rencontrer les organisations de la société civile actives en la matière. La Belgique continuera de soutenir le travail de la société civile et du Bureau conjoint des Nations Unies aux droits de l'homme, y compris dans le domaine de la justice transitionnelle. Il s'agit d'une de nos priorités en RDC, tout comme la lutte contre l'impunité. À cette fin, je place notamment l'espoir dans le travail accompli par la mission d'établissement des faits dont je viens de parler. Comme l'a noté Volker Türk, elle a déjà recueilli et analysé une grande quantité de preuves auprès de victimes et de témoins en RDC, au Rwanda, au Burundi, dans d'autres pays ainsi qu'auprès des partenaires des Nations Unies et de la société civile. Ces éléments pourront donc servir de matière aux mécanismes de justice à l'échelle nationale ou internationale. Une commission d'enquête internationale du Conseil des droits de l'homme devrait, du reste, poursuivre le travail de la mission d'établissement des faits dans un second temps. En ayant voté positivement et en ayant coparrainé l'adoption de la résolution instituant les mandats de ces deux instruments, la Belgique a clairement exprimé son soutien à une enquête internationale.

Lors du débat qui s'est tenu hier au Conseil des droits de l'homme, la Belgique a d'ailleurs de nouveau appuyé le travail de la mission d'établissement des faits.

Pour ce qui est des sanctions, elles ne sont, comme tout autre moyen de pression, en rien une fin en soi. Ce qui importe vraiment pour créer les conditions propice à la protection des civils et au respect des droits humains, ce sont les progrès dans les négociations de paix et surtout, à plus court terme, la mise en œuvre de la résolution 2773 du Conseil de sécurité des Nations Unies. Il est clair qu'en cas d'échec des négociations et de retour à une logique qui serait purement militaire, l'instrument des sanctions reste sur la table. Nous serions, au besoin, prêts, avec nos partenaires européens et internationaux, à l'activer pour obliger les différentes parties à se remettre autour de la table.

En ce qui concerne la situation humanitaire dans l'Est de la RDC, elle est effectivement extrêmement précaire. Je demeure inquiet car l'évolution n'est pas favorable et les options pour acheminer de l'aide humanitaire sont toujours très limitées. Nous restons néanmoins très engagés auprès des acteurs humanitaires qui bénéficient du financement belge, notamment à travers nos fonds flexibles.

En 2025, nous souhaitons rester engagés auprès des acteurs humanitaires en RDC au moins au même niveau qu'en 2024, tout en étudiant les autres possibilités de soutien.

En même temps, nous poursuivons un plaidoyer fort pour le respect du droit international humanitaire, un accès humanitaire sûr et sans entrave, pour la protection des civils et la cessation de la violence.

La Belgique a aussi pris le lead des bailleurs de fonds pour demander aux autorités congolaises de définir au plus vite des règles d'engagement des organisations humanitaires et des ONG dans les zones sous contrôle du M23/AFC. Les autorités congolaises ont en effet la responsabilité de donner des directives claires sur la manière dont ces acteurs peuvent continuer d'opérer et d'interagir avec le M23/AFC sans crainte d'être accusés de complicité par Kinshasa, alors même qu'il s'agissait d'ONG déjà présentes dans la zone et qui ne visent qu'à servir les intérêts de la population.

Lors de mon passage à Kinshasa, j'avais moi-même fait part de cette nécessité à Mme la première ministre ainsi qu'à M. le président de la république. Tous deux m'avaient assuré que le gouvernement y travaillait. En l'absence de décision à l'heure actuelle, ce message devra certainement être répété.

En conclusion, je voudrais à nouveau souligner la mobilisation constante de la diplomatie belge sur ce conflit. Malgré de nombreuses autres crises dans le monde, elle reste au cœur de notre action avec l'ensemble des outils à notre disposition.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour cette réponse très circonstanciée, pour ces précisions et le suivi du travail, notamment lors des discussions de Doha.

Ce qui se joue en République démocratique du Congo dépasse évidemment la seule scène politique congolaise. Il s'agit aussi d'un test pour la crédibilité du droit international et pour notre capacité collective à tenter de prévenir les conflits, défendre les civils et faire barrage à l'impunité. La présence de Joseph Kabila à Goma, dans un contexte aussi inflammable, constitue d'un signal d'alarme. C'est un geste à très haute portée symbolique et politique dans une région où chaque parole, chaque présence, chaque mouvement peut faire basculer la paix.

Vous avez rappelé à plusieurs reprises les efforts que la Belgique déploie, notamment au travers de l'Union européenne et du Conseil des droits de l'homme, mais aussi le dialogue avec vos collègues qataris et du Togo. Nous devons encourager toute initiative sérieuse de médiation mais aussi nous préparer à des actions plus fermes. L'Histoire nous a appris que l'inaction ou les silences peuvent être tragiques.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses complètes et vos efforts. Comme l'ont dit les collègues, on voit que le peuple congolais subit une guerre que beaucoup ne veulent plus voir ou font semblant de ne pas voir. Et je suis rassurée de voir que la Belgique en prend la pleine mesure.

On ne peut pas laisser la logique des armes remplacer celle du droit et il ne faut vraiment pas abandonner les efforts pour soutenir justement les personnes qui luttent sur le terrain pour la paix, pour la justice, pour la dignité. Vu le passif et le lien historique entre la Belgique et cette région, je pense qu'on a une place plus particulière et plus grande à prendre. Je vois que c'est le chemin que vous prenez au niveau européen et je vous encourage à poursuivre les efforts pour que la communauté internationale – même si on ne sait pas très bien ce qu'elle représente – prenne, elle aussi, pleinement la mesure du drame qui se joue là-bas, puisque c'est un peuple qui est depuis de trop longues années sous tension.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse complète. Et c'est vrai qu'elle est rassurante. Je suis heureuse de vous entendre donner votre position que je salue, une fois n'est pas coutume. Pendant un moment, la communauté internationale semblait s'être réveillée et j'ai constaté que ces derniers temps, elle s'est rendormie sans que la situation ne s'améliore. Vous savez, quand on parle des populations qui sont en train de souffrir, les banques sont fermées dans les zones contrôlées. Les personnes qui ont un peu d'argent peuvent prendre un taxi de Goma jusqu'à Butembo et Beni pour acheter de la nourriture. Le taxi coûte 50 euros. Ils doivent dormir sur place, s'approvisionner et revenir. Mais ce n'est pas toute la population qui a les moyens de faire ce déplacement. Donc, la faim et les maladies sont en train de tuer les gens. Cela signifie qu'il faut continuer, monsieur le ministre, votre travail de pression. Vous devez continuer à mobiliser l'aide humanitaire d'urgence parce que c'est tellement important. Vous avez dit, et je vous rejoins là-dessus, que les sanctions ne sont pas une fin en soi et qu'ils sont en train de négocier la paix. Mais pour l'instant, les exactions et les tueries se poursuivent. L'impunité ne peut pas continuer. M. Kagame et le M23 doivent être punis pour cette invasion. Pour qu'il y ait une paix durable, il faut nécessairement des sanctions et de l'aide humanitaire urgente. S'il est vrai que pour l'instant, la paix est nécessaire, les sanctions le sont encore plus parce qu'elles constituent un message fort qu'on enverra tant à M. Kagame qu'aux rebelles du M23.

De uitspraken van de Amerikaanse defensieminister over Taiwan
De dreiging van een Chinese invasie van Taiwan
Amerikaanse en Chinese spanningen rond Taiwan

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en de EU benadrukken het behoud van de status quo in de Straat van Taiwan als cruciaal voor globale stabiliteit en economie, roepen op tot dialoog en respect voor internationaal recht, maar vermijden een duidelijke juridische erkenning van Taiwans onafhankelijkheid, verwijzend naar het één-Chinabeleid (VN-resolutie 2758). Terwijl de VS waarschuwen voor een mogelijke Chinese invasie tegen 2027 en escalerende militaire druk, blijft België’s strategie vaag: economische banden met Taiwan worden versterkt, maar concrete plannen voor een conflictontwijken ontbreken. Kritiek komt op de schijnbare dubbelstandaard (vs. Palestina) en het ontwijken van een helder standpunt over Taiwans soevereiniteit, ondanks haar democratische en economische (microchips) strategische waarde. De EU focust op weerbaarheid, handel en afschrikking via diplomatieke druk, maar concrete militaire of politieke actie blijft uit.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, lors du récent sommet sur la sécurité en Asie, le Shangri-La Dialogue à Singapour, le secrétaire américain à la Défense, Pete Hegseth, a averti, je cite, que "la Chine se préparait activement à une invasion de Taïwan d'ici 2027". Il a souligné que la Chine s'entraîne quotidiennement en vue d'une telle opération, ce qui constitue une menace réelle et potentiellement imminente pour la stabilité de la région indo-Pacifique. La Chine a vivement réagi à ces déclarations, accusant les États-Unis de "provoquer des conflits et de perturber la paix régionale".

Cette escalade verbale s'inscrit dans un contexte de tensions accrues, marqué par des exercices militaires chinois autour de Taïwan et des incursions régulières dans sa zone d'identification de défense aérienne. Nous l'avons déjà évoqué régulièrement lors de nos échanges dans cette commission.

Dans ce contexte, j'aimerais vous poser quelques questions. Comment la Belgique évalue-t-elle les risques d'escalade militaire dans la région et leurs implications pour la sécurité internationale?

Quelles initiatives l'Union européenne prend-elle actuellement pour promouvoir la paix, la stabilité et le respect du droit international dans cette région?

Comment la Belgique peut-elle soutenir les efforts diplomatiques visant à prévenir un conflit et à encourager le dialogue entre les parties concernées?

Werner Somers:

Mijnheer de minister, zoals u weet, behoudt de Volksrepubliek China zich het recht voor om Taiwan manu militari bij het Chinese vasteland in te lijven. Voor Xi Jinping, de president van de Volksrepubliek, is de vereniging van Taiwan met China van wezenlijk belang voor de zogenoemde verjonging van de Chinese natie. Daarmee wordt bedoeld dat China de centrale wereldmacht op politiek, economisch en militair vlak moet worden.

De Taiwanese bevolking wordt de laatste jaren met toenemende militaire intimidatie door China geconfronteerd. De militaire druk wordt opgevoerd tot een punt waarop oefeningen nauwelijks nog te onderscheiden zijn van een regelrechte aanval. Dat verhoogt uiteraard aanzienlijk het risico op inschattingsfouten en ongelukken.

Recent verklaarde de Amerikaanse minister van Defensie op een defensietop in Singapore dat een invasie van Taiwan nakend is. Volgens hem beschikken de Amerikaanse inlichtingendiensten over informatie waaruit blijkt dat Xi Jinping de Chinese strijdkrachten heeft aangemaand om de capaciteiten op te bouwen die nodig zijn om tegen 2027 in staat te zijn Taiwan over te nemen.

Mijnheer de minister, hebt u kennisgenomen van de uitspraken van de Amerikaanse minister van Defensie? Hoe waarschijnlijk acht u het dat de Volksrepubliek China uiterlijk in 2027 zal proberen om Taiwan met geweld te veroveren? Op welke wijze bereidt de regering zich voor op een Chinese militaire invasie van Taiwan? Wordt daarover met gelijkgezinde staten overlegd?

Heeft de regering beslist om haar bezorgdheid over de toenemende Chinese militaire intimidatie van Taiwan kenbaar te maken in contacten met de Volksrepubliek? Bent u het eens met de zienswijze dat de Chinese militaire intimidatie van Taiwan strijdig is met het VN-Handvest en dat dit a fortiori geldt voor een blokkade of invasie van het eiland?

Zal de regering eindelijk ondubbelzinnig het standpunt innemen dat Taiwan niet alleen de facto, maar ook de jure geen deel uitmaakt van de Chinese staat?

Maxime Prévot:

Monsieur De Maegd, monsieur Somers, un changement du statu quo de la situation dans le détroit de Taïwan constitue une menace pour la prospérité et la sécurité, également pour l'Europe. Comme vous le notez, Taïwan est devenu un partenaire commercial important pour notre continent et diverses études décrivent l'impact économique en cas d'escalade. Il est donc important que nous ayons une vue claire de nos propres intérêts afin de pouvoir évaluer les conséquences négatives et de nous y préparer.

Cette question est également en discussion au sein de l'Union européenne et avec les pays partageant les mêmes valeurs. Dans sa politique de sécurité et de défense, l'Union européenne continue d'ailleurs de mettre l'accent sur la préservation de ce statu quo dans le détroit de Taïwan. L'Union européenne exprime son inquiétude face aux actions de la Chine qui aggravent les tensions et appelle à la retenue. L'Union européenne reconnaît également l'importance stratégique de Taïwan dans la région indo-Pacifique et encourage l'approfondissement de la coopération et des échanges.

De Europese Commissie legt de focus op het uitbreiden van de handel met en investeringen in Taiwan en hecht belang aan het versterken van de wederzijdse weerbaarheid. Er is aandacht voor de economische veiligheid en het versterken van samenwerking in diverse strategische sectoren.

Les tensions dans le détroit de Taïwan suscitent une inquiétude croissante au sein de la communauté internationale et des appels ont été lancés à plusieurs reprises pour éviter des actions unilatérales qui pourraient conduire à une escalade. Il est dans notre intérêt, avec nos alliés, de contribuer à maintenir un équilibre stable entre les grandes puissances régionales.

Dans ma précédente intervention sur le sujet, j'ai attiré votre attention sur le récent livre blanc sur la préparation de la défense européenne, qui exprime également cette préoccupation et qui aborde en détail les étapes à suivre pour développer les capacités nécessaires et une approche coordonnée afin de garantir notre sécurité.

Net als de EU zal België de duidelijke boodschap blijven uitdragen van het belang van het handhaven van de status quo, het vermijden van unilaterale acties die deze in gevaar kunnen brengen en het benadrukken van de negatieve impact die een escalatie zou hebben op de wereldwijde welvaart en veiligheid. We blijven pleiten voor dialoog en respect voor internationale rechtsregels. Die boodschap wordt voortdurend herhaald in al onze bilaterale contacten.

Wat uw laatste vraag betreft, verwijs ik u graag naar de uiteenzetting van mijn administratie op 27 november 2024, waarin de Belgische positie ten aanzien van de VN-resolutie 2758 werd toegelicht tijdens de bespreking van de inmiddels aangenomen parlementaire resolutie over de toenemende dreiging richting Taiwan. Die resolutie vormt de basis van waaruit het één-Chinabeleid is gegroeid dat door het overgrote deel van de internationale gemeenschap en internationale instellingen wordt gehandhaafd. De resolutie maakt geen melding van het statuut van Taiwan, waardoor we ons niet uitspreken over de territoriale aanspraken van China op Taiwan en we enkel akte kunnen nemen van hun lezing ervan.

Michel De Maegd:

Je vous remercie, monsieur le ministre, pour votre réponse.

Nous sommes à un moment charnière. Je suis d'accord avec vous qu'il s'agit d'un enjeu global aux conséquences négatives. Je les qualifierais de potentiellement dramatiques, pour la paix internationale, l'économie mondiale et l'équilibre des puissances.

Dans ce contexte, l'Union européenne doit s'affirmer comme un acteur de stabilité, de dialogue et de droit. Elle doit adopter une ligne claire, celle du respect du droit international, du rejet de toute modification unilatérale du statu quo et du soutien à toutes les initiatives de désescalade.

La paix commence avec des signaux forts, envoyés à toutes les parties. Oui au dialogue. Non à la provocation et à la menace.

Je vous remercie.

Werner Somers:

Mijnheer de minister, ik heb in uw antwoord weinig concreets gehoord. U sprak over de bezorgdheid van België, dat het status quo moet worden behouden, dat Taiwan van zeer groot economisch belang is en dat u de handel met en investeringen in Taiwan verder wilt opvoeren. Op zich juich ik dat allemaal toe, alleen heb ik niet duidelijk gehoord wat de strategie van België is, en bij uitbreiding van de Europese Unie en de rest van de westerse wereld, voor het geval er inderdaad een groot militair conflict over Taiwan zou uitbreken tegen 2027, of zelfs vroeger. Dat stelt mij allerminst gerust. We weten allemaal dat een recessie op ons zou afkomen en dat de economie wereldwijd met 15 tot 30 % zou krimpen indien de hel losbarst in de Straat van Taiwan. Alleen al onze afhankelijkheid van geavanceerde microchips, die voor 90 % worden geleverd door TSMC, wereldwijd, maakt dat dit een ramp zou worden voor onze steeds meer hoogtechnologische industrie. Ik kreeg eigenlijk ook geen duidelijk antwoord met betrekking tot het standpunt van België over de status van Taiwan. U verwees naar het één-China-beleid, dat België onderschrijft, en naar resolutie nr. 2758 van de algemene vergadering van de VN uit 1971. Beide zijn uiteraard bekend. We stellen een spagaat vast tussen de houding van de regering tegenover Palestina en die tegenover Taiwan. Taiwan voldoet immers duidelijk aan alle criteria om van een staat te kunnen spreken. Het is een perfect democratische staat, een voorbeeld voor de rest van de wereld, zou ik bijna zeggen. Toch verschuilt de regering zich en is men bang om duidelijk te zeggen waar het op staat, namelijk dat er inderdaad één China bestaat, maar dat er ook één Taiwan bestaat. Ook Taiwan heeft het recht om te worden erkend als onafhankelijke en bovendien democratische staat, los van China.

De NAVO-top en de defensie-uitgaven
Het regeringsstandpunt over de nieuwe NAVO-norm
De NAVO-norm van 5 %
De onenigheid in de regering over de NAVO-norm van 5 %
Het defensiebudget en de NAVO-norm
NAVO-norm en defensiebudget

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 12 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De regering beslist plots en zonder structurele financiering om de defensie-uitgaven naar 5% van het BBP (24 miljard extra) op te trekken—een besluit dat zonder parlementair debat of duidelijke planning lijkt genomen, ondanks eerdere weerstand (inclusief premier De Wever die 3% nog een "horrorscenario" noemde). Critici (oppositie en zelfs coalitiepartners) wijzen op de hypocrisie (geen geld voor zorg/pensioenen, maar wel voor defensie), onhaalbaarheid (2% is al niet structureel gefinancierd) en gebrek aan transparantie, terwijl de premier ontwijkend antwoordt dat de definitieve beslissing na de NAVO-top valt. De drijvende kracht lijkt NAVO-druk (met name de VS en Europese landen die 3,5%+ al halen) en de vrees voor een Amerikaanse terugtrekking, maar concrete plannen en financiering ontbreken. De oppositie noemt het "krijgsbudgetten zonder vredesdividend" en eist een realistisch, langetermijnplan in plaats van politiek opportunisme.

Raoul Hedebouw:

Premier, de ministerraad heeft eergisterenavond een historische beslissing genomen: 5 % van het bruto binnenlands product zal naar defensie gaan. Collega's, ik dacht echt dat dat op een heel groot debat zou uitdraaien vanmiddag, maar dat is helemaal niet het geval. De consensus is zeer groot. Er komt 24 miljard euro extra aan defensie-uitgaven, maar dat leidt hier niet eens tot een groot debat, 24 miljard euro extra voor defensie, maar geen stemming in deze regering. De komende generaties zullen vastgebonden zijn aan een besparingspolitiek.

Het gaat om 24 miljard. Jarenlang werd gezegd dat er geen geld was voor pensioenen. Jarenlang werd gezegd dat er geen geld was voor de gezondheidszorg. Jarenlang werd gezegd dat er geen geld was voor de mensen. Nu is er plots 24 miljard euro. Beste collega's, de vergrijzingskwestie, het afschaffen van het brugpensioen, het moeilijker maken om vervroegd met pensioen te gaan, moeten werken tot 67 jaar, dat alles gebeurt in naam van een verhoging met 2 % van het budget voor de vergrijzing. Nu wordt beslist om het budget met 3 % te verhogen.

Collega's, het is zorgwekkend dat daarover zo’n brede consensus bestaat, dat daarover geen debat plaatsvindt. Twee weken geleden hoorde ik de eerste minister nog zeggen dat het crazy zou zijn om dat te doen. Ik hoorde de heer Sammy Mahdi verklaren dat een militair opbod tot meer oorlog zou leiden. Ik hoorde twee dagen geleden zeggen dat het geld niet aan de bomen groeit. Ik hoorde Conner Rousseau zeggen dat 2 % het maximum was. En eergisteren is iedereen plots overgegaan naar 5 %.

Chers collègues, monsieur le premier ministre, la question est très claire: y aura-t-il un vote sur ces 5 % dans ce Parlement? Pouvez-vous confirmer l'accord de tous les (…)?

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de premier, kent u de televisiequiz Hoger, lager ? Ik vermoed van wel. Het programma stamt immers eerder uit uw tijd dan uit de mijne. Het concept is eenvoudig: deelnemers raden of een budget hoger of lager zal zijn. Zelf kende ik het programma niet, maar het is vandaag bijzonder actueel. Uw regering en uw regeringsleden spelen het immers al maanden.

De minister van Defensie, de heer Theo Francken, stelde dat 5 % een logische keuze is. Hij zei dus "hoger". Vervolgens zei de voorzitter van cd&v dat het militair opbod moet stoppen. Hij zei dus "lager". De heer Prévot trok diezelfde avond nog naar de VN om een coalition of the unwilling op de been te brengen, opnieuw "lager". Minister Vandenbroucke was iets genuanceerder. Hij zei dat er nog niets is beslist. We kennen minister Vandenbroucke intussen echter een beetje. Hij zal dus ook wel "lager" zeggen.

Mijnheer de premier, de voorrondes zijn achter de rug. Het spel is intussen gespeeld en nu volgt de finale. U moet die finale spelen, want u vertrekt over twee weken naar de NAVO-top.

Mijnheer de premier, heel concreet vraag ik u wat het wordt, hoger of lager? Volgt u uw collega Francken of volgt u uw andere coalitiepartners?

Darya Safai:

Mijnheer de eerste minister, in het regeerakkoord staat dat de geloofwaardigheid van België binnen de NAVO hersteld moet worden door in versneld tempo de doelstelling van 2 % te behalen. Zoals het er nu uitziet, wordt die standaard niet alleen behaald, maar komen we zelfs iets hoger uit.

Desalniettemin zien de huidige geopolitieke ontwikkelingen er niet goed uit. Eerder werd al in NAVO-middens verklaard dat er een aanzienlijke verhoging zit aan te komen. Een kleine drie weken geleden werd de goedkeuring gegeven voor nieuwe capaciteitsdoelstellingen. Op donderdag 5 juni gaven, in navolging daarvan, de lidstaten hun fiat aan die doelstellingen, die bepalen waarin eenieder moet investeren in de nabije toekomst.

De contouren van de concrete gevolgen zijn vandaag duidelijk. De secretaris-generaal zal voorstellen dat de respectieve NAVO-leden hun defensiegerelateerde uitgaven optrekken tot 5 % van hun bbp. Daarvan zou 3,5 % bestemd zijn voor directe defensie-uitgaven en 1,5 % voor ondersteunende posten als infrastructuur en cyberveiligheid.

De aanhoudende moordende oorlog in Europa maakt dat we geen andere optie hebben dan onze weerbaarheid te verhogen, om zo onze collectieve defensie opnieuw scherp te krijgen.

Mijnheer de premier, kunt u ons uitleggen hoe men ertoe gekomen is om die doelstelling op 5 % vast te leggen? Hoe wilt u het concreet aanpakken?

Annick Ponthier:

Mijnheer de premier, we weten nog niet hoe we voor dit jaar de extra vier miljard euro om de NAVO-norm van 2 % te halen, zullen financieren. Dat is geen uitspraak van een oppositielid of een journalist, maar van uw eigen vicepremier Maxime Prévot, de minister van Buitenlandse Zaken. Hij staat niet alleen met zijn bedenkingen. 'Dromen mag, maar het moet realistisch blijven". "Men goochelt met schattige percentages, maar daarachter gaan gigantische bedragen schuil". "Aan welke boom groeien die miljarden?" Het zijn maar enkele citaten, maar ze maken duidelijk dat niet iedereen in uw regering op dezelfde golflengte zit, en dat ging nog maar over 2 of 2,5 %.

Het weerhield uw minister van Defensie er alvast niet van om vorige week met veel tromgeroffel aan te kondigen dat België zomaar naar 5 % defensie-uitgaven zal gaan. De regering blijkt kritiekloos mee te stappen in het eindeloze opbod dat de NAVO ons oplegt, terwijl er niet eens een plan is om jaarlijks de 2 %-uitgavennorm structureel te realiseren.

Voor 2025 hangt alles al met haken en ogen aan elkaar. U haalt de budgettaire goocheldoos boven: de verkoop van overheidsaandelen en het opbouwen van de schuld ten koste van de komende generaties. Vanaf volgend jaar kunt u kiezen uit nog meer schulden, nieuwe belastingen, nieuwe besparingen, wie zal het zeggen? Er zijn dus veel vragen en veel onduidelijkheden, ook in uw eigen regering, mijnheer de premier.

Kunt u dus voor eens en voor altijd de ruis op de lijn wegwerken en ons duidelijk maken wat nu eigenlijk het officiële regeringsstandpunt is?

Als de regering effectief 5% van het bbp aan defensie wil uitgeven, hoe wilt u dat in godsnaam structureel financieren?

Staf Aerts:

Mijnheer de premier, wat een chaos in de defensie-uitgaven van ons land. Al vier maanden lang bent u aan het goochelen met miljarden voor defensie, alsof het niets is. Vorige week, op de NAVO-bijeenkomst, vond minister Francken 5 %-defensie-uitgaven voor België helemaal oké. Trump roept, Theo volgt. Maar 5 % is echt te zot om los te lopen. 5 % procent voor defensie is het volledige budget van de federale regering, zonder de sociale zekerheid. Dat omvat dus de uitgaven voor onder andere Justitie, politie, NMBS, energie en klimaat.

Dan blijkt echter dat er helemaal geen akkoord was over die 5 %. Integendeel, verschillende ministers en partijvoorzitters hebben zich daar onmiddellijk tegen verzet, gelukkig maar. Had minister Francken wel een mandaat om op die NAVO-bijeenkomst voor de 5 % te pleiten? Of was dat een soloritje, in de hoop nog eens applaus te krijgen van Trump?

Mijnheer de premier, er is ook nog de lichtzinnige manier waarop de regering omgaat met al die percentages en miljarden. Een maand geleden stuurde u minister Prévot naar een NAVO-bijeenkomst om tegen een verhoging van het defensiebudget te pleiten. U noemde die 3 % zelf een horrorscenario. Wat mij betreft, hebt u daarmee gelijk. Hoe zullen we dat immers betalen? U weet vandaag zelfs nog niet waar u de miljarden zult vinden om volgend jaar 2 % te halen. Zelfs daar hebt u nog geen zicht op. Bij elke toekomstige stijging zal opnieuw geld moeten worden gezocht. Wie zal dat betalen? Wie zult u daarvoor nog verder uitpersen? Zijn dat de politieagenten? Gaat Justitie op de schop? Zullen de pendelaars de rekening moeten betalen? Zijn het de 55-plussers? Vandaag zien al heel wat Belgen de arizonaplannen op zich afkomen en zij weten dat zij de rekening moeten betalen.

Zult u zich op de NAVO-bijeenkomst verzetten tegen die absurde 5 %?

Bart De Wever:

Dank u wel, geachte leden, voor de vragen.

Ik zet graag eerst de feiten op een rijtje. We voorzien dit jaar 2 % van het bbp aan uitgaven voor Defensie. Daarmee komen we een verbintenis na die al in 2014 formeel is aangegaan tijdens de NAVO-top in Wales. Dat was nog onder de regering-Di Rupo. We moeten dus al een aanzienlijke inspanning leveren om te realiseren wat men toen heeft nagelaten en dat is inderdaad al niet evident.

Wat de bestedingen voor de komende jaren betreft, zal de minister van Defensie een strategisch plan voorleggen. Voor alle duidelijkheid, dat plan is in essentie een doorvertaling van beslissingen die al tijdens de vorige legislatuur zijn genomen en die binnen de NAVO al zijn afgeklopt. Het plan omvat capabilities die ons worden opgelegd als gevolg van de eigen beslissingen van de vorige en de huidige regering en de NAVO-verplichtingen. Daarover is dus geen enkele discussie meer mogelijk. De optelsom van die capabilities leidt uiteraard tot budgettaire consequenties. Die capabilities worden nodig geacht als onze bijdrage aan de veiligheid van ons continent.

Met andere woorden, zo'n NAVO-norm komt niet uit de lucht vallen. Het gaat over de kerntaak van overheden, namelijk het veilig houden van hun burgers. Een van de bijdragen die zeker van ons land wordt verwacht – ook daarover is geen discussie meer mogelijk – is het versterken van onze nu al sterke rol in de beveiliging van het Europese luchtruim. Dat zijn zekerheden. Het strategisch plan van de minister van Defensie ligt momenteel ter bespreking voor in de schoot van de regering en zal vervolgens uiteraard zijn weg vinden naar het Parlement voor toelichting en beslissing.

Ik heb al vaak kritiek gekregen op de begrotingssituatie. Ik ben mij er terdege van bewust dat er weinig ruimte is voor nieuwe uitgaven. Die ruimte is er vandaag niet. Wij wilden de 2 %-norm bereiken tegen 2029, maar we moeten dat dit jaar al doen. Dat is een van de factoren die bijdragen tot het slechte rapport dat we krijgen.

Het is dus logisch dat iedereen met een beetje realiteitszin pleit voor voorzichtigheid. Dat hebben wij ook op het internationale toneel consequent gedaan. We hebben onze collega's aangesproken met de boodschap dat dit voor ons heel moeilijk is, niet alleen wat de norm betreft, maar ook inzake de timing. Wanneer moeten we de norm bereiken en volgens welk traject?

Daarover is er momenteel nog geen zekerheid. De komende dagen, tot aan de NAVO-top, zal het diplomatieke verkeer heel druk blijven. De vraag is waar we gaan landen. Waar kunnen we landen? Waarover er valt nog te discussiëren? Over de norm zelf lijkt mij dat heel twijfelachtig, over de modaliteiten hoop ik dat het nog mogelijk is.

Hier werd door sprekers gezegd dat die verhoogde norm ons door Trump wordt gevraagd en dat wij als een knipmes zouden moeten plooien. Dat is uiteraard onjuist. Het grootste probleem lijkt mij op dit moment te zijn dat heel wat Europese landen nu al voorbij de 3,5 % zitten. U weet dat het 3,5 % en 1,5 % is. De tijd ontbreekt om dat toe te lichten, maar u kent het wel. De Scandinavische landen, Denemarken, Polen, steeds meer landen, zitten al voorbij die 3,5 %. Ook Duitsland zal dat zeer zeker doen. Het gevolg is dat die kloof binnen Europa zelf onhoudbaar dreigt te worden. Het zijn precies die landen die ons uitdrukkelijk vragen om bij te benen, zeker de landen die vrezen dat de Verenigde Staten ons als continent de rug lijkt toe te keren. Dat is iets wat ik als Atlantist betreur.

U zult dat wellicht minder betreuren. U roept al de hele tijd dat de VS geen bondgenoot is. Ze zijn dat voor u wellicht nooit geweest of zijn dat niet meer. Laat die illusie varen, zegt u. Stel dat we van dat uitgangspunt vertrekken, dan moet men daar ook consequent in zijn, want dan zal Europa zelf in zijn eigen veiligheid moeten voorzien. In de hypothese dat we morgen niet meer op de Amerikanen kunnen rekenen, is 3,5 % zelfs niet voldoende om de capabilities te ontwikkelen die nodig zijn en waarover we vandaag niet beschikken. Wees dus consequent. Als u het ene zegt, zult u ook het andere moeten zeggen, tenzij u heel andere plannen hebt met de veiligheid van Europa.

Na de NAVO-top in juni, hebben we met de regering afgesproken dat we eerst zullen nagaan wat haalbaar is. Dat is nog niet zeker, dus we moeten voorzichtig zijn. U moet van mij geen definitieve uitspraak verwachten, maar dan zullen we het weten. Dan zullen we samenkomen om te bekijken hoe we een antwoord kunnen bieden op de gevraagde engagementen. Dat zal een antwoord moeten zijn dat oog heeft voor twee zaken die moeilijk te verenigen zijn, enerzijds onze geloofwaardigheid binnen de NAVO als partner, die we pas herwonnen hebben, en anderzijds de geloofwaardigheid van ons begrotingstraject.

Dat wordt een bijzonder moeilijke oefening. Ik verheel dat niet. In tegenstelling tot sommige oppositiefracties beseft deze meerderheid wel degelijk het belang van een gezonde begroting, maar tegelijk ook het belang van veiligheid voor onze burgers en dus ook van een versterkte defensie en van ons lidmaatschap van de NAVO.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de minister, is er eergisteren een vergadering geweest van de vicepremiers? U antwoordt niet op die vraag. U blijft er omheen fietsen, u zegt dat u het nog moet zien en dat de norm nog twijfelachtig is. Die 5 % is toch beslist?

Vous avez topé ainsi, vous avez conclu l'accord pour les 5 %.

U fietst rond de vraag, maar natuurlijk is er een akkoord over die 5 %.

Et cela veut dire en effet beaucoup de choses pour les travailleurs. Pendant des années, le MR nous a dit qu'il n'y avait pas d'argent pour les pensions et que les gens devraient travailler jusqu'à 67 ans! Pendant des années, le MR a dit qu'il n'y avait pas d'argent pour le social! Pendant des années, Les Engagés nous ont fait des promesses pour les soins de santé! Il n'y a rien! Et M. Prévot nous dit même: "Ah! Moi, je ne suis pas favorable à 5 % de la norme". Et puis, quoi? En deux jours, on change d'avis, monsieur Prévot? On opte pour les 5 %, à savoir 24 milliards en plus pour la Défense! Mais à quoi rime ce deux poids deux mesures? Qu'est-ce qui se passe au sein de partis comme le MR et Les Engagés?

Vandaag hebben wij een eerste minister gehoord die beschaamd is over de beslissing inzake de 5 % die hier 48 uur geleden is genomen.

Le vote de ces crédits de guerre ne va pas amener la paix mais va amener (…)

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord. Bijna niemand in dit halfrond stelt de ernst van de veiligheidssituatie in vraag. Ik heb niet veel plezier om met u het spel hoger, lager te spelen. Maar uw regering en uw regeringsleden spelen dat spel al maandenlang. Terwijl de wereld in brand staat en de veiligheidssituatie onder druk staat, moet u beslissingen nemen en knopen doorhakken. Dat moeten bovendien structurele beslissingen op lange termijn zijn. Die 2 % defensie-uitgaven zijn slechts voor dit jaar gefinancierd en niet eens voor volgend jaar, terwijl de minister van Defensie nu al met veel bombarie verkondigt dat 5 % een logische keuze is.

Mijnheer de premier, het belangrijkste is dat u zowel structurele keuzes maakt als een structurele financiering voorziet. Dat verwacht het Parlement van u en dat verdienen zowel Defensie als de burgers van u.

Darya Safai:

Mijnheer de premier, we moeten ons klaarstomen voor de komende uitdagingen. Dat zal effectief veel moed en inzet vergen van ons allemaal, maar het is broodnodig en dringend. Neen, mijnheer Aerts, we moeten het niet doen voor de Verenigde Staten, maar voor onze eigen veiligheid. Het is voor ons eigen continent en ons nageslacht.

Collega’s, tijdens de Koude Oorlog gaf België ook 3,5 % uit aan defensie. We zitten opnieuw in een koude oorlogssituatie, maar met het grote verschil dat de Amerikanen hun militaire aanwezigheid in Europa zullen afbouwen om ze in te zetten in de Indo-Pacific. Het is nu aan ons om daarvoor een oplossing te vinden. Mijnheer Hedebouw, wij wilden het debat aangaan in de commissie, maar u hebt het simpelweg geblokkeerd. U was er toen eigenlijk tegen.

Annick Ponthier:

Mijnheer de eerste minister, u hebt eigenlijk geen nieuwe antwoorden gegeven, alleen dat voorzichtigheid is geboden. Die mening die delen we alvast.

U verwees ook naar een aantal modaliteiten, zoals de 1,5 % die u wilt halen bij de deelstaten, lees Vlaanderen, en een mogelijke verlenging van de termijn van 7 naar 10 jaar. Momenteel staan wij op 1,3 %. Intussen kleurt de begroting van uw regering bloedrood en toetert uw minister dat het een lieve lust is. Collega's, die 5 % betekent een luttele 30 miljard per jaar.

Mijnheer de eerste minister, u zei hierover zelf onlangs nog dat wat Trump vraagt, compleet crazy is. En nu gaat u het gewoon doen, bij monde van uw minister van Defensie. Dat noem ik pas crazy. Wees alstublieft realistisch, zorg eerst eens voor een structurele financiering van die 2 % en focus op wat echt telt.

Staf Aerts:

Mijnheer de eerste minister, u pleit hier voor voorzichtigheid en realiteitszin. Misschien moet u toch eens uitleggen aan minister Francken wat dat juist wil zeggen. Op het moment dat er in de regering blijkbaar nog debat aan de gang is, niet lang nadat minister Prévot naar de NAVO-bijeenkomst werd gestuurd om voor niet te veel te gaan, zegt minister Francken dat 5 % voor België helemaal oké is. Dat is geen voorzichtigheid en dat is geen realiteitszin. Dat is blind varen, gewoon blind volgen wat Trump ons dicteert.

Als de NAVO-landen 5 % aan defensie gaan besteden, dan is dat meer dan wat vandaag de hele wereld aan defensie besteedt. Ook dat is geen voorzichtigheid, ook dat is geen realiteitszin.

Dus stop met op de NAVO-top alleen maar mee te doen aan het wedstrijdje wie het stoerst met percentages kan gooien. Neen, we moeten het hebben over hoe we samen onze veiligheid strategisch kunnen versterken. Daarbij hoort ook diplomatie, ook ontwikkelingssamenwerking … ( zonder micro )

Voorzitter:

Collega's, ik heb zelf niet gehoord of er aanleiding voor een persoonlijk feit was, de diensten evenmin. Ik zal dus geen persoonlijk feit toekennen.

Het sociaal overleg bij Defensie

Gesteld door

Vooruit Axel Weydts

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 28 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Axel Weydts (ex-militair) benadrukt de nood aan erkenning en zekerheid voor militairen, wier motivatie en inzet onder druk staan door onduidelijkheid over pensioenen, werkomstandigheden en toekomst, en vraagt om snel een rechtvaardig sociaal akkoord. Minister Francken bevestigt dat de pittige maar constructieve gesprekken met vakbonden doorgaan (deadline 2 juni voor input, antwoord uiterlijk 6 juni) en streeft naar een geleidelijke pensioenhervorming met aandacht voor de unieke risico’s van het beroep, ondanks bezorgdheden over vergoedingen en tempo. Beide partijen onderstrepen het belang van dialoog om vertrouwen te herstellen en gemotiveerd personeel te behouden, cruciaal voor defensie en nationale veiligheid. Weydts biedt steun vanuit Vooruit voor een krachtig akkoord dat militairen waardeert en oproept tot verdere onderhandelingen.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, voor heel veel militairen is het geen uitzondering maar dagdagelijkse kost om vier maanden van huis te zijn, om vier maanden weg te zijn van partner en kinderen en om vier maanden in een risicovolle operatie onder permanente stress te zitten. U weet dat ik uit eigen ervaring spreek.

Bij Defensie werken zeer gepassioneerde mensen die er voluit voor gaan om de veiligheid van ons allen te garanderen. Net daarom is het zo belangrijk dat we ze koesteren. Deze regering zal met Vooruit fors investeren in defensie en onze veiligheid, want dat is broodnodig. De wereld staat in brand en Europa zal meer dan ooit zijn eigen verantwoordelijkheid moeten opnemen. Investeren in materieel en het aanwerven van duizenden mensen is essentieel.

Mijnheer de minister, wat is men met het beste materieel ter wereld als er geen gemotiveerd personeel is om het te bedienen? Militairen zijn bereid om hun eigen leven te geven voor de veiligheid van ons allemaal. Die unieke opoffering moet erkend en gewaardeerd worden. Ik hoor vandaag heel veel onzekerheid bij de militairen. Er heerst onzekerheid over hun toekomst, over hun pensioen en over hun werkomstandigheden. Die onzekerheid weegt op hun motivatie, op hun gezin en ook op hun inzet.

Mijnheer de minister, deze week zat u samen met onze vakorganisaties. We vernemen dat die gesprekken moeizaam verlopen. Volgens mij is dat logisch aan het begin van het opstarten van een sociaal akkoord. Mijnheer de minister, wanneer zit u opnieuw rond de tafel met de vakbonden? Hoe zult u ervoor zorgen dat u snel tot een krachtig en rechtvaardig sociaal akkoord kunt komen?

Theo Francken:

Dank u, mijnheer Weydts. U hebt heel veel ervaring, ook als militair. Ik heb daar veel respect voor. Dat weet u.

Gisteren zat ik inderdaad samen met de representatieve vakorganisaties om de pensioenregeling van onze militairen te bespreken. Ik moet eerlijk zeggen dat ik verrast was door hun forse communicatie, onder meer via een persbericht waarin werd vermeld dat ze gezamenlijk zijn opgestapt. Mijn beleving was echter geheel anders.

Het gesprek was pittig, maar het verliep hoffelijk en correct. Het werd ook op die manier afgerond, met een handdruk, waarbij de nodige afspraken werden gemaakt over het verdere verloop van het sociaal overleg. Tot 2 juni kunnen de vakbonden bijkomende vragen en opmerkingen schriftelijk indienen, die wij tegen 6 juni zullen beantwoorden. Op basis daarvan zal ik een aangepast voorstel formuleren en het bespreken met zowel mijn regeringspartners als de vakbonden. Mijn doel blijft om de operationele inzet van onze militairen eerlijk te vergoeden en conform het regeerakkoord de pensioenhervorming geleidelijk te laten verlopen. Daarbij wil ik ook de specificiteit van het militaire beroep onderstrepen.

Het militaire beroep, zoals u terecht opmerkt, mijnheer Weydts, is uniek. De verplichtingen, risico’s en beperkingen die onze mensen dagelijks dragen, vragen om een aangepaste en rechtvaardige benadering. Een eerste voorstel om daaraan tegemoet te komen werd gisteren aan de vakorganisaties bezorgd, mondeling toegelicht en besproken. Uit dat overleg blijkt dat er nog werk aan de winkel is. Er zijn voornamelijk bekommernissen over de geleidelijkheid van de maatregelen en over een meer billijke vergoeding voor de prestaties.

Dit is geen eenvoudige oefening. Dat beseffen we allemaal. Het raakt aan fundamentele belangen en roept begrijpelijkerwijs emoties en bezorgdheden op. Frictie in een dergelijk proces is dan ook niet ongewoon. Daar heb ik begrip voor. Ik engageer me echter om dit zo snel mogelijk verder te bespreken met onze coalitiepartners.

Ik begrijp de bezorgdheden van de vakorganisaties en van onze militairen en neem deze zeer ernstig. Ik zal hun belangen en inzet dan ook nooit uit het oog verliezen. Alleen via dialoog en samenwerking kunnen we tot een duurzame oplossing komen en ik plan dan ook (…)

Axel Weydts:

Bedankt, mijnheer de minister. Uw antwoord stemt me tevreden. Onze militairen verdienen een sterk sociaal akkoord. In Vooruit zult u altijd een partner vinden om tot een sterk akkoord te komen dat het vertrouwen herstelt en de militairen de waardering geeft die ze verdienen. Dat is ook in het belang van ons allemaal. Het gaat immers over gemotiveerde militairen die maandenlang in operatie zijn en zorgen voor onze veiligheid. Daarom is het belangrijk om te blijven praten en te werken aan dat sociaal akkoord. Ik roep u en de vakbonden dan ook op om terug aan tafel te gaan om te blijven praten en een sterk akkoord te bewerkstelligen in het belang van onze militairen en de veiligheid van ons allemaal.

De cyberbeveiligingslekken in de energiesector en de uitdagingen voor Defensie

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 28 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie belicht cyberdreigingen in Chinese omvormers (verborgen communicatieapparaten die energie-infrastructuur kwetsbaar maken voor sabotage), wat de afhankelijkheid van Chinese technologie in kritieke sectoren als een nationaal veiligheidsrisico blootlegt. Minister Francken bevestigt dat Defensie, CCB en SGRS risicoanalyses uitvoeren, prioriteit geven aan westerse technologie en samenwerken met andere overheden, maar benadrukt dat cybersécurité een gedeelde verantwoordelijkheid is met beperkte middelen. Lasseaux dringt aan op urgente versterking van Cyber Command en inlichtingen, zelfs ten koste van andere defensie-investeringen (bv. vliegtuigen), en waarschuwt dat energie-uitval de hele samenleving lamlegt. De kernboodschap: cyberverdediging vereist structurele prioriteit, betere coördinatie en meer budget.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, des chercheurs viennent de découvrir des appareils de communication non autorisés dans des onduleurs chinois qui pourraient contourner des pare-feux et la sécurité informatique. Ces composants cachés ne figurent pas dans les fiches techniques officielles et pourraient permettre à des hackers ou à des États hostiles de désactiver des millions d'installations photovoltaïques, provoquant des pannes électriques massives.

Dans le monde, 80 % des onduleurs chinois sont produits par des fabricants chinois. Ils sont télécommandables à distance via internet, ce qui les rend vulnérables. Il serait possible de créer des canaux de communication vers la Chine, évitant les sécurités informatiques qui sont mises en place.

Ceci démontre les dangers pour la sécurité que représente une trop grande dépendance aux équipements chinois dans les secteurs essentiels de notre économie, tels que l'énergie. Cela démontre aussi que la cybersécurité sera un enjeu fondamental du redéploiement de notre outil défense. Les menaces d'attaques envers notre système énergétique ne viendront pas nécessairement de missiles, de drones ou d'équipements de sabotage, mais aussi de cyberattaques émanant de puissances hostiles.

Monsieur le ministre, la Défense va assurer une responsabilité primordiale dans le cadre de la protection des infrastructures critiques. D'ailleurs, vous allez développer une réserve territoriale. C'est pourquoi le Cyber Command doit aussi être renforcé en urgence.

Existe-t-il une liste de fournisseurs fiables ou dangereux au niveau de la cybersécurité pour les équipements de nos infrastructures critiques ou de la Défense? La Défense pourrait-elle participer à l'élaboration de telles listes?

La Défense met-elle en place des contrôles ou des simulations d'attaques vis-à-vis des équipements essentiels pour la Défense et pour nos infrastructures critiques?

Il est prévu que le Cyber Command soit renforcé, mais il risque d'être rapidement débordé en cas de conflit ou de crise grave. Comment va-t-on s'articuler et articuler la mobilisation de la réserve spécialisée et/ou la réserve territoriale? Une partie de ces réserves sera-t-elle composée (…)

Theo Francken:

Monsieur Lasseaux, je suis en effet compétent pour la cybersécurité, mais je ne suis pas le seul, nous en avons parlé en commission à plusieurs reprises.

La récente couverture médiatique concernant d'éventuels dispositifs cachés dans des onduleurs solaires provenant de pays non européens tels que la Chine touche à une question centrale de notre sécurité nationale, la protection de nos infrastructures critiques contre la menace cybernétique et les menaces liées au renseignement.

Au sein de la Défense, cette menace est reconnue et prise au sérieux. Les institutions de Défense font l'objet d'un contrôle systématique de l'utilisation de technologies susceptibles de présenter des risques, notamment en ce qui concerne l'approvisionnement en énergie, les communications ou le traitement des données.

La sécurité des infrastructures critiques est bien sûr une responsabilité partagée avec les différents Services publics fédéraux (SPF) et cela fait également partie des plans de résilience en cours d'élaboration au sein du Centre de crise national (NCCN). Des normes de sécurité accrues sont appliquées aux installations militaires identifiant non seulement les risques physiques, mais aussi les risques numériques. Dans ce cadre, nos services, en collaboration avec le Service Général du Renseignement et de la Sécurité (SGRS) et le Centre pour la Cybersécurité Belgique (CCB), effectuent des contrôles techniques et des analyses des risques dans les domaines sensibles. Des technologies occidentales contrôlées sont choisies, dans la mesure du possible.

L'interconnexion entre les infrastructures civiles et militaires – réseaux partagés, sources d'énergie – fait que la Défense participe aussi régulièrement à des groupes de travail interdépartementaux sur la cybersécurité et la sécurité énergétique, notamment sur des sujets comme la 5G et Huawei.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, je vous remercie.

Vous n'êtes évidemment pas le seul à être compétent pour la cybersécurité, mais il est clair que la Défense aura une part importante à jouer en la matière, la cybersécurité étant un enjeu essentiel pour notre pays.

Il est clair aussi que tous les acteurs économiques et les citoyens doivent se rendre compte qu'ils jouent un rôle important dans ce cadre, particulièrement dans le secteur de l'énergie. Sans énergie, pas d'économie, mais également pas de soins de santé, pas de culture, ni tout autre service qui pourrait être développé par l'ensemble de notre communauté.

J'insiste sur le fait que le futur plan de la Défense doit compter un très grand chapitre sur ce point. Vous le savez. Les moyens doivent être renforcés pour pouvoir se défendre. En outre, il faut plus de sécurité et plus de cyber. À un moment ou à un autre, s'il faut décider d'avoir un avion en moins, il faut le faire. Mais, en matière de cybersécurité, il faut renforcer les moyens. Sans bon renseignement, la plus grande armée peut être très vite arrêtée.

Voorzitter:

Ceci clôture la session des questions orales.

Het budgettaire traject van de arizonaregering voor Defensie
Het defensiebudget en de NAVO-norm
Het defensiebudget en de NAVO-norm
Het begrotingstraject van de arizonaregering voor Defensie
Defensiebudget, NAVO-norm en begrotingstraject Arizona

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 28 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Belgische regering toont onenigheid en verwarring over het defensiebudget: terwijl Defensie 2% (of meer) nastreeft, noemt cd&v dit een plafond en wil Prévot (PS) een *"coalition of the unwilling"* tegen hogere uitgaven—al nuanceerde hij dit later. Premier De Wever bevestigt dat België dit jaar 2% haalt (versneld door geopolitieke druk), maar benadrukt dat verdere verplichtingen (bv. NAVO’s mogelijke 5%-doel) budgettair onhaalbaar zijn zonder drastische gevolgen—een standpunt dat veel bondgenoten delen. Strategische afstemming ontbreekt: Vander Elst kritiseert het publieke pingpongen met cijfers (2% vs. 2,5-3%) en eist duidelijke keuzes voor de NAVO-top in Den Haag, terwijl De Wever wijst op lopend diplomatiek overleg om een gecoördineerd standpunt te vormen—zonder nu concrete beloftes te doen. Kernpunt: België wil *modelbondgenoot* zijn, maar bengelt achteraan in de NAVO en riskeert interne tegenstrijdigheden te exponeren.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de premier, ik denk dat u soms met een zekere angst de persoverzichten doorneemt. Over Defensie schieten die immers alle richtingen uit. Veel regeringsleden hebben immers uiteenlopende boodschappen over Defensie naar buiten gebracht, die vaak haaks op elkaar staan. De minister van Defensie is zeer uitgesproken en wil erg ver gaan. De cd&v-voorzitter maakte van de 2 %-doelstelling ineens een plafond, omdat het allemaal te veel zou zijn en we nergens zouden kunnen besparen. Daarna kwam uw vice-eersteminister, de heer Prévot, die een coalition of the unwilling op de been wou brengen om ervoor te zorgen dat we als land niet te ver zouden gaan. We mogen immers niet zomaar meelopen in de wapenwedloop. Ondertussen is hij daar in De Zondag al deels op teruggekomen. Hij gaf aan dat hij misschien wat te voortvarend was geweest en dat 2,5 % of 3 % op langere termijn wellicht wel haalbaar is.

Mijnheer de premier, het wordt echt een kakofonie. Het beoogde percentage en het gegoochel met miljarden mogen geen doel op zich zijn, maar dit geeft alleszins een bijzonder slecht beeld van onze visie op Defensie en van het uiteindelijke resultaat. Om de bevolking mee te krijgen, is het belangrijk een duidelijk verhaal met de precieze investeringen in Defensie op te bouwen. Daar gaat het immers uiteindelijk om en niet om het voortdurende pingpongspel met cijfers in de media door uw regeringspartijen.

Hoe hebben onze bondgenoten gereageerd op de poging van minister Prévot om een coalition of the unwilling op te richten? Hoe rijmt u dat met de ambitie uit uw regeerakkoord om opnieuw een modelbondgenoot van de NAVO te worden? Om een modelbondgenoot te zijn, moet men minstens tot het peloton behoren wat de uitgaven betreft. Zelfs met een defensiebudget van 2 % zullen we binnen enkele jaren niet in dat peloton zitten, maar nog steeds achteraan bengelen. Welk budgettair traject voorziet u met Arizona? Met welke boodschap gaat u naar de NAVO-top in Den Haag?

Bart De Wever:

Op zich is het niet abnormaal dat als er heel pertinente en belangrijke problemen opduiken, er verschillende opinies zijn die binnen een coalitie tot uiting komen. Ik weet wel dat dit nooit gebeurde onder de vivaldicoalitie die uw partij heeft geleid, maar ik kan dat echt niet uitsluiten. Dit is nog altijd België, met veel partijen in de regering en twee gemeenschappen. Er zullen wel eens verschillende accenten zijn wanneer er heel prangende problemen opduiken. Tot zolang binnen één partij de ene niet zegt dat defensie hem helemaal niet interesseert en we daar niets aan zullen uitgeven, terwijl het voor de andere niet snel genoeg kan gaan, zitten we nog vrij gerust.

Wat is de stand van zaken? Er is geen coalition of the unwilling . Onze minister van Buitenlandse Zaken heeft in Antalya gewoon de waarheid gezegd, namelijk dat ons land het heel moeilijk zal hebben om het voorstel van de secretaris-generaal te realiseren om binnen 7 jaar 5 % van ons bbp uit te geven aan defensie en veiligheid, als dat de consensus binnen de NAVO zou worden. Op dit moment hebben we geen concreet plan en is er niemand in deze vergadering - en anders mag u mij dat gerust zeggen en het zelfs overnemen - die een plan heeft om dat te realiseren zonder dramatische maatschappelijke en budgettaire gevolgen. Dat is een waarheid als een koe.

Wij staan daar niet bepaald alleen in. Heel wat landen en regeringsleiders benaderen mij en vragen mij of we dat kunnen, hoe we dat zullen aanpakken en hoe dat in elkaar zit. Dat behoort tot de traditionele ruis vooraleer men naar een beslissingsmoment gaat over hoe het eruit zal zien, wat uiteindelijk de eindmeet is, hoeveel procent het zal worden, hoe de split van die 5 % in veiligheid en defensie in elkaar zit, met welke comptabiliteit, periode en budgettair traject dat verbonden zal worden en welke eisen men precies zal stellen.

Daarover wordt op dit moment internationaal ernstig van gedachten gewisseld. Ik heb vanochtend vernomen dat Canada heeft gezegd de 2 % te zullen doen tegen 2030. Zeggen dat wij het buitenbeentje binnen de NAVO zijn als we stellen dat het budgettair niet eenvoudig is, los van de bestaande politieke wil om defensie herop te bouwen, klopt.

Dat gezegd zijnde, deze regering heeft van meet af aan gezegd dat ze de NAVO-norm van 2 % zal halen. We hadden uiteraard gehoopt op een geopolitieke context die het mogelijk zou maken om dat pas in 2029 te realiseren, want er zijn ons reeds voldoende budgettaire problemen nagelaten, maar dat zal u wel weten, mijnheer Vander Elst. Die context is ons echter niet gegeven, dus realiseren we die 2 % dit jaar al. Dat brengt uiteraard buitengewone budgettaire moeilijkheden met zich mee, boven op de bestaande, maar we doen het wel.

Binnen de regering hebben we beslist om die 2 % nu te realiseren. Ik begrijp dat sommige partijvoorzitters dat al moeilijk genoeg vinden en dat zij het daar liefst bij willen laten. Daar heb ik alle begrip voor. We hebben echter ook afgesproken dat we na de NAVO-top zullen samenzitten om kennis te nemen van de daar gemaakte afspraken, uiteraard met de uitdrukkelijke bedoeling om te voldoen aan wat de NAVO ons dan zal vragen. Aangezien we daarover nog geen informatie hebben, willen we op die beslissing niet vooruitlopen. Dit jaar zal 2 % sowieso het maximum zijn dat we kunnen realiseren. Op het moment dat we kennis hebben van het jaartal, het traject, de split, alle condities en de aanrekenbaarheid, zullen we daarover moeten beraadslagen om dat in werkelijkheid om te zetten. Dat zal niet eenvoudig zijn, maar dat weet u ook wel. U mag ervan uitgaan dat het niet bij 2 % zal blijven, het zal meer zijn. Voorlopig is het dus afwachten. Uiteraard nemen we aan het diplomatiek verkeer deel, maar u begrijpt dat daarover momenteel geen openheid van zaken gegeven kan worden. Er wordt heel wat heen en weer gebeld om te beslissen waar we uiteindelijk zullen eindigen, maar het zal meer dan 2 % zijn.

Ik overschrijd de toegestane spreektijd, maar het is wel een ongelooflijk belangrijk debat, dus ik dank u om mij dat even toe te staan, mijnheer de voorzitter.

Immers, zelfs nog los van de pressie vanuit de Verenigde Staten, zien we dat ook binnen Europa een spanning aan het groeien is tussen landen die dicht bij Rusland liggen en nu al voorbij 3 % zitten – Polen schuift al richting 5 %, evenals onder meer de Baltische staten – en verder gelegen landen, met een publieke opinie die ook letterlijk verder van de problematiek staat, zoals Spanje en Italië. Er is een verschil in militaire uitgaven aan het groeien dat niet vol te houden is.

Zelfs los van de pressie vanuit Amerika is dit een debat waar Europa vooruit zal moeten. Vooruit zal betekenen – ik maak mij op dat vlak geen enkele illusie – dat 2 % niet zal volstaan binnen de NAVO. Wij zullen eind juni dus huiswerk krijgen en zullen moeten bekijken tegen wanneer we hoe ver zullen moeten geraken en met welke budgettaire trajecten we rekening zullen moeten houden. Zal het met een gestage groei kunnen? Zal het moeten gebeuren door middel van de hockeystick die men in Wales heeft toegestaan? Daarmee heeft men natuurlijk slechte ervaringen, zeker in dit land. Het is dan uiteindelijk niet gerealiseerd.

Dat zijn allemaal open vragen. Ik kan u daarop niet antwoorden, dat is geen slechte wil, ik weet het gewoon niet. We zullen het weten eind juni en dan zullen we er ongetwijfeld terug over spreken.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de premier, ik dank u voor uw uitvoerig antwoord. Het is inderdaad een belangrijk onderwerp, maar het is wel zo dat de minister van Defensie in bijna elke commissie gezegd heeft dat er met een standpunt naar de NAVO-top zal getrokken worden. Ik verneem nu van u dat u de NAVO-resultaten zult afwachten en het vervolgens zult bespreken met de regering. Toch heb ik het gevoel dat de minister van Defensie verklaarde dat er binnen de regering bepaald zal worden wat dat standpunt is, om dan vervolgens plaats te nemen aan de NAVO-tafel en eraan proberen te voldoen. U verklaart nu dat u naar de NAVO-top zult gaan en het daarna zult bekijken. Dat hebt u zonet verklaard.

Bart De Wever:

Neen, mijnheer Vander Elst, men bepaalt uiteraard een standpunt. Zoals ik al zei, er loopt heel wat diplomatiek verkeer, dus is het niet verstandig om zomaar te zeggen wat het standpunt is. Men stemt dat best af op anderen die ermee kunnen helpen om zo gewicht aan dat standpunt te geven. Dat is niet tegenstrijdig aan het feit dat men niet weet wat het gewogen gemiddelde binnen de NAVO-familie zal zijn, om daarvan vervolgens kennis te nemen na de top. Dat lijkt me de logica zelve.

Ik herhaal, want het is begrijpelijk dat u daarover klaarheid wilt, dat er op dit moment zeer intensief diplomatiek verkeer is op het niveau van de regeringsleiders om te kijken waar we zouden kunnen landen, welke standpunten we zouden kunnen innemen en waar we op zouden kunnen mikken om resultaten te bekomen. Het ergst denkbare op dit moment in de geopolitiek is dat de NAVO er niet zal uitkomen. U begrijpt het ook wel, zodat niet ons land, als founding father van de NAVO in de Europese Unie, de internationale consensus zal blokkeren. Dat lijkt evident. Voor een stuk zult u moeten doen wat u kunt en voor een stuk zult u het spel moeten ondergaan. Zo gaat het altijd.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de premier, ik heb helemaal geen probleem met het diplomatieke verkeer op het niveau van de regeringsleiders. Ik heb er zelfs alle begrip voor dat het achter gesloten deuren moet verlopen en dat u daarover niet te veel communiceert op voorhand. Echter, uw regering volgt dat niet. Ik lees in de pers voortdurend het gegoochel met percentages. Wat u op uw niveau doet, is een zeer goede zaak, maar in uw regering schiet het momenteel alle kanten uit. Ik vind dat geen goede zaak. U hebt gesproken over de publieke opinie. Ik denk dat de publieke opinie ervan overtuigd is dat er meer in defensie moet worden geïnvesteerd, omdat dat uiteindelijk ook onze veiligheid ten goede komt. Van wollige high-leveldiscussies en pingpongspelletjes in de media over percentages en miljarden wordt echter niemand beter. We moeten snel strategische keuzes maken. Ik doe dus toch nog een oproep om onderling af te stemmen binnen uw regering, ook met het oog op de komende NAVO-top. Dat zal uw diplomatiek overleg met de regeringsleiders ten goede komen.

De NAVO-top en de defensie-uitgaven

Gesteld door

CD&V Koen Van den Heuvel

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 15 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

CD&V benadrukt dat België 2% bbp voor defensie (17 mjd extra) al dit jaar haalt, maar waarschuwt tegen cijferfetisjisme (3-5% eisen) zonder structurele financiering en duidelijke bestedingsplannen. Premier De Wever bevestigt dat 2% verplicht is via NAVO-afspraken, maar dat hogere percentages onrealistisch zijn door krappe begroting—efficiëntie en Europese samenwerking zijn cruciaal. Beide pleiten voor realisme: eerst financiering en prioriteiten regelen, dan pas over extra percentages praten. NAVO-top in juni zal richting bepalen, maar België kiest voor voorzichtigheid als gastland van het NAVO-hoofdkwartier.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega's, in de aanloop naar de NAVO-top heb ik de indruk in een Turkse bazaar terecht te komen, niet om af te dingen deze keer, want ik hoor alleen maar alsmaar hogere cijfers: 2 %, 2,5 %, 3 %, 5 % van het bbp moeten we aan defensie besteden.

Begrijp me niet verkeerd: wie de geopolitieke situatie kent, kan niet anders dan concluderen en verdedigt ook dat we extra investeren in een slagkrachtige en een geloofwaardige defensie. We hebben dan ook een paasakkoord gesloten dat onmiddellijk, nog dit jaar, 2 % van het bbp zal besteden aan defensie. Voor heel de legislatuur gaat het om 17 miljard euro extra, een ongeziene inspanning dus.

De heropbouw van defensie vraagt naast investeringen ook een draagvlak bij onze bevolking. Ik heb, beste collega's, de indruk dat dat er is. Onze burgers begrijpen dat we extra moeten investeren in veiligheid en ze steunen dat ook. Tegelijk beseffen ze heel goed dat er ook aandacht voor de andere noden in onze samenleving moet zijn.

Voor ons is het duidelijk. Laten we stoppen met dat cijferfetisjisme, laten we stoppen met dat opbod. Voor cd&v is het duidelijk: wij pleiten voor realisme in het debat. Laten we de kar niet voor het paard spannen. Voordat we beginnen te goochelen met extra en verhoogde percentages, moeten we eerst nagaan hoe we de extra 2 % structureel zullen financieren in deze legislatuur en, mijnheer de eerste minister, moeten we vooral weten waaraan en hoe we de extra miljarden zullen besteden. Vandaar onze vraag waar uw regering staat met de aanpak van de dubbele uitdaging wat betreft de structurele financiering en de (…)

Bart De Wever:

Mijnheer Van den Heuvel, bedankt voor uw vragen, oprecht.

De inspanningen die we nu al gepland hebben, zijn inderdaad stevig. We hadden niet gedacht dat we dit jaar al meteen de 2%-norm moesten halen, maar toch zullen we die inspanning moeten leveren. De 2 % is opgenomen in de beleidsnota ven de minister van Defensie, waarover de besprekingen in de commissie lopen. De procedures zijn opgestart.

De minister stelt een strategisch plan voor. Daarover blijkt soms wat onduidelijkheid te bestaan. Voor alle duidelijkheid, dat plan is in essentie de doorvertaling van beslissingen die tijdens de vorige legislatuur in de NAVO zijn afgeklopt en bevat de capabilities die ons ten gevolge van die beslissingen door de NAVO worden opgelegd. Daar is geen vrije stemming aan verbonden; dat is wat we móeten doen. Dat plan zal in de regering worden doorgesproken en vervolgens ter goedkeuring aan het Parlement worden voorgelegd.

Het spreekt voor zich dat die uitgaven maximaal moeten renderen voor onze veiligheid. De capability gaps moeten worden opgevuld. Daarin hebben we geen keuze, maar we willen uiteraard elke euro maximaal inpassen in efficiëntie voor onszelf en voor de hele samenleving, zo breed mogelijk, en in de samenwerking met de Europese bondgenoten en de NAVO-bondgenoten. Dat is de enige manier om zinvol uit te geven.

Wat nu de extra's betreft, mijn antwoord op de vraag over de begrotingssituatie laat weinig ruimte voor verbeelding. We hebben geen bewegingsruimte. We hebben eigenlijk zelfs niet de ruimte om de 2 %-norm te behalen, laat staan dat we snel bewegingsruimte zouden hebben om dat percentage nog voorbij te gaan. Logischerwijze pleiten wij dus bij onze partners voor realiteitszin over dat traject. Minister Prévot is om die reden momenteel in Turkije. Men kan veel cijfers noemen, 3 %, 5 %, nog meer, periodes van zeven jaar, nog korter, maar hoe dat vervolgens allemaal effectief budgettair waargemaakt moet worden zonder drama's te veroorzaken, hoe dat efficiënt mogelijk is, is maar zeer de vraag. Op dat vlak pleiten wij daarom voor realisme.

De NAVO-top in juni komt eraan en we zullen zien waar de teller eindigt. Dan komt de regering bijeen om daar een antwoord op te bieden. Het lijkt me logisch dat ons land, dat het NAVO-hoofdkwartier op zijn grondgebied heeft en dat een founding father is, de nodige voorzichtigheid aan de dag legt.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de eerste minister, ik dank u en ben blij dat ik het woord realisme hoor. Voor realisme pleiten wij immers absoluut ook in het huidige debat over hogere defensie-uitgaven. Voor ons zijn er daarbij twee belangrijke zaken, namelijk dat u op zoek gaat naar structurele financiering van de extra miljarden euro voor het Defensiebudget, zonder dat u de andere noden in onze samenleving wegduwt en dat u de extra miljarden euro's efficiënt besteedt. Het wordt hoog tijd dat wij een nieuwe strategische visie op de militaire aankopen ontwikkelen. Het is absoluut nodig dat dossier efficiënt aan te pakken met meer Europese samenwerking en zeker en vast ook met meer samenwerking met onze buurlanden om de Europese pijler in de NATO uit te bouwen.

De inzet van militairen voor de bewaking van kerncentrales
Het gebrek aan sociaal overleg over de taakverschuiving voor de bewaking van nucleaire sites
De bewaking van nucleaire sites
Militaire inzet en sociaal overleg over nucleaire sitebewaking

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 29 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De overdracht van kerncentralebeveiliging van de DAB-politie naar militairen vanaf juni 2025 botst op juridische onduidelijkheid (ontbrekend kader), tijdschaalconflicten (geen concrete planning ondanks media-aankondigingen) en sociaal wantrouwen door gebrek aan transparant overleg met vakbonden, die staking aankondigden. Kritiek richt zich op het negeren van DAB-specialisatie (200 agenten herplaatst met loonverlies) en het risico op structurele militarisering van politietaken, terwijl de territoriale reserve (3.000 militairen tegen 2029) pas vanaf 2026 wordt opgebouwd. Ministers benadrukken lopend overleg en een "domino-effect" om politie vrij te maken voor kernopdrachten, maar concrete afspraken over juridisch statuut (wet/KB?), kostendekking en langetermijnvisie ontbreken. Vakbonden en oppositie eisen respect voor arbeidsomstandigheden en duidelijke communicatie, niet via media.

Matti Vandemaele:

We konden in de media lezen dat militairen vanaf juni de kerncentrales van Doel en Tihange zullen beveiligen. Daarover zou er tegen begin mei een 'passend juridisch kader' moeten zijn. Dat stond al in het regeerakkoord, evenwel zonder timing. Nu is die er dus wel.

Ik heb die woorden echter naast de uitspraken gelegd van de heer Francken tijdens zijn beleidsverklaring. Hij zei toen namelijk dat er enkel onder speciale voorwaarden en op niet-structurele wijze interne veiligheidsopdrachten kunnen worden uitgevoerd. Er was ook sprake van de op te richten territoriale reserve in functie van die statische binnenlandse bewakingsopdrachten. Tijdens de bespreking van de beleidsverklaring zei hij ook nog: "Er zijn twee zaken noodzakelijk, een territoriale reserve – een zogenaamde homeguard , en die hebben we momenteel niet – en een helder juridisch kader waarbinnen zij opereren – en dat is er ook nog niet."

Ik stel dus vast dat de twee voorwaarden die de heer Francken enkele weken geleden in de commissie voor Landsverdediging heeft aangehaald niet vervuld zijn. Ik lees wel dat we de militairen vanaf juni al zullen inzetten. Ik hoorde de heer Francken ook zeggen dat hij die territoriale reserve wil opbouwen tot 3.000 mensen tegen 2029. Hij zou daar zo snel mogelijk aan beginnen, zeker vanaf september 2026. Het is nu april 2025, dus er zit wat ruis op de timings en verklaringen van de verschillende ministers.

Wat is de juiste timing? Wanneer zullen de militairen er zijn en onder welk statuut zullen ze opereren?

Wat is volgens u de timing voor de uitbouw van de territoriale reserve?

Wanneer wordt het juridische kader afgeklopt? Welke vorm zal dat kader aannemen? Wordt dat een wet, een instructie, een ministerieel besluit of misschien een koninklijk besluit? Zal het Parlement daarover nog iets kunnen zeggen? Wat voor statuut zal dat worden?

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de minister, ik ben geen tegenstander om alle veiligheidsdiensten in ons land efficiënter te laten werken en te laten samenwerken. In dat opzicht kan ik begrip opbrengen voor uw plannen daaromtrent, met betrekking tot de DAB en de inzet van militairen bij statische bewakingsopdrachten. Uiteraard moet er een wettelijk kader zijn, anders staat men nergens.

Mijn vraag gaat veeleer over de manier waarop deze plannen naar buiten worden gebracht. De relatie van de vivaldiregering met de politievakbonden begon niet goed en eindigde ook niet goed. Ik hoop dat deze regering niet in dezelfde valkuilen zal trappen.

Er moet dus sociaal overleg plaatsvinden. Volgens mij, op basis van de verklaringen die ik daarover kon lezen, is dat niet gebeurd. Anders zouden de representatieve vakbonden, het VSOA en het NSPV geen stakingsaanzegging naar aanleiding ervan hebben ingediend. Ze vragen zich af waarom er geen voorafgaand overleg is geweest.

Los van de plannen, waarvan ik voor alle duidelijkheid geen tegenstander ben, zult u dit vertrouwen met de politievakbonden, met de mensen op het terrein, terug opbouwen, u als man van het overleg, die graag op het terrein staat? Zult u deze dialoog terug opstarten met de politievakbonden? Is er plaats voor een overlegcultuur?

Zal men eventueel tegemoetkomen aan de eisen om die DAB-medewerkers te herscholen, een andere invulling te geven? Het betreft dan werkzekerheid, omscholing of verdere sociale begeleiding.

Éric Thiébaut:

Monsieur le Ministre,

Une nouvelle fois, la spécialisation de la Police fédéral et de ses agents est mise à mal. Une nouvelle fois, c'est le retour du « militaire bon à tout faire » que nous avions connu sous le gouvernement MR-NVA. On apprend en effet que les militaires reprendront prochainement en charge de manière durable la sécurité statique des centrales nucléaires afin, officiellement, de « libérer » les policiers de la DAB actuellement chargés de cette mission. Une mission qui revient pour des raisons évidentes de spécialisation à cette direction de la police fédérale.

Selon la décision du Kern, votre SPF et le Ministère de la Défense doivent désormais finaliser d'ici le 1er mai un protocole qui permettra d'assurer ce déploiement.

Nous ne sommes pas dupes. L'objectif véritable de cette mesure est de combler le déficit en personnel de la police fédérale notamment pour le transfèrement des détenus qui est également une compétence de la DAB. On parle de 1350 emplois pourvus sur un cadre de 1690 prévus.

Les conséquences du retrait de la DAB se situent à plusieurs niveaux:

Sur le plan humain, plus de 200 policiers vont se voir réaffectés vers d'autres unités partout en Belgique et ce en perdant plusieurs centaines d'euros;

Sur le plan qualitatif, la DAB est une unité spécialisée contrairement à la Défense qui ne dispose d'aucune compétence policière telles que l'arrestation, la fouille, le contrôle d'identité, l'identification de véhicule, etc.

Sur le plan local avec, une nouvelle fois, un report de charge pour les zones concernées.

Monsieur le Ministre,

Comment expliquez-vous le recours à des militaires plutôt qu'à la DAB pour assurer la sécurité de nos centrales nucléaires ? Quel sera le coût pour le SPF Intérieur?

Selon quelle concertation avec les syndicats policiers cette décision a été prise?

Quelles garanties offrez-vous pour préserver les conditions de travail et la rémunération des agents de la DAB?

Quelle est votre vision à long terme pour la sécurisation de nos sites nucléaires ? Quelle concertation avez-vous menée avec les autorités locales concernées?

Ce transfert de missions vers la Défense doit-elle également s'étendre à d'autres sites et d'autres missions de la DAB et si oui selon quel calendrier?

Je vous remercie d'avance pour vos réponses.

Bernard Quintin:

Mijnheer de voorzitter, messieurs les députés, merci beaucoup pour vos questions qui me permettent de faire rapidement le point sur ce sujet.

D’abord, pour répondre à un certain nombre de questions, je rappelle que le remplacement des agents de sécurisation de la DAB présents sur les sites nucléaires par du personnel de la Défense n’est pas une nouveauté. Ce sujet a déjà été abordé à plusieurs reprises, tant lors de ma première intervention en commission que par la suite.

Je note que ma lecture de l’accord de gouvernement, sur les différents phasages et les différents endroits où les militaires doivent remplacer la police pour un certain nombre de missions de surveillance statique, a été renforcée par ce qu’on a appelé "l’accord de Pâques".

Zoals ik al heb toegelicht, zal de geleidelijke reaffectatie van het DAB-personeel een domino-effect hebben, waardoor politie-inspecteurs vrijkomen die vervolgens worden ingezet voor taken die verband houden met de criminele fenomenen waarmee wij worden geconfronteerd en voor andere prioriteiten.

Les concertations syndicales sont en cours.

Het overleg is volop bezig. Ik heb ook gelezen dat er geen overleg is. Dat is niet waar. Er is overleg.

Mes collaborateurs et moi-même poursuivons activement les échanges avec les organisations syndicales en fonction de nos agendas respectifs, dans un esprit de dialogue constructif et dans l'intérêt commun de garantir la sécurité, tant des citoyens que des policiers. Ensemble, nous envisageons les différentes mesures qui peuvent être prises.

Op dit moment is er nog geen concrete of vastgelegde kalender voor de vervanging van het personeel. Ik kan u dan ook geen datum geven, maar ik kan u zeggen dat het in de praktijk zo vlug mogelijk zal zijn, ook volgens het overleg dat wij met de syndicaten hebben. Ik kan u echter verzekeren dat we ons volledig bewust zijn van de wettelijke kaders voor de interventie van Defensie en dat het bevoegde kabinet hier actief aan werkt.

Matti Vandemaele:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Het is een bijzonder antwoord. Het is uiteraard goed dat er overleg is. Ik had van u niks anders verwacht, maar u kunt dus geen kalender geven. Er was nochtans wel al een kalender. In de commissie voor Landsverdediging is een kalender voorgesteld. In de media heb ik een andere kalender gelezen. Nu zegt u dat er geen kalender is, dus de conclusie is dat er in juni geen militairen aan onze kerncentrales zullen staan. Ik denk dat dat duidelijk is.

Op mijn tweede vraag over hoe we ervoor zullen zorgen dat een passend juridisch kader afgeklopt wordt, heb ik eigenlijk ook geen antwoord gekregen. Ik wil u dus bedanken voor de uitgesproken woorden. Ik kan het niet echt een antwoord noemen, maar we gaan het zeker opvolgen. Het is duidelijk dat er nog geen doorbraak is in dit dossier.

Ortwin Depoortere:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Ik zou zelfs meer zeggen dan collega Vandemaele: er is geen doorbraak in het dossier en er wordt ook enorm slecht gecommuniceerd. We lezen van alles in de media en blijkbaar klopt het verhaal niet. Er is geen kalender. De vakbonden zeggen dat er geen overleg is, terwijl u vandaag verklaart dat er wel overleg is. Misschien hangen die twee ook wel wat samen. Dat zou me niet verwonderen, maar ik zou alleszins willen oproepen om minder te communiceren via de media als de zaak nog niet afgeklopt is. Het is een oproep aan iedereen.

We staan allemaal voor hetzelfde doel. Ik denk dat het beter is om rustig achter de schermen, inderdaad in overleg, met de politievakbonden te werken. Ik hoop dat die boodschap tot u is doorgedrongen om het vertrouwen van de politievakbonden, dat toch zeer noodzakelijk is, te herstellen en in stand te houden de komende vier, vijf jaar.

Éric Thiébaut:

Monsieur le ministre, je dois dire que je suis quand même assez surpris par la démarche. Il faut revenir à la genèse de cette DAB. Au départ, nous avions des militaires dans la rue, chargés de sécuriser plusieurs sites sensibles dans un contexte de risque terroriste. C'est en effet à ce moment-là qu'on a fait descendre nos militaires dans la rue. Et puis, c'est le ministre de l'Intérieur de l'époque, Jan Jambon, qui a eu l'idée de créer la DAB, à savoir un service spécialisé dans la sécurisation des sites sensibles et des palais de justice. À cette fin, on a lancé un appel pour recruter des militaires ayant envie de devenir policiers. La DAB a été chargée de protéger les sites nucléaires. À présent, on annonce qu'on va remettre des militaires à la place de la DAB. Ce n'est donc pas logique envers le personnel de terrain.

Nous avons des policiers qui se sont inscrits dans une logique institutionnelle suivant laquelle ils travaillent à la DAB et organisent leur vie en ce sens. Vous savez bien comment cela va: les enfants sont à l'école, on déménage pour habiter tout près de son travail, etc. Et puis, on dit à ces policiers qu'ils ne travailleront plus là, puisqu'on va les remplacer par des militaires. Il faut se mettre à la place des travailleurs. Nous pouvons comprendre votre démarche: vous souhaitez ainsi récupérer de la capacité. Certes, mais ce sont seulement des chiffres. Derrière ceux-ci, il y a des hommes et des femmes qui travaillent sur le terrain et auxquels on doit un certain respect lorsqu'on prend des décisions politiques. Je vous invite par conséquent à prêter attention à toutes ces considérations.

Voorzitter:

Vraag nr. 56004527C van de heer Bergers wordt op zijn verzoek omgezet in een schriftelijke vraag.

Het Vlaamse Defensieplan

Gesteld door

Groen Matti Vandemaele

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 29 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Vlaamse regering wil via haar *defensieplan* structureler betrokken worden bij federale veiligheids- en weerbaarheidsplannen, terwijl de federale overheid al gewestelijke inbreng verzekert via uitnodigingen (geen verplichtingen) en het Overlegcomité (april 2024) dit formeel verankert. Het Vlaamse burgerweerbaarheidsprogramma is een eigen initiatief, maar wordt afgestemd met federale instanties (o.a. Crisiscentrum) en sluit aan bij federale plannen voor lokale vrijwilligerskorpsen (bijstand bij rampen zoals overstromingen), met focus op opleiding, coördinatie en burgerbetrokkenheid. Vertraging door Vlaanderen wordt voorkomen door de bestaande constructieve samenwerking met gewesten, die al actief deelnemen aan crisisoverleg. Civiele bescherming wint aan kracht door betere burgervoorbereiding en logistieke ondersteuning via vrijwilligers, geïnspireerd op buitenlandse modellen.

Matti Vandemaele:

Op 4 April stelde de Vlaamse regering haar 'Vlaams defensieplan' voor. Daarin wordt een aantal keer verwezen naar de Federale bevoegdheden waar u als minister van Binnenlandse Zaken bevoegd bent.

Zo lezen we in het hoofdstukje 'crisisparaatheid en weerbaarheid' o.a. het volgende: "we gaan hiertoe in overleg met de federale bevoegde entiteiten zodat we als volwaardige partner mee aan tafel zitten bij de opmaak en uitvoering van veiligheids- en weerbaarheidsstrategieën en -plannen".

Enkele vragen:

Welke rol nam Vlaanderen op bij de opmaak van de vorige veiligheids- en weerbaarheidsstrategieën en -plannen? Zal hier iets aan veranderen?

En hoe voorkomen we dat Vlaanderen de opmaak vertraagd en/of bemoeilijkt? Hebben de andere deelstaten een zelfde wens geuit?

Verder lezen we ook: We richten een Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma op, in afstemming met de federale overheid, waarvan de lokale overheden de coördinatie opnemen.

Hier zijn mijn vragen:

Kan u meer toelichting geven over het Burgerlijk weerbaarheidsprogramma? Werd het federale niveau vooraf gecontacteerd en is deze actie een gezamenlijk initiatief?

Wat is de relatie met de uitdagingen waar de civiele bescherming staat?​

Bernard Quintin:

Mijnheer Vandemaele, bij de opmaak van nationale noodplannen is het reeds een gewoonte om de gefedereerde entiteiten te betrekken. Zo werd bijvoorbeeld in het koninklijk besluit van 26 april 2024 tot vaststelling van het nationaal noodplan meermaals opgenomen dat de gefedereerde entiteiten worden uitgenodigd in het kader van de vergaderstructuur van noodplanning en crisisbeheer. In de federale regelgeving is het niet mogelijk om verplichtingen op te leggen aan gefedereerde entiteiten, vandaar de terminologie 'uitnodigen'. We zien in de praktijk dat de gewestelijke crisiscentra effectief zeer regelmatig ingaan op deze uitnodigingen, wat de uitwerking van de plannen ten goede komt.

Voor de weerbaarheidsplannen werken we momenteel aan de eerste iteratie en implementatie van het Belgisch Nationaal Weerbaarheidsplan. De deelstaten worden reeds betrokken in de werkzaamheden en de overlegstructuren ter zake. Deze betrokkenheid wordt in april 2024 formeel verankerd via een beslissing van het Overlegcomité. In de verdere uitwerking van deze plannen is het de uitdrukkelijke bedoeling om de deelstaten verder structureel en actief te blijven betrekken. Er is vanuit de gewesten een duidelijke bereidheid om constructief mee te werken. Die positieve houding biedt een solide basis voor een versterkte samenwerking in de toekomst.

Wat uw vragen over burgerweerbaarheid betreft, kan ik stellen dat ook het federale regeerakkoord voorziet in initiatieven. De federale regering zal de lokale autoriteiten immers aanmoedigen hun inwoners uit te nodigen om zich aan te sluiten bij een lokaal vrijwilligerskorps. Dit lokale korps kan de lokale besturen en operationele diensten van de civiele veiligheid, met name de brandweer en de civiele bescherming, bijstaan bij het beheer van bepaalde incidenten, zoals overstromingen.

Ik heb mijn administratie opgedragen de mogelijkheden te onderzoeken voor de organisatie en mobilisatie van de vrijwilligerskorpsen in het kader van de meer eenvormige operationele logistiek en ondersteunende taken, geïnspireerd door buitenlandse modellen en goede praktijken. Mijn administratie zal in dat verband nadere initiatieven nemen, omdat dergelijke vrijwilligerskorpsen verschillende voordelen bieden die wij moeten kunnen consolideren en uitbreiden, namelijk een betere voorbereiding van de bevolking bij grote incidenten, een betere coördinatie van de solidariteit en een sterkere band tussen de bevolking en de hulp- en interventiediensten. Wij denken bijvoorbeeld aan opleiding en oefeningen.

Een Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma wordt een initiatief van hun kant. Ik sta achter het initiatief dat al werd genomen om de weerbaarheidsacties en mogelijke samenwerking binnen dat programma te bespreken tussen het Crisiscentrum van de Vlaamse overheid en het Nationaal Crisiscentrum, net zoals dat waar nodig het geval zal zijn voor samenwerking met de andere gefedereerde entiteiten.

Matti Vandemaele:

Ik dank u voor het antwoord.

Voorzitter:

Vragen nrs. 56004717C en 56004718C van mevrouw Delcourt worden uitgesteld. Vraag nr. 56004722C van mevrouw Désir is reeds beantwoord. Vraag nr. 56004731C van de heer Van Rooy wordt uitgesteld. La question n° 56004746C de Mme Maouane est reportée.

De NMBS en de deportaties tijdens de Tweede Wereldoorlog
Het rapport van de Groep van Wijzen over de verantwoordelijkheid van de NMBS bij deportaties
De aanbevelingen betreffende de rol van de NMBS in de deportatie van Joden en Roma
De rol van de NMBS bij deportaties tijdens de Tweede Wereldoorlog

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 29 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De SNCB’s historische rol in de deportatie van >25.000 Joden, Roma en verzetsleden tijdens WOII staat centraal, met bevestigde betalingen door nazi-Duitsland en passieve medewerking onder het "mindere-kwaad"-beleid. Het rapport van de Groep der Wijzen (jan. 2025) beveelt officiële excuses, herstelmaatregelen (o.a. educatieve projecten, tentoonstellingen in Train World) en een herdenkingsdag aan, waarvoor de SNCB-raad al groen licht gaf—excuses volgen in 2025, met steun van HR Rail (Infrabel aarzelt nog). De regering analyse momenteel de juridische en budgettaire haalbaarheid van de 30 aanbevelingen (o.a. herstelbetalingen voor de 50 mln. frank ontvangen in 1942-’44), terwijl kritiek blijft op het risico van minimumacties en het ontbreken van structurele inclusiebeleid (bv. wettelijk verankeren van diversiteit bij SNCB). Parlementariërs benadrukken dat herdenking gepaard moet gaan met weerstandsverhalen en waarschuwen voor hedendaagse dreigingen (antisemitisme, autoritarisme).

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, c'est un plaisir de vous retrouver cette fois-ci dans un rôle inversé. Nous nous croisons depuis 2014 et ensuite 2017 mais c'est la première fois que je vais avoir l'honneur et le plaisir de vous poser une question. Cela me rappelle un temps où c'est vous qui étiez à ma place et qui m'"asticotiez" au gré de votre bon vouloir mais assidûment avec beaucoup d'intelligence et d'acuité.

Le sujet est ici fondamentalement sérieux. En janvier dernier, le Groupe des Sages mis sur pied par le gouvernement fédéral a présenté au Sénat ses propositions sur les initiatives à prendre suite à l'implication des chemins de fer belges dans l'organisation de convois de déportation qui ont mené plus de 25 000 Juifs, Roms, prisonniers politiques et travailleurs forcés vers les camps durant la Seconde Guerre mondiale.

En décembre 2023 déjà, une étude du CegeSoma apportait des éléments concrets sur l'implication des chemins de fer belges dans cette déportation. Il en ressortait notamment que la SNCB avait reçu "quasi à coup sûr" des fonds allemands pour déporter des Juifs.

Le rapport des Sages formule 30 recommandations. Parmi elles figurent les excuses aux victimes: "En ce qui concerne la reconnaissance des victimes, la SNCB doit non seulement exprimer des regrets mais aussi présenter des excuses officielles pour le rôle joué par les chemins de fer belges de l'époque dans l'organisation des convois ferroviaires de déportation", peut-on ainsi lire. La SNCB est également invitée à mettre en œuvre diverses initiatives mémorielles et à organiser une journée du souvenir afin de rappeler le drame des déportations.

Je souhaiterais donc faire le point sur les initiatives concrètes prises par la SNCB depuis lors. Quels budgets sont ou seront débloqués à cette fin? Plus largement, quelles suites comptez-vous donner au sein du gouvernement aux différentes recommandations et à leur mise en œuvre? Une collaboration entre la SNCB et le War Heritage Institute (WHI) est-elle envisagée en ce sens notamment dans la politique muséale fédérale?

Aurore Tourneur:

Monsieur le ministre, le 17 janvier dernier, le Groupe des Sages a rendu un rapport sur l'implication des chemins de fer belges dans l'organisation de convois de déportation, mettant en lumière la responsabilité collective de l'État belge et de la SNCB dans ces événements.

Je sais, monsieur le ministre, toute l'importance que vous accordez à ce dossier. Vous y faisiez déjà référence dans votre exposé d'orientation générale à juste titre. Et ce rapport a une résonance d'autant plus lourde dans un contexte politique marqué par des tensions mémorielles mais aussi par la montée inquiétante des actes d'antisémitisme au sein de notre société.

Selon le communiqué du gouvernement du 15 avril dernier, le Conseil des ministres a pris acte des recommandations du rapport et vous a chargé de préparer la mise en œuvre des recommandations formulées par le Groupe des Sages en intégrant les analyses budgétaires et juridiques nécessaires.

Monsieur le ministre, quelles sont les perspectives de travail de votre ministère en concertation avec la SNCB concernant les analyses budgétaires et juridiques? D'un point de vue pratique, comment comptez-vous veiller au suivi de la mise en œuvre de ces recommandations? Par ailleurs, pourriez-vous nous indiquer si la SNCB est prête à reconnaître publiquement sa responsabilité, à présenter ses excuses dans un avenir proche? Envisagez-vous d'organiser un acte officiel symbolique en présence des représentants des survivants et des communautés concernées afin de renforcer la portée de cet acte de reconnaissance?

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, ma question porte sur l'état d'avancement de la mise en œuvre par la SNCB, Infrabel et HR Rail des recommandations du Groupe des Sages par rapport au rôle joué par la SNCB dans la Déportation de Juifs et Roms pendant la seconde guerre mondiales.

Entre 1942 et 1944, la SNCB a organisé 28 convois de déportation depuis Malines vers Auschwitz, transportant 24 906 Juifs et 353 Roms. Des recherches menées par le CegeSoma grâce au financement assuré par votre prédécesseur ont révélé que la SNCB a été rémunérée pour ces transports par le Mitteleuropäisches Reisebüro, recevant environ 50 millions de francs belges de l'époque. La direction de la SNCB n’a pas protesté contre ces déportations, s’inscrivant dans une politique dite du « moindre mal ».

Un Groupe des Sages a été constitué à l’initiative de votre prédécesseur pour réfléchir à la façon de donner suite au résultat de ces recherches, aboutissant à la formulation en janvier 2025, de 30 recommandations articulées autour de trois axes : vérité, transmission et réparation.

Il importe à présent de mettre en œuvre ces recommandations, ce qui depuis lors a fait l’objet, selon la presse, d’une décision du gouvernement et d’une délibération du conseil d’administration de la SNCB.

Monsieur le ministre, pouvez-vous nous faire un état des lieux de ce dossier? Les décisions prises impliquent-elles la formulation future par la SNCB d’excuses par rapport à sa responsabilité historique? Quand et dans quel cadre seront-elles formulées? Qu’en est-il de l’action et de l’implication d’Infrabel et d’HR Rail également héritières de la SNCB de l’époque? Est-il également prévu de les impliquer dans ce cadre? Ce point sera-t-il également porté à l’ordre du jour de leur conseil d’administration? Qu’en est-il des 50 millions de francs belges perçus à l’époque par la SNCB? Feront-ils l’objet d'un acte de réparation à poser par la SNCB conformément aux recommandations du Groupe des Sages? Vous engagez-vous personnellement à tout mettre en œuvre pour faire aboutir ce dossier?

Jean-Luc Crucke:

Je remercie les députés pour les quelques mots qui font référence à notre passé commun au sujet duquel les débats, je vous le confesse, n’ont pas toujours été aussi agréables. Même si j’ai compris que je vous asticotais de temps en temps, ce n’était évidemment pas le but, puisque le but est d’avancer.

Le 17 janvier 2025, le Groupe des Sages a remis au gouvernement son rapport "Vérité, Transmission, Réparation - La SNCB et les déportations durant la Seconde Guerre mondiale ". Le Groupe a estimé que ses travaux ne pouvaient pas se limiter au passé de guerre de la SNCB mais qu’il devait aussi s’attacher à dégager des enseignements pour le présent et le futur. Partant d’une responsabilité historique collective, il contient au total 30 recommandations à l’attention du gouvernement fédéral pour faire connaître la vérité, assurer la transmission et proposer des formes de réparation. Il précise que si la plupart des recommandations sont adressées au gouvernement fédéral, les conclusions de l’étude historique et les principaux enseignements doivent également interpeler les autres niveaux de pouvoir et le secteur privé.

Sur les 30 recommandations, 11 concernent la SNCB. Celle-ci travaille activement à leur mise en œuvre. Dans l’attente des suites qui seront accordées par le gouvernement aux recommandations du Groupe des Sages, le conseil d’administration de la SNCB a déjà marqué son accord sur une série d’actions actuellement en préparation et qui sont également reprises dans les recommandations du Groupe des Sages, dont:

- l’actualisation de la scénographie permanente du musée Train World consacré à la Seconde Guerre mondiale pour y intégrer les résultats des recherches de Nico Wouters et du CegeSoma. Elle devrait être terminée puisqu’elle était prévue pour mars 2025;

- l’organisation d’une exposition temporaire à Train World, intitulée "La SNCB occupée, entre collaboration et résistance". Cette exposition se tiendra à Train World de septembre 2025 à juin 2026 et est réalisée avec l’appui de Nico Wouters et du CegeSoma;

- l’organisation d’un programme de conférences pendant la durée de l’exposition temporaire, comprenant aussi bien des témoignages de survivants que des exposés historiques;

- la création de paquets éducatifs à destination des écoles primaires et secondaires permettant une réflexion sur le thème de la responsabilité, illustrés au travers du rôle de la SNCB durant la Seconde Guerre mondiale. Ces paquets éducatifs seront disponibles à partir du lancement de l’exposition temporaire à Train World en septembre 2025 et sont réalisés avec le soutien de Kazerne Dossin et du World Heritage Institute;

- l’organisation d’ateliers éducatifs par des animateurs spécialisés, soit dans les écoles soit à Train World. Ces ateliers éducatifs seront disponibles à partir du lancement des expositions temporaires à Train World en septembre 2025 et sont réalisés avec le soutien de Kazerne Dossin et du World Heritage Institute;

- la mise en place d'un site web dédié regroupant toutes les ressources disponibles – archives, documentation, collections historiques en lien avec la SNCB durant la Seconde Guerre mondiale. Ce site web dédié sera lancé en septembre 2025.

La SNCB, à travers son soutien aux activités de Train World, a libéré les moyens humains et financiers nécessaires à la préparation et la mise en œuvre des actions mémorielles reprises ci-dessus. Au sein du gouvernement fédéral, le Conseil des ministres a pris acte des recommandations du rapport du Groupe des Sages le 11 avril dernier. Le gouvernement m'a chargé de préparer la mise en œuvre des recommandations formulées par le Groupe des Sages en intégrant les analyses budgétaires et juridiques nécessaires. Suite à cette décision, mes services examinent actuellement les 30 recommandations au regard des implications induites de ces dernières pour différents niveaux de pouvoir.

De plus, considérant que les réglementations sont adressées à différents acteurs publics et privés, il est nécessaire d'étudier les conséquences juridiques et budgétaires pour l'État. Lorsque cette analyse sera finalisée, je redéposerai un dossier sur la table du gouvernement.

Sur la question des excuses, je peux vous dire que le conseil d'administration de la SNCB a donné son accord pour exprimer publiquement ses excuses lors de sa réunion du 24 janvier dernier. Le conseil d'administration de HR Rail a répondu favorablement à la sollicitation de la SNCB de se joindre à ces excuses. Quant à Infrabel, la réponse du gestionnaire de l'infrastructure est encore à l'étude.

D'autre part, j'ai pu constater que la rédaction du rapport du Groupe des Sages n'avait pas mis fin à toute polémique sur cette douloureuse problématique. C'est ainsi que la question relative à la responsabilité éventuelle de l'État n'a pas été juridiquement instruite. Sachant que sur le plan de la recherche historique, l'ouvrage de Nico Wouters Le rail belge sous l'Occupation peut être considéré comme la synthèse précise des faits de cette période critique de l'histoire belge, j'envisage de demander à une équipe de juristes compétents d'analyser la question et de me faire ensuite rapport.

J'ai moi-même rencontré l'historien Nico Wouters qui m'a confirmé accepter de se mettre à disposition desdits juristes pour tout document ou explication complémentaire dont ils auraient besoin. Ledit rapport sera, dès sa réception, soumis à la lecture du gouvernement, sachant qu'il dépasse stricto sensu la compétence de la Mobilité sur laquelle j'ai la tutelle.

Je peux vous donner mon engagement quant au fait que je suis pleinement investi dans le suivi de ce dossier, pour apporter évidemment à cet essentiel et primordial travail de mémoire toutes les réponses nécessaires.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, merci pour la qualité et la précision de vos réponses. Je crois qu'il est important de rappeler que le travail de mémoire, indépendamment du rapport des Sages, on ne le fait pas parce qu'il le faut, mais parce qu'on le doit et parce qu'on doit être convaincu de transmettre un relais aux nouvelles générations qui n'ont pas connu ces temps troublés, mais qui pourraient les connaître avec la situation internationale actuelle.

Deuxièmement, il y a la mémoire sur la déportation et sur les responsabilités historiques, mais il ne faut jamais faire oublier et il faut mettre en relation la mémoire de la Résistance. Parce qu'à côté de celles et ceux qui ont collaboré avec l'ennemi, il y a aussi celles et ceux qui ont résisté au prix de leur vie. Et là aussi, on aura besoin de rappeler toute l'importance de résister aux dictatures de quelque bord qu'elles soient.

Troisièmement, une des craintes formulées par certaines associations actives dans le domaine de la mémoire était que la SNCB se contente – pour caricaturer et être simple – du strict minimum syndical, sans associer continuellement dans la perspective des travaux les secteurs de la société civile qui sont spécifiques au travail sur la mémoire, et évidemment les familles des victimes de cette déportation.

Je terminerai en rappelant que je porte une proposition de loi sur la reconnaissance du fort de Huy comme mémorial national de la Résistance. Je peux vous dire qu'il est très compliqué de faire passer ce dossier ici au Parlement, il y a de nombreuses réticences, en ce compris parfois et de manière assez étonnante dans le gouvernement. Je pense que vous pouvez être le fer de lance d'un changement radical pour faire comprendre à toutes et tous que la responsabilité échoit à tous les démocrates.

Aurore Tourneur:

Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse étayée qui témoigne d'un engagement sincère sur ce dossier d'une portée historique et humaine considérable.

Ce rapport n'est pas une fin en soi, c'est un point de départ. La responsabilité historique ne doit pas être seulement un constat: elle doit permettre des actes visibles, durables et partagés. Nous comptons sur vous pour mener ce travail avec tout le sérieux qui vous caractérise.

Sarah Schlitz:

Merci, monsieur le ministre. Je ne partage pas tout à fait l'enthousiasme de Mme Tourneur sur la passion qui vous anime dans ce dossier. Je comprends que la séance est longue aujourd'hui, mais la lecture un peu fastidieuse de la réponse ici ne permet pas d'avoir un éclairage très complet du dossier. La responsabilité de la SNCB dans cette affaire est pleine et entière. C'est dingue que ce soit seulement en 2024 qu'on ait enfin fait la lumière sur ce dossier grâce à la volonté de Georges Gilkinet, qui a lancé cette étude. En effet, ce n'est que d'un début. Je vous invite non seulement à mettre en œuvre les recommandations en question qui ont déjà été lancées, mais aussi à, vous-même, mettre en place une série d'actions pour aller plus loin et à continuer à mettre en place une robustesse au niveau de la SNCB pour faire en sorte que ce genre de chose n'arrive plus jamais. Il peut s'agir du sujet de la guerre 40-45, mais ça peut être dans d'autres domaines aussi. Pour moi deux choses doivent être faites. Il y a évidemment la mise en place des recommandations et on peut voir comment aller plus loin dans ce dossier. D'autre part, il faut faire en sorte que la SNCB soit un acteur qui construise une société inclusive qui permet de faire en sorte que la haine et l'horreur de la guerre 40-45 ne se reproduisent pas. Je pense en particulier aux questions de diversité et d'inclusivité dont on a beaucoup parlé ces derniers temps avec les attaques de Trump envers les entreprises qui pratiquent des politiques inclusives. Monsieur le ministre, vous pourriez par exemple réviser la loi de 1991 pour faire en sorte que les politiques d'inclusion et de diversité qui sont actuellement menées à la SNCB soient inscrites dans la loi et ne puissent donc pas être détricotées par des régimes futurs qui seraient hostiles à ce type de politique, comme c'est le cas aujourd'hui aux États-Unis. Je vous remercie.

Het opnemen van uitgaven voor spoorweginfrastructuur in de Belgische defensie-uitgaven

Gesteld door

Ecolo Sarah Schlitz

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 29 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België wil militaire uitgaven (2% BBP-doel OTAN) gedeeltelijk besteden aan strategische spoorinfrastructuur, zoals versterkte bruggen, tunnels, toegang tot havens/luchthavens en capaciteit voor lange militaire treinen. Een werkgroep (Defensie, Infrabel, SNCB) identificeerde prioritaire projecten, maar deze tellen *nog niet* mee als defensie-investering—onderzoek loopt om dubbel gebruik (civiel/militair) te laten meetellen, ook via EU-financieringskanalen zoals *CEF*. Financiering en budgettaire impact (bv. 60/40-regel) zijn onduidelijk, maar de minister bepleit integratie op nationaal *en* Europees niveau. Concreet besluitvormingstijdstip ontbreekt.

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, un des grands objectifs budgétaires de ce gouvernement est d’augmenter à 2 % du PIB les dépenses militaires.

Quoi qu’on pense du bien fondé de cet engagement, il importe qu’une partie la plus importante possible de ces dépenses puisse également servir à des objectifs civils, par exemple dans le domaine ferroviaire, où les besoins en infrastructure sont très importants, ne serait-ce que pour assurer la sortie du Port d’Anvers ou pour finaliser les travaux du RER vers Ottignies et Nivelles ainsi que la modernisation de la ligne Bruxelles-Luxembourg.

Monsieur le ministre, est-il envisagé d’intégrer des dépenses d’infrastructure ferroviaire à l’effort d’augmentation à 2 % des dépenses fédérales en matière de Défense? Qu’avez-vous entrepris dans cet objectif.

Le cas échéant, quels projets, quelles portions du réseau seront concernés?

Comment seraient financés ces travaux ? Des moyens supplémentaires pourront-ils être obtenus?

Ou, au contraire, risquent-ils d’être prélevés sur d’autres budgets inscrits au Plan Pluriannuel d’Investissement d’Infrabel?

Ces budgets devront-ils respecter la règle de répartition 60/40?

Quel est le calendrier de décision sur cette question importante?

Jean-Luc Crucke:

Je partage entièrement votre point de vue sur l’importance de pouvoir intégrer la Mobilité dans les dépenses militaires prévues. Cette question est importante, étant donné que le rail constitue un mode de transport stratégique, autant pour le transport de troupes que pour celui du matériel militaire.

Jusqu’hier, cette information demeurait assez confidentielle, mais nous avons assisté lundi à une première européenne: des militaires anglais en route vers la Lettonie ont transité par Bruxelles. Pour des raisons que vous pouvez bien imaginer, tout cela devait rester confidentiel. L'ensemble du transport s’est parfaitement bien passé.

Un groupe de travail réunissant la Défense, Infrabel et la SNCB est actif sur ce dossier. La coopération entre ces acteurs existait déjà mais est maintenant approfondie. Une liste détaillée des investissements prioritaires liés aux corridors de mobilité militaire a été établie.

Ces investissements concernent plusieurs types d’infrastructures prioritaires: le renforcement des ponts ferroviaires, l’élargissement et le rehaussement des tunnels ferroviaires, l’amélioration de l’accès ferroviaire aux terminaux portuaires et aéroportuaires ainsi que amélioration et l’extension des capacités d’accueil des trains longs.

Actuellement, les investissements dans le réseau ferroviaire ne sont pas pris en compte dans l’effort de défense destiné à atteindre le seuil de 2 % d’investissement fixé par l’OTAN. La possibilité de comptabiliser les investissements à double usage comme dépenses de défense est actuellement à l'étude par la Défense.

Je plaide également pour la même approche au niveau européen, dans le cadre du plan ReArm Europe de la Commission européenne. Je serai particulièrement attentif au lancement du nouvel appel à projets du Connecting Europe Facility (CEF).

Soyez assurés de mon engagement pour faire en sorte que la Mobilité soit prise en compte dans les investissements importants qui sont prévus.

Sarah Schlitz:

Je vous remercie pour cette réponse volontariste, monsieur le ministre. Il me semble fondamental, alors que des milliards vont être investis dans la défense, que le rail ne soit pas oublié.

Par ailleurs, nous savons à quel point ces investissements sont stratégiques en matière de défense. Il serait donc incompréhensible qu’ils ne soient pas pris en compte. Affaire à suivre!

Voorzitter:

De vraag nr. 56004785C van de heer Julien Matagne wordt omgezet in een schriftelijke vraag.

De impact van de VS-invoertarieven op de Belgische kmo's
Het effect van de Amerikaanse invoerheffingen
De ondersteuning van kmo's die door de Amerikaanse invoerheffingen getroffen worden
De verwachtingen inzake en de mogelijke antwoorden op de impact van de handelsoorlog op de kmo's
De gevolgen van Amerikaanse invoertarieven voor Belgische kmo's en mogelijke maatregelen

Gesteld aan

Eléonore Simonet (Minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO’s)

op 29 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Amerikaanse invoertarieven (tot 145% op China) bedreigen Belgische kmo’s die naar de VS exporteren, met stijgende kosten, vertragingen en afzetverlies, terwijl Chinese bedrijven hun focus naar Europa verschuiven. Minister Simonet overlegt met sectoren (farma, tech, voeding) en plant structurele maatregelen (fiscale stimulansen, lagere energiekosten, marktdiversificatie, vereenvoudigde administratie) via het PME-plan en Make 2025-2030, met een volgend overleg in juni; ze waarschuwt voor Europese tegenmaatregelen die kmo’s kunnen schaden en benadrukt contractuele bescherming via het nieuwe imprvisie-artikel (5.74 BW). Van Lommel ziet kansen voor strategische autonomie maar wijst buitenlandse arbeid af, terwijl Pirson (Les Engagés) snelle, concrete actie en Europese de-escalatie eist om onzekerheid bij kmo’s te beperken.

Voorzitter:

De heer Van Quickenborne is niet aanwezig om zijn vraag nr. 56003343C te stellen.

Reccino Van Lommel:

Mevrouw de minister, begin april voerde de Amerikaanse president Trump hoge invoertarieven in voor zowat alle landen ter wereld. Voor China gaat het zelfs om een tarief van 145 %. Dat heeft een invloed op de Belgische kmo's die hun producten in de VS willen verkopen, en dwingt hen om op zoek te gaan naar nieuwe afzetmarkten. Uit een rondvraag van UNIZO blijkt dat heel wat Belgische bedrijven een effect verwachten van ie invoertarieven. U hebt een persmededeling gedaan over de invoertarieven, die ik met bijzonder veel aandacht heb gelezen. Ook landen buiten Europa worden met dezelfde problematiek geconfronteerd en zij bekijken hoe ze hun afzetmarkt kunnen verschuiven richting Europa. Vooral Chinese bedrijven, die nu een afzet in de Verenigde Staten hebben, zullen nog meer proberen hun afzet te verschuiven naar Europa.

Welke gevolgen van de Amerikaanse importheffingen ziet u voor Belgische bedrijven die vooral naar de VS exporteren? Welke maatregelen acht u aangewezen? U hebt aangekondigd te willen overleggen met de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO, de FOD Economie, de RSVZ en de vertegenwoordigers van de getroffen sectoren om de behoeften in kaart te brengen. Wat heeft dat overleg reeds opgeleverd? U wilt samen met de betrokken partijen een inventaris maken van de problemen en een gezamenlijk actieplan opstellen. Welk tijdspad hebt u daarvoor voor ogen?

Belgische bedrijven kunnen wellicht niet concurreren met de Chinese producten, zoals ik in het verleden al vaker heb gezegd. Welke maatregelen overweegt u dienaangaande? Welke strategie acht u aangewezen? Kiest u ervoor om Chinese investeerders aan te trekken dan wel om de Belgische bedrijven te ondersteunen?

Tot slot, welk overleg hebt u al gehad met de deelstaten? Dat is niet onbelangrijk, want sinds de zesde staatshervorming werden heel wat bevoegdheden overgeheveld naar de deelstaten.

Anne Pirson:

Madame la ministre, la guerre commerciale déclenchée par les États-Unis, notamment à travers l’instauration de nouveaux droits de douane, entraîne des répercussions directes et profondes sur notre tissu économique, en particulier sur les petites et moyennes entreprises (PME). Près de 92 % des 5 617 entreprises belges exportant vers les États-Unis sont des PME. Pour elles, cette instabilité se traduit par des hausses de coûts, des retards de livraison, une baisse de la demande et, dans certains cas, un risque de délocalisation. Ces entreprises semblent partager la position du gouvernement selon laquelle personne ne gagne dans une guerre commerciale et qu’il est préférable de construire des ponts plutôt que de dresser de nouvelles barrières.

À la suite de cette décision des États-Unis, vous avez lancé une première série de consultations avec les représentants des secteurs concernés, avec l’ambition d’élaborer des mesures concrètes intégrées au futur plan PME. Si cette démarche est bien évidemment saluée, les attentes du terrain sont fortes: soutien structurel, compétitivité renforcée, sécurité contractuelle et, surtout, clarté sur la position européenne pour éviter une escalade commerciale.

Madame la ministre, quelles priorités ressortent-elles de la première consultation et de l’inventaire des difficultés rencontrées par les PME, et comment ces constats guideront-ils les mesures à intégrer dans le plan PME?

Certaines entreprises appellent à des outils juridiques plus robustes pour sécuriser leurs relations commerciales. Envisagez-vous d'encourager ou de soutenir l'intégration de clauses de révision, d’imprévision ou de renégociation dans les contrats commerciaux des PME, face à ce type de risques géopolitiques?

Enfin, quelle est votre position, et celle que vous défendez auprès de la Commission européenne, concernant une réponse européenne à cette guerre commerciale, alors même que 87 % des PME sondées s’opposent à une escalade douanière?

Eléonore Simonet:

Mevrouw Pirson, mijnheer Van Lommel, op 24 april heb ik grondige gesprekken opgestart met de voornaamste economische actoren over de impact van de Amerikaanse importtarieven op onze kmo's. De interprofessionele organisaties UNIZO, UCM en NSZ waren aanwezig, net als de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO, Beci en vertegenwoordigers van strategische sectoren zoals de farmaceutische en de biotechnologische sector, de technologische sector, de voedingssector, de drankenhandel, de brouwerijsector en de diamantsector. Zij beklemtoonden allemaal een cruciaal punt: het onzekerheidsniveau is hoog en de bezorgdheid neemt toe. Zelfs in de sectoren die nog niet zwaar getroffen zijn, vertraagt de vraag. De productiekosten stijgen. Leveringen ondervinden vertragingen en de mogelijke langetermijneffecten veroorzaken terechte vrees.

Het is ook belangrijk op te merken dat sommige kmo's, hoewel zij niet in de export- of importstatistieken staan, een indirecte impact ondervinden, omdat ze deel uitmaken van het ecosysteem van exporterende bedrijven. De vertegenwoordigers van de organisaties die ik heb ontmoet, roepen op tot concrete acties en vooral tot structurele maatregelen. Ik begrijp die vraag. Zij pleiten voor een gezond investeringsklimaat, een versterkte ondersteuning van onderzoek en innovatie en een ambitieus anders beleid, zowel door een protectionistische reflex in de Europese Unie, te vermijden, als door een open dialoog met de VS te behouden, een cruciale handelspartner. Ter herinnering, de arizonaregering bestemt 1,7 miljard euro voor de concurrentiekracht van bedrijven, waarvan 200 miljoen euro specifiek voor kmo's. Dat is mogelijk door onder andere een verlaging van de lasten op lage en middelhoge lonen en door een plafonnering van de bijdrage op hoge lonen.

Diverses mesures ont été envisagées durant cette première réunion: des incitants fiscaux, l’évitement de la surtransposition ( gold plating ), la réduction des coûts salariaux et énergétiques et le soutien actif à l’exploration de nouveaux marchés. La simplification administrative, notamment pour attirer des talents étrangers, a également été citée. Les mesures seront analysées par mon administration, et j’entreprendrai ensuite une concertation avec les ministres compétents afin d’en intégrer dans le volet résilience du plan PME.

Overigens sta ik voortdurend in contact met de vertegenwoordigers van de kmo's. Er is trouwens een nieuw overleg voor eind juni gepland. Regelmatige communicatie is essentieel, zodat wij onze strategie zo goed mogelijk kunnen afstemmen op de realiteit op het terrein. De kmo's willen ook snel worden geïnformeerd over tariefontwikkelingen en willen betrokken worden bij de uitwerking van begeleidingsmaatregelen. Ik zal erop toezien dat hun verzoek wordt ingewilligd.

In ieder geval, de situatie is uiterst volatiel en de positie van het Witte Huis kan van de ene dag op de andere radicaal veranderen. Indien nodig, zouden we tijdelijke maatregelen, zoals tijdens de brexitcrisis, kunnen nemen. Ik denk onder andere aan een overbruggingsrecht en aan sociale en fiscale maatregelen om de zwaarste impact te verzachten.

Concernant les contre-mesures européennes, il convient d'être très vigilant, car mal calibrées, elles pourraient occasionner autant, sinon davantage, de dommages à nos propres entreprises. Là encore, je serai particulièrement attentive à ce que les intérêts de nos PME soient pleinement pris en compte.

Enfin, permettez-moi de rappeler que cette crise, aussi déstabilisante soit-elle, peut aussi représenter une opportunité; une opportunité pour nos PME de diversifier leurs marchés, pour l'Europe de renforcer son autonomie économique, et pour la Belgique d'accélérer certaines transitions stratégiques.

Dans ce cadre, et en plus du plan PME susmentionné, le plan Make 2025-2030 a pour but de revitaliser notre industrie. Ces deux outils sont complémentaires et essentiels pour préparer notre tissu économique aux défis de demain.

En ce qui concerne la protection de nos commerçants contre de tels risques géopolitiques, je signale d'abord que le Code civil, notamment le livre 5 sur les obligations, prévoit maintenant dans son article 5.74 une disposition sur le changement de circonstances. Cette disposition octroie le droit au débiteur, en cas de situation d'imprévision, de demander au créancier de renégocier le contrat en vue de l'adapter ou d'y mettre fin. Une hausse soudaine et énorme des droits d'exportation pourrait être qualifiée d'une telle situation d'imprévision.

En cas de refus ou d'échec des renégociations dans un délai raisonnable, le juge peut, à la demande de l'une ou l'autre des parties, adapter le contrat afin de le mettre en conformité avec ce que les parties auraient raisonnablement convenu au moment de la conclusion du contrat, si elles avaient tenu compte du changement de circonstances, ou alors mettre fin au contrat.

Des clauses qui excluraient cette possibilité peuvent en outre être qualifiées de clauses abusives dans le cadre des règles impératives protégeant les entreprises contre des clauses abusives, c'est-à-dire des clauses qui créent un déséquilibre manifeste entre les droits et obligations des parties.

Ik rond af. Ik neem de impact van de spanningen op het vlak van de handel op onze ondernemingen ernstig en sta helemaal klaar om onze kmo's te verdedigen.

Reccino Van Lommel:

Mevrouw de minister, u schetst vrij algemene maatregelen, maar die moet u ook nemen los van de invoerheffingen. Ik heb het onder andere over de versterking van de concurrentiekracht, de aanmoediging van onderzoek en ontwikkeling en maatregelen om de energiekosten te verminderen en gold-plating te vermijden. Ik ben het er niet mee eens dat u buitenlandse arbeidskrachten moet aantrekken. Daar hebben wij een heel andere visie op.

Ik ben alvast tevreden met uw verklaring dat we heel voorzichtig moeten zijn met tegenmaatregelen. Dat klopt, want de vraag is hoelang de handelsoorlog zal aanslepen. De soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend, zegt men in Vlaanderen, dus we zullen nog wel zien hoe ver de maatregelen reiken en hoelang ze van toepassing zijn.

Het is echter inderdaad een kans voor de Europese, Vlaamse en Belgische economie, want de crisis opent politici de ogen om werk te maken van strategische investeringen en strategische autonomie. Daar wordt nu al zoveel jaren over gesproken, maar men blijft het antwoord schuldig wanneer men vraagt om de betrokken sectoren te definiëren. Er is daarrond veel te weinig ondernomen. De handelsoorlog met invoerheffingen moet een eyeopener zijn voor iedereen van ons om onze economie veel strategischer te bekijken en daarbij te streven naar strategische autonomie, zonder daarom rond ons land een muur te bouwen.

Anne Pirson:

Je vous remercie, madame la ministre, pour ces éléments de réponse.

La démarche engagée à travers les consultations sectorielles et l'intégration des dispositifs adaptés aux risques géopolitiques sont des signaux encourageants. Le contexte exige des intentions mais aussi des mesures concrètes et des échéances claires. C'est effectivement compliqué dans un contexte où l'on sait que, du jour au lendemain, la situation peut varier. Toutefois, il est vrai que les PME ne peuvent pas se permettre d'attendre alors qu'elles sont dans l'incertitude, une incertitude qui, parfois, mine leur activité.

Au nom du groupe Les Engagés, nous vous encourageons donc à poursuivre cette concertation de manière resserrée. Une nouvelle concertation aura d'ailleurs lieu en juin, comme vous l'avez indiqué. Nous vous encourageons également à défendre une vision européenne tournée plutôt vers la désescalade et la protection de notre tissu économique.

Voorzitter:

Collega's, ik merk op dat Parlementsleden de regering via mondelinge vragen kunnen controleren. Het getuigt van beleefdheid als de parlementsleden die vragen indienen, dan ook aanwezig zijn, wanneer die behandeld worden. Ik betreur dat er vraagstellers afwezig zijn. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 14.32 uur. La réunion publique de commission est levée à 14 h 32.

De verhoging van het defensiebudget
Het defensiebudget
Het percentage van het bbp dat aan Defensie besteed wordt
De begroting en het defensie-akkoord
Het paasakkoord en de hervorming van de werkloosheidsregeling
De vervanging van de DAB-agenten door militairen voor de bewaking van de kerncentrales
Het paasakkoord
Het paasakkoord en de beslissingen inzake asiel en migratie
Het paasakkoord, de hervorming van de werkloosheidsregeling en de uitgaven voor herbewapening
Het uitstellen van de indexering van de sociale uitkeringen
De hervorming van de werkloosheidsuitkeringen en de impact ervan op de OCMW's
De toepassing van het recht op een loopbaandoorstart
De plannen voor de hervorming van de pensioenen van de magistraten
De hervormingen in het gevangeniswezen en de middelen voor Justitie
De hervorming van het DBI-stelsel en de verduidelijking van het begrip 'financiële vaste activa'
Het gebruik van het systeem van de flexi-jobs per sector
Het opvangbeleid van de regering
De data-analyse inzake doktersattesten voor langdurig zieken
De beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd
Defensiebegroting, paasakkoord, sociale hervormingen en justitiehervormingen

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 23 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draaide rond het paasakkoord van de regering, met als kernpunten: hervormingen in sociale zekerheid (werkloosheid, pensioenen, langdurige ziekte), defensie-investeringen (NAVO-norm van 2% BBP), migratiebeleid en fiscaliteit. De regering (Arizona-coalitie) verdedigde het akkoord als noodzakelijk voor economische groei, concurrentievermogen en begrotingsdiscipline, met maatregelen zoals tijdsbeperking werkloosheidsuitkeringen, verhoogde defensie-uitgaven (gefiancieerd via Russische tegoeden en Belfius-dividend), en strengere asielregels. Oppositiepartijen (PTB, Groen, PS, Vlaams Belang) bekritiseerden het als sociaal onrechtvaardig (lasten op middenklasse, pensioenen, zieken) en budgettair onverantwoord (onvoldoende structurele financiering, schuldenopbouw). MR en Les Engagés steunden selectieve maatregelen (bv. "droit au rebond"), maar stelden vragen bij uitvoering en financiering. Kernconflicten: sociale rechtvaardigheid vs. economische hervormingen en korte-termijnmaatregelen vs. structurele oplossingen.

Voorzitter:

Goedemorgen, collega's. Ik dank de eerste minister voor zijn aanwezigheid.

De beslissing om een commissievergadering over het paasakkoord te organiseren, kwam er naar aanleiding van het verzoek van Open Vld en de PS op 12 april. Ik heb de beschikbaarheid van de eerste minister door het commissiesecretariaat doen nagaan en vandaag kunnen wij er dus van gedachten over wisselen.

Wij hebben voor de gedachtewisseling tijd tot 12 uur, de tijd die de agenda van de eerste minister hem toelaat. Er komt een integraal verslag en er kan dus dus achteraf daar geen discussie over zijn.

Ik stel voor dat de eerste minister zelf eerst een korte inleiding geeft en dat daarna de fracties binnen een tijdsspanne van 10 minuten, te verdelen onder de fractieleden, de eerste minister in een eerste ronde ondervragen.

We zullen zien of de tijd het toelaat alsnog een tweede ronde in te lassen, maar ik vrees, gelet op het grote aantal fracties, dat we onze best zullen moeten doen alles op 3 uur klaar te krijgen.

Ik wil de fractieleden die mondelinge vragen hebben ingediend, vragen ze te incorporeren in hun interventie. De toegevoegde vragen zullen na de vergadering als behandeld worden beschouwd.

Bart De Wever:

Mijnheer de voorzitter, geachte collega's, we zullen het vandaag hebben over het paasakkoord dat dateert van de vergadering van de regering van 11 april. De teksten van het akkoord zijn momenteel bij de Raad van State en zullen nog voor een tweede lezing terugkomen. Uiteraard zullen ze daarna in het Parlement worden ingediend en zal er dus nog ampel gelegenheid zijn om ten gronde over de definitieve teksten te discussiëren. Uiteraard ben ik erover verheugd dat u niet zo lang wilt wachten en dat u stond te popelen om uw licht hierover al te laten schijnen. Ik stel mij dan ook graag te uwer beschikking om dat te doen.

De bedoeling is dat het akkoord uiteindelijk uitmondt in een programmawet met een aantal sociaal-economische hervormingen. De defensie-uitgaven zullen ook worden verhoogd om dit jaar reeds de NAVO-norm van 2 % te halen, wat ondertussen ongeveer alle Europese landen gezegd hebben te trachten te doen, voor zover ze die norm nog niet haalden. Het akkoord omvat ook maatregelen ter versterking van de interne veiligheid en maatregelen op het vlak van asiel en migratie.

U hebt mij uitgenodigd – en ik heb uw woorden goed begrepen, mijnheer de voorzitter – om daarover zeer kort iets te zeggen. Dat is natuurlijk wel een uitdaging. We hebben immers 300 bladzijden wetgeving voorbereid met 500 artikelen. Probeer daarover maar eens zeer kort iets te zeggen. Ik heb daartoe gisteren een poging gewaagd, maar ik vrees dat die zeer lang is uitgevallen. Ik zal er dus stevig in wieden en schrappen en proberen enkel bij de essentie stil te staan.

Hoofdstuk 1 omvat de programmawet zelf met de sociaal-economische hervormingen in het kader van de begroting van 2025. Het gaat daarin over een eerste golf maatregelen. Er zullen er uiteraard nog volgen, want niet alles van het regeerakkoord is omgezet. Het was bijvoorbeeld niet gepland dat sommige zaken al in 2025 effect zouden hebben en die zijn dus uiteraard nog niet opgenomen in de komende programmawet. Dat is ook logisch.

Er zit wel nu al meer dan voldoende in om een serieuze kluif aan het Parlement te kunnen geven. Het gaat over maatregelen om de concurrentiehandicaps weg te werken, de arbeidsmarkt te hervormen en de fiscaliteit te verduurzamen en hopelijk ook rechtvaardig te maken. Dat is dus een eerste vertaalslag van het regeerakkoord en de ambities daarin. We plannen ook een aantal hervormingen te doen, waar dit land al heel lang op zit te wachten.

Over de hervorming van de werkloosheid is veel gesproken. Ik heb die het koninginnenstuk genoemd. Ik denk dat ik dat ook wel mag zeggen, omdat we nu eindelijk in een situatie zullen komen die de rest van de westerse wereld altijd heeft gekend of minstens al zeer lang kent en die dus mag gelden als de situatie van het gezond verstand.

Dat gezond verstand geeft het signaal dat werken loont en dat het een antwoord biedt op de vraag van de ondernemingen, waarvoor ondanks de moeilijke economische toestand nog altijd tienduizenden vacatures openstaan. Het is een verhaal waarin wordt ingezet op economische groei. Daarvoor is die maatregel noodzakelijk maar uiteraard zijn er nog vele andere maatregelen, zoals het aanpakken van de loonkostenhandicap, het uitbreiden van de flexibiliteit en het stimuleren van investeringen.

Ik overloop de belangrijkste punten. Het eerste luik gaat over het concurrentievermogen. Het concurrentievermogen van onze bedrijven moet een absolute prioriteit zijn. Ondernemers zijn de spil van onze economie. Zij scheppen de banen en de welvaart. Dat doet niet de politiek; dat doen zij. Zoals bepaald in het regeerakkoord, versterken wij het concurrentievermogen door de loonkosten te verlagen met de focus op de lage en de middelhoge lonen. Voor de hogere lonen herstellen wij een plafond om de patronale bijdragen, de kosten van de hoge lonen voor werkgevers, te verlagen. Die maatregelen zullen hopelijk helpen om de loonhandicap van onze bedrijven ten opzichte van onze buurlanden te verminderen en internationaal concurrerende sectoren te ondersteunen, teneinde opnieuw en gemakkelijker talent naar België te halen. Zeker met alles wat nu in de wereld gebeurt, is het pertinent dat wij daarop inzetten.

Behalve de loonkosten zijn er ook de hoge energieprijzen, die zeker voor de energie-intensieve bedrijven, met name onze industrie, een strop rond de nek zijn. Voor hen zal werk worden gemaakt van een korting op de transmissienettarieven. De bedoeling is die nog dit jaar, dus in 2025, in te voeren, zoals dat is vastgelegd in het regeerakkoord, teneinde hen zuurstof te geven en het concurrentienadeel in te perken waaronder zij vandaag lijden.

De regering wil ook investeringen stimuleren en aanmoedigen. Daarom wordt de aftrekbeperking van de overgedragen investeringsaftrek geschrapt. Dat zal investeren aantrekkelijker maken. Ook worden de tarieven van 30 % voor de grote ondernemingen en 40 % voor de kleine ondernemingen voor duurzame investeringen geharmoniseerd naar 40 % voor iedereen. Op die manier worden die tarieven eenduidiger.

Wij steunen niet alleen de grote en middelgrote bedrijven. Er is ook aandacht voor de zelfstandigen, die uiteraard een cruciale rol spelen in de economie en zeker ook in de lokale werkgelegenheid. Daarom zullen wij hen extra ondersteunen door een verdubbeling van de bestaande incentive voor eigen middelen, zijnde het belastingkrediet dat ondernemers met een eenmanszaak kunnen krijgen bij de verhoging van de eigen middelen. Dat belastingkrediet wordt verrekend met de verschuldigde personenbelasting, waarbij een eventueel positief saldo terugbetaalbaar is.

Tot slot, wat de mobiliteit betreft, is een overstap naar 100 % elektrische wagens nog niet voor iedereen mogelijk. De daarvoor opgestelde timetable was iets te optimistisch. Er stellen zich nog heel wat problemen met het opladen van die wagens. Vaak zijn ze niet handig voor werknemers, ondernemers en zelfstandigen die lange afstanden moeten afleggen.

Volledig elektrische auto's zijn fiscaal aantrekkelijk, wat ook zo zal blijven, maar zijn helaas niet voor iedereen nu al een oplossing. Om de vernieuwing van het wagenpark te stimuleren, zullen daarom de meest milieuvriendelijke hybride auto's tot eind 2027 voor 75 % fiscaal aftrekbaar blijven. Daarna wordt die aftrekbaarheid geleidelijk afgebouwd om in 2030 pas te verdwijnen.

Voilà pour le volet compétitivité. J'en viens au marché du travail. Nous prenons une série de mesures pour activer le plus grand nombre possible de personnes en bonne santé qui sont en capacité de travailler. La limitation des allocations de chômage à deux ans est probablement la réforme la plus marquante de l'ensemble de ces mesures. Elle vise à faire des allocations de chômage un véritable système assurantiel et un instrument de remise rapide à l'emploi. Elle entrera en vigueur le 1 er juillet 2025 pour livrer ses effets à partir du 1 er janvier 2026. Une exception est prévue pour les personnes âgées de plus de 55 ans ayant déjà une carrière de plus de 30 ans derrière elles. Afin de lutter contre la pénurie dans les soins de santé, une exception sera également prévue pour certaines formations.

Nous avons également concrétisé le droit au rebond. Un travailleur qui souhaite se réorienter sur le marché du travail pourra, une fois dans sa carrière et après un minimum de 10 ans de carrière, démissionner sans être financièrement sanctionné.

Concernant la dispense existante d'un certificat médical pour le premier jour d'incapacité de travail, nous limitons cette possibilité à deux fois par année civile, au lieu de trois. Par ailleurs, la question des malades de longue durée constitue aujourd'hui le plus grand défi de notre marché du travail: plus de 500 000 personnes sont concernées, et le coût pour la collectivité devient insoutenable. C'est pourquoi nous mettons en œuvre le plan le plus ambitieux jamais élaboré en la matière. L'objectif est clair: accompagner ces personnes de la manière la plus rapide et la plus efficace vers un retour à l'emploi. Ce plan repose sur la responsabilisation de tous les acteurs concernés: employeurs, employés, médecins et mutualités, chacun devant prendre pleinement sa part. La responsabilité constitue le fil rouge de cette nouvelle approche renforcée.

Enfin, nous rendons le marché du travail plus flexible et accessible, notamment via l'extension des flexi-jobs. Le plafond non indexé de 12 000 euros par an passe ainsi à 18 000 euros – montant qui, lui, sera indexé.

Le troisième volet est le coût du vieillissement de la population. Pour en maîtriser l'explosion, nous plafonnons l'indexation des pensions les plus élevées, permettant de la sorte une économie d'environ 200 millions d'euros d'ici 2029. À partir de l'année prochaine, nous remplacerons le bonus pension par un bonus-malus pension.

En ce qui concerne les soins de santé, la norme de croissance est fixée à 2,5 % au-dessus de l'index en 2025 pour atteindre 3 % en 2029, afin de pouvoir continuer à répondre à la demande croissante de soins de qualité.

Dans tous les domaines de la sécurité sociale, des réformes sont nécessaires, y compris dans les soins de santé. Le vieillissement de la population nous impose une sérieuse dose de réalisme. Malgré une situation budgétaire extrêmement difficile, des investissements supplémentaires seront indispensables dans les années à venir.

Ce gouvernement fait toutefois le choix délibéré de ne pas couper dans les dépenses qui protègent les plus vulnérables de notre société. Cela ne signifie pas pour autant un laisser-aller. La facture du vieillissement est immense et l'absence de réformes durant des décennies nous oblige aujourd'hui à agir. Le secteur des soins de santé n'échappera donc pas non plus à une réforme en profondeur.

Le quatrième volet concerne la fiscalité. Ce gouvernement accorde également une grande importance à la justice fiscale. Nous partons du principe de la bonne foi. Lorsqu'une irrégularité est constatée lors d'un contrôle, le contribuable ne sera plus automatiquement sanctionné par une majoration d'impôts. Nous intensifions la lutte contre la fraude fiscale. Grâce au datamining , les inspecteurs pourront mieux détecter et analyser les irrégularités flagrantes.

Par ailleurs, nous réduisons la TVA de 21 % à 6 % à partir du 1 er juillet 2025 pour la livraison d'une habitation propre et unique d'une superficie maximale de 175 m² dans le cadre de la démolition et de la reconstruction. Cela permet notamment de répondre à la crise du logement, à la crise du secteur de la construction et d'accélérer la transition vers un parc immobilier plus durable.

Enfin, acquérir la nationalité belge deviendra plus coûteux. La taxe pour l'obtention de la nationalité passera de 150 euros à 1 000 euros.

Hoofdstuk 1 was de programmawet.

Nu kom ik tot hoofdstuk 2, het defensieplan. Ook dat is een belangrijk onderdeel geworden van het paasakkoord. U weet dat wij ambitie hadden om de 2 % te bereiken in 2029, maar dat de geopolitieke realiteit ons dwingt om dat dit jaar al te doen. Daarmee zullen wij de belofte om de NAVO-norm te halen, meer dan tien jaar nadat die in Wales door toenmalig premier Di Rupo werd uitgesproken, eindelijk realiseren. Vooral ook geven we een signaal aan de internationale gemeenschap, en met name aan onze Europese bondgenoten, dat men op ons kan rekenen en dat wij naast onze bondgenoten staan. We laten zien dat wij ook pro-Oekraïne blijven en in staat willen zijn om aan alle initiatieven deel te nemen om dat land te ondersteunen en alle initiatieven om onze westerse wereld en onze Europese hemisfeer veilig te houden.

Het vergt wel een serieuze extra inspanning. Voor dit jaar gaat het over 3,9 miljard euro. Dat zullen we bereiken via bijkomende financiering, gebaseerd op de vennootschapsbelasting op de bevroren Russische tegoeden. Dat schatten we op ongeveer 1,2 miljard euro aan inkomsten, die we uiteraard zullen omzetten in bilaterale militaire hulp voor Oekraïne. Het lijkt me ook maar logisch dat dat geld naar Oekraïne gaat. Daarnaast is er een dividend van Belfius van 500 miljoen euro dat zal worden gevraagd en waarvan de bank ons garandeert dat dit geen probleem betekent. Tot slot zal een deel buiten de begrotingsdoelstelling worden gehouden, binnen de marges die ons door Europa in het kader van de ReArm Europe-beslissingen zijn toegestaan. Het is natuurlijk de bedoeling dat dit aandeel, dat eigenlijk niet in de begroting is voorzien, in loop van de legislatuur wordt afgebouwd en omgezet in structurele financiering om zo naar een nulpunt te dalen tegen 2029. Een gezonde begroting blijft immers een absolute prioriteit voor deze regering.

De extra defensie-uitgaven zijn noodzakelijk, maar uiteraard beschouwen we dat niet alsof ons cadeaus worden gegeven. We zullen dus de financiering zoeken om die tijdelijke hogere tekorten op te lossen via optimalisering van onze overheidsactiva, maar altijd met het oog op goed huisvaderschap. Er is ruim en uiteraard ook terecht op gewezen dat het weinig zin heeft om activa te verkopen die ons op lange termijn meer kosten dan we er op korte termijn opbrengsten uit kunnen halen; dat is uiteraard niet de bedoeling.

De minister van Financiën krijgt de opdracht om voor 1 juli een Defensiefonds op te starten dat op termijn gefinancierd kan worden met publieke activa, maar ook met private middelen. Dat moet een instrument worden dat toelaat om strategisch te investeren in hightech, innovatie en industrie. Ik denk dat hier ook echt wel opportuniteiten voor ons land liggen die we op korte termijn kunnen grijpen.

De regering is zich ervan bewust dat de kans reëel is dat de norm van 2 % binnen de NAVO op korte termijn zal worden verhoogd. Daarom zullen we na de NAVO-top in Den Haag in juni bekijken wat het nieuwe traject zal zijn, welke termijnen er aan gebonden zijn en welke gevolgen we daaraan moeten geven.

Ondertussen zal de minister van Defensie voor 1 juli ook met een strategisch plan komen over hoe de bijkomende uitgaven in 2025 precies zullen worden besteed. In grote lijnen zullen de extra investeringen worden gebruikt om vorm te geven aan de Europese defensiepilaar en de capaciteitsdoelstellingen te bereiken die ons door de NAVO worden opgelegd. Het is blijkbaar nog de illusie in veel fracties dat men een soort vrije beschikking heeft. Dat is uiteraard niet waar. Er zijn capabilities die de NAVO ons oplegt en die we zullen moeten realiseren.

Tegelijk met deze internationale inspanningen en verplichtingen zal Defensie ook een rol opnemen in de binnenlandse veiligheid. Dat was ook altijd zo voorzien in het regeerakkoord. Op korte termijn zal zich dat vertalen in de beveiliging van gevoelige nucleaire sites. Gezien dreigingsniveau 3 is dat conform het regeerakkoord ook perfect mogelijk en kunnen we daarmee de politiediensten ontlasten, wat uiteraard ook een bonus is voor onze binnenlandse veiligheid. De bedoeling is dat Defensie daarover tegen 1 mei – dat is dus zeer binnenkort – een protocol met Binnenlandse Zaken zal sluiten om dat praktisch op te nemen.

Le troisième chapitre concerne la sécurité intérieure. Pour garantir les investissements nécessaires en matière de sécurité intérieure, le budget prévu dans l'accord de gouvernement pour le renforcement des services de sécurité et de la politique de retour sera utilisé de manière flexible. Cela signifie que les crédits d'engagement et de liquidation disponibles pourront être transférés entre les exercices budgétaires 2025, 2026, 2027, 2028 et 2029 en fonction des besoins budgétaires concrets par exercice budgétaire sans dépasser l'enveloppe totale cumulée à la fois par service de sécurité et au total. Concrètement, cela permettra de dégager plus de 150 millions d'euros supplémentaires cette année pour renforcer nos services de sécurité et notre politique de retour, notamment aussi pour accélérer les investissements dans la cybersécurité.

Les task forces chargées de lutter contre la surpopulation carcérale poursuivront leurs travaux et élaboreront conformément à l'accord de gouvernement un plan d'action qui sera soumis à l'appropriation du Conseil des ministres d'ici la mi-mai 2025.

L'une des principales priorités sera de renvoyer dans leur pays d'origine les détenus qui n'ont pas le droit de rester sur notre territoire. Le gouvernement a également l'intention de prendre des mesures concrètes à court terme pour utiliser la capacité des prisons à l'étranger.

Pour mettre en œuvre ce plan d'action global, une enveloppe unique, avec un minimum de 55 millions d'euros en 2025, sera libérée en crédits d'engagement et de liquidation. La ministre de la Justice, en concertation avec les ministres responsables des différents groupes de travail, joindra une proposition de répartition de cette enveloppe au plan d'action. La mise en œuvre de ce plan fera l'objet d'un suivi semestriel et d'un rapport au Conseil des ministres.

Het vierde en laatste hoofdstuk gaat over asiel en migratie. Er is een maatregelenpakket inzake asiel en migratie goedgekeurd. Het gaat om ingrepen die de instroom naar ons land zou moeten laten dalen. Asielzoekers die in een ander Europees land bescherming hebben gekregen, zullen geen recht op opvang in dit land meer hebben. Het misbruik van de asielprocedure via minderjarigen wordt aangepakt. Wie na een eerdere afwijzing via zijn kind een nieuwe aanvraag zonder nieuwe elementen indient, zal geen opvang meer krijgen.

De inkomensgrens waaraan een gezinshereniger moet voldoen, zal worden omhooggetrokken en verder stijgen naargelang het aantal betrokken personen. Wie zijn gezin wil laten overkomen, moet dus bewijzen dat hij of zij daarvoor zelf financieel kan instaan. Ook zullen er wachttijden van 1 tot 2 jaar gelden voor gezinshereniging of gezinsvorming, afhankelijk van het verblijfstatuut. Tot slot zorgen we ervoor dat een asielaanvraag geen toegangsticket tot de sociale bijstand is. Wie geen opvang krijgt, zal geen aanspraak op leefloon kunnen maken.

Deze maatregelen zijn getoetst aan de Europese rechtspraak. Volgens ons voldoen ze daaraan. Hopelijk zullen ze de druk op het asielsysteem verlagen, zodat wij kunnen voldoen aan de plichten jegens asielaanvragers die wel voldoen aan de voorwaarden om hier te mogen verblijven en van opvang te kunnen genieten.

Tot zover de belangrijkste punten van het akkoord van 11 april. Het was maar een grabbel uit het geheel. Ik luister graag naar uw opmerkingen. Ik zal alvast zeggen dat precieze, gedetailleerde, concrete vragen een beetje vroeg komen. U moet die ook stellen aan de bevoegde ministers in de commissies. Ik luister uiteraard wel graag naar uw algemene bedenkingen. Ik zal in de mate van het mogelijke repliceren. Ik ben uiteraard zeer benieuwd of u zich iets zal aantrekken van deze laatste woorden. Ik maak mij daarover geen enkele illusie, maar ik dank u voor uw aandacht.

Voorzitter:

Dank u wel voor uw bondige uitleg over het paasakkoord, mijnheer de eerste minister.

Axel Ronse:

Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn spreektijd delen met collega De Vreese.

Ik vergelijk de situatie van het land bij de start van de arizonaregering met die van het bijbelse Egypte dat te maken kreeg met tien plagen: hoge schulden, heel veel uitkeringen, korte loopbanen, de kortste van Europa, veel langdurig zieken en dus ongelooflijk veel ziekteverzuim, evenveel als in Duitsland, hoge loonkosten, hoge energiekosten, sterke vergrijzing, die een bom legt onder onze pensioenen, een spilzucht van jewelste, migratie die druk legt, heel veel ondernemers en werknemers die tevergeefs op zoek zijn naar collega's, ongeacht een relatief lage werkzaamheidsgraad, waardoor economische groei gefnuikt wordt, zeker in het zuiden van het land. Dan hebben we nog de ontzettend grote geopolitieke uitdagingen, die forse investeringen vragen in ons veiligheidsapparaat en defensie. Het is dus bijna onmogelijk – we hebben het hierover al een tijdje geleden gehad – om dit land in vijf jaar tijd op orde te krijgen.

We bevinden ons in een immense crisissituatie. Als we het politiek landschap van vandaag bekijken, dan kan men nog moeilijk over rechts en links spreken. Als wij hier de keuze zouden mogen maken tussen een Amerikaans systeem van sociale zekerheid, waarbij alles verzekerd, peperduur en moeilijk toegankelijk is, en ons systeem, dat gebaseerd is op herverdeling, dan denk ik dat iedereen voor ons systeem zou kiezen.

De vraag die vandaag moet worden beantwoord, is hoe we de sociale zekerheid kunnen redden, wat meteen ook een politieke keuze inhoudt. Er zijn dan drie politieke stromingen. Volgens de eerste politieke stroming, vertegenwoordigd door de PS, de PTB, Groen en Ecolo, die van de sociale strijd, moeten we maar de ogen sluiten voor de tien plagen, vooral op zoek gaan naar een Vlaamse liberaal die dat bootje, de Titanic wil leiden en laten doorvaren, en zullen we wel zien – après nous le déluge –, de volgende generaties zullen de schuld wel aflossen.

Ten tweede is er het team kookwekkertje, dat zegt om vooral te applaudisseren voor dat team, en te zien hoe de boel verder verziekt wordt en hoe welvaart en ondernemerschap nog eens vijf jaar lang verder vernietigd wordt, zeker in Vlaanderen.

En dan is er, ten derde, het arizonateam. Dat behoort tot de politieke generatie die wil verbinden en verenigen om de sociale zekerheid te redden, om dit land en wie hier geboren wordt, nog een deftige toekomst te geven, hopelijk een toekomst die beter is dan de onze.

Het regeerakkoord overtrof al mijn verwachtingen, maar het paasakkoord is werkelijk fenomenaal. Het paasakkoord betekent de verrijzenis van onze welvaart. Na 25 jaar nauwelijks deftige hervormingen hebben we nu eindelijk een regering, die doorpakt. Eerlijk gezegd, ik was bang. Toen ik het regeerakkoord verdedigde, vroeg ik mij af hoe we dat allemaal konden waarmaken en of we wel voor de zomer al die maatregelen en hervormingen konden rondkrijgen. Kijk eens aan, hier is een paasakkoord dat onze verwachtingen overtreft.

Het is het arizonateam op zijn best. Met betrekking tot de loonkosten gaan we naar een ongeziene lastenverlaging op de patronale RSZ. Met betrekking tot de uitkeringen, we beperken de werkloosheidsuitkeringen in de tijd. We flexibiliseren onze arbeidsmarkt. Het plafond voor flexijobs wordt opgetrokken. We breiden ook het toepassingsgebied uit. Met betrekking tot energie, om de energiekosten te verlagen, komen er transmissienettarieven. Met betrekking tot korte loopbanen en vergrijzing wordt een pensioenmalus ingevoerd. We hervormen onze pensioenen grondig. We zorgen ervoor dat mensen in de toekomst ook nog een deftig pensioen krijgen. Met betrekking tot zieken is het pakket maatregelen ongezien. Er komt responsabilisering voor huisartsen, werkgevers en werknemers. Eindelijk wordt er echt werk gemaakt van de re-integratie van langdurig zieken op onze arbeidsmarkt. Eindelijk sluiten we onze ogen daar niet meer voor. Tegelijk is de coalitie in zeer moeilijke tijden, budgettair vreselijke tijden, erin geslaagd om via moeilijke maatregelen toch middelen te vinden om minstens op vlak van defensie ons al te verzekeren van vrede en om op de veiligheidsdepartementen het nodige te doen.

Mijnheer de eerste minister, kortom, onze fractie is ongelooflijk trots op het vele werk dat u en uw regering hebben verricht. Wij zullen met veel aandacht de programmawetten en alle andere wetgevende initiatieven doornemen, bespreken en natuurlijk ook goedkeuren, zodat de sociale zekerheid en de toekomst van dit land verzekerd blijven.

Maaike De Vreese:

Mijnheer de eerste minister, het is niet voor niets dat een aantal toppers binnen onze partij het boek Puinhopen van Vivaldi hebben geschreven. Op die puinhopen moet Arizona nu het moeilijke werk doen.

Als we kijken naar de geopolitieke toestand en naar de interne veiligheid, dan zien we dat we daar voor enorme uitdagingen staan, eerst en vooral inzake Defensie. Wat een prestatie, eindelijk zullen we na zoveel jaar de NAVO-norm van 2 % halen. Bovendien, gelet op de belofte die we net hoorden, zullen we die norm waarschijnlijk ook moeten herzien. Er komt dus een nieuwe, moeilijke oefening aan, collega's, maar één ding is zeker: we staan naast onze bondgenoten en we houden onze broek zelf op.

Dat is ook waar wij als partij en als regering voor staan: investeren in de veiligheidsdepartementen. Net zoals in de Zweedse regering gaan we eindelijk weer van veiligheid en van een strikt asiel- en migratiebeleid een topprioriteit maken. Iedere week spreken we in de commissie voor Binnenlandse Zaken over de grote uitdaging waar we voor staan. Denk maar aan de strijd tegen de georganiseerde drugscriminaliteit. Ik kan eigenlijk al niet meer benoemen hoeveel feiten er zich de voorbije dagen in Brussel hebben voorgedaan. We zullen de budgetten dus flexibel, gericht en efficiënt moeten inzetten op het moment en op de plaats waar ze nodig zijn.

Kijken we dan naar de erfenis die we inzake Justitie hebben gekregen met de overbevolking in de gevangenissen. Ik zie de collega's Van Tigchelt en Van Quickenborne zitten, maar ik zou eigenlijk stilletjes vol schaamte thuisblijven, want de erfenis die we daar krijgen, is dramatisch. Dat horen we ook van de mensen die daar werken. Ook in Brugge is er een overbevolkte gevangenis. De werkomstandigheden daar voor het personeel zijn niet houdbaar. Dat is de erfenis van onze twee collega's.

Nu zullen we terecht maatregelen nemen tegen de overbevolking van de gevangenissen, bijvoorbeeld door in te zetten op de repatriëring van mensen in illegaal verblijf, van criminelen die in onze gevangenis zitten. Dat is ook wat ik hoor van de mensen op de straat. Zij vragen om dat prioritair aan te pakken.

Bovendien, mijnheer de eerste minister, moet u ook eens bekijken waar er nog marges zijn, want we focussen in dit paasakkoord voornamelijk op de mensen die hun straf uitgezeten hebben, maar er is ook een mogelijkheid om de straf uit te zitten in het land van herkomst. Daarom zou ik u willen vragen om te bekijken welke marges er daar nog zijn, bijvoorbeeld voor onderdanen van de Europese Unie en onderdanen van visumvrije landen, waarmee we toch hele goede terugnameakkoorden hebben. Misschien kunnen we daarmee nog goede overeenkomsten sluiten.

U spreekt ook over de gevangeniscapaciteit in het buitenland. Dat is een piste die we in het verleden ook hebben bekeken. Zijn die pistes al onderzocht? Kunt u daar al een tipje van de sluier oplichten?

Interne veiligheid heeft niet alleen betrekking op politionele veiligheid, maar ook op strategische autonomie, weerbaarheid, energie, mobiliteit. Zijn er ook op dat vlak plannen?

Dan kom ik bij asiel en migratie. Het is ongelooflijk. Twee maanden na de eedaflegging komen we al met crisismaatregelen om de instroom werkelijk in te perken. De prognose is dat we dit jaar naar 50.000 asielzoekers gaan. Dat betekent dat we daadwerkelijk zullen moeten optreden. Communicatie is daarbij zeer belangrijk, mijnheer de premier. Dit nieuws gaat in de diaspora als een lopend vuurtje rond. Het is belangrijk dat we maatregelen nemen die we werkelijk kunnen uitvoeren en die ook de rechterlijke toets doorstaan. Ook dat zou in de diaspora als een lopend vuurtje rondgaan. Dit zijn dus geen losse flodders. Daarop zetten we met Arizona in: een realistisch, streng, zeer streng migratiebeleid.

Ik wil ook een dikke pluim geven aan de cabinetards achter de schermen, die hier heel hard voor gewerkt hebben, en natuurlijk aan de hele arizonaregering.

Barbara Pas:

Mijnheer de eerste minister, voor een regering die er haar prioriteit van maakt om de cijfers op orde te hebben, vind ik het wel bijzonder opmerkelijk dat we nog geen enkel budgettair kader hebben gezien, op dat ene A4'tje bij uw regeringsverklaring na, die ene begrotingstabel, waar het Vlaams Belang trouwens nog fouten uit heeft gehaald.

We hebben nadien de beleidsverklaringen per minister gehad. Zij waren reglementair verplicht om daar een budgettair kader bij te geven. Geen van hen heeft dat gedaan. Toen kregen we te horen: u zult de beleidsnota's bij de begroting krijgen. Uiteraard is dat niet hetzelfde. Beleidsnota's bij de begroting gaan over één jaar. Bij de beleidsverklaringen zou dat budgettair kader de hele legislatuur moeten omvatten. Maar goed, wij keken dus reikhalzend uit naar die beleidsnota's.

Ik weet niet of u het weet, maar de deadline voor al die beleidsnota's is reeds verstreken, want die verviel op 11 april. Ik weet dat u niet graag detailvragen krijgt, maar ik zal u meteen het antwoord geven op de vraag hoeveel beleidsnota's vandaag al ter beschikking zijn voor de Kamerleden. Het zijn er welgeteld drie: Administratieve Vereenvoudiging, Begroting en Mobiliteit. Voor een premier die orde op zaken ging stellen, ook budgettair, maar bij wie het budgettair kader al maanden uit blijft, kunnen we niet anders dan vaststellen dat het een financieel rookgordijn is. Collega Ronse mag dan wel bijzonder lyrisch zijn over wat hij een fenomenaal paasakkoord noemt, maar het is niet gefinancierd, want de financiering is een rookgordijn.

Inzake de defensie-uitgaven zegt u dat eindelijk de 2 %-norm van het bbp behaald zal worden. Daar pleiten wij al heel lang voor. Het is wel heel kort door de bocht om de terechtwijzing voor die puinhoop alleen naar de vivaldiregering te richten, zoals collega De Vreese doet, want er wordt al veel langer bespaard op Defensie. Het historisch dieptepunt was 0,9 % van het bbp onder de Zweedse regering, onder toenmalig N-VA-minister Steven Vandeput. Het is dus goed dat die uitgaven eindelijk naar die 2%-norm gaan, maar op welke manier haalt u dat? Niet door een structurele financiering, want u houdt 2 miljard buiten de begroting, met andere woorden: schulden maken, doorschuiven naar de volgende Vlaamse generatie. Dat is exact waarvan uw minister van Begroting enkele weken geleden nog zei dat hij uitgerekend dat niet wilde doen.

Ik permitteer het me om nog een detailvraag te stellen, al is het misschien geen vraag naar een detail. Ik wil namelijk graag weten of het klopt dat u camouflagetechnieken toepast, mijnheer de eerste minister. In de pers lees ik namelijk dat heel wat normale uitgaven nu plots in een militair jasje worden gestoken om toch maar aan die 2 % te geraken. Voorbeelden zijn uitgaven voor de Veiligheid van de Staat, voor het Europees Ruimtevaartagentschap, voor onze beveiligde datanetwerken en voor normale infrastructuurwerken aan bruggen. Dat zouden nu plots allemaal defensie-uitgaven zijn. De pers lees ik altijd met voorbehoud, vandaar dat ik u vraag of dat überhaupt klopt.

Mijnheer de eerste minister, uw paasakkoord is alleszins geen verrijzenis van politieke moed. U hebt niet de politieke moed gehad om voor een structurele financiering en structurele hervormingen te kiezen, maar dat wisten we al. Daarvoor hebt u institutionele hervormingen nodig, maar die weigert u door te voeren.

Over de eigenlijke pensioenhervorming hebt u niet gesproken. Blijkbaar is die pas voor het najaar. Omtrent de maatregelen inzake de pensioenhervorming die al voor de zomer goedgekeurd zouden moeten worden, konden we vandaag plots lezen dat uw coalitiepartner Vooruit nu eerst nog bijkomende eisen stelt vooraleer die te steunen.

Los van het feit dat wij van de pensioenmaatregelen ook nog geen budgettair kader kennen, dat het Federaal Planbureau alle plannen nog helemaal moet doorrekenen en dat u zich volledig stoelt op hypotheses, had ik graag – dit is geen detailvraag – uw reactie gekregen op het feit dat coalitiepartners tachtig dagen na het sluiten van het regeerakkoord plots nog bijkomende eisen vaststellen.

U hebt het kort over asiel gehad. Daarover kan ik ook heel kort zijn. U hebt enkele maatregelen genoemd om de instroom te beperken. U had er veel meer moeten noemen indien u werkelijk de instroom deftig zou willen tegenhouden. U hebt bovendien vooral geen enkele maatregel genoemd die de uitstroom zal opkrikken, mijnheer de eerste minister. Geen woonstbetredingen, geen heropening van terugkeercentra voor gezinnen en geen druk op derdelanden om hun illegale en criminele onderdanen terug te nemen. Dat is nochtans exact wat wij nodig hebben voor Justitie en de overbevolkte gevangenissen. Dat ontbreekt echter volledig.

Het enige dat met het paasakkoord lijkt te zijn verrezen, is Vivaldi, Verhofstadt en De Croo. U gebruikt extra leningen, lucky shots en eenmalige inkomsten als begrotingstrucs. U schuift de problemen door. Ondertussen stijgt de staatsschuld nog en beweert u dat de regering dat zal oplossen tegen 2029. Tegen dat jaar zou er een structurele financiering komen. Ik weet niet wie u daarmee in het ootje meent te nemen. Door alle daadkrachtige maatregelen uit te stellen, alsof het vijgen na Pasen zijn, maakt u zich allerminst geloofwaardig.

Voorzitter:

Neemt nog iemand het woord namens het Vlaams Belang?

Annick Ponthier:

Mijnheer de premier, ik zal mij beperken tot het segment Defensie. Zoals reeds gezegd, is deze regering aangetreden met de doelstelling om orde op zaken te stellen. Als parlementsleden beschikken wij op dit moment over geen enkel budgettair kader, ook niet voor het segment Defensie.

U weet dat het Vlaams Belang al jaren pleit voor het optrekken van het Defensiebudget tot de 2 %-norm. We zijn uiteraard blij dat die norm in dit paasakkoord vervat zit. Wat echter de financiering daarvan betreft, hebt u een aantal cijfers opgesomd, maar die gaan voornamelijk over de financiering voor dit jaar. Wat betreft de structurele inspanningen voor Defensie, daar blijft u luchtkastelen bouwen en blijven wij op onze honger met betrekking tot een deftige financiering.

Mevrouw De Vreese vindt die 2 % een ongelooflijke prestatie. Ik wil haar vragen hoe lang die euforie zal aanhouden. Ik denk dat dat maar tot juni zal zijn, tot de NAVO-top in Den Haag. Dan zullen wij onze broek al niet meer zelf kunnen ophouden, dan zal die 2 %-norm meteen achterhaald zijn en zullen onze capaciteitsdoelstellingen door de NAVO hoger worden gelegd.

Mijnheer de premier, ik wil u dus vragen hoe u die structurele inspanningen op het vlak van Defensie in de toekomst zult behalen en onderbouwen. U rekent ook op de deelstaatregeringen. Uw coalitiepartner, de MR, heeft zich altijd sterk gemaakt dat deze regering geen nieuwe belastingen zou heffen. Nochtans zien we dat u zou rekenen op de inspanningen van de deelstaten, meer bepaald van de Vlaamse regering, inzake de kilometerheffing. Als dat klopt, dan moet u het met mij eens zijn dat opnieuw de Vlaming het gelag zal moeten betalen. Ook op dat vlak vraag ik u dus om duidelijkheid te verschaffen.

Ik zal het hierbij houden en het woord laten aan mijn collega, mevrouw Van Belleghem.

Francesca Van Belleghem:

Mijnheer de premier, vorig jaar telden we 50.000 gezinsmigranten, 40.000 asielmigranten en regularisatie van bijna 5.000 illegalen. 80 % van de Vlamingen is het ermee eens dat u de toestroom van die mensen moet stoppen.

Hoe doe u dat? Eerst neemt u een pakket van snelle maatregelen, nu dus. Ondertussen werkt u verder aan een langetermijnoplossing. Voor de snelle crisismaatregelen hebt u twee opties. Optie een is een bazooka van makkelijke maatregelen. Ik heb er een boek over geschreven met 106 mogelijke voorstellen, gebaseerd op wat Zweden al twee jaar doet en wat werkt. Voor het eerst zullen er in Zweden immers meer mensen vertrekken uit Zweden dan er immigreren naar Zweden.

Uw tweede optie, een nieuwe mogelijkheid en mijn favoriet, is aankloppen bij de EU, bij uw vriendin Ursula von der Leyen. U kunt haar zeggen, verwijzend naar artikel 72 van het Werkingsverdrag van de EU dat stelt dat als de openbare orde en de nationale veiligheid in gevaar zijn, men EU-regels buitenspel kan zetten, dat we nu een asiel- en gezinsherenigingsstop nodig hebben, aangezien onze openbare orde en de nationale veiligheid door de massa-immigratie in gevaar zijn. Dan bent u in de EU de voortrekker om massa-immigratie te stoppen. We zien nu echter dat het paasakkoord helemaal geen maatregelen in die zin bevat.

Premier, zult u dus tot bezinning komen en nog zo'n maatregel invoeren?

Voorzitter:

U bleef mooi binnen de tijd.

Le groupe MR dispose de 10 minutes.

Catherine Delcourt:

Monsieur le premier ministre, le groupe MR se réjouit de cet accord historique que l'Arizona a conclu très récemment. Nous aurons évidemment aussi quelques questions. Nous sommes conscients que certains de vos ministres devront répondre, mais nous voudrions avoir votre position sur toute une série d'aspects que nous allons relever ici.

Nous nous félicitons de l'accord capital qui fait aboutir, sous notre impulsion, une mesure phare et essentielle pour ce gouvernement. Il s'agit de la limitation du chômage dans le temps. Cette mesure clé permettra de porter l'économie belge, ses travailleurs, ses entreprises et son modèle social.

Cette décision n'a pas été prise à la légère. Elle marque un tournant décisif dans notre politique sociale et économique. Elle est le fruit d'une volonté commune de renforcer notre économie tout en protégeant notre modèle social. Cette réforme vise à encourager le retour à l'emploi et à responsabiliser les acteurs impliqués dans la réintégration des chômeurs de longue durée.

Le gouvernement a adopté des mesures concrètes pour soutenir nos entreprises, avec un investissement de près de 1 milliard d'euros à l'horizon 2029. L'objectif, que le MR partage résolument, est de stimuler l'embauche et de renforcer la compétitivité de nos entreprises.

Sur le plan fiscal, le gouvernement prend des mesures ciblées pour soutenir l'investissement, encourager le travail et accompagner la transition écologique. Les indépendants, moteurs de notre économie, bénéficieront d'un crédit d'impôt renforcé lorsqu'ils investissent dans leurs fonds propres. Il s'agit d'une mesure concrète pour renforcer leur résilience.

En matière de logement, le taux de la TVA est ramené à 6 % pour les projets de démolition-reconstruction destinés à devenir des habitations principales, ce qui favorise l'accès à un logement durable et performant sur le plan énergétique.

Le gouvernement oriente aussi sa fiscalité vers une mobilité plus propre. La déductibilité fiscale des voitures hybrides les plus écologiques est prolongée jusqu'en 2027. Cela permettra un renouvellement progressif du parc automobile.

En outre, le plafond de revenus dans le cadre des flexi-jobs est augmenté et désormais fixé à 18 000 euros par an. Enfin, le relèvement du plafond des revenus autorisés pour rester fiscalement à charge permettra aux étudiants de travailler davantage sans que leurs parents perdent leurs avantages fiscaux.

Ce changement s'inscrit dans la volonté de favoriser le travail étudiant tout en tenant compte des réalités économiques.

La sécurité est une priorité absolue de l'Arizona comme elle l'est pour le MR. Là encore, l'accord de Pâques prévoit des mesures importantes comme la sécurisation des sites nucléaires par des militaires, ce qui libère de la capacité opérationnelle, à savoir 350 policiers qui pourront se recentrer sur leurs tâches essentielles.

L'enveloppe supplémentaire de 1,2 milliard pour l'ensemble des départements de sécurité prévue en marge de l'accord prévoit une enveloppe d'un milliard supplémentaire. Elle est maintenant annoncée sur l'ensemble de la législature. Ce serait évidemment intéressant de déterminer les postes qui seront visés à court et moyen terme par ces budgets conséquents.

Je veux également souligner l'engagement de concrétiser prioritairement certaines mesures primordiales pour le MR en termes de lutte contre l'impunité et le renforcement de la sécurité, notamment l'élargissement de la sanction de déchéance de nationalité ou l'alourdissement des peines liées au trafic de drogue et d'armes, au blanchiment d'argent et à la criminalité organisée, en particulier lorsqu'elle implique des mineurs.

S'agissant du dossier de la surpopulation carcérale, la ministre Verlinden a obtenu un budget de 150 millions d'euros, qui seront notamment investis dans des unités modulaires.

En matière migratoire, la politique sera renforcée afin de sortir la Belgique du rôle de maillon faible de l'Europe. En effet, l'accord de Pâques prévoit un durcissement des conditions de regroupement familial et un recentrage de l'aide sur l'essentiel, dans le but de réduire la pression constante de l'accueil.

Personne ne l'ignore, les dépenses de la défense atteindront les 2 % du PIB. Ce renforcement structurel est fondamental pour assurer notre souveraineté et contribuer à la sécurité collective au sein de l'OTAN. Nous devons confirmer la fiabilité de la Belgique comme partenaire de sécurité sur la scène internationale.

En ce qui concerne les finances, monsieur le premier, nous saluons pleinement l'ambition de cette loi-programme, des mesures fortes qu'elle porte, notamment en matière fiscale. Nous relevons plusieurs avancées en faveur de la transition. La baisse du taux de la TVA à 6 % est un point majeur. Nous souhaiterions savoir si des mesures transitoires sont prévues, tant pour la hausse de la TVA sur les chaudières que pour la baisse à 6 % pour les projets de démolition-reconstruction, afin de sécuriser les contrats et les devis déjà établis avant le 1 er juillet 2025. Pouvons-nous nous attendre à une circulaire ou à un arrêté d'exécution qui précise la date déterminante pour l'application du taux?

Par ailleurs, nous souhaiterions connaître la clé de répartition du 1,2 milliard alloué aux services de sécurité. Quel pourcentage ira-t-il à la Justice et surtout à quels postes? Mme Verlinden annonce notamment l'achat de modules cellulaires. Pouvez-vous nous en dire plus quant à la concrétisation de ces mesures? Comment les montants seront-ils répartis ?

Ces derniers jours, nous avons entendu le mécontentement de la magistrature debout, qui exprime des revendications par rapport à la pénurie de personnel et à ce que les magistrats considèrent comme des atteintes à leur carrière et à leurs pensions. Des dispositions sont-elles envisagées à court terme pour redorer cette fonction qui est essentielle dans un État de droit et éviter que le magistrat devienne le prochain métier en pénurie?

Concernant le retour au travail des personnes malades de longue durée, nous aurions souhaité connaître le regard que vous portez sur les contrôles des certificats médicaux. Sont-ils suffisants à vos yeux? Dès le 1 er juillet, il est prévu de passer aux certificats électroniques. Des moyens supplémentaires seront-ils prévus pour renforcer ces contrôles?

Concernant l'emploi, il y aura une limitation du chômage à deux ans avec une progressivité. On passe dans un système assurantiel. Si nous pouvons vraiment applaudir cette mesure, une question subsiste sur l'exception pour les travailleurs des arts. Le statut des artistes est particulier. Votre gouvernement a choisi de le maintenir en l'état pour l'instant tout en luttant contre les abus. Pouvez-vous dire comment vous comptez lutter contre ces abus?

En ce qui concerne la fiscalité, une augmentation du plafond des flexi-jobs aura lieu. Celui-ci passera à 18 000 euros. Nous applaudissons encore une fois cette mesure, mais allez-vous étendre les flexi-jobs à l'ensemble des secteurs dès maintenant ou dans un second temps?

Enfin, votre accord de Pâques comprend une avancée majeure pour la pension des indépendants, que mon parti soutient résolument. A partir du 1 e juillet 2025, les indépendants qui poursuivent leurs activités après l'âge légal de la pension auront la possibilité de se constituer des droits supplémentaires à la pension.

Ceux qui préfèrent rester soumis au régime actuel à cotisation réduite conserveront cette option sans ouverture de nouveaux droits. Dès lors, les indépendants qui souhaitent continuer à travailler plus tard continueront à se constituer des droits. Avez-vous déjà une idée du nombre d'indépendants qui pourraient bénéficier de ce système?

Voorzitter:

Je donne la parole aux membres du groupe PS qui dispose de 10 minutes.

Pierre-Yves Dermagne:

Monsieur le président, je partagerai mon temps de parole avec M. Courard, Mme Désir et Mme Meunier, de sorte que j'essaierai d'être bref.

Monsieur le premier ministre, chers collègues, vous ne serez pas étonnés que je ne partage pas l'euphorie qui est celle de votre premier apôtre. Un accord historique, comme cela a été souligné à maintes reprises. Alors oui, il est historique. Je pense effectivement que cet accord de Pâques, qui n'est jamais que la transposition d'une partie de votre accord de gouvernement, est historique, puisque jamais dans l'histoire de notre pays, un effort n'a été consenti par une si grande partie de la population. En effet, 95 % de l'effort vont être supportés par la classe moyenne. C'était déjà ce qu'on pouvait déduire de votre accord de gouvernement, et c'est confirmé aujourd'hui avec ce prétendu accord de Pâques.

Vous allez précariser la classe moyenne avec – même si vous n'osez pas le dire – une augmentation des impôts, avec une augmentation de la fiscalité pour cette classe moyenne, notamment par la suppression de toute une série d'avantages. Je pense à la réduction de la déductibilité pour les dons aux associations, je pense à la réduction de la déductibilité pour les pensions alimentaires, la hausse de la TVA sur les chaudières à mazout ou au gaz, et je pourrais en citer toute une série d'autres.

Un affaiblissement de la classe moyenne, qui va devoir payer les efforts que vous lui imposez alors que les 5 % les plus riches de la population sont, quant à eux, majoritairement épargnés. Un affaiblissement de la classe moyenne, un affaiblissement des travailleurs et des travailleuses, un affaiblissement des pensionnés, ainsi qu'un affaiblissement des malades de longue durée, alors que vous immunisez à nouveau les plus grosses fortunes de ce pays, les multinationales ou encore le secteur bancaire, dont on sait qu'il se porte particulièrement bien chez nous après des années de bénéfices records.

Vous donnez les premiers coups de griffe au mécanisme d'indexation automatique des salaires et des allocations. Vous définancez le secteur des soins de santé, alors que des partis de votre majorité avaient sanctuarisé ce secteur en assurant le respect de cette norme de croissance des soins de santé et en prenant même l'engagement d'aller au-delà. Vous irez en-deçà, et vous économiserez donc sur le dos des soignants et des patients.

Vous supprimez les prépensions, malgré la situation économique actuelle et le choc vécu par toute une série de travailleuses et de travailleurs comme ceux de Cora ou d'Audi Forest. Vous augmentez la TVA sur l'installation des chaudières à gaz et à mazout. Et vous allez aussi, par toute une série de mesures, renforcer les inégalités qui frappent encore aujourd'hui de manière scandaleuse les femmes dans notre société, notamment avec la suppression de la pension de survie.

C'est un accord historique, aussi, car il y a quelque chose qu'on ne trouve pas dans cet accord de Pâques. Je pensais pourtant très sincèrement que nos camarades de Vooruit allaient exiger que cela figure dans cet accord. Il s'agit de la taxation des plus-values. Elle a déjà fait couler beaucoup d'encre et on a perçu que les approches étaient très différentes selon les partis de votre majorité. Elle ne figure pas dans cet accord de Pâques. Pour nous, ce n'est pas totalement une surprise, puisque vous faites peser 95 % de l'effort sur la classe moyenne et vous épargnez les épaules les plus larges.

On nous avait promis un gouvernement d'ingénieurs et plus de poètes. Constatons ici que nous sommes dans un flou artistique total. Un flou artistique sur la trajectoire budgétaire. Nous ne savons toujours pas quelle est la trajectoire budgétaire de ce gouvernement. Nous avions compris, avec M. Ronse, que la fin de la législature ne constituerait pas le bout du chemin s'agissant de l'effort que vous allez imposer à 95 % de la population, mais bien la deuxième ou la troisième législature.

Vous utilisez le contexte géopolitique international pour repousser systématiquement l'engagement et la crédibilité budgétaire de votre gouvernement. Du flou artistique pour un gouvernement impressionniste! Du flou au niveau du financement de la Défense, de la pérennisation de ces éléments et sur toute une série de mesures. Un gouvernement à côté de la plaque, dont les mesures en matière d'économie et de compétitivité tirent à côté et dont la réduction linéaire des cotisations sociales laisse les fédérations patronales relativement circonspectes.

Ces mesures ont en outre prouvé leur inutilité par le passé. Je vous renvoie vers l'analyse de la Cour des comptes sur la mesure "zéro cotisation" ou sur les études universitaires.

Au final, l'accord jette à nouveau à la poubelle les engagements de campagne et les promesses des partis de l'Arizona. Il n'y a toujours rien sur l'augmentation de 500 euros nets pour les travailleurs, qu'ils soient salariés, indépendants ou fonctionnaires. Il n'y a pas de trace de cette norme de croissance XXL dans les soins de santé. Que du contraire, des économies à fournir dans le secteur!

Monsieur le premier ministre, cet accord est historique dans les déséquilibres qu'il porte et qui ne sont que la transcription de votre accord de gouvernement. Cet accord laisse toute une série de personnes et d'acteurs dans le flou artistique.

Monsieur le premier ministre, je vous donne rendez-vous dans quelques semaines lorsque nous aurons les tableaux budgétaires et les notes de politiques générales de l'ensemble des membres du gouvernement.

Philippe Courard:

Monsieur le premier ministre, j'aborderai rapidement la Défense. Vous avez-vous-même indiqué "qu'il faut aller chercher le financement". C'est fort inquiétant. On peut vous rejoindre sur cette norme de 2 % mais pour quoi faire, avec quel argent? Au sein de votre majorité, il subsiste un désaccord total quant aux secteurs où trouver l'argent pour mener à bien ces 2 %. Où comptez-vous trouver cet argent?

Pourquoi ne pas vous inspirer du ministre espagnol S á nchez qui a dit qu'il ne toucherait pas aux impôts ni aux dépenses sociales et qu'il n'augmenterait pas le déficit public. Quand j'entends M. Francken dire qu'il veut acheter de F-35, je pense que ce sont plutôt des mirages dont il parle!

Caroline Désir:

Monsieur le premier ministre, j'interviens sur un point spécifique de votre accord de Pâques, le report d'un ou deux mois de l'indexation des prestations sociales et des traitements des fonctionnaires. Au total, vous annonciez dans le budget présenté au Parlement en février dernier 956 millions d'efforts sur l'ensemble de la législature. Pourriez-vous nous dire de quelles prestations sociales il s'agit précisément?

Contrairement à ce qui avait été soutenu par plusieurs partis de la majorité, vous vous attaquez bien au principe même de l'indexation automatique. On le voit par exemple au travers de la limitation de l'indexation des plus hautes pensions publiques. Vous vous attaquez directement à différents secteurs, en menaçant leur attractivité et la spécificité de certaines professions, notamment les magistrats, professeurs d'université et chercheurs.

Pour ce qui est des allocations, cela ne vous suffit pas de les limiter dans le temps, vous allez en plus faire perdre des revenus aux plus fragiles en reportant l'indexation.

Monsieur le premier ministre, avez-vous calculé l'impact de cette mesure sur les allocations et traitements des fonctionnaires? Avez-vous estimé la perte de recettes que le report de l'index pourrait engendrer en matière de cotisations sociales et de précompte professionnel?

Marie Meunier:

Monsieur le premier ministre, je ne reviendrai pas sur le ton de vainqueur de votre gouvernement pour annoncer l'exclusion de 100 000 personnes du chômage en janvier mais plutôt sur votre silence quant à la manière dont vous allez réellement accompagner ces personnes à trouver un emploi. Comment allez-vous aider les CPAS à accueillir ces personnes dans huit mois? Concrètement, comment pourront-ils matériellement recevoir et aider ces personnes? Où est la compensation que vous promettiez? Savez-vous qu'il n'y a aujourd'hui déjà pas assez d'assistants sociaux pour faire face au travail et savez-vous qu'il s'agit d'un métier en pénurie? Quelles mesures concrètes prendrez-vous pour aider ces institutions qui sont fondamentales?

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de premier, u hebt jarenlang in alle politieke debatten verklaard dat er geen alternatief was, dat er geen geld meer was en dat de begroting in orde moest zijn. Besparingen waren geen politieke keuze, maar het was gewoon een objectief gegeven dat budgettaire maatregelen van de Europese Commissie op alle sociale uitgaven in ons land moeten worden toegepast. U hebt uw hele verkiezingscampagne gevoerd met de verklaring: "There is no alternative." Nu vindt u in vijf minuten 4 miljard euro voor defensie. Het was dus toch wel een politieke keuze. U verklaarde dat er geen geld was voor de gepensioneerden, de langdurig zieken, de openbare diensten, maar eigenlijk was er wel geld. De arizonaregering heeft vier miljard euro in vijf minuten gevonden. Het was dus wel politiek, mijnheer de premier.

Ik ga er op politiek vlak natuurlijk niet mee akkoord dat u geld haalt bij de gepensioneerden om miljarden te investeren in defensie. Dat is de keuze van de arizonaregering. Vandaag moeten gepensioneerden in België al rondkomen met een klein pensioentje. Ze kunnen nu al hun rusthuis niet betalen. In vergelijking met Duitsland, Nederland en Frankrijk zijn de Belgische pensioenen al heel laag.

De arizonaregering beslist nu om de indexering van de pensioenen drie maanden uit te stellen. HOGent en het ACV berekenden dat de gepensioneerden 68 euro minder pensioen krijgen. Het is logisch dat de N-VA met dat plan komt, want het is een koude, asociale partij, maar hoe durven de collega's van Vooruit de gepensioneerden zo aanvallen! Het is gemakkelijk om op de sociale media de boodschap te verspreiden dat Vooruit de index redt. Voor de gepensioneerden wordt de indexering echter drie maanden uitgesteld. Voor de ambtenaren geldt hetzelfde, de indexering wordt drie maanden uitgesteld. Is dat linkse politiek? Kom aan!

Collega's van Vooruit, hoe kunt u meegaan met zo'n verhaal in dat paasakkoord? Hoe durft u! In dat akkoord gaat het over de pensioenen, beste collega's. Hoe zit het nu met de maluspensioenen? Er zal een malus worden ingevoerd die oploopt tot 5 % minder pensioen per jaar dat men vroeger stopt met werken. Wat is er nu beslist, mijnheer de eerste minister? U legt tegenstrijdige verklaringen af in interviews. Worden ziekteperiodes nu meegerekend? Wordt technische werkloosheid meegerekend voor de malus? Geef daarop eens een duidelijk antwoord, mijnheer de eerste minister.

Er is eindelijk een blokkering in de regering. Een van uw regeringspartners, Vooruit, blokkeert de pensioenhervorming als men niet aan de privileges van de politici raakt. Dat gebeurt nu eindelijk, het was tijd. Dat klaagt de PVDA al maanden aan. Vindt u het logisch, collega’s, dat het pensioen van parlementsleden berekend wordt op hun laatste jaarloon? Voor de ambtenaren is het 45 jaar, geen probleem, maar voor de politici – open bar – op het laatste jaar. De afscheidspremie wordt gewoon meegerekend in de pensioenberekening: geen probleem, politici, open bar . Bepaalde collega's kunnen hier nog op hun 62e vertrekken: geen probleem, open bar .

Eindelijk, eindelijk worden die privileges een probleem. Nu wil ik dus weten, mijnheer de minister, hebt u nog een akkoord rond de pensioenmalus of niet? Hebt u nog een akkoord rond de pensioenen? Vanmiddag vergadert het Bureau, en ik hoop dat Vooruit woord houdt.

Blokkering van de matiging op pensioenen, dat gaan we van heel dichtbij volgen, mijnheer de premier, van heel dichtbij. De PVDA vindt het namelijk niet juist dat er vandaag miljarden voor de wapenindustrie gezocht worden bij de pensioenen, bij de langdurig zieken, bij de werklozen, bij al die mensen in onze samenleving die het nodig hebben. Daar gaat het over in dit paasakkoord.

Parce que la question, monsieur le premier ministre, c'est cela! C'est cela, la question! Qu'allez-vous faire avec ces milliards? J'entends ici, aujourd'hui, que dans les plans, c'est décidé: nous allons acheter du F-35 américain.

Pendant des semaines, nous avons entendu que l'Europe devait être autonome. L’Europe devait tracer son propre chemin indépendant des intérêts américains. Et puis, que décide-t-on aujourd'hui? On va prendre des milliards pour investir dans le F-35. Un avion dont les Américains peuvent décider du jour au lendemain qu'il ne décollera plus. Il suffit que l’update informatique ne soit plus transmis à la Défense belge pour que tous ces avions restent sur le tarmac. Mais nous voulons notre indépendance.

C'est cela, chers collègues, la vision stratégique de l'Union européenne! C'est cela, aujourd'hui, ce qu'on nous avait promis. Allez, arrêtez un petit peu de rigoler, s'il vous plaît!

Au niveau du chômage, monsieur le premier ministre, ah, on est fiers! On va exclure 100 000 travailleurs sans emploi. Quelle fierté! Que vont-ils devenir, ces gens-là? Un tiers dans la nature, un tiers au CPAS. Qu'aura-t-on résolu ainsi? Rien!

Les CPAS, vous le savez très bien, ne sont pas mieux outillés que le Forem et l’ONEM aujourd'hui pour remettre les gens au travail. Que du contraire! Ce n'est pas leur job, normalement. Donc, on ne va pas réactiver les gens. La seule volonté ici, monsieur le premier ministre, c'est d'exclure des gens, pour des raisons budgétaires. C'est pousser les gens dans la misère. Cela ne va rien résoudre.

Vous le savez en plus: les gens qui sont dans la misère pensent à une seule chose: survivre, pas à chercher un boulot. Les études internationales le montrent. Quand on survit, on n'a plus d'énergie pour encore aller chercher un boulot en dehors.

Ma dernière question porte sur le niveau budgétaire. Je ne comprends pas, monsieur le premier ministre.

U zegt, mijnheer de eerste minister, dat er geen geld is voor de pensioenen. Dat ze niet meer betaalbaar zijn. Onze sociale zekerheid zou het niet meer zien zitten… En wat beslist u een week geleden? Om 1 miljard euro minder in de pensioenkas te storten, 1 miljard minder sociale bijdragen… Waar hebben jullie het besef gehad dat 1 miljard euro minder in de sociale zekerheid de pensioenproblematiek zal oplossen?

Ça ne tient pas la route, mathématiquement.

Jarenlang gaat u 16 miljard euro uit de sociale zekerheid halen, met heel veel kortingen enzovoort, en dan zegt u dat er geen geld meer is om de pensioenen te betalen. Als er niet genoeg geld is, zou ik behouden wat er nu naar de sociale zekerheid gaat.

Monsieur le premier ministre, vous l'aurez compris: en ce qui concerne votre accord de gouvernement de Pâques, je ne rejoins pas du tout l'enthousiasme de votre groupe. La chasse contre la fraude fiscale est une cinquième DLU. Pour les auditeurs qui nous écoutent aujourd'hui, une DLU est une déclaration libératoire unique. Cela permet aux fraudeurs de dire après quelques années: "J'ai fraudé, mais je vais trouver le fisc pour voir s'il y a moyen d'un peu régulariser le bazar". Et Didier Reynders, un homme doté d'une grande éthique en politique, qui aime jouer au Lotto, – mais chacun ses hobbies, on ne va pas juger ici les hobbies de chacun –, avait dit, il y a quelques années: "On va faire une déclaration libératoire unique". Unique, cela signifiait qu'elle aurait lieu une seule fois. Chers collègues, cette déclaration libératoire unique a déjà eu lieu cinq fois.

En fait, elle est permanente! En Belgique, c'est open bar! Quand vous êtes un petit indépendant, vous avez droit à un contrôle fiscal et à un contrôle TVA. Clac, on vous coince. Mais quand vous êtes un grand fraudeur et que vous avez des milliards, pas de problème! Installez-vous, prenez un petit café au SPF Finances, on va discuter tranquillement de la manière dont on peut régulariser cela. Il n'y a pas de problème, détendez-vous, monsieur, la Belgique est un pays qui va régulariser tout cela sans problème! C'est cela, le deux poids, deux mesures, d'un point de vue fiscal, dans ce pays. Les gros poissons sont tranquilles, les déclarations sont libératoires à répétition, mais on va contrôler le petit indépendant sur sa TVA. Et quoi, chers collègues, qu'est-ce que cela signifie au MR? Le MR aide-t-il les petits avec de telle mesures?

Voici mon dernier point sur cet accord de Pâques. Le MR, pendant toute la campagne électorale, a promis 500 euros de différence de pouvoir d'achat. Il n'y a rien dans cet accord, monsieur Georges-Louis Bouchez! Vous avez menti. Vous êtes un minteu comme on dit chez nous. Vous avez menti. Qu'avez-vous dit? Que vous alliez diminuer les allocations de chômage. Cela, oui, vous l'avez dit! Il y aura 500 euros de différence. On va pousser les chômeurs dans la misère. Mais les travailleurs qui ont un emploi? Niks ! C'est cela, la politique belge, c'est cela le mensonge! Tout cela, chers collègues, avec des ministres dont le salaire de 11 000 euros par mois leur permet de vivre tranquilles. La vie, elle est peinarde! Mais chez les malades de longue durée, clac, on prend!

En dan mijn laatste punt, beste collega’s, over de langdurig zieken. Hoe durven jullie? Hoe durven jullie afkomen met die kliklijn voor dokters door werkgevers? Cd&v, hoe hebben jullie daar mee kunnen instemmen? Vooruit, hoe hebben jullie daarmee kunnen instemmen? Dokters die vinden dat hun patiënten om medische redenen niet terug aan het werk mogen, kunnen via een kliklijn aangeduid worden door werkgevers als ze vinden dat bepaalde dokters hun job niet goed doen. U gaat druk leggen op dokters en mutualiteiten om mensen gedwongen terug aan het werk te zetten. Is dat een linkse, sociale politiek? Ik had van mijnheer Vandenbroucke toch iets anders verwacht.

Mijnheer de eerste minister, ik heb heel concrete vragen gesteld rond uw akkoord. Ik stel voor dat jullie op dat paasakkoord terugkomen. Het heeft niks, helemaal niks met sociale politiek te maken, maar alleen met koude, budgettaire maatregelen om de militaire uitgaven te kunnen opkrikken in de volgende maanden. Die gaan helemaal geen vrede brengen, maar oorlog. Wie oorlog voorbereidt, krijgt ook oorlog. En wie vrede voorbereidt, krijgt vrede.

Voorzitter:

Le groupe Les Engagés dispose de 10 minutes.

Aurore Tourneur:

Monsieur le premier ministre, le gouvernement est en place depuis trois mois. C'est le premier accord, et nous avons déjà le sentiment qu'on fait le bilan de toute l'année. Laissons les ministres travailler! Et en effet, dans ce nouveau gouvernement, on travaille, on n'est pas d'accord, ça frotte et puis on trouve des solutions. Selon moi, c'est bien cette mission qui nous a été confiée par le citoyen. Soyons donc à la hauteur des enjeux!

Au rayon des bonnes nouvelles tant attendues, nous avons un réinvestissement dans la santé avec une norme de croissance de 2,5 % en 2025 et assurée d'atteindre 3 % en 2029 avec 4 milliards supplémentaires au-delà de l'inflation. Nous avons aussi une valorisation du travail et une pérennisation de la sécurité sociale et de nos pensions avec une limitation des allocations de chômage à deux ans mais aussi avec une augmentation des montants perçus les six premiers mois; avec un statut des artistes qui est intégralement préservé; avec un renforcement du budget de notre Justice et de notre Défense; avec une politique de transition énergétique et climatique avec une baisse de la TVA sur la démolition-reconstruction et une feuille de route pour réduire l'impact environnemental et carbone de nos bâtiments.

Parmi ces avancées que je viens de citer, une nous tient particulièrement à cœur car elle constitue un des marqueurs forts des Engagés; il s'agit du droit au rebond qui incarne une mesure socialement utile, économiquement responsable et humainement moderne. Permettre à un travailleur de quitter son emploi de manière encadrée tout en bénéficiant temporairement des allocations de chômage, c'est reconnaître la réalité de parcours professionnels qui peuvent à certains moments s'essouffler, sans pour autant sombrer. Ce mécanisme vise à éviter les situations de rupture brutale, comme les arrêts maladie de longue durée ou les licenciements conflictuels, tout en encourageant la mobilité professionnelle dans un cadre clair et limité.

C'est une solution que les Engagés ont toujours défendue et portée haut et fort. C'est une mesure de santé mentale au travail, de fluidité sur les marchés de l'emploi et de respect mutuel entre travailleur et employeur. Loin d'être une brèche dans notre sécurité sociale, c'est une véritable soupape intelligente pour la renforcer. Alors, nous soutenons cette orientation, mais des clarifications s'imposent pour s'assurer que cette mesure tienne ses promesses sans créer de déséquilibre ou d'effet pervers.

Monsieur le premier ministre, j'ai plusieurs questions relatives à ce beau projet. Au niveau de l'encadrement du dispositif, quelles balises concrètes seront-elles mises en place pour éviter les détournements ou les démissions de convenance? Un accompagnement systématique des bénéficiaires est-il prévu, notamment en matière de formation, d'orientation ou de reconversion?

Au niveau de l'impact sectoriel et des métiers en tension, ce droit est-il modulé ou adaptable en fonction de la situation dans les secteurs en pénurie? Quels dispositifs d'anticipation ou de concertation sont-ils prévus pour éviter que des secteurs déjà sous pression ne voient partir leurs talents sans aucune relève?

Monsieur le premier ministre, depuis la semaine dernière, une fronde profonde agite le pouvoir judiciaire. La réforme des pensions a agi comme un détonateur. Et il ne s'agit pas d'un simple sursaut corporatiste, mais bien d'un signal d'alarme qui est lancé par un pouvoir constitué de notre État de droit démocratique. Il est de notre responsabilité collective de ne pas l'ignorer.

Les Engagés reconnaissent pleinement, comme je l'ai déjà souligné, la nécessité d'une réforme des pensions dans un souci d'équilibre budgétaire et de solidarité pour les générations futures. Nous rappelons que toute réforme doit être menée avec nuance et proportionnalité. Une justice sous contraintes économiques ne peut être ni sereine ni solide.

Par ailleurs, face à une criminalité de plus en plus organisée et décomplexée, il est essentiel que cette dernière perçoive que le monde politique se soucie de bâtir une magistrature forte. L'autorité de la Justice se construit aussi à travers des signaux envoyés par le pouvoir politique. Indépendance et qualité ne peuvent rester de simples déclarations de principes. Elles doivent s'incarner dans des actes concrets et visibles.

En outre, un magistrat sur quatre va partir à la retraite dans les dix prochaines années. Or, comme le souligne le Conseil supérieur de la Justice, le processus de nomination est long et le recrutement déjà difficile, malgré les campagnes ambitieuses telles que la semaine de la magistrature. Il convient aussi de rappeler que, contrairement à d'autres fonctions, les magistrats sont soumis à une interdiction stricte d'exercer toute activité professionnelle parallèle. La perspective d'une pension stable reste donc l'un des rares leviers d'attractivité pour une fonction essentielle mais peu concurrentielle face au secteur privé.

Nous saluons les engagements pris dans l'accord de gouvernement visant à renforcer l'attractivité de la magistrature, notamment par la création d'un deuxième pilier. Mais force est de constater que la réforme en projet risque de potentiellement contrarier ces objectifs en tarissant les vocations, en asséchant les recrutements et en fragilisant dès lors nos piliers démocratiques.

Monsieur le premier ministre, mes questions sont peut-être trop précises et seront ultérieurement posées aux ministres compétents s'il échoit. Pouvez-vous confirmer que les magistrats retraités et futurs retraités pourraient perdre jusqu'à 40 % de leur pouvoir d'achat? La réforme des pensions s'appliquera-t-elle également aux juges de la Cour constitutionnelle ainsi qu'aux magistrats du Conseil d' É tat? Une étude d'impact a-t-elle été menée concernant les effets pervers de ces mesures sur l'indépendance du pouvoir judiciaire et sur l'attrait de la magistrature, notamment en tenant compte des effets cumulatifs des différentes dispositions? À la suite de la concertation sociale du 22 avril avec les représentants du pouvoir judiciaire, pouvez-vous faire état à la Chambre des conclusions et du suivi qui est prévu? Entendez-vous poursuivre un dialogue structuré et approfondi avec les instances représentatives telles que le Conseil consultatif de la magistrature, l'entité de cassation, le Collège des cours et tribunaux et le Collège du ministère public? Enfin, pouvez-vous confirmer que les ministres des Pensions et de la Justice travaillent en étroite coordination afin d'appréhender la magistrature non comme une simple variable d'ajustement budgétaire, mais bien comme un pilier fondamental de notre É tat de droit qu'il convient de préserver, de valoriser et de renforcer dans un esprit de dialogue et de concertation véritable? Je vous remercie déjà, monsieur le premier ministre.

Brent Meuleman:

Mijnheer de premier, bedankt voor uw toelichting bij het paasakkoord. Deze regering neemt een volgende noodzakelijke etappe met een akkoord dat verre van evident, maar wel noodzakelijk was.

Vooruit stapte in deze regering met een heel duidelijke opdracht: verantwoordelijkheid nemen. Niet aan de zijlijn staan roepen, maar mee beslissen. Niet weglopen van de uitdagingen, zoals sommigen doen, maar er recht op afgaan, omdat de toekomst van onze welvaart op het spel staat, omdat de wereld in brand staat. Als het brandt, dan moet er geblust worden. Ik stel vast dat aan de linkerzijde enkel de socialisten hun laarzen aantrekken en de mouwen opstropen.

Collega's, dit paasakkoord is een compromis in moeilijke omstandigheden. Het zijn moeilijke tijden. Mensen zijn bezorgd om hun job, om hun pensioen, om betaalbare zorg en om hun energiefactuur. Meer dan ooit heeft ons land nood aan daadkracht en aan politici die verantwoordelijkheid nemen. Meer dan ooit is het nodig om het verschil te maken voor gewone mensen die elke dag hun stinkende best doen.

Ik licht graag vier concrete zaken uit het paasakkoord toe die voor Vooruit heel belangrijk zijn.

Ten eerste, meer mensen in de zorg. De zorgsector kreunt onder de druk. Iedereen ziet het. Meer dan ooit hebben we mensen nodig die willen en kunnen zorgen. Daarom zorgen we ervoor dat wie een opleiding tot zorgkundige of verpleegkundige volgt, zijn of haar werkloosheidsuitkering behoudt. Zo zorgen we niet alleen voor het zorgpersoneel van vandaag, maar ook voor dat van morgen.

Ten tweede, alle pensioenen krijgen een index. In plaats van helemaal geen index komt er dan toch een indexering voor de sterkere pensioenen. Het is niet meer dan fair om ook de koopkracht van die mensen te beschermen. Pensioenen worden geïndexeerd. Punt. Zo investeren we in de koopkracht van onze gepensioneerden.

Ten derde, de fiscale fraude strenger aanpakken. Wie fraudeert, die raakt aan onze samenleving. Daarom komt er een turbo op de strijd tegen fraude van grote vermogens. Door datamining op het vermogenskadaster van financiële vermogens mogelijk te maken, zullen inspecteurs fiscale fraude sneller kunnen opsporen en aanpakken.

Ten vierde is het heel belangrijk voor Vooruit dat het kunstenaarsstatuut gered is, of dat het kunstwerkattest, zoals het vandaag heet, behouden blijft. Daar hebben we met Vooruit keihard voor gestreden. Met het kunstwerkattest bieden we kunstenaars een volwaardige sociale bescherming. Onze cultuursector heeft al zeer zware klappen gekregen en toch bleef die overeind en bleef die verbinden. Vandaag zorgen we voor sociale bescherming, voor waardering en voor zekerheid voor mensen die onze samenleving verrijken met creativiteit en schoonheid. Dat is geen detail, collega's, dat is beschaving.

Collega's, de keuze die wij maken, is een keuze voor vooruitgang. We maken het verschil, niet met grote woorden, maar met concrete maatregelen, niet door slogans, maar met inhoud. In deze onzekere tijden hebben mensen veel vragen.

Omdat er helaas ook veel fake news wordt verspreid, maak ik nog eens heel duidelijk dat we investeren in zorg en opleidingen, dat we mensen hun pensioenen beschermen, dat we fiscale fraude aanpakken en dat we cultuur niet laten vallen.

Collega's, de volgende jaren beloven moeilijk te worden – niemand ontkent dat – maar wij kiezen ervoor om niet te verzinken in cynisme of in stilstand. Wij geloven dat we samen vooruit kunnen. Laat dat ook het kompas blijven voor iedereen hier, niet de waan van de dag volgen, maar op een duurzame manier het verschil maken in het leven van de gewone mensen.

Franky Demon:

Mijnheer de eerste minister, de regering is van start gegaan met de belofte een hervormingsregering te zullen worden. Het regeerakkoord bevat daartoe ons inziens absoluut de nodige krachtlijnen.

Met het zogenaamde paasakkoord dat u en uw regering vlak voor het reces konden bereiken, worden nu ook enorm belangrijke stappen gezet om die ambities uit het regeerakkoord te vertalen in effectief beleid. Als we onze welvaart en sociale zekerheid voor de lange termijn willen beschermen, moeten we actie ondernemen.

De regering wil daarom zoveel mogelijk mensen aan de slag krijgen. Dat doen we door de werkloosheidsuitkering te beperken in de tijd. Daarbij was het voor cd&v wel belangrijk dat oudere werknemers beschermd zouden worden. Daarom voorziet het akkoord dat 55-plussers hun uitkering niet in de tijd beperkt zien, op voorwaarde natuurlijk dat ze 30 jaar beroepsverleden hebben kunnen aantonen.

Wie wil werken en bijdragen aan de maatschappij en een opleiding volgt voor een knelpuntberoep, mag wat onze fractie betreft evenmin worden afgestraft. Daarom hebben we ervoor gestreden dat die mensen hun opleiding kunnen afmaken.

Met het paasakkoord werken we ook een aantal ongelijkheden weg. Pleegouders verdienen ons allergrootste respect. Hun inzet en toewijding zijn exemplarisch.

Cd&v heeft er dan ook voor gestreden dat ook zij voortaan aanspraak kunnen maken op ouderschapsverlof. Het eerste wetsvoorstel ter zake van mevrouw Lanjri ligt hier al een tijdje voor, namelijk sinds het jaar 2000.

Ook inzake pensioenen nemen wij onze verantwoordelijkheid. Cd&v kwam reeds tijdens de vorige legislatuur met een pensioenplan dat langer werken aanmoedigde zonder de pensioenleeftijd te verhogen. Dat is exact wat deze regering ook doet, onder meer door zelfstandigen die na hun pensioen doorwerken de mogelijkheid te geven om verder pensioen op te bouwen.

Als partij van de lokale besturen zijn wij voorts tevreden dat alle besturen ondersteuning zullen blijven krijgen voor het betalen van de responsabiliteitsbijdragen indien zij in aanvullend pensioen voorzien voor hun contractuele ambtenaren.

Het paasakkoord voorziet tevens in een investering in nabije zorg. In totaal voorzien wij daarvoor tijdens deze legislatuur 5 miljard euro extra. Collega’s, ik herhaal het, 5 miljard euro extra.

De regering focust ook op een betere work-life balance . Daarom worden grotere bedrijven ertoe aangezet om in te zetten op werkbaar werk, zodat het aantal langdurig zieken daalt. Onze fractie is daarom tevreden met de maatregel dat werkgevers, uitgezonderd kmo’s, een bijdrage van 30 % moeten betalen op de ZIV-uitkering in de tweede en derde maand ziekte van de werknemers, uitgezonderd voor de oudere werknemers.

Mijnheer de eerste minister, een eerlijke fiscaliteit is voor cd&v steeds een topprioriteit geweest. Wij zorgen er met het paasakkoord voor dat grotere vermogens een extra bijdrage betalen. Er wordt een antimisbruikbepaling ingevoerd om de ontwijkingsmogelijkheden voor de effectentaks in te perken. De belastingaangifte wordt vereenvoudigd. Er komen minder codes, minder absurde aftrekposten en er komt meer duidelijkheid voor de burger.

De keuze tussen slopen of renoveren moet afhangen van de staat en het potentieel van de woning en niet van het fiscale regime. Daarom wordt het verlaagde btw-tarief op sloop en heropbouw uitgebreid naar sleutel-op-de-deurwoningen.

In een internationaal gespannen context en met een oorlog op het Europese continent neemt ons land zijn verantwoordelijkheid en versterkt het zijn inspanningen voor het waarborgen van de Europese veiligheid.

We honoreren onze verplichtingen ten aanzien van de NAVO en gaan versneld richting de 2 %, maar we doen dat op een realistische manier die zowel op het vlak van investeringen als schuldimpact op maat van ons land is.

Voor onze partij was het enorm belangrijk om naast buitenlandse veiligheid ook in binnenlandse veiligheid te investeren. Minister van Justitie Annelies Verlinden streed daarom succesvol voor bijkomende middelen voor haar departement om de overbevolking in de gevangenissen te kunnen aanpakken en om de georganiseerde criminaliteit een halt te kunnen toeroepen. Deze regering maakt werk van effectieve strafuitvoering en een correcte reclassering van gedetineerden en zet in op een beperking van recidive. Minister Verlinden wil investeren in jammers, zodat drugscriminelen hun activiteiten niet meer kunnen verderzetten vanuit de gevangenis.

Het plaatstekort in onze gevangenissen is geen nieuw probleem. Voorgaande ministers van Justitie wisten dat er onvoldoende ruimte was om straffen korter dan drie jaar volledig uit te voeren, maar toch lieten ze toe om die extra capaciteit te creëren, waardoor ons inziens in het verleden straffeloosheid toenam. Met haar extra middelen kan minister Verlinden voorzien in containercellen, oude gevangenissen langer openhouden en versneld werk maken van een ketenaanpak om gedetineerden in onwettig verblijf sneller het land uit te zetten. Het siert gewezen minister Van Tigchelt dan ook dat hij in een krant gisteren nog zei: we hebben ons voor een stukje mispakt aan de strafuitvoeringsrechters. Dat siert hem.

Last but not least wil ik ook stilstaan bij de afspraken die gemaakt werden aangaande het beleidsdomein Asiel en Migratie. We zijn tevreden dat er snel werk gemaakt zal worden van het wetgevend werk, dat gunstig moet bijdragen aan de instroom en waardoor ook het steeds hoger aantal verzoekers om internationale bescherming verder kan worden ingeperkt.

Dit kan onder meer door de toegang tot het opvangnet te beperken voor asielzoekers die reeds in een andere EU-lidstaat bescherming genieten en door de verzoeken van aanvragers die in een andere lidstaat reeds een definitieve beslissing kregen als een volgend verzoek te beschouwen. Ook inzake gezinshereniging worden er nieuwe maatregelen genomen. Denk bijvoorbeeld aan de inperking van de grace period voor erkende vluchtelingen, waarvoor ik zelf nog een wetsvoorstel had ingediend.

Hervormingen op korte termijn volstaan voor ons echter niet. We moeten nog een stap verder gaan. We waren heel verbaasd dat we in de eerste documenten van de minister van Asiel en Migratie niets zagen staan over het Migratiewetboek. We hebben in deze commissie meerdere keren aan minister Van Bossuyt gevraagd om dat daarin op te nemen en het siert u en uw regering dan ook dat u daarrond nu duidelijke afspraken hebt gemaakt. Voor cd&v is het duidelijk. Wij vragen u om erover te waken dat het nieuwe Migratiewetboek zeker tegen begin 2027 naar dit Parlement komt. Dit is een instrument waarmee we verder kunnen werken. We zullen erop toezien dat het engagement dat werd aangegaan in het paasakkoord ook geremunereerd wordt.

Mijnheer de premier, er ligt een ambitieus akkoord voor dat werk maakt van de hervormingen waaraan ons land grote nood heeft. U zult in cd&v een constructieve partner vinden om deze hervormingen de komende weken en maanden te vertalen in concrete wetteksten. We kijken alvast uit naar de verdere behandeling van de programmawet, de begrotingswet en de diverse beleidsnota's.

Voorzitter:

Ik geef nu tien minuten spreektijd aan de Ecolo-Groenfractie. Mijnheer Van Hecke, u hebt het woord.

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de premier, bedankt voor de toelichting en uw komst naar de commissie. Ik zie en ik hoor dat sommigen superenthousiast zijn, zoals van nature uit de heer Ronse, die het een fenomenaal akkoord vindt. En natuurlijk was ook de heer Francken superenthousiast, want de minister van Defensie en Oorlog kreeg 21,3 miljard euro extra investeringen, waarvan 16,8 miljard via dit paasakkoord.

De heer Francken schuwde de grote woorden niet. Het ging om de “grootste investering in Defensie in veertig jaar”. Maar dit budget lijkt eerder de slechtst gefinancierde begroting in veertig jaar, als we naar de cijfers kijken, die eigenlijk luchtkastelen zijn.

Collega's, die 4 miljard euro, die 2 % die we normaal over verschillende jaren zouden bereiken, moet dit jaar al gehaald worden. Om dat even in perspectief te brengen: dat is acht keer het werkbudget van Buitenlandse Zaken, dat is vier keer het federaal budget voor Ontwikkelingssamenwerking. En dat bedrag komt er elk jaar bij.

Wat gaan jullie doen met die 4 miljard euro dit jaar? Dat zouden jullie pas weten tegen 1 juli. Maar de markten, collega's, zijn oververhit geraakt. De prijzen van het militair materieel zijn zeer hoog. Gaan jullie dus vlug enkele aankopen doen? Vlug enkele bestellingen plaatsen? Ik denk niet dat dat echt heel slim zou zijn.

De grote vraag blijft hoe de regering dit gaat betalen? Hoe gaat dit gefinancierd worden? Volgens de cijfers en de tabellen rekent u in de eerste plaats op Euroclear en Belfius. Op Euroclear rekent u tot in 2029. In 2025, in 2026, in 2027, in 2028, in 2029: elk jaar 1,2 à 1,3 miljard euro. Rekent u er dan op dat de oorlog in Oekraïne gaat duren tot 2029? Als er een vredesakkoord zou zijn in 2025 of in 2026, en een aantal maatregelen wordt opgeheven, wat gaat u dan doen met die voorgenomen inkomsten uit Euroclear? Via Belfius rekent u tweemaal op 500 miljoen euro.

Dan moet u nog op zoek gaan naar welke uitgaven eventueel onder die NAVO-norm kunnen vallen. En dat loopt op: in 2028 tot 500 miljoen en in 2029 tot 750 miljoen. Dat is echt nattevingerwerk. Hoe komt u daarbij? Hoe hebt u dat berekend? Er is geen enkele garantie dat de uitgaven van bijvoorbeeld gewesten of andere departementen door de NAVO zullen worden erkend.

Er is ook nog de post 'structurele financiering'. Daar bent u nog niet uitgeraakt, maar die loopt op tot 1 miljard euro in 2029. Waar zal de regering die structurele financiering vinden? Zelfs met die structurele financiering van 1 miljard euro komt u nog altijd 5 miljard euro tekort. Dat is nog een zeer optimistische schatting. Dat zijn budgettaire luchtkastelen die u aan dit Parlement voorstelt, maar volgens de heer Ronse van de N-VA is het 'fenomenaal'. Waar zal de regering die 5 miljard euro vinden? Het zal trouwens veel meer zijn.

Zal de regering dan opnieuw besparen op ontwikkelingssamenwerking, de sociale zekerheid – zoals bepaalde coalitiepartners wensen –, de pensioenen, de gezondheidszorg? Het zou heel dom zijn om overheidsparticipaties te verkopen, omdat ze ons soms flink wat geld opbrengen. De premier klinkt toch wel voorzichtig. Het heeft inderdaad geen zin om die participaties te verkopen die geld opbrengen. Of gaat de regering toch nog extra schulden aan? In dat financieringsverhaal horen we niets over de bijdrage van de grootste vermogens. De regering kijkt daar niet naar, maar wel naar de sociale zekerheid.

Het gaat niet alleen over dat bedrag van 16,8 miljard euro. De regering zal in totaal 21,3 miljard euro moeten vinden. In juni kan de NAVO beslissen om de norm van 2 % van het bnp te wijzigen in 3 % of 3,5 %. Hoe zullen we dat dan kunnen klaren? Dat is nog eens 6 à 7 miljard euro per jaar extra die zal moeten worden gevonden.

Het spijt me dat ik altijd naar dezelfde persoon verwijs, maar minister Francken communiceert heel veel. Het lijkt wel of hij de uitgaven voor defensie gebruikt als een hefboom om zaken die hem niet bevallen, weg te besparen. Hogere defensie-uitgaven worden gebruikt als een soort breekijzer om zaken af te breken, die sommigen om ideologische redenen willen afschaffen: deftige pensioenen, ontwikkelingssamenwerking, zelfs betaalbare tandzorg. Hij vond het nodig om een vergelijking te maken met de Verenigde Staten, waar men jarenlang fors heeft geïnvesteerd in de defensie-uitgaven, maar de mensen wel 1.000 euro voor tandzorg betalen. Is dat het beeld van onze sociale zekerheid dat bij sommige mensen van de N-VA leeft? Willen ze dat verwezenlijken? Men wil meer geld voor defensie. Als tandzorg 1.000 euro kost, dan is dat zo, in de Verenigde Staten doet men dat ook. Dat is niet het beeld dat wij willen. Het is duidelijk waar sommigen naartoe willen gaan. De budgettaire ruimte, collega's, is beperkt. Volgens de laatste cijfers bedroeg die in 2023 op federaal niveau ruim 14 miljard euro. Hoe zult u dan nog 6 miljard extra vinden als we naar 3 % moeten gaan? Waar zult u dat geld dan vinden? Dit zal een sociaal bloedbad worden, collega's.

Ik zal proberen af te ronden, want mijn collega zal ook nog een aantal zaken zeggen. Ook voor andere zaken is het akkoord immers heel ontgoochelend, bijvoorbeeld wat de klimaatambities van deze regering betreft. Er is geen klimaatstrategie, geen groene taxshift. De vliegtaks bedraagt ocharme 5 of 10 euro per vlucht. In andere landen is dat een pak meer. Er is ook een inconsistent btw-beleid op het vlak van verwarming. Over Justitie zullen we nog wel een apart debat hebben met de minister van Justitie, want het extra geld dat ze gekregen heeft, heeft ze ondertussen al vijf keer uitgegeven.

Sarah Schlitz:

Merci, monsieur le président. Monsieur le premier ministre, je vais intervenir en complément de ce que vient de dire mon collègue. Je vous ai entendu parler de la compétitivité des entreprises et dire à quel point ce sont les entreprises qui font la prospérité de notre pays. En fait, monsieur le premier ministre, vous n'êtes pas un CEO. Vous êtes justement le premier ministre. Ce qu'on attend de vous, c'est d'être le garant de cet équilibre entre les droits des travailleurs et cette fameuse compétitivité, pas de faire des cadeaux aux entreprises et d'accéder à toutes leurs demandes sans respecter le bien-être de votre population.

Par ailleurs, qui travaille dans les entreprises? Des chats? Sont-ce des chats qui travaillent dans les entreprises? Monsieur le premier ministre, ce sont des travailleurs et des travailleuses qui font la prospérité de ces entreprises. Donc, aujourd'hui, ce qui est important d'après vous, c'est d'atteindre un taux d'emploi de 80 %. Mais pourtant, ici, on ne voit pas le début d'une mesure qui va permettre d'atteindre ce taux d'emploi. En effet, quand on crée des flexi-jobs, quand on continue à étendre le travail étudiant, on crée des emplois qui ne rentrent pas dans le cadre des 80 % et vous le savez très bien, étant donné qu'il s'agit d'emplois qui ne financent pas la sécurité sociale. Ce sont des travailleurs qui ne cotisent pas pour leur sécurité et leur pension. C'est donc un vrai problème à long terme.

Monsieur le premier ministre, j'ai quelques questions précises. Je commencerai par le droit à la démission. C'est évidemment une bonne idée. Nous portons d'ailleurs une proposition en la matière depuis des années. Mais des balises importantes sont à mettre en place, notamment pour éviter que des travailleurs soient poussés à la démission pour éviter à l'employeur de payer un préavis. Allez-vous mettre en place des balises par rapport à cela?

Dans le cadre de la réforme qui limite l'accès aux allocations de chômage à deux ans, qu'en est-il des personnes qui sont actuellement en formation pour un métier en pénurie, avec une allocation de l'ONEM? Pourront-elles terminer leur cursus sans perte de revenu, même si la formation dépasse deux ans? Par ailleurs, selon quels critères les formations autorisées seront-elles sélectionnées? Comment garantissez-vous que l'accès à ces dispenses reste effectif et équitable à travers les Régions? Allez-vous, de manière explicite, vous baser sur les listes établies par les services régionaux de l'Emploi?

Toujours par rapport à l'exclusion des chômeurs, quelles compensations sont-elles prévues pour les CPAS et, surtout, à partir de quelle date? J'ai lu comme nous tous, que l'exclusion des chômeurs aurait lieu dès le 1 er janvier 2026, mais par contre, ce qui m'inquiète fortement est que le financement compensatoire pour les CPAS ne viendrait qu'à partir du 1 er janvier 2027. Confirmez-vous cette information?

Par ailleurs, le président d'un parti de votre majorité a déclaré que les personnes qui possèdent une seconde résidence et qui bénéficient d'allocations de chômage seront sanctionnées et contrôlées. Pouvez-vous être un peu plus explicite sur cette mesure, monsieur le premier ministre? Seules les personnes qui possèdent une maison au Maroc seront-elles passées au screening? Ou bien celles qui possèdent une maison dans les Ardennes le seront-elles aussi? On aimerait bien avoir un peu plus d'informations par rapport à cela.

Pour ce qui concerne le statut des travailleurs des arts, on a aussi entendu votre ministre de l'Emploi nous dire à quel point il y avait des abus et qu'il fallait lutter contre ces abus. Pouvez-vous nous en dire un peu plus sur les abus auxquels vous pensez? Quels montants souhaitez-vous récupérer de cette manière-là?

Quant aux périodes de maladie, confirmez-vous qu'elles ne seront plus assimilées dans le calcul de la pension? Par exemple, les personnes qui ont été atteintes du covid ou du covid long ne pourront-elles pas assimiler ces périodes-là dans le calcul de leur pension?

Qu'en est-il des dates "P"? Elles ne sont toujours pas disponibles sur le site. Or les écoles doivent s'organiser, notamment par rapport à la DPPR, savoir quels profs seront disponibles ou pas. Cela devient extrêmement urgent d'avoir une réponse pour toutes ces personnes qui sont dans l'expectative.

Enfin, on n'a toujours pas de fumée blanche concernant la taxation des plus-values. On ne comprend donc vraiment plus où se trouve, chers collègues des groupes Les Engagés et Vooruit, l'équilibre dans cet accord de Pâques. Je vous remercie.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn tijd delen met mijn collega, Paul Van Tigchelt.

Mijnheer de premier, dank u voor uw aanwezigheid vandaag, op onze aanvraag. Het was tijd dat u uw paasakkoord kwam toelichten. Ik ben blij dat u de primeur van uw persconferentie voor het Parlement hebt voorbehouden. Jammer genoeg moet ik vaststellen dat het een bisnummer is of misschien zelfs wel een ternummer, want eigenlijk zijn al de delen die u hebt toegelicht, puur de uitvoering van uw regeerakkoord met onder andere de beperking van de werkloosheid in de tijd, de aanpassing van de pensioenen, de fiscaliteit. U hebt die maatregelen al een paar keer verkocht.

Wat wel nieuw is, is uw defensieplan om de 2 %-norm te halen. Wij staan achter de 2 %-norm, zoals wij altijd hebben gezegd. U zwijgt echter over de financiering ervan, mijnheer de premier, en dat is natuurlijk de kern van het verhaal, jammer genoeg.

U vindt zogezegd 4 miljard euro extra voor defensie, maar eigenlijk is een deel daarvan, 2 miljard euro, gewoon niet gefinancierd. U zult die lenen. U zult extra schulden opbouwen. U zult de kosten dus doorschuiven naar de volgende generatie. Dat zijn geen structurele maatregelen. Uw defensieplan is dus niet gefinancierd. Dat zegt de heer Bouchez ook. Het is niet structureel.

Het is uw eerste daad op het vlak van de begroting, mijnheer de premier. Het is 100 % uw beleid. Het beste bewijs is dat er een zomerakkoord moet komen. Dat lezen wij al in de pers. Uw lenteakkoord is net achter de rug en we zien al dat er nood is aan een zomerakkoord. Dat is het beste bewijs dat het plan niet gefinancierd is.

Wat is uw balans na tien weken arizonaregering? Ik ben het ermee eens dat het paasakkoord historisch is, zoals sommigen proclameren. Het is inderdaad historisch op sommige vlakken en zeker op het vlak van de begroting. U hebt namelijk op tien weken tijd een extra begrotingstekort van meer dan 7 miljard euro gecreëerd, mijnheer de premier. Ik licht dat even toe. U hebt geen enkele structurele maatregel ter financiering gevonden.

U hebt opnieuw het beeld gecreëerd dat de overheid de meest onbetrouwbare aandeelhouder ooit is. Er is geen enkel overleg met Belfius en tot nu toe geen steun van haar raad van bestuur. U hebt totale onzekerheid bij de burgers gecreëerd. Zij weten niet hoe uw plan gefinancierd zal worden. Misschien doet u dat via extra belastingen, zoals uw coalitiepartners dat nu al aangeven. Onder andere de heren Mahdi en Seuntjens zeggen dat het plan door extra belastingen moet worden gefinancierd.

Waar komt de 7,5 miljard extra tekort vandaan? Ik licht dat toe op basis van een aantal documenten. Bij de aanvang van uw regering overhandigde u uw begrotingstabellen. U gaf zelf toe dat u begon met een gat van 2,2 miljard euro in 2025. U verslechtert dus uw basis met 2,2 miljard. In maart kregen wij het rapport van het Monitoringcomité. Dat zegt dat de situatie verslechterd is en dat het tekort verder oploopt met 2,4 miljard euro, maar dat hebt u niet rechtgezet met extra maatregelen.

Ik ga verder met uw tabellen voor Defensie. Hoe financiert u dat? U financiert dat met een defensiefonds van een kleine 800 miljoen euro. Dat staat in het paars, omdat het buiten begroting is, wat dus extra schulden betekent. Dat defensiefonds bestaat echter nog niet. Er zijn nog geen overheidsparticipaties verkocht en zelfs als dat gebeurt tegen het einde van het jaar – we zullen nog wel zien -, dan nog is dat niet structureel. Dat zijn oneshotmaatregelen.

En dan, the cherry on the cake , uw paasakkoord is een ongedekte cheque voor Defensie van 2 miljard euro, terwijl uw minister van Begroting een paar weken geleden er nog op hamerde dat alles gecompenseerd moest zijn. U wil het dividend van Belfius ten belope van tweemaal 500 miljoen euro, maar dat is zeker geen structurele maatregel. Dat moet bovendien nog goedgekeurd worden door de ECB en de raad van bestuur van Belfius. Het blijft een tijdelijke maatregel.

Ik ben eigenlijk nog terughoudend wanneer ik zeg dat u een bijkomend tekort van 7,5 miljard hebt gecreëerd, want waarschijnlijk is het nog meer.

U houdt rekening met de Russische tegoeden, maar in het verslag van het Monitoringcomité lezen we op pagina 27 dat die opbrengsten al meegenomen waren in de basisberekening van het Monitoringcomité. U bent het geld dus gewoon twee keer aan het uitgeven, mijnheer de premier. Het Monitoringcomité heeft daar wel rekening mee gehouden, in tegenstelling tot de FOD Financiën. Dat geld moest dienen voor andere uitgaven.

U hebt dus absoluut geen 1,2 miljard euro gevonden, u hebt een niet-gefinancierd defensieplan. Onze grote bezorgdheid – en die werd al gedeeld door uw coalitiepartners en is ook mijn enige vraag – is wie ervoor zal betalen. Bevestigt u wat uw coalitiepartners, cd&v, Vooruit, Les Engagés, in de pers vertellen, namelijk dat de factuur door de belastingbetaler, de hardwerkende en ondernemende mensen, de spaarders zal worden betaald?

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de premier, ik zal de komende minuten proberen voorbij de slogans te kijken. We hebben het namelijk allebei goed voor met Justitie.

Ik heb mij de afgelopen maanden koest gehouden. Dat hoort ook zo voor een voormalige minister van Justitie. Dat is intussen meer dan een jaar geleden – time flies when you’re having fun –, toen de vorige regering volheid van bevoegdheden had. Nu neem ik echter het woord, omdat ik mij zorgen begin te maken. Ik maak mij zorgen over het justitiebeleid, want ik zie stilaan een kloof tussen de woorden van de arizonaregering – het moest strenger, het moest kordater en wel meteen – en de daden.

Laten we eerlijk zijn: de sense of urgency , waar veel arizonapartijen het over hadden, was niet terug te vinden in het regeerakkoord. Er komen amper extra middelen voor Justitie in 2025. Er komen geen dringende investeringen in meer gevangeniscapaciteit. Nochtans werd daarover heel luid geroepen. Dat de nieuwe minister van Justitie na enkele weken naar extra middelen kwam vragen, is het bewijs van het gebrek aan een sense of urgency bij de arizonapartijen.

Men zal nu investeren in unitbouw, in modulaire units, een dossier dat werd voorbereid door de vorige regering. Dat is goed, want dat is realistischer dan een gevangenis bouwen in het buitenland. Een gevangenis bouwen in het buitenland of capaciteit huren in het buitenland klinkt stoer, maar, geloof me, zal aankondigingspolitiek blijven.

Voor het dossier van de unitbouw worden nu via frontloading extra middelen vrijgemaakt. Wat ik daarbij mis, is een concreet plan binnen welke termijn de extra capaciteit ter beschikking zal zijn. Daarentegen zie ik wel een concreet plan om de uitstroom te verhogen via de zogenaamde noodwet.

We hebben ons de moeite getroost om die noodwet en de beslissingen van het paasakkoord uit te vlooien. Overigens was dat niet gemakkelijk, want de communicatie daarover was nogal warrig, wazig en fragmentarisch, maar dat is nu eenmaal de taak van de oppositie en die hebben we ter harte genomen. Wat stellen wij daarin vast? We zien dat het de bedoeling is dat gedetineerden die tot drie jaar gevangenisstraf krijgen, na een derde automatisch vervroegd in vrijheid worden gesteld en dat ze zes maanden daarvoor nog elektronisch toezicht kunnen krijgen.

Premier, ik heb begrip voor die noodmaatregelen. Ik moest immers soortgelijke noodmaatregelen nemen. Een schoonheidsprijs verdienen die maatregelen niet, maar een mirakeloplossing bestaat ook niet. Wat wij echter niet hebben gedaan, maar wat u wel zult doen, is dezelfde maatregel van vervroegde invrijheidstelling toepassen op illegale criminelen. Dat is prima als ze kunnen worden uitgewezen, naar Marokko bijvoorbeeld, dankzij het akkoord dat wij in 2023 met dat land sloten. De voorlopige in vrijheidstelling – ik heb het goed gelezen – zal echter ook plaatsvinden, als de gedwongen uitwijzing niet mogelijk is. Die illegalen komen met andere woorden vrij met een bevel om het grondgebied te verlaten en we weten dat dat papier geen garantie is dat ze het land zullen verlaten. Dat, premier, vinden wij een gevaarlijke maatregel. Ze komen vrij na één derde, verdwijnen in de natuur en we verliezen elke controle. Dat staat bovendien haaks op al wat uw partij de voorbije jaren en maanden heeft gezegd en aangekondigd. U hebt het gezegd in uw uiteenzetting: u bent streng voor asielzoekers, maar blijkbaar niet voor illegale criminelen. Nogmaals, dat hebben wij niet gedaan.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, votre accord de Pâques est la parfaite transcription de votre accord de gouvernement, et donc nous ne pouvons vous prendre en délit d'incohérence. On a compris l'idée: remettre tout le monde au travail, y compris les chômeurs, les vieux, les malades, tout le monde, même ceux qui ne veulent pas travailler – pourquoi pas – et ceux qui ne peuvent pas travailler – ça c'est plus problématique, avec une seule injonction, la responsabilisation, comme si tout était question de bonne volonté, comme si tous nos problèmes venaient de la paresse et que les conditions macroéconomiques qui gouvernent notre monde n'existaient pas.

On connaît votre logique arithmétique, 100 000 personnes exclues prochainement du système, comme l'exprimait avec une fierté quand même un peu étrange votre ministre de l'Emploi, et 175 000 emplois dans les métiers en pénurie. On connaît votre recette: on va couper le robinet, et ces personnes sans emploi vont, par magie, se transformer en enseignants, en infirmières, en chauffeurs de bus, etc.

Dans le vrai monde, ce n'est pas comme ça que ça va marcher. Bien sûr, il y a des fraudeurs et des profiteurs, mais il y a aussi, dans ces 100 000 personnes que vous allez exclure, des gens qui cherchent du travail et n'en trouvent pas ou n'ont pas les bonnes qualifications. Sans doute, allez-vous pousser quelques fraudeurs à se prendre en main, très bien, mais avec cette même arme aussi peu nuancée, vous allez aussi envoyer des personnes vers la précarité, sans leur donner les outils pour rebondir.

Vous allez faire exploser le taux de pauvreté avant de faire grimper le taux d'emploi. Pour une seule raison, vous renoncez quasi structurellement à toute politique ambitieuse en termes de formation, d'orientation et d'innovation, parce que l'angle mort de votre politique de l'emploi, c'est la formation. Vos partenaires pourtant, le cd&v ou Vooruit, avaient proposé qu'on fasse exception à votre limitation pour les personnes qui choisissent un métier en pénurie.

Vous limitez cette possibilité au 1 er janvier 2026, sauf pour les métiers du secteur de la santé. Mais on ne manque pas que de gens dans les métiers de la santé, on manque aussi d'enseignants et de gens dans des tas d'autres fonctions. Et donc – la question reste pendante –, comment allez-vous transformer des dizaines de milliers de personnes, par exemple, en chauffeurs de bus?

Vous préservez le statut d'artiste – Vooruit vient de confirmer qu'il a fallu se battre et que nombreux étaient ceux qui voulaient purement et simplement le supprimer autour de la table –, mais vous annoncez vouloir lutter contre les abus. Mais quels abus, grands dieux? Le système est déjà conçu comme un système anti-abus. Votre ministre de l'Emploi a pris l'exemple d'un emploi de barman dans un théâtre, ce qui ne ressortit pas du tout au statut d'artiste. Et donc, outre la question de la maîtrise du dossier par le gouvernement, j'ai une question toute simple: pourriez-vous me citer un exemple d'abus de statut d'artiste contre lequel le gouvernement entend lutter?

Une inquiétude a été soulevée par une autre collègue quant aux compensations pour les pouvoirs locaux. Le président du CPAS de Liège, par exemple, affirme que, d'après ses tableaux budgétaires, le soutien aux CPAS en compensation de ces mesures n'interviendrait qu'en 2027, ce qui voudrait dire que, durant un an, les CPAS de ce pays devraient accueillir un public nouveau sans recevoir de moyens. Le confirmez-vous?

Alors, à propos des 526 000 personnes en arrêt maladie, on ne peut que vous rejoindre dans l'idée d'une responsabilisation générale, même si la manière dont vous comptez contrôler les médecins laisse perplexe. Il est d'ailleurs frappant de voir que vous pariez sur la bonne foi et le droit à l'erreur pour le contribuable, à raison, mais pas pour le malade ni pour le médecin.

Voilà qui m'amène au point commun entre vos mesures sur les demandeurs d'emploi et sur les malades. C'est qu'il s'agit d'un contrat de méfiance entre le gouvernement et le citoyen. À part la bonne foi du contribuable, vous ne pariez sur la bonne foi de personne, ni des demandeurs d'emploi, ni des médecins, ni des malades.

Vous ne pariez pas non plus sur l'énergie des citoyens. Sur les allocations de chômage, la presse a pu trouver facilement l'exemple d'une série de citoyens que vos mesures vont toucher de plein fouet et qui, pourtant, n'ont rien à se reprocher. Des accidentés de la vie, des mères célibataires, parfois des personnes qui se forment à un métier en pénurie. Et c'est là que le bât blesse. Une économie qui tourne, une société qui fonctionne, ça réclame de la confiance de la part des entreprises, des travailleurs et du gouvernement. Et vous avez décidé d'être un gouvernement de la défiance.

Si nous avons autant de personnes sans emploi, si nous avons un demi-million de personnes en arrêt maladie, c'est pas parce que nous serions un pays de fainéants, c'est parce qu'il y a une crise sur le sens du travail, c'est parce que de nombreux citoyens ne sont pas heureux de ce qu'ils font. À tout ceux-là, parce que vous ne misez ni sur la formation, ni sur l'orientation, ni sur l'innovation, vous ne dites rien. Vous dites en gros "bougez-vous et allez faire quelque chose que vous détestez, vous réfléchirez au sens de la vie quand vous serez morts".

Avant de conclure, j'aimerais revenir sur deux éléments. Tout d'abord, vous avez mis en avant avec une certaine fierté la taxe de 1 000 euros sur l'accès à la nationalité. Moi, je regrette que l'Arizona ait inventé la nationalité censitaire. On pourrait se réjouir de voir l'accès à la nationalité belge acquérir subitement une si grande valeur pour la N-VA, vous qui avez un jour déclaré que, si vous pouviez mourir en tant que Néerlandais du Sud, vous mourriez plus heureux qu'en tant que Belge.

Or, nous savons qu'en fait, il s'agit d'un argument purement dissuasif. Pourquoi faire payer 1 000 euros l'accès à la nationalité? C'est là une vraie question, que j'ai d'ailleurs déjà posée à Mme Van Bossuyt et je n'ai jamais obtenu de réponse. Qu'on demande la réussite d'un parcours d'intégration ou la maîtrise d'une ou plusieurs langues nationales, pourquoi pas, je le comprends et je trouve même cela très bien. Mais je ne comprends pas bien la philosophie qui consiste à demander des sommes exorbitantes à quelqu'un qui remplit toutes les conditions pour rejoindre notre communauté nationale. C'est purement dissuasif et, là encore, c'est tout l'inverse d'un contrat de confiance.

Enfin, sur la Défense, c'est le grand flou. Vous allez chercher 2 milliards d'euros sur un emprunt hors budget à rembourser ensuite par la vente d'actifs. Je crois que nous avons tous compris que c'est un tour de passe-passe que vous êtes obligé de faire parce que vous ne pourrez vendre des actifs que pour diminuer un endettement. Dès lors, vous êtes obligé de commencer par l'endettement. Nous sommes en droit de comprendre ce que va nous coûter réellement cet endettement.

Par ailleurs, vous placez dans l'équation un dividende exceptionnel de Belfius qui, par définition, ne peut pourtant pas être structurel. Cela manque de transparence.

En ce qui concerne la manière de dépenser cet argent, je ne peux que vous encourager, une fois encore, à ne pas investir dans de nouveaux F-35. Si vous n'êtes pas convaincu par les arguments de dépendance technologique vis-à-vis des USA, qui sont pourtant évidents, tenez compte de la fragilité logistique. Vous êtes allé à Kiev et vous êtes donc bien placé pour savoir que, si nous sommes incapables de livrer nos vieux F-16, c'est parce que nous courons après des pièces détachées qu'il est impossible de trouver. Ces difficultés logistiques vont être multipliées si vous vous engagez encore sur des F-35. S'il vous plaît, ne continuez pas dans cette folie financière et stratégique.

J'en ai fini, monsieur le président.

Voorzitter:

Merci, monsieur De Smet, d'avoir été aussi bref.

Mijnheer de eerste minister, het is gebruikelijk dat het Parlement het laatste woord krijgt, dus ik zou u willen vragen om bondig te antwoorden, zodat er nog tijd rest om te repliceren.

Bart De Wever:

Monsieur le président, j'essayerai d'être bref, mais ce ne sera pas facile, étant donné qu'on m'a posé des centaines de questions.

Ik zal proberen zo snel mogelijk door die vragen te lopen.

Met betrekking tot het budgettair kader kan ik u zeggen dat ten laatste in de week van 28 april de begroting zal worden ingediend. Ik heb uiteraard alle begrip voor uw ongeduld, maar we werken zo snel als we kunnen. De regering is helaas pas na acht maanden tot stand gekomen, in een lopend budgetjaar. Het is niet dat wij per se cijfers willen achterhouden, we werken zo snel we kunnen. Het komt eraan.

Er werden veel vragen gesteld over de NAVO-normering. Voor alle duidelijkheid, er is geen camouflage van uitgaven. Het gaat over de regels die de NAVO zelf hanteert met betrekking tot wat militaire uitgaven zijn, wat binnen die normering valt. Het betreft ook vragen die de NAVO stelt. De NAVO is geen organisatie van amateurs. Het is niet zo dat men allerlei kosten kan labelen en dan kan zeggen dat die kosten nu militair zijn.

Er zijn echter wel mogelijkheden om in die NAVO-normering bijvoorbeeld enablement te schuiven. Daarover werden ook heel concrete vragen gesteld. In die zin moet men natuurlijk ook de betrokkenheid van de deelstaten lezen. Mevrouw Ponthier, u sprak over die kilometerheffing. Dat is totaal nieuw voor mij, ik weet niet waarover het gaat. Als een deelstaat bijvoorbeeld in infrastructuur investeert, die ook op het vlak van enablement , dus de mobiliteit van de NAVO-troepen, aangerekend kan worden, zou het eigenlijk dwaas zijn om het niet in het defensiebudget te stoppen. Dat staat nog los van het feit of men daarmee naar 2 % of zelfs voorbij 2 % zou gaan.

Het is zelfs een opportuniteit om de 3RX, de IJzeren Rijn, voor wie hier al wat langer zit, te realiseren, aangezien de NAVO die ook als kritieke infrastructuur voor de west-oostbeweging, de snelle beweging van troepen, heeft aangemerkt. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld de investering in haveninfrastructuur. Dat zit op het niveau van de deelstaten en dat zou dan NAVO-aanrekenbaar zijn. Andere inspanningen van de deelstaten, laat staan fiscale inspanningen, hebben wij niet gevraagd en zijn niet bekend.

Ook medische weerbaarheid zou dan NAVO-aanrekenbaar kunnen zijn. Er zitten daarin twee elementen. Men kan de begroting navlooien. Collega's hebben opgemerkt dat het een stijgende lijn is. Men kan ze navlooien op welke dingen die we doen, NAVO-aanrekenbaar zijn. Let op, het betreft geen nieuw geld. Het is gewoon een uitgave die al gepland en gebudgetteerd is, die dan NAVO-aanrekenbaar wordt. Er zit echter ook een tweede element in. Onder het stijgende budget van Defensie worden uitgaven mogelijk die niet gebudgetteerd zijn, waarvoor geen centen waren, maar die met defensiegeld kunnen worden gefinancierd.

Dat is natuurlijk heel interessant, zeker als zaken daarvan ook voor civiel gebruik nuttig kunnen zijn. Daarbij denk ik aan bijvoorbeeld een stock inzake medisch materiaal of medische capaciteit, die in geval van militaire conflicten militair aangewend kan worden, maar die nu niet voorzien is in de begroting. In mijn ogen zou het nogal dwaas zijn om dat nu, in een stijgend defensiebudget, niet te voorzien. Ook denk ik aan zaken waarbij defensie voor binnenlandse veiligheid kan worden ingezet. In veel Europese landen bestaat die traditie, maar wij kennen die minder, al hebben we dat incidenteel gedaan. Het is onze intentie, zoals in het regeerakkoord is voorzien, om defensie daarvoor structureel in te zetten, in een welbepaald in het regeerakkoord omschreven kader, en het zou desgevallend raar zijn om de NAVO-norm, die voorzien is, daarvoor niet te gebruiken.

Misschien weet u het niet, maar een van de grootste achteruitgangen in de Belgische defensie, puur budgettair bekeken, qua comptabiliteit, was de afschaffing van de rijkswacht, aangezien dat een militaire uitgave was. Met de afschaffing van de rijkswacht zijn we tienden gezakt in de NAVO-ranking. Ik pleit niet voor de militarisering van de politie, don't worry , dat is niet voorzien, ik zeg alleen dat het over zulke dingen gaat inzake de NAVO-norm. Ik vrees dus dat u daar dingen in leest waardoor uw fantasie een beetje op hol is geslagen.

Ik spring enigszins van de hak op de tak, waarvoor mijn excuses, maar nu kom ik tot de pensioenhervorming voor de parlementsleden. Het is een traditie en ook onvermijdelijk dat de wetgever de pensioenen van de samenleving reguleert en dat het Parlement zich daaraan vervolgens confirmeert. In de periode dat ik parlementslid was, is dat nooit anders geweest, en ik heb al wel wat pensioenhervormingen in het statuut meegemaakt. Toen ik begon, was het stelsel echt nog zeer gunstig, want met de tantièmes had men na twintig jaar als parlementslid een volledig pensioen. Ik heb op die manier met mijn eerste tien jaar als parlementslid al de helft van mijn pensioen. Dat dit niet echt meer evident is in onze samenleving, aangezien wij helaas door de stijging van de sociale uitgaven maatregelen moeten nemen, is een logica die niemand zal ontkennen. Ook de nu op handen zijnde pensioenhervorming zal doorgetrokken moeten worden en een vertaalslag moeten krijgen in de parlementaire pensioenen. Dat kan een grote ontdekking genoemd worden of men kan er grote controverse rond maken, maar ik zie dat niet. Wel dient het Parlement zichzelf te reguleren, niet de regering of een regeerakkoord. Het komt u als parlementsleden toe.

Maak dus alstublieft geen grote populistische controverse – dat is niet nodig – van de sequens waarbij het Parlement de samenleving volgt en zich schikt naar de inspanningen die we van de samenleving vragen, met de nodige moeilijkheden, want het statuut is een statuut sui generis. Dat is dus altijd een beetje schipperen. Het lijkt me de logica zelve, maar het is aan u om dat te doen. Ik denk dat de nodige werkzaamheden daarvoor ook al lang gepland zijn. Het is eigen aan eenieder om zich te profileren in dat soort zaken – dat begrijp ik – maar laat ons toch een beetje sereen blijven in dat soort dingen. Ik heb hier niemand, tenzij u me nu gaat tegenspreken, horen zeggen dat parlementsleden geen inspanningen moeten doen, dat ze niet gaan volgen en dat ze alles wat ze hebben, linea recta willen behouden. Het andere uiterste is de race to the bottom . Die vind ik ook verwerpelijk en daar heb ik ook wel echo's van gehoord in deze commissie.

Wat asiel en migratie betreft – sorry voor de hak op de tak –, maatregelen inzake de uitstroom ontbreken inderdaad. Dit is uiteraard de eerste uitvoering van het regeerakkoord. De maatregelen op korte termijn die ik kan nemen, zijn uiteraard bij uitstek op de instroom gericht. Er staat in het regeerakkoord heel wat over de uitstroom en dat zal heus nog wel worden gerealiseerd, maar dat zijn, als men realistisch is, maatregelen die niet evident zijn, die tijd vergen en die geen toverstokje zijn. Sommigen zeggen om gewoon naar de Europese Commissie of naar Ursula, zoals sommigen het nogal kinderlijk voorstellen, te gaan met de boodschap dat het een noodgeval is en alles dan opgelost is. Als men dat wil geloven, doe dat dan gerust, maar dat is niet de realiteit. Als het zo eenvoudig was, dan zouden heus wel wat Europese landen dat hebben gedaan.

Wij zijn ondertussen als België op basis van ons regeerakkoord uitgenodigd bij de club van de eerder kritische landen over het Europese migratiemodel, die bij elkaar komen en die met name inzake de uitstroom ideeën uitwerken en die trachten om van die ideeën Europese beslissingen te maken. Zeggen dat dat een proces is dat met een vingerknip verloopt, is helaas echter niet waar. Ik wou dat het waar was.

Madame Delcourt, vos questions sur le contrôle des certificats médicaux sont précises et je vous invite à les poser aux ministres responsables. M. Vandenbrouke a annoncé qu'il créerait une banque de données et qu'il organiserait un datamining sur la politique de prescription. Mais il doit encore travailler sur ce sujet et devra présenter son projet avant le 1 er juillet de cette année, si je ne m'abuse. L'affaire est donc à suivre.

De nombreuses questions ont été posées sur le statut d'artiste, notamment par les collègues francophones. Nous avons parlé des abus et de la façon de lutter contre ceux-ci. M. De Smet a même prétendu qu'il n'y en avait pas. C'est possible! La lutte contre les abus est une compétence régionale. Ce débat doit être mené au sein des parlements régionaux. Dire qu'il n'y a pas d'abus, c'est possible, mais je suis étonné par les chiffres. Il y a de grosses différences entre les Régions, notamment en Région de Bruxelles-Capitale où, si je ne me trompe, 50 % d'entre eux résident. La ville est peut-être très artistique, je ne l'exclus pas, mais nous avons peut-être aussi découvert des brèches dans le système qui pourraient correspondre à ce que l'on nomme des abus. Je n'en sais rien et c'est aux Régions de travailler sur ce thème.

Madame Delcourt, vous avez demandé quand nous comptions élargir le systèmes des flexi-jobs à d'autres secteurs? Ce n'est pas prévu dans l'accord de Pâques, mais bien dans l'accord de gouvernement.

En ce qui concerne les indépendants, nous estimons que 356 indépendants sont intéressés chaque année par le paiement de cotisations plus élevées afin d'obtenir des droits à la pension plus élevés.

Monsieur Dermagne, vous avez beaucoup mentionné la classe moyenne et cela m'étonne un peu.

Si nous regardons le bilan du gouvernement Vivaldi, je pense qu'il est difficile de dire que c'était un gouvernement qui a défendu la classe moyenne.

Pierre-Yves Dermagne:

(…)

Bart De Wever:

Je ne vous ai pas interrompu! Je pense que cela relève même du non-sens.

Vous avez évoqué les impôts qui pèsent sur les épaules de la classe moyenne. Das Wahre ist das Ganze , comme on le dit en allemand. L'accord de gouvernement est très clair. Il y a du positif et du négatif mais au final, la pression fiscale sur la classe moyenne va fortement diminuer à l'horizon 2029.

Vous avez parlé d'économies dans les soins de santé, ce qui m'étonne, car nous avons encore prévu une norme de croissance au-dessus de l'index. Cela ne semble pas être de véritables économies. Si nous parvenons à maintenir une norme de croissance supérieure à l'index, il ne faut pas, selon moi, parler d'économies.

Vous avez affirmé que nous épargnions les épaules les plus larges alors que plus de deux milliards de revenus proviendront de leur part. C'est tout de même considérable. Il faut examiner ces chiffres au prorata. Il n'y a pas tant d'épaules larges dans notre pays. Je dirais donc que deux milliards de revenus supportés par leurs épaules ne sont pas négligeables.

Vous avez évoqué la crédibilité budgétaire. J'espère que vous ne m'en voudrez pas, mais c'est un peu l'hôpital qui se moque de la charité. Le PS parle de crédibilité budgétaire alors qu'il a dominé le gouvernement Vivaldi et a toujours géré la Région bruxelloise. À votre place, j'éviterais de parler de crédibilité budgétaire.

Monsieur Courard, vous avez demandé d'où proviendront les 2 % pour la défense. M. Di Rupo aurait peut-être dû se poser cette question lorsqu'il a fait cette promesse au Pays de Galles en 2014. Dans l'intervalle, nous n'avons jamais eu de réponse du PS.

Mme Désir a demandé si le report de l'index était une mesure nécessaire. C'est en effet le cas. Il est inévitable de prendre des mesures comme celle-ci, notamment sur les pensions les plus élevées. Nous prévoyons également une mesure qui pèse sur l'indexation des pensions les plus élevées, donc sur les épaules les plus larges. Il est injuste de me reprocher de ne rien faire à l'égard des épaules les plus larges pour ensuite nous critiquer lorsque nous mettons en place une mesure qui affecte les plus hautes pensions. Il s'agit de pensions atteignant 7 000 ou 8 000 euros par mois.

C’est l’un ou l’autre!

Mijnheer Hedebouw, u hebt Frans en Nederlands door elkaar gesproken. Ik noteer alleen in het Nederlands, ik ben een slechte tweetalige.

Je ne me souviens plus de ce que vous avez dit en néerlandais ou en français.

Dus zal ik antwoorden in de taal die in mij opkomt.

Raoul Hedebouw:

Un vrai Belge.

Bart De Wever:

Ik kan daar veel op zeggen, maar ik zal zwijgen. (Hilariteit)

Op vijf minuten tijd hebben we 4 miljard euro voor defensie gevonden, zegt u. Ik wou dat het waar was. Ik weet niet of u de collega's hebt gehoord die ons net hebben verweten dat we dat niet hebben gedaan en dat het allemaal een groot mysterie is waar dit vandaan moet komen. De waarheid heeft haar rechten. Er is in een pad voorzien, met een opdrachtentabel, begroting per begroting. Het zal niet gemakkelijk zijn om die middelen te vinden.

Uiteraard zijn er collega's die zullen zeggen om dat niet uit de sociale zekerheid te halen. Er zijn collega's die zullen zeggen om dat niet uit de belastingen te halen. Er zijn collega's van de N-VA die zullen zeggen om geen extra schulden te maken. Iedereen heeft daar zijn waarheid. De optelsom van dat alles is uiteraard onmogelijk. A l'impossible nul n'est tenu . Dat wordt dus niet gemakkelijk. Dat zal ik niet ontkennen, maar zeg niet: u hebt dat zo gevonden, dus u gaat dat voor de sociale zekerheid ook zo kunnen vinden.

Ik vind die vergelijking trouwens nogal grotesk. De sociale uitgaven in dit land evolueren naar 200 miljard euro bij een ongewijzigd beleid in 2030. U weegt dat af tegen de defensie-uitgaven. Dat is bijna een cijfer achter de komma, zoals wij onze defensie hebben verwaarloosd. Zeggen dat als defensie kan groeien, dat dan de sociale zekerheid op hetzelfde ritme kan groeien, is populisme. Dat is onzin.

Wat telt mee in de pensioenmalus? Het regeerakkoord is duidelijk over wat erin zit en wat er niet in zit. Op de vraag over de privileges voor parlementaire pensioenen heb ik geantwoord.

Zullen we nieuwe F-35's kopen?

Je vous ai expliqué que les capacités imposées par l’OTAN ne nous laissent pas le choix. Je suis sûr que nous devrons encore élargir notre flotte d’avions de chasse. Puisque nous avons déjà acheté les F-35, nous devrons acheter des avions de ce type. Ce seront des avions construits en Italie. Ce n’est pas parce que M. Trump pense qu’il peut mener une guerre de droits de douane contre tout le monde qu’il peut d’un coup faire disparaître la globalisation de l’économie. Le F-35 est devenu un projet multilatéral.

U zegt dan dat men voor die technologie militair afhankelijk is van wie men ze koopt. Dat is echter voor elke militaire technologie zo. Dat is evenzeer het geval voor wapensystemen die we in Europa kopen of elders in de wereld. Men is altijd deels afhankelijk van de producent. Dat is een reden te meer om in Europa de juiste beslissingen te nemen over de consolidatie van een Europese defensie-industrie. Wij hebben dat verwaarloosd, maar daar bent u ook altijd tegen. Dat is ook van twee zaken een. U wilt dat niet, want we moeten in vrede investeren. Volgens u moeten we bloemenperken aanleggen aan de grenzen met Rusland. We hebben bloemenperken, regenbogen en eenhorens nodig, die de Russen zullen overtuigen van onze goede intenties. Dan zullen ze zeker hun agressie stoppen.

Ik ben het daarmee helemaal eens. Als men in een fantasiewereld leeft, kan dat allemaal wel lukken. Als men echter in wapensystemen moet investeren, heeft men ook een militair industrieel complex nodig. Maar daar bent u ook tegen. U zegt dat we dan nu de F-35 moeten kopen. Misschien hebben we die echter moeten kopen omdat we in het verleden net dat niet gedaan hebben in Europa. Dat zijn dure lessen die we nu moeten trekken, maar dat zijn geen lessen die we op vijf minuten opgelost krijgen.

En ce qui concerne les chômeurs de longue durée et les CPAS, un montant a été prévu dans le budget pour compenser les CPAS. En effet, on sait qu'ils auront plus de travail en raison de la limitation dans le temps des allocations de chômage.

M. Hedebouw, je pense, a dit que les CPAS n'ont pas comme tâche d'activer les chômeurs. Je ne suis pas d'accord. J'ai un autre avis. Dans ma ville, le CPAS fait beaucoup d'efforts pour activer les gens. Je pense que c'est leur tâche de le faire, qu'ils sont même mieux placés que les services régionaux d'accompagnement pour activer les gens qui sont à une certaine distance du marché du travail.

Si des gens disparaissent dans la nature, c'est peut-être qu'ils n'ont pas besoin d'allocations de chômage, qu'ils ont assez de revenus pour vivre et n'ont pas besoin de la sécurité sociale.

Dat is dus een maatregel die ik altijd zal blijven verdedigen. Dat is trouwens in de hele wereld de normaalste zaak. Waarom zou dat dan bij ons onmogelijk en een sociaal drama zijn? Overal in de wereld, in Frankrijk en overal, wordt dat op die manier toegepast.

Wij zullen 1 miljard euro minder in de pensioenkas storten. Dat is een heel rare manier om competitiviteitsmaatregelen voor te stellen. Dat is natuurlijk een ideologisch verschil. Ik ga ervan uit dat, wanneer onze ondernemingen qua competitiviteit niet worden versterkt, de effecten op de pensioenkas veel erger zullen zijn. Dat is een kwestie van wakker worden en koffie ruiken, zoals dat in het Engels wordt genoemd, over onze economische situatie en over de situatie van onze industrie, die in heel Europa maar zeker in ons land krimpt terwijl wij ernaar kijken. Mensen zonder job betalen geen bijdragen. Dat zou voor de sociale zekerheid de catastrofe zijn die wij nu moeten vermijden.

Het paasakkoord bevat inderdaad honderden miljoenen euro aan competitiviteitsmaatregelen. U stelt dat voor als minderopbrengsten voor de sociale zekerheid. Dat is een ideologisch verschil. Daarover zullen wij het nooit eens worden. Dat is misschien maar goed ook. De fiscale regularisatie stelt u voor als straffeloosheid. Ik ben het daar niet mee eens. Dat is geen straffeloosheid. Ik moet echter wat opschieten.

"Les 500 euros de différence, net ou brut, pour ceux qui bossent est un mensonge." Ce n'est pas vrai. Il faut consulter le calendrier des mesures tel qu'il a toujours été prévu dans l'accord de gouvernement, avec la baisse des impôts en faveur de ceux qui travaillent, et dont la vitesse de croisière sera atteinte en 2029.

Volgens mij zullen we dan die 500 euro zeker halen en misschien zelfs overschrijden.

“Een kliklijn voor langdurig zieken, hoe durft u?”, zegt u. U noemt dat een kliklijn, wij noemen dat responsabilisering.

Nous avons autant de malades de longue durée que l'Allemagne. Or celle-ci est un tout petit peu plus grande que la Belgique. Donc, je pense que la question de la responsabilisation est à l'ordre du jour.

Alle actoren, ook de werkgevers, zullen geresponsabiliseerd worden. Dat zijn dan extra inkomsten voor de sociale zekerheid, mijnheer Hedebouw. Het lijkt mij evenwel evident dat ook de dokters, ook de ziekenfondsen en dus ook de langdurig zieken zelf aangesproken kunnen worden.

Madame Tourneur, vous m'avez posé une question concernant le droit au rebond et le risque d'abus. Ce risque est relativement limité en raison de la nature de la mesure. Il s'agit d'un droit unique. Cette allocation de chômage dure six mois et s'adresse à des salariés ayant travaillé au moins dix ans. Le droit au rebond s'inscrit dans un ensemble cohérent de mesures mises en place par le gouvernement pour soutenir les individus dans leur recherche d'emploi. Le risque d'abus est donc très faible, voire quasiment inexistant.

Votre deuxième question porte sur les pensions des magistrats. D'autres collègues ont également posé des questions à ce sujet. Je vais être clair: il n'est absolument pas question d'une perte de 40 % du pouvoir d'achat des magistrats retraités en conséquence de la réforme des retraites menée par ce gouvernement. Les calculs publiés par la magistrature la semaine passée reposent sur l'hypothèse de prolongation indéfinie de l'indexation limitée des pensions les plus élevées alors que cette mesure est explicitement définie comme temporaire, tant dans l'accord de gouvernement que dans l'avant-projet de loi-programme. Elle est prévue uniquement pour cette législature, c'est-à-dire jusqu'en 2029. La Cour constitutionnelle et le Conseil d'État, étant indépendants des pouvoirs exécutif, législatif et judiciaire, sont également concernés par cette réforme, leur régime de retraite étant également réglementé par la loi.

Troisièmement, la réforme des retraites n’a aucun impact sur l’indépendance du pouvoir judiciaire. Monsieur Dermagne, cela a été confirmé par la Cour constitutionnelle dans un arrêt de 2013, suite à un recours déposé par les magistrats contre une précédente réforme des retraites, menée notamment sous le gouvernement Di Rupo.

Quatrièmement, une réunion constructive s’est tenue hier entre les représentants des magistrats et les ministres des Pensions. Cette rencontre a permis d’éclaircir plusieurs points, notamment en ce qui concerne les calculs d’impact des différentes réformes des retraites et la nature temporaire de l’indexation limitée des pensions les plus élevées. Il a été établi que les estimations d’une perte de pension de 30 à 40 % reposaient sur des hypothèses d’indexations limitées pour une durée indéterminée.

Mijnheer Van Hecke, u vroeg naar de gelden van de Russische tegoeden. U wilt weten wat er gebeurt als er vrede komt in Oekraïne en de Euroclearmiddelen wegvallen. Ook daarmee is rekening gehouden in het paasakkoord en dat zal dan inderdaad een extra inspanning vergen.

Ik denk wel dat als er morgen vrede wordt gesloten in Oekraïne, dat nog niet betekent dat morgen ook die Russische tegoeden vrijgemaakt worden. Dat is een bijzonder, bijzonder complexe aangelegenheid. Er zijn wel andere hypotheses die internationaal besproken worden over wat er met die sovereign assets moet gebeuren. Er zijn namelijk de sovereign assets en de andere assets, die bevroren zijn. De sovereign assets zijn in feite geïmmobiliseerd. Het gaat in deze context vooral over die gelden van de Russische Centrale Bank.

Mogelijk worden er multilateraal andere beslissingen genomen en dat zou dan op iets kortere termijn op ons af kunnen komen, maar dat valt nog af te wachten. In alle contacten die ik hierover heb en dat zijn vooral internationale contacten met de buurlanden en met Oekraïne zelf, gaat het in elk geval steeds weer over een buitengewoon riskante en juridisch ingewikkelde zaak met enorm grote repercussies, zelfs op de euro als munteenheid. Mijn persoonlijke inschatting – maar ik kan mij vergissen – is dat we daar op korte termijn niet heel veel beweging in zullen zien. Het lijkt mij heel ingewikkeld.

Uiteraard zullen we dat monitoren en we zullen ons ook niet verzetten tegen andere multilaterale oplossingen, ook al stelt zich dan voor onze bilaterale militaire hulp aan Oekraïne wel een bijkomend budgettair probleem. Aangezien dit ook in de NAVO-norm ingecalculeerd is, zal dat dan sowieso gecompenseerd moeten worden.

Over de oplopende NAVO-norm en over de structurele financiering heb ik geantwoord.

Madame Schlitz, vous avez dit: "Les efforts pour la compétitivité sont des cadeaux aux entreprises." À mon humble avis, cela témoigne d'un certain manque de connaissance de la réalité économique, mais c'est peut-être une différence idéologique que nous n'allons pas résoudre aujourd'hui ni même jamais.

J'en viens aux formations pour les emplois en pénurie. Tous ceux qui commenceront une formation avant le 1 er janvier 2026 seront exemptés de la mesure. S'agissant des soins de santé, il incombe au ministre de présenter une liste de formations qu'il veut exclure. Donc, je vous propose de développer cette discussion en commission de la Santé.

Quant au contrôle des ressources, je pense que vous confondez celui qui vise le chômage avec celui qui s'intéresse au revenu d'intégration.

Sarah Schlitz:

(…)

Bart De Wever:

Je pense que oui. Je ne vous ai pas interrompue. Vous pourrez encore répliquer.

Vous avez cité un président de parti – je suppose qu'il s'agit de M. Bouchez – qui avait parlé d'un contrôle des ressources, mais il évoquait un contrôle visant ceux qui ont des biens à l'étranger et qui touchent un revenu d'intégration, pas une allocation de chômage. Pour les allocations de chômage, aucun contrôle des ressources n'est ni ne sera prévu dans cet accord de gouvernement.

Pour la taxation sur les plus-values, vous avez dit: "Nous n'en savons rien." C'est normal, puisque l'impact de cette mesure a toujours été prévu en 2026. Notre intention n'a jamais été de l'intégrer dans la loi-programme relative au budget 2025.

Mevrouw Bertrand, u zegt dat er geen overleg met Belfius is geweest. Er is wel degelijk informeel geverifieerd of de zaken die wij plannen realistisch zijn, dus ik maak mij daar niet te veel zorgen over. U zegt dat er paniek ontstaat bij de burgers die zich afvragen hoe we dit allemaal zullen betalen. Ik moet toegeven dat post-Vivaldi paniek budgettair gewettigd is. Toen ik de realiteit van de cijfers zag die ú hebt achtergelaten, was paniek ook de eerste emotie die ik voelde.

Ik vind het sterk dat u zegt dat het Monitoringcomité stelt dat het tekort oploopt tot 2,4 miljard. Dat is uw beleid, dat is het gevolg van het ongewijzigd beleid van Vivaldi, waarbij de put alsmaar dieper werd, tot hallucinante bedragen. U kent die bedragen, want u was er verantwoordelijk voor. Nu zeggen dat we u in vrije val hebben achtergelaten en dat u uw vleugels niet op tijd kunt uitslaan, u bent toch de slechtst denkbare persoon om die kritiek te uiten, zelfs binnen uw eigen partij. Ik zou iemand anders zoeken om die kritiek te uiten. Dat de cheque voor Defensie ongedekt is…

Alexia Bertrand:

Dat is gemakkelijk.

Bart De Wever:

Gemakkelijk, zegt u. Wat u hebt nagelaten, is alleszins niet gemakkelijk, ook niet op het vlak van Defensie. U doet nu alsof die 2 % uit de lucht komt vallen. Het Russisch geld dat dubbel besteed wordt, dat is een foute lezing. Die zit in de basishypothese, maar die was niet bestemd. Wij hebben die gelden nu bestemd, dus er is geen sprake van een dubbeltelling.

Wat het betoog van de heer Van Tigchelt betreft, geen slogans over Justitie, dat ondersteun ik ten volle. Wat dat betreft, hebben wij bijna eenheid van inzicht en beseffen we allebei dat die situatie altijd heel moeilijk is geweest en vandaag nog steeds heel moeilijk is. Roepen wat er allemaal met één vingerknip moet gebeuren, heeft weinig zin. Als u zegt dat u zich als oud-minister koest moet houden, dan vraag ik mij af of dat dan ook niet geldt voor de oud-staatssecretaris bevoegd voor Begroting. U moet het binnen uw fractie misschien eens hebben over wie zich koest moet houden en wie niet.

Het gebrek aan urgentie van Arizona, dat mag u zeggen, maar ik ben het daar niet mee eens. Er is bij alle besparingen die aan de departementen worden opgelegd altijd voorzien in een uitzondering voor de veiligheidsdepartementen en zelfs een groeipad. Is dat groeipad niet groot genoeg? Ik ben zelfs geneigd om het daarmee eens te zijn, gezien de grote noden, maar men kan niet enerzijds zeggen dat we budgettair in vrije val zijn en anderzijds dat we nog een berg aan nieuwe middelen moeten voorzien.

We hebben ons uiterste best gedaan en nog een extra inspanning geleverd, gezien de acute situaties die er bestaan. Het volgende moet mij echter van het hart wat betreft het gebrek aan urgentie dat ons vandaag wordt verweten. Iedereen moet in de spiegel kijken wat dat betreft, ook zij die in vorige legislaturen de zaken hebben waargenomen.

Zo veel nieuw opgestarte bouwdossiers onder Vivaldi heb ik ook niet echt gevonden. Wat er nog van dossiers is, is van de regering daarvoor. De detentiecentra die Vivaldi voor de kortgestraften heeft uitgebouwd, hebben niet bepaald een verschroeiend tempo aangenomen. Dat is geen verwijt. Ik weet hoe moeilijk dat is en hoeveel tijd dat vergt, maar vandaag komen zeggen dat ik de urgentie niet zie, vind ik iets te gemakkelijk.

Ik apprecieer wel dat u zegt dat u begrip hebt voor de noodmaatregelen die op korte termijn moeten worden genomen omdat er geen oplossingen zijn, tenzij oplossingen die binnen de gevangenis aanleiding geven tot toestanden die ons in een structurele overtreding brengen van de mensenrechten die vandaag al bestaan. U kent de situatie. Ik ken ze ook. Wie dat ooit met eigen ogen heeft gezien, kan dat heel moeilijk vergeten en is hopelijk bevrijd van alle populistische neigingen ter zake. Dit gaat niet over u, voor alle duidelijkheid.

J'ai déjà répondu à la question concernant le statut d'artiste, monsieur De Smet. Le fait de dire que nous sommes un gouvernement de méfiance m'étonne, d'autant plus que c'est dit de la part d'un Bruxellois! Quand on connait la situation budgétaire à Bruxelles et celle du CPAS d'Anderlecht, il me semble que ce n'est pas la vérité.

Notre gouvernement n'est pas un gouvernement de méfiance mais se veut être un gouvernement de responsabilisation, et celle-ci est nécessaire si l'on tient compte de la réalité budgétaire à laquelle nous sommes confrontés.

Le prix pour obtenir la nationalité belge est de 1 000 euros et vous dites que ce prix est exorbitant. Je pense que l'inverse est vrai! Les 150 euros demandés par le passé étaient exorbitants quand on sait qu'au Royaume-Uni, le montant est quasiment de 2 000 euros tandis qu'aux Pays-Bas, il est de 1 091 euros. Si vous voulez mourir en tant qu'Hollandais, c'est encore plus cher! Nous sommes restés en dessous du niveau hollandais! C'est un minimum. Si pour devenir Hollandais, il faut payer 1 100 euros, on peut bien devenir Belge pour 1 000 euros! Cela me semble raisonnable.

Voorzitter:

Er resten ons nog een goede 20 minuten voor de replieken. Ik vraag dus om het bij korte replieken te houden, want de debatten zullen in de toekomst ongetwijfeld nog worden gevoerd met de vakministers wanneer de uiteindelijke teksten in het Parlement verschijnen. Ik stel dus twee minuten per fractie voor de replieken voor.

Axel Ronse:

Mijnheer de voorzitter, ik voel mij ongelooflijk dankbaar. Ik kwam hier met een open blik. Ik vond het paasakkoord fenomenaal en na zeer aandachtig luisteren, vooral naar alle oppositiepartijen, vind ik het nog fenomenaler. Na de repliek van de eerste minister, met uitzondering van het verhaal over de Hollandais , vind ik het nog fenomenaler. Onze fractie is dus alleszins enorm overtuigd.

Wat heb ik gehoord van de oppositie? PTB, Groen, Ecolo en de PS hebben heel veel kritiek op het feit dat het paasakkoord de tien plagen de wereld uit tracht te helpen, want het is allemaal onmenselijk, maar ik hoor geen enkel alternatief. Het betreft allemaal maatregelen om onze sociale zekerheid en ons systeem van herverdeling stand te doen houden. We zijn ook ontzettend fier dat we dat met de arizonacoalitie kunnen verwezenlijken. We zijn heel dicht bij de concretisering en de stemming ervan. Als u systemen die alleen hier nog bestaan, zoals de onbeperkte werkloosheidsuitkering in de tijd, nog voor de generatie van vandaag wilt behouden, dan maakt u de sociale zekerheid kapot en blaast u ze op voor de toekomstige generaties. Uw kritiek daarover overtuigt dus allerminst.

Andere partijen hadden het vooral over de effecten van hun beleid van de voorbije vijf jaar, met de verwoestende budgettaire koers, die gevaren werd – dank ook aan collega Bertrand om dat nog een keer op slides te tonen – en die wij nu aan het omkeren zijn. Ze hebben bovendien dan ook nog eens kritiek op het feit dat we 4 miljard euro op een bbp van 600 miljard euro investeren in defensie, in vrede. Mocht ik aan mijn overleden grootmoeder vertellen dat daar kritiek op komt, zou ze het niet geloven. Ze heeft de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog meegemaakt en zou zeggen dat dat budget om de vrede te bewaren, een badje is.

Francesca Van Belleghem:

Premier, tijdens de verkiezingen was het uw prioriteit om budgettair alles op orde te zetten, maar we hebben nog altijd geen budgettair kader gezien. Door eenmalige begrotingstrucs toe te passen, bevestigen jullie alleen maar dat jullie Vivaldi 2.0 zijn. Deze regering zorgt niet voor een structurele financiering van onder meer Defensie. Het enige structurele zijn nieuwe belastingen, zoals de vliegtaks en de meerwaardebelasting.

De zes kleine migratiemaatregelen in het paasakkoord zijn echte tjevenmaatregelen, echte vivaldimaatregelen. U zegt dat het kinderlijk is om naar de Europese Commissie te gaan en een asielstop en een gezinsherenigingsstop te onderhandelen. Vindt u Oostenrijk dan kinderlijk? Zij stoppen gezinshereniging met erkende asielzoekers tegen alle Europese richtlijnen in. Ze dwingen het af bij de EU. Vindt u Polen kinderlijk? Zij hebben een asielstop afgedwongen en de toestroom van asielzoekers in Polen is zelfs niet de helft zo hoog als hier. Als dat allemaal kinderlijk is, dan ben ik graag kinderlijk.

U zegt dat u deel uitmaakt van het clubje migratiekritische landen, maar u hinkt zwaar achterop, want Polen en Oostenrijk steken u vlot langs rechts voorbij. Uw crisismaatregelen hebben als doelstelling de categorie van asielzoekers die recht hebben op opvang te beperken. Maar asielzoekers zijn hier niet voor de asielopvang, ze zijn hier omdat illegalen niet teruggestuurd worden, ze zijn hier voor onze sociale woningen, ze zijn hier voor onze leeflonen zodra ze die verblijfstitel binnen hebben.

Uw vijgen-na-Pasen-akkoord bevat geen deftige maatregelen om die asielinstroom te doen dalen en om de terugkeer van illegalen te verhogen. Integendeel, u laat criminele illegalen na een derde van hun gevangenisstraf vrij, zonder dat u de druk verhoogt op derde landen om hun illegalen terug te nemen. Heel jammer.

Catherine Delcourt:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je ne manquerai évidemment pas d'interroger les ministres compétents.

Cet accord de Pâques, à travers la loi-programme, comprend des éléments forts que le MR a soutenus: des moyens en plus pour la sécurité, pour la Défense, la Justice, pour lutter contre la surpopulation carcérale; des militaires sur les sites sensibles, libérant 300 policiers. C'est aussi le chômage limité à deux ans, un milliard pour la compétitivité de nos entreprises, des éléments fiscaux intéressants, notamment pour les indépendants, et un durcissement des règles de migration.

Nous le soutenons pleinement et nous vous remercions pour votre intervention.

Pierre-Yves Dermagne:

Monsieur le premier ministre, merci pour les quelques éléments d'information que vous avez daigné nous donner.

Vous aviez annoncé la couleur. Vous aviez d'ores et déjà renvoyé vers les ministres compétents en commission, vers le budget qui devrait arriver un jour ou l'autre. On espère toujours. Cela recule de semaine en semaine. Je pense que ce sera effectivement le juge de paix.

Vous avez balayé d'un revers de la main les questions sur la crédibilité budgétaire de cet exercice, sur la trajectoire budgétaire, sur l'endroit où vous irez effectivement chercher l'argent. Comme on l'a dit, ce sera en toute grande majorité auprès de la classe moyenne, dans les poches de la classe moyenne, sur les comptes en banque de la classe moyenne, que vous irez chercher cet argent, qui s'inscrit dans un exercice qui ne tient pas la route d'un point de vue budgétaire.

Vous pouvez utiliser un argument d'autorité renversée en disant: "Mais comment le PS peut-il parler de crédibilité budgétaire?" Nous attendions mieux de vous, monsieur le premier ministre. Vous, non pas l'historien, mais l'ingénieur, l'homme de chiffres, l'homme de précision, de détails. Nous avons uniquement des éléments, des effets de manche. Vous êtes assez disert sur les éléments idéologiques qui vous tiennent à cœur, mais sur tout le reste, sur tous les détails, pas une seule réponse concrète.

Peut-être un point quand même. Sur le statut d'artiste, vous n'avez pas pu vous empêcher d'avoir une lecture communautaire. Chassez le nationaliste, il revient au galop! Et c'est le cas ici. Vous avez une lecture communautaire sur ce dossier, notamment sur la répartition du nombre de bénéficiaires du statut d'artiste. Il n'est pas anormal que dans un pays, la capitale, qui compte toute une série d'institutions culturelles importantes, voie le nombre de bénéficiaires de ce statut plus important que dans d'autres Régions. Cela n'a rien d'insupportable! Cela n'a rien de surprenant, monsieur le premier ministre du Royaume de Belgique! C'est effectivement une ville capitale qui vit, qui choie sa scène culturelle, ses secteurs culturels. Il n'est donc pas anormal qu'il y ait plus de bénéficiaires de ce statut.

Bart De Wever:

Il n'y a pas d'artiste à Anvers?

Pierre-Yves Dermagne:

Je n'ai pas dit cela.

Ayez une vision plus large. Vous n'êtes plus le bourgmestre de la belle Ville d'Anvers, monsieur le premier ministre. Vous êtes le premier ministre du Royaume de Belgique. Et, à ce titre, vous devez traiter les Flamands, les Bruxellois et les Wallons sur un même pied d'égalité.

Bart De Wever:

(…)

Pierre-Yves Dermagne:

Je ne vous ai pas interrompu tout à l'heure, monsieur le premier ministre. S'il vous plaît, laissez-moi terminer!

En ce qui concerne le statut d'artiste, votre ministre de l'Emploi a évoqué des abus. Cela transparaissait d'ailleurs très clairement à travers l'exposé des motifs et sa première mouture de la loi-programme qui a fuité dans la presse, avec effectivement uniquement un regard budgétaire qui partait du principe de mauvaise foi de la part de celles et ceux qui bénéficient de ce statut réformé.

Vous avez dit qu'il s'agissait d'une responsabilité des Régions, monsieur le premier ministre. Mais non, la réforme du statut d'artiste de 2022 a précisé que la disponibilité active, passive et adaptée était spécifique pour les travailleurs et les travailleuses du secteur des arts. Et, justement parce qu'on les considèrent comme travailleurs à part entière, quand ils bénéficient du statut, le Forem, le VDAB et Actiris ne doivent pas les considérer comme des chercheurs ou des demandeurs d'emploi. C'était un des éléments fondamentaux et centraux de la réforme.

Par vos propos, monsieur le premier ministre, qui confirment la crainte que nous avons et que les artistes ont par rapport au maintien du statut, vous évoquez effectivement une réforme de ce statut, un durcissement des règles et des conditions, faisant en sorte que celles et ceux qui bénéficient aujourd'hui de ce statut dont on doit être fiers seront demain menacés. Nous y reviendrons, monsieur le premier ministre.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de eerste minister, ik vind het wel interessant. U probeert gewoon om het hele debat weg te wuiven. Ideologisch bestond uw hele denkwijze op budgettair vlak in begrotingsdiscipline, begrotingsdiscipline en nog eens begrotingsdiscipline. Dat wordt nu volledig aan de kant geschoven in vijf minuten. Dat toont aan dat het ging om begrotingsdiscipline voor de gepensioneerden, de langdurig zieken, de openbare diensten. Als het echter om andere uitgaven, militaire uitgaven gaat, dan geldt er geen begrotingsdiscipline. Dat is gewoon waar. Dat is in vijf minuten politiek beslist. Het moet binnen de N-VA moeilijk zijn, omdat uw denkwijze de laatste jaren alleen maar focuste op het Duitse model en begrotingsdiscipline. Dat wordt volledig aan de kant geschoven, mijnheer Ronse. Op de vragen daarover wordt gewoon niet geantwoord.

Ten tweede, antwoordt u niet op de vragen over de pensioenmalus, mijnheer de eerste minister. In het regeerakkoord staat dat ziektedagen niet meetellen. Er zijn sancties. De minister van Pensioenen antwoordt het tegenovergestelde in de plenaire vergadering. Wat is het nu juist?

Troisièmement, monsieur le premier ministre, vous n'avez pas répondu à ma question sur les pensionnés. En Belgique, nous vivons déjà avec des pensions relativement faibles par rapport à la France, l'Allemagne et les Pays-Bas. Les pensionnés ont du mal à payer leur maison de repos. Et vous décidez – vous n'avez pas répondu à cette question – de postposer l'indexation des pensions de trois mois. Cela va coûter 68 euros à un pensionné qui reçoit 1 700 euros bruts, 68 euros que vous retirez des pensions!

Je m'y attendais de la part de la N-VA. Mais Les Engagés? Vous qui deviez être un parti qui allait faire du social, vous trouvez cela logique de viser une nouvelle fois les pensionnés? De postposer l'indexation des pensions? Cela vous amuse d'aller chercher l'argent chez les pensionnés? Pourquoi n'allez-vous pas le chercher chez les super riches? Pourquoi n'allez-vous pas chercher l'argent vers le haut pourquoi sont-ce une nouvelle fois les pensionnés qui doivent payer? Dans votre programme électoral, vous promettiez d'aider les pensionnés. Mensonge! Mensonge!

Le MR allait sauver les travailleurs, allait sauver le pouvoir d'achat. On ne retrouve rien de tout ça! J'ai demandé au premier ministre combien cette mesure allait rapporter et il n'a pas répondu, parce que vous êtes tous mal à l'aise à cet égard. Répondez! Combien cela va-t-il rapporter, monsieur le premier ministre? Eh bien voilà, cela ne répond pas! Je le dis, c'est parce que vous avez honte de toucher une nouvelle fois les pensionnés. C'est facile d'aller chercher l'argent chez ces gens-là, mais vous n'osez pas aller le chercher chez les gens qui ont des grands patrimoines, parce que vous n'avez aucun courage politique.

Aurore Tourneur:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour les précisions apportées à nos questions et votre calme face aux propos populistes.

Le droit au rebond représente une nouvelle philosophie de chômage, qui n'est plus seulement un filet de sécurité passif, mais aussi un outil actif de reconversion au service de l'épanouissement professionnel et du maintien en emplois. Nous continuerons de suivre la mise en œuvre de ce droit au rebond avec une attention particulière, car nous croyons profondément en son potentiel – j'ai entendu que d'autres collègues de l'opposition y croyaient aussi, et cela me fait très plaisir – pour renforcer le bien-être au travail, encourager les transitions professionnelles choisies et soutenir une sécurité sociale durable et moderne.

Quant au suivi des demandes légitimes des magistrats, nous serons aussi présents pour veiller à ce qu'une véritable concertation sociale soit menée et que la réforme, certes nécessaire, ne se fasse jamais au prix d'un affaiblissement de notre É tat de droit.

Comme toujours, nous serons au rendez-vous pour faire vivre les ambitions de l'accord de gouvernement dans l'esprit constructif de dialogue, de vigilance, de cohérence et de responsabilité qui nous anime.

Brent Meuleman:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw toelichting. Ik zal het korter houden. De collega’s van de PS hebben hun spreektijd verdubbeld. Ik zal de mijne halveren.

Voor Vooruit is het heel belangrijk dat wij met het paasakkoord investeren in zorg en opleiding, dat wij de pensioenen van de mensen beschermen, dat wij de fiscale fraude aanpakken en dat wij zorgen voor een volwaardige sociale bescherming voor de kunstenaars.

Mijnheer de voorzitter, voor het overige verwijs ik naar mijn eerdere uiteenzetting.

Voorzitter:

Ik dank u. De heer Demon is ook al vertrokken. Dat bespaart ons ook al twee minuten.

Wij komen nu bij de replieken van Ecolo-Groen.

Sarah Schlitz:

Monsieur le premier ministre, vous le dites vous-même: un milliard pour les entreprises afin de stimuler leur compétitivité. Si ce n'est pas un cadeau, alors je ne sais pas ce qu'il faut aux entreprises pour qu'on puisse parler de cadeau!

Par ailleurs, j'ai très bien compris où vous vouliez en venir. Votre projet est d'acculer les gens pour qu'ils acceptent n'importe quel boulot à n'importe quel prix. C'est le projet de l'Arizona. En revanche, ce qui est vrai c'est que les matières sociales sont extrêmement techniques. Vous faites de l'enfumage et jouez sur l'incapacité des gens à comprendre à quelle sauce ils vont être mangés pour avancer à un rythme effréné dans vos réformes. Laissez-moi vous dire que nous ne vous laisserons pas faire et que nous continuerons à mettre en exergue les mesures antisociales que vous êtes en train de prendre au détriment des plus fragiles et en faisant des cadeaux aux plus riches.

Vous nous dites que vous voulez responsabiliser tous les acteurs, mais il en est un que vous oubliez: ce sont justement les employeurs. Vous prétendez que toute la chaîne va s'activer pour contrôler. Mais à quel moment vous tracassez-vous du bien-être au travail et du travail qui rend malade? Vos mesures vont amplifier les maladies, avec la flexibilisation, l'appauvrissement, l'insécurité de l'emploi, le travail de nuit et le travail dominical. Monsieur le premier ministre, ce sont des conditions de travail qui rendent malade et qui constituent une véritable bombe à retardement pour notre système.

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de premier, u was absoluut niet duidelijk over de budgetten, maar u was wel heel duidelijk over de pensioenen van de parlementsleden. U hebt verklaard dat als die wetgeving voor iedereen wordt gewijzigd, het logisch is dat die wijzigingen ook worden doorgevoerd voor de parlementsleden. Dat is helder. Is dat uw persoonlijk standpunt of het standpunt van de meerderheid? Dat is niet duidelijk.

Bart De Wever:

Mijnheer Van Hecke, het Parlement is autonoom.

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de eerste minister, dat is juist, maar ik sprak over de meerderheidspartijen.

Ten slotte was u over Euroclear ook helder. U geeft toe dat uw budget niet sluitend is, want als er een vredesakkoord zou komen in 2026, 2027 of 2028, kampt u met een budgettair probleem. U geeft ook aan dat u dan nieuwe budgettaire maatregelen zult moeten nemen. Zelfs als u de inkomsten vijf jaar lang op 1,2 à 1,3 miljard euro zou kunnen houden – meer dan 6 miljard euro – zult u dat niveau van inkomsten niet kunnen aanhouden, want de intresten zijn aan het dalen. De conclusie is nog altijd dat uw regering een paasakkoord aflevert met een 'fenomenaal' gat in de begroting, mijnheer Ronse. Dat zal binnen enkele maanden en jaren blijken.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de premier, ik vrees dat president Trump ook al een invloed heeft op ons land en ons beleid, want feiten zijn blijkbaar minder van belang. Ik zal u drie feiten geven. Het gaat niet over mij, maar over de feiten. Ten eerste, ik heb één begroting opgesteld als staatssecretaris voor Begroting. Dat was de begroting voor 2024. Ik ben op zoek gegaan naar een extra budget van 3 miljard euro. Ik heb een extra structurele inspanning gedaan. Ik had meer willen doen en we zaten op dezelfde golflengte op dat vlak, maar de coalitie liet dat niet toe. Het resultaat was dat we in 2024 op 2,7 % zijn geland voor entiteit 1. Dat is een feit. Uw ambitie is om tegen het einde van de legislatuur minder dan 3 % voor entiteit 1 te halen. Als dat uw ambitie is, dan moet u of uw minister van Begroting zich vragen stellen.

Ik geef u een tweede feit. Met voormalig minister van Defensie Vandeput zaten we op 0,9 % voor defensie-uitgaven, het laagste niveau ooit. U bent vergeten dat u zelf een minister van Defensie hebt geleverd.

Dan kom ik aan het derde feit. U hebt niet geantwoord op de vragen die u lastig vindt. Het gaat dan over de 2,2 miljard, die put in uw eigen tabel, over de 770 miljoen euro, over de 2 miljard van uw paasakkoord. U kunt achteruit blijven kijken en u zult dat nog een tijdje doen, maar dit zijn uw eigen gaten. U bent uw eigen gaten aan het creëren in de begroting, mijnheer De Wever. Dat is een feit.

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw eerlijke antwoorden maar u bent één zaak uit de weg gegaan, namelijk het feit van de illegale criminelen die vervroegd vrijkomen op beslissing van de administratie na een derde van hun straf. Dat doet de leuze "het strengste migratiebeleid ooit" wel een beetje als een holle slogan klinken, als ik mij dat mag permitteren.

Ik vraag mij dan af of u dat niet gezien hebt. Heeft uw kabinet dat niet gezien? Kwatongen beweren dat u de minister van Justitie hebt laten staan op de binnenkoer van de Wetstraat. Misschien moet u haar nog eens in de ogen kijken en daarover een gesprek voeren met haar. Die maatregel is namelijk gevaarlijk. Ik herhaal dat.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, s'agissant du statut d'artiste, je n'ai pas dit qu'il n'y avait aucun abus. J'ai dit que le système protégeait déjà énormément contre les abus et la preuve en est que le seul exemple d'abus sorti de la bouche de votre ministre de l'Emploi était au minimum fantaisiste – l'histoire du barman dans le théâtre. Pour le reste, une information pour vous: l'activation est certes régionale mais sauf erreur, la politique de sanction revient toujours à l'ONEM. À moins que l'Arizona ait régionalisé l'ONEM sans nous le dire, ce que je ne pense pas, le fédéral reste compétent pour ce qui concerne les abus. Il n'est pas anormal de trouver 50 % des artistes vivant à Bruxelles vu l'importance de la vie culturelle. Même si vous l'avez dit sous l'angle de l'humour, il est douteux de vouloir installer un rapport permanent entre Bruxelles et la fraude. Cette musique ne sonne pas. En ce qui concerne les F-35, il y a des pays qui combinent l'achat de F-35 avec d'autres appareils tels que des Rafale. La Grèce le fait! Je ne vois pas pourquoi vous êtes condamnés à réinvestir dans des F-35. Enfin, s'agissant de la taxe à 1 000 euros, je suis ravi d'entendre que vous voulez rester belge puisque cela coûtera 91 euros de moins que de mourir en Hollandais. Parfait, c'est une information. Mais l'argument de dire qu'on le fait parce que d'autres le font ne tient pas. La vraie réponse est que vous souhaitez décourager le plus d'étrangers possible de rejoindre notre communauté nationale. Autant l'accès à la nationalité doit être rationalisé par des arguments de parcours d'intégration et de maîtrise de langue, autant le fait de diviser l'accès entre les plus riches et les plus pauvres est vraiment dommage. C'est un message réducteur. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.59 uur. La réunion publique de commission est levée à 11 h 59.

De financiering van Defensie
De budgettaire plannen inzake defensie
De bijdragen van de deelstaten
De verhoging van het defensiebudget
Het defensiebudget en de NAVO-norm
De geopolitieke ontwikkelingen en het defensiebudget
Het percentage van het bbp dat aan Defensie besteed wordt
Het paasakkoord over Defensie
De weerslag van het paasakkoord op Defensie
De impact van het paasakkoord op de defensiebegroting
Het paasakkoord en het extra defensiebudget
De verhoging van de defensiebegroting
Het defensiebudget
Het defensiebudget, financiering en geopolitieke impact in België

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 23 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Belgiës haastige invoering van de NAVO-norm van 2% BBP voor Defensie in 2024, met kritiek op eenmalige, niet-structurele financiering (Russische tegoeden, Belfius-dividend, EU-leningen) en boekhoudkundige trucs (herclassificatie uitgaven). Structurele verankering ontbreekt, terwijl de NAVO-norm waarschijnlijk zal stijgen (naar 2,2%+ in 2029), wat extra druk legt op toekomstige begrotingen. Belangrijkste bezorgdheden: gebrek aan transparantie over bestedingsplannen (4 miljard in 2024), spanningsveld met sociale uitgaven (pensioenen, gezondheidszorg), en samenwerking met deelstaten (Vlaams defensiefonds, mobiliteitsprojecten). Prioriteiten liggen bij personeel, cyberveiligheid, Europese defensie-industrie en dual-use investeringen, maar concrete plannen ontbreken nog.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, ik begin met het goede nieuws: u hebt een akkoord. Ik feliciteer u daarvoor. Het is goed dat er een traject komt om de 2%-norm te halen en dat er extra wordt geïnvesteerd in defensie. Mijn fractie en ikzelf zijn daarvan voorstander en zijn een partner voor u om dat te verwezenlijken, mocht dat nodig zijn.

Het ronduit slechte nieuws is dat het heel vaak over eenmalige ingrepen gaat, zonder veel structurele financiering. Ik lees dat het gaat over opbrengsten van de Russische tegoeden. Dat is een eenmalige financiële injectie, maar geen structurele financiering. Het gaat over een uitzonderlijk dividend van Belfius van ongeveer 500 miljoen. Opnieuw, dat is een eenmalige financiering, niets structureel. Eventueel zal het gaan over de verkoop van overheidsparticipaties. Ook dat is een eenmalige ingreep, maar er is nog geen idee welke, wanneer en hoe. We zullen misschien wat lenen bij de Europese Unie, maar waarvoor, wanneer en hoe, ook daarover heeft men nog geen idee.

Voorts lees ik – dit is toch opmerkelijk – dat men de uitgaven zal normeren. Ik heb opgezocht wat dat precies betekent. Dat zou betekenen dat we bij andere overheidsdepartementen zoeken naar wat er misschien nog onder het petje van militaire uitgaven kan worden bijgeteld. Dat is niet meer of niet minder dan een boekhoudtruc, waarmee onze krijgsmacht niets is. Ik ben er voorstander van dat we kijken wat er met de gewesten en de gemeenschappen kan worden georganiseerd inzake militaire mobiliteit en investeringen waarvan de Belgische defensie kan profiteren, maar gemaakte uitgaven die al jaar en dag onder een bepaald petje vallen, nu onder militaire uitgaven inschrijven, is een boekhoudtruc waarmee onze krijgsmacht niets is.

Er is dus geen structurele verankering, zelfs dit jaar niet. Er zijn eenmalige financiële injecties voor dit jaar, maar zelfs die volstaan momenteel nog niet om aan 2 % te geraken voor 2025, laat staan voor 2026, 2027, 2028 en 2029. Dan zal immers heel dat circus, heel die carrousel opnieuw moeten draaien.

Mijnheer de minister, ik ben een partner in de zoektocht naar de structurele verankering van de ondergrens van de 2 %-norm voor de financiering voor onze strijdkrachten. ik vind dat bijzonder jammer en bijzonder teleurstellend dat u, nadat u 8 maanden hebt onderhandeld en 11 weken over defensie hebt heronderhandeld, nu met eenmalige injecties, zonder structurele financiering voor de 2%-norm komt, terwijl de geopolitieke situatie, die al bijzonder ernstig was, op ons continent nog veel erger is geworden.

Waar komt de 4 miljard extra voor dit jaar vandaan? Wat is daarvan structureel? Wat is daarvan eenmalig? Wat valt binnen en wat valt buiten de begroting? Graag kreeg ik daarover wat duidelijkheid.

Hebt u op zijn minst al een idee hoe u het in 2026, 2027, 2028 en 2029 zult aanpakken om de structurele verankering mogelijk te maken? Ik zou graag zien dat ook na 2029 de ondergrens van 2 %, die in juni nog zal worden opgetrokken; op zijn minst gehandhaafd kan blijven. Hebt u daarover al nagedacht?

Wanneer zult u naar het Parlement komen met een plan hoe de middelen zullen besteed worden? Ik begrijp dat nog niet alles afgeklopt kan worden. Ik begrijp ook dat uw strategische visie nog niet klaar is. Er wordt echter elke week in de pers een nieuw idee geponeerd, terwijl hier in het Parlement op nog geen enkele manier gesproken is over de 4 miljard. Met 4 miljard dit jaar kan men heel veel doen. We hebben hier in het Parlement nog op geen enkele manier duidelijkheid gekregen waaraan die middelen besteed zullen worden. Hebt u daarvan al een idee? Wanneer zult u met dat plan voor dit jaar naar het Parlement komen?

Ten slotte, ik heb al veel gehoord over de bijdrage van de deelstaten. In het regeerakkoord staat ook dat onderzocht zal worden in hoeverre de deelstaten kunnen betrokken worden. Vlaams minister-president Diependaele heeft al opgeworpen dat zulks niet mogelijk is, aangezien uitgaven voor initiatieven van de deelstaten niet in rekening kunnen worden gebracht voor de NAVO-norm.

Wij weten niet hoe het federaal defensiefonds eruit zal zien, maar de Vlaamse regering heeft wel al een Vlaams defensieplan opgesteld en een Vlaams defensiefonds opgericht. Ik heb de indruk dat de bevoegdheidsniveaus gewoonweg naast elkaar werken, langs elkaar leven. Daarom vraag ik u hoe het zit met de bijdragen van de deelstaten. Wat hebt u aan de deelstaten concreet gevraagd? Wat mogen we van de deelstaten verwachten? Hoe ziet u de samenwerking en coördinatie tussen het Vlaams en federaal defensiefonds? Ik zie op het moment door de bomen het bos niet meer. Men neemt allerhande maatregelen, maar er is op het moment geheel geen structuur. Ik had daarover graag wat duidelijkheid.

Annick Ponthier:

Dank u, mijnheer de voorzitter. Mijnheer de minister, het paasakkoord, waarvan het defensieakkoord een onlosmakelijk onderdeel is, heeft een aantal positieve punten naar voren gebracht. Zonder het over de rest van de inhoud te hebben, wil ik hier even dieper ingaan op de punten die met defensie samenhangen.

Al jaren is het Vlaams Belang er pleitbezorger van om de 2%-norm te halen. Al van toen de heer De Crem minister van Defensie was – waar is de tijd? – pleiten wij daarvoor. Het budget bleef echter alsmaar ongeveer hetzelfde, ook onder minister Vandeput zaten we op 0,97%, als ik me niet vergis.

Het is dus hoog tijd. Dit akkoord wordt geen dag te vroeg voorgesteld. Toch hebben wij, zoals ook de vorige vraagsteller al aangaf, nog heel veel vragen, met name over de invulling van de plannen. We hebben minstens evenveel vragen als het aantal aankondigingen op dat vlak in de media en dat waren er heel wat. Ten eerste, waar blijft het budgettair kader? Daarover hadden we het zonet al tijdens de regeling der werkzaamheden. Als parlementsleden tasten we eigenlijk, buiten de mededelingen in de media weliswaar, in het duister. We vangen allerlei verhalen op, we horen van overzichtstabellen en dergelijke, maar concreet weten we nog altijd niet waar deze regering de aangekondigde 3,9 miljard euro voor dit jaar zal halen.

Daarnet hoorden we premier De Wever in de commissie voor Binnenlandse Zaken. Hij had het over 1,2 miljard euro aan vennootschapsbelasting op de Russische tegoeden, waarvan al meteen 1 miljard euro naar Oekraïne vloeit. We hebben ook gesproken over de dividenden van Belfius voor een bedrag van 500 miljoen euro en dan hadden we het nog over de 2 miljard euro die buiten de EU-begroting wordt gehouden. Daar valt wel wat over te zeggen. U weet dat wij daar geen voorstander van zijn. We vinden het niet correct dat die factuur op de lange baan wordt geschoven, naar de volgende generaties. Ik weet dat minister Van Peteghem dat tot voor kort ook niet correct vond, maar blijkbaar is hij van mening veranderd. Wij denken dat er andere alternatieven zijn om dat budget te halen, niet alleen voor dit jaar, maar ook voor de komende jaren. Wat betreft de structurele uitgaven blijven wij dus op dit moment op onze honger zitten. Het budgettair kader ontbreekt. Dat is een eerste element.

Ten tweede, collega De Vreese heeft het vanmorgen in de commissie voor Binnenlandse Zaken gehad over een topakkoord. Eindelijk wordt de 2 %-norm gehaald. Ik heb haar echter gezegd dat die euforie misschien wel heel kort zal duren, want in juni komt er een NAVO-top aan waar de lat al meteen veel hoger zal worden gelegd. Op dat moment zullen we onze broek dus niet meer zelf kunnen ophouden, om het met de woorden van de eerste minister te zeggen.

Voorzitter:

Kunt u afronden, mevrouw Ponthier?

Annick Ponthier:

Ik vraag u om duidelijkheid te scheppen in de commissie, mijnheer de minister. Wat met de hocuspocus omtrent de andere uitgaven die u aankondigt inzake militaire mobiliteit en andere, wat met de structurele inspanning naar 2029 toe en daarna, en wat met betrekking tot de akkoorden die u hebt gesloten met de deelstaten of die u nog zult sluiten?

Robin Tonniau:

Mijnheer de minister, de arizonapartijen zijn het alvast over één zaak eens: dit jaar moet de NAVO-norm van 2 % gehaald worden. Hoe dat geld er komt of vanwaar het komt, maakt blijkbaar niet zoveel uit. Een deel zou komen uit tijdelijke en eenmalige investeringen, maar het grootste deel daarvan, 2 miljard euro, zou volgens de eerste minister buiten de begroting worden gehouden.

De Standaard publiceerde vandaag een tabel waaruit moet blijken dat er deze legislatuur maar liefst 4,8 miljard euro gewoonweg niet gefinancierd is. We zullen morgen kunnen controleren of dat klopt, wanneer u uw tabellen publiceert.

Wanneer het over pensioenen, het klimaat of ons openbaar vervoer gaat, krijgen we telkens opnieuw te horen dat er geen budgettaire ruimte is, maar voor de structurele aankoop van wapens en gevechtsvliegtuigen gaan alle sluizen open. Is dat nu orde op zaken stellen, zoals de N-VA belooft? De regering raakt het nog niet eens over waar dat geld vandaan moet komen en hoe we die 2 % zullen financieren, maar toch ligt er al een voorstel op tafel om naar 2,2 % van ons bbp te gaan tegen 2029. Men moet zich geen illusies maken, na die 2,2 % komt er 2,3 %, 3 % en wie weet ook de 5 % die Trump vraagt.

Mijnheer de minister, hoe kunt u verklaren dat het voor de structurele aankoop van wapens mogelijk is om dat buiten de begroting te doen, terwijl het onmogelijk is om de pensioenen of de klimaatcrisis aan te pakken of om ons openbaar vervoer te verbeteren? Waar zult u die jaarlijkse structurele budgetten voor defensie eigenlijk halen? Vanaf welk percentage van ons bbp geven wij volgens u genoeg uit aan defensie?

Binnen Arizona stellen de heren Mahdi, Prévot en Vandenbroucke voor om de sterkste schouders mee de factuur te laten betalen. Hoe staat u daartegenover? Kan dat voor u?

Peter Buysrogge:

Mijnheer de minister, we nemen een risico door hier nu al een klein debat te voeren hoewel we eigenlijk de bespreking van de beleidsnota en het budget zouden moeten afwachten, maar anderzijds is er een akkoord, dus is het goed dat we hierover toch al een actualiteitsdebat kunnen voeren.

De geopolitieke omstandigheden vereisen dat er inspanningen gebeuren, dat de huidige regering inspanningen levert. De regering heeft dat bij het afsluiten van het regeerakkoord ook al gedaan en heeft een duidelijk traject afgesproken om die 2 % tegen het einde van de legislatuur te halen. Nu worden die ambities nog opgetrokken en nog versterkt. Dat is volgens mij ook noodzakelijk, allereerst om ons defensieapparaat verder te kunnen versterken en ten tweede om solidair te zijn met onze partners in de huidige geopolitiek moeilijke omstandigheden. Eindelijk, zou ik zeggen. Mevrouw De Vreese heeft dat blijkbaar deze morgen ook al gezegd en ik herhaal het.

De ambities van de huidige regering staan toch wel in schril contrast met die van de regering-De Croo, die op dat vlak niet thuis gaf. Er is heel wat tijd verloren gegaan om naar dat heldere traject van 2 % te evolueren. Er bestond een vaag traject tegen 2035, dat aan vele voorwaarden gekoppeld was en budgettair niet hard kon worden gemaakt. Het is dan ook redelijk ironisch dat net nu de collega van Open Vld u hier de les komt spellen.

Mijnheer de minister, ik heb de volgende, heel concrete vragen voor u. Kunt u duiding geven bij het akkoord? Welke opschalingen zullen er met dat extra budget gebeuren, zowel op korte termijn als op middellange termijn, om defensie te versterken? Hoe zult u het Parlement verder bij het traject betrekken? Ik kijk uit naar uw antwoorden.

Philippe Courard:

Monsieur le ministre, nous ne remettons pas du tout en cause les 2 %. Je l'ai toujours dit: nous faisons partie du parlement de l'OTAN. Les messages sont clairs: il y avait, en effet, un retard à rattraper. Nous sommes donc favorables aux 2 % mais la question est de savoir comment y arriver.

Par le passé, des coupes importantes ont été effectuées sous le gouvernement Michel. La situation était devenue fort compliquée. Ensuite, Mme Dedonder avait peu à peu repris l'investissement. Mais le contexte international actuel nous pousse à atteindre les 2 %, "voire davantage", nous a dit le premier ministre. C'est effectivement le message que nous entendons de certains alliés.

Mais la question que nous nous posons vraiment est de savoir comment les financer?

Le premier ministre vient de dire que nous irions chercher les financements. Il ne faudrait pas trop toucher aux bijoux de famille car si nous les consommons maintenant, nous ne les aurons plus demain. Ce serait de la mauvaise gestion. Différents partenaires de la majorité s'expriment en disant: "Oui pour ceci mais pas cela…" Cela démontre une absence d'entente au sien du gouvernement pour atteindre l'objectif des 2 %.

Je pense aussi , à l'instar de la publication aujourd'hui dans De Standaard – et ce n'est pas le PS qui le dit! –: " Federale Defensie plan komt bijna vijf miljard euros te kort! " Manifestement, monsieur le ministre, notre inquiétude est grande et nous voudrions savoir d'où viendra cet argent et comment cet effort nécessaire sera financé dans la durée.

Je terminerai en indiquant que le premier ministre espagnol – socialiste que notre gouvernement ne considérera pas comme une référence, mais qui pour moi l'est beaucoup – a dit qu'"il atteindrait les objectifs, trouver les milliards nécessaires, sans toucher aux impôts, ni aux dépenses sociales et sans augmenter le déficit public". Il s'agirait, me semble-t-il, de s'en inspirer! Si vous venez avec des volontés d'achat de F-35, je pense qu'il s'agit plutôt d'un mirage!

Axel Weydts:

Beste collega's, ik denk dat het niet veel zin heeft om te verwijzen naar voorgaande regeringen. De afspraak om 2 % van ons bbp te besteden aan defensie dateert al van de NAVO-top van Wales in 2014, tien jaar geleden. Elke partij hier aanwezig heeft dus boter op het hoofd. In een van die regeringen van de afgelopen tien jaar zat ook een Defensieminister van N-VA-signatuur, die ook niet in de richting van die 2 %-norm is gegaan. Ik wil dus oproepen om te stoppen met de discussie over hoeveel vorige regeringen al dan niet hebben geïnvesteerd in defensie. We hebben allemaal boter op het hoofd.

In de discussie over de 2 %-norm zal ik blijven herhalen dat 2 % het middel is. Het doel is dat we meer veiligheid bereiken in ons land en in Europa. De discussie moet veeleer daarover gaan. Wat zullen we exact doen? Waaraan zullen we de extra middelen besteden? Hoe zorgen we ervoor dat ons land terug veilig is, dat ons land terug air defense -systemen kan krijgen, dat ons land de strijdt aanbindt met de hybride oorlogsvoering die tegenwoordig volop bezig is? Voor Vooruit is het belangrijk dat een deel van het beschikbare budget dat nu voor defensie wordt vrijgemaakt, ook geïnvesteerd wordt in het personeel, waarvan we straks een inspanning vragen op het vlak van pensioenen, terwijl er heel veel vragen zijn om het statuut van het militair personeel te verbeteren voor de toekomst. Zullen er alstublieft ook middelen voorzien worden voor een sociaal akkoord daaromtrent?

Mijnheer de minister, ik heb nog een kleine bijvraag over iets wat me een beetje stoort. In de beleidsverklaring lees ik – terecht – dat een en ander gebaseerd zal worden op het NDPP, het NATO Defense Planning Process, dat volop in ontwikkeling is. In de beleidsverklaring lees ik letterlijk dat er ook nieuwe verbintenissen zullen worden aangegaan, die met name voortvloeien uit de capaciteitsdoelstellingen, vastgelegd in het kader van het lopende NDPP-proces. Dan komt de zin waarover mijn vraag gaat: "Defensie is reeds op de hoogte van de gevraagde inspanningen." Uit goede bron weet ik ook dat Defensie daarvan reeds op de hoogte is. Zo werkt het ook, want er vinden gesprekken plaats tussen de NAVO en onze Belgische Defensie, om te bekijken welke capaciteiten wij moeten voorzien. Wat mij een beetje stoort, is dat Defensie daarvan al op de hoogte is, maar dat wij daarover in het Parlement nooit voorafgaand kunnen debatteren. Eigenlijk is dat op zich een debat waard. We moeten dat vandaag niet oplossen, maar die manier van handelen klopt democratisch gezien niet helemaal.

Voorzitter:

Collega François De Smet is afwezig en niet verontschuldigd.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, ik ben tevreden dat we, ook al komt u binnenkort met uw beleidsnota, vandaag al over het budget van gedachten kunnen wisselen, want dat is nodig om de plannen te realiseren. Vandaag zullen we het dus hebben over het resultaat van de onderhandelingen.

Mijnheer de premier, alvast dit, wij staan achter de planning. Waar een wil is, is een weg. We moeten de middelen allemaal samen vinden en we zullen dat ook zeker doen.

De geopolitieke omstandigheden zijn veranderd en we hebben eigenlijk geen andere keuze dan het budget van Defensie heel snel op te schroeven. We zullen die middelen wel vinden, waar dan ook. Dat moeten we ook, want bij de top van Den Haag zal de 2 %-norm al achterhaald zijn. Dat is gewoon de realiteit. De oorzaak daarvan is dat de vorige regering gewoon niks heeft gedaan voor extra investeringen in Defensie, terwijl de oorlog in Oekraïne al meer dan twee jaar bezig is. In godsnaam, dat moest al eerder gebeuren. De arizonaregering is er dus mee bezig, maar dat is uiteraard een heel moeilijke taak. We zeggen niet dat het gemakkelijk is, maar we zijn hier allemaal – ik hoor hetzelfde verhaal van andere collega's – om de middelen te vinden.

Ik luister dan ook graag naar uw antwoord op de vragen over het paasakkoord, mijnheer de minister.

Luc Frank:

Monsieur le ministre, le gouvernement a décidé dans l'accord de Pâques de porter le budget de la Défense au niveau exigé par l'OTAN, soit 2 % du PIB, dès cette année. Il faut nous en féliciter. Je suis d'accord avec le collègue Weydts sur le fait qu'il ne sert à rien de toujours regarder vers le passé. Il est positif que nous ayons pris cette décision.

Cet accord comprend deux volets. L'un concerne le financement de ces 2 % et l'autre porte sur l'utilisation des fonds ainsi rendus disponibles. Pour ce qui est du financement, l'accord doit encore être précisé, notamment en ce qui concerne l'optimisation des actifs, mais cela relève des compétences du ministre des Finances ou du ministre du Budget.

J'ai néanmoins une question à ce sujet. Un certain nombre de dépenses qui ne sont pas prises en compte actuellement dans les dépenses de Défense le seront, afin d'atteindre plus facilement ces 2 %. Cependant, cela ne va pas renforcer nos capacités en tant que telles. Pourriez-vous nous donner des exemples de ces dépenses? A-t-on une idée du montant total des dépenses qui est espéré comme pouvant être pris en compte?

Pour ce qui est de l'utilisation de ces fonds, je tiens à rappeler que Les Engagés accordent une grande importance à la participation de la Belgique aux divers projets européens qui se mettent en place pour le moment. Nous espérons que cette participation fera partie des dépenses prioritaires, afin notamment de combler les lacunes capacitaires identifiées par le livre blanc. Pouvez-vous nous expliquer la façon dont ces objectifs européens seront pris en compte dans les dépenses à effectuer cette année?

D’autre part, avez-vous déjà une idée des équipements ou des munitions qui pourront être achetés cette année et qui pourront être comptabilisés par l’OTAN?

Mathieu Michel:

Monsieur le ministre, je profite de ces deux minutes pour vous dire que j'ai une grande chance – que je partage avec M. Van den Heuvel – d'être à la fois en commission de la Défense et en commission du Budget. Et je pense effectivement, comme vous l'avez rappelé, que toute une série de questions ne se posent pas à vous mais au ministre du Budget. En l'occurrence, il y a les deux questions essentielles de savoir où on va trouver les moyens – cette question sera posée en commission du Budget – mais surtout de savoir à quoi on va dépenser ces moyens.

Alors, je vous ai lu. Vous pensez que la première chose, c'est avoir les moyens. La deuxième, c'est avoir une vision stratégique. Et la troisième, vous l'avez évoquée et j'en suis rassuré, c'est aussi penser au personnel. C'est une préoccupation que je partage avec le collègue Weydts également.

Au sujet des dépenses, je souhaite vous rendre attentif à la vision de mon parti qui est de considérer que la défense ne se limite pas aux dépenses militaires mais aussi à la sécurité intérieure et aux nouvelles formes de guerres, y compris les guerres hybrides. Dès lors, la question essentielle pour nous, au-delà du fait de savoir où nous trouverons les moyens pour honorer ces 2 % d'engagement, est de savoir à quoi vont être dépensés ces montants pour qu'ils soient les plus utiles possible.

Monsieur le ministre, comment compte-t-on répartir ces quatre milliards supplémentaires de dépenses d'ici la fin de l'année 2025, notamment en termes d'achat de munitions, de nouveaux matériels et autres? Peut-on détailler aujourd'hui la répartition des dépenses belges de défense en équipements, opérations extérieures, cyberdéfense et éventuellement protection de sites stratégiques civils? Pouvez-vous nous préciser quelle part de ces dépenses sont consacrées justement à cette sécurité intérieure et avec quelle forme de concertation avec votre collègue Quintin, notamment en matière de cybersécurité et de protection des infrastructures critiques? En ce qui concerne les questions de budget, je les poserai au ministre du Budget.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de voorzitter, ik heb een heel korte vraag.

Zoals de vorige sprekers al hebben aangegeven, leven wij in een andere tijd. Ik ben altijd enigszins verrast door de toon van sommige aanwezigen hier die doen alsof wij in een andere wereld leven. Wij leven niet meer in de jaren negentig of tweeduizend, waarin wij discussieerden over het vredesdividend. Wij leven nu in een totaal andere geopolitieke situatie. Er is ook een zekere urgentie. Het is al opgemerkt, 2014 is tien jaar geleden. Als wij geloofwaardig willen blijven, moeten wij de bijdrage van 2 % absoluut halen.

Er wordt ook beweerd dat die bijdrage concurrentie voor de sociale uitgaven is. Ik wil toch even herhalen dat wij het nu over 4 miljard euro hebben. Dat is 4 miljard euro, maar er komt niet elk jaar 4 miljard euro bij. In de pensioenuitgaven komt er elk jaar 4 miljard euro bij. In 2029 zijn de pensioenuitgaven dus niet 4 miljard euro hoger dan vandaag maar bijna 20 miljard euro hoger. Voor de gezondheidszorg is dat ruim 3 miljard euro elk jaar erbij. In het huidige regeerakkoord is immers de groeinorm voor de gezondheidszorg bewaard.

Eerlijkheidshalve moet ik dus de leden tegenspreken die beweren dat Defensie concurrentie is voor de sociale uitgaven. Dat klopt niet. Het gaat hier om een en-enverhaal, waarover wij ook waken. Het is niet meer dan oprecht dat ter zake de juiste cijfers worden gebruikt.

Belangrijk is wat de heer Michel zich hier in de commissie heeft afgevraagd. Wat zal er met het extra budget gedaan worden? Die prioriteiten zullen wij graag van de minister horen. Wij zullen ze de komende weken horen. Dat is vandaag nog niet aan de orde. Voor ons is de grote uitdaging dat de extra miljarden euro op de juiste manier worden gebruikt. Verder moet ook de rol van de deelstaten de komende weken duidelijk uitgeklaard worden.

Theo Francken:

Merci beaucoup pour toutes vos questions. Je pense qu'il s'agit là d'un débat intéressant et essentiel.

Ten eerste, hier wordt geïnsinueerd dat ik een tabel zou gelekt hebben aan de pers en dat ik dus in die zin het Parlement de primeur zou ontnemen. Ik heb me er zelf in het verleden nogal dik over gemaakt wanneer dat gebeurde. Het zou nogal hypocriet zijn, mocht ik dat zelf doen. Ik heb dat niet gedaan. Daar ben ik heel formeel over. Het komt niet van mij. Ik heb dat niet gelekt naar de pers. Ik doe dat niet. Ik vind dat niet correct. Ik vind dat het Parlement als eerste geïnformeerd moet worden over zo'n belangrijke budgettaire kwestie.

Ten tweede, ik heb gezegd dat de begroting morgen wordt ingediend, volgens mijn informatie waar ik op dit moment over beschik. Dat heb ik gezegd. Ik wil dat nog eens heel duidelijk zeggen. Ik kan me voorstellen dat morgen bij het begin van de plenaire vergadering gezegd zal worden dat de minister van Defensie zei dat het er zou zijn, maar dat men die tabel nog niet gekregen heeft. Volgens de informatie waarop ik op dit moment beschik, als bescheiden minister van Defensie en dus niet als minister van Begroting of als vice-eersteminister of eerste minister, zal dat morgen gebeuren. Mocht het pas vrijdag of maandag of dinsdag gebeuren, dan moet u daarvoor bij de minister van Begroting zijn. U moet daarvoor niet bij mij zijn, want de tabellen die ik moest indienen zijn volledig klaar.

Bonjour à toutes et tous. Avant les vacances de Pâques, le gouvernement a conclu un accord important pour renforcer la crédibilité internationale et la sécurité de notre pays. Il s'agit d'un accord portant sur l'accélération du mouvement de renforcement de notre défense.

L'accord de gouvernement prévoyait déjà une accélération de cinq ans par rapport au programme de gouvernement précédent, dans le sens où l'objectif d'un effort de défense équivalent à 2 % du PIB devait être atteint d'ici la fin de cette législature, en 2029. Compte tenu du contexte géopolitique actuel, il va sans dire que cette mesure est insuffisante.

Dat is hier ook door verschillende collega's gezegd.

C'est pourquoi nous avons pris les mesures nécessaires pour garantir d'atteindre cette norme de 2 % dès cette année.

Wij behoren tot de slechtste leerlingen van de klas. Ook Italië en Spanje deden het niet goed. Spanje heeft vandaag aangekondigd dat het de 2 % zal bereiken. Hoe het die zal financieren enzovoort, laten we daar nog even op wachten. Ze zeggen dat het niet zal gebeuren via besparingen maar alleen door nieuwe belastingen te heffen. Dat wil ik wel allemaal nog even afwachten. Ik meen dat daar ook in Spanje nu nog geen duidelijkheid over is.

Hetzelfde geldt voor Italië. Italië heeft vorige week beslist dat het die 2 % dit jaar wil behalen, net als Spanje. Ik meen dat zo iedereen die 2 % bevestigd heeft, of zo goed als iedereen. Misschien Luxemburg nog niet, maar ik heb begrepen van mijn collega dat men ook daar binnen de regering volop aan het bespreken is om nog voor de NAVO-top een move te doen. We zullen zien hoe dat afloopt.

Dat betekent dus eigenlijk dat wat wij doen echt wel nodig was. Anders zouden we het enige land geweest zijn dat voor de NAVO-Top geen 2 % haalde. Dat zou bijzonder beschamend zijn en het zou alleen maar pijnlijker worden. Dan zou u vandaag heel andere vragen stellen, bijvoorbeeld hoe het in godsnaam kan dat iedereen samenkomt om die 2 % nog dit jaar te behalen behalve wij en of we soms blind zijn. Op welke planeet leeft men dan? Ik meen dat we het juiste hebben gedaan.

Daarmee zal dit land eindelijk voldoen aan een belofte die het ondertussen al meer dan een decennium geleden deed aan onze NAVO-bondgenoten. Dit is de grootste investering in defensie in 40 jaar. Hiermee herstellen we niet alleen de geloofwaardigheid van onze defensie, maar ook de diplomatieke geloofwaardigheid van ons land.

Ce gouvernement veut envoyer un signal clair à la communauté internationale: elle peut compter sur nous! Nous sommes aux côtés de nos alliés et de l'Ukraine, prêts à faire notre part pour assurer la sécurité du monde occidental.

Het gaat om een grote extra inspanning, die voor dit jaar ongeveer 3,9 miljard euro bedraagt. We zullen dat verwezenlijken via extra financiering via ten eerste de vennootschapsbelasting op de zogenoemde frozen assets . Er wordt beweerd dat het om eenmalige inkomsten gaat, maar dat klopt niet, want die belasting wordt al verschillende jaren geheven en dat zou nog enkele jaren kunnen duren. Dat zullen we nog bekijken. Het is natuurlijk ook niet oneindig.

Vervolgens gaat het om extra financiering via een dividend van Belfius, via een juistere normering van onze uitgaven, zodat die worden aangerekend voor de NAVO-norm, en via een tijdelijk hoger tekort. Deze legislatuur zal de schuldgraad evenwel niet stijgen. Een gezonde begroting blijft voor de regering evenzeer een absolute prioriteit.

In verband met de NAVO-top in juni en het traject vanaf 2026 zal de regering in de ministerraad beslissen hoe aan een eventuele – maar hoogst waarschijnlijke – hogere NAVO-doelstelling gevolg gegeven zal worden. We zullen die beslissing afwachten. Er wordt gesproken over 3 % en 3,5 %. Sommigen spreken over 5 %. De vraag is ook welk tijdstraject voor de nieuwe doelstelling zal gelden. De 2 %-norm moest binnen tien jaar na de ondertekening in Wales gehaald worden. Nu zal het akkoord in Den Haag worden ondertekend. Men moet het percentage en het tijdstraject samen bekijken. Er lopen veel onderhandelingen. We wachten de resultaten in juni af.

De minister van Financiën krijgt de opdracht om vóór 1 juli een defensiefonds op te starten, op termijn gefinancierd met publieke activa en private middelen. Dat wordt een instrument dat het mogelijk maakt om strategisch te investeren in hightech, innovatie en industrie. Zo bouwen we mee aan een modern defensie-ecosysteem met oog voor economische groei en werkgelegenheid.

Sinds mijn aantreden als minister van Defensie heb ik aan talrijke vergaderingen op internationale fora deelgenomen. In die vergaderingen en in de pers circuleren verschillende percentages die onder andere de secretaris-generaal van de NAVO en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken naar voren schoven. Wat die percentages gemeen hebben, is dat ze allemaal hoger liggen dan 2 %. Het lijkt me dan ook duidelijk dat de NAVO-norm van 2 % bbp weldra zal worden verhoogd. Daarom zullen we binnen de regering na de NAVO-top in Den Haag bekijken hoe we aan een eventuele hogere NAVO-doelstelling en het groeipad daar naartoe gevolg kunnen geven.

De besteding van die middelen door Defensie zal in eerste instantie worden uitgewerkt in mijn beleidsnota die samen met de begrotingsdocumenten en -tabellen zal worden ingediend in het Parlement. Normaliter zal ik die presenteren in de loop van volgende week of de week daarna. Dat moeten we met de Kamerdiensten bekijken. Daarna zal ik v óór 1 juli een strategische visie voorstellen waarin zal worden toegelicht hoe de bijkomende middelen besteed zullen worden. In grote lijnen zullen de extra investeringen worden gebruikt om de capaciteitsdoelstelling te bereiken die aan België door de EU en de NAVO zijn opgelegd.

Cette vision stratégique sera soumise au Parlement par le biais de la loi de programmation militaire. Les différents dossiers relatifs aux achats seront bien entendu soumis à la commission chargée du Contrôle des achats et des ventes militaires.

Het is evident dat dit een commissie achter gesloten deuren is, maar een aantal andere aankopen zullen gewoon in openbare vergadering worden besproken. Daar is niets mis mee. We hebben straks nog een actualiteitsdebat over de F-35 en er zijn nog andere aankopen, maar u weet dat de prijs, de concurrentie en andere zaken in een besloten vergadering moeten worden besproken. Daarover bestaan er duidelijke regels.

We streven daarbij naar investeringen die een positief effect hebben op zowel de nationale als de Europese economie. Daarnaast zal er ook aandacht zijn voor het personeel, de hoeksteen van onze organisatie. Met de specificiteit van het militair statuut zal terdege rekening worden gehouden om een sociaal akkoord te bereiken met de vakorganisaties.

Het spreekt voor zich dat als de regering beslist om na de NAVO-top te voldoen aan een hoger NAVO-percentage, de minister van Defensie een aangepaste strategische visie aan de ministerraad zal voorstellen. Het zal geen nieuwe strategische visie zijn maar een soort annex. Er komt nu 21 miljard bij, maar als er daar nog bij zou komen, dan zult u mij vragen waarvoor dat extra geld zal dienen. Dan zal ik daarmee naar het Parlement komen en zal dat worden aangepast. Dat zal dan in het najaar zijn.

Ik meen dat we toch beter al met iets komen vóór de NAVO-top, ook wat betreft de strategische visie en het aankoopprogramma. Ik zou kunnen zeggen dat ik alles pas in het najaar zal doen, omdat dat we dan een volledig zicht op het budget zullen hebben, maar ik heb altijd gezegd dat we het vóór 21 juli in de Kamer zouden bespreken en ik zal proberen mij daaraan te houden. Mocht de Kamer daarover een ander oordeel hebben, laat het mij dan weten, dan kan ik mijn mensen een paar versnellingen lager doen schakelen.

Wat betreft de NAVO-norm an sich, zal ik samen met de minister van Begroting aan alle federale en regionale departementen vragen welke lopende en toekomstige uitgaven, inclusief investeringen en dual-useprojecten, onder de NAVO-norm kunnen worden gebracht. Deze oefening kan breder gaan dan louter defensie-uitgaven, maar moet gaan over uitgaven die inzake normering tellen voor de NAVO-norm. De discussie over de NAVO-norm is helder. Er wordt soms gezegd dat het ene land dit en het andere land dat doet, maar het is vrij duidelijk wat men onder de NAVO-norm kan brengen en wat niet. Dat is geen rocketscience.

We zullen in deze oefening ook onderzoeken welke wijzigingen er moeten gebeuren om lopende en toekomstige uitgaven en investeringen te structureren zodat ze wel onder de NAVO-norm vallen. Ik heb van in het begin de opdracht gegeven om nog eens met de luizenkam door alle federale uitgaven te gaan om te bekijken wat we mogelijks kunnen aanrekenen als NAVO-uitgaven. Daar zitten wel dingen tussen.

Er worden vragen gesteld. Als we bijvoorbeeld het kustwachtvliegtuig aankopen – dat zit een ander project – in een aanbesteding of een parallelle tender, kunnen we dat dan aanrekenen als NAVO-uitgave als we daar een defensiestempel op zetten? Dat is natuurlijk een interessante zaak. Dat is voor de kustwacht, maar als we dat militair aankopen, kunnen we dat wel aanrekenen voor de NAVO volgens de definitie.

Ik heb het ook gehad over de pensioenen van de miliciens. Dat is een bedrag van 180 miljoen euro, dat tot nu toe nog nooit werd meegeteld. Dat zouden we wel kunnen doen. Dat is geen extra operationeel budget voor Defensie, maar we moeten proberen dat te laten meetellen voor de NAVO-normering als we 2 % of misschien zelfs nog meer moeten halen en reeds grote budgettaire problemen hebben in dit land. Als we dat niet doen, is dat immers redelijk dwaas. Dus natuurlijk moeten we dat doen. Het is toch evident dat men eerst bekijkt wat we allemaal al doen? Het is immers niet zo dat we geen groot overheidsbeslag hebben in dit land. We geven al redelijk wat geld uit. Dus misschien kunnen we eerst eens bekijken naar wat we kunnen aanrekenen als NAVO-uitgave.

Gaat dat over miljarden? Nee, dat gaat over honderden miljoenen. Dit jaar is het bijvoorbeeld 125 miljoen. Zullen we die hebben? Ja, we zullen die vinden. De komende jaren zal dat wat meer zijn. Zullen we dat proberen te vinden? We zullen dat moeten proberen. We zullen er alles aan doen.

Wat met de regio's? De regio's doen bepaalde dingen die NAVO-aanrekenbaar zijn, zoals enablement . Bij het aanpassen van een brug zodat er diepladers met tanks door kunnen, opdat er oostwaartse mobiliteit kan plaatsvinden, kan het stuk voor de forward mobility aanrekenbaar zijn voor de NAVO-norm. Als een brug versleten is en men wil gewoon een nieuwe brug, dan is dat niet NAVO-aanrekenbaar, want dat heeft niets te maken met de mobiliteit van militaire eenheden. Dat gaat dan gewoon over een versleten brug. De aanpassing van een kaai voor het gemakkelijk laten landen van troepen en faciliteren van troepentransport is als specifiek luik NAVO-aanrekenbaar. De aanleg van een nieuwe kaai voor alle mogelijke containerschepen is dat natuurlijk niet. Het moet wel specifiek met een militaire doelstelling gebeuren. Daarvoor moet er verder worden gepraat, ook met de deelstaten.

Het defensieplan van de deelstaten in Vlaanderen is heel goed. Daar zitten zaken in die NAVO-aanrekenbaar zijn, maar niet alles. Het aankopen van een bedrijf of het inkopen in een defensiebedrijf is niet NAVO-aanrekenbaar. Zo niet zouden we de aankoop van FN Herstal kunnen meetellen en dan zou ons probleem bijna opgelost zijn. Sommige zaken zijn dus NAVO-aanrekenbaar en andere zaken niet. Een defensiefonds dat participaties neemt in start-ups, in scale-ups, in defensiebedrijven, om dat kapitaal te versterken en om ze sterker te maken in het kader van de Europese ontwikkelingen zijn niet NAVO-aanrekenbaar.

Dat neemt niet weg dat men dat moet doen. Ik denk dat het daartoe het geschikte moment is. Dat kan mijns inziens op de lange termijn heel lucratief zijn voor de overheid. Kortom, niet elk debat gaat over de NAVO-aanrekenbaarheid, ook al vormt dat wel het belangrijkste thema.

We moeten twee zaken doen. Ten eerste, we moeten de NAVO-norm halen. We moeten ervoor zorgen dat we dat op een goede manier doen, door met de luizenkam door de uitgaven te gaan en te controleren wat NAVO-aanrekenbaar is. Van welke uitgaven hebben we vroeger niet gezien dat ze dat zijn en die moeten we erbij tellen. Ten tweede, we moeten onderzoeken hoe we onze industrie kunnen versterken. Als initiatieven ter zake NAVO-aanrekenbaar zijn, is dat goed. Als het niet aanrekenbaar is, moeten we dan niets doen? Neen, dat mag ons er niet van weerhouden om nu te schakelen. Er lopen twee parallelle sporen waarvoor de regering duidelijke instructies heeft gegeven aan zowel Jan Jambon als aan mezelf.

De richtlijnen van de NAVO inzake normering zijn duidelijk. De vraag is evenwel of wij in het verleden te conservatief in verband met de normering waren. Daarbij rijst de vraag of regionale uitgaven ook voor de verwezenlijking van de norm kunnen meetellen. De NAVO is daar in haar richtlijnen expliciet over: dat kan niet. Er wordt echter tegelijkertijd in een voetnoot marge gelaten. Dus moeten we dat onderzoeken. Dan gaat het – ik herhaal het – niet over nieuwe uitgaven, ook geen regionale, maar wel over bestaande uitgaven. Voor de NAVO tellen uitgaven van deelstaten, van regionale overheden, niet, maar er is een uitzondering, onder andere in het kader van forward mobility . In die zin zijn er toch nog mogelijkheden. We zijn dat verder aan het onderzoeken en we hebben dat allemaal onder controle. We zijn daar volop mee bezig.

Gezien de algemene dreiging, die door het OCAD werd vastgesteld op niveau 3, het huidige capaciteitstekort van de Directie Beveiliging (DAB) van de federale politie en de wil van de regering om Defensie te betrekken bij binnenlandse veiligheidstaken, onder meer om politiediensten vrij te maken voor de versterking van de strijd tegen criminaliteit, zal Defensie met Binnenlandse Zaken een protocol sluiten vóór 1 mei. We hebben dus nog een paar dagen. Het ligt nu weer bij de diensten van minister Quintin.

Zo kunnen we, in afwachting van het passende juridisch en operationeel kader en de oprichting en de operationalisering van de territoriale reserve, zo snel mogelijk instaan voor de beveiliging van bepaalde gevoelige nucleaire sites. Ook daarover is een akkoord gesloten. Ik zal binnen de kortst mogelijke tijd met een passend juridisch kader komen omwille van de veiligheid en de rechtszekerheid van onze militairen. Ik heb daar gisteren nog lang over vergaderd en dat is vrijwel klaar. Ik zal dat zo snel mogelijk aan de regering voorleggen, waarna ik de tekst als wetsontwerp in het Parlement zal indienen.

Conclusie, het is een compromis. Ben ik chaud om de beveiliging van de nucleaire sites opnieuw over te nemen? Neen. U kent mijn mening daarover. Het regeerakkoord is duidelijk. Ik ben wel heel gevoelig voor de problematiek, onder andere in Anderlecht en gisteren nog in Schaarbeek, en voor het feit dat er bijna geen federale reserve en federale politie beschikbaar is om in Brussel extra ondersteuning te bieden in die probleemwijken. We moeten de minister van Binnenlandse Zaken steunen. Ik heb ook begrepen dat verschillende partijen opriepen om onze militairen niet in Oekraïne in te zetten, maar ze hier de straat op te sturen. We zullen de militairen op de sites inzetten en de taak van politiemensen gedeeltelijk overnemen, zodat die laatsten in Brussel op straat de veiligheid kunnen handhaven. Dat zal vrij snel gebeuren: op 1 juli zullen zij al de beveiliging op de eerste sites op zich nemen.

Er moet tegelijk parallel absoluut een duidelijk inzetkader komen. Dat is bijna klaar en ik zal dat aan de regering voorleggen. De inzetregels zijn immers niet duidelijk en het is heel frustrerend voor onze troepen dat ze dergelijke taken moeten overnemen. De territoriale reserve wordt opgebouwd en uitgebouwd. Vanaf september beginnen we met de jongeren, maar daarnaast is ook de reserve in aantrek. Ook op dat vlak komt er een versoepeling van de regels, bijvoorbeeld inzake leeftijd en medische voorwaarden. Daar zijn we ook mee bezig. Wij zijn dus parallel bezig met een aantal punten.

Mijnheer Vander Elst, nogmaals, ik sta honderd procent achter het Vlaams defensiefonds en wij zullen onderzoeken of initiatieven in dat verband al dan niet NAVO-aanrekenbaar is. Het is echter niet omdat wij zaken zullen doen via de FPIM dat geen zaken via de PMV kunnen gebeuren. Ik heb er helemaal geen probleem mee dat Vlaanderen het licht ziet inzake defensie en naar een meer realistischere koers switcht. Ik zal de eerste zijn om dat toe te juichen. In het verleden waren de exportvergunningen nooit een gemakkelijke kwestie voor Vlaanderen. Wanneer er ter zake enig realisme aan de dag wordt gelegd, is dat goed. Ik ben ervan overtuigd dat de minister-president dezelfde visie is toegedaan. Ik heb een officieel onderhoud met hem gehad. Dat was een van de conclusies.

Mijnheer Weydts, inzake de NDPP’s wil ik er toch even aan herinneren dat ik tijdens de vorige legislatuur specifiek daarover een voorstel van resolutie heb ingediend met het oog op meer transparantie in dat proces en vooral in de uitkomst. Aangezien het daarbij om geheime documenten gaat, kan ik die niet delen hier. Nederland doet dat wel. Wat is echter het punt? Bij het begin van een proces moet worden aangekondigd dat de documenten publiek zullen worden gemaakt in het Parlement. Voor de NDPP’s 2025 zijn wij dus te laat. Dat proces is immers een paar jaar geleden begonnen. Nu zouden wij dus een brief moeten sturen naar de NAVO om te melden dat wij met de volgende NDPP’s zoals Nederland publiek naar buiten zouden komen en transparantie zouden geven aan de Kamer en dus aan alle inwoners van het land. Dat betekent dat ik de komende weken of maanden een brief zou moeten sturen aan de NAVO om te melden dat NDPP 2025 is afgerond en dat wij met NDPP 2029 publiek naar buiten zullen treden. Ik zou dus moeten aangeven dat de NAVO moet weten dat wij een deel publiek zullen maken en in het Parlement zullen bespreken omwille van de transparantie en de democratische controle.

Ik zal inderdaad die brief naar de NAVO sturen. Ik zal proberen consequent te zijn met het voorstel van resolutie dat ik tijdens de vorige legislatuur heb ingediend. Het is niet altijd gemakkelijk om consequent te zijn met voorstellen die men zelf heeft gedaan. Dat is een bijzonder moeilijke evenwichtsoefening. Het is aan de oppositie om een en ander goed in de gaten te houden; zij zal er ongetwijfeld veel plezier aan beleven om een en ander onder mijn neus te duwen.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. U hebt nog eens goed uiteengezet dat alle NAVO-partnerlanden de 2 %-norm zullen halen. Wie nu nog denkt dat dat voor ons te veel of overbodig is, of dat we in andere zaken moeten investeren, hallucineert volgens mij. We moeten mee.

Dat moet weliswaar op een structurele manier gebeuren en daaromtrent blijf ik wat op mijn honger. Ik weet dat ik wellicht de beleidsnota en de tabellen moet afwachten om te bekijken waar precies de financiële middelen naartoe gaan en vanwaar ze zullen komen. In de opsomming die u maakt, hebt u het over de Russische tegoeden. Die zullen nog wel een aantal jaren lang een bron van inkomsten zijn. Dat klopt zeker, maar dat zijn geen structurele middelen waarop u kunt rekenen, waarop u kunt bouwen, waarmee u de strategische visie die u plant, kunt uitwerken voor de komende vijftien tot twintig jaar. Dat gaat gewoon niet. Er moet dus meer werk gemaakt worden van een structurele financiering en op dat vlak blijf ik echt op mijn honger.

Wat het NDPP (NAVO-defensieplanningsproces) betreft, heb ik ook een mondelinge vraag ingediend, maar die komt vandaag wellicht niet aan bod, aangezien die helemaal onderaan de agenda staat. Ik ben blij dat u een stap zet naar openheid en transparantie in het Parlement. Dat vind ik een goede zaak, waarvoor ik zeker applaus wil geven. Wat de financiële middelen en de structurele verankering betreft, kijk ik uit naar de beleidsnota, maar ik vrees voor heel veel eenmalige ingrepen. Volgens het regeerakkoord zou ons land opnieuw een modelbondgenoot binnen de NAVO worden en het paasakkoord spreekt over een solidaire bondgenoot, maar zonder structurele financiële verankering vrees ik dat we financieel niet solidair genoeg zullen zijn, waardoor we op dat vlak nog steeds een ongeloofwaardige bondgenoot zijn. Hopelijk worden we deze legislatuur ten minste een structurele bondgenoot, maar daarvoor kijk ik uit naar uw beleidsnota.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, dank u voor uw uitgebreide en gedetailleerde antwoord.

Het moet worden gezegd, onze geloofwaardigheid op internationaal vlak staat op het spel. U weet dat ongetwijfeld. Dat we die 2 %-norm behalen tegen de NAVO-Top in Den Haag in juni lijkt me een zekerheid. Die vraag is dus niet aan de orde. De manier waarop die norm wordt bereikt, is natuurlijk wel een vraag. Op dat vlak blijven we op onze honger.

U hebt de middelen voor dit jaar toegelicht. Daarvoor wordt de trukendoos bovengehaald. Ik heb het al gehad over de EU-middelen die buiten de begroting zullen worden gehouden. U zegt dat de schuldgraad deze legislatuur niet zal stijgen, maar dat is natuurlijk pertinent onjuist. Dat weet u ook. De schuldgraad wordt opgebouwd doordat u die 2 miljard uit de begroting houdt. Zo bouwt u schulden op voor de toekomstige generaties. Nochtans is dat iets waarvan deze regering initieel gezegd had dat ze het niet zou doen. Op dat vlak stelt u dus wel teleur.

Een tweede vraag die we ons moeten stellen, is waaraan het geld wordt uitgegeven. We wachten uw beleidsnota natuurlijk af, maar ik vind dat we onze eigen veiligheid moeten vooropstellen: onze cyberveiligheid en de beveiliging van onze kritieke infrastructuur. Dat lijkt me echt wel een dringende nood.

U zegt ook dat u met een luizenkam door de overheidsuitgaven wil gaan. U kent onze voorstellen ter zake. Wij pleiten voor het besparen op onze EU-bijdrage. We moeten korting bedingen op dat vlak. Nederland probeert dat te doen door te onderhandelen. Wij hebben het ook over besparen op ontwikkelingshulp en dergelijke, en over een efficiëntere overheid. Op dat gebied is er nog wat werk aan de winkel de komende jaren. We volgen dat zeker op.

Robin Tonniau:

Mijnheer Francken, u hebt al duidelijk gemaakt dat we morgen dan toch geen begrotingstabel mogen verwachten. Hopelijk krijgen we die dan volgende week. Het debat ging eigenlijk vooral over de vraag waaraan we ons defensiebudget willen spenderen. Ik heb die vraag bij verschillende fracties gehoord. Kopen we veel munitie aan? Gaan we voor die 35 extra fregatten luchtafweergeschut? Willen we ook investeren in personeel? Daarvan ben ik zelf voorstander.

We hebben de vakbonden hier in onze commissie gehoord. De lonen zijn bijzonder laag voor de uren die worden geklopt en de werkomstandigheden zijn absoluut ondermaats. Dus ja, we moeten investeren in het personeel van Defensie. Waar moet dat geld evenwel vandaan komen? Dat is de vraag die u moet beantwoorden en die u nog altijd niet kunt beantwoorden. Waar denkt u die miljarden te halen? U wilt die onder meer halen bij het personeel van Defensie. Onder uw ministerschap zal het personeel van Defensie langer moeten werken voor een lager pensioen. Dat zijn de feiten.

U schrijft op uw sociale media: "Defensie is business." Ik geef u gelijk, Defensie is big business. De winstmarges van Rheinmetall gaan door het plafond. Die zijn fenomenaal, tot zelfs 1.850 %. Dat zijn ook de krachten die hier spelen. De industrie speelt hier op ons in om de sluizen open te zetten voor Defensie. Er is bijna geen concurrentie. Het kan niet op. Die kracht speelt hier en dat voelt men, maar het is een kracht waartegen wij zullen vechten.

Peter Buysrogge:

Mijnheer de minister, ik wil eerst ingaan op het laatste punt van collega Tonniau. Het is belangrijk om na te gaan hoe we onze eigen industrie hierin kunnen betrekken. Dat is ook goed voor alle arbeiders die in die fabrieken werken. We moeten niet alleen kijken naar wat er internationaal geïnvesteerd moet worden – wat moet er in Frankrijk of Amerika worden geïnvesteerd – maar moeten ook proberen na te gaan hoe onze eigen Vlaamse, Waalse en Brusselse industrie daar ook van kan genieten en hoe ook de medewerkers die in die industrie werken, daarvan kunnen genieten.

Mijnheer de minister, proficiat met uw stevig akkoord. Het is belangrijk dat de regering een stevige versnelling plaatst om Defensie op te schalen en dat we op die manier ook aantonen dat we solidair zijn in internationaal verband, waar we achterophinkten met al onze budgettaire beperkingen. Het is dus goed dat die inspanning gebeurt.

Er moeten nog verder worden uitgeklaard hoe dat allemaal kan worden geconcretiseerd en hoe dat structureel kan worden verankerd. Voor mij als voorzitter is het wel van belang om de betrokkenheid van het Parlement te kunnen garanderen met een deftige bespreking van de beleidsnota gekoppeld aan het budget, met een actualisatie van de strategische visie, met een aanpassing van de militaire programmeringswet, met concrete dossiers die in een besloten commissie besproken worden en met wetsontwerpen. Kortom, collega's, ik denk dat er ook voor ons de komende maanden nog heel wat werk op de plank ligt en ik kijk uit naar een goede samenwerking.

Philippe Courard:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos nombreuses réponses. Toutefois je reste sur ma faim concernant la problématique du financement. Je suis inquiet. Où trouvera-t-on cet argent? Comme indiqué dans l'article, il est question de 5 milliards de trop. Comptabilise-t-on les 4 milliards nécessaires à l'allongement de carrière des militaires? Car la traduction claire de cet allongement de carrière engendrera un certain coût pour la Défense.

Je suis aussi inquiet pour la défense européenne. Certes, le discours est clair, mais comme il est question de racheter des F-35 aux é tats-Unis, mettrons-nous véritablement l'accent sur cette défense européenne?

Vous avez évoqué la nécessité et l'importance d'une santé budgétaire, et cela fait partie des points d'attention du gouvernement. Cependant, j'ai malgré tout l'impression que ce sera la classe moyenne qui devra casquer pour atteindre les objectifs précités, et c'est ce que je déplore.

Axel Weydts:

Dank u, mijnheer de minister, voor uw omstandige antwoorden. Ik vond het heel interessant. Vooruit is heel blij dat er ook middelen zullen worden besteed aan het statuut van het personeel. We weten allemaal wat er moet gebeuren. De vragen van de vakorganisaties zijn zeer duidelijk. Het is dus een heel goede zaak dat we ook in die richting kijken en dat een groot deel van het voorziene extra budget voor Defensie ook naar het personeel kan vloeien. Men mag capaciteit aankopen zoveel men wil, maar zonder gemotiveerd personeel om dat te bedienen, staat men nergens.

In datzelfde kader ben ik het ook volledig met u eens dat er zo snel mogelijk een juridisch kader moet komen voor de inzet van de militairen bij statische bewakingsopdrachten. Laten we de frustratie die al heel lang leeft, zo snel mogelijk wegwerken. Ook de oprichting van de territoriale reserve zal een belangrijke zaak zijn. Ik weet dat u dat niet van vandaag op morgen kunt oprichten. Het zal tijd vragen, maar zal ook belangrijk zijn.

Ik ben ook heel tevreden met het feit dat er meer transparantie komt richting het NDPP (NATO Defence Planning Process), wat heel belangrijk is voor het Parlement en onze democratie. Er kunnen ook zaken achter gesloten deuren worden besproken. Als zaken niet vatbaar zijn om openbaar te worden gemaakt, dan kunnen we in dit Parlement democratische transparantie bieden achter gesloten deuren.

Darya Safai:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het geld dat we in Defensie pompen, is niet per se verloren geld. We kunnen daar ook veel uithalen. Investeren in onze Defensie zal ook geld opbrengen, evenals werkgelegenheid. Het is een goeie zaak voor onze economie.

Diplomatie is vandaag niet meer genoeg om een relatie met andere landen op te bouwen. Autocratieën, zoals Rusland en Iran, werken niet meer alleen via diplomatie. De actualiteit duwt ons richting een sterkere Defensie, zodat we onszelf kunnen verdedigen.

Volgende week zetten jullie deze debatten voort. Spijtig genoeg zal ik er dan niet bij zijn. Ik ga met het NAVO-parlement naar Turkije voor een rapport over Iran en de nucleaire ambities van Iran. Dat is enorm belangrijk. Ik wil gewoon benadrukken dat we de budgetten moeten opschroeven en klaar moeten zijn voor een wereld die heel sterk aan het veranderen is.

Luc Frank:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour toutes vos réponses.

Pour mon groupe, l'augmentation du budget de la Défense est un signal fort adressé à la population, à nos alliés, à nos partenaires, mais aussi – et c'est là un élément essentiel, selon moi – à nos agresseurs, parce que nous sommes agressés chaque jour. La Belgique respecte enfin ses obligations internationales et répond aux bouleversements géopolitiques de ces dernières années ainsi qu'aux ambitions de puissances agressives. Par ce biais, la Belgique met en place une réelle capacité de défense qui doit lui permettre de mieux participer à la défense territoriale du continent européen et, partant, de notre propre terre.

Par le biais de l'OTAN, cela doit mener à la constitution d'un pilier européen solide au sein de cette alliance ainsi qu'au développement de l'autonomie stratégique européenne. C'est pourquoi ce nouveau budget va servir à reconstruire nos capacités militaires et à créer celles que nous partagerons avec nos alliés européens. Dans l'immédiat, il faut faire fonctionner ce dont nous disposons, compléter nos équipements et acheter suffisamment de munitions pour pouvoir se défendre.

Mathieu Michel:

Monsieur le ministre, merci pour vos réponses ainsi que pour l'énergie que vous consacrez à la réalisation de cet objectif de 2 %. En fin de compte, l'essentiel est de savoir à quoi nous allons dépenser cet argent. Merci aussi pour vos explications quant aux dépenses éligibles au niveau de la norme OTAN. Vous avez souligné qu'outre les dépenses actuellement éligibles, il faut entamer une réflexion sur d'autres types de dépenses telles que les investissements dans des start-up de défense et autres. Il s'agit là, selon moi, d'un élément essentiel.

Je pense qu'on peut également s'interroger sur les positions que la Belgique prend au sein de l'OTAN et sur l'attention à accorder au caractère évolutif des guerres. La guerre d'hier n'est pas celle de demain, et c'est dès aujourd'hui qu'il faut investir dans les guerres à venir, et ce, en matière d'intelligence artificielle, de cybersécurité ou encore de manipulation des fausses informations. Dès lors, il est plus que jamais essentiel d'investir dans la guerre du futur et de ne pas se laisser distraire par les dépenses d'hier. Je vous invite donc à prendre conscience que la menace évolue et que la guerre de demain ne sera certainement pas celle d'aujourd'hui.

Koen Van den Heuvel:

Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister. Het is heel duidelijk dat we voor de geloofwaardigheid van ons land absoluut die 2 % moeten behalen, gelet op de geopolitieke context.

Voor ons is het ook belangrijk dat het geld op de juiste manier wordt besteed. We kijken dus uit naar de volgende weken. Wat telt, is dat het op een efficiënte manier gebeurt. Dat wil zeggen: zoveel mogelijk via Europese samenwerking, die moet worden versterkt.

Dual-use is eveneens een absolute prioriteit voor ons. Zoals daarnet gezegd, moeten we de deelstaten zoveel mogelijk betrekken bij deze uitdaging.

Voorzitter:

Dank u wel. Daarmee is dit actualiteitsdebat afgerond.

De conclusies van de Europese top van 20 en 21 maart 2025 inzake defensie
De Europese defensietop van 27 maart 2025 in Parijs
De Europese defensietop van 27 maart 2025 in Parijs
De gevolgen van de Europese top over Oekraïne voor de Belgische defensie
De Europese top over Oekraïne
De reis van premier De Wever en de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken naar Oekraïne
Het bezoek aan en het steunpakket voor Oekraïne
De steun aan Oekraïne
De zending naar Oekraïne
De Europese defensietop van 27 maart in Parijs en de oorlog in Oekraïne
Europese defensie- en steuninitiatieven voor Oekraïne in maart 2025

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 23 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België bevestigt zijn sterke, langetermijnsteun aan Oekraïne (1 miljard euro extra in 2025, inclusief F-16-leveringen vanaf 2026) en zet in op Europese defensie-integratie via het *ReArm Europe*-programma, gezamenlijke aankopen (40% doel) en industriële samenwerking, met nadruk op munitieproductie in Oekraïne zelf (bv. Thales’ raketfabriek). Praktische uitdagingen (verzekeringen voor defensiepersoneel, afhankelijkheid van VS/NAVO) en strategische spanningen (Franse autonomie vs. Europese eenheid, dubbele jagerprogramma’s) blijven knelpunten, terwijl België zich proactief opstelt in een toekomstige *coalition of the willing* voor vredeshandhaving—mits NAVO-steun en duidelijke mandaten. Transparantie over wapenleveringen blijft beperkt om veiligheidsredenen, maar details volgen achter gesloten deuren.

Darya Safai:

Op 20 en 21 maart bogen de Europese leiders zich in Brussel over de Europese defensie en de steun aan Oekraïne. U verklaarde eerder dat op de vorige Europese top een belangrijk signaal werd gegeven door de bevestiging dat de Europese defensie stelselmatig zal worden opgebouwd.

Op 27 maart organiseerde de Franse president Macron een Europese defensietop in Parijs. Eerste minister Bart De Wever vertegenwoordigde er ons land. Na een eerste editie in Londen begin maart kwam de nieuwe top er na de onderhandelingen in Saoedi-Arabië geleid door de Verenigde Staten met Rusland en Oekraïne over een beperkt staakt-het-vuren. Macron en de Britse premier Starmer proberen samen een coalition of the willing op poten te zetten om Oekraïne te steunen. Voor Macron moeten nu de verschillende niveaus van steun voor Oekraïne worden gedefinieerd, voor wanneer er een vredesakkoord gesloten is. Het gaat om steun aan het Oekraïense leger en eventueel een ontplooiing van troepen.

Tijdens de Europese top herbevestigden de staatshoofden en regeringsleiders hun engagement om extra te investeren in defensie. Ze willen de Europese defensie versterken en verzekeren dat ze Oekraïne kunnen blijven steunen.

Hoe passen deze beslissingen binnen het ReArm Europe-programma, dat de Europese Commissie voorstelde? Hebt u kennisgenomen van het witboek rond de Europese defensie? Welke zijn voor u de voornaamste aandachtspunten? Welke engagementen werden door ons land aangegaan? Wat zijn de gevolgen voor Defensie op korte en lange termijn?

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, de beslissing van de regering om de steun aan Oekraïne niet alleen voort te zetten, maar ook op te trekken, stemt mij zeker tevreden. Dat is een teken van internationale solidariteit. Het is niet te min om te stellen dat Oekraïne op het moment ook onze oorlog aan het uitvechten is. De Oekraïners vechten voor wat wij in Europa belangrijk vinden, voor de waarden van Europa, voor vrije democratie. Dus elke euro die we uitgeven aan Oekraïne, is inderdaad welbesteed. Op dat vlak ben ik het volledig eens met de eerste minister.

Mijnheer de minister, voor de detailvragen verwijs ik naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend. Ik heb wel nog een bijkomende vraag. Acht u het mogelijk om meer in detail bekend te maken welke steun wij effectief aan Oekraïne geven? Nederland doet dat ook. We hebben het daarstraks al gehad over wat Nederland publiek maakt inzake het NDPP. Ik heb een infografiek van de Nederlandse krijgsmacht bij die heel duidelijk en tot in detail uitlegt welke middelen voor Oekraïne worden uitgetrokken. De meningen zijn wat verdeeld over de vraag of dergelijke informatie publiek gemaakt moet worden. Sommigen stellen dat men moet tonen wat men uitgeeft. Anderen vinden dat die informatie gevaarlijk kan zijn, omdat ook de vijand te zien krijgt over welke middelen Oekraïne beschikt, waardoor de vijand gemakkelijker kan inschatten hoelang Oekraïne nog sustainable is en nog verder oorlog kan voeren. Ik stel u daarom een open vraag, waar ik zelf nog niet helemaal uit ben. In hoeverre kunnen we de effectieve steun die wij aan Oekraïne leveren, gedetailleerd publiek maken? Met die informatie kan het draagvlak bij de bevolking mogelijk ook vergroot worden. Dat vind ik een debat op zich waard, maar omdat ik niet correct kan zeggen of dat publiek gemaakt moet worden, wil ik graag uw inschatting vernemen.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, de vragen die nu aan de orde zijn, gaan over beslissingen op Europese toppen die intussen al meer dan een maand achter ons liggen. In deze snelle tijden lijkt dat soms een eeuwigheid, maar niettemin is het van belang om een duidelijk zicht te krijgen op de steun die we ook vanuit ons land aan Oekraïne geven.

Het is belangrijk om steun te blijven geven, aangezien Oekraïne vecht voor onze waarden. Oekraïne voert uiteindelijk een strijd voor onze democratie. Dat land moet dus echt absoluut op onze steun kunnen blijven rekenen.

Zijn wij op die Europese toppen nieuwe engagementen aangegaan? Heeft de keuze om de middelen van Euroclear of de interesten ervan als NAVO-middelen op te nemen, een effect op de steun die wij bieden? Betekent het dat wij van humanitaire steun naar militaire steun overgaan? Op welke manier positioneren we ons in de debatten over een sterkere Europese defensie en de financiering daarvan? Welke Belgische prioriteiten horen daarbij?

Op de Europese top ging het niet alleen over Oekraïne en defensie en Europese defensie, maar ook over het Midden-Oosten. Op welke manier acht u het aangewezen om de hefbomen uit de EU-Israël-associatie-overeenkomst over de schending van de mensenrechten toe te passen, omdat Israël dat continu aan het doen is. Werd dat ook op de Europese defensietop besproken? Welk standpunt neemt u daarover namens België in?

Voorzitter:

Mevrouw Maouane is afwezig.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, uw bezoek aan Oekraïne, samen met de minister van Buitenlandse Zaken en de eerste minister, stond enerzijds in het teken van steun aan Oekraïne en anderzijds in het teken van de steun aan onze Europese defensiebedrijven. Zij zien in de bewapening van Oekraïne een kans om te investeren in fabrieken in dat land. Met hetzelfde geld kan men in Oekraïne namelijk meer wapens maken. Volgens rekenwerk van denktank Bruegel liggen de productiekosten van drones er bijvoorbeeld rond de 500 euro per stuk. Dat is tot drie keer lager dan in Europa.

U hebt ook een aantal mensen van defensiebedrijven naar Oekraïne meegenomen. We hebben gezien dat Thales, John Cockerill en FN Herstal mee zijn afgereisd. Werden ook Vlaamse defensiebedrijven uitgenodigd om hun mogelijkheden in Oekraïne te bekijken. Welke? Waarom waren ze er wel of niet? Wat is de uitkomst van uw bezoek aan Kiev? Kijkt u zelf ook naar het opstarten van productiesites op defensievlak in Oekraïne over afzienbare termijn? Welke opties werden ter zake besproken? Met welke bedrijven zou dat zijn?

Tot slot, wat is er besproken rond het steunpakket van 1 miljard euro? Wat zal Oekraïne daar concreet mee doen? Ik dank u alvast voor uw antwoorden.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, collega Ponthier heeft al gezegd dat u samen met de eerste minister en de minister van Buitenlandse Zaken bent afgereisd naar Oekraïne. Ook mijn fractie en ikzelf erkennen ten volle het belang van de solidariteit met de steun aan Oekraïne in zijn strijd tegen de Russische agressor. Het is niet alleen een strijd tussen Oekraïne en Rusland, het is ook een strijd voor onze normen en waarden, voor democratie, voor veiligheid en voor vrijheid, ook voor ons.

Via de pers konden we vernemen dat er dit jaar een nieuw militair steunpakket van 1 miljard euro aan Oekraïne wordt gegeven. Er reisden ook een aantal defensiebedrijven mee, wat een zeer goede zaak is. Het is belangrijk dat we de industrie zoveel mogelijk betrekken, vandaar de volgende vragen.

Mijnheer de minister, wat valt er exact binnen het steunpakket van 1 miljard euro aan Oekraïne? Er zijn een aantal collega's die al gewezen hebben op wat we kunnen zeggen en wat we niet kunnen zeggen, maar er zijn toch al een aantal dingen gezegd. Ik vraag me dan ook af waar we de grens trekken van wat wel en wat niet mag worden meegedeeld in het Parlement of in de media.

Wanneer vertrekken de eerste twee F-16's voor reserveonderdelen? Zijn de leveringen van die twee gevechtsvliegtuigen voor 2026 het minimum? Zal die levering plaatsvinden in het voorjaar of in het najaar?

Voor de overige leveringen van F-16's zijn we afhankelijk van de levering van de F-35 aan België, waar blijkbaar toch wel wat vertraging op zit. Wat is nu de tijdslijn voor de leveringen van de 34 F-35's aan ons land? Wanneer zal de nieuwe vloot gevechtsvliegtuigen volledig zijn?

In verband met de defensiebedrijven, welke akkoorden werden gesloten tussen de Belgische defensiebedrijven en Oekraïne? Het zou onder andere gaan om gezamenlijke wapenproductie en investeringen in productie op Oekraïens grondgebied. Wat is de return van die investeringen voor België? Zijn er bepaalde afspraken gemaakt die ook de defensie-industrie en de productie in ons land zullen versterken?

Ik wil nog even terugkomen op de vennootschapsbelasting op de bevroren Russische tegoeden. Er was sprake van dat we die zullen meetellen voor de defensie-uitgaven hier. Er was eerder ook al sprake van dat we die zouden meetellen voor het militair steunpakket aan Oekraïne. We kunnen dat geld natuurlijk geen twee keer uitgeven. Hoe zit dat nu juist? Waar vallen de bevroren Russische tegoeden juist onder?

Philippe Courard:

Monsieur le ministre, vous êtes allé avec le ministre des Affaires étrangères et le premier ministre en Ukraine, accompagnés de chefs d'entreprises belges du secteur de la défense. Cela me donne l'occasion de rappeler ici que mon groupe est tout à fait favorable au soutien à l'Ukraine. Il est important, capital, et on ne le répète peut-être pas assez. Je tiens à le redire parce qu'une partie de l'opinion publique se lasse un peu de cette guerre-là. Une partie de l'opinion publique ne comprend pas, par égoïsme, que ce qui se passe en Ukraine a des répercussions chez nous, et que si demain l'Ukraine devait être abandonnée, les conséquences seraient incommensurables pour l'Europe et pour notre pays en particulier. Il faut donc inlassablement rappeler cette nécessité de défendre la liberté et de défendre l'Ukraine. C'est aussi nous protéger de problèmes futurs.

Monsieur le ministre, pouvez-vous rapidement faire un débriefing de cette mission? Des engagements ont-ils été pris par votre département? Les sociétés qui vous ont accompagnés étaient-elles heureuses d'être sur place? Des contacts ont-ils eu lieu? Un bilan est-il à tirer de ces visites?

Robin Tonniau:

Mijnheer de minister, ik val een beetje in herhaling als ik zeg dat er op 27 maart in Parijs topoverleg plaatsvond met enkele Europese leiders, waar de oorlog in Oekraïne en de situatie met Rusland werd besproken. Ook onze premier was bij dat overleg aanwezig. Tijdens die bijeenkomst kwamen drie pijlers voor een veilig Europa naar voren: een sterk Oekraïens leger, een Europese veiligheidsmacht en een beter georganiseerde Europese defensie. De conclusie van dat topoverleg was dat we er alles aan moesten doen om de druk op Rusland hoog te houden. De premier zei niet te geloven dat de woorden van Rusland oprecht zijn, noch dat Rusland zich aan de gemaakte afspraken zou houden. We hopen, aldus de premier, dat ook de Verenigde Staten snel tot die conclusie zullen komen.

President Zelensky voegde daaraan toe dat de Amerikanen voortdurend de voorwaarden aanpassen van de mineralendeal die zij willen sluiten. Ook Amerika blijkt dus geen betrouwbare partner te zijn.

Vandaag zien we dat de oorlog met Rusland financieel voordelig blijkt te zijn voor de arizonaregering, meer in het bijzonder voor het Defensiebudget. Vijf jaar lang rekent Arizona namelijk op meer dan een miljard euro aan jaarlijkse belastinginkomsten uit de bevroren tegoeden geparkeerd bij Euroclear. De regering vertrekt dus van de aanname dat de sancties en daarmee ook het voortdurend conflict met Rusland nog minstens vijf jaar zullen aanhouden.

Mijnheer de minister, ik heb drie vragen voor u. Heeft Europa eigenlijk diplomatieke initiatieven genomen om een vredesakkoord te bereiken op die toppen? Zijn er binnen de coalition of the willing ook veiligheidsopties overwogen die inzetten op duurzame vrede zonder te focussen op de verdere opbouw en inzet van militaire macht? Hoe gaan we dat conflict beëindigen als men niet eens met Rusland aan tafel wil zitten?

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, heel kort wil ik vanuit onze fractie zeggen dat het ook voor ons een absolute prioriteit is om Oekraïne te blijven ondersteunen. Dat is absoluut nodig om onze westerse democratie op een stevige manier te verdedigen. Het is ook goed dat ons land heeft toegezegd mee te zullen werken binnen een Europese context, want dat vind ik absoluut de weg die we moeten kiezen. Het is een Europees verhaal. Volle steun voor Oekraïne vinden wij duidelijk de juiste weg vooruit en wij gaan ook volledig akkoord met het bedrag van 1 miljard.

Theo Francken:

Merci beaucoup pour vos questions.

Je retiens de vos questions trois grands thèmes: premièrement, le Livre blanc européen; deuxièmement, le Sommet européen des 20 et 21 mars; troisièmement, la visite en Ukraine. Je vais donc répondre thème par thème.

Ten eerste, over het witboek. Het witboek heeft als doel de Europese Defensie klaar te stomen tegen 2030, zodat we beter gewapend zijn tegen alle mogelijke bedreigingen. De voorgestelde maatregelen moeten de lidstaten aanzetten tot hogere defensie-investeringen, gezamenlijke aankopen stimuleren en beter inspelen op de noden van de industrie.

La Belgique approuve les sept capacités phares prioritaires que les É tats membres de l'Union européenne devraient développer ensemble.

Daarnaast wordt het voorstel gedaan van een defensieomnibus, bedoeld om administratieve procedures en regels te vereenvoudigen en de kruiscertificiëring van defensieproducten te bevorderen. Tevens bevat het witboek een strategie om de militaire strategie aan Oekraïne op te voeren op basis van het voorstel van de Hoge Vertegenwoordiger van de EU, Kaja Kallas. Quote: verhoogde militaire steun voor Oekraïne.

Dit pleit voor de integratie van Oekraïne in de militaire mobiliteit van de EU-defensie-industrieprogramma's en Pescoprojecten. België draagt hieraan al bij via het Kallasplan, onder meer door onze steun aan het Tsjechische munitie-initiatief. Voorts voorziet het witboek in een leenfaciliteit van 150 miljard, onder de naam Securitiy and Action for Europe (SAFE,) ter ondersteuning van gezamenlijke aankopen. Daarnaast is het mogelijk de nationale ontsnappingsclausule in het Stabiliteits- en Groeipact te activeren voor defensie-uitgaven tot 1,5 % van het bbp, verspreid over 4 jaar. Bovendien geldt er een gezamenlijke inkoopdoelstelling van minstens 40 %.

België ziet in deze vlaggenschipprojecten een kans voor zowel onze krijgsmacht als voor onze economie. Dit geldt in het bijzonder voor domeinen als militaire mobiliteit, luchtafweersystemen, systemen voor diepe precisieaanvallen, cyberveiligheid en de bescherming van kritieke infrastructuur.

Voor de Belgische defensiebedrijven betekent de defensieomnibus een belangrijke stap vooruit. De kruiscertificiëring van de capaciteit biedt eveneens voordelen. Maatregelen die gericht zijn op de overgang naar een gemeenschappelijke Europese defensiemarkt, zoals de herziening van de EU-richtlijnen inzake defensieaanbestedingen en intra-Europese overdrachten, zijn bovendien cruciale stappen die aansluiten bij enkele van de ambities uit het regeerakkoord. Als we de Europese defensiemarkt willen verbeteren en minder types van bepaalde producten willen, want het is soms echt belachelijk hoeveel types er bestaan, zullen we de kruiscertificiëring moeten doen en ook een aantal richtlijnen aanpassen. Daar is men nu mee bezig.

Wat niet betekent dat het dan allemaal opgelost zal zijn. Ik wil toch nog even in herinnering brengen dat het interessant is te kijken naar de hoorzitting met de baas van Dassault, vorige week in de Franse Senaat. Ik zal het fragment online zetten waarin hij over het SCAF-project zegt dat de Franse strategische autonomie van het hoogste belang is. Hij had het dus niet over de Europese strategische autonomie. De Franse strategische autonomie! Ik wil dat toch even zeggen. Voor sommige Europese lidstaten, en zeker voor Frankrijk, is alles wat defensie aanbelangt gewoon een essentieel onderdeel van hun buitenlands beleid en van hun internationale veiligheidsbelangen. En dus het delen van bepaalde technologieën en geheime sleutels enzovoort ... Het is ook daarom dat zij zo ongeveer de enigen zijn die inzake nucleaire capaciteit volledig autonoom kunnen opereren. Dat vloeit voort uit de beslissing van generaal De Gaulle, lang geleden, naar aanleiding van de Suezcrisis, waarvan de Fransen nu zeggen: “Zie je wel dat we gelijk hadden? Zie je wel dat we altijd gelijk hebben gehad?” Ik denk dus niet dat we er al helemaal zijn. De beste voorbeelden daarvan zijn volgens mij het Future Combat Air System (FCAS) en het Tempestprogramma, twee Europese programma's. We gaan een nieuwe fighterjet maken, sixth generation .

Iedereen praat maar over Europese defensie. Voor sommigen is dat zelfs het absolute walhalla. Als we dat bereiken, dan kunnen de NAVO en die Amerikanen overboord. Nu, voor de huidige president Trump bestaat er natuurlijk weinig steun in het land, maar om dan maar te zeggen dat alles van Europa moet komen. Het grootste ontwikkelingsprogramma op Europees niveau? Dat is er niet één, dat zijn er twee. We weten immers allemaal dat luchtmachtprogramma's de duurste zijn. Dat zijn er dus twee: het Frans-Duitse SCAF/FCAS en het Brits-Italiaanse Tempest. Misschien kunnen we beginnen met daar één programma van te maken. De ontwikkelingskosten bedragen 60 miljard euro per programma. Voor 350 toestellen per programma. Reken maar uit! Een F-35 is een koopje in vergelijking met de volgende generatie fighterjets !

Het moet en het zal echter Europees zijn en voor sommigen mag dat tegen elke prijs. “We betalen dat, want het is Europees, joepiejee!” Ik denk toch dat we nog heel veel werk hebben en dat we vooral met onszelf moeten beginnen. Misschien moeten we maar eens minder naar de andere kant van de Atlantische Oceaan verwijzen en beginnen in Europa. Voor mij is dan de hoogste inzet één ontwikkelingsprogramma – één, geen twee – voor de volgende generatie fighterjets , straaljachten of jachtvliegtuigen, pardon. Excuse me for my English , dat niet altijd even goed is.

Het volgende thema is de trip naar Oekraïne en de Belgische militaire steun aan Oekraïne. Wat is de stand van zaken en wat zijn de toekomstplannen?

Tijdens het bezoek aan Kiev en de ontmoeting met president Zelensky kondigde België een nieuw militair steunpakket van 1 miljard euro aan voor 2025. De details van dit pakket worden momenteel verder uitgewerkt, maar het omvat onder meer directe bilaterale militaire steun, evenals bijdragen aan diverse internationale capaciteitscoalities. Exclusief dit nieuwe pakket heeft België sinds 2022 al voor 1,25 miljard euro aan militaire uitrusting aan Oekraïne geleverd. Inclusief humanitaire hulp stijgt dit bedrag tot 2,2 miljard euro.

België blijft gerichte steun verlenen via internationale coalitiemechanismen. Dit omvat onder meer gespecialiseerde training van F-16-technici en ondersteuning bij het F-16-beheer. In 2025 zal België reserveonderdelen van 1 à 2 F-16’s doneren, gevolgd door de levering van de eerste twee operationele straaljagers in 2026. De inzet is helder, zodra België F-35’s ontvangt, krijgt Oekraïne F-16’s.

Wat betreft internationale capaciteitscoalities levert België al bijdragen aan zes van de acht bestaande coalities, waaronder die voor luchtmacht, luchtverdediging, artillerie, marine, IT en mijnopruiming. Recent werd de Belgische steun hernieuwd voor de door Tsjechië geleide munitiecoalitie. Twee weken geleden heb ik de Tsjechische minister ontvangen in het NAVO-hoofdkwartier, of eigenlijk ben ik door hun delegatie ontvangen. Maar dat geldt ook voor de door Estland geleide IT-coalitie. Twee weken geleden heb ik die brief met de Estse collega ondertekend, want de vorige regering had dat nog niet opnieuw bevestigd.

De Europese EUMAM-missie wordt door België gezien als het primaire platform voor de militaire training van Oekraïense strijdkrachten. België ondersteunt het Europese voorstel om deze missie in Oekraïne zelf verder uit te breiden.

Daarnaast onderschrijft België het voorstel van de Europese Commissie, zoals opgenomen in het witboek, om Oekraïne te behandelen als een de facto EU-lidstaat bij gezamenlijke defensieaankopen en subsidiëring. België pleit voor nauwere business-to-business relaties tussen Oekraïense en Europese ondernemingen, met bijzondere aandacht voor kleine en middelgrote bedrijven. In dit kader steunt België ook de opname van Oekraïne in het European Defence Industry Programme (EDIP), dat in 2025 gelanceerd wordt.

België toont zich ook tevreden over het Memorandum of Understanding voor militair-technische samenwerking, dat op 24 januari 2024 werd ondertekend om de samenwerking tussen de Oekraïense en Belgische defensie-industrieën te versterken.

Tijdens het bezoek aan Oekraïne reisden tien prominente Belgische defensiebedrijven mee die allen reeds actief waren in dat land. In Kiev werden concrete overeenkomsten gesloten, waaronder – dit is niet exclusief, maar dit zijn de overeenkomsten die kunnen worden bekendgemaakt – een letter of intent tussen Sabena Engineering en Ukranian Defence Industry GSC voor het onderhoud van F-16’s in Oekraïne. Een tweede overeenkomst betreft een memorandum of implementation of MOI tussen Thales Belgium en SDB AME voor de productie van 70 mm-raketten ter ondersteuning van de strijd tegen drones.

Dat is inderdaad een productiefaciliteit in Oekraïne. Ik zal ze binnenkort proberen te bezoeken. De faciliteit zou de moeite zijn. Dat bezoek is niet gelukt tijdens de trip, omdat de heer Prévot een veel te drukke agenda in België had. Hij moest dus tijdig terug zijn in België. Anders waren wij sowieso daar ook langs geweest. Dat was nu niet mogelijk, maar ik zal dat zeker nog doen.

Les entreprises qui ont participé à cette journée de l’industrie de défense belgo-ukrainienne sont Sabena Engineering, Thales Belgium, Patria Belgium Engine Center, John Cockerill Defense, FN Browning, Sioen, OIP, Exail, ILIAS et K&S Belgium.

Daar zijn dus ook Vlaamse bedrijven bij. Het zijn de grote jongens, die het graag wilden. Het zijn bedrijven die al handel drijven met Oekraïne. Het event is heel goed verlopen. Tijdens de terugreis op de trein ben ik samen met de eerste minister en minister Prévot bij al die mensen langsgegaan. Wij hebben een goed gesprek kunnen voeren met al die bedrijfsleiders. Ik denk dat zij het erg gewaardeerd hebben dat ze even met de eerste minister hebben kunnen praten.

We hebben ter plaatste een goede persconferentie gegeven in een kelder. Men gaat daar constant van kelder naar kelder. We hebben een demonstratie gekregen van wat de Oekraïners hebben aan drones. Dat was indrukwekkend. Dat materiaal stond opgesteld in kelders onder hotelgebouwen aan -2 °à -5 °C en wordt verhuisd in de stad. Het is ongelooflijk wat daar allemaal ondergronds gebeurt. Ze zijn natuurlijk heel bang van raketten uit Rusland.

We hebben daar een groot rondetafelgesprek georganiseerd. De pers was uitgenodigd. We hadden geen pers meegenomen. Er waren enkele cameraploegen die zelf op accreditatie ter plaatse waren geraakt. Wij hadden ervoor gekozen geen persmensen mee te nemen. De eerste minister wou dat absoluut niet. Ikzelf had daar geen problemen mee, maar bon, hij wou dat niet … (Hilariteit in de zaal)

We hebben nog veel werk met de defensie-industrie. U moet begrijpen dat de bedrijfsleiders hun industrie willen uitbouwen in Oekraïne, maar er bestaan enkele praktische problemen. Onze bedrijfsleiders uit de defensiesector gaan ter plaatse, maar de vraag is of zij verzekerd zijn. Wat gebeurt er indien zij worden aangevallen of wanneer iemand sterft wegens een raket- of een droneaanval? Vannacht was er nog een aanval in Odessa. Constant wordt er nog aangevallen. Het gaat eigenlijk om een staakt-het-vuren op papier. Dus wie verzekert die werknemers? Bijna niemand wil dat doen.

Wij zijn daarvoor een oplossing aan het zoeken. De vraag werd gesteld of die werknemers als reservist ingeschreven konden worden. Men kan ze echter niet als militair sturen, want dan is men betrokken bij een oorlog, als iets misloopt. Daar moet dus goed over worden nagedacht. Het gaat om kleine, praktische zaken die gemakkelijk op te lossen lijken. Niet alleen ons land, maar ook andere landen kampen met die problemen. Een goede verzekering is nodig, dat is evident.

Veel werknemers staan niet te springen om naar Oekraïne te gaan, eerlijk gezegd. Ze verkiezen hier in hun bedrijf te blijven dan in Oekraïne gedurende zes maanden een productie-eenheid op te starten. Dat is begrijpelijk. Het gaat om een land in oorlog. Wij zijn dat niet gewoon, veel van die werknemers zijn dat ook niet gewoon.

Er is dus nog veel werk aan de winkel. De benadering was volgens mij zeer positief. Ik denk dat president Zelensky dat miljard heeft gewaardeerd, maar nog veel meer het feit dat we met die bedrijfsleiders ter plaatse zijn gegaan. We hebben goodwill getoond om samen business te doen en expertise uit te wisselen. Ik hoop dat dat zo goed zal blijven lopen.

President Zelensky heeft ons zeer hartelijk onthaald en heeft veel tijd voor ons uitgetrokken, voor de eerste minister natuurlijk. We hebben daar tijdens een lunch over heel wat gepraat. Het gesprek was zeer openhartig, in tegenstelling tot wat ik had verwacht. President Zelensky heeft echt diepgaand gepraat over issues waarover men dagelijks in de krant leest. Ik kan niet alles onthullen, maar zijn openhartigheid en transparantie zijn me sterk bijgebleven.

Tot slot was het derde thema de coalition of the willing en de bijeenkomst in Parijs. Er was twee weken geleden ook een bijeenkomst in het kader van de NAVO waarop ik aanwezig was. De gesprekken in Parijs rond de coalition of the willing stonden in het teken van de versterking van de steun aan Oekraïne en de voorbereiding van mogelijke vredeshandhavingsmaatregelen. De bijeenkomst werd op 27 maart bijgewoond door vertegenwoordigers van 31 landen en had tot doel de concrete bijdrage van elk land af te stemmen en te coördineren. Ter verduidelijking, ik was niet aanwezig op die vergadering. Ik was wel aanwezig op de vergadering van de zogenaamde Ramsteingroep hier in het NAVO-hoofdkwartier.

Die Ramsteingroep werd altijd geleid door de Amerikanen. Zij willen dat echter niet meer doen en nu zijn het de Britten en de Fransen die dat gezamenlijk doen. Een centraal discussiepunt was de mogelijkheid om Europese veiligheidstroepen naar Oekraïne te sturen zodra er een vredesakkoord met Rusland is bereikt. Hoewel er nog geen definitieve beslissingen zijn genomen, bestaat er brede steun voor het principe dat elk akkoord gepaard moet gaan met robuuste veiligheidsmaatregelen ter bescherming van Oekraïne. Hoe deze maatregelen per land ingevuld worden, verschilt echter sterk.

België is bereid verantwoordelijkheid te nemen binnen de coalitie, op voorwaarde dat er brede steun voor en actieve deelname aan een militaire inzet is. België vraagt ook dat de NAVO en de VS logistieke en inlichtingenondersteuning voorzien, evenals een backstop voor de eventuele inzet van troepen op het terrein. Een heel grote discussie is natuurlijk wat er gebeurt wanneer de troepen worden aangevallen. Zal men dan Rusland de oorlog verklaren of wat gaat er dan gebeuren? Welke rol België precies op zich zal nemen binnen een mogelijke vredes- of regeneratiemissie hangt af van de uiteindelijke invulling, noden en vorm van de operatie en wordt momenteel verder onderzocht en besproken. Zoals ik heb gezegd, gebeurt dat onder leiding van de Fransen en de Britten samen met alle CHOD's van de betrokken landen. Om veiligheidsreden en uit discretie kunnen hierover geen verdere details worden gegeven.

De Europese inspanningen hangen ook sterk samen met het mogelijke succes van de Amerikaanse bemiddeling in het streven naar een full ceasefire met Rusland. Vandaag is daarvoor een heel belangrijke dag, dus we wachten af wat er verder zal uitkomen.

Le président français Emmanuel Macron a appelé à l'unité européenne et a souligné que le soutien à l'Ukraine devait être maintenu aussi longtemps que nécessaire. Selon lui, le maintien des sanctions contre la Russie reste également crucial pour faire pression. Le chancelier allemand Olaf Scholz a partagé ce point de vue et a mentionné que la levée des sanctions serait une grave erreur.

Voorts werd besproken op welke manier de coalitie Oekraïne bijkomend kan ondersteunen met militaire training en materieel om de verliezen van het Oekraïense leger aan te vullen. Dat is essentieel voor het versterken van de Oekraïense eerste verdedigingslinie tegen toekomstige Russische agressie.

De coalition of the willing is vastberaden om Oekraïne blijvend te ondersteunen. Tegelijk is het duidelijk dat een bijkomende concretisering nodig is om de geplande maatregelen te verfijnen en op te schalen.

Collega’s, basically is België behoorlijk forward-leaning om deel te nemen aan een dergelijke coalition of the willing . Ik weet dat sommige partijen dat totaal niet zien zitten. Wij zijn daar wel voorstander van. Ik blijf dat zeggen. Ik heb dat helemaal in het begin verklaard in een interview. Daarvan is behoorlijk wat misbruik gemaakt om te beweren dat wij Vlaamse jongens en zonen zouden laten sterven in Oekraïne. Een en ander is echter in het kader van een vredesakkoord en een ceasefire .

Dat standpunt is ondertussen bevestigd door de eerste minister. Er is minder fuzz over dan toen. Het standpunt is echter niet gewijzigd. Ik blijf bij wat ik toen heb verklaard. Wij zijn forward-leaning . Wij zullen zien wat wij doen. Komt er een vredesakkoord? Komt er een ceasefire ? Komt er een inzet van een coalition of the willing ? In dat geval zullen wij bekijken wat wij gaan doen. Nu wordt volledig uitgewerkt wat wij kunnen doen, wat de verschillende scenario’s zijn en welke capaciteit wij kunnen leveren. Dat is militair geheim en kan ik hier dus niet delen. Een en ander is echter heel concreet.

Als er deze week een akkoord zou komen, dan zal er ook onmiddellijk worden gepraat over veiligheidsgaranties en zullen de Fransen en de Britten de lead nemen van een dergelijke coalition of the willing , waarbij het gaat over een inzet die er relatief snel kan komen. Hoogstwaarschijnlijk zal er daarbij ook een Belgische deelname zijn.

Mijnheer de voorzitter, zodra dat dat moment er is, moet een en ander worden beslist binnen de regering. Zodra dat in de regering is beslist, zal ik natuurlijk zo snel mogelijk naar het Parlement komen om toelichting te geven. Dat is evident. Dat zal in de commissie voor de opvolging van de militaire missies zijn maar waarschijnlijk ook in de commissie voor Landsverdediging, deels publiek en deels achter gesloten deuren, om toelichting te geven bij wat wij daar exact zullen doen, waar wij gestationeerd zullen zijn en welke militaire inzet wij juist zullen leveren. Dat proces is volop bezig. U hoort er misschien minder over, maar die gesprekken zijn heel hard bezig achter de schermen.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, ik val in herhaling als ik zeg dat ik blij ben met de steun van ons land aan Oekraïne. Collega's, beschouw dit als een les voor de toekomst. Als wij in 2014 een duidelijk en sterk antwoord hadden gegeven op de invasie van Rusland in de Krim, dan was dit vandaag misschien niet gebeurd. Wij moeten Oekraïne blijven steunen en autocratieën als Rusland, Iran, China en Noord-Korea duidelijk laten zien dat wij samen sterker dan ooit staan en dat wij ons ook kunnen verdedigen.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, mij is in dit actualiteitsdebat niet duidelijk geworden wat nu eigenlijk het standpunt is van het Vlaams Belang over de steun aan Oekraïne. Dat is wel heel vreemd. Men stuurt persberichten uit zeggende dat de steun aan Oekraïne onverantwoord en gevaarlijk is. Ik heb mevrouw Ponthier dat hier vandaag niet horen herhalen. Het is heel duidelijk dat het Vlaams Belang daar een beetje op twee benen hinkt. Dat op zich is gevaarlijk. De steun aan Oekraïne in twijfel trekken en persberichten uitsturen om het draagvlak daarvoor bij de bevolking te proberen onderuit te halen is echt gevaarlijk.

Het is onze taak als democratische politici om mensen uit te leggen waarom het belangrijk is dat wij de steun aan Oekraïne voortzetten. Die mensen zijn momenteel aan het vechten voor de waarden die wij in Europa verdedigen. Dat mogen we nooit vergeten. Dat is absoluut heel belangrijk. We zullen dat moeten blijven doen de komende jaren, zolang het nodig is.

Ik ben ook heel tevreden dat we momenteel niet veel horen over de specificiteit van de inzet van mogelijke troepen bij een eventueel vredesakkoord. Dat is een teken dat daar achter de schermen goed aan gewerkt wordt. Het zou heel dom zijn om dat nu voor de schermen te doen.

Het is echter evident dat het ook voor Vooruit een kwestie van solidariteit is. Als die vraag ooit komt – en laten wij hopen dat die er zo snel mogelijk komt – dan moet België daarin zijn rol spelen en moeten wij solidair zijn met onze partners en vooral met Oekraïne.

Mijnheer de minister, met betrekking tot de details verwees ik naar een infographic van de Nederlandse krijgsmacht. U bent daar niet verder op ingegaan. Dat is misschien iets voor een verder debat, daarover kunnen we het later nog hebben. Ik had graag geweten – maar het kan later – of het verstandig is om dergelijke dingen tot in detail te delen.

Theo Francken:

Dat is door meerdere collega's gevraagd. De tabel met wat we precies zullen leveren, is nog niet 100 % afgeklopt. Op het moment dat die is afgeklopt, kan die eventueel achter gesloten deuren worden gedeeld, of openbaar, maar dat moet ik bespreken met mijn adviseurs.

Voorzitter:

Of in de commissie Opvolging van de militaire missies.

Axel Weydts:

Dank u. Dat lijkt mij heel verstandig.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. We moeten Oekraïne blijven steunen. Dat wordt door veel partijen gedragen en er bestaat daarover bij de grote meerderheid geen discussie.

We moeten verder gaan en durven kijken naar hoe we ervoor kunnen zorgen dat we minder afhankelijk worden van onder andere Rusland op het vlak van olie en gas. Daarop besparen en die omslag maken, zal ook een belangrijk instrument zijn om onrechtstreeks de oorlogskas van Rusland te treffen. We kunnen daarop nog meer inzetten dan we vandaag al doen.

Op mijn vraag over de steun en de rol die de middelen van Euroclear daarin spelen, heb ik, tenzij ik het gemist heb, geen antwoord gekregen. Betekent dit dat die steun, die vandaag ook naar humanitaire projecten in Oekraïne gaat, wegvalt nu die onder de NAVO-norm wordt gezet? Ik zal daarover dus opnieuw vragen moeten indienen tot we daar zicht op krijgen. Hetzelfde geldt voor het lijstje van zaken waarin we zullen investeren, maar evengoed met welke middelen en welke humanitaire steun we blijven bieden. Ik vind het belangrijk dat we Oekraïne op die manier blijven steunen.

Wat betreft uw vragen over meer Europese samenwerking, het is mij niet helemaal duidelijk of u voor meer Europese samenwerking bent of niet en of dat u dat nog totaal onmogelijk acht, maar ik meen dat dit toch echt the way to go is.

Theo Francken:

Ik ben daarvoor, maar ik ben realistisch. Ik zeg u dat het grootste Europese onderzoeksprogramma dat loopt heel verdeeld is, heel duur en heel slecht loopt en geen goed voorbeeld is. In die zin denk ik dat we goed moeten kijken hoe we dat kunnen verbeteren. Ik hoop dat dit de komende weken zal gebeuren.

Ik kijk enorm uit naar het toekomstige Duitse regeerakkoord en zal het luik defensie aandachtig lezen. Duitsland maakt immers deel uit van SCAF. Wat zullen de Duitsers doen? Als we het effectief zo zullen aanpakken dat we twee projecten doen met 350 toestellen, dan is dat onbetaalbaar. Dat kan zo niet verder. Nogmaals, luister naar wat de baas van Dassault vorige week in de hoorzitting van de Franse Senaat zei over het strategisch belang van de wapenindustrie in Frankrijk en hoe dat precies wordt gepercipieerd bij Dassault. Basically zei hij dat Dassault dat toestel helemaal alleen kan maken, dat het daarvoor niemand nodig heeft. Hij vroeg zich af waarom hij al die geheimen zou moeten delen met andere landen, waarmee hij voor alle duidelijkheid Europese naties bedoelde. Bij grote industriële bazen – Dassault is geen kleine speler, maar echt een van de grote jongens in Europa – is er dus nog altijd veel weerstand. We moeten ons goed realiseren dat we enerzijds een politiek discours hebben van meer Europese samenwerking, maar anderzijds soms een heel ander discours op het terrein tussen de grote defensiebonzen, tussen de technologische strijders. Daarvan moeten we ons bewust zijn.

Ik ben voorstander van Europese samenwerking, want ik vind het heel vreemd dat uit mijn uitspraken geconcludeerd zou kunnen worden dat ik daar tegen ben; dat is absoluut niet juist. Wel ben ik realistisch en ik probeer mij te informeren op basis van dossierkennis en over hoe een en ander effectief werkt op het terrein. In dat opzicht zie ik een groot verschil tussen het politiek discours en datgene wat op het terrein gebeurt, en dat betreur ik, voor alle duidelijkheid.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, bedankt voor de opheldering, dat u voor meer Europese samenwerking bent. Dat is prima. Het realisme, de voetnoot die u daarbij plaatst, mis ik wel zodra het gaat over de F-35 en de Amerikaanse steun. De Amerikaanse president zegt namelijk dat hij minderwaardige toestellen zal leveren aan de partners, of dat hij dat alleszins overweegt. Ik vraag me af of de Europese Unie in zijn ogen zelfs nog een partner is. Ik vind dat we daarin evengoed realistisch moeten zijn en een evenwicht moeten blijven bewaren. Maar ik ben zelf ook absoluut voor meer Europese samenwerking. Daar kan ik mij geheel achter scharen.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, dank voor uw uitgebreid antwoord. Het staat buiten discussie dat de defensie-industrie, zeker ook op Europees vlak, maximaal ondersteund moet worden. Ook is het goed dat er op het terrein productiesites worden opgezet, waarvan we binnenkort zullen zien wat dat concreet zal inhouden. Het opzetten van die productiesites is goed, al was het maar om de afhankelijkheid van andere internationale partners waar mogelijk af te bouwen.

Ik heb niet precies begrepen of de Vlaamse bedrijven, onder andere Sioen en OIP, al dan niet concrete deals hebben afgesloten.

Theo Francken:

Niet alle deals konden publiek gemaakt worden.

Annick Ponthier:

Goed, daar valt dus nog wel wat te onderzoeken. Ik denk dat het belangrijk is dat u de Vlaamse industriepartners op dat vlak niet uit het oog verliest, opdat zij zich ook maximaal kunnen inschakelen in verschillende elementen van het samenwerkingsakkoord. We weten immers dat Vlaamse defensiebedrijven ook zeer belangrijke innovatieve en hoogtechnologische defensietoepassingen uitwerken. Op dat vlak mogen we geen kansen onbenut laten.

Collega Weydts, ik weet niet waar u het haalt. Wij hebben vanaf dag één Oekraïne ondersteund. U kunt dat nakijken in alle debatten die hier in dit Huis hebben plaatsgevonden. U kunt ons natuurlijk ook de vraag stellen. We zijn collega's. U kunt altijd verduidelijking vragen. Mocht u een bepaald persbericht fout begrepen hebben, wil ik dat uiteraard voor u uitklaren. Maar nogmaals, wij hebben Oekraïne vanaf dag één ondersteund, in alle initiatieven die deze regering heeft genomen. De steun van 1 miljard die hier voorlag, is natuurlijk van een andere orde. Daar valt wel een en ander over te zeggen. Dit terzijde.

Ik dank nogmaals de minister voor de concretisering van zijn antwoorden. We zullen dit sowieso verder opvolgen.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, dank u voor uw duidelijke en uitgebreide antwoord.

Ik heb vernomen dat de details van het steunpakket nog worden uitgewerkt, maar dat die ons, hetzij publiekelijk, hetzij achter gesloten deuren, later meegedeeld zullen worden zodra ze afgeklopt zijn. Dat is een goede zaak.

Over de tijdslijn van de F35 hebt u niet geantwoord, maar ik moet eerlijk toegeven dat dit thuishoort in een ander debat, maar dat zal voor een andere keer zijn.

Wat de bedrijven betreft, hebt u gezegd dat er 10 bedrijven mee geweest zijn en dat er 2 akkoorden afgesloten zijn, maar dat het geen exclusieve lijst betrof. Ik meen dat dit een zeer geslaagde zet was. Als we het immers over de rol van de Europese Unie hebben, gaat het voor mij in de eerste plaats daarover, namelijk de defensiebedrijven in Europa op elkaar afstemmen en samenwerken. Sommige collega's horen dat niet graag. Maar onze economie moet ook draaien. In Europa moet die ook draaien. Dat is een deel van de strategische autonomie. We moeten op eigen benen kunnen staan, ook met onze defensie-industrie. Het is dus goed dat er 10 bedrijven mee geweest zijn en dat er akkoorden afgesloten zijn. Ik hoop daar in de toekomst nog wat meer details over te vernemen.

Philippe Courard:

Monsieur le ministre, je vous remercie. Je pense que vous avez eu des réponses assez complètes sur l’ensemble des questions.

Je profite quand même de l’occasion pour rappeler que l’Europe ne peut compter que sur elle-même. Les Américains, malheureusement, nous l’ont démontré au quotidien depuis quelques mois, depuis l’arrivée notamment de M. Trump. Nous avons été lâchés par les Américains. Cela nécessite véritablement une défense européenne de qualité.

Je voudrais aussi souligner, comme député fédéral belge, que quand on parle des entreprises, certains évoquent toujours certaines entreprises situées dans une Région plutôt que dans une autre. Je pense que nous devons avoir une approche globale sur l'ensemble du pays.

S'il y a un bénéfice à tirer pour l'emploi et pour les entreprises, c'est sur l'ensemble du pays qu’il faut compter. Toutes les entreprises sont de qualité et peuvent offrir les services qui sont nécessaires par les temps qui courent. Certains qui font parfois des reproches au Sud du pays en termes d'emploi, de chômage, etc., devraient se réjouir que les entreprises du Sud du pays soient performantes en matière de défense.

Robin Tonniau:

Mijnheer de minister, u sprak over gesprekken achter de schermen over eventuele vredestroepen. Ik hoop dat de gesprekken achter de schermen ook over vrede mogen gaan, over echte vredesonderhandelingen, niet alleen achter de schermen, maar ook voor de schermen, want ik maak me eigenlijk zorgen over het voortzetten van deze oorlog. Hoe lang gaat die nog duren?

De regering rekent immers op de inkomsten van Euroclear. Nog vijf jaar lang rekent men zich rijk met de inkomsten van Euroclear. Met andere woorden, men gaat er precies van uit dat de oorlog nog vijf jaar zal duren of vijf jaar moet duren. Onlangs, vandaag ook, heeft Rusland de intentie getoond om de wapens kortstondig neer te leggen tijdens een paasbestand van 30 uur. Jan Balliauw van het Egmont Institute en een ex-VRT-journalist, zei daarover dat dat bestand hem niet erg serieus lijkt en dat Poetin vooral wil tonen dat Rusland nog altijd bereid is om verder te praten over een bestand. Dat zijn zijn woorden.

Momenteel aast de VS eigenlijk op de grondstoffen in Oekraïne, terwijl Trump Poetin opnieuw aan de onderhandelingstafel probeert te krijgen, bijvoorbeeld met als voorwaarde het bevriezen van nieuwe wapenleveringen. Wat doen wij? Wij trekken 1 miljard euro uit voor militaire steun, terwijl extra wapenleveringen de oorlog zullen verlengen. Meer wapens zijn meer doden, meer economische en milieuschade. Jan Balliauw voegde daaraan toe dat de Europese Unie en Rusland dringend en beter met elkaar moeten communiceren. Ik citeer hem opnieuw: "De communicatie van Europa gaat nu te vaak alleen nog maar over het bewapenen tegen Rusland."

Ik sluit mij daarbij aan. Onderhandelingen zijn noodzakelijk om tot een duurzame vrede te komen. Verdere bewapening is niet de oplossing voor deze verschrikkelijke oorlog. Ik hoop van harte dat er heel snel werk kan worden gemaakt van een echt vredesakkoord.

Luc Frank:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je reviens à la date du 27 mars, date à laquelle le Conseil européen réaffirmait le soutien de l'Union européenne à l'Ukraine. Malheureusement, une fois de plus, la Hongrie, en mouton noir, a refusé de se joindre au consensus et a préféré soutenir M. Poutine. On peut d'ailleurs se poser la question de savoir comment la coopération avec la Hongrie reste possible en matière de défense. Face au risque d'arrêt de l'aide militaire américaine, il était essentiel que les Européens réaffirment leur soutien et tant pis si cela irrite certains membres de l'administration américaine. C'est pourquoi je suis heureux que la mission en Ukraine du premier ministre et des ministres des Affaires étrangères et de la Défense ait été un tel succès. Il est important que des contrats aient été conclus entre des sociétés de notre industrie de l'armement et des sociétés ukrainiennes. Dans une perspective d'élargissement de l'Union européenne à l'Ukraine, il est bien d'intégrer nos industries du secteur de la défense. Je suis également content d'entendre que la Belgique prendra ses responsabilités en cas d'accord de paix en Ukraine. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.18 uur. La réunion publique de commission est levée à 12 h 18.

De financiering van de Palestijnse Autoriteit
De jongste ontwikkelingen in het conflict tussen Hamas en Israël
De situatie in Gaza
De update van het pay-for-slayprogramma en duurzame vrede
De demarche van België bij het ICJ over de genocide in Gaza
De situatie in Gaza
De luchtaanvallen van Israël op Libanon
De sancties tegen Israël
De opheldering van het regeringsstandpunt over Israël en Palestina
De Israëlische aanvallen op ziekenhuizen en ambulances in Libanon
De situatie in Gaza
De aanvoer van humanitaire hulp naar Gaza
Het systematisch inkrimpen van het grondgebied van de Gazastrook voor de Palestijnse bevolking
Het verder escalerende geweld van Israël tegen de inwoners van Gaza
De oorlog in Gaza
Het Israëlisch-Palestijns conflict, Gaza, humanitaire crisis en internationale reacties

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 23 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de escalerende crisis in Israël-Palestina, met focus op Gaza, de Westbank en Libanon, en de rol van België en de EU. België wordt bekritiseerd voor dode woorden zonder daden: ondanks herhaalde oproepen tot staakt-het-vuren, humanitaire hulp (geblokkeerd sinds 2 maart), sancties tegen Israël (o.a. opschorting associatieakkoord EU-Israël) en erkenning van een Palestijnse staat, blijft concrete actie uit. Minister Prévot bevestigt wel diplomatieke druk (VN, EU) en financiële steun (27M€ in 2024, 70M€ via Enabel), maar sancties (bv. wapenembargo) en erkenning Palestina (symbolisch vs. strategisch moment) blijven onderwerp van intern en Europees dispuut. Pay-for-slay (beloningen voor terroristen) zou hervormd zijn, maar wantrouwen blijft over de Palestijnse Autoriteit. Libanon dreigt als nieuw front, met vragen om VN-onderzoek naar oorlogsmisdaden en steun aan FINUL.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, door de focus op de oorlog met de jihadisten van Hamas in Gaza zou men bijna vergeten hoe verderfelijk ook Mahmoud Abbas van de Palestijnse Autoriteit is. Mahmoud Abbas, ook wel bekend als Abu Mazen, is de antisemitische president van de Palestijnse Autoriteit op de zogenaamde Westbank, die eigenlijk Judea en Samaria heet. Deze Arabische tiran en kleptocraat is al 20 jaar aan de macht en weigert verkiezingen te organiseren.

Abbas is in wezen een jihadist in maatpak. Pas nog verklaarde hij financiële beloningen te zullen blijven uitbetalen aan moslimterroristen die onschuldige mensen in Israël afslachten. "Al is het onze laatste cent", voegde Abbas eraan toe. Concreet gaat het om het uitbetalen van maandelijkse salarissen aan Palestijnse moslimterroristen en hun families om hen te belonen voor een jihadistische moordpartij of terreuraanslag.

Dat is het zogenaamde pay-for-slay-systeem. Daarmee worden Palestijnse moslims door de Palestijnse Autoriteit van Abbas gestimuleerd om zoveel mogelijk onschuldige joden te vermoorden en een zogenaamde martelaar te worden. Adolf Hitler zou er trots op zijn.

Israël heeft dan ook elke dag de handen vol met het verijdelen van jihadistische aanslagen die worden gepland en georganiseerd vanuit de zogenaamde Westbank. Israël moet dan ook constant proberen om moorddadige moslimterroristen tegen te houden die vanuit de zogenaamde Westbank Israël proberen te infiltreren.

Mijnheer de minister, wat is uw reactie daarop?

Hoeveel geld vloeit er jaarlijks rechtstreeks en onrechtstreeks vanuit België naar de Palestijnse Autoriteit en naar projecten van de Palestijnse Autoriteit op die zogenaamde Westbank?

Last but not least, zal de regering eindelijk de geldstroom naar die Palestijnse terrorismesponsor stopzetten?

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, je vais synthétiser les deux questions que je vous avais adressées.

Depuis notre dernier échange, la situation à Gaza reste extrêmement grave. Après la rupture du cessez-le-feu par Israël, les bombardements ont repris de plus belle et s'intensifient de jour en jour, et le nombre de victimes ne cesse d'augmenter.

La position de mon groupe à cet égard n'a pas changé. Depuis le début de ce conflit, nous continuons à plaider plus que tout pour la fin des hostilités, pour l'accès immédiat de l'aide humanitaire et pour la libération inconditionnelle de tous les otages encore détenus à Gaza. Telles sont les trois priorités absolues. Le décompte quotidien des victimes civiles est une tragédie sans nom et nous déplorons l'ensemble de celles-ci. Nous continuons à plaider pour une solution à deux É tats, seule voie, selon nous, pour une paix durable et juste. Dans ce contexte, la reconnaissance de l' É tat palestinien sera indispensable.

C'est le sens de l'histoire, mais cette reconnaissance ne doit pas être purement symbolique. Cette reconnaissance doit être en lien avec d'autres pays européens et avoir lieu au moment le plus opportun pour produire des effets réels, pour contribuer à la paix et à la reconnaissance mutuelle de l'ensemble des peuples. Nous suivrons donc de près les discussions européennes d'ici le mois de juillet et de juin.

Je rejoins donc vos propos à ce sujet, il y a deux semaines, en séance plénière. Dans ce vaste contexte, pouvez-vous faire le point sur la situation actuelle? Pouvez-vous nous dire quelle a été votre action récente au sein des différents cénacles internationaux en faveur de la paix, de la diplomatie et du respect du droit international par tous au Proche-Orient?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, la semaine dernière, le ministre israélien de la Défense a affirmé clairement que "bloquer l'aide humanitaire est l'un des principaux leviers de pression". Par ailleurs, il y a quelques jours, le ministre des Finances d'Israël a déclaré, quant à lui, que "le retour des otages n'est pas la chose la plus importante pour Israël".

Hier encore, le général de l'Office de secours et de travaux des Nations unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA), Philippe Lazzarini, a interpellé la communauté internationale en lui posant la question suivante: "Combien de temps encore faudra-t-il pour que des paroles creuses de condamnation se transforment en actes concrets pour lever le siège, rétablir un cessez-le-feu et sauver ce qu'il reste de l'humanité? Cela fait 50 jours que le siège de Gaza, imposé par les autorités israéliennes, se poursuit."

M. Lazzarini ajoute: "La faim se propage et s'aggrave de manière délibérée et causée par l'homme. Gaza est devenue une terre de désespoir. Deux millions de personnes, en majorité des femmes et des enfants, subissent une punition collective. Des blessés, les malades et des personnes âgées sont privés de soins médicaux et de médicaments.

Pendant ce temps, des organisations humanitaires ont de l'aide prête à entrer à Gaza, notamment près de 3 000 camions de l'UNWRA contenant une aide vitale. Les produits de première nécessité destinés aux personnes dans le besoin expirent. L'aide humanitaire est utilisée comme monnaie d'échange et comme arme de guerre. Le siège doit être levé. L'aide doit pouvoir entrer. Les otages doivent être libérés et le cessez-le-feu doit reprendre."

Monsieur le ministre, je ne vais pas commenter ces citations. Je vais juste vous poser des questions très claires et très directes, en espérant des réponses tout aussi claires. Je reprends ici la phrase de M. Lazzarini. "Combien de temps encore faudra-t-il pour que les paroles creuses de condamnation se transforment en actes concrets?" Combien de temps encore la Belgique va-t-elle se contenter de mots? Quand plaiderez-vous, au niveau européen, pour la suspension des accords entre l'Union européenne et Israël, pour l'imposition des sanctions et d'un embargo militaire? Alors, monsieur le ministre, combien de temps encore?

Darya Safai:

De Palestijnse Autoriteit heeft sinds de jaren 90 een systeem waarbij veroordeelde terroristen en hun families maandelijks uitkeringen ontvangen. Dat systeem staat bekend als het pay-for-slayprogramma en houdt in dat hoe zwaarder de door de betrokkene gepleegde terreurdaad is – lees 'hoe meer doden en gewonden' – hoe hoger de financiële beloning is.

Vanuit moreel perspectief is dat systeem en de opzet erachter verwerpelijk, maar het vormt ook een directe stimulans voor terrorisme. Door terroristen en hun families te compenseren, geeft de Palestijnse Autoriteit immers het signaal dat geweld, vernielingen en moorden worden beloond. Dat druist in tegen alle principes van internationale rechtvaardigheid en vredesopbouw.

De Palestijnse autoriteiten hebben beloofd om het systeem te hervormen. Recente berichten doen echter serieuze vragen rijzen bij die aankondiging van president Mahmoud Abbas. Het ziet er immers naar uit dat de hervorming slechts schijn is. President Abbas vertelde op 21 februari dat de betalingen aan terroristen zullen doorgaan, zelfs als er nog maar één cent over is. We vermoeden dus dat de Palestijnse Autoriteit Amerikaanse sancties wil ontlopen, maar in plaats daarvan middelen van de Europese Unie zal inzetten.

Ik heb daarom enkele vragen voor u, mijnheer de minister.

Wat zijn uw plannen voor het uitwerken van een duurzame vrede in het gebied als dat allemaal gewoon wordt tegengewerkt?

Hebt u een update over het pay-for-slayprogramma, dat door de Palestijnse Autoriteit wordt gehanteerd binnen het martelarenfonds?

Welke belangen hecht u aan de verklaringen van de heer Abbas nadat hij zei dat hij het programma wil blijven doorzetten?

Kunt u bevestigen of ontkennen dat Belgische steun bij dat programma terechtkomt?

Wat zijn volgens u de gevolgen van de stopzetting van de Amerikaanse steun USAID aan de Palestijnse gebieden?

Christophe Lacroix:

Monsieur le vice-premier ministre, le 11 mars 2024, votre prédécesseuse, Hadja Lahbib, annonçait l'intention de la Belgique d'intervenir devant la Cour internationale de Justice (CIJ), celle-ci alertant sur un risque de génocide à Gaza, dans l'affaire opposant l'Afrique du Sud à Israël. Cette intervention était pleinement légitime et fondée sur l'article 63 du statut de la Cour, qui permet à tout État signataire de la convention sur le génocide de se joindre à la procédure en tant qu'intervenant.

Depuis, un an s'est écoulé. Entre-temps, la situation a connu de nombreuses mutations et plusieurs États ont déjà transformé leurs déclarations en actes. Effectivement, plus d'une dizaine de pays ont officiellement exprimé leur volonté d'intervenir devant la Cour internationale de Justice dans l'affaire Afrique du Sud contre Israël. Douze États ont déjà déposé une demande formelle auprès de la CIJ. Parmi eux, l'Espagne, pays européen, qui a soumis sa demande officielle le 28 juin 2024, démontrant ainsi une prise de position claire et concrète.

Pourtant, malgré son annonce précoce, la Belgique demeure au stade des intentions. Aucune information publique n'a été communiquée sur les démarches entreprises pour officialiser cette intervention, ni sur les raisons de cette inertie. Alors que d'autres États européens ont déjà franchi le cap, notre absence d'action soulève des interrogations. J'ai, d'ailleurs, interrogé le premier ministre à ce propos, il y a une quinzaine de jours, mais il ne m'a même pas répondu quant à l'intention du gouvernement.

Je reviens donc vers vous, avec les questions suivantes.

Quelles démarches concrètes la Belgique a-t-elle entreprises depuis l'annonce de son intention d'intervenir devant la Cour internationale de Justice?

Quels obstacles expliquent-ils l'absence de demande officielle d'intervention, alors que d'autres États, y compris européens comme l'Espagne, ont franchi cette étape?

La Belgique entend-elle toujours aller au bout de cette démarche et, si oui, selon quel calendrier?

Je poursuis avec ma deuxième question.

La présidente : Votre temps de parole est limité à deux minutes, car nous avons calqué les règles de ce débat sur celles de la séance plénière. Mais nous avons déjà procédé autrement par le passé.

Christophe Lacroix:

Je n'avais pas compris. Veuillez m'excuser. Je me suis référé aux commissions précédentes, lors desquelles on fusionnait le temps et nous en disposions, dès lors, davantage pour développer notre question. Sinon, cela n'a aucun sens de faire un débat d'actualité! Franchement! Dès lors j'aurais géré mon temps différemment évidemment.

La présidente : Bien entendu! Vous pourrez résumer votre question. Normalement, vous disposez de deux minutes. J'ai vu le papier ici.

Christophe Lacroix:

Et le papier, c'est le Règlement?

La présidente : Oui, c'est cela! J'ai vérifié, mais nous sommes maîtres du déroulement de nos travaux. Je croyais que vous aviez déjà posé la question, mais ce n'est pas le cas. Je résumerai donc ma deuxième question, si vous me le permettez.

Christophe Lacroix:

Sur le sujet de l'accès de l'aide humanitaire à Gaza, on s'aperçoit du blocage en raison de l'attitude de l'État d'Israël.

Monsieur le ministre, quelle(s) mesure(s) forte(s) la Belgique mettra-t-elle en place pour rétablir l'accès de l'aide humanitaire et cela tant au sein de l'Union européenne, ou autres instances internationales, que seule? J'insiste sur ce point car nous pouvons déjà mettre en place une série de mesures en tant qu'État. Quelle(s) sanction(s) envisagez-vous face à l'État d'Israël face aux perturbations et crimes commis en Palestine et son attitude envers la Cisjordanie?

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, de gruwelijke beelden en rapporten uit Libanon laten geen ruimte voor twijfel: Israël voerde in september-oktober 2024 en tot heden systematisch aanvallen uit op ziekenhuizen, ambulances en hulpverleners. Dat gebeurde niet per ongeluk, niet als collateral damage, maar doelgericht. Artsen werden vermoord terwijl ze levens probeerden te redden, ziekenhuizen werden gebombardeerd terwijl ze patiënten hielpen en ambulances die gewonden vervoerden werden door luchtaanvallen getroffen.

Volgens de WHO zijn er in Libanon verhoudingsgewijs zelfs meer gezondheidswerkers en patiënten omgekomen dan in Oekraïne en Gaza. Oorlogsmisdaden gepleegd in alle openheid, zonder enig gevolg voor de daders. Hoelang blijft de internationale gemeenschap nog wegkijken? Hoelang blijft België alleen maar bezorgdheid uiten zonder echt in actie te komen? De federale regering zegt dat ze het internationale recht verdedigt, maar woorden volstaan niet. Er moet ook actie komen.

Wat zal België concreet doen om de straffeloosheid te doorbreken?

Bent u bereid om binnen de VN-Mensenrechtenraad te pleiten voor een VN-onderzoekscommissie voor Libanon? Bent u van plan om de Libanese regering aan te moedigen om het Internationaal Strafhof jurisdictie te geven?

Bent u bereid om op Europees niveau te ijveren voor individuele sancties tegen de verantwoordelijken voor deze aanvallen en een herziening van het associatieakkoord tussen de EU en Israël te eisen?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, de oorlog in Gaza woedt in alle hevigheid verder. Ik las vandaag in de krant dat er officieel geen enkele plek meer veilig is, ook niet de zone van Al-Mawasi. Sinds 2 maart komt er ook geen humanitaire hulp meer toe. De situatie is dus heel onveilig, het internationaal humanitair recht wordt geschonden. Dat moet ons nopen tot concrete acties op Europees vlak met het oog op een permanent staakt-het-vuren en een structurele tweestatenoplossing.

De erkenning van de Palestijnse staat geraakt intussen hoger op de agenda, nu ook president Macron heeft aangekondigd om daar een onderwerp van te maken tijdens de VN-conferentie in New York over het Israëlisch-Palestijns conflict. Er is ook de Global Alliance for the Implementation of the Two-State Solution in Rabat. Ons land heeft aangegeven om in mei aan die vergadering deel te nemen.

Wat is er gezegd tijdens de jongste bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken op 14 april? Is de opschorting van het associatieakkoord ter sprake gekomen? Hoe zit het met de evaluatie door de Commissie ter zake?

De EU heeft steun van 1,6 miljard euro aangekondigd. Waarvoor zal dat geld dienen? Hoe zit het met de voorbereiding van België inzake de schriftelijke tussenkomst voor het Internationaal Gerechtshof? Op welke manier zullen wij onze positie bepalen inzake de tweestatenoplossing en de erkenning van de Palestijnse staat?

Staf Aerts:

Mevrouw de voorzitter, ik bedank u voor uw soepelheid. Er is ondertussen ook een vergadering van de commissie voor Landsverdediging en ik probeer in beide zo goed mogelijk aanwezig te zijn.

Mijnheer de minister, het Israëlisch geweld in de Gazastrook blijft aanhouden. Ondertussen wordt de humanitaire hulp al vijftig dagen geblokkeerd. Eerder deze maand werd een ziekenhuis aangevallen. Bij het bombardement vielen geen slachtoffers, maar bij de verplichte evacuatie vielen wel drie doden, waaronder een twaalfjarig kind. Dat toont aan hoe erg de situatie is en wat het probleem is als men humanitaire installaties zoals ziekenhuizen bombardeert.

Vergeten we evenmin de hele saga over de neergeschoten hulpverleners. In het begin was het verhaal niet waar, dan waren de hulpverleners in de borst geschoten, daarna in het hoofd. Daarop is een schuldige aangewezen. Maar mijns inziens is de enige grote schuldige het Israëlische beleid tegenover de mensen in de Gazastrook, dat alle verbeelding tart. Het humanitair notificatiesysteem is geschrapt. De humanitaire hulp wordt tegengehouden. Mensen verkeren in hongersnood, een man-made starvation . Dat is echt verschrikkelijk. Ik vraag me af hoelang de wereldgemeenschap zal blijven toekijken. Ik hoop dat België misschien opnieuw de voortrekkersrol opneemt in acties tegen Israël.

Mevrouw Van Hoof heeft verwezen naar het investeringsplan van de Europese Unie. Zal België zich daarbij aansluiten? Zal ons land ook extra inspanningen leveren?

Hoe kijkt u naar artikel 79 van de associatieovereenkomst? Zult u dat aangrijpen om binnenkort actie te ondernemen of te bepleiten vanuit de Europese Unie? Het is hoog tijd daarvoor.

Bent u ook bereid om vanuit België zelf stappen te zetten en acties te ondernemen en niet te blijven afwachten tot er in de Europese Unie unanimiteit is? We kunnen onze ogen toch niet blijven sluiten voor al dat geweld?

Rajae Maouane:

Madame la présidente, je renvoie à la version écrite de mes questions.

​ Monsieur le Ministre,

Dans un silence assourdissant : la famine menace Gaza, et l’ONU vient d’annoncer que ses réserves d’aide alimentaire seront épuisées d’ici deux semaines.

Deux semaines. Deux semaines avant que des milliers d’enfants, de femmes, de personnes âgées ne soient plus en mesure de survivre. Deux semaines avant que la catastrophe humanitaire ne devienne un crime par inaction.

Et pendant ce temps, les convois humanitaires sont bloqués, les bombardements se poursuivent, et les infrastructures vitales – hôpitaux, points d’eau, écoles – sont détruites ou inaccessibles.

Face à cela, la Belgique ne peut pas se contenter de déclarations prudentes. Elle a un devoir d’action, un devoir de cohérence, un devoir d’humanité.

Je vous pose donc les questions suivantes, Monsieur le Ministre :

Quelles initiatives diplomatiques urgentes la Belgique prend-elle – seule ou avec ses partenaires européens – pour exiger un accès humanitaire immédiat, sûr et sans conditions à Gaza ? Allez-vous soutenir au Conseil européen ou à l’ONU l’ouverture de corridors humanitaires permanents, y compris par voie maritime si nécessaire ?

La Belgique est-elle prête à augmenter immédiatement sa contribution humanitaire aux agences onusiennes et ONG actives à Gaza, notamment au PAM, à l’UNRWA et à l’OCHA ? Si oui, de quel montant parle-t-on ? Et selon quel calendrier ?

Allez-vous appeler publiquement à un cessez-le-feu immédiat, comme le demandent les agences de l’ONU et la société civile ? Et allez-vous exiger que le droit international humanitaire soit respecté par toutes les parties, y compris l’armée israélienne, dont les restrictions actuelles aggravent la crise ?

Enfin, quelles garanties exigez-vous de vos interlocuteurs diplomatiques quant à la fin des blocages délibérés de l’aide ? Et quelles conséquences diplomatiques envisagez-vous vis-à-vis de ceux qui, de fait, empêchent aujourd’hui l’acheminement de nourriture dans une zone où l’on meurt de faim ?​

Merci pour vos réponses

Monsieur le Ministre,

Alors que la catastrophe humanitaire se poursuit à Gaza, avec des milliers de morts civils, des hôpitaux à l’arrêt, des enfants affamés, voilà qu’un nouveau front de guerre s’active : le Liban.

L’armée israélienne a bombardé le Liban malgré la trève. Ces affrontements viennent s’ajouter à des mois de tension croissante à la frontière sud du Liban, avec le risque bien réel d’un embrasement régional.

Et pendant ce temps-là, ce sont toujours les civils qui paient le prix. Des familles libanaises et israéliennes qui vivent dans la peur, des déplacés, des blessés, des zones entières en insécurité.

Et pourtant, la communauté internationale, y compris l’Union européenne, semble paralysée.

Monsieur le Ministre,

La Belgique doit parler avec une voix claire : celle du droit international, celle de la diplomatie active, et celle de la solidarité avec les populations civiles, qu’elles soient palestiniennes, israéliennes ou libanaises. Car le silence n’est pas une neutralité : c’est un abandon.

Je vous pose donc les questions suivantes :

Quelle position la Belgique défend-elle aujourd’hui au sein de l’Union européenne et du Conseil de sécurité des Nations Unies face au risque d’escalade entre Israël et le Liban ? Y a-t-il des démarches diplomatiques en cours pour obtenir une trêve immédiate, et quels sont les partenaires privilégiés pour y parvenir ? Soutenez-vous la relance du rôle de la FINUL dans cette médiation ?

Quelles mesures concrètes la Belgique compte-t-elle soutenir ou proposer pour garantir la protection des civils des deux côtés de la frontière, et exiger un strict respect du droit humanitaire, notamment de la part de l’armée israélienne, dont les frappes sont aujourd’hui sans discernement ?

Sur le plan humanitaire, quelle aide la Belgique est-elle prête à mobiliser, en particulier au Liban, où les infrastructures médicales sont déjà affaiblies et où une crise sociale profonde rend les populations encore plus vulnérables ?

Une aide d’urgence est-elle prévue via Enabel, le SPF Affaires étrangères, ou nos partenaires multilatéraux ?

Et de quelle marge de manœuvre budgétaire disposons-nous pour répondre à une crise humanitaire élargie au Liban ?​

Merci de vos réponses

Monsieur le Ministre,

La situation en Palestine, et plus particulièrement dans la bande de Gaza, atteint un seuil de gravité extrême. L’offensive israélienne en cours a considérablement réduit la taille de ce territoire déjà exigu, l’appauvrissant et le dévastant jusqu’à le transformer en une zone de plus en plus invivable. Les bombardements incessants ont non seulement détruit des infrastructures essentielles mais ont aussi conduit à l’éviction forcée de millions de Palestiniens qui se retrouvent désormais confinés dans un espace toujours plus restreint. Cette réduction progressive du territoire disponible pour la population palestinienne soulève des questions fondamentales sur les conditions de vie et la protection de leurs droits humains.

La bande de Gaza, autrefois une région déjà sous pression, devient aujourd’hui un espace où la liberté de circulation, les droits à la santé, à l’éducation et même à l’existence sont de plus en plus remis en question. L’ONU évoque un "écrasement" progressif du territoire, où des milliers de Palestiniens sont privés d’accès aux services de base, à l’eau, à la nourriture et aux soins médicaux. De plus, les impacts de cette réduction territoriale, non seulement en termes de géographie, mais aussi sur le plan psychologique et social, sont dramatiques pour la population locale.

Dans ce contexte, la Belgique et l’Union européenne doivent prendre une position ferme et active face à ce processus de réduction systématique du territoire de Gaza, qui semble viser à rendre la vie insoutenable pour les habitants, voire à effacer la présence palestinienne de ce territoire.

Mes questions sont les suivantes :

Quel est le point de vue du gouvernement belge sur la politique israélienne de réduction de la bande de Gaza et ses conséquences humanitaires dramatiques pour la population palestinienne ?

Concrètement, quelles actions la Belgique compte-t-elle entreprendre pour dénoncer et stopper cette réduction du territoire de Gaza, qui prive de plus en plus de Palestiniens de leurs droits fondamentaux et d’un espace de vie viable ?

La Belgique, au sein de l’Union européenne, soutiendra-t-elle des sanctions ou des mesures diplomatiques visant à contraindre Israël à respecter les principes du droit international, en particulier concernant les droits humains des Palestiniens et le maintien de leur territoire ?

Quelle position la Belgique adoptera-t-elle sur les plans de réinstallation et de déplacement forcé des populations palestiniennes dans cette zone, et quelles démarches compte-t-elle entreprendre pour faciliter la protection de ces populations ?

Maxime Prévot:

Mesdames et messieurs les députés, merci pour vos nombreuses questions par rapport à la situation au Proche-Orient. Ne tournons pas autour du pot, oui, la situation est dramatique et elle ne cesse d'empirer, surtout à Gaza.

Nous comptons à ce jour plus de 51 000 morts. L'aide humanitaire est bloquée depuis le 2 mars et 69 % de ce territoire, à peu près grand comme la côte belge, est déclaré no go zone par l'armée israélienne. Plus de deux millions de Gazaouis sont donc coincés dans un espace réduit, sans accès à la nourriture ni à l'eau.

Le dernier hôpital fonctionnel à Gaza, un hôpital chrétien, a également été bombardé le dimanche des Rameaux. Comme l'aide humanitaire n'entre plus, les gens meurent également par manque de médicaments et de traitements. La grande majorité des agences humanitaires ont dû arrêter leurs opérations à cause de l'insécurité et du manque de matériel à distribuer.

Les Nations Unies estiment qu'environ 350 000 personnes sont entrées dans la phase 5 de famine, le niveau le plus élevé. J'ai personnellement appelé déjà plusieurs fois à un accès humanitaire sûr et sans entrave, et je continue à le faire dans toutes les instances possibles. J'en ai parlé directement à l'ambassadrice d'Israël que j'avais demandé à voir, lui rappelant expressément – comme je l'ai fait publiquement à la Chambre – que ces entraves inacceptables à l'aide humanitaire constituaient des violations manifestes du droit international humanitaire voire même des crimes de guerre.

Mais à l'heure actuelle, aucun pays n'est parvenu à convaincre le gouvernement d'Israël de permettre à l'aide humanitaire de rentrer. Pire même, des ministres du gouvernement israélien ont encore affirmé récemment qu'aucune aide humanitaire n'entrerait à Gaza, car ils veulent augmenter la pression sur le Hamas pour qu'il libère les otages. Ces déclarations reviennent à appeler à la punition collective d'une population civile, ce que le droit international humanitaire interdit formellement.

Vous pouvez être rassurés sur le fait que la diplomatie belge réalise de nombreuses interventions au niveau de l'Union européenne, des Nations Unies et ailleurs, dans lesquelles nous appelons au cessez-le-feu, au respect du droit international humanitaire, à la libération des otages et à l'accès humanitaire immédiat et sans condition.

De executie van 15 humanitaire hulpverleners, van wie 1 medewerker van de Verenigde Naties en 8 medewerkers van de Palestijnse Rode Halve Maan op 23 maart in Gaza, verdient bijzondere aandacht.

De Israëlische regering geeft intussen toe dat er ernstige fouten zijn gemaakt. Initieel werd beweerd dat de voertuigen en de medewerkers onvoldoende gemarkeerd waren en dat de medewerkers gewapende Hamasstrijders waren. De vrijgegeven videobeelden spreken dat echter duidelijk tegen. Een intern onderzoek werd ingesteld en de Deputy Commander werd ontslagen.

Deze respons is weliswaar ruimschoots onvoldoende. Het is essentieel dat de verantwoordelijken voor dit soort ernstige en onaanvaardbare incidenten bestraft worden. Een onafhankelijk onderzoek van de Verenigde Naties – waartoe de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, Volker Türk, opriep in de VN-Veiligheidsraad – zou zeker op Belgische steun kunnen rekenen. Het valt echter nog af te wachten of Israël de Verenigde Naties zal toelaten tot Gaza om een onderzoek te voeren.

J'ai condamné les propos tenus par le président Trump à propos de possibles déplacements forcés et je condamne tout autant la rhétorique incendiaire de hauts responsables israéliens concernant la saisie ou l'annexion de territoires ainsi que le déplacement de Palestiniens hors de Gaza. Cela va à l'encontre de principes fondamentaux du droit international, qui interdit l'acquisition de territoires par la force et le déplacement forcé de populations civiles.

Le Conseil de sécurité des Nations Unies a rejeté en juin dernier – résolution 2735 – toute tentative de changement démographique ou territorial dans la bande de Gaza, y compris toute action visant à réduire le territoire de Gaza. La situation en Cisjordanie, y compris à Jérusalem-Est, est de même extrêmement alarmante. Les opérations israéliennes dans le Nord de la Cisjordanie ont causé des centaines de morts, détruit des camps de réfugiés entiers ainsi que des centres médicaux de fortune et déplacé plus de 40 000 Palestiniens.

L'annonce de l'interdiction du retour des habitants pendant un an suscite de vives inquiétudes quant à des déplacements massifs à long terme. L'expansion illégale des colonies se poursuit, tandis que certains ministres israéliens plaident pour la souveraineté israélienne dans le territoire occupé.

Nous regrettons par ailleurs la répression et le manque d'accès aux lieux saints pour les chrétiens pendant la période de Pâques. En Israël, la répression sévère de l'espace civique, notamment contre les organisations de défense des droits humains, est également alarmante. Il y a de nombreuses manifestations dans les rues de Tel-Aviv et ailleurs. Il faut reconnaître et saluer à ce sujet le soutien de l'Union européenne aux organisations qui travaillent en faveur des droits humains et de la médiation en Israël.

La Belgique continue de soutenir la réponse humanitaire à Gaza et en Cisjordanie, incluant Jérusalem-Est. En 2024, le financement direct alloué à des acteurs humanitaires actifs en territoire palestinien occupé représentait 14 % du budget total dédié à l'aide humanitaire, soit 27 millions d'euros.

En 2025, notre contribution flexible à l'UNRWA a déjà été payée et d'autres financements sont en cours de préparation. Plusieurs de nos financements en 2024 sont toujours en cours, notamment ceux du Comité international de la Croix-Rouge, d'UNRWA, du West Bank Protection Consortium, d'Oxfam et de Humanity & Inclusion.

Lors de ma récente rencontre avec le premier ministre palestinien, celui-ci exhortait l'Union européenne à rapidement libérer ces fonds pour pouvoir payer le personnel palestinien encore actif à Gaza. J'ai joint ma parole à la leur en demandant à deux reprises à la Commission européenne la libération de ces fonds, ce qu'elle tarde à faire de manière incompréhensible.

En sus, Israël refuse de verser à l'Autorité palestinienne les taxes dues en vertu du protocole de Paris, ce qui représente des sommes cumulées considérables, affaiblissant l'Autorité palestinienne, alors même que chaque fois que celle-ci est affaiblie, c'est le Hamas qui s'en trouve renforcé.

Mes services et moi-même sommes attentifs aux mesures qu'Israël entend appliquer à l'aide humanitaire à Gaza, qui pourraient être en contradiction avec les principes humanitaires, notamment le principe d'impartialité. La nouvelle loi israélienne sur l'enregistrement des ONG internationales pose également question en ce qui concerne l'accès humanitaire des ONG internationales aux territoires palestiniens occupés, en raison des critères d'appréciation établis par cette loi.

Les acteurs humanitaires tirent la sonnette d'alarme sur ces deux aspects que nous suivons avec attention, que ce soit à Tel-Aviv, à Jérusalem ou à Bruxelles.

In het kader van de bilaterale samenwerking met Palestina voert België via Enabel een programma van 70 miljoen euro uit, dat gericht is op de ondersteuning en empowerment van jongeren, via onderwijs en toegang tot werkgelegenheid in een duurzame omgeving.

Na het verergeren van de crisis en de enorme bijkomende behoeften die zijn ontstaan in Gaza, maar ook op de Westelijke Jordaanoever, met inbegrip van Oost-Jerusalem, heeft België besloten de Palestijnse Autoriteit verder te steunen in haar plannen om het land opnieuw op te bouwen. Meer specifiek werd 5 miljoen euro toegevoegd aan het bilaterale programma, via een gezamenlijke financieringsovereenkomst, om de uitvoering van het Palestijnse plan voor de onderwijssector te ondersteunen en zo bij te dragen tot het bredere proces van stadsopbouw. In Gaza werden de activiteiten van Enabel weliswaar on hold gezet kort na het uitbreken van de gevechten, maar het agentschap houdt zich klaar om zijn activiteiten aldaar te hernemen zodra de veiligheidssituatie dat toelaat.

De Palestijnse wetgeving voor de betalingen aan Palestijnen die werden gevangen of gedood door Israël, bestaat nog, maar de implementatie van de uitkering van voordelen aan gevangenen is wel effectief ingetrokken. In de plaats ervan komt een systeem dat op basis van armoede-indicatoren zal bepalen wie recht heeft op sociale ondersteuning, net zoals andere gezinnen die onder de armoedegrens te leven of bijvoorbeeld te maken hebben met een gehandicapt kind of alleenstaande moeder. PLO's Prisoners' Commission zal niet zetelen in de nieuwe structuur van sociale zekerheid die wordt opgericht.

Het hele proces werd gecoördineerd en verwelkomd door de Verenigde Staten. Israël werd geïnformeerd over de hervormingen. Hierop heeft de Palestijnse Autoriteit alvast aan de Verenigde Staten gevraagd om de (…) Taylor Force Act te bekomen. Die Act voorziet als voorwaarde het stopzetten van betalingen aan martelaren.

Ik geef nog mee dat België en de EU nooit hebben bijgedragen aan het martelaarsfonds.

De afschaffing ervan is, samen met de hervorming van de schoolboeken, een voorwaarde van de Europese Unie om een hulppakket aan de Palestijnse Autoriteit vrij te geven. Dat is intussen gebeurd. De Europese fondsen werden steeds nauwgezet opgevolgd en dat zal ook in de toekomst zo zijn. Er bestaat al een rigoureus analysesysteem met bijhorende vetting. Het wegvallen van de Amerikaanse financiering via USAID heeft daarop geen invloed.

Pour ce qui concerne la Cour internationale de Justice, le Conseil des ministres a décidé en mai 2024 que la Belgique interviendrait dans deux affaires pendantes relatives à la convention pour la prévention et la répression du crime de génocide. Cette décision a donc été prise sous le précédent gouvernement. Les deux affaires en question – Gambie versus Myanmar et Afrique du Sud versus Israël – soulèvent des questions similaires concernant l'interprétation de la Convention et plus particulièrement en ce qui concerne le concept d'intention propre au crime de génocide.

Ainsi, la Belgique examinera la question de savoir si le fait pour une partie à un conflit armé d'invoquer des considérations militaires pour justifier son action constitue nécessairement ou pas un obstacle à l'existence d'une intention génocidaire. Dans l'affaire Gambie versus Myanmar, la Belgique a adressé à la Cour internationale de Justice une demande d'intervention en décembre 2024. La Cour doit encore se prononcer sur la recevabilité de cette demande et, partant, sur la participation de la Belgique à la suite de la procédure.

Le dépôt d'une demande d'intervention analogue dans l'affaire Afrique du Sud versus Israël est actuellement en préparation. Ce dépôt interviendra avant la date fixée par la Cour pour la clôture de la procédure écrite, initialement fixée au 28 juillet 2025 mais reportée au 12 janvier 2026 conformément au règlement de la Cour. Il s'agit ici pour la Belgique, fidèle et reconnue pour son attachement au droit international, d'intervenir sur des éléments qui ressortissent de ce droit, et non pas d'instrumentaliser politiquement ces affaires, ni pour nier un éventuel génocide s'il était avéré, ni pour en déclarer un précipitamment ou de manière juridiquement infondée s'il n'y avait pas lieu.

Le droit, tout le droit et rien que le droit! Les 18 derniers mois de violence ont clairement démontré qu'il n'existait pas de solution militaire à cette crise. La seule voie à suivre est un règlement politique fondé sur deux États vivant côte à côte avec une égalité de dignité et de droit, conformément au droit international, notamment les résolutions adaptées au niveau de l'ONU.

La Belgique est donc impliquée dans l'alliance globale pour la mise en œuvre de la solution à deux États. Vous savez que nous en avons accueilli la deuxième réunion à Bruxelles en novembre dernier. La prochaine réunion se tiendra au Maroc au mois de mai et mes services y participeront.

L'initiative de la France et de l'Arabie saoudite d'organiser une conférence en faveur de la solution à deux États dans le cadre des Nations unies est encore en train de prendre forme. Elle est pour l'instant planifiée du 17 au 20 juin à New York, mais tant les objectifs concrets que le format précis sont encore à définir.

Les expressions publiques ont été plurielles et parfois contradictoires: tantôt nous évoquons une volonté d'un grand mouvement de reconnaissance de l'État palestinien en contrepartie de plusieurs reconnaissances arabes en faveur de l'État d'Israël, tantôt nous entendons que cette approche relève du fantasme et tantôt que la reconnaissance de l'État palestinien ne pourrait s'envisager que dans le cadre d'une reconnaissance mutuelle avec Israël. Bref, l'agenda des objectifs poursuivis lors de cette conférence n'est pas encore clair.

À ce stade, le gouvernement n'a donc a fortiori pas encore eu à connaître du contenu des enjeux ni à se pencher sur la position à adopter. Nous en saurons plus à l'issue d'une réunion préparatoire qui devrait être convoquée par les deux co-organisateurs dans le courant du mois de mai. En même temps, nous sommes en contact aussi via l'Union européenne avec nos partenaires arabes par rapport au plan arabe pour Gaza.

Néanmoins, la sécurité, un cessez-le-feu stable et un horizon politique durable sont primordiaux avant que nous ne puissions parler d'une reconstruction.

En marge de la dernière réunion du Conseil des Affaires étrangères, l'ensemble des ministres des Affaires étrangères de l'Union européenne ont tenu un dialogue de haut niveau avec la Palestine. C'était, entre autres, l'occasion de parler du programme pluriannuel d'aide 2025-2027 et de l'état d'avancement des réformes menées par l'Autorité palestinienne.

In grote lijnen bestaat het hulppakket aan de Palestijnse Autoriteit uit drie blokken ten bedrage van 1,5 miljard euro. Zo is er budgetsteun voor een bedrag van 620 miljoen euro, gelinkt aan een hervormingsmatrix; 560 miljoen euro voor infrastructuur en economische ondersteuning, inclusief de steun aan het UN Relief and Works Agency for Palestine Refugees (UNRWA), en tot slot 400 miljoen euro voor leningen aan de privésector, banken en bedrijven. Ik heb van de gelegenheid gebruikgemaakt om een bilateraal onderhoud te hebben met de Palestijnse premier Mustafa.

Le cessez-le-feu demeure notre priorité. Le premier ministre Mustafa m'a répété que l'Autorité palestinienne mettait en oeuvre les réformes demandées par l'Union européenne et était prête à se réengager dans la gouvernance à Gaza. De mon côté, je l'ai assuré du fait que la Belgique continuerait à aider le peuple palestinien, notamment via notre agence de développement Enabel.

Op het vlak van sancties wordt er op Europees niveau verder onderhandeld over hoe we de lijst van individuen kunnen uitbreiden, zowel wat Hamas betreft als wat gewelddadige kolonisten betreft.

Si d'autres sanctions n'ont pas encore été décidées, je reste clairement ouvert à d'éventuelles discussions sur le sujet. Lors de la réunion du Conseil d'association Union européenne-Israël du 24 février dernier, j'ai d'ailleurs fait savoir que nos relations riches et fructueuses étaient malheureusement menacées par les nombreuses allégations de violations graves par Israël de l'article 2 de l'accord d'association. Tant les crimes de guerre présumés résultant d'un usage disproportionné de la force à Gaza que les obstacles à l'action humanitaire, essentielle, de l'UNRWA nous amènent à clairement nous interroger sur le respect de cet article par Israël.

La perspective subsiste donc de sanctions destinées à manifester notre totale désapprobation quant aux excès de la réaction israélienne et, a fortiori , tant que nous serons confrontés à une volonté manifeste d'empêcher l'octroi de l'aide humanitaire la plus essentielle. Nous nous situons là dans l'indignité totale.

À propos de la reconnaissance de la Palestine, elle est acquise a priori . La question est de savoir quand. L'accord de gouvernement indique que nous soutenons les pays dans leur quête d'institutions démocratiques et d'une bonne gouvernance, en respectant le droit à l'autodétermination, la souveraineté du peuple et l'intégrité territoriale et que nous cherchons, toujours dans cet accord de gouvernement, à parvenir à une solution à deux É tats qui garantisse à la fois la sécurité d'Israël et qui permette la reconnaissance de la Palestine. Par cette phrase, le gouvernement considère donc inéluctable que cette reconnaissance advienne. L'enjeu est bien le momentum . Quand cette reconnaissance se révélera-t-elle appropriée aux fins de faciliter la paix, et non d'aggraver les conflits? Et quand la sécurité d'Israël sera-t-elle également garantie? Je l'ai dit lors de la dernière séance plénière: je crois que cette démarche peut contribuer à un effet d'emballement international favorable à la Palestine et susceptible d'aider ce peuple. Toutefois, nous ne devons pas simplement le postuler en considérant qu'une reconnaissance, bien qu'elle satisfera probablement la majorité de notre Assemblée, sera de nature à apaiser les choses.

Les enjeux de contexte de la conférence à venir à New York ne sont donc pas à négliger. Nous devrions faire profiter l'Autorité palestinienne de cette reconnaissance face au Hamas. Il est néanmoins légitime de s'interroger en conscience sur cet acte symbolique fort à poser au moment où le gouvernement Netanyahu, sous l'influence de l'extrême droite notamment, ne semble plus guère connaître de limites dans l'escalade de l'horreur, parfois pour honteusement détourner le regard de politiques intérieures turpides allant jusqu'à menacer même l'existence de la Palestine. Et si des Palestiniens défilent désormais dans la rue pour dénoncer le Hamas, ne perdons pas de vue que nombre d'Israéliens ne se reconnaissent pas non plus dans l'attitude de leur gouvernement.

S'agissant du Liban, la Belgique plaide également pour le respect du droit international. La Belgique soutient et appelle à la pleine mise en œuvre du cessez-le-feu. En outre, nous prêtons une grande attention aux développements au sein du Conseil de sécurité, bien que notre pays n'en soit pas membre à l'heure actuelle.

Il est évident que le cessez-le-feu doit être respecté par toutes les parties. Il s'agit là du chemin vers la stabilité et la paix. À cet égard, les forces armées libanaises et la Force intérimaire des Nations Unies au Liban (FINUL) sont, bien sûr, des partenaires clés. La Belgique a déjà soutenu les forces armées libanaises par le passé et encore récemment au niveau européen au travers de la Facilité européenne pour la paix, à hauteur de 60 millions d'euros. Nous, Belgique, continuerons de plaider pour un soutien européen aux forces armées libanaises. La Belgique continuera également de soutenir le mandat de la FINUL.

De internationale gemeenschap moet aandacht blijven besteden aan de situatie ten zuiden van de Litani. Het staakt-het-vuren moet worden gerespecteerd, net als de territoriale integriteit van Libanon en resolutie 1701 van de Veiligheidsraad. Dat staat duidelijk in het regeringsakkoord. Dat betekent dat de aanvallen moeten stoppen en dat de wederopbouw moet beginnen.

Tegelijkertijd moeten politieke en economische hervormingen worden aangemoedigd om de rechtsstaat te consolideren en ervoor te zorgen dat de Libanese staat volledig controle heeft over zijn grondgebied. Wat de aanvallen op ziekenhuizen en ambulances in Libanon betreft, zou België een onafhankelijk onderzoek van de Verenigde Naties kunnen steunen.

We zijn ons bewust van de humanitaire situatie en onderzoeken de mogelijkheden voor steun dit jaar. Zoals u weet, bevinden we ons in een moeilijke budgettaire context en dus bekijken we onze bestaande verbintenissen en hoe we die basis kunnen versterken. Dit jaar heeft België op verschillende manieren bijgedragen aan de humanitaire hulp in Libanon door middel van flexibele financiering. Dat is een algemene financiering voor een aantal humanitaire actoren die snel konden reageren en hun activiteiten in Libanon konden opschalen. De totale financiering voor die humanitaire actoren bedraagt 39,8 miljoen euro voor dit jaar. Het belang en de relevantie van flexibele financiering is in deze crisis opnieuw aangetoond. Het stelt humanitaire actoren in staat om snel en effectief te reageren wanneer situaties snel veranderen en verergeren.

Het Belgisch ontwikkelingsagentschap Enabel richt zich uitsluitend op het uitvoeren van ontwikkelingsprogramma's en niet op het verstrekken van humanitaire hulp.

Madame la présidente, voilà les éléments de réponse aux diverses et nombreuses questions posées par nos collègues.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, net zoals elke Arabisch-islamitische tiran en kleptocraat is ook Mahmoud Abbas fundamenteel onbetrouwbaar. Hij is een jihadist in maatpak. Van 2019 tot 2024 heeft Abbas 1 miljard dollar uitbetaald aan moslimterroristen om hen te belonen voor het vermoorden van onschuldige mensen in Israël. Hoe meer dode joden, hoe groter de financiële beloning. Laat die mindset, dat typisch islamitische martelaarsdenken, nu toch eindelijk eens goed tot u doordringen. Welke naïeveling gelooft dat het zal stoppen? U gelooft dat blijkbaar.

Beseffen de traditionele partijen in dit land eigenlijk wel dat zij al decennialang direct of indirect financieel bijdragen aan dodelijk antisemitisme en aan dodelijke islamitische terreuraanslagen? Vandaag wordt nogmaals duidelijk dat hier in het Parlement vrijwel niemand beseft met welke vijand wij en Israël te maken hebben. Ongeacht of dat nu via Palestijnse media, Palestijns onderwijs of via financiële beloningen gebeurt, al van kindsbeen worden Palestijnse moslims, ook op de zogenaamde Westbank, aangezet en gestimuleerd om zoveel mogelijk onschuldige joden dood te steken, op te blazen, dood te rijden of de keel over te snijden.

Mijnheer de minister, Adolf Hitler zou daar trots op zijn. Met vele miljoenen euro belastinggeld zal ook de huidige regering daaraan blijven bijdragen. Dat is werkelijk te ziek voor woorden.

Ten slotte, over de ambulances wil ik opmerken dat Israël van een fout spreekt en actie onderneemt. U spreekt van een executie. Vervolgens stelt u dat er nog een onderzoek moet gebeuren. Het is dus duidelijk welke kant de huidige Belgische regering kiest, namelijk de kant van de islamitische jihad.

Michel De Maegd:

Merci, monsieur le ministre, pour vos éléments de réponse et votre engagement personnel dans ce dossier aussi douloureux qu'essentiel.

Je voudrais, dans ce débat d'actualité, humblement rappeler que derrière chaque chiffre, chaque bilan, chaque terme diplomatique que nous utilisons, il y a tout d'abord des vies, des enfants, des familles et des espoirs anéantis. C'est à eux que nous pensons avant tout, quelle que soit leur nationalité ou leur confession. Chaque mort de civil est insupportable.

Cela dit, et sans aucunement disculper les différente parties au conflit, en ce compris le gouvernement Nethanyahu, de leurs responsabilités pour des crimes de guerre, voire des crimes contre l'humanité que devra objectiver la justice internationale, et des faits qui devront bien sûr être condamnés, parce que les mots ont un sens, je voudrais saluer votre mesure par rapport à l'usage du terme "génocide", monsieur le ministre, et rappeler ici l'analyse pointue que nous a procurée le professeur de droit international Pierre d'Argent, il y a à peine deux mois, dans notre commission. Pierre d'Argent fut, je le rappelle, membre de la Cour internationale de Justice comme premier secrétaire. Il nous disait mot pour mot: "la Cour internationale de Justice n'a pas dit qu'il y avait un risque de génocide. Elle a dit qu'il y avait un risque de préjudice irréparable, plausible, et un droit du peuple palestinien à Gaza de ne pas être exposé à des actes prohibés par la Convention. Dire qu'il y a un risque de génocide est un raccourci de ce que la Cour internationale de Justice a dit. La différence est très fine, mais il faut être précis sur ce que la Cour a dit."

Voilà pour cette précision! Dans cette tragédie sans fin, ce que nous devons viser, ce n'est pas une trêve temporaire ou une accalmie précaire, mais une paix juste, durable, fondée sur le respect du droit international, de la justice et de la dignité humaine. La reconnaissance de l'État palestinien dans un cadre européen à un moment opportun, comme vous l'avez mentionné, monsieur le ministre, sera un pas vers cette justice. Je vous encourage donc à continuer à œuvrer dans tous les espaces où notre pays peut peser, à faire entendre une voix claire et humaine. Car au fond, ce que nous devons à toutes les victimes, en ce compris les otages du Hamas, c'est de ne pas détourner le regard, ni aujourd'hui, ni demain.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, vous avez commencé en disant que vous n'alliez pas tourner autour du pot. Vous ne l'avez pas fait quand vous avez parlé des crimes de guerre et des crimes contre l'humanité commis par l'armée israélienne contre les Palestiniens. Vous avez reconnu qu'il y avait une politique de punition collective. Et vous avez décrit de manière assez exhaustive la barbarie de l'armée israélienne et de la politique de l'État colonial contre le peuple palestinien.

Et puis, vous êtes arrivé au chapitre des sanctions. Et là, vous n'avez pas juste tourné autour du pot. Vous l'avez fait en faisant des galipettes. Vos mots étaient en effet significatifs. Vous avez dit: "Les crimes de guerre nous poussent à nous interroger sur notre relation avec Israël et sur le respect de l'article 2." Et: "Nos relations riches et fructueuses sont menacées."

Monsieur le ministre, par rapport à ce que vous avez dit précédemment, comment pouvez-vous tirer ces conclusions-là, sans avoir de condamnations claires et surtout sans appeler à des sanctions claires? Vous êtes encore au stade de vous interroger sur le respect de l'article 2. Ce sont vos paroles. Vous vous interrogez sur le respect de cet article par l'État d'Israël. Vous n'avez pas appelé à suspendre l'accord d'association du fait que l'article 2 n'est pas respecté. Il n'est pas respecté! Vous avez dit vous-même que le droit international n'est pas respecté, qu'il y a des crimes de guerre et une punition collective. Quelle conclusion en tirez-vous? Pourquoi n'appelez-vous pas à des sanctions directement?

Quant à la reconnaissance de l'État de la Palestine, vous parlez de l'équilibre sur la sécurité de l'État d'Israël. Mais aujourd'hui, c'est la sécurité de l'existence même du peuple palestinien qui est menacée. Le problème est là aujourd'hui et vous ne prenez aucune sanction!

Ma question était claire et visait à savoir si vous alliez passer des paroles aux actes? Vous êtes toujours dans la parole. Il n'y a toujours aucun acte concret prenant des sanctions claires, un embargo militaire clair contre l'État génocidaire d'Israël à l'égard du peuple palestinien.

Et, pour ce qui est de remettre en question le génocide, je n'y répondrai même pas. L'histoire jugera, monsieur le ministre!

Christophe Lacroix:

Monsieur le vice-premier ministre, il n'est pas facile d'être dans votre rôle quand vous avez affaire à des points de vue parfois tellement divergents.

Je vais essayer de rester dans la mesure, tout en gardant mes convictions et mes valeurs. Tout d'abord, nous sommes effectivement face à une volonté manifeste du gouvernement israélien, que je distingue bien de l'État d'Israël et de son peuple, de liquider la cause palestinienne une fois pour toutes. Ils veulent éradiquer les Palestiniens de la terre, en ce compris en assassinant leurs dirigeants pour ne plus avoir d'interlocuteurs.

Le fait d'avoir sorti l'Office de secours et de travaux des Nations unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) d'Israël consiste à empêcher toute possibilité de retour des Palestiniens un jour sur leur terre natale, en ce compris également ce qui est la terre d'Israël pour les Israéliens. Il y a des violations du droit international humanitaire, du droit international, des crimes de guerre, un risque d'intention de génocide. Il y a des violations avérées de l'article 2 de l'Accord d'association.

Pour une fois, nous avons un ministre qui condamne assez clairement ces événements; plus que clairement et plus que ses prédécesseurs, il faut le reconnaître. Deuxièmement, nous avons un ministre qui nous annonce un calendrier sur certains points, notamment sur l'intention de la Belgique de se joindre à l'affaire devant la Cour internationale de Justice. Vous avez annoncé 2025, et puis début 2026.

Manifestement, face aux "turpitudes" – je vous cite – du gouvernement Netanyahou, qui a tout intérêt à ce que la guerre se poursuive pour des motifs sombres de politique, mais également pour des motifs sombres d'intérêts personnels liés à des problèmes de corruption intense dans ce gouvernement et liés à la présence de l'extrême droite – car, s'il y a des islamistes en costume, il y a aussi des petits nazis en costume, en ce compris dans cette enceinte, vous l'aurez bien compris aujourd'hui monsieur le ministre –, il faudra aller plus loin et je compte sur vous pour faire bouger l'ensemble du gouvernement, parce que je crois que vous n'avez pas encore fini.

Nous reviendrons vous interroger sur davantage que les intentions et les autres aspects, dont les sanctions, et sur le calendrier, que vous nous avez déjà donné concernant l'intention de la Belgique de se joindre à l'État d'Afrique du Sud contre Israël devant la Cour internationale de Justice.

Rajae Maouane:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Merci d'avoir également dit quelques mots sur le Liban; je pense qu'il est aussi important d'évoquer ce pays et le drame qui se joue là-bas.

Vos prises de parole sur la situation à Gaza sont fortes et, dans le contexte actuel, elles sont presque courageuses, surtout quand on entend les déclarations de certains de vos collègues de coalition, comme le premier ministre ou encore un certain président de parti. Aujourd'hui, les mots sont importants et ils ont un sens, mais ils ne suffisent plus. Les populations civiles sur place ont besoin d'actes concrets et forts, qui soient à la hauteur de l'urgence. Parmi les actes concrets, il y a des sanctions. À ce sujet, je vous ai trouvé moins engageant ou moins engagé que sur le reste de vos réponses. Nous voulons des sanctions économiques et diplomatiques, mais un autre geste fort est le boycott économique, diplomatique, culturel, sportif, comme il a été pratiqué pour la Russie.

En effet, cela fait des mois qu'un génocide – oui, je le redis, un génocide – se déroule sous nos yeux avec, depuis la rupture du cessez-le-feu, le déchaînement des enfers, pour reprendre certains termes. Des centaines d'enfants ont été assassinés. Le collègue Lacroix évoquait l'assassinat des dirigeants pour ne plus avoir d'interlocuteurs. Mais on assassine aussi les enfants, comme cela il n'y a plus de descendance. Pour pouvoir éradiquer de la surface de la terre tout un peuple, des enfants sont assassinés, des femmes et des civils sont massacrés. On interdit de faire rentrer l'eau, les médicaments, la nourriture, l'électricité, on parle de famine, on parle d'épuration. Malheureusement, le monde regarde, et vous l'avez déploré également. On n'a pas trouvé de gouvernement suffisamment fort pour arrêter l'État d'Israël. Il faudra m'expliquer comment un seul pays peut mettre à genoux comme cela l'ensemble des pays et le droit international.

Concernant la solution à deux États, celle-ci est effectivement fondamentale, mais elle ne sera jamais crédible tant que la Belgique ne reconnaîtra pas pleinement l'État de Palestine. Pour une solution à deux États, il faut reconnaître la Palestine. Vous parlez de la sécurité d'Israël. Effectivement, les Israéliens et les Israéliennes ont droit à la sécurité, mais les Palestiniens et les Palestiniennes également ont droit à la sécurité, le droit d'avoir un État, et celui de circuler librement.

En ce qui concerne le timing, je pense qu'il faut avancer le plus rapidement possible. On sait que le président Macron n'est pas le plus grand défenseur de la cause palestinienne, mais récemment il s'est prononcé en faveur d'une reconnaissance rapide, d'ici le mois de juin. D'autres pays européens l'ont fait ou s'y préparent. Je pense qu'on arrive à un momentum pour pouvoir avancer.

Enfin, un autre élément est important. On parle beaucoup de paix, mais on ne pourra pas avoir de paix sans justice. Il n'y aura pas de paix sans comptes à rendre, sans mettre fin à l'impunité.

Pour qu'il y ait de la paix, il faut de la justice, et pour cela, il faut que l'on puisse se joindre aux actions, que la Justice puisse faire son travail et punir les criminels de guerre. C'est maintenant qu'il faut du courage politique, parce que les personnes là-bas n'en peuvent plus.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord over Libanon.

U zegt terecht dat België een staakt-het-vuren blijft vragen en dat de territoriale grenzen moeten worden gerespecteerd. U zei ook dat u in de VN-Mensenrechtenraad blijft pleiten voor een onderzoekscommissie, opdat de mensen die de daden pleegden, kunnen berecht worden voor het Internationaal Strafhof. We kunnen immers niet langer toelaten – en ik denk dat u zeker op dezelfde lijn zit als Vooruit – dat artsen, patiënten, maar ook hulpverleners afgeslacht worden zonder dat er gevolgen zijn voor de wandaadplegers zelf. Net als u kiest Vooruit resoluut de kant van de burgerslachtoffers en het internationaal recht.

We moeten wel opletten dat het niet bij woorden blijft, maar dat er ook acties komen. Daarom pleit ik nog eens, mijnheer de minister, om op Europees niveau veel harder op tafel te kloppen met betrekking tot die individuele sancties tegen de verantwoordelijken van die wandaden en met betrekking tot de herziening van het associatieakkoord tussen de EU en Israël.

Mijnheer de minister, ik breng hulde aan u, omdat u in plenum al explicieter bent geweest dan de eerste minister. Ik steun u in uw strijd om de hele regeringsploeg mee te krijgen in uw visie. We moeten er echter voor zorgen dat het niet bij moedeloosheid en woorden blijft en dat België ook wel effectief overgaat tot meer actie dan nu het geval is.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, ik wil u danken om duidelijk te benoemen wat er gebeurt in Israël. Dat is zeer belangrijk. U zei het heel expliciet. U hebt het geweld veroordeeld. U hebt over de hongersnood gesproken. U hebt in woorden veroordeeld, ook richting de Israëlische ambassadeur, en gezegd dat het zo niet verder kan. Dat is goed.

Bij de rest van het verhaal blijf ik echter op mijn honger. Temeer, dit zijn uw woorden, maar ondertussen lees ik verklaringen van meerderheidsparlementsleden, vanuit N-VA bijvoorbeeld, die stellen dat Israël een rechtvaardige oorlog voert. U kunt dan zeggen dat dat slechts de mening van een parlementslid is. U zei echter ook dat België gekend staat voor het respecteren van het internationaal recht. Sinds onze eerste minister het aanhoudingsbevel van het Internationaal Strafhof naar de prullenband heeft verwezen, mag u in de verleden tijd spreken: België stond gekend als voorvechter van het internationaal recht. Die uitspraak is de wereld rondgegaan, dat imago zijn we kwijt.

Blijft het alleen maar bij woorden? Neen, want minister Francken, onze minister van Defensie, vindt Israël vandaag nog steeds een voorkeurspartner en wil ook samenwerken met de Israëlische defensie-industrie. Ondanks alle woorden die u hebt uitgesproken met betrekking tot Israël, wil hij dat vandaag nog steeds.

U en uw coalitiepartners zitten wat dat betreft in een totale spreidstand. Dat maakt dat het voor een groot stuk bij woorden blijft, want ook al is er nog altijd financiële steun voor de heropbouw, we moeten die heropbouw stopzetten, zo zegt u zelf, wegens het Israëlische geweld.

Echte sancties heb ik hier vandaag niet gehoord. We hebben een voorstel van resolutie met een heel aantal maatregelen ingediend, die we ook vanuit België kunnen nemen. Ik hoop echt dat daarvoor steun komt en dat het niet alleen bij woorden blijft. Ik hoop dat de parlementssteden zich expliciet uitspreken om echt sancties op te leggen. We kunnen niet blijven doen alsof er niks aan de hand is. Er zijn al meer dan 50.000 doden, rechtstreeks door het geweld. Volgens Amerikaanse schattingen zijn het er zelfs nog veel meer dan dat.

Nu waarschuwt u dat de goede relaties met Israël in het gedrang komen, maar voor mij zijn ze al heel lang in het gedrang. Het is zeer belangrijk dat de Belgische regering meer doet. Er is meer nodig dan alleen maar de woorden van een minister van Buitenlandse Zaken, die ik zeer steun op dat vlak. We hebben nood aan meer actie, meer daden. Het is hoog tijd.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ik denk dat de doelstellingen van de Israëlische regering sinds 7 oktober duidelijk waren, namelijk de liquidatie van Hamas. Daarvoor kunnen we begrip opbrengen. Het is een terroristische organisatie. We kunnen echter geen begrip opbrengen voor het verdrijven van het Palestijnse volk, waarvoor ze geen enkel middel schuwt. Als ze zelf niet vertrekken, worden ze uitgemoord. Ze kunnen ook niet vertrekken. Er worden oorlogsmisdaden gepleegd. Ze worden uitgehongerd tot op de dag van vandaag. Wij veroordelen dat streng.

Ik hoor dat uw engagement heel sterk is, op internationaal en op bilateraal vlak tegenover Israël. Ik denk dat België een belangrijk statement maakt. We blijven ook de humanitaire hulp steunen. Er is ook een duidelijk engagement van de Europese Unie en van België. Enabel en UNRWA laveren en doen daar wat nog mogelijk is.

De strijd tegen de straffeloosheid aldaar is een work in progress. Alles gebeurt daar inderdaad redelijk straffeloos. Er wordt wel opnieuw over individuele sancties onderhandeld. U hebt de opschorting van het associatieakkoord op 14 april op tafel gelegd, maar u erkent dat men dat niet alleen kan doen. Daarvoor is een Europese consensus nodig. Als men in Europese middens verblijft, begrijp ik heel goed hoe moeilijk dat is. Hoeveel doden er ook vallen, men blijkt daarvoor blind voor te zijn. Wij mogen daar in België niet blind voor zijn. We hebben een grote Palestijnse gemeenschap in België. Wij voelen dat ook aan de mensen, aan de niet-Palestijnen. De mensen kunnen niet meer kijken naar de gruwel waarvan op tv en in de kranten wordt getuigd. Ze vragen aan de parlementsleden: doe iets!

De erkenning van Palestina staat in het regeerakkoord. Het klopt dat daarvoor het juiste moment moet worden gekozen en dat de veiligheid van Israël ook belangrijk is. Mijns inziens is het momentum juni. Ik hoop dat we ons dan inderdaad, ook al is het symbolisch, kunnen aansluiten bij verschillende andere lidstaten.

Actie is heel erg belangrijk, want er sterven elke dag honderden kinderen, bij bosjes, en dat kunnen we niet aanvaarden.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, het conflict in Gaza is verschrikkelijk. De menselijke tol is zeer groot. Het is inderdaad het moment bij uitstek om te blijven pleiten voor de vrijlating van alle gijzelaars en ontwapening enerzijds – de weg van de vrede die wij met het regeerakkoord zijn ingeslagen, is absoluut de te volgen weg – en anderzijds de tweestatenoplossing, oplossing waar wij als N-VA absoluut achterstaan.

Mijnheer de minister, u had het over de erkenning van Palestina in combinatie met de garantie van de veiligheid van Israël. Het is absoluut noodzakelijk dat de koppeling tussen die twee zaken aangehouden blijft. Een symbolische erkenning van Palestina zonder dat de veiligheid van Israël kan worden gegarandeerd, is voor ons als N-VA echt wel moeilijk. We moeten de totaliteit bekijken. Beide volkeren zijn in nood en zien af. We moeten daarvoor dan ook pleiten.

U hebt terecht de protestacties aangehaald die niet alleen in Israël maar ook in Palestina plaatsvinden. Het maakt mij inderdaad ten zeerste bezorgd dat een jongeman gefolterd werd, omdat hij geprotesteerd heeft tegen Hamas en dat mensen levend in brand gestoken worden, zo vertellen beelden van CNN ons. Dat is natuurlijk casuïstiek, maar dat neemt niet weg dat we ook daarvoor oog moeten hebben.

U hebt aangegeven dat er geen betaling voor de fondsen van de martelaren is gebeurd door ons land, noch door de Europese Unie. Dat stemt mij tevreden. Hebt u echter ook onderzocht of er via UNWRA geen middelen naar zijn gegaan? We zijn in het regeerakkoord overeengekomen dat we de werking van UNWRA zullen blijven ondersteunen, zolang de mensenrechten worden gegarandeerd en het internationaal recht wordt gegarandeerd. We moeten immers 100 % zeker zijn dat er geen middelen foutief worden besteed.

Wat de aanval op de zorgverstrekkers betreft, ga ik helemaal akkoord om in de Europese Unie te pleiten voor een onafhankelijk onderzoek via de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Misschien is het ook een idee om in de Europese Unie als Europese lidstaten een onderzoek te bepleiten naar wat er gebeurd is met de zorgverstrekkers. Israël heeft inderdaad acties ondernomen, maar onafhankelijke bronnen zouden onze visie nog meer kunnen versterken.

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. La boussole de notre gouvernement est le droit international, c'est ce qui doit déterminer nos positions. C'est la seule façon de soutenir toutes les populations palestiniennes et israéliennes. C'est pourquoi il est essentiel notamment que, premièrement, les otages soient libérés. Deuxièmement, toute opération militaire doit respecter le droit international humanitaire. Troisièmement, l'accès à l'aide humanitaire doit être garanti. Le Hamas, en maintenant son activité, permet à Israël de se conforter dans l'injustifiable au niveau des opérations militaires, ne respectant pas le droit international humanitaire. C'est pourquoi votre action, celle de l'Union européenne et celle de vos partenaires doivent se concentrer sur la reprise du cessez-le-feu, quitte à tordre le bras au protagoniste. C'est une nécessité essentielle pour les populations qui souffrent sous les bombardements et qui attendent leurs proches retenus ou qui attendent leurs proches retenus en otage. Vous devez faire comprendre à nos partenaires européens que des sanctions contre ceux qui incitent à la violence, d'un côté comme de l'autre, doivent s'étendre. Monsieur le ministre, il s'avère que depuis le lancement de l'actuel gouvernement, la voix de la Belgique porte haut dans les enceintes internationales et c'est une fierté grandement ressentie. Ne vous lassez pas de voir s'imposer la cohabitation des deux É tats libres, Israël et la Palestine.

De oorlog en de hongersnood in Soedan
De Europese verantwoordelijkheid in de oorlog in Soedan
De massale plundering van natuurlijke rijkdommen in Soedan
De evolutie van de situatie in Soedan
Humanitaire crisis, buitenlandse betrokkenheid en uitbuiting in Soedan

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 23 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Belgische discussie over de humanitaire en politieke crisis in Soedan benadrukt de catastrofale situatie: een burgeroorlog met 12+ miljoen ontheemden, hongersnood, massale mensenrechtenschendingen en risico op landsdeling door een parallelle regering van de *RSF-milities*. België steunt EU-sancties tegen oorlogspartijen, pleit voor onbelemmerde humanitaire hulp (€1 miljard EU-bijdrage) en CPI-onderzoeken naar straffeloosheid, maar erkent dat buitenlandse inmenging (Rusland, VAE) en EU-steun aan milities in het verleden (via migratiedeals) het conflict verergeren. Kritische punten zijn ontbrekende traçabiliteit van Soedanese grondstoffen (gom arabicum, goud) en risico’s op wapenleveranties ondanks EU-embargo’s.

Rajae Maouane:

Madame la présidente, monsieur le ministre, merci pour votre temps.

Vous le savez, le Soudan est aujourd'hui dévasté par une guerre. Il est déchiré par une guerre civile qui dure depuis plus de deux ans. Plus de 12 millions de personnes sont déplacées, fuient les combats, la famine, les atrocités commises par les belligérants. Des camps de réfugiés sont attaqués, des enfants sont malheureusement violés, des femmes sont tuées.

Les forces de soutien dirigées par le général Mohamed Hamdan Daglo ont annoncé la formation d'un gouvernement parallèle, ce qui exacerbe le risque de partition du pays.

C'est une situation vraiment tragique qui survient dans un pays qui est déjà marqué par des décennies de conflits internes et des divisions ethniques. La communauté internationale, y compris l'Union européenne, ne peut rester silencieuse face à cette tragédie. Il est impératif que la Belgique, en tant que membre de l'Union européenne, prenne des mesures concrètes pour soutenir le peuple soudanais et œuvrer en faveur d'une paix durable.

Monsieur le ministre, mes questions sont les suivantes. Quelle est la position du gouvernement belge concernant la formation d'un gouvernement parallèle par les FSR et le risque de partition au Soudan? Quelles actions la Belgique envisage-t-elle pour fournir une aide humanitaire concrète aux populations déplacées et touchées par le conflit? La Belgique, par votre voix au sein de l'Union européenne, va-t-elle soutenir des sanctions ciblées contre les responsables des violations des droits humains au Soudan? Elles sont nombreuses. Est-ce que la Belgique va plaider pour une initiative internationale qui vise à faciliter un dialogue inclusif entre toutes les parties prenantes au Soudan? Quelles mesures la Belgique propose-t-elle pour prévenir la propagation du conflit au-delà des frontières du Soudan et garantir la stabilité régionale? Merci pour vos réponses.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, merci pour votre temps et merci d'avoir accepté de nous accorder quelques minutes supplémentaires.

Le Soudan traverse actuellement une situation pire que jamais. Comme l'a alerté Elise Nalbandian, responsable régionale du plaidoyer chez Oxfam, le pays fait face à la plus grande crise humanitaire, à la plus grande crise de déplacement et à la plus grande crise de faim. Tous les mauvais records sont battus. Depuis avril 2023, le pays est en proie à un conflit armé brutal entre les Forces de soutien rapide (RSF) et les forces armées soudanaises, provoquant ce que les Nations Unies qualifient de plus grave crise humanitaire actuelle.

Près de 13 millions de personnes ont été déplacées, des centaines de milliers sont menacées par la famine, et des dizaines de milliers ont déjà perdu la vie. Le pays est brisé, à genoux, après trois ans d'une guerre civile impitoyable.

Le 10 avril, l'Union européenne a annoncé une aide humanitaire de 160 millions d'euros pour faire face à cette crise. Il est cependant extrêmement important de rappeler notre responsabilité dans les plus grandes crises humanitaires mondiales.

Dans le cadre du processus de Khartoum, l'Union européenne a coopéré avec le régime d’Omar Al-Bachir, poursuivi pour génocide, en finançant des programmes sécuritaires ayant notamment bénéficié aux RSF, dirigées par le général Mohamed Hamdan Daglo (Hemetti). Cette milice est issue des tristement célèbres janjawids responsables du génocide du Darfour. Ce soutien indirect, mais réel, a permis à Hemetti de consolider son pouvoir militaire, de contrôler les routes migratoires et de devenir un acteur central dans le conflit sanglant que nous dénonçons aujourd'hui.

Monsieur le ministre, alors que la communauté internationale appelle à un cessez-le-feu et promet 800 millions d'euros d'aide humanitaire, comment justifier cet élan de solidarité aujourd'hui, quand des politiques européennes ont indirectement contribué à armer et à légitimer les milices responsables de l'actuel chaos?

De plus, un rapport confidentiel de l'ONU, cité par Bloomberg et The Guardian, révèle que le conflit est alimenté par des économies de guerre reposant sur le pillage massif des ressources naturelles, telles que l'or et la gomme arabique.

Entre janvier et juin 2024, les RSF auraient détourné pour 14,6 millions de dollars de gomme arabique, avec jusqu'à 70 000 tonnes expédiées vers le Tchad. Or, cette substance, utilisée dans de nombreux produits de consommation courante – tels que les sodas, les cosmétiques, les médicaments ou les confiseries – provient à 70 % du Soudan, notamment de zones actuellement sous contrôle des RSF.

Cela veut dire qu'une partie de l'économie mondiale, y compris, potentiellement, européenne, pourrait, aujourd'hui, contribuer involontairement au financement de ce conflit par le biais de ces importations.

Dans ce contexte, il est légitime de se poser quelques questions, notamment par rapport à la Belgique. La Belgique importe-t-elle actuellement de la gomme arabique ou de l'or en provenance du Soudan? Existe-t-il des mécanismes de traçabilité fiables permettant de garantir que ces produits n'alimentent pas indirectement le conflit armé en cours? Voilà mes questions, monsieur le ministre. J'espère que les réponses seront assez claires à ce niveau-là.

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, lors de ma précédente intervention, j’avais interrogé la ministre de l'époque sur la position de la Belgique face à la guerre civile au Soudan, en demandant quelles démarches notre pays avait entreprit pour soutenir les efforts diplomatiques, sanctionner les responsables et appuyer l’action de la Cour pénale internationale.

Depuis, la situation a connu une dégradation dramatique.

Désormais plus de 24,6 millions de personnes, près de la moitié de la population soudanaise, sont confrontées à une insécurité alimentaire aiguë, dont 638 000 vivent des conditions proches de la famine. La famine est confirmée dans au moins 10 régions, dont le Darfour, Khartoum et Kandahar. 1/3 des enfants souffrent de malnutrition aiguë.

Le nombre de victimes continue de croître: selon les estimations les plus récentes, entre 20 000 et 150 000 personnes auraient été tuées directement du conflit, et 12 millions de personnes ont dû fuir leur foyer, dont près de 760 000 réfugiés au Tchad, majoritairement des femmes et des enfants.

Sur le plan international, les ingérences étrangères s’intensifient: la Russie, l’Iran, l’Égypte et les Émirats arabes unis continuent de soutenir activement les belligérants, souvent en violation de l’interdiction de fournitures d’armement décidée par l’ONU. L’Union européenne a prolongé jusqu’en octobre 2025 ses sanctions ciblées contre des acteurs des deux camps, mais la dynamique de guerre persiste.

Au vu du contexte qui empire depuis les dernières questions:

1) Quelles sont les nouvelles actions diplomatiques qui vont être entreprises par la Belgique pour encourager une sortie de crise?

2) Quelles initiatives notre pays a pris et continuera de prendre, en matière humanitaire, dans les zones frappées par la famine?

3) Notre nouveau gouvernement soutient-il un élargissement du régime de sanctions, y compris à l’encontre des États tiers impliqués dans des transferts d’armes?

4) Comment notre diplomatie va-t-elle continuer de soutenir le travail de la cour pénale internationale et la lutte contre l’impunité pour les crimes commis au Darfour et ailleurs?

Je vous remercie.

Maxime Prévot:

Mesdames et messieurs les députés, je vous remercie pour vos questions sur l'un des conflits les plus graves, qui est aussi l'un des plus négligés à ce jour. Cette guerre civile qui a débuté il y a plus de deux ans continue d'engendrer des souffrances incommensurables à la population civile et déstabilise toute la région. La poursuite sans relâche des combats et des exactions de masse sont très préoccupantes. Le risque de partition du pays et les annonces de mise sur pied du gouvernement de façon non consensuelle et unilatérale doivent aussi nous inciter à agir.

Il va de soi que nous sommes préoccupés par ce type de développement et que nous sommes fortement attachés à la préservation de l'unité et de la souveraineté du pays. La dégradation continue de la situation sécuritaire et humanitaire résulte en grande partie de l'absence de volonté politique des belligérants d'engager un processus inclusif et durable.

Nous pouvons aussi constater qu'il existe des intérêts divergents entre les différents acteurs régionaux. C'est ce qui explique l'échec relatif de la Conférence de Londres, du 15 avril, qui avait pour but d'aligner l'ensemble de la communauté internationale autour des mêmes objectifs, à savoir la réponse à la crise humanitaire, le règlement négocié du conflit et la mise sur pied d'un processus de transition vers un gouvernement civil.

Il est impérieux que tout acteur extérieur mette fin à tout soutien visant à alimenter le conflit. La Belgique reste active au sein de l'Union européenne sur ce dossier et fait partie d'un petit groupe d'États membres qui visent à maintenir cette crise à l'agenda et à soutenir le travail de la représentante spéciale de l'Union européenne pour la Corne de l'Afrique, Mme Weber. Le lundi 14 avril dernier, le Conseil des Affaires étrangères de l'Union européenne s'est à nouveau penché sur ce grave conflit. J'y ai pris la parole afin de plaider pour le maintien d'un engagement fort et constant de l'Union européenne en soutien aux efforts de médiation.

J'ai appelé à rester mobilisé afin de répondre à l'urgence humanitaire, à défendre les droits humains et à lutter contre l'impunité. Depuis janvier 2024, des sanctions de l'Union européenne ont été adoptées ciblant des individus et des entités liées aux Rapid Support Forces et à l'armée soudanaise, qui sapent les efforts de paix et qui se rendent coupables de violations graves des droits humains. Vu les évolutions sur le terrain, la Belgique soutient pleinement l'adoption de nouvelles mesures restrictives afin de faire pression sur les partis. Des discussions intra-européennes ont débuté à cet effet.

Le rétablissement d'un gouvernement civil demeure la seule perspective à moyen terme. Une solution durable doit inclure les civils soudanais. L'Union européenne continue de prendre des initiatives visant à construire un consensus parmi les acteurs civils et soutenir des coalitions civiles inclusives qui sont au cœur de toute transition politique.

La crise humanitaire est sans précédent. Le service de la Commission européenne à la protection civile et aux opérations d'aide humanitaire a ouvert un bureau à Port-Soudan. L'Union européenne et les États membres, y compris la Belgique, contribuent à hauteur de près d'un milliard d'euros à l'aide humanitaire, ainsi qu'à hauteur de 467 millions d'euros au programme de développement.

Nous continuons de plaider en faveur d'un accès humanitaire sans entrave à toutes les frontières. Nous soutenons également les efforts de la représentante spéciale, Mme Weber, pour protéger les infrastructures critiques, en particulier l'approvisionnement en électricité, condition indispensable à la protection des civils. Nous restons profondément préoccupés par la persistance des violations et atteintes aux droits humains, et par l'impunité répandue dans le pays.

Nous encourageons le renforcement du mandat de la Cour pénale internationale (CPI) au Soudan et une coopération accrue avec la mission d'enquête du Haut-Commissariat aux droits de l'homme.

La Belgique avait par ailleurs soutenu la création de ce mandat d'enquête lors d'une précédente session au Conseil des droits de l'homme. Un rapportage indépendant est essentiel pour rendre compte de la situation dramatique sur place et faire en sorte que les auteurs de violences soient poursuivis pour leur acte.

Concernant les éventuelles importations en Belgique d'or et de gomme arabique provenant du Soudan, je vous invite, monsieur Boukili, à poser ces questions au Service public fédéral Économie, Direction générale des Analyses économiques et de l' é conomie internationale, pour une réponse documentée et circonstanciée.

Sachez toutefois que le groupe d'experts sur le Soudan des Nations Unies est mandaté pour examiner toutes les sources de financement, qu'elles soient locales, nationales ou internationales, des groupes armés actifs au Darfour. Leur dernier rapport n'a pas encore été publié, mais il a entre-temps été soumis au Conseil de sécurité. Il faudra voir s'il contient des éléments pertinents à cet égard.

Pour ce qui est des mécanismes de traçabilité des ressources naturelles dans les chaînes d'approvisionnement internationales, la Belgique continue de soutenir leur renforcement, afin de s'assurer que les flux commerciaux ne contribuent pas au financement de quelconque conflit.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, merci pour cette prise de parole claire sur la situation dramatique au Soudan, que l'ONU qualifie comme le plus grand drame humanitaire au monde actuellement.

Nous sommes dans un contexte où ce conflit reste largement ignoré. Il passe sous les radars médiatiques et diplomatiques. C'est un soulagement de voir que la Belgique fait partie des pays qui ne détournent pas le regard sur la situation qui est d'une ampleur sans précédent, avec des millions de déplacés, la famine, des violences systématiques. Ce silence ambiant est de plus en plus insupportable. Il est donc important pour nous de mettre ce conflit et ce drame à l'agenda. Je me réjouis de voir que la Belgique continue à le faire. C'est là aussi que la diplomatie peut montrer son utilité.

Néanmoins, on voit aussi qu'il y a une "guerre" des puissances étrangères par rapport à ce qui se passe au Soudan. Des armes européennes se retrouvent au Soudan alors qu'il y a un embargo. Il y a là quelque chose à creuser. Nous ne pouvons pas être ainsi complices de ce qu’il se passe sur place.

Dès lors, je pense qu'il y a effectivement moyen de creuser davantage au niveau européen et d'entamer une réflexion sur la présence sur place d'armes fabriquées, notamment, en Bulgarie.

Merci pour vos réponses.

Nabil Boukili:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je ne manquerai pas de poser la question en commission de l' É conomie pour obtenir plus de détails.

On parle beaucoup des deux généraux qui sont en lutte aujourd'hui, mais on oublie un acteur fondamental dans ce qui se passe au Soudan, à savoir le peuple soudanais, qui s'est révolté et qui a mis fin au régime d'el-Bechir, et j'aimerais ici lui porter tout mon soutien et toute ma solidarité dans la crise humanitaire qu'il traverse aujourd'hui.

De même, monsieur le ministre, en ce qui concerne l'aide financière que nous apporterons au Soudan, vers qui cette aide ira-t-elle? En matière de pouvoir officiel, je pense qu'il importe de définir un itinéraire propre pour cette aide, afin d'éviter qu'elle ne tombe entre les mains des milices armées et qu'elle ne finance pas ces milices, qui sont aujourd'hui coupables et responsables des massacres des populations civiles.

Nous allons suivre de près cette situation et j'espère qu'on aura l'occasion d'en rediscuter. Encore merci, en tout cas, d'être resté pour ce débat.

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, si nous devions faire le bilan de cette journée, il resterait toujours positif pour un ministre actif. Tout le monde souhaite que vous poursuiviez dans cette voie.

Je pourrais même divaguer un instant sur le Congo. Votre commune de Namur a opté pour un jumelage avec une commune de Kinshasa. Si vous allez à Kinshasa, passez-y! Cette commune de Masina est appelée la Chine populaire car il s'agit de la plus peuplée de Kinshasa. Faites-le!

Ils vous verront en ministre très actif. Sachez que, dans tous ces pays, on vous suit et on est content de vous entendre.

Mais, pour ce qui est du Soudan, je reviens à l'histoire. Le jour où vos enfants, nos enfants, apprendront d'où vient le Soudan, je crois qu'ils seront horrifiés, quelle que soit la couleur de leur peau. Le Soudan, c'est ce pays d'où sont partis les pharaons. Le Soudan, c'est ce pays où il y a plus de pyramides que dans d'autres pays dans le monde parce qu'ils avaient commencé par de petites pyramides. Aujourd'hui, c'est le grand vide. Monsieur le ministre, vous êtes quand même conscient de l'histoire, tout le monde vous décrit ainsi que votre parti comme humaniste.

C'est cela qui vous différencie, dans la prise des décisions, de ceux qui tergiversent. Mais ce n'est pas toujours facile. Alors, n'oubliez jamais qu'il y a 200 ans, Champollion déchiffrait les hiéroglyphes. Et c'est là que, petit à petit, on commençait à découvrir les vérités cachées, ces pharaons noirs qui ont fait l' É gypte.

Je ne vais pas vous comparer à un pharaon, mais je dis simplement que vous êtes très apprécié et que tout le monde veut que vous continuiez dans cet élan afin que l'international écoute la voix de la Belgique. Nous sommes un petit pays, mais nous sommes écoutés, même si nous ne faisons pas ce que nous voulons.

Alors, continuez dans cette voie, monsieur le ministre, et merci beaucoup.

De voorzitster : Dank u wel mijnheer de minister om zo lang hier aanwezig te zijn en respect te hebben voor al de leden hier.

Maxime Prévot:

Avec plaisir, madame la présidente. J'aurais encore une question, pour satisfaire ma curiosité. Comme certaines questions n'ont pas pu être posées, sont-elles automatiquement reportées à la prochaine réunion? Ou bien sont-elles transformées en questions écrites? La présidente : Les questions n° 56004066C de Mme Kathleen Depoorter, n° 56004521C de M. Staf Aerts, n° 56004102C de M. Staf Aerts, n° 56004147C de Mme Rajae Maouane, n° 56004540C de M. Nabil Boukili, n° 56004546C de M. Christophe Lacroix, n° 56004125C et n° 56004301C de Mme Annick Lambrecht, n° 56004471C de M. Staf Aerts, n° 56004507C de M. Christophe Lacroix, n° 56004524Cde Mme Lydia Mutyebele Ngoi, n° 56004530C de M. Staf Aerts, n° 56004538C de Mme Els Van Hoof, n° 56004619C de M. Christophe Lacroix, n° 56004539C de Mme Els Van Hoof, n° 56004555C de M. Anthony Dufrane, n° 56004592C de M. Nabil Boukili et n° 56004610C de Mme Els Van Hoof sont reportées. Si les membres le souhaitent, ils peuvent aussi les transformer en questions écrites. Cela dépend de chacun, en fonction de l'actualité ou non de leur question respective. La réunion publique de commission est levée à 17 h 51. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.51 uur.

De voorgestelde besparingen op de sociale zekerheid voor de financiering van de defensieuitgaven

Gesteld door

Ecolo Sarah Schlitz

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 10 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sarah Schlitz kritiseert het plan om 4 miljard uit sociale zekerheid en gezondheidszorg te halen voor herbewapening, terwijl de sector al onder druk staat en pensioenen/kwaliteit zorg erop achteruitgaan. Minister Vandenbroucke benadrukt dat verdediging nodig is, maar bevestigt dat de sociale zekerheid (kern van de democratie) *niet* mag worden uitgekleed voor wapenaankopen, en pleit voor *parallelle investeringen* in beide domeinen. Schlitz stelt voor om eerst efficiënter te besteden (Europese samenwerking, geen F-35’s) en belastingen op vermogen/kapitaal in te voeren (tot 6 miljard opbrengst) in plaats van "altijd dezelfde" te laten opdraaien. Kernpunt: conflict tussen defensie-urgentie en behoud welvaartsstaat, met tegenstrijdige financiële prioriteiten.

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, on nage en plein délire. Hier soir, nous avons entendu Theo Francken expliquer tranquillement qu'il suffirait d'aller chercher l'argent dans les caisses de la sécurité sociale et des soins de santé pour financer le réarmement de la Belgique. Eh bien, c'est vraiment une super idée! Alors que votre gouvernement va déjà chercher deux milliards dans les soins de santé, il en puiserait à présent quatre milliards. Allons-y! Pendant ce temps, les pensionnés tirent le diable par la queue; il n'y a pas moins d'obtenir un rendez-vous médical parfois avant un an; on ne parvient pas à recruter des infirmières parce que les salaires de misère proposés ne le permettent pas. Tandis qu'on n'arrête pas de dire à tout bout de champ qu'il n'y a pas d'argent, que les économies sont nécessaires, que ce sera difficile pour tout le monde, que nous allons nous mettre au régime tous ensemble, tout à coup on va chercher l'argent dans les soins de santé et la sécurité sociale.

Professeur Vandenbroucke, vous savez comme moi que la sécurité sociale n'est pas un Bancontact. Il faudrait peut-être expliquer à votre collègue Theo Francken qu'en réalité, c'est une caisse à laquelle les Belges contribuent pour pallier les risques de la vie. Par exemple, les travailleurs et travailleuses de Cora qui vont perdre leur boulot vont pouvoir percevoir un revenu de remplacement grâce à la sécurité sociale et donc pouvoir continuer à rembourser leur emprunt, à payer leur loyer et ne pas se retrouver sans logement. C'est à cela que sert la sécurité sociale, et non à acheter des F-35 américains pour Theo Francken.

Monsieur le ministre, demain, vous en discuterez en kern. Me confirmez-vous que l'argent de la sécurité sociale et des soins de santé va servir de variable d'ajustement pour financer le réarmement de la Belgique ou bien allez-vous défendre une autre position?

Frank Vandenbroucke:

Madame Schlitz, pour assurer notre sécurité, notre liberté, il faut renforcer notre défense et donc augmenter les dépenses. C'est une évidence, hélas.

Vous me connaissez, on en discute en kern, mais je n'anticipe jamais les discussions du gouvernement fédéral. Permettez-moi quand même une question. Que défendons-nous contre Poutine? Nous défendons notre démocratie, qui est politique et sociale, qui est basée intrinsèquement sur la sécurité sociale, sur des soins accessibles à tout le monde, sur des valeurs de justice. C'est ce que nous défendons. Je crois donc que la réponse est évidente. Nous n'allons tout de même pas renoncer à ce que nous défendons en démantelant notre État-providence.

Michael De Cock l'a dit dans De Standaard , avec des mots absolument justes: "Nous ne pouvons pas arrêter la course à l'armement en Europe, mais nous pouvons éviter qu'elle se fasse au détriment de ce qui nous distingue en tant qu'êtres humains". Voilà la réponse. En même temps, nous investissons et nous réformons dans le domaine de la protection sociale, pour la préserver, pour la renforcer. Pas pour l'armement.

Voilà le défi de taille de ce gouvernement dans lequel je me suis engagé.

Sarah Schlitz:

Merci, monsieur le ministre. Le contexte international nous oblige aujourd'hui à agir pour travailler à notre autonomie. C'est une évidence. Mais ce que nous devons faire en priorité, c'est mieux dépenser l'argent. On doit travailler à des économies d'échelle. Nous devons mutualiser avec les autres États européens notre matériel en vue de la défense. Aujourd'hui, il y a à travers tous les pays européens 15 modèles différents de chars. C'est complètement absurde. Et par ailleurs, nous devons aussi acheter européen. Acheter des F-35 américains n'a aucun sens. Monsieur le ministre, j'entends votre réponse et j'espère que vous arriverez à protéger notre sécurité sociale. Mais ce que je n'entends pas, c'est que vous irez chercher l'argent là où il est. Parce qu'aujourd'hui, vous allez à nouveau mettre les mêmes au régime, plutôt que d'aller chercher l'argent en mettant en place une vraie taxation des plus-values, qui peut rapporter jusqu'à deux milliards, en taxant les plus gros patrimoines, qui peuvent rapporter jusqu'à quatre milliards, ou encore en taxant un euro des revenus du capital comme un euro (...)

De stavaza betreffende de Duitse pensioenen voor Belgische voormalige militaire collaborateurs
De regeling inzake pensioenen voor Belgische voormalige militaire collaborateurs
Pensioenregelingen voor Belgische voormalige militaire collaborateurs

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 9 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de uitvoering van een resolutie (2019) die eist dat België gegevens deelt met Duitsland over Belgische oorlogscollaborateurs die na WOII Duitse pensioenen ontvingen, om deze onrechtmatige uitkeringen stop te zetten. Minister Jambon (Pensioenen) stelt dat zijn dienst geen relevante gegevens bezit en dat de pensioenen onder Duitse verantwoordelijkheid vallen, verwijzend naar eerdere antwoorden van Buitenlandse Zaken en Justitie. De Smet (DéFI) kritiseert het gebrek aan voortgang en belooft de druk op te voeren, ook bij andere ministers, om de resolutie alsnog te doen naleven. Kernpunt: juridische en administratieve blokkades belemmeren actie, terwijl de politieke wil om collaborateurspensioenen aan te pakken onveranderd blijft.

François De Smet:

Monsieur le ministre, le 14 mars 2019, était adoptée, à l’initiative de mon parti DéFI, une résolution visant à clarifier et à abroger le régime des pensions octroyées aux anciens collaborateurs militaires belges du régime national-socialiste allemand durant la Seconde Guerre mondiale.

Sous la précédente législature, nous avons interrogé à plusieurs reprises le ministre de la Justice quant au suivi à assurer à cette résolution.

Lors de ma dernière intervention sur ce sujet , le 17 décembre 2024, le ministre de la Justice m’avait assuré que le point 1 de la résolution avait été exécuté, en dépit des problèmes juridiques. Pour rappel, il s'agissait de requérir auprès des autorités de la Rhénanie du Nord-Westphalie toutes les informations pouvant faire la clarté sur les pensions actuelles et passées accordées par l’Allemagne à d’anciens collaborateurs belges.

Mais la résolution comporte un deuxième volet, à savoir "envoyer aux autorités de la Rhénanie du Nord-Westphalie les données concernant les collaborateurs belges et les collaborateurs de nationalité étrangère résidant en Belgique durant la Seconde Guerre mondiale, condamnés en Belgique pour faits de collaboration avec l’occupant nazi".

Le ministre de la Justice m'a répondu que les objectifs de l'échange d'informations sont liés au statut de pension des personnes concernées et m'a donc renvoyé vers vous.

Je suis conscient du caractère délicat de la question, mais il importe de pouvoir avancer dans ce dossier qui tend à réparer une injustice profonde que constitue le régime des pensions accordées aux collaborateurs belges par l’Allemagne.

Monsieur le ministre, confirmez-vous la prise en charge de l’exécution de ce deuxième point de la résolution? Quels écueils juridiques et factuels pourraient-ils retarder cette transmission de données?

Jan Jambon:

Monsieur De Smet, le Service fédéral des Pensions (SFP) ne dispose d'aucune donnée concernant une condamnation pour collaboration pendant la Seconde Guerre mondiale pour des Belges ou des personnes de nationalité étrangère résidant en Belgique.

En outre, le SFP n'est pas responsable de l'octroi ou du paiement des pensions de retraite à cet égard. Ces pensions ont été octroyées et versées par l'État allemand et ne relèvent pas de la compétence du SFP.

Je vous renvoie également à la réponse de l'ancienne ministre des Affaires étrangères, Mme Hadja Lahbib, du 15 février 2023, ainsi qu'à la réponse de l'ancien ministre de la Justice, M. Vincent Van Quickenborne, du 31 mai 2022. Je partage ces réponses.

François De Smet:

Merci, monsieur le ministre, mais je vois que le carrousel continue. Nous avons déjà interrogé le ministre des Affaires étrangères, mais nous allons le refaire. Je prends note du fait que le Service fédéral des Pensions n'a pas les informations nécessaires, mais il faudra quand même que quelqu'un dans ce gouvernement aide à exécuter cette résolution. Nous remonterons donc aussi haut que nécessaire.

De voorbereidende NAVO-top en het traject voor de defensie-uitgaven naar 2 % en meer

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 3 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Kjell Vander Elst (N-VA) dringt aan op structurele defensie-investeringen (2% NAVO-norm) en kritiseert de regering voor tijdelijke boekhoudtrucs en gebrek aan concrete plannen, terwijl coalitiepartijen hervormingen en verkoop staatsdeelnemingen blokkeren. Premier De Wever bevestigt dat 2% dit jaar gehaald wordt en dat er miljarden extra nodig zijn, maar wijst op lopende onderhandelingen over financiering en mogelijke verscherpte NAVO-eisen (zelfs 5%), met focus op steun aan Oekraïne als sleutelinvestering. Vander Elst blijft sceptisch en eist duidelijke, permanente budgetkeuzes in plaats van "luchtkastelen" en uitstel. De urgentie is hoog: de NAVO-deadline en veiligheidsrisico’s dwingen tot snelle, transparante beslissingen.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de eerste minister, de NAVO vormt de hoeksteen van onze veiligheid. Wij moeten in dat partnerschap als land ons deel doen. Hier staat naast u uw grootste bondgenoot vanuit de oppositie voor bijkomende defensie-investeringen.

Enkele weken geleden stelde ik u hier dezelfde vraag en antwoordde u dat we een spurtje zouden trekken voor onze defensie-uitgaven. Ik steun u in uw zoektocht naar bijkomende middelen. Laat een zaak wel duidelijk zijn: ik steun uw zoektocht naar structurele budgetten. Met eenmalige goocheltrucs zullen we er niet geraken en dat is precies wat u momenteel met uw regering aan het doen bent. U bouwt budgettaire luchtkastelen.

Als het gaat over structurele budgetten voor Defensie, hoor ik alleen maar veto's: voor hervormingen of besparingen in de sociale zekerheid, bijvoorbeeld in de gezondheidszorg, geldt een veto van Vooruit, voor de verkoop van overheidsparticipaties, de kroonjuwelen van de Belgische Staat, is er het veto van Les Engagés, en ik kan zo nog een tijdje doorgaan. Het enige wat echt concreet is, zijn boekhoudkundige truken van de foor om allerlei uitgaven ineens onder de koepel van defensie-uitgaven te brengen. Dat zijn geen structurele defensie-investeringen. Daar worden ons leger en dus ook de veiligheid van onze burgers niet beter van.

Mijnheer de eerste minister, de tijd dringt. Volgende week moet u uw ei leggen. Welke keuzes zult u maken om de defensie-uitgaven structureel en zo snel mogelijk te verhogen?

Bart De Wever:

Collega Vander Elst, het regeerakkoord had al een pad uitgetekend om de huidige NAVO-norm van 2 % tegen 2029 te halen. Het is geen groot geheim dat op het moment in de coalitie en in de regering wordt besproken hoe we dat een pak sneller moeten doen. We hebben geen keuze. Het moet. Dat betekent dus dat er vele miljarden euro's aan nieuwe uitgaven moeten komen, waarvoor inderdaad afspraken over de financiering moeten worden gemaakt. Dat vergt een grondige bespreking. Die is nog niet afgerond. Ik zal graag antwoorden op uw kritiek, zodra dat akkoord rond is. Wij werken naar de deadline om het budget te kunnen indienen bij de NAVO. Daarna zullen alle vragen transparant worden beantwoord, niet alleen over de financieringswijze, maar ook over de plannen om die middelen te besteden.

U zegt dat u mijn grootste bondgenoot bent. Ik ben blij dat te vernemen. Ik hoop dat dat voor alle leden van uw partij ook zo is, want dat is niet altijd even duidelijk. Ik herinner me immers nog een radio-interview uit 2015 met mevrouw Rutten, met wie ik samen in de Zweedse coalitie zat. Zij vroeg zich in dat interview af waarom we drie militaire componenten, namelijk de luchtmacht, landmacht en zeemacht, nodig hadden en of we niet zonder de marine konden. Ik hoop dat uw volledige partij geëvolueerd is wat dat betreft.

De neuzen van de arizonacoalitie staan op dat vlak wel in dezelfde richting. Wij zullen in ieder geval 2 % dit jaar realiseren, daar zijn we het allemaal over eens. Wij spreken ook al over de zeer waarschijnlijke eventualiteit dat de NAVO ons de komende zomer een nog strakkere norm zal opleggen. We moeten rekening houden met die mogelijkheid. De heer Rubio is er morgen en hij spreekt over 5 %. Ik hoop dat het dat percentage niet wordt, maar het lijkt me bijna zeker dat het meer dan 2 % wordt.

Binnen dat kader willen wij onze bilaterale militaire hulp in Oekraïne behouden en, indien mogelijk, opdrijven. De beste investering in onze veiligheid is een sterk Oekraïens leger. Daar hebben we ons onlangs in Parijs ook voor geëngageerd.

Met het oog op een duurzame vrede en met het oog op de vrijwaring van het multilateralisme en de principes van het charter van de Verenigde Naties zullen we doen wat we moeten doen.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de premier, bedankt voor uw antwoord. U verwijst graag naar het verleden, maar dat had ik verwacht, aangezien u historicus bent. Als ik u een raad mag geven, zet die plaat af. U hebt gezegd dat u een spurtje voor de defensie-uitgaven zou trekken, maar momenteel bent u aan het zigzaggen tussen excuses en uitvluchten. Defensie heeft geen boodschap aan uw budgettaire luchtkastelen, maar heeft nood aan structurele en doordachte investeringen. Dat is wat militairen verdienen, dat is wat Defensie van u verwacht. Mijnheer de premier, Pasen komt eraan. Het is tijd om uw ei te leggen.

De door de VS opgelegde importheffingen
De verhoging van de Amerikaanse importheffingen
De Amerikaanse importheffingen
De door Trump gevoerde handelsoorlog
De reactie van België op het agressieve handelsbeleid van de VS
De Amerikaanse importheffingen
De door de importheffingen van Trump geboden opportuniteiten
De Amerikaanse douanerechten
Amerikaans handelsbeleid en -heffingen

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 3 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Trumps importheffingen (20% op EU-producten), die de Belgische economie, koopkracht en jobs bedreigen, met name in exportgerichte sectoren zoals staal en farma. Kernstandpunten: Europa moet onderhandelen met tegenmaatregelen (proportionele tarieven, versterkte interne markt) maar conflict vermijden, terwijl kritiek klinkt op Trumps protectionisme als wapen voor superrijken (tech-oligarchen) en de afhankelijkheid van de VS. Sommigen pleiten voor strategische autonomie (relocalisatie, "Made in Europe", defensie-investeringen), anderen voor globale samenwerking met slachtoffers van Amerikaans imperialisme. Eindpunt: Europa’s eenheid en economische soevereiniteit zijn cruciaal, maar concrete actie ontbreekt.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de eerste minister, extremen bedreigen onze welvaart, dat wordt vandaag nog eens goed duidelijk. De energiecrisis die Poetin ontketende toen hij Oekraïne binnenviel, staat nog vers in ons geheugen. We voelden de effecten onmiddellijk met torenhoge energiefacturen. In veel huizen ging de verwarming lager of zelfs uit.

Ook vandaag zien we tot wat extreme denkbeelden leiden: een ware handelsoorlog, die onze koopkracht bedreigt en onze prijzen zal doen stijgen. Onze staalindustrie kreeg al klappen en nu valt Trump heel Europa en ook de rest van de wereld aan met hoge importtarieven, voor de EU maar liefst 20 % op alle producten.

Dit raakt ons allemaal direct. Voor Vooruit is het dan ook heel duidelijk: we moeten onze mensen en bedrijven zo goed mogelijk helpen, net zoals we dat deden tijdens de energiecrisis. Ook toen namen we maatregelen om de koopkracht van de mensen te beschermen.

De Europese Commissie staat klaar met tegenmaatregelen, maar benadrukt ook het belang van blijven onderhandelen. Mijnheer de eerste minister, deze handelsoorlog zal een direct effect hebben op de koopkracht van iedereen. Mensen rekenen op een sterke overheid.

Zult u met Europa in gesprek gaan om te kijken hoe we onze koopkracht en onze jobs kunnen beschermen?

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de premier, het is niet langer wachten op het spelletje Hoger, lager van Trump: het is hoger geworden. Vanaf nu is Liberation Day het symbool van de ware America first -politiek, die de portefeuille van onze ondernemers en onze mensen doet bloeden.

De effecten daarvan zijn dramatisch voor Europa en voor de hele wereld. Collega's, ze zijn echter ook dramatisch voor Amerika en de Amerikanen zelf. Dat is voor ons nog eens heel duidelijk het bewijs van hoe nefast populistische extremisten kunnen zijn voor de gewone man en vrouw in de straat eens ze aan de macht zijn.

In ons land zijn er heel wat sectoren, zoals de farmasector, waarvoor Amerika heel erg belangrijk is. Elke dag werken mensen en bedrijven samen met Amerikaanse bedrijven en die Amerikaanse bedrijven werken ook heel graag samen met ons. Zij doen hun best en het is dan ook onbegrijpelijk dat een Amerikaanse president dit allemaal op het spel durft te zetten.

De vraag is echter welke reactie wij hebben. Speak softly and carry a big stick , dat moet het devies zijn. We moeten onderhandelen, maar als Trump niet luistert moeten we ook tegenmaatregelen durven nemen. Een goede trans-Atlantische samenwerking is in het belang van Europa. Het moet niet zozeer een anti-Amerikaans verhaal worden, het moet een pro-Europees verhaal worden om onze Europese interne markt te versterken en komaf te maken met de belemmeringen en onnodige regeltjes die de Europese handelsroute belemmeren. Ook onze extra 17 miljard euro aan defensie-uitgaven moeten in Europa worden besteed. Meer made in Europe is voor cd&v the way to go .

Beste premier, ik ga er vanuit dat u deze lijn mee zult bewaken en dat u ook een taskforce zult oprichten (...)

Katrijn van Riet:

Mijnheer de eerste minister, toen ik gisteravond naar het livebetoog van president Trump luisterde over de importheffingen die de Verenigde Staten zullen heffen, overviel mij een ongemakkelijk gevoel. De supersonische snelheid waarmee de regering-Trump de heffingen wil laten ingaan, maar ook het gebrek aan logica bij de berekening ervan tarten alle verbeelding.

Wij staan dus voor enorme uitdagingen. De Verenigde Staten zijn een van de belangrijkste handelspartners van België. Na de Europese Unie zijn zij zelfs de belangrijkste partner. België, maar zeker ook Vlaanderen, is een heel exportgerichte regio. De heffingen zullen onze regio en ons land dus veel geld kosten. Minder export betekent minder omzet, minder winst, een lagere tewerkstelling en minder groei. Met andere woorden, minder export betekent lagere inkomsten uit belastingen op arbeid en op winst van de bedrijven voor de overheid en veel hoge kosten voor onze eigen bevolking. Volgens VOKA zouden de maatregelen de Belgische economie ongeveer 12 miljard euro kosten.

Moeten wij de demarche van de regering-Trump beschouwen als een onderhandelingspoging van die regering of is het haar werkelijk menens?

Wordt er een spiegelbeeld aan maatregelen getroffen door de Europese Unie? Er was reeds een pakket tegenmaatregelen voorzien op 13 april 2025. Dat pakket lijkt echter nu al achterhaald. Zo snel gaat het tegenwoordig. Wat komt er nu? Wat kunnen wij nu doen in eigen land?

Wij willen geen inflatoire handelsoorlog starten. Zo'n oorlog kent immers enkel verliezers. Wij zijn anderzijds wel van mening dat Europa ook eens de rug mag rechten.

Ik kijk uit naar uw antwoord.

Robin Tonniau:

Mijnheer de premier van België, de VS hebben geen bondgenoten, ze hebben alleen belangen. Al jaren waarschuwen wij met de PVDA tegen het imperialisme van de VS, maar niemand luisterde naar ons. Wij werden hier in een hoekje als anti-Amerikaans weggezet.

‘De VS zijn de belangrijkste partners voor het verdedigen van gedeelde fundamentele waarden en wereldwijde veiligheid.’ Zo staat het in uw regeerakkoord. Het moet dus een pijnlijk ontwaken voor u geweest zijn, mijnheer de premier, als Atlantist in hart en nieren, maar het zal een nog pijnlijker ontwaken voor de gewone hardwerkende mensen zijn geweest, want de werkende mensen in Europa zullen zwaar worden getroffen. Onze industrie kreunde al onder de peperdure energie uit de VS en dat zal nu alleen maar verergeren.

De werkende klasse gaat de rekening twee keer betalen. Niet alleen verliezen zij mogelijk hun werk, als Europa meegaat in de sanctieoorlog zullen ook alle producten hier duurder worden. Trump bedreigt ook alle andere en opkomende economieën. Uiteindelijk blijft niemand gespaard, want ook voor de Amerikanen zelf is dit geen goed nieuws. Ook voor hen zullen de prijzen stijgen. Het is duidelijk wie de prijs betaalt.

Sinds de Tweede Wereldoorlog is heel onze economie op die van de Amerikanen afgestemd. Nu laten ze Europa vallen, maar laat ons het hoofd koel houden, mijnheer de premier. Laat ons de hand reiken naar de rest van de wereld, naar alle slachtoffers van het Amerikaans imperialisme, maar wel op gelijke voet.

Mijnheer De Wever, hoe zult u de werkende klasse tegen deze handelsoorlog beschermen? Reikt u de hand uit naar het globale zuiden?

Mathieu Michel:

Monsieur le premier ministre, chers collègues, depuis quelques mois, nous voguons de sidération en sidération. Il est effectivement parfois difficile de reconnaître les États-Unis, il est même permis de se demander si le libéralisme a encore cours dans ce pays. En se repliant sur eux-mêmes et en voulant imposer une vision unilatérale des relations mondiales, ils s'éloignent des fondements qui en ont fait le pays de la liberté, de l'ouverture sur le monde et aussi de la diversité culturelle.

Ce repli semble terriblement en contradiction avec les valeurs de tolérance et de progrès qui ont historiquement fait la force des États-Unis. Pire, il induit une relation d'adversité et de méfiance, qui prend de plus en plus des allures d'une nouvelle forme de guerre dont nous sortirons tous perdants, et certainement en Belgique.

Monsieur le premier ministre, disposez-vous déjà d'une première estimation de l'impact direct et indirect des mesures sur l'économie belge, nos entreprises et notre emploi, des secteurs d'activité les plus affectés, mais aussi de la manière dont nous pouvons davantage soutenir nos entreprises en matière de compétitivité?

Il est essentiel que nous travaillions avec l'Europe pour apporter des réponses efficaces et pertinentes, à la fois en termes de négociations avec les États-Unis, de contre-mesures, aussi non tarifaires; mais également via de nouveaux accords à réaliser. On ne répétera jamais assez à quel point les traités de libre-échange sont ce qui nous protège le mieux de ce genre de dynamique.

Enfin, notre unité est indispensable en la matière. Comment allons-nous négocier ensemble pour peser collectivement, au-delà même des 27, sur les discussions à avoir avec les États-Unis?

Meyrem Almaci:

We horen hier iedereen over elkaar buitelen, moord en brand schreeuwend over hoe dom deze handelsoorlog is, maar het zou wel eens kunnen dat er een methode zit in de waanzin. Miskijk u niet in de retoriek in de Rozentuin, maar kijk naar wie belang bij dat alles heeft. Follow the money .

Trumps focus op het opleggen van heffingen aan de wereld is veel minder gedreven door handelsoverwegingen, maar vooral vanuit het eigenbelang van een zeer select clubje superrijken. De invoerheffingen worden daarbij gebruikt als een onderhandelingstactiek om staten rond de tafel te dwingen. Die superrijken rond Trump hebben namelijk knarsetandend gezien hoe 38 OESO landen een minimumbelasting voor multinationals hebben beslist. De techboys hebben gezien dat er een AI-act van kracht is in Europa. Ze zien en ze voelen aan hun water dat de digitaks eraan komt. Daar zijn ze niet van gediend en dus gaat Trump all-in. Hij weet zeer goed dat die handelsoorlog overal ter wereld onder de bevolking slachtoffers zal maken, maar hij is bereid dat te doen, louter om zijn clubje te helpen.

Mijnheer de premier, voor mij is het eenvoudig. Achter die handelsoorlog staat een losgeslagen 1 % die geen enkele democratische belemmering wil. Het is de walgelijke wetteloosheid van een groepje gigarijke mannen, de tech-oligarchen die vinden dat de wereld naar hun pijpen moet dansen en die de rest van de wereld als hun digitale lijfeigenen zien. Het is die groep die de belastingen ontwijkt. Het is die groep die verkiezingen manipuleert, AfD in Duitsland. Het is die groep die op hun platformen vrijelijk haat laat verspreiden tegen vrouwen, tegen minderheden, om voor hun eigen gewin mensen tegen elkaar op te zetten.

Europa heeft nu de kans om voor haar democratische waarden op te staan en duidelijk te maken dat die agenda niet zal passeren. Mijn vraag is dus heel simpel. Zult u in de onderhandelingen namens ons land eisen dat Europa elke uitholling van de OESO-minimumbelasting en de digitaks zal blokkeren? Want we tolereren geen race to the bottom, niet op vlak van democratische rechten en niet op vlak van rechtvaardige belastingen.

Simon Dethier:

Monsieur le premier ministre, à chaque crise son opportunité! L'augmentation des droits de douane et la guerre commerciale lancées par les États-Unis remettent en question les principes de fonctionnement du commerce international. Cela aura un coût économique important pour les entreprises et pour les citoyens, des deux côtés de l'Atlantique. Bien avant ces taxes, la majorité a décidé de prendre ses responsabilités, d'agir pour améliorer le quotidien et d'avoir le courage de changer notre société. Nous pouvons et nous devons développer notre pays et l'Europe sur la base de nos propres forces, en affrontant les nombreuses menaces.

Parmi ces menaces, la guerre commerciale nous force à nous détacher de nos pratiques du passé. Par ailleurs, nos pratiques sont également bousculées par la nécessaire lutte contre le changement climatique, et les enjeux peuvent se rejoindre. Les menaces sont là, mais c'est une opportunité pour encourager le développement des circuits courts, du commerce local, de la souveraineté de nos territoires, et le développement d'une industrie européenne forte qui crée de la valeur. Nous devons défendre une Europe cohérente, simplifiée mais ambitieuse, qui favorise la consommation durable, locale et souveraine, notamment en taxant les biens importés qui détruisent notre santé, notre cadre de vie et notre environnement.

Monsieur le premier ministre, je vous invite à agir avec conviction en ce sens. Dans cette guerre commerciale, comment comptez-vous agir avec cohérence pour la souveraineté de nos territoires, en lien avec nos engagements climatiques? Si la transition est une opportunité économique pour de nombreux acteurs, comment le gouvernement va-t-il développer notre territoire, soutenir les entreprises, le pouvoir d'achat, le commerce et les industries dans ce contexte économique?

Patrick Prévot:

Monsieur le premier ministre, Moi, le reste du monde et les 15 salopards , c'est le titre qu'on pourrait donner à la guerre commerciale menée par Trump. Dans ce mauvais film, en tant que membre de l'Union européenne, nous faisons malheureusement également partie de ces 15 salopards. Mais nous ne sommes évidemment plus à une insulte près.

Après s'être retiré de l'OMS, après avoir trahi ses alliés en Ukraine, après avoir menacé le Groenland, le président Trump lance aujourd'hui une nouvelle offensive en imposant 10 % de droits de douane sur toutes les importations et 20 % sur celles venant de l'Union européenne.

Ce n'est donc pas un jour de libération, mais un jour de plus où Trump joue aux dés sur le dos des travailleurs.

Face à cela, monsieur le premier ministre, pas de panique, mais de la fermeté. Je ne veux évidemment pas vous entendre vous lamenter sur l'impact pour nos entreprises du secteur pharmaceutique ou de la chimie, mais plutôt y voir une opportunité. Une opportunité de relancer notre industrie. Une opportunité de relocaliser notre économie, et peut-être même également de renforcer notre souveraineté industrielle.

Le 27 février, dans cette même assemblée, j'ai interrogé le ministre Clarinval. Qu'avez-vous mis en place, lui demandais-je, depuis? Pour l'instant, malheureusement, monsieur le premier ministre, je ne vois que des mauvaises réponses. Vous limitez les investissements publics de 4 à 3 %. Vous vous apprêtez à vendre des parts de Proximus et bpost. À qui?  Peut-être, demain, à des fonds européens. Et vous persistez, comme un âne qui chute systématiquement sur la même pierre, à vouloir acheter des F-35, renforçant par ailleurs notre dépendance militaire.

Monsieur le premier ministre, on connaît votre admiration sans faille pour les États-Unis. Mais aujourd'hui, quelle est votre analyse de la décision de Trump? Quel sera l'impact pour notre économie? Quelle sera la riposte européenne? Et surtout, quelle sera la réponse concrète de notre gouvernement fédéral?

Bart De Wever:

Chers collègues, nous avons appris hier soir que les États-Unis allaient augmenter leurs droits de douane sur les produits en provenance de l'Union européenne mais aussi du reste du monde.

J'ai regardé une bonne partie de l'annonce du président Trump en direct et je dois reconnaître que c'était plutôt inédit. Les États-Unis relèvent leurs tarifs d'importation à un niveau qui pourrait devenir le plus élevé depuis un siècle. Pour les produits européens en particulier, un tarif général de 20 % est instauré à partir du 9 avril. Cela représente une énorme augmentation du tarif moyen actuel.

En 2024, les États-Unis étaient le principal marché d'exportation de la Belgique après nos pays limitrophes. Nous avons exporté pour environ 33 milliards d'euros vers les États-Unis, soit 5 % de notre PIB. L'impact sera donc considérable pour notre pays. Monsieur Michel, il est encore trop tôt pour le chiffrer précisément. Il est toutefois important de noter qu'à l'heure actuelle, un certain nombre d'exceptions s'appliquent au tarif général; cela concerne entre autres les produits pharmaceutiques, les semi-conducteurs et les métaux précieux. L'exception pour le secteur pharmaceutique est particulièrement pertinente pour notre pays, compte tenu de l'importance de ce secteur dans nos exportations vers les États-Unis.

Donc Koen, pas de souci pour Puurs, tu peux encore exporter ton Viagra! (Rires) .

Men kan niet alles zelf consumeren.

Contrairement à ce que nous avions craint, les nouveaux tarifs ne s'additionnent heureusement pas à ceux qui avaient déjà été introduits ou annoncés sur l'acier et les automobiles. Ce ne sont toutefois que quelques minces rayons de soleil à travers de sombres nuages car, soyons clairs, au final, c'est une véritable catastrophe pour l'économie mondiale!

Ik denk dat het ook voor de Verenigde Staten geen Liberation Day zal blijken, maar een Inflation Day, want de facto gaat het om de grootste belastingverhoging voor de Amerikaanse consumenten in de recente geschiedenis. Volgens economische waarnemers zouden de nieuwe tarieven Joe Sixpack jaarlijks duizenden dollars kunnen kosten. Ik zal hier niet opnieuw Ronald Reagan citeren, ik zou het graag doen, maar deze keer het Amerikaans adagium over handelsoorlogen dat opnieuw waarheid dreigt te worden: ‘ No one ever wins, and consumers always get screwed .’ Het valt te hopen dat de Verenigde Staten dat snel opnieuw zullen inzien en dat de ratio kan wederkeren.

Om die reden ondersteun ik de houding van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen, die deze week gecommuniceerd heeft en die ik vooraf bilateraal heb kunnen spreken. Logischerwijze zal er een proportioneel Europees pakket aan tegenmaatregelen worden voorzien. Maar evenzeer ondersteun ik voor de volle honderd procent haar doelstelling om zo snel mogelijk toe te werken naar een negotiated solution . Want beste collega's, het atlantisme is ouder en het is groter dan Trump en een oplossing in plaats van een conflict is in ieders belang.

Als ik sommigen hier aanhoor, kunnen ze blijkbaar niet wachten om de strijd aan te gaan. Dan denk ik dat de huidige situatie voor hen maar een aanleiding is. Répondre à la stupidité avec de la stupidité , dat is niet verstandig, collega's, maar sommigen zitten hier blijkbaar te popelen.

Ik zal dat niet doen. Dat is de boodschap die ik morgen zal overbrengen aan secretary of state Marco Rubio ter gelegenheid van zijn bezoek aan Wetstraat 16.

Ik ben natuurlijk niet naïef. Op korte termijn zal dit in dovemansoren vallen. We zullen eerst de realiteit van die tarieven moeten ondergaan, aan de twee kanten, voor men het belang van vrijhandel opnieuw zal weten te waarderen. Ik kan alleen maar hopen, samen met velen onder u, zij het niet allen, dat de Westerse wereld zal afzien van welvaartsvernietigende protectionistische waanzin.

In de tussentijd zullen we er op Europees niveau voor pleiten zo snel mogelijk werk te maken van een versterking van de interne markt. Europe is in this together, meer dan ooit. Laten we daarnaar handelen, elkaar steunen, en onze eigen competitiviteit versterken.

Het lijkt me het uitgelezen moment om als Europa assertief vrijhandelsakkoorden af te sluiten met nieuwe partners over de hele wereld, met landen die vandaag meer dan ooit naar ons kijken. Want als een grootmacht de wereld de rug toekeert, moet Europa meer dan ooit aangeven dat het open for business is .

Ik ben van nature geen optimist, maar: in the midst of every crisis lies great opportunity . Dat is hier door velen ook gezegd. Die crisis zullen we krijgen door de huidige Amerikaanse attitude. Laten we als Europeanen dus de opportuniteiten in die crisis zien en ze trachten te grijpen.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoord.

Inderdaad, geen zonnestralen. Europa was van meet af aan bereid te onderhandelen. Maar het moet tegelijkertijd al klaarstaan om te reageren. Gaan we in dialoog of gaan we in tegenzet? Oplossingen, in plaats van conflicten, zegt u. En ik zeg: oef! Die keuze zal essentieel zijn om onze koopkracht te blijven beschermen. De Verenigde Staten zijn onze vierde handelspartner. We moeten er dus alles voor doen, voor onze jobs en voor onze gezinnen.

In Vooruit, mijnheer de eerste minister, zult u altijd een partner vinden om de koopkracht van de mensen te beschermen. Daar kunt u op rekenen. Laat de ratio terugkeren.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de eerste minister, het is inderdaad duidelijk dat we werk moeten maken van een assertief Europees verhaal. We mogen niet vervallen in een goedkoop en contraproductief anti-Amerikanisme, maar moeten een sterk pro-Europees verhaal schrijven. Wij moeten de belemmeringen tussen de Europese landen afbouwen om die importtarieven te compenseren. Ook moeten we werk maken van strategische autonomie binnen Europa, zeker ook op defensievlak.

Het gaat hier niet alleen over de farma-industrie. U gaf mij daarnet een hint, als u ook nog een beetje van dat geneesmiddel nodig hebt, kunt u mij steeds een appje sturen. Het zal direct geleverd worden, Puurs ligt niet ver van Antwerpen. Geef een belletje en het komt er snel aan.

Voor ons is het heel duidelijk, meer made in Europe is the way to go voor cd&v. Ik hoop dat u daarvan mee werk zult maken.

Voorzitter:

Hij heeft mij meegedeeld dat het aanbod geldt voor iedereen. Hij is steeds beschikbaar om zijn voorraad te delen met de collega's.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de eerste minister, we moeten inderdaad de Europese kaart trekken, maar als ik u goed begrijp, is het ook hoog tijd om extra door te pakken met Arizona. We moeten zo snel mogelijk door middel van arizonamaatregelen de arbeidsmarkt in België hervormen. De loonkost moet dalen voor bedrijven. De nettolonen voor de werknemers moeten stijgen. We moeten mensen aan het werk houden en ze moeten langer werken.

Collega's van dit Parlement, ik roep u op om deze maatregelen later mee te steunen. Mijnheer de eerste minister, Ik wens u heel veel succes met het uitvoeren ervan.

Robin Tonniau:

Mijnheer de premier van België, het is goed dat u de deur naar internationale samenwerking openzet, maar u bent eigenlijk wel super naïef als u denkt dat de VS na Trump van positie zal veranderen. De VS is geen bondgenoot meer en zal dat na Trump ook niet meer worden. Daarom moeten we de banden met de rest van de wereld nu versterken. We moeten inzetten op die internationale relaties met de slachtoffers van het Amerikaans economisch imperialisme.

U blijft de VS gewoon volgen, terwijl we vandaag zien hoe onbetrouwbaar ze zijn. Ze dienen alleen hun eigen belang en ook de belangen van hun wapenindustrie. Arizona wil nog altijd miljarden spenderen aan hun oorlogseconomie. Die F-35's zullen met onze pensioenen worden betaald. Stop daar alstublieft mee, mijnheer de premier.

Mathieu Michel:

Merci pour votre réponse, monsieur le premier ministre.

Il n'est évidemment plus besoin de rappeler à quel point l'Europe doit compter davantage sur elle-même et sur son marché intérieur. Mais surtout, nous ne devons pas répondre à l'isolement par l'isolement. Nous devons dès aujourd'hui renforcer – vous l'avez mentionné – nos coopérations internationales avec celles et ceux qui sont convaincus que le libre-échange est un vecteur de prospérité et de paix qui est essentiel pour soutenir les démocraties dans le monde. Si les é tats-Unis veulent être seuls, eh bien qu'ils le soient!

L'histoire nous a démontré que l'économie de marché et le libre-échange restent à ce jour la meilleure façon de stabiliser les relations internationales et de réduire les risques de conflits. Mais nous ne devons absolument pas oublier que dans un contexte géopolitique déjà compliqué, une guerre commerciale est excessivement tendue pour notre compétitivité. Dès lors, ce marathon qui s'est accéléré très clairement aujourd'hui ne doit pas se faire avec des morceaux de pierre en plus dans le sac à dos de nos entreprises, parce que préserver la compétitivité de nos entreprises, c'est aussi préserver le pouvoir d'achat de nos concitoyens. Alors surtout qu'elles ne soient pas les victimes collatérales de (…)

Meyrem Almaci:

Collega's, weet u wat triest is? Dat het enige wat u, en wellicht alle mensen die nu aan het kijken zijn, zullen onthouden van dit debat het grapje over een blauw pilletje is, terwijl de situatie wel wat meer ernst verdient dan dat.

Mijnheer de premier, ik heb leiderschap gemist, ook in het antwoord. Ik mis daadkracht. U kunt ontwijkend antwoorden en zeggen dat het erg zal worden, maar ik mis een premier die rechtstaat en die niet zal toelaten dat een losgeslagen autocraat onze bedrijven aanvalt en onze bevolking verarmt. Waar is die vechtlust waarmee u zult zeggen dat we de digitaks niet zullen loslaten, dat we de minimumbelasting van de OESO niet zullen loslaten? Waar is de vechtlust waarmee u zult zeggen dat we zullen opkomen voor onze democratische waarden, of het nu Rubio of een andere Amerikaan is die komt. Die daadkracht, waarmee u pal staat voor uw waarden, heb ik daarnet niet gehoord, maar grapjes, die heb ik genoeg gehoord.

Er ontspint zich een debat zonder micro tussen mevrouw Almaci en de heer Bouchez.

Voorzitter:

Mag ik mevrouw Almaci, de heer Bouchez en alle anderen vragen om aandacht te besteden aan de repliek van de heer Dethier?

Simon Dethier:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos éléments de réponse.

La majorité demande un redéploiement de l'économie avec une attention particulière pour notre tissu économique local. Il y a une opportunité claire à utiliser la réplique en droits de douane pour avancer sur nos objectifs climatiques, locaux, d'emploi et surtout de souveraineté.

Notre réponse doit être de continuer à défendre le multilatéralisme et la collaboration. L'Europe doit montrer son unité en restant ferme sur sa souveraineté, ses principes et ses engagements.

Patrick Prévot:

Monsieur le premier ministre, la décision de Trump est un tournant. Il veut assurément extorquer des concessions à ses alliés qu'il voit désormais comme ses adversaires et votre réponse, malheureusement, n'a pas été à la hauteur. Je m'y attendais. Vous avez parlé d'accords commerciaux débridés. C'est un modèle que nous ne défendons pas. Et puis, vous avez beaucoup ironisé sur le Viagra avec le collègue du cd&v. Si cela pouvait seulement faire durcir votre discours à l'égard de Trump, ce serait déjà une belle avancée, monsieur le premier ministre. Votre fascination pour les États-Unis vous aveugle complètement. Dans ma question, je vous ai dit qu'il fallait faire de cette crise une opportunité, que l'Europe avait le talent nécessaire mais également les moyens pour répondre à cette attaque. Malheureusement, votre réponse a été faiblarde et sans ambition. Malheureusement, sur ce sujet comme pour d'autres, vous n'êtes pas à la hauteur de l'enjeu.

De leningen in het kader van het witboek voor defensie
De financiering van de verhoogde defensie-uitgaven
De onduidelijkheid over de rol van de deelstaten in de financiering van de defensie-uitgaven
De defensie-investeringen
De transparantie over de defensie-uitgaven
De verkoop van overheidsparticipaties in het kader van de verhoging van de defensiebegroting
De budgettaire uitzondering voor defensie-uitgaven
De impact van eurobonds op de Belgische begroting
De stand van zaken m.b.t. de overheidsparticipaties
Financiering, transparantie en budgettaire impact van defensie-uitgaven en overheidsdeelnemingen

Gesteld aan

Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)

op 2 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de financiering van de verhoogde defensie-uitgaven (naar 2% BBP tegen 2029), waarbij minister Van Peteghem (Begroting) zijn eerdere belofte om deze volledig te compenseren loslaat en inzet op Europese flexibiliteit (ontsnappingsclausule) en eenmalige bronnen (Belfius-dividend, Russische tegoeden voor Oekraïne). Kritiek is dat de regering structurele oplossingen uitstelt, schulden doorschuift, en geen duidelijke plannen heeft voor de benodigde 17,2 miljard euro, terwijl de NAVO-norm en budgettaire houdbaarheid onder druk staan. De oppositie wijst op boekhoudkundige trucs en een gebrek aan politieke steun binnen de coalitie voor echte compensatie.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de voorzitter, ik moet vaststellen dat hier maar liefst zes vragen op een hoop worden gegooid. Enerzijds gaat het om vragen over de Europese aspecten van de defensiefinanciering en anderzijds gaat het om vragen over de begrotingsaspecten van België met betrekking tot defensie. Ik heb alles herwerkt tot een reeks van vragen, mijnheer de minister, maar ik reken er uiteraard op dat alle vragen wel degelijk zullen worden beantwoord.

Als ik de pers mag geloven, zou de begroting van 2025 in de schoot van uw regering ondertussen rond zijn, maar twee van de belangrijkste losse eindjes zijn helemaal nog niet opgelost. Het gaat om de modaliteiten van de zogenaamde meerwaardebelasting, dat zijn wellicht vijgen na Pasen, en de meeruitgaven voor defensie. Hierover gaat deze reeks vragen.

In het licht van de plannen van de federale regering om de defensie-uitgaven te spijzen, zei u tijdens een zondagmiddaguitzending in het VTM Nieuws dat de meeruitgaven voor defensie, in uw woorden, moeten worden gecompenseerd. U somde in de studio van VTM toen vier opties op. Ik heb daarover telkens een aantal vragen.

Optie één, de verkoop van overheidsparticipaties. De recente koersstijging van onder andere BNP Paribas heeft de waarde van het Belgische overheidsbelang in de bankgroep tot ruim 5 miljard euro opgetrokken. Dit heeft opnieuw het debat aangewakkerd over de kans om een deel van deze participatie te verkopen.

Mijnheer de minister, acht u in het licht van uw uitspraken in het VTM Nieuws de huidige waardering van BNP Paribas een geschikte kans om een deel van die overheidsparticipatie te verzilveren? In de commissie voor Financiën heeft de minister van Financiën bij de beleidsverklaring benadrukt dat strategische overwegingen en dividendopbrengsten bij dergelijke beslissingen in rekening moeten worden genomen. Hoe weegt de regering de strategische waarde van deze participaties af tegen de behoefte aan bijkomende financiering voor defensie? Wordt er binnen de regering ook gekeken naar andere potentiële verkopen van overheidsparticipaties zoals Belfius? Welke randvoorwaarden stelt u daarbij op?

De tweede optie die u schetste, was extra besparingen. Hoe zult u garanderen dat de financiering van de verhoogde defensie-uitgaven niet ten koste gaat van noodzakelijke investeringen in binnenlandse veiligheid en in essentiële sociale voorzieningen als pensioenen en gezondheidszorg. Welke structurele besparingen worden concreet overwogen en welke sectoren zullen erdoor getroffen worden? Als het alternatief is dat er nieuwe belastingen overwogen worden, welke specifieke maatregelen liggen dan op tafel en welke impact zullen ze hebben op burgers en bedrijven in dit land?

De derde optie die u schetste, was de vennootschapsbelasting op de geblokkeerde Russische tegoeden bij Euroclear. Daar kom ik straks nog op terug.

De vierde optie was extra geld halen bij de deelstaten. Nu heeft de minister van Defensie, Theo Francken, gesuggereerd dat uitgaven voor bijvoorbeeld havenbescherming en infrastructuuraanpassingen meegerekend kunnen worden als defensie-uitgaven. Echter, de Vlaamse minister-president, Matthias Diependaele, stelt dat de NAVO-richtlijnen dergelijke regionale uitgaven expliciet uitsluiten. Dat roept natuurlijk vragen op over de haalbaarheid van de federale strategie en de reële impact op de begroting.

Hoe verhouden uw uitspraken in de VTM-studio, mijnheer de minister, zich tot de bewering van de Vlaamse minister-president dat regionale uitgaven niet meetellen als defensie-uitgaven? Gelet op het standpunt van de Vlaamse regering, hoe realistisch acht u de beoogde samenwerking met de deelstaten in de financiering van de defensie-uitgaven? Indien de Vlaamse uitgaven niet kunnen worden meegerekend, welke alternatieve compensatiemaatregelen zal de federale regering nemen om de miljarden aan extra defensie-uitgaven niet te laten doorwegen op de federale schuld?

Mijnheer de minister, u maakte er in het VTM-nieuws een punt van dat de extra defensie-uitgaven niet mogen worden doorgeschoven naar de volgende generatie en dat ze dus moeten worden gecompenseerd. Collega Bertrand heeft het daar daarnet ook al over gehad. Gisteravond konden we allemaal vaststellen dat de regering die uitgaven wel zal doorschuiven en ze dus niet zal compenseren. Er is een kleine 4 miljard euro nodig. Voor 1,2 miljard wordt gerekend op de extra vennootschapsbelasting die Euroclear betaalt, omdat het extra winst maakt dankzij het beheer van de bevroren Russische tegoeden.

Daarnaast rekent de regering op een extra dividend van Belfius, goed voor een bedrag van een half miljard euro. Er zal ook worden gekeken welke bestaande investeringen die nu nog niet het label 'defensie' dragen, voortaan kunnen meetellen in de berekening.

De regering wil dus voor het grootste deel, zijnde zowat 2 miljard euro, althans dit jaar, gebruikmaken van de mogelijkheid van de Europese Commissie om met die extra defensie-uitgaven geen rekening te houden bij de beoordeling of België de begrotingsdoelstellingen haalt. Daarom zal in de komende jaren het aandeel van de structurele financiering van het defensiebudget, dus met echte besparingen of nieuwe belastingen, alleen maar toenemen. Dan zullen uiteraard de klassieke tegenstellingen weer opduiken in uw regering. Die discussie probeert de premier vandaag natuurlijk te vermijden, maar vroeg of laat komen die ongetwijfeld op tafel.

Hoe rijmt u uw eigen uitspraken dat de defensie-uitgaven moeten worden gecompenseerd met het feit dat uw regering nu voor het grootste deel van de financiering, zowat 2 miljard euro, zal lenen en dus extra schulden daadwerkelijk doorschuift naar de toekomstige generaties. Is het nu al duidelijk, mijnheer de minister, waar uw regering in 2029 wil landen? De defensie-uitgaven bedragen nu 1,3 % van het bruto binnenlands product. Er is blijkbaar al een akkoord om dat percentage dit jaar nog te verhogen tot 2 %. Zal dat 2,2 %, 2,5 % of 3 % – die nu bij de NAVO circuleert – zijn in 2029? Wat is uw ambitie als minister van Begroting?

Mijnheer de voorzitter, ik wil nog ingaan op de Europese aspecten van mijn vragen over defensie.

Ten eerste is de mogelijkheid om nieuwe defensie-uitgaven buiten de begroting te houden aan een aantal voorwaarden onderworpen. Ik heb die ook uiteengezet in mijn schriftelijk ingediende vraag. In hoeverre wenst de regering gebruik te maken van die door de Europese Commissie verleende flexibiliteit? Gaat dat om het bedrag van 2 miljard euro, dat ik zopas vermeldde?

In hoeverre ziet de regering het haalbaar om aan de voorwaarden voor de activering van die nationale ontsnappingsclausule te voldoen, in het bijzonder de voorwaarde met betrekking tot de budgettaire houdbaarheid op middellange termijn? Bij die houdbaarheid kunnen een aantal vragen worden gesteld.

Een tweede Europees aspect betreft de Europese lening. Eind maart 2025 publiceerde de Europese Commissie haar ‘Witboek voor de toekomst van de Europese defensie’. Daarin staat ook de mogelijkheid om te lenen via de EU volgens het principe van ‘eerst komt, eerst maalt’. Aangezien de voorwaarden voor de leningen als gunstig worden verondersteld, rijst natuurlijk de vraag of de regering gebruik wil maken van deze leningen. Kunt u dat even beantwoorden, mijnheer de minister?

Wat een derde en laatste Europees aspect betreft, heeft de Europese Commissie als onderdeel van het ReArm Europe-plan, ‘Paraatheid 2030’, een pakket financiële hefbomen voorgesteld aan de Europese lidstaten om investeringen in defensie te stimuleren. De Europese Unie overweegt daarbij ook de invoering van zogenaamde eurobonds, euro-obligaties. Daarbij zouden alle lidstaten collectief garant staan voor nieuwe schulden, wat vooral landen met een stabiele economie en een lage rente nadelig kan treffen. Onder andere Nederland, maar ook Oostenrijk verzetten zich al fel tegen deze maatregel. Zij vrezen dat de gezamenlijke schuldopbouw de begrotingsdiscipline ondermijnt en financiële risico's verschuift naar economisch sterkere landen.

Ik heb daarbij nog een drietal bijkomende vragen, mijnheer de minister. Welke positie neemt België in ten aanzien van het voorstel om gezamenlijke Europese schulden aan te gaan? Werd die positie ook doorgesproken en overeengekomen met de deelstaten? Zo niet, wat is bijvoorbeeld het standpunt van de Vlaamse regering? Eerder week dat namelijk toch wel wat af van het federale standpunt.

Acht u het wenselijk dat België zou bijdragen aan schulden van andere Europese lidstaten, terwijl het zelf kampt met een aanzienlijke schuldgraad? In hoeverre vreest u dat eurobonds of euro-obligaties de begrotingsdiscipline in de EU verder zullen verzwakken, waarvoor Nederland en Oostenrijk waarschuwen?

Frédéric Daerden:

Monsieur le ministre, l'accord de gouvernement prévoit une augmentation additionnelle du budget de la Défense afin d'atteindre 2 % du PIB d'ici à 2029. Depuis, de nombreuses formations politiques au sein de la majorité se sont positionnées pour anticiper cette trajectoire dès 2025, ce qui aurait un impact de 17 milliards d'ici à 2029. Dans le tableau budgétaire transmis par le gouvernement, les investissements supplémentaires en Défense sont neutralisés.

Monsieur le ministre, pourriez-vous rappeler les grands éléments d'accord au niveau européen concernant la neutralisation des dépenses en Défense et les aides apportées aux États membres?

Savez-vous déjà quels investissements vont être immunisés de la procédure de déficit excessif au niveau de la Défense? Pour combien d'années cet accord est-il valable?

Comment seront ensuite prises en compte les dépenses de Défense dans le calcul du déficit excessif?

Quels sont les investissements déjà consentis en Défense qui intègrent le calcul de 2 % du PIB, et comment sont estimés les milliards d'investissements nécessaires sur les prochaines années pour atteindre 2 % du PIB dès 2025?

Concernant le fonds Défense, serait-il possible d'avoir un éclaircissement concernant les différents schémas d'investissement envisagés par le gouvernement et sa contribution à l'effort global?

Vu la nécessité d'investissement pour de nombreux pays européens et le différentiel en termes de situation entre les uns et les autres, comptez-vous plaider auprès des instances européennes pour la création de garanties ou d'un fonds européen quelconque?

Alexia Bertrand:

Mijnheer de minister, ik heb u deze vraag al eens gesteld, maar u mag mij het antwoord ook schriftelijk bezorgen. Kunt u mij gedetailleerd toelichten hoe u tot het bedrag van 17,2 miljard bent gekomen? Na een snelle berekening kom ik uit op 20 of 21 miljard euro om aan 2 % te geraken, maar blijkbaar hebt u al rekening gehouden met een aantal voorafgaande verbintenissen. Kunt u dat toelichten?

Mijn kernvraag is wel of u uw uitspraken kunt bevestigen. Dat is mij immers nog minder duidelijk na uw antwoord op mijn eerste vraag. Kortom, bevestigt u vandaag dat alle nieuwe uitgaven moeten worden gecompenseerd? Zo ja, betekent het dat u geen gebruik zal maken van de flexibiliteit die Europa zal bieden, dus van de ontsnappingsclausule? Die vraag is echt belangrijk.

Overweegt u nog steeds om de opbrengsten van de Russische tegoeden te gebruiken? Kijkt u nog steeds naar bijdragen van de deelstaten? Hoe ver staat het op het vlak van de verkoop van overheidsparticipaties? Ik heb die vragen in het verleden al gesteld, maar toen moest de regering en het kernkabinet daarover nog vergaderen. Ik begrijp dat dat ondertussen gebeurd is. Ik hoop een update van u te krijgen.

Vincent Van Peteghem:

Collega's, ik zal eerst ingaan op het Europees kader en vervolgens zal ik eventueel wat dieper ingaan op het Belgisch plan waaraan we momenteel werken.

In eerste instantie staat ons land voor een cruciale strategische keuze in een sterk veranderende geopolitieke realiteit. De oorlog tussen Rusland en Oekraïne en de daaruit volgende dreigingen voor onze Europese veiligheid vereisen een verhoogde paraatheid en een versterking van onze internationale engagementen. In dat licht zal ons land zijn verantwoordelijkheid nemen en zich engageren om die defensie-inspanningen substantieel te verhogen.

Die inspanning wordt maximaal in lijn gebracht met het initiatief Readiness 2030 van de Europese Commissie, eerder bekend onder de naam ReArm Europe Plan, waar men enkele weken geleden nog over sprak. Die Readiness 2030 beoogt de militaire capaciteit van de Europese Unie aanzienlijk te versterken door tot 800 miljard euro te mobiliseren voor defensie-inspanningen en -investeringen. Het vertrekt eigenlijk vanuit een aantal belangrijke begrotingspijlers.

De eerste is de invoering van een nieuw Europees financieringsinstrument, de zogenaamde safe lening, waarbij de Europese Unie tot 150 miljard euro zal ophalen op de kapitaalmarkt om lidstaten via leningen te ondersteunen bij het versterken van de defensie-investeringen.

Mijnheer Vermeersch, u sprak daarnet over first come, first served . Of we daar gebruik van zullen maken, zal afhangen van de percentages en interestvoeten die betaald moeten worden en van de voorwaarden van terugbetaling. Ik wil benadrukken dat er nog geen duidelijk kader over is. Het is inderdaad het idee van first come, first served . Ook daar is het mogelijk dat er met bepaalde percentages per lidstaat zal worden gewerkt. De Raad zal die zaken nog moeten vastleggen en we werken momenteel verder met een voorstel van de Commissie.

In tweede instantie is er uiteraard ook de mogelijkheid tot activering van de nationale ontsnappingsclausule, die national escape clause . Dat geeft lidstaten de kans om extra budgettaire ruimte te nemen binnen het stabiliteits- en groeipact, het SGP, om de defensie-uitgaven te verhogen

Ten derde, we zullen defensie-investeringen ook stimuleren in onze Europese begroting, waar gekeken wordt naar versoepelingen en financiële stimulansen binnen ons cohesiebeleid. Ik denk onder andere aan het feit dat Europa vandaag heeft gezegd dat men cohesiemiddelen ook kan gebruiken om defensie-uitgaven te financieren. Op die manier zullen we de defensiesector in dit land ondersteunen.

La Commission propose de prévoir la possibilité d'activer la clause dérogatoire nationale du Pacte de stabilité et de croissance, telle que prévue à l'article 26 du règlement.

Cette clause dérogatoire nationale permet de s'écarter de la trajectoire des dépenses nettes approuvées en cas de circonstances exceptionnelles échappant au contrôle de l'État membre. Elle s'applique lorsque ces circonstances ont une incidence majeure sur les finances publiques, pour autant que la viabilité de ces dernières ne soit pas mise en péril.

Om dus de impact op de begrotingspositie van de lidstaten te beperken en extra defensie-uitgaven aan te moedigen, stelt de Commissie een gecontroleerd gebruik van die ontsnappingsclausule voor. Dat houdt in dat de lidstaten de vraag dienen te stellen, wat toegelaten is tot maximaal 1,5 % van het bbp met als referentiejaar 2021. Dat betekent dat de defensie-uitgaven in 2021, het jaar voor de oorlog, vergeleken worden met het percentage vandaag. De lidstaten krijgen de mogelijkheid om dat bedrag maximaal buiten het opgelegd groeitraject van de netto-uitgaven te plaatsen.

Hormis cette flexibilité pour les dépenses de défense supplémentaires, le cadre budgétaire continuera de fonctionner normalement. Cela signifie que les États membres ne doivent pas soumettre de nouveau plan budgétaire structurel. Seuls les écarts par rapport à la trajectoire des dépenses nettes liés à l'augmentation des dépenses de défense sont couverts par cette clause dérogatoire nationale.

Gezien de huidige hoge schuldgraad van ons land en het snel oplopende begrotingstekort bij ongewijzigd beleid is een blanco cheque echter onmogelijk. Vandaar dat we het defensieplan momenteel bespreken binnen de regering.

Het cijfer waarnaar vaak wordt verwezen, is inderdaad die 17,2 miljard euro, waarbij de reeds afgesproken engagementen, inclusief wat er in het regeerakkoord staat, worden afgemeten ten opzichte van de 2 % die volgens de NAVO-normen moet gehaald worden. Als men het verschil tussen die twee percentages omzet in bbp en euro's, boven op wat er in het regeerakkoord en in het verleden reeds werd afgesproken om de komende jaren te doen, komt men dus aan die inspanning van 17,2 miljard euro over een periode van vijf jaar, tot 2029, het einde van deze legislatuur.

Betekent dit dat we gehouden zijn aan die 2 %? U vraagt hoe ver we nu zitten en wat er wordt gevraagd. Dat wordt momenteel binnen de regering besproken. Dat kan hoger zijn, maar dan begrijpt u ook meteen wat de impact daarvan zal zijn op het bedrag dat daarmee overeenstemt.

Bij die verschillende pistes kijken wij inderdaad naar verschillende bronnen. Ik heb verwezen naar die overheidsparticipaties, naar extra structurele inspanningen, naar de middelen die via de vennootschapsbelasting van Euroclear worden ingebracht en ook, waar mogelijk, naar extra inspanningen van de deelstaten. Ik verwees daarnet naar de discussie over de cohesiefondsen. Ik verwijs naar inspanningen die eventueel NATO-aanrekenbaar zouden kunnen zijn van investeringen die op deelstaatniveau gebeuren, hoewel dat bijzonder ingewikkeld ligt bij de NAVO zelf.

Het is logisch dat we zullen moeten kijken wat er daarmee zal gaan gebeuren. Over Euroclear heb ik in het verleden reeds gezegd dat die middelen moeten gebruikt worden voor ondersteuning van Oekraïne. Dat is ook het standpunt dat door de regering wordt gedeeld.

Betekent dit, met de elementen die ik aanhaal, dat we geen gebruik zullen maken van de flexibiliteit die Europa ons biedt? Neen, we zullen daar wel gebruik van maken, net omwille van het feit dat ik ook altijd aangegeven heb, namelijk dat we door die flexibiliteit wel wat in de tijd kunnen schuiven met de compensaties. Ik geef het heel eenvoudige voorbeeld van een overheidsparticipatie die verkocht wordt. Het is niet altijd interessant om de verkoop in het lang en breed aan te kondigen. Men weet immers dat dit een negatieve impact heeft op de prijs en op de opbrengst die men kan behalen uit die participatie.

Daar wordt rekening mee gehouden bij de verdere voltooiing via die flexibiliteit en via de opening die in het National Escape Clause gelaten is door de Europese Commissie. Daar gaan we in dat defensieplan dus uiteraard maximaal gebruikmaken van de budgettaire flexibiliteit in het Europese kader, zonder uiteraard de Belgische schuld, het tekort ongeremd te laten oplopen.

Momenteel zijn daar nog besprekingen over aan de gang binnen de regering, maar zodra er overeenstemming is, zal ik uiteraard met veel plezier de gemaakte keuzes bespreken in deze commissie.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de minister, ik stel vast dat u voor het Europese kader rond die defensie-uitgaven eigenlijk niet veel verder komt dan het aflezen van de persberichten van de Europese Commissie. Ik heb die ook gelezen en op basis daarvan heb ik een aantal gedetailleerde vragen gesteld. U beantwoordt die niet vandaag, voor een deel omdat die niet te beantwoorden zijn. Het Europees kader staat nog in de stellingen. Er zijn veel woorden uitgesproken op Europees niveau, maar de concrete invulling is heel onduidelijk, ook van die 800 miljard euro, dat is meer een doorschuifoperatie.

Wat het binnenlandse aspect betreft, de begroting, hoorden wij deze week bijvoorbeeld minister van Defensie Theo Francken zeggen: “Ik wil heel wat extra mensen aanwerven, nieuwe militairen, een nieuwe brigade oprichten.” U weet als minister van Begroting dat een luchtafweersysteem kopen een hele investering is, een eenmalige uitgave, maar een nieuwe brigade stichten, dat is nieuw personeel, dat is een structurele uitgave.

Het is vandaag helemaal niet duidelijk hoe deze regering die structurele meeruitgaven zal financieren. Het is trouwens ook niet duidelijk in hoeverre deze regering tot eenmalige investeringen of structurele uitgaven zal overgaan. Minister van Defensie Francken heeft helemaal nog niet gezegd waar hij die vele miljarden aan zal uitgeven.

Ik kan vandaag alleen maar vaststellen dat de regering-De Wever een rookgordijn ophangt rond die defensie-uitgaven en het defensiebudget.

Iedereen is het erover eens, ook mijn partij, dat die defensie-uitgaven significant de hoogte in moeten. We hebben echter nog maar twee oplossingen in de pers gezien en gehoord. Een eerste oplossing zijn de extra miljoenen die voortkomen uit de geblokkeerde Russische tegoeden. Dat is ondertussen een golden oldie geworden, een schijf die blijft draaien. Dat was immers ook al zo tijdens de vivaldiregering. De tweede oplossing is het extra, eenmalige, megadividend van Belfius. Dat is dus zeker niet gegarandeerd voor de komende jaren.

De regering-De Wever hanteert dus een soort camouflagetechniek voor die defensie-uitgaven: bestaande uitgaven worden zo veel mogelijk gecamoufleerd en in een militair jasje gestoken om ze te doen lijken op defensie-uitgaven. Naast militaire manoeuvres doet u ook een aantal boekhoudkundige manoeuvres. U gaat niet voor structurele inkomsten, niet voor structurele zaken. U schuift de hele discussie over besparen of extra belasten door naar volgend jaar en misschien zelfs naar een volgende regering.

Mijnheer de minister, in de studio van VTM hebt u zich sterk gemaakt dat al die meeruitgaven voor defensie zouden moeten worden gecompenseerd. Ze mochten niet worden doorgeschoven naar toekomstige generaties. Vandaag stellen we echter vast in de pers dat uw regering net het omgekeerde doet. U schuift ze wel door naar de volgende jaren en zult ze op dit moment niet fundamenteel, niet structureel compenseren.

U herhaalde hier ook dat u zou 'schuiven met compensaties'. Dat is weer een ander woordgebruik. 'Schuiven met compensaties' betekent dat u die discussie rond de defensie-uitgaven, over hoe ze structureel zullen worden gefinancierd met minder uitgaven of meer belastingen, doorschuift naar een volgend jaar, wellicht naar een volgende regering en volgende generaties. U weet immers beter dan wie ook als minister van Begroting dat de schulden van vandaag de belastingen zijn van morgen.

Uw regering is gestart met de ambitie om de begroting op orde te krijgen, maar tot op vandaag hebben we onder andere met de begrotingstabellen van de regering gezien dat er veel mist hangt over de terugverdieneffecten. U rekent zich rijk. Ook in de begrotingsdiscussie rond de defensie-uitgaven hangt er heel wat onduidelijkheid, heel wat mist. Tot op vandaag weten we eigenlijk niet hoe u dat alles zult financieren. De hete aardappel wordt gewoon doorgeschoven naar een volgende begrotingsbespreking in 2026, maar ook naar de volgende regeringen en dus naar de volgende generaties.

Mijnheer de minister, wij blijven daaromtrent dus op onze honger zitten. Ik kondig u alvast aan dat de meer gedetailleerde vragen die niet zijn beantwoord, ook schriftelijk zullen worden gesteld in de hoop zo toch een duidelijk antwoord te krijgen.

Frédéric Daerden:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos différentes réponses. À ce stade, cela reste relativement flou, notamment en termes d'impacts. Même, pour ce qui est du montant des 17 milliards d'euros, on se réjouira de voir comment cela se calcule de manière précise. Je suppose que le gouvernement clarifiera tout cela dans le cadre du budget prochain.

Il est clair que les impacts pour les finances publiques seront importants. Au-delà, je pense qu'il faut vraiment que des solutions stratégiques qui bénéficient à notre activité économique soient également trouvées.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de voorzitter, het is jammer dat de vaste voorzitter niet aanwezig is. U doet het heel goed, maar hij had anders het belang van de vragensessies kunnen zien. Wij hebben vandaag heel veel geleerd. Wij hebben acht weken moeten wachten, mijnheer de minister, maar in militaire termen, de aftocht is begonnen. U hebt net een bocht van 180 graden gemaakt. U zult de defensie-uitgaven niet meer compenseren. Dat hebt u ons net verteld.

Vincent Van Peteghem:

(…)

Alexia Bertrand:

U hebt ons net meegegeven dat u gebruik zult maken van de leningen van Europa. U hebt niet bevestigd dat u die uitgaven zult compenseren. U hebt ons net verteld dat u het geld van de Russische tegoeden toch zult gebruiken voor Oekraïne, nadat u op VTM Nieuws had verklaard dat die tegoeden een financieringsbron waren voor de defensie-uitgaven.

Ik ben gerustgesteld; Ik ben blij dat te horen. Het omgekeerde was immers immoreel. Ook wat dat betreft hebt u echter uw kar gekeerd.

Mijnheer de minister, er blijft niets over van uw plan. U hebt wel extra geld gevraagd voor Justitie, waarvoor er na het regeerakkoord eigenlijk niets is veranderd, in tegenstelling tot Defensie, waarover de uitgaven inderdaad moeten stijgen.

U moet durven te hervormen. Kijk naar de gezondheidszorg. Onder de Zweedse regering heeft Maggie De Block de groeinorm beperkt. U kunt daar miljarden euro's halen, zonder te raken aan de patiëntenrechten.

Het is mij nog steeds niet duidelijk hoe het zit met de bedragen. Ik zou heel graag een schriftelijk antwoord krijgen. In uw begrotingstabellen staat immers maar 996 miljoen euro. Ik zie dus nog steeds niet waar het verschil vandaan komt tussen het bedrag van 20 à 21 miljard euro en het bedrag van 17,2 miljard euro. Wat behelzen de voorafgaande verbintenissen?

Wat de Europese ontsnappingsclausule betreft, waarom vergelijkt u met 2021? De regering-De Croo is van 1,05 % naar ongeveer 1,3 % gegaan. Dat betekent dus dat een vergelijking begint vanaf 1,05 % en niet vanaf 1,3 %. Waarom gaan wij zo ver terug in de tijd? Dat geeft u nog een extra voordeel, hoewel dat gewoon een groeipad was, vastgelegd in het STAR-plan.

Volgens mij is dus vandaag de conclusie dat u een bocht hebt genomen, tenzij u nu verklaart ten overstaan van de commissie – en u krijgt die kans – dat de uitgaven voor Defensie volledig gecompenseerd moeten worden.

Vincent Van Peteghem:

Mevrouw Bertrand, u vertelt hier allemaal foute dingen en vergelijkt onder andere percentages bij ongewijzigd beleid. Wij vergelijken met 2021, omdat Europa dat jaartal zelf naar voren schuift. Dus ja, wij stellen onze defensieplannen op binnen dat kader, goed beseffend dat ons land een ongelofelijke grote schuld torst en we het begrotingstekort duurzaam moeten verkleinen. Ik zal die plannen hier met heel veel plezier komen toelichten, zodra ze afgeklopt zijn.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de minister, wij wachten al echt weken op die uitleg en u hebt net bevestigd dat u uw uitspraken van in VTM Nieuws niet herhaalt. U hebt niet gezegd dat de uitgaven volledig gecompenseerd moeten worden. Integendeel, u hebt net bevestigd dat u gebruik wilt maken van de flexibiliteit van Europa. Ik denk dat iedereen dat heel duidelijk en helder gehoord heeft.

Vincent Van Peteghem:

Mevrouw Bertrand, in het persbericht heb ik onderstreept dat we van de flexibiliteit van Europe gebruik zouden maken om te vermijden dat we maatregelen nemen die minder opbrengen dan we willen. Ik hoef u toch niet te verduidelijken dat, als we vandaag aankondigen dat we een participatie willen verkopen, we daar geen deftige prijs voor krijgen? Dan is het misschien beter om die participatie in plaats van dit jaar volgend jaar of het jaar nadien te verkopen. Op dat ogenblik zullen we inderdaad en uiteraard gebruikmaken van de flexibiliteit. Het zou pas slecht bestuur zijn, als we alles per se in dat ene jaar willen compenseren. Dit is exact ook de idee achter de enveloppe die we voorgesteld hebben, namelijk vermijden dat we de schuld verder laten oplopen.

De discussies daarover in de regering zijn momenteel aan de gang. Wanneer het plan is afgeklopt, zal ik het hier met veel plezier komen toelichten.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de minister, dat u de verkoop in de tijd spreidt, is een zaak, maar dat heeft niets te maken met het principe dat de uitgaven moeten worden gecompenseerd. U hebt dat niet willen herhalen. Qui ne dit mot, consent. Iedereen heeft duidelijk begrepen dat u terugkomt op uw uitspraken in VTM Nieuws , want u hebt moeten plooien in het kernkabinet.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de voorzitter, ik wil, in CD&V-termen, slaan en zalven tegelijk. De minister heeft gelijk: de mogelijkheid om de defensie-uitgaven buiten de begroting te houden, komt met een aantal voorwaarden van de Europese Commissie. Een van die voorwaarden is dat de toename in de defensie-uitgaven ten belope van maximaal 1,5 % van het bbp, berekend wordt met 2021 als basis. 2021 als referentie is een duidelijke voorwaarde. De minister heeft eerder wel verklaard dat de uitgaven gecompenseerd moesten worden. Vandaag raakt de regering echter niet verder dan te zeggen dat ze de honderden miljoenen euro's aan vennootschapsbelastingen op de geblokkeerde Russische rekeningen ter financiering zal gebruiken, wat de vivaldiregering ook ieder jaar opnieuw deed. U zult ook het dividend van Belfius gebruiken, maar dat is een eenmalige financieringsbron, want er is geen garantie dat Belfius zoals dit jaar ook volgend jaar op een boerenjaar kan rekenen. Dat is geen structurele compensatie. De minister maakte zich in VTM Nieuws sterk dat hij de uitgaven zou compenseren, maar wat is het echte probleem? In het kernkabinet krijgt hij daar geen steun voor. De andere ministers zeggen helemaal niet dat zij de uitgaven willen compenseren. Hij staat alleen met dat standpunt. Hij krijgt dat helemaal niet verkocht. Dit is het echte probleem: hij doet beloftes waarvoor er geen back-up is van de andere regeringspartijen en waarmee ze duidelijk niet akkoord gaan. Zijn partij staat met dat standpunt helemaal geïsoleerd in de regering.

De inzet van militairen voor politionele opdrachten
De oprichting van een begrotingsfonds CrimOrg
Het Kanaalplan
Het budget voor de geïntegreerde politie
Het budget voor de hulpverleningszones en de Civiele Bescherming
De schietincidenten in Brussel en de bekogelde treinen
De aanhoudende schietincidenten in Brussel
De fusie van de Brusselse politiezones
De restcapaciteit van de Brusselse politiezones bij een fusie
De oprichting van een federale taskforce in de strijd tegen de drugscriminaliteit
De door de arizonaregering voorgenomen fusie van de Brusselse politiezones
Het budget voor de FOD Binnenlandse Zaken en de Civiele Veiligheid
Drugs(sporen) in het rioolwater van Vlaamse steden en gemeenten
De war on drugs
De coördinatie van het veiligheidsbeleid in Brussel
De oprichting van een drugsfonds en een fiscale en financiële opsporingsdienst
Veiligheidsbeleid, politiehervormingen en bestrijding van drugscriminaliteit in België

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken), Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 2 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het actualiteitsdebat over de drugscriminaliteit draait om drie kernthema’s: de bestrijding van drugsgeweld en -handel (via het versterkte *Kanaalplan 2.0*, een *taskforce*, en de inzet van *militairen* voor statische bewaking om politiecapaciteit vrij te maken), de fusie van de 19 Brusselse politiezones (omstreden door gebrek aan lokale steun en vrees voor verlies van *proximiteitspolitie*, maar door de minister verdedigd als noodzakelijke hervorming met behoud van lokale bevoegdheden), en financiële middelen (o.a. een *drugsfonds* voor herinvestering van crimineel geld, *follow-the-value*-aanpak, en budgettaire immunisering van veiligheidsdiensten, hoewel concrete cijfers nog ontbreken). Critici benadrukken tekorten aan middelen, coördinatie en urgentie, terwijl de minister stapsgewijze plannen aankondigt (o.a. 200-250 extra politiemensen via defensie-inzet, uitrol Kanaalplan *eerst in Brussel*, en overleg met burgemeesters), maar concrete timing en budgetten blijven vaag tot de *beleidsnota (29/4)*. De ketenaanpak (van productie tot gebruiker) en samenwerking met justitie worden als cruciaal bevestigd, maar actie op het terrein blijft uit.

Voorzitter:

Collega's, het eerste punt op de agenda is een actualiteitsdebat met vragen, die het kabinet samengevoegd heeft, over de strijd tegen drugs. Er zijn verschillende invalshoeken. Alle vragen werden samengevoegd.

Éric Thiébaut (PS): Monsieur le président, vous indiquez que le débat a pour thématique la problématique du trafic de drogue mais sa portée est beaucoup plus large, puisque j'ai notamment des questions sur la Protection civile.

Voorzitter:

Je fais le même constat que vous mais cela relève du choix du cabinet.

Maaike De Vreese:

Minister, door de beleidsverklaring is het een tijdje geleden dat we gewone vragen hebben kunnen stellen in de commissie. Daarom zijn er enkele gebundeld. Mijn eerste vraag gaat over drugsgerelateerd geweld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Samen met de regering heeft de eerste minister beslist om een federale taskforce op te richten om de strijd tegen de drugscriminaliteit nog te versterken. Ook in het regeerakkoord staat een hele resem maatregelen met hetzelfde doel. Ik ga ze niet allemaal opnoemen. Wie meer details wil lezen, verwijs ik naar mijn ingediende vragen.

De vragen gaan over verschillende zaken: de schietincidenten, het Kanaalplan, de fusie van de Brusselse politiezones en de oprichting van het drugsfonds.

Kunt u iets meer zeggen over de taskforce? Welke maatregelen worden er genomen op korte, middellange en lange termijn? Op welke manier wordt er afgestemd met de Brusselse Veiligheidsraad, de Veiligheidscel en de initiatieven van de lokale besturen? Hoe worden in de strijd tegen de drugscriminaliteit de FGP’s van Antwerpen en Brussel versterkt op het vlak van middelen en mensen? Wat is de huidige federale steun in het algemeen en aan het lokale politiekorps in Brussel-Zuid? Zult u die steun aanhouden?

De vraag is ook hoe witwaspraktijken effectiever en efficiënter aangepakt kunnen worden. Hoe gebeurt de handhaving op bestuurlijk en gerechtelijk niveau? Zult u daar ook nieuwe technologie voor inzetten? Hoe kunnen de inbeslagnames verbeterd worden? We kunnen daarvoor de mosterd halen in bijvoorbeeld Frankrijk en andere Europese landen? Zult u dat bekijken of doet u dat nu al?

Kunt u toelichten hoe het Belgische systeem voor de ontneming en confiscatie van vermogensbestanddelen eruit zal zien? Hoe wordt de aanpak follow the value versterkt en geoptimaliseerd?

Voor statische bewakingsopdrachten zouden militairen ingezet worden, zodat er politionele capaciteit vrijkomt en er dus meer blauw op straat komt. Het regeerakkoord is daar zeer duidelijk over.

Er zijn een aantal cumulatieve voorwaarden waaraan voldaan moet worden om de mensen van defensie in te zetten, namelijk bij een OCAD-dreiging niveau 4, na een risicoanalyse, na een regeringsbeslissing en binnen een duidelijk gedefinieerd juridisch en operationeel kader. Dat kader is er op dit moment nog niet. De territoriale verdedigingsreserve moet eveneens nog gevormd worden.

Als de territoriale verdedigingsreserve gevormd is en de nodige kaders uitgewerkt zijn, hoeveel militairen zouden dan volgens u de statische beveiligingsopdracht uitvoeren? Ik wil met die vraag gewoon nagaan hoeveel politiemensen er op die manier zouden vrijkomen om meer veiligheid in onze straten te garanderen. Voor welke taken zou u de vrijgekomen politiecapaciteit gebruiken? In welke specifieke buurten wil u extra mensen inzetten? Is er nog overleg geweest met de minister van Defensie? Wat is het resultaat van dat overleg? Plant u een dergelijk overleg nog in de komende weken?

Naar het Kanaalplan zijn wij heel erg benieuwd, zeker en vast naar het Brusselse gedeelte. Ik weet niet of mijn collega, de heer Bergers, daarover ook nog iets zal vragen. Voor welke steden zal dit Kanaalplan uitgerold worden? Welke ondersteuning zal er voorzien worden? Binnen welke termijn zal het versterkte federale Kanaalplan uitgerold worden? Met welke middelen zal dat gebeuren?

Ik kom dan bij de fusie van de politiezones. U weet dat wij zeker en vast grote voorstander van die fusie zijn. Mijn vraag is opgesteld op het moment waarop uw collega Annelies Verlinden gecommuniceerd had dat de fusie er op middellange termijn moet komen. Wat is die middellange termijn? Voor ons is de fusie geen project dat op heel korte termijn kan worden uitgevoerd. Voor ons moet van de huidige regering er wel absoluut prioriteit aan geven. U hebt zelf ook aangegeven dat u daar werk van zult maken. Wat is de stand van zaken ter zake? Hoe ziet u bijvoorbeeld het verruimde politiecollege en de politieraad? Hebt u daarop al meer zicht?

U hebt ook overleg met de negentien burgemeesters. Hebt u ze ondertussen al alle negentien gesproken? Kan u meer toelichting geven bij de algemene lijnen die op dat overleg zijn besproken? Wat maakt u op uit het overleg? Hebt u ook overleg gehad met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest? Kunt u hen ook van het belang overtuigen?

Welke concrete stappen zult u zetten en wat is het tijdschema, want u kunt wel starten met het wetsontwerp, maar hoe zit het met de rest?

De nationale drugscommissaris zou de opdracht hebben gekregen om een drugsfonds uit te werken teneinde misdaadgeld via dat fonds te laten terugvloeien naar bijvoorbeeld hulpverlening, politie en justitie. De regering wil ook een multidisciplinaire fiscale en financiële opsporingsdienst oprichten. Die dienst moet zich focussen op het opsporen, analyseren en lamleggen van criminele circuits en op de strijd tegen fraude. Kunt u bevestigen dat de nationale drugscommissaris die opdracht heeft gekregen? Wat is de precieze opdracht? Hoe staat het drugsfonds ten opzichte van de op te richten fiscale en financiële opsporingsdienst?

Wat zijn de ambities om bij de jaarlijkse begrotingsopmaak de meeropbrengsten in te zetten om de budgettaire noden en investeringen bij de veiligheidsdepartementen Binnenlandse Zaken en Justitie op te vangen? Hoe zullen die middelen worden verdeeld?

Het betreft heel wat vragen, maar we moeten hieraan de nodige aandacht besteden gezien de problematiek en de bezorgdheid bij veel burgers, niet alleen in Brussel maar ook in andere steden en gemeenten, over drugs en drugscriminaliteit.

Khalil Aouasti:

Monsieur le ministre de l'Intérieur, cette question revient effectivement régulièrement, car depuis de très nombreuses années, nous constatons malheureusement une forte augmentation des faits de violences liés au trafic de drogue et aux réseaux nationaux et internationaux.

Parallèlement, comme en témoignent les discussions des deux dernières semaines sur les notes d’orientation, la justice et la police fédérale souffrent d'un manque de moyens. Les services de la police judiciaire fédérale et les parquets ont demandé à maintes reprises d'être refinancés et d'avoir davantage de moyens, notamment pour la mise en œuvre du plan DGJ 3.0.

Lors de la législature précédente, mon groupe avait déjà déposé une proposition de loi visant à mettre en place un fonds "Crime org", qui est effectivement une exception budgétaire à la manière dont sont allouées les recettes de l'État, avec la volonté de pouvoir, grâce à ce fonds "Crime org", avoir une destination précise et refinancer ces départements spécifiques nécessaires notamment à la lutte contre ces narcotrafiquants.

Ce fonds avait reçu un accueil assez positif, bien que certains aient suggéré de l’étendre à d'autres services, tels que l’OCAM, qui œuvrent également dans cette chaine complexe de la lutte contre la criminalité organisée. Il avait bénéficié du soutien d’un ministre à l’époque.

Monsieur le ministre de l’Intérieur, pourriez-vous nous indiquer votre position quant à cette proposition de créer un fonds "Crime org" notamment mais pas exclusivement au bénéfice de la PJF? Pouvez-vous nous faire le point sur les moyens additionnels qui seront dégagés dans le cadre de la lutte contre le crime organisé pour réaliser et mettre en place ce plan DGJ 3.0? Je vous remercie.

Éric Thiébaut:

Merci, monsieur le président. J'ai quelques questions à poser, ayant essentiellement trait au budget de votre département. Je ferai tout d'abord une petite précision. Lors des débats parlementaires sur la déclaration du gouvernement, votre collègue Vanessa Matz a précisé que les départements liés à la sécurité seraient immunisés contre les économies prévues par l'ensemble du gouvernement. Me le confirmez-vous? En effet, visiblement, ce qui me revient des discussions dans d'autres commissions est que l'immunisation ne concernerait que le budget police, et pas l'ensemble des départements Justice et Intérieur. C'est d'autant plus important qu'hier, nous avons entendu le premier ministre, qui était assis physiquement à votre place. Il était interrogé par rapport à la Chancellerie et il nous a précisé à nouveau que l'objectif était des augmentations structurelles de 1,8 % dans tous les départements. J'aimerais donc savoir si ce 1,8 % va être appliqué aussi à tout ce qui concerne le SPF Intérieur et à la Sécurité civile.

Par rapport à la Sécurité civile, j'aimerais savoir si vous progressez dans votre projet, dont vous avez parlé lors de votre précédente présentation, sur l'indexation automatique des dotations fédérales. Vous savez qu'il y a une grosse attente au niveau des zones de secours par rapport à cette disposition qui avait déjà été envisagée lors de la précédente législature. Planifiez-vous également une augmentation des dotations aux zones de secours? L'attente est grande parce que dans la déclaration du gouvernement, il est indiqué que l'on tendra vers le 50/50, ce qui était prévu dans la loi de 2007 qui a créé les de secours, comme vous le savez. Toutes les zones de secours du pays sont donc dans l'attente d'un refinancement.

Vous savez que la Protection civile est un domaine qui m'inquiète beaucoup depuis des années. Comptez-vous réinvestir dans ce département-là, qui est en souffrance depuis la réforme du ministre Jambon avec la suppression de quatre casernes sur six?

Et puis, pour parler de la police, puisque visiblement on est certain que le département sera immunisé des économies qui seront imposées par l'Arizona, avez-vous déjà une idée des budgets qui y seront consacrés? Mon collègue, Khalil Aouasti, a évoqué une partie de la question.

On est dans une police structurée à deux niveaux. Il y a donc le refinancement de notre police fédérale avec de gros besoins qui ont été exprimés par différents PJF. Ensuite, il y a évidemment l'attente des zones de police. Dans votre exposé de politique, vous avez parlé de revoir la norme KUL. On en parle depuis longtemps et c'est une très bonne idée. Mais vous avez dit aussi, et je m'en suis réjoui, que cette révision de norme KUL irait de pair avec une augmentation de l'enveloppe.

Il est clair que, si on redéfinit la façon de calculer la répartition de cette enveloppe dans les zones du pays, certaines zones auront plus qu'avant mais d'autres auront moins qu'avant. Et cela va clairement vous poser un problème politique.

Bernard Quintin:

Encore un de plus!

Éric Thiébaut:

Si j'ai bien compris, votre idée est d'augmenter l'enveloppe. Mais envisagez-vous un système de cliquet, de telle sorte que finalement l'augmentation de l'enveloppe avec le nouveau mode de calcul fera que certaines zones auront plus et que d'autres, peut-être, vont rester au même niveau qu'avant mais ne vont pas perdre, si vous voyez ce que je veux dire. Voilà, en synthèse, monsieur le ministre, l'ensemble de mes questions.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, mijn vraag gaat vooral over het Kanaalplan, naar aanleiding van alle schietincidenten in Brussel. Tussen Vilvoorde en Schaarbeek werd ook een trein bekogeld. Het blijft jammer genoeg actueel, want vandaag was er weer een aanslag, deze keer in Antwerpen. Het blijft dus een heel actueel feit.

Ik heb hierover al gesproken tijdens het debat over de beleidsverklaring al gezegd in de plenaire vergadering. U wil de problematiek aanpakken, waarvoor ik u zeer dankbaar ben. De N-VA zal u daarin steunen. Het is echter tijd om ook maatregelen te treffen en we mogen niet te veel tijd verliezen met discussies.

Hebt u een tijdlijn klaar? Kunt u al wat meer zeggen over de timing voor de uitrol van dat versterkt Kanaalplan? Welke politiezones zullen op extra steun voor ondersteuning van dit Kanaalplan kunnen rekenen? Welke middelen voorziet u daarvoor? Op welke manier wil u dit Kanaalplan precies inzetten tegen de drugscriminaliteit?

Hebt u al contact gehad met de zones die vroeger onder het Kanaalplan vielen, namelijk de Brusselse politiezones, de luchtvaartpolitie en de politiezone VIMA, over de uitwerking van dit plan. Ik heb gisteren de korpschef van VIMA nog gesproken. Hij wil er ook invliegen, want hij vindt het verschrikkelijk dat hij de problematiek nu moet aanpakken met een tekort van 30 vte's. In de politiezone VIMA zijn momenteel 30 vte's van het kader niet ingevuld en slechts twee mensen in de politiezone kunnen ingezet worden tegen drugscriminaliteit. Zult u ook contact opnemen met de politiezone Zennevallei en/of andere politiezones die ik nog niet vermeld heb?

François De Smet:

Monsieur le ministre, ma question ne porte pas sur le trafic de drogue, même si ce sujet m'intéresse beaucoup, mais sur la fusion des zones. Ceci dit, cela ne m'étonne pas que vous ayez regroupé ces deux thèmes, parce que je sais bien que tout le wording du gouvernement consiste à tenter absolument d'établir un lien entre les deux et de suggérer que si on se tire dessus dans les rues de Bruxelles, c'est parce qu'il y aurait six zones de police. Non, si on se tire dessus, c'est parce qu'il y a du trafic de drogue, que la drogue arrive par l'aéroport de Bierset, ou surtout par le port d'Anvers, et que les polices judiciaires d'Anvers et de Bruxelles manquent de moyens. Au contraire, on peut légitimement se dire que, noyés dans une structure massive et bureaucratique, l'efficacité de terrain des zones de police locale sera compromise.

Mais ma question porte davantage sur les modalités de l'accord. L'accord de gouvernement, que nous connaissons par cœur désormais, est assez sobre. Il explique: "Nous fusionnons les zones." Punt aan de lijn . Heureusement, certains de vos collègues sont plus bavards. Jan Jambon a dit, dans la presse, que l'accord de gouvernement prévoyait que chacune des zones de police actuelles pourrait garder 75 % de ses capacités pour les tâches locales, les autres étant mutualisées.

Il y a d'autres déclarations, par exemple celle des Engagés – ceux qui veulent défendre la fusion –, qui insiste sur le fait que les 19 bourgmestres garderont leur pouvoir dans la future zone unique. Ce qui m'intrigue un peu, c'est que sauf erreur, je ne trouve nulle part dans un document officiel les deux éléments que je viens de citer. Je ne les trouve ni dans l'accord de gouvernement ni dans votre note d'orientation.

Il faut donc se rendre à l'évidence: il semble exister un accord, un document qui traduit de manière plus opérationnelle cette fusion que la seule ligne qui explique dans l'accord de gouvernement le fait de fusionner les zones.

Monsieur le ministre, mes questions sont simples. Existe-t-il un tel accord décrivant les modalités de cette future zone unique? Si oui, il me paraît évident que le Parlement pourrait en avoir connaissance. Par ailleurs, puisque vous êtes un homme ouvert et que vous rencontrez en ce moment les différents acteurs pour les convaincre, êtes-vous aussi ouvert à la possibilité que ce soit eux qui vous convainquent que cette fusion n'est finalement pas une bonne idée?

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de minister, ik heb zelf ook twee vragen ingediend die eerder drugsgerealateerd zijn.

De eerste gaat over de taskforce die is opgericht in de schoot van de regering naar aanleiding van de toch zeer zware incidenten, de aanslagen, in Brussel.

Deze taskforce valt onder de auspiciën van de eerste minister, maar intussen is de oprichting al geleden van 21 februari, en nu is het begin april. Ik moet eerlijk zeggen, mijnheer de minister, dat ik daar niet veel meer over gehoord heb.

Dat kan twee dingen betekenen. Ofwel is er weinig gebeurd, en is er weinig te zeggen, o. Ofwel werkt die taskforce in alle stilte aan de strijd tegen drugs.

Wellicht zult u mij overtuigen van het tweede, maar ik wil toch de vraag stellen hoe die taskforce in elkaar zit, wat die taskforce van plan is te doen, en vooral welke maatregelen er zullen worden genomen. U weet dat de nood zeer hoog is, zowel bij de politiediensten als bij jJustitie. Ik was eerder voorstander van een Nationale Veiligheidsraad, maar ik hoop dat die taskforce, waarbij andere ministers zich kunnen aansluiten wanneer het nodig is, resultaten zal behalen.

Ik hoor de noodkreet van de minister van Justitie. Ook zij heeft een tekort aan middelen om jJustitie op het juiste spoor te zetten.

Wordt dit ook besproken binnen de taskforce? Het gaat inderdaad om een ketenaanpak. Het kan niet dat enkel de politie de strijd tegen drugs aangaat, en dat jJustitie niet volgt. Omgekeerd geldt uiteraard hetzelfde.

Zijn de budgettaire inspanningen op dit moment dus voldoende? Zal er in bijkomende middelen worden voorzien? Zo ja, op welke termijn?

Mijn tweede vraag die ik aan u wil stellen, mijnheer de minister, is een vraag die intussen al een tijdjeenigszins gedateerd is.

U hebt wellicht gelezen dat het Europees Drugsagentschap (EDA) onderzoek doet naar drugsresidu's in het drinkwater. Men moet spijtig genoeg vaststellen dat Antwerpen de slechtste leerling van de klas is in Europa. Ik ken er zelf wetenschappelijk niet zoveel van, maar ik lees wat ik lees, en ik zie dat daar bijna 200.000 microgram cocaïne per 1.000 inwoners per dag werd aangetroffen.

U zult mij wellicht kunnen uitleggen of dat zeer dramatisch of gewoon dramatisch is. Dramatisch is het alleszins als men de slechtste leerling van Europa is. Brussel staat ook in de top tien van Europese steden. Voorts blijkt uit dat onderzoek ook dat er meer wordt aangetroffen in de weekends, van vrijdag tot en met zondag, wat er eigenlijk op wijst dat het recreatief gebruik stijgt.

Mijnheer de minister, heeft de overheid hier een zicht op? Hebt u deze cijfers volledig tot uw beschikking? Welke maatregelen kunt u daar tegenover zetten?

Er wordt hier en daar luidop geroepen dat men het drugsgebruik strenger moet aanpakken. Het is nu eenmaal een feit dat als er vraag is, dat er ook aanbod is. Als men de vraag kan tegengaan en beteugelen, dan zal het aanbod ook verminderen. Mijnheer de minister, zult u het drugsgebruik aanpakken? Op welke manier zult u dat doen? Zult u strenger bestraffen?

Ik vind - dat is de stelling van mij en mijn partij - dat wij als ambtenaren en politici een voorbeeldfunctie hebben, maar misschien hebben ook de publieke instellingen dat. Als er verplichte drugstests van publieke functionarissen zouden worden afgenomen, dan zou ik dat een goede zaak vinden.

Ridouane Chahid:

Monsieur le ministre, je reviens sur la question de la fusion des zones de police. Vous le savez, que ce soit au cours d'auditions à la Chambre ou lors de différentes prises de parole dans la presse, l'ensemble du monde policier et judiciaire bruxellois s'oppose à la fusion de ces zones de police.

Une étude de l'Université de Gand – sur laquelle je ne m'étendrai pas – indique clairement qu'il n'y a aucune plus-value en la matière. Comme je l'ai déjà dit, cette fusion répond surtout à des objectifs idéologiques, voire communautaires, et non opérationnels et mettra à mal la police de proximité et le service aux citoyens.

Cette fusion qui est annoncée dans votre accord de gouvernement sans concertation est imposée à l'ensemble des acteurs bruxellois et aux bourgmestres. Vous avez fait le tour des 19 bourgmestres de la capitale. Il me revient que vous les avez beaucoup écoutés mais que vous n'avez pas entendu leurs préoccupations, notamment quant aux conséquences négatives de cette fusion. Parmi ces préoccupations, demeure entière la question de l'impact de la fusion sur les politiques de proximité, sur le manque de policiers pour assurer une réelle sécurité au sein des 19 communes bruxelloises ou encore sur les priorités qui diffèrent d'une commune à une autre.

Vous n'avez pas évoqué avec eux la question qui fâche, à savoir le budget, l'argent, la quote-part de chaque commune dans le cadre de cette fusion et l'apport financier de votre gouvernement. Vous n'avez pas abordé non plus une question qui revient assez souvent par rapport aux petites communes bruxelloises, à savoir: comment garantirez-vous à ces petites communes qu'elles puissent disposer d'un vrai poids de négociation dans l'élaboration des stratégies RH, d'investissement ou encore sur les orientations politiques au niveau budgétaire? Je rappelle qu'un Collège ou un Conseil de police gère le fonctionnement de la zone, il ne gère pas le maintien de l'ordre public. Comment donc garantirez-vous aux bourgmestres, qui ont, eux, cette prérogative dans la loi, de pouvoir continuer à maintenir et garantir l'ordre public sur leur territoire en disposant des policiers nécessaires pour ce faire?

Monsieur le ministre, quel est le calendrier précis de la réforme? Qu'en est-il exactement des concertations que vous avez eues avec les différents acteurs concernés? Quel modèle de gouvernance post-fusion sera-t-il mis en place?

Concernant le financement apporté actuellement par les communes, celles-ci continueront-elles à financer la zone de police? Quid de l'apport du fédéral en la matière?

Voorzitter:

M. Xavier Dubois étant absent, nous passons à la réponse du ministre.

Bernard Quintin:

Mesdames et messieurs les députés, merci pour vos questions, et d'avoir accepté le regroupement de celles-ci selon une certaine logique. Aux questions liées à la drogue et à la fusion, j'ai ajouté celles concernant le budget, car je ne vais pas pouvoir vous dire grand-chose sur ce troisième sujet. En effet, les négociations budgétaires sont en cours, et je vais très bientôt présenter la note de politique générale dans laquelle il y aura davantage d'informations concernant les échéances, le calendrier et les budgets. En rhétorique, il est bon de commencer par les points faibles pour après continuer avec les plus forts.

Ik kom dan bij het Kanaalplan, de vragen van mevrouw De Vreese en de heer Bergers. In overeenstemming met het regeerakkoord zal er een nieuw Kanaalplan, een Kanaalplan 2.0, met een nieuwe naam die nog niet bekend is, worden ingevoerd teneinde een concreet operationeel plan op te stellen met het oog op de bestrijding van de verschillende vormen van criminaliteit in en rond Brussel. Het eerste Kanaalplan had voornamelijk terrorisme en extremisme als insteek. We moeten er evenwel voor zorgen dat we wendbaar zijn en dat we kunnen inspelen op andere en opkomende fenomenen.

CrimOrg is ons startpunt voor dat nieuwe Kanaalplan. Brussel is ook ons startpunt, maar het plan zal voor heel België moeten gelden, wat een andere aanpak dan in het Kanaalplan 2015-2016.

Tijdens de presentatie van de beleidsverklaring die binnenkort, zal plaatsvinden, als ik me niet vergis op 29 april, zal ik de verschillende aspecten die we in het kader van dat nieuwe Kanaalplan willen aanpakken gedetailleerd uiteenzetten. Ik deel zeker uw bekommernissen en ik zal uw vragen zo snel mogelijk proberen te beantwoorden.

Om een goed nieuw plan te kunnen opstellen, hebben wij evenwel een goed beeld van de situatie nodig.

J'avais demandé cette image à la police fédérale, qui me l'a fournie vendredi dernier. Je vais donc relire le document. Nous allons organiser un séminaire, un workshop , avec tous les acteurs concernés pour voir comment nous pouvons utiliser cette image qui reflète la situation.

Dat was ook nodig om een nuttig, nodig en goed plan te kunnen opbouwen.

Dan kom ik bij de vragen van mevrouw De Vreese en de heer Aouasti. Geld is inderdaad de drijvende kracht achter een criminele organisatie. De effectieve bestrijding van de activiteiten van een organisatie vereist daarom een follow-the-money-aanpak, al is dat nu meer een follow-the-value -aanpak geworden.

Daarvoor zijn vier zaken nodig. Ten eerste, de identificatie van het criminele vermogen. Ten tweede, een inbeslagname en verbeurdverklaring van het vermogen. Ten derde, een efficiënt beheer van de inbeslaggenomen en/of verbeurdverklaarde goederen om hun waarde te behouden. Ten vierde, ervoor zorgen dat de criminelen betalen voor de schadeloosstelling van de slachtoffers, voor de versterking van de diensten die deze criminele verschijnselen bestrijden en voor het opbouwen van de veerkracht van de samenleving.

Het nationaal drugscommissariaat heeft als doelstelling om voorstellen aan de regering voor te leggen om de follow-the-value- keten in haar geheel te versterken en een systeem te ontwikkelen voor het correct gebruik van het geld en de criminele activa die via deze versterkte follow-the-value -aanpak worden teruggevorderd.

Het regeerakkoord maakt eveneens, zoals mevrouw De Vreese aanhaalt, gewag van de oprichting van een multidisciplinaire fiscale en financiële opsporingsdienst. De oprichting hiervan valt evenwel onder de gedeelde bevoegdheid van de minister van Financiën en de minister van Justitie.

Les moyens supplémentaires octroyés dans le cadre de la lutte contre la drogue par décision du Conseil des ministres d’octobre 2023 ont déjà permis de financer 22 projets couvrant les différents aspects de la lutte contre ce phénomène: résilience des principaux hubs logistiques, renforcement et professionnalisation du processus de saisie de drogue, outils de détection et d’analyse de données, renforcement des outils pour l’approche "follow-the-value", prise en charge de l’accompagnement des consommateurs, etc.

Les crédits octroyés sont en cours d’utilisation par les différents bénéficiaires et un suivi est assuré par le Commissariat national aux drogues qui est également chargé d’analyser l’impact des différents projets financés. Pour conclure et pour répondre à votre dernière question, Monsieur Aouasti, comme vous l’avez dit, la police judiciaire a connu une réorganisation majeure en 2014. C’était la DGJ 2.0 avec la réduction des arrondissements judiciaires et la décentralisation de certaines ressources et fonctions.

Aujourd’hui, pour accomplir sa mission, elle évolue vers un nouveau cadre: la DGJ 3.0. Elle sera structurée autour de cinq piliers: 1.enquête spécialisée; 2.renseignements; 3.techniques et technologies; 4.coordination, 5. stratégie. Ce gouvernement s’est engagé à renforcer la police fédérale judiciaire pour soutenir la mise à œuvre de cette stratégie.

Je pourrais y revenir aussi dans des discussions sur la note de politique générale et aussi sur la question du fonds "Crime org" et son organisation. C’est en effet une possibilité. Cela existe dans différents ministères d’avoir des articles particuliers permettant de déroger au principe de l’unicité du budget de l’ État. La commissaire nationale aux drogues doit nous faire une proposition en ce sens.

Vervolgens is er de inzet van militairen. Ik wil graag mijn intentie bevestigen om de bepalingen in het regeerakkoord uit te voeren, namelijk het overdragen van bepaalde opdrachten aan Defensie, die momenteel door de politie, de DAB, worden uitgevoerd. Mijn doel is om op dit vlak concrete stappen te zetten door middel van een protocolakkoord met de minister van Defensie. Dit protocol zal ons in staat stellen om snel vooruitgang te boeken bij het hervatten van bewakingsopdrachten op gevoelige sites. Hierbij krijgen kerncentrales de hoogste prioriteit.

Er moet worden opgemerkt dat dit protocol voor de overdracht van bevoegdheden geen wetswijzigingen vereist. Het maakt deel uit van hetzelfde kader dat Defensie in staat heeft gesteld om de bewakingsopdrachten tot 1 mei 2024 over te nemen. Deze operatie zal mij in staat stellen om meer dan 200 politiemensen elders in te zetten. Ze zullen onder meer worden ingezet bij de diensten van de hoven en rechtbanken en voor de overbrenging van gevangenen.

Ik had het over de DAB. Door het domino-effect zal dit mij in staat stellen om een vergelijkbaar aantal inspecteurs op het terrein aan te stellen. Wij zullen dit stap voor stap doen. Ik wil graag met de kerncentrales beginnen. Ik kan een 250-tal mensen van de DAB inzetten. Dit zal al een eerste stap in de goede richting zijn.

We hebben een voorstel van protocolakkoord aan het kabinet van Defensie bezorgd. Het overleg met de diensten is bezig. We hopen dat naarmate dit dossier evolueert, we in staat zullen zijn om onze politiemensen te reoriënteren naar meer essentiële missies.

Monsieur Thiébaut, en ce qui concerne les questions relatives au budget de la police intégrée, ainsi que les autres questions que vous avez posées à ce sujet, sachez que pour le moment nous sommes en train d’analyser tous les éléments pour voir comment opérationnaliser les objectifs de l’accord de gouvernement au sein des services de police.

Des discussions budgétaires sont en cours ainsi que la préparation de ma note de politique générale. Ces études me permettent de voir comment on peut réaliser l’indexation et augmenter les dotations des zones de secours dans un contexte plus large de restructurations et de réformes. Je vous garantis que mon intention est bien de réinvestir dans la sécurité civile plus largement et en particulier dans la protection civile.

Pour ce qui concerne les 1,8 % d’économies linéaires, des discussions sont également en cours au sein du gouvernement. La police fédérale est en soi immunisée de ces économies et le SPF est lui aussi en grande partie immunisé mais pas dans toutes ses parties.

Ces discussions sont encore en cours au sein du gouvernement autour de la confection du budget. Le concept est d’immuniser autant que possible les départements de sécurité tout en considérant (ce qui est la volonté du gouvernement) qu’il faut mettre de l’ordre dans les finances publiques. Des économies doivent aussi y être faites. Vous connaissez mieux que moi ce genre de discussions: ce n’est pas facile mais nous le faisons de bonne volonté.

Wat de taskforce betreft, is het niet zo dat wij niets doen. Wij zijn bezig en we hebben vanmorgen onze eerste vergadering met de eerste minister, de minister van Justitie, mijzelf en onze ploegen gehad. Dat betekent niet dat we voor deze vergadering niets gedaan hebben. We hebben die vergadering voorbereid, om zeker te zijn dat we een goed kader hebben.

Je rappelle que l'objectif de cette task force n'est pas de créer une nouvelle couche ou un nouveau système, mais bien de nous assurer que la lutte contre le crime organisé, qui figure au cœur de l'accord de gouvernement et qui constitue l'une de mes tâches principales en tant que ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, soit – et vous avez parlé de ketenaanpak – partagé évidemment par tout le monde, chacun à son niveau de responsabilité dans cette approche de la lutte contre le crime organisé. Donc, de ce point de vue, le travail avance.

Monsieur le président, je vais parler un peu plus que les douze minutes qui me sont assignées, mais c'est pour aborder la fusion des zones de police à Bruxelles, qui se fera de manière en effet non volontaire – contrairement au reste du pays. Pour sortir de mes notes, je puis vous annoncer avoir rencontré 18 des 19 bourgmestres. Celle de Molenbeek étant malade, je n'ai pu la voir. Malgré deux demandes, on ne m'a pas indiqué une autre personne que je pourrais rencontrer. Cela dit, je reste à la disposition et je réintroduira ma demande. Mon objectif était bien de faire le tour, comme je l'ai dit, pour exposer les éléments à ma disposition relativement à la fusion de ces zones de police, mais aussi, monsieur Chahid, pour écouter. J'ai ainsi écouté très attentivement les 18 bourgmestres. Nos rendez-vous ont chaque fois duré entre une petite heure et une bonne heure pour écouter leurs préoccupations que j'ai bien entendues et que vous avez, du reste, relayées. Ils ont évoqué, et M. De Smet vient d'en parler également, l'importance de la proximité et les questions budgétaires. Pour être très clair, nous travaillons sur ces dernières, comme sur le reste.

S'agissant de la police de proximité, monsieur De Smet, il n'y a pas, à ma connaissance, d'accord secret ou d'Atoma. Pour être très honnête, en tout cas, je n'en dispose pas. Par conséquent, je me sens parfaitement libre de conduire cette réforme. J'ai bien entendu également ce que mes collègues du gouvernement ont pu en dire, mais – jusqu'à preuve du contraire – c'est un projet qui est piloté par le ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, pas par le ministre des Finances ni par un autre ministre fédéral. C'est moi qui vais m'en charger. Dans les deux semaines à venir, je présenterai mon plan au premier ministre pour voir si nous sommes sur la même longueur d'onde. J'avance relativement vite. Une fois que j'aurai pu fine-tuner , pour parler en bon français, ce plan avec le premier ministre, je reprendrai langue avec les bourgmestres, probablement avec la Conférence des bourgmestres pour le faire en une fois. Je vous avoue que je ne vais pas recommencer le pèlerinage alors que j'ai déjà établi mon top 3 des plus beaux bureaux de bourgmestre bruxellois.

Mais j'ai donc bien l'intention de continuer cette concertation. Ce que je voulais quand même dire, c'est que la zone de police Bruxelles-Ville/Région – je ne sais pas quel nom elle prendra – reste une zone de police locale, au même titre que les autres zones de police locales du Royaume. Cela signifie également que je ferai des propositions en termes d'organisation mais le rôle du ministre de la Sécurité et de l'Intérieur s'arrête à un certain moment dans ce qui est de l'organisation et du fonctionnement des zones de police locales.

Je ne suis pas bégueule: c'est une zone de police locale avec 19 communes, ce sera donc clairement la zone de police locale pluri-communale la plus grande du Royaume. Elle devra toutefois continuer à assumer les 7 fonctionnalités de la police locale au même titre que toutes les autres zones de police locale du Royaume tout en faisant face à un certain nombre de spécificités de la ville de Bruxelles.

Mes deux mois de fonction comme ministre de la Sécurité et de l'Intérieur me font dire qu'il y a des spécificités tant géographiques, politiques que de sécurité qui doivent être prises en compte pour déterminer ce que cette future zone de Bruxelles-Ville/Région – de nouveau, ce n'est pas à moi à déterminer le nom qu'elle prendra – devra faire. Mais je sais que nous y reviendrons certainement très prochainement.

In verband met het cocaïnegebruik is ook een ketenaanpak nodig, du producteur au consommateur . De drugsgebruikers moeten hun verantwoordelijkheid nemen en krijgen. Dat is dus een belangrijk deel van onze aanpak.

Maaike De Vreese:

Minister, dat laatste is inderdaad belangrijk. Ook de drugsgebruiker heeft een enorme verantwoordelijkheid. Als er geen gebruikers zijn, zijn er ook geen dealers en zonder dealers is er geen overlast. Daar moet je dus zeker op inzetten maar er is nog een lange weg te gaan.

Coördinatie van de taskforce en overleg zijn natuurlijk belangrijk, maar nog liever zien wij de stappen, de veranderingen die op het terrein gezet en waargemaakt worden. Er is sprake van om 200 tot 250 inspecteurs vrij te maken via het domino-effect, door militairen in te zetten. Dat zal inderdaad een belangrijke stap zijn. Ik ben benieuwd wanneer die mensen effectief op straat hun werk zullen kunnen doen.

Ik hoor u graag zeggen dat u volop bezig bent met de fusie en dat u daaraan voortwerkt. Natuurlijk blijft er dan een lokale politiezone, met alle bijbehorende verantwoordelijkheden die daarbij te pas komen.

We willen graag meedenken over een nieuwe naam voor het Kanaalplan, want u bent daar al een tijdje op aan het sjieken. We willen daar dus gerust mee over brainstormen.

Khalil Aouasti:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre brève réponse, et pour l'ouverture que j'ai pu entendre sur la question du fonds "Crim org". J'entends que les débats budgétaires ne sont pas clos; en effet, on ne sait pas quel périmètre sera concerné, quel périmètre sera ou ne sera pas impacté par les 1,8 %.

En tout cas, la proposition de notre groupe est là. Elle est discutable. Elle permet d'offrir une solution concrète de financement à des services essentiels. Je sais et j'entends que Mme la commissaire nationale aux drogues fera également une proposition, vraisemblablement dans les semaines à venir. Je pense qu'il est urgent, dès lors qu'il y a un accord pour financer ces services-là, de se mettre autour de la table avec des textes, qu'il s'agisse du nôtre ou d'autres. Je suis totalement ouvert. Pour moi, le principe est important. La nécessité d'affecter des moyens à ces politiques et à la lutte contre ces criminels est vraiment capitale.

Je salue l'ouverture et je vous donne rendez-vous dans au maximum quelques semaines, juste après votre note de politique générale et les budgets qui y correspondent, pour revenir avec notre texte.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Het is heel goed dat u met nagenoeg elke burgemeester in Brussel al hebt gesproken over het Kanaalplan en dat u contact hebt opgenomen met de federale politie om u een stand van zaken te geven.

Ik wil een warme oproep doen om ook met de politiezones in de Vlaamse Rand die ik al heb aangehaald samen te zitten, alsook met de luchtvaartpolitie. Voor een plan dat de lokale opvolging van de criminaliteit moet verbeteren is het belangrijk dat niet alleen de federale politie gehoord wordt maar ook de lokale zones. Daartoe wil ik een warme oproep aan u doen.

Ik kan altijd helpen om dat ten minste in mijn eigen zone te faciliteren. U moet echter zeker niet alleen met de politiezone VIMA spreken. Ik sprak al over de zone Zennevallei maar ook over andere zones die heel relevant zijn. U kan die zones ook horen. Ik ben minder goed geplaatst om dat daar te faciliteren.

Ten slotte, ik heb het misschien niet goed begrepen, omdat alles op een hoopje wordt gegooid, maar u zei dat u wou beginnen met de uitrol van het Kanaalplan in Brussel en in de omgeving van Brussel en dus de Vlaamse Rand, maar dat het de bedoeling was om via dat plan in het hele land tot een aanpak te komen. Dat lijkt mij zeker nuttig om de drugscriminaliteit in het hele land strenger aan te pakken. Ik was echter enigszins bezorgd over de manier waarop u dat verwoordde. Het Kanaalplan heeft immers de vorige keer extra vte's op het veld gebracht. Ik ben uiteraard voorstander van meer rekruteringen en van het voornemen om in het hele land meer politiemensen te hebben. Wij moeten dat echter ook koppelen aan de realiteit. Wij zullen dit de komende maanden wel nog bekijken, maar ik vroeg mij in dat verband af hoe u dat voornemen concreet zag. Ik wil ook oproepen om echt te focussen op de plaatsen waar de noden het hoogst zijn.

François De Smet:

Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse assez claire.

Il n'y a pas de carnet Atoma. Donc lorsque un ministre affirme que chacune des six zones pourra conserver 75 % de ses capacités, il se peut qu'il ait inventé cette information. En tout cas, ce n'est pas confirmé. Dont acte.

Bernard Quintin:

Je n'ai pas vu de carnet Atoma.

François De Smet:

Vous n'en avez pas vu? Sans doute faut-il être croyant et non pratiquant.

Et quand Les Engagés nous disent que 19 bourgmestres pourront garder leurs prérogatives, ce n'est pas non plus confirmé!

Vous dites que vous allez présenter votre plan au premier ministre puis à la Conférence des bourgmestres. Nous pourrions nous demander s'ils auront une marge de manœuvre et s'il y aura une vraie discussion. Tant mieux si vous êtes prêt à faire des amendements.

Vous dites que "la zone de Bruxelles-Ville/Région reste une zone de police locale". Je trouve cela très intéressant. J'adore cette phrase, mais ne vous prouve-t-elle pas l'absurdité de ce qui s'annonce? Bruxelles est en effet une Région composée 19 communes et de beaucoup de quartiers extrêmement différents. Vous dites que des spécificités géographiques doivent être prises en compte. Nous en sommes bien conscients. C'est d'ailleurs la raison pour laquelle il y six zones de police, et non une seule.

Nous marchons donc sur la tête. Je continue à dire que nous nous retrouvons avec une concession irrationnelle, simplement parce qu'une série de partis flamands et le MR voulaient absolument cette fusion. Les Bruxellois ne la demandent pas.

Vous êtes en train, avec beaucoup de consultations et de sympathie, de chercher des arguments pour justifier cette fusion. Vous allez tenter de la réaliser contre l'avis, mais surtout contre l'intérêt des Bruxellois. Je ne désespère pas de vous convaincre avant qu'il ne soit trop tard.

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de minister, ik blijf wat op mijn honger. Op 21 februari is er een taskforce opgericht en de eerste vergadering gaat door op 2 april. Men heeft dus een maand de tijd nodig gehad om een vergadering voor te bereiden en dat noemt u vooruitgang. Ik hoor echter vooral geen enkele concrete maatregel. Ik hoor niets over wat er op het terrein zal gebeuren. Ik zie of hoor ook niet welke budgetten daarvoor uitgetrokken worden. Het blijft wachten op uw beleidsnota en op de budgetten die daarin hopelijk zullen worden voorgesteld.

Uiteraard moeten we die ketenaanpak in acht nemen en de vraagzijde verminderen om het aanbod te doen dalen. Ik heb echter uw visie op ons voorstel niet gehoord, namelijk om verplichte drugstests op te leggen aan ambtenaren en ook politici – waarom niet? We hebben een voorbeeldfunctie en het Vlaams Belang is daar zeer duidelijk over. We zullen dit voorstel nog voorleggen in het Parlement. Als de regering het niet zelf doet, moeten we het heft in eigen handen nemen en een verplichte drugstest opleggen aan politici, maar ook aan andere beroepscategorieën zoals de magistraten.

Ridouane Chahid:

Monsieur le ministre, vous nous dites que vous avez rencontré 18 des 19 bourgmestres et que vous les avez écoutés. Nous verrons dans la proposition de fusion que vous allez transmettre au Parlement si vous les avez entendus, car là réside notre principale demande: avez-vous entendu les bourgmestres? Je rappelle, comme j'ai déjà eu l'occasion de vous le dire, qu'un bourgmestre a des prérogatives légales avec des conséquences pénales s'il ne les remplit pas. Si vous ne donnez pas les conditions qui lui permettent de remplir ses missions de bourgmestre, la question est de savoir à qui revient la faute, notamment en termes de sécurité. Je rappelle aussi, et vous l'avez dit d'ailleurs dans votre réponse, qu'il y a 19 réalités différentes. Lorsque, demain, une seule zone de police concentrera l'ensemble de ses moyens sur des quartiers plus difficiles que d'autres, comment ferez-vous en sorte que la sécurité soit assurée dans des quartiers où la sécurité se traduit par des réalités hétérogènes, où on parle plus de sécurité routière que de cambriolage ou de trafic de drogue? Par exemple dans une commune comme la mienne, la présence de véhicules garés en double-file dans une rue est plus préoccupant que dans d'autres communes puisque nous n'avons pas les mêmes problèmes de sécurité. Je sais que vous avez reçu de la part de bourgmestres un certain nombre de motions, de documents, d'études. J'espère que vous pourrez en tenir compte et revenir sur un certain nombre de choses que j'ai pu lire dans la presse. Je sais aussi que votre préoccupation est que la sécurité soit assurée partout. Nous sommes évidemment d'accord. Sur ce point, nous vous suivrons et serons toujours derrière vous. Il reste à voir les modalités de ce projet de loi. Je vous remercie, en tout cas, des réponses que vous avez apportées.

De Europese top van 6 maart en de Europese strategische autonomie
De steun aan Oekraïne
Een vooruitblik op de Europese top
De conclusies van de Europese top van 20 en 21 maart 2025 inzake defensie
De top over Oekraïne
De Europese top over Oekraïne
Het vredesproces in Oekraïne en het Belgische defensiebudget
De top van bondgenoten van Oekraïne
De Europese defensietop van 27 maart 2025 in Parijs
Europese tops, defensie, strategische autonomie en steun aan Oekraïne

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 1 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Europa’s strategische autonomie en defensie-investeringen in een veranderende geopolitieke context, met focus op Oekraïne, de VS (Trump), en de 2%-NAVO-norm. België bevestigt onwrikbare steun aan Oekraïne (soevereiniteit, "peace through strength") maar benadrukt realisme: Europa moet zelfredzamer worden, gezien de onbetrouwbaarheid van Trump (handelsoorlogen, wapenstop) en Russische agressie. De 2%-doelstelling (nu 7,4 mjd, doel 17 mjd) moet gehaald worden via diverse financieringsbronnen (dividenden Belfius, goudreserves, bezuinigingen), maar concrete afspraken ontbreken nog. F-35-aankopen blijven noodzakelijk (gebrek aan Europees alternatief), ondanks pleidooien voor meer Europese defensiesamenwerking (bv. toekomstige 6e-generatie jagers). Kritiek punt op gebrek aan transparantie (parlementair debat over troepeninzet, sancties Israël) en tegenstrijdigheden: multilateralisme wordt bepleit, maar VS-afhankelijkheid (F-35, handel) en selectieve toepassing internationaal recht (Oekraïne vs. Palestina) ondermijnen die claim. Kernvraag: Kan Europa zowel VS-eisen volgen *als* eigen strategische autonomie opbouwen?

Voorzitter:

Collega's, de minister kan blijven tot 18.00 uur. We doen ons best om er vaart achter te zetten. De vragen die vandaag niet kunnen worden behandeld, worden sowieso uitgesteld naar de volgende vergadering.

Christophe Lacroix:

Monsieur le premier ministre, force est de constater que jour après jour, le monde change et qu’on ne sait pas très bien comment adopter une position définitive et résolue.

Votre déclaration de politique gouvernementale était déjà dépassée de fait puisqu’elle était résolument atlantiste et que nous constatons aujourd'hui que les différents épisodes liés à la versatilité de Donald Trump font qu’il faut s’adapter. Il faut que l’Union européenne s’adapte, que la Belgique s’adapte face à la guerre commerciale, aux menaces que fait peser le président Trump sur la sécurité européenne.

Il a voté à l’ONU une résolution contre la paix en Ukraine avec la Russie, la Corée du Nord, l’Iran, la Biélorussie et toute la bonne compagnie qui préside à une version un peu noire du monde. Depuis lors, la riposte se prépare. D’une part, l’Union européenne et la présidente de la Commission annoncent 800 milliards – qui sont plutôt 150 milliards européens et 650 autres milliards à trouver dans les financements nationaux. D'autre part, quelle est votre position quant au budget Défense de 2 % du PIB? Vous avez annoncé qu'un kern aura lieu tout à l'heure. En conséquence, je suppose que je ne recevrai pas le détail des solutions et/ou propositions que vous ferez pour atteindre ces 2 %. Comment les atteindrons-nous et qui va payer?

J’ai plusieurs questions à vous poser concernant la réunion à laquelle vous avez récemment participé à Paris, sur la coalition des volontaires pour l’Ukraine – une trentaine de pays – destinée à finaliser des garanties de sécurité pour Kiev dans un éventuel déploiement militaire européen, dans le cas d'un hypothétique accord avec la Russie.

Nous, Européens, et nous, parlementaires, nous ne voyons pas très bien quelles sont les positions des Américains et des Russes. Les États-Unis sont surtout intéressés par les minerais rares. Mais les Russes, dans leur position pour une négociation de paix, pourraient menacer la sécurité européenne. Si, par exemple, ils réclament le départ de Zelensky, la démocratie en Ukraine est disloquée. S’ils réclament le départ des forces militaires de l’OTAN dans les pays baltes et la Pologne, c’est une insécurisation accrue de l’Union européenne.

Pouvez-vous nous en dire plus sur les positions de négociation des uns et des autres? De quelle manière la Belgique entend-elle peser sur ce débat?

La Belgique pourrait prendre part à une potentielle mission en Ukraine. Quelle forme prendrait notre participation? Quelles seraient les conditions posées par la Belgique? À quelles implications parlementaires vous engagez-vous? Quelles sont les règles d'engagement qui seraient définies pour la participation de la Belgique et peut-être de sa force armée dans le déploiement d'une force en Ukraine ou dans des États limitrophes de l'Ukraine? Avez-vous également énoncé des propositions concernant la contribution volontariste de la Belgique à l'autonomie stratégique européenne?

Finalement, nous sommes face à une dislocation de nos certitudes et face à un président américain qui a repris la phrase de Hobbes: " Bellum omnium contra omnes". Comment vous positionnez-vous et comment comptez-vous positionner l'Union européenne face à ces nouveaux défis?

Staf Aerts:

Mijnheer de eerste minister, het zijn al zeer bewogen maanden geweest op het internationale toneel. De hallucinante beelden van de ontmoeting tussen de presidenten Trump en Zelensky gaan nog altijd de wereld rond en hebben heel veel mensen gechoqueerd. Dat is ook niet zonder gevolgen gebleven. Meteen bleek hoe wispelturig de VS-politiek momenteel is: van de ene dag op de andere werden de wapenleveringen aan Oekraïne stopgezet, net als de inlichtingen. Die beslissingen werden ondertussen wel teruggedraaid. Ook dat toont echter aan hoe instabiel de situatie is.

Hetzelfde geldt voor de F-35's. President Trump heeft nog maar net verklaard dat de VS de capaciteiten voor hun bondgenoten wat zullen terugschroeven omdat ze niet weten of we wel bondgenoten zullen blijven. Morgen is het ook Liberation Day, zoals het in de VS genoemd wordt: de lancering van een grote ronde van wereldwijde importheffingen. Een handelsoorlog lijkt in de maak. Het zijn dus zeer verontrustende tijden.

Voor ons als groenen moet daarop een Europees antwoord worden geboden. We pleiten voor meer Europese samenwerking, ook op het vlak van defensie. U hebt de afgelopen weken aan verschillende Europese toppen deelgenomen, al dan niet binnen de constellatie van de Europese Unie. U had ook een ontmoeting met president Zelensky. Welke concrete steun hebt u op die verschillende Europese toppen aan Oekraïne toegezegd, zowel op militair als op economisch vlak? We moeten daarbij immers rekening houden met het feit dat we sinds de invasie door Rusland nog altijd meer geld hebben uitgegeven aan fossiele Russische brandstoffen en Russische nucleaire brandstof dan aan financiële steun voor Oekraïne. Is dat iets wat op tafel gelegen heeft tijdens de verschillende ontmoetingen? We moeten ook sterker Europees samenwerken op het vlak van defensie. Welke standpunten hebt u daarover ingenomen? Zult u kiezen voor een meer Europese koers?

Ik wil daarbij toch nog eens verwijzen naar het hele debat over de F-35's. Onze minister van Defensie heeft al een aantal keer gezegd dat ons Belgisch leger te klein is om meer dan een type jachtvliegtuig te hebben. Net dat toont echter aan dat we dat op Europees niveau moeten bekijken, niet alleen op nationaal niveau. Als we dat Europees bekijken, gaat het immers over een bestelde vloot van 500 F-35's. Dat maakt het misschien toch wel mogelijk om te diversifiëren, zoals India en Canada van plan zijn. Zij willen namelijk in Europese jachtvliegtuigen investeren. Aangezien iedereen roept om meer investeringen in de Europese defensie-industrie en om die industrie meer kansen te geven, moeten we dat zeker overwegen. Zeker wanneer er sprake van is die F-35's te downgraden omdat men niet weet of we bondgenoten zullen blijven.

Dat zijn mijn bemerkingen over het luik defensie, dat de debatten overheerst.

Uit de conclusies van de Europese Raad van 20 maart 2025 had ik echter ook begrepen dat eveneens zou worden ingegaan op de situatie in het Midden-Oosten. Ik was enigszins teleurgesteld: Israël werd niet bij naam genoemd en er werden geen stevige conclusies getrokken. Nochtans zijn de genocide en de schendingen van het humanitair recht, of hoe u het ook wilt noemen, ondertussen al 17 maanden aan de gang. Het is echter overduidelijk dat het humanitair recht daar heel duidelijk wordt geschonden.

Wat is er de voorbije tien dagen sinds de Europese top immers allemaal niet gebeurd? Ik bedoel niet dat de Europese top de oorzaak was, maar er zijn sindsdien wel 322 kinderen gedood door Israëlische bombardementen. Dat blijkt uit cijfers van UNICEF. Gisteren werden de lichamen van 14 hulpverleners opgegraven. Ze waren samen met de kapotgeschoten ziekenwagens begraven. Er is ook nog een Israëlisch evacuatiebevel voor heel Rafah uitgesproken.

Is er op die Europese Raad ook gesproken over de hefbomen die wij in handen hebben met de associatieovereenkomst met Israël? Acht u het ook geen tijd om dat op de volgende top aan bod te brengen, aangezien de situatie keer op keer onveranderd blijft en de schendingen zich blijven opstapelen?

Voorzitter:

Mevrouw Safai, u hebt twee vragen ingediend over Oekraïne.

Darya Safai:

Mijnheer de eerste minister, op 27 maart 2025 organiseerde de Franse president Macron een Europese defensietop in Parijs. De nieuwe top, na een eerste editie in Londen begin maart 2025, kwam er na door de Verenigde Staten geleide onderhandelingen met Rusland en Oekraïne over een beperkt staakt-het-vuren. Die onderhandelingen vonden plaats in Saoedi-Arabië.

President Macron en Brits eerste minister Starmer proberen samen een coalition of the willing op poten te zetten om Oekraïne te steunen, nadat de Amerikaanse president Donald Trump een maand geleden zijn Oekraïnebeleid omgooide. Voor president Macron moeten de verschillende steunniveaus voor Oekraïne nu worden gedefinieerd, met, nadat er een vredesakkoord is, steun aan het Oekraïense leger en eventueel een ontplooiing van troepen.

Tijdens de Europese top herbevestigden de staatshoofden en regeringsleiders hun engagement om extra te investeren in defensie. Zij willen zowel de Europese defensie versterken als verzekeren dat Europa Oekraïne kan blijven steunen.

Mijnheer de premier, welke beslissingen aangaande Defensie werden er genomen? Welke engagementen is ons land aangegaan? Hoe passen die beslissingen binnen het programma ReArm Europe, dat de Europese Commissie voorstelde?

Welke nieuwe ondersteuning zou Oekraïne ontvangen?

Wat zijn de gevolgen voor Defensie bij ons op korte en lange termijn?

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, je souhaite revenir sur deux sujets étroitement liés, à savoir le sommet européen sur l'Ukraine et l'augmentation du budget de la Défense.

Le sommet de Paris, convoqué à l’initiative du président Macron, a marqué une étape décisive. Mais ce sommet a aussi vu émerger des propositions lourdes de conséquences, avec la création d'une coalition de pays "volontaires" pour offrir un soutien renforcé à l'armée ukrainienne via le déploiement de troupes, non combattantes certes mais bel et bien présentes sur le terrain ukrainien. C'est une présence dans des zones dites "stratégiques" en dehors de la ligne de front. Cela représente un changement profond dans l'engagement européen et donc belge dans ce conflit. Or c'est un changement de cap, monsieur le premier ministre, qui ne peut pas se faire en catimini ou sans débat démocratique, sans transparence sur les engagements pris et sans éclaircissements sur la stratégie de notre pays.

Et, dans le même temps, on apprend que, pour financer l'objectif de 2 % du PIB pour la Défense, votre ministre de l'Économie, M. Clarinval, exclut toute création de taxe mais ouvre la porte à des pistes inquiétantes: vente de participations publiques, notamment de Belfius, cession de réserves d'or de la Banque nationale ou encore économies dans d'autres secteurs de l'État, sans qu'on sache lesquelles. Or, hier, dans la rue, des milliers de personnes protestaient contre ces économies dans des départements qui sont essentiels. Tout cela, sans réel débat public, sans consultation du Parlement et sans évaluation de l'impact de ces mesures sur notre souveraineté économique, sociale et financière.

Monsieur le premier ministre, je souhaiterais dès lors vous poser plusieurs questions précises. Quels résultats concrets retenez-vous de ce sommet de Paris? Quelles étaient les priorités défendues par la Belgique? Et, surtout, quels engagements avez-vous pris au nom de notre pays?

Partagez-vous l'idée avancée par le président Macron selon laquelle l'envoi de troupes sur le territoire ukrainien, même en soutien logistique, serait désormais une option crédible et envisageable? Une telle inflexion dans la nature de notre engagement militaire ne nécessite-t-elle pas selon vous un débat démocratique approfondi ici même au Parlement? Vous engagez-vous à consulter cette Assemblée avant toute décision d'une telle ampleur? Par ailleurs, au-delà de la seule réponse militaire, quelle est aujourd'hui la stratégie belge en matière de diplomatie active, de coordination des sanctions, de soutien humanitaire et de pression internationale sur la Russie? Il est en effet impératif de renforcer aussi notre capacité politique à peser sur l'évolution du conflit.

Concernant le financement de cette hausse du budget de la Défense, quelle est votre position sur les pistes évoquées par le ministre de l'Économie? Que pouvez-vous nous dire? En particulier, quelle serait la plus-value ou quel serait le risque d'une vente de 20 % des parts de Belfius ou d'une cession de nos réserves d'or?

Monsieur le premier ministre, monsieur le président, je vous remercie car j'ai un peu dépassé mon temps de parole.

Voorzitter:

Madame Maouane, avez-vous combiné vos deux questions? Pour le premier ministre, ce n'est pas facile.

Rajae Maouane:

Monsieur le président, je pourrais la reposer après. Il n'y a pas de problème. Je pense que le premier ministre va répondre quelque part à ces questions.

Voorzitter:

J'espère pour vous.

Rajae Maouane:

Si je n'ai pas de réponse, je reposerai ma question. Cela ne pose pas de problème.

Bart De Wever:

Je vais tirer mon plan, monsieur le président.

Rajae Maouane:

Je n'en doute pas, monsieur le premier ministre.

Nabil Boukili:

Monsieur le premier, j'ai moi aussi une question prévue plus tard à l'agenda sur le budget militaire. Voulez-vous que je la pose maintenant ou plus tard? Les deux options me vont. Je ne sais pas laquelle vous convient le mieux.

Bart De Wever:

(Comme vous voulez)

Nabil Boukili:

Dans ce cas, je vais poser les deux, comme la collègue qui m'a précédé.

Monsieur le premier ministre, les questions ont été soumises voici plusieurs semaines déjà mais je souhaiterais également aborder quelques autres points.

Les négociations pour un cessez-le-feu et un processus de paix en Ukraine sont en cours. Toutefois, de nombreuses incertitudes subsistent. Se profile par exemple la menace d'une escalade dans l'Arctique en raison des plans américains visant à annexer le Groenland.

Ce qui est clair, en revanche, c'est que Trump veut imposer un accord qui fasse supporter les coûts de la guerre à l'Europe, tandis que les É tats-Unis acquerront via un nouveau fonds le contrôle de l'extraction des ressources et minerais ukrainiens. Trump veut traiter l'Ukraine comme une colonie, à l'image de nombreux pays du Sud global. Cela confirme que cette guerre n'a jamais été une question de valeurs comme on l'a toujours prétendu mais, comme toutes les guerres, une question d'intérêts géopolitiques et de ressources. Attisée par ces intérêts, la guerre en Ukraine a déjà coûté d'innombrables vies et jeté des millions de personnes sur les routes.

L'idée que davantage d'armes apporteraient la paix est une illusion dangereuse, mais c'est une illusion qui reste malheureusement fortement ancrée chez les dirigeants européens. La semaine dernière, une réunion s'est tenue lors du sommet de Paris, où vous étiez également présent. M. Macron a pris les devants dans les discussions. Il souhaitait demander à chaque représentant de chaque pays ce qu'il pouvait concrètement apporter en vue d'un possible cessez-le-feu en Ukraine, quelles troupes ou quel soutien militaire pourraient être fournis.

Monsieur le premier ministre, quelle a été précisément votre position lors de ce sommet? La Belgique enverra-t-elle des troupes ou du matériel? Concernant le budget, le gouvernement veut dépenser plus de quatre milliards d'euros supplémentaires en dépenses militaires d'ici l'été pour atteindre, à l'horizon de la fin de cette législature, la norme de l'OTAN de 2 % du PIB. Il s'agit de 17 milliards d'euros.

Mais l'Arizona n'a toujours pas d'accord concret parce que vous n'osez pas admettre qu'il faudra encore plus d'économies pour financer la guerre.

Le MR et votre ministre de la Défense sont bien sûr plus honnêtes à ce sujet que les autres. Selon la presse, un accord pourrait éventuellement être bientôt conclu. Nous connaissons déjà plus ou moins ses grandes lignes. Ces 4 milliards seraient répartis en trois parts égales. La première partie proviendrait des recettes exceptionnelles, notamment des taxes que la Belgique prélèverait sur les avoirs russes gelés et déposés chez Euroclear. Cela rapporterait près d'un milliard d'euros. Cinq cents millions supplémentaires proviendraient de dividendes exceptionnels de la banque publique Belfius.

Un deuxième tiers serait puisé dans le futur fonds Défense. L'objectif est d'y regrouper les participations publiques, les actions belges dans Belfius, BNP Paribas et Ethias par exemple, avec un double but: d'une part, encaisser les dividendes et d'autre part, céder, même partiellement, les participations non stratégiques.

Le débat politique se concentre sur le dernier tiers de l'effort: les mesures structurelles en plus des recettes exceptionnelles et des dividendes. Sur ce point, le consensus semble encore loin d'être trouvé.

Monsieur le premier ministre, un accord a-t-il été trouvé entre-temps? Pouvez-vous confirmer qu'il y aura encore des économies?

La discussion sur la manière dont ces milliards supplémentaires seront dépensés n'a pas non plus beaucoup avancé. Quand aurons-nous plus d'informations à ce sujet?

Voorzitter:

Geen andere leden wensen aan te sluiten bij de vragen in dit actualiteitsdebat.

Bart De Wever:

Geachte Kamerleden, ik zal trachten om eerst een soort van update te geven van wat zich allemaal heeft afgespeeld op het internationaal forum en dan op concrete vragen terugkomen of in de marge van die update trachten uit te wijken naar precieze antwoorden op de gestelde vragen.

Sinds de vorige ontmoeting in de commissie voor Binnenlandse Zaken vergaderde de Europese Raad op 20 maart. In die Europese Raad hebben wij via videoverbinding eerst president Zelensky gehoord, die ons een update heeft gegeven, vooral van de situatie op het terrein, en een inschatting van de capaciteit die Oekraïne nog heeft om zich te verdedigen in diverse scenario's, actueel en in de nabije toekomst. U zult begrijpen dat ik daar om evidente redenen niet verder over kan uitweiden. In eerste instantie wilde president Zelensky de steun van de Europese Unie herbevestigd zien en dat is gebeurd vanwege 26 van de 27 lidstaten. Die situatie is bijzonder in die zin dat de steun aan Oekraïne niet unaniem wordt toegekend, maar dat de lidstaat die niet akkoord gaat de consensus van de 26 andere lidstaten ook niet blokkeert.

De principes die op die vergadering zijn herbevestigd, zijn erg belangrijk en ik denk dat u ze kent. Het eerste principe gaat over de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne binnen de erkende grenzen. Dat is uiteraard gebaseerd op het charter van de Verenigde Naties. Het is wel essentieel dat eender welke uitkomst dat conflict mag kennen, de onafhankelijkheid en soevereiniteit erkend blijven en dat Oekraïne niet herleid wordt tot een vazalstaat. Dat laatste is wellicht de meest acute dreiging in elk toekomstscenario over de korte termijn, niet alleen voor de veiligheid van Oekraïne, maar ook van de rest van Europa.

Het tweede principe is peace through strength .

Mijnheer de voorzitter, ik wil u vragen of mij enige latitude in de spreektijd is gegund, gelet op de hoeveelheid vragen die werd gesteld.

Voorzitter:

Mijnheer de premier, ik stel u meteen gerust. Per ingediende vraag krijgt u twee minuten om te antwoorden, waardoor u in totaal 16 minuten spreektijd hebt.

Bart De Wever:

Mijnheer de voorzitter, ik kan gerust stellen dat ik capabel ben om zelfs die spreektijd ver te overschrijden, maar ik zal trachten om dat niet te doen.

De nombreux collègues m’interrogent pour savoir si nous bénéficions encore du soutien des États-Unis dans le principe de " Peace through strenght ". On me demande ce qu’il se passera si ce n’était pas le cas et que M. Trump décide de conclure un accord avec M. Poutine qui leur convient à tous les deux, mais qui ne convient pas à l’Ukraine ou à l’Europe. C’est un scénario dangereux et à éviter. Je comprends que certains collègues estiment que les déclarations quotidiennes de M. Trump sont quelque chose d’à la fois nouveau et pas forcément très agréable, comme lorsqu’il annonce pour demain le " Liberation Day ", une nouvelle guerre commerciale contre l’Union européenne. Ce ne sont pas des conditions très amicales. Il profère également des menaces envers le Danemark et le Canada. Nous vivons dans un monde plein de surprises, qui ne sont malheureusement pas belles.

Ceci dit, tout le monde est conscient qu’il faut mener un dialogue constructif avec les États-Unis, et qu’il faut tâcher de le maintenir. Je dois bien admettre que ce n’est pas si facile et que cela se complique de plus en plus. C’est toutefois essentiel car, si l’on adhère au principe de " P eace through strenght ", il faut avoir conscience du fait que l’Europe n’a pas aujourd’hui la force nécessaire pour s’asseoir à la table des négociations. Et comme le veut le dicton: "Si vous n’êtes pas à table, vous serez au menu". Il faut donc à tout prix éviter que l’Europe et l’Ukraine soient au menu de MM. Poutine et Trump et il nous faut donc réagir avec réalisme. Je peux comprendre l’envie de faire des déclarations fortes et émotionnelles, mais ce n’est pas l’attitude à adopter. Tout le monde autour de la table européenne partage cette idée. C’est là le deuxième principe.

Le troisième principe est que si l’on obtient la paix, celle-ci doit être équitable et durable, basée sur la charte des Nations Unies et sur le droit international.

Dat blijven de drie principes waarop de Europese strategie gebaseerd is. Die zijn onwankelbaar, maar staan onder druk. We moeten daar realistisch in zijn. We moeten als Europeanen trachten op de beste manier daar door te komen en daar de nodige maatregelen aan te koppelen voor Oekraïne en voor onszelf.

Wat we daarvoor moeten doen, was dus het tweede onderwerp.

En tout cas, il faut étendre l'aide bilatérale à l'Ukraine. Beaucoup d' É tats membres sont déjà en train de prévoir les budgets nécessaires. J'espère aussi que nous pourrons nous mettre d'accord à propos d'un budget de la Défense qui puisse être élargi de manière à inclure l'aide militaire bilatérale à l'Ukraine. J'espère m'y rendre en visite au début du mois, en principe le 7 avril. C'est pourquoi je ne tiens pas à y débarquer les mains vides. M. Zelensky nous a décrit sa vision de ce qu'il lui fallait. Je n'entrerai pas dans le détail puisque le sujet est sensible, mais nous ambitionnons d'être un partenaire fiable de l'Ukraine, tout comme les autres pays européens. L'aide à l'Ukraine constitue un élément clé de la sécurité de toute l'Europe.

La deuxième tâche est de renforcer notre propre position en matière de sécurité et de Défense. M. Lacroix a évoqué les 800 milliards, en estimant que 650 proviennent des É tats membres, tandis que le reste émanerait de l'Union européenne. Je dois vous dire que ce n'est pas le cas. Les 650 sont une invitation lancée aux É tats membres en vue de dépenser plus. Il est possible d'invoquer l' Escape Clause . Quant aux 150, ils proviennent également des É tats membres. Ne vous méprenez pas: ce sont des emprunts des É tats membres, mais que l'Union européenne va garantir. Donc, il n'y a pas d'argent européen au sens strict. Cela étant, les emprunts peuvent être facilités, grâce aux conditions européennes très intéressantes. De plus, l' Escape Clause peut aider chaque É tat membre à parvenir aussi vite que possible aux 2 % ou, pour certains, d'aller au-delà de ce taux. En effet, certains ont presque atteint 5 %, telle la Pologne qui se situe à 4,8 %, car c'est un grand pays. Vous comprenez tous que c'est intenable. Dans la famille européenne, nous sommes aussi membres de l'OTAN, laquelle nous demande de dépenser 2 %. M. Di Rupo l'avait déjà promis en 2014 lors d'un Sommet qui se tenait au Pays de Galles. Or cet objectif n'a pas été atteint. Bref, nous sommes membres d'un club, mais nous ne versons pas notre cotisation. Ce n'est pas honnête. Il faut donc le faire. En outre, les 2 % ne resteront plus très longtemps la norme de l'OTAN.

Je crains que d’ici l’été, nous allons être confrontés à une norme de 3 %, ou au-delà de 3 % - peut-être 3,5 %. Nous devons donc, aussi vite que possible, arriver dans le peloton de pays qui font 2 %, pour ne pas être totalement isolés.

Il y a aussi la divergence, dans la famille européenne, avec ceux qui payent presque 5 %, et qui s'occupent de notre sécurité, qui sont proches de la Russie, qui sont des voisins de la Russie. C'est intenable, non seulement dans l'OTAN, mais dans la famille européenne, la famille de l'Union européenne, de dire: "Vous n’avez pas de chance. Vous êtes tout proches de la Russie. Vous devez dépenser 5 %. Mais nous, les autres, nous nous cachons derrière votre dos." C'est intenable, chers collègues.

Nous devrons en tout cas faire un exercice budgétaire. Je comprends que vous vouliez en connaître chaque détail. Vous avez déjà donné un tableau. C'est très intéressant, monsieur Boukili. Je devrais vous inviter au kern. Vous avez beaucoup d’idées très intéressantes. Je comprends les questions. Vous allez me comprendre quand je vous dis que je pourrai vous donner tous les détails dès que nous aurons trouvé un accord au sein du kern et dans le gouvernement. Nous devons arriver aux 2 %. Il n'y a aucun parti dans la coalition qui dise le contraire. Tout le monde dit que nous devons y arriver. Je ne connais pas la position des partis dans l'opposition, mais je pense qu’il est inévitable que nous arrivions aux 2 %. Je serais intéressé de vous entendre si vous dites l'inverse, et quelle est votre motivation pour ne pas le faire. Les 2 %, c'est le minimum des minimums, que nous avons déjà promis au Pays de Galles en 2014.

Mais il n’est pas question de signer un chèque en blanc qui entraînerait des dettes impossibles à couvrir sur le long terme. Compte tenu de la situation budgétaire de notre pays, nous ne pouvons pas nous le permettre. Les Allemands le peuvent, la Belgique ne le peut pas. Le gouvernement, en tout cas, assurera le financement de ces nouvelles dépenses et étudie actuellement comment y parvenir. "Actuellement", vous pouvez prendre cela très littéralement. Si je dois partir à 18 h, c'est pour une réunion du kern consacrée à cette question.

Quoi qu'il en soit, la priorité reste toujours, pour moi, un budget sain. Nous allons revenir là-dessus aussi vite que possible. Mais en tout cas, c’est le deuxième grand sujet.

Le premier sujet était l’aide à l'Ukraine, et les principes que nous allons continuer à suivre dans un monde qui est compliqué. On nous complique les choses, pas seulement à Moscou, mais aussi à Washington.

Le deuxième sujet, c’est que nous devons arriver aux 2 %. Nous avons pris connaissance du livre blanc sur l'avenir de la défense européenne, Readiness 2030 . Il y a un consensus sur le fait que nous devons dépenser plus et que nous devons aussi mettre en avant des principes clairs.

Le premier principe est buy more , acheter davantage. Il ne s’agit pas seulement de dépenser davantage, mais aussi d’efficacité et de coordination, et d’éviter de gaspiller de l’argent. Cela nécessite à mon sens un débat sur l’intégration des capacités (les capabilities ) et l’interopérabilité. Il faut également un débat sur la consolidation, au niveau européen, de la défense de l’industrie, comme le modèle Airbus. Pour dépenser de manière efficace, il faut le faire de la manière la plus intégrée possible. Ce n’est pas facile, mais nous devons avancer sur ce point aussi vite que possible. Je constate qu’il existe là-dessus un accord autour de la table européenne. Or s’il y a un accord sur le principe, il n’est pas si facile de le mettre en pratique, même si c'est nécessaire. Il nous faut également avancer sur l'Union pour l'épargne et l'investissement (le savings and investments Union ou SIU ). Cela me semble très urgent. La question est évoquée depuis des années, mais j’espère nous pourrons enfin y arriver. Une crise représente aussi toujours une opportunité, et avancer sur l’intégration des marchés financiers en est une, de même que l’intégration dans le domaine de l’industrie de la défense et dans celui des capacités et de l’interopérabilité. B uy more , donc, mais de manière intelligente.

Le deuxième principe est b uy together , acheter ensemble. Il faut veiller à des conditions équitables entre les États membres qui ont des marges budgétaires importantes et ceux dont la marge budgétaire est réduite.

Troisième principe: buy european , acheter européen. Nous devons atteindre une autonomie stratégique, tout le monde s’accorde sur ce point. Si cela représente un retour maximal sur investissement, je plaide également pour un peu de réalisme. Par rapport aux avions F-35 par exemple, il faut être réaliste: il n’y a pas d’avion comparable sur le marché. Il y a l’ambition de développer au niveau européen un avion de chasse Airbus de la sixième génération. C’est une bonne décision et, si c’est possible, notre pays devrait participer à un tel projet. Toutefois, cet avion ne sera pas sur le marché demain; cela prendra au moins dix ans. Le F-35 est le meilleur avion disponible. Nous en avons déjà acheté conjointement avec les Pays-Bas. Nous avons en effet un force aérienne totalement intégrée avec les Pays-Bas. Si, cet été, l’OTAN nous impose des capability targets – il ne s’agit en effet pas d’un choix, l'OTAN vous impose les capacités à développer – je n’exclus pas que l’on nous demande d’acheter davantage d’avions de chasse et que ce soient des F-35, car pour l'instant il est inimaginable d'avoir deux systèmes.

Si on parle d'intégration au niveau européen, on parle d'une réduction des systèmes d'armes et pas d'encore plus compliquer les choses. Buy european , tout le monde est d'accord, mais il faut un peu de réalisme à ce sujet.

Ik zou er nog aan kunnen toevoegen dat we op die Europese top ook veel over competitiviteit hebben gesproken. Aangezien u daarover geen vragen hebt gesteld, ga ik er niet op in. Weet dat het wel een pertinent thema wordt, wanneer we zonder twijfel met een tarievenoorlog worden geconfronteerd en morgen de Europese Unie doubledigittarieven worden opgelegd, om nog niet te spreken van het feit dat we ons ook aan specifieke reshoring strategieën van president Trump mogen verwachten, die volgens mij op economische waanzin gebaseerd zijn. Ik wik mijn woorden, want we proberen constructief te blijven, maar af en toe moet men toch nog zijn idee daarover kunnen geven. Het is dus volgens mij economische waanzin – Ronald Reagan draait zich om in zijn graf – te denken dat men met specifieke tarieven voor automotive , staal, metaal, halfgeleiders en farma erin zou slagen de eigen industriële capaciteit op te bouwen. Dat leidt nergens toe.

U zult dus begrijpen dat wij aan de Europese tafel ook van gedachten hebben gewisseld rond competitiviteit en reactie op een eventuele handelsoorlog. Het is ook interessant, beste collega's, als ik mij de bedenking mag permitteren, dat de pro-Oekraïnecoalitie enerzijds kleiner is dan de Europese Unie - er zijn maar 26 landen echt aan boord -, maar anderzijds ook groter en dat landen zoals Canada, het Verenigd Koninkrijk, Australië, Japan en IJsland in die pro-Oekraïnecoalitie niet toevallig ook slachtoffer zijn van een eventuele handelsoorlog en net als wij wakker werden in een wereld waarin het multilateralisme als principe weer ter discussie wordt gesteld. Aangezien ook een land als India op het moment naar de wereld kijkt en op dat gebied in beweging kan komen - het is wel een vraagteken of China mee de imperialistische toer zal opgaan, de toer van de ongeremde rivaliteit met brutale macht, of toch veeleer zal kiezen voor het multilateralisme en een wereld die gebaseerd is op regels – ligt daar een werkelijke opportuniteit voor Europa.

Mevrouw Lagarde, die op de Europese Raad aanwezig was, heeft zich de beeldspraak gepermitteerd – ik vond die wel treffend - van de poolster. In de duistere nacht vaart men op de poolster. Europa moet proberen die poolster te zijn van het multilateralisme, van rechtszekerheid, van een wereld die op regels is gebaseerd en waar men niet wordt geconfronteerd met politieke leiders die elke dag van de week van de ene dag op de andere een nieuwe verrassing of een of andere fantastische wending of radicale omkeringen van ideeën of het soort economische policies die de wereld op zijn kop zetten, brengen. Ik vind dat juist.

Die pro-Oekraïnecoalitie levert ons ook een ad-hocframework aan met het oog op een gezonde basis voor het multilateralisme, die enerzijds wat kleiner is dan de Europese Unie, maar anderzijds ook veel groter om beslissingen op te kunnen funderen en ons desgevallend te verdedigen.

Trouwens, ook de heer Guterres, die op het afsluitend diner van de Raad een soort status quaestionis vanuit het perspectief van de Verenigde Naties voorstelde, sprak heel duidelijk in die richting. In elke crisis ligt een opportuniteit en ik denk dat het voor ons misschien deze zou kunnen zijn. In die zin zijn alle onderwerpen uiteraard aan elkaar gebonden.

Mijnheer de voorzitter, mag ik nog even voortgaan of houdt u streng aan de spreektijd? Het thema is ongelooflijk interessant.

Voorzitter:

Mijnheer de eerste minister, alles hangt inderdaad samen met mekaar; ik veronderstel dat u een aantal uren kunt debatteren over het onderwerp.

Bart De Wever:

Je voulais simplement conclure avec les questions qu'on m'a posées au sujet du sommet convoqué par M. Macron à Paris. Je comprends que l'on me demande si nous avons promis d'envoyer des troupes en Ukraine dans un certain cadre. Je peux vous rassurer: ce n'est pas le cas. Ce que nous avons dit, c'est que, si ce monde multilatéral décidait de lancer une mission de paix, nous devrions y participer. Je pense que c'est notre devoir. Et la Belgique est ouverte à participer à une telle mission. Mais ce sera sur la base d'un mandat international multilatéral, qui devra être clair et qui n'existe pas actuellement. Et c'est loin d'une évidence de voir comment, par qui et à qui un tel mandat sera donné. Cela doit s'inscrire dans le cadre d'une paix durable, cela veut dire une situation de paix acceptée tant par l'Ukraine que par l'Europe.

Chers collègues, je n'exagère pas quand je vous dis que nous sommes encore très loin d'une telle situation; au contraire, nous semblons nous en éloigner de jour en jour avec la réalité sur le terrain de l'agression de la Russie qui ne cesse pas et M. Poutine qui n'est ni un homme de paix ni un homme de parole.

Nous ne pouvons qu'espérer que M. Trump constate que Poutine n'est pas fiable, que par conséquent aucun deal honorable ne peut être conclu et que le monde occidental – l'Union européenne, les pays tiers et les États-Unis – se retrouve sur la même longueur d'onde. C'est à espérer, mais malheureusement, je ne m'attends pas à ce que les conditions d'une paix durable qui permettraient d'envoyer des troupes pour une mission de paix soient remplies d è s demain. Nous en sommes encore très loin.

Als die situatie zich voordoet, lijkt het mij evident dat we daarover een normaal democratisch debat voeren, dat we niet alleen in de regering maar ook in het huis hier bekijken wat dat betekent voor ons land, welke capaciteiten we kunnen sturen en wat er van ons wordt verwacht.

Wat ik wel niet verhul, is dat die situatie wordt voorbereid. De CHOD's van de coalition de pays volontaires , de coalition of the willing , hebben elkaar ook al gezien.

Ils se sont déjà rencontrés à Paris pour analyser la disponibilité des capacités.

La situation de notre pays est délicate puisque nos capacités sont limitées. Nous investissons beaucoup moins que nécessaire dans la Défense, alors même que nous sommes déjà impliqués dans le Nordic Policing et que nous venons de renforcer notre présence au sein de la mission KFOR. À court terme, notre pays ne dispose donc pas de grandes capacités disponibles à envoyer en Ukraine. Il n'y a aucun souci à ce sujet.

Cependant, nous sommes en train de planifier, d'examiner et de discuter avec nos alliés pour évaluer quel pourrait être l'effort de notre pays, ainsi que celui des autres pays, en vue d'une paix ou d'un armistice durable. La situation pourrait varier selon que l'on bénéficie ou non du soutien des États-Unis et qu'il s'agisse d'une mission en Ukraine ou ailleurs. De nombreux cas de figure restent encore possibles. Je crains malheureusement que nous soyons encore loin d'une décision concrète à ce sujet.

Monsieur Lacroix, vous avez cité Thomas Hobbes qui a popularisé l'expression latine bellum omnium contra omnes . Nous devons absolument tout mettre en œuvre pour ne pas nous réveiller dans un tel monde, qui serait véritablement infernal.

Vous m'avez demandé quelle position j'ai défendue lors du sommet européen ainsi que lors du sommet de Paris. La position de la Belgique est de toujours rester fermement engagée dans le camp du multilatéralisme, des nations qui aspirent à un monde fondé sur des règles, et non sur la force ou la violence. Je pense que c'est la seule position que ce pays peut adopter et j'espère qu'elle est soutenue par vous tous.

Excusez-moi d'avoir pris un peu trop de temps pour mes explications, mais je considère ce sujet comme étant d'une importance capitale.

Voorzitter:

Over dat laatste zal iedereen het wel eens zijn.

Christophe Lacroix:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour avoir effectivement répondu très largement mais les sujets le méritaient.

Vous rejetez le monde de Thomas Hobbes – je suis heureux de le vérifier avec vous – et vous vous positionnez dans le camp du multilatéralisme, du respect du droit international. C'est bien en ce qui concerne l'Ukraine mais c'est moins bien lorsque cela concerne le droit des Palestiniens où on sent un peu moins d'importance accordée au sujet du droit international.

Le deuxième élément que je veux souligner, c'est votre appel au réalisme: "Il faut arrêter d'être romantique." Je crois que c'est vous quelque part le romantique qui avez toujours cru aux États-Unis et qui êtes déçu que cette histoire d'amour se termine. Aujourd'hui, il faut que l'Europe se réveille et se prenne en main. Certes, cela ne se fera pas du jour au lendemain mais ce n'est pas en continuant à croire qu'après Donald Trump, cela ira mieux que l'histoire d'amour avec les États-Unis va reprendre.

Notre souveraineté européenne et fondamentale doit être construite, bâtie dès aujourd'hui avec un temps moyen, court et long terme. Vous dites qu'il faut acheter européen en matière de défense mais par réalisme, on va continuer à acheter américain et vous faites un plaidoyer extraordinaire pour le F-35. Mais que font les Anglais, les Italiens, les Allemands, les Espagnols, les Turcs qui ont des Eurofighters? Que font les Suédois qui ont des Gripen? Que font les Français avec le Rafale, les Grecs qui ont une flotte composée à la fois de Rafale et de F-35? Bref, à un moment donné, il y a beaucoup de contradictions dans votre positionnement et le réalisme, je ne sais pas où il se trouve. On doit prendre acte des positions américaines. Elles ne changeront plus. Elles ont été annoncées par Barak Obama, de manière plus douce que par Donald Trump. Mais Donald Trump comme Vladimir Poutine sont des brutes épaisses avec qui on ne négocie plus.

Staf Aerts:

Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor de toelichting en ook omdat u een en ander duidelijk hebt geschetst.

U zegt dat wij met de Verenigde Staten enerzijds een constructieve dialoog moeten blijven behouden. U bent echter ook eerlijk geweest, toen u zei: “pas de conditions amicales” . Dat is wel het minste wat wij kunnen stellen. Wij moeten dus ook vraagtekens bij die band plaatsen.

Mij valt op dat, wanneer het over buy European gaat, die stelling voor de F-35 nog altijd moeilijk ligt. U hebt verwezen naar de partners buiten de Europese Unie en naar de grotere coalitie die voor het multilateralisme wil gaan. Net die nieuwe partners, zoals Canada en India, willen echter investeren in Europese gevechtsvliegtuigen, om niet meer alleen in F-35’s te gaan investeren. Ik begrijp dus niet waarom Europa dan niet hetzelfde zou doen, om dat naast elkaar te laten bestaan. Het is cruciaal om daarmee op die manier aan de slag te gaan, zodat wij ook onafhankelijker zijn, met zowel F-35’s als andere wapensystemen. Ik kan mij niet voorstellen dat zoiets op Europese schaal onmogelijk zou zijn, aangezien India en Canada dat wel kunnen.

Ik ben blij met het pleidooi voor multilateralisme. Ik wil echter nogmaals benadrukken dat multilateralisme ook vraagt om te blijven investeren in diplomatie en in ontwikkelingssamenwerking. Op dat vlak maakt deze regering natuurlijk andere keuzes. Er zal bijvoorbeeld op ontwikkelingssamenwerking zwaar worden bespaard.

Ik ben het ook helemaal met u eens als u stelt dat een en ander op regels gebaseerd moet zijn. Voor Groen zullen het internationaal humanitair recht en de mensenrechten altijd het kompas zijn. Ik stel echter vast dat dit voor de arizonapartijen tot nu toe niet het kompas is, toch niet als het over Israël gaat. Het is bijzonder pijnlijk om vast te stellen dat er steeds met fluwelen handschoenen met hen wordt omgegaan en dat Israël telkens opnieuw alle regels naast zich neer mag leggen. Bovendien stelt onze minister van Defensie nog altijd dat voor ons leger de Israëlische Defensie nog altijd een betrouwbare partner is. Dat begrijp ik niet. Doe dat voor iedereen, gebaseerd op regels en op het internationaal humanitair recht. In dat geval zal u aan ons een partner hebben.

Darya Safai:

Mijnheer de voorzitter, ik denk dat ik vier minuten spreektijd heb voor mijn repliek, aangezien ik twee vragen had ingediend.

Voorzitter:

Mevrouw Safai, in de repliek hebt u één minuut per vraag.

Darya Safai:

Ja, dat is waar.

Mijnheer de premier, bedankt voor de uitleg. We leven inderdaad in een andere wereld en het wel belangrijk om te beseffen dat landen zoals Rusland, Iran, China en Noord-Korea proberen de wereldorde te veranderen. Die wetenschap moet ons in deze moeilijke tijden samenhouden.

U hebt gesproken over het principe van peace through strength , want wij hebben geen andere manier om onze vrede en tevens solidariteit met elkaar in de Europese Unie, wat ook heel erg belangrijk is, te behouden. Op dit moment is de 2 %-regel nog van kracht, maar we weten niet of dat binnen een paar dagen of maanden verandert. Ook wij moeten daar klaar voor zijn, niet omdat we oorlogszuchtig zijn, maar omdat wij gewoon onze vrede willen behouden.

De tijden zijn aan het veranderen en wij kunnen niet echt voorspellen wat Amerika gaat doen binnen een paar dagen of maanden. Dat geldt evenzeer voor Palestina en Israël, waarover veel collega's spreken. In die context wil ik een misschien toch wel belangrijk punt aanhalen. Ik hoor namelijk geen enkele collega, ook niet in de commissies voor Landsverdediging of voor Buitenlandse Betrekkingen, praten over het feit dat Iran bezig is met de ontwikkeling van een nucleair wapen, waarover het land mogelijk binnenkort beschikt. De enige landen in de hele wereld die aankondigen dat ze dat zullen tegenhouden, zijn net Amerika en Israël. Zijn wij minder angstig als het gaat over de nucleaire wapens van een theocratisch totalitair land als het Iran van de ayatollahs? Dat snap ik echt niet. Wij houden ons veel en terecht bezig met wat er in de wereld gaande is, maar dat stuk valt altijd weg.

Mijn boodschap is dus dat we klaar moeten zijn. Wij moeten voor onze vrede en voor ons nageslacht zorgen. Ik ben blij dat u op het vlak van defensie en in al die toppen de boodschap van vrede aanhoudt.

Rajae Maouane:

Merci, monsieur le premier ministre, pour vos réponses parfois rassurantes, parfois un peu moins. J'entends les collègues parler de droit international et c'est très bien, c'est un rappel essentiel. Mais il faut, pour que le droit international continue à être cohérent, être aussi cohérent et plaider pour son respect, quel que soit le conflit, pas seulement dans certaines régions du monde. Il faut qu'on puisse plaider avec la même cohérence partout.

Monsieur le premier ministre, vous serez d'accord avec moi pour dire que la paix, la défense et la souveraineté ne peuvent être dissociées de la démocratie. Ici, ce n'est pas simplement une question de stratégie ou de chiffres, c'est aussi une affaire de vision. C'est de cette vision que je vous demandais de débattre ici. Je comprends parfaitement qu'à certains moments, certaines discussions doivent avoir lieu de manière discrète. Mais une de mes questions était de savoir si l'inflexion de notre engagement militaire – qu'il soit financier ou autre – nécessitait un débat démocratique approfondi et si vous alliez vous engagez à consulter notre Assemblée avant toute décision de grande ampleur. Je vous avais posé ces questions et je n'ai malheureusement pas eu de réponse. Si vous pouviez y répondre à un moment donné, ce serait bien.

Nabil Boukili:

Merci, monsieur le premier ministre, pour vos réponses qui étaient très importantes. J'essayerai d'y répliquer mais deux minutes seront bien sûr insuffisantes. Il y a une chose avec laquelle je suis tout à fait d'accord et que je trouve très importante, c'est quand vous dites que la Belgique doit être inscrite dans le multilatéralisme et qu'elle doit être non alignée, avec une diplomatie qui ait sa propre voix et sa propre vision du développement industriel, dans le respect du droit international. Cette politique non alignée s'ouvrirait sur le reste du monde et ses géants, qu'il s'agisse des États-Unis, de l'Inde, du Brésil ou de la Chine. Sur ce sujet, je vous rejoins. En effet, le multilatéralisme garantirait un dialogue avec l'ensemble des peuples du monde. Vous avez parlé de continuer le dialogue constructif avec les Américains, mais cela devient compliqué maintenant que l'Europe découvre la violence de l'impérialisme américain, qui a toujours été aussi violent et agressif envers le reste du monde, sauf que l'Europe était du bon côté à ce moment-là. Maintenant qu'elle passe de l'autre côté du ring, nous ressentons la violence de l'impérialisme américain; cela se concrétise en Ukraine. Vous avez parlé du fait qu'il faut défendre, dans les accords de paix, les intérêts de l'Ukraine et de l'Union européenne. J'aimerais demander quels sont les intérêts de l'Union européenne. On pourrait croire, comme vous l'avez dit, qu'il s'agit de la défense du droit international ou de nos valeurs, mais je suis très sceptique par rapport au fait que ce serait notre seule motivation. En effet, le droit international n'est pas appliqué dans d'autres conflits comme lorsqu'Israël reste un allié privilégié de l'Union européenne ou que le Rwanda le soit resté jusqu'à très récemment. J'aimerais donc bien savoir quelles sont les motivations réelles. Pour les Américains, nous savons qu'il s'agit des minerais. Pour les Européens, s'agit-il de l'agriculture, des minerais? Ou d'autres éléments? J'ai du mal à croire que cela se limite au seul respect du droit international. Par contre, en ce qui concerne les 2 %, vous avez dit qu'on avait un retard à rattraper. Mais vous parlez comme si on n'avait jamais augmenté notre budget militaire auparavant, alors que de 2017 à 2024, on est passé quand même de 3,8 milliards à 7,4 milliards d'euros en termes de budget Défense. On a donc toujours augmenté notre budget Défense. Ces 10 dernières années, l'Europe a doublé son budget défense. Or on parle comme si on n'avait pas augmenté notre budget militaire. C'est juste qu'on ne l'a pas augmenté autant que les Américains le veulent. Et les 2 % dont vous parlez, c'est ce qu'exigent les Américains. D'un côté, on dit qu'il faut de l'autonomie stratégique et se protéger des Américains parce qu'ils deviennent agressifs et, de l'autre côté, on fait exactement ce qu'ils nous imposent et ce qu'ils nous demandent, en achetant en plus leurs propres armes, notamment les F-35. Il y a donc une incohérence totale dans ce discours-là. Même si je comprends les éléments que vous avancez, vous représentez dans votre discours l'ambiguïté européenne sur ces questions. Il serait bien de clarifier ces éléments de manière un peu plus concrète.

De handelsoorlog tussen Europa en de VS

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 26 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Clarinval betreurde Trumps protectionistische staaltarieven en waarschuwde voor negatieve gevolgen voor Belgische sleutelsectoren (staal, chemie, auto’s). Hij steunt de proportionele EU-tegenmaatregelen en benadrukt diversificatie via bestaande en nieuwe vrijhandelsakkoorden (o.a. schone technologie/energie) om afhankelijkheid te verminderen. Coenegrachts onderstreept het risico op eigen schade en pleit voor voorzichtige escalatie en versterking van handelspartnerschappen buiten de VS, cruciaal voor België’s exportafhankelijke economie. Beide benadrukken vrijhandel als basis voor welvaart, maar waarschuwen voor escalatie.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, Amerikaans president Trump heeft importtarieven op staal ingevoerd. Europa reageerde daarop met tegenmaatregelen, waardoor er niet meer veel nodig is om van een handelsoorlog te spreken. We weten allemaal tot wat dat leidt: meer protectionisme zorgt voor minder economische groei en minder welvaart.

Hoe evalueert u de protectionistische houding van president Trump? Welke gevolgen verwacht u voor onze economie? Steunt u de tegenmaatregelen of ziet u andere oplossingen?

Wat kunt u doen om te voorkomen dat we verstrikt raken in een escalerend handelsconflict? Zijn er manieren om de vrijhandel met andere regio’s te versterken? Zou dat het verlies aan handel met de VS kunnen compenseren?

David Clarinval:

Mijnheer Coenegrachts, gezien de langdurige trans-Atlantische vriendschap betreur ik de ongerechtvaardigde tarieven, die een impact zullen hebben op consumenten en bedrijven aan beide kanten van de oceaan.

De Amerikaanse maatregelen en de tegenmaatregelen van de EU zullen een impact hebben op de Belgische economie. We hebben nu al een paar kritieke sectoren geïdentificeerd, waaronder de chemie-, de farma-, de metaal- en staalindustrie, kritieke grondstoffen, de automobielsector, transportmiddelen en machines en elektronische apparaten. We volgen de gevolgen van de maatregelen van nabij op via economische impactanalyses om onze belangen zo goed mogelijk te verdedigen.

Ik steun de Europese Commissie volledig in haar proportionele reactie op de Verenigde Staten. We zullen onderhandelen wanneer dat mogelijk is en we zullen terugslaan wanneer dat nodig is. Wat het handelsconflict betreft, verwijs ik naar de minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Prévot, die hiervoor bevoegd is.

De versterking van onze toeleveringsketens en de vermindering van onze afhankelijkheid vereisen solide partnerschappen. De EU beschikt over een enorm netwerk van vrijhandelsakkoorden dat 76 landen dekt of bijna de helft van haar handel. Om onze toeleveringsketens te blijven diversifiëren en versterken, stelt de Europese Commissie een nieuwe reeks Clean Trade and Investment Partnerships voor. Zo kunnen we ook onze bevoorrading inzake grondstoffen, schone energie, duurzaam transport van brandstoffen en schone technologie van over de hele wereld veiligstellen. België steunt deze aanpak.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, het betreft inderdaad unilaterale beslissingen van de Verenigde Staten, waarop Europa reageert. We moeten toch voorzichtig blijven, zorgen dat we niet meer in eigen vel snijden dan nodig is en goed kijken naar alternatieve vrienden in de wereld, met wie wij handel kunnen drijven. Goede relaties zijn immers de kern van onze welvaart en vrijhandel is de hoeksteen ervan. Een land dat sterk afhangt van export zoals het onze, kan niet zonder overzeese connecties. Wij moeten dat aandachtig in de gaten blijven houden en met veel zorg bekijken.

Grensarbeiders die ook vrijwillige brandweerman of reservist bij Defensie zijn

Gesteld door

N-VA Eva Demesmaeker

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 19 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sinds een Belgische wetswijziging in maart 2020 (uitbreiding beroepsziektebescherming voor vrijwillige brandweerlieden) worden deze vrijwilligers als gelijkgestelde ambtenaren beschouwd, wat voor grensarbeiders (België-Nederland) leidt tot wijziging van het toepasselijke socialezekerheidsstelsel—met hoge kosten voor buitenlandse werkgevers en risico op stopzetting van vrijwilligerswerk. België en Nederland onderhandelen sinds januari 2024 over een pragmatische oplossing via artikel 16 van de EU-coördinatieverordening, maar Nederland houdt vast aan de strikte letter van de wet, terwijl België pleit voor soepelheid om vrijwilligerscapaciteit in grensregio’s te behouden. Een structureel akkoord is nog niet bereikt, ondanks politiek en administratief overleg. De minister benadrukt de urgentie, maar een tijdslijn ontbreekt.

Eva Demesmaeker:

Mijnheer de minister, heel wat mensen zetten zich naast hun werk ook in als vrijwilliger voor de lokale brandweer of als reservist bij Defensie. Wanneer het over Belgische en Nederlandse grensarbeiders gaat, knelt die nevenactiviteit met het toepasselijke socialeverzekeringsrecht. Als een Belgische inwoner met een privaatrechtelijke dienstbetrekking in Nederland daarnaast een taak opneemt bij het vrijwillige brandweerkorps van zijn woonplaats in België, of als een Nederlandse inwoner met een privaatrechtelijke dienstbetrekking in België daarnaast een taak wenst op te nemen bij het vrijwillige brandweerkorps van zijn woonplaats in Nederland of als reservist bij de Nederlandse Defensie, dan worden die neventaken in beide landen aangemerkt als een functie in de zin van een publiekrechtelijke dienstbetrekking, waardoor het toepasselijke socialeverzekeringsrecht wijzigt. Dat leidt tot onwenselijke situaties voor de privaatrechtelijke werkgever en de werknemer, en kan erin resulteren dat de neventaak zelfs stop wordt gezet.

In het verleden werden op grond van artikel 16 van de coördinatieverordening inzake sociale zekerheid nr. 883/2004 afwijkingen op het toepasselijke recht toegestaan, zodat het socialeverzekeringsrecht van de vestigingsstaat van de privaatrechtelijke werkgever, respectievelijk Nederland of België, van toepassing kon blijven.

Zowel de Sociale Verzekeringsbank als de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid weigert die uitzonderingen blijkbaar nog toe te staan. Gelet op het tekort bij vrijwillige brandweerkorpsen in de grensstreek en Defensie lijkt dat geen wenselijke ontwikkeling.

Waarom staan de Belgische en Nederlandse overheid geen afwijking meer toe op de coördinatieverordening inzake sociale zekerheid voor grensarbeiders die in hun woonstaat de taak van vrijwillige brandweerman of reservist bij Defensie opnemen? Is dat ten gevolge van een gewijzigd standpunt van de RSZ of van uw beleid dan wel een reactie op een gewijzigd standpunt van de Nederlandse overheid?

Gaat u ermee akkoord dat, gelet op het belang van de invulling van taken bij de vrijwillige brandweer en Defensie, het meer dan wenselijk is dat een grensarbeider met een privaatrechtelijke dienstbetrekking niet van socialezekerheidsstelsel verandert? Zult u erop aansturen dat de Belgische autoriteit op basis van artikel 16 van de coördinatieverordening een akkoord sluit met de Nederlandse autoriteit om het probleem op te lossen? Hoelang denkt u dat een nieuw akkoord op zich zal laten wachten?

Frank Vandenbroucke:

Mevrouw Demesmaeker, het betreft hier inderdaad een ingewikkeld probleem als gevolg van de specifieke eigenschappen van de Europese coördinatie.

Ik geef eerst de historiek. Met de uitbraak van de covidpandemie werd reeds in maart 2020 beslist om de vrijwillige leden van het operationele personeel van de hulpverleningszones sociale bescherming voor beroepsziekten te bieden. Dat heeft ertoe geleid dat die vrijwilligers niet langer als een vrijwilliger worden aangezien bij de toepassing van de Europese regels die bepalen welke lidstaat bevoegd is voor de sociale zekerheid. Ze worden voortaan als een gelijkgestelde ambtenaar gekwalificeerd.

Voordien werden die vrijwillige activiteiten niet in aanmerking genomen voor de aanwijzing van de bevoegde lidstaat, maar door de wetswijziging van maart 2020 werd België de bevoegde lidstaat, waardoor de buitenlandse werkgever zich moet aansluiten bij de RSZ en de Belgische sociale bijdragen moet betalen, omdat het ambtenarenstatuut daarin doorslaggevend is.

De Nederlandse werkgever in dit geval wenst uiteraard geen Belgische sociale bijdragen te betalen, waardoor de werknemer voor een zeer vervelende keuze komt te staan: ofwel een andere job zoeken, ofwel de vrijwilligersactiviteit bij de brandweer of in de hulpverleningszone opgeven. Dat hypothekeert natuurlijk het engagement van die vrijwilligers en de capaciteit van de diensten die op hen een beroep doen. Men kan die mensen niet zomaar vervangen. De pool van vrijwilligers is ook niet zo groot.

Om tot een structurele oplossing te komen, heeft de RSZ al verschillende keren met onze Nederlandse tegenhanger, de Sociale Verzekeringsbank, overlegd. Omdat dat overleg op administratief niveau nog niet tot een oplossing heeft geleid, heb ik de problematiek in september vorig jaar ook al bij mijn Nederlandse collega van Sociale Zaken, minister van Hijum, aangekaart.

Door onze aanhoudende vraag om tot een oplossing te komen, hebben de Nederlandse en de Belgische administraties in januari opnieuw rond de tafel gezeten om een onderhandelde oplossing uit te werken die gunstig is voor alle betrokken partijen. De RSZ heeft uitvoerig geantwoord op de vragen van de Nederlandse administratie en heeft toelichting gegeven bij de oorsprong en de gevolgen van het probleem. Onze Nederlandse collega's onderzoeken het dossier nu verder en leggen het voor aan de Nederlandse minister.

Eva Demesmaeker:

Iedereen doet dus zijn deel, maar het is een moeilijk probleem waarvoor de oplossing nog even op zich zal laten wachten.

Frank Vandenbroucke:

Wij dringen bij de Nederlandse collega's aan op pragmatisme. De Europese verordening bepaalt dat de lidstaat van de ambtenaar die nog een ander statuut heeft, alle bijdragen moet innen voor alle activiteiten van de ambtenaar. Met andere woorden, indien iemand ook een private werkgever heeft in Nederland, Duitsland, Frankrijk of een ander land, dan zal die bijdragen betalen aan de Belgische sociale zekerheid. Zo is het bepaald in de Europese regelgeving. Dat is vervelend, maar de Nederlanders willen de letter van de wet toepassen en wij proberen hen tot een pragmatischere benadering te bewegen, aangezien we de regelgeving inzake beroepsziekten van toepassing hebben gemaakt op vrijwilligers in een hulpverleningszone.

Eva Demesmaeker:

Mijn dank om u daarvoor in te zetten. De voorzitster : Vraag nr. 56003149C van de heer Ronse wordt uitgesteld. Vraag nr. 56003499C van mevrouw Samyn wordt behandeld tijdens de bespreking van de beleidsverklaring. De behandeling van de vragen eindigt om 10.32 uur. Le développement des questions se termine à 10 h 32.

De zoektocht naar 17 miljard euro voor Defensie
De formatie 2.0 en de budgettaire keuzes voor België
Het bijkomende budget voor Defensie
De impact van de 17 miljard euro op de begroting
De verhoging van het Belgische defensiebudget
Belgische defensiebegroting: uitdagingen en impact.

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), Theo Francken (Minister van Defensie)

op 13 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België moet 17 miljard euro vrijmaken om de NAVO-defensienorm (2% BBP) te halen, maar de regering botst op diepe meningsverschillen over financiering: verkoop staatsdeelnemingen (omstreden als "kroonjuwelen"), belastingsverhogingen (weerstand bij cd&v/Vooruit), besparingen (niet op sociale zekerheid), of schulden (afgewezen om toekomstige generaties te belasten). De Wever benadrukt urgentie en eensgezindheid over het *doel* (veiligheid, Europese autonomie), maar geen consensus over *hoe*—kritiek op "cacofonie" en gebrek aan leiderschap, terwijl oppositie (ptb, Groen) vreest voor nieuwe besparingen op arbeiders en sociale voorzieningen. Kernpunt: defensie als hefboom voor begrotingsherziening, met risico op politieke polarisatie en sociale spanning.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de premier, de wereldorde is de laatste weken compleet veranderd. Dat heeft ook implicaties voor België. We zullen niet meer kunnen schuilen onder de paraplu van de Amerikanen, dus er moeten meer aandacht en middelen naar defensie gaan. Via VTM Nieuws vernamen we dat er 17,2 miljard euro gezocht wordt. Dat heeft uw minister van Financiën gezegd.

Er lijkt wel eensgezindheid te zijn. De minister van Begroting heeft gelijk, daarover lijkt wel eensgezindheid te bestaan. Er is echter helemaal geen consensus binnen uw regering over waar het geld vandaan moet komen en wie het zal betalen. Iedereen spreekt elkaar tegen. De minister van Financiën heeft gezegd dat het volledig gecompenseerd moet worden.

(…) : (…)

Alexia Bertrand:

Nee, budget! Ja, voilà, ziet u. De minister van Begroting zei dus dat het volledig gecompenseerd moet worden. Vooruit zegt echter nee. Volgens Vooruit zijn de codewoorden 'buiten de begroting'. Dat bestaat echter niet, dat weet u net zo goed als ik. De schuld blijft oplopen. Iemand moet dat wel betalen.

De minister van Begroting heeft echter een oplossing. Hij heeft vier financieringsbronnen geïdentificeerd.

Ten eerste zullen de overheidsparticipaties verkocht worden. Toch niet, zegt de heer Prévot.

"Pas si vite" dit M. Prévot, "il faut être prudent avec les bijoux de l'État, les joyaux de la Couronne".

"Dat is niet erg, wij hebben een andere oplossing. We gaan het geld aan de regio's vragen," zegt de minister van Begroting.

"Zeker niet, njet," zegt de heer Diependaele, "absoluut niet! Wij gaan daar niet voor betalen. Wij willen niet op de Vlaamse begroting besparen voor een federale bevoegdheid. No way, ik weet van niets!"

Dat is niet erg, er is een derde oplossing, namelijk de Russische tegoeden. "Dat is immoreel, mijnheer de eerste minister. De Russische tegoeden daarvoor gebruiken, is immoreel."

"Wel, dan gaan we besparen."

"Besparen? Niet op de sociale zekerheid," zeggen Vooruit en cd&v.

"Nee, we gaan belasten!", zeggen Les Engagés. "Wij gaan de meerwaardebelasting verdubbelen. Belasten!"

Wat is het nu, mijnheer de minister, waar komt het geld vandaan? (…)

Voorzitter:

Dank u, mevrouw Bertrand.

Vervolgens mag mevrouw Merckx wellicht een soortgelijk pleidooi houden. (Gelach)

Sofie Merckx:

Monsieur le premier ministre, il y a près de deux mois, vous nous avez présenté votre accord de gouvernement. Vous avez dit: "Il faut mettre le pays au régime. Il n'y a plus d'argent". Dans votre accord, vous avez fait en sorte que l'effort budgétaire, pour 95 %, tombe sur les travailleurs, les malades et les chômeurs.

Aujourd'hui, en fait, vous mettez cet accord à la poubelle. Vous recommencez des négociations pour le gouvernement; et vous voulez faire pire, soi-disant parce qu’il faut trouver 4 ou 17 milliards en plus pour la Défense.

Ce qui est dingue, c'est ce que dit l'Europe. Mme von der Leyen a dit: "Il y a 800 milliards d'euros pour les États, il n'y a pas de problème, vous pouvez dépenser pour la Défense".

Quand c'est pour nos pensions, quand c'est pour nos services publics, il n'y a pas d'argent. Mais quand c'est pour la Défense, il n'y a pas de problème, c'est open bar. C'est ce que nous voyons vraiment.

Et que voyons-nous quant à vos nouvelles négociations? Qu’y a-t-il sur la table? Des sanctions encore plus sévères pour les mutuelles concernant les malades de longue durée. D'autres, comme M. Van Peteghem, disent: "Il faut faire plus d'économies". Va-t-on encore économiser plus dans nos services publics?

Il paraît aussi que vous allez rediscuter du malus pension, parce que le dernier mot n'aurait pas été dit. Si c'est pour aller chercher de l'argent, je suppose que les choses vont empirer.

Il paraît aussi, à propos de la taxe sur les plus-values, que le mot "plus-values" ne figurerait plus dans la note de M. Jambon.

Monsieur le premier ministre, les questions que je vous adresse sont très claires. Quel est votre timing? Qu’y a-t-il réellement sur la table en vue d’aller chercher de l'argent? Allez-vous faire payer la classe travailleuse à 100 %?

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, si nous voulons porter un effort de guerre en ce compris vis-à-vis de la population, il faut d’abord rappeler la réalité de la menace.

J’entends des discours qui nous disent que "l'Ukraine, c'est loin, qu'il n'y aura jamais de chars russes place de Brouckère". C'est vrai. Il n'en reste pas moins que la Russie de M. Poutine constitue une menace impérialiste qui attaque ses voisins. Hier, la Géorgie et l'Ukraine. Demain peut-être la Pologne, les États baltes, la Moldavie. La menace n'est pas purement militaire au sens classique. Ce régime empoisonne ses opposants. Ce régime n'hésite pas à court-circuiter et à tenter de pirater les élections dans les pays démocratiques et même à financer et à soutenir des partis extrémistes dans nos pays.

Chers collègues, que l'on aime ou que l'on n'aime pas ce gouvernement, désolé, désormais notre génération devra faire les efforts qui n'ont pas été consentis depuis 40 ou 50 ans, non pas pour faire la guerre, mais pour rester en paix.

Ceci dit, en effet, dans votre gouvernement et en dehors, cela tire dans tous les sens. Différentes sources sont possibles. Il faut faire la différence avec les entreprises publiques. Que l'on se désengage de certaines banques, pourquoi pas? Je ne crois pas que l'État belge ait pour vocation de gérer des banques. Si nous sommes propriétaires, en tout ou en partie, de banques, c'est parce que nous avons voulu les sauver en 2008.

Par contre, je ne voudrais pas que le combo magique des nationalistes flamands au 16 rue de la Loi, aux Finances et à la Défense fasse en sorte que l'on se sépare de certains bijoux de famille comme Proximus et bpost parce que ces entreprises publiques ont une plus-value stratégique, une plus-value pour le citoyen, en ce compris pour l'État belge.

Enfin, monsieur le premier ministre, notre ministre de la Défense, qui est extrêmement volubile, nous fait part de ses analyses géostratégiques à peu près tous les jours. Je crois que vous êtes la seule personne dans l'hémisphère Nord à avoir un peu d'influence sur lui pour le moment. Peut-être pourriez-vous le délivrer un peu de son "trumpisme" pro-américain parce qu'avec ces 17 milliards, il ne faut pas acheter de l'américain mais du belge et de l'européen!

Steven Matheï:

Mijnheer de premier, 17,2 miljard euro is nodig om de NAVO-norm te halen. Dat is een zeer hoog bedrag, iets wat niet zomaar uit de lucht komt vallen en een doordacht plan vereist dat zeker rekening houdt met onze hoge staatsschuld en onze hoge belastingdruk.

Op zich heeft men nu twee keuzes. We kunnen die 17,2 miljard euro betalen door schulden op te bouwen en de factuur naar de volgende generaties door te schuiven, met alle gevolgen van dien, ofwel nemen we onze verantwoordelijkheid en gaan we ook op zoek naar compenserende maatregelen, zodat de schuld binnen de perken blijft. De minister van Begroting heeft een voorstel van budgettair kader op tafel gelegd waarin er enerzijds voor wordt gezorgd dat er een broodnodige versnelling kan komen om de NAVO-norm te halen en waarin anderzijds ook wordt gezorgd voor een mix van compenserende maatregelen, zodat onze schuld niet stijgt.

Daarom is onze vraag aan u heel eenvoudig. Zal uw regering ervoor zorgen dat de extra, broodnodige uitgaven ook worden gecompenseerd, zodat onze schulden niet verder stijgen?

Voorzitter:

Collega Matheï, het onderwerp van de vragen is '17 miljard euro', maar u maakt er 17,2 miljard euro van. Ik had uw vraag eigenlijk ongeldig moeten verklaren.

Georges-Louis Bouchez:

Monsieur le premier ministre, je pense qu'il est maintenant clair pour tout le monde que l'Europe doit arrêter d'être naïve, doit arrêter de se plaindre et de pleurer, et qu'elle doit agir. J'entends certains dire qu'on va trouver de l'argent pour la Défense plutôt que pour nos hôpitaux et nos politiques sociales. Mais, si nous ne sommes pas capables d'assurer notre sécurité, il n'y aura plus d'hôpitaux, plus de politiques sociales, plus de bien-être! Ne pas être à côté de l'histoire, c'est aussi prendre ses responsabilités au moment où cela s'impose, plutôt que de choisir la facilité.

Monsieur le premier ministre, il y a un enjeu en termes de Défense, mais également sur d'autres aspects, sans doute encore plus dangereux pour l'Europe. Ce sont ceux de la guerre commerciale, de la guerre industrielle et de la protection numérique. Nous avons aujourd'hui beaucoup plus de risques de subir une attaque numérique qui relègue notre pays au Moyen-Âge que d'avoir des chars russes sur la Grand-Place de Bruxelles.

Monsieur le premier ministre, dans les 2 % que nous devons consacrer dès cette année à la Défense – certains partenaires nous ayant empêchés par le passé de le faire sur la durée, nous sommes obligés de faire aujourd'hui des efforts beaucoup plus stricts –, est-il prévu que des moyens et surtout une stratégie puissent être développés pour garantir une autonomie commerciale, une autonomie industrielle, une autonomie numérique à l'Union européenne? Car c'est à ce prix que nous pourrons conserver notre sécurité. Aujourd'hui, s'équiper militairement afin de respecter nos engagements vis-à-vis de l'OTAN est fondamental, mais faire en sorte de préserver notre bien-être et notre sécurité intérieure l'est tout autant.

Voorzitter:

Dat betekent dat de eerste minister 5 minuten heeft om te reageren op deze reeks vragen.

Bart De Wever:

Chers collègues, comme vous le savez, le gouvernement a déjà prévu une importante trajectoire de croissance pour nos dépenses en défense; nous visons 2 % d’ici la fin de cette législature. De cette manière, ce gouvernement ferait enfin ce qui a été négligé au cours de ces dernières décennies: honorer nos engagements internationaux, et montrer que ce pays est un allié fiable pour l’OTAN. L’effort déjà prévu était considérable, surtout dans le contexte budgétaire désastreux dont nous avons hérité. Cependant, les derniers développements géopolitiques nous obligent à accélérer cette trajectoire de croissance. Avec le sommet de l’OTAN prévu cet été, un effort supplémentaire sera nécessaire pour montrer à nos partenaires que notre pays veut apporter sa juste contribution pour garantir la sécurité de notre continent européen.

À ce sujet, je constate une unanimité claire au sein de notre gouvernement, et je m’en réjouis. Je pense en effet que M. Bouchez a raison: la menace est existentielle, elle est claire. À moins d’appartenir à la cinquième colonne de Poutine, tout le monde le voit. Cela nécessite effectivement – et évidemment – un ajustement de la trajectoire budgétaire pour les prochaines années. Nous souhaitons bien entendu l’intégrer le plus rapidement possible, c’est-à-dire dans le budget que nous soumettrons pour ce qui reste de cette année. Les détails ne pourront évidemment n’être communiqués qu’une fois un accord trouvé au sein du gouvernement. Il est vrai que j’ai déjà pu lire de nombreuses déclarations à ce sujet de la part des partenaires de la coalition, ce dont je me réjouis un peu moins, mais passons. Cependant, d’après mes premiers contacts avec ces partenaires de la coalition, j’ai bon espoir qu’un tel accord pourra être trouvé rapidement.

Ik wil wel volgende duidelijkheid scheppen. De regering leeft in het besef dat men een euro slechts één keer kan uitgeven en dat geld niet zomaar uit de printer rolt. Misschien is het een goede zaak dat Europa de komende jaren iets minzamer zal kijken naar de uitgaven voor defensie. Dat ontslaat ons echter niet van de verantwoordelijkheid om een duurzaam begrotingstraject te bewandelen. En verschrikkelijk veel marge heeft dit land uiteraard niet. We kunnen niet fel buiten de lijntjes kleuren, want we hebben nog moeite om de lijntjes te bereiken.

Ik heb dinsdag ook een goed gesprek gehad met de ambtsgenoten uit Vlaanderen en Wallonië. We hebben het onder meer gehad over gemeenschappelijke mogelijkheden en opportuniteiten, ook inzake defensie. Ik kan u zeggen dat we zeer eensgezind zijn en dat alle collega's doordrongen zijn van de uitdagingen waarvoor we staan, maar ook van de opportuniteiten die deze bieden.

De komende tijd zullen de deelstaten zeker inspanningen leveren, dat heb ik hun ook gevraagd en dat waren ze ook van plan, om hun regelgeving inzake de defensie-industrie te versoepelen. Het zou immers ontzettend dom zijn, collega's, om niet te proberen met onze eigen bedrijven maximaal te profiteren van de groeiende defensiebehoeften in Europa en de wereld. In elke crisis ligt een opportuniteit en ik roep derhalve alle overheden, maar ook heel ons bedrijfsleven, op om de kansen van een groeiende defensie-industrie in Europa te zien en te plukken. Op die manier zullen wij bijdragen tot de veiligheid van onze burgers en tot de veiligheid van Europa en tegelijk tot de versterking van ons economisch en industrieel weefsel.

Dit is geen tijd voor naïviteit, dit is geen tijd voor afwachten, het is een tijd om te kiezen en om te handelen. En dat zal deze regering zeer binnenkort doen.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de eerste minister, u bent niet gelukkig met de uitspraken van verschillende leden van uw regering, maar het is uw taak als eerste minister om ervoor te zorgen dat alle neuzen in dezelfde richting staan. En dat is uw probleem: u hebt een regering, maar u hebt geen ploeg. U hebt de partijvoorzitters moeten samenroepen, en dat al na zeven weken. Na zeven weken hebt u de partijvoorzitters al nodig. U staat onder curatele van de partijvoorzitters.

Ik zeg het u al, collega's, luister goed: Defensie wordt het excuus voor de begroting. Dat wordt het codewoord: begroting, tekort, Defensie. Dat zal het zijn.

Let goed op, het wordt het rookgordijn voor de begroting.

Sofie Merckx:

Aujourd'hui, l'Europe dépense déjà plus que la Russie pour sa défense.

Nous nous posons donc en effet la question du bien-fondé de la décision d'y injecter des milliards supplémentaires. Nous ne sommes d'ailleurs pas seuls: ce week-end , Mme Rutten de l'Open Vld a exprimé ses interrogations quant à cette décision.

Monsieur De Wever, lorsque vous dites qu'on ne peut dépenser l'argent qu'une seule fois, nous pouvons déjà deviner la direction que cette affaire prendra. Le problème est que vous voulez tirer parti de cet effort et de ce climat pour réaliser des économies encore plus drastiques aux dépens de la classe travailleuse, alors que certaines mesures que vous avez proposées sont inacceptables. C'est le cas, par exemple en ce qui concerne les pensions.

C'est pour ces raisons que, ce 31 mars, nous serons en grève avec l'ensemble des travailleurs du pays.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour votre réponse, même si nous n'avons pas appris grand-chose.

La cacophonie qui vous désole porte malheureusement un nom qui ne va pas vous faire plaisir: elle rappelle un peu la Vivaldi. En tout cas, c'est ainsi que cela avait commencé. Bonne chance!

En ce qui concerne les entreprises publiques, il s'agit de choix stratégiques. En tant que député, je ne voudrais pas que nous nous réveillions un matin en découvrant que toute une série d'entreprises publiques a été vendue sans que nous le sachions. Cela mérite un débat parlementaire, même à huis clos, puisque je comprends le caractère de confidentialité.

Je suis très heureux que vous puissiez aider le développement des industries de défense en Wallonie, en Flandre et en Europe. Il ne faudrait pas que ce réflexe s'arrête aux munitions et aux chars. Cela concerne également, potentiellement, les avions de chasse. Si les Européens sont capables de construire des avions de ligne comme les Airbus, il n'y a aucune raison que d'ici 10, 15, 20 ou 30 ans, nous ne soyons pas aussi capables de construire des avions de chasse.

Steven Matheï:

Mijnheer de premier, u onderstreept terecht dat er aanzienlijke inspanningen nodig zijn om onze investeringen in defensie de NAVO-norm te laten halen. We benadrukken wel dat het belangrijk is om die factuur niet door te schuiven naar de volgende generaties. Tegelijkertijd ontplooit er zich een soort hybride oorlog in ons land en daarom moeten we ervoor zorgen dat de interne veiligheid in ons land ook gewaarborgd blijft. Dat zal een verhaal voor de komende weken en maanden zijn.

Georges-Louis Bouchez:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je pense qu'un angle n'a pas eu l'occasion d'être abordé, c'est la question de l'autonomie sur le plan commercial et numérique, qui, à mon sens, est vraiment un enjeu au moins tout aussi important. Pour le reste, en ce qui concerne le financement des 2 %, puisque certains ont demandé un peu de clarté, je peux d'ores et déjà donner la position de notre formation politique. C'est que vous ne pouvez pas avoir les chefs d'État et de gouvernement de l'Union européenne qui, devant toutes les caméras, disent que, potentiellement, une guerre est à nos portes et faire croire aux gens que rien ne va changer dans les budgets. À un moment donné, vous devez consacrer vos moyens aux besoins qui sont des besoins impériaux et vitaux pour la survie de notre pays et de l'Union européenne. Il ne faut pas d'impôts en plus dans le pays le plus taxé. Il faut du financement structurel! Il faut du courage politique! Je vous remercie.

De EU-top van 6 maart over defensie en de steun aan Oekraïne
De Belgische positie in het internationale veiligheidsbeleid
De Europese defensietop na de recente wijzigingen van het Amerikaanse beleid ten aanzien van Oekraïne
Het ReArm Europe-plan, de defensietop van 6 maart en de steun aan Oekraïne
De besluiten en de uitwerking van de EU-top van 6 maart te Brussel
EU-top 6 maart: defensie, Oekraïne-steun, internationaal veiligheidsbeleid

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 13 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Europese defensieautonomie en financiering na Trumps onbetrouwbare VS-beleid en Poetins agressie, met België onder druk om 4 miljard extra te investeren. Magnette (PS) eist dat Poetin (niet burgers) betaalt en waarschuwt voor dure, inefficiënte Amerikaanse wapenaankopen (bv. F-35’s), terwijl De Wever (N-VA) en Van den Heuvel (CD&V) pleiten voor Europese samenwerking, industriële integratie en strategische autonomie—zonder versnippering of paniek. Critici (Aerts, Ponthier) vrezen ongedekte cheques en escalatie, terwijl Safai (N-VA) het EU-plan *"ReArm Europe"* (800 mjd) als historisch scharniermoment omarmt.

Paul Magnette:

Monsieur le premier ministre, l'heure est grave! Depuis son retour à la tête des États-Unis, Donald Trump sème le désordre partout. Il sème le désordre autour des États-Unis avec ses projets d'annexion du Groenland et du Canada. Il sème le désordre au Proche-Orient avec ses projets délirants pour la bande de Gaza et son soutien inconditionnel au gouvernement Netanyahou. Il sème le désordre chez nous avec ses mesures douanières qui menacent notre économie et nos emplois. Et il sème le désordre à nos frontières avec son alliance à peine cachée avec le dictateur Poutine et le lâchage en rase campagne de Zelensky et du peuple ukrainien. Trump met le feu au monde! Il est aujourd'hui la première menace pour notre sécurité.

Les Européens doivent prendre leur sort en main. Ils commencent à le faire timidement. Après l'invasion de l'Ukraine par Poutine, en quelques mois, nous nous sommes débarrassés du gaz russe. Nous devons désormais nous passer des armes américaines. Cela impose, c'est vrai, un investissement massif en matière de sécurité, mais pas à n'importe quelle condition. Il faut d'abord tirer les leçons du passé.

Voici 10 ans, le premier gouvernement MR/N-VA a acheté des avions américains, fasciné par le soutien américain.

Ces F-35 nous ont coûté une fortune, 5 milliards, et peut-être ne décolleront jamais. Et votre ministre de la Défense veut à nouveau investir massivement dans de l'armement américain. Il ne faut pas refaire cette erreur. Les investissements doivent profiter à notre économie et à nos emplois.

Et puis, il y a bien sûr la question que tous les Belges se posent. Qui va payer? Qui va payer? Pour nous, la réponse est très claire. Ce ne doit pas être les travailleurs, ce ne doit pas être les pensionnés. Le responsable de la guerre, c'est Poutine et c'est Poutine qui doit payer.

Ma question est donc claire, monsieur le premier ministre. Êtes-vous prêt à vous rallier aux Européens qui veulent saisir les avoirs (…)

Koen Van den Heuvel:

Beste collega's, vandaag is er grote onzekerheid op wereldvlak, zoals we ook hier al gehoord hebben. Een wispelturige Amerikaanse president, die blijkbaar heel goed bevriend is met de Russische beer, dwingt ons in Europa tot keuzes om de veiligheid van onze gezinnen te waarborgen en de democratie van morgen veilig te stellen. Daarbij moeten we een gezonde ambitie tonen, want de tijd is rijp om als Europeanen onze verantwoordelijkheid op te nemen en onze strategische autonomie binnen Europa te versterken.

De extra veiligheidsinvesteringen in defensie zijn nodig. Daarbij telt niet alleen de kwantiteit, maar ook de kwaliteit. We moeten die middelen op de juiste, de meest efficiënte en strategische manier gebruiken. Het is niet de bedoeling dat we met onze goedgevulde portemonnee wereldwijd gaan shoppen. Ik denk dat we de juiste keuzes moeten maken. Dat wil zeggen dat we komaf moeten maken met de versnippering van de militaire investeringen binnen Europa. Gedaan met twaalf verschillende typen tanks, terwijl Amerika één tank heeft. Wij moeten kiezen voor meer Europese samenwerking, we moeten kiezen voor meer strategische autonomie binnen Europa en we moeten kiezen voor een sterke uitbouw van een goede innovatieve Europese defensie-industrie.

Mijnheer de premier, de voorbije weken nam u regelmatig deel aan Europees topoverleg, en dat zal in de toekomst nog meer gebeuren. Vandaar onze vraag welke boodschap u op Europees niveau zult brengen. Hoe ziet u de versterking van de militaire samenwerking binnen Europa? Hoe ziet u de uitbouw van een innovatieve, sterke Europese defensie-industrie? In welke mate speelt in uw ogen de Atlantische samenwerking daarin nog een versterkende rol?

Voorzitter:

Dan zijn er drie vragen die in de commissie werden ingediend en hier worden toegevoegd. De eerste vraag is van collega Aerts.

Staf Aerts:

Mijnheer de eerste minister, collega's, ik neem jullie even mee naar mijn keukentafel van afgelopen maandag. Ik heb drie kinderen van 11 jaar, 15 jaar en 17 jaar. De jongste, Kasper, vroeg, heel ongerust: "Zal mijn grote broer, die volgend jaar 18 wordt, naar het leger moeten gaan en moeten gaan vechten in Oekraïne?" Zo ongerust zijn onze kinderen dus aan het worden. Die ongerustheid is er niet alleen bij onze kinderen, maar in onze hele samenleving.

Ik begrijp dat grotendeels, want de vernederende manier waarop Trump Zelensky vorige week in de hoek heeft gezet, tart alle verbeelding. Poetin is al langer een agressor, maar de VS toont zich echt als een ongelooflijk grote onbetrouwbare speler.

Wat ondertussen niet helpt om die onrust te bedaren, zijn politici die opgaan in het opbod, waarbij ze komen met meer miljarden, met F-35's die men wil bijkopen, Amerikaanse dan ook nog, en met drones. Iedereen heeft noodpakketten nodig. Net nog hoorde ik: pas op, want straks staan de Russische troepen hier op de Grote Markt in Brussel.

Dat gaat de onrust niet wegnemen. Neen, wat wij nodig hebben, zijn politici die niet panikeren maar organiseren, die het hoofd koel houden en die doordacht en samen met Europese partners het gesprek aangaan. Dat betekent meer Europese samenwerking, meer samenwerking, want anders gaan we de fouten maken die we al tientallen jaren aan het maken zijn. Elk land investeert in zijn eigen kleine legertje en internationaal staan we nergens. Dat betekent niet alleen investeren in defensie, maar ook in eerlijke vrede en veiligheid. Dat doen we met meer diplomatie, met meer ontwikkelingssamenwerking. Dat is net hetgene waarop u wil gaan besparen.

Mijnheer de eerste minister, hoe gaat u ervoor zorgen dat we met België volop voor meer Europese samenwerking gaan op al die domeinen van veiligheid?

Darya Safai:

Mijnheer de premier, de 27 lidstaten van de Europese Unie zijn het op de speciale Europese top in Brussel eens geworden over een ambitieus plan voor het versterken van de Europese defensie. Het plan, 'ReArm Europe', is goed voor 800 miljard euro.

Deze top zal de geschiedenis ingaan als de dag waarop Europa eindelijk wakker werd, de dag waarop wij onze harde veiligheid eindelijk opnieuw ernstig namen en de dag waarop onze defensie ontwaakte. Het is een scharniermoment waarop toekomstige generaties zullen terugkijken.

Nu moeten we belangrijke beslissingen nemen. Wij kunnen Europees wegen, op voorwaarde dat we over onze eigen schaduw heen stappen en met een duidelijke visie naar buiten komen. Een juiste visie vergt ook investeringen in defensie.

Mijnheer de premier, zoals u al eerder hebt gezegd, moeten er miljarden euro worden gezocht. Dat is juist. Ik ben blij dat u zich inzet om zo snel mogelijk de minimumnorm van de NAVO te bereiken en de geloofwaardigheid van dit land te herstellen.

Mijnheer de premier, wat zijn de voornaamste conclusies die u trekt na afloop van de Europese top?

Hoe ziet u de verdere Europese samenwerking en de opbouw van de strategische autonomie?

Annick Ponthier:

Mijnheer de premier, de geopolitieke veranderingen komen in sneltempo voorbij. Eerst was er de aangekondigde terugtrekking van de VS-steun aan Oekraïne en aansluitend daarop vond vorige week de Defensietop plaats, waarop Ursula von der Leyen het ReArm Europe plan lanceerde ten belope van 800 miljard euro. Het merendeel daarvan, 650 miljard, zou moeten komen van extra uitgaven van de lidstaten en de rest van leningen.

Wat vaststaat, is dat de sense of urgency wat betreft de versterking van onze nationale en Europese defensiecapaciteit bij vrijwel iedereen begint te dagen. Intussen ligt er een voorstel tot staakt-het-vuren op tafel, met de steun van de VS en Oekraïne en vernemen we vandaag dat het Russische regime zijn eigen eisen ter zake stelt. In elk geval lijkt de diplomatie het op dit moment te halen van de oorlogsretoriek. Dat verhinderde uw minister van Defensie echter niet om tijdens het bilateraal overleg met president Zelensky maar liefst 1 miljard euro extra militaire steun te beloven.

Er blijven nog veel vragen onbeantwoord over de verdere afwikkeling van dit conflict en ik wil u dan ook graag de volgende vragen stellen. Wat betekent het ReArm Europe plan voor België en de inspanningen of het vlak van defensie? Wat betekent dit voor onze defensie-industrie? Wat als er effectief een staakt-het-vuren komt of op termijn een vredesakkoord? Welke rol zal België dan volgens u moeten spelen?

Bart De Wever:

Monsieur Magnette, je comprends votre manque d’enthousiasme à l’égard de M. Trump, mais dire, en tant que pays membre de l’OTAN, que les États-Unis sont la première menace pour notre sécurité est un non-sens dangereux. Tout comme l’est le fait de dire qu’il suffirait simplement de saisir les avoirs gelés, et je pense que vous le savez. J’appelle tout le monde au calme, à rester serein et à dire moins d’inepties.

Le 6 mars s’est tenu un Conseil européen extraordinaire. L’ordre du jour portait sur deux grands thèmes: l’Ukraine et la défense européenne. Cette réunion faisait suite à la réunion informelle en matière de défense de février, au cours de laquelle il fut question de renforcer la capacité de l’Union européenne à faire face aux menaces sécuritaires actuelles et futures.

Permettez-moi de commencer par les conclusions relatives à la défense. Il est clair que la capacité de défense européenne doit être renforcée. L’Union européenne prévoit dès lors des possibilités pour encourager les États membres à dépenser davantage en matière de défense. Elle présentera des décisions concrètes à ce propos au cours du Conseil européen du 20 mars. Comme je viens de l’exposer, nous devrons en tout cas accélérer l’augmentation de notre budget.

In de Raad hebben alle leiders unaniem de wil uitgesproken om onze strategische afhankelijkheden te verminderen en de kritieke capaciteitsgaten op te vullen. Sommigen menen blijkbaar dat dit heel eenvoudig is, maar het zal tijd vergen. We moeten in de toekomst maximaal op onszelf kunnen rekenen bij bedreigingen van onze veiligheid. Tot zolang zou ik alle anti-Amerikaanse statements eerlijk gezegd achterwege laten. Minstens tot zolang.

Om dat te realiseren, zal de Europese defensie-industrie zich dus maximaal moeten gaan ontplooien. Daarbij zullen inderdaad – mijnheer Van den Heuvel, u hebt dat aangeraakt – moeilijke maar levensnoodzakelijke keuzes gemaakt moeten worden inzake de integratie van die industrie op Europees niveau, en dus ook inzake de integratie van militaire capaciteiten. We weten dat allang. Het is een moeilijke weg, maar de dingen bewegen nu wel heel snel.

Voor de financiering van al die ambities wordt de Europese Investeringsbank vanaf nu niet langer ontmoedigd, maar gestimuleerd om te investeren in de defensiesector. Daarnaast zal er zeker mobilisatie nodig zijn van privékapitaal. Dit onderstreept eens te meer de noodzaak van een kapitaalmarktenunie om investeringen efficiënter en sneller te laten doorstromen. Ook hier, we weten dat allang, vergt dit moeilijke keuzes die vandaag echter snel noodzakelijk worden.

Commissievoorzitter Von der Leyen komt zeer binnenkort, normaal gezien volgende week, met een witboek over de toekomst van de Europese defensie, op basis waarvan de Raad naar ik hoop snel de nodige beslissingen zal kunnen nemen.

En ce qui concerne l'Ukraine, 26 É tats membres de l'Union, à l'exception de la Hongrie, ont réaffirmé leur soutien indéfectible à ce pays et à son intégrité territoriale.

Ik mag eigenlijk hopen dat we daar allemaal achter staan, dat we allemaal achter de steun voor Oekraïne staan; tenzij we tot de vijfde colonne van Poetin zouden behoren.

L'Union continuera de soutenir l'Ukraine par tous les moyens possibles: politiques, financiers, humanitaires et aussi militaires. Et j'en suis fier! En parallèle, l'Union maintiendra la pression sur la Russie grâce aux sanctions et à leur application renforcée. L'objectif reste qu'une Ukraine aussi forte que possible puisse s'asseoir à la table des négociations, parce que c'est clair pour nous et pour l'Union européenne: l'Ukraine doit être pleinement impliquée dans les négociations sur son propre avenir. Cela s'inscrit dans le principe plus large de la paix par la force, peace through strength . Ce n'est qu'en étant fortes qu'une Ukraine et une Europe résilientes pourront obtenir une paix durable et juste.

Al de rest lijkt mij ook naïeve onzin die we hier beter niet zouden vertellen. Op 15 maart zal ik deelnemen aan de virtual of leaders meeting on Ukraine op initiatief van de Britse eerste minister Keir Starmer. Op 20 maart zal ook de Europese Raad opnieuw samenkomen. Oekraïne en defensie zullen opnieuw op de agenda staan, samen met een aantal andere cruciale thema’s, zoals de versterking van de Europese competitiviteit, economische veerkracht, migratie, buitenlandse relaties, het beleid rond oceanen en milieu en de laatste ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Daarnaast zal deze Europese Raad een eerste aanzet geven tot de opmaak van het volgend meerjarig financieel kader, waar ongetwijfeld ook meer ruimte voor defensie zal moeten worden voorzien. Dat is de stand van zaken.

Paul Magnette:

Monsieur le premier ministre, votre réponse – comme vous éludez l'essentiel des questions, je ne sais pas si c'en est vraiment une – ne nous rassure pas. Dans une interview récente, vous avez déclaré que vous alliez augmenter les dépenses de 4 milliards et que vous alliez essayer, je cite, de "ne pas faire trop mal aux Belges". Mais vous faites déjà très mal aux Belges!

Vous faites déjà mal aux travailleurs, qui ne toucheront que quelques dizaines d'euros en plus dans quatre ans, et qui devront travailler plus longtemps, pour une plus petite pension. Vous faites mal aux pensionnés qui, en moyenne, perdront 1 000 euros par an. Vous faites mal aux invalides, aux personnes en situation de handicap, qui eux aussi, en moyenne, perdront 1 000 euros par an. Vous faites mal aux patients, qui subiront les conséquences de 2 milliards d'économies dans les soins de santé.

Et, aujourd'hui, vous n'apportez aucune réponse à la question de savoir qui va payer. Vous vous cantonnez à des déclarations extrêmement vagues. En vous écoutant, on ne comprend pas qui payera cet effort de guerre. Les Belges ne sont pas responsables des délires de Trump et de Poutine. Ce n'est pas à eux de payer, c'est inacceptable, et nous continuerons à nous y opposer, avec toutes nos forces!

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de premier, bedankt voor uw antwoord. Het is heel duidelijk, er zal in de toekomst heel wat meer geld naar defensie gaan. Toch is niet enkel de kwantiteit belangrijk, maar ook de kwaliteit. Voor ons is het heel duidelijk: wij willen niet langer een versnippering van militaire investeringen in Europa, maar wel een grotere Europese samenwerking, een grotere strategische autonomie binnen Europa en een sterkere Europese defensie-industrie.

Mijnheer de premier, we kunnen daar misschien als klein land een heel constructieve rol in spelen om het Europese orkest harmonieuzer te laten klinken. Ik wens u daarmee veel succes!

Staf Aerts:

Mijnheer de premier, collega's, vrede en veiligheid moeten voorop staan. We zullen dus meer moeten investeren in defensie. We kunnen ons immers niet verdedigen tegen Poetin met mes en vork. We moeten wel slim, strategisch en effectief investeren, niet in het wilde weg of holderdebolder.

Premier, ik heb uw oproep goed gehoord. U roept iedereen op om sereen en kalm te blijven, maar ik hoop dat uw minister van Defensie die oproep ook gehoord heeft. Hij is immers ballonnetje na ballonnetje aan het lanceren om het defensiebudget hoger te krijgen.

Waar dat geld vandaan zal komen, is vandaag echter nog niet geweten. Dat is nog een grote ongedekte cheque. Daarover moet echter zeer goed nagedacht worden. Laat ons die cheque ook niet opblazen door alleen maar op een slechte manier te investeren. Volg dus de oproep van de cd&v-collega's om in te zetten op meer efficiëntie en meer samenwerking binnen de Europese Unie. Dat is wat we vandaag absoluut nodig hebben in deze ongeruste wereld.

Darya Safai:

Dank u wel, premier, voor uw antwoorden, voor uw inzet en voor alle maatregelen die u treft voor onze veiligheid en onze toekomst.

Collega’s, in de huidige geopolitieke toestand mogen we geen freerider meer zijn. Wij moeten extra inspanningen leveren voor onze eigen veiligheid als gevolg van het non-beleid van de vorige regering. Nu het nieuwe Amerikaanse bestuur andere beslissingen neemt, komt de beslissing van de Europese Unie op een cruciaal moment voor Oekraïne en de Europese veiligheid. Zoals u zei, is het belangrijk dat we Oekraïne blijven steunen. Dat is trouwens ook goed voor onze eigen vrede en voor de welvaart in Europa.

Collega’s, elke crisis brengt opportuniteiten met zich mee. De huidige moeilijke tijden kunnen ons in staat stellen om ons beter voor te bereiden op de komende uitdagingen. Samen kunnen we die uitdagingen aan.

Annick Ponthier:

Mijnheer de premier, de vredesonderhandelingen die momenteel plaatsvinden en die een sprankeltje hoop op vrede in Oekraïne en op veiligheid in Europa bieden, moeten volgens ons alle kansen krijgen. We moeten dan ook uiterst omzichtig omspringen met beslissingen die een escalatie kunnen uitlokken of die het vredesproces kunnen dwarsbomen. Wat ons betreft, hebben we alle miljarden nodig om eerst onze eigen defensiecapaciteit herop te bouwen en onze samenleving en onze mensen veilig te stellen. Dus versterking van onze eigen defensiecapaciteit, ja. Versterking van onze eigen defensie-industrie, ja. Toekomstige generaties opzadelen met een gigantische schuldenberg via dat ReArm Europe plan, neen. Daartoe zullen een aantal heilige huisjes moeten sneuvelen. De oplossing ligt voor de hand: bespaar snel op migratie, bespaar op de politieke factuur en bespaar op de miljardentransfers.

De hybride oorlogsvoering vanwege Rusland

Gesteld door

Vooruit Axel Weydts

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 13 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Russische hybride oorlogsvoering in België en Europa escaleert via stickers, sabotage (bv. verffabriek in Polen), cyberaanvallen en sociale-media-manipulatie, vaak gecoördineerd via Telegram en cryptobetalingen, met kritieke infrastructuur (energie, havens, defensie) als hoofddoel. Francken bevestigt verhoogde waakzaamheid—zo monitorde de marine al 27 Russische schepen dit jaar—en wijst op samenwerking tussen Veiligheid van de Staat, Defensie (Cyber Command) en politie, maar benadrukt dat de dreiging diverser en agressiever wordt. Weydts (Vooruit) eist structurele actie van alle overheidslagen, niet enkel Defensie, en ziet veiligheid als topprioriteit, met focus op moderne infiltratietechnieken (lokaal geronselde burgers, digitale werving). Beide onderstrepen dat hybride dreigingen nu al dagelijkse realiteit zijn, van de Noordzee tot cyberruimte.

Axel Weydts:

Wie door de Brusselse wijken wandelt, ziet vaak een sticker met de slogan 'Weg met de NAVO' hangen. Die sticker lijkt misschien onschuldig, maar is dat helemaal niet, want het betreft een actie van de Russische geheime dienst. Collega's, wie dacht dat het om een actie van de communisten van de PVDA gaat, heeft het deze keer mis. Via Telegram worden namelijk mensen geronseld om dergelijke acties uit te voeren tegen het Westen en tegen onze maatschappij.

Dat klinkt onschuldig, maar dat is het zeker en vast niet. Journalisten uit heel Europa hebben het van de week aangetoond. Het begint met iets kleins als het kleven van een sticker, maar het kan eindigen met ernstige sabotageacties tegen onze installaties, elektriciteitsvoorzieningen, waterzuiveringsinstallaties en havens. In Polen stond iemand zelfs op het punt om voor 4.000 dollar een verffabriek in de fik te steken.

Beste mensen, voor Vooruit is het heel duidelijk, we moeten de veiligheid van onze mensen beschermen. Het is dan ook goed dat deze regering, met Vooruit, gaat investeren in defensie, maar we moeten er ons ook van bewust zijn dat dit geen strijd is van defensie alleen. We zullen op vele terreinen moeten vechten en we moeten dat vandaag al doen. Het gebeurt nu al in de Noordzee. Onze kritieke infrastructuur daar wordt geviseerd. We krijgen dagelijks te maken met cyberaanvallen van Russische organisaties op onze instellingen. We moeten ons weerbaar maken tegen dergelijke hybride dreigingen.

Mijnheer de minister, wat zult u doen om de mensen tegen die dreiging te beschermen?

Theo Francken:

Mijnheer Weydts, het is heel goed dat er eindelijk ruime publieke belangstelling is voor de hybride dreiging tegen Europa en tegen ons land. Die is al geruime tijd gaande, is bijzonder divers qua methodiek en escaleert. Dat gaat van cyberaanvallen tot pogingen tot sabotage, onder andere van defensiebedrijven en het zaaien van maatschappelijke onrust via sociale media.

De Russische staat wijdt daar veel financiële middelen en personeel aan. We hebben op dat vlak nog maar het begin gezien. Hybride aanvallen kunnen zowel onze defensie, onze overheidsinstellingen, onze kritische energie- en communicatie-infrastructuur als onze grote banken en systemen voor betaalverkeer tot doelwit hebben.

Om het hoofd te bieden aan deze hybride dreiging zijn verschillende overheidsdepartementen verantwoordelijk, zoals de Veiligheid van de Staat en de politie, maar ook Defensie staat klaar. Zo werkt de militaire inlichtingendienst nauw samen met de Veiligheid van de Staat en is onze marine extra waakzaam wanneer er een Russisch schip door de Noordzee vaart, of het nu gaat om een schaduwschip of een echt schip. Zoals u weet, bestaat er immers een grote Russische schaduwvloot.

Die waakzaamheid is nodig, want vorig jaar passeerden 155 Russische schepen langs onze kust, een enorme stijging. Dit jaar zijn er tot op vandaag al 27 schepen gepasseerd en is een patrouilleschip van onze marine, de Castor of de Pollux, maar liefst 18 keer uitgevaren om die doortochten te monitoren. Alle andere schepen werden elektronisch gemonitord.

Ook werd in 2019 een Cyber Command opgericht bij Defensie dat deze bedreiging het hoofd biedt. De focus van deze eenheid ligt niet alleen op de bescherming tegen cyberaanvallen, maar ook op het herstellen van onze netwerken wanneer het zover is.

Wij zijn dus volop bezig en we zullen ook de komende jaren daaraan blijven werken.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, spionage en infiltratie verlopen vandaag niet meer zoals in een oude film uit de tijd van de Koude Oorlog, met mannen met lange jassen en vreemde accenten. Nee, het gaat over mensen van bij ons die via Telegram en cryptomunten worden verleid tot het plegen van dergelijke sabotageacties. Het is goed dat wij verbonden zijn met de wereld, maar dat houdt ook risico's in. Dat is de afgelopen weken heel duidelijk gebleken. Niemand twijfelt eraan dat het ingewikkeld is, mijnheer de minister. Het zal inderdaad een werk van alle departementen zijn, niet alleen van Defensie. Daarom is het juist zo belangrijk dat deze regering het verschil maakt. Voor Vooruit is onze veiligheid een topprioriteit en dat zal altijd zo blijven. Wij kijken uit naar de resultaten die u zult boeken in de strijd tegen de hybride oorlogsvoering.

De keuze van de F-35
De evaluatie van de F-35
Gevechtstoestellen F-35

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 13 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De PVDA bekritiseert de aankoop van F-35’s als een Amerikaanse afhankelijkheidsval (kill switches, logistieke controle, sabotage via software/onderdelen) en noemt ze te duur, onbetrouwbaar en strategisch riskant, terwijl minister Francken (N-VA) de F-35 verdedigt als technisch superieur, soeverein inzetbaar en essentieel voor NAVO-interoperabiliteit, met Europese onderhoudsnetwerken als waarborg tegen Amerikaanse dominantie. Buysrogge (N-VA) ontkracht "fake news" over de *kill switch* en benadrukt dat Europese defensieautonomie alleen haalbaar is via meer budget en samenwerking, niet door afzien van de F-35, terwijl Tonniau (PVDA) wijst op groeiend internationaal wantrouwen (Canada, Denemarken, UK) en eist een Europese alternatief om strategische autonomie te garanderen.

Robin Tonniau:

Mijnheer Francken, de PVDA stelt al jaren dat de Belgische regering moet stoppen met de Amerikanen achterna te lopen. Jullie willen echter niet luisteren. Jullie doen gewoon voort. Zelfs met iemand als Trump als president blijven jullie het Amerikaanse imperialisme steunen door de aankoop van F-35-gevechtsvliegtuigen.

Landen als Canada en Denemarken, die vandaag bedreigd worden door de Verenigde Staten, beseffen vandaag pas dat zij met de F-35 het paard van Troje hebben binnengehaald. Wie immers meent zelf te kunnen beslissen wanneer, hoe en vooral tegen wie een F-35 kan worden ingezet, is ofwel naïef, ofwel een stroman van de Verenigde Staten. Mijnheer Francken, welke van beide bent u?

U stelt dat er geen kill switch op de F-35 zit. Mijnheer Francken, in feite zijn er honderden. Elk onderdeel van het proces is en blijft in handen van de Amerikanen: de logistiek, de bewapening, de opleiding, de software en de radarsystemen. De hele technologische en logistieke keten wordt door het Pentagon gecontroleerd. De Amerikanen verkopen ons wapensystemen, maar weigeren de broncodes mee te geven. U weet dat maar al te goed. Kijk naar wat zij doen met de F-16’s in Oekraïne. Zij saboteren de boel vanop afstand.

Er zijn voldoende objectieve criteria om vooral niet te kiezen voor de F-35. Ze zijn niet betrouwbaar, ze zijn de duurste in aankoop, de duurste in gebruik en de duurste in onderhoud. De toeleveringsketen van de reserveonderdelen is bovendien één grote chaos.

Mijnheer de minister, u hebt al gezegd dat u met ons belastinggeld extra F-35’s wil bestellen bij Trump. Worden wij daardoor niet volledig afhankelijk van de Verenigde Staten of is dat net uw bedoeling?

Peter Buysrogge:

Mijnheer de minister, ik zal een iets andere toon aanhouden. In 2018 nam de toenmalige regering een belangrijke beslissing over de aankoop van nieuwe jachtvliegtuigen. Er werd gekozen voor de F-35's, die technisch en militair superieur zijn ten opzichte van andere voorliggende Europese projecten. Al van bij het begin verkondigden tegenstanders een hoop fake PVDA-news over technische fouten en zeiden ze dat er van alles fout liep. Telkens kon dat worden weerlegd.

Nu is er sprake van de zogenaamde kill switch , alsof president Trump in het Witte Huis over een of andere knop beschikt om dat toestel onklaar te maken. Het is jammer dat iemand als Elon Musk die geruchten ook voedt. Het is niet alleen belachelijk, maar ook onjuist.

Er doken ook andere mogelijke problemen op deze week, namelijk dat de Amerikanen geen wisselstukken zouden leveren en dat er geen updates van die toestellen zouden gebeuren. Mochten de Amerikanen zoiets doen - Europa kan ook beslissen om geen wisselstukken aan Amerika te leveren, iets waar ik voor alle duidelijkheid niet op aandring - dan zou dat niet alleen de vertrouwensband tussen Amerika en Europa schaden, maar dan zou dat er ook voor zorgen dat geen enkel land nog die F-35 koopt. Ik weet niet of de Amerikaanse industrie daarop zit te wachten.

Mijnheer de minister, in het regeerakkoord staat duidelijk dat er extra jachtvliegtuigen aangekocht zullen worden. Voor ons is dat gewoon een uitbreiding van de F-35-vloot, maar dan moeten er wel duidelijke antwoorden komen op de kwesties die hier nu populistisch worden aangekaart. Bestaat er zo’n kill switch ? Kunt u het fake news van de alliantie Musk-PVDA weerleggen en hoe ziet u de samenwerking in het kader van de F-35 verder verlopen?

Theo Francken:

Geachte Kamerleden Tonniau en Buysrogge, de afgelopen dagen werd er veel fake news verspreid over de F-35. Ik zal uitleggen waarom de F-35 de voor de hand liggende keuze is en blijft voor onze luchtmacht. Het toestel is met voorsprong het beste op de markt, zowel qua prestaties als qua prijs-kwaliteitsverhouding. Het beschikt over geavanceerde stealth- en radarkwaliteiten, waarover geen enkel ander toestel momenteel beschikt. Daarenboven biedt het enorme voordelen qua interoperabiliteit met onze bondgenoten, onder meer qua onderhoud. Maar liefst 13 verschillende Europese landen kozen immers onafhankelijk van elkaar voor die F-35.

Ervaren gevechtspiloten benadrukken keer op keer dat dit gevechtsvliegtuig hun voorkeur geniet in geval van een conflict. Bovendien blijkt uit virtuele oefengevechten dat de F-35 met een ratio van 20 tegen 1 wint tegen andere vliegtuigen zoals de Rafale en de Eurofighter.

Rusland en China zouden niets liever willen dan dat België afziet van de aanschaf van bijkomende exemplaren, gezien deze essentieel zijn voor het behalen van luchtoverwicht. Daarenboven is er in de komende decennia geen Europees alternatief beschikbaar voor de F-35 en is het vanuit logistiek oogpunt onzinnig voor een land als België om twee verschillende types gevechtsvliegtuigen aan te schaffen.

Ik zal nu iets zeggen over de zogenaamde kill switch waarmee de VS vanop afstand onze F-35 zou kunnen lamleggen. Dat is een hoax, dames en heren. Het is een mythe, die in deze woelige tijden wordt aangeblazen door zij die liever niet zien dat dit land een performante luchtmacht heeft of door zij die er commercieel belang bij hebben.

De F-35 is geen uitsluitend Amerikaans programma, maar een multinationaal programma waaraan ook Japan, Zuid-Korea, Australië, Canada en tal van Europese landen deelnemen.

België kan de F-35 op soevereine wijze inzetten voor operationele missies. De F-35 kan volledig autonoom worden gebruikt. Voor langdurig onderhoud en de levering van reserveonderdelen werd voorzien in een samenwerking met andere Europese F-35-gebruikers. Op onze basissen zijn reserveonderdelen beschikbaar, ondersteund door de Europese industrie. Ook zijn er Europese onderhouds- en reparatiefaciliteiten voor onze F-35's, onder meer in Nederland en Italië. Ik was deze week nog bij de Italiaanse minister om onder andere daarover te spreken.

Het partnerschap rond de F-35 creëert zo een wederzijdse afhankelijkheid tussen alle deelnemende landen. Die kan niet eenzijdig worden verbroken zonder gevolgen voor alle gebruikers, inclusief de Amerikaanse. Ten slotte wens ik erop te wijzen dat de insinuatie van zo'n deloyale houding bij de Verenigde Staten inzake de F-35 op niets is gebaseerd. Ondanks forse en soms tegenstrijdige politieke verklaringen uit de Verenigde Staten is er momenteel geen sprake van een Amerikaanse terugtrekking uit de NAVO. Vorige week nog kwam een nieuwe Amerikaanse brigade aan in onze haven van Antwerpen. Laten we allemaal het hoofd wat koeler houden. Dank u.

Robin Tonniau:

Mijnheer Francken, het valt me op dat u uw verklaring in de pers niet meer durft te herhalen. Gaan we F-35's bijbestellen of niet? U hebt het gezegd, in het regeerakkoord staat gevechtsvliegtuigen, los van het feit of dat F-35's zullen zijn. Dat hebt u niet durven te herhalen.

Het klopt, onze bondgenoten en wijzelf hebben F-35's besteld. Maar wat zien we vandaag? Er is overal debat over. We zien dat in Canada, we zien dat in Denemarken, we zien dat in Duitsland, we zien dat in Zwitserland, we zien dat in Turkije. Zelfs in Groot-Brittannië is er een debat over: gaan we verder met die F-35's of kiezen we voor onze eigen Typhoons?

Behalve hier. Hier is het taboe. Hier is het F-35's of niets. U moet echter weten dat als u bij de Amerikanen bestelt, u afhankelijk bent van de Amerikanen. Dan doet u met hun materieel niet wat u wilt. Met andere woorden, als u strategische militaire autonomie wil opbouwen, moet u vooral niet bij de Amerikanen zijn en niet kiezen voor F-35's.

Peter Buysrogge:

Mijnheer de minister, dank u wel voor uw duidelijke antwoord en voor het weerleggen van al dat fake news. Ook in het debat met de eerste minister hoorden we daarnet dat de samenwerking met Amerika zowel op economisch vlak als op defensievlak toch wat onder druk staat. Laten we hopen dat de rede snel kan zegevieren aan beide kanten van de Atlantische Oceaan, bijvoorbeeld ook op het vlak van jachtvliegtuigen. Laten we niet naïef zijn. Laten we werken aan de Europese autonomie. Laten we die pijler verder versterken. Dat kan echter niet anders dan via extra budgetten, extra investeringen in defensie, met een versterkte samenwerking met onze defensie-industrie. Uit de uitleg van daarnet kan ik afleiden dat u op de PVDA niet kunt rekenen, maar op ons alvast wel. Ik kijk uit naar het debat dat we volgende week ongetwijfeld zullen voeren naar aanleiding van uw beleidsverklaring.

Een sociaal plan voor militairen
De betoging van de militairen
Het sociaal plan en de pensioenhervorming voor de militairen
De deelname van duizenden militairen aan de nationale actiedag
Het militaire personeel dat de straat opging voor zijn pensioen
De dienstvrijstelling voor militairen die aan de nationale staking van 13 februari wilden deelnemen
De plannen voor de pensioenhervormingen
Militairenprotesten en sociaal-pensioenhervormingen

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 12 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de pensioenhervorming voor militairen en de noodzaak deze te koppelen aan een hervorming van hun statuut, loopbaanvoorwaarden en arbeidsomstandigheden om uitstroom te voorkomen. Minister Francken bevestigt dat de pensioenleeftijd stapsgewijs verhoogd wordt tot 67 jaar (vanaf 2027), maar belooft een sociaal plan (eind 2024) met flankerende maatregelen—zoals aanpassingen aan woon-werkverkeer, loopbaanflexibiliteit en erkenning van operationele inzet—in overleg met vakbonden, die eisen dat het *volle statuut* (inclusief compensatie voor 7 onbetaalde dienstjaren en zware werkomstandigheden) heronderhandeld wordt. Kernpunt: Militairen voelen zich miskend door eenzijdige pensioenmaatregelen zonder tegemoetkomingen, wat dreigt te leiden tot massale uitstroom (vakbonden vrezen verdrie- tot vervijfvoudiging) en rekruteringsproblemen, terwijl Defensie juist 29.000 personeelsleden wil halen tegen 2030. Francken benadrukt budgettaire noodzaak (Belgische pensioenlast stijgt sneller dan EU-gemiddelde) maar erkent dat motivatie en waardering (bv. betere verloning, loopbaanperspectieven) essentieel zijn om Defensie aantrekkelijk te houden.

Voorzitter:

Collega's, ik verontschuldig mij voor de iets te late start van deze vergadering, veroorzaakt doordat de voorgaande vergadering, de commissie voor de Opvolging van de militaire missies, een beetje uitgelopen is.

Vandaag is een extra vergadering ingelast om mondelinge vragen te kunnen beantwoorden, zoals expliciet werd gevraagd bij het einde van de vorige vergadering. Zo kunnen nog mondelinge vragen behandeld worden voorafgaand aan de bespreking van de beleidsverklaring, die volgende week geagendeerd is. Op voorwaarde dat wij de beleidsverklaring tijdig ontvangen, vindt volgende woensdag een debat plaats waarin de minister zijn beleidsverklaring zal toelichten.

Ik durf in te schatten dat wij vandaag niet tot het einde van de vragenlijst zullen geraken, maar ik stel wel voor om ermee te starten. We zien wel hoe ver we komen.

Annick Ponthier:

Mijnheer de voorzitter, vandaag kunnen waarschijnlijk inderdaad niet alle vragen behandeld worden. Daarover maak ik mij geen illusies. Wat gebeurt er met de onbeantwoorde vragen? Worden die verwerkt in de bespreking van de beleidsverklaring of is er nog een andere mogelijkheid?

Voorzitter:

De minister heeft gezegd dat hij voor vragen die vandaag niet beantwoord worden, alleszins volgende week tijdens zijn toelichting het antwoord zal verschaffen. De antwoorden komen dus uiterlijk volgende week, tijdens zijn toelichting.

Theo Francken:

Vandaag staan heel veel vragen op de agenda, waarvan verschillende gebundeld in actualiteitsdebatten. Ik zal proberen om die vragen goed te beantwoorden. Vanwege een afspraak om 12.30 uur moet ik deze vergadering ten laatste om 12.15 uur verlaten, zoals ik al heb laten weten. Volgende week woensdag ben ik de hele dag ter beschikking voor het Parlement, zonder einduur, voor mijn part tot donderdagochtend, en dan zal ik alle nog openstaande vragen mee integreren in mijn toelichting, zodat iedereen normaal gezien een antwoord zal hebben gekregen op de lopende vragen, al kan een parlementslid natuurlijk van mening zijn dat het geen goed antwoord is. Het onderwerp van de vragen is heel diffuus. Doordat ik die volgende week beantwoord, kunnen we daarna met een schone lei starten voor de mondelinge vragen.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, zoals u weet, is er wat ongerustheid bij de militairen over de pensioenhervorming. U kondigde ook aan dat er een sociaal plan komt. U zei tijdens het debat over de regeerverklaring dat als er aan het einde van de loopbaan wordt gesleuteld, er ook moet worden gekeken naar de volledige loopbaan. U zei in de pers dat we meer materieel nodig hebben, maar dat we zonder personeel niets aan dat materieel hebben. De aandacht voor het personeel en voor de militairen is dus bijzonder belangrijk.

Op 26 februari hebben we hier in het Parlement van gedachten gewisseld met de vakbonden, voornamelijk over het statuut en over de pensioenhervorming. Zij lieten heel duidelijk blijken dat er een opening is om die pensioenleeftijd te verhogen, maar dat er dan naar het statuut moet worden gekeken. Dat is een goede zaak, dat moet in één adem bekeken worden. Als we de pensioenleeftijd verhogen, moeten we ook naar dat statuut kijken. Dat militaire statuut kent immers nadelen ten opzichte van andere veiligheidsberoepen en dat kan uiteindelijk niet de bedoeling zijn.

Mijnheer de minister, wilt u bij de uitwerking van uw sociaal plan ook het statuut van de militairen aanpassen, in samenspraak met de defensievakbonden?

Is volgens u de timing van 2027 om de verhoging van die pensioenleeftijd, samen met een hervorming van dat statuut, door te voeren haalbaar?

Op welke manier wilt u Defensie aantrekkelijker maken voor nieuwe rekruten en er vooral voor zorgen dat er geen grote uitstroom bij Defensie plaatsvindt omdat de pensioenleeftijd wordt verhoogd zonder flankerende maatregelen? Welke flankerende maatregelen voorziet u?

U zat ook al samen met de defensievakorganisaties. Hoe verliep het overleg met de vertegenwoordigers van die vakorganisaties?

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, il y a eu effectivement des militaires en rue pour témoigner non pas de leur inquiétude, mais plutôt de leur panique par rapport à la réforme des pensions que votre gouvernement veut leur imposer de manière assez unilatérale puisque les concertations n'ont pas eu lieu avant l'accord de gouvernement, semble-t-il. D'autre part, nous avions demandé, avant que l'accord de gouvernement ne soit signé, que les syndicats soient auditionnés devant cette commission. Nous les avons entendus avant de vous poser les questions et nous avons pu voir des hommes et des femmes responsables et qui nous ont simplement rappelé qu'il y avait un contrat social passé entre eux et l'État et que toucher à un élément du contrat social, c'est-à-dire la retraite, cela revenait à toucher à tout.

Ils ne nous ont pas dit qu'ils ne voulaient pas travailler un peu plus longtemps; ils nous ont simplement dit: "tenez compte du fait que notre engagement va jusqu'à donner notre vie pour notre pays et nos valeurs". Ils sont donc demandeurs de renégocier l'ensemble du statut du militaire et donc de renouer un nouveau contrat social avec l'État belge. Vous avez annoncé par ailleurs qu'il y aurait des négociations à ce sujet et que vous les ouvririez. Mes questions portent donc sur celles-ci et sont les suivantes: quand? comment? et enfin, avec quels moyens? – parce qu'au niveau des moyens budgétaires, je n'ai rien vu dans les déclarations d'intention dans le cadre de la déclaration de politique gouvernementale et nous savons très bien que le budget de l'État belge ne sera proposé à la sagacité des députés qu'à partir du mois de mai 2025. Je voudrais donc en savoir plus et aller au-delà des intentions qui vous ont été prêtées ou que vous-même avez tenues dans le cadre de vos différentes interventions soit au Parlement soit dans la presse.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, om de verwachte negatieve gevolgen van de pensioenhervorming te remediëren – wat absoluut noodzakelijk is – wilt u een sociaal plan opstellen. De vakbonden hebben al veel eerder gewaarschuwd voor een eventuele hogere uitstroom omdat de pensioenhervorming onlosmakelijk verbonden is met de loopbaan van de militairen. De bezorgdheid bestaat dat die loopbaan minder aantrekkelijk zou kunnen worden voor eventuele nieuwe rekruten en voor de mensen die noodzakelijk zijn op het terrein.

Het is dus belangrijk dat men heel omzichtig omspringt met die pensioenhervorming. Het effect op het personeelsbestand moet goed worden opgevolgd, vooral als we de doelstelling willen halen die u hebt uitgesproken in het regeerakkoord, namelijk om tegen 2030 te evolueren naar minstens 29.000 personeelsleden bij Defensie. Zoals ik al eerder heb gezegd, is personeel het grootste kapitaal van ons defensieapparaat. Zonder dat personeel hebben die bijkomende investeringen en middelen weinig zin.

De militairen voelen zich momenteel te weinig gehoord. Het is erg dat de vakbonden zelf moesten vragen om in dit Huis te worden gehoord tijdens een hoorzitting van enkele weken geleden. U hebt aangekondigd in overleg te zullen gaan met de vakbonden. Hoe ver staat u met de ontwikkeling van het sociaal plan? Binnen welk tijdsbestek wilt u dat voorleggen aan onze commissie?

Er werd meermaals gesteld dat een pensioenhervorming niet los kan worden gezien van een loopbaanhervorming. In welke mate bent u bereid om daarin mee te gaan? U hebt in het regeerakkoord gezegd dat u rekening zult houden met de specificiteit van het militaire beroep. Wat is daarvan aan op dit moment? Hoe bereidt u zich voor op die eventuele lagere instroom en hogere uitstroom als de voorziene pensioenhervorming wordt doorgevoerd?

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, een maand geleden kwamen 100.000 Belgen op straat tegen de asociale arizonaplannen. Tijdens die nationale actiedag viel de belangrijke aanwezigheid van militairen op. Duizenden militairen en de militaire vakbond zelf waren aanwezig. Ze wilden een duidelijk signaal geven, omdat ze zich in de steek gelaten voelen en omdat ze de geplande wijzigingen, volgens hun eigen communicatie, 'als een mes in de rug' beschouwen.

Tot dan toe dacht ik altijd dat hun ongenoegen enkel de pensioenleeftijd betrof. Tijdens de hoorzitting met de vakbonden twee weken geleden is evenwel tot me doorgedrongen dat het om veel meer gaat. Het gaat namelijk om de leefomstandigheden, die vaak ongezond zijn, het gebrek aan grip op de eigen loopbaan, de plaats van tewerkstelling die kan variëren, met heel lange woon-werkreistijden als gevolg. Voor 10 % van de militairen bedraagt die reistijd drie uur en meer. Dat is dus gigantisch veel. Ook gaat het over het zeven jaar gratis werken dat ze leveren. Als men nu ook nog de pensioenregeling afschaft, waarom zou dan nog iemand bij het leger blijven werken? De militairen beschouwen die regeling als hun allerlaatste voordeel, dat nu dreigt te verdwijnen.

De stafchef zelf zou hebben berekend dat attritie, de uitval door de pensioenmaatregel, zou vervijfvoudigen. De vakbonden zijn behoudsgezind en spreken van een verdrievoudiging, maar geven wel aan dat u op die manier het leger niet kunt uitbreiden.

Hoe verloopt het overleg met de vakbonden? Welke engagementen gaat u daarbij aan? Zijn die ruimer dan de pensioenmaatregelen? Hoe zult u ervoor zorgen dat werken bij het leger wel aantrekkelijk blijft?

Robin Tonniau:

Mijnheer de minister, mijn collega's hebben al aangehaald dat op 13 februari 100.000 mensen de straat op kwamen om te protesteren tegen de gekende antisociale maatregelen van Arizona. Onder de demonstranten bevonden zich ook enkele duizenden militairen. Hoewel u hun dienstvrijstelling had ingetrokken, waren ze toch massaal aanwezig op de betoging. Ik heb hen daar gezien en dat was best indrukwekkend.

U bent wel van plan om miljarden euro's extra te investeren in materieel, maar de militairen laat u in de kou staan. De militairen voelen zich verkocht. Ze manifesteren samen met de vakbond tegen uw pensioenhervorming, tegen het feit dat ze langer zullen moeten werken voor een lager pensioen, tegen het optrekken van de pensioenleeftijd naar 67 jaar, tegen het aanpassen van de referentiewedde, tegen het aanpassen van de tantièmes en tegen de pensioenmalus. Dat zijn allemaal maatregelen die hen en de rest van de werkende klasse hard zullen raken.

Twee weken geleden hebben wij hier de militaire vakbonden gehoord. Militairen werken vandaag een 66-urige werkweek. Zij werken over hun hele carrière 7 jaar gratis en nog is dat niet genoeg voor u. Nog wil Arizona hen straffen door hen langer te laten werken. De lage pensioenleeftijd is eigenlijk een zeer logische compensatie voor de opofferingen die militairen doen tijdens hun carrière: veel werkuren zonder overloon, geen vaste standplaatsen en gezinnen die bereid moeten zijn te verhuizen voor het werk van een van de ouders. De vakbonden vertelden dat 40-plussers bij Defensie nog moeilijk aan de bak komen. Zij kampen bijvoorbeeld met gezondheidsklachten als artrose. Tegelijkertijd zijn de uitbolfuncties van vroeger verdwenen of geoutsourcet aan privébedrijven.

Mijnheer de minister, u zei over de dienstontheffing van voormalig minister van Defensie Dedonder dat de militairen werden misbruikt als een politiek wapen. Staat u nog altijd achter die uitspraak? Ze waren immers met een paar duizenden aanwezig op de betoging.

Zult u de eisen van de vakbonden inwilligen, bijvoorbeeld een beter mobiliteitsplan, een correcte betaling van de gepresteerde uren en respect tonen voor de pensioenleeftijd?

Hoe zult u ervoor zorgen dat oudere militairen nog kunnen werken zonder hun gezondheid in gevaar te brengen? Zullen de vele extra werkuren zonder vergoeding eindelijk worden vergoed, nu de compensatie van een lagere pensioenleeftijd voor militairen wegvalt?

Denis Ducarme:

Monsieur le ministre, je suis très heureux de vous poser ma première question. J'étais tellement heureux de vous poser des questions que j'en ai déposées cinq, comme vous l'avez vu.

La première question est importante parce qu'elle touche à la mauvaise décision de la ministre Dedonder qui visait à octroyer aux militaires une dispense de service afin de leur permettre de faire grève. Il s'en était suivi une certaine polémique du fait que c'était une décision à caractère politique. Les motivations de la ministre de la Défense étaient politiques. À travers cet octroi de dispense de travail, elle s'engageait contre l'accord de l'Arizona en cours de discussion à l'époque.

Cette décision avait été prise en période d'affaires courantes, sans aucune urgence notable impliquant cette prise de décision. Il n'y avait pas eu non plus de concertation organisée avec le Conseil des ministres. Et cette décision était même irrégulière, sinon illégale. En effet, cette dispense générale de service octroyée aux militaires afin qu'ils puissent participer à une manifestation organisée dans le cadre d'une grève ne respecte pas au fond l'interdiction stricte visant les militaires pour ce qui concerne leur participation à un mouvement collectif de cessation de travail. Cette décision contrevient à l'article 175 de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires. Et donc, cette décision était même passible de poursuites. La justice pourrait s'y intéresser, devrait s'y intéresser. Vous avez dès lors eu parfaitement raison de revenir sur cette décision pour respecter le droit.

Monsieur le ministre, pourriez-vous nous informer du nombre de militaires qui ont pris congé le 13 février 2025? Pourriez-vous aussi nous informer des dispositions que vous souhaitez prendre – parce qu'on ne fait jamais que passer en politique – pour qu'une telle décision prise de manière unilatérale et sans concertation avec le Conseil des ministres ne soit plus possible?

Peter Buysrogge:

Mijnheer de minister, we hebben tijdens de bespreking van het regeerakkoord al gedebatteerd over het eventueel optrekken van de pensioenleeftijd, wat voor heel wat zenuwachtigheid zorgt. Zoals een aantal collega's al heeft gezegd, hebben we de vakorganisaties twee weken geleden gehoord. Die hebben ons gewaarschuwd voor de mogelijke gevolgen van een dergelijke beslissing.

In het regeerakkoord en in uw verklaringen ervoor en erna hebt u gewezen op het specifieke karakter van de opdrachten van de militairen. Het is belangrijk om dat mee in ogenschouw te nemen. Het is niet voor niets – en ik vermoed dat we het er volgende week wel over zullen hebben – dat in het regeerakkoord en vermoedelijk ook in uw beleidsverklaring staat dat het personeel van Defensie het hart van Defensie moet vormen. Dat is het eerste lemma in het hoofdstuk Defensie in het regeerakkoord. Dat zal ongetwijfeld ook aandacht krijgen in uw beleidsverklaring.

U hebt in de media al aangegeven dat u werkt aan een sociaal plan, specifiek met betrekking tot pensioenen, maar het gaat ook ruimer. Collega Aerts heeft gelijk als hij zegt dat de vakbonden hebben gewezen op een aantal zaken waarmee ze nu al geconfronteerd worden. Men zou het in negatieve zin kunnen interpreteren als zijnde een afrekening van de vorige regering en de vorige minister. Dat is niet helemaal correct, want de vorige minister heeft ook op het vlak van personeel heel wat inspanningen geleverd waaraan we nu verder moeten werken. We moeten rekening houden met het specifieke aandachtspunt dat een eventuele verhoging van de pensioenleeftijd zou kunnen leiden tot een bijkomende attritie.

Mijnheer de minister, hoe ziet u de pensioenhervorming? Op welke termijn ziet u die hervorming, eventueel in combinatie met het aangekondigde sociaal plan? Hoe verloopt het overleg met de vakbonden?

Voorzitter:

Collega Weydts wenst aan te sluiten bij dit debat.

Axel Weydts:

Ik ben een klein beetje verwonderd dat er collega's zijn die verwonderd zijn dat de bezorgdheid over meer gaat dan de pensioenen alleen. Daarom is het goed dat we vakorganisaties hebben en dat die uitgenodigd worden in onze commissie, zodat we kunnen luisteren naar wat er leeft onder onze militairen en welke de problemen zijn waarmee onze militairen al jaren kampen.

Dit wil ik toch ook gezegd hebben, de vorige regering heeft ernstig gesleuteld aan het statuut van de militairen. Ze heeft veel aandacht gehad voor het personeel van Defensie. Ik ben ervan overtuigd dat ook deze regering hetzelfde zal doen. Defensie kan immers, het is hier al een aantal keren gezegd, niet draaien zonder het menselijk kapitaal dat aanwezig is binnen de organisatie.

Men moet echter niet alleen personeel hebben, men moet ook gemotiveerd personeel hebben. Wie is immers bereid aan een operatie deel te nemen? Daarstraks hebben we het daarover gehad in de commissie voor de Opvolging van de militaire operaties. Honderden militairen worden ingezet in het buitenland. Ze zijn lange tijd weg van thuis, met gevaar voor eigen leven enzoverder. Ik hoef niet uit te leggen dat het aspect motivatie van het personeel zo mogelijk nog belangrijker is dan het aantal personeelsleden dat effectief onder de wapens is.

Vandaar dat het heel belangrijk is dat er effectief gewerkt wordt aan dat sociaal akkoord. U hebt ook al aangekondigd, mijnheer de minister, dat u daar echt werk van wilt maken. Het regeerakkoord is duidelijk, ook over de pensioenleeftijd enzoverder, maar het is ook heel erg duidelijk dat er nog heel veel besognes zijn van de militairen naast die over hun pensioen.

Mijn vraag is dan ook heel concreet of u bereid bent om daar verregaand in mee te gaan en echt te luisteren naar wat er binnen Defensie leeft op de werkvloer. Bent u bereid om straks niet alleen te investeren in materieel, maar ook een deel van de binnenkort verhoogde budgetten voor defensie te gebruiken om te werken aan een beter statuut van ons militair personeel?

Theo Francken:

Mijnheer de voorzitter, collega's, over de pensioenen, maar ook over het militaire beroep in bredere zin zijn er hier in de commissie inderdaad hoorzittingen geweest. Ik heb ook de vakorganisaties ontmoet. Ik heb die samen ontvangen. Ik zal ze in de komende weken ook apart ontmoeten. Morgen of overmorgen zal ik de eerste organisatie al ontvangen.

Ten eerste, collega’s, wij moeten ons rekenschap geven van de sociale realiteit. De aan de vergrijzing gerelateerde sociale uitgaven stijgen in België met 4,1 % van het bruto binnenlands product in de periode 2023-2070. In 2070 zullen die uitgaven in België 30 % van het totale bruto binnenlands product uitmaken, wat een aanzienlijke toename is. Ter vergelijking, in het gemiddelde EU-land stijgen de aan de vergrijzing gerelateerde sociale uitgaven in de periode 2022-2070 slechts met 1,2 % van het bruto binnenlands product, tot 25,6 % van het bruto binnenlands product in 2070. Dat verschil illustreert de unieke uitdaging waarmee België wordt geconfronteerd op het gebied van vergrijzingskosten.

Die pensioenlasten zullen terechtkomen op de schouders van onze jongeren. Wij kunnen en mogen de facturen niet blijven doorschuiven naar de volgende generaties in de hoop dat zij het probleem wel zullen oplossen. Wij moeten hervormen om de pensioenen betaalbaar te houden, de welvaartsstaat overeind te houden en de intergenerationele solidariteit intact te houden.

Het regeerakkoord voorziet daarom in een globale pensioenhervorming, waarvan de militaire pensioenen een onderdeel uitmaken. Het regeerakkoord bevat verschillende maatregelen die betrekking hebben op de pensioenen van militairen. Ik geef de belangrijkste weer. De pensioenleeftijd van militairen zal geleidelijk worden opgetrokken tot de wettelijke pensioenleeftijd van andere werknemers en ambtenaren. Vanaf 2027 wordt hun pensioenleeftijd geleidelijk verhoogd met één jaar per jaar, met respect voor de legitieme verwachtingen van mensen die vlak voor hun pensioenleeftijd staan. Daartoe voorzien wij in voldoende overgangsperiodes en -maatregelen, in overleg met de vakorganisaties.

La pension par limite d'âge sera transformée en pension à la demande. À l'avenir, les militaires pourront prendre leur retraite anticipée en fonction de leur carrière et de leur âge.

Voor actieve diensten zoals Defensie blijft de verhogingscoëfficiënt 1,05, met een jaarlijkse afbouw van 0,005 vanaf 2027 tot 1,025 in 2032. Dat blijft dan ook daarna 1,025. Concreet zullen militairen sowieso twee jaar vroeger kunnen uitreden en vanaf 2032 een jaar vroeger. Zij die 42 effectieve loopbaanjaren hebben, kunnen in de toekomst op 60 jaar met pensioen gaan. Wie 35 loopbaanjaren van 156 dagen met effectieve arbeidsprestaties en 7.020 effectief gewerkte dagen of langer gewerkt heeft, kan nog steeds op vervroegd pensioen zonder malus. De berekening van het pensioen van statutaire ambtenaren gebeurt momenteel op basis van het loon van de laatste 10 jaar en evolueert geleidelijk naar het loon van alle loopbaanjaren zoals voor andere werknemers en zelfstandigen.

Cette réforme entrera progressivement en vigueur avec un an supplémentaire chaque année, passant de 10 ans en 2027 à 45 ans en 2062. Étant donné que l'âge du départ à la retraite augmente et que cette réforme se déroule progressivement, la perte de pension restera limitée, vu aussi que davantage de droits à la retraite seront accumulés sur un salaire plus élevé à la fin de la carrière.

Dat zijn de modaliteiten die in het regeerakkoord zijn opgenomen, dames en heren. Het regeerakkoord stipuleert echter ook dat we de specificiteit van het militaire statuut erkennen en de deelname aan externe missies en operationele eenheden positief willen herwaarderen en in rekening brengen. Dat is belangrijk, dames en heren, want het militaire beroep heeft een aantal specifieke vereisten en verplichtingen die uniek zijn op de arbeidsmarkt. Daarover wil ik met de erkende vakorganisaties expliciet in overleg gaan.

Ik begrijp het ongenoegen en de frustratie die momenteel in de rangen heersen, ook al worden dat ongenoegen en de frustraties gevoed door voorbarige en soms misleidende informatie. Ik heb bepaalde bedragen van pensioenvermindering gehoord die in mijn ogen overdreven zijn en die niet kunnen worden gestaafd op basis van de berekeningen die wij maken.

Dans ce même contexte, 5 177 militaires ont demandé et obtenu un congé lors de la manifestation du 13 février dernier.

5.177 militairen hebben verlof aangevraagd en gekregen. Een aanzienlijk deel van hen zal mee gaan betogen zijn. Verschillende collega's zeiden al dat er veel militairen aanwezig waren. 5.177 hebben dus die verlofdag aangevraagd en de meesten onder hen zijn gaan manifesteren op 13 februari.

Je ne pense pas qu’il faille prendre des mesures spécifiques pour éviter qu'une décision comme celle de la fameuse dispense de service se reproduise. Il suffit que chaque ministre de la Défense fasse son travail au sein du gouvernement en toute transparence et collégialité.

Daar is het een beetje fout gelopen.

Ik wil een sociaal plan uitwerken dat rekening houdt met de specificiteit van het militaire statuut, dat maatregelen inhoudt inzake aangepast en werkbaar werk en promotiekansen, en dat het werk van onze militairen valoriseert. Ik herhaal wat ik heb gezegd tegen de staf van Defensie tijdens mijn bezoek in Evere. Ik zal bij de regering aandringen op respect voor de grondwettelijke specificiteit van het militaire beroep. Militairen stellen zichzelf bloot aan vele grote risico's. Ze zetten hun leven zelf ten dienste van de natie. Dat engagement mag en moet worden gehonoreerd.

Pour ce faire, j'ai déjà organisé une première prise de contact avec les délégués des organisations syndicales représentatives le 18 février dernier dans mon cabinet. Ils ont pu clairement exprimer leurs opinions. Au cours des prochaines semaines, j'entamerai une série de consultations avec chacune des organisations afin d'arriver, si possible, à un compromis. Les propositions et mesures concrètes y seront discutées. Afin de donner toutes les chances au dialogue social, je n'entrerai pas dans les détails pour le moment.

Dat zult u wel begrijpen. Het sociaal overleg loopt. Ik hoop een sociaal akkoord te kunnen sluiten met de vakorganisaties, of minstens met de meeste vakorganisaties, en ik hoop dat te kunnen bereiken tegen het einde van het jaar, dus ik geef mezelf daar nog iets meer tijd voor. Uiteraard zal ik verslag uitbrengen in de Kamer als daarover vragen worden gesteld. Ik ben ter beschikking.

Ik ga in op nog twee punten. Ik hoor hier beweren dat de stafchef gezegd zou hebben te verwachten dat de attritie maal vijf gaat met dit pensioenakkoord. Ik weet niet waar die informatie vandaan komt, ik heb dat niet gehoord, misschien heb ik dat gemist. Wel heb ik horen spreken over de attritie tijdens de loopbaan. We hebben hier al vaker besproken dat de attritie tijdens de opleiding hoog is. Daaromtrent loopt een actieplan, waarvan de eerste resultaten redelijk positief zijn, maar er is nog veel werk te doen. Tijdens de loopbaan echter hebben we een zeer lage attritie bij Defensie, namelijk van maar 1 à 2 %. Op het moment dat zij hun opleiding hebben afgerond, blijven de mensen doorgaans echt wel bij Defensie. Concreet blijft 98 tot 99 % bij het leger, bij Defensie. Er vertrekken dus heel weinig mensen. In de privésector is de attritie meer dan 10 %, dus minstens vijf keer hoger. Dat heb ik horen zeggen. Ik heb echter niet horen zeggen – maar mogelijk heb ik dat gewoon niet gehoord, dat kan – dat de CHOD verwacht dat de attritie plots vijf keer hoger zou zijn door deze maatregelen. Ik denk niet dat hij dat heeft gezegd, maar ik kan niet namens hem spreken. Ik heb het alleszins nergens gehoord of gelezen.

Ik denk dat het belangrijk is om te weten dat ik samen met de CHOD ook een communicatie heb uitgebracht op het militaire intranet, gericht tot alle militairen, over dat dossier, want het is een heel belangrijk dossier. Ik heb ook begrepen dat de CHOD alle kazernes zal bezoeken, naar de eenheden zal gaan om over heel wat dingen te spreken, natuurlijk ook over het punt van de pensioenen.

In een tweede punt ga ik in op de vraag of ik bij mijn standpunt blijf over de algemene dispersie, eigenlijk een dag congé, om te staken of te gaan betogen. Ik blijf erbij dat die toekenning werd misbruikt als politiek wapen. Dat standpunt houd ik aan. Dat instrument dient daarvoor naar mijn mening niet. De manier waarop dat werd beslist, heeft overigens veel zorgen gewekt in de toenmalige regering. Alexander De Croo, toenmalig premier in lopende zaken, stuurde een brief naar de toenmalige minister van Defensie met de vraag om haar beslissing in te trekken, maar dat heeft zij niet gedaan. Ik heb die beslissing ingetrokken. Ik denk dat veel partijen alleszins die mening deelden. In het parlementaire debat daarover meende ik alleszins een brede consensus te kunnen vaststellen. Niet iedereen was het ermee eens, maar veel partijen vonden dat het niet de juiste manier was.

Meer dan 5.000 militairen hebben verlof aangevraagd om te gaan betogen. Dat is een heel duidelijk en helder signaal. Het betreft dus heel veel militairen die dat hebben gedaan zoals het moet, namelijk verlof aanvragen en gaan manifesteren. Ik zal niet zeggen dat dat verwaarloosbaar is of een klein aantal, integendeel, het zijn heel veel militairen en het is een heel duidelijk signaal, waarnaar de regering moet luisteren. Ik zal dat proberen te doen en ik hoop mijn collega's in de regering te overtuigen van een goed sociaal akkoord waaraan ik nu eerst zal werken, samen met de vakorganisaties.

Ik herhaal dat er veel prachtig nieuw materieel is. Zo heb ik maandag de CaMo-voertuigen in Evere kunnen schouwen. Dat ziet er heel goed uit en er zal nog veel materieel worden geleverd. Dat is allemaal heel fijn en we zullen nog veel kunnen kopen, maar zonder personeel kan men er niets mee aanvangen. Men heeft dus zowel goed materieel en een goede infrastructuur als gemotiveerd personeel nodig, dat daadwerkelijk ter beschikking staat van de natie, want de militairen doen een ongelooflijke en harde job.

We moeten de militairen echt honoreren, valoriseren en danken. Dat doen we veel te weinig. In de Verenigde Staten bestaat er veel meer een cultuur van dankbaarheid – op alle mogelijke manieren – voor mensen die een dienst hebben bewezen aan het land. Zo krijgen veteranen op een Amerikaanse luchthaven voorrang voor de eerste zitplaatsen, voor de gate. Ik vind dat allemaal fantastische initiatieven. In het regeerakkoord staan een aantal initiatieven. We moeten ook in ons land nadenken over hoe we militairen kunnen valoriseren voor de dienst die ze aan onze natie leveren.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, dank om duidelijkheid te scheppen. Die pensioenfactuur moet worden aangepakt. Ik denk dat het overgrote deel van de bevolking het daarmee eens is. Het overgrote deel van de militairen beseft volgens mij ook dat iedereen zijn steentje zal moeten bijdragen om de pensioenfactuur onder controle te houden. Ik meen zelfs dat de vakbonden dit, weliswaar in andere bewoordingen, hier twee à drie weken geleden ook gezegd hebben. Verder moet ook dat statuut aangepast worden, onder meer op het vlak van het woon-werkverkeer en de arbeidsomstandigheden.

De pensioenhervorming staat zeer gedetailleerd in het regeerakkoord, zo blijkt ook uit uw toelichting. Over het statuut van de militair bent u echter minder in detail gegaan, maar u zou tegen het einde van het jaar proberen te landen. Die strakke timing is een goede zaak. Het is immers logisch dat militairen ongerust zijn bij het lezen van een zeer uitgewerkt pensioenplan dat voorziet in langer werken, maar nog niet in hervormingen van het statuut.

Ik blijf daarom bij mijn oproep om dat in één adem, in één beweging te doen. Ik vrees namelijk dat de uitvoering van de pensioenhervorming zonder de aanpassing van het statuut toekomstige rekruten zal afschrikken, terwijl die echt nodig zullen zijn. Verder vrees ik dat we daarmee de huidige militairen in dienst vervroegd naar de uitgang zullen duwen. Me dunkt zijn we het er allemaal over eens dat dit niet de juiste weg is.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses détaillées. Je prends note du fait que vous vous engagez à mener une concertation avec les syndicats ainsi qu’au sein du gouvernement. Je vous souhaite bonne chance au gouvernement car la déclaration de politique gouvernementale vous laisse peu de portes à ouvrir!

Si vous avez besoin de compter sur le Parti Socialiste pour améliorer le statut social des militaires, vous pouvez compter sur nous pour poursuivre le travail de Mme Dedonder avec vous.

Ensuite, sur les chiffres du surcoût budgétaire du département de la Défense lié à l’allongement de la durée de carrière, l’état-major évoque 4 milliards d’euros alors que les syndicats parlent eux de 3 milliards. Sur l’effet multiplicateur en termes d’attrition, les chiffres de l’état-major sont plus négatifs que ceux des syndicats. Il me semble qu’une vérification doit être faite avec l’état-major.

Enfin, je suis heureux de vous entendre mais inquiet d’entendre votre partenaire MR, dont la priorité semble être de prolonger la carrière des militaires de 10 ans et de régler ses comptes avec Mme Dedonder. Je trouve hallucinant que, pendant que le monde s’embrase, l’on vienne ici poser une question pour simplement régler des comptes politiciens!

Annick Ponthier:

De door ons gekende capaciteitsdriehoek personeel, investeringen en budget is cruciaal en moet in evenwicht zijn. Ik herhaal nogmaals dat het grootste kapitaal van ons defensieapparaat het militaire personeel is. Zonder dat personeel dienen die grote investeringen en die verhoogde budgetten tot niet veel.

De signalen die de militairen hebben gegeven, mogen absoluut niet op een koude steen vallen. Zij moeten gehoord worden. We mogen hier vooral geen politiek spel van maken. Ondanks de heersende verbolgenheid bij het personeel, bestaat er heus wel marge in de toegeeflijkheid van de militairen. Zoals we allemaal weten, staan militairen in operatie 24/7 paraat voor onze veiligheid, maar zij worden daar veel te weinig voor vergoed. Zonder dan nog te spreken over die 7 jaar niet-vergoede dienst in een gemiddelde militaire loopbaan.

Het is duidelijk dat het pensioendebat voor militairen een loopbaandebat moet zijn. De specificiteit van het beroep van militair moet voorop staan. Een verhoging van de pensioenleeftijd, zoals u voorstelt, kan en mag niet los worden gezien van grondige aanpassingen aan de loopbaanvoorwaarden. Indien u die aanpassingen niet doorvoert, pleegt u eigenlijk eenzijdig contractbreuk en ontkent u de inzet die militairen dag in dag uit tonen met een voor hen kenmerkende can do -mentaliteit.

Wat de positieve valorisering en de concretisering van het sociaal plan betreft, zegt u dat die onderwerp van het sociaal overleg zullen zijn. We zullen daar ongetwijfeld later op terugkomen. Het Vlaams Belang hoopt alvast dat het sociaal overleg een positief resultaat zal opleveren en er geen negatieve gevolgen zullen optreden voor de inzet van onze Defensie en voor onze veiligheid in het algemeen, die zoals u weet momenteel ongemeen onder druk staat.

Staf Aerts:

Dank u wel voor uw antwoorden, mijnheer de minister. U hebt zelf benadrukt dat 5.571 militairen een verlofdag hebben aangevraagd voor die nationale stakingsdag. Dat is bijna een op de vier en dat terwijl militairen niet echt de traditie hebben om op straat te komen. Het toont aan hoe ongerust die mensen zijn over hun verdere traject.

Theo Francken:

5.177.

Staf Aerts:

5.177, dan is het een op de vijf. Maar dan nog is het een gigantisch signaal.

Ik meen dat daar echt werk van gemaakt moet worden. Er staat wel een titel in het regeerakkoord dat het personeel van Defensie het hart is van Defensie, maar er is geen antwoord gekomen op alle belangrijke bekommernissen die toen door de vakbonden zijn aangehaald. Over de pensioenhervorming staat niets in die titel van het regeerakkoord. Waarover gaat die paragraaf vooral? Over reservisten en over de vrijwillige legerdienst.

Theo Francken:

(…)

Staf Aerts:

Woon-werk staat er inderdaad in, maar over heel wat andere zaken staat er niets in vermeld.

Wat de vrijwillige legerdienst betreft, bijvoorbeeld, meen ik dat die hard aangekomen moet zijn. We hebben te horen gekregen dat een sergeant met 9 jaar ervaring 2.200 euro netto verdient. U communiceert dan heel fier, om het aantrekkelijk te maken, dat men voor de vrijwillige legerdienst 2.000 euro netto krijgt. Een vrijwilliger krijgt blijkbaar dus nagenoeg evenveel als een sergeant met 9 jaar ervaring. Dan meen ik dat er nog heel wat werk aan de winkel is om het pensioen aantrekkelijk te houden en om de hele loopbaan aantrekkelijk te maken.

Het kapitaal van het leger zijn overduidelijk de militairen. Zonder hen kan het wapentuig niet bediend worden. We zullen dus absoluut verder op militairen moeten inzetten. Ik ben niet gerustgesteld door het regeerakkoord, maar dat zal u niet verbazen.

We zullen absoluut blijven opvolgen of uw woorden effectief in daden worden omgezet.

Theo Francken:

Een vrijwilliger is een militair. Die 2.000 euro is wat een militair krijgt als hij binnenkomt. Waarom zouden jongeren die op 18 jaar binnenkomen en 12 maanden dienen, minder betaald moeten worden? Dat snap ik niet, hoor. Ik meen dat u dat nog eens goed moet bekijken.

Robin Tonniau:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden.

Meer dan 5.000 militairen die een van hun weinige verlofdagen opofferen om mee te komen betogen in Brussel, is een heel sterk signaal. Ik herinner mij dat Bouchez in de Kamer verklaarde dat alle mensen die op straat komen, betaald zijn door de vakbonden en dat het allemaal om betaalde militanten gaat. Hij vergist zich daarin. Ik heb de betrokkenen gezien die op straat kwamen. Dat waren niet allemaal mensen die voor de vakbond werken. Dat bewijzen de cijfers van Defensie ook.

Tijdens de hoorzitting met de vakbonden heeft het ACV het mooi verwoord: “De overheid en de maatschappij hebben schuld opgebouwd bij elke militair, door hen, zoals hiervoor gepresenteerd, specifiek te behandelen en te gebruiken. Die schuld wordt tot op heden vereffend op het einde van de loopbaan via de pensioenen, omdat ze niet vereffend kan worden tijdens de loopbaan. Als die schuld plots wordt betwist, zullen veel militairen eruit stappen en hun boots aan de haak hangen.”

U investeert inderdaad veel in Defensie, maar vooral in materieel. De vakbonden werpen op dat er vandaag niet genoeg personeel is om alle nieuwe materieel te bedienen dat zal binnenkomen. In dat geval is er geen Defensie. De ACMP merkte ook op dat begrotingsgewijs de meerkosten voor de pensioenplannen van Arizona voor Defensie ons geld zullen kosten. Dat zal ons 140 miljoen euro kosten. Het is dus quatsch dat het om een besparingsmaatregel gaat. Het zal ons geld kosten. Wat zullen de militairen die hun job niet meer kunnen uitoefenen zoals het moet, immers elke dag doen?

Denis Ducarme:

Monsieur le ministre, vous nous apportez au moins trois bonnes nouvelles. La première, c'est celle liée aux pensions. Vous voulez vous engager dans le cadre du dialogue social. Vous précisez que le métier de militaire et certaines catégories de militaires sont bien spécifiques. Nous n’allons pas demander à des militaires de 64 ans de sauter en parachute ou de se trouver sur un théâtre d'opération. Il est clair que, par rapport à cela, il existe une dimension du métier de militaire que vous souhaitez prendre en compte dans le cadre des réformes nécessaires en matière de pensions.

La deuxième bonne nouvelle, c'est celle liée au nombre de militaires qui ont demandé congé. Mme Dedonder avait mis en grève 100 % des militaires. C'est ce qu'elle avait fait en octroyant cette dispense de service. Finalement, ce n'étaient pas 100 % qui avaient demandé congé, mais seulement 20 %. Les militaires ont leur libre arbitre et sont en mesure de décider par eux-mêmes, parce que ce sont des gens intelligents. Ils savent s'ils veulent manifester ou pas. Ils n'ont pas besoin d'un ministre socialiste pour cela.

La dernière excellente nouvelle, c'est qu'à la différence de votre prédécesseur, vous allez travailler, comme vous l'avez indiqué, dans la collégialité. Vous concerterez un certain nombre de décisions, ce que votre prédécesseur n'avait pas fait. Je me réjouis naturellement de l'avenir dans cette perspective.

Peter Buysrogge:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. U geeft aan dat het personeel essentieel is voor Defensie. Ik denk dat dit ons aller bezorgdheid is. Het personeel vormt het hart van Defensie. Als we zien wat er allemaal gebeurt op geopolitiek vlak en hoe alles evolueert, dan hebben we dat personeel meer dan ooit nodig. Het is dan ook goed dat het regeerakkoord daarvan uitgaat en dat u dat ook verkondigt, maar nog belangrijker zijn uw daden. U moet daaraan bijkomend prioriteit geven, maar ik twijfel er niet aan dat dit ook het geval is.

Mijnheer Aerts, het klopt uiteraard niet dat er bijna niet wordt gesproken over het personeel en dat er enkel maar over die pensioenhervorming wordt gesproken. Zowel u in uw inleiding als de vakbonden hebben bijvoorbeeld verwezen naar de bijzondere problematiek van het woon-werkverkeer. In het regeerakkoord staat dat daarvan prioritair werk moet worden gemaakt.

Collega's, willen we een pensioenhervorming doorvoeren? Hoe men het draait of keert, dit is nu eenmaal een maatschappelijke realiteit. Niets doen, is geen optie. Het is ons aller verantwoordelijkheid om de hervorming effectief door te voeren en het lijkt mij dan ook relevant om elke vorm van fakenieuws tegen te spreken als dat zou leiden tot een massale uitstroom. Een jongere kiest niet voor Defensie omdat hij op zijn 56ste of een andere leeftijd met pensioen kan gaan. Het statuut is belangrijk, maar nog belangrijker voor die jongere is te kunnen kiezen voor die veiligheid, te kunnen kiezen om te werken aan de geopolitieke omgeving, te kunnen werken met modern materieel en aantrekkelijke uitdagingen aan te gaan bij Defensie. Daarvoor kiest een jongere. Er is op dit moment heel veel interesse bij de jongeren. Dat zien we op de infodagen. Defensie is belangrijk en ik denk niet dat de pensioenhervorming op dat vlak een impact heeft.

Mijnheer de minister, neem dat sociaal overleg ernstig. Werk met alle vakbonden een akkoord uit en betrek het Parlement daarbij als het gaat over de hervorming van het sociaal statuut van de militairen.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, als ik spreek met mijn collega's van destijds bij Defensie, dan is hetgeen wat op dit moment voor hen het zwaarst weegt de onzekerheid. Wat komt er op ons af? Daarom zijn wij met Vooruit heel blij dat u er werk van maakt om tot dat sociaal plan te komen. U zult daarvoor in ons een bondgenoot vinden, ook in de regering.

Maak daar alsjeblieft snel werk van. Probeer die onzekerheid zo snel mogelijk weg te werken. Dat is wat echt van u wordt verwacht. U hebt in uw antwoord duidelijk gemaakt dat u hiervan echt werk wilt maken, waarvoor dank.

Darya Safai:

Bedankt voor uw uitleg, mijnheer de minister. Het is inderdaad onze bedoeling, vanuit een grote bezorgdheid, om de sociale zekerheid, die met de dag groeit, onder controle te houden. Wij moeten daar met de regering een oplossing voor zoeken.

Ik ben blij dat u verwijst naar de specificiteit van het militaire beroep, want onze soldaten staan dag en nacht paraat om onze veiligheid te garanderen. Dat vergt twee dingen van onze kant. Ten eerste, dankbaarheid. We moeten tonen dat we respect hebben voor dit beroep. Ten tweede, we moeten zorgen voor onze militairen. Daarom ben ik ook zo blij dat u minister van Defensie bent, want u hebt al bewezen dat u een groot hart voor onze defensie en de verdediging van dit land hebt. Ik ben heel blij dat u daar zit.

Ik wil zelf van hieruit ook mijn dankbaarheid voor onze defensie uiten. Ik ben blij dat wij samen met de vakorganisaties zullen zoeken naar een oplossing die de beste is voor onze militairen.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses aux questions qui ont été posées par mes collègues. Tout d'abord, vous aviez annoncé votre intention d'organiser une concertation avec les membres du personnel. C'est quelque chose que nous estimons nécessaire en tant qu'Engagés, car nous en avons certainement bien besoin. Par ailleurs, la rencontre syndicale à laquelle nous avons participé dernièrement nous a permis de pouvoir entendre qu'il existait d'autres préoccupations que la pension. Je pense, entre autres, au transport, comme plusieurs collègues l'ont évoqué. De plus, une reconnaissance des militaires doit se manifester au sein de notre population. Toutefois, il faut veiller à ne pas déstructurer le calcul des pensions. Le personnel actif doit en effet pouvoir bénéficier d'un temps réduit, mais il est toujours nécessaire de disposer d'un personnel administratif, car nous en avons également besoin en cas de conflit afin de soutenir toutes ces personnes qui sont au combat. La carrière militaire est une très belle profession, et il ne faut certainement pas le négliger. C'est un choix qui est formé et qui correspond à une nécessité dont chaque militaire est conscient en sachant qu'il remplit plusieurs fonctions. En effet, un militaire va exercer plusieurs métiers au cours de sa vie professionnelle, puisqu'il ne restera pas forcément en fonction en permanence. C'est aussi pourquoi il choisit une telle profession, parce que, dans beaucoup de métiers, vous n'occupez pas quarante ans d'affilée le même poste. Chez les militaires, vous évoluez régulièrement. C'est ce qui permet de les motiver. Encore une fois, un tout grand merci pour les négociations qui sont en cours. Nous vous faisons confiance et nous vous laissons œuvrer. Vous avez bien raison de ne rien vouloir communiquer pour l'instant. Nous devons vous laisser accomplir le travail nécessaire.

Het Defensiefonds
Oekraïne en de defensie-inspanningen van België
De militaire hulp aan Oekraïne
De herziening van het defensiebudget als gevolg van de internationale druk
Het Belgische standpunt met betrekking tot de oorlog in Oekraïne
De Europese strategische autonomie
De krijtlijnen van de Europese top van 6 maart
Het ReArm Europe-plan, de defensietop van 6 maart en de steun aan Oekraïne
De onduidelijkheid over de voorgenomen verhoging van de defensie-uitgaven tot 2 % van het bbp
De pistes om de voorgenomen verhoging van de defensie-uitgaven tot 2 % van het bbp te financieren
Het investeringsplan voor defensie en de strategische prioriteiten
De Europese defensietop van 6 maart en de versnelde verhoging van de uitgaven tot 2 % van het bbp
De versnelde verhoging van de Belgische defensie-uitgaven
België, Europese defensie en militaire steun aan Oekraïne

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 12 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Belgiës versnelde defensie-investeringen om de NAVO-norm van 2% BBP (nu al tegen eind 2024 in plaats van 2029) te halen, met focus op financiering, Europese strategische autonomie en steun aan Oekraïne. Kernpunten: De regering zoekt 17 miljard euro extra (4 miljard dit jaar) via een Defensiefonds (dividenden/verkoop staatsdeelnemingen) en Europese flexibiliteit (ReArm Europe-plan, schulden buiten begroting). Twistpunten: verkoop strategische bedrijven (bv. Proximus), afhankelijkheid van VS (F-35), en Oekraïne-steun (1 miljard euro, maar onduidelijkheid over vredesonderhandelingen en gebiedsafstand). Kritiek op gebrek aan structurele oplossingen en risico’s van schuldenstijging. Francken benadrukt NAVO-loyaliteit, maar erkent nood aan Europese defensiesamenwerking—zonder volwaardig Europees leger.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vais vous poser plusieurs questions, parce que, depuis l'accord de gouvernement, vous avez fait de nombreuses déclarations. La situation internationale a changé, s'est complexifiée et est devenue encore plus dangereuse. Mais, surtout, je trouve que vous n'êtes pas très aidé par les partenaires de votre coalition.

Sur le Fonds Défense, par exemple, vous avez déclaré qu'il y aura une vente d'actifs et qu'il faudra définir quels sont les actifs stratégiques et non stratégiques. Je vous dis déjà qu'au niveau du Parti Socialiste, nous ne sommes pas d'accord sur le principe de vendre des entreprises publiques pour financer l'achat d'armes. Par ailleurs, j'ai entendu M. Van Peteghem dire que "si c'est neutralisé par l'Europe, il faudra quand même payer". Il n'a pas l'air très ouvert à votre proposition. J'aimerais donc vous entendre à ce sujet.

Puis, une autre idée est venue des Engagés visant à doubler la taxe sur les plus-values. Mais deux fois zéro, en 2025, cela reste quand même zéro! Monsieur le ministre, comment voyez-vous les choses avec vos partenaires?

Et ensuite, je vois à l'agenda d'aujourd'hui, dans le cadre de ce même débat, une question du MR sur le flou autour de l'objectif des 2 % du PIB dédiés à la Défense. Je vous souhaite déjà bonne chance pour ramener la sérénité dans l'équipe gouvernementale autour de vos objectifs.

Je vais être un peu moins taquin vis-à-vis des autres et je vais un peu vous ennuyer, monsieur le ministre. Nous nous connaissons depuis longtemps, depuis 2012. En 2012, j'avais porté au nom du PS une résolution sur l'Europe de la Défense, dont on parle beaucoup aujourd'hui. J'ai repris les commentaires de l'époque et je vous cite, monsieur le ministre: "Une défense européenne demeure un rêve lointain qui n'est pas réalisable. La piste actuelle d'une défense européenne dans un avenir lointain ne mène à rien."

Heureusement, depuis 2012, je vous ai vu évoluer et vos dernières déclarations me rassurent quelque peu. Cependant, j'aimerais que vous confirmiez résolument votre attachement et votre ambition à mener une politique européenne en la matière et donc à faire en sorte que nous participions à l'autonomie stratégique européenne à 100 %. Je m'étonne également des déclarations, toujours d'un partenaire de votre majorité, en l'occurrence M. Charles Michel, qui, après un long congé, revient en disant qu'on va continuer à acheter des F-35, qu'il faut continuer à acheter américain parce que Donald Trump n'est là que pour quatre ans.

Le débat n'est pas Donald Trump, le débat, c'est l'autonomie stratégique de l'Europe. Allons-nous continuer à se mettre pieds et poings liés dans les intérêts américains ou allons-nous assumer nos souverainetés stratégiques sur le plan de la défense, de l'économie, de la production énergétique? Allons-nous continuer business as usual ?

Par ailleurs, à quoi vont servir effectivement les milliards annoncés par l'Europe à travers son plan ReArm Europe qui est déjà contesté aux Pays-Bas? J'ai lu la presse. La Chambre basse aux Pays-Bas s'oppose au plan européen de réarmer l'Europe. Or, j'avais cru comprendre que nous avions une collaboration avec les Pays-Bas en matière de marine. Donc qu'est-ce que cela signifie pour vous? Quel est le signal donné par les Pays-Bas en la matière?

Face à l'annonce américaine de stopper l'aide à l'Ukraine – elle vient d'être reprise puisqu'il y a un cessez-le-feu –, quelle position défendez-vous? Pouvez-vous nous faire le point sur l'aide belge à l'Ukraine? Je parle d'un cessez-le-feu, mais il s'agit plutôt d'une tentative de cessez-le-feu, car il faudra que les Russes l'acceptent.

Quelles sont les conséquences des décisions prises par vos homologues européens? Je vous demande de bien vouloir confirmer que vous êtes attaché à 100 % à un pilier européen au sein de l'OTAN et à une autonomie stratégique de l'Europe au sein de sa défense.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, gisteren vond een gesprek plaats tussen Amerikaanse en Oekraïense delegaties in Jeddah, Saoedi-Arabië. Wij hebben dit met heel veel belangstelling gevolgd, aangezien het de eerste ontmoeting was na het verschrikkelijke incident tussen de twee landen, tussen Trump en Zelensky. Het resultaat van het overleg is dat Oekraïne akkoord gaat met het voorstel van de Verenigde Staten over een voorlopig staakt-het-vuren. We moeten nu wachten op de reactie van Rusland, dat vanochtend niet erg enthousiast was, maar we moeten nog afwachten.

Die vooruitgang neemt niet weg dat Europa de rug moet rechten en de defensie-uitgaven moet opschroeven. Dat is iets waarvoor u ook steeds pleit. In de media verklaarde u dat binnen de regering besproken zal worden hoe we eerder tot die 2 % kunnen komen. In het regeerakkoord staat dat die 2 % bereikt moet worden tegen 2029. De eerste minister zei ook dat hij miljarden euro zoekt. Vanochtend kwamen de partijvoorzitters bijeen om te bekijken waar dat geld het best kan worden gevonden.

Op 6 maart werd er een Europese top georganiseerd waar de situatie in Oekraïne besproken werd, evenals de toekomst van de Europese defensie in de NAVO. Ik benadruk dat laatste. President Zelensky had een onderhoud met de Belgische regering voor deze top van 6 maart. Een dag eerder sprak president Macron over Franse nucleaire afschrikking bij de bescherming van Europese bondgenoten. Ik veronderstel dat dit werd meegenomen op die top.

Mijnheer de minister, hoe verliep het contact met president Zelensky voor de aanvang van de top? Wat zijn de voornaamste conclusies die u trekt na afloop van de Europese top? Hoe ziet u verdere Europese samenwerking met betrekking tot de opbouw van strategische autonomie? Welke conclusies trekt u op het vlak van de bereidheid van de Europese partners om de defensie-industrie op te schalen? Welke besluiten werden er genomen op het vlak van financiering?

Werd de nucleaire afschrikking die de Franse president op tafel bracht, meegenomen in een bredere discussie?

Mijn laatste vraag gaat over het budget dat wij uittrekken voor de NAVO. De Verenigde Staten dringen erop aan dat elke NAVO-lidstaat, net als zijzelf, ongeveer 5 % van het bruto binnenlands product aan defensie zou besteden. Wij hebben anders besloten, maar binnen welke termijn moeten de inspanningen volgens u gebeuren? Wat vindt u een realistische doelstelling?

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, de afgelopen dagen en weken heb ik veel informatie opgevangen via de pers. U geeft veel interviews, u staat vaak in de krant, ik ben er zelf een beetje jaloers op. Ik lees die artikels zeer aandachtig, al blijf ik het jammer vinden dat, in de geopolitieke situatie waarin we zitten en die elke dag grondig wijzigt, mijn vraag om de commissie bijeen te roepen niet werd ingewilligd. Zoals we weten, kan in 24 uur de situatie volledig wijzigen. Ik vind dus dat de discussie hier moet worden gevoerd, hoe belangrijk en leuk het ook is om dat in de krant en op X te doen. Maar goed, we zijn hier vandaag samen om dit te behandelen.

Het gevolg van al die informatie in de pers is dat een aantal van de vragen die ik had ingediend intussen al enigszins achterhaald zijn. Dat komt natuurlijk door de geopolitieke situatie, die telkens grondig wijzigt, maar tegelijk roept dat ook weer nieuwe vragen op. Ik wil ingaan op twee punten in dit debat: de financiering van defensie en Oekraïne.

Mijn eerste punt betreft de financiering van onze Belgische defensie. We hebben veel mogen lezen over of die uitgaven binnen of buiten de begroting moeten gebeuren, met een uitgebreide discussie op Europees niveau. Het mag nu dus buiten de begroting en er zullen geen EU-sancties volgen, maar dat is meteen het enige positieve. Ik denk dat u dat ook wel weet, mijnheer de minister, buiten de begroting, dat bestaat natuurlijk niet. De uitgaven voor defensie zullen oplopen en dat zal ervoor zorgen dat het begrotingstekort groter wordt, waardoor ook de schuldgraad zal stijgen.

Die rekening zal uiteindelijk betaald moeten worden. Het enige positieve is dat we geen EU-sancties zullen krijgen. In de Nederlandse Tweede Kamer werd het plan gisteren al weggestemd, dus we moeten nog zien hoe dat allemaal zal lopen. We moeten een kat een kat blijven noemen. We moeten heel wat centen vinden voor defensie, of dat op papier nu binnen of buiten de begroting zal zijn.

Mijn tweede punt gaat over de middelen voor defensie. Naar aanleiding van de regeerverklaring hebben we daar ook al over gesproken. Toen was de situatie zo dat we naar 2 % zouden evalueren tegen 2029 en dus had u nog 3 à 4 miljard euro nodig die u zou financieren met het defensiefonds. Dat was het plan om structureel de 2 % te bereiken tegen 2029.

Nu is het zo dat die 4 miljard euro voor de zomer gehaald moet worden. Dat betekent dat de 4 miljard euro die we gingen spijzen via het Defensiefonds nu voor de zomer, dus binnen drie maanden, op tafel moet liggen. Daarnaast hebben we van de minister van Begroting gehoord dat we in totaal 17 miljard euro nodig hebben om de 2 % tussen de zomer van dit jaar tot en met 2029 te halen. Dat betekent dat we nog 13 miljard euro moeten vinden en dan spreken we nog niet over de vraag wat er na 2029 moet gebeuren, want die 2 % van het bbp zou een structurele inspanning moeten zijn. Die 17 miljard euro gaat enkel over de periode van nu tot en met 2029.

Mijnheer de minister, u staat voor een huzarenstuk om die middelen te vinden. Ik hoor op dit moment bijzonder veel gegoochel met cijfers in de kranten en in tv-studio's. De ideeën vliegen in het rond, vandaar mijn concrete vragen.

Mijnheer de minister, hoe en waar zult u de 4 miljard euro aan middelen voor defensie voor de zomer vinden? Hoe en waar zult u de overige 13 miljard euro tegen 2029 halen en hoe zult u ervoor zorgen dat die middelen structureel verankerd zijn, zodat we dat niveau kunnen aanhouden na 2029?

Het tweede punt dat ik wil aanhalen, is Oekraïne. We hebben straks – of het zal misschien tijdens een volgende vergadering zijn – nog vragen over de concrete militaire en financiële steun. Ik wil nog kort ingaan op het standpunt van de federale regering over het vredesproces in Oekraïne.

U bent altijd zeer vocaal geweest over dit conflict. U hebt gezegd dat de Belgische boots on the ground bij vredesoperaties de logica zelve zijn. Daarna stelde u ineens dat Oekraïne zeer realistisch moet zijn. Afstand doen van door Rusland veroverde gebieden zou bij zo’n vredesproces horen, maar na uw ontmoeting met Zelensky afgelopen week lazen we weer wat anders. Slava Ukraini! Ook de financiële steun werd weer teruggebracht naar 1 miljard euro. Het Open Vld-standpunt is dat de Europese Unie en België met één stem moeten spreken en dat zij zich onvoorwaardelijk achter Oekraïne moeten scharen. Er is geen ruimte om in deze fase al tegemoet te komen aan de Russische agressor. In een onderhandeling waarvan de EU momenteel zelfs geen deel van uitmaakt, is dat strategisch niet verstandig.

Wat is het officiële en volledige standpunt van deze federale regering? Ik vraag naar uw mening als minister, niet naar uw mening als politiek analist of commentator.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, er is de laatste weken al zeer veel gezegd over de extra middelen die Defensie nodig heeft. Die zijn van cruciaal belang om het beoogde defensieapparaat uit te kunnen bouwen. Het regeerakkoord stipuleert om voor Defensie naar 2 % van het bbp te evolueren. U wordt nu in snelheid gepakt door de snel wijzigende geopolitieke situatie. Dat is niets nieuws natuurlijk. Die 2 %-norm tegen 2029 is intussen compleet achterhaald. Die 2 % moet onder druk van de NAVO en alle internationale partners sneller, tegen deze zomer, gehaald worden. Daarom wordt de trukendoos bovengehaald. Ik hoop alleszins dat het geen trukendoos zal zijn. Er wordt out of the box gedacht en dat is ook wel echt nodig.

Iemand zal echter de rekening moeten betalen. Of we het nu hebben over het plan-Van Peteghem of het buiten de begroting houden van de middelen van de Europese Unie, iemand zal de rekening moeten betalen. Die plannen lijken op dit moment echter onvoldoende financieel onderbouwd te zijn. Ik hoop dat u dat zo meteen kunt toelichten.

Mijn vragen zijn tweeledig, maar hangen onlosmakelijk samen.

Wat zal het groeitraject inhouden richting de 2 %-norm tegen deze zomer? Wat betekent die norm concreet cijfermatig?

In deze commissie hebben we het al gehad over de inhoud van het Defensiefonds, die niet zo structureel lijkt als wordt voorgesteld. Zult u het Defensiefonds inhoudelijk herbekijken, gezien de huidige noden?

Welke impact zal de defensie-inspanning van België hebben op onze internationale betrouwbaarheid? Momenteel staat die betrouwbaarheid immers zeer sterk onder druk, om het eufemistisch uit te drukken.

Vervolgens heb ik een vraag over de defensietop van 6 maart jongstleden waarop Ursula von der Leyen het ReArm Europe Plan voorstelde. Vorige week was internationaal zeer bewogen. U hebt een overleg gehad met president Zelensky tijdens hetwelk u bepaalde beloftes hebt gedaan, ook op budgettair vlak. Ik heb het niet over de inzet, maar echt over budgettaire afspraken die u hebt gemaakt. U zou een bod hebben gedaan van 1 miljard euro, opgesplitst in steun voor grond-luchtbescherming, munitie en dergelijke. Misschien zult u dat zo meteen specificeren.

Kunt u verduidelijken wat er tijdens dat overleg precies is gezegd inzake de budgettaire inspanningen? Hoe rijmt u dat met uw eerdere uitspraken over de vredesonderhandelingen en de gebiedsafstand die Oekraïne zou moeten doen om tot een onderhandeld vredesakkoord te komen? De eerste minister heeft uw uitspraken tegengesproken. Ik zou daar dus graag verduidelijking over krijgen.

Wat is de budgettaire impact van de beloofde steun aan Oekraïne van 1 miljard euro voor onze Belgische Defensie en onze defensiecapaciteit? Welke geplande aankopen of investeringen zouden daardoor misschien on hold worden gezet? Hoe verantwoordt u dat? Wat is de impact daarvan op het bereiken van de door u aangehaalde 2 %-norm?

Wat het ReArm Europe Plan betreft, wat is uw visie op het feit dat de desbetreffende middelen buiten de begroting zullen gehouden worden en op de eventuele verschuivingen op het vlak van budgettaire inspanningen in België of tijdens de regeringsonderhandelingen? Hoe zal de Belgische defensie-industrie worden betrokken bij het ReArm Europe Plan? Hebt u daarover reeds contacten gehad? Wat zal ter zake de communautaire verdeling inhouden? Welk aandeel zou België voor zijn rekening nemen in de nog geplande militaire steun aan Oekraïne? Wat zal daarvan de budgettaire impact zijn?

Charlotte Deborsu:

Monsieur le ministre, la situation géopolitique actuelle ne nous laisse plus le choix: la Belgique doit accélérer son effort en matière de défense. Notre pays est depuis des années à la traîne derrière ses partenaires de l’OTAN avec un budget sous-financé, très loin du seuil de 2 % du PIB.

Aujourd’hui, un consensus semble émerger quant à cet objectif, mais les annonces récentes des uns et des autres laissent paraître un certain flou quant à la méthode et au calendrier. Vous et le premier ministre êtes sur la même longueur d’onde. À l’inverse, le ministre des Affaires étrangères émet des doutes quant à la faisabilité budgétaire d’une telle accélération.

Quelle est la position officielle du gouvernement? L’objectif est-il bien de parvenir aux 2 % dès 2025 et selon quel calendrier. Au-delà des chiffres, il y a la priorité stratégique. La semaine dernière, vous évoquiez un plan d’investissement qui sera soumis en Conseil des ministres.

En parallèle, la Commission européenne envisage via son projet ReArm Europe de ne pas inclure certaines dépenses militaires dans le calcul des déficits. Quels seront les axes principaux de ce plan d’investissement? Quelles capacités seront-elles renforcées en premier lieu? La cyberdéfense? Les opérations extérieures? L’armée de terre? Les forces spéciales?

Dans un contexte où chaque euro compte, comment garantir que ces fonds seront utilisés de manière efficace et stratégique? Avant d’augmenter le budget, ne faudrait-il pas un audit précis de nos dépenses actuelles pour éviter tout gaspillage et optimiser les futurs investissements.

Il reste la question cruciale du financement. Plusieurs pistes ont été évoquées. Un plan détaillé a-t-il été arrêté pour financer cette montée en puissance? Quelles alternatives durables envisagez-vous pour assurer un financement stable et pérenne de notre Défense au vu de ces nouveaux délais?

Denis Ducarme:

Au niveau du MR, nous avons passé des dizaines d'heures ensemble, monsieur Francken, pour négocier cet accord en matière de Défense. Nous sommes satisfaits car il existe au moins deux engagements clairs, que je voudrais souligner dans le cadre de mon intervention.

Enfin, il y a un engagement du gouvernement belge à atteindre l'investissement de 2 % du PIB en matière de Défense dans le courant de la législature. C’est ce qui est écrit dans cet accord de gouvernement. C'est évidemment une bonne chose, une bonne nouvelle. Il aurait été impossible de déterminer un tel objectif avec une participation socialiste ou écologiste dans ce gouvernement. Enfin, nous allons pouvoir avancer, même peut-être plus vite. Souvent, on reporte les dates mais ici, compte tenu de la situation géopolitique, nous les avançons. Vous nous direz sans doute qu'une part des idées et des propositions doivent être débattues d’une manière plus précise et plus profonde au Conseil des ministres.

Évidemment, vous nous direz la manière dont on va pouvoir profiter du plan ReArm Europe. Vous nous direz peut-être aussi, parce que j'ai vu une déclaration de votre collègue Lecornu, la manière dont la Belgique va pouvoir profiter ou non des intérêts des avoirs russes gelés. M. Lecornu disait qu'il y avait 200 millions d'intérêts qui allaient pouvoir participer, au départ de cette manne, à l'effort français de défense.

Donc, nous devons aller plus vite. Tout le monde est d'accord. Nous ne devons sans doute pas nous précipiter. Le débat aura lieu cette semaine au gouvernement. Vous pourrez sans doute nous en dire quelques mots, monsieur le ministre.

Robin Tonniau:

Mijnheer de minister, de arizonaregering heeft beslist deze zomer versneld de NAVO-norm van 2 % van het bruto binnenlands product te bereiken om de Russische dreiging af te wenden. Uit de cijfers blijkt dat Europese NAVO-lidstaten vandaag al twee tot drie keer meer uitgeven aan defensie dan Rusland. We investeren dus samen al lange tijd volop in defensie, meer dan Rusland.

Desondanks stelt minister Van Peteghem dat we de komende vier jaar 17,2 miljard euro extra in defensie moeten investeren. De aandeelhouders van de grote wapenbedrijven zijn de gelukkigen. Via het project ReArm Europe krijgen EU-lidstaten de mogelijkheid om die uitgaven buiten de begroting te houden. De heer Conner Rousseau vindt dat plots een goed idee. Nochtans is dat heel hypocriet. Uitgaven in de defensie-industrie worden buiten de begroting gehouden, terwijl besparingen op de sociale zekerheid en de pensioenen binnen de begroting blijven. De heer Georges-Louis Bouchez ziet zijn kans. Na de aanval op de pensioenen en de vrouwen valt hij nu zelfs de kinderbijslag aan, die binnen de begroting valt.

Mijnheer de minister, u bent het waarschijnlijk eens met de heer Georges-Louis Bouchez. U hebt zelf al eerder gesteld dat onze sociale zekerheid te vet staat en dat besparingen binnen de sociale zekerheid niet per se onmenselijk zijn.

Tijdens de vorige commissievergadering van amper een paar weken geleden hebt u uitgelegd dat de arizonaregering binnen de begroting een inhaaloperatie van het STAR-plan zal uitvoeren om tegen 2029 een structurele verhoging van 1 miljard euro voor Defensie te realiseren. Nu wilt u dat doel evenwel deze zomer al bereiken. Hoe denkt u dat budget op zo'n korte termijn vrij te maken?

De verkoop van overheidsparticipaties verlaagt de structurele inkomsten door het verlies via dividenden en winsten. U had gepland om het grootste deel van de defensie-investeringen via uw Defensiefonds te realiseren. Nu wil de arizonaregering na ruim drie maanden die 2 %-norm al bereiken. Hoe zult u dat realiseren met een fonds dat nog niet eens bestaat?

Hoe kunt u verklaren dat de structurele aankoop van wapens buiten de begroting valt, terwijl dat onmogelijk is voor de pensioenen, de klimaatcrisis of pakweg het openbaar vervoer?

Axel Weydts:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de discussie is enigszins voorbarig. Indien ik mij immers niet vergis, moeten deze week de kern en de regering nog passeren in het hele traject richting de bewuste 2 %. Vooruit heeft al publiekelijk verklaard dat wij absoluut geen probleem hebben met een versnelde verhoging van het defensiebudget. Dat zal ook nodig zijn, gelet op de toenemende dreiging. Op dat vlak hebben wij dus geen probleem.

Het enige waarover wij ons enigszins zorgen maken, is de vraag op welke manier u die verhoging meent te zullen realiseren. Het is immers soms verwarrend. Soms wordt gesteld dat tegen de zomer van 2025 met een plan naar buiten zal worden gekomen om richting 2 % te gaan tegen eind 2025. Soms horen wij in de pers, tenzij een en ander anders is vertaald door de media, dat tegen de zomer van 2025 die 2 % moet zijn uitgegeven.

Ik ben geen begrotingsexpert, maar ik zie niet voor mij op welke manier u dat zult doen. Ik zie niet in hoe u op 4 maanden tijd effectief 4 miljard euro uitgegeven zult hebben, het materieel geleverd zult krijgen en de facturen betaald zult hebben. Ik ben geen expert, maar dat alles zou wel heel erg snel zijn. Kunt u voor de commissie toelichten hoe u de situatie ziet en hoe u denkt op zo'n korte termijn zoveel geld te kunnen uitgeven?

Een tweede punt zijn de prioriteiten die worden gegeven. Het is heel duidelijk dat er een aantal prioriteiten zijn die door weinig partijen in vraag worden gesteld, zoals munitie en luchtverdediging , maar ook de hybride dreiging die vandaag heel actief is. Die dreiging is niet altijd heel zichtbaar, maar ze is vandaag wel bezig. Vandaag zijn wij de facto verwikkeld in een hybride oorlog met Rusland. Ziet u ook de strijd tegen de hybride dreiging als een van de belangrijkste prioriteiten bij het versneld verhogen van ons defensiebudget?

François De Smet:

Monsieur le ministre, bien qu'étant dans l'opposition, je trouve qu'il est absolument nécessaire de parvenir à ces 2 %, et même davantage, rapidement, si possible cet été. Nous vous soutenons là-dessus.

Je crois par contre qu'il y a un effort de pédagogie à faire vis-à-vis de la population. Il faut expliquer qu'il ne s'agit pas tant d'éviter que des chars russes se retrouvent sur la place de Brouckère demain que de lutter contre la guerre hybride. Il faut expliquer ce qu'est la guerre hybride, la lutte contre le piratage informatique, etc.

Je voudrais placer deux balises. D'abord, sur l'alimentation de ce fonds, pour passer de 8 à 12 milliards extrêmement rapidement. Je ne voudrais pas que cela soit l'occasion d'expédier un peu trop facilement certains bijoux de famille. Il faut faire la différence entre deux types de participation. Il y a les participations dans les banques, pour lesquelles tout le monde comprend que l'État n'a pas vocation à rester propriétaire de banques. Nous le sommes uniquement parce que, en 2008, il a fallu les sauver à tout prix. Donc, si on dirige les dividendes et des actifs, comme Belfius le demande elle-même, ou BNP Paribas, pour alimenter notre fonds de défense, c'est de la bonne gestion.

Par contre, je ne voudrais pas qu'on utilise le combo magique d'avoir des nationalistes flamands au 16 rue de la Loi, aux Finances et à la Défense pour se séparer d'actifs stratégiques comme Proximus et bpost. Non seulement parce que, en raison de la valeur actuelle de l'action, ce ne serait vraiment pas le moment, mais surtout parce que ce sont des entreprises qui ont une haute valeur stratégique de service public.

Ensuite, il y a la destination de cet argent. Qu'allons-nous en faire? La revitalisation de l'industrie belge et européenne représente évidemment des bonnes solutions. Par contre, notre ministre de la Défense, avec tout le respect que je lui porte, est plutôt dans un fort tropisme pro-américain. Et il y a le fameux dossier des F-35, qui est sans doute le choix le moins visionnaire des 10 dernières années – on le disait déjà il y a 10 ans. Notre ministre confirme-t-il qu'il veut persister dans cette erreur visant à nous rendre dépendants des États-Unis? Bien sûr qu'il n'y a pas de bouton on/off à la Maison-Blanche, mais toute la logistique de ces avions dépend des Américains.

Theo Francken:

Merci beaucoup pour toutes ces questions, qui portent sur beaucoup de sujets.

Ik zal proberen er een antwoord op te geven. Daarna zal ik op een paar individuele punten reageren.

Sinds de Russische inval in Oekraïne heeft de oorlog daar al enorm veel schade aangericht, mensen op de vlucht gejaagd en duizenden doden geëist. Dat is verschrikkelijk. Er moet dus zo snel mogelijk een staakt-het-vuren komen, gevolgd door een rechtvaardige vrede.

Een rechtvaardige vrede, wat is dat? Dit is mijn standpunt. Dat is niet hetzelfde als een analyse.

Ten eerste, Rusland verlaat alle gebieden die het illegaal en gewelddadig heeft ingenomen.

Ten tweede, Rusland vergoedt Oekraïne voor de geleden schade, zowel menselijk als materieel en moreel.

Ten derde, het Russische politiek-militaire leiderschap, verantwoordelijk voor de gruwelijke inval in Oekraïne, wordt internationaal berecht voor de misdaad van agressie en voor andere internationale misdrijven, waaronder oorlogsmisdrijven.

Daarnaast is het van belang dat Oekraïne in elk akkoord gekend wordt en dat er niet boven hun hoofd beslist wordt.

Il s'agit de mon opinion en tant qu'être humain et en tant que ministre de la Défense.

Cependant, en ma qualité de ministre de la Défense, si je devais répondre à la question sur la manière dont j'analyse l'issue du conflit en Ukraine aujourd'hui ou dans un avenir proche – avec toutes les connaissances que j'ai acquises et tout ce qui s'est passé ces dernières semaines, mois et années –, je vous dirais que ce ne sera pas le résultat que j'attendais. Je pense que cette assemblée partagera mon opinion.

Analisten zien op het terrein, ondanks Amerikaanse en Europese steun, geen realistisch pad naar een militaire overwining. Dat is wat de Amerikaanse minister van Defensie ook zei in zijn toespraak op de NAVO-defensietop. Er is geen realistisch pad naar een militaire overwinning in Oekraïne.

De Russische luchtmacht heeft geen grote verliezen geleden. De marine heeft een paar grote schepen verloren, maar is verder nog altijd bijzonder operationeel. Rusland produceert ook meer wapentuig dan het opgebruikt. Het is zelfs terug stocks aan het aanleggen. Ondanks gruwelijke verliezen blijft het voldoende soldaten mobiliseren om te blijven, blijven, blijven aanvallen.

Dat is wat ik heb gezegd. Dat is een analyse op basis van informatie. Ik denk dat het belangrijk is om dat mee te geven aan de publieke opinie. U krijgt veel vragen daarover, in uw familiesfeer, in uw electorale achterban, in uw partij. Ik krijg die ook. Ik denk dat we allemaal op een goede en correcte manier moeten informeren.

Mijn standpunt is duidelijk, mijnheer Vander Elst. Mevrouw Rutten moet ik eigenlijk zeggen, want u zit hier als een handpop van mevrouw Rutten. Mevrouw Rutten instrueert u. U had de moed om op de Kamerlijst te gaan staan, u hebt fantastisch werk geleverd en u hebt die zetel binnengehaald. Ik denk niet dat mensen die gemakshalve op de Vlaamse parlementslijst gaan staan, waar zetels in Vlaams-Brabant gemakkelijker worden gegeven, u moeten instrueren. Ik zou dat niet pikken als ik u was, maar goed, dat is voor uw rekening. Dat is uw partij, gelukkig niet de mijne.

Het standpunt van de regering is heel helder. Elke vierkante centimeter die op illegale wijze door de Russen is ingenomen moet aan Oekraïne worden teruggegeven. Zij moeten de schade vergoeden. Zij zouden als oorlogsmisdadigers moeten worden berecht. Dat is zeer helder. Ik denk dat dat ook het standpunt is dat uw premier De Croo altijd heeft verdedigd. Als u mij echter vraagt wat volgens mijn inschatting de kans is dat dat ook daadwerkelijk zal gebeuren in de komende weken en maanden, dan zal ik u zeggen dat ik denk dat die kans niet zo groot is. Dat is mijn inschatting.

U zegt dat ik dat niet mag zeggen, omdat dat mijn onderhandelingspositie verzwakt. Dat is niet echt mijn ervaring. Maar goed, ik denk dat we nog uren kunnen discussiëren over het feit of ik zoiets al dan niet mag zeggen. Ik vind dat ik dat mag zeggen. Ik vind zelfs dat ik dat moet zeggen. Ik vind dat ik de mensen op een correcte manier moet informeren. Met alle briefings en informatie waar ik over beschik, mag ik prima zeggen hoe ik de situatie inschat.

Heb ik daarmee gezegd dat ik vind dat Oekraïne zijn grondgebied moet afstaan aan Rusland? Dat heb ik nooit gezegd. Wie beweert dat ik dat gezegd heb, is van kwade wil en is aan het stoken, vanuit een parlement waarin men niet eens verkozen is, om op een pathetische manier aan politiek te doen over een verschrikkelijk gruwelijk conflict. Er is niets zo erg als oorlog. Politieke spelletjes spelen op die oorlog? Doe maar, voor wie denkt dat dat leuk is. Het is nog vijf jaar tot de volgende verkiezingen. Ik trek dus geen sprint, ik loop een marathon. Ik denk dus dat men daarmee moet oppassen, maar goed, iedereen moet maar vooral doen en blijven doen wat men denkt dat nodig is"

Si vous ne pouvez pas emporter la victoire militaire, vous devez rechercher un compromis diplomatique. Cela implique que tout le monde soit prêt à faire des concessions. Voilà mon évaluation de ce qui se passe actuellement et de ce que prévoient les Américains dans les négociations en Arabie saoudite.

Deze regering blijft Oekraïne steunen zolang dat nodig is, voor 100 %. Slava Ukraini! Dat is geen bochtenwerk, ik zeg dat al jaren. Toen de oorlog uitbrak, ben ik meegereden met een medisch konvooi met drie vrachtwagens vol medisch materiaal, als een van de eersten en als enige, denk, ik in deze zaal. Ik zal de Oekraïners altijd blijven steunen. Laat dat heel duidelijk zijn. Dat weten zij maar al te goed. De ophef die u en sommigen hier wilden maken, is er diplomatiek niet gekomen omdat ze goed weten dat ik heel sterk in mijn schoenen sta als het gaat over Oekraïne en over mijn steun aan Oekraïne.

Teneinde hen in een zo goed mogelijke onderhandelingspositie te plaatsen, zullen we Oekraïne blijven steunen. Daarom gaan we met de eerste minister, de minister van Buitenlandse Zaken en de top van onze defensie-industrie binnen enkele weken naar Kiev om die steun verder uit te bouwen en te concretiseren. Woorden zijn immers goedkoop, maar daden zijn wat duurder en ook wat belangrijker.

Ondanks de aanzienlijke hervormingen waar deze regering voor staat, wordt er deze legislatuur toch flink geïnvesteerd in defensie. Het regeerakkoord voorziet een groeipad om tegen 2029 de NAVO-norm van 2 % van het bbp aan defensie-uitgaven te behalen. Dit wordt deels gefinancierd via de begroting en deels via een speciaal Defensiefonds dat wordt gevoed door dividenden van overheidsbedrijven en de verkoop van niet-strategische overheidsparticipaties. Aangezien het zou kunnen gaan over beursgenoteerde bedrijven, zal ik daar niet verder op ingaan. Ik heb dat al meermaals gezegd en ik heb gezien dat iedereen dat begrijpt en respecteert.

Cependant, depuis la rédaction de l'accord de gouvernement, la situation géopolitique ne s'est pas améliorée. Et la pression de nos alliés sur notre pays pour atteindre les 2 % plus rapidement est très élevée, et à juste titre.

Daarom werkte ik samen met de defensiestaf een plan uit om dit jaar nog de 2 %-norm te halen. Bedoeling is dat dit plan tijdens de NAVO-top in Den Haag kan worden voorgesteld. Het plan is klaar en ligt ter bespreking voor binnen de regering, onze eerste minister is daar heel hard mee bezig. We bekijken of er daarover een consensus kan worden gevonden. De financiering en de opbrengst van het Defensiefonds worden besproken in en beslist door de regering.

Er waren collega's die vroegen hoe die 2 %-norm dit jaar nog kan worden vereffend. Dat moet niet gebeuren tegen de top, het moet vereffend zijn tegen 31 december. We hebben dus nog heel het jaar. Dat kan. Het betreft munitiebestellingen en een aantal voorafbetalingen voor grote militaire wapentuigen. Er zijn dus wel degelijk heel concrete dingen die kunnen. Dat is allemaal voorbereid. Er is de voorbije dagen en weken al heel veel gebeurd. De mensen van de stafdiensten werken continu om dat rond te krijgen. Er is dus een concreet plan en dat wordt nu verder besproken met alle collega's.

Momenteel circuleren er inderdaad verschillende andere streefpercentages, maar voorlopig blijft de 2 %-norm de officiële NAVO-norm. Het ziet er nu naar uit dat deze norm op de komende NAVO-top in Den Haag zal worden opgetrokken. De regering zal dan bekijken hoe en op welke termijn dit land aan die nieuwe norm zal voldoen. Hoe Defensie deze middelen zal gebruiken, zal meer in detail beschreven worden in het strategisch plan, dat momenteel in opmaak is en dat normaliter voor de NAVO-top in Den Haag klaar moet zijn.

Le moment venu, je présenterai à la commission chargée du Contrôle des achats et des ventes militaires le programme d’investissement en matériel majeur.

Dat is het militaire plan. Er werd gevraagd over welke capaciteiten het gaat. In het regeerakkoord staan al een aantal dingen. Het gaat over luchtverdediging, over een fregat, over extra jachtvliegtuigencapaciteit enzovoort.

De betrouwbaarheid van een land wordt niet alleen gemeten aan de defensie-inspanning. De internationale bijdragen aan de operaties in een NAVO-kader worden sterk gewaardeerd. In 2025 zullen we onder meer met een F-16-detachement de Air Policing van IJsland verzekeren, landeenheden ontplooien in het kader van de Forward Land Forces in Roemenië en Litouwen, een mijnenjager en fregat inzetten binnen de maritieme taskforces, onder andere nu in de Baltische Zee, naast een reeks andere inzetten van beperktere omvang.

Deze morgen hebben we onder het voorzitterschap van de heer Weydts lang gepraat over de militaire missies. Dat is geheim, maar we zijn zeer operationeel. We zijn met heel veel bezig en dat zal zo blijven.

Onze partners binnen de NAVO zullen bovendien zien dat België een extra inspanning doet om de 2 %-norm zo snel mogelijk te halen. Samen met onze inzet maakt dat dat België op internationaal niveau als een betrouwbare partner beschouwd wordt. Het gaat dus niet alleen over budget, maar ook over inzet. Laat dat wel duidelijk zijn.

Het budget was heel moeilijk de voorbije jaren. De inzet is er altijd wel geweest, maar ik denk dat we beide moeten verzekeren, want als we blijven onderinvesteren, dan gaat op den duur ook de inzet naar beneden, omdat men gewoon de capaciteiten en de mensen niet heeft.

Cependant, il va sans dire que l'accroissement du budget de la Défense est essentiel pour restaurer la capacité militaire de la Belgique. Les investissements se concentrent sur l'achat de systèmes d'armes et de munitions ainsi que sur la construction d'infrastructures stratégiques, afin que la Défense soit mieux adaptée à la réalité géopolitique actuelle.

Outre les renforcements matériels, des efforts sont également déployés dans le domaine du développement des connaissances et de l'innovation. La guerre moderne nécessite des technologies avancées telles que l'intelligence artificielle, la cybersécurité et la technologie spatiale. En collaboration avec les universités et les entreprises belges, la Défense peut se préparer de manière optimale aux défis futurs.

Le raz-de-marée géopolitique de ces dernières semaines à l'OTAN et à la conférence de Munich sur la sécurité souligne à quel point il est crucial pour l'Europe d'accroître rapidement ses capacités de défense. Des initiatives ont déjà été annoncées, par exemple en matière de défense aérienne, d'antimissiles intégrés et de cyberdéfense. C'est dans cette optique qu'il a été décidé, lors du sommet européen du 6 mars dernier, d'instaurer un plan dénommé ReArm Europe, à hauteur de 800 milliards d'euros.

Op die top hebben de Europese leiders de lijst van prioritaire actiegebieden aangevuld met onder andere gezamenlijke Europese projecten voor artilleriesystemen, missiles en munitie, unmanned aircraft systems , randcapaciteiten, bescherming van kritieke infrastructuur, militaire mobiliteit, artificiële intelligentie en elektronische oorlogsvoering.

Même si de nombreux éléments restent à préciser, ce plan offrira une marge de manœuvre bien plus large pour financer les investissements dans la Défense et l'industrie de défense.

Het belangrijkste is de activering van de nationale escapeclausule van het Stabiliteitspact. Dit wil zeggen dat de defensie-uitgaven mogen afwijken van de normen van het Stabiliteitspact. Zoals jullie weten, zal het erop neerkomen dat we gemaakte schulden buiten de begrotingsdoelstelling kunnen houden. Ik zeg niet dat deze regering dat zal doen, enkel dat de Europese Unie die optie nu mogelijk maakt. Hoe we het zullen aanpakken, dat is te beslissen door de regering in de komende weken. Daar zijn verschillende meningen over.

Er komt ook een nieuw financieel instrument dat leningen verstrekt voor EU-uitgaven. Er komen incentives voor investeringen in de defensie-industrie. En de Europese Investeringsbank zal haar scope aanpassen. Er is nog niet gedefinieerd hoe, maar het zal onder andere over single-use en over investeringen in munitieproductie gaan, enzoverder. Ik meen dat het nu alleen voor dual-use geldt, niet voor single-use .

Activering van privéspaargeld wordt vooropgezet, door de eenmaking van de Europese kapitaalmarkt.

Concernant l'utilisation des revenus des avoirs russes gelés, le gouvernement prendra bientôt une décision. J'ai demandé à pouvoir disposer d'une partie de ces revenus afin de réaliser des achats pour soutenir l'Ukraine.

De gebeurtenissen van de laatste weken en maanden maken duidelijk dat we als Europeanen meer moeten doen voor de verdediging van ons eigen continent. De Amerikanen vragen al decennia van ons dat we nauwer samenwerken en dat we onze eigen defensie-industrie consolideren en versterken. Daarvoor lopen de nodige overlegmomenten op het niveau van regeringsleiders, ministers van Defensie en stafchefs. Ik was gisteren nog in Italië, waar ik mijn collega Guido Crosetto onder andere ook specifiek daarover heb gesproken.

Tegelijkertijd moeten we het hoofd koel houden en kalm blijven. Ondanks forse en soms tegenstrijdige politieke verklaringen uit de Verenigde Staten is de NAVO verre van dood. Er zijn nog vele tienduizenden Amerikaanse soldaten gestationeerd in Europa. De parlementsleden die erbij waren in de haven van Antwerpen vorige week, hebben zelf kunnen zien hoe een hele gevechtsbrigade van het Amerikaanse leger werd ontscheept, dus de NAVO is niet dood. Ter attentie van degenen die dat hopen – ik mag hopen dat niemand dat hoopt, alhoewel er misschien een paar zijn – zeg ik dat dit zeker nog niet het geval is.

Ik denk dat het heel goede nieuws is dat er opnieuw een akkoord is tussen president Trump en president Zelensky. Ik hoop echt dat dit een nieuw begin kan zijn, een nieuwe start. Het is namelijk een feit dat maatregelen die de Amerikanen beslissen een directe impact hebben op het slagveld, en die impact is niet positief. Ik meen dus dat wij er echt alles aan moeten doen opdat de banden tussen die twee landen goed blijven. Voor wie denkt vanuit Europe first of vanuit Europese interesses, dus als we denken vanuit ons eigen belang vanuit Europa of België, is het volgens mij ook echt in ons eigen belang dat Oekraïne en de Verenigde Staten elkaar op het hoogste niveau goed blijven verstaan. Ik hoop dan ook echt dat die onderhandelingen zullen slagen.

De Russen hebben voorlopig nog afwachtend gereageerd. We zullen zien wat daar verder nog uitkomt. Een staakt-het-vuren en mogelijk zelfs een vredesakkoord zouden echt fantastisch zijn. Dat brengt weer een heel ander verhaal mee ter bespreking, namelijk de vragen of wij meedoen aan die vredesoperatie, hoe die eruit zal zien, welke de rules of engagement zijn en welke capaciteiten we zullen inzetten. Maar dat is iets voor de toekomst.

De hybride dreiging is zeker en vast ook heel belangrijk. Met de aanpak daarvan zijn we constant bezig.

Ik licht even toe wat ik over het Europese leger heb gezegd.

Monsieur Lacroix, en ce qui concerne la défense européenne, j'ai dit que je ne croyais pas en une armée européenne.

Ik blijf daarbij. Meer Europese integratie, meer Europese coöperatie, meer samengevoegde en samenwerkende industrie is wat wij moeten bewerkstelligen.

Nous devons avoir davantage d’intégration, de coopération et d’interopérabilité européennes ainsi qu'une industrie plus unifiée et collaborative. C’est la priorité absolue pour les années à venir.

Pour ce qui est de la stratégie d’autonomie, je suis d’accord que nous devons faire plus.

Il est vrai qu'avec l’OTAN, ce n'est pas facile. Quelques propositions et déclarations de l’autre côté de l’Atlantique n’étaient pas faciles à entendre. Quand quelqu'un traite M. Zelensky de "dictateur", je ne suis pas d’accord. Et même plus, je suis fâché que l'on dise une telle bêtise.

Au final, c’est le but qui compte. Je pense qu’hier nous avons fait un pas dans la bonne direction, et pas dans la mauvaise direction.

Wat Nederland betreft, ik heb ook gezien dat het plan daar is weggestemd.

Si j’ai bien compris, le vote concernait surtout les dettes européennes.

Het debat in Nederland gaat vooral over de schulden en niet zozeer over meer samenwerking en de defensie-industrie enzovoort. De grote discussie in Nederland, en die is niet nieuw, betreft de gemaakte Europese schulden. Daar is in Nederland veel over te doen. Het is een heel interessant en belangrijk debat, dat we ook hier moeten voeren. Volgens mij heeft dat debat de stemming beïnvloed. De regeringsleider daar komt daardoor inderdaad in een moeilijke positie terecht.

We zijn volop met het plan bezig. Hopelijk komt men komende week of komend weekend tot een akkoord. Indien we een akkoord bereiken, zal ik dat hier volgende week samen met de beleidsverklaring kunnen voorstellen. We zullen dat dan uitvoerig kunnen bespreken. The stakes are high . We moeten ervoor zorgen dat er voldoende budget wordt uitgetrokken.

Uiteraard zullen we het personeel niet vergeten. Wanneer we praten over een sociaal akkoord, kost dat natuurlijk geld. Misschien ontstaan er dus extra mogelijkheden, indien bijkomende middelen worden voorzien.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je pense que vous faites partie de ceux qui se réveillent douloureusement et qui constatent que les États-Unis nous ont presque mis la tête dans la guillotine et qu'en nous entêtant dans une vision purement otanienne, nous nous retrouvons aujourd'hui pris au piège et complètement coincés. Or, depuis 2009, donc indépendamment de Donald Trump, les États-Unis nous avaient prévenus qu'ils basculaient vers le Pacifique-Sud. D'où l'importance de construire, dès le départ, une Europe de la Défense, quelle qu'en soit la forme. Nous pouvons en effet réfléchir à la manière dont celle-ci doit avancer, notamment quant à la nature de la protection nucléaire: doit-elle être française? C'est une question essentielle. Et c'est justement pour cette raison que je vous dis que continuer à acheter américain, en l'occurrence des F-35, alors que nous savons très bien que leur chaîne logistique continue d'être le fait des Américains et que, tous les 30 jours, il faut une mise à jour du logiciel pour continuer à utiliser ces F-35, c'est à nouveau nous placer dans les mains des Américains.

Donc, nous devons prendre la direction d'une autonomie stratégique européenne en faisant participer non pas la classe moyenne au financement de cette industrie européenne de la défense, mais en saisissant les avoirs russes et en nous servant des capitaux des amis de Poutine pour réarmer l'Union européenne et lui accorder la souveraineté stratégique afin qu'elle défende nos intérêts et notre projet européen, qui est bien différent de celui de Donald Trump.

Darya Safai:

Ik wil graag nog terugkomen op het feit dat ik zo blij ben dat het budget eindelijk werd verhoogd. Wat wij in een paar maand hebben gedaan, moest de afgelopen jaren reeds gebeurd zijn. Het is wel heel positief dat we eindelijk zo ver zijn, ook al zal het niet genoeg zijn voor de komende top in Den Haag.

Zoals u zei, is echter niet alleen het budget belangrijk, maar ook de inzet. Wij tonen die inzet. Wij tonen dat we een betrouwbare partner kunnen zijn in het kader van de NAVO. Het is dus ook een zeer goede beslissing dat wij Oekraïne blijven steunen. Dat is een positief signaal.

Ik ben het ook niet volledig eens met collega Lacroix. Aangezien wij de F-35's nu gekocht hebben, moeten we dat systeem blijven steunen. Anders zullen we meerdere budgetten hebben. We zitten ook niet vast, voor komende investeringen kunnen we nog steeds meer richting Europa kijken. Voor de F-35 is het echter al te laat. Trouwens, het is ook niet zo dat Amerika een bondgenoot is van Poetin en Rusland. Trump eist nu gewoon de beëindiging van de oorlog.

We zullen het samen verder opvolgen.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, u hebt duidelijk uw standpunt en uw analyse geschetst.

Ik heb u twee weken geleden een vraag gesteld. Ik heb die vraag daarna aan de Kamervoorzitter en aan de commissievoorzitter gesteld, omdat ik, toen ik het artikel las, het verschil niet zag tussen uw standpunt en uw analyse. Dat kan aan mij liggen. U legt nu heel duidelijk uw standpunt en uw analyse uit. Ik heb dus een vraag gesteld. Dat mag ik toch nog doen? Mag ik nog vragen stellen? Ik ben lid van de Kamer, ik speel hier mijn rol van parlementslid door u te ondervragen. Er wordt geïnsinueerd dat ik van kwade wil zou zijn. Ik heb vandaag negen vragen op de agenda staan. Ik voer op een constructieve manier oppositie. Ik meen dat u dat moet onderschrijven. Ik pik het dus niet dat ik hier van kwade wil wordt beticht. Dat is absoluut niet mijn bedoeling. Ik zit hier niet uit kwade wil of om vuurtjes te stoken. Ik probeer op een constructieve manier oppositie te voeren. Mijnheer de minister, voor veel thema’s trekken wij zelfs aan hetzelfde zeel.

Los daarvan voel ik mij niet aangesproken. U spreekt immers over iemand die hier niet zit. U spreekt over mevrouw Rutten. Ik zie haar hier momenteel niet zitten. Ik ben iemand anders. Ik kom wel uit dezelfde kieskring, maar u en ik komen ook uit dezelfde kieskring. Ik stel dus voor dat u de X- en twitterdiscussies en de persoonlijke vetes voor X houdt. Aarschot en Lubbeek liggen niet ver van elkaar. Spreek desnoods eens met elkaar af. Mijnheer de minister, ik zit hier als parlementslid. Ik stel u vragen en ik wil daarop gewoon antwoorden. Dat is alles wat ik doe.

Ik kom nu tot de inhoud.

Los daarvan heb ik vrij veel vragen gesteld over het budget. U zegt dat de regeringsdiscussies nog moeten beginnen en dat u hoopt op een snel akkoord. Ik kijk uit naar uw beleidsverklaring en verwacht daar vrij veel van. U zegt dat die 4 miljard tegen het einde van het jaar moet worden gevonden. Na 2025 komen er echter nog jaren en u moet nog veel miljarden vinden, dus ik hoop dat we op een constructieve manier heel snel en heel veel kunnen discussiëren in de commissie over dit heel belangrijke onderwerp. Ik zal u namelijk vragen blijven stellen.

Voorzitter:

Mijnheer de minister, ik wil mee waken over die constructieve dialoog.

Theo Francken:

Ik zeg niet dat u stookt. Natuurlijk mag u vragen stellen en ik mag ook antwoorden. Zo werkt dat nu eenmaal in een parlementaire democratie. Laten we dat vooral zo houden.

Ik heb geen vete met iemand, zeker niet met iemand uit Aarschot, maar als er uit kwade wil constant op die manier wordt gehandeld, zeker rond zoiets gevoeligs als Oekraïne en mijn persoonlijk engagement ten opzichte van dat land en die bevolking, dan krijgt u mij wel op mijn paard. Dat heeft zij goed door en ze zal dat ook blijven doen. Ik vind het bijzonder jammer dat zij u daarvoor instrumentaliseert. Zij is geen Kamerlid, maar het is heel bizar. Zij zegt dat u daarover vragen moet stellen. Dat zijn zaken die ik lees en dat irriteert mij inderdaad.

Voorzitter:

Mijnheer de minister, u hebt uw punt gemaakt.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, u communiceert veel en u communiceert snel. Er heerst op dit moment echter wel een overvloed aan communicatie, zowel op Europees vlak als op nationaal vlak. De concrete uitwerking en de inhoud van het Defensiefonds waren al onduidelijk. Dat hebben we hier al besproken. Nu wordt de trukendoos volledig bovengehaald om de 2 %-norm versneld te halen. De EU wordt in snelheid gepakt en reageert met ReArm Europe. Ook uw coalitiepartners lijken dus overtuigd van meer middelen voor Defensie en voor creatieve oplossingen op dat vlak. Eindelijk, zou ik zeggen.

Het ergste is eigenlijk dat iedereen verrast lijkt, terwijl dit scenario – zelf onze broek ophouden, om de eerste minister te citeren – er al jaren zat aan te komen. Men hoeft daar echt niet verrast over te zijn.

Ik kom tot de essentie. Het buiten de begroting houden van de extra middelen voor Defensie lijkt voor sommigen een mirakeloplossing. Dat is het echter niet. Dat wil ik toch nog eens benadrukken in mijn repliek. Die middelen moeten nog altijd gevonden worden. Ze zullen dus via extra schulden gefinancierd worden, bijvoorbeeld via de defensiebonds van minister Van Peteghem.

De overheidsschuld zal daardoor dus enorm oplopen. Ik herinner me de debatten van voor de verkiezingen. Toen zei men dat voor elke minuut dat er werd gedebatteerd de overheidsschuld verder opliep. Als we dat plan nu evenwel aanhouden zonder bijkomende maatregelen te nemen, dan zal de overheidsschuld tegen 2050 oplopen van bijna 130 % van het bbp naar 170 %. Dat moeten we durven te erkennen.

Daarom pleiten wij voor meer middelen voor Defensie, maar ook voor andere oplossingen dan dit scenario alleen.

Wij pleiten voor gezonde keuzes op korte termijn. Overtuig uw coalitiepartners niet alleen van meer middelen voor Defensie, maar overtuig hen ook om te besparen op de migratiefactuur, de miljardentransfers die nog altijd onaangeraakt blijven in dit land, de politieke factuur en de ongecontroleerde subsidiestromen, die blijkbaar 66 miljard euro bedragen en waarvan men soms de bestemming zelfs niet kent. Daar liggen ook opportuniteiten voor extra middelen voor Defensie, buiten die fictieve trukendoos. Dat zal dus moedige keuzes vergen. Ik wens u alvast veel succes.

Charlotte Deborsu:

Merci monsieur le ministre pour vos différentes réponses. La sécurité de notre pays, de l'Europe, c'est crucial, c'est un enjeu fondamental et il faut éviter la surenchère politique. Je pense qu'on a besoin avant tout d'un débat serein et clair au vu du sujet extrêmement sensible que cela représente. L'urgence impose des décisions réfléchies et pragmatiques et surtout un cadre budgétaire soutenable. Il ne faut donc pas non plus se précipiter.

Je suis évidemment contente que vous travailliez à un consensus, même si c'est votre rôle. Je ne doute pas que le résultat sera à la hauteur de nos espérances. Il faut augmenter le budget mais il faut aussi, comme je le disais dans ma question, mieux gérer ce que nous avons déjà. Je vous donne un exemple: un camion devait partir vendredi, on le sait depuis des mois, et puis on s'aperçoit qu'il est hors service. On a donc un chauffeur mobilisé pour rien qui se préparait depuis des semaines pour cette mission et on a finalement du matériel qui n'arrive pas sur le terrain avec des soldats qui ne peuvent même pas s'entraîner correctement. Ce n'est donc pas juste une question de moyens, c'est aussi une question de gestion et d'organisation.

Avec les milliards qui vont arriver, je pense qu'il est important d'avoir notre attention là-dessus puisqu'on sait que quand de gros budgets sont débloqués, on a parfois l'impression que c'est Byzance et l'attention sur la dépense diminue.

Il faut vraiment éviter cet écueil. Il faut qu'il y ait une stratégie derrière chaque euro pour qu'il soit dépensé de la manière la plus optimale possible.

Il faut bien sûr une vision stratégique, une rigueur budgétaire, malgré le budget qui sera débloqué, et surtout une coordination européenne efficace. Je suis tout à fait d'accord avec vous sur ce sujet.

Robin Tonniau:

Ik blijf het hypocriet vinden om defensie-uitgaven buiten de begroting te houden. We weten allemaal bij wie de factuur …

Theo Francken:

Ik heb nooit gesproken over 'buiten de begroting houden', het betreft 'buiten de begrotingsdoelstelling'. Het is een nuance, maar die is heel belangrijk. De officiële term is 'buiten de begrotingsdoelstelling'.

Robin Tonniau:

Het is de officiële term, maar we weten allemaal bij wie de factuur terecht zal komen, namelijk bij de gewone mensen. De besparingen op het vlak van pensioenen zullen wel degelijk binnen de begrotingsdoelstelling vallen.

Er zijn gelukkig nog kritische stemmen over de NAVO. Ik citeer een van die stemmen: "De NAVO die uiteenvalt, is het beste dat ons kan overkomen." De heer Karel De Gucht zei dat een paar weken geleden in een interview in Het Nieuwsblad . Verder zei hij ook nog: "Amerika is geen bondgenoot meer. Het is een land dat tegen onze belangen ingaat en zelf vindt dat het ons regels kan opleggen. Dat is echt gevaarlijk." Er bestaan dus inderdaad nog kritische stemmen over de NAVO, gelukkig maar. Merci, Karel.

Voorzitter:

De heer De Gucht en de PVDA vormen één front.

Axel Weydts:

Na dit merkwaardige front van communisten en liberalen heb ik toch nog een kleine bedenking, mijnheer de minister. U zei dat u van plan bent om ook een aantal voorafbetalingen te doen inzake materieel dat al besteld is. Dat is een techniek die kan worden gebruikt, maar we mogen onszelf daar niets mee wijsmaken. Daarmee is onze readiness niet verhoogd. Daarmee hebben we hoogstens een factuur die later zou volgen, al voor een stuk betaald, maar we hebben dat materieel nog niet, laat staan dat het al kan worden ingezet, dat er een doctrine is en dat we er al mee aan de slag kunnen gaan. We mogen onszelf dus geen blaasjes wijsmaken.

Ik heb nog een kleine bedenking, mevrouw Safai. Trump is inderdaad misschien geen bondgenoot van Rusland, maar gebaseerd op wat we de afgelopen dagen hebben gezien, met het afsnijden van de intel ten aanzien van de Oekraïners – we hebben daarnet in de commissie voor de Opvolging van de militaire missies gehoord welke gevolgen dat heeft – kunnen we toch ook niet echt zeggen dat hij een grote bondgenoot van Oekraïne is. Het is echt ongezien en verschrikkelijk erg wat er is gebeurd. Gelukkig worden de violen nu weer gestemd, maar ik ben er toch niet zo gerust op na wat we in de afgelopen dagen hebben gezien.

François De Smet:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

Sur les actifs, vous n’avez pas répondu. Je continue à dire que se séparer d’actifs stratégiques comme Proximus ou bpost serait une grave erreur. Même si vous êtes tenu par des cours de bourse, je pense qu’il y a un moment où le Parlement, même à huis clos, devrait légitimement être consulté.

Par ailleurs, je pense que nous reparlerons des F‑35. Comme mon collègue M. Lacroix, je continue à penser que c’est un choix stratégique vraiment difficile à assumer. La logistique est aux mains des Américains. On ne peut pas changer cela.

Darya Safai:

Dat is ook niet wat ik gezegd heb. Trump heeft het uiteraard heel slecht aangepakt, maar Trump is niet heel Amerika. Dat bedoelde ik.

In de toekomst zullen we onze manier van doen natuurlijk gewoon kunnen veranderen.

Theo Francken:

Je n'ai pas répondu à propos des F-35 car cela n'était pas vraiment l'objet de ce débat d'actualité. Un débat très intéressant sur les F-35 se tiendra la semaine prochaine. J'en suis sûr.

Voorzitter:

Dat brengt ons bij het einde van de vergadering, collega's. Volgende week houden we het debat over de beleidsverklaring, als die tijdig wordt ingediend tenminste. We hebben daarvoor de hele dag uitgetrokken. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.50 uur. La réunion publique de commission est levée à 12 h 50.

Een vooruitblik op de volgende week geplande Europese Raad van Defensieministers
Steun aan de economie en de bedrijven gezien de mogelijke verhoging van de Amerikaanse douanerechten
De door Donald Trump gevoerde geopolitiek
De Europese reactie op de verhoging van de douanerechten door de Verenigde Staten
De handelsoorlog met de Verenigde Staten
De door Donald Trump aangekondigde invoerheffingen op Europese producten
De douanerechten en het Europese concurrentievermogen
De grote impact op de farmasector van de Amerikaanse invoertarieven op Europese producten
Oekraïne en de defensie-inspanningen van België
Europese reacties op Amerikaanse handelsbeleid en defensie-strategieën.

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 27 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Europa’s strategische autonomie en reactie op de dubbele dreiging van Amerikaanse handelstarieven (25% op EU-producten) en de escalerende defensieverplichtingen (NAVO’s 2%-bbp-eis). De kernpunten: (1) Defensie: België moet dringend het 2%-doel halen (voor de zomer) en structurele financiering regelen, met nadruk op Europese samenwerking binnen de NAVO, maar *concrete plannen en timing ontbreken nog*. (2) Handelsoorlog: De VS bedreigen de EU met tarieven, wat de Belgische export (o.a. farmacie, auto) raakt—Europa moet *eengemaakt en proportioneel* reageren, zonder in een escalatiespiraal te belanden, maar met focus op industriële soevereiniteit (innovatie, herindustrialisering) en diversificatie van handelspartners. (3) Critici (o.a. PTB) waarschuwen voor *blind volgen van de VS* en pleiten voor een *niet-gebonden Europa* dat partnerschappen met het Globale Zuiden zoekt, terwijl anderen (N-VA, CD&V) benadrukken dat *veiligheid (via NAVO) voor welvaart gaat*. Actiepunten: België speelt een *verenigende rol* in de EU, maar *concrete maatregelen* (bv. taskforce, budgetten) blijven vaag—urgentie domineert.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, volgende week vindt er een extra EU-top plaats, over de situatie in Oekraïne en defensie. Dat is absoluut noodzakelijk. De geopolitieke situatie is immers zorgwekkend en verandert razendsnel. De wereld staat in brand en Europa heeft veel te lang aan de zijlijn gestaan, zonder de mond open te doen.

Het is dus hoog tijd om te blussen. Mijnheer de eerste minister, om te blussen heeft men echter blusmateriaal nodig. En laat net daarover, over die structurele middelen en financiering van defensie, bijzonder veel onzekerheid bestaan. Hoe zullen we het Defensiefonds structureel financieren? Nog geen idee. Extra uitgaven voor defensie binnen of buiten de begroting? Nog geen idee. Wat gaat de Europese Unie doen? Gaat zij dat toestaan of niet? Nog geen idee. Er moet duidelijkheid komen, want we verliezen tijd. NAVO-baas Mark Rutte heeft het heel duidelijk gezegd. Die absolute ondergrens van 2 % van het bbp moet er komen nog voor de zomer.

Mijnheer de eerste minister, u bent historicus en ik weet dat u graag over het verleden spreekt. Mea culpa, het is juist dat de voorbije decennia heel veel partijen hier aanwezig, ook die van de Zweedse regering, te weinig hebben geïnvesteerd in defensie. We leven vandaag echter in een andere wereld. De wereld is de voorbije jaren grondig door elkaar geschud en grondig gewijzigd. We moeten dus stoppen met achterom te kijken en moeten vooruitkijken en schakelen.

Ik wil van u weten wat de regering vandaag en in de toekomst zal doen. Wat zal het standpunt van uw regering zijn op de komende EU-top? Hoe en wanneer zult u de 2 % voor defensie halen?

Patrick Prévot:

Monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, votre gouvernement n'a que quelques semaines et déjà, malheureusement, les promesses s'effritent.

Vous aviez promis un taux d'emploi de 80 %, mais, monsieur le premier ministre, vous avez dit cette semaine que ce ne sera pas pour cette législature. Il aurait peut-être fallu être honnête d'emblée, et non pas quelques semaines après le vote de confiance. Vous aviez évoqué les 8 milliards de recettes mais, là aussi, vous avez estimé que les effets retours semblaient incertains. Bref, on l'avait dit, vous ne nous avez pas cru, ces promesses, c'était du vent.

Pendant ce temps-là, monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, de l'autre côté de l'Atlantique, le président américain, Donald Trump, lance une guerre économique et annonce que des droits de douane de 25 % sur nos produits pourraient être pratiqués. Face à cela, allez-vous rester passif ou allez-vous avoir une attitude proactive? L'accord de gouvernement parle d'un plan de relance industriel, mais avec moins d'investissements publics – ce que nous déplorons vivement, comme nous vous l'avons dit lors des débats – et peu de vision à long terme.

La Commission européenne, de son côté, propose un pacte pour une industrie propre mais son budget de 100 milliards semble largement insuffisant. Concrètement, avez-vous votre plan pour la relance industrielle? Quel est-il? Soutiendrez-vous nos secteurs stratégiques et nos entreprises? Allez-vous, oui ou non, garantir des emplois de qualité? Une task force a-t-elle été mise en place pour avoir cette vision proactive? Si oui, qui en fait partie? Si cette task force existe, comptez-vous associer les entreprises, les travailleurs, les syndicats, les ONG et la société civile à l'élaboration de cette politique industrielle?

Je vous remercie d'avance de vos réponses.

Raoul Hedebouw:

Monsieur le premier ministre, pendant des mois, on a mis en garde tous les partis politiques que suivre aveuglément l'impérialisme américain allait détruire l'Europe et notre économie. Pendant des mois, vous avez ri du PTB et de sa vision géopolitique!

Regardez ce qui se passe maintenant! Les Américains sont en train d'humilier l'Europe. Avez-vous vu le comportement de Macron quand il est allé chez Trump? Il était en train de lui cirer les chaussures en lui racontant des petites blagues. C'est pourtant la survie et la stratégie de l'Europe qui sont actuellement en jeu.

Monsieur le premier ministre, je vous avais prévenu que ça n'allait pas marcher.

De Amerikanen gaan altijd voor hun eigen business.

Il suffit d'analyser l'accord sur les minerais. Tout est clair maintenant!

De grondstoffen van Oekraïne gaan direct in de zakken van de Amerikaanse imperialisten!

La situation est similaire en ce qui concerne l'énergie. Les Américains nous ont vendu leur gaz de schiste trois ou quatre fois plus cher pour se faire de l'argent. Nous avons, bien entendu, dit dès le départ qu'il fallait condamner Poutine. C'était évident! Cependant, il fallait aussi défendre les intérêts de l'Union Européenne, ce que vous ne faites pas!

Monsieur le premier ministre, allons-nous continuer à suivre les Américains? La déclaration gouvernementale n'en a d'ailleurs que pour eux. Comment pouvez-vous continuer à être aussi naïfs? Comment pouvez-vous continuer à leur acheter pour des milliards d'armements? Ils ne pensent qu'à l'argent.

Chers collègues, Trump n'est pas un homme de paix. Pourquoi retire-t-il ses troupes aujourd'hui? Pourquoi retire-t-il ses intérêts d'Ukraine? Pour attaquer la Chine? Il le fait pour préparer la guerre de demain!

La question que l'Europe doit se poser est de savoir si nous devons suivre les Américains docilement comme des petits chiens, ou enfin développer une Europe indépendante et stratégique à l'échelle mondiale. C'est de cela dont nous avons besoin.

(…): (…)

Voorzitter:

Mijnheer Hedebouw, u zou het niet op prijs stellen indien uw tussenkomst op deze manier zou worden onderbroken. Ik neem aan dat u dat dan ook niet zult doen voor collega Deborsu.

Charlotte Deborsu:

Monsieur le premier ministre, l'Union européenne aurait été créée pour entuber les États-Unis. On en apprend tous les jours avec le professeur Trump. Monsieur le premier ministre, connaissant votre amour pour l'histoire, j'imagine que vous avez failli tomber de votre chaise en entendant cela comme nous tous.

Mais au-delà du grotesque, il y a une réalité. Les États-Unis annoncent vouloir taxer à hauteur de 25 % toute une série de produits européens. Cette mesure complètement anti-libérale risque d'avoir un impact direct sur nos entreprises et nos emplois en Belgique et en Europe. À l'heure actuelle, l'Union européenne a une balance commerciale positive avec les États-Unis de 150 milliards sur les biens.

Monsieur le premier ministre, mes questions sont dès lors les suivantes: avez-vous déjà la liste des produits européens qui seraient concernés?

Comment mesurez-vous l'impact de cette décision pour la Belgique? Allez-vous donner des instructions au ministre du Commerce extérieur afin qu'il prenne des mesures, en coopération avec toutes les Régions, pour contrer les effets de cette décision?

Jusqu'à présent, la Commission européenne a préparé des mesures "au cas où". Jugez-vous qu'elles sont suffisamment crédibles et dissuasives pour convaincre le président américain de revenir sur cette décision?

Comment jugez-vous l'unité politique des Européens et la proactivité de la Commission sur ce dossier?

Les États-Unis nous voient désormais comme un adversaire commercial. Nos relations ont changé, dont acte. Quelles sont dès lors vos stratégies pour diversifier notre commerce extérieur au bénéfice de nos entreprises et de notre taux d'emploi? C'est une véritable priorité pour notre groupe.

Je vous remercie déjà pour vos réponses.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, dans son style délicat habituel, M. Trump a annoncé des droits de douane de 25 % sur les produits européens. Nous savions déjà que nous vivions un tournant historique en géopolitique, du point de vue militaire, mais ce tournant est aussi commercial. Nous savons désormais aussi que nous devrons assumer notre défense seuls et sur ce plan-là, comme je l'ai déjà dit, et je n'ai pas de problème à le redire, votre accord de gouvernement va dans le bon sens.

Concernant l'énergie, nous vivons une hyper-dépendance. Nous serions aujourd'hui incapables de nous séparer à la fois du gaz russe et du gaz liquéfié américain. Et sur le plan économique, bien qu'étant le premier marché du monde, la présidence Trump nous confirme avec franchise ce que nous savons déjà: nous sommes des consommateurs de la mondialisation et non plus des acteurs de celle-ci.

Le point faible de l'Europe, chers collègues, a un nom: l'innovation. Nous fermons aujourd'hui notre avant-dernière usine automobile, ce qui nous rappelle que nous avons manqué le virage industriel. Nous, Européens, n'avons créé aucun des outils technologiques qui dirigent le monde aujourd'hui. Nous ne sommes pas les meilleurs en ce qui concerne l'esprit d'entreprise et l'initiative, et nous ne parvenons pas à favoriser l'innovation.

Même votre accord de gouvernement, je le crains, manque le cap. Votre programme est clair: forcer tout le monde à travailler plus sans vraiment gagner plus, que ce soient les demandeurs d'emploi, les malades, les jeunes ou les plus vieux, etc. Très bien, sauf que l'on n'a pas seulement besoin de davantage de travailleurs. On a aussi besoin de davantage d'entrepreneurs, de créateurs, de gens qui peuvent créer de la richesse, créer de l'emploi, prendre des risques en étant encouragés à l'innovation. Sur ce plan-là, votre accord de gouvernement est décevant.

La question qui est le sujet maintenant est de savoir comment faire pour affronter cet allié qui tend à devenir un adversaire, les États-Unis. Comment faire pour s'affirmer davantage comme marché européen, alors que nous sommes le premier marché du monde? Comment défendons-nous nos entreprises? Comment allons-nous faire de ce pays et de ce continent des acteurs clés de l'innovation? Comment faire pour qu'ils redeviennent un véritable poumon industriel, un acteur de l'économie mondiale et non un simple client? Dans l'immédiat comment allons-nous réagir à cette hausse douanière brutale de 25 %?

Meyrem Almaci:

" The European Union was formed in order to screw the United States. That’s the purpose of it. " Die uitspraak is grotesk, zoals we Trump kennen, de man van het recht van de sterkste, die alle regels aan zijn laars lapt.

Na Gaza en Oekraïne richt hij nu de pijlen op de economie van Europa met zijn aankondiging dat hij 25 % invoerheffingen overweegt op auto’s, halfgeleiders, chips en medicijnen. Op de vraag of hij geen schrik had van een forse tegenreactie, antwoordt hij het volgende: " They can try, but they won’t ." We weten al langer dat de huidige president in een alternatieve realiteit leeft. We weten ook dat hij in Europa zijn fans heeft, om onze minister van Defensie niet te noemen, die al meermaals lovend sprak over de man.

"They can try, but they won’t ." Voor ons is het eenvoudig: Yes, we can and we will . Dat is niet van harte, maar als het moet, moet het. Een bullebak als Trump begrijpt immers alleen maar de taal van geld en macht. Ik was tevreden de eerste reactie van Europa te lezen, namelijk dat Europa een partner was, indien de regels werden gevolgd.

De vraag is nu de volgende: wat is de positie van de huidige regering? Immers, handelsoorlogen produceren alleen maar verliezers. Dat is belangrijk om te onthouden met bedrijven als Volvo in ons land en de sterke farmasector. Waakzaamheid is echt geboden.

Hoe zorgen we er dus voor dat de verdeel-en-heersstrategie van Trump bij ons geen voet aan de grond krijgt? Hij heeft immers geprobeerd bij Oekraïne. Hoe zorgen we ervoor dat de expertise, efficiëntie en ontwikkeling hier blijft?

Mijnheer de eerste minister, hebt u al contacten gehad met de collega’s in Europa om één front te vormen? Hebt u al contact gehad met de Wereldhandelsorganisatie? Bent u bereid fors te reageren op de woorden van Trump en op welke manier wilt u dat dan doen in uw hoedanigheid van eerste minister van alle Belgen?

Simon Dethier:

Monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, cette semaine, les États-Unis ont menacé l'Union européenne de droits de douane de 25 % sur les produits européens.

Au même moment, l'Union européenne a présenté un plan qui a pour ambition d'améliorer la compétitivité des entreprises européennes tout en préservant les objectifs climatiques. L'Europe et la Belgique se trouvent actuellement face à une situation complexe.

D'un côté, la transition vers la neutralité carbone est nécessaire. Nous avons vu les impacts du réchauffement climatique sur notre société. Il est indispensable d'agir. Nous ne sommes pas encore sur la trajectoire de cette neutralité. Il faudra donc redoubler de volontarisme et d'inventivité.

D'un autre côté, comme l'a dit le ministre du Climat, un État en faillite ne peut pas agir pour le climat. Les craintes d'une guerre commerciale et les difficultés d'approvisionnement en énergie plombent la compétitivité des entreprises belges. Il est du devoir de l'ensemble de veiller à préserver nos objectifs climatiques tout en maintenant la compétitivité.

J'aimerais dès lors vous poser deux questions. Comment veillez-vous à préserver les emplois et la compétitivité des entreprises? Comment veillez-vous à soutenir et à aider les entreprises à garder le cap de la neutralité carbone?

Koen Van den Heuvel:

Heren ministers, beste collega's, Trump steekt zijn middenvinger op naar Europa en naar ons en dat mogen we niet onbeantwoord laten. Trump kondigt aan dat hij 25 % invoertarieven op Europese producten zal heffen. Dat is nefast voor Europa en voor onze Belgische economie, want Amerika is nog altijd een heel belangrijke afzetmarkt, de vierde grootste, voor ons. Jaarlijks exporteren we voor meer dan 33 miljard euro goederen naar Amerika.

Vooral de farmasector speelt daarin een belangrijke rol en is verantwoordelijk voor meer dan de helft van die export. Deze sector is van strategisch belang voor de toekomst. Ze innoveert, ze is duurzaam en ze heeft, tegen de industriële trend in, de voorbije vijf jaar 6.000 extra arbeidsplaatsen in de industrie gecreëerd. Deze sector en al onze exportbedrijven mogen we niet in de steek laten, want we zijn in Europa en in België gevoelig voor invoertarieven. Trump probeert op deze manier Amerikaanse bedrijven te dwingen om hun productie vanuit Europa terug naar Amerika te verplaatsen, maar hij ontketent op die manier een wereldwijde handelsoorlog waar niemand bij wint.

We moeten in Europa stevig en onmiddellijk reageren, want we kunnen onze exportbedrijven en onze farmasector op dit moment niet in de steek laten. Collega's, de toekomst van Europa staat op het spel. Met deze Trumpiaanse manier van doen, met een spelletje duimen omhoog-duimen omlaag, probeert men ons lot te bepalen.

Collega's, we moeten sterk genoeg zijn. We moeten met Europa het heft in eigen handen houden. Het is niet Amerika dat de Europese toekomst zal bepalen. Mijnheer Hedebouw, het zijn ook niet uw Chinese vrienden die het lot van Amerika zullen bepalen!

Darya Safai:

Mijnheer de premier, in Saoedi-Arabië zijn gesprekken opgestart tussen de VS en de Russische Federatie over het conflict in Oekraïne. Dat de Europese landen zich gepasseerd voelen, is een understatement. Cruciaal voor het slagen van eender welke oplossing is de aanwezigheid van Oekraïne aan de onderhandelingstafel.

De Amerikaanse regering liet duidelijk verstaan dat Europa niet hoeft te rekenen op Amerikaanse steun en dat de Europese uitgaven voor defensie sterk moeten worden opgeschroefd. De Verenigde Staten dringen er ondertussen op aan dat elke NAVO-lidstaat ongeveer 5 % van het bruto binnenlands product aan defensie zou besteden. Mark Rutte, de secretaris-generaal van de NAVO, dringt erop aan om tegen de zomer 2 % te halen. In de regering wordt er gesproken over het bijsturen van het defensieplan. Afgelopen donderdag verklaarde u dat er miljarden gezocht moesten worden. Dat is een duidelijke boodschap.

Mijnheer de premier, binnen welke termijn moeten volgens u de inspanningen gebeuren? Wat is volgens u een realistische doelstelling? U verklaarde stappen te zetten naar een meer Europees geïntegreerde defensie in de NAVO, onder meer op het vlak van militaire aankopen. Graag krijg ik wat meer duiding over de plannen.

Bart De Wever:

Chers collègues, je vous remercie pour toutes ces questions. Je vais essayer d'y répondre en cinq minutes. Comme vous le savez, mes chers collègues Prévot et Clarinval complèteront ma réponse.

Depuis la séance de la semaine dernière, j'ai eu, comme vous pouvez l'imaginer, de très nombreux contacts internationaux concernant les derniers développements géopolitiques.

Lundi dernier, j'ai participé au sommet sur la sécurité organisé par l'Ukraine où j'ai confirmé la poursuite de notre soutien à l'Ukraine. Mardi après-midi, j'ai eu un entretien téléphonique avec le président Zelensky au cours duquel j'ai réaffirmé et concrétisé ce message. En outre, j'ai eu de nombreux contacts avec les dirigeants européens et le président du Conseil européen. Hier matin, un Conseil européen a eu lieu en vidéoconférence et le président Macron a fait un débriefing sur sa visite à Washington. Vous comprendrez, je l'espère, que je dois rester discret à ce sujet. Je comprends les nombreuses questions très détaillées mais il n'est pas réaliste de développer chaque élément ayant été discuté. Néanmoins, je peux vous dire que la position des partenaires européens reste inchangée.

Premièrement, l'Europe continuera à soutenir l'Ukraine et renforcera sa position dans les négociations de paix car " if you are not at the table you are on the menu " et cela est inacceptable. Deuxièmement, la participation de l'Ukraine et de l'Europe est nécessaire pour parvenir à une paix durable. Troisièmement, l'Europe doit intensifier ses investissements dans la défense. Le temps où notre continent pouvait se reposer sur un dividende de paix est malheureusement révolu. L'Europe doit pouvoir assurer entièrement sa propre sécurité le plus rapidement possible. La Belgique, en tant que membre fondateur de l'Union européenne et de l'OTAN, doit aussi apporter sa contribution. Cela est déjà prévu dans l'accord de gouvernement mais il ne faut pas exclure qu'à court terme, des efforts supplémentaires soient nécessaires.

Ik begrijp uw waarschuwing om niet achterom te kijken, mijnheer Vander Elst,. "Kijk vooral niet achterom" zal waarschijnlijk ook de slagzin worden van uw partij. Dan ziet u namelijk hoe u het hebt nagelaten: rampzalig. We zullen dus een spurtje moeten trekken en dat zal gebeuren.

L'Europe et ses partenaires doivent prendre rapidement des décisions pour renforcer les trois points cruciaux que je viens d'esquisser. Le 6 mars, le Conseil européen se réunira à ce sujet, mais je vous demande de rester très discrets sur cette date, car ma famille pense encore que nous serons ensemble en vacances. C'est la raison pour laquelle je l'ai dit en français. (Rires dans l'assemblée)

Op de bijeenkomst van de Europese Raad gisteren werd afgesproken om een constructieve dialoog met de Verenigde Staten te blijven voeren. Ik begrijp dat collega’s zich opwinden. Er zijn immers wel wat krasse dingen gezegd en hun hart mag koken, maar de consensus onder de Europese regeringsleiders was om het hoofd koel te houden. Vandaag is Keir Starmer in het Witte Huis, morgen is Zelensky aan de beurt. We zullen zien wat het wordt, maar het valt niet te ontkennen dat de verklaringen van de Amerikaanse regering ons zeer ongerust hebben gestemd. Dan gaat het niet alleen over onze Europese partners, maar ook over aantal andere internationale partners, niet het minst Canada.

Uiteraard stelt niemand – ik hoop ook hier niet – het NAVO-bondgenootschap ter discussie, want dat zou buitengewoon dom zijn. Waakzaamheid is zeker geboden. De dreigementen met nieuwe handelstarieven zouden ons als exportnatie ernstige zorgen moeten baren. De Verenigde Staten zijn een zeer belangrijk exportland voor ons. De farmasector, en niet alleen die in Puurs, is zeer afhankelijk van die export. Ik heb gisteren in de marge van de industrietop gesproken met mensen uit die sector en zij zijn bijzonder ongerust. Vooralsnog moeten we een handelsoorlog tussen de meest verweven handelsblokken ter wereld proberen te vermijden. Dat is onze kortetermijndoelstelling.

Madame Deborsu, vous avez de nombreuses questions détaillées sur ce que nous allons faire et comment nous allons réagir. J'en ai parlé hier avec Mme von der Leyen, mais il est encore trop tôt pour élaborer une réponse. Il est toutefois certain que l'Europe devra, le cas échéant, réagir très vite et très clairement.

Tot slot, u leest ongetwijfeld de berichten over een economisch akkoord tussen Oekraïne en de Verenigde Staten. Van die berichten wordt men niet blij. Europa zal in dat licht Oekraïne moeten blijven steunen om het in zijn positie te versterken, en de ontwikkelingen zeer goed moeten opvolgen. Zolang de definitieve modaliteiten van dat akkoord niet bekend zijn, is het evenwel moeilijk om daar precies op te reageren.

Mijnheer de voorzitter, als u mij nog vijf seconden gunt, dan rond ik mijn antwoord af.

Ik doe hier een oproep aan alle fracties in het halfrond om ondubbelzinnig de kant van Europa, de kant van het vrije Westen te kiezen en die te verdedigen.

On peut bien dire que Trump n'est pas un homme de paix, mais vous avez oublié de dire que Poutine est un homme de guerre!

Dat is wel heel belangrijk. ( Luid applaus )

Voorzitter:

Uw interpretatie van vijf seconden is wel bijzonder breed. Dat wordt afgetrokken van de spreektijd van de andere ministers.

Bart De Wever:

Voorzitter, ik kan het ook niet helpen dat er stormachtig applaus is wanneer ik spreek. Dat kost mij spreektijd.

Hoe dan ook moeten we ondubbelzinnig zijn: we moeten de kant van Europa en van het vrije Westen kiezen. We mogen niet naïef zijn. Als kleine en economisch sterke exportnatie is het onze taak vandaag maximaal aan die verbondenheid bij te dragen.

Voorzitter:

Het thema is natuurlijk bijzonder belangrijk. Dat blijkt ook uit de vele interventies erover, maar ik wil de regering toch aanmanen om de tijdslimieten te respecteren.

David Clarinval:

Mesdames et messieurs, chers députés, depuis l'investiture du président Trump, les relations transatlantiques sont mises en effet sous pression. Nos relations commerciales n'y échappent pas. Le président Trump a en effet annoncé son intention d'imposer des tarifs douaniers de 25 % aux importations en provenance de l'Union européenne.

Nous devons veiller à ce que l'on apporte une réponse commune et proportionnée aux décisions prises par l'administration Trump.

Het doel van de Amerikaanse president bestaat erin de vermeende ovenwichtigheden in de handelsbetrekkingen weg te werken. Hij verwijt de Europese Unie normen en regels op te leggen die de toegang tot de Europese markt moeilijker maken voor Amerikaanse producten, terwijl Europese producten genieten van een relatief vrije toegang tot de Amerikaanse markt.

De Verenigde Staten kondigden aan vanaf 12 maart 25 % douanerechten te zullen heffen op de import van staal en aluminium afkomstig uit de Europese Unie. Een volgende ronde maatregelen zou begin april worden aangekondigd.

La présidente de la Commission européenne a exprimé son profond regret face à cette décision et a réaffirmé que l'Union prendrait des contre-mesures fermes et proportionnées pour protéger ses intérêts économiques.

Au niveau belge, dans le cadre du processus de concertation DGE, nous avons initié depuis plusieurs semaines déjà une réflexion afin de définir une position commune, qui se veut assertive et qui tient compte des intérêts belges.

Il faut néanmoins savoir que toutes les mesures américaines ne sont pas encore précisément connues. Par ailleurs, nous attendons encore la proposition que la Commission pourrait faire pour répondre aux mesures américaines annoncées.

La Belgique entretient des relations commerciales fortes avec les États-Unis, tant du côté de l'offre que de la demande. En 2023, les exportations de biens belges vers les États-Unis ont représenté plus de 28 milliards d'euros alors que les importations de biens en provenance des États-Unis s'élevaient à près de 25,8 milliards d'euros.

Sur la base de plusieurs analyses, nos principaux secteurs sensibles ont été identifiés. Il s'agit de la chimie, du secteur pharmaceutique, du secteur métallurgique, de certaines matières critiques, du secteur automobile, des machines et des appareils électroniques.

Dans les semaines à venir, je veillerai, en tant que ministre de l'Économie, avec mon collègue des Affaires étrangères, à défendre au mieux les intérêts stratégiques de la Belgique. Notre position sera largement concertée avec les différentes Régions du pays. Nous veillerons à faire entendre les intérêts des plus petites économies comme la nôtre.

Sur le plan européen, nous plaiderons pour l'unité des États membres face à la politique commerciale menée par le président Trump. Face aux tentatives américaines d'approcher les États membres séparément, il sera en effet essentiel de rester sur la même ligne pour renforcer la cohérence de nos messages et notre position face à l'administration Trump.

Par ailleurs, il me semble aussi urgent de pouvoir développer au niveau européen et belge une stratégie de défense des industries et des entreprises confrontées à la concurrence internationale. Les annonces d'hier, en marge de la conférence d'Anvers sur le Clean Industrial Deal, semblent aller dans le bon sens. Nous devons les mettre en œuvre avec volontarisme et célérité, notamment au travers du plan interfédéral de développement des industries prévu dans notre accord de gouvernement. Je vous remercie pour votre attention.

Maxime Prévot:

Monsieur le président, c'est en ma qualité de ministre des Affaires étrangères et, à ce titre, compétent pour la diplomatie économique et la politique commerciale européenne que je vais compléter les propos du premier ministre et de mon collègue Clarinval.

Les États-Unis sont en train de faire fausse route. En annonçant imposer des droits de douane à tout-va, ils se mettent à dos une bonne partie du monde. Et nous ne voyons aucune justification à l'imposition de tels droits sur nos exportations. Comment peuvent-ils imaginer une seule seconde que cela va leur bénéficier? Comment peut-on penser que l'Union européenne constituerait une menace pour leur sécurité nationale?

De Amerikaanse tarieven zullen economisch contraproductief zijn, vooral gezien de diep geïntegreerde trans-Atlantische toeleveringsketens. Door tarieven op te leggen, zullen de Verenigde Staten hun eigen burgers belasten, de kosten voor hun eigen bedrijven verhogen en de inflatie aanwakkeren. Bovendien zullen de Amerikaanse tarieven waarschijnlijk ontwrichtende effecten hebben op het wereldwijde handelssysteem als geheel.

Die aankondigingen zullen niet onbeantwoord blijven. We moeten echter zeker niet proberen op elke provocatie te reageren. De bedoelingen van president Trump en zijn regering, of ze nu betrekking hebben op Europa, Groenland, Oekraïne of de Gazastrook, kunnen aanleiding geven tot veel berichten op X, die we kunnen betreuren. We moeten echter reageren op tastbare maatregelen, die op dit moment niet erg talrijk zijn.

J'ai demandé à mes services de travailler d'arrache-pied sur comment faire face et redéfinir notre relation avec les États-Unis, tous aspects confondus, le commerce, bien sûr, mais aussi le climat, l'énergie, la diversité, les droits sexuels et reproductifs, le digital, les migrations, l'éthique, la santé, et j'en passe. Ce travail est fait en coordination avec les autres membres du gouvernement et les autres gouvernements du pays. On ne peut pas réagir sur un coup de tête. Ne faisons pas nous-mêmes du Trump en réaction à Trump!

Nous ne devons pas nous arrêter à une posture ébahie, prendre note de chacune des annonces et décisions américaines. Le monde change très vite et nous devons nous montrer proactifs et ne pas seulement agir sur la défensive. Nous devons arrêter la naïveté. Quittons cette posture de victime pour reprendre notre place sur la scène internationale!

We moeten de Europeanen samenbrengen om dit antwoord te bepalen. België moet opnieuw zijn rol als vereniger spelen om een verenigd front te vormen tegenover de nieuwe geopolitieke omwentelingen. We hebben een sterk, veerkrachtig, autonoom en soeverein Europa nodig, dat in staat is de uitdagingen van vandaag en morgen aan te gaan. Dat vereist dat we beter, efficiënter en sneller samenwerken. Een verenigend maar ook assertiever beleid ter verdediging van onze belangen in een wereld waarin de machtsverhoudingen intens zijn, is dan ook precies wat ik sinds mijn aantreden heb gevoerd. We moeten onze verantwoordelijkheid nemen.

En matière de défense, comme cela a été précisé par le premier ministre, une paix juste, globale et durable en Ukraine ne fera bien sûr pas disparaître la menace russe. Nous devons donc renforcer d'urgence nos capacités industrielles de défense, et nous devons assurer la compétitivité de nos entreprises tous secteurs confondus. Le ministre Clarinval l'a rappelé, nous avons le devoir de protéger nos citoyens et nos entreprises contre ces décisions américaines. Non seulement les protéger, mais agir aussi pour augmenter leur compétitivité.

D atzelfde ambitieniveau moet ons drijven als het gaat om het aangaan van de uitdaging van de klimaattransitie. Ik zal u daaraan ook herinneren wanneer ik mijn beleidsverklaring presenteer, want dat zal een constante zijn in het beleid dat ik plan te voeren.

Dans le même temps, la recherche d'un agenda positif avec la nouvelle administration américaine doit rester notre objectif premier. Nous avons tout à gagner dans un partenariat transatlantique fort. Nous devons rester ouverts aux collaborations avec les autorités américaines sur nos priorités communes en matière de prospérité et de sécurité internationale, notamment. Pensons par exemple à la lutte contre le crime organisé, ou contre les drogues, ou contre les trafics d'êtres humains. J'entends poursuivre les discussions entamées par mon prédécesseur à ce sujet avec le secrétaire d'État Rubio.

La relation de la Belgique avec les États-Unis est la plus importante économiquement hors d'Europe, avec plus de 75 milliards d'échanges par an et des investissements soutenant 250 000 emplois.

Die omwentelingen moeten ons ook uitnodigen om nieuwe bondgenoten te vinden. We moeten partnerschappen op intelligente en consequente manier diversifiëren. Ik dank u.

Kjell Vander Elst:

Bedankt, mijnheer de premier. Ook wij staan aan de kant van Europa en van het vrije Westen. Daarop mag u rekenen.

We moeten dan wel ons deel doen. U hebt niet geantwoord op de vraag hoe we tegen de zomer de 2 % die de NAVO ons oplegt, zullen behalen. U noemt het een sprintje trekken. Ik vrees dat dat niet zal volstaan.

Premier, u hebt een zeer ambitieuze minister van Defensie. Er staan zeer goede zaken op papier, maar het budget moet dan ook wel volgen. We spreken elkaar dus in april tijdens de begrotingsbesprekingen en zullen dan zien of u die woorden zult omzetten in daden.

Patrick Prévot:

Malgré le fait que vous ayez envoyé une armée mexicaine pour me répondre, vous avez scrupuleusement répondu aux questions que je n'avais pas posées.

Monsieur le ministre de l'Économie, en rapport avec la question que j'avais posée concernant la task force , je vous signale qu'il y a eu une action symbolique devant votre SPF en marge d'une réunion sur la politique industrielle. J'espère que vous étiez au courant. Les syndicats et les ONG déploraient le fait qu'ils n'étaient pas invités et que vous aviez choisi quelques entreprises. Ma première demande formelle est que vous les invitiez autour de la table.

Monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, il faudra évidemment être beaucoup plus offensifs. Quand on vise 80 % de taux d'emploi – même si personne n'y croit –, il va évidemment falloir mener une politique d'investissements publics beaucoup plus ambitieuse. Le pacte pour une industrie propre s'élève à 100 milliards alors que le rapport Draghi en préconisait 800. Plus que jamais, il faut viser un taux d'investissement public (…)

Voorzitter:

Collega’s, het noemen van een naam volstaat niet om er een persoonlijk feit van te maken.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de premier, u hebt hier geantwoord en u gaat blijkbaar door. Wij zeggen al maanden dat blindelings de Amerikanen volgen Europa kapot zal maken en u gaat daar gewoon mee door. U verstaat niet wat er aan het gebeuren is.

Bien sûr que Poutine est à condamner! Évidemment, il est synonyme de guerre. Poutine, c'est la guerre. Mais le monde libre est-il synonyme de paix? Les bombardements américains au Vietnam, c'est la paix? Les bombardements américains en Libye, en Syrie, c'est la paix? Les bombardements américains en Irak: un million de morts! Un million de morts en Irak, est-ce la paix? Comment peut-on continuer à être aussi naïf?

Vous avez raison, monsieur Prévot. L'Europe doit chercher de nouveaux partenaires. Le Sud global est en train de se réveiller aujourd'hui. Pour la première fois depuis la Deuxième Guerre mondiale, une puissance économique mondiale est en train de se faire dépasser par d'autres puissances du Sud.

Si l'Europe veut survivre, il faut arrêter d'être naïf comme ici aujourd'hui et tendre la main. Une Europe non-alignée doit tendre la main aux pays du Sud pour arrêter d'être naïf et se faire détruire (…)

(De heer Hedebouw maakt zwembewegingen.)

Voorzitter:

Voor het verslag, de heer Hedebouw zwemt terug naar zijn plaats.

Charlotte Deborsu:

En tout cas, Trump est ce qu'il est, mais il aura réalisé un grand exploit aujourd'hui. Réussir à amener la gauche à promouvoir le libre marché et à s'opposer aux taxes douanières, chapeau à lui!

Monsieur le premier ministre, je vous pardonne de ne pas avoir répondu à toutes mes questions, qui étaient peut-être un peu trop précises. Face à cette offensive protectionniste, l'Europe ne peut pas trembler, la Belgique ne peut pas trembler. L'Union européenne a les moyens d'agir et la Belgique doit être à l'avant-garde de cette riposte. Nos entreprises doivent être protégées, nos travailleurs soutenus, notre souveraineté économique défendue et même déployée. Et le meilleur moyen d'y arriver est de mener une réelle stratégie de réindustrialisation de l'Europe, pour plus de souveraineté. L'enjeu est là. Profitons de l'occasion pour enfin nous réveiller. Wake up, Europe!

François De Smet:

Merci pour vos réponses.

Les comparatifs entre MM. Trump et Poutine sont intéressants, parce que je crois qu'ils ont beaucoup de points communs. Ils sont imprévisibles, ils sont dangereux, ils ne respectent que le rapport de force et ils font un pari immodéré sur la faiblesse des Européens. Or, M. Poutine a eu tort, au moins en partie. Les Européens ont été solidaires de l'Ukraine. Nous devons continuer à l'être et nous vous soutiendrons évidemment à ce sujet.

De la même manière, il faut que M. Trump ait tort lorsqu'il parie qu'il peut diviser les Européens, et éventuellement mener des négociations pays par pays. Cela veut dire qu'il ne faudra pas juste répliquer par des droits de douane aussi forts ou par une guerre commerciale. Il faudra surtout devenir aussi forts que les États-Unis et d'autres pays, en termes de recherche et d'innovation, parce qu'il n'y a que dans cette indépendance-là que nous arriverons à ne plus être de simples consommateurs de la mondialisation.

Meyrem Almaci:

Mijnheer de eerste minister, de samenvatting van uw antwoord was eigenlijk eendracht maakt macht, in België en in Europa. Ik heb u vroeger wel iets anders horen zeggen. Het kan verkeren.

Het klopt natuurlijk wel. Het is in ons aller belang dat we ons nu niet uit elkaar laten spelen en lijdzaam de agressie ondergaan van een man die leeft in zijn eigen realiteit. Het is het moment voor Europa om zelf maatregelen te nemen en te investeren in innovatie, verduurzaming en groene industriële transitie. De groenen geloven in een samenleving waar niet het recht van de sterkste regeert, maar waar iedereen meegetrokken wordt in een partnerschap met een duidelijke koers en humanistische waarden, met een koel hoofd en een warm hart, in Europa, maar ook in ons land.

Wat dat laatste betreft, verdient ook het project van de arizonaregering de nodige verbeteringen, zowel op het vlak van mensbeeld als van onderzoek en investeringen.

Simon Dethier:

Merci, monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, pour ces éléments de réponse qui apportent des informations éclairantes quant à l'orientation du gouvernement pour l'avenir.

Préserver la compétitivité des entreprises, c'est permettre aux citoyens, aux commerçants, aux entrepreneurs et aux travailleurs d'exercer leur métier et maintenir l'emploi. Maintenir le cap climatique, c'est veiller à notre avenir aujourd'hui et pour les générations futures. Les changements ne sont jamais faciles à aborder et je tiens à exprimer tout mon soutien et mon respect aux entreprises et aux citoyens qui œuvrent pour développer notre économie, créer des emplois dans un contexte exigeant, instable, incertain et en profond changement. Ne faisons pas du Trump, saisissons les opportunités de la transition climatique pour une économie résiliente et prospère.

Voorzitter:

Je félicite M. Dethier pour sa première intervention.

(Applaus)

(Applaudissements)

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de eerste minister, heren ministers, dank u voor uw zeer stevige antwoorden. Die stemmen mij blij. U ziet volop de ernst van de situatie in. Als cd&v moedigen we u aan opdat België een duidelijke, constructieve rol in de Europese Unie opneemt om een stevig antwoord te formuleren.

Mijnheer de premier, het antwoord mag niet agressief zijn, maar evenmin naïef. Ga voor een slim en assertief Europees antwoord, want onze Belgische export, onze Belgische farmaceutische industrie verdienen dat. We rekenen dus echt op u.

Darya Safai:

Mijnheer de premier, ik ben blij met uw stelling dat wij als Europeanen de rug moeten rechten. Daarom moeten wij, zoals u hebt gezegd, meer investeren in onze defensie. De Europese landen zullen veel meer moeten samenwerken om hun rol in de NAVO te kunnen opnemen. Wij moeten inderdaad Oekraïne blijven steunen. Dat land is immers de poort van Europa. Capitulatie voor een vijand zoals Poetin mag nooit een optie zijn. Voor de N-VA luidt het motto: geen welvaart zonder veiligheid. Samen kunnen wij het aan.

De versterking van het Belgische industriële weefsel inzake defensie
De herbestemming van de voormalige Audi-site in Brussel
Herindustrialisering Belgisch defensieweefsel

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 27 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de urgente versterking van de Europese en Belgische defensie-industrie om strategische autonomie te bereiken, met focus op samenwerking tussen gewesten, schaalvergroting van lokale productie (o.a. Audi-site Brussel) en het wegnemen van juridische, financiële en administratieve belemmeringen. Minister Francken benadrukt concrete plannen—zoals een defensie-liaison bij gewestelijke kabinetten, vereenvoudigde regelgeving en Europese fondsen benutten—maar waarschuwt voor harde concurrentie binnen Europa en VS-afhankelijkheid. Kritische punten zijn eerlijke verdeling van contracten tussen gewesten (Vlaamse vs. Waalse bedrijven) en haalbaarheid binnen EU-staatssteunregels. De noodzaak van snelle, gecoördineerde actie—zowel federaal als regionaal—wordt breed onderschreven als antwoord op de geopolitieke dreiging.

Mathieu Michel:

Monsieur le ministre, je pense qu’il n’est pas utile de rappeler le contexte géopolitique excessivement compliqué et très incertain que nous traversons. Dans ce contexte, il est évident que renforcer davantage la défense européenne est essentiel. Cette défense européenne doit notamment être davantage respectée au sein de l'OTAN.

Deux éléments m'apparaissent complètement essentiels. Le premier, c'est renforcer nos capacités opérationnelles dans le cadre d'une meilleure collaboration en matière de défense européenne. Le deuxième – je sais que vous y êtes particulièrement attentif et je m'en réjouis –, c'est solidifier notre industrie de défense, qui est essentielle. On se rend compte aujourd'hui que dans l'augmentation massive des budgets en matière de défense, trop de budgets partent hors de l'Union européenne. C'est inacceptable. Je sais que nous partageons cette inquiétude.

Aujourd'hui, il y a une véritable urgence à sortir d'une forme de naïveté qui a fait que, ces dernières années, investir dans l'industrie de défense, soutenir l'industrie de défense, c'était mal. Toute une série d'obstacles au soutien de cette industrie ont été mis en place, à la fois juridiques mais aussi financiers.

J’ai constaté avec beaucoup de plaisir qu'au-delà d'être un ministre de la Défense, vous êtes aussi un ministre de l'Économie de la défense. Nous en avons clairement besoin. C’est avec beaucoup de plaisir que j'ai vu que vous faisiez le tour des Régions. Dans le contexte institutionnel compliqué de la Belgique, il est clair que c'est la mobilisation de l'ensemble des acteurs belges, au sein de la mobilisation de l'ensemble des acteurs européens, qui est essentielle. Je tiens à vous remercier et à vous féliciter pour cela. Je pense que l'effort doit continuer.

Monsieur le ministre, j’ai quelques questions. D’abord, par rapport à l’importance de l'autonomie stratégique, que contiendront ces accords de coopération avec les Régions?

Comment comptez-vous augmenter les acquisitions européennes en matière de défense afin d'augmenter cette autonomie stratégique? Comment comptez-vous également – et c'est important – réduire les freins actuels au développement, au soutien, à l'émancipation de cette industrie de défense? Et enfin, comment envisagez-vous (…)

Kristien Verbelen:

Mijnheer de minister, het versterken van onze defensie is vandaag een topprioriteit. Gezien de geopolitieke situatie – we hebben het hier vandaag al gehoord – is strategische autonomie op het vlak van industrie en productie cruciaal. Uit uw verklaringen en uit het regeerakkoord blijkt dat we, in theorie, op dezelfde golflengte zitten wat dat betreft.

Mijn vraag is iets concreter. U sprak over de site van Audi Brussel als mogelijke locatie voor defensieproductie. Hebt u al een concreter beeld van wat daar precies allemaal kan gebeuren? Misschien hebt u wel interessante contacten gelegd op de Veiligheidsconferentie van München.

De vraag rijst ook hoe die defensiecontracten dan zullen worden verdeeld tussen de deelstaten. De Vlaamse veiligheids- en defensiesector is veelbelovend. Zullen de Vlaamse bedrijven kunnen rekenen op een eerlijke kans? We willen immers niet hebben dat alles naar FN Herstal of naar buitenlandse groepen zou gaan.

Ook uw voorstel om militaire domeinen via concessies toe te wijzen, roept vragen op. Zou het niet beter zijn om die sites om te vormen naar productiecentra voor wapens, munitie en dualusetechnologie, zowel voor civiel als voor militair gebruik? Hoe ziet u daar dan de verdeling tussen de deelstaten? Hoe garandeert u dat die plannen niet botsen met de Europese regelgeving inzake staatssteun en concurrentie?

Mijnheer de minister, uw plannen klinken allemaal heel ambitieus, maar zijn ze ook praktisch, economisch en juridisch haalbaar?

Theo Francken:

Mijnheer de voorzitter, geachte Kamerleden, bedankt voor uw vragen.

La situation géopolitique est plus tendue que jamais elle ne l'a été depuis la guerre froide. Cela nous oblige à nous réarmer et à développer notre résilience. Cela nécessite également que nous ayons une industrie de défense performante. La Belgique dispose d'excellentes entreprises de défense.

Zowel in Vlaanderen als in Wallonië en in Brussel.

Elles peuvent relever ce défi, j'en suis sûr! Elles peuvent saisir les opportunités qui se présentent. En termes de qualité, nos entreprises peuvent rivaliser avec les meilleures. Mais ces entreprises manquent de moyens pour produire à plus grande échelle. Nous avons trop de fragmentation. Il faudra donc changer cela. Nos entreprises doivent être capables d'offrir du volume; augmenter la production est essentiel pour saisir les opportunités.

À cet égard, les autorités régionales jouent un rôle clé. Ce virage ne pourra réussir que si elles facilitent au maximum cette mise à l'échelle. Je les invite à mener une politique plus souple en matière de permis de construire, de permis environnementaux et de permis d'exportation; à abolir des réglementations et des charges administratives; et à aider les entreprises dans la recherche de terrains pour des usines et des facilités de production.

Dans ce cadre, j'ai rendu visite hier au gouvernement wallon à Namur. La Wallonie possède une industrie d'armement importante, ce qui présente un atout pour tout le pays. Le gouvernement wallon nous a promis de faire tout son possible pour faire de ce défi une réussite pour les entreprises wallonnes et pour tous les Wallons.

Concernant les accords de coopération, j'ai l'intention d'avoir un officier de liaison de la Défense au sein du cabinet du ministre-président. Nous travaillerons en vue d'aboutir à cet accord de coopération pour la fin de l'été de cette année.

Dames en heren, gelijkaardige gesprekken heb ik ondertussen ook gevoerd met de Vlaamse minister-president, de heer Diependaele, die me eveneens zijn volle samenwerking aanbood om de kansen die er zijn te benutten.

Wanneer zal onze missie geslaagd zijn? Wanneer we de productie zelf maximaal in België, in Vlaanderen, in Wallonië en in Brussel kunnen behouden. Dat wordt niet gemakkelijk. Er gaat vandaag veel aandacht en veel geld naar de Amerikaanse wapenindustrie, maar ook binnen Europa is er een zeer sterke concurrentie. Die concurrentie is bikkelhard. Andere Europese lidstaten willen ook een maximale economische return van hun investeringen in defensie en zullen ons daarbij geen cadeaus doen. Laten we vooral niet naïef zijn.

Dames en heren, er staat veel op het spel in dit dossier. We hebben hierbij bijzonder veel te winnen. Er komen voor miljarden euro's aan Europese defensiefondsen aan, zowel in productie als in technologische innovatie. We hebben evenwel ook veel te verliezen, mochten we die trein missen. Onze bedrijven moeten daarom op de afspraak zijn. Zowel de federale regering als de deelstaatregeringen moeten hen daarbij maximaal ondersteunen. Ik heb VOKA ontmoet deze week. Ik zal verder ook overleggen met alle werkgeversfederaties, om dit op scherp te zetten.

Tot slot, het klopt dat ik actief bekijk hoe we de site van Audi Vorst kunnen inschakelen in defensieverband. Er lopen inderdaad gesprekken. Er zijn gesprekken geweest in München, maar ook op andere plaatsen. Indien we er op deze manier kunnen voor zorgen dat een deel van de tewerkstelling gevrijwaard wordt en dat de site opnieuw een stabiele toekomst krijgt, zal dat een grote meerwaarde hebben. Meer details kan ik u nu echter nog niet geven.

Voorzitter:

Perfect binnen de tijd, mijnheer de minister. Gelukkig kwamen er geen details.

Mathieu Michel:

Merci beaucoup pour votre réponse, monsieur le ministre. Sophie Wilmès disait il y a quelques jours que si nous voulons éviter la guerre, il faut être capables de montrer que nous pourrions la gagner. Pour être capables de la gagner, plus que jamais, l'Europe doit pouvoir compter sur elle-même et certainement sur chacun d'entre nous.

Dans ce contexte, l'énergie et la motivation de chacun seront essentielles, les vôtres comprises, monsieur le ministre. Nous devons évidemment nourrir ce partenariat essentiel en matière de défense européenne, mais nous devons absolument, comme vous le suggérez aujourd'hui, renforcer cette industrie de défense, c'est-à-dire activer nos leviers. Vous avez évoqué les leviers régionaux. Je pense que les leviers fédéraux, notamment au niveau de la SFPI pour les investissements stratégiques, sont essentiels. Aujourd'hui, l'Europe a véritablement rendez-vous avec son histoire. Chacun de nous a véritablement l'obligation d'être à la hauteur de ce rendez-vous.

Kristien Verbelen:

Mijnheer de minister, ook wij zien de voordelen van een sterke defensie-industrie in Europa. Jobs, innovatie, strategische autonomie, wie kan daar tegen zijn? Wat voor ons voorop moet staan, is dat de deelstaten ook inspraak krijgen en voldoende betrokken worden. Als de laatste weken iets duidelijk geworden is, dan is het wel dat Europa ook op het vlak van defensie-industrie zijn eigen boontjes zal moeten doppen en dat we onze afhankelijkheid van de Verenigde Staten waar mogelijk moeten herbekijken. In ieder geval staan nog heel wat vragen open over de praktische uitrol na uw aankondigingen. Dat zal dan ook een heel belangrijk debat vormen in de komende jaren. Het Vlaams Belang zal ook op dat vlak de vinger aan de pols blijven houden en erover waken dat Vlaanderen ook zijn deel krijgt.

Crimineel geld
Structurele maatregelen in het kader van de drugsoorlog
De oprichting van een drugsfonds
Het radicale plan ter bestrijding van de misdaad via de confiscatie van crimineel vermogen
De recente drugsgerelateerde schietpartijen in Brussel en de reactie van het gerecht
Bestrijding van drugscriminaliteit en crimineel vermogen

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België spoorde in 2024 ruim €232 miljoen crimineel vermogen op (licht stijgend vs. 2023), met Limburg als koploper dankzij gespecialiseerde plukteams en financiële onderzoeken naar witwassen, fraude en drugscriminaliteit. Prioriteit is het doorbreken van criminele geldstromen via een multidisciplinaire fiscale opsporingsdienst (in voorbereiding) en hergebruik van verbeurdverklaarde gelden voor politie/justitie—hoewel de drugscommissaris ook preventie wil financieren, wat discussie uitlokt. Structurele tekorten (mankracht, IT-specialisten, datagedreven analyses zoals Sky ECC) en samenwerkingsgaten tussen lokale/federale diensten blijven knelpunten, ondanks beloftes voor extra investeringen. Drugsgeweld (Antwerpen/Brussel) en internationale criminele netwerken vragen om verscherpte aanpak, maar concrete timing en verdeling van middelen blijven onduidelijk.

Alain Yzermans:

Mevrouw de minister, de recente prestaties van de federale gerechtelijke politie van Limburg in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit hebben vooral door het opgespoorde recordbedrag van 30,6 miljoen euro crimineel vermogen in 2024 veel aandacht getrokken. Dat is bijna een verdubbeling tegenover 2023 en de trend zet zich door dankzij de inspanningen van een gespecialiseerd plukteam en de groeiende expertise van de onderzoekers. Financiële onderzoeken en de aanpak van witwaspraktijken, fictieve facturaties, beleggingsfraude en fiscale fraude leveren het meeste geld op.

Wat was het totale bedrag aan crimineel vermogen dat in België in 2024 werd opgespoord en hoe verhoudt dat zich tot de cijfers van de voorgaande jaren?

Zijn er specifieke trends te observeren in de aard van de criminele activiteiten?

Hoe wordt de samenwerking tussen de federale en de lokale politiediensten en het nationaal drugscommissariaat versterkt om de efficiëntie van de opsporing van crimineel vermogen te verbeteren volgens het principe van follow the money ?

Zijn er plannen om extra middelen of investeringen vrij te maken voor de federale gerechtelijke politie op het landelijke niveau, zodat meer plukteams kunnen worden ontwikkeld, gezien de positieve resultaten?

Hoe ziet u de toekomst van de strijd tegen crimineel vermogen in ons land en welke prioriteiten stelt u voorop?

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, de drugsoorlog woedt niet langer hoofdzakelijk in Antwerpen, ook in Brussel wordt een ware drugsoorlog uitgevochten tussen criminele bendes, met talrijke schietpartijen en dodelijke slachtoffers. Ook op het terrein dringen onder andere de politie en het parket erop aan dat de aanpak van die problematiek de absolute prioriteit krijgt. Dat vereist alvast veel meer middelen en mankracht.

We hebben heel wat namen van potentiële daders, maar we missen een duidelijk overzicht en middelen om actie te ondernemen. We willen elk feit onderzoeken, maar er zijn te weinig mensen om resultaten te boeken. Dat zijn niet mijn woorden, mevrouw de minister, maar dat zijn de woorden van de procureur van Brussel. Volgens hem moet er absolute prioriteit worden gegeven aan structurele maatregelen in de strijd tegen de drugsoorlog. Een van de maatregelen is de in beslag genomen en verbeurdverklaarde gelden en middelen te investeren in politie en justitie voor de strijd tegen de georganiseerde misdaad.

Mevrouw de minister, de opbrengsten van de drugscriminaliteit en de georganiseerde misdaad zijn werkelijk aanzienlijk. Ik verwijs hier naar de hoorzitting in vorige legislatuur met de toenmalige federale procureur Van Leeuw, die dat zeer uitvoerig illustreerde met verschillende filmpjes. Voor de nieuwkomers in de commissie voor Justitie is het zeker de moeite waard om die hoorzitting te herbeluisteren via het archief.

Het regeerakkoord voorziet in de mogelijkheid om de aangeslagen verbeurdverklaarde vermogensbestanddelen prioritair in te zetten om de budgettaire noden en investeringen bij de veiligheidsdepartementen Binnenlandse Zaken en Justitie op te vangen. Dat is volledig terecht. Het Vlaams Belang heeft daar in de voorbije legislatuur al herhaaldelijk voor gepleit. Dat pleidooi is ook regelmatig teruggekomen in de mercuriales van verschillende procureurs-generaal. De nationale drugcommissaris werd een mandaat gegeven om een vermogensrecuperatieprocedure uit te werken en om de opbrengsten van het criminele vermogen te investeren in de strijd tegen de georganiseerde misdaad.

Welke opdracht werd er juist gegeven? Is het de bedoeling om de middelen bij prioriteit in te zetten voor politie en justitie, die ze zeer goed zullen kunnen gebruiken? Ik was wel een beetje verbaasd over de verklaring van de nationale drugscommissaris dat ze er voorstander van is om die middelen te investeren in samenlevingsopbouw en preventie, twee bevoegdheden die hoofdzakelijk gemeenschapsbevoegdheden zijn. Daarover had ik graag uw standpunt gehoord.

Sommige procureurs-generaal en de voormalige federale procureur hielden een pleidooi om al die middelen in een afzonderlijk drugsfonds onder te brengen en om die dus exclusief aan te wenden om de slagkracht van politie en justitie te versterken. Ik hoop dat u dat standpunt mee wilt verdedigen.

Ten slotte, procureur-generaal Van Leeuw pleit voor een onmiddellijke versterking van de federale gerechtelijke politie. Om zicht te krijgen op de structuur van de bendes, kan verder onderzoek van de gekraakte Sky ECC-telefoons helpen. Die info ligt daar, mevrouw de minister. We moeten dan wel met andere middelen en andere profielen te werk gaan. Er moeten andere profielen worden aangeworven bij de FGP, zoals analisten, die al die gegevens kunnen kruisen en een correct beeld kunnen geven, aldus de heer Van Leeuw. Dergelijke onderzoeken kosten zeer veel geld, om nog maar te zwijgen van de specialisten, die dure vogels zijn. Bent u bereid om gevolg te geven aan de toch wel duidelijke oproep van de procureur-generaal en ook op dat vlak een initiatief te nemen?

Sophie De Wit:

Mevrouw de minister, ik was een beetje verrast toen ik in het begin van de maand vernam dat de nationale drugscommissaris de opdracht had gekregen om een zogenaamd drugsfonds uit te werken, zodat in beslag genomen misdaadgeld via het fonds naar de hulpverlening, politie en justitie terug zou kunnen vloeien. In het regeerakkoord is er namelijk sprake van een andere denkpiste, weliswaar met dezelfde finaliteit. Men wil namelijk een multidisciplinaire fiscale en financiële opsporingsdienst oprichten, die zich moet focussen op het opsporen, analyseren en lamleggen van criminele circuits. Bijzondere aandacht zou daarbij gaan naar de recuperatie van criminele vermogens van die organisaties, follow the value .

Daarmee wil men beletten dat crimineel geld kan worden witgewassen. De opsporingsdienst zal eveneens focussen op de strijd tegen fraude. De meeropbrengsten, die meer efficiënte vervolgingen teweeg zullen brengen, zullen bij de jaarlijkse begrotingsopmaak worden ingezet om de budgettaire noden en de investeringen in de veiligheidsdepartementen, Binnenlandse Zaken en Justitie, op te vangen.

Kortom, dat zijn twee manieren om achter het criminele geld aan te gaan. Mevrouw de minister, bevestigt u dat de drugscommissaris de opdracht heeft gekregen een dergelijk drugsfonds uit te werken? Kunt u de opdracht nader toelichten?

Hoe zal het drugsfonds zich verhouden ten opzichte van de fiscale en financiële opsporingsdienst die volgens het regeerakkoord zou moeten worden opgericht?

Mevrouw de minister, misschien is het nog te vroeg en kan een en ander pas ter sprake komen bij de bespreking van de beleidsnota’s.

Wat zijn echter de concrete ambities en projecties inzake de meeropbrengsten om die bij de jaarlijkse begrotingsopmaak in te zetten om de budgettaire noden en investeringen in de veiligheidsdepartementen Binnenlandse Zaken en Justitie op te vangen? Hoe zullen ze kunnen worden verdeeld?

Wat is de timing voor de oprichting van de multidisciplinaire fiscale en financiële opsporingsdienst?

Wat is, aansluitend daarbij, de timing voor de hervorming van het huidige Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en Verbeurdverklaring (COIV) tot een volwaardig federaal incassobureau?

Voorzitter:

M. Jadoul m'a indiqué qu'il ne pouvait être présent et qu'il s'excusait de son absence.

Annelies Verlinden:

Geachte Kamerleden, het klopt inderdaad dat we in het arizonaregeerakkoord de strijd tegen de drugscriminaliteit willen voortzetten en absoluut willen inzetten op alle mogelijke middelen die daarvoor te onzer beschikking staan of nog ontwikkeld moeten worden. Een daarvan is dat we nog meer dan vroeger willen inzetten op het blootleggen van de criminele geldstromen, zodat de criminele gelden en andere vermogensvoordelen in beslag genomen kunnen worden. Op die manier kunnen we het verdienmodel doorbreken, waardoor de drijfveer van die criminele organisaties wordt weggenomen en de aantrekkelijkheid van hun activiteiten, zeker ook ten aanzien van jongeren, zoveel mogelijk wordt verminderd. Maandag laatstleden heeft de federale politie in mijn aanwezigheid haar jaarverslag voorgesteld. Daarbij werd nog toegelicht dat in 2024 bijna 232 miljoen euro aan crimineel vermogen door de federale gerechtelijke politie in beslag genomen werd. De gerapporteerde contra-indicatieve waarden bedragen voor 2024 in totaal 249.081.941 euro. Dat is 2 miljoen meer dan in 2023. Het gaat natuurlijk om enorme cijfers.

Ook is het de bedoeling van de arizonaregering om een systeem uit te werken om meeropbrengsten uit financiële strafsancties rechtstreeks toe te wijzen aan de veiligheidsdepartementen. Daardoor zal ook een band tussen de misdaadbestrijding en de resultaten zichtbaar worden in de statistieken, iets wat vandaag nog niet het geval is. De minister van Binnenlandse Zaken en ikzelf hebben op de ministerraad vorige week vrijdag aan de regering voorgesteld om de nationale drugscommissaris te belasten met het voorbereiden en het uittekenen van dat proces, wat wel belangrijk is om te onderstrepen, mevrouw De Wit. We kunnen een wetgevend kader voorzien over hoe we die criminele geldstromen nog meer kunnen blootleggen. Dat is de opdracht die aan de nationale drugscommissaris zal worden gegeven. Het zal verder worden besproken in de schoot van de regering. Ter inspiratie voor het uittekenen van dat model en van dat proces kunnen we een beroep doen op buitenlandse voorbeelden waar die methode al veel langer bestaat, zoals in Frankrijk en in Italië. Ook in Canada en in de Verenigde Staten bestaat al heel wat expertise.

Ook voorziet het arizonaregeerakkoord in de oprichting van een multidisciplinaire fiscale en financiële opsporingsdienst. Het is de bedoeling dat die onder de voogdij van de minister van Financiën en de minister van Justitie zal vallen. Met die bijzondere opsporingsdienst, en in het bijzonder de doorgedreven specialisatie van de leden die van die dienst deel zullen uitmaken, doelen we op het realiseren van meeropbrengsten door het recupereren van criminele vermogens.

Om het verdienmodel te doorbreken, moeten we dus niet alleen kunnen rekenen op het werk van politie en parket, en op termijn op de multidisciplinaire fiscale en financiële opsporingsdienst. Ook vanuit bestuurlijke invalshoek moet daarop worden ingezet. We hebben vanochtend nog gehoord dat de politie in Anderlecht is binnengevallen in een aantal handelszaken en dat er tot arrestaties werd overgegaan. Welnu, dat heeft ook te maken met die bestuurlijke aanpak.

Ik wil graag verwijzen naar de wet betreffende de bestuurlijke handhaving, waartoe ik in de vorige legislatuur de nodige wetgevende en operationele initiatieven heb genomen, omdat die wet toelaat om de strijd aan te gaan tegen ondermijnende criminaliteit en zo ook tegen oneerlijke concurrentie in de winkelstraten. Het is uiteraard duidelijk dat die criminaliteit, die zo georganiseerd is, een grote impact heeft op onze economie en dat vaak handelszaken worden gebruikt om geld wit te wassen. Daarom zijn de lokale besturen ook een belangrijke schakel in onze strijd. Ze weten immers als geen ander waar de criminaliteit zich schuilhoudt. Met de wet betreffende de bestuurlijke handhaving kunnen burgemeesters daadkrachtig, effectief, maar ook preventief optreden tegen malafide handelszaken in onze winkelstraten.

Het is duidelijk dat hier ook een belangrijke rol is weggelegd voor de ARIEC's, die vanuit hun expertise en adviesfunctie nog meer kunnen inzetten op de kruisbestuiving tussen de gerechtelijke en de bestuurlijke aanpak. Het zou dan ook goed zijn, mochten vele lokale besturen gebruikmaken van de wet.

Als we specifiek kijken naar aspecten inzake fraude, dan zien we in het kader van de georganiseerde criminaliteit vooral socialezekerheidsfraude, maar ook fraude met inkomsten en belastingen, verschillende soorten van internetfraude, frauduleuze faillissementen en georganiseerde btw-fraude. Het komt de procureur des Konings toe om binnen zijn of haar ambtsgebied de prioriteiten te bepalen en van daaruit de nodige instructies te geven aan de federale gerechtelijke politie of de recherchedienst van een lokaal politiekorps. Logischerwijs worden dan de vervolgingsstrategieën bepaald op basis van die prioriteiten en wordt een lokaal beeld gemaakt van de verschillende aanwezige fenomenen.

Wat het inzetten op die fenomenen betreft, dus het voeren van onderzoeken, weten we dat die meer en meer de inzet van nieuwe technologieën vereisen. Onder meer in het Sky ECC-onderzoek is dat exemplarisch tot uiting gekomen. Onderzoeken zijn steeds meer gebaseerd op complexe analyses van grote hoeveelheden data uit verschillende bronnen. De hoeveelheid neemt exponentieel toe, wat de onderzoekers voor enorme uitdagingen plaatst op het gebied van het verzamelen, maar ook het opslaan en het verwerken van informatie. Daarnaast stellen we vast dat onderzoeken datagedreven zijn. Technologieën en tools kunnen immers een snelle identificatie van verbanden tussen informatie toelaten.

Dat draagt bij aan een beter beeld van de criminaliteitsfenomenen die met elkaar verband houden. Druggerelateerd geweld is daar een duidelijk voorbeeld van, want er is bijvoorbeeld een link tussen druggeweld en illegale wapenhandel.

Sinds Sky ECC werden maatregelen genomen en is binnen de federale gerechtelijke politie een inhaalbeweging begonnen voor wat betreft de nodige capaciteit aan specifieke profielen voor een datagedreven en intelligencegestuurde werking.

Wat de rol en de bevoegdheden van het nationaal drugscommissariaat betreft, is het duidelijk dat het commissariaat niet tussenkomt in lopende onderzoeken die worden gevoerd door de politiediensten en door de parketten. Het drugscommissariaat is een neutrale partner voor alle actoren en diensten over de bevoegdheidsdomeinen en de niveaus heen die inzetten op de strijd tegen drugs. Daartoe deelt het best practices en verleent het adviezen aan de verschillende beleidsniveaus. Ook faciliteert het drugscommissariaat de contacten tussen de verschillende diensten, publiek en privaat, die misschien zonder die aansporing minder of zelfs niet met elkaar in contact zouden treden in het kader van de misdaadbestrijding.

We nemen, collega's, met Arizona dus heel duidelijke maatregelen in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit.

We hebben wel degelijk ook inhoudelijke realiteitszin en realiteitszin op het vlak van communicatie nodig. Ik steun de premier dus wanneer hij vorige week stelde dat men niet kan beloven dat het drugsgeweld op korte termijn volledig kan worden gestopt. Wat we weliswaar niet mogen doen – dat heb ik nooit gedaan en dat zal ik ook niet doen – is ons bij de situatie neerleggen. Met elke aanhouding, elke veroordeling, elke inbeslagname van crimineel geld of andere vermogensvoordelen, elke witwashandel die wordt gesloten, elk ton cocaïne of drugs die wordt onderschept, destabiliseren we namelijk criminele activiteiten en dat zullen we blijven doen. We zullen dus ook blijvend investeren in die strijd. Zo staat het ook in het regeerakkoord en zo is het ook afgesproken binnen de arizonaregering.

Alain Yzermans:

Het verheugt me dat u het follow-, use- en take-the-moneyprincipe volop zult hanteren en zult laten uitwerken door het nationaal drugscommissariaat, om daarrond goede wetgeving te maken. Dat zal leiden tot een nieuwe rechercheaanpak voor het zoeken naar crimineel geld. Die moet ook leiden tot kleine en misschien grotere overwinningen.

Alleszins zullen de criminele syndicaten en netwerken ons altijd een stapje voor blijven. Het is dus de kunst om doorgedreven te blijven investeren. Zij maken ook gebruik van versleutelde boodschappen. Sky ECC heeft evenwel bewezen dat we hier en daar een doorbraak kunnen forceren.

Soms behalen we resultaten, met vallen en opstaan, maar de initiatieven die door de arizonaregering worden genomen, kunnen daarin grote stappen vooruit betekenen. Een kleine 230 miljoen, dat is niet niets, maar laten we hefbomen zoeken om dat te versterken en te vergroten.

Zoals u zegt, moeten de investeringen inderdaad gericht zijn op het verder verfijnen van innovatieve IT en politionele technologie die nodig is om ook technologisch aanklampend te kunnen blijven werken. Een geïntegreerde aanpak tussen de politiediensten, zowel op nationaal als op lokaal vlak, moet steeds voorop worden gesteld. Specialisatie, en zeker fiscale spitstechnologie, is noodzakelijk, net zoals internationale samenwerking om best practices uit te wisselen.

De bestuurlijke aanpak die op veel plaatsen ingang vindt, moet een reflex worden, zowel binnen de ARIEC's op regionaal niveau als binnen de GIEC's op gemeentelijk niveau. Die kunnen belangrijke stappen zetten in het uitwisselen van informatie, omdat het hoge principe daar ook geldt, namelijk dat ambtenaren op de werkvloer links zien tussen bepaalde dossiers. Dat moet leiden tot betere informatie, wat gecentraliseerd binnen de totale technologie ook zal leiden tot nog meer successen.

Ik hoorde veel positivisme in uw betoog.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Over de drugsstrijd zal in deze commissie en ook in de plenaire vergadering het laatste woord nog niet zijn gezegd. Het is heel belangrijk dat deze regering verhoogde inspanningen levert om criminele geldstromen bloot te leggen en het criminele verdienmodel te doorbreken. Nogmaals, dat kost heel veel geld. Het pleidooi van de procureur om meer gespecialiseerde profielen in te schakelen is een terecht pleidooi, maar u weet evengoed, en waarschijnlijk nog beter dan ik, dat dat soort profielen bijzonder hoge eisen stellen. Zij worden in de privésector tewerkgesteld en verdienen daar heel veel geld, dus het moet voor hen ook aantrekkelijk zijn om voor de overheid te komen werken.

Er is iets dat ik mis in uw antwoord, mevrouw de minister. De grote mannen zitten niet in Antwerpen of Brussel, maar elders. Hun namen zijn ook bekend; ze staan op de lijst van gerechtelijke onderzoeken in Antwerpen en Brussel. Het lijkt me ook van belang om verhoogde inspanningen te doen om hen terug naar ons land te halen en zo een einde te maken aan het luxeleven dat zij in het buitenland op dit ogenblik nog altijd vrij gerust kunnen leiden.

Het grote verdrag van oud-minister Van Quickenborne dateert immers van 2021. Dat werd toen door de minister met heel veel poeha voorgesteld, maar we zijn ondertussen meer dan drie jaar verder en er zijn welgeteld twee mensen uitgeleverd aan ons land.

Ik had nog een vraag over het mandaat dat gegeven is aan de nationale drugscommissaris. U zei dat dat al besproken werd in de ministerraad en dat de opdracht zou worden gegeven. Ik neem aan dat die opdracht, in tegenstelling tot wat in de media is verschenen, nog niet effectief is gegeven en dat dat iets is voor de toekomst.

Ik heb ook geen antwoord gekregen op een andere vraag, mevrouw de minister. In de gerechtelijke wereld, onder andere bij de procureurs-generaal, is altijd een pleidooi gehouden om de opbrengsten te investeren in de veiligheidsdepartementen, meer bepaald Binnenlandse Zaken en Justitie.

De drugscommissaris vindt echter dat die besteding veel ruimer moet zijn en dat dat geld ook onder meer naar preventie moet gaan. Nogmaals, dat is geen federale bevoegdheid. Ik had daarover graag uw standpunt gekregen, maar ik denk – daarmee rond ik af – dat we tijdens de bespreking van uw beleidsnota misschien meer informatie zullen krijgen en dat we dan ook de gelegenheid zullen hebben om over dat thema een uitvoerig debat te voeren.

Sophie De Wit:

Dank u voor uw antwoorden, mevrouw de minister. Aangezien er verschillende vragen zijn samengevoegd, heb ik niet op alles een antwoord gekregen, maar dat is niet erg. Ik heb echter goed begrepen dat het niet zozeer gaat over de ontwikkeling van een drugsfonds, maar dat de drugscommissaris het kader en het proces moet uitwerken. Zo heb ik het toch goed begrepen? Dat neemt mijn verbazing en de contradicties tussen beide al voor een stuk weg.

Trump, Netanyahu en België
De plannen van Donald Trump voor de Gazastrook
De uitspraken van president Trump over de overname van de Gazastrook
De escalatie op de Westelijke Jordaanoever
De humanitaire hulp en de duurzame heropbouw in Gaza
Rechtvaardigheid in Gaza en de druk op Israël
De recente verklaringen van Israël en de VS over de toekomst van Gaza
Het Israëlische verbod op UNRWA
De overwogen sancties met betrekking tot de situatie in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever
De uitspraken van president Trump over Gaza
Het nieuwe rapport over de hongersnood in Gaza
Het Belgische standpunt in de Associatieraad EU-Israël
De Israëlische mensenrechtenschendingen in Gaza en de Associatieraad EU-Israël
Israël en Palestina
De situatie in Gaza
De Associatieraad EU-Israël
Het Belgische standpunt in de Associatieraad EU-Israël
Palestina en een militair embargo
Internationale spanningen en humanitaire crisis in Gaza en de Westelijke Jordaanoever

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Belgische parlementariërs kritiseren scherp het gebrek aan concrete actie tegen Israël’s schendingen van internationaal recht, ondanks herhaalde oproepen tot sancties, opschorting van het EU-Israël-associatieverdrag (art. 2, mensenrechtenclausule) en erkenning van Palestina. Minister Prévot (BZ) benadrukt weliswaar het belang van dialoog, het respect voor internationaal recht en humanitaire steun (o.a. aan UNRWA), maar wijst opsorting van het verdrag af als "prematuur" door gebrek aan EU-unanimiteit, ondanks aanhoudende beschuldigingen van genocide, etnische zuivering en oorlogsmisdaden in Gaza en de Westelijke Jordaanoever. België bevestigt wel gehoor te zullen geven aan ICJ-arrestatiebevelen (o.a. tegen Netanyahu) en roept op tot een tweestatenoplossing, maar stelt geen harde maatregelen (bv. handelsembargo’s, sancties tegen nederzettingen) voor, wat parlementsleden als "dubbele standaard" (vs. Rusland) en "compliciteit" bestempelen. Kritiek richt zich ook op de passiviteit tegen Trumps plannen (deportatie Palestijnen, "Gaza Riviera") en de weigering om Palestina eenzijdig te erkennen, ondanks ICJ-adviezen en voorbeelden van Ierland/Spanje.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, j'ai plusieurs questions sur ce sujet.

Je vais commencer par la situation concernant M. Trump et M. Netanyahou sur la question de la Palestine. Je vous rappelle qu'au début du mois de février, Donald Trump a reçu Benjamin Netanyahou, bien que ce dernier soit un criminel de guerre poursuivi par la Cour pénale internationale et faisant l'objet d'un mandat d'arrêt.

Cette rencontre n'était pas seulement une accolade politique, mais un soutien explicite à l'occupation illégale de Gaza et au nettoyage ethnique du peuple palestinien. Trump a apprécié, je cite, que "la bande de Gaza serait remise aux États-Unis par Israël à la fin des combats", ajoutant que "d'ici là, les Palestiniens", je cite encore, "auraient déjà été réinstallés dans des communautés bien plus sûres et plus belles, avec des maisons neuves et modernes dans la région". C'est ce qu'on appelle un soutien explicite au nettoyage ethnique.

Hier soir, Trump a mis en ligne une vidéo réalisée par l'intelligence artificielle intitulée "Riviera de Gaza", dans laquelle on voit Netanyahou prendre un bain de soleil. Le clip présente une chanson dont les paroles sont les suivantes: "Donald Trump vous libérera. Apporte la vie pour que tout le monde puisse l'avoir. Plus de tunnels, plus de peur. La Gaza de Trump est enfin là".

C'est comme si nous étions dans une série de mauvais goût, sauf que c'est le président de la première puissance mondiale qui fait ces déclarations! Nous n'avons malheureusement pas vu, sauf erreur de ma part – et j'espère me tromper – de condamnation claire et ferme de la Belgique à ce sujet.

Je me demande comment la Belgique réagirait si, par exemple, M. Poutine avait mis en ligne une vidéo similaire à propos de l'Ukraine. Je pense qu'à ce moment-là, il y aurait eu, sans la moindre hésitation, des condamnations fermes et justifiées. Nous vous aurions alors soutenu, monsieur le ministre.

Mais quand il s'agit d'Israël ou de Trump, c'est le silence. C'est vraiment déplorable!

L'histoire se répète. Nous constatons que l'Occident agit avec fermeté contre la Russie ou contre ses adversaires stratégiques, en imposant des sanctions. Je pense que nous en sommes au seizième paquet de sanctions contre la Russie, au nom du droit international. Et je ne comprends toujours pas, comme les dizaines de milliers de citoyens qui ont manifesté ces derniers mois pour un cessez-le-feu et la paix en Palestine, les raisons de ce deux poids, deux mesures, et pourquoi il n'y a aucune sanction contre Israël.

Une réunion a eu lieu concernant le traité d'association entre l'Union européenne et Israël et, là encore, cet accord n'est toujours pas suspendu. Vous avez déclaré que "cet accord offre de nombreuses opportunités de coopération bénéfiques dont nous souhaitons continuer de profiter mutuellement. Une solution pacifique de long terme ne pourra se façonner qu'à travers des collaborations politiques franches et constructives". Nous nous demandons donc si un accord pareil est possible avec un État qui est accusé de génocide et qui est responsable de crimes de guerre. Cette décision reste incompréhensible.

Monsieur le ministre, quelle est votre position sur cet accord d'association, en tant que ministre belge des Affaires étrangères? Cet accord doit-il être maintenu ou suspendu? C'est la seule question que je pose, pour laquelle je souhaite recevoir une réponse très claire.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, encore félicitations pour votre prise de fonctions. Je vous l'avais dit: c'est une très belle fonction, un très beau poste qui appelle de belles responsabilités.

Il y a beaucoup de choses à dire sur ce débat, puisqu'une actualité en chasse une autre. J'avais envie de vous entendre sur les propos sidérants du président Trump, qui continue à vouloir provoquer le chaos. En effet, il veut faire de la bande de Gaza une marina, une espèce de Saint-Tropez du Moyen-Orient, après avoir déplacé les Palestiniens vers l'Égypte ou la Jordanie.

Ces deux pays ont refusé ce plan, mais je voulais vous entendre aussi, parce que prendre la population d'un territoire occupé ou contrôlé pour l'expulser ailleurs, à travers des frontières internationales, cela s’appelle une déportation, un nettoyage ethnique.

Monsieur le ministre, je n'ai pas l'impression d'avoir vu une réaction explicite de la Belgique. Je pense que cela doit être une condamnation ferme et sans équivoque de la Belgique, puisque la Belgique s'est toujours positionnée comme un défenseur du droit international, de la démocratie et des droits humains.

Avez-vous entrepris ou allez-vous entreprendre des démarches concrètes au sein des institutions internationales pour exiger justement le respect du droit international et réclamer la fin de l’impunité? Comment la Belgique utilise-t-elle ou compte-t-elle utiliser son influence diplomatique pour défendre une position forte et cohérente sur cette question?

Un autre enjeu sur lequel j'avais envie de vous entendre est une actualité plus récente. C'est ce lundi, monsieur le ministre, que s'est tenue à Bruxelles une réunion du conseil d'association Union européenne-Israël. C'est le plus haut niveau de dialogue politique entre l'Union européenne et Israël. Vous avez d'ailleurs qualifié cet échange de franc et sans tabou.

Cela m'intéresse, puisque la position sur laquelle les 27 se sont mis d'accord en amont de la réunion montre qu'au lieu de centrer les débats sur le respect par Israël de l'article 2 de l'accord d'association, soit sa clause de respect des droits humains, l'Union européenne semble, au contraire, vouloir approfondir ses relations dans un certain nombre de domaines.

Pour nous, cela pose extrêmement question, puisque la littérature juridique et les avis, les ordonnances de la Cour internationale de Justice, les mandats d'arrêt émis par la Cour pénale internationale et d'autres rapports internationaux sont autant de preuves qu'Israël continue à violer le droit international et les droits humains.

Si l'Union européenne veut rester crédible aux yeux du monde, elle doit tirer les conséquences de ces violations en suspendant son accord d'association avec Israël.

Dans son accord de coalition, le gouvernement Arizona (votre gouvernement) s'engage à défendre vigoureusement l'ordre international ancré dans le droit international et les accords multilatéraux, et je vous cite: "car nous pensons qu'il s'agit de la seule voie vers une paix et une sécurité durables."

Hier dans un tweet, vous rappeliez que l'accord d'association UE-Israël doit reposer sur le respect des principes démocratiques et des droits humains et vous dites que "cet accord offre de nombreuses opportunités de coopération bénéfiques dont nous souhaitons continuer de profiter mutuellement. Une solution pacifique de long terme ne pourra se façonner qu'à travers des collaborations franches et constructives". Cela me semble contrevenir au respect du droit international.

Avez-vous rappelé à Israël la réalité, à savoir un non-respect du droit international et qu'il doit, à tout prix et très rapidement, se conformer à celui-ci?

Quel a été le message principal porté par l'UE à l'égard d'Israël durant la réunion? Quelle position belge avez-vous défendue? À la suite du conseil d'association et au vu des violations persistantes du droit international et des droits humains par Israël, quelle sera la position de la Belgique au sein du conseil de l'UE?

Soutiendrez-vous la suspension de l'accord d'association qui est pour nous la seule voie possible? La Belgique envisage-t-elle d'agir au sein du conseil des États membres qui partagent le même attachement et que je sais être le vôtre au regard du droit international?

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, onze ogen zijn gericht op Gaza met de vraag of het staakt-het-vuren zal standhouden. Netanyahu's extreemrechtse regering flirt met de herstart van de oorlog en blijft het internationaal recht voortdurend schenden. Ook Israëls recente pogingen om de controle over de Westelijke Jordaanoever te vergroten, doen vragen rijzen over Israëls intenties.

De gruwelijke vijandigheden tussen Israël en Hamas en de bombardementen op de Palestijnse bevolking zijn dan wel voor het grootste gedeelte tijdelijk een halt toegeroepen, de noden van de Palestijnse bevolking blijven schrijnend en urgent. De humanitaire crisis duurt voort met verwoeste infrastructuur en amper toegang tot basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg.

De Palestijnen zijn een volk dat al decennialang gebukt gaat onder dit conflict, terwijl de onderliggende problemen onopgelost blijven. De voortdurende uitbreiding van illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, de willekeur van Israëlische veiligheidsdiensten in de behandeling van Palestijnse burgers en de blokkade van Gaza zijn maar enkele van de vele kwesties die een tweestatenoplossing onmogelijk maken.

Israël trekt met een dominante positie economisch, politiek en militair aan het langste eind in dit conflict en verdient het om verantwoording te moeten afleggen. Zonder internationaal ingrijpen zal het staakt-het-vuren slechts een adempauze blijken in een eindeloze cyclus van geweld. Ook het onwezenlijke voorstel van president Trump – dat eigenlijk oproept tot de deportatie van de Palestijnen uit Gaza – helpt niet en versterkt de noodzaak van een duidelijke Europese reactie.

Welke stappen zal België zetten voor meer humanitaire hulp?

Wat zal België doen om een heropbouwplan voor Palestina op te zetten?

Welke rol kan België spelen in duurzame vredesonderhandelingen met kans op slagen?

Wil België verdergaan dan alleen maar diplomatieke verklaringen om druk te zetten op Israël? Plant u bijvoorbeeld de sancties tegen Israëlische kolonisten uit te breiden?

Vindt u dat de federale regering een rol heeft te spelen om het wapenembargo tegen Israël beter te handhaven?

Zal België de arrestatiebevelen van het Internationaal Gerechtshof uitvoeren? Zal België nog interveniëren in de genocidezaak, ingesteld door Zuid-Afrika?

Vindt u, mijnheer de minister, de associatieovereenkomst met Israël nog een goede zaak? Vindt u dat de handel met Israëls illegale nederzettingen toelaatbaar is?

De voorzitster : De heer De Maegd is afwezig.

Staf Aerts:

Welkom mijnheer de minister, in uw nieuwe hoedanigheid. Zoals u weet, is er een tijdelijk staakt-het-vuren in Israël en vooral in Gaza. Daar dreigt een eind aan te komen. Meer nog, Israël zet intussen zijn nederzettingenpolitiek op een agressieve wijze voort op de Westelijke Jordaanoever.

Voor dat tijdelijk staakt-het-vuren werden er tal van rapporten gepubliceerd over oorlogsmisdaden die door Israël werden begaan, over misdaden tegen de menselijkheid en zelfs genocide. Er lopen ook een aantal procedures, maar intussen is er nog steeds een associatieovereenkomst tussen de EU en Israël. Die overeenkomst bevat evenwel ook een mensenrechtenclausule. Meer dan 250 Europese parlementsleden – waaronder leden van deze commissie – hebben samen met een brede internationale coalitie van ngo's opgeroepen om die mensenrechtenclausule te gebruiken om Israël onder druk te zetten en intussen de samenwerking grotendeels op te schorten.

Een maand geleden vertelden vertegenwoordigers van de FOD Buitenlandse Zaken tijdens een hoorzitting in de Kamer dat artikel 2 van de associatieovereenkomst wordt geschonden door Israël. Dat was een duidelijk statement. We moeten daar dus gevolgen aan verbinden.

Ondanks die verschillende oproepen – ook van onze eigen diensten – blijkt de Associatieraad van afgelopen maandag business as usual te hebben toegepast. Er wordt wel met woorden naar het laakbaar gedrag van Israël verwezen, maar de daden wijzen eerder op een verdere intensifiëring en een warme verwelkoming van een verdere samenwerking, wat bijzonder pijnlijk is.

Mijnheer de minister, u had zelf een bilateraal overleg met de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken. Ik ben ook benieuwd naar de Belgische houding tijdens de Associatieraad EU-Israël. Ik hoop oprecht dat België zich moedig heeft opgesteld en het primaat van het internationaal recht volop heeft verdedigd.

Welke positie hebt u ingenomen in de plenaire vergadering en tijdens de bilaterale ontmoeting met minister Sa'ar? Hoe evalueert u de Israëlische reactie op die positie?

Ondersteunt België het verzoek van Spanje en Ierland aan de Europese Commissie om de associatieovereenkomst met Israël te herzien? Pleit u ook voor een opschorting van die overeenkomst zolang Israël artikel 2 blijft schenden?

Bent u, gelet op het gebrek aan unanimiteit binnen de EU, bereid te pleiten voor een opschorting van de handelsbepalingen van de overeenkomst? Daarvoor volstaat een gekwalificeerde meerderheid. Het lijkt me immers belangrijk dat we niet alleen woorden blijven produceren richting Israël, maar ook daden.

Ik heb ook enkele vragen over UNRWA, de organisatie voor wie de steun werd opgeschort.

Israël heeft de activiteiten van UNRWA verboden. Welke stappen onderneemt de Belgische regering daartegen? Hebben we dat in onze gesprekken ook aangekaart?

Hoe zullen we UNRWA blijven ondersteunen? Is er een mogelijkheid om UNRWA extra steun te bieden? Het is immers overduidelijk – daarvan getuigen de beelden die blijven binnenstromen sinds het tijdelijk staakt-het-vuren in Gaza – dat er meer dan ooit steun nodig is om Gaza te heropbouwen en om opnieuw een menswaardig leven te bieden aan de Gazanen.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous avais déjà félicité en séance plénière lors du débat de plus de 40 heures. Je vais aujourd'hui réitérer officiellement mes félicitations, mais votre tâche va être ardue. Non pas parce que vous avez affaire à Christophe Lacroix mais parce que vous avez affaire à un monde en perdition totale, et j'espère que vous pourrez être l'un des facteurs de régulation et de redressement de la folie de ce monde.

En ce qui concerne la Cisjordanie, Gaza, la Palestine et Israël, depuis 2014, la Belgique a fait un chemin qui est celui de reconnaître, à terme, une solution à deux É tats comme seule issue juste et durable au conflit israélio-palestinien. Et pourtant, depuis plus de dix ans maintenant, malgré toutes les résolutions successives de l'ONU et la reconnaissance de l' É tat de Palestine par un nombre croissant de pays européens, notre pays n'a toujours pas franchi le pas d'une reconnaissance officielle.

Cette absence de décision apparaît d'autant plus incompréhensible que la Cour internationale de Justice, dans son avis consultatif du 19 juillet 2024, a réaffirmé l'illégalité de l'occupation israélienne et l'urgence d'y mettre fin dans les plus brefs délais. Selon moi, par "urgence", il faut entendre douze mois. L'argument du moment opportun avancé par l'ancien ministre Reynders date de plus de dix ans mais, malgré cela, la situation sécuritaire en Cisjordanie et la catastrophe humanitaire à Gaza ne cessent de s'aggraver. Depuis le 7 octobre 2023, on dénombre 49 000 morts et 118 000 blessés. L'expansion des colonies israéliennes en territoire palestinien se poursuit à un rythme accéléré, en violation flagrante du droit international.

Or l'accord de gouvernement ne prévoit ni sanctions ni mesures de pression à l'égard d'Israël. La Belgique ne peut plus se contenter d'un soutien de principe. Je crois qu'il faut à présent prendre ses responsabilités et adopter une position claire et cohérente à la hauteur de nos engagements et de notre rôle historique en matière de diplomatie et de défense des droits fondamentaux.

Face à ces violations répétées du droit international et en cohérence avec les principes belges, le gouvernement belge entend-il reconnaître officiellement l' É tat de Palestine, comme l'ont fait l'Irlande, l'Espagne et la Norvège? Dans la négative, pourquoi? Quelles sont les véritables raisons?

Quelles sanctions la Belgique compte-t-elle prendre vis-à-vis d'Israël concernant la situation sécuritaire à Gaza et en Cisjordanie afin de garantir le respect du droit international?

En ce qui concerne le conseil d'association Union européenne-Israël – le 24 février se tenait à Bruxelles une réunion du conseil d'association –, la position sur laquelle les 27 se sont mis d'accord en amont de la réunion montre qu'au lieu de centrer les débats sur le respect par Israël de l'article 2 de l'accord d'association, soit sa clause de respect des droits humains, l'Union européenne semble au contraire vouloir approfondir ces relations dans un certain nombre de domaines.

Or, dans une carte blanche publiée samedi, des représentants et représentantes d'organisations de la société civile belge dénoncent cette pratique business as usual de l'Union européenne avec Israël. Vous-même – même si je sais que vous n'aimez pas trop tweeter –, vous avez écrit un tweet dans lequel vous dites que vous réitérez le fait que l'accord Union européenne-Israël doit être basé sur le respect des principes démocratiques et des droits humains, mais vous parlez également du fait que cet accord privilégie le respect des droits humains et la coopération mutuellement bénéfique.

Monsieur le ministre, quelle est votre priorité? Est-ce le respect des droits humains ou la coopération mutuellement bénéfique? Le conseil d'association s'est réuni. Quelle a été la position de la Belgique lors de cette rencontre? Soutiendrez-vous la suspension de l'accord d'association Union européenne-Israël? Envisagez-vous d'agir au sein du conseil avec les États membres qui partagent le même attachement au respect du droit international?

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, ik sluit me voor het overgrote deel aan bij de vragen die mijn collega's al hebben gesteld.

Mijn vraag is iets specifieker en gaat over de uitspraken van Trump over Gaza en het Palestijnse volk.

De president van de Verenigde Staten heeft aangekondigd de controle over de Gazastrook te willen overnemen en de Palestijnse bevolking permanent te willen verplaatsen naar buurlanden als Jordanië en Egypte, om zo het gebied om te vormen tot de 'Rivièra van het Midden-Oosten'. Hij heeft die uitspraken vandaag nog wat kracht bijgezet door AI-beelden te laten maken waarop hij in een strandstoel zit aan de grote 'Rivièra van het Midden-Oosten'. Zo zou Gaza eruitzien als hij zijn zin zou mogen doen.

Ik vind het pure waanzin dat een president van een grootmacht als de Verenigde Staten van Amerika zo omgaat met een gebied, met een bevolking. Dat is die mensen in hun gezicht uitlachen. Het ondermijnt ook de tweestatenoplossing, die toch nog altijd het doel moet zijn voor ons land. Wat de president van de Verenigde Staten over Gaza en de Palestijnse bevolking durft te zeggen is echt pure waanzin.

Zijn plan stuit ook op hevig verzet bij landen in de buurt. Zo hebben Jordanië en Egypte al laten weten dat ze daar niet zullen aan meewerken. Trump wil eigenlijk die Palestijnse bevolking verplaatsen naar die buurlanden, maar die hebben al te kennen gegeven dat ze geen Palestijnen wensen op te nemen. De VN waarschuwt dat dit plan mogelijk in strijd is met het internationaal recht en als etnische zuivering kan worden gezien.

Daarom heb ik volgende vragen voor u.

Mijnheer de minister, wat is het standpunt van de Belgische regering over deze uitspraken? Welke impact verwacht de regering dat dit plan zal hebben op de stabiliteit en de veiligheid in het Midden-Oosten en specifiek op de relaties tussen Israël, de Palestijnse gebieden en de buurlanden, zoals Jordanië en Egypte? Heeft België al initiatieven genomen of zal het dat doen om binnen de EU een formeel standpunt in te nemen over het voorstel van Trump voor Gaza? De VN heeft gewaarschuwd dat het plan van Trump mogelijk neerkomt op een etnische zuivering. Hoe beoordeelt de Belgische regering die juridische kwalificatie?

Darya Safai:

Mijnheer de minister, dit weekend kregen we alweer een barbaars tafereel uit Gaza te zien waarbij leden van Hamas vier lijkkisten droegen in de menigte die de moord op onschuldige kinderen vierde.

Twee kinderen van de familie Bibas werden vermoord door Hamas. Dit soort propaganda en machtsvertoon is niets nieuws, maar dat Hamas zo wreed is om kinderen van 1 en 5 jaar te vermoorden, toont wat voor monsters ze zijn. Hamasterroristen willen niets anders dan oorlog, anders zouden ze in een periode van staakt-het-vuren toch niet zo wreed provoceren. Ze zijn oorlogszuchtig en wensen geen einde aan deze wrede oorlog. Integendeel, ze willen het vuur van de oorlog doen oplaaien tot Israël totaal vernietigd is. Uiteraard maken ze de mensen van Gaza hierbij ook tot slachtoffers. Dit staakt-het-vuren kan niet lang duren als ze de gegijzelde mensen en zelfs de kinderen beginnen te vermoorden.

Wat is uw mening over deze recente ontwikkelingen? Wat is uw visie over dit staakt-het-vuren? Denkt u dat dit duurzaam kan zijn?

Hoe kan ons land iets betekenen voor de duurzaamheid van het staakt-het-vuren? Hoe kunnen wij Hamas duidelijk maken dat het niet met vuur mag spelen en dat dit moet stoppen?

Gisteren had u een ontmoeting met de minister van Buitenlandse Zaken van Israël, meneer Gideon Sa'ar. Hij meldt op X dat hij een goede ontmoeting met u had en dat het tijd is om een pagina om te slaan als het gaat over de relatie tussen Israël en België.

Hoe beschrijft u die ontmoeting en hoe bekijkt u de toekomstige relatie met Israël? Dank u wel.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, de wapenstilstand in Gaza blijft voorlopig van kracht, ondanks de dreigende taal vanuit de VS en Israël en de groteske vertoningen van Hamas. Ook president Trump gooit nog meer olie op het vuur.

We moeten de druk blijven opvoeren. Ook op de Westelijke Jordaanoever blijft het geweld escaleren, recent nog met de ontruiming van een aantal vluchtelingenkampen die het Israëlische leger in handen lijkt te willen houden. Bij dergelijke invallen wordt heel wat vernietigd, zoals wegen en waterleidingen. Op sociale media wordt melding gemaakt van vernielingen aan door Europese landen gefinancierde infrastructuur in de Masafer Yattaregio. De Belgische regering heeft dergelijke vernielingen in het verleden al meermaals veroordeeld en neemt een actieve rol op binnen het West Bank Protection Consortium, dat systematisch compensaties vraagt van Israël.

Mijnheer de minister, de collega's hebben al verwezen naar uw ontmoeting van maandag. Wat is de houding van België, wat de opschorting van de associatieovereenkomst betreft? Indien wij niet pleiten voor een opschorting, pleit ons land dan voor een formele beoordeling van Israëls naleving van zijn verplichtingen onder artikel 2 van de associatieovereenkomst?

Welke concrete maatregelen werden op de Raad Buitenlandse Zaken besproken inzake humanitaire noden en duurzame vrede?

Kunt u bevestigen of bij de recente vernielingen op de Westelijke Jordaanoever ook infrastructuur werd vernietigd die werd gefinancierd met Belgisch donorgeld? Zo ja, heeft België officieel compensatie geëist voor die vernielingen?

Tot slot, kunt u bevestigen dat ons land desgevallend gehoor zal geven aan het arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof tegen Netanyahu en oud-defensieminister Gallant?

De voorzitster : Zijn er collega's die zich hierbij willen aansluiten? Dat is immers altijd mogelijk in een actualiteitsdebat. (Nee)

Dan geef ik het woord aan de minister.

Maxime Prévot:

Mesdames Van Hoof, Lambrecht, Safai, et Maouane, messieurs Aerts, Lacroix, Vander Elst et Boukili, je vous remercie pour vos questions et pour vos aimables paroles d'introduction concernant ma prise de fonctions.

Monsieur Boukili, je n'ai pas la vidéo dont vous avez parlé, qui aurait été, selon vos dires, postée hier soir. En réponse à vos questions sur les déclarations du président Trump par rapport à la bande de Gaza et sa putative riviera, la Belgique a réagi publiquement aux propositions du président Trump le 5 février, via mon département des Affaires étrangères, pour s'offusquer du propos. Je me suis moi-même exprimé clairement sur le sujet, y compris en début de semaine face aux Israéliens.

Le déplacement forcé de populations à Gaza et en Cisjordanie constitue une grave violation du droit international humanitaire. La stabilité au Moyen-Orient demande le plein respect du droit international et la mise en œuvre d'une solution à deux États. Nous souhaitons que le chemin pour y arriver ne soit dès lors pas jonché d'obstacles.

Quelles qu'en soient les intentions, les propositions du président Trump sont problématiques et pourraient mener à une situation de nettoyage ethnique. Je le répète, les déplacements forcés de populations sont des crimes de guerre. Les Gazaouis ont le droit de rester à Gaza. L'accord de cessez-le-feu doit être respecté. Il faut rapidement fournir de l'aide humanitaire en suffisance aux populations civiles et pouvoir reconstruire les infrastructures de base.

J'ai insisté sur ces points lors d'une discussion bilatérale sans tabou que j'ai eue lundi avec le ministre israélien des Affaires étrangères. Nous ne sommes évidemment pas d'accord sur tout mais nous maintenons le dialogue. C'est le travail par essence de la diplomatie et c'est fondamental si on veut faire entendre les messages de la Belgique.

Nous l'avons évoqué lundi lors du Conseil européen des Affaires étrangères, l'Union européenne doit accorder une attention particulière aux propositions alternatives qui sont en cours d'élaboration par les États arabes. Ceux-ci ont prouvé, depuis l'initiative arabe de paix de 1992, qu'ils étaient des acteurs constructifs pour la paix dans la région. Ces propositions devraient être présentées lors du sommet de la Ligue arabe au Caire, le 4 mars prochain.

Nous soutenons une solution sans le Hamas, mais qui soit sous leadership palestinien, tant à Gaza qu'en Cisjordanie et à Jérusalem-Est. L'Autorité palestinienne doit être réformée en profondeur et l'action du premier ministre Mustafa est encourageante dans ce sens car ne perdons pas de vue qu'une Autorité palestinienne faible ou défaillante, c'est le risque accru d'un Hamas fort.

J'ai salué publiquement le geste posé récemment, celui de la signature d'un décret qui tourne la page du système de paiement des prisonniers, que certains appelaient pay for slay ou le Fonds des Martyrs.

De Palestijnse Autoriteit maakte in de uitbetaling geen onderscheid tussen families van terroristen, enerzijds, en echte slachtoffers van de Israëlische bezetting, anderzijds, bijvoorbeeld kinderen die werden gedood op weg naar school. Mevrouw Safai, ik kan u op dat punt echter geruststellen. België heeft dat fonds nooit gesteund.

Je salue également les progrès effectués par l'Autorité palestinienne dans la réforme des programmes scolaires. Ces avancées positives, que nous encourageons, devraient permettre des progrès rapides dans l'adoption du paquet d'aide européen pour la Palestine et inciter Israël à procéder au transfert des taxes prélevées au profit de l'Autorité palestinienne.

In antwoord op uw vraag over een wapenembargo kan ik herhalen wat mijn voorgangers al meegaven. De regio’s zijn bevoegd voor de exportlicenties. Sinds 2009 werd beslist dat geen wapens meer worden uitgevoerd naar Israël. Het is aan de regio’s om dat op te volgen.

Wat een handelsembargo betreft voor producten en diensten uit de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, België heeft de Europese Commissie gevraagd een analyse te maken en Europese aanbevelingen op te stellen. Op de Europese eengemaakte markt kan België immers niet alleen optreden. Het advies van het Internationaal Gerechtshof van juli 2024 is nochtans duidelijk over de import uit en handel met de nederzettingen. We wachten nog steeds op de analyse en de aanbevelingen en pleiten voor een debat op EU-niveau over de mogelijke gevolgen van het advies.

België herhaalt het voorgaande regelmatig in de verschillende comités van de Europese Raad. Naast de juridische aspecten is het belangrijk om een Europese aanpak te promoten. Het zou immers weinig zin en weinig impact hebben, mochten de producten niet via België maar via onze buurlanden in Europa aankomen.

Concernant le conseil d'association entre l'Union européenne et Israël, j'y ai participé lundi avec tous les ministres des Affaires étrangères de l'Union européenne et d'Israël. La Belgique avait plaidé pour que ce conseil se tienne afin d'avoir un dialogue franc et sans tabou avec Israël et l'ensemble des États membres de l'Union européenne qui aborde absolument tous les aspects de la relation, autant les aspects positifs que les aspects négatifs, y compris la situation à Gaza et les accusations de violations du droit international et des droits humains. Et c'est exactement ce qu'il s'est passé. Personne, du reste, ne demande la suspension ou le rejet de ce dialogue.

J'ai exprimé ma solidarité avec les otages israéliens et leurs familles, me réjouissant des libérations récentes, mais j'ai aussi interpellé le ministre Saar sur les droits et sur la souffrance des Palestiniens.

Monsieur Boukili, l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël n'encourage pas les exportations d'armes vers Israël. Il permet d'exploiter des aspects bénéfiques de notre relation, pour autant – et je l'ai rappelé sans la moindre ambiguïté – qu'il repose sur le respect total des principes démocratiques et des droits humains. Or les nombreuses accusations de crimes de guerre ou d'obstacles à l'action humanitaire à Gaza, notamment celle de l'UNRWA, soulèvent des questions quant au respect par Israël de l'article 2 de l'accord d'association.

Sa suspension nécessite néanmoins, vous le savez, l'unanimité des États membres, et celle-ci est loin d'être acquise.

L'Espagne et l'Irlande ont questionné l'Union européenne pour savoir si, oui ou non, Israël avait enfreint cet article 2. Nous soutenons par principe toute initiative qui vise à vérifier la situation des droits humains, mais évoquer une suspension de l'accord semble précoce à ce jour, malgré les préoccupations majeures exprimées.

J'ai insisté sur le respect absolu par toutes les parties du droit international humanitaire et des droits humains. J'ai rappelé le soutien à la solution à deux États et demandé au ministre Saar qu'Israël participe au travail de l'Alliance globale pour la mise en œuvre de la solution à deux États.

Tout en saluant l'importance des relations commerciales entre l'Union européenne et Israël, j'ai rappelé que la Belgique respectait la politique de différenciation qui ne reconnaît Israël que dans ses frontières de 1967. J'ai réitéré notre ferme engagement contre le terrorisme et contre l'antisémitisme et appelé au respect de toutes les religions à Jérusalem. De même, j'ai pu, lors d'une discussion bilatérale très franche avec mon homologue israélien, l'interpeller sur la violence des colons et sur les opérations militaires en Cisjordanie. Je lui ai également fait part de mon inquiétude face à un projet de loi de la Knesset, qui envisage de surtaxer les ONG de défense des droits humains financées par l'Union européenne.

Nous suivons de près le débat entre ceux qui cherchent à préserver Israël en tant que démocratie locale et ceux qui prônent des restrictions aux libertés fondamentales des Israéliens et des Palestiniens. La Belgique se tient fermement aux côtés du premier groupe. Nous souhaitons coopérer, mais sur la base de valeurs démocratiques et de respect des droits humains. Suspendre aveuglément toute coopération entre l'Union européenne et Israël reviendrait à sanctionner de façon indiscriminée les Israéliens dont nous ne partageons pas les valeurs et ceux avec lesquels, au contraire, nous voulons travailler.

Sachez – et la Belgique y tient – qu'un dialogue de haut niveau est également prévu dans les prochaines semaines entre l'Union européenne et l'Autorité palestinienne.

Mevrouw Van Hoof, de strijd tegen straffeloosheid is een belangrijk onderdeel van het regeerakkoord. Ik kan u bevestigen dat ons land desgevallend gehoor zou geven aan het arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof tegen Netanyahu en oud-minister van Defensie Gallant.

J'ai aussi participé dimanche à un dîner avec le commissaire Lazzarini, en charge de l'UNRWA, et Sigrid Kaag, Coordinatrice spéciale des Nations Unies. Les mêmes standards d'accès humanitaire et de protection sont d'application en Cisjordanie, à Gaza et ailleurs.

Daarom zijn wij ongerust dat de anti-UNRWA-wetten op 1 januari toch in werking zijn getreden. Voorlopig probeert UNRWA haar mandaat uit te voeren in Gaza en de Westelijke Jordaanoever, ondanks de beperkingen die worden opgelegd door het contactverbod tussen het agentschap en de Israëlische autoriteiten. De visa voor de internationale staf zijn geannuleerd door Israël, terwijl Israël betreurt dat er niet genoeg buitenlandse personeelsleden zijn in vergelijking met het aantal leden van de lokale staf. De stopzetting van hulp via USAID zal de humanitaire inspanningen nog verder beperken.

In Oost-Jeruzalem, waar UNRWA het bevel heeft gekregen zijn activiteiten te staken en het grondgebied te verlaten, is het hoofdkwartier in Sheikh Jarrah volledig geëvacueerd. Op 18 februari werden UNRWA-studenten en personeelsleden in Oost-Jeruzalem mishandeld en onder dwang geëvacueerd uit scholen en klinieken, in strijd met het recht op onderwijs en de voorrechten en immuniteiten van de Verenigde Naties.

België heeft zijn hulp aan UNRWA nooit stopgezet, maar we besteden veel aandacht aan de uitvoering van het Colonnarapport door het agentschap. De overdracht van de bevoegdheden van UNRWA aan andere agentschappen van de Verenigde Naties of zelfs aan particuliere actoren zou buitengewoon moeilijk zijn, zou gepaard gaan met een drastische daling van de efficiëntie, zou de kosten de hoogte in drijven en zou niet meer dan vandaag kunnen garanderen dat lokale medewerkers geen Hamassympathieën hebben. Andere VN-agentschappen runnen zelf geen scholen noch ziekenhuizen en zijn niet in staat om ze over te nemen.

Op het EU-dinner met UNRWA op zondag 23 februari gaf commissaris-generaal Lazzarini van UNRWA mee dat hij met Israël samenwerkte, maar dat de vele beschuldigingen over deelname van UNRWA-personeel aan Hamasoperaties tot nu toe nog niet gestaafd werden met bewijzen.

Nog belangrijker dan de dienstverlening is de politieke kwestie van het statuut van UNRWA-vluchtelingen. In tegenstelling tot de vluchtelingen die onder het mandaat van UNHCR vallen, kunnen de UNRWA-vluchtelingen tot vandaag niet naar hun land terugkeren. Daarom kan het mandaat niet worden verwaterd of afgeschaft totdat er een politieke oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict is gevonden.

Onze steun, de betaling van core funding , werd in januari overgemaakt. Dat werd zeer gewaardeerd door UNRWA. We pleiten er ook voor dat onze partners, vooral de Arabische landen, ook zelf meer zouden investeren. België initieerde in dat verband een non-paper met de vraag tot hernieuwde Europese structurele steun. We werden grotendeels gesteund door veel andere lidstaten.

De bijdrage van België aan UNRWA is niet de enige manier waarop we humanitaire hulp bieden aan de Palestijnse bevolking. We financieren ook het Palestinian Humanitarian Fund beheerd door OCHA, het Internationaal Comité van het Rode Kruis, Handicap International, Oxfam en het West Bank Protection Consortium. Ons land draagt meer dan zijn steentje bij. Zoals u weet, zijn er naast het grote programma van Enabel ook een aantal Belgische ngo’s actief op de Westelijke Jordaanoever om de toekomst van de Palestijnen te verbeteren. Het rapport van UK Lawyers for Israel is me bekend, maar het gaat niet om een neutrale organisatie. Voor ons zijn de Verenigde Naties en het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC) de meest betrouwbare bronnen.

Depuis le cessez-le-feu, l'ONU a traité 60 000 enfants souffrant de malnutrition sévère. Nombre d'entre eux sont décédés malheureusement. Nous continuons de plaider pour que l'accès humanitaire et la distribution de nourriture et d'eau se poursuivent et s'améliorent encore. Notre préoccupation actuelle est la consolidation du cessez-le-feu. Israël et le Hamas doivent négocier la deuxième phase de l'accord. C'est une question de vie ou de mort pour des millions de personnes à Gaza surtout, mais également en Israël.

La présidente : Chers collègues, le temps de parole pour la réplique est de deux minutes. Je donne la parole à M. Boukili.

Nabil Boukili:

Madame la présidente, répliquer en deux minutes va être compliqué, mais nous allons essayer d'être concis.

Monsieur le ministre, dans vos réponses, certaines choses attirent l'attention et sont surprenantes. D'abord, concernant M. Trump et les États-Unis, votre ministère a certes réagi en disant que ces déclarations prêtent à s'offusquer et sont déplacées, qu'elles ne respectent pas le droit international. Jusque-là, je suis tout à fait d'accord et je partage la description que vous avez donnée. Ce que je ne partage pas, c'est le fait qu'elles n'ont pas été condamnées par le gouvernement belge. Le problème est là. Il y a là une apologie des crimes de guerre et du nettoyage ethnique, et nous, la Belgique, nous ne condamnons pas cette position parce que, tout simplement, les États-Unis sont un allié. C'est le fond du problème. S'il s'était agi d'un autre pays, nous aurions condamné ces déclarations. Mais vu que ce sont les États-Unis, nous ne le faisons pas. Et c'est dit clairement dans l'accord de gouvernement: "Nous restons attachés à des partenariats avec des pays partageant les mêmes idées, notamment en continuant à renforcer les liens transatlantiques entre autres, par exemple, avec les États-Unis et le G7, qui sont des partenaires clés dans la défense des valeurs fondamentales communes et de la sécurité mondiale. Dans d'autres enceintes multilatérales, nous plaidons également en faveur de l'ordre international fondé sur des règles."

Mais quand nous disons que ce sont des partenaires clés pour défendre nos valeurs, de quelles valeurs parlons-nous? Des valeurs défendues par Trump aujourd'hui? Aller annexer le Groenland, le Canada, etc.? Sont-ce ces valeurs que nous défendons? Nous ne nous sommes pas distanciés de ces valeurs-là, de manière officielle. Et je pense que le problème est là.

Ensuite, sur l'accord d'association, vous dites que c'est précoce et qu'on a fait des déclarations vis-à-vis de l'État d'Israël sur le non-respect du droit international. Mais cela fait des mois que nous disons à Israël qu'il ne faut pas bombarder les hôpitaux, et ils bombardent les hôpitaux. Qu'il ne faut pas bombarder les écoles, et ils bombardent les écoles. Qu'il ne faut pas tuer les enfants, et ils tuent les enfants. La parole ne sert donc à rien. Il faut des actes. Et dans les actes, l'accord d'association – dont vous dites que c'est un partenariat économique – participe à l'effort de guerre. Le premier partenaire économique d'Israël, c'est l'Union européenne. Cette économie est aujourd'hui orientée vers la guerre contre les Palestiniens. Nous aidons donc de manière explicite la guerre contre les Palestiniens.

Sur les deux points, nous devenons complices avec notre position. Quand nous disons que c'est un partenaire stratégique et clé pour défendre nos valeurs, cela veut dire que nous cautionnons les valeurs défendues par M. Trump aujourd'hui. Et quand nous ne suspendons pas l'accord d'association, nous cautionnons la politique israélienne (…)

De voorzitster : Ik denk dat de minister geantwoord heeft.

Maxime Prévot:

J’ai répondu.

Nabil Boukili:

Vous êtes pour, alors? Vous avez dit que c'était précoce. "Précoce", cela veut dire que vous n’êtes pas pour la suspension. Ce deux poids, deux mesures est inexplicable et inacceptable.

De voorzitster : Collega's, ik verzoek u zich aan de spreektijd te houden.

Rajae Maouane:

Merci pour vos réponses, monsieur le ministre. Je suis un peu rassurée d'entendre que vous êtes aussi ahuri que nous par les propos de Trump. J'aimerais que nous passions à l'étape suivante, à savoir l'action, mais cela fera l'objet d'autres discussions.

Concernant l'accord d'association, nous touchons à un point essentiel. Nous sommes nombreux et nombreuses à dénoncer ce business as usual de l'Union européenne avec Israël. Nous sommes nombreux à le dénoncer sur les bancs du Parlement, tout comme une série de représentants et de représentantes de la société civile belge.

Ces rencontres sont prévues tous les ans dans le cadre de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël, mais elles n'ont plus eu lieu depuis 2013 – sauf en 2022, je pense –, parce qu'il y avait beaucoup trop de violations du droit international et des droits humains par Israël en territoire palestinien occupé.

Depuis octobre 2023 et l'offensive sanglante d'Israël sur la bande de Gaza, on a des preuves de crimes de guerre, de crimes contre l'humanité, un génocide répertorié par les ONG et les rapports internationaux à Gaza. En Cisjordanie, la colonisation continue de manière infatigable et le premier ministre israélien fait l'objet d'un mandat d'arrêt international.

Et pourtant, il est décidé de maintenir cette réunion. Qu'est-ce qui justifie la tenue de cette réunion à ce moment-là? En dépit de ce tableau accablant, on constate que l'Union européenne prend quelque part position en maintenant un rapport économique avec Israël. Là était ma question, et je n'ai pas totalement obtenu satisfaction.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik dank u voor de vele antwoorden.

België mag inderdaad niet aan de zijlijn blijven staan. We hebben een verantwoordelijkheid om actief bij te dragen aan een rechtvaardige maar ook duurzame oplossing, waarin het internationaal recht gehandhaafd moet worden.

Wij rekenen op u, mijnheer de minister, om van het toch vrij uitgebreide regeerakkoord geen lege doos te maken, maar respect voor het internationaal recht om te zetten in concrete daden, met telkens vier krachtlijnen. Ik meen die te hebben gehoord, maar neem ze nog even door.

Ten eerste moeten we aan de kant blijven staan van de onschuldige slachtoffers, waarmee we alle onschuldige slachtoffers bedoelen. Ten tweede moet er onmiddellijk een staakt-het-vuren worden afgekondigd en gerespecteerd. Ten derde moeten de gijzelaars onverwijld worden vrijgelaten. Ten vierde moet er eindelijk werk worden gemaakt van de tweestatenoplossing voor Palestina. Zo niet zal er nooit een duurzame oplossing zijn. Sommige collega's hebben er al naar verwezen, de video die president Trump vandaag heeft gepost zal helemaal niet helpen. Integendeel, daarmee zetten we 20 stappen achteruit.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, er zijn 45.000 dodelijke slachtoffers, waarvan 15.000 kinderen. Daarbovenop komt nog de dodentol door de ontberingen, de hongersnood. Negen kinderen op tien verkeren vandaag in een staat van ernstige voedselarmoede. Meer dan 2 miljoen mensen zijn op de vlucht. Huizen, wegen en ziekenhuizen zijn totaal vernield.

De beelden spreken voor zich, ze tonen een totale verwoesting. Israël begaat oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid. Er is een genocide aan de gang. Ondertussen noemt minister Francken – een van de leden van de arizonaregering – Israël wel een belangrijke handelspartner voor militaire samenwerking en leveringen.

Mijnheer de minister, u pleit voor internationaal recht, maar u verklaart ook dat de blindelingse opschorting van samenwerkingen niet goed zou zijn. Het lijkt u nog te vroeg om de associatieovereenkomst op te schorten. Wanneer zijn er genoeg Gazanen de dood ingejaagd? Blijkbaar is 45.000 niet genoeg, dat is te vroeg om actie te ondernemen. Is 75.000 of 100.000 doden dan wel genoeg?

Wanneer is het genoeg? We laten Israël gewoon doen. De Belgische regering legt wel verklaringen af en zegt wel dat ze dat niet zo flink vindt van Israël, maar ze stelt geen echte daden. Ze heeft zelfs niet de moed om zich bij onder andere Spanje aan te sluiten. Dat doet ze niet, want het is te vroeg. Ondertussen doet Israël gewoon voort. Het neemt nota en doet gewoon voort.

Wanneer zal deze Belgische regering eens fors neen zeggen, en niet alleen iets zeggen maar daar ook daden aan koppelen? Het is hoog tijd. Ik wil niet wachten tot er 75.000 of 100.000 doden vallen; ik weet niet welk getal deze regering in gedachten heeft. Het is hoog tijd voor actie en niet alleen maar voor woorden.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Néanmoins, je reste en partie sur ma faim du fait que vous ne vous êtes pas prononcé sur un délai pour reconnaître l'État palestinien. Vous avez parlé de solution à deux États. Vous parlez d'initiatives prises par la ligue arabe dont j'attends le 4 mars pour voir ce qu'il en ressortira.

Pourquoi est-ce que j'attache tant d'importance à la reconnaissance de l'État palestinien? C'est qu'à partir du moment où on reconnait l'État palestinien, ce n'est pas que symbolique, on lui donne de manière régalienne les pouvoirs de négocier d'égal à égal avec l'État d'Israël car ils devront faire la paix ensemble, mutuellement, sous l'égide des Nations Unies et avec, je l'espère, une stratégie bien plus ambitieuse de l'Union européenne car la mer Méditerranée, c'est un monde européen. Et on a vu les échecs ou la pusillanimité de l'Union européenne par rapport à l'Ukraine, à quel point aujourd'hui on regrette de ne pas avoir été proactifs.

On m'a toujours dit qu'on devait apprendre de ses erreurs. J'espère donc que l'Union européenne va se ressaisir. Je sais la difficulté de faire parler les 27 d'une seule et unique voix. Je sais que ça ne sera pas facile. Mais, je pense qu'avec l'Espagne, avec l'Irlande, avec la Norvège, si la Belgique se joint à ce groupe d'États qui est beaucoup plus volontariste en la matière, on peut activer un levier important. Important et comme le disait Dominique de Villepin, qui n'est pas du tout de ma famille politique, "parce que l'Union européenne doit réincarner le sens de la justice". À côté d'une stratégie politique, elle doit incarner le sens de la justice. Et cette fameuse boussole du droit international, elle doit valoir pour tous les interlocuteurs et pour toutes celles et tous ceux qui le violent. Que ce soit Vladimir Poutine, que ce soit Israël en l'occurrence. Et l'avis consultatif de la Cour internationale de Justice du 19 juillet 2024 dit très bien que l'occupation d'Israël est illicite et qu'il faut donc y mettre fin, sans délai.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, ik heb niet veel antwoorden gekregen op de vragen die ik heb gesteld. Ik vraag me wel af waarom de vragen over pay for slay niet zijn toegevoegd aan dit debat, mevrouw de voorzitster, want zij zijn terecht beantwoord geweest.

Ik wil het nog even hebben over pay for slay , mijnheer de minister. Ik ben blij dat België nooit heeft bijgedragen aan zulke betalingen, ook al kunnen we dat nooit helemaal zeker weten. Heel belangrijk is dat de FOD Buitenlandse Zaken op 14 februari heeft verklaard dat dit soort betalingen niet meer zal gebeuren door de Palestijnse Autoriteit, maar Mahmoud Abbas heeft op 21 februari publiekelijk op tv gezegd dat zelfs als er nog maar 1 cent over is, ze het zal blijven doen. Dat is dus nog niet afgesloten. Ik vermoed dat de Palestijnse Autoriteit het niet meer met Amerikaans geld zal doen, aangezien daarop sancties zullen gelden, maar ze zal het wel beginnen te doen met het geld van de Europeanen. Het is belangrijk dat we dat echt in het oog houden, want het is niet de bedoeling dat ons geld naar mensen gaat als beloning voor het vermoorden van Israëli's. Dat moeten we koste wat het kost vermijden.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, het is goed dat u bevestigt dat er gehoor wordt gegeven aan het arrestatiebevel tegen Netanyahu en oud-minister van Defensie Gallant. U sprak ook over etnische zuivering, oorlogsmisdaden, schendingen van het internationaal humanitair recht. Dat is de positie van België. U hebt dat maandag ook voor de voeten gegooid van de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken. Dat is een goede zaak. De associatieovereenkomst dient ook om die bezorgdheden te uiten, wat u hebt gedaan. We kunnen de associatieovereenkomst niet eenzijdig opzeggen, maar we moeten duidelijk maken dat het geen business as usual meer is en dat we de relaties met Israël in de associatieovereenkomst niet mogen verdiepen. Ze zijn veel te ver gegaan. U noemt het voorbarig om de associatieovereenkomst op te schorten. We kunnen dat ook niet eenzijdig doen, maar het mag geen business as usual zijn. We moeten ook stellen dat bepaalde nieuwe zaken niet meer aan de orde kunnen komen en moeten een stap verder durven gaan. U zegt ook te wachten op de analyse en de aanbevelingen van de Europese Commissie inzake de importban. Ik hoop dat die er snel zullen komen. Ook daar zijn er mogelijkheden, want de nederzettingen worden constant belaagd. Volgens het internationaal recht is het illegaal om handel te drijven met gebieden waar er nederzettingen zijn als er schendingen zijn. Ik heb geen antwoord gekregen op de vraag of de infrastructuur die wij gefinancierd hebben vernietigd is. Hebt u daar weet van? Wordt daarvoor compensatie gevraagd? Misschien heeft de ambassade daar geen zicht op, maar het is wel goed om dat in het oog te houden. Als er infrastructuur vernietigd is die betaald is door de Belgische ontwikkelingssamenwerking, dan moet die gecompenseerd worden. Het is ook goed dat u blijvende steun hebt gevraagd voor UNRWA, ook op Europees vlak.

De onderhandelingen tussen Trump en Poetin over Oekraïne
Het vredesplan van Trump en Poetin voor Oekraïne
De besprekingen tussen Trump en Poetin over de oorlog in Oekraïne, en de plaats van Europa
De positie van Europa tussen de VS en Rusland
Oekraïne
Oekraïne
Rusland, VS en Europa in Oekraïne-conflict

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en de EU verwerpen de eenzijdige vredesonderhandelingen van Trump en Poetin over Oekraïne, die territoriale concessies en NAVO-uitsluiting afdwingen zonder Europese of Oekraïense inbreng, en benadrukken dat geen besluit over Oekraïne zonder Oekraïne en de EU kan. België bevestigt onverminderde militaire (o.a. gevechtsvliegtuigen, pantservoertuigen) en financiële steun aan Kiev, wijst het omstreden VS-grondstoffenakkoord (500 miljard dollar, onjuist bedrag) af, en dringt aan op Europese strategische autonomie, inclusief versterkte defensie-investeringen en een 16e sanctiepakket (o.a. Russische schaduwvloot, aluminium, chemische export). De minister noemt het VN-stemgedrag van de VS ("schande") en hamert op een Europese vredesarchitectuur met Oekraïne als volwaardige partner, terwijl hij bilaterale deals tussen Kiev en Washington niet kan blokkeren maar wel Europese alternatieven wil uitwerken. Urgente eensgezindheid op de EU-top van 6 maart is cruciaal om een Munich-achtig scenario te vermijden.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, de Amerikaanse president Trump heeft zonder enige afstemming met Europese bondgenoten het initiatief genomen om vredesbesprekingen over Oekraïne op te starten. In een verrassende wending heeft hij directe onderhandelingen met de Russische president Poetin geïnitieerd en daarbij aangegeven dat Oekraïne mogelijk territoriale concessies moet doen en dat het NAVO-lidmaatschap voor Oekraïne niet realistisch is. Voorts draaide hij de waarheid om door Oekraïne te verwijten de oorlog te zijn gestart en stelde hij dat president Zelensky een dictator is.

Die situatie roept grote vragen op over de positie en de invloed van Europa in het conflict en over de strategische autonomie van de Europese Unie. Terwijl Trump en Poetin de toon zetten met betrekking tot de toekomst van Oekraïne, lijkt Europa opnieuw grotendeels aan de zijlijn te staan, afgezien van het feit dat president Macron en premier Starmer bij Trump mogen langsgaan.

Wat is uw reactie op het feit dat België en de EU als geheel niet formeel zijn betrokken bij de onderhandelingen?

Welke diplomatieke initiatieven zal België nemen, zowel bilateraal als in de EU, opdat Europa toch een volwaardige stem aan de onderhandelingstafel krijgt?

Welke garanties biedt België dat het Oekraïne zal blijven steunen, zowel op militair als op civiel vlak?

Hoe zal België in de EU pleiten voor een onderhandelingskader waarin Oekraïne zelf volledig maar ook volwaardig wordt betrokken, om te voorkomen dat er boven het hoofd van Oekraïne beslissingen worden genomen over de soevereiniteit en veiligheid, zoals nu wellicht gebeurt door de nieuwe grondstoffendeal met Trump?

François De Smet:

Monsieur le ministre, comme je n'ai pas encore eu l'occasion de vous le dire en commission, je tiens à vous féliciter pour votre poste et à vous souhaiter le meilleur dans cette belle fonction.

Depuis le coup de fil du 13 février dernier entre MM. Trump et Poutine au sujet de l'Ukraine, l'histoire s'accélère. Si nous en croyons les déclarations du président américain et de son secrétaire d' É tat à la Défense, les É tats-Unis considèrent déjà que l'Ukraine devra faire des concessions territoriales et ne pourra jamais faire partie de l'OTAN.

Je crois qu'il faut voir les choses en face: nous avons affaire à une administration américaine imprévisible et pro-russe. Elle est même à deux doigts d'estimer que c'est l'Ukraine qui devrait presque s'excuser d'avoir été attaquée.

Tout indique que nous nous dirigeons vers un règlement de paix en l'absence des principaux intéressés, à savoir les Ukrainiens, mais aussi les Européens. Tout indique aussi qu'après des années de lutte soutenues par les Occidentaux, l'Ukraine sera abandonnée et forcée à une paix qui n'en sera pas vraiment une.

Si l'Ukraine se retrouve à devoir accepter le dépeçage de son pays, si elle doit accepter que la loi du plus fort l'emporte sur le respect des frontières et du droit international, alors c'est l'ensemble de nos valeurs qui sera bafoué.

Comme je l'ai souvent répété durant la dernière législature, notre pays fait partie des États européens qui auraient dû aider davantage et mieux l'Ukraine.

Nous avons certes fourni de l'aide, mais en retenant toujours quelque peu notre effort, contrairement à d'autres pays comparables, comme les Pays-Bas par exemple. C'est la raison pour laquelle nous sommes toujours considérés comme appartenant à la seconde division de l'aide militaire.

Quelle sera l'attitude la Belgique, face à ce tournant important?

Quelle sera notre position face à ce qui se dessine comme, au mieux, un nouveau Yalta et, au pire, un nouveau Munich, dont les Européens apparaissent pour l'instant comme les grands absents et les grands exclus?

Quelle position allons-nous adopter au sein du concert des nations européennes?

Si jamais la paix ne se réalise pas, ce que nous ne devons pas exclure, continuerons-nous à aider financièrement et militairement, peut-être plus que jamais, les Ukrainiens qui ont vocation à rejoindre à terme l'OTAN ainsi que notre Union européenne?

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, la conférence de Munich, c'était une étape, mais je pense que nous sommes déjà beaucoup plus loin dans la rhétorique et dans l'action brutale du président Trump en concertation avec Vladimir Poutine pour, quelque part, se repaître du cadavre. Nous voyons également à quel point ils essaient de contraindre le président Zelensky à conclure un accord sur les terres rares et les minerais précieux en Ukraine pour rembourser l'aide militaire des États-Unis, on parle d'un marché de 500 milliards.

Négociations de paix sur un territoire souverain sans que ni le gouvernement de ce territoire souverain, ni l'Union européenne, les alliés traditionnels et historiques des États-Unis, y soient associés. Tout cela remet sur un plateau, quelque peu honoré aujourd'hui, Vladimir Poutine.

Le risque de voir l'Ukraine et l'Europe mises devant le fait accompli est aujourd'hui réel, d'autant que Washington semble, désormais, considérer comme irréaliste l'adhésion de l'Ukraine à l'OTAN et un retour aux frontières d'avant 2014. Alors que l'Europe doit jouer un rôle accru dans la gestion des crises internationales, il est impératif que la voix de nos institutions et de nos partenaires soit entendue. Dans ce contexte, il me semble essentiel que notre pays défende une approche cohérente et équilibrée.

Dès lors, quelle est la position officielle et claire de la Belgique face à ces récentes évolutions et au risque d'un accord négocié en dehors du cadre européen et ukrainien? Quelles initiatives la Belgique peut-elle soutenir pour garantir que l'Ukraine et l'Union européenne restent pleinement impliquées et que leurs intérêts soient préservés? Et pourquoi avoir seulement regretté amèrement et non pas avoir condamné le double vote qui a été amené entre la Russie et les É tats-Unis sur l'Ukraine, lâchant totalement à la fois les Ukrainiens mais également les alliés européens?

Kathleen Depoorter:

Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Via verschillende kanalen vernemen we dat de Verenigde Staten en Oekraïne bijna een akkoord hebben bereikt waarbij de VS toegang krijgen tot Oekraïense zeldzame aardmetalen. In ruil hiervoor zou de VS militaire steun blijven verzekeren. Het is dit akkoord dat de achterliggende reden zou zijn van de spanningen tussen de Amerikaanse president Trump en de Oekraïense president Zelensky. President Trump bekritiseerde president Zelensky openlijk in niet te verstane bewoordingen toen Oekraïne terughoudend was om het akkoord te ondertekenen. De Britse krant The Telegraph zou het document met de grondstoffen-“deal” in haar bezit hebben of minstens hebben kunnen inzien. Het zou gaan om een kleine 500 miljard dollar in waarde, waarvan de VS exclusieve toegang zou krijgen.

In Frankrijk verklaarde president Macron na overleg met negentien landen, waaronder België, dat er een eensgezind standpunt van de betrokken Europese landen is over Oekraïne. Dat standpunt legt de nadruk op duurzame vrede en robuuste garanties. Indien dit klopt, zou dit kunnen betekenen dat Europa zich in bredere zin positioneert tegenover de geopolitieke implicaties van het mogelijke akkoord tussen de VS en Oekraïne. Daarnaast wordt een nieuwe ronde van sancties tegen het Russische regime voorbereid.

Mijn vragen voor de minister:

Gezien deze ontwikkelingen en de potentiële impact op zowel de Europese als Belgische belangen, verneem ik graag wat de officiële positie van België is ten aanzien van het voorgestelde grondstoffenakkoord tussen de VS en Oekraïne?

Hoe beoordeelt de Belgische regering de mogelijke gevolgen van dit akkoord voor de Europese veiligheid en economie?

Indien het klopt dat de animositeit tussen president Trump en president Zelensky haar oorsprong vindt in het dispuut over de grondstoffen: wat is de positie van de Europese landen hierin?

Klopt volgens u de bewering van president Trump dat de VS meer hulp aan Oekraïne heeft gestuurd dan de Europese landen? Wat is volgens u de verhouding tussen beiden?

President Trump staaft de exclusieve toegang tot Oekraïense grondstoffen op het feit dat de VS het meest hebben bijgedragen in de steun. Hoe rijmt u dat met het antwoord op de vorige vraag? Klopt het circulerende bedrag van 500 miljard dollar?

Zeldzame metalen en grondstoffen vormen de inzet op geopolitiek vlak: onder andere China probeert deze in Afrika te controleren en de Europese landen hebben er steeds moeilijker toegang toe. Werd er door de Europese landen gesproken over een alternatieve grondstoffen-“deal” ten voordele van de Europese landen?

Het Verenigd Koninkrijk kondigde nieuwe sancties aan tegen de Russische Federatie. Vanuit Europa zou eenzelfde pakket onderweg zijn: wat zijn hiervan de contouren en welke sectoren van de Russische Federatie worden hier in het vizier genomen?

Wordt er op Europees niveau onderzoek gedaan naar de zogenaamde “grijze” of “schaduwvloot” van de Russische Federatie? Onderzoekt men hoe deze vloot tot stand kwam met behulp van mogelijk Europese bedrijven?

Els Van Hoof:

Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Mijnheer de minister, het Amerika van Trump lijkt wel een bondgenoot van Poetin. Met zijn uitspraken lijkt Trump Zelensky en Oekraïne te laten vallen als een baksteen. Anderzijds lijken de Verenigde Staten wel geïnteresseerd in de Oekraïense grondstoffen. Onderhandelingen voor een deal rond grondstoffen zouden zich in een finale fase bevinden.

Zoals u aangaf in de marge van Europese Raad op maandag, blijft het cruciaal dat ook Oekraïne en Europa mee aan tafel zitten om de toekomst van Oekraïne vorm te geven. Tegelijk blijft het cruciaal om het lot van Oekraïne én Europa zelf in handen te nemen. Op de afgelopen Raad Buitenlandse Zaken kwam Oekraïne alvast aan bod, waar een zestiende sanctiepakket tegen Rusland werd aangenomen. Ook kondigde commissievoorzitter von der Leyen alvast 3,5 miljard euro extra financiële steun aan voor Oekraïne.

Ik heb daarom voor u de volgende vragen:

Welke concrete maatregelen werden op de Raad Buitenlandse Zaken genomen om Oekraïne zonder de VS verder te ondersteunen, zowel op diplomatiek vlak als wat betreft veiligheids- en economische samenwerking? Welke stappen heeft u daartoe verdedigt op de Raad?

Welke concrete stappen zal de Europese Unie nemen om haar eigen veiligheidsarchitectuur verder te versterken, nu de VS niet langer als een betrouwbare bondgenoot kan worden beschouwd?

Welke bilaterale steun van België aan Oekraïne is nog gepland? Waaruit bestaat die steun concreet?

Maxime Prévot:

Collega’s, u stelt allen terechte vragen inzake deze toch wel bijzondere wending in de houding van de Amerikaanse partner en bondgenoot. Wat de uitsluiting van Europa en Oekraïne betreft, is onze houding altijd geweest dat geen beslissing over Oekraïne kan worden genomen zonder Oekraïne daarbij te betrekken en dat niets over de EU kan worden beslist zonder de EU.

Et c'est d'autant plus le cas aujourd'hui, au moment où la nouvelle administration américaine semble défendre des positions qui vont à l'encontre de nos principes. Depuis trois ans, l'Ukraine se bat pour sa survie face à l'envahisseur russe. Nous ne pouvons accepter que les responsabilités de Moscou dans cette guerre d'agression soient minimisées ou relativisées à la lumière d'une lecture biaisée de l'Histoire. Aucun accord relatif à l'avenir de l'Ukraine ne sera durable ou acceptable sans que l'Union européenne et l'Ukraine y soient pleinement associées.

Sinds 2022 hebben de EU en haar lidstaten 134,5 miljard euro steun verleend aan Oekraïne, waaronder 48,5 miljard euro militaire bijstand. Gezamenlijk heeft de EU in 2024 meer dan de helft van alle militaire steun aan Oekraïne verstrekt. Volgens cijfers die onlangs door het Kiel Institute zijn gepubliceerd en door The Economist zijn overgenomen, bedraagt de hulp van de Verenigde Staten aan Oekraïne 114 miljard euro. De schuld van 500 miljard dollar die de regering-Trump de afgelopen dagen heeft genoemd, lijkt op basis van mijn informatie onjuist en schromelijk overschat.

De EU is niet betrokken bij bilaterale besprekingen over de exploitatie van zeldzame mineralen in Oekraïne. Dat is een gesprekwonderwerp tussen Oekraïne en de VS.

Nous regrettons les démarches américaines unilatérales, non concertées avec les alliés européens, ainsi que leur approche éminemment transactionnelle, qui semble guider l'administration Trump à ce stade.

J'en viens à l'épisode de lundi à New York, aux Nations Unies. On a dû compter sur une mobilisation européenne massive, à défaut d'être unanime, pour contrecarrer la proposition de résolution américaine qui ne parlait pas de violation de l'intégrité territoriale de l'Ukraine et qui parlait du conflit russo-ukrainien, plaçant les deux parties sur un même pied, en oubliant d'identifier qui est l'agresseur et qui est la victime. Cela a été évidemment un épisode marquant, et je dis même choquant.

La résolution proposée par les Européens et l'Ukraine, avec les amendements qui ont été apportés, a pu être soutenue majoritairement à l'Assemblée générale, mais elle n'a pas connu le même sort, hélas, au Conseil de sécurité des Nations Unies, quelques heures plus tard.

Je redis ici ce que j'ai condamné publiquement hier à Genève, ayant eu l'opportunité de m'exprimer juste après mon homologue le ministre des Affaires étrangères de Hongrie, qui n'avait pas nécessairement, pour le dire pudiquement, la même lecture des évènements que moi. Le vote intervenu au Conseil de sécurité des Nations Unies est une honte. Je pense qu'il ne peut pas y avoir de révision de l'Histoire au point, finalement, que l'Ukraine soit salie par des propos visant à assimiler son dirigeant à un dictateur, au point que l'Ukraine soit salie par des propos visant à sous-entendre qu'elle pourrait avoir suscité ou généré le conflit. L'Ukraine ne peut pas être méprisée ni abandonnée. La Belgique est d'une clarté limpide sur ce sujet. Nous sommes et nous resterons des alliés de l'Ukraine.

Les évènements des derniers jours doivent donc nous pousser à faire preuve de réalisme et de lucidité. Qu'on le veuille ou non, nous devons urgemment développer une politique et une approche qui nous garantiront une place à la table des négociations.

Daarom zijn de initiatieven die de Franse president Macron, de voorzitter van de Europese Raad Costa en de ministers van Buitenlandse zaken van de 27 lidstaten nu ontwikkelen van groot belang.

Il est absolument indispensable d'apporter une réaction européenne unanime, rapide et vigoureuse pour garantir un processus de paix qui inclut toutes les parties prenantes dont la Belgique. On sait que cette unanimité n'est aujourd'hui pas acquise.

Il est également clair que les garanties de sécurité d'un éventuel accord devront être développées par l'Europe tant pour assurer le respect de l'accord en question que pour garantir notre propre sécurité. Notre pays prendra ses responsabilités en la matière et ceci passera probablement par une hausse, à court terme, des dépenses de défense.

Pour rappel, l'accord bilatéral de sécurité signé entre l'Ukraine et la Belgique, en mai de l'année dernière, lie nos deux pays pour une période de dix ans. Il symbolise notre engagement à soutenir durablement l'Ukraine dans le domaine militaire et prévoit, entre autres, la livraison d'avions de combat, de véhicules blindés modernes et d'équipements divers. Une coopération est également prévue dans les domaines de l'industrie de la défense, du renseignement, de la cybersécurité ou de la lutte contre la désinformation.

La diplomatie belge reste pleinement mobilisée. Le premier ministre et moi-même avons multiplié les contacts avec nos homologues ukrainiens, européens et américains afin de plaider pour une paix juste et durable. Mon collègue en charge de la Défense a également eu des contacts avec son homologue. Seule l'Ukraine, en étroite coopération avec ses alliés, est en mesure de déterminer si le contexte est propice à l'ouverture de négociations. La Belgique a toujours fait partie des contributeurs importants en matière d'aides à l'Ukraine. C'est à ce titre que le premier ministre De Wever a récemment été contacté par le président Macron. Ces derniers jours, le Royaume-Uni, le Canada, la Norvège et l'Islande ont confirmé qu'ils partageaient la vision européenne du conflit et certainement pas l'obtention de la paix par la force.

Wat ik vandaag ook kan meegeven, is het besef van urgentie en de nood aan een flexibele modus operandi in de EU, die ook België bepleit. We moeten op korte termijn concrete resultaten boeken. In de afgelopen maanden zijn bepaalde Europese hulpmechanismen voor Oekraïne geblokkeerd of gegijzeld door bepaalde EU-lidstaten. Dit is niet langer acceptabel. De tijd is tegen ons.

Pour qu'il n'y ait pas de mauvaise compréhension, il est clair que les pays que j'ai évoqués partagent cette vision européenne du conflit, avec la nécessité – au besoin, par le soutien militaire constant à apporter à l'Ukraine – d'obtenir par la force la cessation du conflit, même s'il y a lieu de déployer tous les efforts diplomatiques afin de parvenir à cette cessation par la négociation.

Het zestiende pakket EU-sancties tegen Rusland werd op 24 februari 2025 goedgekeurd. Het bevat bijkomende oplijstingen van personen en entiteiten die de Russische oorlogseconomie ondersteunen en nadere exportverboden op gevoelige goederen die de Russische oorlogseconomie ondersteunen, zoals chemicaliën, CNC-software en chroom. Ook worden verdere maatregelen getroffen tegen de Russische transport- en infrastructuursectoren. Daarbovenop wordt een importverbod van aluminium uit Rusland toegevoegd. Verder zijn er veel technische wijzigingen die dienen om sanctieomzeiling tegen te gaan en de uitvoering te vereenvoudigen.

In het zestiende pakket worden ook meer dan 70 schepen uit de Russische schaduwvloot gesanctioneerd. Verder worden de bewegingen van die schaduwvloot nauw gevolgd door de maritieme autoriteit van lidstaten en door de Europese Commissie. Landen die aan de Noordzee of Baltische Zee grenzen, waaronder België, zijn zich erg bewust van de mogelijke dreiging die uitgaat van die schaduwvloot. Zij werken samen om die schepen stil te leggen en de uitbreiding van de vloot tegen te gaan. Daarbij wordt ook actief samengewerkt met de zogenaamde vlaggenstaten wereldwijd.

Diplomatiek overleg is nog volop aan de gang om de volgende stappen te bepalen die de Europese Unie zou kunnen nemen. De komende Europese Raad van 6 maart 2025 zal zich over dat thema buigen.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden.

Het is inderdaad van cruciaal belang dat Europa niet buitenspel wordt gezet in dit conflict en dat wij gezamenlijk blijven opkomen voor de soevereiniteit en de veiligheid van Oekraïne. Ik ben blij dat u binnen maar ook met de Europese Unie blijft aandringen op een volwaardige rol aan de onderhandelingstafel. Enkel door een sterke, eensgezinde Europese houding kunnen wij voorkomen dat beslissingen over Oekraïne zouden worden genomen zonder Oekraïne. Het is essentieel dat onze steun aan Oekraïne, zowel militair als humanitair, onverminderd doorgaat. Het is zoals u zegt, België blijft een bondgenoot van Oekraïne. Dat is meer dan nodig.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, franchement, je voudrais vous féliciter pour votre réponse. Vous rendez honneur à ce pays, à l'Union européenne et à la victime, l'Ukraine. Je vous remercie pour cela.

Cependant, vous êtes quelque part coincé, au sein de cette majorité, avec la vision pro-atlantiste qui était dans la déclaration de politique gouvernementale et qu'il va falloir rapidement corriger. Je serai attentif à ce que le sommet européen du 6 mars donnera, car je suis convaincu, comme vous, que c'est l'occasion de construire une nouvelle feuille de route européenne, sans se résigner. Construisons cette feuille de route et réorientons notre politique économique, diplomatique, notre stratégie militaire également, sur le long terme. Abandonnons la centralité américaine comme point de référence!

Les États-Unis étaient nos alliés. Je croyais qu'ils allaient rester nos partenaires. Je me demande s'ils ne vont pas devenir, bientôt, un jour, nos adversaires. Je vous encourage, en tout cas, à faire tout ce que vous pouvez pour que nous soyons fermes. Je pense que Poutine, comme Trump sont des gens brutaux qui ne comprennent que les rapports de force et partagent très peu de valeurs morales et humaines. Bien sûr, on ne conduit pas le monde simplement sur des valeurs, il y a des rapports de force, mais l'Union européenne ne se laissera pas faire. Vous en avez été le témoin, ici, et je vous remercie d'avoir utilisé deux expressions importantes à propos du vote intervenu aux Nations Unies. Vous l'avez condamné publiquement et vous avez dit que c'était une honte. Je vous remercie pour cela.

François De Smet:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos propos assez forts sur ce qui s'est produit à l'ONU.

Non, nous ne pouvons pas accepter, au XXI e siècle, que la force entérine des frontières en Europe. C'est impossible, de sorte qu'on a raison d'en faire une question de principe. Non, nous ne pouvons pas accepter la lecture actuelle des É tats-Unis, et nous devons nous en émanciper. J'ai l'impression que les Européens sont en train de se diviser en deux blocs: ceux qui pensent qu'il est encore possible de raisonner M. Trump en allant le voir et en lui expliquant la réalité de la situation, et les autres, qui, eux, ont conscience que cet homme est imprévisible.

Or, si on fait preuve de lucidité face à ses propos et à ses intentions ainsi qu'à ceux de ses proches, il y a un tropisme pro-russe qu'il faut pouvoir intégrer avec cette administration. En tout état de cause, nous pensions tous que le premier Trump serait une parenthèse, et il ne faut pas faire l'erreur de penser que le deuxième en sera une également, même si nous espérons tous pouvoir un jour reprendre nos partenariats avec les Américains.

Nous ne sommes pas encore autour de la grande table européenne en raison de la faiblesse de notre aide militaire, mais nous avons une compensation sous la forme de notre vaste réseau diplomatique – vous en êtes désormais à la tête – qui permet à la Belgique, aux moments clés de l'histoire, de jouer un rôle essentiel. Je ne peux donc que vous encourager à continuer à mettre un pied dans la porte et à continuer à ne pas exclure la possibilité que la guerre se poursuive. En effet, il est tout à fait possible que les efforts de paix n'aboutissent pas. Dans un tel cas, nous devrons être au rendez-vous et apporter l'aide militaire à l'Ukraine.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, de steun van ons land aan Oekraïne moet inderdaad krachtig en duidelijk zijn. Oekraïne misprijzen door te roepen dat het een conflict zou hebben uitgelokt, kunnen wij niet aanvaarden. Het is goed dat dat hier wordt veroordeeld.

Als N-VA-fractie zullen wij de zoektocht naar middelen voor defensie blijven ondersteunen. Minister Francken is daar op het moment al mee bezig. We moeten ervoor zorgen dat we klaar staan om onze toch bijna buur, Oekraïne, verder te helpen.

Ik ben verheugd over de rechtzetting in verband met de middelen. Als Europa effectief 134 miljard steun heeft gegeven aan Oekraïne en de VS 114 miljard, zoals u nu zegt, dan moeten we er rekening mee houden dat men zich aan de andere kant van de Atlantische Oceaan een beetje rijk aan het rekenen is. Hoezeer we ook een partner blijven van de Verenigde Staten, het kan niet dat ze zich rijk rekenen op de rijkdommen en de mineralen die in Oekraïne aanwezig zijn. Het factchecken van de cijfers is belangrijk. We zullen dat moeten blijven doen.

Zoals u aangaf, is het heel belangrijk dat een vredesakkoord onderhandeld wordt met de partners aan tafel. Het kan niet anders dan dat Oekraïne en de Europese Unie daarbij aanwezig zijn. U krijgt al onze steun om er met eerste minister De Wever voor te gaan en om het vredesakkoord te bepleiten met de mensen die echt aan zet zijn.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw krachtig antwoord. Er kan inderdaad geen duurzame vrede zijn zonder Oekraïne aan de tafel, en ook niet zonder de Europese Unie die in veiligheidsgaranties zal moeten voorzien. Het is ook belangrijk dat we blijven inzetten op militaire en humanitaire steun en dat er in de Europese Unie eensgezindheid bestaat, zodat we een krachtig signaal kunnen geven en ons lot in eigen handen kunnen nemen, samen met Oekraïne. Ik heb Kiev twee keer bezocht tijdens de oorlog en het is me bijgebleven dat de miljarden euro's die we hebben gegeven nog altijd niet voldoende zijn. Ik herinner me heel goed het discours aldaar: Oekraïne moet kiezen waar ze één kogel kunnen inzetten om hun grondgebied en hun burgers te beschermen tegenover zes kogels voor Rusland. Dat is onaanvaardbaar. We moeten steun blijven geven en mogen ons niet voorhouden dat het genoeg is. Onze regering is in dat verband eensgezind, net als de oppositie.

Het Europese overleg over Oekraïne en de Europese defensie
Het Europese overleg over Oekraïne
Europese veiligheidsstrategie

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 20 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Europa’s afhankelijkheid van de VS en de dreiging van Trump’s pro-Russische houding, waarbij kritiek is op plannen voor extra Amerikaanse wapeninkopen (F-35’s) en de passiviteit tegenover Trump’s verdeel-en-heersstrategie (o.a. Oekraïne, Groenland). De Wever benadrukt meer Europese defensie-investeringen en eensgezindheid (steun aan Oekraïne, "vrede door kracht"), maar ontwijkt concrete antwoorden over wapenbestellingen. Mertens en Van Hoof waarschuwen voor blind vertrouwen in de VS en pleiten voor strategische autonomie, zonder de trans-Atlantische band volledig te verbreken. Kernpunt: Europa moet zelf veiligheid garanderen, maar blijft verdeeld over hoe om te gaan met Amerikaanse en Russische belangen.

Peter Mertens:

Mijnheer de eerste minister, in De Tijd zegt minister van Defensie Francken dat we ons beter wat zouden inspireren op het Amerikaanse model, dat de sociale zekerheid iets voor wussies is en dat we beter nog wat meer Amerikaans materiaal zouden bestellen.

Ik heb het gevoel dat er in Europa een soort Stockholmsyndroom heerst, want sinds de eerste dag dat Donald Trump opnieuw president is geworden, heeft hij alleen maar gehandeld alsof de Europese lidstaten niet van tel zijn. Dat was al duidelijk in de Groenlandkwestie, een land vol mineralen dat al 800 jaar bij Denemarken hoort en waarvan Theo Francken trouwens zegt dat de Verenigde Staten het best mogen hebben. Er kwam daarop zo goed als geen reactie.

Dat was ook duidelijk met de inmenging van Elon Musk in de politieke aangelegenheden in Europa, met name in Duitsland. J.D. Vance heeft dat nadien nog eens overgedaan. Er kwam daarop enkel een erg flauwe reactie. Dat is vandaag opnieuw het geval met de deal tussen Trump en Poetin over Oekraïne, waarbij Trump wil dat Europa de oorlogskosten draagt en hij met de kostbare grondstoffen kan gaan lopen. Get real , Trump is niet de vriend van de Europese Unie en zal dat ook niet worden. Het is niet door meer materiaal te bestellen bij Lockheed Martin dat Trump van mening zal veranderen.

Mijn vraag aan u en aan deze regering is of deze regering nog steeds van plan is om, zoals Theo Francken beweert, extra F-35's in de Verenigde Staten te bestellen, F-35's die trouwens niet kunnen opstijgen zonder de toestemming van het Pentagon. Is ons land nog steeds van plan om meer militaire bestellingen bij de VS te plaatsen in de hoop dat Trump daardoor kalmeert?

Els Van Hoof:

Mijnheer de premier, de mensen liggen wakker van de dagelijkse onheilsberichten die de wereld op zijn kop zetten. Donald Trump heeft duidelijk geen gebrek aan fantasie: Zelensky is een dictator en Oekraïne is verantwoordelijk voor de oorlog. Er is duidelijk een open lijn tussen Moskou en Washington. Trump lijkt wel een Russische onderhandelaar, bijna een communist, mijnheer Mertens.

Moskou kan zich geen beter openingsbod indenken. Het vredesplan van Trump is duidelijk een capitulatie, terwijl we net nood hebben aan veiligheidsgaranties, zowel voor Oekraïne als voor Europa. Als kers op de taart lijkt het erop dat Oekraïne verdeeld wordt in Russische en Amerikaanse wingewesten, terwijl Oekraïne en de Europese Unie lijdzaam moeten toekijken. We vragen ons dus af of de Verenigde Staten nog een bondgenoot zijn.

We hebben vandaag nood aan een Europese sense of urgency en aan eensgezindheid. Daarnaast zijn er meer investeringen in veiligheid en meer investeringen in defensie nodig. Ik ben het dus niet eens met de communistische partij hier. We moeten de duidelijke boodschap brengen dat er geen Oekraïense vrede komt zonder Oekraïne en dat er geen Europese veiligheidsregeling komt zonder Europa.

Mijnheer de premier, wat werd er besproken tijdens de al dan niet virtuele digitale top in Parijs? Welke boodschap zal Macron brengen in Washington? Als er geen eensgezindheid is tussen de 27 lidstaten, is er dan bereidheid tot samenwerking tussen gelijkgezinde staten?

Bart De Wever:

Bedankt, collega Van Hoof, om alle vragen te stellen waarover wij gezworen hadden te zullen zwijgen. Ik zal mijn best doen.

Mijnheer Mertens, het viel mij op dat er een langgerekte aanval op Trump was – daar is misschien een reden voor, het is nog altijd een NAVO-bondsgenoot – maar geen kwaad woord over Vladimir Poetin. Dat viel me wel op in uw tussenkomst.

De eerste twee weken van mijn premierschap, dat nog twintig jaar zou moeten duren, waren alleszins redelijk vermoeiend. Er was de defensietop, er waren heel wat bilaterale contacten met regeringsleiders, er was een gesprek met de voorzitter van de Europese Raad, er was een onderhoud met de Oekraïense premier en gisteren was er de informele top van Macron in Parijs. Het waren drukke weken, met als voornaamste onderwerp uiteraard het onderwerp van uw vraag.

In het laatste overleg in Parijs was de pertinente vraag die iedereen bezighield hoe een duurzame vrede er nu uit zou zien. Hoe kan die eruit zien? Wat is daarvoor nodig? Het is natuurlijk een zaak om die oorlog te doen stoppen, het is een andere om te verzekeren dat Rusland geen nieuwe aanvallen op Oekraïne of op het Westen zou kunnen lanceren. Ik herinner u aan de Minskakkoorden van 2014-2015, zeven jaar later door Rusland versnipperd met een brutale invasie.

Het is dus alleszins zeker dat ons land meer defensie-inspanningen zal moeten leveren, om bij te dragen tot de veiligheid van ons continent. Inderdaad, ons defensiebudget zal stijgen en wij zullen op een verstandige manier met die centen omgaan, mijnheer Mertens.

Ik denk dat in Europa heel wat beslissingen, die anders misschien heel veel tijd vragen, met betrekking tot de integratie van de markten, tot minder wapensystemen, tot intelligente keuzes over de eigen productie en intelligente keuzes over de aankoop weleens op korte termijn zouden kunnen worden genomen, maar het moet gebeuren.

Ik moet discreet blijven over het overleg in Parijs, maar ik zal u de principes meegeven, waarvan iedereen wel weet heeft en die voor alle deelnemende naties enorm belangrijk zijn.

Ten eerste moeten we de steun aan Oekraïne volhouden. Daarover waren we het allemaal eens. Ten tweede zal een deal zonder Oekraïne en zonder Europa nooit een aanvaardbare optie zijn en nooit tot een gewenst resultaat leiden. Men kan de Europeanen niet vragen een vredesbestand te verdedigen aan hun buitengrens waarover zij geen zeggenschap hebben gehad. Ik moest terugdenken aan de 18 e eeuw, namelijk aan 1713 en de vrede van Utrecht met Melchior de Polignac: "Nous traiterons de vous, chez vous, sans vous". Die vernedering weerklinkt nog altijd in de geschiedenis en die mag zich niet herhalen. Ten derde en ten slotte was iedereen het erover eens dat de Europese landen en bijkomende partners zoals Canada, het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en IJsland op korte termijn beslissingen moeten nemen om die posities kracht bij te zetten: peace through strength .

President Macron heeft aangegeven de nodige contacten hiervoor te leggen. Hij heeft een leiderschapsrol opgenomen en zou coördineren met de EU en de NAVO. We zullen de lijnen met die partners heel kort houden.

Het is alleszins zeker dat agressie richting Europa niet mag worden getolereerd en dat Rusland de agressor en Oekraïne het slachtoffer is. Het vrije democratische westen heeft maar een keuze, als het trouw wil blijven aan zijn waarden: Oekraïne steunen op weg naar een door hen aanvaardde en duurzame vrede. Dat zal ook de boodschap zijn die ik morgen uitspreek, wanneer ik president Zelensky zal spreken. Ik hoop dat ik die boodschap kan geven met de ondubbelzinnige steun van ieder lid in dit halfrond. Slava Ukraini! (Applaus)

Peter Mertens:

Mijnheer de eerste minister, het valt mij op dat u in het regeerakkoord heel veel spreekt over Poetin en wellicht is dat terecht. Over de Verenigde Staten staat er één belangrijke zin in dat regeerakkoord, namelijk dat het onze belangrijkste en beste bondgenoot voor wereldwijde stabiliteit is. Wel, ik mag hopen dat u noteert wat de president vindt over bijvoorbeeld Panama, dat u noteert wat hij vindt over bijvoorbeeld Groenland, een deel van de Europese Unie nota bene, dat u noteert wat de president denkt over Gaza, dat hij wil opkopen, en dat u beseft wat hij nu aan het doen is met Poetin, namelijk het onderling verdelen van Oekraïne en het roven van de grondstoffen. Dat is hetgeen gebeurt.

Ik had een beetje zelfreflectie van de Europese leiders verwacht. Ook in ons land had ik een klein beetje zelfreflectie verwacht. Is het wel strategisch voor Europa om ons wagonnetje aan dat van de Verenigde Staten te blijven hangen? Is het wel strategisch om daar nieuw materiaal te bestellen? Daarop hebt u trouwens niet geantwoord en dat is heel duidelijk.

Els Van Hoof:

Mijnheer de premier, om toch al een tipje van de sluier te lichten, ik nam in mijn vraag dezelfde positie in al u. Wat we nodig hebben en dit is wat mensen willen, is duurzame vrede. Mijnheer Mertens, mensen willen veilig zijn. Dat betekent ook investeren in Europese defensie. Wij moeten onze eigen belangen kunnen behartigen. Moeten we daarom de trans-Atlantische bruggen opblazen? Nee, maar we moeten wel onze eigen boontjes kunnen doppen, want het is heel duidelijk dat Europa solidair moet blijven met Oekraïne. Europa kan namelijk niet veilig zijn zonder een veilig en soeverein Oekraïne. Het is onze morele plicht om die waarden te verdedigen, zoals we altijd hebben gedaan, en we mogen Oekraïne dus niet in de steek laten.

De defensiebegroting
Het Defensiefonds
De uitspraak van de Secretary of State van de VS over de investering van 5 % van het bbp in defensie
De modaliteiten van het Defensiefonds en de weg naar de 2 %-norm
Het Defensiefonds
De uitspraken van de minister van Defensie in de pers
Het Defensiefonds
Financiering, begroting en investeringen in defensie

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 19 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De nieuwe minister van Defensie, Theo Francken, bevestigt de NAVO-doelstelling van 2% BBP voor defensie tegen 2029 (nu ~1,3%), gefinancierd via een Defensiefonds (dochter van SFPIM) en structurele budgetverhogingen (1 miljard extra tegen 2029). Het fonds, gevuld met opbrengsten uit verkoop van staatsdeelnemingen (bv. Proximus, bpost) en dividenden, moet 2,4-3 miljard opleveren, maar kritiek blijft over de structurele houdbaarheid en mogelijke afbouw sociale zekerheid—wat Francken ontkent, ondanks eerdere uitspraken over "Amerikaanse keuzes". Kernpunten: financieringsonzekerheid (beurswaarden laag, EU-budgetregels onduidelijk), spanningsveld met sociale uitgaven (tegenstand Vooruit), en druk om naar 3-5% BBP te gaan (NAVO-top Den Haag). Oppositie eist parlementair toezicht op verkoop staatsactiva en Europese defensie-autonomie, terwijl Francken praktische samenwerking en transparantie via commissiebezoeken belooft.

Voorzitter:

Minister Francken, ik heet u als nieuwe minister van Defensie van harte welkom. Het is alvast een goed begin. De eerste week dat wij u oproepen om vragen te komen beantwoorden, komt u daar meteen aan tegemoet. Houd dat zeker vol. Op de agenda staan vragen over thema's die we ongetwijfeld tijdens de behandeling van uw beleidsnota dieper kunnen bespreken, maar enkele eerste reflecties zijn wellicht welgekomen.

Nabil Boukili:

J’ai deux questions dans ce débat que je vais regrouper. Monsieur le ministre, félicitations pour votre nouveau poste. Depuis que vous êtes désigné comme ministre de la Défense, vous avez été présent dans les médias et notamment la semaine dernière. Plusieurs de vos déclarations ont d'ailleurs fait froncer les sourcils.

Je vais prendre quelques citations tirées de votre entretien avec le journal De Tijd . Je vous cite: "Pendant des années, on s’est moqué des Américains pour leur pauvreté, leurs addictions, leur manque de filet social ou le fait qu’ils doivent payer 1000 dollars chez le dentiste. On ne voulait pas y vivre parce qu’ils consacraient tout leur argent à la sécurité dure. Il est évidemment bien plus agréable de dépenser de l’argent pour les pensions, le chômage, un système de santé cubain où pour 13 euros, on peut sortir de la pharmacie avec un grand sac de médicaments, mais qui a raison aujourd’hui?"

Vous éprouvez également beaucoup de compréhension envers les ambitions impérialistes de Trump au Groenland et là, je vous cite encore: "les Danois sont peut-être de courageux vikings mais ils restent petits. Je préfère que les Américains gardent la situation bien sous contrôle là-bas".

Tout cela, monsieur le ministre, témoigne d’une vision et d’une logique assez dangereuse qui ne nous rapprochera en rien de la paix, d’une Europe de plus en plus militarisée et agressive et d’une Belgique où les droits sociaux sont sacrifiés au nom de la militarisation. Au lieu de notre sécurité sociale, vous privilégiez comme vous dites la sécurité dure, à l’américaine: moins de sécurité sociale pour les travailleurs et les pensionnés, toujours plus d’argent pour les multinationales de l’armement.

Le gouvernement Arizona a décidé d'augmenter fortement le budget de la Défense au cours de la prochaine législature. Ainsi, l'accord de coalition et les tableaux budgétaires prévoient qu'il sera porté à 2 % du PIB d'ici 2029 et même à 2,5 % du PIB d'ici 2034, pour répondre à la norme de l'OTAN. Le STAR-plan sera davantage financé et il y aura également un Fonds de défense. L'objectif est de vendre des participations publiques dans des entreprises pour investir dans l'industrie de la défense belge. Vous avez dit que ces 2 % signifieront 12 milliards d'euros; c'est structurellement 4 milliards de plus qu'aujourd'hui. Et là, vous indiquez déjà que vous ne voulez pas vous arrêter là.

Dès lors, monsieur le ministre, jusqu'où voulez-vous aller, jusqu'à 3 % ou bien 5 % comme le proposent aujourd'hui les États-Unis – ce qui représente 30 milliards par an, selon vos propres mots? Et nous savons où vous allez trouver cet argent. Vous comptez couper dans la sécurité sociale. À ce sujet, vous êtes assez honnête.

Monsieur le ministre, savez-vous ce que cela va coûter aux gens et aux travailleurs? Un économiste de l'Université de Gand l'a calculé. Atteindre les 2 % coûtera 1 000 euros à chaque famille. Autre exemple, si on applique le taux de 3,5 %, comme le souhaite Mark Rutte, chef de l'OTAN, uniquement aux pensions, cela signifie que l'on réduit de 20 % les pensions versées aux travailleurs.

Monsieur le ministre, est-ce là l'avenir que vous envisagez pour la Belgique? Voulez-vous vraiment que la Belgique s'oriente vers un modèle américain de sécurité sociale et de soins de santé? La ministre flamande, Caroline Gennez, qui appartient à un parti de votre coalition, a déclaré vendredi dernier sur la VRT: "Avant tout, n'abusons pas de nos investissements dans la Défense pour démanteler l'État providence et la sécurité sociale". C'est la ministre Gennez qui le dit.

Voorzitter:

Pouvez-vous terminer, s'il vous plaît, monsieur Boukili?

Nabil Boukili:

Oui, monsieur le président, je suis en train de conclure. C'est ma dernière question.

Monsieur le ministre, confirmez-vous que vous la contredisez et que vous voulez encore réduire la sécurité sociale pour les travailleurs en Belgique?

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, gefeliciteerd met uw aanstelling. Ik kijk uit naar een constructieve samenwerking over meerderheids- en oppositiegrenzen heen.

Ik heb een vraag over het Defensiefonds. Onze krijgsmacht staat of valt met het budget. We weten allemaal dat defensie al jaren op haar tandvlees zit en dat het nodig is om er extra in te investeren. Op pagina 8 van het regeerakkoord staat dat het grootste deel van de extra financiering van Defensie zal gebeuren via het nieuwe Defensiefonds. Tijdens het nachtelijke debat van 6 februari hebt u aangegeven dat dit een cruciaal element is om de doelstelling van 2 % van het bbp te halen. Het plan is om dit fonds te spijzen met de verkoop van geselecteerde overheidsparticipaties. Tijdens dat debat hebt u ook aangegeven dat in de komende weken of maanden het Defensiefonds zal worden opgericht en dat dit bij koninklijk besluit bevestigd zal worden.

Ik steun de ambitie in het regeerakkoord om 2 % van het bbp te halen. Dat is slechts een stap in de goede richting, maar het is wel een noodzakelijke stap. Alleen is het me op dit moment nog onvoldoende duidelijk waar de regering die middelen vandaan zal halen. De bedragen die nu in de budgettaire tabel staan, volstaan niet. Ik begrijp echter dat het Defensiefonds het verschil zal dichtrijden.

Ik heb hierover een aantal vragen voor u. Kunt u de werking van het Defensiefonds kort toelichten? Kunt u toelichten over welke geselecteerde overheidsparticipaties het gaat? Waar staat men nu met de oprichting van het Defensiefonds? Zijn er al gesprekken geweest met de SFPIM?

U schat dat het Defensiefonds ongeveer 2,4 miljard zal moeten opleveren, als men ervan uitgaat dat het bbp niet meer wijzigt tussen nu en 2029. Houdt u rekening met een stijging? Zal die er dan voor zorgen dat ook het budget van het Defensiefonds zal stijgen?

In de budgettaire tabel voorziet men in middelen voor rattrapage van het STAR-plan en voor extra middelen. Komen die middelen ook uit het Defensiefonds of zijn ze al afgesproken binnen de huidige begroting? Kunnen we erop rekenen dat die middelen alvast genoteerd staan tot en met 2029?

Hoe zal het Defensiefonds een structurele oplossing bieden op lange termijn? De verkoop van geselecteerde overheidsparticipaties zorgt voor een eenmalige opbrengst. We kunnen wel rekenen op dividenden enzovoort, maar hoe zal het Defensiefonds ertoe leiden dat we de NAVO-norm op een structurele manier kunnen halen?

François De Smet:

Mijnheer de minister, allereerst proficiat! Félicitations. Ce n'est pas un secret, nous sommes souvent d'un avis différent. Cependant, il y a toujours eu du respect et je sais combien vous êtes motivé par cette mission, combien vous êtes préparé dans cette mati è re qui vous passionne. En ces temps difficiles, je crois qu'il en va de l'intérêt général que vous réussissiez. Ce sont des temps à la fois ardus et passionnants pour être ministre de la Défense.

Le 13 février, vous avez fait connaissance de votre homologue américain, Pete Hegseth, lors d'une rencontre à l'OTAN à Bruxelles. Ce dernier est revenu sur les déclarations de son président, M. Trump, exigeant que les pays de l'OTAN consacrent 5 % de leur PIB aux dépenses militaires, disant qu'il a raison. Personnellement, je soutiens fortement la fameuse marge des 2 %. Il faut être réaliste et prendre conscience du monde dans lequel nous basculons. Sur ce point, franchement, l'accord de gouvernement est bon. Mais nous savons combien atteindre cette marge des 2 % est déjà difficile pour de nombreux pays européens, dont la Belgique. La plupart des partenaires à cette réunion auraient quand même déjà indiqué que ces 5 %, c'est irréaliste. Et certains font valoir que même les États-Unis n'y sont pas.

Monsieur le ministre, faut-il prendre, selon vous, ce chiffre de 5 % au sérieux? Avez-vous eu l'occasion de discuter avec le secrétaire d'État américain des efforts que vous comptez entreprendre pour atteindre déjà les 2 %?

S'agissant du Fonds défense, nous sommes toujours dans l'expectative. D'après l'accord de gouvernement, une première tranche de vente de certains actifs serait prévue déjà cette année. Quand? Quoi? Pour combien? On ne sait pas. J'ai beau être un fervent partisan de l'investissement vers les 2 %, je ne voudrais cependant pas que cela se fasse dans une précipitation qui braderait nos actifs. Donc, il y a un vrai sujet. Je ne voudrais pas que la nécessité d'un Fonds défense soit une occasion de liquider prestement quelques bijoux de famille de l'État belge. Qui va décider? Est-ce un dialogue avec votre collègue Mme Matz? Y a-t-il une vision stratégique précise pour ne pas brader des actifs à un mauvais moment? Quand atteindrons-nous ce cap des 2 %?

Annick Ponthier:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik heb het al aangegeven, u hebt met Defensie een mooi en uitdagend departement voor uw rekening mogen nemen. Ik wil u daarmee oprecht succes toewensen.

U hebt in een van uw eerste toelichtingen ook gesteld dat u met de huidige regering de 2 %-norm tot doel stelt tegen 2029. Dat is natuurlijk beter dan niets, maar het is uiteraard onvoldoende om aan de NAVO-verwachtingen te voldoen en onze eigen defensiecapaciteiten te actualiseren, wat u ook al hebt bevestigd.

U hebt zich, indien ik u mag citeren, vorige week de oren moeten laten wassen op het eerste overleg met de Amerikaanse minister van Defensie. U zou in een Defensiefonds voorzien om zo snel mogelijk naar de 2 %-norm te evolueren. Dat fonds zou de regering financieren door de verkoop van overheidsparticipaties. Er wordt in dat verband gesproken – u zult dit misschien bevestigen – over Proximus en bpost.

Het probleem is echter dat hun aandelen op een historisch laag peil staan. De cijfers die wij tijdens de bespreking van het regeerakkoord hebben gekregen, met name de begrotingstabellen en de tabellen die ons toen werden bezorgd, brachten naar onze mening alvast geen soelaas. Met 1,1 miljard euro extra komt de regering er niet. Ze zal uit het Defensiefonds naar mijn mening – u kunt dit misschien bevestigen – maar liefst 2,4 miljard euro nodig hebben. De verkoop van de geselecteerde overheidsparticipaties zal daartoe niet volstaan.

Ik heb de volgende vragen.

Kunt u op dit moment al een soort status quo over het Defensiefonds geven? Kunt u een groeitraject voorleggen voor de stijving van het fonds?

Hoeveel zou de verkoop van die overheidsparticipaties naar schatting opbrengen? Hoeveel zou de verkoop de Staat en de burger kosten? De verkoop van aandelen tegen lage waarden betekent een verliespost voor de Staat.

Zal de verkoop van de participaties volgens u voldoende zijn om de geschatte 2,4 miljard euro op te leveren? Zijn er bijkomend andere financieringsmogelijkheden uitgewerkt om het traject te halen? Is er al definitief beslist dat de participaties waarvan sprake zullen worden verkocht? Wat is de langetermijnvisie qua financiering van de bijkomende middelen voor Defensie?

Ten slotte, mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, hoe zult u rekening houden met een stijging van het Belgische bruto binnenlands product en dus met een verhoging van de eventueel benodigde 2,4 miljard euro uit het Defensiefonds? Hoe zult u rekening houden met de verwachte hogere NAVO-budgetnormen tegen 2029, waarvan zowel secretaris-generaal Rutte als president Trump al gewag heeft gemaakt?

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, ook ik wil u van harte welkom heten in onze commissie in uw nieuwe functie. Het thema van het Defensiefonds kwam ook al aan bod tijdens de nachtelijke bespreking van het regeerakkoord, omdat het de aanzienlijke stijging van de defensiemiddelen moet helpen financieren. Zolang we daarop geen zicht hebben, dreigt uw beleid met al uw maatregelen aankondigingspolitiek te blijven. Ik heb dus een aantal belangrijke vragen over het Defensiefonds.

Hoe ziet u het Defensiefonds concreet? Welke timing voorziet u voor de uitrol?

Op welke manier zult u ervoor zorgen dat het fonds na een jaar niet uitgeput is? Als we het fonds immers met eenmalige inkomsten stijven, kunnen we dat geld ook maar eenmalig uitgeven. Ik ben dus zeer benieuwd naar uw aanpak opdat het Defensiefonds de structurele uitgaven, goed voor 2 %, in de praktijk consequent zal financieren.

U gaf tijdens het debat aan dat het voor een deel van de uitgaven nog niet duidelijk was of ze binnen of buiten de begrotingsdoelstellingen zouden worden aangerekend. Daarover zou op Europees vlak snel duidelijkheid komen. Is die duidelijkheid er al? Moeten die uitgaven binnen of buiten de begroting worden gerekend?

Verder spreekt men van 2 %, 2,5 % en 2,7 %, maar hoeveel miljarden vertegenwoordigen die percentages concreet? Dat bedrag werd al eens genoemd in de pers, maar het is ook van belang om dat hier in het Parlement te zeggen, zodat we daarop een duidelijk en ondubbelzinnig antwoord hebben.

Er moet ook 600 miljoen voor enablement en force mobility komen. Het gaat daarbij over investeringen in bruggen, wegen en havenkaaien, zodat het materiaal snel op zijn bestemming komt en de troepen zich snel kunnen verplaatsen. Dat gaat echter vooral om gewestelijke investeringen. Gaat dat over nieuwe middelen of worden daarvoor bestaande investeringen geherclassificeerd? Zijn daarvoor ook al akkoorden gemaakt met de gewesten? Nemen zij die kosten op zich en is dat dan al in hun budgetten ingeschreven?

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, félicitations pour votre nouvelle fonction. Nous vous souhaitons beaucoup de succès, même si nous ne manquerons pas de souligner les débats et les contradictions.

Le gouvernement a annoncé une augmentation significative du budget de la Défense au cours de la prochaine législature. Vous êtes l'un des rares ministres à pouvoir bénéficier d'une telle augmentation. Je vous en félicite! L'objectif est d'atteindre 2 % du PIB d'ici 2029 et même 2,5 % d'ici 2034 afin de répondre aux exigences de l'OTAN.

Comme l'ont mentionné les collègues, il s'agit d'un renforcement budgétaire qui passe notamment par le financement accru du plan STAR et la création d'un Fonds de défense destiné à investir dans l'industrie de la défense belge. Ce fonds, selon l'accord de votre gouvernement, sera alimenté par la cession de certaines participations publiques dans des entreprises. Cependant, la vente d'actifs publics constitue une mesure ponctuelle qui ne garantit pas forcément des ressources structurelles à long terme.

Cela soulève une question fondamentale: comment le gouvernement entend-il assurer la pérennité financière de ce fonds tout en évitant que nous soyons dépouillés de nos structures publiques? Mon collègue a évoqué les enjeux liés à la Région. Y a-t-il eu des discussions avec la Région concernant le budget annuel de 600 millions d'euros qui serait consacré à la mobilité militaire?

Plusieurs zones d'ombre subsistent sur la trajectoire budgétaire. Quel est le pourcentage actuel du PIB consacré à la Défense et à combien cela correspond-il en milliards d'euros? Quel budget serait-il nécessaire pour atteindre 2 % du PIB en 2029? Quels achats supplémentaires sont-ils prévus dans le cadre du plan STAR? Quelles participations publiques seront-elles vendues et quelles entreprises ou industries seront-elles ciblées par ces investissements?

Étant donné l'importance de ces enjeux, les contacts avec le niveau européen sont cruciaux. Avez-vous déjà obtenu l'aval de la Commission européenne concernant l'impact budgétaire de ces investissements? Dans le cas contraire, avez-vous déjà eu des contacts avec cette dernière?

Voorzitter:

Alle vraagstellers zijn aan het woord gekomen. De collega's Safai en Lacroix wensen ook het woord te nemen.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, in de eerste plaats wil ik u verwelkomen in onze commissie in uw hoedanigheid van minister. Het zijn cruciale tijden. We zijn wel enorm blij dat iemand als u, met een groot hart voor defensie, deze functie mag opnemen. Ik hoop dat er heel veel zal gebeuren dat in de goede richting gaat voor onze defensie.

U hebt in deze commissie steeds gepleit voor het herbouwen van onze defensie. Heel veel collega's van andere partijen zagen ideologisch die noodzaak niet. Soms deden ze zelfs schertsend erover. Maar goed, wij worden hier nu met de neus op feiten gedrukt. In het verleden hebben we zelfs de tanks uitgefaseerd, we zouden alleen nog humanitaire missies doen, zo heette het toen. Daarom hebben wij nu een achterstand. Dit grenst aan nalatigheid. Ik ben blij dat u dit nu wilt aanpakken.

Het is duidelijk dat de budgettaire toestand van ons land en van Defensie geen eenvoudig vraagstuk is. De begroting op orde zetten, de arbeidsmarkt hervormen en herinvesteren in onze defensie zijn uitdagingen. Ik ben wel blij te vernemen dat deze regering, en u in het bijzonder, streeft naar een verhoging van ons defensiebudget, om minstens aan de huidige verplichtingen van de NAVO te voldoen.

Wij worden echter allemaal in snelheid genomen door de recente ontwikkelingen, laatst nog door de uitspraken van mevrouw Kallas, de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken. Mijnheer de minister, de vraag is dan wat realistisch haalbaar is. Wij vernemen vanuit Europese hoek dat voor defensie-uitgaven een uitzonderlijke situatie van toepassing moet zijn. Wat is voor u realistisch?

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, à mon tour, je voulais vous féliciter pour votre accession à ce ministère qui, je pense, vous tenait à cœur, déjà depuis longtemps comme député. Je vous ai prévu un petit cadeau. Ce n'est ni un Manneken Pis, ni une petite paire de baskets. C'est un ouvrage en néerlandais: la dernière biographie sur Churchill. Je sais que vous appréciez ce personnage, et je pense que dans les heures sombres que nous traversons en Europe...

De voorzitter : Nu krijgt u wel 15 seconden extra!

Christophe Lacroix:

Dank u wel. Il y aura des cadeaux à chaque question!

Dans les heures sombres que nous traversons, et après la conférence de Munich, je crois, monsieur le ministre, que vous devrez faire preuve, comme Churchill, de beaucoup de courage et de persévérance, et ne pas laisser les Daladier et les Chamberlain remporter la victoire ici en Europe. Sinon, nous aurons et la guerre et le déshonneur.

Je voulais aussi vous remercier, parce que lorsque je suis devenu moi-même ministre en 2014, vous m'aviez gentiment envoyé une lettre de félicitations. Ça ne se savait pas. Je le dis aujourd'hui car certains peuvent dire que vous avez beaucoup de testostérone mais, moi, je sais aussi que vous avez du cœur. Je tiens à le dire, parce qu'en dehors des conflits politiques, il faut savoir rappeler quand même qu'il y a des personnes derrière tout cela.

J'en viens à ma question. Monsieur le ministre, l'accord de gouvernement prévoit une augmentation additionnelle du budget de la Défense afin d'atteindre 2 % du PIB d'ici 2029. Nous avons eu des débats très longs en séance plénière sur l'accord de gouvernement.

Deux informations sont, semble-t-il, apparues. Tout d'abord, le gouvernement aurait décidé de neutraliser les investissements en matière de Défense, en présupposant ou en anticipant une décision en ce sens – totalement hypothétique à ce stade – de l'Union européenne. Ensuite, il a la volonté de créer un Fonds de défense financé par la vente d'actifs. Je comprends qu’il s’agit de la vente de biens de l'État fédéral.

Ces annonces soulèvent, et c'est bien légitime, de nombreuses questions. Pouvez-vous me faire le point sur l'augmentation du budget militaire telle qu'elle figure dans l'accord de gouvernement? Sur quelle base auriez-vous décidé de neutraliser certaines dépenses? Comment et selon quel timing cette augmentation aura-t-elle lieu? Surtout, comment fonctionnera ce Fonds de défense? Savez-vous déjà quels actifs seront vendus pour l'alimenter?

Enfin, dans cette augmentation budgétaire, avez-vous pris en compte l'impact du prolongement de la carrière des militaires jusqu'à 67 ans? Votre prédécesseur avait chiffré cet impact à plusieurs milliards d'euros.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, ook van mijn kant wens ik u van harte proficiat met uw aanstelling. Het doet deugd om te zien dat het departement Defensie een minister krijgt die gepassioneerd en gemotiveerd is. Dat is in het verleden anders geweest. Ik wens u veel succes. Fair winds and following seas , zoals men bij de marine zegt.

Collega's, de wereld staat in brand en investeren in defensie is noodzakelijk. Investeren in onze internationale veiligheid is meer dan noodzakelijk. Dat is wat ook in het regeerakkoord staat. Vandaag verwacht de NAVO al dat wij 2 % investeren, maar wij zitten op 1,27 %, afgerond 1,3 %, als ik mij niet vergis. Er is dus een serieuze gap op te vullen richting de 2 %, die eigenlijk vandaag al door de NAVO wordt gevraagd en die op de NAVO-top in Wales een aantal jaren geleden eigenlijk ook werd afgesproken.

Ik denk dat ik een open deur intrap als ik zeg dat er na de top van Den Haag wellicht een hoger percentage zal worden gevraagd of afgesproken. Ik wil daarop niet vooruitlopen, maar we hebben deze week de kans gehad om in de parlementaire assemblée van de NAVO onze oren te luisteren te leggen. Iedereen voelt aan zijn theewater dat de vraag wellicht zal komen om naar een hoger percentage te gaan.

Collega's, we zitten in ons land ook met een enorme budgettaire uitdaging, die ongezien is en waaraan deze regering het hoofd moet bieden. Die twee met elkaar matchen, is absoluut niet evident. Hoe zult u de budgettaire situatie van ons land matchen met de vraag naar massaal meer investeringen, mijnheer de minister? Als men in de middelen voorziet, dan moet men ook in voldoende personeel en voldoende infrastructuur voorzien om die middelen en dat personeel ook te huisvesten.

Mijnheer de minister, hoe zult u die twee verenigen? Kunt u al een tipje van de sluier oplichten over de 2 % en het tijdspad van de verhoogde investeringen bij Defensie?

Voorzitter:

Mijnheer de minister, na al die liefdesverklaringen geef ik u het woord.

Theo Francken:

Dank u, collega's. Merci beaucoup, chers collègues. Merci aussi, monsieur Lacroix, pour vos mots chaleureux.

Ik zal mijn best doen als minister. Het is mij een eer om dat mandaat uit te oefenen. Ik heb daar lang aan gewerkt. Alleszins ga ik aan de slag net tijdens een heel interessant tijdsgewricht. We zullen zien hoe de situatie de komende maanden en jaren zal evolueren.

Il me paraît très important d'inclure aussi la commission de la Défense nationale, car il est nécessaire que vous voyiez en pratique comment cela fonctionne. Vous avez déjà participé à beaucoup de visites. Je pense que la Défense va encore vous inviter plus souvent, comme je l'ai demandé au CHOD.

Ik heb aan de CHOD gevraagd om u geregeld uit te nodigen, uiteraard als dat vanuit het oogpunt van de operational security mogelijk is. Wat bijvoorbeeld militaire mobiliteit betreft, vindt er binnenkort een Fort to Port plaats in Antwerpen. Normaliter zullen wij daarnaartoe kunnen gaan. Momenteel zijn veel zaken aan de gang. Het is de bedoeling dat de commissie daarbij wordt betrokken. Ik hoop u dan ook maximaal bij die evenementen te ontmoeten. Uw parlementaire werk en uw dossierkennis kunnen er enkel wel bij varen, wanneer u niet alleen in deze prachtige commissiezaal zult zitten en vragen zult stellen, maar wanneer u ook met de boots on the ground op het terrein zult komen kijken wat er gebeurt bij de eenheden, wat de internationale samenwerking inhoudt en welk materiaal we hebben.

We krijgen de komende weken en maanden veel materieel binnen: de Griffons, de MQ-9B en de F-35’s komen eraan. Zowel mevrouw Dedonder als de heer Vandeput heeft veel materieel besteld. De levering had vertraging opgelopen, maar nu zal er heel veel materieel binnenkomen. Het kan dan ook interessant zijn om de commissieleden uit te nodigen, indien dat in het kader van de operational security mogelijk is. Als Defensie aangeeft dat een bezoek niet veilig is of dat de context een bezoek niet toelaat, dan moeten we uiteraard bepaalde regels respecteren. Dat is dus mijn ambitie.

Met de voorzitter van de commissie heb ik al een aantal aspecten voor een goede samenwerking kunnen bespreken. De parlementaire controle moet hard zijn, u moet de regering controleren, u moet ons op de vingers tikken, indien nodig, maar in een dermate moeilijke en geopolitiek gevaarlijke tijd zouden we ook over de partijgrenzen heen moeten kunnen samenwerken.

Je comprends très bien qu'il y a une opposition et une majorité, mais les conflits et la situation géopolitique sont un peu au-dessus de la mêlée politique dans notre petit pays. Je le pense, mais je peux toujours me "Trumper".

Geachte Kamerleden, ik breng nu de elementen uit het voorbereide antwoord. Daarna zal ik nog enkele andere aspecten aanhalen.

Dames en heren, ondanks de aanzienlijke budgettaire uitdagingen waarmee deze regering kampt, wordt er resoluut geïnvesteerd in defensie. België heeft zich gecommitteerd om uiterlijk tegen 2029 de NAVO-norm van 2 % van het bbp aan defensie-uitgaven te behalen. De financiering daarvan komt deels uit de begroting, waarin we stapsgewijs evolueren naar een structurele verhoging van 1 miljard euro voor defensie tegen 2029. Dat omvat een dubbele inspanning, vooreerst een rattrapage , dus een inhaaloperatie in mooi Nederlands, om de onderfinanciering van het STAR-plan te corrigeren, en daarnaast een bijkomende budgettaire injectie boven op dat STAR-plan.

Concreet betekent dit jaarlijkse stijgingen van de defensiebudgetten met 770 miljoen euro in 2025, 720 miljoen rattrapage en 50 miljoen extra, 763 miljoen euro in 2026, 663 miljoen rattrapage en 100 miljoen extra, 798 miljoen euro in 2027, 598 miljoen rattrapage en 200 miljoen extra, 900 miljoen euro in 2028, 550 miljoen euro inhaalbeweging en 350 miljoen euro extra, en 996 miljoen euro in 2029, 596 miljoen rattrapage en 400 miljoen extra. Er komen dus zoals u ziet structurele budgetten bij. Dat gaat naar 1 miljard euro, 996 miljoen euro in 2029, dus toch een miljard euro dat er structureel bij komt in deze legislatuur.

Nous créons, en outre, un fonds spécial dédié à la défense et qui fonctionnera comme une filiale de la Société Fédérale de Participations et d'Investissement (SFPI). L'apport annuel de ce fonds renforcera significativement notre effort de réinvestissement. De la sorte, en le combinant au budget ordinaire, nous pourrons concrétiser une trajectoire de croissance orientée tout d'abord vers 2 % du PIB, puis vers 2,5 %. Cet apport annuel supplémentaire sera principalement généré par des dividendes provenant de participations stratégiques et par l'avance de participations publiques non stratégiques.

Ce mécanisme devra garantir que nous nous alignions chaque année sur la nouvelle trajectoire de croissance telle qu'elle sera définie dans la mise à jour de la Vision stratégique. Le premier financement est prévu dans l'accord de gouvernement et doit être finalisé au plus tard le 31 décembre de cette année. Étant donné qu'il s'agit souvent d'entreprises cotées en Bourse, je ne peux évidemment pas fournir plus de détails sur les participations spécifiques.

Ik hoor een aantal zaken zeggen, maar ik zal daar niet op ingaan. Het gaat over een aantal beursgenoteerde bedrijven. Het zijn niet altijd bedrijven die het fantastisch doen op de beurs, dus ik zal dat ook niet zeggen. Dat heeft geen zin en ik denk ook niet dat u dat verwacht. Het zou dom zijn en dat zal ik dus niet doen.

De oprichting van dat fonds is wel heel belangrijk en moet zo snel mogelijk gebeuren. Deze namiddag heb ik daarover al een belangrijke vergadering en er zijn al informele contacten geweest. De minister van Financiën is uiteraard op de hoogte en volledig mee betrokken in dit verhaal, net als de premier. Wij zullen zeker niet talmen met dat koninklijk besluit en de dochteronderneming, want de eerste inkomsten moeten er al zijn vóór 31 december 2025. Dat betekent dat die verkoop al rond zal moeten zijn en dat we ons dus moeten haasten.

Deze operatie is geen loutere uitverkoop, maar een gerichte heroriëntering van overheidsparticipaties met een nadrukkelijkere focus op veiligheid en defensie. Ze zal tegelijkertijd gepaard gaan met een versterking van onze belangen in cruciale sectoren binnen ons veiligheidsweefsel. Het Defensiefonds is dus niet alleen een financieringsmiddel, maar ook een actief investeringsinstrument. Bovendien is het geen eenmalig initiatief, maar een structurele maatregel die op lange termijn zal blijven bijdragen aan zowel onze defensiecapaciteit als onze industriële en strategische positie.

We zullen vanuit de SFPIM een aantal participaties naar de dochteronderneming overhevelen. Een aantal zal verkocht worden, maar een groot deel zal niet verkocht worden en zal jaarlijks een pak dividenden opleveren. Die blijven in dat fonds en zijn dus structurele inkomsten, zoals SFPIM-inkomsten begrotingswijs al jaren worden beschouwd. Ze kunnen wel wat schommelen, maar zijn toch vrij stabiel.

Van die opbrengsten zullen we 90 % gebruiken voor strategische aankopen. Dan heb ik het over zaken die in het regeerakkoord staan, zoals extra jachtvliegtuigen. We zullen ook bekijken wat we voor de marinecomponent moeten doen, hoeveel aanwervingen we nodig hebben voor onze landmacht en welke munitie we moeten aankopen. Pin mij nu niet vast op die 90-10, want dat moet nog worden besproken, maar dat zal vermoedelijk in die grootteorde zijn. Dat is althans mijn voorstel. Dat zal worden gebruikt voor investeringen in industriële en strategische posities en in de defensie-industrie. Dat kunnen zowel nieuwe als bestaande initiatieven zijn. Het Defensiefonds heeft dus twee doelstellingen: ten eerste strategische aankopen en het versterken van onze strijdkrachten en ten tweede het ondersteunen van de defensie-industrie, met de intentie een ecosysteem daarrond te bouwen.

Je sais que l'on a déjà cela en Wallonie. On a une tradition. En Flandre, on a cela beaucoup moins. Je pense donc que c'est nécessaire d'avoir les deux et de voir comment on peut vraiment soutenir les deux Régions.

Je tiens cependant à être très clair. Vu la situation budgétaire, il n'est actuellement pas possible d'obtenir des moyens financiers supplémentaires pour la Défense sur la seule base du budget ordinaire. Mais à terme, il faudra pouvoir faire plus et ceci impliquera en tout état de cause d'augmenter structurellement le budget ordinaire de la Défense, en plus du fonds dédié à la Défense.

Ik begrijp dat het defensiebudget van 8 miljard euro naar 12 à 12,5 miljard euro moet stijgen en dat het budget met slechts 1 miljard euro structureel wordt verhoogd, via de inhaalbeweging met het STAR-plan en nieuwe middelen. De overige vereiste 3 miljard euro moeten uit het fonds gehaald worden. In tegenstelling tot wat u zei, zijn die middelen grotendeels wel structureel. Het klopt echter dat een deel ervan afkomstig zal zijn van de verkoop van aandelen. Aangezien die uit de aandelenportefeuille van de overheid verdwijnen, zal men daarvoor geen dividenden meer ontvangen. Knack schrijft dat ik wanhopige pogingen doe om het defensiebudget te verhogen, maar ze hadden mij beter eens gebeld alvorens zoiets te schrijven.

Ik had liever 4 miljard euro extra structurele middelen in het defensiebudget gehad, maar het was niet evident om daar overeenstemming over te vinden. Er zijn immers nog andere partijen in de arizonacoalitie en in het Parlement en er zijn nog andere maatschappelijke vragen. We zullen het hier dus mee moeten stellen. Gelet op de budgettaire situatie van ons land ben ik daar eerlijk gezegd blij mee. Er ligt echter nog veel werk op de plank, er is onzekerheid en we zullen moeten uitzoeken hoe we een en ander zullen aanpakken. We zullen daaraan moeten werken, maar daarvoor word ik goed betaald. We zullen in de regering bespreken of er nog bijkomende middelen nodig zijn. Me dunkt is niemand in de commissie hier blind voor de geopolitieke situatie.

Op de komende NAVO-top in Den Haag zal het huidige 2 %-doel onvermijdelijk naar boven worden bijgesteld. Momenteel circuleren percentages tussen 3 % en 5 % en hoewel het nog te vroeg is om te zeggen wat het officiële NAVO-standpunt wordt, is een ding duidelijk: de internationale druk op Europese landen zal exponentieel toenemen. Dat is nu al het geval. Momenteel telefoneert de eerste minister met president Zelensky en vanmiddag zal een overleg met een aantal Europese regeringsleiders plaatsvinden. Ik meen dat daar ook defensie en de defensie-uitgaven aan bod zullen komen. We bevinden ons niet langer in de situatie van 2014. Er werden toen wel engagementen aangegaan, maar er werd met de voeten gesleept voor de uitvoering ervan. Die tijd is voorbij. De geopolitieke realiteit vereist een directe en substantiële inspanning. De aan België gerichte vraag van onze bondgenoten om meer bij te dragen zal niet alleen toenemen, maar ook dwingender dan ooit worden.

Een aantal partijen hebben gezegd dat de verkoop van aandelen nooit zal kunnen volstaan om het beoogde budget te halen. Bepaalde politici die geen lid zijn van de commissie hier, maar hier wel graag zitting hadden gehad, poneren die stelling ook op sociale media. Dat moeten ze dan maar doen. Ik ben twee weken bezig. Ik denk toch dat iedereen een eerlijke kans verdient. Geef mij misschien de mogelijkheid om eerst eens te kijken of we dat fonds opgericht krijgen, hoeveel kapitaal er dan vanuit de SFPIM wordt overgeheveld, wat dan juist die strategische participaties zijn die we aanhouden en welke niet-strategische participaties we te gelde maken. Ik vraag u gewoon even tijd. Ik denk niet dat het te zot is om dat te vragen na twee weken in office.

Moeten de extra defensie-uitgaven binnen of buiten de begroting aangerekend worden? Heb ik daarover contacten gelegd met de Europese Commissie? Ikzelf niet, maar andere collega's in de regering hebben natuurlijk wel contacten over het budget en het stabiliteitspact. Misschien hebt u ook de doorstep van collega Van Peteghem voor de Eurogroep afgelopen maandag gezien? Ik denk dat het daarover is gegaan. Het thema kwam ook ter sprake op de informele defensietop waar de eerste minister vorige week maandag aan deelnam. Het debat is dus volop bezig. Werd de knoop al doorgehakt? Neen, dat is niet gebeurd tot nu toe, maar dat zal misschien toch niet zo lang duren.

Ik heb begrepen dat commissaris Kubilius in maart met een whitepaper over het Europese Defensiebeleid zou komen. Zal het budgettaire kader daaraan worden gekoppeld? Komt dat vroeger, gelet op de geopolitieke urgentie? Dat weet ik niet. Alleszins is de positie van de Belgische regering, zoals verwoord door de eerste minister, dat er voor ons wel degelijk vragen zijn. We zitten met een heel moeilijke budgettaire situatie. Ons budget zit echt diep in het rood. We moeten kijken wat we kunnen doen in het kader van de Maastrichtnorm en het stabiliteitspact. Dus men is ermee bezig.

Wat militaire mobiliteit betreft, hopelijk komt er binnenkort een bezoek aan de operatie Fort to Port in Antwerpen. Dan zal ik daarover misschien ook nog wat meer uitleg kunnen geven. Wat is het belangrijkste om te weten? Zal ik in overleg gaan met de deelstaten om te kijken wat er kan worden aangerekend in het kader van de militaire uitgaven voor de NAVO? Als een brug bijvoorbeeld moet worden verhoogd, zodat er een tanktransport onder kan, dan komen de kosten voor die verhoging in aanmerking voor de NAVO-2 % norm. Zulke zaken moeten worden bekeken. We hebben dat in het verleden nogal gedaan. We zullen dat natuurlijk opnieuw doen. Dat betreft niet alleen Vlaanderen; ik zal de Waalse minister-president binnenkort ook ontmoeten en met hem daarover overleggen.

Er doen ook verhalen de ronde dat Defensie taken van de politie en van de Veiligheid van de Staat op zich zou nemen, maar die komen niet van mij of mijn kabinet. Dat staat ook niet in het regeerakkoord. Ik heb wel gezegd dat we nog eens met de luizenkam door alle uitgaven van de federale overheid moeten gaan, om te kijken of bepaalde uitgaven toch niet NAVO-aanrekenbaar zijn. Ik heb bij mijn weten nooit over politie gesproken. Ik denk dat het toen over onze grensbewaking ging, onder andere in de havens en op de luchthavens. Over de staatsveiligheid heb ik zeker niet gesproken. Ik weet helemaal niet waar dat verhaal vandaan komt.

Mevrouw Dedonder en de heer Vandeput hebben ooit al de oefening gemaakt, maar misschien zijn bepaalde kleine uitgaven toch aan de NAVO aanrekenbaar. Dat zullen we nog eens grondig bekijken. Ik heb daarover om 14.00 uur een belangrijke vergadering met de generale staf.

Voorzitter:

Mijnheer de minister, ik dank u alvast voor uw aanbod om de commissie te betrekken via plaatsbezoeken. Dat zal vermoedelijk op enthousiasme onthaald worden door de commissie. Wij gaan er graag op in en zullen daartoe een en ander op elkaar afstemmen.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

J'ai écouté attentivement. Vous avez expliqué votre plan de financement de la Défense, et comment vous allez augmenter son budget. J'espérais une réponse par rapport à la contradiction qui vous a été exposée par Mme Gennez concernant sa déclaration. Elle dit que cela ne peut pas être au détriment de la sécurité sociale alors que vous avez affirmé le contraire. Comme parti de coalition, comment allez-vous gérer cette contradiction avec Vooruit si la ligne de Vooruit est représentée par Mme Gennez? À mon avis, c'est une parole qui pèse chez Vooruit.

Par ailleurs, je n'ai pas eu de réponse claire sur le sacrifice de notre sécurité sociale et de notre modèle social, et sur le rapprochement avec le modèle américain. Voulez-vous aller vers le modèle social américain? Est-ce cela que vous voulez pour la Belgique? À ce sujet, je n'ai pas eu de réponse claire non plus.

Theo Francken:

Mijnheer Boukili, ik wil daar graag nog op reageren.

Ten eerste, wat u zegt in verband met mevrouw Gennez heb ik niet gelezen en ik ben daarvan niet op de hoogte. We zullen de besprekingen in de ministerraad voeren, daar zijn collega's van Vooruit bij. Zo zal ik dat aanpakken, want zo werkt het meestal in de regering. Het is dan weliswaar de federale ministerraad, waarin federale ministers zitten. Dat lijkt mij de beste manier van werken.

Ten tweede, wat u aanhaalt over het Amerikaanse sociale model, hebt u toch verkeerd gelezen, want ik heb daar ook helemaal niet voor gepleit. Ik denk dat het belangrijk is dat u dat opnieuw leest. Tussen het Amerikaanse sociale beschermingsmodel en het Belgische sociale beschermingsmodel ligt misschien toch nog een klein beetje marge. Dus misschien is het niet of A of B, al kan ik me natuurlijk vergissen. Ik denk daarom dat u dat het best nog eens opnieuw kunt lezen, want nu is het echt mauvaise foi . Met slechte wil kunt u allerlei zaken lezen in wat ik zeg en verschillende collega's doen dat met veel plezier, maar ik heb dat niet op die manier gezegd.

Nabil Boukili:

Au contraire, monsieur le ministre. Pour ce qui concerne Mme Gennez, celle-ci a fait ces déclarations à la VRT. Quant à vos déclarations sur le modèle social, je vous ai très bien lu et c'est pourquoi je vous ai adressé cette question.

Vous avez mis en avant le fait que les Américains avaient pris la bonne décision en adoptant ce modèle social-là, parce qu'aujourd'hui, ils ont investi dans leur armement et dans la défense. C'est comme ça qu'on aurait dû faire. Vous avez aussi mis en avant le fait qu'on dépense trop d'argent dans les pensions et dans le modèle social. C'est vous qui le dites. Je ne fais que reprendre votre interview. Il y a donc une prise de position à ce niveau-là et je voulais avoir une confirmation à cet égard.

Certes, il y a une marge. Mais jusqu'où peut-on aller vers le modèle américain? Ce n'est pas clair. Par ailleurs, vous investissez de plus en plus dans la Défense sans qu'il y ait une vision au niveau européen. Vous vous mettez ici aux normes de l'OTAN, alors qu'il y a une tension aujourd'hui, notamment avec Trump et les États-Unis, sur la question de la vision de l'avenir. Et, en même temps, comme vous l'avez déclaré et regretté, vous appliquez ce que les Américains demandent ou imposent aux pays européens. Il y a dès lors dans votre gestion une contradiction sur laquelle j'aurais souhaité avoir plus d'éclaircissements. Nous aurons certainement d'autres occasions d'en rediscuter.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoorden. U hebt geantwoord op de vragen die u kon beantwoorden. Ik verwacht ook niet op elke detailvraag een antwoord, aangezien u nog maar twee weken bezig bent. We zullen op bepaalde vlakken moeten afwachten hoe het evolueert.

Ik kijk uit naar de oprichting van het Defensiefonds. Dat is zeer belangrijk. Het is immers een zeer belangrijk aspect van uw financiering van defensie. Dat zal dus goed in elkaar moeten zitten en er zal een goed evenwicht moeten worden bewaard tussen het aankopen, verkopen en het behouden van een aantal activa. U legt immers veel miljarden in dat mandje en ik begrijp dat ook. De budgetten zijn ontoereikend. Het is dus belangrijk dat dat Defensiefonds goed in elkaar zit.

Ik wil nog één ding toevoegen. U spreekt over 2,4 miljard. Ik hoorde u daarnet 3 miljard zeggen. Houd er rekening mee dat we er dan van uitgaan dat het totale bbp tussen 2024 en 2029 niet wijzigt. Met 2,4 miljard komen we dan aan 2 %. De kans is echter onbestaande dat het totale bbp in België niet zal stijgen. Dat budget zal dus ook moeten stijgen als u die 2 % wilt halen. Houd daar dus rekening mee en schuif het probleem niet verder voor ons uit.

Nogmaals bedankt voor uw antwoorden. U was zeer volledig. Ik aanvaard ook uw uitgestoken hand naar de commissie en het Parlement. Er zullen heel veel begrotingsdiscussies komen in de volgende jaren. Als men naar de uitspraken van Kallas en anderen luistert, zal het namelijk niet 2 % maar minstens 3 % worden. Dan hebt u steun nodig in die begrotingsdiscussies. Kijk dus af en toe ook eens naar de oppositie, want wij zijn bereid die steun te leveren.

François De Smet:

Merci, monsieur le ministre pour vos réponses. Il y a des éléments d'information. C'est positif que le Fonds de défense soit aussi un fonds d'investissement. Il n'y a donc pas seulement une vente d'actifs, il y a aussi une affectation de dividendes existants au Fonds de défense.

Sur son alimentation et la nature des actifs, je comprends votre discrétion. D'un autre côté, il n'y a pas beaucoup d'options, surtout si vous indiquez qu'il y a des entreprises publiques faibles en bourse. La vente d'actifs pose tout de même aussi une question budgétaire et démocratique. J'entends qu'il y a une discussion entre le premier ministre, vous-même et le ministre des Finances. Il me semble que dans le dispositif manque la ministre des Entreprises publiques, Mme Matz. J'espère que c'est prévu. Et j'espère – c'est aussi plus sain à mon avis – qu'il n'y a pas qu'un seul parti de la coalition...

Theo Francken:

L'ensemble du gouvernement sera impliqué. Je ne peux pas faire cela seul.

François De Smet:

Très bien, c'est plus clair comme ça.

Même si une certaine discrétion est compréhensible, je crois qu'il y a un moment où vous ne pouvez pas prévenir le gouvernement après coup ou juste avant. Parce que dans la responsabilité du contrôle parlementaire, il y a aussi le fait de pouvoir voir si le jeu en vaut la chandelle, si la nature des cessions vaut bien l'investissement. Selon un dispositif à voir, à huis clos le cas échéant, le Parlement ne doit pas être prévenu après coup ou au dernier moment de la nature des actifs cédés, sinon le contrôle parlementaire ne sera pas complet.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, dank u voor uw zeer uitgebreide antwoord.

Ik treed collega Safai bij. Het is altijd mooi om te zien hoe snel de geesten kunnen rijpen. Ik herinner me dat onze fractie hier in het verleden een motie van aanbeveling heeft ingediend om zo snel mogelijk naar minstens 2 % te evolueren. Ik herinner me ook dat bijna iedere partij hier aanwezig dat voorstel toen heeft weggestemd. Daar was zogezegd geen nood aan. Nu blijkt de situatie toch anders te zijn, zowel bij Ecolo-Groen, als misschien zelfs een beetje bij de PVDA-PTB, maar goed dat is van een andere orde.

U zegt dat die 2 % het minimum minimorum is. We moeten daarnaar evolueren. Heel snel zal er waarschijnlijk de vraag komen om meer te investeren. We mogen dus niet meer dralen. Dat hebt u trouwens bevestigd. Ik wil u daarvoor danken. De geopolitieke situatie is zo onzeker en kan heel snel evolueren, zodat we zeer snel moeten kunnen schakelen. Bijkomende investeringen en bijkomende middelen lijken me op dit moment cruciaal.

U hebt gesproken over de timing van het Defensiefonds waarvoor de eerste inkomsten dit jaar moeten binnenkomen. U hebt aangegeven dat het niet om eenmalige inkomsten gaat. We vreesden natuurlijk een soort van ‘verhofstadtiaans’ initiatief. Los daarvan, staat vast dat u toch nog rekent op de beursgenoteerde bedrijven waarvan de aandelenkoers momenteel zeer onzeker is. We zullen dat allemaal nog een beetje moeten afwachten. De structurele inspanning waarover u spreekt, is cruciaal om eventuele schokken daaromtrent op te vangen. De concrete invulling van de verdeling 90 %-10 % valt nog af te wachten.

Ik betreur dat u mijn laatste vraag, met name hoe u een eventuele stijging van het Belgische bbp en dus een verhoging van de vooropgestelde inschattingen in aanmerking zou nemen, niet hebt beantwoord.

Theo Francken:

We zullen daar rekening mee houden. Ik hoop vooral dat het bbp niet krimpt, want gezien de geopolitieke situatie is dat niet ondenkbaar. Laten we vooral hopen dat het bbp blijft stijgen. We zullen daar zeker rekening mee houden.

Annick Ponthier:

We moeten momenteel inderdaad met alles rekening houden. Dat spreekt voor zich.

Ik zal u geen cadeau geven. Vergeef me dat. Ik geef u echter wel een opdracht. Stel de veiligheid van onze mensen op de eerste plaats, maar ook van onze defensie, van ons defensieapparaat. Dat spreekt voor zich.

Hoe u tegen het eind van de legislatuur aan die 2 % raakt, blijft momenteel nog koffiedik kijken, niet alleen voor ons, maar ook voor een aantal defensiewatchers die vragen stellen bij uw voorstellen. Onze conclusie is: eerst zien en dan geloven.

Voorzitter:

Mijnheer Aerts, gelooft u?

Staf Aerts:

Mijnheer de voorzitter, dat is een heel persoonlijke vraag. Ik zal het vandaag niet over de godsdiensten hebben.

Het is cruciaal dat niet alleen de woorden ‘we zullen daarin investeren’ er zijn. Ik heb op twee weken tijd al een aantal beloftes gehoord. Er moeten extra F-35’s komen. Er moeten troepen naar Oekraïne worden gestuurd. Dat kan allemaal goed zijn, maar dan moet er ook worden geïnvesteerd in financiën die dat mogelijk maken. Dat mag niet ten koste gaan van alle andere mogelijke investeringen. Wij leven vandaag in een wereld die in brand staat. Wij moeten dan ook investeren in veiligheid.

Wat echter heel pijnlijk is, is het volgende. Ik zal het ook blijven herhalen. In het regeerakkoord staat dat moet worden geïnvesteerd in de drie poten van een veiligheidsbeleid, dus behalve in Defensie ook in Ontwikkelingssamenwerking en in diplomatie. Volgens mij komen er voor diplomatie echter besparingen aan. Voor Ontwikkelingssamenwerking is het al overduidelijk dat daarop zwaar wordt bespaard. Over die evenwichten zullen wij altijd mee blijven waken.

Ik hoorde tijdens een bezoek aan Skyes met de commissie voor Mobiliteit gisteren dat nog meer op de F-35’s moet worden ingezet. Ik merk dat daarover ook nog een vraag wordt gesteld. Ik krijg echter ook te horen dat het totale luchtruim in heel België moet worden stilgelegd op de momenten waarop met die toestellen wordt geoefend.

We moeten dus vooral zien dat we slim investeren, niet overinvesteren, en rekening houden met wat er in de Europese Unie gebeurt. We mogen niet dezelfde fouten maken als voorheen. Er is afstemming nodig op het Europese niveau.

Mijnheer de minister, ik onthoud vandaag de uitgestoken hand. Ik hoop dat die niet alleen voor u geldt, maar ook voor uw collega’s van de arizonapartijen, ook wanneer het over wetgevend werk gaat en u niet aanwezig bent. Het lijkt mij cruciaal om daarover te blijven nadenken. U zult in ons alvast een partner vinden die zal blijven nadenken, ook over de vraag op welke manier wij, zelfs in de huidige tijden, de weg naar vrede kunnen vinden. Vrede en nadenken over de manier waarop die kan worden bereikt, moeten uiteindelijk altijd het doel blijven.

Gisteren nog maar heeft iemand gesteld dat het mensdom op dit moment enorme risico’s neemt. Zelfs in de huidige tijden moeten wij opnieuw blijven inzetten op wapencontrole en op ontwapening. Dat is een belangrijke boodschap die wij niet mogen vergeten. Ze komt niet van mij of van een pacifist. Ze komt van een voormalige NAVO-chef.

Als we extra zullen investeren in fondsen voor Defensie en in meer defensie-industrie, dan moeten we continu blijven waken over de bestemming van de gegevens en vooral over de weg naar vrede. Dat is namelijk nog altijd het uiteindelijke doel. In dat geval zult u in ons een partner vinden.

Theo Francken:

Ik wil nog even kort drie punten aanhalen.

Ten eerste, ik heb daarnet een prachtige ochtendwandeling gemaakt met onze ambassadeur in Moskou. Ik heb het met hem gehad over ontwapening en wapenprogramma's. Hij kon het antwoord niet meteen geven op de vraag of Rusland bereid is om in een ontwapeningsscenario te stappen. Ik denk dat dit eerlijk gezegd niet zo evident is op dit moment. Ik hoop met u dat het wel weer mogelijk wordt. Op dat vlak geef ik u zeker gelijk. Dat zou minstens op de onderhandelingstafel moeten komen, maar daarover zullen we het straks nog hebben.

Ten tweede, wat ontwikkelingssamenwerking betreft, heb ik gezien dat Rwanda de ontwikkelingssamenwerkingshulp van België eenzijdig opzegt. Dat vind ik een goede besparing. Dat is interessant.

Ten derde heb ik een feitelijke rechtzetting. Ik zei dat de eerste minister met president Zelensky spreekt, maar in werkelijkheid gaat het om een gesprek met de premier. Waarschijnlijk is dat gesprek intussen afgelopen. Onze eerste minister heeft in elk geval om 10 uur gebeld met de premier van de regering-Zelensky. Ik had me dus versproken. Bij deze is dat rechtgezet.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses ainsi que pour votre volonté de collaborer avec la commission. C'est important de le souligner.

Je n'ai pas eu de réponses à quelques questions. C'est normal et compréhensible étant donné que, bien que vous soyez préparé à cette matière, vous n'occupez cette fonction que depuis quelques jours.

En ce qui concerne le volet européen, je n'ai pas eu de réponses vraiment claires ni sur les contacts ni sur notre positionnement. Nous voyons que l'Union européenne semble incapable de faire face à une menace extérieure.

Il faut développer un pilier de défense qui soit fort, crédible et capable d'actions autonomes. J'espère que c'est ce que vous défendrez également dans vos contacts à l'échelon européen. Nous aurons l'occasion d'y revenir.

Nous serons attentifs aux noms des entreprises publiques. Je comprends que vous ne puissiez pas les donner tout de suite. Mais nous serons attentifs à l'endroit où vous irez ponctionner de l'argent, même s'il n'y a pas mille solutions et que vous avez donné certains indices. J'espère que ce ne sera pas au détriment d'autres départements.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.

Mijnheer de voorzitter, ik wil twee kleine opmerkingen maken ter attentie van de collega's van andere partijen. Ik vind dit heel erg belangrijk, want wij leven in een turbulente wereld. Ik wil de collega's graag vragen om te stoppen met het voor te stellen alsof de sociale zekerheid en de ziekteverzekering altijd tegengesteld zijn aan investeringen in het Defensiefonds of het defensiebudget. Voor de publieke opinie is dat wel zeer belangrijk. Wij hebben al duidelijk gemaakt dat wij gewoon een Defensiefonds zullen opbouwen, terwijl we momenteel van de andere kant afblijven. Mocht het echter ooit nodig zijn, wil ik wel dat de publieke opinie weet dat een wereld in oorlog minder sociale zekerheid geniet. Het is dus zeker belangrijk om ook in harde defensie en in harde zekerheid te blijven investeren.

Uiteraard moeten we altijd denken aan de weg naar vrede, maar de weg naar vrede passeert via kracht, macht en force. We kunnen bijvoorbeeld ontwapening nastreven. Met landen als Rusland kunnen we wel in gesprek of onderhandeling gaan, waarmee ik aansluit bij het hiernavolgende actualiteitsdebat over Oekraïne. Ik ben echter blij dat onze drones eindelijk bewapend zijn. In deze wereld is het heel naïef en belachelijk als we dat niet zouden mogen doen. Dat zijn mijn twee opmerkingen voor de collega's.

Christophe Lacroix:

Merci, monsieur le ministre, pour les réponses que vous avez bien voulu apporter.

Je relève deux ou trois éléments. Premièrement, j'ai l'impression que vous êtes un peu prisonnier de la déclaration de politique gouvernementale qui était résolument atlantiste. Or nous voyons que, depuis quinze jours, nous aurions mieux fait d'être un peu plus prudents et pro-européens dans cette vision touchant les relations extérieures, mais également la Défense. Donc, je compte sur vous pour, comme nous le demandons depuis longtemps, faire émerger un pilier européen très fort au sein de l'OTAN, car nous devrons peut-être nous préparer à des décisions importantes de l'administration Trump en la matière.

Vous avez répondu au sujet du fonds d'investissement. J'y vois un peu plus clair. Je comprends votre souci de discrétion, mais nous pourrions envisager un format à huis clos, si nécessaire, et pourquoi pas avec les commissions des Entreprises publiques et des Finances. Peut-être pourrions-nous aussi auditionner M. Koen Van Loo, qui est le patron de la SFPIM, à des fins de vérifications. Je voudrais en effet savoir quelles participations vous considérez comme "stratégiques" et "non stratégiques". Nos visions vont sans doute diverger sur ce point. De même, je serai très attentif aux investissements financés par ce fonds, car l'industrie de la défense est importante en Wallonie. Je compte bien que ce fonds puisse également l'alimenter.

Par ailleurs, j'attire votre attention sur la réforme des pensions des militaires et ses conséquences budgétaires. J'ai une question à ce sujet. Votre prédécesseur, sur la base de chiffres fournis par l'état-major, avait calculé que le coût pour la Défense, en tenant compte des économies en matière de pensions, pouvait atteindre 2 milliards d'euros durant la période 2025-2043. Cela fait quand même beaucoup de millions à ajouter.

S'agissant enfin de la neutralisation par l'Union européenne, je n'ai pas obtenu non plus de réponse précise. En tout cas, j'attends aussi de Mme von der Leyen et de la Commission davantage de précisions.

Je terminerai brièvement, monsieur le président. Nous nous trouvons face à des menaces de guerre, y compris sous une forme hybride. Dès lors, pour garantir une résilience de la population, il faut une sécurité sociale forte. Nous ne réussirons pas à nous opposer à des ennemis si nous n'avons pas, derrière nous, une population protégée non seulement par une Défense active mais également par une défense sociale active.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijke antwoorden. Ik apprecieer uw stijl van antwoorden en ik aanvaard zeker de hand die u deze commissie reikt.

Als voorzitter van de commissie voor de Opvolging van de militaire missies zou ik graag hebben dat we ook die commissie voldoende stofferen en regelmatig samenkomen. Indien mogelijk zou ik ook graag een bezoek brengen aan een operationeel theater waar militairen aan het werk zijn. Dat kan nuttig zijn. Toen ik destijds zelf in operatie was in Kosovo kregen we de commissie voor Landsverdediging op bezoek. Ik vond dat een verrijking, voor de militairen ter plaatse, maar zeker ook voor de commissieleden die zagen hoe het eraan toe ging in een operationeel theater. Ik wil daarvoor pleiten, maar ik merk aan uw lichaamstaal dat u het met mij eens bent en dat we daarop de komende weken zeker en vast nog zullen terugkomen.

Robin Tonniau:

Mijnheer Francken, ik wens u proficiat met uw aanstelling als minister van Defensie. Ik heb u zien glimlachen tijdens het debat over de begroting van Defensie. Dat is logisch, want u bent de enige minister die een zak geld heeft gekregen. U zult het geld kunnen laten rollen, zoveel is duidelijk. Het buffet van De Wever is opgediend. De ministers van Pensioenen, Mobiliteit, Klimaat, Volksgezondheid en Ontwikkelingssamenwerking hebben allemaal een boterham met confituur gekregen, maar u krijgt een all-you-can-eatbuffet. Mijnheer Francken, ik ga ervan uit dat u een grote eter bent, maar daarmee eet u wel het bord leeg van al die andere noodzakelijkheden in onze samenleving. U zult fors investeren in defensie, behalve in de militairen zelf, want zij zullen langer moeten werken voor een lager pensioen. Dat zijn politieke keuzes waar wij niet achter staan.

De situatie in de DRC
De situatie in de DRC
De situatie in Oost-Congo
De situatie in de DRC
De situatie in Congo
De oorlog in de Democratische Republiek Congo
De situatie in de Democratische Republiek Congo
De geopolitieke focus van Europa in Afrika
Conflicten en geopolitiek in Centraal-Afrika

Gesteld aan

Bernard Quintin, Alexander De Croo (Eerste minister)

op 30 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Belgische politiek wordt scherp bekritiseerd voor haar passiviteit in het conflict in Oost-Congo, waar Rwanda (via M23-rebellen) systematisch etnische zuiveringen, verkrachtingen als oorlogswapen en plundering van Congolese mineralen pleegt, met 7 miljoen ontheemden en decennia van straffeloosheid als gevolg. Terwijl België en de EU snelle sancties en wapembargo’s eisen tegen Rusland in Oekraïne, blokkeert economisch en strategisch belang (kobalt, coltan) concrete actie tegen Rwanda, ondanks bewijzen van Rwandese agressie en schendingen van internationaal recht—wat door parlementsleden wordt afgedaan als "twee maten en twee gewichten". De regering belooft diplomatieke druk (o.a. via VN, EU-sancties, herziening van minerale akkoorden en militaire steun aan Rwanda) en humanitaire hulp, maar critici—onder meer Congolese diaspora en oppositiepartijen—eisen onmiddellijke sancties, een totaal embargo op "Rwandese" mineralen (die de facto uit Congo komen) en stopzetting van alle EU-financiering aan Kagame’s regime, met de dreiging dat Bukavu het volgende doelwit is. Kernpunt: zonder eind aan westerse hypocrisie en economische afhankelijkheid van Congolese grondstoffen zal de crisis—met Rwanda als centrale dader—voortduren.

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, chaque jour qui passe en République démocratique du Congo, ce sont des vies qui sont brisées dans un silence complice. La prise de Goma par les rebelles du M23 soutenus par le Rwanda n'est pas qu'un fait militaire. C'est un crime contre l'humanité, voire un génocide qui se déroule sous nos yeux. Ce sont des femmes violées, utilisées comme armes de guerre. Ce sont des villages détruits, des familles arrachées, plus de sept millions de personnes déplacées. Ce sont des civils bombardés dans des camps de réfugiés. Ce sont des enfants qui grandissent dans le chaos et dans la peur.

Pourtant, que fait la communauté internationale? Eh bien, elle ne fait pas grand-chose.

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, l'Europe a su sanctionner la Russie pour son agression en Ukraine, et c'est très bien. Mais pourquoi n'y arrive-t-elle pas quand c'est le Rwanda? Il est temps d'arrêter ce deux poids deux mesures insupportable. Le droit international doit être une boussole de Kiev à Kinshasa en passant par Gaza. Les discours ne suffisent plus. Nous demandons que la Belgique et l'Union européenne prennent des mesures fermes et immédiates. Nous demandons des sanctions ciblées contre les dirigeants rwandais impliqués dans ce conflit. Nous demandons un embargo total sur les minerais étiquetés rwandais qui sont, en réalité, des minerais de sang pillés au Congo. Nous demandons un soutien à la justice internationale. Nous devons répondre aux appels de la société civile du Congo. Il ne peut y avoir de paix sans justice, et tant que l'impunité régnera, les massacres continueront.

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, quand allons-nous enfin passer des paroles aux actes? Quelles mesures concrètes la Belgique compte-t-elle prendre pour stopper ce massacre et protéger les populations civiles de l'Est du Congo? Quand la Belgique ordonnera-t-elle la fin du massacre et exigera le retrait des troupes rwandaises, comme le réclamait d'ailleurs l'ambassadeur de la République démocratique du Congo que nous avons rencontré hier? La Belgique sera-t-elle au premier plan aux Nations Unies (l'ONU) pour réclamer des sanctions contre le Rwanda?

Michel De Maegd:

Messieurs les ministres, chers collègues, je vais aller droit au but. Pardonnez-moi ce cri de rage, mais le peuple congolais en crève, au sens propre comme au sens figuré! Les femmes de l'Est du Congo sont mutilées et violées, l'arme de guerre la plus immonde. Elles en crèvent, à petit feu ou sous les balles du M23. Les enfants de l'Est du Congo, sans eau ni électricité, sans de quoi subsister dignement, n'ont-ils droit à un autre destin que celui d'enfants soldats? Les hommes de l'Est du Congo n'ont-ils comme seul avenir que de survivre dans la peur et la perpétuelle violence, au gré des groupes rebelles qui s'affrontent dans une indifférence quasi générale? Alors oui, cela fait des décennies que les Congolais de l'Est en crèvent, qu'ils soient de Goma, du Nord ou du Sud-Kivu, qu'ils survivent dans d'innombrables camps de réfugiés ou dans des villes et villages dans lesquels "vivre" veut d'abord dire "survivre". Au nom de mon groupe, je veux avoir une pensée sincère pour ces femmes, ces enfants et ces hommes qui, chers collègues, nous attendent.

Monsieur le ministre des Affaires étrangères, monsieur le premier ministre, je sais qu'en tant qu'amis fervents de l'Afrique, vous partagez mon désarroi. Hier en commission, nous recevions l'ambassadeur de la RDC, qui a adressé quatre demandes à la Belgique: ordonner la fin des hostilités et le retrait des troupes rwandaises de la RDC; mettre en place un embargo total sur les minerais étiquetés rwandais et introduire une traçabilité dès le sol congolais; plaider auprès de l'Union européenne pour revoir les accords militaires et économiques avec le Rwanda; plaider pour un registre complet des armes vendues à celui-ci.

Messieurs les ministres, dans quelle mesure pouvons-nous répondre à ces demandes? Quels sont les leviers que nous pouvons immédiatement actionner pour éviter de nouveaux massacres? L'Union européenne annonce une aide humanitaire d'urgence de 60 millions d'euros, insuffisants certes, mais comment garantir que cette aide atteigne les populations touchées? Et puis, enfin, messieurs les ministres, pouvez-vous dresser un bilan de la sécurité de nos ressortissants dans la région et de nos équipes diplomatiques en RDC? Nous savons en effet que plusieurs ambassades ont été attaquées.

Pierre Kompany:

Monsieur le président, je suis fier d’être ici devant deux représentants du pays, qui travaillent et connaissent le Congo. Je connais le Congo, mais je ne peux pas prétendre le connaître nécessairement mieux que vous.

Des questions se posent. Le pays qui souffre, c’est le Congo. Des questions se posent. Pourquoi cela a-t-il duré tant d’années sans que des êtres humains – comme nous, qui sommes ici les représentants du peuple – aient débattu de ce problème et aient mis un terme, il y a longtemps, à ce que nous vivons aujourd'hui?

Je me le demande, et je vous le demande, monsieur le ministre des Affaires étrangères. Je sais que le premier ministre couvre tout. La Belgique va-t-elle soutenir l’adoption de sanctions contre le Rwanda au sein du Conseil de sécurité des Nations Unies? Avez-vous des contacts sur ce sujet avec les États actuellement membres du Conseil de sécurité?

La Belgique va-t-elle demander, au sein de l’Union européenne, la suspension de tous les accords avec le Rwanda et la suspension des financements accordés par l’Union? Ils sont accordés y compris par le biais de la Facilité européenne pour la paix – étonnant!

Quel soutien la Belgique va-t-elle elle-même donner à la MONUSCO et aux troupes africaines de la SADC qui défendent la République démocratique du Congo? Quelles actions diplomatiques les Affaires étrangères mettent-elles en œuvre pour rétablir la paix?

Raoul Hedebouw:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre des Affaires étrangères, je vous interpelle évidemment sur les événements dramatiques en cours à l'Est de la République démocratique du Congo, notamment la prise de Goma par le M23 soutenu par l'armée rwandaise. Je vous pose tout de suite la question. Pourquoi autant d'inaction? Pourquoi laisse-t-on faire?

Waarom laten wij hen gewoon doen? In Oekraïne komen wij direct tussen: sancties, het leger, wapens enzovoort, alles erop en eraan. Als het echter over Congo gaat, gebeurt er niets. Waarom?

C'est cela la question! Tout le monde sait ici que l'armée rwandaise ne pourrait pas se permettre cela sans le soutien de l'impérialisme américain. Sans le soutien des États-Unis d'Amérique, c'est impossible. Vous le savez. Vous regardez par terre parce que vous le savez. Un petit pays comme cela ne peut pas intervenir chez son voisin sans un appui occidental important.

Il y a aujourd'hui des protocoles d'accord entre l'Union européenne et le Rwanda. Le protocole sur les minerais stratégiques est signé. Ce sont des accords favorables à l'Union européenne et au Rwanda. On aide le Rwanda. Il y a des accords entre l'armée rwandaise et les institutions européennes. Pourquoi? Pourquoi tant d'hypocrisie? C'est la question qui est posée aujourd'hui par les peuples africains et par le peuple congolais.

Va-t-on faire sauter ces protocoles? Le PTB a proposé de faire sauter ces protocoles. Tous les partis traditionnels belges ont voté contre, ils ont voté pour le maintien de ce partenariat stratégique. Pourquoi? Business! Les minerais, le cobalt, le coltan, le cuivre. Business, business, business! C'est pour cela que vous ne voulez pas intervenir.

Monsieur le ministre, va-t-on enfin soutenir le peuple congolais, soutenir l'intégrité territoriale de ce pays, ne pas appliquer le deux poids deux mesures? Quand ça nous arrange, on ferme les yeux parce qu'il y a de l'argent, et quand ça ne nous arrange pas, on intervient aussi, parce que là aussi il y a de l'argent. Les droits humains ne sont pas à géométrie variable. C'est une question de principes, monsieur le ministre.

Els Van Hoof:

Minister Quintin, ik merk het ook aan u, de oorlog in Oost-Congo raakt u persoonlijk. U was destijds kandidaat-speciaal gezant van de EU voor de Grote Meren. U werd geweigerd door Rwanda.

Dood, vernieling, plundering en seksueel geweld, het raakt mij ook als vrouw, al decennialang. Moeders en dochters worden verkracht en dokter Mukwege herstelt. Dat is het cynische spel vandaag in Oost-Congo. Het Rwandese regime ligt er niet wakker van. Het heeft een onverzadigbare honger naar grondstoffen. Opportunistische rebellen als die van M23 helpen hen. Dat zijn de recepten van het Rwandese imperialisme.

Poetin inspireert, mijnheer Hedebouw, en de Congolese bevolking crepeert. België kan niet langer toekijken. Maandag zei u het al, mijnheer de minister: woorden volstaan echt niet meer.

Hoe kunnen we vanuit de EU het geweld veroordelen en tegelijkertijd toch grondstoffen importeren uit Rwanda? Hoe kunnen we vrolijk een WK wielrennen organiseren in de straten van Kigali in Rwanda? De Belgische kritische houding leidt al langer tot ruis op de diplomatieke lijn met Rwanda, maar dat zal Kagame worst wezen. Only money talks .

Het is hoog tijd om een ethische en morele grens te trekken. De Congolese ambassadeur vroeg dat gisteren ook. Wij steunen hem. Leg een embargo op voor de Rwandese grondstoffen. Ze zijn trouwens niet van Rwanda, ze komen uit Oost-Congo. Herroep de Europese militaire en economische samenwerking. Er moeten sancties komen!

Daarom is mijn vraag aan u, mijnheer de eerste minister en mijnheer de minister: welke concrete maatregelen stellen wij voor aan de Europese Unie? Welke bilaterale maatregelen nemen wij zelf? Ik merk dat Duitsland en het VK kijken naar hun ontwikkelingssamenwerking. U moet natuurlijk de Rwandese bevolking niet straffen, maar er is wel een heroriëntatie nodig.

François De Smet:

Messieurs les ministres, les combats qui ont repris il y a quelques semaines dans l'Est du Congo ont déjà fait de trop nombreuses victimes et ont jeté des centaines de milliers de personnes sur les routes. Et, comme toujours, ce sont les civils qui payent le prix principal, en premier lieu les femmes et les enfants.

Mais, en réalité, nous le savons, voilà des décennies que l'Est du Congo est abandonné, dans un conflit meurtrier par intermittence et qui est, en fait, tout simplement, le conflit le plus meurtrier de l'histoire moderne. Alors, oui, on doit pouvoir cibler les responsables principaux: le M23, bien sûr, qui est le principal groupe paramilitaire qui terrorise la région, mais aussi ses soutiens et, en premier lieu, le Rwanda de M. Paul Kagame qui, dès l'instant où il choisit de soutenir et d'armer ces milices, porte aussi la responsabilité de leurs exactions. Et puis, il y a la communauté internationale, dont l'inaction et le silence ne sont plus possibles.

Que peut faire, que doit faire la Belgique? DéFI vous demande, monsieur le premier ministre, d'abord dans les mots les plus clairs et les plus durs, de condamner les responsables de ces exactions, à savoir le M23 et le Rwanda. Mais il faut aussi ajouter, en effet, des armes plus dures. Il faut qu'on parle d'embargo sur les armes, il faut qu'on puisse parler de sanctions économiques, et nous pourrions aussi demander – nous vous le demandons – que l'Union européenne suspende et rompe dès que possible le partenariat sur l'extraction des minerais entre l'Union européenne et le Rwanda.

Je n'oublie pas l'aspect humanitaire. En ce moment-même, des centaines de milliers de personnes sont isolées, notamment parce que la prise de l'aéroport de Goma rend les accès difficiles. La Belgique peut participer à l'ouverture d'un corridor humanitaire. Et puis, il faudra tôt ou tard que, dans cette région meurtrie, vienne l'heure de la justice. La Cour pénale internationale (CPI) a repris des enquêtes et des activités. C'est très bien, et nous devons les soutenir. Tous les démocrates doivent soutenir le fait que, quels qu'ils soient, les responsables des viols et des meurtres soient poursuivis parce qu'au Congo comme ailleurs, il n'y aura pas de paix sans justice.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Messieurs les ministres, la peur! La peur! Voilà l'état de la population de Goma et de l'Est du Congo. Mais on ne peut pas dire qu'ils ne sont pas habitués à cette situation car cela fait 30 ans que le Kivu et l'Est de la RDC se sentent en insécurité. Trente ans que des factions rebelles soutenues par le Rwanda pillent, violent, tuent, sèment la terreur dans les zones rurales! Trente ans qu'il y a des millions de déplacés! Trente ans qu'il y a des millions de morts!

Pourquoi, monsieur le ministre? C'est pour la richesse du sous-sol de cette région, pour des minerais – oui, monsieur le ministre, vous m'avez bien entendue! – pour que nous puissions rouler dans nos belles voitures électriques, pour que nous puissions utiliser nos smartphones. Trente ans, monsieur le ministre, et nous n'avons voulu rien voir. La Communauté internationale est silencieuse. Pourquoi? Monsieur le ministre, le Congo, c'est trop loin! L'Ukraine, c'est à côté! Ce sont nos voisins! C'est beaucoup plus facile. Et puis, les Rwandais sont des personnes sérieuses. Ils sont considérés comme des partenaires stables. C'est un régime autoritaire avec un président élu à 99 % des voix mais c'est un régime stable. Belligérant mais stable! Parce que, surtout, on a besoin d'or, de diamants, de cobalt, de coltan. Oui, j'ose le dire, monsieur le ministre. Nous sommes restés silencieux. J'apprécie toutefois votre sortie volontariste de cette semaine. Je devais quand même vous le dire.

Comment la Belgique compte-t-elle agir? Quelles solutions diplomatiques sont envisagées pour éviter ce bain de sang et sauver cette population qui a trop souffert? Comment la Belgique compte-t-elle faire pression à l'Union européenne pour suspendre ce protocole de coopération sur les matières critiques avec le Rwanda qui sont pillées en RDC? Comment la Belgique compte-t-elle faire pression à l'Union européenne pour suspendre la coopération militaire?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, de crisis in Oost-Congo, een van de vergeten conflicten, duurt al dertig jaar en het is pas sinds vorige week met de val van Goma dat de internationale gemeenschap eindelijk tot actie oproept.

De M23-terreurgroepen hebben de miljoenenstad, een economisch knooppunt aan de rand van Rwanda, al jaren in hun greep. We zien er een vicieuze cirkel van mensenrechtenschade en van terreur, waaraan de staat Rwanda deelneemt. Het land financiert de rebellen immers. Die houden zich ook niet in. Vrouwen worden verkracht, kinderen worden vermoord, mensen verdwijnen. Er is geen voedsel. Er zijn geen geneesmiddelen. De ziekenhuizen liggen vol. De humanitaire crisis is op het moment enorm.

De greep van de M23-rebellen en van Rwanda op Oost-Congo wordt ook alleen maar groter, omdat zij het slagveld uitbreiden. Zij trekken ook naar het zuiden, naar Bukavu.

De mensen in Congo zijn angstig en boos. Zij komen op straat, want zij voelen zich in de kou gelaten. Wij, de westerse overheden, praten immers nog altijd met de militaire regimes in Rwanda. Wij blijven ook financieren. Wij financieren niet alleen het leger, maar besteden ook 40 miljoen euro aan ontwikkelingssamenwerking in Rwanda.

Mijnheer de minister, is dit niet het moment waarop wij onze hulp ter discussie moeten stellen? U hebt gepleit voor concrete acties. Welke acties zijn dat? Wat hebt u aan uw Europese collega’s gevraagd?

Voorzitter:

Mevrouw Depoorter, u eindigt net als de andere sprekers keurig op tijd, waarvoor mijn dank.

Alexander De Croo:

Mesdames et messieurs les députés, je vous remercie pour vos questions relatives à la situation dans l'Est du Congo, situation dramatique depuis bien trop longtemps.

En effet, cela fait des décennies que les conflits sont quotidiens dans cette région. Malheureusement, la situation a empiré récemment.

La réaction de la Belgique a été très claire. Elle a demandé à l'ensemble des partis de faire tout le nécessaire pour veiller à une désescalade. Le Rwanda doit arrêter son soutien au M23. Cela a été documenté partout et il est important que le message soit très clair. Mais du côté congolais, il y a aussi des choses à faire: arrêter les discours haineux, tenter de restaurer l'autorité dans la région. Il y a bien des efforts à faire des deux côtés.

Le point principal est d'arrêter l'ingérence dans l'Est du Congo depuis le Rwanda. J'ai eu l'occasion de m'entretenir avec le président Félix Tshisekedi hier au sujet d'actions que nous pourrions entreprendre pour mobiliser la communauté internationale. De plus, s'agissant de la situation à Kinshasa, je lui ai demandé d'agir avec fermeté pour faire cesser les attaques contre l'ambassade belge et les ambassades d'autres pays. Il m'a assuré qu'il ferait tout ce qui est nécessaire pour calmer la situation à Kinshasa. On voit aujourd'hui que ce genre de manifestations se produit moins souvent qu'auparavant.

Avant de donner la parole au ministre des Affaires étrangères concernant les actions internationales et notre position par rapport à des sanctions, je rappellerai que la Belgique a toujours été très critique, notamment concernant le protocole européen sur les minerais. La Belgique a d'emblée alerté sur le fait que ce n'était pas une bonne idée. Malheureusement, nous le voyons aujourd'hui, nous avions raison d'émettre de nombreuses questions au sujet de cet accord.

Dans un contexte plus large, la position internationale de la Belgique a toujours été de respecter le droit international et la souveraineté d'un pays, position que nous affichons partout.

Concernant ce qui se passe en Ukraine, cela a été notre position. Nous avons dit que la souveraineté et l'intégrité d'un pays devaient être respectées. Concernant ce qui se passe au Proche-Orient, nous avons toujours été clairs. Les lois internationales et les conventions doivent être respectées. Pour ce qui se passe au Congo, le même raisonnement s'applique. L'intégrité du pays doit être respectée. Les ingérences auxquelles nous assistons de la part du Rwanda ou de groupes soutenus par le Rwanda au Congo sont insupportables. Nous ferons tout pour les arrêter et pour sauver les vies de ceux qui vivent pour l'instant des moments extrêmement pénibles et difficiles.

Bernard Quintin:

Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, j'ai décidé de revenir anticipativement de ma mission officielle au Maroc pour pouvoir répondre à vos vives inquiétudes. Ce n'est que normal car la situation actuelle en RDC nous mobilise pleinement.

Wij volgen de situatie minuut per minuut en zijn in permanent contact met onze ambassade, de Belgische gemeenschap, de Congolese autoriteiten en onze internationale partners.

La prise de Goma constitue une violation supplémentaire, claire et nette du droit international et, en plus, du cessez-le-feu conclu via le processus de Luanda.

Nous ne restons ni silencieux ni inactifs, madame Maouane, je puis vous l'assurer. Lundi, j'ai appelé mes homologues européens à prendre des mesures concrètes. J'ai évoqué explicitement les dossiers suivants, mevrouw Depoorter: le MoU sur les matières premières critiques – pour répondre aussi à Mme Mutyebele –, la Facilité européenne pour la paix dite "Cabo Delgado", la suspension du dialogue sécuritaire avec le Rwanda, monsieur De Smet. Il faut trouver un compromis à l'échelle européenne, parce que c'est à ce niveau-là que nous aurons un impact significatif.

Monsieur Kompany, s'agissant des Nations Unies, j'ai pris contact, dès dimanche dernier, avec mes homologues européens qui siègent au Conseil de sécurité afin de faire passer nos messages et pour que soit nommé le Rwanda dans son agression.

Ondertussen heb ik de Rwandese zaakgelastigde al door mijn FOD laten ontbieden en heb ik het reisadvies voor Rwanda laten aanpassen. Alle reizen naar de parken in het westen van het land worden afgeraden. Het doel is om de druk op de partijen, vooral Rwanda, op te voeren. De Rwandese autoriteiten mogen zich niet onaantastbaar voelen, als ze het internationaal recht aan hun laars lappen.

C'est la seule façon de les ramener autour de la table des négociations afin de travailler à une solution pacifique, comme on a pu le constater en 2012. J'ai partagé ce point de vue de modus operandi avec mon homologue américain, Marco Rubio, hier soir.

Il y a urgence. Kigali a déjà communiqué publiquement qu'elle compte prendre Bukavu. Mais soyons clairs, comme l'a dit le premier ministre, les autorités congolaises doivent aussi prendre leurs responsabilités: rétablir l'autorité sur l'Est de la RDC, mettre fin aux discours de haine et mettre fin à la coopération avec des groupes armés, singulièrement les FDLR, comme nous le demandons systématiquement dans chacun des contacts que nous avons avec toutes les autorités congolaises.

Monsieur De Maegd, en effet, il faut s'attaquer aux racines de ce conflit qui dure depuis plus de 30 ans.

De gevolgen voor de bevolking zijn inderdaad afschuwelijk, mevrouw Van Hoof.

Ce conflit me parle personnellement, puisque je le suis depuis de nombreuses années déjà et que j'en ai vu de mes propres yeux les conséquences innommables il y a déjà 20 ans.

Wat de situatie in Kinshasa betreft, veroordeel ik ten zeerste de aanvallen op onze ambassade en die van onze partners. Zodra ik op de hoogte werd gebracht van de situatie, heb ik onmiddellijk contact opgenomen met de Congolese autoriteiten en hen gevraagd om in te grijpen. Die interventie heeft geleid tot een terugkeer van de rust.

Sans la présence et l’intervention de nos militaires qui ont protégé notre équipe sur place, nous aurions un autre débat aujourd'hui. Je tiens ici à les remercier sincèrement, comme je tiens à remercier notre personnel à Kinshasa ainsi que mes services à Bruxelles qui ont géré avec beaucoup de sang-froid une situation explosive.

De veiligheid van het personeel van de ambassade en de Belgische gemeenschap is zoals steeds onze prioriteit. We nemen sindsdien bijkomende veiligheidsmaatregelen en passen ons reisadvies aan in functie van de evolutie.

Je suis pleinement mobilisé, tout comme le SPF Affaires étrangères, afin de tout mettre en œuvre pour faire cesser les combats dans l'Est de la RDC.

Le droit international, comme cela a été rappelé par le premier ministre, doit être respecté et défendu partout, en tout temps et en tous lieux. La Belgique joue et continuera à jouer pleinement son rôle dans la promotion de la paix et de la sécurité dans la région.

Rajae Maouane:

Merci, messieurs les ministres, pour vos réponses.

Je dois dire qu'elles me laissent un peu sur ma faim. Je trouve que la réponse de la Belgique n'est pas à la hauteur de la situation. La Belgique a une responsabilité historique dans ce pays et dans cette région. On ne demande pas aux agresseurs de désescalader. On dit aux agresseurs d'arrêter de violer le droit international. On fait en sorte de sanctionner les agresseurs.

Je suis révoltée, je dois le dire, par l'hypocrisie que j'entends parfois, de ceux qui prêchent la paix tout en fermant les yeux sur des crimes, par opportunisme politique ou par intérêt économique. L'heure aujourd'hui n'est plus aux déclarations, aussi fortes soient-elles. Il faut des actions. Nous exigeons des sanctions dès maintenant. Nous exigeons un embargo et nous exigeons la justice.

Michel De Maegd:

Merci, messieurs les ministres, pour vos réponses franches et déterminées.

Je voudrais insister sur les responsabilités de chacun, toujours au détriment des populations de l'Est du Congo. C'est indéniable pour le Rwanda. Je le dis depuis des années. Il fait fi de toute règle internationale au travers du M23, pour s'accaparer des minerais du Congo, et aujourd'hui, pour violer, de façon flagrante, la souveraineté de la RDC. C'est tout aussi indéniable pour d'autres pays voisins qui, avec d'autres rebelles, s'assurent de leur part du gâteau. C'est encore indéniable pour le pouvoir en place à Kinshasa, miné par la corruption endémique, et dont les discours vigoureux peinent à masquer les énormes défaillances quand il s'agit de protéger son peuple avec une armée en perdition.

Soyons francs, que dire de l'Europe et de sa réalpolitique? En effet, pour ne pas se faire damer le pion sur cet échiquier morbide, les adversaires occidentaux mais aussi, soyons honnêtes, monsieur Hedebouw, chinois, indiens, turcs et, demain, russes, prennent aussi leur part du gâteau, encore et toujours sur le dos des populations congolaises.

Pierre Kompany:

Monsieur le président, je suis vraiment fier d'être ici, tout simplement parce que je suis d'origine congolaise. J'en ai presque les larmes aux yeux.

Monsieur le premier ministre, vous avez parlé des discours de haine. Pensez quand même un seul instant que ce peuple congolais a une générosité qui dépasse le monde. Il a reçu tous ceux qui, aujourd'hui, deviennent les agresseurs. Des bourses d'études ont été distribuées à la peine des enfants congolais. La plupart des gens que vous voyez, qui font le Rwanda et qui sont du côté congolais ont souvent étudié avec des bourses d'études congolaises que les Congolais n'ont pas eues. Alors, remettons les choses en place: le Rwanda doit remercier le Congo au lieu de faire ce qu'il fait avec l'argent du monde entier.

Raoul Hedebouw:

Monsieur le premier ministre de Belgique, monsieur le ministre des Affaires étrangères de Belgique, Frantz Fanon, un grand militant panafricain disait que "l'Afrique a la forme d'un revolver dont la gâchette se trouve au Congo". Et je pense qu'il a raison. Le but des puissances occidentales aujourd'hui est d'avoir un Congo faible pour qu'il n'y ait plus de gâchette, pour avoir un continent africain faible devant les puissances mondiales. Voilà ce qui se joue aujourd'hui, le but étant d'avoir une balkanisation du pays.

On n'a pas eu de réponse, monsieur De Maegd, à la question de savoir pourquoi les États-Unis d'Amérique soutiennent Kagame depuis le début. Vous le savez! C'est là où tout le monde se tait car l'échiquier mondial se joue à coups de millions de morts. C'est cela qu'il faut dénoncer aujourd'hui et c'est pour cela qu'il y a de l'impunité. J'aurais espéré aujourd'hui que la Belgique dise stop: "Stop, United States! Stop!" Mais non, business, business, business! C'est un problème. On mène le combat contre (…)

Els Van Hoof:

Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, het is goed dat wij concrete voorstellen hebben voorgelegd aan de Europese Unie, maar nu moeten wij doorpakken, er is nog niets gebeurd. Tolereren wij in Oost-Congo wat wij niet tolereren in Oekraïne? Dat is de vraag waarvoor wij staan.

U sprak ook over de haat die vandaag heerst bij de Congolezen. Is het echter niet normaal dat die mensen boos zijn na zoveel straffeloosheid? MONUSCO staat daar al jarenlang naar te kijken en kan niets ondernemen wegens het beperkte mandaat. De Congolezen zijn terecht boos. Er wordt gewerkt met twee maten en twee gewichten. Dat aanvaarden zij niet meer. Het is ook heel terecht dat ze dat niet meer aanvaarden.

Er wordt Kigali weinig of niets in de weg gelegd. Dat moet veranderen. Gaan wij vandaag tolereren dat het internationaal recht word opgeofferd op het altaar van geld en grondstoffen? Misschien valt Bukavu binnenkort. Het is tijd voor sancties en acties. Wij moeten niet alleen naar de Verenigde Staten kijken, wij moeten vooral ook kijken naar onszelf. Ik vertrouw op u, heren ministers.

François De Smet:

Messieurs les ministres, merci pour vos réponses.

Trois choses. D’abord, attention quand même au relativisme. Bien sûr que tout ne va pas bien au Congo. C’est évident. Mais dans cette histoire, il y a quand même très clairement un agresseur et un agressé. L’agresseur, c’est le Rwanda. L’agressé, c’est la République démocratique du Congo.

Ensuite, huit partis se sont succédé à cette tribune, et pratiquement tout le monde a demandé de hausser le ton sur les sanctions économiques et sur les sanctions sur les armes. Cela veut dire que ce gouvernement et le suivant – s’il advient – ont un mandat extrêmement clair de cette Assemblée et auront un soutien pour aller en ce sens.

Enfin, vous n’avez pratiquement pas évoqué le volet humanitaire. On parle de 400 000 personnes qui se trouvent sur les routes. Si la Belgique, d’autres démocraties et les ONG n’aident pas très rapidement, cela va devenir très vite une catastrophe humanitaire.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Messieurs les ministres, merci pour vos réponses.

Moi, je vais vous parler un peu de ma famille qui est coincée à Goma sans eau et sans électricité, de la fille que mon frère a adoptée dans cette mauvaise situation. Je vais vous parler de mes nombreuses visites à Panzi où j’ai vu des enfants emmenés parce qu’ils ont été violés, des petites filles de un an, des mamans complètement désorientées.

Alors maintenant, il est temps d’agir. Le temps est aux actes. On doit dire au M23 de se retirer. On doit dire au Rwanda de se retirer. La Belgique ne doit plus rester passive. Il faut que nous puissions préserver l’intégrité territoriale de la RDC. Surtout, nous devons imposer des sanctions fermes contre le Rwanda.

Une réponse humanitaire et diplomatique urgente est nécessaire, messieurs les ministres. La paix doit être rétablie en RDC, et les crimes doivent cesser.

Je voudrais également présenter toutes mes condoléances aux familles de ces soldats de la MONUSCO et des FARDC qui sont tombés au front.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de premier, mijnheer de minister, het militaire regime van Rwanda aarzelt niet om bij zijn buurman de minerale rijkdommen te gaan plunderen en om daar de bevolking te gaan verkrachten en te folteren.

We mogen vandaag niet aarzelen om daadkrachtig op te treden en om te pleiten voor een opbouw van de humanitaire hulp in Oost-Congo, maar we mogen ook niet aarzelen om te herevalueren hoe we de 40 miljoen euro aan ontwikkelingssamenwerking zullen besteden. De 500.000 mensen op de vlucht hebben nood aan hulp. We mogen ook niet aarzelen in de herevaluatie van onze omgang met de middelen die naar het Rwandese leger gaan, want met die middelen worden de M23-rebellen betaald.

De aarzeling moet voorbij zijn, de stilte moet worden gebroken. Dank u.

Voorzitter:

Collega's, wij hebben nog 25 minuten de tijd om onze stem uit te brengen, maar nog niet heel veel mensen hebben dat gedaan, dus u bent daartoe uitgenodigd.

De uitspraken van admiraal Rob Bauer over de staat van de Belgische Defensie

Gesteld door

VB Annick Ponthier

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 29 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België loopt sterk achter op de NAVO-defensienormen (1,31% bbp in 2024, *excl. Oekraïne-steun*: 5,1 mjrd budget) en krijgt felle kritiek van NAVO-top, met dreigend verlies van geduld over onvoldoende investeringen. Minister Dedonder bevestigt groei sinds 2020 (van 1,07% naar 1,54% bbp *doel 2030*), maar uitstellingen van wapenprogramma’s en pensioenhervormingen (hogere kosten voor oudere militairen) ondermijnen paraatheid en nieuwe investeringen. Kritieke infrastructuurbeveiliging blijft een *nationale* (niet enkel militaire) verantwoordelijkheid, terwijl de 2%-norm onder druk staat en nieuwe NAVO-doelstellingen (3,5%) België nog verder achterlaten. Ponthier benadrukt dat *versneld budgettair optrekken* onvermijdelijk is, maar wijst op de toekomstige regering voor actie.

Annick Ponthier:

Enkele weken geleden kwam dit thema al aan bod.

België kreeg onlangs een oorvijg van de hoogste NAVO-militair, admiraal Rob Bauer, en van secretaris-generaal Mark Rutte. Dat is niets nieuws: we hebben de afgelopen weken al vaker te horen gekregen dat we onze capability targets in het verleden niet gehaald hebben, dat de nieuwe targets veel strenger zullen zijn en dat België nog steeds achterophinkt bij de andere bondgenoten. Volgens Bauer vormt België het ontbrekende puzzelstukje in de collectieve verdediging en het begrip daarvoor zou in NAVO-kringen volledig verdwenen zijn. We zullen ons dus niet langer kunnen verschuilen achter onze hoge uitgaven voor sociale zekerheid en onze moeilijke budgettaire situatie. Het geduld van de partners lijkt op te zijn. We moeten het nodige geld snel vinden.

Mevrouw de minister, wat is uw reactie op de verklaringen van admiraal Bauer? Waar staan we op dit moment in ons groeitraject naar de 2 %-norm, zonder de hulp aan Oekraïne mee te rekenen? Ik heb die vraag al vaak gesteld, maar ik stel ze inderdaad opnieuw. Welke grote geplande bestellingen uit de voormalige militaire programmawet worden nog uitgesteld? Wat zal de impact van de pensioenhervorming zijn op de berekening van onze algemene defensie-inspanning? Zullen we inzake de bescherming van onze kritieke infrastructuur tegen sabotage de NAVO-doelstellingen halen?

Ludivine Dedonder:

Mevrouw Ponthier, de uitspraken van admiraal Bauer weerspiegelen het gemeenschappelijk engagement van de NAVO-landen om de minimale normen van 2 % van het bbp aan defensie-uitgaven te halen en te behouden.

In de afgelopen legislatuur is de defensie-inspanning gegroeid van 1,07 % van het bbp in 2020 naar 1,31 % van het bbp in 2024. Vertaald naar het defensiebudget betekent dat een groei van 3,2 miljard euro in 2020 naar 6,1 miljard euro in 2024. Dat is bijna een verdubbeling van het defensiebudget.

In februari 2022 heeft de regering een budgettair traject goedgekeurd. Op basis van de toen geldende economische prognoses zou dat traject tot een defensie-inspanning van 1,54 % van het bbp tegen 2030 leiden.

Het is de bedoeling om in 2025 door te gaan met de grote investeringen waarin het STAR-plan en de wet houdende de militaire programmering voorzien. In sommige gevallen worden programma's later gerealiseerd dan voorzien, doordat het materieel nog niet beschikbaar is, omdat de behoefte gewijzigd is of omdat de procedures voor de aankoop meer tijd in beslag nemen dan initieel werd gepland. De programmeringswet zal hoe dan ook op basis van de actualisering van het STAR-plan moeten worden aangepast, dat door de volgende regering zal moeten worden uitgevoerd.

Ik kan u in dit stadium geen informatie geven over de eventuele bijkomende middelen voor Defensie. Niettemin zal de druk op ons land om de 2 % van het bbp te bereiken blijven aanhouden. De geopolitieke situatie is sinds de opstelling van het STAR-plan sterk gewijzigd.

De voorgestelde hervorming van het pensioenstelsel voor militairen moet rekening houden met de specificiteit van Defensie en de militairen. Bij een pensioenhervorming waarbij de pensioenleeftijd van de militairen wordt verhoogd, zal Defensie een groter aandeel van het budget aan personeelsuitgaven voor oudere militairen moeten besteden. Dat zijn natuurlijk middelen die niet kunnen worden gebruikt om de paraatheid te verhogen, om nieuwe investeringen in materieel en infrastructuur te doen of om aan te werven.

De bescherming van de kritieke infrastructuur is een nationale verantwoordelijkheid en niet enkel een taak van Defensie; het is duidelijk een soevereine verantwoordelijkheid van ons land. Alle bestuursniveaus, alsook de hele samenleving, moeten deelnemen aan de inspanning om de kritieke infrastructuur te beschermen en de weerbaarheid van ons land te verhogen. Naast Defensie hebben verschillende andere departementen expliciete verplichtingen om te investeren en bij te dragen.

Annick Ponthier:

Mevrouw de minister, mijn reactie zal kort zijn. U had het over 1,31 %, waarin de hulp voor Oekraïne vervat zit. Kunt u dat bevestigen? Ik vroeg u namelijk de cijfers zonder de bijdrage voor de hulp aan Oekraïne.

Ludivine Dedonder:

Zonder de hulp aan Oekraïne hebben we een defensiebudget van 5,1 miljard euro.

Il est difficile d'évaluer toutes les dépenses pour l'Ukraine mais il s'agit d'un budget d'environ cinq milliards.

Annick Ponthier:

In het algemeen kunnen we stellen dat we, ondanks alle oproepen in het verleden, intussen de 2 %-norm die de NAVO ons al een decennium oplegt, kunnen verlaten. Er is nu een NAVO-secretaris-generaal die spreekt over 3,5 %. Ik denk dat het een open deur intrappen is als ik zeg dat België op dat vlak schromelijk achterwege blijft. Ik benadruk nogmaals dat we in de toekomst snel moeten schakelen om de defensiebudgetten stevig op te trekken, zodat we onze internationale engagementen kunnen blijven nakomen, maar dat is natuurlijk niet meer uw verantwoordelijkheid; dat begrijp ik.

De verlofdag voor militairen om te betogen tegen de nakende pensioenplannen
De dienstvrijstelling voor militairen
Militair verlof en dienstvrijstelling voor pensioenprotest

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 29 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Dedonder stelt een dienstontheffing (niet-staken) voor Defensiepersoneel voor om bezorgdheden over pensioenhervormingen te uiten, gebaseerd op een mondeling akkoord van DG HR en later een schriftelijk arbeidsreglementsadvies, maar weigert het gedetailleerde advies vrij te geven (voorbehouden aan de premier). Ponthier kritiseert de politieke timing, kosten (6M€) en minimale dienstverlening (operaties/Oekraïne-steun blijven draaien), en eist transparantie over het onderliggende juridische kader, dat Dedonder niet concreet toelicht. De juridische nota van de Kamer bevestigt geen bevoegdheid, maar Dedonder houdt vol dat het reglement haar toelaat afwezigheid toe te staan. Vertrouwen in de procedure ontbreekt door tegenstrijdige verklaringen over advies-timing en inhoud.

Voorzitter:

Vorige week werd afgesproken om hierover een juridische nota te laten opstellen door de diensten. We hebben die gisteren ontvangen en die werd rondgestuurd.

Annick Ponthier:

Mijnheer de voorzitter, we hebben die juridische nota ontvangen. Daar kwam weinig tot niets uit voort, aangezien de diensten van de Kamer niet bevoegd zijn met betrekking tot dit thema.

Mevrouw de minister, ik heb u hierover vorige week ook ondervraagd in de plenaire vergadering. Militairen kunnen geen gebruikmaken van het stakingsrecht, zoals men dat in andere sectoren wel kan. Dit is grondwettelijk bepaald. Enerzijds is het is dus begrijpelijk dat zij op een andere manier hun stem willen laten horen en hun bezorgdheden rond de pensioenhervorming willen uiten. Die zijn ook meer dan terecht als u het ons vraagt. Anderzijds, dat u als minister op eenzijdige wijze het personeel van uw departement tracht te politiseren tegen de plannen van een volgende regering, lijkt ons eerder een politieke stunt dan een inhoudelijk verhaal. Het is ook niet vrijblijvend. U bevestigde dat er een kostenplaatje aan vasthangt. Men spreekt over 6 miljoen euro, als men alle kosten in beschouwing neemt. Het lijkt onverantwoord in deze geopolitiek uitdagende tijden om een groot deel van Defensie een dag stil te leggen, zoals u toen voorstelde.

Ik zal mijn vragen van vorige week uiteraard niet herhalen.

Wat is de totale kostprijs indien deze dienstontheffing doorgang vindt? Kunt u dat nog eens bevestigen in deze commissie?

Waar zult u de minimumdienstverlening situeren? Hoe zult u die laten invullen?

Over het stakingsrecht zullen we het natuurlijk niet hebben, maar ik wil het wel hebben over het advies dat u vorige week meegaf in uw antwoord op de vragen in plenum. U verwees toen naar een advies van Defensie. Wie heeft u dat advies bezorgd? Wanneer werd het u bezorgd? Wat hield het advies concreet in? Was de CHOD daarbij betrokken? Welke diensten waren daarbij betrokken? Kunt u daar iets dieper op ingaan?

Ludivine Dedonder:

Mevrouw Ponthier, de dienstontheffing geeft elk personeelslid de mogelijkheid om een vrije dag te nemen. Dat geeft hen de vrijheid om zelf te kiezen en, indien gewenst, zijn of haar mening te laten horen zonder te staken.

Met betrekking tot de lopende zaken verwijs ik naar het advies van de juridische diensten van de Kamer, dat door deze commissie werd gevraagd.

De hiernavolgende activiteiten gaan gewoon door: de operaties, de oefeningen en prestaties in een internationaal organisme in binnen- en buitenland, de dienstreizen in het buitenland, de vormingen, de commissies, de activiteiten buiten Defensie, alle steun aan externen en externe activiteiten, de ploegendiensten, de permanentie, DOVO, SAR, Proter, het operatiecentrum, de wachtprestaties en alle steun aan interne activiteiten in het kader van de steun aan Oekraïne.

De militairen hebben niet het recht om te staken. Een staking wordt gekenmerkt door het feit dat werknemers zich niet houden aan de verplichting om arbeid uit te voeren. Door het verlenen van een dienstontheffing wordt de werknemer de toestemming verleend om gedurende een bepaalde periode afwezig te zijn tijdens de werkuren. De verplichting om arbeid uit te voeren komt daarmee te vervallen. Een herziening van het verbod op staken voor militairen is niet aan de orde.

Vooraleer een beslissing te nemen, heb ik mij bevraagd bij de DG HR om na te gaan of ik in mijn hoedanigheid van minister van Defensie een dienstontheffing kon toestaan. Het advies was dat dit mogelijk was op basis van het arbeidsreglement.

Inzake de kosten kan ik meegeven dat het bij een dienstontheffing niet mogelijk is om a priori een kostprijs te berekenen, aangezien wij niet juist weten wie de dienst niet zal uitvoeren.

Annick Ponthier:

Mevrouw de minister, ik dank u voor een heel beknopt antwoord op een heel uitgebreid plan, dat u vorige week uitgebreid in de media hebt laten verspreiden.

Ik merk op dat u het nu over een dienstontheffing hebt in plaats van over de initiële dienstvrijstelling. Dat is dus enigszins genuanceerder ten opzichte van vorige week.

Uiteraard heeft iedere militair het recht zijn of haar mening te uiten over welke plannen dan ook met betrekking tot het defensieapparaat tout court, zeker met betrekking tot de pensioenhervormingsplannen van de eventuele volgende regering. Hun bezorgdheid daarover is terecht.

Mevrouw de minister, u verwijst naar een advies van de DG HR dat de mogelijkheid van zo’n dienstontheffing zou voorzien op basis van het arbeidsreglement. Mijnheer de voorzitter, kunnen wij dat advies opvragen? Mevrouw de minister, u hebt niet geantwoord op de vraag wanneer men u dat advies heeft bezorgd.

Ludivine Dedonder:

Il s’agissait d’un questionnement oral auprès de la DG HR afin de déterminer si j’avais l’autorisation.

Annick Ponthier:

Dat is dus gebaseerd op een mondelinge vraag van u aan de DG HR?

Ludivine Dedonder:

Dans un premier temps, il s’agissait d’un questionnement oral. Par la suite, au vu de toutes les questions prévues, nous nous sommes conformés, comme je vous l’ai dit, au règlement de travail. Tout est parfaitement en ordre. Preuve en est que votre questionnement auprès des services juridiques de la Chambre ne vous a pas donné raison.

Annick Ponthier:

Dat is een heel ander verhaal dan wat u vorige week in de plenaire vergadering hebt gezegd.

U zou eerst hebben gepolst of het wel mogelijk was. Er werd u dan mondeling bevestigd dat dit het geval was. Pas na de vele vragen die u daarover ontving, hebt u zich blijkbaar grondig bevraagd. Dat verduidelijkt meteen de chronologie van een en ander.

U hebt verklaard dat uw beslissing gebaseerd was op een zorgvuldige evaluatie van de impact. In de plenaire vergadering van vorige week zei u dat het onderbouwd was door een "gedetailleerd advies van Defensie."

Ik vraag u nogmaals om dat schriftelijk gedetailleerd advies te bekomen. Dat stelt enkele vragen scherp met betrekking tot de toepassing van de door u aangekondigde algemene dienstvrijstelling. Ik weet niet hoe de ministerraad daarop heeft gereageerd. Ik vermoed dat er wel enige nuance in het verhaal zal worden gebracht.

Ik volg dit verder op. Ik vraag nogmaals om ons dat advies te bezorgen.

Voorzitter:

Mevrouw de minister, is het mogelijk om dat advies te ontvangen?

Ludivine Dedonder:

J’ai répondu au premier ministre sur la base d’un avis juridique. À l’heure actuelle, je réserve cette réponse au premier ministre. Je n’ai en rien modifié ma version, je ne suis pas passée d’une dispense à un retrait, tout comme je n’ai pas moi-même évoqué les coûts – c’est la presse qui en a parlé sur la base d’une estimation faite par un de vos collègues.

Pour ce qui concerne l’avis, les choses sont très simples: le règlement de travail m’autorise, en ma qualité de ministre de la Défense, à octroyer une dispense de service. Telle est la base qu’il convient de vérifier.

Voorzitter:

De vraag is gewoon wanneer dat advies binnenkwam. U zei daarnet in antwoord op de bijkomende vragen van mevrouw Ponthier dat u mondeling van DG HR vernam dat het op basis van het arbeidsreglement kon, dat u vervolgens de beslissing nam en dat u dan in het kader van vragen in het Parlement een schriftelijk onderbouwd advies kreeg. Zo zegt u het toch, als ik de chronologie goed heb?

Ludivine Dedonder:

C'est ce que je viens de dire.

D'abord, il convient de s'assurer que je suis autorisée à le faire. C'est la raison pour laquelle, dans un premier temps, on passe un appel disant: "J'ai reçu une demande des organisations syndicales, comment puis-je y répondre? Est-ce que je peux faire ça?"; "Oui, vous pouvez."

Ensuite, en ce qui concerne les différents éléments figurant dans la lettre du premier ministre, il y a un complément juridique pour y répondre. C'est la raison pour laquelle je vous dis que j'ai réservé cette réponse au premier ministre aujourd'hui.

Annick Ponthier:

Los van het politiek-deontologische aspect van uw aankondiging in de media blijven we na uw antwoord op onze honger wat betreft de timing en de inhoud van dat gedetailleerd advies. U zegt zich in de ministerraad te hebben verantwoord op basis van juridisch advies. U hebt het dan over het juridisch advies van de Kamerdiensten? Dat is immers het enige advies wat we hebben gekregen.

Ludivine Dedonder:

(…)

Annick Ponthier:

Dat is dus niet het advies waarnaar ik heb gevraagd. Ik vraag nogmaals om het gedetailleerd advies te mogen inzien dat u van de diensten van Defensie heeft gekregen.

Voorzitter:

Ik meen dat de minister net heeft gezegd dat ze dat besluit voorbehoudt aan de premier.

De toepassing van het Deense model voor steun aan de Oekraïense defensie

Gesteld door

Les Engagés Luc Frank

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 29 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België ziet geen Europese of NAVO-brede coördinatie rond het Deense model (directe aankoop van Oekraïense wapens) maar focust op bilaterale industriële samenwerking met Oekraïense bedrijven voor lokale productie. Minister Dedonder bevestigt geen concrete plannen voor het Deense model, maar steunt wel elke versterking van Oekraïense defensiecapaciteit. Luc Frank benadrukt dat het model potentieel heeft (munitieproductie!) en pleit voor verder onderzoek, mogelijk via partnerschappen met andere landen.

Luc Frank:

Madame la ministre, au début de l’année 2025, le premier ministre ukrainien Denys Chmyhal a annoncé que son gouvernement visait à lever plus d’un milliard de dollars pour développer le modèle danois de financement de la production d’équipements en Ukraine.

Pour rappel, le Danemark a été le premier État à proposer de donner à l’Ukraine des armes qu’il achèterait directement à l’industrie ukrainienne, renforçant ainsi les commandes venant du budget ukrainien. En effet, ce budget ne permet pas d’utiliser toutes les capacités de production de l’industrie ukrainienne.

Ce modèle permet de renforcer les forces armées ukrainiennes par une production souvent plus rapide et moins chère, renforçant ainsi la masse nécessaire à la défense de l’Ukraine. De plus, il est aussi un investissement dans la base industrielle et technologique de défense européenne, vu le statut de candidat de l’Ukraine.

Le Danemark n’est pas le seul État à utiliser ce modèle. La Norvège, la Suède, la Lituanie et les Pays-Bas entendent également agir ainsi.

Madame la ministre, existe-t-il une coordination européenne ou au sein de l’OTAN pour approfondir ce modèle? La Belgique considère-t-elle qu'il est important de le soutenir? Avez-vous des projets concrets que le futur gouvernement pourra mettre en œuvre?

Ludivine Dedonder:

Le modèle danois de financement de l’aide à l’Ukraine est basé sur une initiative individuelle du Danemark. Un approfondissement de ce modèle au niveau européen ou dans le cadre de l’OTAN n’est pour l’instant pas envisagé.

Il n’y a pas, à ce stade, d’initiative prévue par la Défense pour appliquer le modèle danois. La priorité est donnée à l’intensification des coopérations industrielles entre des entreprises belges et ukrainiennes, ayant pour objectif la production de matériel militaire en Ukraine. Nous soutenons toute initiative destinée à renforcer l’aide en Ukraine, que ce soit par ce biais ou par ailleurs.

Luc Frank:

Merci beaucoup. Personnellement, je pense que c’est quand même une piste qu’il faudra étudier. Lorsque j’ai assisté à la dernière assemblée de l’OTAN entre l'Ukraine et des parlementaires de l’OTAN, cette question-là a justement été abordée. Les membres du Parlement ukrainien ont soulevé des problèmes par rapport à la production de munitions notamment. Je pense que c’est peut-être une piste à utiliser ou à considérer via un partenariat avec d’autres pays.

De voorbereiding van het Europese witboek over defensie

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 29 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België benadrukt in het EU-verdedigingswitboek (voorbereiding op oorlogsrisico’s) kortetermijnprioriteiten zoals munitievoorraden, onderzeese oorlogsvoering en dual-use capaciteiten, en langetermijnfocus op gezamenlijke EU-projecten (luchtverdediging, cybersecurity, drones). Financiering moet via een EU Defence Facility voor gezamenlijke aankopen, met nadruk op industriële samenwerking en marktintegratie, zonder concurrentie te ondermijnen. De regio’s werden informeel betrokken (9 januari), maar er was geen interministerieel overleg; militaire afstemming gebeurde wel via het EU Military Committee. Lasseaux dringt aan op versterkte regionale industriële voorbereiding op dreigingen.

Stéphane Lasseaux:

Madame la ministre, le nouveau commissaire européen à la Défense Andrius Kubilius a pris l’engagement de présenter un livre blanc sur la Défense dans les 100 jours de son entrée en fonction. Ce livre blanc devrait être présenté le 19 mars 2025, soit avec quelques jours de retard, mais ce n’est certainement pas un drame.

Selon le commissaire européen Andrius Kubilius, ce livre blanc devrait contribuer à préparer l’Union européenne à l’éventualité militaire la plus extrême, à savoir une guerre. Il devrait notamment souligner les besoins des armées européennes pour être préparées à la guerre; expliquer comment les États membres peuvent acheter conjointement plus de fournitures afin de garantir une sécurité à plus long terme pour les producteurs; explorer les possibilités de financement.

Dans cette logique, les services de la Commission européenne et d’autres institutions européennes doivent certainement travailler d'arrache-pied. À cette fin, ils ont également enclenché des processus de consultation avec les États membres.

Madame la ministre, quelles sont les priorités que la Belgique a transmises à l’Union européenne dans le cadre de l’élaboration de ce livre blanc et notamment des trois points évoqués par le commissaire Kubilius? Avez-vous pu vous concerter avec les pouvoirs régionaux, notamment pour ce qui relève des aspects industriels? Avez-vous pu consulter les États membres ou, de manière bilatérale, d'autres ministres de la Défense?

Ludivine Dedonder:

Monsieur Lasseaux, le 16 janvier dernier, les États membres étaient invités à exposer leur point de vue dans le cadre d'un atelier informel organisé par la Commission européenne. Les positions ont été formulées autour de deux questions principales. Tout d'abord, il s'agissait de savoir comment, à court terme, combler d'urgence les lacunes critiques dont souffrent les capacités des États membres, y compris en mobilisant les capacités industrielles nécessaires pour garantir le maintien du soutien militaire de l'Union européenne à l'Ukraine. Ensuite, nous nous sommes demandé comment développer conjointement, à moyen et à long termes, des capacités stratégiques à travers des projets à grande échelle et renforcer la compétitivité et la résilience de la European Defence Technological and Industrial Base: en investissant dans l'innovation et en développant davantage le marché intérieur des produits et services de défense.

Pour résumer la position de la Défense, en vue de répondre aux besoins en capacités à court terme, il convient d'accorder la priorité à la mise à niveau des stocks de munitions, à l'accentuation des efforts en matière de guerre sous-marine et de fonds marins pour protéger les réseaux critiques d'énergie et de communication. Il est également essentiel de soutenir les capacités à double usage où l'Union européenne apporte une valeur ajoutée.

Pour les besoins à moyen et à long termes, l'accent doit être placé sur les initiatives de collaboration prioritaire de défense européenne. Je pense, par exemple, à des domaines tels que la défense intégrée contre les aéronefs et les missiles, la guerre électronique, les munitions rôdeuses, la résilience des infrastructures critiques et la cybersécurité.

En termes de financement, ces efforts pourraient être soutenus par un instrument extrabudgétaire appelé EU Defence Facility. Il servirait à encourager les achats de défense conjoints, à grande échelle, pour mettre en œuvre les objectifs de capacités convenus par l'Union européenne et l'OTAN. Les efforts doivent également se concentrer sur la suppression des obstacles au transfert de défenses intra-Union européenne. Les acquisitions transfrontalières et la coopération industrielle doivent aussi être renforcées.

Enfin, il est essentiel de maintenir un équilibre entre l'offre et la concurrence. L'agrégation de la demande et de l'offre pour des projets stratégiques à grande échelle peut permettre de réaliser des économies d'échelle, tout en maintenant la concurrence entre les consortiums industriels européens. Cette approche favorisera l'innovation tout en garantissant un niveau d'ordre suffisant et durable.

En vue de l'atelier informel du 16 janvier, des représentants des Régions et le directeur adjoint de l'armement national se sont réunis de manière informelle à la Représentation permanente de la Belgique auprès de l'Union européenne le 9 janvier pour une présentation suivie d'une discussion ouverte afin d'échanger des points de vue sur les défis et les opportunités pour la Belgique et son industrie de la défense, dans le contexte du livre blanc sur l'avenir de la Défense.

Aucune consultation interministérielle n'a eu lieu avant l'atelier. Toutefois, les États membres se sont consultés au niveau stratégique militaire, dans le cadre de l'European Union Military Committee.

Stéphane Lasseaux:

Merci, madame la ministre, pour cette réponse très précise. Il est clair que nous devons être très attentifs à tout ce qui vient d'être évoqué et insister sur le fait de prendre langue encore une fois avec les différentes Régions, pour justement renforcer les industries afin qu'elles puissent être sensibilisées aux risques qui sont malheureusement devant nous, et afin qu'elles puissent également s'y préparer.

Het antwoord van Defensie op het stijgende aantal cyberdreigingen

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 29 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België versterkt zijn cyberverdediging via samenwerking tussen Defensie (Cyber Command), CCB, politie en EU-partners, gericht op proactieve bescherming van kritieke infrastructuur (ziekenhuizen, scholen, nutsbedrijven) en KMO’s tegen groeiende cyberdreigingen (o.a. uit Rusland). NIS2-wetgeving dwingt strenge cybermaatregelen af, terwijl Cyber Command via oefeningen (bv. met Elia/Infrabel), 5G-projecten en "duale capaciteit" (militair *en* civiel) de nationale veerkracht vergroot. Sensibilisering van KMO’s – cruciaal in defensie-industrie – blijft een prioriteit, met nadruk op kennisdeling tussen Defensie en CCB. Jongeren en militaire expertise moeten beter benut worden voor cyberbewustzijn, naast bestaande initiatieven zoals Cyberfundamentals.

Stéphane Lasseaux:

Madame la ministre, la semaine dernière, nous avons eu l’occasion, avec les membres de notre commission, de visiter le Cyber Command. Nous avons ainsi pu nous rendre compte du professionnalisme dont fait preuve l’ensemble de son personnel. Comme précisé sur le site de la Défense, cet organe contribue au quotidien à la cybersécurité du pays, en partenariat avec divers acteurs nationaux et internationaux ainsi qu’avec le monde académique, industriel et associatif.

Compte tenu de l’évolution de la situation géopolitique et des risques accrus de cybercriminalité, notamment en provenance de certains pays tels que la Russie, nous observons aujourd’hui une cybermenace croissante. Le Centre pour la Cybersécurité Belgique (CCB) a déjà lancé des initiatives dans le cadre du référentiel Cyberfundamentals, afin de renforcer la cybersécurité dans les secteurs public et privé, en accordant une attention particulière aux PME.

En outre, la transposition de la directive européenne NIS2 en droit belge, par la loi du 26 avril 2024, impose des obligations accrues en matière de cybersécurité aux entités fournissant des services essentiels, autrement dit les hôpitaux, les écoles et certains services publics.

Madame la ministre, étant donné que les cyberattaques peuvent avoir des répercussions non négligeables sur l’ensemble de la société, des actions supplémentaires sont-elles envisagées par la Défense pour sensibiliser, informer et protéger l’ensemble des acteurs?

Quelles mesures spécifiques sont-elles prévues pour informer et protéger non seulement les grandes entreprises, mais aussi les petites et moyennes entreprises, les hôpitaux, les écoles, ainsi que les services de police et de pompiers en Belgique?

Avez-vous envisagé de mener une réflexion stratégique avec les services du CCB?

Ludivine Dedonder:

Monsieur Lasseaux, la sécurité de notre population, des services essentiels et des infrastructures critiques est une priorité absolue pour la Belgique. Face aux menaces croissantes dans le cyberespace, nous prenons des mesures ciblées pour accroître notre résilience, tant à l’échelle nationale qu’en coopération avec nos alliés.

En ce qui concerne le cyberspace, vous n’ignorez pas que nous sommes confrontés à des menaces hybrides en constante évolution, à des campagnes de désinformation ainsi qu’à des cyberattaques. Dans ce contexte, nous devons non seulement nous montrer réactifs mais aussi proactifs. Plus que jamais, nous devons protéger nos citoyens. Cette tâche ne peut être accomplie qu’au travers d’une coopération sans faille entre les différents départements et entre les nations, ainsi que par une coopération civilo-militaire renforcée.

Le Cyber Command de la Défense contribue à la stratégie nationale de cybersécurité en étroite collaboration avec les autres acteurs fédéraux qui sont, en matière de cybercriminalité, le Centre pour la Cybersécurité Belgique, la police judiciaire et le parquet fédéral.

Toute entreprise ou prestataire de services est fortement invité à appliquer les recommandations du CCB, qui sera l'acteur de première ligne en cas d'accident. La Défense appuie le CCB pour les incidents et crises au niveau national, les entreprises du secteur de la défense, et dans tous les cas de suspicion d'action engagée par des acteurs étatiques étrangers.

Notre nouveau Cyber Command est à l'avant-garde de cette vision, combinant les efforts de défense nationale avec ceux de l'Union européenne pour former un cyberbouclier. Le Cyber Command est également constamment opérationnel et assure une surveillance constante de nos systèmes. C'est pourquoi je pense que la notion de capacité double, duale est essentielle.

Le Cyber Command doit non seulement être doté de moyens de pointe, mais ses ressources doivent également être opérationnelles tant dans des environnements militaires que civils. Nous devons avoir les capacités nécessaires pour soutenir le gouvernement en cas de crise nationale, par exemple en cas de cyberattaque contre des infrastructures critiques. Récemment, le Cyber Command a participé à un exercice de sommet national avec d'autres acteurs fédéraux, régionaux et civils, tels qu'Elia et Infrabel, afin de mieux armer nos infrastructures critiques nationales contre de futures intrusions potentielles dans le domaine virtuel.

Le Cyber Command est également impliqué dans de nombreux projets, tels que 5G, Mission Critical Security & Cyber Factory, pour favoriser l'optimisation et la résilience de nos entreprises et de nos institutions.

Stéphane Lasseaux:

Merci, madame la ministre, pour les réponses apportées. Il me semble essentiel que la Défense fasse part de son expérience, en tout cas de l'information qu'elle peut communiquer auprès du CCB, et sensibilise les PME. Je dis les PME, car dans le cadre de l'industrie, notamment de l'armement, énormément de PME sont des acteurs essentiels; dès lors, elles sont susceptibles de subir une cyberattaque. J'ai entendu, et c'est très bien, que cela a été fait au niveau des grandes entreprises, mais n'oublions certainement pas l'ensemble du secteur économique. Par ailleurs, les jeunes insistent sur le fait que les militaires ont une autre sensibilité, une autre approche, et qu'il serait donc important de leur communiquer ce qu'ils peuvent faire.

De oplopende kosten rond de F-35's

Gesteld door

PVDA Robin Tonniau

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 29 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De F-35 presteert slechter dan beloofd: de beschikbaarheid zakt naar ~50% (ipv contractuele 65%), de kost per vlieguur ligt op 40.000€ (vs. begrote 30.000€ en F-16’s 22.000€), en operationele problemen (storingen, vertragingen, gebrek aan onderdelen) stapelen zich op. Minister Dedonder bevestigt dat de meerkosten via jaarlijkse begrotingen worden gedekt en dat boetes voor vertragingen gelden, maar geen compensatie voor prestatietekorten; extra aankopen staan niet gepland. Tonniau noemt de F-35 een "financiële ramp" door systematisch overschrijden van budgetten, lagere inzetbaarheid en technische gebreken, en pleit tegen verdere aankopen. De F-16 blijft goedkoper en betrouwbaarder, terwijl de F-35’s hoge kosten en operationele risico’s met zich meebrengen.

Robin Tonniau:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, tijdens de vorige vragensessie heb ik u al ondervraagd over het onderpresteren van de F35-gevechtsvliegtuigen, specifiek over de lage beschikbaarheid van de toestellen. Contractueel zouden ze 65 % van de tijd inzetbaar moeten zijn. In de praktijk halen zij dat cijfer niet en gaat het veeleer richting 50 %. Ik ben benieuwd hoeveel dat cijfer nog zal zakken, aangezien de betrouwbaarheid meestal afneemt met de jaren.

De F-35 is niet alleen vaak buiten dienst, maar de kostprijs per vlieguur is ook veel hoger dan beloofd door de producent en dan geraamd door Defensie voor de aankoop. Uit een rapport van de US Government Accountability Office, een onafhankelijk overheidsorgaan dat aan het Amerikaanse Congres rapporteert, blijkt dat een uur vliegen met de F-35A 40.000 euro kost. De kostprijs per vlieguur voor een F-16 bedraagt ongeveer 20.000 euro. De F-35 is dus dubbel zo duur in gebruik als een F-16. Defensie had de kostprijs per uur van de F-35 eerder al geraamd op 30.058 euro. Dat hebt u zelf nog geantwoord op een schriftelijke vraag van mevrouw Melissa Depraetere.

Doordat de werkelijke kostprijs per uur van de F-35 dubbel zo hoog ligt tegenover de kostprijs van de F-16, is het zelfs voor de Verenigde Staten ondenkbaar geworden om hun hele vloot F-16’s te vervangen door F-35’s. De operationele kosten van de F-35 waren immers oorspronkelijk bedoeld om gelijk te zijn aan de kosten van de F-16.

Onze vragen zijn dan ook de volgende.

Hoeveel kost een uur vliegen met een F-16 van het Belgisch leger in vergelijking met een F-35 van ons leger? Nu de eerste testvluchten achter de rug zijn, moet daarop al een concreet zicht zijn. Hoeveel heeft België origineel begroot voor het onderhoud en de kosten voor een uur vliegen met een F-35? Hoe worden de oplopende kosten voor de F-35 betaald? Krijgt de Belgische Defensie een korting op de kosten, doordat het vliegtuig de vaak beloofde doelen niet bereikt? Ten slotte, is het verstandig nog extra F-35’s aan te kopen, gezien alle bestaande problemen en oplopende kosten?

Ludivine Dedonder:

Mijnheer Tonniau, voor een F-16 komt de gemiddelde kostprijs op 22.000 euro per vlieguur. De gemiddelde kostprijs per vlieguur voor een F-35 werd geschat op 30.000 euro.

De initiële exploitatiekosten op het vlak van onderhoud en vlieguren zitten vervat in het aankoopcontract van deze nieuwe capaciteit. De exploitatiekosten zullen worden gebudgetteerd bij de opmaak van de desbetreffende jaarlijkse begroting.

Met betrekking tot de vertraging in de levering van de vliegtuigen, het contract tussen de Amerikaanse overheid en Lockheed Martin bevat een boeteclausule die voorziet in het toekennen van compensatie via winstderving.

De eventuele aankoop van bijkomende F-35-vliegtuigen is momenteel niet gepland en zou een actualisatie van het investeringsplan voor Defensie vergen.

Robin Tonniau:

Mevrouw de minister, Defensie heeft de vlieguurkost voor een F-35 begroot op 30.000 euro. In de realiteit zien wij echter dat het 40.000 euro is. Ik begrijp niet waarom die 30.000 wordt behouden, het zal 40.000 worden.

Als ik een nieuwe wagen zou bestellen en daarop vijf jaar langer dan voorzien moet wachten, waardoor ik mij eigenlijk diep in de schulden steek en die blijkt dan geen 5 liter benzine maar 10 liter benzine te verbruiken per 100 kilometer, dan zou ik mij bedrogen voelen door de verkoper en zou ik die boeteclausule activeren. Dan wil ik vergoed worden voor de schade.

De F-35 is verschrikkelijk duur in aankoop. Hij wordt jaren te laat geleverd. Er zijn ook kwaliteitsproblemen. Gisteren stortte nog een F-35 neer in Alaska. Gelukkig heeft de piloot het overleefd. De reden was een storing. Er is een gebrek aan reserveonderdelen. De toestellen zorgen voor extra geluidsoverlast. Ze zijn slechts de helft van de tijd inzetbaar en ze zijn dan ook nog eens een derde duurder in gebruik dan beloofd en begroot.

Dit is een financiële ramp voor Defensie. De F-35 zal zoveel geld opslorpen dat Arizona hem als excuus zal gebruiken om de pensioenkassen van Defensie leeg te halen. Het zou inderdaad dwaas zijn om nog extra F-35-toestellen te bestellen.

Voorzitter:

Ik behoud mijn neutraliteit en sluit het incident.

De door Defensie toegekende dienstvrijstelling voor deelneming aan de betoging op 13 februari
De dienstvrijstelling voor militairen die op 13 februari willen betogen
De deelname van militairen aan de betoging van 13 februari
Het functioneren van minister Dedonder
De verzuchtingen van de militairen met betrekking tot hun statuut
De dienstvrijstelling voor militairen die op 13 februari aan de betoging willen deelnemen
De deelneming van militairen aan de pensioenbetoging
Dienstvrijstelling militairen voor betoging 13 februari, militaire statuut, functioneren minister Dedonder

Gesteld aan

Ludivine Dedonder, Alexander De Croo (Eerste minister)

op 23 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Dedonder (PS) verleende collectieve dienstvrijstelling aan Defensiepersoneel om te betogen tegen de geplande pensioenhervormingen van de onderhandelende partijen (MR, N-VA, Vooruit, cd&v), wat heftige kritiek uitlokte: oppositie en coalitiegenoten (waaronder premier De Croo) beschuldigen haar van machtsmisbruik in lopende zaken, budgettaire onverantwoordelijkheid (€5 miljoen) en het politiseren van het apolitieke leger, terwijl militairen traditioneel geen stakingsrecht hebben. Dedonder verdedigt haar beslissing als luisteren naar sociale onrust over pensioenkortingen en langere loopbanen voor militairen—wiens unieke statuut (24/7 beschikbaarheid, gevaren) volgens haar ondermijnd wordt door de geplande hervormingen, met risico’s voor werving en operationele capaciteit. Critici, zoals Francken (N-VA) en Ducarme (MR), eisen intrekking en dreigen met een vertrouwensmotie, terwijl Hedebouw (PTB) de betoging als legitiem verzet tegen "antisociale Arizona-plannen" omarmt. De kern van het conflict draait om de grens tussen democratisch protest en institutionele neutraliteit: mag een demissionaire minister militairen mobiliseren tegen een toekomstige regering? Dedonder benadrukt vrijheid van meningsuiting, tegenstanders zien partijdige manipulatie en veiligheidsrisico’s—met als onderliggende spanning de toekomst van Defensie in een context van dalende budgets, verouderd materieel en geopolitieke dreigingen (NAVO-eisen, Russische activiteit). De symbolische strijd—tussen respect voor militairen en politieke instrumentalisering—escaleert naar een constitutionele crisis, met dreigende juridische stappen en een polariserend debat over wie het leger eigenlijk dient: de staat, de regering, of de samenleving.

Denis Ducarme:

"Trop de testostérone, cela bousille les neurones!", "Blanche-Neige", "De Croo crosse Dedonder". La Force aérienne nous dirait peut-être que cela vole un peu trop bas, et elle aurait raison.

Madame la ministre, sans agressivité, aucune, sans personnalisation, je vais vous dire pourquoi, de notre point de vue, votre décision visant un octroi de dispense collective au personnel de la Défense pose six gros problèmes sur le plan démocratique.

Tout d'abord, pour ce qui est de la concertation, vous avez des prérogatives qui sont les vôtres. Néanmoins, nous sommes en affaires courantes et un certain nombre de ministres vous reprochent légitimement de ne pas avoir concerté cette décision.

Le fait que nous soyons en période d'affaires courantes implique une attitude de prudence et le premier ministre, lui-même, estime que vous n'avez pas respecté l'esprit des affaires courantes.

En outre, madame la ministre, vous êtes ministre démissionnaire depuis les dernières élections et vous plaidez contre les réformes qu'un autre gouvernement prépare et prenez position politiquement comme ministre. Vous transgressez pleinement votre devoir de réserve car vous n'avez plus la légitimité politique et vous poussez finalement à la grève. C'est le quatrième point qui pose problème car les personnes qui ne veulent pas faire grève devront faire une démarche administrative tandis que celles qui feront grève ne devront faire aucune démarche administrative.

C'est un problème au-delà du cinquième point, la prudence budgétaire. Avez-vous seulement une idée, madame la ministre, de ce que cette dispense de travail coûte? Cinq millions d'euros, madame la ministre! Cinq millions d'euros! Vous êtes dans l'obligation d'une prudence budgétaire.

Par ailleurs, vous (…)

Franky Demon:

Mevrouw de minister, de vivaldiregering is nog niet weg en er vallen al enkele PS-lijken uit de kast. Eerst was er de uitkeringsfraude in Anderlecht, dan kwamen de scheurtjes in de pantservoertuigen van Flahaut en nu is dit er. Intussen bent u al meer dan vier jaar minister van Defensie en men mag van u verwachten dat u een aantal basisprincipes kent.

Ten eerste hebben militairen door hun statuut nu eenmaal geen stakingsrecht, een recht dat ik overigens volledig onderschrijf. Dat heeft te maken met de eigenheid van hun job.

Ten tweede zijn militairen politiek neutraal. Ze dienen het land en niet de partij die de minister van Defensie levert, gelukkig maar.

Laat net deze twee principes nu als het ware de basis zijn van uw beslissing, die mijns inziens platgestampt is. U ontkent zelfs niet eens dat ze dient om militairen te laten betogen in Brussel. Uw beslissing is met andere woorden politiek geïnspireerd en komt volgens mij neer op het misbruiken van militairen voor uw eigen politieke agenda. Daar bestaat een woord voor: machtsmisbruik. U vindt bovendien dat u die beslissing kunt nemen in lopende zaken. Me dunkt bent u daar nu helemaal niet meer bevoegd voor en ook eerste minister De Croo vindt dit.

Wij vragen u klaar en duidelijk maar een ding: trek uw beslissing in om alle militairen een dag dienstontheffing te verlenen.

Raoul Hedebouw:

Madame la ministre, les partis MR et Les Engagés sont en train de négocier un accord. Les notes sont en train de sortir avec tout ce qu'il y a dans cet accord. Je vais citer ce qu'elles comprennent parce que le monde du travail a le droit de savoir.

Sabotage de l'indexation des salaires, invoering van een pensioenmalus om iedereen langer te laten werken voor minder pensioen, fin des régimes de prépension, afbreken van de pensioenen van de werknemers in de publieke sector, travail intérimaire à durée indéterminée – allez le MR et le cdH! –, honderden miljoenen besparen op onze gezondheidszorg en publieke diensten, non-indexation des allocations sociales, afschaffing van de nachtpremies tussen 20 uur en middernacht – N-VA, daar gaan jullie allemaal voor! –, attaques violentes contre les travailleurs malades et sans emploi, suppression de l'interdiction du travail du dimanche, maatregelen om het sociaal protest de mond te snoeren – Vooruit, willen jullie daarvoor gaan? Komaan, zeg! – en lachwekkend kleine bedragen voor de superrijken.

Chers collègues, les travailleurs sont en colère avec de telles mesures.

Il y aura plein de monde le 13 février à Bruxelles. Et vous avez les chocottes! Bien sûr, regardez l'arrogance de la droite!

Les militaires belges demandent du respect. Leur métier n'est pas reconnu comme pénible par le MR. N'avez-vous pas honte, monsieur Ducarme? N'avez-vous pas honte de ne pas avoir du respect pour les militaires? Ils demandent le droit de dénoncer le fait que vous voulez les faire travailler plus longtemps, pour moins de salaire. Monsieur Ducarme, vous devriez avoir honte! Ils doivent bosser 24 heures pour gagner 12 heures de salaire! Êtes-vous d'accord avec cela? C'est incroyable! Et au lieu de les respecter, le MR veut leur interdire d'exprimer leur voix, d'exprimer leur désaccord avec votre mesure de mépris! Moi je dis qu'ils ont le droit de manifester le 13 février à Bruxelles et ils seront nombreux!

Madame la ministre, pouvez-vous garantir que ce droit est donné à tous les travailleurs belges? Pouvez-vous garantir que le droit est donné aux militaires de dire au MR et aux Engagés qu'ils ne veulent pas de leur plan de pension?

Theo Francken:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, de nieuwe secretaris-generaal van de NAVO Mark Rutte deed volgende uitspraken: "Verhuis naar Nieuw-Zeeland of leer Russisch spreken." We horen alle dagen alarmsignalen alom over hybride oorlogvoering, over de vele cyberaanvallen – met de commissie bezochten we gisteren het Cyber Command – , over sabotageacties – gisteren werd een schip in Het Kanaal tegengehouden door de Britten op basis van een mogelijke sabotage- of spionageactie van een Russische schaduwvloot –, de melding van Donald Trump om 5 % van het bbp aan de NAVO te spenderen terwijl Rutte spreekt over 3,5 %.

In België is de situatie redelijk dramatisch. We kregen het nieuws van de Piranha's met de scheurtjes, van de kanonnen die tot het einde van het jaar niet inzetbaar zijn. We hebben het verhaal van de Pandur en het verhaal van het budget, met een daling van 1,29 %, terwijl de hele wereld investeert in defensie. De daling van het defensiebudget is onverantwoord en de situatie is zeer ernstig: geen zware kanonnen, geen zware artillerie, geen drones – dankzij de resolutie van Peter Buysrogge komt er na jaren werk eindelijk bewapening op onze drones – en geen luchtafweergeschut. Onze Belgische strijdkrachten zijn niet klaar voor de toekomst en er moet dringend meer geïnvesteerd worden.

Mevrouw de minister, wat doet u? U neemt de beslissing om te gaan betogen tegen de volgende regering, die er nog niet is, en haar pensioenplannen, die er nog niet zijn. Ik begrijp dat u inzit met het pensioenstelsel van de militairen, ik zit er ook mee in. Het is belangrijk dat we onze militairen goed omkaderen, een goed statuut geven, maar na vele jaren van stilstand moet er over die harmonisering van de pensioenstelsels ook gesproken kunnen worden.

Mevrouw de minister, uw beslissing voor die dienstvrijstelling is niet genomen binnen de regering. Wat zult u doen en wat is uw standpunt in de regering morgen op de (…).

Annick Ponthier:

Mevrouw de minister, op 13 februari wordt opnieuw een manifestatie georganiseerd ter bescherming van de openbare diensten. Tussen de manifestanten zullen net als vorige keer vele militairen zitten. De pensioenplannen van de onderhandelende arizonapartijen hangen hen immers als een zwaard van Damocles boven het hoofd. De pensioenleeftijd zou opgetrokken worden en ze zouden beduidend langer moeten werken voor een gevoelig lager pensioenbedrag. De tweede pensioenpijler wordt hen ontzegd en gedurende de loopbaan zijn de omstandigheden van die aard dat een militair voor veel gepresteerde uren, in opdracht of op training, niet vergoed wordt. Als de plannen zoals ze nu voorliggen worden uitgevoerd, hoeft het dus niet te verbazen dat het geduld van de militairen met hun gekende can-domentaliteit langzaam maar zeker op geraakt.

Het Vlaams Belang heeft het volste begrip voor de militairen die zich verzetten tegen deze plannen en hun stem willen laten horen, maar in plaats van een algemene dienstvrijstelling aan te kondigen, had uw partij de militairen de voorbije decennia misschien beter wat meer versterkt.

Dat er nu tussen de uittredende vivaldiregering en de onderhandelende arizonapartijen politieke spelletjes worden gespeeld op de kap van onze militairen is voor ons totaal onaanvaardbaar. Mevrouw de minister, het blijkt overigens over een eenzijdig genomen beslissing te gaan, want de inkt van uw persbericht was nog niet droog of u werd al teruggefloten door premier De Croo.

Mevrouw de minister, ik heb maar een vraag voor u: hoe verantwoordt u uw keuze?

Kjell Vander Elst:

Mevrouw de minister, eerst en vooral, welkom terug. Het is een tijdje geleden dat we u hier hebben gezien. Het is ook een tijdje geleden dat u aanwezig bent geweest in de commissie voor Landsverdediging. Gelukkig is die commissie niet blijven stilzitten en is zij wel blijven werken. Ik had u bijna als vermist opgegeven, maar ik heb u gelukkig teruggezien op de betoging. Ik heb vernomen dat u mee hebt betoogd. Hier was u dus niet.

Vorige week heb ik de boodschap gebracht dat de Russen aanwezig zijn in onze Noordzee. Er bevinden zich bijzonder veel Russische schepen in de Noordzee voor onze Belgische kust. De NAVO bombardeert ons ondertussen met oproepen om ons deel te doen binnen de NAVO-instelling en onze defensie-uitgaven fors op te krikken.

Men zou denken dat dat voer genoeg was voor een debat met de minister van Defensie, maar het bleef muisstil. Nee, uw enige antwoord op alle problemen waarmee onze Defensie momenteel kampt, is een algemene dienstvrijstelling voor heel het leger. Op 13 februari heeft het land volgens u blijkbaar geen leger nodig. Nee, u hebt het leger nodig om te gaan betogen.

Mevrouw de minister, ik hoop dat u beseft dat u onze militairen inzet voor politieke spelletjes. Welk signaal denkt u nu immers te geven aan de bevolking? U geeft het leger een dagje verlof, u maakt zich snel nog even populair op het moment dat u in de oppositie moet duiken. Hoe denkt u dat dat internationaal wordt bekeken? Hoe denkt u dat de NAVO naar ons kijkt? Denkt u nu echt dat de bevolking en onze militairen dat politieke spelletje niet doorzien?

Ik heb maar een vraag voor u, mevrouw de minister. Hoe haalt u het in uw hoofd om in lopende zaken op zo’n platte manier aan zelfbediening te doen?

Philippe Courard:

Madame la ministre, je m'étonne quelque peu de voir le désarroi de certains partis par rapport à une décision qui, somme toute, semble évidente. Nous vivons une situation particulière. Nous sommes bientôt prêts à inaugurer le gouvernement qui va faire le plus mal dans l'histoire de la Belgique. Il va s'attaquer aux pensions, aux malades, aux plus faibles, et il va surtout s'attaquer à la classe moyenne, cette classe moyenne auprès de laquelle on a fait beaucoup de publicité pendant la campagne électorale. Cette classe moyenne va bientôt savoir à quel point elle va être mangée, tellement son pouvoir d'achat sera différent de celui qui a été promis. Soyons patients quelques jours ou quelques semaines.

Mais on n'est pas là pour parler de cela, mais bien des militaires. Ces femmes et ces hommes, ce personnel de la Défense travaillent sans compter leurs heures et n'ont pas le même statut que les autres travailleurs parce que leurs missions sont spécifiques; ce sont des gens qui risquent leur vie et qui font des missions délicates. L'avenir ne s'annonce pas rose. Dès demain, les choses seront encore plus compliquées pour ce personnel. Comme l'a dit M. Francken et d'autres, il y a des échéances qui font peur. Et nous devrons, demain, pouvoir compter sur ces femmes et sur ces hommes.

Et que leur dit-on pour les encourager à poursuivre leur investissement, à poursuivre ce travail au service de notre pays, et à nous défendre? On leur dit: "Vous allez travailler dix ans de plus, comme tout le monde. Vous le méritez!" C'est scandaleux! Nous ne pouvons pas, au Parti Socialiste, accepter une telle attitude. C'est donc un minimum de permettre à ces femmes et à ces hommes de manifester, de crier leur désarroi, de vous rappeler ce qu'ils font et le service qu'ils rendent à la population. Cela ne changera probablement pas les choses, puisqu'il y a une majorité importante pour décider autrement. Je ne vois vraiment pas pourquoi on s'offusque ici de donner cette possibilité aux militaires.

Madame la ministre, cette manifestation va-t-elle créer un problème de sécurité collective? (…)

Ludivine Dedonder:

Geachte leden, de dienstontheffing is een reactie op een schriftelijke vraag van het VSOA-Defensie, dat de bezorgdheid bij het personeel van Defensie vertolkt over hun toekomst, hun gevoel niet te worden gehoord en de behoefte om naar hen te luisteren.

Ik heb op die vraag positief gereageerd na een zorgvuldige evaluatie van de impact op basis van een gedetailleerd advies van Defensie. In overeenstemming met het arbeidsreglement kan een dergelijke collectieve dienstontheffing door de minister van Defensie worden toegekend. Ik heb er ook over gewaakt dat de werking van ons departement gewaarborgd blijft. De essentiële missies voor de veiligheid van ons land worden uiteraard zonder enige onderbreking voortgezet. De beslissing kan ook worden herzien indien zich op nationaal of internationaal grondgebied een crisissituatie voordoet die het optreden van Defensie vereist.

Ik wil eraan herinneren dat een dienstontheffing elk personeelslid toelaat om een vrije dag te nemen. Dat geeft de vrijheid om zelf te kiezen en, indien gewenst, zijn of haar mening te laten horen zonder te staken.

Deze beslissing kadert volledig in mijn project van de voorbije jaren waarin ik het personeel, de drijvende kracht van elke organisatie, tot centrale prioriteit heb gemaakt. Door de sociale dialoog te herstellen en in overleg samen te werken, zijn we erin geslaagd om het departement weer een positief elan te geven. Dat heeft ongetwijfeld geleid tot een sterk toegenomen aantrekkingskracht, zoals blijkt uit het recordaantal sollicitanten en een percentage van ontslagen op eigen vraag dat tot de laagste op de arbeidsmarkt behoort. Naar aanleiding van die bezorgdheden, met name de optrekking van de pensioenleeftijd en de verlaging van het pensioenbedrag, heb ik al een aantal Kamervragen kunnen beantwoorden. Ook ik ben bezorgd.

Le régime préférentiel de pension des militaires s'explique par la nature même de leur métier et par un régime de travail unique. Qui, aujourd'hui, accepte d'être disponible 24 heures en étant rémunéré la moitié? Qui accepte de limiter ses droits civiques? Qui accepte d'être envoyé à tout moment dans des régions instables au risque de sa vie et de passer des mois loin de sa famille pour garantir notre sécurité à toutes et tous? Ce régime préférentiel de pension est l'engagement que l'État a pris pour compenser ces sacrifices individuels et familiaux, pour apurer la dette qu'il a envers les hommes et femmes de la Défense.

Si vous touchez au régime de pension sans adapter les conditions de travail, vous vous retrouverez inévitablement devant des difficultés sur le plan de l'attrait et face à des démissions, donc confrontés à un problème d'opérationnalité qui compromettra la sécurité de notre pays et de nos concitoyens. Si je sors quelque peu du cadre de vos questions, c'est pour vous montrer que les préoccupations ne sont certainement pas que d'ordre individuel ou de confort personnel, mais qu'elles portent bien sur des enjeux de sécurité nationale dans un contexte où l'on a besoin, plus que jamais, de se sentir protégés.

Je tenais également à vous dire que, selon moi, bien gouverner un pays revient à prendre des décisions adaptées, tout d'abord en écoutant et en entendant pour mesurer la portée des choix que l'on prendra. Aujourd'hui, je fais le désolant constat d'une divergence de vues politiques quant à ce droit à la liberté d'expression dans le chef du personnel de la Défense. J'ai reçu un courrier du premier ministre, auquel je répondrai bien évidemment. Quant à l'avis demandé aux services de la Chambre, j'en prendrai connaissance lorsqu'il sera disponible.

C'en est manifestement devenu une affaire d' État. Ma réponse positive à la demande de dispense qui m'a été adressée traduit ma compréhension des inquiétudes du personnel, que j'ai toujours soutenu et défendu, et, fidèle à mes valeurs, mon choix de les laisser, s'ils le souhaitent, exprimer leur voix dans le respect de la dignité – avec l'espoir, surtout, qu'ils soient entendus. Je me dis que tout l'arsenal politique et juridique qui est déployé aujourd'hui pour m'obliger à retirer cette dispense et, ainsi, empêcher, tant que faire se peut, le personnel de (…)

Denis Ducarme:

Ce qui se passe est assez grave sur le plan démocratique, parce que vous explosez le devoir de réserve lié au fait que vous êtes ministre démissionnaire. Vous utilisez les moyens mis à disposition par l' É tat pour porter, alors que vous êtes ministre démissionnaire, une politique d'ordre partisan.

Regardez les visages de vos collègues parlementaires du Parti Socialiste. Regardez-les, ils sont vraiment impatients que vous les rejoigniez sur les bancs de l'opposition socialiste. Mais allez-y! Là, vous pourrez défendre vos convictions! Comme ministre, vous avez un devoir de réserve.

Soyons très clairs: si vous n'avez pas retiré votre disposition dans les 24 heures, le Mouvement Réformateur demandera votre démission.

Franky Demon:

Mevrouw de minister, collega's, op dit moment wordt volop onderhandeld, ook over de pensioenen. Uiteraard hebben wij respect voor de pensioenrechten van de hardwerkende mensen, onze partij is daar absoluut heel gevoelig voor. Wij zullen daarvoor tot op het laatste moment vechten, weliswaar aan de onderhandelingstafel.

Militairen hier misbruiken voor politieke doeleinden zal ons zeker en vast niet helpen. Er zal bespaard moeten worden en dat zal niet aangenaam zijn, maar wij hebben hier begrip voor de militairen. Wij luisteren naar hun bezorgdheden. We zijn er zeker van dat zij het land dienen vanuit een engagement. Wij vragen dan ook om respectvol met hen om te gaan.

Raoul Hedebouw:

Maar enfin! Die nota's zijn uitgelekt en bevatten een hele lijst aanvallen tegen de werkende klasse in België, maar de werkende klasse zou niet mogen reageren? Keigrote aanvallen tegen onze militairen, die langer zullen moeten werken voor minder pensioen, maar die militairen zouden allemaal moeten zwijgen? Waar is jullie respect?

Mijnheer Francken, hoe durft u? Militairen gaan op missie en werken hard, maar voor de N-VA is dat blijkbaar geen probleem: steeds langer werken en een lager pensioen. Ze zouden bovendien allemaal moeten zwijgen. Hoe durft u het zwijgen op te leggen aan de militairen? Hoe durven jullie hen dat recht te ontnemen? Zij zullen zelf wel beslissen of ze opdagen voor een betoging.

Zijn jullie misschien bang, zitten jullie met de peut bij de N-VA, bij alle rechtse partijen? Zijn jullie bang dat er duizenden en duizenden mensen in Brussel zullen betogen? Wel, jullie hebben gelijk, want op 13 februari zullen tienduizenden mensen in Brussel zeggen: no way met die antisociale maatregelen van Arizona!

Theo Francken:

Mevrouw de minister, ik merk heel veel testosteron op in de zaal, langs alle kanten. Dat is interessant. De neuronen ontploffen.

Mijnheer Hedebouw, ik zit niet met de peut , helemaal niet. Ik vind dat militairen absoluut moeten kunnen zeggen dat ze niet akkoord gaan met iets; daarover gaat het niet. Het gaat over het feit dat bijna 200 jaar geleden werd afgesproken dat militairen niet kunnen staken. Dit wordt nu omzeild door de PS, op een in mijn ogen laaghartige manier. Het gebeurt vlak voor het einde van de periode, net voor een nieuwe ploeg begint, met een regeerakkoord waarin rekening wordt gehouden met die bekommernissen, mevrouw de minister. U zult het nog zien, wij zullen met een akkoord komen dat wel degelijk die evenwichten bewaart, maar dat ook een stuk hervormend en ambitieus is.

Ik heb absoluut respect voor onze militairen. Moeten ze zich kunnen uitdrukken? Absoluut, met heel veel plezier. Maar we moeten wel respect hebben voor het feit dat dit al 200 jaar zo is.

Mevrouw de minister, hetgeen u hebt gedaan (…)

Annick Ponthier:

Mevrouw de minister, de socialistische bazen blijven verbazen. Defensie wordt al decennia uitgekleed en uitgemolken, niet het minst door uw eigen partij, de PS. Net voor het doek valt over Vivaldi lijkt u nu plots een finaal slotspektakel te willen opvoeren. In tijden van enorm uitdagende geopolitieke spanningen is dat onverantwoordelijk.

Ik benadruk hier nogmaals dat het Vlaams Belang de bekommernissen en bezorgdheden van onze militairen ten volle deelt.

Voor de onderhandelende partijen heb ik nog volgende boodschap. Het militair beroep is zeer specifiek. De aantrekkelijkheid van dat beroep staat enorm onder druk en verdient daarom alle aandacht. Militairen staan dagelijks klaar voor onze veiligheid, op gevaar voor eigen lijf en leden. Zorg ervoor dat zij recht hebben (…)

Kjell Vander Elst:

Mevrouw de minister, u bent nu nog altijd verantwoordelijk voor de werking van ons leger. U bent nog steeds minister van Defensie, maar nu gedraagt u zich als een vakbondsmilitante. Terwijl Rusland in onze Noordzee aanwezig is, terwijl ons militair materieel met haken en ogen aan elkaar hangt, misbruikt u uw functie in lopende zaken, misbruikt u onze militairen, voor een zaak: pure populistische zelfbediening.

Ik heb zeer veel respect voor onze militairen. Ik heb zelfs respect voor hun bezorgdheden. Maar wat u vandaag doet, is cliëntelisme van de bovenste plank. Shame on you .

Philippe Courard:

Madame la ministre, merci. Merci pour tous les efforts que vous avez faits pendant cinq ans pour favoriser le déploiement du personnel militaire et civil. Dix mille personnes ont été engagées, c'est du jamais vu. On doit saluer ces efforts mais, comme cela a été dit, examiner le problème. Est-ce grave, sur le plan démocratique? Oui, c'est grave, d'empêcher les militaires de s'exprimer. C'est grave d'empêcher des Belges de pouvoir partager les difficultés, de s'opposer à des choses inouïes qui vont nuire gravement à la sécurité et à la paix. L'Arizona veut mitrailler le statut de nos militaires. Nous ne l'accepterons pas et nous serons aux côtés des militaires, vous pouvez compter sur le Parti Socialiste.

De stagnerende getalsterkte van Defensie

Gesteld door

VB Annick Ponthier

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Defensie kampt met stagnerende personeelsaantallen (27.200 in 2024, doel 27.500 in 2025) door hoge vormingsattritie en pensioneringen, wat de NAVO-kerntaken bedreigt. Minister Dedonder benadrukt maatregelen zoals betere voorlichting, verlengde opleidingen, flexibelere heroriëntatie van afvallers en een moderne wervingsstrategie (stages, loopbaanbeheer), maar sluit verplichte burgerdienst uit. Ponthier erkent de plannen maar eist concrete resultaten, vooral bij het bijsturen van verwachtingen van rekruten en omleiding naar andere functies. Cijfers moeten de effectiviteit nog bewijzen.

Voorzitter:

Dit is de laatste vergadering voor het kerstreces en het is mijn ambitie om alle geagendeerde vragen te behandelen. Ik hoop dat dat zal lukken.

De vragen nrs. 56000743C en 56001545C van de heer Francken worden uitgesteld.

Annick Ponthier:

Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar schriftelijke versie van mijn vraag.

Uit de recente cijfers van het legercontingent blijkt dat ons personeelsbestand stagneert. Het maximumaantal militairen dat op eenzelfde dag gelijktijdig bij Defensie actief mag zijn, is voor 2025 vastgelegd op 27.500. Dit aantal bestaat uit 24.200 actieve militairen en leerlingen, 300 actieven buiten de personeelsenveloppe en 3.000 reservisten. In 2024 bedroeg het legercontingent 27.200 militairen en in 2023 was dat aantal 26.981. Er zit dus nauwelijks een positieve evolutie in onze getalsterkte, nochtans onontbeerlijk voor een performant defensieapparaat.

Defensie haalt een aantal oorzaken aan, met name de pensioneringsgolf waarvan de effecten nog niet zijn uitgewerkt en de vormingsattritie die hoog blijft. We dweilen met de kraan open, met andere woorden. Dit zijn misschien verklaringen, maar wat ons betreft geen excuses. Dit land en de NAVO kan zich gewoon geen zwakke defensie meer veroorloven. Wij zitten onder de kritieke ondergrens van 25.000 manschappen, die nodig zijn om onze kerntaken uit te voeren.

Ik stel u graag hierover volgende vragen:

Kan u de reeds genomen en nog geplande maatregelen inzake vormingsattritie nog eens uiteenzetten? Hoe wil men de retentie verhogen, met andere woorden?

Welke maatregelen zijn er al genomen om niet-geslaagde kandidaat-soldaten om te leiden naar andere functies binnen Defensie?

Hoe wil men het aantal rekruteringen verder opdrijven? Kan een verplichte algemene burgerdienst geen soelaas bieden? Wat zijn de diverse meningen daarover binnen militaire kringen én experts? Het is geen tijd om onszelf op de borst te kloppen omwille van 10.000 aanwervingen deze legislatuur, maar om een tandje bij te steken.

Ludivine Dedonder:

De aanpak van de vormingsattritie is een gevecht dat op vele fronten wordt geleverd. Continu wordt de vinger aan de pols gehouden om zo snel mogelijk signalen en verbetermogelijkheden op te pikken. We voeren gesprekken met postulanten, nemen exitinterviews af van kandidaten die Defensie verlaten en er zijn nauwe contacten vanuit de staf van Defensie met de scholen en lesgevers. Volgend jaar zullen nog meer maatregelen worden toegepast. We zullen inzetten op het beter informeren van de nieuwe rekruten en hun ouders, op de organisatie van de vorming en op de kwaliteit van het pedagogisch project.

Op de dag van de inlijving worden de nieuwe kandidaten samen met hun ouders ontvangen. Ze worden dan geïnformeerd over de inhoud en het verloop van de opleiding en kunnen de infrastructuur ontdekken. Met een aangepast begeleidingsprogramma proberen we ervoor te zorgen dat de kandidaten fysiek beter voorbereid zijn. Het programma tijdens de eerste week werd herzien om de overgang van het burger- naar het militaire leven minder abrupt te maken. De kandidaten zullen nog beter geïnformeerd worden door middel van documenten, bezoeken en contacten. Op die manier zullen ze gemakkelijker keuzes kunnen maken voor hun toekomst binnen Defensie.

De duur van de vorming werd verlengd, zodat de kandidaten meer tijd krijgen om de leerstof te verwerken. Ook de lesprogramma’s werden geleidelijker opgevat door toepassing van moderne pedagogische technieken, met het bijbehorende lesmateriaal.

Ten slotte zetten we ook in op de kwaliteit van het onderricht door een continue coaching van de lesgevers.

Naast de reeds bestaande procedures om kandidaten na hun inlijving te heroriënteren naar een andere functie binnen Defensie, is het de bedoeling om nog meer in te zetten op andere mogelijkheden binnen het reservestatuut en als burger bij Defensie. Tijdens de verschillende rekruteringsevenementen zullen daarom vertegenwoordigers van de burgerpersoneelsleden en van het reservekader aanwezig zijn. Ook tijdens de selectie zouden postulanten al geheroriënteerd worden naar andere mogelijkheden binnen Defensie. De huidige omgeving, gekenmerkt door toenemende geopolitieke spanningen en de snelle evolutie van bedreigingen en socio-economische uitdagingen, dwingen Defensie om haar strategie voor rekrutering te diversifiëren en het personeelsbestand te vergroten.

Deze studie wordt bemoeilijkt door een krappe arbeidsmarkt waarin men in veel sectoren actief op zoek is naar nieuwe medewerkers. De concurrentie is intenser dan ooit. Om het aantal wervingen blijvend te verhogen combineren we verschillende strategieën met het oog op een profilering als aantrekkelijke en moderne werkgever. Enerzijds willen we via de richting Defensie en Veiligheid stages, jongerenprogramma’s en vrijwillige diensten voor collectief nut op een proactieve manier de interesse bij jongeren aanwakkeren. Anderzijds zullen we verder inzetten op een flexibele werving en selectie, een aangepaste en meer gepersonaliseerde onboarding , een modern loopbaanbeheer, een moderne vorming en een verhoogde samenwerking met publieke en private actoren.

Het belang van het personeel is lang onderschat, wat tot de huidige situatie heeft geleid. Daarom vormt het personeel sinds het begin van mijn mandaat een prioriteit. Als gevolg daarvan heeft het aantal nieuwe rekruten het hoogste niveau in 30 jaar bereikt, waardoor Defensie de grootste rekruteerder en opleider van het land is geworden.

Vandaag zijn er geen concrete plannen om een algemeen verplichte burgerdienst in te voeren.

Annick Ponthier:

Zoals u zelf aangeeft, vergt het tegengaan van de attritie een diverse en overkoepelende aanpak. Ik ben ook blij dat er blijvend aandacht is voor de toekomst, zeker voor de vormingsattritie, die een groot probleem blijft. Er zijn immers diverse redenen voor deze attritie. Een ervan is het verkeerde verwachtingspatroon waarmee jonge rekruten starten. Het feit dat Defensie er extra op inzet om die verwachtingspatronen in het begin en cours de route bij te sturen, is alleen toe te juichen. Ook de aandacht voor omleidingen naar andere functies binnen Defensie voor niet-geslaagde kandidaat-soldaten blijft een aandachtspunt. Het klinkt in theorie dus allemaal heel positief. Ik hoop dat ook de praktijk dat zal aantonen. Ik zal daarover zeker cijfers opvragen via een schriftelijke vraag.

De gelekte plannen van het nieuwe hoofdkwartier van Defensie in Brussel
De onbedoelde openbaarmaking van de plannen voor het nationale veiligheidscentrum
Het onbedoeld online zetten van de plannen van het toekomstige hoofdkwartier van Defensie
De zorgen over en de veiligheidsimplicaties van de gelekte plannen v.h. hoofdkwartier van Defensie
Veiligheidsrisico's door onbedoelde openbaarmaking Defensieplannen Brussel

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De gevoelige bouwplannen van het nieuwe Defensie-hoofdkwartier (met Cyber Command en ADIV) lekten 48 uur publiek online via *OpenPermits*, ondanks de vermelding *"beperkte verspreiding"* – een procedurele fout van de aannemer, waarbij geen écht strategische informatie vrijkwam volgens minister Dedonder. Defensie reageerde toch verontrust, wat vragen oproept over de coördinatie met lokale overheden en de effectiviteit van veiligheidsprotocollen, vooral na eerdere Chinese cyberaanvallen (2021); extra bewustmakingscampagnes en striktere toegang tot openbare documenten werden beloofd. Het project blijft binnen budget en planning (start bouw: maart 2025), maar kritiek blijft op de structurele kwetsbaarheid van gevoelige dossiers in gespannen geopolitieke context.

Voorzitter:

De heer Yzermans is niet aanwezig. De heer Weydts zal namens de Vooruitfractie de honneurs in de commissie voor Defensie waarnemen. Hij kan natuurlijk niet zomaar een vraag overnemen, hij ondersteunt echter alleszins het pleidooi dat de heer Yzermans hier in de commissie zou hebben gehouden.

Annick Ponthier:

Mevrouw de minister, het nieuwe hoofdkwartier van Defensie in Brussel moet tegen eind 2027 af zijn. De plannen worden op het moment uitgewerkt. Het lijkt logisch dat daarbij de nodige waakzaamheid aan de dag wordt gelegd. Veiligheid moet zeker bij Defensie altijd on top of the agenda staan. Het nieuwe gebouw wordt immers een strategisch gevoelig bolwerk, dat onderdak zal geven aan de staf van Defensie, het Cyber Command en de militaire inlichtingendienst ADIV.

Groot was dus mijn verbazing – dat gevoel deel ik met anderen – toen de gedetailleerde grondplannen, inclusief gevoelige informatie over toegangs- en circulatieplannen, publiek online konden worden gedownload via het overheidsplatform OpenPermits.

Nochtans droegen de plannen klaarblijkelijk de stempel van beperkte verspreiding. Blijkbaar was de projectverantwoordelijke van Defensie zich niet bewust van het feit dat ingevolge de voorgeschreven administratieve stedenbouwkundige procedure, de documenten verplicht publiekelijk raadpleegbaar zijn.

Dat een mediakanaal opmerkte dat de documenten voor beperkte verspreiding door het publiek konden worden gedownload en Defensie moest waarschuwen, is des te pijnlijker. Defensie heeft dan ook verontrust gereageerd op de feiten. Dat stond althans in de media.

Een en ander doet vragen rijzen over het in handen vallen van strategisch gevoelige informatie. Wij denken spontaan aan het incident waarbij Chinese hackers enkele jaren geleden door een cyberaanval informatie konden verkrijgen. Hoe is dat kunnen gebeuren? Waar ligt de verantwoordelijkheid?

Hoe evalueert u als minister het risico van gelekte strategisch gevoelige informatie? Welke gevolgen zou dat kunnen hebben voor onze veiligheid?

Er wordt op het moment een onderzoek gevoerd naar wie de informatie heeft gedownload tijdens de 48 uur dat de informatie online stond. Kunt u het onderzoek toelichten? Welke conclusies worden daaruit getrokken?

Wordt ook onderzocht op welke manier La Dernière Heure aan de informatie kwam? Kan dat zijn gebeurd door een intern lek?

Mevrouw de minister, wat hebt u de voorbije jaren na de cyberaanval door Chinese hackers ondernomen om de strategisch gevoelige informatie te beveiligen? Met andere woorden, wat zult u doen om het algemeen bewustzijn rond veiligheid te verhogen? Welke maatregelen mag en zult u in deze periode van lopende zaken nog nemen om dergelijke voorvallen in de toekomst te vermijden?

Welke risico’s zijn verbonden aan het lekken van de bewuste informatie?

Ter zijde vernam ik ten slotte graag hoeveel het nieuwe gebouw nu zal kosten en hoe het zit met de timing.

François De Smet:

Madame la ministre, voilà une affaire tout de même assez curieuse! La presse s’est fait l’écho de la mise en ligne pendant 48 heures en libre accès d'informations estampillées "diffusion restreinte", en l'occurrence les plans du futur quartier-général "haute sécurité" de la Défense qui devrait regrouper sur un même lieu les services de l’état-major de la Défense, le Service général du Renseignement et de la Sécurité (SGRS) et le commandement cyber, avant que la Défense belge les retire après avoir été avertie du problème. Voilà une faille sécuritaire pour le moins inquiétante.

Visiblement, la Défense pensait que les documents ne seraient consultables que sur demande et sans la possibilité de les copier. En dépit du fait d’avoir été "épurés", puisqu'ils figuraient apparemment sur le site en vue d'une enquête publique, il n’en demeure pas moins qu’ils ont pu livrer des renseignements à des personnes qui n’avaient pas à les connaître.

Madame la ministre, pourriez-vous nous faire savoir si une enquête a bien été ouverte au sein de la Défense afin de dégager les responsabilités de cette faute et, le cas échéant, de pouvoir constater des manipulations informatiques qui auraient pu être effectuées par des tiers à des fins malveillantes au cours de cette diffusion en libre accès? Des mesures ont-elles été prises afin de sécuriser lesdits plans et leur potentielle future diffusion et, bien entendu, de prévenir qu'une telle faille ne se reproduise?

Ludivine Dedonder:

Chers collègues, je tiens à préciser d'emblée qu'aucune information militairement sensible n'est reprise dans les plans qui font partie du dossier de demande de permis.

Dans la procédure d'octroi du permis de construction, un grand nombre d'instances consultatives interviennent. Par conséquent, la Défense anticipe le fait qu'il y a toujours un risque potentiel de fuite de contenu, et une série de plans modifiés a été préparée desquels les informations sensibles telles que la destination et l'agencement des espaces ont été enlevées. Ils ne contenaient que les informations nécessaires aux instances consultatives, telles que les pompiers.

Au cours du processus, la mention "diffusion restreinte" n'a par inadvertance cependant pas été supprimée sur les plans téléchargés pour l'enquête publique par l'adjudicataire du contrat de conception et de construction. Le journaliste de La Dernière Heure a ensuite remarqué la publication par le biais du portail OpenPermits.

Dat documenten en plannen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tijdens het openbaar onderzoek zonder enige restrictie via het platform OpenPermits.brussels gevisualiseerd en zelfs gedownload kunnen worden, ligt bovendien gevoelig op het vlak van de auteursrechtelijke bescherming.

In samenspraak met de bevoegde diensten werd daarom de inhoud van het dossier op OpenPermits.brussels beperkt tot het strikt noodzakelijke om het openbaar onderzoek te kunnen voortzetten. De onterechte aanduiding "beperkte verspreiding" werd verwijderd. Er is bijgevolg – dit wens ik nogmaals te beklemtonen – geen strategisch gevoelige informatie gelekt. Er zijn geen gevolgen voor de veiligheid en de plannen van het project worden niet gewijzigd.

Voor toekomstige projecten zal extra aandacht uitgaan naar de verdere beperking van de inhoud die ter inzage van het publiek is, met name tot het strikte minimum dat vereist is voor het openbaar onderzoek.

Diverses mesures ont été prises ces dernières années pour renforcer la sécurité. À la suite de la cyberattaque fin 2021, la sécurité du réseau a été considérablement renforcée. Des procédures spécifiques ont été mises en place pour analyser les risques lors de l'achat d'équipements et, là où cela s'avère nécessaire, restreindre l'accès des entreprises de pays malveillants ou autres. Des campagnes de sensibilisation du personnel ont également été lancées.

Het project van het nieuwe hoofdkwartier verloopt volgens planning en binnen het budget. Het dossier bevindt zich momenteel in het stadium van de vergunningsaanvraag. De afbraakwerken, waarvoor een afzonderlijke vergunning werd verkregen, zijn vergevorderd en de bouwwerken starten volgens planning in maart 2025.

Annick Ponthier:

Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Veiligheid moet altijd een prioriteit zijn, zeker voor dergelijke plannen bij Defensie en in de huidige geopolitieke toestand met onder andere spionagepraktijken en cyberaanvallen.

U beklemtoont dat geen strategisch gevoelige informatie gelekt werd, aangezien die uit de plannen werd gehaald. Nochtans lezen we in de media dat Defensie verontrust heeft gereageerd. Als er toch geen risico is van een eventueel strategisch gevoelig lek, waarom reageert Defensie dan verontrust? Dat klinkt toch anders dan wat u hier antwoordt. Dat wil ik wel even extra in de verf zetten.

De kwestie vraagt inderdaad veel aandacht en we zullen zien of dat in de toekomst ook gebeurt. Als er onduidelijkheden zijn in gevoelige dossiers en Defensie of andere overheidsdiensten daar niet zomaar op kunnen ingaan, dan is er specifiek overleg nodig met de andere partij, in casu de lokale overheid. Ik hoop dat dat op korte termijn ook gebeurt, zodat gelijkaardige feiten in de toekomst vermeden worden. Ook al wordt gevoelige informatie uit het dossier gehaald, het kan echt niet dat dergelijke plannen zomaar publiekelijk gedownload kunnen worden. Ik meen dat u daarop echt moet inzetten.

François De Smet:

Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse. Il y a tout de même de la fébrilité de la part de la Défense parce que soit ces plans sont complètement inoffensifs, et dans ce cas, il n'y a pas besoin de les retirer dès qu'on signale un problème, soit ils ne le sont pas. Ce n'est jamais anodin d'avoir des plans de quartiers généraux qui se promènent sur les sites internet. Dans ce cas, la réaction de la Défense était appropriée. Mais alors, il y a une faille. Quelque part, on n'en sort pas, sauf que je crois que ce dossier doit nous servir de petit signal d'alarme pour encore renforcer l'accès restreint à la diffusion de ce genre d'informations, à l'avenir, dans un contexte géopolitique extrêmement fébrile.

De pensioenen van de militairen
Het pensioen van de militairen
De defensiebegroting
Militaire pensioenen en defensiebegroting

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Arizonacoalitie wil de pensioenleeftijd van militairen verhogen naar 67 jaar, wat volgens minister Dedonder en Robin Tonniau (oppositie) onhaalbaar is: fysieke eisen, rekruteringsproblemen en meerkosten (150 mln/jaar vanaf 2043) ondermijnen de operationele defensie. Dedonder benadrukt dat oudere militairen niet langer inzetbaar zijn en jongeren minder carrièrekansen krijgen, terwijl Tonniau wijst op internationale normen (56-57 jaar) en uitstroom naar andere sectoren. Beide bevestigen: langer werken = zwakkere defensie, tegenover de besparingsdoelen van Arizona.

Robin Tonniau:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, dit is een speciale periode, want u bent minister in lopende zaken, terwijl er regeringsonderhandelingen lopen om een nieuwe regering op poten te zetten. Het is echter duidelijk welke richting de arizonacoalitie uit wil. We hebben allemaal de supernota's van de heer De Wever gelezen. Arizona wil zwaar besparen op onze pensioenen en ook op de pensioenen van onze militairen.

Arizona wil besparen op de militaire pensioenen door militairen simpelweg te verplichten om langer aan het werk te blijven, alsof die militairen zomaar langer kunnen werken. Volgens mij kan men immers geen geloofwaardige defensie uitbouwen met 60-plussers. Daarenboven tast men zo ook de aantrekkelijkheid van het beroep aan, waardoor men minder militairen zal kunnen rekruteren. Onze militairen brengen nu al veel offers in hun familiale leven. Ze moeten steeds paraat zijn om op buitenlandse missie te gaan. Ze zijn vaak weg van huis. Er is geen kazerne meer in elke provincie. Die mensen brengen vandaag al veel offers.

Defensie berekende zelf dat drie keer meer militairen zullen vertrekken wanneer de pensioenleeftijd van vandaag 56 jaar zal opgetrokken worden naar 67 jaar. Ziet u al een militair ouder dan 60 rondlopen met een rugzak van 20 kilogram?

De militaire vakbond berekende dat de hogere lonen door de pensioenhervorming Defensie 225 miljoen per jaar extra zouden kosten. Zelfs zonder nieuwe uitgaven en nieuw materieel zou Defensie in 2035 nood hebben aan 31.000 militairen. Met de hervorming zouden we stranden op 22.000. Het is alsof wij we garage vol Ferrari's bouwen en geen bestuurders voorzien.

Mevrouw de minister, hoe staat u tegenover die pensioenhervormingsplannen van de arizonacoalitie?

Hoe kijkt u naar het feit dat Defensie meer geld zal uitgeven aan materieel en minder aan militairen, en dus zal besparen op hun pensioenen?

Kunt u een inschatting maken van de meerkost voor Defensie wanneer de pensioenleeftijd van de militairen effectief zou worden verhoogd naar 67 jaar?

Ludivine Dedonder:

Monsieur Tonniau, veuillez m'excuser, mais ma réponse sera apportée en français et en néerlandais, puisque d'autres auteurs étaient inscrits.

Gebaseerd op de ideeën uit de eerste nota van de federale formateur zou de pensioenleeftijd vanaf 2025 gradueel worden verhoogd, om in 2043 de leeftijd van 67 jaar te bereiken. De meerkosten voor de Staat, rekening houdend met de besparingen op de pensioenen, zou daardoor gradueel stijgen om in 2043 op ongeveer 150 miljoen euro op jaarbasis uit te komen. Voor de periode 2025-2043 zou dat neerkomen op een totaal van ongeveer 2 miljard euro.

Les prévisions budgétaires que je viens de décrire montrent clairement que les conséquences possibles d’une telle mesure sont préjudiciables à la transformation et à l’opérationnalité.

Outre le développement de nouvelles capacités grâce aux investissements prévus par la loi de programmation militaire, la transformation signifie, entre autres, changer littéralement la structure organisationnelle pour la rendre mieux adaptée à l’exécution de nos missions essentielles, qui sont la continuité des opérations à l’étranger, la défense collective et l’aide à la nation. C’est pourquoi, par exemple, des capacités qui ne font pas partie du cœur de métier du département, comme la restauration et la garde des quartiers, ont été externalisées lors de la précédente législature. Il s’agissait de tâches qui étaient typiquement prévues pour des militaires plus âgés, qui pourraient souffrir davantage d’inconfort physique. La Défense n’est donc tout simplement pas en mesure de déployer tous les militaires jusqu’à 67 ans.

Le métier de militaire, c’est aussi avant tout un métier dans lequel la préparation physique est d’une grande importance. Il est utopique de penser que l’on puisse demander la même chose aux militaires plus âgés sur le terrain qu’à leur jeunes collègues.

Enfin, une augmentation de l’âge de la retraite entraînerait des conséquences en chaîne sur les dispositions légales du statut de militaire. Par exemple, cela limiterait les possibilités d’évolution pour les jeunes militaires, qui se verraient freinés dans leur progression par la présence prolongée de militaires plus âgés restant en poste pendant dix ans de plus.

J'espère en tout cas que les négociateurs du nouveau gouvernement fédéral écouteront attentivement l’état-major de la Défense, ainsi que les syndicats, et qu’ils ne seront pas dogmatiques. Relever l’âge de la retraite à 67 ans se fera au détriment des efforts consentis et des résultats déjà obtenus au cours de la dernière législature sur la voie de la reconstruction de la Défense.

Il est essentiel de trouver un équilibre entre l’investissement dans le matériel et le soutien au personnel. Ces deux aspects interdépendants sont fondamentaux pour garantir l’efficacité opérationnelle et la pérennité de la Défense.

Robin Tonniau:

Mevrouw de minister, uw antwoorden waren zeer duidelijk. Ik hoop dat de onderhandelende arizonapartijen goed hebben geluisterd. Uw berekening strandt op een meerkost van 150 miljoen euro per jaar voor Defensie vanaf 2043. Arizona bereikt daarmee het tegenovergestelde, namelijk een minder operationele Defensie. De privatisering van de bewaking van kazernes is al doorgevoerd, waardoor de jobs voor de oudere militairen reeds weg zijn. U zegt eigenlijk dat Defensie niet weet wat ze met die oudere militairen zal moeten aanvangen. Anderzijds zullen jongere, instromende militairen minder carrièrekansen krijgen binnen Defensie. Dat is niet onbelangrijk, gelet op de huidige grote uitstroom naar de politie, de brandweer en private beveiligingfirma’s. Het is eigenlijk onmogelijk om zo’n functie tot 67 jaar uit te oefenen.

In Italië kan men als militair op pensioen na een carrière van 40 jaar en 7 maanden. In Frankrijk kan een militair op pensioen vanaf de leeftijd van 47 jaar, naargelang de functie in het leger. In Duitsland lag de gemiddelde pensioenleeftijd van militairen in 2021 net boven de 57 jaar, wat vergelijkbaar is met de huidige situatie in België. De huidige pensioenleeftijd van 56 jaar is er ook niet via vogelpik gekomen, maar er werd overeengekomen dat militairen vanaf dan hun rust verdienen. De boodschap aan de arizonacoalitie is dus duidelijk: met het verhogen van de pensioenleeftijd van militairen bereikt men het omgekeerde van wat men beoogt.

Voorzitter:

Ik merk dat u en uw fractie er al naar uitkijken om oppositie te voeren tegen de arizonacoalitie. U zult echter nog even moeten wachten.

De munitievoorraden en de productie van munitie voor Defensie

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Belgische Defensie herstelt traag haar munitievoorraden ondanks extra budgetten (1 miljard euro via *Readiness Plan*) en industriële samenwerkingen (o.a. FN Herstal, KNDS, Thales), maar de productiecapaciteit blijft ontoereikend voor OTAN-doelen en de oorlog in Oekraïne. Minister Dedonder benadrukt vooruitgang via langetermijncontracten (bv. 20-jarig akkoord met FN Herstal) en nieuwe productielijnen (o.a. 155mm-granaten, K-STER), maar Lasseaux kritiseert het tempo als onvoldoende en pleit voor een Koreaans model: massale herinvestering in defensie en radicale mentaliteitswijziging, gezien de structurele achterstand in Europa. Kernprobleem: budgetverhogingen helpen, maar productieknelpunten en politieke terughoudendheid belemmeren snelle opschaling.

Stéphane Lasseaux:

Madame la ministre, depuis le début de la guerre en Ukraine, la question des stocks de munitions et de la production au sein des États membres de l’OTAN est souvent venue dans la presse. Des débats au sein de cette commission s’en sont fait l’écho. Depuis 2022, nous savons que les stocks à disposition de nos armées sont insuffisants et que les capacités de production restent trop faibles. Ainsi, la promesse de fournir un million d’obus à l’Ukraine en un an n’a pu être remplie qu’avec retard.

En cette fin de législature et à l’approche du bien triste troisième anniversaire de la guerre qui a révélé nos faiblesses, il peut être intéressant de faire rapidement un état des lieux de la situation pour la Défense belge. Même si je me rends compte qu’une divulgation de données chiffrées donnerait trop d’informations à nos adversaires, j'ai néanmoins quelques questions.

Madame la ministre, la Défense belge a-t-elle connu des progrès importants dans la reconstitution de ses stocks et permettent-ils d’assurer tant les entraînements que d’éventuelles futures opérations? Quelles mesures ont-elles été adoptées par la Belgique pour renforcer la production des munitions dont elle a besoin?

Nous sommes tous au courant de la collaboration avec Thales à Herstal pour des roquettes ou avec KNDS à Petit-Roeulx pour des obus. Ces projets avancent-ils dans les temps? Les industriels ont-ils des assurances sur la demande à moyen et long terme, leur permettant de faire de coûteux investissements dans de nouvelles unités de production?

Une augmentation éventuelle du budget de la Défense permettra-t-elle d’apporter des réponses à certains problèmes actuels ou l’essentiel des problèmes viennent-ils de la production et des goulots d’étranglement dans la chaîne de production? Des projets nouveaux sont-ils envisagés sur le territoire belge afin de répondre aux difficultés de production? La Défense cherche-t-elle à en susciter?

Ludivine Dedonder:

Monsieur Lasseaux, le plan STAR prévoit la poursuite de la transformation de la Défense et l'arrivée de nouveaux systèmes d'armes. Cette arrivée se traduit également par l'acquisition de nouvelles munitions, spécifiques à ces nouveaux systèmes d'armes, qui doivent être en partie disponibles préalablement à la livraison de ces nouveaux systèmes. De cette manière, la formation et l'entraînement avec ces systèmes d'armes peuvent être garantis et la constitution des stocks opérationnels peut être entamée.

Pour les systèmes d'armes existants, la reconstitution des stocks se poursuit. La guerre en Ukraine et les exigences supplémentaires de l'OTAN nécessitent des stocks supplémentaires pour accroître notre capacité de déploiement et notre état de préparation.

Des efforts importants ont été consentis ces dernières années pour améliorer l'opérationnalité et l'entraînement des forces armées belges, notamment par le biais du plan de préparation, le "Readiness Plan", avec un montant supplémentaire d'un milliard d'euros, réparti sur les années 2022, 2023 et 2024.

Les dotations budgétaires de ce plan de préparation ont intégralement été utilisées et consacrées principalement à l'achat de munitions terrestres de différents calibres, de munitions antichars, de munitions pour nos avions de combat et de munitions pour la marine.

Le renforcement de nos capacités industrielles nationales s'opère, entre autres, par le partenariat stratégique avec la FN Herstal, par le biais d'un contrat d'une durée de vingt ans permettant à la FN d'investir structurellement dans sa capacité de production de munitions de petit calibre à Zutendaal dans le Limbourg, en recrutant du personnel supplémentaire, en construisant des bâtiments et en investissant dans un parc de machines.

Le renforcement de nos capacités industrielles nationales, l'achat de nouvelles munitions spécifiques aux nouveaux systèmes d'armes et l'augmentation de nos stocks actuels nécessitent en effet des ressources budgétaires supplémentaires. Ce budget supplémentaire alloué à la Défense dans les années à venir lui permettra de passer des commandes en grand nombre et dans les délais, offrant ainsi les garanties nécessaires tant à la Défense qu'à l'industrie.

Une expansion structurelle de la capacité de production, de concert avec l'industrie belge, s'est également opérée. À titre d'exemple, je cite le système K-STER de la firme ostendaise Exail ou les munitions 155 mm chez KNDS Belgium. Enfin, signalons l'intégration d'une nouvelle capacité de production de la filiale Forges de Zeebruges de Thales Belgique à Herstal pour le chargement d'explosifs des munitions 70 mm.

Stéphane Lasseaux:

Madame la ministre, je vous remercie pour les réponses que vous nous avez apportées. Toutefois, nous pouvons constater que l'état des stocks et les capacités de production sont désespérants non seulement en Belgique, qui n'est malheureusement pas une exception, mais également dans plusieurs pays européens. Il faut, bien sûr, en tenir compte. Il est quand même préoccupant que, si des efforts authentiques ont été accomplis en vue de l'augmentation de la production, et je l'ai bien entendu, ils sont fort inférieurs à ce à quoi nous aurions pu nous attendre après ces deux années de guerre. Selon moi, nous devrions prendre exemple sur la Corée. Désolé de citer cet exemple, mais ce pays a réussi à établir une armée puissante et disposant de stocks importants, tout en étant une démocratie vibrante comme l'ont démontré les derniers événements. Je crois que nous avons peur de dire à nos concitoyens que nous avons complètement changé d'époque et que nous ne pouvons plus réfléchir ni agir comme avant et qu'il importe nécessairement de réinvestir massivement dans la Défense. Les stocks de munitions de tout type sont donc nécessaires. De plus, des capacités de production supplémentaires doivent aussi être mobilisables pour pouvoir réagir en cas de conflit.

De door Defensie getroffen voorbereidselen in het kader van de vredesplannen voor Oekraïne

Gesteld door

Les Engagés Luc Frank

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België steunt het NAVO-standpunt (Vilnius 2023) dat Oekraïne pas kan toetreden na een duurzame vrede, maar zet nu in op praktische steun (training, wapens, F-16-coalitie) en bilaterale veiligheidsakkoorden. Trumps vage vredesplannen (gedemilitariseerde zone, uitgestelde NAVO-toetreding) werden besproken in NAVO/EU, maar zonder concrete actie door ontbrekende details. Dedonder bevestigt geen Belgische troepenplanning, maar openstaat voor toekomstige vredesinitiatieven—mits draagvlak. Frank benadrukt Europese verantwoordelijkheid om VS-steun te compenseren, met dringende oproep tot defensieplanning en publieke voorbereiding op moeilijke keuzes.

Luc Frank:

Madame la ministre, cette question est d'actualité car le président Zelensky vient précisément pour cette raison aujourd'hui à l'OTAN à Bruxelles. Ma question porte sur le rôle de la Belgique.

Des plans de paix pour l’Ukraine circulent. La presse américaine s'est fait l'écho d’un plan de paix de la future administration Trump qui impliquerait le déploiement de troupes d’interposition européenne le long d’une ligne de front gelée. L'idée que les Européens "s'impliquent physiquement dans le jeu" en matière de sécurité de l'Ukraine est une idée que des proches de Trump poussent depuis des mois. D’autre part, le nouveau vice-président J.D. Vance a préconisé une zone démilitarisée à la coréenne entre les positions russes et ukrainiennes si et quand les hostilités prennent fin.

De son côté, le plan de paix d'avril 2024 du nouvel envoyé spécial de Donald Trump pour l'Ukraine, le général Kellogg, prévoit notamment de reporter de dix ans l’entrée de l'Ukraine dans l'OTAN. Enfin, au niveau européen, le président français Emmanuel Macron a discuté de la possibilité de l’envoi de soldats de maintien de la paix avec le dirigeant polonais, Donald Tusk, et le chancelier allemand, Olaf Scholz. Le président ukrainien Volodymyr Zelensky a fait référence à cette idée lors d'une rencontre avec Friedrich Merz, qui est en passe de succéder à Olaf Scholz.

Madame la ministre, avez-vous eu l’occasion de discuter de ces différentes idées et projets avec votre collègue ukrainien ou avec vos autres collègues de manière bilatérale, ou dans le cadre de l'OTAN ou même de l'Union européenne? La Belgique a-t-elle une position ferme sur l'adhésion de l'Ukraine à l'OTAN? Une planification a-t-elle été mise en place au sein de l'OTAN? La Défense est-elle en train de planifier des options pour une éventuelle participation belge à la mise en œuvre de tels plans et d'en évaluer les coûts?

Ludivine Dedonder:

Les déclarations de la future administration Trump ont effectivement été évoquées au cours des différentes réunions à l'OTAN et à l'Union européenne. Cependant, en l'absence de projet concret – il s'agit de simples déclarations faites par un candidat en campagne –, il n'est évidemment pas possible d'anticiper en détail les conséquences qui en découleraient, tant pour l'Ukraine que pour l'Europe.

En matière d'adhésion de l'Ukraine à l'OTAN, la Belgique s'inscrit pleinement dans la position de l'Alliance présentée à l'issue du sommet de Vilnius en 2023, à savoir qu'une invitation sera lancée à l'Ukraine dès lors que les alliés l'auront décidé et que toutes les conditions seront réunies. À ce titre, la fin durable du conflit constitue l'une des conditions préalables.

Lors du récent sommet de Washington, les alliés ont néanmoins effectué un pas vers l’Ukraine en avançant quatre initiatives: la création d’une plateforme OTAN de coordination de l’aide et des formations qui sont en faveur de l’Ukraine; la promesse d’un engagement financier fort; la désignation d’un représentant spécial de l’OTAN en Ukraine; la publication d’une déclaration commune OTAN-Ukraine.

Parallèlement à ces initiatives au sein de l’OTAN, plusieurs alliés, dont la Belgique, ont conclu avec l’Ukraine un accord bilatéral de coopération dans le domaine de la sécurité.

Notre pays s’inscrit aussi pleinement dans les efforts internationaux en faveur de l’Ukraine, notamment en participant aux formations et activités coordonnées par la mission européenne d’assistance militaire à l’Ukraine, en fournissant un appui matériel létal et non létal, et ce à titre national ou à travers des coalitions capacitaires telles que la coalition F-16, avec la formation des pilotes et des techniciens, la coalition artillerie ou la coalition pour le déminage en mer.

D’un point de vue belge, la Défense accueillera favorablement toute initiative visant à mettre fin de manière durable au conflit en Ukraine.

Luc Frank:

Madame la ministre, merci beaucoup pour la réponse. Nous restons en effet dans l’incertitude totale sur les contours que pourrait prendre le plan de paix et sur la possibilité de le mettre en œuvre. Les États européens, l’Union européenne, l’OTAN devront certainement prendre leurs responsabilités, agir plus et donc dépenser plus, soit en soutenant un accord de cessez-le-feu, une paix provisoire en étant sur le terrain, soit en renforçant le soutien à l’Ukraine, y compris pour remplacer un moindre soutien américain. Mais la question reste: avec quoi? Le 16 décembre, le président Trump a encore rappelé sa volonté de mettre en place une paix pour l’Ukraine, de stopper la guerre. Dans tous les cas, la Belgique devra jouer son rôle. J'espère que la Défense se prépare à toutes les options et qu’un processus de planification est en cours. Il est aussi nécessaire de préparer la population aux choix difficiles que nous allons devoir faire.

De bezoeken van de CHOD aan de militairen op missie in Afrika

Gesteld door

PS Christophe Lacroix

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België versterkt zijn militaire samenwerking met Benin en DR Congo via gerichte opleidingen (commando’s, medisch, marine, ontmijning) en de training van Congolese snelle-reactiebrigades, wat door lokale partners als zeer effectief wordt beoordeeld. De minister benadrukt dat deze bilaterale programma’s – gestructureerd via jaarlijkse stafoverleggen – prioritair zijn voor stabiliteit in de regio, naast diplomatie en ontwikkelingshulp. Lacroix onderstreept het belang van een geïntegreerde aanpak (defensie, diplomatie, ontwikkeling) voor vrede in het Sahel- en Grote Merengebied, maar betreurt de opschorting van het modelproject in Niger (met Enabel) door politieke instabiliteit, met de hoop op heropstart bij verbeterde omstandigheden.

Christophe Lacroix:

Madame la ministre, dans le cadre de sa tournée annuelle de fin d'année, le CHOD s'est rendu dans deux pays d'Afrique dans lesquels des militaires belges sont déployés.

Au Bénin d'abord, où il a rendu visite à notre détachement à Ouassa. Là-bas, des soldats du 2 e bataillon de commandos, de l'engagement civilo-militaire, du 14 e bataillon médical et du centre d'entraînement des soldats du commando de la Garde républicaine béninoise s'entraînent.

En République démocratique du Congo (RDC) ensuite, où il a pu rencontrer son homologue, le général d'armée Christian Tshiwewe. Cette rencontre symbolise un partenariat clair en faveur de la paix et de la sécurité dans les régions de l'Est du Congo notamment. Il s'est également rendu à Kindu auprès des militaires du 2 e bataillon de commandos, du 14 e bataillon médical, du 6 Gp CIS et du 29 e bataillon logistique.

Madame la ministre, après toute cette tournée, pouvez-vous nous en dire plus sur le type de collaborations menées dans ces deux pays d'Afrique? Quels sont les retours du CHOD quant à la qualité du travail mené sur place, de la relation de partenariat et sur l'état de nos collaborations? Je ne vous demanderai évidemment pas de vous prononcer sur le futur, qui ne vous appartiendra peut-être pas. Je dis "peut-être" parce qu'on ne voit pas cet Arizona dont on parle si souvent poindre le bout du nez jusqu'à présent.

Ludivine Dedonder:

Monsieur Lacroix, le Bénin et la République démocratique du Congo sont deux pays prioritaires pour la coopération militaire en Afrique sub-saharienne, comme stipulé dans la note de politique générale. La Défense entretient des programmes de coopération bilatérale avec ces deux pays, structurés par des réunions annuelles entre les états-majors, appelées commissions militaires mixtes.

Concernant le Bénin la coopération se structure actuellement autour de quatre piliers: la formation apportée à la Garde nationale, la formation d'équipages de la marine nationale dans le port de Cotonou, la formation des cadres en Belgique et diverses formations dispensées à la demande des autorités béninoises dans des domaines spécifiques comme le déminage, la marine, la communication stratégique et le renseignement.

Concernant la RDC, la coopération bilatérale s'oriente sur trois axes: la formation de cadres en Belgique et en RDC, l'équipement et l'entraînement de la 31 e Brigade de réaction rapide, et l'appui médical.

Après sa visite sur place, le CHOD a souligné la grande satisfaction exprimée par nos partenaires africains ainsi que la grande qualité des activités menées ces dernières années. Particulièrement en RDC, l'encadrement fourni aux instructeurs congolais de la 31 e Brigade de réaction rapide a permis de former des sous-unités entraînées et performantes. Cela a été confirmé de vive voix par les dirigeants congolais qui ont participé à la visite du centre d'entraînement à Kindu avec le CHOD et, notamment, par le chef d'état-major général des armées.

Christophe Lacroix:

Madame la ministre, je vous remercie beaucoup pour vos réponses. Il est vrai qu'en 2017, le président de la République démocratique du Congo d'alors avait unilatéralement cessé toute coopération militaire. Le ministre Reynders en charge des Affaires étrangères et, temporairement, de la Défense avait relancé cette coopération. Puis, vous, vous l'avez significativement augmentée en en faisant l'une des nombreuses priorités de reconstruction de votre mandat. Nous voyons bien qu'afin de garantir la sécurité et la paix dans la région du Sahel et des Grands Lacs, il est fondamental de travailler sur une approche globale, s'appuyant sur la Défense et la diplomatie, mais également sur la coopération au développement. En commission des Relations extérieures, nous avons eu toute une série d'auditions et de débats sur la coopération au développement, singulièrement en Afrique, et sur l'intérêt de la maintenir, y compris à travers le travail de nos militaires sur place qui peut être considéré comme une forme de coopération au développement dans le cadre d'une approche globale, parce que cela stabilise d'abord les institutions, ensuite les hommes et les femmes qui composent ces pays, puis les populations et, enfin, l'équilibre géopolitique fragile de l'Afrique. Nous savons qu'un tel équilibre est fragmenté de nos jours en Orient, au Moyen-Orient, en Ukraine et en Afrique, donc dans des zones très proches de l'Europe. C'est pourquoi j'insiste sur la nécessité d'honorer toutes les demandes de la résolution qui fut portée par mon groupe sous la précédente législature. Il importe que cette approche constitue une occasion pour travailler en toute cohérence avec vos collègues des Affaires étrangères et de la Coopération au développement. Nous avions salué la mise en place du premier projet d'approche globale avec Enabel au Niger. À ce stade, nous ne pouvons que regretter qu'il ait été suspendu, tant l'impact sur la population était favorable. J'espère donc que, lorsque la situation politique sur place sera davantage stabilisée, nous pourrons reprendre la mise en œuvre de ce projet.

Het bezoek van de minister aan de militairen op missie in Roemenië en in Polen

Gesteld door

PS Christophe Lacroix

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België versterkt zijn OTAN- en EU-defensie-inzet in Roemenië (Battle Group onder Frans commando) en Polen (logistieke steun en training Oekraïense troepen), als reactie op Russische dreiging en hybride oorlogsvoering in Oost-Europa. Minister Dedonder benadrukte tijdens bezoeken de groeierende interoperabiliteit, industriële defensiesamenwerking en bevestigde dat de missies in 2025 ongewijzigd blijven, met lof voor de Belgische bijdrage aan Oekraïnes weerstand—cruciaal nu Amerikaanse steun onzeker is. Lacroix onderstreept hoe Belgische trainingen levensreddend zijn voor Oekraïense troepen en waarschuwt voor Poetins escalerende destabilisatie (Transnistrië, Moldavië, Roemenië), terwijl de missies ook Belgische militairen praktijkervaring in moderne oorlogsvoering opleveren. De commissie sluit zich unaniem aan bij de erkenning voor de inzet van de troepen, die tijdens feestdagen ver van huis veiligheid en democratie verdedigen.

Christophe Lacroix:

Madame la ministre, on change de continent mais la problématique reste quelque peu la même: le déséquilibre général de ce monde, en particulier à quelques centaines voire quelques petits milliers de kilomètres de nos frontières. Mais ici, on parle effectivement d'alliés à la fois européens et otaniens (Roumanie et Pologne).

Madame la ministre, comme vous le faites chaque année – et je vous en remercie –, vous vous êtes rendue auprès de nos militaires belges déployés à l'étranger. Vous vous êtes ainsi rendue en Roumanie et en Pologne.

Madame la ministre, pourriez-vous m'indiquer les contacts que vous avez eus avec les autorités de ces deux pays européens en marge de votre mission auprès des militaires belges? Après plusieurs mois de déploiement, parce qu'on n'en parle plus vraiment, quel bilan peut être tiré de la participation militaire belge dans ces pays? Enfin, pourriez-vous m'indiquer les évolutions attendues en 2025 dans le déploiement de nos militaires dans ces pays et plus largement en Europe, compte tenu de la cristallisation des tensions ces dernières semaines ou derniers mois?

Ludivine Dedonder:

Monsieur Lacroix, lors de ma mission en Roumanie, j'ai rencontré la secrétaire d'État Simona Cojocaru. Nous avons souligné l'excellente coopération entre nos pays et l'interopérabilité croissante dans le cadre de la mission Forward Land Forces. Cette mission est un exemple concret de l'Europe de la Défense en termes d'interopérabilité des forces et d'utilisation de capacités similaires. On peut certainement s'enorgueillir de ce genre de mission. Nous avons également discuté de la coopération industrielle européenne, de la mobilité militaire et des engagements opérationnels prévus en 2025.

En Pologne, j'ai rencontré le secrétaire d'État Pawel Zalewski. Nous avons échangé sur la prochaine présidence polonaise de l'Union européenne, sur la coopération entre l'Union européenne et l'OTAN, sur l'avenir de la défense européenne et l'importance d'investir dans nos capacités militaires. Pour information, la Pologne compte atteindre 5 % du PIB l'année prochaine.

La présence des troupes belges en Roumanie et en Pologne est l'expression directe de notre contribution aux tâches de dissuasion assurées par l'OTAN sur le flanc est de l'Alliance mais aussi à notre engagement pour soutenir l'Ukraine dans sa résistance à l'agression russe.

En Roumanie, le détachement est déployé dans le cadre des mesures de réactivité de l'OTAN. Sur place, une compagnie interarmes belge est intégrée au sein du Battle Group dirigé par la France. Actuellement, l'essentiel des forces est fourni par le bataillon 12 e et 13 e de ligne de Spa.

En Pologne, notre présence s'inscrit directement dans notre soutien aux forces armées ukrainiennes, notamment avec une contribution aux formations dispensées dans le cadre de la mission européenne d'assistance militaire pour l'Ukraine ainsi qu'une participation au hub logistique de l'OTAN destiné à faciliter le transfert de matériel militaire à l'Ukraine.

J'ai également eu l'occasion de m'entretenir rapidement avec les militaires ukrainiens en formation ainsi qu'avec les militaires belges qui donnent ces formations. Au-delà de l'émotion que l'on peut avoir, c'est certainement très enrichissant pour nos propres militaires et cela leur permet aussi de parfaire leur formation.

Concernant l'engagement opérationnel de la Défense pour 2025, nous confirmons la poursuite des déploiements que je viens d'évoquer, à savoir la participation au Battle Group français en Roumanie, la présence au sein du hub logistique en Pologne ainsi que la contribution aux formations données dans le cadre de l'EU Military Assistance Mission in support of Ukraine (EUMAM Ukraine).

Profitons de cette dernière séance pour féliciter nos militaires pour leur travail considérable, hommes et femmes de la Défense qui sont déployés en opération, loin de leurs familles, pendant les fêtes de fin d'année. C'est pour cette raison aussi que je m'y rends chaque année, pour leur témoigner reconnaissance de la part des autorités politiques mais aussi de la part de la population, puisqu'ils sont loin d'ici pour assurer notre propre sécurité.

Voorzitter:

Ik sluit me aan bij die laatste woorden van de minister. Dank ook om dat bezoek te brengen en zo die militairen te ondersteunen. Ik spreek die dank uit namens de hele commissie.

Christophe Lacroix:

Monsieur le président, vous faites bien de généraliser les remerciements que la commission peut adresser à ces militaires qui sont déplacés à l'étranger, non pour parader, mais pour du vrai travail de maintien de la paix et d'aide à celles et ceux qui sont directement ou potentiellement menacés, comme la Roumanie ou la Pologne qui sont quasiment sur la ligne de front. Nous savons combien les Russes – notamment à travers les opérations de déstabilisation en Transnistrie, en République de Moldova et, très récemment, dans l'élection présidentielle roumaine – menacent ces démocraties par des tactiques de guerre hybride mais également sur un théâtre de conflit abominable où des dizaines de milliers de militaires et de civils perdent la vie en Ukraine. C'est un constat effarant de voir que des autocrates tels que Poutine sont capables de nous faire revivre des périodes que nous croyions révolues en Europe.

Ce qui me plaît dans votre réponse mais également dans les témoignages que je lis dans la presse – qui s'informe un peu lorsqu'elle est spécialisée en la matière –, c'est de voir à quel point nos contributions sont appréciées par nos partenaires. Je lisais le témoignage de soldats ukrainiens qui parlent en termes élogieux de la collaboration avec la Belgique en termes de formation. Ils disent que cela leur est très précieux pour continuer à résister à l'envahisseur russe car, depuis l'élection de Trump, la morosité, voire une forme de désespoir, règne en Ukraine. Par ailleurs, nos militaires trouvent tout aussi précieux de collaborer avec des gens confrontés à un conflit alors qu'il y a – heureusement – des années qu'ils n'ont eux-mêmes pas été confrontés à ces réalités de terrain.

Donc, vraiment, merci à vous, à nos militaires, à l'état-major; merci à toutes celles et tous ceux qui font briller le drapeau belge à l'étranger et, par-delà, les étendards de la démocratie et de nos valeurs humaines.

Voorzitter:

Vraag nr. 56001545C van de heer Francken wordt uitgesteld.

De indringingen in de kazernes van Defensie
De beveiliging van de militaire sites
Beveiliging en indringingen op militaire locaties

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de sterke toename van veiligheidsincidenten en hybride dreigingen (o.a. spionage, sabotage) op Belgische militaire sites zoals DOVO-Poelkapelle, met vermoedens van Russische betrokkenheid via proxy’s (mogelijk asielzoekers). Minister Dedonder bevestigt dat de dreiging niet uniek is voor Poelkapelle, deel uitmaakt van een Europese trend en al twee jaar verhoogde waakzaamheid vereist, met versterkte fysieke beveiliging, technologie en personeelstrainingen als tegenmaatregelen. Ze benadrukt samenwerking met NAVO/EU voor informatie-uitwisseling, maar geeft geen details over specifieke locaties of externe actoren om veiligheidsredenen. Parlementsleden dringen aan op versnelde uitvoering van structurele oplossingen en een nationale langetermijnstrategie tegen hybride oorlogsvoering.

Peter Buysrogge:

Mevrouw de minister, uit de recente berichtgeving in de krant, onder andere in La Dernière Heure, blijkt dat het aantal verdachte gedragingen en veiligheidsincidenten rond het DOVO-terrein in Poelkapelle aanzienlijk is toegenomen. Incidenten zoals beschadiging van omheiningen, ongeoorloofde toegang en verkenningen zouden mogelijk bedoeld zijn om te testen hoever men kan gaan bij het verkennen van de robuustheid van onze beveiliging.

Bovendien wordt gesuggereerd, voor wat het waard is, dat er betrokkenheid van Rusland zou zijn, waarbij gebruikgemaakt zou worden van willekeurige personen, onder wie asielzoekers uit het naburige opvangcentrum. Ik spreek in de voorwaardelijke wijs, want mocht dit kloppen, dan is het natuurlijk een ernstige bedreiging voor de militaire veiligheid en vraagt het om een doortastende aanpak.

Mevrouw de minister, ik heb vragen voor u.

Ten eerste, is de situatie in Poelkapelle uniek, of werden ook andere kazernes of militaire sites van Defensie, zoals die in Zeebrugge of elders, geviseerd door soortgelijke incidenten?

Ten tweede, kunt u aangeven welke kazernes nu onder een verhoogd dreigingsniveau vallen? Zijn er plannen of strategieën om de verhoogde dreiging structureler aan te pakken en om op termijn de risico's te verminderen?

Ten derde, welke specifieke maatregelen heeft Defensie reeds genomen of is zij van plan te nemen om de beveiliging van militaire domeinen als het DOVO-terrein in Poelkapelle structureel te versterken? Hoe worden toekomstige inbreuken of tests van de beveiliging proactief voorkomen?

Ten vierde, kunt u toelichten hoe Defensie omgaat met de mogelijke betrokkenheid van externe actoren, zoals Rusland, bij de vermeende tests of indringing op militaire terreinen? Hoe past deze aanpak binnen de bredere nationale veiligheidsstrategie en hoe wordt daarover gecommuniceerd met onze bondgenoten?

Kristien Verbelen:

Mevrouw de minister, uit uw antwoord op mijn schriftelijke vraag blijkt dat het aantal incidenten op de DOVO-site in Poelkapelle verontrustend gestegen is, van 1 incident in 2019 naar 26 in 2024. Vooral in de twee jongste jaren zagen we een sterke stijging. Dat is een zorgwekkende evolutie, die vragen oproept over de veiligheid van onze militaire infrastructuur en over de mogelijke oorzaken van deze toename.

Ik heb ter zake enkele vragen voor u.

Ten eerste, hebben wij weet van gelijkaardige incidenten in de ons omringende landen? Zien zij ook een toename van verdachte activiteiten op hun militaire sites? Wordt er daarover internationaal overleg gepleegd, bijvoorbeeld binnen de NAVO? Kunnen wij iets leren uit die aanpak?

Ten tweede, is er een analyse gemaakt van de oorzaken van deze stijging? Er wordt vermoed dat Rusland discrete operaties uitvoert om de veiligheid van onze militaire terreinen te testen. Kunt u dat vermoeden bevestigen?

Hoe ernstig is deze dreiging? Welke concrete maatregelen neemt Defensie om deze mogelijke buitenlandse inmenging tegen te gaan?

Zijn er soortgelijke problemen op andere militaire sites in ons land, of gaat het hier specifiek over een probleem te Poelkapelle? Indien dat zo is, waarom is deze site zo kwetsbaar?

U gaf ook aan dat bijkomende maatregelen gepland zijn. Welke concrete acties werden er al ondernomen en welke stappen volgen nog? Wordt er gedacht aan het versterken van de fysieke beveiliging, het inzetten van technologie of het verhogen van de personeelscapaciteit?

Hoe ziet het bredere plaatje op lange termijn eruit? Is er een nationale strategie in de maak om dergelijke dreigingen structureel aan te pakken en om te voorkomen dat buitenlandse inmenging onze veiligheid blijft ondermijnen?

Ludivine Dedonder:

Collega's, voor een aantal kwartieren geldt nog steeds een verhoogde dreiging. Uit veiligheidsoverwegingen kan ik hierop niet verder ingaan. Ik kan wel zeggen dat wij niet op deze recente gebeurtenissen hebben gewacht om actie te ondernemen en waakzaam te blijven. De situatie te Poelkapelle is niet uniek. Het doel is om onze systemen te testen. Risico's van spionage, subversie en sabotage gelden ten aanzien van Defensie in het algemeen. Dat zijn gekende praktijken in het kader van hybride dreigingen door buitenlandse mogendheden.

De toename van dergelijke incidenten loopt gelijk met de bredere evolutie van hybride dreigingen in Europa. We stellen vast dat verschillende landen soortgelijke uitdagingen ervaren, waarbij specifieke toewijzing vaak complex en onzeker blijft. De waakzaamheid van alle betrokken diensten is al meer dan twee jaar verhoogd. Er loopt een project om de fysieke beveiligingssystemen te versterken. Er zullen ook briefings worden gegeven om het personeel van Defensie bewuster te maken en zo de waakzaamheid te vergroten.

Deze beveiliging is steeds een combinatie van vier elementen: het ontzeggen van de toegang, de detectie, het vertragen van indringers en een dispositief voor interventies. Defensie heeft zowel een taak te vervullen in het kader van de nationale veiligheidsstrategie als in het kader van de verdediging van het nationale en NAVO- en EU-grondgebied. In die hoedanigheid is Defensie vertegenwoordigd in de verschillende formele fora, zowel op nationaal vlak als bij de NAVO en de EU, waar informatie wordt uitgewisseld en met onze partners en bondgenoten wordt overlegd.

Peter Buysrogge:

Dank u voor uw antwoorden, mevrouw de minister. U bevestigt eigenlijk dat er daadwerkelijk dreigingen zijn geweest en dat er in Poelkapelle tests hebben plaatsgevonden. U zegt ook dat het geen alleenstaand feit is. Op het gerucht dat er asielzoekers zouden zijn ingezet, bent u niet ingegaan, maar dat is wel zeer ernstig te nemen.

We weten dat Rusland op vele fronten bezig is het vrije Westen aan te vallen. Het doet dat via cyberaanvallen. Het doet dat via de Noordzee. Onze kritieke infrastructuur wordt geviseerd. Daarover werd daarnet nog een vraag gesteld.

We vernemen nu ook dat er tests worden uitgevoerd om de weerbaarheid van onze kazernes te bekijken. Het is zinvol om daar prioriteit aan te geven. U zegt dat de waakzaamheid wordt vergroot en er in de verbetering van beveiligingssystemen wordt geïnvesteerd. Het is echt noodzakelijk dat die initiatieven in de nabije toekomst verder worden versterkt en uitgevoerd, want de bedreigingen zijn er.

Kristien Verbelen:

Dank voor uw antwoord. Het is goed om te horen dat het breder wordt bekeken, niet alleen wat er in België gebeurt, maar de hele internationale context. Ik hoop op een brede strategie, zodat het probleem niet opnieuw opduikt, of zodat we het op zijn minst kunnen inperken. We gaan dit zeker van nabij moeten blijven volgen. Het gaat immers over de veiligheid van onze militaire infrastructuur. Ik hoop in de toekomst een update over die bredere strategie te krijgen.

De downtime van F-35A-gevechtsvliegtuigen

Gesteld door

PVDA Robin Tonniau

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De F-35-aankoop (15 miljard voor 34 toestellen) kampt met lage operationele beschikbaarheid (51% in VS vs. beloofde 65%), door tekort aan onderdelen en afhankelijkheid van Lockheed Martin voor onderhoud door intellectuele eigendomsrechten, wat inzetbaarheid in crisissituaties riskeert. Minister Dedonder bevestigt dat de F-16-vloot door veroudering zakte van 65% naar 45% beschikbaarheid, terwijl de F-35-contracten wel uptime-garanties bevatten (details geheim), met lokale onderhoudsinspanningen om afhankelijkheid te verminderen en economische spin-off te creëren. Kritiek blijft dat België strategisch kwetsbaar is door externe afhankelijkheid en dat de F-35 een "kat in de zak" lijkt, gegeven de bestaande problemen in de VS. Dedonder benadrukt dat de aankoop onder de vorige regering gebeurde, maar dat huidige inspanningen gericht zijn op lokaal onderhoud en toekomstige defensie-industrie.

Robin Tonniau:

Mevrouw de minister, de eerste Belgische vlucht met de F-35A heeft vorige week donderdag plaatsgevonden vanop de Luke Air Force Base, uitgerekend in de woestijnstaat Arizona. De kostprijs van de 34 bestelde Amerikaanse straaljagers zal op 30 jaar oplopen tot 15 miljard euro. Dat is echter geen nieuws meer.

De producent Lockheed Martin beloofde ons een uptime of beschikbaarheid van minstens 65 %. Vandaag lezen we echter in publiek raadpleegbare rapporten die gemaakt werden op vraag van het Amerikaanse Congres, dat de uptime van de F-35 gemiddeld amper 51 % bedraagt. Met andere woorden, de helft van de tijd kan de F-35 niet worden ingezet wegens de onbeschikbaarheid van reserveonderdelen of door extra onderhoudstaken die niet kunnen worden uitgevoerd door Defensie zelf.

Wat is de uptime van onze huidige F-16-vloot? Welk percentage van de tijd zijn ze onmiddellijk beschikbaar?

Is de uptime van de bestelde F-35's contractueel vastgelegd? Zo ja, wat bedraagt het minimale percentage?

Bent u op de hoogte van de lage beschikbaarheidstijd van de F-35's door problemen met de aanvoer van reserveonderdelen en onderhoudswerkzaamheden?

Ludivine Dedonder:

De beschikbaarheid van de F-16-vloot houdt rekening met de onbeschikbaarheid van vliegtuigen in depot-, preventief of correctief onderhoud. Dit resulteerde in het verleden in een operationeel inzetbare beschikbaarheid van ongeveer 65 %. De laatste jaren daalde dat percentage echter sterk, naar ongeveer 45 %, onder meer als gevolg van de ouderdom en de daarmee gepaard gaande structurele problemen, de langere periodes voor onderhoud en de beperkte beschikbaarheid van onderdelen.

De beschikbaarheid van de F-35-vloot is contractueel vastgelegd en zal van nabij worden opgevolgd door zowel Defensie als de firma Lockheed Martin. Dat is een continu proces en de bevindingen worden tijdens verschillende fora gedeeld met de gebruikers. Gebaseerd op die bevindingen worden initiatieven ter verbetering van de beschikbaarheid ingevoerd, en dit zowel in het domein van het onderhoud als in het domein van de herbevoorrading. De exacte contractuele details zijn echter niet voor het publiek beschikbaar. Aangezien België pas sinds vorige week zijn vliegactiviteiten heeft opgestart met de F-35, kunnen we momenteel het geciteerde percentage niet proefondervindelijk bevestigen.

Robin Tonniau:

Mevrouw de minister, ik leer daaruit dat die 65 % de standaard moet zijn binnen Defensie aangezien onze vloot van F-16's 65 % van de tijd beschikbaar moest zijn. Dat is uiteraard gedaald doordat we investeren in nieuwe vliegtuigen en door een gebrek aan onderhoud. Dat begrijp ik, maar ik maak me wel zorgen. In dat rapport, opgevraagd door het Amerikaanse Congres, kan men lezen dat Defensie niet alle reparaties kan en mag uitvoeren en dat die moeten worden uitbesteed aan Lockheed Martin of een onderaanneming daarvan, onder andere doordat de eigendomsrechten intellectueel beschermd zijn.

We zijn nu in een staat van relatieve vrede wereldwijd, maar stel dat men in oorlog is, dan heb ik de indruk dat België niet bovenaan het lijstje voor hulp zal staan. Die problemen stellen zich vandaag immers al in de Verenigde Staten, met het beschikbaar stellen van reserveonderdelen en reparaties. Volgens mij hebben we met die F-35's een kat in een zak gekocht. Het is een beetje zoals het programma Blind Gekocht . Men geeft al zijn spaarcenten aan iemand die dan iets voor u koopt en zegt dat dat het cadeau is, terwijl het niet is wat men heeft gevraagd. Een goede huisvader bestelt geen wagen op een plan, maar wil een betrouwbare wagen die kan rijden wanneer hij hem nodig heeft. Ik zou het gek vinden om nog meer F-35's te bestellen nu we zien dat er vandaag al zoveel problemen zijn met de inzetbaarheid van die toestellen in de Verenigde Staten, laat staan eens ze in België zijn.

Tot slot wil ik u, uw kabinet en iedereen bij Defensie een vredevol eindejaar toewensen.

Ludivine Dedonder:

Je ne suis pas suspecte: ce n'est pas moi qui ai acheté les F-35, puisque ce fut fait sous la précédente législature. En revanche, nous nous sommes assurés, avec les entreprises de sécurité et de Défense belges, que la maintenance puisse avoir lieu ici afin de raccourcir les délais, d'être opérationnels au maximum et d'avoir le plus de disponibilité possible. Donc, c'est un aspect opérationnel qui engendre des retombées économiques et sur le plan de l'emploi pour ces entreprises. C'est afin d'obtenir encore plus de retombées économiques que nous nous sommes inscrits avec ces entreprises dans la perspective de l'avion du futur.

Nous verrons bien ce qu'il en adviendra, mais au moins nous sommes là avec nos entreprises qui peuvent travailler en recherche et développement et qui, par la suite, en entrant dans ce programme, auront acquis une certaine connaissance. De la sorte, elles pourront se développer – ce qui est notoirement bon pour l'économie et pour la création d'emplois. C'est la logique.

Voorzitter:

Mevrouw de minister, ik dank u voor de toevoeging.

Ludivine Dedonder:

Mevrouw Ponthier, inzake uw vraag nr. 56001576C kan ik u nog melden dat er geen aanvraag tot bruikleen werd ingediend door de gemeente Brasschaat.

Voorzitter:

Mevrouw de minister, dat openstaande vraagje is meteen ook beantwoord, waarvoor dank. Collega’s, dat betekent dat we aan het einde van onze zitting zijn gekomen. De laatste woorden van de heer Tonniau waren heel wijs. Ik heb het over zijn warme woorden van appreciatie. Hij wenste ook iedereen fantastische, vredevolle en rustige kerstdagen toe. Het is een bijzonder hectisch jaar geweest. We zijn evenwel nog niet volledig aan het einde van het jaar gekomen. Misschien staat er nog het een en ander te gebeuren. Mevrouw de minister, al uw kabinetsmedewerkers en alle mensen van Defensie wil ik vredevolle kerstdagen toewensen. Collega’s, we zien elkaar in januari 2025 terug. Geniet van de kerstdagen en van de familie. Ik wens ook iedereen van de administratie van de Kamer te bedanken. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.05 uur. La réunion publique de commission est levée à 12 h 05.

De Syrische burgeroorlog
De Syrische burgeroorlog
De val van het Syrische regime
Syrië
De situatie in Syrië
De situatie in Syrië
De oorlog in Syrië
De omverwerping van het regime van Bashar al-Assad in Syrië
De situatie na de val van het Syrische regime
De Israëlische aanvallen op Syrië en de Israëlische opmars in de gedemilitariseerde bufferzone
Syrië
De situatie in Syrië en het expansionistische beleid van Israël
Het conflict in Syrië en de regionale spanningen met Israël

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen), Bernard Quintin

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Na de val van Assad’s regime in december 2024 heerst voorzichtige hoop op democratische transitie in Syrië, maar de EU en België benadrukken strenge voorwaarden: respect voor mensenrechten, minderheden (met name Koerden en christenen), vrouwenrechten, territoriale integriteit en strafvervolging van oorlogsmisdaden (via IIIM). HTS (ex-Al Qaida-tak) blijft op de EU-terreurlijst tot het aan deze eisen voldoet, hoewel diplomatieke contacten (zoals heropening EU-kantoor Damascus) worden overwogen om invloed uit te oefenen—zonder automatische legitimering. België pleit voor gecoördineerde EU-actie, waaronder druk op Rusland (sluiting bases Tartous/Khmeimim) en Turkije (beperking Koerdische repressie), maar wijst direct militair ingrijpen af. FTF’ers (terroristen met Belgische link) worden alleen gerapatrieerd onder strikte veiligheidsvoorwaarden, met nadruk op kinderrechten. Israël’s bombardementen en expansiedreigingen worden veroordeeld, maar concrete sancties blijven uit.

Michel De Maegd:

Madame la présidente, je vais synthétiser les questions que j'avais déposées.

Monsieur le ministre, avant toute chose, j'aimerais profiter de cette occasion pour vous souhaiter la bienvenue dans notre commission.

Dans la nuit du 7 au 8 décembre 2024, la chute du régime syrien de Bachar al-Assad a marqué un tournant historique, mettant fin à 54 ans de règne autoritaire et de répression. Cet événement ouvre une période d'incertitude majeure pour la Syrie et la région, mais aussi d'opportunités pour encourager la transition, que l'on espère bien sûr démocratique, et la reconstruction. Les défis sont néanmoins immenses avec un pays ruiné, une société fragmentée et un vide du pouvoir susceptible d'être exploité par des acteurs extrémistes.

La Belgique a toujours plaidé pour une solution politique en Syrie, notamment via les résolutions des Nations Unies. Elle a également contribué à l'aide humanitaire en faveur des populations civiles. La nouvelle donne politique appelle toutefois à une réévaluation de notre politique étrangère et de nos engagements dans la région.

Monsieur le ministre, au cours de la séance plénière de la semaine passée, vous avez insisté sur la nécessité d'une transition politique pacifique et inclusive, respectueuse des minorités. Dans ce contexte, vous avez également souligné l'importance de la coopération internationale, de la coordination humanitaire et du respect des droits humains.

Monsieur le ministre, quelle est la vision de la Belgique en termes de risque pour la stabilité régionale et internationale?

Un Conseil des Affaires étrangères a eu lieu ce lundi. Quelles ont été les conclusions au sujet de cette chute de régime? Comment agira l'Union dans les prochaines semaines?

Vous avez annoncé la semaine dernière une entrevue très prochaine avec votre homologue turc. Nous connaissons les enjeux pour la Turquie dans la région et les risques que cette situation fait peser sur les Kurdes. Cette réunion a-t-elle eu lieu? Dans l'affirmative, qu'en est-il ressorti? Dans la négative, quand est-elle prévue?

En ce qui concerne les crimes commis sous le régime al-Assad, la Belgique reste engagée pour qu'ils ne demeurent pas impunis. À ce titre, quel rôle notre pays envisage-t-il de jouer dans le renforcement des mécanismes internationaux? Quelles actions concrètes seront-elles proposées lors des prochaines réunions avec vos homologues régionaux, mais aussi européens?

Quelle est la position de la Belgique au sein du Conseil européen sur le maintien ou le retrait du groupe HTC de la liste des organisations terroristes?

Enfin, au sujet des Foreign Terrorist Fighters et de leurs familles, vous avez évoqué la nécessité d'une coordination gouvernementale pour toute future décision de rapatriement. Quelles sont les orientations du gouvernement dans ce domaine et quelles garanties peuvent être apportées quant à la sécurité nationale dans ce processus?

Darya Safai:

Mijnheer de minister, de val van Assad is eigenlijk een heuglijke gebeurtenis. Ondanks de eenheid die nu wordt uitgedragen, blijft Syrië diep verdeeld, zowel ideologisch, etnisch als religieus. Het is een heel moeilijke samenleving. De boodschap is dus helder: de Syrische burgeroorlog is verre van voorbij. Er zijn immers verschillende soorten inmengingen, ook van Turkije, the Syrian National Army (SNA), HTS en verschillende groeperingen.

De Europese Unie lijkt evenwel haastig een nieuwe pagina om te slaan. De boodschap van mevrouw Kaja Kallas is dat we geen vacuüm kunnen achterlaten in Syrië en dat de EU er aanwezig moet zijn. De EU toont zich opmerkelijk bereid om toenadering te zoeken tot Al-Jolani en overweegt de steun aan Syrië op te voeren. De EU stelt enkele voorwaarden voor haar steun: de bescherming van minderheden, het toezicht op een inclusieve transitie en het vermijden van extremisme.

Daarnaast wil de EU onderhandelen over de aanwezigheid van Russische basissen in het land. Er werden al gezanten uitgestuurd en er wordt overwogen het diplomatieke kantoor in Damascus te heropenen.

HTS staat niet op de Europese terreurlijst, maar wel op de VN-lijst, die de EU automatisch onderschrijft. Het zou opmerkelijk zijn als wij die nu naast ons neer zouden leggen en toch contacten zouden aanknopen. Hoe zal België voortaan omgaan met vertegenwoordigers van HTS of Syrië? Welke positie wenst u van de EU? De criteria die de EU stelt aan de nieuwe leiders van Syrië lijken geen voorwaarden te zijn voor de heropstart van de betrekkingen. Waar zijn het dan wel de criteria voor?

De EU heropent een diplomatiek kantoor in Damascus. Hoe staat België tegenover een wederzijdse heropstart van de diplomatieke betrekkingen en de eventuele accreditatie van diplomaten of ambassadeurs?

De Russische aanwezigheid in Syrië en zijn vermogen om zich te projecteren in de Middellandse Zee en Afrika staan onder druk. Het Westen en Europa hebben er alle belang bij om nu maximale druk uit te oefenen en de sluiting van de Tartous- en de Khmeimimbasis te eisen alvorens Moskou en de nieuwe machthebber in Damascus zich weer verzoenen.

Waarom worden deze eisen door de EU niet sterker verwoord of als voorwaarden gesteld? Moet er bovendien geen maximale druk worden uitgeoefend op Libië om te voorkomen dat Tripoli de nieuwe uitvalsbasis van Rusland wordt?

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, ook namens onze fractie welkom in de commissie. Het beloven nog boeiende tijden te worden.

Na een jarenlange burgeroorlog is het Assadregime op enkele dagen tijd gevallen. Op een week tijd slaagden Syrische rebellen erin om alle belangrijke steden, inclusief Damascus, in te nemen. De grootste rebellengroep stamt uit een salafistische militie, die ooit verbonden was aan Al Qaida. Ze verbraken die banden weliswaar in 2016. Sinds de Arabische Lente en de machtsovername van de taliban in Afghanistan zien we dat na een machtsovername in deze regio de rechten eerder ingeperkt dan uitgebreid worden.

Hoe zal erop worden toegezien dat de rechten van minderheden, zoals christenen en Koerden, zullen worden gewaarborgd? En de rechten van vrouwen en meisjes? Gelet op het verleden inzake IS-terroristen, welke maatregelen zullen er worden genomen om geradicaliseerde elementen en terroristen de toegang tot de Europese Unie en bij uitbreiding België te ontzeggen? Wordt reizen naar Syrië momenteel afgeraden? Worden personen die nu zouden afreizen extra gecontroleerd?

Momenteel wordt het noordoosten van Syrië door Koerdische Syriërs gecontroleerd. Zij vormen een belangrijke schakel in de bestrijding van IS en de controle van de gevangenenkampen waar IS-terroristen worden vastgehouden. Wordt er rekening mee gehouden dat de rebellen die het regime hebben doen vallen, mogelijk banden zouden kunnen hebben met IS-terroristen? Hoe kan de veiligheid van het Westen gegarandeerd worden inzake deze IS-terroristen?

Turkije heeft in de afgelopen jaren mee gezorgd voor de decentralisatie van Syrië en heeft meermaals militaire operaties uitgevoerd in het noordoosten. De huidige president van Turkije, Erdogan, heeft al ettelijke keren gedreigd om deze regio te bezetten. Houdt u, en bij uitbreiding de Europese Unie, rekening met dit scenario?

Er is veel te doen – dat is ook logisch – rond de massagraven die ten noorden van Damascus ontdekt zijn door de ngo Syrian Emergency Task Force (SETF). Volgens een conservatieve schatting liggen daar 100.000 lijken, allemaal tegenstanders van het Assadregime. Er zouden ook nog duizenden, tienduizenden Syriërs vermist zijn.

Naar verluidt zouden er ook buitenlandse slachtoffers gevonden zijn. Hebt u daar weet van? Zijn daar ook Belgische slachtoffers bij?

Voorzitter:

Mevrouw Samyn, kunt u afronden?

Ellen Samyn:

Ik dacht dat de tijd bij een actualiteitsdebat iets ruimer lag.

Voorzitter:

Ook in een actualiteitsdebat bedraagt die twee minuten.

Ellen Samyn:

Dan sluit ik mij tot slot aan bij de vraag van mevrouw Safai over de Russische inmenging.

Voorzitter:

De timer staat aan. U kunt die overal volgen. Die stond daarnet nog niet aan en u kon dat dus nog niet weten.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, welkom in de commissie. De machtswissel in Syrië is historisch te noemen. Ik weet niet van welke provincie u bent, maar in Vlaams-Brabant zegt men: soort zoek soort. Assad is na jaren van schrikbewind en terreur weg. Hij kon daarbij rekenen op de gastvrijheid van Vladimir Poetin. Hij kan nu bij zijn partner in crime op de koffie gaan. Los van het feit dat die twee schurken, wat ze allebei zijn, achter slot en grendel zouden moeten zitten, is het een goede zaak voor de Syrische bevolking dat ze eindelijk van Assad verlost zijn.

Mijnheer de minister, collega's, ik weiger echter mee te gaan in de euforie en de extase die bij sommigen heerst over het feit dat Assad nu weg is en er iets in de plaats komt. Het is niet omdat de ene schurk het land verlaat, dat er geen andere schurk in de plaats kan komen. We moeten ons ervan bewust zijn dat HTS geen koorknapen zijn. We horen en zien berichten van plunderingen. Als we zien dat christenen al meteen worden geviseerd, dan maak ik mij daar grote zorgen over. Als het een prioriteit is om kerstbomen weg te halen en een Arabisch weekend van zaterdag tot zondag in te stellen, dan stel ik mij daar zeer veel vragen bij. De rebellengroep HTS bestaat absoluut niet uit koorknapen.

Mijnheer de minister, vorige week vond er al een actualiteitsdebat plaats. Ik zal er nog een aantal vragen aan toevoegen. Wat is de huidige stand van zaken in Syrië? Welke rol moet België spelen in deze nieuwe geopolitieke realiteit? Hoe ziet u de nabije en iets verdere toekomst? Worden er in de EU maatregelen genomen om de situatie te stabiliseren?

Rajae Maouane:

Merci, madame la présidente. Monsieur le ministre, bienvenu dans cette commission, même si j'ai par ailleurs déjà eu l'occasion de vous interroger en séance plénière.

Ce mois de décembre a vu un évènement historique se jouer en Syrie, avec la fin du régime des al-Assad après 54 ans de règne autoritaire, marqué par une répression des plus brutales. Ce moment signe la fin d’une dictature qui a plongé le peuple syrien dans l’horreur absolue, mais il ouvre aussi une période d'interrogations. Cette chute d’Assad est une étape qui jette un grand flou pour l’avenir de la région mais qui est néanmoins très importante pour le peuple syrien. Les défis sont nombreux, en particulier en ce qui concerne la transition démocratique que l'on espère être la plus inclusive et pacifique possible. Nous nous devons d'accompagner cette transition sans la confisquer.

Comment la Belgique analyse-t-elle les risques pour la stabilité régionale et internationale à la suite de la chute du régime? Quels sont les enjeux prioritaires identifiés pour éviter un nouvel effondrement ou une escalade des violences?

Notre pays prévoit-il d’établir des contacts pour encourager une transition inclusive et respectueuse des droits humains? Quelles initiatives diplomatiques sont-elles envisagées pour coordonner les efforts internationaux de stabilisation?

Au sein de l’Union européenne, quel rôle spécifique la Belgique envisage-t-elle de jouer pour contribuer à la reconstruction d’une Syrie engagée sur la voie des réformes? Quels leviers la Belgique va-t-elle activer, notamment avec l'UE pour éviter que l'État d'Israël continue à bombarder impunément la région vu les milliers de bombardements qui ont eu lieu depuis la chute du régime?

Dans ce contexte de bouleversement, quels moyens la Belgique met-elle en œuvre pour intensifier le soutien aux millions de Syriens déplacés, que ce soit à l’intérieur du pays ou dans les camps de réfugiés en Turquie, au Liban et en Jordanie?

Il est cependant absolument nécessaire d'éviter que les différentes puissances occidentales mais aussi de la région ne confisquent la révolution du peuple syrien.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik heet u vooreerst welkom en wens u veel succes namens de Vooruitfractie.

De oorlog in Syrië ging gepaard met grootschalige schendingen van de mensenrechten, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid door het Syrische regime, Daesh en andere groeperingen. Alle misdrijven werden uitgebreid gedocumenteerd, maar toch blijft straffeloosheid de regel. In april 2024, net voordat ze haar functie na zeven jaar neerlegde, heeft mevrouw Catherine Marchi-Uhel, het voormalige hoofd van het International Impartial and Independent Mechanism (IIIM), de internationale gemeenschap opgeroepen om de misdaden tegen de menselijkheid en de oorlogsmisdaden die werden begaan in Syrië, te vervolgen op basis van door het IIIM verzameld bewijsmateriaal.

De machtswissel in Damascus biedt nu een unieke kans om gehoor te geven aan die oproep. Ik verwijs ook naar de persartikels van vandaag die rapporteren over massagraven met tienduizenden, misschien wel honderdduizenden lichamen. Onderzoek zal uitwijzen om hoeveel slachtoffers het uiteindelijk gaat. In ieder geval zijn er honderdduizenden vermisten.

Hoe zet België zich momenteel in voor internationale gerechtigheid en internationale strafrechtelijke verantwoordelijkheid in Syrië?

Welke maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat ook misdaden die gepleegd werden door niet-statelijke actoren zoals Daesh, worden vervolgd?

Welke concrete stappen kunnen worden gezet om het huidige momentum dat de machtswissel biedt, te benutten en ervoor te zorgen dat die unieke kans niet verloren gaat?

Hoe zal België in multilaterale fora aandringen op actie om de strijd tegen straffeloosheid te ondersteunen?

Christophe Lacroix:

Je tiens tout d'abord à féliciter M. le ministre des Affaires étrangères d'entamer avec nous son premier parcours en commission. Je le lui souhaite le plus long et le plus fructueux possible, et je vois d'ailleurs qu'il est très bien entouré.

J'en viens à mes questions. Le régime al-Assad – père et fils – a été l'un des plus tyranniques, des plus violents et des plus sanguinaires qui puissent être, car il s'est attaqué à son propre peuple. Aujourd'hui, le 27 novembre plus précisément, une révolution a eu lieu, à l'initiative du groupe HTC et ses alliés. Il n'a fallu que quelques jours pour que le régime syrien soit démantelé.

On peut effectivement penser que la progression rapide des rebelles a été garantie par des accords qui ont été passés avec les populations locales, y compris dans les zones chrétiennes, les zones ismaéliennes et les zones alaouites. C'est du sud du pays qu'a été lancé l'assaut sur la capitale, depuis Deraa, berceau du soulèvement de 2011, qui a été si violemment réprimé, et de Suwayda, cœur du pays druze.

La victoire finale est donc due aussi bien à HTC qu'à des milices d'orientations diverses. C'est la raison pour laquelle je plaide évidemment pour que le peuple syrien soit respecté dans sa diversité politique, sociale, économique et religieuse. De même, je plaide pour que l'aspect du genre – et en particulier celui des femmes – soit respecté. En tout état de cause, il appartient bien sûr au peuple syrien d'assurer son avenir.

Je crains néanmoins que l'Union européenne et ses alliés – et notamment les É tats-Unis – privilégient la mise en place d'un régime fort et autoritaire pour avoir un interlocuteur. Mais avant de placer ou d'inciter à placer quelqu'un de fort, et avec le passé qu'on lui connaît – et qui n'est pas particulièrement positif –, je pense que l'Union européenne a une responsabilité importante à jouer en la matière. Il convient à tout le moins de fournir une aide humanitaire et une aide à la reconstruction du pays, tout en accompagnant politiquement les efforts de réconciliation et de transition.

L'objectif ultime est de permettre au peuple syrien de reprendre le contrôle de son destin dans un cadre de paix, de justice et de liberté, tout en respectant pleinement la diversité culturelle et religieuse qui fait la richesse de la nation syrienne, une nation qui était, par ailleurs, très francophile.

Les pays francophones, dont la Belgique fait partie, ont peut-être d'ailleurs aussi un rôle à jouer quant à sa place au niveau de l'Union européenne. Ce pays s'est caractérisé par une histoire magnifique.

Je voulais revenir sur l'Organe de coordination pour l'analyse de la menace (OCAM) qui a identifié 196 combattants terroristes étrangers recensés dans la zone de conflit irako-syrienne dont 89 seraient toujours en vie. Sur ces 89 Belges considérés comme toujours vivants, 26 individus seraient retenus dans des camps de réfugiés où des prisons sont identifiées. Par contre, on dispose de moins d'informations au sujet des 63 autres.

Monsieur le ministre, comment la Belgique compte-t-elle se positionner par rapport au régime mis en place? Quelle position portera-t-elle au niveau européen? Avez-vous des informations concernant les 63 personnes que j'ai citées qui se trouvent potentiellement en Syrie? Comment la Belgique va-t-elle se positionner à ce sujet?

J'avais également une question sur Israël et les frappes israéliennes en Syrie. Sauf erreur de ma part, je n'ai pas entendu de condamnation de la Belgique à ce sujet. Quelle est donc la position de la Belgique et comment comptons-nous faire enfin respecter les règles de droit international qui sont notre boussole pour tous nos interlocuteurs, en ce compris Israël?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, zowel de internationale gemeenschap als de Syrische bevolking is opgelucht na de vlucht van dictator Assad. Eindelijk is de terreur voorbij. Nu moet de internationale gemeenschap verder kijken en bijdragen aan een duurzame vrede en aan stabiliteit in Syrië. HTS, dat Assad van de macht verdreef, komt voort uit extremistische groepen als Al Qaida. Het staat zowel in de VS, bij de VN als in de EU op de lijst van terroristische organisaties. Toch raakte bekend dat Hoge Vertegenwoordiger Kallas een hoge diplomaat opdracht zou geven om met HTS in contact te treden. Nood breekt wet, niemand zag die evolutie aankomen.

Er ontstaat een machtsvacuüm in Syrië, waarvan iedereen zoveel mogelijk wil profiteren. Turkije bestookt de Koerdische milities in het land. Israël vernietigt wapenarsenalen in Syrië. Ik had toevallig contact met een Syrische christen in Leuven. Het huis van zijn vader werd geplunderd. Er is momenteel geen staat. Er is momenteel geen veiligheid. Wij moeten voorkomen dat het land weer in verkeerde handen terechtkomt, met als gevolg terreur. Dat is een schrikbeeld voor de omliggende landen.

Wat werd er besproken op 16 december op de Raad Buitenlandse Zaken en wat werd er beslist? We hebben het in de media kunnen volgen, maar het is steeds beter om informatie van de bron te krijgen.

Welk standpunt hebt u daar verdedigd?

Zal de EU HTS van de lijst met terroristische organisaties schrappen? Wanneer zal dat exact gebeuren? Aan welke voorwaarden moet daarvoor voldaan zijn?

Dan is er de vraag naar gerechtigheid. Er worden massagraven ontdekt en wij zien vreselijke beelden van detentiecentra. Op welke manier zullen wij daarmee omgaan? U zei dat het IIIM een belangrijke rol zal spelen. Zullen wij de initiatieven ervan financieren?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, la chute du régime d’Assad pourrait présager d'une intensification de la compétition au sein de la Syrie, parmi les forces étrangères. Les conflits actuels en Ukraine, en Palestine, au Yémen et à Taiwan illustrent un paysage mondial marqué par l'élargissement de ces fronts. Tout cela rend l’avenir de la Syrie incertain, offrant un terrain propice aux interventions étrangères.

Dans ce contexte déjà fragile, les récentes déclarations de membres du gouvernement d'extrême droite de Netanyahu, qui envisage sans détour que Damas pourrait devenir israélienne, s’inscrivent dans une politique expansionniste alarmante et menaçante pour la stabilité régionale. La Belgique, attachée au droit international et au respect des frontières reconnues, ne peut rester silencieuse sur cette question.

Quand la Belgique prendra-t-elle des mesures concrètes contre cette volonté expansionniste, telles que l’imposition de sanctions contre Israël, pour dénoncer et freiner ces dérives inacceptables? Par ailleurs, avez-vous réagi à la suite de ces déclarations de membres du gouvernement israélien? Quelle est votre position à propos de ces déclarations?

François De Smet:

Madame la présidente, je souhaite moi aussi la bienvenue à notre nouveau ministre des Affaires étrangères en nos travaux.

Nous ne pouvons tous, je crois, que nous réjouir de la fin du régime sanguinaire de M. al-Assad, mais nous pouvons néanmoins craindre pour la Syrie et les Syriens, tant la nature des nouveaux maîtres de la Syrie paraît incertaine.

Je voudrais juste ajouter dans ce débat que la Syrie nous concerne tous, tant ce territoire fut l'épicentre de toutes les tensions des quinze dernières années. C'est au cœur de la guerre civile qu'a pris racine Daech, avec les conséquences que l'on sait, entre autres pour nous Européens. C'est parce que les Occidentaux ont renoncé à intervenir après le massacre chiite de 2013 que M. Poutine a compris la faiblesse des Occidentaux, ce qui a renforcé son soutien au dictateur syrien, mais aussi sa prise de confiance sur tous les fronts, de la Crimée en passant par la répression des opposants, le piratage des élections occidentales et, finalement, l'invasion de l'Ukraine. C'est l'implication de la Russie en Syrie qui a convaincu une large partie des réfugiés syriens de chercher refuge en Europe, déclenchant la vague migratoire de 2015 et toutes ses conséquences, en ce compris le carburant du Brexit et des différentes extrêmes droites européennes.

Nous ne pouvons donc pas nous désintéresser de l'avenir de cette région. Nous devons soutenir tous les démocrates qui souhaiteront s'impliquer dans la stabilisation de ce pays. Effectivement, nous pouvons avoir des craintes sur la caractère des nouveaux maîtres de la Syrie et du groupe HTC qui est de nature djihadiste. Je suis très attentif à leurs dernières déclarations et je crois que nous ne devons pas être dupes. Personnellement, je ne crois pas plus aux djihadistes inclusifs que je ne croyais hier aux talibans inclusifs.

Monsieur le ministre, quelles initiatives la Belgique va-t-elle prendre concernant l'avenir de la Syrie, à titre bilatéral ou au niveau européen? Quelle est votre analyse du leadership actuel dans ce pays?

Bernard Quintin:

Madame la présidente, mesdames et messieurs, honorables députés, je vous remercie pour vos nombreuses questions qui me permettent de revenir sur les derniers événements survenus en Syrie.

Depuis 53 ans, le régime de la famille Assad s'est rendu coupable d'atrocités et de nombreux crimes contre son propre peuple. Encore, cette semaine, un charnier avec des milliers de corps – peut-être 100 000 – a été découvert, sans parler des nombreuses images des prisons et autres que l'on a vues.

Sa chute apporte une lumière d'espoir pour le pays. La joie des Syriens prouve qu'ils envisagent l'avenir avec optimisme même si la situation sur le terrain reste volatile. J'aime cependant à croire que tous ici nous nous réjouissons pour eux.

Il importe à présent que tous les acteurs concernés contribuent à une paix durable, respectueuse de toutes les communautés qui composent le pays, y compris les minorités. Bien qu'il soit trop tôt pour tirer de grandes conclusions, certains signaux exprimés publiquement donnent l'espoir d'un lendemain meilleur pour le peuple syrien.

Si cette période de transition ouvre des opportunités, elle comprend néanmoins des risques auxquels nous devons rester attentifs. Les nouveaux dirigeants syriens devront nous démontrer – mais surtout et avant tout à leur peuple –qu'ils peuvent garantir une transition politique pacifique et inclusive. Nous les jugerons sur leurs actes et non pas uniquement sur leurs paroles, qui sont relativement rassurantes pour l'instant.

We volgen de situatie dus op de voet. We hebben contacten in de Europese Unie en met landen in de regio om informatie uit te wisselen. De hele internationale gemeenschap moet samenwerken.

Na de goedkeuring van een verklaring van de EU-27 over Syrië op 9 december hebben wij de kwestie op 16 december ook besproken tijdens de Europese Raad Buitenlandse Zaken. In de discussie tijdens die recente Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) werd de convergentie van de standpunten in de EU over de belangrijkste principes, namelijk respect voor de territoriale integriteit door iedereen, onafhankelijkheid en soevereiniteit van Syrië, de strijd tegen straffeloosheid, inclusie, respect voor minderheden en vrouwenrechten, bevestigd.

België en de Europese Unie streven naar een Syrische transitie die een inclusief politiek proces voor alle lagen van de samenleving en steun voor de Syrische bevolking in haar geheel omvat. Wij steunen de inspanningen voor een nieuwe dialoog die wordt geleid door en in handen is van de Syriërs zelf, met de steun van de Verenigde Naties, in de geest van resolutie 2254 van de Veiligheidsraad, die gericht is op een ordelijke, vreedzame en inclusieve overgang, met behoud van de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Syrië.

De l'avis unanime des États membres de l'Union européenne, l'Union doit agir rapidement et de manière pragmatique, bien que prudente. Les discussions sont en cours pour décider de la façon dont nous souhaitons nous engager avec les nouveaux acteurs syriens, dont certains ont aujourd'hui des rôles de premier plan, mais restent sous sanctions onusiennes et donc aussi européennes.

Pour autant, il apparaît clair qu'un certain niveau d'engagement est nécessaire pour faire passer nos messages, aborder les questions délicates et évaluer les actions à mener en soutien à la population syrienne en termes d'aide humanitaire, de relèvement rapide de la situation et de soutien à la transition politique.

Pendant cette réunion, nous avons aussi parlé des bases russes en Syrie. Ce point a donc été soulevé lors du dernier Conseil de ce lundi. De nombreux ministres ont souligné que le retrait de la présence russe devrait être une des conditions pour les nouvelles autorités. Ce point sera soulevé par l'Union européenne lors de ses interactions avec les nouveaux dirigeants de la Syrie.

Dans ce cadre, la haute représentante de l'Union européenne, Kaja Kallas, a notamment annoncé que le chef de délégation de l'Union européenne en Syrie, qui est basé à Beyrouth, s'était rendu à Damas dans le but d'établir des contacts avec les nouvelles autorités syriennes et de transmettre ces messages de l'Union européenne. Plusieurs autres États en ont fait de même. La haute représentante a également annoncé que l'Union européenne allait rouvrir la délégation européenne en Syrie afin de mener des engagements constructifs et recevoir des informations du terrain et donc d'être en contact avec tout le monde. C'est le travail des diplomates, je le sais et je le soutiens.

L'engagement belge avec les nouveaux acteurs syriens, dont certains restent sous sanctions onusiennes et européennes, fera l'objet d'une discussion en kern ce vendredi.

Il est évident que nos actions seront conditionnées par les mesures prises par les nouveaux dirigeants. Nous devons nous assurer que ceux-ci ouvriront la voie à un gouvernement non confessionnel et représentatif en évitant de tomber dans la radicalisation.

Notre engagement se fera à la lueur de nos priorités politiques et du respect des valeurs qui nous animent, c'est-à-dire la protection et le respect des minorités, le respect des droits humains, veiller à ce que les crimes les plus graves ne restent pas impunis, etc. Un engagement ne signifie évidemment pas une légitimation à tout prix. Comme j'ai eu l'occasion de le dire au début de mon intervention, nous serons d'abord et avant tout attentifs aux actes.

En ce qui concerne la question de la lutte contre l'impunité, la Belgique restera engagée pour que les crimes les plus graves commis en Syrie ne restent pas impunis. L'obligation de rendre des comptes est essentielle. Les tenants du régime al-Assad et al-Assad lui-même doivent être tenus responsables des crimes terribles qui ont été commis contre le peuple syrien.

Nous soulignons la pertinence des travaux du International, Impartial and Independent Mechanism (IIIM) for Syria. Ces dernières années, la Belgique s'est investie de manière importante dans la mise en place de ce mécanisme.

Het is belangrijk om onze krachten te bundelen voor de heropbouw van Syrië, de coördinatie van humanitaire hulp en het respect van de mensenrechten, minderheden en vluchtelingen in het land.

Het herstel van de soevereiniteit, eenheid, onafhankelijkheid en territoriale integriteit van Syrië staat voorop. We roepen alle partijen op om een verdere militaire escalatie te vermijden. België is zich bewust van de risico's die de jongste ontwikkelingen in Syrië voor de regionale stabiliteit inhouden en roept alle regionale actoren op om de territoriale integriteit van Syrië te respecteren. In dat verband bevestigt België zijn steun aan de United Nations Disengagement Observer Force (UNDOF) en volgt het met bezorgdheid de Israëlische actie op de Golanhoogten. Die druist in tegen het terugtrekkingsakkoord van 1974, waarvan België de naleving vraagt.

België zal zich er ook voor blijven inzetten dat de ernstige misdaden die in Syrië worden gepleegd, niet onbestraft blijven.

Concernant la question des Foreign Terrorist Fighters (FTF), vous savez bien entendu que les services belges compétents, singulièrement l'Organe de coordination pour l'analyse de la menace (OCAM), suivent la situation de très près. Je vous renvoie donc au ministre de tutelle de ces services pour davantage d'informations. Mais mes propres services sont évidemment en contact avec les services de mes collègues. Je précise toutefois que, concernant le rapatriement des FTF, la position du gouvernement a été arrêtée par le Conseil national de sécurité (CNS) en 2021, qui a défini des critères d'éligibilité auxdits rapatriements. Sur cette base, des rapatriements d'enfants accompagnés de mères ont eu lieu en 2022. Si une nouvelle décision de ce type devait être prise, elle devrait l'être avec l'ensemble du gouvernement.

Pour conclure, une Syrie stable qui se reconstruit dans la concorde et l'unité bénéficiera à tous les pays du Moyen-Orient et contribuera, nous l'espérons, à la sécurité et à la stabilité de la région.

Pour répondre à la question, je suis en contact avec plusieurs de mes homologues de la région. Si mon homologue turc est présent, je pense me rendre au début de la semaine prochaine à Ankara pour un contact avec lui. En même temps, vous comprendrez que mes homologues dans la région, qu'ils soient turcs, jordaniens et autres, ont un agenda sensiblement plus chargé que le mien, et je m'adapte donc évidemment à leur agenda. Nous nous tenons à leur disposition pour aider à ce que cette nouvelle phase dans l'histoire de la Syrie soit la plus positive possible, d'abord pour les Syriens, mais aussi pour la région, et, partant, pour nous-mêmes.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord.

Het is inderdaad zeer belangrijk dat er geen machtsvacuüm in Syrië komt, want niemand hier wil een tweede Libië. Wij willen dat koste wat het kost vermijden. Dat neemt niet weg dat we heel erg waakzaam zijn voor HTS, een tak van Al Qaida in Syrië. Het is heel erg belangrijk dat wij de situatie monitoren en HTS te kennen geven dat we geen relatie met de groepering zullen opbouwen, als die niet aan onze eisen voldoet. HTS moet beseffen dat, als het een relatie met Europa wil, het aan onze voorwaarden moet voldoen. Die duidelijkheid is belangrijk wanneer men start met het opbouwen van diplomatieke relaties. Ook moet er klaar worden verwoord dat de Russische basissen daar moeten worden opgeruimd.

Ik onderstreep voorts dat FTF'ers hier niet thuishoren. Sommigen argumenteren dat we hen omwille van de veiligheid moeten laten terugkeren en hen hier opvangen, maar we kunnen hun geen afdoende straffen opleggen: twee maanden of twee jaar gevangenis is niet genoeg om FTF'ers, die ervan uitgaan dat ze altijd en zonder enige voorwaarden mogen terugkeren, hier onder controle te houden. Dat geldt trouwens ook voor personen die de Belgische nationaliteit hebben gekregen. We moeten daar aandacht voor hebben.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse aussi complète que possible.

Nous actons cette lueur d'espoir pour le peuple syrien, libéré du joug de la dictature de la famille Assad. Nous pouvons, certes, y voir une possible opportunité, mais nous devons rester évidemment prudents et lucides. Ne soyons pas dupes. N'oublions pas, primo , à qui nous avons affaire – HTC, un groupe terroriste islamiste – et, secundo , les risques d'embrasement potentiel, notamment dans la partie kurde du pays. Ne croyons pas que tout est réglé.

À mes yeux, il y a trois priorités: le respect de l'intégrité territoriale de la Syrie, le respect du droit international et le respect des droits de l'homme et des minorités. Ce seront les conditions préalables pour rebâtir une nouvelle Syrie. Nous devons examiner la manière dont évolue la situation là-bas. Beaucoup de questions restent toujours en suspens, comme vous l'avez indiqué: le dialogue en devenir avec les autorités turques, la question des FTF et aussi le maintien ou non de HTC sur la liste terroriste rédigée par l'Union européenne.

C'est vrai, la chute de Bachar al-Assad constitue certainement un moment clé pour l'avenir du Moyen-Orient. En tant que défenseur des droits humains et acteur responsable sur la scène internationale, la Belgique a une opportunité de contribuer significativement à ce tournant, mais surtout en restant ouverte vers la population syrienne qui a souffert le martyre ces dernières décennies.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, dank voor uw antwoorden.

Nu de ene brutale dictatuur voorbij is, lijkt al een andere in zicht. Het democratische paradijs waar alle Syrische minderheden in harmonie samenleven, is in elk geval nog veraf, gezien de jihadistische wortels van de nieuwe machthebbers. Ze moeten zeker waken over de rechten van vrouwen en meisjes en van minderheden, zoals de christenen. Ook het lot van de Koerden is zeer zorgwekkend. HTS streeft hun assimilatie na in de nieuwe Syrische staat, met één nationaal leger waarin alle milities zijn opgenomen. De Koerden willen dat natuurlijk niet. Intussen rukt Turkije steeds verder op vanuit het noorden. Bovendien wil noch Rusland, noch Iran Syrië zomaar lossen. Voor ons is dat een explosieve cocktail, waarover we ons zorgen moeten maken.

In uw antwoord haalde u even ook de foreign terrorist fighters (FTF) aan. Dat probleem moeten we zeker in het oog houden en we moeten waakzaam blijven voor mogelijke terroristische elementen die naar Europa zouden kunnen terugkeren. We hopen dat alles in het werk wordt gesteld om onze grenzen en dus ook onze burgers te beschermen.

Kjell Vander Elst:

Bedankt, mijnheer de minister, voor uw zeer uitgebreide antwoord.

Het is inderdaad nog vroeg en we moeten de ontwikkelingen afwachten. U ziet alleszins kansen. Ik hoop alvast dat het positieve kansen zijn.

U onderstreept dat de principes van het internationaal recht vooropstaan: dat is een evidentie. Het is goed dat Assad weg is, want hij heeft die internationale principes vaak geschonden. We moeten erop toezien dat het nieuwe regime de internationale rechten waarborgt.

U ziet een steunende rol weggelegd voor Europa in de politieke transitie. Wij moeten inderdaad die verantwoordelijkheid opnemen. Ons land doet dat al vele jaren, bijvoorbeeld door veel Syrische vluchtelingen op te vangen. Het CGVS heeft gisteren in de commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken aangetoond dat het merendeel van asielaanvragen uit Syrië komt. Dat is ook terecht, want men is op de vlucht voor het regime-Assad. Dat onderstreept nog maar eens het grote belang voor ons dat de situatie in Syrië en het Midden-Oosten stabiliseert. Zo kan de Syrische bevolking een toekomst in haar thuisland opbouwen.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

Nous voyons que le ballet diplomatique a repris en Syrie, dans le cadre d'une espèce de normalisation ou en tout cas d'une recherche de création de relations avec les différents représentants. Comme l'a reconnu la haute représentante de l'Union européenne pour les affaires étrangères, Kaja Kallas, les choses vont dans la bonne direction, même s'il faut rester très attentif à ce qu'il n'y ait pas un décalage entre le discours qui est porté par le nouveau dirigeant et les actes qui sont posés.

Il faut continuer à vérifier que les droits fondamentaux, les droits des femmes et des minorités sont respectés, tout en se réjouissant de la chute de la dynastie al-Assad. La Belgique, en tant qu'État important dans l'Union européenne, doit accompagner cette transition pour que les Syriens et les Syriennes retrouvent leur souveraineté et que les puissances, qu'elles soient occidentales ou de la région, ne confisquent pas cette révolution et que les Syriens puissent décider de leur sort de manière totalement libre.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, u hebt gelijk. Het is te vroeg voor heel grote conclusies, behalve de conclusie dat we allen heel verheugd kunnen zijn dat Al-Assad verdreven is en met hem ook zijn regime.

Ik heb in mijn vraag uiting gegeven aan mijn bezorgdheid over mogelijke straffeloosheid en u hebt erop gewezen dat de Europese Raad als principe verdedigt dat er tegen straffeloosheid moet worden opgetreden. Het gaat natuurlijk over straffeloosheid voor daden uit het verleden, maar evenzeer moeten we oog hebben voor de daden van het nieuwe regime.

België wil dat misdaden bestraft worden. Dat is heel belangrijk voor de zware misdaden. Dat zal tijd vergen. We lezen immers overal dat er jarenlang onderzoek nodig zal zijn om voldoende bewijsmateriaal te verzamelen en om de omvang van de massagraven te kennen. Gaat het om 10.000, 100.000 of nog meer doden? Bewijsmateriaal is cruciaal en zeker archiefmateriaal en overheidsarchieven. Er moet nog een hele weg worden afgelegd, maar het verheugt mij dat zowel op Europees als op Belgisch niveau wordt gezegd dat we geen straffeloosheid kunnen tolereren en dat we daar hard tegen moeten optreden.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

Vous avez dit des choses très intéressantes. Je retiens notamment que vous avez dit: "Rien n'est réglé." Effectivement, je pense que tout commence et que rien n'est réglé à partir du moment où, quelle que soit la personnalité au pouvoir en Syrie, la Turquie et Israël continuent à être des facteurs de déstabilisation potentiels. On doit regarder la situation en Syrie de manière équilibrée, c'est-à-dire en faisant pression également sur la Turquie – la Turquie étant potentiellement un État pour une solution – ainsi que sur Israël pour qu'il arrête de profiter de la crise syrienne et de la mise en place d'un nouveau pouvoir aujourd'hui pour continuer à incorporer du territoire, contrairement à ce que le droit international lui autorise. C'est même plutôt l'inverse: le droit international le lui interdit.

Quand on dit que les crimes les plus graves ne peuvent rester impunis, je vous entends. Pour al-Assad et ses sbires et tous ceux qui sont responsables des violences et des crimes atroces commis là-bas, c'est très clair. Mais cela vaut pour toutes celles et tous ceux qui violent le droit international. À cet égard, la Belgique doit être claire aussi.

J'ajouterai que nous avons besoin de travailler avec quelqu'un qui donne des signes assez encourageants pour l'instant mais qui devrait, à mon sens, avoir trois priorités: rétablir une paix civile, rétablir des services publics qui fonctionnent en Syrie et qu'il importe pour nous de soutenir – c'est le côté un peu humanitaire – mais également recréer un nouveau contrat social entre tous les Syriens. Un signal encourageant consiste dans le fait que l'administration kurde du nord-est du pays a adopté le drapeau de l'indépendance à trois étoiles qui flotte aussi à Damas.

Enfin, pour ce qui concerne les FTF, vous m'avez renvoyé au ministre de la Justice. Évidemment, je ne lâcherai pas le morceau.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. De met de EU afgestemde Belgische positie waarbij men een pragmatische houding aanneemt tegenover de potentiële interim-regering in Damascus is toe te juichen.

Ik ben ook tevreden over het antwoord van Kallas dat HTS eerst moet bewijzen dat het stabiliteit en vrede in Syrië kan brengen, alle minderheden beschermt en de territoriale integriteit respecteert, vooraleer de kwalificatie als terroristische groepering wordt geschrapt.

De omliggende landen zijn als de dood voor een heropleving van IS. Ik had contact met de ambassadeur van Irak, die mij eraan herinnerde wat er na de val van Saddam Hoessein gebeurde met Iraanse milities op het grondgebied. Niemand was voorbereid. De pragmatische houding die wij vandaag aan de dag leggen, en de lessen die we geleerd hebben, moeten we aanhouden.

Onze aanwezigheid op het terrein is de beste manier om ook in contact te treden en uit te leggen waarvoor een internationale gemeenschap zoals de EU staat, onder andere voor de bescherming van minderheden en territoriale integriteit. De omliggende landen, zoals Irak en Jordanië, staan daar ook voor op. Het gevaar is inderdaad dat Turkije mogelijk zijn gang zal gaan ten aanzien van de Koerdische minderheden aldaar. In verband met haar Syrische schoonvader zei mijn contactpersoon dat het op dit moment niet beter is voor de mensen en dat houdt voor bepaalde minderheden een gevaar in. We moeten dus snel, accuraat en pragmatisch optreden.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. La chute du régime est une bonne nouvelle pour le peuple syrien, mais sa joie ne sera pas complète s'il ne devient pas souverain. La première garantie de stabilité et d'un avenir pour la Syrie, c'est sa souveraineté. Toute ingérence ou intervention étrangère, quelle que soit sa provenance (Russie, é tats-Unis, Israël, etc.), doit être empêchée. Garantir sa souveraineté doit être un de nos objectifs en termes de politique étrangère. Ensuite, vous avez mentionné l'impunité et l'intolérance à l'impunité. Je suis d'accord avec vous. Tout crime de guerre doit être puni. Tous les crimes de guerre contre le peuple syrien doivent être punis. Mais cette intolérance à l'impunité doit aussi être présente dans l'actualité. On ne peut pas regarder le régime israélien sans réagir, sans le punir alors qu'il envahit le territoire syrien dans l'objectif de coloniser. Les membres du gouvernement l'ont affirmé. Je vous ai entendu condamner cette politique, ce qui est un bon début mais cela ne suffit pas. Les Israéliens se foutent des condamnations. Il faut des actes et des sanctions: un embargo militaire, remettre nos alliances et notre accord d'association avec Israël en question. Tant que l'impunité persiste, Israël ne changera pas sa politique coloniale dans la région. Certes, il y a déjà une condamnation, mais il faudrait passer aux actes et aux mesures contre l'État d'Israël.

De akkoorden en de samenwerking tussen de Europese Unie en Rwanda
De nieuwe steun van de Europese Unie voor de militaire operaties van Rwanda
De Europese samenwerking met Rwanda
De Belgische onthouding over Europese steun voor het leger in Mozambique
Europese samenwerking en militaire steun aan Rwanda en Mozambique

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België uit kritische bezorgdheid over de EU-steun aan Rwanda, ondanks diens betrokkenheid bij het M23-conflict in Oost-Congo en schendingen van internationaal recht. Hoewel de EU Rwanda blijft financieren via de *Europese Vredesfaciliteit* (voor antiterrorisme in Mozambique), onthield België zich als enige lidstaat, eisend bindende voorwaarden: terugtrekking van Rwandese troepen uit Congo en strikte controle op het niet-militaire gebruik van EU-gelden—met dreiging van opschorting bij non-compliance. De MoU over strategische mineralen met Rwanda (om EU-afhankelijkheid te verminderen) wordt door België kritisch gevolgd, met nadruk op traçabiliteit om illegale exploitatie van Congolese grondstoffen te voorkomen, maar concrete garanties ontbreken nog. België benadrukt diplomatieke druk op Rwanda en steun voor regionale vredesprocessen (o.a. Luanda-akkoord), terwijl het bilaterale relaties openhoudt—mits goede trouw van Rwanda. Kernpunt: België kiest voor een genuanceerd standpunt—steun aan antiterrorisme in Mozambique zonder legitimering van Rwandese agressie in Congo—maar blijft geïsoleerd binnen de EU, waar de meerderheid Rwanda’s dubbelrol (vredesactor *en* conflictpartij) tolerant benadert. Critici vragen hardere EU-sancties en een stem *tegen* in plaats van onthouding.

Pierre Kompany:

Merci, madame la présidente. Monsieur le ministre, bienvenue. Vous arrivez quand le monde et les observateurs géopolitiques sont inquiets. Et vous avez alors beaucoup de soucis à résoudre. En février dernier, l'Union européenne a conclu un mémorandum d'entente avec le Rwanda concernant les minerais stratégiques. Il a rapidement été contesté, notamment par notre partenaire, la République démocratique du Congo, car il semblait donner un blanc-seing à l'exploitation illégale des ressources minières congolaises par le Rwanda.

Dans sa récente audition devant le Parlement européen, le futur commissaire européen chargé de partenariats internationaux, M. Jozef Sikela, a soutenu cet accord et l'aurait même qualifié d'exemplaire. De même, l'Union européenne vient de renouveler le soutien de la facilité européenne pour la paix, je dis bien pour la paix, de financer les opérations de l'armée rwandaise au Mozambique, alors que cette armée, en soutenant le mouvement M23, participe à l'agression contre la République démocratique du Congo.

Depuis février 2024, la Belgique a-t-elle reçu les assurances que le mémorandum d'entente permettra une traçabilité de tous les minerais ou de leurs produits dérivés en provenance du Rwanda, afin d'éviter l'exploitation illégale des minerais congolais? Dans le cas contraire, pourquoi ne remet-elle pas en cause cet a priori ? De même, pourquoi la Belgique n'a-t-elle pas bloqué le financement de l'armée rwandaise par la facilité européenne pour la paix, alors qu'elle n'a pas l'assurance que cette armée ne soutient pas et ne soutient plus les forces du M23?

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, bienvenue parmi nous. L’Union européenne prévoit de renouveler son soutien à l’armée rwandaise dans le cadre de la Facilité européenne pour la paix. Bien que cet instrument soit destiné à financer des équipements militaires et des opérations logistiques, il est difficile d’ignorer les inquiétudes liées à l’implication continue du Rwanda dans le soutien au groupe rebelle M23, responsable de crimes de guerre dans l’Est de la RDC.

Des rapports de l’ONU et d’organisations de la société civile congolaise sont explicites. Les violences contre les civils s’intensifient, les déplacements de population se multiplient et l’instabilité dans le Nord-Kivu s’aggrave. À ce jour, ce conflit a causé environ 10 millions de morts et plus de 7 millions de déplacés; une tragédie humanitaire qui continue d’évoluer en silence.

Vous le savez bien, il y a un réel risque que les fonds de l’Union européenne soient utilisés pour alimenter le conflit à l’Est de la RDC, même si le Rwanda affirme qu’ils sont uniquement destinés aux opérations au Mozambique. De plus, le sentiment que le Rwanda influe sur les décisions européennes, notamment après la nomination controversée d’un représentant spécial de l’Union européenne pour la région, accentue les doutes de la société civile quant à l’impartialité de l’Union européenne.

Monsieur le ministre, dans ce contexte, voici mes questions. Pourquoi l’Union européenne soutient-elle militairement un pays accusé de violer le droit international humanitaire: le viol comme arme de guerre, des violences contre les populations civiles, et j’en passe? Comment explique-t-elle cette différence entre les théâtres d’opérations militaires au Mozambique et la situation dramatique à l’Est de la RDC? Le Rwanda peut-il être considéré comme un grand acteur de paix dans un pays et comme un acteur de la guerre dans un autre pays?

La Belgique bloquera-t-elle ces fonds tant que le Rwanda n’aura pas prouvé qu’il ne soutient plus le M23, ce dont il existe plusieurs preuves? Dans le cas contraire, quelles garanties obtiendra-t-elle pour que l’argent soit bien utilisé au Mozambique?

Comment l’Union européenne vérifiera-t-elle l’utilisation de ces fonds? Quelles sanctions seront-elles infligées au Rwanda s’il ne respecte pas les garanties demandées?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ik sluit mij aan bij de vorige vragen. De collega’s hebben al perfect uitgelegd waarom de Europese steun aan Rwandese militairen omstreden is, namelijk de betrokkenheid van Rwanda bij het conflict in Oost-Congo. België onthield zich daarom bij de stemming in de Raad. Dat was een goede houding van België.

In een persbericht dat de FOD Buitenlandse Zaken daarop verspreidde, werd het belang onderstreept van de aanvullende conditionaliteitselementen verbonden aan de Europese steun. Er werd ook gepreciseerd dat de niet-naleving van de mensenrechten of het internationaal recht kan leiden tot opschorting of beëindiging van de steun.

Kunt u het standpunt van België nader toelichten? Hebben andere lidstaten een gelijkaardig standpunt verdedigd?

Waaruit bestaan precies de voorwaarden die aan de bijkomende steun verbonden zijn? Hoe zal de naleving ervan concreet gegarandeerd worden?

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, lors du dernier Conseil des Affaires étrangères de l'Union européenne en novembre dernier, la Belgique s'est abstenue sur le renouvellement de l'assistance militaire accordée au RDF rwandais dans le cadre de la lutte contre le terrorisme dans la province de Cabo Delgado, au Mozambique. Cette position est motivée par des inquiétudes sur l'implication des forces rwandaises dans le soutien au mouvement rebelle M23 en République démocratique du Congo et reflète une volonté de garantir que l'aide européenne soit strictement dédiée à la lutte contre le terrorisme au Mozambique.

Monsieur le ministre, pouvez-vous revenir sur cette abstention? D'autres pays ont-ils suivi le même raisonnement que le nôtre? Cette décision reflète-t-elle une divergence plus grande entre la Belgique et ses partenaires européens quant à la manière de gérer les questions de sécurité en Afrique? La Belgique envisage-t-elle de proposer des mécanismes de suivi ou de contrôle pour s'assurer que l'aide européenne au Mozambique ne soit pas utilisée à d'autres fins ou dans d'autres zones d'opération, comme le Nord-Kivu? Cette abstention pourrait-elle affecter les relations bilatérales, déjà fragiles, entre la Belgique et le Rwanda, notamment sur le plan de la coopération diplomatique, économique et/ou sécuritaire? Enfin, pouvez-vous nous dire où en est ce dossier à l'échelle européenne?

Bernard Quintin:

Mesdames et messieurs, honorables députés, je vous remercie pour vos questions qui sont de deux ordres.

Concernant la question sur le Memorandum of understanding (MoU), sur les matières premières critiques entre l'Union européenne et le Rwanda, il convient de replacer cela dans un contexte approprié. L'Union européenne a signé des accords de ce genre avec toute une série de pays, y compris avec la République démocratique du Congo. Ce dernier a d'ailleurs été conclu avant celui avec le Rwanda grâce à l'insistance belge. Nous en avons également avec la Zambie, l'Ouganda ou encore le Kazakhstan, l'Argentine et le Chili.

Ces accords illustrent les efforts de l'Union européenne pour diversifier l'approvisionnement en matières premières critiques. C'est un secteur prioritaire pour consolider notre autonomie stratégique, ce qui devient dans le monde d'aujourd'hui toujours plus important

Dans ces MoU, nous nous attaquons aux problèmes d'exploitation et de commerce illégal de ces ressources. L'objectif est également de renforcer la traçabilité des chaînes d'approvisionnement. L'Union européenne condamne régulièrement l'exploitation et le commerce illégal des matières premières dans la région des Grands Lacs.

Le régime européen des sanctions liées à la situation en RDC prévoit d'ailleurs des mesures restrictives ciblant des acteurs, individus, entités ou organisations qui alimentent ou profitent des conflits armés, de l'instabilité ou de l'insécurité dans le pays. Cela inclut les responsables de violences ou ceux impliqués dans l'exploitation et le commerce illicite de ressources naturelles.

Lors de la signature du MoU en question avec le Rwanda, ma prédécesseure a souligné devant ce Parlement que ces accords doivent être utilisés comme des leviers pour améliorer la transparence et la traçabilité du commerce des matières premières, contribuant ainsi à traiter l'une des causes profondes des conflits dans l'Est de la RDC.

Pour mettre en œuvre ces memorandums , l'Union européenne négocie actuellement avec le Rwanda une feuille de route détaillant les actions à entreprendre. La Belgique suivra de près la mise en œuvre de ces actions pour s'assurer qu'elles respectent pleinement les objectifs fixés.

Concernant vos questions sur la mesure d'assistance de la Facilité européenne pour la paix, destinée à appuyer les poursuites du déploiement des Forces rwandaises de défense (RDF) au Cabo Delgado, au Mozambique, je rappelle qu'il s'agit d'une réponse à une demande précise et répétée des autorités mozambiquaines pour faire face à la menace terroriste qui est encore active dans cette partie de leur pays.

Le SPF Affaires étrangères a publié le lundi 18 novembre et ce, directement après la communication de l'Union européenne annonçant l'approbation de cette mesure, un communiqué expliquant la position de la Belgique dans ce dossier, à savoir son abstention. Je reviendrai par la suite sur ce point.

Cette abstention exprime deux choses. Il s'agit tout d'abord de notre soutien à la lutte contre le terrorisme au Cabo Delgado, ainsi que notre approche constructive et solidaire au sein de l'Union européenne. Il est en effet important que celle-ci continue de se positionner comme un partenaire qui réponde aux demandes des pays africains dans le domaine de la sécurité, parce que vous savez aussi bien que moi que l'Union n'est pas le seul acteur sur le terrain. Ensuite, je rappelle l'attachement de la Belgique au respect de la Charte des Nations Unies et aux principes du droit international, en rapport notamment avec la situation dans l'Est de la République démocratique du Congo.

Comme vous le savez, et tel que documenté à de multiples reprises par les Nations Unies, ainsi que vous l'avez souligné, madame la députée, le Rwanda poursuit son appui militaire aux forces du M23 et, par là-même, viole l'intégrité territoriale et la souveraineté de la République démocratique du Congo. La Belgique continue de condamner fermement ce soutien rwandais au M23 et exige le retrait immédiat des RDF de l'Est de la RDC. La Belgique a également été très claire vis-à-vis de la RDC quant à la nécessité d'un arrêt immédiat de la collaboration avec le FDLR et autres groupes armés et à leur neutralisation.

Nous soutenons pleinement les processus de médiation régionaux, au premier chef desquels celui de Luanda. Cette position est, du reste, pleinement partagée par l'Union européenne.

Lorsqu'il s'est agi de discuter d'un nouvel appui au déploiement des RDF au Cabo Delgado, il n'était pas possible, selon nous, de dissocier complètement les situations, étant donné la présence simultanée des militaires rwandais sur les deux théâtres. Les discussions européennes ont montré que cette vision était partagée par plusieurs autres États membres. Cependant, pour le dire clairement, seule la Belgique s'est abstenue.

Door het optreden van België en andere lidstaten werden aanvullende politieke en technische voorwaarden toegevoegd in vergelijking met de oorspronkelijke maatregelen. In de eerste plaats zorgden we ervoor dat de European Peace Facility (EPF) gelinkt werd aan de inspanningen van Rwanda in het kader van het Rwandaproces en dus aan de gevraagde terugtrekking uit Oost-Congo.

En plus, l’appui européen est strictement non létal et consiste en l’acquisition d’équipement personnel non repris dans la liste des équipements militaires de l’Union européenne, ainsi que le financement du transport aérien entre le Rwanda et la province de Cabo Delgado au Mozambique.

Dat weerspiegelt onze doelstelling dat de hulp uitsluitend bestemd moet blijven voor de strijd tegen het terrorisme in Mozambique door de Rwanda Defence Force (RDF), ter ondersteuning van de Mozambikaanse strijdkrachten en ten behoeve van de Mozambikaanse bevolking, en niet voor andere doeleinden of in andere gebieden mag worden gebruikt.

In ons persbericht hebben we het belang benadrukt van een zorgvuldige monitoring van de naleving van de extra voorwaarden die van toepassing zijn op de uitvoering van deze steunmaatregel. Sommige van die voorwaarden zijn juridisch bindend voor Rwanda. De niet-naleving van het internationale recht en het niet respecteren van de mensenrechten zouden bijvoorbeeld kunnen resulteren in de opschorting of stopzetting van de steun.

Enfin, je tiens à souligner que les contacts diplomatiques ne sont pas à l’arrêt, ni avec le Rwanda, ni avec la République démocratique du Congo, et que via ces contacts, nous avons l’occasion d’échanger, mais aussi d’expliquer nos positions en toute transparence.

Concernant nos relations bilatérales avec le Rwanda, nos canaux restent ouverts et nous sommes évidemment prêts à en discuter à tout moment avec les autorités rwandaises, afin d’évaluer leur état et d’envisager leur futur. C’est d’ailleurs le sens du message que nous avons transmis aux autorités rwandaises.

Vous l’aurez compris – et cela vient de moi – nous sommes à disposition, comme nous l’avons toujours été, pour travailler à des relations apaisées, mais cela nécessite, bien entendu, un minimum de bonne foi de part et d’autre. Nous attendons donc maintenant que les Rwandais nous disent, et surtout nous montrent, qu’ils sont eux aussi disposés à poursuivre une telle relation.

Pierre Kompany:

Merci, monsieur le ministre, pour les éléments de réponse que vous avez donnés. Mais la chose la plus embêtante dans cette histoire, c'est que toute l'Afrique pense qu'on a créé un petit gendarme – même si mes mots sont exagérés – pour la paix en Afrique. Alors que, si on regarde bien la situation dans ce pays, il n'y a que trois tribus. Je l'affirme. Le vivre ensemble n'est pas garanti. Je ne veux pas rentrer dans l'analyse de ce qu'il s'y passe ou non, mais le vivre ensemble n'est pas garanti. Vous ne garantissez pas le vivre ensemble chez vous. Allez-vous le garantir ailleurs? À moins qu'il y ait des intérêts cachés qui ne soient pas nécessairement ceux de notre pays, la Belgique. Cela, tout le monde le sait. La Belgique est peut-être une médiatrice de paix. La Belgique, on l'écoute partout dans le monde, même si on ne tient pas compte de ses conseils.

Je crois que pour cette fois-ci, l'Union européenne, via son commissaire, a dit n'importe quoi. Il est temps de changer de dialogue. Il est temps de changer de façon de parler. L'Afrique, que vous comme moi nous représentons ici – car la plupart d'entre nous connaissent l'Afrique et nous n'avons rien à leur apprendre –, est choquée. Encore heureux que la Belgique se soit abstenue. Mais la réalité est très forte. Merci.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses complètes.

Je suis heureuse que la Belgique se soit abstenue. Comme je l'avais dit à votre prédécesseur, j'aimerais que la Belgique aille plus loin en votant contre et je regrette profondément que l'Union européenne ne prenne pas en compte les nombreuses victimes et les exactions commises par le Rwanda et le M23.

Comme souligné précédemment, nous sommes dans une position contradictoire de l'Union européenne qui considère que le Rwanda est, d'une part, un acteur de paix dans un pays et, d'autre part, ne respecte pas le droit international ni les droits humains. L'Union européenne continue à dialoguer avec un pays qui méprise les droits humains en RDC. J'espère que la Belgique continuera à avoir cette position exemplaire en continuant à vouloir dialoguer avec les deux États.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ik zie een goede evolutie in het standpunt van België. We zeggen nu duidelijk waarop het staat: respect voor het Rwandaproces, geen ondersteuning aan de M23 en respect voor de integriteit van Oost-Congo.

Ons standpunt over de steun is ook in goede zin geëvolueerd. Bij de eerste stemming hebben we ons immers onthouden. Vorige keer hebben we het gesteund. Er is dus evolutie in het standpunt.

Het is ook opmerkelijk dat België zich onthouden heeft. Dat geeft immers duidelijk een signaal naar Rwanda. Zo zeggen we immers dat het uitsluitend bestemd is om de jihadisten te bestrijden en ter ondersteuning van de strijdkrachten van Mozambique en dat we geen letale wapens willen. Die monitoring en opvolging zijn ook heel erg belangrijk om dit au sérieux te nemen. Op deze manier maken we duidelijk dat wat er in Oost-Congo gebeurt onaanvaardbaar is. We moeten daaraan paal en perk stellen en duidelijke taal spreken. We hebben dat dus gedaan, waarvoor dank.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, merci pour cette réponse très franche. La charte des Nations Unies doit être notre boussole absolue, et la présence du RDF en République démocratique du Congo la viole. Il faut donc être ferme. Nous devons maintenir la pression pour que toute force affiliée, de près ou de loin, au Rwanda se retire de la RDC et pour tendre vers un processus de médiation régionale. Dans le même temps, il est primordial de garantir la sécurité et de soutenir l'aide contre le terrorisme. Je compte donc sur vous pour convaincre vos homologues européens d'aller plus loin dans les garanties concernant cette aide. Celle-ci ne peut bénéficier qu'à la lutte antiterroriste et à la population du Mozambique et ne peut être détournée à d'autres fins. L'Europe doit tout faire pour s'en assurer. Je vous remercie. De voorzitster : Aan de orde is vraag nr. 56000948C, maar de heer Freilich is niet aanwezig.

De oorlog tegen Oekraïne

Gesteld door

N-VA Anneleen Van Bossuyt

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Poetins dreigementen met de inzet van de Oresjnik-raket (een nucleair-capabel wapen) en zijn retoriek over Westerse "escalatie" zijn voornamelijk een voorwendsel om Russische militaire tests en nucleaire afschrikking te rechtvaardigen, terwijl de nucleaire drempel weliswaar daalt maar niet radicaal verandert. België en de NAVO moeten hybride dreigingen, cyberaanvallen en Russische agressie serieus nemen, door verhoogde waakzaamheid, meer steun aan Oekraïne en strengere sancties, zonder diplomatieke kanalen met Moskou te sluiten. Van Bossuyt benadrukt dat Poetins dreigementen – hoe symbolisch ook – realistisch moeten worden opgenomen, en dat NAVO-lidstaten (inclusief België) hun 2%-defensieverplichtingen dringend moeten nakomen om op escalatie voorbereid te zijn.

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Mijnheer de minister, Rusland heeft bij haar terreurcampagne tegen Oekraïne een nieuwe middellangeafstandsraket, de Oresjnik, ingezet. Daarbij dreigde president Poetin ook met verdere aanvallen, niet alleen op Oekraïne, maar ook op landen die wapens leveren of het gebruik daarvan tegen Rusland toestaan. Poetin stelt dat met de inzet van Westerse wapens tegen strategische Russische doelen het conflict in Oekraïne een mondiaal karakter heeft gegeven, waarbij hij de NAVO verantwoordelijk stelt. Ofschoon de gebruikte raket geen ICBM was zoals eerst werd geclaimd, moet haar inzet vooral gezien worden als een simulatie van hoe een nucleaire aanval eruit zou zien.

Vandaar dat ik u volgende vragen wil stellen:

Hoe beoordeelt u de uitspraken en dreigementen van Poetin in deze context van escalatie?

Verandert deze aanval iets aan de inschatting bij onze veiligheidsdiensten over het nucleair/conventioneel/hybride risico dat van Rusland uitgaat?

Welke diplomatieke stappen wensen wij dat Europa en NAVO ondernemen?

Bernard Quintin:

Mevrouw Van Bossuyt, het is duidelijk dat president Poetin de inzet van de Oresjnikraket tracht te presenteren als reactie op de zogenaamde Westerse escalatie, met name op de toestemming vanwege de VS en het VK aan Oekraïne langeafstandswapens in te zetten op Russische doelwitten op Russisch grondgebied, in het bijzonder in de regio Koersk. Deze argumentatie laat evenwel achterwege dat deze raket al eerder, lang voor er sprake was van de inzet van langeafstandswapens, getest was. De lancering in november zou naar verluidt de derde test geweest zijn, weliswaar voor het eerst binnen de context van een actief theater. Het heeft er met andere woorden alle schijn van dat de door Poetin aangehaalde escalatie een voorwendsel is om een militaire test uit te voeren die hoe dan ook gebeurd zou zijn.

De inzet van een dergelijk wapen, uitgerust om kernkoppen te dragen, moet gezien worden in samenhang met de update van de Russische nucleaire doctrine in reactie op de Amerikaanse beslissing ATACMS toe te laten voor gebruik tegen Russische doelwitten in Koersk. Die update, evenals de genoemde Oresjnik past in een langere rij van Russische dreigementen met nucleaire escalatie. Die dreigementen zijn bedoeld om het Westen af te schrikken en om de steun aan Oekraïne af te zwakken. De update van de Russische nucleaire doctrine verlaagt weliswaar de nucleaire drempel, maar is geen radicale afwijking van de vorige doctrine van 2020.

Dat neemt niet weg dat president Poetin zich in een eenrichtingsstraat lijkt te hebben begeven waarbij hij niet van plan is zijn agressie tegen Oekraïne te stoppen. De dreiging van verdere escalatie moet ernstig genomen worden, in eerste instantie op het vlak van hybride oorlogsvoering en cyberaanvallen. Europa en de NAVO-lidstaten moeten dan ook hun waakzaamheid verhogen, hun reactievermogen opvoeren, en de kosten voor Rusland aanzienlijk doen toenemen. Meer steun aan Oekraïne en een verdergezet en verbeterd sanctiebeleid tegen Russische belangen en die van handlangers, zijn daarvoor de best aangewezen middelen.

Wat diplomatieke inspanningen betreft, kan ik u meegeven dat Moskou de VS naar verluidt kort voor de lancering van de Oresjnik op de hoogte had gebracht. De beschikbaarheid en de operationaliteit van de juiste communicatiekanalen met Rusland blijven van primordiaal belang voor de verdere mondiale veiligheid.

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer de minister, we zijn intussen al even de symbolische kaap van 1.000 dagen oorlog gepasseerd. Ik ben het volledig met u eens dat president Poetin praktisch alle middelen aanwendt om de Russische escalatie van het conflict te verantwoorden. Het gaat misschien alleen maar om dreigementen, maar we moeten die wel ernstig nemen en we moeten ook realistisch blijven in dit conflict in onze achtertuin. We moeten absoluut onze verantwoordelijkheid blijven nemen en onze verplichtingen nakomen. De woorden van de nieuwe NAVO-baas, Mark Rutte, waren op dat vlak zeer duidelijk. Misschien kwam zijn waarschuwing om ons op een escalatie van het conflict voor te bereiden wat bedreigend over, maar we moeten onze verplichtingen met betrekking tot die 2 % effectief nakomen. Als men lid is van de club moet men ook de spelregels volgen, zeker gelet op de lopende conflicten en de huidige geopolitieke situatie.

De stavaza betreffende de Duitse pensioenen voor Belgische voormalige militaire collaborateurs

Gesteld door

DéFI François De Smet

Gesteld aan

Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)

op 17 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Vijf jaar na een resolutie om pensioenen van Belgische NS-collaborateurs uit de Tweede Wereldoorlog transparant te maken, blijkt juridische blokkade (RGPD, diplomatieke beperkingen) de uitvoering te belemmeren, ondanks eerdere Duitse datadelingen met Nederland over soortgelijke gevallen. Minister Van Tigchelt (Justitie) bevestigt dat het eerste luik (informatie bij Noordrijn-Westfalen) is uitgevoerd, maar wijst voor verdere stappen—met name datadeeling over 181 potentiële ontvangers—naar de bevoegde ministers van Pensioenen en Buitenlandse Zaken. De Smet dringt aan op hernieuwde druk op Duitsland, ondanks eerdere pogingen, en kondigt gelijkaardige vragen aan de andere betrokken ministers aan. Kernpunt: diplomatiek-juridische patstelling frustreert Belgisch streven naar historische verantwoording en transparantie over nazicollaboratiepensioenen.

François De Smet:

Il y a maintenant plus de cinq ans-le 20 mars 2019 exactement- que la résolution initiée par mon parti “visant à clarifier et à abroger le régime des pensions octroyées aux anciens collaborateurs militaires belges du régime national-socialiste allemand durant la Seconde Guerre mondiale” a été votée au Parlement.

Le 11 janvier 2023, votre prédécesseur avait répondu à ma collègue Sophie Rohonyi qu’il était impossible juridiquement d’échanger des données avec l’Allemagne et qu’au plan légal cet échange serait par ailleurs contraire au RGPD.

Il lui avait également été répondu que cela ne concernait que cinq personnes alors qu’une liste de 181 personnes d’anciens collaborateurs pouvant encore toucher une pension de l’Allemagne à ce jour .

Il est dommageable que cette résolution ne puisse être mise à exécution ( le volet 1. de son dispositif tout particulièrement ) d’autant que notre pays lui aussi- et je n’entends nullement minimiser le caractère diplomatiquement sensible du dossier- entend perpétuer le travail de mémoire de la Shoah et faire la clarté sur cet épisode douloureux de la collaboration que la Belgique a subi.

Je rappelle que “mutadis mutandis” les autorités néerlandaises ont reçu en décembre 2020 quant à elles de l’Allemagne les données relatives aux pensions de guerre versées aux ressortissants néerlandais entre 2015 et 2019.

En conséquence, monsieur le ministre peut-il me faire savoir:

si toutes les pistes juridiques ont été explorées avec les autorités allemandes afin de permettre l’accès et la transmission des données?

si il est confirmé à cet égard que les documents relatifs à ces échanges à caractère diplomatique ne peuvent pas être transmis en raison d’une exception visée à la loi du 11 avril 1994 relative à la publicité de l’administration?

Paul Van Tigchelt:

Cher collègue, cette problématique est bien connue. Je peux vous assurer que dans le cadre de nos compétences en matière de Justice, nous avons fait tout ce qui était en notre pouvoir pour mettre en œuvre cette résolution. Comme vous le décrivez dans votre question, cette résolution date en effet de 2019. Comme vous le mentionnez, nous avons été confrontés à des problèmes juridiques.

Le premier volet de la résolution a été mis à exécution. Je vous renvoie à ce propos aux informations communiquées par mon prédécesseur à l’occasion d’une précédente question parlementaire, que vous évoquez aussi dans votre question. Ces informations ont été communiquées par le ministère du Travail, de la Santé et des Affaires sociales du Land de Nordrhein-Westfalen (Rhénanie-du-Nord-Westphalie) au ministre des Affaires étrangères, conformément au point 1 de la résolution.

Concernant le deuxième volet de la résolution, les objectifs de l’échange d’informations sont liés au statut de pension des personnes concernées. Vu tout ce que nous avons déjà fait en cette matière, je dois, pour le surplus, vous renvoyer à la ministre des Pensions et au ministre des Affaires étrangères, qui sont également compétents pour cette matière.

François De Smet:

Monsieur le ministre, j’ai bien conscience que votre prédécesseur et vous-même avez tenté d’exécuter cette résolution, qui avait été portée par ma collègue Sophie Rohonyi voici quelques années. Je vous en remercie. Je crois qu’il faut vraiment faire le nécessaire pour insister auprès de l’Allemagne pour que ce dossier avance. Je poserai donc les mêmes questions à la ministre des Pensions et à celui des Affaires étrangères, même si le ministre de la Justice avait fait le suivi jusqu’ici. Je vous remercie.

De opvolging van de Belgische militairen in het Israëlische leger

Gesteld door

Ecolo Rajae Maouane

Gesteld aan

Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)

op 17 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Belgische justitie onderzoekt een Ucclese sniper die mogelijk betrokken was bij Israëlische oorlogsmisdaden, maar het dossier is onder instructie geplaatst en details blijven geheim. De Sûreté de l'État bewaakt geen specifieke verdachten voor dit profiel, maar volgt wel Belgen met extremistische banden in conflictzones via de TER-strategie. Maouane dringt aan op directe aanhouding van verdachten bij terugkeer, terwijl Van Tigchelt benadrukt dat België als koploper in het Statuut van Rome oorlogsmisdadigers *prioritair* vervolgt. Concrete actie blijft afhankelijk van justitiële uitspraken.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, le 17 octobre, je vous posais une question d'actualité au sujet de ce jeune Ucclois qui avait rejoint un groupe de snipers d'élite de l'armée israélienne. Nous savons que cette unité ne respecte pas le droit international humanitaire et qu'elle est responsable de la mort de plusieurs civils. Vous aviez répondu que le parquet fédéral avait ouvert une enquête sur cet individu en raison d'une possible implication dans la commission de crimes de guerre.

Monsieur le ministre, où en est le suivi de cette enquête? Combien de personnes sont surveillées par la Sûreté de l' É tat? Pouvez-vous nous garantir qu'une attention particulière sera réservée aux Belges se rendant coupables de crimes de guerre à l'étranger et qu'ils seront mis hors d'état de nuire dès leur retour sur notre territoire?

Paul Van Tigchelt:

Madame Maouane, tout d'abord, je vais confirmer ce que j'ai déjà dit. Le parquet fédéral a en effet ouvert une enquête relative aux faits qui constituent l'objet de votre question. Par la suite, une plainte avec constitution de partie civile a été déposée auprès d'un juge d'instruction de Bruxelles pour les mêmes faits. Dès lors, le parquet fédéral a joint son dossier à cette instruction.

Vous savez que le ministre de la Justice n'est pas le porte-parole de la justice bruxelloise. Je ne suis pas censé violer le secret de l'instruction. Les autorités judiciaires communiqueront au moment voulu au sujet de l'évolution du dossier. Donc, en tant que ministre de la Justice, je ne puis vous apporter plus de détails.

Combien de personnes sont suivies par la Sûreté de l' État? Celle-ci est responsable du suivi des menaces extrémistes et terroristes. Les personnes ayant un profil extrémiste et se rendant dans une zone de conflit sont surveillées conformément à la stratégie "Terrorisme, Extrémisme et Radicalisation", qui a été approuvée par tous les gouvernements de notre pays. Pour le moment, la Sûreté n'a pas connaissance d'un profil tel que décrit dans votre question. Il va de soi que, s'il est avéré que des Belges ont commis des crimes de guerre, ces cas seront traités en priorité par la justice.

En début de réunion, le président m’a posé des questions concernant la position belge vis-à-vis de la Cour pénale internationale. La Belgique est é tat partie au statut de Rome. Plus que cela, elle figure parmi les front runners du statut de Rome. La Belgique protège les victimes de crimes de guerre. Elle est en faveur du droit international. Il faut le souligner aussi dans ce contexte.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour ces éléments de suivi.

Vous n’êtes effectivement pas le porte-parole de la justice. Par ailleurs, d’autres détails seront fournis le cas échéant.

Cet individu était de retour en Belgique et n’avait pas été inquiété. Je voulais donc m’assurer que des coupables de crimes de guerre et de crimes contre l’humanité, une fois présents en Belgique, soient bien arrêtés et mis hors d’état de nuire.

Voorzitter:

N'ayant pas eu de nouvelles des collègues Boukili et Thiébaut, les questions n° 56001244C et n° 56001245C de M. Nabil Boukili et n° 56001303C de M. é ric Thiébaut sont retirées. De behandeling van de vragen eindigt om 11.09 uur. Le développement des questions se termine à 11 h 09.

De Belgische militaire steun aan Oekraïne na 1 januari 2025

Gesteld door

DéFI François De Smet

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 5 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Belgische steun aan Oekraïne dreigt vanaf 1 januari 2025 te stoppen door ontbrekende budgettaire voorzieningen (geen hernieuwing gelden uit bevroren Russische activa) en een caretaker-regering die enkel beperkte beslissingen kan nemen. Minister Dedonder bevestigt dat militaire hulp (1,2 mjd tot nu) en training (3.000+ soldaten) doorgaan in afwachting, met twee nieuwe wapenpakketten (luchtverdediging, drones) en plannen voor 2025-training, maar een structureel fonds vereist een volwaardige regering. De Smet benadrukt de kritieke noodzaak om Oekraïne—geconfronteerd met Amerikaanse terugtrekking en Europese vermoeidheid—voldoende te steunen om niet te verliezen of sterker te onderhandelen, met een oproep tot snelle actie begin 2025. Een Europees fonds (vanaf maart) met Belgische defensieprojecten biedt deels soelaas.

François De Smet:

Madame la ministre, une commission des Finances s'est réunie cette semaine pour examiner le projet de loi de finances 2025, bien sûr en douzièmes provisoires. Il a été noté, au cours des débats, notamment grâce à la Cour des comptes, que la provision "Ukraine" prévue dans ce budget couvrait uniquement les dépenses sociales pour l'aide aux réfugiés, à l'exclusion de nouvelles dépenses militaires. Plus précisément, durant la discussion, la secrétaire d' État au Budget a précisé que l'utilisation des recettes fiscales perçues sur les avoirs russes gelés avait été inscrite au budget 2024 en one shot et ne pouvait donc être rétablie en 2025. Voilà qui a inquiété plusieurs parlementaires.

En effet, sauf erreur de ma part, à moins que vous ne me démentiez, si rien ne se passe, il faudrait en déduire qu'à partir du 1 er janvier 2025, dans le cas où un gouvernement de plein exercice n'entrait pas entre-temps en fonction et qu'aucune initiative ne fût prise par le gouvernement en affaires courantes, la Belgique pourrait cesser d'apporter toute aide militaire à l'Ukraine. Voilà qui serait fort inquiétant, puisque c'est une période-clef qui s'ouvre pour la guerre en Ukraine. Beaucoup espèrent qu'elle s'achèvera en 2025. De plus, nous savons que le retrait des États-Unis va devoir responsabiliser davantage encore les Européens. Ce n'est donc sans doute pas le moment de diminuer notre aide, mais bien au contraire d'imaginer de la renforcer.

Madame la ministre, mes questions sont assez simples. Corroborez-vous l'analyse de la Cour des comptes et de la secrétaire d'État au Budget? Quelle aide s'arrêtera-t-elle à partir du 1 er janvier 2025? Laquelle pourra continuer? Enfin, quelle initiative avez-vous prise ou pouvez-vous encore prendre en affaires courantes pour éviter une rupture dans le soutien dont notre pays doit témoigner envers l'Ukraine?

Ludivine Dedonder:

Monsieur De Smet, depuis le début du conflit, la Belgique a apporté un soutien militaire et logistique considérable à l'Ukraine, à hauteur de 1,2 milliard d'euros. Cela inclut la fourniture d'armements variés ainsi que du matériel non létal sur les propres stocks de notre Défense, par des achats auprès de notre industrie de sécurité et de défense ou encore par des participations à des initiatives européennes. Par ailleurs, nous accueillons toujours des patients ukrainiens à l'Hôpital Militaire Reine Astrid et nous formons activement les militaires ukrainiens dans différents domaines (terrestre, maritime et aérien); ils sont aujourd'hui plus de 3 000 militaires ukrainiens à avoir été formés par la Belgique.

Même en affaires courantes, l'aide à l'Ukraine se poursuit, que ce soit en livraison de matériel ou en formation. Je présenterai encore au Conseil des ministres de ce vendredi deux nouveaux paquets d'aide militaire: la livraison de systèmes de défense antiaérienne et de drones de reconnaissance.

En ce qui concerne la création d'un fonds spécifique en 2025, sa mise en place et son financement relèvent, en effet, de la responsabilité d'un gouvernement de plein exercice qui devra définir la part qui revient à l'aide militaire. Sachez que dans les compétences qui sont les miennes, j'ai d'ores et déjà intégré dans le plan Opérations 2025 les moyens nécessaires à la formation et à l'entraînement des soldats ukrainiens. Ce dossier sera présenté en commission le 11 décembre. En outre, un fonds européen, financé par les avoirs russes gelés, pourrait être mobilisé dès le mois de mars pour des projets définis en concertation avec l'Ukraine. Nous avons été sollicités pour présenter des projets qui sont portés avec nos entreprises belges de sécurité et de défense et que j'ai évidemment rentrés dans ce cadre.

Nous devons rester pleinement (…)

François De Smet:

Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je crois en effet que vous faites ce que vous pouvez dans le cadre des affaires courantes en préparant même ce qu'il sera possible de faire en 2025. Beaucoup de choses reposeront sur la bonne volonté du gouvernement suivant s'il advient rapidement. Il ne faut pas sous-estimer le défi qui se trouve devant nous. Avec le retrait américain possible, avec la démobilisation possible des Européens, il est de notre devoir d'aider l'Ukraine soit à ne pas perdre la guerre, soit à au moins arriver à une table des négociations dans le meilleur état possible. Une députée européenne française, Nathalie Loiseau, a résumé la situation en disant: "Nous avons aidé l'Ukraine à moitié. Nous les avons aidés assez pour ne pas perdre la guerre mais nous ne les avons pas aidés assez pour la gagner." Il faut donc que nous soyons au rendez-vous dans ces premières semaines de 2025. J'espère que le prochain gouvernement, Arizona ou non, en sera très rapidement conscient.

Het incident tijdens het eerste decompressieverblijf voor Belgische militairen in Duitsland
Het decompressieverblijf voor Belgische militairen
Het decompressieverblijf voor de Belgische militairen
Het decompressieverblijf voor de Belgische militairen
Een betere begeleiding tijdens het decompressieverblijf van Belgische militairen
De psychosociale begeleiding van militairen
Decompressieverblijf en begeleiding van Belgische militairen

Gesteld aan

Ludivine Dedonder, Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)

op 27 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om het eerste Belgische decompressieverblijf voor militairen na een NAVO-missie, waar een incident met alcohol en geweld plaatsvond, ondanks strikte regels (beperkte alcoholtoegang, verbod op sterkedrank). Minister Dedonder bevestigt dat het verblijf—met groepsgesprekken, mentale training en individuele opvolging—evalueert wordt via enquêtes (voor/na/maanden later) en dat sancties volgen voor betrokkenen, maar benadrukt het belang van het initiatief voor mentaal welzijn, geïnspireerd op buitenlandse modellen (Nederland, Frankrijk). Parlementsleden steunen unaniem het decompressiesas als cruciaal hulpmiddel, maar vragen kritische evaluatie (o.a. betrokkenheid militairen, balans tussen vrijheid/begeleiding, capaciteit zorgteams) en waarschuwen om het systeem niet af te schrijven door één incident. Preventie, langetermijnopvolging en structurele versterking van psychosociale zorg blijven prioriteiten, met aandacht voor lessen uit het voorval (bv. alcoholbeleid, omkadering).

Axel Weydts:

Mevrouw de minister, tijdens het eerste verplichte decompressieverblijf voor Belgische militairen in een Duits hotel was er een incident. Tijdens die driedaagse periode, georganiseerd na afloop van de deelname aan de NAVO-missie Enhanced Forward Presence in Roemenië, ontstond een conflict tussen enkele militairen dat uitmondde in een vechtpartij. Alcoholconsumptie zou een rol hebben gespeeld bij dat incident, dat resulteerde in een lichtgewonde en schade aan het hotel.

Defensie heeft het initiatief voor de decompressieperiodes recentelijk goedgekeurd als onderdeel van de psychosociale ondersteuning voor onze militairen. Daarom wil ik met betrekking tot het incident enkele vragen stellen, zonder het evenwel te willen opblazen.

Mevrouw de minister, wij hebben verschillende berichten opgevangen over het incident. Kunt u ons meegeven welke feiten effectief hebben plaatsgevonden en welke niet?

Welke specifieke maatregelen heeft Defensie genomen om dergelijke situaties te voorkomen, bijvoorbeeld het beperken van alcoholgebruik? Was het gebruik van alcohol überhaupt toegestaan tijdens deze decompressieperiode?

Welke gevolgen of sancties zijn er voorzien voor de betrokken militairen, die Defensie tot onze spijt in de media in een slecht daglicht hebben geplaatst?

Wordt er in een evaluatie voorzien van de decompressieprocedure om mogelijke verbeterpunten te identificeren? Zal die evaluatie hier in de commissie besproken worden, zodat wij daar ook vanuit het Parlement ons licht op kunnen laten schijnen? Voor ons is dat belangrijk.

Kjell Vander Elst:

Mevrouw de minister, het adaptatiesas of decompressieverblijf werd voor het eerst in oktober toegepast binnen de Belgische Defensie. Het initiatief kwam van mijn collega Jasper Pillen, die daarover een resolutie had ingediend die unaniem door de Kamerleden werd gesteund.

Een lange periode op buitenlandse missie kan zorgen voor eventuele gevolgen van psychosociale aard. Het is dan ook belangrijk dat dit adaptatiesas of decompressieverblijf wordt aangehouden. Dat betekent niet dat we zomaar met de hele procedure akkoord moeten gaan. We moeten blijven evalueren en bekijken wat er fout is gelopen bij de eerste sessie.

Ik stel graag enkele vragen over het eerste decompressieverblijf in Duitsland. Hoe werd dat ervaren? Wat is er exact gebeurd? Kunt u mij een gedetailleerde planning geven van de driedaagse activiteiten?

Meer algemeen over de aanpak van een adaptatiesas wil ik graag weten op basis van welke criteria er wordt bepaald dat men overgaat tot een verplicht decompressieverblijf. Speelt de duurtijd van een buitenlandse missie daarbij een rol, alsook eventuele gewelddadige gebeurtenissen tijdens de missie?

Hoe wordt een adaptiesas voorbereid? Wie is daarbij betrokken? Wordt er na afloop van het decompressieverblijf voorzien in individuele opvolging van de militairen? Hoe en wanneer wordt het adaptatiesas geëvalueerd? Wordt hiervoor ook gekeken naar buitenlandse voorbeelden?

Kristien Verbelen:

Mevrouw de minister, na jarenlang onderzoek hebben wij nu ook een decompressieverblijf voor militairen ingevoerd na een buitenlandse missie. Daarmee is een belangrijke stap gezet, gezien het aanzienlijk aantal militairen dat na zo'n periode van stress en spanning kampt met psychologische problemen. Het adaptatiesas zal de overgang naar het dagelijkse leven thuis versoepelen. Het is dus zeker een positief initiatief, al roept het bij mij ook enkele vragen op.

Hoe ziet zo’n verblijf er precies uit? Hoe worden de dagen ingevuld? Welke ondersteuning wordt er aangeboden?

Onze buurlanden kennen het systeem al langer. Heeft België zich daardoor laten inspireren? Kunnen we leren van de buitenlandse voorbeelden wat betreft de aanpak en de effectiviteit?

Hoe wilt u nagaan of het adaptatiesas zijn doel bereikt? Is er in een evaluatie voorzien en, zo ja, op basis van welke parameters en binnen welke termijn?

Zijn er, tot slot, nog bijkomende initiatieven gepland voor militairen die met problemen kampen na een missie? Het is belangrijk dat zij ondersteuning blijven krijgen. Zoals u wel weet, stopt de impact van een missie vaak niet bij thuiskomst.

Kemal Bilmez:

Mevrouw de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Het eerste Belgische decompressieverblijf in een Duits hotel is uit de hand gelopen met 1 lichtgewonde als gevolg. Het belang van zo een decompressieverblijf is niet te onderschatten, zeker als we kijken naar onderzoek van het Centrum voor Geestelijke Gezondheid waarin staat dat 2,5 procent van de militairen symptomen vertonen die kunnen wijzen op het posttraumatisch stresssyndroom. Verder nog, tussen 2017 en 2022 waren er 135 bekende gevallen en in die periode stapten 68 militairen uit het leven. Een goed georganiseerde adaptatiesas is een cruciaal element voor het welzijn van militairen en het nut ervan is al aangetoond in verschillende van onze buurlanden. Het is noodzakelijk om het psychosociale en mentale welzijn van onze militairen te ondersteunen, maar natuurlijk moet dit gegeven ook goed en correct uitgevoerd worden.

Mevrouw de minister, zijn er genoeg middelen voorzien om de gevraagde maatregelen binnen de decompressieperiode uit te voeren?

In welke mate was het multidisciplinair team voldoende opgeleid om dit decompressieverblijf te begeleiden?

Welke lessen heeft u getrokken uit de eerste adaptatiesas en welke maatregelen gaat u nemen om ervoor te zorgen dat de decompressieperiode in het vervolg op een correcte manier verloopt?

Zijn er uitwisselingen geweest met buitenlandse instanties die decompressieperiodes hebben georganiseerd en zijn er positieve elementen overgenomen? Zo ja, welke elementen?

Staf Aerts:

Mevrouw de minister, ik heb hier een déjà vu. Een groot aantal vragen die hier tot nu toe zijn gesteld, heb ik begin november ook gesteld, voorafgaand aan de decompressieperiode, net omdat het zo'n belangrijk instrument is voor het welzijn van onze militairen. Ik ben dus heel blij dat nu vijf collega's mee op de kar springen. Het is alleen jammer dat dit moet gebeuren na een incident. Dat toont ook meteen het gevaar van zo'n incident.

Ik hoor wel dat het instrument niet in diskrediet wordt gebracht door de collega's, wat ik uiteraard toejuich. Het gaat immers om een belangrijk instrument voor het mentale welzijn van onze militairen en op die manier ook voor het samenleven in hun gezin. Ook de gezinsleden worden immers geconfronteerd met een militair die terugkeert van een buitenlandse missie, wat af en toe moeilijkheden kan veroorzaken, ook in het gezinsleven.

Het is natuurlijk niet handig dat er net tijdens de eerste decompressiestage iets misloopt. Dat wil echter wel zeggen dat wij vooral moeten blijven evalueren. Wanneer er iets misloopt, is dat niet goed voor de militairen. Het is ook niet goed voor het imago van de stage op zich. Een en ander zou bovendien het systeem in diskrediet kunnen brengen. Dat kunnen wij natuurlijk missen als kiespijn, want die stage is een cruciaal iets.

Mevrouw de minister, daarom zal ik mijn vragen van vorige keer herhalen, namelijk over de manier waarop wij de stage voor de militairen gaan aanpakken en hoe wij het effect op hen gaan evalueren. Hoe evalueert u het voorval? Hoe trekken wij lessen uit zaken die mogelijk fout kunnen gaan? Moet er in extra begeleiding worden voorzien? Op welke manier kunnen wij ervoor zorgen dat die decompressiestages voor alle deelnemers een groot succes zijn, dat zij er de bedoelde voordelen uithalen en dat wij dergelijke zaken hopelijk niet te vaak meer in de krant hoeven te lezen?

Christophe Lacroix:

Madame la ministre, le bien-être des militaires avant, pendant et après une opération a toujours été une priorité pour mon groupe.

Nous avons rappelé certaines résolutions. En 2019, la première qui fut adoptée par la Chambre était une résolution à l'initiative de Stéphane Crusnière, ancien député socialiste, qui demandait la mise en place d'un véritable suivi psychosocial de nos militaires avant, pendant et après leur mission, avec une série de mesures concrètes en la matière.

Vous-même ainsi que l'état-major êtes déjà venu ici en commission, notamment en commission spéciale de suivi des missions militaires, afin de nous exposer les mesures qui sont déjà mises en œuvre. Parmi celles-ci figure la mise en place d'un fameux sas de décompression pour nos militaires de retour d'opération.

Madame la ministre, pourriez-vous m'indiquer le premier bilan que vous tirez de l'accompagnement psychosocial de nos militaires avant, pendant et après une opération? Quelle nouvelle expertise a été développée, notamment au sein de l'état-major et de la Composante médicale? Enfin, sur la base de cette expertise, quelles nouvelles initiatives et améliorations pourraient être menées en concertation, notamment, avec les partenaires sociaux?

Stéphane Lasseaux:

Madame la ministre, le sas de décompression tel que vous l'avez prévu est en effet une nécessité pour les militaires avant de rejoindre leurs foyers après avoir vécu des moments parfois très difficiles pendant leurs missions.

Il est toutefois évidemment bien malheureux que de tels événements se passent lors d'une première expérience. Néanmoins, il ne faut certainement pas arrêter l'opération, comme vous l'avez envisagé, mais plutôt l'évaluer. Au besoin, s'il s'agit en effet de faits tels qu'ils ont été parfois rapportés par la presse, il faut éventuellement prendre les mesures nécessaires qui sont obligatoires pour pouvoir faire respecter l'ordre dans notre armée.

Ludivine Dedonder:

Mijnheer de voorzitter, geachte leden, sinds het begin van mijn mandaat is het welzijn van de militairen een van mijn hoogste prioriteiten geweest. Het mentale welbevinden van militairen die terugkeren uit een operationele opdracht kan lijden onder de specifieke omstandigheden die zo'n zending kenmerken. Daarom werd recent beslist om een eerste adaptatiesas te organiseren na de NAVO-missie in Roemenië.

Een adaptatiesas kan worden georganiseerd op basis van verschillende criteria. Naast de duurtijd en het voorvallen van gewelddadige of kritische incidenten zijn er nog andere criteria, zoals het aantal militairen in het detachement voor wie het de eerste zending is, de opeenvolging van zendingen voor anderen, het constante operationele risico, mogelijke zware leef-en werkomstandigheden en complexe interpersoonlijke relaties.

Het programma tijdens het verblijf wordt ondersteund door een multidisciplinair team van 27 experten, komende van het psychosociale, morele en religieuze platform. Door de grote groep van specialisten hebben we ervoor gezorgd dat er ook ruimte was voor individuele gesprekken. Dat eerste verblijf besloeg drie dagen, waarvan de eerste en de laatste dag gericht waren op de verplaatsing naar en van het hotel.

Het eigenlijke ondersteuningsprogramma op de tweede dag bestond uit groepsgesprekken, mentale trainingen, sport en ontspanning. Zoals daarnet al aangehaald, kreeg elke militair ook de mogelijkheid om een informeel gesprek aan te vragen met een van de hulpverleners. Die staan ook ter beschikking van de militairen voor een individuele opvolging, eens zij terug in België zijn.

Om al het personeel van Defensie, zowel burgers als militairen, te helpen omgaan met persoonlijke problemen heeft het Directoraat-Generaal Health & Well-Being verschillende projecten ontwikkeld, zoals de implementatie van het Total Force Fitness-model.

Het adaptatiesas wordt eigenlijk al van bij de planning van de operatie voorbereid. Sommige actoren van het psychosociale, morele en religieuze platform zijn al aanwezig tijdens de zogenaamde pre-deployment training .

Tijdens de operatie wordt het programma van het adaptatiesas verfijnd op basis van hun bevindingen. Er wordt ook actief samengewerkt met Nederland en Frankrijk, die hiermee al verschillende jaren ervaring hebben. Op basis van de eerste informele feedback zijn de meningen verdeeld. Sommige deelnemers waren positief verrast en dankbaar dat deze gelegenheid geboden werd, anderen zagen de meerwaarde ervan nog niet in.

Een definitieve evaluatie zal gebeuren op basis van een enquête die wordt afgenomen bij de deelnemers op drie verschillende momenten, een eerste net voor het adaptatiesas, een tweede vlak erna en een derde een à twee maanden later. Die laatste enquête zal specifiek peilen naar de re-integratie. Op basis van alle vergaarde data zullen wij een definitieve evaluatie kunnen maken.

Spijtig genoeg is dit waardevolle initiatief in het nieuws gekomen door onaangepast gedrag van sommigen. Het onderzoek is nu in handen van de Algemene Directie Juridische Steun en de gerechtelijke politie in militair milieu.

Enkele militairen zouden via takeaway sterkedrank hebben laten leveren, wat strikt verboden was. Verder heeft een militair zichzelf verwond tijdens een discussie en leed het hotel schade. De regels werden nochtans zeer duidelijk gemaakt voor aanvang van het verblijf. Elke militair had door middel van tickets recht op twee alcoholische consumpties, waarbij alleen bier en wijn waren toegelaten. Cocktails en sterkedrank waren expliciet verboden. Het personeel van het hotel werd ook duidelijk op de hoogte gesteld van die richtlijnen. Uitgaan in de stad was niet toegestaan en de laatste bediening was om 22.30 uur. Er was eveneens omkadering aanwezig van het organiserend team en van de militaire politie.

Op basis van de resultaten van het onderzoek kan er via de korpstucht een straf opgelegd of een statutaire maatregel voorgesteld worden. De zeer beperkte schade werd direct vergoed door Defensie.

Het initiatief van het adaptatiesas kadert in de toenemende aandacht voor het mentale welzijn van het personeel. Via de resultaten van de analyse van de enquête zal het adaptatiesas verbeterd worden om het nog beter ten dienste te stellen van onze militairen.

À travers ce sas d'adaptation, la direction générale Santé et Bien-être développe une nouvelle expertise avec une attention accrue pour le bien-être et la santé mentale de notre personnel. En optimalisant le retour en Belgique et en aidant à la réintégration dans la vie de tous les jours après une période d'absence prolongée, nous contribuerons à la mise en condition et à l'opérationnalité. C'est l'objectif.

L'expertise se reflète aussi bien au niveau préventif, avec les conseillers en prévention pour les aspects psychosociaux, les personnes de confiance, les psychologues, les aumôniers et les conseillers moraux de la direction générale Santé et Bien-être. Cette expertise se reflète également à travers les assistants sociaux de l'OCASC et, au niveau curatif, avec les membres du centre de santé mentale de la Composante médicale.

Le soutien psychosocial des militaires en opération faisant partie du bien-être au travail, les partenaires sociaux seront informés de l'évaluation de ces sas d'adaptation ainsi que des améliorations et des nouvelles initiatives dans le futur.

Axel Weydts:

Mevrouw de minister, bedankt voor uw zeer omstandig en goed antwoord.

Collega's, ik wil voor alle duidelijkheid een dergelijk adaptatiesas hier niet in vraag stellen. Wij vinden dat namelijk een waardevol initiatief. Ik heb wel een persoonlijke bedenking als gevolg mijn eigen ervaring.

Ik heb namelijk de eer gehad om zelf te mogen deelnemen aan twee buitenlandse operaties met Defensie in NAVO-verband: eenmaal vier maanden in Kosovo en eenmaal vier maanden in Noord-Macedonië. Dat was een zeer leerrijke periode. Ik moet u wel zeggen dat het laatste waaraan ik dacht in de laatste weken van de inzet tijdens zo'n missie, was om na de missie nog even op hotel te gaan met de collega's waarmee ik vier maanden bijna alles van mijn leven had gedeeld.

Ik wil u dus echt vragen, mevrouw de minister, om de militairen zelf ook goed te betrekken bij de evaluatie van dit systeem. Het blijkt echter uit uw antwoord dat u dat doet. Als men vier maanden onder stresserende omstandigheden heeft gewerkt met dezelfde mensen, in dezelfde omgeving, in dezelfde compound, met stress die van buitenaf komt, dan wil men eigenlijk gewoon zo snel mogelijk naar huis. Dan wil men zo snel mogelijk bij zijn familie, vrienden of lief zijn. Dan is het laatste waaraan men denkt om nog even op hotel te gaan met de collega's. We vernemen dat de verplaatsing naar het hotel en van het hotel naar huis ook inbegrepen zit in dat adaptatiesas. Een evaluatie is dus echt wel op haar plaats. Mevrouw de minister, maak die evaluatie samen met de betrokken militairen en breng ze ook naar hier, zodat we hier verder op kunnen ingaan. Dit initiatief is namelijk te waardevol om het naar aanleiding van één klein incident af te voeren.

Kjell Vander Elst:

Collega Aerts, ik ben blij dat u zich de trendsetter voelt van het onderwerp. Het is echter niet waar dat er nu pas, naar aanleiding van een incident, vragen worden gesteld over het decompressieverblijf. Ik heb dat bijvoorbeeld ook gedaan toen de componenten naar de commissie zijn gekomen. Het klopt dus echt niet dat dit thema enkel leeft op basis van een negatief incident.

Bedankt voor uw zeer duidelijk antwoord, mevrouw de minister. We mogen het kind echter niet met het badwater weggooien op basis van een geïsoleerd incident. Die mensen hebben zes maanden, zoals collega Weydts gezegd heeft, in een stresssituatie gezeten, in moeilijke omstandigheden en met heel veel verantwoordelijkheid. Ik zou mij dan ook eens willen laten gaan. Dat moet natuurlijk altijd binnen de perken blijven. Het incident moet dus onderzocht worden.

Ik wil echter waarschuwen dat we op basis van één incident heel het adaptatiesas of het decompressieverblijf niet op de helling mogen zetten.

Vijf dagen geleden verscheen er nog een artikel op de nieuwswebsite van de Belgische Defensie, met als titel "Het adaptatiesas, een onontbeerlijke tussenstap". U ziet dus dat er consensus bestaat over het feit dat dit een goede tussenstap is bij de terugkeer naar huis na een heel moeilijke situatie.

Ik neem de opmerking van collega Weydts zeker ter harte. Die evaluatie moet worden gemaakt en die enquête moet worden afgenomen bij militairen, bij de mensen die er effectief mee te maken krijgen. Dat proces is aan de gang, dus ik kan alleen hopen dat de resultaten ervan met ons zullen worden gedeeld – ik ga daar ook van uit – en dat we het systeem optimaal kunnen gebruiken voor onze militairen.

Kristien Verbelen:

Mevrouw de minister, ik heb het hier bewust niet over dat incident gehad, mij gaat het om het initiatief dat hier wordt genomen en de evaluatie ervan. Aan de hand van dat ene incident alleen kunnen we het niet evalueren. Ik heb van u vernomen dat er enquêtes zullen worden gehouden en dat er zal worden geëvalueerd, dus ik ben heel benieuwd naar wat we hierover binnen enkele maanden zullen horen.

Kemal Bilmez:

Mevrouw de minister, ik wil vooral nog de nadruk leggen op het feit dat het in een oorlog om mensenlevens gaat. Soldaten zijn mee het slachtoffer van beslissingen van een kleine elite die we niet aan het front zullen zien. Het zijn de soldaten die bijvoorbeeld vier maanden lang onder stress leven en die psychologische trauma's oplopen.

Vandaag moeten we onthouden dat een decompressieverblijf een goed instrument is om met stress en trauma's bij militairen om te gaan, maar we mogen niet vergeten dat preventie, met andere woorden geen oorlog, nog steeds het beste is.

Staf Aerts:

Collega's, het staat buiten kijf dat iedereen achter dat decompressieverblijf staat als hulpmiddel voor het mentaal welzijn. Ik wil toch opmerken dat ik een aantal vragen hoorde die begin november ook al werden gesteld.

Ik ben tevreden over de teneur van ieders betoog. Ik heb goed geluisterd naar de uiteenzetting van de heer Weydts en begrijp dat de militairen op dat moment zo snel mogelijk naar huis willen. Ik heb daar alle begrip voor.

We moeten er echter ook over waken dat we niet alleen vanuit de militairen en louter op basis van persoonlijke enquêtes evalueren. Wij willen hen immers ook beschermen tegen bewezen psychische gezondheidsproblemen, wat betekent dat ook de medische evaluatie van dat effect cruciaal is. We moeten dus een gezond evenwicht bereiken. Ik zie u instemmend knikken, dus ik denk dat we op dezelfde lijn zitten.

Ik wil toch nog een andere kwestie onder de aandacht brengen. De decompressieperiode heeft als effect dat het multidisciplinair team voor geestelijke gezondheidszorg in ons land tijdens dat verblijf een hele tijd gesloten was, omdat nagenoeg alle specialisten ter plaatse waren. De militairen die tijdens zo'n periode in eigen land zijn, moeten echter ook nog steeds bij dat team terechtkunnen voor hun opvolging. Dat mag niet allemaal verschoven worden naar het decompressieverblijf. Net daarom heb ik vorige keer ook gevraagd of die decompressieperiode een uitbreiding van onze staf vergt. Of die uitbreiding al dan niet noodzakelijk is, zullen we eveneens moeten evalueren.

Christophe Lacroix:

Madame la ministre, merci pour vos réponses précises.

Comme le collègue de Vooruit, je crois que ces militaires ont vécu des situations particulièrement complexes et difficilement soutenables humainement. À l'avenir, je pense que cela ne fera qu'empirer à cause du contexte géopolitique que nous traversons.

Le sas de décompression est une étape mais il faut aussi effectivement pouvoir gérer à plus long terme parce que des blessures psychologiques peuvent resurgir longtemps après, parfois même être latentes et revenir à un moment particulier.

Le travail qui a été fait pour garantir la Composante médicale et pour la nourrir autant que faire se peut, compte tenu des pénuries existantes dans certains métiers liés à la médecine, constitue un enjeu structurant d'une Défense qui se veut rassembleuse et qui va dans le sens que vous aviez indiqué dans votre plan POP. Nous serons très enclins à surveiller qu'on ne le détricote pas et qu'on continue à faire du bien-être de nos militaires, à tous niveaux, une priorité du département.

Voorzitter:

Vraag nr. 56000743C van de heer Francken wordt op zijn verzoek uitgesteld.

De 400 miljard euro EU-investeringen in een Europese defensie

Gesteld door

VB Annick Ponthier

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 27 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de herbestemming van EU-cohesiefondsen (392 miljard euro) voor defensie en veiligheid na de opkomst van Trump en de Russische dreiging, waarbij België’s aandeel en besteding onduidelijk blijven. Minister Dedonder benadrukt dat concrete toewijzing en verdeling nog moeten worden onderhandeld op EU-niveau, met regionale afstemming in België, waar fondsen traditioneel naar economische en sociale projecten gingen. Ponthier pleit voor snelle officiële toekenning en integratie in het defensiebudget, mogelijk om de NAVO 2%-norm te halen, met focus op militaire infrastructuur en mobiliteit. De kwestie blijft open, afhankelijk van toekomstige EU-beslissingen en Belgische coördinatie.

Annick Ponthier:

Mevrouw de minister, de overdonderende overwinning van Donald Trump in de Verenigde Staten betekende een tweede wake-upcall voor de Europese beleidsmakers. Een eerste kregen we al bij de inval van Rusland in Oekraïne. Het signaal is duidelijk: onze Europese veiligheid heeft sinds de Tweede Wereldoorlog nog nooit zo onder druk gestaan. We kunnen ons niet blijven nestelen onder de Amerikaanse paraplu, maar zullen onze eigen boontjes moeten doppen, zeker op het vlak van veiligheid en defensie.

De Europese Unie heeft dat signaal gekregen en we moeten bekijken hoe dat zal worden beantwoord. De EU heeft gezegd sneller werk te willen maken van nieuwe investeringen. Zo zal men 392 miljard euro uit de Europese cohesiefondsen omleiden voor de financiering van dual-use goederen. Men denkt daarbij aan infrastructuur voor militaire mobiliteit, maar ook aan financiering van drones en munitie- en wapenproductie. Het geld uit die fondsen is normaal bedoeld voor investeringen in achtergestelde regio's, maar kan nu flexibeler worden aangewend.

Duitsland maakt aanspraak op 39 miljard van die cohesiefondsen, tot en met 2027. Wat betekent dat voor België? Hoeveel geld uit die cohesiefondsen zal België eventueel ontvangen? Zal België dat ook daadwerkelijk investeren in defensie en veiligheid? Hebt u plannen om daarmee concrete projecten te ondersteunen? Kunt u dat toelichten? Waren er al plannen om dat geld anders in te zetten in België? Zo ja, welke?

Ludivine Dedonder:

Mevrouw Ponthier, er is momenteel geen officiële mededeling van de Europese Commissie over de herverdeling van de Europese structuurfondsen, waaronder het cohesiefonds, en de mogelijke verdeling ervan tussen de lidstaten. Dit hangt af van verdere onderhandelingen op Europees niveau en de concrete modaliteiten die de Europese Commissie zal vastleggen. België is evenwel betrokken bij deze besprekingen en volgt ze van nabij op.

De verdeling van de Europese structuurfondsen is in België een gedeelde verantwoordelijkheid tussen het federale en regionale niveau. Voorheen waren de Belgische cohesiefondsen voornamelijk bestemd voor regionale ontwikkeling, met de focus op economische groei, werkgelegenheid en sociale cohesie in achtergestelde gebieden. De precieze plannen verschillen per regio. Investeringen in openbaar vervoer, stadsvernieuwing en opleidingstrajecten zijn enkele voorbeelden. Als de heroriëntering van die fondsen naar defensieprojecten wordt doorgevoerd, zal dat steeds in overleg moeten gebeuren met de regionale overheden, om een evenwicht te behouden tussen de verschillende doelstellingen van de cohesiefondsen.

Annick Ponthier:

Mevrouw de minister, op dit moment is er dus nog geen officieel bericht namens de EU om wat dan ook toe te kennen aan België. Mochten ze dat wel overwegen – en we zullen dat net als u, zolang u nog minister bent, verder opvolgen – is het heel belangrijk dat er een officiële toekenning komt en dat er ook concrete modaliteiten worden vastgelegd. In mijn vraag had ik het over infrastructuur voor militaire mobiliteit. In het kader van het enablement naar andere NAVO-partners toe, kunnen we die middelen misschien wel integreren in het algemene defensiebudget. Er zijn stemmen die in de richting gaan van een integratie in de toenaderingspoging om binnen enkele jaren toch tot de 2 %-norm te komen. Ik geef het maar mee, maar u hebt er ongetwijfeld al voor mij aan gedacht om dat op die manier te implementeren. Dit wordt dus vervolgd.

De toegang tot de militaire faciliteiten en infrastructuur van Defensie

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 27 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Dedonder bevestigt dat toegang tot F-35-infrastructuur in Florennes en Kleine-Brogel mogelijk is voor haar *en parlementariërs*, mits strikte veiligheidsclearance (geen absolute weigering, maar procedurele voorwaarden). Ze benadrukt dat dergelijke beperkingen ook gelden voor andere strategische defensiesites met gevoelige technologie, in lijn met *nationale en internationale veiligheidsafspraken*. Lasseaux onderschrijft het belang van parlementair toezicht, maar aanvaardt de noodzaak van strenge veiligheidscontroles voor toegang. Kernpunt: geen Amerikaanse blokkade, wel gestandaardiseerde clearances.

Stéphane Lasseaux:

Madame la ministre, lors d’une récente conversation avec des autorités militaires de la base de Florennes, j’ai cru comprendre qu’une partie des nouvelles infrastructures liées aux F-35 auront un accès extrêmement restreint. Même la ministre n’y aurait pas accès. Ce serait une exigence américaine.

Je peux comprendre des limitations d’accès aux installations militaires américaines en Belgique ou lorsqu’il s’agit d’armes américaines. Cependant, je ne comprends pas que la ministre de la Défense puisse être interdite d’accès à des infrastructures belges, s’occupant de l’entretien d’avions militaires qui sont la pleine propriété de la Belgique. De même, moyennant certains contrôles de sécurité, les représentants de la nation, spécialement les membres de cette commission, devraient pouvoir avoir l’occasion de visiter les installations militaires belges, en bonne entente avec la Défense.

Madame la ministre, pouvez-vous confirmer la réalité de l’impossibilité pour vous d’accéder à une partie des installations liées aux F-35 à Florennes et donc, par la suite, à Kleine-Brogel?

Existe-t-il d’autres sites avec ce type de limitation d’accès?

Quelles sont les règles applicables en général pour l’accès des élus du Parlement fédéral et spécialement des membres de cette commission aux installations et infrastructures de la Défense?

Ludivine Dedonder:

Je vais vous rassurer, monsieur Lasseaux. L'accès aux infrastructures liées aux F-35 à Florennes et à Kleine-Brogel sera conditionné à la présentation des autorisations de sécurité appropriées. Ces exigences découlent de normes de sécurité strictes, applicables aux installations sensibles. En tant que ministre de la Défense, je remplis bel et bien ces exigences. Moyennant cette autorisation de sécurité à présenter, j'y ai accès.

D'autres installations de la Défense sont également soumises à des restrictions similaires, conformément aux exigences de sécurité nationales et aux engagements internationaux. Il s'agit notamment des sites stratégiques ou abritant des technologies sensibles. Les règles générales précitées valent également pour l'accès des députés aux infrastructures de la Défense. Celles-ci imposent une vérification préalable des autorisations de sécurité. Moyennant une vérification positive, vous pouvez y accéder.

Stéphane Lasseaux:

Merci de me rassurer et merci pour vos réponses. Vous pourriez donc visiter ces installations. Toutefois il est clair qu'il faut en effet des contrôles de sécurité importants. Nous sommes bien conscients qu'il s'agit de matériel très sensible. Mais il est aussi important que les élus puissent effectuer leur contrôle comme il se doit. Nous espérons en effet pouvoir bénéficier de cet accord de sécurité pour pouvoir y accéder.

De uitgifte van euro-obligaties om de defensie te financieren

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 27 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België neemt nog geen standpunt in over de gezamenlijke EU-defensieobligaties (voorgesteld door Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië en Polen) omdat er geen officiële documenten zijn ontvangen en concrete plannen van eurocommissaris Kubilius ontbreken.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.

De vijf grootste lidstaten van de EU (Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië en Polen) zijn gewonnen voor de uitgifte van gezamenlijke obligaties om de uitbouw van de Europese defensie te financieren. Dit is een belangrijke doorbraak, zeker in kader van de intrede van de nieuwe Europese Commissie en de Eurocommissaris voor Defensie. Premier Alexander De Croo is voorstander van zulke 'defence bonds'.

Mijn vragen aan u:

Wat is het standpunt van België over het standpunt van DL, FR, SP, IT en Polen?

Gaat ons land dit standpunt ook mee verdedigen?

Welke maatregelen plant eurocommissaris voor defensie, Kubilius, te nemen?

Ludivine Dedonder:

Het initiatief van Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië en Polen betreffende defensieobligaties heeft het voorwerp uitgemaakt van berichtgeving in de internationale pers.

België heeft tot op heden nog geen officiële documenten ontvangen betreffende dat initiatief. Het is bijgevolg voorbarig om een standpunt in te nemen. We moeten eveneens afwachten welke concrete maatregelen de eurocommissaris van Defensie ter zake voor ogen heeft.

Kjell Vander Elst:

Bedankt voor uw antwoord, mevrouw de minister.

1.000 dagen oorlog in Oekraïne

Gesteld door

PS Philippe Courard

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 21 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en Europa blijven ondubbelzinnig de militaire, humanitaire en langetermijnsteun aan Oekraïne versterken (1,2 miljard euro, trainingen, wapens, medische hulp) ondanks Russische nucleaire dreigingen en onzekerheid over VS-steun onder Trump, terwijl Europese defensie-autonomie (interoperabiliteit, industrie) versneld wordt uitgebouwd als sleutel tot veiligheid. Diplomatie mag geen capitulatie betekenen, benadrukt Courard, met vrees voor een Amerikaans-Russisch akkoord ten koste van Oekraïne en Europa. Dedonder bevestigt onverkorte inzet via NAVO, EU-samenwerking en eigen defensie-investeringen, maar roept op tot versterkte Europese solidariteit. De kern: Oekraïne’s weerbaarheid en Europese soevereiniteit moeten hand in hand gaan, ongeacht Amerikaanse politieke schommelingen.

Philippe Courard:

Madame la ministre, mille jours de guerre en Ukraine! Ce n'est même pas tout à fait juste car quand on évoque la Crimée, on arrive quasiment à quatre mille jours. Mais il s'agit de mille jours au cours desquels d'affreuses souffrances ont été éprouvées par les Ukrainiens. C'est évidemment inacceptable, et depuis cette attaque de l'Ukraine par le président Poutine, on ne fait que des constats désastreux de décès, de blessés dans le camp ukrainien, mais également dans le camp russe – de la chair à canon, parfois, du côté russe.

On sait que la Belgique a réagi. Elle a soutenu l'Ukraine et la population ukrainienne en accueillant d'ailleurs des Ukrainiens. En termes de défense, nous avons consacré beaucoup de moyens. Nous nous sommes inscrits dans une démarche européenne également. La paix est ce que tout le monde souhaite, bien entendu.

Je ressens auprès de la population belge une crainte terrible pour le moment. On ne s'habituera évidemment jamais à la guerre. On sait le cortège de souffrances que cela procure. Mais depuis qu'on sait que le président Poutine menace avec le nucléaire, depuis qu'on sait que le futur président des États-Unis s'appelle Donald Trump, nous avons les pires craintes. En effet, comment va réagir l'OTAN, puisque le soutien américain ne semble pas définitif par rapport à cette guerre? Trump a déclaré qu'en 48 heures il réglerait le problème. Comment veut-il le faire? Sur le dos de qui va-t-il le faire? Bien sûr sur le dos des Ukrainiens, mais aussi, probablement, sur celui de l'Europe.

La question que je souhaite vous poser vise à savoir comment nous, Belgique, nous réagissons dans ce concert de déclarations. Comment l'Europe va-t-elle réagir? Comment, demain, allons-nous faire face à nos engagements par rapport à l'Ukraine, à la démocratie et à la paix dans notre Europe?

Ludivine Dedonder:

Monsieur Courard, derrière ce chiffre, ce sont des centaines de familles brisées, des vies perdues, des personnes qui sont obligées de fuir des infrastructures qui ont été détruites, ce sont surtout de la violence et de la peur vécues quotidiennement en Ukraine. Comme vous l'avez dit, c'est le retour d'une guerre en Europe qui suscite une certaine insécurité. Tout cela par la volonté d'un seul homme, qui a conduit son pays à cette guerre d'invasion inacceptable.

La situation qui prévaut en Ukraine, aux portes de l'hiver, confirme certainement la nécessité absolue de poursuivre nos efforts. Depuis le début de la guerre, la Défense a confirmé sa détermination à soutenir l'Ukraine à court, moyen et long termes. Le soutien militaire de la Belgique au profit de l'Ukraine s'élève aujourd'hui à plus de 1,2 milliard. Nous participons à l'essentiel des coalitions capacitaires: F-16, maritime, IT, artillerie, déminage, défense anti-aérienne. Et nous avons fourni plusieurs armements et munitions, notamment des grenades, mais également du matériel médical et l'accueil de blessés à l'hôpital militaire. Aujourd'hui, nous sommes à plus de 3 000 soldats ukrainiens formés par la Belgique. Nous continuerons à le faire. Je puis vous dire évidemment que nous restons fermement engagés dans cette approche intégrée, qui vise à offrir à l'Ukraine des garanties de sécurité à long terme.

Je tiens à préciser que nous n'avons pas attendu l'élection du nouveau président des États-Unis pour être résolument engagés à construire une Europe de la Défense, tant pour le renforcement de nos armées que pour leur interopérabilité et leur complémentarité et que pour le renforcement de notre base industrielle de Défense et de sécurité nationale et européenne. Là se situe la clef. Nous avançons. Il faut poursuivre en ce sens. Il reste encore de nombreux efforts à fournir, mais nous devons être solidaires entre Européens.

Philippe Courard:

Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je pense que la Belgique a toujours été à la hauteur de ses engagements. Nous serons toujours derrière la population ukrainienne. Nous devons évidemment privilégier la diplomatie et la paix, mais pas à n'importe quel prix et en tout cas pas comme le souhaitent Donald Trump et Poutine. J'espère donc que nous continuerons à nous intégrer dans une réaction européenne avec une Europe qui prendra ses responsabilités et poursuivra évidemment sur sa lancée, avec les objectifs qui ont été fixés.

De uitspraken van een vicepremier over de gerichte militaire actie tegen Hezbollah
De situatie in het Midden-Oosten
De associatieovereenkomst van de EU met Israël
EU-beleid, Midden-Oostenconflicten en internationale veiligheid

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister)

op 20 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy looft Israël voor de gerichte Mossad-aanval op Hezbollah (een door de EU als terroristisch bestempelde jihadistische groepering) en valt vicepremier Petra De Sutter aan omdat zij de actie als "terreur" bestempelde, terwijl Hezbollah zelf duizenden raketaanvallen op Israëlische burgers uitvoert. De Croo bevestigt dat Hezbollah’s militaire tak een terreurorganisatie is, maar benadrukt dat Israël herhaaldelijk het internationaal humanitair recht schendt (met disproportionele aanvallen en massale burgerslachtoffers in Gaza) en dat de VN vraagtekens zetten bij de recentste aanval, zonder duidelijke afwijzing van De Sutters uitspraak. Van Rooy kaart aan dat België’s zwakke houding—mede door Open Vld’s migratiebeleid—islamitisch extremisme in de hand werkt, terwijl De Croo’s reactie als "appeasement" wordt afgedaan. Kernconflict: *Is gerichte uitschakeling van terroristen (zelfs met controversiële methoden) gerechtvaardigd, of primeert strikt oorlogsrecht, ongeacht de dreiging?*

Sam Van Rooy:

Mijnheer de eerste minister, onlangs vond er een gerichte actie plaats, van waarschijnlijk de Mossad, tegen de jihadistische terreurorganisatie Hezbollah, waarbij zogenaamde pagers of beepers van Hezbollahterroristen vanop afstand tot explosie werden gebracht. Talloze moslimterroristen werden zo op een ongezien gesofisticeerde en precieze wijze uitgeschakeld.

Uw vicepremier, mevrouw De Sutter, vond het nodig om die sublieme actie op het platform X te bestempelen als een terreuraanval tegen Hezbollah.

De militaire vleugel van Hezbollah staat sinds 2013 op de terreurlijst van de Europese Unie. Hezbollah is door de Iraanse overheid in de jaren tachtig opgericht om te strijden tegen Israël. Sindsdien is de organisatie uitgegroeid tot de grootste terreurbeweging in de wereld. "Zuid-Libanon is veranderd in een militaire basis voor grootayatollah Ali Khamenei", aldus de Nederlands-Perzische rechtsgeleerde en ervaringsdeskundige Afshin Ellian.

"Hezbollah" betekent "partij van Allah" en is een tot op de tanden bewapende jihadistische terreurorganisatie. Het is eigenlijk een jihadleger. Het is een bende islamnazi’s, die als heilig jihadistisch doel heeft een tweede holocaust te plegen. Hezbollah voerde duizenden raketaanvallen uit op onschuldige Israëlische burgers, zelfs onlangs nog. Tienduizenden Israëlische burgers moesten daardoor uit hun huizen worden geëvacueerd. Daarover horen we geen woord van uw vicepremier, wier bevoegdheden nota bene overheidsbedrijven en ambtenarenzaken zijn.

Spreekt mevrouw Petra De Sutter in naam van de regering wanneer ze stelt dat de geniale Israëlische actie tegen Hezbollah een terreuraanval is? Deelt u de mening van uw vicepremier? Zult u mevrouw Petra De Sutter terechtwijzen op het internationale forum om de door haar veroorzaakte imagoschade voor België te herstellen?

Alexander De Croo:

Mijnheer Van Rooy, de Belgische regering sluit zich, ten eerste, volledig aan bij de EU-wetgeving, die stelt dat de militaire vleugel van Hezbollah een terreurorganisatie is. De vice-eersteminister heeft dat trouwens nergens ontkend.

U zult het misschien met mij eens zijn dat Israël de voorbije dertien maanden meer dan eens het internationaal humanitair recht heeft geschonden. De bevolking van Gaza kampt al bijna een jaar met chronische ondervoeding, met disproportionele aanvallen en met gedwongen volksverplaatsingen zonder veiligheidsgaranties. Het aantal burgerslachtoffers doet hopelijk ook u huiveren.

Het totale gebrek aan respect voor de mensenlevens van de burgerbevolking in Gaza en van de gegijzelden zit mij bijzonder hoog.

Specifiek over de beeperaanval is het evident dat Israël zoals alle staten het internationaal humanitair recht moet respecteren. De analyse van de vraag of het oorlogsrecht en het proportionaliteitsbeginsel werden gerespecteerd, is voer voor rechtsgeleerden. Ik stel op dit moment echter vast dat de speciale rapporteurs van de Verenigde Naties ernstige vragen hebben bij de aard van de aanval.

Sam Van Rooy:

Mijnheer De Croo, Israël knapt het vuile werk op voor ons, het Westen. Hoe minder jihadisten, ongeacht of ze nu van Islamitische Staat, de taliban, Boko Haram, Al Qaida, Hamas, Islamitische Jihad of Hezbollah zijn, hoe beter en hoe veiliger het is voor het Westen en voor België. Uw vice-eersteminister, Petra De Sutter, waardeert dat niet en neemt het duidelijk op voor een bende terroristische, islamitische Jodenhaters, vrouwenhaters en homohaters, die zeker iemand als haar, geheel volgens de sharia, zouden opknopen. Mijnheer De Croo, dat u daar vandaag zo soft en zo zwak op reageert, is echt te gek voor woorden. Tegelijkertijd is dat helaas niet verbazend. Uw regeringspartij, Open Vld, voert immers al decennialang een globalistisch beleid, waardoor vele Hezbollahaanhangers en andere moslimfundamentalisten dit land gewoon binnenkomen. Mijnheer De Croo, daarvan zullen we de komende jaren en decennia nog heel veel ellende ondervinden.

Het bezuinigingstraject bij Defensie

Gesteld door

N-VA Peter Buysrogge

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 6 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Belgische minister Dedonder verwerpt publicatie van een gedeclassificeerde DPCR-versie (NAVO-capaciteitsbeoordeling), ondanks Nederlandse transparantie, omwille van strategische risico’s (veiligheidsbedreigingen, verkeerde interpretatie) en het NAVO-standpunt (meeste lidstaten publiceren niet). Buysrogge (oppositie) dringt aan op parlementaire discussie en een resolutie voor meer transparantie, benadrukkend dat voorzichte klassificatie mogelijk is, met Nederland als voorbeeld—beslissing kan wachten tot de volgende DPCR-cyclus (over 2 jaar).

Peter Buysrogge:

Mevrouw de minister, een cruciaal onderdeel van het planningsproces van de NAVO is de Defence Planning Capability Review, die elke twee jaar plaatsvindt. Die DPCR biedt een uitgebreide analyse van de status van alle NAVO-landen en beoordeelt in welke mate ze voldoen aan de vooropgestelde capaciteitsdoelen en ontwikkelingsdoelstellingen.

Bij ons wordt daar geen publiek parlementair debat aan gewijd. Er zijn landen die dat op een andere manier organiseren. Nederland organiseert bijvoorbeeld telkens conform een parlementaire motie een gedeclassificeerde versie van het nationale Nederlandse hoofdstuk van de DPCR. Op die manier krijgen de Nederlandse bevolking en de volksvertegenwoordigers een beter inzicht in de externe doorlichting door de NAVO en tevens een beter beeld van de positie van Defensie. Vorderingen, tekortkomingen en de kritieke capaciteiten worden op die manier benoemd. Specifieke gebieden binnen de krijgsmacht die extra aandacht verdienen, worden geïdentificeerd.

Mevrouw de minister, ik heb dan ook enkele logisch daaruit voortvloeiende vragen.

Ten eerste, ziet u een voordeel in een dergelijke publicatie van een gedeclassificeerde versie van het Belgische hoofdstuk? Ten tweede, mochten ze er zijn, wat zijn de praktische en juridische hindernissen om niet tot een dergelijke publicatie over te gaan? Ten derde, werd er al juridisch advies gegeven door Defensie over de mogelijkheid van een dergelijke publicatie? Zo ja, wat is de inhoud daarvan? Ten slotte, bent u bereid om over te gaan tot een dergelijke publicatie?

Ludivine Dedonder:

Mijnheer de voorzitter, het merendeel van de NAVO-lidstaten kiest ervoor om niet over te gaan tot de publicatie van een gedeclassificeerde versie van de Defence Planning Capability Review. België heeft zich steeds daarbij aangesloten. Er zijn geen specifieke, praktische of juridische hindernissen, maar zelfs een generieke publicatie van het Belgische hoofdstuk van de DPCR zou tot gevolg hebben dat niet alleen de algemene staat van de kritieke capaciteiten van de Belgische Defensie, maar ook die van de NAVO bekend worden, wat als niet-voordelig wordt beschouwd.

Het gaat hier over strategisch gevoelige informatie, die uitgebuit kan worden door statelijke en niet-statelijke actoren die de nationale en collectieve veiligheid kunnen ondermijnen. Bovendien zou de technische aard van militaire capaciteitsbeoordelingen verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden, wat tot ongewenste speculatie of bezorgdheid zou kunnen leiden.

Tijdens deze legislatuur werd een juridisch advies gevraagd noch gegeven. Een eventuele herziening van de Belgische positie ter zake is pas over twee jaar aan de orde. Aan het begin van het DPCR-proces vraagt de NAVO immers aan de lidstaten of de resultaten al dan niet gepubliceerd zullen worden.

Peter Buysrogge:

Mevrouw de minister, u zegt dat de meerderheid het niet doet, maar een aantal landen doet het dus wel. Voor de transparantie en een beter beeld, zowel voor de volksvertegenwoordiging als voor de bevolking, lijkt het me belangrijk om dat toch te overwegen. Het is zeker niet mijn bedoeling om zomaar strategische informatie op straat te gooien. We moeten daarmee voorzichtig omgaan en kijken welke lessen er kunnen worden geleerd van bijvoorbeeld Nederland, dat het wel doet. In die zin heb ik dan ook – dit zal voer zijn voor een bespreking in de commissie in een van de komende weken – samen met mijn fractie een resolutie voorbereid om ons als Parlement te kunnen buigen over de vraag in hoeverre we aan de minister zouden kunnen vragen om die informatie wel kenbaar te maken. Ik heb uit uw antwoord begrepen dat er daarvoor nog tijd is, gelet op de tijdshorizon van twee jaar. Het lijkt me wel relevant om over die informatie, weliswaar gedeclassificeerd en rekening houdend met strategisch gevoelige informatie, te beschikken.

De verplichte decompressieperiode voor militairen op missie

Gesteld door

Groen Staf Aerts

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 6 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België voert een verplichte decompressieperiode van drie dagen in Duitsland in voor militairen na buitenlandse missies (o.a. Oekraïne-grens), om hun mentale re-integratie te verbeteren via begeleiding door psychosociale experts. Uit lopend onderzoek (2022) blijkt nood aan structurele steun: tot nu toe werden stressgevallen individueel opgevangen, maar het nieuwe aanbodgestuurde model (voor *alle* militairen) moet problemen vroeger detecteren—effectmeting volgt via vragenlijsten voor/na de periode en na 1-2 maanden. Samenwerking met Nederland en Frankrijk (ervaring met decompressie) zorgt voor kennisuitwisseling; extra opleiding is vooralsnog niet nodig, maar evaluatie bepaalt toekomstige aanpassingen. Aerts benadrukt dat mentale gezondheid van militairen minstens zo cruciaal is als materiële versterking van Defensie.

Staf Aerts:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, generaal-majoor Marc Ongena, het hoofd van de Medische Component, kondigde aan dat de Belgische militairen die van een buitenlandse opdracht terugkeren voortaan op het einde van een buitenlandse missie verplicht moeten deelnemen aan een zogenaamde adaptatie- of decompressieperiode. Die periode komt natuurlijk het mentale welzijn van de militairen ten goede; dat is de reden waarom die verplichting wordt ingelast.

Het is de bedoeling om de militairen tijdens de laatste week van die missie drie dagen in Duitsland te laten verblijven, om op die manier de militair tot rust te laten komen, te laten acclimatiseren en hem in staat te stellen de stress van de operationele inzet achter zich te laten alvorens terug – in veel gevallen – in het gezinsleven terecht te komen. Dat gebeurt allemaal onder begeleiding van Belgische experts in psychosociale ondersteuning. Voor de eerste keer zal dat worden toegepast voor de militairen die volgende maand zullen terugkeren na zes maanden op missie aan de grens met Oekraïne.

Mevrouw de minister, uit internationaal onderzoek blijkt dat van de militairen die aan intense stresssituaties zijn blootgesteld, zowat 10 % ernstige psychische problemen ontwikkelt. Hebt u een zicht op de situatie bij onze Belgische militairen? Staat daarnaar verder onderzoek op de planning? Indien niet, waarom niet?

Op welke manier werden militairen die aan intense stresssituaties zijn bloot gesteld tot nu opgevangen? Blijft dat systeem behouden of wordt dat afgebouwd als gevolg van de nu verplichte maatregel van de decompressieperiode?

Hoe groot wordt het heilzame effect van die decompressieperiode ingeschat? In welke mate vermindert die periode de kans op ernstige psychische problemen?

Vraagt die nieuwe aanpak ook extra Belgische experts in psychosociale ondersteuning en/of dienen de huidige experts extra geschoold te worden? Het gaat immers om een nieuw gegeven, om nieuwe omstandigheden. Wordt daarvoor in extra opleiding voorzien?

In andere landen, ook Europese landen, bestaat een dergelijke adaptatieperiode reeds. Is er een uitwisseling geweest met die landen om te leren hoe zij dat aanpakken? Indien die contacten hebben plaatsgevonden, welke zijn de lessons learned ?

Ludivine Dedonder:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer Aerts, in het verleden werd vastgesteld dat sommige militairen moeilijkheden konden ondervinden om thuis te re-integreren na een opdracht.

In 2022 heeft Defensie een onderzoek opgestart om die moeilijkheden en de behoeften van onze militairen te identificeren. In het kader van dat onderzoek wordt bij de militairen die aan een zending deelnamen telkens een vragenlijst afgenomen een maand na terugkeer.

Op basis van de voorlopige resultaten van de twee meest recente rotaties stellen we vast dat er wel degelijk nood is aan psychosociale steun.

Momenteel worden de militairen voor en tijdens de zending regelmatig geïnformeerd over het bestaan van de psychosociale diensten die hun ter beschikking staan binnen Defensie.

Wanneer militairen tijdens een zending aan intense stresssituaties werden blootgesteld, werden ze persoonlijk gecontacteerd door medewerkers van het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg en van het Psychosociaal, Moreel en Religieus Platform.

De genaamde Recovery Group of de groepsgesprekken zijn ook een middel dat de militairen kunnen gebruiken als zij post-traumatic stress disorder -klachten hebben. Het adaptatiesas, dat onder de verantwoordelijkheid van Health & Well-being werkt, is een toegankelijke maatregel die het volledige detachement kan bereiken, met inbegrip van de militairen die in eerste instantie daaraan geen nood hebben.

Wij zullen het effect van het huidige adaptatiesas evalueren op basis van de resultaten van de vragenlijst die de militairen zullen invullen op drie verschillende momenten, namelijk net voor het verblijf in het adaptatiesas, net na het verblijf en een à twee maanden na het verblijf.

Alle medewerkers van het Psychosociaal, Moreel en Religieus Platform zijn betrokken bij de organisatie van het adaptatiesas, namelijk de psychologen, de maatschappelijk assistenten, de aalmoezeniers, de morele consulenten alsook de preventieadviseurs voor psychosociale aspecten.

Dit personeel werkt multidisciplinair samen om een allesomvattende steun te kunnen aanbieden. Er wordt een internecoördinatiedag tussen de experts per adaptatiesas georganiseerd.

Momenteel wordt er geen behoefte aan extra vorming onderkend. Uiteraard zullen de werking en de resultaten van dat adaptatiesas worden geëvalueerd en indien nodig zullen aanpassingen worden doorgevoerd. We werken in dat verband reeds meerdere jaren actief samen met de Nederlandse en Franse defensiediensten. Ze hebben al een jarenlange ervaring verworven met decompressie van militairen na hun opdracht. Zo onderhouden we onze competenties en schaven we ze voortdurend bij.

Staf Aerts:

Mevrouw de minister, voor alle duidelijkheid, ik stel mijn vragen niet omdat ik het geen goed initiatief vind. Het is een zeer goed initiatief. We stappen over van een vraaggestuurd model, waarbij een militair met een probleem naar begeleiding vraagt, naar een aanbodgestuurd model, waarbij iedereen tout court begeleiding krijgt. Zo zullen we psychosociale problemen meteen kunnen opvolgen en misschien sneller kunnen aanpakken. Ik ben zeer benieuwd naar de evaluatie van het initiatief. Ik heb er echter alle begrip voor dat dat nu nog voorbarig is. Er wordt een belangrijke stap gezet voor het mentale welzijn van onze militairen. Als we praten over versterking van het leger, hebben we het bijna altijd over het materieel. Het materieel moet echter bestuurd worden en dat wordt gedaan door mensen die minstens een even belangrijk kapitaal vormen als het materieel. Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.17 uur. La réunion publique de commission est levée à 11 h 17.

De situatie in het Midden-Oosten
De situatie in Libanon
De evacuatie van Belgische burgers en rechthebbenden uit Gaza
De situatie in het Midden-Oosten
De repatriëring van Belgische staatsburgers uit Libanon
De situatie van Belgen die nog in Libanon zijn
De situatie in het Midden-Oosten
De repatriëring van Belgen uit Libanon
De situatie in het Midden-Oosten
Het conflict in het Midden-Oosten
Het oorlogsgeweld in Libanon
De steeds verdergaande bezetting van de Westelijke Jordaanoever
De rampzalige situatie in het Midden-Oosten
De steeds verdergaande schendingen van het internationaal recht door Israël
De zoveelste schendingen van het internationale recht door Israël
De aanval op een vluchtelingenkamp
De situatie in Gaza en de diplomatieke reactie van België
De situatie in Libanon
De situatie in Libanon
België en het escalerende conflict in het Midden-Oosten, Gaza en Libanon

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)

op 16 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het actualiteitsdebat over het Midden-Oosten draait om de escalerende crisis in Gaza, Libanon en de Westelijke Jordaanoever, met focus op Belgiës diplomatieke en humanitaire rol. België pleit voor een onmiddellijk staakt-het-vuren, vrijlating van gijzelaars en humanitaire hulp, maar botst op Europese verdeeldheid (bv. Tsjechië, Duitsland) over sancties of een wapenembargo tegen Israël—waarvoor België wel steun uitspreekt, maar de bevoegdheid bij de gewesten ligt. Concrete acties (zoals sancties tegen kolonisten of opschorting van het EU-Israël-associatieakkoord) blijven uit door gebrek aan unanimiteit in de EU, terwijl kritiek klinkt op dubbele standaarden (vs. Rusland) en Belgiës rol in wapentransit (Antwerpen, Luik). Humanitaire evacuaties (Gaza/Libanon) verlopen moeizaam door Israëlische blokkades, ondanks Belgische inspanningen.

Voorzitter:

Collega's, ik wil u alvast meedelen dat de minister geen einduur opgeeft. Oorspronkelijk was het geplande einduur van de vergadering 20.00 , maar de minister is bereid om langer te blijven, waarvoor dank.

Eerst staat er een actualiteitsdebat op de agenda. Het is belangrijk om de regels af te spreken. Er is een timer, dus u kunt perfect volgen. U krijgt twee minuten per vraag, met een maximum van vier minuten, ongeacht uw aantal vragen. Er wordt daarop strikter dan vroeger toegezien. Zo niet zou het debat oeverloos uitlopen. In vier minuten kunt u heel wat vragen stellen. In de plenaire vergadering beschikt u maar over twee minuten.

Als ik u het woord geef, stelt u al uw vragen na elkaar, binnen de vier minuten, waarna de minister antwoordt. Uit ervaring weet ik dat zij zich aan de tijd weet te houden. Indien u dat wenst, krijgt u daarna nog twee minuten voor een repliek.

De eerste vraagsteller, mevrouw Yigit, is niet aanwezig.

Collega's, in een actualiteitsdebat mag u aansluiten als u geen vraag hebt ingediend. U hebt dan wel geen recht meer op een repliek. U kiest dus voor een vraag of een repliek.

Annick Lambrecht:

Mevrouw de minister, u wordt al weken bevraagd over de situatie in het Midden-Oosten na de toegenomen Israëlische agressie tegen Libanon, het blijvend geweld en de militaire aanvallen op de Westelijke Jordaanoever en de schijnbare onwil om tot een staakt-het-vuren te komen in Gaza, ondanks het gruwelijke leed van de burgerbevolking en duizenden doden. Noch de Israëlische regering, noch Hamas, noch Hezbollah respecteert het internationaal humanitair recht en het oorlogsrecht.

Nu het conflict met een grondoffensief van Israël in Libanon, een land dat al jaren van crisis naar crisis gaat, in een nog hogere versnelling is gezet, lijkt het tot een hoogtepunt te komen. Het conflict zal echter niet stoppen, maar enkel verergeren. Analisten voorspelden dat al maandenlang en ook uw eigen diplomaten gaven al aan dat Netanyahu een noordelijk front zou openen.

Ik laat mijn vorige vragen achterwege, want de actualiteit verandert elke dag. De afgelopen dagen is er een verontrustende escalatie in Gaza aan de gang, die in zekere mate onder de radar blijft door de aanhoudende Israëlische operatie in Libanon. Het Israëlische leger heeft opnieuw evacuatiebevelen uitgevaardigd voor het noorden van Gaza. In centraal Gaza werden onlangs een VN-school en een ziekenhuis getroffen, met talloze burgerslachtoffers tot gevolg. Volgens rapporten van de WHO en andere bronnen blijft de humanitaire situatie dramatisch verslechteren. Die gebeurtenissen, waaronder het bombardement op het Al Ahliziekenhuis, onderstrepen de noodzaak om actie te ondernemen.

Josep Borrell sprak daarover zijn afschuw uit en riep op tot respect voor het internationaal humanitair recht.

In dat kader is er groeiende steun voor een Europees wapenembargo tegen Israël, een voorstel dat recent nog kracht werd bijgezet door president Macron. Tegelijk zien we echter verdeeldheid binnen Europa over dat punt, vooral bij Duitsland. België heeft eerder al aangegeven voorstander te zijn van een dergelijk embargo. Daarover heb ik enkele vragen.

Mevrouw de minister, hoe zal ons land zich inzake het wapenembargo positioneren tijdens de komende Europese Raad? Bent u bereid om extra druk uit te oefenen op de Europese partners om een gezamenlijk wapenembargo te realiseren?

De voorzitster : Mevrouw Lambrecht, u bleef perfect binnen de toegekende spreektijd.

Els Van Hoof:

Mevrouw de minister, mijn eerste vraag gaat over de evacuatie van Belgische burgers en rechthebbenden uit Gaza. Via de media vernamen we dat nog honderden Belgische burgers en rechthebbenden vastzitten in de Gazastrook. Sinds Israël op 7 mei de grensovergang met Egypte bij Rafah heeft overgenomen en gesloten, is het voor hen vrijwel onmogelijk geworden om het gebied te verlaten. De enige optie is vertrekken via de door Israël gecontroleerde overgang bij Kerem Shalom, maar die staat alleen open voor humanitair personeel en een beperkt aantal ernstig gewonde of zieke personen.

Volgens verschillende ngo's is een evacuatie via die grensovergang naar Egypte of Jordanië moeilijk, tenzij en op voorwaarde dat de Belgische overheid een officieel verzoek indient bij Israël en voorafgaand het akkoord verkrijgt van de Jordaanse of Egyptische autoriteiten.

Mevrouw de minister, wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de communicatie tussen België en Israël, specifiek over de coördinatie voor het vertrek van die mensen via de grensovergang van Kerem Shalom?

Mijn volgende vragen sluiten aan bij die van mevrouw Lambrecht.

Er is op 14 oktober een vergadering geweest van de Raad Buitenlandse Zaken naar aanleiding van de escalatie van het geweld in het Midden-Oosten, vooral in Libanon. Het is belangrijk dat wij wegen op het Europese standpunt inzake dit conflict. Het is belangrijk dat wij weten welk standpunt België op dit moment verdedigt, nu de regering in lopende zaken is. België is bovendien lid van de VN-Mensenrechtenraad. Daar moet het alle schendingen van het internationaal recht duidelijk en bij naam veroordelen.

Ik heb hierover enkele concrete vragen. Welke maatregelen zijn er bepleit door België inzake de situatie in Gaza? Welke maatregelen zal België in de toekomst bepleiten in de Europese Raad inzake de Westelijke Jordaanoever en Libanon?

Hoe zit het met het instellen van een verbod op handel met illegaal bezette gebieden, gelet op de resolutie van de VN-Veiligheidsraad ter zake? Komt er een Europese coalition of the willing? Steunt u de oproep van 11.11.11 tot onmiddellijke oprichting van een VN-onderzoekscommissie voor Libanon?

Nabil Boukili:

Madame la ministre, je vous pose ma question aujourd'hui après un an de génocide contre le peuple palestinien. Il s'agit d'un génocide planifié et méthodique, d'un nettoyage ethnique qui est pensé depuis longtemps et exécuté aujourd'hui par l'armée israélienne d'occupation. C'est un génocide lors duquel des journalistes ont été assassinés pour qu'ils ne rapportent pas l'information, pour cacher la brutalité et la barbarie de ce que fait l'armée israélienne à Gaza. On a vu aussi une planification de nettoyage ethnique en Cisjordanie avec un renforcement de la colonisation, un renforcement et un surarmement des colons et encore des morts en Cisjordanie. Tant que les yeux sont rivés sur Gaza, on oublie ce qui se passe en Cisjordanie. Or l'atrocité n'y est pas moins importante.

Aujourd'hui, avec la situation au Liban, on se rend compte que le projet de l'armée israélienne est clair. Cela a d'ailleurs été démontré par plusieurs experts et par la BBC. Elle aussi, sur la base de déclarations d'anciens ministres et de ministres actuels, a évoqué la planification de ce qui se fait aujourd'hui – mais aussi ce qui s'est fait bien avant le 7 octobre – pour récupérer des territoires libanais et palestiniens et pour aller vers le projet colonial israélien prévu. Cette situation, nous ne pouvons pas l'accepter. Mais, malheureusement, si Israël arrive à exécuter son projet génocidaire et son projet de colonisation, c'est parce que et seulement parce qu'Israël a un soutien inconditionnel des pays occidentaux, des États-Unis et de l'Union européenne.

Les États-Unis, parce que les Etats-Unis fournissent les armes qui tuent au Moyen-Orient. Plus de 20 milliards d’euros d’armes sont exportées par les États-Unis. Et l’Union européenne, parce qu’elle n’est pas seulement un partenaire économique d’Israël. Non, l’Union européenne fait d’Israël un partenaire privilégié, parmi toutes les autres nations, dans ses relations économiques, à travers l’accord d’association entre l’Union européenne et Israël.

C’est une honte, madame la ministre. C’est une honte que les pays qui vont faire la guerre dans tous les coins du monde pour défendre la soi-disant démocratie et les droits humains, aujourd'hui sont complices du génocide au Moyen-Orient.

Trente pourcents des armes reçues par l’État d’apartheid sont exportées par l’Allemagne. Une grande partie de ces exportations passe par le port d’Anvers. Les armes américaines transitent par l’aéroport de Liège.

Madame la ministre, ma question est très simple. Quand allez-vous imposer un embargo militaire sur le transit et l’exportation d’armes qui contribuent à tuer la population palestinienne, avec ses femmes et ses enfants, et qui contribue à les "génocider" aujourd'hui?

Britt Huybrechts:

Mevrouw de voorzitster, ondertussen is de repatriëring van Belgen uit Libanon gestart. Het Vlaams Belang vindt het goed dat we onze mensen terug naar België brengen, maar blijft wel enkele bedenkingen hebben. Ik kreeg enkele weken geleden, in de plenaire vergadering, geen antwoord op mijn vraag naar de opstart van de screening van die Belgen op vormen van radicalisering of eventuele connecties met terroristische organisaties zoals Hezbollah, Hamas enzovoort. Het is onze en hopelijk ook uw prioriteit om onze mensen veilig te houden in het buitenland, maar zeker ook in het binnenland. We mogen geen buitenlandse conflicten importeren. In het verleden hebben er nog repatriëringen plaatsgevonden, zoals in Afghanistan. Daar zijn toen zeer grote fouten begaan, waaruit we maar beter lessen kunnen trekken.

Daarom heb ik enkele vragen voor u, mevrouw de minister.

Hebt u zicht op hoeveel Belgen er nog in Libanon verblijven en hoeveel er wensen terug te keren? Wat is daarin het aandeel van de dubbele nationaliteiten? Zijn het alleen maar Belgen of zitten er tussen de mogelijk gerepatrieerden ook erkende vluchtelingen?

Tijdens de operatie Red Kite in Afghanistan bleken er tussen de gerepatrieerden ook vakantiegangers te zitten. Kunt u met deze repatriëring garanderen dat dat niet zal gebeuren? Hebt u een draaiboek klaarliggen met de lessons learned van de chaotische evacuatiemissie uit Afghanistan? Zijn onze diplomatieke diensten in Libanon voorbereid op dat scenario? Heeft men geleerd uit al de administratieve fouten die gebeurd zijn tijdens de evacuatie uit Afghanistan?

Hebt u een plan klaarliggen om de geëvacueerde landgenoten te screenen op radicalisering of op contacten met terroristische organisaties zoals Hezbollah of andere? Bent u van plan om deze screening verder op te volgen?

Tot slot, hoeveel geld werd er voor het jaar 2023 voorzien voor Libanon? Welke projecten werden hiermee gesponsord? Idem voor 2024, kunt u garanderen dat het geld is terechtgekomen bij de doelen die u voor ogen had en niet bij terroristische organisaties?

Kjell Vander Elst:

Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, ik wil focussen op een aantal nieuwe zaken die recent zijn gebeurd, zoals de aanval van het Israëlische leger op het hoofdkwartier van de VN-blauwhelmen van de UNIFIL-missie in Libanon. Dat is absoluut onaanvaardbaar. Die aanval op de VN kan echt niet door de beugel. Heeft de VN maatregelen genomen na de aanval op UNIFIL?

Over welke militaire steun hebben de zuidelijke Europese landen het in de MED 9-verklaring? Welke steun zullen ze aan het Libanese leger geven? Werd dat op Europees niveau besproken? Zo ja, wat is het standpunt van België ter zake?

Staf Aerts:

Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, ik heb verschillende vragen, over Gaza, Libanon en de Westelijke Jordaanoever.

De situatie in Gaza werd al uitvoerig geschetst: 42.000 dodelijke slachtoffers, onder wie heel veel kinderen en heel veel burgerslachtoffers. Dat toont aan dat er een gigantisch probleem is. Het internationaal recht wordt continu met voeten getreden. Ik wil verwijzen naar de verklaring van de Ierse minister van Buitenlandse Zaken Martin. Hij stelt dat de Israëlische aanval op het vluchtelingenkamp Jabalia in Gaza een oorlogsmisdaad is en dat de internationale gemeenschap elk drukkingsmiddel tot haar beschikking moet gebruiken om Israël onder druk te zetten om deze oorlog te stoppen.

Hoe kijkt u naar die uitspraak van uw Ierse collega? Staat u er erachter? Indien niet, waarom niet? Welke concrete drukkingsmiddelen kan België volgens u inzetten om te proberen die oorlog te stoppen en mensen terug aan de vredestafel te krijgen?

Verschillende mensenrechtenorganisaties verwijzen ook naar de nieuwe aanval op het noorden van Gaza als een geplande etnische zuivering. Ze hebben het namelijk over het Generals' Plan , dat opgesteld werd door de voormalige Israëlische veiligheidsadviseur. Hoe kijkt u naar dat etnischezuiveringsplan? Hoe beoordeelt u dat? Welke stappen kunnen we zetten om dat te stoppen?

Israël valt momenteel ook civiele infrastructuur in Libanon aan. Men heeft het daar over een 'Gaza 2.0'. Er vielen reeds 2.000 doden en miljoenen mensen zijn op de vlucht. Hoe veroordeelt u de aanval op die civiele infrastructuur? Kunnen we het EU Global Human Rights Sanctions Regime toepassen op de situatie in Libanon?

We zijn nu dus bij mijn vragen over Libanon aanbeland.

Welke stappen hebt u al gezet om een staakt-het-vuren af te dwingen? Hebt u aan uw Tsjechische collega laten weten dat België zeer ontevreden is over hun belemmerende houding met betrekking tot de Europese oproep voor een onmiddellijk staakt-het-vuren? Tsjechië houdt die immers tegen.

Voorziet u de mogelijkheid om extra humanitaire middelen naar Libanon te sturen? Neemt u actief deel aan de discussie om een Europees wapenembargo tegen Israël in te stellen?

Ik wil het tot slot nog hebben over de Westelijke Jordaanoever. Daar breidt Israël zijn nederzettingen nog steeds uit, hoewel de VN dat heel duidelijk veroordeelt. Ons land heeft die resolutie ook gesteund. Hoe zult u daar sancties tegenover stellen? De politiek van zachtjes zeggen dat het niet oké is, werkt immers niet. Is het niet tijd om ernstigere stappen te zetten en met straffere maatregelen te komen, zoals het associatieregime? Hoe kijkt u daarnaar?

Rajae Maouane:

Madame la ministre, beaucoup de choses ont été dites, dont je ne répéterai pas l'essentiel, mais nous nous trouvons à présent face à une escalade sans précédent depuis plus d'un an, dont le niveau d'horreur a été rarement atteint dans l'Histoire de l'humanité. De plus en plus de juridictions et d'organisations parlent de génocide qui se déroule sous nos yeux: des populations sont déplacées, des civils massacrés, des enfants abattus, des patients brûlés vifs. C'est une réalité insoutenable qui se déroule sous nos yeux.

Je souhaite vous poser plusieurs questions au sujet de la situation tragique au Liban, mais aussi à Gaza, ainsi qu'à propos des positionnements diplomatiques de la Belgique.

Madame la ministre, pourquoi n'avez-vous pas encore réclamé des sanctions internationales immédiates contre les responsables des frappes qui ciblent des enfants et civils innocents? Je me réfère, en l'occurrence, au récent massacre dans un camp de réfugiés.

Quand la Belgique imposera-t-elle un embargo sur les armes à destination d'Israël?

Comment garantir la protection des civils, en particulier des enfants, alors même que des centres humanitaires, des écoles et des camps de réfugiés sont pris pour cible?

Nous connaissons votre engagement en faveur des droits humains, mais comment expliquer l'absence de prise de position publique ferme face à cette crise humanitaire, alors que des pays comme la Chine, qui ne sont pourtant pas des modèles sur le plan des droits humains, ont osé prendre leur téléphone et contacter leur homologue israélien?

De plus, nous attendons que la Belgique joue un rôle actif pour mettre fin à cette tragédie humanitaire. Partagez-vous l'analyse selon laquelle ce qui se passe aujourd'hui au nord de Gaza constitue un nettoyage ethnique, voire un génocide? Dans le cas contraire, pourquoi?

Par ailleurs, nous savons qu'Israël a fait preuve d'une agressivité sans précédent à l'égard des Nations Unies en attaquant à plusieurs reprises des Casques bleus et en interdisant au Secrétaire général de l'ONU d'entrer sur son territoire. Quelles mesures avez-vous prises pour y mettre fin? Comment vous positionnez-vous contre ces offensives visant les Nations Unies, qui menacent gravement l'ordre international et les fondements mêmes du droit humanitaire?

Lydia Mutyebele Ngoi:

Madame la ministre, je suis très heureuse de la couleur que vous portez (la ministre porte une robe rouge) et j'espère que c'est une prémonition.

Les vives tensions qui ont lieu au Proche-Orient, depuis maintenant plus d'un an, nous offrent un spectacle de débâcle et de désolation. Le gouvernement israélien, malgré les nombreuses mobilisations de ses citoyens, n'a de cesse de provoquer des pertes civiles massives et répétées dans des proportions qui ne font plus douter de l'absence de ciblage de ces frappes. Le bilan de cette opération est catastrophique: plus de 41 000 morts, les chiffres annoncés étant certainement sous-évalués. L'État d'Israël a également minutieusement organisé une catastrophe humanitaire en bloquant physiquement l'accès de quasiment toute aide et, bien sûr, celui des journalistes, pour ne pas que ses mensonges quotidiens puissent être contredits.

Les crimes de guerre sont répétés et délibérés. M. Nétanyahou a beau clamer que ses opérations sont ciblées, son offensive est en réalité un carnage. Nous dénombrons 90 % de victimes collatérales et le droit international humanitaire n'est pas respecté. Comme il n'y a plus rien à détruire à Gaza, M. Nétanyahou est maintenant prêt à sacrifier les derniers otages.

Il met en œuvre la même stratégie au Liban, en prétendant cibler le Hezbollah libanais. Le bilan humain y est également catastrophique: plus de 2 000 personnes ont été tuées depuis octobre 2023. Parmi ces victimes, nous dénombrons de nombreux civils, dont 127 enfants, selon le ministère de la Santé. À cela s'ajoute le drame des déplacés. Leur nombre a dépassé le million, soit près d'un cinquième de la population. Les centres d'hébergement d'urgence sont saturés. Des milliers de familles avec des enfants en bas âge dorment dans la rue. Elles ont quitté leur maison en laissant tout derrière elles pour fuir les bombardements israéliens.

Madame la ministre, quand la Belgique reconnaîtra-t-elle enfin l'État palestinien? Quand la Belgique compte-t-elle enfin imposer des sanctions et se positionner à cet égard au niveau européen? Qu'en est-il de la position de la Belgique par rapport à la suspension de l'accord d'association avec Israël?

La Belgique s'est engagée à dégager des moyens humanitaires pour la prise en charge des déplacés et à augmenter les moyens de B-FAST mais quand mettra-t-elle en place un soutien de la Protection civile?

Des facilités consulaires, telle la demande de visa en ligne, sont-elles envisagées?

La présidente : Monsieur Cornillie, vous souhaitez intervenir. Je vous donne la parole.

Hervé Cornillie:

Madame la présidente, madame la ministre des Affaires étrang è res, beaucoup de choses ayant déj à été dites, j'irai droit au but.

Le Mouvement Réformateur est constant et clair sur cette question: nous voulons une plus grande implication de l'Union européenne tant sur le volet diplomatique que sécuritaire au sens large, parce que c'est avec ce poids-l à et à cette échelle-l à que nous pourrons mieux atteindre nos objectifs, à savoir: rapatrier de façon coordonnée nos ressortissants des zones à risques – priorité évidente pour la Belgique –; demander de façon répétée le cessez-le-feu avec une mission internationale de surveillance; exiger la libération des otages prisonniers à Gaza et le retour des dépouilles; fournir une aide humanitaire appropriée à la veille de l'hiver. Il convient également de rappeler qu'il n'a jamais fait aucun doute que la Belgique se range derri è re une exigence de solution à deux É tats, que seule la négociation et la reconnaissance d'un É tat palestinien gouverné par une autorité légitime et représentative viendra garantir. Sans compter le statut particulier de Jérusalem et le rôle symbolique de cette ville pour trois religions; elle accueille des lieux de culte représentatifs éminemment importants pour chacune d'entre elles. Il importe également, madame la ministre, de rappeler la coordination de nos actions avec les É tats arabes de la région. Cette coordination avec les É tats arabes de la région et les É tats voisins de ce pays est tout autant nécessaire que la coordination européenne.

Comment réagir à l'annonce des autorités israéliennes d'expulsion de l'Office de secours et de travaux des Nations Unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) de son quartier général de Jérusalem? Les atteintes à l'encontre des représentants des Nations Unies sont inacceptables et intolérables. Nous devons, par ailleurs, dans ce contexte, convaincre les autorités israéliennes que la guerre se gagne aussi sur le terrain politique; je ne rappellerai pas la citation de Carl von Clausewitz. La guerre peut être évitée, il n'est pas nécessaire d'aller jusque-l à .

Si, à moyen terme, le premier ministre israélien ne parvient pas à proposer un r è glement crédible de la question palestinienne, son pays n'aura engrangé aucune avance sécuritaire, en ce compris pour ses propres citoyens. C'est donc une vraie interrogation.

Nous devons, en outre, lutter contre le financement du Hamas et du Hezbollah de mani è re plus décisive.

De voorzitster : Gelieve af te ronden.

Hervé Cornillie:

Oui, je termine, madame la présidente.

Madame la ministre, quels efforts ont-ils été faits en matière de financement de ces deux partis? Je dois en rester là.

La présidente : C'est un exercice!

Zijn er collega's die willen aansluiten bij de vraagstellingen? (Nee)

Mevrouw de minister, u hebt het woord.

Hadja Lahbib:

Je vais peut-être d'abord présenter mon équipe, parce que il y a eu un changement. Je me réjouis de faire connaissance avec vous tous, puisque c'est la première commission des Relations extérieures que nous tenons. Je suis heureuse d'entendre vos préoccupations et je vais vous présenter mon équipe qui, elle aussi, est neuve. Nous avons Marc Pecsteen à ma droite, ambassadeur de retour de Genève, où il a suivi de près toutes les résolutions onusiennes entre autres. Voici Marianne Laruelle, qui est ma spécialiste du Moyen-Orient, et Emmanuel Rixhon, qui s'occupe de toutes les affaires consulaires et qui nous vient de Jérusalem. Il est du terrain et a suivi les choses de près. Nous avons donc une super équipe, comme vous le voyez.

Merci pour vos nombreuses questions sur le Liban et plus largement sur le Moyen-Orient, où se joue avant tout un drame humain, une escalade de la violence que nous avons dénoncée, il faut le rappeler, dès le premier jour. Nous nous sommes mobilisés pleinement après les attaques du 7 octobre et j'ai envie de dire, pour ceux qui n'étaient pas là, bien avant. En effet, j'avais mis le Moyen-Orient dans mes priorités, entre autres, de la présidence belge, parce que tous les marqueurs étaient déjà au rouge bien avant le 7 octobre, entre autres avec la violence de plus en présente en Cisjordanie. Et c'est précisément pour éviter un embrasement de la région que j'avais placé le Moyen-Orient dans mes priorités dès que j'ai pris mes fonction en 2022. Il me tient à cœur de remettre en perspective l'action que j'ai menée au nom de la Belgique. Je l'ai encore vérifié hier, puisque nous avions une réunion qui se tenait en marge du sommet GCC-Union européenne lors de laquelle les pays arabes du Golfe et ceux de l'Union européenne ont rappelé à quel point ils appréciaient la position juste et équilibrée que la Belgique a tenue depuis ces sanglantes attaques du 7 octobre.

La situation aujourd'hui est malheureusement dramatique mais, comme je l'ai dit hier, on ne perd pas espoir parce qu'on ne peut pas se le permettre. Il faut, aujourd'hui plus qu'hier, faire preuve de volonté politique pour parvenir à une solution durable pour permettre aux Israéliens et aux Palestiniens de vivre en paix et en sécurité. Je vous dis que n'avons pas perdu espoir parce qu'encore le 26 septembre dernier, nous étions partie prenante d'une coalition pour une solution globale à deux États qui a été lancée en marge de l'Assemblée générale des Nations Unies à New York.

L’urgence aujourd'hui est d’éviter un embrasement qui entraînerait toute la région dans la guerre. Vous le savez, un intense travail diplomatique est en train d’être mené par plusieurs États. Parallèlement à cet engagement diplomatique, nous venons bien sûr en aide aux populations qui sont durement éprouvées par la guerre par de l’aide humanitaire. Nous apportons également l’aide nécessaire à nos citoyens et ressortissants dans la région.

Comme vous le savez, à ma demande, le Conseil des ministres a adopté il y a deux semaines un ensemble de mesures graduelles pour venir en aide à nos citoyens au Liban. J’en profite pour remercier sincèrement et du fond du cœur les services des Affaires étrangères qui se sont mobilisés jour et nuit, sans compter leurs heures, pour venir en aide à nos ressortissants, et qui ont fourni un travail extraordinaire.

Staat u mij toe te beginnen met de situatie in het Midden-Oosten. De gebeurtenissen in Gaza, Libanon en Iran zijn nauw met elkaar verbonden en zorgen voor een zeer zorgwekkende situatie in de hele regio.

Iets meer dan een jaar geleden lanceerde Hamas een bloedige aanval op Israël, waarbij bij bijna 1.200 mensen omkwamen. Sinds 7 oktober 2023 hebben tienduizenden burgers het leven verloren en blijft de humanitaire situatie verslechteren.

La Belgique, je tiens également à le rappeler, a voté en faveur de la toute première résolution qui demandait un cessez-le-feu, une libération des otages et un accès humanitaire sans entrave. C'était le 27 octobre 2023, nous n'étions alors que huit pays européens à avoir cette position.

Nous continuons aujourd'hui, en ligne avec la majorité et parfois l'ensemble de l'Union européenne, à appeler toutes les parties à un cessez-le-feu immédiat au Liban et à Gaza et à la libération inconditionnelle de tous les otages, et à l'amélioration urgente de l'accès et de la distribution de l'aide humanitaire à Gaza. Cette proposition se retrouve d'ailleurs dans la résolution 2735 du Conseil de sécurité des Nations Unies adoptée le 10 juin dernier et, pour rappel, celle-ci propose un plan de paix en trois étapes assortie d'une garantie de cessation des hostilités, le retour des otages et la reconstruction de Gaza.

Cette position est, de fait, le reflet de ma conviction profonde. Toute poursuite de l'escalade militaire aura des conséquences désastreuses sur la sécurité et la stabilité de toute la région et de ses populations. Comme je l'ai dit et répété, il est temps que la diplomatie reprenne ses droits, que nous puissions enfin avoir un échange franc, direct, complet pour aller vers la compréhension de tous les tenants et les aboutissants qui sont en jeu. Il faut trouver des solutions, avoir des réunions avec les deux parties autour de la table et je m'attelle à cela en tant que ministre des Affaires étrangères depuis le début du conflit.

Certains d'entre vous ont évoqué des initiatives qui auraient été prises par la Chine. Je peux vous dire que je n'ai pas manqué d'appeler mes homologues, en l'occurrence tous ceux de la région, y compris mes homologues israéliens, pour les exhorter à tendre vers la paix, la reprise des négociations pour relancer les pourparlers et cesser la guerre.

Ce conflit, outre le fait d'être dramatique sur le plan humain, met en outre en danger – comme certains d'entre vous l'ont évoqué – l'ordre international et le multilatéralisme. Le dernier rapport de l'ONU de la commission d'enquête indépendante dénonce des crimes de guerre commis tant par Israël que par le Hamas. Une commission internationale indépendante de l'ONU affirme dans un autre rapport que les attaques infligées aux hôpitaux de Gaza depuis octobre 2023 répondent à "une volonté de punition collective".

Nos lignes rouges sont claires et elles sont connues. Israël comme le Hamas, et comme chaque partie à un conflit dans le monde – y compris d'ailleurs si cela se passe en Ukraine –, doivent respecter le droit international humanitaire. Nous ne pratiquons et ne tolérerons aucun double standard. Maintenir cette position et œuvrer à une paix durable, cela relève de notre crédibilité. C'est d'ailleurs ce que je défendais à l'ONU en septembre 2023, soit un mois – je tiens à le souligner – avant les attaques du 7 octobre. La Belgique devait d'ailleurs – je le dis d'ailleurs aujourd'hui avec beaucoup d'amertume – accueillir la première réunion pour relancer les pourparlers de paix. Cela s'appelait " The Peace Day Effort " et visait notamment une normalisation des relations entre l'Arabie Saoudite et Israël. C'était d'ailleurs une initiative lancée par l'Arabie Saoudite, l'Égypte, la Jordanie et l'Union européenne.

Peace Day Effort, het gezamenlijke initiatief van de Europese Unie en de Arabische landen, is geëvolueerd. Op 26 september nam België deel aan de lancering van de wereldcoalitie voor een tweestatenoplossing in New York. Zoals u weet beschouwt België deze oplossing als de enige haalbare manier om een einde aan dit conflict te maken. We hopen om in de nabije toekomst samen met de EU een bijeenkomst van de wereldcoalitie in Brussel te organiseren, met als doel vooruitgang te boeken richting vrede tussen de Palestijnen en Israëli.

Alors, non, nous ne perdons pas du tout de vue ce qui se passe en Cisjordanie, ni à Gaza d'ailleurs. Ce n'est pas parce que toute l'attention médiatique est attirée aujourd'hui par Beyrouth et ce qui se passe au Liban que nous perdons de vue ce qui se passe à Gaza ou en Cisjordanie.

La diplomatie belge a dénoncé les agissements du gouvernement israélien et des colons qui nuisent à l'instauration d'une paix durable. Nous finançons des ONG sur le terrain que j'ai d'ailleurs moi-même visitées en me rendant sur place. Elles monitorent la situation et veillent à ce qu'il n'y ait pas d'impunité.

Nous avons augmenté notre contribution à la Cour pénale internationale pour aider à mener des enquêtes sur les violences et établir les responsabilités de part et d'autre. En outre, nous avons aussi initié, au niveau des sanctions, avec la France et les Pays-Bas, des sanctions européennes contre des colons israéliens en Cisjordanie. En outre, de nouvelles sanctions sont en cours de négociation au niveau européen contre le Hamas aussi bien d'ailleurs que contre des colons violents. Nous condamnons tout usage de la violence, que ce soit par les groupes terroristes du Hamas, par le groupe Jihad islamique palestinien ou par des colons. Et je tiens à souligner au passage que, pour qu'il y ait sanction, il faut qu'il y ait unanimité au niveau du Conseil européen.

En ce qui concerne l'accord d'association Union européenne-Israël, la Belgique fait partie des États membres qui demandent la tenue d'une réunion d'association en particulier pour examiner le fameux article 2 qui parle du respect des clauses de droit humain. Il n'a pas été possible pour l'instant de trouver une date et un agenda qui conviennent à la fois à Israël et au Conseil des ministres des Affaires étrangères de l'Union européenne parce que, là encore, il faut qu'il y ait unanimité et il faut qu'il y ait l'accord sur les agendas.

Nombreux sont ceux qui me demandent ce que fait l'Union européenne et quelles sont les sanctions que nous prenons. Tant qu'il n'y a pas unanimité, nous sommes paralysés. Nous sommes divisés, il est vrai, mais c'est la réalité et c'est le reflet des différentes forces politiques en présence autour de la table du Conseil de l'Union européenne.

Je tiens à rappeler que la Belgique soutient le travail des Cours internationales ainsi que la mise en œuvre de leurs arrêts et avis. Comme vous le savez, tant la Cour internationale de Justice que la Cour pénale internationale se penchent sur le conflit israélo-palestinien.

België stemde voor de resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties om het advies van het Internationaal Gerechtshof uit te voeren. Hierin werd verklaard dat Israël de Palestijnse gebieden illegaal bezet.

Ik pleit er op Europees niveau voor dat wij de nodige maatregelen onderzoeken om het advies na te leven, met inbegrip van de invoer van de producten uit de nederzettingen.

À l’heure actuelle, nous nous inquiétons du fait que la Knesset puisse passer des lois qui visent à désigner l’UNRWA comme une organisation terroriste. Ces lois visent à rompre tous les liens avec l’agence des Nations Unies et à la priver de l’immunité nécessaire à son fonctionnement. Ces projets de loi n’interdiraient pas seulement à l’UNRWA d’opérer en Israël mais criminaliseraient également l’organisation, ses activités ainsi que son personnel, aussi bien à Gaza, à Jérusalem-Est qu’en Cisjordanie.

Il s’agirait d’une attaque inacceptable contre l’architecture multilatérale, qui saperait non seulement l’assistance humanitaire indispensable sur le terrain mais également la solution à deux États. Ce point a été abordé lors du Conseil Affaires étrangères de l’Union européenne de ce lundi et le sera également lors du Conseil du sommet européen de cette semaine.

Beaucoup d’entre vous ont parlé de l’embargo sur les armes. Cette question revient régulièrement. J’y ai répondu à plusieurs reprises mais je tiens encore une fois à mettre les points sur les i. Nous avons pris, au niveau de la Belgique, des dispositions déjà en 2009, et qui ont été rappelées et resignées en 2016, qui visent à ne jamais contribuer à armer une partie à un conflit, quel qu’il soit. Cette disposition interdit à la Belgique d’armer une partie à un conflit.

Cela relève de la compétence des Régions. Je tiens une nouvelle fois à le rappeler. L’année dernière, il y a eu un débat suite à des découvertes qui auraient été faites par les médias de transit d’armes par l’aéroport de Liège, si je ne m’abuse. Des dispositions ont été prises par le gouvernement, sous Elio Di Rupo à ce moment-là, pour éviter tout transit d’armes sur notre territoire.

C’est de la compétence des Régions mais j’imagine, je suis quasi sûre – il faut leur demander, parce que le débat ne doit pas se mener ici, mais bien au niveau régional – que toutes les dispositions ont été prises.

In Libanon blijft Hezbollah raketten afvuren en hebben de Israëlische troepen hun operaties opgevoerd. Na de aanval op de biepers gingen de luchtaanvallen door en lanceerde Israël een grondoperatie in Zuid-Libanon. Die dagelijkse operaties zijn gericht op leden en instellingen van Hezbollah. Zij brengen echter ook heel zware schade toe aan de burgerbevolking. De humanitaire situatie in Libanon is dramatisch. Een groot deel van de bevolking is gedwongen ontheemd.

Er is Belgische medische humanitaire hulp naar Libanon gestuurd op verzoek van de Libanese autoriteiten. België zal humanitaire hulp blijven verlenen aan de burgerbevolking in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever en in Libanon.

Je reviens brièvement sur les sanctions. Certains d’entre vous ont évoqué des sanctions qui auraient été refusées par certains pays de l’Union européenne, en évoquant la Tchéquie. De nombreux autres pays y étaient opposés, je ne veux donc pas jeter l’opprobre sur un seul pays, car il n’y avait pas que la Tchéquie qui était opposée à ces sanctions.

J’ai d’ailleurs pour habitude de ne pas commenter les positions des uns et des autres, qu’il s’agisse du ministre irlandais des Affaires étrangères, de la Tchéquie ou de la Hongrie. Nous formons une Union, nous sommes unis et devons absolument mettre tout en œuvre pour essayer de trouver des solutions et adopter des positions communes. C’est ce que nous avons pu faire pendant la présidence belge de l’Union européenne, et nous pouvons en être fiers, car nous avons alors eu l’occasion de faire une déclaration commune quant à la situation au Moyen-Orient. Nous devons donc continuer à être des créateurs de compromis et des constructeurs de ponts plutôt que des agents de division. Telle a toujours été ma position et je continuerai à la défendre.

Par ailleurs, vous avez souligné, à juste titre, les attaques des forces de défense israéliennes contre la force intérimaire des Nations Unies au Liban, la FINUL, attaques que la Belgique a d’ailleurs dénoncées. Là aussi, je vous invite à rester attentifs aux dénonciations et aux prises de position que nous prenons très régulièrement. Ces prises de position sont tout à fait ouvertes et sont publiées soit sur nos sites, soit sur nos comptes X.

En plus de dénoncer ces attaques, nous avons soutenu une déclaration au niveau européen afin d’exprimer la grave préoccupation des 27 É tats membres au regard des attaques qui ont blessé des Casques bleus de l’ONU en violation du droit international. Nous avons également réaffirmé notre soutien à la suite des attaques à l’encontre du Secrétaire général de l’ONU, Ant ó nio Guterres, ainsi que certains d’entre vous l’ont rappelé.

Au nom de la Belgique, j’ai appelé toutes les parties à respecter l’intégrité territoriale et la souveraineté du Liban, dans le respect de la résolution 1701 du Conseil de sécurité des Nations Unies ainsi que du droit international humanitaire. En outre, le 24 octobre prochain se tiendra à Paris une conférence sur l’aide humanitaire, à l’initiative du président français Emmanuel Macron. La Belgique participera bien évidemment à cette conférence internationale qui vise à soutenir le Liban à différents niveaux.

Le Liban a besoin de notre soutien en vue d’une désescalade, du respect de son intégrité territoriale, du renforcement des capacités militaires des forces libanaises, de même que pour faire face à l’urgence humanitaire.

Op 1 oktober heeft Iran voor de tweede keer in een jaar tijd meer dan 200 ballistische raketten op Israël afgevuurd. Het was een vergelding voor de dood van de leiders van Hamas, Hezbollah en de commandant van de Iraanse Revolutionaire Garde. Israël kondigde aan dat het van plan was om vergeldingsmaatregelen te nemen en voerde zijn luchtaanvallen en militaire operaties op Syrisch grondgebied op. De Europese Unie en België veroordeelden de Iraanse aanval. Er zijn onlangs ook Europese sancties goedgekeurd voor de destabiliserende rol die Iran speelt in Oekraïne met zijn hulp aan Rusland.

Plus que jamais, à la vue de ces derniers développements, il est important de rappeler la position du gouvernement belge. Cette position est équilibrée, elle ne défend aucun camp, sauf celui de la paix qui doit être établie dans la région pour qu'enfin les deux peuples puissent vivre en paix et en sécurité.

J'en viens à l'aide que nous apportons à nos concitoyens dans la région et aux conditions dans lesquelles nous rapatrions nos concitoyens. Le SPF Affaires étrangères joue évidemment un rôle central dans la vie quotidienne de nos concitoyens à l'étranger. Nos diplomates, nos consuls, tous les collègues de la diplomatie belge effectuent un travail crucial dans des conditions très difficiles. Je tiens encore à les féliciter pour cela.

Pour ce qui concerne le screening des citoyens que nous ramenons sur notre territoire, ceux-ci sont pris en charge et passés en revue par la Sûreté de l'État, qui relève du SPF Intérieur. Je vous invite à lui poser des questions, mais sachez que toutes les mesures sont prises pour un screening en bonne et due forme.

J'en reviens au travail fourni par le SPF Affaires étrangères.

Een van de vele voorbeelden is dat Buitenlandse Zaken op 3 oktober meteen de nodige steun verleende aan twee journalisten van VTM die gewond raakten in Beiroet. De journalisten werden direct verzorgd in het ziekenhuis en onze post deed er alles aan om hen in staat te stellen het land te verlaten via de geassisteerde vlucht op 5 oktober.

Dans ce contexte, j'ai pris la décision de renforcer nos postes à Beyrouth en envoyant immédiatement un diplomate spécialisé dans la gestion de crise. Il est arrivé sur place voici quinze jours. Le 4 octobre, il a été rejoint par un second diplomate et une collaboratrice consulaire. Je renforcerai encore le poste à Beyrouth par un autre diplomate qui viendra les rejoindre dans un avenir proche, en vue de pouvoir suivre toutes les demandes consulaires qui sont introduites sur place.

Il est à noter que l'ambassade de Belgique à Beyrouth et sa section consulaire continuent de travailler normalement et traitent les demandes d'assistance qui émanent de Belges ou les demandes de visa qui proviennent de tous les ayants droit, tout en respectant les procédures en vigueur telles que l'introduction de visa par un bureau d'externalisation qui est subordonné à l'Office des é trangers, chaque fois que c'est nécessaire. Nous n'avons pas besoin de procédure en ligne, puisque tous nos services sont ouverts et accessibles, de même qu'ils se montrent à l'écoute de tous nos ressortissants sur place.

Plusieurs questions avaient déjà été posées en plénière au sujet de l'aide que nous fournissons à tous nos concitoyens qui désirent quitter le pays. À l'heure actuelle, nous estimons à quelque 1 500 le nombre de compatriotes qui se trouvent encore au Liban. Cependant, concernant le nombre de ceux qui souhaitent quitter le pays, je tiens à insister sur sa fluctuation permanente. De plus, il est très difficile à évaluer. En effet, pour le dire simplement, de nombreuses personnes s'inscrivent et demandent l'aide consulaire pour être accompagnées au moment de leur retour, mais dès que nous leur proposons de partir et que l'avion est prêt, il arrive régulièrement que plusieurs d'entre elles ne désirent plus s'envoler et préfèrent rester. Du reste, je tiens également à souligner que des vols commerciaux sont toujours disponibles. Pour vous citer un exemple, l'avion militaire que nous avons affrété n'a pas été rempli du tout, de sorte que nous avons pris d'autres nationalités à bord afin qu'un peu moins de la moitié de sa capacité soit remplie. Bref, nous avons tout mis en œuvre pour les rapatrier en toute sécurité, mais l'appétit manquait – pour le dire en termes diplomatiques.

Er opereren nog steeds commerciële vluchten, maar we kennen het exacte aantal niet van personen die Libanon op die manier verlaten.

Les services du SPF Affaires étrangères ont contacté tous les Belges qui se trouvent au Liban pour vérifier s'ils avaient besoin d'aide pour quitter le pays. Et dans le cadre du mécanisme européen de protection civile, nous avons offert, comme je l'ai dit, près de 100 places sur deux vols militaires néerlandais. C'était, si ma mémoire est bonne, les vendredi 4 et samedi 5 octobre dernier. Ce 10 octobre, un vol militaire belge a eu lieu, sur lequel 240 places étaient disponibles. Il est revenu avec 111passagers, 58 Belges et leurs ayants droits, 41 Néerlandais, 11 Français et 1 Luxembourgeois. Excusez-moi pour tous ces détails, mais il est important que vous sachiez quelque peu comment cela se passe.

Finalement, il n'y a que 150 Belges qui ont quitté le Liban via nos vols assistés. Comme le prévoit la procédure, je le rappelle, tous les screenings sécuritaires ont été effectués au préalable par le SPF Intérieur.

Op de heenvlucht werd ook een B-FAST-hulpzending met medische apparatuur geladen als antwoord op een hulpverzoek van de Libanese autoriteiten. De medische apparatuur werd naar openbare ziekenhuizen vervoerd om aan de behoeften van de burgerbevolking te voldoen. Onze steun valt onder het EU-mechanisme voor civiele bescherming, dat instaat voor de coördinatie van de Europese hulp.

Nous continuons à suivre d'heure en heure et à soutenir les Belges, sur place, qui désirent rentrer en Belgique. Nous sommes prêts à tous les scénarios.

Madame Van Hoof, vous m'avez demandé quelles mesures concrètes ont été prises par la Belgique jusqu'à présent pour permettre aux ressortissants belges qui le souhaitent de quitter Gaza. Depuis les attaques de 2023, les Affaires étrangères ont remis aux autorités israéliennes, particulièrement au Coordinator of Government Activities in the Territories (COGAT) et aux autorités égyptiennes des listes de citoyens et de bénéficiaires belges pour demander leur évacuation.

Notre consulat à Jérusalem maintient un contact permanent avec les instances israéliennes que je viens de citer. En outre, nos postes au Moyen-Orient mènent des consultations de façon très régulière avec les autorités gouvernementales de la région, ainsi qu'avec d'autres acteurs sur le terrain, afin de trouver des solutions pour les personnes qui ne parviennent pas à quitter Gaza.

We hebben ook contact gehad met de families van de getroffenen in Brussel om de situatie op de voet te volgen en om zieke kinderen te evacueren.

On a d'ailleurs très récemment encore évacué de Gaza des enfants atteints du cancer. Depuis la fermeture du poste frontière de Rafah par Israël le 7 mai dernier, aucun ayant droit n'a pu quitter Gaza. Il y a d'ailleurs toujours des ayants droit à Gaza. Après avoir pris connaissance de la correspondance entre l'ONG Gisha et le COGAT (Coordination of Government Activities in the Territories), nos services cherchent à clarifier les demandes précises de COGAT concernant l'évacuation via Kerem Shalom, en consultation avec les autres membres de l'Union européenne.

Il y a cependant toujours beaucoup d'incertitudes qui demeurent et COGAT n'a pas encore formulé à l'heure actuelle de propositions concrètes pour aider à cette évacuation. Évidemment, notre réseau diplomatique reste mobilisé et met tout en œuvre pour obtenir des informations et des directives claires pour pouvoir évacuer ces ayants droit de Gaza.

Dois-je encore rappeler la position de la Belgique? Elle est claire: nous demandons un cessez-le-feu, la libération de tous les otages, l'accès et la distribution de l'aide humanitaire en suffisance et la protection de toutes les populations civiles.

Il faut absolument que la diplomatie et le dialogue remplacent le bruit sourd des bombes et des armes. Les négociations diplomatiques sont à nos yeux la seule voie à suivre pour aboutir à une paix durable dans la région. Je pense que c'est notre vœu à tous, notre vœu le plus cher, et je continuerai bien sûr à me mobiliser jusqu'à la fin de mon mandat pour aider à faire avancer une solution pacifique.

Je sais que je pourrai compter aussi sur votre mobilisation à tous, sur les forces parlementaires ici présentes, pour contribuer à cette pacification de la région, puisque je pense qu'on est tous d'accord sur le fait que cette région souffre depuis trop longtemps, depuis trois quarts de siècle. Il est temps de faire la paix, de permettre aux Israéliens, aux Palestiniens, aux Iraniens, aux Libanais, de se projeter dans un avenir commun, pacifié, où chacun reconnaît à l'autre le droit d'exister. Je vous remercie.

Annick Lambrecht:

Mevrouw de minister, dank u voor uw uitvoerige antwoord. Vanaf de eerste dag van het conflict was de positie van Vooruit helder: we staan altijd aan de kant van de burgerslachtoffers, alle burgerslachtoffers. Onze vragen kaderen dan ook in die houding.

Ik wil even terugkomen op het wapenembargo, waarvan u terecht hebt gezegd dat dat onder de bevoegdheid van de gewesten valt. Ik blijf bij mijn vraag of u de gewesten niet meer onder druk kunt zetten of met hen overleg kunt plegen. U hebt immers duidelijk aangegeven dat u daar, net als de Europese Unie, voorstander van bent. Ik heb u ook gevraagd om dat item aan te kaarten op de Europese Raad en druk uit te oefenen op de Europese partners. De gewesten bevinden zich dichter bij ons, dus ik herhaal mijn vraag om ook op hen druk te zetten.

We volgen volledig uw discours voor een staakt-het-vuren, voor de bevrijding van de gijzelaars, voor toegang tot humanitaire hulp en de hervatting van de dialoog en de diplomatieke onderhandelingen. Daarover bestaat een zekere consensus. Het thema van het wapenembargo blijft echter hangende en zou zeer snel aangepakt moeten worden. Zolang er massa’s wapens die richting uitgaan, is de kans op vrede nihil.

Els Van Hoof:

Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Eerst wil ik ingaan op de rechthebbenden en landgenoten die Gaza moeilijk kunnen verlaten. Vermits de druk op het noorden van Gaza heel erg toeneemt, is de vraag terecht. Als ik daar zou wonen, zou ik Gaza ook liefst verlaten. We moeten dus absoluut alles in het werk stellen om de mensen en landgenoten die daar recht op hebben te evacueren. Aan uw antwoord voel ik aan dat het niet altijd evident is bij het Israëlische agentschap COGAT. Ik hoop dat onze diensten al het nodige blijven doen om de rechthebbenden en landgenoten te evacueren.

U hebt nog eens de Belgische positie herhaald, een goede positie. In de afgelopen legislatuur hebt u moeite gedaan om de importban op de agenda te zetten. Het associatieakkoord kan alleen op Europees niveau worden opgeheven, maar het is goed dat België blijft benadrukken dat die vergadering georganiseerd moet worden, meer bepaald om in te gaan op artikel 2. Daartoe moeten we inderdaad met de Europese Unie en met Israël aan tafel zitten. Ik hoop dat het lukt en dat we druk blijven uitoefenen.

Daarnaast blijft de tweestatenoplossing overeind. Op dit moment escaleert de situatie alleen maar, maar dat maakt weinig indruk op de strijdende partijen – om Israël niet bij naam te noemen, dat ook gewoon doorgaat. België moet altijd blijven evalueren wanneer we een tandje bijsteken om de druk op te voeren, samen met andere gelijkgezinde staten.

Nabil Boukili:

Merci, madame la ministre, pour vos réponses. Je ne vais pas vous surprendre, elles ne sont pas convaincantes car elles ne sont que des paroles. Or je pense que pour agir aujourd'hui sur ce qu'il se passe l à -bas, il faut des actes forts. Donc, je veux bien que l'on fasse des réunions, des colloques, des meetings ou tout ce que l'on veut mais pendant ce temps-l à , un génocide est en train de se dérouler et nous, pays occidentaux, continuons notre accord d'association avec Isra ë l. Il n'a toujours pas été suspendu. Nous continuons à exporter des armes depuis l'Europe, elles transitent par notre pays. Alors certes, on rejette la responsabilité sur les niveaux de pouvoir mais lorsqu'il s'agissait de la Russie, vous n'avez pas cherché les niveaux de pouvoir. L à , tout le monde a été actif et s'est bougé.

Cette hypocrisie, ce deux poids deux mesures fait honte aux pays occidentaux, à l'Union européenne et aux É tats-Unis qui en est l'allié ou plutôt le patron car l'Union ne fait que suivre leur ligne. Vous nous dites qu'il y a eu des dénonciations et des condamnations depuis le début mais cela ne suffit plus. Il faut des actes. Vous nous dites qu'il y a de l'espoir mais comment peut-on avoir l'espoir d'un cessez-le feu? Comment peut-on avoir l'espoir de la concrétisation de la solution à deux É tats tout en étant complice de la colonisation? Nous finançons cette colonisation avec les relations économiques que nous entretenons avec Isra ë l! Nous sommes partie prenante.

Vous nous dites que la Belgique s'est toujours montrée équidistante par rapport au conflit. Mais non, c'est faux! Nous sommes partie prenante, nous commerçons, nous échangeons avec Isra ë l. Nous sommes une partie du probl è me. Tant que vous ne reconnaîtrez pas cela, madame la ministre, vous n'aurez pas de cessez-le-feu, vous ne r è glerez pas la situation parce que tant que l'on ne reconnaît pas sa propre complicité et la nécessité d'agir sur nos relations avec Isra ël, vous aurez beau attendre que Nétanyahou change d'avis en raison de telle ou telle déclaration de votre part. Ça ne change pas, ça ne marche pas. Il faut des sanctions et un changement de politique vis-à-vis d'Israël.

De voorzitster : Collega's, ik wil u vragen om u toch, in de mate van het mogelijke, aan de tijd te houden. Ik weet dat het niet steeds gemakkelijk is, het vraagt oefening. Graag vraag ik u om de tijdslimiet te respecteren.

Britt Huybrechts:

Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, ik ben blij te horen dat er nu wel screenings plaatsvinden. Voor de resultaten zal ik uw collega van Binnenlandse Zaken verder bevragen.

Het is ook goed om te vernemen hoeveel Belgen exact zijn teruggekeerd. Het is ook goed om te horen dat als er geen Belgen werden meegenomen, het burgers uit onze buurlanden betrof.

Ik heb geen antwoord gekregen met betrekking tot de dubbele nationaliteit van de Belgen. Ik hoop in een later stadium nog antwoord te krijgen op die vraag.

Ik ben zeer blij dat de diplomatieke diensten in Libanon worden versterkt. Dat is immers enorm belangrijk voor de verdere opvolging van deze repatriëring en om andere zaken voldoende correct en vlot te kunnen opvolgen.

Over de financiën van België naar Libanon zal ik verder uw collega van Ontwikkelingssamenwerking ondervragen. Ik hoop dat ik van hem nog wat details krijg over waar de gelden heen zijn gegaan en of die gelden goed besteed werden en dus niet in handen zijn gekomen van terroristische organisaties of erbij horende organisaties.

Kjell Vander Elst:

Mevrouw de minister, ik dank u voor het heel uitgebreide antwoord.

Staf Aerts:

Mevrouw de minister, ik dank u voor de antwoorden. Vermoedelijk is niemand hier in de zaal tegen de grote lijnen die u hebt geschetst, namelijk het blijven geven van humanitaire hulp, een onmiddellijk staakt-het-vuren en een tweestatenoplossing.

Vanuit mijn bekommernis dat een en ander voorlopig niet heeft geholpen, dring ik echter ook aan op sterkere acties. Ik zal één voorbeeld geven. Inzake humanitaire hulp hebben de Verenigde Naties ondertussen een extra noodkreet om noodhulp geslaakt. Zullen wij dan ook extra hulp bieden? Op die vraag heb ik vandaag geen antwoord gekregen.

Een tweestatenoplossing is goed, maar de erkenning van Palestina is daar automatisch aan verbonden. Daarover meldt u vandaag niets, tenzij ik die passage heb gemist.

Ik zal nog één uitstap maken naar alles rond wapenhandel, omdat ik die materie in het Vlaams Parlement heel intensief heb gevolgd. Ik heb daarover heel veel vragen gesteld aan de minister-president, die daarvoor bevoegd was. Er is ondertussen een nieuwe minister-president. Zijn antwoord was dat de Vlaamse regering doet wat zij kan, maar dat de federale overheid in gang moest schieten.

Dat is nu exact hetzelfde als wat ik hier vandaag heb gehoord, namelijk een pingpongspel. De federale overheid heeft haar rol op te nemen. De Vlaamse, de Waalse en de Brusselse overheid hebben dat ook te doen. Elke keer opnieuw, ongeacht of ik nu aan de andere kant van de straat zit of hier, hoor ik dat het aan de andere overheid is om die rol op te nemen. Ik stel dan ook voor dat men dringend eens gaat samenzitten om samen en eendrachtig te beslissen dat er vanuit België geen wapen meer vertrekt, niet van de Luikse luchthaven, niet van de Zaventemse luchthaven en niet uit de Antwerpse haven. Het is nodig dat wij daar eendrachtig op inzetten in plaats van er telkens opnieuw op te wijzen dat het de verantwoordelijkheid van de overheid aan de andere kant van de straat is.

Rajae Maouane:

Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses. En effet, la Belgique, par la voix de son premier ministre mais aussi par la vôtre, a toujours adopté une position volontariste, ainsi que je l’ai déjà souligné à plusieurs reprises. Il va sans dire que nous vous en félicitons.

Aujourd’hui, néanmoins, après les déclarations d’intention, ce sont les actes qui me laissent quelque peu sur ma faim. Ces actes semblent en effet en-deçà de l’urgence de la situation et des prises de parole. Aujourd’hui, le gouvernement israélien viole le droit international, viole le droit humanitaire et viole le droit de la guerre et, malheureusement, les sanctions se font cruellement attendre.

Je ne comprends toujours pas ce qu’il faut faire pour réclamer et obtenir des sanctions, qu’elles soient diplomatiques ou économiques. Il ne s’agirait là que d’une suite logique après les efforts diplomatiques que vous déployez depuis des mois. Ainsi, l’accord d’association avec Israël est toujours en cours, et nous pensons qu’avec les autres É tats européens, il faut véritablement intensifier les pressions en vue d’obtenir des sanctions, car c’est là le seul rapport de force que le gouvernement israélien semble comprendre.

Par ailleurs, j’entends bien que vous ne souhaitez pas commenter les propos de votre collègue irlandais en rapport avec le nettoyage ethnique à Gaza, mais le but de ma question était de savoir ce que vous en pensez, et je ne pense pas avoir obtenu de réponse de votre part.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je suis contente que la Belgique se positionne en faveur de la suspension de l'accord d'association. Vous avez parlé du calendrier, mais, pendant qu'on cherche des dates, il faut continuer à pousser l'Union européenne à régler ce problème. Au niveau des sanctions, je trouve qu'il y a une différence entre le traitement du conflit russo-ukrainien et celui de ce conflit. Le gel des comptes en banque russes était une sanction qui avait été prise par la Belgique et pas spécialement par l'Union européenne. Nous avons décidé de nos propres sanctions. Je m'attends au même traitement pour ce conflit. Concernant l'accueil des réfugiés ukrainiens, un statut de protection temporaire leur a été accordé, ainsi que des facilités pour l'accès à l'emploi, à l'aide sociale. Mais je ne vois pas qu'une aide similaire est donnée aux réfugiés palestiniens en Belgique. Même si cela ne relève pas de vos compétences, je voulais souligner ce deux poids deux mesures en fonction du conflit qu'on estime peut-être plus grave, ou plus proche de nous. Selon nous, pour qu'il y ait la paix dans cette région, il faut que l'État palestinien soit reconnu. Vous n'en avez pas parlé, mais vous avez évoqué deux pays et des négociations diplomatiques. Comment peut-on négocier avec un État qui n'est pas reconnu formellement? Comment peut-on parler de l'existence d'un État qu'on ne reconnaît pas? La reconnaissance de l'État palestinien résoudra ce conflit.

De stand van zaken betreffende de F-35-gevechtsvliegtuigen
De transitie van F-16 naar F-35 in Kleine-Brogel
De overgang en status van F-35-gevechtsvliegtuigen in België

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 1 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De F-35-leveringen aan België vertragen door technologische uitdagingen (TR-3-upgrade), met de eerste 8 toestellen pas eind 2024 in de VS en operationele inzet in België vanaf zomer 2025 (i.p.v. 2023), maar Lockheed Martin compenseert gedeeltelijk via versnelde productie. Operationele overgang van F-16 (tot eind 2028) naar F-35 verloopt gefaseerd met aangepaste opleidingen (piloten/technici vanaf 2024), infrastructuur op Kleine-Brogel op schema en contractuele boetes voor vertraging, terwijl personeelstekorten (technici, bewaking) worden aangepakt via versnelde werving en welzijnsmaatregelen. De F-16-vloot blijft voldoende operationeel dankzij strikt onderhoudsbeheer (8.000 vliegurenlimiet), zonder impact van weersvertraging op de bouwwerken. Kritische punten blijven kostencontrole, publieke steun en de logistieke synchronisatie met de geplande overdracht van F-16’s aan Oekraïne.

Stéphane Lasseaux:

Madame la ministre, la presse s'est fait l'écho de retards de livraison des F-35 à plusieurs reprises. Alors qu'en principe, les premières livraisons auraient dû commencer en 2023, elles n'interviendraient qu'à l'été 2025, soit avec deux ans de retard. En ce début de législature, il importe de nous fournir une mise à jour sur l'exécution de ce programme essentiel.

Pourriez-vous dès-lors nous indiquer où en sont les livraisons? Quels seront les délais jusqu'à l'achèvement du programme? Quelles sont les raisons de ce retard? Les achats du matériel nécessaire pour assurer leur entretien et leur déploiement, les simulateurs et l'armement respectent-ils le calendrier prévu? De même, l'entraînement du personnel (pilotes et personnel au sol) ainsi que les travaux d'infrastructure se réalisent-ils dans les temps ou subissent-ils également du retard? Enfin, quelles sont les conséquences de ces délais pour notre Défense? Recevra-t-elle une compensation du constructeur?

Alain Yzermans:

Mevrouw de minister, Kleine-Brogel ontvangt de eerste F-35's in 2027, terwijl de F-16's tot eind 2028 operationeel blijven. Dit vormt een uitdaging voor de operationele leiding op het vlak van de gelijktijdige operationele inzet voor de F-16 en de F-35. Hoe gaat men dat aanpakken?

Op het vlak van personeelsattritie spreekt men over een vertraging en over een uitval van technisch personeel, aangezien de opleiding maar in één cyclus kan gebeuren. Hierdoor kunnen mensen hun graad niet behalen. Hoe zal men dat aanpakken?

De tekorten in de vliegveldbewaking zorgen voor een hogere werkdruk en burn-outs. Is er een welzijnsplan opgesteld?

Een collega heeft daarnet al een vraag gesteld over de opleidingscapaciteit, dus daar ga ik niet verder op in.

Hoe staat het met de operationele paraatheid en de bruikbaarheid van de F-16's? Er is een aantal uit vaart genomen en sommige F-16’s hebben hun operationele uren bereikt. Wat was het effect van de natte lente op de bouwwerkzaamheden? Er is immers een compound in opbouw op Kleine-Brogel.

⁠ Hoe zit het met de duidelijke verantwoordelijkheid ten aanzien van de transitie van de F-16 naar de F-35? Hoe gaat die gebeuren? Wat zijn de gevolgen voor het personeel? Hoe wil u dat aanpakken?

Ludivine Dedonder:

La Belgique a commandé 34 avions F-35 par le biais d'un contrat avec le gouvernement américain. Ce contrat mandate le gouvernement américain pour mener des négociations contractuelles avec le constructeur Lockheed Martin au nom du gouvernement belge. Cet été le gouvernement américain a commencé à accepter la livraison des premiers F-35 de la nouvelle version dénommée TR-3. Cette configuration contient les dernières évolutions capacitaires dont la Belgique va pouvoir bénéficier. L'ambition du défi technologique rencontré a en effet généré un délai additionnel pour toutes les premières livraisons de F-35 TR-3. Pour la Belgique, les huit premiers avions seront livrés sur la base en Arizona d'ici la fin de l'année 2024. Ensuite, au cours des prochains dix mois, le délai pourra en grande partie être absorbé par la firme Lockheed Martin, de sorte que cela n'aura que peu d'impact sur les livraisons suivantes de F-35 en Belgique, qui sont prévues à l'été 2025 au lieu du printemps 2025.

L'organisation de la formation des pilotes et des techniciens aux États-Unis a été adaptée afin d'assurer le maintien des dates planifiées et d'atteindre la capacité opérationnelle initiale en 2027, dans un premier temps, et ensuite la pleine capacité en 2030. Des pénalités liées au retard sont effectivement prévues dans le contrat entre le gouvernement américain et Lockheed Martin sous la forme de payements réduits.

Concernant la préparation de nos bases à l'arrivée des premiers avions, les travaux d'infrastructure avancent bien et les complexes F-35 seront prêts à temps pour accueillir les avions. Quant aux livraisons de l'équipement nécessaire pour soutenir les activités de maintenance et les opérations de vol sur nos bases et sur les sites de déploiement ainsi que les simulateurs de vols, celles-ci sont maintenant alignées avec le nouveau calendrier de livraison des avions.

Het volledige transitieplan laat toe om het ambitieniveau voor de F-16 te garanderen tot eind 2028. De F-35 neemt dan stelselmatig de taken over.

Er lopen allerhande initiatieven, samen met de DG HR, om de opleiding van de technici te verbeteren. Tevens is de opleiding goed op tijd gestart, met de eerste cursussen vanaf januari 2024. Het rekruteren van personeel voor de Force Protection verloopt goed. Zo kunnen de tekorten worden opgevuld. Het probleem wordt dus nu al aangepakt, zodat de werkdruk aanvaardbaar blijft.

De opleiding voor het nieuwe F-35-systeem wordt in eerste fase voorzien door de US Air Force. dat plan werd uitgewerkt door het Program Office van de F-35 en loopt tot 2030. De verdere opleiding van ons personeel wordt momenteel bestudeerd. Door vroegtijdig te beginnen aan de opleiding is het mogelijk om genoeg gekwalificeerd personeel te hebben, voor de eerste F-35 in Kleine-Brogel landt.

Het volledige transitieplan van F-16 naar F-35 is gebaseerd op het feit dat elke F-16 zal vliegen tot het bereiken van de levenslimiet van 8.000 vlieguren. De spreiding en het nauwkeurig opvolgen van het potentieel per toestel, volgens een gedetailleerde planning, garandeert de operationaliteit van de F-16 tot eind 2028. Het beschikbare aantal F-16's zal volstaan om de opdrachten tot dan te kunnen blijven uitvoeren.

Door de natte lente en zomer hebben de grondwerken enkele weken stilgelegen. Dat heeft echter geen impact op de tijdlijn van de werken.

Het transitieplan wordt vanzelfsprekend ondersteund. De DG HR is verantwoordelijk voor het invullen van de personeelslijsten.

Er worden nu diverse oplossingen onderzocht om te garanderen dat aan de personeelsbehoeften voldaan wordt.

Stéphane Lasseaux:

Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse.

Je rappelle que notre prédécesseur, M. Georges Dallemagne, avait toujours émis des doutes sur ce programme. Toutefois, nous pouvons constater qu’il avance, et je m'en réjouis. Ce programme, certes coûteux, est essentiel pour la défense de notre pays et de l’ensemble du territoire à couvrir.

Cependant, en tant que parlementaire et membre de la commission, j’estime que tous ensemble, nous devons suivre de très près ce programme, car au-delà du fait qu'il s’agit d’un investissement coûteux, il faut que les délais soient respectés afin de pouvoir équiper notre pays de F-35, puisque les F-16 pourront très prochainement être livrés à l’Ukraine.

Par ailleurs, à titre tout à fait personnel, en tant que bourgmestre de Florennes, vous imaginez bien que ce dossier m'intéresse au plus haut point. Les F-35 amèneront certes la sécurité à la Belgique, mais aussi la pérennité de notre base, ce dont je me réjouis.

Enfin, il est nécessaire de rallier l’adhésion du public à notre volonté de maintenir ce matériel aussi important.

Voorzitter:

De heer Yzermans wenst niet te repliceren.

Het bedrag van de militaire steun voor Oekraïne

Gesteld door

Les Engagés Luc Frank

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 1 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Belgische militaire steun aan Oekraïne bedraagt 1,21 miljard euro (sinds 24/02/2022), met 0,13% van het BBP in 2024 als piekjaar, waarvan 539,2 miljoen (0,09% BBP) daadwerkelijk uitgevoerd dit jaar—terwijl de minister benadrukt dat de focus ligt op langetermijnmodernisering (o.a. defensie-industrie) naast directe wapenleveranties. EPF-terugbetalingen bedragen tot nu toe ~16 miljoen (gespreid tot 2027), met 2,3 miljoen in 2024. Frank hamert op transparantie over geleverde vs. beloofde middelen en waarschuwt voor Duitstalige scepticisme over steun aan Oekraïne, gekleurd door Duitse invloeden en pro-Russische sentimenten. Dedonder bevestigt onverkorte voortzetting van de steun, inclusief F-16-training, medische opvang en humanitaire hulp.

Luc Frank:

Sehr geehrte Frau Ministerin , madame la ministre, il n'est pas toujours aisé de déterminer le niveau exact de l'aide militaire belge à l'Ukraine. Entre les chiffres publiés sur le site du SPF Affaires étrangères, les évaluations du Kiel Institute, qui sert d'étalon au niveau international, ou les annonces que nous pouvons retrouver dans la presse, il y a de quoi être un peu perdu. C'est pourquoi j'estime qu'il est essentiel de pouvoir dresser un bilan chiffré en ce début de législature.

Madame la ministre, quel est le montant total des engagements depuis le 24 février 2022? Que cela représente-t-il en part du PIB? De ces engagements, quel est le montant de ce qui a été réellement liquidé? Que cela représente-t-il en part du PIB? Quels sont les remboursements dont nous avons bénéficié de la part de la Facilité européenne pour la paix (EPF ou European Peace Facility )?

Ludivine Dedonder:

Monsieur Frank, à ce jour, la Défense belge a fait des dons de matériel militaire à l’Ukraine pour environ 1,21 milliard d’euros. Ce montant reprend les dons qui proviennent des propres stocks de la Défense, les achats réalisés auprès des firmes et les participations financières à différentes coalitions.

Dans tous les domaines de coopération, la Belgique essaie à chaque fois de se distinguer par la plus-value qu’elle peut apporter en complément des autres contributions de partenaires, afin de renforcer les capacités actuelles de l’armée ukrainienne et de la moderniser pour lui permettre de se défendre à plus long terme.

Je pense sincèrement que cette dimension est très importante. La Belgique ne s’arrête pas uniquement à de l’aide sur le court terme, en fournissant des armes, des munitions et du matériel humanitaire. Il est également primordial de pérenniser cet appui sur le long terme. Cela passe indéniablement par le renforcement de la base industrielle et technologique de défense ukrainienne.

En ce qui concerne les achats et les participations financières, le montant total des engagements depuis le 24 février 2022 se répartit comme suit.

Les engagements s'élèvent, en 2022, à 76,5 millions d'euros, soit 0,01 % du PIB. En 2023, ils sont de 185,5 millions, soit 0,03 % du PIB et, en 2024, de 806,1 millions, soit 0,13 % du PIB.

Les liquidations s'élèvent, en 2022, à 65,9 millions, soit 0,01 % du PIB. En 2023, il s'agit de 196,1 millions, soit 0,03 % du PIB et, en 2024, de 539,2 millions (l'année n'est pas terminée), soit 0,09 % du PIB.

Le remboursement du fonds EPF, qui se fait au profit de la Trésorerie, ne couvre pas seulement les dépenses engagées par la Défense, il prend également en compte les demandes des autres départements fédéraux belges. Une première tranche de 1,8 million d'euros a été remboursée en 2022 et en 2023, à raison de 904 000 euros par année. Une deuxième tranche de 11,3 millions d'euros et une troisi è me de 10,6 millions ont également été approuvées. Le remboursement de ces deux tranches s'étend sur quatre ans, de 2024 à 2027. Pour le moment, 2,3 millions d'euros ont déj à été versés cette année.

Pour terminer, je voudrais réaffirmer notre soutien à l'Ukraine, tant dans le domaine politique, humanitaire que militaire. Nous nous sommes engagés à contribuer activement à l'organisation de la formation et de l'entraînement; à l'accueil des soldats gravement brûlés; à la livraison du matériel humanitaire, d'équipements, d'armes et de munitions; à la contribution structurelle aux coalitions de capacités telles que la coalition F-16, la coalition de déminage ou la coalition IT, et je pourrais encore poursuivre cette énumération. Nous maintiendrons notre soutien tant que nécessaire.

Luc Frank:

Madame la ministre, je vous remercie vivement. Il est vraiment important d'être le plus transparent possible pour le Parlement, mais aussi pour le grand public. Comme vous l'aurez sans doute entendu, je suis germanophone. Dans ma région, nous avons une vision un peu différente. Nous subissons en effet beaucoup d'influence de la part de l' Allemagne. Il importe également de sensibiliser la population à la situation dans laquelle nous sommes et aux aides médicales que nous fournissons. De plus en plus de personnes disent ne pas apprécier que l'on fasse la guerre contre l'ex-Union soviétique, c'est-à-dire la Russie. Elles pensent plutôt que c'est bon État. Je ne vois pas du tout les choses de cette façon. Il importe de donner les chiffres. Que ce soit pour les montants fournis ou pour le matériel, il faut clairement distinguer ce à quoi nous nous sommes engagés et ce qui a été véritablement livré aux Ukrainiens.

De hulp van Defensie aan de burgerlijke autoriteiten bij rampen

Gesteld door

Les Engagés Luc Frank

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 1 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Drie jaar na de overstromingen van 2021 heeft Defensie haar steun bij nationale rampen structureel versterkt via duale capaciteiten (o.a. polyvalente voertuigen, watercontainers, cyberbeveiligingsunits) en een permanente Proter-compagnie (100 militairen in stand-by) voor snelle inzet, naast aangepaste juridische kaders en betere integratie in nationale crisiscellen. Minister Dedonder benadrukt dat Defensie enkel bijspringt waar lokale middelen ontbreken, zonder haar kernmissies te verwaarlozen, en dat samenwerking met gemeenten, hulpdiensten en provincies is geïntensiveerd via regelmatig overleg en gezamenlijke oefeningen. Burgemeester Luc Frank bevestigt de succesvolle praktijkervaringen (covid, overstromingen) maar pleit voor nog meer wendbaarheid, lokale kennisuitwisseling en extra middelen—zonder afbreuk te doen aan Defensie’s primaire taken—en een versterkte bescherming civile, als toekomstige prioriteiten.

Luc Frank:

Madame la Ministre, les inondations de juillet 2021 ont démontré l'importance de l'intervention de la Défense en cas de catastrophes naturelles. Nous ne pouvons que remercier l'action de celle-ci lors de ces inondations et par après pour la réhabilitation et la gestion des conséquences. Depuis lors, dans le cadre du plan STAR, la réflexion sur ce soutien a été renforcée au sein de la Défense et des contacts ont eu lieu avec les représentants des autorités civiles , notamment avec l'Union des Villes et Communes de Wallonie.

Trois ans après ces inondations, pourriez-vous faire le bilan des actions entreprises à la Défense afin d'encore améliorer le soutien accordé à la nation en cas de catastrophe?

Avez-vous engagé un dialogue structurel avec les administrations concernées (zones de secours, protection civile, autorités locales) afin de mieux connaître la réalité de terrain et être plus efficace en cas de nécessité d'intervention de la Défense?

La Défense envisage-t-elle d'autres actions dans le futur?

Ludivine Dedonder:

De manière générale, depuis ma prise de fonction, je me suis toujours tenue disposée à fournir l'assistance de la Défense lorsque son aide est requise ou sollicitée et lorsque cette aide apporte une réelle plus-value. J'ai toujours prôné une Défense robuste pour assurer la sécurité, mais aussi une Défense qui soit capable d'épauler la population en cas de crise. L'aide à la nation nous a fortement occupés, puisque lorsque j'ai pris mes fonctions, nous étions en pleine pandémie et nous avons vu la Défense sortir pour épauler le personnel soignant, les centres de vaccination etc, en fonction des demandes des communes. Ensuite, il y a eu les inondations qui ont aussi mobilisé la Défense. Je pourrais continuer, car il y a eu malheureusement d'autres crises et événements malheureux auxquels nous avons toujours répondu présent pour apporter notre aide.

Bien sûr, la Défense n'est pas elle-même un premier intervenant en cas de catastrophe sur le territoire national, sauf pour des capacités spécifiques, telles que le service de déminage ou le sauvetage en mer. Nous nous tenons toutefois prêts à répondre aux demandes des autorités fédérales, provinciales, communales, lorsque leurs propres moyens s'avèrent insuffisants, inexistants ou inadaptés. Cet appui est alors fourni dans les limites des moyens et capacités dont dispose la Défense.

À ce titre, la Défense dispose de plusieurs capacités dites "duales", c'est-à-dire des moyens qui peuvent être mis en œuvre aussi bien dans le cadre de ses opérations et missions primaires que dans le cadre du renforcement de la sécurité sur le territoire national. C'était aussi un des axes du fameux plan STAR quand on l'a lancé: investir intelligemment, investir dans des capacités duales.

Nous avons, notamment dans le cadre du programme Redémarrage et Transition, pu acquérir des engins polyvalents, des conteneurs de citerne d'eau, des groupes électrogènes qui peuvent aussi servir en cas de catastrophe. Je ne vais pas citer ici toutes les capacités duales que l'on a déjà pu obtenir ou qui sont planifiées en acquisition. Je dirai cependant un mot sur tout ce qui est "cyber". On parle aujourd'hui beaucoup de cybersécurité. Évidemment, le lancement du commandement cyber et cette future composante cyber ont aussi un intérêt sur le sol national pour épauler les uns et les autres tant au niveau communal qu'à d'autres échelons de pouvoir.

J'ajouterai également, car il se peut que tout le monde ne le sait pas, que nous avons maintenant mis en place une compagnie Proter, de protection territoriale. En permanence, une centaine de militaires sont donc maintenant en standby s'il devait y avoir une catastrophe, quelle qu'elle soit. Ils sont polyvalents et peuvent intervenir rapidement pour une partie et dans un court délai pour une seconde partie plus spécialisée. C'est important. C'est aussi un service d'aide à la nation qui peut certainement aider les collèges communaux – je m'adresse particulièrement aux bourgmestres ici présents. La Défense est prête à déployer les capacités en cas d'aide à la nation.

Les directives pour le déploiement des moyens militaires sur le territoire national ont été révisées cette année. Celles-ci intègrent le cadre juridique indispensable au déploiement de la Défense sur le territoire national et, ce, en accord avec la législation en vigueur portant sur les plans d'urgence. Ce document décrit également le rôle du commandant militaire de province en tant que représentant de la Défense au niveau provincial.

Le nouvel arrêté royal relatif aux plans nationaux d'urgence d'avril dernier prévoit également la participation de la Défense aux structures de concertation nationale telles que les cellules de crise. Ainsi, la Défense est-elle directement impliquée dans le hub logistique national qui agit en tant que plateforme nationale de coopération, pilotée par le Centre de crise national. L'objectif de ce hub est d'examiner avec les autres services d'urgence et d'intervention les modalités de déploiement nécessaires pour appuyer les capacités d'assistance nationales, provinciales et locales. Cette collaboration permet ainsi de nous montrer plus réactifs en cas de problème urgent.

Luc Frank:

Madame la ministre, vielen Dank für die Antwort, je vous remercie de votre réponse. En tant que bourgmestre de référence pour la province de Liège à l'époque du covid, j'ai constaté en effet cette bonne collaboration avec la Défense. Je l'ai également constatée, malheureusement, lors des inondations, même si nous n'avons pas été directement concernés, à part la commune voisine d'Aubel. Nous avons, en tout cas, bien vu les interventions lorsque la Vesdre a débordé. Donc, franchement, un grand merci pour cette collaboration! J'aimerais exprimer, par ailleurs, un modeste souhait à l'intention du futur gouvernement. En effet, il faudrait s'assurer de la réactivité de la Défense et de la disponibilité des moyens. La question du renforcement éventuel de la protection civile se pose également. Ensuite, il importe qu'elle connaisse bien les autorités locales ainsi que les conditions existantes sur le terrain. Inversement, celles-ci doivent aussi prendre contact avec la Défense en vue d'une meilleure connaissance mutuelle. Enfin, il convient de vérifier si des moyens supplémentaires doivent être mobilisés sans que cela se fasse aux dépens des missions primaires de la Défense telles que nous les connaissons malheureusement aujourd'hui. Vielen herzlichen Dank , je vous remercie beaucoup, madame la ministre.

De militaire samenwerking tussen België en Israël

Gesteld door

PVDA Robin Tonniau

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 1 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België erkent de catastrofale humanitaire crisis in Gaza (41.000 doden, massale ondervoeding, verwoeste infrastructuur) en benadrukt de nood aan een onmiddellijk staakt-het-vuren en een tweestatenoplossing als enige duurzame uitweg. Minister Dedonder bevestigt geen directe militaire samenwerking met Israël (geen wapenleveringen, reparaties of reserveonderdelen), maar Belgische bedrijven leveren wel onderdelen voor F-35’s (via Amerikaanse contracten) die Israël inzet, en Israëlische firma’s doen onderhoud voor Belgisch defensiematerieel. Tonniau eist een totale boycot van Israël, inclusief wapenembargo en verbreking van alle banden, en wijst op Belgische medeplichtigheid via indirecte wapenproductie en politieke steun. De kern: België distantieert zich retorisch van Israëlische oorlogsvoering maar blijft economisch-militair verbonden via omwegen.

Robin Tonniau:

Mevrouw de minister, het afgelopen jaar heeft het Israëlische leger meer dan 41.000 Palestijnen gedood, vermoord. Die cijfers zijn verschrikkelijk en achter die cijfers schuilen mensen, bejaarden, vrouwen, kinderen en baby's. Het aantal gedode kinderen wordt vandaag op 14.100 geschat, vermorzeld onder ingestorte gebouwen. Nog eens 12.000 kinderen werden verwond door kogels, bommen en granaten. Een derde van de nog levende kinderen in Gaza lijdt aan acute ondervoeding. De humanitaire situatie in Gaza is meer dan kritiek. Vijfentachtig procent van de schoolgebouwen is beschadigd of vernietigd, alle universiteiten zijn verwoest. Vijfennegentig procent van de Gazanen kampt met ernstige voedseltekorten. In de couveuses die nog werken, liggen er drie tot vier baby'tjes tegelijkertijd. Negentien van de 36 ziekenhuizen in Gaza zijn kapotgeschoten. Waterpompen zijn stuk of werken niet meer door gebrek aan brandstof. Kinderen drinken dus vervuild of zout water. Een miljoen mensen is hun huis moeten ontvluchten.

Dat alles is de verantwoordelijkheid van het crimineel regime dat aan de macht is in Israël, en van het Westen, dat het regime steunt. De mensenrechtenschendingen en de oorlogsmisdaden in het Midden-Oosten, specifiek in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Libanon, gaan onverminderd voort. Dag na dag worden onschuldige burgers gedood, vermoord door het Israëlische leger. Israël zet daarvoor F-16- en F-35-gevechtsvliegtuigen in, maar ook drones die mensen targetten met behulp van artificiële intelligentie.

Het zou toch onmenselijk zijn dat België zulke oorlogsmisdaden steunt door samen te werken met het Israëlische leger. Werkt de Belgische Defensie samen met die van Israël? Indien ja, op welke manier? Werden er de afgelopen vijf jaar door de Belgische Defensie reserveonderdelen uitgewisseld of verkocht aan het Israëlische leger? Werden er de afgelopen vijf jaar door onze Defensie reparaties uitgevoerd aan Israëlische gevechtsvliegtuigen, zoals F-16's,?

Zijn er vandaag Belgische bedrijven betrokken bij de productie van Israëlisch militair materiaal, zoals hun F35-gevechtsvliegtuigen? Zo ja, welke samenwerkingen zijn er en hoe zijn die te verantwoorden? Kunt u garanderen dat er vandaag geen enkele vorm van militaire samenwerking is tussen België en Israël?

Ludivine Dedonder:

Op het eigenste moment zijn er te veel burgerslachtoffers te betreuren in het conflict, dat uitzichtloos lijkt te zijn. Ik maak van de gelegenheid gebruik om nogmaals te beklemtonen hoe belangrijk het is om internationale resoluties en verdragen te respecteren, vooral inzake het internationaal humanitair recht. We moeten ook absoluut de burgers sparen. Mijn oproep is geen wensdenken. Het moet duidelijk zijn dat het de absolute basis vormt van ons standpunt: het volledige internationale recht en niets anders dan het internationale recht, overal.

De conflicten zijn meer dan ooit symptomatisch voor de problemen van onze tijd, zoals polarisatie en de opkomsten van extremistische of gewelddadige meningen, en bevatten de kiemen van een potentiële regionale vuurzee. Ook al lijkt een politieke en diplomatieke dialoog nog zo moeilijk, er is geen andere duurzame oplossing voor het conflict. Ons standpunt moet duidelijk zijn: het conflict kan enkel worden opgelost door de oprichting van een Palestijnse staat, die de beste garantie zou zijn voor de veiligheid van Israël en de stabiliteit in de regio, met name op de Westelijke Jordaanoever en in Libanon.

De tragedies die die oorlogen hebben veroorzaakt, maken een humanitair staakt-het-vuren met de dag urgenter.

Dan kom ik aan de militaire samenwerking tussen België en Israël. Er is momenteel geen samenwerking betreffende aankopen. Wel heeft de Belgische Defensie met Israëlische firma's een aantal contracten lopen voor het onderhoud van en de levering van wisselstukken voor kritisch materieel dat in het verleden werd aangekocht. Er werden de voorbije vijf jaar geen reserveonderdelen uitgewisseld met noch verkocht aan het Israëlische leger. De Belgische Defensie heeft de voorbije vijf jaar geen herstellingen aan Israëlische gevechtsvliegtuigen uitgevoerd.

Het F-35-programma wordt beheerd via het F-35 Lightning II Joint Program Office, via contracten met de Amerikaanse industrie, zijnde Lockheed Martin en Pratt & Whitney. Die firma's bestellen productieonderdelen bij onderaannemers, onder andere in de Belgische industrie, en wijzen binnen de assemblagelijn de onderdelen op anonieme wijze toe aan de verschillende landen die over F-35's beschikken.

Robin Tonniau:

Mevrouw de minister, over de politieke oplossing zijn we het eens, maar er is dus wel degelijk een samenwerking tussen de Belgische Defensie en die van Israël. Of dat nu van ons land naar Israël is of omgekeerd, er zijn Israëlische bedrijven die onderhoud doen voor onze Defensie en er zijn ook Belgische bedrijven die onderdelen leveren voor de productie van F-35's die uiteindelijk ook in Israël worden gebruikt om Palestijnen, Libanezen en Jemenieten te bombarderen. Voor ons is het duidelijk, wij willen een boycot en een verbod op de doorvoer van wapens, alsook op elke andere manier van samenwerking. Elke andere manier van samenwerking moet ook stopgezet worden. We moeten ons distantiëren van het regime in Israël. We moeten dat genocidaire regime, dat zich onoverwinnelijk gedraagt, een boycot opleggen. Israël ontsteekt de lont in het kruitvat in het Midden-Oosten en dat kan het alleen maar dankzij de steun van het Westen, van de Verenigde Staten. Israël bombardeert en wij steken onze duim omhoog. Hier moeten we een lijn trekken. We moeten alle banden met Israël verbreken. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.40 uur. La réunion publique de commission est levée à 11 h 40.